AI assistant
Tessenderlo Group nv — Annual Report 2015
Apr 28, 2016
4010_10-k_2016-04-28_3b39283f-ef73-4e28-85b5-a5305d2fa0bc.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Inhoudsopgave
| Activiteitenverslag 2015 | 2 |
|---|---|
| Wie we zijn | 3 |
| Hoogtepunten 2015 | 4 |
| Brief aan de aandeelhouders | 6 |
| Overzicht van de belangrijkste cijfers van Tessenderlo Group | 8 |
| Tessenderlo Group: 3 bedrijfssegmenten: Agro – Bio-Valorization – | |
| Industrial Solutions | 13 |
| Informatie voor aandeelhouders | 29 |
| Jaarverslag 2015 | 31 |
| Bedrijfsgroei | 32 |
| Human Resources | 34 |
| Innovatie en O&O | 35 |
| Veiligheid, Gezondheid, Milieu en Kwaliteit (SHEQ) | 36 |
| Risicoanalyse | 39 |
| Verklaring Deugdelijk Bestuur | 44 |
| Transparant beheer | 44 |
| Kapitaal en aandelen | 44 |
| Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur | 45 |
| Raad van bestuur | 46 |
| Executive Committee (ExCom) | 52 |
| Remuneratieverslag Bestuurders | 54 |
| Remuneratieverslag Executive Committee (ExCom) | 56 |
| Belangrijkste kenmerken voor het kader van interne controle en | |
| risicomanagement van de vennootschap | 61 |
| Beleid inzake voorkennis en marktmanipulatie Externe audit |
63 64 |
| Gebeurtenissen na balansdatum | 64 |
| Toepassing van art. 523 van het Wetboek van vennootschappen | 65 |
| Toepassing van art. 524 van het Wetboek van vennootschappen | 67 |
| Informatie vereist door art. 34 van het Koninklijk Besluit van 14 | |
| november 2007 | 69 |
| Dividendbeleid | 71 |
| Informatie vereist door art. 96, §2, 2° Wetboek van Vennootschappen | 71 |
| Financieel jaarverslag 2015 | 73 |
| Geconsolideerde financiële staten | 75 |
| Verklaring over het getrouw beeld van de jaarrekeningen en het | |
| getrouwe overzicht in het jaarverslag | 163 |
| Verslag van de commissaris | 164 |
| Statutair Financieel verslag | 165 |
| Financiële woordenlijst | 169 |
Wie we zijn
Tessenderlo Group is een internationale specialiteitengroep met een globale aanwezigheid die oplossingen biedt voor de noden op het gebied van voeding, landbouw, waterbeheer en het efficiënte gebruik en hergebruik van natuurlijke rijkdommen. De groep heeft ongeveer vijfduizend medewerkers die werken in meer dan honderd vestigingen, verspreid over de hele wereld. Tessenderlo Group is toonaangevend in de meeste van de markten waarin het actief is, waarbij het bedrijf voornamelijk klanten in de landbouw, de industrie, de bouwsector, en eindmarkten voor gezondheidsproducten en consumptiegoederen bedient.
De groep streeft voortdurend naar het vinden van meer duurzame oplossingen. Ze wil daarbij haar eigen ecologische voetafdruk minimaliseren en de bijdrage van haar producten aan de evolutie naar een groene economie maximaliseren. De groep biedt diverse producten en milieuvriendelijke oplossingen aan, waarbij zij doorgaans bijproducten uit andere industrieën hergebruikt en transformeert.
De activiteiten van de groep zijn onderverdeeld in drie bedrijfssegmenten: Agro, Bio-Valorization en Industrial Solutions.
- Agro Dit segment is actief in de productie en marketing van gewasvoedingsstoffen (vloeibare meststoffen en KS, kaliumsulfaat) en gewasbeschermingsproducten.
- Bio-Valorization Dit segment combineert de activiteiten van de groep in de verwerking van dierlijke bijproducten. Het omvat Akiolis (ophaling van dierlijke bijproducten, productie en verkoop van eiwitten en vetten) en PB Gelatins (productie en verkoop van gelatine).
- Industrial Solutions -Dit segment omvat de activiteiten die producten en oplossingen bieden voor industriële eindmarkten. Het segment omvat hoofdzakelijk de productie en verkoop van kunststof leidingsystemen (PPS), chemicaliën voor waterbehandeling en overige industriële activiteiten zoals de productie en verkoop van chemicaliën voor mijnbouw en industriële toepassingen, en het leveren van diensten voor de behandeling en verwerking van frackingwater (ECS), alsook diensten die de lokale optimalisering van milieubeheersystemen (MPR) mogelijk maken.
Of het nu gaat om de producten of de oplossingen die we aanbieden, of om de manier waarop we ze produceren, de zorg voor onze planeet en voor haar bronnen staat centraal in al onze activiteiten. We zijn er namelijk van overtuigd dat "elke molecule telt!".
Hoogtepunten 2015
UITGIFTE OBLIGATIES
Tessenderlo Group heeft twee series obligaties uitgegeven met een looptijd van resp. 7 en 10 jaar voor een totaalbedrag van EUR 250 miljoen. De transactie werd afgesloten na de tweede dag van de inschrijvingsperiode toen het maximumbedrag was bereikt. De obligaties werden onder meer
gebruikt om de obligatie van EUR 150 miljoen die afliep in oktober 2015 te herfinancieren en om de productiecapaciteit van de groep te verhogen om tegemoet te kunnen komen aan de verwachte toekomstige vraag.
Agro segment
Bio-Valorization segment
Industrial Solutions segment
Brief aan de aandeelhouders
Beste aandeelhouder,
We kunnen opnieuw terugblikken op een druk jaar voor Tessenderlo Group. Over het volledige boekjaar 2015 realiseerde Tessenderlo Group een geconsolideerde omzet van EUR 1.589,0 miljoen. In 2014 was dat EUR 1.434,2 miljoen. De gerapporteerde omzet steeg voor alle drie segmenten, hoewel een geringe omzetdaling werd gerealiseerd in het bedrijfssegment Bio-valorization (zonder wisselkoerseffect). Tessenderlo Group sloot 2015 af met een nettowinst van EUR 81,9 miljoen, in vergelijking met EUR 52,8 miljoen in 2014.
Op 15 juli 2015 gaf Tessenderlo Chemie twee series obligaties uit met een looptijd van 7 jaar (de '2022 obligaties') en 10 jaar (de '2025 obligaties'). Het totale uitgiftebedrag daarvoor bedroeg EUR 250,0 miljoen, waarvan EUR 192,0 miljoen voor de 2022 obligaties en 58,0 miljoen voor de 2025 obligaties. De netto-opbrengst van de obligatie-uitgifte werd onder meer aangewend voor de herfinanciering van de momenteel uitstaande private plaatsing van de groep van EUR 150,0 miljoen, die afliep in oktober 2015.
In 2015 kreeg de transformatie van Tessenderlo Group verder vorm. Na de belangrijke vooruitgang die werd geboekt in 2014, hebben we in 2015 een aantal zorgvuldig geselecteerde investeringen uitgevoerd met het oog op versterking van onze competenties en expertise. Zo maakten we bijvoorbeeld onze beslissing bekend om EUR 50 miljoen te investeren in onze vestiging PC Loos (Produits Chimiques de Loos, Frankrijk), die deel uitmaakt van de Performance Chemicals businessunit. De investering omvat de bouw van een nieuwe op membraantechnologie gebaseerde productie-installatie ter vervanging van de bestaande kwikelektrolyse. We kondigden eveneens de strategische investering in vloeibare meststoffen in Europa aan met de bouw van een Thio-Sul® productie-installatie in Rouen (Frankrijk) die volgens planning in de loop van 2017 in productie zal worden genomen. Binnen de SOP Plant Nutrition businessunit startten we een nieuwe productieeenheid voor calciumchloride in onze vestiging in Ham (België), waar een deel van de waterstofchloride uit de sulfaatfabriek wordt verwerkt tot calciumchloride. Binnen het Agro-segment ging eind juni 2015 de KTS®-productiefaciliteit in Hanford (Californië, VS) van start. 2015 was ook het jaar waarin Tessenderlo Kerley, Inc. (TKI) de overname aankondigde van bepaalde activa van het wereldwijde Hexazinone solo product en de Hexazinone/Diuron-mix van DuPont Crop Protection, evenals de aankoop van de herbicidenactiva van Norflurazon (Solicam®) van Syngenta Crop Protection, LLC. Deze investeringen moeten nieuwe groeimogelijkheden opleveren.
Dankzij een brede aanpak op groepsniveau en aanzienlijke inspanningen op het gebied van operationele verbeteringen, wisten we vooruitgang te boeken in moeilijke economische omstandigheden. In 2015 bleef de aandacht van Tessenderlo Group gericht op optimalisering van aankoop, commerciële verbeteringen, productontwikkeling, nieuwe toepassingen, betere winstgevendheid en klantenfocus. Het succes van onze klanten is de basis van ons succes, en als betrouwbare partner is het onze ambitie om ze te helpen dat succes voort te zetten in hun afzonderlijke sectoren en hun concurrenten een stap voor te blijven. We streven ernaar om de beste te zijn in al onze activiteiten en zijn voortdurend op zoek naar duurzame opportuniteiten. Ons streven is om ook operationeel de beste te zijn en om optimale relaties te hebben met onze klanten, evenals om markttrends te kunnen begrijpen en kansen te kunnen identificeren.
Vooruitzichten
Op basis van de huidige marktomstandigheden verwacht Tessenderlo Group dat de 2016 REBITDA, ten opzichte van de REBITDA in 2015, met 15% tot 20% zou kunnen groeien. De groep wenst wel te benadrukken dat ze momenteel opereert in volatiele economische en financiële omstandigheden.
We zullen blijven investeren in de innovatie en modernisering van onze fabrieken, gebouwen, nieuwe productiemachines en onderzoek en ontwikkeling. Dit alles gecombineerd met een constante focus op operationele uitmuntendheid. We willen onze aandeelhouders bedanken voor hun continue steun tijdens de voorbije jaren. Van onze kant zullen we verder gaan met het creëren van duurzame waarde.
2016 wordt een jaar vol uitdagingen die we samen met onze medewerkers zullen aangaan. Namens de raad van bestuur willen we onze medewerkers bedanken voor hun inzet, flexibiliteit en enthousiasme in 2015. De basis van het succes van Tessenderlo Group is, meer dan ooit, afhankelijk van de kwaliteit, de motivatie en de inzet van onze toegewijde medewerkers.
Met vriendelijke groet,
Luc Tack Stefaan Haspeslagh CEO Voorzitter van de raad van bestuur
Overzicht van de belangrijkste cijfers van Tessenderlo Group
Eigen vermogen toewijsbaar aan de
Omzet per geografisch gebied
REBITDA per segment (in miljoen EUR)
| AGRO | BIO-VALORIZATION | INDUSTRIAL SOLUTIONS | |
|---|---|---|---|
| PRODUCTIE LOCATIES |
|||
| 13 productie-installaties: VS (10 fabrieken en meer dan 65 terminals), België (1), Frankrijk (1) en Turkije (1), waaronder 2 fabrieken in aanbouw: East-Dubuque (VS) en Rouen (Frankrijk) |
* Gelatine: 3 fabrieken in Europa, 2 in China en 3 op het Amerikaanse continent * Akiolis: 11 fabrieken, 39 inzamelingscentra in Frankrijk |
• Plastic Pipe Systems (PPS): 7 productiesites en +70 vestigingen • Performance Chemicals: 2 fabrieken (België – Frankrijk) * Mining en Performance Chemicals: 3 installaties (VS) |
|
| KERNMARKTEN | Landbouw | Voeding, Medisch, Farma, Huisdierenvoeding, Landbouw, Energie, PAT, FAT |
Raffinage & Mijnbouw, Waterbehandeling, Industriële Proceschemicaliën, Bouw & Openbare Werken |
| BEDRIJVIGHEID | Landbouw, Industrie | Bio-resources, Landbouw | Industrie & Mijnbouw, Gemeente, Civiele bouwk. en openbare werken |
| BUSINESS DRIVERS |
Groeiende bevolking - meer vraag naar kostenefficiënte kwaliteitsmeststoffen en gewasbeschermingsmiddelen voor moderne en duurzame precisielandbouw |
Groeiende vraag naar bio-gebaseerde milieuvriendelijke voeding, energie, farmaceutische en technische toepassingen - Hogere levensstandaard resulteert in verhoogde vleesconsumptie en vraag naar eiwitten |
Vraag naar schoon water - Industriële behoefte aan duurzame zuivering van verwerkingswater - Schaarste aan natuurlijke bronnen en eco-afdruk - Klimaatopwarming - Waterbeheer - Toevoer basischemicaliën gedreven door econ. Activiteit |
| STRATEGISCHE FOCUS |
• Tessenderlo Kerley: Continue focus op het Amerikaanse continent en uitbreiding naar Europa, Midden-Oosten en Australië / Uitbreiding productportfolio om aanbod te verbreden naar nichemarkten / Laagste cost-to-serve meststoffen-producent blijven / Toevoerketen optimaliseren • NovaSource: Productportfolio uitbreiden en waarde aan gewasbescherming toevoegen • Sulfaten: Focus op eersteklas oplosbare en bladvariant kaliumsulfaat meststoffen |
• Gelatine: opbrengst uit huidige middelen optimaliseren // Sterk focussen op uitmunten in fabricage, verkoop en betere valorisatie van/toegang tot grondstoffen // Meer focus op gezonde voeding (eiwitrijk, collageenhydrolysaten) • AKIOLIS: Onze positie in onze kernactiviteiten in upstreammarkten verstevigen // Valorisatie van eindproducten op huisdierenvoeding- en aquacultuurmarkten verbeteren. |
• PPS: klantenbinding verder ontwikkelen // Groei van productportfolio // Positie in afvoer & riolering en bodem & afval verstevigen • Performance Chemicals: Winstgevende activiteiten, en vanuit ecologisch oogpunt aantrekkelijke- en langetermijnoplossingen bieden aan industrie en gemeenten // Marktleidende positie opbouwen en behouden // Toegang verzekeren tot goedkope en duurzame grondstoffen • Mijnbouw/MPR/ECS: Mijnbouw en industriële pijler uitbreiden // Full service waterbehandelings- en recyclingmodel bieden // Nieuwe markten en segmenten |
| PRESTATIES 20 15 |
Inbedrijfstellingproductiefaciliteit in Hanford // Portfolio uitbreiding Novasource® // Opstart operationeel uitmuntendheidsprogramma in Ham // Verdere internationalisering van Kerley producten |
Voortdurende implementatie van operationele en commerciële verbeteringsprogramma's // Wereldwijd lastige marktomstandigheden // |
Nieuwe organisatie geïmplementeerd // Nieuwe technologie in gebruik bij Performance Chemicals Loos // Geslaagde implementatie businessplannen ECS en MPR |
| KERNCIJFERS | Aandeel Rebitda Personeelsbezetting |
Aandeel Rebitda Personeelsbezetting |
Aandeel Rebitda Personeelsbezetting |
| 77% 972 |
-1% 2194 |
24% 150 6 |
|
| 12 |
ONS WERELDWIJDE BEREIK
Tessenderlo Group: 3 bedrijfssegmenten: Agro – Bio-Valorization – Industrial Solutions
Ons Agro segment
De bedrijven en businessunits die deel uitmaken van het Agro segment produceren en verkopen voedingsstoffen voor gewassen (vloeibare meststoffen en kaliumsulfaat) en gewasbeschermingsmiddelen.
De volgende businessunits maken deel uit van het segment Agro:
Meststoffen
Tessenderlo Kerley Inc.
Wie we zijn
Crop Vitality, de kernactiviteit van Tessenderlo Kerley, levert gespecialiseerde vloeibare meststoffen die telers helpt bij het op efficiënte en duurzame wijze verbouwen van hun producten. Dat doen we door op een betrouwbare manier zwavel en andere bijproducten van petroleum- en gasraffinaderijen om te zetten in vloeibare plantenvoeding, die zorgt voor een hogere productie van vele soorten graan, groenten, fruit en noten.
De businessunit Crop Vitality beschikt over een sterk aanbod en onze Crop Vitalityspecialisten verpersoonlijken het merk bij elk contact en elke interactie met de klant. Ze vertegenwoordigen consequent de Crop Vitality-traditie van professionele dienstverlening, uitmuntendheid en meerwaarde.
Onze belangrijkste producten zijn ammoniumthiosulfaat, dat verkrijgbaar is onder de merknaam Thio-Sul®, en kaliumthiosulfaat, dat verkrijgbaar is onder de merknaam KTS®. Alle meststoffen en bodemverbeteraars van Tessenderlo Kerley zijn gegroepeerd onder de merknaam CROP VITALITY® (www.cropvitality.com).
Bedrijfsactiviteiten in 2015
Profiterend van zijn sterke waardepropositie wist Crop Vitality een solide opbrengst te verzekeren, ondanks een aantal 'perfect storm'-factoren in de landbouwmarkten. Na een sterk lenteseizoen daalde de afzet in de herfst als gevolg van zeer natte weersomstandigheden waardoor telers hun werk op de velden niet konden voltooien. Desalniettemin werden toch goede resultaten bereikt in een omgeving van lagere gewasprijzen.
Vooruitzichten
Crop Vitality-producten zijn vandaag de dag beter gepositioneerd in de markt dan in de voorbije jaren. In combinatie met verdere verbetering van de infrastructuur en versterking van onze waardepropositie stelt dit ons in staat om onze klanten nog beter te helpen hun activiteiten te optimaliseren.
Op basis van de verwachte aanplanting van 34-36 miljoen ha. maïs, de recente verlenging van het ethanolmandaat en gunstige prijzen voor gespecialiseerde gewassen, denken we over voldoende product te beschikken en we verwachten niet dat de vraag ons aanbod zal overtreffen.
Tessenderlo Kerley International
Wie we zijn
Kerley International is een businessunit die speciaal opgericht werd om de groei van het gamma van meststoffen en bodemverbeteraars van Tessenderlo Kerley buiten de VS en Canada te bevorderen. Voortbouwend op het succes van het businessmodel in de VS streeft Kerley International naar een doelgerichte bedrijfsontwikkeling in prioriteitsmarkten als Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika, en Centraal- en Latijns-Amerika.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
Gedurende 2015 zette Kerley International zijn langeretermijnstrategie voort en wist het de omzet aanzienlijk te verbeteren en de fundamenten voor groei te versterken. Voorbeelden van die fundamenten zijn onder meer het inhuren van commercieel en agronomisch talent, het opzetten van toeleveringsketens en het vastleggen van de nodige registraties.
In april 2015 kondigde de businessunit zijn voornemen aan om een Thio-Sul® (ammoniumthiosulfaat/ATS) fabriek in Frankrijk te gaan bouwen, daarmee inspelend op de grotere vraag vanuit de Europese markt naar vloeibare meststoffen voor op grote schaal geteelde gewassen, ter aanvulling van zwavelvoeding en om stikstofverlies te beperken.
Vooruitzichten
Kerley International blijft zich concentreren op een rendabele groei voor de Kerleymeststoffen. De uitstekende waardepropositie van Kerley-meststoffen wordt steeds meer erkend en gewaardeerd door nieuwe klanten in de prioritaire groeigebieden.
Om de verwachte volumegroei te ondersteunen, wordt een aantal investeringen geëvalueerd, zowel op het vlak van fabriekscapaciteit buiten de VS als van infrastructuur, teneinde te voldoen aan de verwachtingen van klanten ten aanzien van een efficiëntere toeleveringsketen.
BU SOP Plant Nutrition
Wie we zijn
In de productievestiging in Ham (België) produceert de SOP Plant Nutrition businessunit hoofdzakelijk kaliumsulfaatmeststoffen voor de landbouwmarkt. SOP of kaliumsulfaat wordt voornamelijk gebruikt als een meststof voor specifieke gewassen zoals bloemen, fruit en groenten. Vanuit de productievestiging in België exporteren we naar meer dan tachtig landen over de hele wereld. Wij staan in de top vijf van grootste producenten ter wereld actief op een markt van zes miljoen ton en we richten ons op kwaliteitsgewassen in de markt van oplosbare meststoffen.
Bij de BU SOP Plant Nutrition streven we niet alleen naar het leveren van kwaliteitsproducten; we willen ook de internationale voorkeurspartner zijn in SOP en met onze producten en diensten telers helpen om de wereld gezond, efficiënt en duurzaam te voeden!
SoluPotasse®, het oplosbare kaliumsulfaatproduct van de groep, is wereldwijd de onbetwiste nummer één onder alle oplosbare kaliumsulfaatproducten. Dit topproduct heeft een uitstekende reputatie op het vlak van kwaliteit en merkherkenning. Dankzij SoluPotasse® is het mogelijk om voedingsstoffen op een veel preciezere manier te gebruiken in druppelirrigatiesystemen, waardoor er minder meststoffen en water nodig zijn. Zo blijft ook de impact op het milieu tot een minimum beperkt.
SOP is een veelzijdige meststof die in het bijzonder geschikt is voor droge en halfdroge klimaten. De combinatie van kalium en zwavel resulteert in een hoge concentratie van voedingsstoffen die onmiddellijk beschikbaar zijn voor planten. Het bevat ook erg weinig zout en daarom geniet het in gebieden met een hoog verziltingsrisico van de bodem de voorkeur op andere meststoffen. Kaliumsulfaat verbetert de opbrengst en de kwaliteit van de oogst, en maakt gewassen beter bestand tegen droogte, vrieskou, insecten en ziektes. Bovendien verbetert kaliumsulfaat niet alleen de voedingswaarde, de smaak en het aanzien van het gewas, maar verhoogt het ook de weerstand tegen bederf tijdens transport en opslag.
Op dit ogenblik is Tessenderlo Group het enige bedrijf dat een bladvariant van kaliumsulfaat voor grootschalige teelt van gewassen aanbiedt: K-Leaf®.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
De businessunit rapporteerde een sterke vraag naar kaliumsulfaat en slaagde erin het totaalvolume te doen groeien, met name in SoluPotasse®, onze hoogwaardige wateroplosbare kaliumsulfaatproductlijn, waar recordverkopen werden neergezet. Daarnaast boekten wij aanzienlijke vooruitgang in de verdere ontwikkeling van K-Leaf ®, onze nieuwe bladvariant van kaliumsulfaat.
Met ons Mannheim-productieproces voor kaliumsulfaat is het beheer van de afzet van waterstofchloride (HCI) bijproducten essentieel om onze klanten een betrouwbare toevoer van kaliumsulfaat te kunnen garanderen. Eind 2015 werd in Ham, België, de nieuwe productievestiging voor calciumchloride (CaCl2) in gebruik genomen. De productie van calciumchloride voorziet in een belangrijke extra afzetmogelijkheid van HCI: niet alleen is het volume belangrijk, de afzet vindt plaats op onze site en dat biedt weer extra flexibiliteit. Eerder in 2015 slaagden we er al in om onze andere HCI-afzetmogelijkheden te verbeteren, waardoor we de kaliumsulfaatproductie naar historische niveaus konden tillen. Derhalve zien we in deze nieuwe fabriek met name een extra, duurzame HCI-afzetmogelijkheid die ons nog verder zal helpen in ons streven om hoogwaardige producten en diensten aan onze klanten te kunnen bieden.
Afgezien van de CaCl2-fabriek zijn op de Ham-vestiging ook andere belangrijke initiatieven en investeringen genomen of begonnen om onze concurrentiepositie op duurzame wijze te verbeteren.
Vooruitzichten
Wij kijken met veel vertrouwen naar de markt van kaliumsulfaat, aangezien dit product duidelijk aan waarde wint voor gewassen en bodems overal ter wereld. Met name met ons in water oplosbare merk SoluPotasse® kunnen we markten over de hele wereld bereiken. Wij werken er voortdurend aan om in de markten waarin we actief zijn nog meer servicewaarde toe te voegen door het optimaal gebruik van kaliumsulfaat uit te leggen, niet alleen in fertigatie maar ook als bladgerelateerde toepassing met ons K-Leaf® product.
Hoewel in de internationale markt van meststoffen het jaar 2016 wat aarzelend van start is gegaan en een paar van de voor onze activiteiten belangrijkste regio's onder economische of politieke druk kwamen te staan, blijven onze vooruitzichten positief. Toch zijn we er ons van bewust dat de resultaten afhankelijk blijven van de verdere ontwikkelingen op de agro-markt.
Tessenderlo Group heeft een duidelijke strategie uitgestippeld om ook in de komende jaren een toonaangevende rol te spelen op de kaliumsulfaatmarkt. Wij zullen consequent producten van hoge kwaliteit blijven leveren, met tegelijkertijd een verscherpte focus op klantenservice en optimale inzet van onze uitgebreide ervaring in de kaliumsulfaatindustrie.
Gewasbescherming
NovaSource®
Wie we zijn
NovaSource® is de businessunit voor gewasbescherming van Tessenderlo Group. We houden ons op internationale schaal bezig met de aankoop, ontwikkeling, registratie en nichemarketing van gewasbeschermingsproducten. NovaSource® tracht met name de boeren te voorzien van middelen die hen helpen de kwaliteit en productiviteit van gespecialiseerde voedingsgewassen zoals aardappelen, fruit, noten en groenten te verhogen.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
Ondanks een aanzienlijke terugval in de prijzen in de gewasbeschermingssector was 2015 opnieuw een goed jaar voor NovaSource®, van wie de producten vandaag in 40 landen worden verkocht. Gespecialiseerde gewassen (fruit, noten, groenten), die de grootste afzetmarkt voor de producten van NovaSource® vormen, hebben minder geleden onder de negatieve prijsdruk dan sommige andere voedingsproducten.
In 2015 werden twee acquisities gerealiseerd die hebben bijgedragen aan het succes en de vooruitzichten van de NovaSource®-activiteiten. De eerste was de aankoop van de productlijn Solicam® (met als algemene benaming Norflurazon) van Syngenta; de andere de aankoop van de activiteiten Velpar®, AlfaMax™ en Advance® (met als algemene benaming Hexazinone) van DuPont.
Vooruitzichten
NovaSource® blijft zijn inspanningen voortzetten om nicheproductlijnen over te nemen van multinationals die kleinere productlijnen afstoten om zich volledig op hun O&O-activiteiten en andere belangrijke producten te kunnen richten.
Ons Bio-Valorization segment
Het segment Bio-Valorization combineert de activiteiten van de groep op het vlak van de verwerking van dierlijke bijproducten. Het bestaat uit Akiolis (rendering, productie en verkoop van proteïnen & vetten) en PB Gelatins (productie en verkoop van gelatine).
PB Gelatins
Wie we zijn
De businessunit Gelatins van Tessenderlo Group produceert een volledig gamma van hoogstaande collageeneiwitten (gelatine). Vanuit onze acht productievestigingen gelegen in Azië, Europa en Noord- en Zuid-Amerika leveren we aan een groeiende markt van voedsel-, farmaceutische, gezondheids- en voedingsproducten, en ook technische toepassingen. In onze sector zijn we de op twee na grootste speler ter wereld.
Het gelatineproces bestaat uit de (voor-)behandeling van grondstoffen, de extractie van collageen en de zuivering van gelatine. Het volledige productieproces kan tot zes maanden duren, naargelang de specifieke eigenschappen van de gelatine. Bepaalde fracties van de gelatine kunnen verder tot collageenhydrolysaten worden verwerkt.
Gelatine wordt op meerdere markten gebruikt, zoals de voedingsindustrie (bv. gebak en zuivelproducten), de farmaceutische industrie (bv. capsules) en de fotografie (bv. film en fotopapier). Bij de meeste toepassingen wordt gelatine alleen in kleine hoeveelheden aan de samenstelling toegevoegd, als een functioneel ingrediënt met superieure eigenschappen.
De groep produceert gelatine op basis van de huid en beenderen van varkens en runderen. Deze grondstoffen worden regionaal aangekocht en de concurrentie op de markt voor deze grondstoffen is niet beperkt tot andere gelatineproducenten, maar betreft ook andere eindproducten zoals het directe gebruik voor menselijke consumptie, dierenvoeding en lederproducten. De schommelingen in vraag en aanbod van grondstoffen hebben een grote impact op de prijzen en de beschikbaarheid van gelatine. Voldoende volumes aan grondstoffen veiligstellen, is dan ook van essentieel belang voor deze afdeling.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
De wereldwijde markt voor gelatine bleef moeilijk in 2015. China had nog altijd te lijden onder de schandalen in 2014 (die niet gerelateerd zijn aan onze activiteiten). De concurrentie onder Europese producenten was intens en dit had een impact op de Noord-Amerikaanse markt. Tot slot bleven de grondstoffen schaars in Zuid-Amerika.
We waren in staat om het effect van die negatieve gebeurtenissen op onze verkopen en marges te beperken door onze drie uitmuntendheidsprogramma's verder uit te werken:
- o Operationele Uitmuntendheid gericht op versterking van onze organisatie, verbetering van onze veiligheid, verlaging van onze kosten en verhoging van onze betrouwbaarheid.
- o Uitmuntendheid in Verkoop gericht op versteviging van de hechte samenwerking met onze klanten.
- o Uitmuntendheid in Aankoop gericht op veiligstelling van de beste grondstoffen om aan de stijgende eisen van onze klanten te kunnen voldoen.
- Vooruitzichten
Wij verwachten dat de lastige marktomstandigheden die we gekend hebben in 2015 ook in 2016 zullen aanhouden. Echter, ons doel is om veel sterker uit deze complexe situatie te komen: onze Uitmuntendheidsprogramma's zullen zorgen voor verdere verlaging van onze kosten, veiligstelling van onze grondstoffen en verhoging van onze verkoopvolumes en marges. Daarnaast zullen we, om ten volle de mogelijkheden van de collageeneiwitmarkten te benutten, verschillende projecten ten uitvoer brengen, waaronder de uitbreiding van onze gelatinefabriek in Davenport, de vergroting van onze productie-eenheid van hydrolysaten in Santa Fe en de upgrade van onze valorisatie-unit van bijproducten in Vilvoorde. Tot slot zullen we onze fabrieken in China en Brazilië verder uitbreiden.
We zullen ook onze onderhandelingen met de Chinese regering voortzetten en blijven zoeken naar productiealternatieven voor onze fabriek in Wenzhou (ter herinnering: in 2014 werden we door de Chinese autoriteiten geïnformeerd over hun voornemen om onze Wenzhoufabriek te onteigenen in verband met de bouw van een nieuwe openbare infrastructuur).
Op de lange termijn blijft het vooruitzicht voor de gelatinemarkt positief om een aantal redenen: een groeiende middenklasse, verhoogde consumptie van geneesmiddelen in de ontwikkelingslanden en een groeiend gezondheids- en voedingsbesef en betere gezondheids- en voedingsgewoonten in de ontwikkelde landen.
Akiolis
Wie we zijn
Akiolis is gespecialiseerd in de valorisatie van elke vorm van dierlijke bijproducten, van de vleesverwerkende industrie via de transformatie van die grondstoffen naar meerwaardeproducten voor de dierenvoeding, landbouw, lipochemie, cement en energiesector.
De bijproducten van gezonde dieren worden via geavanceerde processen verwerkt tot hoogwaardige proteïnen en vetten. Die ingrediënten worden in dierenvoeding, veevoeder, de hydrocultuur, biomeststoffen, zepen en de lipochemie gebruikt.
Akiolis produceert ook dierlijke vetten en vleesmeel uit overleden dieren. Dergelijke vetten en meel worden als biobrandstoffen gevaloriseerd (die dienst doen als een alternatief voor fossiele brandstoffen om energie op te wekken) of, onder bepaalde omstandigheden, biomeststoffen.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
Ondanks de moeilijke marktomstandigheden in 2015 wist Akiolis betere resultaten te behalen dankzij een structurele reorganisatie en commerciële successen binnen zijn kernactiviteiten.
Downstreamprijzen (de verkoop van vetten en eiwitten) bleven dalen als gevolg van internationale economische indicatoren zoals de prijzen van petroleum en soja. Upstream (het inzamelen van organisch materiaal) bleef Akiolis geconfronteerd met forse concurrentie. Parallel daaraan zorgde een fundamentele evolutie van de Europese wetgeving inzake biologische bijproducten voor een ontwrichtende ongelijkheid in marktvolumes.
In dit alles hebben we bewezen de nodige capaciteiten te bezitten om onze volumes op efficiënte wijze te verhogen, onze commerciële marge te verbeteren en de kosten te beheersen.
Om ons concurrentievoordeel te behouden en voortdurend verlieslatende bedrijven af te stoten hebben we onze activiteiten aanzienlijk gestroomlijnd teneinde onze industriële en logistieke kosten te kunnen verlagen.
In augustus 2015 werd Frankrijk erkend als een land met een "gering risico op BSE". Daarmee werd de lijst van specifieke risicodragende materialen aanzienlijk kleiner, wat een negatieve impact had op een groot deel van het volume voor Atemax. Om dit te compenseren hebben wij commerciële acties ondernomen om een deel van dat volume terug te halen via Soleval.
Over het geheel genomen wist Akiolis zijn volumes in 2015 te handhaven en zijn positie in de inzamelingsmarkt te verstevigen.
Vooruitzichten
Voor Akiolis verwachten wij in 2016 een terugkeer naar een positieve REBIT dankzij een continue focus op strakkere kostenbeheersing, de kwaliteit van onze producten en onze klantenservice. Ons doel is om naast volumevergroting te zorgen voor een sterkere positie als 'Best in class'-partner voor zowel onze upstream- als downstreamklanten, mede op basis van ons sterke 2016-2018 marketingplan. Dit plan, dat tot doel heeft om Akiolis te positioneren als de 'leider op het vlak van service, kwaliteit en betrouwbaarheid in de Franse markt van rundvlees, varkensvlees en gevogelte', kent een centrale rol toe aan innovatie, met name op het gebied van aquacultuur en huisdierenvoeding.
Ons segment Industrial Solutions
Ons Industrial Solutions-segment omvat activiteiten die producten en oplossingen aanbieden aan industriële eindmarkten. Het betreft hier de productie en verkoop van kunststofleidingsystemen, waterbehandelingschemicaliën en andere industriële activiteiten, zoals de productie en verkoop van chemische producten voor de mijnbouw & industrie, diensten voor de behandeling en verwijdering van geproduceerd en flowbackwater uit de oliewinning en gasontginning, en het recupereren van vloeistoffen uit industriële processen.
Dit zijn onze businessunits die deel uitmaken van het segment Industrial Solutions:
Plastic Pipe Systems
Wie we zijn
Plastic Pipe Systems (PPS) biedt hoogstaande oplossingen voor kunststofleidingsystemen voor nutsvoorzieningen en de landbouw-, constructie- en bouwsector.
We focussen op het winnen van het vertrouwen van de gebruiker via een breed aanbod van voorgemonteerde leidingenkits, projectconsultancydiensten en technieken voor luchtventilatiesystemen, riolering en regenwatersystemen, en waterafzuigsystemen voor daken. Al deze producten worden aangeboden en geleverd via ons geïntegreerd verkoopnetwerk, onze professionals in productie en logistiek en ruim 70 vestigingen en meer dan 2.000 verkooppunten.
Verzachting of infiltratie van regenwater uit frequente en zware regenval, inspelen op hogere eisen om meer energieneutrale gebouwen te creëren, lekkages van kostbaar drinkwater als gevolg van waterleidingnetwerken van slechte kwaliteit stoppen, en het wegnemen van kosten voor complexe constructieketens zijn slechts een paar van de uitdagingen die beter beheersbaar zijn met toepassing van de systemen, oplossingen en diensten van PPS.
Onze kunststofleidingsystemen maken meer en meer gebruik van gerecycled materiaal, waardoor materiaalresten een nieuw leven krijgen en de vraag naar eindige grondstoffen wordt beperkt.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
In het algemeen ondergingen de markten van kunststofleidingsystemen significante veranderingen. In vergelijking met andere gebieden gaven de Nederlandse en Poolse bouwmarkten aantrekkelijke algehele groei te zien. In Nederland toonde de nieuwbouwmarkt de eerste tekenen van herstel na een aantal magere jaren.
In al onze markten profiteerden we opnieuw van de milde winteromstandigheden aan het begin en eind van 2015. Vanaf het tweede kwartaal van 2015 gaf Nederland verbeterde marktomstandigheden in Bouw-&Installatietoepassingen (B&I) te zien. België, Frankrijk en het VK bleven zoals verwacht redelijk stabiel, terwijl voor de bouwmarkten in Centraal- en Oost-Europa ook een positieve ontwikkeling te zien was.
In de loop van 2015 werd de businessunitstructuur aangepast ten behoeve van scherpere strategieën, meer focus en betere uitvoering, met name voor nieuwe activiteiten en nieuwe initiatieven op het gebied van productontwikkeling. Ons nieuwe aanbod in ventilatiesystemen (DykaAir) en oplossingen voor overtollig regenwater (Deborain) boekte goede vooruitgang. Verder droegen extra inspanningen bij aanbestedingen en een beter gestructureerd inkoopprogramma eveneens bij aan betere resultaten.
Ook in 2015 maakten we gebruik van een aanzienlijke en toenemende hoeveelheid extern gerecycled materiaal als grondstof. Dit draagt in belangrijke mate bij aan duurzaamheid en helpt onze klanten bij het verminderen van de ecologische voetafdruk van hun leidingsystemen. Het RecyLine-portfolio verkreeg een onafhankelijk extern certificaat dat garandeert dat onze 3-laags pvc-buizen minstens 40% recyclaat bevatten.
Vooruitzichten
Op basis van de verwachte marktontwikkelingen, met name in de Benelux, en onze Europese strategische afstemming op consumentgerichte nieuwe activiteiten, processen en productontwikkeling houdt Plastic Pipe Systems in 2016 rekening met verdere groei. Procesverbeteringen in verkoop, productie of logistiek, deels gesteund door investeringen, zorgen er (samen) voor dat klanten makkelijker zaken doen met PPS of hun operationele kosten kunnen verlagen.
Waterbehandeling
Wie we zijn
Onze businessunit Performance Chemicals voorziet de industriële en gemeentelijke markten van coagulanten en andere chemicaliën hetzij ter behandeling van afvalwater, hetzij ter reiniging van drinkwater. Onze productieprocessen maken de omzetting of het recycleren mogelijk van industriële bijproducten (bijv. van de staalindustrie) in aantrekkelijke nieuwe producten voor waterbehandeling.
Tessenderlo Group beheert twee productievestigingen in Loos (Frankrijk) en Tessenderlo (België) die op globale schaal waterbehandelingschemicaliën produceren. Beide vestigingen zijn centraal gesitueerd in de gebieden waar de vraag naar coagulanten het grootst is en leveren aan een aantal van de grootste stedelijke gebieden in West-Europa, zoals Parijs, Amsterdam, Genève en Brussel. Doordat we geografisch vlak bij onze klanten liggen, kunnen we onze logistieke milieuvoetafdruk die nodig is om aan hun vereisten te voldoen, minimaliseren. De activiteiten omvatten tevens een kleine productie-eenheid in Rekingen (Zwitserland) waar ijzerchloride met een hoge zuiverheidsgraad wordt geproduceerd.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
In maart 2015 keurde de raad van bestuur van Tessenderlo Group formeel de bouw goed van een nieuwe elektrolyse-eenheid in Loos (Frankrijk). Deze investering van EUR 50 miljoen geeft de Loos-vestiging een geheide basis voor de toekomst als grootste productie-eenheid voor ijzerchloridecoagulanten in Europa. Het beschikt over de beste technologie die er beschikbaar is op het gebied van chloorproductie.
Vooruitlopend op de nieuwe productie-eenheid en grotere capaciteit werd de huidige elektrolyse-eenheid omgebouwd tot kaliumhydroxideproductie-installatie, die Tessenderlo in staat stelt zich opnieuw op een historische markt te begeven. De technische transformatie en de herpositionering bij de klanten verliepen beide naadloos en zonder problemen.
Tessenderlo Group slaagde er in 2015 in om zijn concurrentiële positie als toonaangevende Europese leverancier van coagulanten voor de behandeling van afvalwater en drinkwater te behouden, ondanks de uitdagende externe omgeving. Nieuwe aanvragen voor coagulanten voor waterbehandeling worden tenietgedaan door de lopende optimalisaties in bestaande behandelingsfabrieken.
De businessunit zette zijn strategische rol bij de operationele integratie voort via intern verbruik en verkoop van zoutzuurstromen vanuit Ham, ter ondersteuning van de groei van de SOP Plant Nutrition.
Vooruitzichten
Het bouwrijp maken van de vestiging voor de nieuw te bouwen membraanelektrolyseeenheid in Loos gaat in het eerste kwartaal 2016 van start en de start van de bouw is gepland tegen midden 2017. De chloorproductiecapaciteit in Loos wordt verhoogd met 30 KT/j., waarbij de kaliumhydroxidecapaciteit navenant toeneemt.
De conversie van de huidige elektrolyseproductie in kaliumhydroxideproductie in de tweede helft van 2015 zal in 2016 resulteren in een significante verhoging van de opbrengsten. Tegelijkertijd zal Tessenderlo zich daarmee ook opnieuw op de markt voor kaliumhydroxidevlokken begeven.
We verwachten dat de markt voor ijzercoagulanten in West-Europa in 2016 wederom stabiel blijft.
Mining & Industrial (M&I)
Wie we zijn
Onze businessunit werd opgericht in 2012 om waarde te creëren voor klanten die in internationaal verband actief zijn in de sectoren mijnbouw en industriële chemicaliën, door concurrerend geprijsde gespecialiseerde chemicaliën en technische diensten te bieden waardoor ze efficiënter gebruik kunnen maken van bestaande technologie en nieuwe alternatieve technologie toe kunnen passen.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
In 2015 presteerde M&I zeer goed en het vervolgt nu zijn groeitraject in overeenstemming met zijn strategie om opnieuw actief te worden in de mijnbouw en de industrie. M&I verstevigde zijn marktpenetratie met verschillende producten in uiteenlopende applicaties voor het scheiden van onedele en edele metalen en de behandeling van pulp/papier, waarin de ontwikkeling van nieuwe vervangende producten was opgenomen.
De markt van edele metalen bleef in 2015 stabiel. In de onedele metalen werd daarentegen de dalende trend voortgezet en de mijnindustrie verwacht dat herstel vanaf medio 2017 zal inzetten.
De vraag vanuit de pulp- en papierindustrie bleef stabiel, terwijl het sulfidenaanbod van concurrenten op die markt problematisch bleek.
De Thiogold-300-installatie van M&I die Barricks fabriek voor het uitlogen van goud in Nevada van thiosulfaat voorziet (in plaats van cyanide), draaide haar eerste volle jaar en presteerde ruim boven de verwachting. De nieuwe natriumhydrosulfietfabriek van M&I is bijna voltooid. Na voltooiing zal deze fabriek edele en onedele metalen aan andere industrieën gaan leveren.
Vooruitzichten
Dankzij de concurrerende technische voordelen verwacht M&I een continue groei via nieuwe producttoepassingen en een verhoogde productie die logistiek voordelig is.
Onze aanpak blijft zich richten op het aanbieden aan klanten van concurrerende prijzen in combinatie met technische ondersteuning en oplossingen die hun toepassingen efficiënter kunnen maken. We kijken vooruit en stemmen onze strategie voor de marktintroductie af op de globale trends.
MPR
Wie we zijn
MPR richt zich op het beheer van en de dienstverlening inzake systeemhygiëne voor een van de essentiële milieucontroleprocessen binnen zowel de industrieën die gas, olie of LPG verwerken of raffineren, als binnen verwante industrieën. Daarnaast houdt deze afdeling zich bezig met glycolbeheer, wat de prestaties van gasverzamelings- en -verwerkingssystemen bevordert. We zijn ook zeer intensief betrokken bij cyanidecorrosiecontrole binnen de olieraffinage.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
Het in 2014 opgebouwde momentum werd voortgezet in 2015 en hierdoor kon MPR recordresultaten boeken voor alle activiteiten. In de loop van 2015 hebben we ons voornamelijk gericht op twee doelstellingen. Het eerste strekte ertoe 'de klanten buitengewoon tevreden te stellen' door superieure service te bieden op basis van technologie die door en voor raffinaderijen is ontworpen. Het tweede beoogde vooral onze veiligheid, gezondheid en milieureputatie te versterken. Dit tweeledige doel in combinatie met vele jaren ervaring en ons uitstekende laboratorium levert duidelijk service van wereldklasse op.
Vooruitzichten
In 2015 bereikte MPR zijn doel om meer permanente units in raffinaderijen te plaatsen. Ook wisten we de basis te leggen voor dezelfde vooruitgang in 2016. Momenteel hebben we elf permanente units die onder langetermijnlease blijven. Net als in 2015 draagt MPR een hele waaier onsite mobiele diensten over naar het eerste kwartaal van 2016. Daarnaast heeft de huidige situatie op de markt van ruwe olie een zeer positieve impact voor de activiteiten van MPR.
ECS
Wie we zijn
Environmentally Clean Systems (ECS) levert milieuvriendelijke behandelingsmethoden aan de olie- en gasindustrie voor het ophalen, verwijderen, reinigen en recupereren van water dat tijdens de olie- en gasontginning verontreinigd is geraakt.
Bedrijfsactiviteiten in 2015
ECS had het niet gemakkelijk in 2015. De markt waarin we actief zijn raakte uit balans als gevolg van de uitzonderlijke groei in de productie van schalieolie, hoge olieoutput in het Midden-Oosten en de terugvallende Chinese economie. Het resultaat was een drastische daling van schalieolieboringen en afvoer/hergebruik van frackingwater. Ondanks deze problemen werden verschillende doelstellingen om de efficiëntie te verbeteren toch gehaald.
Vooruitzichten
Onzekerheid omtrent de prijs van ruwe olie heeft veel oliewinningbedrijven doen besluiten om in 2016 nog meer te bezuinigen en dit zal zeker een belangrijke impact hebben op de activiteiten van ECS.
In 2016 zal de aandacht met name gericht zijn op minimalisatie van de kosten onder dezelfde veilige werkomstandigheden.
Informatie voor aandeelhouders
Investeerdersrelaties
Tessenderlo Group streeft ernaar om de internationale financiële gemeenschap te voorzien van accurate, hoogwaardige en tijdige informatie. Voor het bespreken van de resultaten van de groep en toekomstige ontwikkelingen organiseert Tessenderlo Group conference calls waarin de halfjaars- en eindejaarsresultaten worden gepresenteerd en toegelicht.
Beoordeling door de analisten
Aan het einde van 2015 werd Tessenderlo Chemie NV door vijf sell-side analisten beoordeeld (http://www.tessenderlo.com/investors/share\_information/analyst\_coverage). Aan het eind van het jaar gaven twee analisten een positieve beoordeling en drie analisten een neutrale beoordeling. Er waren geen negatieve beoordelingen.
Aandeelhoudersstructuur
Op donderdag 31 december 2015 zag de aandeelhoudersstructuur van de groep er als volgt uit:
| # aandelen | % van het totaal |
|
|---|---|---|
| Verbrugge NV (beheerd door Picanol NV) | 13.482.812 | 31,4% |
| Symphony Mills NV | 1.291.076 | 3,0% |
| Niet-verhandelbare aandelen (in handen van | ||
| personeelsleden of gewezen personeelsleden) | 187.037 | 0,4% |
| Vrije omloop | 27.941.797 | 65,1% |
| 42.902.722 | 100,0% |
Op 31 december 2015 waren er in totaal 338.598 warrants (waarvan de aanvaardbare periode was verstreken) die uitoefenbaar waren of dat in de toekomst nog worden. Het totale aantal aandelen dat het geplaatste kapitaal van Tessenderlo Chemie NV vertegenwoordigt, is 42.902.722 en de aandeelhouders hebben recht op één stem per aandeel.
Aandeel Tessenderlo Chemie NV
De aandelen van Tessenderlo Chemie NV zijn onder de code TESB op de beurs van Brussel genoteerd. Ze worden op de continumarkt verhandeld en maken deel uit van de volgende indexen: BEL Mid en Next 150.
Prestaties aandelenkoers
De aandelenkoers van Tessenderlo Chemie NV steeg in 2015 met 31,4% en presteerde zo beter dan de BEL 20-index (die een stijging van 12,6% liet optekenen) en de Europese chemicaliënindex SX4P (die een stijging van 5,0% liet optekenen). Het aandeel bereikte op 16 juli 2015 zijn hoogste slotkoers van het jaar: EUR 36,68. De laagste slotkoers van het jaar bedroeg EUR 20,69 en werd op woensdag 7 januari 2015 genoteerd. Op de laatste handelsdag van het jaar sloot het aandeel af op EUR 27,50.
Dividendbeleid
De raad van bestuur stelt de Aandeelhoudersvergadering voor om over het jaar 2015 geen dividend toe te kennen.
Financiële kalender
| Boekjaar 2015 | Bekendmaking resultaten | 16 februari 2016 |
|---|---|---|
| Algemene vergadering | 7 juni 2016 | |
| Eerste kwartaal 2016 | Bekendmaking resultaten | 26 april 2016 |
| Eerste jaarhelft 2016 | Bekendmaking resultaten | 24 augustus 2016 |
| Derde kwartaal 2016 | Bekendmaking resultaten | 25 oktober 2016 |
Volledige financiële en niet-financiële informatie met betrekking tot Tessenderlo Group is beschikbaar op de website www.tessenderlo.com. Wie per e-mail persberichten van Tessenderlo Group wil ontvangen, kan zich op de volgende website inschrijven voor de mailinglijst:
www.tessenderlo.com/investors/ir\_mailing\_list/index.jsp
De aandelenkoers van Tessenderlo Chemie NV wordt gepubliceerd op www.tessenderlo.com en op de website van Euronext: www.euronext.com.
Contactpersoon voor investeerdersrelaties
Dhr. Kurt DEJONCKHEERE Investeerdersrelaties Tel: +32 2 639 1841 E-mail: [email protected]
Dit document bevat (i) het volledige geconsolideerde Jaarverslag voor het boekjaar eindigend op 31 december 2015, dat werd opgesteld overeenkomstig art. 119 van het Wetboek van Vennootschappen en (ii) alle informatie uit het statutair jaarverslag voor het boekjaar eindigend op 31 december 2015, dat werd opgesteld overeenkomstig art. 96 van het Wetboek van Vennootschappen. Zowel het geconsolideerde jaarverslag als het statutair jaarverslag werd op maandag 7 maart 2016 door de raad van bestuur goedgekeurd.
Een kopie van het volledige statutair jaarverslag is op aanvraag kosteloos te verkrijgen bij het bedrijf, of kan bij wijze van alternatief worden gedownload van de website van het bedrijf: http://www.tessenderlo.com/news\_media/annualreports/index.jsp.
Dit document vormt samen met het financiële verslag het "jaarlijks financieel verslag" in de betekenis van art. 12 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007.
Bedrijfsgroei
Tenzij anders vermeld, zijn alle commentaren in dit hoofdstuk over bedrijfsgroei gebaseerd op de voortgezette bedrijfsactiviteiten van Tessenderlo Group bij een vergelijkbare consolidatiekring, dat wil zeggen aangepast aan de impact van de entiteiten die vanaf januari 2014 werden verkocht of stopgezet.
Prestaties van de groep
In vergelijking met 2014 stegen de opbrengsten over het boekjaar 2015 met 13,5% (of +6,1% als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen) tot EUR 1,6 miljard.
De REBITDA 2015 van EUR 180,4 miljoen betekende een stijging van 34,2% ten opzichte van het vorige jaar (of +19,0% als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen). De REBITDA 2015 omvat tevens een afwaardering van EUR -11,8 miljoen als gevolg van herziene boekhoudkundige schattingen betreffende incourante voorraden. Voorts werden de lopende onderhoudsprojecten in veel productie-installaties in 2015 geboekt voor EUR -14,8 miljoen.
Het bedrijfssegment Agro leverde de belangrijkste bijdrage aan de toename van REBITDA 2015. Ook Industrial Solutions leverde een positieve bijdrage aan dit resultaat. Het bedrijfssegment Biovalorization zag ten opzichte van vorig jaar een daling van de winstgevendheid en het was het voornaamste segment dat getroffen werd door voornoemde afwaardering van de voorraden.
De REBITDA 2015 bedroeg EUR 81,9 miljoen vergeleken met EUR 52,8 miljoen in 2014. De toename van het bedrijfsresultaat en de daling van de netto financiële kosten werden slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de verhoging van niet-recurrente en niet-operationele kosten en belastingen.
De cashflow uit operationele activiteiten bedroeg in 2015 EUR 138,4 miljoen tegenover EUR 84,3 miljoen het jaar daarvoor.
Per 31 december 2015 bedroeg de netto financiële schuld van de groep EUR 145,3 miljoen, wat een leverage inhoudt van 0,8x. Op 31 december 2014 bedroeg de netto financiële schuld EUR 57,1 miljoen. De notionele schuld stond toen op EUR 155,3 miljoen.
De investeringen bedroegen in 2015 in totaal EUR 88,9 miljoen, een bedrag dat bestond uit EUR 61,2 aan kapitaalsuitgaven (tegenover EUR 68,0 miljoen in 2014) en EUR 27,8 miljoen aan acquisitie van bedrijven (NovaSource gewasbeschermingslabels binnen het Agro-segment). Voorts lopen op verschillende vestigingen onderhoudsprojecten waarvan de kosten onmiddellijk werden geboekt (EUR 14,8 miljoen in 2015). De groep zal op veel productievestigingen onderhoudsprojecten blijven uitvoeren.
Prestaties per bedrijfssegment
De opbrengst voor Agro nam in 2015 toe met 23,2%, of 11,0% als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen.
Alle Agro-activiteiten droegen bij aan de toename van de REBITDA voor het segment (+39,7% of +23,8% als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen), terwijl de REBITDA voor TKI Core iets afnam als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen.
De opbrengst in het Bio-valorization segment nam in 2015 met 2,6% toe, equivalent aan een afname van -2,1% als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen. Afwaardering van voorraden, een gevolg van herziene boekhoudkundige schattingen betreffende incourante voorraden, en lopende onderhoudsprojecten op verschillende productiesites zijn de belangrijkste redenen voor de lagere winst in het segment in 2015 ten opzichte van 2014.
De opbrengst in het segment Industrial Solutions nam in 2015 met 13,8% toe, of 9,5% als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen. De REBITDA groeide met 48,7%, of 37,0% als de wisselkoerseffecten niet in aanmerking worden genomen. Deze ontwikkelingen werden voornamelijk ondersteund door de activiteiten Plastic Pipe Systems en Mining&Industrial.
Human Resources
De Groep kan terugvallen op een team van ervaren professionals, dat bijdraagt aan het behalen van de bedrijfs- en strategische doelstellingen op alle gebieden. Op 31 december 2015 stelde de groep 4.672 personen tewerk, waarvan er 972 actief waren in het segment Agro, 2.194 in het segment Bio-Valorization en 1.506 in het segment Industrial Solutions. Van alle personeelsleden van de groep is 71% tewerkgesteld in Europa, tegenover 21% in Noord- en Zuid-Amerika en 8% in Azië.
Om de doelstellingen van de groep te bereiken, is het van essentieel belang om werknemers aan te trekken, te behouden en via stimulansen te belonen, net als om gemotiveerde teams samen te stellen. Om dit mogelijk te maken, hebben onze verschillende bedrijven in 2015 en 2016 duidelijk gefocust op het identificeren en communiceren van hun inspirerende en motiverende strategieën, en op het ontwikkelen van een duidelijke stapsgewijze aanpak om dit te realiseren. Tessenderlo Group streeft ernaar om de bedrijfsstrategie van elke businessunit te laten doordringen in het hart en de ziel van al onze teamleden.
Om optimale resultaten te bereiken, kunnen supervisors en managers rekenen op de steun van de HRgroep. Dit wordtin eerste instantie bereikt door het naar boven brengen van het talent in de organisatie en dit talent elke mogelijkheid te geven om verder te ontwikkelen. We zijn er vast van overtuigd dat onze werknemers ons grootste kapitaal zijn. We vertrouwen op elkaars sterke punten en zetten ze op een complementaire manier in. In een sector waar kennis en expertise doorslaggevend zijn, vertrouwen we op onze ervaren en gemotiveerde werknemers die zowel het bedrijf als zijn producten door en door kennen.
Tessenderlo Group gelooft sterk in een permanente feedbackcultuur waarbij medewerkers te allen tijde een concreet beeld hebben van hoe zij als individu en als teamlid, kunnen bijdragen tot het realiseren van de doelstellingen van de vennootschap. HR begeleidt het bedrijf door de veranderingen die nodig zijn om uit te groeien tot een efficiënte organisatie. Bovendien biedt deze afdeling ondersteuning bij de uitvoering van de transformatieplannen.
Veelal gebeurt dit via het ondersteunen van het lijnmanagement door de ontwikkeling van tools op maat die helpen bij de selectie, identificatie en ontwikkeling van talent. Daarnaast helpt HR om systemen van verloning en waardering te ontwikkelen en deze af te stemmen op de geleverde prestaties.
Innovatie & O&O
Bij Tessenderlo Group gaat innovatie verder dan onderzoek & ontwikkeling/technologie of de ontwikkeling van nieuwe activiteiten. In elke functie en elk bedrijfsproces wordt veel aandacht besteed aan verbeteringen en aanpassing aan veranderingen vormt een onderdeel van de cultuur. In 2015 werden initiatieven gelanceerd om efficiëntie en effectiviteit te verbeteren bij het verzamelen, evalueren en toepassen van ideeën. Daarnaast zorgde de verdere verankering van bewustzijn ten aanzien van intellectuele eigendom voor grotere waarde en behoud daarvan voor de groep.
In O&O en de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsactiviteiten richt Tessenderlo Group zich op betere product- en procestechnologieën, nieuwe toepassingen voor bestaande producten en verhoogde duurzaamheid en bescherming van het milieu. Voor product- en technologieplatformen toegepast over verschillende businessunits vertrouwt Tessenderlo Group op zijn Technology Development Centers in Phoenix (VS) voor het Sulphur Technology Platform en op Tessenderlo (B) voor zijn Bio-residuals Technology Platform.
Onze klanten erkennen het innovatieve en ondernemende karakter van Tessenderlo Group. Tessenderlo Group staat open voor nauwe samenwerkingsverbanden die zullen leiden tot unieke toepassingen en producten.
Veiligheid, Gezondheid, Milieu en Kwaliteit (SHEQ)
De zorg voor veiligheid, gezondheid, milieu en kwaliteit was altijd al een topprioriteit voor Tessenderlo Group en zijn filialen. Om onze prestaties op het gebied van SHEQ verder te verbeteren, werden ook in 2015 onveranderd initiatieven gelanceerd en acties ondernomen met een permanente focus op mens en milieu.
Prestaties van de Groep op het gebied van veiligheid
De inspanningen om een reële veiligheidscultuur binnen elke businessunit van Tessenderlo Group te implementeren, beginnen vruchten af te werpen. In 2015 daalde het aantal Lost Time Incidents (LTI – ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg) in de meeste bedrijfsactiviteiten. De ernstgraad bleef het hele jaar stabiel.
Aangezien veiligheid het sleutelwoord is voor Tessenderlo Group, moeten alle businessunits ervoor zorgen dat gezondheid en veiligheid als prioriteit nummer één bovenaan op hun agenda blijft staan. De veiligheid van iedereen op het werk garanderen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de vennootschap en al haar werknemers.
SHEQ-wapenfeiten
Agro
Door consequent de nadruk te blijven leggen op veiligheid scoorde Tessenderlo Kerley (dat NovaSource en Tessenderlo Kerley International omvat) in 2015 opnieuw uitstekend op dat vlak. De veiligheidsafdeling van Tessenderlo Kerley volgt de gegevens van ongevallen voor meer dan 20 entiteiten op, waarin de handelingen door aannemers in alle vestigingen zijn opgenomen. Verschillende entiteiten werken al meer dan 10 en in bepaalde gevallen zelfs 20 jaar zonder ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg. Ook entiteiten die nog niet zo lang operationeel zijn, hebben uitstekende veiligheidsresultaten neergezet.
De Tessenderlo Kerley, Inc. fabriek in Burley, Idaho behield haar'Star status' in het Voluntary Protection Program (VPP) van de Occupational Safety and Health Administration (OSHA) . 'Star status' binnen het OSHA VPP is voorbehouden aan faciliteiten met het hoogste niveau aan beleidsmaatregelen, procedures en cultuur op het gebied van veiligheid op het werk. De fabriek in Burley is een van slechts zestien faciliteiten in Idaho die door de OSHA als VPP-vestiging zijn erkend.
In 2015 zette de SOP Plant Nutrition Business Unit de uitvoering voort van een allesomvattend veiligheidsprogramma met de naam ZERO17. Dit resulteerde in een aanzienlijke daling van het aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg.
Het ZERO17 initiatief, dat werd opgestart in 2012, streeft ernaar een proactieve veiligheidscultuur in te voeren en het aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg te herleiden naar nul in 2017. Dit meerjarige actieplan is in volle gang.
De sanering van het historische slibbekken langs het Albertkanaal in Ham gaat verder en de herinrichting van het slibbekken wordt voorbereid. Zodra dit project is afgerond, kunnen nieuwe industrieterreinen worden gecreëerd. De sanering van een ander slibbekken in de omgeving werd voorbereid, om een opslagplaats te bouwen voor afval van andere saneringswerken. Het saneringsplan voor het slibbekken en de bouw van de opslagplaats werd goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten.
Bio-Valorization
In onze Gelatine-activiteiten zetten we de inspanningen tot verbetering van de veiligheid van onze medewerkers voort. De uitvoering van de veiligheidsbasis van ons operational excellence programma, dat in 2014 werd opgestart, stelde ons in staat om het aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg in 2015 weer verder omlaag te brengen. Wij verwachten dat die trend zich in de komende jaren zal voortzetten.
Op het vlak van duurzaamheid streeft de businessunit Gelatins continu naar vermindering van zijn ecologische voetafdruk. Zo monitoren we bijvoorbeeld de milieurisico's en werken we nauw samen met de overheid om te zorgen dat onze fabrieken en processen aan alle nieuwe regelgevingen voldoen.
Bij Akiolis bleef net als in 2014, de veiligheid op het werk een punt van hoge prioriteit voor het management: het lijnmanagement werd voortdurend betrokken bij de verspreiding van preventie- en veiligheidsgewoontes over de volledige organisatie.
In 2015 hebben we 'bijna-ongevallen' toegevoegd aan ons aandachtsgebied en preventieve normen geïntroduceerd die gelden in al onze inzamelings- en verwerkingsfabrieken.
Net als in voorgaande jaren liet onze Preventie Radar in 2015 weer vooruitgang zien: het aantal ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg binnen Akiolis nam weer verder af. De doelstelling voor 2016 is opnieuw om het aantal LTI's aanzienlijk te verlagen.
Duurzaamheid is een van de kerneigenschappen bij Akiolis. We valoriseren namelijk afvalproducten uit andere industrieën. We richten ook onze aandacht op onderwerpen met betrekking tot duurzame en milieuvriendelijke bedrijfsprocessen. Dat betekent dat we het energie- en waterverbruik beperken en goede relaties opbouwen met de gemeenschappen en steden waar we actief zijn. In 2015 werd het programma voortgezet, dat we in 2014 opgestart hadden en dat voorziet in opleidingen in ecologisch rijden voor al onze collecting agents. Hierdoor is het brandstofverbruik verminderd en is onze CO2 uitstoot gedaald.
Industrial Solutions
Ook binnen onze Plastic Pipe Systems (PPS) businessunit verbeterde de veiligheid in 2015 ten opzichte van 2014. Verscheidene programma's werden gedurende 2015 voortgezet en die beginnen hun vruchten af te werpen. Behalve 20% minder ongevallen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg, daalde de severity index – een maat voor werkverlet – met wel 85%.
In de toekomst zullen we voor elke site bepaalde elementen uit onze Safety Excellence Programs blijven ontwikkelen om de veiligheid nog verder te verbeteren.
Wat duurzaamheid betreft, kunnen we melden dat PPS goede vooruitgang boekt in het gebruik van gerecyclede materialen. Op dit moment gebruikt PPS steeds meer gerecyclede materialen van derden als grondstof, wat bijdraagt aan verbetering van onze ecologische voetafdruk.
Binnen Performance Chemicals wist PC Loos in 2015 een nieuw LTI-record neer te zetten.
De businessunit werkt daarnaast aan vermindering van de ecologische voetafdruk door voor het transport van zijn producten terug te keren naar vervoer over de binnenwateren. Een eerste aak wordt inmiddels gebouwd en zal in de loop van 2016 in gebruik worden genomen en zo een alternatief bieden voor vervoer over de weg.
Terwijl MPR het sterke commitment aan veiligheid dat binnen TKI geldt, overneemt, blijft de veiligheidscultuur zich verder verankeren en groeien. In augustus 2015 had zich al 6 jaar geen ongeval met arbeidsongeschiktheid tot gevolg voorgedaan.
ECS vierde in 2015 zijn vierde verjaardag zonder registreerbaar OSHA-incident in de waterbehandelingsfabriek van Myton, Utah (VS).
Risicoanalyse
Analyse van de belangrijkste risico's
De groep analyseert regelmatig de risico's die verbonden zijn aan haar activiteiten en ze rapporteert de resultaten aan het auditcomité.
Elk jaar worden alle businessunits gevraagd om de significante risico's voor hun businessunit te benoemen en evalueren.
Het onderdeel 'risico's' in het prospectus van 15 juni 2015, dat werd uitgegeven in het kader van een openbaar aanbod van twee series obligaties, omvat een meer gedetailleerde beschrijving van meest significante risico's.
De resultaten van de analyse van de belangrijkste risico's voor de groep zijn de volgende:
- De groep is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende hoeveelheden grondstoffen, met de vereiste specificaties, tegen competitieve prijzen.
- Indien de groep niet in staat is om bepaalde componenten die ze produceert te verkopen, op te slaan, te hergebruiken of te vervreemden, kan ze verplicht worden om haar totale productieniveaus te beperken of te verlagen.
- De resultaten van de groep zijn afhankelijk van de weersomstandigheden en zijn seizoensgebonden.
- De huidige en toekomstige investeringen en/of bouwprojecten van de groep zijn onderhevig aan het risico van vertragingen, budgetoverschrijdingen en andere complicaties, en kunnen mogelijk niet het verwachte rendement opleveren.
- De groep is onderworpen aan een aankoopcontract voor energie.
- De resultaten van de groep zijn zeer gevoelig voor grondstofprijzen.
- Tegen de groep kunnen vorderingen voor productaansprakelijkheid en garantie, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, aansprakelijkheid met betrekking tot voedselveiligheid worden ingesteld.
- De groep dient milieu-, gezondheids- en veiligheidswetgeving en -regelgeving na te leven, kan onderworpen zijn aan wijzigende of strenger wordende wetgeving en kan aanzienlijke nalevingskosten oplopen.
- De groep kan mogelijk niet in staat zijn om verplichte licenties en vergunningen te verkrijgen, behouden of vernieuwen, of niet in staat zijn om te voldoen aan de voorwaarden daarvan.
- Wijzigingen in de wetgeving kunnen een negatieve impact hebben op de activiteiten van de groep.
- De groep kan onderworpen zijn aan wangedrag van haar werknemers, aannemers en/of joint venture partners.
- De activiteiten van de groep kunnen lijden onder handelssancties en -embargo's.
- De groep werkt in competitieve markten en een gebrek aan innovatie kan een negatieve impact op haar activiteiten hebben.
-
De groep kan risico lopen op defecten, inefficiënties of technische storingen, die een onderbreking van de bedrijfsactiviteiten kunnen veroorzaken.
-
De verbeteringsprogramma's van de groep zijn onderhevig aan het risico van vertragingen, budgetoverschrijdingen en andere complicaties, en kunnen mogelijk niet het verwachte rendement opleveren.
- De groep kan onderhevig zijn aan gevallen van overmacht.
- Zware ongevallen kunnen leiden tot substantiële schuldvorderingen, boetes of aanzienlijke schade voor de reputatie en financiële positie van de groep.
- De groep kan worden blootgesteld aan vakbondsacties en schuldvorderingen of rechtszaken van werknemers.
- De verzekering van de groep zou niet voldoende dekking kunnen bieden.
- De groep zou niet in staat kunnen zijn om de huidige herstructurering van activiteiten, joint ventures en/of toekomstige overnames met succes uit te voeren.
- In de afgelopen jaren heeft de groep aanzienlijke verliezen geleden ten gevolge van de transformatie van de groep, die werd voltooid in 2014. Bovendien kan de vennootschap, als gevolg van het desinvesteringsprogramma dat deel uitmaakte van de algemene transformatie, worden blootgesteld aan resterende verplichtingen en onderworpen zijn aan een reeks nietconcurrentiebedingen.
- De groep is blootgesteld aan het risico van rechtszaken.
- Het niet beschermen van bedrijfsgeheimen, knowhow of andere merkgebonden informatie kan een negatieve impact hebben op de activiteiten van de groep.
- Een verandering in de onderliggende economische omstandigheden of nadelige bedrijfsprestaties kunnen leiden tot bijzondere waardeverminderingen.
- De groep is blootgesteld aan belastingrisico's.
- De groep staat bloot aan risico's met betrekking tot haar wereldwijde activiteiten.
- De groep kan worden beïnvloed door macro-economische trends.
- Informatietechnologiestoringen kunnen de bedrijfsactiviteiten van de groep verstoren.
- De groep is gebonden aan pensioenverplichtingen.
- De activiteiten van de groep staan bloot aan schommelingen in wisselkoersen.
- De resultaten van de groep kunnen negatief worden beïnvloed door schommelende rentevoeten.
- De groep is onderworpen aan verbintenissen in haar financieringsovereenkomsten die haar operationele en financiële flexibiliteit zouden kunnen beperken.
- De groep is mogelijk niet in staat om de noodzakelijke financiering te verkrijgen voor haar toekomstige kapitaal- of herfinancieringsbehoeften.
- Als de groep geen positieve cashflows genereert zal zij haar betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen.
- De groep heeft overeenkomsten afgesloten die onderworpen zijn aan clausules van controlewijziging.
- De groep staat bloot aan liquiditeitsrisico's en aan kredietrisico met betrekking tot haar contractuele en handelende tegenpartijen, alsook aan het afdekkings- en afgeleide tegenpartijrisico.
- De groep is mogelijk niet in staat om sleutelpersoneel te werven en te behouden.
Analyse van de financiële risico's1
Kredietrisico
De groep is onderhevig aan het risico dat de tegenpartijen met wie ze handelt (in het bijzonder haar klanten) en die betalingen aan de groep moeten doen, niet in staat zijn om een dergelijke betaling al dan niet tijdig te doen. Het overgrote deel van de schuldvorderingen is gedekt onder een kredietverzekeringsprogramma van de groep. De groep is ervan overtuigd dat het huidige niveau van kredietverzekeringsdekking in de toekomst kan worden volgehouden.
De groep heeft geen aanzienlijke concentratie van kredietrisico's. Er kan echter geen zekerheid worden gegeven dat de groep in staat zal zijn om haar potentiële verlies te beperken van opbrengsten van tegenpartijen die niet in staat zijn om al dan niet tijdig te betalen. De beschikbare geldmiddelen op jaareinde worden geplaatst op deposito's bij internationaal gerenommeerde banken op heel korte termijn.
De maximale blootstelling aan kredietrisico's op 31 december 2015 bedroeg EUR 399,3 miljoen (2014: EUR 348,7 miljoen). Dit bedrag is samengesteld uit handels- en langlopende vorderingen en overige vorderingen op ten hoogste één jaar (EUR 268,1 miljoen), afgeleide financiële instrumenten op ten hoogste één jaar (EUR 1,0 miljoen) en geldmiddelen en kasequivalenten (EUR 130,2 miljoen).
Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico waarbij een onderneming over onvoldoende middelen kan beschikken om haar financiële verplichtingen op elk moment na te komen. Het niet voldoen aan de financiële verplichtingen kan resulteren in significant hogere kosten en een negatieve impact op de reputatie. De groep heeft een aantal acties ondernomen om deze risico's in te perken:
- het opzetten van een factoringprogramma aan het eind van 2009, dat in de loop van 2015 werd stilgelegd;
- een kapitaalverhoging van EUR 174,8 miljoen in december 2014;
- de uitgifte in juli 2015 van twee series obligaties met een looptijd van 7 jaar (de '2022 obligaties') en 10 jaar (de '2025 obligaties'). Het totale uitgiftebedrag bedroeg EUR 250,0 miljoen, waarvan EUR 192,0 miljoen voor de 2022 obligaties en EUR 58,0 miljoen voor de 2025 obligaties;
- de vervanging van de gesyndiceerde kredietovereenkomst (beëindigd per december 2015) door 5-jarige bilaterale overeenkomsten met vier banken voor een totaalbedrag van EUR 142,5 miljoen (waarvan een gedeelte in USD kan worden opgenomen). Aan deze leningen zijn geen financiële afspraken verbonden en ze bieden maximale flexibiliteit voor de verschillende activiteiten.
De groep maakt bovendien gebruik van een commercial paper programma van maximaal EUR 200,0 miljoen.
1 Voor een meer gedetailleerd overzicht van de financiële risico's in verband met de situatie in 2015 en het beleid van Tessenderlo Group met betrekking tot het beheer van dergelijke risico's, gelieve het deel Financiële Instrumenten in het Financieel Verslag (nota 28 – Financiële instrumenten) te raadplegen.
Daarnaast maakt de groep regelmatig prognoses op korte en lange termijn. Zo kan ze de financiële middelen afstemmen op de verwachte behoeften.
Wisselkoersrisico
De groep is blootgesteld aan schommelingen in wisselkoersen die kunnen leiden tot winst of verlies in valutatransacties. De activa, winst en kasstromen van de groep worden beïnvloed door schommelingen in wisselkoersen. Meer in het bijzonder is de groep blootgesteld aan een wisselkoersrisico op o.a. verkopen, inkopen, investeringen en leningen uitgedrukt in een andere munteenheid dan de operationele valuta van de onderneming. De munteenheden die aanleiding geven tot dit risico zijn voornamelijk USD (Amerikaanse dollar), GBP (pond sterling), PLN (Poolse zloty), CNY (Chinese yuan), ARS (Argentijnse peso) en BRL (Braziliaanse real). Schommelingen in wisselkoersen kunnen dan ook een ongunstig effect hebben op de activiteiten, operationele resultaten of op de financiële situatie van de groep.
Dochterondernemingen zijn verplicht om hun netto positie in vreemde munt, indien het gaat om gefactureerde bedragen (klanten, leveranciers), door te geven aan Tessenderlo Chemie NV, de moedermaatschappij. Alle posities worden samengevoegd op het niveau van Tessenderlo Chemie NV en de netto saldi (long/short), worden dan gekocht of verkocht op de markt.
De belangrijkste beheersinstrumenten zijn contante aankopen en verkopen van munten gevolgd door valutaswaps. Groepsleningen worden in het algemeen uitgevoerd door de holding- en financieringsvennootschappen van de groep, die de opbrengsten van deze leningen ter beschikking stellen van de operationele entiteiten.
In principe worden operationele entiteiten gefinancierd in hun lokale munt. Vanaf maart 2015 gebruikt de groep niet langer valutaswaps om intragroepsleningen in te dekken.
In groeilanden is het niet altijd mogelijk om leningen aan te gaan in de lokale valuta omdat de lokale financiële markten te klein zijn, omdat er geen fondsen beschikbaar zijn of omdat de financiële voorwaarden te belastend zijn. Deze bedragen zijn relatief klein voor de groep.
Renterisico
Schommelingen in interestvoeten kunnen de interestopbrengsten en -kosten op rentedragende activa en schulden doen variëren. Bovendien kunnen deze schommelingen de marktwaarde van bepaalde financiële activa, schulden en instrumenten beïnvloeden.
Aan het eind van 2015 was de schuldpositie voornamelijk gefinancierd met vastrentende instrumenten, namelijk uitgegeven obligaties.
Op de verslagdatum was het rentebeleid van de rentedragende financiële instrumenten van de groep als volgt:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Vastrentende financiële instrumenten | ||
| Financiële activa | 80,0 | 80,3 |
| Leningen en andere financieringsverplichtingen | 227,2 | 169,4 |
| Financiële instrumenten met een variabele rentevoet | ||
| Financiële activa | 50,2 | 76,8 |
| Leningen en andere financieringsverplichtingen | 48,3 | 46,9 |
Een stijging (daling) van de rentevoet met 100 basispunten in 2015 zou de winst- of verliesrekening doen afnemen (toenemen) met een bedrag van EUR 0,5 miljoen (2014: EUR 1,0 miljoen). Deze analyse veronderstelt dat alle andere parameters, in het bijzonder de wisselkoersen, onveranderd blijven. Als zodanig zouden schommelingen in de rentevoeten belangrijke negatieve effecten kunnen hebben op kasstromen en financiële toestand van de groep.
Verklaring deugdelijk bestuur
Transparant beheer
Tessenderlo Chemie NV baseert zich op de Belgische Corporate Governance Code van 2009 en schaart zich achter de principes van deugdelijk bestuur die de code uiteenzet. De punten waarop de vennootschap afwijkt van de bepalingen van de code – samen met de redenen daarvoor – staan vermeld in deze verklaring van deugdelijk bestuur. De Belgische Corporate Governance Code kan worden geraadpleegd op:
www.corporategovernancecommittee.be/en/home/.
De naleving van de principes van deugdelijk bestuur door de vennootschap wordt weerspiegeld in het Corporate Governance Charter (hierna het "charter") dat werd goedgekeurd door de raad van bestuur op 23 april 2015. Het charter kan worden geraadpleegd op:
www.tessenderlo.com/tessenderlo\_group/governance/corporate\_governance\_charter/.
Kapitaal en aandelen
Kapitaal
Op 31 december 2015 bedroeg het kapitaal van Tessenderlo Chemie NV EUR 214.967.905,71.
Aandelen
Het aandelenkapitaal bestaat uit 42.902.722 aandelen zonder nominale waarde die de aandeelhouder één stem per aandeel geven.
Alle aandelen van Tessenderlo Chemie NV zijn toegelaten tot de notering en verhandeling op Euronext Brussels.
Bevestiging naleving dematerialisatie effecten aan toonder
De onderneming voldeed aan alle verplichtingen onder artikel 11 van de wet van 14 december 2005 inzake de dematerialisatie van effecten aan toonder. De commissaris gaf een desbetreffend certificaat (rapport 'overeengekomen procedures') af op 7 maart 2016.
Op 31 december 2014 was van 20.055 effecten aan toonder de identiteit van de eigenaar onbekend. Op 3 resp. 7 september 2015 publiceerde de vennootschap op de Euronext-website en in het Belgisch Staatsblad meldingen betreffende de verkoop van de uitstaande aandelen aan toonder. Na het verstrijken van de wachttijd bedroeg het aantal voor verkoop beschikbare effecten aan toonder 15.464. Deze werden op 13 oktober 2015 voor een totaalbedrag van EUR 429.783 verkocht. De totale opbrengst uit de verkoop van deze aandelen werd overgemaakt naar de Deposito- en Consignatiekas/Caisse des Dépôts et Consignations.
Warrants
Op 31 december 2015 waren er in totaal 338.598 warrants die op dat moment konden worden uitgeoefend of die in de toekomst kunnen worden uitgeoefend. Deze warrants werden uitgegeven in het kader van het Plan 2002-2006 (uitgifte van obligaties cum warrant), het Plan 2007-2011 (uitgifte van naakte warrants), het Plan 2011 (uitgifte van naakte warrants) en het Plan 2012 (uitgifte van naakte warrants).
| Tranche | Uitoefen periode |
Aantal warrants |
Uitoefenprijs |
|---|---|---|---|
| Tranche 3 (2004)* | 2008-2016 | 8.600 | EUR 29,77 |
| Tranche 4 (2005)* | 2009-2017 | 9.600 | EUR 25,46 |
| Tranche 5 (2006)* | 2010-2018 | 24.240 | EUR 28,20 |
| Tranche 1 (2007)* | 2011-2017 | 76.325 | EUR 40,48 |
| Tranche 2011 | 2015-2016 | 69.833 | EUR 20,402 |
| Tranche 2012 | 2016-2019 | 150.000 | EUR 20,763 |
| TOTAAL | 338.598 |
De detaillering van de uitstaande warrants per datum van dit verslag (31 december 2015) is als volgt:
Het maximale aantal aandelen dat in de toekomst op basis van de voornoemde warrants kan worden gecreëerd, bedraagt 338.598.
Aandeelhouders en aandeelhoudersstructuur
Op basis van door de vennootschap ontvangen meldingen zag op 31 december 2015 de aandeelhoudersstructuur van de vennootschap er als volgt uit: ·
| Aandeelhouder | Aantal Aandelen | % |
|---|---|---|
| Verbrugge NV | 13.482.812 | 31,42% |
| Symphony Mills NV | 1.291.076 | 3,01% |
| Niet-verhandelbare aandelen (in handen van personeelsleden of gewezen personeelsleden) |
187.037 | 0,44% |
| Vrije omloop4 | 27.941.797 | 65,1% |
| Totaal | 42.902.722 | 100% |
Verbrugge NV staat onder zeggenschap van Picanol NV, dat op zijn beurt onder zeggenschap staat van Artela NV. Artela NV en Symphony Mills NV staan onder zeggenschap van dhr. Luc Tack. Op de verslagdatum heeft de vennootschap geen kennis van enige overeenkomsten afgesloten tussen de aandeelhouders.
2 EUR 20,94 voor Amerikaanse verblijfhouders
3 EUR 20,95 voor Amerikaanse verblijfhouders
4 D.w.z. aandeelhouders met een aandeel van minder dan 5%
Raad van bestuur
Samenstelling
Op 31 december 2015 was de raad van bestuur van Tessenderlo Chemie NV als volgt samengesteld5 :
| Niet-uitvoerende bestuurders | Begin mandaat | Einde mandaat6 |
|---|---|---|
| dhr. Karel Vinck7 | 17/03/2005 | juni 2019 |
| Onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders8 | ||
| mevr. Véronique Bolland | 04/06/2013 | juni 2017 |
| Philium BVBA, vertegenwoordigd door dhr. Philippe Coens |
02/06/2015 | juni 2019 |
| mevr. Dominique Zakovitch-Damon | 07/06/2011 | juni 2019 |
| Uitvoerende bestuurders9 | ||
| dhr. Luc Tack - Chief Executive Officer | 13/11/2013 | juni 2019 |
| dhr. Stefaan Haspeslagh– Voorzitter | 13/11/2013 | juni 2018 |
Bijna alle vergaderingen van de raad van bestuur werden bijgewoond door de Group Controlling and Consolidation Director en de Group Strategy Planner.
Anne Mie Vanwalleghem was als secretaris van de raad van bestuur aanwezig op alle vergaderingen van de raad van bestuur.
De samenstelling van de raad van bestuur beantwoordt aan de doelstelling om complementaire vaardigheden op het vlak van competentie, ervaring en knowhow te verenigen.
Op 31 december 2015 voldeed de raad van bestuur volledig aan de vereiste van de wet van 28 juli 2011 dat stelt dat met ingang van 1 januari 2017, een derde van de leden van de raad van bestuur moet bestaan uit leden van het andere geslacht. In het selectieproces van de raad van bestuur zal verder de nodige aandacht worden geschonken aan de tenuitvoerlegging van deze regel.
5 In de loop van het jaar 2015 hebben de volgende wijzigingen plaatsgevonden:
• dhr. Mel de Vogüé, Co-Chief Executive Officer is met ingang van 1 mei 2015 afgetreden als bestuurder van de vennootschap.
• Het mandaat van dhr. Baudouin Michiels liep af op de algemene vergadering van aandeelhouders van 2 juni 2015.
• Het mandaat van dhr. Philippe Coens liep af op de algemene vergadering van aandeelhouders van 2 juni 2015 en dit werd vervangen door Philium BVBA (vertegenwoordigd door dhr. Philippe Coens).
6 De mandaten van de bestuurders zullen een einde nemen onmiddellijk na de algemene vergadering van aandeelhouders die gehouden wordt in het jaar vermeld bij de naam van iedere bestuurder.
7dhr. Karel Vinck wordt op basis van de Belgische Vennootschapswetgeving niet langer beschouwd als onafhankelijk bestuurder aangezien zijn mandaat bij de vennootschap reeds meer dan drie opeenvolgende termijnen heeft geduurd.
8 Conform paragraaf 3.10 van het charter wordt een bestuurder als onafhankelijk beschouwd als hij of zij minstens beantwoordt aan de onafhankelijkheidscriteria van art. 526ter van het W. Venn. Bij de beoordeling van de onafhankelijkheid van een bestuurder wordt ook rekening gehouden met de criteria uit appendix A van de Belgische Corporate Governance Code. Volgens de informatie ter beschikking van de raad van bestuur beantwoorden alle onafhankelijke bestuurders van Tessenderlo Group aan voornoemde onafhankelijkheidscriteria. De raad kreeg geen melding van uitzonderingen.
9 dhr. Luc Tack en dhr. Stefaan Haspeslagh zijn beiden lid van het executive committee.
Werking van de raad van bestuur
De raad van bestuur kwam bijeen volgens een eerder bepaalde planning. De raad van bestuur kwam in 2015 acht keer bijeen.
In 2015 waren de belangrijkste thema's van discussie, onderzoek en besluitvorming van de raad:
- de langetermijnstrategie en het budget 2015 van de groep;
- de financiële jaarrekeningen en rapporten;
- de financieringsstrategie en het wisselkoersbeleid van de groep;
- voorstellen voor de algemene vergaderingen van aandeelhouders;
- de goedkeuring van een nieuw corporate governance charter, met inbegrip van de instelling van een executive committee;
- goedkeuring van nieuwe leden van het auditcomité en goedkeuring van een nieuw lid van het benoemings- en vergoedingscomité;
- het remuneratiebeleid en de bezoldiging van de bestuurders en leden van het executive committee;
- de financiële communicatie en rapportering per segment;
- goedkeuring van de uitgifte en het openbaar aanbod van twee series obligaties met een looptijd van 7 jaar (de '2022 obligaties') en 10 jaar (de '2025 obligaties') voor een verwacht minimumbedrag van EUR 75,0 miljoen voor de 2022 obligaties en EUR 25,0 miljoen voor de 2025 obligaties en voor een gecombineerd maximumbedrag van EUR 250,0 miljoen inclusief de goedkeuring van de prospectus betreffende het openbare aanbod;
- goedkeuring van de acquisitie van de Hexazinone-activiteiten van DuPont;
- goedkeuring van de investering in het elektrolyse-investeringsproject in Produits Chimiques de Loos (Frankrijk);
- goedkeuring van de belangrijkste contracten betreffende de bouw van de Rouen-fabriek;
- onderzoek inzake en voorbereiding (inclusief goedkeuring van de inbrengovereenkomst en van het bijeenroepen van de buitengewone aandeelhoudersvergadering) van de mogelijke samenvoeging van Picanol NV en Tessenderlo Group en goedkeuring van adviseurs, leden van het speciale ad-hoccomité van de raad van bestuur en van de onafhankelijke deskundige.
Aankondiging van het voornemen om de activiteiten van Tessenderlo Chemie en Picanol samen te voegen in één grote industriële groep
Op 16 december 2015 maakten Tessenderlo Group en Picanol Group hun plannen bekend om de industriële activiteiten van de beide bedrijven samen te voegen in één grote industriële groep. De deal betreft de overdracht van de huidige industriële activiteiten van Picanol in Tessenderlo. Op 7 maart 2016 kondigden Tessenderlo Group en Picanol Group aan dat de onderhandelingen werden beëindigd; zie hiervoor "Gebeurtenissen na balansdatum".
Ad-hoccomité
Hoewel artikel 523 van het W.Venn. in dit specifieke geval niet van toepassing was aangezien de uiteindelijke beslissing diende te worden genomen door de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders, hebben de heren Luc Tack en Stefaan Haspeslagh niet deelgenomen aan de overleg- en besluitvormingsprocedure van de raad van bestuur met betrekking tot de besluiten betreffende de voorgenomen inbreng in natura van alle aandelen van Picanol NV in het aandelenkapitaal van de vennootschap. In dit verband heeft de raad van bestuur op 9 november 2015 besloten om een ad-hocsubcomité van de raad van bestuur in te stellen, bestaande uit dhr. Philippe Coens, mevr. Dominique Zakovitch-Damon, mevr. Véronique Bolland en dhr. Karel Vinck.
De opdracht van het ad-hocsubcomité bestond uit het assisteren en adviseren van de raad van bestuur inzake de voorgenomen kapitaalverhoging en al datgene te doen wat in verband met de uitvoering van de transactie nodig kon zijn.
Het ad-hocsubcomité kwam in 2015 twaalf (12) keer bijeen.
Onafhankelijk comité (artikel 524 W. Venn.)
Met het oog op de voorbereiding van de voorgenomen transactie in verband met de inbreng in natura van alle aandelen van Picanol NV in het aandelenkapitaal van de vennootschap, heeft de raad van bestuur op 9 november 2015 een comité van drie onafhankelijke bestuurders benoemd: dhr. Philippe Coens, mevr. Dominique Zakovitch-Damon en mevr. Véronique Bolland. De onafhankelijke bestuurders hebben vervolgens dhr. Karel Vinck aangesteld als bevoegd vertegenwoordiger om onderhandelingen te voeren betreffende de inbrengovereenkomst, en mevr. Hilde Laga als onafhankelijk deskundige. Het onafhankelijk comité heeft advies uitgebracht over de voorwaarden van een inbrengovereenkomst en voorts aan Degroof Petercam Corporate Finance gevraagd een second opinion te formuleren met betrekking tot de rechtvaardigheid vanuit financieel oogpunt van de vergoeding voor de voorgestelde transactie.
Het onafhankelijk comité kwam in 2015 twaalf (12) keer bijeen.
Zie voor een uittreksel uit het advies van de onafhankelijke deskundige en van de commissaris het onderdeel 'Toepassing van artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen'.
Evaluatie van de raad van bestuur
De evaluaties van de werking van de raad van bestuur, het benoemings- en vergoedingscomité en het auditcomité vinden periodiek plaats. In het kader van die evaluaties, kunnen de leden een score (van 1-5) toekennen aan verschillende onderwerpen die verband houden met de werking van de raad en de comités en kunnen ze hun visie delen over de domeinen waar de werking verbeterd zou kunnen worden.
Die evaluaties gebeuren aan de hand van een zelfbeoordelingsvragenlijst die ontworpen werd door
de secretaris van de groep, op basis van een model dat gebruikt wordt door Guberna (Belgisch Instituut voor Bestuurders). De oefening spitst zich vooral toe op de volgende domeinen: functie, verantwoordelijkheden en de samenstelling van de raad van bestuur en de comités, de interacties tussen de bestuurders, de leiding van de vergaderingen en de evaluatie van de trainingen en middelen die door de raad van bestuur en/of comités gebruikt werden.
In voorkomend geval delen de individuele leden van de raad van bestuur ook hun visie over hoe de raad van bestuur en de comités beter zouden kunnen functioneren. De voorzitter en de secretaris van de raad van bestuur brengen de resultaten van de evaluatie ter kennis van de bestuurders en formuleren initiatieven ter verbetering.
Comités van de raad
Algemeen
Op 31 december 2015 waren de volgende comités actief binnen de raad van bestuur van Tessenderlo Chemie NV:
| Het benoemings- en vergoedingscomité |
|---|
| -------------------------------------- |
Het auditcomité
Raadpleeg het charter voor een beschrijving van de werking van de verschillende comités via deze link: www.tessenderlo.com/tessenderlo\_group/governance/corporate\_governance\_charter
Benoemings- en vergoedingscomité
Op 31 december 2015 was het benoemings- en vergoedingscomité als volgt samengesteld:
| dhr. Karel Vinck (voorzitter) |
|---|
| Philium BVBA, vertegenwoordigd door haar permanente vertegenwoordiger dhr. Philippe Coens (onafhankelijk)10 |
| mevr. Dominique Zakovitch-Damon (onafhankelijk) |
Het merendeel van de leden van het benoemings- en vergoedingscomité voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria uiteengezet in artikel 526ter W. Venn. en het comité kan bogen op de vereiste competenties en deskundigheid op het vlak van loonbeleid zoals vereist volgens artikel 526quater §2 W. Venn.
Het benoemings- en vergoedingscomité kwam in 2015 vier (4) keer bijeen.
10 Op 2 juni 2015 nam tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders het mandaat van dhr. Philippe Coens een einde en dit werd vervangen door Philium BVBA (vertegenwoordigd door dhr. Philippe Coens).
Werking van het benoemings- en vergoedingscomité
Het benoemings- en vergoedingscomité besprak in 2015 het beloningspakket van het executive committee en deed hier aanbevelingen over, evenals over de bezoldiging van de Chief Executive Officer(s). Het comité deed aanbevelingen voor de benoeming van nieuwe bestuurders en wijzigingen in de comités. Het benoemings- en vergoedingscomité stelde ook het remuneratieverslag op, zoals dat is opgenomen in het jaarverslag van 2014.
In overeenstemming met het charter is het merendeel van de leden van het benoemings- en vergoedingscomité onafhankelijk.
Evaluatie van het benoemings- en vergoedingscomité
Voor meer informatie over het evaluatieproces van het benoemings- en vergoedingscomité, gelieve het punt 'Evaluatie van de raad van bestuur' te raadplegen.
Auditcomité11
Op 31 december 2015 was het auditcomité samengesteld als volgt:
| Philium BVBA, vertegenwoordigd door dhr. Philippe Coens (onafhankelijk)12. |
|---|
| (Voorzitter) |
| mevr. Véronique Bolland (onafhankelijk) |
| dhr. Karel Vinck |
Het auditcomité kwam bijeen volgens een eerder bepaalde planning.
Het auditcomité kwam in 2015 vier (4) keer bijeen.
Zowel de CFO, de Group Controlling and Consolidation Director als de commissaris woonde de vergaderingen van het auditcomité bij. De Group Internal Audit Director en de Manager Internal Control woonden de vergaderingen met betrekking tot de interne audit en de interne controle bij.
Conform de wettelijke vereisten telt het auditcomité ten minste één onafhankelijke bestuurder met de nodige ervaring op het gebied van boekhouding en audit.
De leden van het auditcomité beantwoorden aan het criterium van bekwaamheid door hun eigen opleiding en door de ervaring die ze hebben opgedaan in hun vorige functies (verschillende leden van het auditcomité zijn of waren ook lid van auditcomités van andere beursgenoteerde bedrijven). Overeenkomstig het charter is een meerderheid van de leden onafhankelijke bestuurder.
11 Inclusief rechtvaardiging vereist op grond van artikel 119, 6° van het W.Venn.
12 Op 2 juni 2015 nam tijdens de Algemene vergadering van Aandeelhouders het mandaat van dhr. Philippe Coens een einde. Philium BVBA, vertegenwoordigd door dhr. Philippe Coens, werd benoemd tot lid van de raad van bestuur.
Evaluatie van het auditcomité
Voor informatie over het evaluatieproces van het auditcomité, gelieve het punt "Evaluatie van de raad van bestuur" te raadplegen.
Werking van het auditcomité
Naast het toezicht op de integriteit van de financiële kwartaalverslagen en de driemaandelijkse persberichten met de financiële resultaten, met inbegrip van openbaarmakingen, een consistente toepassing van de waarderings- en boekhoudprincipes, de consolidatiekring en de kwaliteit van het afsluitingsproces, en boekhoudkundige ramingen, beoordeelde het auditcomité ook de verslagen van de commissarissen met betrekking tot de reikwijdte van de audit op het einde van het boekjaar, het systeem voor de interne controle en de waardering en boekhoudkundige verwerking van bepaalde uitzonderlijke elementen.
Het auditcomité controleerde ook de bevindingen en aanbevelingen van de commissarissen, evenals hun onafhankelijkheid.
Het auditcomité hoorde ook de Group Internal Audit Director over het interne auditprogramma voor 2015, het nieuwe interne audit charter, de risicobeoordelingsanalyse en de activiteitenverslagen van de uitgevoerde interne audits, alsmede over de beoordeling van de follow-upacties die de vennootschap heeft ondernomen om bepaalde tekortkomingen te verhelpen die door de interne auditafdeling geïdentificeerd werden.
Het auditcomité keurde daarnaast het interne controleplan voor het jaar 2015 goed en hoorde de rapporten van de Manager of Internal Control betreffende diens bevindingen.
Het auditcomité beoordeelde voorts de status van de geschillenrapporteringen.
Andere activiteiten van het auditcomité omvatten de kwaliteitsbeoordeling van de door de commissaris geleverde diensten en de organisatie van de risicoafdeling van de groep.
| Raad van bestuur |
Audit comité |
Benoemings- & Vergoedingscomité |
|
|---|---|---|---|
| Aantal vergaderingen in 2015 | 8 | 4 | 4 |
| mevr. Véronique Bolland | 8/8 | 4/4 | |
| dhr. Philippe Coens (tot 2 juni 2015) | 3/8 | 2/4 | 2/4 |
Aanwezigheidsgraad op de vergaderingen van de raad van bestuur en van de comités in 2015:
| Philium BVBA met dhr. Philippe Coens als permanent vertegenwoordiger (vanaf 2 juni 2015) |
5/8 | 2/4 | 2/4 |
|---|---|---|---|
| mevr. Dominique Zakovitch-Damon | 8/8 | 4/4 | |
| dhr. Mel de Vogüé13 | 3/8 | ||
| dhr. Stefaan Haspeslagh | 8/8 | ||
| dhr. Antoine Gendry14 | 3/8 | ||
| dhr. Baudouin Michiels15 | 3/8 | 2/4 | |
| dhr. Luc Tack | 8/8 | ||
| dhr. Karel Vinck16 | 8/8 | 2/4 | 4/4 |
Executive Committee (ExCom)17
Rol en verantwoordelijkheden
Opgemerkt moet worden dat de raad van bestuur op 14 januari 2015 besloot om het Group Management Committee te vervangen door een executive committee ('ExCom'), bestaande uit de co-CEO's (Luc Tack/Mel de Vogüé), de uitvoerende bestuurders en enig ander lid benoemd door de raad (niemand op dit moment).
Op 30 april 2015 besloot co-CEO Mel de Vogüé besloot zijn managementovereenkomst te beëindigen en hij verliet de vennootschap met wederzijdse instemming.
Luc Tack nam het roer over als enige CEO en Stefaan Haspeslagh werd via Findar BVBA CFO vanaf 1 mei 2015.
Dientengevolge zijn het dagelijks bestuur en, waar van toepassing, aanvullende verantwoordelijkheden in handen van één Chief Executive Officer (CEO), die in zijn/haar taken wordt bijgestaan door de leden van het ExCom.
Op 31 december 2015 was de samenstelling van het ExCom van Tessenderlo Chemie NV als volgt:
| dhr. Luc Tack | Chief Executive Officer en CEO van Tessenderlo Kerley |
|---|---|
| FINDAR BVBA vertegenwoordigd door dhr. Stefaan Haspeslagh |
CFO |
13 dhr. Mel de Vogüé trad af als lid van de raad van bestuur op 30 april 2015
14 dhr. Antoine Gendry trad af als lid van de raad van bestuur op 12 mei 2015
15 Het mandaat van dhr. Baudouin Michiels als niet-uitvoerend bestuurder liep af op de algemene vergadering van aandeelhouders van 2 juni 2015
16 dhr. Karel Vinck is met ingang van 24 augustus 2015 benoemd tot lid van het auditcomité
17 Opgemerkt moet worden dat de raad van bestuur op 14 januari 2015 besloot om het Group Management Committee (voorheen GMC) te vervangen door een ExCom.
Evaluatie van het ExCom
Het ExCom voert ten minste één keer per jaar een beoordeling uit van zijn eigen prestaties. De CEO rapporteert deze bevindingen aan de raad van bestuur.
Werking van het ExCom
De raad van bestuur heeft het ExCom de bevoegdheid gegeven om zijn verantwoordelijkheden en taken uit te voeren. Rekening houdend met de waarden van de vennootschap, haar risicobehoefte en belangrijkste beleidsmaatregelen moet het ExCom voldoende ruimte hebben om een bedrijfsstrategie voor te stellen en uit te voeren.
De CEO zit het ExCom voor en zorgt voor de organisatie en het functioneren ervan. De Group Strategy Planner treedt ten aanzien van de organisatie en het functioneren van het ExCom op als secretaris en heeft een adviserende rol.
In beginsel komt het ExCom elke week bijeen. Extra vergaderingen kunnen op elk moment door de CEO of op verzoek van de leden worden belegd.
Het ExCom heeft de volgende verantwoordelijkheden:
- advies aan de CEO met betrekking tot de dagelijkse leiding van de vennootschap;
- toezicht op de organisatie en werking van de vennootschap, waarbij het zorgt voor controle op haar activiteiten, met inbegrip van de introductie van interne controleprocessen voor de identificatie, de beoordeling, het beheer en de monitoring van financiële en andere risico's;
- de aanstelling van leidinggevende functionarissen van de vennootschap en vaststelling van het beleid voor hun vergoedingen;
- de belangrijkste beslissingen en investeringen met betrekking tot bedragen onder de door de raad van bestuur vastgestelde limieten;
- voorbereiding van voorstellen voor besluiten in die zaken die tot de bevoegdheid van de raad van bestuur behoren, inclusief de volledige, tijdige, betrouwbare en juiste voorbereiding van de jaarcijfers van de vennootschap overeenkomstig haar toepasselijke boekhoudnormen en beleidsregels, en de vereiste openbaarmaking van de jaarrekening en andere financiële en niet financiële informatie van materieel belang;
- de raad van bestuur voorzien van een gebalanceerde en begrijpelijke beoordeling van de financiële situatie van de vennootschap;
- de raad van bestuur tijdig voorzien van alle informatie die de raad nodig heeft voor een correcte uitvoering van zijn taken;
- de besluiten van de raad van bestuur uitvoeren en implementeren.
De taken van het ExCom worden verder beschreven in de desbetreffende taakomschrijving opgenomen in het Corporate Governance Charter.
Remuneratieverslag Bestuurders18
Remuneratiebeleid
Het is de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur van de vennootschap om de aandeelhouders voorstellen voor te leggen met betrekking tot de bezoldigingen die worden toegekend aan de leden van de raad van bestuur.
Het benoemings- en vergoedingscomité doet de raad van bestuur voorstellen over:
- bezoldigingen voor deelname aan de vergaderingen van de raad en de comités van de raad;
- bezoldigingen voor opdrachten die samenhangen met speciale mandaten.
Om de bezoldiging van de bestuurders te bepalen, wordt een benchmarking uitgevoerd van vergelijkbare Belgische bedrijven en wordt een voorstel gedaan aan het benoemings- en vergoedingscomité. Lid zijn van een comité geeft de deelnemers recht op presentiegeld dat in de lijn ligt van de benchmark. De voorzitter krijgt voor zijn verantwoordelijkheid als voorzitter een aanvullende premie, die in de lijn ligt van de benchmark.
Gelet op de financiële situatie en de nieuwe omvang van de groep, werd op de vergadering van de raad van bestuur van 26 maart 2014 besloten aan de algemene vergadering van aandeelhouders van juni 2014 voor te stellen de bezoldigingen voor de raad te verminderen voor de jaren 2014 en 2015. Dit voorstel werd goedgekeurd, waardoor op het niveau van de raad van bestuur de jaarlijkse vaste bezoldiging nu EUR 20.000 bedraagt voor elke bestuurder en EUR 50.000 voor de voorzitter.
De presentiegelden voor het benoemings- en vergoedingscomité zijn inbegrepen in de jaarlijkse vaste bezoldiging, met uitzondering van het auditcomité waar de jaarlijkse vaste bezoldiging van de leden verhoogd wordt met EUR 5.000 (EUR 25.000). Vanaf 2016 zal er geregeld een benchmarking voor de bezoldiging van de bestuurders plaatsvinden om de veranderingen in marktpraktijken en in de omvang van de activiteiten van de groep weer te geven.
Procedures in verband met vergoedingen toegepast in 2015
Er werden geen specifieke procedures geïmplementeerd in 2015 om een vergoedingsbeleid voor de bestuurders uit te bouwen. Zoals hierboven vermeld, werd het voorstel om de bezoldigingen voor de raad van bestuur te verminderen in 2014 en 2015 goedgekeurd, waarna de bestaande procedures (regelmatige benchmarking) opnieuw toegepast zullen worden.
18 Inclusief uitvoerende bestuurders, voor hun bezoldiging als bestuurder.
Ontvangen bezoldigingen
De bestuurders ontvangen een vaste bezoldiging van EUR 20.000 en de niet-Belgische bestuurders ontvangen een vergoeding voor hun reiskosten van EUR 500 per vergadering. De totale jaarlijkse vaste bezoldiging wordt betaald in het daaropvolgende jaar. Er werd bovendien presentiegeld van EUR 5.000 per jaar toegekend aan de leden van het auditcomité. Het presentiegeld voor het auditcomité wordt betaald in het jaar waarin de vergaderingen plaatsvinden; onkostenvergoedingen worden betaald in het jaar waarin de kosten worden gemaakt. De voorzitter ontving een vaste bezoldiging van EUR 50.000 en kon beschikken over een bedrijfswagen.
De niet-uitvoerende leden die de vergaderingen van het ad-hoc comité en het onafhankelijke comité bijwonen, ontvangen in 2016 ieder een vaste vergoeding van EUR 20.000 19 voor de voorbereiding van de transactie in verband met de inbreng in natura van de aandelen van Picanol NV in het aandelenkapitaal van de vennootschap. De niet-uitvoerende bestuurders kunnen geen aanspraak maken op een variabele bezoldiging.
| l id | 2015 | Bezoldi- gingen (in EUR) |
Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| de Vogüé Mel Uitvoerend bestuurder |
Jaarl. vaste bezoldiging Auditcomité - Presentiegeld Reiskosten Totale bezoldiging |
6.666,00 | Tot 30 april 2015 |
| 6.666,00 | |||
| Haspeslagh Stefaan | Jaarl. vaste bezoldiging Auditcomité - Presentiegeld |
50.000,00 | |
| Uitvoerend bestuurder | Reiskostenvergoeding | ||
| Totale bezoldiging | 50.000,00 | ||
| Tack Luc Uitvoerende bestuurder |
Jaarl. vaste bezoldiging Auditcomité - Presentiegeld Reiskostenvergoeding |
20.000,00 | |
| Totale bezoldiging | 20.000,00 | ||
| Bolland Véronique Onafhankelijk niet-uitvoerend bestuurder |
Jaarl vaste bezoldiging Auditcomité - Presentiegeld |
20.000,00 5.000,00 |
|
| Reiskosten | |||
| Totale bezoldiging | 25.000,00 |
19 Voor wat betreft dhr. K. Vinck werd dit bedrag (excl. btw) betaald aan zijn beheersmaatschappij Almavi Comm.V.A.
| Coens Philippe | Jaarl. vaste bezoldiging | 10.000,00 | Tot 2 juni 2015 |
|---|---|---|---|
| Onafhankelijk niet-uitvoerend | Auditcomité - | ||
| bestuurder | Presentiegeld | 2.500,00 | |
| Reiskosten | |||
| Totale bezoldiging | 12.500,00 | ||
| Philium BVBA | Jaarl. vaste bezoldiging | 10.000,00 | Vanaf 2 juni 2015 |
| Vertegenwoordigd door | Auditcomité - | ||
| Philippe Coens | Presentiegeld | 2.500,00 | |
| Onafhankelijk niet-uitvoerend | Reiskosten | ||
| bestuurder | |||
| Totale bezoldiging | 12.500,00 | ||
| Zakovitch-Damon Dominique | Jaarl . vaste bezoldiging | 20.000,00 | |
| Onafhankelijk niet-uitvoerend | Auditcomité - | ||
| bestuurder | Presentiegeld | ||
| Reiskosten | 3.000,00 | ||
| Totale bezoldiging | 23.000,00 | ||
| Michiels Baudouin | Jaarl, vaste bezoldiging | 10.000,00 | tot 2 juni |
| Onafhankelijk niet-uitvoerend | Auditcomité - | 2015 | |
| bestuurder | Presentiegeld | 2.500,00 | |
| Reiskosten | |||
| Totale bezoldiging | 12.500,00 | ||
| Vinck Karel | Jaarl, vaste bezoldiging | 20.000,00 | Lid van |
| Onafhankelijk niet-uitvoerend | Auditcomité - | auditcomité | |
| bestuurder | Presentiegeld | 2.500,00 | vanaf 24 aug. |
| Reiskosten | 2015 | ||
| Totale bezoldiging | 22.500,00 | ||
| TOTAAL (incl. uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders) |
184.666,00 | ||
Remuneratieverslag Executive Committee (ExCom)
Remuneratiebeleid
Dit hoofdstuk beschrijft de principes die aan de basis liggen van het Group Reward-beleid voor de bezoldiging van het Management. De bedoeling is om een overzicht te geven van de structuur voor de bezoldiging van het Management. Het benoemings- en vergoedingscomité bepaalt de principes van het vergoedingsbeleid voor de ExCom-leden en legt die voor aan de raad van bestuur. Er wordt gestreefd naar een bezoldigingspakket dat marktconform en aantrekkelijk is.
De interne en externe concurrentieomgeving van Tessenderlo Group verandert snel. Om de ambities van de groep in die uitdagende omgeving waar te maken, is een sterk presterende organisatie nodig die zich toespitst op de uitvoering van de strategie. Getalenteerde managers zijn dan ook noodzakelijk. Het vergoedingsbeleid koppelt de prestaties van de individuele leden aan de bedrijfsdoelstellingen van Tessenderlo Group en zijn businessunits. Zo schept de groep wereldwijd een consistent kader voor de ontwikkeling, beloning en responsabilisering van haar mensen. De groep beschouwt erkenning en leiderschap als de belangrijkste fundamenten voor het engagement van de werknemer. Door dit vergoedingsbeleid slaagt de groep erin om de beste talenten aan te trekken, te behouden en te motiveren om de doelstellingen op korte en lange termijn te bereiken. En dat binnen een wereldwijd consistent bezoldigingskader dat het behalen van bedrijfsdoelstellingen beloont en het genereren van waarde voor de aandeelhouder aanmoedigt.
De principes van Group Reward zijn: ·
Erkenning en leiderschap zijn van doorslaggevend belang voor het engagement van de werknemer en het team
Ons vergoedingsbeleid dient om het talent, dat de groep nodig heeft om haar doelen op korte en lange termijn te verwezenlijken, aan te trekken en te behouden
Ons vergoedingsbeleid zal worden gepositioneerd op een juist en welbepaald lokaal referentiepunt, waar de concurrentiepositie van de groep op de markt samenvalt met een betaalbare kostenstructuur voor de werknemer
Onze basisvergoeding stimuleert en beloont verbetering van competenties, juiste bedrijfsattitudes en naleving van de belangrijkste richtlijnen van de groep
Onze variabele vergoeding koppelt het succes van de onderneming aan de beloningen van de werknemers, als team, rekening houdend met de individuele bijdragen aan het succes van de vennootschap
Onze functiewaardering en ons vergoedingsbeleid voor externe/interne benoemingen zijn gebaseerd op een objectieve methodologie en op meetbare marktgegevens
Ons vergoedingsbeleid zal werknemers nooit bewust discrimineren, op welke grond ook
Onze beloningsregelingen zijn opgesteld om een veilig vangnet te bieden aan onze werknemers en hun families. In vele gevallen vormen deze een sleutelelement van de uitgestelde vergoeding
Het benoemings- en vergoedingscomité bespreekt jaarlijks de bezoldiging van het ExCom. Deze aanbevelingen zijn het resultaat van marktstudies uitgevoerd door objectieve externe consultancybedrijven. Op die manier garandeert de groep een competitief en marktconform bezoldigingspakket.
Tessenderlo Group vergelijkt het totale bezoldigingspakket van het ExCom met een aantal andere ondernemingen van vergelijkbare omvang en uit dezelfde activiteitensector. Het huidige bezoldigingspakket voor elk individueel lid is in overeenstemming met de benchmark. Daarbij is rekening gehouden met de prestaties en de ervaring van het lid in verhouding tot de benchmark.
Op aanbeveling van de CEO beoordeelt het benoemings- en vergoedingscomité jaarlijks de bezoldiging van de ExCom-leden. De bezoldiging van de CEO wordt beoordeeld op aanbeveling van de voorzitter van de raad van bestuur.
Bezoldigingspakket
Het bezoldigingspakket van het ExCom bestaat uit de volgende elementen:
Basisloon/managementvergoeding
Variabel loon/succesvergoeding
Andere bezoldigingselementen
Basisloon
Het basisloon/managementvergoeding vergoedt de individuele leden conform de markt. Daarbij wordt rekening gehouden met hun bekwaamheidsniveau, hun ervaring en hun positie binnen de groep, alsook met juiste attitudes en naleving van de richtlijnen van de groep.
Variabel loon
Het variabel loon/succesvergoeding van de leden van het ExCom wordt vastgesteld op 35% van het algemene jaarlijkse basisloon/managementvergoeding gebaseerd op de jaardoelstellingen, volledig gekoppeld aan de resultaten van de groep. Het variabel loon/succesvergoeding van de leden van het ExCom is als zodanig onderworpen aan de verplichting omschreven in artikel 520ter W. Venn. De algemene vergadering van aandeelhouders van 2 juni 2015 heeft een uitzondering op het principe van artikel 520ter W. Venn. goedgekeurd en prestatiecriteria toegestaan voor de ExCom-leden, te meten over een periode van 1 jaar.
De incentiveplannen voorzien geen uitdrukkelijke "terugvorderingsbepalingen" die de vennootschap het recht geven om een vergoeding terug te vorderen die werd betaald op basis van incorrecte financiële gegevens.
I. Variabel loon op korte termijn
Tessenderlo Group ontwikkelde een plan voor variabel loon op korte termijn om te zorgen dat alle leden van het ExCom worden vergoed volgens de algemene prestaties van Tessenderlo Group.
De kortetermijnincentive/succesvergoeding voor alle ExCom-leden (inclusief de CEO) varieert tussen 0% en 70% van het basissalaris. De doelstellingen, die gemeten worden over het kalenderjaar, worden voor 100% afgestemd op de financiële doelstellingen van de groep, aangepast in functie van de individuele prestaties, vastgesteld door het benoemings- en vergoedingscomité.
Voor 2015 werden de financiële doelstellingen vastgesteld op totaal resultaat en EBIT. De individuele prestaties zijn gekoppeld aan de vooruitgang die wordt geboekt bij de uitvoering van de strategie en de businesstransformatie binnen de groep. De evaluatie van de mate waarin de streefdoelen van de CEO werden bereikt, wordt uitgevoerd door het benoemings- en vergoedingscomité na afloop van het boekjaar en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur. De beoordeling van het/de andere ExCom-lid/leden wordt na afloop van elk boekjaar uitgevoerd door de CEO en ter goedkeuring voorgelegd aan het benoemings- en vergoedingencomité en de raad van bestuur.
II. Variabel loon op lange termijn
De raad van bestuur heeft besloten om geen aandelenopties (warrants) toe te kennen voor 2015, en evenmin andere langetermijnincentives.
In 2012 werd een langetermijncashplan voor prestaties ontwikkeld voor zowel de toenmalige leden van het GMC (ExCom) als alle andere leden van het Leadership Team. Het langetermijncashplan voor prestaties is een eenmalige individuele selectieve toekenning van een uitgestelde cashbonus die een periode van vier jaar bestrijkt (2012-2015). De uitbetaling zal begin 2016 plaatsvinden op basis van een tewerkstellingsvoorwaarde en het bereiken van doelstellingen inzake ROCE en de REBITDA van de groep en haar businessunits.
Er was geen bijkomende toekenning in 2015.
Andere bezoldigingselementen
De CEO kwalificeert voor deelname aan het extralegaal pensioenplan van het type vaste bijdrage, een hospitalisatieplan, een levensverzekeringsplan enz., welke tevens beschikbaar zijn voor de leden van het Leadership Team.
De CEO geniet ook andere voordelen, zoals een bedrijfswagen en een representatie-vergoeding.
Het ExCom-lid dat via een beheersmaatschappij opereert, ontvangt geen andere bezoldigingselementen voor zijn activiteiten als CFO.
Veranderingen in het loonbeleid
Er zal een nieuw langetermijnincentiveplan worden opgesteld voor (bepaalde) kaderleden met sleutelposities, aangezien het bestaande langetermijncashplan (2012-2015) geëindigd is. Dit onderwerp werd besproken op het benoemings- en vergoedingscomité en vervolgens goedgekeurd op de raad van bestuur van 7 maart 2016.
Op het moment van publicatie worden geen verdere veranderingen verwacht.
Bezoldigingen verworven in 2015
De jaarlijkse brutobezoldiging van de co-CEO's in 2015 ziet er als volgt uit:
| Component | Bedrag Mel de Vogüé |
Bedrag Luc Tack |
|---|---|---|
| Vaste vergoeding (zonder bestuurderspremies)1/4 | EUR 113.600 | EUR 231.350 |
| Variabele vergoeding1/5 | EUR 0 | EUR 282.071 |
| TOTAAL (cash) | EUR 113.600 | EUR 513.421 |
| Pensioen2 | EUR 16.995 | EUR 20.105 |
| Andere voordelen3 | EUR 13.565 | EUR 31.970 |
ExCom (exclusief co-CEO's) brutobezoldiging in 20156
| Component | Bedrag |
|---|---|
| Vaste vergoeding (zonder bestuurderspremies)1/4 | EUR 336.082 |
| Variabele vergoeding1/5 | EUR 343.457 |
| TOTAAL | EUR 679.539 |
| Pensioen2 | EUR 4.789 |
| Andere voordelen3 | EUR 3.820 |
(1) Exclusief socialezekerheidsbijdragen.
(2) Pensioenplan: jaarlijkse servicekosten voor 2015, berekend door een actuaris.
(3) Andere voordelen omvatten een overlijdensdekking, een invaliditeitsverzekering, een arbeidsongevallenverzekering, belastingen (4,40%), maaltijdcheques en een bedrijfswagen - alles volgens dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor andere leden van het Leadership Team en volgens de door de Belgische fiscus goedgekeurde ruling voor representatievergoedingen.
(4) Toegepaste wisselkoers: USD 1 = EUR 0,8942 (voor alle omrekeningen in verband met het Amerikaanse bezoldigingspakket).
(5) Verwezenlijking van de kortetermijnincentive zoals bepaald door het benoemings- en vergoedingscomité van 7 maart 2016. (6) Opgemerkt moet worden dat de raad van bestuur op 14 januari 2015 besloot het Group Management Committee (GMC) te vervangen door een ExCom, bestaande uit de co-CEO's (Luc Tack/Melchior de Vogüé), de uitvoerende bestuurders en enig ander lid benoemd door de raad (niemand op dit moment). Mel de Vogüé trad af als CEO op 30 april 2015. Zijn bezoldiging tot dat moment is opgenomen in bovenstaand overzicht. Op 1 mei 2015 werd Luc Tack de enige CEO en Stefaan Haspeslagh – via Findar BVBA – nam de rol van CFO van de vennootschap over.
Aandelenopties (warrants) toegekend aan leden van het ExCom20
In 2015 werden geen aandelenopties toegekend aan de leden van het ExCom. In 2015 werden door de voormalige GMC-leden 143.320 opties uitgeoefend, te weten 37.000 door dhr. Pol Deturck, 24.320 door dhr. Jordan Burns, 37.000 door dhr. Jan Vandendriessche en 45.000 door dhr. Mel de Vogüé.21
20 Findar BVBA, vertegenwoordigd door Stefaan Haspeslagh en Luc Tack, heeft nooit aandelenopties van Tessenderlo Chemie NV ontvangen.
21 dhr. Pol Deturck en dhr. Mel de Vogüé verlieten de vennootschap in 2015. dhr. Jordan Burns verliet de vennootschap in februari 2016.
Overeenkomsten vertrekpremie
De managementovereenkomst van elk lid van het ExCom bevat een voorwaarde met bepaling van een opzegperiode van maximaal acht maanden, welke opzegperiode voor de CEO vanaf 2021 wordt verlengd tot maximaal twaalf maanden.
Co-CEO Mel de Vogüé besloot zijn managementovereenkomst te beëindigen en verliet de vennootschap op 30 april 2015 met wederzijdse instemming, waarbij een totale vergoeding van EUR 130.000 werd uitbetaald.
Belangrijkste kenmerken van het kader voor interne controle en risicomanagement van de vennootschap
Kader voor interne controle
Verantwoordelijkheden
De raad van bestuur delegeerde aan het auditcomité de taak om toe te zien op de efficiënte werking van het interne controlesysteem.
De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de implementatie van het interne controlesysteem wordt gedelegeerd aan het ExCom.
Het dagelijks bestuur van elke businessunit is verantwoordelijk voor de implementatie en de handhaving van een betrouwbaar intern controlesysteem.
De afdeling interne controle helpt de businessunits en de hoofdzetelfuncties van Tessenderlo Group bij de implementatie en de beoordeling van de doeltreffendheid van het interne controlesysteem in hun organisatie.
De niveaus van interne controle worden afgestemd op de restrisico's die het management aanvaardbaar acht. De uiteindelijke doelstelling bestaat erin eventuele onjuistheden in de jaarrekening van de groep te vermijden.
Scope van interne controle
Het interne controlesysteem is gebaseerd op COSO Internal Control – Integrated Framework, met een hoofdfocus op de interne controle op de financiële rapportering door beperking van de risico's aan de hand van controles op groepsniveau, entiteitsniveau en procesniveau, door algemene IT-controles en door scheiding van taken.
Interne controle in 2015
De afdeling interne controle zette onderzoeken voort naar bepaalde processen van entiteiten die hetzij IT-systeemconversies voltooiden of door het risicobeheersproces werden geïdentificeerd.
In 2015 werd een Group Decisions Matrix (matrix groepsbesluiten) ontwikkeld en in gebruik genomen. Deze matrix geeft alle entiteiten inzicht in welke beslissingen goedkeuring behoeven van de groepsdeskundigen, het executive committee of de raad van bestuur.
Monitoring interne controle
Het auditcomité is belast met het monitoren van de effectiviteit van de interne controlesystemen. Dit behelst onder meer het toezicht op de interne auditafdeling ten aanzien van compliance-monitoring.
Het auditcomité wordt ingelicht over de planning en resultaten van de interne audits en de behoorlijke implementatie van de aanbevelingen.
De interne auditafdeling voert een risicogebaseerd compliance auditprogramma uit ter beoordeling van de effectiviteit van de interne controle met betrekking tot de verschillende processen op niveau van de groep en haar entiteiten.
Het uiteindelijke doel van de beoordelingen is om een redelijke mate van zekerheid te bieden over de betrouwbaarheid van de financiële rapportering.
Voorbereiding en verwerking van de financiële en boekhoudkundige informatie
Er is een gecentraliseerde controle- en rapporteringsafdeling die de financiële en boekhoudkundige informatie beheert en controleert.
Elke businessunit heeft een controleafdeling die verantwoordelijk is voor het toezicht op de prestaties van de bedrijfseenheden.
Het financiële en boekhoudkundige informatiesysteem is gebaseerd op consolidatiesoftware die de groep in staat stelt de vereiste informatie te genereren.
Compliance
De interne auditafdeling is verantwoordelijk voor het toetsen van compliance van zowel het intern controlekader als de belangrijkste controleprocedures bij de voorbereiding en verwerking van de financiële en boekhoudkundige informatie.
Enterprise Risk Management (ERM) Systeem
Risico's zijn een essentieel en onvermijdelijk aspect van de bedrijfsvoering. Om de risico's zoveel mogelijk te beheersen en te beperken tot een aanvaardbaar niveau heeft de groep een aantal beleidslijnen en procedures uitgewerkt.
Het Enterprise Risk Managementbeleid is van toepassing op de hele groep en al haar aangesloten bedrijven wereldwijd. Het beleid beschrijft de organisatie en de doelstellingen van het ERM-systeem, evenals de verantwoordelijkheden op alle managementniveaus.
Om te garanderen dat risicobeheer een onlosmakelijk deel wordt van de dagelijkse activiteiten, werd zowel op groepsniveau als op het niveau van de businessunits een risicobeheerstructuur ingevoerd.
De geïdentificeerde risico's worden in de verschillende businessunits en ondersteunende afdelingen beoordeeld en gevolgd om de risico-optimalisering door te voeren. Over de stand van zaken van deze projecten wordt op regelmatige basis verslag uitgebracht aan het ExCom en het auditcomité.
Het doel van de geïmplementeerde "Group Crisis Management Policy" is om het crisismanagement op groepsniveau en in alle filialen te harmoniseren. De afdeling Risk Management, die eigenaar is van het beleid, is verantwoordelijk voor de coördinatie ervan op groepsniveau en voor de begeleiding van de verschillende entiteiten bij het opstellen van een geharmoniseerd crisisplan dat de verantwoordelijkheden uiteenzet op alle niveaus en rapporteringskanalen vastlegt.
Beleid inzake voorkennis en marktmanipulatie
De vennootschap heeft een Dealing Code uitgegeven die de aangifte- en uitvoeringsverplichtingen regelt met betrekking tot het voor eigen rekening uitvoeren van transacties in aandelen of andere financiële instrumenten van de vennootschap door bestuurders, leden van het ExCom en andere aangewezen personen. De Dealing Code is opgenomen als bijlage I bij het charter.
Overeenkomstig de Dealing Code heeft de raad van bestuur een Compliance Officer aangesteld. De Compliance Officer is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de Dealing Code. Hij/zij is ook het aanspreekpunt voor vragen over de toepassing van de Dealing Code.
De functie van Compliance Officer wordt bekleed door dhr. John Van Essche, legal counsel.
Externe audit
PwC Bedrijfsrevisoren bcvba (PwC), vertegenwoordigd door Peter Van den Eynde BVBA, vertegenwoordigd door haar permanente vertegenwoordiger Peter Van den Eynde, werd, na een audittender, op de aandeelhoudersvergadering van de vennootschap van 4 juni 2013 benoemd tot commissaris van de groep. De door de groep aan de commissaris betaalde vergoedingen bedroegen:
| (Miljoen EUR) | 2015 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Audit | Auditgerelateerd | Andere | Totaal | |||
| PwC (België) | 0,3 | - | 0,2 | 0,5 | ||
| PwC (buiten België) | 0,5 | - | 0,1 | 0,6 | ||
| Totaal | 0,8 | - | 0,3 | 1,1 |
| (Miljoen EUR) | 2014 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Audit | Auditgerelateerd | Andere | Totaal | |||
| PwC (België) | 0,3 | 0,0 | 0,2 | 0,5 | ||
| PwC (buiten België) | 0,5 | - | 0,1 | 0,6 | ||
| Totaal | 0,8 | 0,0 | 0,3 | 1,1 |
Gebeurtenissen na balansdatum
Op 16 december 2015 kondigden Tessenderlo Group en Picanol Group (Picanol NV, Euronext: PIC) hun plannen aan om de industriële activiteiten van beide bedrijven te combineren tot één grotere industriële groep Picanol Tessenderlo Group NV. Daartoe zouden de huidige industriële activiteiten van Picanol in Tessenderlo ingebracht worden. De raad van bestuur van Tessenderlo zou tijdens een buitengewone algemene vergadering de aandeelhouders verzoeken over te gaan tot de uitgifte van 25 765 286 nieuwe aandelen Tessenderlo aan EUR 31,5, om de voorgenomen transactie te vergoeden aan Picanol NV.
Nadat op 25 januari 2016 door Tessenderlo Group en Picanol Group was bekend gemaakt dat het voorstel niet met zekerheid de goedkeuring van de buitengewone algemene vergadering van Tessenderlo Chemie NV zou wegdragen, werd door de raad van bestuur van Tessenderlo Group overgegaan tot annulering van de vergadering van 29 januari 2016 en werd evenmin overgegaan tot samenroeping van de tweede vergadering van 23 februari 2016. Parallel daaraan werden door de raden van bestuur van Picanol Group (en dochtervennootschap Verbrugge NV) en Tessenderlo Group gesprekken opgestart om na te gaan of en op welke wijze, mede rekening houdend met de opmerkingen geformuleerd door aandeelhouders, de voorwaarden van de voorgestelde transactie aangepast zouden kunnen worden met het oog op de goedkeuring ervan door de buitengewone algemene vergadering van Tessenderlo Chemie NV.
Rekening houdend met de ontvangen feedback van de markt, hebben beide vennootschappen, met ondersteuning van hun adviseurs en in onderling overleg, onderzocht of de voorwaarden van de voorgestelde transactie gewijzigd zouden kunnen worden om tegemoet te komen aan de verschillende standpunten en deze op elkaar af te stemmen. Na grondige overweging stelde de raad van bestuur van Picanol NV (en zijn dochteronderneming Verbrugge NV) vast dat er onvoldoende steun was in de markt om, aan voorwaarden die voor Picanol NV en zijn aandeelhouders aanvaardbaar zijn, de transactie succesvol af te ronden. De raad van bestuur van Picanol NV heeft daarom beslist om geen wijzigingen aan de voorwaarden van de transactie aan te brengen.
Op 7 maart 2016 kondigden Tessenderlo Group en Picanol Group aan dat op basis hiervan, de raden van bestuur van beide bedrijven elk beslisten om de onderhandelingen te beëindigen en het voorstel om de activiteiten te bundelen in te trekken. Beide bedrijven hebben de middelen en zullen zich blijven richten op het creëren van meerwaarde in elk van hun activiteiten. Picanol Group betreurt dat de voorgestelde transactie niet kan worden afgerond, maar het zal Tessenderlo Group verder actief blijven ondersteunen.
Toepassing van art. 523 van het Wetboek van Vennootschappen
Vergadering van de raad van bestuur van 23 april 2015
[…]
"Alvorens te beraadslagen en de resolutie over het loonpakket van het GMC en de servicefee voor Findar BVBA aan te nemen, geven de heren Luc Tack, Mel de Vogüé en Stefaan Haspeslagh aan dat zij een belangenconflict hebben met betrekking tot de te nemen beslissingen in de zin van artikel 523 W. Venn., aangezien het de vaststelling betreft van de bezoldiging voor 2014 (Mel de Vogüé) en 2015 (Luc Tack) en de vergoeding en/of servicefee voor Findar BVBA, een vennootschap waarin Stefaan Haspeslagh ook managing director is.
De CEO's en de uitvoerend bestuurder Stefaan Haspeslagh geven aan dat zij de commissarissen zullen inlichten over dit belangenconflict van vermogensrechtelijke aard en zij verlaten de vergadering die over dit specifiek agendapunt handelt. Dhr. Mel de Vogüé, Sam Daems en Kurt Dejonckheere verlaten de vergadering eveneens.
Alvorens over te gaan tot bespreking van de bezoldigingspakketten van de bestuurders, geeft de Voorzitter het woord aan de voorzitter van het benoemings- en vergoedingscomité om het voorstel betreffende vervanging van Melchior de Vogüé te horen. Dhr. Vinck meldt dat het benoemings- en vergoedingscomité voorstelt dat Stefaan Haspeslagh aanblijft als voorzitter van de raad en tevens de positie van CFO van de vennootschap op zich neemt (als vertegenwoordiger van Findar).
Na het horen van het voorstel en de aanbeveling van het benoemings- en vergoedingscomité, gepresenteerd door haar voorzitter dhr. Karel Vinck, beslist de raad met eenparigheid van stemmen om de volgende 2014-2015 bezoldigingpakketten toe te kennen aan co-CEO Luc Tack, aan Melchior de Vogüé die aftreedt per 1 mei 2015 en om de volgende servicefee goed te keuren voor de diensten geleverd door Findar BVBA, vertegenwoordigd door Stefaan Haspeslagh:
Voor Luc Tack, van wie wordt verondersteld dat hij 66% van zijn tijd besteedt aan zijn rol als co-CEO/CEO:
- Over 2015 een jaarlijks basisloon van EUR 231.350 – de EUR 20.000 bestuurdersvergoeding niet inbegrepen
- o Een deel van het jaarlijkse basisloon met ingang van 01/01/2015 uit te betalen in België: EUR 171.350
- o Een deel van het jaarlijkse basisloon met ingang van 01/01/2015 uit te betalen in de VS: EUR 60.000, uit te betalen als een vast bedrag van USD 67.100
- Een kortetermijnincentivebonus voor 2014 (betaald over de 2013 prestaties), vastgesteld op EUR 120.568
Voor de co-CEO, Mel de Vogüé, die de vennootschap op 30/04/2015 verlaat, een vaste som van EUR 130.000 als beëindigingsvergoeding.
Voor de vennootschap Findar BVBA, vertegenwoordigd door Stefaan Haspeslagh, een servicefee voor 2015 van EUR 302.150 (btw niet inbegrepen) voor diensten geleverd als lid van het ExCom. Over het jaar 2014 is de vennootschap Findar BVBA gerechtigd tot een additionele servicefee van EUR 196.831.
Voor het jaar 2015 wordt het variabele deel van het vaste salaris van Luc Tack vastgesteld op 35%; de successfee gekoppeld aan de diensten geleverd door de vennootschap Findar BVBA, hierbij vertegenwoordigd door Stefaan Haspeslagh, wordt eveneens vastgesteld op 35% van de vaste servicefee.
De volledige details betreffende het salarispakket en de voorwaarden zijn vermeld in de notulen (en bijlagen) van het benoemings- en vergoedingscomité van 23 april 2015. […]"
Toepassing van art. 524 van het Wetboek van Vennootschappen
Vergadering van de raad van bestuur van 15 december 2015
[…]
7. Onafhankelijk advies (art. 524 W. Venn.)
De raad van bestuur bespreekt het advies van het Onafhankelijk Comité in het kader van de Merger Agreement (art. 524 W. Venn.).
Het besluit van dit advies is het volgende:
Het Comité heeft zijn advies afgewerkt op 15 december 2015 met het oog op de vergadering van het adhoccomité en de raad van bestuur van 15 december 2015, op basis van de informatie beschikbaar op dat moment. Het Comité behoudt het recht om zijn advies aan de raad van bestuur te wijzigen, indien enige relevante informatie zou worden beschikbaar gemaakt tussen 15 december 2015 en de datum waarop de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Vennootschap zal beslissen over de Inbreng, waarvan het aannemelijk is dat het de inhoud of de conclusie van dit advies zal veranderen.
Het Comité beschouwt dat de zaken in de Contribution Overeenkomst die verder gaan dan loutere voorbereidende handelingen, namelijk (i) de overdracht van Picanols Chinese bedrijfsvergunning aan Picanol Group (ii) de toepassing van de fiscale aftrek voor octrooi-inkomsten (iii) het bekomen van een ruling van de dienst voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, en (iv) het niet-concurrentiebeding van Picanol, Verbrugge en de heer Luc Tack, niet van een dergelijke aard zijn de Vennootschap te benadelen op een kennelijk onrechtmatige wijze, met het oog op het algemeen beleid van de Vennootschap.
Rekening houdend met de bevindingen uit de respectievelijke due diligence verslagen, meent het Comité dat de gebruikelijke en beperkte reeks van verklaringen en waarborgen verleend door alle betrokken partijen, alsook het schadeloosstellingsmechanisme (de minimis, basket, cap) niet van een dergelijke aard zijn de Vennootschap te benadelen op een kennelijk onrechtmatige wijze, met het oog op het algemeen beleid van de Vennootschap."
De raad van bestuur gaat akkoord met de bevindingen van dit advies.
8. Goedkeuring van de transactie
In het licht van de waardering zoals opgesteld door KBC Securities NV, de second opinion over deze waardering zoals opgesteld door Degroof Corporate Finance NV en na de nodige aandacht besteed te hebben aan het advies van het onafhankelijk comité zoals opgesteld in overeenstemming met artikel 524 W. Venn., keurt de raad van bestuur de transactie, bestaande uit een kapitaalverhoging door middel van een inbreng in natura van alle aandelen gehouden in Picanol NV in het maatschappelijk kapitaal van de Vennootschap, goed.
De raad van bestuur bepaalt de waarde van de Inbreng op EUR 811.606.500,00 tegen de uitgifte van 25.765.286 aandelen aan een prijs per aandeel van de Vennootschap van EUR 31,50, wat impliceert dat de waarde van de Vennootschap (voor de Inbreng) EUR 1.350,4 miljoen bedraagt.
De raad van bestuur bespreekt de voorwaarden van de finale versie van de Contribution Agreement en keurt de Contribution Agreement goed.
De raad bespreekt het rapport van de commissaris (PWC) (art. 602 W. Venn.) met betrekking tot de inbreng in natura.
De raad van bestuur bespreekt het bijzonder verslag in overeenstemming met artikel 602 W. Venn., en keurt dit goed.
[…]
Conclusie van het rapport van de commissaris van 7 maart 2016 betreffende artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen
"In overeenstemming met de vereisten van artikel 524 van het W.Venn. ten aanzien van de informatie betreffende de transactie vermeld in het advies uitgebracht door het comité van onafhankelijke bestuurders en in de notulen van de vergadering van de raad van bestuur, hebben wij de volgende feiten vastgesteld:
a. Wij hebben vastgesteld dat de informatie vermeld in het door het comité van onafhankelijke bestuurders uitgebrachte advies en in de notulen van de vergadering van de raad van bestuur afkomstig was uit documenten die het comité van onafhankelijke bestuurders in aanmerking heeft genomen.
b. Wij hebben er op toegezien dat de conclusie opgenomen in de notulen van de vergadering van de raad van bestuur dezelfde is als die welke voorkomt in de door het comité van onafhankelijke bestuurders uitgebrachte opinie.
c. Wij hebben er op toegezien dat de parameters en waarderingsmethoden uiteengezet in het ontwerp van bijzonder verslag met betrekking tot de inbreng, dat werd opgesteld door de raad van bestuur van Tessenderlo Chemie NV conform artikel 602 van het W. Venn., vanuit economisch perspectief gerechtvaardigd zijn."
Informatie vereist door art. 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007
Overeenkomstig artikel 34 van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007, maakt Tessenderlo Chemie NV hierbij de volgende elementen openbaar:
Het aandelenkapitaal van de vennootschap wordt vertegenwoordigd door gewone aandelen. Bij besluit van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 7 juni 2011 kreeg de raad van bestuur toestemming voor een kapitaalverhoging in een of meer stappen, verdeeld over een periode van vijf jaar en tot een maximumbedrag van veertig miljoen euro (EUR 40.000.000). Aangezien dergelijke kapitaalverhogingen niet plaatsvinden met beperking of vernietiging van het voorkeurrecht van de aandeelhouders, kan een dergelijke kapitaalverhoging (theoretisch) worden uitgevoerd tijdens een openbaar overnamebod en daar een invloed op uitoefenen.
Elk aandeel geeft de houder recht op één stem. De statuten van de vennootschap bevatten geen beperking ten aanzien van de aandelenoverdracht. Zie het gedeelte over aandeelhoudersstructuur hierboven.
Overeenkomstig de geldende bepaling van het Wetboek van Vennootschappen kunnen de aandelen die zijn uitgegeven ten behoeve van personeelsleden van Tessenderlo Group, vanaf de datum van de inschrijving op de aandelen gedurende een periode van vijf jaar niet worden overgedragen.
Tessenderlo Chemie NV is één van de partijen in de hieronder vermelde contracten die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen ingeval Tessenderlo Chemie NV een verandering van zeggenschap ondergaat na een openbaar overnamebod:
- de doorlopende bilaterale kredietovereenkomsten aangegaan op 23 december 2015 voor een totaalbedrag van EUR 142,5 miljoen met de vennootschap en Tessenderlo USA, Inc. als kredietnemers en KBC Bank NV, ING NV, Belfius Bank NV en BNP Paribas Fortis NV als kredietgevers: volgens de voorwaarden van deze overeenkomsten geeft een controlewijziging over Tessenderlo Chemie NV elke kredietverstrekker het recht om de beëindiging van de bilaterale kredietfaciliteit in te roepen. Voor de toepassing van de bovenstaande clausule betreffende controlewijziging, vindt controlewijziging plaats indien een derde partij (d.w.z. elke andere partij dan Verbrugge NV of een persoon handelend in onderling overleg met Verbrugge NV) 30% of meer van de stemrechten in de vennootschap verkrijgt(tenzij Verbrugge NV (alleen of samen met een persoon handelend in onderling overleg met Verbrugge NV) meer stemrechten bezit dan die derde partij);
- de prospectus van 15 juni 2015 van Tessenderlo Chemie NV betreffende de uitgifte en het openbaar aanbod van twee series obligaties met een looptijd van 7 jaar (de '2022 obligaties') en 10 jaar (de '2025 obligaties', en samen met de 2022 obligaties, de 'obligaties') voor een verwacht minimumbedrag van EUR 75,0 miljoen voor de 2022 obligaties en EUR 25,0 miljoen voor de 2025 obligaties en voor een gecombineerd maximumbedrag van EUR 250,0 miljoen:
volgens de algemene voorwaarden van deze obligaties worden deze obligaties ter keuze van de obligatiehouders vóór vervaldatum terugbetaalbaar in geval van een controlewijziging. Alleen de obligaties gehouden door obligatiehouders die een kennisgeving van uitoefening van putopties indienen zijn onmiddellijk betaalbaar in geval van een controlewijziging, met uitsluiting van alle andere obligaties. Als obligatiehouders kennisgevingen van uitoefening van putopties indienen met betrekking tot minstens 85% van de totale nominale waarde van de uitstaande 2022 obligaties, mogen alle (dus niet maar enkele van de) 2022 obligaties door de vennootschap voor de vervaldatum worden terugbetaald. Als obligatiehouders kennisgevingen van uitoefening van putopties indienen met betrekking tot minstens 85% van de totale nominale waarde van de uitstaande 2025 obligaties, mag de uitgever ervoor kiezen om alle (dus niet maar enkele van de) 2025 obligaties voor de vervaldatum terug te betalen. Een 'controlewijziging' vindt plaats indien een derde partij (d.w.z. elke andere partij dan Verbrugge NV of een persoon handelend in onderling overleg met Verbrugge NV) 30% of meer van de stemrechten in de vennootschap verkrijgt (tenzij Verbrugge NV (alleen of samen met een persoon handelend in onderling overleg met Verbrugge NV) meer stemrechten bezit dan die derde partij);
de voorwaarden en bepalingen van de obligatielening met warrants die uitgegeven werden in het kader van het Plan 2002-2006, en voorwaarden en bepalingen van de warrants uitgegeven in het kader van het Plan 2007-2011, het Plan 2011 en het Plan 2012 van Tessenderlo Chemie NV: overeenkomstig de bovengenoemde voorwaarden hebben de warranthouders het recht om hun warrants uit te oefenen vóór de datum waarop ze normaliter uitoefenbaar worden, als zich een gebeurtenis voordoet die een significante impact heeft op de aandeelhoudersstructuur. Deze paragraaf heeft ook betrekking op elk openbaar overnamebod op de aandelen van Tessenderlo Chemie NV of op elke andere vorm van overname of fusie die zou leiden tot een herverdeling van de effecten. Een vroegtijdige uitoefening stelt warranthouders in staat om deel te nemen aan de bovengenoemde operaties onder dezelfde voorwaarden als de bestaande aandeelhouders. Op donderdag 31 december 2015 waren 338.598 warrants in omloop. De bovengenoemde clausules werden goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders van Tessenderlo Chemie NV. Meteen daarna werd een kopie van dat besluit neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel.
Dividendbeleid
Tessenderlo Chemie NV heeft geen dividenden aangegeven of uitbetaald met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2015. Het dividendbeleid van de vennootschap kan van tijd tot tijd worden gewijzigd en elke dividenduitkering blijft afhankelijk van de inkomsten van de vennootschap, haar financiële positie, vereisten betreffende het aandelenkapitaal en andere belangrijke factoren, onder voorbehoud van voorstel aan en goedkeuring door het bevoegde orgaan van de vennootschap en van de beschikbaarheid van de uitkeerbare reserves zoals vereist door het Wetboek van Vennootschappen en de statuten. Alle uitkeerbare reserves van de vennootschap dienen berekend te worden ten opzichte van haar statutaire balans, opgesteld overeenkomstig de Belgische algemeen aanvaarde boekhoudregels (GAAP), welke kunnen afwijken van de door de vennootschap gerapporteerde geconsolideerde jaarrekening volgens de IFRS-normen.
Informatie vereist volgens art. 96, §2, 2° van het Wetboek van Vennootschappen
Bepaling 4.7 van de Corporate Governance Code
De huidige voorzitter van de vennootschap werd eerder benoemd tot uitvoerend bestuurder. De vennootschap heeft de positieve en negatieve aspecten in het voordeel van een dergelijke beslissing zorgvuldig tegen elkaar afgewogen en besloten dat, gelet op zijn ervaring, deskundigheid, grondige kennis en bewezen werkervaring in relevante bedrijfsomgevingen, een dergelijke benoeming in het grootste belang van de vennootschap is. De raad van bestuur verduidelijkt daarnaast dat bepaling 3.9 van het Corporate Governance Charter voorziet in bijkomende procedures inzake belangenconflicten wanneer de vennootschap een belangrijke transactie zou overwegen met een vennootschap waarin de bestuurders ook bestuurder of uitvoerend bestuurder zouden zijn. In dit verband wordt benadrukt dat hoewel artikel 523 van het Wetboek van Vennootschappen in dit specifieke geval niet van toepassing was, de heren Luc Tack en Stefaan Haspeslagh niet hebben deelgenomen aan de besprekingen en besluitvormingsprocedure van de raad van bestuur met betrekking tot de besluiten betreffende de voorgenomen inbreng in natura van alle aandelen van Picanol NV in het aandelenkapitaal van de vennootschap.
Bepaling 4.13 van de Corporate Governance Code
Momenteel bestaat er geen formele evaluatieprocedure voor individuele bestuurders (afwijking van 4.13 van de Corporate Governance Code). De vennootschap is van mening dat een individuele evaluatie van de bestuurders alleen mogelijk is indien het evaluatieproces wordt toevertrouwd aan een extern bedrijf, een optie waarin de vennootschap niet voorziet. De vennootschap is er evenwel van overtuigd dat de formele evaluatie van de raad van bestuur – waarvoor het de standaardvragenlijst van Guberna gebruikt (Belgisch Instituut voor Bestuurders), zoals beschreven in het hoofdstuk over de werking van de raad van bestuur – voldoende is om een actieve en correcte bijdrage van elk lid van de raad van bestuur te waarborgen.
Bepaling 5.2/14 van de Corporate Governance Code
___________________ ___________________________
Om louter praktische redenen (kalendergerelateerd) was het auditcomité niet in staat om volledig te voldoen aan bepaling 5.2/14 van de Corporate Governance Code (de jaarlijkse monitoring van de effectiviteit van de interne controle- en risicobeheerssystemen van de vennootschap). Dientengevolge is niet volledig voldaan aan bepaling 5.2/6, tweede punt, daar het risico-aspect niet in detail in kaart gebracht wordt. Echter, op 25 april 2016 zal de risicomanager van de vennootschap in lijn met de in voorgaande kalenderjaren gehouden presentaties, verslag uitbrengen aan het auditcomité betreffende het uitgebreide risicorapport. Tijdens de vergadering van de raad van bestuur van 25 april 2016, zal het auditcomité een samenvatting geven van de belangrijkste punten van deze rapportage.
Brussel, 7 maart 2016
Namens de raad van bestuur
Luc Tack Stefaan Haspeslagh Bestuurder en CEO Voorzitter van de raad van bestuur
INHOUD
| Geconsolideerde financiële staten | 75 |
|---|---|
| Verklaring over het getrouw beeld van de jaarrekeningen en het getrouwe overzicht in het jaarverslag |
163 |
| Verslag van de commissaris | 164 |
| Statutair Financieel verslag | 165 |
| Financiële woordenlijst | 169 |
Geconsolideerde financiële staten
GECONSOLIDEERDE WINST-EN-VERLIESREKENING
| Voor de periode | |||
|---|---|---|---|
| eindigend op 31 | |||
| december | |||
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 |
| Omzet Kostprijs verkopen |
1.589,0 -1.208,2 |
1.434,2 -1.108,2 |
|
| Brutowinst | 380,8 | 326,0 | |
| Distributiekosten | -90,5 | -84,0 | |
| Verkoop- en marketingkosten | -54,4 | -48,3 | |
| Administratieve kosten | -117,1 | -109,6 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten en -kosten | 5 | -14,4 | -17,1 |
| Bedrijfswinst (+) / verlies (-) vóór niet-recurrente en niet operationele bestanddelen (REBIT) |
104,4 | 66,9 | |
| Opbrengsten en verliezen uit verkopen | 6 | 10,6 | 0,0 |
| Herstructurering | 6 | -2,0 | 3,7 |
| Verliezen op activa en schulden die worden afgestoten | 6 | 0,9 | 0,6 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 6 | -23,6 | -1,6 |
| Voorzieningen en geschillen | 6 | -5,9 | -12,7 |
| Overige opbrengsten en kosten | 6 | -7,5 | -5,8 |
| Bedrijfswinst (+) / verlies (-) (EBIT) | 77,1 | 51,2 | |
| Financieringskosten | -51,7 | -75,9 | |
| Financieringsopbrengsten | 59,7 | 72,9 | |
| Financieringskosten - netto | 9 | 8,1 | -3,0 |
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de | 4,0 | 3,0 | |
| vermogensmutatiemethode, na winstbelasting | |||
| Winst (+) / verlies (-) vóór belastingen | 89,1 | 51,2 | |
| Belastingen op het resultaat | 10 | -7,2 | 1,6 |
| Winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode | 81,9 | 52,8 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| - Aandeelhouders van de vennootschap | 84,5 | 53,7 | |
| - Minderheidsbelang | -2,6 | -0,9 | |
| Gewone winst per aandeel (EUR) | 22 | 1,98 | 1,67 |
| Verwaterde winst per aandeel (EUR) | 22 | 1,98 | 1,67 |
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN
| Voor de periode eindigend op 31 |
||
|---|---|---|
| december | ||
| (Miljoen EUR) toelichting |
2015 | 2014 |
| Winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode | 81,9 | 52,8 |
| Omrekeningsverschillen | -23,9 | -13,5 |
| Nettowijziging in reële waarde van afgeleide financiële instrumenten, 28 vóór winstbelasting |
-0,0 | -3,7 |
| Overige bewegingen | -0,5 | -0,1 |
| Winstbelasting op niet-gerealiseerde resultaten | 0,0 | 1,3 |
| Niet-gerealiseerde resultaten die in een latere periode zullen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening |
-24,4 | -16,0 |
| Herwaardering van de netto pensioenverplichtingen, voor winstbelasting | 12,7 | -14,6 |
| Winstbelasting op niet-gerealiseerde resultaten | -0,8 | 1,5 |
| Niet-gerealiseerde resultaten die niet in een latere periode zullen opgenomen worden in de winst- en verlies rekening |
11,9 | -13,1 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode, na winstbelasting |
-12,4 | -29,1 |
| Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode |
69,5 | 23,7 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| - Aandeelhouders van de vennootschap | 72,3 | 24,4 |
| - Minderheidsbelang | -2,8 | -0,7 |
GECONSOLIDEERDE BALANS
| Voor de periode eindigend op 31 |
||||
|---|---|---|---|---|
| december | ||||
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 | |
| Activa | ||||
| Totaal vaste activa | 628,9 | 596,3 | ||
| Materiële vaste activa | 11 | 462,3 | 462,6 | |
| Goodwill | 12 | 35,3 | 38,8 | |
| Overige immateriële activa | 13 | 59,3 | 45,2 | |
| Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | 14 | 25,1 | 18,6 | |
| Overige beleggingen | 15 | 2,0 | 2,5 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 16 | 30,0 | 18,6 | |
| Handels- en overige vorderingen | 17 | 14,9 | 9,2 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 28 | - | 0,8 | |
| Totaal vlottende activa | 673,3 | 586,9 | ||
| Voorraden | 18 | 288,9 | 248,2 | |
| Handels- en overige vorderingen | 17 | 253,2 | 180,2 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 28 | 1,0 | 1,5 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19/24 | 130,2 | 157,0 | |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 20 | 1,4 | 2,3 | |
| Totaal activa | 1.303,6 | 1.185,4 | ||
| Eigen vermogen en schulden | ||||
| Eigen vermogen | ||||
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van de vennootschap |
516,8 | 433,5 | ||
| Geplaatst kapitaal | 215,0 | 212,4 | ||
| Uitgiftepremies | 232,9 | 224,2 | ||
| Reserves en overgedragen winst | 69,0 | -3,1 | ||
| Minderheidsbelang | 1,5 | 3,4 | ||
| Totaal eigen vermogen | 518,2 | 436,9 | ||
| Schulden | ||||
| Totaal schulden op meer dan één jaar | 468,2 | 260,8 | ||
| Financiële schulden | 24 | 226,7 | 3,9 | |
| Personeelsbeloningen | 25 | 48,3 | 53,3 | |
| Voorzieningen | 26 | 135,0 | 149,8 | |
| Handels- en overige schulden | 27 | 4,3 | 4,1 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 28 | 11,1 | 11,9 | |
| Uitgestelde belastingschulden | 16 | 42,7 | 37,8 | |
| Totaal schulden op ten hoogste één jaar | 317,2 | 487,7 | ||
| Kortetermijnschulden bij kredietinstellingen | 19/24 | 0,5 | 0,6 | |
| Financiële schulden | 24 | 48,3 | 209,7 | |
| Handels- en overige schulden | 27 | 243,4 | 230,1 | |
| Afgeleide financiële instrumenten | 28 | 6,3 | 27,1 | |
| Te betalen belastingen | 0,7 | 1,3 | ||
| Personeelsbeloningen | 25 | 1,7 | 1,5 | |
| Voorzieningen | 26 | 16,3 | 17,5 | |
| Totaal schulden | 785,4 | 748,5 | ||
| Totaal eigen vermogen en schulden | 1.303,6 | 1.185,4 |
GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN WIJZIGINGEN IN HET EIGEN VERMOGEN
| (Miljoen EUR) | toelichting | Geplaatst kapitaal | mies Uitgiftepre |
Wettelijke reserves | mrekeningsverschillen O |
Indekkingsreserves | winst Overgedragen |
aandeelhouders van de toerekenbaar aan de mogen vennootschap Eigen ver |
Minderheidsbelang | mogen Totaal eigen ver |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op 1 januari 2014 | 159,2 | 102,0 | 14,8 | -41,9 | -4,8 | 7,4 | 236,6 | 3,3 | 239,9 | |
| Winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode | - | - | - | - | - | 53,7 | 53,7 | -0,9 | 52,8 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode | ||||||||||
| - Omrekeningsverschillen |
- | - | - | -13,8 | - | - | -13,8 | 0,3 | -13,5 | |
| - Herwaardering van de netto pensioenverplichtingen, na winstbelasting |
- | - | - | - | - | -13,1 | -13,1 | - | -13,1 | |
| - Netto wijziging in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten, na winstbelasting |
- | - | - | - | -2,5 | - | -2,5 | - | -2,5 | |
| - Andere bewegingen |
- | - | - | - | - | - | 0,0 | -0,1 | -0,1 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode, na winstbelastingen |
0,0 | 0,0 | 0,0 | -13,8 | -2,5 | 40,6 | 24,4 | -0,7 | 23,7 | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
||||||||||
| - Uitgegeven aandelen |
53,2 | 122,2 | - | - | - | - | 175,5 | 0,8 | 176,2 | |
| - Kosten kapitaalverhoging |
- | - | - | - | - | -2,1 | -2,1 | - | -2,1 | |
| Totaal van de bijdragen door en uitkeringen aan aandeelhouders |
53,2 | 122,2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -2,1 | 173,3 | 0,8 | 174,1 | |
| Overige bewegingen | - | - | 1,1 | - | - | -1,1 | - | - | - | |
| Verdere betalingen na aankoop minderheidsbelangen zonder wijziging in controle |
- | - | - | - | - | -0,7 | -0,7 | - | -0,7 | |
| Saldo op 31 december 2014 | 212,4 | 224,2 | 15,9 | -55,7 | -7,3 | 44,0 | 433,5 | 3,4 | 436,9 | |
| (Miljoen EUR) | toelichting | Geplaatst kapitaal | mies Uitgiftepre |
Wettelijke reserves | mrekeningsverschillen O |
Indekkingsreserves | winst Overgedragen |
aandeelhouders van de toerekenbaar aan de mogen vennootschap Eigen ver |
Minderheidsbelang | mogen Totaal eigen ver |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Saldo op 1 januari 2015 | 212,4 | 224,2 | 15,9 | -55,7 | -7,3 | 44,0 | 433,5 | 3,4 | 436,9 | |
| Winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode | - | - | - | - | - | 84,5 | 84,5 | -2,6 | 81,9 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode | ||||||||||
| - Omrekeningsverschillen |
- | - | - | -24,2 | - | - | -24,2 | 0,3 | -23,9 | |
| - Herwaardering van de netto pensioenverplichtingen, na winstbelasting |
- | - | - | - | - | 11,9 | 11,9 | - | 11,9 | |
| - Netto wijziging in de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten, na winstbelasting |
- | - | - | - | 0,0 | - | 0,0 | - | 0,0 | |
| - Andere bewegingen |
- | - | - | - | - | - | - | -0,5 | -0,5 | |
| Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode, na winstbelastingen |
0,0 | 0,0 | 0,0 | -24,2 | 0,0 | 96,4 | 72,3 | -2,8 | 69,5 | |
| Transacties met aandeelhouders, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
||||||||||
| - Uitgegeven aandelen |
21 | 2,5 | 8,7 | - | - | - | - | 11,2 | 0,6 | 11,8 |
| - Wijziging in minderheidsbelang |
- | - | - | - | - | -0,2 | -0,2 | 0,2 | 0,0 | |
| Totaal van de bijdragen door en uitkeringen aan aandeelhouders |
2,5 | 8,7 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | -0,2 | 11,0 | 0,8 | 11,8 | |
| Overige bewegingen | - | - | 2,4 | - | - | -2,4 | - | - | - | |
| Saldo op 31 december 2015 | 215,0 | 232,9 | 18,4 | -79,9 | -7,3 | 137,8 | 516,8 | 1,5 | 518,2 |
GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT22
| Voor de periode eindigend op 31 december |
|||
|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 |
| Bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode | 81,9 | 52,8 | |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa, goodwill en overige immateriële activa |
8 | 87,6 | 68,7 |
| Bijzondere waardeverminderingen op overige beleggingen | - | 0,8 | |
| Bijzondere waardeverminderingen op activa en schulden die worden afgestoten en | |||
| aangehouden zijn voor verkoop | 8 | - | 0,5 |
| Wijzigingen in voorzieningen | -12,4 | -4,7 | |
| Herwaardering termijncontracten voor elektriciteit | 1,3 | 2,0 | |
| Financieringskosten Financieringsopbrengsten |
9 9 |
51,7 -59,7 |
75,9 -72,9 |
| Verlies / (winst) van de verkoop van vaste activa | -10,4 | -2,0 | |
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de | |||
| vermogensmutatiemethode, na winstbelasting | -4,0 | -3,0 | |
| Belastingen op het resultaat | 10 | 7,2 | -1,6 |
| Overige niet-kasbewegingen | 0,2 | -3,0 | |
| Wijzigingen in voorraden | -46,9 | 14,8 | |
| Wijzigingen in handels- en overige vorderingen Wijzigingen in handels- en overige schulden |
8,9 9,9 |
6,3 -25,8 |
|
| Wijziging boekhoudkundige inschattingen – afwaardering voorraden | 18 | 21,6 | - |
| Cash uit bedrijfsactiviteiten | 136,8 | 108,8 | |
| Betaalde belastingen op het resultaat | -0,3 | -29,0 | |
| Ontvangen dividenden | 32 | 1,8 | 4,5 |
| Kasstromen uit bedrijfsactiviteiten | 138,4 | 84,3 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Aanschaffing van materiële vaste activa | 11 | -60,8 | -66,2 |
| Aanschaffing van overige immateriële activa | 13 | -0,3 | -1,8 |
| Aanschaffing van overige activiteiten, na aftrek van verworven geldmiddelen | 4 | -27,8 | - |
| Verdere betalingen na aankoop - acquisities | - | -0,7 | |
| Aanschaffing van beleggingen, na aftrek van verworven geldmiddelen | - | 0,2 | |
| Ontvangsten uit de verkoop van materiële vaste activa Ontvangsten uit de verkoop van overige immateriële activa |
5,7 1,5 |
1,7 0,3 |
|
| Ontvangsten uit de verkoop van dochterondernemingen, na aftrek van afgestane | |||
| geldmiddelen | - | 14,4 | |
| Ontvangsten uit de verkoop van deelnemingen verwerkt volgens de | 0,3 | - | |
| vermogensmutatiemethode | |||
| Ontvangsten uit de verkoop van overige beleggingen Kapitaalsvermindering door overige beleggingen |
6,7 - |
- 0,7 |
|
| Kapitaalsvermindering door deelnemingen opgenomen volgens de | |||
| vermogensmutatiemethode | - | 3,6 | |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | -74,7 | -47,9 | |
| Financieringsactiviteiten | |||
| Verhoging van geplaatst kapitaal - uitgifte nieuwe aandelen Verhoging van geplaatst kapitaal - omzetting van warranten |
21 21 |
- 11,2 |
174,8 0,7 |
| Kosten van de verhoging geplaatst kapitaal | - | -2,1 | |
| Verhoging van het kapitaal door minderheidsbelangen | 0,6 | 0,8 | |
| Wijziging in niet-gebruikte factoring en securitisatie | -98,2 | 16,3 | |
| Ontvangsten uit nieuwe financiële schulden | 226,3 | 1,3 | |
| (Terugbetaling) van financiële schulden | -165,4 | -94,0 | |
| Kasbeweging als gevolg van de afwikkeling van financiële instrumenten Betaalde interesten |
-47,9 -9,4 |
-8,8 -11,7 |
|
| Ontvangen interesten | 0,7 | 1,3 | |
| Overige betaalde financieringskosten | -3,5 | -6,5 | |
| (Verhoging) van de vorderingen op lange termijn | -3,4 | -0,5 | |
| Terugbetaling van de vorderingen op lange termijn | 0,0 | 2,5 | |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | -89,0 | 74,0 | |
| Netto toename / (afname) in geldmiddelen en kasequivalenten | -25,3 | 110,4 | |
| Omrekeningsverschillen | -1,5 | 1,3 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten min de kortetermijnschulden bij | 19/24 | 156,5 | 44,8 |
| kredietinstellingen bij het begin van de verslagperiode |
22 De volgende casheffecten zijn opgenomen in de financieringsactiviteiten vanaf 2015:
- De afwikkeling van financiële instrumenten, aangegaan om intragroepsleningen in te dekken (sinds maart 2015 gebruikt de groep niet langer valutaswaps om intragroepsleningen in te dekken).
- De evolutie van het saldo van de"non-recourse" factoring- en effectiseringsprogramma's.
De impact van de herwaardering van aankoopcontracten voor elektriciteit werd apart opgenomen vanaf 2015.
De cijfers van 2014 zijn herwerkt.
Geldmiddelen en kasequivalenten min de kortetermijnschulden bij kredietinstellingen op het einde van de verslagperiode 19/24 129,7 156,5
De bijhorende toelichtingen maken integraal deel uit van deze geconsolideerde financiële staten.
TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN
| Pagina | ||
|---|---|---|
| 1 | Samenvatting van de voornaamste boekhoudprincipes | |
| 2 | Bepaling van de reële waarde | |
| 3 | Gesegmenteerde informatie | |
| 4 | Acquisities en verkopen | |
| 5 | Overige bedrijfsopbrengsten en -kosten | |
| 6 | Niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten) | |
| 7 | Personeelskosten en hiermee verbonden voordelen | |
| 8 | Bijkomende informatie betreffende bedrijfskosten volgens kostensoort | |
| 9 | Financieringskosten en -opbrengsten | |
| 10 | Belastingen op het resultaat | |
| 11 | Materiële vaste activa | |
| 12 | Goodwill | |
| 13 | Overige immateriële activa | |
| 14 | Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | |
| 15 | Overige beleggingen | |
| 16 | Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden | |
| 17 | Handels- en overige vorderingen | |
| 18 | Voorraden | |
| 19 | Geldmiddelen en kasequivalenten | |
| 20 | Vaste activa aangehouden voor verkoop | |
| 21 | Eigen vermogen | |
| 22 | Winst per aandeel | |
| 23 | Minderheidsbelang | |
| 24 | Financiële schulden | |
| 25 | Personeelsbeloningen | |
| 26 | Voorzieningen | |
| 27 | Handels- en overige schulden | |
| 28 | Financiële instrumenten | |
| 29 | Operationele leasing | |
| 30 | Waarborgen en verbintenissen | |
| 31 | Voorwaardelijke verplichtingen en baten | |
| 32 | Verbonden partijen | |
| 33 | Honoraria van de commissaris | |
| 34 | Gebeurtenissen na balansdatum | |
| 35 | Ondernemingen van de groep | |
| 36 | Kritische boekhoudkundige schattingen en oordeelsvormingen |
1. Samenvatting van de voornaamste boekhoudprincipes
Tessenderlo Chemie NV (hierna de "vennootschap"), de moedermaatschappij, is een onderneming waarvan de maatschappelijke zetel gesitueerd is in België. De geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2015 omvat de vennootschap en zijn dochterondernemingen (hierna gezamenlijk de "groep") en de belangen van de groep in geassocieerde ondernemingen en ondernemingen onder gezamenlijke controle.
De IFRS jaarrekening werd goedgekeurd voor publicatie door de raad van bestuur van Tessenderlo Chemie NV op maandag 7 maart 2016.
(A) Overeenstemmingsverklaring
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) die zijn vastgesteld door de "International Accounting Standards Board" (IASB) zoals aangenomen door de Europese Unie.
(B) Voorstellingsbasis
De jaarrekening wordt uitgedrukt in euro, die de functionele munt is van de vennootschap, afgerond naar het dichtstbijzijnde miljoen waardoor totalen kunnen afwijken door afronding.
Activa en groepen van activa die worden afgestoten, geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, worden gewaardeerd aan de laagste van de nettoboekwaarde en de reële waarde verminderd met de verkoopkosten.
De voorbereiding van de jaarrekening conform IFRS vereist van het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen die van invloed zijn op de toepassing van de boekhoudprincipes en de gerapporteerde activa en schulden, kosten en opbrengsten. De schattingen en de gerelateerde veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaring en verscheidene andere factoren die verondersteld worden redelijk te zijn onder de omstandigheden. De resultaten hiervan vormen de basis voor het beoordelen van de waarde van activa en schulden die niet op directe wijze blijken uit andere bronnen. De uiteindelijke resultaten kunnen afwijken van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen betreffende de boekhoudkundige schattingen worden geboekt in die periode waarin de schatting werd herzien indien de herziening enkel een impact heeft op die periode, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes als de herziening zowel de huidige als toekomstige periodes beïnvloedt.
Beoordelingen van het management omtrent de toepassing van IFRS standaarden die een significante invloed hebben op de jaarrekening en de schattingen met een significant risico op een belangrijke correctie in het volgende jaar worden besproken in toelichting 36 - Kritische boekhoudkundige schattingen en oordeelsvormingen.
De geconsolideerde jaarrekening heeft betrekking op de toestand van de vennootschap vóór de winstverdeling van het boekjaar, die voorgesteld wordt aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
De boekhoudprincipes, zoals hierna beschreven, werden consistent toegepast door de vennootschap en alle geconsolideerde vennootschappen voor alle periodes voorgesteld in deze geconsolideerde jaarrekening.
(C) Consolidatieprincipes
Dochterondernemingen zijn ondernemingen die worden gecontroleerd door de groep. De groep controleert een entiteit indien de groep onderworpen is aan en rechten heeft op variabele rendementen uit de investering in de deelneming en de mogelijkheid heeft om zijn macht over de deelneming te gebruiken om het bedrag van deze rendementen te beïnvloeden. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf de datum waarop de controle start tot de datum waarop de controle eindigt. Indien de groep niet langer controle uitoefent over een dochteronderneming worden alle activa en schulden van deze dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en alle overige elementen van het eigen vermogen van deze dochteronderneming niet meer opgenomen. De winsten of verliezen volgend uit het verlies van controle worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Elk overblijvend belang in de voormalige dochteronderneming wordt gewaardeerd aan de reële waarde op het ogenblik dat controle ophoudt. Het belang wordt vervolgens opgenomen als een deelneming geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode of als een financieel actief aangehouden voor verkoop, afhankelijk van de graad van invloed dat behouden blijft.
De minderheidsbelangen worden afzonderlijk toegelicht. Gerealiseerde verliezen bij dochterondernemingen met een minderheidsbelang worden proportioneel toegewezen aan dit minderheidsbelang, zelfs indien het minderheidsbelang hierdoor negatief wordt.
Acquisities van minderheidsbelangen worden verwerkt als transacties met eigenaars in hun hoedanigheid als eigenaars. Bijgevolg wordt er geen goodwill opgenomen. Wijzigingen van minderheidsbelangen ten gevolge van transacties waarbij de controle blijft behouden, zijn gebaseerd op een evenredig bedrag van het netto actief van de dochteronderneming. Goodwill wordt niet gewijzigd en winsten of verliezen worden niet opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Deelnemingen in geassocieerde ondernemingen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening door middel van de vermogensmutatiemethode. De deelnemingen in geassocieerde ondernemingen zijn deze waarin de groep een significante invloed kan uitoefenen op de financiële en de operationele beleidslijnen, doch deze niet controleert. Dit zal in het algemeen het geval zijn wanneer de groep tussen de 20% en 50% van de stemrechten bezit. De groep past IFRS 11 toe op alle gezamenlijke overeenkomsten. Onder IFRS 11 worden gezamenlijke overeenkomsten als gezamenlijke activiteiten (joint operations) of als joint ventures beschouwd, op basis van de contractuele rechten en verplichtingen van elke investeerder. Alle gezamenlijke overeenkomsten worden beschouwd als joint ventures omdat de groep eerder rechten heeft op de netto activa van de gezamenlijke activiteit dan rechten met betrekking tot de activa en verplichtingen met betrekking tot de schulden. De vermogensmutatiemethode wordt toegepast vanaf de datum waarop de aanzienlijke invloed begint tot de datum waarop deze eindigt. Wanneer het aandeel van de groep in het verlies de boekwaarde van de geassocieerde onderneming overschrijdt, wordt de boekwaarde in de balans van de groep afgeboekt tot nihil en worden verdere verliezen niet langer in rekening gebracht, uitgezonderd in de mate waarin de groep verplichtingen (in rechte afdwingbaar of feitelijk) heeft aangegaan met betrekking tot deze onderneming.
Alle transacties tussen ondernemingen, saldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties tussen ondernemingen van de groep worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten afkomstig van transacties met geassocieerde ondernemingen en gezamenlijke activiteiten worden geëlimineerd ten belope van het belang van de groep in de onderneming. Niet-gerealiseerde verliezen worden geëlimineerd op dezelfde manier als niet-gerealiseerde winsten, maar enkel in die mate dat er geen bewijs van bijzondere waardevermindering aanwezig is.
(D) Vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta worden geboekt tegen de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en schulden in vreemde valuta worden omgerekend aan de geldende slotkoersen op balansdatum. Winsten en verliezen, die voortvloeien uit deze transacties, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van die periode.
Niet-monetaire activa en schulden, uitgedrukt in vreemde valuta, welke geboekt zijn aan historische kostprijs worden omgezet naar de functionele munt aan de wisselkoers die van toepassing is op de transactiedatum. Niet-monetaire activa en schulden, uitgedrukt in vreemde valuta, welke geboekt zijn aan reële waarde worden omgezet naar de functionele munt aan de wisselkoers die van toepassing is op de datum waarop de reële waarde werd bepaald. Voor niet-monetaire activa, die aangehouden worden voor verkoop, worden de wisselkoersresultaten niet afzonderlijk getoond van de totale mutatie in reële waarde.
Omzetting van vreemde valuta
Activa en schulden van buitenlandse entiteiten in vreemde valuta die opgenomen zijn in de consolidatie, worden omgezet in euro op basis van de wisselkoersen die van toepassing zijn op balansdatum. De winst-en-verliesrekening van de buitenlandse entiteiten wordt omgezet in euro op basis van de gemiddelde jaarlijkse wisselkoersen (om zodoende de wisselkoersen op datum van de transacties te benaderen). De componenten van het eigen vermogen toewijsbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap worden omgezet aan historische koersen.
Wisselkoersverschillen, afkomstig van de omzetting van het eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap in euro aan de wisselkoers op jaareinde, worden in "Omrekeningsverschillen" onder het eigen vermogen geboekt. Betreft de activiteit een niet-volledig gecontroleerde dochtermaatschappij, dan wordt het betreffende evenredige aandeel van het omrekeningsverschil toegerekend aan het minderheidsbelang.
Indien een buitenlandse activiteit wordt verkocht waardoor de groep de zeggenschap, invloed van betekenis, dan wel gezamenlijke zeggenschap verliest, wordt het in verband met deze buitenlandse activiteit cumulatief opgebouwde bedrag binnen de omrekeningsverschillen overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening als onderdeel van de winst of het verlies bij de verkoop.
Wanneer de groep enkel een deel van zijn belang in een dochteronderneming, die een buitenlandse activiteit omvat, verkoopt terwijl de controle behouden blijft, dan wordt het proportionele deel van het cumulatief bedrag binnen de omrekeningsverschillen overgeboekt naar het minderheidsbelang. Wanneer de groep enkel een deel van zijn participatie in een geassocieerde onderneming of jointventure, die een buitenlandse activiteit omvat, verkoopt terwijl een invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap behouden blijft, wordt het relevante gedeelte van het cumulatief bedrag overgeboekt in de winst- en verliesrekening.
Wisselkoersen
De volgende wisselkoersen werden gebruikt bij de voorbereiding van de jaarrekening:
| Slotkoers | Gemiddelde koers | |||
|---|---|---|---|---|
| 1 EUR is gelijkgesteld aan: | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| Argentijnse peso | 14,0484 | 10,2400 | 10,2696 | 10,7729 |
| Braziliaanse real | 4,3117 | 3,2207 | 3,7004 | 3,1211 |
| Chinese yuan | 7,0608 | 7,5358 | 6,9733 | 8,1857 |
| Tsjechische kroon | 27,0230 | 27,7350 | 27,2792 | 27,5359 |
| Hongaarse forint | 315,9800 | 315,5400 | 309,9956 | 308,7061 |
| Poolse zloty | 4,2639 | 4,2732 | 4,1841 | 4,1843 |
| Pond sterling | 0,7340 | 0,7789 | 0,7258 | 0,8061 |
| Amerikaanse dollar | 1,0887 | 1,2141 | 1,1095 | 1,3285 |
(E) Overige immateriële activa
Onderzoek en ontwikkeling
Kosten voor onderzoeksactiviteiten, ondernomen met het oog op het verwerven van nieuwe wetenschappelijke of technologische kennis, worden als kosten in de winst-en-verliesrekening opgenomen op het ogenblik dat ze zich voordoen.
Kosten voor ontwikkelingsactiviteiten, waarbij de resultaten van het onderzoek worden toegepast in een plan of een ontwerp voor de productie van nieuwe of substantieel verbeterde producten en processen, worden in de balans opgenomen, indien deze aan elk van de volgende criteria voldoen:
- Het is technisch haalbaar om het actief te voltooien, zodat het beschikbaar zal zijn voor gebruik of verkoop;
- Het management heeft de intentie om de ontwikkeling van het actief te voltooien;
- Er werd aangetoond hoe het actief aanleiding zal geven tot toekomstige economische voordelen. Het marktpotentieel of het nut van het immaterieel actief is duidelijk aangetoond;
- Voldoende technische, financiële en andere middelen zijn beschikbaar voor de voltooiing van de ontwikkeling;
- De kosten met betrekking tot het proces of product kunnen duidelijk geïdentificeerd en betrouwbaar gewaardeerd worden.
De geactiveerde kost omvat de kosten van grondstoffen, directe loonkosten en een evenredig deel van de overheadkosten. Andere uitgaven voor ontwikkeling worden als kost in de winst-enverliesrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen. Geactiveerde uitgaven voor ontwikkeling worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen (zie boekhoudprincipe J).
Financieringskosten
Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, de bouw of het voortbrengen van een overig immaterieel actief, en die een lange voorbereiding vereisen, worden opgenomen in de kostprijs van het overig immaterieel actief. Alle andere financieringskosten worden als kosten opgenomen in de winst-en-verliesrekening onder de rubriek financieringskosten op het moment dat deze zich voordoen. Financieringskosten bestaan uit interesten en andere kosten verbonden aan het lenen van fondsen.
Emissierechten
De kosten voor het bekomen van emissierechten worden opgenomen als overige immateriële activa, zowel wanneer deze gekocht worden of gratis zijn ontvangen (in dit laatste geval is de aanschaffingswaarde nul). Emissierechten worden niet afgeschreven, maar worden onderworpen aan een test op bijzondere waardeverminderingen. Een voorziening wordt aangelegd ter dekking van de verplichting tot het voorleggen van de vereiste hoeveelheid emissierechten als, gedurende een bepaalde periode, het aantal vereiste rechten het totaal aantal verworven rechten overstijgt. Deze voorziening wordt opgenomen ten bedrage van de geschatte nodige uitgaven om aan deze verplichting te voldoen.
De reële waarde van termijn aankoop- en verkoopcontracten van emissierechten is gebaseerd op de genoteerde marktprijzen voor futures van "EU allowances" (EUAs) en "Certified Emission Reductions" (CERs)23 .
Overige immateriële activa
Overige immateriële activa die verworven werden door de groep, worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen (zie boekhoudprincipe J).
Uitgaven na eerste opname
Uitgaven na eerste opname voor geactiveerde overige immateriële activa worden enkel in de balans opgenomen wanneer ze de toekomstige economische voordelen eigen aan de activapost waarop zij betrekking hebben, vergroten. Alle andere gedane uitgaven worden geboekt als kosten.
Afschrijvingen
Overige immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur worden afgeschreven volgens de lineaire methode over hun verwachte economische gebruiksduur.
De geschatte economische gebruiksduur van de respectievelijke categorieën van activa is de volgende:
| Ontwikkeling | 5 jaar |
|---|---|
| Software | 3 tot 5 jaar |
| Klantenlijst | 3 tot 10 jaar |
| Concessies, licenties, patenten en andere | 10 tot 20 jaar |
23 De groep had geen dergelijke contracten in 2014 en 2015.
De verwachte economische gebruiksduur en restwaarden, indien significant, worden jaarlijks geëvalueerd en aangepast indien nodig.
De overige immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur hebben betrekking op handelsmerken die beschouwd worden een onbepaalde levensduur te hebben tenzij plannen zouden bestaan om de gerelateerde activiteit te beëindigen. De onbepaalde levensduur van deze activa wordt telkens op jaareinde geëvalueerd. Overige immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur worden niet afgeschreven, maar jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen.
(F) Goodwill
Bedrijfscombinaties
Alle bedrijfscombinaties worden verwerkt door de overnamemethode toe te passen op de datum van overname, welke de datum is waarop de groep controle verkrijgt.
De groep waardeert de goodwill op de overnamedatum als volgt:
- de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
- het opgenomen bedrag van eventuele minderheidsbelangen in de overgenomen partij; plus
- indien de bedrijfscombinatie in fasen plaatsvindt, de reële waarde van het voorafgaande belang in de overgenomen partij; verminderd met
- het opgenomen nettobedrag (in het algemeen de reële waarde) van de identificeerbare verworven activa en aangegane verplichtingen.
Indien negatief, zal deze voordelige aankoop onmiddellijk worden verwerkt in de winst-enverliesrekening nadat de reële waarde opnieuw beoordeeld werd.
Goodwill wordt uitgedrukt in de munteenheid van de dochteronderneming, gezamenlijk gecontroleerde onderneming of geassocieerde onderneming waarop ze betrekking heeft.
Transactiekosten, andere dan deze verbonden met de uitgifte van schulden of aandelen, worden door de groep in kost genomen wanneer zij worden gemaakt.
De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding wordt op overnamedatum opgenomen. Indien die voorwaardelijke vergoeding wordt geclassificeerd als eigen vermogen, vindt geen latere herwaardering plaats en wordt de afwikkeling geboekt in het eigen vermogen. In andere gevallen worden wijzigingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding na eerste opname in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Waardering van goodwill na eerste opname
Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. Voor deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode wordt de boekwaarde van goodwill opgenomen in de boekwaarde van de deelneming.
Goodwill wordt minstens één keer per jaar onderworpen aan een test op bijzondere waardeverminderingen, alsook telkens wanneer er een indicatie is die wijst op een mogelijke bijzondere waardevermindering van de kasstroomgenererende eenheid aan welke de goodwill werd toegewezen (zie boekhoudprincipe J).
(G) Materiële vaste activa
Eigen activa
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met rechtstreeks toerekenbare kosten om het actief operationeel te maken zoals beoogd door het management (bijvoorbeeld: niet terugvorderbare belastingen, transport en, indien van toepassing, de kosten van ontmanteling en verwijdering van het actief en van het herstel van het terrein waar het actief zich bevindt). De kostprijs van zelf geproduceerde activa wordt op dezelfde manier bepaald als voor verworven activa en omvat de kostprijs van materialen, directe loonkosten en een evenredig deel van de indirecte kosten. Financieringskosten die direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, de bouw of het voortbrengen van een actief, welk een lange voorbereiding vereist, worden opgenomen in de kostprijs van het actief.
Wanneer componenten van een vast actief een verschillende gebruiksduur hebben, worden zij geboekt als afzonderlijke materiële vaste activa.
Uitgaven na eerste opname
Uitgaven na eerste opname opgelopen in het kader van het vervangen of vernieuwen van componenten van materiële vaste activa worden geboekt als de aankoop van een afzonderlijk actief en het actief dat werd vervangen wordt dan volledig afgeschreven. Het activeren van latere uitgaven vindt enkel plaats wanneer deze uitgaven de toekomstige economische voordelen, eigen aan de activapost waarop zij betrekking hebben, vergroten. Herstellings- en onderhoudskosten, welke de toekomstige economische voordelen eigen aan de activapost waarmee ze verwant zijn niet doen toenemen, worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Afschrijvingen
Afschrijvingen worden geboekt in de winst-en-verliesrekening vanaf de datum van ingebruikname, op lineaire basis over de verwachte economische gebruiksduur van elke component van het materieel vast actief.
De verwachte economische gebruiksduur van de respectievelijke categorieën van activa is als volgt:
| Verbeteringswerken terreinen | 10 tot 20 jaar |
|---|---|
| Gebouwen | 20 tot 40 jaar |
| Verbeteringswerken gebouwen | 10 tot 20 jaar |
| Installaties | 6 tot 20 jaar |
| Machines en uitrusting | 5 tot 15 jaar |
| Meubilair en kantooruitrusting | 4 tot 10 jaar |
| Extrusie materieel en gereedschap | 3 tot 7 jaar |
| Laboratorium- en onderzoeksinfrastructuur | 3 tot 5 jaar |
| Rollend materieel | 4 tot 10 jaar |
| Computermaterieel | 3 tot 5 jaar |
Terreinen worden niet afgeschreven aangezien aangenomen wordt dat zij een onbepaalde gebruiksduur hebben.
De verwachte economische gebruiksduur en restwaarden, indien significant, worden jaarlijks geëvalueerd en aangepast indien nodig.
Overheidssubsidies
Overheidssubsidies gerelateerd met de aankoop van een materieel vast actief worden in mindering gebracht van de boekwaarde eigen aan de activapost, wanneer er een redelijke zekerheid bestaat dat deze subsidies ontvangen zullen worden en dat de groep zal voldoen aan de voorwaarden die eraan verbonden zijn. Ze worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen in mindering van de gerelateerde afschrijvingen en dit op lineaire basis over de verwachte gebruiksduur van de gerelateerde activa.
Overheidssubsidies als compensatie voor gemaakte kosten van de groep worden systematisch opgenomen in mindering van de gerelateerde kost in dezelfde periode waarin de kosten worden opgenomen.
De waarderingsregels voor de emissierechten worden besproken in sectie (E) Overige immateriële activa.
(H) Leasing
Leasing van materiële vaste activa waarbij de groep op substantiële wijze alle voordelen en risico's verbonden aan de eigendom overneemt, wordt beschouwd als financiële leasing en geactiveerd op het moment van de aanvang van de leasingovereenkomst. Financiële leasingcontracten worden geactiveerd aan de reële waarde of, indien deze lager is, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen op het moment van het aangaan van de leasingovereenkomst, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen (zie boekhoudprincipe G) en de bijzondere waardeverminderingen (zie boekhoudprincipe J).
Elke aflossing wordt deels beschouwd als terugbetaling van de leasingschuld, deels als interestbetaling in een verhouding opdat er over de volledige looptijd een constante interestlast ontstaat in vergelijking met het openstaand kapitaal. De overeenkomstige verplichtingen, verminderd met de financiële lasten, worden geboekt in de rubriek "Financiële schulden". Het interestgedeelte wordt over de termijn van de leasingperiode in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een financiële last. De materiële vaste activa verkregen via financiële leasing, worden afgeschreven over de termijn van de leasingperiode of over hun verwachte economische gebruiksduur indien deze korter is, tenzij met redelijke zekerheid gesteld kan worden dat de groep eigenaar zal worden tegen het einde van de leasingperiode (zie boekhoudprincipe G).
Leasing van activa waarbij de leasinggever de voordelen en de risico's substantieel behoudt, wordt beschouwd als operationele leasing. De betalingen voor deze leasing worden op lineaire wijze over de duur van de overeenkomst ten laste van de winst-en-verliesrekening geboekt.
(I) Beleggingen
Elke categorie van beleggingen wordt geboekt op transactiedatum.
Beleggingen in aandelen
Beleggingen in aandelen omvatten deelnemingen in ondernemingen waarin de groep geen significante invloed uitoefent of controle bezit. Dit is normaal het geval wanneer de groep minder dan 20% van de stemrechten bezit. Zulke beleggingen worden beschouwd als financiële vaste activa aangehouden voor verkoop en worden geboekt aan hun reële waarde, tenzij deze niet op een betrouwbare wijze gemeten kan worden. In dit laatste geval worden ze geboekt aan aanschaffingswaarde verminderd met de bijzondere waardeverminderingen. De reële waarde is de genoteerde biedkoers op afsluitingsdatum. Wijzigingen in de reële waarde worden onmiddellijk opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, met uitzondering van bijzondere waardeverminderingen. Bij verkoop van een belegging wordt de cumulatieve winst die, of het cumulatieve verlies dat, voorheen in het niet gerealiseerde resultaat is opgenomen naar de winst-enverliesrekening overgeboekt.
Overige beleggingen
De andere beleggingen omvatten voornamelijk waarborgen in geld. Zij worden oorspronkelijk gewaardeerd aan reële waarde. Nadien worden de overige beleggingen gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs.
(J) Bijzondere waardeverminderingen
De nettoboekwaarde van financiële activa, materiële vaste activa en overige immateriële activa wordt op elke balansdatum beoordeeld om te bepalen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het individueel actief of van de kasstroomgenererende eenheid geschat. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt wanneer de boekwaarde van een actief of van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Goodwill, overige immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur en overige immateriële activa die nog niet beschikbaar zijn voor gebruik, worden minstens jaarlijks getoetst op bijzondere waardeverminderingen alsook op het moment dat er enige aanwijzing hiervoor bestaat. Een bijzondere waardevermindering op goodwill wordt bepaald door de realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid, aan welke de goodwill werd toegewezen, te beoordelen.
Bijzondere waardeverminderingen op kasstroomgenererende eenheden worden in eerste instantie toegewezen aan de boekwaarde van de goodwill van kasstroomgenererende eenheden en pas daarna wordt de boekwaarde van de andere activa die aanwezig zijn in die eenheid op een pro rata basis verminderd.
Berekening van de realiseerbare waarde
De realiseerbare waarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid is de hoogste van de reële waarde verminderd met de verkoopkosten en de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen voortvloeiend uit het gebruik van het actief of de kasstroomgenererende eenheid. Voor de test op bijzondere waardeverminderingen worden de activa gegroepeerd in de kleinste groep activa die kasstromen genereren uit voortgezette activiteiten die in ruime mate onafhankelijk zijn van kasstromen uit andere activa of kasstroomgenererende eenheden. De bedrijfswaarde wordt bepaald door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren tot hun huidige waarde, gebruik makend van een discontovoet die zowel de actuele marktomstandigheden als de specifieke risico's met betrekking tot het actief, de activiteit, etc. weergeeft. De reële waarde verminderd met de verkoopkosten wordt bepaald door rekening te houden met recente markttransacties, indien beschikbaar.
Indien een bijzondere waardevermindering het gevolg is van het overboeken van activa naar vaste activa aangehouden voor verkoop, gebeurt de waardering van de reële waarde van de activa op basis van de beste inschattingen van het management (alsook op basis van kennis van eerdere transacties met vergelijkbare activa).
Terugname van bijzondere waardeverminderingen
Een bijzondere waardevermindering opgenomen in voorgaande perioden voor activa van de groep, met uitzondering van goodwill, wordt op elke balansdatum beoordeeld om na te gaan of er een aanwijzing bestaat dat de bijzondere waardevermindering mogelijk is afgenomen of niet meer bestaat. Wanneer er een verandering heeft plaatsgevonden in de schattingen die gebruikt werden om de realiseerbare waarde van activa van de groep, andere dan goodwill, te bepalen, wordt de boekwaarde gedeeltelijk of geheel opnieuw samengesteld. De terugname van de, in voorgaande perioden opgenomen, bijzondere waardeverminderingen vindt plaats via de niet-recurrente en nietoperationele bestanddelen in de winst- en verliesrekening, in die mate dat de nieuwe toegenomen boekwaarde van het actief niet hoger is dan de realiseerbare waarde of de boekwaarde (na afschrijvingen) die bekomen zou zijn, indien geen bijzondere waardeverminderingen voor het actief zouden zijn geboekt.
Een bijzondere waardevermindering op goodwill kan niet teruggenomen worden.
Financiële activa
Voor een financieel actief, niet opgenomen aan reële waarde in de winst- en verliesrekening, wordt er elke verslagperiode nagegaan of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Een financieel actief heeft een bijzondere waardevermindering ondergaan als er objectieve aanwijzingen zijn voor een bijzondere waardevermindering ten gevolge van één of meer gebeurtenissen, die zich hebben voorgedaan na de eerste opname van het actief en als deze tot verlies leidende gebeurtenissen een effect hadden op de toekomstige geschatte kasstromen van dit actief welk bovendien betrouwbaar kan worden ingeschat. Objectieve aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering van een financieel actief bestaan uit aanzienlijke financiële problemen van een schuldenaar, contractbreuk of wanbetalingen door een schuldenaar, indicatoren van een faillissement van een schuldenaar of economische omstandigheden die nauw samenhangen met wanbetalingen. Ook een aanzienlijke of langdurige daling van de reële waarde van een belegging in een eigenvermogensinstrument beneden de kostprijs vormt een objectieve aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering.
De groep beoordeelt bijzondere waardeverminderingen op financiële activa gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op individuele basis voor individueel significante activa of op collectieve basis voor niet-significante activa. Alle individueel significante activa worden beoordeeld op specifieke bijzondere waardeverminderingen. Alle niet-significante activa met vergelijkbare risicokenmerken worden gezamenlijk beoordeeld. De bijzondere waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde en de huidige waarde van de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd aan de oorspronkelijke effectieve rentevoet van het actief. De boekwaarde van het actief wordt verminderd door het vormen van een waardevermindering op de balans en het verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Interestopbrengsten blijven opgenomen worden op basis van de verlaagde netto boekwaarde.
Bijzondere waardeverminderingen op financiële activa beschikbaar voor verkoop worden opgenomen door het overboeken van het verlies gecumuleerd in de reële waardereserve binnen de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening. Het cumulatieve verliessaldo dat werd overgeboekt van de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst-en-verliesrekening is gelijk aan het verschil tussen de verwervingsprijs, na aftrek van eventuele aflossingen op de hoofdsom en afschrijvingen, en de actuele reële waarde, verminderd met eerdere in de winst-en-verliesrekening opgenomen bijzondere waardeverminderingen.
(K) Voorraden
De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of aan netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs wordt bepaald volgens de gewogen gemiddelde kostprijsmethode.
De kostprijs voor afgewerkte producten en goederen in bewerking omvat de gebruikte grondstoffen, de andere productiematerialen, de directe loon- en andere kosten en een toewijzing van vaste en variabele indirecte productiekosten, gebaseerd op de normale productiecapaciteit. De kostprijs van voorraden omvat de inkoopkosten, de conversie en andere kosten die voortvloeien uit het transport van de voorraden naar hun huidige locatie en toestand. De netto-opbrengstwaarde wordt gedefinieerd als de geschatte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten voor voltooiing.
(L) Handels- en overige vorderingen
Handels- en overige vorderingen worden gewaardeerd aan reële waarde en nadien aan afgeschreven kostprijs verminderd met de nodige voorzieningen voor waardeverminderingen (zie boekhoudprincipe J).
(M) Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen omvatten kas- en banksaldi bij kredietinstellingen. Kasequivalenten zijn kortlopende beleggingen met een hoge liquiditeit die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag gekend is, die een looptijd hebben van drie maanden of minder vanaf de datum van verwerving, en waarvoor geen belangrijk risico voor waardeverandering bestaat.
(N) Geplaatst kapitaal
Gewone aandelen
Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. De marginale kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van gewone aandelen en aandelenwarranten worden verwerkt als aftrekpost op het eigen vermogen, na aftrek van eventuele fiscale effecten.
Inkoop van het geplaatst kapitaal
Wanneer geplaatst kapitaal, geclassificeerd onder "eigen vermogen", opnieuw wordt ingekocht, wordt het aankoopbedrag, inclusief directe toerekenbare kosten, verwerkt als een wijziging in het eigen vermogen. Ingekochte aandelen worden eigen aandelen en worden beschouwd als een vermindering van het eigen vermogen. Wanneer ingekochte eigen aandelen vervolgens worden verkocht of opnieuw worden uitgegeven, wordt het ontvangen bedrag opgenomen ten gunste van het eigen vermogen en wordt het eventuele overschot of tekort op de transactie overgeheveld naar de overgedragen winst.
Dividenden
Dividenden worden geboekt als schuld in de periode waarin ze worden toegekend.
(O) Financiële schulden
Financiële schulden worden initieel gewaardeerd aan reële waarde, verminderd met de kosten verbonden aan de transactie. Vervolgens worden deze rentedragende verplichtingen gewaardeerd aan hun afgeschreven kostprijs en wordt elk verschil tussen de aanschaffingsprijs en de aflossingswaarde ten laste genomen van de winst-en-verliesrekening over de looptijd van de lening op basis van de effectieve interestvoet.
(P) Voorzieningen
Voorzieningen worden aangelegd wanneer de onderneming een bestaande verplichting heeft (in rechte afdwingbaar of feitelijk) als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen noodzakelijk is en wanneer een betrouwbare schatting gemaakt kan worden van de omvang van deze verplichtingen.
Indien het effect hiervan significant is, zullen voorzieningen worden aangelegd door de verdiscontering van de toekomstige kasstromen aan een discontovoet die zowel de huidige marktrente als, indien van toepassing, de specifieke risico's met betrekking tot het passief weergeeft. Het afwikkelen van de verdisconteringsimpact wordt geboekt als een component van de financieringskosten.
Herstructurering
Een voorziening voor herstructurering wordt aangelegd wanneer de onderneming een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en wanneer de herstructurering ofwel werd aangevat ofwel openbaar werd gemaakt. Voor toekomstige exploitatieverliezen worden geen voorzieningen opgenomen.
Milieu- en ontmantelingsverplichtingen
Deze voorzieningen zijn gebaseerd op verplichtingen (in rechte afdwingbaar of feitelijk) als gevolg van gebeurtenissen van het verleden, in overeenstemming met de van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen.
Verlieslatende contracten
Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer de te verwachten ontvangen economische voordelen voor de groep lager liggen dan de onvermijdbare kosten om aan de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst te voldoen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de verwachte kosten voor de beëindiging van het contract of, indien dit lager is, tegen de contante waarde van de verwachte nettokosten van de voortzetting van het contract. Voorafgaand aan het aanleggen van een voorziening neemt de groep op de activa die betrekking hebben op het contract een bijzonder waardeverminderingsverlies.
(Q) Personeelsbeloningen
Vergoedingen na uitdiensttreding
De personeelsbeloningen na uitdiensttreding omvatten pensioenplannen en verzekeringen voor medische bijstand. De groep voorziet een aantal "vaste bijdrage" pensioenplannen en "te bereiken doel" pensioenplannen die wereldwijd verspreid zijn en waarvan de activa meestal beheerd worden in aparte pensioenfondsen. In het algemeen beheren aparte trustmaatschappijen en verzekeraars de pensioenplannen.
- Vaste bijdrage pensioenplannen:
Een vaste bijdrage pensioenplan is een pensioenplan waarin de groep vaste bijdragen stort in een fonds. Er is geen wettelijke of constructieve verplichting om aanvullende bijdragen te betalen indien de activa van het fonds onvoldoende is om aan alle werknemers de voordelen te betalen die gerelateerd zijn aan de dienstjaren in de huidige of vorige periodes. De bijdragen tot een "vaste bijdrage" pensioenplan worden geboekt als kost in de winst-en-verliesrekening op het moment dat de gerelateerde dienst is geleverd. Voorafbetaalde bijdragen zijn opgenomen als een actief tot op hoogte van de terugbetaling in contanten van deze bijdragen of van de vermindering van toekomstige betalingen.
- Pensioenplannen met een te bereiken doel:
Pensioenplannen met een te bereiken doel zijn alle pensioenplannen die niet onder de vaste bijdrage pensioenplannen vallen. Doorgaans bepaalt een pensioenplan met een te bereiken doel een bedrag dat uitgekeerd zal worden aan de werknemer wanneer deze met pensioen gaat.
Voor pensioenplannen met een te bereiken doel worden de pensioenkosten voor elk plan afzonderlijk geschat op basis van de "projected unit credit" methode. Volgens deze methode worden de pensioenkosten ten laste genomen van de winst-en-verliesrekening zodanig dat de kost gespreid wordt over de nog te presteren diensttijd van de deelnemers, in overeenstemming met het advies van de bevoegde onafhankelijke actuarissen die jaarlijks een volledige berekening maken van de plannen. De pensioenverplichtingen opgenomen in de balans worden berekend als zijnde de actuele waarde van de verplichtingen van de toegezegde pensioenrechten, berekend op basis van de interestvoet van hoogwaardige bedrijfsobligaties uitgedrukt in de valuta gebruikt voor de uitbetaling van de voordelen, en met een looptijd die de termijn van de pensioenverplichting benadert, verminderd met de reële waarde van de activa van het fonds. In de landen waar geen liquide markt voor deze obligaties bestaat, werd de marktrentevoet van overheidsobligaties gebruikt in de actualisatie.
De netto interestkost/-opbrengst wordt berekend door de discontovoet toe te passen op de netto pensioenverplichting of -vordering. Netto interestkosten of -opbrengsten en overige kosten betreffende pensioenplannen met een te bereiken doel worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Herwaarderingen van de netto pensioenverplichting, welke de actuariële winsten en verliezen omvatten, en het effect van het actiefplafond (indien van toepassing), worden in de nietgerealiseerde resultaten in het eigen vermogen opgenomen in de periode dat deze ontstaan.
Wanneer de berekening resulteert in een mogelijk actief voor de groep, wordt het erkend actief gelimiteerd tot de contante waarde van economische voordelen onder de vorm van toekomstige terugbetalingen door het plan of verminderingen van toekomstige bijdragen tot het plan.
De kosten van verstreken diensttijd en winsten of verliezen van inperking worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Ontslagvergoedingen (vervroegde pensioenplannen en andere verplichtingen bij ontslag)
Deze vergoedingen ontstaan als gevolg van een beslissing van de groep om de tewerkstelling van een werknemer of van een groep werknemers te beëindigen vóór de normale pensioendatum of als gevolg van de beslissing van een werknemer om vrijwillig de tewerkstelling stop te zetten in ruil voor deze vergoedingen.
Deze vergoedingen worden als een verplichting en als kosten opgenomen op de vroegste van volgende data: op het ogenblik dat de groep het aanbod van deze vergoedingen niet langer kan terugtrekken, of indien de groep een herstructureringskost opneemt in overeenstemming met IAS 37 Voorzieningen en het ontslagvergoedingen betreft. Indien de vergoedingen verbonden zijn aan prestaties in de toekomst, worden deze niet als ontslagvergoedingen beschouwd maar als vergoedingen na uitdiensttreding.
Beloningen in de vorm van aandelen24
Een warrantprogramma laat het senior management toe om aandelen van de vennootschap te verwerven. De uitoefenprijs van de warrant is gelijk aan de gemiddelde marktprijs van de onderliggende aandelen in de dertig werkdagen voorafgaand aan de dag van het aanbod of de marktprijs op de laatste dag voorafgaand aan het aanbod, indien deze waarde lager is. Deze betalingen worden in de jaarrekening verwerkt op basis van de reële waarde van de beloningen, gemeten op de toekenningsdatum, en als kost verdeeld over de wachtperiode ("vesting period") met een overeenkomstige toename van het eigen vermogen. Wanneer de warranten worden uitgeoefend, wordt het eigen vermogen verhoogd met de ontvangen opbrengsten.
24 De laatste toewijzing van warranten aan het senior management heeft in januari 2013 plaatsgevonden.
Kortetermijnpersoneelsbeloningen
Kortetermijnpersoneelsbeloningen worden niet verdisconteerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht.
Indien de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft voor geleverde diensten van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald, wordt een verplichting opgenomen voor het verwachte bedrag dat als een kortetermijnbonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald.
(R) Belastingen op het resultaat
Belastingen op het resultaat van het boekjaar omvatten de verschuldigde en uitgestelde belastingen. De belastingen worden geboekt in de winst-en-verliesrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die onmiddellijk in het eigen vermogen worden geboekt. In dat geval worden de belastingen rechtstreeks ten laste van het eigen vermogen geboekt.
Belastingen van het boekjaar omvatten de verwachte belastingschuld op het belastbaar inkomen van het jaar, gebruik makend van de op het ogenblik van afsluiting van kracht zijnde of aangekondigde belastingpercentages, en alle aanpassingen van de belastingschulden van vorige jaren.
Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden worden geboekt op basis van de balansmethode, voor tijdelijke verschillen tussen de fiscale basis en de boekwaarde voor financiële rapporteringsdoeleinden, en dit zowel voor activa als schulden. Voor de volgende tijdelijke verschillen worden geen uitgestelde belastingen geboekt: de initiële opname van goodwill, de initiële opname van activa en schulden in een transactie die geen bedrijfscombinatie is en die geen invloed hebben op het boekhoudkundige of fiscale resultaat en verschillen met betrekking tot investeringen in dochterondernemingen in de mate dat een tegenboeking in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn op de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld, gebaseerd op belastingtarieven en belastingwetten die aangekondigd en/of goedgekeurd werden op balansdatum.
Een uitgestelde belastingvordering wordt enkel opgenomen in de balans indien het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de verrekenbare tijdelijke verschillen, de ongebruikte belastingtegoeden en de ongebruikte overgedragen fiscale verliezen kunnen verrekend worden. De uitgestelde belastingvorderingen worden herzien op elke afsluitingsdatum en verminderd in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat het desbetreffende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.
Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht is om de huidige belastingschulden en -vorderingen te salderen, en deze betrekking hebben op belastingen geheven door dezelfde belastingautoriteit in dezelfde belasting verschuldigde entiteit, of in verschillende ondernemingen die tot doel hebben om de huidige belastingschulden en -vorderingen op een netto basis af te handelen of hun belastingvorderingen en -schulden gelijktijdig zullen realiseren.
Bijkomende belastingen op het resultaat die voortvloeien uit de uitkering van dividenden worden op hetzelfde ogenblik geboekt als de verplichting om het betreffende voordeel te betalen.
(S) Handels- en overige schulden
Handels- en overige schulden worden gewaardeerd tegen reële waarde en nadien aan de afgeschreven kostprijs.
(T) Omzet
Omzet
De omzet omvat de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding uit de verkoop van goederen en diensten tijdens de gewone bedrijfsuitvoering. De omzet wordt getoond na aftrek van belastingen op de toegevoegde waarde, teruggaven, kortingen en na eliminatie van verkopen binnen de groep. De omzet wordt opgenomen op het ogenblik dat de significante voordelen en risico's verbonden met de eigendom overgedragen worden naar de klant, indien er geen belangrijke onzekerheden bestaan betreffende de inbaarheid van de te ontvangen vergoeding, wanneer de hiermee verband houdende kosten of eventuele terugzending van de goederen betrouwbaar kunnen worden geschat, wanneer het vaststaat dat het management van de onderneming de goederen niet langer op continue basis beheert en de omvang van de omzet betrouwbaar kan worden bepaald.
Met betrekking tot de verkoop van goederen wordt de omzet als gerealiseerd beschouwd op het ogenblik dat de significante voordelen en risico's verbonden met de eigendom overgedragen werden naar de koper. Als het waarschijnlijk is dat er korting zal worden verleend en deze op betrouwbare wijze kan worden bepaald, wordt de korting opgenomen als een vermindering van de omzet op het moment van opname van de verkopen.
Met betrekking tot de verkoop van diensten wordt de omzet opgenomen in de winst-enverliesrekening naar rato van het stadium van voltooiing van een transactie door gebruik te maken van één van volgende methoden naargelang het soort van dienstverlening: specifieke prestatiemethode, voltooide prestatiemethode of 'percentage of completion' methode.
De opbrengsten uit diensten worden niet afzonderlijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening aangezien deze momenteel niet significant zijn ten opzichte van de totale omzet van de groep.
Financiële opbrengsten
Financiële opbrengsten omvatten ontvangen interesten op geïnvesteerde fondsen, dividenden, positieve wisselkoersresultaten en opbrengsten op afgeleide financiële instrumenten. Interestopbrengsten worden in resultaat genomen naargelang ze verworven zijn, rekening houdend met de effectieve opbrengstvoet op het actiefbestanddeel.
Dividenden worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening op het moment dat ze worden toegekend aan de onderneming.
(U) Kosten
Financiële kosten
De financiële kosten omvatten interestkosten van financiële schulden, het afwikkelen van de verdiscontering van voorzieningen, wisselkoersverliezen en verliezen op afgeleide financiële instrumenten.Interestkosten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening naarmate deze verlopen zijn, rekening houdend met de effectieve interestvoet. De interestkosten die deel uitmaken van de betalingen voor financiële leasing worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening gebruik makend van de effectieve rentevoetmethode.
Alle financiële kosten (financieringskosten) die direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, de bouw of het voortbrengen van een gekwalificeerd actief dat deel uitmaakt van de kostprijs van dit actief, worden geactiveerd. Alle andere financieringskosten worden als kosten opgenomen in de winst-enverliesrekening onder de rubriek financieringskosten op het moment dat deze zich voordoen.
(V) Afgeleide financiële instrumenten
De groep gebruikt afgeleide financiële instrumenten om het wisselkoersrisico's van de operationele activiteiten in te dekken. Conform het beleid van de groep, houdt de groep geen afgeleide financiële instrumenten aan, noch geeft zij afgeleide financiële instrumenten uit voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden aanvankelijk verwerkt tegen reële waarde, inclusief de gerelateerde transactiekosten. De bepaling van de reële waarde voor elk type van financiële en nietfinanciële activa en schulden wordt verder besproken in toelichting 2 - Bepaling van de reële waarde. Na de initiële opname worden afgeleide financiële instrumenten op balansdatum gewaardeerd aan hun reële waarde. Afhankelijk of de groep al dan niet kasstroomafdekking toepast, wordt elke winst of verlies als gevolg van deze herwaardering ofwel onmiddellijk in het eigen vermogen ofwel in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Kasstroomafdekkingen
De groep documenteert, bij het aangaan van de afdekkingstransactie, de relatie die bestaat tussen de afdekkingsinstrumenten en de afgedekte posities, inclusief haar risicobeheerdoelstellingen en strategie. Bij het aangaan van de afdekkingsrelatie en daarna doorlopend, documenteert de groep haar beoordeling of de gebruikte afgeleide instrumenten in hoge mate effectief zullen zijn in de compensatie van de fluctuaties van de kasstromen van de afgedekte posities.
Wanneer een afgeleid financieel instrument wordt toegewezen als afdekkingsinstrument van de variabiliteit van kasstromen die voortvloeit uit een bepaald risico dat is verbonden aan een opgenomen actief, verplichting, of zeer waarschijnlijke verwachte transactie die de winst of verlies zou kunnen beïnvloeden, dan wordt het effectieve deel van de veranderingen in de reële waarde van het afgeleide afdekkingsinstrument opgenomen in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (indekkingsreserves in het eigen vermogen). Het niet-effectieve deel van de wijzigingen in de reële waarde van het afgeleide financiële instrument wordt rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Indien de afdekking een niet-financieel actief betreft, is het gecumuleerde bedrag in het eigen vermogen inbegrepen in de netto boekwaarde van het actief op het moment van de opname. In elk ander geval wordt het gecumuleerde bedrag van het eigen vermogen overgeboekt naar de winst-enverliesrekening op hetzelfde ogenblik dat de afgedekte positie de winst-en-verliesrekening beïnvloedt.
Indien het afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor kasstroomafdekking, afloopt, wordt verkocht of wordt beëindigd, dan blijft de gecumuleerde, op dat ogenblik bestaande, niet-gerealiseerde winst of verlies opgenomen in het eigen vermogen en wordt deze erkend wanneer de verwachte transactie uiteindelijk opgenomen wordt in de winst- en verliesrekening. Indien niet langer wordt verwacht dat de verwachte transactie zal plaatsvinden, wordt de gecumuleerde nietgerealiseerde winst of verlies die opgenomen werd in het eigen vermogen, onmiddellijk overgeboekt naar de financieringskosten en -opbrengsten.
(W) Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
Een vast actief wordt geboekt als "vaste activa aangehouden voor verkoop" indien de boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Deze classificatie vindt plaats indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- o het actief moet onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop en alleen onderworpen zijn aan bepalingen die gebruikelijk zijn voor de verkoop van dergelijke activa of groep activa die wordt afgestoten; en
- o de verkoop van de activa of activa en schulden die worden afgestoten dient zeer waarschijnlijk te zijn.
De groep zal een vast actief dat geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop en de groepen activa die worden afgestoten afzonderlijk van andere activa presenteren in de balans. De verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten en die geclassificeerd is als aangehouden voor verkoop dienen eveneens afzonderlijk van andere verplichtingen in de balans worden gepresenteerd. Balansposities voor vergelijkbare periodes worden niet verschaft. Bovendien dient de groep alle inkomsten en kosten, die rechtstreeks in het eigen vermogen zijn verwerkt, afzonderlijk te presenteren, wanneer zij betrekking hebben op een vast actief geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, bijvoorbeeld omrekeningsverschillen.
Een deelneming, of een deel van een deelneming, in een geassocieerde onderneming of joint-venture die aan de voorwaarden voldoet om als aangehouden voor verkoop te worden geclassificeerd, wordt op dezelfde wijze verwerkt.
Onmiddellijk voordat het actief wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, dient de boekwaarde van het actief (en van alle activa en verplichtingen in de groep activa die wordt afgestoten), overeenkomstig de van toepassing zijnde IFRS, te worden geherwaardeerd. Nadien, bij eerste opname als aangehouden voor verkoop, zal het vast actief en de groep activa die wordt afgestoten, gewaardeerd worden tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten. De vaste activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, inclusief deze in de groep activa die wordt afgestoten, worden niet langer afgeschreven.
Bijzondere waardeverminderingen op activa en schulden die worden afgestoten, worden eerst toegewezen aan goodwill en nadien pro rata aan de overige activa en schulden. Bijzondere waardeverminderingen bij de eerste opname als activa aangehouden voor verkoop worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Hetzelfde principe is van toepassing op winsten en verliezen bij een latere herwaardering.
Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de groep dat een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt, deel uitmaakt van een enkel coördinatieplan om een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of geografisch bedrijfsgebied af te stoten, of een dochteronderneming betreft die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht.
De classificatie als een beëindigde bedrijfsactiviteit zal plaatsvinden op de datum wanneer de transactie voldoet aan de voorwaarden om opgenomen te worden als aangehouden voor verkoop of wanneer een activiteit wordt afgestoten.
Wanneer een activiteit geclassificeerd is als een beëindigde bedrijfsactiviteit, zal de "winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode van beëindigde bedrijfsactiviteiten" afzonderlijk gepresenteerd worden in de winst-en-verliesrekening en in het overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.
In aanvulling van de vereisten voor de presentatie in de balans van groepen activa die worden afgestoten, worden vergelijkbare cijfers opgenomen in de winst-en-verliesrekening en in het overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten voor de presentatie van de resultaten van beëindigde bedrijfsactiviteiten. Bovendien worden de nettokasstromen die toegerekend kunnen worden aan de bedrijfs-, investerings- en financieringsactiviteiten van de beëindigde bedrijfsactiviteiten afzonderlijk gepresenteerd.
(X) Winst per aandeel
De groep presenteert gewone en verwaterde winst per aandeel voor het gewone aandelenkapitaal. Het nettoresultaat per gewoon aandeel is de aan de aandeelhouders van de vennootschap toe te rekenen winst of verlies gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen die gedurende de verslagperiode uitstaan, gecorrigeerd voor de aangehouden eigen aandelen.
Bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel worden de aan de aandeelhouders van de vennootschap toe te rekenen winst of verlies en het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen die gedurende de verslagperiode uitstaan, gecorrigeerd voor alle potentiële verwaterende effecten op de gewone aandelen, welke de aan het management toegekende aandelenwarranten omvatten.
(Y) Gesegmenteerde informatie
Bedrijfssegmenten zijn componenten van de groep die bedrijfsactiviteiten uitvoeren en die, op deze manier, opbrengsten kunnen genereren en kosten kunnen oplopen, inclusief opbrengsten en kosten die betrekking hebben op transacties met elk van de andere componenten van de groep. Afzonderlijke financiële informatie is beschikbaar en wordt op regelmatige basis geëvalueerd door het "Executive Committee" bij het nemen van beslissingen omtrent het toewijzen van middelen en het evalueren van de performantie. Het "Executive Committee" wordt als "chief operating decision maker" beschouwd.
Bedrijfssegmenten worden samengevoegd in overeenstemming met IFRS 8 Operationele segmenten en enkel wanneer de segmenten identieke economische karakteristieken vertonen op basis van de oorsprong van hun producten en diensten, de aard van het productieproces, het soort of categorie van klanten, de gebruikte methodes om deze producten te verdelen of diensten te verlenen en de aard van het wettelijk kader.
Gesegmenteerde informatie, zoals gepresenteerd aan het "Executive Committee" (inclusief de winst en het verlies van het segment en gesegmenteerde activa en schulden), wordt opgemaakt conform de boekhoudprincipes zoals beschreven in de samenvatting van de voornaamste boekhoudprincipes.
Opbrengsten, kosten en activa worden toegewezen aan de bedrijfssegmenten in die mate dat de items van opbrengsten, kosten en activa direct toewijsbaar of op redelijke wijze kunnen toegewezen worden aan de bedrijfssegmenten. De transferprijzen voor transacties tussen bedrijfssegmenten worden bepaald op een zakelijke objectieve grondslag ("arm's length" principe), op een gelijkaardige manier als voor transacties met derden.
(Z) Wijzigingen van de boekhoudprincipes en toelichtingen
Nieuwe en gewijzigde standaarden aangenomen door de groep
De volgende interpretatie en wijzigingen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2015:
IFRIC 21 'Heffingen', verplicht voor boekjaren startend vanaf 17 juni 2014. IFRIC 21 behandelt de boekhoudkundige verwerking van een verplichting tot het betalen van een heffing indien deze verplichting binnen het toepassingsgebied van IAS 37 valt. Deze IFRIC behandelt welke gebeurtenis aanleiding geeft tot een verplichting en wanneer een verplichting erkend dient te worden. IFRIC 21 heeft geen impact vanuit het perspectief van een volledig financieel jaar.
Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden (2011-2013 cyclus). Deze verbeteringen zijn van toepassing met ingangsdatum 1 januari 2015. Deze verbeteringen resulteerden in de aanpassing van IFRS 1 (wanneer een gewijzigde versie van een standaard nog niet verplicht van toepassing is, maar beschikbaar voor vervroegde toepassing kan een entiteit die voor het eerst IFRS toepast, kiezen tussen de oude of de nieuwe versie van de standaard onder IFRS 1), IFRS 3 (de standaard is niet van toepassing op de boekhoudkundige verwerking van de oprichting van gezamenlijke overeenkomsten zoals bepaald in IFRS 11), de uitzondering voor portefeuilles in IFRS 13 en het verduidelijken van het verband tussen IFRS 3 'Bedrijfscombinaties' en IAS 40 'Vastgoedbeleggingen'. Deze nieuwe standaarden hadden geen significante invloed op de financiële staten van de groep.
Nieuw uitgegeven standaarden en interpretaties die nog niet aangenomen werden
De volgende wijzigingen aan standaarden werden gepubliceerd en goedgekeurd door de Europese Unie, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2015:
Wijzigingen aan IAS 19 'Toegezegde pensioenregelingen', effectief voor boekjaren startend op of na 1 februari 2015. De wijziging verduidelijkt de boekhoudkundige verwerking van werknemersbijdragen, uiteengezet in de formele voorwaarden van een toegezegde pensioenregeling.
Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden (2010-2012 cyclus). Deze verbeteringen zijn van toepassing voor boekjaren startend op of na 1 februari 2015 en resulteerden in de aanpassing van IFRS 2 'Voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezegging', IFRS 3 'De boekhoudkundige verwerking van voorwaardelijke vergoedingen', IFRS 8 'Het samenvoegen van operationele segmenten', IFRS 8 'De reconciliatie van de gerapporteerde segment activa met de totale activa van de onderneming', IFRS 13 'Korte termijn vorderingen en schulden', IAS 7 'Geactiveerde interestbetalingen', IAS 16/38 'Herwaarderingsmethode – proportionele (pro rata) herziening van de gecumuleerde afschrijvingen' en IAS 24 'Managers op sleutelposities'.
Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS standaarden (2012-2014 cyclus) met wijzigingen aan 4 standaarden, welke voor het eerst van toepassing zijn voor het boekjaar startend op of na 1 januari 2016. Deze verbeteringen resulteerden in de aanpassing van IFRS 5, 'Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten', IAS 19 'Personeelsbeloningen', IFRS 7 'Financiële instrumenten: toelichtingen' en IAS 34 'Tussentijdse financiële verslaggeving'.
Wijziging aan IFRS 11 'Gezamenlijke overeenkomsten' betreffende de verwerving van een belang in een gezamenlijke activiteit, van toepassing voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2016. De wijziging verduidelijkt de boekhoudkundige verwerking van de verwerving van een belang in een gezamenlijke activiteit die een bedrijf vormt. In de wijziging wordt de correcte boekhoudkundige verwerking voor dit soort van verwervingen bepaald.
Wijzigingen aan IAS 1 'Presentatie van de jaarrekening', effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2016. De wijzigingen aan IAS 1 maken deel uit van het initiatief van de IASB om de presentatie van en de toelichtingen in de jaarrekening te verbeteren en zijn bedoeld om ondernemingen verder aan te moedigen om hun professioneel oordeel toe te passen bij het bepalen van welke informatie openbaar dient gemaakt te worden in hun jaarrekening. De wijzigingen maken duidelijk dat materialiteit van toepassing is op het geheel van de jaarrekening en dat het opnemen van informatie die niet van belang is, het nut van de financiële toelichtingen kan reduceren. Bovendien maken de wijzigingen ook duidelijk dat ondernemingen hun professioneel oordeel dienen te gebruiken bij het bepalen waar en in welke volgorde de informatie wordt gepresenteerd in de toelichtingen bij de jaarrekening.
Wijziging aan IAS 16 'Materiële vaste activa' en IAS 41 'Landbouw' met betrekking tot vruchtdragende planten, effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2016. Deze wijziging verandert de financiële verslaggeving voor vruchtdragende planten, zoals wijnstokken, rubberbomen en oliepalmen. De IASB besliste dat planten die enkel gebruikt worden voor de productie van agrarische producten op dezelfde manier verwerkt moeten worden als materiële vaste activa omdat de werking ervan vergelijkbaar is met die van productie.
Wijziging aan IAS 16 'Materiële vaste activa' en IAS 38 'Immateriële activa' betreffende afschrijvingen, effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2016. In deze wijzing verduidelijkt de IASB dat het gebruik van op opbrengsten gebaseerde methodes voor de berekening van afschrijvingen niet geschikt zijn aangezien opbrengsten dewelke gegenereerd worden door een activiteit die het gebruik van een actief omvat, over het algemeen andere factoren dan de consumptie van de economische voordelen van het actief weerspiegelen. De IASB verduidelijkt eveneens dat opbrengsten in het algemeen geen geschikte basis zijn voor de waardering van de consumptie van de economische voordelen van een immaterieel actief.
Wijziging aan IAS 27 'Enkelvoudige jaarrekening' met betrekking tot de vermogensmutatiemethode, effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2016. Deze wijzigingen laten entiteiten toe om de vermogensmutatiemethode te gebruiken voor het verwerken van investeringen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen in hun enkelvoudige jaarrekening.
De groep heeft deze nieuwe of gewijzigde standaarden nog niet toegepast voor de geconsolideerde financiële staten van 2015. Deze worden niet verwacht een significante invloed te hebben op de geconsolideerde financiële staten van de groep.
Nieuw uitgegeven standaarden en interpretaties die nog niet aangenomen werden noch goedgekeurd door de Europese Unie.
De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden werden gepubliceerd, maar zijn nog niet voor het eerst verplicht van toepassing voor het boekjaar startend op 1 januari 2015 en zijn nog niet goedgekeurd door de Europese Unie:
IFRS 9 'Financiële instrumenten', effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2018. De standaard behandelt de classificatie, waardering en het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen.
IFRS 14 'Wettelijke uitgestelde rekeningen', effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2016. Dit betreft een tussentijdse standaard voor de boekhoudkundige verwerking van bepaalde bedragen die voortkomen uit wettelijk gereguleerde activiteiten. IFRS 14 is enkel van toepassing voor entiteiten die voor het eerst IFRS toepassen. De standaard laat toe dat deze entiteiten bij de eerste toepassing van IFRS hun waarderingsregels onder hun vorige algemeen aanvaarde boekhoudkundige principes kunnen blijven toepassen voor de opname, waardering, het boeken van een bijzondere waardevermindering op en het niet langer opnemen van wettelijke uitgestelde rekeningen. De tussentijdse standaard voorziet ook een leidraad voor het selecteren en wijzigen van grondslagen voor financiële verslaggeving (bij eerste toepassing of later) en voor de presentatie en toelichting.
IFRS 15 'Opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten'. De IASB en FASB hebben gezamenlijk een standaard gepubliceerd betreffende de opname van opbrengsten uit contracten aangegaan met klanten. De standaard zal resulteren in een betere financiële verslaggeving van opbrengsten en een betere globale vergelijkbaarheid van de opbrengsten die gerapporteerd worden in de jaarrekening. Entiteiten die IFRS toepassen zijn verplicht deze standaard toe te passen voor boekjaren startend op of na 1 januari 2018, onder de voorwaarde van goedkeuring door de Europese Unie.
Wijziging aan IFRS 9 'Financiële instrumenten' inzake hedge accounting, van toepassing voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2018. De wijziging omvat het nieuwe model voor hedge accounting. Onder dit model zullen de verslaggevers hun activiteiten inzake risicobeheer beter kunnen weergeven in de jaarrekening aangezien de wijziging meer mogelijkheden biedt voor het toepassen van hedge accounting. Deze wijzigingen hebben eveneens een impact op IAS 39 en introduceren nieuwe vereisten inzake informatieverschaffing voor hedge accounting (waarbij ook IFRS 7 wordt geïmpacteerd) onafhankelijk van het feit of de hedge accounting vereisten onder IFRS 9 of IAS 39 gebruikt worden.
Wijzigingen aan IFRS 10 'De geconsolideerde jaarrekening' en IAS 28 'Investeringen in geassocieerde deelnemingen en belangen in joint ventures', effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2016. Deze wijzigingen pakken de tegenstrijdigheid aan tussen de bepalingen in IFRS 10 en deze in IAS 28 bij een verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of joint venture. Het belangrijkste gevolg van de wijzigingen is dat de winst of het verlies volledig wordt erkend indien een transactie een bedrijf omvat (onafhankelijk van het feit of deze is ondergebracht in een dochteronderneming of niet). De winst of het verlies wordt slechts gedeeltelijk opgenomen indien de transactie activa omvat die geen bedrijf vormen, zelfs indien deze activa zijn ondergebracht in een dochteronderneming.
Wijzigingen aan IFRS 10 'De geconsolideerde jaarrekening', IFRS 12 'Toelichting van belangen in andere entiteiten' en IAS 28 'Investeringen in geassocieerde deelnemingen en belangen in joint ventures', effectief voor boekjaren startend op of na 1 januari 2016. Deze beperkte wijzigingen brengen meer verduidelijking inzake de voorwaarden voor vrijstelling voor investeringsentiteiten.
Deze nieuwe standaarden worden momenteel door het management beoordeeld. Op dit ogenblik kan de groep de impact van deze nieuwe standaarden op de financiële staten van de groep nog niet inschatten. De komende twaalf maanden zullen verdere gedetailleerde inschattingen gemaakt worden.
2. Bepaling van de reële waarde
Een aantal van de boekhoudprincipes en toelichtingen van de groep vereisen de bepaling van de reële waarde voor zowel financiële als niet-financiële activa en schulden. De methodes die worden toegepast voor het bepalen en toelichten van de reële waarden, worden hierna uitgelegd. Meer gedetailleerde informatie betreffende de gemaakte veronderstellingen in het bepalen van de reële waarden werd, indien van toepassing, opgenomen in de specifieke toelichtingen van dat bepaald actief of passief.
De reële waarde is de prijs die zou worden ontvangen om een actief te verkopen of die zou worden betaald om een verplichting over te dragen in een regelmatige transactie tussen marktpartijen op waarderingsdatum.
Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of een verplichting maakt de groep gebruik van waarneembare marktgegevens, indien mogelijk, of van waarderingsmethoden die geschikt zijn onder de omstandigheden en waarvoor voldoende gegevens beschikbaar zijn om de reële waarde te bepalen. De reële waarden worden gegroepeerd in verschillende niveaus in een reële waarde hiërarchie, op basis van de gebruikte gegevens tijdens de waardebepaling, en dit op de volgende wijze:
- Niveau 1: genoteerde prijzen (niet-aangepast) op actieve markten voor identieke activa of verplichtingen;
- Niveau 2: andere inputs dan de in Niveau 1 ondergebrachte genoteerde prijzen, die voor het actief of voor de verplichting waarneembaar zijn, hetzij direct (d.w.z. als prijzen) hetzij indirect (d.w.z. afgeleid van prijzen);
- Niveau 3: inputs voor het actief of de verplichting die niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens (niet-waarneembare inputs).
Wijzigingen tussen de niveaus van de reële waarde hiërarchie worden erkend op het einde van de verslagperiode in dewelke de wijziging plaatsvond.
De groep heeft, om toelichtingen te verschaffen omtrent de reële waarde, de activa en schulden gegroepeerd op basis van de aard, de kenmerken en het risico van deze activa en schulden en het niveau van de reële waarde hiërarchie, zoals hierboven vermeld.
Bijkomende informatie omtrent de gebruikte assumpties bij de reële waardebepaling zijn vermeld in toelichting 11 - Materiële vaste activa, toelichting 12 - Goodwill, toelichting 20 - Vaste activa aangehouden voor verkoop en toelichting 28 - Financiële instrumenten.
Materiële vaste activa
De reële waarde van terreinen en gebouwen, opgenomen als gevolg van een acquisitie, de presentatie als aangehouden voor verkoop of gebruikt tijdens de test op bijzondere waardeverminderingen, is gebaseerd op het geschatte bedrag waartegen het terrein of gebouw kan worden verhandeld onder normale marktomstandigheden op datum van waardering ("arm's length" principe). Het resultaat wordt gebenchmarked met marktprijzen, indien deze beschikbaar zijn. De vervangingskosten wordt gebruikt, indien er geen belangrijke en actieve markt bestaat. De reële waarde van installaties, uitrusting en verbeteringswerken is gebaseerd op de markt- en kostbenadering die gebruik maken van genoteerde marktprijzen voor gelijkwaardige items, indien beschikbaar, en de vervangingskosten wanneer deze geschikt is. De vervangingswaarde is het resultaat van enerzijds de kost van nieuwe installaties, uitrusting en verbeteringswerken met dezelfde capaciteit en anderzijds de bedrijfswaarde rekening houdend met de bedrijfsactiviteit. De bepaling van de reële waarde van materiële vaste activa wordt gebaseerd op waarderingsstudies, die zowel intern als door externe, onafhankelijke waarderingsbedrijven met de nodige kwalificaties en ervaring zijn opgemaakt.
Overige immateriële activa
De reële waarde van overige immateriële activa, gebruikt tijdens de test op bijzondere waardeverminderingen of voor activa en schulden aangehouden voor verkoop, is gebaseerd op de verdisconteerde kasstromen, als gevolg van het gebruik of de eventuele verkoop van activa. De bepaling van de reële waarde van overige immateriële activa is gebaseerd op waarderingsstudies, die zowel intern als door externe, onafhankelijke waarderingsbedrijven met de nodige kwalificaties en ervaring zijn opgemaakt.
Afgeleide financiële instrumenten
De reële waarde van termijncontracten wordt berekend als de verdisconteerde waarde van het verschil tussen de contractwaarde en de termijnkoers op balansdatum.
De reële waarde van deze instrumenten geeft in het algemeen de geschatte bedragen weer die de groep zou ontvangen bij het afsluiten van voordelige contracten of de geschatte bedragen die de groep zou moeten betalen om onvoordelige contracten te verbreken op balansdatum, hierbij rekening houdend met huidige niet-gerealiseerde winsten of verliezen op de lopende contracten.
Overige financiële instrumenten
De reële waarde van een aankoopovereenkomst voor elektriciteit werd bepaald door middel van de verdisconteerde kasstromen en door gebruik te maken van bepaalde veronderstellingen, onder meer de risico-gewogen discontovoet en grondstofprijzen. De reële waarde wordt toegewezen aan Niveau 3 in de reële waarde hiërarchie aangezien deze deels gebaseerd is op niet-waarneembare marktgegevens.
Op aandelen gebaseerde betalingen25
IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen vereist dat de verloning in aandelen toegekend aan het personeel verwerkt wordt in de jaarrekening op basis van de reële waarde van de warranten op de toekenningsdatum. De reële waarde van de toegekende warranten wordt bepaald door gebruik te maken van het Black & Scholes model.
3. Gesegmenteerde informatie
De volgende 3 bedrijfssegmenten voldoen aan de kwantitatieve criteria en worden afzonderlijk gerapporteerd:
- Agro: omvat het produceren en distributie van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen (en omvat de volgende activiteiten: Tessenderlo Kerley Core, Tessenderlo Kerley International, Novasource en SOP Plant Nutrition26).
- Bio-valorization: omvat het ophalen en verwerken van organische bijproducten; produceren en distributie van gelatine (en omvat de volgende activiteiten: Gelatine en Akiolis).
- Industrial solutions: omvat het produceren en distributie van oplossingen voor industriële toepassingen, inclusief watermanagement en oplossingen voor de mijnbouw (en omvat de volgende activiteiten: Kunststof leidingsystemen, Mijnbouw en Industrie, Waterbehandeling, MPR/ECS en Zwavelderivaten).
Eén bedrijfssegment voldoet niet aan de kwantitatieve criteria om als afzonderlijk bedrijfssegment beschouwd te worden (vermits deze activiteiten werden verkocht of stopgezet sinds januari 2014) en wordt gegroepeerd in "Other":
- Fosfaten: omvat het produceren en distributie van veevoederfosfaten.
Recurrente kosten (kosten omvat in REBIT) met betrekking tot de centrale activiteiten worden toegewezen aan de verschillende bedrijfssegmenten die ze ondersteunen.
De transferprijzen voor transacties tussen bedrijfssegmenten zijn gebaseerd op een zakelijke objectieve grondslag ("arm's length" principe), onder voorwaarden vergelijkbaar met transacties met derde partijen.
Het "Executive Committee" is als "chief operating decision maker" geïdentificeerd. De maatstaf voor de winst en het verlies van een segment is REBIT en is consistent met de informatie die door de 'chief operating decision maker' wordt opgevolgd.
25 De laatste toewijzing van warranten aan het senior management heeft in januari 2013 plaatsgevonden.
26 In 2015 werd de naam van de activiteit Sulfaten gewijzigd naar SOP Plant Nutrition.
De groep is een gediversifieerde specialiteitengroep en is wereldwijd actief op gebied van landbouw, voeding, watermanagement, efficiënt (her)gebruik van natuurlijke hulpbronnen en overige industriële markten. De producten van de groep worden gebruikt in uiteenlopende toepassingen en verbruikersmarkten. Hoewel de groep een leiderspositie bekleedt voor een groot deel van haar producten, is de groep niet afhankelijk van grote klanten dankzij de diversificatie van de omzet.
We verwijzen naar onderstaande tabel voor de belangrijkste items van de winst-en-verliesrekening en de balans per bedrijfssegment.
| Agro | Bio-valorization | Industrial solutions |
Other | toegewezen | Niet | Tessenderlo Group |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| Omzet (intern en extern) | 646,3 | 524,5 | 488,7 | 476,0 | 454,8 | 399,8 | - | 34,7 | - | - | 1.589,8 | 1.435,0 | |
| Omzet (intern) | 0,6 | 0,5 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,3 | - | - | - | - | 0,8 | 0,8 | |
| Omzet | 645,6 | 524,0 | 488,5 | 476,0 | 454,8 | 399,5 | - | 34,7 | - | - | 1.589,0 | 1.434,2 | |
| REBIT | 115,6 | 80,6 | -29,9 | -22,7 | 18,7 | 7,9 | - | 1,1 | - | - | 104,4 | 66,9 | |
| REBITDA | 138,9 | 99,3 | -1,2 | 6,3 | 42,8 | 28,8 | - | 1,1 | - | - | 180,4 | 135,6 | |
| Rendement op omzet (REBITDA/omzet) | 21,5% | 19,0% | -0,2% | 1,3% | 9,4% | 7,2% | - | 3,2% | - | - | 11,4% | 9,5% | |
| Gesegmenteerde activa | 472,4 | 343,0 | 366,9 | 373,3 | 227,9 | 202,3 | - | 2,3 | 49,1 | 67,9 | 1.116,3 | 988,8 | |
| Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
14 | 14,5 | 8,7 | 2,8 | 3,4 | - | - | - | - | 7,8 | 6,5 | 25,1 | 18,6 |
| Overige beleggingen | 15 | - | - | - | - | - | - | - | - | 2,0 | 2,5 | 2,0 | 2,5 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 16 | - | - | - | - | - | - | - | - | 30,0 | 18,6 | 30,0 | 18,6 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 19 | - | - | - | - | - | - | - | - | 130,2 | 157,0 | 130,2 | 157,0 |
| Totaal activa | 486,9 | 351,7 | 369,6 | 376,6 | 227,9 | 202,3 | - | 2,3 | 219,2 | 252,5 | 1.303,6 | 1.185,4 | |
| Gesegmenteerde passiva27 | 90,2 | 84,5 | 130,7 | 129,9 | 63,9 | 61,9 | - | 1,5 | 182,3 | 218,7 | 467,1 | 496,6 | |
| Financiële schulden | 24 | - | - | - | - | - | - | - | - | 275,0 | 213,6 | 275,0 | 213,6 |
| Kortetermijnschulden bij kredietinstellingen | 19/24 | - | - | - | - | - | - | - | - | 0,5 | 0,6 | 0,5 | 0,6 |
| Uitgestelde belastingschulden | 16 | - | - | - | - | - | - | - | - | 42,7 | 37,8 | 42,7 | 37,8 |
| Totaal eigen vermogen | - | - | - | - | - | - | - | - | 518,2 | 436,9 | 518,2 | 436,9 | |
| Totaal eigen vermogen en schulden | 90,2 | 84,5 | 130,7 | 129,9 | 63,9 | 61,9 | - | 1,5 | 1.018,8 | 907,5 | 1.303,6 | 1.185,4 | |
| Investeringsuitgaven: materiële vaste activa en overige immateriële activa |
11/13 | 37,7 | 28,7 | 12,7 | 12,0 | 9,4 | 22,8 | - | 0,9 | 1,3 | 3,5 | 61,1 | 68,0 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa, goodwill en overige immateriële activa |
8 | -22,7 | -19,0 | -36,7 | -28,3 | -27,8 | -21,1 | - | -0,3 | -0,1 | - | -87,2 | -68,7 |
| Bijzondere waardeverminderingen op activa en schulden die worden afgestoten en aangehouden zijn voor verkoop |
- | - | - | - | - | - | - | -0,5 | -0,4 | - | -0,4 | -0,5 |
27 Niet toegewezen gesegmenteerde passiva bevatten hoofdzakelijk milieuvoorzieningen erkend voor de site in Ham (België), Tessenderlo (België) en Loos (Frankrijk) en afgeleide financiële instrumenten.
Het resultaat vóór belastingen wordt als volgt berekend:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| REBITDA van de gerapporteerde bedrijfssegmenten | 180,4 | 134,4 |
| REBITDA van het segment "Other" | - | 1,1 |
| REBITDA | 180,4 | 135,6 |
| Afschrijvingen en voorzieningen | -76,0 | -68,6 |
| Niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten) | -27,3 | -15,7 |
| Financieringskosten - netto | 8,1 | -3,0 |
| Aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, na winstbelasting |
4,0 | 3,0 |
| Winst (+) / verlies (-) vóór belastingen | 89,1 | 51,2 |
De informatie op basis van de geografische segmenten omvat de omzet op basis van de geografische ligging van de klanten. De gesegmenteerde vaste activa (materiële vaste activa, goodwill en overige immateriële activa) zijn gebaseerd op de geografische ligging van de activa.
| Omzet per markt | Gesegmenteerde vaste activa | |||
|---|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| België | 93,2 | 95,9 | 102,9 | 104,8 |
| Nederland | 146,5 | 141,1 | 25,0 | 28,3 |
| Frankrijk | 270,6 | 261,2 | 117,1 | 127,8 |
| Duitsland | 42,7 | 47,3 | 10,2 | 11,0 |
| Spanje | 51,4 | 62,4 | - | - |
| Groot-Brittannië | 91,0 | 82,9 | 12,1 | 11,2 |
| Overige Europese landen | 123,3 | 113,5 | 11,8 | 12,5 |
| Verenigde Staten van Amerika | 509,9 | 396,1 | 229,1 | 190,9 |
| Overige | 260,4 | 233,7 | 48,6 | 60,0 |
| Tessenderlo Group | 1.589,0 | 1.434,2 | 556,9 | 546,6 |
4. Acquisities en verkopen
Acquisities – Activiteiten / dochterondernemingen
Activiteiten zijn in 2015 verworven voor een totaalbedrag van 27,8 miljoen EUR en hebben betrekking op:
-
In februari 2015 heeft Tessenderlo Kerley Inc., een Amerikaanse dochteronderneming in het bedrijfssegment "Agro", de wereldwijde Norflurazon-activa, inclusief de handelsnamen, registraties en knowhow verworven van Syngenta Crop Protection, LLC. De totale aanschaffingswaarde kon volledig toegewezen worden aan de verworven activa (overige immateriële vaste activa en voorraad) en bijgevolg werd geen goodwill opgenomen naar aanleiding van deze acquisitie. De bijdrage van deze acquisitie tot de omzet en het resultaat van de groep, vanaf de aanschaffingsdatum, wordt als niet-significant beschouwd. Indien de acquisitie in het begin van het jaar had plaatsgevonden, was de bijdrage tot de 2015 omzet en het resultaat van de groep ook niet significant geweest.
-
Tessenderlo Kerley Inc. heeft in oktober 2015 bepaalde activa van het wereldwijde Hexazinone solo product en de Hexazinone/Diuron-mix van DuPont Crop Protection verworven. De activa bevatten de Velpar®, Pronone® en Advance® handelsmerken, registraties en registratiegegevens, klanteninformatie, leveranciersovereenkomsten met derden, toegang tot bepaalde knowhow, bepaalde technische Hexazinone en Diuron registraties en de gerelateerde registratiegegevens, voor elk product. De totale aanschaffingswaarde kon volledig toegewezen worden aan de verworven activa (overige immateriële vaste activa en voorraad) en bijgevolg werd geen goodwill opgenomen naar aanleiding van deze acquisitie. De bijdrage van deze acquisitie tot de omzet en het resultaat van de groep, vanaf de aanschaffingsdatum, wordt als niet-significant beschouwd. Indien de acquisitie in het begin van het jaar had plaatsgevonden, was de bijdrage tot de 2015 omzet en het resultaat van de groep ook niet significant geweest.
Verkopen – Activiteiten / dochterondernemingen
In 2015 heeft de groep geen overeenkomst aangegaan die resulteerde in de verkoop van activa, schulden en dochterondernemingen, die in overeenstemming met IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, als groepen activa die worden afgestoten zijn verwerkt.
5. Overige bedrijfsopbrengsten en kosten
Onderstaande tabel toont de overige bedrijfsopbrengsten en -kosten:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Toevoeging aan voorzieningen | 0,2 | -0,5 |
| Onderzoeks- en ontwikkelingskosten | -9,5 | -11,1 |
| Subsidies | 0,2 | 0,1 |
| Afschrijvingen | -0,2 | -0,2 |
| Meerwaarden op de realisatie van materiële vaste activa en overige immateriële activa | 0,3 | 0,0 |
| Bijzondere waardeverminderingen op handelsvorderingen | -1,1 | -0,4 |
| Overige | -4,2 | -5,0 |
| Totaal | -14,4 | -17,1 |
De kosten van de onderzoeksfase van een intern project worden onmiddellijk ten laste genomen. De onderzoeks- en ontwikkelingskosten hebben voornamelijk betrekking op lonen en salarissen voor een bedrag van 5,7 miljoen EUR (2014: 6,7 miljoen EUR) en afschrijvingslasten voor een bedrag van 0,3 miljoen EUR (2014: 0,9 miljoen EUR). In 2015 en 2014 werden geen significante ontwikkelingskosten geactiveerd. Zie eveneens toelichting 13 - Overige immateriële activa.
De overige bedrijfsopbrengsten en -kosten (-4,2 miljoen EUR) omvatten voornamelijk de belastingen, andere dan de belastingen op het resultaat zoals roerende voorheffing en regionale heffingen, en diverse, individueel, niet-significante bedragen binnen meerdere dochterondernemingen van de groep.
6. Niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten)
De niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten) voor 2015 vertonen een netto verlies van -27,3 miljoen EUR (2014: -15,7 miljoen EUR).
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Opbrengsten en verliezen uit verkopen | 10,6 | 0,0 |
| Herstructurering | -2,0 | 3,7 |
| Verliezen op activa en schulden die worden afgestoten | 0,9 | 0,6 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -23,6 | -1,6 |
| Voorzieningen en geschillen | -5,9 | -12,7 |
| Overige opbrengsten en kosten | -7,5 | -5,8 |
| Totaal | -27,3 | -15,7 |
Opbrengsten en verliezen uit verkopen bedroegen +10,6 miljoen EUR en hebben betrekking op de gerealiseerde meerwaarde op de verkoop van de investering van Tessenderlo Chemie NV in Indaver en verschillende andere, individueel niet-significante, items.
Herstructureringskosten werden erkend voor een bedrag van -2,0 miljoen EUR en hebben voornamelijk betrekking op een herstructureringsprogramma bij Akiolis (bedrijfssegment "Biovalorization") naar aanleiding van de sluiting van een C1 bijproduct verwerkingsbedrijf in de regio van Lyon (Frankrijk).
Bijzondere waardeverminderingen (-23,6 miljoen EUR) werden geboekt op activa die niet langer beschouwd worden een economische waarde te hebben aangezien ze niet langer in gebruik zijn of waarvan de boekwaarde de realiseerbare waarde overschrijdt. Daarnaast werden waardeverminderingen geboekt op wisselstukken, een gevolg van gewijzigde boekhoudkundige inschattingen betreffende verouderde voorraden.
De lasten die werden opgenomen voor voorzieningen en geschillen bedragen -5,9 miljoen EUR en hebben voornamelijk betrekking op lopende commerciële geschillen en productaansprakelijkheid.
Overige opbrengsten en kosten (-7,5 miljoen EUR) hebben voornamelijk betrekking op enerzijds de impact van een aankoopovereenkomst voor elektriciteit waarvoor de vrijstelling voor eigen gebruik ("own-use exemption") volgens IAS 39 niet meer van toepassing is en anderzijds de kosten gerelateerd aan het plan van Tessenderlo Group en Picanol Group om hun activiteiten te bundelen in één Belgische industriële groep.
7. Personeelskosten en hiermee verbonden voordelen
De personeelskosten en hiermee verbonden voordelen, met uitzondering van de herstructureringskosten, zijn als volgt:
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Lonen en salarissen | -215,0 | -203,0 | |
| Bijdragen van de werkgever aan de sociale zekerheid | -53,6 | -54,1 | |
| Overige personeelskosten | -15,8 | -13,8 | |
| Bijdragen aan vaste bijdrage pensioenplannen | -6,3 | -5,3 | |
| Kosten gerelateerd aan te bereiken doel pensioenplannen | 25 | -6,3 | -5,2 |
| Totaal | -297,0 | -281,4 |
De toename van de personeelskosten en hiermee verbonden voordelen wordt gedeeltelijk verklaard door het wisselkoerseffect (voornamelijk de versterking van de USD).
Het personeelsbestand op jaareinde 2015 bedraagt 4.672 (2014: 4.751).
8. Bijkomende informatie betreffende bedrijfskosten volgens kostensoort
Afschrijvingen op materiële vaste activa en overige immateriële activa zijn opgenomen in de volgende rubrieken van de winst- en verliesrekening:
| (Miljoen EUR) | toelichting | Afschrijvingen op materiële vaste activa |
Afschrijvingen op overige immateriële activa |
Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | ||
| Kostprijs verkopen | -57,4 | -50,6 | -2,8 | -3,1 | -60,2 | -53,7 | |
| Administratieve kosten | -3,6 | -4,5 | -3,1 | -2,7 | -6,7 | -7,2 | |
| Verkoop- en marketingkosten | -0,1 | -0,1 | -6,3 | -5,3 | -6,4 | -5,4 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten en -kosten |
-0,5 | -1,1 | - | - | -0,5 | -1,1 | |
| Totaal | 11/13 | -61,7 | -56,2 | -12,2 | -11,2 | -73,9 | -67,4 |
Bijzondere waardeverminderingen op materiële vaste activa, overige immateriële activa en goodwill zijn opgenomen in de volgende rubrieken van de winst- en verliesrekening:
| (Miljoen EUR) | toelichtin g |
waardeverminderinge activa |
Bijzondere n op materiële vaste |
waardeverminderinge immateriële activa |
Bijzondere n op overige |
waardeverminderinge n op goodwill |
Bijzondere | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 201 5 |
201 4 |
||
| Bijzondere waardeverminderinge n op activa en schulden die worden afgestoten en aangehouden zijn voor verkoop |
-0,4 | -0,5 | - | - | - | - | -0,4 | -0,5 | |
| Bijzondere waardeverminderinge n |
-7,9 | -1,2 | - | - | -5,5 | - | -13,3 | -1,2 | |
| Totaal | 11/13 | -8,2 | -1,7 | 0,0 | 0.0 | -5,5 | 0.0 | -13,7 | -1,7 |
De totale afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen in 2015 bedragen 87,6 miljoen EUR, in vergelijking met 69,2 miljoen EUR in 2014 (toelichting 11 - Materiële vaste activa, toelichting 12 - Goodwill en toelichting 13 - Overige immateriële activa).
De toename van de afschrijvingen kan hoofzakelijk verklaard worden door wisselkoerseffecten en de afschrijvingen op de Barrick Goldstrike THIO-GOLD®-300 fabriek die voor het eerst opgenomen werden voor een volledig jaar.
9. Financieringskosten en -opbrengsten
De netto financieringskosten en -opbrengsten bedragen +8,1 miljoen EUR per 31 december 2015, in vergelijking met -3,0 miljoen EUR per 31 december 2014 en kunnen als volgt verder gedetailleerd worden:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Financierings kosten |
Financierings opbrengsten |
Totaal | Financierings kosten |
Financierings opbrengsten |
Totaal | ||
| Interestkosten op financiële schulden gewaardeerd aan afgeschreven kostprijs |
-11,0 | - | -11,0 | -11,6 | - | -11,6 | |
| Afschrijvingslasten op transactiekosten verbonden aan financiële schulden |
-2,1 | - | -2,1 | -2,1 | - | -2,1 | |
| Bereidstellingsprovisie op het ongebruikte gedeelte van de gesyndiceerde kredietfaciliteit |
-1,1 | - | -1,1 | -2,2 | - | -2,2 | |
| Factoringkosten | -0,7 | - | -0,7 | -2,5 | - | -2,5 | |
| Totaal financieringskosten | -14,9 | 0,0 | -14,9 | -18,5 | 0,0 | -18,5 | |
| Ontvangen dividenden van overige beleggingen |
- | 0,1 | 0,1 | - | 0,1 | 0,1 | |
| Interestopbrengsten op geldmiddelen en kasequivalenten |
- | 0,7 | 0,7 | - | 1,1 | 1,1 | |
| Totaal opbrengsten op beleggingen en geldmiddelen en kasequivalenten |
0,0 | 0,7 | 0,7 | 0,0 | 1,2 | 1,2 | |
| Kosten verbonden met het afwikkelen van de verdisconteringsimpact van voorzieningen |
-1,1 | - | -1,1 | -1,7 | - | -1,7 | |
| Netto interest(kosten)/opbrengsten op pensioenvorderingen/ (verplichtingen) |
-0,7 | 0,1 | -0,6 | -1,1 | 0,4 | -0,7 | |
| Netto wisselkoerswinsten en - verliezen (inclusief herwaardering aan reële waarde en realisatie van afgeleide financiële instrumenten) |
-33,7 | 58,8 | 25,1 | -53,4 | 71,1 | 17,7 | |
| Netto overige financierings(kosten)/opbrengsten |
-1,3 | 0,1 | -1,2 | -1,3 | 0,2 | -1,1 | |
| Totaal | -51,7 | 59,7 | 8,1 | -75,9 | 72,9 | -3,0 |
De totale financieringskosten daalden van -18,5 miljoen EUR tot -14,9 miljoen EUR en werden positief beïnvloed door een lagere financiële schuld als gevolg van de kapitaalverhoging in december 2014. Daarnaast profiteert de groep ook van een lagere verschuldigde rentevoet op de financiële schuld ten gevolge van de herfinanciering hiervan in 2015 (toelichting 24 - Financiële schulden).
De interestkosten op financiële schulden (-11,0 miljoen EUR) omvatten voornamelijk de interestkosten op de private plaatsing voor een bedrag van -6,6 miljoen EUR (2014: -7,9 miljoen EUR) en deze op de, in 2015 uitgegeven, obligaties met vervaldatum in 2022 en 2025 voor een bedrag van -3,1 miljoen EUR. De toename van de netto wisselkoerswinsten en -verliezen kan hoofdzakelijk verklaard worden door de niet-gerealiseerde wisselkoerswinsten op intragroepsleningen (hoofdzakelijk in USD) die niet ingedekt zijn. Deze wisselkoerswinst in de winst-en-verliesrekening werd gedeeltelijk gecompenseerd door een tegenovergestelde beweging in de omrekeningsverschillen in het eigen vermogen vermits de blootstelling in USD in het eigen vermogen van de groep negatief is.
10. Belastingen op het resultaat
De reconciliatie tussen het theoretische belastingtarief en het effectieve belastingtarief voor de totale belastingen op het resultaat is als volgt:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Opgenomen in de winst-en-verliesrekening | ||
| Verschuldigde belastingen | -16,9 | -16,9 |
| Wijziging verschuldigde belastingen vorige periodes | -0,1 | 9,5 |
| Uitgestelde belastingen op wijziging verschuldigde belastingen vorige periodes | - | -2,8 |
| Uitgestelde belastingen | 9,8 | 11,8 |
| Totale belastingen in de winst- en verliesrekening | -7,2 | 1,6 |
| Winst (+) / verlies (-) vóór belastingen | 89,1 | 51,2 |
| Min het aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, na winstbelasting |
4,0 | 3,0 |
| Winst (+) / verlies (-) vóór belastingen en vóór het aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
85,1 | 48,2 |
| Effectief belastingtarief | 8,5% | -3,2% |
| Aansluiting met effectief belastingtarief | ||
| Winst (+) / verlies (-) vóór belastingen en vóór het aandeel in het resultaat van deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
85,1 | 48,2 |
| Wijzigingen van belastbare basis | -9,1 | -13,5 |
| - Niet-aftrekbare kosten voor belastingdoeleinden | 9,5 | 8,0 |
| - Niet-belastbaar inkomen | -7,4 | -13,6 |
| - Kapitaalwinsten en -verliezen op deelnemingen | -5,3 | -2,9 |
| - Belastingincentieven | -6,3 | -6,4 |
| - Overige | 0,4 | 1,4 |
| Belastbaar resultaat | 76,0 | 34,8 |
| Theoretisch belastingtarief1 | 39,8% | 44,6% |
| Verwachte belastingen aan het theoretische belastingtarief | -30,2 | -15,5 |
| Verschil tussen theoretische en effectieve belastingen | -23,0 | -17,1 |
| Wijziging van de uitgestelde belastingen | 0,2 | -2,6 |
| Verandering van het belastingtarief | 0,2 | -0,1 |
| Opname (+) / terugname (-) van een voorheen opgenomen belastingverlies | - | -2,5 |
| Wijziging van de belastingen | 22,9 | 19,7 |
| Gebruik of opname van voorheen niet geboekte fiscale verliezen/belastingkredieten | 38,6 | 28,4 |
| Fiscale verliezen / tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd verwerkt |
-18,3 | -14,4 |
| Wijziging verschuldigde belastingen vorige periodes | -0,1 | 6,7 |
| Overige | 2,6 | -1,1 |
1 Theoretische geaggregeerde gewogen gemiddelde belastingtarief van alle ondernemingen van de groep.
De niet-aftrekbare kosten omvatten permanente verschillen alsook kosten die niet aftrekbaar zijn volgens de lokale belastingwetgeving (bijv. autokosten en maaltijdcheques).
Het niet-belastbaar inkomen omvat belastingkredieten voor competitiviteit, werkgelegenheid en onderzoek, alsook verschillen door de omrekening van de lokale naar de functionele munt.
Belastingincentieven omvatten de notionele intrestaftrek, verminderingen betreffende onderzoeksen ontwikkelingskosten, alsook betreffende fabricage- of overige productieactiviteiten in de Verenigde Staten van Amerika.
Het gebruik of opname van voorheen niet geboekte fiscale verliezen/belastingkredieten betreft voornamelijk het gebruik van voorheen niet geboekte belastingkredieten in België en de opname van bijkomende uitgestelde belastingvorderingen op fiscale verliezen in België (5,7 miljoen EUR) en Frankrijk (4,8 miljoen EUR).
In 2014 werden uitgestelde belastingvorderingen opgenomen op Belgische fiscale verliezen/belastingkredieten voor een bedrag van 15,1 miljoen EUR en bovendien werden voorheen niet geboekte Belgische fiscale verliezen/belastingkredieten gebruikt.
Fiscale verliezen en tijdelijke verschillen waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd opgenomen in 2015 betreffen voornamelijk fiscale verliezen binnen de gelatine activiteit. In 2014 betrof dit voornamelijk de fiscale verliezen van de activiteiten in Frankrijk.
De wijziging verschuldigde belastingen vorige periodes in 2014 heeft voornamelijk betrekking op gewijzigde belastingaangiftes gevorderd in deelstaten van de Verenigde Staten van Amerika (6,7 miljoen EUR) en verklaart voornamelijk het negatief effectief belastingtarief.
11. Materiële vaste activa
| Installaties, | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Terreinen | machines | Meubilair | |||
| en | en | en rollend | Activa in | ||
| (Miljoen EUR) | gebouwen | uitrusting | materieel | aanbouw | Totaal |
| Kostprijs | |||||
| Op 1 januari 2015 | 382,3 | 1.055,1 | 92,7 | 57,2 | 1.587,3 |
| - voorziening voor ontmanteling | 0,0 | 0,4 | - | - | 0,4 |
| - aanschaffingen | 0,6 | 4,8 | 0,6 | 54,9 | 60,8 |
| - verkopen en buitengebruikstellingen | -8,1 | -16,0 | -5,0 | -2,1 | -31,2 |
| - overboekingen | 15,5 | 38,3 | 2,2 | -57,8 | -1,8 |
| - omrekeningsverschillen | 8,0 | 9,5 | 0,9 | 2,7 | 21,2 |
| Op 31 december 2015 | 398,3 | 1.092,0 | 91,5 | 55,0 | 1.636,7 |
| Afschrijvingen en bijzondere | |||||
| waardeverminderingen | |||||
| Op 1 januari 2015 | -202,8 | -834,9 | -87,1 | 0,0 | -1.124,8 |
| - afschrijvingen | -16,2 | -42,9 | -2,5 | - | -61,7 |
| - bijzondere waardeverminderingen | -1,1 | -4,7 | - | -2,1 | -7,9 |
| - verkopen en buitengebruikstellingen | 7,1 | 14,7 | 5,0 | 2,1 | 29,0 |
| - overboekingen | 0,4 | 0,2 | 0,0 | - | 0,7 |
| - omrekeningsverschillen | -1,6 | -7,6 | -0,6 | - | -9,8 |
| Op 31 december 2015 | -214,0 | -875,1 | -85,3 | 0,0 | -1.174,4 |
| Netto boekwaarde | |||||
| Op 1 januari 2015 | 179,5 | 220,2 | 5,6 | 57,2 | 462,6 |
| Op 31 december 2015 | 184,2 | 216,9 | 6,2 | 55,0 | 462,3 |
| Terreinen | Meubilair | ||||
| en | Installaties, | en rollend | Activa in | ||
| (Miljoen EUR) | gebouwen | machines | materieel | aanbouw | Totaal |
| en | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| uitrusting | |||||
| Kostprijs | |||||
| Op 1 januari 2014 | 345,8 | 1.004,9 | 92,6 | 69,9 | 1.513,2 |
| - wijziging in de consolidatiekring (acquisities) |
0,1 | 0,0 | 0,2 | 0,0 | 0,4 |
| - voorziening voor ontmanteling | 0,0 | 0,9 | - | - | 1,0 |
| - aanschaffingen | 1,7 | 15,7 | 0,5 | 47,3 | 65,3 |
| - verkopen en buitengebruikstellingen | -5,6 | -16,7 | -3,4 | -0,9 | -26,6 |
| - overboekingen | 30,2 | 31,1 | 0,5 | -63,4 | -1,6 |
| - overboekingen naar vaste activa aangehouden voor verkoop |
-0,5 | - | - | - | -0,5 |
| - omrekeningsverschillen | 10,5 | 19,0 | 2,4 | 4,4 | 36,3 |
| Op 31 december 2014 | 382,3 | 1.055,1 | 92,7 | 57,2 | 1.587,3 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
|||||
| Op 1 januari 2014 | -192,9 | -798,6 | -84,9 | 0,0 | -1.076,4 |
| - afschrijvingen | -12,3 | -40,4 | -3,5 | - | -56,2 |
| - bijzondere waardeverminderingen | -0,3 | -0,1 | - | -0,8 | -1,2 |
| - verkopen en buitengebruikstellingen | 5,2 | 16,1 | 3,4 | 0,8 | 25,5 |
| - overboekingen | 0,0 | -0,1 | 0,0 | - | -0,1 |
| - overboekingen naar vaste activa aangehouden voor verkoop |
- | - | - | - | 0,0 |
| - omrekeningsverschillen | -2,4 | -11,7 | -2,1 | 0,0 | -16,3 |
| Op 31 december 2014 | -202,8 | -834,9 | -87,1 | 0,0 | -1.124,8 |
| Netto boekwaarde | |||||
| Op 1 januari 2014 | 152,9 | 206,3 | 7,7 | 69,9 | 436,7 |
| Op 31 december 2014 | 179,5 | 220,2 | 5,6 | 57,2 | 462,6 |
De investeringen in materiële vaste activa bedragen 60,8 miljoen EUR (2014: 65,3 miljoen EUR28) en worden per bedrijfssegment verschaft in toelichting 3 - Gesegmenteerde informatie.
In toelichting 8 - Bijkomende informatie betreffende bedrijfskosten volgens kostensoort worden de rubrieken van de winst-en-verliesrekening toegelicht waarin de afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen en terugnames van bijzondere waardeverminderingen zijn verwerkt.
Bijzondere waardeverminderingen (-7,9 miljoen EUR) werden geboekt op verschillende, individueel niet significante, activa die niet langer beschouwd worden een economische waarde te hebben aangezien ze niet langer in gebruik zijn en waarvan de marktwaarde nihil is (voor een totaalbedrag van -4,3 miljoen EUR) of voor activa waarvan de boekwaarde hoger was dan de realiseerbare waarde (-3,6 miljoen EUR). Deze laatste bijzondere waardevermindering is geboekt bij de Amerikaanse dochteronderneming Environmentally Clean Systems LLC (bedrijfssegment "Industrial solutions"), die actief is in de olie- en gasindustrie en milieuvriendelijke behandelingsmethoden verstrekt voor het reinigen, recupereren en verwijderen van verontreinigd water afkomstig van olie- en gasexploratie (door middel van fracking), mijnbouw en raffinage activiteiten. Verslechterde marktomstandigheden gaven aanleiding tot het bestaan van een mogelijke bijzondere waardevermindering.
28 De investeringen in 2014 bedroegen 66,2 miljoen EUR rekening houdend met de investeringen in activa en schulden die werden afgestoten en in vorige periode reeds werden opgenomen als vaste activa aangehouden voor verkoop.
Uit de test op bijzondere waardeverminderingen is gebleken dat een bijzondere waardevermindering van -3,6 miljoen EUR geboekt diende te worden (de resterende boekwaarde van deze activa na de bijzondere waardevermindering bedroeg 3,6 miljoen EUR). Alle bijzondere waardeverminderingen werden opgenomen als niet-recurrente kosten in de winst-en-verliesrekening (toelichting 6 - Nietrecurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten)).
Er werden geen financieringskosten geactiveerd in 2015 en 2014.
Na de terugbetaling van de lening met Banco Do Brasil en de beëindiging van de gewijzigde kredietovereenkomst in 2015 (toelichting 24 - Financiële schulden) zijn er geen significante materiële vaste activa die als garantie dienen om aan de betalingsverplichtingen van de obligors te voldoen.
De groep least materiële vaste activa onder een aantal financiële leasingovereenkomsten. Op het einde van elk van deze leasingcontracten heeft de groep de optie om de activa aan een voordelige prijs aan te schaffen. De netto boekwaarde van deze geleasde materiële vaste activa is nietsignificant.
12. Goodwill
Goodwill maakt slechts ongeveer 2,7% uit van de totale activa van de groep op 31 december 2015 en bedraagt 35,3 miljoen EUR (2014: 3,3% of 38,8 miljoen EUR).
| 2015 | 2014 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | Kostprijs | Waarde vermindering/ Afschrijving* |
Netto boekwaarde |
Kostprijs | Waarde vermindering/ Afschrijving* |
Netto boekwaarde |
| Agro | 4,9 | -4,3 | 0,7 | 4,4 | -3,8 | 0,6 |
| Bio-valorization | 29,9 | -4,0 | 25,9 | 31,7 | -1,9 | 29,8 |
| Groep Akiolis | 18,4 | -3,4 | 15,0 | 21,8 | -1,4 | 20,5 |
| Gelatine Amerika | 11,5 | -0,6 | 10,9 | 9,9 | -0,5 | 9,4 |
| Industrial solutions | 11,1 | -2,3 | 8,8 | 10,5 | -2,1 | 8,4 |
| John Davidson Pipes | 3,9 | -1,3 | 2,7 | 3,7 | -1,2 | 2,5 |
| Plastic Pipes Systems Benelux |
3,0 | - | 3,0 | 3,0 | - | 3,0 |
| Groep BT Bautechnik | 0,7 | - | 0,7 | 0,7 | - | 0,7 |
| MPR | 3,4 | -1,0 | 2,4 | 3,0 | -0,9 | 2,1 |
| Totaal | 45,9 | -10,6 | 35,3 | 46,6 | -7,8 | 38,8 |
De netto boekwaarde van de goodwill per bedrijfssegment en per kasstroomgenererende eenheid wordt weergegeven in onderstaande tabel:
* Goodwill werd afgeschreven tot 1 januari 2004.
De goodwill van Groep Akiolis en Gelatine Amerika hebben de meest significante netto boekwaarde:
- Groep Akiolis (onderdeel van het bedrijfssegment "Bio-valorization"); 15,0 miljoen EUR (2014: 20,5 miljoen EUR).
- Gelatine Amerika (onderdeel van het bedrijfssegment "Bio-valorization"); 10,9 miljoen EUR (2014: 9,4 miljoen EUR).
Alle bewegingen met betrekking tot goodwill worden weergegeven in onderstaande tabel:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Kostprijs | ||
| Op 1 januari | 46,6 | 44,2 |
| - verkopen en buitengebruikstellingen | -3,4 | -0,1 |
| - omrekeningsverschillen | 2,7 | 2,6 |
| Op 31 december | 45,9 | 46,6 |
| Bijzondere waardeverminderingen | ||
| Op 1 januari | -7,8 | -7,1 |
| - bijzondere waardeverminderingen | -5,5 | - |
| - verkopen en buitengebruikstellingen | 3,4 | - |
| - omrekeningsverschillen | -0,7 | -0,7 |
| Op 31 december | -10,6 | -7,8 |
| Nettoboekwaarde | ||
| Op 1 januari | 38,8 | 37,1 |
| Op 31 december | 35,3 | 38,8 |
Er waren geen gebeurtenissen in 2015 en 2014 die resulteerden in de opname van goodwill.
In 2015 besliste Akiolis (bedrijfssegment "Bio-valorization") om de activiteiten van Atemax in het zuidoosten van Frankrijk te beëindigen (zie ook toelichting 6 - Niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten)). Rekening houdend met het stopzetten van de activiteit in het zuidoosten van Frankrijk achtte het management het voorzichtig om de goodwill (3,4 miljoen EUR), oorspronkelijk toegewezen aan deze regio, volledig af te waarderen. Bovendien was 2,2 miljoen EUR goodwill oorspronkelijk toegewezen aan Apeval SAS, een 50% joint-venture van Akiolis voor het verzamelen, transformeren en waarderen van bijproducten uit de voeding- en veevoederindustrie. Er werd beslist om deze goodwill volledig af te waarderen rekening houdend met de negatieve prestaties en vooruitzichten van deze specifieke activiteit binnen Akiolis, waardoor de realiseerbare waarde lager was dan de boekwaarde.
In het vierde kwartaal van 2015 werkte de groep haar jaarlijkse test op bijzondere waardeverminderingen op goodwill af. Er werden geen bijkomende bijzondere waardeverminderingen nodig geacht dan deze hierboven beschreven.
De groep kan niet voorspellen wanneer en of er zich een feit zal voordoen dat een bijzondere waardevermindering noodzaakt, noch hoe dit de gerapporteerde activawaarden zal beïnvloeden. De groep gelooft dat al haar inschattingen redelijk zijn. Ze zijn consistent met de interne rapportering en weerspiegelen de beste inschattingen van het management.
De test op bijzondere waardeverminderingen op goodwill steunt op een aantal kritische oordeelsvormingen, schattingen en veronderstellingen. Goodwill werd getest op bijzondere waardeverminderingen op het niveau van zijn kasstroomgenererende eenheid, gebruik makend van berekeningen betreffende de bedrijfswaarde.
De belangrijkste oordeelsvormingen, schattingen en veronderstellingen die gebruikt werden in de berekeningen zijn de volgende:
- De cashflowprojectie van het eerste jaar is gebaseerd op het huidige financieel budget zoals goedgekeurd door het management (2016). De toekomstige vrije kasstromen houden rekening met de volgende verwachtingen, die gebaseerd zijn op zowel interne als externe bronnen.
- o De verwachte omzet is gebaseerd op de verwachte verkoopvolumes en de verwachte
verkoopprijzen. Verkoopvolumes zijn gebaseerd op prestaties uit het verleden en de inschatting door het management van de evolutie van de markt. Nieuwe productlijnen of productontwikkelingen worden enkel in rekening genomen indien het technisch haalbaar is om deze met de huidige activa te produceren. Verkoopprijzen worden gebaseerd op de huidige trends in de markt, rekening houdend met inflatie en de mogelijkheid tot prijszetting in de markt.
- o Bruto winstmarges zijn gebaseerd op de huidige margeniveaus, de toekomstige productmix en de verwachte evolutie van de belangrijkste grondstofprijzen.
- o Indirecte kosten, die niet significant variëren met verkoopvolumes of prijzen, zijn gebaseerd op de huidige kostenstructuur, rekening houdend met inflatievoorspellingen op lange termijn en exclusief niet gerealiseerde herstructureringen en kostenbesparende maatregelen.
- o De investeringsuitgaven houden enkel rekening met de kasuitgaven vereist om de activa in hun huidige toestand te behouden en houden geen rekening met toekomstige investeringsuitgaven die de winstgevendheid van de activa aanzienlijk verbeteren of verhogen tegenover hun origineel ingeschatte standaardperformantie.
- Om de eindwaarde te berekenen, werden de data van het vijfde jaar geëxtrapoleerd door vereenvoudigde veronderstellingen te hanteren zoals constante verkochte hoeveelheden, gecombineerd met constante kosten. Het groeipercentage werd verondersteld 1% te zijn.
- Projecties werden gemaakt in de functionele munt van de kasstroomgenererende eenheid en zijn verdisconteerd aan de gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC) na belastingen op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid. Deze varieert tussen 7,0% en 9,9%. Aangezien de kasstromen na winstbelasting worden opgenomen in de berekening van de 'bedrijfswaarde' van de kasstroomgenererende eenheden, wordt een discontovoet na winstbelasting gebruikt om consistent te blijven.
De gewogen gemiddelde kapitaalkosten (WACC) die werd gebruikt in de test op bijzondere waardeverminderingen bedroeg voor Groep Akiolis en Gelatine Amerika respectievelijk 7,9% (2014: 6,4%) en 7,6% (2014: 9,0%).
De toename van deze WACC's met 1% en een gelijktijdige afname van de totale toekomstige verwachte kasstroom met 10% zou er niet toe hebben geleid dat de boekwaarde binnen de significante kasstroomgenererende eenheden groter is dan hun realiseerbare waarde.
Hoewel de groep gelooft dat haar oordeelsvormingen, veronderstellingen en schattingen gepast zijn, kunnen de werkelijke resultaten afwijken van deze schattingen in geval van andere veronderstellingen of omstandigheden.
13. Overige immateriële activa
| Levensduur | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bepaald | Onbepaald | ||||||
| Concessies, | Overige | Overige | |||||
| octrooien, | immateriële | immateriële | |||||
| (Miljoen EUR) | licenties | Software | Klantenlijsten | activa | activa | Totaal | |
| Kostprijs | |||||||
| Op 1 januari 2015 | 58,5 | 13,4 | 34,4 | 18,9 | 3,2 | 128,3 | |
| - wijziging in de consolidatiekring (acquisities) |
17,0 | - | 2,5 | 1,9 | - | 21,4 | |
| - aanschaffingen | 0,0 | 0,3 | - | - | - | 0,3 | |
| - verkopen en buitengebruikstellingen |
- | -0,2 | -0,2 | -0,3 | - | -0,7 | |
| - overboekingen | 0,2 | 1,2 | - | 3,5 | -3,5 | 1,3 | |
| - omrekeningsverschillen | 4,1 | -0,2 | 1,7 | 2,1 | 0,3 | 7,9 | |
| Op 31 december 2015 | 79,7 | 14,4 | 38,4 | 26,1 | 0,0 | 158,6 | |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | |||||||
| Op 1 januari 2015 | -39,6 | -8,0 | -23,1 | -12,4 | 0,0 | -83,1 | |
| - afschrijvingen | -5,0 | -2,1 | -3,5 | -1,6 | - | -12,2 | |
| - bijzondere waardeverminderingen |
- | - | - | - | - | 0,0 | |
| - verkopen en buitengebruikstellingen |
- | 0,2 | 0,2 | 0,3 | - | 0,7 | |
| - omrekeningsverschillen | -2,2 | 0,2 | -1,3 | -1,4 | - | -4,7 | |
| Op 31 december 2015 | -46,8 | -9,7 | -27,6 | -15,1 | 0,0 | -99,3 | |
| Nettoboekwaarde | |||||||
| Op 1 januari 2015 | 18,8 | 5,4 | 11,3 | 6,5 | 3,2 | 45,2 | |
| Op 31 december 2015 | 32,9 | 4,7 | 10,7 | 11,0 | 0,0 | 59,3 |
| Levensduur | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bepaald | Onbepaald | |||||
| (Miljoen EUR) | Concessies, octrooien, |
Overige immateriële |
Overige immateriële |
|||
| Kostprijs | licenties | Software | Klantenlijsten | activa | activa | Totaal |
| Op 1 januari 2014 | 51,7 | 13,2 | 33,0 | 16,7 | 2,8 | 117,3 |
| - wijziging in de | ||||||
| consolidatiekring (acquisities) | - | - | - | 0,0 | - | 0,0 |
| - aanschaffingen | 0,8 | 1,0 | - | - | - | 1,8 |
| - verkopen en buitengebruikstellingen |
0,0 | -0,1 | -0,3 | 0,0 | - | -0,4 |
| - overboekingen | 2,2 | -0,7 | - | - | - | 1,4 |
| - omrekeningsverschillen | 3,9 | -0,1 | 1,7 | 2,1 | 0,4 | 8,0 |
| Op 31 december 2014 | 58,5 | 13,4 | 34,4 | 18,9 | 3,2 | 128,3 |
| Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | ||||||
| Op 1 januari 2014 | -33,0 | -6,2 | -18,6 | -9,7 | 0,0 | -67,5 |
| - wijziging in de consolidatiekring (acquisities) |
- | - | - | 0,0 | - | 0,0 |
| - afschrijvingen | -4,6 | -1,9 | -3,4 | -1,3 | - | -11,2 |
| - bijzondere waardeverminderingen |
- | - | - | - | - | 0,0 |
| - verkopen en buitengebruikstellingen |
0,0 | 0,1 | 0,2 | 0,0 | - | 0,3 |
| - overboekingen | - | 0,0 | - | - | - | 0,0 |
| - omrekeningsverschillen | -2,1 | 0,0 | -1,2 | -1,4 | - | -4,7 |
| Op 31 december 2014 | -39,6 | -8,0 | -23,1 | -12,4 | 0,0 | -83,1 |
| Nettoboekwaarde | ||||||
| Op 1 januari 2014 | 18,7 | 7,0 | 14,4 | 7,0 | 2,8 | 49,9 |
| Op 31 december 2014 | 18,8 | 5,4 | 11,3 | 6,5 | 3,2 | 45,2 |
De investeringsuitgaven in overige immateriële activa bedragen 0,3 miljoen EUR (2014: 1,8 miljoen EUR). De informatie per bedrijfssegment wordt verschaft in toelichting 3 - Gesegmenteerde informatie.
De wijziging in de consolidatiekring (acquisities) voor een bedrag van 21,4 miljoen EUR (2014: 0,0 miljoen EUR) heeft hoofdzakelijk betrekking op de verworven handelsnamen, klantenlijsten en knowhow door Tessenderlo Kerley Inc. in het bedrijfssegment "Agro" (toelichting 4 - Acquisities en verkopen).
Er werden geen financieringskosten geactiveerd in 2015 en 2014. Er werd geen bijzondere waardevermindering erkend op overige immateriële activa in 2015.
De "overige" immateriële activa met een bepaalde gebruiksduur bestaan voornamelijk uit nietconcurrentiebedingen, knowhow, productlabels, handelsmerken en gebruiksrechten op terreinen. De niet-concurrentiebedingen, productlabels en knowhow worden afgeschreven op lineaire basis over 10 tot 20 jaar.
In toelichting 8 - Bijkomende informatie betreffende bedrijfskosten volgens kostensoort worden de rubrieken van de winst-en-verliesrekening toegelicht waarin de afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen en de terugnames van bijzondere waardeverminderingen zijn verwerkt.
De overige immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur in 2014 betroffen handelsmerken die beschouwd werden een onbepaalde levensduur te hebben tenzij plannen zouden bestaan om de gerelateerde activiteit te beëindigen (in de kasstroomgenererende eenheden Tessenderlo Kerley en Gelatine Amerika). De overige immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur worden jaarlijks onderworpen aan een test op bijzondere waardeverminderingen en er werden geen bijzondere waardeverminderingen noodzakelijk geacht per jaareinde 2015. De onbepaalde levensduur werd echter herbekeken op jaareinde 2015. Gezien de veelheid van drijfveren en hun dynamische aard, evolueren de marktcondities snel en verkort de productlevensduur. Hierdoor wordt de levensduur van deze handelsmerken door het management niet langer als onbepaald beschouwd. Bijgevolg werden deze activa per 31 december 2015 overgeboekt naar activa met een bepaalde levensduur en zullen deze afgeschreven worden in overeenstemming met de boekhoudprincipes van de groep.
Er werden geen overige immateriële activa als zekerheid in pand gegeven ter dekking van verplichtingen.
14. Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode bestaan uit joint-ventures en geassocieerde ondernemingen.
De joint-ventures van de groep zijn:
| Eigendom | |||
|---|---|---|---|
| Land | 2015 | 2014 | |
| MPR Middle East WLL | Bahrein | 50% | 50% |
| Apeval SAS | Frankrijk | 50% | 50% |
| Établissements Michel SAS | Frankrijk | 50% | 50% |
| Établissements Violleau SAS | Frankrijk | 50% | 50% |
| Jupiter Sulphur LLC | Verenigde Staten van Amerika | 50% | 50% |
De geassocieerde ondernemingen van de groep zijn:
| Eigendom | |||
|---|---|---|---|
| Land | 2015 | 2014 | |
| T-Power SA | België | 20,00% | 20,00% |
| Meta Bio Energies SAS | Frankrijk | - | 20,46% |
| Wolf Mountain Products LLC | Verenigde Staten van Amerika | 45,00% | 45,00% |
In 2015 heeft de groep de verkoop van zijn 20,46% aandeel in Meta Bio Energies SAS afgerond. Het resultaat op de verkoop van deze investering was niet significant.
De boekwaarde van de deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode is als volgt:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Établissements Violleau SAS | 1,9 | 2,0 |
| Jupiter Sulphur LLC | 14,7 | 8,9 |
| T-Power SA | 7,8 | 6,5 |
| Overige deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | 0,7 | 1,2 |
| Totaal | 25,1 | 18,6 |
De nettoboekwaarde van de investering in Jupiter Sulphur LLC is toegenomen doordat Jupiter Sulphur LLC geen dividend uitkeerde in 2015 (de kasstroom gegenereerd door deze joint-venture zal intern aangewend worden voor toekomstige investeringsuitgaven).
Geen enkele van de deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode is beursgenoteerd en bijgevolg is er geen publieke waardering beschikbaar.
Samenvatting van de financiële informatie van deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode aan 100%:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 389,3 | 404,5 |
| Vlottende activa | 83,7 | 75,0 |
| Totaal activa | 473,1 | 479,4 |
| Eigen vermogen | 73,6 | 57,5 |
| Schulden op meer dan één jaar | 364,8 | 389,0 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 34,7 | 32,9 |
| Totaal eigen vermogen en schulden | 473,1 | 479,4 |
| Omzet | 125,8 | 124,6 |
| Kostprijs verkopen | -49,7 | -47,2 |
| Brutowinst | 76,1 | 77,3 |
| Bedrijfswinst (+) / verlies (-) vóór niet-recurrente en niet-operationele bestanddelen (REBIT) |
39,8 | 38,8 |
| Bedrijfswinst (+) / verlies (-) (EBIT) | 39,8 | 38,8 |
| Financieringskosten - netto | -16,7 | -17,6 |
| Winst (+) / verlies (-) vóór belastingen | 23,1 | 21,1 |
| Winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode | 13,9 | 12,6 |
| Totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de verslagperiode |
19,5 | -2,1 |
15. Overige beleggingen
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Beleggingen in aandelen | 1,4 | 2,0 |
| Waarborgen / deposito's / overige | 0,6 | 0,5 |
| Totaal | 2,0 | 2,5 |
| Beleggingen in aandelen (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
| Exeltium SAS, Frankrijk | 0,7 | 0,7 |
| Indaver NV, België | - | 0,6 |
| Tessenderlo Schweiz AG, Zwitserland | 0,3 | 0,3 |
| Overige | 0,4 | 0,4 |
De investeringen in niet-genoteerde ondernemingen worden gewaardeerd aan kostprijs verminderd met bijzondere waardeverminderingen, aangezien de reële waarde niet op een betrouwbare wijze bepaald kan worden.
In 2015 heeft de groep haar participatie in Indaver NV verkocht. De gerealiseerde meerwaarde werd opgenomen in de niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten) (toelichting 6).
16. Uitgestelde belastingvorderingen en schulden
| Vorderingen | Schulden | Netto | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| Materiële vaste activa | 0,9 | 0,7 | -42,4 | -35,3 | -41,5 | -34,6 |
| Overige immateriële activa | 7,5 | 6,0 | -7,0 | -6,9 | 0,5 | -0,8 |
| Voorraden | 4,7 | 3,0 | -0,8 | -0,8 | 3,9 | 2,2 |
| Personeelsbeloningen | 3,6 | 3,6 | -2,6 | -2,6 | 1,0 | 1,0 |
| Voorzieningen | 21,6 | 24,6 | -27,2 | -27,3 | -5,7 | -2,8 |
| Andere bestanddelen | 5,1 | 5,0 | -3,7 | -5,8 | 1,4 | -0,8 |
| Fiscaal overgedragen verliezen | 27,7 | 16,6 | - | - | 27,7 | 16,6 |
| Bruto uitgestelde belastingvorderingen (schulden) | 71,1 | 59,5 | -83,8 | -78,8 | -12,7 | -19,2 |
| Compensatie van belastingen | -41,1 | -41,0 | 41,1 | 41,0 | ||
| Netto uitgestelde belastingvorderingen (schulden) | 30,0 | 18,6 | -42,7 | -37,8 | -12,7 | -19,2 |
De uitgestelde belastingvordering op fiscaal overgedragen verliezen van de Belgische moedermaatschappij, Tessenderlo Chemie NV, steeg met 4,1 miljoen EUR tot 20,8 miljoen EUR per jaareinde 2015. Bovendien werden er verder uitgestelde belastingvorderingen opgenomen in 2015 voor een bedrag van 7,2 miljoen EUR, voornamelijk voor fiscaal overgedragen verliezen in Frankrijk. Deze werden opgenomen naar aanleiding van het beoordelen van de toekomstige belastbare winsten per jaareinde 2015.
Op 31 december 2015 werden uitgestelde belastingschulden voor een bedrag van 4,2 miljoen EUR (2014: 4,1 miljoen EUR), betreffende de niet-uitgekeerde reserves binnen de dochterondernemingen van de groep, niet opgenomen onder de uitgestelde belastingschulden omdat het management niet verwacht dat deze schuld zich zal realiseren in de nabije toekomst.
De overgedragen fiscale verliezen en belastingkredieten, inclusief de notionele interestaftrek, waarvoor geen uitgestelde belastingvordering werd aangelegd, bedragen 285,3 miljoen EUR (2014: 335,7 miljoen EUR). 38,7 miljoen EUR van deze belastingkredieten zijn voor een beperkte periode overdraagbaar (deze vervallen in de periode 2016-2020). Uitgestelde belastingvorderingen worden enkel opgenomen in de mate dat er voldoende toekomstige belastbare winsten (in de komende vijf jaar) beschikbaar zullen zijn, waartegen de ongebruikte fiscale verliezen en belastingkredieten kunnen worden afgezet.
De beweging van de uitgestelde belastingvorderingen en -schulden tijdens het jaar kan als volgt samengevat worden29:
| (Miljoen EUR) | Saldo op 1 januari 2015 |
Opgenomen in de winst- en verliesrekening |
Opgenomen in de niet gerealiseerde resultaten |
Omrekenings verschillen |
Saldo op 31 december 2015 |
|---|---|---|---|---|---|
| Materiële vaste activa | -34,6 | -3,9 | 0,0 | -3,0 | -41,5 |
| Overige immateriële activa | -0,8 | 1,3 | 0,0 | 0,0 | 0,5 |
| Voorraden | 2,2 | 1,6 | 0,0 | 0,2 | 3,9 |
| Personeelsbeloningen | 1,0 | 0,7 | -0,8 | 0,0 | 1,0 |
| Voorzieningen | -2,8 | -2,9 | 0,0 | 0,0 | -5,7 |
| Andere bestanddelen | -0,8 | 1,7 | 0,6 | -0,1 | 1,4 |
| Fiscaal overgedragen verliezen | 16,6 | 11,3 | 0,0 | -0,2 | 27,7 |
| Totaal | -19,2 | 9,8 | -0,2 | -3,1 | -12,7 |
17. Handels- en overige vorderingen
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Handels- en overige vorderingen op meer dan één jaar | ||
| Handelsvorderingen | 0,0 | 0,4 |
| Bruto handelsvorderingen | 0,0 | 0,4 |
| Waardeverminderingen | - | - |
| Overige vorderingen | 10,5 | 6,5 |
| Vorderingen gerelateerd aan pensioenplannen | 4,4 | 2,4 |
| Totaal | 14,9 | 9,2 |
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
| Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar | ||
| Handelsvorderingen | 215,8 | 120,5 |
| Bruto handelsvorderingen | 223,9 | 128,7 |
| Waardeverminderingen | -8,1 | -8,2 |
| Overige vorderingen | 35,5 | 58,1 |
| Vooruitbetalingen | 0,8 | 0,9 |
| Vorderingen op verbonden partijen | 1,1 | 0,7 |
| Totaal | 253,2 | 180,2 |
Vorderingen op verbonden partijen hebben betrekking op vorderingen op joint-ventures (toelichting 32 - Verbonden partijen).
De ouderdomsbalans van de bruto handelsvorderingen en waardeverminderingen wordt toegelicht in de rubriek "Kredietrisico" van toelichting 28 - Financiële instrumenten.
De overige vorderingen op meer dan één jaar hebben voornamelijk betrekking op een Franse belastingvordering van 7,9 miljoen EUR (2014: 5,3 miljoen EUR) gerelateerd aan belastingkredieten voor competitiviteit, werkgelegenheid en onderzoek.
29 In de onderstaande tabel worden uitgestelde belastingschulden en uitgestelde belastingkosten weergegeven als negatieve bedragen; uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingopbrengsten worden weergegeven als positieve bedragen.
De stijging van de vorderingen gerelateerd aan pensioenplannen wordt verklaard door een toename van de netto pensioenactiva van het pensioenplan in het Verenigd Koninkrijk. Wijzigingen in financiële veronderstellingen (de stijging van de discontovoet voor het actualiseren van pensioenverplichtingen) en ervaringsaanpassingen resulteerden in een lagere pensioenverplichting.
De daling van de overige vorderingen op ten hoogste één jaar wordt voornamelijk verklaard door het innen in 2015 van een Franse belastingvordering (10,7 miljoen EUR) en een lagere Amerikaanse belastingvordering in vergelijking met vorig jaar. Het overblijvende saldo wordt verklaard door overige belastingen en BTW vorderingen en diverse, individueel, niet-significante bedragen binnen meerdere dochterondernemingen van de groep.
Een bedrag van 98,2 miljoen EUR werd op 31 december 2014 ontvangen in cash via diverse "nonrecourse" factoring- en effectiseringprogramma's, waarbij handelsvorderingen zijn verkocht aan hun nominale waarde verminderd met een korting in ruil voor cash. Het netto bedrag van de verkochte handelsvorderingen wordt niet langer in de balans opgenomen. De stopzetting van het "nonrecourse" effectiseringsprogramma en de opschorting van het "non-recourse" factoringprogramma in 2015, verklaart de toename van de opgenomen handelsvorderingen in de balans op jaareinde 2015.
18. Voorraden
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Hulpstoffen | 56,8 | 55,6 |
| Goederen in bewerking | 8,6 | 14,9 |
| Gereed product | 198,4 | 150,4 |
| Handelsgoederen | 25,1 | 27,3 |
| Totaal | 288,9 | 248,2 |
Om een betere dienstverlening aan klanten te kunnen bieden tijdens het 2016 Agro seizoen werd meer voorraad aangehouden per jaareinde 2015.
Er werden geen voorraden in pand gegeven.
De voorraadkosten die werden verwerkt in de kostprijs verkopen in 2015 bedraagt 651,8 miljoen EUR (2014: 649,7 miljoen EUR).
In 2015 werd een bedrag van 27,8 miljoen EUR (2014: 5,7 miljoen EUR) in kost genomen, waarvan een afwaardering van 21,6 miljoen EUR op voorraden en wisselstukken (die deel uitmaken van de hulpstoffen) ten gevolge van gewijzigde boekhoudkundige inschattingen betreffende verouderde voorraden (11,8 miljoen EUR is opgenomen in de kostprijs van verkopen en 9,8 miljoen EUR is opgenomen in niet-recurrente en niet-operationele items).
Er waren geen significante terugnames van afwaarderingen op voorraden.
19. Geldmiddelen en kasequivalenten
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Termijndeposito's | 80,0 | 50,3 |
| Zichtrekeningen | 50,2 | 106,8 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 130,2 | 157,0 |
| Kortetermijnschulden bij kredietinstellingen | -0,5 | -0,6 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten in het kasstroomoverzicht | 129,7 | 156,5 |
De termijndeposito's hebben een maximale looptijd van 1 maand.
20. Vaste activa aangehouden voor verkoop
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Vaste activa aangehouden voor verkoop | 1,4 | 2,3 |
Onderstaande tabel toont de belangrijkste categorieën van activa en schulden die als aangehouden voor verkoop werden gepresenteerd per 31 december:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Activa | 1,4 | 2,3 |
| Totaal vaste activa | 1,4 | 2,3 |
| Materiële vaste activa | 1,4 | 2,2 |
| Overige beleggingen | - | 0,2 |
De vaste activa aangehouden voor verkoop omvatten per 31 december 2015 enkele niet-strategische activa, voornamelijk terreinen en gebouwen voor een netto boekwaarde van 1,4 miljoen EUR.
21. Eigen vermogen
Aandelenkapitaal en uitgiftepremie
| Gewone aandelen | ||
|---|---|---|
| 2015 | 2014 | |
| Aantal aandelen per 1 januari | 42.396.563 | 31.771.463 |
| Uitgegeven aandelen per 14 oktober 2014 | - | 5.333 |
| Uitgegeven aandelen per 19 december 20141 | - | 10.619.767 |
| Uitgegeven aandelen per 16 juli 2015 | 396.476 | - |
| Uitgegeven aandelen per 24 augustus 2015 | 53.866 | - |
| Uitgegeven aandelen per 26 oktober 2015 | 12.251 | - |
| Uitgegeven aandelen per 18 december 2015 | 43.566 | - |
| Aantal aandelen per 31 december - volstort | 42.902.722 | 42.396.563 |
1 bevat 10 592 265 nieuwe aandelen via een aanbieding met voorkeursrecht en 27 502 nieuwe aandelen naar aanleiding van de omzetting van warranten. Het aantal aandelen bevat 13 892 209 aandelen op naam (2014: 12 202 446) en 29 009 913 gewone aandelen aan toonder (2014: 30 194 117). De aandelen zijn zonder nominale waarde. De aandeelhouders van Tessenderlo Chemie NV hebben het recht om dividenden te ontvangen zoals goedgekeurd, alsook op één stem per aandeel op algemene aandeelhoudersvergaderingen van de vennootschap.
Naar aanleiding van de omzetting van warranten werden gewone aandelen opgenomen in verhandeling op Eurolist van NYSE Euronext Brussels op:
- 16 juli 2015: 396 476 gewone aandelen. Deze transactie verhoogde het geplaatst kapitaal en uitgiftepremies met 8,7 miljoen EUR;
- 24 augustus 2015: 53 866 gewone aandelen. Deze transactie verhoogde het geplaatst kapitaal en uitgiftepremies met 1,3 miljoen EUR;
- 26 oktober 2015: 12 251 gewone aandelen. Deze transactie verhoogde het geplaatst kapitaal en uitgiftepremies met 0,3 miljoen EUR;
- 18 december 2015: 43 566 gewone aandelen. Deze transactie verhoogde het geplaatst kapitaal en uitgiftepremies met 0,9 miljoen EUR.
Het voorstel van de Raad van Bestuur om geen dividend toe te kennen voor het boekjaar 2014, werd goedgekeurd door de aandeelhouders van Tessenderlo Chemie NV op hun jaarlijkse algemene vergadering die plaatsvond op 2 juni 2015. Er werden in 2015 geen nieuwe aandelen aangeboden aan het personeel.
Toegestaan kapitaal
Zoals goedgekeurd tijdens de buitengewone algemene vergadering gehouden op 7 juni 2011 werd aan de Raad van Bestuur de bevoegdheid toegekend om, gedurende de termijn en op de manier bepaald, het kapitaal van Tessenderlo Chemie NV, in een of meerdere malen te verhogen tot beloop van een maximum bedrag van 40,0 miljoen EUR, uitsluitend in het kader van (i) kapitaalverhogingen voorbehouden aan de personeelsleden van de groep, (ii) kapitaalverhogingen in het kader van de uitgifte van warranten ten gunste van bepaalde personeelsleden van de groep, en eventueel, ten behoeve van bepaalde personen die geen personeelslid zijn van de groep, (iii) kapitaalverhogingen in het kader van een optioneel dividend, ongeacht of in dit kader het dividend rechtstreeks wordt uitbetaald in aandelen dan wel het dividend wordt uitgekeerd in contanten en vervolgens met de uitgekeerde contanten kan worden ingeschreven op aandelen, in voorkomend geval met een opleg in geld en (iv) kapitaalverhogingen die geschieden door omzetting van reserves of overige posten van het eigen vermogen, teneinde toe te laten om het bedrag van het maatschappelijk kapitaal af te ronden naar het dichtstbijzijnde rond bedrag. Het niet gebruikte bedrag van het toegestaan kapitaal bedraagt 22,9 miljoen EUR op balansdatum.
Wettelijke reserves
Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5% van de statutaire nettowinst van een Belgische onderneming overgedragen worden naar de wettelijke reserve tot deze wettelijke reserve 10% van het geplaatst kapitaal bedraagt. Deze wettelijke reserve van de vennootschap bedraagt 18,4 miljoen EUR op balansdatum. Normaal kan deze reserve niet uitgekeerd worden aan de aandeelhouders, behalve in het geval van vereffening.
De te betalen dividenden door de operationele dochterondernemingen aan Tessenderlo Chemie NV zijn, naast andere beperkingen, onderworpen aan algemene beperkingen opgelegd door wetgevingen van de respectievelijke rechtsdistricten waar deze dochterondernemingen georganiseerd en operationeel zijn. Dividenden aan de moedermaatschappij betaald door bepaalde dochterondernemingen zijn eveneens onderworpen aan roerende voorheffing. Roerende voorheffing, indien van toepassing, bedraagt in het algemeen niet meer dan 25%.
Omrekeningsverschillen
De omrekeningsverschillen omvatten alle wisselkoersverschillen die het resultaat zijn van de omrekening van de jaarrekeningen van buitenlandse entiteiten.
Indekkingsreserves
De indekkingsreserves omvatten het effectieve deel van de cumulatieve nettowijziging in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten voor zover het afgedekte risico nog geen invloed had op de winst- en verliesrekening.
Dividenden
De Raad van Bestuur zal op 7 juni 2016 aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorstellen om geen dividend uit te keren over het financiële jaar 2015.
Kapitaalmanagement
Het beleid van de Raad van Bestuur bestaat erin om een sterke kapitaalbasis te behouden en zodoende het vertrouwen van investeerders, leveranciers en dat van de markt te bewaren alsook de toekomstige ontwikkeling van de activiteiten te kunnen voortzetten.
Kapitaal bestaat uit geplaatst kapitaal, uitgiftepremies en reserves.
De Raad van Bestuur wenst een evenwicht te behouden tussen een hoger rendement enerzijds door middel van financiële schulden en de voordelen en veiligheid van een sterke kapitaalstructuur anderzijds. Eind 2015 bedraagt de gearing ratio (netto financiële schuld gedeeld door de som van de netto financiële schuld en het eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van de vennootschap) 21,9% (2014: 11,6%).
22. Winst per aandeel
Gewone winst per aandeel
De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op de winst toewijsbaar aan de gewone aandeelhouders en het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen, uitstaand gedurende het boekjaar.
Het gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen en de winst per aandeel worden als volgt berekend:
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Aantal gewone aandelen per 1 januari | 42.396.563 | 31.771.463 |
| Effect van uitgegeven aandelen1 | 206.679 | 379.393 |
| Aangepast gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen per 31 december | 42.603.242 | 32.150.856 |
| Winst (+) / verlies (-) toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap (miljoen EUR) |
84,5 | 53,7 |
|---|---|---|
| Gewone winst (+) / verlies (-) per aandeel (in EUR) | 1,98 | 1,67 |
1 Het effect van uitgegeven aandelen is gebaseerd op het gewogen gemiddelde aantal uitgegeven aandelen openstaand tijdens het boekjaar.
Verwaterde winst per aandeel
De berekening van de verwaterde winst per aandeel is gebaseerd op de winst toewijsbaar aan de gewone aandeelhouders en het verwaterd gewogen gemiddelde van het aantal gewone aandelen, uitstaand gedurende het boekjaar.
Potentiële gewone aandelen worden als verwaterd beschouwd enkel wanneer hun omzetting in gewone aandelen zou leiden tot een daling van de winst per aandeel of een toename van het verlies per aandeel.
Het (verwaterd) gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen en de verwaterde winst per aandeel worden als volgt berekend:
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Aangepast gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen per 31 december | 42.603.242 | 32.150.856 |
| Effect van uitgegeven warranten1 | 63.266 | - |
| Verwaterd gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen per 31 december | 42.666.508 | 32.150.856 |
| Winst (+) / verlies (-) toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap (miljoen EUR) |
84,5 | 53,7 |
| Verwaterde winst (+) / verlies (-) per aandeel (in EUR) | 1,98 | 1,67 |
1 de gemiddelde prijs van de aandelen die werd gebruikt in de berekening van winst/verlies per aandeel is gebaseerd op de gemiddelde dagdagelijkse slotkoers van het aandeel van Tessenderlo Group zoals genoteerd op de aandelenmarkt en houdt rekening met de onthechting van coupon nr. 77 met betrekking tot de kapitaalverhoging in 2014.
Per 31 december 2015 stonden 338.598 warranten uit die aan het senior management werden toegekend. Hiervan zijn er 253.673 verwaterd en opgenomen in de berekening van de verwaterde winst per aandeel (het effect van uitgegeven warranten bedroeg 63.266). De 2015 berekening van de verwaterde winst per aandeel bevat de overige 84.925 warranten niet omdat deze niet verwaterd zijn in de gerapporteerde periode.
23. Minderheidsbelang
De deelnemingen met een minderheidsbelang zijn:
| minderheidsbelang | Percentage | ||
|---|---|---|---|
| Land | 2015 | 2014 | |
| Environmentally Clean Systems LLC | Verenigde Staten van Amerika | 30,99% | 35,00% |
| ECS Myton, LLC | Verenigde Staten van Amerika | 49,00% | 49,00% |
| PB Gelatins (Wenzhou) Co. Ltd | China | 20,00% | 20,00% |
| PB Gelatins Heilongjiang Co. Ltd | China | 13,80% | 13,80% |
In 2015 heeft de groep zijn belang verhoogd in Environmentally Clean Systems LCC via een kapitaalverhoging.
Een overeenkomst werd in 2015 getekend om het overige belang te verwerven in PB Gelatins Heilongjiang Co. Ltd en zal uitgevoerd worden in 2016. De impact op de geconsolideerde financiële staten van 2016 wordt verwacht niet significant te zijn.
Samenvatting van de financiële informatie van deelnemingen met een minderheidsbelang aan 100%:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Vaste activa | 32,6 | 39,9 |
| Vlottende activa | 26,0 | 21,7 |
| Totaal activa | 58,5 | 61,6 |
| Eigen vermogen | 3,9 | 16,3 |
| Schulden op meer dan één jaar | 7,7 | 11,8 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 47,0 | 33,6 |
| Totaal eigen vermogen en schulden | 58,5 | 61,6 |
| Omzet | 24,7 | 20,0 |
| Kostprijs verkopen | -29,9 | -22,2 |
| Brutowinst | -5,2 | -2,2 |
| Bedrijfswinst (+) / verlies (-) vóór niet-recurrente en niet-operationele bestanddelen (REBIT) |
-9,4 | -5,9 |
| Bedrijfswinst (+) / verlies (-) (EBIT) | -13,5 | -3,8 |
| Financieringskosten - netto | -2,5 | -2,5 |
| Winst (+) / verlies (-) vóór belastingen | -16,0 | -6,3 |
| Winst (+) / verlies (-) over de verslagperiode | -14,2 | -6,0 |
24. Financiële schulden
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Financiële schulden op meer dan één jaar | 226,7 | 3,9 |
| Financiële schulden op ten hoogste één jaar | 48,3 | 209,7 |
| Totaal financiële schulden | 275,0 | 213,6 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | -130,2 | -157,0 |
| Kortetermijnschulden bij kredietinstellingen | 0,5 | 0,6 |
| Netto financiële schuld | 145,3 | 57,1 |
Op jaareinde van 2015 kwam de netto financiële schuld van de groep uit op 145,3 miljoen EUR, hetgeen een leverage ratio impliceert van 0,8x. De netto financiële schuld bedroeg eind 2014 57,1 miljoen EUR, terwijl de notionele nettoschuld 155,3 miljoen EUR bedroeg.
Een bedrag van 98,2 miljoen EUR werd op 31 december 2014 ontvangen in cash via diverse "nonrecourse" factoring- en effectiseringprogramma's. In de loop van 2015 is het "non-recourse" effectiseringsprogramma stopgezet en het "non-recourse" factoringprogramma opgeschort.
Financiële schulden op meer dan één jaar en op ten hoogste één jaar
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Financiële schulden op meer dan één jaar | ||
| Leasingschulden | 0,1 | 0,1 |
| Obligaties (met vervaldatum in 2022 en 2025) | 223,6 | - |
| Kredietinstellingen | 3,0 | 4,3 |
| Transactiekosten verbonden aan financiële schulden | - | -0,5 |
| Totaal | 226,7 | 3,9 | ||
|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden op ten hoogste één jaar | ||||
| Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen | 0,0 | 165,5 | ||
| Leasingschulden op minder dan één jaar | 0,0 | 0,1 | ||
| Handelspapier en kredietinstellingen | 48,3 | 45,8 | ||
| Transactiekosten verbonden aan financiële schulden | - | -1,7 | ||
| Totaal | 48,3 | 209,7 |
Op 2 januari 2015 heeft de Braziliaanse dochteronderneming PB Brasil de FCO lening (Fundos Constitucionais de Financiamento, een overheidsfonds toegekend aan de Braziliaanse dochteronderneming PB Brasil via de Banco Do Brasil SA in 2010) voor een bedrag van 14,9 miljoen EUR vervroegd terugbetaald.
Tessenderlo Chemie NV heeft op 15 juli 2015 twee series van obligaties uitgegeven met een looptijd van 7 jaar (de "2022 obligaties") en 10 jaar (de "2025 obligaties"). Beide obligaties zijn uitgegeven met vaste coupons van respectievelijk 2,875% en 3,375%. De obligaties zijn toegelaten tot verhandeling op de gereglementeerde markt van Euronext Brussel. Het totaal uitgegeven bedrag was 250,0 miljoen EUR, waarvan 192,0 miljoen EUR voor de 2022 obligaties en 58,0 miljoen EUR voor de 2025 obligaties. Térélux SA, een 100% dochteronderneming actief in de herverzekeringsmarkt, heeft 26,4 miljoen EUR opgenomen in lijn met haar investeringsbeleid.
Een deel van de opbrengst van de obligatie-uitgifte werd aangewend om de private plaatsing van 150,0 miljoen EUR, die in oktober 2015 verviel, terug te betalen.
De herziene gesyndiceerde kredietfaciliteit is in december 2015 geannuleerd en vervangen door bilaterale overeenkomsten van vijf jaar met vier kredietinstellingen voor een totaalbedrag van 142,5 miljoen EUR (waarvan een deel opgevraagd kan worden in USD). Deze nieuwe faciliteiten bevatten geen financiële covenanten en verzekeren een maximale flexibiliteit voor de verschillende activiteiten. De transactiekosten met betrekking tot de bilaterale overeenkomsten van 5 jaar zijn nihil. Er heeft geen opname plaatsgevonden op deze nieuwe faciliteiten per jaareinde 2015.
De transactiekosten met betrekking tot de gesyndiceerde kredietfaciliteit en de private plaatsing zijn in 2015 volledig afgeschreven en opgenomen in de financiële kosten.
De groep heeft toegang tot een Belgisch programma van handelspapier voor een bedrag van 200,0 miljoen EUR waarvan 43,0 miljoen EUR werd gebruikt per eind december 2015 en opgenomen is in de financiële schulden op ten hoogste één jaar (31 december 2014: 41,2 miljoen EUR). Dit handelspapier is uitgegeven door Tessenderlo Chemie NV, de moedermaatschappij.
Er zijn noch significante inpandgevingen voor de financiële schulden noch financiële covenanten die nageleefd dienen te worden per jaareinde 2015.
Financiële schulden op meer dan één jaar en op ten hoogste één jaar per munteenheid
Analyse van de financiële schulden op ten hoogste één jaar en op meer dan één jaar per munteenheid, uitgedrukt in EUR (2015):
| (Miljoen EUR) | EUR | BRL | CNY | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden op ten hoogste één jaar | 43,6 | - | - | 4,7 | 48,3 |
| Financiële schulden op meer dan één jaar | 226,6 | - | - | 0,1 | 226,7 |
| Totaal financiële schulden | 270,2 | 0,0 | 0,0 | 4,8 | 275,0 |
| Percentage van totale financiële schulden | 98,24% | 0,00% | 0,00% | 1,76% | 100,00% |
Analyse van de financiële schulden op ten hoogste één jaar en op meer dan één jaar per munteenheid, uitgedrukt in EUR (2014):
| (Miljoen EUR) | EUR | BRL | CNY | Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële schulden op ten hoogste één jaar1 | 190,2 | 14,9 | 0,7 | 3,9 | 209,7 |
| Financiële schulden op meer dan één jaar | 3,1 | - | 0,7 | 0,1 | 3,9 |
| Totaal financiële schulden | 193,3 | 14,9 | 1,3 | 4,0 | 213,6 |
| Percentage van totale financiële schulden | 90,52% | 6,98% | 0,62% | 1,88% | 100,00% |
1 Een deel van deze leningen is aangegaan in EUR en nadien omgezet in USD (zie ook toelichting 28 - Financiële instrumenten). De oorspronkelijke lening blijft in EUR.
Financiële leasing
Er zijn geen individueel significante financiële leasingcontracten in 2015 en 2014.
25. Personeelsbeloningen
De voorzieningen voor personeelsbeloningen werden als volgt opgenomen in de balans per 31 december:
| 2015 | 2014 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | Voorziening voor brug pensioenen |
Pensioen plannen met een te bereiken doel |
Overige personeels beloningen |
Totaal | Voorziening voor brug pensioenen |
Pensioen plannen met een te bereiken doel |
Overige personeels beloningen |
Totaal |
| Op meer dan één jaar | 7,8 | 38,0 | 2,4 | 48,3 | 5,1 | 46,8 | 1,3 | 53,3 |
| Op ten hoogste één jaar | 1,6 | - | 0,2 | 1,7 | 1,2 | - | 0,2 | 1,5 |
| Totaal | 9,4 | 38,0 | 2,6 | 50,0 | 6,4 | 46,8 | 1,6 | 54,7 |
| 2015 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | Voorziening voor brugpensioenen |
Pensioenplannen met een te bereiken doel |
Overige personeels beloningen |
Totaal | ||
| Saldo op 1 januari 2015 | 6,4 | 46,8 | 1,6 | 54,7 | ||
| Toevoeging van voorzieningen | 0,3 | 0,5 | 1,3 | 2,1 | ||
| Aanwending van voorzieningen | -1,3 | -0,8 | -0,3 | -2,3 | ||
| Terugname van voorzieningen | 0,0 | -8,6 | 0,0 | -8,7 | ||
| Overboekingen | 4,1 | - | - | 4,1 | ||
| Omrekeningsverschillen | - | 0,1 | 0,0 | 0,1 | ||
| Saldo op 31 december 2015 | 9,4 | 38,0 | 2,6 | 50,0 |
De voorzieningen voor brugpensioen bedragen 9,4 miljoen EUR per 31 december 2015, waarvan 6,2 miljoen EUR betrekking heeft op de sluiting van de fosfaatproductie in 2013 (opgenomen in overeenstemming met de bepalingen in IAS 19 voor ontslagvergoedingen).
De voorzieningen voor overige personeelsbeloningen omvatten de anciënniteitvoordelen ("nationale orde van verdienste (médailles d'honneur du travail)", premies voor jubilea, …).
Een algemene beschrijving van het type plan
Personeelsbeloningen
Deze verplichtingen worden geboekt om de vergoedingen na uitdiensttreding te dekken en zij dekken de pensioenplannen en andere voordelen, in overeenstemming met de lokale praktijken en voorwaarden, en gebruik makend van een actuariële berekening die de financiering van de verzekeringsmaatschappijen en andere pensioenplannen in rekening neemt. De belangrijkste pensioenplannen bevinden zich in België, Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland.
Vaste bijdrage pensioenplannen
De vaste bijdrage pensioenplannen zijn plannen voor dewelke de onderneming vooraf vastgestelde bijdragen stort in een juridische vennootschap of een afzonderlijk fonds, in overeenstemming met de bepalingen van het plan. De wettelijke of feitelijke verplichting van de groep is beperkt tot de gestorte bijdragen. De bijdragen worden geboekt als een kost in de winst-en-verliesrekening op het ogenblik dat ze zich voordoen en worden opgenomen in toelichting 7 - Personeelskosten en hiermee verbonden voordelen.
Pensioenplannen met een te bereiken doel
De pensioenplannen met een te bereiken doel dekken de vergoedingen gebaseerd op het loon en het aantal jaren dienst. Deze plannen worden extern gefinancierd door pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Onafhankelijke actuarissen voeren op regelmatige basis een actuariële waardering uit.
De pensioenplannen met een te bereiken doel in België zijn allemaal eindsalaris pensioenplannen en keren de voordelen aan de aangeslotenen uit in de vorm van een gegarandeerd pensioenkapitaal (betaalbaar als een éénmalig kapitaal of een levenslange rente). Deze plannen worden gedekt door een beheerd pensioenfonds en door groepsverzekeringscontracten. De toegekende voordelen zijn afhankelijk van het aantal jaren dienst en van het gemiddeld salaris in de laatste 3 jaar vóór pensionering, of het gemiddeld salaris van de beste 3 opeenvolgende jaren, indien deze hoger is.
De vaste bijdrage pensioenplannen in België zijn wettelijk verplicht om een minimumrentabiliteit te garanderen (de wettelijke minimumrentabiliteit bedraagt 1,75% vanaf 1 januari 2016, terwijl deze voordien voor werkgeversbijdragen 3,25% bedroeg). In de mate dat de wettelijke rentabiliteitsgarantie voldoende afgedekt is, heeft de groep geen verdere betalingsverplichting buiten de pensioenbijdragen die in de winst-en-verliesrekening worden opgenomen op het moment dat de gerelateerde dienst is geleverd. De vaste bijdrage pensioenplannen in België moeten behandeld worden als pensioenplannen met een te bereiken doel volgens IAS 19 aangezien ze niet aan de criteria voldoen om behandeld te worden als pure vaste bijdrage pensioenplannen onder IFRS. De groep volgt de voorgeschreven methodologie voor de verwerking van pensioenplannen met een te bereiken doel in lijn met onder meer IAS 19 §57.(a), namelijk de "projected unit credit" methode. In het kader van vaste bijdrage pensioenplannen met een gegarandeerde minimumrentabiliteit is de pensioenverplichting de actuele waarde van de totale geraamde en verwachte voordelen (uiteindelijke kost) voor een volledige loopbaan gebruik makend van opgebouwde rechten op het moment van de berekening, verhoogd met de verwachte toekomstige bijdragen (geraamd en gebruik makend van assumpties betreffende salarisstijging) en welke verwant is met de diensten geleverd op datum van berekening en rapportering. De gegarandeerde minimumrentabiliteit wordt bij de toekomstige bijdragen gevoegd. Het verschil tussen de pensioenverplichting en de reële waarde van de fondsbeleggingen (IAS 19 §57.(a) (iii)) werd opgenomen in de balans.
De fondsbeleggingen van de vaste bijdrage pensioenplannen in België zijn opgenomen in het Belgische pensioenfonds "OFP Pensioenfonds" of zijn extern verzekerd via verzekeringscontracten. Voor de plannen gefinancierd via verzekeringscontracten, worden er verschillende rendementen gegarandeerd op de reserves en op de premies afhankelijk van het niveau bereikt op specifieke data:
- Voor de bijdragen betaald tot 01/01/2001 bedraagt het gegarandeerd rendement 4,75%;
- Voor de bijdragen betaald in de periode van 01/01/2001 tot 01/01/2013 bedraagt het gegarandeerd rendement 3,25%;
- Voor de bijdragen betaald in de periode van 01/01/2013 tot 01/04/2015 bedraagt het gegarandeerd rendement 1,75%.
- Voor de bijdragen betaald in de periode van 01/04/2015 tot 01/10/2015 bedraagt het gegarandeerd rendement 0,75%.
- Voor de bijdragen betaald vanaf 01/10/2015 bedraagt het gegarandeerd rendement 0,50%.
De pensioenplannen in Groot-Brittannië en in Duitsland zijn eindsalaris pensioenplannen en voorzien een levenslang gegarandeerd pensioen. Het plan in Groot-Brittannië is gedekt door een beheerd pensioenfonds en het plan in Duitsland is gedekt door voorzieningen opgenomen in de geconsolideerde balans.
Voor de pensioenplannen in Groot-Brittannië en in België, die gedekt zijn door een beheerd pensioenfonds, moet de raad van bestuur, volgens het pensioenreglement, bestaan uit vertegenwoordigers van de onderneming en aangeslotenen in het plan. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het beheer van deze plannen.
De groep is blootgesteld aan een aantal risico's verbonden met de pensioenplannen met een te bereiken doel. De belangrijkste risico's zijn de volgende:
- Volatiliteit van de activa: de groep voert op regelmatige basis een ALM (Asset and Liability Management) studie uit voor het beheerd pensioenfonds teneinde een nauwkeurige overeenstemming te garanderen tussen de fondsbeleggingen en de verplichtingen. De plannen hebben belangrijke investeringen in investeringsfondsen, die beleggen in aandelen, en zijn bijgevolg blootgesteld aan aandelenmarktrisico's.
- Inflatie, interestvoet en levensverwachting: de pensioenen in de meeste plannen zijn verbonden met inflatie. Bijgevolg zijn de pensioenplannen blootgesteld aan risico's betreffende de inflatie, interestvoet en levensverwachting van de gepensioneerden.
De groep is van oordeel dat alle pensioenplannen met een te bereiken doel gelijkaardige kenmerken en risico's hebben.
Pensioenplan met een te bereiken doel
De bedragen opgenomen in de balans zijn de volgende:
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Netto actuele waarde van de volledig gefinancierde verplichtingen | -47,3 | -46,2 | |
| Netto actuele waarde van de gedeeltelijk gefinancierde verplichtingen | -79,5 | -90,7 | |
| Netto actuele waarde van de volledig niet-gefinancierde verplichtingen | -21,8 | -24,6 | |
| Totale netto actuele waarde van de verplichtingen | -148,6 | -161,5 | |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 115,1 | 117,1 | |
| Netto(verplichting) / vordering | -33,6 | -44,4 | |
| Bedragen opgenomen in de balans: | |||
| Schulden | -38,0 | -46,8 | |
| Vorderingen | 17 | 4,4 | 2,4 |
| Netto(verplichting) / vordering | -33,6 | -44,4 |
De reconciliatie van de netto pensioen(verplichting)/vordering en haar componenten wordt in volgende tabel weergegeven:
| 2015 | 2014 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Netto actuele | Reële | Netto actuele | Reële | ||||
| waarde van de |
waarde van de fonds |
Netto (verplichting)/ |
waarde van de |
waarde van de fonds |
Netto (verplichting)/ |
||
| (Miljoen EUR) | verplichtingen | beleggingen | vordering | verplichtingen | beleggingen | vordering | |
| Saldo op 1 januari | -161,5 | 117,1 | -44,4 | -231,5 | 204,0 | -27,6 | |
| Opgenomen in de winst- en | |||||||
| verliesrekening Aan het dienstjaar |
|||||||
| toegerekende pensioenkosten | -5,8 | - | -5,8 | -4,1 | - | -4,1 | |
| Aan het dienstjaar | |||||||
| toegerekende pensioenkosten | - | 0,4 | 0,4 | - | 0,4 | 0,4 | |
| - Bijdrage werknemers | |||||||
| Rente(kosten) / opbrengsten | -3,6 | 3,0 | -0,6 | -4,4 | 3,7 | -0,7 | |
| (Kosten)/opbrengsten van inperking |
0,1 | - | 0,1 | -0,5 | - | -0,5 | |
| Administratieve kosten | - | -0,4 | -0,4 | - | -0,3 | -0,3 | |
| Totaal opgenomen in de | |||||||
| winst- en verliesrekening | -9,3 | 3,1 | -6,3 | -9,0 | 3,9 | -5,2 | |
| Opgenomen in de niet | |||||||
| gerealiseerde resultaten | |||||||
| Herwaarderingen: | |||||||
| - Opbrengsten/(kosten) door wijzigingen in demografische |
- | - | - | -1,0 | - | -1,0 | |
| veronderstellingen | |||||||
| - Opbrengsten/(kosten) door | |||||||
| wijzigingen in financiële | 8,2 | - | 8,2 | -22,3 | - | -22,3 | |
| veronderstellingen | |||||||
| - Ervaringsaanpassingen: opbrengsten/(kosten) |
2,7 | 1,8 | 4,5 | 6,9 | 5,9 | 12,8 | |
| - Opname verplichting vaste | |||||||
| bijdrage pensioenplannen in | |||||||
| de netto | - | - | - | -13,8 | 9,6 | -4,2 | |
| pensioen(verplichting)/ | |||||||
| vordering Totaal opgenomen in de |
|||||||
| niet-gerealiseerde resultaten | 10,9 | 1,8 | 12,7 | -30,1 | 15,5 | -14,6 | |
| Overige | |||||||
| Omrekeningsverschillen op | -3,3 | 3,3 | 0,0 | -2,9 | 3,4 | 0,5 | |
| buitenlandse plannen | |||||||
| Bijdragen van de werkgever | - | 4,4 | 4,4 | - | 2,6 | 2,6 | |
| Betaalde vergoedingen Impact van de overdracht |
14,6 | -14,6 | 0,0 | 7,6 | -7,6 | 0,0 | |
| Nederlandse pensioenplannen | - | - | - | 104,8 | -104,8 | 0,0 | |
| naar een sector fonds | |||||||
| Totaal overige | 11,3 | -6,9 | 4,4 | 109,5 | -106,3 | 3,2 | |
| Saldo op 31 december | -148,6 | 115,1 | -33,6 | -161,5 | 117,1 | -44,4 |
De opbrengst door de wijziging in financiële assumpties in 2015, opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, kan voornamelijk verklaard worden door:
- De toename van de disconteringsvoet gebruikt in 2015 om de actuele waarde van de pensioenverplichting met een te bereiken doel te berekenen (gewogen gemiddelde van 2,5%) in vergelijking met de disconteringsvoet gebruikt in 2014 (gewogen gemiddelde van 2,2%);
- De afname van de wettelijk verplichte minimum rentabiliteitsgarantie voor werkgeversbijdragen van Belgische vaste bijdrage pensioenplannen (die als pensioenplannen met een te bereiken doel worden opgenomen) van 3,25% naar 1,75%; en
- Een daling van de verwachte salarisstijging in bepaalde pensioenplannen, dit op basis van ervaringen uit het verleden.
Het verlies in 2014 door wijzigingen in financiële veronderstellingen opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten, kan voornamelijk verklaard worden door de sterke daling van de disconteringsvoet aangewend om de actuele waarde van de pensioenverplichting met een te bereiken doel te berekenen in 2014 (gewogen gemiddelde van 2,2%) in vergelijking met de disconteringsvoet gebruikt in 2013 (gewogen gemiddelde van 3,5%).
De netto periodieke pensioenkost is vervat in de volgende rubrieken van de winst- en verliesrekening:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Kostprijs verkopen | -0,7 | -0,7 |
| Distributiekosten | -0,1 | -0,1 |
| Verkoop- en marketingkosten | -0,3 | -0,3 |
| Administratieve kosten | -3,4 | -2,0 |
| Overige bedrijfsopbrengsten/(kosten) | -1,1 | -1,0 |
| Financieringskosten - netto | -0,6 | -0,7 |
| Niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten) | 0,0 | -0,5 |
| Totaal | -6,3 | -5,2 |
De effectieve opbrengsten van de fondsbeleggingen in 2015 bedroegen 4,8 miljoen EUR (2014: 9,7 miljoen EUR). De groep verwacht in 2016 een bijdrage van 2,7 miljoen EUR te leveren voor de pensioenplannen met een te bereiken doel.
De reële waarde van de belangrijkste categorieën van fondsbeleggingen is de volgende:
| 2015 | 2014 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (Miljoen EUR) | Genoteerd | Niet genoteerd |
Totaal | % | Genoteerd | Niet genoteerd |
Totaal | % |
| Vastgoed | - | 4,0 | 4,0 | 3,5% | - | 4,1 | 4,1 | 3,5% |
| Verzekeringscontracten | - | 17,9 | 17,9 | 15,6% | - | 19,4 | 19,4 | 16,6% |
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
- | 4,9 | 4,9 | 4,3% | - | 2,2 | 2,2 | 1,9% |
| Investeringsfondsen | 86,1 | - | 86,1 | 74,9% | 91,4 | - | 91,4 | 78,1% |
| Tessenderlo Chemie obligatie met vervaldatum 15 juli 2022 |
2,0 | - | 2,0 | 1,8% | - | - | - | - |
| Totaal | 88,2 | 26,9 | 115,1 | 100,0% | 91,4 | 25,7 | 117,1 | 100,0% |
De fondsbeleggingen omvatten geen vastgoed in gebruik genomen door de groep en geen aandelen van de moedermaatschappij noch van de dochterondernemingen.
De investeringsfondsen omvatten een portefeuille van investeringen in aandelen, vastrentende beleggingen en andere financiële activa. Deze diversificatie beperkt het risico van de portefeuille tot een minimum.
De belangrijkste actuariële veronderstellingen, gebruikt in de bepaling van de pensioenverplichtingen op balansdatum (uitgedrukt als gewogen gemiddelden), zijn de volgende:
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Discontovoet per 31 december | 2,5% | 2,2% |
| Verwachte procentuele salarisstijging | 1,0% | 1,1% |
| Inflatie | 2,3% | 2,4% |
Veronderstellingen betreffende toekomstige sterftecijfers, gebaseerd op gepubliceerde statistieken en sterftetabellen, zijn de volgende:
| Sterftetafel | |
|---|---|
| België | MR/FR - 3 |
| Groot-Brittannië | Niet gepensioneerden: S1PXA CMI 2013 1,25% M/1,00% F trend vanaf 2003. Gepensioneerden: 90% S1PMA/80% S1PFA CMI 2013 1,25% M/1,00% F trend vanaf 2008. |
| Duitsland | © RICHTTAFELN 2005 G von Klaus Heubeck - Lizenz Heubeck-Richttafeln-GmbH, Köln |
De pensioenplannen in Groot-Brittannië en in België, gedekt door beheerde pensioenfondsen, voeren minstens om de 3 jaar een ALM studie uit overeenkomstig de "Statements of Investment Principles (SIP)" van de fondsen. De beheerders waarborgen dat de investeringsstrategie, zoals bepaald in de SIP, overeenstemt met de ALM strategie en deze wordt nauwlettend opgevolgd door de vermogensbeheerders.
De volgende driejaarlijkse evaluatie van het pensioenfonds in Groot-Brittannië zal uitgevoerd worden op 1 januari 2017. Het Belgische plan voert jaarlijks een evaluatie uit. De groep verwacht niet dat de reguliere bijdragen significant zullen stijgen.
De gewogen gemiddelde looptijd van de pensioenverplichtingen bedraagt 12,1 jaar voor de pensioenplannen in de eurozone. De looptijd voor het pensioenplan in Groot-Brittannië bedraagt 20,7 jaar.
De gevoeligheid van de pensioenverplichting voor wijzigingen in de belangrijkste actuariële veronderstellingen per 31 december 2015 is als volgt:
| Wijziging in veronderstelling |
Invloed op de pensioenverplichting |
Wijziging in veronderstelling |
Invloed op de pensioenverplichting |
|
|---|---|---|---|---|
| Discontovoet | +0,5% | -7,7% | -0,5% | 8,1% |
| Salarisgroei | +0,5% | 3,5% | -0,5% | -1,0% |
| Pensioen-/inflatiegroei | +0,5% | 5,2% | -0,5% | -4,7% |
| Levensverwachting | + 1 jaar | 1,7% | - 1 jaar | -1,5% |
De bovenstaande gevoeligheidsanalyses zijn gebaseerd op een wijziging in één veronderstelling terwijl alle andere veronderstellingen constant worden gehouden. Dit is in de praktijk vrij onwaarschijnlijk, vermits wijzigingen in sommige veronderstellingen een correlatie kunnen vertonen.
Op aandelen gebaseerde betalingen
In het verleden werd een warrantplan gecreëerd om de loyaliteit en motivatie van het senior management van de groep te verhogen. Het plan gaf het senior management de mogelijkheid om warranten te aanvaarden die hen het recht gaven om aandelen te onderschrijven. De raad van bestuur bepaalde jaarlijks de lijst met de begunstigden. Er bestonden geen voorwaarden met betrekking tot het aantal dienstjaren, echter de begunstigden mochten niet ontslagen zijn of hun ontslag hebben ingediend (en hun hiermee gerelateerde opzeggingstermijn uitdienen). Het benoemings- en vergoedingscomité kende de warranten toe aan de begunstigden op basis van de door hen geleverde prestaties.
De uitoefenprijs van de warrant was gelijk aan de gemiddelde marktprijs van de onderliggende aandelen in de dertig werkdagen voorafgaand aan de dag van het aanbod of de marktprijs op de laatste dag voorafgaand aan het aanbod, indien deze waarde lager was. Voor Amerikaanse ingezetenen was de uitoefenprijs gelijk aan de prijs van de normale aandelen van Tessenderlo Chemie NV bij afsluiting van de beurs op de dag zelf van het aanbod.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de uitgegeven warranten per 31 december 2015:
| Toewijzingsdatum | Laatste uitoefendatum |
Gemiddelde uitoefenprijs |
Aantal uitstaande onderschrijvingsrechten |
|---|---|---|---|
| november '04 | juli '16 | 29,77 | 8.600 |
| november '05 | juli '17 | 25,46 | 9.600 |
| november '06 | juli '18 | 28,20 | 24.240 |
| januari '08 | december '17 | 40,48 | 76.325 |
| december '11 | december '16 | 20,66 | 69.833 |
| januari '13 | december '19 | 20,79 | 150.000 |
| Totaal | 338.598 |
IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen vereist dat de verloning in aandelen toegekend aan personeel verwerkt wordt in de jaarrekening gebaseerd op de reële waarde van de warranten op toekenningsdatum.
Er werden geen nieuwe warranten aangeboden aan het senior management van de groep in 2014 en 2015.
Het aantal en de gewogen gemiddelde uitoefenprijs van de aandelenwarranten is als volgt:
| 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddelde Aantal uitoefenprijs warranten |
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs |
Aantal warranten |
||
| Uitstaande warranten per begin boekjaar | 23,69 | 870.073 | 24,89 | 1.156.516 |
| Vervallen gedurende het boekjaar | 23,44 | 25.316 | 22,36 | 253.608 |
| Uitgeoefend gedurende het boekjaar | 22,10 | 506.159 | 20,85 | 32.835 |
| Toegekend gedurende het boekjaar | - | - | - | - |
| Openstaand op het einde van het boekjaar | 26,09 | 338.598 | 23,69 | 870.073 |
| Uitoefenbaar op het einde van het boekjaar | 30,31 | 188.598 | 27,69 | 382.340 |
Per jaareinde 2015 waren 188 598 warranten uitoefenbaar aan een gemiddelde uitoefenprijs van 30,31 EUR (met een werkelijke uitoefenprijs tussen 20,40 EUR en 40,48 EUR). Per jaareinde 2014 waren 382 340 warranten uitoefenbaar aan een gemiddelde uitoefenprijs van 27,69 EUR (met een werkelijke uitoefenprijs tussen 22,66 EUR en 40,48 EUR).
De gewogen gemiddelde resterende contractuele levensduur van de warranten per 31 december 2015 bedraagt 2,6 jaar (2014: 2,4 jaar).
26. Voorzieningen
| 2015 | 2014 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Op ten | Op meer | Op ten | Op meer | |||
| hoogste | dan één | hoogste | dan één | |||
| (Miljoen EUR) | één jaar | jaar | Totaal | één jaar | jaar | Totaal |
| Milieu | 7,1 | 104,9 | 111,9 | 5,5 | 110,3 | 115,8 |
| Ontmanteling | - | 19,5 | 19,5 | - 20,0 |
20,0 | |
| Herstructurering | 2,5 | 2,6 | 5,1 | 6,3 | 9,1 | 15,4 |
| Overige | 6,7 | 8,0 | 14,8 | 5,7 | 10,4 | 16,1 |
| Totaal | 16,3 | 135,0 | 151,3 | 17,5 | 149,8 | 167,3 |
| Milieu | Ontmanteling | Herstructurering | Overige | Totaal | ||
| Saldo op 1 januari 2015 | 115,8 | 20,0 | 15,4 | 16,1 | 167,3 |
|---|---|---|---|---|---|
| Toevoeging van voorzieningen | - | 0,4 | 3,9 | 6,3 | 10,5 |
| Aanwending van voorzieningen | -5,3 | -0,2 | -8,1 | -5,8 | -19,4 |
| Terugname van voorzieningen | - | -0,9 | -2,0 | -1,9 | -4,7 |
| Effect van verdiscontering | 1,5 | - | - | - | 1,5 |
| Omrekeningsverschillen | - | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,1 |
| Overboekingen | - | - | -4,2 | 0,1 | -4,1 |
| Saldo op 31 december 2015 | 111,9 | 19,5 | 5,1 | 14,8 | 151,3 |
De milieuvoorzieningen bedragen 111,9 miljoen EUR en hebben voornamelijk betrekking op de milieuvoorzieningen om de kosten van historische bodem- en grondwaterverontreiniging op de fabrieksterreinen te Ham (België), Tessenderlo (België), Vilvoorde (België) en Loos (Frankrijk) te dekken. Een betrouwbare schatting werd gemaakt van de uitstroom van middelen voor de afwikkeling van deze verplichting. De assumpties werden niet significant gewijzigd in 2015. Het bedrag reflecteert de huidige waarde van de verwachte toekomstige kasuitstromen van het saneringsplan gespreid over de periode 2016-2053. De gebruikte discontovoet, een afgeleide van de rentecurve van Belgische en Franse staatsobligaties op jaareinde, varieert tussen 0% en 2%.
Het gebruik van milieuvoorzieningen bedraagt -5,3 miljoen EUR in 2015 (2014: -3,4 miljoen EUR). De impact van het afwikkelen van de verdiscontering bedraagt -1,1 miljoen EUR in 2015 (2014: -1,7 miljoen EUR) en is opgenomen in de netto financieringskosten. De impact van de herziening van de discontovoet op jaareinde bedroeg -0,4 miljoen EUR (2014: -22,1 miljoen EUR) en werd opgenomen in een niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten).
Deze erkende voorzieningen reflecteren de beste raming van het management met betrekking tot de verwachte uitgaven om aan de verplichtingen op balansdatum te kunnen voldoen.
Een aantal vestigingen in Frankrijk, die door de groep worden uitgebaat, worden onderworpen aan de wetgeving met betrekking tot de voor de bescherming van het leefmilieu geklasseerde installaties (ICPE). Deze wetgeving verplicht tot ontmanteling van geklasseerde installaties. De ontmantelingsvoorziening is opgenomen in de kost van de betreffende materiële vaste activa, welke overeenkomstig wordt afgeschreven. De totale provisie voor de vestigingen in Frankrijk bedraagt 17,4 miljoen EUR per 31 december 2015 (2014: 18,0 miljoen EUR). De geboekte bedragen werden bepaald op basis van een interne evaluatie en aan de hand van de aanschaffingswaarde van de gerelateerde activa. Deze bedragen reflecteren de beste raming van het management met betrekking tot de verwachte uitgaven. De verwachte timing van de kasuitgaven is nog niet gekend. Er worden echter geen kasuitgaven verwacht in de nabije toekomst.
De herstructureringsvoorzieningen voor een bedrag van 5,1 miljoen EUR hebben voornamelijk betrekking op de herstructurering binnen Akiolis (bedrijfssegment "Bio-valorization") naar aanleiding van de sluiting van een C1 bijproduct verwerkingsbedrijf in de regio van Lyon (Frankrijk) en de, in 2013, aangekondigde herstructurering van de site in Ham (België) (bedrijfssegment "Agro"). De daling van de herstructureringsvoorzieningen is voornamelijk verklaard door het uitvoeren van de diverse herstructureringsprogramma's. Een bedrag van 4,1 miljoen EUR werd overgeboekt van de herstructureringsvoorziening naar de voorziening voor brugpensioenen (voor werknemers die konden vertrekken onder het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag naar aanleiding van de herstructurering van de site in Ham), terwijl het voorziene bedrag werd berekend in overeenstemming met de bepalingen in IAS 19 voor ontslagvergoedingen.
De geboekte herstructureringsvoorzieningen reflecteren de beste raming van het management met betrekking tot de verwachte uitgaven om aan de huidige verplichtingen op balansdatum te voldoen.
De overige voorzieningen omvatten voorzieningen voor verlieslatende leasingcontracten, voorwaardelijke belastingverplichtingen, lopende commerciële geschillen en productaansprakelijkheid en diverse, individueel, niet-significante bedragen.
Er werd geen actief geboekt, aangezien alle verwachte terugbetalingen, in voorkomend geval, als immaterieel worden beschouwd (bijvoorbeeld als gevolg van de uitvoering van milieu- en ontmantelingsplannen).
27. Handels- en overige schulden
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Handels- en overige schulden op meer dan één jaar | ||
| Toe te rekenen kosten en overgedragen opbrengsten | 3,7 | 4,0 |
| Overige schulden | 0,6 | 0,1 |
| Totaal | 4,3 | 4,1 |
| Handels- en overige schulden op ten hoogste één jaar | ||
| Handelsschulden | 161,1 | 146,2 |
| Bezoldigingen en sociale zekerheid | 56,3 | 51,2 |
| BTW en overige belastingen | 10,9 | 16,8 |
| Toe te rekenen kosten en overgedragen opbrengsten | 6,9 | 5,8 |
| Handels- en overige schulden op verbonden partijen | 1,9 | 1,4 |
| Overige schulden | 6,3 | 8,7 |
| Totaal | 243,4 | 230,1 |
28. Financiële instrumenten
Wisselkoersrisico
De groep is blootgesteld aan wisselkoersschommelingen wat kan leiden tot winst of verlies in wisselkoerstransacties. De activa, inkomsten en kasstromen van de groep zijn beïnvloed door schommelingen in de wisselkoersen. In het bijzonder is de groep blootgesteld aan een wisselkoersrisico op o.a. de verkopen, de aankopen, beleggingen en leningen uitgedrukt in een andere munt dan de functionele munt van de onderneming. De munten die aanleiding geven tot dit risico zijn voornamelijk USD (Amerikaanse dollar), GBP (Pond sterling), PLN (Poolse zloty), CNY (Chinese yuan), ARS (Argentijnse peso) en BRL (Braziliaanse real). Schommelingen in de wisselkoers kunnen bijgevolg een ongunstig effect hebben op de activiteiten, resultaten of op de financiële situatie van de groep.
Dochterondernemingen zijn verplicht om hun netto positie in vreemde munt, indien het gaat om gefactureerde bedragen (klanten, leveranciers), te communiceren aan Tessenderlo Chemie NV, de moedermaatschappij. Alle posities worden samengevoegd op het niveau van Tessenderlo Chemie NV en de netto saldi (long/short), worden dan gekocht of verkocht op de markt. De belangrijkste beheersinstrumenten die gebruikt worden zijn de contante aan- en verkoop van munten gevolgd door valutaswaps.
Financiële schulden worden in het algemeen aangegaan door holdingmaatschappijen van de groep en financieringsentiteiten, die de opbrengsten van de financiële schulden beschikbaar stellen aan de operationele entiteiten. In principe worden de operationele entiteiten gefinancierd in hun lokale munt. Vanaf maart 2015 gebruikt de groep niet langer valutaswaps om intragroepsleningen in te dekken.
In groeilanden is het niet altijd mogelijk om leningen aan te gaan in de lokale munt aangezien de lokale financiële markten te klein zijn, er geen fondsen beschikbaar zijn of de financiële voorwaarden te belastend zijn. Deze bedragen zijn relatief klein voor de groep.
De blootstelling aan het valutarisico van de groep kan, op basis van de nominale bedragen, als volgt voorgesteld worden (voor de gebruikte wisselkoersen, zie toelichting 1 - Samenvatting van de voornaamste boekhoudprincipes):
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EUR | CNY | USD | GBP | EUR | CNY | USD | GBP | |
| Activa | 8,4 | 253,1 | 547,5 | 27,3 | 9,9 | 187,3 | 538,0 | 23,2 |
| Schulden | -11,3 | - | -36,5 | -0,6 | -13,0 | - | -55,5 | -1,4 |
| Bruto blootstelling | -2,8 | 253,1 | 511,0 | 26,8 | -3,1 | 187,3 | 482,5 | 21,8 |
| Valutaswaps | -0,8 | - | - | -6,9 | -1,1 | -181,5 | -296,4 | -20,0 |
| Netto blootstelling | -3,7 | 253,1 | 511,0 | 19,8 | -4,1 | 5,8 | 186,1 | 1,8 |
| Netto blootstelling (in EUR) | -3,7 | 35,8 | 469,4 | 27,0 | -4,1 | 0,8 | 153,3 | 2,3 |
De blootstelling in USD, CNY en GBP is voornamelijk het gevolg van intragroepsleningen die vanaf maart 2015 niet langer worden ingedekt door middel van valutaswaps. Aangezien de blootstelling in USD in het eigen vermogen negatief is, worden bijgevolg de wisselkoerswinsten of -verliezen in de winst-en-verliesrekening gedeeltelijk gecompenseerd door een tegenovergestelde beweging in de omrekeningsverschillen in het eigen vermogen.
Indien de euro met 10% zou zijn versterkt of verzwakt ten opzichte van de volgende munten en indien we alle andere variabelen constant zouden gehouden hebben, dan zou de impact op het eigen vermogen en de winst na belastingen voor de periode de volgende zijn:
| Invloed op de winst- en | Invloed op het eigen | ||
|---|---|---|---|
| verliesrekening: verlies (-) / | vermogen: verlies (-) / | ||
| (Miljoen EUR) | Wijziging in de wisselkoers | winst (+) | winst (+) |
| Op 31 december 2015 | |||
| USD | +10% | -45,9 | -35,3 |
| -10% | 56,1 | 43,1 | |
| GBP | +10% | -1,9 | -2,1 |
| -10% | 2,3 | 2,5 | |
| Op 31 december 2014 | |||
| USD | +10% | -18,9 | -5,5 |
| -10% | 23,1 | 6,7 | |
| GBP | +10% | -0,3 | -0,6 |
| -10% | 0,3 | 0,7 |
De potentiële impact op het eigen vermogen en de winst na belastingen, ten gevolge van een wijziging van de USD of GBP wisselkoers, is op jaareinde 2015 toegenomen tegenover vorig jaar doordat intragroepsleningen niet meer ingedekt worden sinds maart 2015.
Kredietrisico
De groep is onderhevig aan het risico dat de tegenpartijen met wie ze handelt (in het bijzonder haar klanten) en die betalingen aan de groep moeten doen, niet in staat zijn om een dergelijke betaling al dan niet tijdig te doen. Het merendeel van de schuldvorderingen is gedekt onder een kredietverzekeringsprogramma van de groep. De groep is er van overtuigd dat het huidige niveau van kredietverzekeringsdekking in de toekomst kan worden volgehouden.
De groep heeft geen aanzienlijke concentratie van kredietrisico. Er kan echter geen zekerheid worden gegeven dat de groep in staat zal zijn om haar potentiële verlies te beperken ten opzichte van tegenpartijen die niet in staat zijn om te betalen of tijdig te betalen. De beschikbare geldmiddelen op jaareinde worden geplaatst op deposito's bij internationaal gerenommeerde banken op heel korte termijn.
De maximale blootstelling aan kredietrisico op 31 december 2015 bedroeg 399,3 miljoen EUR (2014: 348,7 miljoen EUR). Dit bedrag is samengesteld uit handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar en op meer dan één jaar (268,1 miljoen EUR, toelichting 17 - Handels- en overige vorderingen), afgeleide financiële instrumenten op ten hoogste één jaar (1,0 miljoen EUR) en geldmiddelen en kasequivalenten (130,2 miljoen EUR, toelichting 19 - Geldmiddelen en kasequivalenten).
De maximale blootstelling aan kredietrisico op 31 december voor handelsvorderingen per bedrijfssegment bedroeg (zie ook toelichting 17 - Handels- en overige vorderingen):
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Agro | 82,4 | 37,8 |
| Bio-valorization | 69,4 | 48,4 |
| Industrial solutions | 62,6 | 29,6 |
| Other | - | 0,7 |
| Niet toegewezen | 1,4 | 4,4 |
| Totaal | 215,8 | 120,8 |
Een bedrag van 98,2 miljoen EUR werd op 31 december 2014 ontvangen in cash via diverse "nonrecourse" factoring- en effectiseringprogramma's (toelichting 17 - Handels- en overige vorderingen).
De ouderdomsbalans van de handelsvorderingen op 31 december kan als volgt samengevat worden:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Waarde Brutobedrag verminderingen |
Brutobedrag | Waarde verminderingen |
|||
| Niet vervallen | 185,2 | -0,4 | 78,9 | -0,6 | |
| Vervallen 0-30 dagen | 26,0 | -0,0 | 27,8 | -0,2 | |
| Vervallen 31-120 dagen | 4,0 | -0,1 | 6,6 | 0,0 | |
| Vervallen 120-365 dagen | 0,7 | -0,2 | 3,3 | -1,3 | |
| Vervallen meer dan één jaar | 8,1 | -7,5 | 12,5 | -6,1 | |
| Totaal | 224,0 | -8,1 | 129,1 | -8,2 |
Op basis van historisch betalingsgedrag en uitgebreide analyse van de onderliggende kredietwaardigheid van de klanten, is de groep van mening dat de vervallen bedragen die geen bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, nog altijd inbaar zijn.
Op basis van de controle van het kredietrisico van klanten is de groep van oordeel dat, met uitzondering van de bedragen vermeld in de bovenstaande tabel, geen bijzondere waardevermindering nodig is voor handelsvorderingen die niet vervallen zijn.
De achterstallige vorderingen op meer dan één jaar omvatte per 31 december 2014 een vordering jegens ATM Eleveurs de Ruminants (federatie van veefokkers) voor een bedrag van 4,6 miljoen EUR en werd geïnd in 2015.
De beweging van de waardeverminderingen op handelsvorderingen tijdens het jaar kan als volgt samengevat worden:
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Saldo op 1 januari | -8,2 | -8,3 | |
| Gebruik van bijzondere waardeverminderingen | 1,4 | - | |
| Geboekte waardeverminderingen | -1,1 | -0,4 | |
| Overige bewegingen | -0,2 | 0,5 | |
| Saldo op 31 december | 17 | -8,1 | -8,2 |
Interestrisico
Schommelingen in interestvoeten kunnen de interestopbrengsten en -kosten op rentedragende activa en schulden doen variëren. Bovendien kunnen deze schommelingen de marktwaarde van bepaalde financiële activa, schulden en instrumenten beïnvloeden.
De financiële schuld op jaareinde 2015 was voornamelijk gefinancierd met vastrentende instrumenten, o.a. uitgegeven obligaties.
Op rapporteringsdatum was de blootstelling aan het interestrisico op de rentedragende financiële instrumenten van de groep als volgt:
| (Miljoen EUR) | toelichting | 2015 | 2014 |
|---|---|---|---|
| Vastrentende financiële instrumenten | |||
| Financiële activa | 19 | 80,0 | 80,3 |
| Financiële schulden | 24 | 227,2 | 169,4 |
| Financiële instrumenten met een variabele rentevoet | |||
| Financiële activa | 19 | 50,2 | 76,8 |
| Financiële schulden | 24 | 48,3 | 46,9 |
Een stijging (daling) van de rentevoet met 100 basispunten op rapporteringsdatum zou de winst- of verliesrekening doen afnemen (toenemen) met een bedrag van 0,5 miljoen EUR (2014: 1,0 miljoen EUR). Deze analyse veronderstelt dat alle andere parameters, in het bijzonder de wisselkoersen, onveranderd blijven. Bijgevolg kunnen schommelingen in interestvoeten een belangrijk nadelig effect hebben op de kasstromen en financiële situatie van de groep.
Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico is het risico dat een entiteit niet voldoende middelen heeft om op elk moment aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien niet aan de financiële verplichtingen kan voldaan worden, kan dit leiden tot hogere kosten en tot een blootstelling aan een reputatierisico.
Teneinde dit risico te beperken, heeft de groep de volgende acties ondernomen:
- Het opzetten van een factoringprogramma op het einde van 2009 dat opgeschort werd in de loop van 2015.
- Een kapitaalverhoging van 174,8 miljoen EUR in december 2014.
- De uitgifte in juli 2015 van twee series van obligaties met een looptijd van 7 jaar (de "2022 obligaties") en 10 jaar (de "2025 obligaties"). Het totaal uitgegeven bedrag was 250,0 miljoen EUR, waarvan 192,0 miljoen EUR voor de 2022 obligaties en 58,0 miljoen EUR voor de 2025 obligaties.
- De vervanging van de gesyndiceerde kredietfaciliteit (beëindigd in december 2015) door bilaterale overeenkomsten van vijf jaar met vier kredietinstellingen voor een totaalbedrag van 142,5 miljoen EUR (waarvan een deel opgevraagd kan worden in USD). Deze nieuwe faciliteiten bevatten geen financiële covenanten en verzekeren een maximale flexibiliteit voor de verschillende activiteiten.
Daarenboven beschikt de groep over een programma van handelspapier voor een maximaal bedrag van 200,0 miljoen EUR.
Verder maakt de groep op regelmatige basis korte- en langetermijnvooruitzichten om de financiële middelen te kunnen afstemmen met de vooropgestelde noden.
Onderstaande tabel geeft de contractuele vervaldagen van de financiële schulden weer, inclusief interestbetalingen en exclusief compensatie-overeenkomsten.
| (Miljoen EUR) | 2015 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Contractuele kasstromen |
< 1 jaar | 1-5 jaar | > 5 jaar | |
| Niet-afgeleide financiële schulden | |||||
| Obligatie met vervaldatum 15 juli 2022 | 165,6 | 196,8 | 4,8 | 19,0 | 173,0 |
| Obligatie met vervaldatum 15 juli 2025 | 58,0 | 76,7 | 2,0 | 7,8 | 66,9 |
| Kredietinstellingen (handelspapier) | 43,0 | 43,1 | 43,1 | - | - |
| Kredietinstellingen | 8,2 | 8,8 | 5,5 | 3,3 | - |
| Kortetermijnschulden bij kredietinstellingen | 0,5 | 0,5 | 0,5 | - | - |
| Financiële leasingschulden | 0,2 | 0,2 | 0,0 | 0,1 | - |
| Totaal | 275,5 | 326,0 | 55,8 | 30,3 | 239,9 |
| Afgeleide producten | |||||
| Valutaswaps | 0,0 | ||||
| Instroom | 10,3 | - | - | - | |
| Uitstroom | -10,3 | - | - | - | |
| Totaal | 0,0 | 0,0 | 0,0 | - | - |
| (Miljoen EUR) | 2014 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Contractuele | |||||
| Boekwaarde | kasstromen | < 1 jaar | 1-5 jaar | > 5 jaar | |
| Niet-afgeleide financiële schulden | |||||
| Kredietinstellingen (private plaatsing) | 150,0 | 157,9 | 157,9 | - | - |
| Niet-afgeschreven kostprijs (private plaatsing) |
-0,6 | - | - | - | - |
| Niet-afgeschreven kostprijs (gesyndiceerde kredietfaciliteit) |
-1,6 | - | - | - | - |
| Kredietinstellingen (handelspapier) | 41,2 | 41,2 | 41,2 | - | - |
| Kredietinstellingen (Banco Do Brasil SA) | 14,9 | 15,1 | 15,1 | - | - |
| Kredietinstellingen | 9,5 | 10,4 | 6,5 | 3,9 | - |
| Kortetermijnschulden bij kredietinstellingen | 0,6 | 0,6 | 0,6 | - | - |
| Financiële leasingschulden | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | - |
| Totaal | 214,1 | 225,2 | 221,3 | 3,9 | - |
| Afgeleide producten | |||||
| Valutaswaps | -6,3 | ||||
| Instroom | 162,4 | 162,4 | - | - | |
| Uitstroom | -168,9 | -168,9 | - | - | |
| Interestswaps | -0,2 | ||||
| Instroom | 0,0 | 0,0 | - | - | |
| Uitstroom | -0,2 | -0,2 | - | - | |
| Cross currency interestswaps | -15,0 | ||||
| Instroom | 114,4 | 114,4 | - | - | |
| Uitstroom | -129,9 | -129,9 | - | - | |
| Totaal | -21,5 | -22,1 | -22,1 | - | - |
Schatting van de reële waarde van financiële activa en schulden
De reële waarde van niet-afgeleide financiële schulden wordt berekend op basis van de huidige waarde van toekomstige kapitaal en interest kasstromen, die geactualiseerd werd aan de marktrente. Deze zijn gebaseerd op marktinformatie afkomstig van betrouwbare financiële informatieverschaffers. De reële waarde van de vaste rentedragende schulden behoort hierdoor tot niveau 2 binnen de reële waarde hiërarchie.
De reële waarde van de financiële schulden op meer dan één jaar, gewaardeerd aan hun afgeschreven kostprijs per 31 december, is als volgt:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Reële waarde |
Boekwaarde | Reële waarde |
||
| Financiële schulden op meer dan één jaar | |||||
| Leasingschulden | -0,1 | -0,1 | -0,1 | -0,1 | |
| Kredietinstellingen | -3,0 | -3,2 | -4,3 | -4,4 | |
| Obligaties (met vervaldatum in 2022 en 2025) | -223,6 | -227,7 | - | - | |
| Financiële schulden op ten hoogste één jaar | |||||
| Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen | - | - | -165,5 | -169,3 |
De interestvoeten die gebruikt werden om de toekomstige kasstromen te verdisconteren, indien van toepassing, zijn gebaseerd op de rendementscurve van de overheidsobligaties op rapporteringsdatum met een toepasselijke kredietspreiding, en zijn als volgt:
| 2015 | 2014 | |
|---|---|---|
| Rentedragende leningen | 2,62% tot 8,5% | 3,25% tot 8,5% |
De reële waarde van de volgende financiële activa en schulden benaderen hun boekwaarde:
- Handels- en overige vorderingen
- Overige beleggingen
- Geldmiddelen en kasequivalenten
- Financiële schulden op ten hoogste één jaar; met uitzondering van de schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen
- Transactiekosten verbonden aan financiële schulden
- Handels- en overige schulden
- Activa binnen "Vaste activa aangehouden voor verkoop".
Reële waarde van afgeleide financiële
instrumenten
Onderstaande tabel geeft de boekwaarde weer van de afgeleide financiële instrumenten, opgenomen aan reële waarde in de balans en op volgende wijze voorgesteld in de reële waarde hiërarchie:
| (Miljoen EUR) | 2015 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde balans | Reële waarde hiërarchie | |||||||
| Vlottende | Vaste | Schulden op ten hoogste |
Schulden op meer dan één |
|||||
| activa | activa | één jaar | jaar | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | |
| Valutaswaps | 0,0 | - | - | - | - | 0,0 | - | 0,0 |
| Termijncontracten voor elektriciteit |
1,0 | - | -6,3 | -11,1 | - | - | -16,5 | -16,5 |
| Totaal | 1,0 | 0,0 | -6,3 | -11,1 | - | 0,0 | -16,5 | -16,5 |
| (Miljoen EUR) | 2014 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde balans | Reële waarde hiërarchie | |||||||
| Vlottende | Vaste | Schulden op ten hoogste |
Schulden op meer dan één |
|||||
| activa | activa | één jaar | jaar | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | |
| Valutaswaps | - | - | -6,3 | - | - | -6,3 | - | -6,3 |
| Cross currency interestswaps |
- | - | -15,0 | - | - | -15,0 | - | -15,0 |
| Interestswaps | - | - | - | -0,2 | - | -0,2 | - | -0,2 |
| Termijncontracten voor elektriciteit |
1,5 | 0,8 | -5,8 | -11,7 | - | - | -15,2 | -15,2 |
| Totaal | 1,5 | 0,8 | -27,1 | -11,9 | - | -21,5 | -15,2 | -36,7 |
De reële waarde is de prijs die zou worden ontvangen om een actief te verkopen of die zou worden betaald om een verplichting over te dragen in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum.
De reële waarde van valuta termijncontracten wordt berekend als de verdisconteerde waarde van het verschil tussen de contractwaarde en de huidige termijnkoers.
De reële waarde van deze instrumenten geeft in het algemeen de geschatte bedragen weer die de groep zou ontvangen bij het afsluiten van voordelige contracten of de geschatte bedragen die de groep zou moeten betalen om onvoordelige contracten te verbreken op balansdatum, hierbij rekening houdend met huidige niet-gerealiseerde winsten of verliezen op lopende contracten.
De volgende tabel geeft de reële waarde weer van alle uitstaande afgeleide financiële instrumenten op jaareinde:
| (miljoen EUR) | 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Contractueel | Contractueel | ||||
| bedrag | Reële waarde | bedrag | Reële waarde | ||
| Valutaswaps | 10,3 | 0,0 | 162,4 | -6,3 | |
| Cross currency interestswaps | - | - | 110,8 | -15,0 | |
| Interestswaps | - | - | 61,8 | -0,2 | |
| Termijncontracten voor elektriciteit | N/A | -16,5 | N/A | -15,2 | |
| Totaal | 10,3 | -16,5 | 334,9 | -36,7 |
Het contractuele bedrag geeft het volume weer van de op balansdatum uitstaande afgeleide producten en vertegenwoordigt als dusdanig geenszins het risico van de groep afkomstig van dergelijke transacties.
De totale reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten per 31 december 2015 bedraagt -16,5 miljoen EUR (2014: -36,7 miljoen EUR) en omvat termijncontracten voor elektriciteit en valutaswaps. Deze laatste hebben een uitoefendatum in het eerste kwartaal van 2016. Vanaf maart 2015 worden intragroepsleningen, andere dan in euro, niet langer ingedekt. Dit verklaart de daling van de contractuele bedragen tegenover 2014.
De netto wijziging in het bedrag van afgeleide financiële instrumenten, voor winstbelasting, opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, bedraagt 0,0 miljoen EUR en is als volgt samengesteld:
- de wijziging van de reële waarde van de cross currency interestswaps voor de periode bedraagt -1,7 miljoen EUR. De EUR/USD cross currency interestswaps, die werden aangegaan om het wisselkoersrisico van intragroepsleningen met een verschillende functionele munt in te dekken en werden beschouwd als een indekking van kasstromen in 2014, werden in 2015 afgewikkeld omdat intragroepsleningen niet langer worden ingedekt door de groep.
- het aandeel van de groep in de wijziging van de reële waarde van de interestswaps in de geassocieerde onderneming T-Power SA bedraagt 1,7 miljoen EUR, opgenomen in het eigen vermogen in overeenstemming met de boekhoudprincipes betreffende kasstroomafdekkingen.
Onderstaande tabel geeft de onderliggende contractwaarden weer van de uitstaande contracten per munteenheid (verkoop van vreemde munten) op jaareinde.
| (Miljoen) | 2015 | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Bedrag in | Bedrag in | ||||
| vreemde | Bedrag in | vreemde | Bedrag in | ||
| munt | EUR | munt | EUR | ||
| GBP | 6,9 | 9,4 | 20,0 | 25,2 | |
| USD | - | - | 296,4 | 225,2 | |
| CNY | - | - | 181,5 | 21,7 | |
| Overige | 0,8 | 1,1 | |||
| Totaal | 6,9 | 10,3 | 273,2 |
Aangezien de belangrijkste parameters niet beschikbaar zijn op de vrije markt, werd het aankoopcontract voor elektriciteit ("PPA" - Purchase Power Agreement), waarvoor de vrijstelling voor eigen gebruik ("own use exemption") onder IAS 39 niet langer van toepassing was, gewaardeerd aan reële waarde volgens Niveau 3. De waarde van het contract is enerzijds afhankelijk van het toekomstige verschil tussen de marktprijzen voor elektriciteit en de productiekosten gebaseerd op marktprijzen voor gas (de zogenaamde "spark spread") en anderzijds van de prijsvolatiliteit per uur, gezien de contract-optimalisatie per uur geëvalueerd wordt. De marktprijzen op termijn zijn enkel beschikbaar voor een periode van 3 jaar en dit voor het "base load" product. De onzekerheid na deze periode is hoog voor verschillende belangrijke parameters (waaronder ook de regelgeving). Echter, gebaseerd op meer gunstige verwachtingen betreffende marktprijzen en regelgeving, werd de reële waarde van het PPA contract op nul gezet na deze periode van 3 jaar. De gebruikte toekomstige "base load" prijzen zijn berekend door gebruik te maken van het gemiddelde van de dagelijkse noteringen van de "Zeebrugge Gas Yearly" termijnprijzen in 2015 en het gemiddelde van de dagelijkse noteringen van de "Endex B Baseload Yearly" termijnprijzen in 2015 voor elektriciteit voor België. Het toekomstige optimalisatie-effect per uur werd bepaald door een extrapolatie van de geobserveerde tendens sinds de start van het contract.
De verkoopovereenkomst van 2011 voor de verkoop van de Pvc/Chloor-alkali activiteiten omvat eveneens een clausule tussen de verkoper en de koper, met betrekking tot de toewijzing van inkomsten verbonden aan het productiepatroon van T-Power, die tot juni 2016 van toepassing is.
Bovenstaande inputs hebben geleid tot een netto reële waarde van -16,5 miljoen EUR voor het PPA contract per 31 december 2015, tegenover een netto reële waarde van -15,2 miljoen EUR per 31 december 2014. De wijziging in netto reële waarde voor een bedrag van -1,3 miljoen EUR werd opgenomen als een niet-recurrente kost (toelichting 6 - Niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten/(kosten)).
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt bij de waardering per 31 december 2015 zijn de volgende:
| 2016 | 2017 | 2018 | ||
|---|---|---|---|---|
| Termijnprijs voor gas | EUR/MWh | 16,4 | 16,9 | 16,0 |
| Termijnprijs voor elektriciteit | EUR/MWh | 35,1 | 34,8 | 34,6 |
| Discontovoet | 5,5% |
De belangrijkste veronderstellingen gebruikt bij de waardering per 31 december 2014 zijn de volgende:
| 2015 | 2016 | 2017 | ||
|---|---|---|---|---|
| Termijnprijs voor gas | EUR/MWh | 23,7 | 24,1 | 23,9 |
| Termijnprijs voor elektriciteit | EUR/MWh | 48,9 | 45,5 | 44,7 |
| Discontovoet | 5,5% |
De gevoeligheid van de waardering voor wijzigingen in de belangrijkste veronderstellingen is als volgt:
| Wijziging in veronderstelling | Impact reële waarde (miljoen EUR) | ||
|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | ||
| Gasprijs | +1 EUR/MWh | -2,3 | -2,3 |
| Elektriciteitsprijs | +1 EUR/MWh | 1,2 | 1,2 |
| Spark spread optimalisatie | +1 EUR/MWh | 1,2 | 1,2 |
| Discontovoet | +1% | 0,3 | 0,3 |
| Productie-uren T-Power | +10% | 0,0 | -0,2 |
De bovenstaande gevoeligheidsanalyses zijn gebaseerd op een wijziging in één veronderstelling terwijl alle andere veronderstellingen constant worden gehouden. Dit is in de praktijk vrij onwaarschijnlijk, vermits wijzigingen in sommige veronderstellingen met elkaar gecorreleerd kunnen zijn.
29. Operationele leasing
Leasing als leasingnemer
De niet-opzegbare operationele leasingcontracten zijn als volgt betaalbaar:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Minder dan één jaar | 26,5 | 25,8 |
| Tussen één en vijf jaar | 69,7 | 72,5 |
| Meer dan vijf jaar | 16,2 | 17,2 |
| Totaal | 112,4 | 115,5 |
Tijdens het huidige jaar werd 31,8 miljoen EUR verwerkt als kost in de winst-en-verliesrekening uit hoofde van operationele leasing als leasingnemer (2014: 29,9 miljoen EUR). Bepaalde leasingcontracten voorzien een bijkomende voorwaardelijke betaling die afhankelijk is van de volumes. Voorwaardelijke leasebetalingen opgenomen in de winst-en-verliesrekening onder de operationele leasing bedragen 3,6 miljoen EUR (2014: 3,0 miljoen EUR).
De niet-opzegbare operationele leasingcontracten betreffen voornamelijk terreinen en gebouwen (27,6 miljoen EUR), installaties, machines en uitrusting (31,7 miljoen EUR) en meubilair en rollend materieel (53,0 miljoen EUR).
De gehuurde eigendommen onderverhuurd door de groep zijn niet-significant.
Sommige lease overeenkomsten omvatten een optie tot verlenging aan normale marktvoorwaarden. De lease overeenkomsten leggen geen beperkingen op.
Leasing als leasinggever
De activa verhuurd door de groep via operationele leasingcontracten zijn niet-significant.
30. Waarborgen en verbintenissen
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Waarborgen gesteld door derden voor rekening van de groep | 26,8 | 28,3 |
| Waarborgen gesteld voor rekening van derden | 1,7 | 1,7 |
| Waarborgen verkregen van derden | 0,3 | 0,9 |
| Verbintenissen met betrekking tot investeringen | 32,9 | 4,5 |
Waarborgen gesteld door derden voor rekening van de groep hebben voornamelijk betrekking op waarborgen voor milieuverplichtingen voor 19,1 miljoen EUR (2014: 19,1 miljoen EUR). Het resterende saldo bestaat uit diverse waarborgen voor financiering, douane en andere verplichtingen.
Waarborgen gesteld voor rekening van derden betreffen voornamelijk waarborgen die gesteld werden voor de uitvoering van leaseverplichtingen.
Waarborgen verkregen van derden betreffen waarborgen die door leveranciers gesteld worden tegenover de groep als waarborg voor de accurate uitvoering van investeringsprojecten.
De investeringen die aangegaan zijn, maar nog niet uitgevoerd, bedragen 32,9 miljoen EUR per eind 2015 (2014: 4,5 miljoen EUR). De stijging is voornamelijk te wijten aan investeringsprojecten in het bedrijfssegment "Agro", waaronder de bouw van de Thio-Sul®-productievestiging in Rouen, Frankrijk en de bouw van een nieuwe productievestiging op basis van membraamtechnologie in Loos, Frankrijk (bedrijfssegment "Industrial solutions").
De aandelen van T-Power SA zijn in pand gegeven in de eerste graad om de verplichtingen met betrekking tot een leningsovereenkomst van 440,0 miljoen EUR, getekend op 18 december 2008 tussen T-Power SA en een bankensyndicaat, te waarborgen. De aandelen van T-Power SA zijn in pand gegeven in de tweede graad om een "tolling"-overeenkomst voor de volledige 425 MW capaciteit, getekend op 13 augustus 2008 tussen T-Power SA en RWE groep, te waarborgen. Deze "tolling" overeenkomst zal over een periode van 15 jaar lopen, met een mogelijke verlenging met 5 jaar nadien.
De groep en zijn filialen hebben bepaalde andere voorwaardelijke verplichtingen met betrekking tot lange termijn aankoopverplichtingen en verbintenissen. Deze verbintenissen voorzien in strategische grondstoffen en goederen en diensten, zoals elektriciteit en gas.
31. Voorwaardelijke verplichtingen en baten
De groep wordt geconfronteerd met een aantal schade-eisen of potentiële schade-eisen en geschillen die voortvloeien uit de dagelijkse bedrijfsvoering. In de mate dat deze schade-eisen en geschillen zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is en er een betrouwbare schatting gemaakt kan worden van de verplichting, werden er geschikte voorzieningen aangelegd.
Het behoort tot het beleid van de groep om milieuvoorzieningen aan te leggen wanneer de groep een bestaande verplichting heeft (in rechte afdwingbaar of feitelijk) als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, wanneer het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichtingen een uitstroom van middelen noodzakelijk zal zijn en wanneer een betrouwbare schatting gemaakt kan worden van de omvang van deze verplichtingen.
Deze voorzieningen worden regelmatig opnieuw beoordeeld en indien nodig aangepast naarmate het onderzoek en de werkzaamheden vorderen en additionele informatie beschikbaar komt. Milieuverplichtingen kunnen belangrijke wijzigingen ondergaan als gevolg van nieuwe informatie over de aard en de omvang van de verontreinigingen, een verandering in de wetgeving of andere soortgelijke factoren.
Zoals vermeld in toelichting 26 - Voorzieningen, bedragen de milieuvoorzieningen, in overeenstemming met de waarderingsgrondslagen zoals hierboven vermeld, 111,9 miljoen EUR per 31 december 2015 (2014: 115,8 miljoen EUR).
Hoewel het niet mogelijk is om de afwikkeling van alle huidige milieurisico's te voorspellen, kan het niet uitgesloten worden dat er in de toekomst een nood zal ontstaan voor de aanleg van nieuwe milieuvoorzieningen. Deze zullen, naar het oordeel van het management en gebaseerd op de huidige beschikbare informatie, geen wezenlijke invloed hebben op de financiële positie van de groep, maar zouden wel een materiële invloed kunnen hebben op het resultaat van de groep in eender welke verslagperiode.
Met het oog op de aanschaf van het bijkomend belang van 50% in Établissements Violleau SAS, bezit de groep, zoals overeengekomen met de huidige eigenaars van dat belang, een optie die kan uitgeoefend worden van 1 april 2016 tot 15 mei 2016. De uitoefenprijs wordt bepaald aan de hand van een formule, gebaseerd op de boekhoudkundige gegevens van Établissements Violleau SAS.
Acquisities, investeringen en joint-venture overeenkomsten, alsook desinvesteringen kunnen gebruikelijke voorzieningen bevatten welke kunnen leiden tot prijsaanpassingen. Bovendien werd voor desinvesteringen voldoende rekening gehouden met voorzieningen voor mogelijke schadeloosstellingen betaalbaar aan de overnemer, indien nodig, met inbegrip van aangelegenheden op het gebied van gezondheid, milieu, belastingen, productaansprakelijkheid, herstructureringen, concurrentie, pensioenen en vergoedingen in aandelen.
Aan de groep werden emissierechten toegekend voor de periode 2013-2020. Deze emissierechten worden jaarlijks gratis toegeleverd voor de producten blootgesteld aan een CO2 weglekrisico, ten belope van de productiehoeveelheden. Het management is van oordeel dat een overschot of tekort aan emissierechten over de volgende jaren geen significante invloed zal hebben op de geconsolideerde financiële staten van de groep.
In het derde kwartaal van 2014 werd de groep geïnformeerd door de lokale overheden in China over hun intentie om de gelatinefabriek in de Zhejiang provincie te onteigenen voor de bouw van nieuwe openbare infrastructuur. De groep zal onderhandelingen met de overheid opstarten om een tegemoetkoming te verkrijgen voor een dergelijke onteigening. Management verwacht de boekwaarde van de activa te recupereren en bijgevolg werd er geen bijzondere waardevermindering geboekt in 2015.
32. Verbonden partijen
Verbonden partijen voor de groep zijn haar dochterondernemingen, geassocieerde ondernemingen, joint-ventures en haar belangrijkste aandeelhouder, bestuurders en haar Executive Committee. Het Belgische pensioenfonds "OFP Pensioenfonds", dat de verplichtingen na uitdiensttreding van de werknemers van enkele Belgische ondernemingen dekt, is ook een verbonden partij.
Per 31 december 2015 bezit Verbrugge NV, gecontroleerd door Picanol NV, 13 482 812 aandelen (31,42% van de vennootschap). Zijn verbonden onderneming Symphony Mills NV bezit 1.291.076 aandelen (3,01%). Picanol Group is een Belgische, beursgenoteerde, industriële groep. Het bedrijf levert wereldwijd totaaloplossingen aan de textielindustrie en andere industriële sectoren. Picanol Group is vertegenwoordigd in de raad van bestuur door twee leden: de heer Stefaan Haspeslagh (Voorzitter Picanol Group) en de heer Luc Tack (Gedelegeerd bestuurder Picanol Group).
De groep kocht en verkocht goederen en diensten aan verschillende verbonden partijen waarin de groep een belang van 50% of minder aanhoudt (toelichting 14 - Deelnemingen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode). Dergelijke transacties zijn gebaseerd op een zakelijke objectieve grondslag ("arm's length" principe) onder voorwaarden vergelijkbaar met transacties met derde partijen.
Premies voor een bedrag van 2,6 miljoen EUR zijn betaald aan het Belgische pensioenfonds, "OFP Pensioenfonds" (2014: 1,4 miljoen EUR). Een bedrag van 6,9 miljoen EUR van de verplichtingen gerelateerd aan pensioenplannen per 31 december 2015 betreffen het "OFP Pensioenfonds" (2014: 12,4 miljoen EUR).
Transacties met joint-ventures:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Omzet | 13,2 | 9,6 |
| Kostprijs verkopen | -30,8 | -22,5 |
| Vlottende activa | 1,1 | 0,7 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 1,9 | 1,4 |
Transacties met geassocieerde ondernemingen:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Overige bedrijfsopbrengsten | 0,1 | 0,1 |
Dividenden werden ontvangen van joint-ventures en geassocieerde ondernemingen voor een bedrag van 1,8 miljoen EUR (2014: 4,4 miljoen EUR). Er werden eveneens dividenden ontvangen van overige beleggingen voor een bedrag van 0,1 miljoen EUR (2014: 0,1 miljoen EUR).
Transacties met de leden van het Group Management Committee/Executive Committee:
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 1,4 | 3,5 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 0,0 | 0,2 |
| Op aandelen gebaseerde betalingen | - | - |
| Opzegvergoedingen | 0,1 | - |
| Totaal | 1,5 | 3,7 |
Kortetermijnpersoneelsbeloningen omvatten salarissen en toe te rekenen bonussen over 2015 (inclusief bijdragen aan de sociale zekerheid), leasing van wagens en andere vergoedingen indien van toepassing.
De vaste en variabele kortetermijnpersoneelsbeloningen bedragen respectievelijk 0,7 miljoen EUR en 0,6 miljoen EUR (2014: 2,3 miljoen EUR en 1,2 miljoen EUR respectievelijk).
De personeelsbeloningen van het Group Management Committee zijn opgenomen tot 14 januari 2015. Op 14 januari 2015 heeft de raad van bestuur beslist om het Group Management Committee te vervangen door een Executive Committee. Het Executive Committee werd samengesteld uit co-CEO's (Luc Tack/Melchior de Vogüé), de uitvoerende bestuurders (momenteel Findar BVBA vertegenwoordigd door Stefaan Haspenslagh) alsook eender welk ander lid aangeduid door de Raad van Bestuur (op dit moment niemand). Per 30 april 2015 heeft Melchior de Vogüé de groep verlaten.
In 2015 werden er geen nieuwe warranten aangeboden en werden geen warranten uitgeoefend in 2015 door de leden van het huidige Executive Committee.
33. Honoraria van de commissaris
PwC Bedrijfsrevisoren bcvba (PwC), vertegenwoordigd door Peter Van den Eynde BVBA, vertegenwoordigd door zijn vaste vertegenwoordiger Peter Van den Eynde, werd benoemd als commissaris van de groep door de aandeelhoudersvergadering van de vennootschap op 4 juni 2013, volgend op een audit biedproces.
De honoraria betaald door de groep aan zijn commissaris bedroegen:
| (Miljoen EUR) | 2015 | |||
|---|---|---|---|---|
| Audit | Audit gerelateerde diensten |
Overige | Totaal | |
| PwC (België) | 0,3 | - | 0,2 | 0,5 |
| PwC (buiten België) | 0,5 | - | 0,1 | 0,6 |
| Totaal | 0,8 | - | 0,3 | 1,1 |
| (Miljoen EUR) | 2014 | |||
|---|---|---|---|---|
| Audit gerelateerde |
||||
| Audit | diensten | Overige | Totaal | |
| PwC (België) | 0,3 | 0,0 | 0,2 | 0,5 |
| PwC (buiten België) | 0,5 | - | 0,1 | 0,6 |
| Totaal | 0,8 | 0,0 | 0,3 | 1,1 |
34. Gebeurtenissen na balansdatum
Op 16 december 2015 kondigden Tessenderlo Group en Picanol Group (Picanol NV, Euronext: PIC) hun plannen aan om de industriële activiteiten van beide bedrijven te combineren tot één grotere industriële groep Picanol Tessenderlo Group NV. Daartoe zouden de huidige industriële activiteiten van Picanol in Tessenderlo ingebracht worden. De raad van bestuur van Tessenderlo zou tijdens een buitengewone algemene vergadering de aandeelhouders verzoeken over te gaan tot de uitgifte van 25.765.286 nieuwe aandelen Tessenderlo aan EUR 31,5, om de voorgenomen transactie te vergoeden aan Picanol NV.
Nadat op 25 januari 2016 door Tessenderlo Group en Picanol Group was bekend gemaakt dat het voorstel niet met zekerheid de goedkeuring van de buitengewone algemene vergadering van Tessenderlo Chemie NV zou wegdragen, werd door de raad van bestuur van Tessenderlo Group overgegaan tot annulering van de vergadering van 29 januari 2016 en werd evenmin overgegaan tot samenroeping van de tweede vergadering van 23 februari 2016. Parallel daaraan werden door de raden van bestuur van Picanol Group (en dochtervennootschap Verbrugge NV) en Tessenderlo Group gesprekken opgestart om na te gaan of en op welke wijze, mede rekening houdend met de opmerkingen geformuleerd door aandeelhouders, de voorwaarden van de voorgestelde transactie aangepast zouden kunnen worden met het oog op de goedkeuring ervan door de buitengewone algemene vergadering van Tessenderlo Chemie NV.
Rekening houdend met de ontvangen feedback van de markt, hebben beide vennootschappen, met ondersteuning van hun adviseurs en in onderling overleg, onderzocht of de voorwaarden van de voorgestelde transactie gewijzigd zouden kunnen worden om tegemoet te komen aan de verschillende standpunten en deze op elkaar af te stemmen. Na grondige overweging stelde de raad van bestuur van Picanol NV (en zijn dochteronderneming Verbrugge NV) vast dat er onvoldoende steun was in de markt om, aan voorwaarden die voor Picanol NV en zijn aandeelhouders aanvaardbaar zijn, de transactie succesvol af te ronden. De raad van bestuur van Picanol NV heeft daarom beslist om geen wijzigingen aan de voorwaarden van de transactie aan te brengen.
Op 7 maart 2016 kondigden Tessenderlo Group en Picanol Group aan dat op basis hiervan, de raden van bestuur van beide bedrijven elk beslisten om de onderhandelingen te beëindigen en het voorstel om de activiteiten te bundelen in te trekken. Beide bedrijven hebben de middelen en zullen zich blijven richten op het creëren van meerwaarde in elk van hun activiteiten. Picanol Group betreurt dat de voorgestelde transactie niet kan worden afgerond, maar het zal Tessenderlo Group verder actief blijven ondersteunen.
35. Ondernemingen van de groep
Hieronder zijn alle ondernemingen van de groep vermeld.
Het totaal aantal geconsolideerde ondernemingen bedraagt 61.
De lijst van de ondernemingen op 31 december 2015 geconsolideerd volgens de volledige consolidatiemethode:
| Belgisch | ||||
|---|---|---|---|---|
| ondernemings | ||||
| Europa | Onderneming | Adres | -nummer | Eigendom |
| België | Dyka Plastics NV | 3900 Overpelt | 0414467340 | 100% |
| België | Limburgse Rubber Produkten NV | 1050 Brussel | 0415296392 | 100% |
| België | Tessenderlo Chemie International NV | 1050 Brussel | 0407247372 | 100% |
| België | Tessenderlo Chemie NV | 1050 Brussel | 0412101728 | Moeder maatschappi j |
| België | Tessenderlo Finance NV | 1050 Brussel | 0878995984 | 100% |
| Tsjechische Republiek |
Dyka s.r.o. | 27361 Velka Dobra | 100% | |
| Frankrijk | Akiolis Group SAS | 72000 Le Mans | 100% | |
| Frankrijk | Atemax France SASU | 72000 Le Mans | 100% | |
| Frankrijk | Établissements Charvet Père et Fils SASU |
91490 Milly-La-Forêt | 100% | |
| Frankrijk | Produits Chimiques de Loos SAS | 59120 Loos | 100% | |
| Frankrijk | Tessenderlo Kerley France SAS | 59120 Loos | 100% | |
| Frankrijk | Siram SARL | 50390 Saint-Sauveur le-Vicomte |
100% | |
| Frankrijk | Société Azuréenne de Récupération SAR |
06670 Castagniers | 100% | |
| Frankrijk | Soleval France SAS | 72000 Le Mans | 100% | |
| Frankrijk | Sotra-Seperef SAS | 62140 Sainte Austreberthe |
100% | |
| Frankrijk | Tefipar SAS | 59120 Loos | 100% | |
| Frankrijk | Tessenderlo Services SARL | 59120 Loos | 100% | |
| Duitsland | BT Bautechnik Impex GmbH & Co. Kg |
86551 Aichach | 100% | |
| Duitsland | Dyka GmbH | 86551 Aichach | 100% | |
| Duitsland | Impex Wimmer GmbH | 86551 Aichach | 100% | |
| Duitsland | PB Gelatins GmbH | 31582 Nienburg | 100% | |
| Hongarije | BTH Fitting Kft | 3636 Vadna | 100% |
|---|---|---|---|
| Italië | Tessenderlo Cologna Veneta S.R.L. | 20122 Milano | 100% |
| Luxemburg | Térélux SA | 2163 Luxembourg | 100% |
| Polen | Dyka Polska Sp.zo.o. | 55-221 Jelcz Laskowice |
100% |
| Roemenië | Dyka Plastic Pipe Systems s.r.l. | 76100 Bucarest, sector 1 |
100% |
| Slowakije | Dyka SK s.r.o. | 82109 Bratislava | 100% |
| Nederland | Dyka BV | 8331 LJ Steenwijk | 100% |
| Nederland | Nyloplast Europe BV | 3295 KG 's Gravendeel | 100% |
| Nederland | Plastic Pipe Systems Holding BV | 8331 LJ Steenwijk | 100% |
| Nederland | Tessenderlo NL Holding BV | 4825 AV Breda | 100% |
| Groot-Brittannië | Dyka UK Ltd | Longtown-Carlisle Cumbria CA6 5LY |
100% |
| Groot-Brittannië | John Davidson Holdings Ltd | Edinburgh EH3 8UL | 100% |
| Groot-Brittannië | John Davidson Pipes Ltd | Edinburgh EH3 8UL | 100% |
| Groot-Brittannië | PB Gelatins UK Ltd | Pontypridd CF 375 SQ | 100% |
| Groot-Brittannië | Tessenderlo Holding UK Ltd | Pontypridd CF 375 SQ | 100% |
Verenigde Staten van Amerika
| Verenigde Staten van Amerika | Environmentally Clean Systems LLC | Dover, Delaware 19904 | 69,01% |
|---|---|---|---|
| Verenigde Staten van Amerika | ECS Myton, LLC | Dover, Delaware 19904 | 51,00% |
| Verenigde Staten van Amerika | Kerley Trading Inc. | Dover, Delaware 19904 | 100% |
| Verenigde Staten van Amerika | MPR Services Inc. | Dover, Delaware 19904 | 100% |
| Verenigde Staten van Amerika | PB Leiner USA | Davenport, Iowa 52806 | 100% |
| Verenigde Staten van Amerika | Tessenderlo Kerley Inc. | Dover, Delaware 19904 | 100% |
| Verenigde Staten van Amerika | Tessenderlo Kerley Services Inc. | New Mexico - 88220 Carlsbad | 100% |
| Verenigde Staten van Amerika | Tessenderlo U.S.A. Inc. | Dover, Delaware 19904 | 100% |
Overige
| Argentinië | PB Leiner Argentina SA | Santa Fe CC108-S3016WAC - Santo Tomé | 100% |
|---|---|---|---|
| Brazilië | PB Brasil Industria e Commercio de Gelatinas Ltda |
Acorizal, Mato Grosso CEP 74480-000 | 100% |
| Chili | Kerley Latino Americana SA | 9358 Santiago | 100% |
| China | PB Gelatins (Wenzhou) Co. Ltd | Ping Yang County - 325401 Zhejiang Province | 80,00% |
| China | PB Gelatins Heilongjiang Co. Ltd |
Kongguo County - Heilongjiang Province | 86,20% |
| China | Tessenderlo Trading (Shanghai) Co. Ltd |
China R.P. - 200021 Shanghai | 100% |
| Japan | TKI Japan KK | Tokyo - Chiyoda-ku | 100% |
| Mexico | Tessenderlo Kerley Mexico SA de CV |
Novojoa, Sonora | 100% |
| Paraguay | Maramba srl | Villa Hayes - Asuncion del Paraguay | 100% |
| Turkije | Tessenderlo Agrochem Tarim Ve Kimya San. Ve Tic. Ltd. Sti. |
34387 Kuştepe - Şişli / İstanbul | 100% |
De lijst van de ondernemingen per 31 december 2015 geconsolideerd volgens de vermogensmutatiemethode: Europa
| België | T-Power SA | 1200 Brussel | 0875650771 | 20,00% |
|---|---|---|---|---|
| Frankrijk | Apeval SAS | 85120 La Tardière | 50,00% | |
| Frankrijk | Établissements Violleau SAS | 79380 La Forêt sur Sèvre | 50,00% | |
| Frankrijk | Établissements Michel SAS | 31800 Villeneuve de Rivière | 50,00% |
| Overige | |||
|---|---|---|---|
| Bahrein | MPR Middle East WLL | 20563 Manama | 50,00% |
| Verenigde Staten van Amerika | Jupiter Sulphur LLC | Dover, Delaware 19904 | 50,00% |
| Verenigde Staten van Amerika | Wolf Mountain Products LLC | Lindon - Utah 84042 | 45,00% |
De lijst van de niet-geconsolideerde ondernemingen per 31 december 2015 (wegens hun niet-significante invloed op de geconsolideerde cijfers):
| Europa | ||||
|---|---|---|---|---|
| België | Plastival Benelux NV | 3900 Overpelt | 0450918950 | 100% |
| Zwitserland | Tessenderlo Schweiz AG | 5333 Rekingen | 100% | |
| Nederland | De Hoeve Kunststofrecycling BV | 7772 BC Hardenberg | 50,00% | |
| Groot-Brittannië | Britphos Ltd | Pontypridd CF 375 SQ | 100% | |
| Groot-Brittannië | LVM UK Ltd | Pontypridd CF 375 SQ | 100% |
36. Kritische boekhoudkundige schattingen en oordeelsvormingen
De voorbereiding van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS, zoals aanvaard binnen de Europese Unie, vereist de nodige schattingen, oordeelsvormingen en veronderstellingen van het management. Deze zullen de toepassing van de boekhoudprincipes, de gerapporteerde bedragen van activa en passiva, de toelichting in verband met de voorwaardelijke baten en verplichtingen op datum van de jaarrekening en de gerapporteerde bedragen van kosten en opbrengsten tijdens de rapporteringsperiode beïnvloeden. Het management baseert haar schattingen op haar historische ervaring en talrijke andere veronderstellingen waarvan aangenomen wordt dat deze redelijk zijn onder de omstandigheden. De resultaten hiervan vormen de basis voor het opstellen van de gerapporteerde bedragen van kosten en opbrengsten, die niet onmiddellijk duidelijk blijken uit andere bronnen. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze inschattingen.
Schattingen en veronderstellingen worden periodiek herzien en de effecten van de herzieningen worden opgenomen in de jaarrekening.
Beoordelingen, schattingen en veronderstellingen toegepast bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2015, zijn dezelfde als deze toegepast en toegelicht in de geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2014 met uitzondering van de inschatting van het management betreffende voorraden en wisselstukken die verouderd zijn. In 2015 heeft het management de inschattingen betreffende de verouderde voorraden herzien op basis van ervaring en de beoordeling van de huidige marktomstandigheden. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze inschattingen.
Schattingen en oordeelsvormingen die een significant risico inhouden om de netto boekwaarde van activa en passiva het komende jaar materieel te beïnvloeden zijn:
Bijzondere waardeverminderingen. De netto boekwaarde van financiële activa, materiële vaste activa, goodwill en overige immateriële activa wordt op elke balansdatum beoordeeld om te bepalen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat (toelichting 11 - Materiële vaste activa, toelichting 12 - Goodwill en toelichting 13 - Overige immateriële activa).
- Verouderde voorraden en aanpassingen van de waarde aan realiseerbare waarde, die bepaald zijn op basis van ervaring en de beoordeling van de huidige marktomstandigheden (toelichting 18 - Voorraden).
- Personeelsbeloningen. De berekening van de pensioenverplichtingen is gebaseerd op actuariële veronderstellingen zoals toekomstige salarisverhogingen, inflatie en het gebruik van een discontovoet (toelichting 25 - Personeelsbeloningen).
- Uitgestelde belastingen. Een uitgestelde belastingvordering wordt enkel opgenomen in de balans indien het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de verrekenbare tijdelijke verschillen, de ongebruikte belastingtegoeden en de ongebruikte overgedragen fiscale verliezen kunnen verrekend worden. De uitgestelde belastingvorderingen worden herzien op elke afsluitingsdatum en verminderd in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat het desbetreffende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd. Bij de inschatting neemt het management de lange termijn bedrijfsstrategie in overweging (toelichting 16 - Uitgestelde belastingvorderingen en -schulden).
- Voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen. De geboekte bedragen reflecteren de beste raming van het management met betrekking tot de verwachte uitgaven om aan de huidige verplichting op balansdatum te kunnen voldoen. Indien het effect hiervan significant is, zullen voorzieningen worden aangelegd met een verdiscontering van de toekomstige verwachte kasstromen. Voorzieningen kunnen aanzienlijk wijzigen ten gevolge van bijkomende informatie over de aard en de omvang van de verontreiniging, een verandering in de wetgeving, een verandering in de best practices voor saneringen, een verandering in de timing van de uitstroom van middelen, een verandering in samenspraak met de bevoegde instanties omtrent de behandeling van de vervuilde locatie of andere factoren van soortgelijke aard (toelichting 26 - Voorzieningen).
- Financiële instrumenten (toelichting 28 Financiële instrumenten). Deze worden in de balans opgenomen aan reële waarde en zijn gebaseerd op:
- inputs andere dan genoteerde prijzen, die voor het actief of voor de verplichting waarneembaar zijn, hetzij direct (d.w.z. als prijzen) hetzij indirect (d.w.z. afgeleid van prijzen); of
- inputs voor het actief of de verplichting die niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.
VERKLARING OVER HET GETROUW BEELD VAN DE JAARREKENINGEN EN HET GETROUWE OVERZICHT IN HET JAARVERSLAG
Luc Tack (CEO) en Stefaan Haspeslagh (CFO) verklaren, in naam en voor rekening van de vennootschap, dat, voor zover hen bekend,
- a) de geconsolideerde jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aanvaard binnen de Europese Unie, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de emittent en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
- b) het managementverslag over de geconsolideerde jaarrekening een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de emittent en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, evenals een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
VERSLAG VAN DE COMMISSARIS
STATUTAIR FINANCIEEL VERSLAG
Balans van Tessenderlo Chemie NV
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Totaal activa | ||
| Vaste activa | 911,7 | 731,7 |
| Overige immateriële activa | 5,2 | 5,4 |
| Materiële vaste activa | 91,7 | 91,7 |
| Financiële vaste activa | 814,9 | 634,6 |
| Vlottende activa | 470,1 | 521,9 |
| Handels- en overige vorderingen op meer dan één jaar | 0,7 | 1,5 |
| Voorraden | 65,2 | 51,4 |
| Handels- en overige vorderingen op ten hoogste één jaar | 295,3 | 339,4 |
| Overige beleggingen | 80,0 | 50,0 |
| Liquide middelen | 18,6 | 61,4 |
| Overlopende rekeningen | 10,2 | 18,2 |
| Totaal activa | 1.381,8 | 1.253,6 |
| Totaal passiva | ||
| Eigen vermogen | 721,9 | 731,3 |
| Geplaatst kapitaal | 215,0 | 212,4 |
| Uitgiftepremies | 232,9 | 224,2 |
| Reserves | 23,1 | 23,3 |
| Overgedragen winst | 250,9 | 271,4 |
| Kapitaalsubsidies | 0,2 | 0,0 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 141,2 | 150,3 |
| Voorzieningen | 140,1 | 149,2 |
| Uitgestelde belastingen | 1,0 | 1,0 |
| Schulden | 518,7 | 372,0 |
| Schulden op meer dan één jaar | 261,2 | 11,9 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 251,4 | 355,8 |
| Overlopende rekeningen | 6,1 | 4,3 |
| Totaal passiva | 1.381,8 | 1.253,6 |
Winst-en-verliesrekening van Tessenderlo Chemie NV
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Totale bedrijfsopbrengsten | 455,9 | 405,5 |
| Omzet | 398,8 | 373,7 |
| Toename (+) / afname (-) van voorraden gereed product en werk in uitvoering | 7,7 | -21,8 |
| Geactiveerde eigen productie | 4,1 | 3,6 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 45,3 | 50,0 |
| Totaal bedrijfskosten | -427,3 | -387,3 |
| Grondstoffen, hulpstoffen en goederen aangekocht om doorverkocht te worden | -217,2 | -196,0 |
| Diensten en diverse goederen | -141,4 | -125,5 |
| Personeelsbeloningen, sociale lasten en pensioenen | -67,0 | -71,8 |
| Afschrijvingen op oprichtingskosten, immateriële en materiële vaste activa | -12,5 | -11,3 |
| Toename (-) / afname (+) van bedragen afgeschreven op voorraden en handelsvorderingen | 0,4 | 1,7 |
| Toename (-) / afname (+) van voorzieningen | 13,6 | 19,5 |
| Overige bedrijfskosten | -3,2 | -4,1 |
| Bedrijfswinst / bedrijfsverlies | 28,6 | 18,2 |
| Financieringsopbrengsten | 95,7 | 142,3 |
| Financieringskosten | -38,5 | -65,3 |
| Gewone winst (+)/verlies (-) voor belasting | 85,8 | 95,3 |
| Uitzonderlijke opbrengsten | 8,4 | 4,6 |
| Uitzonderlijke lasten | -115,0 | -51,3 |
| Winst (+) / verlies (-) voor belasting | 48,5 | |
| Belastingen op het resultaat | - | |
| Uitgestelde belastingen | 0,1 | |
| Winst (+)/verlies (-) | 48,6 | |
| Fiscaal vrijgestelde reserves | 0,2 | |
| Voor bestemming beschikbaar nettoresultaat over het jaar | -20,5 | 48,8 |
Winstverdeling
| (Miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| De raad van bestuur van Tessenderlo Chemie NV stelt voor te verdelen | ||
| - De winst, zijnde | -20,5 | 48,8 |
| - Verhoogd met de overdracht van het vorige boekjaar | 271,4 | 225,0 |
| zijnde een totaal van: | 250,9 | 273,8 |
| op de volgende wijze | ||
| - Reserves | - | 2,4 |
| - Dividenden | - | - |
| - Over te dragen winst | 250,9 | 271,4 |
| zijnde een totaal van: | 250,9 | 273,8 |
Uittreksel uit de enkelvoudige (nietgeconsolideerde) jaarrekening van Tessenderlo Chemie NV, opgesteld volgens Belgische boekhoudnormen
De voorgaande informatie werd gehaald uit de enkelvoudige jaarrekening volgens Belgische boekhoudnormen van Tessenderlo Chemie NV. Deze enkelvoudige jaarrekening, samen met het rapport van de raad van bestuur aan de algemene vergadering en het verslag van de commissaris zal aan de Nationale Bank van België overgemaakt worden binnen de wettelijke termijn. Deze documenten zijn ook beschikbaar op aanvraag bij Tessenderlo Chemie NV, Troonstraat 130, 1050 Brussel.
Merk op dat alleen de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie en de prestaties van de groep.
Vermits Tessenderlo Chemie NV in essentie een holding bedrijf is dat zijn investeringen aan kostprijs opneemt in zijn enkelvoudige jaarrekening, geven deze afzonderlijke financiële staten slechts een beperkt beeld van de financiële positie van Tessenderlo Chemie NV. Om deze reden achtte de raad van bestuur het gepast om slechts een ingekorte versie van de niet-geconsolideerde balans en resultatenrekening te presenteren, opgemaakt in overeenstemming met de Belgische boekhoudnormen voor het jaar eindigend op 31 december 2015.
Het statutaire verslag van de commissaris is 'zonder voorbehoud' en bevestigt dat de enkelvoudige jaarrekening van Tessenderlo Chemie NV, opgesteld volgens de Belgische boekhoudnormen voor het jaar eindigend op 31 december 2015 een getrouw beeld geeft van de financiële positie van Tessenderlo Chemie NV in overeenstemming met alle wettelijke en regelgevende verordeningen.
FINANCIËLE WOORDENLIJST
Bedrijfskapitaal
De som van de voorraden en handels- en overige vorderingen minus handels- en overige schulden.
EBIT
Bedrijfswinst (+) / verlies (-).
EBITDA
Bedrijfswinst (+) / verlies (-) plus afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen en voorzieningen.
Dividend per aandeel (bruto)
Totaal uitbetaald dividend gedeeld door het aantal aandelen uitgegeven op afsluitingsdatum.
Gearing
Netto financiële schuld gedeeld door de som van de netto financiële schuld en het eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van de vennootschap.
Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen
Aantal aandelen uitstaand bij het begin van de periode, aangepast voor het aantal geannuleerde, wederingekochte of uitgegeven aandelen gedurende de periode vermenigvuldigd met een tijdscorrigerende factor.
Gewone winst (+) / verlies (-) per aandeel (Gewone EPS)
Winst (+) / verlies (-) toerekenbaar aan aandeelhouders van de vennootschap gedeeld door het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen openstaand tijdens de periode.
Ingezet kapitaal (Capital employed - CE)
De netto boekwaarde van materiële vaste activa, overige immateriële activa en goodwill samen met het bedrijfskapitaal.
Interestdekking
Winst (+) / verlies (-) plus belastingen op het resultaat en interestkosten, gedeeld door de interestkosten.
Investeringen
Bedrag uitgegeven om materiële vaste activa en overige immateriële activa aan te schaffen, te verbeteren of te behouden.
Marktkapitalisatie
Aantal uitgegeven aandelen (op het einde van de periode) vermenigvuldigd met de marktprijs per aandeel (op het einde van de periode).
Nettocashflow
Winst (+) / verlies (-), waarbij alle niet cashflow bestanddelen in de resultatenrekening (voorzieningen, afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen) worden toegevoegd.
Netto financiële schuld
Financiële schulden op lange en korte termijn minus geldmiddelen en kasequivalenten, en kortetermijnschulden bij kredietinstellingen .
Niet-recurrente en niet-operationele opbrengsten / (kosten)
Opbrengsten / (kosten) gerelateerd aan herstructurering, bijzondere waardeverminderingen, geschillen en overige opbrengsten en kosten, die niet regelmatig voorkomen en niet gerelateerd zijn aan de gewone activiteiten van de groep en voor dewelke bijkomende toelichtingen nodig zijn om de gebruiker te helpen bij het begrijpen van de behaalde financiële prestaties en bij het maken van inschattingen omtrent toekomstige financiële prestaties.
Pay out ratio
Brutodividend gedeeld door de winst toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap.
REBIT
Bedrijfswinst (+) / verlies (-) voor niet-recurrente en niet-operationele bestanddelen.
REBITDA
Bedrijfswinst (+) / verlies (-) voor niet-recurrente bestanddelen plus afschrijvingen, voorzieningen en overige nietoperationele items.
Rendement op ingezet kapitaal (ROCE)
Rebit gedeeld door ingezet kapitaal (capital employed).
Rendement op het eigen vermogen (ROE)
Winst (+) / verlies (-) gedeeld door het gemiddelde eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap.
Theoretische geaggregeerde gewogen gemiddelde belastingtarief
Dit wordt berekend door het statutair belastingtarief van elk land toe te passen op de winst vóór belastingen van elke entiteit en de op die manier bekomen belastingkost te delen door de totale winst vóór belastingen van de groep.
Verwaterd gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen, aangepast voor het effect van het aantal uitgegeven warranten.
Verwaterde winst (+) / verlies (-) per aandeel (Verwaterde EPS)
Winst (+) / verlies (-) toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap gedeeld door het volledig verwaterd gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen openstaand tijdens de periode.