Annual Report • Feb 27, 2025
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
© UCB Biopharma SRL, 2025. Alle rechten voorbehouden. GL-BK-2500001 Datum van opstelling: Februari 2025
Het geïntegreerd jaarverslag 2024 van UCB bevat onze prestaties in 2024 en biedt een blik op hoe we duurzame impact bevorderen voor een gezondere toekomst.
Het geïntegreerd jaarverslag 2024 bevat het directieverslag in overeenstemming met artikel 12 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in België. Alle informatie die moet worden opgenomen in een dergelijk directieverslag overeenkomstig de artikelen 3:6 en 3:32 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen de verklaring inzake Deugdelijk Bestuur, inclusief het bezoldigingsverslag, het overzicht van de bedrijfsprestaties en de Duurzaamheidsverklaring van UCB) wordt gerapporteerd in alle verschillende secties van dit geïntegreerd jaarverslag. Met betrekking tot extra-financiële informatie is dit Geïntegreerd jaarverslag opgesteld volgens de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Bepaalde onderdelen van dit rapport, namelijk de sectie Duurzaamheidsverklaring en de Financiële gegevens, zijn door Forvis Mazars gecontroleerd. De controlerapporten vindt u op pagina 135 en 297.
Elke doorbraak die we realiseren, brengt ons dichter bij een wereld waarin patiënten een beter en gezonder leven kunnen leiden. Hiervoor willen we onze dank uitspreken aan alle collega's, patiënten, aandeelhouders en partners, zonder wie dit verslag niet mogelijk was geweest.
We zijn de familie Bajer dankbaar voor de toestemming om hun foto op de voorpagina te plaatsen en Nicholas Brooke (Executive Director, Patient Focused Medicines Development, waarvan UCB een actief lid is) voor zijn beoordeling van het geïntegreerde jaarverslag, die ons hielp om de perspectieven van mensen die leven met ernstige ziekten beter weer te geven.
| Strategisch verslag | 4 | ||
|---|---|---|---|
| Brief aan onze belanghebbenden | 6 | ||
| UCB in een notendop | 9 | ||
| Doel en strategie van UCB | 10 | ||
| Prestaties van UCB in 2024 | 38 | ||
| Management van UCB | 45 | ||
| Risicobeheer | 52 | ||
| Duurzaamheidsverklaring | 56 | ||
| Algemene informatie | 58 | ||
| Milieu-informatie | 62 | ||
| Sociale informatie | 90 | ||
| Bestuursinformatie | 120 | ||
| Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur | 138 | ||
| Jaarrekening | |||
| Accounting for Value 2024: UCB U.S. Sustainable | 306 | ||
| Access and Pricing Transparency Report | |||
| Woordenlijst |

Dit document bevat informatie over onderzoeksgeneesmiddelen die door geen enkele autoriteit ter wereld voor enig gebruik zijn goedgekeurd, of over nieuwe indicaties voor goedgekeurde producten. De veiligheid en doeltreffendheid van deze onderzoeksgeneesmiddelen of nieuwe indicaties moeten nog worden vastgesteld. Voor goedgekeurde geneesmiddelen kan de voorschrijfinformatie van land tot land verschillen.
4
5

Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value
Beste lezer, patiënten, collega's, zorgverleners, aandeelhouders en vertegenwoordigers van de gemeenschappen waarin we leven en werken,
– Die boodschap is nog nooit zo relevant geweest voor ons allemaal bij UCB als nu. Nu we terugblikken op het afgelopen jaar, zijn we trots op wat we met onze ambitie hebben bereikt, voor UCB en voor al onze stakeholders. Geïnspireerd door de patiënten die we helpen en de wetenschap die we beoefenen, hebben we ons in 2024 gericht op creëren.
Het creëren van innovatieve oplossingen, het bevorderen van baanbrekende wetenschap en medische kennis door onze onderzoeksactiviteiten af te stemmen op onvervulde behoeften. Het creëren van betrouwbare partnerschappen met spelers in de gezondheidszorg over de hele wereld, waardoor onze innovaties in handen komen van degenen die ze het hardst nodig hebben door samenwerkingen aan te gaan en te versterken met patiëntengemeenschappen en besluitvormers in de gezondheidszorg. En bovenal, het creëren van transformatieve waarde voor mensen die leven met ernstige ziekten en hun verzorgers, zodat ze het best mogelijke leven kunnen leiden, vrij van ziektelast.
En bovenal, het creëren van transformatieve waarde voor mensen die leven met ernstige ziekten en hun verzorgers, zodat ze het best mogelijke leven kunnen leiden, vrij van ziektelast.
Toen we u een jaar geleden schreven, beloofden we dat 2024 het begin zou zijn van een ongeëvenaarde cyclus van lanceringen voor UCB - een cyclus die ons in staat zou stellen om nieuwe, gedifferentieerde behandelingsopties te bieden aan mensen die leven met ernstige ziekten. Twaalf maanden later zijn we blij te kunnen melden dat we onze belofte zijn nagekomen en dat we klaar zijn om een decennium van groei waar te maken.
2024 heeft meerdere goedkeuringen opgeleverd in belangrijke regio's zoals de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan. UCB innoveert voortdurend en streeft ernaar nieuwe manieren te vinden om oplossingen te bieden aan mensen die leven met ernstige immunologische en neurologische ziekten, wat tot uiting komt in een klinische ontwikkelingspijplijn die nu één geneesmiddel in fase 4 (post-approval), één kandidaatgeneesmiddel in regelgevend onderzoek, vier projecten in fase 3 en vier projecten in fase 2 omvat.
We hebben gebruikgemaakt van eerdere goedkeuringen van BIMZELX®▼ (bimekizumab), FINTEPLA®▼ (fenfluramine) 1 , RYSTIGGO®▼ (rozanolixizumab) 2 en ZILBRYSQ®▼ (zilucoplan) 3 , om verder uit te breiden naar nieuwe regio's en indicaties, waardoor we nieuwe patiënten kunnen bereiken met gedifferentieerde behandelingen. Door de goedkeuring van BIMZELX® door de Europese Commissie4 en de U.S. Food and Drug Administration5 voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS), hebben mensen die leven met deze chronische, pijnlijke en mogelijk invaliderende inflammatoire huidziekte nu de mogelijkheid om toegang te krijgen tot deze behandelingsoptie. Dit is cruciaal voor het aanpakken van een gebied met een grote onvervulde klinische behoefte en markeert de vijfde patiëntenpopulatie die baat kan hebben bij BIMZELX®, wat een belangrijke stap voorwaarts betekent in onze missie om de wereldwijde last van immuungemedieerde ontstekingsziekten te verlichten.
Ook zijn sinds de goedkeuring meer dan 9.000 mensen over de hele wereld met zeldzame epileptische syndromen zoals het syndroom van Dravet (DS) en het syndroom van Lennox-Gastaut (LGS) behandeld met FINTEPLA®, met inbegrip van Japan dit jaar. De potentiële impact van FINTEPLA® in de transformatie van de behandeling van aanvallen werd versterkt door de definitieve resultaten van de open-label uitbreiding (OLE) van drie jaar die werden voorgesteld op het internationale kinderneurologiecongres van 2024, waaruit verbeterde klinische indicatoren en een vermindering van de aanvallen bleken voor kinderen met het syndroom van Dravet na een behandeling met fenfluramine.
Deze nieuwe goedkeuringen en nog veel andere, zijn de drijfveer achter onze missie om mensen met ernstige ziekten en hun verzorgers te helpen het leven te leiden dat ze willen. De aanpak van gebieden met een grote onvervulde medische behoefte blijft een centraal aandachtspunt. Deze toewijding wordt geïllustreerd door de laatste ontwikkelingen in onze klinische pijplijn, waar onze indieningsdossiers voor doxecitine en doxribtimine als mogelijke therapie voor TK2d6 , een zeldzame genetische aandoening die de mitochondriën aantast, in februari 2025 zijn geaccepteerd voor beoordeling door de autoriteiten in Europa en de Verenigde Staten7 . In de VS is aan de aanvraag een prioriteitsbeoordeling, Breakthrough Therapy Designation en Rare Pediatric Disease Designation toegekend. Positieve resultaten van de evaluatie van de effecten van de behandeling van mensen die leven met matige tot ernstige systemische lupus erythematosus (SLE) (een chronische, slopende auto-immuunziekte die meerdere orgaansystemen aantast en vrouwen onevenredig zwaar treft) toonden merkbare klinische verbeteringen aan op ziekteactiviteit en opflakkeringen bij behandeling met het kandidaat-geneesmiddel dapirolizumab pegol, dat zich richt op meerdere ontstekingsroutes. Daarnaast bleek uit ons onderzoek in Fase 2a naar het gebruik van bepranemab voor de ziekte van Alzheimer dat de behandeling de cognitieve achteruitgang met 25% vertraagde, wat een bemoedigende basis vormt voor de verdere ontwikkeling van ziektemodificerende therapieën voor neurodegeneratieve ziekten.
Onze impact houdt niet op bij innovatie en goedkeuringen; die zijn pas zinvol als medicijnen terechtkomen bij degenen die ze het hardst nodig hebben. Daarom hebben we in 2024 ook de toegang uitgebreid tot tot 82% access coverage voor onze geneesmiddelen en blijven we zoeken naar manieren om dit te verbeteren door middel van initiatieven zoals gerichte samenwerking met nationale gezondheidszorgstelsels, programma's voor vroegtijdige toegang en alternatieve zakelijke benaderingen. Dit wordt versterkt door onze toewijding om rechtvaardige, diverse en inclusieve klinische studies voor onze medicijnen te waarborgen, aangevuld met systematische betrokkenheidsstrategieën om samen met patiënten betere resultaten te creëren. We erkennen dat gelijke toegang tot deze oplossingen net zo belangrijk is als de ontwikkeling ervan, zodat iedereen, ongeacht zijn of haar omstandigheden, de medicijnen kan krijgen die ze nodig hebben zonder onnodige last. Dankzij deze inspanningen hadden in 2024 meer dan 3,1 miljoen mensen toegang tot onze oplossingen.
Van cruciaal belang is dat we geloven dat de gezondheid van mensen niet losgekoppeld kan worden van de gezondheid van de planeet. De validatie door het initiatief Science-Based Targets van de netto-nul-klimaatdoelstellingen van UCB houden ons ter verantwoording om onze groei los te koppelen van onze koolstofuitstoot. Onze sterke prestaties wat betreft de integratie van duurzaamheid in onze manier van zakendoen, worden steeds meer erkend door ESG-ratingagentschappen die ons bij de ESG-leiders plaatsen binnen de farmaceutische bedrijven die worden beoordeeld door Sustainalytics, ISS ESG, MSCI en CDP.
▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Professionele zorgverleners wordt gevraagd alle vermoedelijke bijwerkingen te melden.
Kort gezegd, onze inspanningen werpen vruchten af. De stevige basis van vandaag — opgebouwd uit vijf belangrijke groeiproducten, financiële stabiliteit, positieve maatschappelijke impact en een veelbelovende pijplijn vol innovaties — geeft ons een ongeëvenaard vertrouwen en kracht in onze volgende stappen. Dankzij de strategische toewijzing van onze middelen, onze transformatie tot een efficiënte en resultaatgerichte interne organisatie, een nauwgezette executie en de grote inzet van onze medewerkers en partners zijn we erin geslaagd onze beloften na te komen.
Net zoals 2023 ons sterke financiële resultaten opleverde, heeft 2024 ons de duurzame financiële slagkracht gegeven om vooruit te gaan in ons decennium van groei. Voor 2025 zien we dat het jaar gekenmerkt zal worden door de voortdurende wereldwijde lanceringen en marktprestaties van de vijf groeiproducten BIMZELX®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ®, FINTEPLA® en EVENITY®▼ (romosozumab) 1 en door de solide prestaties van CIMZIA® (certolizumab pegol) 2 en BRIVIACT® (brivaracetam) 3 . UCB streeft naar een stijging van de inkomsten tot € 6,5 - € 6,7 miljard, wat jaar-op-like for like een aanzienlijke stijging betekent ten opzichte van 2024, rekening houdend met de ontwikkeling van het portfolio in 2024.
We zullen blijven investeren in de wereldwijde lanceringen om potentiële nieuwe oplossingen te bieden voor mensen met een ernstige ziekte en ons blijven inzetten om te investeren in onderzoek en ontwikkeling die de ontwikkelingspijplijn in de vroege en late fase bevorderen. Terzelfdertijd zullen we onze kostendiscipline aanhouden en, net zoals in het verleden, onze producten uit het portfolio die zich aan het eind van de cyclus bevinden, actief beheren. Onderliggende rentabiliteit, aangepaste EBITDA, wordt verwacht 30% van de opbrengsten te bereiken.
Deze groeitrend geeft ons strategische flexibiliteit om nog verder vooruit te kijken, voortbouwend op het momentum dat wordt gegenereerd door onze niet-aflatende inzet om voortdurend te investeren in onze pijplijn die ons in staat stelt om toekomstige innovaties voor patiënten te ontwikkelen. Als we naar het komende decennium kijken, hebben we er alle vertrouwen in dat we alle groeimotoren al in handen hebben.
Door een betere samenwerking kunnen we een nog grotere impact hebben op het leven van mensen met ernstige ziekten. We blijven gedreven door ons doel - omdat we weten dat we bestaan om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst. Maar we weten ook dat we niet de enigen zijn die deze ambitie delen en we streven ernaar om hand in hand samen te werken met de patiëntengemeenschappen, betalers, regelgevers, onderzoekspartners, onze leveranciers en andere farmaceutische bedrijven om een impact op de gezondheidsresultaten te realiseren die groter is dan welke speler dan ook alleen kan bereiken.
Met de toenemende uitdagingen voor de maatschappij en het milieu is deze samenwerking belangrijker dan ooit en we streven ernaar een actieve partner te zijn bij het creëren en leveren van gezondheidsoplossingen die een verschil maken voor de maatschappij. Door samen te werken met partners kunnen en zullen we de wetenschap bevorderen en de zorg verbeteren.
Dank aan al onze collega's, partners en aandeelhouders voor hun vertrouwen in ons en voor hun deelname aan de voortdurende reis van UCB.
Jean-Christophe Tellier, Algemeen directeur Jonathan Peacock, Voorzitter van de Raad van Bestuur van UCB
Nu we terugblikken op het afgelopen jaar, zijn we trots op wat we met onze ambitie hebben bereikt, voor UCB en voor al onze stakeholders. Geïnspireerd door de patiënten die we helpen en de wetenschap die we beoefenen, hebben we ons in 2024 gericht op creëren.
▼ Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Professionele zorgverleners wordt gevraagd alle vermoedelijke bijwerkingen te melden.
1 EVENITY® EU SmPC. Beschikbaar: https://www.ema.europa.eu/en/documents/product-information/evenity-epar-product-information_en.pdf Laatst bekeken: januari 2025.
Het is de ambitie van UCB om het leven van ernstig zieke mensen te veranderen, zodat ze het beste uit hun leven kunnen halen – zo vrij mogelijk van de uitdagingen en onzekerheid van het ziek zijn.
Om een duurzame impact te creëren voor mensen met ernstige ziekten en de maatschappij in het algemeen, bevorderen we de wetenschap op het gebied van immunologie en neurologie en maken we weloverwogen keuzes om onvervulde behoeften van patiënten aan te pakken, gelijke gezondheid te verbeteren, onze ecologische voetafdruk te minimaliseren en aandeelhouderswaarde te optimaliseren.

Vanaf december 2024

1 Het aantal patiënten in 2024 voor BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, KEPPRA® en VIMPAT® wordt berekend op basis van het voortschrijdend jaartotaal (MAT) aan patiënten (geschatte daadwerkelijk behandelde patiënten) aan het einde van K3 2024, zoals verstrekt met invoergegevens van een externe bron. Voor de groeiaandrijvers BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® worden de meest recente wereldwijde aantallen actieve patiënten gerapporteerd. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX®, BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, RYSTIGGO®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®.
We creëren waarde voor patiënten, nu en in de toekomst.
Wij streven ernaar levens te verbeteren met onze geneesmiddelen, waarbij we onze unieke inzichten en samenwerkingsgerichte aanpak benutten om baanbrekende behandelingen te ontwikkelen die de levenskwaliteit van mensen met ernstige aandoeningen aanzienlijk verbeteren. Wij zetten ons in om duidelijk en meetbaar bewijs te leveren van de voordelen die onze therapieën bieden aan patiënten, hun families en zorgsystemen. We geven prioriteit aan gelijkheid in gezondheid en koesteren een cultuur van samenwerking die partnerschappen binnen de patiënten- en zorggemeenschap versterkt.
Door sterke relaties op te bouwen met mensen die met ernstige aandoeningen leven, kunnen we hun levenservaringen en onvervulde behoeften beter begrijpen – waarbij we de persoon zien en niet alleen de ziekte. We werken voortdurend samen met patiëntengemeenschappen in alle stadia en domeinen van de levenscyclus van geneesmiddelen, omarmen nieuwe technologieën en wetenschappelijke innovaties en gaan zorgvuldig te werk om echte verbeteringen aan te brengen in het leven van de mensen die we ondersteunen. Met deze aanpak kunnen we beter onderbouwde keuzes maken om oplossingen na te streven die de meeste waarde bieden en inspelen op de unieke behoeften van patiënten, terwijl we rekening houden met de veerkracht van de gezondheidszorg, financiering van innovatie, maatschappelijke impact en rendement voor aandeelhouders.
Onze unieke O&O-cultuur stimuleert nieuwsgierigheid en gedurfd denken, waarbij onze mensen in staat worden gesteld om de status quo uit te dagen, de juiste vragen te stellen en zich te verdiepen in de complexiteit van ziekten. Door de kracht van beter gecontextualiseerde data en technologie te benutten, versnellen we wetenschappelijke ontdekkingen en
We willen wetenschappelijke hypotheses vertalen naar oplossingen voor patiënten en hen betrekken bij het traject.
verleggen we de grenzen van innovatie. Hierbij richten we ons op het realiseren van doorbraken die echte maatschappelijke waarde creëren. We streven naar een inclusieve en samenwerkingsgerichte omgeving die iedereen in staat stelt om bij te dragen met hun unieke perspectieven. We vieren diversiteit, waarderen alle stemmen en werken naadloos samen om onze gezamenlijke doelen te bereiken.
Onze robuuste pijplijn, met verschillende opkomende resultaten, samen met een verhoogde capaciteit in de productie van biologische geneesmiddelen, stelt ons in staat om deze missie te vervullen, nu en in de toekomst. Vandaag leveren we de lanceringen, pijplijn en innovatie die we hebben beloofd, wat duidt op een sterke start van het decennium van groei van UCB. Dit is duidelijk te zien in onze klinische ontwikkelingspijplijn die één fase 4-geneesmiddel (post-approval), één product in beoordeling bij de regelgevende instanties, vier fase 3-onderzoeken en vier fase 2-onderzoeken omvat.
Met de recente goedkeuringen van BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® zijn we in de positie om aanzienlijk te groeien en nieuwe patiëntenpopulaties te bereiken.
We streven naar een diepgaand begrip van de subpopulaties van patiënten om een originele wetenschappelijke hypothese te ontwikkelen.
Het succes van UCB wordt geschraagd door onze holistische aanpak die op lange termijn bekijkt hoe we samenhangend een positieve impact hebben op mensen die leven met ernstige ziekten, onze collega's en gemeenschappen, onze aandeelhouders en onze planeet.
We streven ernaar te blijven groeien en tegelijkertijd te voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen, waaronder het integreren van gelijke kansen op het gebied van gezondheid en onze impact op het milieu als integraal onderdeel van onze bedrijfsvoering. We weten dat de uitdagingen waar onze wereld voor staat - van de klimaatcrisis tot toenemende ongelijkheid - onlosmakelijk verbonden zijn met gezondheid en welzijn, en dat elke zakelijke beslissing die we nemen een mogelijk effect heeft op de mensen die we ondersteunen, onze gemeenschappen en de planeet.
ongeacht de bron van de kandidaat (intern of extern) op alle niveaus van de organisatie. Dit cijfer vertegenwoordigt in grote lijnen het aantal mogelijkheden van UCB die zijn
gecreëerd en daarna vervuld over al onze regio's, zonder tijdelijk personeel, aannemers en consultants. Dit cijfer telt functieverzoeken die zijn aangemaakt tussen 1 januari en 31 december 2024, met de aanvraagstatus Aangenomen en de begindatum tussen 1 januari en 31 december.
Patiënt

Medewerkers
Partners en gemeenschappen
9.378 medewerkers wereldwijd3 , waarvan
Middelen waarop
7.800 patiënten ingeschreven in klinische studies1
ca.
383 betrokken patiëntenorganisaties
412 O&O-wetenschappers zijn5
Als bewezen is dat het onderzoeksgeneesmiddel veilig en eectief is voor de behandeling van een ernstige ziekte, dienen we een reglementair dossier in bij de autoriteiten. Na goedkeuring door de regelgevende instanties (die per regio of land kunnen verschillen) dienen we een aanvraag in voor vergoeding door publieke en private verzekeringen - de laatste stap voordat deze behandeling beschikbaar wordt voor artsen en hun patiënten.
Goedkeuring en vergoeding
Distributie & Commercialisering
We versturen medicijnen over de hele wereld en werken samen met verschillende leveranciers, groothandelaren en distributeurs om ervoor te zorgen dat onze medicijnen terechtkomen bij de patiënten die ze nodig hebben. We houden onze partners aan dezelfde normen op het gebied van kwaliteit, veiligheid, milieuduurzaamheid, ethiek en mensenrechten.
€ 1.781 miljoen geïnvesteerd in O&O
-33% van de vrijgekomen CO₂e12
68% van onze leveranciersgerelateerde uitstoot met CO₂e doelstellingen afgestemd met SBTi3
€ 1.476 miljoen aangepaste EBITDA
Aanbevolen dividend voor 2024 van € 1,39 per aandeel
3,1 miljoen patiënten bereikt
76 introducties van onze geneesmiddelen in alle regio's2
1.817 banen gecreëerd4
94,7% retentiepercentage6
174 wetenschappelijke publicaties8
€ 98 miljoen winstbelasting
Meer dan 60 non-profitorganisaties wereldwijd geholpen10
we vertrouwen Hoe we waarde creëren Waarde die we creëren
Onderzoek & Ontwikkeling Om nieuwe geneesmiddelen te ontdekken, investeren we aanzienlijk in onderzoek en ontwikkeling. We werken samen met patiënten en partners en zoeken naar nieuwe instrumenten en technologieën om de grenzen van de wetenschap te verleggen en innovatie om te zetten in waardevolle oplossingen voor de gezondheid. Onderzoeksbehandelingen ondergaan verschillende stadia van klinisch onderzoek om hun veiligheid en klinische werkzaamheid te bepalen.
Productie We produceren onze medicijnen op drie productielocaties en werken samen met Contract Manufacturing Organizations (CMO's), waarbij we altijd de strengste kwaliteits-, veiligheidsen milieunormen hanteren.
160 samenwerkingsverbanden in onderzoek7
19.000 leveranciers
€ 4,9 miljoen donaties en filantropische
bijdragen9
€ 10 miljard
eigen vermogen
€ 1.454 miljoen nettoschuld
€ 562 miljoen organische kasstroom11
195.693 MWh energie verbruikt
497.606 m3 onttrokken water

Aandeelhouders
Middelen waarop
7.800 patiënten ingeschreven in klinische studies1
ca.
383 betrokken patiëntenorganisaties
Patiënt
Medewerkers
Partners en gemeenschappen
Planeet
Aandeelhouders
9.378 medewerkers wereldwijd3
waarvan
412 O&O-wetenschappers zijn5
160 samenwerkingsverbanden in onderzoek7
19.000 leveranciers
€ 4,9 miljoen donaties en filantropische bijdragen9
€ 562 miljoen organische kasstroom11
195.693 MWh energie verbruikt
497.606 m3 onttrokken water
€ 1.454 miljoen nettoschuld
€ 10 miljard eigen vermogen
,
Om nieuwe geneesmiddelen te ontdekken, investeren we aanzienlijk in onderzoek en ontwikkeling. We werken samen met patiënten en partners en zoeken naar nieuwe instrumenten en technologieën om de grenzen van de wetenschap te verleggen en innovatie om te zetten in waardevolle oplossingen voor de gezondheid. Onderzoeksbehandelingen ondergaan verschillende stadia van klinisch onderzoek om hun veiligheid en klinische werkzaamheid te bepalen.

Als bewezen is dat het onderzoeksgeneesmiddel veilig en eectief is voor de behandeling van een ernstige ziekte, dienen we een reglementair dossier in bij de autoriteiten. Na goedkeuring door de regelgevende instanties (die per regio of land kunnen verschillen) dienen we een aanvraag in voor vergoeding door publieke en private verzekeringen - de laatste stap voordat deze behandeling beschikbaar wordt voor artsen en hun patiënten.
We produceren onze medicijnen op drie productielocaties en werken samen met Contract Manufacturing Organizations (CMO's), waarbij we altijd de strengste kwaliteits-, veiligheidsen milieunormen hanteren.


We versturen medicijnen over de hele wereld en werken samen met verschillende leveranciers, groothandelaren en distributeurs om ervoor te zorgen dat onze medicijnen terechtkomen bij de patiënten die ze nodig hebben. We houden onze partners aan dezelfde normen op het gebied van kwaliteit, veiligheid, milieuduurzaamheid, ethiek en mensenrechten.
3,1 miljoen patiënten bereikt
76 introducties van onze geneesmiddelen in alle regio's2
1.817 banen gecreëerd4
94,7% retentiepercentage6
174 wetenschappelijke publicaties8
€ 98 miljoen winstbelasting
Meer dan 60
non-profitorganisaties wereldwijd geholpen10
Aanbevolen dividend voor 2024 van € 1,39 per aandeel
€ 1.476 miljoen
aangepaste EBITDA
€ 1.781 miljoen geïnvesteerd in O&O
-33% van de vrijgekomen CO₂e12
68% van onze leveranciersgerelateerde uitstoot met CO₂e doelstellingen afgestemd met SBTi3
UCB is haar mensen - en we worden sterker door onze cultuur van samenwerking en nieuwsgierigheid. We koesteren en waarderen diverse perspectieven en achtergronden en hebben respect en zorg voor elkaar, voor onze gemeenschappen, voor de planeet en voor de mensen die ons inspireren en
Voor een gezondere en eerlijkere toekomst is een gezamenlijke actie nodig en wij geloven in het vergroten van onze impact, verder dan wat we alleen kunnen bereiken. We werken nauw samen en smeden sterke banden met diverse netwerken van patiënten, zorgverleners, professionals in de gezondheidszorg en andere belanghebbenden die de uitdagingen van ernstige ziekten kennen.
Brussel • Hoofdkantoor • Kantoor
België
Braine-l'Alleud • Productie • Onderzoek • Ontwikkeling
3.191 Medewerkers (34% van wereldwijd)
54% Mannen
46% Vrouwen
• ISO 14001 gecertificeerd • 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
543 Medewerkers (6% van wereldwijd)
40% Mannen
60% Vrouwen
• 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
486 Medewerkers (5% van wereldwijd)
57% Vrouwen
607 Medewerkers (6% van wereldwijd)
78% Mannen
22% Vrouwen
• ISO 14001 gecertificeerd (Saitama) • ISO 45001 gecertificeerd (Saitama)
• 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
43% Mannen
Tokyo • Kantoor • Ontwikkeling Saitama • Productie
Japan
Leuven • Onderzoek • Ontwikkeling
Monheim • Kantoor • Ontwikkeling
Duitsland
UCB heeft kantoren in
Overige landen
Australië, Brazilië, Canada, China, Hongkong, India, Mexico, Rusland, Zuid-Korea, Taiwan, Turkije en Oekraïne

1 Toepassingsgebied van het verslag: dit aantal vertegenwoordigt alle reguliere actieve medewerkers van UCB per 31 december 2024. Studenten, leerlingen, stagiairs, medewerkers met verlof en aannemers worden niet opgenomen in de personeelsgegevens.
In heel UCB ondernemen we stappen om ervoor te zorgen dat toegang tot eerlijke, diverse en inclusieve klinische studies, gelijke toegang tot geneesmiddelen, ethische bedrijfspraktijken en ambitieuze milieudoelstellingen prioriteit krijgen in de manier waarop we zaken doen. Wij streven ernaar om samen te werken met upstreampartners die deze waarden delen, van onze leveranciers van producten, zoals apparaten en oplosmiddelen, tot de bedrijven die het transport en de verzending van UCBgeneesmiddelen over de hele wereld beheren.
Slough • Kantoor • Onderzoek • Ontwikkeling 835 Medewerkers (9% van wereldwijd)
45% Mannen 55% Vrouwen
675 Medewerkers (7% van wereldwijd)
• 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
63% Mannen
37% Vrouwen
• ISO 14001 gecertificeerd • ISO 45001 gecertificeerd • 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
61% Vrouwen
Bulle • Kantoor • Productie
997 Medewerkers (11% van wereldwijd)
Atlanta, GA • Kantoor
VS
• Kantoor Boston, MA • Onderzoek Durham and Raleigh, NC • Onderzoek • Ontwikkeling Seattle, WA • Onderzoek
Washington, D.C.
UCB heeft kantoren in
Andere Europese landen
Bulgarije, Denemarken, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden
1.908 Medewerkers (20% van wereldwijd)
41% Mannen 59% Vrouwen
• 100% elektriciteit uit hernieuwbare bronnen Zwitserland
39% Mannen
VK
Van ons hoofdkantoor in België tot 36 landen over de hele wereld, leven onze 9.378 medewerkers1 elke dag ons doel na en helpen onze strategische partnerschappen ons om betere, duurzamere oplossingen te creëren die waarde verlenen aan patiënten en de maatschappij.
We investeren aanzienlijk in biofarmaceutisch(e) onderzoek en ontwikkeling en maken gebruik van technologieën en wetenschappelijke innovaties om oplossingen te ontwikkelen die een echt betekenisvolle impact hebben op het leven van mensen met ernstige ziekten. Belangrijke centra2 in Europa, het Verenigd Koninkrijk, de VS en Japan ondersteunen ons engagement voor onderzoek en ontwikkeling.

2 Vergeleken met 2023 is China niet meer opgenomen op de wereldkaart van UCB, na de aankondiging, in november 2024, van de verkoop, afstoting en licentie van de volgroeide neurologie- en allergieportefeuille van UCB in China en de productiefaciliteit in Zhuhai aan CBC Group, de grootste op gezondheidszorg gerichte vermogensbeheergroep in Azië, en Mubadala Investment Company, de in Abu Dhabi gevestigde wereldwijde investeringsmaatschappij.
We worden gedreven door onze toewijding aan mensen met ernstige ziekten en die een inspiratie zijn voor ons onderzoek en onze ontwikkeling op het gebied van neurologie, immunologie en andere gebieden waar onze expertise, innovatie en ambitie afgestemd worden op onvervulde behoeften.


Al meer dan 30 jaar richten we ons op het ontdekken van oplossingen die het behandelingslandschap voor epilepsie hebben helpen veranderen en het leven van miljoenen mensen hebben verbeterd. Onze wetenschappers hebben verschillende levensveranderende oplossingen ontwikkeld, die geïndividualiseerde behandelingen bieden om mensen met epilepsie te helpen hun ideale leven te leiden. We werken nauw samen met patiënten en hun zorgverleners, evenals met zorgprofessionals, om de realiteit van het leven met een neurologische aandoening beter te begrijpen en om onderzoek te prioriteren dat wordt gestuurd door hun inzichten en de wetenschap.

In 2024 hebben we UCB's toewijding versterkt om nieuwe behandelingsopties te bieden aan mensen die leven met epilepsie en zeldzame neurologische aandoeningen. BRIVIACT® kreeg een vergunning voor het in de handel brengen in Japan voor de behandeling van focale aanvallen bij volwassenen. FINTEPLA® heeft nog steeds goedkeuringen ontvangen in veel landen, waaronder Japan, voor aanvullende behandeling van aanvallen geassocieerd met het syndroom van Lennox-Gastaut (LGS) bij patiënten van twee jaar en ouder, met ondersteunende gegevens die zijn gepresenteerd op het 15e European Epilepsy Congress (EEC), de jaarlijkse bijeenkomst van de American Epilepsy Society (AES) 2024 en de jaarlijkse bijeenkomst van het 18e International Child Neurology Congress (ICNC).
RYSTIGGO® is in de EU goedgekeurd als aanvullende behandeling voor gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) bij volwassenen die positief zijn voor antilichamen tegen acetylcholinereceptoren (AChR) of spierspecifieke tyrosinekinase (MuSK). Na goedkeuringen eind 2023 werd ZILBRYSQ® in 2024 gelanceerd in bepaalde landen van de EU, de VS en Japan. En eind januari 2025 kreeg RYSTIGGO® goedkeuring van de EU voor twee nieuwe toedieningsmethoden: zelftoediening via een infuus (spuitpomp) of een nieuwe handmatige duwspuitmethode, na training door een zorgverlener.
UCB heeft ook de dossiers ingediend voor doxecitine en doxribtimine als potentiële therapie voor de behandeling van thymidinekinase 2-deficiëntie (TK2d) - wat het eerste geneesmiddel van UCB voor een ultrazeldzame ziekte betekent - en de reglementaire aanvragen werden aanvaard in Europa en de VS1 . In de VS heeft de aanvraag prioriteit gekregen bij de beoordeling, alsmede een Breakthrough Therapy Designation en Rare Pediatric Disease Designation.
We bleven samenwerken met de wetenschappelijke gemeenschap om innovatieve wetenschappelijke onderzoeken te benutten die inspelen op aanhoudende onvervulde behoeften. Nieuwe gegevens, gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de 76th American Academy of Neurology (AAN), het 10th Congress of the European Academy of Neurology (EAN), de MGFA Scientific Session op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Association of Neuromuscular & Electrodiagnostic Medicine (AANEM) en andere congressen, versterken het potentieel van onze recent goedgekeurde gMGbehandelingen, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®2, die verbetering van symptomen bieden voor volwassenen die leven met gMG. Dit omvat gegevens over de overstap van andere c5itherapieën naar zilucoplan, en gegevens die een verwacht behandelingspatroon van rozanolixizumab van 6 weken behandeling gevolgd door een behandelingsvrij interval van 6-8 weken ondersteunen, dat kan worden aangepast aan de individuele behoeften van de patiënt3 . Gepubliceerde gegevens toonden aan dat volwassenen met gMG klinisch significante verbeteringen in vermoeidheid ondervonden bij behandeling met eenmaal daags subcutaan zilucoplan. We blijven klinische en praktijkgegevens onderzoeken om inzicht te verschaffen in het gebruik van FINTEPLA®3 voor de behandeling van aanvallen die gepaard gaan met het Dravet- en Lennox-Gastautsyndroom, BRIVIACT®4 bij partiële aanvallen en STACCATO® alprazolam5 (een geneesmiddel voor onderzoek voor snelle beëindiging van een lopende aanval bij patiënten die het risico lopen op langdurige aanvallen).
Daarnaast leverde de fase 2a-studie TOGETHER (AH0003) – waarin de veiligheid, werkzaamheid en verdraagbaarheid van bepranemab, onze experimentele antistof tegen de ziekte van Alzheimer, werd onderzocht – het eerste bewijs van een biologisch en klinisch effect van een ziekte-modificerende therapie die zich richt op tau in het middendomein4 . Dit versterkt ons geloof in de waarde van het richten op het middendomein van tau als een belangrijke strategie om het verloop van de ziekte te beïnvloeden. UCB kreeg ook alle wereldwijde rechten op bepranemab terug in 2024 na de beëindiging van een samenwerkingsovereenkomst met Genentech, een lid van de Roche Group, en Roche.
1 Deze informatie wordt gecommuniceerd in het persbericht van UCB over de volledige jaarresultaten, gepubliceerd op 27 februari 2025 om 7.00 uur.
2 RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® zijn goedgekeurd voor de behandeling van volwassenen met gMG in de EU, de VS en Japan.
3 Habib A, et al. Rozanolixizumab treatment patterns in patients with generalized myasthenia gravis: Post-hocanalyse. Poster MG65. MGFA Scientific Session 2024; Savannah, GA, USA; October 15, 2024.
4 Imbimbo B, et al. Initial failures of anti-tau antibodies in Alzheimer's disease are reminiscent of the amyloid-β story. Neural Regen Res. 2022; 18(1): 117-118.


Zeldzame kinderepilepsie zoals het syndroom van Dravet heeft niet alleen gevolgen voor de patiënt, maar voor het hele gezin. De emotionele uitdagingen waar broers en zussen mee te maken hebben, worden vaak over het hoofd gezien en wij geloven dat het essentieel is om hen te steunen bij het omgaan met de complexe problemen die het leven met een broer of zus met een ernstige epilepsieaandoening met zich meebrengt.
Om deze broers en zussen emotionele steun te bieden, heeft ons team voor zeldzame epilepsieën samengewerkt met de bekende schrijfster Jeanne Willis en illustratrice Kim Geyer aan What's Wrong Blue Bear?1 , een verhalenboek dat is ontworpen om jonge kinderen te helpen hun gevoelens te uiten over het
hebben van een broer of zus met het syndroom van Dravet. Het verhaal gaat over Bonnie, die een broer Billy heeft met toevallen, terwijl ze haar angsten overwint met de hulp van haar knuffel, Blue Bear. Het boek is zo geschreven dat kinderen hun eigen emoties kunnen uitbeelden. Het is bedoeld als steun voor gezinnen die geconfronteerd worden met de uitdagingen van zeldzame epilepsie bij kinderen.
We beseffen dat de resultaten voor de familie verbonden zijn met de resultaten voor de patiënt en we zetten ons in om de hele familie te ondersteunen, niet alleen de patiënt, om de levenskwaliteit en de gezondheidsresultaten te verbeteren voor mensen die leven met het syndroom van Dravet.
UCB kondigde ook aan dat de proof-of-concept-studie (fase 2a) van minzasolmin bij vroege Parkinson, ontwikkeld in samenwerking met Novartis, zijn klinische eindpunten niet heeft bereikt. Dit resultaat doet niets af aan onze toewijding aan de ziekte van Parkinson of aan het aanpakken van onvervulde behoeften bij Parkinson. UCB heeft verschillende preklinische en klinische programma's in vroege fase die meerdere en verschillende potentiële nieuwe behandelingsbenaderingen voor de ziekte van Parkinson evalueren. Deze tweeledige focus op ziektemodificatie en symptoombestrijding weerspiegelt onze toewijding om hoop te bieden voor een toekomst waarin
Meer informatie over de evolutie van de neurologieportefeuille van UCB in 2024 is te vinden in de hoofdstukken Update over regelgeving en Klinische pijplijn van dit verslag.
UPDATE OVER REGELGEVING EN KLINISCHE PIJPLIJN
volwassenen, zodat ze georganiseerd, geïnformeerd en verbonden blijven. Het bevat hoofdstukken over medische overgangen, dagelijks leven, ziektebeheer en langetermijnplanning, met praktische hulpmiddelen om essentiële informatie te ordenen. Gezinnen kunnen de map digitaal bijwerken en opslaan of afdrukken zodat ze hem gemakkelijk kunnen raadplegen. Toch is dit ook een hulpmiddel dat gezinnen verbindt met een breder netwerk. Klikbare pictogrammen verwijzen naar videoboodschappen van professionals in de gezondheidszorg en zorgverleners, die begeleiding en gedeelde ervaringen bieden en families verbinden met patiëntenorganisaties zoals de Dravet Syndrome
Foundation en de LGS Foundation, die toegang bieden tot nuttige hulpbronnen en gemeenschappen.
zinvolle doorbraken in de behandeling levens aanzienlijk kunnen verbeteren.
Ondersteuning voor gezinnen die zorgen voor volwassenen met zeldzame epilepsie
We zijn ons ervan bewust dat de reis voor gezinnen die de complexe weg van de zorg rondom zeldzame epilepsie moeten afleggen, ontmoedigend kan zijn. Daarom werken we actief samen met de gemeenschap om onvervulde behoeften in kaart te brengen en zinvolle oplossingen te bedenken die echt een verschil kunnen maken.
Nu mensen met epilepsie de stap naar volwassenheid zetten, willen we hulpmiddelen bieden die zorgverleners helpen weloverwogen beslissingen te nemen en met vertrouwen plannen te maken voor langdurige zorg. De C.A.R.E Binder ("Caring for adults with rare epilepsy", Zorg voor volwassenen met zeldzame epilepsie), ontwikkeld in samenwerking met mantelzorgers, zorgverleners en patiëntenorganisaties en gelanceerd door UCB in de VS, is zo'n oplossing: een interactieve PDF die families ondersteunt bij het regelen van de zorg voor



We blijven de leiderschapsrol van UCB versterken voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd, door onze expertise te benutten om innovatie te stimuleren die vrouwen in staat stelt geïnformeerde beslissingen te nemen op het gebied van gezondheidszorg. Ondanks het feit dat 70% van de zwangere vrouwen ten minste één geneesmiddel op recept gebruikt 2 , wordt slechts 5% van de medicijnen adequaat gecontroleerd op gebruik tijdens de zwangerschap 3 . Om dit aan te pakken, werken we samen met verschillende disciplines om vrouwen met chronische aandoeningen zoals reumatoïde artritis, epilepsie en myasthenia gravis te ondersteunen. Onze zwangerschaps - en lactatieonderzoeken op verschillende therapeutische gebieden bevorderen gedeelde besluitvorming, terwijl partnerschappen met het ConcePTION -project en de Society for Women's Health Research (SWHR) tot doel hebben onzekerheden over medicatieveiligheid te verminderen en onderzoek naar veilige en effectieve therapieën te bevorderen.
UCB brengt patiëntenorganisaties en wetenschappelijke genootschappen samen om onvervulde behoeften van vrouwen in de vruchtbare leeftijd aan te pakken, door discussiegidsen te verstrekken ter ondersteuning van gedeelde besluitvorming tussen zorgprofessionals en patiënten voor, tijdens en na de zwangerschap. Deze deskundigengroep publiceerde dit jaar ook aanbevelingen om de ervaringen van vrouwen in de vruchtbare leeftijd met chronische ziekten in de gezondheidszorg te verbeteren 4 .
Daarnaast staat UCB mede aan het hoofd van het initiatief ICH3 E21 om de inclusie van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven in klinische studies te standaardiseren en levert UCB een belangrijke bijdrage aan lopende discussies over regelgeving die gericht zijn op het bevorderen van de wetenschap in de zorg voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd. We ondersteunen ook het project BRIDGE (Better Research, Information and Data Generation for Empowerment), een vrijwillige, multidisciplinaire groep experts die zich richt op het aanpakken van hiaten in gegevens en het versterken van de positie van vrouwen met chronische ziekten door middel van oplossingen die zijn gebaseerd op hun eigen ervaringen.

We streven ernaar een wereld te creëren zonder immuungemedieerde ontstekingsziekten. Deze ziekten leggen een enorme druk op patiënten en hulpverlening en hoewel er de afgelopen jaren vooruitgang is geboekt, zijn er nog steeds aanzienlijke onvervulde behoeften. We maken gebruik van op bewijs gebaseerde, differentiërende wetenschap om mogelijk levensveranderende behandelingen te leveren die inspelen op onvervulde behoeften binnen het ecosysteem van de gezondheidszorg.
Onze onderzoeksprogramma's zijn gericht op baanbrekende behandelingen die de immunologische zorg opnieuw definiëren en het leven van mensen verbeteren door middel van onze geneesmiddelen. Door gebruik te maken van data, technologie en innovatief wetenschappelijk onderzoek willen we het leven van mensen die met deze ziekten leven, verbeteren.
BIMZELX®, de eerste dubbele en selectieve remmer van IL-17A en IL-17F, is nu goedgekeurd in meer dan 48 landen en bijna 50.000 mensen hebben baat gehad bij de behandeling. In april verleende de Europese Commissie een vergunning voor het in de handel brengen voor de behandeling van actieve matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS) bij volwassenen die niet afdoende hebben gereageerd op conventionele systemische therapieën. Deze mijlpaal vertegenwoordigt de eerste wettelijke goedkeuring wereldwijd voor bimekizumab voor de behandeling van matige tot ernstige HS en de vierde goedgekeurde indicatie binnen de EU.
De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) verleende goedkeuring voor BIMZELX® (bimekizumab-bkzx) voor de behandeling van volwassenen met actieve artritis psoriatica (PsA), volwassenen met actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) met objectieve tekenen van ontsteking, en volwassenen met actieve ankyloserende spondylitis (AS). De FDA heeft ook goedkeuring verleend voor BIMZELX® als de eerste remmer van IL-17A en IL-17F voor volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa.
We hebben ook goedkeuring gekregen in de EU en in de VS voor toedieningsopties van 320 mg BIMZELX® met één injectie.
| Plaque | Artritis | Ankyloserende | Niet-radiografische | Hidradenitis | |
|---|---|---|---|---|---|
| psoriasis | psoriatica | spondylitis | axiale spondyloartritis | suppurativa | |
| VS | Oktober | September | September | September | November |
| 2023 | 2024 | 2024 | 2024 | 2024 | |
| EU | Augustus | Juni | Juni | Juni | April |
| 2021 | 2023 | 2023 | 2023 | 2024 | |
| Japan | Januari | December | December | December | September |
| 2022 | 2023 | 2023 | 2023 | 2024 |
Nieuwe fase 3-gegevens van de onderzoeken BE HEARD I en BE HEARD II toonden aanhoudende verbeteringen gedurende twee jaar bij volwassenen met matige tot ernstige HS na behandeling met bimekizumab1,2. Er zijn ook twee nieuwe fase 3b-onderzoeken gestart om extra ondersteunend bewijs rond bimekizumab te verzamelen: BE BOLD (een head-tohead-vergelijking in psoriatische artritis, de eerste head-tohead-studie in PsA waarin de superioriteit van een remmer van IL-17A en IL-17F ten opzichte van een remmer van IL-23 wordt geëvalueerd) en BE UNIQUE3 (onderzoek naar de klinische en moleculaire respons in psoriatische ziekte). Gegevens over twee
jaar die een aanhoudende klinische respons bevestigen voor BIMZELX® bij volwassenen met actieve PsA en bij volwassenen met actieve nr-axSpA en actieve ankyloserende spondylitis (AS) werden aangekondigd tijdens ACR Convergence 2024, naast de gegevens over vier jaar bij matige tot ernstige plaque-psoriasis die tijdens de AAD werden gedeeld. Met name vanaf 2024 is bimekizumab opgenomen in de laatste update van de Europese richtlijnen voor de behandeling van hidradenitis suppurativa (HS), als eerstelijns biologisch geneesmiddel voor patiënten met matige tot ernstige actieve HS en onvoldoende respons op conventionele systemische HS-therapie)4 .
Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value

EVENITY® bleef in 2024 wereldwijd een gevestigde behandeling in botopbouwende therapie voor postmenopauzale vrouwen met een hoog risico op breuken. EVENITY® bereikt sinds de eerste lanceringen in 2019 bijna 1 miljoen mensen met osteoporose en een hoog risico op botbreuken en onderscheidt zich door zijn werkingsmechanisme: het heeft een tweeledig effect, namelijk meer botvorming en minder botresorptie. Osteoporose is een snel groeiend wereldwijd gezondheidsprobleem. Eén op de drie vrouwen en één op de vijf mannen boven de 50 krijgt te maken met breuken, die wereldwijd meer dan 200 miljoen mensen treffen1 . Ondanks richtlijnen die osteoanabole therapieën zoals EVENITY® aanbevelen voor mensen met een hoog risico, blijft tot 80% van de breuken ongediagnosticeerd en onbehandeld2 . In samenwerking met wereldwijde belanghebbenden op het gebied van botgezondheid hebben we ons gericht op het afstemmen van beleid, gezondheidszorgpraktijken en onderwijs om persoonsgerichte osteoporosezorg te bevorderen en toekomstige breuken te voorkomen. Via het programma Capture the Fracture van de International Osteoporosis Foundation (IOF), zijn er meer dan 1000 Fracture Liaison Services (FLS'en) opgericht in meer dan 60 landen3 .
UCB merkte ook vooruitgang in wetenschappelijke innovatie op het gebied van Fc-vrije therapeutische antilichamen in 2024. Nieuwe farmacokinetische gegevens ondersteunden de waarde van CIMZIA® (certolizumab pegol), de enige Fc-vrije, PEGylated anti-Tumor Necrosis Factor (TNF)-remmer, voor volwassen
vrouwen met chronische reumatische aandoeningen tijdens de zwangerschap en post-partum4 door middel van het CHERISHonderzoek. Een afzonderlijke post-hocanalyse van het fase 3b-onderzoek REALISTIC suggereert dat hoge reumafactor (RF)-niveaus geen invloed hebben op de klinische respons op certolizumab pegol bij mensen met reumatoïde artritis (RA) en hoge RF-niveaus.
Positieve resultaten van de fase 3-studie PHOENYCS GO van dapirolizumab pegol bij systemische lupus erythematodes (SLE), een chronische, invaliderende auto-immuunziekte die meerdere orgaansystemen aantast en onevenredig veel vrouwen treft, werden ook aangekondigd tijdens de American College of Rheumatology Convergence en er is een tweede fase 3-studie, PHOENYCS FLY,actief bezig met de werving van nieuwe patiënten.
Meer informatie over de evolutie van de immunologieportefeuille van UCB in 2024 is te vinden in de hoofdstukken Update over regelgeving en Klinische pijplijn van dit verslag.

1 More Than Just a Fracture: A Call to Action on Osteoporosis and Bone Health in the Context of Healthy Aging. Beschikbaar: https://globalcoalitiononaging.com/wpcontent/uploads/2022/10/GCOA\_BHI\_More-Than-Just-a-Fracture\_Definition-CTA\_Oct2022.pdf. Laatst bekeken: december 2024.
2 Diffenderfer, B. W., Wang, Y., Pearman, L., Pyrih, N., & Williams, S. A. (2023). Real-World Management of Patients With Osteoporosis at Very High Risk of Fracture. The Journal of the American Academy of Orthopaedic Surgeons, 31(6), e327–e335. Beschikbaar:https://doi.org/10.5435/JAAOS-D-22-00476. Laatst bekeken: december 2024.

In april 2024 organiseerden we de allereerste Hidradenitis Suppurativa (HS) Patient Partnership Summit: een tweedaags evenement waarbij 20 vertegenwoordigers van belangengroepen voor HS -patiënten (PAG's) van over de hele wereld bijeenkwamen om contacten te leggen, kennis te delen en samen te werken aan ontwikkeling. De belangenbehartigers van patiënten deelden hun zorgtraject, hun dagelijkse hindernissen en hun triomfen en benadrukten de kritieke behoefte aan juiste informatie over HS om de gepaste zorg, het management en de beeldvorming over HS vorm te geven. Vervolgens is er een nieuw, door patiënten geleid initiatief gelanceerd om meer bekendheid te geven aan HS, stigma's te verminderen en mensen met HS aan te moedigen om zorg te zoeken, zodat mensen die leven met de ziekte een sterke stem hebben binnen het gezondheidszorgsysteem.
Op de HS Patient Partnership Summit benadrukten we ook de noodzaak om in contact te blijven met patiëntengroepen om onvervulde behoeften van patiënten aan te pakken en het patiëntentraject te verbeteren. Dit was een belangrijke mijlpaal in de gezamenlijke inspanningen van de gemeenschap om de uitdagingen aan te pakken die gepaard gaan met het leven met deze chronische ziekte. Ons nieuwe platform "HS Community Connection" is actief in 2024 en 2025 en brengt tot wel 25 HS PAG's samen om inzichten te delen en samen te werken tijdens regelmatige gesprekken. Het doel is om een doorlopende ruimte voor samenwerking te creëren, om ervoor te zorgen dat de vooruitgang doorgaat en dat patiëntenorganisaties elkaar ondersteunen in het stimuleren van positieve verandering voor de HS -gemeenschap, om zo te helpen de toekomst van zorg voor mensen die leven met HS te transformeren.

Factoren op het gebied van gezondheid, maatschappij, milieu en economie zijn nauw met elkaar verweven. In onze bedrijfsaanpak kijken we holistisch naar hoe we omgaan met al onze belanghebbenden om de maatschappelijke gezondheid te verbeteren: we willen niet alleen waarde creëren voor mensen met ernstige ziekten, maar ook voor onze medewerkers die patiëntenoplossingen ontdekken, ontwikkelen en leveren, voor de aandeelhouders die in ons bedrijf investeren en ons werk financieren, voor de maatschappij waarin we wonen en werken, terwijl we de impact op de planeet, ons gezamenlijke thuis, minimaliseren. Deze geïntegreerde benadering om duurzame groei te stimuleren is de leidraad voor onze manier van zakendoen, met toekomstige generaties in gedachten.
Om onze maatschappelijke impact beter te begrijpen en te maximaliseren, hebben we een uitgebreide dubbele materialiteitsbeoordeling uitgevoerd, bijgewerkt in 2023. Dit proces heeft ons geholpen om te bepalen waar we het meest zinvolle verschil kunnen maken, waarbij we zowel kijken naar hoe maatschappelijke trends en kwesties financiële risico's en kansen voor het bedrijf creëren als naar de impact van het bedrijf op mens en milieu, zowel op de korte als op de lange termijn. Deze beoordeling heeft de prioritaire gebieden blootgelegd die nauw aansluiten bij onze kernmissie: geneesmiddelen ontwikkelen en ervoor zorgen dat ze bij de patiënten terechtkomen die ze nodig hebben. Dit zijn dan ook de terreinen waarop we de grootste maatschappelijke impact kunnen realiseren.
De focus op prioriteitsgebieden vormt een directe informatiebron voor ons streven naar patiëntgerichtheid. De kern van ons werk is een niet-aflatende focus op de patiënten: elke beslissing, elke innovatie en elke stap voorwaarts wordt gestuurd door de wens om hun leven te verbeteren via onze geneesmiddelen.

Door de kracht van combinatorische biologie te combineren met geavanceerd rationeel geneesmiddelenontwerp, met behulp van kunstmatige intelligentie, kunnen we veelbelovende therapeutische kandidaten nauwkeurig en efficiënt selecteren.
Onze wetenschap begint met een focus op het blootleggen van de moleculaire en biologische complexiteit van ziekten, inclusief het onderzoeken van de rol van specifieke paden in de pathobiologie. Door een duidelijker inzicht te krijgen in de karakterisering en pathobiologie van ziekten, met behulp van inzichten uit verschillende bronnen, zoals genomica en proteomica, kunnen we achterhalen hoe ziekten zich ontwikkelen, voortschrijden en invloed hebben op het menselijk lichaam. Een diepere kennis van de werking van moleculaire ziektepaden (de ingewikkelde biologische mechanismen die ziekte veroorzaken) is essentieel, omdat hierdoor nieuwe interventies ontdekt kunnen worden die de onderliggende oorzaken van ziekte aanpakken en ons uiteindelijk in staat stellen belangrijke stappen te zetten in de richting van een andere gezondheidszorg.
Deze vooruitgang in onze kennis en wetenschappelijke expertise wordt mogelijk gemaakt door de integratie van geavanceerde digitale technologieën in onze onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteiten, waardoor we aan de top staan van wetenschappelijke ontdekkingen en innovatie. Door de kracht van combinatorische biologie te combineren met geavanceerd rationeel geneesmiddelenontwerp, met behulp van kunstmatige intelligentie, kunnen we veelbelovende therapeutische kandidaten nauwkeurig en efficiënt selecteren.
Deze geïntegreerde aanpak versnelt niet alleen het ontdekkingsproces, maar zorgt er ook voor dat we ons blijven inzetten voor het leveren van effectieve oplossingen die zich richten op de oorzaken van ziektes en niet alleen op de symptomen.

Populaties
We maken gebruik van genetische, biologische en chemische inzichten om de onderliggende oorzaken van gezondheidsproblemen te begrijpen en patiëntenpopulaties te identificeren die baat kunnen hebben bij gerichte therapieën.

We identificeren de belangrijkste biologische paden die betrokken zijn bij ziekteprocessen en ontwikkelen strategieën om deze paden te moduleren.

Het zal nooit gemakkelijk zijn om te innoveren en wetenschap om te zetten in geneeskunde en het solitair onderzoeken van ideeën kan worden verbeterd als we samenwerken. Daarom omarmen we samenwerking en maken we er een prioriteit van om samen te werken met een breed scala aan belanghebbenden uit verschillende disciplines, waarbij we de beste expertise en perspectieven combineren om de beste resultaten te leveren. Ons sterke netwerk van medewerkers helpt ons onze manier van denken uit te dagen en stelt ons bloot aan nieuwe ideeën en manieren van werken. Door de connectiviteit tussen de patiëntengemeenschap, de mensen, partners en technologie van UCB te benadrukken, hopen we een krachtig netwerk voor innovatie te creëren.
Ons streven naar innovatie vloeit voort uit onze klinische tests en geneesmiddelenontwikkeling, die een cruciale rol spelen bij het bevorderen van patiëntenzorg en het verbeteren van de resultaten voor patiënten. Van het gebruik van innovatieve oplossingen tot het verbeteren van de ervaring van patiënten en locaties, van het testen van simulaties van onderzoeksprotocollen tot het zoeken van een grotere diversiteit aan patiënten: we ontwikkelen het ontwerp van klinische onderzoeken om het af te stemmen op de behoeften van patiënten en technologische vooruitgang. Door protocollen en bijbehorende technologieën te testen in echte omgevingen, zoals ziekenhuizen, kunnen we potentiële uitdagingen en kansen in een vroeg stadium vaststellen. Dankzij deze aanpak kunnen we ontwerpen stroomlijnen, de operationele haalbaarheid verbeteren en uiteindelijk patiëntgerichtere, efficiëntere klinische onderzoeken leveren. Algoritmen kunnen het maken van protocollen en het ontwerpen van onderzoeken stroomlijnen, terwijl machine learning de besluitvorming tijdens het ontwikkelingsproces versnelt.

Door samen te werken met partners onderzoekt UCB nieuwe behandelingsmogelijkheden voor immuungemedieerde ontstekingsziekten (IMID's) en zeldzame vormen van epilepsie. In maart 2024 deed UCB een strategische investering in IMIDomics, Inc., een bedrijf dat zich toelegt op het vinden van innovatieve oplossingen voor immuungemedieerde ontstekingsziekten. Deze investering zal een onderzoekssamenwerking ondersteunen die gericht is op de ontwikkeling van doelgerichte therapieën en diagnose-instrumenten, met als doel te voorzien in de onvervulde behoeften van patiënten die met deze aandoeningen leven.


Een brug slaan tussen wetenschap en patiëntenzorg
De Human-Centric Health benadering van klinisch onderzoek van UCB richt zich op het opleiden en ondersteunen van individuen om actief deel te nemen aan hun gezondheidstraject. Veel van de patiënten die we helpen, hebben complexe aandoeningen en ons doel is om deelname aan klinische onderzoeken zo gemakkelijk mogelijk te maken, zodat deelnemers hun dagelijkse leven met minimale onderbreking kunnen voortzetten. Bij deze aanpak werken we samen met patiënten en richten we ons op het vooropstellen van hun behoeften en ervaringen tijdens het proces. Door een deelnemersgericht ontwerp te combineren met innovatieve technologieën proberen we klinische onderzoeken toegankelijker, flexibeler en representatiever te maken voor diverse populaties.
Om de toegankelijkheid te verbeteren, breiden we de opties voor onderzoek op afstand of gedecentraliseerd onderzoek uit. 53% van de studies die in aanmerking komen, biedt nu meer flexibiliteit. Voor speciale patiëntenpopulaties zijn hulpmiddelen zoals pediatrische apps bedoeld om gezinnen te ondersteunen door het proces te vereenvoudigen, waardoor we werving en behoud kunnen verbeteren. Voor proeven met compounds in de dermatologie onderzoeken we niet-invasieve biopsies als een manier om weefselmonsters te verkrijgen voor analyse zonder chirurgische ingreep, waardoor het comfort van de patiënt verbetert.
Deze stappen maken deel uit van de inspanningen van UCB om klinisch onderzoek patiëntgerichter en innovatiever te maken, terwijl nieuwe geneesmiddelen sneller en zorgvuldiger worden ontwikkeld. Ons doel is dat door het omarmen van deze innovaties, het klinische onderzoekslandschap efficiënter, patiëntgerichter en meer datagestuurd kan worden.
We zoeken ook voortdurend naar nieuwe manieren om de behoeften van diverse populaties en eventuele gezondheidsverschillen aan te pakken via onze wetenschappelijke innovaties en samenwerkingsverbanden met de gemeenschap. We werken aan de verbetering van onze wereldwijde infrastructuur voor klinische onderzoeken en zorgen ervoor dat de deelnemers aan de klinische onderzoeken van UCB een afspiegeling zijn van de populatie die uiteindelijk baat zal hebben bij onze nieuwe geneesmiddelen, met diversiteit vertegenwoordigd in leeftijd, geslacht, geslacht, ras, etniciteit, sociaaleconomische status, genetische aanleg en geografische locatie. Om onze inspanningen te ondersteunen, verfijnen en updaten we regelmatig onze interne richtlijnen en trainingen voor onze teams voor klinische ontwikkeling. Daarnaast leveren we actief feedback aan regelgevende instanties over nieuwe richtlijnen door middel van uitgebreide samenwerking met industriële consortia en publieke/private partnerschappen die ons streven naar het integreren van diversiteit, gelijkheid en inclusie van patiënten in onze klinische onderzoeken versterken.


Betere richtlijnen en trainingsmodule voor klinische ontwikkelingsteams van UCB

Etnische vertegenwoordiging in de klinische onderzoeksteams

Patiëntvriendelijke protocollen

Gedecentraliseerde klinische onderzoeken (GKO's)
Om onze inspanningen te ondersteunen, verfijnen en updaten we regelmatig onze interne richtlijnen en trainingen voor onze teams voor klinische ontwikkeling.

Gelijke toegang tot deze innovatieve oplossingen garanderen, is net zo belangrijk als de ontwikkeling ervan en het bevorderen van toegang tot geneesmiddelen voor mensen die leven met ernstige ziekten begint al in de vroegste stadia van onderzoek en ontwikkeling. Gelijke toegang betekent dat iedereen, ongeacht zijn of haar situatie, noodzakelijke geneesmiddelen kan krijgen. Dit omvat niet alleen beschikbaarheid, maar ook het wegnemen van andere belemmeringen voor gezondheidsgelijkheid, zoals bekendheid met ziekten en behandelingen en betaalbaarheid. Een van de mogelijkheden in de landen waar we actief zijn, is ervoor zorgen dat patiënten tijdig en zonder onnodige lasten de geneesmiddelen kunnen krijgen die ze nodig hebben. In gemeenschappen met lage en middeninkomens ontwikkelen we benaderingen voor maatschappelijke ondernemingen, waar nodig in samenwerking met partners, om mensen met epilepsie toegang te bieden tot hoogwaardige zorg en geneesmiddelen.
Vanaf de innovatie tot de lancering evalueren we voortdurend onze initiatieven om de toegang voor patiënten te verbeteren. Dit omvat het implementeren van Early Access-programma's of Patient Support-programma's om snelle toegang tot onze geneesmiddelen te bieden. Vanuit de VS, Rwanda en Brazilië bouwen we aan nieuwe geïntegreerde benaderingen om mensen met epilepsie in gemeenschappen met lage en middeninkomens te bereiken - die te maken hebben met een veelheid aan barrières die een rechtvaardige toegang tot geneesmiddelen belemmeren, waaronder een beperkte gezondheidszorginfrastructuur en onvoldoende financiering. We pleiten ook voor lokaal beleid dat mogelijke belemmeringen voor toegang tot betere patiëntenzorg wegneemt.

Early Access-programma's (ook bekend als Managed Access-programma's of Compassionate Use-programma's) bieden een ethische weg voor mensen met ernstige, levensbedreigende of levensveranderende ziekten om toegang te krijgen tot geneesmiddelen voor onderzoek voordat deze zijn goedgekeurd door de regelgevende instanties en/of de fondsen, waardoor het lijden wordt verlicht en mogelijk levens worden gered.
Voor Early Access-programma's streven we ernaar ervoor te zorgen dat alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben er toegang toe krijgen, op een manier die haalbaar is voor patiënten, UCB en de maatschappij. Terwijl we werken aan een bredere toegang via wettelijke goedkeuring en vergoeding, erkennen we dat het belangrijk is om patiënten met onvervulde medische behoeften te ondersteunen. Onze Early Access-programma's voorzien niet alleen in deze behoeften, maar leveren ook waardevolle gegevens om het begrip van de behandeling en toekomstige toegankelijkheid te verbeteren. In 2024 profiteerden 1.328 patiënten uit 56 landen van deze programma's.
UCB blijft zich inzetten voor snelle, veilige en patiëntgerichte oplossingen, zodat patiënten de zorg krijgen die ze verdienen, zelfs bij gebrek aan alternatieve behandelingen.
1 De Time to Access Index wordt gemeten ten opzichte van een sectorreferentie die IQVIA voor UCB heeft opgesteld. Deze referentie meet de mediane tijd (dagen) tussen markttoelating en opname in de vergoedingslijst voor producten van UCB die verwacht worden tijdens het relevante toepassingsjaar (zoals geïdentificeerd aan de hand van de "TTA benchmarks" van de sector) en die de relevante mediane tijd tot vergoeding niet overschreden hebben. Deze industriële "TTA-benchmarks" meten de mediane tijd (dagen) tussen markttoelating en vergoedingsnotering voor een product, afzonderlijk voor elk land, en worden voor UCB jaarlijks bijgewerkt door IQVIA.
2 De Access Coverage Performance Index is gebaseerd op het totale aantal vergoedingsvermeldingen voor een product/indicatie in een land in het boekjaar, gedeeld door het totale aantal producten/indicaties in een land dat in dat jaar een markttoelating heeft of zal krijgen.

Spelers in het hele gezondheidsecosysteem en daarbuiten hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om gezondheidsachterstanden aan te pakken die geworteld zijn in sociaaleconomische factoren. Voor UCB begon deze reis jaren geleden. We realiseren ons ook dat we, om onze impact te vergroten, meer aandacht moeten besteden aan het begrijpen en wegnemen van barrières voor gezondheidsgelijkheid om meer achtergestelde bevolkingsgroepen te bereiken met specifieke interventies en partnerschappen, gebaseerd op onze therapeutische gebieden.
We werken aan de ontwikkeling van een consistente aanpak in de hele waardeketen en voorzien onszelf van capaciteiten om sociaaleconomische determinanten van gezondheid (SDOH) in specifieke patiëntenpopulaties, de onderliggende oorzaken en de effecten ervan te bepalen. In 2024 verplichtte UCB zich ertoe een nieuwe langetermijn- en geïntegreerde benadering voor gezondheidsgelijkheid te ontwikkelen als volgende stap in onze inspanningen om geneesmiddelen te verstrekken aan diegenen die ze nodig hebben. Het doel is om na verloop van tijd een beter inzicht te krijgen in de sociaaleconomische determinanten van gezondheid waarop we invloed kunnen uitoefenen en de principes van bewuste gezondheidsgelijkheid te verankeren in onze manier van werken, van de selectie van kandidaten tot de commercialisering en levering, met statistieken om onze invloed te meten. Dit is des te belangrijker omdat de ongelijkheid binnen en tussen landen toeneemt en er ongelijkheid op gezondheidsgebied is vastgesteld in onze therapeutische aandachtsgebieden.

Vroegere positieve beslissingen over vergoedingen dan benchmark voor de sector1
Toegangsdekking bereikt voor UCBgeneesmiddelen2
82%
55%

We streven ernaar om geneesmiddelen op een zo milieuvriendelijk mogelijke manier te ontwikkelen en te leveren. Om onze doelen te bereiken, hebben we ambitieuze doelen gesteld om koolstofuitstoot (inclusief die van onze leveranciers) tot nul te reduceren en het afval- en waterverbruik van onze activiteiten te verminderen. We werken ook samen met onze leveranciers om hun overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen: we streven ernaar dat 80% (qua uitstoot) van onze leveranciers in 2028 wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen heeft en dat alle uitstoot in 2045 met 90% is verminderd.
van CO2e uitstoot1
van onze leveranciersgerelateerde uitstoot met CO2 doelstellingen afgestemd met SBTi2

Als onderdeel van onze activiteiten op het gebied van milieuduurzaamheid gaan we partnerschappen aan binnen en buiten onze branche om onze impact groter te maken dan wat we alleen kunnen bereiken.
We werken samen bij al onze activiteiten en nemen deel aan programma's in de sector om de waardeketen koolstofvrij te maken en onze totale ecologische voetafdruk te verkleinen. Dit omvat de samenwerking met onze partners in het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI), het programma Activate en het programma Energize. We werken ook samen met
het American Chemical Society Green Chemistry Institute Pharmaceutical Roundtable (ACS GCI PR) en BioPhorum. We beoordelen de impact van onze laboratoria met het iniatief My Green Lab en verkennen oplossingen voor het einde van de levensduur van onze geneesmiddelen met CiPPA. Daarnaast nemen we deel aan de Sustainable Healthcare Coalition waarin we onze krachten bundelen met gelijkgestemde organisaties om gezamenlijke vooruitgang te stimuleren en een duurzamere toekomst voor de gezondheidszorg te creëren.
1 Dit is exclusief uitstoot van Scope 3 (Categorie 1), vergeleken met onze basislijn voor 2019 in absolute aantallen.
2 Science Based Targets initiative of soortgelijke initiatieven.
3 Scope 1 in doelstellingen omvat alle uitstoot van UCB-faciliteiten en wagenpark; warmte, ventilatie en koeling die UCB nodig heeft voor haar activiteiten en bedrijfsvoering (in UCB-productie, eigen vestigingen en laboratoria). Scope 2 in doelstellingen omvat elektriciteitsverbruik (UCB-productie, eigen vestigingen en laboratoria). Scope 3 in doelstellingen omvat de uitstoot van alle leveranciers, inclusief aangekochte grondstoffen en producten en diensten; door UCB gehuurde kantoren wereldwijd; transport en distributie; zakenreizen; woon-werkverkeer van werknemers; afvalproductie; verwerking van oplossingen aan het einde van hun levensduur.
31

In lijn met de klimaatwetenschap werd de nettonul-doelstelling van UCB om de uitstoot van Scope 1, 2 en 3 in absolute zin3 tegen 2045 met 90% te verminderen (uitgaande van een basisjaar 2019) en de resterende CO2e-uitstoot te neutraliseren, in november 2024 formeel gevalideerd door het initiatief Science Based Targets (SBTi). Deze ambitieuze stap voorwaarts versnelt onze bijdrage aan een koolstofarme economie door de koolstofuitstoot te verminderen en maakt van UCB een van de slechts 32 bedrijven in de biofarmaceutische/levensmiddelensector die onderworpen zijn aan SBTi-gevalideerde nettonul-doelstellingen voor CO2e.
Dit zal worden bereikt door middel van onze nettonul-doelstelling die begint bij de creatie van elk van onze geneesmiddelen, door te investeren in meer hernieuwbare energieopties in onze vestigingen en distributieketens, door actief samen te werken met leveranciers die hun eigen wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen voor koolstofuitstoot naleven (en door anderen te ondersteunen om doelstellingen te formuleren), door te pleiten voor verandering en door partnerschappen op te zetten.


Onze ambitie is dat het creëren van waarde samen met mensen die leven met ernstige ziekten de standaard wordt in de gezondheidszorg, omdat patiënten en zorgverleners de echte experts zijn in het omgaan met een chronische aandoening. We zorgen ervoor dat we voortdurend in dialoog zijn en consistent en systematisch samenwerken met patiënten, hun zorgverleners en zorgprofessionals om inzicht te krijgen in hun behoeften, voorkeuren en prioriteiten. Door gebruik te maken van initiatieven op het gebied van patiëntenbetrokkenheid en alle beschikbare gegevens over patiëntervaringen, kunnen we ervoor zorgen dat onze besluitvorming wordt onderbouwd met sterkere en relevantere inzichten van mensen die leven met ziekten, en onderzoekers en de bredere gemeenschap helpen om van begin tot eind oplossingen te creëren in de waardeketen. Dit begint al in de vroegste stadia van O&O, om onze vooruitgang te versnellen naar transformatieve behandelingen die tot betere resultaten leiden.


De Patient Engagement Council for Parkinson's Research (PECPR) van UCB werd opgericht in samenwerking met de Parkinson's Foundation, Parkinson's UK en patiënten om ervoor te zorgen dat mensen die leven met Parkinson consequent worden betrokken bij vroegtijdig onderzoek en klinische ontwikkeling. De PECPR wil de resultaten voor patiënten verbeteren door strategisch samen te werken om patiëntgerichte O&O-benaderingen te ontwikkelen, de betrokkenheid van patiënten in de vroegste stadia van de besluitvorming te vergroten en patiënten meer in contact te brengen met de internationale Parkinson-onderzoeksgemeenschap.
Tot de resultaten behoren samenwerking met patiënten om ervoor te zorgen dat hun stem wordt gebruikt voor het Target Product Profile (TPP), een plan dat ervoor zorgt dat klinisch onderzoek en behandelingen voor Parkinson zo worden ontworpen dat rekening wordt gehouden met ieders behoeften, en samenwerking met de patiëntengemeenschap om meer inzicht te krijgen in mogelijke innovatieve behandelingen die gericht zijn op het wijzigen in plaats van behandelen van de ziekte. De meer holistische aanpak van de PECPR heeft UCB geholpen om de belangrijkste O&O-onderwerpen door een langetermijnlens te bekijken, en zorgt ervoor dat de projecten en prioriteiten waarin UCB investeert snel worden uitgevoerd om mensen die leven met Parkinson zoveel mogelijk voordeel te bieden, terwijl de resultaten ook worden gedeeld met de bredere onderzoeks- en ontwikkelingsgemeenschap voor Parkinson.
Als erkenning voor deze inspanningen won de PECPR in 2024 de prijs 'Made with Patients' van Patient Engagement for Medicine Development (PFMD). Deze prijs, georganiseerd door PFMD, wordt uitgereikt voor uitstekende bijdragen op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling, MedTech, digitale gezondheidssectoren en nog veel meer.

33

Voor mensen die leven met hidradenitis suppurativa (HS) duurt het gemiddeld zeven jaar1 na het begin van de symptomen voordat de diagnose wordt gesteld, hetgeen wordt belemmerd door een gebrek aan begrip van wat het werkelijk betekent om te leven met HS. Om deze redenen willen we de bekendheid van HS vergroten om mensen die met de aandoening leven te ondersteunen en een breder begrip van de impact ervan te bevorderen. We hopen het begrip te verbeteren, gesprekken voor een betere patiëntenzorg aan te moedigen en mensen in staat te stellen behandelingsopties te verkennen die hun levenskwaliteit verbeteren.
Dit bracht ons ertoe om een bewustwordingscampagne te creëren die goed weergeeft hoe het is om te leven met HS. Aan de hand van inzichten van echte patiënten ontwikkelden we impactvolle beelden, in samenwerking met een wereldwijd patiëntenpanel, waarbij we visuals en messaging testten met meer dan 150 HS-patiënten om de campagne te perfectioneren.
Voortbouwend op deze aanvankelijke campagne creëerden we The Unbearable Home, een modelhuis dat de dagelijkse uitdagingen van iemand die leeft met HS illustreert door te laten zien hoe basiscomfort - zoals in een stoel ontspannen of goed slapen - vaak onbereikbaar is. Naast het vergroten van de bekendheid willen we ook een gevoel van solidariteit creëren, zodat mensen zich gehoord voelen en proactief stappen kunnen ondernemen om hun aandoening onder controle te krijgen.



Wij geloven dat alle mensen respect en waardigheid verdienen en dat de werkplek een veilige, op samenwerking gebaseerde, respectvolle, rechtvaardige en inclusieve omgeving moet zijn, waar iedereen wordt aangemoedigd en ondersteund om te groeien, te leren en het beste uit zichzelf te halen. Alleen collega's die gelukkig, veilig en gezond zijn, kunnen het beste van zichzelf geven en grenzen verleggen met de weloverwogen intentie om essentiële behandelingen te ontdekken en te bieden aan mensen met ernstige ziekten. We hebben leer- en groeiprogramma's opgezet om de ontwikkeling van onze medewerkers voortdurend te ondersteunen en we meten de vooruitgang aan de hand van onze Health, Safety and Wellbeing (HSWB)-index. We streven ernaar dat onze werknemers gelukkig en gezond zijn en zich goed kunnen voelen op het werk.
We omarmen diversiteit in al haar vormen en moedigen een cultuur van inclusie aan door alle medewerkers gelijke en billijke kansen te bieden. Hierdoor ontstaat een respectvolle omgeving die bijdraagtaan onze groei en innovatie. We koesteren de rijkdom die diversiteit met zich meebrengt: we worden gesterkt door de verschillende perspectieven, gedachten, talenten, achtergronden en ervaringen van al onze collega's op onze reis om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst. Hoewel we vooruitgang hebben geboekt op dit gebied, streven we voortdurend naar vooruitgang en zijn we ons bewust van de weg naar systemische verandering. Onze wereldwijde initiatieven op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie zorgen ervoor dat deze principes op een wettelijk conforme manier in de structuur van ons bedrijf worden verweven. Dit omvat inclusief wervings- en prestatiemanagementbeleid, loongelijkheid en beloningsregelingen, evenals een actief netwerk van werknemersgemeenschappen. Al deze aspecten worden elk jaar gemeten aan de hand van ambitieuze doelen op het gebied van inclusie en gendervertegenwoordiging.

Bij UCB is het ondersteunen van de gezondheid en energie van onze mensen essentieel voor het realiseren van onze patiëntgerichte missie. Dit jaar richtte ons wereldwijde welzijnsprogramma zich op praktische hulpmiddelen om medewerkers te helpen veerkracht op te bouwen en een gezondere levensstijl aan te nemen. Door middel van sessies over onderwerpen als voedingschronobiologie, beweging en geestelijke gezondheid, boden we hulpmiddelen aan in alle tijdzones en op alle locaties. Meer dan 1.200 werknemers deden mee. In deze sessies, of ze nu virtueel of persoonlijk waren, lag de nadruk op inclusiviteit, toegankelijkheid en bruikbare inzichten. Hierdoor werd een cultuur van welzijn bevorderd die verder reikt dan de werkplek en die onze teams helpt zich te ontwikkelen terwijl we waarde blijven leveren aan patiënten over de hele wereld.
UCB heeft updates doorgevoerd in haar wervingsproces voor interne en externe kandidaten, die de voortdurende juridisch conforme inspanningen weerspiegelen om een meer inclusief en representatief personeelsbestand te bevorderen. Deze verbeteringen zijn ontwikkeld met behulp van een multidisciplinair team en zijn erop gericht de transparantie te vergroten, gelijke en eerlijke kansen te bevorderen en onze inspanningen te versterken om een breed spectrum aan talent met uiteenlopende ervaringen, perspectieven en achtergronden te werven en aan te trekken.
De bijgewerkte aanpak omvat een langere minimale plaatsingsperiode voor functies in de VS. Zo wordt ervoor gezorgd dat interne talenten op de hoogte zijn van nieuwe kansen en dat mensen met andere ervaringen en perspectieven ook in aanmerking komen. We hebben ook een meer gestructureerde training voor interviewers ontwikkeld, zodat alle kandidaten de inclusieve cultuur van UCB ervaren. Onze wervingsactiviteiten worden ook ondersteund door onze personeelsgroepen (die openstaan voor iedereen) en andere externe partnerschappen en bronnen.
Deze veranderingen komen overeen met inzichten uit de 2022 Inclusion Survey en benchmarks uit de branche, waarin het belang van wervingspraktijken die gelijke en eerlijke kansen voor iedereen bevorderen, wordt onderstreept. Het wervingsproces ontwikkelen is slechts één manier waarop UCB de gemeenschappen en patiënten die UCB bedient beter wil weerspiegelen en een meer inclusieve omgeving voor iedereen tot stand wil brengen.

Onze visie is er altijd een geweest van waarde op lange termijn en duurzame groei, gebaseerd op het handhaven van de hoogste normen van ethische bedrijfspraktijken. We volgen onze ethische principes van vertrouwen, integriteit, zorg, transparantie en verantwoordelijkheid om al onze belanghebbenden volledig te respecteren. Door alle toepasselijke wet- en regelgeving na te leven, zorgen we ervoor dat we compliant en ethisch verantwoord te werk gaan en beschermen we de gemeenschappen, patiënten en collega's met wie we werken.
Onze ambitie om toonaangevend te zijn op het gebied van innovatieve patiëntenoplossingen - in combinatie met de snelle ontwikkeling van opkomende technologieën, de complexiteit van de verwachtingen van belanghebbenden en de omgeving waarin we werken en leven - vereist een flexibele en goed geïnformeerde benadering van ethiek en compliance. Onze UCB Code of Conduct bevat de principes en verplichtingen waarmee elke medewerker rekening moet houden bij onze beslissingen en acties, en die van onze externe partners.

Ethisch leiderschap is niet alleen essentieel voor duurzame prestaties, maar ook voor het opbouwen van vertrouwen met patiënten, partners en de gemeenschappen die we van dienst zijn. De strategie 'Leiden door ethiek' van UCB bouwt voort op onze jarenlange inzet voor ethiek en zakelijke integriteit door leiders uit te rusten met de vaardigheden, hulpmiddelen en ondersteuning die nodig zijn om te navigeren door het huidige complexe besluitvormingslandschap. Het initiatief is bedoeld om managers op alle niveaus in staat te stellen het goede voorbeeld te geven, waarbij ethische overwegingen voorop staan bij elke beslissing.
Elk jaar is UCB op een voortdurende reis om duurzame prestaties te verbeteren en een positieve impact te hebben op de gezondheid en de samenleving, terwijl we risico's en kansen met betrekking tot onderwerpen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur beheren en transparant zijn in de manier waarop we met onze belanghebbenden communiceren. We kiezen voor actieve interactie met ESG-beoordelingsorganisaties die aansluiten bij onze prioriteitsgebieden voor maatschappelijke impact en die relevante rapporten produceren die onze belanghebbenden kunnen gebruiken om belangrijke beslissingen te nemen. We werken aan het openbaar maken van relevante, nauwkeurige en betrouwbare ESG-gegevens van UCB. In 2024 zijn onze ESG-ratings van zowel Sustainalytics als ISS ESG verbeterd tot respectievelijk 13,7 en B-, wat UCB helpt om tot de top 10% van farmaceutische bedrijven wereldwijd te behoren op de beoordeling van deze organisaties.
Kernelementen zijn onder andere het integreren van scenario's voor ethische besluitvorming in leerprogramma's voor leidinggevenden, het ontwikkelen van hulpmiddelen die een cultuur van ethisch bewustzijn bevorderen en het lanceren van communicatiecampagnes om het ethisch bewustzijn in de hele organisatie te vergroten. Deze inspanningen zijn bedoeld om aan te sluiten bij de bredere visie van UCB om een verantwoordelijke en toekomstgerichte koploper in de gezondheidszorg te worden en een favoriete werkgever en partner, terwijl we trouw blijven aan onze waarden en een maximale impact leveren voor patiënten.
Deze ratings weerspiegelen onze vooruitgang op het gebied van duurzame impact voor een gezondere toekomst, waarbij we op holistische wijze kijken naar de dimensies milieu, maatschappij en bestuur.
Gedetailleerde informatie over de prestaties van UCB in 2024 op alle aandachtsgebieden voor duurzaamheid, inclusief ons beleid, doelen en vooruitgang op materiële onderwerpen, is te vinden in de Duurzaamheidsverklaring.




UCB U.S. is de uitvoerende sponsor van de wereldpremière van 'It's All Your Fault, Tyler Price!', een musical over de uitdagingen waarmee gezinnen die leven met het Lennox-Gastaut Syndroom (LGS) worden geconfronteerd. Deze samenwerking maakt deel uit van onze voortdurende inspanningen om innovatieve manieren te verkennen om meer bekendheid te geven aan epilepsie en stigma's te verminderen. In 2023 begon UCB samen te werken met schrijver en regisseur Miles Levin aan zijn korte film 'Under The Lights', waarmee het bedrijf voor het eerst kunst gebruikte als platform om epilepsie bespreekbaar te maken. Door 'It's All Your Fault, Tyler Price!' te steunen, blijft UCB zich inzetten voor het creëren van ruimtes voor gesprekken die beeldvorming uitdagen en helpen de impact van bekendheid met epilepsie te vergroten.

In oktober 2024 werd UCB Iberia Promoting Partner van Forética, de vertegenwoordiger van de World Business Council for Sustainable Development (WB-CSD) in Spanje. UCB Iberia zal bijdragen aan de bevordering van duurzaamheid op het hoogste niveau als lid van de Spaanse Business Council for Sustainable Development, samengesteld uit de presidenten en CEO's van grote Spaanse bedrijven, om onze inzet voor de verankering van verantwoorde principes op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) in alles wat we doen te blijven bevorderen. UCB Iberia zal ook de werkgroep Sustainability in Health Sector van Forética leiden. Het doel is om samen te werken met andere bedrijven en organisaties om de transformatie van deze branche naar een duurzamer, veerkrachtiger en toegankelijker model te stimuleren.


Via het programma 'Empowered Females in STEM' met UpskillMe, biedt UCB UK een gratis, intensief mentorprogramma van zes maanden dat is ontworpen om 16- en 17-jarige vrouwelijke studenten te onderwijzen, inspireren en empoweren. Elke deelnemer wordt gekoppeld aan een vrouwelijke wetenschapper in het onderzoeks- en ontwikkelingscentrum van UCB in Slough en wordt ondersteund via mentorsessies en masterclasses om hun vaardigheden en zelfvertrouwen op te bouwen zodat ze zich kunnen ontwikkelen op STEM-gebied (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde). Sinds de start van het programma heeft UCB meer dan 350 studenten voorbereid op de arbeidsmarkt. Door te investeren in de volgende generatie willen we bijdragen aan een meer divers en inclusief personeelsbestand, waar iedereen de kans krijgt om te slagen in STEM.
UCB nam deel aan ChangeNOW, een van 's werelds grootste evenementen om gezamenlijke actie te stimuleren voor een gezondere, duurzamere toekomst. Onze CEO Jean-Christophe Tellier nam deel aan het panel 'Health for All' en besprak de ongelijkheid in gezondheid, het verband tussen milieu-uitdagingen en gezondheid en de behoefte aan gelijke toegang tot geneesmiddelen. UCB ondersteunde een pitch-sessie voor start-ups op het gebied van digitale gezondheid en collega's namen ook deel aan een leerzame expeditie, waarbij ze exposanten spraken over ecologie, verandermanagement en toegang tot gezondheidszorg.

UCB Italië heeft onze inzet voor patiëntenbetrokkenheid verdiept via evenementen met nationale patiëntenorganisaties, zoals ANMAR, APMARR en Passion People, om een beter inzicht te krijgen in onvervulde behoeften bij aandoeningen zoals psoriatische artritis en hidradenitis suppurativa. We hebben samengewerkt met patiëntengroepen om educatief materiaal te ontwikkelen en te pleiten voor bewustwording door middel van initiatieven zoals de Rheuma Care Academy en ziektecampagnes zoals Metti la Psoriasi Fuori Gioco. We zijn ook betrokken bij bredere inspanningen zoals het Patient Advocacy Lab, dat bijdroeg aan discussies over het integreren van patiëntenperspectieven in Health Technology Assessments in Italië. Daarnaast startte UCB Italië verschillende projecten voor patiëntenbetrokkenheid voor Myasthenia Gravis (gMG) en Developmental Epileptic Encephalopathies (DEE), zoals het initiatief 'DEE Strategy', specifieke rondetafelgesprekken en forums. Via deze projecten willen we patiënten, besluitvormers en de wetenschappelijke gemeenschap met elkaar in contact brengen om zinvolle, patiëntgerichte oplossingen te bevorderen.

De raad voor diversiteit, gelijkheid en inclusie van UCB Duitsland werkt aan de lokale implementatie van wereldwijde diversiteits-, gelijkheids- en inclusiedoelstellingen, naast hun voltijdse banen. De belangrijkste focus van de raad in 2024 lag op inspanningen om de kandidatenpool van UCB te vergroten en het gevoel van werknemers dat ze erbij horen te bevorderen door middel van projecten zoals leiderschapscoaching, focusgroepen over de individuele betekenis van 'erbij horen' en samenwerking met een organisatie die het aannemen van mensen met een beperking stimuleert. Daarnaast werden er bewustmakingsdagen georganiseerd zoals de Duitse Dag van de diversiteit, de Duitse Dag van mensen met een beperking en deelname aan Cologne Pride.

De hercertificering EQUAL-SALARY van UCB Zwitserland onderstreept onze toewijding aan het bieden van gelijke en billijke kansen en gelijke beloning voor mannen en vrouwen en bevestigt dat onze processen billijk zijn. Deze mijlpaal was mogelijk dankzij strenge externe audits waarbij ons beleid, onze praktijken en de ervaringen van onze medewerkers in belangrijke fasen van de levenscyclus van talent werden onderzocht. Het behalen van deze certificering is niet het einde: door regelmatige follow-up-controles blijven we verantwoordelijk en kunnen we de inclusiviteit van onze wervings- en talentpraktijken verder versterken.

Het succes van UCB wordt geschraagd door onze holistische aanpak die op lange termijn geïntegreerd bekijkt hoe we een positieve impact zullen hebben op mensen die leven met ernstige ziekten, onze collega's en gemeenschappen, onze aandeelhouders en onze planeet.
Dit wordt weerspiegeld in de manier waarop we onze prestaties meten, zoals hoe we duurzame groei stimuleren en waarde creëren voor aandeelhouders (financiële prestaties), maar ook voor patiënten en medewerkers terwijl we onze impact op de planeet minimaliseren (extra-financiële prestaties) - zoals weergegeven in de onderstaande tabel:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| Financiële prestaties | ||
| Waarde voor aandeelhouders | ||
| Omzet (€ miljoen) | 5.252 | 6.152 |
| Aangepaste EBITDA/omzetratio | 25,7% | 24,0% |
| O&O kosten/omzetratio | 31% | 29% |
| Kernwinst per aandeel (€) | 4,20 | 4,98 |
| Dividend per aandeel (€) | 1,36 | 1,39 |
| Extra-financiële prestaties | ||
| Waarde voor patiënten | ||
| # Moleculen in klinische ontwikkeling1 | 10 | 9 |
| Access Coverage Performance Index | 68% | 82% |
| Time to Access Index | 50% | 55% |
| Waarde voor medewerkers | ||
| Gezondheids-, veiligheids- en welzijnsindex | 81,5% | 64,1% |
| % Gendervertegenwoordiging op directieniveau (vrouwen/mannen) | 38%/62% | 41% /59% |
| Inclusie-index | 70,3% | 70,75% |
| Waarde voor de planeet2 | ||
| Absolute vermindering in CO₂e-emissies2 van Scope 1, 2 en 3 (behalve scope 3, categorie 1) |
33% | |
| % leveranciers (naar CO₂-uitstoot) die zich hebben gecommitteerd aan wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen |
68% | |
| Absolute vermindering van wateronttrekking | 19,8% |
De financiële en extra-financiële gegevens worden gerapporteerd voor de periode 1 januari – 31 december 2024. In het geval van de gegevens over de toegang tot geneesmiddelen loopt de rapportageperiode van 1 oktober 2023 tot 30 september 2024.
Financiële gegevens worden halfjaarlijks gerapporteerd en extra-financiële gegevens worden jaarlijks gerapporteerd. Dit geïntegreerd jaarverslag is gepubliceerd op 27 februari 2025.
1 Dit aantal omvat middelen die tot fase 1 en verder zijn gevorderd.
2 Prestatie-indicatoren voor 'Waarde voor de planeet' kunnen niet worden vergeleken, in absolute aantallen en in percentages, tussen de cijfers van 2023 en 2024, vanwege wijzigingen in de reikwijdte en het basisjaar (2015 voor 2023, 2019 voor 2024). Om deze reden ontbreken de gegevens voor 2023 in deze tabel. Deze veranderingen zijn gekoppeld aan de klimaatdoelstellingsvalidatie van UCB door het Science Based Targets-initiatief. Meer informatie is te vinden in de secties van de Duurzaamheidsverklaring over CO2e-uitstoot en water.
Financiële prestaties zijn van vitaal belang om ervoor te zorgen dat we de middelen hebben om te blijven investeren in innovatie en onze groei te stimuleren - om mensen die leven met neurologische en immunologische ziekten langdurige waarde te bieden. In 2024 groeide de omzet met 17% tot € 6.152 miljoen, een stijging van 19% bij constante wisselkoersen (CW) en de grens van € 6 miljard werd eerder dan gepland ruimschoots overschreden. De netto-omzet steeg tot € 5.613 miljoen, een stijging van 15% (+17% CW). Deze groei werd gestuwd door de sterke, drie- en dubbelcijferige prestaties van de groeifactoren van UCB: BIMZELX®, EVENITY®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®, evenals de solide prestaties van CIMZIA® en de sterke bijdrage van BRIVIACT®, waardoor de beoogde piekverkoop van 'ten minste € 600 miljoen' ruim voor de doelstelling van 2026 werd bereikt. De overige opbrengsten bedroegen € 461 miljoen, dankzij de verkoop van rechten op twee gevestigde merken.
De aangepaste EBITDA (winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen) steeg tot € 1.476 miljoen (+9%; +18% CW), als gevolg van een dubbelcijferige inkomstengroei en hogere bedrijfskosten door aanzienlijk hogere marketing- en verkoopkosten door de wereldwijde lanceringsactiviteiten voor de vijf groeifactoren van UCB. De aangepaste EBITDA-ratio voor 2024 (als percentage van de opbrengsten) bedroeg 24,0%, tegenover 25,7% in 2023.
De kernwinst per aandeel bedroeg € 4,98 na € 4,20 in 2023 op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 190 miljoen.
Het jaar 2025 zal gekenmerkt worden door de voortdurende wereldwijde lanceringen en marktprestaties van de vijf groeifactoren BIMZELX®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ®, FINTEPLA® en EVENITY®. UCB streeft naar een stijging van de inkomsten tot € 6,5 - € 6,7 miljard, wat een aanzienlijke jaarlijkse stijging op vergelijkbare basis betekent ten opzichte van 2024, rekening houdend met de ontwikkeling van de portefeuille in 2024.
UCB zal blijven investeren in de wereldwijde lanceringen om potentiële nieuwe oplossingen te bieden voor mensen met een ernstige ziekte en zal zich blijven inzetten om te investeren in onderzoek en ontwikkeling die haar ontwikkelingspijplijn in de vroege en late fase bevorderen. Terzelfdertijd zal UCB haar kostendiscipline behouden en, net zoals in het verleden, haar producten uit de portfolio die zich aan het eind van de cyclus bevinden, actief beheren. Onderliggende rentabiliteit, aangepaste EBITDA, wordt verwacht 30% van de opbrengsten te bereiken. De kernwinst per aandeel (kern-WPA) zal naar verwachting uitkomen tussen € 6,80 – 7,40 per aandeel, op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 190 miljoen.

Meer details over de financiële prestaties van UCB zijn te vinden in de "Bedrijfsprestatiebeoordeling" van de jaarrekening.
JAARREKENING
Extra-financiële prestatie-indicatoren geven een beeld van hoe we werken aan een gezondere toekomst - een toekomst waarin we streven naar gelijke toegang tot onze geneesmiddelen voor alle patiënten die ze nodig hebben, waarin we onze processen en geneesmiddelen milieuvriendelijker maken en waarin onze organisatie het welzijn van medewerkers ondersteunt en de diversiteit van onze gemeenschappen weerspiegelt.
De extra-financiële prestatie-indicatoren zijn vastgesteld om de belangrijkste impact van onze activiteiten op de samenleving en de planeet te beoordelen, meten en rapporteren en hebben betrekking op onze materiële onderwerpen, zoals vastgesteld in de laatste materialiteitsbeoordeling.
UCB is blijven innoveren om nieuwe oplossingen te ontdekken voor mensen met ernstige immunologische en neurologische ziekten, wat tot uiting komt in een klinische ontwikkelingspijplijn met 9 moleculen.
In 2024 hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verbeteren van de toegang tot onze geneesmiddelen in verschillende regio's. Onze Access Coverage Performance Index bereikte 82%, een stijging van 14% ten opzichte van vorig jaar. Bovendien werd meer dan de helft van de vergoedingen eerder verkregen dan de benchmark in de branche, aangezien onze Time to Access Index 55% bereikt, een stijging van 5% ten opzichte van vorig jaar.
In 2024 hebben we ook de beschikbaarheid van onze geneesmiddelen in verschillende landen met een laag en gemiddeld inkomen (LMIC) behouden en in sommige gevallen verbeterd.
Als we kijken naar de manier waarop we waarde creëren voor onze medewerkers, zijn we doorgegaan met ons traject om een inclusieve organisatie te worden, waarbij het welzijn van onze medewerkers centraal staat in onze programma's. Dit is terug te zien in onze resultaten voor 2024, ondanks een slechte prestatie op het gebied van veiligheid. Dit komt door een toename van het aantal arbeidsongevallen met verzuim. De ernst van deze ongevallen is echter wel afgenomen ten opzichte van voorgaande jaren.
Tegelijkertijd hebben we onze inspanningen om de CO2euitstoot te verminderen voortgezet en SBTi-validatie verkregen voor onze ambitieuze netto-nul-doelstellingen.
Deze sterke prestaties werden erkend door ESG-ratings, waarbij Sustainalytics UCB op nummer 1 plaatste in de biotechnologiesector, ISS ESG-ratings werden verbeterd tot B- en CDP ons een A-score toekende voor zowel klimaat- als waterzekerheid.
In 2025 streven we naar vooruitgang op financieel, milieu- en maatschappelijk gebied en blijven we toonaangevend op het gebied van ESG-ratings.

en onze doelstellingen voor 2025 nastreeft, is beschikbaar in de Duurzaamheidsverklaring.
UCB innoveert voortdurend en streeft ernaar nieuwe manieren te vinden om oplossingen te bieden aan mensen die leven met ernstige immunologische en neurologische ziekten, wat tot uiting komt in een klinische ontwikkelingspijplijn die nu één actief in fase 4 (post-approval), één actief in regelgevend onderzoek, vier projecten in fase 3 en vier projecten in fase 2 omvat.
De update van de tijdlijn voor de klinische ontwikkelingsprogramma's van UCB, met daarbij updates over regelgeving en vooruitgang van de pijplijn sinds 1 januari 2024 tot de publicatiedatum van dit verslag, wordt hieronder weergegeven.
| Fase 1 | Fase 2 | Fase 3 | Fase 4 | Toplineresultaten/ volgende mijlpaal |
|
|---|---|---|---|---|---|
| bimekizumab (IL-17 A/F) Post-approval head-to-head onder zoek versus risankizumab in PsA |
H2 2026 | ||||
| Doxecitine/doxribtimine (behandeling met nucleoside) TK2-def ciëntiestoornis |
Indiening | ||||
| rozanolixizumab (FcRn-remmer) MOG-antistofziekte |
H2 2026 | ||||
| Fenfluramine (5-HT agonist) CDKL5-def ciëntiestoornis |
H1 2025 | ||||
| dapirolizumab pegol (anti-CD40L antilichaam) Systemische lupus erythematodes |
1e positieve fase 3, 2e fase 3: 2028 |
||||
| STACCATO® alprazolam (benzodiazepine) Stereotypical langdurige aanvallen |
H1 2026 | ||||
| bepranemab (anti-tau antilichaam) Ziekte van Alzheimer UCB022 (positieve allosterische |
Fase 2a | Fase 2a positieve | |||
| modulator van de dopamine-1-receptor) Ziekte van Parkinson |
Fase 2a | H1 2025 | |||
| UCB9741/galvokimig (IL-17 A/F & IL-13) Atopische dermatitis |
Fase 2a | Fase 2a positieve | |||
| UCB1381/donzakimig (IL-13 & IL-22) Atopische dermatitis |
Fase 2a | H2 2025 |

UCB werkt volgens een monistisch bestuursmodel (one-tier board), waarbij het bedrijf wordt bestuurd door een Raad van Bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité1 .
Drie commissies op bestuursniveau zijn gespecialiseerd in specifieke gebieden, waaronder het Auditcomité, het Wetenschappelijk Comité en Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité. Duurzaamheid is een strategiepunt voor het voltallige bestuur en daarom is er geen specifieke duurzaamheidscommissie ingesteld. Meer informatie over het bestuur bij UCB is beschikbaar in het Corporate Governance Charter van UCB en in de Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.

Op 31 december 2024 bestond de Raad van Bestuur van UCB uit 14 leden, waarvan 10 onafhankelijke bestuurders.

Jonathan Peacock Onafhankelijk bestuurder Voorzitter van de Raad van Bestuur Nationaliteit: Brits/Amerikaans
geb. 1958
Meer dan 30 jaar ervaring in farmaceutica, biotechnologie, bedrijfsfinanciering en -strategie, waaronder wereldwijde CFOfuncties bij Amgen en Novartis Pharma, leiderschap in de Raad van Bestuur bij het opbouwen van jonge biotechnologiebedrijven en leidinggevende functies in bedrijfsfinanciering en -strategie als partner bij McKinsey en Price Waterhouse.

Nationaliteit: Frans geb. 1959
Eerste benoeming in 2014. Einde termijn in 2026.
Meer dan 35 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld.

Janssen Bestuurder Vice-voorzitter van de Raad van Bestuur Lid van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité
Nationaliteit: Belgisch geb. 1971
Eerste benoeming in 2012. Einde termijn in 2028.
Meer dan 20 jaar operationele ervaring, M&A en BD, met inbegrip van UCB waar hij verschillende leidinggevende posities bekleedde. Vandaag de dag beheert hij private-equity-activiteiten en impactfondsen.

Onafhankelijk bestuurder Nationaliteit: Amerikaans
geb. 1957
Eerste benoeming in 2019. Einde termijn in 2027.
Meer dan 30 jaar management-ervaring in de gezondheidszorg met bewezen resultaten als senior leidinggevende in de 3 sectoren van private, publieke en overheidsdiensten.
Mandaten van bestuursleden in beursgenoteerde ondernemingen zijn gemarkeerd met een *

Maëlys Castella Onafhankelijk bestuurder Lid van het Auditcomité Nationaliteit: Frans geb. 1966
UCB Bestuursmandaat: Eerste benoeming in 2023. Einde termijn in 2027.
Meer dan 30 jaar ervaring als senior executive in financiën, strategie en marketing voor industriële B2B- en B2C-bedrijven (Akzonobel, Air Liquide, Total). Gecertificeerd uitvoerend coach.

Onafhankelijk bestuurder Lid van het Wetenschappelijk Comité Voorzitter van het Governance-, Benoemingsen Remuneratiecomité Nationaliteit: Brits geb. 1951
Eerste benoeming in 2014. Einde termijn in 2026.
Meer dan 20 jaar in wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Oxford.

Onafhankelijk bestuurder Lid van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité Nationaliteit: Belgisch geb. 1961
Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2028.

Onafhankelijk bestuurder Lid van het Wetenschappelijk Comité Nationaliteit: Zwitsers geb. 1955
Eerste benoeming in 2021. Einde termijn in 2025.

Cyril Janssen Bestuurder Nationaliteit: Belgisch geb. 1971
Eerste benoeming in 2015. Einde termijn in 2027.
Ervaren investeerder met meer dan 25 jaar ervaring in langlopende familiebedrijven, beursgenoteerde aandelenmarkten, durfkapitaal en private equity.

Eerste benoeming in 2014. Lid van het Auditcomité sinds 2024. Einde termijn in 2026.
Na meer dan 20 jaar in de bank- en financiële sector, voornamelijk in Investment Management, heeft hij een wereldwijd netwerk opgebouwd van wereldwijde investeerders en belangrijke opinieleiders op het gebied van digitalisering, gezondheidstechnologie, Smart City-technologieën, blockchain en klimaatgerelateerde technologieën.

Onafhankelijk bestuurder Lid van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité Nationaliteit: Deens/ Zweeds/Amerikaans
UCB Bestuursmandaat: geb. 1958
Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2028.
Bijna 20 jaar in hogere leidinggevende functies in farmaceutische ondernemingen en in gezondheidszorgorganisaties.

Onafhankelijk bestuurder Lid van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité Nationaliteit: Amerikaans
geb. 1971
Eerste benoeming in 2024. Einde termijn in 2028.
30 jaar ervaring in de gezondheidszorg, waaronder in de farmaceutische sector, medische technologie en diergezondheid.

Onafhankelijk bestuurder Lid van het Wetenschappelijk Comité Nationaliteit: Amerikaans geb. 1970
Eerste benoeming in 2024. Einde termijn in 2028.
Senior leidinggevende arts met meer dan 20 jaar ervaring op medisch gebied en op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling en operaties in de gezondheidszorg en de biotechnologiesector. Formele klinische training in interne geneeskunde, nefrologie, transplantatiegeneeskunde en immunologie.

Onafhankelijk bestuurder Voorzitter van het Auditcomité
Nationaliteit: Mexicaans/ Zwitsers geb. 1962
Eerste benoeming in 2016. Einde termijn in 2028.
Meer dan 30 jaar ervaring in de farmaceutische industrie, consumentengoederen en IT-diensten, waaronder CFO-functies bij Lonza en SoftwareOne. Bestuursleiderschap in recentelijk beursgenoteerde en door PE gesteunde bedrijven. Diverse financiële functies met toenemende verantwoordelijkheid bij Novartis en P&G.

Op 31 december 2024 was het Uitvoerend Comité van UCB als volgt samengesteld:

Kwam in 2011 bij UCB. In 2015 benoemd tot CEO.
Meer dan 35 jaar in de farmaceutische sector, bij Ipsen en Novartis, waar hij verschillende leidinggevende functies bekleedde in verschillende delen van de wereld.

Kwam in 1994 bij UCB. Benoemd in 2015.
Meer dan 30 jaar brede ervaring in biofarmaceutische commercialisering, ontwikkeling en algemeen management, wereldwijd.
Geen externe benoemingen

Sandrine Dufour Executive Vice President Chief Financial Officer Nationaliteit: Frans
geb. 1966
Kwam in 2020 bij UCB. Benoemd in 2020.
Meer dan 30 jaar ervaring op het gebied van financiën, fusies en overnames, strategie en digitale transformatie in de telecom- en mediasector met leidinggevende posities bij Vivendi, SFR en Proximus.
• Lid van de Raad van Bestuur van WPP*

Executive Vice President Patient Evidence Nationaliteit: Belgisch
geb. 1978
Kwam in 2024 bij UCB. Benoemd in 2024.
Meer dan 20 jaar ervaring in de biotechnologie-, VC- en farmaceutische industrie, het leiden van teams en het op de markt brengen van nieuwe innovatieve geneesmiddelen voor patiënten, van onderzoek tot het op de markt brengen in verschillende regio's.
Geen externe benoemingen
Alistair Henry
Executive Vice President en Chief Scientific Officer Nationaliteit: Brits geb. 1967

Chief Human Resources Officer
Nationaliteit: Frans geb. 1965
Kwam in 2017 bij UCB. Benoemd in 2017.
Meer dan 25 jaar ervaring in het ontwikkelen en implementeren van talentstrategieën in verschillende regio's en bedrijven, in consumentengoederen bij Procter & Gamble en in de farmaceutische industrie bij Bristol Myers Squibb en UCB.
Geen externe benoemingen

Kwam in 2004 bij UCB. Benoemd in 2024.
Biofysicus met meer dan 25 jaar ervaring in het ontdekken van geneesmiddelen en het ontwikkelen van technologie.
Geen externe benoemingen

geb. 1959
Kwam in 2019 bij UCB. Benoemd in 2019.
Apotheker, met 37 jaar ervaring in de productie en bevoorrading van biofarmaceutische producten, met leidinggevende functies bij SmithKline Beecham in Duitsland, Australië en de VS, en senior leidinggevende functies bij Pfizer in de VS.
Geen externe benoemingen

General Counsel Nationaliteit: Amerikaans geb. 1967
Kwam in 2023 bij UCB. Benoemd in 2023.
Meer dan 30 jaar ervaring, waarvan meer dan 20 jaar in de gezondheidszorg en levenswetenschappen, waaronder leidinggevende functies bij Schering-Plough, MyoKardia en Saniona.
Geen externe benoemingen
Onze benadering van risicobeheer is om teams in heel UCB in staat te stellen om belangrijke risico's te identificeren en te beoordelen en responsplannen op te stellen. In overeenstemming met standaard risicobeheerpraktijken triageren we onze risico's tussen bedrijfsrisico's en operationele risico's op basis van specifieke drempels op meerdere niveaus.
Onze belangrijkste bedrijfsrisico's (zie hieronder) zijn de risico's die we nader willen analyseren en bespreken, omdat we het waarschijnlijker achten dat deze de komende jaren specifieke aandacht zullen vereisen. Andere bedrijfs- en operationele risico's worden ook regelmatig besproken en beheerd in de hele organisatie, omdat ze betrekking hebben op zowel uitdagingen die inherent zijn aan onze sector (zoals bescherming van intellectueel eigendom, nieuwe lanceringen, naleving van regelgeving) als uitdagingen die invloed hebben op alle sectoren (waaronder de klimaatcrisis, handelsoorlog en tarieven, afhankelijkheid van IT-leveranciers).
Door het analyseren van potentiële risico's (zowel positief als negatief) van alle risico's in ons wereldwijde risicobeheerregister, kunnen weloverwogen beslissingen worden genomen om onze strategie verder te brengen op alle niveaus van de organisatie en impact te hebben in een steeds volatielere, complexere, snel veranderende en ambigue omgeving.
Ons volledig geïntegreerde risicobeheerkader geeft de Raad en het Auditcomité van UCB de mogelijkheid om te evalueren en te overzien hoe het bedrijf bedrijfsrisico's en opkomende risico's beheert in lijn met onze strategie, prioriteiten op korte tot lange termijn en onze kernwaarden. Meer informatie over de governance en het toezicht op risicobeheer is te vinden in de Verklaring inzake Deugdelijk Bestuur.
De risico's waarmee we te maken hebben, veranderen en daarom is onze benadering van risicomanagement dynamisch, zodat nieuwe of veranderde risico's kunnen worden beoordeeld en gedurende het jaar opnieuw kunnen worden beoordeeld. Ons beoordelingsproces omtrent bedrijfsrisico houdt rekening met de waarschijnlijkheid en impact van risico's, en met zowel de tijd om te handelen als de tijd die nodig is om impact te hebben. We beoordelen risico's in meerdere dimensies zoals potentiële financiële verliezen, reputatieschade en impact op milieu, maatschappij en bestuur.
We volgen ook voortdurend opkomende trends die ons vermogen om onze strategische langetermijndoelen te realiseren, zouden kunnen beïnvloeden. Opkomende trends wijzen op risico's (d.w.z. bedreigingen of kansen) waarvan de gevolgen nog niet substantieel zijn beoordeeld in de onderneming. De evolutie ervan is hoogst onzeker omdat deze snel, niet-lineair of beide verloopt. We onderzoeken deze verder voordat we beslissen of ze moeten worden geclassificeerd als ondernemingsrisico's en/of moeten worden opgenomen binnen onze bedrijfsstrategie.
Voorbeelden van belangrijke opkomende trends die in 2024 zijn vastgesteld, zijn aanhoudende geopolitieke instabiliteit en polarisatie, handelsoorlogen en tariefvergelding, verstoringen door generatieve AI en deepfakes, veranderende verwachtingen van betalers en de samenleving over het leveren van waarde, toename van nepnieuws en verkeerde informatie over gezondheid.
We definiëren plannen voor bedrijfsrisico's die een beschrijving bevatten van het risico, de context en de acties die nodig zijn om op het risico te reageren. Deze plannen voor risicobeheer stellen het Uitvoerend Comité en de Raad in staat om de effectiviteit van onze risicobeheerstrategieën te beoordelen.
Het collectieve vermogen om risico's te beheren wordt ondersteund door de toegang tot een duidelijk kader, hulpmiddelen en ondersteuning. Ons gecentraliseerd, digitaal wereldwijd risicobeheersysteem en een online resource center zijn beschikbaar voor alle medewerkers die informatie en ondersteuning zoeken voor risicobeheer.


Het onderstaande overzicht geeft meer details over onze belangrijkste bedrijfsrisico's:

Toenemende publieke en private beperkingen met betrekking tot prijsstelling, vergoeding en toegang
Farmaceutische prijzen worden nog steeds kritisch bekeken, met betalers, zowel overheid als particulieren, die op zoek zijn naar middelen om de kosten te verlagen. De focus op toegang voor patiënten en financiële duurzaamheid neemt toe, waardoor farmaceutische bedrijven mogelijk hun prijsstrategieën moeten aanpassen en kostenbesparende innovaties moeten verkennen. De toenemende concurrentie maakt de uitdaging nog groter.

Geopolitieke risico's en impact op de financiële resultaten van UCB
Hoge niveaus van geopolitieke onzekerheid, verbreking van internationale samenwerking, besmetting door conflicten, natuurrampen of verstoringen gerelateerd aan klimaatverandering vergroten het risico op marktverstoring en fragmentatie van de regelgeving.
• Kosten, winst en marktpositie kunnen negatief worden beïnvloed.

Toeleveringsketen veerkracht van netwerk Het vermogen van UCB om de markt te bevoorraden, hangt gedeeltelijk af van de beschikbaarheid van haar kritieke leveranciers. Verstoring bij de leverancier/UCB als gevolg van bv. geopolitieke instabiliteit, handelstarieven, macro-economische volatiliteit, extreme weersgebeurtenissen of kwaliteitsproblemen bij UCB of haar derden kunnen de beschikbaarheid van producten in gevaar brengen.
• Snelle identificatie en beheer van risico's/
verdere actie te ondernemen. • Meer maatregelen om kritieke toeleveranciers te monitoren en onze totale productiecapaciteit te optimaliseren/ knelpunten in onze toeleveringsketen weg te nemen.

Snel veranderende en steeds strengere regelgeving
Een toename van nieuwe voorschriften zonder intrekking van eerdere voorschriften kan leiden tot hogere nalevingskosten en/of kan veranderingen in de bedrijfsvoering noodzakelijk maken. Bovendien kunnen een steeds nationalistischer aanpak en verschillen in regelgeving tussen regio's het concurrentielandschap veranderen of de kosten van de bedrijfsvoering verhogen.

Cyberaanvallen op UCB of derden kunnen leiden tot inbreuk op gegevens of verstoring van IT-systemen, wat kan resulteren in verstoring van de bedrijfsvoering of schending van de vertrouwelijkheid van gegevens.

Gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) of andere opkomende technologieën
De integratie van AI en andere opkomende technologieën in verschillende aspecten van de bedrijfsvoering brengt risico's en kansen met zich mee. Het ontwikkelen, implementeren en beheren van AI-technologie is complex, met uitdagingen op het gebied van nauwkeurigheid, efficiëntie en betrouwbaarheid. Bovendien kan onzekerheid over de regelgeving aanzienlijke middelen vereisen om te voldoen aan bestaande en nieuwe wetgeving.

Veranderende omstandigheden in de maatschappij en het milieu en eisen om onze bedrijfsvergunning te behouden
Ons vermogen om een opgegeven milieu- of maatschappelijk doel te bereiken, is afhankelijk van vele factoren en voorwaarden, waarover wij vaak geen controle hebben. Toegenomen toezicht door de regelgevende instanties en aandacht van verschillende groepen belanghebbenden voor klimaatverandering en maatschappelijke kwesties en de perceptie dat we mogelijk niet op een maatschappelijk verantwoorde manier handelen, kan leiden tot negatieve publiciteit en meer toezicht van wetgevers en regelgevende instanties.
Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value

UCB zet zich in voor duurzame praktijken in al onze bedrijfsactiviteiten. De volgende verklaring bevat details van onze duurzaamheidsverslaggeving voor het hele jaar 2024, in overeenstemming met de vereisten van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) voor informatieverschaffing over onze materiële onderwerpen zoals gedefinieerd in onze dubbele materialiteitsbeoordeling.
Voor dit geïntegreerde jaarverslag met betrekking tot het jaar 2024 volgen de rapportageverplichtingen van UCB over niet-financiële informatie de regels van de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD), zoals geïmplementeerd in de Belgische wetgeving en de Taxonomieverordening van de EU (Verordening 2020/852).
Waar van toepassing verwijzen we in dit verslag ook naar andere rapportagestandaarden op het gebied van duurzaamheid die we op vrijwillige basis toepassen, zoals het rapportagekader van de SASB (Sustainability Accounting Standards Board).
Daarnaast steunen we de aanbeveling van de Task Force on Climate-Related Financial Disclosures (TCFD) en de update van de metriek met betrekking tot koolstofemissies is te vinden in dit rapport, terwijl de volledige methodologie voor het beoordelen van risico's en governance is opgenomen in onze TCFD-verklaring.
Het verslag geeft aan hoe de activiteiten van UCB de zorgen en belangen van belanghebbenden respecteren en erop reageren en richt zich voornamelijk op de verwachtingen van beleggers. Het verslag is echter waardevol voor veel verschillende belanghebbenden. Het beoordelen, meten en rapporteren van de positieve en negatieve impact van onze activiteiten op de samenleving en de planeet is een belangrijk aspect van de betrokkenheid van UCB bij belanghebbenden. De presentatie van het verslag van 2024 is uitgevoerd rekening houdend met de materiële onderwerpen uit onze materialiteitsbeoordeling die eind 2023 werd uitgevoerd, die de leidraad vormde voor de inzet van UCB op het gebied van duurzame prestaties in 2024.
Alle gegevens in deze verklaring hebben betrekking op het boekjaar 2024, tenzij anders vermeld (zoals voor de Access Coverage Performance-index, Time to Access-index en het aantal bereikte patiënten). We hebben ervoor gekozen om niet systematisch vergelijkingsgegevens voor 2023 te rapporteren, zoals toegestaan in het eerste jaar van de CSRD-toepassing, vanwege aanpassingen in de methodologie om te voldoen aan de ESRS, nieuwe maatstaven en wijzigingen in het toepassingsgebied. De methodologie van de KPI's van de EU-Taxonomie is bijgewerkt en de gegevens voor 2023 zijn aangepast. De reikwijdte van de consolidatie voor sociale en bestuursgerelateerde informatie is dezelfde als voor de jaarrekening, maar de reikwijdte van de consolidatie voor milieugerelateerde informatie kan verschillen. Voor energie-, water- en afvalgegevens omvat het toepassingsgebied alle productiefabrieken, laboratoria, de kantoren in eigendom en alle belangrijke kantoren van dochterondernemingen. CO2e-emissiecijfers zoals wagenpark (Scope 1), woon-werkverkeer van werknemers en verwerking van verkochte producten aan het einde van de levensduur (Scope 3) worden geëxtrapoleerd om 100% van de activiteiten te dekken.
Over het algemeen hebben we prioriteit gegeven aan het gebruik van gegevens die direct beschikbaar zijn in onze systemen. Bij gebrek aan directe gegevens hebben we gebruikgemaakt van schattingen die over het algemeen worden beschreven in de methodologie voor elke specifieke maatstaf. De meetgegevens met betrekking tot broeikasgasemissies, energieverbruik, waterverbruik en afval omvatten schattingen voor locaties van UCB kleiner dan 500 m2 . Meetgegevens met betrekking tot onze broeikasgasemissies die verband houden met onze eigen activiteiten hebben een grotere hoeveelheid primaire gegevens, terwijl de broeikasgasemissies van de waardeketen (bijvoorbeeld ingekochte goederen en diensten) een grotere meetonzekerheid hebben. Deze onzekerheid komt voort uit het feit dat het berekeningsmodel uitgaat van emissiefactoren op basis van gemiddelden, samengevoegde gegevens of op uitgaven gebaseerde informatie. Complexiteit en onzekerheid werden ook hoger ingeschat bij de maatstaven voor eerlijke toegang tot geneesmiddelen, in het bijzonder bij de maatstaven ontwikkeld door UCB (toegangsprestatie-index en Time to Acces-index, in grote lijnen toegelicht in de methodologie van de maatstaven) en de bereikte patiënten, berekend aan de hand van geschatte gemiddelde doses. Toekomstgerichte informatie, waaronder doelstellingen, is per definitie onzeker. Ga voor meer informatie naar het gedeelte 'Toekomstgerichte verklaringen'.
De mechanismen voor interne controle met betrekking tot duurzaamheidsinformatie zijn vastgesteld aan de hand van een aantal walk-throughs en interviews, waarbij de nadruk lag op de waardeketen van gegevens en het in kaart brengen van strategische en operationele risico's die verband houden met het proces van end-to-end duurzaamheidsrapportage. Het proces van duurzaamheidsrapportage is ook beoordeeld door het Global Internal Audit-team, waarvan het eindrapport is gedeeld met de Auditcommissie. In 2025 zullen we het toezicht verder ontwikkelen en blijven bouwen aan een uitgebreid niet-financieel rapportagekader.
Eind 2023 voerde UCB een gestructureerde dubbele materialiteitsanalyse uit in overeenstemming met de vereisten van de CSRD en de ESRS. Het doel was om de meest relevante onderwerpen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur (ESG) voor UCB te identificeren, gebaseerd op hoe de onderwerpen financiële risico's en kansen voor het bedrijf zouden kunnen creëren. Hierbij werd rekening gehouden met de eigen impact van het bedrijf op mens en milieu. De resultaten van deze dubbele materialiteitsbeoordeling vormden de leidraad voor onze inspanningen in 2024 en zijn geïntegreerd in de strategie van het bedrijf. Sinds 2018 zet UCB zich in voor een geïntegreerde benadering van duurzame prestaties om beter maatschappelijke waarde te leveren voor de belangrijkste belanghebbenden, waaronder patiënten, aandeelhouders, werknemers en gemeenschappen, terwijl we onze ecologische voetafdruk minimaliseren. Beoordelingen van de materialiteit maken deel uit van deze aanpak, omdat ze niet alleen een leidraad vormen voor de verslaglegging, maar ook voor de
bedrijfsstrategie en de inspanningen om onze impact te verbeteren. Onze materialiteitsbeoordeling voor 2023 was gebaseerd op de volgende aanpak:
Het bepalen van de reikwijdte van de beoordeling omvatte een identificatie van de belangrijkste activiteiten van UCB, het in kaart brengen van de waardeketen en de geografische gebieden die in aanmerking moesten worden genomen. De ESRS-onderwerpen, subonderwerpen en entiteits-/sectorspecifieke onderwerpen op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur voor UCB werden vervolgens in kaart gebracht en geclusterd om een op maat gemaakte lijst van onderwerpen voor de beoordeling op te stellen die volledigheid en naleving van de CSRD waarborgde.
| Upstreamprocessen | Eigen activiteiten | Downstreamprocessen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Winning van grondstoffen | Onderzoek en Ontwikkeling Onderzoeks- en ontwikkelingscentra van UCB |
Toeleveringsketen en distributie | ||||
| Energie en water (ingekocht en geproduceerd) |
Aanvragen en goedkeuring | Regelgevende autoriteiten en betalers | ||||
| Statistieken van patiënten | Productie Productiefabrieken van UCB |
Regelgevende instanties |
Nationale en lokale gezondheids organen |
|||
| Ingekochte producten en diensten | Commercialisering | Beoordeling van | ||||
| Contract Productie bedrijven |
Klinische onderzoeks- en wetenschap pelijke |
Activiteiten in alle landen waar UCB werkzaam is |
Activiteiten voor sociaal ondernemer |
gezondheids technologie (HTA)-organen |
Particuliere verzekerings maatschappijen |
|
| organisaties | schap | Zorgprofessionals | ||||
| Financiële instellingen |
Andere leveranciers (inclusief reserve personeel) |
Patiënten en patiëntenorganisaties | ||||
| CO2-emissies, API's en afval | ||||||
| Vervoer (lucht, water en land) |
Op basis van de geïdentificeerde onderwerpen is een betrokkenheidsstrategie voor belanghebbenden ontwikkeld door de belangrijkste interne en externe belanghebbenden te selecteren die via directe (bijvoorbeeld semigestructureerde gesprekken en workshops) en indirecte methoden (bijvoorbeeld interne en externe deskresearch) geraadpleegd moeten worden. Bij het proces waren met name belanghebbenden uit de belangrijkste regio's van UCB betrokken. Het proces richtte zich onder andere op lokale analyses uit specifieke landen¹. Zowel de betrokken als de geïnteresseerde belanghebbenden werden geraadpleegd, waaronder de werknemers van UCB, het UCB Sustainability Governance Committee, de leden van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend comité van UCB en de UCB External Sustainability Advisory Board. Geselecteerde vertegenwoordigers van groepen belanghebbenden zoals leveranciers, zakenpartners, patiëntenorganisaties, brancheverenigingen, ngo's en stichtingen werden ook geïnterviewd. Impacts, risico's en kansen werden
vastgesteld in de eigen activiteiten van UCB en in de upstream- of downstreamwaardeketen. De niet-uitputtende lijst van geraadpleegde interne en externe bronnen voor deskresearch omvatte:
Uit deze deskresearch en de raadpleging van belanghebbenden werd voor elk beoordeeld onderwerp een geconsolideerde lijst van IRO's afgeleid.
1 Dit werd gedaan voor België, Brazilië, China, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Mexico, Spanje, Zwitserland, Turkije, het VK en de VS.
Alle kwalitatieve input die werd gebruikt om IRO te beoordelen, werd vertaald naar kwantitatieve input op basis van een set gedefinieerde drempels voor elk van de beoordeelde criteria.
Impactmaterialiteit werd onafhankelijk van financiële materialiteit beoordeeld door te kijken naar positieve en negatieve gevolgen en risico's en kansen voor elk vastgesteld thema. Voor de materialiteit van de impact werd de beoordeling van elke positieve of negatieve impact op de samenleving en het milieu gebaseerd op ernst (bijvoorbeeld omvang, reikwijdte en herstelbaarheid voor negatieve impact) en waarschijnlijkheid. De criteria van waarschijnlijkheid en herstelbaarheid werden afgestemd op de methodologie voor Enterprise Risk Management van UCB. De omvang van impactmaterialiteit werd voornamelijk beoordeeld aan de hand van kwalitatieve input, waarbij kwantitatieve gegevens alleen in aanmerking werden genomen voor onderwerpen met betrekking tot het milieu (d.w.z. 'Matiging van klimaatverandering', 'Wateronttrekking, -verbruik en -lozing' en 'Circulaire economie'). De beoordeelde impacts werden als materieel aangemerkt wanneer ze de materialiteitsdrempels bereikten, met scores gecategoriseerd als belangrijk, significant of kritiek.
Voor financiële materialiteit werden duurzaamheidsgerelateerde risico's en kansen geïdentificeerd, geëvalueerd en geprioriteerd aan de hand van een vooraf gedefinieerde set drempelwaarden. Risico's en kansen werden beoordeeld aan de hand van de criteria waarschijnlijkheid en omvang van financiële gevolgen op de korte, middellange of lange termijn. Beide criteria werden afgestemd op de methodologie voor Enterprise Risk Management van UCB. De omvang van de financiële gevolgen omvatte het vermogen van UCB om middelen te blijven gebruiken of verkrijgen, de gevolgen voor haar reputatie (in termen van vertrouwen, media-aandacht en relatie met autoriteiten) en ESG-gerelateerde risico's en kansen. De beoordeelde risico's en kansen werden als materieel aangemerkt
wanneer ze de financiële materialiteitsdrempels bereikten, met scores die ze categoriseerden als significant of kritiek. Tot slot werden de risico's en kansen onafhankelijk van de beoordeelde effecten voor elk duurzaamheidsthema beoordeeld.
De drempelwaarden en evaluatiecriteria die werden gebruikt om de effecten, risico's en kansen te beoordelen, volgden de aanbevelingen van de ESRS. Enkele van de belangrijkste veronderstellingen waren:
De volgende resultaten van de materialiteitsbeoordeling zijn gepresenteerd aan en gevalideerd door het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur.
| Onderwerpen die vanuit financieel oogpunt materieel zijn |
Onderwerpen die vanuit impact oogpunt materieel zijn |
|---|---|
| Adaptatie aanklimaatverandering | Circulaire economie |
| Ontwikkeling van werknemers | Rechten van medewerkers en arbeidsomstandigheden |
| Privacy en gegevensbescherming | Ethische bedrijfsvoering |
| Politieke invloed en belangenbehartiging | |
Het ERM-team (Enterprise Risk Management) en het Corporate Strategy-team waren actief betrokken bij de dubbele materialiteitsbeoordeling. De resultaten (van risico's en kansen) van de financiële impact van de dubbele materialiteitsbeoordeling werden volledig geïntegreerd in het ERM-raamwerk. We gaan voortdurend in gesprek met groepen belanghebbenden gedurende de activiteiten van UCB en dergelijke interacties bieden inzichten voor de voortdurende risicobeheersprocessen van de onderneming.
In 2024 hebben we de lijst met IRO's herzien om te bevestigen dat ze nog steeds relevant zijn, door middel van een analyse van bijgewerkt deskresearchmateriaal dat werd gebruikt voor de dubbele materialiteitsbeoordeling van 2023. De lijst van materiële onderwerpen bleef hetzelfde, waarbij sommige van de vorige onderwerpen werden opgesplitst om de manier weer te geven waarop dergelijke onderwerpen binnen UCB worden beheerd. Het vorige onderwerp 'Patiëntveiligheid en productkwaliteit' is bijvoorbeeld opgesplitst in twee verschillende onderwerpen: 'Patiëntveiligheid' en 'Productkwaliteit'. Subthema's die niet werden beoordeeld in de initiële IRO-lijst, zoals 'Relaties met leveranciers', werden beschouwd als materieel ten behoeve van een transparante verslaglegging.
| Impacts, risico's en kansen E1 SBM-3 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving | |
| Klimaat verandering |
Negatieve impact |
Actueel | Mitigatie van klimaat verandering |
Uitstoot van broeikasgassen (Scope 1 en 2) van de eigen activiteiten van UCB (fossiele brandstof voor energie of bedrijfswagens, verbruikte elektriciteit). |
|
| Negatieve impact |
Actueel | Mitigatie van klimaat verandering |
Uitstoot van broeikasgassen (Scope 3), afkomstig van upstream- en downstreamactiviteiten. |
||
| Negatieve impact |
Potentieel | Energie | Noodzaak om niet-hernieuwbare energie te gebruiken om te voldoen aan de toegenomen behoefte aan elektrische energie in de toekomst. |
||
| Risico | Adaptatie aan klimaat verandering |
Verstoringen van de toeleveringsketen en de productie als gevolg van een toename in de frequentie en/of de ernst van extreme temperaturen, orkanen, hagelstormen, bosbranden, met de nadruk op waterschaarste en overstromingen voor UCB-locaties en leveranciers. |
|||
| Risico | Mitigatie van klimaat verandering |
Verhoogde prijzen in koolstofbelastingen door de eigen uitstoot van broeikasgassen van UCB, maar ook doorberekening door onze Contract Manufacturing Organizations (CMO's) en grondstoffen- of energieleveranciers die ook in toenemende mate zullen worden beïnvloed door koolstofbelastingen en andere klimaatgedreven reguleringen. |
|||
| Risico | Mitigatie van klimaat verandering |
Verschuiving in de markt naar minder koolstofintensieve producten en hogere verwachtingen van de zorgsector voor koolstofarme producten en activiteiten. |
E1 IRO-1
Klimaatgerelateerde risico's, waaronder zowel fysieke risico's als risico's in verband met overgangsscenario's, zijn ingebed in het gebruikelijke kader voor bedrijfsrisicobeheer van UCB en verschillende teams evalueren systematisch de milieu-impact van hun bedrijfsrisico's om milieuoverwegingen te integreren in zowel de dagelijkse activiteiten als de strategische beslissingen. Als aanvulling op deze interne beoordeling werkt UCB samen met externe klimaatadviesbureaus om scenarioanalyses uit te voeren die zijn afgestemd op de TCFD-richtlijnen. De resultaten van deze scenarioanalyse worden weer geïntegreerd in het ERM-systeem van UCB.
UCB analyseerde zijn fysieke risico's aan de hand van twee klimaatveranderingsscenario's: het RCP-scenario (representative concentration pathway) met grote gevolgen 'RCP8.5'1 , en een gematigd scenario 'RCP4.5'2 van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), waarbij werd gekeken naar twee tijdshorizonten van 2030 en 2050.
Met behulp van gespecialiseerde hulpmiddelen, waaronder het Aqueduct van het World Resources Institute en het Waterrisicofilter van het Wereld Natuur Fonds, werden twee belangrijke fysieke risico's vastgesteld: waterschaarste en zware neerslag/ overstromingen. 25 locaties binnen onze directe bedrijfsvoering en toeleveringsketen, rekening houdend met belangrijke strategische leveranciers, zijn mogelijk blootgesteld aan deze risico's.
Ondanks het hoge waterrisico van sommige locaties, maakt de langzame progressie van extreme droogtes en waterschaarste, in combinatie met bestaande sterke mitigatiestrategieën (bijvoorbeeld de implementatie van waterbesparende maatregelen zoals recyclinginstallaties, milieuvriendelijke bouwcertificeringen zoals LEED en BREEAM om de klimaatbestendigheid te verbeteren), het onwaarschijnlijk dat onze activiteiten zullen worden verstoord. UCB heeft een dubbele bevoorradingsstrategie die het risico van bedrijfsonderbreking beperkt in het geval dat sommige belangrijke leveranciers, waaronder CMO's, zouden worden blootgesteld aan waterrisico's, evenals degelijke bedrijfscontinuïteitsplannen. Daarom verwachten we geen substantiële financiële impact van waterrisico's op ons bedrijf.
2 Het scenario met hoge mitigatie waarbij de emissies halverwege deze eeuw beginnen af te nemen en waarbij de wereldgemiddelde temperatuur tegen het einde van de eeuw met 2,4°C
stijgt ten opzichte van de pre-industriële periode.
1 Het meest 'extreme' scenario vanuit het perspectief van fysieke klimaatverandering, dat uitgaat van een toekomst waarin bijna geen mitigatiemaatregelen worden genomen en de emissies in het huidige tempo blijven stijgen, en waarin de wereldgemiddelde temperatuur tegen het einde van de eeuw met 4ºC stijgt ten opzichte van de pre-industriële periode.
Het doel van de overgangsrisicoanalyse voor milieukwesties is het identificeren van afhankelijkheden, gevolgen, risico's en kansen die zich kunnen voordoen op vijf hoofdgebieden: Beleid, wetgeving, technologie, markt en reputatie, in de context van de overgang naar een koolstofarme economie.
Voor deze beoordeling wordt een scenario voor 'snelle overgang' gebruikt, waarbij de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan 2°C (in overeenstemming met het scenario voor duurzame ontwikkeling van het Internationaal Energieagentschap (IEA)), rekening houdend met de tijdshorizon op korte tot lange termijn. De overgangsrisico's werden ook geëvalueerd aan de hand van het STEPS-scenario (Stated Policies Scenario) van het IEA, dat een langzamere overgang vertegenwoordigt op basis van bestaand beleid.
Mechanismen voor koolstofbeprijzing (bijvoorbeeld de opkomst van emissiehandelsystemen en koolstofbelastingen) werden benadrukt als een potentieel risico voor UCB. Het overgangsplan van UCB dat is afgestemd op het raamwerk voor netto nulemissies van het Science Based Targets initiative (SBTi) vormt echter een sterke beperking van dit risico.
In de tweede diepgaande analyse die werd uitgevoerd, werd gekeken naar verschuivingen in de marktdynamiek in Europa en de verwachtingen van klanten voor producten met een lage ecologische voetafdruk, waaronder de gezondheidszorgsector. Door zich te richten op het verminderen van koolstofemissies kan UCB zich aanpassen aan de veranderende vraag van gezondheidszorgsystemen en zo zijn marktpositie behouden. Daarom heeft UCB sinds 2021 de Green Product-scorekaart ingevoerd. Met de scorekaart worden de milieuprestaties tijdens de levenscyclus van een product geëvalueerd (van grondstoffen tot afvalverwerking) om de belangrijkste invloeden te bepalen en geïdentificeerde reductiemogelijkheden te implementeren om onze ecologische voetafdruk te verkleinen bij het ontwikkelen en produceren van oplossingen. Meer informatie over de Green Product-scorekaart is te vinden in het gedeelte 'Circulaire economie'.
Het opbouwen van veerkracht houdt in dat klimaatrisico's voortdurend worden geïntegreerd in de belangrijkste bedrijfsprocessen, zoals risicobeheer, strategieontwikkeling en financiële planning. Vooruitblikkend is UCB van plan om in 2025 opnieuw een grondige beoordeling uit te voeren van de risico's op het gebied van klimaatverandering met behulp van bijgewerkte TCFD-scenario's (best practices) om het gebruikelijke risicobeheersproces aan te vullen en beter te onderbouwen en onze analyse van de klimaatrisico's af te stemmen op een 1,5°C-scenario.
In 2024 heeft UCB zijn klimaatdoelen bijgewerkt en zijn streven naar netto-nuluitstoot tegen 2045 uitgebreid. Zowel de korte- als langetermijndoelen worden gevalideerd door de SBTi om te garanderen dat de korte- en langetermijndoelen voor UCBactiviteiten verenigbaar zijn met een beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5°C, in overeenstemming met het Akkoord van Parijs. Onze wetenschappelijk onderbouwde doelstelling omvat:
Het tienjarige klimaattransitieplan van UCB is volledig ingebed in onze bedrijfsstrategie en financiële planning. Dit omvat alle zakelijke behoeften om milieubewuste investeringen te financieren (d.w.z. om de bestaande activa te verbeteren), activiteiten die nodig zijn om onze waardeketen koolstofvrij te maken en plannen om duurzame kenmerken in te bouwen in nieuwe investeringen (d.w.z. een green-by-design-benadering).
De strategie van UCB om energie koolstofarm te maken, richt zich op het verminderen van emissies in Scope 1, Scope 2 en upstream gehuurde activa in Scope 3. Dit omvat de overgang naar 100% hernieuwbare energie door over te schakelen op hernieuwbare elektriciteit, hetzij door aankoop of productie, het verminderen van onze behoefte aan aardgas en het overstappen van aardgas op biogas.
| Tegen 2030 | Tegen 2045 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| ktCO2e | Scope 1 en 2: Absolute Co2e reductie met 73% ten opzichte van het basisjaar 2019. |
Scope 3: Absolute Co2e-reductie met 48% ten opzichte van het basisjaar 2019. 80% van leveranciers naar uitstoot met wetenschappelijk onderbouwde doelen tegen 2028. |
Scope 1, 2 en 3: Absolute Co2e reductie met 90% ten opzichte van het basisjaar 2019. Resterende emissies neutraliseren. |
||
| 1,200 | 100% hernieuwbare elektriciteit in alle UCB-locaties via productie ter plaatse, Power |
Versnelling van het Air to Ocean programma, onderzoek naar spoorwegalternatieven, gebruik van |
Overschakelen naar een koelmiddel met een laag aardopwarmings vermogen en warmte koolstofarm maken op alle locaties die eigendom |
||
| 1,000 | Purchase Agreements (PPA's), hernieuwbare elektriciteit die rechtstreeks wordt betrokken van elektriciteitsleveranciers (contract of garanties van oorsprong). |
duurzame brandstof. Hergebruik van oplosmiddelen, ontwikkeling van groene chemie, toepassing van duurzaam ontwerp. |
zijn van UCB. 100% hernieuwbare energie gebruikt door leveranciers in het toepassingsgebied. |
||
| 800 | Scope 3.1: Gekochte goederen en |
Koolstofarm maken van warmte klaar om in te zetten in alle locaties die eigendom zijn van |
Vermijden, prioriteren van essentiële verplaatsingen en overstappen op een vervoerswijze met minder impact. |
My Green Lab was van toepassing op alle laboratoria van UCB en werd gebruikt in de toeleveringsketen van UCB. |
|
| 600 | diensten | UCB (elektrificatie, efficiëntie en hernieuwbare bronnen). Opslag en transport van biogeneesmiddelen bij een hogere |
50% van de UCB-werknemers biedt een portfolio van duurzamere mobiliteitsopties aan. |
100% elektrische voertuigen in wagenpark UCB. 100% van de UCB werknemers biedt een portfolio van duurzamere mobiliteitsopties aan. |
|
| 400 | Resterend | Scope 3.1: Gekochte goederen |
temperatuur. 70% elektrische voertuigen in wagenpark UCB. |
Actieve bijdrage aan programma's voor de farmaceutische circulaire economie voor verpakkingen en apparaten. |
Overschakelen op koolstofarme brandstof voor alle resterende emissies van zakenreizen, transport en distributie. |
| 200 | Scope 3: 3.3; 3.4; 3.5; 3.6; 3.7; 3.8; |
en diensten |
Actieve vooruitgang naar de certificeringsdoelstelling van UCB (BREEAM, LEED, ISO, My Green Lab). Milieudoel vastgesteld en bereikt |
Actieve bijdrage aan alle zinvolle industriële coalities voor het koolstof arm maken van de waardeketen. |
|
| 100 | 3,12 | Resterend | Scope 3.1 = betrokkenheidsdoel tegen 2028. |
voor alle UCB-geneesmiddelen. | Ecodesign is verankerd in de manier van werken van UCB. |
| 75 | Scope 2 | Scope 3: 3.3; 3.4; 3.5; 3.6; 3.7; 3.8; |
Proactieve verkenning van nieuwe initiatieven en toepassing van mogelijke nieuwe technologieën. |
||
| 50 | 3,12 Scope 2 |
Resterend Scope 3: | Scope 3.1: Gekochte goederen en diensten |
||
| 25 | Scope 1 | Scope 1 | 3.3; 3.4; 3.5; 3.6; 3.7; 3.8; 3.12 | ||
| 0 | Scope 1 | Resterende Scope 3:3.3; 3.4; 3.5; 3.6; 3.7; 3.8; 3.12 Scope 1 |
|||
| 2015 | 2019 | 2030 | 2045 |
Dit transitieplan en het bijbehorende budget zijn volledig goedgekeurd door het Uitvoerend Comité. Financieel wordt het klimaattransitieplan van UCB ondersteund door een jaarlijks kapitaal- en operationeel uitgavenbudget van € 4 miljoen, met nog eens € 4 miljoen per jaar gepland vanaf 2025 om te voldoen aan de netto-nuldoelstellingen.
Deze bedragen omvatten niet alle projecten die bijdragen aan de milieutransitie van UCB. Zo maken de 'green-by-design'-gebouwen binnen het LEED/BREEAM-certificeringsprogramma van UCB ook deel uit van deze inspanningen, maar deze zijn niet opgenomen in het budget van het transitieplan. Dergelijke investeringen, die gericht zijn op het behalen van minimaal een LEED/BREE-AM-certificaat van 'Gold' of 'Very Good' voor alle nieuwe gebouwen en renovatieprojecten op onze bestaande locaties, hebben een positieve invloed op onze locked-in-emissies1 .
UCB is niet uitgesloten van EU-benchmarks die zijn afgestemd op Parijs in overeenstemming met de uitsluitingscriteria vermeld in artikel 12, lid 1, onder d) tot en met g), en artikel 12, lid 2, van
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie (verordening inzake klimaatbenchmarks).

Ons milieubeleid benadrukt onze toewijding aan het beperken van en aanpassen aan klimaatverandering door middel van een overgangsplan voor klimaatverandering. Dit plan is gericht op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het verbeteren van de energie-efficiëntie en het bevorderen van duurzame praktijken in de hele waardeketen, van de inkoop van grondstoffen tot de afvalverwerking van producten. We richten ons op zowel mitigatiestrategieën (uitstoot verminderen) als adaptatiestrategieën (aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering). Dit omvat paraatheidsplannen om de gevolgen van operationele incidenten in verband met klimaatverandering te beperken. We volgen de standaarden en initiatieven van derden door netto-nuldoelen te stellen die zijn afgestemd op het Akkoord van Parijs en zijn gevalideerd door het Science-Based Targets-initiatief (SBTi).
1 Locked-in-emissies zijn schattingen van toekomstige broeikasgasemissies die waarschijnlijk zullen worden veroorzaakt door de belangrijkste activa of producten van een onderneming die tijdens de operationele levensduur worden verkocht.
Ons beleid is van toepassing op alle collega's en partners van UCB wereldwijd, alle divisies, dochterondernemingen, filialen en andere entiteiten die onder operationeel beheer van UCB staan, ongeacht hun locatie.
De Chief Financial Officer is het lid van het Uitvoerend Comité van UCB dat onze ambitie en prestaties op het vlak van milieuduurzaamheid sponsort, naast het hoofd van Sustainability, Corporate Affairs & Risk. Het hoofd van Environmental Sustainability is verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid en zorgt voor de periodieke herziening ervan.
Er zijn verschillende projecten geïmplementeerd om vooruitgang te boeken in onze doelstelling om energie te betrekken uit hernieuwbare opties of om zelf energie op te wekken voor gebruik op de locaties van UCB over de hele wereld. Om de productie van hernieuwbare elektriciteit te verhogen, werd in 2024 een virtuele PPA-overeenkomst ondertekend als onderdeel van de Energize-coalitie1 , die zeven nieuwe zonneparken in Spanje zal financieren, waardoor de hernieuwbare elektriciteit in het Europese elektriciteitsnet een impuls krijgt.
Al onze laboratoria zijn in 2024 overgeschakeld op hernieuwbare elektriciteit. Daarnaast verhogen we geleidelijk het gebruik van biogas (ter vervanging van aardgas) in onze hoofdkantoren, Braine-l'Alleud (België) en Bulle (Zwitserland) via de aankoop van biogascertificaten die alleen uit afval worden geproduceerd. We streven naar 100% biogas (voor Scope 1) vóór 2030 (74,8% bereikt in 2024). Installaties voor geothermische energie zijn ook gepland op locaties waar het potentieel voldoende wordt bevonden.
Op locaties die eigendom zijn van UCB investeren we in energie-efficiënte systemen voor verwarming, ventilatie en airconditioning (HVAC) en warmteterugwinningsprojecten. In 2024 werd er bijvoorbeeld een nieuwe energieaudit uitgevoerd op onze campus in Braine-l'Alleud, wat leidde tot de actualisering van het ontkolingsplan van de campus en de overstap naar warmtepompen in verschillende gebouwzones. Op onze productiesite in Bulle wordt geen stookolie meer gebruikt (behalve voor noodgeneratoren), dankzij een aansluiting op de stadsverwarming (voornamelijk uit houtafval) en een vruchtbare samenwerking met onze energieleverancier. We zijn ook begonnen met de ontwikkeling van een evaluatie- en verbeteringsplan voor de hiaten in het laboratorium om de My Green Lab-certificering te behalen.
Ons uitgebreide 'Air to Ocean'-programma is gericht op een verschuiving naar meer distributie via zeevrachtvervoer en beoordeelt de haalbaarheid om dit uit te breiden naar vervoer per spoor. Er loopt een onderzoek naar de haalbaarheid van zeetransport van producten die bewaard moeten worden bij een temperatuur van 2 - 8°C. Voor het eerste jaar heeft UCB geïnvesteerd in de verwerving van SAF-certificaten (Sustainable Aviation Fuels) en we onderzoeken dit als een aanvullende oplossing om de reductie te stimuleren wanneer luchttransport noodzakelijk is.
UCB werkt samen met leveranciers, waaronder CMO's, om hun verschuiving naar koolstofarme activiteiten te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor leveranciers die 80% van de voetafdruk van ingekochte goederen en diensten vertegenwoordigen. Via strengere selectiecriteria geven we voorrang aan bedrijven met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen ('A'-niveau), terwijl we duurzaamheidsclausules opnemen in contracten. UCB digitaliseert ook zijn CO₂e-gegevensverzameling en verfijnt de berekeningen van uitgaven tot productvoetafdruk voor een betere differentiatie met leveranciers. We ondersteunen leveranciers met tools, richtlijnen en betrokkenheidsbijeenkomsten en werken samen via branche-initiatieven zoals Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI), Energize, BioPhorum en Activate. De meest duurzame leveranciers kunnen worden aangemoedigd met voordelen zoals kortere betalingstermijnen.
Ons doel is om een nauwkeurigere methode voor de berekening van de Co2e-emissies in te voeren die rekening houdt met het type vliegtuig en de route. We stimuleren ook bewust reizen om niet-essentiële persoonlijke vergaderingen te beperken en waar mogelijk duurzamere vervoerswijzen te stimuleren. Dit doen we door het reizen per vliegtuig te beperken tot bestemmingen die in minder dan drie uur per trein te bereiken zijn of door het aantal interne vergaderingen op locatie per werknemer per jaar te beperken.
Onze doelen voor de nabije toekomst zijn onder andere2 :
Voor 2025 hebben we als doel dat onze Scope 1-, 2- en 3-emissies (behalve 3.1) met 4% afnemen ten opzichte van 2024 en dat 75% van onze leveranciers op basis van emissies wetenschappelijk onderbouwde doelen heeft.
Onze langetermijnambitie van netto-nul tegen 2045 is om de absolute Scope 1-, 2- en 3-broeikasgasemissies met 90% te verlagen ten opzichte van het basisjaar 2019. UCB heeft zich er ook toe verbonden om alle resterende emissies te neutraliseren zodra het zijn netto-nuldoelstelling heeft bereikt, om ervoor te zorgen dat zijn totale impact volledig in evenwicht is.
De grenzen van onze inventarisatie van broeikasgasemissies zijn volledig in overeenstemming met het GHG-protocol en de SBTi-vereisten. Daarnaast houden we ons bij het stellen van doelen aan het 1,5°C-kader, zodat de klimaatdoelen consistent zijn met de wereldwijde ambitie om de temperatuurstijging te beperken en een overgang naar netto-nulemissies te ondersteunen. De doelstellingen van UCB zijn gevalideerd door de SBTi om er zeker van te zijn dat onze uitgangswaarde representatief is voor de betreffende activiteiten en rekening houdt met invloeden van externe factoren. Dit validatieproces omvat de beoordeling van de uitgangswaarde, de inventarisatie van broeikasgasemissies, het doelbereik, de streefdatum en de afstemming op de klimaatwetenschap, met name het 1,5°C-kader.
Het basisjaar van UCB is vastgesteld op 2019, wat de activiteiten van het bedrijf vóór de impact van COVID-19 nauwkeurig weergeeft. Dit jaar werd gekozen omdat het representatief is voor de typische operationele omstandigheden van UCB en nauw aansluit bij het meest recente jaar waarin we onze nieuwe doelstellingen hebben ingediend voor validatie, die plaatsvond in 2024.
| Energieverbruik en -mix E1-5 |
|||
|---|---|---|---|
| 2024 | |||
| Brandstofverbruik van steenkool en steenkoolproducten (MWh) | 0 | ||
| Brandstofverbruik uit ruwe olie, aardolie en andere fossiele bronnen (MWh) | 838 | ||
| Brandstofverbruik uit aardgas (MWh) | |||
| Energie (elektriciteit) uit andere fossiele bronnen (MWh) | |||
| Verbruik van zelf opgewekte niet-hernieuwbare energie (MWh) | |||
| Verbruik van gekochte of aangekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh) | |||
| Totaal verbruik van fossiele energie (MWh) | 25637 | ||
| Aandeel fossiele bronnen in totaal energieverbruik (%) | 13,0% | ||
| Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh) | 1089 | ||
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totaal energieverbruik (%) | 0,5% | ||
| Brandstofverbruik voor hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa (MWh) | |||
| Verbruik van gekochte of aangekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen (MWh) | 80946 | ||
| Verbruik van zelf opgewekte niet-brandstof hernieuwbare energie (MWh) | 11834 | ||
| Totaal verbruik van hernieuwbare energie (MWh) | |||
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totaal energieverbruik (%) | 86,4% | ||
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totaal elektriciteitsverbruik (%) | |||
| Totaal energieverbruik (MWh) | 197057 |
| 2024 | |
|---|---|
| Totaal energieverbruik per netto-opbrengst (MWh/m€) | 34,7 |
UCB bereikte een belangrijke mijlpaal in 2024, door onze ambitie voor 2030 te verwezenlijken, namelijk 100% hernieuwbare elektriciteit te gebruiken door al onze productiefabrieken, eigen kantoren en laboratoria¹. Dit was mogelijk dankzij de elektriciteitsproductie ter plaatse en de aankoop van hernieuwbare elektriciteit door middel van hernieuwbare energiecertificaten en directe leverancierscontracten als contractuele instrumenten.
Daarnaast hebben we ons aandeel hernieuwbare bronnen verhoogd (86,4% in 2024) door meer biomethaancertificaten aan te schaffen (alleen uit afval) ter vervanging van aardgas. In 2024 is onze locatie in Bulle begonnen met de aankoop van warmte die voor 80% afkomstig is van hernieuwbare bronnen.
Gegevens over het verbruik van elektriciteit, gas en brandstof worden verzameld aan de hand van energiefacturen voor al onze productiefabrieken, laboratoria en kantoren met een oppervlakte van meer dan 500 m2 . Dit om nauwkeurigheid en volledigheid te garanderen. Voor onze kantoren kleiner dan 500 m2 en volgens een materialiteitsbenadering schatten we het energieverbruik in op basis van activiteit, geografische gegevens en vierkante meters.
De rapportage over hernieuwbare elektriciteit wordt geconsolideerd door een combinatie van zelfgeproduceerde hernieuwbare elektriciteit, directe aankoop bij leveranciers via contractuele overeenkomsten en certificaten voor hernieuwbare energie (REC's). Deze geïntegreerde aanpak omvat alle aspecten van ons verbruik van hernieuwbare elektriciteit. Daarnaast wordt ons biomethaanverbruik geverifieerd door de aankoop van biomethaancertificaten, wat onze rapportage over hernieuwbare energie compleet maakt.
We meten ook ons verbruik van kernenergie door de energiemix te analyseren van locaties waar onze activiteiten zijn gevestigd en ons aandeel kernenergie te berekenen van de elektriciteit die van het net wordt betrokken.
De netto-inkomsten van sectoren met een grote impact op het klimaat die worden gebruikt om de energie-intensiteit te berekenen, zijn afgestemd op de omzet teller voor de EU Taxonomie openbaarmaking voor activiteiten die verband houden met de productie van geneesmiddelen. De specifieke regels uit het financiële overzicht voor afstemming zijn: Netto-omzet vóór afdekking (5.593) + Omzet uit contractproductie (79) = Netto-omzet uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (5.672).
Netto-inkomsten uit activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat (5.672) + Aangewezen afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet (19) + Royalty-inkomsten en -vergoedingen (78) + Overige inkomsten (382) = Totale netto-inkomsten (6.152).
1 Equivalent aan alle UCB-locaties gerapporteerd onder broeikasgasemissies Scope 2. De gehuurde kantoren van UCB worden nu gerapporteerd onder Scope 3 - Categorie 8 'Upstream gehuurde activa'. We blijven ons inzetten om ook deze kantoren te laten overschakelen op het gebruik van uitsluitend hernieuwbare elektriciteit.
Broeikasgasemissies E1-6
| Uitgangswaarde | 2024 | Jaarlijks % doelstelling/Basisjaar |
|
|---|---|---|---|
| Bruto Scope 1 broeikasgasemissies (tCO2e) | 44059 | 21718 | -50,7% |
| Stationaire verbranding (gas en brandstof) | 27171 | 5655 | -79,2% |
| Mobiele verbranding (wagenpark) | 12982 | 12867 | -0,9% |
| Vluchtige emissies | 3905 | 3196 | -18,1% |
| Percentage van Scope 1 broeikasgasemissies van gereguleerde regelingen voor de handel in emissierechten (%) |
24,1% | 41,5% | - |
| Bruto locatiegebaseerd Scope 2 broeikasgasemissies (tCO2e) | 20056 | 16291 | -18,8% |
| Bruto marktgebaseerd Scope 2 broeikasgasemissies (tCO2e) | 5316 | 5 | -99,9% |
| Totaal bruto indirecte (Scope 3) broeikasgasemissies (tCO2e) | 568003 | 769143 | 35,4% |
| 1 Ingekochte goederen en diensten | 469714 | 692013 | 47,3% |
| 2 Kapitaalgoederen | - | - | - |
| 3 Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten | 11167 | 9129 | -18,2% |
| 4 Upstreamtransport en -distributie | 39512 | 30443 | -23,0% |
| 5 Bedrijfsafval | 1155 | 1568 | 35,7% |
| 6 Zakenreizen | 31016 | 24873 | -19,8% |
| 7 Woon-werkverkeer van werknemers | 10763 | 7562 | -29,7% |
| 8 Upstream gehuurde activa | 2044 | 821 | -59,8% |
| 9 Downstreamtransport en -distributie | - | - | - |
| 10 Verwerking van verkochte producten | - | - | - |
| 11 Gebruik van verkochte producten | |||
| 12 Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur | 2630 | 2733 | 3,9% |
| 13 Downstream gehuurde activa | |||
| 14 Franchises | - | - | - |
| 15 Investeringen | - | - | - |
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (tCO2e) | 632118 | 807152 | 27,7% |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (tCO2e) | 617378 | 790866 | 28,1% |
| Intensiteit broeikasgas per netto-opbrengst | 2024 |
|---|---|
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) per netto opbrengst (tCO2e/m€) |
131,2 |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) per netto opbrengst (tCO2e/m€) |
128,5 |
| Betrokkenheid GHG-leveranciers | 2024 |
|---|---|
| % leveranciers (naar broeikasgasemissies) met wetenschappelijk onderbouwde doelstelling |
67,8% |
We hebben goede vooruitgang geboekt bij het verminderen van onze Scope 1- en Scope 2-broeikasgasemissies in 2024 (vergeleken met ons basisjaar 2019) met -56%. Dit is voornamelijk te danken aan de vermindering van ons energieverbruik en de overgang naar hernieuwbare energie.
We kunnen ook een vermindering van -21,5% vaststellen in onze Scope 3-broeikasgasemissies (uitgezonderd categorie 3.1), beïnvloed door een vermindering van de emissies van
upstream gehuurde activa (-59,8%) als gevolg van een bijkomende omschakeling naar hernieuwbare elektriciteit in onze gehuurde kantoren die een prioriteit blijven en verder zullen worden uitgebreid met onze Virtuele PPA-investering voor UCB-locaties in Europa. Daarnaast daalde de voetafdruk van het woonwerkverkeer van onze werknemers (-29,7%) door de invoering van een hybride werkmodel, waardoor er minder vaak woonwerkverkeer was.
Beide resultaten tonen aan dat er goede vooruitgang is geboekt in de richting van de verplichting van UCB om op korte termijn (2030) netto-nulemissies te realiseren.
We zien een toename van de uitstoot van ingekochte goederen en diensten, die kan worden gekoppeld aan een toename van de uitgaven (aan goederen en diensten) en de productie. Voor deze categorie hebben we een specifiek betrokkenheidsdoel en we hebben bereikt dat 67,8% van de leveranciers (op basis van hun broeikasgasemissies) wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen heeft in 2024. Dit is essentieel voor het bereiken van een absolute reductie in deze categorie en voor de overgang van geschatte emissies naar primaire gegevens van onze leveranciers als volgende stap.
De rapportage van UCB over broeikasgasemissies beslaat de periode van 1 januari t/m 31 december. De 'bruto' terminologie voor UCB betekent dat we onze broeikasgasemissies rapporteren volgens de reikwijdte van onze doelstelling (in lijn met het SBTi-kader voor netto-nulemissies) zonder koolstofkredieten te annuleren.
UCB volgt de richtlijnen van het broeikasgasprotocol voor alle rapportering van broeikasgasemissies, waaronder uitstoot van Scope 1, 2 en 3. In overeenstemming met de aanpassing van de klimaatambitie van UCB aan het SBTi-kader voor netto-nulemissie, zijn de methodologieën voor het basisjaar en andere methodologieën aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de laatste beschikbare richtlijnen. Voor de rapportering van broeikasgasemissies gebruikt UCB de consolidatiebenadering van de operationele controle om de organisatorische grens te bepalen.
De volgende emissies, die minder dan 10% van de totale inventaris van broeikasgassen van UCB vertegenwoordigen, zijn niet opgenomen in de rapportage van broeikasgasemissies:
Bruto locatiegebaseerde Scope 2-broeikasgasemissies (tCO2e) omvat het resultaat van de locatiegebaseerde elektriciteit en de gekochte warmte van onze locatie in Bulle (4,68 tCO2e) en de bruto marktgebaseerde Scope 2-broeikasgasemissies vertegenwoordigen alleen de broeikasgasemissies die aan deze waarde zijn gekoppeld, aangezien we in 2024 een marktgebaseerde broeikasgasemissie van 0 tCO2e konden bereiken dankzij onze overgang naar 100% hernieuwbare elektriciteit voor alle locaties die onder deze categorie worden gerapporteerd.
De netto-omzet die wordt gebruikt om de broeikasgasintensiteit te berekenen, is hetzelfde omzetcijfer als in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening.
Het percentage leveranciers (op basis van hun broeikasgasemissies) met wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen wordt berekend aan de hand van de resultaten van onze jaarlijkse enquête over de mate van koolstofbeheer (getoetst aan de SBTi-website en online openbare informatie over de status van de wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen van de bedrijven). We berekenen dit percentage als volgt: totale broeikasgasemissies van leveranciers die hun eigen wetenschappelijk onderbouwde doelstelling hebben vastgesteld/totale broeikasgasemissies van 3.1 'Ingekochte goederen en diensten'.
| Koolstofkredieten gepland om in de toekomst te worden geannuleerd | ||
|---|---|---|
| Totaal (tCO2e) | 707772 |
UCB werkt samen met WeForest en CO2logic om er zeker van te zijn dat onze koolstofkredieten uit natuurbehoudprojecten voldoen aan de wereldwijde normen. Deze kredieten zijn afkomstig van natuurlijke bronnen en natuurbehoudprojecten. Hoewel UCB nog niet begonnen is met het annuleren van deze kredieten, schatten onze partners de uitstoot in op basis van lopende projecten, die ook een positieve impact hebben op de lokale gemeenschappen. We zijn van plan om transparant te rapporteren over onze inspanningen om koolstof te reduceren en te verwijderen, afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens.
Project Desa'a (Gold Standard-ID: 5618) gebruikte aanvankelijk de CDM-herbebossingsmethodologie ACM0003. Deze methodologie is onlangs door Verra vervangen door de nieuwe VM0047methodologie en het project zal naar verwachting in 2026 worden gevalideerd aan de hand van de nieuwe Verra-methodologie.
Herbebossingsproject EcoMakala (Gold Standard-ID: 5391) schat de basiskoolstofvoorraden door de biomassa van bomen en andere planten in aanplantgebieden te meten met behulp van IPCC-richtlijnen en gegevens van vóór het project. Dit initiatief is gecertificeerd als Gold Standard Energy Project en voldoet aan de methodologieën voor duurzaam energiegebruik en emissiereductie.
Naast de planning om te investeren in neutralisatiemethoden die aansluiten bij de EU-regelgeving en het SBTi-kader wanneer ze beschikbaar zijn, speelt UCB een rol in het bijdragen tot globale neutraliteit buiten onze waardeketen via de twee eerder genoemde sleutelprojecten: het herstel van Desa'a Forest in Noord-Ethiopië (in samenwerking met WeForest) en de herbebossing van EcoMakala in het Virunga National Park in de Democratische Republiek Congo (in samenwerking met CO2logic).
In 2024 begon UCB interne mechanismen voor koolstofbeprijzing te onderzoeken in het kader van onze voortdurende inzet voor milieuduurzaamheid. We hebben de emissies vastgesteld die in de proeffase moeten worden opgenomen, op basis van interviews met 20 belangrijke leidinggevenden binnen UCB, en we hebben speciale werkgroepen opgericht om het project vooruit te helpen. De eerste resultaten, die in 2025 worden verwacht, zullen ons een duidelijker inzicht geven in hoe een intern model voor koolstofbeprijzing kan worden ingevoerd om de ontwikkeling en implementatie van projecten voor emissiereductie en -optimalisatie te helpen versnellen, het bewustzijn onder werknemers te vergroten en interne capaciteiten te ontwikkelen door milieuoverwegingen op te nemen in belangrijke besluitvormingsprocessen.
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving |
|---|---|---|---|---|
| Negatieve impact Veront Negatieve reiniging impact van water, lucht en Negatieve bodem impact Risico |
Actueel | Veront reiniging van water, lucht en bodem en zorgwekkende en zeer zorg wekkende stoffen |
Rechtstreeks vrijkomen van afval (oplosmiddelen, chemicaliën, plastic, uitstoot anders dan broeikasgassen, enz.) van productiefabrieken van UCB en uitbestede producten en diensten (CMO's) die het milieu en de maatschappij beïnvloeden (waterstromen, velden, enz.). |
|
| Actueel | Lucht vervuiling |
Indirect vrijkomen van emissies anders dan broeikasgassen en ozon op leefniveau door organische oplosmiddelen die reageren in de atmosfeer en de luchtvervuiling doen toenemen. |
||
| Actueel | Waterveront - reiniging |
Vrijkomen van werkzame farmaceutische bestanddelen (Active Pharmaceutical Ingredients, API's) in het milieu via uitscheiding door de patiënt na gebruik van een geneesmiddel. |
||
| Zorg wekkende stoffen |
Wijzigingen in regelgeving (verboden) voor (zeer) zorgwekkende stoffen en gerelateerde risico's, zoals boetes, vertragingen in goedkeuringstijden van oplossingen en het reboundeffect van het moeten overschakelen op een andere (zeer) zorgwekkende stof. Dit omvat ook het onderwerp van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op moleculair niveau en de herziening van de REACH-wetgeving. |
Beleid E2-1
UCB streeft ernaar dat alle locaties en producten voldoen aan vergunningen en voorschriften op het gebied van milieu door middel van robuuste beleidslijnen en processen. Voor productiefabrieken waar vervuiling een belangrijk punt van zorg is, hebben we beheersystemen ingevoerd om milieuincidenten te beheersen en te voorkomen, waardoor de impact van onze activiteiten tot een minimum wordt beperkt. Al onze productiefabrieken zijn ISO14001 gecertificeerd.
Het milieubeleid van UCB richt zich op luchtemissies, bodem- en afvalwaterbeheer, de milieurisicobeoordeling van farmaceutische producten en paraatheidsplannen om potentiële operationele incidenten aan te pakken. In het beleid wordt de nadruk gelegd op het minimaliseren van vervuiling als een belangrijk onderdeel van het streven van UCB naar milieuduurzaamheid. We richten ons op het voorkomen van schade aan het milieu door maatregelen te nemen om vervuiling door onze activiteiten te beheersen en te verminderen. We doen dit door de naleving van milieuregelgeving te garanderen en natuurlijke bronnen en ecosystemen te beschermen.
Ons beleid is erop gericht om incidenten en noodsituaties te voorkomen en om de gevolgen voor mens en milieu te beheersen en te beperken als ze zich toch voordoen. Elke locatie moet beschikken over een noodplan en een paraatheidsproces om te garanderen dat nadelige milieugebeurtenissen op de juiste manier worden aangepakt. Dit proces zorgt er op zijn minst
voor dat er alarm wordt geslagen, dat er zo snel mogelijk een onderzoek wordt ingesteld, dat de relevante partijen worden geïnformeerd, dat er relevante noodmaatregelen worden getroffen en dat het voorval wordt geclassificeerd op basis van de ernst ervan. Significante lekkages worden gerapporteerd door middel van een verklaring aan de autoriteiten, zoals wettelijk vereist, met genomen mitigerende maatregelen en worden ook eenmaal per jaar op mondiaal niveau gebundeld en bekendgemaakt in ons jaarverslag op basis van de classificatie van de ernst.
Het beleid is van toepassing op alle collega's en partners van UCB wereldwijd, alle divisies, dochterondernemingen, filialen en andere entiteiten die onder operationeel beheer van UCB staan, ongeacht hun locatie. De Chief Financial Officer is het lid van het Uitvoerend Comité van UCB dat onze ambitie en prestaties op het vlak van milieuduurzaamheid sponsort, naast het hoofd van Sustainability, Corporate Affairs & Risk. Het hoofd van Environmental Sustainability is verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid en zorgt voor de periodieke herziening ervan.
Als geneesmiddelenfabrikant is het grootste deel van ons materiële waterkwaliteitsrisico het gevolg van de uitscheiding van API's door patiënten na gebruik van onze geneesmiddelen. De beoordeling van de milieurisico's van UCB-geneesmiddelen na gebruik gebeurt volgens erkende normen, zoals de richtlijnen van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). De resultaten van de Milieurisicobeoordeling van UCB-geneesmiddelen worden sinds 2023 openbaar gemaakt en zijn beschikbaar in het subgedeelte Maatstaven. De resultaten wijzen erop dat het onwaarschijnlijk is dat ze risico's opleveren voor aquatische milieus of rioolwaterzuiveringsinstallaties en dat ze na gebruik naar verwachting niet significant zullen bioaccumuleren.
In 2024 hebben we een bedrijfsrichtlijn ontwikkeld om ons programma voor veilige lozing van API's te formaliseren.
We controleren ook het water dat uit onze productiefabrieken wordt geloosd om er zeker van te zijn dat het voldoet aan de wettelijke normen. De gebruikte maatstaven zijn onder andere Chemisch Zuurstofverbruik (CZV), waarmee we het organische gehalte in afvalwater kunnen bepalen, BZV (biologisch zuurstofverbruik) en TSS (totaal zwevende deeltjes). Onze productiefabrieken zijn uitgerust met eigen afvalwaterzuiveringsinstallaties en worden vervolgens naar een extern rioolsysteem geleid, of het afvalwater wordt rechtstreeks naar een extern rioolsysteem afgevoerd. In dit laatste geval wordt de behandeling beheerd door een derde partij die zich houdt aan de lokale regelgeving. In het geval van een inbreuk, zelfs als het incident niet significant is, melden we deze systematisch aan de autoriteiten. In 2024 registreerden de autoriteiten geen inbreuken op de productiefabrieken van UCB.
Een nieuw pilotproject in 2024 op de campus van UCB in Brainel'Alleud (België) is gericht op de continue opsporing van potentiële microverontreinigingen in water en complexe combinaties van verontreinigingen die traditionele sensoren mogelijk
niet detecteren. Hierbij wordt gebruikgemaakt van ToxMate biomonitoring om watermonitoringprocessen te verbeteren.
Wat betreft luchtemissies gerelateerd aan productieprocessen, worden systemen zoveel mogelijk gesloten. De emissies zijn beperkt in termen van frequentie en hoeveelheid. Er wordt ook systematisch gefilterd vóór elke uitstoot in de atmosfeer en er worden regelmatig meetcampagnes uitgevoerd. Voor ketelemissies worden installaties en emissies gecontroleerd volgens de voorschriften. Installaties die koelmiddelen bevatten, worden onderworpen aan periodieke inspecties en regelmatig onderhoud. Dit garandeert dat de systemen optimaal werken en dat potentiële emissies tot een minimum worden beperkt.
In onze productiefabrieken controleren we verschillende parameters om te garanderen dat regelgeving en milieuvergunningen worden nageleefd. Daarom voeren we regelmatig audits uit om ervoor te zorgen dat onze activiteiten veilig en duurzaam worden uitgevoerd. Elk jaar stellen onze productiefabrieken lokale VOC-rapporten (Volatile Organic Compounds, vluchtige organische stoffen) op en dienen deze in bij de betreffende autoriteiten. Deze rapporten bevatten informatie over maatregelen, aankopen, voorraden en lozingen (lucht, afvalwater, afval), waardoor het beheer van VOC's kan worden gecontroleerd. In geval van afwijkingen wordt een onderzoek ingesteld.
We beoordelen vervuiling en andere milieurisico's van leveranciers en potentiële leveranciers op verschillende manieren, waaronder het monitoren van vervuilingsgerelateerde ongelukken waarbij belangrijke leveranciers betrokken zijn. Deze inzichten worden geïntegreerd in bedrijfsbeoordelingen van leveranciers, adhocbesprekingen over duurzaamheid en jaarlijkse beoordelingen van het risicoprofiel van leveranciers, om te zorgen voor gerichte actie en voortdurende verbetering in ons hele leveranciersnetwerk. We zijn begonnen met het ondervragen van onze API-leveranciers om naleving van de regelgeving te garanderen en de concentratie API's in geloosd water te minimaliseren tot onder de Predicted No-Effect Concentration.
Het onderwerp zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen wordt momenteel beheerd in het programma Global Product Safety Stewardship (GPSS) en zal explicieter worden behandeld in het Restricted Substances Policy dat momenteel in ontwikkeling is en in 2025 zal worden gepubliceerd.
Het programma GPSS garandeert dat de activiteiten van UCB in overeenstemming zijn met de wereldwijde regelgeving inzake chemische beperkingen en beoordeelt voortdurend het evoluerende wetgevende landschap op de chemische en productportefeuille van UCB. Dit uitgebreide programma
omvat het verantwoorde beheer van factoren op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu in de waardeketen en de levenscyclus van grondstoffen, tussenproducten en eindproducten. Het toezicht wordt gewaarborgd door de Executive Vice President, Patient Supply die deel uitmaakt van het Uitvoerend Comité van UCB.
Het beheer van de chemische portefeuille is een cruciale pijler van ons productstewardship, via een nauwgezette monitoring van de chemische stoffen die UCB gebruikt, aankoopt en produceert, om te waarborgen dat ze gedurende hun hele levenscyclus en waardeketen op verantwoorde wijze worden beheerd. UCB streeft ernaar het gebruik van zorgwekkende stoffen te minimaliseren en zeer zorgwekkende stoffen geleidelijk uit te bannen waar dit technisch haalbaar is, met name in de vroege stadia van productontwikkeling. Wij streven ernaar om producten te ontwerpen die veiliger zijn door hun ontwerp, in overeenstemming met de Standard Operating Procedures (SOP's) en normen van UCB.
UCB brengt de kritieke reglementaire vereisten voor zijn chemische en productvoorraad in kaart. We streven er tevens naar dat alle ingekochte chemicaliën voldoen aan REACH en andere relevante voorschriften. Daarnaast definieert UCB duidelijke rollen en verantwoordelijkheden binnen de toeleveringsketen met betrekking tot het gebruik van dergelijke stoffen en herzien en updaten we voortdurend onze chemische beheerspraktijken om de meest recente veiligheidsinformatie en wijzigingen in de regelgeving op te nemen.
Een duidelijke communicatie over de gevaren van chemische stoffen wordt gewaarborgd door een goede etikettering, veiligheidsinformatiebladen (SDS) en training van werknemers. UCB houdt gegevens bij van chemische voorraden, risicobeoordelingen, trainingssessies en incidentenrapporten om transparantie en verantwoordingsplicht te garanderen.
Er worden noodplannen ontwikkeld en regelmatig bijgewerkt voor mogelijke lekkages van chemicaliën en andere incidenten om de gevolgen voor mens en milieu te beheersen en te beperken als/wanneer ze zich voordoen. Daarnaast beschikken we over een robuust systeem voor het melden van incidenten, waarbij ongevallen, bijna-ongevallen en gevaarlijke situaties worden gemeld. Dit systeem garandeert dat alle gebeurtenissen grondig worden onderzocht en dat er zowel op korte als lange termijn corrigerende maatregelen worden getroffen om problemen aan te pakken en herhaling te voorkomen.

Het Chemical Safety System (CHESS) controleert chemicaliën die worden aangekocht, gedistribueerd en geproduceerd door UCB. We zijn begonnen met de ontwikkeling van een inventarisatie van chemische stoffen ter plaatse, inclusief hun hoeveelheden en opslaglocaties, en streven naar een wereldwijde, gecentraliseerde inventarisatie van chemische stoffen om te voldoen aan regelgeving, het gebruik van verboden stoffen te beheersen en risico's in verband met de omgang met chemische stoffen te minimaliseren.
Er worden grondige risicobeoordelingen uitgevoerd om de potentiële gevaren van elke chemische stof te bepalen. Vervolgens voeren we blootstellingscontroles uit met behulp van een hiërarchie van maatregelen, waaronder eliminatie, vervanging, technische controles, administratieve controles en persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE) of banding van beroepsmatige blootstelling (OEB).
Een speciaal veiligheidsplatform is beschikbaar voor alle werknemers die met chemische producten omgaan, inclusief toegang tot SDS en samengevatte SDS-informatie over het omgaan met gevaarlijke chemische stoffen. UCB biedt speciale training voor alle werknemers over de toegang tot en het begrijpen van SDS, evenals samengevatte SDS-documenten, samen met uitgebreide training over het veilig hanteren, opslaan en afvoeren van chemicaliën en procedures die gevolgd moeten worden tijdens een noodsituatie op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu (HSE). We houden ook toezicht op de gezondheid van werknemers die kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke chemische stoffen en zorgen ervoor dat er passend medisch toezicht is.
We communiceren regelmatig over nieuwe zorgwekkende stoffen (Substances of Concern - SoC) en zeer zorgwekkende stoffen (Substances of Very High Concern - SVHC) tijdens driemaandelijkse HSE-vergaderingen. Bovendien wordt informatie bijgewerkt en gedeeld via het interne HSE House of Knowledgeplatform van UCB, met links naar essentiële bronnen zoals de lijst van hormoonontregelaars (ED) van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), bijlage VI van de verordening betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (CLP) en de lijst van zeer zorgwekkende stoffen van het ECHA.
We onderhouden contacten met zowel upstream- als downstreamsegmenten van de waardeketen over zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen en werken samen met handelsorganisaties op het gebied van SoC en SVHC om verschillende partijen in de toeleveringsketen op de hoogte te houden en op één lijn te brengen met betrekking tot deze kritieke kwesties.
Ons wereldwijde team voor gezondheid, veiligheid en welzijn voert regelmatig veiligheidsaudits uit die gericht zijn op activiteiten met een hoge mate van ernst, waaronder periodieke inspecties van grote locaties. Dit gebeurt om ervoor te zorgen dat de normen en voorschriften op het gebied van veiligheid worden nageleefd, waaronder het beheer van noodsituaties.
De UCB-locaties controleren de lokale milieuvergunningen (bijvoorbeeld inzake waterlozing of inbreuken op het afvalwater) en reglementeringen en streven ernaar deze na te leven, met inbegrip van specifieke beheersystemen voor productiefabrieken waar vervuiling een belangrijk thema is. Ons programma voor veilig lozen, dat momenteel wordt geïmplementeerd in alle productiefabrieken voor werkzame bestanddelen van UCB, zal naar verwachting binnen de komende twee jaar kwantitatieve rapportage opleveren.
Zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen worden momenteel lokaal beheerd volgens de regelgeving van verschillende landen. Het is echter onze bedoeling om een wereldwijde ambitie te formuleren met betrekking tot het gebruik van dergelijke stoffen (en alle andere stoffen waarvoor beperkingen gelden) en om in de toekomst gecentraliseerd beheer en toezicht in te stellen door middel van een geleidelijke, risicogebaseerde aanpak.
| - 1 / |
|---|
| ------------- |
| Merknaam UCB | Generieke naam | Milieu-risiconiveau | Link |
|---|---|---|---|
| BIMZELX® | bimekizumab | Verwaarloosbaar¹ | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/BIMZELX.pdf |
| BRIVIACT® | brivaracetam | Verwaarloosbaar | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/BRIVIACT.pdf |
| CIMZIA® | certolizumab pegol | Verwaarloosbaar¹ | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/CIMZIA.pdf |
| CIRRUS® | levocetirizine / pseudo efedrine |
N.v.t.2 | / |
| EVENITY® | romosozumab | Verwaarloosbaar¹ | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/EVENITY.pdf |
| FERRO SANOL® | ijzer (II) -glycine sulfaatcomplex |
Verwaarloosbaar¹ | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Ferro%20 Sanol.pdf |
| FINTEPLA® | fenfluramine | Verwaarloosbaar | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/FINTEPLA.pdf |
| KEPPRA® | levetiracetam | Verwaarloosbaar | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/KEPPRA.pdf |
| NAYZILAM® | midazolam | N.v.t.2 | / |
| NEUPRO® | rotigotine | Laag | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/NEUPRO.pdf |
| RYSTIGGO® | rozanolixizumab-noli | Verwaarloosbaar¹ | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Rystiggo.pdf |
| VIMPAT® | lacosamide | Verwaarloosbaar | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/VIMPAT.pdf |
| XYREM® | natriumoxybaat | Verwaarloosbaar | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Xyrem.pdf |
| XYZAL® | levocetirizine | N.v.t.2 | / |
| ZILBRYSQ® | zilucoplan | Verwaarloosbaar | https://www.ucb.com/sites/default/files/2024-05/Zilbrysq.pdf |
| ZYRTEC® | cetirizine | N.v.t.2 | / |
Een groeiend aantal geneesmiddelen van UCB zijn peptiden of eiwitten, die als van nature voorkomende stoffen waarschijnlijk geen milieurisico's met zich meebrengen. Volgens de EMA-richtlijnen breken deze stoffen snel af in het menselijk lichaam en in de natuur, waardoor hun impact op het milieu minimaal is. Daarentegen zijn de potentiële waterverontreinigende stoffen binnen het toepassingsgebied van UCB de API's die niet van nature voorkomen. De potentiële impact hiervan hangt af van factoren zoals de bestemming in het milieu en de ecotoxiciteit, waaronder bioaccumulatie en chronische aquatische toxiciteit.
We volgen de wetenschappelijke richtlijn van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) over de milieurisicobeoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik om de risico's van waterverontreiniging door onze geneesmiddelen te bepalen. Het milieurisico wordt beoordeeld aan de hand van de Predicted Environmental Concentration (PEC) en Predicted No-Effect Concentration (PNEC) op basis van OESO-protocollen.
Voor geneesmiddelen in het milieu als gevolg van uitscheiding door patiënten bepaalt de verhouding tussen de PEC en de PNEC het risiconiveau voor het milieu, in navolging van wetenschappelijke aanbevelingen3 :
De PEC (Predicted Environmental Concentration, voorspelde concentratie in het milieu), die een schatting geeft van de hoeveelheid farmaceutische stoffen die naar verwachting in het milieu terechtkomt, wordt voor elk geneesmiddel beoordeeld. Deze beoordelingen zijn gebaseerd op conservatieve, worst-case veronderstellingen, waaronder het maximaal verwachte gebruik van geneesmiddelen van UCB en de hoogste potentiële concentratie in water, aangenomen dat geen afbraak optreedt in het menselijk lichaam of tijdens rioolwaterzuivering. De PNEC (Predicted No-Effect Concentration), die staat voor de maximale hoeveelheid farmaceutische stoffen waaronder geen schade aan het milieu wordt verwacht, wordt berekend volgens de richtlijnen van het EMA. Dit wordt bepaald als een tiende van de slechtste ecotoxiciteitswaarde die beschikbaar is voor elk farmaceutisch middel, waarbij ecotoxiciteitsmetingen worden uitgevoerd volgens de OESOtestnormen.
1 Gezien hun aard is het onwaarschijnlijk dat vitaminen, elektrolyten, aminozuren, peptiden, eiwitten, koolhydraten en lipiden een significant risico voor het milieu vormen, dus is er geen PEC (Predicted Environmental Concentration) of PNEC (Predicted No-Effect Concentration) berekend.
2 Nog onvoldoende gegevens beschikbaar.
3 Wennmalm A, Gunnarsson B. Pharmaceutical management through environmental product labeling in Sweden Environ Int. 2009 Jul;35(5):775-7. doi: 10.1016/j.envint.2008.12.008. Epub 3 feb 2009. PMID: 19193440.
| Lekkages | 2024 |
|---|---|
| Totaal significante lekkages | 0 |
| Totaal volume van significante lekkages | 0 |
In 2024 vonden er geen significante lekkages plaats. Deze verwezenlijking getuigt van het streven van UCB om hoge milieuen veiligheidsnormen te handhaven in onze activiteiten, waardoor de bescherming van de volksgezondheid, het land, de vegetatie, de waterlopen en het grondwater wordt gegarandeerd.
Een lek is elk accidenteel vrijkomen van een gevaarlijke stof die gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid, het land, de vegetatie, de waterlopen en het grondwater. Significante lekkages worden gerapporteerd door aangifte bij de autoriteiten, zoals wettelijk vereist, ondersteund door rapporten met risicobeperkende maatregelen en de resultaten van de maatregelen.
UCB gebruikt een standaard operationele procedure om de omvang van een lek te berekenen. De berekening van de lekindex is gebaseerd op drie criteria: de aard, het volume en de bestemming van een lek (Lekindex = N x V x F). Elke stof krijgt een score tussen 1 en 4, afhankelijk van het belang ervan, waarbij N (Nature, aard) verwijst naar de gevaarlijke aard van de betrokken stof(fen); V (Volume) verwijst naar de omvang van de lozing of het vrijkomen van de stof; F (Fate, bestemming) verwijst naar de mate waarin de stof in het ontvangende milieu terechtkomt. We herkennen een significant lek als de Spill Index de score van 30 overschrijdt.

Om beter te kunnen rapporteren over de hoeveelheden zorgwekkende stoffen, zullen we de wereldwijde inventaris van SoC en SVHC voor onze productieactiviteiten (die de grootste volumes vormen en daarom de grootste risico's met zich meebrengen) in de loop van 2025 verder ontwikkelen.
In een tweede fase zullen we alle hoeveelheden stoffen die in onze laboratoria worden gebruikt en die in veel kleinere hoeveelheden aanwezig zijn, in dit beheersproces opnemen. Het derde deel van deze benadering richt zich op het verbeteren van ons begrip van de chemische samenstelling van zaken zoals apparaten en verpakkingen.
Impacts, risico's en kansen E3 SBM-3
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving |
|---|---|---|---|---|
| Kans | Water onttrekking |
Opschaling van gerecycled afvalwater (bijvoorbeeld het Ekopak project) om wateronttrekking in gebieden met hoge watertekorten te verminderen. |
||
| Water | Negatieve impact |
Potentieel | Water onttrekking |
De grote hoeveelheden water die worden onttrokken voor de productie van oplossingen in de productiefabrieken van de CMO's van UCB hebben een impact op de beschikbaarheid van water voor ecosystemen en gemeenschappen. |
| Negatieve impact |
Actueel | Water onttrekking |
De grote hoeveelheden water die worden onttrokken voor de productie van oplossingen in de productiefabrieken van UCB hebben een impact op de beschikbaarheid van water voor ecosystemen en gemeenschappen. |
Ons milieubeleid omvat algemene principes voor waterbeheer, waarin onze inzet voor waterbehoud, effectieve afvalwaterbehandeling en duurzaam beheer van waterbronnen om de impact op aquatische ecosystemen te minimaliseren, wordt beschreven. Daarnaast worden de risico's van waterschaarste beperkt door minder water te onttrekken, de waterefficiëntie te verbeteren en water te recyclen in productieprocessen.
In het beleid wordt de nadruk gelegd op het verhogen van de efficiëntie en het hergebruik van waterbronnen, met een focus op gebieden met hoge watertekorten. Dit komt overeen met ons doel om wateronttrekking te verminderen waar dit het meest nodig is.
In lijn met ons beleid streven we ernaar producten te ontwerpen die watergerelateerde problemen aanpakken en bijdragen aan het behoud van mariene hulpbronnen.
Ons beleid is van toepassing op alle collega's en partners van UCB wereldwijd, alle divisies, dochterondernemingen, filialen en andere entiteiten die onder operationeel beheer van UCB staan, ongeacht hun locatie.
De Chief Financial Officer is het lid van het Uitvoerend Comité van UCB dat onze ambitie en prestaties op het vlak van milieuduurzaamheid sponsort, naast het hoofd van Sustainability, Corporate Affairs & Risk. Het hoofd van Environmental Sustainability is verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid en zorgt voor de periodieke herziening ervan.
Voor al onze biologische moleculen berekenen we de waterprocesmassa-intensiteit (water-PMI) met behulp van de maatstaf¹ ontwikkeld door biofarmaceutische industrieën die lid zijn van de American Chemical Society Green Chemistry Institute Pharmaceutical Roundtable. Elk nieuw biologisch geneesmiddel van UCB heeft een lanceringsdoelstelling van een water-PMI die minstens 20% lager is dan het huidige gemiddelde, geïntegreerd in onze Green Product-scorekaart (meer informatie over de Green Product-scorekaart in het gedeelte Circulaire economie'). Vanaf 2024 presteren twee biologische geneesmiddelen van UCB in ontwikkeling al binnen hun PMI-drempels voor water, en de inspanningen worden voortgezet om ervoor te zorgen dat andere projecten ook voldoen aan hun doelstellingen voor een lage waterintensiteit vóór de lancering.
Belangrijke productiefabrieken hebben actieplannen voor de lange termijn om de wateronttrekking te verminderen en risico's in gebieden met watertekorten te verkleinen door water te controleren, te verminderen en te recyclen, waaronder acties zoals het optimaliseren van watermonsters, het automatiseren van koeltorenventilatoren en het verbeteren van de efficiëntie van HVAC-systemen. Zo leverde het vervangen van de sproeiers in de koeltoren in onze fabriek in Saitama (Japan) een besparing op van 600m³ in 2024.
Onze acties voor waterbehoud hebben voornamelijk betrekking op de campus in Braine-l'Alleud (België), aangezien dit onze enige grote productiefabriek is in een gebied met hoge of extreem hoge watertekorten zoals gedefinieerd door de WRI Aqueduct mapping tool. Andere UCB-locaties in gebieden met een waterrisico zijn beperkt tot kantoren en kleine laboratoria. In 2024 zijn we verder
1 Budzinski K, Blewis M, Dahlin P, D'Aquila D, Esparza J, Gavin J, Ho SV, Hutchens C, Kahn D, Koenig SG, Kottmeier R, Millard J, Snyder M, Stanard B, Sun L.Introduction of a process mass intensity metric for biologics. N Biotechnol. 2019 Mrt 25;49:37-42. doi: 10.1016/j.nbt.2018.07.005. Epub 2018 Aug 16. PMID: 30121383.
gegaan met het gedetailleerde ontwerp van waterbesparingsprojecten op de campus in Braine-l'Alleud en hebben we een proefproject voor waterrecycling uitgevoerd in de productiefabriek van Bulle (Zwitserland) met water uit productieprocessen om de hoeveelheid onttrokken water te verminderen. Als de waterrecyclingprojecten in Braine-l'Alleud en Bulle eenmaal zijn geïmplementeerd en volledig operationeel zijn, zullen ze naar verwachting de wateronttrekking consistent verminderen.
De productie van geneesmiddelen met grote moleculen, zoals biologische of biofarmaceutische producten, kan een waterintensief proces zijn. Naarmate de pijplijn van UCB zich ontwikkelt, verhogen we de productiecapaciteit om nieuwe productlanceringen te ondersteunen, waaronder toekomstige lanceringen van nieuwe biofarmaceutische producten. Dit vormt in absolute cijfers een aanzienlijke uitdaging voor onze waterdoelstelling. Dit dwong ons om innovatieve oplossingen te zoeken om onze groei los te koppelen van de toegenomen vraag naar deze essentiële hulpbron, vooral in gebieden met een hoog waterrisico.
Onze oorspronkelijke waterbesparingsdoelstelling uit 2015 bestond erin de absolute wateronttrekking tegen 2030 met 20% te verminderen ten opzichte van de uitgangswaarde van 2015. Om het basisjaar af te stemmen op onze nieuwe basislijn voor het klimaat van 2019 (die het meest representatief is voor de typische activiteiten van UCB, vóór de impact van COVID-19), hebben we onze waterdoelstelling bijgewerkt tot 15% absolute reductie in 2030 ten opzichte van 2019. Hierdoor houden we hetzelfde ambitieniveau als voorheen. Deze vrijwillige doelstelling gaat gepaard met een strikte naleving van de regelgeving op het gebied van water en afvalwater.
Daarnaast integreren productie- en andere operationele programma's binnen UCB specifieke doelstellingen voor wateronttrekking, waaronder voortdurende PMI-reductiedoelstellingen voor water voor nieuwe biologische geneesmiddelen als onderdeel van de Green Product-scorekaart.
| Basisjaar 2019 |
2024 | Verschil (%) Basisjaar |
|
|---|---|---|---|
| Leidingwater (stad) (m3 ) |
554427 | 470472 | -15,1% |
| Grond- en oppervlaktewater (m3 ) |
65848 | 27134 | -58,8% |
| Totaal water onttrokken (m3 ) |
620275 | 497606 | -19,8% |
| Totaal water onttrokken in gebieden met een waterrisico, inclusief gebieden met grote watertekorten (m3 ) |
300091 | 268115 | -10,7% |
| Percentage van wateronttrekkingin gebieden met watertekorten | 48,4% | 53,9% | N.v.t. |
| Waterintensiteit (m3 / m €) |
126,2 | 81 | -35,9% |
| Totaal water gerecycled (m3 ) |
0 | 957 | N.v.t. |
| Waterbesparing door conserveringsmaatregelen (m3 ) |
26328 | 5030 | N.v.t. |
De totale wateronttrekking van UCB daalde met bijna 20% ten opzichte van ons basisjaar 2019. Deze vermindering is voornamelijk te danken aan projecten op de campus in Braine-l'Alleud, in het bijzonder aan de installaties voor koeltorens, en in de productiefabriek van Bulle door het optimaliseren van de reinigingscycli in de productie, samen met een globale aanpak van voortdurende verbetering op onze verschillende sites.
Het percentage van wateronttrekkingin gebieden met watertekorten nam af met 10,7%. Bovendien zou het Ekopak-recyclageproject in Braine-l'Alleud ons de mogelijkheid moeten bieden om actief te werken aan verdere vermindering, aangezien het gelegen is in een gebied met een extreem hoog waterrisico en bijdraagt aan meer dan 40% van de totale wateronttrekking van UCB.
UCB geeft de voorkeur aan statistieken over wateronttrekking boven waterverbruik, omdat gegevens over wateronttrekking een beter inzicht geven in het totale watergebruik en de afhankelijkheid van waterbronnen, in navolging van het CDP-standpunt.
UCB rapporteert over wateronttrekking voor al zijn locaties en definieert dit als het totale volume water dat tijdens de rapportageperiode uit alle bronnen (inclusief oppervlaktewater, grondwater, regenwater en gemeentelijke watervoorziening) binnen de grenzen van de locatie is onttrokken. Meer in het bijzonder rapporteren alle UCB-locaties die groter zijn dan 500 m² hun wateronttrekking op basis van facturen van leveranciers. Als er geen facturen beschikbaar zijn en er geen watermeters kunnen worden geïnstalleerd, wordt het verbruik geschat op basis van locatieactiviteiten, geografische locatie en vierkante meters.
Locaties die eigendom zijn van UCB zijn uitgerust met een netwerk van strategisch geplaatste watermeters om de wateronttrekking te controleren, afwijkingen op te sporen en onmiddellijk de hoofdoorzaken van afwijkingen te onderzoeken. De verzamelde gegevens worden maandelijks vergeleken met de ontvangen facturen om de nauwkeurigheid te garanderen.
De netto-omzet die wordt gebruikt om de waterintensiteit te berekenen, is hetzelfde omzetcijfer als in de geconsolideerde winsten-verliesrekening.
De hoeveelheid water die bespaard is dankzij conserveringsmaatregelen kan niet worden vergeleken met het referentiejaar, omdat er van jaar tot jaar verschillende projecten worden uitgevoerd en hoewel de eenvoudigste conserveringsmaatregelen al in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, blijven de teams van UCB aanvullende projecten vinden en met succes uitvoeren om onze installaties verder te optimaliseren en wateronttrekking te besparen.
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving |
|---|---|---|---|---|
| Circulaire economie |
Negatieve impact |
Actueel | Afval | Weggooien van wegwerphulpmiddelen die nodig zijn voor zelfmedicatie van biofarmaceutische oplossingen. |
Ons milieubeleid richt zich op praktijken die ernaar streven de duurzame bevoorrading van hulpbronnen te garanderen, de efficiëntie van hulpbronnen te optimaliseren en het toegenomen gebruik van secundaire (gerecyclede) hulpbronnen te onderstrepen. Het beleid omvat maatregelen om afval op verantwoorde wijze te beheren en ervoor te zorgen dat afval op de best beschikbare manier wordt afgevoerd.
We bevorderen de circulaire economie door uitgebreide recycling van oplosmiddelen te implementeren, de recyclebaarheid van verpakkingen te verbeteren, het gebruik van hernieuwbare materialen te verhogen en de Green Product-scorekaart (beschreven in het subgedeelte Acties) te gebruiken om de efficiëntie van hulpbronnen voortdurend te optimaliseren.
Ons beleid is van toepassing op alle collega's en partners van UCB wereldwijd, namelijk alle divisies, dochterondernemingen, filialen en andere entiteiten die onder operationeel beheer van UCB staan, ongeacht hun locatie. De Chief Financial Officer is het lid van het Uitvoerend Comité van UCB dat onze ambitie en prestaties op het vlak van milieuduurzaamheid sponsort, naast het hoofd van Sustainability, Corporate Affairs & Risk. Het hoofd van Environmental Sustainability is verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid en zorgt voor de periodieke herziening ervan.
De Green Product-scorekaart van UCB beoordeelt de milieuprestaties van onze producten bij ontwerp, ontwikkeling en productie, gebaseerd op een levenscyclusanalyse (LCA) van begin tot eind¹. Dit strekt zich uit van de koolstofvoetafdruk en de waterimpact van grondstoffen via productie, distributie en gebruik, tot de verwerking van afval van verpakkingen en hulpmiddelen na gebruik. We beoordelen verschillende segmenten van onze productlevenscyclus om mogelijkheden voor het optimaliseren van hulpbronnen te ontdekken. De Green Product-scorekaart is afgestemd op het kader van de afvalhiërarchie en is opgebouwd rond de volgende hiërarchie: voorkomen van instroom en uitstroom; verminderen van instroom en uitstroom; en gebruikmaken van gerecyclede instroom terwijl de recyclebaarheid van uitstroom wordt verbeterd.
Alle kernproducten van UCB vallen onder onze Green-scorekaart, die voor elk product aangepaste doelstellingen bevat².
Oplosmiddelen zijn de belangrijkste bron voor de productie van kleine moleculen die worden gebruikt als werkzame farmaceutische bestanddelen (API's). Via de Green Productscorekaart van UCB moet voor elk geneesmiddel een gericht actieplan worden opgesteld op basis van vervanging van oplosmiddelen voor groenere instroom, vermindering, hergebruik en recycling in deze volgorde van prioriteit. Alle actieplannen zijn opgesteld aan de hand van een uitgebreide analyse met behulp van de Process Mass Intensity (PMI)-meting en het Global Warming Potential (GWP - in kilogram CO2e-uitstoot gekoppeld aan het gebruik van grondstoffen voor de productie van 1 kg actieve stof), beide ontwikkeld door het Green Chemistry Institute (GCI) Pharmaceutical Roundtable van de American Chemical Society (ACS).
In 2024 werd aanzienlijke vooruitgang geboekt met betrekking tot twee API's die momenteel worden ontwikkeld:
Om de implementatie te ondersteunen, organiseert UCB workshops tussen verschillende afdelingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van expertise in productontwikkeling, industrialisatie, verpakking en strategische planning.
Naast API's gebruikt UCB zijn Formulation Environmental Decision Tool (FEDT) om verschillende samenstellingen en productieprocessen van geneesmiddelen te vergelijken, waarbij het ontwikkelingsteam van geneesmiddelen systematisch naar de meest duurzame opties wordt geleid.
1 Onze interne LCA-tool is ontwikkeld door ERM International Group – op basis van Ecoinvent 3.6 Database en Process Mass Intensity (PMI) ontwikkeld door ACS GCI PR.
2 De Green Product-scorekaart van UCB is gebaseerd op een gestroomlijnde levenscyclusanalyse, vergezeld van verschillende workshops om interdepartementale expertise samen te brengen met betrekking tot contactpunten zoals productontwikkeling, industrialisatie, verpakking, marketing of strategie. Kansen werden in kaart gebracht, geprioriteerd en gebruikt om een aangepaste routekaart op te stellen voor het verminderen van de ecologische voetafdruk met een bijbehorende doelstelling voor elk geneesmiddel.
De benadering 'green-by-design' van UCB integreert milieuoverwegingen in haalbaarheidsstudies voor alle verpakkingen en apparaten die bedoeld zijn voor gebruik door patiënten. Hierbij wordt in een vroeg ontwerpstadium gebruik gemaakt van feedback van een brede groep beoogde gebruikers over de perceptie van duurzaamheid van verpakkingen en apparaten. We werken ook nauw samen met onze partners en organisaties voor contractproductie (CMO's) om ervoor te zorgen dat de criteria voor veiligheid en duurzaam ontwerp worden opgenomen in de oplossingen die zij ontwerpen voor onze geneesmiddelen.
In 2024 werden nieuwe eco-designprojecten voor verpakkingen gelanceerd voor CIMZIA® en NEUPRO® om het verpakkingsafval te verminderen en de recyclebaarheid in belangrijke markten te verhogen. De verpakking van de voorgevulde CIMZIA® 200mginjectiespuit voor Japan werd opnieuw ontworpen om het verpakkingsafval met 62% in gewicht te verminderen, waarvan 48% in plastic, en om het gebruik van gerecycled materiaal te verhogen door een plastic folie te vervangen door een folie met 50% gerecycled materiaal. In Europa werd de NEUPRO®-verpakking opnieuw ontworpen door de doos en de bijsluiter te verkleinen en verschillende plastic onderdelen te verwijderen, waardoor het totale gewicht van de secundaire verpakking met 65% afnam en de recyclebaarheid toenam. We hebben relevante initiatieven voor hernieuwbare certificering geïmplementeerd zoals FSCcertificering voor papier en karton.
Lopende initiatieven ter bevordering van circulariteit van medische hulpmiddelen in de levenscyclus en producten van UCB-geneesmiddelen omvatten onze deelname aan de nonprofit Circularity in Primary Pharmaceutical Packaging Accelerator (CiPPPA) in het Verenigd Koninkrijk.
UCB heeft een vrijwillige absolute reductiedoelstelling vastgesteld voor afvalproductie ter plaatse en heeft zich ertoe verbonden om onze afvalproductie tegen 2030 met 18% te verminderen ten opzichte van 2019 (aanvankelijk met 25% tegen 2030 ten opzichte van het basisjaar 2015). We hebben ons basisjaar opnieuw ingesteld op 2019 om op één lijn te komen met onze nieuwe basislijn voor het klimaat van 2019 (die het meest representatief is voor de typische activiteiten van UCB, vóór de impact van COVID-19), terwijl we hetzelfde ambitieniveau behouden als we kijken naar absolute cijfers.
Doelstellingen van de Green Product-scorekaart om onze productvoetafdruk te verkleinen, omvatten maatstaven over de Process Mass Intensity (PMI) om het gebruik van hulpbronnen te optimaliseren, 'green-by-design'-principes over circulariteit, afvalverwerking en de ecologische voetafdruk van producten. Producten krijgen een algemene score op basis van deze statistieken en elke oplossing van UCB wordt om de drie jaar opnieuw geëvalueerd om nieuwe verbetermogelijkheden op te nemen.
Bovendien omvatten de klimaatdoelstellingen van UCB de fase aan het einde van de levensduur van onze producten, waarbij de afvalverwerking na gebruik wordt aangepakt om de impact op het milieu verder te beperken.
Maatstaven E5-5
| Afval (ton) | 2024 |
|---|---|
| Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming en klaargemaakt voor hergebruik |
- |
| Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming voor recycling |
1475 |
| Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming voor andere terugwinningsmethoden |
- |
| Totale hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming |
1475 |
| Hoeveelheid gevaarlijk afval met andere bestemming en klaargemaakt voor hergebruik |
- |
| Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval met andere bestemming voor recycling |
2431 |
| Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval met andere bestemming voor andere terugwinningsmethoden |
294 |
| Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval met andere bestemming |
2725 |
| Totale hoeveelheid afval met andere bestemming | 4140 |
| Hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor verbranding |
1483 |
| Hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor stortplaats |
1 |
| Hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor andere afvalverwijdering |
33 |
| Totale hoeveelheid gevaarlijk afval die wordt afgevoerd |
1517 |
| Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor verbranding |
619 |
| Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor stortplaats |
27 |
| Hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd voor andere afvalverwijdering |
- |
| Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval die wordt afgevoerd |
646 |
| Totale hoeveelheid afval die wordt afgevoerd | 2163 |
| Totale hoeveelheid niet-gerecycled afval | 2457 |
| Percentage niet-gerecycled afval | 39,0% |
| Totale hoeveelheid gevaarlijk afval | 2932 |
| Totale hoeveelheid niet-gevaarlijk afval | 3371 |
| Totale hoeveelheid geproduceerd radioactief afval | 0,008 |
| Totale hoeveelheid geproduceerd afval | 6303 |
UCB werkt actief aan de beperking van de afvalproductie ter plaatse en verhoogt tegelijkertijd het aandeel van ons afval met een andere bestemming, door te zoeken naar de best beschikbare behandelingsopties.
Een van de voorbeelden om de afvalproductie in 2024 te verminderen, was een project op de productielocatie van Bulle (Zwitserland) waarbij vaten opnieuw konden worden gebruikt in een productielijn. Lopende projecten, zoals elektronische batchrecords en procesverbeteringen, verminderen ook de hoeveelheid afgedrukt papier.
In 2024 was 61% van het afval van UCB gerecycled. Een van de belangrijkste gevaarlijke afvalstoffen van UCB zijn oplosmiddelen die worden gebruikt in onze productiefabrieken, en we hebben verschillende lopende projecten om het percentage hergebruik en recycling van dit materiaal te verhogen.
UCB rapporteert over de totale hoeveelheid informatie over gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval in alle locaties zoals bepaald door de lokale wetgeving op de plaats van productie, die tijdens de rapporteringsperiode door UCB-locaties werd gecreëerd. UCBlocaties rapporteren over afvalinformatie op basis van informatie over afvalbeheer, zoals facturen voor afvalbeheer of afvalbalansen waarmee onze afvalstroom (type afval geassocieerd met het type behandeling) wereldwijd kan worden gevolgd.
UCB heeft onlangs de nauwkeurigheid van zijn gegevens en de rapportering over zijn afvalstromen (afvalcategorie en afvalverwerkingstype) verbeterd en het is niet mogelijk om de afvalvoetafdruk met terugwerkende kracht te berekenen aan de hand van de nieuwe methodologie (gedetailleerde afvalstroomgegevens zijn niet beschikbaar vóór 2023) en daarom wordt deze niet vergeleken met de basislijn van 2019 voor elke categorie en elk afvalverwerkingstype.
| Producten en materialen | 2024 |
|---|---|
| Percentage op schaal recyclebare inhoud in producten en verpakkingen van UCB |
62,3% |
| Afval van afgedankte producten van UCB | ||
|---|---|---|
| Karton | 22,4% | |
| Papier | 20,1% | |
| Metaal | 2,8% | |
| Plastic | 24% | |
| Glas | 30,6% |
De Taxonomieverordening is een belangrijk onderdeel van het actieplan van de Europese Commissie om kapitaalstromen om te buigen naar een duurzamere economie. Als classificatiesysteem voor ecologisch duurzame economische activiteiten is de Taxonomie een belangrijke stap op weg naar koolstofneutraliteit tegen 2050, in overeenstemming met de klimaatdoelstellingen van de EU.
In dit gedeelte presenteren we als niet-financiële moederonderneming het aandeel van onze groepsomzet, kapitaaluitgaven (CapEx) en operationele uitgaven (OpEx) volgens de vereisten van de EU-Taxonomie voor de rapporteringsperiode van 2024. Deze houden verband met het in aanmerking komen voor de taxonomie en het afgestemd zijn op de taxonomie van de economische activiteit '1.2 Vervaardiging van geneesmiddelen' met betrekking tot de PBV-milieudoelstelling (Preventie en Bestrijding van Verontreiniging), in overeenstemming met artikel 8 van de Taxonomieverordening.
Onder "voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteit" wordt verstaan een economische activiteit die wordt beschreven in de gedelegeerde handelingen ter aanvulling van de Taxonomieverordening, ongeacht of die economische activiteit voldoet aan een of alle technische screeningcriteria die in die gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld.
Een economische activiteit is afgestemd op de Taxonomie als deze voldoet aan de technische screeningcriteria zoals gedefinieerd in de Gedelegeerde Handeling en wordt uitgevoerd in overeenstemming met de minimumgaranties op het gebied van mensenrechten en consumentenrechten, corruptiebestrijding en omkoping, belastingen en eerlijke concurrentie. Om aan de technische screeningcriteria te voldoen, moet een economische activiteit substantieel bijdragen aan een of meer milieudoelstellingen en tegelijkertijd geen significante schade toebrengen aan een van de andere milieudoelstellingen.
Niet voor de Taxonomie in aanmerking komende economische activiteit: een economische activiteit die niet is beschreven in de gedelegeerde handelingen ter aanvulling van de Taxonomieverordening.

2023 was het eerste jaar dat er een significant in aanmerking komen is vastgesteld voor UCB, na de goedkeuring van de Gedelegeerde Handeling Milieu. Sindsdien konden we door een grondige studie van de teksten rondom Taxonomie onze methodologie herzien om ervoor te zorgen dat onze gegevens consistenter zijn en aansluiten bij onze strategie. We waren ervan overtuigd dat bepaalde veranderingen essentieel waren om ons imago af te stemmen op de doelen van de Taxonomie.
De eerste verandering in onze methodologie betreft de consolidatie van alle activiteiten in de kernactiviteit '1.2 Vervaardiging van geneesmiddelen' voor de KPI's CapEx en OpEx. Hoewel in 2023 verschillende economische activiteiten werden erkend, hebben we in 2024 de benadering gevolgd dat de enige economische activiteit van de UCB Groep de vervaardiging van geneesmiddelen is. Alle OpEx en CapEx ondersteunen deze economische activiteit waarmee we inkomsten genereren. Onze bedrijfsdoelstelling is dan ook om gedifferentieerde geneesmiddelen te produceren die zoveel mogelijk patiënten bereiken. Zelfs als het voor de levering van onze geneesmiddelen aan patiënten nodig is om nieuwe gebouwen te bouwen of bestaande gebouwen te renoveren, onze werknemers te vervoeren of wat administratieve kosten te maken voor gegevensopslag, dan nog zijn al deze activiteiten vervolgactiviteiten. De kern van onze activiteit is oplossingen te bieden aan patiënten door geneesmiddelen voor hen te produceren. Dit is ook de reden waarom in 2023 alleen de 'Vervaardiging van geneesmiddelen' werd erkend als economische activiteit in het gedeelte over de omzet-PKI. In 2024 gaan we nog een stap verder en nemen we dit ook in beschouwing voor de KPI's CapEx en OpEx.
Er hebben zich enkele andere wijzigingen voorgedaan in onze methodologie voor de kritische prestatie-indicatoren (KPI's) voor omzet en CapEx. Ze worden hieronder beschreven in de specifieke gedeelten. Deze updates worden ingegeven door het feit dat de Europese regelgeving inzake Taxonomie formuleringen en vereisten bevat die voor interpretatie vatbaar zijn en waarvoor in sommige gevallen nog geen verduidelijkingen zijn gepubliceerd. UCB heeft gekozen voor de interpretatie die het meest logisch is voor het bedrijf gezien de specifieke kenmerken van onze sector.
UCB is toegewijd aan het leveren van innovatieve en gedifferentieerde behandelingsopties aan patiënten. Als onderdeel van ons streven naar duurzame prestaties hebben we een uitgebreid onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of onze kernactiviteit, de 'vervaardiging van geneesmiddelen', in overeenstemming is met de technische screeningcriteria (TSC) van de Taxonomie van de EU.
Volgens het Taxonomiesysteem van de EU kunnen geneesmiddelen alleen als duurzaam worden beschouwd als ze aan alle volgende criteria voldoen: de bestanddelen moeten van nature voorkomen, biologisch afbreekbaar of gemineraliseerd zijn en de producten moeten dienen als een geschikt substituut voor een bestaand product dat niet aan de criteria voor biologische afbreekbaarheid voldoet. Uit onze analyse is gebleken dat onze producten aan sommige criteria voldoen, maar niet aan alle. Deze 'alles of niets'-benadering resulteert in een afstemming van 0%.
Desondanks steunt UCB de implementatie van het Taxonomiekader van de EU. We erkennen de waarde van een gemeenschappelijke definitie voor ecologisch duurzame omzet, CapEx en OpEx. We delen echter de bezorgdheid van de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations1 en haar leden dat de TSC niet afdoende de duurzame praktijken van de farmaceutische industrie weergeven. Wij zijn van mening dat in de huidige aanpak de unieke kenmerken van geneesmiddelen niet worden erkend en dat milieuverbeteringen die aan deze producten worden aangebracht, niet worden gestimuleerd.
UCB zet zich al meer dan 15 jaar in om de ecologische voetafdruk van onze activiteiten en onze geneesmiddelen te verkleinen. Ons beleid, onze acties, doelstellingen en prestaties om onze impact op de planeet te minimaliseren worden gepresenteerd in de 'Duurzaamheidsverklaring'.
Gezien de complexiteit van de EU-Taxonomie is het echter mogelijk dat we ons niet verbinden aan veranderingen die verband houden met het afstemmingsproces als deze niet redelijk zijn of niet aansluiten bij onze strategische doelen. Door deze aanpak hebben we ook onze methodologie geactualiseerd en alle economische activiteiten die in 2023 werden erkend, geconsolideerd onder onze kernactiviteit 'Vervaardiging van geneesmiddelen'. Het afstemmen van andere activiteiten die in aanmerking komen en die niet in ons bedrijfsmodel passen, is op dit moment geen strategische prioriteit.
Ethiek en zakelijke integriteit is een prioriteitsgebied voor UCB en we hebben verschillende praktijken die ernaar streven de minimumgaranties te beschermen zoals gedefinieerd in de EU-Taxonomie. Tegen 2027 zullen we due diligence-processen beoordelen en harmoniseren om te voldoen aan de richtlijn Corporate Sustainability Due Diligence. Onze inzet voor het respecteren van mensenrechten in onze waardeketen wordt beschreven in het gedeelte 'Werknemers in de waardeketen' en onze praktijken ter bestrijding van omkoping en corruptie worden beschreven in het gedeelte 'Zakelijk gedrag'.
UCB zal eventuele wijzigingen in de EU Taxonomie regelgeving blijven volgen en in overweging nemen, samen met de algemene paraatheidsprocedures voor het geïntegreerd jaarverslag van volgend jaar.
| Economische activiteiten |
Beschrijving |
|---|---|
| 1.2 Vervaardiging van genees middelen |
Productie en verkoop van genees middelen geproduceerd door de Groep of een door Contract Manufacturing Organization (CMO), bedoeld voor patiënten met ziekten in immunologie, neurologie en andere therapeutische gebieden. |
We beschouwen als in aanmerking komend voor de Taxonomie onder activiteit 1.2, de opbrengsten uit geneesmiddelen en OpEx en CapEx die de activa ondersteunen die gebruikt worden voor de productie van de geneesmiddelen.
De kritische prestatie-indicatoren (KPI's) zijn onder andere de omzet KPI, de CapEx KPI en de OpEx KPI. Voor de presentatie van de Taxonomie KPI's gebruiken we de templates in Bijlage II van de Gedelegeerde Handeling Rapportering. Zoals eerder vermeld, zijn er enkele wijzigingen aangebracht in onze methodologie om onze interpretatie van de wettelijke vereisten te weerspiegelen en met de bereidheid om de grondbeginselen van de EU-Taxonomie zoveel mogelijk te vertalen. Geen van onze activiteiten draagt bij aan meerdere milieudoelstellingen en daarom is uitsplitsing van KPI's niet nodig.
| Criteria inzake substantiële bijdrage | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten | Code | Omzet (€ miljoen) |
Aandeel omzet, jaar 2024 % |
Klimaat mitigatie J; N; niak (a) |
Klimaat adaptatie J; N; niak (a) |
Water J; N; niak (a) |
Veront reiniging J; N; niak (a) |
Circulaire economie J; N; niak (a) |
Biodiversiteit J; N; niak (a) |
|
| A. VOOR DE TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN |
||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) |
||||||||||
| Vervaardiging van geneesmiddelen | PBV 1,2 |
- | 0% | - | - | - | - | - | - | |
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) |
- | 0% | - | - | - | - | - | - | ||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) |
||||||||||
| iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
|||||
| Vervaardiging van geneesmiddelen | PBV 1,2 |
5672 | 93% | niak | niak | niak | iak | niak | niak | |
| Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) |
5672 | 93% | 0% | 0% | 0% | 93% | 0% | 0% | ||
| A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) |
5672 | 93% | 0% | 0% | 0% | 93% | 0% | 0% | ||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN |
||||||||||
| Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) |
443 | 7% | ||||||||
| TOTAAL | 6115 | 100% |
Categorie transitie-ondersteunende activiteit T
(a) J Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling.
N Neen, is een voor de taxonomie in aanmerking komende maar niet daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling.
niak niet in aanmerking komend; deze activiteit komt niet voor de taxonomie in aanmerking voor de desbetreffende milieudoelstelling.
(b) iak voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling.
niak niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteit voor de desbetreffende doelstelling.
| Klimaat mitigatie J/N |
Klimaat adaptatie J/N |
Water J/N |
Veront reiniging J/N |
Circulaire economie J/N |
Biodiver siteit J/N |
Minimum garanties J/N |
Aandeel van op taxonomie afgestemde of ervoor in aanmerking komende omzet, jaar 2023 % |
Categorie faciliterende activiteit F |
Categorie transitie-onder steunende activiteit T |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| - | - | - | - | - | - | - | 0% | - | - |
| - | - | - | - | - | - | - | 0% | - | - |
| - | - | - | - | - | - | - | 96% | - | - |
Criteria inzake substantiële bijdrage Criteria "Geen ernstige afbreuk doen aan" (GEAD)
Economische activiteiten
ACTIVITEITEN
afgestemd)
afgestemd) (A.1)
A. VOOR DE TAXONOMIE – IN AANMERKING KOMENDE
A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie
Omzet ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
Vervaardiging van geneesmiddelen PBV
Vervaardiging van geneesmiddelen PBV
Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2)
A. Omzet van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2)
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE
Omzet niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten
TOTAAL 6115 100%
ACTIVITEITEN
(B)
Code
443 7%
| 5672 93% 0% 0% 0% 93% 0% 0% |
- | - | - | - | - | - | - | 96% | - | - |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5672 93% 0% 0% 0% 93% 0% 0% |
- | - | - | - | - | - | - | 96% | - | - |
| Criteria inzake substantiële bijdrage | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten | Code | CapEx € miljoen |
Aandeel CapEx, jaar 2024 % |
Klimaat mitigatie J; N; niak (a) |
Klimaat adaptatie J; N; niak (a) |
Water J; N; niak (a) |
Veront reiniging J; N; niak (a) |
Circulaire economie J; N; niak (a) |
Biodiversiteit J; N; niak (a) |
|
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN |
||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) |
||||||||||
| Vervaardiging van geneesmiddelen | PBV 1,2 |
- | 0% | - | - | - | - | - | - | |
| CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) |
- | 0% | - | - | - | - | - | - | ||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) |
||||||||||
| iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
|||||
| Vervaardiging van geneesmiddelen | PBV 1,2 |
462 | 95% | niak | niak | niak | iak | niak | niak | |
| CapEx voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten (A.2) |
462 | 95% | 0% | 0% | 0% | 95% | 0% | 0% | ||
| A. CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) |
462 | 95% | 0% | 0% | 0% | 95% | 0% | 0% | ||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN |
||||||||||
| CapEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) |
24 | 5% | ||||||||
| TOTAAL | 486 | 100% | ||||||||
Categorie transitie-ondersteunende activiteit T
(a) J Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling.
| Criteria inzake substantiële bijdrage Criteria "Geen ernstige afbreuk doen aan" (GEAD) |
|---|
| ------------------------------------------------------------------------------------------- |
Economische activiteiten
ACTIVITEITEN
afgestemd)
afgestemd) (A.1)
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE
A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie
CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
CapEx voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten (A.2)
A. CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE
CapEx van niet voor de taxonomie
TOTAAL 486 100%
in aanmerking komende
(A.1 + A.2)
ACTIVITEITEN
activiteiten (B)
Vervaardiging van geneesmiddelen PBV
Vervaardiging van geneesmiddelen PBV
Code
| Criteria inzake substantiële bijdrage | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten | Code | OpEx € miljoen |
Aandeel OpEx, jaar 2024 % |
Klimaat mitigatie J; N; niak (a) |
Klimaat adaptatie J; N; niak (a) |
Water J; N; niak (a) |
Veront reiniging J; N; niak (a) |
Circulaire economie J; N; niak (a) |
Biodiversiteit J; N; niak (a) |
|
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN |
||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) |
||||||||||
| Vervaardiging van geneesmiddelen | PBV 1,2 |
- | 0% | - | - | - | - | - | - | |
| OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd (A.1) |
- | 0% | - | - | - | - | - | - | ||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) |
||||||||||
| iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
iak; niak (b) |
|||||
| Vervaardiging van geneesmiddelen | PBV 1,2 |
105 | 23% | niak | niak | niak | iak | niak | niak | |
| OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten (A.2) |
105 | 23% | 0% | 0% | 0% | 23% | 0% | 0% | ||
| A. OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1 + A.2) |
105 | 23% | 0% | 0% | 0% | 23% | 0% | 0% | ||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN |
||||||||||
| OpEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (B) |
357 | 77% | ||||||||
| TOTAAL | 462 | 100% | ||||||||
Categorie transitie-ondersteunende activiteit T
(a) J Ja, is een voor de taxonomie in aanmerking komende en daarop afgestemde activiteit voor de desbetreffende milieudoelstelling.
Economische activiteiten
ACTIVITEITEN
afgestemd)
afgestemd (A.1)
A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE
A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie
A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten)
Vervaardiging van geneesmiddelen PBV
Vervaardiging van geneesmiddelen PBV
OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten (A.2)
A. OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten
B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE
OpEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende
TOTAAL 462 100%
(A.1 + A.2)
ACTIVITEITEN
activiteiten (B)
OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie
Code
| - - - - - - - 0% - - - - - - - - - 0% - - iak; niak - - - - - - - 22% - - - - - - - - - 22% - - - - - - - - - 22% - - |
Klimaat mitigatie J/N |
Klimaat adaptatie J/N |
Water J/N |
Veront reiniging J/N |
Circulaire economie J/N |
Biodiver siteit J/N |
Minimum garanties J/N |
Aandeel van op taxonomie afgestemde of ervoor in aanmerking komende OpEx, jaar 2023 % |
Categorie faciliterende activiteit F |
Categorie transitie-onder steunende activiteit T |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
In 2023 hebben we de noemer berekend op basis van de nettoomzet gebaseerd op Toelichting 6 van de jaarrekening, waarin royaltyinkomsten en -vergoedingen en overige opbrengsten niet zijn opgenomen. We rapporteerden € 4 867 miljoen in de noemer. Bij de berekening van de teller is rekening gehouden met de netto-omzet, maar niet met het deel dat betrekking heeft op de aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet (hedging), omdat het niet mogelijk was dit rechtstreeks te koppelen aan een specifiek product. We rapporteerden € 4 817 miljoen in de teller. Het aandeel van de voor Taxonomie in aanmerking komende omzet dat werd weergegeven, was vervolgens 99%.
In 2024 gebruikten we het bedrag van de opbrengsten volgens IFRS 15 als noemer, de totale netto-omzet zoals weergegeven in Toelichting 7 - Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten. Om de teller te berekenen, bekijken we de netto-omzet vóór afdekking, de contractproductie en de mijlpaalbetalingen die UCB ontvangt met betrekking tot UCB-producten die al op de betrokken markt zijn verkocht.
We hebben de KPI voor de omzet van vorig jaar voor het boekjaar 2023 op dezelfde manier aangepast. Dit leidde tot een aandeel van de omzet die in aanmerking komt voor Taxonomie van 96%.
Deze berekening is relevanter en betrouwbaarder omdat deze beter overeenkomt met wat er in de wetgeving te vinden is1 .
De CapEx-KPI is gedefinieerd als voor de Taxonomie in aanmerking komende CapEx (teller) gedeeld door onze totale CapEx (noemer).
De totale kapitaaluitgaven bestaan uit verwervingen aan materiële en immateriële vaste activa gedurende het boekjaar, vóór afschrijvingen en waardeaanpassingen, inclusief die als gevolg van herwaarderingen en bijzondere waardeverminderingen, en exclusief veranderingen in de reële waarde. Deze omvat verwervingen van materiële vaste activa (IAS 16), immateriële activa (IAS 38) en gebruiksrechten van activa (IFRS 16). Goodwill is niet opgenomen in CapEx, omdat het niet gedefinieerd is als een immaterieel actief in overeenstemming met IAS 38. Voor meer informatie over onze grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot onze CapEx, zie het Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving (Toelichting 3). De noemer kan in overeenstemming worden gebracht met de verwervingen die terug te vinden zijn in de Toelichting 20 Immateriële activa en 22 Materiële vaste activa. De noemer moet ook verwervingen van materiële en immateriële vaste activa omvatten die voortvloeien uit bedrijfscombinaties (zie de toevoegingen in Toelichting 8) maar we hebben er geen voor de boekjaren 2023 en 2024.
Om de teller te bepalen, gaan we ervan uit dat activa en processen verband houden met economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie als ze essentiële onderdelen zijn voor het uitvoeren van een economische activiteit.
Ook voor deze KPI is de methodologie enigszins bijgewerkt ten opzichte van 2023. Alleen het deel dat gekoppeld is aan de teller is echter beïnvloed. Om activiteiten te identificeren die in aanmerking komen voor de Taxonomie hebben we afgelopen jaar de reikwijdte beperkt tot de entiteiten die een aanzienlijk deel van de CapEx vertegenwoordigen. Dit omvatte de twee belangrijkste productiefabrieken in Braine-l'Alleud, België en Bulle, Zwitserland en andere locaties met materiële CapEx. In 2024 zijn alle UCBlocaties in aanmerking genomen. We hebben de CapEx-KPI van vorig jaar voor het boekjaar 2023 op dezelfde manier aangepast. Hierdoor kwamen we uit op een aandeel van CapEx dat in aanmerking komt voor de Taxonomie van 93%, in plaats van de 85% die vorig jaar werd gerapporteerd.
Aangezien al onze locaties in aanmerking worden genomen, levert deze berekening meer details en nauwkeurigheid op.
EU-Taxonomie definieert OpEx anders dan financiële verslaggeving, daarom is OpEx zoals gedefinieerd door de EU-Taxonomie niet gelijk zijn aan de totale operationele uitgaven in de jaarrekening.
De OpEx-KPI is gedefinieerd als voor de Taxonomie in aanmerking komende OpEx (teller) gedeeld door het totaal gedefinieerd als Taxonomie-OpEx (noemer).
Volgens de Taxonomie regelgeving van de EU1 bestaan de totale OpEx uit directe niet-gekapitaliseerde kosten met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling (O&O), renovatiemaatregelen voor gebouwen, korte-termijn leaseovereenkomsten, aangekochte maar niet-gekapitaliseerde fabrieks- en laboratoriumapparatuur en alle vormen van onderhoud en reparatie. Alle andere directe uitgaven die verband houden met het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa door de entiteit of door derden aan wie activiteiten zijn uitbesteed en die nodig zijn om de continue en effectieve werking van het actief te garanderen, moeten ook deel uitmaken van de noemer.
In de noemer is slechts rekening gehouden met een klein deel van de O&O-uitgaven, aangezien afschrijvingen en indirecte kosten buiten beschouwing zijn gelaten. Voor afschrijvingen zijn de kosten buiten beschouwing gelaten om een dubbeltelling te voorkomen, aangezien activa die worden afgeschreven in voorgaande jaren al zijn opgenomen in CapEx. Voor de overige O&O uitgaven geldt dat veel van deze uitgaven betrekking hebben op uitgaven die niet direct gerelateerd zijn aan projecten. OpEx voor de rapportage van de EU-Taxonomie mag geen overheadkosten, grondstoffen, kosten van werknemers die machines bedienen, kosten voor het beheer van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en elektriciteit, vloeistoffen of reagentia die nodig zijn om de materiële vaste activa te bedienen, omvatten.
Tijdens de klinische en preklinische ontwikkelingsfasen in de biofarmaceutische industrie is er nog steeds behoorlijk wat onzekerheid of deze projecten zullen leiden tot goedkeuring door de regelgevende instanties en dus tot producten die inkomsten zullen genereren. Daarom zijn de O&O-uitgaven die rechtstreeks verband houden met projecten (zoals opgenomen in de noemer) niet beschouwd als OpEx die in aanmerking komen voor de Taxonomie (voor de teller) voor de economische activiteit 'Vervaardiging van geneesmiddelen'.
De uitgaven voor onderhoud en reparatie zijn bepaald op basis van de onderhouds- en reparatiekosten die zijn toegewezen aan onze interne kostenplaatsen. De gerelateerde kostenposten zijn terug te vinden op verschillende lijnen in onze winst- en verliesrekening, waaronder kostprijs van de omzet (operationeel onderhoud) en algemene en administratiekosten (zoals onderhoud van IT-systemen). Over het algemeen omvatten deze uitgaven kosten voor diensten en materiaal voor dagelijks onderhoud, evenals voor regelmatig en ongepland onderhoud en reparatiemaatregelen. Deze kosten worden direct toegerekend aan de materiële vaste activa. Dit omvat geen uitgaven die verband houden met de dagelijkse werking van de materiële vaste activa, zoals grondstoffen, kosten van medewerkers die de machines bedienen, elektriciteit of vloeistoffen die nodig zijn om de materiële vaste activa te laten werken. Afschrijvingen zijn ook niet opgenomen in de OpEx-KPI.
Kosten voor renovatiemaatregelen aan gebouwen en korte-termijn leaseovereenkomsten zijn ook opgenomen in de teller en noemer van de OpEx-KPI.
Alle wijzigingen tussen het boekjaar 2023 en het boekjaar 2024 zijn uitgelegd in de vorige gedeelten.
UCB voert geen activiteiten uit in de nucleaire of fossiele brandstofsector.
| 1. De onderneming verricht, financiert of heeft Nee blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. 2. De onderneming verricht, financiert of Nee heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. |
Activiteiten in verband met kernenergie | |
|---|---|---|
| blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. |
3. De onderneming verricht, financiert of heeft | Nee |
| Activiteiten in verband met fossiel gas | ||
| 4. De onderneming verricht, financiert of heeft Nee blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. |
||
| 5. De onderneming verricht, financiert of Nee heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/ koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
||
| 6. De onderneming verricht, financiert of heeft Nee blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
90
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechten van werknemers en arbeids omstandig heden |
Positieve impact |
Actueel | Vrijheid van vereniging, sociale dialoog |
Ervoor zorgen dat werknemers zowel de mogelijkheid (bijvoorbeeld tijd en toegang) als het recht hebben om lid te worden van een vakbond die de mondigheid van werknemers bevordert om hun stem te laten horen en de rechten van werknemers te verdedigen. |
||||
| Positieve impact |
Potentieel | Diversiteit, gendergelijkheid en gelijk werk voor gelijk loon |
Bevordering van diversiteit, gelijkheid en inclusiepraktijken in het personeelsbestand van UCB (bijvoorbeeld gelijke promotie, inclusieve werving) kan leiden tot een toename van de tevredenheid en het welzijn van de werknemers. |
|||||
| Diversiteit, gelijkheid en inclusie |
Negatieve impact |
Actueel | Diversiteit, gendergelijkheid en gelijk werk voor gelijk loon |
Gebrek aan vertegenwoordiging in het personeelsbestand van UCB op alle niveaus van de organisatie (met inbegrip van het uitvoerend niveau in het bijzonder) kan leiden tot ontmoediging van werknemers, verlies van productiviteit en uiteindelijk verloop. |
||||
| Negatieve impact |
Actueel | Maatregelen tegen geweld en intimidatie op het werk |
Intimidatie en discriminatie, die gemeld moeten worden via de Integriteitslijn van UCB, kunnen van invloed zijn op het welzijn, de productiviteit en het behoud van personeel. |
|||||
| Negatieve impact |
Actueel | Diversiteit | Een gebrek aan gelijke kansen voor loopbaanontwikkeling kan leiden tot ontmoediging van werknemers, productiviteitsverlies en uiteindelijk verloop. |
|||||
| Kans | Diversiteit | Zakelijke leiders inzetten als enablers om de principes van diversiteit, gelijkheid en inclusie in heel UCB te helpen stimuleren (bijvoorbeeld diversiteit in klinische studies, gelijke promotie en loon). |
||||||
| Ontwikkeling van werknemers |
Risico | Training en ontwikkeling van vaardig heden |
Het onvermogen om werknemers bij te scholen en te werven met de nieuwe technologische vaardigheden die de industrie nodig heeft (bijvoorbeeld AI, machinaal leren) met de vereiste snelheid van de bedrijfstransformatie kan leiden tot een concurrentienadeel voor UCB. |
|||||
| Kans | Training en ontwikkeling van vaardig heden |
Het volledig integreren van duurzaamheid in de activiteiten van UCB kan leiden tot een grotere aantrekkingskracht van het bedrijf op jongere generaties. |
||||||
| Positieve impact |
Actueel | Gezondheid en veiligheid |
Streven naar hoge normen voor gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers (boven de wettelijke verplichting) en ervoor zorgen dat werknemers zich veilig voelen om zich uit te spreken. |
|||||
| Negatieve impact |
Actueel | Gezondheid en veiligheid |
Verouderde infrastructuur en apparatuur in de productie en de gevolgen daarvan voor de fysieke veiligheid van werknemers. |
|||||
| Negatieve impact |
Actueel | Gezondheid en veiligheid |
Stoffen gebruiken met toxische en kankerverwekkende eigenschappen die rechtstreeks gevolgen kunnen hebben voor werknemers van UCB en hun familie. |
|||||
| Gezondheid, veiligheid en welzijn |
Negatieve impact |
Actueel | Gezondheid en veiligheid |
Productieactiviteiten met een hoog risico, zoals werken op hoogte, in besloten ruimtes, in explosieve atmosferen, met apparatuur onder druk of in de buurt van bouwactiviteiten, met dodelijke afloop of ernstige verwondingen tot gevolg. |
||||
| Negatieve impact |
Actueel | Balans tussen werk en privé |
Hoge werkdruk en lange werktijden, wat leidt tot beeldscherm vermoeidheid, gebrek aan beweging, burn-outs en een afname van de werkefficiëntie. |
|||||
| Risico | Gezondheid en veiligheid en balans tussen werk en privé |
Risico voor reputatie en productiviteit als UCB er niet in slaagt de wereldwijde ambities op het gebied van gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) te realiseren en de HSWB-doelen en -acties niet verwezenlijkt. |
UCB verbindt zich ertoe de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk en de Internationale Bill of Human Rights te respecteren, en we hebben het Global Compact van de VN ondertekend. De rechten van werknemers worden voornamelijk beschermd door wetgeving in verschillende landen, waarbij het beschermingsniveau van land tot land verschilt. UCB heeft minimale richtlijnen opgesteld, waaronder de Gedragscode, het Mensenrechtenbeleid en het Beleid inzake gezondheid, veiligheid en welzijn. Deze wereldwijde beleidslijnen behandelen het onderwerp van werknemersrechten en arbeidsomstandigheden op een hoog niveau, omdat dit onderwerp wordt bepaald door lokale vereisten en voorschriften. De beleidslijnen zijn wereldwijd van toepassing op alle filialen van UCB en worden goedgekeurd door het Uitvoerend Comité. Werknemers worden over deze beleidslijnen geïnformeerd via verplichte trainingssessies.
UCB respecteert met trots de rechten en waardigheid van alle mensen. We streven ernaar om schending van mensenrechten – zoals gedefinieerd in de VN-Verklaring van de Rechten van de Mens – binnen alle bedrijfsactiviteiten te voorkomen. Al onze partners moeten aan die zelfde normen voldoen. We stellen hoge ethische normen en zorgen ervoor dat werknemers met waardigheid en respect worden behandeld. Alle UCB-werknemers moeten de toepasselijke wetten naleven en de mensenrechten respecteren, en voltooien een verplichte jaarlijkse training over mensenrechten.
Ons Mensenrechtenbeleid dient als basis om de meest prioritaire mensenrechtenkwesties voor UCB-activiteiten te bepalen en om due diligence-processen op dergelijke kwesties toe te spitsen (waaronder het bieden van genoegdoening indien een ongunstig effect op de mensenrechten werd veroorzaakt). Prioriteitsgebieden werden bevestigd door middel van een 'salience assessment', die de volgende gebieden omvatte met betrekking tot ons eigen personeel: risico's in verband met derden (met name arbeidsrechten, milieueffecten, corruptie) en nondiscriminatie, niet-intimidatie en eerlijke behandeling voor UCBwerknemers.
We zetten ons in om gedwongen arbeid of kinderarbeid, moderne slavernij en mensenhandel in alle activiteiten en toeleveringsketens te verbieden, te identificeren en te voorkomen. Onze Modern Slavery Act Statement (VK) en Transparency Act Statement (Noorwegen) zijn openbaar. UCB stelt een rapport op in overeenstemming met Canada's Fighting Against Forced Labour and Child Labour in Supply Chains Act.
UCB heeft in 2024 een bestuurskader opgezet om toezicht te houden op onze mensenrechtenbenadering en actief de stem van rechthebbenden te blijven integreren in onze activiteiten. De Chief Ethics and Compliance Officer fungeert als de belangrijkste sponsor voor UCB-brede mensenrechtenactiviteiten en rapporteert regelmatig over mensenrechtenkwesties aan de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité van UCB.
In Europa omvat ons proces van betrokkenheid van werknemers bij arbeidsomstandigheden een Europese Ondernemingsraad en lokale ondernemingsraden. De rechten van werknemers komen aan de orde tijdens regelmatige bijeenkomsten met ondernemingsraden en lokale werknemersvertegenwoordigingen volgens de lokale gebruiken en wetten¹. Deze verantwoordelijkheid valt onder de Chief Human Resources Officer, die ook de Europese Ondernemingsraad voorzit, en het lokale Hoofd Talent of de Talentvertegenwoordiger in het betreffende land.
Individuele updates over werknemersrechten worden verspreid via het platform 'HR Answers', waarop alle lokale beleidslijnen en werknemersrechten zijn opgeslagen. Elke medewerker krijgt een Talent Partner toegewezen met wie contact kan worden opgenomen om eventuele problemen op te lossen. Werknemers worden verder aangemoedigd om feedback te geven via vakbondsleden, ondernemingsraden of lokale groepen voor werknemersbetrokkenheid. Daarnaast verzamelt UCB algemene input via enquêtes (bijvoorbeeld de jaarlijkse Ethics and Business Integrity Perceptions Survey), waar werknemers hun meningen en zorgen kunnen uiten. Naast het verzamelen van feedback uit de jaarlijkse enquête, gebruiken we deze om de beleving en het gedrag van werknemers te beoordelen (bijvoorbeeld met betrekking tot het melden van wangedrag) en om te kijken of ze op de hoogte zijn van de bijbehorende beleidslijnen en de kanalen om een melding te doen.
Er worden in relevante functionele gebieden van UCB 'mensenrechtenkampioenen' aangesteld om de toepassing van de verplichtingen inzake mensenrechten in heel UCB te ondersteunen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de Lead Ethical Business Practices and Sustainability en de Human Rights Working Group om voortdurende verbetering te stimuleren.
1 Ondernemingsraden en werknemersvertegenwoordigingen bestaan nog niet in alle landen.
In 2024 startte UCB een proces om onze inzet voor het verankeren van de principes van diversiteit, gelijkheid en inclusie verder te versterken, zoals uiteengezet in de Gedragscode van UCB, het Mensenrechtenbeleid en ander intern beleid in het hele bedrijf. In 2025 zijn we van plan ons beleid bij te werken om te benadrukken dat we ons blijven inzetten om deze principes op een wettelijk conforme manier te bevorderen en discriminatie in ons personeelsbestand en onze toeleveringsketen te voorkomen. Op de implementatie van dit beleid wordt toegezien door de Chief Human Resources Officer (lid van het Uitvoerend comité) en het Hoofd Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie.
UCB volgt de toepasselijke lokale wetten en voorschriften inzake inclusie op de werkplek en non-discriminatie. Dit omvat ook specifieke lokale richtlijnen op gebieden zoals aanpassingen voor mindervaliden en ouderschapsverlof op elke markt.
De verwachtingen worden gecommuniceerd via inleidende en jaarlijkse trainingsmodules over kwesties in verband met diversiteit, gelijkheid en inclusie (opgenomen in de Gedragscode van UCB), alsook via voortdurende interne communicatiecampagnes (bijvoorbeeld posters op de site; jaarlijks 'Speak Up'-rapport, interne evenementen) om het bewustzijn te vergroten. We controleren de doeltreffendheid van deze maatregelen via de jaarlijkse Ethics and Business Integrity Perceptions Survey van UCB, naast inclusiegerelateerde vragen in de driemaandelijkse enquêtes over de ervaringen van werknemers, en voortdurende feedback via onze Employee Resource Groups (ERG's) en andere focusgroepen.
De feedback van het onderzoek naar de ervaringen van werknemers bij UCB kan helpen om hiaten en uitdagingen te ontdekken en gebieden te benadrukken waarop het bedrijf zijn inspanningen zou moeten richten om inclusie te bevorderen. Hierdoor krijgt UCB inzicht in de unieke uitdagingen waarmee alle werknemers worden geconfronteerd, inclusief werknemers uit ondervertegenwoordigde groepen, en kunnen we ondersteuning op maat bieden.
De resultaten van de enquête worden breed gedeeld om leiders aan te moedigen de resultaten van hun team onbevooroordeeld te interpreteren en kansen te definiëren als aandachtsgebieden voor toekomstige actie. Teams worden ondersteund met beschikbare middelen om actieplannen te ontwikkelen om dergelijke mogelijkheden te onderzoeken en eventuele negatieve gevolgen te beperken. Maandelijkse updates over diversiteit, gelijkheid en inclusie worden verstrekt aan de Chief Human Resources Officer en Executive Vice President en General Counsel van UCB, die deel uitmaken van het Uitvoerend Comité.

Onze wereldwijde routekaart voor diversiteit, gelijkheid en inclusie moet ervoor zorgen dat deze principes in alle aspecten van ons bedrijf worden verweven. Deze initiatieven worden ondersteund door interne pleitbezorgers te voorzien van middelen om het bewustzijn en begrip te vergroten en door ons te blijven inzetten voor inclusieve werving en voor gelijke beloning. Daarnaast hebben we ambitieuze doelen gesteld die aansluiten bij onze activiteiten om de principes van diversiteit, gelijkheid en inclusie te bevorderen.
Het netwerk van gemeenschappen voor diversiteit, gelijkheid en inclusie van UCB - bestaande uit negen Local Councils, acht ERG's en partners - helpt ervoor te zorgen dat de principes van diversiteit, gelijkheid en inclusie worden geïntegreerd in al onze bedrijfsactiviteiten op lokaal niveau. Hun activiteiten omvatten het opzetten van netwerken voor professionele groei, het initiëren van programma's voor mentorschap, het organiseren van gemeenschapsevenementen en het voorlichten van de brede groep werknemers over deze onderwerpen. Ongeveer 30% van het personeel van UCB zet zich in voor of is betrokken bij deze gemeenschappen1 .
Tijdens de maandelijkse 'ERG Office Hours' vinden er uitwisselingen plaats tussen het team voor diversiteit, gelijkheid en inclusie, ERG-leiders en een gezamenlijke community, waardoor interactie en het delen van best practices tussen deze groepen wordt aangemoedigd. Alle werknemers kunnen zich bij deze groepen aansluiten. Deze uitwisselingen bieden deelnemers niet alleen mogelijkheden voor professionele ontwikkeling, maar dienen ook als platform om inzichten en feedback te krijgen van ERG's om nieuwe uitdagingen aan te pakken.
De inzet van UCB voor gelijke kansen en non-discriminatie is ook ingebed in al onze talentprocessen, die worden ondersteund door een uitgebreide portfolio voor onboarding en leren. Onze wervingsprocessen zijn erop gericht te garanderen dat onze interne talentenpool consequent wordt benut voor nieuwe kansen, inclusief het publiceren van alle openstaande vacatures om de transparantie te vergroten. Wervingsmanagers zijn getraind in het bevorderen van gelijke kansen en het beperken van vooroordelen in onze processen voor het aantrekken van talent. Dit geldt ook voor het plaatsen van vacatures, werving, sollicitatiegesprekken en indienstneming.
Er worden ook trainingssessies georganiseerd over onderwerpen als onbewuste vooroordelen en een inclusieve mentaliteit.
Onze wereldwijde talentstrategie moet ervoor zorgen dat gestructureerde interne mobiliteit, professionele ontwikkeling en verwijzingsprogramma's de ontwikkeling van vaardigheden en het delen van expertise aanmoedigen. Via het interne groeicentrum voor werknemers en hun Learning and Talent Partners hebben alle werknemers van UCB toegang tot leerplatforms en cross-functionele vaardigheidsontwikkeling en kunnen ze interne mobiliteits- en leiderschapskansen verkennen. Dit wordt ondersteund door meer investeringen in versnelde leerprogramma's voor leiderschap, meer aandacht voor de ontwikkeling van digitale vaardigheden (bijvoorbeeld AI) en transversale vaardigheden om onze veranderende bedrijfsstrategie te ondersteunen. Er is een proces voor capaciteitsopbouw om ervoor te zorgen dat we voortdurend de huidige en toekomstige vaardigheidstekorten in het personeelsbestand aanpakken.
Onze talentstrategie is erop gericht het risico te beperken dat UCB achterop raakt bij de industrienormen op het vlak van technologie en bredere vaardigheden van het personeelsbestand, evenals de kans dat werknemers elders aan de slag gaan als gevolg van ontevredenheid over de vooruitgang van hun persoonlijke ontwikkeling. Dit valt onder het toezicht van de Chief Human Resources Officer, die deel uitmaakt van het Uitvoerend Comité.
De ontwikkelingspraktijken van het personeel van UCB zijn in overeenstemming met de lokale regelgeving (bijvoorbeeld de nieuwe Belgische arbeidswetgeving over het jaarlijkse trainingsplan en individuele trainingsrechten).
We blijven voortdurend in gesprek met ons personeel om onze aanpak te ontwikkelen via toegewijde 'Learning Partners' die helpen bij het vaststellen en ontwikkelen van cruciale vaardigheden en we meten de vooruitgang door middel van voortdurende enquêtes (bijvoorbeeld het meten van de Net Promoter Score na elk leer- en ontwikkelingsinitiatief).
De driemaandelijkse enquêtes over de ervaringen van werknemers bij UCB bevatten gerichte vragen over de ontwikkeling van werknemers om eventuele zorgen van onze eigen werknemers, mogelijke verbeteringen en hun beleving van hoe dit onderwerp binnen UCB wordt beheerd, in kaart te brengen.
We ondersteunen de vooruitgang van werknemers via voortdurende persoonlijke ontwikkelingsplannen en toegang tot leer- en mobiliteitsplatforms. Dit wordt ondersteund door een cultuur van levenslang leren binnen UCB.
rusten met de juiste vaardigheden op het gebied van people management en de juiste mentaliteit om een groeicultuur onder hun teams te bevorderen.
• Om toptalent op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (O&O) aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden in een concurrerend farmaceutisch talentlandschap, organiseren we verschillende initiatieven die specifiek gericht zijn op wetenschappers en O&O-professionals. Dit omvat korte jobrotaties om werknemers te helpen hun professionele horizon te verbreden en in contact te komen met andere UCB-teams, interne doctoraatsmogelijkheden om onze topafgestudeerden te ontwikkelen en te behouden, externe PhD-sponsorprogramma's met toonaangevende academische instellingen in het VK en de EU om onze talentenpool voor jonge carrières te versterken en mentorprogramma's met senior leiders.
Het wereldwijde beleid van UCB inzake gezondheid, veiligheid en welzijn (HSWB) heeft betrekking op alle werknemers, personeel van derden, bezoekers, contractanten en consultants in alle UCBentiteiten, afgestemd op de ISO 45001-normen. Het beleid wordt goedgekeurd door onze CEO, Chief Human Resources Officer, Executive Vice President, Patient Supply en Head of Health, Safety and Wellbeing, en wordt omgezet in lokale procedures die van toepassing zijn op locatieniveau (rekening houdend met eventuele operationele en regelgevende bijzonderheden).
Met dit beleid leggen we duidelijke HSWB-verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid vast om onze faciliteiten te beheren en schade aan al onze werknemers te voorkomen, om training en hulpmiddelen te bieden voor activiteiten op de werkplek met een verhoogd veiligheidsrisico en om overwegingen met betrekking tot productveiligheidsbeheer te integreren in al onze activiteiten. Dankzij ons proces voor preventie van arbeidsongevallen worden de risico's in de activiteiten van UCB beoordeeld, beperkt en beheerst. Betrokken werknemers worden betrokken bij het risicobeoordelingsproces¹, en we bereiden plannen voor, testen ze en onderhouden ze om een effectieve reactie op voorspelbare noodsituaties mogelijk te maken en de gevolgen ervan te beperken.
Alle belanghebbenden die mogelijk te maken krijgen met het HSWB-beleid kunnen via verschillende kanalen toegang krijgen, waaronder trainingssessies, bewustwordingsprogramma's en interne communicatiecampagnes. De bedoeling hiervan is ervoor te zorgen dat belanghebbenden (waaronder werknemers, leidinggevenden en externe partners) zich bewust zijn van hun rol bij de implementatie ervan.
We erkennen dat de inzichten van werknemers en hun betrokkenheid bij de besluitvorming cruciaal zijn voor het creëren van een veilige en stimulerende werkomgeving. Naast het bevorderen van een organisatiebrede cultuur waarin werknemers zich uitspreken en feedback geven, beoordelen we de perceptie en impact van onze HSWB-initiatieven en stellen we punten van zorg en mogelijke verbeteringen vast via HSWB-gerelateerde vragen in de driemaandelijkse enquêtes over de ervaringen van werknemers.². Gezondheids- en veiligheidscommissies (inclusief werknemersvertegenwoordigers) komen maandelijks bijeen in onze productiefabrieken om potentiële risico's vast te stellen en strategieën te ontwikkelen om deze risico's te beperken. Veiligheidstraining wordt in overeenstemming met
2 Bijgewerkt op basis van een jaarlijks schema om leidinggevenden in staat te stellen om tijdig gerichte maatregelen te nemen.
1 In lijn met de hiërarchische controles van risicobeheer.
individuele rollen en verantwoordelijkheden toegewezen en de trainingsgegevens worden bijgehouden.
Het Global Health, Safety and Wellbeing-team, onder toezicht van de Executive Vice President, Patient Supply (lid van het Uitvoerend Comité), is verantwoordelijk voor de betrokkenheid van het personeel rond gezondheid, veiligheid en welzijn en zorgt ervoor dat de betrokkenheidsstrategieën effectief worden doorgevoerd op alle UCB-locaties. Ze werken samen met interne en externe belanghebbenden en houden KPI's bij zoals incidentpercentages, veiligheidsindicatoren, feedback van werknemers en verzuimpercentages om de effectiviteit te meten.
In 2024 werd een nieuw 'HSWB Essentials'-programma gelanceerd, met als doel ervoor te zorgen dat 100% van de UCB-werknemers valt onder een robuust, gestructureerd en transversaal beheersysteem voor gezondheid, veiligheid en welzijn, ongeacht het soort activiteit en de risico's waarmee ze worden geconfronteerd. We blijven het welzijn van ons personeel bevorderen door middel van speciale training om leidinggevenden te ondersteunen bij het herkennen van tekenen van burn-out in hun teams, naast een nieuw werknemersportaal met leermiddelen en gecentraliseerde contactpersonen voor het hulpprogramma voor werknemers. We breiden ook het bereik van het Welzijnsteam van UCB uit naar andere landen om nieuwe lokale initiatieven te versterken, zoals programma's voor financieel welzijn en certificeringen voor een gezonde werkplek.
De belangrijkste veiligheidsprogramma's voor 2024 omvatten een veiligheidsevaluatie van de productiefabrieken van UCB (met een evaluatie van ons 'safe-by-design'-ontwikkelingsniveau en de nodige herstelplannen), een project om de risico's van chemische stoffen op de werkplek beter te begrijpen (bijvoorbeeld per- en polyfluoralkyl [PFAS]) en de voortzetting van ons trainingsprogramma over veiligheid van chauffeurs waaraan sinds de lancering al meer dan 4500 UCB-werknemers hebben deelgenomen. Er werd een nieuwe cursus Incident Investigation Technique geïntroduceerd om werknemers te ondersteunen bij het vaststellen van de hoofdoorzaken van ongevallen en het opstellen van robuuste plannen voor corrigerende maatregelen. Elders heeft ons programma 'potentially Life-Changing Activities' (pLCA) aanzienlijke vooruitgang geboekt in het beperken van risico's die samenhangen met activiteiten met een hoog risico. Hieruit blijkt onze niet-aflatende inzet voor veiligheid. Dit initiatief zal in 2025 en de jaren daarna worden uitgebreid.
Regelmatige veiligheidsaudits zorgen ervoor dat de normen worden nageleefd en dat de risico's worden beperkt, ondersteund door een degelijk rapportageproces dat werknemers aanmoedigt om veiligheidsincidenten of bijna-incidenten te melden. Er worden onderzoeken uitgevoerd en aan de hand van de resultaten kunnen preventieve maatregelen worden genomen en indien nodig aanvullende trainingen en veiligheidsopleidingen voor werknemers worden georganiseerd. Alle werknemers moeten voldoende gekwalificeerd zijn voordat ze de taken en verantwoordelijkheden van hun functie zelfstandig kunnen uitvoeren. Dit kan door middel van opleiding, ervaring, training of een combinatie daarvan. Er worden specifieke gezondheids- en veiligheidstrainingen (met periodieke1 opfriscursussen) gegeven voor specifieke procedures, processen, vaardigheden, apparatuur, instrumenten, systemen en op elk ander kennisgebied dat van toepassing is voor het uitvoeren van de toegewezen taken en/of verantwoordelijkheden. Managers moeten ervoor zorgen dat de plannen voor training en ontwikkeling van werknemers op de juiste manier worden aangepakt.
Op elke hoofdlocatie is een lokaal HSE-team of vertegenwoordiger aanwezig om het HSE-risicobeheer van de activiteiten en werkplek te regelen. Er zijn ook specifieke aanspreekpunten aangewezen om de risico's met een grote impact door te geven aan het wereldwijde HSWB-team en om te ondersteunen bij de driemaandelijkse beoordeling van de wereldwijde HSWB-risico's. ISO 45001-gecertificeerde locaties worden periodiek beoordeeld op hun gezondheids- en veiligheidsbeheer.
We hebben duidelijke kanalen ingesteld waarlangs werknemers incidenten of zorgen kunnen melden en we zetten ons in om negatieve gevolgen voor ons personeel snel en effectief aan te pakken.
Onze onderzoeksprocessen zijn ontworpen om zorgen snel en eerlijk aan te pakken en we bevorderen het vertrouwen door regelmatige training en communicatie, om deze mechanismen onder de aandacht te brengen. Om te zorgen voor voortdurende verbetering werken we voortdurend ons beleid bij, verbeteren we onze trainingsprogramma's en passen we waar nodig nieuwe technologieën toe.
Om ervoor te zorgen dat elke stem wordt gehoord en gewaardeerd, zijn er meerdere kanalen voor werknemers om zorgen te uiten of vertrouwelijk feedback te geven. Deze omvatten de UCB Integrity Line (beschikbaar in meer dan 200 talen en toegankelijk voor iedereen die een kwestie wil melden via een online platform of via telefoongesprekken) en degelijke incidentenen rapporteringssystemen, evenals de stimulering van open gesprekken tussen werknemers, hun managers en aangewezen vertegenwoordigers van het bedrijf.
Managers die meldingen ontvangen van hun teamleden moeten deze ook melden bij Ethics and Business Integrity (E&BI). Alle ingediende klachten leiden tot een beoordeling, gevolgd door een vertrouwelijk onderzoek, dat kan leiden tot corrigerende disciplinaire maatregelen.
De Chief Ethics and Compliance Officer van UCB is verantwoordelijk voor effectieve processen voor werknemers om hun stem te laten horen en voor een passend onderzoek naar alle meldingen. Het hoofd Global Investigations van UCB volgt en bewaakt de status van de rapporten en onderzoeken. UCB neemt alle meldingen serieus en voert een grondig onderzoek uit. Wanneer iemand een melding doet via de UCB Integrity Line of via E&BI, Talent Partners of Legal, ontvangt de melder een ontvangstbevestiging en informatie over hoe statusupdates over de melding kunnen worden verkregen.
Wij hanteren een degelijk systeem voor incidentenrapportering voor elk incident, bijna-ongeval of potentieel gevaarlijke situatie op UCB-locaties. Zodra een incident is gemeld, coördineert ons team voor gezondheid, veiligheid en welzijn een grondig onderzoek om de hoofdoorzaak te achterhalen en de impact op de betrokken werknemers te beoordelen. Op basis van de onderzoeksbevindingen ontwikkelen en implementeren we een herstelplan om de negatieve impact aan te pakken. Herstelplannen kunnen bestaan uit corrigerende maatregelen, ondersteunende maatregelen voor getroffen werknemers (zoals medische bijstand, aanpassing van de werkplek, terugkeer naar het werk en financiële
1 De frequentie en inhoud van de gezondheids- en veiligheidstraining zijn afgestemd op de eisen/verwachtingen van de uit te voeren relevante activiteiten.
compensatie indien van toepassing) en stappen om herhaling te voorkomen en de belangrijkste lessen te delen binnen UCB. In gevallen waarin de negatieve impact heeft geleid tot aanzienlijke schade, werken we nauw samen met de getroffen werknemers om een ondersteuningsplan op maat te ontwikkelen dat tegemoetkomt aan hun specifieke behoeften.
Regelmatige audits en beoordelingen van het systeem voor incidentrapportage garanderen de nauwkeurigheid en volledigheid en helpen bij het bepalen van verbeteringsgebieden. De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van maatstaven zoals de kwaliteit van een onderzoek en het meten van de naleving van correctieve en preventieve actieplannen (CAPA).
UCB heeft uitgebreide mechanismen om klachten of grieven van werknemers snel, eerlijk en transparant te behandelen, waaronder vertrouwelijke Employee Assistance Programs1 (EAPs) in de meeste landen en een netwerk van vertrouwenspersonen die verantwoordelijk zijn voor het behandelen van grieven en klachten op lokaal niveau. Hierdoor hebben werknemers toegang tot mechanismen voor ondersteuning en oplossing binnen hun regio.
UCB hanteert een strikt anti-vergeldingsbeleid om alle werknemers te beschermen die zorgen uiten of wangedrag melden. Er bestaan vertrouwelijke meldingskanalen voor werknemers om hun bezorgdheid te uiten zonder bang te hoeven zijn dat hun identiteit bekend wordt gemaakt. Dit zijn bijvoorbeeld de UCB Integrity Line en lokale vertrouwenspersonen of talentvertegenwoordigers. Onze EAP biedt vertrouwelijke ondersteuning en hulpmiddelen voor werknemers die te maken hebben met persoonlijke of werkgerelateerde problemen en biedt een extra laag van bescherming en ondersteuning voor werknemers die misschien aarzelen om problemen te melden uit angst voor vergelding. UCB voert regelmatig training en bewustmakingsprogramma's uit om werknemers te informeren over hun rechten en de bescherming die voor hen beschikbaar is. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het belang van het melden van zorgen en ons streven om klokkenluiders te beschermen.
We bewaken voortdurend de effectiviteit van de herstelprocessen door middel van prestatie-evaluaties (KPI's), regelmatige audits en beoordelingen om eventuele hiaten of verbeterpunten vast te stellen en ervoor te zorgen dat onze aanpak effectief blijft en tegemoet komt aan de behoeften van ons personeel.
Dit wordt ook gemeten via onze jaarlijkse enquête over de beleving van ethiek en zakelijke integriteit. De verzamelde feedback helpt ons bij het in kaart brengen van gebieden die voor verbetering vatbaar zijn en zorgt ervoor dat onze communicatie-inspanningen effectief zijn en het vertrouwen van onze werknemers genieten. UCB verzamelt ook feedback van werknemersvertegenwoordigers en comités over de doeltreffendheid van onze rapporteringsprocessen.
In 2024 hebben we de volgende doelstellingen vastgesteld2 :
| Indicator | Doelstelling 2024 |
Doelstelling 2025 |
|---|---|---|
| Index gezondheid, veiligheid en welzijn (Health, Safety and Wellbeing, HSWB) |
81% | 81% |
| Totaal aantal geregistreerde letsels (Total Recordable Injury frequency Rate, TRIR) |
<2,24 | ≤2,53 |
| Frequentiegraad ongevallen met werkverlet (Lost Time Injury frequency Rate, LTIR) |
<1,55 | ≤ 2,17 |
| Ambities met betrekking tot gendervertegenwoordiging op uitvoerend niveau (vrouwen/ mannen) |
42%/58% | 45/55% |
| Inclusie-index | 73% | 75% |
| Werknemers melden dat ze goede mogelijkheden hebben om te leren en te groeien |
>70% | >70% |
Deze doelstellingen omvatten alle werknemers van UCB wereldwijd (en personeel van derden in het geval van veiligheidsdoelstellingen). Deze doelstellingen werden ontwikkeld op basis van voortdurende feedback van verschillende teams binnen UCB voordat ze werden goedgekeurd en bekrachtigd door het Uitvoerend Comité van UCB. Talent Partners kunnen de prestaties en bijdragen van hun partnerteams bijhouden en beoordelingen uitvoeren om de resultaten te evalueren en te bepalen welke verbeteringen nodig zijn.
Landen stellen ook elk jaar specifieke doelen die lokale prioriteiten weergeven, met als doel specifieke doelen te bereiken die bijdragen aan het behalen van mondiale doelen.
2 Alle werknemersgerelateerde doelen zijn ambitieus. Alle arbeidsbeslissingen worden genomen op niet-discriminerende basis. Alle arbeidsbeslissingen worden genomen op basis van verdienste in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving.
1 Werknemers hebben toegang tot EAP-diensten via een wereldwijde lijst van contactpersonen per locatie of door hun lokale HR Answers te raadplegen voor meer informatie.
Kenmerken van UCB-werknemers S1-6
| Aantal per land en geslacht | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Land | Man | Vrouw | Overige | Totaal werknemers |
|
| Europa | 3118 | 3123 | - | 6241 | |
| België | 1711 | 1480 | - | 3191 | |
| Duitsland | 218 | 325 | - | 543 | |
| VK | 372 | 463 | - | 835 | |
| Zwitserland | 426 | 249 | - | 675 | |
| Andere Europese landen | 391 | 606 | - | 997 | |
| Intercontinentaal | 716 | 513 | - | 1229 | |
| China | 32 | 104 | - | 136 | |
| Japan | 475 | 132 | - | 607 | |
| Andere intercontinentale landen | 209 | 277 | - | 486 | |
| VS | 788 | 1120 | - | 1908 | |
| Totaal | 4622 | 4756 | - | 9378 | |
| Vaste en tijdelijke contracten naar geslacht | Vrouw | Man | Overige | Totaal | |
| Aantal vaste werknemers (aantal) | 4466 | 4586 | - | 9052 | |
| Aantal tijdelijke werknemers (aantal) | 156 | 170 | - | 326 | |
| Aantal werknemers met niet-gegarandeerde uren (aantal) |
N.v.t. | N.v.t. | - | N.v.t. | |
| Totaal | 4756 | 4622 | - | 9378 | |
| Vaste en tijdelijke contracten per regio | Europa | VS | Inter continentaal |
Totale | |
| Aantal vaste werknemers (aantal) | 6089 | 1061 | 1902 | 9052 | |
| Aantal tijdelijke werknemers (aantal) | 152 | 168 | 6 | 326 | |
| Aantal werknemers met niet-gegarandeerde uren (aantal) |
N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | |
| Totaal | 6241 | 1229 | 1908 | 9378 |
| 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vertrek | Vrijwillig | Onvrijwillig | Totaal | |
| Europa | 259 | 148 | 407 | |
| Intercontinentaal | 120 | 355 | 475 | |
| VS | 131 | 78 | 209 | |
| Totaal | 510 | 581 | 1091 |
| 2024 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Personeelsverloop | Vrijwillig | Onvrijwillig | Totaal | |
| Administratief/ ondersteunend personeel |
4,5% | 5,0% | 9,5% | |
| Directie | 3,9% | 2,6% | 6,5% | |
| Managers/ professionals |
4,8% | 3,5% | 8,3% | |
| Verkoopteam | 8,2% | 7,4% | 15,6% | |
| Technisch personeel | 4,9% | 1,6% | 6,5% | |
| Totale verloop | 5,3% | 4,2% | 9,5% |
| Percentage werknemers in EER-landen dat onder een collectieve arbeidsovereenkomst valt |
||||
|---|---|---|---|---|
| Dekking collectieve onderhandelingen |
Sociale dialoog | |||
| Werknemers - EER | Vertegen woordiging op de werkplek (alleen EER) |
|||
| Duitsland, België | België | |||
| Duitsland | ||||
| Gender vertegenwoordiging op uitvoerend niveau 1 |
2024 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Man | Vrouw | Overige | Totaal | ||
| Werknemers op topmanagement niveau (aantal) |
98 | 68 | - | 166 | |
| Werknemers op topmanagement niveau (percentage) |
59% | 41% | - | 100% | |
| Leeftijdsverdeling | 2024 | ||
|---|---|---|---|
| van werknemers | <30 | 30-50 | >50 |
| Europa | 412 | 3839 | 1897 |
| Intercontinentaal | 44 | 945 | 333 |
| VS | 58 | 1019 | 831 |
| Totaal | 514 | 5803 | 3061 |
• Het totale verloop is het percentage van werknemers met een vast contract die vrijwillig en onvrijwillig zijn vertrokken in de laatste 12 maanden op het gemiddeld aantal werknemers met een vast contract in 12 maanden.
1 Alle beslissingen over beloning /promotie worden gebaseerd op verdienste en worden genomen zonder rekening te houden met persoonlijke kenmerken zoals geslacht, ras, huidskleur, nationaliteit of etnische afkomst, leeftijd, handicap, seksuele geaardheid, genderidentiteit of -expressie, genetische informatie, religie of veteranenstatus.
| 2024 | |
|---|---|
| Inclusie-index | 70,75 |
In 2024 werd de enquête over de ervaringen van werknemers bij UCB bijgewerkt tot globale driemaandelijkse peilingen, waardoor leidinggevenden de ervaringen van werknemers vaker gedurende het jaar kunnen volgen en hun inspanningen dus kunnen richten op meer doelgerichte mogelijkheden. Er is sprake van een lichte verbetering bij de inclusiedrijfveren 'erbij horen' en 'psychologische veiligheid', maar niet genoeg om de daling bij 'verschillen integreren' te compenseren en zodoende hebben we het gestelde doel niet bereikt. De gedetailleerde resultaten en afsluitende belangrijke inzichten worden gedeeld en besproken met het Talent Leadership-team en de belangrijkste belanghebbenden, zoals de leiderschapsteams van de respectievelijke afdelingen en landenmanagers. Tegelijkertijd ontvangt elke teamleider het rapport met de teamresultaten en wordt zo aangemoedigd om deze te bespreken en als team focusgebieden af te spreken. Het team voor diversiteit, gelijkheid en inclusie biedt voortdurend ondersteuning bij het interpreteren van resultaten en het analyseren van trends.
| Ontwikkeling van werknemers | S1-13 | ||
|---|---|---|---|
| 2024 | |||
| Werknemers melden dat ze goede mogelijkheden hebben om te leren en te groeien |
68,5% | ||
| Man | Vrouw | Overige | |
| % beoordelings gesprekken |
81,1% | 84,2% | - |
| % evaluatiegesprekken |
92,3% | 92,1% | - |
| Gemiddeld aantal opleidingsuren |
52,7 | 43,3 | - |
De perceptie van werknemers dat ze leren en goede carrièremogelijkheden hebben, is essentieel voor een goede werknemerservaring en uiteindelijk voor het behoud van personeel. Het is dus van cruciaal belang dat werknemers het gevoel hebben dat ze leren en groeien. De perceptie van werknemers over de mogelijkheden om te leren en te groeien, is licht verbeterd ten opzichte van vorig jaar, maar we moeten nog verbeteringen doorvoeren om onze doelstelling voor deze belangrijke prestatie-indicator te halen.
| Gezondheid, veiligheid en welzijn S1-14 |
||
|---|---|---|
| 2024 | ||
| % werknemers waarvoor gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen gelden |
64% | |
| Aantal dodelijke ongevallen | 0 | |
| Totaal aantal geregistreerde werkgerelateerde ongevallen |
55 | |
| Percentage geregistreerde werkgerelateerde ongevallen (TRIR) |
2,81 | |
| Totaal aantal verzuimdagen door werkgerelateerd letsel |
466 | |
| Aantal incidenten met werkverlet (LTIR) | 2,41 | |
| HSWB-index | 64,1% |
In 2024 is de HSWB-index gedaald tot 64,1%, wat een aanzienlijke daling betekent ten opzichte van de score in 2023. De onderdelen 'HSWB survey' en 'Employee metrics' zijn grotendeels stabiel gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De daling van de index in 2024 is voornamelijk te wijten aan de waarde van de veiligheidsprestatiecomponent, vertegenwoordigd door de LTIR.
Met name 70% van de arbeidsongevallen deed zich voor op de campus in Braine-l'Alleud (België), zelfs als deze niet direct verband hielden met industriële activiteiten. De onderliggende oorzaken wijzen op tekortkomingen in de processen voor veiligheidsbeheer. Daarom streven we naar ISO 45001-certificering op de campus in Braine-l'Alleud, na succesvolle certificeringen in Bulle (Zwitserland) en Saitama (Japan). We zijn ervan overtuigd dat deze certificering het noodzakelijke kader biedt om de processen voor veiligheidsbeheer te verbeteren en de betrokkenheid van werknemers te bevorderen.
In onze huidige HSWB-index wordt het contrast tussen de toename van ongevallen met een lagere ernst en de substantiële afname van incidenten met een hoge potentie niet vastgelegd. Daarom beoordelen we een mogelijke evolutie van de index in 2025 om de impact van onze HSWB beter te meten. Deze beoordeling stelt ons in staat om de respectieve bijdrage van de verschillende componenten waaruit de index is opgebouwd opnieuw te beoordelen, evenals de geschiktheid van de geselecteerde indicatoren om de prestaties nauwkeurig weer te geven.

| Land | Genderloonkloof |
|---|---|
| België | -1,6% |
| Duitsland | -9,5% |
| Japan | -2,9% |
| Zwitserland | 4,3% |
| Verenigd Koninkrijk | -12,7% |
| Verenigde Staten | -8,6% |
| UCB-populatie (gewogen gemiddelde) | -4,9% |
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
Onze ambitie op het gebied van gelijke beloning is gebaseerd op onze kernwaarden en culturele basis en garandeert dat beloningen eerlijk zijn in verhouding tot individuele bijdragen en de marktrealiteit. De afgelopen jaren hebben we onze positie op het gebied van gelijke beloning per land gemeten en regelmatig gecontroleerd (rekening houdend met aangepaste beloningsverschillen). We hebben mechanismen en instrumenten geïmplementeerd die ervoor zorgen dat er acties worden ondernomen voor een rechtvaardige beloning, op het moment van werving en stapsgewijs tijdens onze jaarlijkse beloningscycli. Een deel van onze loonkloof tussen mannen en vrouwen kan worden toegeschreven aan het feit dat het bedrijf een groter aandeel vrouwen heeft in functies op instapniveau en een kleiner aandeel in de topfuncties, waar de beloning hoger is.
Intern hebben we een methodologie toegepast om de eerlijkheid van individuele salarissen te beoordelen door de werkelijke salarissen te vergelijken met de voorspelde eerlijke salarissen. Deze methodologie houdt rekening met legitieme factoren die van invloed zijn op loonverschillen, zoals functieniveau, anciënniteit en prestaties door de tijd heen. Op basis hiervan kunnen we de gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen (Gender pay gap, GPG) meten. In de meeste landen met veel werkgelegenheid valt de gecorrigeerde GPG binnen de marge van -/+2%, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Zwitserland.
| Bezoldigingsratio | ||
|---|---|---|
| Land | Verhouding | |
| België | 15,5 | |
| Duitsland | 7,0 | |
| Japan | 4,6 | |
| Zwitserland | 4,4 | |
| Verenigd Koninkrijk | 4,4 | |
| Verenigde Staten | 4,1 |
• De maatstaf voor de bezoldigingsratio meet de verhouding tussen de jaarlijkse basisbeloning van de hoogstbetaalde persoon in het land en de mediaan van de jaarlijkse basisbeloning voor alle werknemers in het land, exclusief de hoogstbetaalde persoon.
Incidenten, klachten en ernstige gevolgen voor de mensenrechten S1-17
| 2024 | |
|---|---|
| Aantal klachten ingediend via kanalen voor mensen in het eigen personeelsbestand om zorgen te uiten (mensenrechten) |
9 |
| Aantal gegronde meldingen van discriminatie | 5 |
| Bedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen als gevolg van discriminatie-incidenten en klachten over mensenrechten |
0 |
| Aantal ernstige mensenrechtenkwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel |
0 |
| Bedrag aan boetes, straffen en schadevergoedingen als gevolg van ernstige incidenten inzake mensenrechten |
0 |
Het aantal gegronde meldingen van discriminatie omvat typen zaken van gegronde meldingen van discriminatie en intimidatie. In alle gevallen werd een onderzoek ingesteld naar de betrokken werknemers en in alle gevallen waarin het onderzoek tot een bewezen resultaat leidde, werd de betrokkene(n) ontslagen. Meer informatie over de soorten zaken (behalve discriminatie) die zijn gemeld en de resultaten daarvan is te vinden in het gedeelte Ethische bedrijfspraktijken.
| Impacts, risico's en kansen S2-SBM3 |
||||
|---|---|---|---|---|
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving |
| Werknemers in de waarde keten |
Negatieve impact |
Potentieel | Gezondheid en veiligheid, arbeidstijden, kinderarbeid, dwangarbeid, sociale dialoog |
Het gebruik van chemische stoffen door CMO's of andere zakenpartners die gevestigd zijn in andere regio's dan Europa, waar dergelijke stoffen sterk gereguleerd zijn en die de gezondheid van werknemers op de lange termijn kunnen beïnvloeden door hen bloot te stellen aan giftige stoffen of onveilige werkomstandigheden. |
| Risico | Gezondheid en veiligheid, arbeidstijden, kinderarbeid, dwangarbeid, sociale dialoog |
Risico op reputatieschade en rechtszaken vanwege schendingen van mensenrechten. |
||
| Risico | Gezondheid en veiligheid |
UCB voldoet niet aan de toekomstige regelgeving inzake due diligence op het gebied van mensenrechten (bijvoorbeeld de Corporate Sustainability Due Diligence Directive) die een impact heeft op UCB. |
We definiëren werknemers in de waardeketen als werknemers die werken voor onze directe leveranciers (Tier-1), d.w.z. onze Contract Manufacturing Organizations (CMO's) en andere zakenpartners, en werknemers in de waardeketen bij de onderleveranciers van directe zakenpartners, zowel upstream als downstream. Voor werknemers van buiten UCB die op UCBlocaties werken, zie Eigen personeel – Gezondheid, veiligheid en welzijn voor meer informatie over verwante onderwerpen voor gezondheids- en veiligheidsbeheer. We hebben een aantal groepen werknemers in de waardeketen aangewezen die bijzonder kwetsbaar zijn, zoals kinderen, vrouwen of arbeidsmigranten.
UCB heeft directe leveranciers in landen met een risico op kinderarbeid in het algemeen, waaronder landen als Brazilië, India, Mexico en Turkije, en met een risico op mogelijke dwangarbeid in India. Als zodanig is er een effectbeoordeling uitgevoerd om de hotspots met betrekking tot mensenrechten en milieukwesties (d.w.z. grondstoffen, landen en industriesectoren) in onze waardeketen te identificeren.
De beoordeling was gebaseerd op een aantal datapunten, waaronder de waardeketenanalyse van UCB, risico-informatie op het EcoVadis-platform en beschikbare gegevens uit het rapport Material Specific Human Rights & Environmental Impact Assessment (2020) van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI) over risicovolle grondstoffen die worden gebruikt in de farmaceutische industrie, in combinatie met openbaar beschikbare informatiebronnen over waardeketenrisico's, zoals MVO Risico Checker, Fairtrade, de lijst van goederen geproduceerd door kinderarbeid of gedwongen arbeid van het Amerikaanse ministerie van Arbeid, en de database over kinderarbeid van UNICEF. De risico-evaluatie werd uitgevoerd volgens de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (2011), rekening houdend met de ernst en waarschijnlijkheid van het risico. We hebben gebieden in kaart gebracht die te maken kunnen hebben met mogelijke kinderarbeid, dwangarbeid of mensenhandel, en mogelijk getroffen kwetsbare groepen. We hebben ook vastgesteld welke mensenrechten per gebied gevaar lopen, zoals het recht op onderwijs en het recht op eerlijke arbeidsomstandigheden.
Op basis van onze beoordeling lopen we het grootste risico om bij te dragen aan of in verband te worden gebracht met arbeids- en mensenrechten, waaronder gezondheids- en veiligheidsrisico's, wanneer we werken met CMO's of gebruikmaken van specifieke grondstoffen met een hoog risico uit landen met verhoogde risico's, ook al zijn onze aankoopvolumes van dergelijke producten laag. De effectbeoordeling van UCB, gebaseerd op onze analyse van de waardeketen voor de materialen waarop PSCI de aandacht vestigt, stelde een matig risico vast op kinderarbeid, gedwongen of verplichte arbeid met betrekking tot sommige grondstoffen die hun oorsprong vinden in de landbouw of mijnbouw. Hieronder vallen grondstoffen of producten die rubber, palmoliederivaten, suiker of aluminium bevatten. We beseffen dat er een risico is op kinderarbeid of dwangarbeid in sommige landen die deze grondstoffen leveren, zoals Indonesië, Maleisië, Thailand en India.
In de meeste gevallen kopen we deze grondstoffen niet rechtstreeks in en komen ze van buiten onze eerstelijnsleveranciers. We hebben momenteel beperkt zicht op de landen van herkomst van grondstoffen in onze waardeketen buiten de directe Tier 1-leveranciers. In ons streven om de transparantie van de herkomst van dergelijke grondstoffen te verbeteren, zullen we in 2025 een vragenlijst over duurzaamheid van grondstoffen introduceren bij onze leveranciers en technologische oplossingen invoeren om de transparantie in onze waardeketen te verbeteren. Voor de grondstoffen die palmoliederivaten bevatten, hebben we zicht op de leveranciers van UCB die gecertificeerd zijn door de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). Deze certificering is inclusief criteria voor arbeidsomstandigheden en mensenrechten.
Tot nu toe hebben we geen bewijs van kinderarbeid of gedwongen of verplichte arbeid onder werknemers in onze waardeketen.
Onze verwachtingen inzake hoge ethische werknormen, respect voor mensenrechten en eerlijke behandeling in de activiteiten van onze zakenpartners worden uiteengezet in onze contractmodellen voor leveranciers, evenals in organisatiebrede UCB-beleidslijnen:
Raadpleeg voor meer informatie over de Gedragscode, het gedeelte Ethische bedrijfspraktijken.
In ons Mensenrechtenbeleid, verplichten we ons om in gesprek te gaan met houders van rechten, waaronder werknemers in onze waardeketen en individuen in de gemeenschappen waarin we actief zijn. We verwachten van onze zakenpartners dat ze ernaar streven om negatieve gevolgen voor de mensenrechten in alle onderdelen van hun bedrijf te voorkomen, dat ze expliciet de veiligheid en gezondheid van hun werknemers waarborgen, dat ze hun personeel eerlijk en tijdig belonen en dat ze elke vorm van intimidatie of discriminatie afwijzen, en meer in het algemeen dat ze integer handelen tijdens het zakendoen. Daarnaast beschrijven
we onze verwachtingen dat zakenpartners de impact van hun activiteiten op het milieu minimaliseren om te voorkomen dat houders van rechten worden geschaad. De Chief Ethics and Compliance Officer fungeert als de belangrijkste sponsor voor UCB-brede mensenrechtenactiviteiten en rapporteert regelmatig over mensenrechtenkwesties aan de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité van UCB.
UCB werd in 2024 aangepast aan de bijgewerkte principes van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI). In de normen wordt van zakelijke partners verwacht dat zij de richtlijnen van de Verenigde Naties voor bedrijven en mensenrechten en de richtlijnen van de OESO voor multinationale ondernemingen voor verantwoord zakelijk gedrag naleven. Zakelijke partners ondersteunen en respecteren internationaal uitgeroepen mensenrechten en zorgen ervoor dat ze niet medeplichtig zijn aan schendingen van mensenrechten. De belangrijkste aanpassingen van de normen op het gebied van arbeidsomstandigheden en mensenrechten omvatten de toevoeging van verwachtingen met betrekking tot bestuur en managementsystemen (zoals het voorzien in klachtenmechanismen), nieuwe vereisten met betrekking tot arbeidspraktijken (zoals een maximum van 48 werkuren per week op regelmatige basis en de verwachting van betaling van een leefbaar loon) en de sterke aanmoediging voor toeleveranciers om due diligence op het gebied van mensenrechten uit te voeren in hun waardeketen, in lijn met de richtlijnen van de VN en de OESO. Bovendien werd duidelijk gemaakt dat de UCB Integrity Line beschikbaar is voor werknemers van leveranciers. De Responsible Sourcing Standards voor Business Partners staan onder toezicht van de Chief Procurement Officer.
Zowel het Mensenrechtenbeleid als de Responsible Sourcing Standards for Business Partners verbieden expliciet kinderarbeid en elke vorm van moderne slavernij, inclusief dwangarbeid of mensenhandel, bij onze zakenpartners. UCB verwacht ook dat zakenpartners deze, of gelijkwaardige normen, toepassen in hun eigen upstreamwaardeketen.
Ons interne Third Party Risk Management Policy, waaraan momenteel de laatste hand wordt gelegd en dat volgens de planning in 2025 zal worden geïntroduceerd, heeft ook betrekking op risico's op het gebied van milieu, maatschappij en goed bestuur en beschrijft ons streven om due diligence uit te voeren in onze waardeketens om materiële risico's en potentiële en daadwerkelijke negatieve gevolgen te beheersen.
Ten slotte is er ons Beleid inzake gezondheid, veiligheid en welzijn (zie het gedeelte Gezondheid, veiligheid en welzijn) voor werknemers van buiten UCB die werken op UCB-locaties waar ook ter wereld, naast stafleden, werknemers en bezoekers van UCB.
Onze Modern Slavery Act Statement (VK) en Transparantiewet (Noorwegen) zijn openbaar. UCB stelt een rapport op in overeenstemming met Canada's Fighting Against Forced Labour and Child Labour in Supply Chains Act.
We gaan voortdurend in gesprek met houders van rechten, waaronder leveranciers, werknemers in onze waardeketen en mensen die wonen in de gemeenschappen waarin we actief zijn. Dit doen we door middel van audits bij leveranciers op locatie, EcoVadis-gesprekken en voortdurend contact met zakenpartners.
Gezondheids- en veiligheidsaudits van leveranciers op locatie zijn afgestemd op de protocollen van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI). Onderdeel van het auditprotocol is het interviewen van medewerkers¹, waaronder supervisors en werknemers op de werkvloer. De frequentie van het contact hangt af van de auditintervallen van de leverancier, de kriticiteit van de zakenpartner en eerdere auditbevindingen, maar ook van andere criteria (bijvoorbeeld of er eerdere audits van de leverancier door branchegenoten beschikbaar zijn in de gedeelde PSCIledendatabase). We streven ernaar om de reikwijdte van deze audits in 2025 uit te breiden met onderwerpen op het gebied van arbeids- en mensenrechten. Dit moet leiden tot diepgaandere inzichten bij leveranciers uit andere geselecteerde categorieën dan CMO's en tot het opnemen in de beoordeling van kwetsbare groepen, zoals zwangere vrouwen, jonge werknemers en werknemers met reeds bestaande aandoeningen.
We beoordelen de effectiviteit van de opdracht door de afsluiting van correctieve actieplannen (CAP's) met betrekking tot de auditbevindingen te monitoren. Het beheren van de betrokkenheid van CMO's is de verantwoordelijkheid van het hoofd van External Manufacturing.
We gaan ook de dialoog aan met leveranciers via het EcoVadisplatform. We nodigen onze kritische, strategische en leveranciers met hoge volumes uit om door EcoVadis geëvalueerd te worden op hun duurzaamheidsthema's en, waar nodig, CAP's aan te vragen om hun duurzaamheidsniveau te verbeteren. Betrokkenheid vindt plaats via aangewezen vertegenwoordigers van leveranciers die de EcoVadis-beoordeling uitvoeren en verantwoordelijk zijn voor de vastgestelde verbeterpunten, inclusief die met betrekking tot arbeids- en mensenrechten.
De vertegenwoordigers van UCB hebben regelmatig contact met onze belangrijkste zakenpartners om duurzaamheidsthema's te bespreken naast commerciële en kwaliteitsgerelateerde zaken.

In het geval dat UCB een negatieve impact op de mensenrechten zou veroorzaken, zullen we proberen dit te herstellen. Alle werknemers in onze waardeketen kunnen potentiële klachten over mensenrechten melden bij de UCB Integrity Line. Meer informatie over de Integrity Line is beschikbaar in het gedeelte Ethische bedrijfspraktijken.
Als onderdeel van ons Mensenrechtenbeleid verplichten we ons om een kanaal te bieden voor het melden van klachten en een klachtenmechanisme dat is afgestemd op het UNGP, zodat houders van rechten die negatieve gevolgen ondervinden hun
zorgen kenbaar kunnen maken. Alle gegronde gevallen van wangedrag worden doorgegeven aan het management, zodat passende actie kan worden ondernomen en een oplossing kan worden gezocht.
In onze Responsible Sourcing Standards for Business Partners eisen we van zakenpartners dat ze klachtenmechanismen opzetten die toegankelijk zijn voor interne en externe belanghebbenden om zorgen te melden, zonder vergelding of dreiging met vergelding. Zakenpartners informeren hun werknemers ook dat zij de UCB Integrity Line kunnen gebruiken om klachten te melden over nietnaleving van de normen van UCB.

Intern hebben we de capaciteit op het gebied van mensenrechten in onze inkoopteams versterkt en een online cursus 'Human Rights Due Diligence and Procurement' aangeboden aan collega's die betrokken zijn bij inkoopactiviteiten. Dit om hun vaardigheden op het gebied van mensenrechtenbeheer in de waardeketen te vergroten.
Herzieningen van de Responsible Sourcing Standards van UCB werden aan ongeveer 10.000 leveranciers bekendgemaakt en we hebben ook de dekking van EcoVadis onder onze leveranciers uitgebreid. De verbeterde dekking helpt om werkelijke en potentiële negatieve problemen met betrekking tot werknemers in de waardeketen beter te monitoren en vast te stellen, en om corrigerende maatregelen van ons leveranciersnetwerk te vragen. De gemiddelde arbeids- en mensenrechtenscore van onze leveranciers in EcoVadis is 64, vergeleken met een gemiddelde arbeids- en mensenrechtenscore van 50 in het EcoVadis-netwerk.
We hebben onze interne instructies voor Fusies & Overnames verduidelijkt om overwegingen inzake arbeid en mensenrechten op te nemen in het due diligence-proces van UCB. Op die manier kunnen we de risico's evalueren die verbonden zijn aan de waardeketens van potentiële partners. Op basis van onze beoordeling van de risico's voor arbeidsrechten en mensenrechten kunnen we onze due diligence-acties prioriteren op basis van de gebieden met de grootste impact. We doen dit door samen te werken met leveranciers waarvan op basis van de resultaten van de effectbeoordeling is vastgesteld dat ze de grootste risico's voor mensenrechten en het milieu met zich meebrengen.
We hebben onze toeleveranciers ondersteund bij het vergroten van hun kennis over mensenrechten door hen toegang te geven tot trainingsprogramma's zoals de EcoVadis Academy, het programma voor capaciteitsopbouw van het Responsible Health Initiative tegen moderne slavernij, conferenties van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative in India en China en on-demand Learnster-cursussen.
In 2024 voerde UCB zes audits uit op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu bij zijn CMO's, en er werden geen materiële gevolgen vastgesteld die corrigerende maatregelen vereisten. Als tijdens een audit ter plaatse een kritieke bevinding aan de orde wordt gesteld, zullen interne UCB-auditors de situatie beoordelen en indien nodig escaleren voor follow-upactie in de risicobeheerinstrumenten van UCB. Bovendien hebben we als lid van het Pharmaceutical Supply Chain Initiative (PSCI) toegang tot auditrapporten voor sommige van onze CMO-partners² die zijn uitgevoerd door andere PSCI-leden, waardoor we hun prestaties indirect kunnen beoordelen dankzij audits die zijn uitgevoerd door

We streven ernaar om onze kritische, strategische leveranciers met hoge volumes in ons wereldwijde leveranciersnetwerk te betrekken via het EcoVadis-platform.
| Indicator | Doelstelling 2024 |
Doelstelling 2025 |
|---|---|---|
| Externe uitgaven voor leveranciers met een geldige EcoVadis-score |
65% | 70% |
| UCB heeft zijn leveranciers opnieuw beoordeeld om hun EcoVadis-score op het gebied van arbeids- en mensenrechten te verbeteren |
50% | 50% |
Deze doelstellingen zijn gedefinieerd in samenwerking met de belangrijkste interne belanghebbenden die betrokken zijn bij het beheer van leveranciersrelaties, waaronder onze External Manufacturing-organisatie die CMO's beheert. Verbetering in deze scores is naar schatting gecorreleerd met het feit dat onze toeleveranciers hun negatieve impact op werknemers in de waardeketen verminderen en mogelijk hun positieve impact op werknemers in de waardeketen vergroten. Werknemers in de waardeketen, hun legitieme vertegenwoordigers of betrouwbare gevolmachtigden zijn niet rechtstreeks betrokken bij het vaststellen van de doelen. UCB zal methoden onderzoeken om hen in de toekomst te betrekken bij het stellen van doelen.
| 2024 | |
|---|---|
| % van uitgaven gedekt door EcoVadis beoordeelde leveranciers |
69% |
| % leveranciers die hun EcoVadis-score voor arbeid en mensenrechten hebben verbeterd |
45% |
In 2024 was 69% van de inkoopuitgaven van UCB gedekt door een geldige EcoVadis-score. De doelstelling van 65% werd overschreden en er was verbetering ten opzichte van ons cijfer voor 2023. We zullen ons blijven inspannen om de dekking van onze EcoVadis-uitgaven in 2025 te verbeteren en zullen onze leveranciers actief aanmoedigen om een EcoVadis-minimumscore van ten minste 45 te behalen.
45% van de toeleveranciers van UCB verbeterde hun arbeids- en mensenrechtenscore in 2024, vergeleken met de vorige beoordeling, die onder de doelstelling van 50% lag. We streven ernaar om dit resultaat in 2025 te verbeteren door toeleveranciers aan te moedigen om de voorgestelde corrigerende actieplannen (CAP's) met betrekking tot arbeids- en mensenrechten uit te voeren en door middelen voor capaciteitsopbouw beschikbaar te stellen via PSCI, EcoVadis en het Responsible Health Initiative. De verbetering van EcoVadis-scores en vooruitgang bij het afsluiten van CAP's is hoe de prestaties worden afgezet tegen de doelstellingen.
In 2024 werd één melding gedaan via de UCB Integrity Line die betrekking had op werknemers in de waardeketen en die werd gemeld door een niet-werknemer. De zaak werd ongegrond bevonden.
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving |
|---|---|---|---|---|
| Wetenschap pelijke innovatie |
Positieve impact |
Actueel | Gevestigde expertise en baanbrekend onderzoek en innovatie, en het behouden van UCB's rol als leider in innovatie op het gebied van epilepsie. |
|
| Positieve impact |
Actueel | Gevestigde expertise en sterke punten in onderzoek en ontwikkeling voor neurologische en immunologische ziekten. |
||
| Positieve impact |
Potentieel | Gebruik van technologische oplossingen zoals AI die het ontdekken en ontwikkelen van medicijnen versnellen. |
||
| Negatieve impact |
Actueel | Gefragmenteerde aanpak van wetenschappelijke innovatie (wetenschappelijke innovatie, bewijsvoering en patiëntenbetrokkenheid). |
||
| Negatieve impact |
Potentieel | Onevenwichtige toewijzing van middelen ten gunste van een van de drie PPP-aspecten (platform, paden en patiënten) en daardoor niet aan de onderliggende behoeften van patiënten voldoen. |
||
| Risico | Risico op noodzakelijke aanpassing van manieren om wetenschappelijke innovatie uit te voeren als gevolg van nieuwe verboden op persistente chemicaliën. |
|||
| Risico | Risico van O&O-innovatie (oplossingen, behandelingsmethoden) die de marktgoedkeuringsfase niet doorkomt, wat gevolgen heeft voor de productie van geneesmiddelen op industrieel niveau en een lager rendement op investeringen met zich meebrengt vanwege de hoge initiële O&O-kosten. |
|||
| Kans | Patiënten bereiken via oplossingen die tegemoetkomen aan hun onvervulde behoeften. |
|||
| Positieve impact |
Actueel | Het bieden van financiële steun aan onverzekerde of onderverzekerde patiënten via het UCB Patient Assistance Program (PAP) voor oplossingen van UCB in de VS, waaronder hulp voor patiënten, hulp bij eigen bijdragen en gratis of afgeprijsde goederen, afhankelijk van het inkomensniveau. |
||
| Positieve impact |
Potentieel | De toegang tot de oplossingen van UCB vergroten via lokale partnerschappen met publieke, private en niet-statelijke partijen in verschillende regio's. |
||
| Positieve impact |
Actueel | Opschaling van het sociaal bedrijfsmodel in India (inclusief het huidige sociaal bedrijfsmodel in Mumbai) en in andere regio's (Rwanda en Brazilië). |
||
| Gelijke toegang |
Positieve impact |
Potentieel | De toegang uitbreiden door de verschillende bedrijfsmodellen in alle regio's en activiteiten van UCB te ontwikkelen. |
|
| tot genees middelen |
Negatieve impact |
Actueel | Lanceringsequentiestrategieën (ook bekend als 'internationale referentieprijsstrategieën') die de lancering van nieuwe oplossingen uitstellen in landen met potentieel lagere prijzen. |
|
| Negatieve impact |
Potentieel | Gebrek aan implementatie van diversiteit in klinisch onderzoek als gevolg van onvoldoende vertegenwoordiging van relevante patiëntengroepen om klinische kennis te bevorderen, wat leidt tot geneesmiddelen die ongeschikt zijn voor de behoeften van verschillende patiëntenpopulaties. |
||
| Risico | Gelijke toegang tot genees middelen |
Gebrek aan een gemeenschappelijke definitie van de waarde van farmaceutische oplossingen voor de samenleving (er worden vaak verschillende aannames en inputs gebruikt), wat leidt tot verschillen in dekking en druk (inclusief regelgeving) om de richtprijzen te verlagen. |
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving |
|---|---|---|---|---|
| Gelijke | Risico | Gelijke toegang tot genees middelen |
Externe krachten (bijvoorbeeld markttoelating, negatieve Health Technology Assessments (HTA), dekking door betaler) en interne krachten (bijvoorbeeld gebrek aan focus/gebrek aan interne afstemming) vertragen de lancering en in sommige gevallen de commercialisering van oplossingen van UCB. |
|
| toegang tot genees middelen |
Risico | Diversiteit in klinische proeven |
Gebrek aan aandacht voor vertegenwoordiging in klinische onderzoeken kan leiden tot reputatieschade en het risico dat de regelgeving niet wordt nageleefd. |
|
| Kans | Gelijke toegang tot genees middelen |
Het ontwikkelen van de verschillende bedrijfsmodellen in alle regio's en activiteiten van UCB (met inbegrip van het verstrekken van vrijwillige licenties voor instellingen en partners met een laag en gemiddeld inkomen). |
||
| Patiënt veiligheid en product kwaliteit |
Positieve impact |
Actueel | Door te zorgen voor hoogwaardige medicatie (inclusief hulpmiddelen) en transparante informatie over hoe medicatie op de juiste manier moet worden bewaard en gebruikt, kunnen geneesmiddelen van UCB ziekten effectief behandelen en tegelijkertijd het risico op bijwerkingen verminderen. |
|
| Negatieve impact |
Actueel | Vertragingen in de productlancering of leveringstekorten als gevolg van kwaliteitsproblemen leiden tot een verminderde toegang tot geneesmiddelen voor patiënten die oplossingen van UCB nodig hebben (patiënten zijn afhankelijk van sommige oplossingen). |
||
| Risico | Het niet-handhaven van een hoge productkwaliteit en patiëntveiligheid kan leiden tot reputatieschade, boetes van regelgevende instanties en verlies van marktaandeel, wat de winstgevendheid en aandeelhouderswaarde van het bedrijf kan aantasten. |
|||
| Positieve impact |
Actueel | Toegenomen medische en wetenschappelijke kennis van zorgprofessionals in gebieden met lage en middeninkomens. |
||
| Positieve impact |
Potentieel | UCB zou rechtstreeks gezondheidszorgsystemen kunnen versterken in gebieden met een laag en middeninkomen en daarbuiten (bijvoorbeeld door informatie te verstrekken, bij te dragen tot een snellere diagnose, de duurzaamheid op lange termijn van de distributiekanalen te verzekeren). |
||
| Veerkracht | Positieve impact |
Potentieel | Meer samenwerking met derden, zoals lokale overheidsinstanties, betalers en collega's, om zorgstelsels te versterken in regio's met een laag en middeninkomen en daarbuiten. |
|
| van de gezondheids stelsels |
Risico | Fragmentatie van het zorgstelsel in het algemeen (d.w.z. gebrek aan holistische benadering in en binnen landen, gebrek aan duidelijke definities en richtlijnen, gefragmenteerde patiëntenpopulaties). |
||
| Risico | Inefficiënties van het gezondheidszorgsysteem die de financiële prestaties van UCB beïnvloeden. |
|||
| Risico | Gebrek aan zorgprofessionals beïnvloedt de toegang van patiënten tot oplossingen van UCB en verergert de ongelijkheid. |
|||
| Risico | Externe druk, zoals inflatie en economische uitdagingen, die van invloed zijn op investeringsbeslissingen, de keuze van het bedrijfsmodel en de prestaties op lange termijn met betrekking tot de veerkracht van het zorgstelsel. |
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving | |
|---|---|---|---|---|---|
| Privacy en | Risico | Privacy | UCB-breed risico op datalekken of cyberaanvallen, wat leidt tot reputatieschade, operationele verstoring en gevolgen voor wet- en regelgeving. |
||
| gegevens bescherming |
Risico | Privacy | Evoluerende nieuwe regelgeving over het gebruik van persoonsgegevens zou invloed kunnen hebben op de huidige verzameling van gegevens voor klinische onderzoeken door UCB. |
||
| Positieve impact |
Potentieel | Toegang tot kwaliteits informatie, verantwoorde marketing praktijken |
KPI's voor duurzame impact integreren in de verkoop- en marketingteams in alle activiteiten van UCB kan de afstemming bevorderen in de strategische richting van UCB als een bedrijf dat positieve impact bevordert. |
||
| Verant woorde verkoop en marketing |
Negatieve impact |
Potentieel | Toegang tot kwaliteits informatie, verantwoorde marketing praktijken |
Commercieel team mogelijk betrokken bij verkoop- en marketingpraktijken die niet in overeenstemming zijn met de Gedragscode. Dit kan leiden tot verkeerde informatie aan artsen en mogelijk onjuist gebruik van medicatie of overconsumptie van medicatie door patiënten. |
|
| Risico | Toegang tot kwaliteits informatie, verantwoorde marketing praktijken |
Reputatierisico's en financiële risico's (rechtszaken) door onethische verkoop- en marketingpraktijken. |
|||
| Betrokken heid van patiënten |
Positieve impact |
Actueel | Vrijheid van mening suiting, non discriminatie |
Oplossingen leveren die tegemoetkomen aan de behoeften, prioriteiten en voorkeuren van patiënten door van onderzoek tot markt met hen te 'co-creëren', wat leidt tot betere resultaten, toegang en ervaring voor patiënten. |
|
| Risico | Vrijheid van menings uiting, non discriminatie |
Door patiënten niet te betrekken, kan UCB aanzienlijke financiële schade oplopen omdat de resultaten die de oplossing oplevert niet zijn afgestemd op de behoeften, prioriteiten en voorkeuren van patiënten. |
|||
| Kans | Non discriminatie |
Verdere toename van consistente en systematische partnerschappen met patiëntengemeenschappen, in de hele waardeketen die leiden tot een op de patiënt afgestemde besluitvorming en co-creatie bij het nastreven van het gemeenschappelijke doel om de resultaten voor patiënten te |
verbeteren.
Wetenschappelijke innovatie bij UCB wordt gestuurd door een reeks kaders, besluitvormingsorganen, comités en strategieën. Elk van deze onderdelen heeft specifieke doelstellingen en werkterreinen die de hele O&O-waardeketen bestrijken, onder toezicht van onze Chief Medical Officer, Chief Scientific Officer, die deel uitmaakt van ons Uitvoerend Comité, en bestuurslichamen voor de portefeuille.
Wetenschappelijke innovatie in onze pijplijn wordt gekanaliseerd aan de hand van belangrijke beslissingscriteria die op elk beslissingsmoment en in elke onderzoeksfase worden toegepast, zoals strategische geschiktheid en innovatiepotentieel, wetenschappelijke onderbouwing, risico en haalbaarheid (met een uitgebreide beoordeling van biologische, technische en waardecreërende risico's). Een gestructureerd kader wijst middelen doelgericht toe en brengt onze portfolio in balans over verschillende dimensies, variërend van pre-pijplijn en
onderzoeksprojecten tot technologieplatforms, ontwikkeling vóór en na de Proof of Concept-fasen, modaliteiten en patiëntenpopulaties.
Besluitvormingsorganen op het gebied van O&O houden uitgebreid toezicht op de hele waardeketen en zorgen voor waardegedreven, consistent en op feiten gebaseerd bestuur. Deze organen vergemakkelijken de goedkeuring van nieuwe onderzoeksdoelen, begeleiden de selectie van kandidaten en brengen projecten op gang die moeten leiden tot geneesmiddelen zonder risico. Ze houden ook toezicht op de beoordeling en bekrachtigen de proof-of-concept-criteria, zodat de overgang van kandidaat naar product naadloos verloopt. Dit gestructureerde bestuursproces helpt bij het beheren van de gevolgen, risico's en mogelijkheden van wetenschappelijke innovatie.
UCB volgt een welomschreven kader voor externe betrokkenheid dat benaderingen en processen schetst om samen te werken met de bredere wetenschappelijke gemeenschap, met inbegrip van wetenschappelijke partnerschappen en sponsoring. Deze aanpak
maakt het mogelijk om partnerschappen nauwkeurig te volgen, zorgt voor strategische afstemming op portefeuilleniveau en bevordert consistentie, naleving en transparantie.
Ons Mensenrechtenbeleid met betrekking tot het recht op gezondheid en wetenschappelijke innovatie sluit nauw aan bij onze ambitie om te voorzien in onvervulde medische behoeften door middel van gedifferentieerde oplossingen. We hanteren een patiëntgerichte aanpak die prioriteit geeft aan de rechten en behoeften van mensen met ernstige ziekten in onze wetenschappelijke innovatiestrategie. In ons onderzoek wordt dit aangetoond door onze benadering van menselijke pathobiologie, die streeft naar een diepgaand begrip van biologische veranderingen in menselijke ziekten. Daartoe identificeren we de etiologische mechanismen van ziekten, ontwerpen we menselijke functionele modellen om hypotheses te testen en vergroten we ons begrip van de heterogeniteit van patiënten.
UCB werkt actief samen met patiënten, zorgprofessionals en andere belanghebbenden om inzicht te krijgen in hun zorgen en om hun feedback vanaf de vroegste stadia op te nemen in onze innovatieprocessen. Onze geïntegreerde onderzoeksbenadering zorgt voor een evenwichtige focus op het blootleggen van ziektetrajecten, het begrijpen van de behoeften van patiënten en het benutten van geavanceerde technologieën om innovatieve behandelingen te ontwikkelen.
De dimensie 'maatschappelijke behoeften' in onze beoordeling van onvervulde medische behoeften (UMN), die de huidige en toekomstige impact van ziekten op patiënten en de samenleving in kaart brengt, zorgt ervoor dat wetenschappelijke innovatie-inspanningen gericht zijn op essentiële behoeften en afgestemd zijn op gezondheidsprioriteiten en ziektelast. Dit geeft richting aan onze inspanningen om niet alleen wetenschappelijk betrouwbaar, maar ook maatschappelijk relevant te zijn door bij te dragen aan het verminderen van de wereldwijde ziektelast.
Duurzaam denken over het milieu is ook vanaf het begin verankerd in onze ambities voor onderzoeksprojecten, door middel van initiatieven zoals het implementeren van strategieën om het gebruik van verboden stoffen te minimaliseren (zoals het terugdringen van het gebruik van organische oplosmiddelen).
Onze strategische partnerschappen ter aanvulling van onze O&O-inspanningen omvatten bilaterale onderzoekssamenwerkingen, gedeelde PhD-studieprogramma's, licentieovereenkomsten voor activa en publiek-private consortia, zoals de consortia die worden gefinancierd door Horizon Europe in het kader van het Innovative Health Initiative. UCB Ventures ondersteunt startende ondernemingen in de biowetenschappen en technologie met toegezegde investeringsfondsen op lange termijn, met als doel baanbrekende wetenschappelijke innovaties mogelijk te maken op gebieden die grenzen aan of verder reiken dan de kernactiviteiten van UCB. Na de recente investering van € 81 miljoen door het Waalse Gewest van België, ondersteund door BioWin, leidt UCB een werktraject in samenwerking met Thermo Fisher Scientific gericht op het bevorderen van analytische gentherapietechnologieën voor recombinant adeno-geassocieerd virus (rAAV)-vectoren. Dit initiatief zal sectoroverschrijdende samenwerking bevorderen, waarvan verschillende belanghebbenden in de waardeketen zullen profiteren.
Tot slot werken we tijdens het ontwikkelingsproces in een vroeg stadium samen met regelgevers en beleidsmakers. We doen dit door middel van directe, onderwerpspecifieke interacties en vertegenwoordiging in consortia die de hele industrie omvatten, om ervoor te zorgen dat onze wetenschappelijke innovaties aan alle noodzakelijke normen voldoen en duurzaamheid op de lange termijn ondersteunen.
We streven ernaar onze geneesmiddelen beschikbaar te maken voor zoveel mogelijk patiënten en werken nauw samen met lokale gezondheidszorgsystemen, betalers en partners om de toegang te verbeteren door middel van aangepaste benaderingen die zowel de behoeften van mensen met ernstige ziekten als de specifieke kenmerken van individuele zorgstelsels weerspiegelen.
Ons onlangs opgerichte Health Equity Framework is een overkoepelende aanpak om strategieën voor eerlijke toegang te integreren, van innovatie tot het bereiken van de patiënt, in combinatie met ons op waarde gebaseerde prijskader en vroegtijdige betrokkenheid van betalers. Het is bedoeld om beter inzicht te krijgen in belemmeringen voor een eerlijke toegang voor patiënten tot de geneesmiddelen die ze nodig hebben, en UCB te begeleiden bij het ontwikkelen van de juiste aanpak om onze toegangsambities waar te maken.
We ontwerpen en bouwen onze prijsstrategieën op zoals uiteengezet in ons Global Pricing Governance Policy, dat het besluitvormingsproces beschrijft voor het bepalen van de lanceringsprijs en het herprijzen van producten van UCB. Ons prijskader op basis van waarde is verankerd in de creatie van waarde voor de patiënt in de context van individuele gezondheidszorgsystemen die patiënten gebruiken om toegang te krijgen tot zorg. In deze gestructureerde aanpak worden inzichten van patiënten over hun vermogen om te betalen en toegang te krijgen tot geneesmiddelen (bijvoorbeeld betaalbaarheidscriteria, wachttijden voor behandeling, interacties met zorgverleners) gecombineerd met aanvullende context over het vermogen en de bereidheid van lokale zorgstelsels om te betalen, om de waarde te analyseren die elke UCB-behandeling kan opleveren, waarbij verbeteringen worden gemeten in indicatoren zoals de levenskwaliteit van patiënten en de doeltreffendheid van de behandeling. Het daaruit resulterende gelaagde prijsmodel erkent verschillen in gezondheidsecosystemen en patiëntbehoeften, en wederzijds gedefinieerde prioriteiten in het bereiken van gezondheidsresultaten. Ons Uitvoerend comité beoordeelt regelmatig onze aanpak met betrekking tot de prijsstelling, toegankelijkheid en betaalbaarheid van onze geneesmiddelen.
UCB verbindt zich ertoe de zelfregulerende codes van de industrie na te leven, waaronder de EFPIA-praktijkcode inzake relaties tussen de farmaceutische industrie en patiëntenorganisaties. Onze benaderingen voor prijsstelling en vergoeding voldoen ook aan de lokale wet- en regelgeving.
UCB-teams zijn verantwoordelijk voor het vertalen van wetenschappelijke informatie in boodschappen die de waarde van onze geneesmiddelen bevestigen en onze toegang tot de markten versnellen en de ontwikkeling van benaderingen voor onderhandelingen ondersteunen. Voorafgaand aan de lancering van een nieuw geneesmiddel wordt een prijsstrategie opgesteld die in lijn is met onze basisprincipes: de gezondheid en waarde voor patiënten verbeteren, innovatie ondersteunen en het juiste doen voor de juiste patiënt, met specifieke aandacht voor het product en de gezondheidszorgsystemen. Het is belangrijk op te merken dat onze prestaties ook afhangen van de prioriteiten van betalers, de duur van de onderhandelingen en de waarde die voor onze oplossingen wordt ervaren.
Bij UCB betekent het respecteren van het recht op gezondheid dat we onze geneesmiddelen zo breed mogelijk beschikbaar maken voor mensen met een onvervulde behoefte. We hebben een aantal programma's voor vroege toegang tot geneesmiddelen van UCB geïntroduceerd en we ondersteunen programma's voor levering aan patiënten op naam (Named Patient Supply, NPS), waar dat mogelijk is. Opkomende alternatieve bedrijfsmodellen, waaronder sociale bedrijfsmodellen in India, Brazilië en Rwanda en ondersteuningsprogramma's voor patiënten in de VS, maken deel uit van onze inspanningen om het voor mensen gemakkelijker te maken om toegang te krijgen tot onze geneesmiddelen. Meer details over hoe UCB een innovatief, competitief en op waarde gebaseerd systeem wil aanmoedigen waarin de patiënt centraal staat, zijn te vinden in ons U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report.
Wat onze benadering op het gebied van sociale activiteiten betreft, lopen er belangrijke initiatieven om duurzame toegang te bieden en tekortkomingen in de behandeling in specifieke situaties aan te pakken:
We hebben ook een uitgebreid netwerk van distributeurs en partners opgericht om de aanwezigheid van onze producten te verzekeren in markten waar we geen UCB-activiteiten hebben, waaronder landen met een laag of middeninkomen.
Beleid S4-1
(geneesmiddelenbewaking) zorgt ervoor dat we informatie over veiligheid bewaken, beoordelen en rapporteren aan regelgevende instanties. Het systeem wordt regelmatig bijgewerkt in overeenstemming met alle farmacovigilantievereisten. Het GPV-team (Global Pharmacovigilance) is verantwoordelijk voor het bewaken, volgen en auditen van statistieken om de naleving van interne standaardwerkprocedures en externe regelgeving te beoordelen door middel van regelmatige beoordelingen, audits en inspecties. Het Farmacovigilantiesysteem wordt ondersteund door ander fundamenteel organisatiebreed beleid dat is ontworpen om de gezondheid en veiligheid van patiënten te beschermen, waaronder het Mensenrechtenbeleid, waarin we ons ertoe verbinden geneesmiddelen te leveren volgens de hoogste kwaliteitsnormen en patiënten te beschermen tegen schade.
We respecteren de privacyrechten van patiënten, zorgprofessionals en andere belanghebbenden die ons vertrouwen in het zorgvuldig beheren en beschermen van persoonsgegevens en houden dienstverleners aan vergelijkbare hoge privacynormen. We informeren personen over het verzamelen en verwerken van hun persoonsgegevens door middel van ons Privacybeleid voor Farmacovigilantie. We verzamelen en verwerken persoonsgegevens uitsluitend voor specifieke en legitieme zakelijke doeleinden en beveiligen dergelijke gegevens tegen ongeoorloofde toegang en misbruik, zoals verder beschreven in het gedeelte Privacy en beveiliging van gegevens.
Om de veiligheid van producten van UCB te garanderen en potentiële veiligheidsproblemen op te sporen, verzamelen we voortdurend informatie over bijwerkingen van onze producten (inclusief onverwachte reacties) via voortdurende systeembeoordelingen, audits/inspecties en nalevingscontroles. UCB vergemakkelijkt ook de communicatie en informatieuitwisseling over patiënt- of productveiligheid tussen professionals in de gezondheidszorg, regelgevende instanties en de farmaceutische industrie.
Alle acties met betrekking tot patiëntveiligheid worden ondernomen in overeenstemming met de regelgevende instanties en goedgekeurd door de UCB Benefit Risk Board (BRB). Deze wordt voorgezeten door onze plaatsvervangend Chief Medical Officer, met inbreng van patiëntenvertegenwoordigers, in het geval van een significante impact op het voordeel/ risico. De BRB beoordeelt regelmatig alle producten en nieuwe gegevens om ervoor te zorgen dat alle mogelijke veranderingen in risico-batenverhouding van een product worden beoordeeld en op de juiste manier worden meegedeeld aan de gezondheidsautoriteiten.
Als er zorgen worden geuit over de veiligheid van een van onze geneesmiddelen, ondernemen we onmiddellijk actie volgens de wettelijke kaders. Aangewezen functies binnen Global Pharmacovigilance (GPV) starten een medische beoordeling, op basis van de GPV Standard Operating Procedure (SOP) voor geautoriseerde producten en op basis van de Benefit/ Risk & Medical Safety SOP's voor geautoriseerde producten en producten die nog niet zijn onderzocht. Daarnaast houdt de Global Pharmacovigilance Quality Council toezicht op de systeemprestaties, audits en inspecties en geeft deze advies over niet-naleving of het risico op tekortkomingen bij de uitvoering van activiteiten op het gebied van geneesmiddelenbewaking of audits en inspecties. Er wordt ook een maandelijks rapport met de teams voor geneesmiddelenbewaking en het hogere GPV-management gedeeld om een actueel overzicht te geven van de naleving en prestaties van kritieke processen.
UCB volgt een strikt beleid en strenge procedures om uitmuntendheid te garanderen in elk farmaceutisch product dat we leveren. Het Kwaliteitsbeleid van UCB is ons document over het Kwaliteitsbeheersysteem van het hoogste niveau, waarin alle processen tijdens de hele levenscyclus van het product zijn opgenomen, en waarin ons streven wordt uiteengezet om de levering van geneesmiddelen van de hoogste kwaliteit te garanderen, het vertrouwen van de patiënt te verdienen en de reputatie van UCB te beschermen.
De gezondheid en veiligheid van patiënten is een fundamentele ethische hoeksteen van ons werk bij UCB, en we hebben strenge beleidsverplichtingen inzake mensenrechten, waaronder het recht op gezondheid. We verbinden ons er uitdrukkelijk toe om geneesmiddelen te produceren volgens de hoogste kwaliteitsnormen. Het Kwaliteitsbeheersysteem van UCB dekt alle processen tijdens de levenscyclus van het product en omvat specifieke beleidslijnen en bedrijfsprocedures voor klachten over productkwaliteit en terugroepingsprocessen, waarin wordt beschreven hoe risico's en problemen met productkwaliteit die gevolgen kunnen hebben voor de eindgebruikers, moeten worden beheerd. In lijn met de Gedragscode is dit van toepassing op alle bedrijfsfuncties, locaties en filialen van UCB - om te voldoen aan de voorschriften voor 'Goede Praktijken' die van toepassing zijn op de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen.
Ons Klachtenbeleid garandeert dat zowel lokale als wereldwijde mechanismen aanwezig zijn om klachten over productkwaliteit te ontvangen en af te handelen. Dit gebeurt via:
| Acties | S4-4 |
|---|---|
| -------- | ------ |
Het robuuste auditprogramma voor kwaliteit van UCB volgt op een periodieke beoordeling om te waarborgen dat alle processen, faciliteiten en externe leveranciers voldoen aan de toepasselijke wettelijke vereisten en aan de vereisten die zijn vastgelegd in ons Kwaliteitsbeheersysteem. De belangrijkste prestatie-indicatoren worden herzien om een continue beheersing van kwaliteitsrisico's te garanderen en prestatieverbeteringen te stimuleren.
Als wordt vastgesteld dat een klacht over productkwaliteit een risico vormt voor de volksgezondheid of voor proefpersonen die deelnemen aan een klinische studie, dan wordt de klacht geëvalueerd als onderdeel van het managementproces voor escalatie van kwaliteitskwesties om de juiste actie te bepalen. Daartoe behoren onder meer het op de hoogte stellen van de gezondheidsautoriteit en het uitvoeren van een terugroepactie. Bovendien is elke medewerker van UCB verantwoordelijk voor het onmiddellijk communiceren en escaleren (via het Recall Escalation Process) van alle informatie die op elk moment kan leiden tot het terugroepen van een product van UCB.
We definiëren Veerkracht van de gezondheidsstelsels (Health Systems Resilience,HSR) als het proces van het ondersteunen, opbouwen en versterken van duurzame infrastructuur en diensten in de gezondheidszorg, evenals het bevorderen van op feiten gebaseerd beleid om te zorgen voor continue zorgverlening in diverse zorgomgevingen.
Gezien de rol van UCB in het ecosysteem van de gezondheidszorg, beseffen we dat het versterken van zorgstelsels gebeurt in verschillende stadia van de waardeketen. Hoewel ons werk begint met wetenschappelijke innovatie, komen onze inspanningen om gezondheidszorgsystemen te versterken pas in een later stadium op de voorgrond te staan: zorgen voor toegang, capaciteitsopbouw en veerkracht op de lange termijn.
De belangrijkste gebieden waarop UCB de meeste impact kan hebben op de veerkracht van zorgstelsels zijn onder andere:
Door aan deze gebieden te werken, wil UCB een zinvolle bijdrage leveren aan veerkrachtige zorgstelsels.
Hoewel we van mening zijn dat snelle en veilige wettelijke goedkeuring de meest effectieve en duurzame weg is naar brede toegang voor patiënten, begrijpen we ook dat patiënten met ernstige, levensbedreigende of levensveranderende ziekten mogelijk beperkte behandelingsopties hebben. In deze omstandigheden kunnen de Early Access-programma's van UCB, ook bekend als Expanded Access-programma's, Compassionate Use-programma's of Managed Access-programma's, een pad bieden naar onderzoeksbehandelingen voordat ze commercieel beschikbaar zijn. Het beleid van UCB inzake vroege toegang tot geneesmiddelen, waar deze programma's onder vallen, is openbaar.
We laten ons leiden door de vraag hoe we patiënten na het programma toegang kunnen blijven geven, hoe we kunnen integreren met bestaande zorgstelsels en hoe we patiënten die onze behandelingen nodig hebben, toegang kunnen blijven bieden. UCB streeft ernaar samen te werken met overheden en zorgstelsels om patiënten zo snel en veilig mogelijk van onze innovatieve behandelingen te voorzien. Bovendien streeft UCB ernaar om patiënten die hebben deelgenomen aan onze klinische onderzoeken en die naar het oordeel van hun arts baat hebben bij de behandeling, te blijven behandelen via Post-Trial Accessprogramma's.
Onze inspanningen op dit gebied richten zich op gerichte initiatieven die de capaciteiten van zorgstelsels over de hele wereld moeten vergroten. Omdat we inzien dat UCB niet in zijn eentje de veerkracht van het zorgstelsel kan verbeteren, zetten we ons in voor strategische partnerschappen waarin onze expertise en middelen effectief kunnen worden ingezet en versterkt.
gezondheidszorgbeleid en openbare aangelegenheden om patiënten en zorgstelsels te ondersteunen. Door strategische wereldwijde betrokkenheid zorgt UCB voor afstemming in beleidspositionering en belangenbehartiging om oplossingen in belangrijke ziektegebieden te bevorderen. Het bedrijf bevordert de samenwerking tussen regionale beleidsexperts en belanghebbenden om beleid voor ziektegebieden en bredere zorginitiatieven te stimuleren.
In het kader van onze inzet voor patiënten en het versterken van zorgsystemen, steunt UCB een verscheidenheid aan organisaties via initiatieven waaronder sponsoring, medische subsidies en donaties, gezamenlijk 'Externe financiering' genoemd.
Alle steun voor Externe financiering wordt verleend op een strikt ethische manier en volgens de regels, conform een gedefinieerd globaal kader en via het beheer van aanvragen met behulp van het Global Funding System van UCB. Elke financieringsaanvraag vereist een specifieke indieningsprocedure, specifieke ondersteunende documentatie, speciale beoordelaars en beoordelingscriteria.
Elke financieringsaanvraag wordt beoordeeld op basis van verdienste, onvervulde behoeften, bedrijfsinteressegebieden, overeenstemming met wettelijke, ethische en professionele verplichtingen en fiscale verantwoordelijkheid. Door een welomschreven kader te handhaven, verkleint UCB de risico's, beschermt het bedrijf zijn reputatie en wordt het vertrouwen binnen de zorggemeenschap bevorderd.
Bij UCB zetten we ons in om zinvolle veranderingen teweeg te brengen voor de gemeenschap van zeldzame ziekten en via samenwerkingsverbanden zoals Aspire4Rare en GARD Access, zetten we belangrijke stappen in de richting van een betere toekomst voor de miljoenen mensen die leven met zeldzame ziekten.
Het doel van onze samenwerking is te pleiten voor een alomvattend beleid dat de zorg verbetert, diagnoses versnelt en toegang tot levensreddende behandelingen garandeert. Het Aspire4Rare-rapport, een product van onze samenwerking met Aspire4Rare, is een wereldwijd kader ontworpen om de effectiviteit van beleid voor zeldzame ziekten te evalueren. Het biedt meetbare doelen en praktische oplossingen om gezondheidssystemen te sturen. Aan de hand van succesvolle initiatieven zoals Rare2030 en Orpha.net, komt Aspire4Rare met een stappenplan om kritieke kwesties aan te pakken, zoals vroegtijdige diagnose, toegang tot behandeling en gegevensverzameling.
We steunen ook de missie van GARD om betere toegang te bieden tot therapieën voor zeldzame ziekten in landen met een laag en middeninkomen, waar patiënten vaak te maken hebben met onoverkomelijke barrières voor behandeling.
UCB, Aspire4Rare en GARD streven samen naar systemische verandering die prioriteit geeft aan de behoeften van mensen die lijden aan zeldzame ziekten. Op die manier pleiten ze voor een toekomst waarin innovatieve therapieën voor iedereen toegankelijk zijn en zeldzame ziekten de aandacht krijgen die ze verdienen in het wereldwijde gezondheidsbeleid.
Het initiatief FASTRAX van UCB richt zich op de aanhoudende vertragingen in de diagnose van axiale spondyloartritis (axSpA). Op maat gemaakte initiatieven in Frankrijk, de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk zijn bedoeld om vroegtijdige opsporing en snellere toegang tot specialisten te verbeteren, de druk op de gezondheidszorg te verlichten en de wachttijden voor patiënten te verkorten. Door innovatieve, schaalbare oplossingen in te bedden in bestaande structuren, ondersteunt FASTRAX efficiëntere, patiëntgerichte zorg, waardoor de kans toeneemt dat mensen met axSpA tijdig een diagnose en behandeling krijgen en tegelijkertijd de algehele veerkracht van het systeem wordt vergroot.
In 2024 werkte UCB samen met het consortium IHI AutoPiX, een publiek-privaat samenwerkingsproject om AI-gestuurde beeldvorming te bevorderen bij reumatische aandoeningen zoals reumatoïde artritis, artritis psoriatica en axSpA. Deze chronische ziekten brengen uitdagingen met zich mee op het gebied van diagnose en monitoring, wat gevolgen heeft voor zowel patiënten als gezondheidszorgsystemen. Door gebruik te maken van AI in de beeldverwerking streeft AutoPiX naar verbetering van vroegtijdige opsporing, nauwkeurige diagnose en optimale behandeling, wat uiteindelijk leidt tot betere resultaten voor mensen die met deze ziekten leven.
Door middel van andere projecten op het gebied van dermatologie en reumatologie zoals IHI BIOMAP, RheumaCensus en EuroSpA, werkt UCB samen met belangrijke belanghebbenden om grote problemen in de huidige patiëntenzorg aan te pakken met het gemeenschappelijke doel om de resultaten voor patiënten te verbeteren. Het recente werk van UCB in het Midden-Oosten en Noord-Afrika richt zich op het verbeteren van de bekendheid van en zorg voor hidradenitis suppurativa, terwijl samenwerkingen op het gebied van neurologie en zeldzame ziekten innovatie in genetische screening en digitale gezondheidsoplossingen stimuleren. Door samen te werken met wereldwijde experts, patiëntenorganisaties en zorgverleners blijft UCB bijdragen aan gepersonaliseerde geneeskunde en gelijke toegang tot zorg.
Onze toewijding aan gelijke toegang tot geneesmiddelen wordt beschreven in het gedeelte Gelijke toegang tot geneesmiddelen, inclusief onze Access Coverage Performance-index waaronder ook Managed Access-programma's vallen. Onze betrokkenheid bij patiëntenorganisaties wordt verder besproken in het gedeelte Betrokkenheid bij patiënten, inclusief het bedrag aan financiering dat aan dergelijke groepen wordt verstrekt.
UCB is actief in vele rechtsgebieden met specifieke voorschriften inzake privacy en gegevensbescherming, die wij naleven. We onderhouden ook ons eigen programma voor privacy en gegevensbescherming, ondersteund door wereldwijd en lokaal beleid en standaardwerkprocedures op basis van ons Algemene privacybeleid. De sterke privacyverplichtingen van UCB worden gecommuniceerd via specifieke privacyverklaringen die op onze websites worden geplaatst (bijvoorbeeld voor webgebruikers, patiënten, sollicitanten en zorgprofessionals). Deze privacyverklaringen geven gedetailleerd aan hoe UCB verzamelde gegevens verzamelt, gebruikt en beschermt en maken duidelijk dat personen contact kunnen opnemen met UCB voor meer informatie of verdere actie.
Ons programma voor privacy en gegevensbescherming stelt personen in staat om contact op te nemen met UCB met zorgen over privacy en gegevensbescherming of om hun verzoeken uit te voeren. Dit kan rechtstreeks aan het team voor privacy en gegevensbescherming of via het UCBCares®-programma. We hanteren ook responsprotocollen om adequaat te reageren op incidenten en om een goede respons te garanderen aan iedereen van wie de gegevens betrokken kunnen zijn bij een incident. Naarmate de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming zich ontwikkelt, blijft UCB doorgaan met het bijwerken van zijn programma voor privacy en gegevensbescherming.
Alle IT-systemen en -toepassingen moeten het IT Governanceproces volgen dat ervoor zorgt dat het beleid en de normen
voor beveiliging en privacy en gegevensbescherming worden nageleefd, evenals externe regelgeving. UCB voert regelmatig interne en externe audits uit om het juiste niveau van privacy en gegevensbescherming te garanderen.
Gedurende 2024 zijn er stappen ondernomen in het kader van het programma voor privacy en gegevensbescherming van UCB om beter voorbereid te zijn op de groeiende bedrijfsbehoeften en het veranderende landschap van technologie en regelgeving. Er werden belangrijke projecten gestart om de beleidsbasis van UCB verder te ontwikkelen en processen te herontwerpen met bijzondere nadruk op de ervaring van de eindgebruiker. UCB heeft passende technologische ondersteuning geselecteerd om de uitvoering van onze strategie voor privacy en gegevensbescherming te vergemakkelijken en zo meer zekerheid te bieden dat risico's voor personen op het gebied van privacy en gegevensbescherming tijdig worden opgespoord en beperkt. Een van deze belangrijke projecten resulteerde in updates van onze Amerikaanse websites om bezoekers de keuze te geven hoe trackingtechnologieën worden gebruikt met betrekking tot hun gegevens of om dergelijke technologieën zelfs te blokkeren, waar nodig. Alle werknemers krijgen essentiële training over privacy en gegevensbescherming.
In 2024 nam het aantal datalekken als gevolg van cyberbeveiligingsgerelateerde incidenten toe, in navolging van een wereldwijde trend. Hoewel geen van de lekken ernstig was qua omvang of bereik van de getroffen gegevens, meldde UCB 3 afzonderlijke datalekken aan de regelgevende instanties in België, Canada en de VS. Daarnaast rapporteerden we over de incidenten in Canada en de VS aan de personen op wie de persoonsgegevens betrekking hadden. Geen van deze datalekken heeft echter geleid tot een hoog risico voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.
UCB heeft een veelzijdige strategie voor cyberbeveiliging en gegevensbeheer, samen met actieve programma's voor de juiste preventie-, detectie- en responscontroles en voortdurende verbeteringen om kritieke informatiemiddelen en systemen te beschermen. Daarnaast beschikt UCB over processen voor cyberincidenten en crisisbeheer om grote beveiligingsincidenten te beheren (bijvoorbeeld datalekken of malware). Dit omvat continue bewaking en analyse, detectie en reactie op inbraakincidenten, beveiligingstests en bewustmakingstrainingen en -campagnes voor gebruikers.
UCB voert regelmatig incident- en crisisoefeningen uit om ons vermogen om te reageren op potentiële cyberincidenten te testen en te verbeteren. We hebben gekozen voor ISO27001 certificering om te voldoen aan de Europese NIS2-richtlijn en de lokale uitvoeringswetten, waaronder de Belgische NIS2-wet die in 2024 werd gepubliceerd. Andere belangrijke onderdelen van dit nalevingsprogramma zijn trainingen om mensen bewust te maken van cyberbeveiliging, planning voor bedrijfscontinuïteit en het melden van grote incidenten aan de relevante autoriteiten.
Beleid S4-1
Onze promotiestrategieën zijn geworteld in waarheid en nauwkeurigheid en moeten altijd een duidelijke en legitieme intentie hebben, in het bijzonder bij het communiceren van complexe medische en wetenschappelijke informatie. We geven prioriteit aan transparantie in al onze marketingactiviteiten, of deze nu gericht zijn op zorgprofessionals, patiënten, het publiek, overheidsinstanties of andere belanghebbenden. We zetten ons in voor verantwoorde en correcte promotie en we moedigen het gebruik van onze producten alleen aan op basis van de goedgekeurde doeleinden, ondersteund door de juiste wetenschappelijke bewijzen en de voordelen hiervan voor patiënten. We bieden geen beloningen voor het voorschrijven of kopen van onze geneesmiddelen en we verbieden ten strengste iedere vorm van off-label promotie van onze producten.
Onze belangrijkste relevante bedrijfsbeleidsregels voor verantwoorde verkoop en marketing omvatten:
Om de naleving van specifieke lokale wetten, branchecodes en voorschriften met betrekking tot farmaceutische verkoop en marketing te waarborgen, ontwikkelen onze landelijke filialen lokale beleidslijnen in overeenstemming met de Gedragscode van UCB. Alle werknemers moeten een jaarlijkse training volgen over deze belangrijke beleidsregels om de kennis erover en de naleving ervan te versterken. UCB past ook onze marketingprincipes zorgvuldig aan voor elk product en elke patiëntenpopulatie, en garandeert zo verantwoorde praktijken en het grootste respect voor patiënten. Deze benadering is vooral belangrijk bij ons werk voor behandelingen van zeldzame en zeer zeldzame ziekten, waarbij gevoeligheid en verantwoordelijkheid van het grootste belang zijn.
We erkennen ook de unieke uitdagingen van social media, en we zetten ons in om ervoor te zorgen dat alle werknemers van UCB op verantwoorde wijze omgaan met inhoud met betrekking tot UCB op alle platforms. Inhoud die op de socialmediakanalen van UCB wordt geplaatst, moet voldoen aan onze normen voor waarheidsgetrouwe en niet-misleidende communicatie. Alleen aangewezen personen zijn gemachtigd om namens UCB berichten te plaatsen.
Het Beleid van UCB inzake social media staat werknemers toe om interactie te hebben met de inhoud van de social media van UCB als ze de beginselen van het beleid volgen, waaronder:
Er wordt regelmatig training gegeven over het beleid inzake social media, en werknemers die het beleid van UCB inzake social media niet volgen, worden onderworpen aan disciplinaire maatregelen. We controleren alle middelen voor social media om er zeker van te zijn dat ze voldoen aan de vereisten. We bieden ook training voor mensen die namens ons werken of betrokken zijn (bijvoorbeeld woordvoerders en influencers) om er zeker van te zijn dat zij ons beleid volgen. UCB past zich aan de opkomende trends en bedrijfsontwikkelingen in deze context aan.
Buiten de standaard promotionele activiteiten, voert UCB doorlopend strenge controles uit van de interacties met zorgprofessionals om te garanderen dat verbintenissen ethisch en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving worden uitgevoerd.
Alle werknemers krijgen training en worden regelmatig geïnformeerd om ervoor te zorgen dat ze het verbod op offlabel promotie begrijpen. Voor degenen die betrokken zijn bij de verkoop en marketing wordt extra training gegeven over verantwoorde en ethische praktijken. Werknemers moeten ook een jaarlijkse opfriscursus volgen over het beleid van UCB inzake social media, dat duidelijke richtlijnen geeft over toelaatbare en verboden betrokkenheid.
Om nauwkeurigheid, objectiviteit en transparantie te garanderen, wordt alle promotionele en wetenschappelijke communicatie met betrekking tot onze producten beoordeeld door getrainde leden van de teams voor juridische zaken, regelgevende zaken en medische zaken. Deze teams controleren ook regelmatig recente wetswijzigingen met betrekking tot het gebruik van gerichte marketing in de gezondheidszorg.
Interacties met zorgprofessionals worden regelmatig beoordeeld door middel van ons risicobeoordelingsproces voor ethiek en naleving en worden gecontroleerd en verder beoordeeld door het Global Internal Audit-team.
De activiteiten van al het personeel van UCB, met inbegrip van de verkopers, worden regelmatig gecontroleerd om ervoor te zorgen dat onze normen worden nageleefd. Meldingen van wangedrag worden onderzocht en ongepaste acties worden aangepakt met corrigerende of disciplinaire maatregelen. Werknemers die ons beleid overtreden, kunnen disciplinaire maatregelen tegemoet zien, waaronder ontslag.

We werken samen met patiënten en hun vertegenwoordigers in alle stadia van de levenscyclus van onze oplossingen, van vroeg onderzoek tot na de lancering ervan. Door patiëntenbetrokkenheid zinvol, systematisch en consistent te implementeren in onze kernactiviteiten, zorgen we ervoor dat de behoeften van mensen die leven met ernstige ziekten worden begrepen en opgenomen in onze besluitvorming. Zo kan UCB oplossingen op maat ontwikkelen en gespecialiseerde diensten aanbieden die mensen ondersteunen tijdens hun hele behandeltraject.
Het UCB Patient Engagement Framework is onze centrale richtlijn om betrokkenheid in te bedden in de hele levenscyclus van een geneesmiddel. Dit doen we door middel van voortdurende inventarisatie van en inzicht in de behoeften van patiënten en co-creatie om betere resultaten voor patiënten te behalen. Dit heeft als doel patiënten en hun vertegenwoordigers een stem te geven in hun hele zorgstelsel. Het is ontwikkeld om specifieke betrokkenheidstrategieën te ontwerpen op een cross-functionele manier, in overeenstemming met kaders en hulpmiddelen ontwikkeld door Patient Focused Medicines Development (PFMD), volgens een zorgvuldig proces met een cross-functionele stuurgroep¹, en in overleg met patiëntenvertegenwoordigers.
Geleid door standaard operationele procedures (SOP's) kunnen belangrijke activiteiten op maat worden gecombineerd om aan te sluiten bij specifieke kenmerken van de patiëntenpopulatie en de strategische intentie van UCB. De SOP's van UCB zijn ontworpen in afstemming met de beste praktijkaanbevelingen
van farmaceutische instanties zoals EFPIA, PhRMA en IFPMA². Onze aanpak is gebaseerd op specifieke onderzoeksvragen om de inbreng van patiënten, naast die van clinici en andere belanghebbenden, te betrekken bij de besluitvorming (bijvoorbeeld door deelname aan patiëntenraden en adviesraden, interviews met patiënten, focusgroepen en andere onderzoeken naar patiëntervaringen), afgestemd op de specifieke fase van de ontwikkeling van een geneesmiddel, zoals vroeg onderzoek of klinische ontwikkeling, en afgestemd op de doelstellingen van patiëntengemeenschappen.
In onze end-to-end-benadering ondernemen we, vanaf het eerste onderzoek tot na de lancering, actie zodat mensen die onze geneesmiddelen gebruiken deze volledig begrijpen en op de juiste manier gebruiken. Voor patiënten die onze geneesmiddelen gebruiken, hebben we speciale medewerkers die vragen over onze behandelingen in lokale talen beantwoorden en die advies geven over welke diensten er zijn en wat we kunnen bieden.
Patiëntenorganisaties, individuele patiënten, hun verzorgers en andere patiëntdeskundigen hebben UCB-contactpunten aangewezen aan wie feedback kan worden gegeven of vragen kunnen worden gesteld over betrokkenheidsactiviteiten, wat het onderscheidt van geneesmiddelenbewaking.
UCB heeft een aantal maatregelen getroffen om de betrokkenheid van patiënten te bevorderen:
1 Samengesteld uit senior leiders van Patient Evidence, Clinical Operations, Medical Affairs en Therapeutic Areas.
2 De belangrijkste richtlijnen en principes zijn: EFPIA-code: Documenten van de EFPIA Best-Practice Principles over samenwerking met patiëntenorganisaties, ontwikkeld via de EFPIA Patient Think Tank en goedgekeurd door de EFPIA Board; General Principles of Working Together with Patient Groups (september 2017), Principles for Remunerating Patients, Patient Organization Representatives & Carers for Work Undertaken with the Pharmaceutical Industry (juni 2019) en over Donations and Grants, Sponsorships and Contracted Services (april 2023); PhRMA Principles on Interactions with Patient Organizations; IFPMA Note for guidance on Patients and Patient Organization Interactions.
Activiteiten worden beoordeeld volgens de richtlijnen van de Patient Engagement Quality Guidance van de Patient Focused Medicines Development (PFMD). Via een speciale portal hebben interne belanghebbenden toegang tot het Framework en andere relevante richtlijnen, SOP's en aanvullende bronnen. Representativiteit, diversiteit en inclusie zijn zoveel mogelijk ingebed en er zullen verdere initiatieven worden genomen om meer verschillende perspectieven te verzamelen. Om de besluitvorming op basis van de patiënt te verbeteren en de resultaten en algemene impact van de initiatieven van UCB beter te beoordelen, is UCB van plan om in 2025 een routekaart voor het meten van patiëntenbetrokkenheid te ontwikkelen. Hiermee zullen de belangrijkste beslissingspunten in de waardeketen die door patiënten moeten worden geïnformeerd, worden geïdentificeerd en geprioriteerd, en zullen gerelateerde KPI's en doelstellingen worden vastgelegd.
S4-3
We verplichten ons om alle externe houders van mensenrechten, inclusief patiënten, duidelijke en toegankelijke kanalen te bieden om problemen te melden, onder andere via de UCB Integrity Line en UCBCares®. Klachten worden verzameld van diverse bronnen waaronder de markt (bijvoorbeeld patiënten, zorgprofessionals, groothandelaren), partners en derde partijen op het gebied van logistiek of partijen die betrokken zijn bij klinische onderzoeken (bijvoorbeeld patiënten, onderzoekers, klinische locaties, levering van klinische onderzoeken).
Specifieke vragen over ziekten of producten worden beantwoord via UCBCares®, het wereldwijde ondersteuningscentrum van UCB dat dient als kritische brug tussen het bedrijf, zorgprofessionals en patiënten. Het behandelt jaarlijks meer dan 58.000 vragen en biedt realtime, gelokaliseerde hulp bij de producten van UCB. Deze vragen hebben betrekking op leveringen, medische vragen, vragen over klantenservice, veiligheidsvragen en klachten over productkwaliteit1 . Via UCBCares® coachen we patiënten en zorgprofessionals om hun gezondheidsvaardigheden te verbeteren, zodat ze weloverwogen beslissingen kunnen nemen over hun gezondheid en behandelingsopties. Elk verzoek en elke reactie wordt gevolgd en gecontroleerd. We werken ook samen met artsen, beantwoorden hun vragen en helpen hen waar nodig bij het begeleiden en ondersteunen van hun patiënten. Daarnaast werken we samen met zorgprofessionals om geneesmiddelen
aan patiënten te leveren met behulp van datagestuurde inzichten, waardoor we zinvolle ondersteuningsprogramma's voor patiënten kunnen opzetten en gepersonaliseerde ondersteuning kunnen bieden voor de juiste opslag en toediening. Zo zorgen we ervoor dat patiënten onze behandelingen op de juiste manier gebruiken.
Patiënten kunnen eventuele klachten over productkwaliteit rechtstreeks melden via UCBCares®, die worden beoordeeld door aangewezen werknemers binnen UCB. Hierdoor wordt een uitgebreid onderzoek gestart, geleid door een Global Quality Standard Operating Procedure (SOP) die betrekking heeft op alle producten die door UCB in alle stadia worden vervaardigd, geleverd of gedistribueerd. Alle bijbehorende acties van UCB worden gecontroleerd en gevolgd tot ze zijn voltooid. Dit proces wordt jaarlijks geëvalueerd om de effectiviteit van het programma te waarborgen. Alle rapporten worden onmiddellijk, vertrouwelijk en onpartijdig beoordeeld. In gevallen waarin we kunnen bevestigen dat UCB heeft bijgedragen aan een negatieve impact, zoeken we samen met de betrokken belanghebbenden naar een passende oplossing.
Patiënten kunnen rechtstreeks contact opnemen met UCB om hun bezorgdheid te uiten, met inbegrip van het melden van ongewenste bijwerkingen, en informatie over veiligheidsrapportage wordt opgenomen in alle relevante communicatie aan patiënten en op de website van UCB. Alle werknemers van UCB en andere relevante personen worden getraind in de vereisten voor veiligheidsrapportering en zijn verplicht om alle informatie over mogelijke ongewenste bijwerkingen onmiddellijk op te sturen ter beoordeling.
Daarnaast bieden we, in overeenstemming met de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP), een klachtenmechanisme voor rechthebbenden die negatieve gevolgen ondervinden van onze activiteiten. Bovendien zal de Werkgroep Mensenrechten van UCB in 2025 een strategie ontwikkelen om verder samen te werken met externe rechthebbenden, waaronder consumenten en eindgebruikers, om hun kennis van en vertrouwen in onze rapporteringsmechanismen te beoordelen. Wij hanteren diverse belangrijke beleidsregels die mensen beschermen die onze kanalen gebruiken om hun zorgen of behoeften kenbaar te maken. Deze beleidsregels zorgen ervoor dat ze worden beschermd tegen vergelding. Deze omvatten de UCB Global Incident Review and Investigations Procedure, de Gedragscode, het Mensenrechtenbeleid en het Anti-vergeldingsbeleid van UCB.
Wat betreft zaken rond patiëntveiligheid, worden in verschillende lopende zaken rond productaansprakelijkheid in Frankrijk entiteiten van de UCB Groep als gedaagden genoemd. De eisers in deze rechtszaken voeren aan dat hun moeders tijdens hun zwangerschap het voormalige UCB-product Distilbène (diethylstilbestrol) hebben ingenomen en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen. Voor gegronde zaken heeft UCB compensatie geboden. Raadpleeg voor meer informatie de Financiële toelichting op Voorzieningen.
De jaarlijkse Access Coverage Performance- en Time to Accessindex volgen onze prestaties, waarbij wordt gekeken naar hoeveel UCB-geneesmiddelen met handelsvergunning markttoegang hebben verkregen die het gebruik door patiënten mogelijk maakt, en hoeveel vroegere positieve nationale beslissingen voor vergoeding werden ontvangen in vergelijking met typische industriële benchmarks in de landen waar UCB actief is. De methodologie voor deze twee KPI's wordt verder uitgelegd in het volgende gedeelte.
| Doelstelling 2024 |
Doelstelling 2025 |
|
|---|---|---|
| Access Coverage Performance Index |
78% | 82% |
| Time to Access Index | 56% | 50% |
Hoewel we er in principe naar streven om alle patiënten die onze geneesmiddelen nodig hebben te bereiken, erkennen we dat er in de praktijk gevallen zullen zijn waarin we geen toegang kunnen bieden door het ontbreken van afstemming tussen alle partijen. Daarom hebben we prestatiedoelen voor toegangsdekking vastgesteld als erkenning voor deze uitdagingen.
Beide jaarlijkse doelstellingen worden globaal vastgesteld en opgesplitst per regio, geneesmiddel en land. De doelstellingen worden bepaald met inbreng van verschillende belanghebbenden in de UCB-markten en UCB-filialen. Sommige doelen worden ook gedeeld en besproken met ons Compensation and Benefits-team dat verantwoordelijk is voor het opnemen van doelstellingen op gebied van toegang tot geneesmiddelen in het plan voor langetermijnincentives (LTI) van senior managers. Eenmaal vastgesteld, worden de doelstelling van elk jaar en de kwartaalresultaten meegedeeld aan de leidinggevenden van UCB en andere relevante belanghebbenden, waarbij dashboards beschikbaar zijn die een beeld geven van de prestaties ten opzichte van de doelstelling per regio en per product.
| 2024 | |
|---|---|
| Aantal moleculen in ontwikkeling | 9 |
| Aantal klinische ontwikkelingsprogramma's in de pijplijn |
9 |
| Percentage van omzet geherinvesteerd in O&O |
29% |
We herinvesteren consequent 26-30% van onze inkomsten in O&O, omdat we ons ervan bewust zijn dat wetenschappelijke innovatie een langetermijninvestering is om ons vermogen te behouden, zodat we impactvolle oplossingen leveren voor degenen die we van dienst zijn. De resultaten van de O&Oinvesteringen van UCB worden verder beschreven in het gedeelte over de update van de klinische pijplijn.
| 2024 | |
|---|---|
| Access Coverage Performance Index | 82% |
| Time to Access Index | 55% |
De sterke wereldwijde prestaties van UCB op het gebied van toegangsdekking verzekeren dat we trouw blijven aan onze aspiratie om alle patiënten te bereiken die onze geneesmiddelen nodig hebben. In 2024 realiseerden we in totaal 59 terugbetalingen en onderhandelde toegangsprogramma's, waarvan meer dan de helft betrekking had op BIMZELX®. Voor onze neurologieportfolio leverde FINTEPLA® de grootste bijdrage aan de Access Coverage Performance Index, terwijl RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® het begin markeren van de onderhandelingen over vergoedingen voor zeldzame ziekten. Op landenniveau was Japan koploper met de meeste onderhandelde terugbetalingen in het jaar.
Ons nieuwe basisuitgangspunt voor 2025 voor de Access Coverage Performance-index zal worden vastgesteld op 63%. Dit weerspiegelt het komende verlies van exclusiviteit van CIMZIA® in 2025 en de opname van nieuwe UCB-producten die toelating tot de markt zullen krijgen.
We bleven ernaar streven om onze oplossingen sneller dichter bij de patiënt te brengen, met een stijging van 5% ten opzichte van de resultaten van vorig jaar, waardoor we bijna op schema liggen voor onze Time to Access-index voor 2024. De resultaten van het voorgaande jaar voor deze index vormen geen basislijn, omdat we elk jaar uitgaan van een nulbasislijn. Vanuit dit perspectief laat de constante progressie sinds het instellen van deze KPI in 2022 zien dat we er alles aan doen om onze medicijnen op tijd bij patiënten te krijgen. In dit jaar werden 34 nationale beslissingen over vergoedingen genomen vóór de benchmark voor de sector. Het grootste deel (70%) heeft betrekking op BIMZELX®, terwijl we voor de gecombineerde portfolio neurologie en zeldzame ziekten de toegangstijd volgens ons oorspronkelijke plan hebben gehaald.
| 2024 | ||
|---|---|---|
| # landen | # LMIC | |
| BIMZELX ® | 35 | 3 |
| BRIVIACT® | 42 | 4 |
| CIMZIA® | 56 | 13 |
| EVENITY® | 28 | 2 |
| FINTEPLA® | 35 | 2 |
| KEPPRA® | 48 | 12 |
| RYSTIGGO® | 6 | 0 |
| VIMPAT® | 53 | 11 |
| ZILBRYSQ® | 9 | 0 |
We zijn erin geslaagd om de aanwezigheid van onze bestaande producten (KEPPRA®, VIMPAT®, BRIVIACT® en CIMZIA®) te behouden en in sommige gevallen te verbeteren, zelfs buiten de landen waar we een filiaal hebben en in verschillende LMIC's. Dit jaar hebben we FINTEPLA® (van 19 naar 35 landen, waaronder 2 LMIC's) en BIMZELX® op grotere schaal op de markt gebracht, terwijl onze portefeuille van zeldzame ziekten, ZILBRYSQ® en RYSTIGGO®, in de eerste regio's beschikbaar werd gemaakt voor patiënten.
In 2024 was de nettoprijswijziging in de VS (na kortingen) gemiddeld -7,8% in de Amerikaanse productportfolio (wijziging catalogusprijs gemiddeld 5,0%). Dit weerspiegelt onze aanzienlijke marktkortingen om ervoor te zorgen dat patiënten toegang hebben tot de geneesmiddelen van UCB.
• Nettoprijsverandering vertegenwoordigt de verandering van jaar tot jaar in de gemiddelde nettoprijs, die WAC is min kortingen, rabatten en retourzendingen, berekend op productniveau en gewogen over de productportfolio van het bedrijf in de VS. Het percentage voor de nettoprijsverandering in 2024 is exclusief de verkoop via het BIMZELX Navigate® Bridge-programma. De gebruikte methodologie kan verschillen van die van andere bedrijven.
| 2024 | |
|---|---|
| Aantal mensen dat gebruik heeeft gemaakt van de oplossingen van UCB |
>3,1 miljoen |
| Aantal mensen ondersteund via ondersteuningsprogramma's voor patiënten in de VS. |
188246 |
| Aantal mensen dat is ingeschreven in de epilepsieactiviteiten van het sociaal bedrijfsmodel van UCB in Mumbai |
7341 |
• Patiëntaantallen in 2024 for BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, KEPPRA® en VIMPAT® zijn berekend aan de hand van het voortschrijdend jaartotaal aan patiënten (schatting werkelijk behandeld) aan het einde van Q3 / 2024, zoals aangeleverd met inputdata uit een externe bron. Voor de groeifactoren BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® worden de meest recente wereldwijde aantallen actieve patiënten gerapporteerd. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX®, BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, RYSTIGGO®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®.
| Inspecties in het kader van de geneesmiddelenbewaking |
2024 |
|---|---|
| Kritieke inspectiebevindingen | 0 |
| Tijdige rapportage van bijwerkingen | 98% |
In 2024 hebben de bevoegde autoriteiten geen kritische inspectiebevindingen gerapporteerd tijdens inspecties in het kader van de geneesmiddelenbewaking (vijf uitgevoerd in het jaar). 98% van de individuele veiligheidsrapporten werden door UCB tijdig ingediend bij de bevoegde autoriteiten.
| Terugroepingen | 2024 |
|---|---|
| Klasse I | 0 |
| Klasse II | 1 |
| Klasse III | 0 |
In 2024 rapporteerde UCB 84 inspecties in ons interne en externe netwerk over de verschillende Good Practices (GxP's). Dit omvatte 25 inspecties uitgevoerd door verschillende gezondheidsautoriteiten en regelgevende agentschappen in ons intern netwerk van UCB-entiteiten in onze operationele markten. Evenzo ondergingen partners en verkopers van UCB in totaal 59 inspecties uitgevoerd door gezondheidsautoriteiten en regelgevende instellingen.
In april 2024 riep UCB vrijwillig een KEPPRA® Oral Solutionproduct terug na het ontdekken van loslatende inkt op spuiten tijdens het herverpakken. Het probleem was te herleiden tot een productiefout van de leverancier van de injectiespuit. Alle betreffende partijen werden teruggeroepen in negen landen, volgens de vereisten van de lokale gezondheidsautoriteiten.
In 2024 werkte UCB samen met 383 patiëntenorganisaties. Dit was inclusief >€ 11 miljoen aan financiering voor patiëntenorganisaties. 190 activiteiten op het gebied van patiëntenbetrokkenheid werden bijgehouden via het Activity Notification Form-systeem in 2024.
We zijn momenteel bezig met het definiëren van een uitgebreide routekaart voor metingen om ervoor te zorgen dat belangrijke beslissingen worden onderbouwd door patiënten, inclusief nieuwe KPI's.
| Impacts, risico's en kansen | G1-SBM-3 | |
|---|---|---|
Bestuursinformatie
| ন | |
|---|---|
| Thema | IRO-type | Actueel/ potentieel |
Subthema | Beschrijving |
|---|---|---|---|---|
| Ethische bedrijfs voering |
Positieve impact |
Actueel | Bedrijfs cultuur, corruptie, omkoping |
Sterke ethische principes en praktijken hebben; ervoor zorgen dat werknemers optreden als ambassadeurs voor ethiek bij UCB. |
| Positieve impact |
Potentieel | De kern-KPI's voor duurzame prestaties van UCB opnemen in het compensatieplan van de leidinggevenden (bonussysteem en LTI's), wat leidt tot een verhoogde aandacht van de werknemers voor de kernonderwerpen van duurzame prestaties, wat uiteindelijk bijdraagt tot de verbetering ervan. |
||
| Politieke invloed en belangen behartiging |
Positieve impact |
Actueel | Betrouwbare relaties hebben met overheidsinstanties en pleiten voor wetgeving en beleid die op één lijn liggen met de prioriteiten van UCB; inclusief IP-beschermingen, betaalbare, billijke toegang tot geneesmiddelen voor patiënten en diversiteit in klinische studies. |
|
| Ethisch gebruik van technologie |
Negatieve impact |
Potentieel | Data en technologie |
De integratie van kunstmatige intelligentie (AI) in UCB-technologieën kan leiden tot nadelige gevolgen voor eindgebruikers, voornamelijk als gevolg van het gebruik van niet-representatieve gegevens (bijvoorbeeld inherente vooroordelen, afwezigheid van representatie in de gegevens die worden gebruikt voor de ontwikkeling van AI-systemen, onnauwkeurige voorspellingen, gebrek aan generalisatie, enz.) |
| Kans | Data en technologie |
Door nieuwe technologieën (zoals gentherapie) zou UCB de kans kunnen krijgen om nieuwe behandelingen te ontwikkelen, wat leidt tot nieuwe marktkansen. |
||
| Kans | Data en technologie |
Ethisch gebruik van technologie en AI bij UCB kan leiden tot meer efficiëntie en waardecreatie (er zijn bijvoorbeeld minder patiënten nodig in klinische proeven, minder middelen nodig in de productie, de resultaten van experimenten kunnen sneller worden voorspeld en er zijn minder dieren nodig in de ontwikkeling van preklinische proeven). |

Om ons te helpen ons collectief af te stemmen op hoe focussen op waardecreatie eruit ziet, hebben we vier principes als basiscomponenten van de cultuur van UCB: 'van taak naar waarde', 'van ruis naar signaal', 'ruimte met consistentie' en 'behulpzaamheid en vrijgevigheid'. Van onze people leaders wordt verwacht dat ze fungeren als rolmodellen voor deze principes en dat ze de omstandigheden creëren waarin collega's hun potentieel ten volle kunnen benutten.
Het hoogste niveau binnen UCB dat verantwoordelijk is voor het vormgeven en evolueren van onze bedrijfscultuur is de Chief Human Resource Officer, die deel uitmaakt van het Uitvoerend Comité. Deze speelt een cruciale rol om ervoor te zorgen dat culturele principes effectief worden geïntegreerd in alle aspecten van de organisatie, van besluitvormingsprocessen tot dagelijkse interacties.
Door recente organisatorische behoeften hebben we nieuwe elementen geïntroduceerd die we in onze cultuur verankeren, zoals een resultaatgerichte aanpak, duidelijke verantwoording, besluitvorming op basis van toestemming, een externe focus op maatschappelijke behoeften en een streven naar continu leren. Deze nieuwe dimensies vormen - naast verbeterde wendbaarheid, geïntegreerde besluitvorming en duurzaamheidsoverwegingen - een aanvulling op ons bestaande kader. Hierdoor zijn we nog beter in staat om complexe situaties het hoofd te bieden en zinvolle resultaten te behalen voor patiënten en de maatschappij.
Werknemers werden uitgenodigd om feedback te geven op de ontwikkeling, om er zeker van te zijn dat ze betrokken waren bij en bijdroegen aan het vormgeven van de veranderende cultuur van UCB. Onze cultuur wordt actief versterkt door een reeks gestructureerde initiatieven, waaronder:
Daarnaast evalueren we de tevredenheid van de werknemers en hun betrokkenheid bij onze cultuur via de driemaandelijkse enquêtes naar de ervaringen van werknemers van UCB en gebruiken we deze inzichten om toekomstige acties aan te passen.
| 2024 | |
|---|---|
| Score werknemersbetrokkenheid | 76% |
| Benchmark wereldwijde betrokkenheid peer | 82% |
Onze driemaandelijkse enquête naar de ervaringen van werknemers levert waardevolle inzichten op wat betreft de tevredenheid van werknemers en hun betrokkenheid bij onze cultuur. De score voor werknemersbetrokkenheid, afgeleid uit de enquête, is een belangrijke indicator van hoe goed we een ondersteunende en dynamische werkomgeving stimuleren. Met deze evaluaties kunnen we niet alleen de vooruitgang bijhouden, maar ook onze inspanningen sturen om onze cultuur voortdurend te verbeteren om te voldoen aan de veranderende behoeften van ons personeel.
Uit de resultaten van de enquête van december 2024 blijkt een hoge score voor betrokkenheid (76%) en zingeving ondanks de eindejaarsmoeheid, maar ook een behoefte aan meer prioriteitsstelling van leiders. De respons op de enquête was 63%, iets lager dan de enquête van mei (69%). Het aantal opmerkingen steeg echter met 28%. In 2025 wordt een nieuwe luisterstrategie ontwikkeld om de gegevenskwaliteit te verbeteren en meer impactvolle acties te ondernemen.
De score is afgeleid van de anonieme driemaandelijkse enquête naar de ervaringen van werknemers en is gebaseerd op belangrijke factoren en benchmarkgegevens van een externe leverancier genaamd Glint. De betrokkenheidsscore meet zingeving, personeelsbehoud, trots om bij UCB te werken en de waarschijnlijkheid dat UCB wordt aanbevolen als een uitstekende plek om te werken. Het is het gemiddelde van de antwoorden op de volgende vier stellingen: 1) 'Ik overweeg zelden om een baan te zoeken bij een ander bedrijf', 2) 'Het werk dat ik doe bij UCB is zinvol voor mij', 3) 'Ik ben er trots op om bij UCB te werken' en 4) 'Ik zou UCB aanbevelen als een uitstekende plek om te werken'.
De belangrijkste beleidsregels op het gebied van zakelijk gedrag zijn de Gedragscode en het Beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie (ABAC), onder toezicht van het programma Ethiek & Bedrijfsintegriteit (E&BI) van UCB.
Deze beleidslijnen zijn van toepassing op en worden ter beschikking gesteld van alle personeelsleden en externe aannemers als onderdeel van de initiële inwerkperiode en de jaarlijkse vereiste training, en waar relevant wordt ernaar verwezen in de contracten van UCB met derden. Bij de indiensttreding van nieuwe personeelsleden geeft UCB een training over naleving die is afgestemd op de functie van de persoon, met inbegrip van het verwachte zakelijke gedrag met betrekking tot hun functie en verantwoordelijkheden.
Activiteiten op het gebied van ethiek en naleving, waaronder de implementatie van deze twee beleidsregels, staan onder toezicht van de Chief Ethics and Compliance Officer, die rapporteert aan de General Counsel en directe toegang heeft tot het senior management, waaronder het Uitvoerend Comité, de CEO en de Raad van Bestuur. Daarnaast geeft de Chief Ethics & Compliance Officer jaarlijkse presentaties aan het Uitvoerend Comité, de Raad en het Auditcomité van de Raad.
De Gedragscode van UCB versterkt onze ethische principes en legt verantwoording en verwachtingen vast, evenals principes van ethische besluitvorming, vrijuit spreken en niet-vergelding. Dit geldt voor alle werknemers, agenten en consultants die UCB vertegenwoordigen. Naast overkoepelende ethische principes bevat de code 26 verplichtingen die betrekking hebben op:
De Code is beschikbaar in 24 talen op de website en het intranet van het bedrijf en is ontwikkeld met inbreng van een breed scala aan werknemers via de Employee Resource Groups (ERG's) zodat een diverse groep werknemers een stem heeft gekregen. Alle werknemers moeten de jaarlijkse verplichte training Gedragscode volgen.
Als een werknemer van UCB iets ziet waarvan hij of zij denkt dat het illegaal of onethisch is, of dat in strijd is met de ethische beginselen van de Gedragscode, dan wordt van hen verwacht dat ze dit onder de aandacht brengen van een supervisor of manager. Werknemers kunnen ook contact opnemen met de afdeling E&BI, Talent (HR) of de afdeling Juridische Zaken, of via de 24/7 bereikbare UCB Integrity Line.
UCB heeft een strikt anti-vergeldingsbeleid. Medewerkers worden aangemoedigd om situaties te melden zonder angst voor vergelding, en ze worden niet gestraft voor het te goeder trouw melden, zelfs als blijkt dat er geen overtreding heeft plaatsgevonden. Vergelding in welke vorm dan ook wordt niet getolereerd en iedereen die betrokken is bij vergelding wordt onderworpen aan disciplinaire maatregelen, tot en met ontslag. De Chief Ethics and Compliance Officer volgt melders ook op om ervoor te zorgen dat ze geen last hebben van vergelding na het melden van wangedrag en monitort eventuele negatieve werkgerelateerde acties die het gevolg kunnen zijn van het melden van wangedrag.
Er wordt een vaste, onafhankelijke procedure gebruikt om alle inkomende klachten tijdig te beoordelen en te onderzoeken. Dit proces wordt geleid door een Global Head of Investigations die deel uitmaakt van het E&BI-team, dat werkt onder leiding van de Chief Ethics & Compliance Officer en met betrokkenheid van Juridische Zaken en Talent Leaders. De onderzoeksresultaten worden gebruikt ter ondersteuning van de analyse van hoofdoorzaken en om corrigerende maatregelen en eventuele disciplinaire maatregelen uit te werken. De Raad van Bestuur, het Uitvoerend Comité en het Auditcomité van de Raad van Bestuur krijgen regelmatig updates over het proces.
Het programma Ethics and Business Integrity (E&BI)¹ van UCB is gericht op het mogelijk maken van strategieën die de financiële, sociale en milieuprestaties verbeteren door middel van ethische praktijken en leiderschap. Het programma is opgebouwd op basis van de gevestigde elementen van compliance programma's gedefinieerd door het Amerikaanse Office of Inspector General en aangepast aan de lokale vereisten van elk land.
Elementen zijn onder meer leiderschap en bestuur; risicobeoordelingen en due diligence (zorgvuldigheid); normen, beleidslijnen en procedures; training en communicatie; systemen voor werknemersrapportering; case management en onderzoeken; testen en toezicht; naleving door derden en voortdurende verbetering. Jaarlijkse beoordelingen van werknemers omvatten ethische zakelijke overwegingen als een prestatiemaatstaf bij het vaststellen van individuele doelstellingen. Medewerkers die de richtlijnen niet naleven worden onderworpen aan disciplinaire maatregelen in overeenstemming met het disciplinaire beleid van UCB. Daarnaast worden derden beoordeeld op risico's met betrekking tot ethiek en zakelijke integriteit en kunnen ze worden onderworpen aan audits en toezicht door Ethics and Business Integrity of Interne Audit op basis van vastgestelde of nieuwe risico's. Het E&BI-programma werkt samen met de bedrijfsleiding om de ethische principes van UCB te integreren in de dagelijkse activiteiten en beslissingen, en benadrukt het belang ervan in relatie tot onze bedrijfsactiviteiten via regelmatige communicatie, richtlijnen en belangrijke evenementen. In 2024 omvatte dit:
Onze jaarlijkse anonieme enquête over de perceptie van ethiek en zakelijke integriteit, die wordt uitgevoerd door een derde partij, geeft UCB gegevens op over hoe collega's ethische beginselen en gedragingen zien, begrijpen, beleven en toepassen, en een vergelijking met sectorgenoten. Met behulp van dashboards en statistieken kunnen managers hun teams voortdurend coachen en het goede voorbeeld geven als het gaat om inzet voor het belang van Ethics & Compliance.
Onze enquêteresultaten voor 2024 lieten over het algemeen een vergelijkbare score zien als in 2023, wat een verbetering weerspiegelde in de prestaties ten opzichte van externe benchmarks, met een hoger responspercentage van werknemers (54% in 2024 tegenover 46% in 2023) die ook de externe benchmark voor responspercentage overtrof. Werknemers merkten met name een vermindering op in de beleving van druk op de werkplek. De perceptie van leiderschap is licht gedaald, inclusief een kleine daling ten opzichte van de externe benchmark (van 91,7% in 2023 naar 91,3% in 2024) en organisatorische rechtvaardigheid is licht gestegen, met een stijging van 3% ten opzichte van de benchmark (van 85,6% in 2023 naar 88,2% in 2024). Deze gebieden blijven belangrijke aandachtspunten voor voortdurende verbetering.
De jaarlijkse anonieme enquête Ethics and Business Integrity Perception Survey, uitgevoerd door een derde partij genaamd Ethisphere, is de input voor het berekenen van scores op het gebied van leiderschap en rechtvaardigheid in organisaties. De percentages zijn de hoeveelheden respondenten die het eens zijn met stellingen die verband houden met ethisch zakendoen bij UCB, zoals 'Ik geloof dat er disciplinaire maatregelen worden genomen wanneer personen zich schuldig maken aan onethisch gedrag of wangedrag bij UCB'. De resultaten worden vergeleken met benchmarkgegevens van collega's, verstrekt door het Ethisphereplatform voor bedrijven die dit of een soortgelijk platform gebruiken voor vergelijkingsdoeleinden.
| Meting | 2024 |
|---|---|
| # gemelde gevallen per 100 werknemers | 1,78 |
| % meldingen dat onderzoek wordt | 67% |
| Anonieme meldingen | 34% |
| Gemiddelde behandeltijd van zaken | 47 dagen |
| Onderbouwingspercentage | 48% |
| Onderzoeken met disciplinaire maatregelen | 48% |
Een stijging van het aantal gevallen dat per 100 werknemers werd gemeld via de klachtenmechanismen van UCB in 2024 vergeleken met de gegevens van 2023 weerspiegelt een lichte stijging van jaar tot jaar van het percentage werknemers dat via de enquête Ethics and Business Integrity Perception meldde dat ze wangedrag hadden waargenomen. Dit wordt nader opgevolgd om te bepalen wat de oorzaak van deze trend zou kunnen zijn. De toename van het aantal meldingen per 100 werknemers kan ook het gevolg zijn van een verbeterde bewustwording van de meldingsplicht, gebaseerd op gerichte voorlichting aan het personeel in 2024 over het Speak Up-rapport, het anti-vergeldingsbeleid en de beschikbaarheid van meldingsmechanismen. De onderzoeksgegevens van 2024 toonden een daling in het percentage van werknemers die wangedrag waarnamen maar het niet meldden, en 89% van de UCB-werknemers gaf aan dat ze bereid zouden zijn om wangedrag te melden omdat 'Dat het juiste is om te doen'. Een kortere gemiddelde sluitingstijd van zaken in vergelijking met 2023 geeft verbeteringen weer in de efficiëntie binnen het proces van Global Investigations.

Deze grafiek omvat alle onderzoeken die in 2024 zijn afgerond en onderzoeken die vanuit 2023 zijn overgeheveld en in 2024 zijn afgerond.
In de klachtenindicatoren wordt rekening gehouden met samengevoegde meldingen van alle meldingskanalen van UCB, met inbegrip van meldingen aan de UCB Integrity Line en van andere kanalen, met inbegrip van de afdelingen Ethics and Business Integrity, Talent en Legal, evenals managers.
G1-3
Het Beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie van UCB is bedoeld om ervoor te zorgen dat het personeel van UCB, evenals derden die handelen namens UCB, de toepasselijke wereldwijde regels tegen omkoping en corruptie begrijpen en naleven. Het is online en op ons intranet toegankelijk.
In dit beleid worden de belangrijkste anti-corruptie- en antiomkopingsprincipes van UCB uiteengezet, ondersteund door aanvullende procedures en richtlijnen die beschrijven hoe UCB risico's op omkoping en corruptie bij onze bedrijfsactiviteiten opspoort, voorkomt en beperkt. Bij het opstellen van het Beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie werd rekening gehouden met de inbreng van de belangrijkste belanghebbenden binnen UCB, onder meer over onderwerpen in verband met ethiek en zakelijke integriteit, juridische aangelegenheden, wereldwijde interne audit, politieke bijdragen, intercontinentale toepasbaarheid en financieringsactiviteiten. Het voldoet aan de normen die zijn opgesteld door verschillende instanties in de farmaceutische industrie, waaronder (maar niet beperkt tot) de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (IFPMA), de European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA), Pharmaceutical Research and Manufacturers of America (PhRMA) en de anti-omkopingsconventie van de OESO.
UCB identificeerde betrokkenheid met de belanghebbenden in de gezondheidszorg als het primaire risicogebied voor anti-omkomping en anti-corruptie (ABAC: anti-bribery & anticorruption). Het E&BI-team voert een risicobeoordeling uit voor elke markt waar UCB actief is, om de lokale risico's met betrekking tot verschillende onderwerpen, waaronder corruptie, te beoordelen. Dit gebeurt in overeenstemming met een vastgesteld rotatieschema of op basis van problemen waar nodig. Wanneer deze risico's worden vastgesteld, worden zij aangepakt via een risicobeperkend plan dat samen met de lokale leiderschapsteams wordt ontwikkeld en aan het wereldwijde E&BI-leiderschapsteam wordt gerapporteerd voor follow-up. Onderzoekers of onderzoekscommissies staan los van managementketens die betrokken zijn bij het voorkomen en opsporen van corruptie of omkoping. De Global Internal Audit-afdeling controleert periodiek de wereldwijde activiteiten van UCB om risico's vast te stellen en te beoordelen in overeenstemming met een vastgesteld rotatieschema of waar passend op basis van problemen. Als onderdeel van het goedgekeurde auditplan voor 2024 en in aanvulling op de procedures voor financiële zekerheid, heeft de afdeling 36 beoordelingen uitgevoerd van verschillende filialen, partners en wereldwijde functies. De beoordelingen van lokale vestigingen, filialen en partners worden uitgevoerd volgens een risicogebaseerde cyclus en omvatten onder andere een evaluatie van de procedures en controles voor anti-omkomping en anticorruptie. Ze controleren, handhaven en volgen continu alle compliancegerelateerde bevindingen op.
Alle incidenten van omkoping en corruptie die via het monitoringprogramma worden ontdekt, komen terecht bij het onderzoeksteam binnen Ethics and Business Integrity, dat onafhankelijk van de landenorganisaties opereert om volledige onafhankelijkheid van het proces te garanderen. Bovendien worden alle gevallen van omkoping en corruptie die door medewerkers of externe belanghebbenden via onze Integrity Line of andere meldingskanalen worden gemeld, onmiddellijk onderzocht. Na afloop van het onderzoek worden corrigerende maatregelen en eventueel noodzakelijke disciplinaire maatregelen getroffen.
In 2024 werden geen materiële incidenten van corruptie of omkoping vastgesteld. Er waren geen materiële gevallen van omkoping en corruptie die hebben geleid tot boetes of veroordelingen voor overtredingen van wetgeving ter bestrijding van corruptie en omkoping.
Het totale aantal onderbouwde onderzoeken naar corruptie en/of omkoping dat tijdens de verslagperiode werd gemeld of plaatsvond, wordt berekend aan de hand van gegevens van het systeem dat wordt gebruikt om de gevallen op te volgen die via de UCB Integrity Line en andere kanalen werden gemeld. Het totale aantal veroordelingen en het totale bedrag aan boetes voor overtredingen van de wetgeving ter bestrijding van corruptie en omkoping aan UCB in de verslagperiode wordt verstrekt door het Global Litigationteam.
Een bevestigd incident (van corruptie en omkoping) is een melding die onderbouwd is bevonden. Gegronde meldingen van corruptie omvatten geen meldingen van corruptie die aan het einde van de verslagperiode nog in onderzoek zijn. Een vaststelling zoals onderbouwd door een rechtbank is niet vereist. Een onderbouwd rapport is bewezen waar, geldig of ondersteund door bewijs te zijn.
| ABAC-training | Alle medewerkers |
|---|---|
| Trainingsdekking | |
| Totaal aantal vereiste werknemers | 9378 |
| Totaal ontvangen training | 8951 |
| Leveringsmethode en duur | |
| Computerondersteunde training | 0,25 uur |
| Frequentie | |
| Hoe vaak is training vereist | Jaarlijks |
| Behandelde thema's | |
| Definitie van corruptie | X |
| Beleid | X |
| Procedures bij verdenking/detectie | X |
Uit de gegevens voor 2024 blijkt dat zowel de training over Gedragscode als die over ABAC in heel UCB nog steeds goed worden doorlopen. Werknemers die de vereiste training niet binnen de toegestane tijd afronden, krijgen individuele follow-ups van het team Ethiek en Zakelijke Integriteit en de voltooiingspercentages worden elke maand nauwkeurig bijgehouden.
De relaties met leveranciers vallen onder auspiciën van het Procurement Center of Excellence van UCB en worden geïmplementeerd onder toezicht van leidinggevenden van leverancierscategorieën in het hele bedrijf1 . Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp en kritische leveranciers in de productie worden regelmatig onderworpen aan risicobeoordelingen, onder andere op het gebied van duurzaamheid. Afhankelijk van het type leverancier varieert dit van gevestigde duidelijke processen, gedefinieerd beleid en regelmatige leveranciersbeoordelingen, tot formele standaard operationele procedures zonder regelmatige leveranciersbeoordelingen. De beslissing om een formeel proces te volgen, hangt af van het kritieke karakter van het product of de dienst die wordt gekocht en het risiconiveau van het bedrijf, zoals bepaald door interne beoordelingen.
De inkoopstrategie van UCB, bepaald per categorie, is ontworpen om onze algemene bedrijfsdoelstellingen te ondersteunen. In onze inkoopmethodologie houden we rekening met verschillende criteria, waaronder inkoopaanbevelingen, toewijding aan duurzaamheidsprincipes en naleving door leveranciers van Normen voor verantwoord inkopen voor zakelijke partners van UCB en brengen we kwaliteit, kostenefficiëntie en duurzaamheid in balans om risico's te beperken en de continuïteit van de levering te garanderen. We eisen van kritische leveranciers dat ze een EcoVadis-rating van ten minste 45 hebben en doelen hebben voor koolstofreductie, evenals eventuele aanvullende duurzaamheidsoverwegingen die relevant zijn voor een specifiek inkoopproject (bijvoorbeeld diversiteit of milieupraktijken).
De betalingstermijnen van leveranciers van UCB worden geval per geval bepaald en bedragen gewoonlijk netto 60 dagen vanaf de factuurdatum, tenzij specifieke wettelijke vereisten of betalingstermijnen van toepassing zijn. Dit is in overeenstemming met de standaard betalingstermijnen in de farmaceutische industrie van netto 60 tot 90 dagen. UCB beheert uitsluitend betalingsprocessen voor leveranciers op basis van algemene voorwaarden en geïntegreerde best practices.
Momenteel heeft UCB geen specifiek beleid om het risico van betalingsachterstand aan te pakken, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) en andere kwetsbare entiteiten. We controleren echter actief de tijdige betalingen van al onze leveranciers en nemen corrigerende maatregelen wanneer onze KPI afwijkt van onze doelstelling om op tijd betaald te worden. Een projectteam ontwikkelt een beleid om deze problemen aan te pakken, met name voor het MKB en kwetsbare verkopers, waarvan de implementatie gepland staat voor 2026.
In 2024 duurde het gemiddeld 58 dagen om een factuur te betalen (tegenover 62 dagen in 2023) vanaf de dag dat de factuur werd geplaatst tot de datum van betaling, ongeacht de aard en locatie van de leverancier. In 2024 werd 92,9% (tegenover 91% in 2023) van de betalingen aan UCB-leveranciers op tijd uitgevoerd, gebaseerd op wereldwijde betalingen aan alle leveranciers. Per februari 2025 liepen er 0 juridische procedures wegens te late betaling van leveranciers.
De gemiddelde tijd die nodig is om een factuur te betalen, wordt berekend op basis van alle inkooporders die zijn aangemaakt van januari tot december 2024. We beschouwen 'op tijd' betalen als binnen de vervaldatum van de overeengekomen betalingsvoorwaarden plus 6 kalenderdagen, waarbij de vervaldatum wordt beschouwd als vrijdag van de week waarin de geplaatste factuur verschuldigd is (tenzij een individuele leveranciersovereenkomst anders bepaalt). UCB voert één betalingscyclus per week uit.
1 De categorieën omvatten productie, marketing & verkoop, onderzoek en ontwikkeling (O&O), engineering & infrastructuur en bedrijfsdiensten.
UCB zet zich in voor de voortdurende evolutie van ecosystemen voor gezondheidszorg die innovatie erkennen en belonen, op waarde gebaseerde zorg aanmoedigt en betaalbare en gelijke toegang tot geneesmiddelen bevordert.
Gezien de verschillende regelgevende omgevingen in de verschillende regio's, passen we onze benadering van het overheidsbeleid aan, terwijl we consistent blijven in onze mondiale inzet voor ethische betrokkenheid en afstemming op ons doel.
Dit onderwerp is opgenomen in de Gedragscode van UCB (meer informatie over het gedeelte Ethische bedrijfsvoering) en onze inzet houdt ook in dat we ons houden aan de rapportageverplichtingen voor lobbyactiviteiten en de beperkingen op bijdragen aan politieke campagnes in de landen waar we actief zijn.
Waar toegestaan in bepaalde landen en wanneer geautoriseerd door de leiding van het land en de Juridische Afdeling of de lokale juridisch adviseur, neemt UCB deel aan het politieke proces. Ondersteunde kandidaten worden geselecteerd op basis van opvattingen, stemgedrag en standpunten ten aanzien van vraagstukken die de belangen en waarden weerspiegelen van UCB, onze werknemers en de patiënten die we nu en in de toekomst dienen.
politieke activiteiten, specifiek voor de VS, bepaalt dat geen enkele werknemer van het bedrijf bedrijfsmiddelen mag gebruiken, of toestemming mag geven voor het gebruik van bedrijfsmiddelen om een politieke bijdrage te leveren aan, of een uitgave te doen ten gunste van een kandidaat of politieke commissie, tenzij de werknemer vooraf toestemming heeft gekregen van het hoofd van U.S. Corporate Affairs, of zijn of haar aangestelde.
In de EU houdt het Global Head of Sustainability, Corporate Affairs & Risk toezicht op de uitvoering van politieke invloed en belangenbehartiging. In de VS worden de inspanningen van UCB rond dit thema gecontroleerd door het hoofd van U.S. Corporate Affairs en het hoofd van U.S. Public Policy & Government Relations.
UCB is opgenomen in de volgende transparantieregisters:
Het is gebruikelijk voor bedrijven in de VS om kandidaten te steunen via Political Action Committees (PAC's). Het Amerikaanse filiaal van UCB heeft een PAC om kandidaten op federaal en staatsniveau te steunen en alle bijdragen zijn openbaar. Alle bijdragen van U-PAC en UCB aan bedrijfscampagnes worden vóór het leveren van een dergelijke bijdrage zowel intern beoordeeld door de U-PAC Raad van Bestuur, die bestaat uit kaderleden en werknemers van UCB, als door een externe politieke juridisch adviseur, Politicom Law LLP. We bekijken routinematig alle kandidaatbijdragen en onze criteria om ervoor te zorgen dat kandidaten die worden gesteund door het PAC van UCB de standpunten van het bedrijf over innovatie, betaalbare toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg en gezondheidsgelijkheid uitdragen. Dit is de maatstaf die we gebruiken om te beslissen welke kandidaten we steunen.
In 2024 hield UCB zich bezig met belangenbehartiging met betrekking tot de volgende onderwerpen:
| 2024 | |
|---|---|
| Indirecte politieke bijdragen (in duizenden EUR) |
99 |
Indirecte politieke bijdragen worden door UCB alleen in de VS gedaan, volgens standaard lokale praktijken. Ongeveer een derde van het bedrag aan politieke bijdragen dat voor 2024 werd gerapporteerd, werd gedaan via het U-PAC, terwijl de andere twee derde werd gedaan via lobbyorganisaties in staten waar dat is toegestaan.
UCB beschikt over een sterk technologiebeheer en onze benadering van AI ontwikkelt zich in lijn met de ontwikkeling ervan en de gerelateerde regelgeving, rekening houdend met de bredere maatschappelijke implicaties, complexe ethische kwesties en gevolgen voor de mensenrechten die zich voordoen.
De Gedragscode van UCB betreft zaken die te maken hebben met AI en zorgt ervoor dat ethische praktijken worden nageleefd in al onze activiteiten, terwijl het Beleid inzake acceptabel ITgebruik interne richtlijnen geeft voor het ethisch gebruik van de IT-systemen van UCB.
De Gedragscode van UCB helpt onze collega's om slimme en ethische keuzes te maken over AI-technologie, in combinatie met voortdurende training. In de Code worden de verwachtingen van UCB met betrekking tot technologie, waaronder kunstmatige intelligentie, uiteengezet. Meer informatie over de Gedragscode van UCB is te vinden in het gedeelte Ethische bedrijfsvoering.
beschreven hoe wij ons ervoor inzetten om AI op een transparante manier te gebruiken, met respect voor de menselijke autonomie en in lijn met ons doel om het leven van mensen met ernstige ziekten te verbeteren. We overwegen zorgvuldig welke taken we aan AI overlaten en treffen de nodige veiligheidsmaatregelen om ervoor te zorgen dat we er op verantwoorde wijze gebruik van maken. Bovendien zijn AI-systemen bij UCB conform de normen voor gegevensbescherming, zodat persoonlijke gegevens privé blijven. De beschrijvingen van de manier waarop ze werken (in begrijpelijke termen) zijn direct beschikbaar.
Het Beleid inzake acceptabel IT-gebruik, dat beschikbaar is op het gereguleerde documentbeheersysteem van het bedrijf, garandeert dat de IT-systemen van UCB betrouwbaar, veilig en in overeenstemming met de regels zijn. Het ethische, conforme en legale gebruik van deze IT-systemen beschermt werknemers, partners, patiënten en het bedrijf tegen illegale of schadelijke acties van individuen, bewust of onbewust. Het beleid is van toepassing op alle IT-systemen van UCB die worden gebruikt of beheerd namens UCB, waaronder door werknemers van UCB, contractanten, consultants, tijdelijke werknemers, andere werknemers van UCB en personeel dat is aangesloten bij derden. Dit omvat:
In 2024 werden onder andere de volgende acties ondernomen:
We zijn momenteel bezig met het bijwerken van het beleid inzake acceptabel gebruik van IT om aanvullende elementen op te nemen over ethisch gebruik van technologie, naast andere updates. Het bijgewerkte beleid wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2025.
UCB heeft gerapporteerd in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) voor de periode van 1 januari 2024 - 31 december 2024, in overeenstemming met de vereisten van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).
| ESRS 2 - Algemene informatie | ||||
|---|---|---|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina | |||
| BP-1: Basis voor voorbereiding | 58 | |||
| BP-2: Specifieke omstandigheden | 58, 130 | |||
| GOV-1: Bestuurlijke rollen | 46-51, 148, 155-157 |
|||
| GOV-2: Bestuur | 150, 155 | |||
| GOV-3: Stimuleringsregelingen | 162, 165, 168-169 |
|||
| GOV-4: Due diligence | 130 | |||
| GOV-5: Risicobeheer | 52, 55, 58 | |||
| SBM-1: Strategie, bedrijfsmodel en waardeketen | 9, 11-13, 24, 59 |
|||
| SBM-2: Belanghebbenden | 24, 58-61 | |||
| SBM-3: Strategie en bedrijfsmodel | 58-61 | |||
| IRO-1: Processen voor IRO's | 58-61 | |||
| IRO-2: Behandelde openbaarmakingsverplichtingen |
129-130 |
| ESRS E1 - Klimaatverandering | |
|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina |
| ESRS 2 GOV-3: Stimuleringsregelingen | 168, 176 |
| E1-1: Transitieplan | 64-65 |
| ESRS 2 SBM-3: Strategie en bedrijfsmodel | 63 |
| ESRS 2 IRO-1: Processen voor IRO's | 58-61, 63-64 |
| E1-2: Beleid | 65-66 |
| E1-3: Acties | 66 |
| E1-4: Doelstellingen | 66 |
| E1-5: Energieverbruik en -mix | 67 |
| E1-6: Broeikasgasemissies | 68-69 |
| E1-7: Opgeheven broeikasgas | 69 |
| E1-8: Interne koolstofbeprijzing | 69 |
| ESRS E2 - Vervuiling | |
|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina |
| ESRS 2 IRO-1: Processen voor IRO's | 58-61 |
| E2-1: Beleid | 70-72 |
| E2-2: Acties | 71-72 |
| E2-3: Doelstellingen | 72 |
| E2-4: Verontreiniging van lucht, water en bodem |
73-74 |
| E2-5: Zorgwekkende en zeer zorgwekkende stoffen |
74 |
| ESRS E3 - Water en mariene hulpbronnen | |
|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina |
| ESRS 2 IRO-1: Processen voor IRO's | 58-61 |
| E3-1: Beleid | 75 |
| E3-2: Acties | 75 |
| E3-3: Doelstellingen | 76 |
| E3-4: Waterverbruik | 76 |
ESRS E5 - Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie
| Openbaarmakingsplicht | Pagina |
|---|---|
| ESRS 2 IRO-1: Processen voor IRO's | 58-61 |
| E5-1: Beleid | 77 |
| E5-2: Acties | 77-78 |
| E5-3: Doelstellingen | 78 |
| E5-5: Uitstromen van hulpbronnen | 78-79 |
Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value
| ESRS S1 - Eigen personeel | |
|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina |
| ESRS 2 SBM-2: Belanghebbenden | 59 |
| ESRS 2 SBM-3: Strategie en bedrijfsmodel | 91 |
| S1-1: Beleid | 92-94 |
| S1-2: Betrokkenheid bij eigen werknemers | 92-94 |
| S1-3: Negatieve impact herstellen | 95-96 |
| S1-4: Actie | 92-95 |
| S1-5: Doelstellingen | 96 |
| S1-6: Kenmerken van werknemers | 97-98 |
| S1-8: Collectieve onderhandelingen | 98 |
| S1-9: Diversiteit | 98-99 |
| S1-13: Training en ontwikkeling | 99 |
| S1-14: Gezondheid, veiligheid en welzijn | 100 |
| S1-16: Bezoldiging | 100-101 |
| S1-17: Incidenten | 101 |
| ESRS S2 - Werknemers in de waardeketen | |
|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina |
| ESRS 2 SBM-2: Belanghebbenden | 59 |
| ESRS 2 IRO-1: Processen voor IRO's | 58-61, 102-103 |
| S2-1: Beleidslijnen | 103 |
| S2-2: Betrokkenheid bij werknemers in de waardeketen |
104 |
| S2-3: Negatieve impact herstellen | 104 |
| S2-4: Actie | 104 |
| S2-5: Doelstellingen | 105 |
| MDR-M: Maatstaven | 105 |
| ESRS S4 - Consumenten en eindgebruikers | |||
|---|---|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina | ||
| ESRS 2 SBM-2: Belanghebbenden | 59 | ||
| ESRS 2 SBM-3: Strategie en bedrijfsmodel | 106-108 | ||
| S4-1: Beleidslijnen | 108-113 | ||
| S4-2: Betrokkenheid bij consumenten en eindgebruikers |
114-115 | ||
| S4-3: Negatieve impact herstellen | 115 | ||
| S4-4: Actie | 109-114 | ||
| S4-5: Doelstellingen | 116 | ||
| MDR-M: Maatstaven | 116-119 |
| ESRS G1 - Zakelijk gedrag | |
|---|---|
| Openbaarmakingsplicht | Pagina |
| ESRS 2 GOV-1: Bestuurlijke rollen | 150 |
| ESRS 2 IRO-1: Processen voor IRO's | 58-61 |
| G1-1: Bedrijfscultuur en zakelijk gedrag | 121-124 |
| G1-2: Relatie met leveranciers | 126 |
| G1-3: ABAC-preventie | 125 |
| G1-4: ABAC-incidenten | 125 |
| G1-5: Politieke invloed en lobbying | 127 |
| G1-6: Betalingspraktijken | 126 |
| Kernelementen van due diligence op het gebied van milieu en maatschappij |
Pagina | ||
|---|---|---|---|
| a. Due diligence verankeren in bestuur, strategie en bedrijfsmodel |
24, 58-61, 65, 70-71, 75, 77, 92- 92, 103, 108-114, 122, 125, 155 |
||
| b. Betrokken belanghebbenden betrekken bij alle belangrijke stappen van due diligence |
58-61, 92-94, 104, 114-115 |
||
| c. Nadelige gevolgen vaststellen en beoordelen |
58-61, 63-63, 102-103 |
||
| d. Acties ondernemen om deze negatieve gevolgen aan te pakken |
66, 71-72, 75, 77-78, 92-95, 104, 109-114, 123 |
||
| e. De effectiviteit van deze inspanningen bijhouden en communiceren |
66-69, 72-74, 76, 78-79, 96-101, 105, 116-119, 123-126 |
| Openbaarmakingsplicht conform ESRS | Pagina | |
|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 (21 a-e) | 148, 156-157 | |
| ESRS 2 GOV-1 (22 a-d) | 46, 51, 155 | |
| ESRS 2 GOV-1 (23 a, b) | 155 | |
| ESRS 2 GOV-2 (26 a-c) | 150, 155 | |
| ESRS 2 GOV-3 (29 a-e) | 162, 165, 168-169 | |
| ESRS 2 GOV-5 (36 c-d) | 52-55 | |
| ESRS 2 SBM-1 (40 a) | 9, 11 | |
| ESRS 2 SBM-1 (40 e, g) | 24 | |
| ESRS 2 SBM-1 (42 a, b) | 12-13 | |
| ESRS E-1 GOV-3 (13) | 168, 176 | |
| G1 GOV-1 (5 a, b) | 150 |
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de datapunten die zijn afgeleid van andere EU-wetgeving zoals vermeld in ESRS 2 Appendix B. De tabel geeft aan waar deze datapunten in ons rapport te vinden zijn en welke datapunten als 'Niet materieel' zijn beoordeeld.
| Openbaar makingsplicht |
Datapunt | Referentie SFDR |
Referentie Pillar 3 |
Referentie benchmark regelgeving |
Referentie EU-klimaat wetgeving |
Pagina/ relevantie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (d): Genderdiversiteit bestuur | • | • | 157 | ||
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (e): Percentage bestuursleden dat onafhankelijk is | • | 157 | |||
| ESRS 2 GOV-4 | 30: Verklaring over due diligence | • | 130 | |||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) i: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan fossiele brandstoffen |
• | • | • | N.v.t. | |
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) ii: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan chemicaliënproductie |
• | • | N.v.t. | ||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iii: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan controversiële wapens |
• | • | N.v.t. | ||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iv: Betrokkenheid bij activiteiten gerelateerd aan de teelt en productie van tabak |
• | N.v.t. | |||
| ESRS E1-1 | 14: Transitieplan om klimaatneutraliteit te bereiken tegen 2050 |
• | 64 | |||
| ESRS E1-1 | 16 (g): Ondernemingen uitgesloten van aan Parijs aangepaste benchmarks |
• | • | 65 | ||
| ESRS E1-4 | 34: Doelstellingen voor reductie van broeikasgasemissies |
• | • | • | 66 | |
| ESRS E1-5 | 38: Energieverbruik uit fossiele bronnen uitgesplitst naar bronnen |
• | 67 | |||
| ESRS E1-5 | 37: Energieverbruik en -mix | • | 67 | |||
| ESRS E1-5 | 40-43: Energie-intensiteit in verband met activiteiten in sectoren met een grote impact op het klimaat |
• | 67 | |||
| ESRS E1-6 | 44: Bruto Scope 1-, 2-, 3- en totale broeikasgasemissies |
• | • | • | 68 | |
| ESRS E1-6 | 53-55: Intensiteit bruto-broeikasgasemissies | • | • | • | 68 | |
| ESRS E1-7 | 56: Opheffingen van broeikasgassen en koolstofkredieten |
• | 69 | |||
| ESRS E1-9 | 66: Blootstelling van de benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's |
• | N.v.t. | |||
| ESRS E1-9 | 66 (a): Uitsplitsing van geldbedragen naar acuut en chronisch fysiek risico 66 (c): Locatie van belangrijke activa met een materieel fysiek risico |
• | N.v.t. | |||
| ESRS E1-9 | 67 (c): Uitsplitsing van de boekwaarde van de vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse |
• | N.v.t. | |||
| ESRS E1-9 | 69: Mate van blootstelling van de portefeuille aan klimaatgerelateerde kansen |
• | N.v.t. | |||
| ESRS E2-4 | Hoeveelheid van elke in bijlage II van de E-PRTR verordening genoemde verontreinigende stof die in de lucht, het water en de bodem wordt uitgestoten |
• | 73 | |||
| ESRS E3-1 | 9: Water en mariene bronnen | • | 75 | |||
| ESRS E3-1 | 13: Speciaal beleid | • | 75 | |||
| ESRS E3-1 | 14: Duurzame oceanen en zeeën | • | N.v.t. | |||
| ESRS E3-4 | 28 (c): Totaal gerecycled en hergebruikt water | • | 76 | |||
| ESRS E3-4 | 29: Totaal waterverbruik in m3 per netto-opbrengst uit eigen activiteiten |
• | 76 | |||
| ESRS 2 SBM-3 E4 | 16 (a) i | • | N.v.t. |
| Openbaar makingsplicht |
Datapunt | Referentie SFDR |
Referentie Pillar 3 |
Referentie benchmark regelgeving |
Referentie EU-klimaat wetgeving |
Pagina/ relevantie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 SBM-3 E4 | 16 (b) | • | N.v.t. | |||
| ESRS 2 SBM-3 E4 | 16 (c) | • | N.v.t. | |||
| ESRS E4-2 | 24 (b): Duurzame landbouwpraktijken of duurzaam landbouwbeleid |
• | N.v.t. | |||
| ESRS E4-2 | 24 (c): Duurzame praktijken of beleidslijnen voor oceanen en zeeën |
• | N.v.t. | |||
| ESRS E4-2 | 24 (d): Beleid om ontbossing aan te pakken | • | N.v.t. | |||
| ESRS E5-5 | 37 (d): Niet-gerecycled afval | • | 78 | |||
| ESRS E5-5 | 39: Gevaarlijk afval en radioactief afval | • | 78 | |||
| ESRS 2 SBM-3 S1 | 14 (f): Risico op incidenten met dwangarbeid | • | N.v.t. | |||
| ESRS 2 SBM-3 S1 | 14 (g): Risico op incidenten met kinderarbeid | • | N.v.t. | |||
| ESRS S1-1 | 20: Toezeggingen inzake mensenrechtenbeleid | • | 92-94 | |||
| ESRS S1-1 | 21: Due diligence-beleid voor kwesties die aan de orde komen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
• | 92-94 | |||
| ESRS S1-1 | 22: Processen en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel |
• | N.v.t. | |||
| ESRS S1-1 | 23: Beleid of beheersysteem voor ongevallenpreventie op de werkplek |
• | 92-94 | |||
| ESRS S1-3 | 32 (c): Mechanismen voor klachtenbehandeling | • | 95 | |||
| ESRS S1-14 | 88 (b) en (c): Aantal dodelijke ongevallen en aantal en percentage werkgerelateerde ongevallen |
• | • | 100 | ||
| ESRS S1-14 | 88 (e): Aantal verzuimdagen door verwondingen, ongevallen, sterfgevallen of ziekte |
• | 100 | |||
| ESRS S1-16 | 97 (a): Onaangepaste loonkloof tussen mannen en vrouwen |
• | • | 100 | ||
| ESRS S1-16 | 97 (b): Buitensporige verhouding CEO-salarissen | • | 101 | |||
| ESRS S1-17 | 103 (a): Incidenten van discriminatie | • | 101 | |||
| ESRS S1-17 | 104 (a): Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO richtlijnen |
• | • | 101 | ||
| ESRS 2 SBM-3 S2 | 11 (b): Aanzienlijk risico op kinderarbeid of dwangarbeid in de waardeketen |
• | 102 | |||
| ESRS S2-1 | 17: Toezeggingen inzake mensenrechtenbeleid | • | 103 | |||
| ESRS S2-1 | 18: Beleid met betrekking tot werknemers in de waardeketen |
• | 103 | |||
| ESRS S2-1 | 19: Niet-naleving van de UNGP's over beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO richtlijnen |
• | 105 | |||
| ESRS S2-1 | 19: Due diligence-beleid voor kwesties die aan de orde komen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
• | 103 | |||
| ESRS S2-4 | 36: Mensenrechtenkwesties en incidenten in verband met de waardeketen upstream en downstream |
• | 105 | |||
| ESRS S3-1 | 16: Toezeggingen inzake mensenrechtenbeleid | • | N.v.t. | |||
| ESRS S3-1 | 17: Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten, ILO-beginselen en de OESO richtlijnen |
• | • | N.v.t. | ||
| ESRS S3-4 | 36: Mensenrechtenkwesties en -incidenten | • | N.v.t. | |||
| ESRS S4-1 | 16: Beleid met betrekking tot consumenten en eindgebruikers |
• | 108-113 | |||
| ESRS S4-1 | 17: Niet-naleving van de UNGP's inzake bedrijfsleven en mensenrechten en de OESO-richtlijnen |
• | • | 115 | ||
| ESRS S4-4 | 35: Mensenrechtenkwesties en -incidenten | • | N.v.t. | |||
| ESRS G1-1 | 10 (b): Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie |
• | N.v.t. | |||
| ESRS G1-1 | 10 (d): Bescherming van klokkenluiders | • | N.v.t. | |||
| ESRS G1-4 | 24 (a): Boetes voor overtreding van wetgeving ter bestrijding van corruptie en omkoping |
• | • | 125 | ||
| ESRS G1-4 | 24 (b): Normen ter bestrijding van corruptie en omkoping |
• | 125 |
| Referentie verslag | |||
|---|---|---|---|
| Veiligheid van deelnemers aan klinische proeven | |||
| 1 Per regio bespreken van het beheerproces om de kwaliteit en de veiligheid van de patiënt tijdens klinische proeven te waarborgen |
Patiëntveiligheid Productkwaliteit |
||
| 2 Aantal inspecties met betrekking tot het beheer van klinische proeven en geneesmiddelenbewaking die resulteerden in: |
Productkwaliteit | ||
| HC-BP-210a | (1) vrijwillige remediëring van entiteit of | ||
| (2) regelgevende of administratieve acties tegen de entiteit | |||
| 3 Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met klinische proeven in ontwikkelingslanden |
Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen. |
||
| Toegang tot geneesmiddelen | |||
| 1 Beschrijving van acties en initiatieven ter bevordering van de toegang tot gezondheidsproducten voor prioritaire ziekten en in prioritaire landen, zoals gedefinieerd door de Access to Medicine Index |
Toegang tot geneesmiddelen Gelijke toegang tot geneesmiddelen Veerkracht van de gezondheidssystemen |
||
| HC-BP-240a | 2 Lijst van producten op de List of Prequalified Medicinal Products van de WHO als deel van haar Prequalification of Medicines Programme (PQP) |
UCB heeft geen producten in de List of Prequalified Medicinal Products van de WHO |
|
| Betaalbaarheid en prijsstelling | |||
| 2 Procentuele wijziging in: | |||
| (1) gewogen gemiddelde catalogusprijs en | Gelijke toegang tot geneesmiddelen | ||
| HC-BP-240b | (2) gewogen gemiddelde nettoprijs in de productportefeuille vergeleken met vorig jaar |
||
| 3 Procentuele wijziging in: | |||
| (1) catalogusprijs en | Gelijke toegang tot geneesmiddelen | ||
| (2) nettoprijs van product met grootste stijging ten opzichte van vorige verslagperiode |
|||
| Veiligheid van geneesmiddelen | |||
| 1 Producten opgenomen in openbare databases voor medische productveiligheid of waarschuwingen voor ongewenste voorvallen |
Beschikbaar op FDA Adverse Event Reporting System (FAERS), het EU EudraVigilance systeem en VigiBase van de WHO |
||
| 2 Aantal sterfgevallen die verband houden met producten | Beschikbaar op FDA Adverse Event Reporting System (FAERS) en het EU EudraVigilance systeem (deze twee databases bevatten over het algemeen dezelfde gevallen). |
||
| HC-BP-250a | 3 (1) Aantal terugroepacties, (2) totaal aantal teruggeroepen eenheden |
Productkwaliteit | |
| 4 Totaal aantal producten aanvaard voor terugname, hergebruik of verwijdering |
UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB boekhoudstandaarden |
||
| 5 Aantal handhavingsmaatregelen van de FDA naar aanleiding van overtredingen van huidige goede productiepraktijken (good manufacturing practices, GMP), per type |
UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB boekhoudstandaarden |
| Referentie verslag | |||
|---|---|---|---|
| Namaakgeneesmiddelen | |||
| 1 Beschrijving van de methoden en technologieën die worden gebruikt om de traceerbaarheid van producten in de hele toeleveringsketen te handhaven en namaak te voorkomen |
UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB boekhoudstandaarden |
||
| HC-BP-260a | 2 Bespreking van het proces om klanten en zakenpartners te waarschuwen voor potentiële of bekende risico's in verband met namaakproducten |
UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB boekhoudstandaarden |
|
| 3 Aantal acties dat heeft geleid tot invallen, inbeslagnemingen, arrestaties en/of indiening van strafrechtelijke vervolging in verband met namaakproducten |
UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB boekhoudstandaarden |
||
| Ethische marketing | |||
| 1 Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met valse marketingclaims |
Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen |
||
| HC-BP-270a | 2 Beschrijving van de ethische code voor het promoten van off-label gebruik van producten |
Verantwoorde verkoop en marketing | |
| Werving, ontwikkeling en behoud van werknemers | |||
| 1 Bespreking van inspanningen voor de werving en het behoud van talent voor wetenschappers en onderzoeks- en ontwikkelingspersoneel |
Ontwikkeling van werknemers | ||
| 2 (1) Vrijwillig en | |||
| HC-BP-330a | (2) onvrijwillig verloop voor: (a) kaderleden/senior managers, (b) mid-level managers, (c) professionals, en (d) alle anderen |
Kenmerken van UCB-werknemers | |
| Beheer van de toeleveringsketen | |||
| 1 Percentage van: | |||
| HC-BP-430a | (1) de faciliteiten van de entiteit en (2) faciliteiten van Tier I-leveranciers die deelnemen aan het Rx-360 International Pharmaceutical Supply Chain Consortium auditprogramma of gelijkwaardige auditprogramma's van derden voor de integriteit van de toeleveringsketen en de ingrediënten |
UCB is van plan de komende jaren verder te rapporteren over SASB boekhoudstandaarden |
|
| Bedrijfsethiek | |||
| 1 Totaal bedrag van geldelijke verliezen als gevolg van juridische procedures in verband met corruptie en omkoping |
Materiële regelingen zijn opgenomen in Toelichting 34. Voorzieningen |
||
| HC-BP-510a | 2 Beschrijving van de ethische code inzake interacties met professionals in de gezondheidszorg |
Verantwoorde verkoop en marketing | |
| Activiteiten in cijfers | |||
| A Aantal behandelde patiënten | Brief aan belanghebbenden | ||
| B Aantal geneesmiddelen | |||
| HC-BP-000 | (1) in portfolio en | www.ucb.com/our-products Klinische ontwikkelingspijplijn van UCB |
|
| (2) in onderzoek en ontwikkeling (fasen 1 tot en met 3) |
Aan de algemene vergadering
In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van UCB NV (de "Vennootschap") and filialen (samen "de Groep", leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor.
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 25 april 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad van UCB NV, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie van de Groep, opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring van Geïntegreerd Jaarverslag op 31 december 2024 en voor de jaar afgesloten op deze datum (hierna de "duurzaamheidsinformatie").
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben onze assuranceopdracht over de duurzaamheidsinformatie van UCB uitgevoerd voor het eerst dit boekjaar.
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
• de vereisten in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (de "Taxonomieverordening") betreffende de openbaarmaking van de informatie, opgenomen in subsectie 'EU-taxonomie' van het deel van het jaarverslag met betrekking tot milieugerelateerde aspecten, niet naleeft.
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie ("ISAE 3000 (Herzien)"), zoals in België van toepassing.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag "Verantwoordelijkheden van de commissaris. betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie".
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assuranceinformatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
De reikwijdte van onze werkzaamheden is beperkt tot onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid over de duurzaamheidsinformatie van de Vennootschap. Onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid strekt zich niet uit tot informatie met betrekking tot de vergelijkende cijfers.
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichting 'Algemene informatie materialiteitsbeoordeling' van de duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
Het bestuursorgaan van de Vennootschap is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat,
Deze verantwoordelijkheid omvat:
Het auditcomité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Vennootschap.
Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van het bestuursorgaan van de Vennootschap vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Vennootschap.
De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assuranceverslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie "Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden", zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/ of door mogelijke acties van de Vennootschap. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
• Het verwerven van inzicht in de beheersingsomgeving van de entiteit, de relevante processen en informatiesystemen voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar zonder de opzet van specifieke controleactiviteiten te beoordelen,
onderbouwende informatie over hun implementatie te verkrijgen of de effectieve werking van de opgezette interne beheersingsmaatregelen te toetsen;
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assuranceinformatie te verkrijgen over de duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
• Inzicht verworven in de verslaggevingsprocessen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, met inbegrip van de consolidatieprocessen, door inzicht te verkrijgen in de controleomgeving, processen en informatiesystemen van de Groep die relevant zijn voor het opstellen van de duurzaamheidsinformatie, maar niet door het ontwerp van bepaalde controleactiviteiten te evalueren, bewijsmateriaal te verzamelen over hun implementatie of hun effectiviteit te testen;
• Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid verricht, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
Brussel, 26 februari 2025
Forvis Mazars Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d'Entreprises BV Commissaris
Vertegenwoordigd door
Bedrijfsrevisor

Het is een groot voorrecht om u te mogen schrijven als de onlangs benoemde voorzitter van het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité (GNCC) bij UCB. Na acht jaar in het Comité te hebben gediend en UCB meer dan tien jaar te hebben geadviseerd, voel ik mij vereerd deze rol op mij te nemen terwijl we UCB

op zo'n cruciaal moment in de ontwikkeling van het bedrijf sturen. De huidige resultaten laten zien dat we klaar zijn om een nieuw tijdperk van groei en waardecreatie in te luiden dankzij nieuwe oplossingen die gebaseerd zijn op wetenschappelijke innovatie en die voortkomen uit voortgezette partnerschappen die helpen de weg te banen voor behandelingsopties die het leven verbeteren van de mensen die we dienen.
Ik wil graag mijn dank uitspreken voor de voortdurende betrokkenheid en dialoog met onze aandeelhouders: uw inzichten zijn van cruciaal belang in ons voortdurende streven om onze bestuurspraktijken te verbeteren en te verfijnen. Terwijl we terugkijken op het afgelopen jaar, zijn we dankbaar voor uw steun tijdens de Algemene vergadering van 2024, waar we positieve resultaten op verschillende belangrijke gebieden, waaronder beloning van bestuursmandaten, benoemingen van bestuurders en verlengingen zagen. Deze resultaten tonen aan dat u vertrouwen hebt in onze aanpak en strategie.
Er hebben in 2024 verschillende belangrijke wijzigingen plaatsgevonden in het leiderschap van UCB, waaronder de benoeming van Fiona du Monceau en Alistair Henry in ons Uitvoerend Comité, respectievelijk als Executive Vice President, Patient Evidence, en Chief Scientific Officer. Zij leveren allebei waardevolle ervaring en expertise aan onze organisatie: Fiona heeft internationale functies bekleed bij grote farmaceutische bedrijven en adviesbureaus, en leidinggevende functies bekleed bij UCB en een ander biotechnologiebedrijf. Voordat ze terugkeerde bij UCB in een leidinggevende functie was Fiona vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van UCB en voorzitter van het GNCC waarbij ze een sterk zakelijk inzicht en toewijding aan mens en maatschappij toonde. Alistair heeft 26 jaar ervaring in therapeutische programma's van UCB en staat bekend om zijn expertise en onverminderde passie voor mensen en wetenschap. Alistair heeft een sleutelrol gespeeld in de ontwikkeling van medicijnen zoals EVENITY®, BIMZELX® en RYSTIGGO®. Alistair heeft veelvuldig samengewerkt en uitgebreid gepubliceerd. Wij kijken uit naar hun voortdurende bijdrage terwijl we verder groeien.
We nemen ook afscheid van twee gewaardeerde collega's, Iris Loew-Friedrich en Dhaval Patel, van wie de bijdragen aan het Uitvoerend Comité van onschatbare waarde zijn geweest voor het succes van UCB.
Wij zijn op onze beurt enthousiast over de ontwikkeling en de uitstekende nieuwe leden van ons bestuur: Charles-Antoine Janssen werd vicevoorzitter en er werden drie nieuwe onafhankelijke bestuursleden benoemd: Nefertiti Greene (lid van het GNCC), Dolca Thomas (lid van het Wetenschappelijk Comité) en Rodolfo Savitzky (lid en voorzitter van het Auditcomité). Elk van hen een brengt uniek perspectief dat ons bestuur verrijkt en een diversiteit en rijkdom aan expertise, ervaring en geografische reikwijdte met zich meebrengt die het vermogen van onze Raad van Bestuur om UCB door de kansen en uitdagingen van de toekomst te loodsen verder zal versterken. De verkiezing van 80% onafhankelijke leden, inclusief mijn eigen benoeming tot onafhankelijk voorzitter van het GNCC, garandeert een sterke basis van onafhankelijkheid in de besluitvorming.
In lijn met de voortdurende evolutie van UCB hebben we ons gefocused op de opvolgingsplanning van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité in overeenstemming met de voortdurende groei en transformatie van onze onderneming. Deze planning blijft centraal staan in onze strategie zodat beide bestuursorganen kunnen voldoen aan de veranderende behoeften van het bedrijf en tegelijkertijd de beste praktijken op het gebied van deugdelijk bestuur kunnen handhaven. Met dit doel voor ogen heeft de Raad in 2024 een beperkte interne evaluatie ondergaan om, gezien de aanzienlijke wijzigingen in zijn samenstelling zijn functioneren te evalueren voorafgaand aan een uitgebreidere externe evaluatie die gepland staat voor 2025. De feedback op de werking van de Raad van Bestuur was overweldigend positief en benadrukte dat we op het juiste niveau opereren met stevige discussies en de capaciteit om het bestuur en de strategische richting van UCB te sturen.
Terwijl we de EU-richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen implementeren, hebben we ook met toegewijd gewerkt aan het herdefiniëren van onze governance op het gebied van duurzaamheid. De rol van onze Raad van Bestuur, speciale comités en het Uitvoerend Comité is verbeterd om ervoor te zorgen dat we aan deze nieuwe eisen kunnen voldoen. Bijkomend weerspiegelt ons bijgewerkte Corporate Governance Charter deze veranderingen, wat de toewijding van UCB aan het handhaven van transparantie en verantwoording benadrukt. Een van de belangrijkste mijlpalen voor UCB in 2024 was de bevestiging van onze nettonuluitstootdoelen door het Science Based Targets initiative.

Dit is een bewijs van het harde werk en de gezamenlijke inspanning van het hele bedrijf en we voelen ons in gesterkt door de vooruitgang die we hebben geboekt met ons duurzaamheidstraject. Het vertegenwoordigd onze toewijding, niet alleen aan de mensen die we dienen, maar ook aan de gezondheid van onze planeet. Deze toewijding is verankerd in elk aspect van ons werk.
Nu UCB blijft groeien en alleen al in het afgelopen jaar haar marktkapitalisatie meer dan verdubbeld heeft, denken we ook na over de competitiviteit van onze beloningen voor leidinggevenden en de Raad van Bestuur. Zo willen we ervoor zorgen dat we aantrekkelijk blijven op de markt. Deze evaluatie zal verdergezet worden in 2025, met mogelijk voorstellen aan onze komende aandeelhoudersvergadering.
Tot slot wil ik zeggen dat ik erg enthousiast ben over de toekomst van UCB. Samen richten we ons op het behalen van duurzame prestaties voor alle belanghebbenden en het leveren van innovatieve oplossingen die het leven van mensen met ernstige ziekten overal ter wereld verbeteren.
Nogmaals bedankt voor uw voortdurende vertrouwen en samenwerking.
Hoogachtend,
Voorzitter, Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité
Als Belgische vennootschap genoteerd op Euronext Brussel, die de hoogste normen inzake deugdelijk bestuur nastreeft, is UCB NV ("UCB") door de Belgische wet (in het bijzonder artikel 3:61 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of het "WVV") verplicht de Belgische Corporate "Governance Code 20202 " of de "Code 2020" toe te passen die beiden sinds 1 januari 2020 van toepassing zijn.
De Code 2020 is gebaseerd op het "pas toe of leg uit"- principe. Het Belgische vennootschapsrecht en de Belgische Corporate Governance Code verplichten UCB ertoe om een Corporate Governance Charter aan te nemen en te publiceren en jaarlijks een Verklaring inzake deugdelijk bestuur op te nemen in het (Geïntegreerd) jaarverslag.
De Raad van Bestuur van UCB (de "Raad") heeft sinds 2005 een Corporate Governance Charter (het "Charter") vastgelegd. Het beschrijft de belangrijkste aspecten van deugdelijk bestuur bij UCB, inclusief de bestuursstructuur, het aandeelhouderschap en het intern reglement van de Raad, zijn comités en het Uitvoerend Comité, en de regels van toepassing op aandeelhoudersvergaderingen. Het Charter wordt regelmatig bijgewerkt en jaarlijks herzien door de Raad om in overeenstemming te zijn met de toepasselijke zijnde wet- en regelgeving, de Corporate Governance Code, internationale standaarden en de evolutie van UCB. De laatste versie van het UCB Charter is beschikbaar op de UCB-website. In overeenstemming met principe 1.3 van de Code 2020 dient UCB alle materiële wijzigingen aan het Corporate Governance Charter van de vennootschap mee te delen.
1 Artikel 3:6 van het WVV verwijst naar het Koninklijk Besluit van 12 mei 2019 over de toepasselijkheid van de Belgische Corporate Governance Code 2020 op beursgenoteerde vennootschappen.
2 De "Belgische Corporate Governance Code 2020" is beschikbaar op de website van de Corporate Governance Commissie: Belgische Corporate Governance Code 2020 | Commissie Corporate Governance (corporategovernancecommittee.be)
In maart 2024 werden de volgende materiële wijzigingen in het Charter van UCB aangebracht:
In december 2024 werden er verdere materiële wijzigingen opgenomen in het Charter van UCB om de respectieve rollen van de Raad van Bestuur, haar comités en het Uitvoerend Comité te verduidelijken in de context van de Richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (de "CSRD") en de implementatie daarvan onder Belgisch recht (de "CSRD-wet"). De rol van de Raad van Bestuur en de bevoegdheden van (i) het Auditcomité (paragraaf 4.2.1.), (ii) het Governance-, Benoemings- en Remuneratiecomité (GNCC) (paragraaf 4.3.1.) en (iii) het Uitvoerend Comité (paragraaf 5.1.1) zijn aangepast om hun respectieve rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot duurzaamheidskwesties te weerspiegelen. In beide gevallen (maart en december) zijn er ook kleine aanpassingen doorgevoerd om de duidelijkheid en leesbaarheid van het Charter van UCB te vergroten.
Zoals vereist door het WVV en de Code 2020 publiceert UCB elk jaar een Verklaring inzake deugdelijk bestuur, die deel uitmaakt van het Geïntegreerd jaarverslag en die o.a. alle informatie vereist door de wet, een beschrijving hoe de Code 2020 werd toegepast in het laatste boekjaar en, indien van toepassing, toelichting bij afwijkingen op de bepalingen van deze Code (toepassing van de "pas-toe-of-leg-uit"-benadering) bevat. Deze sectie van het Geïntegreerd jaarverslag vormt de Verklaring inzake deugdelijk bestuur voor het jaar 2024.
In overeenstemming met de CSRD en de CSRD-wet is UCB verplicht om vanaf het Geïntegreerde jaarverslag over het boekjaar 2024 uitgebreide duurzaamheidsverslagen op te stellen die voldoen aan de Europese normen voor duurzaamheidsverslaglegging (ESRS). Deze normen, die zijn ontwikkeld door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG), zorgen voor transparantie en vergelijkbaarheid in de verslaglegging over milieu-, sociale en bestuursaspecten (ESG). In dit verband wordt specifiek verwezen naar het nieuwe hoofdstuk 'Duurzaamheidsverklaring' van dit Geïntegreerde jaarverslag. De nieuwe openbaarmakingen met betrekking tot aspecten van deugdelijk bestuur conform de hieronder genoemde ESRS-classificatie zijn daarentegen hierna in deze paragraaf over deugdelijk bestuur opgenomen:

In 2024 is het kapitaal van UCB niet gewijzigd. Op 31 december 2024 bedroeg het kapitaal € 583.516.974, vertegenwoordigd door 194.505.658 aandelen.
Het aandelenkapitaal van UCB wordt sinds 13 maart 2014 vertegenwoordigd door 194.505.658 volledig volgestortte aandelen ("UCB-aandelen").
UCB-aandelen zijn, naar keuze van de aandeelhouder, op naam of gedematerialiseerd, in overeenstemming met het WVV.
Ingevolge de Wet van 14 december 2005 werden aandelen aan toonder geleidelijk afgeschaft, wat leidde tot hun omzetting in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten vanaf 1 januari 2014, een verplichte verkoop van uitstaande aandelen aan toonder door de Vennootschap in juni 2015 en hun complete afschaffing op het einde van 2015.
Per 1 januari 2016 hebben de rechtmatige eigenaars van niet opgeëiste aandelen aan toonder het recht om bij de Deposito- en Consignatiekas de terugbetaling te vorderen van de netto-opbrengst van de onderliggende aandelen, op voorwaarde dat zij op geldige wijze hun hoedanigheid van rechthebbende kunnen aantonen en mits een boete van 10% van de verkoopopbrengst van de onderliggende aandelen aan toonder per begonnen jaar. Meer details zijn beschikbaar op website van UCB.
UCB-aandelen op naam worden ingeschreven in UCB's register van aandelen op naam. Alle UCB-aandelen zijn toegelaten tot notering en verhandeling op Euronext Brussel. Elk aandeel geeft recht op één stem (volgens het principe "één aandeel, één stem").
De jaarlijkse algemene vergadering is bevoegd om het resultaat van elk boekjaar toe te wijzigen. In lijn met het dividendbeleid op lange termijn van UCB stelt de Raad een brutodividend voor van € 1,39 per aandeel. Als het dividend wordt goedgekeurd door de Algemene vergadering op 24 april 2025, zal het nettodividend van € 0,973 per aandeel (na Belgische bronbelasting van 30%) betaalbaar zijn vanaf dinsdag 29 april 2025 tegen afgifte van coupon nummer 28.
In overeenstemming met artikel 12 van de statuten van UCB (de "Statuten van UCB"), heeft de buitengewone Algemene vergadering van 25 april 2024 beslist om de Raad van Bestuur te machtigen, voor een periode van 2 jaar die aanvangt op 1 juli 2024 en eindigt op 30 juni 2026 te machtigen, om op of buiten de beurs, door aankoop, omruiling, inbreng of om het even welke andere wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap te verwerven, berekend op de datum van elke verwerving, tegen een prijs of een tegenwaarde per aandeel (i) van maximaal de hoogste koers van het aandeel van de vennootschap op Euronext Brussel op de datum van de verwerving en (ii) van minimaal een (1) euro, zonder afbreuk te doen aan artikel 8:5 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De Vennootschap mag, samen met haar directe of indirecte dochtervennootschappen, evenals personen die handelen in hun eigen naam maar voor rekening van de Vennootschap of haar directe of indirecte dochtervennootschappen, als gevolg van dergelijke verkrijging(en) niet meer dan 10% van het totaal aantal aandelen uitgegeven door de Vennootschap verwerven, berekend op het moment van de relevante verwerving. Deze machtiging strekt zich uit tot elke verwerving van aandelen van de Vennootschap, direct of indirect, door de directe dochterondernemingen van de Vennootschap, overeenkomstig artikel 7:221 van het WVV.
In 2024 heeft UCB NV 1.300.000 UCB-aandelen verworven en 1.565.838 UCB-aandelen vervreemd. Op 31 december 2024 was UCB NV eigenaar van 4.463.251 UCB-aandelen, die 2,29% van het totale aantal UCB-aandelen vertegenwoordigen. Het hield geen andere UCB-effecten aan. De UCB-aandelen werden verworven door UCB NV om de verplichtingen van UCB in te dekken die voortvloeien uit de aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en prestatieaandelenplannen voor werknemers. Geen van de verbonden vennootschappen van UCB NV bezit UCB-aandelen per dinsdag 31 december 2024.
De buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 25 april 2024 besloot om de Raad te machtigen (en om de statuten overeenkomstig te wijzigen) om gedurende 2 jaar, tot 28 mei 2026, het kapitaal in één of meerdere malen te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, en dit binnen de grenzen van het WVV.
Het totale bedrag waarmee de Raad het aandelenkapitaal kan verhogen door een combinatie van de machtigingen zoals bepaald onder (1) en (2), is in ieder geval beperkt tot maximaal 10% van het aandelenkapitaal op het moment dat de Raad beslist om gebruik te maken van deze machtiging.
De Raad is bovendien uitdrukkelijk gemachtigd om deze machtiging te gebruiken, binnen de beperkingen zoals bepaald onder (i) en (ii) hierboven, voor de volgende verrichtingen:
Een dergelijke kapitaalverhoging kan om het even welke vorm aannemen, met inbegrip van, maar zonder beperking tot, een inbreng in geld of in natura, met of zonder uitgiftepremie, met uitgifte van aandelen beneden, boven of tegen nominale waarde, door omzetting van reserves en/of uitgiftepremies en/ of overgedragen winst, voor zover maximaal door de Wet is toegestaan.
Elke beslissing van de Raad om gebruik te maken van deze machtiging vereist een meerderheid van 75%.
De Raad heeft de bevoegdheid, met recht van indeplaatsstelling, om de statuten te wijzigen om daarin de kapitaalverhogingen weer te geven die het gevolg zijn van de uitoefening van deze machtiging.
Het WVV laat niet toe om gebruik te maken van deze machtiging vanaf het ogenblik dat de Vennootschap op de hoogte werd gebracht door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten ('FSMA') over een publiek overnamebod.
Per 31 december 2024 maakte de Raad geen gebruik van deze machtiging.
De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgisch bedrijf genoteerd op Euronext Brussel. Op basis van de openbaar beschikbare informatie bezat Tubize 70.502.554 UCB-aandelen op een totaal van 194.505.658 (d.w.z. 36,25%) per 31 december 2024.
De aandeelhoudersstructuur van de Referentieaandeelhouder van UCB, evenals de belangrijkste elementen van de aandeelhoudersovereenkomst die van toepassing is tussen de aandeelhouders van Financière de Tubize SA, die in onderling overleg handelen, zijn beschikbaar op de website van Financière de Tubize (www.financiere-tubize.be).
Overeenkomstig regel 8.7 van de Code 2020 "moet de Raad van Bestuur overleggen of het passend is dat de vennootschap een relatieovereenkomst sluit met belangrijke aandeelhouders of aandeelhouders met zeggenschap." De Raad is van oordeel dat er momenteel geen behoefte is aan de opstelling van een relatieovereenkomst. Het Corporate Governance Charter van UCB, de huidige samenstelling van de Raad van Bestuur en de regels van het WVV en het Belgisch vennootschapsrecht bieden een voldoende duidelijk kader aan de Raad van Bestuur en de referentieaandeelhouder. Bovendien is de Referentieaandeelhouder van UCB zelf een beursgenoteerde onderneming en als zodanig onderworpen aan uitgebreide openbaarmakingsverplichtingen.

In de loop van 2024 heeft UCB de volgende transparantieverklaringen gedaan of ontvangen in overeenstemming met de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
UCB ontving eenentwintig transparantiemeldingen van BlackRock, Inc. op 16 augustus, 19 augustus, 22 augustus, 27 augustus, 29 augustus, 30 augustus, 2 september, 4 september, 18 september, 19 september, 20 september, 23 september, 24 september, 25 september, 30 september, 1 oktober, 2 oktober, 4 november, 5 november, 11 november en 12 november 2024. In de laatste transparantieverklaring van 12 november 2024 heeft BlackRock, Inc. meegedeeld dat, ingevolge een verwerving van UCB-aandelen met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar deelneming in UCB NV is gestegen en op 12 november 2024 de drempel van 5% heeft overschreden. Op 12 november 2024 bezat BlackRock, Inc. (rekening houdend met de deelnemingen van haar verbonden ondernemingen) 9.906.838 UCB-aandelen met stemrecht en 73.183 gelijkgestelde financiële instrumenten, die samen 5,13% vertegenwoordigen van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194.505.658), tegenover 5,02% (9.644.241 UCB-aandelen en 114.302 gelijkgestelde financiële instrumenten) in de vorige verklaring van 11 november 2024.
UCB ontving daarnaast drie transparantieverklaringen van FMR LLC op 30 januari, 5 april en 16 april 2024. In haar laatste transparantieverklaring heeft FMR LLC. meegedeeld dat, ingevolge een verwerving van UCB-aandelen met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar deelneming in UCB NV is gestegen en op 16 april 2024 de drempel van 7,5% heeft overschreden. Op 16 april 2024 had FMR LLC. (rekening houdend met de deelnemingen van haar verbonden ondernemingen) 14.617.221 UCB-aandelen met stemrecht,
wat neerkomt op 7,52% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194.505.658), tegenover 7,28% (14.155.080 UCB-aandelen) in de vorige verklaring van 5 april 2024.
Daarnaast ontving UCB een transparantieverklaring van Wellington Management Group LLP op 14 mei 2024 en 27 december 2024. In haar laatste verklaring heeft Wellington Management Group LLP meegedeeld dat, ingevolge een vervreemding van UCB-aandelen met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar totale deelneming in UCB NV is gedaald en op 27 december 2024 de drempel van 3% heeft onderschreden. Wellington heeft geen details verstrekt over het resterende belang onder de 3%, indien van toepassing, aangezien een dergelijke verklaring niet verplicht is volgens de Belgische wetgeving.
UCB ontving tot slot drie transparantieverklaringen van Goldman Sachs op 29 juli, 30 juli en 31 juli 2024. In haar laatste transparantieverklaring heeft Goldman Sachs meegedeeld dat, ingevolge een vervreemding van de financiële instrumenten van UCB als effecten met stemrecht door haar verbonden ondernemingen, haar deelneming in UCB NV is gedaald en op 31 juli 2024 de laagste drempel van 3% heeft onderschreden. Op 31 juli 2024 bezat Goldman Sachs (rekening houdend met de deelnemingen van haar verbonden ondernemingen) 4.551.484 UCB-aandelen of gelijkgestelde instrumenten, die samen 2,34% vertegenwoordigen van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194.505.658), tegenover 3,27% (6.354.011 UCB-aandelen met stemrecht of gelijkgestelde instrumenten) in de vorige verklaring van 30 juli 2024.
Alle verklaringen en gerelateerde persberichten zijn te vinden op de website van UCB.
We verwijzen u naar Toelichting 44.4 voor een overzicht van de relaties tussen UCB en haar aandeelhouders. Verder is UCB niet op de hoogte van overeenkomsten tussen haar aandeelhouders, met uitzondering van de hieronder vermelde informatie.
Op 25 augustus 2024 ontving UCB een bijgewerkte verklaring overeenkomstig artikel 74, §8, van de Wet op de openbare overnamebiedingen van Tubize (beschikbaar op de website van UCB), waarin Tubize verklaarde dat het sinds 31 juli 2023 411.943 UCB-aandelen verwierf, waardoor het in totaal 70.502.554 aandelen bezit, wat neerkomt op 36,25% van het totale aantal door de vennootschap uitgegeven aandelen (194.505.658).
Naast de verklaringen hierboven vermeld onder 3.3.2 en 3.3.3, houdt UCB NV ook UCB-aandelen aan (zie boven – eigen aandelen). De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek.
Hieronder vindt u een bijgewerkt overzicht van de aandeelhoudersstructuur van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten), op basis van het aandelenregister van UCB, de transparantieverklaringen ontvangen in uitvoering van de Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, de kennisgeving ontvangen in uitvoering van artikel 74, §8 van de Wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, de kennisgevingen aan de AFM in uitvoering van de Wet van 2 augustus 2002 op het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en, in voorkomend geval, recentere publieke bekendmakingen (situatie op 31 december 2024):
| Laatste wijziging: | 31-dec-24 | Situatie per | ||
|---|---|---|---|---|
| Aandelenkapitaal | € 583.516.974 | 13 mrt 2014 | ||
| Totaal aantal stemrechten (= noemer) | 194.505.658 | |||
| 1 | Financière de Tubize SA ('Tubize') | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 70.502.554 | 36,25% | 31 jul 2024 | |
| 2 | UCB NV | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 4.463.251 | 2,29% | 31 dec 2024 | |
| gelijkgestelde financiële instrumenten (opties)1 | 0 | 0,00% | 6 mrt 2017 | |
| gelijkgestelde financiële instrumenten (andere)1 | 0 | 0,00% | 18 dec 2015 | |
| Totaal | 4.463.251 | 2,29% | ||
| Free float2 (effecten waaraan stemrechten zijn verbonden (aandelen)) |
119.539.853 | 61,46% | ||
| 3 | BlackRock, Inc. | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 9.906.838 | 5,09% | 12 nov 2024 | |
| 4 | FMR LLC | |||
| stemrechtverlenende effecten (aandelen) | 14.617.221 | 7,52% | 16 apr 2024 | |
(alle percentages zijn berekend op basis van het huidige totale aantal stemrechten)
2 Free float zijn de UCB-aandelen die niet gehouden worden door de Referentieaandeelhouder (Tubize) en UCB NV. Voor deze berekening wordt enkel rekening gehouden met stemrechtverlenende effecten (aandelen) gehouden door deze entiteiten, gelijkgestelde financiële instrumenten worden uitgesloten.
1 Gelijkgestelde financiële instrumenten in de zin van artikel 6, §6, van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen.
In overeenstemming met de statuten vindt de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders 'Algemene vergadering') plaats op de laatste donderdag van april om 11.00u CET. In 2024 vond de algemene vergadering plaats op 25 april. In 2025 is dit op 24 april.
De regels aangaande de agenda, de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, toelating tot de vergaderingen, de procedure voor het uitoefenen van stemrecht en andere details kan men vinden in de statuten en in het Charter, die beschikbaar zijn op de website van UCB.

Het bestuur van UCB is gebaseerd op een "monistische" structuur. Dit betekent dat de onderneming wordt beheerd door een Raad van Bestuur en wordt geleid door een Uitvoerend Comité, waarvan de respectieve functies en verantwoordelijkheden hierna zijn gedefinieerd in overeenstemming met de statuten van de Vennootschap en het Charter. De Raad koos niet voor een "duale" structuur, gebaseerd op een afzonderlijke Raad van toezicht en een Raad van beheer. De Raad nam hierbij in overweging dat het huidige systeem een passend evenwicht van bevoegdheden voorziet tussen de Raad en het management, en de samenstelling van de Raad is in overeenstemming met de huidige aandeelhoudersstructuur en bedrijfsactiviteiten van UCB. De Raad wilde eveneens niet op permanente wijze de bevoegdheden toegekend door de wet aan de Raad in de huidige monistische structuur delegeren aan het management, noch de algemene vertegenwoordiging van UCB. Overeenkomstig de Belgische Corporate Governance Code 2020 moet de Raad van Bestuur zijn bestuursstructuur minstens om de vijf jaar evalueren. De laatste evaluatie werd in december 2024 door de Raad uitgevoerd, tegelijk met de beoordeling door de Raad, en de huidige bestuursstructuur werd bevestigd.
Raadpleeg de sectie Management UCB van het Geïntegreerd jaarverslag 2024 voor de samenstelling en biografieën van de leden van de Raad van Bestuur op 31 december 2024.
De Secretaris van de Raad is Xavier Michel, Group Corporate Secretary. De rol en de verantwoordelijkheden van de secretaris van de Raad worden beschreven in het UCB Charter.
Mevr. Fiona du Monceau, voorheen vicevoorzitter van de Raad van Bestuur en voorzitter van het GNCC, trad op 12 maart 2024 af.
Tijdens de Algemene vergadering van 25 april 2024 werden de mandaten van de heer Pierre Gurdjian (onafhankelijk bestuurder), de heer Ulf Wiinberg (onafhankelijk bestuurder) en de heer Charles-Antoine Janssen verlengd voor een termijn van vier jaar. Na hun verlenging bleven de heer Pierre Gurdjian, de heer Ulf Wiinberg en de heer Charles-Antoine Janssen lid van het GNCC. Tevens is de heer Albrecht De Graeve afgetreden als lid van de Raad van Bestuur met ingang van de datum van de Algemene vergadering van 2024. In dit kader heeft de Raad van Bestuur aan de Algemene vergadering tevens de
benoeming voorgesteld van: (i) mevrouw Nefertiti Greene als nieuwe onafhankelijke bestuurder, (ii) mevrouw Dolca Thomas, als nieuwe onafhankelijke bestuurder, en (iii) de heer Rodolfo Savitzky als nieuwe onafhankelijke bestuurder, elk voor een termijn van vier jaar. Naar aanleiding van hun benoemingen door de Algemene vergadering van 2024 werd mevrouw Nefertiti Greene lid van het GNCC, werd mevrouw Dolca Thomas lid van het Wetenschappelijk Comité en werd de heer Rodolfo Savitzky lid en voorzitter van het Auditcomité. Op 31 december 2024 voldeden de heer Pierre Gurdjian, de heer Ulf Wiinberg, mevrouw Nefertiti Greene, mevrouw Dolca Thomas en de heer Rodolfo Savitzky aan de onafhankelijkheidscriteria zoals vastgelegd in artikel 7:87 van het WVV, in bepaling 3.5 van de Code 2020 en door de Raad van Bestuur.
Toen Rodolfo Savitzky door de Algemene vergadering in 2024 werd benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van UCB, werd opgemerkt dat de combinatie van zijn rollen bij andere bedrijven (Executive CFO bij SoftwareOne Holding AG en Non-Executive bij EuroAPI) hem volgens sommige richtlijnen voor volmachtstemmen als "overboarded" zou kunnen classificeren. Hij beloofde deze situatie binnen 12 maanden na zijn benoeming tot directeur bij UCB op te lossen. Op 19 februari 2025 maakte SoftwareOne bekend dat Rodolfo Savitzky in het tweede kwartaal van 2025 zou aftreden. Hij zal dus vanaf het tweede kwartaal van 2025 geen functie meer bekleden bij SoftwareOne. Daarmee komt hij de belofte na die hij heeft gedaan toen hij werd benoemd tot directeur van UCB.
Sinds de Algemene vergadering van 2024 bestaat de Raad uit 14 leden.
Charles-Antoine Janssen, Cyril Janssen en Cédric van Rijckevorsel zijn vertegenwoordigers van de Referentieaandeelhouder en kwalificeren bijgevolg niet als onafhankelijk bestuurder. Jean-Christophe Tellier, de CEO van UCB NV, komt evenmin in aanmerking om als onafhankelijk bestuurder te zetelen. Hij is ook de enige uitvoerend bestuurder in de Raad van UCB.
In 2024 was de Raad bijgevolg samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders: van de 14 leden waren er 10 onafhankelijk (71% in plaats van 54% in 2023). In 2024 bestond de Raad ook uit 6 vrouwen op een totaal van 14 leden (43% in plaats van 38% in 2023), overeenkomstig de vereiste genderdiversiteit van artikel 7:86 van het WVV.
In de Raad van Bestuur zijn geen werknemers en arbeiders vertegenwoordigd. De arbeiders en werknemers zijn vertegenwoordigd in de ondernemingsraden die zijn opgericht overeenkomstig het WVV en de wet van 20 september 1948 tot organisatie van het bedrijfsleven.
De mandaten van Jonathan Peacock (onafhankelijk bestuurder) en Susan Gasser (onafhankelijk bestuurder) vervallen op de jaarlijkse algemene vergadering van 24 april 2025 ("Algemene vergadering van 2025").
Nadat het GNCC de prestaties van Jonathan Peacock naar behoren werden beoordeeld, zal het bestuur tijdens deze Algemene vergadering 2025 voorstellen het mandaat van de heer Peacock te verlengen voor een nieuwe periode van vier jaar. Als hij herkozen wordt, blijft hij voorzitter van de Raad van Bestuur.
Ter vervanging van Susan Gasser zal de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering 2025 voorstellen om mevrouw Fiona Powrie te benoemen als onafhankelijk bestuurslid. Fiona Powrie is een internationaal gerenommeerd immunologe en heeft verschillende leidinggevende functies bekleed: zij is betrokken bij diverse wetenschappelijke adviesraden.
De Raad van Bestuur zal aan de Algemene vergadering van 2025 tevens voorstellen om de heer Stef Heylen te benoemen als vertegenwoordiger van de Referentieaandeelhouder ter vervanging van mevrouw Fiona du Monceau die in maart 2024 uit de Raad van Bestuur is teruggetreden. Stef Heylen heeft meer dan 35 jaar ervaring in geneesmiddelenontwikkeling en uitvoerend management. Zijn expertise bestrijkt een breed scala aan gebieden: de ontwikkeling van kleine moleculen, monoklonale antilichamen, vaccins; klinisch onderzoek in de neurowetenschappen en infectieziekten; regelgeving, veiligheid van geneesmiddelen, medische zaken, ontwikkelingsactiviteiten, projecten/portfolio's en algemeen management.
Na bevestiging van de bovenvermelde herbenoemingen door de Algemene vergadering van 24 april 2025 en in overeenstemming met het Charter zal de Raad samengesteld blijven uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders. Alle bijzondere comités van de Raad blijven ook samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders.
Jean-Christophe Tellier blijft de enige uitvoerend bestuurder (CEO) in de Raad.
Na de voorgestelde vernieuwingen en benoemingen, en indien goedgekeurd door de Algemene vergadering van 2025, zal de Raad nog steeds bestaan uit 6 vrouwen van de 15 leden (40%) en blijft hij voldoen aan de vereisten inzake genderdiversiteit van artikel 7:86 van het WVV.
In 2024 kwam de Raad zes keer samen voor zijn periodieke vergaderingen, inclusief voor zijn jaarlijkse driedaagse strategische vergadering in juni. Alle vergaderingen werden fysiek gehouden. Van tijd tot tijd, zelfs als de vergadering fysiek wordt gehouden, kan bij uitzondering een hybride vergadering worden georganiseerd om de aanwezigheid per videoconferentie mogelijk te maken van een of meer leden van de Raad die niet in staat zouden zijn om te reizen of op een andere manier fysiek aanwezig te zijn (bijv. om gezondheidsredenen). De aanwezigheidsgraad van zijn leden op zijn periodieke vergaderingen was als volgt:
| Aanwezigheids graad |
||
|---|---|---|
| Jonathan Peacock | Voorzitter | 100% |
| Charles-Antoine Janssen | Vicevoorzitter | 100% |
| Jean-Christophe Tellier | Uitvoerend bestuurder |
100% |
| Jan Berger | 100% | |
| Maëlys Castella | 100% | |
| Kay Davies | 80% | |
| Susan Gasser | 100% | |
| Nefertiti Greene | 100% | |
| Pierre Gurdjian | 100% | |
| Cyril Janssen | 100% | |
| Cédric van Rijckevorsel | 100% | |
| Rodolfo Savitzky | 100% | |
| Dolca Thomas | 100% | |
| Ulf Wiinberg | 100% |
Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 25 april 2024
Naast de periodieke vergaderingen kwam de Raad van Bestuur ook bijeen via kortere ad-hoc-videoconferenties om specifieke projecten of dringende zaken te bespreken en besluiten hierover te nemen. Dit was bijvoorbeeld het geval in maart 2024 toen de wijzigingen in de samenstelling van de Raad van Bestuur, de commissies en het Uitvoerend Comité moesten worden beoordeeld en goedgekeurd. Mevrouw Fiona du Monceau was namelijk afgetreden als vicevoorzitter van de Raad van Bestuur om lid te worden van het Uitvoerend Comité. Ook moest de benoeming van het andere nieuwe lid van het Uitvoerend Comité (Alistair Henry) worden goedgekeurd nadat Dhaval Patel met pensioen ging. De Raad organiseerde ook een aantal informele sessies om na te denken over specifieke onderwerpen of kwesties (bijv. Generatieve AI), eventueel met externe sprekers om de ervaring te verbeteren en/of om een perspectief van buitenaf te bieden.
De Raad heeft in 2024 besprekingen gevoerd, evaluaties verricht en besluiten genomen op de volgende gebieden:
Er waren in 2024 geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen en een lid van de Raad die tot een belangenconflict aanleiding zouden kunnen geven, met uitzondering van het vermelde in sectie 3.13.
Het globale overzicht van de digitale strategie, de IT-strategie en cyberveiligheid maakt deel uit van de missie van de Raad. Het management is verantwoordelijk voor de implementatie van de strategie en de plannen. Elk jaar houdt de Raad, en met name het Auditcomité, specifieke zittingen met betrekking tot digitale/ IT- en cyberveiligheidsstrategieën en -activiteiten, waar de Chief Digital & Technology Officer en het hoofd van IT-beveiliging aan deelnemen. De algemene cyberveiligheidsstrategie, de implementatie daarvan en de daaraan toegekende middelen worden beoordeeld en besproken met de Raad en het Auditcomité. De digitale transformatie en strategie zijn volledig ingebed in de algemene UCB-strategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. In 2024 was de evaluatie van de cyberveiligheidsstrategie en -activiteiten door de Raad ook gericht op, en omvatte deze ook een evaluatie van de impact en implementatie op groepsniveau van de Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn (NIS2). Een dergelijke implementatie omvat onder meer een NIS2-training voor de Raad van Bestuur, die in de loop van 2025 voor het eerst wordt georganiseerd. De naleving van NIS2 wordt jaarlijks op groepsniveau beoordeeld.
In overeenstemming met zijn Charter (sectie 3.5) moet de Raad op regelmatige basis en minstens om de twee jaar een evaluatie doen. De voorzitter van het GNCC is verantwoordelijk voor de uitvoering van het proces ter beoordeling van de doeltreffendheid van de Raad en voor de rapportage van de resultaten aan de Raad. De laatste beoordeling werd intern uitgevoerd in 2024. De algemene beoordeling van de Raad van Bestuur bevestigde dat de Raad op het juiste niveau functioneert, met stevige discussies en voldoende mogelijkheden om te presteren op het gebied van ondernemingsbestuur en strategische richting.
De Raad heeft de volgende bestuurders benoemd als erebestuurders:
De Raad heeft een Auditcomité opgezet waarvan de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020, en het Charter. Het is samengesteld uit een meerderheid van onafhankelijke bestuurders, allen niet-uitvoerend bestuurders, en wordt voorgezeten door Rodolfo Savitzky, sinds zijn benoeming als onafhankelijk bestuurder door de Algemene vergadering van 25 april 2024. Alle leden beschikken over de deskundigheid op het gebied van audit en boekhouding zoals vereist door artikel 7:99 van het WVV.
| Einde mandaat |
Onafhankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
||
|---|---|---|---|---|
| Rodolfo Savitzky | Voorzitter | 2028 | X | 100% |
| Maëlys Castella | 2027 | X | 100% | |
| Cédric van Rijckevorsel |
2026 | 100% |
Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 25 april 2024
Het Auditcomité vergaderde vier keer in 2024. Elke vergadering van het Auditcomité omvat aparte besloten sessies die alleen worden bijgewoond door respectievelijk de interne auditors en de commissarissen zonder dat het management aanwezig is. Indien nodig werden de vergaderingen van het Auditcomité, al dan niet deels, bijgewoond door de commissarissen. De vergaderingen van het Auditcomité werden fysiek gehouden in 2024.
De vergaderingen van het Auditcomité werden ook geheel of gedeeltelijk bijgewoond door Jean-Christophe Tellier (CEO), Sandrine Dufour (EVP – Chief Financial Officer), Thomas Debeys (Head of Global Internal Audit), Caroline Vancoillie (Head of Group Finance), Denelle Waynick Johnson (Head of Ethics and Legal Affairs) en Xavier Michel (Group Secretary General), met als functie secretaris van het Auditcomité. Afhankelijk van de onderwerpen die tijdens de vergaderingen aan bod kwamen, namen ook andere leden van het management en het personeel deel.
In 2024, en in overeenstemming met zijn intern reglement (zie het Charter op de website van UCB), hield het Auditcomité toezicht op het financiële rapporteringsproces (met inbegrip van de jaarrekening en de communicatie naar de markt toe). Het Auditcomité richtte zich ook op compliance en interne controle; het risicobeheerproces van de vennootschap en de doeltreffendheid ervan; het interne auditplan, de verwezenlijking ervan en de doeltreffendheid van de Global Internal Auditfunctie; de onafhankelijkheid van de commissaris, inclusief de verlening van bijkomende diensten aan UCB (die het Auditcomité beoordeelde en waarvoor het de vergoedingen goedkeurde); de statutaire audit van de halfjaarlijkse, jaarlijkse en geconsolideerde rekeningen; de evolutie van de fiscale omgeving en de mogelijke impact ervan op UCB; het toezicht op de pensioenregelingen en de daaraan verbonden aansprakelijkheid.
Het Auditcomité heeft in 2024 bijzondere aandacht besteed aan het proces en het kader voor de rapportage van niet-financiële informatie in de specifieke context van de implementatie van de CSRD en het daarmee samenhangende borgingsproces door de commissarissen, alsmede aan de interne processen ter waarborging van de kwaliteit en volledigheid van de te rapporteren niet-financiële informatie. Bij de beoordeling van de cyberveiligheidsstrategie en -status bij UCB heeft het Auditcomité eveneens aandacht besteed aan de impact en de status van de implementatie van de NIS2-richtlijn.
De Raad richtte een bestuur, benoemings- en
remuneratiecomité ("GNCC") op, waarvan de samenstelling, de werking en het intern reglement in overeenstemming zijn met de bepalingen van het WVV, de Code 2020 en het Charter. De huidige samenstelling van het GNCC is als volgt:
| Einde mandaat |
Onafhankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
|
|---|---|---|---|
| Voorzitter | 2026 | X | 75% |
| 2028 | 100% | ||
| 2028 | X | 100% | |
| 2028 | X | 100% | |
| 2028 | X | 100% | |
Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 25 april 2024
Het GNCC kwam in 2024 vier keer bijeen voor zijn periodieke vergaderingen, in februari, juli, oktober en december. De vergaderingen van het comité werden bijgewoond door Jean-Christophe Tellier (CEO), behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden, en door Jean-Luc Fleurial (Head of Talent & Company Reputation), die optreedt als secretaris van het GNCC, behalve wanneer er zaken werden besproken die op hem betrekking hadden of op de remuneratie van de CEO. De vergaderingen van het GNCC werden fysiek gehouden. Een meerderheid van de leden van het GNCC is onafhankelijk, inclusief de voorzitter, en voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van de Code 2020 en van de Raad. Alle leden hebben de nodige deskundigheid en expertise op het gebied van het remuneratiebeleid zoals vereist door artikel 7:100, §2 van het WVV. Het GNCC kwam ook bijeen via kortere ad-hocvergaderingen (eventueel in een hybride of virtueel formaat) om specifieke projecten of urgente zaken te bespreken en/of hierover beslissingen te nemen. Dit was bijvoorbeeld het geval in maart 2024 toen voorstellen voor de samenstelling van de Raad van Bestuur, de commissies en het Uitvoerend Comité moesten worden beoordeeld en aanbevolen, aangezien Mevrouw Fiona du Monceau was afgetreden als vicevoorzitter van de Raad van Bestuur om lid te worden van het Uitvoerend Comité, en ter vervanging van Dhaval Patel door Alistair Henry in het Uitvoerend Comité.
In 2024, en in overeenstemming met zijn intern reglement (zie het Charter op de website van UCB), focuste het GNCC zich voornamelijk op het volgende:
Het wetenschappelijk comité staat de Raad bij in zijn beoordeling van de kwaliteit van UCB's O&O en de concurrentiële positie hiervan. Het Wetenschappelijk Comité bestaat uit leden die wetenschappelijke en medische
| Einde mandaat |
Onafhankelijk bestuurder |
Aanwezig heidsgraad |
||
|---|---|---|---|---|
| Kay Davies | Voorzitter | 2026 | X | 100% |
| Susan Gasser | 2025 | X | 100% | |
| Dolca Thomas | 2028 | X | 100% |
Samenstelling sinds de Algemene vergadering van 25 april 2024
expertise hebben en die allemaal onafhankelijk zijn. Zij komen regelmatig bijeen met Alistair Henry, Chief Science Officer van UCB, en Jean-Christophe Tellier (CEO). De leden van het Wetenschappelijk Comité zijn ook nauw betrokken bij de activiteiten van UCB's Wetenschappelijke Adviesraad (WAR), samengesteld uit gereputeerde externe medischwetenschappelijke experts (doorgaans twee vergaderingen per jaar). De WAR, samengesteld uit ad-hoc-experts, geeft wetenschappelijk beoordeling en strategische input in
hun expertisegebied over de beste manier om UCB te positioneren als een robuustere en succesvolle leider in de biofarmaceutische sector en om het Uitvoerend Comité te adviseren over strategische keuzes op het gebied van het vroege stadium van O&O. Bovendien brengt het Wetenschappelijk Comité verslag uit aan de Raad over het oordeel van de WAR over UCB's onderzoeksactiviteiten en strategische oriëntatie. In 2024 werden er twee fysieke WAR-vergaderingen gehouden. Deze vergaderingen dienden voor het verkennen van een nieuwe wetenschappelijke doorbraak in het onderzoek naar neuro-inflammatie en een mogelijk opkomend gebied binnen immunologisch onderzoek. De leden van het Wetenschappelijk Comité namen ook deel aan de jaarlijkse beoordelingsvergaderingen van de O&O-portfolio en aan de jaarlijkse beoordeling van Early Solutions Knowledge-Generating Technology and Platforms (Research & Early Development).
Gedurende het hele jaar bleven de leden van het Wetenschappelijk Comité regelmatig bijeenkomen met Alistair Henry, de Chief Science Officer van UCB, om een voortdurende betrokkenheid bij en dialoog over de wetenschap en de vroege pijplijn te onderhouden.

In 2024 was het Uitvoerend Comité als volgt samengesteld:
Raadpleeg de sectie Management van UCB van het Geïntegreerd jaarverslag van 2024 voor de biografieën van de leden van het Uitvoerend Comité op 31 december 2024.
De samenstelling van het Uitvoerend Comité weerspiegelt de werkwijze van de groep en is gericht op het bevorderen van wendbaarheid, kruiselingse samenwerking en de transversale dimensie van de organisatie.
Xavier Michel, Group Secretary General, treedt op als secretaris van het Uitvoerend Comité, en verzekert zo de link tussen de Raad van Bestuur, het Uitvoerend Comité en de bredere organisatie.
De volgende personen werden benoemd tot erevoorzitter van het Uitvoerend Comité:
Het Uitvoerend Comité kwam bijeen op regelmatige basis, gemiddeld 1 tot 2 dagen per maand in 2024. De leden van het Uitvoerend Comité komen daarnaast regelmatig, en ten minste eenmaal per week, informeel bijeen.
In 2024 waren er geen transacties of contractuele betrekkingen tussen UCB, met inbegrip van de met haar verbonden vennootschappen, en een lid van het Uitvoerend Comité die tot een belangenconflict konden leiden.
De werking, competenties en delegatie van bevoegdheden van het Uitvoerend Comité worden verder beschreven in het Charter.
UCB heeft haar ambitie op het vlak van duurzaamheid ingebed in haar totale UCB-strategie zoals gedefinieerd door de Raad, op voorstel van het Uitvoerend Comité. Duurzaamheid wordt beschouwd als een aangelegenheid voor de volledige Raad (strategie) en daarom is er binnen de Raad geen specifiek duurzaamheidscomité opgericht. De Raad van Bestuur bepaalt en houdt toezicht op de strategie en duurzaamheidsonderwerpen van de organisatie, met inbegrip van aan duurzaamheid gerelateerde risico's, op basis van voorstellen van het Uitvoerend Comité.Milieu- en maatschappelijke onderwerpen zijn formeel geïntegreerd in de agenda van de Raad van Bestuur na de beoordeling van het UCB Charter. De Raad van Bestuur bevestigt de opname van de duurzaamheidsinformatie in het wereldwijde rapportagekader op voorstel van het Auditcomité. Op dit moment hebben vier leden van de Raad uitgebreide ervaring en expertise op het gebied van ESG/duurzaamheid. Deze deskundigheid wordt beoordeeld op basis van hun eigen beroepservaring. Om ervoor te zorgen dat alle leden van het bestuur toegang hebben tot expertise op het gebied van duurzaamheid, werden er verschillende sessies over duurzaamheid georganiseerd met de volledige Raad, waaronder één sessie met de externe duurzaamheidsadviesraad (zie hieronder).
Het GNCC biedt advies en toezicht op de bezoldigingscriteria voor het uitvoerend management, beveelt KPI's met betrekking tot duurzaamheid aan voor de bezoldigingsplannen en ziet toe op het deugdelijk bestuur wat duurzaamheid betreft. Het GNCC zorgt ervoor dat er op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité een passend bestuur is om toezicht te houden op materiële milieu- en sociale onderwerpen. Het adviseert en ondersteunt de Raad bij het integreren van criteria voor sociale en milieugerelateerde ervaring/vaardigheden in het wervings-/vernieuwingsproces van leden van de Raad en in het beoordelingsproces van de Raad. Ook zorgt het ervoor dat de leden van de Raad toegang hebben tot de nodige expertise en kennis op het gebied van duurzaamheid.
Het Auditcomité houdt toezicht op het kader, de kwaliteit en de processen van de niet-financiële rapportering, evenals op het kader en de processen voor risicobeheer in verband met duurzaamheid. Het Auditcomité heeft extra verantwoordelijkheden, zoals weergegeven in het Charter, onder de EU-richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD), die van kracht is geworden en die de regels betreffende de verplichte ESG-rapportering door ondernemingen moderniseert en versterkt. UCB valt onder het toepassingsgebied van ondernemingen die verplicht zijn om zich te houden aan de CSRD-richtlijnen vanaf dit geïntegreerde jaarverslag voor het boekjaar 2024. In deze context is het Auditcomité ook belast met het toezicht op de doeltreffendheid van de interne controle, de risicobeheersystemen en de interne auditfuncties van de onderneming met betrekking tot
duurzaamheidskwesties, alsmede met de borging van de jaarlijkse duurzaamheidsverslaggeving en met het informeren van de Raad van Bestuur over de uitkomsten van de borging van de duurzaamheidsverslaggeving.
Het Uitvoerend Comité fungeert als strategische schakel tussen de Raad van Bestuur en de operationele activiteiten en houdt toezicht op de implementatie van de strategie, inclusief duurzaamheidskwesties, die door de Raad van Bestuur is goedgekeurd. Het Uitvoerend Comité is rechtstreeks verantwoordelijk voor de sociale en milieuaspecten van duurzame prestaties. Elk lid van het Uitvoerend Comité is sponsor van een van de zeven strategische duurzaamheidsthema's (wetenschappelijke innovatie, eerlijke toegang tot medicijnen, betrokkenheid van patiënten, gezondheid, veiligheid en welzijn, diversiteit, gelijkheid en inclusie, gezondheid van de planeet en ethische bedrijfspraktijken). Ze werken samen met experts op dit gebied om de sociale en milieu-impact van UCB te verbeteren en presenteren regelmatig voortgangsupdates (inclusief voortgang richting doelstellingen) aan het gehele Uitvoerend Comité.
UCB heeft ook een externe duurzaamheidsadviesraad (ESAB), samengesteld uit een mix van externe internationale experts in duurzaamheid die kunnen inspireren, uitdagen en adviseren over de duurzaamheidsdimensie van UCB's strategie en resultaten en een perspectief "van buiten naar binnen" kunnen bieden. Leden van de Raad hebben toegang tot de vergaderingen van de ESAB en ten minste twee leden van de Raad nemen deel aan de vergaderingen van de ESAB. Verder werd een zitting van een halve dag gehouden tijdens de strategische vergadering van de Raad in juni, waarop de volledige Raad samenkwam met de volledige ESAB. De ESAB komt drie keer per jaar bijeen en het Uitvoerend Comité neemt deel aan deze vergaderingen. De externe leden van deze adviesraad zijn momenteel (i) de heer Elhadj As Sy (voorzitter Kofi Annan Foundation), (ii) mevrouw Sandrine Dixson-Declève (voormalige voorzitter Club van Rome en uitvoerend voorzitter van Earth4All), (iii) mevrouw Charlotte Ersbøll (trustee Forum for the Future), (iv) mevrouw Teresa Fogelberg (voormalig adjunctdirecteur GRI), en (v) de heer Bright Simons (oprichter en voorzitter mPedigree). Jaarlijks wordt een verslag van de ESAB voorgelegd aan de Raad van Bestuur van UCB. Het verslag met betrekking tot hun interactie met UCB in 2023 werd gedeeld met de Raad van UCB in februari 2024. In oktober 2024 had de volledige Raad een bijeenkomst met de ESAB, waarbij de nadruk lag op nieuwe perspectieven op gezondheidsgelijkheid en de rol van de farmaceutische industrie in de samenleving.
Om de sociale en milieudeskundigheid van de Raad verder te vergroten en te garanderen dat de juiste vaardigheden en expertise beschikbaar zijn of ontwikkeld zullen worden om toezicht te houden op duurzaamheidskwesties, zal er een op maat gemaakt trainingsprogramma, gericht op strategische materiële onderwerpen van UCB, worden ontwikkeld en gegeven in samenwerking met deskundigen op dit gebied, te beginnen vanaf 2025.
Deze sectie bevat alle informatie vereist door de artikelen 3:32, §2 en 3:6, §2, 6° van het WVV.
Diversiteit op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité maakt deel uit van de algemene ambitie van UCB inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie, zoals beschreven in de sectie Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie van dit verslag en waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen.
Voor de Raad van Bestuur werden de Belgische wettelijke vereisten op het vlak van genderdiversiteit nageleefd en deze werden ook geïntegreerd in het proces voor rekrutering en benoeming van de Raad. Wanneer er vervangingen of benoemingen voor de Raad worden overwogen, houdt UCB systematisch rekening met het verbeteren van de geslachtsdiversiteit binnen de Raad.
De Raad bestaat sinds eind 2024 uit 14 leden, waarvan 6 vrouwen en 8 mannen, met 8 verschillende nationaliteiten (zie ook hierboven).
Voortbouwend op de feedback van onze belanghebbenden en de integratie daarvan zijn nadere bijzonderheden over de diversiteit van de vaardigheden en de specifieke geografische deskundigheid van de leden van de Raad van Bestuur sinds 2023 opgenomen in het Geïntegreerd jaarverslag. Naast genderdiversiteit streeft de Raad van Bestuur van UCB altijd naar een evenwichtige mix van diversiteit in termen van vaardigheden, ervaring, geografische expertise, nationaliteit, leeftijd, onafhankelijkheid, ambtstermijn en elk ander relevant criterium. Deze diversiteitsdimensies worden ook meegenomen in de opvolgingsplanning en het wervingsproces dat door het GNCC wordt beheerd. De diversiteit van de Raad kan als volgt worden gevisualiseerd:

Duurzaamheid en ESG






157
Voor onze functies van Uitvoerend Comité bekijken we onze talenten vanuit een diversiteitsperspectief, om een robuust en divers successieplan te verzekeren, en alle aanbevelingen naar toekomstige samenstelling toe worden strikt op deze basis gedaan. In het algemeen ligt de nadruk bij de opvolgingsplanning voor UCB-leiders in verband met diversiteit op het simuleren van scenario's voor genderbalans en het zorgen voor een gebalanceerde pool van senior leiders die zijn blootgesteld aan diverse professionele en culturele ervaringen. De leden van het Uitvoerend Comité zijn ook samen met andere leiders begonnen aan een meerstappenprogramma om onbewuste vooroordelen aan te pakken en inclusieve teams en leiderschap te ontwikkelen. In het algemeen zijn de belangrijkste HR-processen (onder meer op het gebied van aanwerving en beloning) herzien om ervoor te zorgen dat de beginselen inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie in de processen en systemen zijn verankerd.
Vandaag hebben UCB's leidinggevenden gevarieerde opleidingen genoten en hebben zij een multidisciplinaire professionele achtergrond. De Raad bestaat sinds juli 2024 uit 8 leden, waarvan 4 vrouwen en 4 mannen, met 5 verschillende nationaliteiten.
Per 31 december 2024 kunnen de kenmerken inzake diversiteit voor het Uitvoerend Comité visueel voorgesteld worden als volgt:

Geslacht




De grootte van het Uitvoerend Comité is bedoeld om te focussen op de kernactiviteiten van de vennootschap, om UCB toe te laten haar Patient Value Strategy verder te ontwikkelen.
Vandaag de dag is onze aanpak niet om diversiteit, gelijkheid en inclusie te formaliseren in een reeks beleidsmaatregelen, maar om actief een cultuur en praktijk van diversiteit, kansengelijkheid en inclusie te promoten.
Indien u meer wilt lezen over diversiteit, gelijkheid en inclusie in het algemeen bij UCB, bezoek dan de sectie Diversiteit, gelijkheid en inclusie.
Het is de ambitie van UCB om het leven van ernstig zieke mensen te verbeteren, zodat ze het beste uit hun leven kunnen halen – zo vrij mogelijk van de uitdagingen en de onzekerheid van de ziekte. 2024 kenmerkte zich door belangrijke verwezenlijkingen en vooruitgang in deze missie:
Vooruitkijkend blijven we vertrouwen op onze strategische flexibiliteit en het momentum dat wordt gegenereerd door onze voortdurende investeringen in innovatie. Onze samenwerking met patiëntengemeenschappen, betalers, regelgevers, onderzoekspartners en andere belanghebbenden zal onze missie om gezondheidsresultaten te verbeteren en waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst, blijven ondersteunen.
In dit verslag blikken we terug op 2024 en staan we stil bij de wijze waarop onze prestaties, waaronder onze vorderingen op het gebied van onze duurzaamheidsambitie, invloed hebben gehad op de beloning van onze bestuurders.
We zijn dankbaar voor de solide basis van steun en vertrouwen die tot uiting komt in positieve stemresultaten voor ons Remuneratieverslag voor 2023 (96,03%) en het bezoldigingsbeleid voor 2024 (97,85%) tijdens de Algemene vergadering van 2024.
In heel 2024 zijn wij in gesprek blijven gaan met veel van onze investeerders en met proxy advisors om inzicht te krijgen in hun prioriteiten, om hun feedback te vragen over onze praktijken en om onze toekomstige bezoldigingsstrategie te bespreken.
Terwijl we begonnen aan onze transformatie als bedrijf, om onze positie voor een decennium van groei te consolideren, hebben we met aandeelhouders nagedacht over onze nieuwe bezoldigingsprioriteiten, om een duurzame basis voor de toekomst veilig te stellen. Terwijl onze transformatie resulteert in een aanzienlijke verandering in de omvang van onze activiteiten, heeft die ook de noodzaak onderstreept om opnieuw te evalueren of onze huidige ontwerpprincipes van de referentiegroep overeenstemmen met de evoluerende strategie van UCB, de focus op sterke uitvoering, de complexiteit, de geografische spreiding en de toekomstige behoeften aan talent op het niveau van de Raad van Bestuur en het Uitvoerend Comité.
In 2025 werken we aan een bijgewerkt 'Remuneratiebeleid', dat UCB op één lijn wil brengen met wereldwijd competitieve best practices en een verbeterde transparantie voor onze belanghebbenden (zie 'Remuneratiebeleid - Vooruitblik' hieronder).
Het jaarlijkse basissalaris wordt zodanig vastgesteld dat leidinggevenden van hoog kaliber worden aangetrokken en behouden, in overeenstemming met hun functie, verantwoordelijkheden, vaardigheden en ervaring.

Variabele (cash) korte-termijnincentive ('short-term incentive' of 'STI') waarvan het behalen is gekoppeld aan specifieke financiële en extra-financiële doelen die zijn afgeleid van het (jaarlijkse) strategisch plan van het bedrijf, zodat de focus kan worden gelegd op bedrijfskritische doelen voor de korte termijn en het gewenste leiderschapsgedrag kan worden gestimuleerd.

Het CPM bereikte het maximale niveau voor de CEO en het Uitvoerend Comité (en de bredere organisatie) en de indivuedele doelstellingen voor de CEO werden ook overschreden.
1 Totale bonuslimiet van 175% en toepassing HSWB-modifier van -5% waren van toepassing.
Variabele aandelenbeloning om een gevoel van eigenaarschap te stimuleren en te delen in het succes van het bedrijf. Het behalen van de doelstellingen is gekoppeld aan het creëren van stakeholderwaarde op de lange termijn, waardoor zowel de retentie als de prestatiebeloning worden verbeterd.

2 Niet vergelijkbaar vanwege wijzigingen in het Uitvoerend Comité op het moment van toekenning en verwerving.
Het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Uitvoerend Comité en de niet-uitvoerende bestuurders van UCB werd herzien en gevalideerd door het GNCC op 26 februari 2024 en goedgekeurd door de Raad van Bestuur op 27 februari 2024. Het beleid werd goedgekeurd door de Algemene vergadering van aandeelhouders van 25 april 2024 en werd van kracht per 1 januari 2024.
Bij onze beslissingen over de bezoldiging van de CEO en het Uitvoerend Comité hebben we rekening gehouden met de volgende factoren:
Alle beslissingen over bezoldiging die verband houden met 2024 werden genomen in overeenstemming met ons goedgekeurde remuneratiebeleid. De belangrijkste aanbevelingen voor de CEO en het Uitvoerend Comité van het Governance, Nomination and Compensation Committee (GNCC) aan de Raad van Bestuur van UCB waren de volgende:
De jaarlijkse bonusuitkeringen werden bepaald op basis van de prestaties ten opzichte van de doelstellingen en de beoordeling door het GNCC van het prestatieniveau van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité.
De doelstellingen met betrekking tot onze mensen en onze planeet voor de bonus werden over het algemeen gehaald (met hieronder wat extra context).
Gerelateerd aan andere doelen heeft de CEO, gesteund door het Uitvoerend Comité en de managementteams, ook een nieuw, innovatief besturingsmodel geïmplementeerd dat is ontworpen om beter tegemoet te komen aan de behoeften van externe belanghebbenden en ondersteund door geëvolueerd bestuur en culturele verwachtingen terwijl we als bedrijf transformeren te helpen slagen.
Deze prestaties resulteerden in een totale bonusbetaling boven de doelstelling voor de CEO volgens de individuele prestatiecoëfficiënt aanbevolen door het GNCC, gecombineerd met de toepassing van de maximale bedrijfsresultatencoëfficiënt (150%). De indexdrempel voor Gezondheid, Veiligheid & Welzijn (HSWB) werd echter niet gehaald, waardoor een negatieve aanpassing (-5%) van toepassing was op de CEO (en het Uitvoerend Comité). Zie de sectie Jaarlijkse beloningsresultaten, Variabele beloning, hieronder, voor meer informatie.
Voor het Performance Share Plan 2021-2023 (dat definitief verworven is in april 2024) werden de prestatiedoelen behaald voor beide financiële maatstaven (d.w.z. Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom en Samengestelde jaarlijkse omzetgroei). Zoals overeengekomen met onze aandeelhouders toen UCB de doelstellingen herformuleerde, besloot de Raad van Bestuur in februari 2024, na de vertraagde lancering van BIMZELX® in de VS (zoals beschreven in het Remuneratieverslag 2023), om de in het plan toegekende performance voor 95% te verwerven, niettegenstaande het feit dat de doelstellingen werden gehaald dankzij sterke omzetprestaties. Deze beslissing om beter aan te sluiten bij de ervaring van aandeelhouders.
Het Performance Share Plan 2022-2024 (dat in april 2025 definitief verworven wordt en gerapporteerd zal worden in het Remuneratieverslag 2025) had drie maatstaven. De prestaties op beide financiële maatstaven (dat wil zeggen Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom en Samengestelde jaarlijkse omzetgroei) overtroffen de doelstelling aanzienlijk. De ambitieuze doelstelling die in 2022 voor 2024 was vastgesteld voor de meting van de toegang voor patiënten werd echter niet gehaald. Over het geheel genomen zou het plan voor meer dan 100% definitief zijn verworven, maar zoals overeengekomen met onze aandeelhouders bij de herformulering van de doelstellingen, is de uitbetaling voor de CEO en het Uitvoerend Comité begrensd tot 100%.
Aandelenopties die in 2024 definitief verworven zijn hadden op de datum van verwerving een waarde van € 97.318 voor de CEO en € 565.238 voor het Uitvoerend Comité hadden. Deze waarde vertegenwoordigt het aantal oorspronkelijk toegekende opties vermenigvuldigd met de stapsgewijze stijging van de aandelenkoers tussen de datum van toekenning en de datum van verwerving (zoals verder in het rapport wordt beschreven).
In het licht van onze voortdurende transformatie en groei stellen we nu een vernieuwd remuneratiebeleid voor 2025 voor. In de afgelopen 18 maanden heeft UCB met succes de risico's van haar pijplijn verminderd en is UCB klaar voor een decennium van duurzame groei, wat ons ambitieuze traject nog eens benadrukt. Onze activiteiten ontwikkelen zich, en we passen ons aan de snel veranderende marktdynamiek aan. Daarom hebben we onze bezoldigingsaanpak grondig herzien, in nauwe samenwerking met onze belangrijkste aandeelhouders, om ervoor te zorgen dat deze zowel relevant als duurzaam blijft.
Deze uitgebreide modernisering van ons beleid is bedoeld om het talent dat we nodig hebben voor innovatie en operationele uitmuntendheid zeker te stellen. Ons vermogen om de juiste leiderschapsprofielen aan te trekken en te behouden op de wereldwijde arbeidsmarkt, inclusief de VS en binnen snelgroeiende bedrijven, is van cruciaal belang om dit momentum vast te houden. Wij geloven dat UCB een overtuigend waardevoorstel heeft, en we zetten ons in om een bezoldiging aan te bieden die competitief is en geen belemmering vormt voor talenten om bij ons te komen werken of bij ons te blijven. We kijken ernaar uit om dit nieuwe Remuneratiebeleid voor te stellen op onze komende jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering, waar we de aandeelhouders om goedkeuring zullen vragen om ons streven naar het belonen van de uitzonderlijke individuen die het toekomstige succes van UCB mede vorm zullen geven, kracht bij te zetten.
• Wereldwijde benadering referentiegroep – we streven naar een nieuwe wereldwijde referentiegroep die qua expertise, innovatie en complexiteit beter aansluit bij ons profiel. Dit heeft als doel ervoor te zorgen dat we het juiste talent kunnen aantrekken en behouden nu we dit cruciale decennium van groei ingaan. Voor de nieuwe referentiegroep, ontwikkeld met de steun van externe adviseurs, zijn belangrijke criteria in overweging genomen, zoals geografische afstemming, relevantie voor de sector, onze concurrenten voor talent voor sleutelfuncties, innovatiegerichte peers, omvang en complexiteit. De bijgewerkte referentiegroep geeft het unieke profiel van UCB beter weer: een volwassen biofarmaceutisch bedrijf die snel groeit en dynamisch is, en die onze specifieke markt voor wereldwijde talenten weerspiegelt, inclusief bedrijven die aanwezig zijn in de VS, een belangrijke markt voor UCB met een aanzienlijke talentenpool.
• Evolutie van de bestuurdersvergoeding – Aanpassingen die moeten worden doorgevoerd in de bezoldiging van onze bestuursleden om de positionering van UCB ten opzichte van de nieuwe referentiegroep te weerspiegelen. Zelfs zonder verandering van de referentiegroep is de positionering van UCB ten opzichte van de Europese farmaceutische industrie verschoven sinds de laatste uitgebreide herziening van de bezoldigingen van onze Raad van Bestuur, uitgevoerd in 2019. Ons doel is om op zijn minst op één lijn te zitten met de relevante biofarmaceutische niveaus in Europa, terwijl we ook talenten van buiten Europa kunnen aantrekken als ze een profiel hebben dat de Raad van Bestuur zou kunnen aanvullen. Onze Raad van Bestuur bestaat voor meer dan een derde uit Amerikaanse leden en deze Amerikaanse en wereldwijde expertise wordt steeds belangrijker voor UCB. Het is dus belangrijk om competitief te zijn voor deze profielen. Bij de ontwikkeling van de bezoldiging wordt ook rekening gehouden met de veranderende rollen van de leden van de Raad van Bestuur, die tijdens deze cruciale fase voor UCB complexer worden.
De voorgestelde wijzigingen omvatten het volgende:
We streven ernaar om de beloningsaanpak voor onze CEO en het Uitvoerend Comité te herzien, zodat deze beter aansluit bij de praktijken in de markt waarin we actief zijn. Hierbij ligt de nadruk specifiek op prestaties op de lange termijn en waardecreatie. Daarom stellen we wijzigingen voor in de niveaus van onze jaarbonus en onze langetermijnincentives:
We zijn actief in gesprek gegaan met belangrijke aandeelhouders en proxy advisors om onze aanstaande voorgestelde veranderingen te bespreken.
De feedback die we door deze gesprekken hebben gekregen hebben we zoveel mogelijk in ons voorstel verwerkt. Als directe reactie op feedback van aandeelhouders doen we bijvoorbeeld ook het volgende:
We geloven dat deze beleidsupdates ons vermogen om toptalent aan te trekken en te behouden zullen vergroten, zodat we op de lange termijn waarde kunnen leveren aan onze aandeelhouders. We streven ernaar om transparant te blijven en tijdens dit proces in gesprek te blijven met onze beleggers om ervoor te zorgen dat zij belangrijke veranderingen steunen en begrijpen.
Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Uitvoerend Comité bestaat uit de volgende elementen, die hierna verder worden toegelicht:

In de totale bezoldiging leggen we een sterke nadruk op de totale directe beloning (basissalaris plus bonus en langetermijnincentives). De totale directe beloningsmix bij het niveau van het doel geeft een hoger gewicht aan variabele elementen.

De impact van de prestaties op de bezoldiging kan als volgt geïllustreerd worden voor de CEO en wordt hieronder meer in detail beschreven.

Variabele beloning
UCB verwijst in de eerste plaats naar een Europese referentiegroep voor de vergelijking van het loonbeleid en de loonbeslissingen (zie hieronder), die ongewijzigd blijft ten opzichte van vorig jaar. Een afzonderlijke Amerikaanse referentiegroep wordt gehandhaafd om een inzicht in deze markt te garanderen, gezien het internationale karakter van ons Uitvoerend Comité. Het wordt ook gebruikt voor het vaststellen van de basissalarissen voor uitvoerende bestuurders met een Amerikaans contract. Amerikaanse referentiebedrijven zijn momenteel geen referentie voor het vaststellen van bonus- en LTI-niveaus.
Beide groepen omvatten biofarmaceutische (farmaceutische en/of biotechnologische) bedrijven waarmee UCB concurreert om talent. Wij geven prioriteit aan volledig geïntegreerde, vergelijkbare biofarmaceutische bedrijven die actief zijn in een complexe, op onderzoek gerichte omgeving en die zowel ontwikkelings- als commercialiseringscapaciteiten hebben. Waar mogelijk streven we ernaar ook bedrijven op te nemen die concurrenten zijn in dezelfde therapeutische domeinen.
Maar gezien onze primaire focus op de Europese markt, breiden we dit ook uit tot buiten de meest relevante bedrijven, om een degelijke steekproef van vergelijkingsbedrijven te garanderen.
Terwijl we ondernemingen beogen die min of meer de grootte van UCB reflecteren, is de grootte van de onderneming niet de belangrijkste factor, gezien de beperkte aard van deze groep. Waar nodig worden marktgegevens aangepast aan de omvang van UCB.
UCB wenst zich momenteel competitief te positioneren op de marktmediaan van deze referentiegroep voor alle elementen van de totale directe bezoldiging (basissalaris + variabele bezoldiging). De bonus en LTI-streefniveaus worden getoetst aan de Europese biofarmaceutische niveaus. Het reële vergoedingsniveau van elke persoon wordt bepaald overeenkomstig de ervaring van de persoon in vergelijking met de referentie en rekening houdend met zijn / haar impact op de bedrijfsresultaten.
| Europese referentiegroep | ||
|---|---|---|
| Leo Pharma A/S | ||
| Merck KGaA | ||
| Novartis AG | ||
| Novo Nordisk A/S | ||
| Recordati S.p.A. | ||
| Roche Holding AG | ||
| Sanofi SA | ||
| Loonelement – vaste beloning | |
|---|---|
| Basissalaris | Het basissalaris wordt bepaald op basis van de specifieke verantwoordelijkheden van de functie en van het mediaanniveau van basissalaris in de markt voor gelijkaardige rollen. Er wordt ook rekening gehouden met de invloed van het individu op het bedrijf en met zijn/haar niveau van kennis en ervaring. |
| Bezoldigingen | Bestuurdersbezoldigingen die aan uitvoerende bestuurders worden betaald, komen bovenop de bezoldiging die zij als kaderlid ontvangen. Dit is alleen van toepassing op de CEO. |
| Overige extralegale voordelen | De leden van het Uitvoerend Comité ontvangen voordelen die in overeenstemming zijn met het remuneratiebeleid van UCB, waaronder deelname aan een ziektekostenplan, een levensverzekering voor kaderleden en extralegale voordelen voor kaderleden zoals een bedrijfswagen. De leden van het Uitvoerend Comité kunnen ook bijkomende voordelen in natura krijgen, in overeenstemming met ons standaard Global Mobility beleid. Deze bedragen kunnen van jaar tot jaar variëren, en worden in deze sectie vermeld omdat zij steeds terugkomen. |
Loonelement – variabele bezoldiging Beschrijving Bonus

Uitbetalingsformule Voor het bonusdoel geldt een dubbele prestatiecoëfficiënt (niet additief) die het behalen van bedrijfs- en individuele doelstellingen beloont. In 2024 werd de doelbonus ingesteld op 90% van het basissalaris van de CEO en 65% van het basissalaris van de andere leden van het Uitvoerend Comité. De totale bonusmogelijkheid is begrensd tot 175% van de doelstelling voor de CEO en het Uitvoerend Comité.
Om de focus op inkomstengroei maar ook op onderliggende rentabiliteit aan te moedigen, beschouwt UCB de jaarlijkse aangepaste winst voor aftrek van belastingen, rente en afschrijvingen (Adjusted Earnings Before Interest Tax Depreciation and Amortization, "Adj. EBITDA") als een gedeelde prestatiemaatstaf voor 2024 op korte termijn voor de CEO en het Uitvoerend Comité, alsook voor het bredere personeelsbestand. Deze doelstelling wordt voor de hele onderneming bepaald en wordt vertaald in een uitbetalingscurve die ervoor zorgt dat alleen een aanvaardbaar prestatieniveau wordt beloond. De filosofie is dat Adj. EBITDA, als een maatstaf voor de onderliggende rentabiliteit van UCB, ervoor zorgt dat het algemene bonusplan zichzelf financiert en collectieve inspanningen in de hele organisatie beloont. Voor prestaties tussen de aangegeven uitbetalingsniveaus wordt lineaire interpolatie toegepast om de uitbetaling te bepalen (uitbetalingscurve 2024):
| Adj. EBITDA vs. doelstelling | Uitbetaling vs. doelstelling |
|---|---|
| <85% | 0% |
| 85% | 30% |
| 90% | 86% |
| 100% | 100% |
| 107% | 114% |
| 113% | 150% |
| Loonelement – variabele bezoldiging | Beschrijving |
|---|---|
| ------------------------------------- | -------------- |
Bonus
De individuele prestaties worden gemeten volgens de mate waarin de jaarlijkse doelstellingen bereikt zijn, en volgens het gedrag dat het individu vertoont met betrekking tot de beginselen van UCB op het gebied van patiëntenwaarden. De individuele doelstellingen van de CEO vertegenwoordigen hoofdzakelijk de algemene bedrijfsdoelstellingen, die zowel financiële als extra-financiële prioriteiten omvatten (met uitsluiting van Adj. EBITDA, zoals hierboven beschreven). De individuele doelstellingen van de CEO vertegenwoordigen de waarde die UCB wil creëren voor haar verschillende belanghebbenden. In 2024 was er geen specifieke weging vooraf vastgesteld per categorie en werden de prestaties net als in voorgaande jaren op een holistische manier gemeten door het GNCC en goedgekeurd door de Raad, rekening houdend met zowel de impact op korte termijn en uitgebalanceerd met de algemene duurzaamheid op lange termijn.
| Prestatiemaatstaf | Waardecreatie |
|---|---|
| Financiële prioriteiten | Onze financiële gezondheid is de sleutel tot onze algemene duurzaamheid en ons vermogen om waarde te blijven creëren voor patiënten, onze werknemers en de samenleving, nu en in de toekomst. We zijn er sterk op gericht de volgende financiële doelstellingen te verwezenlijken: |
| • Opbrengsten | |
| • Nettowinst (via de hierboven besproken 'CPM') | |
| • Netto-omzet over ons productportfolio | |
| • Kasstroomgeneratie | |
| Niet-financiële prioriteiten | Waarde voor patiënten – een pijplijn van gedifferentieerde oplossingen uitbouwen en de toegang voor patiënten tot deze oplossingen verbeteren |
| Waarde voor onze mensen – een werkomgeving bevorderen waarin onze mensen kunnen groeien door zich gelukkig, gezond en veilig te voelen |
|
| Waarde voor de planeet – UCB omvormen tot een koolstofarme en groene economie |
|
| Overig – andere strategische doelen van het bedrijf en persoonlijke ontwikkelingsdoelen. |
De overige doelstellingen van het Uitvoerend Comité zijn afgeleid van dezelfde doelstellingen en aangepast naar gelang van hun specifieke invloedssfeer.
| Loonelement – variabele bezoldiging | Beschrijving |
|---|---|
| Langetermijnincentives | |
| Het LTI-programma is een incentive programma met twee niveaus, dat het volgende omvat: |
De feitelijke LTI-toekenning wordt van jaar tot jaar aangepast, rekening houdend met individuele prestaties uit het verleden als maatstaf voor toekomstige impact en waardecreatie, en met andere factoren zoals |
Een aandelenoptieplan dat 30% van de LTI-toekenning vertegenwoordigt en een performance share plan voor 70%.
Het beoogde doel aan LTI's vertegenwoordigde 140% van het basissalaris van de CEO en 80% van het basissalaris van de andere leden van het Uitvoerend Comité.
toekomstige impact en waardecreatie, en met andere factoren zoals marktpremies voor bepaalde functies. De waarde van de toegekende LTI's wordt vertaald in een aantal lange-termijnincentives, rekening houdend met de onderliggende waarde van elke toekenning. De feitelijke toekenning kan maximaal 150% van de doelstelling bedragen (d.w.z. tot 210% van het huidige basissalaris voor de CEO en 120% van het basissalaris voor de andere leden van het Uitvoerend Comité) op het ogenblik van de vaststelling van de toekenning.
Ons optieplan heeft een minimale wachttijd van drie jaar. Vanaf het moment van definitieve verwerving kan de begunstigde de optie uitoefenen tot 10 jaar na de datum van toekenning.
Door duurzame prestaties bepaalt de evolutie van de aandelenkoers de realiseerbare waarde van dit langetermijnincentiveplan. UCB faciliteert niet het aangaan van derivatencontracten in verband met de aandelenopties, noch dekken wij het daaraan verbonden risico af, aangezien dit niet in overeenstemming is met het doel van de aandelenopties. Voor begunstigden met een Belgisch contract kunnen de in april 2024 toegekende opties niet vóór 1 januari 2028 worden uitgeoefend en vindt de belastingheffing plaats op het moment van toekenning, overeenkomstig de Belgische belastingwetgeving (ongeacht of er winst wordt gerealiseerd of niet). Voor begunstigden in andere landen geldt een wachtperiode van drie jaar.
Voor performance shares geldt een wachttijd van drie jaar en worden zij definitief verworven indien vooraf bepaalde ondernemingsdoelstellingen worden gehaald. Deze doelstellingen zijn afgestemd op de doelstellingen van het bedrijf om waarde te creëren voor haar belanghebbenden en weerspiegelen de strategische prioriteiten van het bedrijf gedurende de prestatieperiode.
De toekenning in 2022, die in april 2025 definitief verworven wordt op basis van de prestaties in 2024, was gebaseerd op drie maatstaven:
De toekenning voor 2025 (die in 2028 wordt verworven op basis van de prestaties in 2025-2027) is gebaseerd op de vijf prestatiecriteria (de criteria waren grotendeels hetzelfde voor de toekenningen van 2023 en 2024).
| Maatstaf | Gewicht |
|---|---|
| Financieel | 90% |
| Samengestelde jaarlijkse omzetgroei |
45% |
| Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom |
45% |
| Extra-financieel | 10% |
| Time to Access | 10% |
| Maatstaf | Gewicht |
| Financieel | 75% |
| Opbrengsten | 37,5% |
| Adj. EBITDA-ratio | 37,5% |
| Extra-financieel | 25% |
| Time to Access | 10% |
| Wetenschappelijke innovatie | 10% |
| Overige extra-financiële doelen - Diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie |
5% |
De financiële criteria stimuleren een focus op groei en duurzaamheid, zodat wij kunnen blijven investeren in innovatieve oplossingen voor patiënten. De KPI "Time to Access" vertegenwoordigt het belang dat wij hechten aan het juiste doen voor patiënten, door ervoor te zorgen dat zij optimaal en tijdig toegang hebben tot
betaalbare oplossingen. Wetenschappelijke innovatie is essentieel voor ons vermogen om in de toekomst
waarde te creëren voor patiënten. Onze ambities op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie zijn onder andere gebaseerd op onze inspanningen om een directieteam te hebben dat, wat betreft gender,
een afspiegeling is van ons talentenbestand en de maatschappij waarin wij actief zijn.
Het aantal toegekende aandelen wordt aan het einde van de prestatieperiode aangepast op basis van de prestaties van de vennootschap ten opzichte van de bij de toekenning bepaalde doelstellingen. Dit is gebaseerd op een uitbetalingscurve die rekening houdt met de waarschijnlijkheid dat verschillende prestatieniveaus worden bereikt:
| Prestatieniveau | Uitbetaling | ||
|---|---|---|---|
| Onder drempel | 0% | ||
| Drempel | 50% | ||
| Onder doelstelling | 75-80% | ||
| Doelstelling | 100% | ||
| Boven doelstelling | 120-125% | ||
| Maximum | 150% |
| Salariselement – Buitengewone elementen en pensioen |
Beschrijving |
|---|---|
| Buitengewone elementen | Eventuele eenmalige beloningen voor 2024, zoals indiensttredingspremies of ontslagvergoedingen, worden gerapporteerd in het Remuneratieverslag en uitgewerkt in ons Remuneratiebeleid. De vennootschap kan bijvoorbeeld beslissen om aan nieuwe leden van het Uitvoerend Comité een "indiensttredingspremie" toe te kennen in de vorm van geld of aandelen. Dit is geen automatische praktijk en er wordt rekening gehouden met verschillende factoren, zoals verliezen die de betrokkene anders zou lijden bij het verlaten van een andere werkgever of andere verwante negatieve cashflow-effecten. Eventuele indiensttredingspremies worden door het GNCC goedgekeurd. |
| Pensioen | De CEO neemt deel aan een pensioenplan van het type cash balance dat volledig gefinancierd wordt door UCB en aan het aanvullend vaste bijdragenplan voor het hoger management van UCB. De andere leden van het Uitvoerend Comité nemen elk deel aan de pensioenplannen van hun land van overeenkomst; de in België gevestigde ambtsdragers nemen deel aan dezelfde plannen als de CEO. |
Sinds 2021 zijn terugvorderings- en malusbepalingen van kracht voor de variabele verloningsplannen van onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité.
Dit betekent dat de Raad van Bestuur kan beslissen – onder voorbehoud van de toepasselijke wetgeving – om onbetaalde of niet-verworven incentivepremies in te houden (malus), of om incentivepremies terug te vorderen die werden uitbetaald of definitief verworven werden (terugvordering) in geval van (i) bewijs van fraude of ernstig wangedrag en/of (ii) materiële schending van de gedragscode en handelscode van UCB, en/of (iii) het zich inlaten met gedragingen of handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze reputatieschade berokkenen aan UCB en/of in geval van materiële negatieve herformulering van de financiële resultaten van de vennootschap. In 2024 werden deze clausules niet geactiveerd.
Terwijl het gewicht van LTI in onze totale loonmix ertoe leidt dat onze leden van het Uitvoerend Comité op elk moment een belangrijk belang hebben in niet-definitief verworven (en definitief verworven) LTI, hebben we, in 2021, aandeelhoudersrichtlijnen voor onze CEO en leden van het Uitvoerend Comité geïntroduceerd.
De vereiste is dat de huidige CEO en leden van het Uitvoerend Comité een minimum veelvoud van hun jaarlijks bruto basissalaris in UCB-aandelen bezitten (in bezit als gevolg van het definitief verwerven van aandelentoekenningen, performance shares of uitgeoefende aandelenopties), bereikt over een opbouwperiode van vijf jaar en nadien de drempel handhaven. De vereiste bedraagt 150% van het jaarlijkse bruto basissalaris voor de CEO en 50% van het jaarlijkse bruto basissalaris voor de leden van het Uitvoerend Comité.
Gelet op het internationaal karakter van ons Uitvoerend Comité evenals de spreiding van onze uiteenlopende
activiteiten over verschillende geografische gebieden, worden de arbeidsovereenkomsten van onze leden beheerst door verschillende rechtsstelsels.
In de loop van 2014 werd een Belgisch dienstenovereenkomst opgemaakt voor Jean-Christophe Tellier met een opzeggingsregeling die vergelijkbaar is met de regeling die in voege was onder zijn vroeger Amerikaans arbeidscontract, zijnde een forfaitair bedrag overeenstemmend met 18 maanden basissalaris verhoogd met de werkelijke gemiddelde bonus die hij ontving tijdens de drie voorgaande jaren indien de onderneming een einde maakt aan de overeenkomst of in geval van wijziging in controle van UCB.
De contracten van Emmanuel Caeymaex en Iris Löw-Friedrich werden getekend vóór de inwerkingtreding van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur van 6 april 2010 die het niveau van opzeggingsvergoedingen beperkt.
Emmanuel Caeymaex heeft geen specifieke opzeggingsregeling in zijn Belgisch contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zijn de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van toepassing.
Jean-Luc Fleurial, Sandrine Dufour en Dhaval Patel hadden Belgische arbeidsovereenkomsten met een opzeggingsbeding dat hen recht geeft op een opzeggingsvergoeding van 12 maanden basissalaris en bonus indien de onderneming de overeenkomst beëindigt of in geval van een wijziging in de controle van UCB. Vanaf 2024 is Dhaval Patel overgegaan naar een Amerikaanse arbeidsovereenkomst – zijn opzeggingsregeling werd behouden in deze nieuwe arbeidsovereenkomst.
Kirsten Lund-Jurgensen en Denelle Waynick-Johnson hebben een Amerikaanse arbeidsovereenkomst en hebben elk een beding in die overeenkomst dat voorziet in een vertrekpremie van 12 maanden basissalaris en doelbonus indien de onderneming de overeenkomst beëindigt of in geval van een wijziging in de controle van UCB.
Alistair Henry heeft een arbeidsovereenkomst in het Verenigd Koninkrijk en heeft geen specifieke beëindigingsbepalingen in zijn contract. In geval van onvrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zijn de lokale arbeidswetgeving en gebruiken van het Verenigd Koninkrijk van toepassing.
De hoogte van de vergoeding van de Raad van Bestuur wordt geëvalueerd, zowel in vergelijking met Europese vergelijkbare ondernemingen als met ondernemingen die op de referentieindex van Euronext Brussel (BEL 20) genoteerd zijn. Gegevens van vergelijkbare ondernemingen vormen de voornaamste referentie, gezien onze behoefte om deskundigen met een grondige kennis van onze sector aan te trekken. UCB wenst zich te positioneren op de mediaan van deze referentiegroep.
Volgens het Remuneratiebeleid 2024 hebben niet-uitvoerende bestuurders recht op de volgende vergoedingen:
| Raad | Vergoedingen Comité | Overige | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaarlijkse bezoldiging |
Presentiegeld Raad van Bestuur (per vergadering) |
Controle | Weten schappelijk |
GNCC | Reis vergoeding |
|
| Voorzitter | € 330.000 | - | - | - | - | |
| Vicevoorzitter | € 120.000 | € 1.500 | ||||
| Bestuurders | € 80.000 | € 1.000 | ||||
| Voorzitter van het Comité | € 45.000 | € 35.000 | € 35.000 | |||
| Lid van het Comité1 | € 22.500 | € 22.500 | € 17.000 | |||
| Jaarlijkse speciale reiskostenvergoeding |
€ 45.000 |
Conform het beleid ontvangen niet-uitvoerende bestuursleden geen variabele of op aandelen gebaseerde beloningen, noch hebben zij recht op voordelen. Dit is een afwijking van Principe 7.6 van de Wet op het deugdelijk bestuur (de "Code 2020"). De invoering van aandeelhoudersrichtlijnen in het voorgestelde remuneratiebeleid voor 2025, waarover tijdens de komende jaarlijkse algemene vergadering gestemd zal worden, zou echter een stap moeten zijn om de belangen van niet-uitvoerende bestuurders verder af te stemmen op die van aandeelhouders, in de geest van de Belgische Wet op het deugdelijk bestuur 2020. Leden van de Raad van Bestuur die woonachtig zijn in een land waar het tijdszoneverschil met België vijf uur of meer bedraagt, krijgen een speciale vergoeding van de reiskosten.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale directe bezoldiging van onze CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:
| 1 Vaste bezoldiging | 2 Variabele bezoldiging | Totale directe bezoldiging | ||
|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde – Functie |
Basissalaris | Eenjarig variabel (beloning) | Meerjarig variabel (definitief verworven LTI) |
|
| Jean-Christophe Tellier – CEO |
€ 1.354.734 | € 2.089.325 | € 2.724.338 | € 6.168.397 |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité |
€ 4.791.093 | € 5.041.112 | € 6.621.268 | € 16.453.473 |
De totale directe bezoldiging van de CEO (basissalaris + bonus + definitief verworven LTI) voor 2024 bedraagt € 6.168.397 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen), tegenover € 2.967.281 in 2023, wat neerkomt op een algehele stijging van de totale directe bezoldiging van 108% tegenover 2023. De stijging is voornamelijk gerelateerd aan de definitieve verwerving van het PSP voor 2021-2023 in 2024 (vergeleken met de niet-definitieve verwerving in de voorgaande periode), zoals hieronder besproken.
De bonus voor 2024 was 33% hoger dan het voorgaande jaar doordat UCB bij uitzondering de maximale bedrijfsresultatencoëfficiënt van 150% bereikte.
De totale directe beloning van het Uitvoerend Comité (basissalaris + bonus + definitief verworven LTI) voor 2024 bedraagt € 16.453.473, of een stijging van 72% ten opzichte van € 9.563.800 in 2023 (exclusief pensioenbijdragen en andere voordelen).
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de totale bezoldiging van onze CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:
| 1 Vaste bezoldiging |
2 Variabele bezoldiging |
3 Buitengewone elementen |
4 Pensioen kosten |
5 Totale bezol diging met definitief verworven LTI |
Verhouding tussen vaste en variabele bezoldiging met definitief verworven LTI |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde – Functie |
Basissalaris | Vergoedingen | Overige extralegale voordelen |
Eenjarig variabel (beloning) |
Definitief verworven meerjarig variabel (LTI) |
Vast [(1 + 4) / (5 – 3)] |
Variabel [2 / (5 -3)] |
|||
| Jean Christophe Tellier – CEO |
€ 1.354.734 | € 86.000 | € 116.475 | € 2.089.325 | € 2.724.338 | € 0 | € 422.771 | € 6.793.643 | 29% | 71% |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité |
€ 4.791.093 | € 0 | € 2.457.053 | € 5.041.112 | € 6.621.268 | € 0 | € 863.742 | € 19.774.268 | 41% | 59% |
Het performance share plan van 2021-2023 is op 1 april 2024 definitief verworven voor 95% van de oorspronkelijk toegekende aandelen. De in 2020 toegekende aandelenopties zijn definitief verworven op 1 januari 2024 voor de werknemers met een Belgische overeenkomst, inclusief de CEO. Voor de andere leden werden de in 2021 toegekende opties definitief verworven op 1 april 2024. De definitief verworven waarde van de aandelenopties voor de CEO vertegenwoordigde € 97.318 in 2024, terwijl de totale definitief verworven waarde voor de rest van het Uitvoerend Comité (niet noodzakelijk uitgeoefend in 2024) € 565.238 vertegenwoordigde.

De tabel hieronder toont de basissalarissen voor 2024 van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité:
| Naam begunstigde – Functie | 2024 |
|---|---|
| Jean-Christophe Tellier – CEO | € 1.354.734 |
| Andere leden van het Uitvoerend Comité | € 4.791.093 |
Het salaris van de CEO steeg met 5% (van € 1.290.223 in 2023) en daalde met 8% voor de andere leden van het Uitvoerend Comité (van € 5.194.323 in 2023). Hierbij wordt opgemerkt dat er in 2024 verschillende wijzigingen in de samenstelling waren. De verhogingen waren in lijn met de waargenomen marktbewegingen, de positionering ten opzichte van de benchmark voor elke functie en de algemene salarisbewegingen van het personeelsbestand in bredere zin.
De CEO heeft ook recht op de bestuurdersvergoedingen als lid van de Raad van Bestuur van UCB NV. Voor 2024 bedroegen deze vergoedingen € 86.000 (€ 80.000 aan jaarlijkse vergoedingen en € 6.000 aan presentiegeld).
Verzekeringen, evenals uitkeringen die verschuldigd zijn overeenkomstig ons standaard Global Mobility beleid en ons Remuneratiebeleid, worden opgenomen onder "andere voordelen". Het tijdstip waarop sommige voordelen worden toegekend in het kader van het Global Mobility beleid, wisselkoersschommelingen en de ontwikkeling van de aandelenkoers hebben bijgedragen aan een opmerkelijke variatie in het te rapporteren bedrag, ook voor de CEO.
Voor de CEO vertegenwoordigden deze andere voordelen een bedrag van € 116.475 (vergeleken met € 745.357 in 2023), terwijl dit voor de andere leden van het Uitvoerend Comité neerkwam op een totaalbedrag van € 2.457.053.
B. Variabele bezoldiging

De verwezenlijking van prestatiedoelstellingen werd gemeten tijdens de periode die begon op 1 januari 2024 en eindigde op 31 december 2024. De bedrijfsresultatencoëfficiënt wordt bepaald door de huidige aangepaste EBITDA vergeleken met het budget, tegen constante wisselkoersen. Dankzij een voortdurende focus op het beheersen van de bedrijfskosten, in combinatie met uitzonderlijk goed presterende inkomsten, werd de doelstelling voor 2024 overtroffen en werd het maximale niveau van de bedrijfsresultatencoëfficiënt van 150% bereikt. De individuele prestatievermenigvuldiger werd voorgesteld door het GNCC, waarbij rekening werd gehouden met de prestaties van de CEO ten opzichte van de belangrijkste prioriteitsgebieden die hiernaast zijn weergegeven. Voor de CEO en verschillende leden van het Uitvoerend Comité werd het maximum van 175% van de doelstelling voor de bonus bereikt. Er werd gebruikgemaakt van de HSWB-aanpassing, wat resulteerde in een totale bonus van 170% van de doelstelling. Voor de CEO heeft dit als resultaat dat de bonus in 2024 met 33% is gestegen tegenover het voorgaande jaar.
De toepassing van de negatieve HSWB-aanpassing (-5%) werd toegepast op de bonusresultaten, wat resulteerde in een bonus van 170% van de doelstelling voor de CEO. Tevens werden de
bonussen van de andere leden van het Uitvoerend Comité verlaagd.
De algehele daling van de index voor 2024 is voornamelijk te wijten aan de veiligheidsprestatiecomponent, vertegenwoordigd door de verzuimongevallenratio (Lost Time Injury Rate), die 30% van de indexwaarde vertegenwoordigt. Deze daling wordt toegeschreven aan een stijging van het aantal arbeidsongevallen met werkverlet, met 47 geregistreerde incidenten in 2024 tegen een doelstelling van 29 (tegenover 25 in 2023). Opmerkelijk is dat 70% van deze ongevallen plaatsvonden op de campus Braine-l'Alleud, waar veel mensen werkzaam zijn en de activiteiten momenteel worden uitgebreid. Hoewel het aantal incidenten met een hoog potentieel (die ernstig letsel tot gevolg kunnen hebben) is afgenomen, is er een risicobeperkingsplan opgesteld om de veiligheidsverwachtingen te verhogen en de veiligheidsprocessen te verbeteren, met als doel een ISO 45001-certificering voor de campus (zie de duurzaamheidsverklaring voor meer informatie over deze meetmethode).
Het uitbetalingsniveau voor de individuele doelstellingen voor de CEO werd door het GNCC aan de Raad voorgesteld op basis van de prestatie-evaluatie op het einde van de cyclus, zoals hieronder samengevat in de belangrijkste prioritaire gebieden voor 2024. Het resultaat voor 2024 is als volgt:

| De bonus van de CEO | Doel | Werkelijk | Werkelijk | ||
|---|---|---|---|---|---|
| % van basissalaris | % van basissalaris | bedrag | |||
| Jean-Christophe Tellier | 90% | 65% | € 2.089.325 |
| Prestatiemaatstaf | Prestaties van de CEO in 2024 op de belangrijkste prioritaire gebieden | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandeelhouderswaarde (OVERTROFFEN) |
UCB concentreerde zich op de vijf groeifactoren, BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ® en EVENITY® en behaalde een omzetgroei met dubbele cijfers. De resultaten voor omzet en kasstroom overtroffen de doelstelling aanzienlijk, dankzij sterke productlanceringen. |
|||||
| Aangepaste EBITDA maakt geen deel uit van de individuele doelstellingen omdat het de bedrijfsresultatencoëfficiënt vormt (doelstelling werd overtroffen). |
||||||
| UCB heeft ook gevestigde merkproducten in Europa en China verkocht om zich verder te concentreren op de vijf groeifactoren. |
||||||
| Met een voortdurende flexibele herverdeling van middelen binnen de organisatie konden we onze veerkracht behouden en blijven investeren in O&O en onze klinische pijplijn. |
||||||
| ESG-ratings werden verbeterd (Sustainalytics: 13.7; ISS ESG: B-, CDP Waterzekerheid: A-) of gehandhaafd (MSCI: AA, CDP Klimaatverandering: A) eind 2024, tegenover eind 2023, waardoor UCB tot de belangrijkste spelers van de farmaceutische sector behoort: |
||||||
| Deze sterke prestatie wordt bevestigd door Sustainalytics, dat ons als nummer 1 heeft geplaatst in het Biotech-segment. |
||||||
| Waarde voor patiënten (OVERTROFFEN) |
2024 heeft UCB 25 goedkeuringen en lanceringen opgeleverd in belangrijke regio's zoals de VS, de EU en Japan. Een buitengewone prestatie die de verwachtingen overtreft. |
|||||
| Onze prestaties op het gebied van toegang waren sterk met in totaal 59 vergoedingen of onderhandelde beheerde toegang in al onze regio's. Deze resultaten vormen de basis voor onze Access Coverage Performance-index die 82% bedroeg (tegenover een doelstelling van 78%). Wat betreft de Time to Access werd meer dan de helft van de vergoedingen sneller verkregen dan de benchmark voor de sector (IQVIA bron), waardoor onze Time to Access index 55% bereikte. Hiermee bereikten we bijna onze doelstelling van 56%. |
||||||
| Volgens de doelstelling met 3 kwaliteitskandidaten in de pijplijn en boven de doelstelling met 4 klinische proof-of-conceptresultaten (tegenover een doelstelling van 3). |
||||||
| Met een niveau van 99,3% hebben we onze doelstelling van 99% van de producten "On time and In full" (OTIF) op het afleverpunt van de klant overtroffen. Hierdoor is de levering van onze producten zonder voorraaduitval voor onze patiënten veiliggesteld. |
| Prestatiemaatstaf | Prestaties van de CEO in 2024 op de belangrijkste prioritaire gebieden | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarde voor onze medewerkers (OVER HET ALGEMEEN |
De betrokkenheid van werknemers bleef hoog, op 76%, en overtrof daarmee het niveau van 74% in 2024 (wat ons doel was). Onze werknemersenquête toonde ook aan dat werknemers een sterk gevoel van zingeving hebben in hun rol bij UCB. |
|||||
| BEREIKT) | We hebben vastgesteld dat er aanzienlijke inspanningen zijn geleverd om onze ambities op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie te verwezenlijken. Onze beoordeling van dergelijke inspanningen werd ingegeven door de voortgang die het bedrijf boekte in de richting van zijn ambitie om tegen 2024 en 2025 respectievelijk 42% en 45% vrouwen in zijn directieteam te hebben. In 2024 bedroeg het percentage vrouwelijke leidinggevenden 41,3%. De inspanningen van het bedrijf om zijn ambitieuze doel van 45% te bereiken, blijven een focus voor 2025. |
|||||
| Onze scores voor ethische mentaliteit zijn verder verbeterd (82,7% tegenover 81,8% in 2023 ), waarmee de doelstelling is behaald. |
||||||
| De doelstelling van de HSWB-index werd niet gehaald, zoals uitgelegd in de inleiding van deze sectie. De negatieve aanpassing werd geactiveerd, gebaseerd op de geldende drempel van 80%, waardoor de bonus van de CEO en het Uitvoerend Comité werd verlaagd, en is daarom hier niet samengevoegd. |
||||||
| Waarde voor de planeet (VOORUITGANG GEBOEKT) |
We hebben goede vorderingen geboekt met onze inspanningen om onze ecologische voetafdruk te verkleinen en tegelijkertijd SBTi-validatie verkregen voor onze Net zerodoelstellingen. |
|||||
| In ons streven naar geneesmiddelen met een lage milieu-impact zagen we bij 13 van de 19 producten een verbetering ten opzichte van onze interne beoordeling, wat minder is dan onze doelstelling van 100%. |
||||||
| We hebben goede vooruitgang geboekt bij het terugdringen van onze Scope 1, 2 en 3 broeikasgasemissies (exclusief categorie 3.1) ten opzichte van onze basislijn voor 2019. Dit is voornamelijk te danken aan de vermindering van ons energieverbruik en de overgang naar hernieuwbare energie. |
||||||
| We hebben 70% van de bestaande leveranciers (categorie 3.1) bereikt die zich hebben verbonden aan Science Based Targets. |
||||||
| Andere doelen (OP SCHEMA) |
Verschillende focusdoelen zijn besproken in de hoogtepunten van het Geïntegreerd jaarverslag. Een belangrijke prestatie was de transformatie van het bedrijfsmodel van UCB met het oog op een betere afstemming van de organisatie op de belangrijkste belanghebbenden in ons ecosysteem nu we een decennium van groei ingaan. Dit ging gepaard met een heraanpassing van de cultuur en de manier van werken, met een hernieuwde focus op de verantwoordelijkheid van het leiderschap en de ontwikkeling van onze bestuursmodellen. |
Over het geheel genomen zijn wij van mening dat in 2024 enorme vooruitgang is geboekt voor wat betreft onze toezeggingen om duurzame waarde te creëren voor patiënten, onze mensen, aandeelhouders en de samenleving.
De CEO heeft individuele prestatiecoëfficiënten voor elk van de andere leden van het Uitvoerend Comité voorgelegd aan het GNCC ter overweging vóór de goedkeuring door de Raad. De totale waarde van de aan het Uitvoerend Comité uitgekeerde bonussen bedroeg € 5.041.112.
In 2024 kreeg de CEO en het Uitvoerend Comité een LTItoekenning tussen de LTI-doelstelling en de maximale beleidswaarde.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal aandelenopties en performance shares dat in 2024 is toegekend:
| Aandelenopties | Performance Shares | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde – Functie |
Aantal toegekende aandelen opties |
Datum van definitieve verwerving |
Uitoefen prijs1 |
Binomiale waarde per eenheid2 |
Binomiale waarde bij toekenning |
Aantal toegekende Performance Shares |
Datum van definitieve verwerving |
Binomiale waarde per eenheid2 |
Waarde bij toekenning |
Totale waarde bij toekenning |
| Jean-Christophe Tellier – CEO |
37.876 | 01-jan-28 | 109,8 | 30,45 | € 1.153.324 | 28.158 | 01-apr-27 | 95,59 | € 2.691.623 | € 3.844.947 |
| Emmanuel Caeymaex | 10.393 | 01-jan-28 | 109,8 | 30,45 | € 316.467 | 7.726 | 01-apr-27 | 95,59 | € 738.528 | € 1.054.995 |
| Fiona du Monceau | 7.727 | 01-jan-28 | 109,8 | 30,45 | € 235.287 | 5.744 | 01-apr-27 | 95,59 | € 549.069 | € 784.356 |
| Sandrine Dufour | 12.582 | 01-jan-28 | 109,8 | 30,45 | € 383.122 | 9.354 | 01-apr-27 | 95,59 | € 894.149 | € 1.277.271 |
| Jean-Luc Fleurial | 8.289 | 01-jan-28 | 109,8 | 30,45 | € 252.400 | 6.162 | 01-apr-27 | 95,59 | € 589.026 | € 841.426 |
| Alistair Henry3 | ||||||||||
| Iris Loew-Friedrich | 9.795 | 01-apr-27 | 109,8 | 30,45 | € 298.258 | 7.282 | 01-apr-27 | 95,59 | € 696.086 | € 994.344 |
| Kirsten Lund Jurgensen |
8.473 | 01-apr-27 | 114,4 | 30,45 | € 258.003 | 6.299 | 01-apr-27 | 95,59 | € 602.121 | € 860.124 |
| Dhavalkumar Patel4 | 12.927 | 01-apr-27 | 114,4 | 30,45 | € 393.627 | 9.610 | 01-apr-27 | 95,59 | € 918.620 | € 1.312.247 |
| Denelle Waynick Johnson |
9.281 | 01-apr-27 | 114,4 | 30,45 | € 282.606 | 6.899 | 01-apr-27 | 95,59 | € 659.475 | € 942.082 |
1 Gemiddelde van de slotkoersen tussen 2 maart en 31 maart van het jaar of slotkoers van 31 maart zoals bepaald door de Belgische of andere relevante wetgeving.
2 Binomiale waarde: een objectieve techniek om lange-termijnincentives te waarderen waarbij een reële waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een lange-termijnincentive
3 Alistair Henry is toegetreden tot het Uitvoerend Comité na de toekenning van 1 april 2024.
4 Dhavalkumar Patel is aan het einde van het tweede kwartaal van 2024 met pensioen gegaan.
Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van het aantal aandelenopties, toegekende aandelen en performance shares, die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend (opgenomen in de vorige jaarverslagen) en die in het kalenderjaar definitief zijn verworven:
| Aandelenopties | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Toekennings datum |
Datum van definitieve verwerving |
Aantal definitief verworven (niet uitgeoefend) |
Uitoefenprijs | Specificatie van het plan | |
| Jean-Christophe Tellier - CEO | 01-apr-20 | 01-jan-24 | 40.214 | 76,21 | Performance Shares |
| Emmanuel Caeymaex | 01-apr-20 | 01-jan-24 | 10.966 | 76,21 | Performance Shares |
| Fiona du Monceau1 | |||||
| Sandrine Dufour 1 | Performance Shares | ||||
| Jean-Luc Fleurial | 01-apr-20 | 01-jan-24 | 8.695 | 76,21 | Performance Shares |
| Alistair Henry4 | |||||
| Iris Löw-Friedrich | 01-apr-21 | 01-apr-24 | 8.514 | 79,99 | Performance Shares |
| Kirsten Lund-Jurgensen | 01-apr-21 | 01-apr-24 | 6.112 | 81,12 | Performance Shares |
| Dhavalkumar Patel5 | 01-apr-20 | 01-jan-24 | 13.328 | 76,21 | Performance Shares |
| Performance Shares in cash (phantom) |
|||||
| Denelle Waynick Johnson4 |
1 Fiona du Monceau en Sandrine Dufour traden in dienst bij UCB na de toekenning van LTI in 2020.
2 De Performance Shares van 2021 zijn voor 95% van de doelstelling definitief verworven.
3 Marktwaarde van het UCB-aandeel op de datum waarop het definitief wordt verworven, gedefinieerd als het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op die datum, tenzij door de lokale wetgeving gespecificeerd.
4 Alistair Henry is toegetreden tot het Uitvoerend Comité na de toekenning van LTI in 2021 en Denelle Waynick Johnson trad in dienst bij UCB na de toekenning van LTI in 2021. 5 Dhavalkumar Patel is in het tweede kwartaal van 2024 met pensioen gegaan. De Performance Shares toegekend in 2019, 2022 en 2023 zijn definitief verworven in contanten, pro rata temporis verminderd volgens de regels van het plan. Volgens de regels van het Performance Shares Plan van 2024 zijn sommige Performance Shares vervallen op basis van de vermindering pro rata temporis. De resterende Performance Shares van 2024 zullen definitief worden op de oorspronkelijke verwervingsdatum (1 april 2027), afhankelijk van de prestaties van de onderneming ten opzichte van de gedefinieerde maatstaven.
| Performance Shares | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Datum van toekenning |
Datum van definitieve verwerving |
Prestatieperiode | Totaal aantal definitief verworven aandelen2 |
Marktwaarde van de aandelen bij definitieve verwerving3 |
Totale waarde bij definitieve verwerving (€) |
||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 2021-2023 | 23.115 | 113,65 | 2.627.020 | ||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 2021-2023 | 6.483 | 113,65 | 736.793 | ||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 2021-2023 | 6.162 | 113,65 | 700.311 | ||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 2021-2023 | 5.024 | 113,65 | 570.978 | ||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 2021-2023 | 6.454 | 112,9 | 728.657 | ||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 2021-2023 | 4.634 | 113,65 | 526.654 | ||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 2021-2023 | 6.942 | 113,65 | 788.958 | ||
| 01-apr-22 | 01-apr-25 | 2022-2024 | 4.648 | 138,08 | 641.796 | ||
| 01-apr-23 | 01-apr-26 | 2023-2025 | 3.213 | 138,08 | 443.651 | ||
| 01-okt-19 | 01-okt-24 | 2019-2024 | 6.650 | 138,08 | 918.232 | ||
De performance shares zijn in april 2024 definitief geworden met betrekking tot de toekenning van april 2021. De definitieve verwerving van die toegekende performance shares was afhankelijk van de prestaties gedurende drie jaar op basis van de volgende criteria voor 2020 - 2022:
• Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom (50% weging)
Aandelenopties
Jean-Christophe Tellier - CEO 01-apr-20 01-jan-24 40.214 76,21 Performance Shares Emmanuel Caeymaex 01-apr-20 01-jan-24 10.966 76,21 Performance Shares
Sandrine Dufour 1 Performance Shares Jean-Luc Fleurial 01-apr-20 01-jan-24 8.695 76,21 Performance Shares
Iris Löw-Friedrich 01-apr-21 01-apr-24 8.514 79,99 Performance Shares Kirsten Lund-Jurgensen 01-apr-21 01-apr-24 6.112 81,12 Performance Shares
Aantal definitief verworven (niet
01-apr-20 01-jan-24 13.328 76,21 Performance Shares
uitgeoefend) Uitoefenprijs Specificatie van het plan
Performance Shares in cash (phantom)
Datum van definitieve verwerving
Toekenningsdatum
Fiona du Monceau1
Alistair Henry4
Dhavalkumar Patel5
Denelle Waynick Johnson4
Zoals gerapporteerd in het Remuneratieverslag over 2023, werden de doelstellingen voor het Performance Share Plan 2021-2023 naar aanleiding van de betrokkenheid van de aandeelhouders discretionair aangepast, aangezien de lancering van BIMZELX® in de VS pas eind 2023 plaatsvond, terwijl het oorspronkelijke plan uitging van een lancering twee jaar eerder, zouden de inkomsten van BIMZELX® in de VS en de gerelateerde kasstroom uit het plan 2021-2023 worden verwijderd en zou de uitbetalingscurve opnieuw worden
ingesteld. De werkelijke omzet en kasstroom van BIMZELX® in de VS zouden ook worden uitgesloten.
Rekening houdend met de feitelijke prestaties aan het einde van 2023, werd voorgesteld dat als de uiteindelijke uitbetaling meer dan 100% zou zijn, er een bovengrens zou worden gesteld aan de uitbetaling van 100% voor het Uitvoerend Comité.
Hoewel de aangepaste doelstellingen zijn gehaald, heeft de Raad van Bestuur een algeheel uitbetalingsniveau van 95% aanbevolen om het resultaat van het plan beter af te stemmen op de ervaringen van de aandeelhouders gedurende de prestatieperiode.
De doelstellingen zijn commercieel gevoelig, vooral in de vroege lanceringsfase van BIMZELX® in de VS, en bijgevolg wordt deze informatie ook niet openbaar gemaakt. Ten behoeve van onze belanghebbenden zijn wij van mening dat we de lancering van onze nieuwe producten in deze uiterst competitieve omgeving moeten beschermen.

Het Performance Share Plan 2022-2024 (dat in april 2025 definitief verworven wordt en gerapporteerd kan worden in het Remuneratieverslag 2025) had drie maatstaven. De prestaties op beide financiële maatstaven (dat wil zeggen Aangepaste cumulatieve operationele kasstroom en Samengestelde jaarlijkse omzetgroei) overtroffen de doelstelling aanzienlijk. De ambitieuze drempel die in 2022 voor 2024 was vastgesteld voor de meting van de toegang voor patiënten in het plan werd echter niet gehaald. Over het geheel genomen zou het plan voor 121,5% definitief zijn verworven, maar zoals overeengekomen met onze aandeelhouders bij de herformulering van de doelstellingen, is de algehele uitbetaling voor de CEO en het Uitvoerend Comité begrensd tot 100%.
| Gewicht | Verwachte uitbetaling | |
|---|---|---|
| 90% | ||
| 45% | 150% | |
| 45% | 120% | |
| 10% | ||
| 10% | 0% | |
| Algehele uitbetaling | 121,5% | |
| Begrensd voor CEO en Uitvoerend Comité |
100% | |
Onderstaande aandelenopties en performance shares die in voorgaande jaren aan de leden van het Uitvoerend Comité werden toegekend, zijn in 2024 vervallen:
| Specificatie van het plan | Datum van toekenning |
Aantal vervallen toegekende aandelen |
Datum verval | |
|---|---|---|---|---|
| Dhavalkumar Patel1 | Performance Shares | 01-apr-22 | 1.549 | 30/06/2024 |
| Dhavalkumar Patel1 | Performance Shares | 01-apr-23 | 4.497 | 30/06/2024 |
| Dhavalkumar Patel2 | Performance Shares | 01-apr-24 | 8.809 | 30/06/2024 |
| Dhavalkumar Patel1 | Performance Shares in cash (phantom) |
01-okt-19 | 350 | 30/06/2024 |

Er waren geen ontslagvergoedingen in 2024.
Er werden geen indiensttredingspremies toegekend in 2024.

| Naam begunstigde – Functie | Pensioenkosten | ||
|---|---|---|---|
| Jean-Christophe Tellier – CEO | € 422.771 | ||
| Andere leden van het Uitvoerend Comité | € 863.742 |
Zie de sectie Toepassing van het remuneratiebeleid voor meer informatie over de toepasselijke pensioenregelingen.
1 Dhavalkumar Patel is aan het einde van het tweede kwartaal van 2024 met pensioen gegaan. De Performance Shares toegekend in 2019, 2022 en 2023 zijn definitief verworven in contanten, pro rata temporis verminderd volgens de regels van het Performance Share Plan.
2 Volgens de regels van het Performance Share Plan van 2024 is een aantal Performance Shares vervallen op basis van de regel pro rata temporis. De resterende Performance Shares van 2024 zullen definitief worden op de oorspronkelijke verwervingsdatum (1 april 2027), afhankelijk van de prestaties van de onderneming ten opzichte van de gedefinieerde maatstaven.
De onderstaande tabel is een samenvatting van de evolutie van de totale bezoldiging van onze niet-uitvoerende bestuurders, CEO, het Uitvoerend Comité en onze gemiddelde werknemer en vergeleken met de bedrijfsresultaten over de voorbije vijf jaar, hier weergegeven door de jaarlijkse groei van de inkomsten en Adj. EBITDA.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Bezoldiging van de Raad | € 1.457.500 | € 1.690.833 | € 1.771.822 | € 1.676.333 | € 1.891.265 |
| Verandering jaar op jaar | -4,30% | 16,00% | 4,80% | -5,40% | 12,80% |
| Bezoldiging van de CEO1 | € 6.832.748 | € 6.244.384 | € 5.808.530 | € 4.199.791 | € 6.793.643 |
| Verandering jaar op jaar | 17,5% | -8,6% | -7,0% | -27,7% | 61,8% |
| Bezoldiging van de leden van het Uitvoerend Comité2 |
€ 19.049.904 | € 16.953.966 | € 16.725.716 | € 13.838.749 | € 19.774.268 |
| Verandering jaar op jaar | -23,2% | -11,0% | -1,3% | -17,3% | 42,9% |
| Bedrijfsprestaties | |||||
| Inkomsten (verandering jaar op jaar) | |||||
| bij reële koersen | 9% | 8% | -4% | -6% | 17% |
| bij constante koersen | 8% | 10% | -7% | -5% | 19% |
| Adj. EBITDA (verandering jaar op jaar) | |||||
| bij reële koersen | 1% | 14% | -23% | 7% | 9% |
| bij constante koersen | -4% | 21% | -21% | -1% | 18% |
| Totale bezoldiging van de werknemers (in miljoen EUR) |
€ 1.180 | € 1.382 | € 1.491 | € 1.510 | € 1.836 |
| VTE | € 7.899 | € 8.431 | € 8.546 | € 8.745 | € 9.299 |
| Gemiddelde kosten per VTE (IFRS) | € 149.392 | € 163.922 | € 174.459 | € 172.670 | € 198.938 |
| Verandering jaar op jaar | -5,06% | 9,73% | 6,43% | -1,03% | 15,21% |
De onderstaande tabel toont een vergelijking van de bezoldiging van onze CEO (in €) voor 2024 met de bezoldiging van de laagstbetaalde voltijdse werknemer van UCB NV (in €) voor 2024. De bezoldiging omvat een vaste en een variabele bezoldiging (definitief verworven LTI voor onze CEO), alsmede personeelsbeloningen, exclusief werkgeverslasten voor sociale zekerheid.
| 2024 | |
|---|---|
| Verhouding van de totale bezoldiging van de CEO tegenover laagst bezoldigde werknemer |
1/95 |
In 2021 implementeerde UCB-aandeelhoudersrichtlijnen voor haar CEO en leden van het Uitvoerend Comité. Elk lid heeft vijf jaar om zijn respectievelijke vereiste te bereiken, vanaf het in voege treden van deze richtlijn (d.w.z. april 2026). Op dit moment voldoen de CEO en de leden van het Comité die langer in dienst zijn aan de vereiste (met name degenen die 5 jaar of meer in dienst zijn per 31 december 2024).
Eventuele buitengewone elementen worden niet in de vergoeding van het Uitvoerend Comité opgenomen wegens hun eenmalig karakter. De gemiddelde bezoldiging van de werknemers wordt berekend op basis van de werkelijke salaris- en uitkeringskosten van de werknemers (exclusief werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid en bezoldiging van CEO), gedeeld door het aantal werknemers, op jaarbasis.
1 Vergoedingen voor de Raad van Bestuur worden gerapporteerd als deel van de totale bezoldiging van de CEO.
2 De samenstelling van het Uitvoerend Comité is de afgelopen jaren gewijzigd.
De onderstaande tabellen geven een overzicht van het begin- en eindsaldo, alsook van de bewegingen in het jaar van de op aandelen gebaseerde bezoldiging voor elk van de leden van het Uitvoerend Comité (zowel huidige als voormalige).
| De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde | Specificatie van het plan | Toekennings datum |
Datum van definitieve verwerving |
Uitoefenperiode | Uitoefenprijs (€) |
| Stock Appreciation rights | 01-apr-14 | 01-apr-17 | 7 jaar | 58,12 | |
| 01-apr-15 | 01-jan-19 | 6,25 jaar | 67,35 | ||
| 01-apr-16 | 01-jan-20 | 6,25 jaar | 67,24 | ||
| 01-apr-17 | 01-jan-21 | 6,25 jaar | 70,26 | ||
| 01-apr-18 | 01-jan-22 | 6,25 jaar | 66,18 | ||
| Jean-Christophe Tellier – CEO | 01-apr-19 | 01-jan-23 | 6,25 jaar | 76,09 | |
| Aandelenopties | 01-apr-20 | 01-jan-24 | 6,25 jaar | 76,21 | |
| 01-apr-21 | 01-jan-25 | 6,25 jaar | 79,99 | ||
| 01-apr-22 | 01-jan-26 | 6,25 jaar | 102,04 | ||
| 01-apr-23 | 01-jan-27 | 6,25 jaar | 79,97 | ||
| 01-apr-24 | 01-jan-28 | 6,25 jaar | 109,80 | ||
| 01-apr-15 | 01-jan-19 | 6,25 jaar | 67,35 | ||
| 01-apr-16 | 01-jan-20 | 6,25 jaar | 67,24 | ||
| 01-apr-17 | 01-jan-21 | 6,25 jaar | 70,26 | ||
| 01-apr-18 | 01-jan-22 | 6,25 jaar | 66,18 | ||
| Emmanuel Caeymaex | Aandelenopties | 01-apr-19 | 01-jan-23 | 6,25 jaar | 76,09 |
| 01-apr-20 | 01-jan-24 | 6,25 jaar | 76,21 | ||
| 01-apr-21 | 01-jan-25 | 6,25 jaar | 79,99 | ||
| 01-apr-22 | 01-jan-26 | 6,25 jaar | 102,04 | ||
| 01-apr-23 | 01-jan-27 | 6,25 jaar | 79,97 | ||
| 01-apr-24 | 01-jan-28 | 6,25 jaar | 109,80 | ||
| Fiona du Monceau | Aandelenopties | 01-apr-24 | 01-jan-28 | 6,25 jaar | 109,80 |
| 01-apr-21 | 01-jan-25 | 6,25 jaar | 79,99 | ||
| 01-apr-22 | 01-jan-26 | 6,25 jaar | 102,04 | ||
| Sandrine Dufour | Aandelenopties | 01-apr-23 | 01-jan-27 | 6,25 jaar | 79,97 |
| 01-apr-24 | 01-jan-28 | 6,25 jaar | 109,80 | ||
| 01-apr-18 | 01-jan-22 | 6,25 jaar | 66,18 | ||
| 01-apr-19 | 01-jan-23 | 6,25 jaar | 76,09 | ||
| 01-apr-20 | 01-jan-24 | 6,25 jaar | 76,21 | ||
| Jean-Luc Fleurial | Aandelenopties | 01-apr-21 | 01-jan-25 | 6,25 jaar | 79,99 |
| 01-apr-22 | 01-jan-26 | 6,25 jaar | 102,04 | ||
| 01-apr-23 | 01-jan-27 | 6,25 jaar | 79,97 | ||
| 01-apr-24 | 01-jan-28 | 6,25 jaar | 109,80 | ||
| Alistair Henry4 | Aandelenopties | ||||
| 01-apr-14 | 01-apr-17 | 7 jaar | 58,12 | ||
| 01-apr-15 | 01-apr-18 | 7 jaar | 67,35 | ||
| 01-apr-16 | 01-apr-19 | 7 jaar | 67,24 | ||
| 01-apr-17 | 01-apr-20 | 7 jaar | 70,26 | ||
| 01-apr-18 | 01-apr-21 | 7 jaar | 66,18 | ||
| Iris Loew-Friedrich | Aandelenopties | 01-apr-19 | 01-apr-22 | 7 jaar | 76,09 |
| 01-apr-20 | 01-apr-23 | 7 jaar | 76,21 | ||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 7 jaar | 79,99 | ||
| 01-apr-22 | 01-apr-25 | 7 jaar | 102,04 | ||
| 01-apr-23 | 01-apr-26 | 7 jaar | 79,97 | ||
| 01-apr-24 | 01-apr-27 | 7 jaar | 109,80 |
Definitief verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties
| Informatie over het afgesloten boekjaar | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo | In het jaar | Eindsaldo | |||||
| Uitstaande | Toegewezen aandelenopties | Definitief verworven aandelenopties | Definitief | ||||
| aandelenopties aan het begin van het jaar |
Aantal | Waarde (€)1 | Aantal | Waarde (€)2,3 | Uitgeoefende aandelenopties |
Niet-definitief verworven aandelenopties |
verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties |
| 30.656 | 30.656 | ||||||
| 26.800 | 26.800 | ||||||
| 38.792 | 38.792 | ||||||
| 39.273 | 39.273 | ||||||
| 44.741 | 44.741 | ||||||
| 39.623 | 39.623 | ||||||
| 40.214 | 40.214 | 97.318 | 40.214 | ||||
| 30.490 | 30.490 | ||||||
| 27.892 | 27.892 | ||||||
| 27.369 | 27.369 | ||||||
| 37.876 | 1.153.324 | 37.876 | |||||
| 5.191 | 5.191 | ||||||
| 9.904 | 9.904 | ||||||
| 10.822 | 8.000 | 2.822 | |||||
| 11.741 | 11.741 | ||||||
| 10.499 | 10.499 | ||||||
| 10.966 | 10.966 | 26.538 | 10.966 | ||||
| 8.551 | 8.551 | ||||||
| 7.937 | 7.937 | ||||||
| 8.011 | 8.011 | ||||||
| 10.393 | 316.467 | 10.393 | |||||
| 7.727 | 235.287 | 7.727 | |||||
| 8.128 | 8.128 | ||||||
| 9.008 | 9.008 | ||||||
| 9.179 | 9.179 | ||||||
| 12.582 | 383.122 | 12.582 | |||||
| 7.519 | 7519 | ||||||
| 8.405 | |||||||
| 8.695 | 8.695 | 21.042 | 8.695 | ||||
| 6.626 | 6.626 | ||||||
| 6.211 | 6.211 | ||||||
| 6.329 | 6.329 | ||||||
| 8.289 | 252.400 | 8.289 | |||||
| 15.666 | 15.666 | ||||||
| 15.521 | 15.521 | ||||||
| 14.401 | 14.401 | ||||||
| 12.554 | 12.554 | ||||||
| 14.472 | 14.460 | ||||||
| 10.739 | |||||||
| 11.775 | 10.739 11.775 |
||||||
| 8.514 | 8.514 | 286.581 | |||||
| 7.699 | 7.699 | ||||||
| 7.054 | 7.054 | ||||||
| 9.795 | 298.258 | 9.795 | |||||
1 Binomiale waarde op toekenningsdatum
2 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op de datum waarop de opties definitief worden verworven, verminderd met
de uitoefenprijs maal het aantal aandelenopties
3 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel bedroeg € 78,63 op 1 januari 2024. Het bedroeg € 113,65 op 1 april 2024.
4 Alistair Henry is toegetreden tot het Uitvoerend Comité na de toekenning van 1 april 2024.
| De voornaamste voorwaarden van de aandelenoptieplannen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde | Specificatie van het plan | Toekennings datum |
Datum van definitieve verwerving |
Uitoefenperiode | Uitoefenprijs (€) | |
| 01-apr-20 | 01-apr-23 | 7 jaar | 79,00 | |||
| 01-apr-21 | 01-apr-24 | 7 jaar | 81,12 | |||
| Kirsten Lund-Jurgensen | Stock Appreciation rights | 01-apr-22 | 01-apr-25 | 7 jaar | 108,45 | |
| 01-apr-23 | 01-apr-26 | 7 jaar | 82,44 | |||
| 01-apr-24 | 01-apr-27 | 7 jaar | 114,4 | |||
| 01-apr-18 | 01-jan-22 | 6,25 jaar | 66,18 | |||
| 01-apr-19 | 01-jan-23 | 6,25 jaar | 76,09 | |||
| 01-apr-20 | 01-jan-24 | 6,25 jaar | 76,21 | |||
| Dhavalkumar Patel | Aandelenopties | 01-apr-21 | 01-jan-25 | 6,25 jaar | 79,99 | |
| 01-apr-22 | 01-jan-26 | 6,25 jaar | 102,04 | |||
| 01-apr-23 | 01-jan-27 | 6,25 jaar | 79,97 | |||
| Stock Appreciation rights | 01-apr-24 | 01-apr-27 | 7 jaar | 114,40 | ||
| 01-apr-23 | 01-apr-26 | 7 jaar | 82,44 | |||
| Denelle Waynick Johnson | Stock Appreciation rights | 01-apr-24 | 01-apr-27 | 7 jaar | 114,40 |
Definitief verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties
| Informatie over het afgesloten boekjaar | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo | In het jaar | Eindsaldo | |||||
| Uitstaande | Toegewezen aandelenopties | Definitief verworven aandelenopties | Niet-definitief | Definitief | |||
| aandelenopties aan het begin van het jaar |
Aantal | Waarde (€)1 | Aantal | Waarde (€)2,3 | Uitgeoefende aandelenopties |
verworven aandelenopties |
verworven maar niet uitgeoefende aandelenopties |
| 8.617 | 8.617 | ||||||
| 6.112 | 6.112 | 198.823 | 6.112 | ||||
| 5.746 | 5.746 | ||||||
| 6.477 | 6.477 | ||||||
| 8.473 | 258.003 | 8.473 | |||||
| 15.273 | 15.273 | ||||||
| 14.142 | 14.142 | ||||||
| 13.328 | 13.328 | 32.254 | 13.328 | ||||
| 9.157 | 9.157 | ||||||
| 8.319 | 8.319 | ||||||
| 8.315 | 8.315 | ||||||
| 12.927 | 393.627 | 12.927 | |||||
| 6.529 | 6.529 | ||||||
| 9.281 | 282.606 | 9.281 |
1 Binomiale waarde op toekenningsdatum
2 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op de datum waarop de opties definitief worden verworven, verminderd met de
uitoefenprijs maal het aantal aandelenopties
3 Het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel bedroeg € 78,63 op 1 januari 2024. Het bedroeg € 113,65 op 1 april 2024.
| De belangrijkste voorwaarden van de performance share plannen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Naam begunstigde | Specificatie van het plan | Prestatieperiode | Datum van toekenning |
Datum van definitieve verwerving |
| 2021-2023 | 01-apr-21 | 01-apr-24 | ||
| 2022-2024 | 01-apr-22 | 01-apr-25 | ||
| Jean-Christophe Tellier – CEO | Performance Shares | 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 |
| 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 | ||
| 2021-2023 | 01-apr-21 | 01-apr-24 | ||
| 2022-2024 | 01-apr-22 | 01-apr-25 | ||
| Emmanuel Caeymaex | Performance Shares | 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 |
| 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 | ||
| Fiona du Monceau | Performance Shares | 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 |
| 2021-2023 | 01-apr-21 | 01-apr-24 | ||
| 2022-2024 | 01-apr-22 | 01-apr-25 | ||
| Sandrine Dufour | Performance Shares | 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 |
| 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 | ||
| 2021-2023 | 01-apr-21 | 01-apr-24 | ||
| 2022-2024 | 01-apr-22 | 01-apr-25 | ||
| Jean-Luc Fleurial | Performance Shares | 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 |
| 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 | ||
| Alistair Henry4 | Performance Shares | |||
| 2021-2023 | 01-apr-21 | 01-apr-24 | ||
| 2022-2024 | 01-apr-22 | 01-apr-25 | ||
| Iris Loew-Friedrich | Performance Shares | 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 |
| 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 | ||
| 2021-2023 | 01-apr-21 | 01-apr-24 | ||
| 2022-2024 | 01-apr-22 | 01-apr-25 | ||
| Kirsten Lund-Jurgensen | Performance Shares | 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 |
| 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 | ||
| 2021-2023 | 01-apr-21 | 01-apr-24 | ||
| 2022-2024 | 01-apr-22 | 01-apr-25 | ||
| Performance Shares | 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 | |
| Dhavalkumar Patel5 | ||||
| 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 | ||
| Performance Shares in cash (phantom) |
2019-2024 | 01-okt-19 | 01-okt-24 | |
| 2023-2025 | 01-apr-23 | 01-apr-26 | ||
| Denelle Waynick Johnson | Performance Shares | 2024-2026 | 01-apr-24 | 01-apr-27 |
prestatievoorwaarden – niet-definitief
| De belangrijkste voorwaarden van de performance share plannen | Informatie over het afgesloten boekjaar | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo | In het jaar | Eindsaldo | ||||
| Datum van definitieve verwerving |
Uitstaande performance shares |
Toegekende aandelen | Definitief verworven aandelen | Afhankelijk van prestatievoorwaarden |
||
| – begin van het jaar | Aantal | Waarde (€) 1 |
Aantal | Waarde (€)2,3 | – niet-definitief verworven |
|
| 01-apr-24 | 24.332 | 23.115 | 2.627.020 | 0 | ||
| 20.778 | 20.778 | |||||
| 25.378 | 25.378 | |||||
| 28.158 | 2.691.623 | 28.158 | ||||
| 6.824 | 6.483 | 736.793 | 0 | |||
| 5.913 | 5.913 | |||||
| 7.428 | 7.428 | |||||
| 7.726 | 738.528 | 7.726 | ||||
| 5.744 | 549.069 | 5.744 | ||||
| 6.486 | 6.162 | 700.311 | 0 | |||
| 6.711 | 6.711 | |||||
| 8.512 | 8.512 | |||||
| 9.354 | 894.149 | 9.354 | ||||
| 5.288 | 5.024 | 570.978 | 0 | |||
| 4.627 | 4.627 | |||||
| 5.869 | 5.869 | |||||
| 6.162 | 589.026 | 6.162 | ||||
| 6.794 | 6.454 | 728.657 | 0 | |||
| 5.735 | 5.735 | |||||
| 6.541 | 6.541 | |||||
| 7.282 | 696.086 | 7.282 | ||||
| 4.878 | 4.634 | 526.654 | 0 | |||
| 4.281 | 4.281 | |||||
| 6.006 | 6.006 | |||||
| 6.299 | 602.121 | 6.299 | ||||
| 7.307 | 6.942 | 788.958 | 0 | |||
| 6.197 | 4.648 | 641.796 | 0 | |||
| 7.710 | 3.213 | 443.651 | 0 | |||
| 9.610 | 918.620 | 801 | ||||
| 7.000 | 6.650 | 918.232 | 0 | |||
| 6.054 | 6.054 | |||||
| 6.899 | 659.475 | 6.899 |
1 Binomiale waarde van de Performance Shares op 1 april 2024. Binomiale waarde: een objectieve techniek om langetermijnincentives te waarderen waarbij een reële waarde van de prijs van het aandeel wordt bepaald over de looptijd van een langetermijnincentive.
2 Marktwaarde van het UCB-aandeel op de datum waarop het definitief wordt verworven, gedefinieerd als het gemiddelde van de hoogste en de laagste prijs van het UCB-aandeel op die datum, tenzij door de lokale wetgeving gespecificeerd.
3 Voor Iris Loew-Friedrich is de waardering gebaseerd op de lage prijs op de datum van definitieve verwerving in overeenstemming met de Duitse wetgeving.
4 Alistair Henry is toegetreden tot het Uitvoerend Comité na de toekenning van 1 april 2024.
5 Dhavalkumar Patel is in het tweede kwartaal van 2024 met pensioen gegaan. De Phantom Performance Shares toegekend in 2019 werden definitief verworven in contanten verminderd pro rata temporis zoals gedefinieerd in de regels van het Performance Shares Plan van 2019. De Performance Shares toegekend in 2022 en 2023 werden definitief verworven in contanten verminderd pro rata temporis zoals gedefinieerd in de regels van het Performance Shares Plan van 2022 en 2023. Volgens de regels van het Performance Shares Plan van 2024 is een aantal Performance Shares vervallen op basis van de regel van vermindering pro rata temporis. De Performance Shares van 2024 die niet zijn vervallen, worden definitief verworven op de oorspronkelijke verwervingsdatum (1 april 2027), afhankelijk van de prestaties van de onderneming ten opzichte van de gedefinieerde maatstaven.
De volgende tabel geeft een overzicht van de bezoldiging die elke niet-uitvoerend bestuurder in 2024 heeft ontvangen. Dit omvat de vaste jaarlijkse vergoeding voor leden van de Raad van Bestuur en de comités, het presentiegeld per vergadering van de Raad en de eventueel betaalde reiskostenvergoedingen.
| Bezoldiging bestuurders |
Bezoldiging als bestuurder | Bezoldiging als lid van het Comité |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanwezig heidsgraad (6 vergader ingen) |
Vaste bezoldiging als be stuurder |
Presentie geld Raad van Bestuur |
Reiskosten vergoeding |
Audit comité |
GNCC | Weten schappelijk Comité |
Totaal | ||
| Jonathan Peacock |
Voorzitter en voorzitter van het Auditcomité1 |
6/6 | € 330.000 | € 45.000 | € 15.000 | € 390.000 | |||
| Charles-Antoine Janssen |
Vicevoorzitter2 | 6/6 | € 111.913 | € 8.500 | € 4.549 € 13.563 | € 138.525 | |||
| Fiona du Monceau |
Vicevoorzitter en voorzitter van het GNCC3 |
1/1 | € 24.262 | € 1.500 | € 7.077 | € 32.839 | |||
| Jean-Christophe Tellier |
Uitvoerend bestuurder |
6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 86.000 | ||||
| Pierre L. Gurdjian | 6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 17.000 | € 103.000 | ||||
| Jan Berger | 6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 45.000 | € 131.000 | ||||
| Kay Davies | Voorzitter van het Wetenschappelijk Comité en voorzitter van het GNCC4 |
5/6 | € 80.000 | € 5.000 | € 31.361 | € 25.027 | € 141.388 | ||
| Albrecht De Graeve5 |
2/2 | € 26.667 | € 2.000 | € 28.667 | |||||
| Susan Gasser | 6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 22.500 | € 108.500 | ||||
| Cyril Janssen | 6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 86.000 | |||||
| Cédric van Rijckevorsel6 |
6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 17.951 | € 103.951 | ||||
| Ulf Wiinberg7 | 6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 45.000 | € 13.563 | € 144.563 | |||
| Maëlys Castella | 6/6 | € 80.000 | € 6.000 | € 22.500 | € 108.500 | ||||
| Nefertiti Greene8 | 4/4 | € 53.333 | € 4.000 | € 30.000 | € 11.333 | € 98.667 | |||
| Rodolfo Savitzky9 | Voorzitter van het Auditcomité |
4/4 | € 53.333 | € 4.000 | € 30.000 | € 87.333 | |||
| Dolca Thomas10 | 4/4 | € 53.333 | € 4.000 | € 30.000 | € 15.000 | € 102.333 | |||
| € 1.372.842 | € 77.000 | Eindtotaal: | € 1.891.265 |
1 Voorzitter van het Auditcomité tot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 24 april 2024
2 Wordt vicevoorzitter van de Raad van Bestuur, treedt toe tot het GNCC, verlaat het Auditcomité op 15 maart 2024
3 Treedt terug als vicevoorzitter van de Raad van Bestuur en voorzitter van het GNCC op 15 maart 2024
4 Wordt voorzitter van het GNCC, treedt terug als voorzitter van het Wetenschappelijk Comité, en blijft aan als lid op 15 maart 2024
5 Treedt terug uit de Raad van Bestuur op 24 april 2024
6 Treedt toe tot het Auditcomité op 15 maart 2024
7 Treedt toe tot het GNCC op 15 maart 2024
8 Treedt toe tot het GNCC op 25 april 2024
9 Wordt voorzitter van het Auditcomité op 25 april 2024
10 Treedt toe tot het Wetenschappelijk Comité op 25 april 2024
Als bestuursorgaan van UCB biedt de Raad UCB ondernemend leiderschap, en is hij verantwoordelijk voor het goedkeuren van de strategie en doelstellingen van de vennootschap. Dit omvat het toezicht op de ontwikkeling, implementatie en handhaving van een effectief systeem van interne controles, zoals hieronder verder beschreven, maar ook risicobeheerprocessen zoals verder beschreven in 3.8.2 .
Het Auditcomité staat de Raad bij in zijn opdracht van toezicht op de interne controle- en risicobeheerprocessen opgesteld door het management van UCB en de UCB Groep in haar geheel, op de doeltreffendheid van de algemene interne controleprocessen van UCB, het globale proces van financiële verslaggeving, de commissaris (met inbegrip van zijn benoemingsprocedure), en de Global Internal Audit-afdeling en de doeltreffendheid daarvan.
Het management van UCB staat in voor de ontwikkeling en en handhaving binnen UCB van passende interne controles om op de meest doeltreffende manier redelijke zekerheid te bieden betreffende de betrouwbaarheid van de financiële informatie en de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving . Op het interne-controleproces wordt wereldwijd op geautomatiseerde wijze toegezien door de Interne Audit afdeling wat betreft toegang tot systemen en splitsing van taken, het uitvoeren van testen op zelfcontrole beoordelingen, en het toezien op permanente controles. Er worden informatiesystemen ontwikkeld om de langetermijndoelstellingen van UCB te ondersteunen, die beheerd worden door een professioneel Digital Technology-team.
Als een belangrijk onderdeel van het interne controlesysteem van het management herbekijkt UCB jaarlijks haar business plan en bereidt ze een gedetailleerd jaarlijks budget voor elk boekjaar voor, dat wordt beoordeeld en goedgekeurd door de Raad. Een managementrapporteringssysteem werd opgezet, dat de bedrijfsleiding zicht geeft op financiële en operationele prestatie-indicatoren. Maandelijks worden door de bedrijfsleiding financiële verslagen voorbereid om elk belangrijk onderdeel van de activiteiten af te dekken. Afwijkingen ten opzichte van het budget of van eerdere verwachtingen worden geanalyseerd, verklaard en tijdig op gereageerd. Naast de regelmatige beraadslagingen van de Raad, komt ook het Uitvoerend Comité minstens maandelijks samen om de prestaties te bespreken, waarbij, indien nodig, over specifieke projecten wordt overlegd.
De Global Internal Audit-functie is een onafhankelijke, objectieve controle- en adviesafdeling, bedoeld om waarde toe te voegen en de activiteiten van een organisatie te verbeteren. Ze helpt UCB haar doelstellingen te bereiken door middel van een systematische, gedisciplineerde aanpak om de doeltreffendheid
van haar processen met betrekking tot risicobeheer, controle en bestuur te beoordelen en verbeteren.
De Global Internal Audit-groep implementeert een jaarlijks Audit Plan bestaande uit financiële, compliance en operationele beoordelingen. Dit Plan werd beoordeeld en goedgekeurd door het Auditcomité en omvat de relevante bedrijfsactiviteiten. Het programma omvat onafhankelijke beoordelingen van de interne controle- en risicobeheerssystemen. De voltooiing van het Auditplan, evenals een samenvatting van de bevindingen en de status van corrigerende maatregelen, worden regelmatig, maar ten minste eenmaal per jaar, aan het Auditcomité gerapporteerd.
UCB nam formele procedures aan voor de interne controle aangaande financiële rapportering, waaraan wordt gerefereerd als de "Transparantie Richtlijn Procedure". Deze procedure is erop gericht het risico van selectieve openbaarmaking te beperken; draagt ertoe bij dat de bekendmaking door UCB van alle belangrijke informatie aan haar beleggers, schuldeisers en toezichthouders precies, volledig en tijdig gebeurt dat zij de toestand van UCB correct weergeeft; en draagt ertoe bij adequate openbaarmaking te garanderen van belangrijke financiële en niet-financiële informatie en belangrijke gebeurtenissen, transacties en risico's.
Het proces bestaat uit een aantal onderdelen. Bepaalde personen op sleutelposities in het interne controleproces, waaronder alle leden van het Uitvoerend Comité, dienen schriftelijk te verklaren dat ze de vereisten van UCB inzake financiële rapportering begrijpen en hebben nageleefd, inclusief dat zij redelijke zekerheid verschaffen betreffende de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten, de betrouwbaarheid van financiële informatie en naleving van de wet- en regelgeving. Om te verzekeren dat zij de uitgebreide waaier aan potentiële problemen kunnen inschatten, wordt hen een gedetailleerde in te vullen checklist bezorgd , die hen kan helpen bij hun verklaring. Verder wordt een gedetailleerde, wereldwijde beoordeling uitgevoerd van verkopen, kredieten en daaraan verbonden bruto-naar-netto rekeningen, vorderingen, handelsvoorraden, overlopende rekeningen, voorzieningen, reserves en betalingen. De financiële directeurs/ vertegenwoordigers van alle afzonderlijke juridische entiteiten dienen daarnaast schriftelijk te bevestigen dat hun financiële rapportering in deze domeinen op betrouwbare gegevens is gesteund en dat hun resultaten correct zijn weergegeven overeenkomstig de geldende vereisten.
Deze procedures worden gecoördineerd door de Global Internal Audit-afdeling vóór de vrijgave van de halfjaar- en jaarresultaten. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met het Chief Accounting Office, alsook met de belangrijkste interne belanghebbenden en de commissaris. Gepaste opvolging wordt gegeven aan elk potentieel probleem en eventuele wijzigingen aan de gerapporteerde financiële informatie of openbaarmakingen worden geëvalueerd. De resultaten van deze procedures worden beoordeeld samen met de CEO en CFO, en nadien met het Auditcomité, voorafgaand aan de bekendmaking van de rekeningen.
De volledige UCB Groep en al haar dochtervennootschappen wereldwijd engageren zich ertoe om een effectief risicobeheerkader te voorzien en om de risico's te minimaliseren die een impact kunnen hebben op onze mogelijkheid om onze strategische plannen en doelstellingen te verwezenlijken. Daarom heeft de UCB Groep de volgende praktijken inzake risicobeheer aangenomen:
Een globaal risicobeheerbeleid dat van toepassing is op de hele UCB Groep en haar wereldwijde dochtervennootschappen, beschrijft het engagement van UCB om doorheen de UCB Groep een doeltreffend risicobeheersysteem te voorzien en beschrijft het kader en het ontwerp ervan voor het beheren van de belangrijkste risico's bij UCB.
De Raad is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de strategie van de UCB Groep en voor de evaluatie van en het toezicht op de effectieve implementatie van de systemen en processen voor risicobeheer door de UCB Groep. De Raad, ondersteund door het Auditcomité, herziet op regelmatige basis de gebieden waarin risico's een grote impact zouden kunnen hebben op de financiële situatie, reputatie of duurzaamheid van de Groep.
Het Auditcomité controleert het algemene risicobeheersysteem van UCB.
Het Uitvoerend Comité is verantwoordelijk voor de implementatie van de risicobeheerstrategie en -doelstellingen, en voor het bepalen van de prioritisering, controle en toezicht op de risico's die kritiek zijn voor het succes van UCB.
De Global Internal Audit-functie is belast met de onafhankelijke en regelmatige controle en validatie van het risicobeheersysteem binnen UCB. Daarnaast heeft de Global Internal Audit-functie als opdracht om, in overleg met de business, te beslissen over maatregelen om vastgestelde risico's aan te pakken en te controleren.
Het Head of Enterprise Risk Management (ERM) informeert het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur periodiek en informeert ook jaarlijks het Auditcomité. De Risk2Value-groep (R2V), bestaande uit vertegenwoordigers van het management van alle bedrijfsfuncties, coördineert het proces van identificatie, beoordeling, prioritering en respons op ondernemingsniveau voor alle soorten risico's, waaronder duurzaamheids- en ESGrisico's. R2V wordt ondersteund door het ERM Stuurcomité, dat bestaat uit leden van het Uitvoerend Comité en senior leiders. Zij bieden strategisch leiderschap en bepalen de uiteindelijke prioritisering van risico's. Het ERM-proces wordt ondersteund door een wereldwijd risicomanagementsysteem om daadwerkelijke of potentiële risico's of blootstelling daaraan effectief te beoordelen, te rapporteren en te beheren. De bronnen van risico-informatie omvatten de beoordeling van de bedrijfsfuncties (bottom-up), de inbreng van de leiding (topdown) en de externe context van de organisatie (outside-in). De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor risico's op elk niveau ligt bij het relevante managementteam. Elk toprisico staat onder toezicht van een lid van het Uitvoerend Comité dat ervoor verantwoordelijk is om de aard van het risico te begrijpen en UCB in staat te stellen erop te reageren. De Enterprise Risk Management-groep licht op permanente basis
zijn bestuursstructuur en engagement met belanghebbenden door, om te zorgen dat robuuste doorlichtingen, prioritisering en antwoorden worden verkregen.
Ons risicobeheersysteem is gebaseerd op actuele plannen, ramingen en projecties van het management en ons risicoprofiel en evolueert voortdurend naarmate interne en externe factoren en bijbehorende risicoaannames in de tijd veranderen.
Indien u meer wilt leren over de belangrijkste risico's en over milieugerelateerde en sociale risico's, bezoek dan de sectie Risicobeheer. Voor meer informatie over financiële risico's, bezoek de financiële Toelichting 5.
De Raad heeft een "Dealing Code" aangenomen om handel met voorkennis en marktmisbruik te voorkomen, in het bijzonder tijdens de periodes voorafgaand aan de publicatie van resultaten of informatie die de prijs van UCB effecten zou kunnen beïnvloeden, of, in voorkomend geval, de prijs van effecten uitgegeven door een derde partij-vennootschap.
In 2016 werd een Dealing Code goedgekeurd door de Raad om de regels te weerspiegelen van EU Verordening nr. 596/2014 over Marktmisbruik, Richtlijn 2014/57/EU over strafsancties voor marktmisbruik en de Belgische wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals gewijzigd door de wet van 27 juni 2016, die van kracht werd op 3 juli 2016. In 2017 herbekeek UCB de Dealing Code en werkte deze bij om deze nieuwe wetgeving weer te geven en overwegingen met betrekking tot ethiek op te nemen in overeenstemming met onze Patient Value Strategy. In 2019 werden enkele praktische zaken aangepast in de Dealing Code.
In 2024 werd de Dealing Code verder bijgewerkt om de wijzigingen in de Verordening Marktmisbruik te weerspiegelen die zijn ingevoerd door verordening (EU) 2024/2809 van 23 oktober 2024 tot wijziging van verordeningen (EU) 2017/1129, (EU) nr. 596/2014 en (EU) nr. 600/2014 om de kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen te vergemakkelijken (de zogenoemde "Listing Act"). UCB blijft de implementatie van de Noteringswet en de mogelijke impact op haar Dealing Code nauwlettend volgen in 2025.
De Dealing Code omvat regels voor bestuurders, het uitvoerend management en werknemers op sleutelposities, die verbieden om UCB-aandelen of andere financiële instrumenten verbonden met het UCB-aandeel te verhandelen tijdens een bepaalde periode vóór de bekendmaking van haar financiële resultaten (zogenaamde "gesloten periodes"). Verder verbiedt deze aan personen die voorkennis bezitten of weldra zouden kunnen bezitten om te handelen in UCB-aandelen of andere gerelateerde effecten.
De Raad heeft de Group General Counsel (Denelle J. Waynick Johnson) en de Group Secretary General (Xavier Michel) aangeduid als Insider Trading Compliance Officers. Hun taken en verantwoordelijkheden worden in de Dealing Code bepaald.
In overeenstemming met de Dealing Code heeft de Vennootschap de lijst vastgelegd van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid (bestuurders en leden van het Uitvoerend Comité) en de lijst van personen op sleutelposities, die de Insider Trading Compliance Officer(s) vooraf moeten informeren en goedkeuring moeten krijgen voor de transacties in UCB-aandelen en verbonden effecten die ze willen uitvoeren voor eigen rekening. Transacties in effecten van de Vennootschap door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of door personen nauw met hen verbonden, moeten ook gemeld worden aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), de Belgische markten -toezichthouder . De procedure voor dergelijke rapportering en de verplichtingen die hieraan verbonden zijn, zijn ook opgenomen in de Dealing Code van UCB. De Dealing Code is beschikbaar op de website van UCB
De externe commissaris is het auditkantoor Mazars Bedrijfsrevisoren – Réviseurs d'Entreprises CVBA – Bolwerklaan 21, bus 8, 1210 Sint-Joostten-Node (Brussel) – België ("Mazars"), momenteel vertegenwoordigd door dhr. Sébastien Schueremans. Dit auditkantoor werd in eerste instantie benoemd door de Algemene vergadering van 29 april 2021 voor een mandaat van 3 jaar (wettelijke termijn), dat eindigde op de Algemene vergadering van 2024. Tijdens de Algemene vergadering van 2024 werd dit mandaat verlengd voor een periode van 3 jaar en uitgebreid tot het verstrekken van het borgingsoordeel inzake de duurzaamheidsverslaggeving zoals vastgelegd in Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, in het kader van de duurzaamheidsverslaggeving van ondernemingen.
Mazars werd benoemd tot commissaris in alle dochtervennootschappen van de UCB Groep wereldwijd.
In 2024 betaalde UCB de volgende vergoedingen aan haar commissaris:
| 2024 – Actueel | Controle van de (geconsolideerde) jaarrekening (€) |
Andere verwanten attesten (€) |
Belastingadvies opdrachten (€) |
Andere opdrachten buiten de audit (€) |
TOTAAL (€) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Forvis Mazars Belgium (Commissaris) |
Audit van de jaarrekening Controle op de duurzaamheidsverklaring |
860.500 285.000 |
41.000 | - | 15.738 | 1.202.238 |
| Forvis Mazars andere verbonden netwerken |
1.540.850 | 15.716 | 13.300 | - | 1.569.866 | |
| Totaal | 2.686.350 | 56.716 | 13.300 | 15.738 | 2.772.104 |
Vanaf 13 maart 2014 bedraagt het aandelenkapitaal van UCB € 583.516.974, vertegenwoordigd door 194.505.658 volledig volgestortte aandelen zonder nominale waarde. Aan alle UCBaandelen zijn dezelfde rechten verbonden.
Er zijn geen verschillende soorten van UCB-aandelen sectie 3.2.2).
Beperkingen op de overdracht van effecten zijn enkel van toepassing op niet volledig volgestorte aandelen, overeenkomstig artikel 11 van de statuten van UCB (de "Statuten"), dat bepaalt :
("…)
B) Elke aandeelhouder van niet volledig volgestorte aandelen die alle of een deel van zijn effecten wenst af te staan zal zijn voornemen bij een ter post aangetekende brief aan de raad van bestuur betekenen, waarbij hij de naam van de kandidaatovernemer, het aantal te koop gestelde effecten, de prijs en de voorwaarden van de geplande afstand aangeeft.
De Raad van Bestuur kan zich per aangetekende brief binnen een maand na deze kennisgeving tegen deze verkoop verzetten, door aan de verkopende aandeelhouder een andere kandidaat als koper voor te stellen. De door de Raad voorgestelde kandidaat zal over een recht van voorkoop beschikken op de te koop gestelde effecten tenzij de kandidaat verkoper, binnen de vijftien dagen, verkiest aan de afstand te verzaken.
Het recht van voorkoop zal worden uitgeoefend tegen een eenheidsprijs gelijk aan de laagste van de twee zoals hierna bepaalde bedragen:
Voormelde kennisgeving door de Raad van Bestuur zal gelden als kennisgeving van de uitoefening van het recht van voorkoop, in naam en voor rekening van de door de Raad voorgestelde kandidaat-overnemer. De prijs zal betaalbaar zijn binnen de maand van deze kennisgeving, onverminderd de door de kandidaat-overnemer gunstigere aangeboden voorwaarden.
C) Indien de Raad van Bestuur niet antwoordt binnen de maand van de kennisgeving, op de kennisgeving waarvan sprake in de eerste alinea van subsectie b), zal de verkoop in voordeel van de kandidaat-overnemer kunnen plaatsvinden, aan voorwaarden die minstens gelijk zijn aan deze bepaald in gezegde kennisgeving.
(…")
Op dit moment is het kapitaal van UCB volledig volgestort.
Er zijn geen dergelijke effecten.
3.12.4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend
Er is geen dergelijk systeem.
De bestaande UCB-aandelen verlenen de houders ervan stemrecht op de algemene vergadering.
Overeenkomstig artikel 38 van de statuten, zijn de volgende beperkingen van toepassing:
"Ieder aandeel geeft recht op één stem. Iedere persoon of entiteit die aandelen, al dan niet op naam, in het kapitaal van de vennootschap verwerft of erop intekent, waaraan stemrecht is verbonden, zal verplicht zijn binnen de door de wet voorgeschreven termijn het aantal verworven of ingeschreven aandelen aan te geven, samen met het totale aantal aandelen dat hij bezit, wanneer dat aantal in totaal meer bedraagt dan een aandeel van 3% van het totale aantal stemrechten dat, vóór een eventuele vermindering, in een algemene vergadering kan worden uitgeoefend. Dezelfde procedure zal moeten worden gevolgd telkens wanneer de persoon die verplicht is de bovenvermelde initiële verklaring af te leggen, zijn stemrecht verhoogt tot 5%, 7,5%, 10% en vervolgens voor elke bijkomende 5% van de totale stemrechten die hij zoals hierboven bepaald heeft verworven, of wanneer zijn stemrecht na de verkoop van aandelen daalt tot onder één van de bovenvermelde limieten. Dezelfde kennisgevingverplichtingen zijn van toepassing op effecten, alsook opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten indien zij de houder ervan het recht verlenen om, uitsluitend op eigen beweging, uit hoofde van een formele overeenkomst (dit wil zeggen een overeenkomst die krachtens het toepasselijke recht bindend is), reeds uitgegeven stemrechtverlenende effecten te verwerven. Opdat de kennisgevingverplichtingen toepassing zouden vinden, moet de houder, al dan niet op termijn, hetzij het onvoorwaardelijke recht hebben om de
onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven hetzij naar eigen goeddunken gebruik kunnen maken van zijn recht om dergelijke stemrechtverlenende effecten al dan niet te verwerven.
Indien het recht van de houder om de onderliggende stemrechtverlenende effecten te verwerven enkel afhangt van een gebeurtenis die de houder vermag te doen plaatshebben of te verhinderen wordt dit recht als onvoorwaardelijk beschouwd. Deze verklaringen zullen gebeuren in de gevallen en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in de geldende wetgeving betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Nietnaleving van deze wettelijke verplichting zal kunnen worden bestraft op de wijze bepaald in de toepasselijke artikelen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Niemand kan op de algemene vergadering aan de stemming deelnemen voor meer stemrechten dan degene verbonden aan aandelen waarvan hij, overeenkomstig voorgaande alinea, het bezit ter kennis heeft gegeven, minstens twintig dagen voor de datum van de vergadering."
Het stemrecht verbonden aan UCB-aandelen die UCB of haar rechtstreekse of onrechtstreekse dochtervennootschappen aanhouden zoals het geval kan zijn, wordt van rechtswege geschorst.
UCB heeft geen kennis van de inhoud van schriftelijke overeenkomsten die zouden kunnen leiden tot beperkingen op de overdracht van haar effecten en/of de uitoefening van stemrechten.
"De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van Bestuur van ten minste drie leden, al dan niet aandeelhouders, die door de algemene vergadering worden benoemd voor een termijn die ten laatste eindigt aan het einde van de vierde jaarlijkse algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming is ingegaan. De algemene vergadering kan te allen tijde, zonder opgave van redenen en met onmiddellijke ingang, een einde maken aan het mandaat van iedere bestuurder.
De uittredende bestuurders zijn herverkiesbaar. De opdracht der niet herkozen uittredende bestuurders eindigt onmiddellijk na de gewone algemene vergadering.
De algemene vergadering bepaalt de vaste of variabele bezoldiging van de bestuurders en het bedrag van hun presentiegeld, te boeken ten laste van de bedrijfskosten."
De algemene vergadering beslist bij gewone meerderheid over deze aangelegenheden.
De regels betreffende de samenstelling van de Raad van Bestuur worden uitvoerig beschreven in sectie 3.2 van het Charter als volgt:
"De Raad is van mening dat een aantal van 10 tot 15 leden aangewezen is met het oog op een efficiënte besluitvorming enerzijds en de bijdrage van ervaring en kennis op verschillende gebieden anderzijds. Een dergelijk aantal maakt het ook mogelijk om de samenstelling van de Raad zonder grote wijzigingen. Dit gaat verder dan de wetgeving en de statuten van UCB, die bepalen dat de Raad uit minstens drie leden moet bestaan. De algemene vergadering beslist over het aantal bestuurders, op voorstel van de Raad.
Een grote meerderheid van de leden van de Raad zijn nietuitvoerend bestuurders. De curricula vitae van de bestuurders en van de kandidaat-bestuurders kunnen worden geraadpleegd op de website van UCB (www.ucb.com). Deze curricula vitae vermelden ook de bestuursmandaten die elk lid van de Raad in andere beursgenoteerde vennootschappen uitoefent."
"De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering, op voorstel van de Raad en op aanbeveling van het GNCC.
Wanneer de Raad kandidaten aan de algemene vergadering voorstelt, houdt hij in het bijzonder rekening met volgende criteria:
Het GNCC verzamelt informatie, die de Raad in staat stelt om zich ervan te verzekeren dat de voornoemde criteria vervuld zijn op het ogenblik van de (her)benoemingen en tijdens de duur van het mandaat.
Voor elke nieuwe benoeming van een bestuurder voert het GNCC een beoordeling uit van reeds aanwezige en vereiste vaardigheden, en kennis en ervaring in de Raad. Het profiel van de ideale kandidaat wordt opgemaakt op basis van die beoordeling en aan de Raad voorgesteld voor bespreking en definitieve vaststelling.
Eens het profiel is vastgesteld, selecteert het GNCC kandidaten die voldoen aan het profiel, en dit in overleg met de leden van de Raad (inclusief de voorzitter van het Uitvoerend Comité) en eventueel met behulp van een wervingsbureau. Het GNCC doet de aanbeveling van de uiteindelijke kandidaat aan de Raad. Bij het doen van een dergelijke aanbeveling wordt relevante informatie aan de Raad verstrekt (zoals een curriculum vitae, een beoordeling, een lijst van de beklede functies en, indien van toepassing, alle noodzakelijke informatie over de onafhankelijkheid van de kandidaat).
De Raad beslist over de voorstellen die aan de aandeelhouders ter goedkeuring zullen worden voorgelegd."
Bestuurders worden benoemd door de Algemene vergadering van aandeelhouders voor een termijn die uiterlijk afloopt aan het einde van de vierde algemene vergadering volgend op de datum waarop hun benoeming van kracht werd, en hun termijn kan worden verlengd.
Daarnaast werd een leeftijdsgrens van 70 jaar vastgelegd. Een bestuurder zal zijn/haar mandaat ter beschikking stellen op de dag van de algemene vergadering die volgt op zijn/haar 70ste verjaardag. De Raad mag uitzonderingen voorstellen op die regel."
"Het proces van benoeming en herverkiezing van Bestuurders wordt geleid door het GNCC, dat aanbevelingen doet aan de Raad en ernaar streeft om een optimaal niveau van bekwaamheden en ervaring binnen UCB en haar Raad te handhaven.
De Raad beoordeelt de voorstellen tot (her)benoeming, ontslag en eventuele terugtreding van een bestuurder, op aanbeveling van het GNCC.
Het GNCC beoordeelt alle bestuurders die kandidaat zijn voor herbenoeming bij de volgende algemene vergadering, voor wat betreft hun toewijding en doeltreffendheid, waarna aan de Raad een aanbeveling met betrekking tot hun herbenoeming wordt gedaan. Speciale aandacht wordt gegeven aan de evaluatie van de Voorzitster van de Raad en de Voorzitters van de comités van de Raad.
De evaluatie wordt uitgevoerd door de Voorzitster van het GNCC en de Vicevoorzitter van de Raad of een ander lid van het GNCC, die samenzitten met elke bestuurder in hun hoedanigheid van bestuurder en, in voorkomend geval, in hun hoedanigheid van Voorzitter of lid van een comité van de Raad. De Voorzitter van de Raad en het GNCC wordt beoordeeld door de Vicevoorzitter van de Raad en een senior onafhankelijk bestuurder. De sessies zijn gebaseerd op een vragenlijst (en kunnen interviews omvatten) en gaan onder meer over de rol van de bestuurder in het bestuur van de onderneming en de effectiviteit van de Raad van Bestuur, en hoe zij onder andere hun toewijding, bijdrage en constructieve betrokkenheid bij de discussies en besluitvorming evalueren.
Feedback wordt bezorgd aan het GNCC, dat op zijn beurt rapporteert aan de Raad en aanbevelingen maakt aangaande de voorgestelde herbenoemingen.
De Raad legt zijn voorstellen betreffende benoemingen, herbenoemingen, ontslag of eventuele terugtreding van bestuurders voor aan de algemene vergadering. Deze voorstellen worden meegedeeld aan de algemene vergadering als onderdeel van de agenda van de betreffende algemene vergadering.
De algemene vergadering van aandeelhouders besluit over elk voorstel tot benoeming van bestuurders afzonderlijk en de voorstellen van de Raad op dit gebied worden aangenomen met een meerderheid van de stemmen.
Wanneer een plaats van bestuurder openvalt, heeft de Raad het recht om voorlopig in de vacature te voorzien, waarbij het zijn beslissing kan laten bekrachtigen door de eerstvolgende algemene vergadering.
De Raad ziet erop toe dat er een opvolgingsplanning voor de leden van de Raad bestaat.
De benoemingsvoorstellen vermelden of de kandidaat al of niet wordt voorgedragen als uitvoerend bestuurder, bepalen de voorgestelde duur van het mandaat (d.i. niet meer dan vier jaar, in overeenstemming met de statuten) en delen mee waar alle nuttige informatie over de professionele kwalificaties van de kandidaat, alsook diens belangrijkste functies en bestuursmandaten kunnen worden bekomen of geraadpleegd.
De Raad geeft ook aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het WVV en de Code 2020, zoals het feit dat een bestuurder, om als "onafhankelijk" te worden gekwalificeerd, geen mandaat van meer dan twaalf jaar mag uitoefenen als niet-uitvoerend lid van de Raad. Het voorstel zal aan de Algemene vergadering worden voorgelegd om dit onafhankelijke karakter te erkennen, waarbij de Raad van Bestuur bevestigt dat er geen aanwijzingen zijn voor enig element dat twijfel zou kunnen doen ontstaan over deze onafhankelijkheid.
Deze bepalingen zijn ook van toepassing op voorstellen voor benoemingen die uitgaan van aandeelhouders.
De voorstellen voor benoeming zijn beschikbaar op de website van UCB (www.ucb.com)."
Het Charter bepaalt bijkomend dat een bestuurder als onafhankelijk kwalificeert als hij of zij geen zakelijke of andere relaties met de UCB Groep heeft die zijn/haar onafhankelijk oordeel zou kunnen in het gedrang brengen. Bij de beoordeling van dit criterium houdt de Raad rekening met een betekenisvolle status als afnemer, leverancier of aandeelhouder van de UCB Groep op een individuele basis.
De regels met betrekking tot statutenwijzigingen worden bepaald door het WVV.
De beslissing om de Statuten te wijzigen moet genomen worden door de algemene vergadering, in principe met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat tenminste 50% van het aandelenkapitaal van UCB aanwezig of vertegenwoordigd is op de vergadering.
Indien op de eerste buitengewone algemene vergadering het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, dan kan een tweede buitengewone algemene vergadering worden bijeengeroepen, die kan beslissen zonder aanwezigheidsquorum.
In uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wijziging van het doel van de vennootschap, wijziging van rechten verbonden aan effecten) zijn bijkomende aanwezigheids- en stemquoravereisten van toepassing.
De Raad is het bestuursorgaan van UCB. De Raad heeft de bevoegdheid om alle beslissingen te nemen over alle aangelegenheden die de Wet niet uitdrukkelijk toewijst aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
Voor alle zaken waarvoor de Raad verantwoordelijk is, werkt hij nauw samen met het Uitvoerend Comité. De meeste beslissingen die door de Raad moeten worden genomen, worden voorgesteld door het Uitvoerend Comité.
Het Uitvoerend Comité bestaat uit het topmanagement van UCB. Het zorgt voor de implementatie, de toetsing en de coördinatie van de strategische plannen van de UCB Groep op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, operaties, financiële, administratieve, risico- en juridische kwesties, personeelsbeleid en investeringen.
De buitengewone algemene vergadering van 25 april 2024 heeft beslist om (i) de machtiging van de Raad van Bestuur (en de bijhorende machtiging om de statuten te wijzigen) om het maatschappelijk kapitaal te verhogen, onder meer door de uitgifte van aandelen, converteerbare obligaties of warranten, in één of meerdere transacties, voor een nieuwe periode van twee jaar te hernieuwen, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet in sectie 3.2.4 Toegestaan kapitaal, en (ii) de machtiging van de Raad, voor een nieuwe periode van twee jaar, die aanvangt op 1 juli 2024 en afloopt op 30 juni 2026, om rechtstreeks of onrechtstreeks, op of buiten de beurs, door aankoop, ruil, inbreng of op eender welke andere wijze, tot 10% van het totale aantal aandelen van de Vennootschap, berekend op de datum van elke verwerving, te verwerven, binnen de grenzen en onder de voorwaarden zoals hierboven uiteengezet onder 3.2.3 Eigen aandelen. Deze bevoegdheden zullen ter verlenging worden voorgelegd aan de Algemene vergadering van 2026, opnieuw voor een periode van twee jaar, tot 2028.
3.12.9 Belangrijke overeenkomsten waarbij UCB partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over UCB na een openbaar overnamebod, evenals de gevolgen daarvan, behalve indien zij zodanig van aard zijn dat openbaarmaking ervan UCB ernstig zou schaden; deze afwijkende regeling is niet van toepassing indien UCB specifiek verplicht is om dergelijke informatie openbaar te maken op grond van andere wettelijke vereisten
recht' is opgenomen in de finale voorwaarden, elke houder van dergelijke Note, ingevolge een wijziging van de controle over UCB NV, het recht heeft om de terugbetaling van die Note te eisen door uitoefening van een dergelijk 'put'-recht. In overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV is de hoger beschreven controlewijzigingsclausule waarin het EMTN-programma van 6 maart 2013 voorziet, goedgekeurd door de algemene vergaderingen van 25 april 2013, 24 april 2014, 30 april 2015, 28 april 2016, 27 april 2017, 26 april 2018, 25 april 2019, 30 april 2020, 29 april 2021, 28 april 2022, 27 april 2023 en 25 april 2024 met betrekking tot alle series van Notes die in het kader van het EMTN-programma zouden worden uitgegeven binnen de 12 maanden na die respectieve algemene vergaderingen en waarop die controlewijziging van toepassing is verklaard. Een gelijkaardige goedkeuring in overeenstemming met artikel 7:151 van het WVV zal worden voorgelegd aan de algemene vergadering van 24 april 2025 met betrekking tot Notes die onder het EMTN Programma zouden uitgegeven worden van 24 april 2025 tot en met 30 april 2026, en waarop een dergelijke controlewijzigingsclausule van toepassing zou zijn.
De controlewijzigingsclausules opgenomen in de overeenkomsten met leden van het Uitvoerend Comité, zoals verder beschreven in het Verslag over de bezoldiging (sectie 3.8).
Voor meer informatie, zie de sectie Verslag over de bezoldiging (sectie 3.8) over de belangrijkste contractuele voorwaarden inzake aanwervings- en ontslagregelingen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité. Er zijn geen andere overeenkomsten die voorzien in specifieke vergoedingen voor de leden van de Raad in het geval van beëindiging naar aanleiding van een openbaar overnamebod.
De Raad paste artikel 7:96 van het WVV toe op 27 februari 2024 in verband met de beslissingen over de remuneratie van de CEO, de prestatiebonus en lange termijn incentives (relevant uittreksel uit de notulen van de vergadering):
Voorafgaand aan enige beraadslaging of beslissing door de Raad van Bestuur met betrekking tot de goedkeuring van (i) de resultaten van de multiplier voor bedrijfsprestaties en de HSWB-modifier (gezondheid, veiligheid en welzijn) voor de bonus van 2023, (ii) de LTI-wachtperiode (resultaten van het Prestatieaandelenplan 2021-2023), inclusief de aanpassing van de prestatie-criteria voor dit plan en de lopende Prestatieaandelenplan-wachtperiode in 2025, (iii) de LTItoekenningen van 2024 inclusief de KPI's, doelstellingsinstelling en uitbetalingscurve-instelling voor het Prestatieaandelenplan 2024-2026, (iv) de doelstelling-instelling en HSWB-modifier voor de ondernemingsbonus van 2024 (v) de goedkeuring van de CEO-bonus op basis van de prestaties van 2023, het CEO-basissalaris van 2024 en de CEO-LTI-toekenning van 2024 (inclusief aandelenopties en prestatieaandelen), (vi) het Verslag over de bezoldiging van 2023, (vii) het Bezoldigingsbeleid van 2024, verklaarde J.-C. Tellier dat hij een direct financieel belang had bij de uitvoering van genoemde beslissingen. In overeenstemming met art. 7:96 van het WVV, trok hij zich terug uit de vergadering van de Raad van Bestuur en nam hij niet deel aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot deze kwesties. De Raad van Bestuur heeft vastgesteld dat art. 7:96 van het WVV van toepassing was op deze verrichtingen. Verder werd aangegeven dat alle beslissingen met betrekking tot de hierboven genoemde onderwerpen door de Raad van Bestuur werden genomen in overeenstemming met het Bezoldigingsbeleid zoals goedgekeurd door de Algemene vergadering. De financiële gevolgen van deze beslissingen worden gedetailleerd beschreven in het Verslag over de bezoldiging dat betrekking heeft op de betreffende inkomstenjaren. Zowel het Bezoldigingsbeleid als het Verslag over de bezoldiging, opgesteld in overeenstemming met de regels zoals vastgelegd in het WVV, voorzien in een gedetailleerde rechtvaardiging van de beslissingen die de Raad heeft genomen, op aanbeveling van het GNCC, met betrekking tot de bezoldiging van J.-C. Tellier en de andere leidinggevenden. Jean-Luc Fleurial verliet de vergadering eveneens voor er werd beraadslaagd of beslist over deze kwesties.
Mevr. Fiona du Monceau, voorheen vicevoorzitter van de Raad van Bestuur en voorzitter van het GNCC, trad op 12 maart 2024 af. Hoewel mevrouw Fiona du Monceau niet onder de reikwijdte van artikel 7:96 van het WVV valt, werd geoordeeld dat zij een belangenconflict had bij de beslissingen die door het GNCC en de Raad van Bestuur moesten worden genomen met betrekking tot haar selectie en bijgevolg haar benoeming tot lid van het Uitvoerend Comité en alle daarmee verband houdende discussies, resoluties en besluiten die plaatsvonden vóór haar aftreden uit de Raad van Bestuur. Als gevolg hiervan nam mevrouw Fiona du Monceau niet deel aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur en het GNCC die waren bijeengeroepen om haar sollicitatie voor de functie in het Uitvoerend Comité te beoordelen en te bespreken, en daarna ook niet aan de vergaderingen waarin werd besloten over haar benoeming in deze functie. De besprekingen en beslissingen van de Raad van Bestuur en het GNCC met het Uitvoerend Comité over haar beloning vonden plaats na haar aftreden. Artikel 7:96 van het WVV was daarom niet van toepassing op dergelijke besprekingen en beslissingen.
Hoewel werd beschouwd dat artikel 7:96 van het WVV niet van toepassing was, trok Jonathan Peacock zich ook terug uit de beraadslagingen en stemming met betrekking tot de verlenging van zijn mandaat als voorzitter van de Raad van Bestuur naar aanleiding van de evaluatie die door het GNCC was uitgevoerd en die buiten de aanwezigheid van Jonathan Peacock met de Raad van Bestuur was gedeeld.


<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
| Actueel1 | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW2 |
| Opbrengsten | 6 152 | 5 252 | 17% | 19% |
| Netto-omzet | 5 613 | 4 867 | 15% | 17% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 78 | 77 | 1% | 1% |
| Overige opbrengsten | 461 | 308 | 50% | 50% |
| Aangepaste brutowinst | 4 819 | 4 033 | 19% | 22% |
| Brutowinst | 4 400 | 3 545 | 24% | 27% |
| Marketing- en verkoopkosten | - 2 075 | - 1 594 | 30% | 30% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | - 1 781 | - 1 630 | 9% | 9% |
| Algemene en administratiekosten | - 272 | - 230 | 18% | 18% |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 564 | 566 | 0% | 0% |
| Aangepaste EBIT | 836 | 657 | 27% | 47% |
| Bijzondere waardevermindering, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) |
488 | - 53 | >- 100% | >- 100% |
| EBIT (operationele winst) | 1 324 | 604 | >100% | >100% |
| Netto financiële kosten (-) | - 161 | - 163 | - 1% | - 2% |
| Winst vóór belastingen | 1 163 | 441 | >100% | >100% |
| Winstbelastingen (-) | - 98 | - 98 | 0% | 4% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 065 | 343 | >100% | >100% |
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | N.v.t. | N.v.t. |
| Winst | 1 065 | 343 | >100% | >100% |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 1 065 | 343 | >100% | >100% |
| Aangepaste EBITDA | 1 476 | 1 349 | 9% | 18% |
| Kapitaalinvesteringen (inclusief immateriële activa) | 322 | 316 | 2% | |
| Netto financiële schuld (-) | - 1 454 | - 2 177 | - 33% | |
| Kasstroom uit voortgezette operationele activiteiten | 1 242 | 761 | 63% | |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd (miljoen) |
190 | 190 | 0% | |
| WPA (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) |
5.61 | 1.81 | >100% | >100% |
| Kern-WPA (€ per gewogen gemiddeld aantal aandelen – niet-verwaterd) |
4.98 | 4.20 | 19% | 32% |
1 Ten gevolge van afrondingen is het mogelijk dat het totaal van bepaalde financiële cijfers in de tabellen in dit overzicht van de bedrijfsprestaties niet gelijk is aan de weergegeven som.
2 CW: constante wisselkoersen zonder afdekkingen

€ 5 613 miljoen Netto-omzet
€ 461 miljoen Overige opbrengsten
In 2024 lieten de opbrengsten een groei van 17% zien tot € 6 152 miljoen, een stijging van 19% bij constante wisselkoersen (CW).

.
Dit overzicht van de bedrijfsprestaties is gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingsgroep UCB, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen. De afzonderlijke statutaire jaarrekening van UCB NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen, evenals het verslag van de Raad van bestuur aan de Algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris, zullen binnen de statutaire termijnen neergelegd worden bij de Nationale Bank van België en zijn verkrijgbaar op aanvraag of via onze website.
De aangepaste brutowinst is de brutowinst zonder de afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet.
Reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten (-): Eenmalige transacties en beslissingen die de resultaten van UCB beïnvloeden, worden afzonderlijk weergegeven (posten 'reorganisatiekosten, bijzondere waardevermindering en overige baten/lasten').
Naast de EBIT (winst vóór rente en belastingen of operationele winst), wordt ook de 'aangepaste EBIT' (onderliggende operationele winst) opgenomen, die de lopende rentabiliteit van de biofarmaceutische activiteiten van de vennootschap weerspiegelt. De aangepaste EBIT is gelijk aan de regel 'operationele winst vóór bijzondere waardeverminderingen van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten' die in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen.
Aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat voor interesten, belastingen en afschrijvingen) is de operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten en lasten.
De kern-WPA is de kernwinst, of de winst toerekenbaar aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto-afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen.
Er hebben zich verschillende belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die UCB financieel hebben beïnvloed of zullen beïnvloeden:
UCB is actief binnen en wordt beïnvloed door wereldwijde en regionale macro-economische en politieke omgevingen. De wereldwijde situatie wordt gekenmerkt door grote onzekerheden ten gevolge van internationale conflicten, groeiende sociale spanningen, technologische ontwikkelingen en veranderende financiële voorwaarden. Belangrijke economische indicatoren zoals groei, inflatie en werkgelegenheid in de primaire markten van UCB kunnen blijven uiteenlopen. Deze divergentie zou kunnen leiden tot financieringsvoorwaarden die gekenmerkt worden door aanhoudend hoge rentetarieven in USD, terwijl de Europese Centrale Bank (ECB) wellicht geneigd is de rentetarieven te verlagen.
De sterke koersprestatie van UCB-aandelen in 2024 resulteerde in hogere kosten voor onze lange-termijn incentives (aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en prestatieaandelenplannen).
UCB laat zich leiden door het doel om nu en in de toekomst waarde te creëren voor patiënten, en de focus om bij te dragen aan een meer inclusieve en duurzame wereld. Daarom streeft UCB ernaar om de impact van deze oorlog op haar medewerkers, patiënten en hun respectieve gemeenschappen te beperken. Lees de volledige verklaring van het standpunt van UCB op www.ucb.com/UCBs-response-to-the-conflictin-Ukraine. Voor de huidige impact op de resultaten, financiële toestand en kasstromen verwijzen we naar Toelichting 2.1 bij de geconsolideerde jaarrekening zoals opgenomen in het geïntegreerd jaarverslag 2024.
In maart 2024 kondigde UCB een strategische investering in aandelen van IMIDomics, Inc aan, een besloten vennootschap die zich bezig houdt met de vooruitgang van nieuwe geneesmiddelen voor immuungemedieerde ontstekingsziekten (IMID's).
In maart 2024 heeft UCB met succes EUR 500 miljoen aan niet-achtergestelde, niet-gewaarborgde obligaties uitgegeven, met een coupon van 4,25% en een looptijd van 6 jaar. De obligaties werden uitgegeven in het kader van UCB's EMTNprogramma van EUR 5 miljard op 20 maart 2024.
In oktober 2024 maakte UCB de resultaten bekend van het fase 2a-onderzoek naar bepranemab voor de ziekte van Alzheimer (zie hieronder voor meer informatie). Daarnaast kondigde UCB maakte aan dat het bedrijf alle wereldwijde rechten op bepranemab heeft herwonnen na beëindiging
van een samenwerkingsovereenkomst met Genentech, een lid van de Roche Group, en Roche. In juli 2020 sloot UCB een wereldwijde, exclusieve licentieovereenkomst met Roche en Genentech voor de wereldwijde ontwikkeling, productie en commercialisering van bepranemab voor de ziekte van Alzheimer.
In november 2024 maakte UCB de succesvolle afronding bekend van de verkoop van de rechten op twee gevestigde merken, Atarax® en Nootropil®, aan ADVANZ PHARMA voor Europa en geselecteerde landen in Latijns-Amerika en de Aziatisch-Pacifische regio. In 2023 genereerden deze producten een netto-omzet van € 63 miljoen en in 2024 (januari – oktober) genereerden ze € 49 miljoen. Deze strategische portfoliobeslissing vormt een belangrijke volgende stap in de voortdurende inspanningen van UCB om haar productportfolio te optimaliseren en zich te concentreren op groeikansen.
UCB kondigde in augustus 2024 een strategische divesteringsdeal in China aan, waarmee het zijn strategische verschuiving naar innovatie en samenwerkingen in een van de snelstgroeiende farmaceutische markten ter wereld onderstreept. In november 2024 kondigde UCB de succesvolle afronding aan van de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergieportfolio in China en de productiefaciliteit in Zhuhai aan CBC Group, de grootste op gezondheidszorg gerichte vermogensbeheerder van Azië, en Mubadala Investment Company, het in Abu Dhabi gevestigde wereldwijde investeringsbedrijf, voor een ondernemingswaarde van 680 miljoen US\$. De transactie omvat de neurologieportfolio (KEPPRA®, VIMPAT®, NEUPRO®) en de allergieportfolio (ZYRTEC®, XYZAL®) van UCB. De gecombineerde netto-omzet van deze geneesmiddelen in China bedroeg in 2023 € 131 miljoen en € 131 miljoen in de periode januari t/m november 2024.
In november 2024 valideerde het Science Based Targets initiative (SBTi) de net-zerodoelstellingen van UCB. Dit onderstreept de inzet van UCB voor duurzaamheid en om de ecologische voetafdruk te verkleinen.
UCB innoveert voortdurend en streeft ernaar nieuwe oplossingen te bieden aan mensen met ernstige immunologische en neurologische aandoeningen. Dit wordt gereflecteerd in een klinische ontwikkelingspijplijn die bestaat uit één activum voor fase 4 (na goedkeuring), één activum dat momenteel wordt beoordeeld door de regelgevende instanties, vier fase 3-projecten en vier fase 2-projecten die zijn gericht op verschillende patiëntenpopulaties. De geüpdatete tijdlijnen voor het klinisch ontwikkelingsprogramma van UCB, waarin ook de regelgevende updatess en vooruitgang van de pijplijn vanaf 1 januari 2024 tot aan de publicatiedatum van dit rapport, worden hieronder weergegeven.
bimekizumab (IL-17 A/F)
Stereotypical langdurige aanvallen dapirolizumab pegol (anti-CD40L antilichaam) Systemische lupus erythematodes rozanolixizumab (FcRn-remmer) MOG-antistofziekte Fase 2a Ziekte van Parkinson STACCATO® alprazolam (benzodiazepine) UCB9741/galvokimig (IL-17 A/F & IL-13) Atopische dermatitis Fenfluramine (5-HT agonist) CDKL5-def ciëntiestoornis Ziekte van Alzheimer bepranemab (anti-tau antilichaam) Doxecitine/doxribtimine (behandeling met nucleoside) TK2-def ciëntiestoornis UCB1381/donzakimig (IL-13 & IL-22) Atopische dermatitis Post-approval head-to-head onderzoek versus risankizumab in PsA UCB022 (positieve allosterische modulator van de dopamine-1-receptor)

In januari 2024 gaf de Europese Commissie goedkeuring voor RYSTIGGO® (rozanolixizumab) als aanvulling op de standaardtherapie voor de behandeling van gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) bij volwassen patiënten die antiacetylcholinereceptor (AChR) of anti-spier-specifieke tyrosinekinase (MuSK) antilichaampositief zijn.
In april 2024 werd de orale oplossing FINTEPLA®(fenfluramine) goedgekeurd door het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn(MHLW) voor de behandeling van aanvallen geassocieerd met het Lennox-Gastaut syndroom (LGS) als aanvullende therapie in combinatie met andere anti-epileptica voor patiënten van twee jaar en ouder.
In april 2024 kreeg UCB goedkeuring van de Europese Commissie voor BIMZELX® (bimekizumab) als eerste IL-
1 In samenwerking met Biogen
17-A en IL-17F biologic voor matige tot ernstige hidradenitis suppurativa. De handelsvergunning in de Europese Unie (EU) vormt de eerste regelgevende goedkeuring wereldwijd voor bimekizumab voor de behandeling van matige tot ernstige hidradenitis suppurativa, en de vierde goedgekeurde indicatie binnen de EU.
In juni 2024 verleende het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn (MHLW) een vergunning voor het in de handel brengen van BRIVIACT® (brivaracetam) als monotherapie en aanvullende therapie voor de behandeling van partieel beginnende epilepsieaanvallen bij volwassen patiënten met of zonder secundaire generalisatie. De behandeling met brivaracetam wordt gestart zonder titratie, wat inhoudt dat patiënten vanaf de eerste behandelingsdag een therapeutische dosis ontvangen.
In juli 2024 ontving UCB van de Nationale Medische Producten Administratie (NMPA) goedkeuring voor BIMZELX® voor de behandeling van ankyloserende spondylitis (AS) in China, gevolgd door een goedkeuring in september voor de behandeling van niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA). In november 2024 tekenden UCB en het biofarmaceutische bedrijf Bioray een overeenkomst voor de commercialisering van BIMZELX® in China, waardoor de toegankelijkheid voor patiënten wordt verbeterd..
In augustus 2024 heeft de Europese Commissie een handelsvergunning verleend voor twee 320 mgtoedingingsvormen van BIMZELX®. De voorgevulde injectiespuit en de voorgevulde pen bevatten elk 320 mg bimekizumab in een volume van 2 ml en bieden alternatieven voor de momenteel beschikbare injectieopties van 160 mg in een volume van 1 ml.
In september 2024 keurde de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) BIMZELX® goed voor de behandeling van volwassenen met actieve psoriatische artritis (PsA), volwassenen met actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) met objectieve tekenen van ontsteking en volwassenen met actieve ankyloserende spondylitis (AS). Bimekizumab-bkzx is de eerste goedgekeurde behandeling voor deze drie indicaties die is ontworpen om selectief twee belangrijke cytokinen te remmen die de ontstekingsprocessen aansturen: interleukine 17A (IL-17A) en interleukine 17F (IL-17F). Deze nieuw goedgekeurde indicaties volgen op de eerste Amerikaanse goedkeuring voor BIMZELX® in oktober 2023 voor de behandeling van matige tot ernstige plaquepsoriasis bij volwassenen die in aanmerking komen voor systemische therapie of fototherapie.
In september 2024 keurde het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn(MHLW) BIMZELX® goed voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS).
In oktober 2024 keurde de FDA een voorgevulde injectiespuit en een voorgevulde auto-injector van 2 ml goed, die elk 320 mg BIMZELX® bevatten. Deze nieuwe toedingingsvormen zijn een aanvulling op de momenteel beschikbare toedieningsopties van 1 ml, die elk 160 mg bimekizumab-bkzx bevatten. Dit betekent dat patiënten die een dosis van 320 mg bimekizumab-bkzx nodig hebben nu de optie hebben voor een eenmalige toediening.
In november 2024 keurde de FDA BIMZELX® goed voor de behandeling van volwassenen met matige tot ernstige hidradenitis suppurativa (HS). Bimekizumab-bkzx is het eerste en enige goedgekeurde geneesmiddel dat is ontworpen om selectief interleukine 17F (IL-17F) en interleukine 17A (IL-17A) te remmen. Deze mijlpaal markeert de vijfde indicatie voor bimekizumab-bkzx in de VS in 2024, wat de toewijding van UCB onderstreept om de zorgstandaarden te verhogen voor een reeks IL-17-gemedieerde ziekten.
In januari 2025 keurde het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn(MHLW) de 320 mg/2 ml auto-injector voor BIMZELX® goed.
De fase 2a-studie met rozanolixizumab bij ernstig
fibromyalgiesyndroom toonde een statistisch significante superioriteit ten opzichte van een placebo, maar voldeed niet aan de vooraf gedefinieerde criteria voor verdere progressie. De verlaging van de IgG-niveaus en het veiligheidsprofiel kwamen overeen met wat werd waargenomen bij de populatie met myasthenia gravis. UCB heeft besloten om geen fase 3-programma voor rozanolixizumab bij ernstige fibromyalgie voort te zetten en dit programma te beëindigen.
UCB9741/ galvokimig - een bispecifiek experimenteel antilichaam dat is ontworpen om om zich te richten op de belangrijke ontstekingsmediatoren IL-13 en IL-17A en IL-17 F. De fase 2a-studie bij matige tot ernstige atopische dermatitis (een type eczeem, de meest voorkomende inflammatoire huidaandoeningen) toonde positieve en overtuigende proof-ofconcept-data en zal worden gepresenteerd op een aanstaande wetenschappelijke bijeenkomst in 2025. UCB evalueert de volgende stappen in het ontwikkelingsprogramma.
UCB1381/ donzakimig - een bispecifiek experimenteel antilichaam dat is ontworpen om zich te richten op IL-13 en IL-22, belangrijke mediatoren van ontstekingen en belangrijk voor het behoud van de integriteit van de huidbarrière. De werving voor de fase 2a-studie met atopische dermatitis (AtD) verloopt langzamer dan verwacht. Dit heeft geleid tot een aangepaste tijdlijn, waarbij de resultaten nu in de tweede helft van 2025 worden verwacht.
Minzasolmin (een orale, klein moleculen alfa-synucleïne misvouwingsremmer in fase 2a-onderzoek) - ontwikkeld in samenwerking met Novartis voor de vroege fase van de ziekte van Parkinson, voldeed niet aan de primaire en secundaire klinische eindpunten in de proof-of-conceptstudie ORCHESTRA. Er werden geen nieuwe veiligheidsrisico's vastgesteld en het programma werd beëindigd. De bevindingen van dit onderzoek zijn voorgelegd aan een aanstaande wetenschappelijke bijeenkomst en zullen worden ingediend voor publicatie in een wetenschappelijk peerreviewtijdschrift. De tot nu toe gegenereerde gegevens zullen de kennis over de remming van misvouwing van alfa-synucleïne vergroten en bijdragen aan de ontwikkeling van toekomstige behandelingen.
Bepranemab liet bemoedigende fase 2a-onderzoeksresultaten zien bij vroege fasen van de ziekte van Alzheimer, waarmee het eerste bewijs werd geleverd van het biologische en klinische effect van een ziektemodificerende therapie gericht op tau in het middendomein. In de volledige onderzoekspopulatie werd het primaire eindpunt niet behaald, maar bij belangrijke secundaire eindpunten liet bepranemab positieve resultaten zien. In vooraf gedefinieerde subgroepen van patiënten werden consistente behandelingsvoordelen aangetoond voor meerdere primaire en secundaire uitkomstmaten. UCB evalueert de volgende stappen in het ontwikkelingsprogramma.
In mei 2024 toonde de AIE001 fase 2a-studie met rozanolixizumab bij LGI1-antilichaam positieve autoimmuunencefalitis (AIE) geen werkzaamheid en werd het programma beëindigd. De beslissing is niet gerelateerd aan de veiligheid, met waarnemingen in AIE001 die in lijn zijn met het eerder gerapporteerde veiligheidsprofiel voor rozanolixizumab. De studieresultaten worden volledig bekendgemaakt aan de wetenschappelijke gemeenschap.
Eind 2024 vonden de regelgevende indieningen van doxecitine en doxribtimine voor thymidinekinase 2-deficiëntie (TK2d) plaats zoals gepland en werden in februari geaccepteerd door de Europese en Amerikaanse autoriteiten In de VS heeft de aanvraag een versnelde beoordeling gekregen en is deze erkend als doorbraaktherapie en als weesgeneesmiddel. Na de overname van Zogenix, Inc. in 2022 zette UCB de ontwikkeling voortgezet van doxecitine en doxribtimineeen potentiële therapie op basis van pyrimidine-nucleoside voor patiënten met TK2d, een zeldzame, progressieve, uitputtende en vaak levensbedreigende genetische mitochondriale aandoening die wordt gekenmerkt door progressieve en ernstige spierzwakte. Wereldwijd is er geen goedgekeurde behandeling beschikbaar. UCB verwacht feedback van de regelgevende instanties en mogelijke goedkeuringen voor het einde van 2025.
De fase 3-studie om de werkzaamheid en veiligheid van bimekizumab te evalueren bij Chinese patiënten met matige tot ernstige plaque psoriasis (PSO) liet positieve resultaten zien. Alle primaire en secundaire eindpunten werden behaald en de veiligheidsobservaties kwamen over het algemeen overeen met eerdere PSO-onderzoeken naar bimekizumab. De aanvraagbij de Chinese regelgevende instanties staat gepland voor de tweede helft van 2025.
De werving voor de fase 3-studie met fenfluramine (5-HTagonist) voor de behandeling van CDKL5-deficiëntiestoornis (CDD) heeft meer tijd gekost dan verwacht. CDD is een zeldzame ontwikkelingsstoornis van epileptische encefalopathie die zich al in de vroege kindertijd voorkomt en wordt veroorzaakt door mutaties in het CDKL5-gen. De belangrijkste klinische symptomen zijn vroegtijdig optredende, hardnekkige epilepsie en een neurologische ontwikkelingsachterstand die invloed heeft op de cognitieve, motorische, spraak- en visuele functies. Het onderzoek is inmiddels volledig afgerond en de eerste resultaten worden in de eerste helft van 2025 verwacht.
In november 2024 presenteerden UCB en partner Biogen gedetailleerde resultaten van de fase 3-studie PHOENYCS GO ter evaluatie van dapirolizumab pegol (DZP), een nieuw Fc-vrij anti-CD40L-kandidaatmedicijn. Hieruit bleek een significante klinische verbetering in de ziekteactiviteit bij mensen met matige tot ernstige systemische lupus erythematodes (SLE). Het veiligheidsprofiel van dapirolizumab pegol kwam overeen met eerdere onderzoeken. In december 2024 zijn UCB en Biogen gestart met de tweede fase 3-studie van dapirolizumab pegol, PHOENYCS FLY, waarvan de eerste resultaten in 2028 worden verwacht.
In september startte UCB met BE BOLD, een rechtstreeks vergelijkende fase 4-studie na goedkeuring, waarin bimekizumab, een IL-17A- en IL-17F-remmer, wordt vergeleken met risankizumab, een IL-23-remmer, bij de behandeling van volwassenen met actieve psoriatische artritis (PsA). BE BOLD is de eerste vergelijkende studie in PsA waarin de superioriteit van een IL-17A- en IL-17F-remmer ten opzichte van een IL-23 remmer wordt geëvalueerd. De eerste belangrijke resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2026.
In juli 2024 kondigde UCB aan dat de belangrijkste resultaten voor STACCATO® alprazolam (benzodiazepine, langdurige aanvallen) nu in de eerste helft van 2026 worden verwacht. De werving van patiënten en hun zorgverleners voor dit ambitieuze en innovatieve fase 3-programma vereist een verlenging van de tijdlijnen.
In juli 2024 kondigde UCB aan dat het fase 3-programma met rozanolixizumab voor myeline oligodendrocyt glycoproteïne antilichaam geassocieerde ziekte (MOG-AD) lopende is en dat de belangrijkste resultaten worden verwacht in de tweede helft van 2026. Het primaire eindpunt in de MOG001-studie is een gebeurtenisafhankelijk eindpunt dat nog niet is bereikt. De termijn om een studie met gebeurtenisafhankelijke eindpunten af te ronden, is moeilijk te voorspellen.
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Kernproducten | 5 077 | 4 240 | 20% | 21% |
| Immunologie | 2 743 | 2 295 | 20% | 20% |
| CIMZIA® | 2 033 | 2 087 | - 3% | - 2% |
| BIMZELX® | 607 | 148 | >100% | >100% |
| EVENITY® | 103 | 60 | 71% | 71% |
| Neurologie | 2 334 | 1 945 | 20% | 22% |
| BRIVIACT® | 686 | 576 | 19% | 19% |
| KEPPRA®** (inclusief KEPPRA® XR / E KEPPRA®) | 582 | 636 | - 8% | - 5% |
| FINTEPLA® | 340 | 226 | 50% | 50% |
| VIMPAT® | 329 | 394 | - 17% | - 14% |
| RYSTIGGO® | 202 | 19 | >100% | >100% |
| NAYZILAM® | 124 | 94 | 33% | 33% |
| ZILBRYSQ® | 72 | 0 | N.v.t. | N.v.t. |
| Gevestigde merken | 517 | 577 | - 10% | - 8% |
| Netto-omzet vóór hedging | 5 593 | 4 817 | 16% | 17% |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | 19 | 50 | N.v.t. | |
| Totale netto-omzet | 5 613 | 4 867 | 15% | 17% |
De totale netto-omzet in 2024 steeg naar € 5 613 miljoen, een stijging van 15% ten opzichte van vorig jaar of een stijging van 17% bij constante wisselkoersen (CW). De netto-omzet vóór "aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet" steeg met 16% (17% CW). De aangemerkte afdekkingen weerspiegelen de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB.
Dit resultaat in 2024 was het gevolg van de sterke, drie- en dubbelcijferige prestaties van de groeiaandrijvers van UCB: BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ® en EVENITY®. CIMZIA® is nog steeds het grootste medicijn in de portfolio en laat een goede volumegroei zien die ruimschoots wordt gecompenseerd door prijseffecten. De dalingen van VIMPAT® en KEPPRA® zijn het gevolg van de bekende effecten van het verlies van exclusiviteit, generieke concurrentie en prijsdalingen.

BIMZELX® (bimekizumab), de eerste en enige IL-17A- en IL-17F-remmer, is beschikbaar voor mensen met psoriasis in 47 landen. Het is ook beschikbaar voor mensen met actieve psoriatische artritis (PsA), met actieve ankyloserende spondylitis (AS) in meer dan 40 landen (de Amerikaanse goedkeuring en lancering vonden plaats in september 2024) en actieve niet-radiografische axiale spondyloartritis (nr-axSpA) in Europa en in Japan. BIMZELX® voor mensen met hidradenitis superativa werd in april 2024 goedgekeurd en op de markt gebracht in Europa (Duitsland, Oostenrijk), in september in Japan en in november 2024 in de VS. Meer dan 49 700 patiënten gebruikten het product eind 2024. De wereldwijd gerapporteerde netto-omzet bedroeg € 607 miljoen tegenover € 148 miljoen in 2023.
FINTEPLA® (fenfluramine) bereikte eind 2024 meer dan 7 600 patiënten en hun families die leven met aanvallen die te maken hebben met zeldzame epileptische syndromen en biedt een fundamentele therapie voor het Dravet-syndroom en een erkende optie voor het Lennox-Gastaut-syndroom. De nettoomzet steeg naar € 340 miljoen, een stijging van 50% (+50% CW). FINTEPLA® werd toegevoegd aan de productportfolio van UCB in maart 2022.
RYSTIGGO® (rozanolixizumab), een nieuwe behandelingsoptie voor mensen met gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG) die een snelle en duurzame werkzaamheid biedt, werd in juli 2023 in de VS, eind 2023 in Japan en begin 2024 in Europa op de markt gebracht. RYSTIGGO® werd eind 2024 door meer dan 1 200 mensen met gMG gebruikt. In 2024 steeg de netto-omzet naar € 202 miljoen tegenover € 19 miljoen in 2023.
ZILBRYSQ® (zilucoplan), de eerste en enige eenmaal daagse subcutane, gerichte C5-complementremmer, werd eind 2024 door meer dan 560 mensen met myasthenia gravis (gMG) gebruikt en wordt sinds april 2024 op de markt gebracht in de VS, Europa en Japan. De gerapporteerde netto-omzet bedroeg € 72 miljoen.
EVENITY® (romosozumab), de enige sclerostineremmer en leider op verschillende markten voor botverbeteraars, is sinds de wereldwijde lancering door dan 900 000 (2023: 600 000) vrouwen met postmenopauzale osteoporose met een hoog risico op breuken gebruikt. De netto-omzet in Europa steeg met 71% naar € 103 miljoen (+71% CW). EVENITY® voor patiënten met osteoporose wordt wereldwijd gecommercialiseerd door Amgen, Astellas en UCB, waarbij de netto-omzet buiten Europa door de partners wordt gerapporteerd. De wereldwijde nettowinstbijdrage van EVENITY® wordt opgenomen onder 'Overige bedrijfsbaten'.
CIMZIA® (certolizumab pegol), bereikte meer dan 220 000 mensen met een inflammatoire TNF-gemedieerde ziekte en behaalde een netto-omzet van € 2 033 miljoen (-3%; -2% CW). Dit werd gedreven door de wereldwijde volumegroei (+5%), die ruimschoots werd gecompenseerd door een netto prijsdaling, voornamelijk op de Amerikaanse markt. Sinds februari 2024 is CIMZIA® in de VS niet langer gepatenteerd. Het patent in Europa verliep in oktober 2024 en verloopt in Japan in 2026. Er is geen sprake van concurrentie op het gebied van biosimilaire producten, noch op dit moment, noch op korte termijn.
BRIVIACT® (brivaracetam) werd gebruikt door meer dan 232 000 mensen met epilepsie en de netto-omzet steeg tot € 686 miljoen, een stijging van 19% (+19% CW), waarmee de piekomzetdoelstelling van UCB van "ten minste € 600 miljoen" ruim vóór 2026 werd bereikt. Dit wordt gedreven door een sterke groei in alle regio's waar BRIVIACT® beschikbaar is voor patiënten. In juni 2024 werd BRIVIACT® in Japan goedgekeurd als monotherapie en aanvullende therapie bij de behandeling van partiële aanvallen. BRIVIACT® heeft een andere werkingswijze dan VIMPAT® en onderscheidt zich van KEPPRA®.
KEPPRA® (levetiracetam) werd door meer dan 1,8 miljoen patiënten met epilepsie gebruikt en behaalde een lagere netto-omzet van € 582 miljoen (-8%; -5% CW) ten gevolge van de concurrentie van generieke middelen in alle regio's. Het wegvallen van de exclusiviteit in de VS en Europa vond meer dan 10 jaar geleden plaats. Levetiracetam is een belangrijk geneesmiddel voor de behandeling van epilepsie en beïnvloedt het leven van miljoenen mensen.
VIMPAT® (lacosamide) werd gebruikt door meer dan 577 000 mensen met epilepsie en ondervindt sinds 2022 concurrentie van generieke geneesmiddelen in de VS en Europa als gevolg van het verlies van exclusiviteit in deze twee regio's. In Japan liet de netto-omzet een aanhoudende groei zien (+10% CW). De netto-omzet daalde tot € 329 miljoen (-17%; -14% CW).
NAYZILAM® (midazolam) Nasal Spray CIV, de neusspraybehandeling voor epileptische clusteraanvallen, werd door meer dan 92 000 patiënten in de VS gebruikt en behaalde een netto-omzet van € 124 miljoen na € 94 miljoen, een stijging van 33% (+33% CW).
De netto-omzet van gevestigde merken bedroeg -10% en bedroeg € 517 miljoen (-8% CW). Dit weerspiegelt de maturiteit van de portfolio, de verkoop van gevestigde merken in Europa begin 2023 en de verkoop van Atarax en Nootropil in oktober 2024. Gecorrigeerd voor de verkoop in 2023 en 2024 bedroegen de prestaties van de portfolio van gevestigde merken -6%. NEUPRO® (rotigotine), de pleister voor de ziekte van Parkinson en het rustelozebenensyndroom, behoort tot het portfolio van gevestigde merken. Het is blootgesteld aan de concurrentie van generieke middelen en behaalde een stabiele netto-omzet van € 248 miljoen (-11%; -11% CW). De allergieproductportfolio van UCB met ZYRTEC® (cetirizine, inclusief ZYRTEC®-D / CIRRUS®) en XYZAL® (levocetirizine) behoort tot de gevestigde merken portfolio en behaalde een totale netto-omzet van € 144 miljoen (+1%, +3% CW). In november 2024 maakte UCB de succesvolle afronding bekend van de verkoop van de rechten op twee gevestigde merken, Atarax® en Nootropil®, en op haar ontwikkelde neurologie- en allergieportfolio in China (zie paragraaf 1.1).
netto-omzet bedroegen € +19 miljoen na € 50 miljoen in 2023. Als onderdeel van haar valuta-afdekkingsstrategie heeft UCB de verwachte kasstromen in vreemde valuta voor 2024 gedurende 2023 afgedekt. Het afdekkingsresultaat vloeit hoofdzakelijk voort uit de waardestijging van de US\$ (naast de variaties gerelateerd aan de Japanse yen, het Britse pond en de Zwitserse frank) en is opgenomen in de netto-omzet.
| Actueel | Verschil actuele wisselkoersen |
Verschil CW (CW) | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | € miljoen | % | € miljoen | % |
| Netto-omzet VS | 3 036 | 2 454 | 582 | 24% | 584 | 24% |
| CIMZIA® | 1 289 | 1 364 | - 75 | - 5% | - 74 | - 5% |
| BRIVIACT® | 540 | 445 | 95 | 21% | 95 | 21% |
| FINTEPLA® | 294 | 201 | 93 | 46% | 93 | 46% |
| BIMZELX® | 287 | 9 | 278 | >100% | 278 | >100% |
| RYSTIGGO® | 184 | 19 | 165 | >100% | 165 | >100% |
| NAYZILAM® | 124 | 94 | 30 | 33% | 30 | 33% |
| KEPPRA® | 123 | 132 | - 9 | - 7% | - 9 | - 7% |
| VIMPAT® | 56 | 96 | - 40 | - 41% | - 40 | - 41% |
| ZILBRYSQ® | 56 | 0 | 56 | N.v.t. | 56 | N.v.t. |
| Gevestigde merken | 83 | 94 | - 12 | - 13% | - 12 | - 13% |
| Netto-omzet Europa | 1 582 | 1 397 | 186 | 13% | 181 | 13% |
| CIMZIA® | 436 | 428 | 8 | 2% | 6 | 1% |
| BIMZELX® | 255 | 112 | 143 | >100% | 142 | >100% |
| KEPPRA® | 199 | 205 | - 6 | - 3% | - 6 | - 3% |
| BRIVIACT® | 120 | 110 | 10 | 10% | 10 | 9% |
| VIMPAT® | 116 | 140 | - 24 | - 17% | - 24 | - 17% |
| EVENITY® | 103 | 60 | 43 | 71% | 42 | 71% |
| FINTEPLA® | 41 | 21 | 20 | 93% | 20 | 92% |
| RYSTIGGO® | 8 | 0 | 8 | N.v.t. | 8 | N.v.t. |
| ZILBRYSQ® | 8 | 0 | 7 | N.v.t. | 7 | N.v.t. |
| Gevestigde merken | 296 | 321 | - 24 | - 8% | - 25 | - 8% |
| Netto-omzet Japan | 257 | 269 | - 12 | - 4% | 9 | 3% |
| VIMPAT® | 85 | 83 | 2 | 2% | 8 | 10% |
| E KEPPRA®JP | 65 | 97 | - 32 | - 33% | - 27 | - 27% |
| BIMZELX® | 32 | 16 | 16 | >100% | 19 | >100% |
| CIMZIA® | 28 | 39 | - 10 | - 26% | - 8 | - 20% |
| RYSTIGGO® | 10 | 0 | 9 | N.v.t. | 10 | N.v.t. |
| ZILBRYSQ® | 8 | 0 | 8 | N.v.t. | 9 | N.v.t. |
| FINTEPLA® | 2 | 1 | 1 | >100% | 2 | >100% |
| BRIVIACT® | 1 | 0 | 1 | N.v.t. | 2 | N.v.t. |
| Gevestigde merken | 25 | 33 | - 8 | - 23% | - 6 | - 18% |
| Netto-omzet internationale markten | 718 | 697 | 20 | 3% | 67 | 10% |
| CIMZIA® | 280 | 257 | 23 | 9% | 39 | 15% |
| KEPPRA® | 196 | 202 | - 7 | - 3% | 9 | 4% |
| VIMPAT® | 71 | 75 | - 4 | - 5% | - 1 | - 1% |
| BRIVIACT® | 24 | 21 | 3 | 14% | 3 | 16% |
| BIMZELX® | 33 | 12 | 22 | >100% | 22 | >100% |
| FINTEPLA® | 2 | 3 | 0 | - 16% | 0 | - 16% |
| Gevestigde merken | 111 | 127 | - 16 | - 12% | - 5 | - 4% |
| Netto-omzet vóór afdekking | 5 593 | 4 817 | 776 | 16% | 840 | 17% |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet |
19 | 50 | - 30 | - 61% | ||
| Totale netto-omzet | 5 613 | 4 867 | 746 | 15% | 840 | 17% |

De netto-omzet in de VS steeg naar € 3 036 miljoen met 24% (24% CW), wat de sterke groeibijdragen van BRIVIACT®, FINTEPLA® en NAYZILAM® en de succesvolle lanceringen van BIMZELX®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® weerspiegelt. CIMZIA® presteert beter dan de Amerikaanse anti-TNF-markt en laat een positieve prestatie (+4%) zien in volumegroei, die echter overgecompenseerd wordt door prijseffecten. De nettoomzetontwikkeling van KEPPRA® en VIMPAT® weerspiegelt de generieke concurrentie.
De netto-omzet in Europa steeg tot € 1 582 miljoen met 13% (+ 13% CW) – gedreven door de sterke groei van BIMZELX®, EVENITY® en FINTEPLA®, evenals de nieuwe productportfolio voor de behandeling van gegeneraliseerde myasthenia gravis (gMG), RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® - ondersteund door de zeer solide prestaties van BRIVIACT® en CIMZIA® en door de aanhoudende effecten van generieke concurrentie op VIMPAT® en KEPPRA® te overcompenseren.
De netto-omzet in Japan bedroeg € 257 miljoen na € 269 miljoen in 2023 (-4%) als gevolg van wisselkoerseffecten. Bij een constante wisselkoers steeg de netto-omzet met 3% BIMZELX®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ® en FINTEPLA® (partner Nippon Shinyaku boekt de verkoop op de markt) en ook de onlangs gelanceerde BRIVIACT® lieten een sterke groei zien. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door de daling van E KEPPRA®, wat het gevolg is van generieke erosie, en CIMZIA®,
wat het gevolg is van voorraadeffecten die zijn veroorzaakt door de overgang van de partner in Japan naar UCB (vanaf april 2025 zal UCB CIMZIA® aan patiënten in Japan leveren). VIMPAT® bleef een groei met dubbele cijfers vertonen bij een constante wisselkoers. Concurrentie van generieke geneesmiddelen wordt pas eind 2025 verwacht.
De netto-omzet op de internationale markten bedroeg € 718 miljoen, met een sterke groeibijdrage van CIMZIA®, BRIVIACT® en BIMZELX® (+3%; +10% CW). De netto-omzet in China, de grootste markt in deze regio, bedroeg € 143 miljoen (0%; 2% CW). In november 2024 werd de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergieportfolio van UCB in China succesvol afgerond. De gecombineerde netto-omzet van deze geneesmiddelenin China bedroeg € 131 miljoen in 2023 en € 131 miljoen in de eerste 11 maanden van 2024. (zie paragraaf 1.2)
De aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet bedroegen € 19 miljoen (€ 50 miljoen in 2023) en weerspiegelen de gerealiseerde transactionele afdekkingsactiviteiten van UCB. Deze houden vooral verband met de Amerikaanse dollar, de Japanse yen, het Britse pond en de Zwitserse frank.
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Biotechnologische IE | 60 | 55 | 9% | 9% |
| Overige | 19 | 23 | - 19% | - 18% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 78 | 77 | 1% | 1% |
In 2024 bleven de royaltyinkomsten en -vergoedingen relatief stabiel op € 78 miljoen, ten opzichte van € 77 miljoen in 2023.
De inkomsten uit biotechnologische intellectuele eigendom betreffen royalty's van op de markt gebrachte producten die gebruik maken van intellectuele eigendom van UCB op het gebied van antilichamen.
"Overige" omvatten royalty's van de vroegere allergieportfolio van UCB en royalty's op producten die door UCB werden ontwikkeld en waarvoor UCB samenwerkt met een partner of waarvoor een licentie werd verleend.
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Omzet uit contractproductie | 79 | 119 | - 34% | - 33% |
| Overige | 382 | 189 | >100% | >100% |
| Overige opbrengsten | 461 | 308 | 50% | 50% |
De overige opbrengsten stegen met 50% naar € 461 miljoen dankzij de succesvolle afronding van de verkoop van de rechten op twee gevestigde merken, Atarax® en Nootropil®, voor Europa en geselecteerde landen in Latijns-Amerika en de regio Azië/Stille Oceaan, aan ADVANZ PHARMA in november 2024, wat resulteerde in een overige opbrengst van € 157 miljoen.
De omzet uit contractproductie daalde tot € 79 miljoen van € 119 miljoen als gevolg van de lagere vraag naar contractproductie na het verstrijken van de overeenkomsten, voornamelijk door de verkoop van gevestigde merken in 2023.
'Overige' opbrengsten stegen naar € 382 miljoen dankzij de opbrengsten uit de bovengenoemde productverkoop. Deze opbrengsten omvatten ook partneractiviteiten in Japan (FINTEPLA®), voortgezette mijlpalen en andere betalingen van O&O- en licentiepartners: van Biogen voor dapirolizumab
pegol voor lupus (SLE, fase 3-programma), Roche voor bepranemab voor de ziekte van Alzheimer en Novartis voor de ontwikkeling van minzasolmin voor de ziekte van Parkinson. De laatste twee partnerschappen worden beëindigd: voor bepranemab, dat bemoedigende resultaten liet zien in de fase 2a-studie, kreeg UCB de wereldwijde rechten terug en minzasolmin voldeed niet aan de primaire en secundaire klinische eindpunten in de proof-of-concept-studie. (zie paragraaf 1.1.) De beëindiging van het partnerschap voor minzasolmin leidde tot extra opbrengsten uit stopzetting van het contract van € 92 miljoen (de kosten ten gevolge van stopzetting van het contract worden erkend onder onderzoeksen ontwikkelingskosten).
In 2023 omvatten de 'overige' opbrengsten ook een eenmalige mijlpaalbetaling van € 70 miljoen voor partneractiviteiten in Japan (VIMPAT®).
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten | 6 152 | 5 252 | 17% | 19% |
| Netto-omzet | 5 613 | 4 867 | 15% | 17% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 78 | 77 | 1% | 1% |
| Overige opbrengsten | 461 | 308 | 50% | 50% |
| Kostprijs van de omzet | - 1 752 | - 1 707 | 3% | 3% |
| Kostprijs van de omzet voor producten en diensten | - 1 227 | - 1 115 | 10% | 10% |
| Royaltylasten | - 106 | - 104 | 2% | 0% |
| Aangepaste brutowinst | 4 819 | 4 033 | 19% | 22% |
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet | - 419 | - 488 | - 14% | - 14% |
| Brutowinst | 4 400 | 3 545 | 24% | 27% |
In 2024 bedroeg de brutowinst vóór "afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet", of aangepaste brutowinst, € 4 819 miljoen (+19%; +22% CW) en liet de brutowinst een nog betere prestatie zien dan de topline, wat de verbeterde productmix weerspiegelt. De aangepaste brutomarge bedroeg 78,3%, een verbetering ten opzichte van 2023, toen de aangepaste brutomarge 76,8% bedroeg.
De brutowinst na "afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan omzet" bedroeg € 4 400 miljoen – met een verbeterde brutomarge van 71,5% na 67,5% in 2023, inclusief lagere afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet.
De kostprijs van de omzet bestaat uit drie componenten: de kostprijs van de omzet voor producten en diensten, de royaltylasten en de afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan omzet:
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Opbrengsten | 6 152 | 5 252 | 17% | 19% |
| Netto-omzet | 5 613 | 4 867 | 15% | 17% |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 78 | 77 | 1% | 1% |
| Overige opbrengsten | 461 | 308 | 50% | 50% |
| Aangepaste brutowinst | 4 819 | 4 033 | 19% | 22% |
| Brutowinst | 4 400 | 3 545 | 24% | 27% |
| Marketing- en verkoopkosten | - 2 075 | - 1 594 | 30% | 30% |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | - 1 781 | - 1 630 | 9% | 9% |
| Algemene en administratiekosten | - 272 | - 230 | 18% | 18% |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 564 | 566 | 0% | 0% |
| Totale bedrijfskosten | - 3 564 | - 2 888 | 23% | 23% |
| Aangepaste EBIT | 836 | 657 | 27% | 47% |
| Plus: Afschrijvingen van immateriële activa | 467 | 533 | - 12% | - 12% |
| Plus: Afschrijvingen van materiële vaste activa | 174 | 159 | 10% | 10% |
| Aangepaste EBITDA | 1 476 | 1 349 | 9% | 18% |
De bedrijfskosten, waaronder marketing- en verkoopkosten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling, algemene en administratiekosten en overige bedrijfsbaten/-lasten, stegen met 23% tot € 3 564 miljoen. Dit is het gevolg van aanzienlijk hogere marketing- en verkoopkosten, licht gestegen onderzoeks- en ontwikkelingskosten, meer algemene en administratiekosten en stabiele overige bedrijfsbaten. Ook het boekhoudkundige effect van de lange-termijn incentives (LTI), aangedreven door de sterke prestatie van de aandelenkoers, had invloed op de verschillende bedrijfskosten en verhoogde de totale bedrijfskosten met € 82 miljoen of 2,3% van de totale bedrijfskosten. De totale bedrijfskosten in verhouding tot de opbrengsten (bedrijfskostenratio) stegen naar 58% na 55% in 2023; deze kosten bestaan uit:
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® |
481 | 368 | 31% | 32% |
| Overige | 83 | 198 | - 58% | - 58% |
| Totaal overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 564 | 566 | 0% | 0% |
Dankzij een omzetgroei met dubbele cijfers en ondanks hogere totale bedrijfskosten steeg de aangepaste EBIT (bedrijfsresultaat vóór interesten en belastingen) met 27% tot € 836 miljoen.
1.9 Winst
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Aangepaste EBIT | 836 | 657 | 27% | 47% |
| Kosten van bijzondere waardeverminderingen | - 73 | - 5 | >100% | >100% |
| Reorganisatiekosten | - 25 | - 13 | 93% | 93% |
| Winst/verlies (-) op afstotingen | 578 | - 24 | >- 100% | >- 100% |
| Overige baten/lasten (-) | 8 | - 11 | >- 100% | >- 100% |
| Totale bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) |
488 | - 53 | >- 100% | >- 100% |
| EBIT (operationele winst) | 1 324 | 604 | >100% | >100% |
| Netto financiële kosten (-) | - 161 | - 163 | - 1% | - 2% |
| Winst vóór belastingen | 1 163 | 441 | >100% | >100% |
| Winstbelastingen | - 98 | - 98 | 0% | 4% |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 065 | 343 | >100% | >100% |
| Winst | 1 065 | 343 | >100% | >100% |
Totale bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten/lasten (-) stegen naar € 488 miljoen (tegenover kosten van € 53 miljoen in 2023). Dit werd aangedreven door de succesvolle afronding van de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergieportfolio van UCB in China en de productiefaciliteit in Zhuhai aan CBC Group, de grootste op gezondheidszorg gerichte vermogensbeheerder van Azië, en Mubadala Investment Company, het in Abu Dhabi gevestigde wereldwijde investeringsbedrijf, die in november 2024 werd aangekondigd. De kosten van bijzondere waardeverminderingen stegen als gevolg van de beëindiging van de ontwikkeling van minzasolmin. (zie paragraaf 1.2)
Netto financiële kosten bedroegen € 161 miljoen, een daling ten opzichte van € 163 miljoen in 2023. De impact van de hogere financieringskosten werd gecompenseerd door een
hoger rendement op investeringen van geldmiddelen en een vermindering van de netto wisselkoersverliezen.
productie-eenheid van UCB voor biologische producten,
Aangepaste EBITDA (bedrijfsresultaat vóór interesten, belastingen, afschrijvingen van immateriële en materiële vaste activa) steeg met 9% tot € 1 476 miljoen (+18% CW), wat een dubbele opbrengstengroei en hogere bedrijfskosten weerspiegelt. De aangepaste EBITDA-ratio voor 2024 (als % van de opbrengsten) bedroeg 24,0%, tegenover 25,7% in 2023.
waaronder BIMZELX®.
Winstbelastingen bedroegen € 98 miljoen, vergeleken met € 98 miljoen in 2023, met een gemiddelde effectieve belastingvoet van 8%, vergeleken met 22% in 2023. De belastingvoet wordt beïnvloed door de hierboven genoemde afstoting in China. Gecorrigeerd hiervoor zou de effectieve belastingvoet 14% bedragen en dit omvat het voortgezette en duurzame gebruik van O&O-stimuleringsmaatregelen en de bijkomende erkenning van uitgestelde belastingvorderingen op verliezen.
Dankzij een opbrengstgroei van dubbele cijfers, hogere bedrijfskosten als gevolg van de sterke investeringen achter de lanceringen en de aanzienlijke bijdrage van de winst op afstotingen bedroeg de winst van de Groep € 1 065 miljoen, vergeleken met € 343 miljoen.
| Actueel | Verschil | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | Actuele wisselkoersen |
CW |
| Winst | 1 065 | 343 | >100% | >100% |
| Totale bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige baten (-) / lasten |
- 488 | 53 | >-100% | >-100% |
| Winstbelasting op bijzondere waardeverminderingen, reorganisatiekosten en overige lasten / tegoed (-) |
15 | - 11 | >-100% | >-100% |
| Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | N.v.t. | N.v.t. |
| Afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet | 419 | 488 | - 14% | - 14% |
| Winstbelasting op afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet |
- 65 | - 77 | - 16% | - 16% |
| Kernwinst | 947 | 796 | 19% | 32% |
| Gewogen gemiddeld aantal aandelen (miljoen) | 190 | 190 | 0% | |
| Kern-WPA | 4.98 | 4.20 | 19% | 32% |
De winst, gecorrigeerd voor het effect na belastingen van aan te passen elementen, financiële eenmalige posten, de bijdragen na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten en de netto afschrijving van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, geeft aanleiding tot een kernwinst van € 947 miljoen
(+19%; 32% CW), wat leidt tot een kernwinst per aandeel (WPA) van € 4,98 ten opzichte van € 4,20 in 2023, op een niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen van 190 miljoen (stabiel).
De totale kapitaalinvesteringen bedragen € 322 miljoen (2023: € 316 miljoen) en zijn als volgt:
• In 2024 bedroegen de investeringen in materiële vaste activa als gevolg van de biofarmaceutische activiteiten van UCB € 234 miljoen (2023: € 238 miljoen) en houden voornamelijk verband met de bouw van de biotechnologische fabriek en de gentherapiefaciliteit in België, de nieuwe campuslocatie in het VK en IT-hardware.
1.12 Balans
De immateriële activa daalden met € 150 miljoen van € 4 232 miljoen op 31 december 2023 tot € 4 082 miljoen op 31 december 2024, voornamelijk als gevolg van de lopende afschrijvingen op immateriële activa (€ 467 miljoen), bijzondere waardeverminderingsverliezen (€ 72 miljoen), gecompenseerd door de impact van de omrekening van vreemde valuta (€ 243 miljoen) en toevoegingen van € 149 miljoen (gerelateerd aan licentieovereenkomsten, software en gekapitaliseerde in aanmerking komende ontwikkelingskosten).
Goodwill bedraagt € 5 462 miljoen, een stijging van € 208 miljoen, voornamelijk door een sterkere Amerikaanse dollar ten opzichte van december 2023.
Andere vaste activa bedragen € 3 015 miljoen of € 406 miljoen hoger dan vorig jaar en omvatten verwervingen van materiële vaste activa voor € 337 miljoen (waaronder de biotechnologische fabriek in Braine-l'Alleud (BE), de Genesissite in Braine-l'Alleud (BE) en de nieuwe campus in het VK), gecompenseerd door een afschrijving van € 174 miljoen, en
• De verwerving van immateriële activa bedroeg € 88 miljoen in 2024 (2023: € 78 miljoen) en heeft betrekking op software, mijlpalen alsook de kapitalisatie van externe ontwikkelingskosten voor studies na goedkeuring door de regelgevende instanties.
een stijging van uitgestelde belastingvorderingen gerelateerd aan tijdsverschillen en belastingkredieten voor O&O.
De vlottende activa stegen van € 3 444 miljoen per 31 december 2023 naar € 4 788 miljoen per 31 december 2024 en omvatten een hogere voorraad gekoppeld aan de vijf groeiproducten, hogere uitstaande handelsvorderingen gekoppeld aan een hogere netto-omzet en hoge kasniveaus na de verkoop van twee gevestigde merkproducten en de afstoting van neurologie- en allergieproducten in China.
Het eigen vermogen van UCB bedraagt € 10 029 miljoen, een stijging van € 1 054 miljoen tussen 31 december 2023 en 31 december 2024. De belangrijkste veranderingen vloeien voort uit de nettowinst (€ 1 065 miljoen), de omrekening van de valuta's in US\$ en GBP (€ 371 miljoen), de herwaardering van de verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (€ 6 miljoen), gecompenseerd door de dividenduitkeringen (€ -259 miljoen) en de verwerving van eigen aandelen (€ -133 miljoen).
De langlopende verplichtingen bedroegen € 3 789 miljoen, een daling van € 159 miljoen, als gevolg van de volledige terugbetaling van de bulletkredietfaciliteit in verband met de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. (US\$ 605 miljoen) en de gedeeltelijke terugbetaling van de bulletkredietfaciliteit voor de overname van Zogenix, Inc. (US\$ 200 miljoen), gecompenseerd door niet-achtergestelde, niet-gewaarborgde obligaties van € 500 miljoen uitgegeven in 2024 (vervaldatum 2030) en een daling van de uitgestelde belastingverplichtingen met € 195 miljoen.
De kortlopende verplichtingen bedragen € 3 529 miljoen, een stijging van € 913 miljoen, en omvatten hogere uitstaande handelsschulden en overige schulden en hogere te betalen inkomstenbelastingen.
De netto financiële schuld bedraagt € 1 454 miljoen per eind december 2024, een daling van € 723 miljoen in vergelijking met € 2 177 miljoen per eind december 2023. De daling is gerelateerd aan de hogere kaspositie als gevolg van de onderliggende netto-rentabiliteit en de ontvangsten uit de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergie-activiteiten van UCB in China en twee gevestigde merkproducten. De nettoschuld ten opzichte van de aangepaste EBITDA-ratio voor 2024 bedraagt 1,0x.
De evolutie van door de biofarmaceutische activiteiten gegenereerde kasstroom wordt beïnvloed door de volgende elementen:
aftrek van overgedragen geldmiddelen) uit de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergie-activiteiten van UCB in China voor € 619 miljoen, gecompenseerd door € 322 miljoen aan kapitaaluitgaven en € 19 miljoen aan eigenvermogensinstrumenten, voornamelijk door UCB Ventures.
• De kasstroom uit financieringsactiviteiten kende een uitstroom van € 818 miljoen, wat de volledige terugbetaling van de bulletkredietfaciliteit voor de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. (US\$ - 605 miljoen) omvat, evenals de gedeeltelijke terugbetaling van de bulletkredietfaciliteit voor de overname van Zogenix, Inc. (US\$ - 200 miljoen), het dividend dat aan aandeelhouders van UCB werd betaald (€ - 259 miljoen), de verwerving van eigen aandelen (€ - 162 miljoen) en betaalde rente (€ - 160 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door de ontvangsten uit de € 500 miljoen niet-achtergestelde, niet-gewaarborgde obligaties, uitgegeven onder het EMTN-programma van UCB.
Het jaar 2025 zal gekenmerkt worden door voortdurende wereldwijde lanceringen en marktprestaties van de vijf groeiaandrijvers BIMZELX®, RYSTIGGO®, ZILBRYSQ®, FINTEPLA® en EVENITY®, ondersteund door de solide prestaties van BRIVIACT® en ondanks de verwachte prijsdruk voor CIMZIA®.
Voor 2025 streeft UCB naar hogere opbrengsten in het bereik van € 6,5 - € 6,7 miljard, wat, op vergelijkbare basis1 , een aanzienlijke stijging betekent ten opzichte van 2024, rekening houdend met de evolutie van de portfolio.
UCB zal blijven investeren in wereldwijde lanceringen om potentiële nieuwe oplossingen te bieden voor mensen met een ernstige ziekte en zal zich blijven inzetten om te investeren in
onderzoek en ontwikkeling die haar ontwikkelingspijplijn in de vroege en late fase bevorderen. Tegelijkertijd zal UCB de kosten blijven beheersen en, net zoals in het verleden, de portfolio actief blijven beheren. Onderliggende rentabiliteit, aangepaste EBITDA, zal naar verwachting 30% van de opbrengsten bedragen. Er wordt verwacht dat de kernwinst per aandeel zal uitkomen tussen € 6,80 en € 7,40, op basis van een gemiddeld aantal uitstaande aandelen van 190 miljoen.
De hierboven vermelde cijfers voor de financiële vooruitzichten voor 2025 zijn berekend op dezelfde basis als die voor de werkelijke cijfers voor 2024.
1 op vergelijkbare basis, is inclusief aanpassingen aan de opbrengsten van 2024 in verband met de bijdrage aan de opbrengsten uit desinvesteringen (opbrengsten en netto-omzet) en de minzasolmin beëindiging.
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN | |||
| Netto-omzet | 6 | 5 613 | 4 867 |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 78 | 77 | |
| Overige opbrengsten | 10 | 461 | 308 |
| Opbrengsten | 6 152 | 5 252 | |
| Kostprijs van de omzet | - 1 752 | - 1 707 | |
| Brutowinst | 4 400 | 3 545 | |
| Marketing- en verkoopkosten | - 2 075 | - 1 594 | |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | - 1 781 | - 1 630 | |
| Algemene en administratiekosten | - 272 | - 230 | |
| Overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 13 | 564 | 566 |
| Operationele winst vóór bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten |
836 | 657 | |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa | 14 | - 73 | - 5 |
| Reorganisatiekosten | 15 | - 25 | - 13 |
| Overige baten/lasten (-) | 16 | 586 | - 35 |
| Operationele winst | 1 324 | 604 | |
| Financiële opbrengsten | 17 | 39 | 47 |
| Financiële kosten | 17 | - 200 | - 210 |
| Winst vóór belastingen | 1 163 | 441 | |
| Winstbelastingen | 18 | - 98 | - 98 |
| Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 065 | 343 | |
| Beëindigde bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst/verlies (-) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 9 | 0 | 0 |
| Winst | 1 065 | 343 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van UCB NV | 1 065 | 343 | |
| Minderheidsbelangen | 0 | 0 | |
| Gewone winst per aandeel (€) | |||
| uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 40.2 | 5,61 | 1,81 |
| uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 40.2 | 0,00 | 0,00 |
| Totale gewone winst per aandeel | 5,61 | 1,81 | |
| Verwaterde winst per aandeel (€) | |||
| uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 40.2 | 5,48 | 1,76 |
| uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 40.2 | 0,00 | 0,00 |
| Totale verwaterde winst per aandeel | 5,48 | 1,76 |
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Winst van de periode | 1 065 | 343 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | ||
| Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden: | ||
| - Nettowinst/-verlies (-) op financiële activa (FVOCI) | 0 | - 23 |
| - Wisselkoersverschillen op omzetting van buitenlandse activiteiten | 371 | - 125 |
| - Effectief gedeelte van winst/verlies (-) op kasstroomafdekkingen | - 139 | 9 |
| - Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden |
30 | - 8 |
| Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden: | ||
| - Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde 33 pensioenrechten |
6 | - 101 |
| - Winstbelasting met betrekking tot de componenten van niet-gerealiseerde resultaten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden |
0 | 16 |
| Niet-gerealiseerde resultaten (-) voor de periode na belastingen | 268 | - 232 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
1 333 | 111 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| Aandeelhouders van UCB NV | 1 333 | 111 |
| Minderheidsbelangen | 0 | 0 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de periode, na belastingen |
1 333 | 111 |
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Activa | |||
| Vaste activa | |||
| Immateriële activa | 20 | 4 082 | 4 232 |
| Goodwill | 21 | 5 462 | 5 254 |
| Materiële vaste activa | 22 | 1 754 | 1 595 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 32 | 1 020 | 804 |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 23 | 241 | 210 |
| Totaal vaste active | 12 559 | 12 095 | |
| Vlottende activa | |||
| Voorraden | 24 | 1 309 | 1 031 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 25 | 1 526 | 1 220 |
| Te ontvangen belastingen | 36 | 50 | 67 |
| Financiële en overige activa (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 23 | 300 | 241 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 26 | 1 573 | 861 |
| Activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop |
9.2 | 30 | 24 |
| Totaal vlottende activa | 4 788 | 3 444 | |
| Totaal activa | 17 347 | 15 539 | |
| Eigen vermogen en verplichtingen | |||
| Eigen vermogen | |||
| Geplaatst kapitaal en reserves toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 27 | 10 029 | 8 975 |
| Minderheidsbelangen | 23.6 | 0 | 0 |
| Totaal eigen vermogen | 10 029 | 8 975 | |
| Langlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 29 | 1 539 | 2 099 |
| Obligaties | 30 | 1 424 | 897 |
| Overige financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 31 | 65 | 64 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 32 | 91 | 286 |
| Personeelsbeloningen | 33 | 228 | 227 |
| Voorzieningen | 34 | 227 | 212 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 101 | 98 |
| Te betalen belastingen | 36 | 114 | 65 |
| Totaal langlopende verplichtingen | 3 789 | 3 948 | |
| Kortlopende verplichtingen | |||
| Leningen | 29 | 63 | 42 |
| Obligaties | 30 | 0 | 0 |
| Overige financiële verplichtingen (inclusief afgeleide financiële instrumenten) | 31 | 128 | 21 |
| Voorzieningen | 34 | 172 | 173 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 3 019 | 2 313 |
| Te betalen belastingen | 36 | 147 | 67 |
| Verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop |
9.2 | 0 | 0 |
| Totaal kortlopende verplichtingen | 3 529 | 2 616 | |
| Totaal verplichtingen | 7 318 | 6 564 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 17 347 | 15 539 |
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Jaarwinst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB | 1 065 | 343 |
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties 37 |
590 | 485 |
| Aanpassing voor posten apart te vermelden onder kasstromen uit 37 operationele activiteiten |
98 | 98 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings 37 en financieringsactiviteiten |
- 465 | 143 |
| Wijzigingen in het werkkapitaal 37 |
168 | - 227 |
| Werkkapitaal gerelateerd aan overnames / afstotingen | - 28 | - 20 |
| Ontvangen rente 17 |
29 | 33 |
| Kasstromen uit operationele activiteiten | 1 457 | 855 |
| Betaalde belastingen gedurende de periode | - 215 | - 94 |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit operationele activiteiten: | ||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 1 242 | 761 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto kasstromen uit operationele activiteiten | 1 242 | 761 |
| Verwerving van materiële vaste activa 22 |
- 234 | - 238 |
| Verwerving van immateriële activa 20 |
- 88 | - 78 |
| Verwerving van dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen | 0 | - 113 |
| Verwerving van overige investeringen | - 19 | - 18 |
| Subtotaal verwervingen | - 341 | - 447 |
| Ontvangsten uit verkoop van dochterondernemingen, na aftrek van overgedragen geldmiddelen | 0 | 4 |
| Ontvangsten uit afstoting van een bedrijfseenheid, na aftrek van overgedragen geldmiddelen | 619 | 0 |
| Ontvangsten uit de verkoop van andere investeringen | 4 | 3 |
| Subtotaal ontvangsten uit verkopen | 623 | 7 |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit investeringsactiviteiten: | ||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 282 | - 440 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit investeringsactiviteiten: | 282 | - 440 |
| Ontvangsten uit (+)/terugbetaling van (-) obligaties 30.3 |
495 | 124 |
| Ontvangsten uit leningen 29 |
77 | 473 |
| Terugbetalingen van leningen (-) 29 |
- 756 | - 424 |
| Terugbetaling van leaseverplichtingen 29 |
- 53 | - 45 |
| Verwerving (-) van eigen aandelen 27 |
- 162 | - 40 |
| Uitgekeerde dividenden aan aandeelhouders van UCB, na aftrek van 27.2, 41.4 dividenden betaald op eigen aandelen |
- 259 | - 252 |
| Betaalde rente 17 |
- 160 | - 144 |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit financieringsactiviteiten: | ||
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | - 818 | - 308 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto kasstromen gebruikt voor (-) / uit financieringsactiviteiten | - 818 | - 308 |
| Netto toename/afname (-) van geldmiddelen en kasequivalenten | 706 | 13 |
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 706 | 13 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van de periode | 861 | 859 |
| Effect van wisselkoersschommelingen | 6 | - 11 |
| Netto geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | 1 573 | 861 |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 € miljoen |
Aandelen kapitaal en uitgifte premies |
Eigen aandelen |
Overge dragen resultaat |
Overige reserves |
Cumulatieve omrekenings verschillen |
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) |
Kasstroom afdekkingen |
Totaal | Minder heids belangen |
Totaal eigen vermogen |
| Balans per 1 januari 2024 |
2 614 | (353) | 6 578 | ( 9) | 55 | 40 | 50 | 8 975 | (0) | 8 975 |
| Winst van de periode | – | – | 1 065 | – | – | – | – | 1 065 | – | 1 065 |
| Niet-gerealiseerde resultaten (-) |
– | – | – | 6 | 371 | (4) | (105) | 268 | – | 268 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
– | – | 1 065 | 6 | 371 | ( 4) | (105) | 1 333 | – | 1 333 |
| Dividenden (Toelichting 41.4) |
– | – | (259) | – | – | – | – | (259) | – | (259) |
| Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) |
– | – | 104 | – | – | – | – | 104 | – | 104 |
| Overboeking tussen reserves |
– | 102 | (102) | – | – | – | – | – | – | – |
| Eigen aandelen (Toelichting 27) |
– | (133) | – | – | – | – | – | (133) | – | (133) |
| Afstoting van dochteronderneming |
– | – | 9 | – | – | – | – | 9 | – | 9 |
| Balans per 31 december 2024 |
2 614 | (384) | 7 395 | (3) | 426 | 36 | (55) | 10 029 | (0) | 10 029 |
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2023 € miljoen |
Aandelen kapitaal en uitgifte premies |
Eigen aandelen |
Overge dragen resultaat |
Overige reserves |
Cumulatieve omrekenings verschillen |
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) |
Kas stroom afdek kingen |
Totaal | Minder heids belangen |
Totaal eigen vermogen |
| Balans per 1 januari 2023 |
2 614 | (363) | 6 445 | 76 | 180 | 63 | 49 | 9 064 | (0) | 9 064 |
| Winst van de periode | – | – | 343 | – | – | – | – | 343 | – | 343 |
| Niet-gerealiseerde resultaten (-) |
– | – | – | (85) | (125) | (23) | 1 | (232) | – | (232) |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
– | – | 343 | (85) | (125) | (23) | 1 | 111 | – | 111 |
| Dividenden (Toelichting 41.4) |
– | – | (252) | – | – | – | – | (252) | – | (252) |
| Op aandelen gebaseerde betalingen (Toelichting 28) |
– | – | 85 | – | – | – | – | 85 | – | 85 |
| Overboeking tussen reserves |
– | 68 | (68) | – | – | – | – | – | – | – |
| Eigen aandelen (Toelichting 27) |
– | (58) | – | – | – | – | – | (58) | – | (58) |
| Verkoop van dochteronderneming |
– | – | 25 | – | – | – | – | 25 | – | 25 |
| Movement on NCI | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Balans per 31 december 2023 |
2 614 | (353) | 6 578 | (9) | 55 | 40 | 50 | 8 975 | (0) | 8 975 |
| 1. | Algemene informatie | 226 |
|---|---|---|
| 2. | Aanvullende toelichtingen met betrekking tot specifieke onderwerpen voor 2024 |
226 |
| 3. | Overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving |
227 |
| 4. | Kritische beoordelingen en boekhoudkundige schattingen |
238 |
| 5. | Financieel risicobeheer | 241 |
| 6. | Gesegmenteerde informatie | 249 |
| 7. | Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten | 250 |
| 8. | Bedrijfscombinaties | 253 |
| 9. Beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa en verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop |
253 | |
| 10. Overige opbrengsten | 253 | |
| 11. Operationele kosten volgens aard | 253 | |
| 12. Kosten voor personeelsbeloningen | 254 | |
| 13. Overige bedrijfsbaten/-lasten | 254 | |
| 14. Bijzondere waardevermindering van niet financiële activa |
255 | |
| 15. Reorganisatiekosten | 255 | |
| 16. Overige baten/lasten | 255 | |
| 17. Financiële opbrengsten en financiële kosten | 255 | |
| 18. Winstbelastingen (-) /tegoeden | 256 | |
| 19. Componenten van niet-gerealiseerde resultaten (inclusief minderheidsbelangen)1 |
257 | |
| 20. Immateriële activa | 258 | |
| 21. Goodwill | 259 |
| 22. Materiële vaste activa | 260 |
|---|---|
| 23. Financiële en overige activa | 261 |
| 24. Voorraden | 263 |
| 25. Handelsvorderingen en overige vorderingen | 263 |
| 26. Geldmiddelen en kasequivalenten | 265 |
| 27. Kapitaal en reserves | 265 |
| 28. Op aandelen gebaseerde betalingen | 266 |
| 29. Leningen | 270 |
| 30. Obligaties | 271 |
| 31. Overige financiële verplichtingen | 272 |
| 32. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | 273 |
| 33. Personeelsbeloningen | 275 |
| 34. Voorzieningen | 279 |
| 35. Handels- en overige verplichtingen | 280 |
| 36. Te betalen belastingen | 281 |
| 37. Toelichting bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht 282 | |
| 38. Financiële instrumenten per categorie | 283 |
| 39. Afgeleide financiële instrumenten | 285 |
| 40. Leaseovereenkomsten | 287 |
| 41. Winst per aandeel | 288 |
| 42. Dividend per aandeel | 289 |
| 43. Verbintenissen en voorwaardelijke gebeurtenissen | 289 |
| 44. Transacties met verbonden partijen | 291 |
| 45. Gebeurtenissen na de balansdatum | 291 |
| 46. UCB-ondernemingen (volledig geconsolideerd) | 292 |
UCB NV (UCB of "de Vennootschap") en haar dochterondernemingen (samen "de Groep") vormen een wereldwijde biofarmaceutische onderneming die zich toespitst op ernstige ziekten in twee belangrijke therapeutische gebieden: neurologie en immunologie.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap per en voor het jaar afgesloten op 31 december 2024 omvat de Vennootschap en haar dochterbedrijven. Binnen de Groep hebben UCB Pharma SA, UCB Biopharma SRL, UCB S.R.O en UCB Inc., allemaal 100% dochterondernemingen, bijkantoren. UCB Pharma SA en UCB Biopharma SRL hebben bijkantoren in het Verenigd Koninkrijk, UCB S.R.O en UCB Inc. hebben bijkantoren in respectievelijk Slovakije en Puerto Rico. Deze bijkantoren zijn geïntegreerd in hun rekeningen.
UCB NV, de moedermaatschappij, is een naamloze vennootschap die in België opgericht en gevestigd is.
De hoofdzetel is gevestigd aan de Researchdreef 60 te B-1070 Brussel, België. UCB NV is genoteerd op de beurs Euronext Brussels.
De Raad van Bestuur heeft deze geconsolideerde jaarrekening en statutaire jaarrekening van UCB NV goedgekeurd voor publicatie op 27 februari 2025. De aandeelhouders zullen verzocht worden de statutaire jaarrekening van UCB NV goed te keuren op de Algemene Vergadering van 24 april 2025.
UCB laat zich leiden door haar doel om waarde te creëren voor patiënten, nu en in de toekomst, en door haar focus op het bijdragen aan een meer inclusieve en duurzame wereld. Daarom is UCB gedreven om de impact van deze oorlog op haar werknemers, patiënten en hun respectieve gemeenschappen te beperken.
Er is geen materiële directe of indirecte impact van de Russische invasie in Oekraïne en de opgelegde sancties of de conflicten in het Midden-Oosten op de strategische oriëntatie en doelstellingen, de activiteiten, de financiële resultaten, de financiële toestand en de kasstromen van de UCB Groep.
Er is eveneens geen materiële impact op de opbrengsten van de Groep. Er waren geen aanzienlijke verstoringen in de toeleveringsketens van de Groep en/of onzekerheden met betrekking tot de productie.
UCB levert nog steeds essentiële geneesmiddelen aan patiënten in Rusland, maar is ondertussen overgeschakeld op een distributiemodel en heeft de actieve promotie op de markt stopgezet.
Er zijn geen bijkomende belangrijke risico's of onzekerheden op het niveau van de Groep geïdentificeerd als gevolg van deze oorlog of de conflicten in het Midden-Oosten en de daarmee verband houdende gebeurtenissen. Er is geen significant risico van materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen van de Groep ontstaan.
Er zijn geen materiële beoordelingen gemaakt of significante onzekerheden met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening van UCB per 31 december 2024 als gevolg van deze oorlog of conflicten en er is geen risico voor de continuïteit van de Groep.
Er is geen significante toename van het kredietrisico en er is geen materiële impact op de waardering van verwachte kredietverliezen, rekening houdend met toekomstgerichte informatie. De omzet in Rusland wordt nog steeds gedekt door een kredietverzekering en er zijn momenteel geen problemen met het innen van het geld, maar de geldmiddelen van de Russische dochterondernemingen worden tot een minimum beperkt. UCB heeft geen dochterondernemingen of bijkantoren in de conflictgebieden in het Midden-Oosten. Er is geen significant bedrag aan geldmiddelen en kasequivalenten dat niet beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Er is geen significante blootstelling aan liquiditeits- en valutarisico en geen materiële impact op de daaraan gerelateerde gevoeligheden met betrekking tot de investeringen van UCB die beïnvloed worden door de oorlog en conflicten in het Midden-Oosten. Er is geen impact op de afdekkingsrelaties van UCB.
De oorlog en conflicten hebben geen grote invloed gehad op de liquiditeitspositie van de Groep. De strategie voor het beheer van het liquiditeitsrisico is nog steeds adequaat en geschikt, en is niet veranderd.
UCB Groep heeft geoordeeld dat noch de directe noch de indirecte gevolgen van de inval van Rusland in Oekraïne of de conflicten in het Midden-Oosten een aanwijzing vormen dat één of meer activa die binnen het toepassingsgebied van IAS 36 vallen, een bijzondere waardevermindering zou(den) hebben ondergaan.
Er is geen materiële impact op gevoeligheidsanalyses zoals opgenomen in Toelichting 5.1.2 van deze geconsolideerde jaarrekening voor het jaar afgesloten op 31 december 2024 door de oorlog of de conflicten in het Midden-Oosten.
De inval van Rusland in Oekraïne en de daarmee verband houdende gebeurtenissen, evenals de conflicten in het Midden-Oosten, hebben invloed gehad op de rentevoeten en de inflatietrends. Bijgevolg is de disconteringsvoet voor het bepalen van de realiseerbare waarde bijgewerkt om deze ontwikkelingen te weerspiegelen, maar dit heeft niet geleid tot significante wijzigingen ten opzichte van de laatste uitgevoerde tests.
Als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne of de opgelegde sancties zijn er geen veranderingen in feiten en omstandigheden die het vermogen van UCB om haar rechten of bestuursbepalingen met betrekking tot haar Russische of Oekraïense dochteronderneming uit te oefenen aanzienlijk zouden kunnen beperken.
Momenteel worden de verwachte toekomstige directe en/of indirecte gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne en de opgelegde sancties, evenals de conflicten in het Midden-Oosten, op de resultaten, de financiële toestand en de kasstromen van UCB en de daarmee verband houdende risico's als niet materieel beoordeeld, maar UCB zal voortdurend blijven toezien op mogelijke gevolgen.
UCB heeft geen steunmaatregelen van de overheid aangevraagd en overweegt dit ook niet. UCB is niet van plan haar risicoafdekkingsstrategie wezenlijk te wijzigen om eventuele directe of indirecte gevolgen van de oorlog of conflicten aan te pakken.
In 2024 zijn de rentevoeten en de inflatie hoog gebleven. Net zoals talloze andere bedrijven ervaart UCB de impact van de hoge rentevoeten en inflatie in verschillende aspecten van haar activiteiten, waaronder stijgende kosten voor grondstoffen en lonen. De sterke prestaties van UCB-aandelen in de afgelopen maanden hebben geleid tot hogere kosten voor onze lange-termijnincentives (aandelenoptieplannen, aandelentoekenningsplannen en prestatieaandelenplannen).
Door de hoge rentevoeten zijn de kosten van schulden in 2024 hoog gebleven. De macro-economische situatie heeft geen grote impact gehad op onderhandelingen met betrekking tot contractvoorwaarden of investerings- of financieringsbeslissingen. De hoge inflatie en rentevoeten hebben invloed op reële waarde waarderingen, schattingen van verwachte toekomstige kasstromen, disconteringsvoeten voor het bepalen van de contante waarde van kasstromen en de test op bijzondere waardeverminderingen. Een update van de test op bijzondere waardeverminderingen heeft niet geleid tot de erkenning van bijzondere waardeverminderingsverliezen als gevolg van wijzigingen van de disconteringsvoet. In 2024 werd een waardevermindering van € 73 miljoen opgenomen, voornamelijk als gevolg van de beëindiging van de ontwikkeling van minzasolmin (zie 1.2 Belangrijkste gebeurtenissen in de sectie Bedrijfsresultaten van dit Geïntegreerde Jaarverslag 2024). Er is geen materiële impact van de macro-economische situatie op de waardering van de activa en verplichtingen per 31 december 2024.
UCB streeft ernaar om rekening te houden met milieukwesties bij de ontwikkeling van haar bedrijfsstrategie. Binnen de milieurisico's en -processen die worden geïdentificeerd volgens het proces omschreven in het hoofdstuk Risicobeheer van dit Geïntegreerd Jaarverslag, heeft UCB haar blootstelling aan klimaatgerelateerde risico's en mogelijkheden beoordeeld in overeenstemming met de TCFD-aanbevelingen.
UCB heeft een klimaatscenarioanalyse uitgevoerd met betrekking tot fysieke en overgangsrisico's en -mogelijkheden. Er werden vier scenario's en drie verschillende tijdshorizonten overwogen in deze analyse.
Zware neerslag, overstromingen en waterschaarste werden geïdentificeerd als de belangrijkste fysieke risico's. De beoordeling door UCB van de financiële gevolgen en de financiële kwantificering in 2050 zijn toegelicht in het document Taskforce voor klimaatgerelateerde financiële informatie.
Wat de overgangsrisico's betreft, werden twee risico's geselecteerd voor diepgaande analyse:
Voor elk van deze risico's zijn de financiële gevolgen en de kwantificering in 2030 toegelicht in het document "Taskforce voor klimaatgerelateerde financiële informatie".
Bij de beoordeling van de financiële impact werd gekeken naar de impact op opbrengsten, impact op kostprijs van de omzet en bedrijfskosten, impact op kapitaaluitgaven, impact op voorraden en kasstroom en impact op marktwaarde en reputatie.
UCB zal de bevindingen van de scenarioanalyse opnemen in haar risicobeheersysteem, langetermijnstrategie en risicobeperkingsplanning, en zal klimaatrisico's en -mogelijkheden blijven beoordelen en identificeren in de toekomst.
De voornaamste grondslagen die toegepast werden om deze geconsolideerde jaarrekening op te stellen, worden hierna uiteengezet. Deze grondslagen werden consequent toegepast voor alle weergegeven jaren, tenzij anders vermeld.
De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS-normen) en interpretaties gepubliceerd door de IFRS Interpretatiecommissie (IFRS IC) zoals deze goedgekeurd werden door de Europese Unie per 31 december 2024.
Voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de IFRS-normen zijn bepaalde kritische schattingen nodig. Het vereist tevens dat de directie haar beoordelingsvermogen gebruikt in de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep. De domeinen die een hoger niveau van beoordeling of complexiteit met zich meebrengen, of domeinen waarin de veronderstellingen en schattingen belangrijk zijn voor de geconsolideerde jaarrekening, worden in Toelichting 4 verduidelijkt.
UCB heeft een dochteronderneming in Turkije, UCB Pharma A.S., met de Turkse lira als functionele valuta, de valuta van een hyperinflatoire economie. De activa, verplichtingen, eigen vermogensposten, inkomsten en kosten van UCB Pharma A.S. werden niet aangepast overeenkomstig IAS 29 inzake Hyperinflatie alvorens te worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van UCB per 31 december 2024, aangezien UCB de impact van de herwerking als niet materieel heeft beoordeeld. In overeenstemming met de grondslagen voor financiële verslaggeving van UCB zoals vermeld in dit Geïntegreerd Jaarverslag 2024, worden de activa en verplichtingen van UCB Pharma A.S. omgerekend aan de hand van de koers per 31 december 2024 (Slotkoers TRY = 36,626). De inkomsten en kosten worden omgerekend aan de hand van de gemiddelde wisselkoers van december 2024 (Gemiddelde koers TRY = 35,526).
Bepaalde wijzigingen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2024. De Groep diende echter haar grondslagen voor financiële verslaggeving niet aan te passen en diende ook geen retroactieve aanpassingen te doen ten gevolge van de toepassing van deze wijzigingen aan de standaarden.
Voor de boekjaren van de Groep vanaf 2024 valt UCB onder de toepassing van de Pillar 2 internationale belastinghervorming, die van kracht is in de meeste rechtsgebieden waar de Groep actief is.
In 2023 heeft de Europese Unie de wijzigingen van IASB aan IAS 12 Winstbelastingen met betrekking tot de implementatie van de Pillar 2 standaardbepalingen goedgekeurd. Deze wijzigingen zijn met name bedoeld om tijdelijke vrijstelling te bieden voor het boeken van uitgestelde belastingen die voortvloeien uit de implementatie van de standaardbepalingen van Pillar 2. Deze wijzigingen in IAS 12 moeten onmiddellijk worden toegepast in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten. De Groep heeft de verplichte uitzondering toegepast voor het opnemen en toelichten van informatie over uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot winstbelastingen onder Pillar 2.
Op basis van de financiële cijfers per 31 december 2024 voor de samenstellende entiteiten van UCB heeft de Groep een voorlopige beoordeling uitgevoerd van de potentiële blootstelling van UCB aan winstbelastingen onder Pillar 2 voor 2024. Volgens deze beoordeling liggen de effectieve belastingpercentages onder Pillar 2 in de meeste rechtsgebieden waarin de Groep actief is, boven het minimale effectieve belastingpercentage van 15% en wordt er in deze rechtsgebieden dus geen impact van Pillar 2 verwacht. In een beperkt aantal rechtsgebieden is de tijdelijke "safe harbor"-vrijstelling echter niet van toepassing en kunnen Pillar 2-winstbelastingen worden verwacht, gebaseerd op de beste inschattingen die per balansdatum beschikbaar zijn. De toepassing van de Pillar 2-belastingheffing in de geconsolideerde jaarrekening van UCB die eindigt
op 31 december 2024, heeft geleid tot een extra kost ten gevolge van winstbelastingen van € 68 miljoen, die zich voornamelijk voordoet in het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en België.
Op 9 april 2024 is IFRS 18, 'Presentatie en toelichting in de jaarrekening', uitgegeven door de IASB. Dit is de nieuwe standaard voor de presentatie en toelichting van de jaarrekening, met de nadruk op updates met betrekking tot de winst- en verliesrekening. De belangrijkste nieuwe concepten die in IFRS 18 worden geïntroduceerd, hebben betrekking op de structuur van de winst- en verliesrekening, vereiste toelichtingen in de jaarrekening voor bepaalde prestatiemaatstaven voor winst of verlies die buiten de jaarrekening van een entiteit worden gerapporteerd (dat wil zeggen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven); en aangescherpte principes voor samenvoeging en opsplitsing die van toepassing zijn op de primaire financiële staten van de jaarrekening en toelichtingen in het algemeen. Deze nieuwe standaard zal een impact hebben op de presentatie van de geconsolideerde winst- en verliesrekening van de Groep. UCB beoordeelt momenteel de impact.
Op 30 mei 2024 heeft de IASB wijzigingen in de classificatie en waardering van financiële instrumenten (wijzigingen in IFRS 9 en IFRS 7) uitgegeven. UCB beoordeelt momenteel de impact van deze wijzigingen.
Er zijn geen andere standaarden of wijzigingen aan standaarden die nog niet van kracht zijn en waarvan verwacht kan worden dat ze een materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep hebben.
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten (waaronder gestructureerde entiteiten) waarover de Groep zeggenschap heeft. De Groep heeft zeggenschap over een entiteit wanneer de Groep blootgesteld is aan, of recht heeft op, variabele inkomsten van de entiteit en de mogelijkheid heeft om haar macht over de entiteit uit te oefenen teneinde de hoogte van de variabele inkomsten te beïnvloeden. Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de zeggenschap aan de Groep wordt overgedragen. Ze worden gedeconsolideerd vanaf de datum waarop die zeggenschap eindigt.
Bedrijfscombinaties worden door de Groep administratief verwerkt volgens de overnamemethode. De waarde die wordt overgedragen voor de overname van een dochteronderneming is gelijk aan de som van de reële waarden van de overgedragen activa, de aangegane verbintenissen en de deelnemingen die door de Groep worden uitgegeven. De waarde die wordt overgedragen omvat de reële waarde van om het even welke actief- of passiefpost die voortvloeit uit een voorwaardelijke vergoedingsovereenkomst. Overnamegerelateerde kosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening naarmate ze worden opgelopen. In een bedrijfscombinatie verworven identificeerbare activa en aangegane verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde op de overnamedatum. Voor elke overname boekt de Groep enig minderheidsbelang in de overgenomen partij tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de netto activa van de overgenomen partij.
Voorwaardelijke vergoedingen die door de Groep moeten worden overgedragen, worden geboekt tegen reële waarde op de overnamedatum. Latere wijzigingen van de reële waarde van de voorwaardelijke vergoedingen die verondersteld worden een actief of verplichting te zijn, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Voorwaardelijke vergoedingen geclassificeerd als eigen vermogen worden niet opnieuw gewaardeerd, en de daaropvolgende afwikkeling wordt verwerkt binnen eigen vermogen.
Goodwill wordt initieel gewaardeerd als het positieve verschil tussen enerzijds het totaal van de overgedragen vergoedingen en de reële waarde van minderheidsbelangen en anderzijds de netto verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen. Indien deze
vergoeding minder is dan de reële waarde van de netto-activa van de overgenomen dochteronderneming, dan wordt het verschil in de winsten verliesrekening opgenomen.
Intragroepstransacties, intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen groepsmaatschappijen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig, zijn de grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen gewijzigd om consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen te verzekeren.
De Groep beschouwt transacties met minderheidsbelangen, die niet resulteren in een verlies van zeggenschap, als transacties met aandeelhouders van de Groep. Voor aankopen van minderheidsbelangen wordt het verschil tussen de prijs die betaald werd en het overeenstemmende verworven aandeel tegen de boekwaarde van de netto-activa van de dochteronderneming opgenomen in het eigen vermogen. Ook winst of verlies uit de verkoop aan minderheidsbelangen wordt opgenomen in het eigen vermogen.
Wanneer de Groep niet langer de controle heeft, wordt een eventueel behouden belang in de entiteit geherwaardeerd tegen reële waarde, en wordt het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesrekening opgenomen. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een geassocieerde deelneming, joint venture of financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Geassocieerde deelnemingen zijn bedrijven waarop de Groep een invloed van betekenis heeft maar waarover de Groep geen zeggenschap heeft. Dit zal in het algemeen het geval zijn wanneer de Groep tussen 20% en 50% van de stemrechten bezit. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden geboekt in overeenstemming met de vermogensmutatiemethode en initieel opgenomen tegen kostprijs. De boekwaarde wordt vermeerderd of verminderd, voor het opnemen van het aandeel van de investeerder, na de overnamedatum, in de winst of het verlies van de entiteit waarin is geïnvesteerd. De investeringen van de Groep in geassocieerde deelnemingen omvatten goodwill die bij de overname werd geïdentificeerd.
Wanneer de Groep stopt met het boeken van een deelneming onder de vermogensmutatiemethode ten gevolge van een verlies van invloed van betekenis, wordt het eventueel behouden belang in deze deelneming geherwaardeerd tegen reële waarde waarbij het verschil met de boekwaarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt. De reële waarde is de initiële boekwaarde met het oog op het vervolgens boeken van het behouden belang als een financieel actief. Bovendien worden eventuele eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot die entiteit behandeld alsof de Groep direct de betrokken activa of passiva had verkocht. Dit kan betekenen dat eerder geboekte bedragen in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Indien het eigendomsbelang in een geassocieerde deelneming wordt gereduceerd maar een invloed van betekenis behouden blijft, wordt slechts een evenredig gedeelte van de eerder in niet-gerealiseerde resultaten geboekte bedragen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.
Het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming na de overname wordt geboekt in de winst- en verliesrekening en haar aandeel in de bewegingen van de niet-gerealiseerde
resultaten wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten, met een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van de investering. De cumulatieve bewegingen na de overname worden geboekt tegenover de boekwaarde van de investering. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een geassocieerde deelneming haar belangen in de geassocieerde deelneming evenaart of overschrijdt, inclusief andere ongedekte vorderingen, boekt de Groep geen verdere verliezen, behalve als ze verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft verricht in naam van de geassocieerde deelneming.
De boekwaarde van de geassocieerde deelnemingen wordt onderzocht op bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met de richtlijnen zoals beschreven in Toelichting 3.10. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen de Groep en haar geassocieerde deelnemingen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in de geassocieerde deelnemingen. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij uit de transactie een bijzondere waardevermindering van het overgedragen actief blijkt. Waar nodig zijn de grondslagen voor de financiële verslaggeving van geassocieerde deelnemingen gewijzigd om de consistentie met de door de Groep aangenomen grondslagen voor financiële verslaggeving te verzekeren.
Verwateringswinsten en -verliezen uit investeringen in geassocieerde deelnemingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt.
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica. Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening werden de volgende belangrijke wisselkoersen gebruikt:
| Slotkoers | Gemiddelde koers | |||
|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | |
| USD | 1,035 | 1,106 | 1,082 | 1,081 |
| JPY | 162,890 | 155,850 | 163,661 | 151,560 |
| GBP | 0,827 | 0,867 | 0,846 | 0,870 |
| CHF | 0,940 | 0,929 | 0,952 | 0,971 |
De slotkoersen zijn de spotkoersen op 31 december 2024 en 31 december 2023.
De posten in de enkelvoudige jaarrekening van elk van de entiteiten van de Groep worden gewaardeerd met behulp van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in euro (€), zijnde de functionele valuta van de Vennootschap en de presentatievaluta van de Groep.
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta aan de hand van de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum. Wisselkoerswinsten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van dergelijke transacties en uit de omrekening van monetaire activa en verplichtingen die in vreemde valuta uitgedrukt zijn aan het einde van het jaar, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen onder Financiële opbrengsten of Financiële kosten (Toelichting 17), behalve wanneer het gaat om bedragen die worden uitgesteld in niet-gerealiseerde resultaten, zoals kwalificerende kasstroomafdekkingen en kwalificerende afdekkingen van netto-investeringen of wanneer deze toe te schrijven zijn aan een deel van de netto-investering in een buitenlandse activiteit.
Wisselkoersverschillen op monetaire financiële activa in vreemde valuta die aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden gewaardeerd, worden deels in de winst- en verliesrekening en deels in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. Voor het erkennen van wisselkoerswinsten en -verliezen overeenkomstig IAS 21 worden de activa behandeld alsof ze aangehouden worden aan geamortiseerde kostprijs in de vreemde valuta. Bijgevolg worden wisselkoersverschillen op geamortiseerde kostprijs en voortvloeiend uit veranderingen in de geamortiseerde kostprijs (zoals rente berekend volgens de effectieve-rentemethode en bijzondere waardeverminderingsverliezen) in de winst- en verliesrekening opgenomen. Alle andere winsten en verliezen (d.w.z. veranderingen in de reële waarde, met inbegrip van wisselkoersverschillen daarop) worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten.
Wisselkoersverschillen op een in vreemde valuta uitgedrukt niet-monetair financieel actief gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten als deel van de toename of afname van de reële waarde.
De resultaten en de financiële positie van alle entiteiten van de Groep (waarvan geen enkele een valuta van een hyperinflatoire economie heeft, met uitzondering van de Turkse entiteit) die een functionele valuta hebben die verschilt van de presentatievaluta, worden als volgt naar de presentatievaluta omgerekend:
Voor de consolidatie worden wisselkoersverschillen die voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in buitenlandse bedrijfsactiviteiten en van leningen en andere valuta-instrumenten die bedoeld zijn als afdekkingen van dergelijke investeringen, opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer buitenlandse bedrijfsactiviteiten gedeeltelijk of volledig worden vervreemd of verkocht, worden de wisselkoersverschillen die geboekt werden in het eigen vermogen, in de winst- en verliesrekening opgenomen als een winst of verlies op de verkoop.
Goodwill en reële waarde-aanpassingen bij de overname van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en passiva van de buitenlandse entiteit en worden tegen de slotkoers omgerekend.
Opbrengsten worden erkend als de zeggenschap over een goed of dienst wordt overgedragen aan een klant.
Netto-omzet omvat de opbrengsten die erkend worden als gevolg van de overdracht van zeggenschap over goederen aan de klant.
Het bedrag van de erkende opbrengsten is het bedrag dat werd toegewezen aan de prestatieverplichting die vervuld werd met inachtname van de variabele vergoeding. Het geraamde bedrag van de variabele vergoeding wordt opgenomen in de transactieprijs voor zover dat het zeer waarschijnlijk is dat er zich geen significante tegenboeking zal voordoen in het bedrag van de erkende cumulatieve opbrengsten zodra de onzekerheid verbonden aan de variabele vergoeding vervolgens opgelost is. De variabele vergoeding die in de transactieprijs is opgenomen, heeft betrekking op verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen
en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) toegekend aan verschillende klanten en die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate", "Federal Medicare" in de VS en andere alsook op de extra heffingen op de vergoeding van Amerikaanse merkgeneesmiddelen op voorschrift in de VS. Een verplichting wordt erkend voor verwachte verkoopretours, rabatten, commerciële kortingen en kortingen voor contante betaling, terugvorderingen (charge-backs) of andere terugbetalingen die direct of indirect worden gedaan ten aanzien van klanten met betrekking tot de gerealiseerde verkopen tot het einde van de rapporteringsperiode. De betalingsvoorwaarden kunnen verschillend zijn van contract tot contract maar er wordt geacht dat er geen financieringselement aanwezig is. Bijgevolg wordt de transactieprijs niet aangepast voor de effecten van een significante financieringscomponent. Zodra de zeggenschap over de producten is overgedragen aan de klant wordt een vordering erkend aangezien dit het tijdstip is waarop de vergoeding onvoorwaardelijk is, aangezien enkel het verstrijken van de tijd nog vereist is voordat de betaling verschuldigd is.
De transactieprijs wordt aangepast voor elke te betalen vergoeding aan de klant (direct of indirect) die economisch gelinkt is aan de opbrengsten uit een contract aangegaan met een klant tenzij een betaling wordt gedaan voor onderscheiden diensten ontvangen van de klant. In het laatste geval wordt de reële waarde van de ontvangen diensten geraamd en opgenomen onder de marketing- en verkoopkosten.
Het bedrag van de variabele vergoeding wordt geraamd op basis van historische ervaring en de specifieke bepalingen in de individuele overeenkomsten.
De netto-omzet wordt weergegeven exclusief btw, andere omzet-gerelateerde belastingen of enige andere bedragen die worden geïnd voor rekening van derden, zoals de overheid of overheidsinstellingen.
Royalty's gebaseerd op omzet die voortvloeien uit het in licentie geven van intellectuele eigendom worden erkend als de daaropvolgende onderliggende verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is op dat moment.
Overige opbrengsten omvatten opbrengsten uit licentie- en winstdelingsovereenkomsten en verkoopovereenkomsten met betrekking tot activa waarvoor geen netto-boekwaarde (meer) in de geconsolideerde balans is opgenomen, evenals opbrengsten uit contractproductieovereenkomsten. De onderliggende prestatieverplichtingen kunnen vervuld zijn op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de specifieke situatie.
Voor de prestatieverplichtingen die vervuld worden over een bepaalde periode, worden de opbrengsten erkend gebaseerd op een patroon dat het best de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant reflecteert. Gewoonlijk wordt deze vooruitgang gemeten op basis van een input-methode waarbij de opgelopen kosten en uren in verhouding tot het totaal van de verwachte op te lopen kosten en uren gebruikt wordt als een basis.
Elke variabele vergoeding die beloofd werd in ruil voor een licentie of intellectuele eigendom en die gebaseerd is op het bereiken van bepaalde omzetdoelen wordt op dezelfde manier geboekt als de royalty's gebaseerd op omzet. Dit is namelijk op het moment dat de gerelateerde verkopen plaatsvinden op voorwaarde dat de betreffende prestatieverplichting die daaraan gelinkt is, vervuld is.
Elke variabele vergoeding zoals een ontwikkelingsmijlpaalbetaling die beloofd werd in ruil voor ontwikkelingsactiviteiten of intellectuele eigendom die in licentie werd gegeven, wordt enkel opgenomen in de transactieprijs zodra het zeer waarschijnlijk is dat de gerelateerde mijlpaal zal worden behaald, hetgeen dan resulteert in een inhaalbeweging van opbrengsten op dat moment voor alle prestaties tot op dat moment.
Vooruitbetalingen of licentierechten waarvoor er navolgende prestatieverplichtingen zijn, worden aanvankelijk opgenomen als uitgestelde opbrengsten en worden als opbrengsten erkend wanneer de prestatieverplichtingen vervuld zijn over de periode van de ontwikkelingssamenwerking of de productieverplichting.
De kostprijs van de omzet omvat voornamelijk de directe productiekosten, de daarmee verband houdende indirecte productiekosten en de afschrijvingen van de gerelateerde immateriële activa, alsook verleende diensten. Opstartkosten worden als kosten opgenomen op het moment dat ze gemaakt worden. Royaltylasten die rechtstreeks verband houden met verkochte goederen worden opgenomen in "kostprijs van verkochte goederen".
3.9.1 Intern gegenereerde immateriële activa, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling
Alle interne onderzoekskosten worden als lasten opgenomen naarmate ze gemaakt worden. Interne ontwikkelingskosten worden enkel geactiveerd als ze voldoen aan de opnamecriteria van IAS 38 "Immateriële activa". Vanwege de lange ontwikkelingsperiodes en aanzienlijke onzekerheden in verband met de ontwikkeling van nieuwe producten (zoals de risico's met betrekking tot het resultaat van klinische proeven alsook de kans op wettelijke goedkeuring) werd geconcludeerd dat de interne ontwikkelingskosten van de Groep over het algemeen niet in aanmerking komen voor activering als immateriële activa. Op 31 december 2024 voldeden geen interne ontwikkelingskosten aan de opnamecriteria.
Betalingen voor de verwerving van lopende onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten via licentieovereenkomsten, bedrijfscombinaties of afzonderlijke aankopen van activa worden als immateriële activa geactiveerd, op voorwaarde dat deze afzonderlijk identificeerbaar zijn, door de Groep gecontroleerd worden en naar verwachting toekomstige economische voordelen zullen opleveren. Vermits afzonderlijk verworven onderzoeks- en ontwikkelingsactiva steeds geacht worden te voldoen aan het waarschijnlijkheidscriterium van IAS 38 en het bedrag van de betalingen betrouwbaar kan worden bepaald, worden vooruitbetalingen en mijlpaalbetalingen aan derden voor farmaceutische producten of compounds waarvoor de goedkeuring om deze op de markt te brengen nog niet door de regelgevende instanties verleend werd, geboekt als immateriële activa. Ze worden lineair afgeschreven over hun geschatte levensduur zodra de producten gecommercialiseerd worden.
Op elke verslagdatum beoordeelt de Groep de boekwaarde van haar immateriële activa, goodwill, materiële vaste activa en geassocieerde deelnemingen om na te gaan of er aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering bestaan. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat om de omvang van het bijzonder waardeverminderingsverlies te bepalen. Ongeacht of er al dan niet aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering zijn, vindt jaarlijks een evaluatie plaats van de nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en van de goodwill. Deze activa worden niet afgeschreven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt geboekt voor het bedrag waarmee de boekwaarde van het actief zijn realiseerbare waarde overtreft.
Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde van een individueel actief te schatten, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid (KGE) waartoe het actief behoort. De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde verminderd met de kosten voor de verkoop en de bedrijfswaarde. Om de bedrijfswaarde te bepalen, hanteert de Groep schattingen van toekomstige kasstromen die door het actief of de kasstroomgenererende eenheid worden gegenereerd, waarbij ze dezelfde methoden volgt die worden
gebruikt bij de initiële waardering van het actief of de kasstroomgenererende eenheid en zich baseert op de plannen van elke bedrijfsactiviteit op middellange termijn. De geschatte kasstromen worden verdisconteerd op basis van een passende rentevoet, die de huidige marktevaluaties van de tijdswaarde van geld weerspiegelen, en de risico's die inherent zijn aan het actief of de kasstroomgenererende eenheid.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen onder de rubriek "Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa". Voor niet-financiële activa, andere dan de goodwill, die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wordt op elke verslagdatum beoordeeld of een terugname van het bijzonder waardeverminderingsverlies noodzakelijk is. De terugname van de bijzondere waardevermindering wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt enkel teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger ligt dan de boekwaarde die zou zijn bepaald, na aftrek van de afschrijvingen, indien er geen bijzonder waardeverminderingsverlies was geboekt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden nooit teruggenomen.
Immateriële activa worden product per product (d.w.z. per compound) beoordeeld voor een bijzondere waardevermindering.
De uitgaven die door de Groep worden gedaan met het oog op een betere positionering om het hoofd te bieden aan de economische omgeving waarin ze opereert, zijn in de winst- en verliesrekening als "reorganisatiekosten" opgenomen.
De minderwaarden en meerwaarden uit de afstoting van immateriële activa, andere dan activa in ontwikkelingsfase, of materiële vaste activa, en verhogingen of terugnemingen van voorzieningen voor geschillen, andere dan belastinggeschillen of geschillen met betrekking tot beëindigde bedrijfsactiviteiten, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als 'overige baten en lasten'.
De belastingkost voor de periode omvat de verschuldigde en uitgestelde winstbelastingen. Belastingkosten worden geboekt in de winst- en verliesrekening, behalve wanneer ze betrekking hebben op posten die opgenomen zijn in de niet-gerealiseerde resultaten of direct in het eigen vermogen. Indien bepaalde posten opgenomen worden in de niet-gerealiseerde resultaten of in het eigen vermogen, wordt de belasting erop eveneens geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten of, desgevallend, direct in het eigen vermogen.
Voor de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt verwezen naar Toelichting 3.13.2 onder Overheidssubsidies.
De over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting wordt berekend op basis van de fiscale wetgeving die van kracht is of wezenlijk van kracht is op de balansdatum in de landen waar de dochterondernemingen van de Vennootschap actief zijn en belastbare winsten genereren.
De verschuldigde en terug te vorderen winstbelastingen worden gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om deze te compenseren en de intentie bestaat om het saldo op netto basis af te handelen of om de belastingvorderingen en -schulden gelijktijdig te realiseren.
De uitgestelde winstbelasting wordt, volgens de balansmethode, erkend op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen in de geconsolideerde jaarrekening en de overeenkomstige fiscale waarde die bij de berekening van de belastbare winst wordt gebruikt.
De uitgestelde belastingverplichtingen worden doorgaans geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen, en uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst
fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die aangewend kunnen worden voor het verrekenen van aftrekbare tijdelijke verschillen, overgedragen belastingkredieten en overgedragen verliezen, rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belastbare entiteit. Uitgestelde winstbelastingen worden niet erkend indien zij ontstaan bij de eerste boeking van goodwill of uit de eerste boeking van een actief of een verplichting in een transactie (andere dan bij een bedrijfscombinatie) die op het ogenblik van de transactie noch de boekhoudkundige winst, noch de belastbare winst beïnvloedt.
De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt op elke balansdatum beoordeeld en wordt verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winsten beschikbaar zullen zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.
Uitgestelde winstbelasting wordt berekend tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de verplichting afgewikkeld wordt of de vordering gerealiseerd wordt. De Groep houdt enkel rekening met fiscale wetgeving die wezenlijk van kracht is bij de raming van het bedrag van de uitgestelde winstbelastingen dat erkend dient te worden. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden niet verdisconteerd.
Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen en -vorderingen erkend voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten indien de Vennootschap in staat is om het tijdstip van de tegenboeking van de tijdelijke verschillen te controleren en een tegenboeking van de verschillen in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gecompenseerd indien er een juridisch afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde en terug te vorderen winstbelasting te compenseren en indien de uitgestelde winstbelastingen betrekking hebben op dezelfde belastbare entiteit en dezelfde belastingautoriteit.
Overheidssubsidies worden erkend tegen reële waarde indien er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de Groep zal voldoen aan alle voorwaarden die eraan verbonden zijn.
3.13.1 Terugvorderbare voorschotten ontvangen van de overheid De Groep ontvangt contante betalingen van de overheid om hiermee bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gedeeltelijk te financieren. De betalingen ontvangen van de overheid dienen door de Groep terugbetaald te worden indien zij beslist om de resultaten van de onderzoeksfasevan het betreffende project verder te exploiteren en commercialiseren. Indien de Groep beslist om niet verder te gaan met de resultaten van de onderzoeksfase, dienen de ontvangen voorschotten niet terugbetaald te worden. In dit geval dienen de rechten op de onderzoeksresultaten overgedragen te worden aan de overheid. Wanneer de Groep deze voorschotten ontvangt, worden deze opgenomen onder de langlopende verplichtingen. Alleen wanneer er voldoende zekerheid bestaat dat de Groep deze voorschotten niet zal moeten terugbetalen, worden deze voorschotten als overheidssubsidies erkend en opgenomen in "Overige bedrijfsbaten". Meer bepaald is dit op het ogenblik dat de overheid de ontvangst van de onderzoeksresultaten bevestigt alsook hun akkoord met de beslissing van de Groep om niet verder te gaan met het onderzoek.
Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt beschouwd als een overheidssubsidie voor investeringen in vaste activa indien er geen bijkomende relevante voorwaarden moeten voldaan worden die niet direct gerelateerd zijn aan deze activa. Het belastingkrediet wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening evenredig met de kosten die het krediet beoogt te compenseren. Indien het belastingkrediet ontvangen werd om onderzoeks- en ontwikkelingskosten die niet worden geactiveerd, te compenseren, wordt het belastingkrediet voor
onderzoek en ontwikkeling opgenomen in de winst- en verliesrekening op het zelfde moment en in mindering van de betreffende onderzoeks- en ontwikkelingskosten opgenomen onder "onderzoeks- en ontwikkelingskosten". Indien het belastingkrediet ontvangen werd om afschrijvingen op immateriële activa zoals bv. licenties te compenseren, wordt het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling erkend in de winst- en verliesrekening over de (resterende) gebruiksduur van het actief en opgenomen onder "Overige bedrijfsbaten".
Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat niet kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt als een uitgestelde belastingvordering geboekt. In dit geval kan het belastingkrediet voor O&O ofwel (i) worden ontvangen in de vorm van een belastingteruggaaf in contanten na de wettelijk voorgeschreven wachttijd, ofwel (ii) worden verrekend met toekomstige belastbare inkomsten. Als het belastingkrediet voor O&O niet door de belastingautoriteiten kan worden terugbetaald, wordt de invorderbaarheid van de uitgestelde belastingvordering op regelmatige basis geëvalueerd, zoals voor de andere uitgestelde belastingvorderingen. Het gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat kan afgetrokken worden van het belastbaar resultaat, wordt in mindering gebracht van de schuld voor te betalen belastingen.
Rente wordt proportioneel met de tijd opgenomen, rekening houdend met het effectieve rendement van het actief.
Dividenden worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
3.15.1 Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa
Patenten, licenties, handelsmerken en overige immateriële activa (gezamenlijk "immateriële activa" genoemd) worden opgenomen tegen historische kostprijs. Immateriële activa die zijn verworven door een bedrijfscombinatie worden geboekt tegen de reële waarde op de overnamedatum.
Immateriële activa (behalve goodwill) worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. In het geval van een licentie gerelateerd aan een compound of een product, wanneer het product (dat de compound bevat) voor het eerst gecommercialiseerd wordt). De geschatte gebruiksduur is gebaseerd op de kortste van enerzijds de economische gebruiksduur (gewoonlijk tussen 5 en 20 jaar) en anderzijds de looptijd van het contract. Immateriële activa (behalve goodwill) worden geacht een bepaalde economische gebruiksduur te hebben. Bijgevolg zijn er geen immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur geïdentificeerd.
Verworven licenties voor computersoftware worden geactiveerd op basis van de kostprijs die betaald werd voor de verwerving en ingebruikstelling van de specifieke software. Deze kosten worden lineair afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur (3 tot 5 jaar).
Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en vertegenwoordigt het verschil tussen de overgedragen vergoeding en de belangen van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen onderneming en de reële waarde van de minderheidsbelangen in de overgenomen onderneming.
Goodwill wordt aanvankelijk opgenomen als een actief tegen kostprijs en wordt daarna gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Goodwill die voortvloeit uit de overname van dochterondernemingen wordt apart in de balans opgenomen, terwijl goodwill die ontstaat door de overname van geassocieerde deelnemingen, wordt opgenomen in de investering in geassocieerde deelnemingen.
UCB is werkzaam in één segment en heeft bijgevolg één kasstroomgenererende eenheid voor de test op bijzondere waardeverminderingen.
Aangezien goodwill geacht wordt een onbepaalde gebruiksduur te hebben, wordt deze jaarlijks en telkens wanneer er een indicatie voor een bijzondere waardevermindering is, getoetst op bijzondere waardeverminderingen door het vergelijken van de boekwaarde met de realiseerbare waarde. Indien de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid kleiner is dan de boekwaarde van de eenheid, wordt het bijzonder waardeverminderingsverlies eerst toegewezen aan de goodwill van de kasstroomgenererende eenheid en wordt het vervolgens op een evenredige basis aan de andere activa van de eenheid toegewezen op basis van de boekwaarde van elk actief in de eenheid. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden niet teruggenomen.
Bij afstoting van een dochteronderneming of geassocieerde deelneming wordt het toe te rekenen bedrag van de goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies uit de afstoting van de entiteit.
Indien de reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen de kostprijs van de bedrijfscombinatie overschrijdt, wordt het positieve verschil dat na herbeoordeling overblijft direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderings-verliezen, behalve materiële vaste activa in aanbouw die geboekt worden tegen kostprijs, verminderd met geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.
De kosten omvatten alle rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief gebruiksklaar te maken voor zijn beoogde gebruik.
Aangekochte software die integraal deel uitmaakt van de functionaliteit van de betreffende uitrusting wordt als onderdeel van die uitrusting geactiveerd.
Financieringskosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerkend komend actief, worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van dat actief.
Kosten na eerste opname worden enkel opgenomen in de boekwaarde van het actief of als afzonderlijk actief erkend, naargelang het geval, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die hieraan verbonden zijn naar de Groep zullen vloeien en wanneer de kostprijs ervan op een betrouwbare wijze kan worden bepaald. Alle overige kosten voor herstel en onderhoud worden als lasten opgenomen wanneer ze zich voordoen.
Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode om de kosten van activa, uitgezonderd terreinen en vaste activa in aanbouw, toe te kennen aan hun restwaarde over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving begint wanneer het actief gebruiksklaar is. Terreinen worden niet afgeschreven.
De restwaarde en de gebruiksduur van een actief worden ten minste aan het eind van elk boekjaar opnieuw bekeken en indien de verwachtingen afwijken van de vorige schattingen, wordt (worden) de wijziging(en) administratief verwerkt als (een) schattingswijziging(en) in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten.
De volgende gebruiksduren zijn van toepassing op de voornaamste categorieën van materiële vaste activa:
| Gebouwen | 20-33 jaar |
|---|---|
| Machinepark | 7-15 jaar |
| Laboratoriummateriaal | 7 jaar |
| Prototypemateriaal | 3 jaar |
| Meubilair | 7 jaar |
| Voertuigen | 5-7 jaar |
| Computermateriaal | 3 jaar |
| Gebruiksrechten van activa | Levensduur van de activa of indien korter, de leasetermijn |
Winst en verlies uit afstotingen worden bepaald op basis van de vergelijking tussen de ontvangsten uit de afstoting en de boekwaarde, en worden in de winst- en verliesrekening onder "overige baten en lasten" geboekt.
Vastgoedbeleggingen betreffen terreinen en gebouwen die aangehouden worden om huuropbrengsten te genereren. Deze activa worden aanvankelijk geboekt tegen kostprijs en worden afgeschreven op een lineaire basis over hun geschatte gebruiksduur. De onderliggende gebruiksduur komt overeen met die van materiële vaste activa die aangewend worden voor eigen gebruik. Gezien het geringe bedrag van vastgoedbeleggingen, worden deze niet afzonderlijk op de balans vermeld.
De Groep huurt verschillende gebouwen, uitrustingen en wagens en de huurovereenkomsten worden meestal afgesloten voor een vaste korte- of lange-termijn periode. De huurvoorwaarden worden op een individuele basis onderhandeld en omvatten een breed scala van verschillende algemene voorwaarden. De leaseovereenkomsten leggen geen convenanten op maar de geleasede activa mogen niet gebruikt worden als zekerheid voor leningsdoeleinden.
Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een gebruiksrecht van activa en overeenkomstige verplichting op de datum waarop het geleasede actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke leasebetaling wordt opgesplitst in enerzijds de terugbetaling van de verplichting en anderzijds een financiële kost. De financiële kost wordt toegerekend aan de winst- en verliesrekening over de periode van de leaseovereenkomst zodat een constante periodieke interestvoet wordt gegenereerd op het uitstaand saldo van de verplichting voor elke periode. Het gebruiksrecht van activa wordt lineair afgeschreven over het kortste van de gebruiksduur van het actief of de leaseperiode.
De activa en verplichtingen voortvloeiend uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd op basis van een contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen:
Er zijn geen leaseovereenkomsten waarvoor de Groep verwacht een bepaald bedrag te moeten betalen als gegarandeerde restwaarde of om een aankoopoptie uit te oefenen waarbij het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitoefenen of enige schadevergoeding zou moeten betalen voor het beëindigen van de leaseovereenkomst ingeval de leasetermijn het uitoefenen van deze optie weerspiegelt.
De leasebetalingen worden verdisconteerd aan de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst, indien deze rentevoet kan worden bepaald, of aan de marginale rentevoet van de Groep.
Gebruiksrechten van activa worden gewaardeerd aan kostprijs die het volgende omvat:
Gebruiksrechten van activa worden opgenomen als onderdeel van de materiële vaste activa en leaseverplichtingen als onderdeel van de leningen in de balans. Alle leasebetalingen die vervallen binnen 12 maanden worden als kortlopende verplichtingen geclassificeerd. Alle leasebetalingen die vervallen na minstens 12 maanden na balansdatum worden als langlopende verplichtingen geclassificeerd.
Betalingen voor korte-termijn leaseovereenkomsten en leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde worden op een lineaire basis erkend als een kost in de winst- en verliesrekening. Korte-termijn leaseovereenkomsten zijn leaseovereenkomsten met een leasetermijn van 12 maanden of minder. Activa met geringe waarde omvatten voornamelijk IT-materiaal (laptops, tablets, mobiele telefoons, pc's) en klein kantoormaterieel en meubilair.
Sommige leaseovereenkomsten voor wagens bevatten variabele leasebetalingen. Het betreft leaseovereenkomsten voor wagens die een finale huuraanpassingsclausule bevatten: bij het beëindigen van de leaseovereenkomst wordt een definitieve afrekening opgemaakt om de finale huuraanpassing te bepalen. Deze finale huuraanpassing is een huurbetaling (of terugbetaling) die het werkelijk gebruik van de geleasede wagen weerspiegelt. Dit finale bedrag is niet gekend bij aanvang van de leaseovereenkomst. Het bedrag van de huuraanpassing is geen gespecifieerd bedrag maar hangt af van gekende factoren zoals de maandelijkse afschrijving en de initiële aanschaffingskost en verschillende factoren die niet gekend zijn bij aanvang van de leaseovereenkomst, zoals kilometerstand, staat van het voertuig, slijtage, schade, geografie van de operatie, verwijderingskanaal en andere factoren. Al deze factoren samen vertegenwoordigen in het algemeen het "gebruik" van het voertuig. Betalingen die variëren afhankelijk van het gebruik van het onderliggend actief en meer bepaald van de kilometerstand van het voertuig zijn variabele leasebetalingen. De finale huuraanpassing wordt erkend als een kost, of ingeval het een terugbetaling betreft, als een vermindering van de kost wanneer gerealiseerd.
In een aantal leaseovereenkomsten voor gebouwen en wagens, aangegaan door de Groep, zijn opties om contracten te verlengen opgenomen. Deze voorwaarden worden gebruikt om de operationele flexibiliteit bij het beheer van contracten te maximaliseren. De aangehouden opties om contracten te verlengen kunnen alleen door de Groep worden uitgeoefend en niet door de respectieve leasinggever.
Er zijn geen belangrijke leaseovereenkomsten waarbij de Groep leasinggever is.
De Groep classificeert haar financiële activa in de volgende categorieën: deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening (FVPL), deze die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI), deze die aan geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd. De classificatie hangt af van de manier waarop de Groep de financiële activa beheert (businessmodel) en van de contractuele voorwaarden van de kasstromen.
De investeringen zijn opgenomen onder de vaste activa, behalve wanneer de directie van plan is de investering te verkopen binnen de 12 maanden na de balansdatum.
Geregelde aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de transactiedatum – de datum waarop de Groep zich verbindt tot de aankoop of verkoop van het actief. Financiële activa worden niet langer opgenomen als de rechten om kasstromen uit de investeringen te ontvangen, vervallen zijn of zijn overgedragen, en de Groep alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom hoofdzakelijk heeft overgedragen.
Voor activa gewaardeerd tegen reële waarde, zullen winsten en verliezen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening of in niet-gerealiseerde resultaten. Voor investeringen in eigen-vermogensinstrumenten die niet aangehouden worden voor handelsdoeleinden, zal dit afhangen van het feit of de Groep bij eerste opname een onherroepelijke keuze heeft gemaakt om het eigen-vermogensinstrument te boeken als financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten.
Bij de eerste opname waardeert de Groep een financieel actief tegen zijn reële waarde plus transactiekosten die direct toe te rekenen zijn aan de aanschaffing van het financieel actief, in geval het een financieel actief betreft dat niet gewaardeerd wordt tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Transactiekosten voor financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden opgenomen als kost in de winst- en verliesrekening.
Financiële activa met in contract besloten afgeleide financiële instrumenten worden in hun geheel beschouwd voor het bepalen of hun kasstromen enkel de betaling van hoofdsom en rente betreffen.
De Groep heeft momenteel geen investeringen in schuldinstrumenten.
De Groep waardeert alle eigen-vermogensinstrumenten na eerste opname tegen reële waarde. Ingeval de directie van de Groep ervoor gekozen heeft om de winsten en verliezen ten gevolge van de wijzigingen in reële waarde op eigen-vermogensinstrumenten te tonen in de niet-gerealiseerde resultaten, is er geen herclassificatie na eerste opname van winsten en verliezen door wijzigingen in reële waarde naar de winst- en verliesrekening op het ogenblik dat de investering niet langer wordt opgenomen in de balans. Dividenden afkomstig van dergelijke investeringen blijven opgenomen in de winst- en verliesrekening onder financiële opbrengsten op het moment dat de Groep het recht verkrijgt de betaling te ontvangen.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen (en terugname van bijzondere waardeverminderingsverliezen) op eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten worden niet afzonderlijk van de andere wijzigingen in de reële waarde gerapporteerd.
Alle wijzigingen in de reële waarde van de financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als financiële opbrengsten/lasten.
De reële waarde van genoteerde beleggingen is gebaseerd op de huidige biedkoersen. Als de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), bepaalt de Groep de reële waarde door middel van waarderingstechnieken.
De Groep maakt gebruikt van afgeleide financiële instrumenten om haar blootstelling aan valuta- en renterisico's die voortvloeien uit haar operationele, financierings- en investeringsactiviteiten af te dekken. De Groep voert geen speculatieve transacties uit.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname geboekt tegen reële waarde en toerekenbare transactiekosten worden in de winsten verliesrekening geboekt als ze zich voordoen. Afgeleide financiële instrumenten worden daarna geherwaardeerd tegen reële waarde.
De Groep houdt ook rekening met het kredietrisico en het risico van wanprestatie in haar waarderingstechnieken, wat zorgt voor een verwaarloosbare impact op de waardering van derivaten als gevolg van wijzigingen in de credit- of debetmarge gerealiseerd op tegenpartijen waarmee financiële markttransacties afgesloten worden.
De methode voor het erkennen van de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen hangt af van het feit of het afgeleide financiële instrument als een afdekkingsinstrument is aangemerkt, en zo ja, van de aard van de afgedekte post. De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen, reële-waardeafdekkingen of afdekkingen van netto-investeringen.
De Groep documenteert bij het afsluiten van de transactie de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie, alsook haar doelstellingen en strategie inzake risicobeheer waarvoor de verschillende afdekkingstransacties werden aangegaan. De Groep past deze beoordeling aan wanneer nodig bijvoorbeeld wanneer de afdekkingsratio opnieuw wordt geëvalueerd of wanneer de analyse van de oorzaken van afdekkingsineffectiviteit wordt aangepast.
De volledige reële waarde van een afgeleid financieel afdekkingsinstrument wordt geclassificeerd als vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie meer dan 12 maanden bedraagt, en als vlottend actief of kortlopende verplichting als de resterende looptijd van de afgedekte positie minder dan 12 maanden bedraagt.
In contract besloten afgeleide financiële instrumenten bij financiële verplichtingen worden van het basiscontract gescheiden en afzonderlijk geboekt indien de economische kenmerken en risico's van het basiscontract en van het in contract besloten afgeleide financiële instrument niet nauw met elkaar verbonden zijn, een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in contract besloten afgeleide financieel instrument zou beantwoorden aan de definitie van een afgeleid financieel instrument, en indien het gecombineerde instrument niet tegen reële waarde in de winst- en verliesrekening wordt geboekt.
De Groep is ook Virtual Power Purchase Agreements (VPPA's) voor hernieuwbare energie aangegaan om haar ESG-doelstellingen te realiseren. VPPA's bevatten van nature een in contract besloten afgeleid financieel instrument, dat als zodanig wordt erkend en gewaardeerd in overeenstemming met de IFRS 9-standaarden.
De waardering van het in contract besloten afgeleid financieel instrument binnen de VPPA (Virtual Power Purchase Agreement) is gebaseerd op een waarderingsmodel dat gebruikmaakt van de verdisconteerde kasstromenmethode, die rekening houdt met de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen uit de verwachte productie-output en elektriciteitsprijzen gedurende de resterende looptijd van de VPPA. Deze (vereenvoudigde) waarderingsbenadering omvat alle materiële factoren die marktdeelnemers in overweging zouden nemen bij het bepalen van een transactieprijs voor het in contract besloten afgeleide financiële instrument in een reguliere markttransactie. Deze VPPA-overeenkomsten voorzien ook in de levering van Guarantees of Origin (GoOs), waarvan de waardering bij aanvang wordt bepaald en los staat van de waardering van het in contract besloten afgeleide financiële instrument. De verkregen GoOs worden niet als afzonderlijke financiële activa behandeld, omdat de Groep gebruikmaakt van de vrijstelling voor 'eigen gebruik', en worden op kasbasis erkend.
Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, wordt opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve deel wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/Financiële kosten".
Wanneer optiecontracten worden gebruikt om een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie af te dekken, merkt de Groep enkel de intrinsieke waarde van de opties aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijzigingen in de intrinsieke waarde van de opties worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de tijdswaarde van de opties die betrekking hebben op de afgedekte positie (gealigneerde tijdswaarde) worden ook erkend in niet-gerealiseerde resultaten. Deze zullen worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/ kosten) zodra de afgedekte transactie de winst- en verliesrekening beïnvloedt (in het geval van transactiegerelateerde afdekkingen) of over de periode van de afdekking (in het geval van tijdsperiodegerelateerde afdekkingen).
Wanneer termijncontracten worden gebruikt om verwachte toekomstige transacties af te dekken, merkt de Groep over het algemeen enkel de wijziging in reële waarde van het termijncontract met betrekking tot de spot component aan als afdekkingsinstrument. Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten worden erkend in niet-gerealiseerde resultaten. De wijzigingen in de forward component van het contract dat betrekking heeft op de afgedekte positie (gealigneerde forward component) wordt erkend in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten/kosten).
Winsten of verliezen met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in intrinsieke waarde van de opties of met betrekking tot het effectieve deel van de wijziging in de spot component van de termijncontracten geaccumuleerd in niet-gerealiseerde resultaten worden overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in de periode dat de afgedekte positie de winst- en verliesrekening beïnvloedt op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winst- en verliesrekening heeft beïnvloed. Als de kasstroomafdekking van een vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie leidt tot de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, dan worden de daarmee verband houdende winsten of verliezen op het voorheen in de niet-gerealiseerde resultaten erkende afgeleide financieel instrument opgenomen in de initiële waardering van het actief of de verplichting wanneer het actief of de verplichting wordt erkend.
Wanneer termijncontracten en financiële instrumenten met vreemde valuta basis spreads worden gebruikt in afdekkingen beslist de Groep voor elke afdekkingsrelatie afzonderlijk of de wijzigingen in de valuta basis spreads geboekt worden zoals de tijdswaarde van opties of deze wijzigingen in waarde opgenomen worden in de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).
Wanneer een afdekkingsinstrument vervalt, verkocht wordt of beëindigd wordt, of wanneer een afdekking niet langer aan de criteria voor hedge accounting beantwoordt, wordt de geaccumuleerde uitgestelde winst of verlies in niet-gerealiseerde resultaten op dat moment behouden in niet-gerealiseerde resultaten tot de verwachte toekomstige transactie plaats vindt, resulterend in de erkenning van een niet-financieel actief of niet-financiële verplichting. Zodra verwacht wordt dat een verwachte toekomstige transactie zich niet meer zal voordoen, worden de geaccumuleerde winsten of verliezen opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten onmiddellijk overgeboekt naar de winst- en verliesrekening (financiële opbrengsten / kosten).
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als reële-waardeafdekkingen worden in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten/ Financiële kosten", samen met eventuele wijzigingen in de reële waarde van het afgedekte actief of de afgedekte verplichting die aan het afgedekte risico toegerekend kunnen worden.
Afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse bedrijfsactiviteiten worden geboekt op vergelijkbare wijze met kasstroomafdekkingen. Elke winst of elk verlies op het afdekkingsinstrument met betrekking tot het effectieve gedeelte van de afdekking wordt opgenomen in de cumulatieve omrekeningsverschillenreserve. De winst of het verlies met betrekking tot het niet-effectieve gedeelte wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen onder "Financiële opbrengsten/ Financiële kosten". De in het eigen vermogen geaccumuleerde winsten en verliezen worden naar de winst- en verliesrekening overgeboekt wanneer de buitenlandse bedrijfsactiviteit gedeeltelijk wordt afgestoten of wordt verkocht.
Wijzigingen in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet kwalificeren voor hedge accounting worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening geboekt onder "Financiële opbrengsten/ Financiële kosten".
Grondstoffen, verbruiksproducten, goederen die aangekocht werden voor doorverkoop, goederen in bewerking en afgewerkte goederen worden gewaardeerd tegen de kostprijs of de netto realiseerbare waarde als die lager is.
De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde kostenmethode. De kostprijs van goederen in bewerking en afgewerkte goederen omvat alle kosten voor de verwerking en andere kosten die gemaakt worden om de voorraden naar hun huidige locatie en in hun huidige toestand te brengen. De bewerkingskosten omvatten de productiekosten en de gerelateerde vaste en variabele indirecte productiekosten (inclusief afschrijvingslasten).
De netto realiseerbare waarde vertegenwoordigt de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte afwerkingskosten en de nog te maken kosten voor marketing, verkoop en distributie.
Materialen voor klinische proeven zijn werkzame stoffen en ontwikkelingsbenodigdheden die worden gebruikt bij O&O-activiteiten. Aangezien deze niet worden gebruikt om in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening te worden verkocht, voldoen zij niet aan de definitie van voorraden. Deze worden echter in de balans gepresenteerd als andere vlottende activa, aangezien de materialen voor klinische proeven voldoen aan de definitie van een actief, aangezien het waarschijnlijk is dat zij zullen resulteren in toekomstige economische voordelen voor de Groep en aangezien hun kostprijs of waarde op betrouwbare wijze kan worden gemeten.
Handelsvorderingen worden bij eerste opname geboekt tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode na aftrek van een voorziening voor verwachte kredietverliezen.
Voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen, past de Groep de vereenvoudigde benadering toe die is toegestaan door IFRS 9, die vereist dat levenslange verliezen worden opgenomen vanaf de eerste opname van de vorderingen. De Groep identificeerde 2 categorieën handelsvorderingen: vorderingen op particuliere klanten en vorderingen op klanten in de publieke sector. Voor elk van deze categorieën maakt de Groep gebruik van een matrix om de voorziening voor levenslang verwachte kredietverliezen te bepalen.
In geval er een indicatie of aanwijzing van bijzondere waardevermindering is voor een specifieke vordering, zal een bijzondere waardevermindering worden opgenomen voor het bedrag van de levenslang verwachte kredietverliezen.
Voor alle vorderingen die gedekt zijn door een kredietverzekering of door een factoringovereenkomst zonder verhaal, zullen de levenslang verwachte kredietverliezen worden berekend rekening houdend met deze dekking.
Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Vennootschap die ofwel afgestoten is, ofwel geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop. Het moet ofwel een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, ofwel deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht.
Vaste activa of een groep activa die wordt afgestoten, worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop wanneer hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en een verkoop als zeer waarschijnlijk wordt beschouwd. Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door hun voortgezette gebruik. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Vaste activa die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop worden niet afgeschreven.
Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Bijkomende kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van nieuwe aandelen of opties worden in mindering van de ontvangen bedragen in het eigen vermogen gepresenteerd, na aftrek van belastingen. De Vennootschap heeft geen preferente aandelen of verplicht aflosbare preferente aandelen uitgegeven.
Wanneer een onderneming van de Groep aandelen van de Vennootschap koopt (eigen aandelen) wordt de betaalde som, inclusief de toerekenbare directe kosten (na aftrek van winstbelastingen) in mindering gebracht van het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap tot de aandelen geannuleerd of verkocht zijn. Wanneer dergelijke aandelen later worden verkocht, wordt elke ontvangen vergoeding, na aftrek van de rechtstreeks toerekenbare bijkomende transactiekosten en het gerelateerde winstbelastingseffect, opgenomen in het eigen vermogen dat toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap.
Obligaties, leningen en voorschotten in rekening-courant worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, na aftrek van de opgelopen transactiekosten, en worden vervolgens gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieve rentemethode. Verschillen tussen de ontvangsten (na aftrek van transactiekosten) en de afwikkeling of aflossing van leningen worden erkend over de looptijd van de leningen, overeenkomstig de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep.
Leningen worden geclassificeerd als kortlopende verplichtingen, behalve wanneer de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting voor ten minste 12 maanden na de balansdatum uit te stellen.
De gelopen interesten op obligaties en leningen zijn opgenomen onder de kortlopende 'Handels- en overige verplichtingen'. Het betreft de nominale rente of coupon die onderdeel uitmaakt van 'Handels- en overige verplichtingen'. De impact van transactiekosten en/of uitgifte onder de 100% is inbegrepen in de bedragen voor 'Leningen' of 'Obligaties'.
Handelsschulden worden bij eerste opname gewaardeerd tegen hun reële waarde en worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.
3.28.1 Pensioenverplichtingen
De Groep kent verschillende vergoedingen na uitdiensttreding toe, waaronder zowel toegezegd-pensioenregelingen als toegezegde-bijdragenregelingen.
Een toegezegde-bijdragenregeling is een pensioenplan waarbij de Groep vaste bijdragen betaalt aan een afzonderlijke entiteit en geen wettelijke of feitelijke verplichting heeft om bijkomende bijdragen te betalen indien het fonds over onvoldoende middelen zou beschikken om aan alle werknemers de voordelen te betalen die resulteren uit het dienstverband van de werknemer in de lopende periode en in voorgaande perioden. Verplichtingen voor bijdragen aan toegezegde-bijdragenregelingen worden als kosten voor personeelsvergoedingen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening opgenomen wanneer ze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde bijdragen worden als een actief geboekt voor zover deze terugbetaalbaar zijn in contanten of tot een vermindering van toekomstige betalingen zullen leiden.
Toegezegd-pensioenregelingen bepalen een bedrag voor pensioenuitkering dat een werknemer bij pensionering zal ontvangen, meestal op basis van één of meer factoren, zoals leeftijd, aantal dienstjaren en loon. De verplichting, opgenomen in de geconsolideerde balans, met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen, is de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. Een eventueel surplus dat voortvloeit uit deze berekening wordt beperkt tot de contante waarde van eventuele economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verminderingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.
De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt berekend door onafhankelijke actuarissen volgens de 'projected unit credit'-methode. Een volledige actuariële waardering op basis van bijgewerkte personeelsgegevens wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd. Daarnaast is een volledige actuariële waardering eveneens vereist indien de nettoschommeling in de balans van het ene jaar op het andere meer dan 10% bedraagt als gevolg van omstandigheden met betrekking tot de regeling (significante wijzigingen in lidmaatschap, wijzigingen in de regeling enz.). In jaren waar een volledige actuariële waardering niet vereist is, worden prognoses ("roll-forwards" genoemd) gebruikt op basis van het voorgaande jaar met bijgewerkte veronderstellingen (disconteringsvoet, loonsverhoging, verloop). Voor deze roll-forwardwaarderingen worden de gegevens van de individuele werknemers gebruikt van de laatste volledige waarderingsdatum, rekening houdend met veronderstellingen op het vlak van loonsverhogingen en mogelijk verloop.
Bij alle waarderingen worden de verplichtingen gewaardeerd op de toepasselijke balansdatum en de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen wordt eveneens op deze datum gerapporteerd, onafhankelijk van het feit of het een volledige of een roll-forwardwaardering betreft.
De contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten wordt bepaald door de geschatte toekomstige kasuitstromen te verdisconteren op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd consistent is met de looptijd van de verplichtingen van de Groep en waarvan de valuta dezelfde is als die waarin de beloningen verwacht worden te zullen worden betaald.
Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, de impact van de limiet op activa (indien van toepassing) en het rendement op fondsbeleggingen (excl. rente) worden onmiddellijk opgenomen in de balans samen met een tenlasteneming of creditering van niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin deze zich voordoen. Herwaarderingen die opgenomen zijn in niet-gerealiseerde resultaten worden nooit naar de winst- en verliesrekening overgeboekt. De entiteit kan deze in niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedragen evenwel overboeken binnen het eigen vermogen. Pensioenkosten van verstreken diensttijd worden geboekt in de winst- en verliesrekening in de periode van de wijziging van de regeling. Nettorente wordt berekend door toepassing van de disconteringsvoet op de nettoverplichting (actief) uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. De kosten voor toegezegde pensioenrechten worden onderverdeeld in drie categorieën:
De Groep neemt de eerste twee componenten van de kosten voor toegezegde pensioenen op onder de personeelskosten in haar geconsolideerde winst- en verliesrekening (in de operationele kosten volgens aard). Netto rentekosten of -inkomsten worden opgenomen als onderdeel van de operationele winst. Winsten en verliezen als gevolg van inperkingen worden opgenomen als pensioenkosten van verstreken diensttijd. Herwaarderingen worden geboekt onder de niet-gerealiseerde resultaten.
Sommige ondernemingen van de Groep verlenen hun gepensioneerden medische zorgverlening na uitdiensttreding. De nettoverplichting van de Groep is het bedrag van toekomstige beloningen die werknemers hebben verdiend in ruil voor hun dienstverband in de lopende en voorgaande perioden. De verwachte kosten van deze beloningen worden erkend over de periode van tewerkstelling, op basis van dezelfde methodologie als deze die gebruikt wordt voor de toegezegd-pensioenregelingen.
Ontslagvergoedingen zijn verschuldigd wanneer het dienstverband van een werknemer wordt beëindigd vóór de normale pensioendatum, of wanneer een werknemer in ruil voor deze vergoedingen vrijwillig ontslag aanvaardt. De Groep neemt ontslagvergoedingen op wanneer ze zich aantoonbaar heeft verbonden tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van huidige werknemers volgens een gedetailleerd formeel plan zonder de mogelijkheid dat het plan ingetrokken wordt, hetzij de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod dat aan de werknemers gedaan werd om vrijwillig ontslag te stimuleren. Vergoedingen die na meer dan 12 maanden na de balansdatum invorderbaar worden, worden naar hun contante waarde verdisconteerd.
De verplichtingen voor jubileumpremies en beloningen voor het in dienst zijn gedurende een lange periode worden gewaardeerd op basis van de contante waarde van de verwachte toekomstige betalingen met betrekking tot diensten verstrekt door werknemers tot op het einde van de verslagperiode, gebruik makend van de "projected unit credit"-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met verwachte toekomstige loonsverhogingen, ervaringen inzake personeelsverloop en dienstverleningsperioden. Verwachte toekomstige betalingen worden verdisconteerd op basis van de marktrendementen van hoogwaardige ondernemingsobligaties waarvan de looptijd en de valuta zo nauw mogelijk overeenkomen met deze van de geschatte toekomstige kasuitstromen. Herwaarderingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen en wijzigingen in actuariële veronderstellingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De Groep neemt een verplichting en een last op voor bonussen en winstdeling op basis van een formule waarbij de winst die toewijsbaar is aan de aandeelhouders van de Vennootschap, na bepaalde correcties, in aanmerking genomen wordt. De Groep neemt een voorziening op wanneer een betrouwbare schatting van de verplichting kan worden gemaakt, aangezien er een praktijk uit het verleden bestaat voor betalingen van bonussen en winstdelingen die een feitelijke verplichting heeft doen ontstaan.
De Groep beheert verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen als beloning voor de werknemers.
De reële waarde van de diensten die worden ontvangen van de werknemers in ruil voor de toekenning van aandelenopties, wordt als last opgenomen. Het totaalbedrag dat wordt opgenomen in kosten, wordt bepaald door verwijzing naar de reële waarde van de toegekende aandelenopties, waarbij geen rekening wordt gehouden met de impact van eventuele voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde toekenningsvoorwaarden die niet marktgerelateerd zijn (bijvoorbeeld winstgevendheid, gedurende een bepaalde tijd in dienst blijven bij de entiteit).
Toekenningsvoorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode en prestatiegerelateerde voorwaarden die niet marktgerelateerd zijn, worden opgenomen in de veronderstellingen over het aantal opties dat verwacht wordt onvoorwaardelijk te worden. Het totale bedrag van de kost wordt opgenomen over de wachtperiode, hetgeen de periode is gedurende dewelke alle bepaalde toekenningsvoorwaarden moeten worden vervuld.
De reële waarde van het aandelenoptieplan wordt bepaald op de toekenningsdatum volgens het waarderingsmodel van Black & Scholes, dat rekening houdt met de verwachte looptijd en het annuleringspercentage van de opties. Op elke balansdatum herziet de entiteit haar schattingen van het aantal opties dat naar verwachting onvoorwaardelijk zal worden. Ze neemt de impact van de herziening van de oorspronkelijke schattingen desgevallend op in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige aanpassing in het eigen vermogen.
De ontvangen bedragen worden, na aftrek van eventuele direct toerekenbare transactiekosten, gecrediteerd in het aandelenkapitaal (nominale waarde) en in de uitgiftepremie wanneer de opties uitgeoefend worden. De reële waarde van het bedrag dat betaalbaar is aan werknemers op basis van "share appreciation rights", fantoomaandelenoptieplannen, fantoomaandelentoekenningsplannen en fantoomprestatieaandelenplannen die in geldmiddelen worden afgewikkeld, wordt geboekt als een last, met een overeenstemmende verhoging van de verplichtingen over de periode gedurende dewelke de werknemers onvoorwaardelijk recht krijgen op de betaling. De verplichting wordt geherwaardeerd op elke balansdatum en op de datum van afwikkeling.
Alle wijzigingen in de reële waarde van de verplichtingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten.
Voorzieningen worden opgenomen in de balans wanneer:
• er een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting is als gevolg van een gebeurtenis in het verleden;
Het bedrag dat als voorziening opgenomen wordt, is de beste schatting van de vereiste uitgaven om de bestaande verplichting op de balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting vereist zullen zijn om de verplichting af te wikkelen, aan de hand van een disconteringsvoet die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico's die inherent zijn aan de verplichting. De verhoging van de voorziening vanwege het verstrijken van tijd wordt als rentelast geboekt.
Een voorziening voor reorganisatiekosten wordt geboekt wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan heeft en ze bij de betrokkenen een geldige verwachting gewekt heeft dat ze de reorganisatie zal doorvoeren door het plan te beginnen uitvoeren of door de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen.
Milieuvoorzieningen vloeien hoofdzakelijk voort uit wettelijke contractuele verplichtingen. Voor meer informatie over deze milieu- en andere voorzieningen verwijzen wij naar Toelichting 34.
Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op historische ervaring en andere factoren, inclusief de verwachtingen betreffende toekomstige gebeurtenissen die redelijk worden geacht gezien de omstandigheden.
De Groep is betrokken partij bij licentieverleningsovereenkomsten die gepaard kunnen gaan met vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen gebaseerd op omzet en royalty's die zich verspreid over verschillende jaren kunnen voordoen en bepaalde toekomstige contractuele verplichtingen kunnen inhouden. Voor alle licentieverleningsovereenkomsten waarbij een licentie wordt toegekend samen met andere goederen en diensten, maakt de Groep eerst een beoordeling over het feit of de licentie al dan niet beschouwd dient te worden als een afzonderlijke prestatieverplichting of niet. Indien het toekennen van de licentie beschouwd wordt als een afzonderlijke prestatieverplichting, worden de opbrengsten met betrekking tot de overdracht van de licentie erkend op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode afhankelijk van de aard van de licentie. Opbrengsten worden enkel gespreid over een bepaalde periode indien de Groep ontwikkelings-, productie- of andere activiteiten uitvoert die een significante impact hebben op de getransfereerde intellectuele eigendom, waarbij de licentiehouder wordt blootgesteld aan de effecten van deze activiteiten, indien deze activiteiten geen afzonderlijke dienst vertegenwoordigen. Indien de Groep van oordeel is dat deze voorwaarden niet vervuld zijn, worden de opbrengsten die resulteren uit licentieverleningsovereenkomsten erkend op het ogenblik dat de zeggenschap over de licentie getransfereerd wordt.
Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend en ingeval de input-methode als de beste methode wordt beschouwd om de overdracht van zeggenschap over de dienst aan de klant weer te geven, kan enige beoordeling nodig zijn bij de toepassing van deze methode, met name bij het inschatten van de totale op te lopen kosten en uren. In dit geval gebruikt de Groep haar beste schatting op basis van ervaringen uit het verleden en actuele kennis en vooruitgang van de te verstrekken dienst. Schattingen worden op continue basis opnieuw beoordeeld. Gezien de activiteiten van de Groep, biedt de input-methode in de meeste gevallen de meest getrouwe weergave van de overdracht van de dienst aan de klant.
Voor licenties die gebundeld worden met andere diensten (zoals bijvoorbeeld ontwikkelings- of productiediensten) zal de Groep een beoordeling maken over het feit of de gecombineerde prestatieverplichting vervuld wordt op een bepaald moment in de tijd of over een bepaalde periode. Indien de opbrengsten over een bepaalde periode worden erkend, zal de Groep beoordelen over welke periode de diensten worden verstrekt. De Groep zal ook een beoordeling maken bij het toewijzen van de verschillende componenten van de transactieprijs aan de verschillende prestatieverplichtingen in geval er, naast de overdracht van de licentie, ook andere prestatieverplichtingen in de licentieverleningsovereenkomst opgenomen zijn.
Opbrengstenerkenning voor licentieverleningsovereenkomsten is bijgevolg gebaseerd op de specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan elke licentieverleningsovereenkomst. Dit kan ertoe leiden dat kasontvangsten aanvankelijk geboekt worden als contractuele verplichtingen en dan overgeboekt worden naar de opbrengsten in de volgende verslagperiodes op basis van de diverse voorwaarden die in de overeenkomst vermeld worden.
Bedrijfsactiviteiten die geclassificeerd zijn als aangehouden voor verkoop of die verkocht werden, worden gepresenteerd als beëindigde bedrijfsactiviteiten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening indien de bedrijfsactiviteiten een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigen, deel uitmaken van één enkel gecoördineerd desinvesteringsplan, ofwel een dochteronderneming zijn die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. De inschatting van wat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit is, gebeurt geval per geval en hangt af van de grootte van de bedrijfsactiviteiten in termen van opbrengsten, brutowinst of totale waarde van activa en verplichtingen in vergelijking met de totale bedrijfsactiviteiten van de Groep. Op basis van deze beoordeling wordt de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergie-activiteiten van UCB in China, waaronder KEPPRA®, VIMPAT®, NEUPRO®, ZYRTEC®, XYZAL® en de productiefaciliteit in Zhuhai aan CBC Group en Mubadala Investment Company in 2024, niet beschouwd als een beëindigde bedrijfsactiviteit.
Voor het bepalen van de leasetermijn houdt het management rekening met alle feiten en omstandigheden die een economisch voordeel inhouden bij het uitoefenen van een optie om een contract te verlengen of te beëindigen. De beoordeling wordt herzien indien zich een belangrijke gebeurtenis of een significante wijziging in de omstandigheden voordoet die een invloed kan hebben op deze beoordeling. Gedurende het lopende boekjaar zijn aanvullende leaseverplichtingen en gebruiksrechten van activa voor een bedrag van € 29 miljoen erkend als gevolg van de herziening van leasetermijnen om rekening te houden met het effect van het uitoefenen van opties om een contract te verlengen met betrekking tot gebouwen.
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd door de Europese Unie, vereist dat de directie schattingen en veronderstellingen maakt die invloed hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en verplichtingen, de toelichting van voorwaardelijke activa en verplichtingen op de datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten tijdens de verslagperiode.
De directie baseert haar schattingen op ervaring en cijfers uit het verleden evenals verscheidene andere veronderstellingen die worden geacht redelijk te zijn in de gegeven omstandigheden, waarvan de resultaten de basis vormen voor de gerapporteerde bedragen van opbrengsten en kosten die mogelijks niet onmiddellijk blijken uit andere bronnen. De werkelijke resultaten zullen per definitie afwijken van deze schattingen. Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van herzieningen worden in de jaarrekening weerspiegeld in de periode waarin ze geacht worden noodzakelijk te zijn.
De Groep heeft accruals geboekt voor verwachte verkoopretouren, terugvorderingen (charge-backs) en andere rabatten, inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate" en "Federal Medicare" in de Verenigde Staten en gelijksoortige rabatten in andere landen. Dergelijke schattingen zijn gebaseerd op analyses van bestaande contractuele verplichtingen of wetgevingen, historische trends en op de ervaring van de Groep. De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving. Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen.
Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de accruals die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties. In het algemeen worden de kortingen, rabatten en andere verminderingen die op de factuur worden vermeld in de winsten verliesrekening opgenomen als een onmiddellijke vermindering van de bruto-omzet. De verkoopretouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat en in de balans in de toepasselijke accrualrekening gepresenteerd, en afgetrokken van de omzet.
Alle omzetreducties worden beschouwd als deel uitmakend van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs. Het bedrag van de variabele vergoeding die begrepen is in de transactieprijs wordt zo bepaald dat de totale transactieprijs de prijs is die door het management wordt ingeschat als zijnde niet onderworpen aan beperkingen.
De Groep heeft immateriële activa met een boekwaarde van € 4 082 miljoen (Toelichting 20) en goodwill met een boekwaarde van € 5 462 miljoen (Toelichting 21). De immateriële activa worden lineair afgeschreven over hun gebruiksduur vanaf het moment dat ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. bij de start van de commercialisering van de gerelateerde producten).
De directie schat dat de economische gebruiksduur voor verworven lopende onderzoeks- en ontwikkelingsproducten gelijk is aan de periode dat deze producten genieten van de patentbescherming of de exclusiviteit van gegevens. Voor de immateriële activa die verworven worden door een bedrijfscombinatie en die compounds bevatten die gecommercialiseerd worden maar waarvoor geen patentbescherming of exclusiviteit van gegevens bestaat, schat de directie dat de economische gebruiksduur gelijk is aan de periode waarin deze compounds substantieel alle geldelijke bijdragen zullen realiseren.
Deze immateriële activa en goodwill worden regelmatig getoetst op bijzondere waardeverminderingen en telkens wanneer er een aanwijzing is dat er eventueel van een bijzondere waardevermindering sprake is. De nog niet voor gebruik beschikbare immateriële activa en goodwill worden minstens jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen.
Om te beoordelen of er sprake is van enige bijzondere waardevermindering, gebeuren de schattingen op basis van de verwachte toekomstige kasstromen uit het gebruik van deze activa en hun eventuele verkoop. Deze geraamde kasstromen worden dan aangepast aan de contante waarde, met toepassing van een gepaste disconteringsvoet die de risico's en onzekerheden die gepaard gaan met de geraamde kasstromen weerspiegelt.
De werkelijke resultaten kunnen sterk afwijken van dergelijke schattingen van verdisconteerde toekomstige kasstromen. Factoren zoals de opkomst of afwezigheid van concurrentie, technische veroudering of rechten die lager liggen dan verwacht, kunnen leiden tot een verkorting van de economische gebruiksduur en tot bijzondere waardeverminderingen.
De Groep paste de volgende basisveronderstellingen toe voor de berekening van de "bedrijfswaarde", die vereist is voor de test op bijzondere waardeverminderingen van immateriële activa en goodwill op het einde van het jaar:
| Groeiratio voor de eindwaarde | 2,0% |
|---|---|
| Disconteringsvoet met betrekking tot goodwill en | |
| immateriële activa voor verkochte producten | 8,25% |
Omdat de kasstromen ook rekening houden met de belastinguitgaven wordt een disconteringsvoet na belastingen gebruikt in de testen op bijzondere waardeverminderingen.
De directie is van mening dat het gebruik van de disconteringsvoet na belastingen overeenstemt met de resultaten van het gebruik van een disconteringsvoet vóór belastingen toegepast op kasstromen vóór belastingen.
De Groep heeft voorzieningen voor kosten voor milieusanering aangelegd die beschreven staan in Toelichting 34. De belangrijkste elementen van de milieuvoorzieningen betreffen de kosten om vervuilde sites volledig te saneren en opnieuw in te richten en om vervuiling op sommige andere sites te behandelen, vooral diegene die verband houden met de afgestoten chemische en filmactiviteiten van de Groep.
Toekomstige kosten voor milieusanering worden beïnvloed door een aantal onzekerheden, waaronder de ontdekking van aangetaste sites (waarvan men voorheen niet wist dat ze aangetast waren), de methode en omvang van het milieuherstel, het percentage van vervuiling dat aan de Groep toe te schrijven is en de financiële capaciteiten van de andere mogelijk verantwoordelijke partijen. Gezien de moeilijkheden die inherent zijn aan het inschatten van de verplichtingen op dit gebied, kan niet worden gegarandeerd dat er geen extra kosten zullen zijn naast de momenteel reeds voorziene bedragen. De impact van de milieuherstelmaatregelen op de resultaten van de bedrijfsactiviteiten kan niet voorspeld worden vanwege de onzekerheid betreffende het bedrag en de timing van toekomstige uitgaven en de resultaten van toekomstige activiteiten. Indien dergelijke wijzigingen zich zouden voordoen, kan dit een impact hebben in de toekomst op de in de balans geboekte voorzieningen.
De Groep heeft momenteel talrijke toegezegd-pensioenregelingen die beschreven staan in Toelichting 33. De berekening van de activa of verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op statistische en actuariële veronderstellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten die beïnvloed wordt door veronderstellingen met betrekking tot de discontovoeten die gebruikt worden om
tot de contante waarde van toekomstige pensioenverplichtingen te komen en veronderstellingen over toekomstige stijgingen van salarissen en beloningen.
Verder maakt de Groep gebruik van statistische veronderstellingen inzake toekomstige terugtrekkingen van deelnemers uit de regelingen en schattingen inzake de levensverwachting. De gebruikte actuariële veronderstellingen kunnen sterk verschillen van de werkelijke resultaten vanwege wijzigingen in de markt- en economische omstandigheden, een hoger of lager personeelsverloop, langere of kortere levensverwachting van deelnemers en andere wijzigingen in de geëvalueerde factoren.
Deze verschillen zouden een invloed kunnen hebben op de activa of verplichtingen die in de toekomst in de balans zullen worden geboekt.
De Groep is actief in meerdere jurisdicties waar vaak een complexe juridische en fiscale regelgeving van toepassing is. De Groep werkt constructief mee met de fiscale autoriteiten. Waar nodig worden consultants en juridische adviseurs geraadpleegd om opinies te bekomen over fiscale wetgeving en principes. De posities met betrekking tot de inkomstenbelasting worden als gefundeerd beschouwd door de Groep en zijn bedoeld om uitdagingen door de fiscus te weerstaan. Het wordt evenwel erkend dat sommige posities onzeker zijn en interpretaties bevatten van complexe fiscale wetgeving alsook transfer pricing overwegingen, die zouden betwist kunnen worden door de fiscus. De Groep beoordeelt deze posities op basis van technische aspecten en dit op een regelmatige basis gebruik makend van alle beschikbare informatie (wetgeving, jurisprudentie, regelgeving, gevestigde praktijken, gezaghebbende doctrine, alsook op basis van de huidige staat van besprekingen met de fiscale autoriteiten, waar van toepassing).
Een verplichting wordt opgenomen voor elk item waarvoor het onwaarschijnlijk is dat de positie kan standhouden bij onderzoek door de fiscale autoriteiten en na gebruik van alle rechtsmiddelen om de positie voor de rechtbank te verdedigen, op basis van alle relevante informatie. De verplichting wordt berekend als zijnde de meest waarschijnlijke uitkomst voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting of de verwachte waarde voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen, afhankelijk van welke methode verwacht wordt een betere voorspelling te geven van de uitkomst van elke onzekere belastingpositie, met het oog op het weergeven van de waarschijnlijkheid dat een aanpassing bij onderzoek wordt erkend. Deze inschattingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die bestaan op het einde van de verslagperiode. De belastingverplichting en kost inzake winstbelastingen bevatten boetes en nalatigheidsinteresten die voortvloeien uit fiscale geschillen.
Een vordering voor aanpassingen naar aanleiding van een belastingcontrole wordt erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht, op basis van de technische aspecten van de fiscale zaak, dat een Onderling Overleg of Arbitrageprocedure kan voorzien in een overeenkomstige aanpassing in één of meerdere rechtsgebieden. De vordering wordt berekend als de verwachte waarde (in verband met kwesties inzake verrekenprijzen) van de recupereerbaarheid in de vennootschapsbelasting in de betreffende jurisdictie na voltooiing van het Onderling Overleg of Arbitrageprocedure.
De Groep heeft een netto uitgestelde belastingvordering van € 929 miljoen erkend (Toelichting 32). De opname van uitgestelde belastingvorderingen is gebaseerd op de vraag of het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn in de toekomst waartegen de terugboeking van tijdelijke verschillen kan worden afgezet. Indien de tijdelijke verschillen betrekking hebben op verliezen of overdraagbare belastingvoordelen (zoals innovatieaftrek), wordt de beschikbaarheid van voldoende verwachte belastbare winsten om met de belastingvoordelen te compenseren, ook in overweging genomen, rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belastbare entiteit.
Belangrijke elementen die het management heeft beoordeeld bevatten de erkenning op de balans van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot verliezen in jurisdicties waar verliezen werden gemaakt in voorgaande perioden, maar waar nu winsten worden gemaakt en waarvan verwacht wordt dat er ook in de nabije toekomst winsten zullen worden gemaakt. In dergelijke gevallen heeft het management de beste inschatting gemaakt van de juiste waarde van deze activa hetgeen de inschatting omvat van de lengte van de toekomstige periode die gebruikt dient te worden voor dergelijke beoordelingen. Deze beoordelingen worden geval per geval gemaakt, rekening houdend met de oorsprong en aard van de verwachte inkomsten, gebaseerd op de functionele profielen van de betrokken entiteiten en dit entiteit per entiteit. Deze periode overschrijdt echter in de meeste gevallen niet de periode van vijf jaar.
Verschillen in de verwachte belastbare winst en de werkelijke winstgevendheid of een verlaging van de verwachte toekomstige belastbare winsten zouden de uitgestelde belastingvorderingen die in toekomstige perioden worden erkend, kunnen beïnvloeden.
Uitgestelde belastingvorderingen worden in beperkte mate erkend voor entiteiten die momenteel nog verlieslatend zijn of geen gebruik maken van hun belastingvoordelen, waarbij winstprognoses een betrouwbare indicator vormen voor de toekomstige fiscale winst.
Het management heeft de impact van de internationale belastinghervorming van de OESO ('Belastinguitdagingen als gevolg van de digitalisering van de economie') op de opname en waardering van uitgestelde belastingvorderingen beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat er geen bijkomende materiële uitgestelde belastingvorderingen moeten worden opgenomen per balansdatum.
De Groep is blootgesteld aan verscheidene financiële risico's die voortvloeien uit haar onderliggende activiteiten en bedrijfsfinancieringsactiviteiten.
Deze financiële risico's bestaan uit marktrisico's (waaronder valutarisico's, renterisico's en prijsrisico's), kredietrisico's en liquiditeitsrisico's.
Deze toelichting geeft informatie over de blootstelling van de Groep aan en het beheer van de bovengenoemde risico's en over het kapitaalbeheer van de Groep.
Het marktrisico is het risico dat veranderingen in de marktprijzen, zoals wisselkoersen, rentevoeten en beurskoersen, de winst- en verliesrekening van de Groep of de waarde van haar activa en verplichtingen zouden beïnvloeden. Het doel van het marktrisicobeheer is blootstelling aan dergelijke risico's te beheren en in de hand te houden. De Groep gaat financiële derivaten aan en gaat ook financiële verplichtingen aan, of houdt financiële activa aan, om het marktrisico te beheren. Waar mogelijk, streeft de Groep ernaar hedge accounting te gebruiken om volatiliteit in de winst- en verliesrekening te beheren. De Groep heeft als beleid en praktijk om geen derivatentransacties af te sluiten voor speculatieve doeleinden.
De Groep is over de hele wereld actief en is blootgesteld aan schommelingen in vreemde valuta's die invloed hebben op haar in euro uitgedrukte nettowinst en haar financiële positie. De Groep beheert actief haar posities in vreemde valuta's en sluit, indien van toepassing, transacties af die gericht zijn op het behoud van de waarde van bestaande activa en verplichtingen, alsook verwachte transacties. De Groep gebruikt
termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps om bepaalde vastgelegde en verwachte deviezenstromen en financieringstransacties af te dekken.
De instrumenten ter afdekking van blootstelling aan transacties worden voornamelijk aangegaan in Amerikaanse dollar, Britse pond, Japanse yen en Zwitserse frank, d.w.z. de valuta's waarin de Groep haar grootste risico's loopt. Het beleid van de Groep voor financieel risicobeheer bestaat erin om de impact af te dekken van de omzetting van activa en verplichtingen in vreemde valuta naar de functionele valuta van de relevante dochterondernemingen, alsook om de impact af te dekken van koersschommelingen op de verwachte kasstromen van de Groep in vreemde valuta, en dit voor minimaal 6 maanden tot maximaal 26 maanden.
De Groep heeft bovendien bepaalde investeringen in bedrijfsactiviteiten in het buitenland, waarvan de netto-activa (of netto-verplichtingen) blootgesteld zijn aan het risico van de omrekeningsverschillen van vreemde valuta's.
De omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van in vreemde valuta uitgedrukte jaarrekeningen van buitenlandse dochterondernemingen van de Groep alsook van gelijkgestelde netto-investeringsposities in buitenlandse activiteiten en afdekkingen van netto-investeringen worden weergegeven als cumulatieve omrekeningsverschillen in het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Groep.
Per 31 december 2024 zou de impact op het eigen vermogen en op de winst na belastingen over het jaar als volgt geweest zijn indien de euro met 10% was versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende valuta's, met behoud van alle andere variabelen, gebaseerd op de uitstaande saldi voor de valuta en afdekkingsinstrumenten op die datum:
| € miljoen | Wijziging in wisselkoers. Versterking/Verzwakking (-) EUR |
Impact op eigen vermogen: Verlies (-)/winst |
Impact op winst- en verlies rekening: Verlies (-)/winst |
|---|---|---|---|
| + 10% | 52 | 5 | |
| USD | - 10% | -64 | -6 |
| GBP | + 10% | -6 | 3 |
| - 10% | 8 | -3 | |
| CHF | + 10% | -60 | 1 |
| - 10% | 74 | -1 | |
| JPY | + 10% | 10 | 1 |
| - 10% | -12 | -2 |
| € miljoen | Wijziging in wisselkoers. Versterking/Verzwakking (-) EUR |
Impact op eigen vermogen: Verlies (-)/winst |
Impact op winst- en verlies rekening: Verlies (-)/winst |
|---|---|---|---|
| + 10% | 100 | 2 | |
| USD | - 10% | - 123 | - 2 |
| GBP | + 10% | 1 | 1 |
| - 10% | - 1 | - 1 | |
| CHF | + 10% | - 66 | - 3 |
| - 10% | 81 | 4 | |
| JPY | + 10% | 2 | 1 |
| - 10% | - 2 | - 1 |
Wijzigingen in rentevoeten kunnen leiden tot variaties in renteopbrengsten en -kosten die voortvloeien uit rentedragende activa en verplichtingen. Daarnaast kunnen ze invloed hebben op de reële waarde van bepaalde financiële activa, verplichtingen en instrumenten, zoals beschreven in het volgende onderdeel over het marktrisico van financiële activa. De rentevoeten op de belangrijkste schuldinstrumenten van de Groep zijn zowel vast als variabel, zoals beschreven in Toelichtingen 29 en 30. De Groep maakt gebruik van rentederivaten om het renterisico te beheren, zoals beschreven in Toelichting 39.
De Groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten (renteswaps) als afdekkingsinstrumenten, ofwel onder reële-waardeafdekkingen tegen vastrentende financiële activa en verplichtingen, ofwel onder kasstroomafdekkingen tegen financiële activa of verplichtingen met variabele rentevoet. Onder reële-waardeafdekkingen zijn zowel de afgeleide financiële instrumenten als de afgedekte positie geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Onder kasstroomafdekkingen worden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet in het eigen vermogen geboekt.
Een stijging van de rentevoeten met 300 basispunten op de balansdatum zou het eigen vermogen met € 40 miljoen hebben doen toenemen (vergeleken met € 69 miljoen in 2023); een daling van de rentevoeten met 300 basispunten zou het eigen vermogen met € 44 miljoen hebben doen afnemen (in vergelijking met € 77 miljoen in 2023).
Een verhoging of verlaging van de rentevoeten met 300 basispunten op balansdatum zou een impact van respectievelijk € - 1 miljoen en € 1 miljoen gehad hebben op de winst- en verliesrekening (2023: € 0 miljoen).
Alle renteafdekkingen worden onder IFRS 9 aangemerkt als kasstroomafdekkingen of reële-waardeafdekkingen en bijgevolg wordt, behalve in geval van minimale afdekkingsinefficiëntie en beëindigde toegewezen afdekkingen, het resultaat van een verandering in de rentecurve
geboekt via het eigen vermogen, respectievelijk gecompenseerd door de herwaardering via de winst- en verliesrekening van de afgedekte positie. Naast renteafdekkingen hebben veranderingen in rentevoeten ook invloed op de waardering van termijncontracten, valutaopties en cross-currency swaps, maar het netto-effect werd verondersteld neutraal te zijn, rekening houdend met een parallelle verschuiving in de rentecurves van beide valuta's.
Het betreft hier allemaal berekeningen vóór belastingen.
In functie van de verwachte kasstromen in vreemde valuta's kan de Groep zich richten op bepaalde gecombineerde niveaus van leningen, investeringen en derivaten in vreemde valuta's. Ervan uitgaande dat de bovengenoemde derivaten in vreemde valuta's doorrollen, was de Groep op de balansdatum voornamelijk blootgesteld aan wijzigingen in US\$ rentevoeten.
5.1.5 Virtual Power Purchase Agreement (elektriciteitsprijsrisico) In juli 2024 heeft de Groep drie Virtual Power Purchase Agreements (VPPA's) voor hernieuwbare energie gesloten met betrekking tot drie zonne-energiecentrales in Spanje. VPPA's bevatten van nature een ingebed derivaat op elektriciteitsprijzen, dat als zodanig wordt gewaardeerd in overeenstemming met de IFRS 9-normen.
De Groep heeft deze derivaten niet aangewezen voor kasstroomafdekking-accounting. Als gevolg hiervan wordt de verandering van de reële waarde ten opzichte van de initiële waardering opgenomen onder financiële resultaten, na identificatie van het deel dat betrekking heeft op de Garanties van Oorsprong (GoO's), samen met de pro rata temporis lineaire afschrijving van de initiële waardering.
5.1.6 Prijsgevoeligheid van de Virtual Power Purchase Agreement De onderstaande tabel toont de gevoeligheid van de berekeningen van de waarde van het derivaat als gevolg van wijzigingen van de elektriciteitsprijzen zoals deze werden toegepast bij de waardering van de VPPA.
| € miljoen | Wijziging | Impact op VPPA-derivaat |
|---|---|---|
| + 1% | 0 | |
| Gevoeligheid disconteringspercentage | - 1% | 0 |
| + 10% | 1 | |
| Marktprijsgevoeligheid | - 10% | -1 |
| + 5% | 0 | |
| Productiegevoeligheid | - 5% | 0 |
Wijzigingen in de reële waarde van bepaalde financiële activa en afgeleide financiële instrumenten kunnen het nettoresultaat of de financiële positie van de Groep beïnvloeden. Langlopende financiële activa, indien van toepassing, worden voor contractuele doeleinden aangehouden, en verhandelbare effecten worden hoofdzakelijk omwille van regelgeving aangehouden. Het risico van waardeverlies wordt beheerd door beoordelingen te maken alvorens over te gaan tot investering, en door continue opvolging van de resultaten van de investeringen en wijzigingen in hun risicoprofiel.
Investeringen in aandelen, obligaties, schuldpapieren en overige vastrentende waardepapieren worden gedaan op basis van richtlijnen met betrekking tot liquiditeit en kredietbeoordeling.
De bedragen die aan marktprijsrisico's onderhevig zijn, zijn eerder onbeduidend en daarom wordt aangenomen dat de invloed op het eigen vermogen of op de winst- en verliesrekening van een redelijke verandering van dit marktprijsrisico verwaarloosbaar is.
Zoals in 2023, verwierf de Groep in de loop van 2024 eigen aandelen, dewelke in het eigen vermogen werden geboekt.
Kredietrisico ontstaat uit de mogelijkheid dat de tegenpartij in een transactie mogelijk niet in staat of niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen, waardoor de Groep een financieel verlies lijdt. Handelsvorderingen zijn onderworpen aan een beleid van actief risicobeheer, waarbij de nadruk ligt op de inschatting van de risico's die verbonden zijn aan specifieke landen, de beschikbaarheid van krediet, lopende kredietbeoordeling en klantencontroleprocedures. Onder de handelsvorderingen zijn er bepaalde concentraties van kredietrisico's van tegenpartijen, met name in de Verenigde Staten, vanwege de verkoop via groothandelaars (Toelichting 25).
Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals op de Internationale Markten en Zuid-Europese, Oost-Europese en Scandinavische landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten.
In de Verenigde Staten heeft de Groep een financieringsovereenkomst voor handelsvorderingen afgesloten waardoor deze niet langer in de balans dienen opgenomen te worden. Conform de algemene voorwaarden van de overeenkomst, behoudt UCB geen enkel risico van niet-betaling of laattijdig betalingsrisico met betrekking tot de overgedragen handelsvorderingen.
De blootstelling van andere financiële activa aan kredietrisico's wordt beheerd door het beleid van de Groep om kredietposities te beperken tot hoogwaardige tegenpartijen, kredietratings regelmatig te evalueren en voor elke individuele tegenpartij bepaalde limieten vast te leggen. De criteria die zijn vastgelegd door de Groepsthesaurie voor het investeringsbeleid zijn gebaseerd op langetermijnkredietbeoordelingen die algemeen worden beschouwd als zijnde van hoge kwaliteit en op een 5-jarige "Credit Default Swap"-koers.
Waar het aangewezen is om het risico te beperken, worden met de respectieve tegenpartijen nettingovereenkomsten afgesloten op grond van een ISDA-raamovereenkomst (International Swaps and Derivatives Association). De maximale blootstelling aan kredietrisico's die voortvloeien uit financiële activiteiten, nettingovereenkomsten buiten beschouwing gelaten, is gelijk aan de boekwaarde van financiële activa plus de positieve reële waarde van derivaten.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet in staat zal zijn om haar financiële verplichtingen na te komen op de vervaldag. De aanpak van de Groep voor liquiditeitenbeheer bestaat erin zoveel mogelijk te zorgen dat zij altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar verplichtingen op de vervaldag na te komen, in normale omstandigheden, geen onaanvaardbare verliezen te lijden en de reputatie van de Groep te vrijwaren.
De Groep houdt voldoende reserves van geldmiddelen en onmiddellijk realiseerbare verhandelbare effecten aan om op elk moment aan haar liquiditeitsbehoeften te kunnen voldoen. Daarnaast beschikt de Groep over bepaalde ongebruikte toegezegde doorlopende kredietfaciliteiten.
Op de balansdatum heeft de Groep de volgende liquiditeitsbronnen beschikbaar:
opgezet met een vervaldatum in 2028, inclusief de optie om verlengingen van maximaal twee extra jaren aan te vragen. Op grond van het tweede verlengingsverzoek, in februari 2025, werd de vervaldatum van verplichtingen voor een totaal bedrag van € 928 miljoen onder deze doorlopende kredietfaciliteit verlengd tot 2030. Voor € 72 miljoen blijft de vervaldatum in 2029 vastgesteld. Deze faciliteit was per eind 2024 niet opgenomen.
De onderstaande tabel geeft een analyse van de contractuele vervaldagen van de financiële verplichtingen van de Groep. Ze zijn geclassificeerd volgens de resterende looptijd op de balansdatum tot de contractuele vervaldag, met uitzondering van impact van netting. De hieronder vermelde bedragen met betrekking tot de financiële derivaten zijn een indicatie van de niet-geactualiseerde contractuele kasstromen. De bedragen met betrekking tot leningen zijn indicatief voor de contractuele niet-verdisconteerde kasstromen, met inbegrip van rente berekend op basis van overeenkomsten met vaste rente of, bij gebreke daaraan, de laatst beschikbare vaststelling van de relevante referentierentevoet.
| Contractuele kasstroom (inclusief |
Minder dan | Tussen 1 en | Tussen 2 en | Meer dan 5 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Balanstotaal | rente) | 1 jaar | 2 jaar | 5 jaar | jaar |
| Bankleningen en andere langetermijnleningen | 29 | 1 393 | 1 673 | 91 | 179 | 971 | 432 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen | 29 | 3 | 3 | 3 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseverplichtingen | 29 | 206 | 234 | 60 | 53 | 71 | 50 |
| Private uitgifte met vervaldatum in 2027 | 30 | 140 | 156 | 2 | 2 | 152 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2028 |
30 | 463 | 520 | 5 | 5 | 510 | 0 |
| Retail obligatie met vervaldatum in 2029 | 30 | 313 | 379 | 16 | 16 | 347 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2030 |
30 | 508 | 627 | 21 | 21 | 64 | 521 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 3 120 | 3 120 | 3 019 | 2 | 75 | 24 |
| Voorschotten in rekening-courant | 29 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | - 84 | - 84 | - 40 | - 18 | - 35 | 9 | |
| Termijncontracten en andere afgeleide financiële instru menten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden |
|||||||
| Uitgaand | 4 240 | 4 240 | 0 | 0 | 0 | ||
| Inkomend | 4 110 | 4 110 | 0 | 0 | 0 | ||
| Termijncontracten en andere afgeleide financiële instru menten tegen reële waarde met verwerking van waardever anderingen in de winst- en verliesrekening |
|||||||
| Uitgaand | 2 537 | 2 537 | 0 | 0 | 0 | ||
| Inkomend | 2 645 | 2 645 | 0 | 0 | 0 |
Per 31 december 2023
| Contractuele kasstroom |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Balanstotaal | (inclusief rente) |
Minder dan 1 jaar |
Tussen 1 en 2 jaar |
Tussen 2 en 5 jaar |
Meer dan 5 jaar |
| Bankleningen en andere langetermijnleningen | 29 | 1 981 | 2 447 | 124 | 653 | 1 126 | 544 |
| Schuldpapier en andere kortetermijnleningen | 29 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Leaseverplichtingen | 29 | 160 | 184 | 43 | 34 | 52 | 55 |
| Private uitgifte met vervaldatum in 2027 | 30 | 136 | 157 | 2 | 2 | 153 | 0 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2028 |
30 | 448 | 525 | 5 | 5 | 515 | 0 |
| Retail obligatie met vervaldatum in 2029 | 30 | 313 | 395 | 16 | 16 | 47 | 316 |
| Institutionele euro-obligatie met vervaldatum in 2030 |
30 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 2 411 | 2 411 | 2 313 | 5 | 71 | 22 |
| Voorschotten in rekening-courant | 29 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Renteswaps | - 87 | - 87 | - 7 | - 13 | - 64 | - 3 | |
| Termijncontracten en andere afgeleide financiële instru menten gebruikt voor afdekkingsdoeleinden |
|||||||
| Uitgaand | 3 098 | 3 098 | 0 | 0 | 0 | ||
| Inkomend | 3 126 | 3 126 | 0 | 0 | 0 | ||
| Termijncontracten en andere afgeleide financiële instru menten tegen reële waarde met verwerking van waardever anderingen in de winst- en verliesrekening |
|||||||
| Uitgaand | 888 | 888 | 0 | 0 | 0 | ||
| Inkomend | 880 | 880 | 0 | 0 | 0 |
Het kapitaalbeheerbeleid van de Groep is erop gericht om financiële stabiliteit te waarborgen en de aandeelhouderswaarde te optimaliseren, waardoor duurzame impact kan worden gecreëerd voor mensen met ernstige ziekten en voor de samenleving.
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Totaal leningen | 29 | 1 602 | 2 141 |
| Obligaties | 30 | 1 424 | 897 |
| Min: geldmiddelen en kasequivalenten, obligaties en in pand gegeven contanten met betrekking tot de financiële leaseverplichting |
23, 26 | - 1 573 | - 861 |
| Netto financiële schuld | 1 454 | 2 177 | |
| Totaal eigen vermogen | 10 029 | 8 975 | |
| Totaal financieel kapitaal | 11 482 | 11 152 | |
| Gearing ratio | 13% | 20% |
De reële waarde van financiële instrumenten die worden verhandeld op actieve markten (zoals financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten) is gebaseerd op de prijsnoteringen op de balansdatum.
De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald door middel van gangbare waarderingstechnieken zoals optieprijsstellingsmodellen en geschatte contante waarden van kasstromen. De Groep gebruikt verschillende methodes en maakt veronderstellingen die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden en krediet- en verzuimrisico's op elke balansdatum.
Voor langetermijnschulden worden marktnoteringen gebruikt. Voor de overige financiële instrumenten worden andere methodes gebruikt om de reële waarde te bepalen, zoals waardeberekening op basis van contante waarde van verwachte kasstromen. De reële waarde van de renteswaps is berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van het termijncontract wordt bepaald op grond van de contante waarde van de omgewisselde bedragen van de vreemde valuta, tegen de actuele koers op de balansdatum.
De boekwaarde min de voorziening voor bijzondere waardevermindering van handelsvorderingen en de boekwaarde van handelsschulden
wordt verondersteld de reële waarde te benaderen. De reële waarde van financiële verplichtingen die in de toelichting wordt opgenomen, wordt bepaald door middel van het verdisconteren van de toekomstige contractuele kasstromen tegen de huidige marktrentevoeten waarover de Groep beschikt voor soortgelijke financiële instrumenten.
5.5.1 Hiërarchie van de reële waarde
IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de reële waarde waarderingen volgens de volgende hiërarchie:
Alle toegelichte reële waarde waarderingen zijn recurrente reële waarde waarderingen.
| 5.5.2 Financiële activa aan reële waarde | |
|---|---|
| ------------------------------------------ | -- |
| 31 december 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa | |||||
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderin gen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) |
23 | ||||
| Genoteerde aandelen | 243 | 0 | 0 | 243 | |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Afgeleide financiële instrumenten activa | 39 | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 11 | 0 | 11 | |
| Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 3 | 0 | 3 | |
| Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen | 0 | 95 | 0 | 95 | |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 13 | 0 | 13 | |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingenin de winst- en verliesrekening |
0 | 24 | 0 | 24 | |
| Afgeleide financiële instrumenten overige activa | 0 | 5 | 0 | 5 | |
| Overige financiële activa, exclusief afgeleide instrumenten | 23 |
| € miljoen | Toelichting | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële activa | |||||
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderin gen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) |
23 | ||||
| Genoteerde aandelen | 190 | 0 | 0 | 190 | |
| Genoteerde schuldinstrumenten | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Afgeleide financiële instrumenten activa | 39 | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 38 | 0 | 38 | |
| Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 7 | 0 | 7 | |
| Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen | 0 | 1 | 0 | 1 | |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 19 | 0 | 19 | |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 12 | 0 | 12 | |
| Overige financiële activa, exclusief afgeleide instrumenten | 23 |
31 december 2024
| € miljoen | Toelichting | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen | |||||
| Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen | 39 | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 107 | 0 | 107 | |
| Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 14 | 0 | 14 | |
| Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen | 0 | 7 | 0 | 7 | |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 2 | 0 | 2 | |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 63 | 0 | 63 | |
| Overige financiële verplichtingen, exclusief afgeleide instrumenten | 31 |
| Toelichting € miljoen |
Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële verplichtingen | |||||
| Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen | 39 | ||||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 0 | 4 | 0 | 4 | |
| Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 3 | 0 | 3 | |
| Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen | 0 | 14 | 0 | 14 | |
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 0 | 5 | 0 | 5 | |
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
0 | 59 | 0 | 59 | |
| Overige financiële verplichtingen, exclusief afgeleide instrumenten | 31 |
In de verslagperiode die werd afgesloten op 31 december 2024 hebben er geen overboekingen plaatsgevonden tussen niveau 1 en niveau 2 van de reële waarde waarderingen en geen overboekingen van of naar niveau 3 van de reële waarde waarderingen.
Waarderingstechnieken voor de reële-waardebepalingen binnen niveau 2 van de reële waarde-hiërarchie gebruiken ofwel de "verdisconteerde cash flow" of de "Black & Scholes" methode (alleen voor vreemde valuta-opties) en publiek beschikbare marktinformatie.
Hoewel de Groep posten heeft die onderhevig zijn aan een afdwingbare netting- of soortgelijke raamovereenkomst worden de financiële activa en financiële verplichtingen bruto in de balans opgenomen als niet aan de eisen is voldaan om ze netto op te nemen. De onderstaande reconciliaties hebben betrekking op de posten die onderhevig zijn aan
een afdwingbare netting- of soortgelijke raamovereenkomst en die niet op een netto basis zijn opgenomen in de balans.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare nettingovereenkomsten:
| 31 december 2024 | Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen |
| Derivaten | 151 | 113 | 0 | 38 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 151 | 113 | 0 | 38 |
| 31 december 2024 | Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto financiële ver plichtingen op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen |
| Derivaten | 193 | 113 | 0 | 80 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 193 | 113 | 0 | 80 |
Met de respectieve tegenpartijen zijn ISDA-raamovereenkomsten (International Swaps and Derivatives Association) afgesloten die de compensatie van financiële activa en passiva mogelijk maken. Dit is van toepassing op de reële waarde-afwikkeling in geval van niet-betaling, maar geldt niet op de afsluitdatum 31 december 2024.
De onderstaande tabellen laten financiële activa en verplichtingen zien die onderhevig zijn aan afdwingbare nettingovereenkomsten:
| 31 december 2023 | Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto financiële activa op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen | |
| Derivaten | 77 | 36 | 0 | 41 | |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal | 77 | 36 | 0 | 41 |
| 31 december 2023 | Gerelateerde niet op de balans verrekende posten | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto financiële ver plichtingen op de balans |
Financiële instrumenten |
Ontvangen zekerheden |
Nettobedragen |
| Derivaten | 85 | 36 | 0 | 49 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 85 | 36 | 0 | 49 |
De Groep is actief in één bedrijfssegment, nl. biofarmaceutica.
Er zijn geen andere belangrijke bedrijfsklassen, noch afzonderlijk, noch gezamenlijk. De belangrijkste besluitvormers van het bedrijf, zijnde het Uitvoerend Comité, beoordelen de bedrijfsresultaten en de bedrijfsplannen, en wijzen middelen toe op ondernemingsschaal, zodat UCB als één enkel segment opereert.
6.1 Omzet per product
De netto-omzet bestaat uit:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| CIMZIA® | 2 033 | 2 087 |
| BRIVIACT® | 686 | 576 |
| BIMZELX® | 607 | 148 |
| KEPPRA® (inclusief KEPPRA® XR / E KEPPRA®) | 582 | 636 |
| FINTEPLA® | 340 | 226 |
| VIMPAT® | 329 | 394 |
| RYSTIGGO® | 202 | 19 |
| NAYZILAM® | 124 | 94 |
| EVENITY® | 103 | 60 |
| ZILBRYSQ® | 72 | 0 |
| Overige producten | 517 | 577 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | 19 | 50 |
| Totale netto-omzet | 5 613 | 4 867 |
De onderstaande tabel toont de netto-omzet in elke geografische markt waar de klanten zich bevinden:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| VS | 3 036 | 2 454 |
| Europa – Andere | 401 | 365 |
| Duitsland | 364 | 310 |
| Japan | 257 | 269 |
| Spanje | 244 | 224 |
| Frankrijk (inclusief Franse gebieden) | 177 | 162 |
| Italië | 171 | 143 |
| VK en Ierland | 164 | 133 |
| China | 143 | 151 |
| België | 61 | 52 |
| Andere landen | 575 | 554 |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar netto-omzet | 19 | 50 |
| Totale netto-omzet | 5 613 | 4 867 |
Hierna volgt informatie voor het geheel van de onderneming over de netto-omzet per product, de geografische markten en de opbrengsten afkomstig van de belangrijkste klanten.
De onderstaande tabel geeft de materiële vaste activa weer voor iedere geografische markt waarin de activa zich bevinden:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| België | 1 032 | 924 |
| VK en Ierland | 269 | 215 |
| Zwitserland | 217 | 240 |
| Verenigde Staten | 169 | 138 |
| Duitsland | 24 | 23 |
| Japan | 17 | 17 |
| China | 1 | 20 |
| Andere landen | 25 | 18 |
| Totaal | 1 754 | 1 595 |
UCB heeft 3 klanten die individueel meer dan 9% van de totale netto-omzet vertegenwoordigen voor 2024 en 2023:
De Groep heeft volgende bedragen erkend met betrekking tot opbrengsten in de geconsolideerde winst- en verliesrekening:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten | 6 115 | 5 222 |
| Opbrengsten uit overeenkomsten waarbij risico's en voordelen worden gedeeld | 30 | |
| Totale omzet | 5 252 |
| Actueel Timing van de opbrengstenerkenning |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2023 | ||||||
| 2024 | 2024 | Op een bepaald | Over een be | Op een bepaald | Over een be | ||
| € miljoen Netto-omzet VS |
3 036 | 2 454 | moment in de tijd 3 036 |
paalde periode 0 |
moment in de tijd 2 454 |
paalde periode 0 |
|
| CIMZIA® | |||||||
| 1 289 | 1 364 | 1 289 | 0 | 1 364 | 0 | ||
| BRIVIACT® | 540 | 445 | 540 | 0 | 445 | 0 | |
| FINTEPLA® | 294 | 201 | 294 | 0 | 201 | 0 | |
| BIMZELX® | 287 | 9 | 287 | 0 | 9 | 0 | |
| RYSTIGGO® | 184 | 19 | 184 | 0 | 19 | 0 | |
| NAYZILAM® | 124 | 94 | 124 | 0 | 94 | 0 | |
| KEPPRA® | 123 | 132 | 123 | 0 | 132 | 0 | |
| VIMPAT® | 56 | 96 | 56 | 0 | 96 | 0 | |
| ZILBRYSQ® | 56 | 0 | 56 | 0 | 0 | 0 | |
| Gevestigde merken / Andere producten | 83 | 94 | 83 | 0 | 94 | 0 | |
| Netto-omzet Europa | 1 582 | 1 397 | 1 582 | 0 | 1 397 | 0 | |
| CIMZIA® | 436 | 428 | 436 | 0 | 428 | 0 | |
| BIMZELX® | 255 | 112 | 255 | 0 | 112 | 0 | |
| KEPPRA® | 199 | 205 | 199 | 0 | 205 | 0 | |
| BRIVIACT® | 120 | 110 | 120 | 0 | 110 | 0 | |
| VIMPAT® | 116 | 140 | 116 | 0 | 140 | 0 | |
| EVENITY® | 103 | 60 | 103 | 0 | 60 | 0 | |
| FINTEPLA® | 41 | 21 | 41 | 0 | 21 | 0 | |
| RYSTIGGO® | 8 | 0 | 8 | 0 | 0 | 0 | |
| ZILBRYSQ® | 8 | 0 | 8 | 0 | 0 | 0 | |
| Gevestigde merken / Andere producten | 296 | 321 | 296 | 0 | 321 | 0 | |
| Netto-omzet Japan | 257 | 269 | 257 | 0 | 269 | 0 | |
| VIMPAT® | 85 | 83 | 85 | 0 | 83 | 0 | |
| E KEPPRA® | 65 | 97 | 65 | 0 | 97 | 0 | |
| BIMZELX® | 32 | 16 | 32 | 0 | 16 | 0 | |
| CIMZIA® | 28 | 39 | 28 | 0 | 39 | 0 | |
| RYSTIGGO® | 10 | 0 | 10 | 0 | 0 | 0 | |
| ZILBRYSQ® | 8 | 0 | 8 | 0 | 0 | 0 | |
| FINTEPLA® | 2 | 1 | 2 | 0 | 1 | 0 | |
| BRIVIACT® | 1 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | |
| Gevestigde merken / Andere producten | 25 | 33 | 25 | 0 | 33 | 0 | |
| Netto-omzet internationale markten | 718 | 697 | 718 | 0 | 697 | 0 | |
| CIMZIA® | 280 | 257 | 280 | 0 | 257 | 0 | |
| KEPPRA® | 196 | 202 | 196 | 0 | 202 | 0 | |
| VIMPAT® | 71 | 75 | 71 | 0 | 75 | 0 | |
| BRIVIACT® | 24 | 21 | 24 | 0 | 21 | 0 | |
| BIMZELX® | 33 | 12 | 33 | 0 | 12 | 0 | |
| FINTEPLA® | 2 | 3 | 2 | 0 | 3 | 0 | |
| ZILBRYSQ® | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Gevestigde merken / Andere producten | 111 | 127 | 111 | 0 | 127 | 0 | |
| Netto-omzet vóór hedging | 5 593 | 4 817 | 5 593 | 0 | 4 817 | 0 | |
| Aangemerkte afdekkingen geherclassificeerd naar | |||||||
| netto-omzet | 19 | 50 | 19 | 0 | 50 | 0 | |
| Totale netto-omzet | 5 613 | 4 867 | 5 613 | 0 | 4 867 | 0 | |
| Royaltyinkomsten en -vergoedingen | 78 | 77 | 78 | 0 | 77 | 0 | |
| Opbrengsten uit contractproductie | 79 | 119 | 79 | 0 | 119 | 0 | |
| Inkomsten uit licentieovereenkomsten: vooruitbetalingen, ontwikkelingsmijlpaalbetalingen, mijlpaalbetalingen |
178 | 147 | 45 | 133 | 87 | 60 | |
| gebaseerd op omzet Opbrengsten uit diensten, andere leveringen, verkoop van |
167 | 12 | 167 | 0 | 12 | 0 | |
| activa Totaal overige opbrengsten |
424 | 278 | 291 | 133 | 218 | 60 | |
| Totaal opbrengsten uit contracten | |||||||
| aangegaan met klanten | 6 115 | 5 222 | 5 982 | 133 | 5 162 | 60 |
De Groep heeft de volgende opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen erkend:
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit licentieovereenkomsten | ||
| 35 Langlopend |
0 | 0 |
| Kortlopend 35 |
8 | 140 |
| Contractuele verplichtingen die voortvloeien uit andere overeenkomsten | 0 | 0 |
| Totale opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen | 8 | 140 |
De Groep heeft geen opbrengstgerelateerde contractuele activa.
De opbrengstgerelateerde contractuele verplichtingen hebben vooral betrekking op nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten met Genentech (zie hieronder). Deze verplichtingen zijn gedaald als gevolg van de opname van opbrengsten gedurende het jaar als gevolg van prestatieverplichtingen die in 2024 zijn nagekomen, alsmede door de vrijgave van contractuele verplichtingen als gevolg van de beëindiging van het minzasolmin-ontwikkelingsprogramma in samenwerking met Novartis in december 2024 nadat de primaire en secundaire klinische eindpunten niet waren behaald.
De volgende tabel toont hoeveel van de opbrengsten die in de huidige verslagperiode werden erkend, opgenomen was in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode en hoeveel van de opbrengsten betrekking heeft op prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Erkende opbrengsten opgenomen in het saldo van contractuele verplichtingen aan het begin van de periode |
132 | 56 |
| Opbrengsten resulterend uit andere overeenkomsten | 0 | 1 |
| Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten | 132 | 55 |
| Erkende opbrengsten met betrekking tot prestatieverplichtingen die in voorgaande perioden werden vervuld |
122 | 211 |
| Omzet van producten | 28 | 40 |
| Opbrengsten resulterend uit licentieovereenkomsten | 94 | 171 |
De volgende tabel toont nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Totaal bedrag van de transactieprijs toegewezen aan ontwikkelingsovereenkomsten die op 31 december gedeeltelijk of volledig onvervuld zijn |
35 | 8 | 140 |
| Vooruitbetalingen ontvangen voor licentieovereenkomsten die worden opgenomen in de opbrengsten naarmate de prestatieverplichtingen worden vervuld |
35 | 0 | 0 |
| Nog niet vervulde prestatieverplichtingen resulterend uit licentieovereenkomsten | 8 | 140 |
Het management verwacht dat 95% van de transactieprijs die toegewezen is aan de onvervulde ontwikkelingsovereenkomsten per 31 december 2024, erkend zal worden in de opbrengsten in de volgende verslagperiode. Er wordt geschat dat 5% in 2026 wordt erkend. De bedragen die hierboven werden opgenomen, omvatten geen variabele vergoeding die beperkt is. De nog te vervullen prestatieverplichtingen betreffen ontwikkelingsactiviteiten die in de komende jaren moeten
worden uitgevoerd. Alle andere ontwikkelings-, productie- of andere serviceovereenkomsten gelden voor perioden van één jaar of korter of worden gefactureerd op basis van de gepresteerde tijd. Zoals toegestaan onder IFRS 15, wordt de transactieprijs die is toegewezen aan deze onvervulde overeenkomsten niet toegelicht.
Er werden geen activa erkend voor gemaakte kosten om een contract na te komen.
UCB heeft de toewijzing van de aankoopprijs met betrekking tot de overname van Zogenix, Inc. in 2023 afgerond.
Er waren geen bedrijfscombinaties in 2024.
Voor 2024 en 2023 waren er geen winsten of verliezen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
De activa van een groep activa die wordt afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop per 31 december 2024, hebben
betrekking op voorraden en een immaterieel actief na de verkoop van niet-kernproducten uit de portfolio van gevestigde merken. De per 31 december 2023 aangehouden activa voor verkoop hebben betrekking op voorraden.
Aangezien niet alle marktvergunningen aan de koper worden overgedragen bij de afronding van de verkoop, is UCB in sommige landen nog steeds eigenaar van de voorraden voor deze niet-kernproducten van gevestigde merken. Er werd geen afwaardering geboekt op deze voorraden.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Vooruitbetalingen, mijlpaalbetalingen en terugbetalingen | 382 | 189 |
| Opbrengsten uit contractproductie | 79 | 119 |
| Totaal overige opbrengsten | 461 | 308 |
In de loop van 2024 heeft UCB mijlpaalbetalingen en terugbetalingen van verschillende partijen geboekt ter waarde van € 225 miljoen, voornamelijk:
De overige opbrengsten omvatten tevens € 157 miljoen gerelateerd aan de succesvolle afronding van de verkoop van de rechten van de gevestigde merken Atarax® en Nootropil® voor Europa en geselecteerde landen in Latijns-Amerika en de regio Azië/Stille Oceaan aan ADVANZ PHARMA.
De opbrengsten uit contractproductieactiviteiten houden voornamelijk verband met het afsluiten van loonfabricageovereenkomsten na de afstoting van gevestigde merken in het huidige jaar en voorgaande jaren.
De onderstaande tabel toont een aantal kostenitems die in de winst- en verliesrekening worden geboekt met een classificatie op basis van hun aard binnen de Groep:
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Kosten voor personeelsbeloningen | 12 | 2 050 | 1 682 |
| Afschrijvingen van materiële vaste activa | 22 | 174 | 158 |
| Afschrijvingen van immateriële activa | 20 | 467 | 533 |
| Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa (netto) | 14 | 73 | 5 |
| Totaal | 2 764 | 2 378 |
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 1 439 | 1 214 |
| Kosten voor sociale zekerheid | 214 | 172 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegd-pensioenregelingen 33 |
62 | 53 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding – toegezegde bijdragenregelingen | 20 | 24 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen aan werknemers en bestuurders 28 |
183 | 104 |
| Verzekering | 48 | 50 |
| Overige personeelsbeloningen | 84 | 65 |
| Totaal kosten voor personeelsbeloningen | 2 050 | 1 682 |
De totale kosten voor personeelsbeloningen worden toegerekend aan functionele lijnen binnen de winst- en verliesrekening.
De overige personeelsbeloningen bestaan voornamelijk uit ontslagvergoedingen, afvloeiingsregelingen en uitkeringen voor langdurige/tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
| Aantal werknemers per 31 december | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Met maandloon | 3 023 | 2 885 |
| Directie | 6 355 | 6 198 |
| Totaal | 9 378 | 9 083 |
Meer informatie over vergoedingen na uitdiensttreding en op aandelen gebaseerde betalingen vindt u in Toelichtingen 28 en 33.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Voorzieningen | 15 | - 17 |
| Waardevermindering handels- en overige vorderingen | - 6 | 26 |
| Winst/verlies (-) uit de verkoop van vaste activa | - 4 | - 2 |
| Terugbetaling door derden van ontwikkelingskosten | 10 | 10 |
| Ontvangen overheidssubsidies | 7 | 2 |
| Samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® | 481 | 368 |
| Overige baten/lasten (-) | 61 | 179 |
| Totaal overige bedrijfsbaten/-lasten (-) | 564 | 566 |
Het resultaat van de samenwerkingsovereenkomst met Amgen voor de ontwikkeling en commercialisering van EVENITY® bedroeg € 481 miljoen baten (in vergelijking met € 368 miljoen baten in 2023). Alle doorrekeningen van kosten voor ontwikkeling en commercialisering naar/ van Amgen worden geclassificeerd als overige bedrijfsbaten/lasten. Het equivalent totale netto doorrekeningen per 31 december 2024 bestond uit € 494 miljoen aan marketing- en verkoopbaten (€ 373 miljoen in 2023) en € -13 miljoen aan ontwikkelingskosten (€ -5 miljoen in 2023).
De voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op btw-risico's en risico's in verband met de recupereerbaarheid van subsidies.
De Groep heeft in 2023 de verkoop geboekt van een portfolio van gevestigde merken van vijf in Europa gecommercialiseerde op voorschrift verkrijgbare geneesmiddelen (€ 145 miljoen) onder de post "Overige baten/lasten (-)".
Een beoordeling van de realiseerbare waarden van de activa van de Groep heeft niet geresulteerd in de erkenning van bijzondere waardeverminderingsverliezen (2023: € 0 miljoen).
In 2024 werd een waardevermindering van € 73 miljoen opgenomen, voornamelijk als gevolg van de beëindiging van de ontwikkeling van minzasolmin (zie sectie 1.2).
In 2023 werd een bijzondere waardevermindering van € 5 miljoen opgenomen op de IE-rechten voor fesoterodine voor de VS en Europa, aangezien het verlies van exclusiviteit voor deze regio's werd bereikt toen de rechten werden verworven na de schikking van het geschil over TOVIAZ®.
In 2024 werden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen geboekt voor materiële vaste activa van de Groep (2023: € 0 miljoen).
Geen redelijkerwijs mogelijke wijziging in één van de basisveronderstellingen waarop het management zich heeft gebaseerd voor de bepaling van de realiseerbare waarde van de activa zou aanleiding kunnen geven tot een boekwaarde die zijn realiseerbare waarde overschrijdt.
De reorganisatiekosten voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 bedragen € 25 miljoen (2023: € 13 miljoen) en hebben betrekking op nieuwe organisatiemodellen en bedrijfsstopzetting. De opgenomen voorzieningen voor herstructurering zoals gedefinieerd in IAS 37.70 voldoen aan de criteria van IAS 37.72.
De totale overige baten/lasten bedroegen baten van € 586 miljoen (2023: lasten van € 35 miljoen) en zijn voornamelijk gerelateerd aan de winst op de afstoting van de ontwikkelde neurologie- en allergieportfolio van UCB in China, waaronder KEPPRA®, VIMPAT®, NEUPRO®, ZYRTEC®, XYZAL® en de productiefaciliteit in Zhuhai aan CBC Group en Mubadala Investment Company (€ 578 miljoen) en de tegenboeking van de Distilbène-voorziening (€ 18 miljoen, zie Toelichting 34), gecompenseerd door kosten in verband met geschillen met betrekking tot Kernproducten.
Voor 2023 bestaan de overige lasten uit een verlies bij de verkoop van Nile AI, Inc (€ 24 miljoen) en daarnaast uit overige lasten van € 11 miljoen, voornamelijk gerelateerd aan de toename van de milieuvoorzieningen (Toelichting 34) en aan geschillen met betrekking tot Kernproducten.
De netto financiële kosten voor het jaar bedroegen € 161 miljoen (2023: € 163 miljoen). Het detail van de financiële kosten en financiële opbrengsten is als volgt:
Financiële kosten
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Rentekosten van: | ||
| Retail- en institutionele obligaties | - 39 | - 15 |
| Overige leningen | - 101 | - 124 |
| Rentederivaten | - 11 | 0 |
| Financiële kosten op leaseovereenkomsten | - 8 | - 5 |
| Nettoverlies op rentederivaten | - 2 | 0 |
| Nettoverliezen op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten | - 29 | 0 |
| Nettoverliezen uit wisselkoersverschillen | 0 | - 54 |
| Overige netto financiële opbrengsten/kosten (-) | - 10 | - 12 |
| Totaal financiële kosten | - 200 | - 210 |
Financiële opbrengsten
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Rentebaten: | ||
| op bankdeposito's | 29 | 22 |
| op rentederivaten | 0 | 5 |
| Nettowinst op rentederivaten | 0 | 3 |
| Nettowinst op reële-waardeveranderingen van wisselkoersderivaten | 0 | 17 |
| Nettowinst uit wisselkoersverschillen | 10 | 0 |
| Totaal financiële opbrengsten | 39 | 47 |
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting | - 455 | - 158 |
| Uitgestelde winstbelasting | 358 | 60 |
| Totale winstbelastingen (-)/tegoeden | - 98 | - 98 |
De Groep is actief in verschillende landen en is bijgevolg onderworpen aan winstbelastingen in diverse fiscale jurisdicties. De kost ten gevolge van winstbelastingen op de winst van de Groep vóór belastingen wijkt in 2024 af van het theoretische bedrag op basis van het gewogen
gemiddelde belastingpercentage dat van toepassing is op winsten (verliezen) van de geconsolideerde ondernemingen. De winstbelastingen die erkend werden in de winst- en verliesrekening kunnen als volgt worden gedetailleerd:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Winst vóór belastingen | 1 163 | 441 |
| Winstbelastingen (-) berekend op basis van lokale belastingpercentages die van toepassing zijn in de respectievelijke landen |
- 279 | - 96 |
| Theoretisch belastingpercentage | 24% | 22% |
| Erkende winstbelasting voor de periode | - 455 | - 158 |
| Erkende uitgestelde winstbelasting | 358 | 60 |
| Totale winstbelastingen | - 98 | - 98 |
| Effectief belastingpercentage | 8% | 22% |
| Verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen | 181 | - 2 |
| Verworpen uitgaven | - 35 | - 63 |
| Niet-belastbare inkomsten | 13 | - 9 |
| Stijging(-)/daling in verplichtingen voor onzekere belastingposities | - 48 | 49 |
| Belastingtegoeden | 182 | 126 |
| Wijziging in belastingpercentages | 39 | - 30 |
| Aanpassingen aan de winstbelasting voor de periode gerelateerd aan voorgaande jaren | 7 | 23 |
| Aanpassingen aan de uitgestelde winstbelasting gerelateerd aan voorgaande jaren | 1 | 4 |
| Netto-effect van voorheen niet erkende uitgestelde belastingvorderingen en niet-erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor huidig boekjaar |
110 | - 104 |
| Bronbelasting | - 21 | - 1 |
| Pillar 2 | - 67 | 0 |
| Overige belastingen | - 1 | 2 |
| Totaal verschil tussen theoretische en erkende winstbelastingen | 181 | - 2 |
Het theoretische winstbelastingpercentage bedraagt 24% in 2024, een stijging ten opzichte van 22% in 2023.
Het effectieve belastingpercentage van 8% in 2024 is het gecombineerd effect van een winstbelasting die over de verslagperiode verschuldigd is en een tegoed voor wat betreft de uitgestelde winstbelasting. De voornaamste redenen voor dit belastingpercentage kunnen als volgt worden samengevat:
Over de verslagperiode verschuldigde winstbelasting:
Factoren die de kost voor winstbelastingen in de toekomst zullen beïnvloeden
De Groep is op de hoogte van verschillende factoren die het toekomstige effectieve belastingpercentage van de Groep zouden kunnen beïnvloeden, meer bepaald de mix van winsten en verliezen tussen de verschillende landen waarin de Groep actief is, het bedrag van niet erkende verliezen en andere belastingvoordelen die in de toekomst erkend kunnen worden als een uitgestelde belastingvordering op de balans alsook het resultaat van lopende en toekomstige belastingcontroles.
Bedrijfsherstructureringen, acquisities, desinvesteringen en overige transacties kunnen ook gevolgen hebben voor de toekomstige kost voor winstbelastingen van de Groep.
Wijzigingen in de fiscale wetgeving in jurisdicties waarin de Groep actief is alsook de impact van internationale fiscale regelgeving kunnen ook een belangrijke impact hebben. UCB implementeert de internationale belastinghervorming ('OESO Pillar 2') die in de meeste rechtsgebieden in de lokale wetgeving is opgenomen. Deze nieuwe internationale belastingregels zullen een voortdurende impact hebben op de belastingpositie van UCB op de langere termijn (zie Toelichting 32). UCB volgt de ontwikkelingen in de VS op het gebied van Pillar 2 nauwlettend, inclusief de impact op andere rechtsgebieden en hoe dit de positie van de Groep in toekomstige rapporteringsperiodes zou kunnen beïnvloeden.
Naast de OESO-ontwikkelingen volgt UCB van nabij de fiscale ontwikkelingen in de hele EU en in belangrijke rechtsgebieden met een aanzienlijke omzet of O&O-voetafdruk, zoals België, de VS en het VK.
.
| € miljoen | 1 januari 2023 | Bewegingen van 2023 na |
belastingen 31 december 2023 | Bewegingen van 2024 na belastingen |
31 december 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Posten die overgeboekt kunnen worden naar de winst of het verlies in latere perioden: |
292 | -147 | 145 | 262 | 407 |
| Cumulatieve omrekeningsverschillen | 181 | -125 | 56 | 371 | 427 |
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) |
62 | -23 | 39 | -4 | 35 |
| Kasstroomafdekkingen | 49 | 1 | 50 | -105 | -55 |
| Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst of het verlies in latere perioden: |
-112 | -85 | -197 | 6 | -191 |
| Herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten |
-112 | -85 | -197 | 6 | -191 |
| Totaal niet-gerealiseerde resultaten toerekenbaar aan aandeelhouders |
180 | -232 | -52 | 268 | 216 |
| 2024 | Handelsmerken, | ||
|---|---|---|---|
| € miljoen | patenten en licenties | Overige | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 7 258 | 522 | 7 780 |
| Verwervingen | 87 | 62 | 149 |
| Verkopen | - 103 | - 33 | - 136 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | - 5 | 3 | - 2 |
| Afstotingen | 0 | - 1 | - 1 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | - 32 | 0 | - 32 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 373 | 4 | 376 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 7 578 | 556 | 8 134 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari |
-3 218 | - 330 | -3 548 |
| Afschrijvingen voor het jaar | - 419 | - 48 | - 467 |
| Verkopen | 103 | 31 | 134 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verliesrekening | - 73 | 0 | - 73 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 5 | 0 | 5 |
| Afstotingen | 0 | 0 | 0 |
| Overboeking naar activa aangehouden voor verkoop | 29 | 0 | 29 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | - 131 | - 2 | - 133 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december |
-3 704 | - 348 | -4 052 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 3 873 | 208 | 4 082 |
| 2023 | Handelsmerken, | ||
|---|---|---|---|
| € miljoen | patenten en licenties | Overige | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 7 413 | 503 | 7 917 |
| Verwervingen | 33 | 51 | 84 |
| Verkopen | - 30 | - 23 | - 53 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 1 | 1 |
| Afstotingen | 0 | - 9 | - 9 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | - 158 | - 1 | - 159 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 7 258 | 522 | 7 780 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 1 januari |
-2 789 | - 312 | -3 101 |
| Afschrijvingen voor het jaar | - 487 | - 46 | - 533 |
| Verkopen | 29 | 22 | 51 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst- en verliesrekening | - 5 | 0 | - 5 |
| Afstotingen | 0 | 6 | 6 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 34 | 0 | 34 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen per 31 december |
- 3 218 | - 330 | - 3 548 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 4 040 | 192 | 4 232 |
De Groep schrijft alle immateriële activa af zodra ze in gebruik worden genomen. De afschrijving van immateriële activa wordt toegeschreven aan de kostprijs van de omzet voor alle immateriële activa die verband houden met compounds. De afschrijvingen met betrekking tot software worden toegeschreven aan de functies die deze software gebruiken.
Het merendeel van de immateriële activa van de Groep is uit vorige overnames voortgekomen. In 2024 verwierf de Groep immateriële activa voor een totaal van € 149 miljoen (2023: € 84 miljoen). Deze toevoegingen vloeien voort uit licentieovereenkomsten, software en geactiveerde externe ontwikkelingskosten voor studies uitgevoerd na goedkeuring door de regelgevende instanties. Met betrekking tot de software en in aanmerking komende softwareontwikkelingskosten heeft de Groep € 35 miljoen geactiveerd (2023: € 27 miljoen).
Verkopen in 2024 en 2023 hadden hoofdzakelijk betrekking op oude licenties en software die niet langer werden gebruikt.
In de loop van het jaar erkende de Groep bijzondere waardeverminderingsverliezen voor een totaal bedrag van € 73 miljoen (2023: € 5 miljoen) die voornamelijk gerelateerd waren aan de beëindiging van de ontwikkeling van minzasolmin. (zie sectie 1.2)
De afschrijvingskost voor de periode bedroeg € 467 miljoen (2023: € 533 miljoen).
Afstotingen met een netto-boekwaarde van € 3 miljoen in 2023 hadden betrekking op de immateriële activa van Nile Al, Inc.
Er was ook een transfer van activa voor een bedrag van € 3 miljoen vanuit materiële vaste activa naar immateriële activa.
Voorts was er een effect van de omrekening van vreemde valuta van € 243 miljoen in 2024 (2023: € -125 miljoen).
Overige immateriële activa omvatten vooral software en lopende ontwikkelingsprojecten. Deze activa worden pas afgeschreven zodra ze beschikbaar zijn voor gebruik (d.w.z. wanneer de betreffende producten voor het eerst gecommercialiseerd worden) en overgeboekt naar de rubriek licenties.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Netto-boekwaarde per 1 januari | 5 254 | 5 340 |
| Overname | 0 | - 5 |
| Wisselkoerswijzigingen op overname | 0 | 0 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 208 | - 80 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 5 462 | 5 254 |
De Groep controleert de goodwill elk jaar op bijzondere waardeverminderingen of vaker als er aanwijzingen zijn dat er mogelijks een bijzondere waardevermindering zou moeten geboekt worden op de goodwill. Bij het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen functioneert de Groep als één segment, biofarmaceutische producten, met één enkele kasstroomgenererende eenheid (KGE) die het laagste niveau vertegenwoordigt waarop de goodwill wordt gemonitord.
Het realiseerbare bedrag van de kasstroomgenererende eenheid wordt bepaald op basis van de bedrijfswaardeberekeningen, en de methodologie die toegepast werd voor het onderzoek op bijzondere waardeverminderingen is dezelfde als deze die in 2023 werd toegepast.
Deze berekeningen steunen op kasstroomprognoses op basis van de financiële gegevens die aan de grondslag liggen van het door het management en de raad van bestuur goedgekeurde strategisch plan en die een periode van 10 jaar bestrijken. Gezien de aard van de sector worden de langetermijnprognoses gebruikt om de passende levenscycli van producten volledig te modelleren op
basis van de verstrijkdatum van het patent en het therapeutische gebied. Deze langetermijnprognoses, gebaseerd op de resultaten uit het verleden en de verwachtingen van het management inzake marktontwikkelingen, worden aangepast voor specifieke risico's en omvatten:
Bij de vergelijking met 2023 zijn de basisveronderstellingen aangepast, rekening houdend met de laatste ontwikkelingen op het gebied van de kansen op succes en de erosie na het verstrijken van octrooien.
Voor de berekeningen van de "bedrijfswaarde" die nodig zijn voor de test op bijzondere waardeverminderingen, werd een disconteringsvoet van 8,25 % gebruikt.
Rekening houdend met de huidige marktontwikkelingen worden de kasstromen van na de geplande prognosetermijn (eindwaarde) geëxtrapoleerd met behulp van een geschat groeipercentage van 2%, vergeleken met 2% in 2023. Dit groeicijfer is niet hoger dan het gemiddelde groeipercentage op lange termijn voor de desbetreffende gebieden waarin de KGE actief is.
De meeste inkomsten en uitgaven van de Groep worden geboekt in EUR- en USD-landen. De volgende belangrijke wisselkoersen zijn gebruikt bij het opstellen van de toekomstige kasstromen:
| Prognoses over 10 jaar |
2023 | |
|---|---|---|
| USD | 1.10 - 1.12 | 1.08 - 1.14 |
| GBP | 0.85 - 0.86 | 0.84 - 0.88 |
| JPY | 159 - 166 | 128 - 155 |
| CHF | 0.89 - 0.96 | 0.91 - 0.98 |
Uitgaande van de risicovrije langetermijnrente op generieke EU-overheidsobligaties op 20 jaar (2023: 20 jaar), wordt de toegepaste disconteringsvoet bepaald op basis van de gewogen gemiddelde kapitaalkost voor DCF-modellen, inclusief de benchmark
op 20 jaar (2023: 20 jaar) voor de kosten van schulden en eigen vermogen. Gelet op de aard van de sector, heeft de Groep een disconteringsvoet toegepast van 8,25% (2023: 7,17%). De disconteringsvoet wordt minstens één keer per jaar herzien.
Aangezien de kasstromen pas na belasting worden opgenomen in de berekening van de bedrijfswaarde van de KGE, wordt een disconteringsvoet na belasting gebruikt om consistent te blijven.
Het gebruik van de disconteringsvoet na winstbelasting benadert het resultaat van het gebruik van een tarief vóór belasting toegepast op kasstromen vóór belasting. Er werd een belastingpercentage gehanteerd tot 22% (2023: 23%).
Op basis van wat hierboven werd beschreven, heeft het management geoordeeld dat geen enkele redelijke verandering in om het even welke basisveronderstelling voor het bepalen van de realiseerbare waarde ertoe zou leiden dat de boekwaarde van de KGE wezenlijk hoger zou worden dan zijn realiseerbare waarde. Ter informatie: de gevoeligheidsanalyse die gebruik maakt van een groeipercentage van -3% gecombineerd met een disconteringsvoet onder de 18% geeft geen aanleiding tot een bijzondere waardevermindering van de goodwill.
| 2024 | Terrein en gebouwen |
Installaties en machines |
Kantoorinrich ting, compu teruitrusting, voertuigen en andere |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen Bruto-boekwaarde per 1 januari |
953 | 1 188 | 201 | 641 | 2 983 |
| Verwervingen | 53 | 21 | 55 | 208 | 337 |
| Verkopen | - 19 | - 24 | - 33 | - 1 | - 77 |
| Afstoting | - 21 | - 16 | - 3 | - 3 | - 43 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 18 | 45 | 6 | - 72 | - 3 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 18 | 3 | 3 | 4 | 28 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 1 002 | 1 217 | 229 | 777 | 3 225 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari | - 483 | - 779 | - 126 | 0 | -1 388 |
| Afschrijvingslasten voor het jaar | - 51 | - 85 | - 38 | 0 | - 174 |
| Verkopen | 18 | 23 | 33 | 0 | 74 |
| Afstoting | 14 | 11 | 3 | 0 | 28 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | - 1 | 0 | 0 | 0 | - 1 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | - 6 | - 3 | - 1 | 0 | - 10 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december | - 509 | - 833 | - 129 | 0 | -1 471 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 493 | 384 | 100 | 777 | 1 754 |
| 2023 | Terrein en | Installaties en | Kantoorinrich ting, compu teruitrusting, voertuigen en |
Activa in | |
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | gebouwen | machines | andere | aanbouw | Totaal |
| Bruto-boekwaarde per 1 januari | 903 | 1 082 | 181 | 541 | 2 707 |
| Verwervingen | 23 | 39 | 44 | 214 | 320 |
| Verkopen | - 11 | - 20 | - 27 | - 3 | - 61 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 30 | 64 | 5 | - 112 | - 13 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 8 | 23 | - 2 | 1 | 30 |
| Bruto-boekwaarde per 31 december | 953 | 1 188 | 201 | 641 | 2 983 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 1 januari | - 440 | - 713 | - 121 | 0 | -1 273 |
| Afschrijvingslasten voor het jaar | - 51 | - 75 | - 32 | 0 | - 158 |
| Verkopen | 10 | 14 | 27 | 0 | 51 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 2 | 11 | 0 | 0 | 13 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | - 4 | - 16 | 0 | 0 | - 20 |
| Geaccumuleerde afschrijvingen per 31 december | - 483 | - 779 | - 126 | 0 | -1 388 |
| Netto-boekwaarde per 31 december | 470 | 408 | 76 | 641 | 1 595 |
Er zijn geen eigendomsbeperkingen op de materiële vaste activa en er zijn evenmin materiële vaste activa in onderpand gegeven ter dekking van schulden.
In 2024 verwierf de Groep materiële vaste activa voor een totaalbedrag van € 337 miljoen (2023: € 320 miljoen). Deze verwervingen omvatten gebruiksrechten van activa voor een bedrag van € 98 miljoen (2023: € 68 miljoen). De activa in aanbouw hebben voornamelijk betrekking op de bioproductiefaciliteit Braine-l'Alleud (België), de gentherapielocatie (België) en de nieuwe campuslocatie in het VK.
Andere verwervingen hebben betrekking op de vernieuwing van de kantooromgeving, de faciliteiten in het gebouw, IT-hardware en andere installaties en uitrusting.
Gedurende het jaar heeft de Groep geen bijzondere waardeverminderingsverliezen erkend (2023: bijzondere waardevermindering van € 0 miljoen).
De afschrijvingskosten voor de periode bedroegen € 174 miljoen (2023: € 158 miljoen) en omvatten de afschrijvingen op gebruiksrechten van activa (€ 56 miljoen).
Er werden geen financieringskosten gekapitaliseerd in 2024 (2023: € 0 miljoen).
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) |
23,3 | 144 | 128 |
| Langlopende leningen en voorschotten | 28 | 17 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 39 | 41 | 31 |
| Restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland | 24 | 24 | |
| Overige financiële activa | 4 | 10 | |
| Financiële en overige vaste activa | 241 | 210 |
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Materiaal voor klinische studies | 85 | 133 |
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in 23,3 niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) |
99 | 62 |
| Toegestane leningen aan derde partijen | 6 | 0 |
| Afgeleide financiële instrumenten 39 |
110 | 46 |
| Financiële en overige vlottende activa | 300 | 241 |
De vlottende en vaste financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (excl. afgeleide financiële instrumenten) omvatten het volgende:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Aandelen | 243 | 190 |
| Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) |
243 | 190 |
De evolutie in de boekwaarde van de financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) (excl. afgeleide financiële instrumenten) is als volgt samengesteld:
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Aandelen | Schuld instrumenten |
Aandelen | Schuld instrumenten |
| Per 1 januari | 190 | 0 | 181 | 0 |
| Verwervingen | 56 | 0 | 35 | 0 |
| Verkopen | - 1 | 0 | - 3 | 0 |
| Winsten/verliezen(-) op reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten | - 2 | 0 | - 23 | 0 |
| Per 31 december | 243 | 0 | 190 | 0 |
Voor meer informatie over de afgeleide financiële instrumenten waarvan de reële-waardeveranderingen via niet-gerealiseerde resultaten worden verwerkt, verwijzen wij naar Toelichting 39.
Voor de financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, benadert de boekwaarde de reële waarde.
De Groep heeft geen investeringen in schuldinstrumenten.
De aandelen omvatten investeringen door UCB Ventures en investeringen in ondernemingen waarop UCB geen invloed van betekenis heeft. Deze investeringen zijn geclassificeerd als financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI). Deze investeringen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Alle winsten en verliezen ten gevolge van wijzigingen in reële waarde worden getoond in de niet-gerealiseerde resultaten.
De toevoegingen aan de financiële activa bij FVOCI in het jaar omvatten € 19 miljoen aan nieuwe investeringen of verhogingen van bestaande investeringen, waarvan € 14 miljoen door UCB Ventures, het risicokapitaalfonds van UCB. De winsten en verliezen op reële waarde die via niet-gerealiseerde resultaten lopen, hebben geleid tot een netto verlies van € 2 miljoen.
De financiële vlottende activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (€ 99 miljoen in 2024 tegenover € 62 miljoen in 2023) hebben betrekking op definitief verworven lange-termijnincentives toegekend aan werknemers. Deze worden in bewaring gehouden voor rekening van de relevante deelnemers op een afzonderlijke effectenrekening van UCB. Er is een overeenkomstige verplichting opgenomen onder Overige verplichtingen (Toelichting 35). Aangezien deze aandelen worden aangehouden voor rekening van de betrokken deelnemers en niet voor rekening van UCB, worden ze niet behandeld als eigen aandelen in overeenstemming met IAS 32.33.
De Groep heeft geen investeringen in geassocieerde deelnemingen.
Er werden geen gezamenlijke activiteiten aangegaan door de Groep in 2024.
Per 31 december 2024 en 2023 zijn er geen geaccumuleerde minderheidsbelangen.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 167 | 161 |
| Goederen in bewerking | 888 | 661 |
| Afgewerkte producten | 254 | 209 |
| Goederen aangekocht voor doorverkoop | 0 | 0 |
| Voorraden | 1 309 | 1 031 |
De kostprijs van de voorraden die zijn opgenomen als kost in "kostprijs van de omzet" bedroeg € 944 miljoen (2023: € 876 miljoen). Er zijn geen voorraden als onderpand gegeven, noch zijn er voorraden die geboekt zijn tegen hun netto realiseerbare waarde. De waardeverminderingen op voorraden bedroegen € 35 miljoen in 2024 (2023: € 51 miljoen) en
zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet. De totale voorraad steeg met € 278 miljoen en omvat onder andere de verdere opbouw van BIMZELX®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 1 026 | 763 |
| Min: voorziening voor waardevermindering | - 18 | - 13 |
| Handelsvorderingen – netto | 1 008 | 750 |
| Te ontvangen BTW | 49 | 37 |
| Te ontvangen interesten | 20 | 9 |
| Vooruitbetaalde onkosten | 173 | 147 |
| Nog te ontvangen inkomsten | 0 | 2 |
| Overige vorderingen | 255 | 257 |
| Te ontvangen royalty's | 21 | 18 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 1 526 | 1 220 |
De boekwaarde van handelsvorderingen en overige vorderingen benadert hun reële waarde. Met betrekking tot handelsvorderingen wordt de reële waarde geacht overeen te komen met de boekwaarde verminderd met de voorziening voor waardeverminderingen, en voor alle andere vorderingen benadert de boekwaarde de reële waarde, gezien de korte looptijd van deze bedragen.
Er bestaat enige concentratie van kredietrisico bij de handelsvorderingen. Voor bepaalde kredietposities in kritieke landen, zoals sommige
Zuid-Europese landen, heeft de Groep kredietverzekeringen afgesloten. De Groep werkt samen met specifieke groothandelaars in bepaalde landen. De grootste uitstaande handelsvordering op één klant in 2024 is 18% (2023: 16%), namelijk op McKesson Corp. U.S.
De toename in overige vorderingen is voornamelijk het gevolg van te ontvangen mijlpaalbetalingen en partnerschappen.
De ouderdomsanalyse van de handelsvorderingen van de Groep per jaareinde is als volgt:
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Bruto-boek waarde |
Waarde vermindering |
Bruto-boek waarde |
Waarde vermindering |
| Niet vervallen | 983 | 0 | 721 | 0 |
| Vervallen – minder dan één maand | 18 | 0 | 23 | 0 |
| Vervallen – langer dan een maand en niet langer dan drie maanden | 3 | 0 | 4 | 0 |
| Vervallen – langer dan drie maanden en niet langer dan zes maanden | 2 | 0 | 5 | 0 |
| Vervallen – langer dan zes maanden en niet langer dan één jaar | 8 | - 7 | 0 | - 5 |
| Vervallen – langer dan één jaar | 13 | - 11 | 10 | - 8 |
| Totaal | 1 026 | - 18 | 763 | - 13 |
Op basis van historische percentages van wanbetaling, meent de Groep dat er geen voorziening voor waardeverminderingen nodig is voor handelsvorderingen die nog niet vervallen zijn. Dit betreft 96% (2023: 94%) van het uitstaande saldo op de balansdatum.
De bewegingen in de voorziening voor waardeverminderingen op handelsvorderingen worden hieronder vermeld:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Saldo per 1 januari | - 13 | - 15 |
| Waardevermindering opgenomen in de winst- en verliesrekening | - 9 | 0 |
| Gebruik/terugname van voorziening voor waardevermindering | 3 | 1 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 1 |
| Saldo per 31 december | - 18 | - 13 |
De overige categorieën binnen handels- en overige vorderingen bevatten geen activa waarvoor een waardevermindering is geboekt.
De boekwaarden van de handels- en overige vorderingen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| EUR | 357 | 381 |
| USD | 776 | 508 |
| JPY | 67 | 74 |
| GBP | 67 | 57 |
| CNY | 62 | 34 |
| CHF | 20 | 18 |
| KRW | 9 | 9 |
| Andere valuta's | 168 | 139 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen | 1 526 | 1 220 |
De maximale blootstelling aan kredietrisico op de rapporteringsdatum is de reële waarde van elke categorie van vorderingen zoals hierboven vermeld.
De Groep houdt geen enkel onderpand als zekerheid aan.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Korte-termijndeposito's | 1 411 | 681 |
| Banktegoed en beschikbaar saldo | 162 | 180 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (uitgezonderd voorschotten in rekening-courant) | 1 573 | 861 |
€ 62 miljoen van het bovenstaande bedrag aan contanten en kortetermijndeposito's wordt aangehouden in landen met restrictieve regelgeving inzake kaptitaalexportuit het land anders dan via normale dividenduitkeringen, zoals Brazilië, China, India, Zuid-Korea, Rusland en Turkije, of in lokale kortetermijndeposito's van groepsentiteiten in overeenstemming met de lokale reservevereisten.
Ten behoeve van de presentatie in het Geconsolideerd Kasstroomoverzicht omvatten geldmiddelen en kasequivalenten contanten, direct opvraagbare deposito's en overige kortlopende, uiterst liquide beleggingen met originele looptijden van drie maanden of minder die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen, en voorschotten in rekening-courant. Voorschotten in rekening-courant worden opgenomen onder de leningen onder kortlopende verplichtingen in de balans.
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2022 |
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1 573 | 861 | |
| Voorschotten in rekening-courant | 29 | 0 | 0 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten (inclusief voorschotten in rekening-courant) | 1 573 | 861 |
Het geplaatst kapitaal van de Vennootschap bedraagt € 584 miljoen (2023: € 584 miljoen) en wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen (2023: 194 505 658 aandelen). De aandelen van de Vennootschap hebben geen nominale waarde. Per 31 december 2024 waren er 71 374 319 aandelen op naam en 123 131 339 gedematerialiseerde aandelen. Houders van UCB-aandelen hebben recht op dividenden, zoals vastgesteld, en op één stem per aandeel op de algemene aandeelhoudersvergadering van de Vennootschap. Er is geen maatschappelijk niet-geplaatst kapitaal.
Per 31 december 2024 bedroegen de uitgiftepremies € 2 030 miljoen (2023: € 2 030 miljoen).
De Groep verwierf, via UCB NV, 1 300 000 eigen aandelen (2023: 500 000) voor een totaalbedrag van € 162 miljoen (2023: € 40 miljoen) en transfereerde 1 565 838 eigen aandelen (2023: 681 671) voor een totaalbedrag van € 128 miljoen (2023: € 56 miljoen). Netto-transfer van 265 838 eigen aandelen voor een nettobedrag van € 34 miljoen.
In 2024 verwierf of verkocht de Groep geen eigen aandelen als gevolg van aandelenruiltransacties (2023: 0 verworven en 0 verkocht). Per 31 december 2024 had de Groep 4 463 251eigen aandelen in bezit waarvan geen gerelateerd aan aandelenruiltransacties (2023: 4 729 089).
Deze eigen aandelen werden verworven om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de uitoefening van aandelenopties en de toekenning van prestatieaandelen aan de leden van het Uitvoerend Comité en aan bepaalde categorieën van werknemers.
In het lopende jaar werden geen callopties op UCB-aandelen aangekocht (2023: 0) en werden er geen callopties uitgeoefend (2023: 0). Per 31 december 2024 hield de Groep geen opties aan op UCB-aandelen (31 december 2023: 0).
De overige reserves bedragen € -3 miljoen (2023: € -9 miljoen) waarbij de wijziging betrekking heeft op de herwaardering van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten voor € 6 miljoen, waardoor de totale herwaarderingswaarde uitkomt op €- 199 miljoen (2023: €- 205miljoen).
De reserve voor cumulatieve omrekeningsverschillen vertegenwoordigt de cumulatieve valuta-omrekeningsverschillen die ontstaan bij de consolidatie van bedrijven van de Groep die andere functionele valuta dan de euro gebruiken. De reserve omvat ook de gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekking van netto-investeringen.
De Groep heeft verschillende in eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde op aandelen gebaseerde betalingen, waaronder een aandelenoptieplan, een "Stock Appreciation Rights"-plan (recht op de meerwaarde op de aandelen), een aandelentoekenningsplan en een prestatieaandelenplan om werknemers te vergoeden voor geleverde diensten.
Het aandelenoptieplan, het aandelentoekenningsplan en het prestatieaandelenplan worden in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld, terwijl het "Stock Appreciation Rights"-plan in geld afgewikkeld wordt. Naast deze plannen hanteert de Groep ook aandelenaankoopplannen voor werknemers in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten alsook "fantoomaandelenplannen". De kosten die opgelopen worden voor deze plannen zijn niet materieel.
Het governance, benoemings- en remuneratiecomité (Governance, Nomination and Compensation Committee, "GNCC") kende opties op aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere kaders van de UCB Groep. De uitoefenprijs van de in het kader van deze plannen toegekende opties is gelijk aan de laagste van de volgende twee waarden:
Een aangepaste uitoefenprijs wordt vastgelegd voor die begunstigde werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een verschillende uitoefenprijs vereist om van een verminderde belasting te kunnen genieten. De opties worden uitoefenbaar na een wachtperiode van drie jaar, behalve voor de rechthebbende werknemers die onderworpen zijn aan wetgeving die een langere wachtperiode vereist om van een lager belastingpercentage te kunnen genieten. Wanneer een werknemer de Groep verlaat, vervallen zijn/haar opties gewoonlijk na zes maanden. Bij overlijden of pensioen van een werknemer of in het geval van onvrijwillig ontslag wanneer er bij de toekenning belastingen werden betaald, blijven de opties verworven. De Groep is niet verplicht om de opties terug te kopen of te vereffenen in geld.
De opties zijn niet overdraagbaar (behalve bij overlijden).
Het "Stock Appreciation Rights" (SARs)-plan heeft dezelfde kenmerken als het aandelenoptieplan, behalve dat het voor UCB-werknemers in de Verenigde Staten bestemd is. Dit plan wordt afgewikkeld in geldmiddelen.
Het "GNCC" kende gratis aandelen van UCB NV toe aan de leden van het Uitvoerend Comité, de Senior Executives en de hogere en middenkaders van de UCB Groep. Aan de aandelen die gratis toegekend werden, zijn voorwaarden gerelateerd aan de dienstperiode verbonden waarbij de begunstigden verplicht zijn om drie jaar in dienst te blijven na de toekenningsdatum. De aandelenopties vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve bij pensionering of overlijden. In dat geval worden de aandelenopties onmiddellijk toegekend (volledig in geval van overlijden en pro rata temporis verminderd in geval van pensionering). De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
Het "GNCC" kende prestatieaandelen toe aan de Senior Executives voor specifieke doelstellingen in overeenstemming met de strategische prioriteiten van het bedrijf. De prestatieaandelen zijn gebonden aan de voorwaarde dat de begunstigde drie jaar in dienst moet blijven (de wachtperiode) om de prestatieaandelen definitief te verwerven en het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op het einde van de wachtperiode op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van haar doelstellingen.
Prestatieaandelen vervallen bij het verlaten van de Groep, behalve in geval van overlijden, waarbij ze onmiddellijk worden toegekend, en in geval van pensionering, waarbij ze pro rata temporis worden verminderd. Het aantal toegekende aandelen wordt aangepast op basis van de prestaties van het bedrijf ten opzichte van zijn doelstellingen en wordt geleverd op de oorspronkelijke toekenningsdatum (de derde verjaardag van de toekenning). De begunstigde heeft geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode.
De Groep heeft ook plannen voor fantoomaandelenopties, fantoomaandelentoekenningen en fantoomprestatieaandelen (collectief "fantoomaandelenplannen" genoemd). Deze "fantoomaandelenplannen" worden toegekend aan bepaalde personeelsleden die een arbeidscontract hebben bij bepaalde verbonden ondernemingen van de Groep en die onder dezelfde regels vallen als de aandelenoptie-, aandelentoekennings- en prestatieaandelenplannen van de Groep, behalve wat de afwikkeling ervan aangaat. Per 31 december 2024 waren er 242 deelnemers (2023: 450) voor deze plannen en de kost voor deze op aandelen gebaseerde betalingsplannen is immaterieel.
Dit plan is bedoeld om werknemers van met UCB verbonden ondernemingen in Noord Amerika de kans te bieden gewone aandelen van de Groep te kopen. Aandelen worden gekocht met een korting van 15% die wordt gefinancierd door UCB. Werknemers sparen een bepaald percentage van hun salaris door looninhouding en de aandelen worden aangekocht met de bijdragen van de werknemer, na belastingen. De aandelen worden aangehouden door een onafhankelijke bankinstelling op een rekening op naam van de medewerker.
De beperking op deelname van de werknemers aan dit plan is als volgt:
Per 31 december 2024 had het plan 978 deelnemers (2023: 901). Er zijn geen specifieke toekenningsvoorwaarden en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
Het is de doelstelling van deze regeling om het bezit van UCB-aandelen door werknemers in het Verenigd Koninkrijk aan te moedigen. Deelnemers sparen een bepaald deel van hun salaris via looninhoudingen en UCB biedt één gratis aandeel voor elk aandeel dat iedere deelnemer koopt. De aandelen worden aangehouden op een rekening op naam van de medewerker door een onafhankelijke vennootschap die optreedt als trustinstelling. Werknemersbijdragen aan het plan zijn beperkt tot het laagste van volgende bedragen:
Per 31 december 2024 had het plan 501 deelnemers (2023: 438) en de kost voor dit op aandelen gebaseerde betalingsplan is immaterieel.
De totale kost voor op aandelen gebaseerde betalingen van de Groep bedroeg € 183 miljoen (2023: € 104 miljoen), en is als volgt opgenomen in de relevante functionele lijnen in de winst- en verliesrekening:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 10 | 13 |
| Marketing- en verkoopkosten | 56 | 25 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 73 | 40 |
| Algemene en administratiekosten | 44 | 26 |
| Totale operationele kosten | 183 | 104 |
| waarvan in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkeld: | ||
| Aandelenoptieplannen | 7 | 6 |
| Aandelentoekenningsplannen | 99 | 77 |
| Prestatieaandelenplan | 19 | 15 |
| waarvan afgewikkeld in geldmiddelen: | ||
| "Stock Appreciation Rights"-plan | 49 | 3 |
| Fantoomaandelenoptie-, aandelentoekennings- en -prestatieaandelenplannen | 9 | 3 |
De bewegingen in het aantal uitstaande aandelenopties en hun bijhorende gewogen gemiddelde uitoefenprijs per 31 december zijn:
| 2024 | 2023 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddel de reële waarde (€) |
Gewogen gemiddelde uitoefen prijs (€) |
Aantal aan delenopties |
Gewogen gemiddelde reële waar de (€) |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (€) |
Aantal aan delenopties |
||
| Uitstaand per 1 januari | 15,62 | 75,62 | 2 993 082 | 14,83 | 73,30 | 2 955 603 | |
| + nieuwe opties toegekend | 31,51 | 110,18 | 443 155 | 20,69 | 80,02 | 344 421 | |
| + Opties opgenomen in andere plannen | 11,87 | 65,32 | 1 650 | 0,00 | 0,00 | 0 | |
| (-) Opgegeven opties | 23,33 | 92,30 | 32 678 | 19,84 | 85,58 | 55 776 | |
| (-) uitgeoefende opties | 12,96 | 69,77 | 1 102 021 | 12,40 | 52,36 | 229 555 | |
| (-) vervallen opties | 9,60 | 58,12 | 2 000 | 12,21 | 48,70 | 21 611 | |
| Uitstaand per 31 december | 19,85 | 84,85 | 2 301 188 | 15,62 | 75,62 | 2 993 082 | |
| Aantal volledig onvoorwaardelijk geworden opties: | |||||||
| Per 1 januari | 1 794 129 | 1 624 209 | |||||
| Per 31 december | 1 063 434 | 1 794 129 |
Per 31 december 2024 zijn de vervaldata en uitoefenprijzen van de uitstaande aandelenopties als volgt:
| Laatste datum van uitoefening | Uitoefenprijzen (€) | Aantal aandelenopties |
|---|---|---|
| 31 maart 2025 | 67,35 | 56 092 |
| 31 maart 2026 | 67,24 | 108 266 |
| 31 maart 2027 | [70,26 - 72,71] | 150 232 |
| 31 maart 2028 | 66,18 | 209 938 |
| 31 maart 2029 | [76,09-76,56] | 262 628 |
| 31 maart 2030 | [76,21-79] | 219 595 |
| 31 maart 2031 | [79,99-81,12] | 249 418 |
| 31 maart 2032 | [102,04-108,45] | 288 281 |
| 31 maart 2033 | [79,97-82,44] | 322 749 |
| 31 maart 2034 | [109,80-114,40] | 433 989 |
| Totaal uitstaand | 2 301 188 |
De reële waarde wordt berekend aan de hand van het Black & Scholes-waarderingsmodel.
opgegeven aandelenopties is gebaseerd op het werkelijke personeelsverloop in de categorieën die in aanmerking komen voor compensatie door aandelenopties.
De volatiliteit werd voornamelijk bepaald op basis van de historisch waargenomen aandelenkoersen van UCB over de laatste vijf jaar. De waarschijnlijkheid van een vervroegde uitoefening wordt weergegeven in de verwachte looptijd van de opties. Het verwachte percentage voor
De belangrijkste veronderstellingen die gehanteerd werden bij de waardering van de reële waarde van de aandelenopties toegekend in 2024 en 2023 zijn:
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Aandelenprijs op toekenningsdatum € |
114,40 | 82,20 |
| Gewogen gemiddelde uitoefenprijs € |
110,18 | 80,02 |
| Verwachte volatiliteit % |
28,53 | 27,79 |
| Verwachte looptijd van de opties Jaren |
5,00 | 5,00 |
| Verwachte dividendopbrengst % |
1,19 | 1,62 |
| Risicovrije rentevoet % |
2,61 | 2,58 |
| Verwacht jaarlijks percentage voor opgegeven aandelenopties % |
7,00 | 7,00 |
De bewegingen van de SARs en de variabelen die gebruikt werden in het waarderingsmodel per 31 december 2024 zijn in de onderstaande tabel terug te vinden.
De reële waarde van de SARs op de toekenningsdatum wordt bepaald aan de hand van het Black & Scholes-model. De reële waarde van de verplichting wordt geherwaardeerd op elke rapporteringsdatum.
| 2024 | 2023 |
|---|---|
| 829 481 | 749 956 |
| 248 658 | 179 180 |
| 1 650 | 0 |
| 48 053 | 28 804 |
| 278 659 | 65 151 |
| 23 031 | 5 700 |
| 726 746 | 829 481 |
| 192,20 | 78,90 |
| 114,40 | 82,44 |
| 28,90 | 28,23 |
| 5,00 | 5,00 |
| 0,71 | 1,69 |
| 2,50 | 2,22 |
| 7,00 | 7,00 |
De kost voor de op aandelen gebaseerde betalingen met betrekking tot deze aandelentoekenningsplannen wordt gespreid over de wachtperiode van drie jaar.
De begunstigden hebben geen recht op dividenden tijdens de wachtperiode. De evolutie in het aantal uitstaande toegekende aandelen per 31 december is als volgt:
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
|
| Uitstaand per 1 januari | 2 398 099 | 88,78 | 2 188 475 | 89,83 |
| + nieuwe toegekende aandelen | 1 205 476 | 114,81 | 1 102 456 | 82,19 |
| (-) opgegeven toegekende aandelen | 193 638 | 98,44 | 135 125 | 89,67 |
| (-) toegekende aandelen omgezet in fantoomplannen | 200 | 105,80 | 6 413 | 81,46 |
| (-) definitief verworven en uitgekeerde toegekende aandelen | 681 550 | 81,66 | 751 294 | 82,06 |
| Uitstaand per 31 december | 2 728 187 | 101,37 | 2 398 099 | 88,78 |
De evolutie in het aantal uitstaande prestatieaandelen per 31 december is als volgt:
| 2024 | 2023 | |||
|---|---|---|---|---|
| Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
Aantal aandelen | Gewogen gemiddelde reële waarde (€) |
|
| Uitstaand per 1 januari | 466 789 | 89,41 | 356 223 | 92,50 |
| + nieuwe toegekende prestatieaandelen | 224 554 | 114,40 | 198 472 | 82,20 |
| (-) opgegeven prestatieaandelen | 45 513 | 97,68 | 38 526 | 90,64 |
| (-) definitief verworven prestatieaandelen | 152 235 | 83,23 | 49 380 | 82,38 |
| Uitstaand per 31 december | 493 595 | 101,43 | 466 789 | 89,41 |
De boekwaarde en reële waarde van leningen zijn als volgt:
| Kasstromen | Niet-contante wijzigingen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2023 | Uit financierings activiteiten |
Toename/ Afname van geldmiddelen |
Transfer van langlopend naar kort lopend |
Wisselkoers wijzigingen |
Overige | 2024 |
| Langlopend | |||||||
| Bankleningen | 1 981 | - 682 | 0 | 0 | 94 | 1 | 1 394 |
| Leaseovereenkomsten | 118 | 0 | 0 | - 58 | 4 | 81 | 145 |
| Totaal langlopende leningen | 2 099 | - 682 | 0 | - 58 | 98 | 82 | 1 539 |
| Kortlopend | |||||||
| Voorschotten in rekening-courant | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kortlopende component van bank leningen |
- 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | - 1 |
| Schuldpapier en andere korte termijnleningen |
0 | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3 |
| Leaseovereenkomsten | 43 | - 53 | 0 | 58 | 1 | 12 | 61 |
| Totaal kortlopende leningen | 42 | - 50 | 0 | 58 | 1 | 12 | 63 |
| Totaal leningen | 2 141 | - 732 | 0 | 0 | 99 | 94 | 1 602 |
Per 31 december 2024 was de gewogen gemiddelde rentevoet van de Groep (exclusief leaseovereenkomsten) gelijk aan 4,08% (2023: 4,89%) vóór hedging. Betalingen van variabele rente zijn aan aangemerkte kasstroomafdekkingen onderhevig en betalingen van vaste rente zijn aan aangemerkte reële waarde-afdekkingen onderhevig, waardoor de gewogen gemiddelde rentevoet voor de Groep uitkomt op 4,56% (2023: 5,10%) na hedging. De vergoedingen die betaald werden voor de plaatsing van de obligaties (Toelichting 30) en de gewijzigde kredietfaciliteiten worden afgeschreven over de levensduur van de instrumenten.
Waar dit onder hedge accounting van toepassing is, wordt de reële waarde van de langlopende leningen bepaald op basis van de contante waarde van de betalingen van de schuldinstrumenten, aan de hand van de toepasselijke rentecurve en de kredietspread van UCB voor de verschillende valuta's.
Aangezien de bankleningen een variabele rentevoet dragen die dagelijks tot halfjaarlijks wordt herzien, is de boekwaarde van de bankleningen gelijk aan de reële waarde. Wat de kortlopende leningen betreft, benaderen de boekwaarden hun reële waarden aangezien het effect van de verdiscontering als verwaarloosbaar wordt beschouwd.
Op 27 maart 2023 tekende de Groep een aan duurzaamheidscriteria gekoppelde doorlopende kredietfaciliteitsovereenkomst van € 1 miljard, vervallend in 2028 (inclusief de optie om verdere verlengingen van de vervaldatum aan te vragen met maximaal twee bijkomende jaren). Deze nieuwe faciliteit verving de doorlopende kredietfaciliteit van € 1 miljard, die op 9 januari 2025 zou vervallen en vervolgens werd opgezegd. Op grond van het tweede verlengingsverzoek, in februari 2025, werd de vervaldatum van verplichtingen voor een totaalbedrag van € 928 miljoen onder deze doorlopende kredietfaciliteit verlengd tot 2030. Voor € 72 miljoen blijft de vervaldatum in 2029 vastgesteld. Per 31 december 2024 waren er geen uitstaande bedragen onder de doorlopende kredietfaciliteit (2023: € 0 miljoen).
Per 31 december 2024 heeft de Groep de bulletkredietfaciliteitovereenkomst die zij in 2019 is aangegaan voor de overname van Ra Pharmaceuticals, Inc. volledig terugbetaald (2023: US\$ 605 miljoen). De uitstaande rentevoetafdekkingen die waren aangegaan in verband met deze lening zijn niet langer aangemerkt als kasstroomafdekkingen, aangezien per 31 december 2024 niet langer werd voldaan aan de IFRS 9-vereisten voor kasstroomafdekking.
De incrementele faciliteiten die op grond van deze termijnlening zijn verstrekt, blijven per 31 december 2024 uitstaan, namelijk een bilaterale lening van € 90 miljoen (2023: € 90 miljoen), verstrekt als eerste incrementele faciliteit, opgenomen op 3 oktober 2022 en met vervaldatum in 2029, nog een bilaterale lening van € 90 miljoen (2023: € 90 miljoen), vastgelegd als tweede incrementele faciliteit, opgenomen op 26 januari 2023 en met een vervaldatum in 2028, en een kredietovereenkomst van US\$ 80 miljoen, opgenomen op 10 juli 2024 en met een vervaldatum in 2029.
Per 31 december 2024 staat er nog \$ 600 miljoen uit onder de bulletkredietfaciliteitovereenkomst, die afloopt in 2027 en die de Groep in 2022 is aangegaan om de overname van Zogenix, Inc. te financieren (2023: US\$ 800 miljoen). De relevante rentevoetafdekkingen die waren aangegaan in verband met deze lening zijn niet langer aangemerkt als kasstroomafdekkingen, aangezien per 31 december 2024 niet langer werd voldaan aan de IFRS 9-vereisten voor kasstroomafdekking na de gedeeltelijke aflossing van deze kredietfaciliteit in 2024.
Bovendien staat er per 31 december 2024 nog US\$ 378 miljoen uit onder een bilaterale, toegezegde bulletkredietfaciliteitovereenkomst van € 350 miljoen (2023: US\$ 378 miljoen), die in november 2021 werd aangegaan en op 8 september 2023 volledig werd opgenomen voor een equivalent bedrag van US\$ 378 miljoen. Deze bilaterale kredietovereenkomst vervalt in 2031.
Bovendien blijven per 31 december 2024 de Schuldscheindarlehen (SSD)-transacties openstaan die de Groep respectievelijk op 2 november 2022 is aangegaan als een multi-tranche-transactie voor een totaalbedrag van € 144 miljoen (2023: € 144 miljoen) en US\$ 20 miljoen (2023: US\$ 20 miljoen) en op 24 augustus 2023 als een enkele transactie voor een bedrag van € 30 miljoen (2023: € 30 miljoen).
Naast de bovengenoemde krediet- en faciliteitenovereenkomsten heeft de Groep ook toegang tot de Belgische markt voor commercial paper, waaronder per 31 december 2024 € 0 miljoen uitstond (2023: € 0 miljoen) en heeft zij ook toegang tot bepaalde niet-toegezegde bilaterale kredietfaciliteiten. Geen van de uitstaande schulden of niet-opgenomen kredietfaciliteiten van de Groep zijn onderworpen aan financiële convenanten.
De Groep merkt afgeleide financiële instrumenten aan als kasstroomafdekkingen van leningen met variabele rentevoet. Onder kasstroomafdekkingen worden alle wijzigingen in reële waarde uit rentevoetderivaten toegewezen aan verplichtingen van de Groep met variabele rentevoet, geboekt in het eigen vermogen.
Raadpleeg Toelichting 5.3 voor de analyse van de looptijden van de leningen van de Groep (uitgezonderd overige financiële verplichtingen).
De boekwaarden van de leningen van de Groep zijn in de volgende valuta's uitgedrukt:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| USD | 1 142 | 1 699 |
| EUR | 426 | 421 |
| GBP | 10 | 3 |
| CNY | 4 | 7 |
| JPY | 5 | 2 |
| Overige | 15 | 9 |
| Totaal leningen | 1 602 | 2 141 |
De boekwaarde en reële waarde van obligaties zijn als volgt:
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Coupon rente |
Vervaldag | 2023 | Kasstromen | Reële waarde aan passingen |
Andere be wegingen |
2024 | 2023 | 2024 |
| Institutionele euro-obligatie | 1,000% | 2028 | 448 | 0 | 14 | 1 | 463 | 446 | 466 |
| EMTN Note1 | 1,000% | 2027 | 136 | 0 | 4 | 0 | 140 | 132 | 140 |
| Retail obligatie | 5,200% | 2029 | 313 | 0 | 0 | 0 | 313 | 319 | 320 |
| Institutionele euro-obligatie | 4,250% | 2030 | 0 | 495 | 13 | 0 | 508 | 0 | 514 |
| Totaal obligaties | 897 | 495 | 31 | 1 | 1 424 | 897 | 1 440 | ||
| waarvan: | |||||||||
| Langlopend | 897 | 495 | 31 | 1 | 1 424 | 897 | 1 440 | ||
| Kortlopend | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Derivaten gebruikt voor hedging |
50 | 0 | - 31 | 0 | 19 | ||||
| waarvan: | |||||||||
| Vaste activa (-) | 50 | 0 | - 31 | 0 | 19 | ||||
| Vlottende activa (-) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Langlopende verplichtingen (+) |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
| Kortlopende verplichtingen (+) |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
1 De reële waarde van de EMTN-notes kan niet nauwkeurig worden bepaald door de beperkte liquiditeit in de handel op de secundaire markt voor dit programma, en is voor rapporteringsdoeleinden vervangen door de boekwaarde.
In november 2023 voltooide UCB een openbare uitgifte van vastrentende obligaties ter waarde van € 300 miljoen, vervallend in 2029 en bedoeld voor particuliere beleggers. Deze particuliere obligaties zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost en dragen een couponrendement van 5,20% per jaar, terwijl het effectief rendement 5,2216% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
In maart 2021 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 500 miljoen, die in 2028 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in maart 2021 uitgegeven tegen 99,751% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,1231% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
In maart 2024 rondde UCB een emissie van ongedekte obligaties van hogere rangorde af ter waarde van € 500 miljoen, die in 2030 aflopen en uitgegeven worden in het kader van haar EMTN-programma. Deze obligaties zijn in maart 2024 uitgegeven tegen 99,482% van de nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom worden afgelost. Deze obligaties dragen een couponrendement van 4,25% per jaar, terwijl het effectief rendement 4,4328% per jaar bedraagt. De obligaties zijn genoteerd op Euronext te Brussel.
In oktober 2020 heeft UCB voor € 150 miljoen aan notes uitgegeven, die aflopen in 2027. Deze notes werden uitgegeven tegen 100% van hun nominale waarde en zullen tegen 100% van de hoofdsom afgelost worden. De notes dragen een couponrendement van 1,00% per jaar, terwijl het effectief rendement 1,0298% per jaar bedraagt. De notes zijn genoteerd op Euronext Brussel.
De Groep wijst afgeleide financiële instrumenten onder reële-waardeafdekkingen toe aan de particuliere obligaties en de institutionele euro-obligaties. De wijziging in de boekwaarde van de obligaties is volledig te wijten aan de wijziging in de reële waarde van het afgedekte deel van de obligaties, en wordt nagenoeg volledig gecompenseerd door de wijziging in de reële waarde van het corresponderende afgeleide financiële instrument.
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 |
| Langlopend | |||||
| Afgeleide financiële instrumenten | 39 | 65 | 64 | 65 | 64 |
| Overige financiële verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal langlopende overige financiële verplichtingen | 65 | 64 | 65 | 64 | |
| Kortlopend | |||||
| Afgeleide financiële instrumenten | 39 | 128 | 21 | 128 | 21 |
| Overige financiële verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal kortlopende overige financiële verplichtingen | 128 | 21 | 128 | 21 | |
| Totaal overige financiële verplichtingen | 193 | 85 | 193 | 85 |
| € miljoen | 2023 | Overname/Af stotingen |
Aanpassing O&O | Beweging van het jaar |
Niet-gereali seerde resultaten - Kasstroomafdek kingen |
Niet-gereali seerde resultaten - Pensioenen |
Effect van wissel koerswijzigingen |
2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa | - 802 | 0 | 0 | 108 | 0 | 0 | - 50 | - 744 |
| Materiële vaste activa | - 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | - 20 |
| Voorraden | 323 | 0 | 0 | 101 | 0 | 0 | 1 | 425 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen |
12 | 0 | 0 | - 3 | 34 | 0 | 1 | 44 |
| Personeelsbeloningen | 39 | 0 | 0 | - 4 | 0 | 0 | 0 | 35 |
| Voorzieningen | 3 | 0 | 0 | 22 | 0 | 0 | - 1 | 24 |
| Overige korte-termijn verplichtingen |
141 | - 1 | 0 | 55 | - 3 | 0 | 12 | 204 |
| Ongebruikte fiscale verliezen |
197 | 0 | 0 | 79 | 0 | 0 | 6 | 282 |
| Ongebruikte belasting tegoeden |
625 | 0 | 50 | 0 | 0 | 0 | 4 | 679 |
| Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/ verplichtingen(-) |
518 | - 1 | 50 | 358 | 31 | 0 | - 27 | 929 |
| € miljoen | 2022 | Overname/Af stotingen |
Aanpassing O&O | Beweging van het jaar |
Niet-gereali seerde resultaten - Kasstroomafdek kingen |
Niet-gereali seerde resultaten - Pensioenen |
Effect van wissel koerswijzigingen |
2023 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Immateriële activa | - 915 | 0 | 0 | 86 | 0 | 0 | 27 | - 802 |
| Materiële vaste activa | - 21 | 0 | 0 | 2 | 0 | 0 | - 1 | - 20 |
| Voorraden | 348 | 0 | 0 | - 24 | 0 | 0 | - 1 | 323 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen |
33 | 0 | 0 | - 19 | 0 | 0 | - 1 | 12 |
| Personeelsbeloningen | 12 | 2 | 0 | 10 | 0 | 16 | - 1 | 39 |
| Voorzieningen | 2 | 1 | 0 | 2 | 0 | 0 | - 1 | 3 |
| Overige korte-termijn verplichtingen |
124 | 0 | 0 | 27 | - 8 | 0 | - 3 | 141 |
| Ongebruikte fiscale verliezen |
176 | 2 | 0 | 23 | 0 | 0 | - 5 | 197 |
| Ongebruikte belasting tegoeden |
620 | 0 | 54 | - 47 | 0 | 0 | - 2 | 625 |
| Totaal netto uitgestelde belastingvorderingen/ verplichtingen(-) |
379 | 5 | 54 | 60 | - 8 | 16 | 12 | 518 |
In totaal werden uitgestelde belastingvorderingen ten belope van € 929 miljoen geboekt per 31 december 2024. Op basis van het niveau van voorgaande belastbare winsten en geprojecteerde toekomstige fiscale winsten over de perioden waarin verrekenbare tijdelijke verschillen naar verwachting zullen worden tegengeboekt, is de Groep van mening dat het waarschijnlijk is dat de voordelen van de geboekte uitgestelde belastingvorderingen zullen worden gerealiseerd. In overeenstemming met de toepasselijke richtlijnen is een redelijke waarderingsperiode en benadering (rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van de betrokken belastbare entiteit) geëvalueerd om uitgestelde belastingposities te erkennen.
De Groep zag een toename van de uitgestelde belastingvordering, samen met een daling van de uitgestelde belastingverplichtingen, wat resulteerde in een netto-toename van de uitgestelde belastingvorderingen. Dit is het gevolg van de volgende punten:
• Aanwending en herwaardering van uitgestelde belastingen: overgedragen fiscale verliezen zijn verrekend met de belastbare winst in belangrijke entiteiten en er zijn bijkomende uitgestelde belastingvoordelen opgenomen op basis van het niveau van de verwachte toekomstige belastbare winsten. Herwaardering van uitgestelde belastingverplichtingen vond plaats als gevolg van een wijziging in het toepasselijke belastingtarief.
• Belastingkrediet voor O&O: ontvangen terugbetaling versus verdere opbouw van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkrediet voor O&O naar aanleiding van O&O-investeringen. Er werden bijkomende belastingvoordelen opgenomen voor belastinglatenties in België, Duitsland, Zwitserland en de VS.
Andere posten zijn een gevolg van de bewegingen op de balansposten van UCB (zoals voorraad, financiële instrumenten en immateriële activa), van de herbeoordeling naar aanleiding van wijzigingen in de belastingwetgeving en van de herbeoordeling van uitgestelde belastingbalansen uitgedrukt in een vreemde munt.
De impact van wijzigingen in belastingpercentages en van de regels van het Pillar 2-model (d.w.z. minimumbelasting van 15%) werden beoordeeld door het management en, waar van toepassing, werden de uitgestelde belastingbalansen geherwaardeerd.
UCB valt onder de toepassing van de Pillar 2 internationale belastinghervorming, die van kracht is in de meeste rechtsgebieden waar de Groep actief is. Hierbij wordt verwezen naar Toelichting 3.3, Samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving, van de jaarrekening van UCB voor meer informatie over de impact van de bepalingen van Pillar 2.
De groep heeft uitgestelde belastingvorderingen erkend op belastingkredieten. De totale uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot belastingkredieten voor O&O per jaareinde bedragen € 595 miljoen (2023: € 538 miljoen). Deze zullen resulteren in een belastingvoordeel in cash in de toekomst. Andere belastingkredieten ten bedrage van € 84 miljoen hebben betrekking op de in België beschikbare definitief belaste inkomsten, de renteaftrek in Duitsland en de uitgestelde belastingvordering als gevolg van de Amerikaanse regelgeving van 2022 inzake de kapitalisatie van O&O-uitgaven.
UCB heeft een substantieel gebruik van overgedragen fiscale verliezen in belangrijke rechtsgebieden gezien, terwijl in andere rechtsgebieden enkele aanvullende fiscale verliezen werden opgebouwd. Een uitgestelde belastingvordering in 2024 van €282miljoen (2023: € 197 miljoen) werd erkend met betrekking tot overgedragen fiscale verliezen voor een totaal bedrag van € 1 187 miljoen (2023: € 858 miljoen) aangezien de Groep besloten heeft dat de relevante entiteiten belastbare winsten zullen genereren in de voorzienbare toekomst tegenover dewelke deze verliezen kunnen worden afgezet en omdat de prognoses betrouwbaar worden geacht, rekening houdend met het profiel van de betrokken entiteiten en de mogelijke beperkingen die beschikbaar zouden kunnen zijn. Deze verliezen hebben zich opgebouwd in jurisdicties waarin UCB opereert en vervallen niet.
In overeenstemming met de geldende richtlijnen heeft de Groep een uitgestelde belastingvordering opgenomen op een deel van de fiscaal overdraagbare verliezen en de ongebruikte verrekenbare innovatie-aftrek in handen van de belangrijkste IE-eigenaar van de Groep in België. Rekening houdend met de functie en het risicoprofiel van deze entiteit heeft het management een diepgaande kwalitatieve en kwantitatieve analyse uitgevoerd ter ondersteuning van een gedeeltelijke (voor risico gecorrigeerde) erkenning van uitgestelde belastingvorderingen, rekening houdend met de belastbare situatie van de entiteit binnen de waarderingsperiode. Op basis van de vele reglementaire goedkeuringen op belangrijke markten voor nieuwe gelanceerde activa en de prestaties van activa in een later stadium, is het waarschijnlijk dat er belastbare winst beschikbaar zal zijn volgens de langetermijnprognose van UCB om met de bestaande belastingattributen te compenseren in de volgende 3 boekjaren.
Er werden in deze periode geen bijkomende eerder niet-erkende belastingtegoeden opgenomen. Om de beschikbaarheid van de toekomstige belastbare winsten in te schatten, werd gebruik gemaakt van niet-verdisconteerde prognoses.
Per 31 december 2024 had de Groep ook € 5 134 miljoen (2023: € 5 078 miljoen) aan bruto ongebruikte fiscale verliezen en verrekenbare innovatie-aftrek waarvoor geen uitgestelde belastingvordering is opgenomen in de balans. Gebaseerd op de huidige wetgeving vervallen deze belastingvoordelen niet.
Op basis van de huidige prognoses en de huidige wetgeving wordt verwacht dat het merendeel van deze belastingvoordelen binnen de komende 10 jaar volledig zal worden benut.
Uitgestelde belastingvorderingen worden geboekt op tijdelijke overgedragen verschillen die inkomsten vertegenwoordigen die waarschijnlijk in de nabije toekomst gerealiseerd zullen worden.
Uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot definitief belaste inkomsten van € 222 miljoen bruto / € 56 miljoen netto (2023: € 168 miljoen bruto / € 42 miljoen netto) en met betrekking tot renteaftrek van € 95 miljoen bruto / € 23 miljoen netto (2023: € 188 miljoen bruto / € 46 miljoen netto) zijn niet erkend omwille van de onzekerheid omtrent de terugvordering.
Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen ontstaan bij investeringen in dochterondernemingen, aangezien er een 100% participatievrijstelling beschikbaar is voor inkomende dividenden.
In tegenstelling tot 2023 (€ 15 miljoen) is er geen additionele niet-gewaardeerde uitgestelde belastingverplichting meer met betrekking tot een interne reorganisatie die in 2014 heeft plaatsgevonden.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Uitgestelde belastingen op pensioenen | 0 | 16 |
| Uitgestelde belasting op winsten op reële waarde van financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in niet-gerealiseerde resultaten (FVOCI) |
- 4 | 0 |
| Uitgestelde belastingen op effectief gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van kasstroomafdekkingen | 34 | - 8 |
| Uitgestelde winstbelastingen direct erkend in niet-gerealiseerde resultaten | 30 | 8 |
De meeste werknemers zijn gedekt door pensioenplannen die door bedrijven van de Groep financieel ondersteund worden. De aard van dergelijke regelingen is afhankelijk van de wettelijke voorschriften en fiscale vereisten van de landen waarin de werknemers tewerkgesteld zijn. De Groep beheert zowel toegezegde-bijdragenregelingen als toegezegd-pensioenregelingen.
Regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding worden geclassificeerd als "toegezegde-bijdragenregelingen" als de Groep vaste bijdragen betaalt in een apart fonds of aan een onafhankelijke financiële instelling en verder geen wettelijke of uitdrukkelijke verplichtingen heeft om bijkomende bijdragen te betalen. Daarom worden er in de balans van de Groep geen activa of passiva opgenomen met betrekking tot dergelijke regelingen, afgezien van gewone vooruitbetalingen en de toe te rekenen bijdragen. UCB is bij wet verplicht om een bepaald minimaal rendement te garanderen op de werknemers- en werkgeversbijdragen voor de Belgische toegezegde bijdragenregelingen. Bijgevolg dienen deze regelingen beschouwd te worden als toegezegd-pensioenregelingen. Indien betrouwbare schattingen kunnen gemaakt worden voor materiële regelingen, worden deze gewaardeerd onder IAS 19 op basis van de 'projected unit credit'-methode. Deze regelingen worden samen met de resultaten voor de andere toegezegdpensioenregelingen weergegeven.
De Groep beheert verscheidene toegezegd-pensioenregelingen. De toegekende voordelen omvatten voornamelijk pensioenvoordelen en jubileumpremies. De voordelen worden toegekend conform de lokale marktpraktijken en regelgeving.
Deze regelingen zijn ofwel niet-gefinancierd ofwel gefinancierd via externe pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Bij (gedeeltelijk) gefinancierde regelingen worden de fondsbeleggingen afzonderlijk aangehouden in fondsen die door de trustees beheerd worden. Indien een regeling niet-gefinancierd is, met name voor de belangrijkste toegezegd-pensioenregelingen in Duitsland, wordt voor de pensioenverplichting een verplichting opgenomen in de balans van de Groep. Voor
gefinancierde regelingen is de Groep aansprakelijk voor het negatieve verschil tussen de reële waarde van de fondsbeleggingen en de contante waarde van de bruto verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Bijgevolg wordt in de geconsolideerde balans van de Groep een verplichting (of een actief indien de regeling overgefinancierd is) opgenomen. Alle belangrijke regelingen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen.
Voor UCB zijn de belangrijkste risico's verbonden aan de toegezegd-pensioenplannen de disconteringsvoet, de inflatie en de levensverwachting. De belangrijkste risico's zijn deze met betrekking tot regelingen in België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor de regelingen in België wordt de levensverwachting niet als een risico beschouwd, vermits pensioenen er worden uitgekeerd als een forfaitair bedrag of geëxternaliseerd worden vóór ze worden betaald als een annuïteit.
In het kader van haar globaal risicobeheer voert UCB jaarlijks een globale risicoanalyse uit voor de toegezegd-pensioenregelingen in haar belangrijkste landen (België, Zwitserland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) en beoordeelt zij het risico van verslechtering van de financiële positie rekening houdend met de "Value-at-Risk".
Het in de geconsolideerde balans opgenomen bedrag dat voortvloeit uit de verplichtingen van de Groep met betrekking tot haar toegezegd-pensioenregelingen is als volgt:
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten | 1 150 | 1 100 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | - 981 | - 889 |
| Tekort voor gefinancierde plannen | 169 | 211 |
| Impact van limietplafond op activa | 1 | 0 |
| Netto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten | 170 | 211 |
| Plus: Verplichting met betrekking tot in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde 28 betalingen |
58 | 16 |
| Totale verplichtingen uit personeelsbeloningen | 228 | 227 |
| waarvan: | ||
| Gedeelte opgenomen als langlopende verplichtingen | 228 | 227 |
| Gedeelte opgenomen als vaste activa | 0 | 0 |
96% van de netto verplichting uit hoofde van toegezegde-pensioenrechten heeft betrekking op toegezegd-pensioenplannen in België, Duitsland, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.
De evolutie in de contante waarde van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten in het lopende jaar is als volgt:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 1 100 | 906 |
| Aan het huidig dienstjaar toegerekende pensioenkosten | 56 | 47 |
| Rentekosten | 34 | 35 |
| Herwaarderingswinst (-)/verlies: | ||
| Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen | 0 | - 3 |
| Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen | - 9 | 100 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | 8 | 34 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 8 | 14 |
| Pensioenbetalingen uit het plan | - 38 | - 24 |
| Pensioenbetalingen door de werkgever | - 5 | - 5 |
| Bijdragen door deelnemers | 5 | 5 |
| Overige | - 9 | - 9 |
| Per 31 december | 1 150 | 1 100 |
De evolutie in de reële waarde van de fondsbeleggingen in het lopende jaar is als volgt:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 889 | 759 |
| Renteopbrengsten | 29 | 31 |
| Herwaarderingswinst/verlies (-) | ||
| Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | 7 | 29 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 7 | 12 |
| Bijdragen door deelnemers | 5 | 5 |
| Werkgeversbijdragen | 98 | 93 |
| Pensioenbetalingen uit het plan | - 43 | - 29 |
| Betaalde onkosten, belastingen en premies | - 11 | - 11 |
| Per 31 december | 981 | 889 |
De reële waarde van de fondsbeleggingen bedraagt € 981 miljoen (2023: € 889 miljoen), goed voor 85% (2023: 81%) van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Het totale tekort van € 169 miljoen (2023: € 211 miljoen) zal naar verwachting weggewerkt worden over de geschatte resterende gemiddelde duur van het dienstverband van het huidige lidmaatschap.
De bedragen die zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van deze toegezegd-pensioenplannen zijn de volgende:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Totaal aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, (inclusief pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst (-)/verlies uit afwikkelingen) |
56 | 47 |
| Netto rentekosten | 4 | 3 |
| Herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen | 0 | 1 |
| Administratiekosten en belastingen | 2 | 2 |
| Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in de winst- en verliesrekening | 62 | 53 |
| Herwaarderingswinst (-)/verlies | ||
| Effect van wijzigingen in demografische veronderstellingen | 0 | - 3 |
| Effect van wijzigingen in financiële veronderstellingen | - 9 | 99 |
| Effect van ervaringsaanpassingen | 8 | 34 |
| Rendement op fondsbeleggingen (excl. renteopbrengsten) | - 7 | -29 |
| Rendement op restitutierechten (excl. renteopbrengsten) | 0 | 0 |
| Wijzigingen in activaplafond/verliezende verplichting (exclusief renteopbrengsten) | 1 | 0 |
| Componenten van kosten voor toegezegde pensioenen die zijn geboekt in niet-gerealiseerde resultaten | - 7 | 101 |
| Totale componenten van kosten voor toegezegde pensioenen | 55 | 154 |
De totale aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto rentekosten, de herwaardering van andere lange-termijnpersoneelsbeloningen, administratiekosten en belastingen voor het jaar zijn opgenomen onder de kosten voor personeelsbeloningen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening. 76% van de kosten voor toegezegde pensioenen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening hebben betrekking op toegezegd-pensioenregelingen in België en het Verenigd Koninkrijk. De herwaardering van de netto verplichting uit hoofde van toegekende pensioenrechten is opgenomen in het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten. De totale herwaarderingen resulteerden in een winst van € 7 miljoen in 2024 in vergelijking met een
verlies van € 101 miljoen in 2023. De winst in 2024 is voornamelijk het gevolg van een hoger rendement op fondsbeleggingen en een stijging van de disconteringsvoeten. Het verlies in 2023 is voornamelijk het gevolg van een daling van de disconteringsvoeten, gedeeltelijk gecompenseerd door een hoger rendement op fondsbeleggingen.
Het reële rendement op de fondsbeleggingen bedraagt € 7 miljoen (2023: € 29 miljoen), en het reële rendement op restitutierechten bedraagt € 0 miljoen (2023: € 0 miljoen).
De opsplitsing van de geboekte kosten over de functionele lijnen is als volgt:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Kostprijs van de omzet | 20 | 17 |
| Marketing- en verkoopkosten | 6 | 6 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | 23 | 19 |
| Algemene en administratiekosten | 13 | 11 |
| Overige baten en lasten | 0 | 0 |
| Totaal | 62 | 53 |
De voornaamste categorieën van fondsbeleggingen op het einde van de verslagperiode zijn als volgt:
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 42 | 24 |
| Eigen-vermogensinstrumenten | 287 | 263 |
| Europa | 82 | 58 |
| VS | 63 | 61 |
| Rest van de wereld | 142 | 144 |
| Schuldinstrumenten | 313 | 296 |
| Bedrijfsobligaties | 97 | 77 |
| Overheidsobligaties | 180 | 45 |
| Overige | 36 | 174 |
| Vastgoed | 69 | 51 |
| In aanmerking komende verzekeringscontracten | 111 | 89 |
| Beleggingsfondsen | 141 | 159 |
| Overige | 18 | 7 |
| Totaal | 981 | 889 |
Nagenoeg alle aandelen en schuldinstrumenten beschikken over beurskoersen in actieve markten. Vastgoed kan gerangschikt worden als niveau 3-instrument op basis van de definities in IFRS 13, Waardering tegen reële waarde.
andere activa die gebruikt worden door de Groep, al kan het wel zijn dat UCB-aandelen deel uit maken van de investeringen in beleggingsfondsen. De voornaamste gewogen gemiddelde actuariële veronderstellingen die zijn gebruikt, zijn als volgt:
De in de fondsen aangehouden activa bevatten geen directe beleggingen in aandelen van de UCB Groep, noch in onroerend goed of
| Eurozone | VK | Overige | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Percentage % | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 |
| Disconteringsvoet | 3,43 | 3,33 | 5,50 | 4,65 | 1,01 | 1,30 |
| Inflatie | 2,00 | 2,00 | 3,00 | 2,90 | N/A | N/A |
Belangrijke actuariële veronderstellingen voor de bepaling van de bruto verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten zijn de disconteringsvoet en de inflatie. De volgende gevoeligheidsanalyses werden bepaald op basis van redelijkerwijze mogelijke fluctuaties in de veronderstellingen die zich voordoen op het einde van de verslagperiode.
De cijfers zoals boven vermeld houden geen rekening met eventuele onderlinge relaties tussen de veronderstellingen, met name tussen de disconteringsvoet, verwachte loonsverhogingen en inflatiepercentages.
De dochterondernemingen van de Groep moeten de verwachte verdiende pensioenrechten op jaarbasis financieren. De financiering is doorgaans gebaseerd op lokale actuariële vereisten en in dit kader wordt de disconteringsvoet bepaald op basis van een risicovrije interestvoet.
Onderfinanciering in verband met verstreken diensttijd wordt voldaan door het opzetten van herstelplannen en beleggingsstrategieën rekening houdend met de aansprakelijkheidsprofielen, de juiste periodes voor de aflossing van verplichtingen voor verstreken diensttijd, lokale regelgeving en de financiële mogelijkheden van de onderneming.
De gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregelingen op het einde van de rapporteringsperiode bedraagt 13,40 jaar (2023: 13,80 jaar). Dit cijfer kan verder worden uitgesplitst in een gemiddelde duur voor volgende regio's:
De Groep verwacht in de loop van het volgende boekjaar een bijdrage te doen van € 102 miljoen aan de toegezegd-pensioenregelingen.
Om de drie jaar wordt een "ALM" (asset-liability management)-studie uitgevoerd. In die studies worden beleggingsstrategieën geanalyseerd in het licht van risico- en rendementsprofielen om een strategische beleggingstoewijzing vast te stellen of te valideren. In Zwitserland werd een dergelijke studie uitgevoerd in 2023. Deze studie resulteerde in een
kleine aanpassing van de portfolio van de activa. In België werd in 2024 een ALM-studie uitgevoerd, waaruit bleek dat onze activaportfolio effectief is in het in evenwicht brengen van risico en rendement.
Bij het bepalen van een langetermijnstrategie voor de pensioenplannen, houdt het beleggingscomité rekening met enkele door de Groep gedefinieerde basisprincipes zoals:
• een goed evenwicht tussen het bijdrageniveau dat aanvaardbaar is voor UCB en het niveau van het beleggingsrisico dat aan de verplichtingen verbonden is:
De wijzigingen in voorzieningen worden hieronder weergegeven:
| € miljoen | Milieu | Herstructurering | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Per 1 januari 2024 | 22 | 7 | 356 | 385 |
| Ontstaan in het jaar | 0 | 12 | 118 | 130 |
| Tegenboeking ongebruikte bedragen | 0 | 0 | - 87 | - 87 |
| Overboeking van de ene rubriek naar een andere | 0 | 0 | 1 | 1 |
| Effect van wisselkoerswijzigingen | 0 | 0 | 1 | 1 |
| Gebruikt in het jaar | 0 | - 8 | - 21 | - 29 |
| Afstotingen | 0 | 0 | - 2 | - 2 |
| Per 31 december 2024 | 22 | 11 | 366 | 399 |
| Langlopend gedeelte | 22 | 0 | 205 | 227 |
| Kortlopend gedeelte | 0 | 11 | 161 | 172 |
| Totale voorzieningen | 22 | 11 | 366 | 399 |
UCB heeft bepaalde milieuverplichtingen behouden die vooral verband hielden met het afstoten van Films (2004) en vestigingen waarover UCB de volle verantwoordelijkheid heeft behouden, in overeenstemming met de contractuele voorwaarden.
De voorzieningen voor reorganisatie die in 2024 werden aangelegd, hebben betrekking op verdere optimalisatie van de bedrijfsmodellen. Het gebruik heeft vooral betrekking op nieuwe bedrijfsmodellen in Europa.
De overige voorzieningen hebben, in lijn met vorig jaar, hebben voornamelijk betrekking op:
tot Distilbène daalde met € 15 miljoen tot een totaal van € 98 miljoen (2023: daling met € 5 miljoen tot een totaal van € 113 miljoen), wat een daling van € 18 miljoen vertegenwoordigt gecompenseerd door de impact van verdiscontering, om de netto geschatte toekomstige kasuitstromen weer te geven. De impact van verdiscontering bedraagt € 3 miljoen en is onderdeel van de overige financiële kosten (zie Toelichting 17). De voorziening werd verdisconteerd op basis van een disconteringsvoet van 2,77% (2023: 2,30%). Indien de disconteringsvoet 25 basispunten lager zou zijn, zou de voorziening met € 1 miljoen toenemen, aan een disconteringsvoet van 0% zou de voorziening met € 17 miljoen toenemen;
Er wordt met betrekking tot de bovenvermelde risico's een evaluatie gemaakt samen met de juridische adviseurs van de Groep en verschillende vak-experts.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Overige schulden | 100 | 98 |
| Totaal langlopende handels- en overige verplichtingen | 100 | 98 |
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 750 | 537 |
| Te ontvangen facturen | 81 | 49 |
| Te betalen belastingen, andere dan winstbelastingen | 17 | 20 |
| Lonen en sociale zekerheidsbijdragen | 422 | 320 |
| Overige schulden | 145 | 80 |
| Uitgestelde inkomsten in verband met ontwikkelingsovereenkomsten | 16 | 146 |
| Overige uitgestelde inkomsten | 12 | 9 |
| Te betalen royalty's | 23 | 33 |
| Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties | 1 235 | 873 |
| Gelopen interesten | 46 | 37 |
| Overige toe te rekenen kosten | 272 | 209 |
| Totaal kortlopende handels- en overige verplichtingen | 3 019 | 2 313 |
De handels- en overige verplichtingen worden grotendeels geclassificeerd als kortlopend en bijgevolg worden de boekwaarden van de totale handels- en overige verplichtingen verondersteld een redelijke benadering te zijn van hun reële waarde.
"Te betalen rabatten/kortingen en overige omzetreducties" bevatten rabatten, terugvorderingen (chargebacks), kortingen en voorzieningen voor verwachte verkoopretouren met betrekking tot producten die verkocht werden in de VS aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële contractuele overeenkomsten en contractuele overeenkomsten met de overheid of andere terugbetalingsprogramma's inclusief de programma's "Medicaid Drug Rebate", "Federal Medicare" en andere. De verkoopretouren en omzetreducties worden geboekt in dezelfde periode als de onderliggende verkopen als een vermindering van de omzet.
De directie is van oordeel dat de totale toerekeningen voor deze items volstaan, op basis van de momenteel beschikbare informatie en interpretatie van relevante regelgeving.
Aangezien deze verminderingen gebaseerd zijn op schattingen van de directie, kunnen de werkelijke verminderingen afwijken van deze schattingen. Deze verschillen kunnen van invloed zijn op de voorzieningen die in de balans worden opgenomen in toekomstige periodes en bijgevolg op het niveau van de omzet die in toekomstige periodes in de winst- en verliesrekening wordt erkend, gezien er vaak een tijdsverschil bestaat
van verschillende maanden tussen het boeken van de schatting en de werkelijke finale omzetreducties.
De voorzieningen worden beoordeeld en regelmatig aangepast gelet op de contractuele en wettelijke verplichtingen, historische trends, ervaring uit het verleden en verwachte marktomstandigheden.
Alle retouren, terugvorderingen, rabatten en kortingen die niet op de factuur vermeld worden, worden geschat, afgetrokken van de omzet en in de toepasselijke voorzieningsrekening op de balans gepresenteerd. De schatting voor toekomstige retouren van producten is gebaseerd op verschillende factoren zoals onder andere historische retourpercentages, vervaldatum per product, retourpercentage per afgesloten batch, effectief verwerkte retouren alsook alle andere specifiek geïdentificeerde verwachte retouren ten gevolge van gekende factoren zoals verlies van exclusiviteit van patent, terugroepingen van producten en stopzettingen of een veranderende competitieve omgeving. Aanpassingen aan deze voorzieningen kunnen noodzakelijk zijn in de toekomst gebaseerd op herwerkte schattingen betreffende onze veronderstellingen, hetgeen een impact zou hebben op het geconsolideerd resultaat uit onze bedrijfsactiviteiten. De verplichting voor verkoopretouren en reducties in de VS die opgenomen is als onderdeel van de verplichting voor te betalen rabatten en kortingen bedraagt € 1 023 miljoen per 31 december 2024 (31 december 2023: € 703 miljoen).
Te betalen belastingen omvatten verplichtingen voor onzekere belastingposities voor een bedrag van € 139 miljoen (2023: € 91 miljoen). Het saldo van de onzekere belastingposities is in de loop van 2024 toegenomen en bestaat uit de herwaardering van bestaande en het opzetten van nieuwe onzekere belastingposities. Schulden met betrekking tot onzekere belastingposities worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput.
De terug te vorderen belastingen omvatten vorderingen voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg/Arbitrage-procedures voor een bedrag van € 23 miljoen (2023: € 22 miljoen). Activa voor belastingvermindering ingevolge Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedures worden alleen erkend wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat overeenkomstige aanpassingen zullen worden toegestaan volgens de Onderlinge Overleg/Arbitrageprocedures in één of meerdere rechtsgebieden.
De beoordeling voor zowel onzekere belastingposities als de overeenkomstige aanpassingen wordt berekend op basis van de meest waarschijnlijk uitkomst (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting) of de verwachte waarde (voor kwesties in verband met vennootschapsbelasting en verrekenprijzen), waar van toepassing, en in overeenkomst met IFRIC 23. Zie Toelichting 4.2.5 voor meer gedetailleerde informatie inzake de inschatting door de Groep van onzekere belastingposities. Op netto-basis heeft de Groep een voorziening van € 116 miljoen (2023: € 69 miljoen) aangelegd voor onzekere belastingposities en onderneemt zij de nodige procedures om belastingvermindering zeker te stellen waar mogelijk.
UCB wordt geconfronteerd met belastingcontroles in een aantal landen waar zij activiteiten heeft. De punten die ter discussie staan, zijn in sommige gevallen complex en dergelijke controles kunnen een aantal jaren aanslepen alvorens ze opgelost zijn. De Groep volgt de verplichtingen voor onzekere belastingposities die eind 2024 erkend werden, strikt op alsook of deze de status van lopende belastingcontroles weergeven.
Het kasstroomoverzicht geeft de operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten weer.
UCB past de indirecte methode toe voor de operationele kasstromen. De nettowinst is aangepast voor:
Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2024 hebben voornamelijk betrekking op belastingkredieten (€ 148 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
Belangrijke niet-geldelijke transacties voor 2023 hebben voornamelijk betrekking op belastingkredieten (€ 153 miljoen) waarvoor het cashvoordeel pas in latere jaren zal ontvangen worden.
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Aanpassing voor niet-geldelijke transacties | 590 | 485 |
| Afschrijvingen 11, 22, 20 |
641 | 691 |
| Kosten van bijzondere waardevermindering/terugname (-) 11, 14 |
73 | 6 |
| Kost voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen | 2 | 17 |
| Overige niet-geldelijke transacties in de winst- en verliesrekening | - 148 | - 153 |
| Als gevolg van de toepassing van IFRS 9 17 |
30 | - 20 |
| (Niet-)gerealiseerde wisselkoerswinst (-)/verlies | - 43 | - 7 |
| Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen | 24 | - 20 |
| Voorraadwijzigingen en voorzieningen voor dubieuze debiteuren | 11 | - 29 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit operationele activiteiten | 98 | 98 |
| Belastingkost voor de periode uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 18 |
98 | 98 |
| Aanpassing voor posten te vermelden onder kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten | - 465 | 143 |
| Winst(-)/verlies uit de verkoop van vaste activa | - 596 | 26 |
| Renteopbrengsten (-) / -kosten | 131 | 117 |
| Wijzigingen in het werkkapitaal | ||
| Voorraadbewegingen per geconsolideerde balans | - 278 | - 124 |
| Handels- en overige vorderingen en andere activabeweging per geconsolideerde balans | - 258 | - 96 |
| Handels- en overige schulden, beweging per geconsolideerde balans1 | 623 | - 88 |
| Zoals opgenomen in de geconsolideerde balans en gecorrigeerd met: | 87 | - 308 |
| Niet-geldelijke posten2 | 89 | 14 |
| Wijzigingen in voorraden en voorzieningen voor dubieuze debiteuren afzonderlijk vermeld onder kasstromen uit operationele activiteiten |
- 11 | 29 |
| Aanpassingen voor de omrekening van vreemde valuta | 3 | 38 |
| Zoals opgenomen in het geconsolideerd kasstroomoverzicht | 168 | - 227 |
1 Omvat een bedrag van € 301 miljoen per 31 december 2024 voor rabatten en kortingen gekoppeld aan omzet (31 december 2023: - € 3 miljoen)
2 Niet-geldelijke posten houden hoofdzakelijk verband met transfers van de ene rubriek naar de andere, met niet-geldelijke bewegingen die verband houden met de toekenning van aandelen.
31 december 2024
| € miljoen | Toelichting | Activa tegen geamortiseerde kostprijs |
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveran deringen via winst en verlies (FVPL) |
Activa gebruikt voor hedging |
Activa aan reële waarde met ver werking van waar deveranderingen in niet-gereali seerde resultaten (FVOCI) |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa zoals opgenomen in de balans | ||||||
| Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) |
23 | 147 | 0 | 0 | 243 | 390 |
| Afgeleide financiële activa | 39 | 0 | 32 | 119 | 0 | 151 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde kosten) |
25 | 1 526 | 0 | 0 | 0 | 1 526 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 26 | 1 573 | 0 | 0 | 0 | 1 573 |
| Totaal | 3 246 | 32 | 119 | 243 | 3 640 |
| € miljoen | Toelichting | Verplichtingen aan reële waarde via winst en verlies (FVPL) |
Verplichtingen gebruikt voor hedging |
Verplichtingen tegen geamorti seerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen zoals opgenomen in de balans | |||||
| Leningen | 29 | 0 | 0 | 1 602 | 1 602 |
| Obligaties | 30 | - 19 | 0 | 1 443 | 1 424 |
| Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen |
39 | 77 | 116 | 0 | 193 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 0 | 0 | 3 120 | 3 120 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
31 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 58 | 116 | 6 165 | 6 339 |
| € miljoen | Toelichting | Activa tegen geamortiseerde kostprijs |
Financiële activa aan reële waarde met verwerking van waardeveran deringen via winst en verlies (FVPL) |
Activa gebruikt voor hedging |
Activa aan reële waarde met ver werking van waar deveranderingen in niet-gereali seerde resultaten (FVOCI) |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Activa zoals opgenomen in de balans | ||||||
| Financiële en overige activa (exclusief afgeleide financiële instrumenten en geassocieerde deelnemingen) |
23 | 184 | 0 | 0 | 190 | 374 |
| Afgeleide financiële instrumenten activa | 39 | 0 | 19 | 58 | 0 | 77 |
| Handelsvorderingen en overige vorderingen (inclusief vooruitbetaalde kosten) |
25 | 1 220 | 0 | 0 | 0 | 1 220 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 26 | 861 | 0 | 0 | 0 | 861 |
| Totaal | 2 265 | 19 | 58 | 190 | 2 532 |
| € miljoen | Toelichting | Verplichtingen aan reële waarde via winst en verlies (FVPL) |
Verplichtingen gebruikt voor hedging |
Verplichtingen tegen geamorti seerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen zoals opgenomen in de balans | |||||
| Leningen | 29 | 0 | 0 | 2 141 | 2 141 |
| Obligaties | 30 | - 50 | 0 | 947 | 897 |
| Afgeleide financiële instrumenten verplichtingen |
39 | 62 | 23 | 0 | 85 |
| Handels- en overige verplichtingen | 35 | 0 | 0 | 2 411 | 2 411 |
| Andere financiële verplichtingen (exclusief afgeleide financiële instrumenten) |
31 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 12 | 23 | 5 499 | 5 534 |
| Activa | Verplichtingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Toelichting € miljoen |
2024 | 2023 | 2024 | 2023 | ||
| Valutatermijncontracten – kasstroomafdekkingen | 11 | 38 | 107 | 4 | ||
| Valutatermijncontracten – reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst- en verliesrekening |
3 | 7 | 14 | 3 | ||
| Valutatermijncontracten – afdekkingen van netto-investeringen | 95 | 1 | 7 | 14 | ||
| Rentederivaten – kasstroomafdekkingen | 13 | 19 | 2 | 5 | ||
| Rentederivaten – reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening |
24 | 12 | 63 | 59 | ||
| Overige afgeleide financiële instrumenten | 5 | 0 | 0 | 0 | ||
| Totaal | 151 | 77 | 193 | 85 | ||
| waarvan: | ||||||
| Langlopend 23, 31 |
41 | 31 | 65 | 64 | ||
| Kortlopend 23, 31 |
110 | 46 | 128 | 21 |
De volledige reële waarde van een afdekkingsderivaat wordt geclassificeerd als een vast actief of langlopende verplichting als de resterende looptijd meer dan 12 maanden bedraagt, en als een vlottend actief of kortlopende verplichting als de looptijd minder dan 12 maanden bedraagt.
De kasstroomafdekkingen die door de Groep werden uitgevoerd, werden als effectief beoordeeld en in 2023 werd een netto niet-gerealiseerde winst van € 77 miljoen (2023: netto niet-gerealiseerde winst
Het beleid van de Groep met betrekking tot het gebruik van financiële derivatencontracten wordt beschreven in Toelichting 5"Financieel risicobeheer".
van € 53 miljoen) na uitgestelde belasting opgenomen in het eigen vermogen aangaande deze transacties. Deze winsten/verliezen zullen naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt in de periode waarin de afgedekte verwachte toekomstige transacties de winst of het verlies beïnvloeden.
Het niet-effectieve deel dat in de winst- en-verliesrekening wordt opgenomen en dat ontstaat bij kasstroomafdekkingen bedraagt € 1 miljoen aan winst in 2024 (0 in 2023).
De Groep heeft verschillende valutatermijncontracten afgesloten om een deel van de zeer waarschijnlijke toekomstige omzet en royaltyinkomsten, die voor 2023 en 2024 werden verwacht, af te dekken.
De volgende tabel toont de opsplitsing van de valutaderivaten per uitdrukkingsvaluta (verkochte valuta weergave) per 31 december 2024:
| Notionele bedragen in € miljoen | USD | GBP | EUR | JPY | CHF | Andere valuta's |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Termijncontracten | 60 | 7 | 717 | 43 | 13 | 19 | 859 |
| Valutaswaps | 2 995 | 47 | 2 333 | 251 | 43 | 248 | 5 917 |
| Optie/collar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 3 055 | 54 | 3 050 | 294 | 56 | 267 | 6 776 |
Op basis van dezelfde verkochte valuta zijn de reële waarden van de derivatencontracten op vreemde valuta's als volgt:
| Activa | Verplichtingen | |||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 |
| USD | 0 | 25 | 123 | 3 |
| GBP | 0 | 0 | 0 | 0 |
| EUR | 102 | 12 | 2 | 16 |
| JPY | 6 | 7 | 1 | 1 |
| CHF | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere valuta's | 2 | 2 | 3 | 2 |
| Totaal valutaderivaten | 110 | 46 | 129 | 22 |
De looptijdanalyse voor de valutaderivaten wordt hieronder vermeld:
| € miljoen | 2024 | 2022 |
|---|---|---|
| 1 jaar of minder | - 19 | 25 |
| 1 – 5 jaar | 0 | 0 |
| Langer dan 5 jaar | 0 | 0 |
| Totaal valutaderivaten – netto activa/netto verplichtingen (-) | - 19 | 25 |
De Groep gebruikt verschillende rentederivaten om haar blootstelling aan de wijzigende rentevoeten op haar leningen te beheren. De data voor de prijsherzieningen en de afschrijvingskenmerken komen overeen met die van de vastrentende obligaties en variabelrentende notes. De uitstaande rentederivaten zijn als volgt:
| Contract | Voor perioden | Te ontvan | Te ontvangen | Te betalen | Te betalen noti | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| type | van | tot | gen valuta | notionele waarde | Te ontvangen tarief | valuta | onele waarde | Te betalen tarief |
| CCS | 30 sep 2024 | 30 sep 2025 | EUR | 246 | EURIBOR 6M | USD | 275 | SOFR |
| IRS | 1 apr 2021 | 1 okt 2027 | EUR | 150 | - 0,25% | EUR | 150 | EURIBOR 6M |
| IRS | 30 mrt 2021 | 30 mrt 2028 | EUR | 500 | - 0,22% | EUR | 500 | EURIBOR 6M |
| IRS | 21 nov 2023 | 21 nov 2029 | EUR | 300 | 3,02% | EUR | 300 | EURIBOR 3M |
| IRS | 20 mrt 2024 | 20 mrt 2030 | EUR | 500 | 2,58% | EUR | 500 | EURIBOR 3M |
| IRS | 3 jan 2023 | 2 jan 2025 | USD | 150 | SOFR | USD | 150 | 4,52% |
| IRS | 8 juni 2022 | 10 mrt 2025 | USD | 200 | SOFR | USD | 200 | 2,07% |
| IRS | 8 dec 2022 | 8 dec 2025 | USD | 200 | SOFR | USD | 200 | 4,18% |
| IRS | 8 jul 2022 | 9 mrt 2026 | USD | 200 | SOFR | USD | 200 | 2,96% |
| IRS | 8 dec 2023 | 8 dec 2026 | USD | 375 | SOFR | USD | 375 | 4,22% |
| IRS | 8 jul 2022 | 8 mrt 2027 | USD | 200 | SOFR | USD | 200 | 1,84% |
Alle gecumuleerde wisselkoerswinsten of -verliezen als gevolg van de afdekkingen van netto-investeringen worden opgenomen in Cumulatieve Omrekeningsverschillen. Deze winsten en verliezen zullen in het eigen vermogen geboekt blijven en zullen alleen in de winst- en verliesrekening opgenomen worden als de Groep de onderliggende activa niet meer in bezit heeft.
In juli 2024 heeft de Groep drie Virtual Power Purchase Agreements (VPPA's) voor hernieuwbare energie gesloten ter ondersteuning van zonne-energiecentrales in Spanje.
De reële waarde van het VPPA-contract wordt bepaald met behulp van de verdisconteerde kasstromenmethode, na identificatie van de waarde van de ingebedde Garanties van Oorsprong (GoO's). Wijzigingen in de reële waarde ten opzichte van de initiële waardering van de contracten worden opgenomen onder financiële baten en lasten, samen met de afschrijving van de initiële waardering indien relevant.
Per 31 december 2024 werden de VPPA-contracten gewaardeerd op € 5 miljoen, wat resulteerde in een opbrengst van € 1 miljoen boven de initiële waardering van € 4 miljoen. De initiële waardering wordt afgeschreven vanaf het begin van de productie.
De balans geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Gebouwen | 22 | 121 | 107 |
| Installaties en machines | 22 | 16 | 15 |
| Kantooruitrusting en voertuigen | 22 | 82 | 57 |
| Totaal gebruiksrechten van activa | 219 | 179 | |
| Langlopend | 29 | 145 | 118 |
| Kortlopend | 29 | 61 | 42 |
| Totaal leaseverplichtingen | 206 | 160 |
De verwerving van gebruiksrechten van activa gedurende boekjaar 2024 bedroeg € 98 miljoen.
Per 31 december 2024 zijn er geen verplichtingen voor gegarandeerde restwaarde inbegrepen in de leaseverplichtingen.
Per 31 december 2024 waren er geen leaseverbintenissen voor nog niet begonnen leases.
De winst- en verliesrekening geeft de volgende bedragen weer met betrekking tot leaseovereenkomsten:
| € miljoen | Toelichting | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Afschrijvingskosten van gebruiksrechten van activa | 22 | 58 | 52 |
| Gebouwen | 22 | 29 | 29 |
| Installaties en machines | 22 | 1 | 1 |
| Kantooruitrusting en voertuigen | 22 | 28 | 22 |
| Rentekosten (opgenomen onder financiële kosten) | 17 | 8 | 5 |
| Kosten in verband met kortlopende leaseovereenkomsten | 2 | 3 | |
| Kosten in verband met leaseovereenkomsten voor activa met geringe waarde die geen kortlopende leaseovereenkomsten zijn |
11 | 10 | |
| Totale kosten met betrekking tot leaseovereenkomsten | 79 | 70 |
De totale kasuitstroom voor leaseovereenkomsten in 2024 bedroeg € 53 miljoen. In 2024 waren er geen materiële opbrengsten uit onderverhuring.
| € | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 5,61 | 1,81 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,00 | 0,00 |
| Gewone winst per aandeel | 5,61 | 1,81 |
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop, met
uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden.
| € | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Uit voortgezette bedrijfsactiviteiten | 5,48 | 1,76 |
| Uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0,00 | 0,00 |
| Verwaterde winst per aandeel | 5,48 | 1,76 |
Verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst die toe te rekenen is aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen in omloop gedurende het jaar, met uitzondering van de aandelen die door de vennootschap ingekocht worden en als eigen aandelen aangehouden worden, gecorrigeerd voor het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect die gekoppeld zijn aan de uitgifte van aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen.
Het aantal potentiële gewone aandelen met verwateringseffect, wordt
uitstaande aandelenopties als het verschil tussen de gemiddelde marktprijs van gewone aandelen tijdens de verslagperiode en de gewogen gemiddelde uitoefenprijs van de aandelenopties, en op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode uitstaande toegekende aandelen en prestatieaandelen. Aandelenopties hebben alleen een verwaterend effect wanneer de gemiddelde marktprijs boven de uitoefenprijs ligt (aandelenopties zijn "in the money").
Voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel, waren er geen correctie-elementen voor de winst die aan de aandeelhouders van de Vennootschap kan worden toegerekend.
berekend op basis van het gemiddelde aantal tijdens de verslagperiode
De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel die toerekenbaar is aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij is gebaseerd op de volgende gegevens:
| Basis | ||
|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 |
| Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 1 065 | 343 |
| Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 1 065 | 343 |
| Verwaterd | ||
|---|---|---|
| € miljoen | 2024 | 2023 |
| Winst/verlies (-) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 1 065 | 343 |
| Winst (-)/verlies uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Winst toerekenbaar aan aandeelhouders van UCB NV | 1 065 | 343 |
| In duizend aandelen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor gewone winst per aandeel | 189 986 | 189 690 |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen voor verwaterde winst per aandeel | 194 547 | 195 190 |
De bruto-dividenden uitgekeerd in 2024 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2023) en 2023 (voor het jaar dat eindigde op 31 december 2022) bedroegen respectievelijk € 259 miljoen (€ 1,36 per aandeel) en € 252 miljoen (€ 1,33 per aandeel).
Een dividend voor het afgelopen jaar dat eindigde op 31 december 2024 van € 1,39 per aandeel, goed voor een totaal dividend van € 264 miljoen,
Op 31 december 2024 heeft de Groep zich ertoe verbonden om € 181 miljoen te besteden (2023: € 146 miljoen), voornamelijk met betrekking tot verwachte kapitaalinvesteringen voor de nieuwe fabriek voor gentherapie, de nieuwe campus in het VK, software en laboratorium- en overige apparatuur.
De Groep sloot een aantal ontwikkelingsovereenkomsten op lange termijn af met verschillende farmaceutische bedrijven, universiteiten en zal voorgesteld worden tijdens de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 24 april 2025.
Overeenkomstig IAS 10, Gebeurtenissen na de verslagperiode, is het voorgestelde dividend niet als een verplichting geboekt op het einde van het jaar.
financiële investeerders. Zulke samenwerkingsovereenkomsten kunnen mijlpaalbetalingen omvatten die afhankelijk zijn van succesvolle klinische ontwikkelingen of van het behalen van specifieke verkoopdoelstellingen. Op 31 december 2024 bedroeg het maximumbedrag dat betaald zou worden als alle toekomstige mijlpalen zouden worden gerealiseerd, exclusief variabele royaltybetalingen die gebaseerd zijn op de verkochte eenheden en bedragen die reeds werden voorzien voor reeds behaalde mijlpalen maar nog niet verschuldigd zijn, € 1 259 miljoen op niet-verdisconteerde basis en niet aangepast voor risico's.
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Minder dan 1 jaar | 172 | 18 |
| Tussen 1 en 5 jaar | 326 | 485 |
| Langer dan 5 jaar | 761 | 799 |
| Totaal | 1 259 | 1 303 |
UCB heeft verschillende overeenkomsten gesloten met contractproductie-organisaties voor het leveren van haar producten. De uitstaande verbintenissen ten aanzien van deze contractproductie-organisaties bedragen € 1 442 miljoen eind 2024 tot 2034 (2023: € 991 miljoen tot 2033). Bovendien heeft UCB een uitstaande verbintenis voor de reservering van productiecapaciteit van € 21 miljoen per eind 2024.
Als onderdeel van de innovatiestrategie van UCB, heeft UCB een risicokapitaalfonds opgericht, UCB Ventures. Het fonds is voornamelijk bedoeld om het innovatie-ecosysteem van UCB meer ruimte te geven, een betere kijk op nieuwe technologieën, producten, platformen en kanalen te creëren om UCB's bestaande activiteiten uit te breiden of aan te vullen, netwerken en strategische relaties te ontwikkelen in de risicokapitaal-investeerdersgemeenschap met het oog op het identificeren van opportuniteiten die UCB anders niet zou zien. In dit kader heeft UCB eind 2024 uitstaande verbintenissen voor een totaal bedrag van € 21 miljoen met betrekking tot risicokapitaalinvesteringen.
De garanties die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering, zullen naar verwachting niet leiden tot materiële financiële verliezen.
De Groep blijft actief betrokken bij rechtsgeschillen, claims en onderzoeken. De lopende zaken kunnen leiden tot aansprakelijkheden, burgerlijke en strafrechtelijke sancties, verlies van productexclusiviteit en andere kosten, boetes en uitgaven die verbonden zijn aan uitkomsten die nadelig zijn voor de belangen van UCB. Potentiële kasuitstromen die weergegeven worden in een voorziening kunnen, in bepaalde gevallen, geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een verzekering. UCB heeft geen voorzieningen aangelegd voor mogelijke schadegevallen voor bijkomende juridische claims tegen onze dochterondernemingen als UCB van mening is dat een betaling ofwel niet waarschijnlijk is of niet betrouwbaar kan worden geschat.
Wij beschermen met kracht onze octrooiportefeuille en ons vermogen om geneesmiddelen naar patiënten te brengen waar en wanneer wij dat nodig achten.
Bijgevolg is UCB als eiser en gedaagde betrokken bij verschillende geschillen in verschillende rechtsgebieden in de VS en Europa.
Als reactie op de Paragraaf IV-certificering van Aurobindo heeft UCB in december 2024 een rechtszaak aangespannen tegen Aurobindo om een Amerikaans patent af te dwingen dat eind 2027 afloopt en dat betrekking heeft op een aspect van NEUPRO. Vanwege de wettelijke wachttijd van 30 maanden vóór goedkeuring door de FDA kan Aurobindo niet eerder dan augustus 2027 een generieke versie op de markt brengen. Wij zoeken naar een oplossing voor het geschil met Aurobindo.
Luye verkreeg in 2023 goedkeuring op nationaal niveau voor haar "design-around"-product via de gedecentraliseerde procedure in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Spanje. Luye lanceerde haar generieke product in Duitsland in december 2023. Luye vocht het herformuleringsoctrooi van UCB op nationaal niveau aan in Oostenrijk, het VK, Portugal en Nederland. In augustus 2024 sloten de partijen een schikkingsovereenkomst, waarmee de zaak werd opgelost.
In 2021 heeft Cipla een ANDA ingediend waarin de geldigheid van bepaalde NAYZILAM-octrooien wordt aangevochten. UCB heeft daarop een rechtszaak aangespannen tegen Cipla. Cipla heeft een inbreuk vanwege UCB op haar ANDA aangevoerd. De rechtszaak vond plaats in oktober 2023. Een uitspraak wordt verwacht in 2025.
In 2023 spande OssiFi-Mab LLC ("OMAB") een rechtszaak aan tegen UCB Pharma S.A., UCB Pharma GmbH en Amgen in Duitsland waarin het aanvoerde dat EVENITY inbreuk maakt op het Duitse deel van een Europees octrooi. Ter verdediging hebben UCB Pharma S.A. en UCB Pharma GmbH gezamenlijk, evenals Amgen, verzet aangetekend bij het Europees Octrooibureau (EOB) om het octrooi van OMAB ongeldig te laten verklaren. Daarnaast heeft UCB Pharma B.V. in Nederland een rechtszaak aangespannen om het Nederlandse deel van het octrooi van OMAB ongeldig te laten verklaren. OMAB heeft in Nederland een tegenvordering wegens inbreuk ingediend. In oktober 2024 oordeelde de Oppositieafdeling van het EOB in het voordeel van UCB en herriep het patent van OMAB in zijn geheel. Daarna heeft OMAB haar inbreukvordering in Duitsland ingetrokken. OMAB heeft tegen de beslissing van de Oppositieafdeling beroep aangetekend en de zaak is nog in behandeling. De rechtbank in Nederland heeft de nietigheids- en inbreukprocedure opgeschort in afwachting van de definitieve beslissing in het beroep van OMAB bij het EOB.
Distilbène productaansprakelijkheidsrechtzaak – Frankrijk Entiteiten van de UCB Groep zijn genoemd als verweerders in verschillende productaansprakelijkheidsrechtszaken in Frankrijk. De eisers in deze rechtszaken voeren aan dat hun moeders tijdens hun zwangerschap Distilbène, een voormalig product van de UCB Groep, ingenomen hebben en dat zij als gevolg daarvan lichamelijk letsel hebben opgelopen. De Groep heeft een voorziening aangelegd (zie Toelichting 34 in het Jaarverslag 2024).
Sinds 2019 werden 24 rechtszaken tegen de UCB Group in de VS aangespannen in verband met opioïden. In oktober 2024 werd de laatste claim tegen UCB in verband met opioïden afgewezen.
In maart 2019 ontving UCB, Inc. een vraag om burgerrechtelijk onderzoek (Civil Investigative Demand) van het Amerikaanse Ministerie van Justitie (Department of Justice – DOJ) en een dagvaarding van het bureau van de Inspecteur-Generaal (Office of Inspector General – OIG) binnen het Ministerie van Volksgezondheid en Human Services, die beiden documenten opvroegen met betrekking tot de verkoop- en marketingpraktijken en prijsstelling voor CIMZIA, respectievelijk in de periodes van 2011 tot op heden en van 2008 tot op heden. UCB verleende haar volledige medewerking aan het Ministerie van Justitie en het OIG. In maart 2020 werd UCB ervan op de hoogte gebracht dat het DOJ het door zijn kantoor in Georgia ingestelde onderzoek opschortte.
340B-programma voor de prijsstelling van geneesmiddelen
In december 2021 (bijgewerkt in oktober 2023) heeft UCB een 340B-beleid geïmplementeerd, dat beperkingen stelt aan het gebruik van contractapotheken door bepaalde gedekte entiteiten, terwijl ervoor wordt gezorgd dat kwetsbare en onderbediende patiëntengroepen nog steeds toegang hebben tot UCB-geneesmiddelen.
In september 2022 spande UCB een rechtszaak aan tegen het federale agentschap dat 340B beheert, de Health Resources and Services Administration (HRSA), als reactie op de brief van HRSA waarin werd gesteld dat het 340B-beleid van UCB in strijd was met de wet. In september 2024 oordeelde het Hof dat het 340B-beleid van UCB niet in strijd is met de wet.
In december 2024 spande UCB een rechtszaak aan tegen de HRSA om de certificering (en hercertificering) van de status van gedekte entiteit van acht Sagebrush-onderafdelingen aan te vechten. Deze Sagebrush-onderafdelingen waren ten onrechte door HRSA gecertificeerd als voor 340B in aanmerking komende klinieken, waardoor ze aanzienlijke prijsverlagingen op de producten van UCB konden verkrijgen. Amgen en Eli Lilly zijn mede-eisers in de zaak.
Gedurende de boekjaren afgesloten op 31 december 2024 en 2023 werden alle transacties binnen de UCB Groep uitgevoerd op basis van beoordelingen van wederzijds economisch voordeel van de betrokken partijen, en werden de toepasselijke voorwaarden vastgesteld in overeenstemming met criteria van marktconforme onderhandelingen en eerlijk handelen, en met het oog op de creatie van waarde voor de gehele UCB Groep. De voorwaarden die van toepassing waren op transacties binnen de UCB Groep waren gelijkaardig aan de voorwaarden die van toepassing waren op transacties met derde partijen.
Met betrekking tot de verkoop van tussentijdse en afgewerkte producten gingen deze criteria gepaard met het principe van de verhoging van de productiekosten van elke partij met een onafhankelijk vastgestelde winstmarge. Met betrekking tot de diensten die geleverd werden binnen de UCB Groep gingen deze criteria vergezeld van het principe van voldoende vergoedingen om de kosten te dekken die door elke partij werden gemaakt en een marktconforme winstmarge. De binnen de UCB Groep uitgevoerde transacties vormen standaardtransacties voor
een biofarmaceutische groep. Deze transacties omvatten de aankoop en verkoop van tussentijdse en afgewerkte medische producten, deposito's en leningen voor verbonden ondernemingen van de UCB Groep, alsook gecentraliseerde functies en activiteiten van de UCB Groep om de operaties te optimaliseren.
In 2024 zijn er geen materiële financiële transacties geweest met andere verbonden partijen dan de verbonden ondernemingen van UCB NV.
De onderstaande vergoedingen van managers op sleutelposities omvatten de vergoedingen die zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening voor de leden van de Raad van bestuur en het Uitvoerend Comité, voor het jaargedeelte waarin ze hun mandaat uitoefenden.
| 2024 | 2023 | |
|---|---|---|
| Korte-termijnpersoneelsbeloningen | 19 | 18 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 2 | 2 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | 12 | 8 |
| Totale vergoedingen van managers op sleutelposities | 33 | 28 |
Korte-termijnpersoneelsbeloningen omvatten lonen (inclusief socialezekerheidsbijdragen), tijdens het jaar verdiende bonussen, autoleasing en andere vergoedingen indien van toepassing. Op aandelen gebaseerde betalingen omvatten de afschrijving over de wachtperiode van de reële waarde van toegekende aandeelbewijzen en omvatten ook
aandelenopties, toegekende aandelen en prestatieaandelen zoals in Toelichting 28 nader wordt uitgelegd. Er zijn door de Vennootschap of door een dochteronderneming van de Groep geen leningen toegekend aan een bestuurder of kaderlid van de Groep en er zijn evenmin garanties in die zin gegeven.
De grootste aandeelhouder van UCB is Financière de Tubize SA (hierna ook de "Referentieaandeelhouder" of "Tubize" genoemd), een Belgisch beursgenoteerd bedrijf op Euronext Brussel. Op basis van de recentste publieke informatie bezat Tubize 70 502 554 UCB-aandelen op een totaal van 194 505 658 (d.w.z. 36,25%) op 31 juli 2024. Voor de aandeelhoudersstructuur verwijzen wij naar de website van Financière de Tubize SA: www.financiere-tubize.be
UCB bezit ook UCB-aandelen in 2024. De overige UCB-aandelen zijn in handen van het publiek. Voor een overzicht van de belangrijke deelnemingen van UCB (inclusief gelijkgestelde financiële instrumenten) op basis van de transparantiemeldingen ontvangen krachtens de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in 2024, verwijzen wij naar 3.3.4 Aandeelhoudersstructuur onder het hoofdstuk Deugdelijk Bestuur van dit Geïntegreerd Jaarverslag 2024.
Er hebben zich na het einde van de verslagperiode geen belangrijke gebeurtenissen voorgedaan die een impact zouden kunnen hebben op de geconsolideerde jaarrekening van UCB.
| Naam en maatschappelijke zetel | Aandelen | Meerderheidsaandeelhouder |
|---|---|---|
| Australië | ||
| UCB Australia Pty. Ltd. – Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria | 100% | UCB NV |
| Engage Therapeutics Australia Pty. Ltd. Level 1, 1155 Malvern Road – 3144 Malvern, Victoria | 100% | Engage Therapeutics, Inc. |
| België | ||
| UCB Fipar SA – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0403.198.811) | 100% | UCB Belgium NV |
| UCB Biopharma SRL – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0543.573.053) | 100% | UCB Pharma NV |
| UCB Belgium SA – Researchdreef, 60 – 1070 Brussel (BE0402.040.254) | 100% | UCB Pharma NV |
| UCB Developed Brands SRL1 – Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel (BE1017.533.562) |
100% | UCB Pharma NV |
| UCB Pharma SA – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0403.096.168) | 100% | UCB NV |
| Sifar SA2 – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0453.612.580) |
100% | UCB Pharma NV |
| UCB Ventures SA – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0667 816 096) | 100% | UCB NV |
| UCB Ventures Belgium SA – Researchdreef 60 – 1070 Brussel (BE0668 388 891) | 100% | UCB Ventures SA |
| Brazilië | ||
| UCB Biopharma Ltda – Av. Presidente Juscelino Kubitschek, nº 1327, 5° andar, Condominio Edificio Intemacional Plaza II – CEP: 04543-011 Sao Paulo |
100% | UCB NV |
| Bulgarije | ||
| UCB Bulgaria EOOD – 2B Srebarna street, fl. 9, office 8B, Lozenetz, Sofia 1407 | 100% | UCB NV |
| Canada | ||
| UCB Canada Inc. – 2201 Bristol Circle, Suite 602 – ON L6H0J8 Oakville | 100% | UCB Holdings Inc. |
| China | ||
| UCB Trading (Shanghai) Co Ltd – Suite 317, 439 No.1 Fu Te Road West, Sjanghai (Pilot Free Trade Zone) |
100% | UCB NV |
| UCB Pharma (Hong Kong) Ltd – Rooms 156 & 157, 20/F, Cityplaza Three, 14 Taikoo Wan Road, Tai Koo, Hongkong |
100% | UCB Pharma GmbH |
| UCB Pharma (Zhuhai) Company Ltd3 – Section A., Workshop, No.3 Science & Technology 05th Road, Innovation Coast, National Hi-Tech Industrial Development Zone – Zhuhai Guangdong Province |
100% | UCB Pharma GmbH |
| Denemarken | ||
| UCB Nordic AS – Edvard Thomsens Vej 14, 7 – 2300 Kopenhagen | 100% | UCB Pharma NV |
| Duitsland | ||
| UCB Pharma GmbH – Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB GmbH |
| UCB GmbH – Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 – 40789 Monheim am Rhein | 100% | UCB Pharma NV |
| UCB BioSciences GmbH – Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 – 40789 Monheim am Rhein |
100% | UCB Pharma GmbH |
| Cosmix Verwaltungs GmbH1 – Rolf-Schwarz-Schütte Platz 1 – 40789 Monheim am Rhein |
100% | Ra Pharmaceuticals, Inc. |
| Naam en maatschappelijke zetel | Aandelen | Meerderheidsaandeelhouder |
|---|---|---|
| Finland | ||
| UCB Pharma Oy Finland – Bertel Jungin aukio 5, 6.krs – 02600 Espoo | 100% | UCB Pharma NV |
| Frankrijk | ||
| UCB Pharma SA – Défense Ouest 420, rue d'Estienne d'Orves – 92700 Colombes | 100% | UCB NV |
| Griekenland | ||
| UCB A.E. – 63 Agiou Dimitriou Street – 17456 Alimos – Athene | 100% | UCB NV |
| Hongarije | ||
| UCB Hungary Ltd – Obuda Gate Building Arpád Fejedelem ùtja 26-28 – 1023 Boedapest | 100% | UCB NV |
| Indië | ||
| UCB India Private Ltd – Building No. – P3, Unit No. – 103, 1st Floor, Prithvi Complex, Kalher Pipe Line, Kalher, Bhiwandi, Thane, 421302 Maharashtra |
100% | UCB NV |
| Ierland | ||
| UCB (Pharma) Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road – Dublin 24 |
100% | UCB NV |
| UCB Manufacturing Ireland Ltd – United Drug House Magna Drive, Magna Business Park, City West Road – Dublin 24 |
100% | UCB NV |
| Zogenix ROI Limited1 – Trinity House, Charleston Road – Ranelagh, Dublin 6, D06 C8X4 |
100% | Zogenix International Limited |
| Italië | ||
| UCB Pharma SpA – Via Varesina 162 – 20156 Milaan | 100% | UCB NV |
| Zogenix S.r.l.2 – Via Varesina 162 – 20156 Milaan |
100% | Zogenix International Limited |
| Japan | ||
| UCB Japan Co Ltd – Shinjuku Grand Tower, 8-17-1 Nishi-Shinjuku 160-0023 Shinjuku, Tokio | 100% | UCB NV |
| Mexico | ||
| UCB de Mexico SA de C.V. – Calzada Mariano Escobedo 595, Piso 3, Oficina 03/100, Colonia Rincón del Bosque, Bosque de Chapultepec I sección, Alcaldía Miguel Hidalgo, 11589 Mexico D.F. |
100% | UCB NV |
| Nederland | ||
| UCB Pharma B.V. (Netherlands) – Hoge Mosten 2 – 4822 NH Breda | 100% | UCB Pharma NV |
| Noorwegen | ||
| UCB Pharma A.S. – Haakon VIIs gate 6 – 0161 Oslo | 100% | UCB Pharma NV |
| Oekraïne | ||
| UCB Ukraine LLC – 19 Grygoriya Skovorody Str., Business – center "Podol Plaza" – 04070 Kiyv |
100% | UCB Pharma GmbH |
| Naam en maatschappelijke zetel | Aandelen | Meerderheidsaandeelhouder |
|---|---|---|
| Oostenrijk | ||
| UCB Pharma Gesellschaft m.b.H. – Twin Tower, Wienerbergstrasse 11/12a, 1100 Wenen | 100% | UCB Pharma NV |
| Polen | ||
| Vedim Sp. z.o.o. – Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00-380 Warschau | 100% | UCB NV |
| UCB Pharma Sp. z.o.o. – Ul. L. Kruczkowskiego, 8, 00-380 Warschau | 100% | UCB NV |
| Portugal | ||
| UCB Pharma (Produtos Farmaceuticos) Lda - Rua do Silval, nº 37, piso 1, S1.3, 2780-373 Oeiras |
100% | UCB NV |
| Roemenië | ||
| UCB Pharma Romania S.R.L. 165 Calea Floreasca, One Tower Building, 3rd Floor, 1st district, Boekarest 14459 |
100% | UCB NV |
| Rusland | ||
| UCB Pharma LLC – Prensky Naberezhnye, 10, blok C, 13e verdieping – 123112 Moskou |
100% | UCB NV |
| UCB Pharma Logistics LLC – 1st Krasnogvardeyskiy proezd 15, floor 13, office 2, room 35, premises 1 – 123100 Moskou |
100% | UCB NV |
| Spanje | ||
| UCB Pharma SA – Plaza de Manuel Gómez Moreno, s/n, Edificio Bronce, 5e verd. – 28020 Madrid |
100% | UCB NV |
| Taiwan | ||
| UCB Pharmaceuticals (Taiwan) Ltd – 12F.-2, No.88, Dunhua N. Rd., Songshan Dist, 10551 Taipei |
100% | UCB NV |
| Tsjechische republiek | ||
| UCB S.R.O. – Jankovcova 1518 / 2 – 170 00 Praha 7 | 100% | UCB NV |
| Turkije | ||
| UCB Pharma A.S. – Palladium Tower, Barbaros Mah., Kardelen Sok. No.2, Kat.24/80, -34746 Istanboel |
100% | UCB NV |
| VK | ||
| UCB (Investments) Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE | 100% | UCB NV |
| Celltech Group Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE | 100% | UCB (Investments) Ltd |
| Celltech Pension Trustees Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE | 100% | Celltech Group Ltd |
| Celltech R&D Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE | 100% | Celltech Group Ltd |
| Darwin Discovery Ltd 1 – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE |
100% | Celltech Group Ltd |
| UCB Pharma Ltd – 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE | 100% | Celltech Group Ltd |
| Zogenix Europe Limited– 208 Bath Road, Slough, Berkshire SL1 3WE | 100% | Zogenix, Inc. |
| Zogenix International Limited – The Pearce Building West Street, Maidenhead, Berkshire SL6 1RL | 100% | Zogenix Europe Limited |
| Naam en maatschappelijke zetel | Aandelen | Meerderheidsaandeelhouder |
|---|---|---|
| VS | ||
| UCB Holdings Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Pharma NV |
| UCB Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware | 100% | UCB Holdings Inc. |
| UCB Biosciences Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. |
| UCB Manufacturing Inc. – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Inc. |
| Ra Pharmaceuticals, Inc.2 Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Holdings Inc. |
| Engage Therapeutics, Inc. Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Holdings Inc. |
| Zogenix, Inc.2 – Corporation Trust Center, 1209 Orange Street – 19801 Wilmington, Delaware |
100% | UCB Biosciences Inc. |
| Zuid-Korea | ||
| UCB Korea Co Ltd. – 4th Fl., A+ Asset Tower, 369 Gangnam-daero, Seocho-gu, 06621 Seoel | 100% | UCB NV |
| Zweden | ||
| UCB Pharma AB (Sweden) – Master Samuelsgatan 60 – 111 21 Stockholm | 100% | UCB Pharma NV |
| Zwitserland | ||
| UCB Farchim SA (A.G.-Ltd.) ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Pharma NV |
| Doutors Réassurance SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Farchim SA |
| UCB-Pharma AG – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Farchim SA |
| UCB Medical Devices SA – ZI de Planchy, Chemin de Croix Blanche 10 – 1630 Bulle | 100% | UCB Farchim SA |
1 Darwin Discovery Ltd (VK), Sifar SA (BE) en Zogenix S.r.l. (Italië) zijn respectievelijk op 2 januari, 19 december en 20 december 2024 ontbonden en zijn tot aan de ontbinding opgenomen in de geconsolideerde winsten verliesrekening voor respectievelijk 2023 en 2024.
2 Zogenix, Inc. en Ra Pharmaceuticals, Inc. zijn respectievelijk op 1 april 2024 en op 1 januari 2025 gefuseerd met respectievelijk UCB BioSciences, Inc. en met UCB, Inc. en zijn opgenomen in de geconsolideerde winst- en verliesrekening voor 2023 en 2024 tot op het moment van de fusie.
We bevestigen hierbij dat, voor zover we weten, de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2024, opgesteld in overeenstemming met de IFRS-normen (International Financial Reporting Standards), zoals aangenomen door de Europese Unie en met de wettelijke verplichtingen die in België van toepassing zijn, een waarheidsgetrouw en reëel beeld geven van de activa, passiva, financiële positie en winst of verlies van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen en dat het verslag van de Raad van bestuur een reëel overzicht geeft van de ontwikkeling en prestaties van het bedrijf en de positie van de vennootschap en de ondernemingen die als een geheel in de consolidatie zijn opgenomen, samen met een beschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden die ze verwachten.
Ondertekend door Jean-Christophe Tellier (CEO) en Sandrine Dufour (CFO)
In naam van de Raad van bestuur.
In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van UCB NV (de "Vennootschap") en haar filialen (samen "de Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de geconsolideerde jaarrekening alsook de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt één geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 25 april 2024, overeenkomstig het voorstel van de raad van bestuur uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2026. Wij hebben de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap gedurende vier opeenvolgende jaren uitgevoerd.
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep, die de geconsolideerde balans op 31 december 2024 omvat, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum, en de toelichting met de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze geconsolideerde jaarrekening vertoont een totaal van de geconsolideerde balans van EUR 17.347 miljoen en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar (toegekend aan aandeelhouders) van EUR 1.065 miljoen.
Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de geconsolideerde financiële toestand van de Groep per 31 december 2024, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS accounting standards) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA's) zoals van toepassing in België. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie "Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle- informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden.
Beschrijving van het kernpunt van de controle In de VS verkoopt de UCB Groep producten aan verschillende klanten die deel uitmaken van commerciële en overheidscontractuele regelingen of andere terugbetalings- programma's (Medicaid, Medicare of een gelijkaardig schema). Dit proces leidt tot belangrijke aanpassingen van de bruto-omzet in de vorm van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en verkoopretouren. We hebben dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen omdat aanzienlijke bedragen van deze niet-afgewikkelde aanpassingen op het einde van het boekjaar als voorziening geboekt worden op de balans. Het proces voor het bepalen van deze voorzieningen is complex en is afhankelijk van contractvoorwaarden en regelgeving, evenals prognoses van verkoopvolumes per kanaal en inschattingen van verwachte retouren van producten. Zoals vermeld in Toelichting 35 bedraagt de voorziening op 31 december 2024 EUR 1.023 miljoen (EUR 703 miljoen op 31 december 2023).
Onze testen waren gericht op de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabattenenproductretouren die aan het einde van het jaar zijn opgenomen, aangezien het proces voor deze voorzieningen gebruik maakt van grote hoeveelheden gegevens met betrekking tot verkoopvolumes en kortingen uit meerdere bronnen die, samengenomen, een aanzienlijke beoordeling vereisen door het management in een complexe Amerikaanse gezondheidszorgomgeving.
We hebben de berekeningen van het management van de voorzieningen voor verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren verkregen en de inputs in de berekening van de voorzieningen getest. We hebben de volgende procedures uitgevoerd:
We hebben de belangrijkste beoordelingen en veronderstellingen aangaande de analyse beoordeeld en we hebben andere bekende factoren, zoals generieke deelnemers en overheidsinformatie en wettelijke of regelgevende informatie, in aanmerking genomen. We hebben de veronderstellingen beoordeeld die worden gebruikt om de standaard vertragingstijden voor commerciële kortingen, Medicare-kortingen, Medicaid- kortingen, contante kortingen, terugvorderingen en retouren te bepalen.
Bij het bepalen van de geschiktheid van het beleid voor de erkenning van opbrengsten in overeenstemming met IFRS 15, zoals toegepast door het management, met betrekking tot het berekenen van verkoopkortingen, terugvorderingen, rabatten en productretouren krachtens contractuele en wettelijke vereisten, is er ruimte voor beoordeling. We hebben geen materiële verschillen geïdentificeerd tussen onze onafhankelijke verwachtingen en de voorzieningen en we vonden de beoordelingen van het management redelijk. Bovendien zijn de toegepaste grondslagen consistent, in alle materiële opzichten, met IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Beschrijving van het kernpunt van de controle De UCB Groep heeft voor EUR 4.082 miljoen immateriële activa (31 december 2023 – EUR 4.232 miljoen), bestaande uit belangrijke licenties, patenten en verworven handelsmerken en EUR 5.462 miljoen aan goodwill op 31 december 2024 (31 december 2023 – EUR 5.254 miljoen).
De boekwaarde van de goodwill en immateriële activa zijn afhankelijk van toekomstige kasstromen en wanneer deze kasstromen niet voldoen aan de verwachtingen van de Groep, bestaat het risico dat de activa een bijzondere waardevermindering moeten ondergaan. De door de Groep uitgevoerde analyse van bijzondere waardeverminderingen bevatten een aantal belangrijke beoordelingen en veronderstellingen, waaronder omzetgroei, het succes van nieuwe productintroducties, vervaldata voor octrooien, winstmarges, eindwaarden en disconteringsvoet. Wijzigingen in deze veronderstellingen kunnen leiden tot een wijziging in de boekwaarde van immateriële activa en goodwill. Op basis hiervan hebben we dit punt als een kernpunt van onze controle opgenomen.
Zoals in toelichting 21 vermeld heeft de Groep één kasstroomgenererende eenheid ("CGU"), Biopharmaceuticals, voor het testen van de goodwill op bijzondere waardeverminderingen.
Wij verkregen de analyses van de UCB Groep voor de evaluatie van bijzondere waardeverminderingen en voerden de volgende procedures uit:
De beoordeling door het management van de realiseerbare waarde van de activa van de Groep heeft niet geleid tot de opname van bijzondere waardeverminderingsverliezen in 2024 (zie Toelichting 14). Als gevolg van onze werkzaamheden, hebben wij vastgesteld dat de hoogte van de waardevermindering passend is. Verder hebben wij geconstateerd dat de beoordelingen van het management werden onderbouwd door redelijke veronderstellingen die onredelijke negatieve veranderingen zouden vereisen voordat een materiele waardevermindering noodzakelijk was.
Met betrekking tot de CGU Biopharmaceuticals hebben we bevestigd dat dit het laagste niveau is waarop het management goodwill voor interne doeleinden controleert, dat het consistent is met de manier waarop de resultaten en de financiële positie van de Groep worden gerapporteerd aan het directiecomité en de raad van bestuur en dat het aldus voldoet aan IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
Zie Toelichtingen 3.12, 4.2.5, 32 en 36
Beschrijving van het kernpunt van de controle De UCB Groep heeft aanzienlijke fiscale verliezen uit vroegere en huidige bedrijfsresultaten. Er bestaat een inherente onzekerheid bij het beoordelen van zowel de beschikbaarheid van verliezen en belastingkredieten als bij het voorspellen van toekomstige belastbare winsten, wat de mate bepaalt waarin uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen. Bovendien kunnen de beschikbaarheid en het bedrag van de fiscale verliezen en belastingkredieten worden beïnvloed door lopende belastingcontroles.
Op 31 december 2024, heeft de Groep EUR 929 miljoen aan uitgestelde belastingvorderingen erkend (31 december 2023 – EUR 518 miljoen). Het proces voor het bepalen van uitgestelde belastingvorderingen is complex en vereist een aanzienlijke mate van oordeelsvorming. Dit zijn de redenen waarom de opname van uitgestelde belastingvorderingen in onze controle belangrijk wordt geacht.
De groep is actief in een complexe, multinationale belastingomgeving en er zijn openstaande belasting- en verrekenprijzenaangelegenheden met belastingautoriteiten. Oordeel is vereist bij het bepalen van verplichtingen die vereist zijn met betrekking tot onzekere belastingposities. Daarom worden ook de verplichtingen voor onzekere belastingposities als een kernpunt van de controle beschouwd. Op 31 december 2024, heeft de Groep verplichtingen opgenomen van EUR 139 miljoen met betrekking tot onzekere belastingposities (31 december 2023 – EUR 91 miljoen). Schulden met betrekking tot onzekere belastingposities worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een ingenomen belastingpositie moeilijk of niet houdbaar is als deze wordt aangevochten door de belastingautoriteiten en nadat alle rechtsmiddelen zijn uitgeput.
Aangaande onzekere belastingposities heeft de Groep een provisie voor terug te vorderen belastingen geboekt door toepassing van de Regeling Onderling Overleg en dit voor een bedrag van EUR 23 miljoen (31 december 2023 – EUR 22 miljoen). De belastingvorderingen geboekt onder activa als gevolg van de Regeling Onderling Overleg worden geboekt wanneer de Groep het waarschijnlijk acht dat een Regeling Onderling Overleg een gelijkaardige aanpassing voorziet in één of meerdere rechtsgebieden.
Dit betekent dat de Groep, op netto-basis, een voorziening heeft geboekt van EUR 116 miljoen (31 december 2023 – EUR 69 miljoen) ter dekking van onzekere belastingposities.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle
Wij hebben de geschiktheid van de belangrijkste veronderstellingen en inschattingen van het management geëvalueerd, met name de waarschijnlijkheid om voldoende toekomstige belastbare winsten te genereren ter ondersteuning van de opname van uitgestelde belastingvorderingen.
We evalueerden de mogelijke effecten van belastingcontroles op de beschikbaarheid van fiscale verliezen en belastingvoordelen (en de noodzaak om een verplichting voor onzekere belastingposities te erkennen, indien dit noodzakelijk wordt geacht).
We hebben gekeken naar de status van recente en lopende belastingcontroles, de uitkomsten van eerdere controles, de oordelende posities ingenomen in belastingaangiften en inschattingen van het lopende jaar en ontwikkelingen in de belastingomgeving.
Samen met onze eigen specialisten op het vlak van internationale belastingen hebben we de correspondentie met de relevante belastingautoriteiten en bepaalde externe belastingadviezen beoordeeld en geëvalueerd. Op basis van deze informatie hebben we de veronderstellingen geanalyseerd en beoordeeld dewelke het management heeft gebruikt om belastingverplichtingen te bepalen. We besluiten dat de verplichtingen voor onzekere belastingposities werden bepaald in overeenstemming met IFRIC 23.
Wij hebben beoordeeld of de informatieverstrekking door de UCB Groep over de gevoeligheid van de erkenning van uitgestelde belastingvorderingen voor redelijke mogelijke veranderingen in belangrijke veronderstellingen, de bijbehorende inherente risico's en de toelichtingen met betrekking tot belasting- en onzekere belastingposities weerspiegelt.
Naar aanleiding van ons werk hebben we vastgesteld dat de conclusies van het management met betrekking tot de opname van uitgestelde belastingvorderingen en de recupereerbaarheid passend zijn. We hebben ook vastgesteld dat de verplichtingen voor onzekere belastingposities en de bijbehorende toelichtingen aanvaardbaar zijn.
Beschrijving van het kernpunt van de controle De farmaceutische industrie is een sterk gereguleerde sector, die het inherente risico voor rechtszaken, claims en onderzoeken door regelgevende instanties verhoogt. De UCB Groep is betrokken bij een aantal juridische acties, waaronder productaansprakelijkheid, commerciële geschillen en onderzoeken door regelgevende instanties, die een belangrijke invloed kunnen hebben op de jaarrekening.
De Groep voldoet aan de vereisten van IAS 37 voor het evalueren en boeken van voorzieningen voor bepaalde risico's. Het boeken van een voorziening of een voorwaardelijke verplichting ter dekking van het juridisch risico vereist van nature het gebruik van een professioneel oordeel omdat het moeilijk is de uitkomst van geschillen die kunnen ontstaan, in te schatten.
Gezien de aard van de lopende procedures tegen de Groep en het gebruik van ramingen bij het bepalen van de voorzieningen, beschouwen wij de lopende geschillen, vorderingen en reglementaire onderzoeken als een essentiële audit aangelegenheid.
Op 31 december 2023, beschikte de Groep over voorzieningen voor EUR 399 miljoen (31 december 2023 – EUR 385 miljoen) onder meer met betrekking tot feitelijke juridische acties die tegen de Groep werden ingesteld en worden deze voorzieningen in Toelichting 34 uiteengezet, evenals de vermelding van voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 43 met betrekking tot lopende onderzoeken door regelgevende instanties of juridische claims waarbij de bestuurders menen dat zij een goede verdediging hebben tegen de claims.
Zoals uiteengezet in Toelichting 34 en 43, is de Groep betrokken bij diverse gevallen van productaansprakelijkheid met betrekking tot het product Distilbène. Deze voorziening bedroeg EUR 113 miljoen op 31 december 2023 en bedraagt EUR 98 miljoen op 31 december 2024.
Onze auditbenadering met betrekking tot het kernpunt van de controle Onze controlewerkzaamheden waren gericht
op het volgende:
bare) rechterlijke uitspraken, naar beschikbare documentatie zoals correspondentie met externe juridische adviseurs en door onafhankelijke bevestigingen te verkrijgen van de externe juridische adviseurs.
Onze testen hebben geen afwijkingen van materieel belang in de opgenomen voorzieningen geïdentificeerd. Wij hebben geconstateerd dat in de context van de jaarrekening van de Groep de beoordelingen door het management en de geboekte voorzieningen redelijk zijn en dat de toelichtingen met betrekking tot juridische en regelgevende zaken, voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen in Toelichting 34 en 43 in overeenstemming waren met de vereisten van IFRS zoals aangenomen door de Europese Unie.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS accounting standards) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is de raad van bestuur verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische
beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader na dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Groep, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee de raad van bestuur de bedrijfsvoering van de Groep ter hand heeft genomen of zal nemen.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Uit de aangelegenheden die met het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het verslag over de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de duurzaamheidsinformatie en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening.
Verantwoordelijkheden van de commissaris In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het verslag van de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het verslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening
Het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening bevat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die het voorwerp uitmaakt van ons afzonderlijk verslag betreffende de beperkte mate van zekerheid met betrekking tot deze duurzaamheidsinformatie. Deze sectie betreft niet de assurance over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen in het jaarverslag. Voor dit deel van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening verwijzen wij naar ons verslag hieromtrent.
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het verslag, zijn wij van oordeel dat dit verslag overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar, en is dit verslag opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen tijdens de controle, of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
Wij hebben ook, overeenkomstig de ontwerp norm inzake de controle van de overeenstemming van de financiële overzichten met het Europees uniform elektronisch formaat (hierna "ESEF"), de controle uitgevoerd van de overeenstemming van het ESEF-formaat met de technische reguleringsnormen vastgelegd door de Europese Gedelegeerde Verordening nr. 2019/815 van 17 december 2018 (hierna: "Gedelegeerde Verordening").
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen, in overeenstemming met de ESEF vereisten, van de geconsolideerde financiële overzichten in de vorm van een elektronisch bestand in ESEF-formaat (hierna "geconsolideerde financiële overzichten") opgenomen in het jaarlijks financieel verslag.
Het is onze verantwoordelijkheid voldoende en geschikte onderbouwende informatie te verkrijgen om te concluderen dat het formaat en de markeertaal van de digitale geconsolideerde financiële overzichten in alle van materieel belang zijnde opzichten voldoen aan de ESEF-vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn wij van oordeel dat het formaat van en de markering van informatie in de digitale geconsolideerde financiële overzichten opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van het Groep per 31 december 2024 in alle van materieel belang zijnde opzichten in overeenstemming zijn met de ESEF vereisten krachtens de Gedelegeerde Verordening.
Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.
Brussels, 26 februari 2025
Vertegenwoordigd door
Sébastien Schueremans Bedrijfsrevisor
Overeenkomstig het Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, is er besloten om een ingekorte versie van de statutaire jaarrekening van UCB NV te presenteren.
De statutaire jaarrekening van UCB NV wordt opgesteld volgens de Belgische boekhoudkundige normen.
Er dient opgemerkt te worden dat enkel de hierboven weergegeven geconsolideerde jaarrekening een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van de UCB Groep.
De statutaire commissaris heeft een verklaring zonder voorbehoud afgeleverd en bevestigd dat de nietgeconsolideerde jaarrekening van UCB NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024 een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand en de resultaten van UCB NV en overeenstemt met alle wettelijke en reglementaire bepalingen.
Overeenkomstig de wetgeving zal deze afzonderlijke jaarrekening, samen met het managementverslag van de Raad van bestuur aan de algemene aandeelhoudersvergadering en het verslag van de commissaris ingediend worden bij de Nationale Bank van België binnen de statutaire termijnen.
Deze documenten zijn beschikbaar op onze website www.ucb.com of op eenvoudig verzoek aan:
Corporate Communication Researchdreef 60 B-1070 Brussel (België)
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Activa | ||
| Oprichtingskosten | 9 | 6 |
| Immateriële activa | 0 | 0 |
| Materiële vaste activa | 38 | 39 |
| Financiële activa | 9 501 | 9 392 |
| Vaste activa | 9 547 | 9 437 |
| Vorderingen op meer dan 1 jaar | 2 998 | 2 975 |
| Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 25 | 88 |
| Korte-termijn investeringen | 528 | 457 |
| Banktegoed en beschikbaar saldo | 40 | 39 |
| Overlopende rekeningen en nog te ontvangen inkomsten | 67 | 69 |
| Vlottende activa | 3 658 | 3 628 |
| Totaal activa | 13 206 | 13 065 |
| Verplichtingen | ||
| Kapitaal | 584 | 584 |
| Uitgiftepremie | 2 000 | 2 000 |
| Reserves | 6 454 | 6 254 |
| Overgedragen winst | 16 | 91 |
| Eigen vermogen | 9 053 | 8 929 |
| Voorzieningen | 44 | 21 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 44 | 21 |
| Schulden op meer dan 1 jaar | 3 562 | 3 650 |
| Schulden op ten hoogste 1 jaar | 462 | 353 |
| Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten | 84 | 112 |
| Kortlopende verplichtingen | 4 109 | 4 115 |
| Totaal verplichtingen | 13 206 | 13 065 |
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten | 101 | 67 |
| Bedrijfskosten | - 149 | - 111 |
| Bedrijfsresultaat | - 48 | - 44 |
| Financiële opbrengsten | 667 | 552 |
| Financiële kosten | - 228 | - 232 |
| Financieel resultaat | 439 | 320 |
| Winst vóór belastingen | 391 | 276 |
| Winstbelastingen | - 1 | - 2 |
| Te bestemmen winst van het boekjaar | 390 | 274 |
| € miljoen | 2024 | 2023 |
|---|---|---|
| Te bestemmen winst van het boekjaar | 390 | 274 |
| Overgedragen winst van het vorige boekjaar | 91 | 76 |
| Te bestemmen winst | 481 | 350 |
| Overboeking naar andere reserves | 200 | 0 |
| Overboeking naar kapitaal en reserves | 200 | 0 |
| Over te dragen winst | 16 | 92 |
| Over te dragen resultaat | 16 | 92 |
| Dividenden | 264 | 258 |
| Uit te keren winst | 264 | 258 |
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, zal het bruto dividend worden bepaald op: |
€ 1,39 | € 1,36 |
| Als de voorgestelde bestemming van de winst goedgekeurd wordt, en rekening houdend met de fiscale regelgeving, zal het totale netto dividend na belasting per aandeel worden vastgesteld op: |
€ 0,973 | € 0,952 |
De activiteiten van UCB NV genereerden in 2024 financiële inkomsten ten belope van € 450 miljoen die afkomstig zijn van financiële vaste activa in verbonden ondernemingen. De nettowinst komt uit op € 390 miljoen na belastingen. Het bedrag dat beschikbaar is voor uitkering bedraagt € 481 miljoen, met inbegrip van € 91 miljoen overgedragen winst van vorig jaar.
Het geplaatst kapitaal van UCB NV wordt vertegenwoordigd door 194 505 658 aandelen zonder nominale waarde per 31 december 2024.
Per 31 december 2024 bezit UCB NV 4 463 251 eigen aandelen om te kunnen voldoen aan de uitoefening van de aandelenopties en de toegekende aandelen die aan de Raad van bestuur en aan bepaalde categorieën van werknemers toegekend werden.
De Raad van bestuur stelt voor om een bruto dividend van € 1,39 per aandeel uit te betalen. Als dit dividendvoorstel wordt goedgekeurd door de Algemene vergadering op 24 april 2025 zal het netto dividend van € 0,973 per aandeel betaalbaar zijn per 29 april 2025 tegen afgifte van coupon nummer 27. De aandelen ingekocht door UCB NV hebben geen recht op een dividend.
Per 31 december 2024 hebben de houders van de 190 042 407 UCB-aandelen recht op een dividend, goed voor een totale uitkering van € 264 miljoen. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het aantal UCB-aandelen in handen van UCB NV op de datum waarop het dividend wordt goedgekeurd. De Raad van bestuur zal het aantal UCB-aandelen waarvoor een dividend betaalbaar is, meedelen tijdens de algemene vergadering en zal het totaal bedrag dat moet uitgekeerd worden, ter goedkeuring voorleggen. De jaarrekening van 2024 zal dienovereenkomstig worden aangepast.
De Raad van bestuur heeft de volgende beslissingen genomen in overeenstemming met Artikel 3:6 van het Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
Materiële vaste activa die van derden zijn gekocht, zijn tegen aankoopprijs opgenomen in de activa van de balans; activa die door het bedrijf zelf geproduceerd worden, zijn gewaardeerd tegen hun kostprijs. De aankoop- of kostprijs wordt "prorata temporis" lineair afgeschreven.
De volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages werden toegepast:
| Administratieve gebouwen | 3% |
|---|---|
| Industriële gebouwen | 5% |
| Gereedschap | 15% |
| Meubilair en kantoorbenodigdheden | 15% |
| Voertuigen | 20% |
| Computerapparatuur en kantoorbenodigdheden |
33,30% |
| Prototypemateriaal | 33,30% |
UCB deelnemingen werden gewaardeerd in overeenstemming met het deel dat werd aangehouden in het eigen vermogen van de betrokken UCB bedrijven.
Aandelen die geen deel uitmaken van de UCB-bedrijven worden gewaardeerd tegen kostprijs. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de waardering een permanent verlies in realiseerbare waarde laat zien.
Deze worden tegen hun boekwaarde weergegeven. Een afschrijving op vorderingen wordt geboekt indien de terugbetaling op de vervaldatum geheel of gedeeltelijk onzeker of twijfelachtig is.
Transacties in vreemde valuta worden verwerkt tegen de wisselkoersen die gelden op de transactiedatum.
Niet-monetaire activa en passiva (materiële en immateriële activa, participaties) die in een vreemde munt uitgedrukt zijn, worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva die uitgedrukt zijn in vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op de balansdatum. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverschillen worden erkend in de winst- en verliesrekening.
Alle risico's die de onderneming loopt, maken het voorwerp uit van voorzieningen die elk jaar herzien worden aan de hand van de principes van voorzichtigheid, goede trouw en oprechtheid. Voorzieningen worden tegen de normale waarde geboekt.
Afgeleide financiële instrumenten worden geboekt tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, tenzij het afgeleide financiële instrument geen compenserende tegenpost heeft in de enkelvoudige jaarrekening. In dit geval zal het afgeleide financiële instrument alleen in de toelichting opgenomen worden als een buiten-balans verplichting en bijgevolg geen impact hebben op de balans en/of de winst- en verliesrekening. Het bedrag dat toegelicht wordt als buiten-balans verplichting zal in lijn zijn met de IFRS-methodologie. Bovendien zal het effectieve gedeelte van de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten die aangemerkt zijn en kwalificeren als kasstroomafdekkingen, geclassificeerd worden op dezelfde lijn van de winst- en verliesrekening of de balans waar ook de post die aangemerkt werd als afgedekt, de winsten verliesrekening beïnvloedt of resulteert in de erkenning van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting.
Leningen die zijn overgenomen, worden erkend in de balans tegen nominale waarde. Alle verschillen tussen de nominale waarde en de aanschaffingswaarde worden erkend op een overlopende rekening en opgenomen in de winst- en verliesrekening pro rata temporis op een lineaire basis over de resterende looptijd van de leningen.
2024 UCB U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report

At UCB, our purpose is to create value for patients now and into the future. We fulfill this purpose by elevating the lives of patients and their families through our medicines, creating positive change across society. We incorporate the individual experiences of patients and caregivers into the discovery, development and delivery of our medicines, leveraging their insights to inform our science and develop innovative and differentiated solutions.
This commitment to patients and caregivers is why we continuously innovate and invest beyond medications to accelerate discoveries, enhance the effectiveness of the health system and improve the patient journey. Through this commitment, we aim to provide affordable and equitable access for all patients who need our medicines in a way that is viable for society, our investors and UCB.
The fourth annual UCB U.S. Sustainable Access and Pricing Transparency Report showcases a year of exciting innovation and progress with eight FDA approvals within the last 18 months (new medications in seven disease areas and one new formulation). This was in addition to numerous other approvals and launches from UCB around the world.
As we continue to drive innovation, the U.S. healthcare ecosystem also continues to evolve amid significant stakeholder consolidation and shifting policy dynamics. A new presidential administration always brings about policy evolution as new healthcare priorities and agendas take shape. Amid this dynamic environment, UCB remains committed to innovating and driving positive change for the patients we serve. As such, we urge reform for pharmacy benefit managers (PBM) and support federal legislation to provide greater transparency. However, more work must be done to address PBM practices and provide meaningful relief to patients.
At UCB, patients are at the heart of everything we do, and we have long been concerned with the well-documented program integrity issues with the 340B program. We support a competitive, value-based system that will improve access and affordability for all patients and enable access to UCB's medicines for vulnerable and underserved populations. Today, however, the 340B program has become less about patients and more about boosting the bottom lines of hospitals and forprofit pharmacies. We believe covered entities and their patients – not large, for-profit contract pharmacies – should receive the benefit of discounted medicines dispensed through the 340B program.
Collaboration with patients, advocacy groups and other stakeholders is imperative. We remain committed to continuing to provide transparent pricing and value information to our stakeholders and advocating for policies that benefit the patients our medicines serve.
This report includes:

Taco Van Tiel Head of U.S.

Patty Fritz Vice President and Head of U.S. Corporate Affairs


Number of patients served by UCB patient assistance programs in 2024
of eligible UCB clinical studies implemented Decentralized Clinical Trial model or a remote element
-7.8%
Change in net prices for 2024 (cross portfolio)
supply chain stakeholders, including private and public payers as rebates, discounts and fees in 2024
2024 rebates, discounts and fees provided by UCB to supply chain stakeholders, including private and public payers
We started 2024 off by announcing the commercial availability of ZILBRYSQ®, recently approved for the treatment of generalized myasthenia gravis (gMG), followed by new indications for BIMZELX® for the treatment of active psoriatic arthritis (PsA), non-radiographic axial spondyloarthritis (nraxSpA), ankylosing spondylitis (AS), hidradenitis suppurativa (HS) and a 320 mg single-injection device. In doing this, UCB continued to innovate to meet the needs of patients – no matter how big or small the patient population.
UCB works with stakeholders throughout the health system to promote affordable and equitable access to care. Despite ongoing efforts, barriers to sustainable access still exist within our current healthcare system:
Systemic health inequities add barriers that significantly impact the health, social and economic wellbeing of people and communities. At UCB, we aim to create sustainable impact for people living with severe diseases, and wider society by advancing science and making informed choices to address unmet patient needs, improve health equity and minimize our environmental impact. We are working together with stakeholders throughout the healthcare system to address critical gaps in care caused by health inequities.


At UCB, we are defined by our purpose: to create value for patients now and into the future. We fulfil this purpose by elevating the lives of patients and their families through our medicines and creating positive change across society. That is why UCB makes information on our pricing and affordability available to patients. We provide accurate information on list price or wholesale acquisition cost (WAC), expected out-ofpocket costs across a range of coverage channels, as well as patient assistance information on our website at: UCB-USA. com/affordability.
Through our actions, we are dedicated to the continued evolution of an equitable public policy environment that recognizes and rewards innovation, encourages value-based care and promotes affordable access to medicines for patients.
We also see sustainability as a core requirement to enable us to continue bringing differentiated solutions to people who need them. We are committed to improving access to these solutions for all patients who need them in a way that is viable for UCB, our shareholders and society.
We work to ensure participants in UCB clinical trials are reflective of the populations who will ultimately benefit from our innovations. Our continued commitment to scientific innovation is why we reinvest around 25-30% of our revenue each year in research and development globally, building and strengthening a portfolio of solutions where our expertise can drive innovation to address the needs of the people we serve.





across 5 communities maintaining sites in California, Georgia, Massachusetts, North Carolina, Washington, and Washington, D.C.


As a company rooted in creating solutions to improve the lives of people living with neurological and immunological conditions, we've made many scientific advances over the decades – innovations that have elevated the lives of people with severe diseases through our medicines. We incorporate the individual experiences of patients and caregivers into the discovery, development and delivery of our medicines, leveraging their insights to inform our science and develop innovative and differentiated solutions for specific patient populations, including rare patient populations, to provide a positive impact for patients and society. Our approach includes offering differentiated treatment options with great levels of patient need, including hidradenitis suppurativa, gMG, Dravet syndrome (DS) and Lennox Gastaut syndrome (LGS).
BIMZELX®, originally indicated for plaque psoriasis, was recently approved to treat four additional immune-mediated inflammatory diseases: psoriatic arthritis (PsA), non-radiographic axial spondyloarthritis (nr-axSpA), ankylosing spondylitis (AS) and hidradenitis suppurativa (HS), as well as a 320 mg single-injection device presentation that strengthens and expands administration options, increases convenience and enhances the individual patient experience.
Psoriatic arthritis (PsA) is an inflammatory musculoskeletal disease with both autoimmune and autoinflammatory features, and is characterized by inflammation, joint swelling, back pain and fatigue. It not only affects joints, but can also affect skin, nails, tendons and ligaments. About 30% of people with psoriasis may develop PsA1 .
Nr-axSpA and AS are chronic, immune-mediated inflammatory conditions that are known together as axial spondyloarthritis (axSpA), a painful condition that primarily affects the spine and the joints linking the pelvis and lower spine (sacroiliac joints). With nr-axSpA, there is no visible damage on an x-ray to the spine or sacroiliac joints. Both nr-axSpA and AS cause joint pain, stiffness, inflammation and a decreased quality of life. High disease activity can lead to irreversible structural damage to the spine and sacroiliac joints1 .
HS is a chronic, recurring, painful and often debilitating inflammatory skin disease. The main symptoms are nodules, abscesses and pus-discharging fistulas (channels leading out of the skin) which typically occur in the armpits, groin and buttocks. People with HS experience flare-ups of the disease as well as severe pain, which can have a major impact on quality of life1 .
Over the last year and a half, we received FDA approval for RYSTIGGO® and ZILBRYSQ® for gMG, offering the community the opportunity to benefit from a choice of two new targeted therapies, each with a distinct mechanism of action. We also offer patients the first targeted therapy for MuSK-positive patients, and the first subcutaneous self-administered injection, offering patients an option to administer their medication at home. Now, we can offer physicians and patients a portfolio of medicines in gMG with two different mechanisms of action and two different methods of administration.
Myasthenia gravis (MG) is a rare, chronic, autoimmune, neuromuscular condition where the body's immune system mistakenly targets the connection between the nerves and the muscles. Affecting 100–350 cases per 1 million people, MG impacts and interferes with the daily lives of people living with MG, friends, family members and caregivers2 .
FINTEPLA®, our treatment for seizures associated with Dravet syndrome (DS) and Lennox Gastaut syndrome (LGS) in patients 2 years of age and older, continues to make a difference in the lives of people living with these conditions. LGS is a severe childhood-onset developmental and epileptic encephalopathy characterized by drug-refractory seizures with high morbidity, as well as serious impairment of neurodevelopmental, cognitive and motor functions. LGS affects an estimated 30,000–50,000 patients in the U.S.3 and has far-reaching effects beyond seizures, including issues with communication, psychiatric symptoms, sleep, behavioral challenges and mobility.4 DS is a severe form of epilepsy marked by frequent treatment-resistant seizures; significant cognitive, behavioral and motor impairments that persist into adulthood; and an increased risk of premature mortality. Seizures generally begin in infancy, between three and nine months5 .
For additional information on UCB, visit:

"At UCB, our work isn't only about delivering therapeutic solutions to those whose health will benefit from them. It extends to empowering people through support offerings, advocacy, access and affordability programs, education, community support and advances in technology. We continue to reimage how we care for patients, leveraging today's expertise for a better tomorrow."

Brad Chapman, Head of U.S. Epilepsy and Rare Syndromes
Acting with focus and care, we are creating sustainable value for society and making real improvements in the lives of the people we serve. This includes our commitment to an inclusive approach to research as well as equitable access to ensure our medicines remain as accessible as possible, now and into the future.
The value of a medicine comes in many forms, including the overall impact a treatment has on people living with severe diseases, their caretakers and the healthcare system. To respond to specific needs to optimize patients' experiences, we offer comprehensive support services to help patients and their caregivers who may face barriers to accessing or affording needed medicines.
One way we do this is through working with stakeholders throughout the health system to promote affordable and equitable access to care for people living with severe diseases. As part of this commitment, we support the patient community in advancing policies designed to remove impediments to providers' ability to prescribe the most appropriate therapy and that preserve manufacturers' ability to provide assistance to patients who cannot afford needed medicines. We recognize that urgent, collaborative action is needed to build a healthier, more equitable world together.
When it comes to the broader U.S. healthcare system, we closely monitor and adapt to policy changes to ensure patient access to innovative therapies is not interrupted, while advocating in parallel for a policy environment that puts patients first.
We work to overcome barriers to sustainable patient access to our medicines in communities, customized to the specific health ecosystem. As part of this, we follow a set of foundational pricing principles, which are rooted in the belief that responsible pricing can contribute to increasing global health and create value for all patients who need our medicine, including small populations with high unmet needs like rare diseases, now and into the future.
As part of UCB's pricing principles, net prices generally do not increase each year by more than the Consumer Price Index for All Urban Consumers (CPI-U), a metric that represents the percent change over time of the price of specific goods and services in the U.S. Any increase in price is tied to the value UCB's products bring to patients and society. Exceptional net price increases above CPI-U are linked to meaningful increase in patient or societal value. The CPI-U baseline is determined by a combination of Bureau of Labor Statistics data and Federal Open Market Committee (FOMC) forecast.
"We can anticipate unmet needs in a person's care journey because we understand how a patient may struggle and where gaps exist in the healthcare system. By collaborating with patients, their families and other stakeholders in the healthcare ecosystem, we can help elevate lives through our medicines and our solutions to benefit patients and society as a whole."
Taco van Tiel, Head of U.S.


People are at the heart of all that we do. We offer assistance programs that aim to help patients achieve their best lives, beyond their disease needs.
For patients prescribed one of our medicines, we provide tailored patient support programs that offer a suite of tools, programs and resources designed to help patients with access, affordability and treatment support throughout their treatment journeys. Patients are paired with coordinators who offer additional support.
Our other key assistance programs include:
UCBCares: Patients should never feel alone or left with unanswered questions about medications they have been prescribed. UCBCares is a dedicated service providing support to patients, caregivers and healthcare professionals throughout the treatment journey.
When contacting UCBCares, patients and their families interact with specialists who are caring, ready to listen and prepared to help. The UCBCares team can be reached online or by phone at 1-844-599-CARE (2273) to help with questions about UCB products, clinical trials or our assistance programs.
Patient Assistance: While UCB advocates for policy changes that will help to improve patient access and affordability, we understand patients need assistance to obtain their medications right now.
Through UCB Patient Assistance, we provide certain medications at no cost to eligible and qualified patients who otherwise have no access to the UCB medications prescribed by their physician.
UCB Population Health Resources: Population health is an important aspect of understanding the needs of people living with severe diseases and seeking solutions to address those needs. Our population health teams work with a wide range of stakeholders to help address challenges facing groups of individuals and their health outcomes. View our online resources to learn more about UCB's initiative.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Patients Benefitting from UCB Patient Assistance Programs |
72,803 | 84,754 | 100,214 | 95,583 | 90,2461 | 119,742 |
Acting with focus and care, in 2024 we delivered impact to the people and communities we serve through our cornerstone initiatives providing patients with personalized support.
For gMG patients (RYSTIGGO® and ZILBRYSQ®) and people living with seizures as a result of DS and LGS (FINTEPLA®), we offer patient support through ONWARD™, a program providing personalized support throughout the patient's course of treatment. As part of the program, eligible patients receive important resources and support including a dedicated Care Coordinator, assistance with reviewing insurance coverage and potential financial assistance options, treatment tracking, ongoing treatment support, and always-available online tools.
Patients taking BIMZELX® or CIMZIA® can enroll in the BIMZELX Navigate® or CIMplicity® patient support programs, respectively. These programs provide personalized treatment resources and support options, including streamlined medication access and financial assistance for eligible patients, and a dedicated Nurse Navigator who can answer patients' questions about insurance coverage, medication shipment status and more, in addition to providing injection training for eligible patients.
And beyond the disease-specific support, we are proud to have offered UCBCares® to patients for 10 years. UCBCares is a helpline offered by UCB to people living with chronic diseases who are on a UCB medication, and their healthcare professionals.
UCB also offers assistance for uninsured and underinsured patients through our Patient Assistance Program, which provides specific UCB medications at no cost to eligible and qualified patients.
We also work to ensure our medicines are accessible to those who need them by considering patient out-of-pocket costs when negotiating formulary access with payers and offering patient assistance programs for eligible patients. For future launches, we use an internal pricing framework to continue ensuring that our pricing reflects the value our medicines provide to specific populations with unmet needs.
Our work cannot and does not stop with developing treatments. We know that empowering patients means ensuring they have support to access and afford new medications. We have built a comprehensive suite of support services, based on our experiences with patients and feedback from the dermatologic community, to help us respond to specific needs throughout the patient journey."
Brittany Blair, Head of Patient Strategy and Solutions, Immunology

Guided by our pricing principles, we follow a value-based pricing approach to support access to our medicines. As a reflection of our principles, our average discount rate increased by 2.5 percentage points, with UCB's 2024 discounts at an all-time high of 54%. That means UCB decreased our cross-portfolio list prices by over half as part of negotiations with health insurers and statutorily required government discounts. We provided \$3.9 billion in rebates, discounts and fees to private payers and government programs as well as providers, distributors and others.
The portion of discounts UCB pays to Medicaid (14%) reflects the supplemental rebates that states negotiate directly with manufacturers. Medicaid discounts, along with discounts from Medicare programs (17%) and other public insurance programs, result in 30% of all discounts going towards programs critical to many older and low-income Americans.
The rebates, discounts and fees paid by UCB to middlemen also reflect some important misaligned incentives in our current U.S. health system that prioritize robust concessions from manufacturers to payers. We provide these discounts or rebates to payers and pharmacy benefit managers (PBMs) to support and improve access for patients who need and would benefit from our medicines.
In the current U.S. healthcare system, UCB believes that rebates and discounts should translate to lower cost-sharing and greater affordability for patients. Unfortunately, discounts and rebates are not always used by payers to decrease out-of-pocket costs for patients. More can be done to ensure these discounts are passed to patients at the pharmacy counter.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| U.S. Product Portfolio % Change vs. Prior Year2 |
||||||
| List Price Change3 (WAC) |
6.4% | 4.9% | 4.0% | 6.3% | 5.7% | 5.0% |
| Net Price Change4 | 3.6% | -2.5% | -2.3% | -3.3% | 0.4% | -7.8% |
| U.S. Product Portfolio | ||||||
| Avg. Discount5 (%) |
39.4% | 42.2% | 45.2% | 48.9% | 51.5% | 54.1% |
3 Represents the year-over-year change in the average list price or wholesale acquisition cost (WAC).
4 Represents the year-over-year change in average net price, which is WAC less rebates, discounts and returns, as provided by UCB Finance.
5 Weighted average annual discount is calculated by dividing the sum of annual rebates, discounts and returns by annual gross sales.
Data Note: Rebates, discounts, and returns are estimated by the company and methodologies used may differ from those used by other companies. This data is not audited and should be read in conjunction with the company's filings with the Financial Services and Markets Authority (FSMA). UCB implemented its pricing principles and the realization took place between 2019 and 2020, which is reflected in the data.
2 Annual percent change vs. prior year was calculated at a product level and weighted across the company's U.S. Product Portfolio.
*Data Note: The 2024 net price change percentage excludes sales realized through the BIMZELX Navigate® Bridge program.
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| U.S. Patients Served by UCB Products1 |
321,986 | 334,942 | 417,834 | 312,403 | 297,450 | 232,531 |
Despite the constraints of the current system, we aim to create value for patients by helping them access the medicines they need to enable them to live their best lives, whatever that means for them.
To ensure our medicines are as accessible as possible, we continue to urge reform for pharmacy benefit managers (PBMs), support federal legislation to provide greater transparency of PBMs, and advocate for the delinking of fees in Medicare Part D from the list prices. These changes would help ensure that middlemen's practices don't create barriers to medicine access or artificially inflate prices.
Further, UCB has long been concerned with the welldocumented program integrity issues with the 340B program. Current lack of transparency and oversight has led to resource diversion and discount duplication. We advocate for policy changes that support the goals of the 340B program to help underserved populations and continue to comply with our obligations to offer drugs at 340B prices to covered entities.
UCB works within the current system, providing robust negotiated rebates and discounts, to ensure that patients have access to needed medications, while simultaneously working to positively change that system to improve patient affordability of and access to all medicines. For example, the BIMZELX Navigate® Bridge program provides BIMZELX® (bimekizumab-bkzx) to eligible patients for \$15 per dose for up to two (2) years or until the patient's commercial insurance plan approves coverage for the drug, whichever comes first.
"At the heart of our commitment to addressing gaps in care lies innovation. That's why our focus at UCB is developing and providing treatments so that people living with rheumatic or dermatologic diseases, particularly those who have struggled with treatment options, can strive to live their best lives, tackling the activities that once felt like a burden."
Camille Lee, Head of U.S. Immunology
1 Based on YTD Average U.S. data through October/November aggregated for U.S. marketed products BIMZELX® (bimekizumab-bkzx), BRIVIACT® (brivaracetam), CIMZIA® (certolizumab), EVENITY® (romosozumab-aqqg), FINTEPLA® (fenfluramine), KEPPRA® (levetiracetam), NAYZILAM® (midazolam), RYSTIGGO® (rozanolixizumab-noli), and ZILBRYSQ® (zilucoplan).
Discovering new solutions propels patient care forward. At UCB, we work every day to discover and deliver differentiated solutions to give people impacted by severe diseases more options that help them live the best life they can, whatever that means for them. We strive to undertake initiatives beyond medicines to accelerate discoveries, enhance the effectiveness of the health system and improve the patient journey.
UCB understands that regular engagement with the people who use our medicines, healthcare professionals and advocacy and professional organizations is an important aspect of our work to advance policies that support value-driven care and help people living with severe diseases. Every day, we work to ensure that people living with severe diseases have the best individual experience while promoting access to value-driven care, meaning high-quality, affordable care. Patients can experience frustration when they face acess barriers, but through our work with advocacy organizations such as the National Psoriasis Foundation and the Global Health Living Foundation, we are foucsed on changing the status quo to help people living with severe diseases live the best life they can – as they define it.

Strategisch verslag Duurzaamheidsverklaring Verklaring inzake deugdelijk bestuur Jaarrekening Accounting for Value

"We believe in a world without barriers to equitable healthcare access, so that people living with severe disease have the freedom to live the best life they can. UCB is committed to an evidence-based approach that enables us all to do our part in identifying and solving disparities that are barriers to equitable health outcomes for individuals and within the communities where they live."
Patty Fritz, Head of U.S. Corporate Affairs
We acknowledge that the ingenuity and expertise we bring to this challenge is only one piece of an ongoing dialogue with the communities we serve and the shared goal of greater access. Therefore, we establish partnerships to help further our purpose, allowing us to focus on our strengths, make the right strategic decisions for the people we serve and ensure our work has the greatest possible impact.
Regular engagement with the people who benefit from our medicines, healthcare professionals, advocacy and professional organizations is an important aspect of our work to advance policies that support value-driven care and help people living with severe diseases. Our ambition is to continuously innovate to develop unique solutions that create the best individual experience for patients. This also means ensuring access for all who need these solutions, in a way which is viable for UCB, for patients, for communities and for society.
We are also in our second year supporting the HS Coalition, an independent, multi-stakeholder coalition of patient advocates and healthcare professionals convened by UCB and aimed at addressing health inequities in HS. As a part of our commitment to bringing solutions to people living with severe disease, UCB also collaborated with The Health Policy Partnership to publish a comprehensive report titled "Call to Action: Improving the Lives of People with Hidradenitis Suppurativa.". This report communicates the condition's significant impact and advocates for change by highlighting policy and system barriers to better HS care. We also hosted the inaugural UCB HS Summit in August of this year, fostering discussions among patients, caregivers, advocacy leaders and healthcare providers to better understand the HS treatment journey and identify unmet needs.
We launched the UCB Myasthenia Gravis Scholarship™ to empower individuals with MG or immediate family members to pursue educational or career goals. The scholarship, which builds on the company's success of the UCB Family Epilepsy Scholarship Program™ will award recipients with \$10,000 to help ease the costs associated with education in trade skills, college courses or any other discipline.
Each year, UCB strives to enhance the lives of people, especially individuals with severe neurological, immunological and rare conditions. We are committed to an evidence-based approach to health equity that enables us to do our part in identifying and solving the disparities that are barriers to equitable health outcomes for individuals and within the communities where they live. Key to this is our cornerstone collaborations with partners and health systems.
We are proud to be entering our second full year of the Better Research, Information and Data Generation for Empowerment (BRIDGE) program to advance practical and action-oriented solutions to overcome information gaps that affect women's health. BRIDGE is a voluntary, multidisciplinary group of physicians, researchers, patients and women's health advocates working to empower women with chronic diseases with evidence-based, accessible information to make shared decisions about their treatment during their reproductive health journey.
In September, we partnered with BlackDoctor.org to bring together a group of diverse voices and leaders from across the healthcare, social justice and academic sectors for the Third Annual Health Equity Expo. Civil rights advocate and global humanitarian Martin Luther King III delivered keynote remarks on the intersection of health equity and social justice, emphasizing the need to address the root causes of health disparities to ensure equitable access to care for historically underserved populations and communities.
UCB is also championing numerous programs to promote diversity in clinical trials. UCB recently worked with industry leaders as a member company of TransCelerate to launch their Sponsor Toolkit Program for Diversity, Equity and Inclusion of Participants in Clinical Trials as one part of their ongoing program to enhance diversity in clinical trials. Along with other peer pharmaceutical companies and clinical research organizations, UCB also partnered with Tufts Center for the Study of Drug Development to conduct a study to characterize and examine the relationship between investigative site personnel diversity and study participant diversity.
At UCB, we are committed to taking action to bridge gaps and facilitate equitable care. For UCB, our connection with the people we serve goes beyond medicines. Our commitment spans from diversity and inclusion in clinical trials to using data-driven approaches and collaborating with our partners. Solving a problem as systemic as racial disparities in healthcare will require an earnest commitment from all stakeholders.
Population health is an important aspect of understanding the needs of people living with severe diseases. Our population health teams work with a wide range of stakeholders – healthcare professionals, integrated delivery networks, academics, patients and caregivers, and more – to help address challenges facing groups of individuals and their health outcomes. UCB has prioritized creating resources across therapeutic areas to improve population health – including those from historically underserved communities.
"At UCB, ethical business practices are a key component of our sustainability commitment. We have worked hard in recent years to reinforce ethical behaviors and decisionmaking in all areas of the organization."
Anisa Dhalla, Head of U.S. Ethics and Compliance

While achieving broad, systemic change in the complex U.S. healthcare system is challenging, a public policy environment that supports innovation and value-based care benefits both patients and the entire healthcare ecosystem. A new presidential administration always brings about policy evolution as new healthcare priorities and agendas take shape. Amid this dynamic environment, UCB remains committed to innovating and driving positive change for the patients we serve. We will continue to work across the healthcare ecosystem – with patients, payers, providers, caregivers and policymakers – to understand patient needs and advocate for policies that put patients first. Our sustainable business approach reinforces our goal to address unmet medical needs through innovating and investing in differentiated solutions. In parallel, we need policy solutions that recognize and reward innovation, encourage value-based care and promote affordable access to medicines for people who need them.
At UCB, our decisions are guided by the trust placed in us by patients, their families and caregivers, healthcare providers, payers and partners across the healthcare system. We advocate for policy and system changes that similarly prioritize patient needs.
While the Inflation Reduction Act (IRA) includes important Medicare Part D affordability measures, such as out-of-pocket spending caps, its implementation raises concerns about long-term innovation, particularly in rare disease treatment. The IRA's narrow rare disease exclusion from eligibility for Medicare price negotiation — limited to single-indication products could discourage development of treatments for multiple rare conditions. We advocate for expanding this exclusion for subsequent indications as long as they continue to address rare conditions. This, and clarifying negotiation timelines, protect rare disease innovation while maintaining patient affordability.
Meaningful healthcare reform necessitates examining the entire prescription drug supply chain to improve equitable access and affordability while preserving innovation for severe diseases. Currently, pharmacy benefit managers (PBMs) employ practices that can increase patient costs and limit access, such as restricting co-pay assistance or preventing it from counting toward deductibles and out-of-pocket maximums. We support congressional efforts to increase transparency and reform PBM practices, including transitioning from percentage-based fees to flat fees for manufacturer charges. These changes would help ensure that middlemen's practices don't create barriers to medicine access or artificially inflate prices.
UCB supports the original intent of the 340B program to help underserved patients. We continue to comply with obligations under the program to offer medicines at 340B prices to covered entities to ensure that they have access to products at the discounted prices in support of their service to 340B Program patients. However, UCB has long been concerned with the well-documented 340B program integrity issues arising from contract pharmacy arrangements. Current lack of transparency and oversight has led to resource diversion and discount duplication. We advocate for policy changes that ensure 340B benefits reach vulnerable patients directly through covered entities, rather than through for-profit contract pharmacies which profit from the program. Enhanced transparency and oversight would help direct more resources to patient care while continuing to support covered entities that rely on the program to provide care to vulnerable patients.
State prescription drug affordability boards (PDABs) aim to address medication spending at the state level. While UCB remains committed to pricing our medications based on the value it brings to patients, health systems and society, these boards could potentially compromise both patient access and medical innovation.
UCB supports healthcare providers' ability to choose the best medicine for an individual patient's treatment needs and goals while minimizing unnecessary administrative burdens or treatment restrictions (such as prior authorization requirements). Patients should have access to a range of affordable, quality health plan options that permit patient assistance from manufacturers and offer robust patient protections. To that end, UCB supports policy reforms that require co-pay assistance from manufacturers to count toward a patient's deductible and out-of-pocket maximum (e.g., co-pay accumulator and maximizer bans), or at least limit the use of those programs across all health plans.
We also want to ensure patient health plans provide formulary access to innovative, specialty medicines. We have come so far – developing treatments that have transformed the standard of care for patients with rare conditions and diseases. However, excluding specialty medicines from covered benefits can be detrimental to patients.
Of particular concern is step therapy, a mechanism used by payers to require patients to "step through" or "try and fail" on one or more treatments before getting access to the most appropriate treatment, as determined by the patient and their healthcare provider. We join with patient communities in actively supporting policy reforms to address step therapy, including federal and state-level step therapy override legislation. Within individual states, UCB has also piloted a program to create resources to educate and assist providers when navigating step therapy override processes to help enable patient access to the most appropriate therapy.
At UCB, we remain dedicated to the continued evolution of a public policy environment that preserves patient-provider shared decision-making and simultaneously recognizes and rewards innovation and encourages value-based care while promoting affordable access to medicines for patients.
"We remain steadfast in our ambition to deliver a portfolio of differentiated solutions to create patient value. We continue to listen to the individual experiences of people living with a rare disease in order to learn about the gaps in their care and support. We remain committed to the discovery, development and delivery of our solutions that are differentiated to accommodate diverse needs."
Kimberly Moran, Ph. D., Head of U.S. Rare Disease
Brutowinst zonder afschrijving van immateriële vaste activa gerelateerd aan de omzet
Operationele winst gecorrigeerd voor bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
Operationele winst gecorrigeerd voor afschrijvingen, bijzondere waardevermindering van activa, reorganisatiekosten en overige baten en lasten
Anti-omkoping en anti-corruptie
Verwijst naar het aandeel van UCB-producten/indicaties die een onderhandelde vergoedingslijst of een onderhandeld programma voor beheerde toegang hebben bereikt in een bepaalde markt waarop wij actief zijn, waardoor patiënten toegang krijgen tot en kunnen profiteren van de oplossingen van UCB.
Afstemming activa/passiva
Werkzame farmaceutische bestanddelen
Verantwoordelijk voor het beoordelen van de batenrisicoverhouding van elk product in de UCB-portfolio
Building Research Establishment Environmental Assessment Method, (d.w.z. duurzaamheidscertificering om de milieuprestaties van gebouwen te beoordelen)
Constante wisselkoersen
Kasstroomgenererende eenheid
Committee for Medicinal Products for Human Use
Organisaties voor contractproductie
Koolstofdioxide-equivalent
Richtlijn voor verslaglegging over maatschappelijk verantwoord ondernemen
Dubbele materialiteitsbeoordeling
Besluitvormingseenheid
Uitgestelde belastingvordering
Ethiek en bedrijfsintegriteit
Operationele winst zoals vermeld in de geconsolideerde jaarrekening
Nettowaarde van een bedrijf, berekend als de totale activa min de totale passiva
Europees Geneesmiddelenbureau
Nettowinst van het bedrijf gedeeld door de uitstaande gewone aandelen
Resourcegroepen voor werknemers
Milieu, sociaal en bestuur
European Sustainability Reporting Standards
De door UCB gebruikte term voor informatie die gewoonlijk als "niet-financieel" wordt aangeduid
Food and Drug Administration in de VS
Financiële activa die vervolgens tegen reële waarde worden gewaardeerd met verwerking via de niet-gerealiseerde resultaten
Financiële activa die vervolgens worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
Winsten en verliezen voortvloeiend uit de verkoop van financiële vaste activa (andere dan afgeleide financiële instrumenten en restitutierechten voor toegezegd-pensioenregelingen) alsook bijzondere waardeverminderingsverliezen op deze financiële vaste activa worden beschouwd als financiële eenmalige posten
Reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten
Portfolio van 150 UCB-geneesmiddelen van hoge kwaliteit die niet langer beschermd zijn door een patent, met bewezen waarde voor patiënten en artsen gedurende vele jaren
Aantal uitstaande gewone aandelen aan het begin van een bepaalde periode, gecorrigeerd voor het aantal aandelen dat is teruggekocht of uitgegeven gedurende de periode, vermenigvuldigd met een tijdfactor
Broeikasgasemissies
Klinisch onderzoek waarbij de ene behandeling met de andere wordt vergeleken om te bepalen welke effectiever is
Gezondheid, veiligheid, milieu
Gezondheid, veiligheid en welzijn
Beoordeling van gezondheidstechnologie
Internationale Arbeidsorganisatie
Intellectueel eigendom
Gevolgen, risico's en kansen
Internationaal erkende norm voor milieubeheersystemen
Winst toekomend aan de aandeelhouders van UCB, aangepast voor de impact na belasting van reorganisatiekosten, bijzondere waardeverminderingen, overige baten en lasten, financiële eenmalige posten, de bijdrage na belasting van beëindigde bedrijfsactiviteiten, en de netto afschrijvingen van immateriële activa gerelateerd aan de omzet, per niet-verwaterd gewogen gemiddeld aantal aandelen
BIMZELX®, BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, NAYZILAM®, RYSTIGGO®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®
Kritieke prestatie-indicatoren
Leadership in Energy and Environmental Design duurzaamheidscertificering om de milieuprestaties van gebouwen te beoordelen
Lage en middeninkomens
Lange-termijnincentives zijn gericht op het motiveren en behouden van belangrijk talent gedurende een periode van minimaal 3 jaar. Bij UCB omvat dit toegekende aandelen, aandelenopties en prestatieaandelen.
Het verlenen van een vergunning voor de verkoop van een geneesmiddel, gebaseerd op een beoordeling van het bewijsmateriaal dat is aangevoerd om de werkzaamheid, kwaliteit en veiligheid van het product aan te tonen.
Minderheidsbelangen
Langlopende en kortlopende leningen, obligaties en voorschotten in rekening-courant verminderd met voor verkoop beschikbare obligaties, in pand gegeven contanten met betrekking tot financiële leaseovereenkomsten, geldmiddelen en kasequivalenten
Niet-gerealiseerde resultaten
Open-label extension
Een bestuursmodel waarbij een bedrijf wordt bestuurd door één orgaan, de Raad van bestuur, die uit uitvoerende en nietuitvoerende bestuurders kan bestaan (in tegenstelling tot een dual-tier-bestuursstructuur die is gebaseerd op een Raad van Commissarissen bestaande uit niet-uitvoerende leden en een Raad van bestuur bestaande uit uitvoerende leden). Het one-tierbestuursmodel sluit niet uit dat de Raad van bestuur specifieke managementbevoegdheden delegeert aan een feitelijk orgaan zoals het Uitvoerend Comité in het geval van UCB.
Aanpassingen aan de omzet in 2024 in verband met de bijdrage aan de omzet uit afstotingen (opbrengsten en netto-omzet) en de beëindiging van Minzasolmin
Een 'op waarde gebaseerde benadering van prijsstelling' is gebaseerd op het principe dat prijzen de waarde van een nieuw geneesmiddel voor patiënten, gezondheidssystemen en de samenleving moeten weerspiegelen ten opzichte van de huidige zorgstandaard.
Operationele kosten
De totale kasstroom die door de onderneming wordt gegenereerd, exclusief dividenden die aan aandeelhouders worden betaald, alsmede uitgaande kasstromen voor de overname van dochterondernemingen en binnenkomende kasstromen uit de verkoop van bedrijfseenheden of dochterondernemingen en de verkoop van financiële beleggingen.
Het aantal patiënten in 2024 wordt berekend op basis van het voortschrijdend jaartotaal (MAT) aan patiënten (geschatte daadwerkelijk behandelde patiënten) aan het einde van K3 2024, zoals verstrekt met invoergegevens van een externe bron. Voor de groeiaandrijvers BIMZELX®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ® worden de meest recente wereldwijde aantallen actieve patiënten gerapporteerd. Onder het totaal aantal patiënten vallen mensen die toegang hebben gehad tot de volgende oplossingen: BIMZELX®, BRIVIACT®, CIMZIA®, EVENITY®, FINTEPLA®, KEPPRA®, RYSTIGGO®, VIMPAT® en ZILBRYSQ®.
Per- en polyfluoralkylstoffen
Pharmaceuticals and Medical Devices Agency (Japan)
Overeenkomsten voor de aankoop van energie
Een klinische proef in een vroeg stadium om voorlopige gegevens te verzamelen over de werkzaamheid, veiligheid en optimale dosering van het geneesmiddel
Het prestatieaandelenplan dat gewone UCB-aandelen toekent aan in aanmerking komende kaderleden. De toekenningen worden drie jaar na toekenning definitief verworven, in afwachting van bepaalde voorwaarden, waaronder het voldoen aan vooraf vastgestelde bedrijfsbrede doelstellingen.
SASB is een organisatie die boekhoudstandaarden voor duurzaamheid ontwikkelt en onderhoudt voor beursgenoteerde bedrijven om investeerders te voorzien van beslissingsrelevante informatie over financieel belangrijke duurzaamheidskwesties. Vanaf augustus 2022 heeft de International Sustainability Standards Board (ISSB) van de IFRS Foundation de verantwoordelijkheid voor de SASB-standaarden overgenomen.
Het Science Based Targets initiative (SBTi) is een gezamenlijk initiatief van de Verenigde Naties, het Carbon Disclosure Project, het World Resources Institute en het Wereld Natuur Fonds (WNF). Het ondersteunt organisaties bij het vaststellen van klimaatdoelstellingen in lijn met de COP21 klimaattop in Parijs.
Standaard operationele procedures
TTA (tijd tot toegang), d.w.z. het aantal dagen dat een land nodig heeft om van de markttoelating van een geneesmiddel over te gaan tot het verkrijgen van een onderhandelde vergoedingslijst (nationaal niveau) voor dat geneesmiddel of tot een onderhandeld programma voor beheerde toegang
BIMZELX®, EVENITY®, FINTEPLA®, RYSTIGGO® en ZILBRYSQ®
Omvat voorraden, handelsvorderingen en overige vorderingen en handelsschulden en overige schulden, verplicht binnen en na 12 maanden
Dit geïntegreerd jaarverslag bevat toekomstgerichte verklaringen met inbegrip van maar niet beperkt tot verklaringen met de woorden "gelooft", "verwacht", "veronderstelt", "is van plan", "streeft naar", "schat", "kan", "zal", en "verder" en vergelijkbare uitdrukkingen. Deze toekomstgerichte verklaringen zijn gebaseerd op bestaande plannen, ramingen en overtuigingen van het management. Alle uitspraken, behalve uitspraken die historische feiten inhouden, zijn uitspraken die beschouwd dienen te worden als toekomstgerichte verklaringen, met inbegrip van ramingen van inkomsten, operationele marges, kapitaaluitgaven, contanten, andere financiële informatie, de verwachte juridische, politieke, reglementaire of klinische resultaten en andere soortgelijke ramingen en resultaten. Per definitie bieden dergelijke toekomstgerichte verklaringen geen garantie op resultaten in de toekomst en zijn ze onderhevig aan bekende en onbekende risico's, onzekerheden en veronderstellingen die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten, de financiële toestand, het rendement of de prestaties van UCB, of de resultaten van de sector, beduidend afwijken van eventuele toekomstige resultaten, rendementen of prestaties die expliciet of impliciet door de toekomstgerichte verklaringen worden uitgedrukt in dit geïntegreerd jaarverslag.
Belangrijke factoren die tot dergelijke verschillen zouden kunnen leiden, omvatten, maar zijn niet beperkt tot: de wereldwijde verspreiding en impact van oorlogen, pandemieën en terrorisme, de algemene geopolitieke omgeving, klimaatverandering, veranderingen in de algemene economische, bedrijfs- en concurrentieomstandigheden, het onvermogen om de nodige reglementaire goedkeuringen te verkrijgen of om ze te verkrijgen tegen aanvaardbare voorwaarden of binnen het verwachte tijdsbestek, kosten verbonden aan onderzoek en ontwikkeling, veranderingen in de vooruitzichten voor producten in de pijplijn of in ontwikkeling bij UCB, effecten van toekomstige rechterlijke uitspraken of overheidsonderzoeken, veiligheids-, kwaliteits-, gegevensintegriteits- of fabricageproblemen; verstoring van de toeleveringsketen en risico's voor bedrijfscontinuïteit, potentiële of daadwerkelijke inbreuken op de beveiliging en privacy van gegevens, of verstoringen van onze informatietechnologiesystemen, productaansprakelijkheidsclaims, betwisting van octrooibescherming voor producten of productkandidaten, concurrentie van andere producten, waaronder biosimilars, ontwrichtende technologieën/bedrijfsmodellen, veranderingen in wetten of voorschriften, wisselkoersschommelingen, veranderingen of onzekerheden in belastingwetten of de administratie van dergelijke wetten, en werving, behoud en naleving van haar werknemers. Er is geen garantie dat nieuwe productkandidaten in de pijplijn worden ontdekt of geïdentificeerd, of dat nieuwe indicaties voor bestaande producten worden ontwikkeld en goedgekeurd. De overgang van concept naar commercieel product is onzeker; preklinische resultaten garanderen geen veiligheid en werkzaamheid van kandidaat-producten bij mensen.
Tot nu toe kan de complexiteit van het menselijk lichaam niet worden gereproduceerd in computermodellen, celcultuursystemen of diermodellen. De tijdsduur om klinische proeven te voltooien en om goedkeuring van de regelgevende instanties voor productmarketing te krijgen, heeft in het verleden gevarieerd en UCB verwacht in de toekomst soortgelijke onvoorspelbaarheid. Producten of potentiële producten die het onderwerp zijn van partnerschappen, joint ventures of licentiesamenwerkingen kunnen onderhevig zijn aan geschillen tussen de partners of kunnen niet zo veilig, effectief of commercieel succesvol blijken te zijn als UCB aan het begin van een dergelijk partnerschap had gedacht. De inspanningen van UCB om andere producten of bedrijven te verwerven en om de activiteiten van dergelijke overgenomen bedrijven te integreren, zijn mogelijk niet zo succesvol als UCB op het moment van acquisitie wellicht heeft gedacht. UCB of anderen kunnen ook problemen ontdekken met betrekking tot de veiligheid, de bijwerkingen of met de productie van haar producten en/of apparaten nadat deze op de markt gebracht zijn. De ontdekking van significante problemen met een product vergelijkbaar met een van de producten van UCB dat betrekking heeft op een hele klasse producten, kan een wezenlijk nadelig effect hebben op de verkoop van de hele klasse van getroffen producten. Bovendien kunnen de verkoopcijfers worden beïnvloed door internationale en binnenlandse trends in georganiseerde zorg en kostenbeheersing in de gezondheidszorg, waaronder prijsdruk, politieke en publieke gedetailleerde controle, patronen of praktijken van klanten en voorschrijvers, en het vergoedingsbeleid opgelegd door externe betalers evenals wetgeving van invloed op activiteiten en resultaten van biofarmaceutische prijzen en vergoedingen. Tenslotte zou een storing, cyberaanval of inbreuk op de informatiebeveiliging de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de gegevens en systemen van UCB in gevaar kunnen brengen.
Gezien deze onzekerheden wordt het publiek ervoor gewaarschuwd geen overmatig vertrouwen te hechten aan dergelijke toekomstgerichte verklaringen. Deze toekomstgerichte verklaringen gelden enkel op de publicatiedatum van dit geïntegreerd jaarverslag, en houden geen rekening met mogelijke gevolgen van de evoluerende gebeurtenis of risico, zoals hierboven genoemd of andere tegenslagen, tenzij anders is aangegeven. Het bedrijf blijft de ontwikkeling nauwgezet volgen om het financiële belang van deze gebeurtenissen, al naargelang het geval, voor UCB te beoordelen.
UCB wijst uitdrukkelijk elke verplichting af om toekomstgerichte verklaringen in dit geïntegreerd jaarverslag bij te werken, hetzij om de feitelijke resultaten te bevestigen, hetzij om enige verandering in haar toekomstgerichte verklaringen met betrekking daartoe of enige verandering in gebeurtenissen, omstandigheden of omstandigheden te rapporteren of weer te geven waarop een dergelijke verklaring is gebaseerd, tenzij een dergelijke verklaring vereist is op grond van toepasselijke wet en regelgeving.
In overeenstemming met de Belgische wet moet UCB haar geïntegreerde jaarverslag in het Frans en het Nederlands opstellen. UCB heeft ook een Engelse versie van dit verslag.
Het geïntegreerde jaarverslag is beschikbaar op de investorwebsite van UCB (www.ucb.com/investors). Andere informatie op de website van UCB of op een andere website maakt geen deel uit van dit geïntegreerde jaarverslag.
24 april 2025 Jaarlijkse algemene vergadering
31 juli 2025 Financiële resultaten over het eerste halfjaar
Investeerdersrelaties
Antje Witte Head of Investor Relations
E-mail: [email protected] [email protected]
Sahar Yazdian Investor Relations Lead E-mail: [email protected]
Gwendoline Ornigg
Head of Global Corporate Communication E-mail: [email protected]
Veronique Toully Head of Sustainability, Corporate Affairs and Risk E-mail: [email protected]
Allée de la Recherche, 60 – 1070 Brussel, België
Tel: +32 2 559 99 99 – Fax:+32 2 559 99 00
BTW BE0403.053.608
© 2025 UCB SA, België. Alle rechten voorbehouden
329

Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.