Annual Report • May 9, 2007
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders (in € miljoen)
Nettoresultaat per aandeel (fully diluted) (in € 1,-)
Orderportefeuille ultimo jaar (in € miljoen)
Eigen/garantievermogen (in € miljoen)
2006
0,25
0
0,50 0,75 1,00 1,25 1,50
0,74 0,68
* Gebaseerd op NL GAAP ** Exclusief mededingingsboete
Orderportefeuille per sector 2006
02 03* 06 / ** 04** 05
1,21 1,28
1,04
| Marge resultaat per sector | 2006 | 2005 |
|---|---|---|
| Bouw en vastgoed | 1,2% | 2,9% |
| Infra | 3,7% | 4,3% |
| Publiekprivate samenwerking | 3,1% | -14,2% |
| Installatietechniek | 4,2% | 3,6% |
| Consultancy en engineering | 11,8% | 10,4% |
Omzet geografisch 2006
Verenigde Staten Duitsland Ierland België Verenigd Koninkrijk Nederland 3,8% -15,2% 4,7% 2,2% 4,1% 4,1% Marge resultaat geografisch 2006 Wereldwijd 9,7% 5,5% -3,6% 5,4% 2,4% 3,1% 4,8% 2005 8,1%
Dividend per gewoon aandeel (in € 1,-)
| Kerngegevens (in € miljoen, tenzij anders vermeld) | ||
|---|---|---|
| 2006 | 2005 | |
| Opbrengsten | 8.646 | 7.425 |
| Bedrijfsresultaat exclusief boetes | 262,6 | 235,3 |
| Bedrijfsresultaat | 255,2 | 235,3 |
| Resultaat vóór belastingen | 228,4 | 229,9 |
| Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders | 137,0 | 153,3 |
| Nettoresultaat toerekenbaar aan houders van | ||
| gewone aandelen | 137,0 | 153,3 |
| Winst per gewoon aandeel (in € 1,-) 1 | 1,11 | 1,46 |
| Dividend per gewoon aandeel (in € 1,-) 1, 2 | 0,45 | 0,40 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders | 692,6 | 581,7 |
| Achtergestelde leningen 3 | 150,0 | 155,1 |
| Preferente aandelen | 48,2 | 53,6 |
| Derden aandeelhouders AM | 49,0 | - |
| Garantievermogen | 939,8 | 790,4 |
| Orderportefeuille 4 | 13.100 | 10.400 |
| Netto-investeringen in materiële vaste activa | 119,2 | 101,0 |
| Afschrijving/waardevermindering: | ||
| - materiële vaste activa | 96,5 | 97,6 |
| - immateriële vaste activa | 3,4 | 8,0 |
| Cashflow vóór dividend | 236,9 | 259,9 |
| Gemiddeld aantal werknemers | 28.330 | 26.914 |
| Aantal werknemers ultimo jaar | 30.338 | 27.190 |
| Ratio's (in %) | ||
| Resultaat vóór belastingen en boetes | ||
| in % opbrengsten | 2,7 | 3,1 |
| Nettoresultaat in % opbrengsten | 1,6 | 2,1 |
| Nettoresultaat in % gemiddeld eigen vermogen | 21,5 | 37,8 |
| Solvabiliteit: | ||
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders | ||
| in % totaal activa | 10,8 | 11,7 |
| Garantievermogen in % totaal activa | 14,7 | 15,9 |
| Current ratio | 1,16 | 1,09 |
1 Gegevens aangepast voor aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006.
2 Dividend 2006 betreft voorstel.
3 Achtergestelde leningen inclusief het kortlopende deel.
4 De orderportefeuille bevat zowel getekende contracten als mondelinge opdrachten.
| 3 Voorwoord | |
|---|---|
| 5 Vooruitzichten | |
| 6 Organisatiestructuur en netwerk vestigingen | |
| 8 Missie, visie, ambitie en doelstellingen | |
| 10 Aandelen Koninklijke BAM Groep nv | |
| 14 Bericht raad van commissarissen aan | |
| aandeelhouders | |
| 21 Remuneratierapport | |
| 24 Personalia raad van commissarissen | |
| 26 Personalia raad van bestuur | |
| Verslag raad van bestuur | |
| 27 Financiële resultaten | |
| 30 Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau | |
| 30 Acquisities en desinvesteringen | |
| 32 Corporate governance | |
| 38 Besluit artikel 10 overnamerichtlijn | |
| 42 Risico en risicobeheersing | |
| 47 Duurzaam ondernemen | |
| 54 Human resources management | |
| 55 Medezeggenschap | |
Koninklijke BAM Groep nv doet met dit jaarrapport verslag over het boekjaar 2006. Deze terugblik roept gemengde gevoelens op. Positief zijn de – soms boven verwachting – goede prestaties van de meeste werkmaatschappijen. Positief ook is de vernieuwde strategische koers die we hebben uitgezet om onze ambitieuze doelstellingen te kunnen
realiseren. Daartegenover staat echter onze teleurstelling over de voorziening die wij dienden te treffen voor een deel van de Duitse utiliteitsbouwactiviteiten. Hoewel onze bekendmaking van dat nieuws leidde tot een schok binnen en buiten de onderneming, gaf de reactie van aandeelhouders en de financiële wereld overwegend blijk van vertrouwen in ons bedrijf en in onze aanpak. Daarvoor zijn wij zeer erkentelijk.
BAM heeft in 2006 een nettowinst behaald van € 137 miljoen bij een omzet van circa € 8,6 miljard.
Door de kwaliteiten van onze organisatie en de veelomvattendheid van onze dienstverlening staat BAM uitstekend gesteld om omzet én winstgevendheid te verbeteren. In het kader van de Strategische agenda die wij hebben geformuleerd voor de periode 2007-2009, streeft BAM onder meer naar een winst vóór belasting van 4 procent in het boekjaar 2009. Ook wensen wij met BAM blijvend een Europese toppositie in te nemen. Dit impliceert een groei van het omzetniveau in 2009 naar circa € 10 miljard.
De strategische ontwikkeling (met aandacht voor uitbreiding van onze activiteiten vóór- en achterin de procesketen) is erop gericht klanten in onze Europese thuismarkten een volledig producten- en dienstenpakket te kunnen aanbieden. Daarbuiten opereert BAM in winstgevende nichemarkten. De wereldwijd opererende werkmaatschappijen dragen vanuit hun internationale spreiding in belangrijke mate bij aan de technische en technologische kennis in de Groep. Juist dit stelt ons in staat vanuit eigen conceptuele kracht initiatieven te nemen en klanten nieuwe concepten aan te bieden die inspelen op hun behoeften.
Op pagina 8 van dit verslag zetten wij de hoofdlijnen van onze Strategische agenda uiteen.
Met betrekking tot het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen is bij BAM sprake van groeiend besef.
Wij hechten grote waarde aan de inzet en de oprechtheid waarmee vele BAM-medewerkers invulling geven aan ons streven om producten en diensten te leveren die voor onze opdrachtgevers en voor de maatschappij van duurzame betekenis zijn. Op pagina 47 besteden wij aandacht aan de diverse aspecten die samenhangen met duurzaam ondernemen.
Twaalf jaar lang heeft ir. G-J. Kramer als commissaris en – sinds 2004 – als voorzitter van de raad van commissarissen de raad van bestuur terzijde gestaan. Nu de heer Kramer aan het eind van zijn derde termijn niet meer voor herbenoeming in aanmerking komt, wil ik hem graag namens de onderneming veel dank zeggen voor zijn inzet. Zijn brede ervaring en heldere kijk op de zaken zijn voor ons als raad van bestuur van grote betekenis geweest.
Onze succesvolle aanwezigheid in markten buiten Nederland is onder meer een verdienste van onze collega Franklin, die na de algemene vergadering van aandeelhouders zal terugtreden in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Mede namens mijn collega's Ruis en De Vries, wil ik Adrian Franklin van harte bedanken voor zijn waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van BAM als 'wereldbedrijf'. Wij hebben met veel plezier met elkaar mogen samenwerken. De raad van commissarissen is voornemens de heer P.B. Brooks te benoemen als zijn opvolger. Peter Brooks is de huidige directievoorzitter van onze twee Britse werkmaatschappijen.
Wij onderkennen dat het onze medewerkers – van management tot bouwplaatsmedewerkers – zijn, die de kwaliteit van de projecten én van de organisatie bepalen. Waar ik ook kijk in ons bedrijf: opvallend zijn het enthousiasme, de inzet en de professionaliteit. Dat rechtvaardigt ons vertrouwen in de verdere ontwikkeling en verbetering van ons bedrijf.
Koninklijke BAM Groep verwacht naar de huidige inzichten en mede gezien de kwaliteit van de orderportefeuille in 2007 een omzet te behalen van circa € 9 miljard en acht een nettowinst van ten minste € 200 miljoen haalbaar.
Bunnik, 23 maart 2007 Ir. J.A.P. van Oosten
Vierhonderd meter lange brug over Kicking Horse-rivier in Canadese Rocky Mountains (Flatiron Construction).
4
2006
Koninklijke BAM Groep is het jaar 2007 ingegaan met een sterke orderportefeuille van € 13,1 miljard (ultimo 2005: € 10,4 miljard). De orderportefeuille is met 26 procent gestegen. De toename is voor een belangrijk deel gerealiseerd in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de Verenigde Staten. Van de totale orderportefeuille wordt naar verwachting € 7,2 miljard uitgevoerd in 2007 en € 5,9 miljard in latere jaren. De kwaliteit van de orderportefeuille is ten opzichte van een jaar geleden licht verbeterd.
Koninklijke BAM Groep verwacht naar de huidige inzichten en mede gezien de kwaliteit van de orderportefeuille in 2007 een omzet te behalen van circa € 9 miljard en acht een nettowinst van ten minste € 200 miljoen haalbaar.
De netto-investeringen in en afschrijvingen op materiële en immateriële vaste activa zullen in 2007 naar verwachting rond het niveau van 2006 (respectievelijk € 122 miljoen en € 99 miljoen) uitkomen.
Momenteel lopen in diverse landen meerdere aanbiedingen voor pps-projecten, waarbij Koninklijke BAM Groep is betrokken. De Groep is hiermee uitstekend gepositioneerd om te kunnen profiteren van deze groeiende markt. Ook in het Verenigd Koninkrijk verwacht de Groep nog een aanzienlijke verdere groei te kunnen realiseren op de pps-markt.
De vooruitzichten voor de Amerikaanse inframarkt zijn goed, mede door de aanhoudende investeringen in verbetering van de infrastructuur.
Via een 21,5 procent belang in Van Oord blijft de Groep betrokken bij de wereldwijde baggermarkt. De baggerindustrie profiteert ook in 2007 van een sterke behoefte aan landaanwinningsprojecten en andere baggerwerken in het Midden-Oosten.
Naar verwachting zal de omzet van de Groep in 2007 als
Utiliteits- Woningbouw bouw Vastgoed Infra Overig Totaal Nederland 7 10 14 14 2 47 Verenigd Koninkrijk 14 1 8 1 24 Ierland 2 3 5 Duitsland 5 3 8 België 4 2 6 Verenigde Staten 6 6 Wereldwijd 2 2 4 32 10 15 38 5 100 Tabel 1 Omzetverwachting 2007 per sector in procenten van de totale omzet*
volgt zijn opgebouwd:
De prognoses van Euroconstruct voor de bouwvolumes in de jaren 2007 tot en met 2009 wijzen op een positieve trend in de voor de Groep belangrijkste Europese markten.
In de sector Bouw en vastgoed wijzen prognoses voor het segment utiliteitsbouw op aanhoudend herstel in Nederland en
Duitsland en een stabiele situatie in het Verenigd Koninkrijk en België. In Ierland zet de groei voort, zowel in de private als de overheidssector. De vooruitzichten voor het segment woningbouw, waarin BAM vooral actief is in Nederland, blijven uitstekend. Koninklijke BAM Groep zal hiervan naar verwachting kunnen profiteren.
In de sector Infra is op basis van de prognoses van Euroconstruct sprake van groei in alle voor de Groep relevante markten. De volumes op de Nederlandse inframarkt tonen herstel na de voltooiing van enkele omvangrijke infrastructurele projecten. Op termijn is aanbesteding voorzien van nieuwe grote infrastructurele projecten zoals de Tweede Coentunnel, Ruimte voor de Rivier en de Tweede Maasvlakte, waarbij een belangrijke rol lijkt weggelegd voor publiekprivate samenwerking.
* Omzetverwachting gebaseerd op activiteitenmix van de afzonderlijke werkmaatschappijen. Dit kan afwijken van de primaire segmentatie in de jaarrekening.
BAM Utiliteitsbouw - Bunnik - Almere - Amsterdam - Arnhem - Breda - Capelle aan den IJssel - Den Haag - Eindhoven - Emmen - Enschede - Groningen - Leeuwarden - Maastricht - Roermond - Tiel - Utrecht - Zwolle
BAM Advies & Engineering - Bunnik BAM HABO - Den Haag Nelis Bouw & Onderhoud - Amsterdam Schakel & Schrale - Amsterdam - Roermond
BAM Vastgoed - Bunnik - Amsterdam - Capelle aan den IJssel - Zwolle Van den Bruele Kaufman - Bunnik
BAM Woningbouw - Bunnik - Alkmaar - Amsterdam - Breda - Capelle aan den IJssel - Den Haag - Deventer - Groningen - Leeuwarden - Utrecht - Weert Villaforte - Woudrichem
Fort Unitbouw - Raamsdonksveer - Puurs (België)
Heilijgers - Amersfoort
Bouwbedrijf H. Pennings en Zn. - Rosmalen
BAM Materieel - Lelystad - Kesteren - Nederweert
Interbuild - Wilrijk
HBG UK - Londen - Bristol - Cardiff - Coventry - Exeter - Glasgow - Leeds - Manchester - Edinburgh - Newcastle - St. Albans HBG Properties - Londen - Birmingham - Bristol - Glasgow - Leeds - Manchester HBG Facilities Management - Glasgow - Coventry
BAM Deutschland - Stuttgart - Berlijn - Dresden - Düsseldorf - Frankfurt am Main - Göttingen - Nürnberg
Wayss & Freytag Projektentwicklung - Frankfurt am Main - Berlijn - Düsseldorf
BAM Civiel - Gouda - Amsterdam - Breda - Elsloo - Zuidbroek BAM Betontechnieken - Schiedam BAM Grondtechniek - Schiedam BAM Project Support - Amsterdam DMC, Delta Marine Consultants - Gouda
Multiconsult - Culemborg - Den Haag
BAM Infratechniek - Culemborg - Barendrecht - Etten-Leur - Halfweg - 's-Hertogenbosch - Nieuwleusen - Ootmarsum - Raalte - Sittard - Utrecht - Valkenswaard BAM Leidingen & Industrie - Nieuwleusen - Culemborg Van den Berg Infrastructuren - Zwammerdam - Amsterdam - Montfoort -
Zoeterwoude VTN Verkeers- & Besturingstechniek - Culemborg - Wateringen
BAM Rail - Breda - Dordrecht - Eindhoven - Rotterdam
BAM Wegen - Utrecht - Apeldoorn - Barendrecht - Bergen op Zoom - Den Haag - Drachten - Halfweg - Hardinxveld-Giessendam - Helmond - Sittard - Tiel - Tynaarlo - Zaandam
België CEI-De Meyer - Brussel - Eke (Nazareth)
Galère - Chaudfontaine, Charleroi
Edmund Nuttall - Camberley - Berkhamsted - Cambridge - Cardiff - Exeter - Glasgow - Hagley - Leeds - Maidstone - Newcastle upon Tyne - Northwich - Southampton Nuttall Finchpalm - Wembley - Erith Nuttall Hynes - Tunbridge Wells John Martin Construction - Thetford Ritchies - Glasgow - Clevedon - Wigan - Erith - Dublin
Ascon - Kill, Co. Kildare - Little Island, Cork - Galway Rohcon - Kill, Co. Kildare - Little Island, Cork - Galway Ascon Property Developments - Dublin - Kill, Co. Kildare - Little Island, Cork
Wayss & Freytag Ingenieurbau - Frankfurt am Main - Berlijn - Düsseldorf - Hamburg - Kamsdorf - München - Stuttgart
Flatiron Construction Corp. - Longmont, Colorado - Vista, Californië - Benicia, Californië
Interbeton - Gouda - Abu Dhabi - Accra - Al Khuwair - Daar es Salaam - Dubai - Doha - Jakarta - Karratha - Limbe - Tripoli - Longmont, Colorado
BAM PPP - Bunnik - Glasgow - Birmingham - Dublin - Frankfurt am Main
BAM Techniek - Bunnik - Amsterdam - Apeldoorn - Benningbroek - Capelle aan den IJssel - Emmen - Enschede - Groningen - Raamsdonksveer - Roermond - Veenendaal - Zoetermeer Interflow - Wieringerwerf
Tebodin Consultants & Engineers - Den Haag - Deventer - Eindhoven - Groningen - Hengelo - Maastricht - Rotterdam - Velsen - Zwijndrecht - Gelsenkirchen - Hamburg - Leuna - Schwarzheide - Wiesbaden - Warschau - Gdansk - Krakow - Lód´z - Pozna´n - Szczecin - Wroclaw - Kaunas - Bratislava - Praag - Ostrava - Pardubice - Boedapest - Szeged - Belgrado - Sarajevo - Zagreb - Boekarest - Cluj-Napoca - Iasi - Moskou - St. Petersburg - Angarsk - Ekatarinburg - Kiev - Lviv - Atyrau - Abu Dhabi - Dubai - Doha - Manama - Muscat - Shanghai
Nederland AM (51%) - Nieuwegein
Wereldwijd Van Oord (21,5%) - Rotterdam
Koninklijke BAM Groep verenigt werkmaatschappijen die – zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht – hoogwaardige prestaties leveren met betrekking tot het onderhouden, vernieuwen en uitbreiden van de bebouwde omgeving.
De activiteiten van Koninklijke BAM Groep concentreren zich voornamelijk in Europese bouwmarkten, waarbij BAM steunt op sterke regionale aanwezigheid.
Koninklijke BAM Groep onderkent dat de maatschappij bouwondernemingen beoordeelt op het vermogen om waarde te creëren. Derhalve voltrekt zich in de Groep een verschuiving van productie- naar prestatiedenken. Vaste rollenpatronen in de bouwindustrie zijn niet langer vanzelfsprekend. Vaste functionele verdelingen – bijvoorbeeld tussen hoofd- en onderaannemers, leveranciers en architecten- of ingenieursbureaus – staan onder druk en vervagen. Privatisering en partnering, evenals de vraag naar betere producten met lagere kosten (gerekend over de totale levensduur) stellen de Groep voor de opgave om te opereren in de gehele waardeketen. Niet alleen neemt de complexiteit van grote opdrachten toe, opdrachtgevers van alle projecten verlangen – terecht – dat de dienstverlening verder gaat dan het uitvoeren van gerede ontwerpen. Dit vereist continue verbreding en verdieping van kennis en bedrijfsactiviteiten. Koninklijke BAM Groep wil anticiperen op deze ontwikkelingen.
Handhaving solide financiële structuur door sterke solvabiliteit (2009: >20 procent) en risicomanagement als kerncompetentie.
BAM handhaaft sterk decentrale structuur; werkmaatschappijen onder leiding van statutaire directies rapporteren aan de raad van bestuur; stafafdelingen op groepsniveau zijn beperkt in omvang, maar internationaal in ervaring en samenstelling.
• Versterking van 'het merk' BAM.
BAM heeft voor 2009 financiële doelstellingen geformuleerd. Deze doelstellingen gaan uit van een gezonde economische ontwikkeling en gelden voor de Groep in zijn geheel; voor individuele werkmaatschappijen kunnen de doelstellingen afwijken.
Wereldwijd voert de Groep in nichemarkten gespecialiseerde bouw- en infraprojecten uit via Interbeton. Het uitgebreide kantorennetwerk van ingenieursbureau Tebodin is essentieel om internationaal opererende opdrachtgevers – 'global clients' – optimaal van dienst te kunnen zijn. Beide werkmaatschappijen dragen – vanuit hun internationale spreiding – in belangrijke mate bij aan de technische en technologische kennis in de Groep. Tevens bieden zij medewerkers van de Groep uitdagende, internationale carrièremogelijkheden.
BAM-werkmaatschappijen opereren hoofdzakelijk in de huidige vijf thuismarkten: België, Duitsland, Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De Groep levert niet in al deze thuislanden het volledige dienstenpakket. Margeverbetering en volumegroei zullen tot stand komen op vier mogelijke terreinen. BAM zal op alle vier terreinen – hieronder in volgorde van belangrijkheid besproken – in de komende beleidsperiode nadere stappen zetten.
BAM werkt aan de uitvoering van de strategische agenda op basis van drie leidende thema's of kernpunten.
BAM blijft zich inspannen voor een continue verbetering van de eigen prestaties in relatie tot de kernactiviteiten. Dit heeft betrekking op de door BAM toegepaste technieken, maar het geldt tevens voor het managen van processen, projecten en samenhangende risico's.
BAM wenst op een verantwoorde wijze deel te nemen aan de maatschappij. Dit impliceert dat de verdere uitwerking van het beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog op de agenda staat.
De verdere ontwikkeling van BAM is onlosmakelijk verbonden met de beschikbaarheid van uiterst professionele en gemotiveerde medewerkers – van management tot bouwplaatsmedewerkers – die allen BAM beschouwen als hun voorkeurswerkgever. BAM zal zich tot het uiterste inspannen om deze professionals te binden, te rekruteren en te stimuleren tot verdere ontwikkeling.
De aandelen Koninklijke BAM Groep nv zijn sinds 1959 genoteerd aan Euronext Amsterdam. Het gewone aandeel BAM maakt sinds 2004 deel uit van de Amsterdam Midkap-index (AMX). Tevens is het aandeel opgenomen in de Euronext NEXT-150 Index en de Dow Jones STOXX 600 Index. Ook worden sinds 20 juni 2006 opties op aandelen Koninklijke BAM Groep verhandeld door Euronext.liffe, het derivatenbedrijf van Euronext Amsterdam.
De beurswaarde (marktkapitalisatie) van de Groep bedroeg ultimo 2006 circa € 2 miljard, een lichte stijging ten opzichte van de stand ultimo 2005 (€ 1,9 miljard).
De liquiditeit van het gewone aandeel Koninklijke BAM Groep is gedurende 2006 verder toegenomen. Het aantal verhandelde gewone aandelen is in het boekjaar met circa 22 procent gestegen tot een totaal van 184,4 miljoen stukken (2005: 151,6 miljoen, rekening houdend met de aandelensplitsing per 11 mei 2006). Gemiddeld zijn per dag 723.000 gewone aandelen verhandeld (2005: 590.000).
De handel in financieringspreferente aandelen is in 2006 afgenomen naar gemiddeld 500 stukken per dag (2005: 6.200), mede als gevolg van het grote aantal preferente aandelen dat in de jaren 2004, 2005 en 2006 werd omgewisseld in gewone aandelen. ABN AMRO, ING, Kempen & Co. en Rabobank treden op als liquidity provider ('animateur') in de handel in het gewone aandeel.
De slotkoers van 2006 van het gewone aandeel bedroeg € 14,69, een stijging van circa 4 procent ten opzichte van de slotkoers van 2005 (€ 14,18). Hiermee bleef het aandeel – voor het eerst in zeven jaar – achter bij zowel de Midkapindex als de AEX. Over de afgelopen drie jaar bedroeg de totale koersstijging van het aandeel BAM ruim 240 procent. Ter vergelijking, de Midkap-index is in dezelfde periode met 90 procent gestegen en de AEX met 47 procent. De converteerbare financieringspreferente aandelen lieten in 2006 een koersstijging zien van circa 1 procent.
Het aantal uitstaande aandelen is gedurende 2006 fors toegenomen door een splitsing van aandelen. Om de toegankelijkheid van de aandelen van de vennootschap voor een bredere groep investeerders te verhogen en daarmee de verhandelbaarheid te vergroten, zijn de aandelen Koninklijke BAM Groep per 11 mei 2006 gesplitst in de verhouding 1:5. De algemene vergadering van aandeelhouders heeft hiertoe op 3 mei 2006 besloten middels een statutenwijziging. Als gevolg van deze wijziging zijn de gewone aandelen Koninklijke BAM Groep nv gesplitst op een zodanige wijze dat voor één gewoon aandeel van nominaal € 0,50 vijf nieuwe gewone aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk zijn verkregen. De converteerbare preferente aandelen Koninklijke BAM Groep nv en de nietconverteerbare preferente aandelen Koninklijke BAM Groep nv zijn eveneens gesplitst op een zodanige wijze dat voor één preferent aandeel van nominaal € 0,50 vijf
Aantal verhandelde gewone aandelen in 2006
nieuwe preferente aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk zijn verkregen.
Rekeninghoudend met de aandelensplitsing per 11 mei 2006, is het aantal uitstaande gewone aandelen gedurende 2006 met circa 1 procent toegenomen tot circa 123,8 miljoen. Deze toename is het gevolg van de omwisseling in het boekjaar van converteerbare financieringspreferente aandelen in gewone aandelen.
In totaal zijn gedurende 2006 circa 1,3 miljoen converteerbare preferente aandelen omgewisseld in gewone aandelen. Het resterende aantal uitstaande converteerbare preferente aandelen bedraagt per ultimo 2006 circa 11,8 miljoen. In de eerste maanden van 2007 zijn geen converteerbare preferente aandelen omgewisseld in gewone aandelen.
Het aantal uitstaande niet-converteerbare preferente aandelen bedraagt per ultimo 2006 circa 0,5 miljoen. Het voornemen blijft bestaan om alle resterende niet-converteerbare preferente aandelen in te kopen, waarna de notering van deze stukken kan worden beëindigd. Per 31 december 2006 zijn 390.000 stuks ingekocht, waarvan circa 25.000 stuks gedurende het boekjaar.
Het verloop van het aantal uitstaande aandelen in 2006 (inclusief het percentage dat elk soort aandelen vertegenwoordigt op het totaal) is weergegeven in tabel 2.
De aandelen die op grond van conversie zijn uitgegeven, tellen tijdsgewogen mee. Hiermee komt het gemiddeld aantal gewone aandelen in 2006 uit op 123.295.593 (2005: 105.040.639).
De spreiding van het aandelenbezit is gedurende 2006 in belangrijke mate gewijzigd in vergelijking met het voorgaande jaar. Het buitenlandse aandelenbezit is verder toegenomen, waarbij een verschuiving heeft plaatsgevonden van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten richting de landen van continentaal Europa.
Tabel 3, die de spreiding van het aandelenbezit toont, is gebaseerd op opgaven van verschillende depotbanken.
| Tabel 2 Aantal uitstaande aandelen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gewone | Preferente aandelen |
Preferente aandelen niet |
||||
| Totaal | ||||||
| 135.925.870 | ||||||
| (90,1%) | (9,6%) | (0,3%) | (100%) | |||
| 1.386.954 | (1.300.554) | - | 86.400 | |||
| 123.758.414 | 11.780.581 | 473.275 | 136.012.270 | |||
| (91,0%) | (8,7%) | (0,3%) | (100%) | |||
| aandelen 122.371.460 |
converteerbaar 13.081.135 |
converteerbaar 473.275 |
1 Aangepast voor de aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006.
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2005 | 2006 | 2005 | 2006 | 2005 |
| 29 | 32 | 8 | 9 | 37 | 41 |
| 21 | 27 | - | - | 21 | 27 |
| 34 | 16 | - | - | 34 | 16 |
| 8 | 16 | 8 | 16 | ||
| 92 | 91 | 8 | 9 | 100 | 100 |
| Tabel 3 Spreiding aandelenbezit | Institutioneel | Particulier |
Volgens het register van de Wet melding zeggenschap (Wmz 2006) hebben vijf institutionele beleggers reële belangen van 5 procent of meer. Binnen de meldingsdrempels kunnen echter mutaties zijn opgetreden. Tabel 4.
Omwisseling van converteerbare preferente aandelen heeft invloed op zowel het resultaat toerekenbaar aan houders van gewone aandelen (besparing op preferent dividend) als op het aantal winstgerechtigde aandelen. Onderstaande tabel 5 toont deze invloeden.
Mede in verband met de toegenomen volatiliteit van de nettoresultaten onder IFRS, streeft Koninklijke BAM Groep naar een dividenduitkering tussen 30 procent en 50 procent van de nettowinst. In beginsel wordt het dividend in contanten uitgekeerd.
Informatie betreffende het dividendvoorstel over 2006 is opgenomen in het verslag van de raad van bestuur op pagina 28.
Koninklijke BAM Groep streeft naar een open en levendige dialoog met (potentiële) aandeelhouders, analisten en
financiële media. Het doel van deze dialoog is het kennisnemen van de visie van aandeelhouders en het verbeteren van de bekendheid van het aandeel BAM in de financiële wereld. Zonder goede communicatie met beleggers zullen de op de bouwplaats behaalde resultaten onvoldoende tot uitdrukking komen in de waardering van het aandeel.
Alle bijeenkomsten voor pers en analisten ter gelegenheid van de publicatie van jaarcijfers en halfjaarcijfers zijn via internet (webcast) voor een ieder toegankelijk. Alle conference calls met pers en analisten ter gelegenheid van de publicatie van eerste- en derdekwartaalcijfers zijn via de telefoon voor een ieder toegankelijk. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de onderneming.
De grote belangstelling van de zijde van beleggers komt tot uitdrukking in het grote aantal contacten in de vorm van roadshows, deelname aan seminars en presentaties voor beleggingsclubs. In 2006 waren er ruim 170 van dergelijke contacten (2005: ruim 130). Alle data en locaties van roadshows, seminars en dergelijke worden gepubliceerd op de website van de onderneming.
Voor vragen of meer informatie over Koninklijke BAM Groep kan men terecht op de website www.bam.nl. Aandeelhouders en financieel analisten kunnen zich met vragen richten tot de manager investor relations van Koninklijke BAM Groep, de heer P. Juge, e-mail [email protected], telefoon +31 (0)30 659 86 01.
| (in procent) | Totaal | Gewone aandelen |
Preferente aandelen |
Belang boven 5% sinds |
|---|---|---|---|---|
| A. van Herk | 7,1 | 7,1 | - | oktober 2005 |
| Delta Lloyd Levensverzekering (Aviva) | 6,0 | 2,1 | 3,9 | december 2002 |
| ING Groep | 5,5 | 5,5 | - | februari 1992 |
| Capital Research & Management | 5,3 | 5,3 | - | januari 2007 |
| Fortis | 5,2 | 0,7 | 4,5 | februari 1992 |
| (in procent) | ||||
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld aantal | aan houders gewone | Nettoresultaat per | ||
| gewone aandelen | aandelen (in € miljoen) | gewoon aandeel (in €) | ||
| Vóór conversie | 123.295.593 | 137,0 | 1,11 | |
| Conversie preferente aandelen | 12.214.050 | 4,5 | – | |
| Na conversie | 135.509.643 | 141,5 | 1,04 |
(in € 1,-, tenzij anders vermeld) 1
| 2006 | 2005 | 2004 | 2003 2 | 2002 2 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal winstgerechtigde gewone | |||||
| aandelen ultimo jaar | 123.758.414 | 122.371.460 | 91.582.210 | 73.825.310 | 69.359.830 |
| Gemiddeld aantal winstgerechtigde | |||||
| gewone aandelen | 123.295.593 | 105.040.639 | 85.704.735 | 73.825.310 | 52.865.995 |
| Nettoresultaat exclusief boete | 1,16 | 1,46 | 1,53 | 0,89 | 0,87 |
| Nettoresultaat | 1,11 | 1,46 | 1,06 | 0,52 | 0,87 |
| Gemiddeld aantal winstgerechtigde | |||||
| gewone aandelen (fully diluted) | 135.509.643 | 125.857.967 | 118.375.435 | 118.049.465 | 63.992.030 |
| Nettoresultaat exclusief boete | |||||
| (fully diluted) | 1,09 | 1,28 | 1,21 | 0,68 | 0,74 |
| Nettoresultaat (fully diluted) | 1,04 | 1,28 | 0,87 | 0,45 | 0,74 |
| Cashflow | 1,92 | 2,47 | 2,35 | 3,05 | 1,87 |
| Eigen vermogen toerekenbaar | |||||
| aan aandeelhouders | 5,58 | 4,74 | 2,87 | 3,27 | 2,94 |
| Dividend 3 | 0,45 | 0,40 | 0,31 | 0,31 | 0,31 |
| Pay-out (in procenten) | 41 | 32 | 31 | 73 | 48 |
| Hoogste slotkoers | 18,49 | 15,46 | 7,45 | 4,65 | 5,02 |
| Laagste slotkoers | 12,93 | 7,05 | 4,29 | 1,97 | 2,70 |
| Koers op 31 december | 14,69 | 14,18 | 7,40 | 4,29 | 2,77 |
(in € 1,-, tenzij anders vermeld) 1
| 2006 | 2005 | 2004 | 2003 | 2002 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Converteerbare aandelen | |||||
| Aantal uitstaande stukken | 11.780.581 | 13.081.135 | 32.670.700 | 39.285.715 | 39.285.715 |
| Conversiekoers | 5,00 | 4,20 | 4,20 | 4,20 | 4,20 |
| Koers op 31 december | 15,11 | 14,97 | 7,40 | 5,00 | 4,25 |
| Dividend 4 | 0,37 | 0,37 | 0,37 | 0,37 | 0,02 |
| Niet-converteerbare aandelen | |||||
| Aantal uitstaande stukken | 473.275 | 473.275 | 8.333.335 | 8.333.335 | 8.333.335 |
| Koers op 31 december | 5,75 | 5,00 | 5,10 | 4,65 | 4,20 |
| Dividend 4 | 0,38 | 0,38 | 0,38 | 0,38 | 0,02 |
1 Gegevens aangepast voor aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006.
2 Gegevens gebaseerd op NL GAAP.
3 Dividend 2006 betreft voorstel.
4 Dividend 2006 betreft voorstel; dividend 2002 gebaseerd op periode vanaf moment aandelenuitgifte (16 december 2002).
Hierbij leggen wij de door de raad van bestuur opgestelde jaarrekening over het boekjaar 2006 aan de algemene vergadering van aandeelhouders ter vaststelling voor. De jaarrekening is door de externe accountant, PricewaterhouseCoopers Accountants N.V., gecontroleerd; de goedkeurende accountantsverklaring is op pagina 153 van het jaarrapport opgenomen. De jaarrekening is door de raad van commissarissen met de raad van bestuur in aanwezigheid van de externe accountant besproken. De raad van commissarissen is van oordeel dat de jaarrekening en het verslag van de raad van bestuur een goed beeld geven van de gang van zaken bij de Groep en een goede basis vormen voor de verantwoording die de raad van bestuur aflegt voor het gevoerde bestuur en de raad van commissarissen voor het gehouden toezicht op het gevoerde bestuur.
Aan de algemene vergadering van aandeelhouders van 8 mei 2007 wordt voorgesteld het dividend over het boekjaar 2006 vast te stellen op € 0,45 (2005: € 0,40 na splitsing) in contanten per gewoon aandeel. Op de converteerbare preferente aandelen F wordt een contant dividend uitgekeerd van € 0,37086 per aandeel. Op de niet-converteerbare preferente aandelen F wordt een contant dividend uitgekeerd van € 0,38346 per aandeel.
Op 3 mei 2006 zijn de heren R.J.N. Abrahamsen en W. van Vonno door de algemene vergadering van aandeelhouders herbenoemd respectievelijk benoemd tot lid van de raad van commissarissen van de vennootschap.
In 2007 zijn de heren G-J. Kramer en W.K. Wiechers aan de beurt om af te treden als lid van de raad van commissarissen wegens het aflopen van hun benoemingstermijn. De heer Kramer is wegens het vervullen van drie termijnen van vier jaar als commissaris van de vennootschap niet herbenoembaar. De periode waarin de heer Kramer commissaris van de vennootschap is geweest, waarvan de laatste drie jaar als voorzitter van de raad van commissarissen, kenmerkt zich door de uitzonderlijke groei, die de onderneming heeft doorgemaakt. De raad van commissarissen en de raad van bestuur zijn de heer Kramer zeer erkentelijk voor zijn grote betrokkenheid bij de Groep en voor de deskundige en waardevolle invulling die hij aan zijn commissariaat bij de vennootschap heeft gegeven.
Indien de algemene vergadering van aandeelhouders geen aanbevelingen doet, heeft de raad van commissarissen het voornemen de heer Wiechers voor te dragen om door de algemene vergadering van aandeelhouders als commissaris van de vennootschap te worden herbenoemd. De heer Wiechers beschikt, als voormalig bestuurder van een grote onderneming, over veel relevante ervaring en deskundigheid op het gebied van leidinggeven aan een grote organisatie. Zijn breed inzicht in het ondernemerschap en zijn technische achtergrond zijn daarbij voor de Groep eveneens van belang. De centrale ondernemingsraad heeft met betrekking tot de vacature die ontstaat door het aftreden van de heer Wiechers laten weten geen gebruik te maken van het recht om personen aan te bevelen om ter benoeming als commissaris te worden voorgedragen. De raad van commissarissen is voornemens om de heer Wiechers na zijn herbenoeming te benoemen tot voorzitter van de raad. Gelijktijdig zal de heer Baar tot vice-voorzitter worden benoemd.
De raad van commissarissen bestond gedurende het boekjaar 2006 uit zes en vanaf mei 2006 uit zeven leden. Met het aftreden van de heer Kramer komt het aantal commissarissen op zes. De raad van commissarissen is van mening dat een aantal van zes in de huidige omstandigheden als passend kan worden aangemerkt, gegeven de omvang en het internationale karakter van de Groep.
De raad kent een profielschets, die voor aandeelhouders ter inzage ligt ten kantore van de vennootschap en die is gepubliceerd op de website van de vennootschap, www.bam.nl. Deze profielschets is in het kader van de aanbevelingen van de Nederlandse corporate governance code (hierna 'de code') met aandeelhouders besproken in de algemene vergadering van aandeelhouders van 9 mei 2005. Naar het oordeel van de raad is de samenstelling van de raad evenwichtig en in lijn met de profielschets van de raad. De leden beschikken over de ervaring die nodig is om goed te kunnen functioneren bij een groot, internationaal opererend bouwconcern, zijn elk in staat om de hoofdlijnen van het totale beleid te beoordelen, ten opzichte van de andere leden van de raad en de leden van de raad van bestuur kritisch en onafhankelijk te handelen, invulling te geven aan de wettelijke en statutaire taken van de raad van commissarissen en de raad van bestuur gevraagd en ongevraagd advies te geven en met raad ter zijde te staan. De raad kent in zijn midden een financieel expert met ervaring op financieel-administratief en accounting terrein bij een beursgenoteerde vennootschap. De raad hanteert voor zijn samenstelling daarnaast onder meer als specifieke criteria: breed algemeen inzicht in het ondernemerschap, deskundigheid op het gebied van de bouwnijverheid, deskundigheid op het gebied van leidinggeven aan grote (internationale) ondernemingen en deskundigheid op sociaal en maatschappelijk terrein.
Het rooster van aftreden van de raad van commissarissen is opgenomen op pagina 25 van het jaarrapport en is tevens gepubliceerd op de website van de vennootschap. Commissarissen kunnen, in navolging van de code, in beginsel maximaal drie termijnen van vier jaar aanblijven. Herbenoemingen worden vanzelfsprekend telkens aan aandeelhouders voorgelegd.
De personalia van de commissarissen zijn als onderdeel van dit bericht, vermeld op pagina 24 van het jaarrapport.
De honorering van de leden van de raad van commissarissen is niet afhankelijk van de resultaten van de vennootschap. De aandeelhoudersvergadering van 9 mei 2005 heeft de jaarlijkse beloning van de leden van de raad vastgesteld op € 40.000,- voor de voorzitter, € 35.000,- voor de vice-voorzitter en € 30.000,- voor de overige leden van de raad, met een opslag van € 5.000,- voor elke commissaris die lid is van een door de raad ingestelde commissie, met een maximum van één opslag per commissaris. Voormelde aandeelhoudersvergadering heeft voorts ingestemd met het voorstel van de vennootschap om de bezoldiging van leden van de raad van commissarissen voor een aandeelhoudersvergadering alleen dan te agenderen ingeval van voor te stellen wijzigingen in deze bezoldiging.
De leden van de raad onderhouden geen andere zakelijke relaties met de onderneming. Naar het oordeel van de raad van commissarissen is voldaan aan het vereiste van de bepaling van de code met betrekking tot onafhankelijkheid. De vennootschap heeft in de heer Van Vonno één commissaris die niet onafhankelijk is in de zin van de code, hetgeen in overeenstemming is met de code. Geen der commissarissen heeft meer dan vijf commissariaten bij Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen. Er is de raad van commissarissen niet gebleken van enig tegenstrijdig belang tussen de vennootschap en leden van de raad van commissarissen, dan wel tussen de vennootschap en natuurlijke of rechtspersonen die ten minste 10 procent van de aandelen in de vennootschap houden.
De raad van bestuur bestond gedurende het boekjaar uit vier leden. Dit aantal wordt in de huidige omstandigheden vooralsnog passend geacht, gezien de omvang en het internationale karakter van de Groep. Per 8 mei 2007 zal de heer A.J.D. Franklin met pensioen gaan en aftreden als lid van de raad van bestuur. De heer Franklin heeft gedurende meer dan vijftien jaar managementfuncties bij onderdelen van de Groep bekleed; eerst als directeur van Interbeton,
daarna als directeur van Nuttall en vervolgens als CEO van HBG UK. De heer Franklin maakt sinds november 2002 deel uit van de raad van bestuur. Daarin vervulde hij met zijn buitenlandse ervaring een belangrijke rol bij de aansturing van werkmaatschappijen die actief zijn op markten buiten Nederland. De raad van commissarissen is de heer Franklin zeer erkentelijk voor zijn waardevolle bijdrage aan de Groep.
De raad van commissarissen is voornemens per 8 mei 2007 de heer P.B. Brooks, thans directievoorzitter van de Britse werkmaatschappijen HBG UK en Nuttall, tot lid van de raad van bestuur te benoemen. De raad van commissarissen zal voorts de heer N.J. de Vries, lid van de raad van bestuur, met ingang van dezelfde datum tot vice-voorzitter van de raad van bestuur benoemen.
De raad van commissarissen heeft ook in het boekjaar 2006 het functioneren van de raad van bestuur en van de individuele leden van die raad geëvalueerd. Niettegenstaande de noodzaak tot het vormen van een voorziening in verband met aanzienlijke verliezen bij een van de Duitse werkmaatschappijen is de raad van commissarissen van mening dat de raad van bestuur, mede in het licht van de positieve resultaten van de overige onderdelen van de Groep, in 2006 goed heeft gefunctioneerd. Een zelfde vaststelling geldt voor de individuele leden van de raad van bestuur.
De leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af na afloop van de eerstvolgende jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders te houden in het vierde jaar na het jaar van benoeming. De contractuele afspraken met vóór inwerkingtreding van de code benoemde leden van de raad van bestuur worden gerespecteerd; hun benoeming geldt voor onbepaalde tijd.
Het rooster van aftreden van de raad van bestuur is opgenomen op pagina 26 van het jaarrapport en is tevens gepubliceerd op de website van de vennootschap.
Het reglement van de raad van bestuur is gepubliceerd op de website van de vennootschap.
De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur is vermeld op pagina 21 van dit jaarrapport.
De leden van de raad van bestuur houden geen commissariaten bij beursgenoteerde vennootschappen.
Er is de raad van commissarissen niet gebleken van enig tegenstrijdig belang tussen de vennootschap en leden van de raad van bestuur.
De raad van commissarissen heeft in het verslagjaar acht keer in aanwezigheid van de raad van bestuur vergaderd. Daarnaast heeft de raad van commissarissen een aantal keren vergaderd buiten aanwezigheid van de raad van bestuur. Er werd vrijwel steeds voltallig vergaderd. In de vergaderingen van de raad van commissarissen is telkens verslag gedaan van hetgeen is besproken in vergaderingen van de commissies uit de raad. Voorts is door de raad van bestuur telkens een toelichting gegeven op de gang van zaken, de financiële situatie en de marktontwikkelingen bij en risico's van de werkmaatschappijen, een en ander aan de hand van het operationele plan van het lopende boekjaar. Daarnaast zijn aan de orde gekomen onderwerpen als publiekprivate samenwerking (pps), de jaarstukken 2005 en de kwartaalstukken 2006, het reserverings- en dividendbeleid en het dividendvoorstel over het jaar 2005, corporate governance, de situatie van de werkmaatschappijen in Duitsland, de binnen de Groep aanwezige compensabele verliezen, algemene ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de belangrijkste claims en juridische procedures waarbij onderdelen van de Groep zijn betrokken. Voorts is de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders voorbereid en nabesproken.
De raad van commissarissen heeft goedkeuring gegeven aan het operationeel plan 2007, waarin opgenomen de financiële doelstellingen van de Groep, de strategie die moet leiden tot het realiseren van die doelstellingen en de randvoorwaarden die bij de strategie worden gehanteerd.
In een extra vergadering van de raad van commissarissen en de raad van bestuur is de door de raad van bestuur opnieuw geformuleerde strategie van de Groep uitgebreid aan de orde geweest. De raad van commissarissen heeft zijn goedkeuring gehecht aan deze strategische agenda 2007-2009. Voor een uiteenzetting van de strategische agenda van de Groep wordt verwezen naar pagina 8 van het jaarrapport.
De vergaderingen buiten aanwezigheid van de raad van bestuur waren gewijd aan het eigen functioneren van de raad van commissarissen (zowel als geheel als van de individuele leden), de samenstelling en de profielschets van de raad van commissarissen, de relatie tot de raad van bestuur, de samenstelling en beoordeling van de raad van bestuur (zowel als geheel als van de individuele leden) en de honorering, waaronder de vaststelling van het variabele deel daarvan, van de leden van de raad van bestuur. De raad van commissarissen heeft het door de remuneratiecommissie voorbereide remuneratierapport opgemaakt.
Het remuneratierapport is als onderdeel van het bericht van commissarissen vermeld op pagina 21 van het jaarrapport.
Bij de kwartaalvergaderingen werd door de raad van commissarissen – als gebruikelijk – aan de hand van schriftelijke rapportages en daarbij gegeven toelichtingen gesproken over de gang van zaken en de vooruitzichten van zowel de Groep als geheel als van de respectievelijke sectoren en de werkmaatschappijen van de Groep afzonderlijk. Daarbij is onder meer aandacht besteed aan de risico's verbonden aan de onderneming, de interne beheersings- en controlesystemen, alsook de uitkomsten van de beoordeling van de raad van bestuur met betrekking tot deze systemen. De weerslag van hetgeen daarover in de vergaderingen van de raad van commissarissen aan de orde is gekomen is elders in dit jaarrapport vermeld, onder meer op pagina 42. De raad heeft zich ervan vergewist dat de Groep beschikt over interne risicobeheersings- en controlesystemen, over handleidingen voor de inrichting van de financiële verslaggeving en de voor de opstelling daarvan te volgen procedures en over een systeem van monitoren en rapporteren.
In een extra vergadering heeft de raad van commissarissen met de raad van bestuur overleg gevoerd over de negatieve ontwikkelingen bij de Duitse werkmaatschappij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau AG. De raad van commissarissen heeft zich, zowel door de raad van bestuur als door de externe accountant, laten informeren over de oorzaken van de verliezen bij deze werkmaatschappij. Met de raad van bestuur zijn, mede in het licht van de interne beheersingsen controlesystemen, de maatregelen besproken om herhaling te voorkomen. De raad van commissarissen heeft zich ervan overtuigd dat deze maatregelen adequaat zijn. Dat neemt niet weg dat het als zeer teleurstellend wordt ervaren dat de Groep zich genoodzaakt zag om op 20 november van het boekjaar een winstwaarschuwing af te geven. Met betrekking tot de oorzaken die aan de verliezen bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau ten grondslag hebben gelegen, wordt verwezen naar pagina 30 van dit jaarrapport. De ontwikkeling bij de Duitse bedrijven is tevens aanleiding geweest om de positionering van de Groep op de Duitse markt intern wederom aan de orde te stellen. De raad van commissarissen is met de raad van bestuur tot de conclusie gekomen dat voor alles dient te worden gewerkt aan gezondmaking van de utiliteitsbouwactiviteiten van Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau. Deze activiteiten zijn onder de verantwoordelijkheid van de directie van Müller-Altvatter gebracht. Dit heeft begin 2007 geleid tot de vorming van het utiliteitsbouwbedrijf BAM Deutschland AG.
Voorts zijn aan de orde geweest de ontwikkeling van de markten waarin de Groep actief is, de organisatiestructuur van de Groep, management development en de kwaliteit van het management.
Uitgebreid heeft de raad van commissarissen stilgestaan bij de ontwikkeling van de pps-activiteiten van de Groep. Daarbij zijn de kansen in de verschillende landen aan de orde geweest en is onder meer gesproken over het huidige en verwachte niveau van het geïnvesteerd vermogen in deze activiteit. Voorts is gesproken over de mogelijkheden om pps-projecten in exploitatie over te dragen aan beleggers.
De raad van commissarissen heeft kennisgenomen van de verslagen van de externe accountant en van de management letter 2005 en heeft deze stukken besproken met de externe accountant en de raad van bestuur. Tevens heeft de raad van commissarissen de opvolging van de bevindingen van de externe accountant met de raad van bestuur besproken. Voorts heeft de raad van commissarissen de relatie met de externe accountant beoordeeld en het voorstel aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorbereid om PricewaterhouseCoopers te belasten met de controle van de jaarrekening over het boekjaar 2006.
Het op 20 december 2005 uitgebrachte openbaar bod op AM nv ter verwerving van AM Wonen en AM Grondbedrijf werd begin 2006 succesvol afgerond. De raad van commissarissen heeft met de raad van bestuur enige malen gesproken over deze acquisitie en over de financiering daarvan. De raad van commissarissen is voorts akkoord gegaan met de verwerving door Tebodin van het bedrijf Doebel & Folger GmbH.
De raad van commissarissen heeft met de raad van bestuur in oktober 2006 een meerdaags bezoek gebracht aan de Duitse werkmaatschappijen en bij die gelegenheid van gedachten gewisseld met de directies van die ondernemingen. De raad van commissarissen brengt elk jaar een bezoek aan werkmaatschappijen van de Groep. Voorts vindt van tijd tot tijd een werkbezoek plaats aan een project in uitvoering. Zo werd in februari 2006 een bezoek gebracht aan het Bouwhuis te Zoetermeer en werd gesproken met de projectleiding.
De raad van commissarissen heeft meerdere malen met de raad van bestuur van gedachten gewisseld over het werkkapitaal, het liquiditeitsniveau, de vermogenspositie en de solvabiliteit van de Groep.
De raad van commissarissen heeft goedkeuring verleend aan de splitsing van het aandeel van de vennootschap, waarbij één aandeel van nominaal € 0,50 recht gaf op vijf nieuwe aandelen van nominaal € 0,10. De daarvoor vereiste wijziging van de statuten van de vennootschap is door de algemene vergadering van aandeelhouders van 3 mei 2006
goedgekeurd. De statuten zijn vervolgens gewijzigd op 11 mei 2006.
De raad van commissarissen heeft voorts goedkeuring verleend aan de introductie van opties op het gewone aandeel aan de optiebeurs te Amsterdam.
Een wisselende delegatie uit de raad van commissarissen nam ook dit jaar deel aan twee overlegvergaderingen met de centrale ondernemingsraad. De gebruikelijke jaarlijkse informele bijeenkomst van de raad van commissarissen en raad van bestuur met de centrale ondernemingsraad heeft plaatsgevonden in september 2006.
De raad van commissarissen kent een reglement, waarin de samenstelling, taken en werkwijze van de raad en zijn omgang met de raad van bestuur, de algemene vergadering van aandeelhouders en de centrale ondernemingsraad zijn vastgelegd. Het reglement van de raad van commissarissen, de reglementen van de hierna te noemen commissies uit de raad van commissarissen en de samenstelling van die commissies zijn gepubliceerd op de website van de vennootschap.
De raad van commissarissen kent drie vaste commissies, te weten een auditcommissie, een remuneratiecommissie en een selectie- en benoemingscommissie. Deze commissies hebben tot taak de raad van commissarissen te ondersteunen en te adviseren omtrent de hun opgedragen werkzaamheden en de besluitvorming van de raad van commissarissen daaromtrent voor te bereiden. De raad van commissarissen blijft als geheel verantwoordelijk voor de wijze waarop hij zijn taken uitoefent en voor de door de commissies uitgevoerde voorbereidende werkzaamheden. De commissies hebben telkens van hun vergaderingen verslag uitgebracht aan de raad van commissarissen.
De auditcommissie bestaat uit de heren Abrahamsen, Dekker en Wiechers, waarvan de heer Dekker als voorzitter. De samenstelling van de auditcommissie is in overeenstemming met de bepalingen van de code. De heer Van Vonno zal de heer Wiechers – na zijn benoeming tot voorzitter van de raad van commissarissen – opvolgen als lid van de auditcommissie.
De auditcommissie ondersteunt onder meer op de hiernavolgende terreinen de raad van commissarissen bij de uitoefening van zijn taak en bereidt de besluitvorming van de raad van commissarissen ter zake voor.
De auditcommissie beoordeelt onder meer:
De commissie kwam in het afgelopen boekjaar vijfmaal bijeen. In deze vergaderingen was de externe accountant aanwezig. Tevens waren op uitnodiging aanwezig de voorzitter en de chief financial officer van de raad van bestuur. De belangrijkste onderwerpen die in deze vergaderingen aan de orde zijn gekomen, betroffen de financiële rapportage van de jaarcijfers 2005, de kwartaalcijfers 2006, de management letter 2005, de opvolging van de aanbevelingen van de externe accountant, de risico's en risicobeheersings- en controlesystemen onder meer met betrekking tot projectontwikkeling, publiekprivate samenwerking en de ontwikkelingen bij de Duitse werkmaatschappijen, het dividendbeleid, de belastingplanning van de Groep, de werkzaamheden en de bezoldiging van en de relatie met de externe accountant, het auditplan 2006 en 2007, het operationeel plan 2007, de financiering en solvabiliteit van de Groep, de ontwikkeling van het werkkapitaal en liquiditeitsniveau, de splitsing van het aandeel, de binnen de Groep aanwezige compensabele verliezen, de financieel-administratieve organisatie, het forensisch onderzoek bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau en de gevolgen van de invoering van IFRS. De auditcommissie heeft met de externe accountant eenmaal buiten aanwezigheid van de raad van bestuur overleg gevoerd en heeft aan de raad van commissarissen gerapporteerd over de relatie met de externe accountant. Voorts heeft de externe accountant de auditcommissie in een extra vergadering een toelichting gegeven op zijn controlewerkzaamheden van de Groep en is de stand van zaken van het onderzoek van de externe accountant naar de gang van zaken bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau besproken.
De remuneratiecommissie bestaat uit de heren Kramer en Baar, waarvan laatstgenoemde als voorzitter. De samenstelling van de remuneratiecommissie is in overeenstemming met de bepalingen van de code.
De remuneratiecommissie is onder meer belast met het doen van voorstellen aan de raad van commissarissen met betrekking tot het bezoldigingsbeleid van de vennootschap, alsmede de bezoldigingsstructuur, de hoogte van de bezoldiging en de arbeidsvoorwaarden van de leden van de raad van bestuur en de honorering van leden van de raad van commissarissen. De commissie overlegt verder met de voorzitter van de raad van bestuur over het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de directies van werkmaatschappijen en daarmee, wat functieniveau betreft, gelijk te stellen functionarissen. Voorts doet de remuneratiecommissie een voorstel voor een remuneratierapport, waarin verslag wordt gedaan van de wijze waarop het bezoldigingsbeleid in de praktijk is gebracht.
De remuneratiecommissie kwam in het afgelopen boekjaar driemaal bijeen. In deze vergaderingen is de voorzitter van de raad van bestuur aanwezig geweest. De leden van de commissie hebben buiten vergadering een aantal malen onderling overleg gevoerd.
De remuneratiecommissie heeft een voorstel gedaan voor het bezoldigingsbeleid van de vennootschap. De remuneratiecommissie heeft voorts gesproken over de voorwaarden met betrekking tot de bezoldiging van de directies van werkmaatschappijen en stafdirecteuren. De commissie heeft een voorstel gedaan aan de raad van commissarissen met betrekking tot de beloning van de leden van de raad van bestuur en met betrekking tot de criteria voor de variabele beloning 2007. Voorts heeft de remuneratiecommissie het remuneratierapport voorbereid.
De selectie- en benoemingscommissie bestaat uit de heren Kramer en Baar, waarvan de heer Kramer als voorzitter. De selectie- en benoemingscommissie is onder meer belast met het doen van voorstellen aan de raad van commissarissen met betrekking tot:
Tevens houdt de commissie toezicht op het beleid van de raad van bestuur inzake selectiecriteria en benoemingsprocedures voor het hoger management.
De selectie- en benoemingscommissie is in het afgelopen boekjaar tweemaal bijeengekomen. De commissie heeft in het boekjaar gesproken over de omvang en samenstelling van de raad van commissarissen en de raad van bestuur. Deze onderwerpen zijn tevens besproken door de raad van commissarissen buiten aanwezigheid van de raad van bestuur.
De corporate governance structuur van de vennootschap werd in de algemene vergadering van aandeelhouders van 9 mei 2005 met aandeelhouders besproken, tijdens welke vergadering tevens de voorstellen om de statuten van de vennootschap in lijn te brengen met de code zijn goedgekeurd. De statuten werden kort daarop aangepast.
De raad van commissarissen heeft in het boekjaar 2006 de corporate governance structuur van de vennootschap wederom tegen het licht gehouden. Daarbij zijn ook de corporate governance inzichten van enkele institutionele investeerders aan de orde geweest. Een en ander heeft niet geleid tot substantiële wijzingen in de corporate governance structuur van de vennootschap. Met genoegen is geconstateerd dat de vennootschap in enige vergelijkende onderzoeken over dit onderwerp in Nederland een uitstekende score behaalt.
De raad van commissarissen en de raad van bestuur zijn ervan overtuigd dat de corporate governance huishouding van Koninklijke BAM Groep, mede door de code, goed op orde is.
Verwezen wordt naar de op pagina 32 van het jaarrapport gegeven toelichting met betrekking tot de naleving van de code door de vennootschap.
De raad van commissarissen heeft zich zowel bij de bespreking van de jaarcijfers 2005 als bij de bespreking van de halfjaarcijfers 2006 – als gebruikelijk – laten informeren door de externe accountant. De raad van commissarissen heeft daarbij vastgesteld dat de externe accountant de financiële informatie heeft ontvangen die ten grondslag ligt aan de vaststelling van de kwartaal-, de halfjaar- en de jaarcijfers en aan de overige tussentijdse financiële berichten en in de gelegenheid is gesteld daarop te reageren.
De externe accountant was aanwezig in de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van 3 mei 2006. De raad van commissarissen heeft, in het kader van de behandeling van de jaarstukken 2006 en aan de hand van een rapportage van de raad van bestuur en de auditcommissie terzake, de relatie met de externe accountant beoordeeld.
Gezien de goede ervaringen die de raad met de externe accountant heeft, en gezien diens expertise van de bouwwereld in zijn algemeenheid en met de Groep in het bijzonder, ziet de raad van commissarissen geen aanleiding om aandeelhouders voor te stellen om van externe accountant te wisselen.
De aandeelhoudersvergadering van 8 mei 2007 wordt derhalve voorgesteld om PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. wederom te benoemen tot externe accountant, verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening 2007 van de Groep.
De raad van commissarissen merkt op dat de ontwikkelingen in het jaar 2006 ambivalente gevoelens oproepen. Het onverwacht grote verlies bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau werd zowel binnen de Groep als daarbuiten als zeer teleurstellend ervaren. Aan de andere kant is het verheugend dat het operationele resultaat van de rest van de Groep over het boekjaar 2006 op een goed niveau ligt.
De ingrijpende maatregelen die zijn genomen in Duitsland, geven de raad van commissarissen het vertrouwen dat de situatie zich daar in het boekjaar 2007 herstelt. Mede gelet op de inzet en betrokkenheid van velen binnen het concern, heeft de raad van commissarissen dan ook het volste vertrouwen in de toekomst van Koninklijke BAM Groep.
De raad van commissarissen is de raad van bestuur, het management en de medewerkers van de Groep zeer erkentelijk voor de in het verslagjaar getoonde inzet.
Bunnik, 23 maart 2007 Raad van commissarissen Stadsvernieuwing: appartementencomplex het Bastion (73 appartementen) in wijk Malburgen-West, Arnhem (BAM Woningbouw).
20
2006
Onderstaand remuneratierapport van de raad van commissarissen bevat een verslag van de wijze waarop het bezoldigingsbeleid in het afgelopen boekjaar in de praktijk is gebracht. In het verslag zijn overzichten opgenomen met gegevens van de ontvangen beloning in 2006. Het remuneratierapport bevat tevens een overzicht van het bezoldigingsbeleid dat het komende boekjaar en de daaropvolgende jaren door de raad van commissarissen wordt voorzien.
De remuneratiecommissie is een vaste commissie van de raad van commissarissen bestaande uit ten minste twee leden die worden benoemd en ontslagen door de raad van commissarissen. Voor de remuneratiecommissie geldt een door de raad van commissarissen vastgesteld reglement. De commissie bestond het afgelopen boekjaar uit de heren Baar (voorzitter) en Kramer. De remuneratiecommissie kwam het afgelopen boekjaar driemaal bijeen.
Na de aanpassingen per 1 oktober 2005 voor de Nederlandse leden van de raad van bestuur zijn de salarissen in 2006 onveranderd gebleven, afgezien van een technische correctie die te maken heeft met introductie van de nieuwe pensioenregeling van Koninklijke BAM Groep per 1 januari 2006. Deze aanpassingen zijn conform de overgangsbepalingen voor de nieuwe pensioenregeling zoals die voor medewerkers binnen Koninklijke BAM Groep gelden. Het salaris voor de heer Franklin is conform de ontwikkelingen op de relevante arbeidsmarkt per 1 januari 2006 met 5 procent verhoogd. Tabel 6 geeft een samenvatting van de bezoldiging van de individuele leden raad van bestuur.
De variabele beloningen over het boekjaar 2006 zijn vastgesteld op 45 procent.
De vennootschap heeft opties, noch aandelen toegekend aan leden van de raad van bestuur, directies en medewerkers.
Beloning leden raad van commissarissen
De jaarlijkse beloning van de leden van de raad bedraagt, conform het in de aandeelhoudersvergadering van 9 mei 2005 vastgestelde beleid, € 40.000,- voor de voorzitter, € 35.000,- voor de vice-voorzitter en € 30.000,- voor de overige leden van de raad, met een opslag van € 5.000, voor elke commissaris die lid is van een door de raad ingestelde commissie, met een maximum van één opslag per commissaris.
De raad van commissarissen stelt het remuneratiebeleid op voor de leden van de raad van bestuur, op advies van de remuneratiecommissie. Het remuneratiebeleid wordt door de algemene vergadering van aandeelhouders van Koninklijke BAM Groep vastgesteld.
Binnen het vastgestelde remuneratiebeleid stelt de raad van commissarissen, wederom op advies van de remuneratiecommissie, de remuneratie van de individuele leden van de raad van bestuur vast. Het reglement van de remuneratiecommissie is gepubliceerd op de website van de Groep.
Het remuneratiebeleid is erop gericht om gekwalificeerde personen aan te trekken, te behouden en te motiveren om de doelstellingen van Koninklijke BAM Groep te realiseren. Hierbij spelen ervaring in (internationale) activiteiten van de Groep en de benodigde managementkwaliteiten een belangrijke rol.
Tevens is het beleid erop gericht waardegroei van de onderneming te waarborgen, personen te motiveren en aantrekkelijk te zijn om hooggekwalificeerde functionarissen, ook uit andere bedrijfstakken, voor Koninklijke BAM Groep als werkgever te interesseren. Bij de vaststelling van de hoogte en de structuur van de remuneratie worden onder meer de resultatenontwikkeling, evenals andere voor de vennootschap relevante ontwikkelingen, in ogenschouw genomen.
| Tabel 6 Bezoldiging individuele leden raad van bestuur | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (x € 1.000) | Brutosalaris | Bonus | Pensioenpremies | ||||
| 2006 | 2005 | 2006 | 2005 | 2006 | 2005 | ||
| J.A.P. van Oosten | 513 | 425 | 225 | 255 | 122 | 46 | |
| A.J.D. Franklin | 608 | 576 | 275 | 346 | 120 | 113 | |
| J. Ruis | 410 | 363 | 180 | 217 | 110 | 24 | |
| N.J. de Vries | 463 | 413 | 203 | 247 | 94 | 42 | |
Om de genoemde uitgangspunten te realiseren is het beleid erop gericht de beloning te positioneren op een concurrerend niveau in de algemene Nederlandse beloningsmarkt voor bestuurders van grotere ondernemingen. Voor leden van de raad van bestuur wordt daarbij overigens rekening gehouden met de vergelijkbare beloningsmarkt van het woonland. De raad van commissarissen zal het remuneratiepakket regelmatig toetsen om zich ervan te verzekeren dat het pakket voldoet aan de uitgangspunten van het remuneratiebeleid. Ook het remuneratiebeleid zal regelmatig worden getoetst; wijzigingen in het beleid zullen ter vaststelling aan de algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgelegd.
De totale remuneratie van de leden van de raad van bestuur van Koninklijke BAM Groep bestaat uit een jaarsalaris, een variabele beloning, pensioen en overige secundaire arbeidsvoorwaarden evenals afvloeiingsregelingen bij einde dienstverband. Gekozen is om voor dit totaal het niveau van de mediaan te nemen van de bovengenoemde beloningsmarkt. De vennootschap keert geen aandelen uit aan leden van de raad van bestuur of aan andere binnen de Groep werkzame personen. Aan hen worden ook geen rechten (opties) verleend tot het verkrijgen van aandelen.
Bij benoeming bevindt het jaarsalaris van het individuele lid, komende uit de eigen organisatie, zich doorgaans onder het normniveau, geldend voor deze functie. De raad van commissarissen bepaalt de doorgroei in salaris waarbij in principe geldt dat bij goed functioneren dit verschil in enkele jaren zal worden overbrugd.
De jaarlijkse evaluatie en aanpassing van het jaarsalaris vinden als regel per 1 januari van het jaar plaats. Hierbij worden het persoonlijk functioneren, de resultaten van het afgelopen jaar, de eventuele ruimte ten opzichte van het normniveau en de algemene aanpassingen in de beloningsmarkt in ogenschouw genomen.
Ieder lid van de raad van bestuur komt in aanmerking voor een variabele beloning waarvan de hoogte afhankelijk is van het realiseren van vooraf, tussen de raad van commissarissen en de raad van bestuur afgesproken doelstellingen, die de uitvoering van de strategische agenda van Koninklijke BAM Groep ondersteunen.
De jaarlijkse variabele beloning bedraagt maximaal zestig procent van het jaarsalaris. De variabele beloning is afhankelijk van het realiseren van vooraf vastgestelde meetbare
doelstellingen. Het deel van de variabele beloning dat aan financiële doelstellingen is gerelateerd bedraagt maximaal veertig procent van het jaarsalaris. Het jaarresultaat van Koninklijke BAM Groep is hierbij bepalend. Indien het overeengekomen jaarresultaat wordt gehaald, bedraagt de variabele beloning veertig procent en evenredig minder indien dit niet het geval is. Bij een grote afwijking in negatieve zin vindt geen uitbetaling voor dit onderdeel plaats. Maximaal twintig procent van het jaarsalaris is gerelateerd aan doelstellingen die zijn afgeleid van de strategische agenda van Koninklijke BAM Groep. In de strategische agenda zijn onder meer doelstellingen geformuleerd die langetermijnwaardecreatie voor aandeelhouders bevorderen, zoals verdere groei in bepaalde marktsegmenten, productontwikkeling, risicobeheersing (waaronder veiligheid) ontwikkeling van medewerkers en kennismanagement. De variabele beloning bestaat uit een jaarlijkse vergoeding in contanten en wordt uitbetaald in het volgende jaar. De vaststelling van de hoogte van de variabele beloning vindt plaats door de raad van commissarissen op advies van de remuneratiecommissie.
Voor het realiseren van langetermijndoelstellingen is in het remuneratiebeleid voor leden van de raad van bestuur plaats ingeruimd voor een langetermijnbonusplan. In het lopende langetermijnbonusplan zal, bij het realiseren van een marge op de Groepsomzet van 3,5 procent vóór belasting en vóór goodwillafschrijving, ieder lid van de raad van bestuur in dat jaar in aanmerking komen voor een extra variabele beloning van vijftig procent van zijn jaarsalaris. Indien deze winstmarge niet wordt gerealiseerd, volgt geen enkele uitbetaling. Het plan heeft een looptijd van 2005 tot eind 2007 of zoveel korter als de beoogde marge wordt gerealiseerd, waarna een nieuwe cyclus start. In 2008 start een nieuwe cyclus op basis van dezelfde condities met als uitgangspunt de in de strategische agenda geformuleerde marge op de Groepsomzet van 4 procent vóór belasting.
Voor het pensioen zullen zoveel mogelijk de brancheregelingen worden gevolgd met excedentregelingen op basis van beschikbare premies en een eigen bijdrage van de deelnemers. Leden van de raad van bestuur vallen per 1 januari 2006 onder de nieuwe pensioenregeling en overgangsregelingen, zoals die als gevolg van de invoering van de wet VPL per 1 januari 2006 binnen Koninklijke BAM Groep van toepassing is. De nieuwe regeling geldt niet voor de heer Franklin. Voor hem wordt zijn bestaande regeling gecontinueerd.
Koninklijke BAM Groep heeft voor de leden van de raad van bestuur, net als voor alle medewerkers, een concurrerend
pakket aan secundaire arbeidsvoorwaarden. Hieronder vallen onder meer regelingen met betrekking tot zorgverzekering en arbeidsongeschiktheid, een ongevallenverzekering, een autoregeling en een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Koninklijke BAM Groep verstrekt geen leningen, garanties en dergelijke aan directieleden noch medewerkers, behoudens het hierna volgende.
Op (voormalige) leden van de raad van commissarissen en (voormalige) leden van de raad van bestuur is van toepassing de statutaire vrijwaring tegen de gevolgen van aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie – plaatsgevonden na 1 januari 2005 – voor zover geen sprake is van opzettelijk, bewust roekeloos of ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Deze regeling is van toepassing op alle (oud-)medewerkers van Koninklijke BAM Groep.
De vennootschap heeft ten behoeve van de leden van de raad van commissarissen, de leden van de raad van bestuur, directeuren van werkmaatschappijen en andere bestuurders binnen Koninklijke BAM Groep een zogenoemde 'Directors and Officers' verzekering tegen aansprakelijkheid afgesloten op in de markt gebruikelijke voorwaarden.
Leden van de raad van bestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar. De contractuele afspraken met vóór inwerkingtreding van de Nederlandse corporate governance code benoemde leden van de raad van bestuur worden gerespecteerd; hun benoeming geldt voor onbepaalde tijd. Indien het contract met na 1 januari 2004 benoemde leden van de raad van bestuur tussentijds door de onderneming wordt beëindigd zal de maximale ontslagvergoeding één jaarsalaris bedragen. Indien dit voor een lid van de raad van bestuur dat in zijn eerste benoemingstermijn wordt ontslagen kennelijk onredelijk is, komt dit lid in dat geval in aanmerking voor een ontslagvergoeding van maximaal tweemaal het jaarsalaris. De raad van commissarissen kan tot een hogere vergoeding besluiten indien het betreffende lid binnen Koninklijke BAM Groep een lang dienstverband heeft opgebouwd. Zie tabel 7.
De arbeidsovereenkomsten van leden van de raad van bestuur zijn voor onbepaalde tijd. Met nieuwe leden die van buiten het concern tot de raad van bestuur toe treden, wordt een arbeidsovereenkomst voor de tijd van vier jaar afgesloten. Voor de vóór 1 januari 2004 benoemde leden van de raad van bestuur gelden de wettelijke opzegtermijnen. Voor na 1 januari 2004 benoemde leden van de raad van bestuur geldt voor de vennootschap een opzegtermijn van zes maanden en voor leden van de raad van bestuur een opzegtermijn van drie maanden.
De vennootschap beschikt over een reglement inzake het bezit van en transacties in effecten, in welk reglement tevens een regeling is opgenomen voor leden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen met betrekking tot het bezit van en transacties in effecten, anders dan die zijn uitgegeven door de vennootschap. Dit reglement is gepubliceerd op de website van de vennootschap.
Bunnik, 23 maart 2007 Raad van commissarissen
| Jaar van in- diensttreding |
Datum van benoeming |
Periode van benoeming |
Contractvorm | Opzegtermijn onderneming |
Opzegtermijn bestuurder |
Afvloeiings regeling |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| J.A.P. van Oosten | 1976 | 08.06.1995 | niet gelimiteerd | onbepaalde tijd | 6 maanden | 3 maanden | niet overeen gekomen |
| A.J.D. Franklin | 1991 | 14.11.2002 | niet gelimiteerd | onbepaalde tijd | 4 maanden | 1 maand | niet overeen gekomen |
| J. Ruis | 1971 | 07.05.2004 | 4 jaar | onbepaalde tijd | 6 maanden | 3 maanden | € 800.000,- |
| N.J. de Vries | 1977 | 28.05.1998 | niet gelimiteerd | onbepaalde tijd | 6 maanden | 3 maanden | niet overeen gekomen |
Ir. G-J. Kramer (64), voorzitter De heer Kramer is in 1966 als civielingenieur afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. Daarna heeft hij te Rotterdam een tweejarige opleiding bedrijfseconomie gevolgd. De heer Kramer is zijn loopbaan begonnen als ingenieur bij de waterloopkundige afdeling van Rijkswaterstaat. Vervolgens is hij lange tijd werkzaam geweest in de baggerindustrie bij Koninklijke Adriaan Volker Groep en bij Broekhoven Baggermaatschappij. Bij deze bedrijven was hij betrokken bij de realisatie van grote buitenlandse baggerwerken in tal van landen, aanvankelijk als projectmanager en later als directeur.
In 1983 trad de heer Kramer toe tot de leiding van Fugro nv als president-directeur, welke functie hij heeft bekleed tot aan het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd in oktober 2005. De heer Kramer heeft de Nederlandse nationaliteit.
Nevenfuncties: president-commissaris Damen Shipyards Group; lid raad van commissarissen ABN Amro; lid raad van commissarissen Bronwaterleiding 'Doorn'; lid raad van commissarissen Energie Beheer Nederland (EBN); lid raad van commissarissen Fugro; lid raad van commissarissen Mammoet; lid raad van toezicht TU Delft; voorzitter IRO (Association of Dutch Suppliers in the Oil and Gas Industry).
De heer Kramer is in 1995 benoemd en in 1999 en 2003 herbenoemd tot commissaris van de vennootschap. In 2004 werd de heer Kramer benoemd tot voorzitter van de raad van commissarissen.
Ir. W.K. Wiechers (66), vice-voorzitter De heer Wiechers is afgestudeerd in de technische natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft. De heer Wiechers is zijn loopbaan in 1966 begonnen bij KEMA te Arnhem en is aldaar werkzaam geweest als onder meer hoofd divisie Elektrotechnische Keuringen, adjunct-directeur en directeur. In 1987 trad de heer Wiechers toe
tot de directie van de PNEM (Provinciale Noordbrabantse Energie-Maatschappij), welke functie hij tot en met 1997 bekleedde. In 1998 werd de heer Wiechers voorzitter raad van bestuur van de PNEM-MEGA Groep en in december 1999, na een fusie met EDON, voorzitter raad van bestuur van Essent. Deze functie heeft hij bekleed tot aan zijn vervroegde uittreding per 1 juli 2003.
De heer Wiechers heeft de Nederlandse nationaliteit.
Nevenfuncties: voorzitter raad van commissarissen KEMA; lid raad van commissarissen Bank Nederlandse Gemeenten; lid raad van commissarissen MCB Holding; lid raad van commissarissen OPTAS; lid Algemene Energieraad; lid Innovatieraad Brabant.
De heer Wiechers is in 1999 benoemd en in 2003 herbenoemd tot commissaris van de vennootschap. In 2004 werd de heer Wiechers benoemd tot vice-voorzitter van de raad van commissarissen.
De heer Abrahamsen is afgestudeerd econoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en heeft een jaar internationale economie gestudeerd aan de Universiteit van Wisconsin in de Verenigde Staten van Amerika. De heer Abrahamsen heeft zijn werkzame leven grotendeels doorgebracht in de financiële wereld en is zijn loopbaan begonnen bij Nedbank in Johannesburg, Zuid-Afrika. In 1989 trad hij in dienst van de toenmalige Algemene Bank Nederland in Amsterdam. In 1994 verliet hij ABN Amro Bank in de functie van senior executive vice president van het directoraat General Global Clients en van het directoraat General Asset Management & Trust. In 1994 is de heer Abrahamsen in dienst getreden bij Koninklijke Luchtvaart Maatschappij als lid van de directie, in het bijzonder belast met het financiële beleid. Deze functie heeft hij bekleed tot aan het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd in 2001.
De heer Abrahamsen heeft de Nederlandse nationaliteit. Nevenfuncties: voorzitter raad van commissarissen Optimix Vermogensbeheer; voorzitter raad van commissarissen Trans Link Systems; lid raad van commissarissen ANP; lid raad van commissarissen Bank Nederlandse Gemeenten; lid raad van commissarissen Fluor Daniel; lid raad van commissarissen Havenbedrijf Rotterdam; lid raad van commissarissen Madurodam; lid raad van commissarissen Pon Holdings; lid raad van commissarissen TNT; lid raad van commissarissen Vitens. De heer Abrahamsen is in 2002 benoemd en in 2006 herbenoemd tot commissaris van de vennootschap.
De heer Baar heeft vrijwel zijn gehele werkzame leven doorgebracht in de bouwsector. Na op jonge leeftijd op de bouwvloer te zijn begonnen, heeft hij in deze sector veel leidinggevende posities op verschillende niveaus bekleed, zowel uitvoerend als bestuurlijk. Zo bekleedde hij directiefuncties bij Van Wijnen en bij het Amstelland-concern. In dat laatste concern heeft hij buitenlandse ervaring opgedaan in de Verenigde Staten van Amerika. Van 1990 tot 2000 was de heer Baar voorzitter raad van bestuur van NBM-Amstelland.
De heer Baar heeft de Nederlandse nationaliteit.
Nevenfuncties: bestuurslid Stichting Preferente Aandelen Koninklijke Nedschroef Holding.
De heer Baar is in 2001 benoemd en in 2005 herbenoemd tot commissaris van de vennootschap.
De heer Dekker is als natuurkundig ingenieur afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. De heer Dekker is zijn loopbaan in 1964 begonnen bij AKZO, waar hij werkzaam is geweest op het gebied van research en productie en vervolgens als internationaal projectmanager en als general manager van een dochteronderneming in Nigeria. In 1981 trad de heer Dekker toe tot de leiding van GTI Holding als voorzitter van de directie, welke functie hij tot 1995 bekleedde. In 1995 werd de heer Dekker voorzitter raad van bestuur van TNO. Deze functie bekleedde hij tot aan het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd in 2003. De heer Dekker is thans voorzitter van het KIVI NIRIA (Koninklijk Instituut van Ingenieurs).
De heer Dekker heeft de Nederlandse nationaliteit.
Nevenfuncties: lid raad van commissarissen ASML; bestuurslid De Baak; vicevoorzitter EURAB (European Research Advisory Board); voorzitter Stichting Continuïteit Arcadis; bestuurslid Stichting Continuïteit C/tax; bestuurslid Stichting Continuïteit KBW; voorzitter bestuur Syntens.
De heer Dekker is in 2000 benoemd en in 2004 herbenoemd tot commissaris van de vennootschap.
De heer Van Rompuy behaalde een baccalaureaat in de wijsbegeerte aan de Universiteit van Leuven. Aan dezelfde universiteit is hij afgestudeerd in de economische wetenschappen. De heer Van Rompuy was een groot deel van zijn werkzame leven in dienst van de Belgische overheid. Daarnaast heeft hij een loopbaan in de Belgische politiek gevolgd, waarbij hij in 1988 de positie van staatssecretaris van Financiën en KMO en van 1993 tot 1999 de positie van vice-eerste minister en minister van Begroting in de Belgische regering heeft bekleed. De heer Van Rompuy is thans volksvertegenwoordiger in het Belgische parlement en Minister van Staat van België. De heer Van Rompuy heeft de Belgische nationaliteit.
Nevenfuncties: lid raad van commissarissen Dexia Bank; docent Vlaamse Economische Hogeschool, Brussel.
A. Baar, J.A. Dekker, H. van Rompuy en W. van Vonno.
De heer Van Rompuy is in 2001 benoemd en in 2005 herbenoemd tot commissaris van de vennootschap.
De heer Van Vonno is in 1965 afgestudeerd als natuurkundig ingenieur en in 1968 gepromoveerd tot doctor in de technische wetenschappen, beide aan de Technische Universiteit Delft. Van 1968 tot 1973 was de heer Van Vonno in dienst bij Raadgevend Technisch Buro Van Heugten te Nijmegen. Van 1973 tot 1982 was hij werkzaam bij Bredero te Utrecht als werkmaatschappijdirecteur en later als divisiedirecteur. De heer Van Vonno werd in 1982 benoemd tot voorzitter raad van bestuur Koninklijke BAM Groep. Op 1 januari 2006 is de heer Van Vonno met pensioen gegaan. De heer Van Vonno heeft de Nederlandse nationaliteit.
Nevenfuncties: lid raad van commissarissen AM; president-commissaris Convest; lid raad van commissarissen Van Oord; lid raad van commissarissen Optimix Vermogensbeheer; lid raad van commissarissen Van Boldrik Groep; lid raad van commissarissen DHV Groep; lid raad van commissarissen Schiphol Area Development Company (SADC); lid raad van commissarissen Bank voor de Bouwnijverheid; lid raad van commissarissen Van Nieuwpoort Groep; lid raad van commissarissen Mammoet; voorzitter raad van advies AKD Prinsen Van Wijmen; lid raad van advies Kempen & Co.; bestuurslid Stichting Continuïteit ING Groep; bestuurslid NEN; bestuurslid Stichting Bescherming TNT; lid investeringscommissie NPM Capital; arbiter Stichting Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en -Handel. De heer Van Vonno is in 2006 benoemd tot commissaris van de vennootschap.
| per mei 2007 | Huidige | |
|---|---|---|
| termijn | ||
| ir. G-J. Kramer | 2007 | 3 |
| ir. W.K. Wiechers | 2007 | 2 |
| drs. R.J.N. Abrahamsen 2010 | 2 | |
| A. Baar | 2009 | 2 |
| ir. J.A. Dekker | 2008 | 2 |
| H. van Rompuy | 2009 | 2 |
| dr.ir. W. van Vonno | 2010 | 1 |
Ir. J.A.P. van Oosten (58), voorzitter De heer Van Oosten is in 1974 afgestudeerd als ingenieur civiele techniek aan de Technische Universiteit Delft. De heer Van Oosten trad in 1976 in dienst bij BAM als werkvoorbereider, gevolgd door functies als projectleider, bedrijfsleider en manager projectrealisatie. In 1985 werd hij benoemd tot adjunct-directeur en in 1986 tot directeur van BAM Vastgoed. In 1992 volgde de benoeming tot directeur van BAM Utiliteitsbouw. De heer Van Oosten is sinds 1995 lid raad van bestuur Koninklijke BAM Groep. In 2005 werd de heer Van Oosten benoemd tot voorzitter raad van bestuur. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit.
De heer Franklin is in 1967 afgestudeerd in civil and structural engineering aan de universiteit van Sheffield (BEng). In 1972 werd hij geregistreerd als Chartered Member van Institution of Civil Engineers (CEng, MICE). De heer Franklin is tevens Fellow van Institution of Civil Engineers (FICE), Fellow van Chartered Institute of Building (FCIOB) en Fellow van Institution of Highways and Transportation (FIHT). In 1967 trad hij in dienst bij Costain Civil Engineering als projectmanager, gevolgd door functies als construction manager en area manager. In 1984 werd hij benoemd tot directeur van Costain International,
gevolgd door benoemingen in diverse managementfuncties. In 1991 trad de heer Franklin in dienst van HBG en werd benoemd als directeur van Interbeton, in 1994 als directeur van Edmund Nuttall en in 1997 als chief executive van HBG UK. In 2001 volgde zijn benoeming tot lid raad van bestuur van HBG.
De heer Franklin is vanaf 2002 tot zijn pensionering in mei 2007 lid raad van bestuur Koninklijke BAM Groep. Hij heeft de Britse nationaliteit.
De heer Ruis trad in 1971 in dienst van BAM en was werkzaam in diverse financiële functies. De heer Ruis is sinds 2004 lid raad van
bestuur Koninklijke BAM Groep (chief financial officer). Hij heeft de Nederlandse nationaliteit.
De heer De Vries behaalde in 1971 zijn propedeuse bouwkunde en studeerde in 1977 af als ingenieur civiele techniek aan de Technische Universiteit Delft. De heer De Vries trad in 1977 in dienst bij BAM als werkvoorbereider, gevolgd door functies als projectleider, bedrijfsleider en vestigingsdirecteur. In 1986 werd hij benoemd tot adjunct-directeur en in 1990 tot directeur van BAM Utiliteitsbouw, in 1995 gevolgd door zijn benoeming tot sectordirecteur Infra Koninklijke BAM Groep. De heer De Vries is sinds 1998 lid raad van bestuur Koninklijke BAM Groep. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit.
| Datum van | Periode | |
|---|---|---|
| benoeming | van benoeming 2 | |
| J.A.P. van Oosten | 08.06.1995 | niet gelimiteerd |
| A.J.D. Franklin 1 | 14.11.2002 | niet gelimiteerd |
| J. Ruis | 07.05.2004 | vier jaar |
| N.J. de Vries | 28.05.1998 | niet gelimiteerd |
1 Pensioen met ingang van 8 mei 2007.
2 Vanaf 2004 worden nieuwe leden van de raad van bestuur (her)benoemd voor een periode van vier jaar.
Koninklijke BAM Groep heeft in het verslagjaar 2006 een omzet behaald van € 8.646 miljoen, een stijging van ruim 16 procent ten opzichte van 2005 (€ 7.425 miljoen). Deze groei volgt deels uit de consolidatie per 1 februari van vastgoedontwikkelaar AM.
De autonome omzetgroei bedroeg ruim 8 procent. Vooral de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn sterk toegenomen.
De verdeling van de omzet over de sectoren is als volgt:
| (x € 1 miljoen) | 2006 | 2005 |
|---|---|---|
| Bouw en vastgoed | 4.415 | 3.605 |
| Infra | 3.847 | 3.511 |
| Publiekprivate samenwerking | 70 | 40 |
| Techniek | 191 | 182 |
| Consultancy en engineering | 204 | 166 |
| Overige | 19 | 34 |
| Af: interne omzet | (100) | (113) |
| 8.646 | 7.425 |
Het nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders over 2006 bedraagt € 137,0 miljoen (2005: € 153,3 miljoen). Zoals BAM in november 2006 heeft gerapporteerd, is het resultaat sterk negatief beïnvloed door het verlies bij het toenmalige Duitse utiliteitsbouwbedrijf Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau. De winstgevendheid van de overige activiteiten is in 2006 verder toegenomen. Bovendien heeft AM in 2006 een goede bijdrage geleverd aan de winst.
(x € 1 miljoen) 2006 2005 Bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen, bijzondere waardeverminderingen en boetes 362,5 341,9 Afschrijvingen materiële en immateriële vaste activa (98,9) (90,6) Bijzondere waardeverminderingen (1,0) (16,0) Mededingingsboete (bitumen) (7,4) - Bedrijfsresultaat 255,2 235,3 Financieringsbaten 25,7 20,7 Financieringslasten (73,3) (37,1) Resultaat uit deelnemingen 20,8 11,0 Resultaat vóór belastingen 228,4 229,9 Belastingen (90,8) (76,0) Aandeel derden (0,6) (0,6) Nettoresultaat 137,0 153,3
De bitumenboetes in 2006 hebben betrekking op een additionele voorziening in verband met gerezen onzekerheid over de fiscale aftrekbaarheid van de door de Europese Commissie opgelegde bitumenboetes. Deze boetes van in totaal € 20,7 miljoen worden als buitenproportioneel beoordeeld. Hiertegen is beroep aangetekend. De additionele brutolast in 2006 bedraagt in totaal € 7,9 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen rentelasten.
De verdeling van omzet en resultaat van de diverse sectoren is weergegeven in onderstaande tabel. Het betreft het resultaat vóór belastingen en boetes (€ 236,3 miljoen). De percentages betreffen het resultaat ten opzichte van de omzet.
De verdeling van omzet en resultaat van de diverse sectoren is als volgt:
| (x € 1 miljoen) | 2006 | 2005 | ||
|---|---|---|---|---|
| Resultaat | % omzet | Resultaat | % omzet | |
| Bouw en vastgoed | 52,0 | 1,2% | 103,9 | 2,9% |
| Infra | 140,7 | 3,7% | 149,6 | 4,3% |
| Publiekprivate samenwerking | 2,2 | 3,1% | (5,7) | -14,2% |
| Installatietechniek | 8,0 | 4,2% | 6,6 | 3,6% |
| Consultancy en engineering | 24,2 | 11,8% | 17,2 | 10,4% |
| Pensioenen | 29,0 | 18,0 | ||
| Totaal sectoren | 256,1 | 3,0% | 289,6 | 3,9% |
| Groepskosten | (4,5) | (31,1) | ||
| Groepsrente | (39,2) | (37,1) | ||
| Operationele activiteiten | 212,4 | 221,4 | ||
| Baggeren | 23,9 | 13,8 | ||
| Bijzondere waardevermindering goodwill | - | (5,3) | ||
| Resultaat vóór belastingen en boete | 236,3 | 2,7% | 229,9 | 3,1% |
Voor een toelichting van de resultaten van de sectoren wordt verwezen naar de desbetreffende toelichtingen elders in dit jaarrapport.
Het aantal uitstaande aandelen is in het verslagjaar fors toegenomen door een splitsing van aandelen in de verhouding 1:5. Rekeninghoudend met deze aandelensplitsing per 11 mei 2006, is het aantal uitstaande gewone aandelen gedurende 2006 met circa 1 procent toegenomen tot circa 123,8 miljoen. Deze toename is het gevolg van de omwisseling in het boekjaar van converteerbare financieringspreferente aandelen in gewone aandelen.
De aandelen die op grond van conversie zijn uitgegeven, tellen tijdsgewogen mee. Hiermee komt het gemiddeld aantal gewone aandelen in 2006 uit op 123.295.593 (2005: 105.040.639).
Aan de houders van cumulatief preferente aandelen zal over het boekjaar een dividend worden uitgekeerd van € 0,37086 per aandeel voor de converteerbare stukken en van € 0,38346 per aandeel voor de niet-converteerbare stukken. Dit dividend is als financieringslast direct ten laste van het resultaat gebracht.
Op basis van het gemiddeld aantal uitstaande preferente aandelen in 2006 bedraagt deze financieringslast circa € 4,6 miljoen. Als gevolg van tussentijdse conversie van converteerbare preferente aandelen in 2006, is deze financieringslast hoger dan het daadwerkelijk uit te keren dividend aan de houders van preferente aandelen ad € 4,4 miljoen (op basis van het aantal uitstaande preferente aandelen per ultimo 2006).
De nettowinst toerekenbaar aan de houders van gewone aandelen bedraagt € 137,0 miljoen (2005: € 153,3 miljoen), overeenkomend met een winst per aandeel van € 1,11 (2005: € 1,46). Rekeninghoudend met volledige omwisseling van de converteerbare financieringspreferente aandelen, bedraagt het nettoresultaat per gewoon aandeel € 1,04 (2005: € 1,28).
De orderportefeuille van de Groep bevindt zich ultimo 2006 op recordhoogte. De toename is deels het gevolg van de overname en consolidatie van AM. Op autonome basis is de orderportefeuille met circa 13 procent gegroeid. Deze toename is voor een belangrijk deel gerealiseerd in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de Verenigde Staten. Per jaareinde hadden de werkmaatschappijen een gezamenlijke werkvoorraad van € 13.100 miljoen (ultimo 2005: € 10.400 miljoen, exclusief AM). Van de orderportefeuille wordt naar
verwachting circa € 7.200 miljoen uitgevoerd in 2007 en circa € 5.900 miljoen in 2008 en volgende jaren. Voor 2007 is daarmee circa 80 procent van de begrote omzet in portefeuille. Een jaar geleden was voor 2006 ongeveer een gelijk percentage van de begrote omzet in portefeuille. De kwaliteit van de orderportefeuille is ten opzichte van een jaar geleden licht verbeterd.
Koninklijke BAM Groep streeft naar een dividenduitkering tussen 30 procent en 50 procent van de nettowinst, mede in verband met de volatiliteit van de nettoresultaten onder IFRS. In beginsel wordt het dividend in contanten uitgekeerd. Aan de algemene vergadering van aandeelhouders, te houden op 8 mei 2007 te Amsterdam, wordt voorgesteld het dividend over 2006 vast te stellen op € 0,45 in contanten per gewoon aandeel (2005: € 0,40, rekeninghoudend met aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006). Voor de converteerbare en niet-converteerbare financieringspreferente aandelen wordt een contant dividend uitgekeerd van € 0,37086 respectievelijk € 0,38346 per aandeel. Op basis van deze dividendvoorstellen zal over 2006 in totaal circa € 60,1 miljoen worden uitgekeerd aan aandeelhouders, te weten € 55,7 miljoen aan de houders van gewone aandelen en € 4,4 miljoen aan de houders van preferente aandelen. De dividendbetaling aan de houders van gewone aandelen komt overeen met een pay-out van 41 procent van het nettoresultaat over 2006 ad € 137,0 miljoen.
Het garantievermogen is in het verslagjaar met € 150 miljoen toegenomen tot € 940 miljoen. Echter, door een aanmerkelijke balansverlenging, is de solvabiliteit op basis van garantievermogen ultimo 2006 gedaald tot 14,7 procent (ultimo 2005: 15,9 procent). De toename van het balanstotaal van de Groep is grotendeels het gevolg van de overname en consolidatie van AM. In totaal leidt de consolidatie van AM tot een balansverlenging van circa € 1,100 miljoen.
Meer gedetailleerd zijn over de balans nog de volgende opmerkingen te maken. De boekwaarde van de materiële vaste activa is – in lijn met de toegenomen activiteiten – gestegen tot € 442 miljoen (ultimo 2005: € 418 miljoen). De boekwaarde van immateriële vaste activa is toegenomen tot € 726 miljoen (ultimo 2005: € 503 miljoen), hoofdzakelijk als gevolg van de betaalde goodwill betreffende AM (circa € 228 miljoen). De netto-investeringen in materiële en immateriële vaste activa (exclusief goodwill) bedroegen in 2006 € 122 miljoen (2005: € 102 miljoen). De toename is voor een belangrijk deel het gevolg van projectgebonden investeringen in de Verenigde Staten en door Interbeton.
De afschrijvingen in materiële en immateriële vaste activa zijn in lijn met de toegenomen activiteiten gestegen tot € 99 miljoen (2005: € 91 miljoen). Daarnaast zijn op deze activa bijzondere waardeverminderingen onderkend van circa € 1 miljoen (2005: € 16 miljoen, waarvan circa € 5 miljoen op goodwill).
De pps-vorderingen in de geconsolideerde balans zijn in 2006 licht afgenomen tot € 540 miljoen (ultimo 2005: € 543 miljoen). Per 31 december 2006 bedraagt de nettoinvestering in pps-projecten circa € 82 miljoen (ultimo 2005: € 41 miljoen).
De toename van de deelnemingen en de overige financiële vaste activa met € 68 miljoen tot € 263 miljoen (ultimo 2005: € 195 miljoen) betreft hoofdzakelijk de consolidatie van AM, kapitaalstortingen in een aantal pps-deelnemingen en de deelneming Van Oord.
Ultimo 2006 heeft de vennootschap onderhanden projecten in opdracht van derden in de balans met per saldo € 419 miljoen voorfinanciering (ultimo 2005: € 280 miljoen voorfinanciering). Afhankelijk van het saldo van de kosten (inclusief resultaten) en de ingediende termijnen, zijn de projecten verantwoord onder de kortlopende vorderingen of schulden. In vastgoedontwikkeling is ultimo 2006 voor € 832 miljoen geïnvesteerd (ultimo 2005: € 463 miljoen). De toename is grotendeels het gevolg van de overname en consolidatie van AM. Projectfinancieringen (grotendeels non-recourse) zijn in mindering gebracht op het geïnvesteerde saldo tot een bedrag van € 611 miljoen (ultimo 2005: € 270 miljoen). Mede afhankelijk van de mate van verkoop en de financieringsstanden zijn de individuele vastgoedontwikkelingsprojecten verantwoord onder de voorraden, vorderingen of schulden. De aangetrokken projectfinancieringen zijn verantwoord als (kort- of langlopende) leningen.
De kortlopende handels- en overige vorderingen bedragen ultimo 2006 € 2.285 miljoen (ultimo 2005: € 1.952 miljoen). De kortlopende handels- en overige schulden bedragen ultimo 2006 € 3.239 miljoen (ultimo 2005: € 2.746 miljoen). De toename is grotendeels het gevolg van de overname en consolidatie van AM.
De kaspositie, het saldo van liquide middelen (€ 761 miljoen) minus kortlopende bankkredieten (€ 210 miljoen), is met € 81 miljoen gedaald tot € 551 miljoen (ultimo 2005: € 632 miljoen). De kaspositie ultimo 2005 is inclusief de netto-opbrengst van circa € 151 miljoen van de aandelenemissie in november 2005 ter financiering van de overname van AM. Deze overname is per 1 februari 2006 geëffectueerd. Rekening houdend met deze emissieopbrengst, is de
kaspositie met € 70 miljoen gestegen. Een gedeelte van de liquide middelen betreft het aandeel van de vennootschap in de liquide middelen van bouwcombinaties en andere samenwerkingsverbanden (ultimo 2006: € 239 miljoen, ultimo 2005: € 215 miljoen).
De nettoschuldpositie van de Groep bedraagt per 31 december 2006 € 1.136 miljoen en is het saldo van alle rentedragende schulden (€ 1.897 miljoen) en de liquide middelen (€ 761 miljoen). De rentedragende schulden bestaan voor het merendeel uit non-recourse pps-leningen en projectkredieten (€ 893 miljoen) en achtergestelde leningen (€ 247 miljoen, inclusief € 48 miljoen preferente aandelen en € 49 miljoen derden aandeelhouders AM).
Het eigen vermogen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de vennootschap bedraagt ultimo 2006 € 693 miljoen (ultimo 2005: € 582 miljoen). Naast het nettoresultaat 2006 (€ 137 miljoen), betreffen de mutaties in het eigen vermogen hoofdzakelijk de dividenduitkering over 2005 aan de houders van gewone aandelen ad € 49 miljoen en positieve mutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingen ad € 28 miljoen. Het garantievermogen bedraagt ultimo 2006 € 940 miljoen (ultimo 2005: € 790 miljoen) en bestaat uit eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders en achtergestelde leningen (inclusief preferente aandelen en derden aandeelhouders AM).
Op 20 november 2006 heeft de Groep bekendgemaakt dat het resultaat van het Duitse utiliteitsbouwbedrijf Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau gedurende het derde kwartaal dramatisch was verslechterd.
Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau heeft een fractioneel lager verlies gerapporteerd dan de in november 2006 afgegeven raming van € 115 miljoen.
Zoals eerder gepubliceerd, bestaat dit bedrag grotendeels uit verliesvoorzieningen op lopende werken, voorzieningen voor specifieke risico's en voorzieningen voor reorganisatie. Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau heeft in het verleden bij de acquisitie van projecten aan opdrachtgevers te hoge kortingen toegezegd. Daarbij is tevens in onvoldoende mate geanticipeerd op prijsstijgingen voor bouwmaterialen en van onderaannemers.
De problemen zijn terug te voeren tot een onvoldoende werkend systeem van calcultatie- en risicomanagement op de projecten. Bovendien heeft het rapporteringssysteem gefaald, in hoofdzaak als gevolg van niet of onvoldoende rapporteren van verliezen op projecten. Daarenboven was sprake van zwak contractmanagement. De raad van bestuur heeft een aantal maatregelen getroffen om deze tekortkomingen op te lossen:
De herstructurering van de activiteiten ligt op koers. Het in november 2006 aangekondigde onderzoek door de externe accountant is afgerond en heeft geen nieuwe feiten opgeleverd. Het forensisch onderzoek is nog niet volledig afgerond. Tot op heden heeft dit onderzoek evenmin nieuwe feiten opgeleverd.
Acquisities
De overname van AM is per 1 februari 2006 geëffectueerd. De transactie is reeds uitgebreid toegelicht in het jaarrapport 2005. BAM heeft een belang van 51 procent in AM. AM opereert zelfstandig en onder eigen identiteit op armlengte van BAM.
Galère sa heeft in maart 2006 het eveneens in Wallonië gevestigde bedrijf Balteau sa overgenomen. Balteau is gespecialiseerd in het ontwerpen en aanleggen van elektromechanische installaties voor het zuiveren, behandelen en pompen van water en vormt een waardevolle aanvulling op de kennis van de Groep op deze terreinen. De onderneming is opgericht in 1978 en behaalt een jaaromzet van € 13 miljoen. Balteau telt ongeveer zestig medewerkers. Galère en Balteau werken al sinds 2000 samen bij projecten voor afvalwaterzuiveringsinstallaties.
Tebodin Consultants & Engineers heeft ingenieursbureau Doebel & Folger GmbH, gevestigd in Neu-Isenburg (nabij Frankfurt am Main), overgenomen. De overname versterkt de positie van Tebodin in Duitsland. Doebel & Folger legt zich voornamelijk toe op ontwerp van productiefaciliteiten voor chemische en farmaceutische ondernemingen. Het bureau heeft een jaaromzet van circa € 3,5 miljoen en telt 55 medewerkers.
Op 1 januari 2006 heeft Tebodin het resterende 20% belang verworven in de Poolse dochteronderneming SAP-Projekt Sp. z o.o. De omzet en resultaatbijdrage in 2006 van dit aanvullende belang zijn gezien de omvang van de overname niet materieel.
Eind 2006 heeft Tebodin Czech Republic s.r.o. het resterende 49%-belang verworven in Sindat Engineering s.r.o. De omzet en resultaatbijdrage in 2006 van dit aanvullende belang zijn gezien het moment van de overname niet materieel.
Eind 2006 heeft Tebodin het resterende 50%-belang verworven in de Belgische dochteronderneming SmitsTebodin. Tebodin en het Nederlands-Belgische adviesbureau TPF
Europe hebben SmitsTebodin in 1999 opgericht voor dienstverlening op het gebied van consultancy en engineering in de Belgische markt. Het kantoor is gevestigd in Zwijndrecht, nabij het industriegebied van Antwerpen. SmitsTebodin behaalt met circa tien medewerkers een omzet van ongeveer € 1,2 miljoen.
Beckman Elektrotechniek bv en Beckman Kamphuis bv BAM Techniek bv heeft per 1 januari 2007 twee dochterondernemingen, werkzaam op het gebied van elektrotechnische installaties, verkocht aan het management. Het betreft Beckmann Elektrotechniek bv te Enschede en Beckmann Kamphuis bv te Oldenzaal. De ondernemingen zijn gespecialiseerd in respectievelijk kleinschalige installatiewerkzaamheden en motorenrevisie, in het bijzonder voor de industrie. Deze specialistische werkzaamheden passen onvoldoende in het dienstenpakket van BAM Techniek. Bij de twee ondernemingen zijn circa dertig medewerkers in dienst. De gezamenlijke omzet bedraagt ruim € 3 miljoen.
Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau AG, afdeling Tiefbau Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau AG – inmiddels opgegaan in BAM Deutschland AG – heeft per 1 januari 2007 de verliesgevende afdeling Tiefbau afgestoten. Het bedrijfsonderdeel, dat circa zeventig medewerkers telt, is verzelfstandigd door middel van een management buy-out.
In het verslagjaar is Müller-Altvatter Betonfertigteile GmbH, met vestigingen in Holzminden en Magdeburg, verkocht aan het management met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006. Het betreft hier een prefab-betonfabriek voor onder meer betonnen dekplaten, gevelelementen, trappen en dubbelwanden. De Groep beschouwt de productie hiervan niet als kernactiviteit. De jaaromzet 2005 van het bedrijfsonderdeel bedroeg circa € 9 miljoen. De overname betrof zestig medewerkers.
De raad van bestuur en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor de corporate governance structuur van de vennootschap en de naleving daarvan. De hoofdlijnen van deze corporate governance structuur worden elk jaar in het jaarrapport uiteengezet.
De raad van commissarissen en de raad van bestuur onderschrijven de principes en best-practice-bepalingen van de Nederlandse corporate governance code (hierna 'de code'). Een enkele bepaling wordt door de raad van bestuur en de raad van commissarissen van een kanttekening voorzien en niet (ten volle) opgevolgd. Het gaat daarbij om de volgende bepalingen: II.2 (prestatiecriteria variabele beloning), II.2.6 en III.7.3 (het reglement transacties in 'andere' aandelen) en II.2.7 (maximale ontslagvergoeding). Verwezen wordt naar de hiernavolgende nadere toelichting op de wijze van naleving en uitwerking van de Nederlandse corporate governance code door de vennootschap. In de corporate governance structuur van de vennootschap zijn geen substantiële veranderingen voorzien.
De raad van commissarissen en de raad van bestuur delen het uitgangspunt van de code dat de raad van bestuur, naast het dagelijks besturen van de onderneming, tevens verantwoordelijk is voor de formulering en de realisering van de doelstellingen van de vennootschap, de strategie en het beleid en de daaruit voortvloeiende resultaten. De raad van bestuur legt hierover verantwoording af aan de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van bestuur zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming en weegt daartoe de gerechtvaardigde belangen van bij de vennootschap betrokkenen af. De uit dit beginsel voortvloeiende best-practice-bepalingen van de code worden onderschreven.
De leden van de raad van bestuur geven gezamenlijk leiding aan de onderneming en dragen daarvoor een gezamenlijke en hoofdelijke verantwoordelijkheid. Onder goedkeuring van de raad van commissarissen verdelen de leden van de raad van bestuur de werkzaamheden. De voorzitter geeft leiding aan de raad van bestuur. De chief financial officer draagt specifiek zorg voor financiële taken. De voorzitter en andere leden van de raad van bestuur sturen de onder hun toezicht staande werkmaatschappijen aan.
De raad van bestuur draagt zorg voor een adequate informatieverstrekking aan de raad van commissarissen. De raad van bestuur rapporteert in het jaarverslag over de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen en geeft in het jaarrapport een onderbouwde verklaring af over de mate waarin deze systemen adequaat en effectief zijn en op welk gebied verbeteringen zijn gepland.
Voor de raad van bestuur geldt een door de raad van commissarissen goedgekeurd reglement, waarin het functioneren van de raad van bestuur en de relatie met de raad van commissarissen, de aandeelhouders en de centrale ondernemingsraad nader zijn vastgelegd. Het reglement van de raad van bestuur is gepubliceerd op de website van de vennootschap.
Leden van de raad van bestuur worden benoemd door de raad van commissarissen. De raad van commissarissen geeft de algemene vergadering van aandeelhouders kennis van een voorgenomen benoeming van een lid van de raad van bestuur. De raad van commissarissen wijst een van de leden van de raad van bestuur tot voorzitter aan.
In navolging van bepaling II.1.1 van de code worden leden van de raad van bestuur benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Zij treden af na afloop van de eerstvolgende jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders te houden in het vierde jaar na het jaar van benoeming. Leden van de raad van bestuur kunnen voor een nieuwe periode van vier jaar worden herbenoemd. De contractuele afspraken met vóór inwerkingtreding van de code benoemde leden van de raad van bestuur worden gerespecteerd; hun benoeming geldt voor onbepaalde tijd. Leden van de raad van bestuur treden in de regel af aansluitend aan de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders in het jaar waarin zij de 62-jarige leeftijd bereiken. De arbeidsovereenkomsten van leden van de raad van bestuur zijn voor onbepaalde tijd. Met nieuwe leden die van buiten het concern tot de raad van bestuur toetreden, wordt een arbeidsovereenkomst voor de tijd van vier jaar afgesloten.
De bepalingen van de code met betrekking tot hoogte en samenstelling van de bezoldiging van leden van de raad van bestuur en de openbaarmaking daarvan worden onderschreven.
De raad van commissarissen stelt een, door de remuneratiecommissie voorbereid, voorstel op voor het bezoldigingsbeleid van de vennootschap. Dit bezoldigingsbeleid wordt ter vaststelling aan de algemene vergadering van aandeelhouders voorgelegd. Voorts maakt de raad van
commissarissen jaarlijks een, eveneens door de remuneratiecommissie voorbereid, remuneratierapport op. In het remuneratierapport wordt verslag gedaan van de wijze waarop het bezoldigingsbeleid in het boekjaar in de praktijk is gebracht. In het rapport wordt tevens de bezoldiging van de leden van de raad van bestuur vermeld en is een overzicht van het door aandeelhouders vast te stellen bezoldigingsbeleid voor het komende boekjaar en de daaropvolgende jaren opgenomen.
Het remuneratierapport wordt opgenomen in het jaarrapport en wordt tevens gepubliceerd op de website van de vennootschap.
De bezoldiging van de leden van de raad van bestuur wordt vastgesteld door de raad van commissarissen binnen het kader van het bezoldigingsbeleid.
Uitgangspunt is het variabele deel van de beloning van leden van de raad van bestuur te koppelen aan vooraf bepaalde, meetbare en beïnvloedbare doelen. Meetbaarheid zal niet altijd ten volle mogelijk zijn, zoals bij niet-financieel georiënteerde prestatiecriteria. In het geval dat prestatiecriteria zijn gerelateerd aan prestaties van andere bedrijven, zal terughoudendheid worden betracht met het openbaar maken van die criteria. De raad van commissarissen is van mening dat prioriteit gegeven dient te worden aan verdere verbetering van de winstmarge en dat met name de winstontwikkeling als prestatiecriterium zal gelden.
Het in bepaling II.2.6 bedoelde reglement, waarin regels worden gesteld ten aanzien van het bezit van en transacties in effecten door bestuurders anders dan die uitgegeven door de vennootschap, is opgenomen in het vanaf 1 oktober 2005 geldende BAM-reglement 2005 inzake het bezit van en transacties in effecten. Dit reglement zal worden aangepast aan de op 1 januari 2007 in werking getreden Wet op het financieel toezicht (Wft), welke aanpassing geen inhoudelijke wijziging van de regeling zal inhouden. Om de uitwerking van bepaling II.2.6 praktisch te houden en mede gezien de waarborgen die het wettelijk kader biedt, is besloten deze regeling uitsluitend van toepassing te laten zijn op in Nederland gevestigde beursgenoteerde vennootschappen die actief zijn in sectoren of aanverwante sectoren waarin de Groep actief is, daaronder mede begrepen vennootschappen die actief zijn als onderaannemer, adviseur of toeleverancier in de bouwindustrie in brede zin.
Bepaling II.2.7 stelt de ontslagvergoeding bij onvrijwillig ontslag op maximaal eenmaal het jaarsalaris en bij kennelijke onredelijkheid, in geval van ontslag in de eerste benoemingstermijn, op maximaal tweemaal het jaarsalaris.
Deze bepaling wordt vanaf de datum van inwerkingtreding van de code nageleefd voor zover dat mogelijk is naar Nederlands arbeidsrecht. In het geval dat nieuw te benoemen leden van de raad van bestuur uit de eigen organisatie komen, behoudt de vennootschap zich het recht voor de binnen de Groep opgebouwde rechten mee te laten wegen bij de hoogte van de afvloeiingsregeling. Met betrekking tot vóór inwerkingtreden van de code benoemde leden van de raad van bestuur geldt hetgeen hiervoor met betrekking tot lopende afspraken is vermeld. De vennootschap is van mening dat bestaande rechten dienen te worden gerespecteerd.
De vennootschap kent geen aandelen- of optieplannen. Concrete gedachten over invoering van dergelijke plannen zijn er niet. Mocht tot invoering worden overgegaan dan zal de code worden gevolgd. Principe en best-practicebepalingen met betrekking tot tegenstrijdige belangen worden onderschreven.
Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling tussen de vennootschap en leden van de raad van bestuur dient te worden vermeden. Besluiten tot het aangaan van transacties waarbij tegenstrijdige belangen van leden van de raad van bestuur spelen, die van materiële betekenis zijn voor de vennootschap en/of voor het betreffende lid van de raad van bestuur, behoeven de goedkeuring van de raad van commissarissen. Het reglement van de raad van bestuur bevat een gedetailleerde regeling van de wijze waarop in geval van mogelijke tegenstrijdige belangen dient te worden gehandeld. In dit reglement staat onder meer aangegeven in welke gevallen het om een tegenstrijdig belang kan gaan, de wijze van melding door een lid van de raad van bestuur van een tegenstrijdig belang, de afzijdigheid van het betreffende lid van de raad van bestuur bij de besluitvorming ter zake en de procedure van goedkeuring van de raad van commissarissen.
De raad van commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. De raad van commissarissen staat voorts de raad van bestuur met raad ter zijde. Ook de raad van commissarissen richt zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming en weegt daartoe de gerechtvaardigde belangen van met de vennootschap betrokkenen af.
Principes en best-practice-bepalingen met betrekking tot de raad van commissarissen worden onderschreven.
De raad van commissarissen bespreekt in de periodieke vergaderingen met de raad van bestuur onder meer de algemene gang van zaken (zoals orderportefeuille, belangrijke inschrijvingen, bijzondere projecten, probleemgebieden, belangrijke claims en juridische procedures) en de financiële rapportage aan de hand van het operationeel plan van dat jaar (kwartaalrapportages, balans en winst- en verliesrekening, liquiditeiten, kapitaalsbeslag en garanties). De agenda van vergaderingen met de raad van commissarissen bevat voorts onderwerpen zoals belangrijke investeringen (zowel betreffende acquisities en desinvesteringen als vaste activa), human resources, het dividendvoorstel, kwartaal- en halfjaarberichten, het accountantsverslag, de 'management letter' van de externe accountant en de opvolging daarvan, eenmaal per jaar vaststelling van het operationele plan voor het volgende boekjaar, waarin opgenomen de operationele en financiële doelstellingen, en om de drie jaar goedkeuring van het strategisch plan en de daarbij behorende randvoorwaarden. De raad van commissarissen bespreekt in elk geval eenmaal per jaar de strategie en de risico's verbonden aan de onderneming en de uitkomsten van de beoordeling door het bestuur van de opzet en de werking van de interne risicobeheersingsen controlesystemen, alsmede eventuele significante wijzigingen hierin. Van het houden van de besprekingen wordt melding gemaakt in het bericht van de raad van commissarissen.
Voor de raad van commissarissen geldt een reglement, waarin het functioneren van de raad van commissarissen en de relatie met de raad van bestuur, de aandeelhouders en de centrale ondernemingsraad nader zijn vastgelegd. Het reglement van de raad van commissarissen is gepubliceerd op de website van de vennootschap.
De vennootschap is een structuurvennootschap. De leden van de raad van commissarissen worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders op voordracht van de raad van commissarissen, welke voordracht wordt gedaan op basis van de profielschets. Deze profielschets wordt bij vaststelling (en bij wijziging) door de raad besproken in de algemene vergadering van aandeelhouders en met de ondernemingsraad.
De algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad hebben het recht kandidaten aan te bevelen om op de voordracht van de raad van commissarissen te worden geplaatst.
De algemene vergadering van aandeelhouders kan de voordracht van de raad van commissarissen afwijzen met als gevolg dat de raad van commissarissen een nieuwe voordracht moet opmaken. De ondernemingsraad heeft een versterkt aanbevelingsrecht betreffende een derde van de leden van de raad van commissarissen. Wijst de
raad van commissarissen de aanbeveling af dan treden de raad en de ondernemingsraad in overleg en doet de ondernemingsraad een nieuwe aanbeveling. Bereiken de raad van commissarissen en de ondernemings-
raad geen overeenstemming dan beslist uiteindelijk de Ondernemingskamer. Neemt de raad van commissarissen de aanbeveling van de ondernemingsraad over dan is de algemene vergadering van aandeelhouders daar echter niet aan gebonden.
De algemene vergadering van aandeelhouders kan de gehele raad van commissarissen ontslaan. Daaraan voorafgaand moet de ondernemingsraad zijn visie kunnen geven. De algemene vergadering van aandeelhouders stelt de bezoldiging van de commissarissen vast.
Met betrekking tot de onafhankelijkheid van commissarissen als bedoeld in best-practice-bepaling III.2.1 wordt opgemerkt dat alle huidige commissarissen als onafhankelijk gelden in de zin van de code behoudens één lid van de raad, hetgeen in overeenstemming is met de code.
De raad van commissarissen heeft een profielschets opgesteld, die in de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van 9 mei 2005 met aandeelhouders werd besproken. De raad benoemt een zijner leden tot voorzitter.
De vennootschap zal zorgdragen voor een introductieprogramma voor commissarissen die voor de eerste maal worden benoemd als bedoeld in bepaling III.3.3. Voor het overige zal aan deze bepaling invulling worden gegeven door werkbezoeken te brengen aan werkmaatschappijen van de Groep en door presentaties van directies van werkmaatschappijen aan de raad van commissarissen.
De raad van commissarissen kent drie commissies, te weten een auditcommissie, een remuneratiecommissie en een selectie- en benoemingscommissie. De samenstelling en rol van deze commissies is in lijn met de betreffende bepalingen van de code. De bezetting en de werkzaamheden van de commissies zijn vermeld in het elders in het jaarrapport afgedrukte bericht van de raad van commissarissen.
Principe en best-practice-bepalingen met betrekking tot tegenstrijdige belangen worden onderschreven.
Het hiervoor vermelde bij de raad van bestuur is van overeenkomstige toepassing op leden van de raad van commissarissen. Het reglement van de raad van commissarissen bevat een gedetailleerde regeling van de wijze waarop in geval van mogelijke tegenstrijdige belangen dient te worden gehandeld.
Ten aanzien van bepaling III.7.3 (regeling transacties in effecten uitgegeven door andere vennootschappen) is het hiervoor vermelde met betrekking tot de uitwerking van bepaling II.2.6 van overeenkomstige toepassing op leden van de raad van commissarissen.
Onderschreven worden eveneens de principes en bestpractice-bepalingen met betrekking tot aandeelhouders. Koninklijke BAM Groep kent geen stemrecht-beperkende bepalingen. Voor elk aandeel kan één stem worden uitgebracht. Het kapitaal bestaat uit gewone aandelen, preferente aandelen F en (op dit moment niet uitgegeven) preferente aandelen B. De gewone en de preferente aandelen F zijn genoteerd aan Euronext in Amsterdam. Het gewone aandeel wordt tevens verhandeld aan de Amsterdamse optiebeurs Euronext.liffe.
Als structuurvennootschap raakt de best-practice-bepaling IV.1.1 (beperking van het recht tot bindende voordracht bij benoeming van bestuurders of commissarissen) de vennootschap niet.
De raad van commissarissen en de raad van bestuur achten het van groot belang dat zoveel mogelijk aandeelhouders deelnemen aan de besluitvorming in aandeelhoudersvergaderingen. De statuten van de vennootschap kennen de mogelijkheid tot het vaststellen van een registratietijdstip, waarmee de termijn waarin aandeelhouders niet over hun aandelen kunnen beschikken, wordt teruggebracht. De raad van bestuur maakt van deze mogelijkheid gebruik.
Oproeping, agenda en te behandelen documentatie voor aandeelhoudersvergaderingen worden in de regel circa één maand voorafgaand aan de vergadering gepubliceerd en op de website van de vennootschap geplaatst. Bij buitengewone vergaderingen van aandeelhouders kan een kortere periode worden gehanteerd. Op de website staat eveneens een geanonimiseerd overzicht van per agendapunt uit te brengen stemmen op basis van voorafgaand aan de vergadering ontvangen volmachten. Met betrekking tot verhoging van de participatie van aandeelhouders spelen ook de onderwerpen stemmen op afstand en volmachtverlening een rol. Op 1 januari 2007 is de wet ter bevordering van het gebruik van elektronische communicatiemiddelen in werking getreden. Deze wet maakt het onder meer mogelijk dat aandeelhouders aan aandeelhoudersvergaderingen deelnemen en in die vergaderingen hun stem kunnen uitbrengen, zonder zelf fysiek aanwezig te zijn. De vennootschap zal de komende jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders voorstellen om de bij wet geregelde mogelijkheden tot gebruik van elektronische communicatiemiddelen in de statuten op te nemen. De vennootschap is van mening dat de wijze waarop aan aandeelhoudersvergaderingen wordt deelgenomen en in deze vergaderingen wordt gestemd, een zorgvuldige procedure vereist. Derhalve dient, alvorens de vennootschap in de toekomst van elektronische communicatiemiddelen gebruik zal maken, in voldoende mate zekerheid te bestaan over de adequate werking van deze communicatiemiddelen.
Daarnaast blijft het stemmen bij volmacht voor aandeelhouders een goed mechanisme om hun stem te laten horen in vergaderingen waarin zij niet aanwezig kunnen zijn, zodat de vennootschap kennis kan nemen van hun opvattingen. De vennootschap nodigt aandeelhouders in de oproeping tot aandeelhoudersvergaderingen uit om gebruik te maken van de mogelijkheid om een volmacht te geven, zorgt ervoor dat steminstructieformulieren kunnen worden opgevraagd bij de vennootschap en dat deze formulieren beschikbaar zijn op de website van de vennootschap. Aandeelhouders wordt er daarbij op gewezen dat een volmacht ook elektronisch kan worden verstrekt. De vennootschap nodigt aandeelhouders uit om voorafgaande aan de vergadering vragen in te dienen, die vervolgens door de vennootschap ter vergadering zullen worden beantwoord.
Voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders is vereist voor besluiten omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of de onderneming, waaronder de (vrijwel gehele) overdracht van de onderneming, het aangaan van een duurzame, van ingrijpende betekenis voor
de vennootschap zijnde, samenwerking en het nemen of afstoten van een deelneming ter waarde van ten minste één derde van het bedrag van de op de geconsolideerde balans verantwoorde activa.
Indien een serieus onderhands bod op een bedrijfsonderdeel of een deelneming, ter waarde van ten minste één derde van het bedrag van de op de geconsolideerde balans verantwoorde activa, in de openbaarheid is gebracht, deelt de raad van bestuur zo spoedig mogelijk zijn standpunt ten aanzien van het bod, alsmede de motivering van dit standpunt, openbaar mee.
Aandeelhouders hebben een recht tot agendering van onderwerpen voor aandeelhoudersvergaderingen. Aandeelhouders die alleen of gezamenlijk ten minste (i) 1 procent van het geplaatste kapitaal of (ii) een waarde van € 50 miljoen vertegenwoordigen, kunnen onderwerpen op de agenda voor de algemene vergadering van aandeelhouders plaatsen, mits een verzoek daartoe door de vennootschap is ontvangen ten minste zestig dagen voor de dag van de vergadering. De raad van commissarissen en de raad van bestuur kunnen agendering slechts weigeren als een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. Daarnaast kunnen aandeelhouders die ten minste 10 procent van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen een aandeelhoudersvergadering bijeenroepen.
De algemene vergadering van aandeelhouders wordt jaarlijks een machtiging gevraagd ten behoeve van de raad van bestuur om, onder goedkeuring van de raad van commissarissen, over te gaan tot uitgifte van en/of het verlenen van rechten tot het nemen van aandelen. Deze machtiging wordt beperkt in tijd tot achttien maanden. In omvang wordt deze machtiging ten aanzien van gewone aandelen en preferente aandelen F verder beperkt tot 10 procent van het geplaatste kapitaal, plus een additionele 10 procent, welke additionele 10 procent uitsluitend mag worden aangewend ter gelegenheid van fusies en acquisities door de vennootschap of een werkmaatschappij. Tevens wordt machtiging gevraagd om, onder goedkeuring van de raad van commissarissen, het voorkeursrecht bij uitgifte respectievelijk het verlenen van rechten tot het nemen van gewone aandelen uit te sluiten of te beperken. Eveneens wordt de aandeelhoudersvergadering jaarlijks voor een periode van achttien maanden een machtiging gevraagd ten behoeve van de raad van bestuur tot inkoop van aandelen in de vennootschap, binnen de grenzen die de wet daarvoor stelt.
Van aandeelhoudersvergaderingen wordt een verslag aan aandeelhouders ter beschikking gesteld als in de code voorzien. Binnen vijftien kalenderdagen na afloop van een aandeelhoudersvergadering zullen op de website van de vennootschap de stemresultaten van die vergadering per agendapunt worden gepubliceerd.
Principe IV.2 en de daaruit volgende best-practicebepalingen betreffen de certificering van aandelen. De vennootschap heeft geen met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen.
Met betrekking tot informatieverschaffing als vermeld in principe IV.3 wordt opgemerkt dat dit principe wordt onderschreven. De raad van commissarissen en de raad van bestuur zijn van mening dat gelijke informatieverstrekking aan beleggers van groot belang is en streeft dit na, met inachtneming van uitzonderingen daarop binnen het bestaande juridische kader. Koninklijke BAM Groep geeft aan de naleving van dit principe de volgende uitwerking. Alle bijeenkomsten voor pers en analisten ter gelegenheid van de publicatie van jaarcijfers en halfjaarcijfers zijn via internet voor een ieder toegankelijk. Alle conference calls met pers en analisten ter gelegenheid van de publicatie van eerste- en derdekwartaalcijfers zijn via de telefoon voor een ieder toegankelijk. Aandeelhoudersvergaderingen zijn voor de pers toegan-
kelijk. Alle data en locaties van roadshows, seminars en dergelijke worden gepubliceerd op de website van de onderneming. Gedurende drie weken voorafgaand aan elke kwartaal-, halfjaar- en jaarrapportage wordt niet meer inhoudelijk gesproken met beleggers of analisten.
Analistenrapporten en taxaties van analisten worden niet vooraf door de vennootschap beoordeeld, van commentaar voorzien of gecorrigeerd, anders dan op feitelijkheden. De vennootschap verstrekt geen vergoeding aan partijen voor het verrichten van onderzoek ten behoeve van analistenrapporten, noch voor de vervaardiging of publicatie van die rapporten, met uitzondering van credit rating bureaus. In de regel zullen de voorzitter van de raad van bestuur en/of de chief financial officer uit de raad van bestuur, gesecondeerd door de investor relations manager, spreken met beleggers en analisten. Deze functionarissen zijn bij uitstek op de hoogte van hetgeen al dan niet bekend is in de markt en zorgen voor een eenduidige uitdraging van informatie. Mocht tijdens enig contact met pers, beleggers of analisten per abuis koersgevoelige informatie worden verstrekt, dan zal onverwijld een persbericht worden uitgegeven.
Met betrekking tot beschermingsmaatregelen tegen ongewenste ontwikkelingen die de zelfstandigheid, continuïteit en/of identiteit van de Groep zouden kunnen aantasten beschikt de vennootschap over de mogelijkheid tot uitgifte van preferente aandelen B. Aan Stichting Aandelenbeheer BAM Groep werd in 1993 een calloptie verstrekt tot het nemen van preferente aandelen B. De gegevens hieromtrent staan vermeld op pagina 151 van het jaarrapport.
Financiële verslaggeving en rol van de accountant De principes en best-practice-bepalingen met betrekking tot de financiële verslaggeving worden onderschreven. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de volledigheid van de openbaar gemaakte financiële berichten. De raad van commissarissen ziet er op toe dat de raad van bestuur deze verantwoordelijkheid vervult.
De principes en best-practice-bepalingen met betrekking tot de rol, benoeming, beloning en beoordeling van het functioneren van de externe accountant worden eveneens onderschreven. Benadrukt wordt dat de externe accountant aanwezig zal zijn in de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders om daarin te kunnen worden bevraagd door aandeelhouders over zijn verklaring van getrouwheid van de jaarrekening.
De vennootschap beschikt niet over een interne accountantsafdeling. Gezien het projectmatige karakter van de activiteiten van een bouwconcern en het grote aantal projecten in uitvoering door onderdelen van de Groep in binnen- en buitenland, wordt om redenen van efficiëntie het auditproces uitgevoerd door de externe accountant in samenwerking met medewerkers van de centrale afdeling financiën en de controllers bij de werkmaatschappijen. Over deze samenwerking zijn duidelijke afspraken gemaakt. De externe accountant woont de vergaderingen van de raad van commissarissen bij waarin de jaarrekening en de halfjaarcijfers aan de orde komen. De externe accountant rapporteert zijn bevindingen betreffende het onderzoek van de jaarrekening gelijkelijk aan het bestuur en de raad van commissarissen. De externe accountant is voorts aanwezig tijdens de bespreking van de jaarrekening, de halfjaarcijfers en de kwartaalcijfers in de auditcommissie. De externe accountant kan de voorzitter van de auditcommissie vragen om ook bij andere vergaderingen van de auditcommissie aanwezig te zijn. De externe accountant ontvangt de financiële informatie die ten grondslag ligt aan de vaststelling van de kwartaal- en halfjaarcijfers en wordt in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De binnen de externe accountant verantwoordelijke partner kan maximaal zeven jaren achtereen de jaarrekening van de Groep controleren.
De raad van commissarissen en de raad van bestuur zijn ervan overtuigd dat de corporate governance huishouding van Koninklijke BAM Groep, mede door de code, goed op orde is.
Bovenstaande corporate governance structuur werd in de algemene vergadering van aandeelhouders van 9 mei 2005 met aandeelhouders besproken. De vennootschap zal de corporate governance structuur blijven vermelden in het jaarrapport en zal eventuele substantiële veranderingen in de hoofdlijnen daarvan telkens ter bespreking voorleggen aan aandeelhouders.
Ingevolge de bepalingen van het Besluit van 5 april 2006 ter uitvoering van artikel 10 van Richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 wordt de volgende informatie verstrekt en toegelicht.
Ten aanzien van de kapitaalstructuur van de vennootschap wordt verwezen naar tabel 8.
Aan de aandelen waarin het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap is verdeeld, zijn geen andere rechten verbonden dan uit de wet voortvloeien, behoudens de regeling als vermeld in artikel 32 van de statuten omtrent de bestemming van de winst ten aanzien van de preferente aandelen B en de preferente aandelen F. Hieronder volgt een beknopte samenvatting van artikel 32 van de statuten. Uit de winst die in enig boekjaar is behaald, wordt allereerst, zo mogelijk, op de cumulatief preferente aandelen B uitgekeerd het hierna te noemen percentage van het verplicht op die aandelen, per de aanvang van het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, gestorte bedrag. Het hiervoor bedoelde percentage is gelijk aan het gemiddelde van de EURIBOR-percentages voor kasgeldleningen met een looptijd van twaalf maanden – gewogen naar het aantal dagen waarvoor deze percentages golden – gedurende het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, verhoogd met 1 procent. Onder EURIBOR wordt verstaan de door de Europese Centrale Bank vastgestelde en gepubliceerde Euro Interbank Offered Rate.
Vervolgens wordt, zo mogelijk, op elk financieringspreferent aandeel van een bepaalde (sub)serie, met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde, een dividend uitgekeerd gelijk aan een percentage berekend over het nominale bedrag van het desbetreffende financieringspreferente aandeel aan het begin van het desbetreffende boekjaar, vermeerderd met het bedrag aan agio dat werd gestort op het financieringspreferente aandeel dat van de desbetreffende (sub)serie werd uitgegeven bij de eerste uitgifte van financieringspreferente aandelen van de desbetreffende (sub)serie, verminderd met hetgeen voorafgaand aan het desbetreffende boekjaar ten laste van de reserve die als agio is gevormd bij de uitgifte van financieringspreferente aandelen van de desbetreffende (sub)serie op elk desbetreffend financieringspreferente aandeel is betaald. Indien en voor zover gedurende de loop van het boekjaar op de desbetreffende financieringspreferente aandelen een uitkering is geschied ten laste van de reserve die als agio is gevormd bij de uitgifte van financieringspreferente aandelen van de desbetreffende (sub)serie, dan wel een gedeeltelijke terugbetaling op zodanige aandelen is geschied, wordt het bedrag van de uitkering naar tijdsgelang verminderd in de verhouding van het bedrag van de uitkering ten laste van de agioreserve en/of van de terugbetaling ten opzichte van het in de vorige zin bedoelde bedrag. De berekening van het percentage van het dividend voor de financieringspreferente aandelen van een bepaalde serie geschiedt voor elk van de hierna te noemen series financieringspreferente aandelen op de wijze als vermeld achter de desbetreffende serie:
Het percentage van het dividend wordt berekend door het rekenkundig gemiddelde te nemen van het effectieve rendement op de staatsleningen ten laste van de Staat der Nederlanden in euro met een (resterende) looptijd die zo nauw mogelijk aansluit bij de looptijd van de desbetreffende serie zoals gepubliceerd in de Officiële Prijscourant, verhoogd met twee procentpunt.
Het percentage van het dividend is gelijk aan het gemiddelde van de EURIBOR-percentages voor kasgeldleningen met een looptijd van twaalf maanden – gewogen naar het aantal dagen waarvoor deze percentages golden – gedurende het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, verhoogd met twee procentpunt. Deze hiervoor omschreven percentages kunnen eventueel worden verhoogd of verlaagd met
| Tabel 8 Aantal uitstaande aandelen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Preferente aandelen | Preferente aandelen | |||
| Gewone aandelen | converteerbaar | niet-converteerbaar | Totaal | |
| Geplaatst per 1 januari 1 | 122.371.460 | 13.081.135 | 473.275 | 135.925.870 |
| (90,1%) | (9,6%) | (0,3%) | (100%) | |
| Conversie van preferente aandelen | 1.386.954 | (1.300.554) | – | 86.400 |
| Geplaatst per 31 december | 123.758.414 | 11.780.581 | 473.275 | 136.012.270 |
| (91,0%) | (8,7%) | (0,3%) | (100%) |
1 Aangepast voor de aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006.
een opslag respectievelijk een afslag ter grootte van maximaal driehonderd basispunten.
De raad van commissarissen bepaalt op voorstel van de directie welk gedeelte van de na toepassing van het bepaalde in de vorige leden resterende winst wordt gereserveerd. Het gedeelte van de winst dat resteert na toepassing van het bepaalde in de vorige leden, staat ter beschikking van de algemene vergadering van aandeelhouders, met dien verstande dat op de preferente aandelen geen verdere dividenduitkering zal geschieden.
De vennootschap kent geen statutaire of contractuele beperking van overdracht van aandelen of van certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven, behoudens de statutaire blokkering van overdracht van preferente aandelen. Artikel 13 van de statuten van de vennootschap bepaalt dat voor overdracht van preferente aandelen B en preferente aandelen F, met uitzondering van de thans geplaatste preferente aandelen F, goedkeuring is vereist van de raad van bestuur van de vennootschap.
De regeling is opgenomen om de vennootschap vanwege het specifieke doel van de uitgifte van deze aandelen, te weten het verkrijgen van financiering c.q. het realiseren van bescherming, de mogelijkheid te geven aan de houders van deze aandelen een alternatief te bieden in het geval deze aandeelhouders hun aandelen wensen te vervreemden. Ten aanzien van de preferente aandelen B zijn Stichting Aandelenbeheer BAM Groep en de vennootschap overeengekomen dat de vennootschap zonder toestemming van deze stichting niet zal overgaan tot uitgifte van deze aandelen of tot het verlenen van een recht om deze aandelen te nemen aan anderen dan voormelde stichting. De stichting zal zonder toestemming van de vennootschap geen preferente aandelen B vervreemden of bezwaren noch het stemrecht daarop afstaan. Met betrekking tot de redenen en de wijze van bescherming van de vennootschap wordt verwezen naar pagina 151 en pagina 152 en volgende van het jaarrapport.
De vennootschap is bekend met de volgende deelnemingen in haar kapitaal die zijn gemeld uit hoofde van de bepalingen inzake melding zeggenschap op grond van de Wet melding zeggenschap 2006. Zie tabel 9.
Aan de aandelen waarin het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap is verdeeld, zijn geen bijzondere zeggenschapsrechten verbonden.
Werknemersparticipatieplan of werknemersaandelenoptieplan De vennootschap kent geen werknemersparticipatieplan of werknemersaandelenoptieplan.
In aandeelhoudersvergaderingen geeft elk aandeel in de vennootschap recht op het uitbrengen van één stem. Er gelden geen beperkingen op de uitoefening van het stemrecht. De statuten van de vennootschap bevatten de gebruikelijk bepalingen met betrekking tot aanmelding om als stem- en vergadergerechtigde in een aandeelhoudersvergadering te worden aangemerkt.
Waar in de statuten van de vennootschap van certificaathouders of houders van certificaten van aandelen, op naam dan wel aan toonder, wordt gesproken, worden daaronder verstaan houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen en personen, die ingevolge artikel 88 of artikel 89, Boek 2, Burgerlijk Wetboek, de rechten hebben, die door de wet zijn toegekend aan houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen.
De vennootschap is niet bekend met overeenkomsten waarbij een aandeelhouder van de vennootschap is betrokken en welke overeenkomsten aanleiding kunnen geven tot beperking van (i) de overdracht van aandelen of van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen of (ii) het stemrecht.
| (in procent) | Gewone | Preferente | Belang boven | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | aandelen | aandelen | 5% sinds | |
| A. van Herk | 7,1 | 7,1 | - | oktober 2005 |
| Delta Lloyd Levensverzekering (Aviva) | 6,0 | 2,1 | 3,9 | december 2002 |
| ING Groep | 5,5 | 5,5 | - | februari 1992 |
| Capital Research & Management | 5,3 | 5,3 | - | januari 2007 |
| Fortis | 5,2 | 0,7 | 4,5 | februari 1992 |
237 meter hoge woon- en kantoortoren Park Place in Dubai (Interbeton in combinatie).
De vennootschap valt verplicht onder het wettelijk structuurregime. De leden van de raad van commissarissen worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders op voordracht van de raad van commissarissen. De raad van commissarissen benoemt de leden van de raad van bestuur. De raad van commissarissen geeft de algemene vergadering van aandeelhouders kennis van een voorgenomen benoeming van een lid van de raad van bestuur.
Voor een meer uitgebreide toelichting over de benoeming en het ontslag van commissarissen en leden van de raad van bestuur wordt verwezen naar hetgeen hierover op pagina 32 van het verslag van de raad van bestuur is vermeld in de paragraaf corporate governance.
De vennootschap wordt bestuurd door een raad van bestuur. De raad van bestuur heeft de bevoegdheden welke voortvloeien uit wet- en regelgeving. Voor een verdere taakomschrijving van de raad van bestuur wordt verwezen naar hetgeen hierover pagina 32 van het verslag van de raad van bestuur is vermeld in de paragraaf corporate governance. De raad van bestuur is door de algemene vergadering van aandeelhouders van 3 mei 2006 gemachtigd om, onder goedkeuring van de raad van commissarissen, over te gaan tot uitgifte van aandelen en/of het verlenen van rechten tot het nemen van aandelen. Deze machtiging is beperkt in tijd tot achttien maanden. In omvang is deze machtiging ten aanzien van de gewone aandelen en de preferente aandelen F verder beperkt tot 10 procent van het geplaatste kapitaal, plus een additionele 10 procent, welke additionele 10 procent uitsluitend mag worden aangewend ter gelegenheid van fusies en acquisities door de vennootschap of een werkmaatschappij.
Tevens is de raad van bestuur door dezelfde aandeelhoudersvergadering gemachtigd om, onder goedkeuring van de raad van commissarissen, het voorkeursrecht bij uitgifte respectievelijk het verlenen van rechten tot het nemen van gewone aandelen uit te sluiten of te beperken. Voorts heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van 3 mei 2006 de raad van bestuur voor een periode van achttien maanden een machtiging verstrekt tot inkoop van aandelen in de vennootschap, binnen de grenzen die de wet daarvoor stelt.
De algemene vergadering van aandeelhouders wordt jaarlijks gevraagd voormelde machtigingen te verlenen. Besluiten tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de vennootschap kunnen door de algemene vergadering van aandeelhouders slechts worden genomen op voorstel van de raad van bestuur onder goedkeuring van de raad van commissarissen.
Change of control bepalingen in belangrijke overeenkomsten In de overeenkomst gesloten tussen de aandeelhouders van baggeronderneming Van Oord nv, waarin de vennootschap indirect voor 21,5 procent participeert, is een zogenoemde change of control clausule opgenomen met betrekking tot Koninklijke BAM Groep. Deze clausule bepaalt dat Koninklijke BAM Groep zal zijn gehouden de door de Groep gehouden gewone aandelen in Van Oord aan te bieden aan de andere aandeelhouders in Van Oord, indien ten aanzien van Koninklijke BAM Groep sprake is van een overgang van zeggenschap als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d. van het SERbesluit Fusiegedragsregels aan een derde, waarbij deze derde direct of indirect de meerderheid van de zeggenschap heeft in een onderneming die wordt beschouwd als een belangrijke concurrent van Van Oord. Koninklijke BAM Groep zal in dat geval voorts niet langer zeggenschapsrechten in Van Oord kunnen uitoefenen en zal geen recht op dividend hebben ter zake van de gewone aandelen in Van Oord.
Eenzelfde regeling is van toepassing zodra blijkt dat een derde, niet zijnde een institutionele belegger, direct of indirect houder is van meer dan 15 procent van (certificaten van) de gewone aandelen in het kapitaal van Koninklijke BAM Groep en tegelijkertijd direct of indirect houder is en/of anderszins een economisch belang en/of zeggenschap heeft van meer dan 15 procent van de uitstaande (certificaten van) aandelen in het kapitaal van een vennootschap met een onderneming die wordt beschouwd als een belangrijke concurrent van Van Oord.
In de overeenkomst gesloten tussen de (indirecte) aandeelhouders van AM nv, waarin Koninklijke BAM Groep indirect voor 51 procent participeert, heeft Koninklijke BAM Groep zich jegens de medeaandeelhouder in AM verplicht het door deze medeaandeelhouder indirect gehouden belang van 49 procent in AM over te nemen, in het geval dat het in redelijkheid te verwachten is dat in verband met het van de beurs halen van Koninklijke BAM Groep of een overname door derden van Koninklijke BAM Groep, de financiële positie van Koninklijke BAM Groep in belangrijke mate negatief zal worden beïnvloed.
Het is niet ongebruikelijk dat in belangrijke samenwerkingsovereenkomsten voor langere termijn, waarbij onderdelen van de Groep partij zijn, een change of control clausule voorkomt. Mede in relatie tot de totale omvang van de Groep worden deze clausules niet als belangrijk beschouwd in de zin van het Besluit artikel 10.
Change of control bepalingen in arbeidsovereenkomsten Noch met bestuurders noch met medewerkers van de vennootschap zijn overeenkomsten gesloten die voorzien in een uitkering bij beëindiging van het dienstverband naar aanleiding van een openbaar bod op de vennootschap.
Ondernemen in de bouw is onlosmakelijk verbonden met risico's. Voor Koninklijke BAM Groep zijn deze risico's niet bijzonder van aard of afwijkend van wat in de branche gebruikelijk kan worden geacht. De Groep kent een strikt beleid, dat erop is gericht huidige en toekomstige risico's zoveel mogelijk te beperken en te beheersen. Dit beleid wordt in onderstaande paragraaf nader toegelicht. Financiële risicofactoren, te weten: valuta-, krediet-, debiteuren-, liquiditeits- en renterisico's, komen expliciet aan de orde in de jaarrekening op pagina 99.
De Groep kent naast algemene beheersmaatregelen, zoals interne procedures en instructies, specifieke maatregelen die zijn gericht op de beheersing van nader omschreven risico's. Deze maatregelen gaan gepaard met adequate rapportagesystemen en korte communicatielijnen. De raad van bestuur is van mening dat de algemene en specifieke systemen ter beheersing en controle van risico's adequaat en effectief zijn in die zin dat deze een redelijke mate van zekerheid geven dat de financiële verslaggeving geen onjuistheden van materieel belang bevat. De risicobeheersings- en controlesystemen hebben in het verslagjaar naar behoren gewerkt. Daarop vormde de situatie bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau een teleurstellende uitzondering, waarover hierna meer. Mede na de getroffen maatregelen bij laatstgenoemde onderneming, kan in redelijkheid worden vastgesteld dat er geen indicaties zijn dat de risicobeheersings- en controlesystemen in het boekjaar 2007 niet naar behoren zullen werken. De Groep kan echter geen garantie bieden dat zich geen risico's zullen voordoen. Het betekent evenmin dat de risicobeheersings- en controlesystemen geen verdere verbetering behoeven. Optimalisering van interne risicobeheersings- en controlesystemen blijft voor de raad van bestuur een belangrijk aandachtspunt. Dit kan leiden tot verdere aanscherping of aanvulling van de systemen. De hierna beschreven interne risicobeheersings- en controlesystemen en de werking daarvan zijn door de raad van bestuur met de auditcommissie en de raad van commissarissen besproken.
Met betrekking tot de oorzaken die aan de verliezen bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau ten grondslag hebben gelegen en de door de raad van bestuur getroffen maatregelen, wordt verwezen naar pagina 30 van dit jaarrapport. De gebeurtenissen bij dit bedrijf hebben tekortkomingen aan het licht gebracht die voor een deel zijn terug te voeren tot het tekortschieten van risicobeheersings- en controlesystemen bij dat bedrijf. Voor een deel is sprake van menselijk falen op het gebied van het gevoerde contract- en projectmanagement.
De meest ingrijpende maatregel die werd doorgevoerd, is het beëindigen van de zelfstandige positie van Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau op de Duitse utiliteitsbouwmarkt. De activiteiten van dat bedrijf zijn in november 2006 onder de verantwoordelijkheid van de directie van het Duitse zusterbedrijf Müller-Altvatter gebracht. Onder leiding van deze directie worden alle Duitse utiliteitsbouwactiviteiten van de Groep vanaf 1 januari 2007 uitgevoerd door BAM Deutschland. De directie van Müller-Altvatter heeft gedurende een lange periode op succesvolle wijze uitvoering gegeven aan risicomanagement. De implementatie daarvan bij BAM Deutschland geeft het vertrouwen dat daarmee de controle op de organisatie van het resterende deel van het voormalige Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau is hersteld.
Ten slotte is de externe accountant Pricewaterhouse-Coopers verzocht een nader onderzoek te doen naar de gang van zaken bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau. De raad van bestuur heeft tevens opdracht gegeven tot het uitvoeren van een forensisch onderzoek, waarmee Ernst & Young is belast. Met betrekking tot de bevindingen van beide onderzoeken wordt verwezen naar pagina 30 van dit jaarrapport.
De Groep hanteert diverse instrumenten binnen de risicobeheersings- en controlesystemen. Een algemeen beheersinstrument wordt gevormd door instructies van Koninklijke BAM Groep aan het management van de werkmaatschappijen. Deze instructies bevatten onder meer limieten voor het aangaan van verplichtingen terzake van investeringen en het aannemen van projecten. Verder worden in deze richtlijnen de bevoegdheden van de werkmaatschappijdirecties gedefinieerd en worden eisen gesteld aan de kwaliteit van essentiële beheersmaatregelen. Deze managementinstructies worden jaarlijks opnieuw beoordeeld en zonodig aangepast.
Een tweede algemeen beheersinstrument betreft handleidingen voor de inrichting van de financiële verslaggeving door de werkmaatschappijen, alsook voor de procedures die daarbij dienen te worden gevolgd.
Als derde algemeen beheersinstrument kent de Groep een systeem voor budgettering, rapportering en (interne) controle. Groepsbreed worden uniforme richtlijnen en waarderingsgrondslagen gehanteerd, die als basis dienen voor alle financiële en managementrapportages. Naast de uitgebreide kwartaalrapportages, waarin onder meer de (verwachte) resultaten van de werkmaatschappijen in detail worden gemonitord, rapporteren de werkmaatschappijen tussentijds afwijkingen van verwachte financiële resultaten en ontwikkelingen op het gebied van liquiditeiten, werkvoorraad, omzet en resultaat.
Naast algemene beheersmaatregelen heeft de Groep ook specifieke maatregelen getroffen. Deze richten zich in het bijzonder op markt-, reputatie-, veiligheids-, project-, valuta-, krediet-, debiteuren-, rente- en liquiditeitsrisico's. Deze risico's worden deels onderstaand, deels op pagina 99 van de jaarrekening toegelicht in samenhang met de door de Groep genomen beheersmaatregelen.
Koninklijke BAM Groep genereert inkomsten in verschillende geografische markten en door uitvoering van verschillende soorten activiteiten. De financiële prestaties van de Groep zijn in belangrijke mate afhankelijk van de economische conjunctuur van de landen waarin Koninklijke BAM Groep opereert, omdat een aanzienlijk deel van de opdrachten wordt verstrekt door overheden. De onderneming streeft ernaar deze conjunctuurgevoeligheid te beperken door zich nog nadrukkelijker te richten op langdurige contracten met een meer voorspelbare kasstroom. De groei van het aantal pps-contracten waarin de Groep participeert, is hiervan een voorbeeld.
Het vertrouwen dat opdrachtgevers, aandeelhouders, kredietverstrekkers, bouwpartners en medewerkers stellen in Koninklijke BAM Groep is essentieel om de continuïteit van de onderneming te kunnen waarborgen. Daarom houdt de Groep zich aan algemeen aanvaarde maatschappelijke normen en waarden en aan lokale wetten en regels, in het bijzonder bij de verwerving en uitvoering van opdrachten. Dit uitgangspunt is vastgelegd in de Gedragscode integriteit van Koninklijke BAM Groep. Elke medewerker dient zich in relatie tot opdrachtgevers en zakenpartners, zoals leveranciers en onderaannemers, integer op te stellen, afspraken na te komen en zorgvuldig te handelen. Om integriteit in het dagelijks handelen te verankeren, wordt met grote regelmaat aandacht gegeven aan het thema. De raad van bestuur heeft een centrale 'compliance officer' benoemd. Deze functionaris bevordert de naleving van de gedragscode en adviseert over vraagstukken waarbij integriteit aan de orde komt.
Ook werkmaatschappijen hebben een dergelijke functionaris, aan wie overtredingen van de gedragscode kunnen en moeten worden gemeld, aangesteld. Naast de gedragscode kent de Groep een zogenoemde klokkenluidersregeling. De Groep acht het van belang dat medewerkers melding kunnen doen van vermoedens van misstanden binnen het concern. Daarbij dienen medewerkers op een verantwoorde
wijze een melding te kunnen doen, zonder gevolgen voor hun positie. Zowel de gedragscode als de klokkenluidersregeling zijn gemakkelijk toegankelijk gemaakt voor werknemers. Zij staan onder meer vermeld op de intranetsite en op de website van de Groep.
Koninklijke BAM Groep stelt groot belang in veilige en gezonde arbeidsomstandigheden van medewerkers. De Groep is zich ervan bewust dat vooral op de bouwplaats risico op letsel bestaat en treft daarom alle uitvoerbare maatregelen om ongevallen, beroepsziekten en schade te voorkomen. Veiligheids- en gezondheidsrisico's worden zoveel mogelijk beheerst door bewust te ontwerpen, projecten planmatig voor te bereiden en medewerkers adequaat te instrueren over veilige werkmethoden. Een Groepsbrede richtlijn voor veiligheidsmanagement biedt werkmaatschappijen een kader waaraan het veiligheidsmanagementsysteem moet voldoen. Met Safety Awareness Audits wordt gemonitord in hoeverre de veiligheidsmanagementsystemen van werkmaatschappijen voldoen aan de door de raad van bestuur vastgelegde richtlijn. Tevens geeft deze auditprocedure aan waar verbeteringen in het veiligheidsmanagementsysteem mogelijk zijn.
Voorafgaand aan elk project beoordelen werkmaatschappijen de risicofactoren, zowel kwalitatief als kwantitatief. Onzekerheden kunnen verband houden met financiële en contractuele aspecten, veiligheid, bouwmaterialen, materieel, locatie (inbegrepen grondomstandigheden en vergunningen), bouwtijd en -planning, alsook met de opdrachtgever, onderaannemers en bouwpartners. Er vindt een kwantitatieve analyse plaats van de risicofactoren gebaseerd op ervaringscijfers. Op grond van deze analyse kunnen aanpassingen in de projectplanning of bouwmethoden worden doorgevoerd om projectrisico's te beperken. De analyse kan tevens leiden tot een aanpassing van de risico-opslag in de aanneemsom. Inschrijvingen op grote projecten of projecten met bijzondere risico's worden vooraf ter goedkeuring aan de raad van bestuur voorgelegd. Tijdens de uitvoering beoordeelt het projectteam periodiek en systematisch de kansen en risico's van het project. Het projectteam treft, indien nodig, maatregelen om nieuw geïdentificeerde risico's te mitigeren. Daarbij richt het projectteam zich in het bijzonder op de kwaliteit van het op te leveren bouwwerk, het vermijden van bouwgebreken en de tijdigheid van de oplevering. De projectleiders rapporteren de voortgang, belangrijke kansen en risico's, de kwaliteit en de financiële aspecten van hun projecten aan de regiodirecteuren, die ten minste maandelijks rapporteren aan de directies van de werkmaatschappijen. Zij rapporteren op hun beurt via de hierboven beschreven informatiesystemen aan de raad van bestuur.
Of aangenomen projecten tot een goed einde worden gebracht, hangt in belangrijke mate af van de kwaliteit van medewerkers en management. Om op een gestructureerde en effectieve manier getalenteerde medewerkers aan te trekken, uit te dagen en te ontwikkelen, besteedt Koninklijke BAM Groep veel aandacht aan het humanresourcesbeleid, zoals dit op pagina 54 van dit jaarrapport nader wordt besproken.
Om het juridisch risico te beperken wordt bij de voor de projecten benodigde juridische documentatie zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gestandaardiseerde documenten. Indien sprake is van afwijkende contractvormen, vindt een beoordeling plaats door juristen van Koninklijke BAM Groep. In standaardcontracten zijn onder meer clausules opgenomen waarin is vastgelegd, dat prijsstijgingen van loon- en materiaaleenheden gedurende de bouwperiode kunnen worden doorberekend aan de klant. Deze risico's kunnen ook door opdrachtgevers worden afgekocht.
Het is in de bouwsector gebruikelijk dat de werkmaatschappij van de bouwonderneming aan wie de opdracht is gegund, een garantie doet afgeven als zekerheid voor een goede uitvoering van het project. Deze garantie kan worden verstrekt door de moedermaatschappij, maar ook door externe partijen zoals een bank of een borginstelling. Binnen Koninklijke BAM Groep waarborgen stringente procedures dat de contractuele voorwaarden van de afgegeven garanties voldoen aan de specifieke richtlijnen van de onderneming.
Koninklijke BAM Groep koopt op jaarbasis ongeveer 70 procent van de omzet in bij leveranciers en onderaannemers. Deze partijen hebben grote invloed op de projecten, zowel in technische als in financiële zin. De Groep streeft naar goede samenwerking met leveranciers en onderaannemers om het bouwproces optimaal te doen verlopen. Dat moet uiteindelijk leiden tot zo laag mogelijke totale kosten én een kwalitatief goed product. Voor een goede samenwerking is het noodzakelijk om leveranciers vroegtijdig bij het project te betrekken. Deze samenwerking is vastgelegd in raamcontracten waarin afspraken over prijzen en voorwaarden (zoals levertijden, facturering, risico's en bonuskortingen) zijn gemaakt. Op projectniveau kunnen binnen de raamcontracten projectgebonden opdrachten worden geplaatst.
De brede kennis en ervaring van werkmaatschappijen stelt Koninklijke BAM Groep in staat om omvangrijke projecten
succesvol zelfstandig te realiseren. Niettemin kan het – onder meer uit het oogpunt van risicospreiding – opportuun zijn om voor de totstandkoming van grote projecten een bouwcombinatie te vormen. Meestal wordt hiertoe een vennootschap onder firma opgericht. Bij deze rechtsvorm zijn alle partijen hoofdelijk aansprakelijk voor wederzijdse verplichtingen met betrekking tot de uitvoering van het project. Koninklijke BAM Groep mitigeert het resulterende risico op bouwpartners door alleen een combinatie aan te gaan met solide en solvabele partners. Indien het risico op de partner vooraf of tijdens de bouwfase toch als te hoog wordt ingeschat, zal de betrokken werkmaatschappij van Koninklijke BAM Groep andere zekerheden verlangen. Dit kan in de vorm van een bankgarantie of van het laten aanhouden door de partner van voldoende liquide middelen in de combinatie.
Werkmaatschappijen beperken de betalingsrisico's bij de uitvoering van projecten zoveel mogelijk door vooraf contractueel betalingsschema's overeen te komen. Op deze wijze zijn betalingen van de opdrachtgever zoveel als mogelijk is, ten minste in evenwicht met de kosten van het uitgevoerde deel van het werk.
In geval van projecten die worden uitgevoerd in opkomende markten en ontwikkelingslanden, worden ter dekking van het politieke en betalingsrisico exportkredietverzekeringen afgesloten.
Het aangaan van projectontwikkelingsrisico's vereist altijd voorafgaande goedkeuring van de raad van bestuur. De beslissing van de raad van bestuur is mede gebaseerd op het advies van een centraal ingestelde vastgoedcommissie, die onafhankelijk van de betrokken werkmaatschappij in Nederland de specifieke risico's van het desbetreffende project beoordeelt. Bij deze risicoanalyse hanteert Koninklijke BAM Groep het uitgangspunt dat de bouw van woningen of andere projecten pas start, wanneer een aanzienlijk aantal te bouwen woningen is verkocht, respectievelijk het te realiseren project grotendeels is verhuurd of verkocht. De gemiddelde prijs waartegen gronden zijn aangekocht of kunnen worden verworven, reflecteert – in samenhang met de termijn waarbinnen met de uitvoering wordt gestart – ten hoogste de huidige marktwaarde.
Het aangaan van pps- en concessiecontracten vereist altijd voorafgaande goedkeuring van de raad van bestuur. De raad van bestuur wordt bij de beoordeling van de risico's bij pps- en concessiecontracten geadviseerd door de directie van BAM PPP. Deze werkmaatschappij is in 2004 opgericht om de in de Groep beschikbare kennis en ervaring optimaal aan te wenden, zowel ten behoeve van
de verwerving van nieuwe opdrachten, alsook voor een adequate beoordeling van de specifieke aan concessies gerelateerde risico's.
Een belangrijk onderdeel van de risicomanagementstrategie van Koninklijke BAM Groep is het verzekeringsprogramma. Een gespecialiseerde afdeling bewaakt, dat alle daarvoor in aanmerking komende risico's tijdens de bouw binnen de centraal afgesloten verzekeringsovereenkomsten worden opgenomen en dat een voldoende dekkend aansprakelijkheidsprogramma wordt afgesloten. Over de verzekeringsprogramma's van Koninklijke BAM Groep vindt frequent overleg plaats met de professionele assurantiemakelaardij.
Bedrijven werkzaam in de bouw zijn betrokken bij discussies over financiële afwikkeling van bouwprojecten, zoals minder-/meerwerk, het tijdstip van oplevering en de mate van de kwaliteit van het werk. Het merendeel van deze discussies wordt tot tevredenheid van alle betrokkenen opgelost. Dat een discussie uitloopt op een juridische procedure is niet in alle gevallen te vermijden. Ook Koninklijke BAM Groep is betrokken bij een aantal juridische procedures. Voor een juridische procedure wordt, als het gaat om een vordering op de Groep, in de regel een voorziening getroffen, tenzij een dergelijke vordering enige reële basis ontbeert. Vorderingen van de Groep op derden die onder de rechter zijn, worden in beginsel niet geactiveerd, tenzij voldoening van deze vordering in redelijke mate is zeker gesteld.
De Groep geeft veel aandacht aan het voorkomen van deze procedures door middel van kwaliteitsprogramma's en opleiding van werknemers. Hieronder wordt, vanwege de omvang ervan, kort ingegaan op de betrokkenheid van Koninklijke BAM Groep bij enkele juridische procedures.
HBG, Hollandsche Beton Groep, was ten tijde van de overname door Koninklijke BAM Groep betrokken bij een geschil over de afwikkeling van de schade die is opgetreden aan het Schürmann-complex in Bonn ten gevolge van het buiten de oevers treden van de Rijn in december 1993. In een lange juridische procedure is ten aanzien van de afwikkeling van de schade bepaald dat de Duitse overheid als opdrachtgever en HBG als aannemer de verantwoordelijkheid gelijkelijk dienen te delen. Thans buigt de rechtbank in Bonn zich over vaststelling van de hoogte van de schade. De overheid verlangt een schadevergoeding van circa € 190 miljoen, vermeerderd met rente. Koninklijke BAM Groep is van mening dat het bedrag van de schade substantieel lager ligt. In een zitting van begin 2001 heeft
het gerechtshof te Keulen een schikking voorgesteld die voor HBG zou neerkomen op een betaling van € 51 miljoen, waarbij beide partijen verder afzien van vorderingen over en weer. De overheid heeft dit schikkingsvoorstel afgewezen. HBG heeft zich over dit schikkingsvoorstel niet uitgesproken. Gezien de schattingen van Koninklijke BAM Groep ten aanzien van het uiteindelijke resultaat van de rechtsgang, de van toepassing zijnde verzekering en de door HBG voor de rechter gebrachte, niet gewaardeerde vorderingen op het ministerie van Bouwzaken, ziet Koninklijke BAM Groep momenteel geen noodzaak tot het treffen van een voorziening.
Eind 1996 heeft AGIV Real Estate de Duitse bouwonderneming Wayss & Freytag aan HBG verkocht. Bij deze verkoop heeft AGIV de verplichtingen uit zogenoemde huurgaranties van Wayss & Freytag overgenomen. Deze garanties betroffen projecten die vóór 1997 door Wayss & Freytag waren ontwikkeld en waarbij de kopers een bepaalde huuropbrengst werd gegarandeerd. Sinds 2003 is AGIV in gebreke met de nakoming van zijn verplichtingen jegens Wayss & Freytag. Koninklijke BAM Groep – sinds november 2002 eigenaar van HBG – heeft in juridische procedures met succes voor de Duitse rechter nakoming door AGIV van zijn verplichtingen jegens Wayss & Freytag gevorderd. Begin 2005 is AGIV failliet verklaard. De lopende juridische procedures tegen AGIV zijn wegens het faillissement onderbroken. De curator is een aantal juridische procedures begonnen, onder meer tegen een voormalige aandeelhouder van AGIV. De afwikkeling van deze procedures en van het faillissement van AGIV zal naar verwachting enige jaren nemen. De Groep gaat er met de kennis van vandaag van uit dat zich in de toekomst geen substantieel nadelige financiële gevolgen zullen voordoen.
Wayss & Freytag Ingenieurbau werd in 2005 bij de aanleg van een geboorde tunnel voor het project SMART Noord Tunnel in Kuala Lumpur geconfronteerd met grondcondities die afweken van de door de opdrachtgever verstrekte informatie. Wayss & Freytag heeft het contract begin 2006 opgezegd vanwege niet nakoming door de opdrachtgever van zijn betalingsverplichtingen en vanwege de weigering van de opdrachtgever om de vorderingen van Wayss & Freytag inzake bouwtijdverlenging en vergoeding van kosten in behandeling te nemen. De opdrachtgever heeft van zijn kant eveneens in januari 2006 het contract opgezegd.
Wayss & Freytag heeft bij de opdrachtgever een vordering van ruim € 20 miljoen ingediend als vergoeding voor gemaakte kosten. De opdrachtgever heeft voorlopige tegenvorderingen ingediend ten bedrage van € 5 miljoen.
Met de kennis van vandaag gaat de Groep ervan uit dat de getroffen voorziening voldoende is.
De vennootschap is, zoals de meeste bedrijven werkzaam in de bouwindustrie, betrokken geweest bij de bouwaffaire van vóór 2002. De vennootschap heeft volledige medewerking verleend aan de door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) uitgevoerde onderzoeken ter zake. De NMa heeft de betrokken bedrijven aangeboden om door middel van een verkorte procedure tot een snelle afwikkeling van de onderzoeksbevindingen te komen. Koninklijke BAM Groep heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. In 2006 werden de laatste procedures afgerond. Zoals bekend heeft de Groep voor de afwikkeling van de bouwaffaire een bijzondere last genomen in de jaarrekeningen 2003 en 2004. De getroffen voorziening is voldoende gebleken.
De strafrechter heeft een regionale vestiging van voormalig wegenbouwer NBM en twee medewerkers van deze vestiging in 2005 een boete opgelegd van € 45.000, respectievelijk van € 2.500,- elk, wegens betrokkenheid bij de bouwaffaire. Het openbaar ministerie en de twee medewerkers hebben tegen het vonnis van de rechter hoger beroep aangetekend.
In 2002 is de Europese Commissie een onderzoek begonnen naar mogelijke mededingingsrechtelijke overtredingen in verband met het marktgedrag van een aantal bedrijven in de bitumensector, zowel aan de productiezijde als aan de afnemerszijde. Een van de werkmaatschappijen van de vennootschap is als afnemer van bitumen bij dit onderzoek betrokken. In september 2006 heeft de Europese Commissie mededingingsrechtelijke overtredingen geconstateerd en aan de betrokken bedrijven boetes opgelegd. De boete van de betrokken werkmaatschappij van de Groep bedraagt € 20,7 miljoen. Dit bedrag is volledig voorzien. Tegen het opleggen van deze boete is beroep aangetekend.
Koninklijke BAM Groep is zich ervan bewust onderdeel te zijn van de samenleving. BAM levert – met vele andere organisaties – een bijdrage aan de ontwikkeling van de maatschappij. De Groep streeft ernaar dit een duurzame bijdrage te laten zijn. BAM kent een toenemend belang toe aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, waarbij aandacht voor milieu, sociaal-ethische onderwerpen en resultaat in balans zijn en in overeenstemming met de verwachtingen van de belanghebbenden van de onderneming.
Hoewel BAM vanouds op bepaalde deelgebieden – zoals het belangrijke onderwerp veiligheid – een voortrekkersrol inneemt, is het duurzaamheidsbeleid van de Groep nog in ontwikkeling. Niettemin brengen werkmaatschappijen en BAM-medewerkers de uitgangspunten van maatschappelijk verantwoord ondernemen dagelijks op tal van terreinen in praktijk. BAM streeft ernaar in de sector een voorhoedepositie in te nemen en wil die positie in de toekomst ook verder versterken. Daarbij hoort een uitgebreide rapportage, zoals hier opgenomen. De Groep heeft de productie van een separaat duurzaamheidsverslag op basis van de GRI-richtlijnen (Global Reporting Initiative) in zorgvuldige overweging genomen. Op dit moment verdient de behandeling van het onderwerp als hoofdstuk van het financiële jaarrapport nog de voorkeur. Een belangrijke overweging hierbij vormt het feit dat het onderwerp onlosmakelijk is verbonden met de gang van zaken en het integraal met de overige ondernemingsaspecten dient te worden beoordeeld.
In 2006 heeft BAM met MVO Nederland een manifest getekend, waarin de Groep zich onder meer uitspreekt de mogelijkheden van MVO zo goed mogelijk te ontwikkelen.
Het belang dat de raad van bestuur toekent aan maatschappelijk verantwoord ondernemen komt onder meer tot uitdrukking in een strikt veiligheids- en integriteitsbeleid en een transparante organisatie. Het management van de werkmaatschappijen besteedt in dit kader bijzondere aandacht aan veiligheids- en omgevingsmanagement. Bij de totstandkoming van infrastructurele en bouwprojecten komen deze verantwoordelijkheden steeds nadrukkelijker bij de bouwende partij(en) te liggen. Open communicatie met buurtbewoners en andere belanghebbenden ten aanzien van mogelijke overlast en de maatregelen die BAM treft, leidt tot begrip, betrokkenheid en daarbij tot maatschappelijke controle van bouwplaatsen. De – bekroonde – ervaringen van de Britse werkmaatschappij HBG UK zijn op dit terrein een voorbeeld en inspiratie voor zustermaatschappijen.
BAM heeft in het verslagjaar onderzoek verricht om in kaart te brengen welke maatschappelijke thema's aandacht verdienen in de bouwsector. In dat kader zijn onder meer beleidsstukken, rapporten en artikelen bestudeerd. Tevens zijn gesprekken gevoerd met stakeholders uit de sector. Deze inventarisatie heeft geleid tot een 'long list' met meer dan twintig voor de bouwsector relevante thema's. Om focus aan te brengen en prioriteiten te stellen is op basis van deze analysematrix een 'short list' afgeleid. BAM heeft tien thema's gedefinieerd: 1. veiligheid, 2. communicatie met de omgeving, 3. opleiding/training, 4. afval, 5. energie/klimaatverandering, 6. verantwoorde materialen, 7. luchtkwaliteit, 8. innovatie, 9. klantgericht bouwen en 10. mobiliteit/bereikbaarheid. Deze thema's worden onderstaand beknopt toegelicht.
- Veiligheid: in de bouwsector vinden ten opzichte van andere sectoren relatief veel ongevallen plaats. Veiligheid heeft niet alleen betrekking op de bouwplaats, maar ook op de omgeving.
De kwaliteit van de arbeidsomstandigheden op BAM-projecten is mede bepalend voor de kwaliteit van het project. Het beleid van Koninklijke BAM Groep is erop gericht alle werkzaamheden zodanig uit te voeren dat elke vorm van persoonlijk letsel en schade aan de gezondheid wordt voorkomen. Dit beleid ligt aan de basis van de Richtlijn voor veiligheids- en gezondheidsmanagement die door alle werkmaatschappijen wordt nageleefd.
In het verslagjaar hebben de inspanningen op het terrein van veiligheid en gezondheid geleid tot aantoonbaar betere resultaten voor de medewerkers van BAM. Het aantal verzuimongevallen is met 4 procent gedaald ten opzichte van 2005.
Ondanks deze gunstige ontwikkeling is het aantal ernstige ongevallen op de bouwplaatsen waar BAM-ondernemingen (mede) actief zijn, is helaas toegenomen en ligt in 2006 op hetzelfde niveau als in 2004. Hierbij dient te worden aangetekend dat het aantal gewerkte uren op de bouwplaatsen met ruim 15 procent is toegenomen.
Internationaal bestaat geen eenduidige definitie van ernstige bedrijfsongevallen en gelden cultuurverschillen bij ziekenhuisopname. BAM klasseert alle bedrijfsongevallen als ernstig indien sprake is van ziekenhuisopname van meer dan 24 uur, van blijvend letsel of van botbreuk.
De Groep betreurt het zeer dat twee medewerkers door een bedrijfsongeval dodelijk zijn verongelukt. In Indonesië is een medewerker omgekomen door een val van de elfde etage nadat hij een deel van het hekwerk langs de rand van de vloer had verplaatst. In België is een medewerker bij werkzaamheden op het dak in een leidingschacht gevallen. De materialen voor de randafscherming waren op de werkplek aanwezig, maar nog niet geïnstalleerd. Tevens stelt de Groep met verslagenheid vast dat op eigen en op joint-venture bouwplaatsen gedurende 2006 negen medewerkers van onder- en nevenaannemers zijn omgekomen. Hieruit blijkt het belang om juist medewerkers van deze groepen eveneens bij de veiligheidscampagnes te betrekken. In Nederland is na balansdatum de foldercampagne 'Veilig werken, mijn werk!' gestart. Deze folders worden op bouwplaatsen ook onder de aandacht van onderaannemers gebracht.
Koninklijke BAM Groep streeft naar optimale veiligheid voor alle medewerkers op de bouwplaatsen. In Nederland is een programma ontwikkeld om ook medewerkers van onderaannemers veiliger te laten werken. Het programma richt zich enerzijds op werkvoorbereiding en inkoop en anderzijds op instructie aan medewerkers op de bouwplaats.
Bij BAM Utiliteitsbouw en BAM Woningbouw zijn proefprojecten uitgevoerd in samenwerking met Bouwradius, een opleidingsinstituut voor de Nederlandse bouw- en infrasector. Het aantal ernstige bedrijfsongevallen (eigen medewerkers en derden) is daar 15 procent lager dan in het voorgaande jaar. Bij gebleken blijvend succes van dit programma zal de Groep het breder inzetten.
Het absolute aantal ongevallen biedt geen inzicht in de kans op een ongeval. Omdat het aantal medewerkers van derden op de bouwplaatsen waar BAM bij de totstandkoming van projecten is betrokken, niet altijd wordt geregistreerd, is een ratio bepaald op basis van gerealiseerde omzet (zie grafiek).
Hieruit blijkt dat de diverse acties om het veiligheidsbewustzijn bij leidinggevenden te vergroten, hebben bijgedragen aan minder ongevallen. In Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland is de veiligheid in 2006 verbeterd. De verbetering in Duitsland
heeft zich gestabiliseerd op een nog steeds hoog niveau. De positieve trend in België is helaas geheel teniet gedaan. Onderzocht wordt welke maatregelen nodig zijn om hier een blijvende verbetering te laten plaatsvinden. In de Verenigde Staten ten slotte is een lichte verslechtering te constateren.
Belangrijker dan registratie van ongevallen is het voorkomen ervan. Veel aandacht gaat uit naar het menselijk handelen en de drijfveren daarachter. De Groep heeft ook in 2006 bij alle werkmaatschappijen een Safety Awareness Audit uitgevoerd om het veiligheidsbewustzijn te meten. De uitkomsten van de audit in 2005 zijn gebruikt om verbeteringen door te voeren. De resultaten in 2006 laten dan ook bij vrijwel alle bedrijven een duidelijke verbetering zien. Deze uitkomsten bevestigen dat het – als vanzelfsprekend – naleven van procedures en dragen van de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen, alsmede de zichtbare betrokkenheid van het management grote invloed hebben op het aantal ongevallen en incidenten.
In het verslagjaar heeft BAM Materieel in Nederland de defibrillator opgenomen in het verhuurpakket. Bij een hartstilstand kunnen de overlevingskansen door het snel toedienen van een stroomstoot (hartdefibrillatie genoemd) vervijfvoudigen. Op vrijwel alle grote kantoren zijn eveneens defibrillatoren aanwezig.
Gedurende het verslagjaar is BAM Wegen gestart met een gezondheidscampagne voor de medewerkers. Onder het motto 'Leef gezond, werk bewust' reisden twee BAMunits, ingericht voor medisch onderzoek, langs regiovestigingen en dochterondernemingen.
De veiligheidsinspanningen van Interbuild hebben in 2006 geresulteerd in een laureaat (nominatie) voor de prijs Mensura Fonds René De Jongh voor Veilige Arbeid 2006.
1. Ondertekening manifest met MVO Nederland. 2. Ondertekening overeenkomst met Building and Wood Workers' International (BWI). 3./4. Veiligheidscampagne met tekeningen van de kinderen van medewerkers. 5. Proefproject Ecobeach bij Egmond aan Zee.
In 1997 is in het Verenigd Koninkrijk het initiatief gestart om het imago van de bouwsector te verbeteren. Dat gebeurde onder de noemer 'Code of Considerate Practice'. Diverse bouwondernemingen, waaronder de beide Britse werkmaatschappijen van BAM, hebben zich bij het initiatief aangesloten. Daarmee committeren zij zich om een goede buur te zijn voor de omgeving waarin zij werken. Ter controle vindt na de werkzaamheden een onderzoek plaats en is een klachtenregistratie opgezet. Bij goede resultaten krijgt de bouwplaats een 'Certificate of Compliance'. Bij slechte resultaten wordt het bedrijf van de lijst met goede bouwondernemingen verwijderd.
In 2006 heeft Nuttall een zilveren onderscheiding verworven voor het wegenbouwproject A500 Stoke Pathfinder en twee bronzen onderscheidingen voor een kustverdedigingsproject, en voor de aanleg van de geleide-busbaan. HBG Construction verwierf een zilveren onderscheiding voor de ook op dit punt van de omgevingscommunicatie voortreffelijke uitvoering van de ingrijpende renovatie van het winkelcentrum Frenchgate in Doncaster. Tevens zijn aan elf andere groepsprojecten bronzen onderscheidingen toegekend.
In navolging van het BAM-symposium over maatschappelijk verantwoord ondernemen in 2006, organiseert BAM
Civiel in 2007 een aantal trainingen voor medewerkers om projecten met meer bewustzijn voor de omgeving uit te voeren.
- Opleiding en training: maatschappelijke welvaart is voor een groot deel afhankelijk van de mate waarin kennis- en innovatieprocessen in de economie op gang blijven. Investeren in opleiding en training is hiervoor noodzakelijk.
In 2006 is de BAM Business School verder uitgebouwd tot het gebundelde opleidingsinstituut van Koninklijke BAM Groep. Medewerkers kunnen door het opleidingsaanbod hun vakinhoudelijke kennis op peil houden en de bij de lijnof staffunctie behorende sociale vaardigheden verder ontwikkelen. Op deze wijze ondersteunt BAM Business School de diverse loopbaansporen die binnen de organisatie kunnen worden gerealiseerd. De programma's ondersteunen de aandacht voor samenwerking tussen de diverse disciplines en bevorderen de synergie tussen de werkmaatschappijen en speelt een belangrijke rol in het kennismanagement binnen de Groep. In trainingen wordt onder meer aandacht besteed aan integriteit, ondernemerschap, commercieel handelen, nieuwe contractvormen, projectontwikkeling, risicomanagement, inkoop en financiële besturing.
Koninklijke BAM Groep heeft in het verslagjaar een overeenkomst ('framework agreement') getekend met Building and Wood Workers' International (BWI), die betrekking heeft op bescherming van de rechten van werknemers bij alle bedrijfsonderdelen van BAM. Mede-ondertekenaars waren de vakbonden FNV Bouw en Hout- en Bouwbond CNV. Met deze overeenkomst benadrukt BAM de bedrijfsactiviteiten uit te voeren in overeenstemming met nationale
wetgeving en tevens te voldoen aan de relevante richtlijnen en aanbevelingen van ILO (International Labour Organisation). Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op het recht van alle werknemers om lid te zijn van een vakbond, op het verbod om gebruik te maken van kinderarbeid en op bevordering van gezonde en veilige werkomstandigheden. Verder onderkent BAM de noodzaak tot duurzame ontwikkeling, zowel economisch en sociaal als op het terrein van het milieu.
Voor Koninklijke BAM Groep is het essentieel dat opdrachtgevers, aandeelhouders en bouwpartners vertrouwen stellen in de onderneming. Daarom is het vanzelfsprekend dat de Groep zich houdt aan algemeen aanvaarde maatschappelijke normen en waarden en aan lokale wetten en regels, in het bijzonder bij de verwerving en uitvoering van opdrachten. Elke medewerker wordt geacht zich in relatie tot opdrachtgevers en zakenpartners als leveranciers en onderaannemers integer op te stellen, afspraken na te komen en zorgvuldig te handelen.
Koninklijke BAM Groep heeft de integriteit van de bedrijfsvoering op alle niveaus in de onderneming verankerd, onder meer door introductie eind 2001 van een Gedragscode integriteit voor alle medewerkers. In diverse bijeenkomsten voor management en medewerkers van de werkmaatschappijen wordt aandacht gegeven aan het thema integriteit. Daarbij wordt in Nederland gebruik gemaakt van de zogenoemde toolkit voor leidinggevenden. De toolkit bevat achtergrondinformatie over integriteit, integer leiderschap en dilemma's en is een hulpmiddel om de discussie over deze onderwerpen verder te stimuleren. Zo zijn praktische tips opgenomen die bij het bespreken van dilemma's van pas komen en die grenzen helpen bepalen van wat wel en wat niet kan.
Ook in de opleidingen binnen de BAM Business School wordt aandacht geschonken aan het thema integriteit. Alle Nederlandse werkmaatschappijen van de Groep zijn aangemeld bij de Stichting Beoordeling Integriteit Bouwnijverheid (SBIB).
Bij de werkmaatschappijen wordt met compliance programma's veel aandacht gegeven aan naleving van de gedragscode. In Nederland zijn in het verslagjaar door compliance officers negentien meldingen van mogelijke overtreding en 85 adviesvragen ontvangen. In twaalf van de negentien meldingen is een overtreding van de gedragscode geconstateerd. Het betrof onder meer het niet correct omgaan met bedrijfseigendommen en intimidatie. Tegen de betrokken medewerkers zijn disciplinaire maatregelen genomen. De raad van bestuur is ervan overtuigd
dat het belang van naleving van deze code goed in de organisatie is doorgedrongen.
De Groep kent een zogenoemde klokkenluidersregeling, die werknemers in staat stelt zonder gevaar voor eigen positie te rapporteren over (vermeende) onregelmatigheden binnen de Groep. Er zijn in 2006 geen meldingen onder deze regeling ontvangen.
De gedragscode en de klokkenluidersregeling zijn op de website van de vennootschap gepubliceerd.
In 2006 heeft BAM tevens het initiatief genomen om onder de vlag van Bouwend Nederland een nieuwe, toegankelijke versie op te stellen van de in 2001 ontwikkelde Regeling Aannemer-Onderaannemer. De regeling beoogt dat aannemer en onderaannemer op correcte wijze met elkaar omgaan en daarbij vooral het zogenoemde 'leuren' te vermijden. BAM is van mening dat de Regeling Aannemer-Onderaannemer in de huidige markt goed past bij een correcte en transparante benadering van onderaannemers door hoofdaannemers. De oorspronkelijke regeling, gebaseerd op het Uniform Aanbestedingsregelement 2001, is niet meer up-to-date. BAM acht het noodzakelijk dat aanbesteders de regeling voorschrijven, als die niet vrijwillig door aannemers en onderaannemers wordt gehanteerd.
- Afval: de bouwsector produceert veel afval (bouwen sloopafval). Het beperken van afvalstromen heeft een duidelijk positieve invloed op het milieu.
BAM beschouwt het een maatschappelijke plicht om eventuele nadelige effecten van de ondernemingsactiviteiten op het milieu te minimaliseren en schade aan het milieu te voorkomen. Daartoe hebben werkmaatschappijen tal van maatregelen getroffen. Ter illustratie van de uitwerking van het milieubeleid in de praktijk, kan BAM Utiliteitsbouw worden genoemd. BAM Utiliteitsbouw heeft het milieubeleid vastgelegd. Het beleid wordt actief gecommuniceerd met de medewerkers, onder meer via een milieu-website. Een van de beleidsuitgangspunten is om de hoeveelheid bouw- en sloopafval te reduceren. Hier wordt inhoud aan gegeven door het verbeteren van de procesgang voornamelijk gericht op het inkooptraject. Ook is in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verbetertraject opgesteld, waarbij BAM Utiliteitsbouw en BAM Woningbouw het bewustzijn van de onderaannemers op het gebied van veiligheid en milieu willen verhogen. Met Det Norske Veritas is een programma in ontwikkeling om dit meetbaar te maken. Het programma is erop gericht om in de hele bouwsector het bewustzijn op
In het BAM Managementsysteem Utiliteitsbouw zijn in aanvulling op de milieu-eisen die door de overheid zijn geformuleerd, interne eisen vastgelegd. BAM Utiliteitsbouw heeft een milieucoördinator aangesteld, die de kennis op het gebied van milieu verzamelt, voornamelijk gericht op producttoepassingen en afvalstromen. De milieucoördinator ondersteunt collega's bij het beperken van afvalstromen en het scheiden van afval. Per project worden keuzes gemaakt hoe wordt omgegaan met afval. Zo laten ruime bouwplaatsen voldoende ruimte om verschillende afvalcontainers te plaatsen, zodat het afval direct kan worden gescheiden. Bij binnenstedelijke projecten, waar de ruimte beperkt is, worden afspraken gemaakt met de afvalverwerker om de scheiding uit te voeren.
In alle werkplannen van BAM Utiliteitsbouw is een milieuparagraaf opgenomen, waarin werkafspraken gedetailleerd zijn vastgelegd. Deze informatie is afhankelijk van de grootte en de complexiteit van het project. De afdeling Kwaliteit, Arbo en Milieu (KAM) draagt er zorg voor dat processen op een goede manier zijn vastgelegd. De gegevens worden regelmatig geactualiseerd en getoetst.
Diverse werkmaatschappijen van BAM zijn milieugecertificeerd. HBG Construction beschikt reeds sinds 2004 over een BS EN ISO 14001 gecertificeerd milieumanagementsysteem. In 2006 heeft BAM Rail het milieucertificaat volgens de norm NEN ISO 14001 verworven. BAM Rail heeft de milieu-effecten van elke stap in het bedrijfsproces, inclusief de risico's, nauwkeurig in kaart gebracht. Deze inventarisatie én het plan van aanpak voor de beheersing van de risico's vormen belangrijke pijlers onder het milieuzorgsysteem van de werkmaatschappij. Met de certificering, waaraan bijna twee jaar is gewerkt, toont BAM Rail aan te voldoen aan internationale eisen op milieugebied.
Nuttall is recentelijk gestart met de campagne 'Be responsible' om onder meer het scheiden van afval op de bouwplaats te bevorderen. Tevens organiseert Nuttall in samenwerking met milieuconsultant Business Eco workshops voor de belangrijkste toeleveranciers en onderaannemers om hen te steunen bij het opzetten van hun milieumanagementsysteem (EMS).
BAM Vastgoed was in 2005 nauw betrokken bij het initiatief voor en de productie van de Toolkit Duurzame Woningbouw. Dit omvangrijke boek omvat onder meer 28 realistische energieconcepten, die een CO2-reductie tot vijftig procent mogelijk maken. De toolkit is uitgebracht voor projectontwikkelaars en andere betrokkenen in de bouw- en vastgoedsector. BAM Vastgoed heeft zowel intern, maar tevens extern, cursussen verzorgd over het gebruik van de toolkit. De reacties die uit de cursussen naar voren komen, hebben in 2006 geleid tot een tweede, uitgebreidere editie, die bovendien is afgestemd op de sinds 1 januari 2006 in Nederland geldende energieprestatie-eis (EPC) voor woningbouw van 0,8.
In dit kader is vermeldenswaard, dat in het verslagjaar
Platform energietransitie Gebouwde Omgeving Medio 2006 is op initiatief van de Nederlandse overheid het Platform energietransitie Gebouwde Omgeving opgericht met als doel het energieverbruik in nieuwe en bestaande gebouwen drastisch terug te dringen. BAM Vastgoed vertegenwoordigt in dit platform de projectontwikkelaars.
BAM neemt tevens deel in diverse andere project- en werkgoepen, zoals:
BAM Woningbouw en BAM Vastgoed hebben in 2006 (in samenwerking met DHV en Rockwool) een concept ontwikkeld voor het passiefhuis. Het energieverbruik in een dergelijke woning is jaarlijks minder dan 15 kWh/m2 voor ruimteverwarming. Daarnaast dient het passiefhuis voor huishoudelijke apparatuur en verlichting niet meer energie te gebruiken dan 120 kWh/m2 per jaar.
De studie van de BAM-werkgroep Energiezuinig bouwen heeft diverse bouwkundige aanpassingen opgeleverd. De isolatiewaarde van dichte geveldelen is in het passiefhuis drie keer zo hoog als de huidige bouwregelgeving voorschrijft. Door toepassing van driedubbel glas en goed geïsoleerde kozijnen overtreft de beglazing de huidige isolatiestandaard ruim. Om ongecontroleerd warmteverlies te beperken is de luchtdichtheid van de woning zelfs vijf keer beter dan gemiddeld. De juistheid van deze waarden zijn in de praktijk al door BAM Woningbouw aangetoond op een W&R-project in Hoofddorp. W&R is een door BAM ontwikkeld en uiterst succesvol gestandaardiseerd bouwproces dat is gebaseerd op het principe van co-making en flexibiliteit.
De werkgroep heeft tevens diverse (installatie)technische oplossingen bedacht om het energieverbruik te minimaliseren, zoals plaatsing van een vaatwasser en wasmachine met een hot-fillsysteem, waarbij warm water wordt verwarmd door zonnewarmte of gas in plaats van een elektrische spiraal.
BAM Woningbouw is met DHV, Stichting Natuur en Milieu en een Rotterdamse woningbouwcorporatie gestart met de realisering van het passiefhuisconcept voor bestaande woningen.
• BAM Vastgoed heeft in 2006 in Boxtel een prijsvraag gewonnen voor een bouwproject, waarbij duurzaam en energiezuinig bouwen een belangrijk aspect vormt.
In het kader van de Prijsvraag Schoner, Stiller en Homogener Asfalt van Rijkswaterstaat heeft BAM Wegen – in een combinatie met een aantal andere partijen waaronder TU Delft, TNO en Universiteit Twente – in 2006 drie oplossingen uitgewerkt voor respectievelijk schonere lucht, stiller asfalt en homogener asfalt. Op basis van de hiervoor opgestelde rapporten heeft Rijkswaterstaat na balansdatum opdracht gegeven voor het uitvoeren van drie proeven voor de drie uitgewerkte ideeën. Voor perceel 1 'Schoner', heeft BAM Wegen (in combinatie met Nido, Nedmag en TU Delft) een oplossing uitgewerkt waarbij door het sproeien van een calciumchloride-oplossing op de weg de opwerveling van fijnstof
wordt beperkt.
In perceel 2 'Stiller' heeft BAM Wegen met behulp van TNO een oplossing uitgewerkt, waarbij door middel van ultrasoon geluid het tweelaags zoab-wegdek wordt gereinigd. Hierdoor blijft de geluidsreducerende werking van zoab behouden.
In perceel 3 'Homogener' heeft BAM Wegen een scala aan maatregelen ingebracht om de productie en verwerking van asfalt beter te beheersen en daarmee tekortkomingen in de asfaltkwaliteit uit te sluiten.
- Luchtkwaliteit: de emissies voor verkeer en vervoer dragen bij aan veel milieuproblemen, waaronder gezondheidsproblemen, aantasting van de natuur en klimaatverandering. Op dit punt is verbetering noodzakelijk.
Al in 2005 bogen technici van BAM Wegen en TU Delft zich over de fijnstofproblematiek. Aanvankelijk werd gezocht naar een methode om fijnstof via functioneel groen langs wegen aan te pakken. Het is bewezen dat bepaalde planten, die BAM nu al toepast in geluidsreducerende constructies, goed fijnstof afvangen. In 2006 is een werkgroep gevormd om te bestuderen of fijnstofdeeltjes via statische elektriciteit boven een weg in beweging kunnen worden gezet. Hoewel het principe zich in laboratoriumopstellingen heeft bewezen, is gedurende 2007 verder onderzoek in de praktijk noodzakelijk.
BAM beschikt over een van de grootste wagenparken van Nederland. In samenwerking met de lease-organisatie is een studie verricht naar de mogelijkheden om bedrijfswagens te voorzien van roetfilters. Op grond van onderzoek is vastgesteld dat de milieuvoordelen te gering zijn om de aanzienlijke financiële investering te rechtvaardigen. Wel is besloten dat energielabel en roetfilter selectiecriteria zijn bij de bestelling van nieuwe bedrijfswagens. Tevens wordt onderzocht of voor het bedrijfswagenpark kan worden overgestapt op zwavelvrije benzine of zwavelarme diesel. Na balansdatum heeft lease-organisatie Athlon bekendgemaakt het bedrijfswagenpark van BAM – als eerste in Nederland – te voorzien van een roetfilter. De inbouw heeft betrekking op circa 1.400 bedrijfswagens in Nederland. Plaatsing van een roetfilter bij deze busjes en bestelwagens zorgt voor een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van fijnstof.
- Innovatie: innovatie is noodzakelijk voor de ontwikkeling van nationale economieën. Maatschappelijke vraagstukken kunnen een stimulans zijn voor duurzame maatschappelijke ontwikkeling waarin economische, milieu- en sociale kwesties met elkaar in evenwicht worden gebracht.
Eind 2006 is op het strand bij Egmond aan Zee (Noord-Holland) het proefproject Ecobeach gestart. Het is een innovatief systeem dat met behulp van natuurlijke aanzanding een breder en droger strand creëert. BAM werkt voor deze proef samen met Rijkswaterstaat. In proefvakken wordt in de lengterichting om de honderd meter een aantal drainagebuizen aangebracht die in de zeerichting ongeveer tien meter uit elkaar staan. De verwachting is dat de buizen binnen korte tijd worden bedekt door een groeiende laag zand.
De ID-NL Jaarprijs 2006 voor de beste uitvinding van het jaar is toegekend aan de Dijkdeuvels ontwikkeld door een medewerker van BAM Grondtechniek. De uitvinding is een alternatief voor de traditionele werkwijze van dijkversterking en is toepasbaar op locaties waar – vanwege bebouwing of cultuurlandschappelijke waarden – niet in het dijktalud en aangrenzend terrein kan worden gewerkt. De Dijkdeuvel bestaat uit een dikwandige stalen buis met een kous van geotextiel, die dóór het dijklichaam en de onderliggende zachte lagen tot in het draagkrachtige zand wordt geboord. De kous wordt vervolgens gevuld met een mengsel van cement-bentoniet. Hierdoor ontstaat in de grond een kolom met een diameter van circa zestig centimeter. Door de deuvels in een waaiervorm te plaatsen, wordt de dijk effectief versterkt op zijn zwakste plaats juist boven het draagkrachtige zand. De uitvinding is in 2006 beproefd.
Streetprint – een samenwerkingsverband tussen BAM Wegen en KWS – brengt slijtvaste en onderhoudsvrije wegmarkeringen aan in het asfalt (in plaats van op het asfalt). Deze patronen kunnen zijn gewenst uit esthetische overwegingen of uit oogpunt van verkeersveiligheid (zoals zebrapaden). De wegmarkeringen (handelsnaam: Duratherm) zijn onder meer succesvol getest op leab, het laag-energie-asfalt-beton dat is ontwikkeld door BAM Wegen.
BAM Woningbouw Amsterdam en Heilijgers Projectontwikkeling hebben in 2006 – en eveneens in 2007 – het Keurmerk Klantgericht Bouwen verworven. Dit keurmerk wordt jaarlijks verstrekt door de Stichting
Klantgericht Bouwen aan bedrijven die projectmatig nieuwbouwwoningen (laten) bouwen en duidelijk beter presteren dan de markt. Circa 130 bedrijven doen mee aan dit initiatief van Vereniging Eigen Huis en Bouwend Nederland. Bij oplevering worden woningen van de deelnemende bedrijven gecontroleerd op gebreken. Tevens geven kopers een rapportcijfer aan de betreffende bouwonderneming.
BAM Vastgoed heeft diverse vastgoedconcepten ontwikkeld om in te spelen op specifieke behoeften in de markt, zoals Wonen à la Carte voor maximale keuzevrijheid voor de woonconsument en Golden Years voor de seniorenmarkt. Ook de bijzondere bouwconcepten van BAM Utiliteitsbouw (Schoolcompagnie, Vitaal ZorgVast, Office-Up en BAM Facilicom DUET, zie ook pagina 60) bieden (eigenaar-)gebruikers in de utiliteitsbouwmarkt dienstverlening op maat.
- Mobiliteit en bereikbaarheid: mobiliteit en bereikbaarheid zijn van groot belang voor het woon-, werk- en leefklimaat in en rond de steden. Bereikbaarheid draagt bij aan de economische vitaliteit en mobiliteit is van invloed op de woonen leefomgeving van mensen.
Om tot echte oplossingen te komen voor maatschappelijke vraagstukken, is samenwerking nodig. Het vereist bundeling van krachten van alle ketenpartners. Ook opdrachtgevers spelen daarin een belangrijke rol. Daarom heeft Koninklijke BAM Groep in 2006 in Nederland een voorstel gepresenteerd om maatschappelijke thema's op te nemen als selectie- en gunningcriteria in het aanbestedingsproces. Het eerste exemplaar van het voorstel is op een congres dat BAM Infra jaarlijks organiseert voor relaties, overhandigd aan Rijkswaterstaat.
Het voorstel behelst dat een opdrachtgever een keuze maakt voor thema's die relevant zijn vanuit het beleid van de opdrachtgever of voor het project. Het maatschappelijk verantwoord ondernemen van aanbiedende bouwondernemingen wordt bij niet-openbare procedures per thema gewaardeerd met het op objectieve wijze toekennen van punten (van nul tot honderd). Op basis van de totaalscore over de gekozen thema's worden de potentieel gegadigden gerangschikt, waarbij gegadigden met de beste score worden uitgenodigd om een inschrijving te verzorgen.
Bouwen betekent: bouwen op mensen. Het zijn de kwaliteiten van de medewerkers, die bepalend zijn voor de kwaliteit van de projecten van de Groep en daarmee bepalend voor de marktpositie en het rendement. Het human resources beleid van Koninklijke BAM Groep is erop gericht het 'human capital' te behouden en verder te ontwikkelen vanuit het motto 'BAM: Bouwen Aan Mensen'.
De pijlers onder het human resources management zijn:
Koninklijke BAM Groep besteedt systematisch aandacht aan arbeidsmarktcommunicatie, onder meer door regelmatig onderwijsinstellingen te bezoeken, deel te nemen aan bedrijvenbeurzen en gastcolleges en bedrijfsexcursies te verzorgen. Elk jaar kan een aantal jonge ondernemende afgestudeerden na een selectieprocedure deelnemen aan het traineeprogramma van de Groep. Hierin worden zij in staat gesteld kennis te maken met diverse werkmaatschappijen.
Per 1 januari 2006 is de Wet aanpassing fiscale behandeling vut/prepensioen en introductie levensloopregeling (VPL) in werking getreden. Aansluitend zijn in de bouwsector door CAO-partijen de regelingen aangepast en is de implementatie door de bedrijfspensioenfondsen ter hand genomen. Gezien de complexiteit van het onderwerp en het late moment van bekend worden van de exacte inhoud voor de regelgeving is deze uitwerking pas in de loop van 2006 bekend geworden. Vervolgens zijn
met de centrale ondernemingsraad in het verlengde van de bedrijfstakregelingen afspraken gemaakt over hoe wordt omgegaan met de nieuwe wetgeving ten aanzien van de bij BAM bestaande excedent (vroeg)pensioenregelingen. Vanwege het vervallen van de opbouw van vroegpensioen wordt de BAM-excedentregeling vanaf 1 januari 2006 voor de meeste deelnemers uitgebreid. Met deze aanpassing zijn de pensioenregelingen binnen BAM vanaf 1 januari 2006 geuniformeerd voor alle medewerkers. Daarbij zijn voor sommige medewerkers aanvullende overgangsregelingen overeengekomen.
Per 1 januari 2007 wordt BAM eigen-risicodrager voor de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). De Groep heeft na gedegen onderzoek naar de risico's en een financiële analyse besloten om dit risico af te dekken via een herverzekering. Naast de keuring en vaststelling van de uitkering zal de UWV ook de betaling van de uitkeringen blijven uitvoeren en de kosten hiervan verhalen op de werkgever.
Internationale overeenkomst rechten werknemers Op 31 maart 2006 hebben Koninklijke BAM Groep en Building and Woodworkers International (BWI) een zogenoemd framework agreement gesloten dat betrekking heeft op de bescherming van de rechten van medewerkers bij alle bedrijfsonderdelen van BAM. BAM bevestigt hiermee de binnen de Groep bestaande praktijk. Medeondertekenaars waren de vakbonden FNV Bouw en Houten Bouwbond CNV. De overeenkomst heeft onder meer betrekking op het recht van alle werknemers om lid te zijn van een vakbond, op het verbod om gebruik te maken van kinderarbeid en op bevordering van gezonde en veilige werkomstandigheden.
Performancemanagement en talentmanagement De betrokkenheid van medewerkers binnen Koninklijke BAM Groep wordt vergroot door performancemanagement, waarbij consequenties van geformuleerde bedrijfsdoelstellingen naar de individuele functie worden vertaald. Binnen performancemanagement is tevens sprake van ontwikkelingstrajecten voor een succesvollere functievervulling. Een derde pijler van performancemanagement is het helpen van medewerkers om hun loopbaanwensen te realiseren. Hierbij spelen een verdere ontwikkeling van benodigde professionele kwaliteiten en competenties een belangrijke rol.
Tevens is talentmanagement verder binnen de werkmaatschappijen geïntroduceerd. Talentmanagement beoogt het vroegtijdig herkennen van (toekomstige) sleutelfunctionarissen, hun uitdagende functies en waardevolle ontwikkelingsmogelijkheden te bieden en zo hen voor te bereiden op hun toekomstige functie. Hiervoor komen projectleiders en andere professionals in lijnfuncties in aanmerking, alsook gespecialiseerde stafmedewerkers en medewerkers in algemene managementfuncties.
In dit kader is een belangrijke rol weggelegd voor de BAM Business School. Dit opleidingsinstituut voor medewerkers wordt nader besproken op pagina 49 in het hoofdstuk Duurzaam ondernemen.
De omvang en diversiteit van de Groep maken dat intern een grote hoeveelheid kennis beschikbaar is op tal van terreinen. Van belang is het verzamelen van die kennis door individuele medewerkers en de overdracht van de kennis naar die plaatsen, waar deze kan worden toegepast voor het bedienen van opdrachtgevers. Het intranet BAM Plaza is ingericht als digitale kennisdrager en kennisverspreider binnen de Groep. Informatie wordt vastgelegd in een Document Management Systeem. De Groep werkt eraan dit Document Management Systeem voor alle medewerkers beschikbaar te stellen, zodat iedereen het kan gebruiken om allerlei vormen van kennis vast te leggen en om de opgeslagen informatie hieruit op te halen en te verspreiden.
In de Europese ondernemingsraad (EOR) zijn onder meer het jaarrapport 2005, en de BAM Safety Awareness Audit behandeld, alsmede het framework agreement dat de Groep in het verslagjaar met de International Federation of Building and Woodworkers (BWI) heeft gesloten.
Het dagelijks bestuur van de EOR wordt gevormd door A. van Beusekom (Nederland, voorzitter), en de plaatsvervangend voorzitters F. Dausener (Duitsland) en W. van Dessel (België).
In Nederland heeft in het verslagjaar met name de wijziging van de pensioenregeling als gevolg van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie Levensloopregeling (VPL) veel aandacht van de centrale ondernemingsraad (COR) gekregen. Daarnaast heeft besluitvorming plaatsgevonden over het dragen van eigen risico voor de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de herijking van de variabele beloningsregeling. Tot de vele andere onderwerpen die zijn besproken, behoren het jaarrapport 2005, het sociaal jaarverslag 2005, de evaluatie gedragscode 2005, de strategische agenda 2007-2009 en de gevolgen van de Wet Harrewijn.
De COR wordt per maart 2007 gevormd door de dames P. de Bruin en L.J.J. Grootenboers-Wisse en de heren J. van Akkeren, H.C. Beeren, A.A.J. van den Bosch, P.T.J. van den Broek, H. Broekhuizen, E. Dedden (voorzitter), H.J. van der Donk, J. Dijkstra, G.J.M. van der Goes, J. van Groesen, I. Hallema, T. Innemee, F. Klasen, A. Kromdijk, J.H. Matze, E.A.G. Oudejans, J.P. Schallig, H. Vanmulken en O.L.O. Wiegand. Mevrouw J.B.C. Bakker was in het verslagjaar ambtelijk secretaris van de COR.
De in het vorige jaarrapport uitgesproken verwachting, dat de economie in de vijf thuismarkten van de Groep – Nederland, het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Ierland – zich positief zou ontwikkelen, is in 2006 ruimschoots bewaarheid. De economische groei in de vijf landen bedroeg in het boekjaar gemiddeld 3,4 procent tegen een verwachte groei van 2,7 procent. Als gevolg van de gestegen wereldhandel, heeft met name de uitvoer van goederen en diensten een belangrijke bijdrage geleverd aan de economisch groei. Vooral de Ierse en Duitse economieën hebben duidelijk boven verwachting gepresteerd.
Voor de periode 2007-2009 wordt voor de vijf landen een gemiddelde groei van 2,6 procent per jaar verwacht, waarbij de economische groei in Duitsland en België naar verwachting licht zal achterblijven bij het Europese gemiddelde.
De bouwnijverheid in Nederland was in 2006 opnieuw een van de belangrijkste pijlers van de economische groei. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) nam de bouwproductie toe met vijf procent. De economische groei in Nederland bedroeg in dezelfde periode bijna drie procent. In tegenstelling tot voorgaande jaren werd de groei van de bouwproductie in 2006 breed gedragen. Naast de woningbouwmarkt, hebben ook de utiliteitsbouw- en de inframarkt een gezonde bijdrage geleverd aan de groei.
De woningbouwproductie steeg in 2006 met ruim zeven procent, voornamelijk als gevolg van de verder toegenomen nieuwbouw van woningen. In totaal zijn in 2006 circa 72.000 nieuwe woningen opgeleverd, een lichte stijging in vergelijking met het voorgaand jaar (2005: circa 70.000 woningen). Het aantal opgeleverde woningen is echter sterk achtergebleven bij de eerder afgegeven overheidsdoelstelling van 85.000 woningen in 2006. Het beleid van de overheid was de laatste jaren vooral gericht op het stimuleren van de woningbouwproductie door vereenvoudiging van regelgeving en het ter beschikking stellen
van middelen voor de aanpak van achterstandswijken. Ondanks de tegenvallende productieaantallen in 2006, is de verwachting dat ook het nieuwe kabinet de woningbouwproductie verder zal trachten te verhogen. Volgens het nieuwe regeerakkoord dienen uiteindelijk op jaarbasis tussen de 80.000 en 100.000 woningen aan de woningvoorraad te worden toegevoegd. De vraag van consumenten naar (nieuwbouw)woningen blijft groot mede door het sterk gestegen consumentenvertrouwen. Daarnaast lijkt de discussie over de hypotheekrenteaftrek geen negatieve gevolgen te hebben voor de woningmarkt. De hypotheekrenteaftrek wordt in het nieuwe regeerakkoord grotendeels gehandhaafd.
Na een voorzichtig herstel in 2005, is de productie in de utiliteitsbouwsector in het boekjaar met ruim drie procent gegroeid. Hiermee is een duidelijk einde gekomen aan de neerwaartse trend in de periode 2002-2004. Vooral de kantorenmarkt heeft in 2006 een gezonde groei laten zien na jaren van krimp. Het overaanbod op de kantorenmarkt houdt in bepaalde segmenten nog steeds aan, echter de toegenomen vraag naar nieuwe kantoorpanden op goede locaties zorgt voor een herstel van de kantorenmarkt. De investeringsbereidheid van de marktsector neemt ook toe door de gunstige economische vooruitzichten. De vraag van de budgetsector blijft op een goed niveau. De bouwproductie voor de gezondheids- en welzijnszorg, alsook voor het onderwijs is in 2006 verder toegenomen. De investeringen in renovatie en onderhoud van gebouwen blijven een stabiele basis vormen van de utiliteitsbouwproductie, mede door de toenemende gebouwenvoorraad.
Het productievolume in de Nederlandse inframarkt is in 2006 met bijna vier procent gestegen, een duidelijke versnelling van de groei in vergelijking met voorgaand jaar. De investeringen door de rijksoverheid lieten een sterke groei zien. Het overheidsbeleid is gericht op kwaliteitsverbetering van de hoofdinfrastructuur in Nederland, door zowel uitbreiding als verbetering van de infrastructuur. In 2006 is al een aantal grote infrastructurele projecten gestart, voornamelijk wegenbouwprojecten. Ook in de komende jaren wordt de aanbesteding van een aantal grote infrastructurele projecten verwacht, waaronder de Tweede Coentunnel, Ruimte voor de Rivier en de Tweede Maasvlakte. Een aantal van deze werken zal tot stand komen in publiekprivate samenwerking. De aandacht bij de overheid zal de komende jaren ook blijven uitgaan naar het onderhoud aan (spoor)wegen.
De Britse utiliteitsbouwproductie heeft in 2006 een bescheiden groei laten zien van circa 2 procent. De toegenomen investeringen van de marktsector hebben een belangrijke
bijdrage geleverd aan de groei van de bouwproductie. Daarentegen is de vraag van de budgetsector licht afgenomen, mede als gevolg van lagere overheidsinvesteringen in de segmenten onderwijs en gezondheidszorg. De verwachting is echter dat in de komende jaren de overheidsinvesteringen wederom zullen toenemen, in het bijzonder in het segment onderwijs. Het meerjarige investeringsprogramma 'Building Schools for the Future' zal naar verwachting voor een extra impuls zorgen in dit segment. Het herstel van de Britse kantorenmarkt is in 2006 verder doorgezet. Vooral de kantorenmarkt in Londen en Zuidwest-Engeland zijn sterk verbeterd in vergelijking met voorgaande jaren. Euroconstruct voorspelt een bescheiden groei van de Britse utiliteitsbouwsector in de komende jaren van circa 2 procent op jaarbasis.
De Britse inframarkt laat voor het vierde jaar op rij een daling zien, hoewel de daling in 2006 beperkt is gebleven. Voor de periode 2007-2009 verwacht Euroconstruct een gezond herstel van de Britse inframarkt met een gemiddelde groei van 4 procent per jaar. De verwachte groei van de inframarkt steunt voor een belangrijk deel op het aantrekken van de wegenbouw en – in een later stadium – van de railbouw. Belangrijke infrastructurele projecten op middellange termijn zijn de voorbereidingen voor de Olympische Spelen van 2012 en de gefaseerde verbreding van de snelweg M25.
De Duitse bouwindustrie lijkt in 2006 een zeer langdurige recessieperiode te hebben afgesloten. Voor het eerst in twaalf jaar is de bouwproductie gestegen; de toename van de productie bedroeg circa 2 procent. De utiliteitsbouwmarkt heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de groei, echter ook de inframarkt heeft na jaren van krimp weer een bescheiden groei laten zien. De groei van de Duitse utiliteitsbouwmarkt is voor een belangrijk deel het gevolg van verbeterde economische vooruitzichten. De investeringsbereidheid van de marktsector is sterk toegenomen, mede door de economische hervormingsmaatregelen van de huidige regering Merkel. De vraag van de budgetsector blijft relatief nog achter, voornamelijk door de voortdurende zwakke financiële positie van de lagere overheden. Een positief gevolg hiervan is echter dat het aantal utiliteitsbouwprojecten dat in publiekprivate samenwerking tot stand wordt gebracht, in hoog tempo toeneemt. Euroconstruct verwacht in de periode 2007-2009 een verdere groei van de utiliteitsbouwmarkt van circa 2 procent per jaar.
De Duitse inframarkt is in het afgelopen jaar met minder dan een procent gegroeid. De zwakke financiële positie van de lagere overheden verhindert vooralsnog een sterk herstel van de markt. Hier staat tegenover dat de federale overheid
de komende jaren extra financiële middelen beschikbaar zal stellen voor noodzakelijke investeringen in de Duitse infrastructuur. Deze investeringen concentreren zich voornamelijk op de uitbreiding en verbetering van het wegennet. Een deel van de extra middelen is afkomstig van de in 2005 geïntroduceerde tolheffing voor vrachtauto's. Daarnaast zal ook in de inframarkt een toenemend aantal projecten in publiekprivate samenwerking tot stand worden gebracht. Voor de komende jaren verwacht Euroconstruct een licht hogere groei van de inframarkt van gemiddeld 2 procent per jaar.
De hoogconjunctuur in de Ierse bouwnijverheid heeft ook in 2006 doorgezet. De toename van de bouwproductie lag met bijna 8 procent op een hoog niveau. In tegenstelling tot voorgaande jaren, is de groei in de woningbouwmarkt duidelijk afgevlakt. Hier stond echter een krachtige groeiversnelling in de utiliteitsbouw- en inframarkt tegenover. Als gevolg van de (verwachte) verdere vertraging van de woningbouwmarkt, wordt in de komende jaren een beperkte groei van de totale bouwproductie voorspeld. De vooruitzichten voor de utiliteitsbouwsector blijven echter gunstig. De vraag naar nieuwe kantoor- en winkelpanden blijft hoog als gevolg van gunstige economische vooruitzichten, terwijl ook de vraag van de budgetsector naar verwachting op peil blijft. Voor de komende jaren verwacht Euroconstruct een groei van de utiliteitsbouwmarkt van bijna 8 procent op jaarbasis. De Ierse inframarkt is – na een aantal jaren van gematigde groei – in 2006 fors toegenomen met circa 9 procent. Ook de vooruitzichten voor de middellange termijn blijven gunstig. De investeringen in infrastructuur zullen naar verwachting verder toenemen, mede door het eind 2005 aangekondigde investeringsprogramma 'Transport 21'. Dit overheidsprogramma omvat omvangrijke plannen voor de verdere verbetering van de nationale infrastructuur. Ook het begin 2007 aangekondigde 'National Development Plan' zal de komende jaren een positieve invloed hebben op de inframarkt. Euroconstruct verwacht in de periode 2007-2009 een gemiddelde groei van de inframarkt van ruim 8 procent.
De Belgische utiliteitsbouwmarkt heeft zich in 2006 positief ontwikkeld met een groei van bijna 6 procent. De groei heeft zich zowel voorgedaan in de private als in de overheidssector. De bouwproductie is hiermee echter nog niet volledig hersteld van de scherpe terugval begin deze eeuw. De vooruitzichten op de middellange termijn zijn gematigd positief met een gemiddelde groei van circa 2 procent per jaar in de periode 2007-2009. De Belgische inframarkt heeft in 2006 een sterke groei doorgemaakt, hoofdzakelijk als gevolg van de (tijdelijk) toegenomen vraag van de budgetsector in aanloop naar de lokale verkiezingen in oktober 2006.
De vooruitzichten voor de komende jaren zijn minder positief. Euroconstruct verwacht een krimp in 2007 en 2008, vooral als gevolg van teruglopende overheidsinvesteringen. De inframarkt zal naar verwachting pas in 2009 aantrekken. Op korte termijn kan de aanbesteding van enkele zeer grote infrastructurele werken voor een positieve impuls zorgen.
De Amerikaanse inframarkt is in 2006 – net als in voorgaand jaar – fors gegroeid. De toename van de bouwproductie bedroeg ruim 13 procent, waarbij de wegen- en bruggenbouw bovengemiddeld aan de groei hebben bijgedragen. Investeringen in de Amerikaanse infrastructuur zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen, grotendeels als gevolg van het federale meerjarenprogramma SAFETEA-LU. In het kader van dit programma is door de federale overheid circa US\$ 286 miljard beschikbaar gesteld voor investeringen in infrastructuur in de periode 2004-2009. Daarnaast hebben de herstelwerkzaamheden als gevolg van orkaan Katrina een positief effect op de inframarkt. Voor 2007 wordt een aanhoudend sterke groei van de Amerikaanse inframarkt verwacht van circa 5 procent, met wederom een bovengemiddelde groei in wegen- en bruggenbouw.
Binnenstedelijke ontwikkeling St. Stephen's in Hull voor ING Real Estate Developments (HBG UK en Nuttall).
58
2006
In de sector Bouw en vastgoed is Koninklijke BAM Groep actief in Nederland, België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en – via infrabouwer Ascon – ook in Ierland. Werkmaatschappijen leggen zich in deze markten toe op utiliteitsbouw, woningbouw, industriële bouw en op de ontwikkeling van vastgoed.
De omzet in de sector Bouw en vastgoed bedroeg in het verslagjaar € 4.415 miljoen (2005: € 3.605 miljoen). De omzet is – exclusief AM – met circa 6 procent gestegen, hoofdzakelijk door toegenomen activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. Het resultaat bedroeg € 52,0 miljoen (2005: € 103,9 miljoen). Het resultaat van de sector Bouw en vastgoed stond in 2006 onder druk als gevolg van het verlies bij Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau. De overige werkmaatschappijen in deze sector hebben goede operationele resultaten behaald. De gemiddelde marge bedraagt 1,2 procent (2005: 2,9 procent). De marge van de sector is ten opzichte van 2005 verbeterd, indien het verlies bij de toenmalige Duitse werkmaatschappij buiten beschouwing wordt gelaten. De orderportefeuille van de werkmaatschappijen in deze sector is toegenomen tot € 7.170 miljoen (ultimo 2005: € 5.141 miljoen). De orderportefeuille ultimo 2006 ligt – inclusief AM – op een hoog niveau. De autonome groei van de orderportefeuille bedraagt circa 12 procent en is grotendeels in het Verenigd Koninkrijk en Nederland gerealiseerd.
De Nederlandse werkmaatschappijen hebben een goede bijdrage geleverd aan het resultaat, mede door gunstige resultaten bij de ontwikkeling en bouw van woningen. AM heeft boven verwachting gepresteerd.
In 2006 zijn uit eigen ontwikkeling in totaal circa 5.400 woningen verkocht (vorig jaar: 1.850), waarvan vanaf 1 februari 2006 circa 3.000 woningen door AM. Zowel in de woningbouw als in de utiliteitsbouw ondervinden de werkmaatschappijen last van stijgende prijzen van onderaannemers en toeleveranciers, alsook van druk op de arbeidsmarkt. De onverkochte, onverhuurde voorraad in Nederland van de Groep is gering (twaalf woningen en circa 3.800 m2 kantoor).
In België heeft Interbuild wederom een uitstekend jaar achter de rug. Omzet en winstmarge zijn verder gestegen. Interbuild opereert succesvol op met name de kantorenmarkt in Brussel en Vlaanderen. De orderportefeuille ligt onverminderd op een hoog niveau.
In het Verenigd Koninkrijk heeft HBG UK een uitstekende bijdrage geleverd aan het resultaat. De utiliteitsbouwactiviteiten hebben goed gepresteerd. Daarnaast heeft het Britse vastgoedbedrijf voor een aanzienlijke winstbijdrage gezorgd. In het verslagjaar is onder meer het winkelcentrum Wellgate in het Schotse Dundee verkocht. De omzet van HBG UK is duidelijk toegenomen mede door de genoemde verkoop van commercieel vastgoed. De orderportefeuille bevindt zich op recordhoogte door de verwerving in 2006 van een groot aantal opdrachten, waaronder omvangrijke bouwopdrachten voor ziekenhuizen in Wales in het kader van een frameworkprogramma.
In Duitsland heeft Müller-Altvatter een positief resultaat behaald. Hiermee bewijst de werkmaatschappij opnieuw succesvol te kunnen opereren in de Duitse utiliteitsbouwmarkt. Zoals eerder aangekondigd, zijn de activiteiten van Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau onder de directie gebracht van Müller-Altvatter. Dit heeft geresulteerd in de vorming van de nieuwe werkmaatschappij BAM Deutschland AG, die met een verwacht omzetniveau van circa € 500 miljoen tot de leidende ondernemingen behoort in de Duitse utiliteitsbouwmarkt. De genomen maatregelen en getroffen voorzieningen moeten in de komende jaren een gezonde ontwikkeling van de utiliteitsbouwactiviteiten mogelijk maken. De herstructurering van de activiteiten ligt op koers en BAM Deutschland verwacht in 2007 een break-even-resultaat te kunnen behalen.
BAM Utiliteitsbouw is met circa 1.800 medewerkers actief op de Nederlandse utiliteitsbouwmarkt met acht regionale bedrijven en de landelijk opererende bedrijfseenheid Grote Projecten. Naast de uitvoering van huisvesting voor bedrijven en instellingen, richt BAM Utiliteitsbouw zich op projectontwikkeling, technische ontwikkeling, voorbereiding, alsmede beheer en onderhoud.
Met Schakel & Schrale beschikt BAM Utiliteitsbouw over een erkend restauratiebedrijf om monumentale panden een nieuwe toekomst te geven. Eind 2006 is in opdracht van de Rijksgebouwendienst gestart met de renovatie van het Paleis op de Dam in Amsterdam.
Opdrachtgevers kunnen een beroep doen op het eigen advies- en ingenieursbureau BAM Advies & Engineering, dat bouwkundige, constructieve of projectmanagement-expertise kan inbrengen. Vooral de geïntegreerde aanbieding van het totale dienstenpakket – zoals in 2006 onder meer bij een sportaccommodatie in Amsterdam, een school in Rotterdam en het grote kantorencomplex Lotus, eveneens in Rotterdam – biedt opdrachtgevers grote efficiencyvoordelen.
BAM Utiliteitsbouw beschikt over bijzondere bouwconcepten. Zo wordt (onder de naam Schoolcompagnie) instellingen in het basis- en voorgezet onderwijs nieuwe huisvesting op maat geboden, inclusief langjarige exploitatie (zogenoemde pps-light-constructie). Vitaal ZorgVast is gespecialiseerd in huisvesting- en vastgoedvragen van zorgverleners. Office-Up is door BAM Utiliteitsbouw ontwikkeld voor herbestemming en herontwikkeling van kantoorpanden. In 2006 is BAM Facilicom DUET gelanceerd, dat aan (eigenaar-)gebruikers van gebouwen integraal gebouwbeheer en facilitaire dienstverlening biedt.
Tot de in 2006 opgeleverde projecten behoren het kantoor van Essent in 's-Hertogenbosch, het Bouwhuis voor koepelorganisatie Bouwend Nederland in Zoetermeer en het Europese hoofdkantoor van Sabic in Sittard. In uitvoering is onder meer de omvangrijke renovatie van het voormalige ministerie van Onderwijs in Zoetermeer. In de onderwijssector werd het ROC van Twente in Hengelo voltooid en werd gestart met het Deltion College in Zwolle. In diverse stadscentra – van onder meer Den Haag en Maastricht – werkt BAM Utiliteitsbouw succesvol aan omvangrijke binnenstedelijke vernieuwingsprojecten. In de zorgsector zijn ziekenhuizen voltooid in onder meer Leiderdorp en Amsterdam.
BAM Vastgoed telt ruim honderd medewerkers en opereert met vijf regioteams op de Nederlandse woningmarkt en op de markt voor commercieel vastgoed met een projectorganisatie voor winkels, multifunctionele projecten en kantoren. BAM Vastgoed is landelijk actief in de ontwikkeling van commercieel vastgoed en woningen en behoort tot de toonaangevende projectontwikkelaars van Nederland. De onderneming richt zich daarbij op alle segmenten van de vastgoedmarkt: multifunctionele gebiedsontwikkeling, winkels, kantoren, woningen in alle soorten en prijsklassen, musea, sportaccommodaties, uitgaanscentra en binnenstedelijke herontwikkeling. BAM Vastgoed verkocht in 2006 ruim 1.550 woningen (2005: ruim 1.400).
BAM Vastgoed herontwikkelt achterstandswijken tot kansrijke woongebieden in samenwerking met woningcorporaties zoals in Zuilen (Utrecht) en Duindorp (Den Haag). Ook transformatie van bestaande gebouwen en locaties behoort tot het werkgebied, zoals onder meer het Jobsveem in Rotterdam, Velperparc in Arnhem en Nooitgedacht in IJlst.
De vastgoedconcepten van BAM Vastgoed spelen in op de specifieke behoeften in de markt, zoals Wonen à la Carte voor maximale keuzevrijheid voor de woonconsument en Golden Years voor de seniorenmarkt. Met dit laatste concept zijn de eerste ervaringen opgedaan in Amersfoort en Bloemendaal. Een aantal andere Golden Years-projecten is in voorbereiding. Daarnaast wordt samen met diverse marktpartijen onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van seniorenwoonprogramma's op grotere schaal. BAM Vastgoed speelt tevens een vooraanstaande rol in de ontwikkeling en implementatie van duurzame concepten op het gebied van energie en milieu, zoals nader toegelicht in het hoofdstuk duurzaam ondernemen (zie ook pagina 53).
De ruime portefeuille bevat posities voor commercieel vastgoed en woningen verspreid over heel Nederland, met een gevarieerde projectgrootte en grote diversiteit, gesitueerd op zowel binnenstedelijke locaties als in uitleggebieden. De projecten variëren in omvang van tien tot duizend woningen, in een aantal gevallen in combinatie met winkelcentra zoals Centrumplan in Etten-Leur, De Fonteyne in Vlissingen, 't Hoge Veen in Leidschenveen, De Saen in Saendelft en Spuimarkt in Den Haag. Ook multifunctionele gebiedsontwikkeling behoort tot het werkterrein van BAM Vastgoed, zoals Euroborg in Groningen, een multifunctioneel complex, waar de functies winkelen, werken, wonen en uitgaan hand in hand gaan.
308 units vormen vier jaar het Provinciehuis van Friesland in Leeuwarden.
99 meter hoge woontoren Oosterbaken, Hoogvliet.
BAM Woningbouw is actief op alle onderdelen van de Nederlandse woningmarkt, te weten projectontwikkeling, nieuwbouw, onderhoud en renovatie, alsook herbestemming van gebouwen. Vanuit de tien regionale kantoren heeft BAM Woningbouw in 2006 gewerkt aan ongeveer honderdvijftig bouwprojecten. Om klanten optimaal te kunnen bedienen beschikt BAM Woningbouw over specialistische, landelijk opererende bedrijfseenheden, zoals W&R (een geoptimaliseerd bouwproces op basis van co-makership) en Engineering & Consulting (bouwfysica, bouwkundig tekenwerk, constructief ontwerpen en bouwadvisering). BAM Woningbouw telt circa 2.500 medewerkers.
In het verslagjaar heeft BAM Woningbouw een sterke groei gerealiseerd van de portefeuille 'eigen ontwikkeling'. Het aantal zelf ontwikkelde en verkochte woningen bedraagt ruim 420. De eigen-ontwikkelingsportefeuille wordt als belangrijke factor beschouwd om succesvol in de markt te opereren en optimaal te kunnen samenwerken met BAM Vastgoed, andere ontwikkelaars en woningcorporaties. Voorbeelden van zelf ontwikkelde projecten zijn het wooncomplex Zwaardemaker in Zaandam (nieuwbouw en herbestemming van een monumentale gortpellerij), dFactory (appartementen voor starters) in Leeuwarden en (samen met Woonbron) de 99 meter hoge woontoren Oosterbaken in Hoogvliet.
Een belangrijk deel van de omzet (70 procent) komt voort uit bouwteams. Aanbesteding, eigen projectontwikkeling en renovatie en onderhoud betreffen elk 10 procent.
BAM Woningbouw heeft de ambitie om niet alleen de grootste woningbouwer te zijn, maar vooral ook de beste. In een woningmarkt die volop in beweging is, betekent dit proactief en flexibel ondernemerschap, participeren vanaf het eerste initiatief en focus op de woonconsument. BAM Woningbouw heeft in samenwerking met BAM Vastgoed en externe marktpartijen de Nederlandse versie van het Passiefhuis (een woning met een hoge isolatiewaarde en luchtdichheid) ontwikkeld en vertaald naar de Toolkit Duurzame Woningbouw. In het verlengde hiervan heeft BAM Woningbouw het initiatief genomen tot een Toolkit Duurzame Woningbouw voor de bestaande voorraad (zie ook pagina 51). In 2007 wordt gestart met pilotprojecten.
Fort Unitbouw gevestigd in Raamsdonksveer, produceert, verkoopt en verhuurt semi-permanente units. Het bedrijf beschikt over een grote verhuurvloot. Fort Unitbouw levert aan opdrachtgevers in onder meer de gezondheidszorg (verpleeg- en verzorgingshuizen, huisartsenposten) en het onderwijs (scholen). Ook kunnen de units worden ingezet als kantoren of als woonruimte bij grootschalige renovatie van woonwijken of verpleeghuizen en zorgcentra. Van oudsher levert Fort tevens traditionele units als huisvesting op bouwplaatsen. Bij Fort Unitbouw zijn ongeveer honderd medewerkers in dienst.
Vastgoedontwikkelaar AM heeft in 2006 een goede bijdrage geleverd aan de winst. De overname van AM is per 1 februari 2006 geëffectueerd. De financiële consolidatie is per gelijke datum. De transactie is reeds uitgebreid toegelicht in het jaarrapport 2005. BAM heeft een belang van 51 procent in AM. De onderneming opereert zelfstandig en onder eigen identiteit op armlengte van BAM.
AM heeft vanaf 1 februari 2006 uit eigen ontwikkeling in totaal circa 3.000 woningen verkocht.
39 2-, 3- en 4-onder-een-kapwoningen, deelplan Beryll in nieuwbouwwijk De Melange, Amersfoort.
Al ruim honderd jaar is Heilijgers als onderneming actief in Amersfoort. Deze stad en de directe omgeving vormen het belangrijkste werkgebied voor projectontwikkeling, bouw en onderhoudswerken. De werkmaatschappij telt ongeveer 215 medewerkers. In 2006 waren circa 35 projecten in uitvoering. Het aantal verkochte woningen uit eigen ontwikkeling is circa 125.
In het verslagjaar is een aantal bijzondere projecten uit eigen ontwikkeling in aanbouw genomen. Zo is Heilijgers gestart met de bouw van twee unieke kantorenlocaties, namelijk het nieuwe hoofdkantoor en magazijn van The Phone House Netherlands (gevestigd op een markante zichtlocatie in de geluidswal langs de A1) en de kantorenlocatie Between, een van de laatste nieuwbouwlocaties aan de zuidzijde van het Centraal Stadsgebied van Amersfoort.
In Vathorst (Amersfoort) is de bouw gestart van Burano, een eigentijds woningbouwproject met 76 woningen en appartementen, en in Zeewolde is begonnen met de bouw van VerreSigt, een complex van negentien luxe appartementen. Tevens is in Amersfoort het hoogste punt bereikt van Amor Forte, de stationslocatie waar Heilijgers met derden woningen, appartementen en een commerciële ruimte realiseert. In Soest is de tweede fase van start gegaan van het project De Koningsvogel, dat in totaal 140 woningen en appartementen met een monumentale architectuur omvat. Met onder meer AM werkt Heilijgers aan de ontwikkeling van het project Euryza in Zwijndrecht, waar 250 tot 280 nieuwe appartementen en woningen worden gerealiseerd, waaronder eengezinswoningen met tuin, stadswoningen aan de kadeboulevard en luxe penthouses. Heilijgers heeft in 2006 woningen opgeleverd in het grootschalige herstructureringsproject van de wijken Kruiskamp/Koppel in Amersfoort en in het project La Traviata in Kortenhoef.
Naast realisatie uit eigen ontwikkeling heeft Heilijgers Bouw in opdracht van derden diverse woningbouwprojecten tot stand gebracht, maar onder meer ook een ontwenningscentrum in Ugchelen. Tevens is Heilijgers in opdracht van derden gestart met de bouw van 38 woningen in De Velden in Vathorst.
61 huurwoningen Pannenhoef-Oost voor Cascade Woondiensten in Kaatsheuvel.
Bouwbedrijf H. Pennings en Zn is actief op het gehele traject van plan- en projectontwikkeling, woning- en utiliteitsbouw, renovatie en onderhoud. Het werkterrein omvat vooral Zuid- en Midden-Nederland. Voor vaste opdrachtgevers wordt ook buiten deze regio's gewerkt. De onderneming is gevestigd te Rosmalen en telt circa 170 medewerkers.
In 2006 heeft Bouwbedrijf H. Pennings en Zn. aan de ontwikkeling en planvoorbereiding van diverse projecten gewerkt. Tot de werken in uitvoering behoren de nieuwbouw van 320 woningen in Oosterhout, 167 woningen Schuytgraaf te Arnhem, 162 kasteelwoningen in Hendrik-Ido-Ambacht, de nieuwbouw van verpleeghuis Cunera te Heeswijk-Dinther, 15 appartementen te Hilversum, 24 woningen te Utrecht en de nieuwbouw van kantoren en bedrijfsruimten in Eindhoven, Culemborg en Tilburg. Op het gebied van onderhoud en renovatie verzorgde Pennings de renovatie van een winkelcentrum in Hoofddorp. Pennings heeft in Heusden, Woudrichem, Waalwijk en Den Bosch groot-onderhoud uitgevoerd aan in totaal ruim 250 woningen. Alle woningen konden ten tijde van de werkzaamheden bewoond blijven. Bij deze projecten heeft Pennings zowel in de uitvoering als in de voorbereiding een actieve rol gespeeld.
BAM Materieel levert het generieke bouwmaterieel en biedt de daarbij behorende dienstverlening voor alle bouwprojecten van BAM in Nederland. Het omvangrijke materieelpark en het uitgebreide dienstenpakket worden beheerd en georganiseerd vanuit drie locaties: Lelystad, Kesteren en Nederweert. BAM Materieel telt circa 450 medewerkers.
Nieuwbouw en renovatie kantoorgebouw Wetstraat 65, Brussel.
Doncaster Education City biedt faciliteiten voor hoger en vervolgonderwijs. Het omvat onder meer een nieuwe Waterfront campus voor Doncaster College.
Interbuild is gevestigd te Wilrijk en realiseert utiliteitsbouwprojecten, zowel voor private als publieke opdrachtgevers. Als bouwpartner is Interbuild voornamelijk actief bij nieuwbouw en renovatie van kantoren, distributie- en winkelcentra in Brussel en Vlaanderen. De onderneming telt circa 300 medewerkers en heeft gemiddeld twintig bouwprojecten in uitvoering. Het betreft vaak aansprekende projecten, zoals de renovatie van de 145 meter hoge Financietoren te Brussel.
In het verslagjaar heeft Interbuild diverse projecten voltooid, waaronder de kantoorgebouwen Lex 2000 en Kortenberg 71 in Brussel en het EPC Drukcentrum te Lokeren. Eveneens is het nieuwe gerechtsgebouw te Gent als pps-project in 2006 opgeleverd aan de federale overheid.
Tot de nieuwe projecten die door Interbuild zijn verworven, behoren het 'build and finance'-contract voor de bouw van de nieuwe brandweerkazerne van Antwerpen-Noord. In Antwerpen is tevens de eerste steen gelegd voor het Museum aan de Stroom, gewijd aan de geschiedenis van de stad, haar inwoners, de Schelde en de haven. De uitvoering is in handen van een bouwcombinatie, waarin Interbuild participeert. Het project wordt gekenmerkt door een 63 meter hoge toren waarin de tentoonstellingszalen zijn gesitueerd.
In Brussel start – eveneens in combinatie – het omvangrijke kantoorproject JECL voor AXA, middenin het Europees kantoordistrict. Na afbraak van de huidige gebouwen zal hier een nieuwbouw van 60.000 m2 worden gerealiseerd.
De activiteiten van CEI-De Meyer – tevens actief in de Vlaamse bouw- en vastgoedsector – worden nader toegelicht onder de sector Infra op pagina 70.
Onder de naam HBG UK zijn de Britse activiteiten op het gebied van utiliteitsbouw, projectontwikkeling, ontwerp en facility management verenigd. HBG UK beschikt over een groot aantal regiokantoren verspreid over Engeland, Schotland en Wales en is daarmee een van de leidende landelijk opererende bouw en vastgoedondernemingen van het Verenigd Koninkrijk. Het aantal medewerkers bedraagt circa 2.300. De portfolio van HBG UK wordt gekenmerkt door het grote aantal projecten op basis van raam- en bouwteamcontracten en voor vaste opdrachtgevers.
De onderwijssector vormt nog steeds de belangrijkste markt voor HBG UK. Gedurende het jaar waren projecten in uitvoering bij 24 universiteiten, 20 basisscholen en 10 middelbare scholen. Bij verscheidene universiteiten (zoals Lancaster, Oost-Londen, Plymouth, Lincoln en Manchester) heeft HBG UK meerdere, opeenvolgende contracten verworven. De Britse overheid blijft hoge prioriteit toekennen aan het scholenbouwprogramma. HBG UK is betrokken bij de bouw van diverse scholen, zowel op basis van openbare aanbesteding, als bij pps-projecten in het kader van het initiatief 'Building Schools for the Future' (BSF). Daartoe behoren vijf scholen in Bromsgrove, vier scholen in East Renfrewshire en – binnenkort – vier scholen voor Solihull Council.
Binnen het nieuwe investeringsprogramma voor de gezondheidszorg in Wales – genaamd 'Designed for Life: Building for Wales Framework' – heeft HBG UK al diverse omvangrijke bouwcontracten verworven voor ziekenhuizen in Zuid-Wales. Ook werkt de onderneming als een van de 'Principal Supply Chain Partners' in het kader van het landelijke investeringsprogramma 'NHS Procure 21' aan tal van ziekenhuisprojecten, verspreid over Engeland.
In het winkelsegment is HBG UK landelijk actief voor veel van de grootste supermarktketens, zoals ASDA, Sainsbury's, Marks & Spencers, Morrisons en Tesco. Diverse binnenstedelijke herontwikkelingsprojecten, nieuwbouwprojecten buiten stadsgrenzen, alsmede uitbreidings- en renovatieopdrachten dragen bij aan de leidende positie van HBG UK in dit marktsegment.
In het segment kantoren en multifunctionele projecten voert HBG UK projecten uit voor enkele nationale projectontwikkelaars. Het betreft onder meer contracten voor AMA/Grosvernor in Edinburg, voor London & Regional op Baker Street 55 in Londen, voor Land Securites in Corby,
Multifunctioneel stadioncomplex O2 World met 17.000 zit- en staplaatsen, Berlijn.
voor ING Real Estate Developments in Hull en voor Bride Hall Estates in Folkstone. Omvangrijke multifunctionele complexen zijn in uitvoering voor Sainsbury's in Maidenhead en Milton Keynes.
Een van de hoogtepunten in 2006 betrof de start van twee grootschalige projecten: het natuurhistorisch museum van Londen en het Ashmolean Museum in Oxford. Vermeldenswaard is tevens de restauratie van diverse historische gebouwen, waaronder de beroemde Royal Halls in Harrogate. HBG UK is verkozen tot ontwerper en bouwer van de parlementsgebouwen voor Noord-Wales in Lladudno Junction. De werkzaamheden gaan in 2007 van start.
Het jaar 2006 was voor het vastgoedbedrijf van HBG UK zeer succesvol. Nieuwe projecten zijn gestart in High Wycombe, Chiswick, Bristol, Leeds, Salford Quays, Glasgow en Edinburgh. Diverse grote kantoorontwikkelingen zijn afgerond in Bristol, Swindon en St. Albans en succesvol verhuurd. Nieuw ontwikkelde kantoren in Leeds, Bristol en Birmingham zijn verkocht. Eind 2006 voltooide HBG Properties de verkoop van het winkelcentrum Wellgate in Dundee, dat sinds 2003 is herontwikkeld. In totaal heeft HBG Properties in 2006 meer dan 100.000 m2 aan vastgoedprojecten verworven of in uitvoering genomen, terwijl meer dan 50.000 m2 kantoor- en winkelruimte is verkocht. De omvang van het opgeleverde, verhuurde vastgoed bedraagt ruim 6.000 m2.
De groei van de activiteiten op het gebied van facility management hangt vooral samen met de ingebruikname van diverse pps-projecten van BAM PPP. Tot het brede dienstenpakket van HBG Facility Management behoren catering, schoonmaak-, onderhouds- en portiersdiensten. De dienstverlening vindt vooral plaats op scholen, maar tevens in medische centra, hoofdbureaus van politie en overheidskantoren.
HBG UK werkt bij tal van projecten samen met de civiele zusteronderneming Nuttall , waar de gebundelde kennis en kunde van beide ondernemingen van toegevoegde waarde is voor opdrachtgevers.
De activiteiten van Ascon – met Rohcon en Ascon Property Developments actief op de Ierse bouw- en vastgoedmarkt – worden nader toegelicht onder de sector Infra op pagina 72.
Per 1 januari 2007 zijn de twee Duitse werkmaatschappijen Wayss & Freytag Schlüsselfertigbau en Müller-Altvatter verenigd in BAM Deutschland. Deze nieuwe onderneming wordt geleid door de directie van het voormalige Müller-Altvatter, een onderneming die in de afgelopen jaren heeft bewezen succesvol in de Duitse utiliteitsbouwmarkt te kunnen opereren.
BAM Deutschland zal met een omzetniveau van circa € 500 miljoen tot de leidende ondernemingen behoren in de utiliteitsbouwsector van Duitsland. De werkmaatschappij telt ongeveer 700 medewerkers en opereert vanuit vestigingen in Stuttgart, Berlijn, Dresden, Düsseldorf, Frankfurt am Main, Göttingen en Nürnberg.
BAM Deutschland is betrokken bij de uitvoering van enkele pps-accommodatieprojecten, die in het verslagjaar door Müller-Altvatter zijn verworven. Het betreft een gevangeniscomplex in München, een school in Schwarzenbek en een thermencomplex op het eiland Sylt. In 2006 is gestart met de bouw van het multifunctionele stadioncomplex O2 Arena in Berlijn en met EnBW City in Stuttgart, het nieuwe hoofdkantoor voor een van de grootste Duitse energiemaatschappijen.
Het winkelsegment is voor BAM Deutschland een sector van betekenis. In 2006 is het winkelcentrum Neuwied voltooid en is de bouw van nieuwe winkelcentra in Hameln en Berlijn van start gegaan.
Met Varioffice beschikt de werkmaatschappij over een concept om voor een vaste en gunstige bouwsom kantoorruimte te realiseren. De bouw van een kantoor in Essen (het vierde Varioffice-project) verloopt voorspoedig.
De ervaring en deskundigheid op het terrein van stadionbouw is bij BAM Deutschland gebundeld in HBM Stadienund Sportstättenbau. Vanzelfsprekend is deze dochtermaatschappij nauw betrokken bij de uitvoering van het O2 Arena-project in Berlijn, alsook bij twee – na balansdatum door zustermaatschappij Interbeton verworven – omvangrijke stadionprojecten in Zuid-Afrika voor de wereldkampioenschappen voetbal, die daar in 2010 zullen plaatsvinden.
Nieuwbouw kantoor Aurora voor projectontwikkelaar Commercial Estates Group in centrum Glasgow (HBG UK).
Wayss & Freytag Projektentwicklung richt zich als efficiënte organisatie op de afwikkeling van de oude Duitse projectontwikkelingsportfolio, alsook op het genereren van nieuwe projecten, in het bijzonder kantoren, voor huurders en investeerders. In 2006 is een kantorenproject in Frankfurt am Main voltooid en overgedragen aan Sparkassen Informatik. Wayss & Freytag Projektentwicklung voerde hier het projectmanagement. De bouwwerkzaamheden voor het Rosentahler Hof, een nieuw kantorenproject op een locatie in Berlijn uit de oude portefeuille, zijn aangevangen. Wayss & Freytag Projektentwicklung heeft dit project verkocht aan een Duits vastgoedfonds.
1.600 meter lange Hubertustunnel, Den Haag (BAM Civiel en Wayss & Freytag Ingenieurbau met derde).
Koninklijke BAM Groep opereert in de sector Infra op de Nederlandse, Belgische, Britse, Ierse, Duitse en Amerikaanse markt. Interbeton voert wereldwijd gespecialiseerde beton-, weg- en waterbouwprojecten uit.
De Groep behaalde in 2006 in de sector Infra een omzet van € 3.847 miljoen (2005: € 3.511 miljoen). De omzet is met circa 10 procent gestegen, voornamelijk door toegenomen activiteiten in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Het resultaat van de sector Infra bedroeg € 140,7 miljoen (2005: € 149,6 miljoen). Dit stemt overeen met een marge van 3,7 procent (2005: 4,3 procent). De daling van de marge ten opzichte van 2005 is grotendeels toe te rekenen aan de – conform verwachting – lagere resultaten in Nederland. De orderportefeuille bedraagt € 5.586 miljoen (ultimo 2005: € 4.751 miljoen). De groei van de orderportefeuille bedraagt circa 18 procent, grotendeels gerealiseerd in Ierland en de Verenigde Staten.
De Groep is in de Nederlandse markt actief met de werkmaatschappijen BAM Civiel, BAM Wegen, BAM Infratechniek en BAM Rail. De ondernemingen trekken veelvuldig gezamenlijk op bij de verwerving en uitvoering van infrastructurele projecten. Ze presenteren zich dan onder het beeldmerk BAM Infra. De Nederlandse werkmaatschappijen hebben goede resultaten behaald, ondanks een lagere winstbijdrage in vergelijking met 2005, toen het resultaat positief werd beïnvloed door oplevering van enkele grote infrastructurele werken. Het volume in de Nederlandse inframarkt is in 2006 duidelijk toegenomen, vooral door toegenomen investeringen van de rijksoverheid. Het prijsniveau in de Nederlandse inframarkt trekt aan, maar is nog onbevredigend.
In België zijn de resultaten in lijn met de verwachting. De vooruitzichten voor de Belgische inframarkt zijn minder
gunstig door teruglopende overheidsinvesteringen. Op korte termijn kan de aanbesteding van enkele grote infrastructurele werken, waaronder de Diabolo-spoortunnel te Brussel, voor een positieve impuls zorgen.
Opnieuw heeft Nuttall in het Verenigd Koninkrijk een goede bijdrage geleverd aan het resultaat. De omzet is duidelijk toegenomen. De orderportefeuille ligt onverminderd op een hoog niveau door de verwerving in 2006 van een groot aantal opdrachten.
In Ierland heeft Ascon – in lijn met voorafgaande jaren – een uitstekend resultaat geboekt. De omzet lag licht lager dan in het recordjaar 2005. Ascon heeft naast diverse omvangrijke wegenbouwprojecten, ook een groot aantal utiliteitsbouwprojecten in uitvoering. De orderportefeuille ligt op recordhoogte.
Het Duitse Wayss & Freytag Ingenieurbau heeft in 2006 overeenkomstig de eerder uitgesproken verwachting een klein verlies geboekt. De eerder getroffen maatregelen – naar aanleiding van sterk tegenvallende resultaten in 2005 – zijn succesvol gebleken. De vooruitzichten voor de inframarkt in Duitsland zijn gematigd positief.
In de Verenigde Staten heeft Flatiron een goede bijdrage geleverd aan het resultaat. De omzet is sterk toegenomen als gevolg van het grote aantal opdrachten in portefeuille. Flatiron heeft in 2006 voor een recordbedrag van meer dan € 650 miljoen aan nieuwe opdrachten verworven.
Interbeton – actief in nichemarkten buiten Europa – heeft in 2006 een uitstekend resultaat behaald. De omzet en het resultaat zijn in 2006 duidelijk toegenomen. De orderportefeuille ligt onverminderd op een hoog niveau.
Bouw grootste convertorstation van Europa in de Eemshaven.
Ontwerp en bouw van Compressorstation Noord-Holland voor gastransportleiding tussen Bacton en Balgzand.
BAM Civiel is gespecialiseerd in het ontwikkelen, ontwerpen, bouwen, beheren en onderhouden van grote, kleine, complexe en eenvoudige civiele en industriële constructies. Het werkterrein ligt voornamelijk in Nederland, al is BAM Civiel met enkele specialismen (zoals afgezonken tunnels) op projectbasis ook elders in West-Europa actief. BAM Civiel telt circa 1.000 medewerkers en is gevestigd in Gouda. Hier houdt ook BAM Civiel Projecten, de bedrijfseenheid die zich richt op grote multidisciplinaire werken, kantoor. Daarnaast beschikt BAM Civiel over regionale vestigingen in Amsterdam, Breda, Zuidbroek en Elsloo. BAM Civiel biedt opdrachtgevers bovendien de kennis en kunde van de gespecialiseerde business units BAM Grondtechniek, BAM Betontechnieken, BAM Project Support, BAM Civiel Prefab Beton en ingenieursbureau Delta Marine Consultants (DMC). Beheer en onderhoud, belangrijke aandachtspunten binnen nieuwe contractvormen, zijn door BAM Civiel en enkele zustermaatschappijen gebundeld in BAM Infrabeheer.
In de energiemarkt zijn met BAM Energie omvangrijke nieuwe opdrachten verworven. Dit multidisciplinaire bedrijfsonderdeel zet alle relevante kennis en ervaring van BAM Civiel, BAM Leidingen & Industrie, BAM Techniek en Tebodin geïntegreerd in. Recente opdrachten zijn de bouw van het civiele deel van de derde lijn van de afvalverbrandingsinstallatie van Twence in Hengelo, in combinatie de bouw van de vierde afvalverbrandingslijn bij Afvalverbranding Zuid-Nederland (AZN) in Moerdijk, alsmede de bouw van het grootste convertorstation van Europa in de Eemshaven voor TenneT. Ook op het gebied van alternatieve energiebronnen wordt aan de weg getimmerd met de bouw van de biodieselfabriek voor Biovalue in de Eemshaven.
In Nederland is BAM Civiel marktleider op het gebied van omvangrijke beton- en waterbouwwerken. Interessant zijn de opdrachten voor RandstadRail, de Weenatunnel in Rotterdam, de Hubertustunnel in Den Haag, de spoorkruising met de A2 in Den Bosch en een deeltraject van de Hanzelijn die Lelystad met Zwolle verbindt. Opvallende waterbouwkundige projecten zijn de bouw van het gemaal en de schutsluis Abelstok in Groningen en de aanpassing van de bruggen over het sluizencomplex bij Weurt. De Euromaxkademuur, de eerste in Nederland die als diepwand wordt uitgevoerd, is bijna voltooid. Voor de Bjørvikatunnel in Oslo, de eerste afzinktunnel in Noorwegen, zijn de eerste twee tunnelelementen succesvol getransporteerd van het bouwdok in Bergen naar de Noorse hoofdstad.
BAM Infratechniek legt zich toe op ontwerp, aanleg en onderhoud van kabel- en leidingnetten voor telecommunicatie, data, water, elektra, gas en warmte. Ook heeft de onderneming een sterke positie in de markt voor verkeerssystemen en tunneltechnische installaties. Bovendien realiseert BAM Infratechniek omvangrijke bovengrondse industriële leidingsystemen. De werkmaatschappij is nauw betrokken bij vele duurzaamheidsprojecten in Nederland, mede door de speciale afdeling voor ontwerp en aanleg van warmte/koudeopslagsystemen.
De werkmaatschappij telt ongeveer 1.600 medewerkers, verdeeld over drie regionaal opererende bedrijven en drie landelijke bedrijven (BAM Leidingen & Industrie, Van den Berg Infrastructuren en VTN Verkeers- & Besturingstechniek).
Een mijlpaal in 2006 was de oplevering van het gascompressorstation in Noord-Holland aan BBL Company. Dit omvangrijke project werd na een moeilijke start niet alleen tijdig, maar ook zonder enig ongeval met verzuim opgeleverd.
Voor Waterleidingmaatschappij Vitens werd – met derden – opdracht verkregen voor het vervangen van circa 1,6 miljoen watermeters.
In Amsterdam ontving de onderneming – eveneens in combinatie – opdracht voor ontwerp, aanleg en onderhoud van een glasvezelnet voor supersnelle communicatie van en naar circa 40.000 huishoudens, als eerste stap naar de volledige verglazing van Amsterdam.
BAM Infratechniek beschikt over aanzienlijke uitvoerende capaciteit en is in Nederland tevens toegerust voor ontwerp, beheer en onderhoud van kabel- en leidingnetwerken.
Verdere uitbreiding van de eigen ontwerpactiviteiten heeft de prioriteit voor 2007, evenals de versterkte focus op beheer en onderhoud.
Ombouw van dertig kilometer spoor van de Zoetermeerlijn voor Randstadrail.
Reconstructie van acht kilometer lange N50 bij Kampen.
BAM Rail biedt als allround spoorbouwbedrijf een compleet dienstenpakket, van engineering tot volledige bouw en onderhoud van railverbindingen. ProRail is als beheerder van het Nederlandse spoorwegennet de belangrijkste opdrachtgever. BAM Rail voert deze activiteiten ook uit bij tram- en metrolijnen in de Randstad en bij spoor- en kraanbanen voor de industrie. Voor functieherstel- en onderhoudsvragen beschikt BAM Rail over een servicedienst, die opdrachtgevers dag en nacht bijstaat.
BAM Rail heeft ongeveer 1.000 medewerkers. Het hoofdkantoor staat in Breda met vestigingen in Dordrecht (Materieeldienst), Eindhoven en Rotterdam. Vanuit Breda worden alle nieuwbouw- en vernieuwingsprojecten uitgevoerd. Kleinschalige vernieuwing, onderhoud en functieherstel vinden plaats vanuit Eindhoven en Rotterdam.
BAM Rail is betrokken bij alle grotere uitbreidingen van de landelijke en lokale railinfrastructuur, zoals nieuwbouw van HSL-Zuid en Betuweroute, ombouw RandstadRail, spoorverdubbelingen en aanpassingen van baanvakken, verbetering van de veiligheid van overwegen of verbetering en aanpassing van treinbeveiligings- en treinbesturingssystemen. Eind 2006 is het noordelijke deel van de bovenbouw van de HSL-Zuid (na een design-and-constructperiode van vijf jaar) door Infraspeed officieel opgeleverd aan de Nederlandse Staat. Het zuidelijke deel was al in juli 2006 opgeleverd. Infraspeed heeft na een uitgebreide testperiode het beschikbaarheidscertificaat verworven en is de komende 25 jaar verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van het tracé. BAM Rail heeft voor RandstadRail een volledig nieuwe werkmethode ontwikkeld, waarmee in zes weken tijd meer dan dertig kilometer spoor is omgebouwd van heavyrail naar lightrail. Daarvoor zijn ruim 50.000 houten dwarsliggers vervangen door betonnen exemplaren en zijn tevens zestig kilometer spoorstaven vervangen. Het complete ballastbed is gerecycled en hergebruikt.
De bevordering van de veiligheid van railwerkers vormt een extra stimulans tot innovatie. Zo heeft BAM Rail een eigen mobiele werkplaats ontwikkeld voor kleine onderhoudswerken en een voertuig met videoschouw voor inspecties. Met diverse buitenlandse zusterondernemingen worden mogelijkheden bestudeerd voor de uitvoering van railactiviteiten buiten Nederland. Dit heeft ertoe geleid dat BAM Rail eind 2006 samen met Ascon in Ierland is gestart met de bouw van de uitbreiding van de tramremise voor de LUASlijnen, de lightrailverbinding in Dublin.
De kernactiviteiten van BAM Wegen omvatten ontwerp en aanleg van verhardingen, grond-, riool- en milieuwerkzaamheden en geluidsreductie. BAM Wegen telt ongeveer 1.700 medewerkers, die in Nederland jaarlijks circa 2.500 projecten realiseren. De werkmaatschappij kent zeven regiokantoren. Negen gespecialiseerde dochterondernemingen zijn onder meer actief op het terrein van geluidsschermen, milieutechnieken, groenvoorzieningen, sportvelden, leidingrenovatie, machinaal straten en geleiderail.
Dankzij optimale benutting van tijd en oppervlakte heeft BAM Wegen de gevaarlijke provinciale weg N50 tussen Zwolle en Kampen in slechts zes weken weten te reconstrueren. Eind 2006 opende toenmalig verkeersminister Peijs het acht kilometer lange wegvak. Diverse zusterbedrijven hebben bij dit project hun expertise ingebracht. Ook heeft BAM Wegen de laatste hand gelegd aan rijksweg A15 tussen Papendrecht en Gorinchem. Tijdens een weekendafsluiting brachten de ploegen van BAM Wegen in korte tijd circa 4.000 ton zoab aan. De reconstructie van deze snelweg heeft enkele jaren geduurd en hield verband met de aanleg van de Betuweroute. De weg is inmiddels – eveneens door minister Peijs – officieel in gebruik genomen. Tot de omvangrijke nieuwe projecten behoort de verbreding van de A4 tussen Burgerveen (onder Schiphol) en Leiden. BAM Civiel en BAM Wegen werken nauw samen aan dit design-and-construct-contract. De bouw start medio 2007 en duurt tot eind 2010 voor het noordelijke deel en tot 2012 voor het zuidelijke deel.
Bij diverse projecten heeft BAM Wegen innovatieve producten en technieken toegepast, zoals het Tweelaags Asfalt Systeem TAS (waarmee tijd, grondstoffen en kosten worden bespaard door twee asfaltlagen warm-op-warm aan te leggen) en leab. Dit door BAM ontwikkelde Laag Energie Asfaltbeton is een asfaltmengsel dat bij lage temperatuur wordt geproduceerd en verwerkt. Dit biedt belangrijke milieuvoordelen.
Op de A200/N200, gelegen tussen Halfweg en Haarlem, is de auto(snel)weg gereconstrueerd door BAM Wegen samen met diverse zusterbedrijven. In het kader van het Innovatie Project Geluid is een proefvak op de auto- (snel)weg aangebracht, voorzien van dunne, geluidsarme deklagen (Redufalt en Dubofalt). Doel van dit proefvak is te testen of dunne deklagen geschikt zijn als vervanging van zoab.
Multiconsult is het advies- en ingenieursbureau voor de sector Infra van de Groep en verleent diensten voor BAM Civiel, BAM Infratechniek, BAM Rail en BAM Wegen. De diensten omvatten onder meer management consultancy, advisering, ontwerp en engineering, inspecteren en adviseren voor beheer en onderhoud. Multiconsult telt 65 medewerkers en heeft het hoofdkantoor in Culemborg.
Na de succesvolle afronding van de ontwerpwerkzaamheden voor de pps-projecten Infraspeed (HSL-Zuid) en A59, heeft Multiconsult in samenwerking met Delta Marine Consultants gewerkt aan aanbiedingen voor infrastructurele pps-projecten in Nederland en België. Voor de omvangrijke design-and-construct-contracten verbreding snelweg A4 Burgerveen-Leiden, aanleg spoortraject Hanzelijn Nieuweland en aanleg snelweg A73 heeft Multiconsult samen met Delta Marine Consultants het ontwerp onder systems engineering en het risico- en vergunningmanagement verzorgd.
Bouw ondergrondse parkeergarage en herinrichting Monacoplein, Oostende.
Het verslagjaar 2006 was het eerste jaar voor CEI-De Meyer na het samengaan van de twee werkmaatschappijen CEI en De Meyer. Beide ondernemingen werkten al veelvuldig samen bij de verwerving en uitvoering van projecten, zowel in de utiliteitsbouwsector als op de inframarkt. De integratie van beide vennootschappen heeft in 2006 vorm gekregen. Het hoofdkantoor van CEI-De Meyer is gevestigd te Brussel. De onderneming kent drie afdelingen: voor Infra (opererend vanuit het kantoor te Eke, nabij Gent) voor Gebouwen (met kantoren te Brussel en Gent) en voor Projectontwikkeling (Brussel). CEI-De Meyer telt circa 600 medewerkers.
De afdeling Infra heeft in 2006 diverse projecten uitgevoerd voor de Belgische spoorwegen (Infrabel) en voor de Brusselse metro (MIVB). Tot de grotere projecten behoorden de renovatie van de Snepkaai te Gent, infrastructurele voorzieningen voor de hogesnelheidlijn bij Schaarbeek en de aanleg van het metrostation Vandenheuvel te Anderlecht.
De afdeling Gebouwen had in 2006 meerdere nieuwbouw- en renovatieprojecten in uitvoering. Het betreft onder meer het project La Mondiale te Brussel (hotel en appartementen), de complexe renovatie- en nieuwbouwwerken voor de Vlaamse openbare omroep VRT te Brussel en voor de Vlerick Management School te Leuven, alsook een belangrijk kantorencomplex voor Sopima te Brussel. Voor diverse projectontwikkelaars realiseert CEI-De Meyer appartementencomplexen in onder meer Braine-l'Alleud, Knokke-Heist, Gent, Aalst en Ninove. In de directe nabijheid van het hoofdkantoor van CEI-De Meyer in Brussel is een nieuw logistiek centrum voor ZF Belgien gerealiseerd. Aanleg van circa drie kilometer lange Groufttunnel, onderdeel van Route du Nord; het grootste bouwproject van Luxemburg.
Ruim 400 meter lange brug over de Taw, deel uitmakend van nieuwe weg rond Barnstaple, Devon.
Galère is vooral actief in de Waalse regio. De onderneming opereert vanuit Luik en heeft tevens een vestiging in Charleroi. De werkmaatschappij heeft in de afgelopen vijftien jaar een zeer sterke groei doorgemaakt en geldt als marktleider in de Franstalige regio van België. Galère telt circa 1.000 medewerkers.
Galère sa heeft in het verslagjaar het eveneens in Wallonië gevestigde bedrijf Balteau sa overgenomen. Balteau is gespecialiseerd in het ontwerpen en aanleggen van elektromechanische installaties voor het zuiveren, behandelen en pompen van water. Galère en Balteau werken al sinds 2000 samen bij projecten voor afvalwaterzuiveringsinstallaties.
De afdeling Infra van Galère is – evenals zusteronderneming CEI-De Meyer – op diverse locaties betrokken bij totstandkoming van tracés voor de hogesnelheidslijn. In november 2006 is in Elsaute een veertien kilometer lang tracé tussen Eupen en de Belgisch/Duitse grens voltooid. De aanleg van de Groufttunnel in Luxemburg – samen met Wayss & Freytag Ingenieurbau – verloopt voorspoedig. Dochteronderneming FFK, gespecialiseerd in geboorde leidingen, is in het verslagjaar volledig geïntegreerd en voert samen met de afdeling Infra diverse projecten uit.
Hoewel de onderneming van origine is gespecialiseerd in de infrasector, kent Galère al vanaf circa 1990 een afdeling Gebouwen voor de uitvoering van utiliteitsbouwwerken. Tot de omvangrijke contracten in deze sector behoren diverse industriële projecten, zoals drukkerij Hélio (behorend tot het wereldwijd opererende concern Quebecor) te Fleurus en het logistieke centrum van Johnson & Johnson te Gembloux.
Edmund Nuttall is een van de leidende bedrijven in het Verenigd Koninkrijk voor beton-, weg- en waterbouw, alsmede spoorbouw. De activiteiten van de werkmaatschappij bestrijken alle deelsegmenten van de inframarkt, waarbij alle contractvormen voorkomen, zowel alliantiecontracten, 'partnering'-contracten en publiekprivate samenwerking, als meer traditionele contractvormen. De onderneming verleent diensten door het gehele land door middel van een wijdvertakt netwerk van regionale kantoren en drie gespecialiseerde dochterondernemingen: Ritchies (geotechniek), Finchpalm (spoorsignalering en -communicatie) en Hynes. In totaal telt Nuttall ruim 3.000 medewerkers.
De diversiteit van de bedrijfsactiviteiten van Nuttall kan worden geïllustreerd aan de hand van een aantal significante opdrachten, die Nuttall gedurende 2006 heeft verworven. Het meest prestigieuze contract betreft sloopwerkzaamheden, grondsanering en landschappelijke inrichting in Lower Lee Valley (Oost-Londen) in het kader van het '2012 regeneration project'. In aansluiting op de succesvolle voltooiing van een geleide-busbaan in Crawley, heeft Nuttall een omvangrijk contract verworven voor de aanleg van een 24 kilometer lang traject voor geleide bussen in opdracht van Cambridgeshire County Council. Naar verluid is dit het langste geleide-bustraject van Europa.
De deskundigheid van Nuttall op het gebied van de sanering van nucleaire locaties komt duidelijk tot uitdrukking met de toekenning van een contract door BNG voor de bouw van een slibbehandelingsinstallatie op het terrein van Sellafield. Deze sector neemt samen met de afvalsector, waarin Nuttall een gevestigde positie heeft, in omvang toe. De werkmaatschappij heeft zijn leidende rol in de traditionele inframarkten behouden met opdrachten voor de vervanging van de Surteesbrug, die de snelweg A66 nabij Middlesbrough over de rivier Tees leidt, een raamcontract met National Grid voor de sanering van een voormalige locatie van een gasfabriek en de grondsanering van een voormalige staalfabriek in Ebbw Vale in Zuid-Wales.
Bij Cork voert een nieuwe flyover de N25 South Ring Road over Kinsale rotonde.
Nieuwbouw parkeergarage voor bijna 4.000 auto's bij jaarbeurscomplex Stuttgart boven snelweg A8.
Ascon Contractors is een van de grootste en meest succesvolle bouwondernemingen van Ierland. De werkmaatschappij opereert onder de naam Ascon in de inframarkt en is daarin marktleider. Onder de naam Rohcon worden utiliteitsbouwprojecten tot stand gebracht. Sinds 2004 is Ascon met dochteronderneming Ascon Property Developments Ltd actief op het gebied van projectontwikkeling, waarbij Rohcon verantwoordelijk is voor de bouw van de vastgoedprojecten. Ascon telt circa 900 medewerkers.
Door de succesvolle combinatie van kennis en kunde, bieden Ascon, Rohcon en Ascon Property Developments grote opdrachtgevers gezamenlijk een complete, geïntegreerde projectaanpak. Gezamenlijk hebben Ascon en Rohcon de nieuwe luchthaventerminal van Cork Airport voltooid, alsook omvangrijke faciliteiten voor een internationale microchipproducent in Leixlip, buiten Dublin, en een groot farmaceutisch productiecomplex voor Bristol-Myers Squibb in het noorden van Dublin.
Ascon heeft diverse omvangrijke wegenbouwprojecten in uitvoering. Daartoe behoren de aanleg van de N6/fase 1 tussen Kilbeggan en Kinnegad, de N6/fase 2 tussen Athlone en Kilbeggan en het deel van de N9 dat het verkeer om Carlow heen leidt. Ascon maakt deel uit van het consortium Celtic Roads Group, dat een belangrijke speler is in de Ierse ppsmarkt en dat is gestart met de aanleg van het pps-project N25 Waterford Bypass.
Rohcon is in het verslagjaar begonnen met de realisering van het IT-faculteitsgebouw voor de University College Cork, het hoofdkantoor voor Horse Racing Ireland in Kildare en een winkelcentrum in Gorey, Wexford. Tot de projecten in uitvoering behoren de uitbreiding van de productiefaciliteiten voor Pfizer nabij Dublin en het bekende bezoekerscentrum bij de Cliffs of Moher aan de Ierse westkust. Voltooid werden de uitbreiding en renovatie van Cork County Hall (waaraan een bouwonderscheiding is toegekend) en het Midway Hotel in Portlaoise.
Tot de vastgoedprojecten die in 2006 van start zijn gegaan, behoort de Linn Dubh and Castle Square Developments in Cork. In combinatie is Ascon Property Developments verkozen tot 'preferred bidder' voor de ontwikkeling van Oscar Traynor Road in het noorden van Dublin.
Met Wayss & Freytag Ingenieurbau neemt de Groep een vooraanstaande positie in op de Duitse inframarkt. De werkmaatschappij is gevestigd in Frankfurt am Main en telt circa 575 medewerkers. Wayss & Freytag Ingenieurbau beschikt over een sterke reputatie op het gebied van geboorde tunnels en complexe civieltechnische projecten. Dit maakt de onderneming een veelgevraagde joint-venturepartner, zowel binnen als buiten Duitsland, waarbij veelvuldig wordt samengewerkt met lokale zusterbedrijven. In het boekjaar is Wayss & Freytag Ingenieurbau gestart met een nieuwe marketingcampagne, gebaseerd op een seminarprogramma waarbij deskundigen voor relaties lezingen verzorgen over nieuwe technologische ontwikkelingen op civieltechnisch gebied. Met dit programma 'Wayss & Freytag am Donnerstag' is de reputatie als technisch leidende onderneming herbevestigd.
Wayss & Freytag Ingenieurbau heeft gedurende 2006 enkele omvangrijke projecten verworven, waaronder twee tunnelcontracten in Oostenrijk. De werkmaatschappij is in bouwcombinatie verantwoordelijk voor de aanleg van een verkeerstunnel in Henndorf en voor de bouw van de tweede tunnelbuis voor Roppener verkeerstunnel, die deel uitmaakt van de Inntal-snelweg. Op waterbouwkundig gebied is opdracht verworven voor de bouw van een golfbreker in Gdynia, Polen. Dit contract omvat tevens modernisering van het navigatiesysteem voor de haven van Gdynia. In de Duitse havenstad Kiel is (in combinatie) gestart met de vernieuwing van de Gablenzbrug, die de belangrijkste verkeersverbinding vormt tussen het centrum en de oostelijke stadsdelen.
Tot de werken in uitvoering behoort het grootste bouwproject van Luxemburg: de aanleg van de Groufttunnel, die deel uitmaakt van de Route du Nord (A7). Met de tunneldoorbraak is hier in 2006 een belangrijke bouwfase afgerond. Bij dit project wordt samengewerkt met zusterondernemingen Galère en CEI-De Meyer en een derde partij. In Keulen is gestart met de boorwerkzaamheden voor een ander omvangrijk tunnelproject. Het betreft de verlenging van de Noord-Zuid metrolijn. Het contract omvat de aanleg van twee tunnelbuizen, alsmede de bouw van zeven metrostations.
In de deelmarkt voor industriebouwprojecten heeft Wayss & Freytag Ingenieurbau – eveneens in combinatie – de bouw voltooid van vier kegelvormige silo's voor de energiewinning uit afvalslib op de afvalwaterbehandelingsinstallatie Großlappen in München.
Interbetons hefeiland IB909 bij bouw laadplatform met afmeervoorzieningen voor LNG-tankers aan noordwestkust Australië.
De eerste van twee nieuwe bruggen over de baai van Escambia, Florida, is eind 2006 opengesteld voor verkeer.
Koninklijke BAM Groep realiseert onder de vlag van werkmaatschappij Interbeton projecten buiten Europa. Interbeton telt ongeveer 4.000 medewerkers en heeft wereldwijd ruim dertig projecten in uitvoering. Het betreft zowel bouwkundige als waterbouwkundige werken. Interbeton beschikt over vier dochterondernemingen, die actief zijn in de landen waar de werkmaatschappij op continue basis projecten verwerft: Higgs & Hill Dubai, PT Decorient Indonesia, Interbeton bv Libya branch en Interbeton bv Ghana Accra office.
De onderneming houdt op de internatiole markt strikt de hand aan strenge risicomanagementprocedures en kent in samenhang daarmee een selectief aannemingsbeleid. De markt in het Midden-Oosten blijft bloeien. Interbeton is in 2006 gestart met de bouw van Z-cluster in Dubai dat onderdeel is van de prestigieuze Jumeirah Lake Towers met in totaal 26 clusters (A t/m Z) van drie torens. Aan de Corniche (kustweg) in Doha vordert de bouw van het glazen atrium en de gebouwen van Al Hitmi Office and Residential Building complex en de 215 meter hoge Al Bidda Tower. Medio 2006 verwierf Interbeton opdracht voor de verlenging van de kademuur in Sohar Port, Oman, in consortium met Van Oord voor de baggerwerkzaamheden.
Op het Afrikaanse continent is Interbeton werkzaam in Kameroen, Tanzania en met mechanische en elektrische installatiewerkzaamheden in Libië. In Ghana is Interbeton gestart met de bouw van weg V tussen Sefwi Wiawso en Benkyema.
In Indonesië kon dochteronderneming Decorient – die in 2006 het 35ste jubileumjaar vierde – de gereconstrueerde haven van Malahayati opleveren. De haven was in december 2004 zwaar beschadigd door de tsunami. Decorient sloot het verslagjaar af met de verwerving van drie nieuwe projecten: Mall Kelapa Gading Phase 5, kantoorgebouw Menara Palma en een verwerkingsfabriek van ingrediënten voor voedingsmiddelen voor Kievit.
De bouw van een tweede LNG-steiger nabij Karratha aan de Australische westkust verloopt voorspoedig.
Flatiron Construction is de Amerikaanse werkmaatschappij van Koninklijke BAM Groep, die actief is in de infrasector. De onderneming is gespecialiseerd in ontwerp en bouw van infrastructurele projecten, zoals bruggen, snelwegen en spoorverbindingen. Het betreft zowel traditionele bouwcontracten, als design-and-build opdrachten en pps-projecten. Flatiron kan zich rekenen tot de vijf grootste bruggenbouwers van de Verenigde Staten. Flatiron telt circa 1.700 medewerkers. Het hoofdkantoor is gevestigd in Longmont, Colorado (nabij Denver). In het verslagjaar heeft Flatiron voor een recordbedrag van meer dan € 650 miljoen aan nieuwe opdrachten verworven. Tot de nieuwe projecten behoren een tuibrug met een totale overspanning van vier kilometer over de Mississippi in Louisiana, de reconstructie van een knooppunt van snelwegen in Tampa, Florida, en een nieuw, elf kilometer lang snelwegtracé met een 4,5 kilometer lange brugconstructie in Noord-Carolina.
De werkzaamheden voor de verbreding van een ruim zes kilometer lang wegvak van de Trans-Canada Highway door Kicking Horse Canyon in het zuidoosten van de Canadese provincie British Columbia verlopen uiterst voorspoedig. Tot het joint-ventureproject behoort tevens de bouw van een bijna vierhonderd meter lange brug over de rivier ter vervanging van de huidige oeververbinding. Ruim zeventig procent van het werk is voltooid. Het betreft een design-and-build-contract in opdracht van een pps-consortium.
In Pensacola, Florida, is Flatiron erin geslaagd om de nieuwe vier kilometer lange oostbrug in de snelweg Interstate 10 open te stellen voor het verkeer binnen de uiterst krappe, contractueel overeengekomen bouwtijd. De oude brug was in 2004 vernield door de orkaan Ivan. Flatiron maakt deel uit van de bouwcombinatie die verantwoordelijk is voor ontwerp en bouw van twee nieuwe, parallelle bruggen.
Flatiron heeft een belangrijke mijlpaal bereikt bij de bouw van de San Francisco-Oakland Bay Bridge, waar eind 2006 de laatste twee van de 452 geprefabriceerde brugsegmenten zijn geplaatst. De Amerikaanse werkmaatschappij heeft een belang van 27 procent in het consortium dat verantwoordelijk is voor de aanleg van twee betonnen segmentbruggen. Het project nadert voltooiing.
Gerechtsgebouw, Gent (Interbuild met derden).
1 2
74
2006
BAM PPP vertegenwoordigt Koninklijke BAM Groep in de sector Publiekprivate samenwerking. In deze sector worden de opbrengsten en resultaten van de operationele pps-activiteiten verantwoord. BAM PPP kon in 2006 de beduidend hogere inkomsten uit operationele projecten aanwenden ter dekking van de hogere aanbiedingskosten voor toekomstige projecten. In het verslagjaar behaalde BAM PPP een winst van € 2,2 miljoen (2005: € 5,7 miljoen negatief).
Aan pps-projecten gerelateerde bouw- en onderhoudsactiviteiten worden in de betreffende sector verantwoord. De resultaten van deze activiteiten waren in 2006 ook positief. Ultimo 2006 bedroeg de orderportefeuille € 388 miljoen (2005: € 307 miljoen).
BAM PPP telt 65 medewerkers en heeft kantoren in Bunnik, Glasgow, Birmingham, Dublin en Frankfurt am Main. De Groep richt zich op pps-projecten in alle Europese thuismarkten en heeft daartoe de mogelijkheden voor het uitbrengen van aanbiedingen door BAM PPP uitgebreid. In 2006 zijn prijsaanbiedingen gedaan in Nederland, België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.
BAM PPP is partner in diverse consortia, die begin 2007 aanbiedingen hebben uitgebracht voor projecten met een bouwwaarde van meer dan € 1,5 miljard. Bij toekenning van deze projecten zal hiermee voor de Groep een vermogensbelang zijn gemoeid van circa € 75 miljoen.
BAM PPP verkent actief de mogelijkheden om de waarde van enkele operationele projecten te kapitaliseren. Het is voorzien dat het desinvesteringsprogramma in 2007 zal aanvangen.
In Nederland dingt BAM PPP mee naar de aanleg van de Tweede Coentunnel in Amsterdam en heeft zich als aanbieder gekwalificeerd voor een pps-project voor overheidskantoren in Groningen. BAM heeft een meerderheidsbelang in het consortium Poort van Den Bosch, de concessiehouder voor de snelweg A59 in de provincie Noord-Brabant. De snelweg is in december 2005 geopend voor het verkeer en was in 2006 volledig operationeel. De Groep maakt deel uit van het Infraspeed-consortium, dat het beschikbaarheidscertificaat heeft ontvangen na oplevering van HSL-Zuid, de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en de Nederlands-Belgische grens. De verbreding van de N31 door het consortium Wâldwei.com vordert gestaag.
In België zijn in 2006 slechts enkele pps-projecten op de markt gebracht. De aanbieding voor de Oosterweelverbinding was voor de Groep niet succesvol. BAM PPP maakt deel uit van het consortium dat inschrijft op het nieuwe
Liefkenshoek spoortunnelproject. Met dit project is naar verwachting een bouwsom gemoeid van circa € 650 miljoen.
BAM PPP beschikt in het Verenigd Koninkrijk over tien operationele accommodatieprojecten. De bouw van vijf nieuwe scholen voor het pps-project Bromsgrove Schools verloopt voorspoedig. In 2006 is BAM PPP geselecteerd als 'preferred bidder' voor een scholenproject in Solihull. Dit project betreft de bouw van vier nieuwe scholen met een bouwsom van ruim € 100 miljoen. Na balansdatum heeft BAM PPP een 'best and final offer' ingediend voor het scholenproject West-Dunbartonshire, het grootste scholenproject in het Verenigd Koninkrijk waarbij de Groep tot nu toe is betrokken. Hier is met de bouw van zes scholen naar verwachting een bouwomzet van circa € 150 miljoen gemoeid.
In Ierland is het consortium Celtic Roads Group, waarin BAM PPP deelneemt, na afronding van de 'financial close' fase in april 2006 gestart met de bouw van de randweg N25 Waterford. De Celtic Roads Group is geselecteerd als 'preferred bidder' voor het snelwegproject M7/M8 Portlaoise. Als partner in een ander consortium biedt BAM PPP aan voor de verbreding van de ringweg M50 rond Dublin. In de accommodatiesector maakt BAM PPP deel uit van het consortium dat heeft ingeschreven voor het Thornton Hall gevangenisproject in County Dublin, een nieuwe gevangenis voor 1.400 veroordeelden ter vervanging van het Mountjoy gevangeniscomplex.
In Duitsland behoort BAM PPP tot het a+ consortium, dat tot het BAFO-stadium is doorgedrongen voor het eerste project in het kader van het A-Model-programma. Het betreft de verbreding van snelweg A8 nabij München over een lengte van 37 kilometer. Het a+ consortium heeft zich eveneens geprekwalificeerd om aanbiedingen uit te brengen voor twee andere A-Model-projecten. BAM PPP krijgt ook voet aan de grond in de sterk groeiende accommodatiesector in Duitsland. In hechte samenwerking met zusteronderneming BAM Deutschland (voormalig Müller-Altvatter) worden diverse mogelijkheden bestudeerd en worden aanbiedingen gedaan. Müller-Altvatter heeft zelf al successen geboekt met de verwerving van enkele pps-projecten, meestal gefinancierd door derden met lease-arrangementen.
In de meeste utiliteitsbouwprojecten van de Groep streeft BAM PPP naar een meerderheidsbelang in het vermogen. Daarentegen worden de meer complexe infrastructurele werken door BAM uitgevoerd in consortia. BAM PPP zal dit beleid voortzetten en de portfolio van pps-investeringen van de Groep in 2007 verder versterken.
Tunneltechnische installaties op spoorwegknooppunt Barendrecht; eerste spoortunnel in Europa met sprinklerinstallatie.
1 2 3
76
2006
BAM Techniek heeft in 2006 een goed resultaat behaald van € 8,0 miljoen (2005 € 6,6 miljoen). De omzet bedroeg € 191 miljoen (2005: € 182 miljoen). De marge bedroeg 4,2 procent (2005: 3,6 procent). Ultimo 2006 bedroeg de orderportefeuille € 213 miljoen (ultimo 2005: € 154 miljoen).
BAM Techniek is met circa 1.350 medewerkers, verspreid over veertien locaties in acht
regio's, een van de sterkste multidisciplinaire technische dienstverleners in Nederland in de markten utiliteitsbouw, industrie, infra, zorg en woningbouw. Projecten omvatten zowel nieuwbouw en renovatie als activiteiten op het gebied van energiemanagement, onderhoud en beheer.
De sterk toenemende vraag naar hoogwaardige installatieconcepten heeft in 2006 geleid tot bundeling van kennis en capaciteiten door de vorming van landelijk opererende gespecialiseerde kenniscentra voor maintenance, energy-systemen, (brand)beveiliging, security, ict, pps, technische automatisering, high purity systemen en operatiekamers.
Met het kenniscentrum Energy Systems is BAM Techniek een innoverende marktspeler op het gebied van energiemanagement in Nederland. In dit kader brengt BAM Techniek energiestromen in gebouwen in kaart, worden besparingsadviezen gegeven en wordt aan opdrachtgevers ondersteuning bij energie-inkoop geboden. In 2006 is BAM Techniek gestart met de certificering om het certificaat 'Energie Prestatie Advies-Utiliteit (EPA-U)' te mogen verstrekken.
Opererend onder de naam Interflow heeft BAM Techniek zich in de loop der jaren ontwikkeld tot specialist in het beheersen van de luchtkwaliteit in gecontroleerde ruimten ('contamination control'). Op basis van dit specialisme is Interflow uitgegroeid tot een toonaangevende fabrikant van cleanrooms, operatiekamers, laminar flow units, veiligheidsafzuigunits en laboratoriuminrichting.
Meerjarige onderhoudscontracten op basis van met klanten overeengekomen prestatie-indicatoren behoren van oudsher tot de sterkste activiteiten van BAM Techniek. BAM Techniek werkt onder meer voor RIVM in Bilthoven, Belastingdienst in Amsterdam en Solvay in Weesp.
Met veel opdrachtgevers wordt al jaren samengewerkt. BAM Techniek richt zich op het creëren van hoge toegevoegde waarde en groeit naar een proactief 'kennisbedrijf' met ontwikkelings-, uitvoerings-, onderhoudsen beheerkwaliteiten.
In 2006 heeft BAM Techniek onder meer de elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties verzorgd bij de nieuwbouw en renovatie van het kantoor voor HDC Media te Alkmaar. In samenwerking met zustermaatschappij BAM Utiliteitsbouw zijn in Rijswijk de werktuigbouwkundige installaties verzorgd voor het kantoor Chelsea Building. Beide werkmaatschappijen realiseerden ook het Bouwhuis in Zoetermeer, het hoofdkantoor van branche-organisatie Bouwend Nederland. In Zutphen verzorgde BAM Techniek de werktuigbouwkundige installaties bij de nieuwbouw van het milieucentrum Kaardebol.
In Groningen realiseerde BAM Techniek samen met zusterondernemingen een nieuw depot voor het Groninger Museum. BAM Techniek verzorgde hier alle elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. Energy Systems regelt de monitoring en inkoop van energie. Daarnaast is BAM Techniek vijftien jaar verantwoordelijk voor de instandhouding, het onderhoud en de prestaties van de installaties.
Projecten in de industriële sector van BAM Techniek betreffen voornamelijk modificaties, uitbreidingen en regiecontracten, onder meer voor Vopak, Microchemie, Akzo en Philips. Daarnaast was BAM Techniek betrokken bij de revitalisering van pompstation Monster, waar technische installaties, een onthardinginstallatie en capaciteitsuitbreiding tot stand zijn gebracht. BAM Techniek was combinant bij de tunneltechnische installaties van spoorwegknooppunt Barendrecht en installeerde hier de eerste in een spoortunnel aangelegde sprinklerinstallatie van Europa.
In de gezondheidszorg realiseerde BAM Techniek de installaties bij de nieuwbouw van Zorgknooppunt Brinckhaeghe te Loosduinen en de werktuigbouwkundige installaties bij de nieuwbouw en renovatie van het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in Maastricht. Interflow verzorgde de totaalinrichting van het Cancer Center te Amsterdam in opdracht van VUmc (VU medisch centrum). In Leek (Groningen) verdubbelde Interflow in drie maanden de productiecapaciteit van PendraCare International door het realiseren van een nieuwe cleanroom voor de productie van katheters.
78
2006
Tebodin Consultants & Engineers is een onafhankelijk, multidisciplinair advies- en ingenieursbureau dat wereldwijd actief is. De omzet van Tebodin is in 2006 met 23 procent toegenomen tot € 204 miljoen (2005: € 166 miljoen). Het resultaat vóór belasting is met ruim 40 procent toegenomen tot € 24,2 miljoen (2005: € 17,2 miljoen).
Tebodin beschikt over circa vijftig
kantoren verspreid over West-, Centraal- en Oost-Europa, het Midden-Oosten en China. De onderneming telt ongeveer 2.600 medewerkers. Het wijdvertakte kantorennetwerk is van belang om, naast landgebonden opdrachtgevers, ook internationaal opererende opdrachtgevers – zogenoemde global clients – in meerdere landen optimaal van dienst te kunnen zijn.
Tebodin realiseert circa 10 procent van de projecten voor opdrachtgevers in de sectoren (fijn)chemie en farmacie, 25 procent in de sector infrastructuur en gebouwen en 25 procent in de sector olie en gas. De sector voedingsindustrie en consumentengoederen vertegenwoordigt ongeveer 30 procent van de omzetportefeuille. De resterende 10 procent omvat diverse projecten in overige marktgebieden.
2006 was een jaar van expansie voor Tebodin. Het netwerk is uitgebreid met kantoren in Nederland, Rusland, Roemenië, Oekraïne, Duitsland en Hongarije. Tebodin verwierf in het verslagjaar het resterende deel van de aandelen in het Poolse SAP-Projekt, dat met Tebodin Poland is samengevoegd tot Tebodin SAP-Projekt. Tevens verwierf Tebodin de Duitse onderneming Doebel & Folger, alsmede het resterende deel van de aandelen in Sindat Engineering (Tsjechië) en SmitsTebodin (België). In Kazakhstan en Servië zijn de eerste activiteiten gestart.
Een belangrijk deel van de Nederlandse omzet wordt gerealiseerd voor klanten die Tebodin jaar op jaar hun vertrouwen schenken (onder meer NAM, DSM, EdeA, Corus, Afval Energie Bedrijf Amsterdam en MSD). Tot de nieuwe opdrachtgevers behoren General Electric Plastics, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, NRG (Nuclear Research & consultancy Group) en ZADCO. Voor laatstgenoemde opdrachtgever, afkomstig uit het Midden-Oosten, werden nog niet eerder projecten uitgevoerd in Nederland. Ook is een aantal projecten in het verslagjaar afgerond, waaronder het project voor Harvest Biofuels in
het Amsterdamse havengebied. Het omvangrijke ondergrondse gasopslagproject voor opdrachtgever Nuon werd volgens planning eind 2006 commercieel in gebruik genomen.
De kantoren buiten Nederland dragen substantieel bij aan de omzet en het resultaat. Bijzonder goede resultaten zijn geboekt door de kantoren in Roemenië, Rusland, Oekraïne, het Midden-Oosten, Tsjechië, Hongarije en Polen. De verbetering van de marktomstandigheden (mede door gestegen internationale investeringen) heeft doorgezet in Roemenië. Het kantoor heeft in 2006 grote projecten verworven en uitgevoerd voor opdrachtgevers in de olie- en gassector, zoals MOL en Petrom. In Rusland zijn in 2006 niet alleen grote projecten verworven, zoals voor SCA, Guardian en Nissan, maar werd ook gewerkt aan lopende projecten voor Sun Interbrew en Knauf. In Oekraïne heeft onder meer de opdracht voor de witgoedproducent Antonio Merloni bijgedragen aan het goede resultaat.
Door het kantoor in Tsjechië is in 2006 gewerkt aan projecten voor onder andere opdrachtgevers Knauf en Briggs & Stratton. Ook zijn er nieuwe opdrachten verworven, zoals voor Honeywell International. In Hongarije zijn door Tebodin werkzaamheden uitgevoerd in diverse sectoren, in de olie- en gassector onder andere voor MOL. Door de fusie met SAP-Projekt heeft Tebodin nu acht kantoren in Polen, die goed gepresteerd hebben in het verslagjaar. Naast een industriële opdracht voor autobandenfabrikant Michelin zijn tal van projecten in de sector infrastructuur en gebouwen verworven en gerealiseerd. Het resultaat van de Duitse activiteiten stelde teleur. Maatregelen tot verbetering zijn in de loop van 2006 in gang gezet.
De activiteiten in het Midden-Oosten concentreren zich in Abu Dhabi, Dubai, Bahrein, Oman en Qatar, waar langjarige relaties worden onderhouden met opdrachtgevers in de olie- en gasindustrie (PDO in Oman), in de waterdistributie (ADWEA in Abu Dhabi) en met vastgoedontwikkelaars (Takreer) in Dubai.
Gelet op de orderportefeuille en de gunstige vooruitzichten wordt in 2007 een verdere groei verwacht.
169 meter lange Finniestonbrug over de rivier Clyde in Glasgow (Nuttall).
80
2006
81
(x € 1.000)
| 2006 | 2005 | ||
|---|---|---|---|
| 8 | Materiële vaste activa | 442.124 | 417.777 |
| 9 | Immateriële vaste activa | 726.222 | 502.556 |
| 10 | Pps-vorderingen | 530.022 | 528.816 |
| 11 | Deelnemingen | 134.575 | 110.316 |
| 12 | Overige financiële vaste activa | 128.392 | 84.508 |
| 20 | Derivaten | 10.751 | - |
| 23 | Latente belastingvorderingen | 19.695 | 30.687 |
| Vaste activa | 1.991.781 | 1.674.660 | |
| 13 | Voorraden | 1.313.165 | 678.752 |
| 14 | Handels- en overige vorderingen | 2.284.668 | 1.952.145 |
| Te vorderen winstbelasting | 51.434 | 16.715 | |
| 20 | Derivaten | 205 | 1.404 |
| 15 | Liquide middelen | 761.329 | 653.037 |
| 33 | Vaste activa aangehouden voor verkoop | 1.555 | 1.656 |
| Vlottende activa | 4.412.356 | 3.303.709 | |
| Totaal activa | 6.404.137 | 4.978.369 | |
| 16 | Aandelenkapitaal | 422.916 | 417.271 |
| 17 | Reserves | (14.860) | (34.911) |
| Ingehouden resultaten | 284.577 | 199.360 | |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van de vennootschap | 692.633 | 581.720 | |
| Belang derden | 4.216 | 2.301 | |
| Groepsvermogen | 696.849 | 584.021 | |
| 19 | Leningen | 1.484.234 | 911.477 |
| 20 | Derivaten | 22.926 | 51.764 |
| 21 | Personeelsgerelateerde voorzieningen | 155.682 | 180.404 |
| 22 | Voorzieningen | 109.609 | 105.522 |
| 23 | Latente belastingverplichtingen | 118.643 | 118.736 |
| Langlopende verplichtingen | 1.891.094 | 1.367.903 | |
| 19 | Leningen | 412.726 | 150.617 |
| 24 | Handels- en overige schulden | 3.238.528 | 2.745.771 |
| 20 | Derivaten | 16 | 1.136 |
| 22 | Voorzieningen | 95.340 | 98.149 |
| Verschuldigde winstbelasting | 69.584 | 30.272 | |
| 33 | Verplichtingen in relatie met vaste activa aangehouden voor verkoop | - | 500 |
| Kortlopende verplichtingen | 3.816.194 | 3.026.445 | |
| Totaal groepsvermogen en verplichtingen | 6.404.137 | 4.978.369 | |
| 18 | Garantievermogen | 939.836 | 790.358 |
(x € 1.000)
| 2006 | 2005 | ||
|---|---|---|---|
| 6 | Opbrengsten | 8.646.131 | 7.424.931 |
| Grond- en hulpstoffen | (1.386.241) | (1.190.181) | |
| Uitbesteed werk en andere externe kosten | (4.979.347) | (4.008.541) | |
| 25 | Personeelskosten | (1.518.061) | (1.426.045) |
| 8, 9 | Afschrijvingen materiële en immateriële vaste activa | (98.901) | (90.603) |
| 8, 9, 33 | Bijzondere waardeverminderingen | (1.005) | (15.982) |
| Overige bedrijfskosten | (400.012) | (458.254) | |
| Mededingingsboetes | (7.347) | - | |
| Totaal bedrijfskosten | (8.390.914) | (7.189.606) | |
| Bedrijfsresultaat | 255.217 | 235.325 | |
| 26 | Financieringsbaten | 25.746 | 20.691 |
| 26 | Financieringslasten | (73.302) | (37.054) |
| 11 | Resultaat uit deelnemingen | 20.785 | 10.988 |
| Resultaat vóór belastingen | 228.446 | 229.950 | |
| 27 | Belastingen | (90.810) | (76.028) |
| Nettoresultaat voor het jaar | 137.636 | 153.922 | |
| Toerekenbaar aan: | |||
| Aandeelhouders van de vennootschap | 136.955 | 153.342 | |
| Belang derden | 681 | 580 | |
| 137.636 | 153.922 |
(in € per aandeel)
| 2006 | 2005 | ||
|---|---|---|---|
| 28 | Gewoon | 1,11 | 1,46 |
| 28 | Fully diluted | 1,04 | 1,28 |
1 Gegevens aangepast voor aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006 (zie Toelichting 16).
(x € 1.000)
| Toerekenbaar aan aandeelhouders van de vennootschap |
Belang derden |
Groeps vermogen |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen- | Ingehouden | |||||
| kapitaal | Reserves | resultaten | ||||
| Per 1 januari 2005 | 186.062 | (30.031) | 73.435 | 1.842 | 231.308 | |
| 20 | Reële waarde kasstroomafdekkingen | - | (14.842) | - | - | (14.842) |
| Valutakoersverschillen | - | 9.962 | - | - | 9.962 | |
| Nettoresultaat direct opgenomen in | ||||||
| het eigen vermogen | - | (4.880) | - | - | (4.880) | |
| Resultaat boekjaar | - | - | 153.342 | 580 | 153.922 | |
| Totaal resultaat | - | (4.880) | 153.342 | 580 | 149.042 | |
| 16 16 |
Emissie aandelen Preferente aandelen: |
151.301 | - | - | - | 151.301 |
| - Inkoop niet-converteerbare aandelen | - | - | (3.181) | - | (3.181) | |
| - Conversie | 79.573 | - | 8.295 | - | 87.868 | |
| 29 | Betaald dividend | 335 | - | (32.533) | (231) | (32.429) |
| Overige mutaties | - | - | 2 | 110 | 112 | |
| 231.209 | - | (27.417) | (121) | 203.671 | ||
| Per 31 december 2005 | 417.271 | (34.911) | 199.360 | 2.301 | 584.021 | |
| 20 | Reële waarde kasstroomafdekkingen | - | 28.454 | - | - | 28.454 |
| Valutakoersverschillen | - | (8.403) | - | 7 | (8.396) | |
| Nettoresultaat direct opgenomen in | ||||||
| het eigen vermogen | - | 20.051 | - | 7 | 20.058 | |
| Resultaat boekjaar | - | - | 136.955 | 681 | 137.636 | |
| Totaal resultaat | - | 20.051 | 136.955 | 688 | 157.694 | |
| 16 | Conversie preferente aandelen | 5.282 | - | 637 | - | 5.919 |
| 29 | Betaald dividend | 363 | - | (49.418) | (503) | (49.558) |
| Overige mutaties | - | - | (2.957) | 1.730 | (1.227) | |
| 5.645 | - | (51.738) | 1.227 | (44.866) | ||
| Per 31 december 2006 | 422.916 | (14.860) | 284.577 | 4.216 | 696.849 |
(x € 1.000)
| 2006 | 2005 | ||
|---|---|---|---|
| Nettoresultaat boekjaar | 137.636 | 153.922 | |
| Aanpassingen voor: | |||
| 27 | - Belastingen | 90.810 | 76.028 |
| 8 | - Afschrijvingen materiële vaste activa | 95.456 | 87.934 |
| 9 | - Afschrijvingen immateriële vaste activa | 3.445 | 2.669 |
| 8 | - Bijzondere waardevermindering materiële vaste activa | 1.000 | 9.682 |
| 9 | - Bijzondere waardevermindering immateriële vaste activa | 5 | 5.300 |
| 33 | - Bijzondere waardevermindering overige vaste activa | - | 1.000 |
| 8 | - Boekresultaat verkoop materiële vaste activa | (3.342) | (3.214) |
| 26 | - Financieringsbaten | (25.746) | (20.691) |
| 26 | - Financieringslasten | 73.302 | 37.054 |
| 11 | - Resultaat uit deelnemingen | (20.785) | (10.988) |
| 21, 22 | Mutaties in voorzieningen | (24.204) | (39.065) |
| Mutaties in werkkapitaal (exclusief netto-liquiditeiten) | 37.019 | (426.361) | |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 364.596 | (126.730) | |
| Betaalde rente | (95.121) | (36.546) | |
| Betaalde winstbelasting | (53.195) | (37.557) | |
| Netto-kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 216.280 | (200.833) | |
| Investeringen in dochterondernemingen | (305.388) | - | |
| 8 | Investeringen in materiële vaste activa | (137.824) | (135.938) |
| 9 | Investeringen in immateriële vaste activa | (1.294) | (885) |
| 10,11,12 | Investeringen in financiële vaste activa | (131.242) | (166.563) |
| 8 | Desinvesteringen in materiële vaste activa | 19.837 | 41.455 |
| 9 | Desinvesteringen in immateriële vaste activa | - | 20 |
| 10,11,12 | Desinvesteringen in financiële vaste activa | 106.721 | 41.905 |
| Ontvangen rente | 21.637 | 20.859 | |
| 11,26 | Ontvangen dividend (inclusief preferent dividend) | 13.516 | 6.638 |
| Netto-kasstroom uit investeringsactiviteiten | (414.037) | (192.509) | |
| 16 | Netto-opbrengst emissie nieuwe aandelen | - | 151.301 |
| 16, 19 | Inkoop niet-converteerbare preferente aandelen | (130) | (40.742) |
| 19 | Nieuwe langlopende leningen | 581.409 | 447.432 |
| 19 | Aflossing langlopende leningen | (406.966) | (201.163) |
| 29 | Betaald dividend (inclusief preferent dividend) | (53.486) | (39.606) |
| Betaald dividend aan belang derden | (503) | (231) | |
| Netto-kasstroom uit financieringsactiviteiten | 120.324 | 316.991 | |
| Afname netto-liquiditeiten | (77.433) | (76.351) | |
| 15 | Beginstand netto-liquiditeiten | 632.332 | 699.460 |
| Valutakoersresultaat netto-liquiditeiten | (3.736) | 9.223 | |
| 15 | Eindstand netto-liquiditeiten | 551.163 | 632.332 |
85
2006
Koninklijke BAM Groep nv (de vennootschap) is opgericht en gevestigd in Nederland. In de geconsolideerde jaarrekening 2006 zijn de financiële gegevens opgenomen van de vennootschap en zijn dochterondernemingen (samen de Groep) en zijn aandeel in joint ventures.
Koninklijke BAM Groep is een aan Euronext Amsterdam genoteerde naamloze vennootschap.
Deze geconsolideerde jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2006 en is op 21 maart 2007 door de raad van bestuur vrijgegeven voor publicatie. De jaarstukken 2006 zijn goedgekeurd door de raad van commissarissen op 23 maart 2007 en worden ter vaststelling voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders van 8 mei 2007.
Deze paragraaf geeft een samenvatting van de activiteiten van de Groep vanuit het perspectief van verslaglegging. Benadrukt wordt dat in dit verband deze informatie limitatief is en geen deel uitmaakt van de samenvatting van de belangrijkste grondslagen voor verslaglegging zoals beschreven in paragraaf 3.
De activiteiten van de Groep kunnen in dit kader worden samengevat als:
Het merendeel van de activiteiten van de Groep betreft projecten in opdracht van derden. Hiervan worden opbrengsten en resultaten naar rato van voortgang van de werkzaamheden in de winst- en verliesrekening verantwoord. In de balans worden de projecten gepresenteerd als vorderingen op of schulden aan opdrachtgevers afhankelijk van het saldo van gemaakte kosten (inclusief verantwoord resultaat) en gefactureerde termijnen. Zie Toelichting 3.10, 3.11 en 3.22.
Projecten die voor rekening van de Groep worden gestart (vastgoedontwikkeling), worden in de balans opgenomen als voorraden. Vanaf het moment van (gedeeltelijke) overdracht van het economisch eigendom aan derden, worden opbrengsten en resultaten in de winst- en verliesrekening verantwoord. Tevens worden de (gedeeltelijk) overgedragen projecten vanaf dat moment in de balans gepresenteerd als vordering op of schuld aan de opdrachtgever, overeenkomstig projecten in opdracht van derden. Non-recourse leningen die in verband met projecten zijn aangegaan, worden afzonderlijk onder de leningen verantwoord. Zie Toelichting 3.9, 3.11 en 3.22.
De activiteiten inzake publiekprivate samenwerking betreffen merendeels projecten waarbij concessievergoedingen worden ontvangen van publieke organen (overheden). Deze projecten worden verantwoord als pps-vorderingen. Non-recourse pps-leningen die in verband met projecten zijn aangegaan, worden afzonderlijk onder de leningen verantwoord. Gedurende de operationele fase bestaan de inkomende kasstromen uit aflossingen op de vorderingen, rentebaten over de vorderingen en (uitgestelde) concessieopbrengsten. Uitgaande kasstromen bestaan uit aflossingen van de leningen, rentelasten over de leningen en kosten met betrekking tot de concessieactiviteiten. Het renteresultaat en het concessieresultaat worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Gedurende de constructiefase worden ppsprojecten behandeld als projecten in opdracht van derden. Zie Toelichting 3.7, 3.16 en 3.22.
De verlening van diensten betreft overwegend onderhoudswerkzaamheden in opdracht van derden. Opbrengsten en resultaten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord. Zie Toelichting 3.10 en 3.22.
Wanneer het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger uitvallen dan de totale projectopbrengsten, wordt het volledige verwachte verlies opgenomen als last.
Kosten inzake het verwerven van projecten worden initieel verantwoord in de winst- en verliesrekening. Als voldoende zekerheid bestaat dat een project wordt gegund aan de Groep, worden de kosten vanaf dat moment geactiveerd.
De geconsolideerde jaarrekening van de Groep wordt opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aanvaard door de Europese Unie.
De enkelvoudige jaarrekening van Koninklijke BAM Groep nv wordt opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek en artikel 2:402 Burgerlijk Wetboek. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de door artikel 2:362 lid 8 Burgerlijk Wetboek geboden mogelijkheid om in de enkelvoudige jaarrekening de grondslagen van waardering en resultaatbepaling toe te passen die in de geconsolideerde jaarrekening worden gehanteerd.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs. Alle vaste activa en financiële instrumenten, gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, worden getoetst op bijzondere waardevermindering en eventueel aangepast tot een lagere waarde. Derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Financiële verplichtingen worden eerst opgenomen tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
In 2006 heeft de Groep IFRIC 4 (bepaling van mogelijke lease-elementen inbegrepen in overeenkomsten) voor het eerst toegepast. Deze toepassing heeft niet geresulteerd in een wijziging van de waardering en presentatie van vaste activa. De Groep bestudeert de effecten van de in IFRS 7 (toelichting op financiële instrumenten), IFRS 8 (operationele segmenten) en IFRIC 12 (concessieovereenkomsten) gestelde bepalingen op de gang van zaken bij de Groep.
De Groep evalueert de mogelijkheden om IFRS-bepalingen eerder dan de voorgeschreven ingangsdatum toe te passen en geeft een toelichting op de effecten van IFRS-bepalingen die in het volgende jaar met terugwerkende kracht moeten worden toegepast.
Dochterondernemingen zijn alle entiteiten waarin de Groep direct of indirect beslissende zeggenschap heeft over het financiële en operationele beleid. Dit gaat in het algemeen gepaard met het bezit van meer dan de helft van de stemgerechtigde aandelen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die per balansdatum kunnen worden uitgeoefend.
Dochterondernemingen worden volledig geconsolideerd vanaf de datum waarop de Groep beslissende zeggenschap verkrijgt. Deconsolidatie vindt plaats op het moment dat beslissende zeggenschap is overgedragen.
De verwerving van dochterondernemingen wordt door de Groep verantwoord volgens de overnamemethode. De kostprijs van een overname wordt gesteld op de reële waarde van de opgegeven activa, de uitgegeven eigenvermogensinstrumenten per overnamedatum en de overgenomen of aangegane verplichtingen, alsmede de rechtstreeks aan de overname toe te schrijven kosten.
Bij een overname opgegeven identificeerbare activa en overgenomen (voorwaardelijke) verplichtingen worden bij eerste verwerking in de jaarrekening gewaardeerd tegen reële waarde per overnamedatum, ongeacht de omvang van een eventueel minderheidsbelang. Indien de kostprijs hoger is dan de reële waarde van het aandeel van de Groep in de opgegeven netto-identificeerbare activa, wordt het verschil opgenomen als goodwill. Indien de kostprijs lager is dan de reële waarde van de netto-identificeerbare activa wordt het verschil rechtstreeks verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Deelnemingen zijn alle entiteiten waarover de Groep invloed van betekenis, maar geen beslissende zeggenschap kan uitoefenen. Dit gaat in het algemeen gepaard met het bezit van meer dan een vijfde van de stemgerechtigde aandelen.
Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die per balansdatum kunnen worden uitgeoefend. Investeringen in deelnemingen worden bij eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen kostprijs en daarna verantwoord volgens de equitymethode. De waardering van deelnemingen is inclusief de bij verwerving vastgestelde goodwill onder vermindering van eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De Groep verantwoordt zijn deel van de mutaties in reserves en de toerekenbare resultaten van de deelneming in de boekwaarde van de deelneming. Het aandeel in het resultaat van de deelneming dat aan de Groep wordt toegerekend, wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening. Het aandeel van de mutaties in de reserves van een deelneming die na overnamedatum aan de Groep toerekenbaar zijn, wordt opgenomen in de reserves van de Groep. De Groep neemt verliezen hoger dan het bedrag van de boekwaarde van de deelneming (inclusief overige niet door zekerheden gedekte vorderingen) slechts op, indien daartoe een verplichting bestaat.
Deelnemingen worden verantwoord vanaf de datum waarop de Groep invloed van betekenis verkrijgt, tot het moment waarop de invloed ophoudt te bestaan.
De belangen in entiteiten waarover de Groep contractueel overeengekomen gezamenlijk met derden zeggenschap uitoefent, worden proportioneel geconsolideerd. De Groep combineert zijn aandeel in de opbrengsten en kosten, activa en verplichtingen van de joint ventures post voor post met overeenkomstige posten in de jaarrekening van de Groep.
Interne transacties, vorderingen en verplichtingen en niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen dochterondernemingen worden geëlimineerd. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij de transactie aantoonbare waardevermindering van de overgedragen actiefpost tot gevolg heeft.
Niet-gerealiseerde winsten op transacties tussen de Groep en zijn deelnemingen en joint ventures worden geëlimineerd naargelang het belang van de Groep in de deelnemingen en joint ventures. Niet-gerealiseerde verliezen worden eveneens geëlimineerd, tenzij de transactie aantoonbare waardevermindering van de overgedragen actiefpost tot gevolg heeft.
De waarderingsgrondslagen van de dochterondernemingen, deelnemingen en joint ventures zijn waar nodig in overeenstemming gebracht met die van de Groep.
Een segment is een bedrijfsonderdeel dat soortgelijke producten voortbrengt of diensten verleent en waarvan het rendements- en risicoprofiel afwijkt van dat van andere bedrijfsonderdelen. De segmenten van de Groep zijn de sectoren: Bouw en vastgoed, Infra, Publiekprivate samenwerking, Installatietechniek en Consultancy en engineering. De sectoren reflecteren tevens de bestuurlijke en rapportagestructuur van de Groep. Een geografisch segment is gebaseerd op producten of diensten binnen een bepaalde economische omgeving waarin de risico's en rendementen anders zijn dan die van segmenten in een andere economische omgeving. De Groep is werkzaam in de volgende geografische segmenten: Nederland, Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland, Ierland, Verenigde Staten en overige (wereldwijd).
Posten in de jaarrekening van de dochterondernemingen worden gewaardeerd in de valuta van de economische omgeving waarin de entiteit primair opereert ('de functionele valuta'). De geconsolideerde jaarrekening van de Groep luidt in euro's (€), de functionele en presentatievaluta van de Groep. Bedragen zijn vermeld in duizendtallen (x 1.000), tenzij anders is aangegeven.
De resultaten en vermogensposities van dochterondernemingen waarvan de functionele valuta afwijkt van die van de presentatievaluta, worden als volgt omgerekend in de presentatievaluta:
Goodwill en reële waardeaanpassingen die ontstaan door de verwerving van een buitenlandse entiteit worden beschouwd als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteiten en omgerekend tegen de valutakoersen per balansdatum.
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta volgens de koers op de transactiedatum. Voor elke balans worden monetaire posten in vreemde valuta omgerekend tegen de slotkoers op de balansdatum. Bij de afwikkeling van dergelijke transacties en bij de omrekening per jaareinde ontstane valutakoersverschillen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De ten opzichte van de euro gehanteerde koersen van de voor de Groep belangrijke valuta zijn:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Koers per balansdatum | ||
| US dollar | 0,761093 | 0,842247 |
| Pond sterling | 1,490980 | 1,457089 |
| Gemiddelde koers | ||
| US dollar | 0,797282 | 0,802777 |
| Pond sterling | 1,465387 | 1,457996 |
Materiële vaste activa worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en/of bijzondere waardeverminderingen. Inbegrepen in de kostprijs zijn de bijkomende kosten die direct toerekenbaar zijn aan de verkrijging of vervaardiging van het actief.
Kosten gemaakt na eerste verwerking in de jaarrekening worden inbegrepen in de boekwaarde van het actief dan wel als afzonderlijk actief opgenomen, indien het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen ten goede komen aan de Groep en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden bepaald.
Overige kosten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening in de periode waarin zij zich voordoen. Materiële vaste activa worden tot hun restwaarde lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur, tegen de onderstaande percentages. Op gronden wordt niet afgeschreven.
| Bedrijfsterreinen (verbeteringen) | 10% tot 25% |
|---|---|
| Bedrijfsgebouwen | 3% tot 10% |
| Materieel aannemingsbedrijven | 12,5% tot 25% |
| Materieel in verhuur | 12,5% tot 25% |
| Machines en installaties | 15% tot 50% |
| Inventarissen | 10% tot 25% |
| Computers en andere hardware | 10% tot 25% |
| Transportmiddelen | 25% |
| Woningen | 2% |
Indien een post onder 'materiële vaste activa' belangrijke componenten met een verschillende gebruiksduur bevat, worden deze componenten afzonderlijk behandeld voor de berekening van de afschrijvingen.
Jaarlijks worden de gebruiksduur en restwaarde van de materiële vaste activa vastgesteld en waar nodig aangepast.
Winsten en verliezen op verkoop van activa worden berekend als het verschil tussen opbrengsten en boekwaarden en worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Leaseovereenkomsten voor materiële vaste activa, op grond waarvan de Groep vrijwel alle risico's en voordelen die aan het eigendom van een actief verbonden zijn overneemt, worden geclassificeerd als financiële lease. De geleaste activa worden bij het aangaan van de overeenkomst geactiveerd en de leaseverplichting opgenomen tegen de reële waarde van het actief, of de lagere netto contante waarde van de minimale leasebetalingen. De leasebetalingen worden gesplitst in een aflossingsdeel en een financieringsdeel. Het financieringsdeel wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Materiële vaste activa verkregen onder financiële-leaseovereenkomsten worden afgeschreven over de gebruiksduur van het actief of kortere leaseovereenkomstperiode.
Goodwill ontstaat als de verkrijgingsprijs van een acquisitie hoger is dan het aan de Groep toe te rekenen deel van de reële waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen van de verkregen dochteronderneming op overnamedatum. Het als goodwill verantwoorde bedrag wordt gewaardeerd tegen de kosten verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingen.
Ten behoeve van het onderkennen van bijzondere waardeverminderingen wordt de goodwill toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheden waarvan verwacht wordt dat ze voordeel hebben van de acquisitie waarbij de goodwill tot stand gekomen is. Kasstroomgenererende eenheden worden onderkend voor de primaire rapportagesegmenten waar de Groep actief is.
De bij verkrijging van deelnemingen berekende goodwill wordt opgenomen in de waardering van de deelneming.
Bij verkoop van een entiteit wordt de boekwaarde van de goodwill als onderdeel van het boekresultaat in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Niet-geïntegreerde software wordt opgenomen tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Niet-geïntegreerde software wordt tot de restwaarde lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur (4 tot 10 jaar).
Jaarlijks worden de gebruiksduur en restwaarde van de niet-geïntegreerde software vastgesteld en waar nodig aangepast.
Overige immateriële vaste activa betreffen merknamen van aangekochte dochterondernemingen en worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Overige immateriële vaste activa worden tot hun restwaarde lineair afgeschreven over de geschatte gebruiksduur (3 jaar).
Jaarlijks worden de gebruiksduur en restwaarde van de overige immateriële vaste activa vastgesteld en waar nodig aangepast.
Pps-vorderingen betreffen de van publieke organen (overheden) nog te ontvangen concessievergoedingen in verband met pps-projecten. Pps-vorderingen worden verantwoord als financiële activa. Bij de eerste verwerking in de jaarrekening worden deze opgenomen tegen reële waarde en daarna tegen de geamortiseerde kostprijs.
De overige financiële activa bestaan uit niet-beursgenoteerde vorderingen en effecten (niet zijnde derivaten). De nietbeursgenoteerde vorderingen kennen vaste of bepaalbare aflossingen. Bij de eerste verwerking in de jaarrekening worden deze opgenomen tegen reële waarde en daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Effecten betreffen belangen in entiteiten waarover de Groep geen invloed van betekenis kan uitoefenen op het financiële en operationele beleid. Deze worden opgenomen tegen reële waarde of kostprijs indien de reële waarde niet betrouwbaar kan worden vastgesteld en de investering wordt beoordeeld als niet van materieel belang voor de geconsolideerde jaarrekening.
Voorraden grond en bouwrechten worden opgenomen tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De Groep activeert rente als onderdeel van de kosten, vanaf het moment dat de grond een bouwbestemming heeft en met de actieve ontwikkeling is begonnen.
Voorraden betreffende vastgoedontwikkeling worden opgenomen tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De Groep activeert rente en andere gemaakte kosten als onderdeel van de kosten voor vastgoedontwikkeling. Activering van rentekosten begint bij aanvang van een project, wordt opgeschort gedurende de periode dat de actieve ontwikkeling wordt onderbroken en wordt beëindigd bij voltooiing of verkoop van het project.
Indien overdracht van het economisch eigendom van een (deel)project aan derden heeft plaatsgevonden, worden de geactiveerde kosten betrekking hebbende op het (deel)project verwerkt in de winst- en verliesrekening en vindt de daaraan gerelateerde opbrengstverantwoording plaats. In de balans vindt dan verwerking plaats conform onderhanden projecten in opdracht van derden.
Voorraden grondstoffen en verbruiksgoederen worden opgenomen tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs wordt gewaardeerd onder toepassing van de first-in, first-out (FIFO) methode en bestaat uit de verkrijgingsprijs en kosten gemaakt om de voorraden naar de huidige locatie over te brengen en in de huidige conditie te brengen.
De opbrengstwaarde van de voorraden is de geschatte verkoopprijs bij normale bedrijfsvoering, verminderd met de geraamde kosten van voltooiing en verkoop. Activa worden aangemerkt als voorraad als deze in de normale bedrijfsvoering worden verbruikt.
De Groep voert projecten uit in opdracht van derden tot het vervaardigen van een actief, op basis van specifiek onderhandelde overeenkomsten. Kosten uit hoofde van een project worden verantwoord wanneer deze worden gemaakt. Indien de resultaten van een project betrouwbaar kunnen worden geschat, worden projectopbrengsten en -kosten verantwoord over de periode van het contract. Indien de resultaten van een project niet betrouwbaar kunnen worden geschat, worden opbrengsten slechts verantwoord tot het bedrag van de gemaakte projectkosten, voor zover deze met voldoende zekerheid worden gedekt uit de opbrengsten van het project. Als het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger uitvallen dan de totale projectopbrengsten, wordt het volledige verwachte verlies opgenomen als last.
De Groep gebruikt de 'percentage of completion methode' voor het meten van de verrichte prestaties bij de uitvoering van de projecten. Onder deze methode worden de gemaakte projectkosten vergeleken met en uitgedrukt in een percentage van de totale (verwachte) projectkosten. Opbrengsten en kosten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening op basis van deze voortgang. Kosten die in een jaar zijn gemaakt ten behoeve van projectactiviteiten in het opvolgende jaar worden niet meegenomen in de berekening.
Projecten worden in de balans gepresenteerd als vordering op dan wel schuld aan de opdrachtgever uit hoofde van het contract. Er is sprake van een vordering indien het bedrag van de gemaakte kosten (inclusief het verantwoorde resultaat) hoger is dan het bedrag van de gefactureerde termijnen. Indien het bedrag van de gemaakte kosten (inclusief het verantwoorde resultaat) lager is dan de gefactureerde termijnen, is sprake van een schuld.
Overeenkomsten waarin zowel de vervaardiging als het mogelijk meerjarig onderhoud van het actief afzonderlijk van elkaar zijn opgenomen of afzonderlijk van elkaar in de markt zouden kunnen worden overeengekomen, worden behandeld als twee afzonderlijke overeenkomsten. Opbrengsten en resultaten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening overeenkomstig onderhanden projecten in opdracht van derden en verlening van diensten.
Handels- en overige vorderingen worden bij de eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen reële waarde en daarna tegen de geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Bijzondere waardeverminderingen worden verantwoord als er objectief bewijs is dat de Groep het te vorderen bedrag niet kan innen en zijn gelijk aan het verschil tussen de verwachte lagere opbrengstwaarde en de boekwaarde. Het verschil wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.
Handels- en overige vorderingen worden verondersteld in de normale bedrijfsvoering te worden voldaan, gewoonlijk binnen twaalf maanden. De reële waarde van de vorderingen en de naar verwachting na meer dan twaalf maanden af te wikkelen bedragen worden vermeld in de Toelichting op de jaarrekening.
Liquide middelen bestaan uit banktegoeden, kassaldi en bankdeposito's voorzover deze direct opvraagbaar zijn en integraal deel uitmaken van het liquiditeitsmanagement van de Groep. Rekening-courantschulden worden opgenomen onder de kortlopende leningen.
Vaste activa waarvan de boekwaarde wordt gerealiseerd door verkoop en niet door voortgezet gebruik, worden opgenomen als vaste activa aangehouden voor verkoop. Deze worden opgenomen tegen de boekwaarde of lagere reële waarde onder vermindering van de verkoopkosten. De verplichtingen die samenhangen met de vaste activa aangehouden voor verkoop worden afzonderlijk weergegeven onder de kortlopende verplichtingen. Op vaste activa worden geen afschrijvingen meer verantwoord, zodra classificatie als vaste activa aangehouden voor verkoop heeft plaatsgevonden.
Op activa met een onbepaalde gebruiksduur wordt niet afgeschreven, maar vindt een jaarlijkse toetsing plaats op bijzondere waardevermindering. Voor activa waarop wel wordt afgeschreven, wordt jaarlijks beoordeeld of er aanwijzingen zijn die erop duiden dat de opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde. In dat geval wordt een verlies uit hoofde van een bijzondere waardevermindering verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde van de activa en de lagere realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de reële waarde (onder vermindering van verkoopkosten) en de bedrijfswaarde. Indien de bedrijfswaarde wordt gebruikt, wordt de bijzondere waardevermindering vastgesteld op het niveau van kasstroomgenererende eenheden.
Activa, anders dan goodwill, die aan een bijzondere waardevermindering onderhevig zijn geweest, worden op balansdatum beoordeeld op een mogelijke terugname van de bijzondere waardevermindering. Teruggenomen wordt maximaal het oorspronkelijke bedrag van de bijzondere waardevermindering, maar nooit meer dan de boekwaarde zou zijn geweest indien de bijzondere waardevermindering niet was verantwoord.
Gewone aandelen zijn onderdeel van het eigen vermogen. Converteerbare en niet-converteerbare financieringspreferente aandelen worden opgenomen als verplichtingen. Het eigenvermogensbestanddeel van de converteerbare financieringspreferente aandelen betreft het verschil tussen de uitgifteprijs en de reële waarde van het vreemdvermogensbestanddeel en wordt als zodanig opgenomen onder het eigen vermogen.
Kosten direct toerekenbaar aan de uitgifte van nieuwe aandelen worden direct in het eigen vermogen in mindering gebracht op de emissieopbrengst, onder verrekening van belastingen.
Indien de Groep of een dochteronderneming aandelen in de vennootschap koopt (ingekochte eigen aandelen), wordt het betaalde bedrag, onder verrekening van direct toerekenbare kosten en belastingen, in mindering gebracht op het eigen vermogen. Indien aandelen verkocht of opnieuw uitgegeven worden, wordt de opbrengst, onder verrekening van direct toerekenbare kosten en belastingen, in het eigen vermogen verwerkt.
De reserves bestaan uit reserves voor kasstroomafdekkingen en translatiereserves voor omrekeningsverschillen.
Dit betreft de cumulatieve resultaten uit voorgaande boekjaren onder vermindering van het betaalbaar gesteld dividend aan houders van gewone aandelen van de vennootschap. Op het moment dat het dividend gedeclareerd wordt, wordt het opgenomen onder de verplichtingen. Dividenden betaalbaar gesteld aan houders van preferente aandelen in de vennootschap worden opgenomen als financieringslast in de winst- en verliesrekening en als verplichting op de balans.
De achtergestelde lening betreft een lening waarbij de hoofdsom is achtergesteld bij alle andere verplichtingen. De bijbehorende renteverplichtingen zijn niet achtergesteld.
Financieringspreferente aandelen worden als verplichtingen geclassificeerd. Dividend op preferente aandelen wordt als financieringslast opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Non-recourse leningen houden rechtstreeks verband met de bijbehorende activa (pps-vorderingen en vastgoedontwikkeling).
De overige projectfinancieringen houden eveneens rechtstreeks verband met de bijbehorende activa, maar kennen daarnaast gelimiteerde aanvullende zekerheden.
Het belang van derden aandeelhouders in AM wordt als verplichting geclassificeerd. Het dividend wordt als financieringslast opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De verplichtingen uit hoofde van financiële-leaseovereenkomsten worden opgenomen onder vermindering van financieringslasten. Het rentedeel van de leaseverplichtingen wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Bankkredieten hebben een kortlopend karakter en worden opgenomen tegen reële waarde.
Leningen worden bij eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen reële waarde (onder aftrek van transactiekosten) en daarna tegen geamortiseerde kostprijs.
Leningen worden verantwoord als kortlopend tenzij de Groep een onvoorwaardelijk recht heeft om afwikkeling van de verplichting uit te stellen tot ten minste twaalf maanden na balansdatum.
De Groep gebruikt derivaten om zich in te dekken tegen valuta- en renterisico's in het kader van operationele en financieringsactiviteiten. Derivaten worden alleen gebruikt als instrument voor kasstroomafdekking op zekere toekomstige kasstromen in vreemde valuta en voor variabele rentes op (non-recourse pps-)leningen.
Derivaten worden bij eerste verwerking in de jaarrekening opgenomen tegen de reële waarde op de datum waarop het derivatencontract wordt gesloten en vervolgens tegen de reële waarde op elk rapporteringsmoment. De methode voor verantwoording van het resultaat is afhankelijk van de vraag of het een afdekkingsinstrument betreft en, zo ja, van de aard van de af te dekken post.
Bij het aangaan van een transactie documenteert de Groep de relatie tussen het afdekkingsinstrument en de af te dekken post, evenals de doelstelling van zijn risicobeheer en strategie voor het uitvoeren van diverse afdekkingstransacties. De Groep documenteert zijn inschattingen, zowel bij het aangaan van de afdekking en vervolgens continu, of de gebruikte derivaten een effectieve compensatie bieden voor mutaties in de kasstromen van afgedekte posities. Indien effectief, dan wordt de mutatie verwerkt in het eigen vermogen en anders in de winst- en verliesrekening. De mutatie in het eigen vermogen bestaat uit: (i) toevoegingen uit hoofde van nieuwe afdekkingsinstrumenten, (ii) de waardeontwikkeling van bestaande afdekkingsinstrumenten en (iii) de vrijval ten gunste van het resultaat, op het moment dat de corresponderende transactie in de winst-, en verliesrekening wordt verwerkt.
De Groep documenteert de afdekkingen van alle renteswaps en de afdekkingen van valutatermijncontracten voor projecten die omgerekend een waarde vertegenwoordigen van meer dan € 1 miljoen.
De reële waarde van diverse voor afdekking gebruikte derivaten wordt toegelicht in de Toelichting op de jaarrekening.
De Groep kent zowel toegezegd-pensioen- als toegezegde-bijdrageregelingen. Deze regelingen worden in het algemeen gefinancierd door afdrachten aan bedrijfstakpensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen of bedrijfspensioenfondsen. Een toegezegd-pensioenregeling is een regeling waarbij aan werknemers een pensioen wordt toegezegd, waarvan de hoogte afhankelijk is van leeftijd, dienstjaren en beloning.
Bij een toegezegde-bijdrageregeling worden vastgestelde premies betaald en heeft de Groep geen juridische of feitelijke verplichting om aanvullende premies te betalen indien de verzekeringsmaatschappij of het pensioenfonds onvoldoende middelen heeft om de huidige of toekomstige pensioenen te betalen. Toegezegd-pensioenregelingen ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfondsen worden verwerkt als toegezegde-bijdrageregeling.
De in de balans opgenomen verplichting voor toegezegd-pensioenregelingen is de contante waarde van de verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen op balansdatum, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen. De niet-verwerkte actuariële winsten of verliezen en nog niet opgenomen pensioenkosten van verstreken dienstjaren worden hiermee verrekend. De toegezegd-pensioenaanspraken worden jaarlijks berekend door onafhankelijke actuarissen met gebruik van de 'projected unit credit-methode'. De contante waarde van de toegezegd-pensioenaanspraken wordt bepaald door het contant maken van de geschatte toekomstige uitgaande kasstroom. Hierbij wordt uitgegaan van rentetarieven die gelden voor hoge kwaliteit bedrijfsobligaties die zijn uitgegeven in dezelfde valuta als waarin de pensioenen betaald zullen worden, en die een looptijd zullen hebben die ongeveer gelijk is aan de looptijd van de gerelateerde pensioenverplichting. De Groep volgt de 'corridor-methode' voor verantwoording van actuariële winsten en verliezen als gevolg van veranderingen in actuariële veronderstellingen. Actuariële winsten en verliezen groter dan 10 procent van het hoogste van de fondsbeleggingen of pensioenverplichting (maximum corridor), worden ten laste van het resultaat gebracht gedurende de verwachte, gemiddelde toekomstige dienstjaren van de betreffende personeelsleden. De nog niet verwerkte pensioenkosten van de verstreken diensttijd worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt, tenzij de wijzigingen in de pensioenregeling afhankelijk zijn van het in dienst blijven voor een bepaalde periode (de wachtperiode). In dat geval worden de lasten over verstreken diensttijd lineair verwerkt gedurende de wachtperiode.
Voor toegezegde-bijdrageregelingen betaalt de Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft de Groep geen verdere verplichtingen. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als actief indien deze tot een terugstorting of tot een vermindering van toekomstige betalingen leiden.
Deze betreffen voorzieningen voor jubileumuitkeringen, tijdelijk verlof en dergelijke, en hebben een langlopend karakter. Deze voorzieningen zijn gewaardeerd tegen contante waarde.
Dit betreft verplichtingen uit hoofde van het vóór de normale pensioendatum beëindigen van dienstverbanden met werknemers. De Groep verwerkt de ontslagvergoedingen indien aantoonbaar sprake is van een verplichting tot beëindiging van dienstverbanden van medewerkers als onderdeel van een geformaliseerd en onherroepelijk plan. Vergoedingen worden tegen de contante waarde opgenomen. De verplichting wordt als zodanig opgenomen en toegelicht onder kort- en langlopende voorzieningen.
De Groep neemt een verplichting op voor bonusregelingen en winstdelingen op basis van de relevante prestatieregelingen. De verplichting wordt als zodanig opgenomen onder de overige schulden.
Voorzieningen worden opgenomen wanneer de Groep een juridische of feitelijke verplichting heeft die voortvloeit uit gebeurtenissen uit het verleden, het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is en het bedrag op betrouwbare wijze kan worden geschat. Voorzieningen voor toekomstige exploitatieverliezen worden niet in aanmerking genomen. Het als voorziening opgevoerde bedrag is gebaseerd op een zo goed mogelijke schatting van de verwachte kosten voor het voldoen aan de verplichting. Indien de tijdswaarde van geld een rol van betekenis speelt, is het bedrag van de voorziening gelijk aan de contante waarde van de uitgaande kasstroom.
Deze voorziening heeft betrekking op ingeschatte verplichtingen en lopende procedures betreffende geschillen inzake opgeleverde projecten.
Een voorziening voor reorganisatie wordt opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel reorganisatieplan heeft goedgekeurd en de reorganisatie is begonnen of algemeen is bekendgemaakt. Voor toekomstige verliezen wordt geen voorziening opgenomen.
Dit betreft de geschatte verplichtingen uit hoofde van aan derden afgegeven huurgaranties.
Dit betreft overige juridische en constructieve verplichtingen waaronder milieukwesties (bodemverontreiniging) en doorlopende huurverplichtingen.
Latente belastingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de fiscale waarden van activa en verplichtingen en de boekwaarden daarvan in de geconsolideerde jaarrekening. De latentie wordt echter niet verantwoord indien deze is ontstaan uit een eerste verantwoording van een actief of verplichting uit een transactie (anders dan een fusie of overname) die noch de commerciële noch de fiscale winst (verlies) beïnvloedt. Latenties worden berekend op basis van vastgestelde belastingtarieven (en -wetten) die uiterlijk op de balansdatum (materieel) zijn vastgesteld en naar verwachting van toepassing zullen zijn op het moment dat de gerelateerde latente belastingvorderingen gerealiseerd worden of de latente belastingverplichtingen betaald worden.
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst sprake zal zijn van voldoende belastbare winst om de tijdelijke verschillen en de beschikbare verliezen te benutten.
Latente belastingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen die ontstaan op investeringen in dochterondernemingen en deelnemingen, tenzij de Groep in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijke verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.
Belastinglatenties worden gesaldeerd indien het wettelijk is toegestaan belastingvorderingen te verrekenen met belastingschulden en wanneer de uitgestelde vennootschapsbelasting door dezelfde belastingdienst wordt geheven bij dezelfde belastingplichtige.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden als zodanig gerubriceerd en op de balans weergegeven als vaste activa en langlopende verplichtingen.
Handels- en overige schulden worden opgenomen tegen kostprijs.
Handels- en overige schulden worden verondersteld in de normale bedrijfsvoering te worden voldaan, gewoonlijk binnen twaalf maanden. De reële waarde van de schulden en de naar verwachting na meer dan twaalf maanden te betalen bedragen, worden vermeld in de Toelichting op de jaarrekening.
De Groep verantwoordt opbrengsten in verband met onderhanden projecten in opdracht van derden. De opbrengsten bestaan uit de oorspronkelijk overeengekomen aanneemsom, meer- en minderwerk als gevolg van wijzigingen in de overeenkomst, claims en prestatievergoedingen.
De projectopbrengsten en -kosten worden naar rato van de voortgang van de werkzaamheden opgenomen in de winst-
en verliesrekening, indien de resultaten van een project op betrouwbare wijze kunnen worden geschat. Dit is van toepassing indien: (i) de totale opbrengsten van het project op betrouwbare wijze kunnen worden vastgesteld; (ii) het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan de Groep toekomen; (iii) de nog benodigde kosten voor afronding van het project en de fase van afronding betrouwbaar kunnen worden gemeten en (iv) de kosten duidelijk kunnen worden onderscheiden en gemeten, zodat de werkelijke kosten kunnen worden vergeleken met eerdere inschattingen. Opbrengsten en kosten worden opgenomen naar rato van de op balansdatum verrichte prestaties bij de uitvoering van het project.
Indien de resultaten van een project niet betrouwbaar kunnen worden geschat, worden opbrengsten slechts opgenomen tot het bedrag van de gemaakte projectkosten, voor zover deze met voldoende zekerheid worden gedekt uit de opbrengsten van het project.
De Groep verantwoordt opbrengsten uit hoofde van vastgoedontwikkeling. Deze opbrengsten bestaan uit de overeengekomen bedragen van de transacties. Er worden geen opbrengsten genomen zolang de risico's en voordelen verbonden aan het (economisch) eigendom van een actief niet zijn overgedragen aan derden. Indien en voor zover overdracht van economisch eigendom van een actief aan derden heeft plaatsgevonden, worden opbrengsten verantwoord. Overdracht vindt plaats als ten minste: (i) de opbrengsten op betrouwbare wijze kunnen worden vastgesteld; (ii) het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan de Groep toekomen en (iii) de gemaakte en nog te maken kosten betrouwbaar zijn vast te stellen. Opbrengsten en kosten worden opgenomen naar rato van de op balansdatum verrichte prestaties bij de uitvoering van het project en indien en voor zover het economisch eigendom is overgedragen.
De overdracht van het economisch eigendom wordt geacht plaats te vinden als en voor zover aan het eigendom verbonden risico's en voordelen worden overgedragen aan de klant. Dit kan zowel het gehele project betreffen als significante onderdelen daarvan, wanneer daarmee ook de daaraan gerelateerde risico's en voordelen zijn overgedragen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de overdracht van grondposities.
Gedurende de constructie van het actief wordt een pps-project verantwoord als onderhanden project in opdracht van derden. Voor wat betreft de winst- en verliesrekening betekent dit dat de projectopbrengsten en -kosten naar rato van de voortgang van de werkzaamheden worden opgenomen.
Tijdens de operationele fase bestaan de opbrengsten van concessiemanagement uit: (i) de reële waarde van de levering van contractueel overeengekomen diensten en (ii) de rentebaten gerelateerd aan de investering in het project. Opbrengsten worden verantwoord op het moment dat de hieraan gerelateerde diensten worden geleverd.
Vooruitontvangen bedragen voor de verlening van deze diensten worden opgenomen als verplichting, en als opbrengsten verantwoord op het moment van verlening van de betreffende diensten. Rente wordt verantwoord als opbrengsten in de periode waarop deze betrekking hebben.
Opbrengsten van verkopen van goederen worden verantwoord wanneer deze aan de klant zijn geleverd, de klant ze heeft geaccepteerd en de inbaarheid van de gerelateerde vordering redelijkerwijs zeker is. De opbrengsten bestaan uit het overeengekomen bedrag van de betreffende transactie.
Opbrengsten uit hoofde van dienstverlening worden verantwoord als het resultaat van de transactie betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten worden opgenomen naar rato van geleverde prestaties. Als het resultaat van een transactie niet betrouwbaar kan worden geschat dan worden opbrengsten verantwoord voor zover het waarschijnlijk is dat de gemaakte kosten kunnen worden terugverdiend.
Overige opbrengsten bestaan uit opbrengsten ontvangen uit hoofde van operationele-leaseovereenkomsten of (onder-) verhuur van bedrijfsgebouwen, materieel of installaties. Ontvangen opbrengsten (onder aftrek van prestatievergoedingen voor de lessee) worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Kosten inzake het verwerven van projecten worden initieel verantwoord in de winst- en verliesrekening. Als voldoende zekerheid bestaat dat een project wordt gegund aan de Groep, worden deze kosten vanaf dat moment geactiveerd.
Te betalen bedragen uit hoofde van operationele-leaseovereenkomsten worden (onder verrekening van prestatievergoedingen) lineair over de leaseperiode opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Betalingen uit hoofde van financiële-leaseovereenkomsten worden deels verantwoord als een verplichting en deels als financieringslasten. De financieringslasten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening gedurende de periode van de lease, zodat er over het resterende deel van de verplichting een constante periodieke rentevoet ontstaat.
Overheidssubsidies worden opgenomen tegen reële waarde indien er met een redelijke mate van zekerheid kan worden gesteld dat de subsidie ontvangen zal worden en dat aan de aan de subsidie gekoppelde voorwaarden zal worden voldaan. Overheidssubsidies met betrekking tot kosten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening in de periode waarin de betreffende kosten worden verantwoord.
Kosten inzake onderzoek en ontwikkeling, direct verband houdend met projecten, worden opgenomen in de kostprijs van deze projecten. Kosten van overig onderzoek en ontwikkeling komen niet in aanmerking voor activering en worden opgenomen in de winst- en verliesrekening in de periode waarin de betreffende kosten worden gemaakt.
Financieringsbaten bestaan uit renteopbrengsten en dividendopbrengsten. Financiële lasten betreffen rentelasten van leningen, betaald preferent dividend, geactiveerde rente op pps-projecten in de constructiefase, geactiveerde rente op vastgoedontwikkeling en financiële-leaseovereenkomsten.
Indien de variabele rente van leningen door middel van een renteswap is gefixeerd, wordt de gefixeerde rente als last verantwoord.
Ondernemen in de bouw is onlosmakelijk verbonden met risico's. Voor de Groep zijn deze risico's niet bijzonder van aard of afwijkend van wat er in de branche gebruikelijk kan worden geacht. De Groep kent een strikt beleid, dat erop is gericht huidige en toekomstige risico's zoveel mogelijk te beperken en te beheersen. Dit gebeurt door middel van algemene beheersmaatregelen – zoals interne procedures en instructies – en specifieke maatregelen die zijn gericht op de beheersing van nader omschreven risico's. Deze maatregelen gaan gepaard met adequate rapportagesystemen en korte communicatielijnen. De raad van bestuur is van mening dat de algemene en specifieke systemen ter beheersing en controle van risico's in redelijke mate van zekerheid adequaat en effectief zijn. Daarmee wordt geen garantie gegeven dat zich een risico niet kan voordoen. Aan de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen wordt continu aandacht besteed, hetgeen aanleiding kan vormen tot een verdere aanscherping of aanvulling van deze systemen.
De Groep hanteert diverse instrumenten binnen risicobeheersings- en controlesystemen. Een algemeen beheersingsinstrument wordt gevormd door instructies van de Groep aan het management van de diverse dochterondernemingen. Deze instructies bevatten onder meer limieten ten aanzien van het aangaan van verplichtingen terzake van investeringen en het aannemen van projecten. Verder worden in deze richtlijnen de bevoegdheden van de directies van dochterondernemingen gedefinieerd en worden eisen gesteld aan de kwaliteit van essentiële beheersmaatregelen. De managementinstructies worden jaarlijks beoordeeld en zo nodig aangepast. Een tweede algemeen beheersingsinstrument betreft handleidingen voor de inrichting van de financiële verslaglegging en de voor de opstelling daarvan te volgen procedures. Als derde algemeen beheersingsinstrument kent de Groep een systeem voor budgettering, rapportering en (interne) controle. Groepsbreed worden uniforme richtlijnen en waarderingsgrondslagen gehanteerd, die als basis dienen voor alle financiële en managementrapportages.
De Groep kent omvangrijke activiteiten in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en andere landen die geen deel uitmaken van de eurozone. Resultaat en eigen vermogen staan daarom onder invloed van valutakoersen. In het algemeen is de Groep in genoemde markten actief via lokale dochterondernemingen. Hierdoor is het valutarisico beperkt, aangezien opbrengsten en uitgaven voor het grootste deel in gelijke munteenheid luiden. Valutarisico's voortkomend uit het netto-actief van de plaatselijke dochterondernemingen, worden primair beheerst via leningen in dezelfde valuta. Het resterende translatierisico wordt niet afgedekt.
Een beperkt aantal dochterondernemingen opereert in markten waarin contracten luiden in een andere dan hun functionele valuta. Het valutarisico dat voortvloeit uit projecten die door in euro rapporterende dochterondernemingen worden uitgevoerd buiten de eurozone, wordt door de centrale Treasury-afdeling op projectbasis afgedekt door middel van valutatermijntransacties. Volgens het beleid van de Groep worden onvoorwaardelijke, aan projecten gerelateerde valutarisico's afgedekt op het moment waarop deze zich voordoen. Bijkomende valutarisico's tijdens de aanbesteding worden per geval beoordeeld.
Er zijn procedures vastgesteld ten behoeve van een adequate vastlegging van de afdekkingstransacties. Er zijn systemen ingericht om de vereiste afdekkingseffectiviteitsmetingen regelmatig uit te voeren. Dit wordt toegepast bij projecten met een af te dekken valutarisico dat groter is dan de tegenwaarde van € 1 miljoen.
De Groep genereert een aanmerkelijk deel van zijn opbrengsten uit contracten met overheden of overheidsorganisaties. Bijgevolg wordt het kredietrisico van deze contracten geacht beperkt te zijn.
De Groep is tevens actief uit hoofde van contracten met niet-overheidsopdrachtgevers. De kredietrisico's van die contracten worden beperkt door toepassing van diverse instrumenten, zoals uitstel van eigendomsoverdracht tot ontvangst van betaling en gebruik van bankgaranties. In het algemeen is er bij een aanmerkelijk deel van de contracten sprake van betalingsregelingen op basis van vooruitbetalingen respectievelijk betalingen naar rato van voortgang van werkzaamheden, hetgeen de kredietrisico's beperkt.
Ten behoeve van het inkoopbeleid bewaakt de Groep de prestaties en de vermogenspositie van leveranciers aan de hand van databasesystemen. Daarnaast maakt de Groep gebruik van de diensten van reporting agencies voor informatie over de vermogenspositie en het faillissementsrisico van leveranciers.
In de bouwsector is het gebruikelijk vooruitbetalingen en/of deelbetalingen te ontvangen van opdrachtgevers, veelal tegen afgifte van bank- of concerngaranties. Dientengevolge heeft de Groep in het algemeen een positieve kaspositie. In de liquide middelen is het aandeel van de Groep in de liquiditeiten van bouwcombinaties en soortgelijke samenwerkingsverbanden inbegrepen. De hiermee gegenereerde renteopbrengsten dragen bij tot de winst van het project. Liquiditeitsrisico doet zich voor indien de uitvoering van nieuwe projecten stagneert en minder vooruitbetalingen worden ontvangen. Om het liquiditeitsrisico te beheersen, stellen alle dochterondernemingen maandelijks een liquiditeitsprognose op voor de komende twaalf maanden. Dit geeft de Groep voldoende mogelijkheden om eventuele liquiditeitstekorten tijdig te signaleren. De Groep beschikt tevens over voldoende kredietfaciliteiten. De afdeling Treasury van de Groep bewaakt en beheert de vrij-beschikbare liquiditeitspositie voor een zo flexibel mogelijke financiering.
De rentegevoeligheid van de Groep is gerelateerd aan de positieve kaspositie enerzijds en aan rentedragende leningen van de Groep anderzijds. De rentedragende leningen van de Groep betreffen de achtergestelde lening, preferente aandelen, non-recourse pps-leningen en (non-recourse) projectfinancieringen, derden aandeelhouders AM, financiële-leaseovereenkomsten, overige leningen en bankkredieten.
De achtergestelde lening betreft de in 2005 afgesloten lening van € 150 miljoen. Deze lening heeft een looptijd tot en met 2011. De rente op deze lening is gebaseerd op zesmaands EURIBOR plus een vaste opslag. Met ingang van februari 2006 heeft de Groep deze rente gefixeerd op 6,1 procent.
De preferente aandelen van de Groep worden gerubriceerd als langlopende verplichtingen en de uitkering van dividenden als financieringslasten. De hoogte van de dividenden is vast tot en met december 2010.
De door derden indirect in AM gehouden aandelen worden gerubriceerd als langlopende verplichtingen en de uitkering van dividenden als financieringslasten. De hoogte van de dividenden is vast tot februari 2011.
De non-recourse pps-leningen van de Groep worden gebruikt voor de financiering van projecten in publiekprivate samenwerking. Eventuele rentegevoeligheid als gevolg van deze non-recourse financieringen wordt op projectbasis afgedekt. Indien het renterisico niet kan worden overgedragen aan de opdrachtgever, wordt de variabele rente gefixeerd door middel van renteswaps. Er zijn procedures voor renteswaps vastgesteld om te garanderen dat de afdekkingsrelaties juist worden vastgesteld. Er zijn systemen en procedures om de benodigde afdekkingseffectiviteitsmetingen uit te voeren.
Non-recourse en overige projectfinancieringen inzake vastgoedontwikkeling zijn van betrekkelijk korte duur en hebben een variabele rente die meestal niet wordt omgezet naar een vaste rente.
In 2006 is de Groep een lening aangegaan van € 200 miljoen ter financiering van de overname van AM. Deze lening heeft een looptijd tot 2011 en de rente is gebaseerd op zesmaands EURIBOR plus een vaste opslag. De Groep heeft de gehele lening, met uitzondering van € 25 miljoen, gefixeerd op 4,5 procent tot het einde van de looptijd. Ultimo 2006 bedroeg deze financiering € 187,5 miljoen, waarvan de rente over een bedrag van € 162,5 miljoen is gefixeerd.
AM beschikt over een gecommitteerde kredietfaciliteit ter grootte van € 250 miljoen, waarvan ultimo 2006 € 80 miljoen is opgenomen. Voor het opgenomen deel van de kredietfaciliteit geldt een rentetarief van éénmaands EURIBOR plus 75 basis punten. Ter afdekking van het renterisico is een renteswap afgesloten over een bedrag van € 50 miljoen. Voor dit deel van de lening bedraagt de rente 3,6 procent.
Bankschulden vangen fluctuaties op in de werkkapitaalpositie van de Groep, hebben een beperkte looptijd en worden aangegaan tegen een variabele rente.
De reële waarde van niet op een actieve markt verhandelde financiële instrumenten wordt bepaald met behulp van waarderingsmethoden. De Groep gebruikt verschillende methoden en maakt aannames die gebaseerd zijn op de marktomstandigheden per balansdatum.
Voor langlopende verplichtingen wordt externe informatie van bankiers inzake vergelijkbare instrumenten gebruikt. Voor het bepalen van de reële waarde van de overige financiële instrumenten worden andere methoden gebruikt, zoals waardeberekening op basis van de contante waarde van de verwachte kasstroom (DCF-methode). De reële waarde van renteswaps wordt berekend als de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De reële waarde van valutatermijncontracten wordt vastgesteld op basis van de 'forward' valutakoersen per balansdatum.
Verondersteld wordt dat de nominale waarde (verminderd met de geschatte aanpassingen) van handelsvorderingen en handelsschulden de reële waarde benadert.
Schattingen en beoordelingen worden voortdurend geëvalueerd en zijn gebaseerd op in het verleden opgedane ervaring en andere factoren, waaronder verwachtingen ten aanzien van toekomstige gebeurtenissen die zich gelet op de omstandigheden redelijkerwijs kunnen voordoen.
De Groep maakt schattingen en doet veronderstellingen ten aanzien van de toekomst. Schattingen in de verantwoording zijn per definitie vrijwel nooit gelijk aan het werkelijke resultaat. Schattingen en veronderstellingen zijn gebaseerd op in het verleden opgedane ervaringen en andere factoren, waaronder ook verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen zoals deze zich, naar de huidige stand van zaken, redelijkerwijs kunnen voordoen. Schattingen en beoordelingen worden continu geëvalueerd.
Schattingen en veronderstellingen die in het komende boekjaar kunnen leiden tot materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen, worden vermeld in de toelichting op de jaarrekening.
Indien de resultaten op een project betrouwbaar kunnen worden geschat, worden opbrengsten en kosten verantwoord over de periode van het contract, naar rato van de voortgang van de verrichte prestaties. De verrichte prestaties worden gemeten via de 'percentage of completion methode'. Als het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten hoger uitvallen dan de totale projectopbrengsten, wordt het volledige verwachte verlies opgenomen als last.
De basis hiervoor zijn de periodieke projectbeoordelingen door de projectteams, op grond van projectadministraties, projectdossiers en deskundigheid van de betrokkenen. Inherent aan dit proces zijn schattingen, die mogelijk later afwijken van de werkelijkheid. Dit geldt met name voor langjarige projecten. Overigens blijkt uit ervaringen in het verleden dat de schattingen over het algemeen voldoende betrouwbaar zijn.
Zoals toegelicht, verantwoordt de Groep omzet en resultaat op basis van (gedeeltelijke) economische overdracht aan derden (IAS 18 appendix 9). Deze verwerkingswijze is onderwerp van evaluatie door de internationale regelgevende instanties.
Behoudens het voorgaande en de elementen vermeld in de toelichting op de jaarrekening, zijn er geen belangrijke schattingen of aannames bij de toepassing van de waarderingsgrondslagen van de Groep die nadere vermelding vergen.
(x € 1.000)
| Consultancy | Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten en | Bouw | Installatie- | en | inclusief | |||
| resultaten per sector | en vastgoed | Infra | Pps | techniek | engineering | eliminaties 2 | Totaal |
| 2006 | |||||||
| Opbrengsten derden | 4.383.991 | 3.818.051 | 70.319 | 169.817 | 199.924 | 4.029 | 8.646.131 |
| Sectoropbrengsten | 30.841 | 29.367 | - | 21.081 | 4.322 | (85.611) | - |
| Opbrengsten | 4.414.832 | 3.847.418 | 70.319 | 190.898 | 204.246 | (81.582) | 8.646.131 |
| Bedrijfsresultaat | 62.765 | 123.476 | 27.950 | 7.600 | 24.859 | 8.567 | 255.217 |
| Netto financieringslasten | (1.791) | 15.743 | (26.657) | 394 | 259 | (35.504) | (47.556) |
| Resultaat uit deelnemingen | (451) | 616 | 908 | - | - | 19.712 | 20.785 |
| Resultaat vóór belastingen1 | 60.523 | 139.835 | 2.201 | 7.994 | 25.118 | (7.225) | 228.446 |
| Belastingen | (90.810) | ||||||
| Nettoresultaat voor het jaar | 137.636 | ||||||
| 2005 | |||||||
| Opbrengsten derden | 3.586.324 | 3.464.106 | 40.230 | 157.763 | 159.162 | 17.346 | 7.424.931 |
| Sectoropbrengsten | 19.028 | 46.322 | - | 24.563 | 6.480 | (96.393) | - |
| Opbrengsten | 3.605.352 | 3.510.428 | 40.230 | 182.326 | 165.642 | (79.047) | 7.424.931 |
| Bedrijfsresultaat | 98.546 | 143.357 | 10.372 | 6.327 | 14.899 | (38.176) | 235.325 |
| Netto financieringslasten | 19.563 | 12.739 | (16.093) | 326 | (29) | (32.869) | (16.363) |
| Resultaat uit deelnemingen | 868 | 562 | - | - | - | 9.558 | 10.988 |
| Resultaat vóór belastingen1 | 118.977 | 156.658 | (5.721) | 6.653 | 14.870 | (61.487) | 229.950 |
| Belastingen | (76.028) | ||||||
| Nettoresultaat voor het jaar | 153.922 | ||||||
| Balansgegevens per sector | |||||||
| 2006 | |||||||
| Activa | 3.525.608 | 2.542.476 | 652.496 | 83.776 | 147.734 | (682.528) | 6.269.562 |
| Deelnemingen | 4.669 | 5.782 | 13.717 | - | - | 110.407 | 134.575 |
| Totaal activa | 3.530.277 | 2.548.258 | 666.213 | 83.776 | 147.734 | (572.121) | 6.404.137 |
| Verplichtingen | 2.868.006 | 1.703.151 | 569.105 | 58.566 | 75.549 | 432.911 | 5.707.288 |
| Groepsvermogen | - | - | - | - | - | 696.849 | 696.849 |
| Groepsvermogen/verplichtingen | 2.868.006 | 1.703.151 | 569.105 | 58.566 | 75.549 | 1.129.760 | 6.404.137 |
| 2005 | |||||||
| Activa | 2.255.774 | 2.474.830 | 635.755 | 77.938 | 118.470 | (694.714) | 4.868.053 |
| Deelnemingen | 1.542 | 6.310 | 6.636 | - | - | 95.828 | 110.316 |
| Totaal activa | 2.257.316 | 2.481.140 | 642.391 | 77.938 | 118.470 | (598.886) | 4.978.369 |
| Verplichtingen | 1.676.609 | 1.615.779 | 686.130 | 54.763 | 61.766 | 299.301 | 4.394.348 |
| Groepsvermogen | - | - | - | - | - | 584.021 | 584.021 |
| Groepsvermogen/verplichtingen | 1.676.609 | 1.615.779 | 686.130 | 54.763 | 61.766 | 883.322 | 4.978.369 |
1 In afwijking van het directieverslag zijn de gepresenteerde pensioenbaten van € 29 miljoen (2005: € 18 miljoen)
toegerekend aan de sectoren.
2 Inclusief niet operationele activa en verplichtingen.
| Consultancy | Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bouw | Installatie- | en | inclusief | ||||
| Overige sectorinformatie | en vastgoed | Infra | Pps | techniek | engineering | eliminaties | Totaal |
| 2006 | |||||||
| Investeringen 1 | 261.489 | 101.210 | 49 | 1.940 | 4.322 | 5.011 | 374.021 |
| Afschrijvingen | 20.638 | 68.231 | 10 | 1.839 | 1.869 | 6.314 | 98.901 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 1.000 | - | - | - | - | 5 | 1.005 |
| Gemiddeld aantal medewerkers | 8.597 | 15.789 | 52 | 1.333 | 2.275 | 284 | 28.330 |
| Aantal medewerkers ultimo jaar | 8.616 | 17.537 | 55 | 1.338 | 2.512 | 280 | 30.338 |
| 2005 | |||||||
| Investeringen 1 | 22.061 | 104.509 | - | 1.747 | 2.586 | 5.861 | 136.764 |
| Afschrijvingen | 17.879 | 62.241 | - | 1.904 | 1.432 | 7.147 | 90.603 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 2.500 | 12.482 | - | - | - | 1.000 | 15.982 |
| Gemiddeld aantal medewerkers | 8.688 | 14.553 | 50 | 1.331 | 1.997 | 295 | 26.914 |
| Aantal medewerkers ultimo jaar | 8.311 | 15.139 | 53 | 1.328 | 2.066 | 293 | 27.190 |
1 Bruto-investeringen, inclusief goodwill.
| Consultancy | Overige | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten per | Bouw | Installatie- | en | inclusief | |||
| geografisch segment 1 | en vastgoed | Infra | Pps | techniek | engineering | eliminaties | Totaal |
| 2006 | |||||||
| Nederland | 2.341.074 | 1.351.389 | 8.287 | 189.507 | 124.280 | (66.424) | 3.948.113 |
| Verenigd Koninkrijk | 1.407.757 | 827.295 | 62.032 | 33 | - | (18.621) | 2.278.496 |
| België | 154.283 | 357.655 | - | 222 | 427 | (93) | 512.494 |
| Duitsland | 508.055 | 162.289 | - | 1.097 | 16.682 | 3.503 | 691.626 |
| Ierland | - | 390.122 | - | - | - | - | 390.122 |
| Verenigde Staten | - | 495.976 | - | 30 | - | - | 496.006 |
| Overige (wereldwijd) | 3.663 | 262.692 | - | 9 | 62.857 | 53 | 329.274 |
| 4.414.832 | 3.847.418 | 70.319 | 190.898 | 204.246 | (81.582) | 8.646.131 | |
| 2005 | |||||||
| Nederland | 1.814.699 | 1.421.952 | - | 181.254 | 92.919 | (96.141) | 3.414.683 |
| Verenigd Koninkrijk | 1.122.274 | 663.650 | 40.230 | 13 | - | - | 1.826.167 |
| België | 128.961 | 339.000 | - | 118 | 502 | - | 468.581 |
| Duitsland | 536.220 | 129.443 | - | 685 | 18.390 | 17.240 | 701.978 |
| Ierland | - | 440.569 | - | - | - | - | 440.569 |
| Verenigde Staten | - | 298.921 | - | 85 | - | - | 299.006 |
| Overige (wereldwijd) | 3.198 | 216.893 | - | 171 | 53.831 | (146) | 273.947 |
| 3.605.352 | 3.510.428 | 40.230 | 182.326 | 165.642 | (79.047) | 7.424.931 |
1 Gesegmenteerd op basis van geografische locatie van projecten.
| Activa per geografisch segment 1 | 2006 | 2005 |
|---|---|---|
| Nederland | 3.233.376 | 2.308.192 |
| Verenigd Koninkrijk | 1.812.326 | 1.509.394 |
| België | 325.071 | 270.210 |
| Duitsland | 453.940 | 500.516 |
| Ierland | 393.326 | 309.377 |
| Verenigde Staten | 201.816 | 189.512 |
| Overige (wereldwijd) | 226.690 | 190.881 |
| Eliminaties, deelnemingen en niet-toegewezen activa | (242.408) | (299.713) |
| 6.404.137 | 4.978.369 | |
| Investeringen per geografisch segment 2 | 2006 | 2005 |
| Nederland | 284.240 | 46.748 |
| Verenigd Koninkrijk | 14.051 | 13.892 |
|---|---|---|
| België | 9.225 | 4.500 |
| Duitsland | 16.284 | 15.132 |
| Ierland | 9.086 | 19.874 |
| Verenigde Staten | 25.082 | 16.139 |
| Overige (wereldwijd) | 16.053 | 20.479 |
| 374.021 | 136.764 |
1 Gesegmenteerd op basis van geografische locatie van de activa.
2 Bruto-investeringen gesegmenteerd op basis van geografische locatie van de activa.
| Opbrengsten per categorie | 2006 | 2005 |
|---|---|---|
| Projecten in opdracht van derden | 6.992.282 | 6.655.013 |
| Vastgoedontwikkeling | 1.351.914 | 546.873 |
| Concessies | 70.319 | 40.230 |
| Diensten en overige | 231.616 | 182.815 |
| 8.646.131 | 7.424.931 |
Deze projecten vormen een belangrijk deel van de activiteiten van de Groep en worden in de balans gepresenteerd onder diverse posten. Als aanvulling op de reguliere toelichtingen en om inzicht te verschaffen in de totale positie betreffende de activiteiten van de Groep zijn in het navolgende overzicht de relevante balansposten weergegeven.
| Projecten | |||
|---|---|---|---|
| Vastgoed- | voor | ||
| ontwikkeling | derden | Totaal | |
| Grond en bouwrechten, vastgoedontwikkeling | 1.287.215 | - | 1.287.215 |
| Van opdrachtgevers te vorderen bedragen | 156.231 | 380.208 | 536.439 |
| Totale activa | 1.443.446 | 380.208 | 1.823.654 |
| Overige non-recourseleningen | 305.149 | - | 305.149 |
| Overige projectgerelateerde financieringen | 214.209 | - | 214.209 |
| Aan opdrachtgevers verschuldigde bedragen | 92.113 | 799.195 | 891.308 |
| Totale verplichtingen | 611.471 | 799.195 | 1.410.666 |
| Per 31 december 2006 | 831.975 | (418.987) | 412.988 |
| Per 31 december 2005 | 463.353 | (280.034) | 183.319 |
De toename van vastgoedontwikkeling hangt in belangrijke mate samen met de overname van AM.
De cumulatieve kosten (inclusief resultaat) en cumulatieve gefactureerde termijnen opgenomen in de balans ultimo 2006 bedragen respectievelijk € 11.373 miljoen (2005: € 11.789 miljoen) en € 11.792 miljoen (2005: € 12.044 miljoen).
De totale positie van de pps-projecten waarbij de Groep is betrokken, is als volgt:
| Langlopend | Kortlopend | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Pps-vorderingen | 530.022 | 9.559 | 539.581 |
| Non-recourse pps-leningen | (484.559) | (15.437) | (499.996) |
| 45.463 | (5.878) | 39.585 | |
| Saldo overige activa en verplichtingen | (17.016) | 32.735 | 15.719 |
| Pps-projecten (dochterondernemingen) | 28.447 | 26.857 | 55.304 |
| Pps-projecten (deelnemingen) | 26.344 | - | 26.344 |
| Netto-investering per 31 december 2006 | 54.791 | 26.857 | 81.648 |
| Netto-investering per 31 december 2005 | 38.727 | 1.852 | 40.579 |
| Bedrijfs- | Materieel, | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| gebouwen en | machines en | materiële | ||
| -terreinen | installaties | vaste activa | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | ||||
| Kostprijs | 220.271 | 414.776 | 111.934 | 746.981 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | ||||
| waardeverminderingen | (45.027) | (233.595) | (51.417) | (330.039) |
| Boekwaarde | 175.244 | 181.181 | 60.517 | 416.942 |
| 2005 | ||||
| Boekwaarde 1 januari | 175.244 | 181.181 | 60.517 | 416.942 |
| Investeringen | 10.560 | 96.745 | 28.633 | 135.938 |
| Desinvesteringen | (18.404) | (17.095) | (2.742) | (38.241) |
| Herrubricering naar / van vaste activa aangehouden | ||||
| voor verkoop | (2.918) | 1.187 | 62 | (1.669) |
| Herrubriceringen tussen categorieën | 1.757 | 6.391 | (8.148) | - |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | (10.082) | - | (10.082) |
| Teruggenomen bijzondere waardevermindering | - | 400 | - | 400 |
| Afschrijvingen | (8.953) | (58.081) | (20.900) | (87.934) |
| Valutakoersverschillen | 950 | 863 | 610 | 2.423 |
| Boekwaarde 31 december | 158.236 | 201.509 | 58.032 | 417.777 |
| Per 31 december 2005 | ||||
| Kostprijs | 210.841 | 467.500 | 122.520 | 800.861 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | ||||
| waardeverminderingen | (52.605) | (265.991) | (64.488) | (383.084) |
| Boekwaarde | 158.236 | 201.509 | 58.032 | 417.777 |
| 2006 | ||||
| Boekwaarde 1 januari | 158.236 | 201.509 | 58.032 | 417.777 |
| Investeringen | 10.554 | 93.352 | 33.918 | 137.824 |
| Verwerving van een dochteronderneming | - | - | 1.539 | 1.539 |
| Desinvesteringen | (2.481) | (10.891) | (3.123) | (16.495) |
| Herrubriceringen tussen categorieën | 1.445 | 4.080 | (5.525) | - |
| Bijzondere waardeverminderingen | (1.000) | - | - | (1.000) |
| Afschrijvingen | (10.076) | (63.745) | (21.635) | (95.456) |
| Valutakoersverschillen | (234) | (1.483) | (348) | (2.065) |
| Boekwaarde 31 december | 156.444 | 222.822 | 62.858 | 442.124 |
| Per 31 december 2006 | ||||
| Kostprijs | 230.686 | 519.716 | 169.549 | 919.951 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | ||||
| waardeverminderingen | (74.242) | (296.894) | (106.691) | (477.827) |
| Boekwaarde | 156.444 | 222.822 | 62.858 | 442.124 |
In 2006 is een verlies verantwoord uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen (€ 1,0 miljoen) inzake activa in de sector Bouw en vastgoed. In 2005 is een verlies verantwoord uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen (€ 10,1 miljoen) in de sector Infra.
De opbrengstwaarden van deze activa zijn bepaald aan de hand van de best beschikbare informatie om te kunnen komen tot de reële waarde onder aftrek van de verkoopkosten.
De in 2005 teruggenomen bijzondere waardevermindering (€ 0,4 miljoen) betreft de sector Infra.
De reële waarde van de materiële vaste activa bedraagt ultimo 2006 € 550 miljoen (2005: € 534 miljoen).
De materiële vaste activa, voor zover geen activa uit hoofde van financiële-leaseovereenkomsten, zijn voor € 22 miljoen (2005: € 16 miljoen) als zekerheid gesteld voor leningen.
Materiële vaste activa gefinancierd door middel van financiële-leaseovereenkomsten, hebben onderstaande boekwaarden:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Bedrijfsgebouwen en -terreinen | 26.307 | 27.251 |
| Materieel, machines en installaties | 19.930 | 24.447 |
| Overige materiële vaste activa | 5.920 | 3.802 |
| Per 31 december | 52.157 | 55.500 |
De met de leaseovereenkomsten samenhangende betalingsverplichtingen zijn opgenomen onder de kort- en langlopende leningen. Zie Toelichting 19.
Financieringslasten en afschrijvingen zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening.
| Niet-ge | ||||
|---|---|---|---|---|
| integreerde | ||||
| Goodwill | software | Overige | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | ||||
| Kostprijs | 503.346 | 13.490 | - | 516.836 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | ||||
| waardeverminderingen | (108) | (7.375) | - | (7.483) |
| Boekwaarde | 503.238 | 6.115 | - | 509.353 |
| 2005 | ||||
| Boekwaarde 1 januari | 503.238 | 6.115 | - | 509.353 |
| Investeringen | - | 826 | - | 826 |
| Desinvesteringen | - | (20) | - | (20) |
| Bijzondere waardeverminderingen | (5.300) | - | - | (5.300) |
| Afschrijvingen | - | (2.669) | - | (2.669) |
| Valutakoersverschillen | 304 | 3 | - | 307 |
| Overige mutaties | - | 59 | - | 59 |
| Boekwaarde 31 december | 498.242 | 4.314 | - | 502.556 |
| Per 31 december 2005 | ||||
| Kostprijs | 503.650 | 14.358 | - | 518.008 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | ||||
| waardeverminderingen | (5.408) | (10.044) | - | (15.452) |
| Boekwaarde | 498.242 | 4.314 | - | 502.556 |
| 2006 | ||||
| Boekwaarde 1 januari | 498.242 | 4.314 | - | 502.556 |
| Investeringen | 232.903 | 1.294 | - | 234.197 |
| Verwerving van dochteronderneming | - | - | 2.000 | 2.000 |
| Bijzondere waardeverminderingen | - | (5) | - | (5) |
| Afschrijvingen | - | (2.779) | (666) | (3.445) |
| Valutakoersverschillen | (140) | (6) | - | (146) |
| Overige mutaties | (8.935) | - | - | (8.935) |
| Boekwaarde 31 december | 722.070 | 2.818 | 1.334 | 726.222 |
| Per 31 december 2006 | ||||
| Kostprijs | 727.478 | 15.406 | 2.000 | 744.884 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | ||||
| waardeverminderingen | (5.408) | (12.588) | (666) | (18.662) |
| Boekwaarde | 722.070 | 2.818 | 1.334 | 726.222 |
De goodwill ultimo 2006 bedraagt € 722 miljoen en betreft voornamelijk de overnames van HBG in 2002 en AM in 2006. De boekwaarde van de goodwill van HBG bedraagt ultimo 2006 € 454 miljoen (2005: € 463 miljoen). De boekwaarde van de goodwill van AM bedraagt ultimo 2006 € 228 miljoen.
De investeringen in goodwill in 2006 betreffen de overnames van AM, Balteau, Sindat Engineering en SAP-Projekt. Zie Toelichting 32.
De overige mutatie betreffende goodwill in 2006 houdt verband met gerealiseerde fiscaal compensabele verliezen in de sector Infra die ten tijde van de overname van HBG niet waren gewaardeerd.
De goodwill is als volgt toegerekend aan de sectoren van de Groep:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Bouw en vastgoed | 430.078 | 201.845 |
| Infra | 242.753 | 248.620 |
| Installatietechniek | 1.857 | 1.857 |
| Consultancy en engineering | 47.382 | 45.920 |
| Per 31 december | 722.070 | 498.242 |
De goodwill is getoetst voor bijzondere waardeverminderingen door de huidige boekwaarden van de vaste activa, inclusief toegerekende goodwill, van de kasstroomgenererende eenheden te vergelijken met de bedrijfswaarden ervan. De bedrijfswaarden zijn berekend op basis van de geprognosticeerde kasstromen, uitgaande van prognoses van de opbrengsten en winstpercentages (vóór belasting), voor een periode van vijf jaar en zoals goedgekeurd door het management. De prognoses zijn gebaseerd op realisaties uit het verleden en verwachting over de markt en ontwikkelingen in de verschillende sectoren.
De geschatte kasstromen zijn contant gemaakt tegen een disconteringsvoet (vóór belasting) die de huidige marktsituatie, de tijdswaarde van geld en de aan het activum gerelateerde risico's reflecteert. De gebruikte disconteringsvoet (vóór belasting) reflecteert het risicoprofiel van de betreffende sectoren en varieert tussen 8,5 procent en 11 procent (2005: 8 procent respectievelijk 10,5 procent).
In 2005 is een verlies verantwoord uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen inzake twee kasstroomgenererende eenheden, ter hoogte van € 2,5 miljoen in de sector Bouw en vastgoed, respectievelijk € 2,8 miljoen in de sector Infra.
De investeringen in overige immateriële vaste activa betreffen de waardering van de naam AM. Zie Toelichting 32.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 543.244 | 403.174 |
| Verstrekte vorderingen | 78.672 | 160.700 |
| Aflossingen vorderingen | (8.924) | (37.036) |
| Valutakoersverschillen | 13.034 | 16.406 |
| Overige mutaties | (86.445) | - |
| Per 31 december | 539.581 | 543.244 |
| De pps-vorderingen worden als volgt gerubriceerd in de balans: | ||
| Langlopend | 530.022 | 528.816 |
| Kortlopend | 9.559 | 14.428 |
| 539.581 | 543.244 |
De pps-vorderingen betreffen nog te ontvangen vergoedingen uit hoofde van concessieovereenkomsten in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Het kortlopend deel van de pps-vorderingen wordt verantwoord onder de handels- en overige vorderingen.
De gemiddelde looptijd van de pps-vorderingen is 24 jaar. Van het langlopend deel heeft circa € 480 miljoen een looptijd van langer dan vijf jaar (2005: € 460 miljoen).
De rentepercentages op pps-vorderingen zijn vrijwel gelijk aan de rentepercentages (na afdekking) van de bijbehorende non-recourse pps-leningen. De rentepercentages zijn vast gedurende de looptijd. Het gemiddelde rentepercentage op pps-vorderingen bedraagt 5,1 procent (2005: 5,4 procent).
De overige mutatie betreft de overdracht aan de Bank Nederlandse Gemeenten van een deel van de pps-vorderingen uit hoofde van één concessieovereenkomst. De corresponderende non-recourse lening van deze concessieovereenkomst is hiermee verrekend. Zie Toelichting 19.
De pps-vorderingen zijn als zekerheid gesteld ten behoeve van bijbehorende non-recourse pps-leningen, welke zijn opgenomen onder de langlopende en kortlopende verplichtingen.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Per 1 januari | 110.316 | 176.165 |
| Investeringen | 6.239 | 25 |
| Desinvesteringen | (264) | - |
| Consolidaties en deconsolidaties | 5.569 | (74) |
| Aandeel in resultaat1 | 20.785 | 10.988 |
| Winstuitkeringen en ontvangen dividend | (9.316) | (6.638) |
| Valutakoersverschillen | (794) | (379) |
| Overige mutaties | 2.040 | (69.771) |
| Per 31 december | 134.575 | 110.316 |
1 Na aftrek van belasting en van belang derden.
De investeringen in 2006 betreffen hoofdzakelijk de kapitaalsuitbreiding van het pps-project Celtic Roads Group (Dundalk) Ltd.
De overige mutaties 2005 betreffen nagenoeg volledig de reclassificatie van € 70 miljoen cumulatief financieringspreferente aandelen in Van Oord naar langlopende vorderingen in verband met de toepassing van IAS 32 en IAS 39 per 1 januari 2005. Zie Toelichting 12.
In onderstaand overzicht wordt een specificatie gegeven van de door de Groep gehouden belangen in (niet-beursgenoteerde) deelnemingen. De vermelde bedragen betreffen het belang van de Groep in de balans van de betreffende deelnemingen ultimo boekjaar en het aandeel in de opbrengsten en het resultaat over het betreffende boekjaar.
| Land van | Verplich- | Opbreng | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| vestiging | % belang | Activa | tingen | Saldo | sten | Resultaat | |
| 2006 | |||||||
| Van Oord nv | Nederland | 21,49 | 322.396 | 212.080 | 110.316 | 325.748 | 19.712 |
| Infraspeed (Holdings) bv | Nederland | 21,50 | 226.552 | 226.527 | 25 | 734 | - |
| Celtic Roads Group (Dundalk) Ltd | Ierland | 33,33 | 53.724 | 40.095 | 13.629 | 5.295 | 908 |
| Railpro bv | Nederland | 10,00 | 5.435 | 2.547 | 2.888 | 15.198 | 364 |
| Wâldwei.com bv | Nederland | 33,33 | 18.569 | 18.536 | 33 | 421 | - |
| 626.676 | 499.785 | 126.891 | 347.396 | 20.984 | |||
| Overige | 7.684 | (199) | |||||
| Per 31 december | 134.575 | 20.785 | |||||
| 2005 | |||||||
| Van Oord nv | Nederland | 21,49 | 270.917 | 175.186 | 95.731 | 215.365 | 9.558 |
| Infraspeed (Holdings) bv | Nederland | 21,50 | 184.442 | 184.417 | 25 | - | - |
| Celtic Roads Group (Dundalk) Ltd | Ierland | 33,33 | 46.673 | 40.095 | 6.578 | - | - |
| Railpro bv | Nederland | 10,00 | 8.766 | 5.789 | 2.977 | 17.519 | 467 |
| Wâldwei.com bv | Nederland | 33,33 | 11.508 | 11.475 | 33 | - | - |
| 522.306 | 416.962 | 105.344 | 232.884 | 10.025 | |||
| Overige | 4.972 | 963 | |||||
| Per 31 december | 110.316 | 10.988 |
Inbegrepen zijn deelnemingen waarin de Groep minder dan twintig procent van het (potentiële) aantal stemgerechtigde aandelen houdt, maar waarin de Groep door lidmaatschappen van directies en/of raden van commissarissen invloed van betekenis uitoefent.
Bij enkele deelnemingen zijn aanzienlijke beperkingen gesteld aan de overdracht van gelden. Dit betreft vooral bepalingen op grond waarvan aflossing van externe schulden voorrang heeft boven dividenduitkeringen.
Het in deelnemingen geïnvesteerde bedrag is inclusief € 32 miljoen (2005: € 32 miljoen) aan goodwill. Op deze goodwill is geen bijzondere waardevermindering toegepast.
| Langlopende | |||
|---|---|---|---|
| vorderingen | Overig | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | 19.849 | 5.695 | 25.544 |
| Investeringen | - | 1 | 1 |
| Desinvesteringen | - | (702) | (702) |
| Consolidaties en deconsolidaties | (5) | (65) | (70) |
| Verstrekte leningen | 3.165 | - | 3.165 |
| Aflossingen leningen | (3.903) | - | (3.903) |
| Valutakoersverschillen | 71 | - | 71 |
| Overige mutaties | 71.496 | (72) | 71.424 |
| 90.673 | 4.857 | 95.530 | |
| Waarvan kortlopend: | (11.022) | - | (11.022) |
| Per 31 december 2005 | 79.651 | 4.857 | 84.508 |
| Investeringen | - | 108 | 108 |
| Consolidaties en deconsolidaties | 12.480 | 382 | 12.862 |
| Verstrekte leningen | 41.091 | - | 41.091 |
| Aflossingen leningen | (11.088) | - | (11.088) |
| Valutakoersverschillen | (45) | - | (45) |
| Overige mutaties | 497 | (593) | (96) |
| 133.608 | 4.754 | 138.362 | |
| Waarvan kortlopend: | (9.970) | - | (9.970) |
| Per 31 december 2006 | 123.638 | 4.754 | 128.392 |
De reële waarde van de langlopende vorderingen bedraagt eind 2006 € 140 miljoen (2005: € 92 miljoen). Het effectief rentepercentage is 6,4 procent (2005: 5,7 procent).
De kolom Overig betreft belangen in (niet-beursgenoteerde) deelnemingen waarover de Groep geen invloed van betekenis uitoefent. Deze zijn opgenomen tegen kostprijs.
De overige mutaties 2005 betreffen nagenoeg volledig de reclassificatie van € 70 miljoen cumulatief financieringspreferente aandelen in Van Oord uit deelnemingen in verband met de toepassing van IAS 32 en IAS 39 per 1 januari 2005. Zie Toelichting 11.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Grond en bouwrechten | 654.375 | 234.395 |
| Vastgoedontwikkeling | 632.840 | 419.800 |
| Grond- en hulpstoffen | 20.894 | 19.455 |
| Onderhanden werk en halffabrikaten | 498 | 204 |
| Gereed product | 4.558 | 4.898 |
| 1.313.165 | 678.752 |
De toename van grond en bouwrechten en vastgoedontwikkeling hangt in belangrijke mate samen met de overname van AM.
Inherent aan de normale bedrijfsvoering hebben grond en bouwrechten een overwegend langlopend karakter (langer dan een jaar). Het merendeel van de onder vastgoedontwikkeling gerapporteerde investeringen heeft een vlottend karakter (korter dan een jaar).
De overige voorraden hebben een overwegend kortlopend karakter. In 2006 is € 65 miljoen (2005: € 60 miljoen) aan overige voorraden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Afwaarderingen op overige voorraden hebben niet plaatsgevonden.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Handelsvorderingen | 1.160.698 | 1.101.063 |
| Af: bijzondere waardevermindering van vorderingen | (98.768) | (82.909) |
| Netto-handelsvorderingen | 1.061.930 | 1.018.154 |
| Van opdrachtgevers te vorderen bedragen | 536.439 | 437.409 |
| Te vorderen van deelnemingen | 32.520 | 19.521 |
| Retenties | 120.437 | 124.421 |
| Vooruitbetaalde kosten en nog te factureren bedragen | 64.180 | 59.695 |
| Pps-vorderingen | 9.559 | 14.428 |
| Overige vorderingen | 459.603 | 278.517 |
| 2.284.668 | 1.952.145 |
Verondersteld wordt dat de nominale waarde van de handels- en overige vorderingen de reële waarde ervan benadert. Gewoonlijk worden deze vorderingen binnen de normale bedrijfsvoering (korter dan een jaar) voldaan, met uitzondering van circa € 29 miljoen (2005: € 31 miljoen), voornamelijk betreffende retenties. De reële waarde van dit langlopende deel bedraagt circa € 27 miljoen (2005: € 29 miljoen) en is berekend met een rentepercentage van 4 procent (2005: 3 procent).
Van opdrachtgevers te vorderen bedragen betreffen onderhanden projecten in opdracht van derden en bestaan uit het positieve saldo van gemaakte kosten (inclusief verantwoord resultaat) en gefactureerde termijnen. Zie Toelichting 7.
De retenties betreffen door opdrachtgevers op gefactureerde termijnen ingehouden bedragen. Met name in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland is het gebruikelijk om een vooraf overeengekomen percentage in te houden tot het moment van oplevering van het project.
De overige vorderingen betreffen onder meer vooruitbetaalde kosten en vorderingen uit hoofde van verkoop van vastgoedontwikkeling.
Bij de handelsvorderingen is geen sprake van een significante concentratie van het kredietrisico, omdat de Groep een groot aantal opdrachtgevers in binnen- en buitenland heeft.
| 2006 | |
|---|---|
| Banktegoeden en kassen 329.585 |
369.232 |
| Kortetermijn deposito's 431.744 |
283.805 |
| Liquide middelen 761.329 |
653.037 |
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de Groep, behoudens deposito's met een looptijd tot uiterlijk 31 januari 2007 en liquide middelen in joint ventures voor circa € 239 miljoen (2005: € 215 miljoen).
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Liquide middelen | 761.329 | 653.037 |
| Af: bankkredieten | (210.166) | (20.705) |
| Netto-liquiditeiten | 551.163 | 632.332 |
De samenstelling van de netto-liquiditeiten is ultimo 2006 beïnvloed door de geografische allocatie van liquide middelen en bankkredieten binnen de Groep. Hierdoor waren de mogelijkheden tot verrekening beperkt.
De effectieve rente op kortlopende bankdeposito's is gemiddeld 3,2 procent (2005: 2,6 procent). De deposito's hebben een gemiddelde looptijd van circa twee weken (2005: circa twee weken).
| Uitstaand | Converteerbare | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| aantal | Gewone | preferente | Agio | ||
| aandelen | aandelen | aandelen | reserve | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 1 | 132.586.245 | 9.159 | 107 | 176.796 | 186.062 |
| Emissie aandelen | 11.120.000 | 1.112 | - | 150.189 | 151.301 |
| Intrekking niet-converteerbare | |||||
| preferente aandelen | (7.860.060) | - | - | - | - |
| Conversie van preferente aandelen | - | 1.958 | (64) | 77.679 | 79.573 |
| Betaald dividend | 79.685 | 8 | - | 327 | 335 |
| Per 31 december 2005 | 135.925.870 | 12.237 | 43 | 404.991 | 417.271 |
| Conversie van preferente aandelen | - | 130 | (4) | 5.156 | 5.282 |
| Betaald dividend | 86.400 | 9 | - | 354 | 363 |
| Per 31 december 2006 2 | 136.012.270 | 12.376 | 39 | 410.501 | 422.916 |
1 Gegevens aangepast voor aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006.
2 Uitstaand aantal aandelen per 31 december 2006 inclusief ter beurze ingekochte 389.955 niet-converteerbare preferente aandelen.
Voor een nadere specificatie van de uitstaande aandelen wordt verwezen naar Toelichting 7 van de enkelvoudige jaarrekening.
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft op 3 mei 2006 besloten tot wijziging van de statuten van de vennootschap. Deze statutenwijziging per 11 mei 2006 houdt onder meer in, dat de gewone aandelen Koninklijke BAM Groep nv zijn gesplitst op een zodanige wijze dat voor één gewoon aandeel van nominaal € 0,50 vijf nieuwe gewone aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk zijn verkregen. Eveneens zijn de converteerbare preferente aandelen Koninklijke BAM Groep nv en de niet-converteerbare preferente aandelen Koninklijke BAM Groep nv gesplitst op een zodanige wijze dat voor één preferent aandeel van nominaal € 0,50 vijf nieuwe preferente aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk zijn verkregen.
In onderstaande teksten is voor vergelijkingsdoeleinden de splitsing geheel doorgevoerd.
Ultimo 2006 bedroeg het maatschappelijk kapitaal van de Groep tweehonderd miljoen gewone aandelen (2005: tweehonderd miljoen) en driehonderd miljoen preferente aandelen (2005: driehonderd miljoen), alle met een nominale waarde van € 0,10 per aandeel (2005: € 0,10 per aandeel). Alle geplaatste aandelen zijn volgestort.
In 2006 is het aantal geplaatste gewone aandelen met 1.386.954 toegenomen tot 123.758.414. De toename betreft mede de conversie van 1.300.554 converteerbare financieringspreferente aandelen in gewone aandelen. Daarnaast is in 2006 het aantal gewone aandelen met 86.400 toegenomen als gevolg van een beperkt preferent dividend dat in de vorm van gewone aandelen is uitgekeerd.
In 2005 is het aantal geplaatste gewone aandelen met 30.789.250 toegenomen tot 122.371.460. De toename betreft mede de conversie van 19.589.565 converteerbare financieringspreferente aandelen in gewone aandelen. Voorts heeft de Groep op 10 november 2005 11.120.000 gewone aandelen geplaatst bij institutionele beleggers in Nederland en daarbuiten tegen een koers van € 13,80 per aandeel. De netto-opbrengst van deze emissie bedroeg € 151,3 miljoen. Dit bedrag is gebruikt om de overname van AM te financieren. Ten slotte is in 2005 het aantal gewone aandelen met 79.685 toegenomen als gevolg van een beperkt preferent dividend dat in de vorm van gewone aandelen is uitgekeerd.
Door conversie in gewone aandelen daalde het aantal converteerbare financieringspreferente aandelen in 2006 met 1.300.554 stuks tot 11.780.581. In 2005 werden 19.589.565 converteerbare financieringspreferente aandelen in gewone aandelen geconverteerd.
Het aantal niet-converteerbare financieringspreferente aandelen bleef in 2006 gelijk met 473.275. Het aantal via de beurs ingekochte niet-converteerbare financieringspreferente aandelen is in 2006 toegenomen met 24.650 tot 389.955 stuks. De Groep beoogt ook de resterende aandelen op deze wijze in te kopen.
Het aantal niet-converteerbare financieringspreferente aandelen daalde in 2005 met 7.860.060 stuks tot 473.275 als gevolg van de inkoop van 7.860.060 door ING gehouden niet-converteerbare financieringspreferente aandelen in maart 2005. Eind 2004 verkreeg de Groep een optie tot terugkoop van alle door ING gehouden niet-converteerbare financieringspreferente aandelen. Om de inkoop van deze aandelen te financieren zijn in december 2004 6.250.000 gewone aandelen uitgegeven.
Na goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders, d.d. 9 mei 2005, zijn de 7.860.060 ingekochte nietconverteerbare financieringspreferente aandelen ingetrokken. Van de resterende 473.275 niet-converteerbare financieringspreferente aandelen zijn in 2005 365.305 stuks via de beurs ingekocht.
| Translatie- | Afdekkings | ||
|---|---|---|---|
| reserve | reserve | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | (7.436) | (22.595) | (30.031) |
| Kasstroomafdekkingen: | |||
| - Reële-waardemutatie in boekjaar | - | (20.210) | (20.210) |
| - Belasting op reële-waardemutatie | - | 5.368 | 5.368 |
| Valutakoersverschillen: | |||
| - Dochterondernemingen | 10.341 | - | 10.341 |
| - Deelnemingen | (379) | - | (379) |
| 9.962 | (14.842) | (4.880) | |
| Per 31 december 2005 | 2.526 | (37.437) | (34.911) |
| Kasstroomafdekkingen: | |||
| - Reële-waardemutatie in boekjaar | - | 39.925 | 39.925 |
| - Belasting op reële-waardemutatie | - | (11.471) | (11.471) |
| Valutakoersverschillen: | |||
| - Dochterondernemingen | (7.609) | - | (7.609) |
| - Deelnemingen | (794) | - | (794) |
| (8.403) | 28.454 | 20.051 | |
| Per 31 december 2006 | (5.877) | (8.983) | (14.860) |
In 2006 bedraagt de netto reële-waardemutatie van de afdekkingsreserve € 28,5 miljoen. Dit bedrag omvat € 3,4 miljoen nieuw afgesloten renteswaps en € 25,1 miljoen reeds bestaande renteswaps.
De beperking in uitkeerbaarheid van reserves wordt bepaald door wettelijke en staturaire reserves als onderdeel van de enkelvoudige jaarrekening.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders van de vennootschap | 692.633 | 581.720 |
| Achtergestelde leningen | 150.000 | 155.050 |
| Preferente aandelen | 48.203 | 53.588 |
| Derden aandeelhouders AM | 49.000 | - |
| 939.836 | 790.358 |
| 2006 | Langlopend | Kortlopend | Totaal |
|---|---|---|---|
| Achtergestelde lening | 150.000 | - | 150.000 |
| Preferente aandelen | 47.853 | 350 | 48.203 |
| Derden aandeelhouders AM | 49.000 | - | 49.000 |
| Non-recourse pps-leningen | 484.559 | 15.437 | 499.996 |
| Overige non-recourse leningen | 269.410 | 123.276 | 392.686 |
| Overige projectfinancieringen | 188.790 | 21.631 | 210.421 |
| Lening Terra Amstel | 162.500 | 25.000 | 187.500 |
| Lening AM | 80.000 | - | 80.000 |
| Financiële-leaseovereenkomsten | 40.820 | 13.977 | 54.797 |
| Overige leningen | 11.302 | 2.889 | 14.191 |
| Bankkredieten | - | 210.166 | 210.166 |
| 1.484.234 | 412.726 | 1.896.960 | |
| Korter dan 1 jaar | 412.726 | ||
| Langer dan 1 jaar en korter dan of gelijk aan 5 jaar | 1.074.728 | ||
| Langer dan 5 jaar | 409.506 | ||
| 1.896.960 | |||
| 2005 | Langlopend | Kortlopend | Totaal |
| Achtergestelde lening | 150.000 | 5.050 | 155.050 |
| Preferente aandelen | 53.135 | 453 | 53.588 |
| Non-recourse pps-leningen | 496.725 | 50.891 | 547.616 |
| Overige non-recourse leningen | 153.603 | 54.038 | 207.641 |
| Financiële-leaseovereenkomsten | 44.306 | 13.942 | 58.248 |
| Overige leningen | 13.708 | 5.538 | 19.246 |
| Bankkredieten | - | 20.705 | 20.705 |
| 911.477 | 150.617 | 1.062.094 | |
| Korter dan 1 jaar | 150.617 | ||
| Langer dan 1 jaar en korter dan of gelijk aan 5 jaar | 342.017 | ||
| Langer dan 5 jaar | 569.460 | ||
| 1.062.094 |
De achtergestelde lening van € 150 miljoen is in 2005 afgesloten met een consortium van banken en gebruikt om de achtergestelde lening uit 2003 van € 100 miljoen vroegtijdig af te lossen. De rente op de huidige lening bedraagt zesmaands EURIBOR plus 280 basispunten. Van de hoofdsom van de lening dient € 75 miljoen te worden afgelost in juni 2010 en het restant in juni 2011.
Begin 2006 is ter afdekking van het renterisico op de gehele lening een renteswap afgesloten. Met ingang van februari 2006 bedraagt de rente 6,1 procent voor de resterende looptijd van de achtergestelde lening.
Onder de leenovereenkomst is de Groep verplicht aan een aantal voorwaarden te voldoen. De belangrijkste voorwaarden betreffen het realiseren van ratio's ter zake van leverage, intrestdekking, solvabiliteit en fixed charge coverage. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op grondslagen voor verslaggeving volgens NL GAAP. Mede als gevolg van de overgang naar IFRS voldeed de Groep ultimo 2006 niet aan alle voowaarden. Het bankenconsortium heeft hiervoor een waiver verstrekt aan de Groep. De achtergestelde lening wordt derhalve als langlopend beschouwd. Op dit moment is de Groep in onderhandeling over een nieuwe leenovereenkomst.
Een belangrijke wijziging ten opzichte van de bestaande overeenkomst betreft de aanpassing van de voorwaarden aan IFRS.
In januari 2006 is de resterende € 5,05 miljoen van de op 29 december 2000 van ING Corporate Investments Mezzanine Fonds B.V. verkregen achtergestelde lening ten bedrage van € 34 miljoen afgelost.
De gegevens per aandeel in deze Toelichting zijn aangepast voor de aandelensplitsing per 11 mei 2006. Zie Toelichting 16.
In december 2002 zijn 39.285.715 converteerbare financieringspreferente aandelen en 8.333.335 niet-converteerbare financieringspreferente aandelen uitgegeven. Gedurende een eerste periode van acht jaar (tot en met 2010) is het dividend op de financieringspreferente aandelen vast, te weten 8,83 procent voor de converteerbare en 9,13 procent voor de niet-converteerbare preferente aandelen, beide te betalen over de uitgiftekoers van € 4,20 per aandeel.
Op verzoek van de houder kunnen converteerbare financieringspreferente aandelen direct worden geconverteerd in gewone aandelen tegen een koers gelijk aan de uitgiftekoers (€ 4,20). In 2006 zijn 1.300.554 aandelen geconverteerd (2005: 19.589.565 aandelen). Ultimo 2006 stonden nog 11.780.581 converteerbare financieringspreferente aandelen uit.
De reële waarde van de schuldcomponent, die onder langlopende schulden is opgenomen, is berekend op basis van een marktrente gelijk aan het dividendpercentage op de niet-converteerbare financieringspreferente aandelen. Deze berekeningswijze levert een reële waarde op van € 4,062 per converteerbaar financieringspreferent aandeel.
Het verschil van € 0,138 per aandeel tussen de uitgiftekoers van € 4,20 per aandeel en de reële waarde van de schuldcomponent, zijnde de waarde van de eigenvermogenscomponent, is onder de reserves toegerekend aan het eigen vermogen.
De balanswaardering van de converteerbare financieringspreferente aandelen is als volgt:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Nominale waarde per 1 januari | 54.941 | 137.217 |
| Eigenvermogensbestandeel per 1 januari | (1.806) | (4.509) |
| Vreemdvermogensbestandeel per 1 januari | 53.135 | 132.708 |
| Conversie van aandelen | (5.282) | (79.573) |
| Vreemdvermogensbestandeel per 31 december | 47.853 | 53.135 |
| Eigenvermogensbestandeel per 31 december | 1.625 | 1.806 |
| Nominale waarde per 31 december | 49.478 | 54.941 |
De rentelasten van de converteerbare financieringspreferente aandelen worden bepaald met de effectieve rentemethode, waarbij de effectieve rente van 9,13 procent wordt toegepast op de schuldcomponent.
In 2006 zijn 24.650 niet-converteerbare financieringspreferente aandelen ingekocht (2005: 8.225.365). De meerderheid van de in 2005 ingekochte niet-converteerbare financieringspreferente aandelen maakte deel uit van het pakket van 7.860.060 niet-converteerbare financieringspreferente aandelen dat van ING Bank is ingekocht. In december 2004 is met ING Bank een optieovereenkomst afgesloten voor de inkoop van alle door ING gehouden niet-converteerbare financieringspreferente aandelen. De inkoop van de door ING gehouden aandelen is gefinancierd uit de opbrengst van een onderhandse emissie van 6.250.000 gewone aandelen op 9 december 2004. De Groep beoogt ook de resterende 83.320 aandelen via de beurs in te kopen.
De niet-converteerbare financieringspreferente aandelen worden in de balans opgenomen als financiële verplichting. De mutaties in deze post zijn als volgt:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Verplichting per 1 januari | 453 | 35.000 |
| Inkoop niet-converteerbare aandelen | (103) | (34.547) |
| Verplichting per 31 december | 350 | 453 |
De financieringslasten van de niet-converteerbare financieringspreferente aandelen worden bepaald door middel van de effectieve rentemethode, waarbij het effectieve rentepercentage van 9,13 procent wordt gehanteerd.
Deze hebben betrekking op pps-projecten in het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Als zekerheid voor de financiers dienen de bijbehorende pps-vorderingen.
De gemiddelde looptijd van de pps-leningen is 24 jaar. Van het langlopend deel heeft circa € 400 miljoen een looptijd van langer dan vijf jaar (2005: circa € 400 miljoen).
De rentepercentages op pps-leningen zijn variabel, maar door middel van renteswaps gefixeerd op gelijkwaardige percentages als de bijbehorende pps-vorderingen. Het gemiddelde rentepercentage op pps-leningen bedraagt 5,1 procent (2005: 5,4 procent).
In 2006 heeft verrekening plaatsgevonden van een van de pps-leningen met een deel van de corresponderende ppsvorderingen. Deze verrekening hangt samen met de overdracht van de betreffende pps-vorderingen aan de Bank Nederlandse Gemeenten. Zie Toelichting 10.
Deze betreffen voornamelijk financieringen van gronden en vastgoedontwikkeling. De betreffende activa gelden als zekerheid voor de financiers.
Dit betreft voornamelijk financieringen van gronden en vastgoedontwikkeling. De betreffende activa gelden als zekerheid voor de financiers. Tevens is sprake van gelimiteerde aanvullende zekerheden.
In 2006 is met een consortium van banken een lening van € 200 miljoen afgesloten ter financiering van de overname van AM. De lening heeft een looptijd van vijf jaar en een jaarlijkse aflossingsverplichting van € 25 miljoen. Het resterende deel van € 75 miljoen dient te worden afgelost aan het einde van de looptijd van de lening. De lening kent een rentetarief van zesmaands EURIBOR plus 95 basispunten. Ter afdekking van het renterisico is een renteswap afgesloten over een bedrag van € 175 miljoen. Voor dit deel van de lening bedraagt de rente 4,5 procent. Ultimo 2006 bedroeg de boekwaarde van de lening € 187,5 miljoen, waarvan €162,5 miljoen is afgedekt.
Onder de leenovereenkomst is de Groep verplicht een vooraf overeengekomen intrestdekking te realiseren. Ultimo 2006 voldeed de Groep aan deze voorwaarde.
AM beschikt over een gecommitteerde kredietfaciliteit ter grootte van € 250 miljoen, waarvan ultimo 2006 € 80 miljoen is opgenomen. De kredietfaciliteit wordt aangewend ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening.
Voor het opgenomen deel van de kredietfaciliteit geldt een rentetarief van éénmaands EURIBOR plus 75 basis punten. Ter afdekking van het renterisico is een renteswap afgesloten over een bedrag van € 50 miljoen. Voor dit deel van de lening bedraagt de rente 3,6 procent.
Voor de kredietfaciliteit is overeengekomen dat aan een aantal voorwaarden dient te worden voldaan. De belangrijkste voorwaarde betreft het realiseren van ratio's ter zake van solvabiliteit, intrestdekking en loan to value. Ultimo 2006 voldeed AM aan alle voorwaarden.
Ten behoeve van de overname van AM heeft een consortium van investeerders onder leiding van ING Corporate Investements Participaties bv, via de Houdstermaatschappij Terra Amstel Holding bv (HTAH), een aandelenbelang genomen ter waarde van € 49 miljoen (49 procent) in Terra Amstel Holding bv. Omdat HTAH een vaste dividendvergoeding krijgt, jaarlijks 8,9 procent, hebben deze aandelen het karakter van vreemd vermogen.
De Groep heeft het recht het 49 procent belang van HTAH te kopen in de periode tussen 1 februari 2009 en 1 februari 2011, tegen een prijs tussen € 63 miljoen en € 75 miljoen, ervan uitgaande dat sinds 1 februari 2006 geen dividend is uitgekeerd. Na februari 2011 heeft HTAH het recht haar belang van 49 procent in Terra Amstel Holding bv te verkopen aan de Groep tegen een prijs van € 75 miljoen, ervan uitgaande dat sinds 1 februari 2006 geen dividend is uitgekeerd. Indien vanaf 1 februari 2006 elk jaar het verschuldigde dividend wordt uitgekeerd, bedraagt de overnamesom van het belang van 49 procent € 49 miljoen.
Voor een nadere toelichting op de overname van AM wordt verwezen naar Toelichting 32.
Dit betreft overwegend financieringen van bedrijfsgebouwen en materieel. De looptijden van de financiëleleaseverplichtingen zijn als volgt:
| 2006 | 2005 |
|---|---|
| 16.630 | 17.011 |
| 39.589 | 43.963 |
| 4.760 | 5.323 |
| 60.979 | 66.297 |
| (6.182) | (8.049) |
| 54.797 | 58.248 |
De contante waarde van de financiële-leaseverplichtingen is als volgt:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Looptijd langer dan 1 jaar en korter dan of gelijk aan 5 jaar | 35.679 | 39.281 |
| Looptijd langer dan 5 jaar | 5.141 | 5.025 |
| 40.820 | 44.306 | |
| Looptijd korter dan 1 jaar | 13.977 | 13.942 |
| 54.797 | 58.248 |
De overige leningen hebben betrekking op bedrijfsgebouwen en materieel.
De Groep beschikt over diverse kredietfaciliteiten ter hoogte van € 490 miljoen (2005: € 230 miljoen), waarvan ultimo 2006 € 210 miljoen is opgenomen (2005: € 21 miljoen). Deze kredietfaciliteiten worden aangewend ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening. Voor de opgenomen delen van de faciliteiten gelden variabele rentetarieven. Voor een klein deel van de kredietfaciliteiten zijn door de Groep zekerheden gesteld middels garantstelling door de grootste Nederlandse dochterondernemingen. Voor het overige deel van de kredietfaciliteiten zijn geen zekerheden gesteld.
De boekwaarde van de leningen wijkt niet significant af van de reële waarde.
De effectieve rentepercentages zijn als volgt:
| 2006 | 2005 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pond | Pond | |||||
| Euro | US dollar | sterling | Euro | US dollar | sterling | |
| Achtergestelde leningen | 5,7% | - | - | 5,3% | - | - |
| Preferente aandelen | 9,1% | - | - | 9,1% | - | - |
| Derden aandeelhouders AM | 8,9% | - | - | - | - | - |
| Non-recourse pps-leningen | 3,6% | - | 5,9% | 3,2% | - | 6,1% |
| Non-recourse project | ||||||
| financieringen | 4,1% | - | 6,1% | 3,5% | - | 5,8% |
| Overige project | ||||||
| financieringen | 4,3% | - | - | - | - | - |
| Lening Terra Amstel | 4,1% | - | - | - | - | - |
| Lening AM | 3,9% | - | - | - | - | - |
| Financiële-leaseovereen | ||||||
| komsten | 5,8% | 5,6% | 5,7% | 5,3% | 5,4% | - |
| Overige leningen | 4,0% | 7,1% | - | 3,8% | 7,0% | - |
De Groep heeft renteswaps afgesloten ter beperking van de mogelijke gevolgen van renteschommelingen en contractuele renteherzieningen van zijn financiële verplichtingen. Per 31 december 2006 was de positie van de Groep als volgt:
| Korter dan | Langer dan | |||
|---|---|---|---|---|
| 1 jaar | 1-5 jaar | 5 jaar | Totaal | |
| Totaal leningen | 412.726 | 1.074.728 | 409.506 | 1.896.960 |
| Afgedekt met renteswaps | (40.437) | (430.820) | (403.739) | (874.996) |
| Per 31 december 2006 | 372.289 | 643.908 | 5.767 | 1.021.964 |
| Totaal leningen | 150.617 | 342.017 | 569.460 | 1.062.094 |
| Afgedekt met renteswaps | (40.402) | (58.251) | (310.175) | (408.828) |
| Per 31 december 2005 | 110.215 | 283.766 | 259.285 | 653.266 |
Tevens is voor een pps-project een renteswap afgesloten door de concessiegever ter hoogte van circa € 51 miljoen (2005: € 139 miljoen).
Het totaalbedrag van leningen van de Groep betreft de volgende oorspronkelijke valuta:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Euro | 1.250.030 | 505.698 |
| US dollar | 22.319 | 16.093 |
| Pond sterling | 624.611 | 540.303 |
| 1.896.960 | 1.062.094 |
Per 31 december 2006 stonden renteswaps uit ter afdekking van het renterisico op de achtergestelde lening, non-recourse pps-leningen, lening Terra Amstel en lening AM met een variabele rente. De reële waarde van de uitstaande renteswaps bedroeg per saldo € 12,2 miljoen negatief (2005: € 51,8 miljoen negatief). Alle swaps hebben een looptijd langer dan 1 jaar.
Ultimo 2006 ligt de vaste rente van deze swaps tussen 3,6 procent en 6,3 procent (2005: 4,5 procent en 6,3 procent). De variabele rente van de corresponderende leningen is in de meeste gevallen gebaseerd op EURIBOR of LIBOR met een opslag. De ultimo 2006 verantwoorde derivaten bieden alle een effectieve compensatie voor mutatie in de kasstromen van de afgedekte posities.
Per 31 december 2006 bedraagt het totaal aan valutatermijncontracten € 24,3 miljoen (2005: € 54,5 miljoen) met een reële waarde van per saldo € 0,2 miljoen positief (2005: € 0,3 miljoen positief). Deze contracten hadden een looptijd tot maximaal 1 jaar (€ 23,8 miljoen) respectievelijk tussen 1 en 2 jaar (€ 0,5 miljoen). Ultimo 2005 waren alle contracten kortlopend.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Pensioenvoorziening voor toegezegd-pensioenregelingen | 134.519 | 161.985 |
| Overige personeelsvoorzieningen | 21.163 | 18.419 |
| 155.682 | 180.404 |
De Groep kent zowel toegezegd-pensioenregelingen als toegezegde-bijdrageregelingen die voorzien in pensioenuitkeringen aan medewerkers op hun pensioengerechtigde leeftijd. Deze regelingen zijn ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfondsen, externe verzekeraars en bedrijfspensioenfondsen. De in de balans van de Groep verantwoorde voorziening betreft toegezegd-pensioenregelingen, met uitzondering van regelingen die zijn ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfondsen. Deze regelingen zijn verwerkt als toegezegde-bijdrageregeling omdat de administratie van deze fondsen niet is ingericht om het deel van de pensioenverplichtingen en fondsbeleggingen dat aan de Groep toebehoort inzichtelijk te maken.
De verschillende fondsen beleggen in aandelen, vastgoed en vastrentende waarden. Het risicoprofiel van de verschillende portefeuilles is in overeenstemming met de bepalingen zoals opgenomen in de betreffende pensioenreglementen en kan gekwalificeerd worden als gemiddeld tot laag.
De pensioenverplichtingen en fondsbeleggingen uit verwerving van dochterondernemingen van per saldo € 6,7 miljoen, hebben betrekking op de verwerving van AM. Zie Toelichting 32.
In Nederland kent de Groep zowel toegezegd-pensioenregelingen als toegezegde-bijdrageregelingen. De opbouw van de huidige en toekomstige pensioenaanspraken is ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfondsen en externe verzekeraars. De historische pensioenaanspraken zijn ten dele opgebouwd in bedrijfspensioenfondsen van voormalige juridische entiteiten. Deze regelingen zijn inmiddels gesloten voor nieuwe toetreders.
Het beleid van de Groep is gericht op het overdragen van bedrijfspensioenfondsen aan externe partijen. In dit verband zijn in 2005 en 2006 de pensioenverplichtingen en fondsbeleggingen van het HBG Pensioenfonds geheel overgedragen aan derden.
In verband met VPL-wetgeving (Vut, Prepensioen en Levensloop) is eind 2005 besloten om de bestaande vut-regelingen met ingang van 2006 te beëindigen. Daarnaast zijn de bestaande eindloonregelingen op basis van de nieuwe bedrijfstakregelingen Bouwnijverheid per 1 januari 2006 omgezet naar één algemene middenloonregeling. Ter compensatie van vervallen mogelijke vut-aanspraken en het voor medewerkers nadelige eindloon/middenloon-effect, wordt in de nieuwe BAM-aanvullingsregeling voorwaardelijk extra levenslang ouderdomspensioen vanaf de 65-jarige leeftijd toegezegd. De deelnemersraden van de betrokken pensioenfondsen hebben hier op 19 oktober 2006, met terugwerkende kracht, definitief mee ingestemd.
In het Verenigd Koninkrijk heeft de Groep toegezegd-pensioenregelingen en toegezegde-bijdrageregelingen die zijn ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfondsen, bedrijfspensioenfondsen en externe verzekeraars. Twee van de toegezegd-pensioenregelingen, ondergebracht bij bedrijfspensioenfondsen, zijn gesloten voor nieuwe toetreders en vervangen door een toegezegde-bijdrageregeling ondergebracht bij een externe verzekeraar. Een aantal toegezegd-pensioenregelingen is verwerkt als toegezegde-bijdrageregeling omdat de externe partijen waar deze regelingen zijn ondergebracht niet in staat zijn de vereiste informatie beschikbaar te stellen.
Wegens de bestaande financieringstekorten bij de bedrijfspensioenfondsen zullen vanaf 2007 tot en met 2009 aanvullende stortingen in deze fondsen worden gedaan. De omvang van de aanvullende stortingen wordt medio 2007 in overleg met de deelnemersraden vastgesteld.
In België draagt de Groep bij aan een relatief kleine toegezegd-pensioenregeling die is ondergebracht bij een externe verzekeraar. Verder heeft de Groep regelingen getroffen voor haar medewerkers om te kunnen participeren in een toegezegde-bijdrageregeling.
In Duitsland heeft de Groep diverse toegezegd-pensioenregelingen. Deze worden gefinancierd door de werkgever en zijn gedeeltelijk ondergebracht bij een bedrijfspensioenfonds. Enkele van deze regelingen zijn al gesloten voor nieuwe toetreders en de Groep streeft er naar de overige regelingen eveneens te sluiten. Met ingang van 2006 worden toekomstige pensioenaanspraken opgebouwd in een toegezegde-bijdrageregeling waarin medewerkers de mogelijkheid hebben op individuele basis bij te dragen.
In Ierland heeft de Groep toegezegd-pensioenregelingen die zijn ondergebracht in een bedrijfspensioenfonds en een bedrijfstakpensioenfonds. Van deze laatste wordt de regeling verwerkt als een toegezegde-bijdrageregeling omdat dit bedrijfstakpensioenfonds niet in staat is de vereiste informatie beschikbaar te stellen.
In de Verenigde Staten draagt de Groep bij in een toegezegde-bijdrageregeling (401K plan).
De actuariële uitgangspunten en bedragen zoals opgenomen in de balans en winst- en verliesrekening, zijn als volgt:
| 2006 | Verenigd | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | Koninkrijk | België | Duitsland | Ierland | Totaal | |
| Balansverplichting voor pensioenrechten | (26.173) | (63.130) | (1.294) | (44.446) | 524 | (134.519) |
| Ten laste van de winst- en verliesrekening | 11.554 | (24.194) | (190) | (2.518) | (3.885) | (19.233) |
| Mutatie in pensioenverplichting | ||||||
| Per 1 januari 2006 | (794.963) | (528.739) | (3.183) | (76.045) | (74.254) (1.477.184) | |
| Pensioenverplichtingen uit verwerving | ||||||
| van dochterondernemingen | (76.001) | - | - | - | - | (76.001) |
| Valutakoersverschillen | - | (12.300) | - | - | - | (12.300) |
| Servicekosten | (3.191) | (21.586) | (207) | (474) | (3.793) | (29.251) |
| Rentekosten | (32.013) | (26.752) | (119) | (2.960) | (3.148) | (64.992) |
| Werknemersbijdrage | (2.086) | (7.865) | (70) | - | (806) | (10.827) |
| Wijzigingen en planaanpassingen | 9.762 | - | 101 | - | (128) | 9.735 |
| Uitbetaalde pensioenen | 28.944 | 13.133 | 496 | 7.771 | 348 | 50.692 |
| Actuarieel resultaat | 19.627 | (19.359) | 312 | 4.995 | (691) | 4.884 |
| Per 31 december 2006 | (849.921) | (603.468) | (2.670) | (66.713) | (82.472) (1.605.244) | |
| Mutatie in fondsbeleggingen | ||||||
| Per 1 januari 2006 | 681.347 | 400.520 | 2.011 | 21.437 | 56.422 | 1.161.737 |
| Fondsbeleggingen uit verwerving van | ||||||
| dochterondernemingen | 69.254 | - | - | - | - | 69.254 |
| Valutakoersverschillen | - | 9.316 | - | - | - | 9.316 |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 33.430 | 30.168 | 126 | 1.167 | 3.917 | 68.808 |
| Werkgeversbijdrage | 12.244 | 34.619 | 177 | 3.800 | 4.555 | 55.395 |
| Werknemersbijdrage | 2.086 | 7.865 | 70 | - | 806 | 10.827 |
| Wijzigingen en planaanpassingen | 4.582 | - | 10 | - | 2.311 | 6.903 |
| Uitbetaalde pensioenen | (28.944) | (13.133) | (496) | (7.771) | (348) | (50.692) |
| Actuarieel resultaat | 15.669 | 10.288 | (90) | (155) | - | 25.712 |
| Per 31 december 2006 | 789.668 | 479.643 | 1.808 | 18.478 | 67.663 | 1.357.260 |
| Verplichting op de balans | ||||||
| Saldo tussen verplichtingen en beleggingen | (60.253) | (123.825) | (862) | (48.235) | (14.809) | (247.984) |
| Niet opgenomen netto actuarieel verlies | 34.080 | 60.695 | (432) | 3.789 | 15.333 | 113.465 |
| Per 31 december 2006 | (26.173) | (63.130) | (1.294) | (44.446) | 524 | (134.519) |
| Componenten van verantwoorde pensioenlast | ||||||
| Servicekosten | (3.191) | (21.586) | (207) | (474) | (3.793) | (29.251) |
| Rentekosten | (32.013) | (26.752) | (119) | (2.960) | (3.148) | (64.992) |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 33.430 | 24.881 | 126 | 1.167 | 3.917 | 63.521 |
| Pensioenverplichtingen over verstreken | ||||||
| diensttijd | (18.193) | - | - | - | (128) | (18.321) |
| Afschrijving van actuarieel resultaat | (1.016) | (737) | 10 | (251) | (733) | (2.727) |
| Overige, waaronder wijzigingen | ||||||
| en planaanpassingen | 32.537 | - | - | - | - | 32.537 |
| Netto verantwoorde pensioenlast | 11.554 | (24.194) | (190) | (2.518) | (3.885) | (19.233) |
| Veronderstelling vanaf 1 januari 2006 | ||||||
| Disconteringsvoet | 4,6% | 5,1% | 4,2% | 4,1% | 4,8% | |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 4,9% | 5,7% - 6,4% | 5,0% | 6,0% | 6,4% | |
| Gemiddelde loontrend | 2% - 2,5% | 4,0% - 4,2% | 1% - 3% | 2,0% | 4,3% | |
| Indexatie | 0% - 2,0% | 2,7% | 2,0% | 1,8% 1,5% - 2,75% |
| 2005 | Verenigd | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | Koninkrijk | België | Duitsland | Ierland | Totaal | |
| Balansverplichting voor pensioenrechten | (42.724) | (71.883) | (1.504) | (45.728) | (146) | (161.985) |
| Ten laste van de winst- en verliesrekening | (8.569) | (18.873) | (278) | (3.409) | (2.469) | (33.598) |
| Mutatie in pensioenverplichting | ||||||
| Per 1 januari 2005 | (1.324.446) | (395.883) | (3.263) | (68.753) | (56.294) (1.848.639) | |
| Valutakoersverschillen | - | (12.805) | - | - | - | (12.805) |
| Servicekosten | (1.309) | (17.269) | (275) | (1.061) | (2.739) | (22.653) |
| Rentekosten | (39.314) | (22.110) | (119) | (3.362) | (2.621) | (67.526) |
| Werknemersbijdrage | (2.652) | (7.590) | (88) | - | (822) | (11.152) |
| Wijzigingen en planaanpassingen | 622.797 | (5.549) | - | 124 | - | 617.372 |
| Uitbetaalde pensioenen | 31.023 | 9.181 | 329 | 4.003 | 1.062 | 45.598 |
| Actuarieel resultaat | (81.062) | (76.714) | 233 | (6.996) | (12.840) | (177.379) |
| Per 31 december 2005 | (794.963) | (528.739) | (3.183) | (76.045) | (74.254) (1.477.184) | |
| Mutatie in fondsbeleggingen | ||||||
| Per 1 januari 2005 | 1.177.703 | 304.114 | 1.937 | 20.789 | 43.921 | 1.548.464 |
| Valutakoersverschillen | - | 9.837 | - | - | - | 9.837 |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 32.054 | 20.506 | 116 | 1.028 | 3.215 | 56.919 |
| Werkgeversbijdrage | 33.707 | 23.679 | 205 | 3.418 | 4.527 | 65.536 |
| Werknemersbijdrage | 2.652 | 7.590 | 88 | - | 822 | 11.152 |
| Wijzigingen en planaanpassingen | (586.019) | 4.137 | - | 65 | - | (581.817) |
| Uitbetaalde pensioenen Actuarieel resultaat |
(29.660) 50.910 |
(9.181) 39.838 |
(329) (6) |
(4.003) 140 |
(1.062) 4.999 |
(44.235) 95.881 |
| Per 31 december 2005 | 681.347 | 400.520 | 2.011 | 21.437 | 56.422 | 1.161.737 |
| Verplichting op de balans | ||||||
| Saldo tussen verplichtingen en beleggingen | (113.616) | (128.219) | (1.172) | (54.608) | (17.832) | (315.447) |
| Niet opgenomen netto actuarieel verlies | 70.892 | 56.336 | (332) | 8.880 | 17.686 | 153.462 |
| Per 31 december 2005 | (42.724) | (71.883) | (1.504) | (45.728) | (146) | (161.985) |
| Componenten van verantwoorde pensioenlast | ||||||
| Servicekosten | (1.309) | (17.269) | (275) | (1.061) | (2.739) | (22.653) |
| Rentekosten | (39.314) | (22.110) | (119) | (3.362) | (2.621) | (67.526) |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 32.054 | 20.506 | 116 | 1.028 | 3.215 | 56.919 |
| Afschrijving van actuarieel resultaat | - | - | - | (14) | (324) | (338) |
| Netto verantwoorde pensioenlast | (8.569) | (18.873) | (278) | (3.409) | (2.469) | (33.598) |
| Veronderstelling vanaf 1 januari 2005 | ||||||
| Disconteringsvoet | 4,1% | 4,8% - 5,3% | 4,0% | 4,1% | 4,3% | |
| Verwacht rendement op fondsbeleggingen | 5,0% | 5,6% - 5,9% | 6,0% | 5,0% | 6,7% | |
| Gemiddelde loontrend | 2,0% | 4,0% | 2,0% | 2,0% | 3,8% | |
| Indexatie | 0% - 2,0% | 2,5% - 3% | 2,0% | 1,5% | 1,25% - 2,5% |
| Garantie- | Reorga- | Overige | |||
|---|---|---|---|---|---|
| ver- | nisatie- | Huur- | voor | ||
| plichtingen | kosten | garanties | zieningen | Totaal | |
| Per 1 januari 2006 | 88.693 | 24.875 | 37.066 | 53.037 | 203.671 |
| Opgenomen in de winst- en verliesrekening: | |||||
| - Nieuwe voorzieningen | 34.040 | 12.057 | - | 21.017 | 67.114 |
| - Vrijval van niet-gebruikte voorzieningen | (8.511) | (998) | - | (5.702) | (15.211) |
| Besteed gedurende het jaar | (20.187) | (11.503) | (6.431) | (14.078) | (52.199) |
| Consolidaties en deconsolidaties | (45) | (821) | - | 2.341 | 1.475 |
| Wijzigingen in contante waarde | - | - | - | 215 | 215 |
| Valutakoersverschillen | 83 | - | - | (199) | (116) |
| Per 31 december 2006 | 94.073 | 23.610 | 30.635 | 56.631 | 204.949 |
| De voorzieningen zijn als volgt opgenomen in de balans: | 2006 | 2005 |
|---|---|---|
| Langlopend | 109.609 | 105.522 |
| Kortlopend | 95.340 | 98.149 |
| 204.949 | 203.671 |
De voorziening voor garantieverplichtingen heeft betrekking op ingeschatte verplichtingen en lopende procedures betreffende geschillen inzake opgeleverde projecten. De uit hoofde van garantieverplichtingen gemaakte kosten worden ten laste van deze voorziening gebracht. De omvang van de voorziening wordt periodiek getoetst op basis van een inschatting van de risico's. Circa de helft van de voorzieningen heeft een kortlopend karakter.
De voorziening voor reorganisatiekosten betreft de kosten samenhangend met in gang gezette reorganisaties. De vorming van de reorganisatievoorziening vindt plaats op het moment waarop tot aanpassing van de organisatie is besloten en dit kenbaar is gemaakt. De voorzieningen hebben betrekking op reorganisaties in Nederland en Duitsland en hebben een overwegend kortlopend karakter.
De voorziening voor huurgaranties betreft een bedrag voor verplichtingen in verband met aan derden afgegeven huurgaranties (met name in Duitsland). De voorziening is aangepast voor verwachte opbrengsten uit onderverhuur. De huurgaranties in Duitsland betreffen meerdere objecten, hebben een overwegend langlopend karakter, en zijn contant gemaakt met een rentevoet van circa 5 procent. Voor drie objecten heeft de afgegeven huurgarantie een lange resterende looptijd, tot respectievelijk 2010, 2014 en 2017.
De overige voorzieningen betreffen overwegend risico's inzake de afhandeling van oude projectontwikkelingsactiviteiten, claims en juridische verplichtingen in Duitsland, milieuvoorzieningen (hoofdzakelijk bodemverontreiniging) en doorlopende huurverplichtingen ten aanzien van (tijdelijk) ongebruikte panden. Circa de helft van de voorzieningen heeft een kortlopend karakter.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Latente belastingvorderingen: | ||
| - Looptijd langer dan 1 jaar | 10.509 | 24.567 |
| - Looptijd korter dan 1 jaar | 9.186 | 6.120 |
| 19.695 | 30.687 | |
| Latente belastingverplichtingen: | ||
| - Looptijd langer dan 1 jaar | 42.121 | 58.824 |
| - Looptijd korter dan 1 jaar | 76.522 | 59.912 |
| 118.643 | 118.736 | |
| Saldo verplichtingen en vorderingen | 98.948 | 88.049 |
| Het verloop van het saldo verplichtingen en vorderingen is als volgt: | ||
| 2006 | 2005 | |
| Per 1 januari | 88.049 | 73.127 |
| Verantwoord in winst- en verliesrekening | (31.960) | 21.927 |
| Verantwoord in het eigen vermogen | 11.471 | (5.368) |
| Verwerving van dochteronderneming | 30.930 | - |
| Valutakoersverschillen | 458 | (1.637) |
| Per 31 december | 98.948 | 88.049 |
Het verloop van de latente belastingen, zonder saldering van latente belastingvorderingen en verplichtingen binnen hetzelfde belastinggebied, is als volgt:
| Verlies- | Reële | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Voor- | compen- | waarde | |||
| zieningen | satie | resultaten | Overige | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | 45.609 | 27.032 | 9.123 | (1.182) | 80.582 |
| Verantwoord in winst- en verliesrekening | (13.042) | (2.762) | - | 1.564 | (14.240) |
| Verantwoord in het eigen vermogen | - | - | 5.368 | - | 5.368 |
| Valutakoersverschillen | 566 | 1.751 | - | (608) | 1.709 |
| Per 31 december 2005 | 33.133 | 26.021 | 14.491 | (226) | 73.419 |
| Verantwoord in winst- en verliesrekening | (11.612) | (21.772) | - | 4.715 | (28.669) |
| Verantwoord in het eigen vermogen | - | - | (8.529) | - | (8.529) |
| Verwerving van dochteronderneming | 2.813 | 1.264 | - | - | 4.077 |
| Valutakoersverschillen | 721 | (1.049) | - | 13 | (315) |
| Per 31 december 2006 | 25.055 | 4.464 | 5.962 | 4.502 | 39.983 |
| Onder- | Reële | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| handen | Afschrij- | waarde | |||
| projecten | vingen | resultaten | Overige | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | 137.374 | 5.680 | - | 10.655 | 153.709 |
| Verantwoord in winst- en verliesrekening | 20.449 | (2.702) | - | (10.060) | 7.687 |
| Verantwoord in het eigen vermogen | - | - | - | - | - |
| Valutakoersverschillen | 72 | - | - | - | 72 |
| Per 31 december 2005 | 157.895 | 2.978 | - | 595 | 161.468 |
| Verantwoord in winst- en verliesrekening | (83.031) | 3.722 | - | 18.680 | (60.629) |
| Verantwoord in het eigen vermogen | - | - | 2.942 | - | 2.942 |
| Verwerving van dochteronderneming | 35.007 | - | - | - | 35.007 |
| Valutakoersverschillen | 500 | - | - | (357) | 143 |
| Per 31 december 2006 | 110.371 | 6.700 | 2.942 | 18.918 | 138.931 |
Latente belastingvorderingen worden niet verantwoord indien het niet waarschijnlijk is dat de Groep in de toekomst zal kunnen beschikken over belastbare winsten ter realisatie van tijdelijke verschillen en beschikbare compensabele verliezen.
De Groep heeft geen latente belastingvordering opgenomen met betrekking tot nog niet gebruikte fiscaal compensabele verliezen in Duitsland ter hoogte van € 1,1 miljard (2005: € 1 miljard). Op basis van de relevante fiscale wetgeving in Duitsland is het gebruik van fiscaal compensabele verliezen gelimiteerd. In enig jaar kan maximaal € 1 miljoen fiscale winst volledig worden verrekend; boven € 1 miljoen kan slechts 60 procent van de fiscale winst worden verrekend.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 1.143.365 | 1.055.547 |
| Aan opdrachtgevers verschuldigde bedragen | 891.308 | 692.531 |
| Verschuldigd aan deelnemingen | 36.605 | 14.819 |
| Premies sociale verzekeringen en overige belastingen | 104.868 | 100.020 |
| Pensioenpremies | 15.911 | 12.618 |
| Kosten afgesloten projecten | 112.579 | 80.753 |
| Overige kortlopende verplichtingen | 933.892 | 789.483 |
| 3.238.528 | 2.745.771 |
Verondersteld wordt dat de nominale waarde van de handels- en overige schulden de reële waarde ervan benadert. Gewoonlijk worden deze schulden binnen de normale bedrijfsvoering voldaan (korter dan een jaar), met uitzondering van circa € 23 miljoen (2005: € 62 miljoen). De reële waarde van dit langlopende deel bedraagt € 21 miljoen (2005: € 60 miljoen) en is berekend met een rentepercentage van circa 4 procent (2005: 3 procent).
Aan opdrachtgevers verschuldigde bedragen betreffen onderhanden projecten in opdracht van derden en bestaan uit het negatieve saldo van gemaakte kosten (inclusief verantwoord resultaat) en gefactureerde termijnen. Zie Toelichting 7.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 1.241.048 | 1.157.324 |
| Sociale lasten | 189.916 | 188.368 |
| Pensioenkosten (toegezegde-bijdrageregeling) | 67.864 | 46.755 |
| Pensioenkosten (toegezegd-pensioenregeling) | 19.233 | 33.598 |
| 1.518.061 | 1.426.045 |
In de pensioenkosten 2006 is onder meer een bate van € 24 miljoen (2005: € 18 miljoen) verantwoord. Dit betreft het saldo van een gedeeltelijke vrijval van de onder IFRS gevormde pensioenvoorzieningen, de verdere overdracht van toegezegd-pensioenregelingen aan derden en de uitwerking van VPL-wetgeving en de nieuwe bedrijfstakregeling Bouwnijverheid op de bestaande toegezegd-pensioenregelingen in Nederland.
Ultimo 2006 telde de Groep 30.338 medewerkers (2005: 27.190). Het gemiddelde aantal medewerkers bedroeg 28.330 (2005: 26.914).
Voor nadere informatie met betrekking tot de pensioenkosten wordt verwezen naar Toelichting 21.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Financieringsbaten: | ||
| - Renteopbrengsten | 21.537 | 16.238 |
| - Dividendopbrengsten | 4.209 | 4.453 |
| 25.746 | 20.691 | |
| Financieringslasten: | ||
| - Achtergestelde leningen | 8.722 | 8.425 |
| - Preferente aandelen | 4.576 | 8.540 |
| - Derden aandeelhouders AM | 4.046 | - |
| - Non-recourse pps-leningen | 32.562 | 27.383 |
| - Overige non-recourse leningen | 13.342 | 6.041 |
| - Kredietinstellingen | 18.063 | 6.547 |
| - Financiële-leaseovereenkomsten | 3.108 | 3.480 |
| - Overige leningen | 16.254 | 3.959 |
| - Geactiveerde rente op eigen projecten | (24.575) | (15.398) |
| - Geactiveerde rente op pps-projecten | (2.796) | (11.923) |
| 73.302 | 37.054 | |
| Netto-financieringslasten | (47.556) | (16.363) |
Met ingang van 2006 worden financieringsbaten niet langer opgenomen in het bedrijfsresultaat. De presentatie van de vergelijkende cijfers in de winst- en verliesrekening is overeenkomstig aangepast.
In het geconsolideerde kasstroomoverzicht wordt met ingang van 2006 de geactiveerde rente op projecten niet meer opgenomen als onderdeel van de betaalde rente, maar als mutatie in het werkkapitaal. De presentatie van de vergelijkende cijfers in het geconsolideerde kasstroomoverzicht is overeenkomstig aangepast.
Voor een nader overzicht van de gewogen gemiddelde rentepercentages voor activering van rente wordt verwezen naar Toelichting 19.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Acute belastingen | 122.770 | 54.101 |
| Latente belastingen | (31.960) | 21.927 |
| 90.810 | 76.028 |
De verantwoorde vennootschapsbelasting wijkt af van het bedrag dat in theorie verschuldigd zou zijn bij hantering van het gewogen gemiddelde belastingtarief dat van toepassing is op de resultaten van de geconsolideerde vennootschappen. De afwijking is als volgt toe te lichten:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Resultaat vóór belastingen | 228.446 | 229.950 |
| Nominale vennootschapsbelasting Nederlands tarief | 67.621 | 72.434 |
| Effect van verschillende belastingtarieven in diverse landen | (17.209) | (11.909) |
| Onbelaste positieve resultaten en fiscaal niet-verrekende | ||
| verliezen in diverse landen, per saldo | 52.748 | 17.148 |
| Bitumenboetes | 520 | - |
| Effect tariefsverlaging op latente belastingen | (13.939) | (5.426) |
| Verandering latente belastingschulden als gevolg van definitieve | ||
| aanslagen of niet eerder erkende tijdelijke verschillen, per saldo | 2.390 | 2.980 |
| Deelnemingsvrijstelling | (5.852) | (3.191) |
| Bijzondere waardevermindering goodwill | - | 1.670 |
| Te betalen / ontvangen preferent dividend | 1.359 | 1.367 |
| Overige inclusief niet-aftrekbare kosten | 3.172 | 955 |
| Effectieve belastingdruk | 90.810 | 76.028 |
| Effectieve belastingdruk | 39,8% | 33,1% |
Het gewogen gemiddelde tarief voor de vennootschapsbelasting was 22,1 procent (2005: 26,3 procent). De verandering is toe te schrijven aan de verlaging van het Nederlandse tarief en een andere spreiding van resultaten over landen.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders | 136.955 | 153.342 |
| Gewogen gemiddeld uitstaand aantal gewone aandelen (x 1.000) | 123.296 | 105.040 |
| Gewone winst per aandeel (€) | 1,11 | 1,46 |
De aandelen die op grond van conversie zijn uitgegeven, tellen tijdsgewogen mee in de bepaling van het gewogen gemiddeld uitstaand aantal gewone aandelen.
Rekening houdend met verwatering is de winst per aandeel als volgt:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders | 136.955 | 153.342 |
| Dividend op converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen (na belasting) | 4.540 | 7.705 |
| Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders (diluted) | 141.495 | 161.047 |
| Gewogen gemiddeld uitstaand aantal gewone aandelen (x 1.000) | 123.296 | 105.040 |
| Gevolg van conversie van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen | 12.214 | 20.817 |
| Gewogen gemiddeld uitstaand aantal gewone aandelen (diluted) (x 1.000) | 135.510 | 125.857 |
| Fully diluted winst per aandeel (€) | 1,04 | 1,28 |
Na balansdatum zijn geen converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen geconverteerd in gewone aandelen.
De gegevens per aandeel in deze Toelichting zijn aangepast voor aandelensplitsing 1:5 per 11 mei 2006. Zie Toelichting 16.
In 2006 en 2005 is aan de houders van gewone aandelen contant dividend uitgekeerd ter waarde van € 49,1 miljoen (€ 0,40 per aandeel) respectievelijk € 32,2 miljoen (€ 0,31 per aandeel).
Aan houders van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen is in 2006 en 2005 contant dividend uitgekeerd ter waarde van respectievelijk € 4,4 miljoen (€ 0,37086 per aandeel) en € 7,2 miljoen (€ 0,37086 per aandeel). Naast contant dividend is aan houders van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen een beperkt deel van het dividend uitgekeerd in gewone aandelen. Het aantal gewone aandelen is daardoor in 2006 en 2005 met respectievelijk 86.400 en 79.685 stuks toegenomen.
Aan houders van niet-converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen is in 2006 en 2005 contant dividend uitgekeerd ter waarde van respectievelijk € 0,1 miljoen (€ 0,38346 per aandeel) en € 0,2 miljoen (€ 0,38346 per aandeel).
Voorgesteld wordt om over het boekjaar 2006 op gewone aandelen een contant dividend uit te keren van € 0,45 per aandeel. Hiermee is een bedrag van ongeveer € 55,7 miljoen gemoeid. Het dividendvoorstel is nog niet in mindering gebracht op de ingehouden winsten in het eigen vermogen.
Voorgesteld wordt aan de houders van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen in 2007 (over het boekjaar 2006) een dividend van € 4,37 miljoen (€ 0,37086 per aandeel) te betalen. Voorgesteld wordt aan de houders van niet-converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen in 2007 (over het boekjaar 2006) een dividend te betalen van € 0,03 miljoen (€ 0,38346 per aandeel). Het totale dividend te betalen aan de houders van cumulatief financieringspreferente aandelen bedraagt € 4,4 miljoen en is als kortlopende verplichting opgenomen in de balans ultimo 2006.
Conversie van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen in 2007 voor de 'ex-dividend' datum geeft de nieuwe houders van gewone aandelen recht op gewoon dividend over 2006. Het cumulatief preferente dividend komt voor deze aandeelhouders te vervallen. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan in de voorgestelde dividenduitkeringen en de uiteindelijke dividendbetalingen.
De Groep kent uit hoofde van lopende procedures en geschillen met opdrachtgevers aanzienlijke rechten. De aard van deze posities is onzeker. In verband hiermee zijn deze rechten niet gewaardeerd.
In het kader van de reguliere bedrijfsvoering worden garanties afgegeven aan (potentiële) opdrachtgevers. Deze verplichtingen zijn niet in de balans opgenomen. De Groep verwacht niet dat hieruit risico's van materieel belang zullen voortvloeien.
De afgegeven garanties zijn door de Groep zelf (concerngaranties) of door derden (banken, borgmaatschappijen) gesteld. De door derden gestelde garanties kunnen opvraagbaar zijn met of zonder tussenkomst van een onafhankelijke derde. In de Verenigde Staten is het gebruikelijk dat de garanties (surety bonds) vanaf 100 procent aflopen gedurende de voortgang van de opdracht.
Door de Groep zijn aan opdrachtgevers concerngaranties afgegeven tot een bedrag van € 332 miljoen (2005: € 305 miljoen). De door derden ten behoeve van de Groep gestelde garanties bedragen € 1.331 miljoen (2005: € 1.161 miljoen). Daarnaast is in totaal voor € 950 miljoen aan surety bonds uitgegeven (2005: € 732 miljoen).
De totale verplichtingen jegens derden van vennootschappen waarvoor de Groep hoofdelijk aansprakelijk is (zoals vennootschappen onder firma) bedragen ultimo 2006 € 1.454 miljoen (2005: € 1.535 miljoen). Hiervan is het aandeel van de Groep ter grootte van € 655 miljoen (2005: € 662 miljoen) in de geconsolideerde balans opgenomen.
Naar aanleiding van de transactie met Van Oord Groep nv in december 2003 inzake de verkoop van de baggeractiviteiten zijn voor bepaalde balansposities van BHD garanties afgegeven.
De Groep heeft ultimo 2006 verplichtingen uit hoofde van investeringen in materiële vaste activa ter grootte van € 11 miljoen (2005: € 7 miljoen).
De Groep kent contractuele verplichtingen om gronden te verwerven ten behoeve van projectontwikkelingsactiviteiten ter hoogte van € 320 miljoen (2005: € 150 miljoen). De stijging houdt verband met de verwerving van AM.
Uit hoofde van niet-opzegbare operationele-leaseovereenkomsten least de Groep van derden bedrijfsauto's, bedrijfsgebouwen en materieel. Deze overeenkomsten kennen verschillende looptijden, doorberekeningsclausules en verlengingsbepalingen. De lease-uitgaven, inclusief ontvangen leasebonussen, worden gedurende de looptijd van de lease lineair ten laste van het resultaat gebracht. De totale minimale leasebetalingen zijn als volgt:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Korter dan 1 jaar | 71.048 | 73.772 |
| Langer dan 1 jaar en korter dan of gelijk aan 5 jaar | 147.282 | 147.601 |
| Langer dan 5 jaar | 49.179 | 47.485 |
| 267.509 | 268.858 |
Uit hoofde van niet-opzegbare operationele-leaseovereenkomsten verhuurt de Groep materieel en bedrijfsgebouwen aan derden. Deze overeenkomsten kennen verschillende looptijden, doorberekeningsclausules en verlengingsbepalingen. De boekwaarde van de betreffende activa bedraagt € 11 miljoen (2005: € 18 miljoen). De leaseopbrengsten, inclusief ontvangen leasebonussen, zijn als opbrengsten in de winst- en verliesrekening verwerkt. De totale minimale leaseontvangsten zijn als volgt:
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Korter dan 1 jaar | 6.080 | 4.674 |
| Langer dan 1 jaar en korter dan of gelijk aan 5 jaar | 14.289 | 19.908 |
| Langer dan 5 jaar | 3.601 | 10.747 |
| 23.970 | 35.329 |
Op 1 februari 2006 heeft de Groep via haar dochteronderneming Terra Amstel Holding bv 93,8% van de aandelen en 100% van de warrantrechten in AM nv verkregen. Na 1 februari heeft Terra Amstel haar belang uitgebreid tot 99,6%. Op 14 maart 2006 zijn de noteringen van de aandelen en van de warrants op Euronext Amsterdam beëindigd. Vervolgens is Terra Amstel een uitkoopprocedure gestart ter verwerving van de resterende, circa 349.000 aandelen.
Het openbaar bod bedroeg € 10,15 per aandeel en € 2,30 per warrant. Op basis hiervan en uitgaande van het totale aandelenkapitaal (inclusief warrants) van AM bedroeg het bod circa € 952 miljoen. In het kader van het bod heeft AM op 25 januari 2006 haar dochter AM Development bv verkocht aan Morgan Stanley Real Estate Fund voor een bedrag van € 479 miljoen. Rekening houdend met deze verkoop bedroeg het bod op AM exclusief AM Development € 473 miljoen. Na de verkoop van AM Development bv betreft de overname nog de volgende onderdelen: AM Wonen bv, AM Grondbedrijf bv, AM Vastgoed bv en de holding AM nv.
Ten behoeve van de overname heeft de Groep op 10 november 2005 nieuwe aandelen uitgegeven. De netto-opbrengst van deze emissie bedroeg € 151 miljoen. De Groep heeft Terra Amstel Holding bv gefinancierd met € 51 miljoen eigen vermogen (51 procent) en met een achtergestelde lening van € 100 miljoen. Voorts heeft een consortium van investeerders, in hoofdzaak bestaande uit banken, een aandelenbelang in Terra Amstel Holding bv genomen ter waarde van € 49 miljoen (49 procent). Het restant van de koopprijs is gefinancierd door een bankenconsortium en met behulp van op dat moment beschikbare liquide middelen. In dit kader is in 2006 door AM nv een dividend uitgekeerd ter waarde van € 6,00 per gewoon aandeel.
Het aandelenbelang van de mede-investeerders kent een vaste vergoeding. Op grond hiervan kwalificeren deze aandelen onder IFRS als vreemd vermogen in plaats van eigen vermogen en de vergoeding als intrestlast. In het verlengde hiervan dient de Groep als houder van deze aandelen Terra Amstel volledig te consolideren zonder dat sprake is van een belang derden.
De verworven activiteiten droegen in de periode tussen 1 februari en 31 december 2006 het volgende bij aan de Groep: opbrengsten € 607 miljoen en resultaat voor belastingen € 61,9 miljoen, exclusief rente en overige (eenmalige) lasten ter grootte van € 29,4 miljoen voor belasting, verband houdend met de overname en financiering van AM. Indien de overname per 1 januari had plaatsgevonden zou de bijdrage aan de opbrengsten circa € 53 miljoen hoger zijn geweest en de bijdrage aan het resultaat voor belastingen circa € 4,8 miljoen hoger.
De overname is door Terra Amstel Holding bv verantwoord volgens de 'purchase accounting methode'. Na de initiële allocatie van de kostprijs van de acquisitie aan de gekochte activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen is een bedrag van € 228 miljoen goodwill geïdentificeerd.
De goodwill houdt verband met de hoge mate van winstgevendheid van de verworven activiteiten en met de synergievoordelen die naar verwachting zullen worden gerealiseerd. Deze synergievoordelen hangen samen met een verbeterde marktaanwezigheid en schaalvoordelen.
Bij het toekennen van een reële waarde aan de verkregen netto-activa is gebruikgemaakt van interne branchespecialisten, marktgegevens en schattingen. In dit verband is aan de naam AM een waarde van € 2 miljoen toegekend.
De verkregen netto-activa, verplichtingen en goodwill zijn als volgt:
| Betaalde kostprijs op basis van het totale aandelenkapitaal (inclusief warrants) | 952.298 |
|---|---|
| Directe kosten met betrekking tot de acquisitie | 14.249 |
| Reële waarde van verkregen netto-activa en verplichtingen (na verkoop AM Development bv) | (738.314) |
| Goodwill | 228.233 |
De activa en verplichtingen uit hoofde van de acquisitie zijn op overnamedatum als volgt:
| Reële | Boek | |
|---|---|---|
| waarde | waarde | |
| Goodwill | - | 7.643 |
| Overige immateriële vaste activa | 2.000 | - |
| Materiële vaste activa | 1.539 | 1.539 |
| Deelnemingen | 3.813 | 3.813 |
| Overige financiële vaste activa | 15.203 | 15.203 |
| Latente belastingvorderingen | 1.772 | - |
| Voorraad vastgoedontwikkeling | 572.827 | 568.613 |
| Handels- en overige vorderingen | 220.789 | 220.789 |
| Liquide middelen | 697.903 | 697.903 |
| Leningen | (444.187) | (444.187) |
| Personeelsgerelateerde voorzieningen | (6.747) | (760) |
| Latente belastingschulden | (35.007) | (33.781) |
| Rekening-courantkredieten banken | (32.074) | (32.074) |
| Handels- en overige schulden | (259.517) | (259.517) |
| Verkregen netto-activa en verplichtingen | 738.314 | 745.184 |
| Tegenprestatie voldaan in liquiditeiten | 966.547 | |
| Liquide middelen verkregen in dochteronderneming | (665.829) | |
| Uitstroom liquide middelen als gevolg van overname | 300.718 |
Op 20 maart 2006 heeft de Groep alle aandelen verworven van Balteau sa in België tegen een betaling van € 5,4 miljoen. In verband met deze overname is € 3,3 miljoen goodwill verantwoord. De activiteiten van de onderneming betreffen het ontwerp en aanleggen van elektromechanische waterzuiveringsinstallaties. De jaaromzet van de onderneming bedraagt circa € 13 miljoen. De resultaatbijdrage bedroeg circa € 0,7 miljoen. Balteau telt ongeveer zestig medewerkers.
Eind 2006 heeft de Groep via dochteronderneming Tebodin Czech Republic s.r.o. het resterende 49%-belang in Sindat Engineering s.r.o. verworven. De totale overnamesom bedroeg € 0,5 miljoen. Bij de overname is het bestaande belang opnieuw beoordeeld en circa € 0,4 miljoen aan goodwill geïdentificeerd. De omzet- en resultaatbijdrage in 2006 van dit aanvullende belang is gezien het moment van overname te verwaarlozen.
Op 1 januari 2006 heeft de Groep via haar dochteronderneming Tebodin Consultants & Engineers het resterende 20% belang verworven in dochteronderneming SAP-Projekt Sp. z o.o. De overnamesom bedroeg circa € 1,1 miljoen. Bij de overname is het bestaande belang opnieuw beoordeeld en circa € 1 miljoen aan goodwill geïdentificeerd. De omzet en resultaatbijdrage in 2006 van dit aanvullende belang zijn gezien de omvang van de overname te verwaarlozen.
Begin 2006 heeft Tebodin het ingenieursbureau Doebel & Folger in Duitsland overgenomen. Deze onderneming legt zich voornamelijk toe op het ontwerp van productiefaciliteiten voor chemische en farmaceutische ondernemingen en realiseert met 55 medewerkers een jaaromzet van circa € 3,5 miljoen. Bij de overname is geen goodwill geïdentificeerd.
Eind 2006 heeft Tebodin het resterende 50%-belang verworven in de Belgische dochteronderneming SmitsTebodin. SmitsTebodin realiseert met circa tien medewerkers een jaaromzet van circa € 1,2 miljoen. Bij de overname is geen goodwill geïdentificeerd.
De aan het einde van het jaar 2006 voor verkoop aangehouden vaste activa hebben betrekking op bedrijfsgebouwen en -terreinen in de sector Infra. Dit betreft voor € 1,6 miljoen een pand waarop de huidige huurder een koopoptie heeft. Deze optie loopt af in 2007.
De aan het einde van 2005 aangehouden vaste activa voor verkoop hebben betrekking op bedrijfsgebouwen en -terreinen, waarvan € 1,6 miljoen in de sector Infra. Verder wordt de Duitse dochteronderneming Müller-Altvatter Beton GmbH & Co. KG gepresenteerd als aangehouden voor verkoop. Deze onderneming is, na een bijzondere waardevermindering van € 1,0 miljoen, gewaardeerd op € 0,1 miljoen. De met de verwachte verkoop samenhangende verplichting aan de kopers is voor € 0,5 miljoen opgenomen onder de verplichtingen.
De Groep onderscheidt de navolgende verbonden partijen: deelnemingen, de raad van bestuur en de raad van commissarissen en bij de pensioenregelingen betrokken derden.
De Groep verrichtte transacties met deelnemingen uit hoofde van verkoop van goederen en diensten voor € 17,1 miljoen (2005: € 49,9 miljoen) en inkoop van goederen en diensten voor € 2,3 miljoen (2005: € 2,8 miljoen).
Per jaareinde bedragen de openstaande vorderingen en verplichtingen als gevolg van transacties met deelnemingen per saldo € 0,2 miljoen (2005: € 1,0 miljoen). De Groep verantwoordt voor € 70,4 miljoen (2005: € 70,1 miljoen) leningen aan deelnemingen.
De volgende salarissen, bonussen en pensioenpremies zijn ten laste gebracht van de winst- en verliesrekening:
| 2006 | 2005 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bruto- | Pensioen- | Bruto- | Pensioen | |||
| salaris | Bonus | premie | salaris | Bonus | premie | |
| J.A.P. van Oosten | 513 | 225 | 122 | 425 | 255 | 46 |
| A.J.D. Franklin* | 608 | 275 | 120 | 576 | 346 | 113 |
| J. Ruis | 410 | 180 | 110 | 363 | 217 | 24 |
| N.J. de Vries | 463 | 203 | 94 | 413 | 247 | 42 |
| W. van Vonno | - | - | - | 600 | 360 | 79 |
* Brutosalaris 2006 op basis van £ 415 en 2005 op basis van £ 395.
De jaarlijkse variabele beloning bedraagt maximaal zestig procent van het jaarsalaris. De variabele beloning is afhankelijk van het realiseren van vooraf vastgestelde meetbare doelstellingen. Het deel van de variabele beloning dat aan financiële doelstellingen is gerelateerd bedraagt maximaal 40 procent van het jaarsalaris. Het jaarresultaat van de Groep is hierbij bepalend. Maximaal 20 procent van het jaarsalaris is gerelateerd aan doelstellingen die zijn afgeleid van de strategische agenda van de Groep, zoals verdere groei in bepaalde marktsegmenten, productontwikkeling, risicobeheersing (waaronder veiligheid), ontwikkeling van medewerkers en kennismanagement.
De variabele bonussen over het boekjaar 2006 zijn op basis van bovengenoemde overwegingen vastgesteld op 45 procent van het vaste inkomen (2005: 60 procent).
De beloning van de leden van de raad van commissarissen bedraagt € 0,243 miljoen (2005: € 0,219 miljoen) en is ten laste van het resultaat gebracht.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| G-J. Kramer, voorzitter | 45 | 49 |
| W.K. Wiechers, vice-voorzitter | 40 | 35 |
| R.J.N. Abrahamsen | 35 | 35 |
| A. Baar | 35 | 35 |
| J.A. Dekker | 35 | 35 |
| H. van Rompuy | 30 | 30 |
| W. van Vonno * | 23 | - |
* Met ingang van 3 mei 2006.
Aan de leden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen zijn geen optierechten op aandelen toegekend. De leden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen houden geen aandelen in de vennootschap. Aan genoemde functionarissen zijn geen leningen of voorschotten verstrekt.
De Groep heeft geen materiële transacties verricht met overige verbonden partijen.
Een belangrijk deel van de activiteiten van de Groep wordt uitgevoerd in joint ventures. Dit geldt voor alle activiteiten en voor alle landen waar de Groep actief is. Het aantal joint ventures waarin de Groep participeert bedraagt ongeveer 550 (2005: 400). Het groepsaandeel in de opbrengsten van deze joint ventures bedraagt in 2006 circa € 1,3 miljard (2005: circa € 1,4 miljard), ofwel ongeveer 15 procent van de opbrengsten van de Groep (2005: 20 procent). Zowel in 2006 als 2005 is het aandeel in het nettoresultaat gerealiseerd door joint ventures bovengemiddeld ten opzichte van het nettoresultaat van de gehele Groep.
Het aandeel van de Groep in de balansen van de diverse bouwcombinaties is als volgt:
| (€ x miljoen) | ||
|---|---|---|
| 2006 | 2005 | |
| Activa: | ||
| - Vaste activa | 53 | 38 |
| - Vlottende activa | 655 | 704 |
| 708 | 742 | |
| Verplichtingen: | ||
| - Langlopende verplichtingen | 17 | 58 |
| - Kortlopende verplichtingen | 638 | 604 |
| 655 | 662 | |
| Eigen vermogen | 53 | 80 |
De Groep is actief op het gebied van dienstverlening uit hoofde van concessies. De entiteiten waarover de Groep (gezamenlijk) beslissende zeggenschap kan uitoefenen, zijn (proportioneel) geconsolideerd. Daar waar de Groep geen beslissende zeggenschap, maar invloed van betekenis heeft, is de entiteit verantwoord als een deelneming. Toelichting 7 geeft een overzicht van de relevante balansposten.
De Groep heeft op dit moment twaalf (2005: tien) operationele concessies, te verdelen in de onderstaande twee categorieën.
Dit betreft tien (2005: acht) concessies (ziekenhuizen, scholen en politiebureaus in het Verenigd Koninkrijk). De concessievergoedingen zijn volledig afhankelijk van de beschikbaarheid van de accommodatie; het daadwerkelijke gebruik van de accommodatie heeft geen invloed op de vergoedingen. In de concessies is (soms) begrepen het verzorgen van ondersteunende diensten ten behoeve van de accommodatie, zoals onderhoud en facility management. Opbrengsten en resultaten worden verantwoord op basis van de (vaste) ontvangen vergoedingen van de overheid. Voor zover de vergoeding betrekking heeft op het verrichten van (ondersteunende) diensten vindt verantwoording plaats naar rato van de levering van deze diensten.
De concessies zijn gestart tussen 2000 en 2006 voor een periode variërend van 25 tot 30 jaar. Gedurende deze periode blijft de vergoeding gebaseerd op de beschikbaarheid en de ondersteunende diensten. Het merendeel van de concessieovereenkomsten bevat indexatiebepalingen. Met betrekking tot (onderdelen van) de diensten vindt periodieke (over het algemeen vijfjaarlijks) marktvergelijking plaats. Op grond hiervan kan het betreffende deel van de vergoeding worden bijgesteld. De volatiliteit van de totale opbrengsten en resultaten is echter beperkt.
Van de tien accommodaties zijn er zeven (2005: vijf) in eigendom van de overheid. De Groep is zelf eigenaar van één (2005: één) accommodatie en huurt er twee (2005: twee). Deze drie (2005: drie) accommodaties worden aan het einde van de concessieperiode overgedragen aan de overheid.
Eind 2006 zijn er twee (2005: twee) concessies voor wegen operationeel, één in Nederland (A59) en één in Ierland (Dundalk). In Nederland is de concessievergoeding gebaseerd op de beschikbaarheid van de weg. De beschikbaarheid wordt getoetst op basis van contractueel vastgestelde normen, onder meer ten aanzien van verkeersintensiteit, wegvakafsluitingen en onderhoud. Indien de beschikbaarheid afwijkt van de daaraan gestelde normen kan sprake zijn van (tijdelijke) bijstelling van de concessievergoeding. Opbrengsten en resultaten worden verantwoord op basis van de ontvangen vergoedingen van de overheid. De volatiliteit van opbrengsten en resultaten is beperkt.
In Ierland zijn de concessievergoedingen direct gerelateerd aan het volume van het wegverkeer (tolheffing). De opbrengsten en resultaten van deze entiteit zijn daarmee afhankelijk van het wegverkeer, waardoor deze in beginsel in enige mate volatiel zijn. Aangezien de Groep deze entiteit als deelneming verantwoordt (belang 33,3 procent), is de volatiliteit voor de Groep beperkt.
De concessie voor de A59 is gestart aan het eind van 2005 voor een periode van vijftien jaar. De Dundalk-concessie is gestart in 2004 en heeft een looptijd van 28 jaar. Beide wegen zijn eigendom van de overheid.
In het boekjaar is circa € 2 miljoen (2005: circa € 3 miljoen) subsidie ontvangen. De subsidies hebben hoofdzakelijk betrekking op opleiding, onderzoek en ontwikkeling en lonen. De ontvangen subsidies zijn verrekend met de gemaakte kosten.
Kosten inzake onderzoek en ontwikkeling, direct verband houdend met projecten, zijn opgenomen in de kostprijs van deze projecten. Kosten van overig onderzoek en ontwikkeling zijn direct in de winst- en verliesrekening opgenomen, ter hoogte van circa € 2 miljoen (2005: circa € 2 miljoen)
Op 19 maart 2007 heeft de Groep via haar dochteronderneming AM alle projectontwikkelingsactiviteiten van De Wilgen Pacific Vastgoed BV overgenomen. Effectuering zal geschieden in de vorm van een activa- passiva transactie, die op onderdelen gebonden is aan voorwaarden. Op grond hiervan is de definitieve overnamesom nog niet vastgesteld. Het personeel van de onderneming wordt overgenomen. De portefeuille van De Wilgen bestaat uit circa 2.000 woningen en 50.000 m2 commercieel vastgoed.
(vóór winstbestemming, x € 1.000)
| 2006 | 2005 | ||
|---|---|---|---|
| 2 | Materiële vaste activa | 27.342 | 23.699 |
| 3 | Immateriële vaste activa | 483.315 | 493.539 |
| 4 | Financiële vaste activa | 1.408.901 | 1.110.846 |
| Vaste activa | 1.919.558 | 1.628.084 | |
| 5 | Vorderingen | 71.443 | 50.755 |
| 6 | Liquide middelen | 30 | 12.447 |
| Vlottende activa | 71.473 | 63.202 | |
| Totaal activa | 1.991.031 | 1.691.286 | |
| Geplaatst en opgevraagd kapitaal | 12.415 | 12.280 | |
| Agioreserve | 408.915 | 403.229 | |
| Statutaire reserve | 1.586 | 1.762 | |
| Koersverschillen-/afdekkingsreserve | (14.860) | (34.911) | |
| Andere wettelijke reserves | 14.522 | - | |
| Overige reserves | 133.100 | 46.018 | |
| Resultaat boekjaar | 136.955 | 153.342 | |
| 7 | Eigen vermogen | 692.633 | 581.720 |
| 8 | Personeelsgerelateerde voorzieningen | 7.936 | 14.316 |
| 8 | Voorzieningen | 229 | 393 |
| 9 | Langlopende verplichtingen | 208.589 | 215.421 |
| Leningen | 188.315 | 7.082 | |
| Overige kortlopende verplichtingen | 893.329 | 872.354 | |
| 10 | Kortlopende verplichtingen | 1.081.644 | 879.436 |
| Totaal passiva | 1.991.031 | 1.691.286 |
| (x € 1.000) | 2006 | 2005 |
|---|---|---|
| Resultaat van deelnemingen na belasting | 136.236 | 184.691 |
| Overige baten en lasten na belasting | 719 | (31.349) |
| Nettoresultaat | 136.955 | 153.342 |
| Raad van bestuur: |
|---|
| J.A.P. van Oosten |
| A.J.D. Franklin |
| J. Ruis |
| N.J. de Vries |
De enkelvoudige jaarrekening van Koninklijke BAM Groep nv is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9, boek 2 Burgerlijk Wetboek. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de door artikel 2:362 lid 8 Burgerlijk Wetboek geboden mogelijkheid om in de enkelvoudige jaarrekening de grondslagen van waardering en resultaatbepaling toe te passen die in de geconsolideerde jaarrekening worden gehanteerd.
Indien geen nadere grondslagen zijn vermeld, wordt verwezen naar de vermelde grondslagen in de geconsolideerde jaarrekening van Koninklijke BAM Groep nv. Voor een juiste interpretatie van de vennootschappelijke jaarrekening van Koninklijke BAM Groep nv dient de geconsolideerde jaarrekening van Koninklijke BAM Groep nv te worden geraadpleegd.
Koninklijke BAM Groep nv heeft zijn geconsolideerde jaarrekening opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aanvaard door de Europese Unie.
Deelnemingen in dochterondernemingen zijn alle entiteiten waarin Koninklijke BAM Groep nv beslissende zeggenschap kan uitoefenen over het financiële en operationele beleid. Dochterondernemingen worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde. De nettovermogenswaarde wordt bepaald door de activa, voorzieningen en verplichtingen te waarderen en het resultaat te berekenen volgens de grondslagen die worden gehanteerd in de geconsolideerde jaarrekening.
Deelnemingen in entiteiten waarin Koninklijke BAM Groep nv invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, maar geen overheersende zeggenschap heeft, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode. De eerste verwerking in de jaarrekening geschiedt tegen verkrijgingsprijs. Vervolgens wordt de waarde van deze deelnemingen aangepast met het aandeel van Koninklijke BAM Groep nv in de resultaten van de deelneming, gebaseerd op de grondslagen van bepaling van het resultaat zoals toegepast in de geconsolideerde jaarrekening, en met het aandeel in de overige mutaties in het eigen vermogen van de deelneming die na overnamedatum aan Koninklijke BAM Groep nv toerekenbaar zijn.
Indien het aandeel van verliezen toerekenbaar aan Koninklijke BAM Groep nv de boekwaarde van de deelneming (inclusief separaat gepresenteerde goodwill en overige niet door zekerheden gedekte vorderingen) overschrijdt, worden de verdere verliezen niet meer verwerkt tenzij door Koninklijke BAM Groep nv zekerheden zijn gesteld ten behoeve van de deelneming dan wel verplichtingen zijn aangegaan of betalingen namens de deelneming zijn verricht. In dat geval zal de overschrijding worden voorzien.
Ingevolge de statuten is Koninklijke BAM Groep nv verplicht een statutaire reserve aan te houden voor de uitstaande converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen. Als gevolg van de toegepaste grondslagen uit de geconsolideerde jaarrekening om de converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen, met uitzondering van de hierin besloten optiewaarde, te presenteren als verplichting wordt de statutaire reserve slechts gevormd voor het aandeel dat is opgenomen onder het eigen vermogen.
Deze post betreft de aangehouden reserves voor reële waardeveranderingen van uitgestelde resultaten uit hoofde van kasstroomafdekkingen en wettelijke reservedeelnemingen. Er kunnen geen uitkeringen worden gedaan ten laste van deze reserves.
| Bedrijfs | Overige | ||
|---|---|---|---|
| gebouwen en | materiële | ||
| -terreinen | vaste activa | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | |||
| Kostprijs | 23.613 | 5.324 | 28.937 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingen | (2.841) | (3.275) | (6.116) |
| Boekwaarde | 20.772 | 2.049 | 22.821 |
| Mutaties in de boekwaarde | |||
| Investeringen | 2.654 | 560 | 3.214 |
| Desinvesteringen | - | (36) | (36) |
| Afschrijvingen | (914) | (1.386) | (2.300) |
| Saldo mutaties | 1.740 | (862) | 878 |
| Per 31 december 2005 | |||
| Kostprijs | 26.267 | 5.848 | 32.115 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingen | (3.755) | (4.661) | (8.416) |
| Boekwaarde | 22.512 | 1.187 | 23.699 |
| Mutaties in de boekwaarde | |||
| Investeringen | 4.235 | 1.621 | 5.856 |
| Afschrijvingen | (1.562) | (651) | (2.213) |
| Saldo mutaties | 2.673 | 970 | 3.643 |
| Per 31 december 2006 | |||
| Kostprijs | 30.187 | 3.916 | 34.103 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingen | (5.002) | (1.759) | (6.761) |
| Boekwaarde | 25.185 | 2.157 | 27.342 |
| Niet | |||
|---|---|---|---|
| geïntegreerde | |||
| Goodwill | software | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | |||
| Kostprijs | 496.261 | 7.732 | 503.993 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingen | - | (3.866) | (3.866) |
| Boekwaarde | 496.261 | 3.866 | 500.127 |
| Mutaties in de boekwaarde | |||
| Afschrijvingen | - | (1.289) | (1.289) |
| Bijzondere waardeverminderingen | (5.300) | - | (5.300) |
| Overige mutaties | 1 | - | 1 |
| Saldo mutaties | (5.299) | (1.289) | (6.588) |
| Per 31 december 2005 | |||
| Kostprijs | 496.262 | 7.732 | 503.994 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingen | (5.300) | (5.155) | (10.455) |
| Boekwaarde | 490.962 | 2.577 | 493.539 |
| Mutaties in de boekwaarde | |||
| Afschrijvingen | - | (1.289) | (1.289) |
| Overige mutaties | (8.935) | - | (8.935) |
| Saldo mutaties | (8.935) | (1.289) | (10.224) |
| Per 31 december 2006 | |||
| Kostprijs | 487.327 | 7.732 | 495.059 |
| Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere | |||
| waardeverminderingen | (5.300) | (6.444) | (11.744) |
| Boekwaarde | 482.027 | 1.288 | 483.315 |
Bovenstaande goodwill houdt verband met direct verkregen deelnemingen. Voor de jaarlijkse toetsing op bijzondere waardevermindering wordt deze goodwill toegewezen aan de relevante kasstroomgenererende entiteit.
| Aandelen in | Vorderingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| dochter | op dochter | Overige | Overige | ||
| onder | onder | deel | leningen en | ||
| nemingen | nemingen | nemingen | vorderingen | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | 580.379 | 233.084 | 92.652 | 70.076 | 976.191 |
| Nettoresultaat | 175.130 | - | 9.561 | - | 184.691 |
| Ontvangen dividenden | (151.870) | - | (5.981) | - | (157.851) |
| Aanpassingen in groepsstructuur | (3.875) | 116.632 | - | 91 | 112.848 |
| Kapitaalstortingen | 18 | 3.802 | - | - | 3.820 |
| Vermindering van kapitaal | (4.028) | - | - | - | (4.028) |
| Verstrekkingen / aflossingen | - | - | - | 4 | 4 |
| Valutakoersverschillen | 10.351 | - | (389) | - | 9.962 |
| Mutaties afdekkingsreserve | (14.791) | - | - | - | (14.791) |
| Per 31 december 2005 | 591.314 | 353.518 | 95.843 | 70.171 | 1.110.846 |
| Nettoresultaat | 116.520 | - | 19.716 | - | 136.236 |
| Ontvangen dividenden | (136.956) | - | (4.314) | - | (141.270) |
| Aanpassingen in groepsstructuur | 110.006 | - | - | - | 110.006 |
| Kapitaalstortingen | 150.964 | - | - | - | 150.964 |
| Verstrekkingen / aflossingen | - | 25.128 | - | (87) | 25.041 |
| Valutakoersverschillen | (7.586) | - | (817) | - | (8.403) |
| Mutaties afdekkingsreserve | 25.481 | - | - | - | 25.481 |
| Per 31 december 2006 | 849.743 | 378.646 | 110.428 | 70.084 | 1.408.901 |
Voor de vorderingen per balansdatum worden geen voorzieningen noodzakelijk geacht. Voor een overzicht van de belangrijkste dochterondernemingen en deelnemingen wordt verwezen naar de Overige gegevens.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Vorderingen op dochterondernemingen | 14.139 | 8.045 |
| Vorderingen op deelnemingen | 7.388 | 5.974 |
| Belastingen en sociale lasten | 30.747 | 18.635 |
| Overige vorderingen en overlopende activa | 19.169 | 18.101 |
| 71.443 | 50.755 |
De looptijd van de vorderingen is korter dan een jaar.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Banktegoeden | 30 | 12.446 |
| Kas | - | 1 |
| 30 | 12.447 |
De liquide middelen staan geheel ter vrije beschikking.
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft op 3 mei 2006 besloten tot wijziging van de statuten van de vennootschap. Deze statutenwijziging per 11 mei 2006, houdt onder meer in dat de gewone aandelen Koninklijke BAM Groep nv worden gesplitst op een zodanige wijze dat voor één gewoon aandeel van nominaal € 0,50 vijf nieuwe gewone aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk worden verkregen. Eveneens worden de converteerbare preferente aandelen Koninklijke BAM Groep nv en de niet-converteerbare preferente aandelen Koninklijke BAM Groep nv gesplitst op een zodanige wijze dat voor één preferent aandeel van nominaal € 0,50 vijf nieuwe preferente aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk worden verkregen. In onderstaande toelichting is voor vergelijkingsdoeleinden de splitsing geheel doorgevoerd.
Ultimo 2006 bedroeg het maatschappelijk kapitaal van de Groep tweehonderd miljoen gewone aandelen (2005: tweehonderd miljoen) en driehonderd miljoen preferente aandelen (2005: driehonderd miljoen), alle met een nominale waarde van € 0,10 per aandeel (2005: € 0,10 per aandeel). Alle geplaatste aandelen zijn volgestort.
Ultimo 2006 bedroeg het geplaatste en gestorte aantal aandelen 136.012.270 (2005: 135.925.870), verdeeld in 123.758.414 (2005: 122.372.460) gewone aandelen, 11.780.581 (2005: 13.081.135) converteerbare financieringspreferente aandelen en 473.275 (2005: 473.275) niet-converteerbare financieringspreferente aandelen, alle met een nominale waarde van € 0,10 (2005: € 0,10) per aandeel.
Het verloop van het aantal uitstaande geplaatste en gestorte aandelen is als volgt:
| Converteer | Niet-conver | |||
|---|---|---|---|---|
| bare | teerbare | |||
| Gewone | preferente | preferente | ||
| aandelen | aandelen | aandelen | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | 91.582.210 | 32.670.700 | 8.333.335 | 132.586.245 |
| Emissie aandelen | 11.120.000 | - | - | 11.120.000 |
| Preferente aandelen: | ||||
| - Inkoop niet-converteerbare aandelen | - | - | (7.860.060) | (7.860.060) |
| - Conversie | 19.589.565 | (19.589.565) | - | - |
| Betaald dividend | 79.685 | - | - | 79.685 |
| Per 31 december 2005 | 122.371.460 | 13.081.135 | 473.275 | 135.925.870 |
| Conversie preferente aandelen | 1.300.554 | (1.300.554) | - | - |
| Betaald dividend | 86.400 | - | - | 86.400 |
| Per 31 december 2006 | 123.758.414 | 11.780.581 | 473.275 | 136.012.270 |
In 2006 is het aantal geplaatste gewone aandelen met 1.386.954 toegenomen tot 123.758.414. De toename betreft mede de conversie van 1.300.554 converteerbare financieringspreferente aandelen in gewone aandelen. Daarnaast is in 2006 het aantal gewone aandelen met 86.400 toegenomen als gevolg van een beperkt preferent dividend dat in de vorm van gewone aandelen is uitgekeerd.
In 2005 is het aantal geplaatste gewone aandelen met 30.789.250 toegenomen tot 122.371.460. De toename betreft mede de conversie van 19.589.565 converteerbare financieringspreferente aandelen in gewone aandelen. Voorts heeft de Groep op 10 november 2005 11.120.000 gewone aandelen geplaatst bij institutionele beleggers in Nederland en daarbuiten tegen een koers van € 13,80 per aandeel. De netto-opbrengst van deze emissie bedroeg € 151,3 miljoen. Dit bedrag is gebruikt om de overname van AM te financieren. Ten slotte is in 2005 het aantal gewone aandelen met 79.685 toegenomen als gevolg van een beperkt preferent dividend dat in de vorm van gewone aandelen is uitgekeerd.
Het mutatieoverzicht van het eigen vermogen over 2005 en 2006 is als volgt:
| Koers | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Geplaatst en | verschillen-/ | Andere | ||||||
| opgevraagd | Agio- | Statutaire afdekkings- | wettelijke | Overige | Resultaat | |||
| kapitaal | reserve | reserve | reserve | reserves | reserves | boekjaar | Totaal | |
| Per 1 januari 2005 | 9.266 | 172.394 | 4.402 | (30.031) | - | 17.429 | 56.006 | 229.466 |
| Emissie aandelen | 1.112 | 150.189 | - | - | - | - | - | 151.301 |
| Resultaat boekjaar | - | - | - | - | - | - | 153.342 | 153.342 |
| Verdeling winst voorgaand boekjaar | - | - | - | - | - | 56.006 | (56.006) | - |
| Preferente aandelen: | ||||||||
| - Inkoop niet-converteerbare preferente aandelen | - | - | - | - | - | (3.181) | - | (3.181) |
| - Conversie | 1.894 | 80.319 | (2.640) | - | - | 8.295 | - | 87.868 |
| Betaald dividend | 8 | 327 | - | - | - | (32.533) | - | (32.198) |
| Mutatie reële waarde kasstroomafdekkingen | - | - | - | (14.842) | - | - | - | (14.842) |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | 9.962 | - | - | - | 9.962 |
| Overige mutaties | - | - | - | - | - | 2 | - | 2 |
| Per 31 december 2005 | 12.280 | 403.229 | 1.762 | (34.911) | - | 46.018 | 153.342 | 581.720 |
| Resultaat boekjaar | - | - | - | - | - | - | 136.955 | 136.955 |
| Verdeling winst voorgaand boekjaar | - | - | - | - | - | 153.342 | (153.342) | - |
| Preferente aandelen: | ||||||||
| - Inkoop niet-converteerbare preferente aandelen | - | - | - | - | - | (27) | - | (27) |
| - Conversie | 126 | 5.332 | (176) | - | - | 637 | - | 5.919 |
| Betaald dividend | 9 | 354 | - | - | - | (49.418) | - | (49.055) |
| Mutatie reële waarde kasstroomafdekkingen | - | - | - | 28.454 | - | - | - | 28.454 |
| Valutakoersverschillen | - | - | - | (8.403) | - | - | - | (8.403) |
| Overige mutaties | - | - | - | - | 14.522 | (17.452) | - | (2.930) |
| Per 31 december 2006 | 12.415 | 408.915 | 1.586 | (14.860) | 14.522 | 133.100 | 136.955 | 692.633 |
De koersverschillenreserve bedraagt € 5,9 miljoen negatief (2005: € 2,5 miljoen positief) en de reserve voor reële waardeveranderingen van kasstroomafdekkingen bedraagt € 9,0 miljoen negatief (2005: € 37,4 miljoen negatief).
De beperking in uitkeerbaarheid van de reserves bedraagt € 16,1 miljoen (2005: € 4,3 miljoen).
De andere wettelijke reserve betreft de reserve voor de reële-waardeveranderingen van uitgestelde resultaten uit hoofde van kasstroomafdekkingen € 8,9 miljoen negatief (2005: € 37,4 miljoen negatief) en de wettelijke reserve deelnemingen € 14,5 miljoen (2005: nihil). Er kunnen geen uitkeringen worden gedaan ten laste van deze reserves.
De vennootschap is voornemens over het boekjaar 2006 op de gewone aandelen een dividend in contanten te betalen van € 0,45 per aandeel. Hiermee is een bedrag van circa € 55,7 miljoen gemoeid. Dit voorstel is niet verwerkt in de jaarrekening.
Conversie van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen in 2007 voor de 'ex-dividend' datum geeft de nieuwe houders van gewone aandelen recht op gewoon dividend over 2006. Het cumulatief preferente dividend komt voor deze aandeelhouders dan te vervallen. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan in de voorgestelde dividenduitkeringen en de uiteindelijke dividendbetalingen.
In 2006 en 2005 is aan de houders van gewone aandelen contant dividend uitgekeerd ter waarde van € 49,1 miljoen (€ 0,40 per aandeel) respectievelijk € 32,2 miljoen (€ 0,31 per aandeel).
Aan houders van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen is in 2006 en 2005 contant dividend uitgekeerd ter waarde van respectievelijk € 4,4 miljoen (€ 0,37086 per aandeel) en € 7,2 miljoen (€ 0,37086 per aandeel). Naast contant dividend is aan houders van converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen een beperkt deel van het dividend uitgekeerd in gewone aandelen. Het aantal gewone aandelen is daardoor in 2006 en 2005 met respectievelijk 86.400 en 79.685 stuks toegenomen.
Aan houders van niet-converteerbare cumulatief financieringspreferente aandelen is in 2006 en 2005 contant dividend uitgekeerd ter waarde van respectievelijk € 0,1 miljoen (€ 0,38346 per aandeel) en € 0,2 miljoen (€ 0,38346 per aandeel).
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Personeelsgerelateerde voorziening | 7.936 | 14.316 |
| Reorganisatievoorziening | 229 | 393 |
| 8.165 | 14.709 |
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Achtergestelde leningen | 150.000 | 150.000 |
| Preferente aandelen | 47.853 | 53.135 |
| Financiële-leaseovereenkomsten | 10.736 | 12.286 |
| 208.589 | 215.421 |
Voor een toelichting op de langlopende leningen wordt verwezen naar de geconsolideerde balans.
| 2006 | 2005 | |
|---|---|---|
| Bankkredieten | 186.416 | 64 |
| Achtergestelde leningen | - | 5.050 |
| Preferente aandelen | 350 | 453 |
| Financiële-leaseovereenkomsten | 1.549 | 1.515 |
| Schulden aan groepsmaatschappijen | 865.176 | 846.985 |
| Overige verplichtingen | 28.153 | 25.369 |
| 1.081.644 | 879.436 |
Gedurende het jaar 2006 waren bij de vennootschap gemiddeld 178 (2005: 197) werknemers in dienst.
Voor een overzicht van de bezoldiging van bestuurders en commissarissen wordt verwezen naar Toelichting 32 van de geconsolideerde jaarrekening.
De vennootschap heeft zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van in Nederland gevestigde dochterondernemingen op grond van bepalingen in artikel 2.403 Burgerlijk Wetboek. Overigens wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans.
Door de vennootschap zijn concerngaranties verstrekt, in hoofdzaak aan opdrachtgevers van projecten, in plaats van bankgaranties. Ultimo 2006 betreft dit een bedrag van € 331 miljoen (ultimo 2005: € 305 miljoen).
De vennootschap is de moedermaatschappij van de Nederlandse fiscale eenheden voor de vennootschapsbelasting en omzetbelasting en is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschulden van deze fiscale eenheden.
Bunnik, 23 maart 2007
Raad van commissarissen: Raad van bestuur: G-J. Kramer J.A.P. van Oosten W.K. Wiechers A.J.D. Franklin R.J.N. Abrahamsen J. Ruis A. Baar N.J. de Vries J.A. Dekker H. van Rompuy W. van Vonno
Het nettoresultaat over 2006 ad € 137,0 miljoen is verwerkt in het eigen vermogen.
De raad van bestuur heeft, conform de statutaire regeling omtrent de bestemming van de winst, besloten aan de houders van cumulatief financieringspreferente aandelen een dividend over het boekjaar toe te kennen op basis van een rendement van 8,83 procent per jaar voor de converteerbare financieringspreferente aandelen en 9,13 procent per jaar voor de niet-converteerbare financieringspreferente aandelen. Dit komt neer op € 0,37086 per converteerbaar financieringspreferent aandeel en € 0,38346 per niet-converteerbaar financieringspreferent aandeel. In totaal is hiermee een bedrag van circa € 4,4 miljoen gemoeid.
De vennootschap is voornemens over 2006 per gewoon aandeel een dividend in contanten te betalen, groot € 0,45 per aandeel. Dit komt overeen met een bedrag van circa € 55,7 miljoen.
Uit de winst die in enig boekjaar is behaald, wordt allereerst, zo mogelijk, op de cumulatief preferente aandelen B uitgekeerd het hierna te noemen percentage van het verplicht op die aandelen, per de aanvang van het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, gestorte bedrag. Het hiervoor bedoelde percentage is gelijk aan het gemiddelde van de EURIBOR-percentages voor kasgeldleningen met een looptijd van twaalf maanden – gewogen naar het aantal dagen waarvoor deze percentages golden – gedurende het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, verhoogd met 1 procent. Onder EURIBOR wordt verstaan de door de Europese Centrale Bank vastgestelde en gepubliceerde Euro Interbank Offered Rate.
Vervolgens wordt, zo mogelijk, op elk financieringspreferent aandeel van een bepaalde (sub)serie, met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde, een dividend uitgekeerd gelijk aan een percentage berekend over het nominale bedrag van het desbetreffende financieringspreferente aandeel aan het begin van het desbetreffende boekjaar, vermeerderd met het bedrag aan agio dat werd gestort op het financieringspreferente aandeel dat van de desbetreffende (sub)serie werd uitgegeven bij de eerste uitgifte van financieringspreferente aandelen van de desbetreffende (sub)serie, verminderd met hetgeen voorafgaand aan het desbetreffende boekjaar ten laste van de reserve die als agio is gevormd bij de uitgifte van financieringspreferente aandelen van de desbetreffende (sub)serie op elk desbetreffend financieringspreferent aandeel is betaald. Indien en voor zover gedurende de loop van het boekjaar op de desbetreffende financieringspreferente aandelen een uitkering is geschied ten laste van de reserve die als agio is gevormd bij de uitgifte van financieringspreferente aandelen van de desbetreffende (sub)serie, dan wel een gedeeltelijke terugbetaling op zodanige aandelen is geschied, wordt het bedrag van de uitkering naar tijdsgelang verminderd in de verhouding van het bedrag van de uitkering ten laste van de agioreserve en/of van de terugbetaling ten opzichte van het in de vorige zin bedoelde bedrag. De berekening van het percentage van het dividend voor de financieringspreferente aandelen van een bepaalde serie geschiedt voor elk van de hierna te noemen series financieringspreferente aandelen op de wijze als vermeld achter de desbetreffende serie:
Het percentage van het dividend wordt berekend door het rekenkundig gemiddelde te nemen van het effectieve rendement op de staatsleningen ten laste van de Staat der Nederlanden in euro met een (resterende) looptijd die zo nauw mogelijk aansluit bij de looptijd van de desbetreffende serie zoals gepubliceerd in de Officiële Prijscourant, verhoogd met twee procentpunt.
Het percentage van het dividend is gelijk aan het gemiddelde van de EURIBOR-percentages voor kasgeldleningen met een looptijd van twaalf maanden – gewogen naar het aantal dagen waarvoor deze percentages golden – gedurende het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, verhoogd met twee procentpunt.
Deze hiervoor omschreven percentages kunnen eventueel worden verhoogd of verlaagd met een opslag respectievelijk een afslag ter grootte van maximaal driehonderd basispunten.
De raad van commissarissen bepaalt op voorstel van de directie welk gedeelte van de na toepassing van het bepaalde in de vorige leden resterende winst wordt gereserveerd. Het gedeelte van de winst dat resteert na toepassing van het bepaalde in de vorige leden, staat ter beschikking van de algemene vergadering van aandeelhouders, met dien verstande dat op de preferente aandelen geen verdere dividenduitkering zal geschieden.
De vennootschap kent de navolgende maatregelen ter bescherming van de vennootschap tegen ongewenste ontwikkelingen die de zelfstandigheid, continuïteit en/of identiteit van de Groep zouden kunnen aantasten.
Ingevolge een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders gehouden op 12 juni 1972 is in de statuten van de vennootschap de mogelijkheid opgenomen tot het uitgeven van preferente aandelen. In samenhang hiermee is in 1978 opgericht Stichting Aandelenbeheer BAM Groep, hierna 'de Stichting'.
De Stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van de vennootschap en van de ondernemingen die door de vennootschap en de met de vennootschap in een groep verbonden vennootschappen in stand worden gehouden en wel op zodanige wijze dat de belangen van de vennootschap en van die ondernemingen en van alle daarbij betrokkenen zo goed mogelijk worden gewaarborgd en dat invloeden, welke de zelfstandigheid en/of continuïteit en/of identiteit van de vennootschap en die ondernemingen in strijd met die belangen zouden kunnen aantasten, naar maximaal vermogen worden geweerd.
De Stichting tracht haar doel te bereiken door het verwerven, onder meer door uitoefening van de hiervoor vermelde optie, en het houden van cumulatief preferente aandelen B in het kapitaal van de vennootschap en door het uitoefenen van de aan die aandelen verbonden rechten.
Zoals tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders gehouden op 4 juni 1992 werd aangekondigd en tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders gehouden op 8 juni 1993 aan de orde is geweest, heeft de vennootschap op 17 mei 1993 aan de Stichting een optie tot verkrijging van cumulatief preferente aandelen B in het kapitaal van de vennootschap verleend. Deze optie is verleend tot een zodanig bedrag, als de Stichting zal verlangen, met dien verstande dat dit ten hoogste zal kunnen zijn een zodanig nominaal bedrag dat daardoor het totaal nominale bedrag van niet bij de vennootschap geplaatste cumulatief preferente aandelen B maximaal gelijk is aan negenennegentig negen/tiende procent (99,9%) van het nominale bedrag van het op moment van de uitoefening van het hiervoor bedoelde recht niet bij de vennootschap in de vorm van andere aandelen dan cumulatief preferente aandelen B geplaatste aandelenkapitaal. Omtrent de uitoefening van dit recht tot het nemen van cumulatief preferente aandelen B beslist uitsluitend het bestuur van de Stichting.
Mede in verband met deze optieverlening zijn de statuten van de Stichting bij akte verleden op 25 juni 1993 in overeenstemming gebracht met bijlage X bij het Fondsenreglement.
Het bestuur van de Stichting bestaat uit drie leden, te weten één bestuurder A en twee bestuurders B. De bestuurder A wordt, onder goedkeuring van de raad van commissarissen, benoemd door de raad van bestuur van de vennootschap. De bestuurder A mag geen lid van de raad van bestuur of commissaris zijn van de vennootschap of van een dochtermaatschappij daarvan.
De bestuurders B worden benoemd door het bestuur van de Stichting zelf, onder goedkeuring van de raad van bestuur, voor het verlenen waarvan de raad van bestuur op haar beurt goedkeuring behoeft van de raad van commissarissen van de vennootschap. Een bestuurder B mag geen met de vennootschap verbonden persoon als bedoeld in genoemde bijlage X bij het Fondsenreglement zijn.
De huidige bestuurssamenstelling is: J. Kleiterp, voorzitter (A) G.H. Heida (B) S.E. Beelaerts van Blokland (B)
Leden van het bestuur ontvangen van de Stichting elk een jaarlijks honorarium van € 3.000,-.
De personalia van de bestuursleden zijn:
Sinds 2004 lid en sinds 2005 voorzitter van het bestuur van de Stichting. Nederlandse nationaliteit. Voormalig voorzitter directie MeesPierson. De heer Kleiterp bekleedt drie nevenfuncties: voorzitter raad van advies Deloitte, lid raad van toezicht Stichting Vangnet HBO en lid raad van toezicht Nederlandse Brandwondenstichting.
Sinds 2000 lid van het bestuur van de Stichting. Nederlandse nationaliteit. Voormalig lid van het Executive Committee ING Asset Management. Momenteel zelfstandig financieel adviseur in het bijzonder ten aanzien van beleggingen. De heer Heida is lid raad van commissarissen van zes beleggingsfondsen van Kempen Capital Management en is lid c.q. adviseur van de beleggingscommissie van diverse institutionele beleggers.
Sinds 2004 lid van het bestuur van de Stichting. Nederlandse nationaliteit. Voormalig voorzitter van UBS Investment Bank (Nederland). Momenteel voorzitter raad van commissarissen van Deloitte en De Goudse Verzekeringen, voorzitter bestuur van Stichting continuïteit TKH en lid bestuur van Stichting continuïteit ICT.
Naar het gezamenlijke oordeel van de vennootschap en de Stichting is de Stichting onafhankelijk van de vennootschap in de zin van genoemde bijlage X.
Er zijn thans geen cumulatief preferente aandelen B geplaatst.
De raad van commissarissen en de raad van bestuur behouden zich het recht voor om in het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming tot andere maatregelen dan de uitgifte van preferente aandelen B te besluiten ter bescherming van de vennootschap tegen invloeden die door de raad van commissarissen en de raad van bestuur, na afweging van de belangen van de vennootschap en van alle bij de Groep betrokkenen, kunnen worden gekwalificeerd als schadelijk voor de zelfstandigheid, continuïteit en/of identiteit van de Groep.
Aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Koninklijke BAM Groep nv
Wij hebben de in dit rapport op pagina 81 tot en met 149 opgenomen jaarrekening 2006 van Koninklijke BAM Groep nv te Bunnik gecontroleerd. De jaarrekening omvat de geconsolideerde en de enkelvoudige jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit de geconsolideerde balans per 31 december 2006, winst- en verliesrekening, mutatieoverzicht eigen vermogen en kasstroomoverzicht over 2006 alsmede uit een overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen. De enkelvoudige jaarrekening bestaat uit de enkelvoudige balans per 31 december 2006 en de enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2006 met de toelichting.
De raad van bestuur van de vennootschap is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met Titel 9 Boek 2 BW, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico's van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn, maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de vennootschap.
Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die de raad van bestuur van de vennootschap heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Oordeel betreffende de geconsolideerde jaarrekening Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Koninklijke BAM Groep nv per 31 december 2006 en van het resultaat en de kasstromen over 2006 in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie en met Titel 9 Boek 2 BW.
Naar ons oordeel geeft de enkelvoudige jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Koninklijke BAM Groep nv per 31 december 2006 en van het resultaat over 2006 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
Amsterdam, 23 maart 2007 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.
Mr.drs. J. van Hees RA
| Bouw en vastgoed | % |
|---|---|
| • BAM Utiliteitsbouw bv*, Bunnik | 100 |
| • BAM Woningbouw bv*, Bunnik | 100 |
| • Bouwbedrijf H. Pennings en Zn. bv*, Rosmalen | 100 |
| • Heilijgers bv*, Amersfoort | 100 |
| • Fort Unitbouw bv*, Raamsdonksveer | 100 |
| • BAM Materieel bv*, Lelystad | 100 |
| • Interbuild nv, Wilrijk-Antwerpen (België) | 100 |
| • HBG UK Ltd, Colindale, Londen (Verenigd Koninkrijk) | 100 |
| • BAM Deutschland AG, Stuttgart (Duitsland) | 90 |
| • BAM Vastgoed bv*, Bunnik | 100 |
| • Wayss & Freytag AG Projektentwicklung, Frankfurt am Main (Duitsland) | 100 |
| • AM nv, Nieuwegein | 51 |
| Infra | |
| • BAM Civiel bv*, Gouda | 100 |
| • BAM Wegen bv*, Utrecht | 100 |
| • BAM Infratechniek bv*, Culemborg | 100 |
| • BAM Rail bv*, Breda | 100 |
| • Multiconsult bv*, Culemborg | 100 |
| • Interbeton bv*, Gouda | 100 |
| • CEI-De Meyer nv, Brussel (België) | 100 |
| • Galère sa, Luik (België) | 100 |
| • Edmund Nuttall Ltd, Camberley, Surrey (Verenigd Koninkrijk) | 100 |
| • Ascon Contractors Ltd, Kill, Kildare (Ierland) | 100 |
| • Wayss & Freytag Ingenieurbau AG, Frankfurt am Main (Duitsland) | 100 |
| • Flatiron Construction, Corp., Longmont, Colorado (Verenigde Staten) | 100 |
| Publiekprivate samenwerking | |
| • BAM PPP bv, Bunnik | 100 |
| Installatietechniek | |
| • BAM Techniek bv*, Bunnik | 100 |
| Consultancy en engineering | |
| • Tebodin bv*, Den Haag | 100 |
| Deelnemingen | |
| • Van Oord nv, Rotterdam | 21,5 |
| • Infraspeed (Holdings) bv, Haarlem | 21,5 |
| • Wâldwei.com bv, Leeuwarden | 33,3 |
| • Railpro bv, Hilversum | 10 |
| • Celtic Roads Group (Dundalk) Ltd, Dublin (Ierland) | 33,3 |
Een lijst van deelnemingen als bedoeld in artikel 379 en 414 van boek 2 Burgerlijk Wetboek is gedeponeerd bij het handelsregister te Utrecht.
* Koninklijke BAM Groep nv heeft ten behoeve van deze dochterondernemingen een 403-verklaring gedeponeerd.
(per 23 maart 2007)
| Bunnik | ir. J.A.P. van Oosten, voorzitter | Nederland | |
|---|---|---|---|
| A.J.D. Franklin BEng, CEng, FICE, FCIOB, | BAM Civiel, Gouda | ir. W.R. Remmelts | |
| FIHT 1 | C.A. van 't Hoog | ||
| J. Ruis, CFO | BAM Infratechniek, | drs. M. de Rooij RC | |
| ir. N.J. de Vries 2 | Culemborg | H.G. Kuipers | |
| P.B. Brooks, CEng, FICE, FInstCES, ACIOB 3 | BAM Rail, Breda | ir. K.W. Talsma | |
| ir. S.H. van Royen | |||
| mr. P.F. Jaeger, juridische zaken | BAM Wegen, Utrecht | ir. B.J. Wierenga | |
| drs. T.P.L.M. van Beek, management- en organisatie-ontwikkeling |
W. Konings | ||
| drs. H. Gelderloos, human resources | België | ||
| A.J. Kroezen RA, financiën | CEI-De Meyer, Brussel, | ir. G. Loix | |
| prof.ir. G.J. Maas, strategie | Eke (Nazareth) | ir. M. Peeters | |
| P. Depreter | |||
| Bouw en vastgoed | Galère, Chaudfontaine | ir. G. Loix | |
| ir. Ph. Goblet | |||
| Nederland | ir. V. Pissart | ||
| BAM Utiliteitsbouw, Bunnik | H.W.J. Bol | ||
| J.J. Kempkens | Verenigd Koninkrijk | ||
| BAM Woningbouw, Bunnik | ir. R.P. van Wingerden MBA | Edmund Nuttall, | M.J. Rogers, MCIOB (per 1 april 2007) |
| D.J. Boonstra | Camberley | D.K. Belsham, BSc (Eng), CEng, FICE | |
| ir. M.J.S. Broos | S.C. Fox, BSc (Hons), CEng, MICE (per 1 april 2007) | ||
| BAM Vastgoed, Bunnik | drs. R. Vollebregt | R. Treadgold, FIHT, FICE | |
| mr. H. Bree | |||
| ir. P. Esveld | Ierland | ||
| Bouwbedrijf H. Pennings en Zn., | M.A. van Dulmen | Ascon Contractors, | J.B. Barrett, BE, CEng.fiei |
| Rosmalen | F.J.H.M. van Vuuren | Kill | B.G. Murphy, BE, CEng.fiei |
| Fort Unitbouw, Raamsdonksveer | A. Barnhoorn | T.M. Cullinane, BE, CEng.fiei | |
| Heilijgers, Amersfoort | H.J.A. Oskamp | L.F. Harmon, BE, CEng.miei | |
| BAM Materieel, Lelystad | J.W. Carton | ||
| Duitsland | |||
| België Interbuild, Wilrijk-Antwerpen |
E.E.L.A. Verbeeck | Wayss & Freytag Ingenieurbau, |
Dipl.-Oec. A. Schmieg ir. J.J. Wenkenbach |
| B.P.Y. De Landsheer | Frankfurt am Main | ||
| Verenigd Koninkrijk | Verenigde Staten | ||
| HBG UK, Londen | R.A. Gregory, MCIOB | Flatiron Constructors, | G.K. Crabtree, BSc, CEng, MICE |
| R. Bailey, MSc, MCIOB | Longmont, Colorado | P.R. Driscoll | |
| J.R. Burke, FRICS | |||
| G. Cash, BA, RIBA | Wereldwijd | ||
| Interbeton, Gouda | D. Langbroek | ||
| Duitsland | ir. N. Dirkzwager |
BAM Deutschland, Stuttgart Prof.Dr.-Ing. F. Berner
Wayss & Freytag Projekt- F. Samuel entwicklung, Frankfurt am Main
Dr.-Ing. A. Häberle Dipl.-Kfm. M. Hager Dipl.-Ing. A. Naujoks
Installatietechniek
Nederland
Publiekprivate samenwerking (Pps)
R. Fielder
C. Franchimon H. Otten
BAM PPP, Bunnik, Glasgow D.J. Wilson ACA
BAM Techniek, Bunnik H.A. van Harn
Consultancy en engineering
Engineers, Den Haag ir. P. Bilek ir. A.M. van der Velden 1552006
(in € miljoen, tenzij anders vermeld)
| 2006 | 2005 | 2004 | 2003 1 | 2002 | |
|---|---|---|---|---|---|
| IFRS | IFRS | IFRS | NL GAAP | NL GAAP | |
| Opbrengsten | 8.646 | 7.425 | 7.493 | 7.770 | 3.579 |
| Bedrijfsresultaat exclusief boetes | 262,6 | 235,3 | 232,7 | 172,6 | 75,7 |
| Bedrijfsresultaat | 255,2 | 235,3 | 192,7 | 145,2 | 75,7 |
| Resultaat vóór belasting | 228,4 | 229,9 | 172,3 | 112,6 | 70,2 |
| Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders | 137,0 | 153,3 | 106,4 | 56,0 | 46,7 |
| Nettoresultaat toerekenbaar aan houders gewone aandelen | 137,0 | 153,3 | 91,1 | 38,2 | 45,9 |
| Winst per gewoon aandeel (in € 1) | 1,11 | 1,46 | 1,53 | 0,52 | 0,87 |
| Dividend per gewoon aandeel (in € 1) | 0,45 | 0,40 | 0,31 | 0,31 | 0,31 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders | 692,6 | 581,7 | 435,1 | 441,1 | 404,1 |
| Achtergestelde leningen 3 | 150,0 | 155,1 | 121,3 | 125,9 | 30,5 |
| Preferente aandelen | 48,2 | 53,6 | - | - | - |
| Derden aandeelhouders AM | 49,0 | - | - | - | - |
| Converteerbare achtergestelde obligatielening 3 | - | - | - | 17,4 | 33,2 |
| Garantievermogen | 939,8 | 790,4 | 556,4 | 584,4 | 467,8 |
| Orderportefeuille 4 | 13.100 | 10.400 | 8.900 | 9.100 | 10.200 |
| Netto-investeringen in materiële vaste activa | 119,2 | 101,0 | 92,9 | 86,0 | 54,3 |
| Afschrijving/waardevermindering: | |||||
| - Materiële vaste activa | 96,5 | 97,6 | 92,5 | 134,1 | 43,5 |
| - Immateriële vaste activa | 3,4 | 8,0 | 2,7 | 35,4 | 8,7 |
| Cashflow vóór dividend | 236,9 | 259,9 | 201,6 | 225,4 | 98,8 |
| Gemiddeld aantal werknemers | 28.330 | 26.914 | 26.801 | 29.551 | 14.972 |
| Aantal werknemers ultimo jaar | 30.338 | 27.190 | 26.651 | 26.837 | 30.588 |
| Ratio's (in %) | |||||
| Resultaat vóór belasting, goodwillafschrijving | |||||
| en boete in % opbrengsten | 2,7 | 3,1 | 2,8 | 2,3 | 2,2 |
| Resultaat vóór belasting en goodwillafschrijving | |||||
| in % opbrengsten | 2,6 | 3,1 | 2,3 | 1,9 | 2,2 |
| Nettoresultaat in % opbrengsten | 1,6 | 2,1 | 1,4 | 0,7 | 1,3 |
| Nettoresultaat in % gemiddeld eigen vermogen | 21,5 | 37,8 | 28,2 | 13,2 | 29,2 |
| Solvabiliteit: | |||||
| - Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders | |||||
| in % activa | 10,8 | 11,7 | 9,2 | 14,1 | 10,5 |
| - Garantievermogen in % activa | 14,7 | 15,9 | 11,7 | 18,7 | 12,1 |
| Current ratio | 1,16 | 1,09 | 0,99 | 0,92 | 0,77 |
1 Met ingang van 2003 wordt rente geactiveerd op vastgoedontwikkeling; de cijfers van voorgaande boekjaren zijn niet aangepast.
2 In 1999 en voorgaande jaren vond de resultaatneming op werken plaats op basis van de completed contract methode.
3 Achtergestelde leningen inclusief het kortlopende deel.
4 De orderportefeuille bevat zowel getekende contracten als mondelinge opdrachten.
| 2001 | 2000 | 1999 2 | 1998 2 | 1997 2 | |
|---|---|---|---|---|---|
| NL GAAP | NL GAAP | NL GAAP | NL GAAP | NL GAAP | |
| 2.916 | 1.510 | 1.093 | 957 | 667 | Opbrengsten |
| 60,3 | 39,4 | 29,5 | 37,2 | 27,9 | Bedrijfsresultaat exclusief boetes |
| 60,3 | 39,4 | 29,5 | 37,2 | 27,9 | Bedrijfsresultaat |
| 60,6 | 39,5 | 29,2 | 22,7 | 16,9 | Resultaat vóór belasting |
| 39,4 | 29,1 | 19,5 | 15,0 | 10,6 | Nettoresultaat toerekenbaar aan aandeelhouders |
| 39,4 | 29,1 | 19,5 | 15,0 | 10,6 | Nettoresultaat toerekenbaar aan houders gewone aandelen |
| 0,78 | 0,58 | 0,41 | 0,36 | 0,26 | Winst per gewoon aandeel (in € 1) |
| 0,31 | 0,23 | 0,16 | 0,14 | 0,12 | Dividend per gewoon aandeel (in € 1) |
| 131,2 | 100,8 | 69,6 | 58,1 | 54,7 | Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders |
| 34,0 | 34,0 | - | - | - | Achtergestelde leningen 3 |
| - | - | - | - | - | Preferente aandelen |
| - | - | - | - | - | Derden aandeelhouders AM |
| 38,5 | 38,6 | 38,6 | 38,6 | 38,6 | Converteerbare achtergestelde obligatielening 3 |
| 203,7 | 173,3 | 108,2 | 96,7 | 93,3 | Garantievermogen |
| 4.543 | 3.587 | 1.588 | 1.361 | 1.044 | Orderportefeuille 4 |
| 21,2 | 17,8 | 14,1 | 10,4 | 10,8 | Netto-investeringen in materiële vaste activa |
| Afschrijving/waardevermindering: | |||||
| 33,6 | 19,7 | 14,9 | 13,4 | 10,6 | - Materiële vaste activa |
| 4,6 | 3,4 | - | - | - | - Immateriële vaste activa |
| 77,7 | 52,3 | 34,4 | 28,4 | 21,2 | Cashflow vóór dividend |
| 12.744 | 7.546 | 6.136 | 5.669 | 4.797 | Gemiddeld aantal werknemers |
| 13.248 | 12.824 | 6.360 | 5.598 | 5.199 | Aantal werknemers ultimo jaar |
| Ratio's (in %) | |||||
| Resultaat vóór belasting, goodwillafschrijving | |||||
| 2,2 | 2,8 | 2,7 | 2,4 | 2,5 | en boete in % opbrengsten |
| Resultaat vóór belasting en goodwillafschrijving | |||||
| 2,2 | 2,8 | 2,7 | 2,4 | 2,5 | in % opbrengsten |
| 1,4 | 1,9 | 1,8 | 1,6 | 1,6 | Nettoresultaat in % opbrengsten |
| 34,0 | 34,2 | 30,6 | 26,5 | 18,5 | Nettoresultaat in % gemiddeld eigen vermogen |
| Solvabiliteit: | |||||
| - Eigen vermogen toerekenbaar aan aandeelhouders | |||||
| 14,6 | 12,2 | 18,7 | 17,7 | 18,3 | in % activa |
| 22,6 | 21,0 | 29,1 | 29,5 | 31,3 | - Garantievermogen in % activa |
| 1,15 | 1,11 | 1,23 | 1,23 | 1,28 | Current ratio |
| 8 mei 2007 | Algemene vergadering van aandeelhouders |
|---|---|
| 10 mei 2007 | Notering ex-dividend |
| 16 mei 2007 | Betaalbaarstelling dividend |
| 31 mei 2007 | Publicatie resultaten eerste kwartaal |
| 6 september 2007 | Publicatie halfjaarcijfers |
| 29 november 2007 | Publicatie resultaten derde kwartaal |
| 20 maart 2008 | Publicatie jaarcijfers 2007 |
| 7 mei 2008 | Algemene vergadering van aandeelhouders |
| 29 mei 2008 | Publicatie resultaten eerste kwartaal |
| 28 augustus 2008 | Publicatie halfjaarcijfers |
| 27 november 2008 | Publicatie resultaten derde kwartaal |
De algemene vergadering van aandeelhouders vindt plaats op dinsdag 8 mei 2007 om 15.00 uur in het NH Barbizon Palace Hotel, Prins Hendrikkade 59 - 72 te Amsterdam.
Vormgeving: Boulogne Jonkers, Zoetermeer
Druk: RotoSmeets GrafiServices, Utrecht
AEG, Roland Azzeri, De Beeldredaktie, Brian Borrett, Michael Boulogne, Dries Van den Brande, Harry D' Fotografie, Christie DeLuca, Marc Detiffe, Rob Hoekstra Fotografie, Paul Hopkins, Rob Kamminga, Marcel van Kerckhoven, Lex Klimbie, Philip Lane Photography, Alf Mertens Fotografie, Ronald Panis, Raum Visionen, Marc Soubron, Studio Csany, Videoproduktion KILGUS, John Voermans, Nicholas White Photography.
05.04.2007
Koninklijke BAM Groep nv Runnenburg 9 3981 AZ Bunnik Postbus 20 3980 CA Bunnik
Telefoon (030) 659 89 88 [email protected] www.bam.nl
Statutair gevestigd te Bunnik Handelsregister Utrecht 30058019
This annual report is also available in the English language. Should different interpretations arise, the Dutch version prevails.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.