Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

SnowWorld N.V. Annual Report 2006

Mar 15, 2007

3886_iss_2007-03-15_2d64954e-cc20-44d2-90c4-a766c7d7b137.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Fornix BIOSCIENTIES

PERSBERICHT

Lelystad, 15 maart 2007

FORNIX PUBLICEERT DEFINITIEVE JAARCIJFERS 2006

FORNIX BEHAALT NETTOWINSTSTIJGING VAN 28% EN KEERT VOLLEDIGE WINST UIT ALS DIVIDEND

| In miljoenen euro's o.b.v. IFRS

(behalve de bedragen per aandeel) 2006 2005 Toe- / afname
Netto-omzet 96,0 87,7 +/+ 9%
Brutoresultaat 31,9 27,3 +/+ 167%
Investeringen in onderzoek 3,0 0,8 +/+ 253%
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) 16,6 13,9 +/+ 20%
Nettowinst 12,4 9,7 +/+ 28%
Winst per aandeel EUR 1,88 EUR 1,53 +/+ 23%
Dividend per aandeel EUR 1,88 EUR 1,05 +/+ 79%
EBIT Allergiedivisie 13,1 14,2 -/- 8%
EBIT divisie Medische Hulpmiddelen 2,1 0,3 +/+ 642%
EBIT Handelsdivisie 0,8 1,3 -/- 39%
EBIT Holding (incl. beëindigde activiteiten) 0,6 -1,9 +/+ 132%

Hoofdpunten 2006

  • Nettowinst stijgt met 28% tot € 12,4 miljoen (2005: € 9,7 miljoen)
  • Netto-omzet stijgt met 9% tot € 96,0 miljoen (2005: € 87,7 miljoen)
  • Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) stijgt met 20% tot € 16,6 miljoen (2005: € 13,9 miljoen)
  • Winst per aandeel stijgt met 23% tot € 1,88 (2005: € 1,53)
  • Fornix keert volledige nettowinst van € 12,4 miljoen (€ 1,88 per aandeel) uit als (keuze)dividend
  • Investeringen in (klinische) onderzoeken voornamelijk ten behoeve van Oralgen®: € 3,0 miljoen (2005: € 0,8 miljoen)

Vooruitzichten 2007

  • Verdere toename nettowinst met ten minste 5% tot circa € 13,0 miljoen
  • Verdere stijging netto-omzet met ten minste 5% tot circa € 101 miljoen
  • Vergelijkbare investeringen in klinische onderzoeken ten behoeve van registratie allergeenproducten

Fornix BIOSCIENCES

CEO Cees Bergman zegt over de resultaten van Fornix:

"2006 was voor ons een belangrijk omslagjaar met grote uitdagingen. Ondanks die uitdagingen wisten we voor het zevende achtereenvolgende jaar een recordwinst te boeken. Een winst die wij dit jaar geheel aan onze aandeelhouders uitkeren enerzijds door het (nog) uitblijven van acquisities, anderzijds omdat onze kaspositie al voldoende mogelijkheden biedt voor passende acquisities en er geen behoefte is om deze kaspositie verder te vergroten. De succesvolle start van de nieuwe divisie Medische Hulpmiddelen geeft aan dat de keuze voor de strategische heroriëntatie die de onderneming eind 2005 inzette met de aankoop van Laprolan/ComforMed en de afstoting van het verliesgevende Theranostics, een juiste is geweest. De winstgevendheid wordt thans weer door alle activiteiten gedragen. Het risicoprofiel van de onderneming is daarmee verbeterd, zij het dat voor de Allergiedivisie veel zal afhangen van het in 2007 af te ronden grootschalige Europese onderzoek naar de werking van Oralgen® Graspollen. Het perspectief voor zowel de allergiemarkt als de markt voor medische hulpmiddelen is veelbelovend. Fornix blijft de komende jaren streven naar de realisatie van passende overnames."

Fornix BioSciences (Euronext: AFORBI) heeft in 2006 een sterke nettowinststijging geboekt van 28% tot € 12,4 miljoen, ten opzichte van € 9,7 miljoen in 2005. Daarmee werd ruimschoots voldaan aan de begin 2006 uitgesproken verwachting van een nettowinststijging van ten minste 20%. De omzet kwam 9% hoger uit op € 96,0 miljoen, ten opzichte van € 87,7 miljoen in 2005. Eerder werd een omzettoename van 13% voorzien. Het resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) nam, ondanks de forse verhoging van de investeringen tot € 3,0 miljoen in het klinisch onderzoek ten behoeve van de Allergiedivisie, met 20% toe van € 13,9 miljoen tot € 16,6 miljoen. De winst per aandeel steeg met 23% tot € 1,88 (2005: € 1,53). Deze winst zal geheel als (keuze) dividend worden uitgekeerd. Voor 2007 wordt zowel voor de omzet als voor de winst een toename met ten minste 5% voorzien.

De eind 2005 verkregen Laprolan/ComforMed activiteiten op het gebied van medische hulpmiddelen droegen in 2006 direct goed bij aan het resultaat van Fornix BioSciences. De lager dan verwachte omzetgroei van Fornix BioSciences in 2006 was voornamelijk het gevolg van een lagere groei van de verkopen van de Handelsdivisie. De Handelsdivisie wist in een krimpende markt haar marktaandeel weliswaar fractioneel uit te breiden, maar de marges bleven door concurrentie en prijsmaatregelen sterk onder druk staan. Alle onderdelen droegen evenwel bij aan de winstgevendheid van Fornix BioSciences. De solvabiliteit per jaar ultimo bedroeg 71%. Hiermee blijft de onderneming steunen op een gedegen financieel fundament voor het realiseren van nieuwe passende kleinere en middelgrote overnames uit eigen middelen.

De nieuwe divisie Medische Hulpmiddelen droeg voor ruim 60% bij aan de stijging van de EBIT van Fornix BioSciences. Het resterende deel van de winststijging was grotendeels te danken aan het wegfallen van de in 2005 afgestoten verlieslatende divisie Theranostics. Daarnaast was sprake van eenmalige baten van circa € 1,0 miljoen netto uit niet-operationele activiteiten, waaronder het grotendeels vrijvallen van een voorziening inzake arbeidsongeschiktheidspremies, vrijval van vennootschapsbelasting en een eenmalige bate uit de verkoop van de Theranostics-onderdelen SeaPro en Fornix Medical Systems.

2


Fornix BIO SCIENCES

Omzet EBIT
2006 2005 2006 2005
Allergiedivisie 26,4 25,0 13,1 14,2
Divisie Medische Hulpmiddelen 8,4 1,7 2,1 0,3
Handelsdivisie 61,2 61,0 0,8 1,3
Holding (incl. beëindigde activiteiten) - 0,1 0,6 -1,9
Totaal Fornix BioSciences 96,0 87,7 16,6 13,9

Voor 2007 voorziet Fornix een omzet- en nettowinsttijging van ten minste 5%. Deze projectie ligt lager dan in de afgelopen jaren en is onder andere ingegeven door de structureel wat lagere groeiniveaus van de Allergiedivisie. Ook de substantiële investeringen in de klinische onderzoeken naar de werking van de verschillende allergeenproducten in het kader van het grootschalige Clinical Development Plan zullen de komende jaren een dempend effect op het resultaat hebben. Een deel van dit effect zal worden gecompenseerd door een naar verwachting voortgaande groei van omzet en winstgevendheid van de divisie Medische Hulpmiddelen. Daarnaast zal groei door overnames bijdragen aan het in stand houden van een gezonde winstgevendheid.

Zie voor uitgebreid vooruitzicht pagina 13 van dit persbericht.

Registratie Oralgen®

Alle onderzoeksactiviteiten van Fornix zijn momenteel geconcentreerd in de Allergiedivisie. Deze activiteiten hebben primair tot doel de werkzaamheid en de veiligheid van de Oralgen® allergeenproducten zorgvuldig te onderbouwen door middel van omvangrijke klinische studies bij een groot aantal patiënten. De studies moeten een gunstige afwikkeling van de registratieaanvraag bevorderen.

Op basis van de resultaten van de eind 2005 afgeronde STARDROP-studie naar de werking van Oralgen® Graspollen onder kinderen, oordeelde het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) in een eerder stadium dat de bijdrage van deze studie onvoldoende was om de lopende procedure voor een definitieve registratie positief af te ronden. Fornix is daarom eind 2006 gestart met een nieuwe grootschalige pan-Europese klinische studie onder 600 volwassen allergiepatiënten teneinde de veiligheid en werkzaamheid van de behandeling met Oralgen® Graspollen alsnog overtuigend aan te tonen.

Het CBG besloot in februari 2007 het bezwaar tegen de eerdere afwijzing van officiële registratie van Oralgen® Graspollen ongegrond te verklaren, tenzij de resultaten van de lopende nieuwe studie alsnog aanleiding geven voor een positieve beslissing. Fornix gaat tegen het besluit van het CBG in beroep.

In afwachting van het definitieve oordeel over de aanvraag wordt de huidige voorlopige registratiestatus van de Oralgen® producten gehandhaafd, hetgeen van belang is voor de continuïteit van de verkopen van de Oralgen® producten. Begin 2008 zullen de resultaten van het lopende onderzoek bekendgemaakt worden en bij het CBG worden ingediend.


Fornix BIO SCIENCES

Dividend: volledige winst wordt uitgekeerd

In navolging op het in 2002 genomen initiatief om interim-dividend uit te keren werd in augustus 2006 vanwege het gezonde halfjaarresultaat, de sterke financiële positie en de goede vooruitzichten, besloten om in september 2006 een verhoogd interim-dividend betaalbaar te stellen van € 0,65 (2005: € 0,50) per aandeel, zoals gebruikelijk in de vorm van een keuzedividend.

Fornix zal tijdens de komende Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 20 april 2007 aan de aandeelhouders voorstellen de volledige nettowinst over 2006 als (keuze)dividend uit te keren. Dit besluit houdt verband met enerzijds het (nog) achterwege blijven van in het vooruitzicht gestelde acquisities in 2006, alsmede met de reeds uitstekende liquiditeitspositie van de onderneming die een verdere aangroei op dit moment niet noodzakelijk maakt. De strenge eisen die Fornix aan overnamekandidaten stelt, gevoegd bij het relatief beperkte aantal geschikte branchegenoten binnen de markt voor allergieproducten en medische hulpmiddelen, lagen aan de basis van het uitblijven van overnames.

Het voorgestelde dividend per aandeel over 2006 bedraagt € 1,88, vergeleken met € 1,05 over 2005. Het reeds in september 2006 uitgekeerde interim-dividend ad € 0,65 zal hierop in mindering worden gebracht. De hoogte van het dividend ligt ver boven de pay-out ratio van maximaal 40% van de nettowinst die in 2002 ten aanzien van het dividendbeleid werd vastgesteld.

Resultaten algemeen

Omzet

Over 2006 kwam de omzet van Fornix BioSciences uit op € 96,0 miljoen, ten opzichte van € 87,7 miljoen over 2005, een toename van 9,4%. Deze stijging was toe te schrijven aan toename van de omzetten bij zowel de Allergiedivisie als bij de nieuwe divisie Medische Hulpmiddelen. De export was met € 10,4 miljoen voor 11% in de totale omzet vertegenwoordigd (2005: € 13,3 miljoen, 15%). Dit betekende een relatieve afname van 21,5% ten opzichte van de export in het boekjaar 2005. Deze verdere afname was vooral toe te schrijven aan de voor de Handelsdivisie in 2006 ingevoerde strenge prijsmaatregelen in het Verenigd Koninkrijk.

Brutomarge

De brutomarge (in de jaarrekening brutoresultaat) is over het afgelopen boekjaar uitgekomen op € 31,9 miljoen, ofwel 33,3% van de omzet. Dit betekende een stijging van 16,8% ten opzichte van de brutomarge in 2005 (€ 27,3 miljoen; 31,1% van de omzet). De hogere brutomarge was grotendeels toe te schrijven aan verder toegenomen verkoop van de allergeenproducten van de Allergiedivisie en vanwege de toegevoegde verkopen van de divisie Medische Hulpmiddelen.

Kosten

De kosten bedroegen over 2006 € 15,9 miljoen tegenover € 13,5 miljoen over 2005, derhalve een stijging van € 2,4 miljoen ofwel 18,1%. De kostenstijging was voor een belangrijk deel toe te schrijven aan hogere kosten van onderzoek en ontwikkeling ad € 3,0 miljoen in 2006 ten opzichte van € 0,8 miljoen in 2005, vanwege de lopende onderzoeken naar de werkzaamheid van de verschillende Oralgen® producten. Daarnaast zijn in het jaar 2006 de kosten van de per 1 januari 2006 overgenomen ondernemingen Laprolan/ComforMed in de cijfers verwerkt.


Fornix BIO SCIENCES

Resultaten

De EBIT steeg tot € 16,6 miljoen, een stijging van 20% ten opzichte van 2005 (€ 13,9 miljoen). De winst na belastingen over 2006 bedroeg € 12,4 miljoen (2005: € 9,7 miljoen), een stijging van 28%.

Financiering

Fornix BioSciences wordt in belangrijke mate gefinancierd vanuit het eigen vermogen. Dit eigen vermogen bedroeg ultimo 2006 € 40,5 miljoen, ofwel 71% van het balanstotaal (ultimo 2005: 70%). Deze procentuele stijging van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (balanstotaal) is voornamelijk toe te schrijven aan het resultaat over 2006, de uitoefening van personeelsopties verminderd met het slotdividend 2005 (in cash) en het interim-dividend 2006 (in cash).

Daarnaast heeft Fornix een kredietlimiet in rekening-courant tot een maximum van € 4,5 miljoen, welke per 31 december 2006 niet gebruikt is. Naar verwachting zal dit ook voor het komende jaar ruim voldoende zijn. Op 22 december 2004 zijn alle in het verleden verstrekte zekerheden ter zake van het rekening-courantkrediet door de kredietinstelling vrijgegeven. Vanaf voornoemde datum dient Fornix BioSciences slechts aan een beperkt aantal convenanten en financiële ratio's te voldoen.

In december 2002 is een eerste voorschot ontvangen van € 0,6 miljoen uit hoofde van een toegekend Technisch ontwikkelingskrediet. Dit krediet had betrekking op het onderzoeksproject F991. De afrekening van het Technisch ontwikkelingskrediet heeft in 2006 plaatsgevonden en heeft geresulteerd in een overige bedrijfsopbrengst van € 0,3 miljoen.

Overige balansposities

De waarde van de voorraad bedroeg ultimo 2006 € 9,5 miljoen (ultimo 2005: € 8,7 miljoen), een toename van 9%. Hiervan betreft circa € 6,4 miljoen de handelsvoorraad farmaceutische producten van Fisher Farma, welke in 2005 € 6,6 miljoen bedroeg. De stijging is grotendeels het gevolg van de toevoeging van Laprolan/ComforMed aan Fornix BioSciences. De voorraad van de divisie Medische Hulpmiddelen bedroeg ultimo 2006 € 1,2 miljoen.

De debiteurenportefeuille nam ten opzichte van 31 december 2006 met 21,8% toe tot € 9,5 miljoen (2005: € 7,8 miljoen), bij een nagenoeg gelijkblijvende krediettermijn debiteuren. De post handelsschulden nam toe van € 3,0 miljoen ultimo 2005 tot € 7,2 miljoen per 31 december 2006. De stijging met € 4,2 miljoen was onder andere toe te schrijven aan de door de Clinical Research Organisation in december 2006 in rekening gebrachte kosten ad € 2,0 miljoen.

Gezonde liquiditeitspositie

Dankzij de gezonde resultaten van de Allergiedivisie en de divisie Medische Hulpmiddelen, bleef de liquiditeitspositie ook per eind 2006 uitstekend. Fornix BioSciences is schuldenvrij en beschikte per 31 december 2006 over bijna € 20,7 miljoen aan liquide middelen (2005: € 22,7 miljoen).

Bovendien heeft de onderneming voor een bedrag van € 7,0 miljoen (op basis van de slotkoers per 31 december 2006) aan eigen aandelen in portefeuille. Het handhaven van deze gezonde balansverhoudingen past in de strategie om passende, kleinere en middelgrote overnames zo veel mogelijk uit eigen middelen te kunnen financieren.


Fornix BIO SCIENCES

Effecten beëindiging R&D-divisie en Theranostics-divisie

In 2005 werd besloten tot ontmanteling van de R&D-divisie. Met ingang van 2006 zijn de vanuit commercieel en registratieperspectiefogpunt zeer belangrijke onderzoeks- en ontwikkelingskosten in de Allergiedivisie ondergebracht.

In 2005 werd tevens besloten om de activiteiten van de divisie Theranostics (producten voor de diagnostiek en behandeling van infectieziekten en apparatuur en disposables voor de diagnose bij urologische aandoeningen) wegens gebrek aan winstperspectief op afzienbare termijn te desinvesteren dan wel te beëindigen. De activiteiten en merkrechten verband houdende met de seaFAST®-technologie (producten voor de snelle diagnostiek van infectieziekten) zijn in maart 2006 verkocht.

De aandelen van Fornix Medical Systems B.V. (het andere onderdeel van de divisie Theranostics) waarin de activiteiten en technologie op het gebied van de urologische toepassingen (DynamiX®), waren ondergebracht, werden in mei 2006 tegen een geringe opbrengstwaarde verkocht aan Laborie Medical Technologies in Canada.

Daarnaast heeft in 2006 de afrekening plaatsgevonden van het in 2002 ontvangen Technisch ontwikkelingskrediet voor onderzoekskosten van de R&D-divisie. De opbrengst uit hoofde van de merkrechten, de verkoop van Fornix Medical Systems B.V. en de afrekening van het Technisch ontwikkelingskrediet, verminderd met nagekomen kosten heeft geresulteerd in een positieve EBIT van € 0,5 miljoen.

Aandelenbezit

Via een onderhandse herplaatsing van de aandelen bracht voormalig directielid en thans lid van de Raad van Commissarissen de heer T.J.A. Visser zijn belang in de onderneming in het eerste kwartaal van 2006 terug tot nul. Inmiddels is naar de overtuiging van de onderneming een goede verhouding ontstaan tussen lange termijn aandeelhouders met een belang van 5% of meer en overige aandeelhouders.

Strategie en doelstellingen

De strategie van Fornix BioSciences is eind 2005 gewijzigd. De verlieslatende divisie Theranostics werd opgeheven evenals de divisie R&D gezien het beëindigen van de biotechnologische onderzoekprogramma's. De onderzoeksactiviteiten en know how werden overgeheveld naar de Allergiedivisie ter ondersteuning van de registratieaanvraag voor de allergeenproducten. Hiermee heeft de onderneming thans het profiel van een biofarmaceutische onderneming die zich via een samenstel van bedrijven in de medische sector onderscheidt door de productie, marketing en verkoop van diagnostische en therapeutische allergeenproducten, de handel in gepatenteerde medicijnen en de distributie van medische en verpleegkundige verbruiksartikelen. Binnen de niches waarin Fornix BioSciences actief is, wenst zij vooraanstaande posities in te nemen.

Fornix BioSciences beschouwt Nederland als haar thuismarkt, maar streeft ook naar uitbreiding van haar activiteiten en afzet, met name in de allergiemarkt en de markt voor medische hulpmiddelen, naar meerdere Europese landen. Daarnaast wordt gestreefd naar uitbreiding van de activiteiten naar andere sectoren binnen de medische branche. Deze groei verwacht Fornix BioSciences te realiseren zowel door autonome groei als via middelgrote en zo mogelijk grote acquisities.


Fornix BIO SCIENCES

Fornix BioSciences streeft ernaar voor haar aandeelhouders een goed rendement te realiseren op basis van met name een aantrekkelijk dividend en een voortgaande groei van de winst per aandeel.

Voorts streeft Fornix BioSciences het behoud van gezonde balansverhoudingen na, waarbij een solvabiliteitsratio (eigen vermogen als percentage van het totale vermogen) wordt nagestreefd van minimaal 35%. Momenteel ligt dit percentage op 71% en dat biedt als zodanig volop mogelijkheden voor acquisities.

Doelstellingen

  • Nadruk op verdere uitbouw van activiteiten op het gebied van Allergie en Medische Hulpmiddelen. Voor de divisie Medische Hulpmiddelen wordt gestuurd op een omzet van rond € 20 miljoen eind 2009
  • Vergrote onderzoeksinspanning ter realisatie van registratie allergeenproducten
  • Nadruk op het verkrijgen van definitieve registratie voor de Oralgen® producten
  • Ook voor 2007 en volgende jaren een verdere gezonde groei van de nettowinst en winst per aandeel
  • Realiseren van nieuwe acquisities in de medische sector
  • Groei van de activiteiten en afzet in meer landen van Europa
  • Verbetering van de resultaten van de Handelsdivisie

Resultaten per divisie

Fornix BioSciences wordt thans gevormd door de Allergiedivisie, de divisie Medische Hulpmiddelen en de Handelsdivisie. Hieronder volgen meer details van de gang van zaken in de drie afzonderlijke divisies.

Allergiedivisie

Resultaten

De Allergiedivisie behaalde in 2006 onder moeilijkere marktomstandigheden wederom een goed resultaat. De totale omzettoename van de divisie bedroeg 6%, van € 25,0 miljoen in 2005 naar € 26,4 miljoen in 2006. Het resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) nam met 8% af van € 14,2 miljoen in 2005 tot € 13,1 miljoen in 2006. Deze op het eerste gezicht ongunstige ontwikkeling was echter volledig toe te schrijven aan de substantiële investering van € 3,0 miljoen in 2006 (2005: € 0,6 miljoen) in het opgestarte Clinical Development Plan (CDP), ter ondersteuning van de registratieaanvraag van de verschillende Oralgen® producten, alsmede aan de aanzienlijk hogere interne doorbelastingen van € 2,0 miljoen in 2006 ten opzichte van € 1,5 miljoen in 2005. Zonder deze lastenverzwaringen, die geen relatie hebben met de operationele activiteiten, zou de EBIT van de Allergiedivisie circa € 2,9 miljoen hoger zijn uitgekomen op een niveau van € 17,1 miljoen, ofwel een toename van ruim 30%.

Een ander positief element is dat de relatieve bijdrage van de nog immer zeer succesvolle Allergiedivisie aan het EBIT-resultaat van Fornix BioSciences is afgenomen van 102% in 2005 naar 79% in 2006. Dit is vooral te danken aan de bijdrage van de nieuwe divisie Medische Hulpmiddelen.


Fornix BIO SCIENCES

Op operationeel vlak nam de omzet in Nederland van het belangrijkste product van de Allergiedivisie, Oralgen®, met 8% toe. Deze toename werd gerealiseerd ondanks een dempend effect van de invoering van het nieuwe zorgstelsel – en daarmee een tijdelijke krimp van de markt – en de licht negatieve invloed van de minder gunstige resultaten van de in 2005 afgeronde STARDROP-studie naar de werkzaamheid van Oralgen® Graspollen bij kinderen. De goede groei onder uitdagender marktomstandigheden is vooral het gevolg van de in de afgelopen jaren in gang gezette succesvolle programma's om de therapietrouw van bestaande gebruikers te stimuleren.

Anderzijds kreeg de Allergiedivisie, als voorzien, te maken met een groep patiënten, die na de reguliere therapieperiode van drie tot vijf jaar met Oralgen® konden stoppen. Maar ook de concurrentie in Nederland van internationaal actieve allergiebedrijven nam toe. De Allergiedivisie is erin geslaagd om de voorziene omzetdaling van het in licentie verkregen en geregistreerde product Pollinex®, een zogeheten subcutane (via injectie) immunotherapie te beperken tot 6%.

De introductie van de Anapen®, ter behandeling van anafylaxie, vond later in het jaar plaats dan gepland. Daardoor kon een gedeelte van het bijen- en wespenseizoen niet optimaal in de verkoopactiviteiten worden meegenomen. De reacties van de beroepsgroep op de patiëntvriendelijke Anapen® waren zonder meer positief.

De veterinaire allergieactiviteiten droegen in 2006 met een omzetstijging van 9% naar behoren bij aan de omzetgroei van de Allergiedivisie.

Strategie en vooruitzichten 2007

Voor de Allergiedivisie wordt 2007 een jaar waarin, naast het uitermate belangrijke onderzoeksprogramma ten behoeve van Oralgen®, de nodige verdere innovaties zullen worden gepleegd ten aanzien van marktbenadering en servicegerichtheid richting huisartsen en specialisten. Ook het beleid ten aanzien van de therapietrouw zal worden geïntensiveerd. De Anapen® wordt verder onder de aandacht gebracht van artsen en apothekers in Nederland. Ondanks een dalende trend, blijft de onderneming verkoopinspanningen leveren om Pollinex® onder de aandacht van artsen te brengen. Het jaar 2007 staat ook in het teken van de verdere implementatie van de Artuvetrin® Serum Test in Europa. Daarnaast wordt gewerkt aan een update van het registratiedossier van Artuvetrin®. Mogelijk kan dit leiden tot nieuwe registraties in Europa.

Voorts zal in het jaar 2007 de nodige aandacht worden gegeven aan het toevoegen van licentieproducten aan de bestaande portfolio van ARTU Biologicals.

Fornix BioSciences verwacht voor de Allergiedivisie een voortgaande stijging van omzet en resultaat. Echter, rekening houdend met eerder genoemde marktomstandigheden, de ongewisheld omtrent de uitkomsten van het lopende onderzoek naar Oralgen® Graspollen en de wederom uittredende groep uitbehandelde patiënten, zal de toename minder groot zijn dan in de afgelopen jaren.

8


Fornix BIO SCIENCES

Divisie Medische Hulpmiddelen

Resultaten

De divisie Medische Hulpmiddelen, die per 1 januari 2006 in de consolidatie werd opgenomen, heeft in Nederland, en voor een aantal producten ook in de rest van Europa, de exclusieve verkooprechten voor een breed gamma aan innovatieve gepatenteerde medische hulpmiddelen en verbruiksgoederen die worden afgenomen door onder andere ziekenhuizen, verpleeghuizen, apotheken, medisch speciaalzaken, groothandels en thuiszorgorganisaties.

De divisie kende in 2006 direct een goede start. Veel aandacht werd besteed aan een goede integratie van Laprolan/ComforMed in de organisatie van Fornix BioSciences en de samenvoeging van deze onderneming met Artu Biologicals Medical, de distributeur van de Safehip® en het wondverband Scarban®. Daarnaast werd de organisatie verder geprofessionaliseerd overeenkomstig de sterk groeiende vraag naar producten. Met name op logistiek terrein werden de nodige innovaties gepleegd.

Door scherpe marketing, een uitgekiend assortiment en gevoed door de verhoogde aandacht vanuit de gezondheidszorg/thuiszorg voor zelfhulp en zelfredzaamheid tot op hoge leeftijd, alsmede door de snel voortschrijdende vergrijzing van de bevolking, nam de afzet van medische hulpmiddelen en verbruiksgoederen in 2006 verder goed toe. Safehip® droeg, ondanks een aanhoudend terughoudend vergoedingenbeleid van de overheid, wederom goed bij evenals het siliconenverband Scarban®.

De omzet van deze nieuwe divisie steeg in 2006 met 11% tot € 8,4 miljoen tegen € 7,6 miljoen op basis van pro-formacijfers over 2005. De EBIT steeg van € 2,0 miljoen op basis van pro-formacijfers 2005 naar € 2,1 in 2006, een stijging met 6%. Bij de activiteiten werd kritisch naar het productassortiment gekeken wat tot de eerste synergievoordelen heeft geleid.

Strategie en vooruitzichten 2007

Fornix BioSciences streeft naar een sterke groei van de activiteiten in de komende jaren door middel van overnames van ondernemingen die actief zijn in de wereld van medische hulpmiddelen en of actief zijn op het gebied van medische verbruiksartikelen. Gestreefd wordt naar een omzet van circa € 20 miljoen binnen drie jaar.

Daarnaast zal de divisie zich in 2007 verder focussen op een zorgvuldig geselecteerd aantal productgroepen: wond- en littekenverzorging, urologie en incontinentie. De divisie streeft ernaar productspecialist te blijven en uitsluitend gepatenteerde producten te blijven distribueren op exclusieve basis. Het multiprincipale karakter van de activiteiten, in totaal worden producten verkocht van meer dan 20 producenten, maakt dat de divisie belangrijk bijdraagt aan het verlagen van het risicoprofiel van Fornix BioSciences en aan de winstgevendheid en continuïteit op lange termijn.

Voor 2007 wordt een verdere toename van omzet en resultaat verwacht.


Fornix BIO SCIENCES

Handelsdivisie

Resultaten

De Handelsdivisie van de onderneming opereert onder de naam Dr. Fisher Farma. De hoofdactiviteit van Fisher Farma betreft het importeren, verkopen en exporteren van gepatenteerde geneesmiddelen, de zogeheten Eurospecialités. De belangrijkste afnemers in Nederland zijn stadsapothekers, apothekhoudende huisartsen, groothandels en ziekenhuizen. De export richt zich vooral op groothandels in Engeland, Duitsland en Scandinavië. Het productassortiment van de Handelsdivisie bestaat momenteel uit circa 500 verschillende geneesmiddelen.

Zoals verwacht werd ook de Handelsdivisie geconfronteerd met de negatieve effecten van de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006. Vooral de administratieve problemen bij veel apothekers leidden tot een verminderde vraag naar Eurospecialités. Daarnaast leidden ook de toenemende stringente prijsmaatregelen van de overheid, een verminderde beschikbaarheid van geneesmiddelen ten behoeve van export, alsmede toegenomen quoteringmaatregelen van de merkhouder tot een verdere inkrimping van de markt en daarmee tot een verdere druk op de marges bij groothandels en apothekers.

Daar waar de Handelsdivisie in 2005 onder destijds reeds uitdagende marktomstandigheden nog een knappe omzetgroei realiseerde van 11,8%, steeg de omzet in 2006 licht van € 61,0 miljoen in 2005 tot € 61,2 miljoen in het verslagjaar. Binnen de sector presteerde de divisie overigens boven het marktgemiddelde.

Door de genoemde externe invloeden daalde het resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) evenwel met 39% van € 1,3 miljoen in 2005 tot € 0,8 miljoen in 2006. Hierdoor is de bijdrage aan het (EBIT) resultaat van Fornix BioSciences verder teruggelopen van 10% in 2005 tot 5% in 2006.

Strategie en vooruitzichten 2007

De Handelsdivisie blijft belangrijk voor Fornix BioSciences gezien de omvang en de verwevenheid met de farmaceutische sector. De marktomstandigheden zullen onverminderd lastig blijven en er wordt ook geen verlichting in het strakke quoteringssregime van merkhouders in Nederland en overige Europese landen voorzien. Getracht wordt om via bestaande inkoopkanalen aanpalende producten – wellicht medische hulpmiddelen – te importeren en te distribueren. Alles zal in het werk gesteld worden om de apothekers die in 2006 om administratieve redenen overstapten naar één toeleverancier, terug te winnen. Daarnaast wordt gestreefd naar meer maatwerk richting de apotheek.

Gezien de sterk afgenomen export naar het Verenigd Koninkrijk zal Fisher Farma in 2007 verdere verkenningen doen voor uitbreiding van zijn activiteiten naar Duitsland, de Scandinavische landen en de nieuwe Europese lidstaten. Door middel van een aantal nieuwe registraties zal Fisher Farma zijn positie bij de ziekenhuizen verder versterken. Daartoe wordt met de afzonderlijke ziekenhuisapothekers overlegd over de leveringsmogelijkheden. Ook in 2007 zal binnen de Europese Unie verder worden gezocht naar geschikte producten die passen binnen het bestaande product-portfolio. De verwachting is dat het Eurospecialité-segment op termijn verder met de markt mee zal stijgen. Voor 2007 wordt gestreefd naar registratie van circa 100 nieuwe producten.

10


Fornix BIO SCIENCES

Voor de divisie wordt gestreefd naar een lichte verbetering van de omzet- en winstbijdrage.

Onderzoeksactiviteiten

In 2006 is belangrijke vooruitgang geboekt in de uitvoering van het Clinical Development Plan (CDP) ten behoeve van het product Oralgen® Graspollen. Bij de uitvoering van het CDP laat de onderneming zich bijstaan door een internationaal opererende Clinical Research Organisation (CRO), die over uitgebreide ervaring beschikt met vergelijkbare, gecompliceerde klinische studies.

Het programma van klinische studies ter onderbouwing van de registratieaanvragen van de belangrijkste therapeutische producten van de onderneming zal een periode van naar schatting vijf jaar omvatten en een investering van ten minste € 10 miljoen met zich meebrengen. In 2006 bedroegen de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor de allergiedivisie € 3,0 miljoen, waarvan € 2,7 miljoen ten behoeve van het Clinical Development Plan (CDP) van het product Oralgen® Graspollen.

Nieuw onderzoek

Een van de belangrijkste onderdelen van het CDP bestaat uit een grootschalige placebogecontroleerde, dubbelblind, multicenter klinische studie met codenaam AB0602 ter onderbouwing van de effectiviteit en veiligheid van Oralgen® Graspollen. Het onderzoek voorziet eveneens in een evaluatie van de invloed van verschillende doseringen van het product op bijwerkingenprofiel en effectiviteit. De verkregen gegevens kunnen vervolgens als basis dienen voor de ontwikkeling van een optimale productformulering, met betrekking tot veiligheid, effectiviteit en compliance. Een dergelijke studie zal eveneens meer inzicht verschaffen in het werkingsmechanisme van de Oralgen®-producten.

Deze zogeheten Fase III-studie waaraan circa 600 patiënten deelnemen is eind 2006 van start gegaan. De studie wordt tegelijkertijd in circa 40 klinische centra in zeven Europese landen uitgevoerd. Na afloop van het graspollenseizoen 2007 is een analyse van de verkregen resultaten inzake veiligheid en effectiviteit voorzien waarvan de uitkomst naar verwachting begin 2008 bekend zal zijn.

In de loop van 2007 zal een besluit worden genomen over de eventuele voortzetting van de Fase III-studie gedurende het pollenseizoen 2008 teneinde gegevens over de effectiviteit van immunotherapie over een langere termijn te verkrijgen. Het gelijktijdige onderzoek van verschillende doseringsschema's van het product vormt een verklaring voor het relatief grote aantal patiënten dat aan de studie deelneemt.

Voorafgaand aan studie AB0602 zijn van diverse aangepaste doseringsschema's van Oralgen® Graspollen veiligheid en tolerantie (verdraagzaamheid) getoetst bij een groep allergische vrijwilligers in een zogeheten Fase I/II-onderzoek.

Strenge eisen aan nieuwe studie

De pan-Europese studie heeft voorzien in de tekortkomingen van de STARDROP-studie. Zo wordt de studie uitsluitend bij volwassenen uitgevoerd en mochten slechts patiënten met matige tot ernstige allergische symptomen instromen. Daarnaast vindt de studie plaats over een geografisch wijd verspreid gebied in circa 40 klinische centra in zeven Europese landen, om te


Fornix BIO SCIENCES

voorkomen dat het resultaat van de studie onevenredig sterk wordt beïnvloed door lokale seizoeneffecten, bijvoorbeeld vanwege een jaar met weinig graspollen ten gevolge van lokale weersomstandigheden. Daarnaast wordt de studie uitgevoerd bij een relatief grote groep van 600 patiënten zodat eenduidige en overtuigende conclusies aangaande effectiviteit en veiligheid kunnen worden getrokken.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een professionele Clinical Research Organisation (CRO). Deze organisatie staat garant voor de kwaliteit van de studie en draagt daarnaast zorg voor een snelle evaluatie van de resultaten. Zo is vastgelegd dat de evaluatie binnen vier maanden na afronding van het klinisch gedeelte van het onderzoek beschikbaar dient te zijn.

Het onderzoek

Enkele maanden voor aanvang van het pollenseizoen 2007 zijn alle 600 patiënten begonnen met hun medicatie. Voor ieder land afzonderlijk is op basis van historische pollengegevens de startdatum van het betreffende pollenseizoen vastgesteld. De studie is ingericht naar voorbeelden van succesvolle studies van de concurrentie. Dat geeft vertrouwen voor de uitkomsten.

Strategie na onderzoek

Begin 2008 zullen de onderzoeksgegevens van de Fase III-studie bekendgemaakt worden en bij het CBG worden ingediend. Over vijf tot zeven jaar zullen de belangrijkste producten van vergelijkbare ondernemingen in Europa zijn geregistreerd. Er is in Europa dan nog uitsluitend plaats voor geregistreerde producten, behalve voor een kleine specifieke groep speciale patiënten die een uitzondering vormen op de regel of alleen voor een combinatieproduct in aanmerking komen. Op de lange duur zal de markt voor immunotherapeutische producten worden gedomineerd door geregistreerde standaardproducten.

Bij een positieve uitkomst van de lopende studie ligt het voor de hand om aansluitend direct gegevens over meerdere jaren te verzamelen voor het meten van de effecten op langere termijn. Mogelijk zal Fornix zich vervolgens ook gaan richten op het ontwikkelen van Oralgen® Graspollen in tabletvorm.

Bij een negatieve uitkomst zal Fornix zich moeten beraden over de toekomst van de Allergiedivisie, aangezien een dergelijke ontwikkeling zou kunnen leiden tot belangrijk lagere omzetten en netto-inkomsten in deze divisie.

Mogelijk parallelle studie naar Oralgen® Mijten

In het najaar van 2005 is in het Erasmus Medisch Centrum een dubbelblind placebogecontroleerde studie naar de veiligheid en werkzaamheid van het product Oralgen® Mijten van start gegaan. De eindresultaten van deze studie worden in de loop van 2009 verwacht. Gezien de inrichting van deze studie zijn de uitkomsten mogelijk vergelijkbaar met die van de minder succesvolle STARDROP-studie. Daarom overweegt Fornix binnen het raamwerk van het CDP en volgens het ontwerp van het lopende Oralgen® Graspollenonderzoek, een tweede parallelle relatief snel af te ronden studie te starten naar de werkzaamheid van Oralgen® Mijten. Over de besluitvorming hieromtrent zal Fornix in de loop van 2007 nadere mededelingen doen.

12


Fornix BIOSCIENCES

Vooruitzichten

In 2007 zal Fornix BioSciences zich buigen over een aantal interessante mogelijkheden tot overname van bedrijven in de sectoren Medische Hulpmiddelen en Allergie. Daarbij wordt gestreefd naar het verwerven van minimaal een meerderheidsbelang in grotere partijen om de benodigde schaalgrootte te bereiken.

De Allergiedivisie gaat een cruciaal jaar tegemoet waarin veel zal afhangen van de op handen zijnde uitkomsten van het pan-Europese onderzoek naar Oralgen® Graspollen. Verder krijgt de divisie te maken met wederom een uittredende groep uitbehandelde patiënten. Desalniettemin wordt een voortgaande, zij het afvlakkende, omzet- en resultaatstijging voorzien.

De divisie Medische Hulpmiddelen zal dit jaar verder groeien onder impulsen uit de markt, maar ook door beoogde transformerende overnames. Er wordt een verdere toename van de winstbijdrage voorzien.

De Handelsdivisie blijft belangrijk voor Fornix BioSciences, gezien de omvang en de verwevenheid met de farmaceutische sector. De marktomstandigheden zullen onverminderd lastig blijven en er wordt ook geen verlichting in het strakke quoteringsregime van patenthouders of prijsmaatregelen van overheden voorzien. Voor de divisie wordt een licht hogere omzet en een bescheiden verbetering van de winstbijdrage voorzien.

Voor Fornix BioSciences is het perspectief voor 2007 gunstig. De groei van de Allergiedivisie wordt sterk aangevuld met de nieuwe winstpotentie van de divisie Medische Hulpmiddelen. Fornix BioSciences verwacht dan ook, onvoorziene omstandigheden daargelaten, dat de geconsolideerde omzet zal stijgen met ten minste 5% tot circa € 101 miljoen. De nettowinst zal naar verwachting toenemen met ten minste 5% tot circa € 13,0 miljoen (2006: 12,4 miljoen).

Fornix houdt voor 2007 rekening met vergelijkbare investeringen als in 2006 in het Clinical Development Plan ten behoeve van de registratie van de allergeenproducten.

EINDE PERSBERICHT

Voor nadere informatie: Fornix BioSciences N.V. C.L. Bergman, CEO Fornix BioSciences N.V. Tel. (0320) 26 77 99 Website: www.fornix.nl

Bijlagen

13