Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Recticel Annual Report 2026

Apr 28, 2026

3993_rns_2026-04-28_7d1eaaae-6402-46cc-a063-804296aa241c.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

KRACHTIG GROEIEN MET TOEKOMSTGERICHTE ISOLATIE

jaarverslag 2025

Het FSC® certificaat garandeert dat het hout en papier dat gebruikt is voor dit Jaarverslag 2025 op een sociaal en ecologisch verantwoorde manier is geoogst. De FSC Chain of Custody certificering biedt een manier om het materiaal te traceren vanaf de gecertificeerde oorspronkelijke bron, tijdens het productieproces tot de eindgebruiker.

Het European Single Electronic Format (ESEF) is de officiële versie van het Financieel Rapport (Hoofdstuk 7 van dit verslag), zoals bepaald in Art. 4 van de Transparantierichtlijn 2004/109/EG. Download de machineleesbare iXBRL-versie van ons jaarverslag 2025 ophttps://www.recticel.com/investors/annual-halfyear-reports.html

Credits beelden: Kleman Razinger Pagina's: omslag, 7, 14, 30, 41 ,51, 54, 56, 62, 65, 73, 82, 95, 96, 161, 167, 179, 184, 249

Lay-out, concept en productie: Vintage Productions, België

RECTICEL GROUP: DE THUISBASIS VAN TOEKOMSTGERICHTE ISOLATIE

De Recticel Group is een toonaangevende groep van isolatiebedrijven met hoofdkantoor in België en vestigingen in acht landen in Europa en de VS. Het is onze ambitie om de strijd tegen klimaatverandering te versnellen met toekomstgerichte isolatieoplossingen die duurzame waarde creëren voor

onze klanten, stakeholders en de maatschappij als geheel. We bieden een uitgebreid en innovatief portfolio van thermische isolatie en oplossingen voor geluidsbeheersing via verschillende divisies, die allemaal expertisecentra zijn in hun eigen specialisaties.

INHOUDSOPGAVE

DEEL 1 | BEOORDELING DOOR HET MANAGEMENT

1 HOOGTEPUNTEN EN PRESTATIE-INDICATOREN 7
1.11.21.3 Hoogtepunten van 2025 en begin 2026Financiële indicatoren 2025Duurzaamheidsindicatoren 2025 81012
2 EEN DRIJVENDE KRACHT 14
2.1 Onze identiteit en ons doel 16
2.22.3 Ons ecosysteem: trends en marktfactorenOnze strategie en bedrijfsmodel 2123
3 CORPORATE GOVERNANCE 41
3.1 GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende entoezichthoudende organen 43
3.2 GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang metduurzaamheidsthema's door bestuurs-, leidinggevende entoezichthoudende organen van de onderneming 52
3.3 GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties inbeloningsregelingen 54
3.4 GOV-4 Due-diligenceverklaring 56
3.5 GOV-5 Risicobeheersing en interne controles voorduurzaamheidsrapportage 62
3.6 Toepasselijke referentiecode en regels 66
3.7 Externe audit 69

3.8 Aandeelhoudersagenda 70

DEEL 2 | DUURZAAMHEIDSVERKLARING

4 ALGEMENE INZICHTEN, DMA EN IRO 71

4.1 Algemene informatie 73
4.2 De kracht van dubbele materialiteit 77
4.3 Navigeren in het landschap van impacts, risico's en kansen (IRO) 83
5 ESG INFORMATIE 96
5.1 5.1 Milieu EU Taxonomie 97
5.2 Milieu E1 Klimaatverandering 106
5.3 Milieu E5 Materiaalgebruik en circulaire economie 129
5.4 Sociaal S1 Eigen personeel 145
5.5 Governance G1 Zakelijk gedrag 160

DEEL 3 | BEZOLDIGINGSRAPPORT

6.1 Inleiding 173
6.2 Ons bezoldigingsbeleid in het kort 177
6.3 Bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders 179
6.4 Bezoldiging van de leden van het Managementcomité 180
6.5 Aandelengerelateerde bezoldiging 186
6.6 Beëindigingsvergoedingen 188
6.8 Jaarlijkse verandering in bezoldiging en loonratio 188
6.7 Afwijkingen 188

DEEL 4 | FINANCIEEL VERSLAG

7 FINANCIEEL RAPPORT 189
7.1 Geconsolideerde financiële staten 190
7.2 Toelichtingen bij de geconsolideerde financiële staten
voor het jaar eindigend op 31 december 2025 197
7.3 Recticel NV - Algemene informatie 253
7.4 Recticel NV - Verkorte enkelvoudige financiële staten 254
7.5 Verklaring van de verantwoordelijken 255
8 BIJLAGE 256
8.1 Verslag van de commissaris 257
8.2 ESRS lijst met rapportage-eisen 263
8.3 Verwijzingen naar andere EU wetgevingen 265
8.4 Woordenlijst 267

BRIEF VAN DE UITVOEREND VOORZITTER EN DE CHIEF EXECUTIVE OFFICER

Geachte Lezer,

Welkom bij dit jaarverslag 2025. Terwijl we terugblikken op een jaar van groei en transitie, waarderen we deze kans om onze prestaties te delen, met de nadruk op duidelijkheid, nauwkeurigheid en transparantie. Ons jaarverslag dient als een belangrijke bron voor belanghebbenden en als een belangrijke gids voor strategische planning binnen de Recticel Group. Door onze prestaties te evalueren en toekomstige risico's en kansen te beoordelen, verkrijgen we cruciale inzichten die de basis vormen voor waardecreatie op lange termijn.

Hoewel het jaarverslag 2025 is opgesteld in volledige overeenstemming met alle toepasselijke wettelijke en rapportagestandaarden, waaronder ESRS en IFRS, streven we ernaar verder te gaan dan louter het voldoen aan wettelijke vereisten. Dit document bevat waardevolle informatie over onze voortgang in de richting van onze doelstellingen en plannen voor verdere groei als leverancier van toekomstgerichte isolatie.

Als Uitvoerend Voorzitter en CEO van de Recticel Group verzekeren wij u dat, voor zover wij weten, onze duurzaamheids- en financiële verklaringen voor 2025 en het bezoldigingsrapport een getrouw beeld geven van de activa, de positie en de prestaties van de Recticel Group.

Terugblik op een succesvol jaar In 2025 leverde de Recticel Group sterke financiële prestaties, strategische expansie en gestage vooruitgang in de richting van onze duurzaamheidsdoelstellingen. Door ons onophoudelijk te richten op ons doel – toekomstgerichte isolatie – hebben we onze marktidentiteit versterkt, ondersteund door een groeiend merkenportfolio. De volumes stegen in al onze divisies, evenals de omzet en winst van de Groep, wat onze toewijding aan operational excellence, productinnovatie en strategische groei in belangrijke landen weerspiegelt.

Ook 2025 bracht ingrijpende veranderingen met zich mee. In de loop van het jaar hebben we ons bedrijfsmodel en onze strategie opnieuw geëvalueerd om onze koers en doelstellingen voor de rest van dit decennium vast te stellen. Onze nieuw gelanceerde strategie – ELEVATE 2030 – biedt een duidelijk stappenplan voor waardegedreven groei door meer focus en efficiëntie. Deze gestructureerde aanpak, die is gebaseerd op zes pijlers (operationele optimalisatie, administratieve processen, geavanceerde producten, downstreamaanbod, geografische uitbreiding, CO2-voetafdruk), zal onze positie als marktleider op het gebied van toekomstgerichte isolatie versterken.

Jan Vergote Uitvoerend Voorzitter

Stefaan Debusschere Chief Executive Officer

In 2025 blijft de Recticel Group zich inzetten om de slimste te zijn in plaats van de grootste.

Onze drie divisies blijven groeien in hun specifieke markten. De divisie Insulation Boards zit sinds 2024 in een opwaartse trend, en de verwachting is dat dit zo blijft. De vraag naar onze polyurethaanisolatieplaten, die onder het vernieuwde merk Recticel Insulation op de markt worden gebracht, blijft groeien in lijn met de markt voor bouwisolatie in het algemeen. De vacuümgeïsoleerde panelen (VIP's) van Turvac bedienen ook de markt voor bouwisolatie, naast toepassingen in de koelketenverpakkings- en farmaceutische sectoren. Met het merk Gradient, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, bieden we op maat gemaakte oplossingen voor schuine en platte daken. Voor de toekomst richt de divisie zich op het verbeteren van haar productmix, met de nadruk op geavanceerde en downstream-producten. Ze streeft ook naar nieuwe efficiëntieverbeteringen door slimmere bedrijfs- en administratieve processen, waaronder AI-gedreven ontwikkelingen die de klantervaring verbeteren.

In 2025 leverde de Recticel Group sterke financiële prestaties, strategische expansie en gestage vooruitgang in de richting van onze duurzaamheidsdoelstellingen.

De divisie Insulated Panels heeft zich flexibel getoond in een veranderende markt, waarbij zowel het merk Trimo als het merk Rex in 2025 een stijging van de omzet en het volume hebben gerealiseerd. Voortbouwend op dit succes streven zij ernaar een toonaangevende leverancier te worden van hoogwaardige isolatiepanelen van minerale wol, naast het marktleiderschap op het gebied van PIR in specifieke regio's. De bouw van de nieuwe greenfieldfabriek voor de productie van panelen in de VS vordert, en de ingebruikname staat gepland voor eind 2026. Het merk Trimo MSS blijft een groeiende markt bedienen voor geprefabriceerde oplossingen die bijdragen aan de circulaire economie. De divisie Insulated Panels heeft haar portfolio ook uitgebreid met twee nieuwe downstream-merken: Miclar en Kuras. De groei van de divisie wordt aangedreven door belangrijke toepassingen, strategische uitbreiding, een betere benutting van de operationele capaciteit en voortdurende innovatie om zowel de producten als de productie-efficiëntie te verbeteren. De markt van

datacentra is een strategisch groeisegment met hoge eisen, waar onze geïsoleerde panelen uitblinken als oplossingen voor de bouwschil.

Onze Amerikaanse divisie Acoustic Solutions, vertegenwoordigd door het merk Soundcoat, blijft een pionier op het gebied van akoestische innovatie. Mede dankzij haar technische expertise en toewijding aan R&D neemt zij een unieke positie in binnen sectoren met toegevoegde waarde, zoals ruimtevaart, luchtvaart en het opladen van elektrische voertuigen. De geavanceerde akoestische materialen van Soundcoat werden gebruikt in NASA's Artemis II, die na een 10-daagse missie rond de maan succesvol terugkeerde naar de aarde.

Het uitgebreide portfolio van de Recticel Group, dat zowel upstream- als downstream-capaciteiten omvat, staat centraal in ons bedrijfsmodel en onze identiteit. Het weerspiegelt een toekomstgerichte strategie die kernisolatiematerialen combineert met hoogwaardige, technisch geavanceerde en toepassingspecifieke producten en diensten. Dankzij de reikwijdte ervan kunnen we oplossingen op maat bieden voor diverse markten, toepassingen, klanten en projecten, terwijl we onze focus op prestaties en energie-efficiëntie behouden.

Vooruitgang op het gebied van duurzaamheid

De strijd tegen klimaatverandering blijft centraal staan in onze groeistrategie. In 2025 hebben we een reductie van 28% gerealiseerd in Scope 1 & 2. Hoewel onze Scope 3-uitstoot met 5% is toegenomen, is onze totale koolstofintensiteit (totale uitstoot per geproduceerde m³) met 7,5% gedaald. Dit weerspiegelt het effect van onze duurzaamheidsinspanningen in een jaar van groei.

De markt van datacentra is een strategisch groeisegment met hoge eisen.

Onze activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen van hoogwaardige isolatieoplossingen die de energietransitie ondersteunen door de energiebehoefte in gebouwen te verminderen. We schatten dat de bouwisolatieproducten die we in 2025 hebben verkocht, gedurende hun levensduur 20 miljoen tCO2e zullen voorkomen, wat de totale

koolstofvoetafdruk van onze activiteiten ruimschoots overtreft, met een factor 33.

In 2025 hebben we een belangrijke stap voorwaarts gezet met de bouw van onze nieuwe fabriek voor gerecycled polyol in Wevelgem, België. Hierdoor kunnen we vanaf mei 2026 gerecycled materiaal integreren in ons reguliere isolatieportfolio en tegelijkertijd productieafval verminderen. Deze operatie alleen al zal leiden tot een jaarlijkse besparing van 6.000 ton nieuwe polyol, wat een financieel voordeel oplevert en onze Scope 3-emissies vermindert.

Aangezien samenwerking cruciaal is voor onze inspanningen en resultaten op het gebied van duurzaamheid, werken we nauw samen met klanten en leveranciers om oplossingen te creëren die de energie-efficiëntie verbeteren en circulariteit in de hele toeleveringsketen bevorderen.

Een toekomstgerichte visie

De resultaten van de Recticel Group voor 2025 en het eerste kwartaal van 2026 tonen groei aan in onze divisies Insulated Panels en Insulation Boards. De groepsomzet bereikte in 2025 een recordhoogte en steeg met 7,4%. Grote investeringen verlopen volgens plan, de integratie van onze nieuwe overnames verloopt volgens plan en onze nieuwe strategie legt de basis voor een dynamische Groep – verankerd in een sterke marktpositie, een duidelijk doel en zeer toegewijde teams.

Hoewel de geopolitieke en economische onzekerheden aanhouden en de kosten van onze grondstoffen impacteren, hebben we vertrouwen in het bewezen vermogen van de Groep om zich aan te passen en groei te stimuleren.

We zijn onze collega's, klanten, leveranciers, aandeelhouders en iedereen die heeft bijgedragen aan het succes van de Recticel Group zeer dankbaar. In ruil daarvoor bevestigen we opnieuw onze toewijding om voor u meerwaarde te creëren op onze gezamenlijke weg naar groei.

Jan Vergote Uitvoerend Voorzitter

Stefaan Debusschere Chief Executive Officer

Hoogtepunten en 01 prestatie-indicatoren

DEEL 1 | BEOORDELING DOOR HET MANAGEMENT

1.1 Hoogtepunten van 2025 en begin 2026

JAN 2025

Koolstofarme innovatie De geïsoleerde panelen van de volgende generatie van Trimo, Qbiss One Next en Trimoterm Next, zorgen voor een vermindering van de CO2-voetafdruk tot 69% ten opzichte van conventionele alternatieven.

FEB 2025

Uit breiding van de infrastructuur Turvac huldigt een ultramoderne productiefaciliteit en Competence Centre in, gewijd aan vacuümisolatietechnologieën.

MAART 2025

Circulaire productie Investering in een geavanceerde recyclingfaciliteit voor Recticel Insulation die PIR-productieafval omzet in hoogwaardige gerecycleerde polyol, voor de productie van isolatieplaten.

AUG 2025

Nieuw akoestisch laboratorium Soundcoat onthult een ultramodern akoestisch laboratorium met verbeterde mogelijkheden op het gebied van modellering, simulatie en prototyping, waardoor innovatie en klantspecifieke ontwikkeling worden versneld.

AUG 2025

Productie in cleanrooms Soundcoat breidt de productie in gecontroleerde omgevingen uit, waardoor geavanceerde thermoakoestische oplossingen en kanten-klare kits voor zeer gevoelige toepassingen mogelijk worden.

OCT 2025

Turvac volledig overgenomen Overname van het resterende minderheidsbelang in Turvac, waardoor de expertise op het gebied van vacuümgeïsoleerde panelen volledig wordt geïntegreerd.

OCT 2025

Kampioenen komen op. Legendes blijven bestaan. Tadej Pogačar, gesponsord door een trotse Trimo, verovert zijn tweede opeenvolgende titel op de UCI Wereldkampioenschappen wielrennen op de weg, een bewijs van uitmuntendheid, uithoudingsvermogen en prestatievermogen.

NOV 2025

Overname van Kuras (NED) Overname van een meerderheidsbelang van 70% in Kuras, waardoor de positie op de markt voor geïsoleerde panelen wordt versterkt.

NOV 2025

Leverancier van het Jaar Trimo MSS ontvangt de hoogste onderscheiding tijdens de Sisk Supply Chain Awards 2025, waarmee uitmuntendheid in prestaties en partnerschap wordt benadrukt.

NOV 2025

Nieuwe groeistrategie Lancering van ELEVATE 2030, waarin het strategisch traject van de Recticel Group wordt geschetst, gericht op operational excellence, innovatie, duurzaamheid en internationale expansie.

NOV 2025

Beste duurzaamheidsverslag Recticel Group wordt door het Belgisch Instituut van Bedrijfsrevisoren geëerd voor zijn uitmuntende duurzaamheidsverslaggeving over 2024.

NOV 2025

Overname van Miclar (BEL) Recticel Group verwerft een belang van 76% in Miclar, waarmee het zijn capaciteiten op het gebied van gevelsystemen, constructiestaal en afwerkingsoplossingen uitbreidt.

FEB 2026

Uit breiding met e en nieuwe vestiging in de VS Recticel Group kondigt de bouw aan

van zijn eerste productievestiging voor geïsoleerde panelen in Tennessee (VS), wat een belangrijke stap betekent in zijn Noord-Amerikaanse groeistrategie.

FEB 2026

Top erkenning door EcoVadis Recticel behaalt zijn eerste EcoVadis-zilveren medaille, waarmee de Groep tot de top van de duurzaamheidsprestaties behoort.

MAART 2026

We build trust Lancering van een vernieuwde identiteit en logo voor Recticel Insulation, die een hernieuwde focus op vertrouwen, innovatie en toekomstige groei weerspiegelen.

APR 2026

N aar de maan en terug Soundcoat-akoestische technologieën dragen bij aan Artemis II-missie van NASA en bewijzen hun prestaties in één van de meest veeleisende omgevingen.

LISTED EURONEXT

1.2 Financiële indicatoren 2025

* Onder voorbehoud van goedkeuring van de winstverdelling door de Algemene Vergadering van 26 mei 2026, zal een dividend van 0,31 EUR bruto per gewoon aandeel worden uitgekeerd, ofwel 0,217 EUR netto (-30% roerende voorheffing). Dit dividend is betaalbaar vanaf 1 juni 2026. KBC Bank treedt op als uitbetalingsagent. De uitbetaling voor de aandelen op naam gebeurt via overschrijving op de bankrekening van de aandeelhouders.

BRUTODIVIDEND PER AANDEEL E V O L U T I E V A N D E A A N D E L E N K O E R S R E C T I C E L T E N O P Z I C H T E V A N B E L 2 0 , B E L M I D , BEL SMALL (PERIODE 01/01/2025 – 14/04/2026)

Brussel en maakt deel uit van de BEL Mid®-index. Indexweging: 2,11% op 31 december 2025

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 10

Geconsolideerde resultaten van de Recticel Group – Kerncijfers

IN MILJOEN EUR
2024 20251 %
Omzet 610,2 655,1 7,4%
Brutowinst 104,5 114,0 9,0%
in % van de omzet 17,1% 17,4%
Aangepaste EBITDA 49,6 55,8 12,6%
in % van de omzet 8,1% 8,5%
EBITDA 42,6 51,3 20,6%
in % van de omzet 7,0% 7,8%
Aangepaste operationele winst (verlies) 18,9 24,6 29,7%
in % van de omzet 3,1% 3,7%
Operationele winst (verlies) 11,5 19,9 73,3%
in % van de omzet 1,9% 3,0%
Financieel resultaat 3,4 (3,5) n.b.
Inkomsten uit overige geassocieerde deelnemingen² 0,0 0,0 n.b.
Bijzondere waardevermindering op overige geassocieerdedeelnemingen 0,0 (11,5) n.b.
Winstbelastingen 1,5 0,6 n.b.
Resultaat van de periode van voortgezette bedrijfsactiviteiten 16,3 5,6 n.b.
Resultaat van beëindigde bedrijfsactiviteiten 1,6 5,0 213,0%
Resultaat van de periode (aandeel van de Groep) 18,1 10,2 -43,8%
Resultaat van de periode (aandeel van de Groep) - basis(per aandeel, in EUR) 0,32 0,18 -44,0%

Geconsolideerde resultaten van de Recticel Group – Financiële positie

IN MILJOEN EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025 %
Totaal eigen vermogen 445,1 430,5 -3,3%
Netto financiële schuld (incl. IFRS 16 - Huurovereenkomsten) (74,4) (27,4) n.b.
Schuldgraadratio(Netto financiële schuld / Totaal eigen vermogen) N/A N/A
Hefboomratio (Netto financiële schuld / EBITDA) N/A N/A

1 Kuras BV (Insulated Panels) wordt vanaf 1 november 2025 volledig geconsolideerd en Miclar Group (Insulated Panels) wordt vanaf 1 december 2025 volledig geconsolideerd.

2 Inkomsten van andere geassocieerde deelnemingen: inkomsten van geassocieerde deelnemingen die niet worden beschouwd als behorende tot de kernactiviteiten van de Groep zijn niet opgenomen in de bedrijfswinst (verlies); d.w.z. Ascorium Holding GmbH (voorheen TEMDA2).

1.3 Duurzaamheidsindicatoren 2025

De Recticel Group heeft haar Scope 1+2 emissies in 2025 met 28% verminderd, en hoewel de Scope 3-emissies met 5% zijn toegenomen, daalde onze totale koolstofintensiteit (per geproduceerde m³) met 7,5%, wat de impact weerspiegelt van onze inspanningen op het vlak van duurzaamheid tijdens een jaar van groei. De energie-intensiteit per m³ daalde eveneens met 14,1%. We schatten dat de in 2025 verkochte isolatieproducten gedurende hun levensduur 20 miljoen tCO2e zullen vermijden, meer dan 33 keer onze totale koolstofvoetafdruk.

DOEL VOOR CIRCULAIRE ECONOMIE EN MATERIAALGEBRUIK

AFVALVERMINDERING EN TERUGWINNING

RECYCLING AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR

P E F C - G E C E R T I F I C E E R D P A P I E R I N M E E R L A A G S E BEKLEDINGEN VAN ISOLATIEPLATEN

G E R E C Y C L E E R D G E H A L T E * * V A N M I N E R A L E W O L IN ISOLATIEPANELEN

* Basisjaar: Recticel Group, exclusief Kuras, Miclar Group ** Niet-gewogen gemiddelde van door leveranciers gerapporteerd pre- en post-consument waarden

VERMEDEN EMISSIES

Gedurende de 50 jaar dat onze isolatieproducten, verkocht in 2025, in gebouwen zullen worden gebruikt, zal meer dan

19,7 miljoen ton CO2 -equivalent

worden vermeden.

SBTI

Algemene net-zero doelstelling

• Recticel Group verbindt zich ertoe om tegen 2050, met 2021 als referentiejaar, een net-zero uitstoot van broeikasgassen te bereiken in de hele waardeketen.

Doelstellingen op korte termijn

• Recticel Group verbindt zich ertoe om de absolute broeikasgasemissies in Scope 1+2 tegen 2030 met 90% te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2021.

• Recticel Group verbindt zich er ook toe om de absolute broeikasgasemissies in Scope 3 binnen hetzelfde tijdsbestek met 25% te verminderen.

Het engagement van Recticel Group op het vlak van duurzaamheid en onze prestaties in 2025 vertalen zich in hogere ESG-scores van grote ratingbedrijven.

Een drijvende 02 kracht ESRS 2, SBM-1 | ESRS 2, SBM-2 | ESRS 2, SBM-3

DEEL 1 | BEOORDELING DOOR HET MANAGEMENT

IN DIT HOOFDSTUK

Tegen de achtergrond van een veranderende geopolitieke situatie en ondanks marktschommelingen is Recticel Group flexibel gebleven en blijft zij zich inzetten voor haar overkoepelende doel: het leveren van toekomstgerichte isolatie. Onze merken helpen de toekomst van de bouw vorm te geven door middel van innovatie en bewezen prestaties. Elk van onze drie divisies – Insulation Boards, Insulated Panels en Acoustic Solutions – heeft zijn eigen specialisaties en capaciteiten. Samen vormen ze een uitgebreid aanbod dat inspeelt op de behoeften van een groeiend aantal sectoren en toepassingen.

De strijd tegen klimaatverandering blijft van cruciaal belang en we hebben meetbare vooruitgang geboekt bij het terugdringen van onze Scope 1-, 2- en 3-emissies. Duurzaamheid is stevig verankerd in elk aspect van onze bedrijfsvoering en onze relaties, en we hebben onze prestaties verbeterd op de drie aandachtsgebieden van onze strategie: producten en diensten, klantsegmenten en stakeholders. We hebben geïnvesteerd in nieuwe downstream-oplossingen en blijven adequate AI-gebaseerde innovaties implementeren die toegevoegde waarde bieden voor onze klanten.

In 2025 hebben we onze volumes in al onze divisies zien stijgen en hebben we een hogere omzet en winst gerealiseerd. Daarnaast hebben we onze strategie en ons bedrijfsmodel geëvalueerd om onze groeikoers en doelstellingen voor de rest van dit decennium opnieuw te definiëren. Door onze kernproducten op het gebied van isolatiematerialen te combineren met hoogwaardige, speciaal ontwikkelde technische producten, spelen we in op de

behoeften van een breder spectrum aan markten.

We blijven vertrouwen opbouwen door onze samenwerking met ESG-beoordelingsbureaus, en zijn onlangs voor het tweede jaar op rij beloond met een A-score voor klimaatverandering van CDP, evenals een A-score in hun Supplier Engagement Assessment (SEA). In februari 2026 ontvingen we ook een zilveren medaille van EcoVadis. Gesteund door voortdurende betrokkenheid van onze stakeholders, een robuust bedrijfsmodel en onze strak gefocuste ELEVATE 2030-strategie, hebben we er alle vertrouwen in dat de Recticel Group haar positie als sterke, dynamische en duurzame speler op het gebied van toekomstgerichte isolatie verder zal uitbouwen.

Aantal gebouwen dat in het kader van de EU-strategie voor de renovatiegolf moet worden

EU R 100 M I LJO E N Onze aangepaste EBITDA-doelstelling voor 2030 3 KERN-SEGMENTEN • Conventionele PIR-platen • Hoogwaardige MW conventionele PIRpanelen • Geavanceerde producten en

SEGMENTEN downstream oplossingen 25 MILJOEN gerenoveerd
2.1 Onze identiteit en ons doel
2.2 Ons ecosysteem: trends en marktfactoren2.2.1 Macro-economische factoren2.2.2 Renovatie: stimuleringsmaatregelen voor duurzaamheid2.2.3 Vooruitzichten
2.3 Onze strategie en bedrijfsmodel2.3.1 Solide marktpositie2.3.2 Toekomstgerichte oplossingen, slimmere groei2.3.3 Ons bedrijfsmodel2.3.4 Gespecialiseerde merken voor een uitgebreid portfolio2.3.5 Duurzaamheid: centraal in waardecreatie2.3.6 Veerkracht van ons bedrijfsmodel en strategie2.3.7 ESG-ratings en transparantie

INHOUD

2.3.8 Belangen en standpunten van stakeholders

2.1 Onze identiteit en ons doel

Gebouwen verbruiken enorm veel energie – zo'n 40% – en isolatie is een van de beste manieren om energieverspilling tegen te gaan. Elke dag produceren wij hoogwaardige producten die de CO2-voetafdruk verkleinen en een aangenaam binnenklimaat voor iedereen toegankelijker maken."

  • Stijn Vermeulen Recticel Group Chief Operations Officer

De Recticel Group is een toonaangevende 'House of Brands' die innovatieve en totaaloplossingen biedt die voldoen aan de eisen van een snel veranderende wereld. Ons hoofdkantoor is gevestigd in België en we hebben twaalf vestigingen in acht landen. Met een slimme strategische aanpak waarin duurzaamheid centraal staat, helpen onze divisies de toekomst van de bouwsector vorm te geven met hoogwaardige isolatieplaten, geavanceerde geïsoleerde panelen en baanbrekende thermische en thermo-akoestische oplossingen.

Toekomstgerichte isolatie | Ons doel

Het algemene doel van de Recticel Group is toekomstgerichte isolatie. Dit verenigt alle merken die deel uitmaken van de Recticel Group, die elk gespecialiseerd zijn in hun eigen marktsegment. Het omvat onze gezamenlijke missie om toekomstgerichte, duurzamere isolatieoplossingen te ontwikkelen die blijvende waarde creëren voor onze klanten, stakeholders en de maatschappij in het algemeen.

We strijden tegen klimaatverandering met toonaangevende isolatieproducten die de koolstofvoetafdruk van gebouwen verlagen.

We helpen architecten en klanten om inspirerende ruimtes te ontwikkelen.

We dragen bij aan het welzijn met thermische isolatie en oplossingen voor geluidsbeheersing

Toekomstgerichte isolatie | Onze activiteiten

Onze activiteiten zijn onderverdeeld in drie aparte divisies, elk aangedreven door merken met hun eigen expertise, met mogelijkheden voor zowel de upstream- als downstreamwaardeketen, om aan een breed scala aan behoeften binnen de sector te voldoen. Wij stimuleren innovatie in de bouw met lichtgewicht en hoogwaardige isolatiematerialen, modulaire ontwerpen en architectonische bouwschillen die nieuwe normen stellen voor efficiëntie en duurzaamheid.

Toekomstgerichte isolatie | Onze strijd tegen klimaatverandering

De strijd tegen klimaatverandering is fundamenteel voor onze identiteit, ons doel en onze manier van werken. We blijven prioriteit geven aan verantwoorde aankoop van grondstoffen, slimmere en energiezuinigere bedrijfsvoering en verbeterde efficiëntie in de kringloopeconomie

Volgens de Climate Action Tracker (november 2025) leiden de huidige wereldwijde beleidsmaatregelen tot een opwarming van ongeveer 2,7 °C tegen 2100. Zelfs als we ervan uitgaan dat de aangekondigde klimaatbeloften volledig worden nagekomen, blijft de verwachte opwarming rond de 1,9 °C, ruim boven de doelstelling van 1,5 °C uit het Akkoord van Parijs.

Deze prognoses onderstrepen de cruciale rol van energie-efficiëntie en decarbonisatie in alle sectoren, met name in de gebouwde omgeving, die een aanzienlijk aandeel heeft in het wereldwijde energieverbruik en de uitstoot. Recticel Group draagt bij aan de energietransitie door hoogwaardige isolatieoplossingen te ontwikkelen die helpen de energiebehoefte in gebouwen te verminderen, en zo klanten te ondersteunen.

De Recticel Group heeft zich vrijwillig verbonden tot een vermindering van haar absolute Scope 1+2-broeikasgasemissies met 90% tegen 2030, met 2021 als referentiejaar, en tot een vermindering van haar absolute Scope 3-emissies met 25% binnen dezelfde periode. Onze formele beslissing om net-zero te bereiken tegen 2050, werd in februari 2024 door het SBTi gevalideerd.

Sinds 2021 hebben we onze Scope 1+2-uitstoot met 52,1% teruggedrongen, terwijl onze Scope 3-uitstoot (excl. Cat. 3.15, Investeringen) met 0,9% is gestegen. Dit gebeurde ondanks een aanzienlijke uitbreiding van de productie, wat tot uiting komt in een aanzienlijke daling van 16,6% in de Scope 3-uitstootintensiteit (broeikasgasemissies per m³ geproduceerde isolatie).1

We schatten dat de bouwisolatieproducten die we in 2025 hebben verkocht, gedurende hun levensduur 19,7 miljoen tCO2e aan uitstoot zullen voorkomen. Dit komt overeen met 33 keer de totale koolstofvoetafdruk van de Recticel Group in 2025.2

1 Zie sectie 5.2.7.5 2 Zie sectie 5.2.8

BELEID EN MAATREGELEN

Praktische maatregelen op basis van het huidige beleid †

ALLEEN DE DOELSTELLINGEN VOOR 2030 EN 2035

Op basis van de ingediende NDC-doelstellingen* †

TOEZEGGINGEN EN DOELSTELLINGEN

Op basis van de NDC-doelstellingen voor 2030 en 2035* en de ingediende en bindende langetermijndoelstellingen†

OPTIMISTISCH SCENARIO

Het meest gunstige scenario, waarbij wordt uitgegaan van de volledige uitvoering van alle aangekondigde doelstellingen, waaronder de net zero-doelstellingen, LTS'en en NDC's*

† Temperaturen blijven stijgen na 2100 Als de NDC-doelstellingen voor 2030 of 2035 lager liggen dan de verwachte emissieniveaus op basis van beleid en maatregelen, hanteren we de niveaus uit 'Beleid en maatregelen'*

CAT-prognoses voor de opwarming van de aarde Wereldwijde temperatuurstijging tegen 2100

Update november 2025

Bron: https://climateactiontracker.org/

2.2 Ons ecosysteem: trends en marktfactoren

Hoewel de marktomstandigheden op korte termijn wellicht beïnvloed blijven door geopolitieke ontwikkelingen en schommelingen in de energieprijzen, blijft Recticel Group voorzichtig optimistisch over de vooruitzichten, waarbij zowel rekening wordt gehouden met mogelijke risico's als met de aanhoudende vraag naar energie-efficiënte bouwoplossingen.

2.2.1 Macro-economische factoren

De Europese bouwmarkt begon in 2025 de eerste tekenen van herstel te vertonen, na een langdurige periode van tegenvallende prestaties als gevolg van hoge rentetarieven, gestegen kosten en een laag consumenten- en ondernemersvertrouwen. Hoewel de vooruitzichten over het algemeen positief zijn, verschilt het tempo van het herstel per land en per sector.

Een bescheiden herstel in de woningbouw, ondersteund door verbeterende financieringsvoorwaarden, een geleidelijke toename van het aantal bouwvergunningen en aanhoudende investeringen in infrastructuur- en renovatieprojecten, zal naar verwachting de vraag in de kernmarkten van de Recticel-groep ondersteunen.

De niet-residentiële markt, die goed is voor ongeveer 30 % van de totale bouwproductie in de EU, heeft in verschillende subsectoren te kampen gehad met tegenwind, met name bij de bouw van industriële gebouwen en kantoorgebouwen. De vooruitzichten verbeteren echter dankzij nieuwe investeringen, en er wordt een terugkeer naar groei verwacht.

Tegelijkertijd blijft het macro-economische klimaat onzeker. Aanhoudende geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten droegen begin 2026 bij aan een toegenomen volatiliteit op de mondiale energiemarkten, wat van invloed was op de prijzen van petrochemische grondstoffen.

Tegen deze achtergrond blijft Recticel Group zich richten op operationele efficiëntie, veerkracht van de toeleveringsketen en gedisciplineerd kostenbeheer. Structurele trends zoals strengere eisen op het gebied van energie-efficiëntie, klimaatdoelstellingen en de renovatie van het bestaande gebouwenbestand in Europa blijven de vraag naar hoogwaardige isolatieoplossingen ondersteunen.

2.2.2 Renovatie: stimuleringsmaatregelen voor duurzaamheid

Renovatie op zowel de woning- als de niet-residentiële markt wordt gestimuleerd door eisen op het gebied van energie-efficiëntie en stimuleringsmaatregelen voor duurzaamheid. Gebouwen leveren een aanzienlijke bijdrage aan milieu-uitdagingen: ze zijn verantwoordelijk voor ongeveer 50 % van de winning en het verbruik van grondstoffen en produceren meer dan 30 % van het jaarlijkse afval in de EU. Ze zijn goed voor 40 % van het energieverbruik in de EU en 36 % van de energiegerelateerde broeikasgasemissies. Bovendien vertoont ongeveer 64 % van de gebouwen in de EU slechte energieprestaties.

De herziene EU-richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen, die uiterlijk op 29 mei 2026 in nationaal recht moet zijn omgezet, is erop gericht het renovatietempo in de hele EU te verhogen, met name voor de slechtst presterende gebouwen in elk land.

2.2.3 Vooruitzichten

Hoewel de marktomstandigheden op korte termijn wellicht beïnvloed blijven door geopolitieke ontwikkelingen en schommelingen in de energieprijzen, blijft de Recticel Group voorzichtig optimistisch over de vooruitzichten, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijke risico's als met de aanhoudende vraag naar energieefficiënte bouwoplossingen.

2.3 Onze strategie en bedrijfsmodel

Om het hoofd te bieden aan de complexiteit van wereldwijde uitdagingen, waaronder veranderingen in de regelgeving, hebben we duurzaamheid in elk aspect van onze bedrijfsvoering en relaties verankerd. We hebben meetbare vooruitgang geboekt op onze drie aandachtsgebieden: producten en diensten, klantsegmenten en stakeholders.

2.3.1 Solide marktpositie

Onze strategie van de afgelopen jaren heeft geleid tot een solide positie in de isolatiesector. We hebben blijk gegeven van flexibiliteit en veerkracht in het licht van ingrijpende markt- en macro-economische trends. Om het hoofd te bieden aan de complexiteit van wereldwijde uitdagingen, waaronder veranderingen in de regelgeving, hebben we duurzaamheid verankerd in elk aspect van onze bedrijfsvoering en relaties. We hebben meetbare vooruitgang geboekt op onze drie aandachtsgebieden: producten en diensten, klantcategorieën en stakeholders. Onze inspanningen hebben hun vruchten afgeworpen in de vorm van hogere volumes in al onze divisies en een stijging van de omzet en winst van de Recticel Group. Tegelijkertijd hebben we nieuwe downstreamactiviteiten verworven, waardoor we onze producten en distributieprocessen beter kunnen afstemmen op de behoeften van de klant.

VOLUME INSULATION BOARDS

750 600 450 300 150

2024

2025

OMZET RECTICEL GROUP

AANGEPASTE EBITDA RECTICEL GROUP

2023

0

2.3.2 Toekomstgerichte oplossingen, slimmere groei

In 2025 hebben we onze strategie en ons bedrijfsmodel grondig geëvalueerd om ons stappenplan en doelstellingen voor de rest van dit decennium opnieuw te definiëren. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe, strak gefocuste strategie – ELEVATE 2030 – die de groei van de Recticel Group als drijvende kracht achter toekomstgerichte isolatie zal sturen en ondersteunen.

ELEVATE 2030 is de blauwdruk voor groei met toegevoegde waarde door focus en efficiëntie en is gebaseerd op zes niet-conjunctuurgevoelige pijlers: bedrijfsvoering, administratieve processen, geavanceerde producten, downstream-aanbod, geografische expansie en koolstofvoetafdruk. Het doel is om tegen 2030 een EBITDA van meer dan 100 miljoen euro te bereiken.

1. Operationele optimalisatie

De efficiëntie verbeteren, de opbrengst van activa maximaliseren, operationele prestaties van topniveau realiseren

2. Administratieve processen

De organisatorische complexiteit verminderen, verspilling tegengaan, werkprocessen verbeteren, efficiëntie vergroten

3. Geavanceerde producten

Focus op hoogwaardige producten (vacuümgeïsoleerde panelen, isolatieplaten met hoge toegevoegde waarde, Qbiss-designpanelen, akoestische oplossingen)

4. Downstream-aanbod

Focus op oplossingen voor platte en schuine daken, modulaire ruimteoplossingen, gevel- en bekledingsoplossingen

5. Geografische uitbreiding

Greenfieldfabriek voor de productie van geïsoleerde panelen – Trimo North America, Mt. Pleasant (TN, VS)

6. Koolstofvoetafdruk

Toonaangevende PIR-recyclingfabriek, Wevelgem, België

We hebben AI omarmd als een essentieel hulpmiddel om de productiviteit te verhogen, zowel op individueel niveau als op algemeen operationeel niveau. In 2025 hebben we een stappenplan opgesteld voor een veilige en verantwoorde implementatie van AI, dat zowel interne processen als klantgerichte activiteiten omvat. We hebben belangrijke opportuniteiten op een aantal gebieden geïdentificeerd, beleid voor gegevensbescherming ingevoerd en zijn momenteel bezig met het organiseren van trainingen en bewustwordingssessies om de AI-vaardigheden binnen het hele bedrijf te verbeteren.

DOELSTELLING: > 100 MILJOEN EURO AANGEPASTE EBITDA TEGEN 2030

2.3.3 Ons bedrijfsmodel

Recticel Group is gespecialiseerd in toekomstgerichte isolatieoplossingen die zijn afgestemd op uiteenlopende behoeften in een breed scala aan marktsegmenten, van woon- en bedrijfsgebouwen tot niet-residentiële gebouwen en gespecialiseerde toepassingen. Door onze capaciteiten zowel de upstream als downstream in te zetten, streven we ernaar de optimale oplossing te bieden, gebaseerd op beproefde expertise en een grondig inzicht in de specifieke eisen van elk project. We zetten ons in om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van onze klanten, waarbij we prioriteit geven aan energie-efficiëntie, duurzaamheid en superieure prestaties om waardegedreven oplossingen te ontwerpen die zich onderscheiden in een concurrerende markt.

De grafieken geven een overzicht van het portfolio met toegevoegde waarde van de Recticel Group, onderverdeeld in drie kernsegmenten: conventionele PIR-platen; hoogwaardige minerale wol (MW) en conventionele PIR-panelen; en een groeiend assortiment geavanceerde producten en downstream-oplossingen. Samen weerspiegelen deze segmenten de strategie van de Recticel Group om kernisolatiematerialen te combineren met hoogwaardige, technisch geavanceerde en toepassingsspecifieke producten en diensten, om zo tegemoet te komen aan de behoeften van diverse bouw- en industriële markten.

2.3.4 Gespecialiseerde merken voor een uitgebreid portfolio

Recticel Group is een sterke groep van toonaangevende merken, elk met een eigen, unieke identiteit. We moedigen elk merk aan om te innoveren en te groeien op basis van zijn specifieke technische expertise en kennis van de relevante markten, klanten en toepassingen. Samen maken deze diverse producten en diensten de Recticel Group tot een onmisbare en veelzijdige speler op het gebied van toekomstgerichte isolatie.

1. AANBOD EN MARKT

Onze divisie Insulation Boards levert hoogwaardige isolatieoplossingen om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar energie-efficiëntie en duurzaamheid in gebouwen. Bij de innovaties van de divisie ligt de nadruk op lichtgewicht, duurzame materialen met toonaangevende isolatiewaarden, wat zorgt voor installatiegemak, langdurige efficiëntie en een verminderde impact op het milieu. Alle producten zijn ontwikkeld om te voldoen aan de strengste bouwvoorschriften en energienormen, of deze zelfs te overtreffen. Dit gaat om oplossingen voor wanden, daken en vloeren, voor diverse toepassingen in zowel woningen als niet-residentiële gebouwen.

De markt voor onze polyurethaan isolatieplaten, die onder het vernieuwde merk Recticel Insulation op de markt worden gebracht, groeit in lijn met de Europese markt voor bouwisolatie in het algemeen. De markt voor onze Turvac vacuümgeïsoleerde panelen (VIP's) omvat de bouw- en constructiesector, met voor renovatie- en retrofittingactiviteiten. Dankzij hun uitzonderlijk hoge efficiëntie en ruimtebesparende eigenschappen bedienen onze VIP's ook andere markten, zoals de koelketenverpakkings- en

farmaceutische industrie. De upstream-portfolio wordt aangevuld met de downstream-levering van op maat gemaakte oplossingen voor schuine en platte daken, geleverd door het in het Verenigd Koninkrijk gevestigde merk Gradient.

De volumes en omzet van de divisie Insulation Boards zijn sinds 2024 in alle regio's gestaag gegroeid en deze trend zal zich naar verwachting voortzetten. Onze belangrijkste focus ligt op het verbeteren van de productmix, met een sterkere nadruk op geavanceerde en downstream-producten. Als onderdeel van onze ELEVATE 2030-strategie verhogen we de efficiëntie verder door slimmere bedrijfs- en administratieve processen. Innovaties op dit gebied zijn onder meer AI-verwerking van verkooporders en een AI-gestuurde zoekfunctie op onze openbare website, die interne processen zullen verbeteren en tegelijkertijd waarde toevoegen voor klanten.

Onze isolatieplaten zijn zeer gewild op zowel de residentiële als de niet-residentiële markt vanwege hun toonaangevende isolatiewaarden, duurzaamheid en gebruiksgemak. We zullen nieuwe AI-tools introduceren om de klantervaring nog verder te verbeteren."

- Joël Pirotte Sales Director Recticel Insulation

VOORDELEN VAN POLYURETHAAN (PIR) ISOLATIEPLATEN

Verminderde dikte

Schonere binnenlucht

Beloopbaarheid zonder

Laag gewicht

vervorming

Superieure energie-efficiëntie

2. VOORDELEN EN WAARDEKETEN

Onze hoogwaardige thermische isolatieplaten zijn gebaseerd op een kern van polyisocyanuraat (PIR) schuim gelamineerd tussen twee duurzame bekledingsmaterialen. Als isolatiemateriaal presteert PIR beter dan materialen zoals minerale wol (glaswol/steenwol), XPS/EPS en cellulair glas.

Er zijn verschillende bekledingen beschikbaar, zoals meerlaagse folies, aluminium, bitumineus, mineraal gecoat glasvlies en gipsplaat. De platen zijn ontworpen voor verschillende toepassingen in de gebouwschil, waaronder platte, hellende en schuine daken, spouwmuren, vloeren, binnenbekleding en systemen voor buitengevelisolatie. Hierdoor kan aan de wettelijke voorschriften worden voldaan met dunnere wanden en daken.

Onze vacuümgeïsoleerde panelen voldoen aan hoge technische eisen op plaatsen waar traditionele isolatie door ruimtegebrek onpraktisch is. Dit komt doordat ze de meest efficiënte resultaten leveren met minimale dikte. VIP-technologie is ideaal voor het aanpassen van oudere gebouwen en voorziet in gespecialiseerde behoeften, zoals temperatuurgecontroleerde verpakking voor farmaceutische producten en voedingsmiddelen.

1. AANBOD EN MARKT

Onze divisie Insulated Panels is gespecialiseerd in producten van topkwaliteit die op maat gemaakt zijn om te voldoen aan een breed spectrum van moderne constructievereisten. Hieronder vallen hoogwaardige minerale-wol geïsoleerde panelen en geavanceerde producten van Trimo, evenals conventionele minerale-wol- en PIR- geïsoleerde panelen van Rex Panels & Profiles. Deze zijn allemaal ontworpen om uitstekende thermische prestaties, duurzaamheid en veelzijdigheid te garanderen. De divisie biedt ook modulaire eenheden aan, bestaande uit vloer-, kolomen plafondconstructie-elementen, geproduceerd door Trimo MSS. In 2025 hebben we het portfolio uitgebreid met een nieuw downstream-aanbod dankzij twee recent overgenomen merken: Miclar, gespecialiseerd in industriële gevel- en dakbekleding, licht staalwerk en afwerkingscomponenten, en Kuras, een gespecialiseerde groothandel in bouwproducten die toegevoegde waarde biedt voor onze klanten in de Benelux.

Onze divisie Insulated Panels speelt in op de belangrijkste trends die de marktgroei aansturen: duurzaamheid, brandveiligheid, energie-efficiëntie en prefabricage. Het productassortiment richt zich op een markt die verdeeld is tussen producten met een kern van polyurethaan en van minerale wol.

De divisie heeft zich dynamisch aangepast en bewezen veerkrachtig te zijn in het licht van veranderingen in het marktgedrag, wat in 2025 heeft geleid tot een groei van zowel de omzet als de volumes voor de merken Trimo en Rex. Als onderdeel van onze ELEVATE 2030-strategie hebben we belangrijke stappen geïdentificeerd om op dit succes voort te bouwen, met de ambitie om een wereldwijd toonaangevende positie te verwerven als premiumleverancier van hoogwaardige geïsoleerde panelen van minerale wol, naast marktleiderschap op het gebied van PIR in geselecteerde regio's.

We versterken onze focus op belangrijke toepassingen, met name de snelgroeiende markt voor datacenters, waar Trimo sinds 2018 meer dan 200 projecten heeft opgeleverd voor toonaangevende technologiebedrijven. We zijn goed gepositioneerd om te profiteren van het herstel en de groei in West-Europa, met name in de prioritaire markten in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Benelux, en we implementeren een plan voor uitbreiding in andere wereldwijde regio's. We optimaliseren de capaciteitsbenutting in onze minerale-wolfabrieken, ontwikkelen innovaties die waarde toevoegen bij Rex en verhogen de efficiëntie van al onze productielijnen.

We hebben een AI-gestuurde chatfunctie aan de Trimo-website toegevoegd om snelle, betrouwbare technische informatie te bieden, en we implementeren nieuwe AI-tools om de verkoopadministratie te reduceren en de orderverwerking te versnellen.

Het merk Trimo MSS blijft inspelen op de groeiende marktvraag naar geprefabriceerde en duurzame oplossingen. Het bedrijf heeft wereldwijd 100.000 eenheden geleverd en biedt zo veelzijdige en duurzame oplossingen met een uitmuntende prijskwaliteitverhouding. Ze zijn ontworpen voor langdurig gebruik, zijn bijna volledig recyclebaar en bieden gecertificeerde brandwerendheid en bewezen energieefficiëntie.

Datacenters vormen voor ons een belangrijke groeimarkt. Sinds 2018 hebben we meer dan 200 projecten voltooid en werken we samen met toonaangevende technologiebedrijven. Wij leveren geïsoleerde bouwschilsystemen die zorgen voor een optimale thermische prestatie, een hoge luchtdichtheid en een consistente uitvoering op de bouwplaats."

  • Janez Kunič Chief Commercial Officer Trimo

2. VOORDELEN EN WAARDEKETEN

Onze geïsoleerde panelen zijn ontworpen voor superieure energieprestaties; ze minimaliseren warmteverlies en verlagen het totale energieverbruik van het gebouw, wat leidt tot lagere exploitatiekosten en een kleinere ecologische voetafdruk. Ze zijn verkrijgbaar in een reeks materialen, diktes en afwerkingen en bieden unieke structurele en fysische eigenschappen die uitgebreide ontwerpvrijheid mogelijk maken, terwijl hun geavanceerde technische kwaliteiten zorgen voor een hoogwaardige, totaaloplossing voor de gebouwschil. Ze zijn ook bijzonder geschikt voor prefabricage, waardoor op een snelle, kostenefficiënte en schaalbare manier aan de regelgeving kan worden voldaan.

VOORDELEN VAN MINERALE WOL EN POLYURETHAAN GEÏSOLEERDE PANELEN

Een in de fabriek vervaardigde eenheid Een duurzame keuze Veiligheid en prestaties Ontwerpflexibiliteit Lichtgewicht fabriekssysteem Lage levenscycluskosten Eersteklas service

KEY FEATURES OF OUR INSULATED PANELS PORTFOLIO

  • Zelfdragend (tot 10 m overspanning)
  • Uit één stuk in de fabriek vervaardigd
  • Isolatiekern van minerale wol of polyurethaan
  • Water- en luchtdicht
  • Extreme thermische waarden
  • Vochtbestendig
  • 99% recyclebaar (MW)

2.3.4.3 Acoustic Solutions

1. AANBOD EN MARKT

Soundcoat levert akoestische isolatieoplossingen op maat voor apparatuur die in verschillende sectoren wordt gebruikt. De zeer gespecialiseerde technische diensten van het merk zijn vooruitstrevend op het gebied van akoestische innovatie. De divisie wordt geleid door een ervaren team van akoestische ingenieurs en werkt volgens toonaangevende best practices in de sector en bedrijfseigen Soundcoatmethodologieën.

Dankzij zijn uitgebreide interne expertise biedt Soundcoat een breed scala aan oplossingen op maat, waaronder gelamineerde composieten met folies, akoestische stoffen of reliëfafwerkingen; op maat gevormde materialen met of zonder zelfklevende achterkant; en producten die verkrijgbaar zijn in vellen, rollen of kits.

Soundcoat neemt een onderscheidende positie in op de markt door geavanceerde technische diensten te combineren met een veelzijdig productaanbod dat is afgestemd op de specifieke behoeften van de klant.

Soundcoat maakt gebruik van een reeks technisch geavanceerde akoestische producten om oplossingen op maat te leveren:

  • • Absorptie: Materialen ontworpen om weerkaatsend luchtgeluid te verminderen door akoestische energie om te zetten in thermische energie.
  • • Barrière: Oplossingen ontworpen om een hoog geluidstransmissieverlies te bieden voor verschillende laagfrequente toepassingen.
  • • Demping: Producten gemaakt om trillingen van impactbronnen, paneelresonantie en afgestraald geluid van structuren te verminderen.
  • • Afdichtingen: Voornamelijk gebruikt tussen metalen of structurele componenten, producten om verontreiniging, luchtstroom, geluid, trillingen, RF-EMI, ESD en thermisch verlies te

• Thermisch: Oplossingen met poreuze en vezelgemengde materialen die geschikt zijn voor omgevingen met hoge temperaturen en ruimtevaarttoepassingen.

Tot de belangrijkste diensten behoort de Soundcoat 360 SolutionTM, die gebruikmaakt van een breed scala aan producten, diensten en expertise om producten sneller op de markt te brengen en de ontwerpkosten voor industriële ruimtes en OEM-toepassingen tot een minimum te beperken. De divisie biedt ook geavanceerde laboratoriumdiensten en testen aan via haar product- en materiaaltestlaboratorium. De diensten omvatten geavanceerde simulatie- en analysetools, bedrijfseigen processen, faciliteiten voor materiaal- en prototypeontwikkeling en mechanische en fysische testen om akoestische en fysische eigenschappen te meten of te verifiëren. De twee productievestigingen van het bedrijf werken volgens een stringent intern kwaliteitscontrolesysteem, waardoor consistent hoge normen worden gewaarborgd.

Al meer dan zestig jaar bouwt Soundcoat hechte relaties op met fabrikanten en ontwikkelt het baanbrekende geluidsoplossingen, gedreven door een innovatieve mindset die het in staat stelt om marktuitdagingen rechtstreeks aan te gaan.

De innovaties van het bedrijf worden toegepast in diverse sectoren, waaronder:

  • Lucht- en ruimtevaart
  • Zware voertuigen en transportvoertuigen
  • Industriële apparatuur
  • Elektronische apparatuur & energie-infrastructuur
  • Bouw en commerciële constructie
  • Medische apparatuur

Soundcoat is ISO 9001:2015-gecertificeerd in Californië en New York; de vestiging in Irvine, Californië, beschikt bovendien over een AS9100:2016-certificering en cleanroom productiefaciliteiten voor de lucht- en ruimtevaart. reguleren. Afbeelding: NASA/Ben Smegelsky

De akoestische oplossingen van Soundcoat maakten deel uit van de historische NASA-raketlancering van Artemis II op 1 april 2026. Het SLS (Space Launch System) van NASA is een draagraket die de basis vormt voor bemande verkenning buiten de baan om de aarde.

Er werden gespecialiseerde akoestische componenten gebruikt in de Launch Vehicle Stage Adapter (LVSA), het structurele element tussen de kern (brandstoftank) en de bovenste trap (Interim Cryogenic Propulsion Stage en de bemande Orion-capsule). De materialen werden speciaal ontworpen om de interne akoestische omgeving van de LVSA te regelen en zo resonantie te voorkomen, vibro-akoestische belasting te verminderen en kritieke voortstuwingsen avionicasystemen tijdens het opstijgen te beschermen.

2. VOORDELEN EN WAARDEKETEN

Geluidsbeheersing is een belangrijke onderscheidende factor in de productie van apparatuur. Het beïnvloedt de productkwaliteit en speelt een cruciale rol in de reputatie van een merk. Soundcoat vergroot de waarde van zijn oplossingen voor geluidsbeheersing door elk project te behandelen als een samenwerkingsverband. Soundcoat's ingenieurs werken nauw samen met fabrikanten en bieden gespecialiseerde expertise en praktische kennis tijdens de ontwerp-, productie-, test-, implementatie- en operationale fasen.

VOORDELEN VAN SOUNDCOAT AKOESTISCHE OPLOSSINGEN Geluidsreductie Bescherming van apparatuur Verhoogd comfort Betere productprestaties Naleving van voorschriften

WAARDEKETEN AKOESTISCHE OPLOSSINGEN

2.3.5 Duurzaamheid: centraal in waardecreatie

Onze ELEVATE 2030-strategie en ons bedrijfsmodel sluiten aan bij de Europese Green Deal, het initiatief van de Europese Commissie om van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te maken. De EU Green Deal omvat maatregelen om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren via de EU Renovatiegolfstrategie die tot doel heeft het jaarlijkse renovatietempo tegen 2030 te verdubbelen en ten minste 25 miljoen gebouwen te renoveren.

Op duurzaamheid afgestemde oplossingen vormen een substantieel en groeiend deel van de portfolio van de Recticel Group. Door ons strategisch te richten op markten en klanten die onze prioriteiten delen, kunnen we evoluerende milieu- en sociale normen integreren in elke fase van onze waardeketen en zo uitdagingen zoals klimaatverandering en schaarste aan grondstoffen aanpakken.

Meer informatie is te vinden in sectie 5.2, Milieu | E1 Klimaatverandering, en sectie 5.3, Milieu | E5 Grondstoffengebruik en circulaire economie.

2.3.5.1 SDG's integreren in onze strategie

De activiteiten van Recticel zijn afgestemd op de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties. We hebben zeven SDG's geselecteerd als strategische prioriteiten die relevant zijn voor onze kernwaarden en bedrijfsdoelstellingen. Deze wereldwijd erkende doelen bieden een kader voor het aanpakken van kritieke uitdagingen op het gebied van milieubescherming, sociale gelijkheid en economische ontwikkeling.

Door deze SDG's in onze strategie te verankeren, stimuleren we innovatie, versterken we onze medewerkers en pakken we dringende wereldwijde uitdagingen aan, zoals klimaatverandering, grondstoffenschaarste en toegang tot energie-efficiënte huisvesting. Het is onze missie om het transformatieve potentieel van toekomstgerichte isolatiesystemen te maximaliseren om aan maatschappelijke behoeften te voldoen, de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren en duurzaamheid in de bouwsector te bevorderen.

  • SDG 7: Energie-efficiënte oplossingen voor duurzame bouwpraktijken bevorderen
  • SDG 8: Duurzame en economische groei stimuleren door waardig werk
  • SDG 9: Innovatie bevorderen om veerkrachtige infrastructuur te verbeteren
  • SDG 11: Producten ontwikkelen die de energie-efficiëntie van steden verbeteren
  • SDG 12: Circulaire economie bevorderen door productinnovatie
  • SDG 13: Inzetten op ambitieuze doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen en praktijken die zijn afgestemd op het klimaat
  • SDG 17: Samenwerken met stakeholders om positieve milieu- en sociale effecten te versterken

2.3.5.2 Impacts, risico's en kansen benutten

Centraal in de standaarden van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) staat de identificatie van belangrijke impacts, risico's en kansen (IRO) die kunnen worden aangewend om onze strategie te sturen en bedrijfsgroei te bevorderen.

In 2024 voerde Recticel haar eerste volledige dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uit, een systematische evaluatie die de principes van financiële materialiteit (hoe milieu- en sociale risico's de organisatie beïnvloeden) en impactmaterialiteit (de invloed van de organisatie op het milieu en de maatschappij) integreert.

Het evaluatieproces omvatte gesprekken met stakeholders en het analyseren van gegevens uit interne en externe bronnen. Effecten werden beoordeeld op basis van hun omvang, reikwijdte en onomkeerbaarheid, terwijl risico's werden geëvalueerd in termen van waarschijnlijkheid en potentiële financiële impacts.

Onze evaluatie omvatte alle ESG-dimensies op de volgende gebieden:

  • Milieu: Klimaatverandering (E1), Verontreiniging (E2), Water en mariene hulpbronnen (E3), Biodiversiteit en ecosystemen (E4), Materiaalgebruik en circulaire economie (E5)
  • Sociaal: Eigen personeel (S1), Werknemers in de waardeketen (S2), Getroffen gemeenschappen (S3), Consumenten en eindgebruikers (S4)
  • Bestuur: Zakelijk gedrag (G1)

De andere dimensies die tijdens de beoordeling zijn beoordeeld, werden niet materieel geacht. Gebaseerd op operationele factoren en feedback van stakeholders zijn hun directe impact en risicorelevantie voor onze activiteiten en waardeketen beperkt. Materialiteit is een dynamisch proces, deze conclusies zullen opnieuw worden bekeken naarmate de omstandigheden veranderen. De geïdentificeerde materiële onderwerpen zullen worden aangepakt door middel van gerichte strategieën en transparante rapportage.

In augustus 2025 heeft de Recticel Group een evaluatie uitgevoerd om te beoordelen of haar beoordeling van dubbele materialiteit moest worden aangepast of herzien.

Gedetailleerde informatie over de dubbele materialiteitsbenadering is te vinden in sectie 4.2, De kracht van dubbele materialiteit

benutten. Voor een volledige beschrijving van ons proces voor het identificeren van IRO's, de bevindingen en de samenhang met onze strategie en ons bedrijfsmodel, zie sectie 4.3, Navigeren door het landschap van effecten, risico's en kansen.

Deze beoordeling leidde tot de identificatie van onze materiële onderwerpen, risico's en kansen:

Milieu Sociaal Bestuur
Klimaatverandering (E1)Klimaatverandering werd geïdentificeerd als eenbelangrijke kwestie vanwege de positieve impact van onzeproducten in termen van energiebesparing en vermedenemissies tijdens de levenscyclus van gebouwen.• Kansen: Overgang naar hernieuwbare energie;toepassing van energie-efficiënte technologieën;innovatie in koolstofarme oplossingen.• Risico's: Koolstofprijsbeleid; toegenomen toezicht doorregelgevende instanties; impact voor de reputatie. Eigen personeel (S1)De tevredenheid, betrokkenheid, gezondheid en veiligheid,eerlijke beloning en ontwikkeling van ons eigen personeelstaan centraal in ons succes en de duurzaamheid op langetermijn.• Kansen: Een cultuur van innovatie opbouwen; de loyaliteitvan werknemers bevorderen; toptalent aantrekken via eensterke employer branding.• Risico's: Potentiële uitdagingen met betrekking tothet behouden van talent, vaardigheidstekorten en deveranderende dynamiek op de werkplek. Zakelijk gedrag (G1)Het naleven van ethisch zakelijk gedrag maakt deel uitvan onze kernwaarden. Deze dimensie omvat naleving vanregelgeving, anti-corruptiemaatregelen, transparantie inbestuur en robuust toezicht op de toeleveringsketen.• Kansen: De reputatie van bedrijven versterken;veerkrachtige toeleveringsketens opbouwen; hetvertrouwen van investeerders vergroten.• Risico's: Blootstelling aan juridische sancties;reputatieschade; operationele verstoringen dooronethische praktijken.
Materiaalgebruik en circulaire economie (E5)Materiaalgebruik en circulaire economie kwamenals significant naar voren door onze focus opgrondstoffenbeheer en de regelgevende druk opherbruikbare, circulaire productontwerpen.• Kansen: Kostenbesparingen door efficiëntmateriaalgebruik en innovatie in circulair ontwerp.• Risico's: Compliance uitdagingen met veranderenderegelgeving; aanpassen aan de veranderendevoorkeuren van klanten voor duurzame producten.

Introductie Hoogtepunten Een drijvende kracht Corporate governance DMA en IRO ESG informatie Bezoldigingsverslag Financiële verklaring Bijlage

2.3.5.3 Strategische ESG plannen

De Recticel Group heeft twee ESG-plannen om onze strategie te sturen en onze prestaties te optimaliseren voor duurzame groei.

Onze Race naar Net Zero is een klimaatactieplan om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Dit plan bevat specifieke doelen en meetbare KPI's om onze koolstofvoetafdruk te minimaliseren, net-zero emissies te bereiken en de positieve impact van onze activiteiten te vergroten. Onze aanpak legt de nadruk op verantwoorde aankoop van grondstoffen, duurzame, energiezuinige processen en milieubewust ontwerp en weerspiegelt onze ambitie om de wereldwijde verschuiving naar een circulaire, koolstofarme economie te leiden.

Onze Race naar Maximale Positieve Prestaties is ons Mensen en Oplossingen Plan, gedreven door onze overtuiging dat het bouwen aan een betere samenleving collectieve actie vereist en het delen van kennis, expertise en technologie. Deze overtuiging dwingt ons om de hoogste normen te handhaven op het gebied van mensenrechten, arbeidspraktijken, milieubeheer en corruptiebestrijding. Als werkgever bevorderen we een inspirerende, lonende en veilige werkplek. We verbeteren voortdurend de duurzaamheid en energie-efficiëntie van onze oplossingen om de levensstandaard voor de huidige en toekomstige generaties te verhogen.

2.3.6 Veerkracht van ons bedrijfsmodel en strategie

In 2024 hebben we onze strategie en ons bedrijfsmodel herzien om de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid aan te gaan en opportuniteiten te grijpen die waardecreatie op de lange termijn stimuleren.

De evaluatie omvatte de volledige Recticel Group, met uitzondering van Rex Panels & Profiles, dat werd overgenomen na de ESG-materialiteitsanalyse. Rex is actief binnen de divisie Insulated Panels, naast Trimo, dat zich bezighoudt met vergelijkbare activiteiten. De beoordeling had betrekking op de volledige waardeketen.

De beoordeling had betrekking op de korte termijn (1-5 jaar), middellange termijn (5-10 jaar) en lange termijn (tot 25 jaar) en richtte zich op het vermogen van ons bedrijfsmodel om zich aan te passen aan economische, ecologische en sociale verschuivingen en tegelijkertijd te profiteren van nieuwe opportuniteiten.

Kernaspecten waren onder andere:

  • Identificeren van belangrijke
  • duurzaamheidsfactoren zoals klimaatverandering, efficiënt materiaalgebruik en sociaaleconomische ontwikkelingen.
  • Stakeholders betrekken om een volledig begrip van de materiële impact te garanderen.
  • Analyseren van kritieke meetgegevens, waaronder koolstofintensiteit, financiële stressindicatoren en marktaandeelprognoses.

De bevindingen van het onderzoek onderstrepen onze veerkracht van ons bedrijf, die we laten zien door:

  • Klimaatrisico's beperken door te investeren in technologieën die efficiënt gebruik maken van grondstoffen en samen te werken met leveranciers om de impact van aangekochte goederen te minimaliseren.
  • Proactieve aanpassing aan veranderingen in regelgeving door initiatieven op het gebied van naleving en betrokkenheid van stakeholders.
  • Het duurzame productaanbod uitbreiden om tegemoet te komen aan veranderende consumentenvoorkeuren en maatschappelijke trends.

Onze analyse is gebaseerd op het scenario van 1,5°C opwarming van de aarde, een voorwaarde voor het valideren van onze SBTi net-zero verbintenis.

Om de veerkracht van haar activiteiten op lange termijn te vergroten, verdiept de Recticel Group haar inzicht in en beheer van fysieke klimaatrisico's die van invloed zijn op haar productievoetafdruk. Door middel van klimaatscenarioanalyses en gerichte locatiebeoordelingen brengt de Groep potentiële kwetsbaarheden in kaart en stelt zij passende aanpassingsmaatregelen vast.

Voor meer informatie, zie sectie 5.2.2, E1-1 Transitieplan voor het beperken van klimaatverandering, en sectie 4.3.2, Materiële IRO's en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel.

2.3.7 ESG-ratings en transparantie

Voortbouwend op onze jarenlange toewijding aan uitmuntendheid in zowel financiële als niet-financiële maatstaven, blijven we onze ESG-prestaties verbeteren als een centraal element van onze bedrijfsstrategie.

Het handhaven van duidelijke, meetbare doelen en het transparant rapporteren van onze voortgang zijn cruciaal voor het verdienen en behouden van het vertrouwen van aandeelhouders, die steeds meer het belang inzien van duurzaam en verantwoord ondernemen. Actieve betrokkenheid bij ESG-beoordelingsbedrijven stelt ons in staat om onze impact te beoordelen, onze verantwoordingsplicht te vergroten en voortdurend mogelijkheden voor zinvolle verbetering te identificeren.

2.3.7.1 CDP openbaarmaking en beoordeling van milieugegevens

Als onderdeel van ons streven naar transparantie en klimaatverantwoordelijkheid rapporteert de Recticel Group klimaatgegevens aan CDP, erkend als de gouden standaard voor milieurapportering en thuisbasis van de grootste, meest uitgebreide dataset over klimaatactie door bedrijven.

Voor het tweede jaar op rij heeft de Recticel Group van CDP de hoogste A-score voor klimaatverandering gekregen, wat onze consistente en transparante aanpak op het gebied van klimaatrapportage en -maatregelen weerspiegelt. Deze erkenning onderstreept ons engagement voor zinvolle klimaatmaatregelen en een duurzame toekomst voor alle stakeholders.

In 2025 heeft CDP wereldwijd meer dan 22.100 bedrijven beoordeeld. Slechts 877 – ongeveer 4% – veroverden een plaats op de A-lijst voor klimaatverandering, wat de exclusiviteit onderstreept van deze groep wereldleiders op het vlak van milieutransparantie en -prestaties.

Bovendien ontving de Recticel Group een A-rating in de Supplier Engagement Assessment (SEA) van CDP, wat onze voortdurende inspanningen weerspiegelt om klimaatoverwegingen in de hele toeleveringsketen te integreren en samen te werken met leveranciers om hun eigen klimaatinitiatieven te bevorderen.

2022 2023 2024 2025
Recticel Group B B A A
Concurrent 1 A A A A
Concurrent 2 A- A- B A
Concurrent 3 B -

2.3.7.2 ESG research en ratingaanbieders

Onze ESG-prestaties worden beoordeeld door meerdere toonaangevende ratingaanbieders. Elke aanbieder hanteert zijn eigen methodologie, met specifieke beoordelingscriteria en scoresystemen die zijn afgestemd op zijn eigen aanpak. Daardoor zijn de beoordelingen tussen aanbieders onderling niet direct vergelijkbaar. Om meer inzicht te krijgen in deze methodologieën, raden we belanghebbenden aan de gedetailleerde informatie te raadplegen die beschikbaar is op de websites van de betreffende aanbieders.

Morningstar Sustainalytics en S&P Global beoordelen onze blootstelling aan ESGeffecten, -risico's en -kansen, en bieden inzicht in hoe effectief wij deze cruciale aspecten beheren in vergelijking met branchegenoten binnen dezelfde sector. Deze resultaten zijn niet vergelijkbaar tussen verschillende sectoren.

De Recticel Group heeft voor het eerst de EcoVadiszilveren medaille ontvangen, wat een belangrijke mijlpaal vormt in ons streven naar duurzaamheid.

Met deze prestatie behoort de Recticel Group tot de top 15% van de bedrijven die de afgelopen 12 maanden wereldwijd door EcoVadis zijn beoordeeld (85e percentiel en hoger).

EcoVadis beoordeelt 21 duurzaamheidscriteria verdeeld over vier kernthema's: Milieu, Arbeid & Mensenrechten, Ethiek en Duurzame aankoop. Met meer dan 130.000 beoordeelde bedrijven wereldwijd weerspiegelt deze erkenning de kracht van onze engagementen, processen en voortdurende verbeteringen binnen de hele Groep.

Concurrent 2 Goud (10/2025)
Recticel Group Zilver (02/2026)
Concurrent 1 Zilver (02/2026)
Concurrent 3 niet gescoord

GERING LAAG GEM HOOG ERNSTIG
0-10 10-20 20-30 30-40 40+

RANGLIJST

Sector (1e = laagste risico)
Bouwproducten 24 van de 139
Universum
Wereldwijd universum 4.478 van de 14.999

Laatste volledige update 17 oktober 2025

ESG-RISICOBEOORDELING S&P GLOBAL ESG SCORE
20,8 Gemiddeld risico 202330/100 202438/100 202549/100

Beschikbaarheid van gegevens: gemiddeld

Laatst bijgewerkt: 17 december 2025 Wordt jaarlijks bijgewerkt of naar aanleiding van belangrijke ontwikkelingen

S&P GLOBAL ESG-SCORE

ESG Score Gemiddelde ESG-score voor de sector

MILIEU

CSA Score 55 | ESG Score 59 | Gemiddelde in de sector 38

SOCIAAL

CSA Score 35 | ESG Score 37 | Gemiddelde in de sector 37

BESTUUR & ECONOMIE

CSA Score 48 | ESG Score 48 | Gemiddelde in de sector 38

BOUWPRODUCTEN 2025
Concurrent 2 56
Concurrent 1 55
Recticel Group 49
Concurrent 3 26

ESG-RISICOBEOORDELING (9 APRIL 2026)

BOUWPRODUCTEN 2025 Score Categorie Rang Percentiel
Concurrent 1 19.3 laag 13/139 10e
Concurrent 2 19.9 laag 17/139 12e
Recticel Group 20.8 gemiddeld 24/139 18e

2.3.8 Belangen en standpunten van stakeholders

Duidelijke en effectieve communicatie met stakeholders is essentieel om vertrouwen op te bouwen, relaties te versterken, risico's te beheren en op één lijn te komen met onze strategische doelstellingen. Betrokken en goed geïnformeerde stakeholders zullen eerder een actieve bijdrage leveren, waardoor de loyaliteit van klanten, het vertrouwen van investeerders en de motivatie van werknemers toenemen. Elke verandering in strategie of activiteiten die een wezenlijke invloed kan hebben op de relatie met onze stakeholders zal naar behoren worden gecommuniceerd.

Onze belangrijkste stakeholders zijn aandeelhouders, investeerders, klanten, werknemers en leveranciers. We erkennen ook de bredere impact van onze producten en activiteiten op werknemers in de hele waardeketen, zoals beschreven in sectie 3.4, GOV-4 Due-diligenceverklaring.

De belangrijkste doelstellingen van het betrekken van stakeholders zijn het begrijpen van hun prioriteiten, het aanpakken van zorgen, het bevorderen van samenwerking en het afstemmen op onze duurzaamheidsdoelen. Inzichten uit deze interacties worden

systematisch besproken met de Raad van Bestuur en het Managementcomité, zoals beschreven in sectie 3.2, GOV-2.

Gedurende heel 2025 hebben we via diverse communicatiekanalen voortdurend contact onderhouden met onze belangrijkste belanghebbenden om onze bedrijfsdoelstellingen te ondersteunen.

Via onze due diligence- en materialiteitsbeoordelingsprocessen analyseren we actief de belangen en standpunten van belanghebbenden in relatie tot onze strategie en ons

bedrijfsmodel. Door deze prioriteiten in onze strategische planning te integreren, zorgen we ervoor dat deze aansluiten bij zowel de verwachtingen van belanghebbenden als de doelstellingen van de organisatie, waardoor we voortdurende waardecreatie bevorderen.

Materiële stakeholders Onderwerpen Hoe we ons inzetten Doel en resultaat
Aandeelhouders,investeerders enanalisten • Tijdige openbaarmaking van informatie zoalsbedrijfsresultaten, managementbeleid, plannen engebeurtenissen• Op vertrouwen gebaseerde relaties opbouwen• Rendement voor aandeelhouders • Bedrijfswebsite, persberichten• Jaar- en halfjaarverslagen• Jaarlijkse Algemene Vergadering (JAV)• Informatie bekendmaken aan beoordelingsorganisaties• Analistenbijeenkomsten• Roadshows, contacten (individueel, groep)• Contacten met referentieaandeelhouders • Vertrouwen in nauwkeurigheiden geloofwaardigheid vanbekendgemaakte informatie• Betere ESG-ratings• Hogere reputatie• Naleving van regelgeving
Klanten • Veilige en kwalitatieve producten leveren• Op vertrouwen gebaseerde relaties opbouwen• Verbetering van de klanttevredenheid door middel vanproducten, service en ondersteuning• Eerlijke en billijke transacties • Kwaliteitsborgingscertificaten• Milieugebonden productverklaringen• Interacties, trainingen, lezingen• Rekentools • Anticiperen op de verwachtingen vande klant met toekomstgerichte enduurzame isolatieproducten• Meer vertrouwen en loyaliteit
Werknemers • Een veilige en lonende werkplek bieden• Systemen en onderwijs verbeteren om hun mogelijkhedente maximaliseren• Open communicatie met werknemers en hunvertegenwoordigers • Intranetcommunicatie• CEO 'Team Talk'• Town hall meetings en teamvergaderingen• EPMD (Employee Performance Management Discussion)• Opleidingsprogramma's• Sociale dialoog (lokale en Europese ondernemingsraad) • Hogere betrokkenheid van werknemers• Verbeterde veiligheidsprestaties• Verhoogde operationele efficiëntie
Leveranciers • De koolstofvoetafdruk optimaliseren• Efficiënt materiaalgebruik en circulaire economie• Upstream transport en distributie optimaliseren• Zorgvuldig onderzoek naar mensenrechten in detoeleveringsketen• Partnerschap voor innovatie • Dagelijks contact• Bezoeken, vergaderingen, audits, beurzen• Gezamenlijke ontwikkelingsprojecten • Verbeterde operationele efficiëntie• Vertrouwensvolle partnerschappen• Meer duurzame producten• Lagere ingebouwde koolstof

Corporate 03 Governance ESRS IRO-1, ESRS 2, GOV-1 - GOV-5

DEEL 1 | BEOORDELING DOOR HET MANAGEMENT

IN DIT HOOFDSTUK

De Recticel Group hanteert een robuust bestuurskader en integreert duurzaamheid in al haar activiteiten en waardeketen. Dit hoofdstuk beschrijft de rol, samenstelling en werking van de Raad van Bestuur en het Executive Management, met inbegrip van wettelijke benoemingen, structuren van de Comités en toezicht mechanismen die zorgen voor effectief bestuur.

Duurzaamheid is verankerd in de besluitvorming en de beloningsstructuur, waarbij prestatiemaatstaven zijn opgenomen in de beloningsregelingen voor het management en de directie. De Recticel Groep bevordert verantwoord ondernemen via een alomvattende aankoopvisie, die ervoor zorgt dat milieu- en sociale normen in de hele waardeketen worden nageleefd.

De Groep heeft haar kader voor risicobeheer versterkt, waardoor de transparantie, nauwkeurigheid en naleving van de veranderende regelgeving zijn verbeterd. Voortbouwend op een datagestuurde ESG-aanpak en sterk bestuur, richt de Groep zich op het creëren van duurzame waarde met toekomstgerichte isolatie die voldoet aan de verwachtingen van de stakeholders.

DUOHNI 3.1 GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevendeen toezichthoudende organen3.1.1 Rol van de Raad van Bestuur van Recticel NV3.1.2 Samenstelling van de Raad van Bestuur3.1.3 Statutaire benoemingen3.1.4 Werking van de Raad van Bestuur 3.5 GOV-5 Risicobeheersing en interne controlesvoor duurzaamheidsrapportage3.5.1 Risicobeheersing en governance3.5.2 Interne controles opduurzaamheidsrapportage
3.1.5 Samenstelling van het Executive Management 3.6 Toepasselijke referentiecode en regels
3.1.6 Comités ingesteld door de Raad van Bestuur 3.6.1 Toepasselijke referentiecode
3.6.2 Transacties en andere contractuele banden
3.2 GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang metduurzaamheidsthema's door bestuurs-,leidinggevende en toezichthoudende organenvan de onderneming tussen de vennootschap en leden van deRaad van Bestuur of leden van hetManagementcomité3.6.3 Handel met voorkennis en marktmanipulatie3.6.4 Relaties met de referentieaandeelhouders
3.3 GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties
in beloningsregelingen 3.7 Externe audit
3.4 GOV-4 Due-diligenceverklaring3.4.1 Onze aankoopvisie3.4.2 Onze due diligence-procedure voormensenrechten in de toeleveringsketen3.4.3 Productbeheer 3.8 Aandeelhoudersagenda

3.1 GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

De Raad van Bestuur legt sterk de nadruk op de belangen van alle belangrijke stakeholders, zoals klanten, werknemers, aandeelhouders en de maatschappij, en erkent hun cruciale rol in de duurzaamheid van Recticel op lange termijn.

3.1.2 Samenstelling van de Raad van Bestuur

3.1.1 Rol van de Raad van Bestuur van Recticel NV

De Raad van Bestuur van Recticel NV is belast met het toezicht op het algemene management van het bedrijf, waarbij de nadruk ligt op duurzame groei, financiële stabiliteit en succes op lange termijn. De Raad speelt een sleutelrol in de integratie van duurzaamheid in de bedrijfsstrategie en de besluitvormingsprocessen. De Raad geeft strategische richting, zorgt voor gezond financieel beheer, handhaaft sterke corporate governance en beoordeelt en beperkt bedrijfsrisico's.

De Raad van Bestuur legt sterk de nadruk op de belangen van alle belangrijke stakeholders, zoals klanten, werknemers, aandeelhouders en de maatschappij, en erkent hun cruciale rol in de duurzaamheid van de Recticel Group op lange termijn. De Raad van Bestuur bepaalt ethische normen en beste bedrijfspraktijken (ESRS G1, Zakelijk gedrag), ziet toe op de naleving van wettelijke en regelgevende verplichtingen en houdt toezicht op de belangrijkste doelstellingen en vooruitgang op het gebied van onderwerpen, waaronder het transitieplan van de Vennootschap om net-zero te bereiken tegen 2050 (ESRS E1, Klimaatverandering).

De Raad van Bestuur, ondersteund door het Audit- en Duurzaamheidscomité, beoordeelt de ESG-strategie om hoge duurzaamheidsnormen te handhaven en zorgt voor de invoering van robuuste praktijken en rapportagekaders die aansluiten bij de veranderende verwachtingen.

Meer informatie over de rollen en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur en het Audit- en Duurzaamheidscomité, met name bij het overzien van belangrijke impacts, risico's en kansen (IRO's), is te vinden in sectie 3.2, GOV-2.

Op 31 december 2025 bestaat de Raad van Bestuur

uit acht leden: één Uitvoerend Bestuurder, zes Onafhankelijke Bestuurders en één Niet-uitvoerend Bestuurder die de referentieaandeelhouder vertegenwoordigt. Het mandaat van IMRADA BV, vertegenwoordigd door mevrouw Ingrid Merckx, is op 27 mei 2025 verstreken.

Naam FUNCTIE TYPE
Wim Dejonghe 1 Voorzitter Onafhankelijk
Jan Vergote 2 Managing Director Uitvoerend
Frank Coenen 3 Bestuurder Onafhankelijk
Barbara De Saedeleer 4 Bestuurder Onafhankelijk
Luc Missorten 5 Bestuurder Onafhankelijk
Ingrid Merckx 6 Bestuurder Onafhankelijk
Astrid Rahn 7 Bestuurder Onafhankelijk
Elisa Vlerick 8 Bestuurder Onafhankelijk
Filip Balcaen 9 Bestuurder Niet-uitvoerend

¹ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van D.A.S.T. BV ² in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van CORAL & WALLACE BV ³ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van IRIDI BV 4 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van FOXFIN BV, vanaf

27/05/2025 5 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van LUBIS BV 6 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van IMRADA BV, tot 27/05/2025

in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van REF.LEX BV, vanaf 27/05/2025

8 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van MOROXCO BV 9 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van BALTISSE NV

De Raad van Bestuur bevat geen werknemersvertegenwoordigers en 75% van de leden zijn Onafhankelijke Bestuurders.

In overeenstemming met artikel 7:86 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, dat voorschrijft dat ten minste een derde van de leden van de Raad van Bestuur van een ander geslacht moet zijn dan de andere leden, neemt de Raad van Bestuur proactief initiatieven om de vertegenwoordiging van vrouwen te verbeteren. Op 31 december 2025 zijn drie van de acht leden van de Raad van Bestuur vrouwen, wat neerkomt op 37,5% van de Raad van Bestuur. Op 2 maart 2026 is de vertegenwoordiging van vrouwen gestegen tot 42,9%.

Het selectieproces voor leden van de Raad van Bestuur wordt beschreven in het Corporate Governance Charter van de Recticel Group (Corporate Governance | Recticel),1 dat het belang benadrukt van diversiteit op alle vlakken, waaronder geslacht, achtergrond, professionele ervaring, competenties en opleiding.

De leden van het Audit- en Duurzaamheidscomité beschikken gezamenlijk over een grondig inzicht in bedrijfsvoering en duurzaamheid, ondersteund door eerdere professionele ervaring in het toezicht op duurzaamheidsdoelstellingen. Zij worden doorlopend door de Group Sustainability Director op de hoogte gehouden van relevante wetgeving, regelgeving en IRO's om ervoor te zorgen dat zij over de nodige inzichten beschikken om dit effectief te doen. (Zie sectie 3.2 voor meer informatie over de rol van de Group Sustainability Director).

Daarnaast heeft de Raad toegang tot externe deskundigen om te zorgen voor een breed inzicht en weloverwogen besluitvorming over duurzaamheidskwesties.

Bestuurder, benoemd tot Uitvoerend Voorzitter.

Op 2 maart 2026 trad Wim Dejonghe, vertegenwoordiger van D.A.S.T. BV, af als Bestuurder. Op dezelfde dag werd Jan Vergote, vertegenwoordiger van CORAL & WALLACE BV en voormalig Uitvoerend

1 https://www.recticel.com/index.php/investors/corporate-governance.html In het vierde kwartaal van 2025 is een herzieningsproces van het Corporate Governance Charter van de Recticel Group gestart. Op 26 februari 2026 is een nieuw Corporate Governance Charter gepubliceerd.

Samenstelling van de Raad van Bestuur op 02/03/2026

Jan Vergote Belg Uitvoerend Bestuurder *

Geboren: 1962

Recticel NV mandaat: Uitvoerend Voorzitter van de Raad van Bestuur Begin mandaat: 2024 Einde mandaat: 2027 Opleiding: Germaanse Filologie, Universiteit Gent; Vlerick Business School Gent; Algemeen management INSEAD Voornaamste functies buiten de Recticel Group: Bestuurder PIA Group en Baobab

* In zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van CORAL & WALLACE BV

Frank Coenen Belg Onafhankelijk Bestuurder*

Geboren: 1959

Recticel NV mandaten: Lid Raad van Bestuur en Voorzitter Bezoldigings- en Benoemingscomité Begin mandaat: 2024 Einde mandaat: 2027 Opleiding: Master of Science, Chemical Engineering, Universiteit Gent; Postgraduaat Management, Universiteit Leuven Voornaamste functies buiten de Recticel Group: Partner Syntagma Capital

* In zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van IRIDI BV

Filip Balcaen Belg Niet-uitvoerend Bestuurder*

Geboren: 1960

Recticel NV mandaten: Lid Raad van Bestuur en Bezoldigings- en Benoemingscomité Begin mandaat: 2022 Einde mandaat: 2028 Opleiding: TEW (Economie), Antwerpen Belangrijkste functies buiten de Recticel Group: Uitvoerend Voorzitter Baltisse, Voorzitter Baobab en Polflem; Bestuurder House of Talents, PIA Group en Pentahold

* In zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van BALTISSE NV

Barbara De Saedeleer Belg Onafhankelijk Bestuurder*

Geboren: 1970 Recticel NV mandaten: Lid Raad van Bestuur, Audit- en Duurzaamheidscomité en Bezoldigings- en Benoemingscomité Begin mandaat: 2025 Einde mandaat: 2028 Opleiding: Master in Business Economics, VLEKHO Business School, Brussel Voornaamste functies buiten de Recticel Group: Chief Strategy Officer erudite.health; Bestuurder Montea, Kolmont Holding, Orsi Academy en UTB

* In haar hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van FOXFIN BV

Luc Missorten Belg Onafhankelijk Bestuurder*

Geboren: 1955

Lubis

Recticel NV mandaten: Lid Raad van Bestuur en Bezoldigings- en Benoemingscomité, Voorzitter Audit- en Duurzaamheidscomité Begin mandaat: 2015 Einde mandaat: 2027 Opleiding: Diploma in de Rechten, Universiteit Leuven Belangrijkste functies buiten de Recticel Group: Lid Raad van Bestuur en Voorzitter Auditcomité GIMV, Gedelegeerd Bestuurder

* In zijn hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van LUBIS BV

Elisa Vlerick Belg Onafhankelijk Bestuurder*

Bestuurder Vlerick Group

Geboren: 1986

Recticel NV mandaten: Lid Raad van Bestuur en Audit- en Duurzaamheidscomité Begin mandaat: 2019 Einde mandaat: 2028 Opleiding: BA (Hons) Geschiedenis in UK; MA Rechten, Universiteit Leuven; Master in BA in Zwitserland, MA Ondernemingsrecht, Universiteit Leuven Belangrijkste functies buiten de Recticel Group: Partner 9.5 Ventures VC fonds,

* In haar hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van MOROXCO BV

Astrid Rahn Belg Onafhankelijk Bestuurder*

Geboren: 1970

Recticel NV mandaten: Lid Raad van Bestuur, Bezoldigings- en Benoemingscomité en Audit- en Duurzaamheidscomité Begin mandaat: 2015 Einde mandaat: 2028 Opleiding: Master in Handelswetenschappen, ICHEC, Brussel Belangrijkste functie buiten de Recticel Group: CFO Bridgestone EMEA

* In haar hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger van REF.FLEX BV

Zoals voorgesteld door de Raad van Bestuur en gebaseerd op de aanbevelingen van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, werd het volgende beslist tijdens de Gewone Algemene Vergadering van 27 mei 2025.

  • Hernieuwing van het mandaat van BALTISSE NV, vast vertegenwoordigd door de heer Filip Balcaen, als Niet-uitvoerend Bestuurder voor een nieuwe termijn van drie jaar die afloopt na de Gewone Algemene Vergadering van 2028.
  • Hernieuwing van het mandaat van MOROXCO BV, vast vertegenwoordigd door mevrouw Elisa Vlerick, als Niet-uitvoerend en Onafhankelijk bestuurder voor een nieuwe termijn van drie jaar die afloopt na de Gewone Algemene Vergadering van 2028.
  • Vaststelling dat het mandaat van IMRADA BV, vast vertegenwoordigd door mevrouw Ingrid Merckx, als niet-uitvoerend en onafhankelijk bestuurder, afloopt na de gewone algemene vergadering van 27 mei 2025. Besluit om over te gaan tot haar vervanging.
  • Ter vervanging van IMRADA BV, benoeming tot Nietuitvoerend en Onafhankelijk bestuurder van FOXFIN BV, vast vertegenwoordigd door mevrouw Barbara De Saedeleer, voor een termijn van drie jaar die afloopt na de Gewone Algemene Vergadering van 2028.
  • Benoeming tot Niet-uitvoerend en Onafhankelijk bestuurder van REF.LEX BV, vast vertegenwoordigd door mevrouw Astrid Rahn, voor een termijn van drie jaar die afloopt na de Gewone Algemene Vergadering van 2028.

Op advies van het Bezoldigings- en Benoemingscomité stelt de Raad van Bestuur voor om tijdens de Gewone Algemene Vergadering van 26 mei 2026 het volgende goed te keuren:

• Goedkeuring van het ontslag van D.A.S.T. BV, vertegenwoordigd door de heer Wim Dejonghe, als bestuurder met ingang van 2 maart 2026. Er is besloten hem niet te vervangen.

Raadpleeg voor meer informatie onze bedrijfswebsite (www.recticel.com).

3.1.3 Statutaire benoemingen 3.1.4 Werking van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur kwam in 2025 in totaal zes keer bijeen. Eén vergadering was voornamelijk gewijd aan de begroting voor 2025, terwijl twee vergaderingen gewijd waren aan de voorbereiding van de jaarrekeningen per 31 december 2024 en de halfjaarlijkse rekeningen per 30 juni 2025.

Elke vergadering omvatte een beoordeling van de prestaties van de verschillende divisies, besprekingen van belangrijke acquisitie- en/of desinvesteringsdossiers en een beoordeling van duurzaamheidszaken (een terugkerend onderwerp sinds augustus 2024).

Andere onderwerpen, zoals human resources, externe communicatie, juridische kwesties, rechtszaken en delegatie van bevoegdheden, kwamen aan bod indien nodig of nuttig. Dirk Verbruggen, vertegenwoordiger van ROFFOELKIN BV, trad op als secretaris van de Raad van Bestuur. De schriftelijke besluitvormingsprocedure werd niet toegepast in 2025.

De volgende tabel geeft een overzicht van de individuele aanwezigheidspercentages voor de vergaderingen van de Raad van Bestuur in 2025.

Naam AANWEZIGHEIDSPERCENTAGEIN 2025
Wim Dejonghe 1 6/6
Jan Vergote 2 6/6
Frank Coenen 3 5/6
Barbara De Saedeleer 4 4/4
Luc Missorten 5 6/6
Ingrid Merckx 6 1/2
Astrid Rahn 7 4/4
Elisa Vlerick 8 6/6
Filip Balcaen 9 4/6

¹ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van D.A.S.T. BV

² in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van CORAL & WALLACE BV

³ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van IRIDI BV 4 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van FOXFIN BV, vanaf

27/05/2025

5 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van LUBIS BV

6 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van IMRADA BV, tot 27/05/2025

in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van REF.LEX BV, vanaf 27/05/2025

8 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van MOROXCO BV

9 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van BALTISSE NV

De Raad van Bestuur voert periodiek een zelfevaluatie uit van zijn prestaties, inclusief een evaluatie van zijn interactie met de leden van het Managementcomité. Het proces begint met een vragenlijst die wordt uitgedeeld aan en ingevuld door elke bestuurder. De resultaten worden vervolgens bekeken en besproken in een volgende vergadering van de Raad van Bestuur voor verdere analyse. De meest recente formele beoordeling vond plaats in 2021 en de resultaten en aanbevelingen werden in februari 2022 aan de Raad van Bestuur gepresenteerd en dienovereenkomstig geïmplementeerd. Individuele beoordelingen van de Bestuurders worden uitgevoerd door het Bezoldigingsen Benoemingscomité.

3.1.5 Samenstelling van het Executive Management

De Raad van Bestuur heeft het dagelijks beleid van de Groep toevertrouwd aan haar Chief Executive Officer (CEO). De CEO wordt ondersteund door het Managementcomité.

Jan Vergote 1 Group Chief Executive Officer Betty Bogaert Chief Information and Digitalisation Officer Stefaan Debusschere 2 Chief Executive Officer Insulation Boards Nay Tawile 3 Chief Executive Officer Insulated Panels Bart Van den Eede 4 Chief Financial Officer Stijn Vermeulen 5 Chief Operations Officer

Rob Nijskens, Chief Human Resources Officer, was lid van het Managementcomité tot 31 oktober 2025.

4 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van PENDRON BV 5 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van DEVE CONSULTING BV

¹ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van CORAL & WALLACE BV ² in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van AVENTUS BV, vanaf

Op 31 december 2025 bestond het Managementcomité uit zes leden:

Naam FUNCTIE

Op 2 maart 2026 volgde Stefaan Debusschere, Chief Executive Officer Insulation Boards, die AVENTUS BV vertegenwoordigt, Jan Vergote op als Group Chief Executive Officer.

Op 1 april 2026 bestond het Managementcomité uit zes leden.

Naam FUNCTIE
Stefaan Debusschere 1 Group Chief Executive Officer and ChiefExecutive Officer Insulation Boards
Betty Bogaert Chief Information and Digitalisation Officer
Tine Malfrère 2 Chief Human Resources Officer
Nay Tawile Chief Executive Officer Insulated Panels
Bart Van den Eede 3 Chief Financial Officer
Stijn Vermeulen 4 Chief Operations Officer

¹ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van AVENTUS BV ² in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van PLANIKA BV, vanaf 01/04/2026

³ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van PENDRON BV 4 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van DEVE CONSULTING BV De CEO is belast met het dagelijks bestuur van de Vennootschap in de zin van artikel 7:121 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, en met de vertegenwoordiging van de Vennootschap in dit verband. Op besluit van de Raad van Bestuur kunnen aan de CEO van tijd tot tijd andere taken en verantwoordelijkheden worden toevertrouwd. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen wij u naar het Corporate Governance Charter van de Recticel Groep (artikel 3.4.2) (Corporate Governance | Recticel),2. In nauwe samenwerking met het Managementcomité houdt de CEO toezicht op en coördineert hij de ESG-roadmap van de onderneming, waarbij hij zorgt voor een efficiënte implementatie en rapportage om de doelstellingen met betrekking tot de belangrijkste materiële thema's te halen.

Het Executive Management heeft toegang tot specifieke expertise en vaardigheden op het gebied van duurzaamheid via gestructureerde interne middelen en externe samenwerkingen. Dit omvat gespecialiseerde teams binnen de organisatie die zich richten op milieu-, sociale en governancethema's (ESG), maar ook samenwerking met externe consultants, industrienetwerken en duurzaamheidsexperts. Deze middelen zorgen voor weloverwogen besluitvorming en afstemming op best practices in duurzaamheid.

In overeenstemming met het Corporate Governance Charter van de Recticel Groep maakt de Uitvoerend Voorzitter, Jan Vergote, vertegenwoordigd door CORAL & WALLACE BV en benoemd op 2 maart 2026, deel uit van het Executive Management. De Uitvoerend Voorzitter is geen lid van het Managementcomité.

01/03/2026 ³ vanaf 01/06/2025

Samenstelling van het Managementcomité op 01/04/2026

Stefaan Debusschere Group Chief Executive Officer

Tine Malfrère Chief Human Resources Officer

Bart Van den Eede Chief Financial Officer

Betty Bogaert Chief Information & Digitalisation Officer

Nay Tawile Chief Executive Officer Insulated Panels

Stijn Vermeulen Chief Operations Officer

3.1.6 Comités ingesteld door de Raad van Bestuur

3.1.6.1 Audit- en Duurzaamheidscomité

Het Audit- en Duurzaamheidscomité houdt toezicht op het financiële en niet-financiële verslaggevingsproces, controleert de doeltreffendheid van de interne controle- en risicobeheersingssystemen van het bedrijf, houdt toezicht op de interne audit, houdt wettelijk toezicht op de jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening en de Duurzaamheidsverklaring en waarborgt de onafhankelijkheid van de Commissaris.

Op dit moment zijn er geen specifieke controles of procedures voor het beheer van impacts, risico's en kansen (IRO's). Het Audit- en Duurzaamheidscomité beoordeelt echter regelmatig IRO's als onderdeel van haar bredere toezichthoudende verantwoordelijkheden. Het Comité controleert de effectiviteit van de interne controle- en risicobeheersingssystemen van het bedrijf, inclusief duurzaamheidsaspecten, en adviseert het bestuur over ESG-gerelateerde onderwerpen. Daarnaast vinden discussies over IRO's plaats tussen de CEO, het Managementcomité en de Group Sustainability Director, om ervoor te zorgen dat deze kritieke kwesties worden aangepakt en opgenomen in de lopende strategieën en activiteiten van het bedrijf.

De verantwoordelijkheden van het Comité staan beschreven in het Corporate Governance Charter (Corporate Governance | Recticel),3 dat een gedetailleerde beschrijving geeft van de taken van het Comité.

Het Audit- en Duurzaamheidscomité heeft in 2025 vier keer vergaderd. Twee van deze vergaderingen waren primair gericht op het beoordelen van de controle van de jaarrekening per 31 december 2024 en de tussentijdse jaarrekening per 30 juni 2025. Daarnaast kwamen tijdens alle vergaderingen belangrijke onderwerpen aan bod, zoals het interne auditprogramma, risicomanagement, compliance, belastingen, IFRS-gerelateerde boekhoudkundige kwesties en duurzaamheidskwesties. Minstens twee van deze vergaderingen bevatten directe besprekingen met de Commissaris en de Group Internal Auditor.

In 2025 onderzocht het Audit- en Duurzaamheidscomité de dubbele materialiteitsanalyse en de IRO's, evenals de voortgang van de afstemming op de CSRD, met de Group Sustainability Director.

In de toekomst zal de duurzaamheidsagenda onderwerpen behandelen zoals, maar niet beperkt tot, aankomende wetgeving, impacts, risico's en kansen (IRO's), vooruitgang op het gebied van CSRDrapportagevereisten, vooruitgang op het gebied van materiële doelstellingen en duurzaamheidsinitiatieven gericht op het verminderen van Scope 1, 2 en 3-emissies.

Het Audit- en Duurzaamheidscomité bestond uit vijf leden in 2025, allen Onafhankelijke Bestuurders.

Dirk Verbruggen, vertegenwoordiger van ROFFOELKIN BV, trad op als secretaris van het Audit- en Duurzaamheidscomité.

De samenstelling van het Comité voldoet aan de bepalingen van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de Belgische Corporate Governance Code. In overeenstemming met artikel 7:100 van het Wetboek van Vennootschappen bevestigt Recticel NV dat de Voorzitter van het Auditen Duurzaamheidscomité, Luc Missorten, over de nodige deskundigheid beschikt op het gebied van boekhouding en audit.

De volgende tabel geeft een overzicht van de individuele aanwezigheidspercentages voor de vergaderingen van het Audit- en Duurzaamheidscomité in 2025.

Naam FUNCTIE AANWEZIGHEIDSPERCENTAGEIN 2025
Luc Missorten 1 Voorzitter 4/4
Wim Dejonghe 2 Lid 4/4
Barbara De Saedeleer 3 Lid 2/2
Ingrid Merckx 4 Lid 1/2
Astrid Rahn 5 Lid 2/2
Elisa Vlerick 6 Lid 4/4

¹ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van LUBIS BV

² in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van D.A.S.T. BV ³ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van FOXFIN BV, vanaf

27/05/2025

4 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van IMRADA BV, tot 27/05/2025

5 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van REF.LEX BV, vanaf 27/05/2025

6 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van MOROXCO BV

D.A.S.T. BV, vertegenwoordigd door Wim Dejonghe was lid van het Audit- en Duurzaamheidscomité tot 2 maart 2026. Hij wordt niet vervangen als lid van het comité.

3 Beschikbaar op https://www.recticel.com/index.php/investors/corporate-governance.html

3.1.6.2 Bezoldigings- en Benoemingscomité

Het Bezoldigings- en Benoemingscomité adviseert de Raad van Bestuur over het bezoldigingsbeleid en bepaalt de individuele bezoldiging van de Bestuurders en de leden van het Managementcomité. Het stelt het Bezoldigingsrapport op en presenteert het aan de Gewone Algemene Vergadering. Het Comité doet ook aanbevelingen over de evaluatie en herbenoeming van Bestuurders en houdt toezicht op de selectie en indiensttreding van nieuwe Bestuurders. Haar taken en verantwoordelijkheden worden gedetailleerd beschreven in het Corporate Governance Charter van de Recticel Group (Corporate Governance | Recticel). 4

Het Bezoldigings- en Benoemingscomité kwam drie keer samen in 2025. Deze vergaderingen behandelden de vaste en variabele vergoeding van het Executive Management en de verkiezing en herverkiezing van Bestuurders. De CEO was aanwezig bij de bespreking van de vergoeding van de andere leden van het Executive Management.

Het Bezoldigings- en Benoemingscomité bestond uit zes leden in 2025, waarvan één Niet-uitvoerend Bestuurder en vijf Onafhankelijke Bestuurders.

Dirk Verbruggen, vertegenwoordiger van ROFFOELKIN BV, trad op als secretaris van het Bezoldigings- en Benoemingscomité.

De samenstelling van het Comité voldoet aan de bepalingen van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, evenals aan de Belgische Corporate Governance Code. In overeenstemming met artikel 7:100 van de Belgisch Wetboek Vennootschappen en Verenigingen bevestigt Recticel NV dat het Bezoldigings- en Benoemingscomité over de vereiste deskundigheid beschikt inzake bezoldigingsbeleid.

De volgende tabel geeft een overzicht van de individuele aanwezigheidspercentages voor de vergaderingen van de Bezoldigings- en Benoemingscomité in 2025.

Naam FUNCTIE AANWEZIGHEIDSPERCENTAGEIN 2025
Wim Dejonghe 1 Voorzitter 3/3
Filip Balcaen 2 Lid 3/3
Frank Coenen 3 Lid 2/3
Barbara De Saedeleer 4 Lid 1/1
Luc Missorten 5 Lid 3/3
Astrid Rahn 6 Lid 1/1

¹ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van D.A.S.T. BV ² in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van BALTISSE NV ³ in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van IRIDI BV 4 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van FOXFIN BV, vanaf 27/05/2025

5 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van LUBIS BV 6 in de hoedanigheid van vast vertegenwoordiger van REF.LEX BV, vanaf 27/05/2025

Het Bezoldigings- en Benoemingscomité voert tijdens een van zijn vergaderingen een informele zelfevaluatie uit van zijn werking en reserveert de nodige tijd om deze te bespreken en te analyseren. In 2021 werd een formele beoordeling uitgevoerd door een externe partner en de resultaten en aanbevelingen werden begin 2022 besproken en geïmplementeerd.

D.A.S.T. BV, vertegenwoordigd door Wim Dejonghe, was tot 2 maart 2026 voorzitter van het Bezoldigingsen Benoemingscomité. Hij wordt niet vervangen als lid van het comité. Vanaf 2 maart 2026 werd Frank Coenen, die IRIDI BV vertegenwoordigt, Onafhankelijk Bestuurder, aangesteld als Voorzitter van het Remuneratie- en Benoemingscomité.

3.2 GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema's door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming

Sinds augustus 2024 staat duurzaamheid als vast agendapunt op elke vergadering van de Raad van Bestuur.

De Raad van Bestuur, ondersteund door het Audit- en Duurzaamheidscomité, zorgt ervoor dat duurzaamheid integraal deel uitmaakt van de bedrijfsstrategie. Sinds augustus 2024 is duurzaamheid een vast agendapunt op elke vergadering van de Raad van Bestuur. Deze besprekingen omvatten de voortgang ten opzichte van de doelen van het Science Based Targets initiative (SBTi) en andere doelen die zijn gesteld voor de materiële onderwerpen, de goedkeuring van de Duurzaamheidsverklaring in het jaarverslag en een uitgebreide beoordeling van de totale blootstelling van de Vennootschap aan materiële ESG-impacts, risicos en kansen (IRO's) en -beleid.

Bij het overzien van de strategie van het bedrijf, belangrijke transacties en risicobeheersingsprocessen, beoordeelt de Raad van Bestuur zorgvuldig de bredere implicaties van materiële IRO's. Dit omvat ook het evalueren van mogelijke afwegingen om zakelijke prioriteiten op de korte termijn in balans te brengen met duurzaamheidsdoelen op de lange termijn. Door deze factoren in overweging te nemen, zorgt de Raad van Bestuur ervoor dat de besluitvorming in lijn is met het streven van het bedrijf naar verantwoorde groei, veerkracht en waardecreatie voor alle stakeholders.

De Voorzitter van het Audit- en Duurzaamheidscomité is, in nauwe samenwerking met de Chief Executive Officer, verantwoordelijk voor het toezicht op de duurzaamheidsdoelen en de daarmee samenhangende impacts, risico's en kansen, en brengt de Raad van Bestuur regelmatig op de hoogte van de voortgang, met inbegrip van de mogelijke gevolgen van toekomstige wetgeving zoals de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten,

die de oude richtlijn inzake ecologisch ontwerp vervangt en digitale productpaspoorten (DPP's) invoert ter wille van de transparantie. Na de Omnibusovereenkomst voldoet de Recticel Group niet aan de drempels die vereist zijn om te rapporteren onder de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), die in 2029 van kracht wordt.

De Chief Executive Officer

is verantwoordelijk voor de duurzaamheidsambities, strategie, rapportering en issue management van het bedrijf. De doelstellingen voor de materiële onderwerpen worden samen met het Managementcomité vastgesteld. De CEO beoordeelt de ESG-strategie met het Auditen Duurzaamheidscomité en de Raad van Bestuur en zorgt voor de implementatie van geschikte duurzaamheidsstandaarden en rapportagekaders. Daarnaast houdt hij toezicht op de voortgang ten opzichte van de door SBTi-goedgekeurde korteen langetermijndoelen en de doelen voor alle materiële onderwerpen, en overlegt hij maandelijks met de Group Sustainability Director om de coördinatie van de duurzaamheidsroadmap en -rapportage van het bedrijf te beoordelen

De rol van de Group Sustainability Director is het bevorderen van de duurzaamheidsagenda van de Recticel Group. Zijn belangrijkste verantwoordelijkheden omvatten:

  • Zorgen voor naleving van milieuregelgeving en -normen en tegelijkertijd inspanningen stimuleren om de ecologische voetafdruk van het bedrijf te verkleinen en duurzaam materiaalgebruik te optimaliseren door middel van gerichte duurzaamheidsprogramma's.
  • Duurzaamheidsinformatie beheren in lijn met huidige raamwerken zoals

CSRD/ESRS, effectief communiceren van voortgang en doelen via verschillende kanalen.

  • Volgen van aankomende wetgeving, richtlijnen en verordeningen die relevant zijn voor de bedrijfsactiviteiten van de Recticel Group, zoals de Construction Products Regulations.
  • De voorbereiding en indiening van de Duurzaamheidsverklaring beheren, toezicht houden op de openbaarmaking van milieugegevens aan CDP en zorgen voor nauwkeurige en op de normen afgestemde ESG-rapportage aan EcoVadis, Morningstar Sustainalytics en S&P Global (zie ook sectie 2.3.7).
  • Voorstellen van duurzaamheidsdoelen en KPI's op groepsniveau aan het Managementcomité, zodat prestaties en voortdurende verbeteringen duidelijk kunnen worden gemeten.
  • Het geven van regelmatige updates en informatiesessies aan het Auditen Duurzaamheidscomité en de Raad van Bestuur over belangrijke impacts, risico's en kansen, zodat zij het inzicht hebben dat nodig is om effectief toezicht te houden op de duurzaamheidsdoelstellingen.

3.3 GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen

Onze betrokkenheid bij het Science Based Targets initiative (SBTi) benadrukt onze inzet voor milieubeheer en bedrijfsverantwoordelijkheid.

Onze betrokkenheid bij het Science Based Targets initiative (SBTi) benadrukt onze inzet voor milieubeheer en bedrijfsverantwoordelijkheid. Een van onze doelstellingen voor de nabije toekomst is het ambitieuze doel om de absolute Scope 1+2 broeikasgasemissies tegen 2030 met 90% te verminderen, uitgaande van een basisjaar 2021. Door het instellen van een ESG-gerelateerde monetaire stimulans voor het beheer van milieukwesties kunnen we dit doel geleidelijk bereiken.

Voor het prestatiejaar 2025 worden de collectieve doelstellingen voor de CEO en de functiehoofden van de Group (Chief Financial Officer, Chief Operations Officer, Chief Human Resources Officer, Chief Information & Digitalisation Officer) bepaald op het niveau van de Groep. Voor divisiemanagers worden de doelstellingen op divisieniveau bepaald.

In 2025 was 5% van de variabele beloning gekoppeld aan duurzaamheidsdoelstellingen. Meer specifiek was de ESG-gerelateerde incentive gekoppeld aan het bereiken van een vermindering van 10% van de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 2023, gemeten aan de hand van de koolstofintensiteit van het productieproces (Scope 1+2). Om de impact van prijsschommelingen te minimaliseren, was deze doelstelling gebaseerd op productievolume in plaats van omzet. De uitbetalingsschaal varieerde van 0% voor reducties van minder dan 5% tot een maximum van 125% voor het behalen van een reductie van 15%. Zoals beschreven in sectie 5.2.7 is de koolstofintensiteit (Scope 1+2) op basis van geproduceerd volume in 2025 met 36,6% gedaald ten opzichte van 2024.

Meer informatie is te vinden in hoofdstuk 6, Bezoldigingsrapport.

3.4 GOV-4 | Due-diligenceverklaring

Onze leveranciers spelen een cruciale rol bij het realiseren van onze duurzaamheidsambities. We zetten ons in voor het bevorderen van duurzame partnerschappen, vanuit de overtuiging dat de transitie naar een koolstofarme samenleving en een circulaire economie alleen kan worden gerealiseerd door gezamenlijke inspanningen.

3.4.1 Onze aankoopvisie

Bij de Recticel Group zetten we ons in om onze ethische, sociale en milieuverantwoordelijkheden na te komen op alle niveaus van onze activiteiten en partnerschappen. Verantwoordelijk inkopen speelt een sleutelrol in onze duurzaamheidsstrategie en leidt ons ertoe om samen te werken met leveranciers die milieuzorg en sterke sociale normen hoog in het vaandel dragen.

Onze leveranciers spelen een centrale rol bij het realiseren van onze duurzaamheidsambities. We zetten ons in voor duurzame partnerschappen, vanuit de overtuiging dat de overgang naar een koolstofarme samenleving en een circulaire economie alleen kan worden gerealiseerd door samen te werken. Door te streven naar een veerkrachtige en duurzame waardeketen, willen we onze strategische doelstellingen halen en tegelijkertijd positieve maatschappelijke en milieueffecten genereren.

Onze samenwerking met leveranciers richt zich op:

  • Koolstofuitstoot verminderen
  • Milieuvriendelijke materialen inkopen • Eerlijke arbeidspraktijken handhaven

Bij het selecteren van nieuwe leveranciers of het evalueren van bestaande partnerschappen geven we prioriteit aan discussies over hun capaciteiten op het gebied van efficiënt materiaalgebruik, het gebruik van hernieuwbare materialen en hun strategieën voor leveranciersbetrokkenheid om onze ambities in het kader van het Science Based Targets initiative (SBTi) te helpen realiseren. Deze gesprekken zijn bedoeld om innovaties van leveranciers af te stemmen op onze doelen om de CO2-voetafdruk te verminderen, waardoor een duurzame en verantwoordelijke waardeketen wordt versterkt.

Aangezien 88% van de koolstofvoetafdruk van de Recticel Group toe te schrijven is aan ingekochte goederen en diensten, is een nauwe samenwerking met onze leveranciers van cruciaal belang om onze klimaatimpact te verminderen en onze SBTidoelstellingen te halen. We hebben aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verzamelen van hoogwaardige milieugegevens van onze leveranciers, waaronder het systematisch bijhouden van hun Scope 1-, 2- en 3-emissies. Elk jaar vragen we onze

belangrijkste Tier 1-leveranciers om productspecifieke emissiegegevens te verstrekken, zodat we niet langer afhankelijk zijn van branchegemiddelden. De belangrijkste productcategorieën die hierbij betrokken zijn, zijn onder meer chemische grondstoffen, facers, minerale wol en staal.

In 2025 werd 73,7% van de Cat. 3.1-emissies berekend aan de hand van leveranciersspecifieke emissiegegevens (primaire gegevens) voor ingekochte producten, een stijging van 5,5% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het is essentieel om voorrang te geven aan leveranciersspecifieke gegevens boven sectorale gemiddelden om hotspots nauwkeurig te identificeren en gerichte acties te stimuleren die de koolstofvoetafdruk van onze ingekochte goederen verminderen.

CAT. 3.1 GEKOCHTE GOEDEREN EN DIENSTEN LEVERANCIERSPECIFIEKE EMISSIEGEGEVENS

(zie sectie 5.2.7)

Recticel Group heeft een Gedragscode opgesteld met bijhorende beleidslijnen en procedures voor zakelijk gedrag op basis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en de fundamentele conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Er zijn in het verslagjaar geen gevallen onder de aandacht van het Compliance Committee gebracht die erop wijzen dat Recticel Group de wet heeft overtreden op het gebied van mensenrechten, corruptie, eerlijke concurrentie of belastingheffing. Recticel Group heeft in deze periode geen contact gehad met het OESO National Contact Point of het Business and Human Rights Resource Centre.

Indien een negatieve impact aan de kant van een leverancier wordt vastgesteld, zal de Recticel Group een non-conformiteitsrapport opstellen en samen met de leverancier een gedetailleerd actieplan ontwikkelen en een tijdschema opstellen om naleving te waarborgen.

de bedrijfsactiviteiten milieuvriendelijk en ethisch verantwoord worden uitgevoerd. Hoewel oorspronkelijk gepland voor 2025, zal een bijgewerkte versie van de RSSR in 2026 worden gepubliceerd. Wij verwachten van onze zakenpartners dat zij de in de RSSR uiteengezette principes naleven, deze doorgeven aan hun eigen leveranciers, onderaannemers en zakenpartners, en redelijke maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat deze belanghebbenden zich hieraan houden. Indien ondertekening van de

waardigheid worden behandeld en dat

De Recticel Supplier Sustainability Requirements (RSSR) vormen de basis van onze zakelijke relaties met leveranciers en zijn dus een integraal onderdeel van onze contracten voor de goederen en diensten die we inkopen.

3.4.2 Onze due diligence-procedure voor mensenrechten in de toeleveringsketen

De RSSR bevat de vereisten om ervoor te zorgen dat de arbeidsomstandigheden in de toeleveringsketen veilig zijn, dat werknemers met respect en

RSSR niet haalbaar is, vragen wij om bewijs dat hun praktijken voldoen aan de normen die zijn uiteengezet in onze Gedragscode en de RSSR.

De RSSR vormen een integraal onderdeel van de Algemene Voorwaarden van de Recticel Group en zijn beschikbaar op onze bedrijfswebsite. Wanneer de contractuele relatie met onze leveranciers niet wordt beheerst door de Algemene Voorwaarden van de Recticel Group, eisen wij van de leveranciers dat zij ons ofwel een ondertekende versie van de RSSR verstrekken, ofwel bewijs leveren dat zij principes naleven die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgelegd in onze Gedragscode en de RSSR.

Van leveranciers wordt verwacht dat ze zich hieraan houden:

  • De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de twee aanvullende verdragen (het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten).
  • De tien principes van het Global Compact van de Verenigde Naties.
  • De Fundamentele Conventies van de International Labor Organisation (ILO), inclusief de ILO Verklaring over Fundamentele Principes en Rechten op het Werk.

Onze mensenrechtenprocedure is ontworpen om mogelijke problemen binnen de toeleveringsketen te identificeren, te beoordelen en aan te pakken. Dit proces omvat:

  • Van leveranciers eisen dat ze de Recticel Supplier Sustainability Requirements (RSSR) ondertekenen en hun gedragscode of gelijkwaardig beleid indienen.
  • Zelfbeoordelingsvragenlijsten verspreiden onder leveranciers.
  • Evalueren of er corrigerende maatregelen nodig zijn om negatieve impacts voor mensen binnen de toeleveringsketen te beperken.

Dit proces wordt jaarlijks geëvalueerd en in 2025 werden geen mensenrechtenkwesties vastgesteld. Voor de toekomst versterken we onze inspanningen op het gebied van due diligence in de gehele waardeketen, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts.

Hoewel we momenteel niet onder het toepassingsgebied van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) vallen, zetten we ons in voor de onderliggende principes ervan.

3.4.3 Productbeheer

Productbeheer werd geïdentificeerd als een belangrijk onderwerp en is gekoppeld aan sectie 5.5, Governance | G1 Zakelijk gedrag. Gerelateerde IROinformatie is te vinden in sectie 4.3.

Productbeheer staat centraal in onze aanpak bij het inkopen, verwerken en beheren van grondstoffen zoals chemische en niet-chemische grondstoffen, staal en minerale wol. Door prioriteit te geven aan duurzaamheid, veiligheid en naleving van regelgeving zorgen we ervoor dat de materialen die we gebruiken bijdragen aan een veiligere werkplek, een gezonder milieu en een meer circulaire economie. Onze inzet voor verantwoorde aankoop, afvalvermindering en recycling benadrukt onze toewijding aan het minimaliseren van onze impact op het milieu en het bevorderen van duurzaamheid op de lange termijn.

We zijn toegewijd aan het uitvoeren van onze activiteiten op een manier die prioriteit geeft aan de gezondheid en veiligheid van onze werknemers, aannemers, upstream transporteurs, downstream transporteurs van bouwmaterialen en het algemene publiek. Deze toewijding, die is gebaseerd op onze kernwaarden van respect en integriteit, wordt weerspiegeld door onze niet aflatende aandacht voor veiligheid.

Voor de Tier 1-materialen die we inkopen – chemische en nietchemische grondstoffen, staal en minerale wol – hanteren we een allesomvattende aanpak voor aankoop, verwerking en afvoer. Dit zorgt ervoor dat duurzaamheid en veiligheid integraal deel uitmaken van onze activiteiten, wat wordt bereikt door

nauwe samenwerking tussen aankoop-, logistieke en operationele teams.

We werken ook samen met industriegroepen, voeren grondig literatuuronderzoek uit en maken gebruik van marktinformatie om diepere inzichten te krijgen in producten, organisaties en de dynamiek van de toeleveringsketen buiten de Tier 1-leveranciers om, waardoor we een duidelijker beeld krijgen van de toeleveringsketens.

3.4.3.1 Belangrijke impacts, risico's en kansen

De activiteiten van de Recticel Group stellen haar inherent bloot aan verschillende milieurisico's door het gebruik van potentieel gevaarlijke materialen, zoals chemische grondstoffen, in haar ontwikkelingsen productieprocessen. Hoewel verontreiniging niet volledig kan worden uitgesloten, beperkt het bedrijf deze risico's door middel van een streng industrieel beleid om milieuschade te voorkomen. Gedetailleerde crisisbeheersingsplannen met reactiemechanismen en strategieën om de impacts te beperken, zijn binnen de hele organisatie verspreid.

De behandeling van gevaarlijke materialen kan gezondheidsrisico's inhouden voor werknemers en bezoekers, vooral wanneer de veiligheidsprotocollen van de Recticel Group niet worden nageleefd. Bovendien kan veranderende milieuregelgeving aanzienlijke zakelijke uitdagingen met zich meebrengen, die mogelijk leiden tot hogere nalevingskosten of operationele aanpassingen. Als dergelijke voorschriften niet worden nageleefd, kan dit leiden tot wettelijke aansprakelijkheid of schade aan de activiteiten van het bedrijf.

Chemische producten

• Certificering van leveranciers: Al onze leveranciers van chemische grondstoffen hebben de Recticel Supplier Sustainability Requirements (RSSR) ondertekend of gelijkwaardige documentatie verstrekt waarin wordt bevestigd dat ze voldoen aan de EHS-normen (Environmental, Health and Safety). Ze houden zich aan zowel lokale als internationale regelgeving, waaronder REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals). Daarnaast zijn onze leveranciers er verantwoordelijk voor dat hun

upstream transporteurs voldoen aan alle wettelijke vereisten voor het veilig transporteren en behandelen van hun goederen.

  • • Veilige hantering en opslag: Safety Data sheets (SDS), de juiste etikettering en opleiding van werknemers worden gebruikt om veilig transport, opslag en verwerking van chemische stoffen te garanderen. Dit is vooral belangrijk om morsen, lekken of blootstelling aan gevaarlijke materialen te voorkomen. In onze productieprocessen leggen we strikte veiligheidsregels en -procedures op. Alle chemische producten die in de productie worden gebruikt, worden onderworpen aan strenge goedkeuringsprocessen onder toezicht van lokale HS&E managers. Daarnaast worden chemische producten veilig opgeslagen en regelmatig geïnspecteerd, waarbij Safety Data Sheets (SDS) altijd beschikbaar zijn als referentie. Om de veiligheid verder te versterken, voeren we oorzaakanalyses uit van kritieke activiteiten en implementeren we waar nodig corrigerende en preventieve maatregelen. Onze fabrieken voldoen aan strenge veiligheidsvoorschriften en de meeste vestigingen zijn ISO 14001-gecertificeerd. We leggen de nadruk op het opleiden van werknemers en aannemers die met chemische producten werken, zodat ze weten hoe ze veilig met chemische producten moeten omgaan, persoonlijke beschermingsmiddelen moeten gebruiken en noodprocedures moeten volgen.
  • • Beheer aan het einde van de levensduur (End-of-Life): Terwijl we voortdurend werken aan de vermindering van gevaarlijk afval, schakelen we alleen gecertificeerde

afvalverwerkingsdiensten in, die ervoor zorgen dat het afval wordt verwijderd in overeenstemming met de milieuwetgeving om verontreiniging van natuurlijke ecosystemen te voorkomen.

Niet-chemische producten

  • • Duurzame aankoop: We onderzoeken het potentieel van recycleerbare en hernieuwbare materialen (bijv. silica, verpakkingsmaterialen, papier, aluminium en karton) om de druk op natuurlijke hulpbronnen te verminderen en een circulaire economie te ondersteunen. Vanaf het tweede kwartaal van 2026 exploiteert de Recticel Group een hoogwaardige fabriek voor gerecycled polyol die intern PIR-afval gebruikt om grondstoffen te produceren voor nieuwe hoogwaardige isolatieplaten, waardoor de afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen wordt verminderd en zowel de prestaties als de circulariteit van onze producten worden verbeterd (zie sectie 5.3.3).
  • • Afvalvermindering: Niet-chemisch afval kan een aanzienlijke impact hebben op stortplaatsen. Om dit aan te pakken, implementeren we waar mogelijk strategieën om materialen te verminderen, te hergebruiken en te recycleren, terwijl we leveranciers ook aanmoedigen om milieuvriendelijke verpakkingen te gebruiken.

Staal

  • • Duurzame aankoop: We werken met leveranciers die energiezuinige staalproductieprocessen gebruiken, die gerecycleerd staal gebruiken en een lagere impact op het milieu hebben dan traditionele productiemethoden.
  • • Recycling en circulaire economie: Staal is zeer goed herbruikbaar, waardoor het een belangrijk materiaal is voor onze inspanningen

op het gebied van de circulaire economie. We zorgen ervoor dat staalschroot uit onze activiteiten wordt gerecycled en dat gerecycleerd staal waar mogelijk wordt verwerkt in nieuwe producten.

  • • Duurzaamheid: De lange levensduur van staal maakt het een milieuvriendelijke keuze; producten gemaakt van hoogwaardig staal hoeven doorgaans minder vaak vervangen te worden, waardoor de totale vraag naar grondstoffen en energie afneemt.
  • • Beheer aan het einde van de levensduur (End-of-Life): Zodra een staalproduct het einde van zijn levenscyclus heeft bereikt, kan het zonder kwaliteitsverlies worden gerecycleerd. We werken samen met gecertificeerde recycleerders om ervoor te zorgen dat ons staalafval op verantwoorde wijze wordt verwerkt en opnieuw in de productiecyclus wordt opgenomen.

Minerale wol

  • • Duurzame aankoop: We betrekken minerale wol van leveranciers die milieuvriendelijke processen gebruiken en gerecycleerde materialen gebruiken om een circulair productiemodel te ondersteunen.
  • • Gezondheid en veiligheid: Wij kopen minerale wol producten die voldoen aan veiligheidscertificeringen zoals de EUCEB (European Certification Board for mineral wool products).
  • • Afvalvermindering en recycling: We streven ernaar afval van minerale wol te minimaliseren door het materiaalgebruik in de bouw en fabricage te optimaliseren. Daarnaast ondersteunen we inspanningen om minerale wol te recycleren.

3.4.3.2 In kaart brengen van due diligence proces in de Duurzaamheidsverklaring

De belangrijkste aspecten en stappen van due diligence komen overeen met verschillende sectoroverstijgende en specifieke informatievereisten onder het ESRS. De mapping hieronder illustreert hoe en waar deze aspecten en stappen van het due diligence-proces zijn opgenomen in deze Duurzaamheidsverklaring.

Due diligence-element OPENBAARMAKINGSPLICHT SECTIE BESCHRIJVING PAGINA MENS MILIEU
3.2 GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema's door bestuurs-,leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming 52 X X
3.3 GOV-3: Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen 54 X X
en bedrijfsmodel ESRS 2 GOV-3 2 Toonaangevend in toekomstgerichte isolatie 14 X X
4.3 Navigeren door het landschap van impacts, risico's en kansen 83 X X
5 ESG-informatie 96 X X
3.2 GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema's door bestuurs-,leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming 52 X X
2 Toonaangevend in toekomstgerichte isolatie 14 X X
ESRS 2- GOV-2: 23 X
ESRS 2 GOV-2a) Due diligence verankeren in bestuur, strategieESRS 2 SBM-32.3Ons bedrijfsmodel en onze strategieESRS 2 SBM-2ESRS 2 IRO-14.2De kracht van dubbele materialiteit4.3Navigeren door het landschap van impacts, risico's en kansen5ESG-informatieb) Betrokken partijen betrekken bij alle belangrijke3Behoorlijk bestuurstappen van het due diligence-onderzoek5.2.3E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie5.3.2E5-1 Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie5.4.2S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeelESRS 2 MDR-PThematische ESRS5.5.2G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur5.5.45.5.5G1-3 Preventie en opsporing van corruptie of omkoping5.5.7G1-5 Politieke invloed en lobbyactiviteiten4.2De kracht van dubbele materialiteitESRS 2 IRO-14.3Navigeren door het landschap van impacts, risico's en kansen5ESG-informatie3Behoorlijk bestuurc) Nadelige impacts identificeren en beoordelen2Toonaangevend in toekomstgerichte isolatieESRS 2 SBM-34.3Navigeren door het landschap van impacts, risico's en kansen5ESG-informatie 77 X X
83 X X
96 X X
41 X
110 X
131 X
147 X
162 X X
G1-2 Beheer van relaties met leveranciers en gevolgen voor onze toeleveringsketen 166 X X
168 X
169 X X
77 X X
83 X X
96 X X
41 X
14 X X
83 X X
96 X X
Due diligence-element OPENBAARMAKINGSPLICHT SECTIE BESCHRIJVING MENS MILIEU
5.2.2 E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie 108 X
c) Nadelige impacts identificeren en beoordelen Thematische ESRS 5.2.5 E1-4 Doelen inzake klimaatmitigatie 114 X X
5.2.7 E1-6 Bruto Scope 1, 2, 3 emissies en totale broeikasgasemissies 119 X
5.2.4 E1-3 Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering 112 X
d) Actie ondernemen om deze negatieve impacts ESRS 2 MDR-A 5.3.3 E5-2 Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie 133 X
aan te pakken Thematische ESRS 5.2.2 E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie 108 X
5.4.5 S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel 152 X
5.2.5 E1-4 Doelen inzake klimaatmitigatie 114 X X
5.3.4 E5-3 Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie 136 X
5.4.6 S1-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen vanpositieve impacts en het beheersen van materiële risico's en kansen 154 X
5.2.6 E1-5 Energieverbruik en energiemix 116 X
5.2.7 E1-6 Bruto Scope 1, 2, 3 emissies en totale broeikasgasemissies 119 X
5.2.8 Vermeden emissies 127 X
5.3.5 E5-4 Materiaalinstromen 138 X
e) De effectiviteit van deze inspanningen ESRS 2 MDR-MESRS 2 MDR-T 5.3.6 E5-5 Materiaaluitstromen 140 X
bijhouden en communiceren Thematische ESRS 5.4.7 S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming 155 X
5.4.12 S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden 157 X
5.4.13 S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven 158
5.4.14 S1-15 Werk-privé balance PAGINAX159X159X162X169X170X
5.4.15 S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten
5.5.2 G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur
5.5.6 G1-4 Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping
G1-6 Betalingspraktijken

3.5 GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage

Om risico's en onzekerheden effectief aan te pakken, maken we gebruik van een gestructureerd risicobeheerkader dat het mogelijk maakt om zowel risico's als kansen proactief te identificeren en te beheren.

3.5.1 Risicobeheersing en governance

De competitieve omgeving waarin de Recticel Group actief is, vereist dat we risico's aanvaarden, zoals investeringsrisico's, terwijl bedrijfsresultaten worden geleverd door kansen te grijpen. Risico's die een invloed hebben op het vermogen van de Recticel Group om haar bedrijfsdoelstellingen te bereiken, worden typisch geïdentificeerd op verschillende momenten in de bedrijfscyclus. Voor bepaalde risico's, zoals risico's met betrekking tot gezondheid en veiligheid en zakelijk gedrag, hanteert Recticel een nultolerantie.

Om risico's en onzekerheden effectief aan te pakken, maken we gebruik van een gestructureerd risicomanagementraamwerk dat proactieve identificatie en management van zowel risico's als kansen mogelijk maakt.

De risicobeoordeling van de Recticel Group omvat een groepsbrede top-down en bottom-up risicobeoordeling om de waarschijnlijkheid van optreden en de potentiële impact van risico's op Recticel te bepalen op inherent en restniveau, wat leidt tot een risicoregister. Recticel Group beoordeelt risico's, waaronder klimaatgerelateerde risico's, aan de hand van vijf dimensies - financieel, reputatie, juridisch/reglementair, vermogen om te voldoen aan de verwachtingen van stakeholders en vermogen om strategische doelen te bereiken - en evalueert ze met betrekking tot hun potentiële impact en waarschijnlijkheid. Klimaatgerelateerde risico's worden opgesplitst in transitierisico's en fysieke risico's.

Financiële risicobeheersing

Voor een samenvatting van de financiële risico's, zie sectie 7.2.5.18 van het Financieel rapport.

Duurzaamheidsrisicobeheersing

Transitierisico's

Dit zijn risico's die verband houden met de voortdurende verschuiving naar een duurzamere economie met net-zero uitstoot en de verwezenlijking van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Deze verschuiving is nauw verbonden met strengere regelgeving, technische vooruitgang en veranderingen in consumentenvoorkeuren en verwachtingen van stakeholders. Al deze factoren kunnen bestaande bedrijfsmodellen, waardeketens, activiteiten, algehele

naleving en onze winstgevendheid op de proef stellen of verstoren.

Fysieke risico's

Fysieke klimaatrisico's vloeien voort uit zowel acute gebeurtenissen (bijv. overstromingen, stormen en hittegolven) als chronische veranderingen (bijv. stijgende temperaturen, verschuivende neerslagpatronen en zeespiegelstijging).

In het boekjaar 2025 heeft de Recticel Group een fysieke klimaatrisicobeoordeling uitgevoerd voor haar eigen activiteiten, met inbegrip van alle productielocaties. Het doel is om de blootstelling en kwetsbaarheid van activa voor klimaatgerelateerde gevaren in kaart te brengen en de operationele veerkracht te versterken.

De beoordeling volgde een gestructureerde aanpak die bestond uit:

(1) identificatie van relevante gevaren, (2) scenarioanalyse voor 2030 en 2050 op basis van twee klimaatscenario's (SSP2-4.5 en SSP5-8.5), en (3) evaluatie van bestaande en potentiële aanpassingsmaatregelen.

De Groep definieert tijdshorizonten als kortetermijn (0–3 jaar), middellangetermijn (3–10 jaar) en langetermijn (>10 jaar), afgestemd op operationele planningscycli, strategische planning en de levensduur van activa.

De resultaten geven aan dat alle locaties aan ten minste één klimaatrisico zijn blootgesteld; het algemene risiconiveau wordt momenteel echter als beperkt beoordeeld. Vier locaties kregen prioriteit voor verdere analyse op basis van hun gecombineerde blootstelling, kwetsbaarheid en operationele kriticiteit.

In het boekjaar 2026 zal de beoordeling verder worden verbeterd door een gedetailleerde evaluatie van de gevoeligheid van activa op te nemen, met inbegrip van factoren zoals de robuustheid van activa en mogelijke operationele verstoringen. Dit zal het mogelijk maken om de bruto fysieke risico's te identificeren vóór de mitigatie. De beoordeling ondersteunt de evaluatie van bestaande maatregelen en de ontwikkeling van een gestructureerd aanpassingsplan.

Tabel 1: Reikwijdte en methodologie

Reikwijdte eigen activiteiten (alle productielocaties)
Beoordeeldegevaren 12 fysieke gevaren (acuut en chronisch)
Methodologie gevarenkaart, scenarioanalyse,gevoeligheidsbeoordeling, evaluatie vanaanpassingsmaatregelen

Tabel 2: Klimaatscenario's en tijdshorizonten

Scenario SSP2-4.5 Temperatuur: +2,5 °C Tijdshorizon:2030/2050 Belangrijkste factoren: temperatuur,neerslag, extreme weersomstandigheden
Scenario SSP5-8.5 Temperatuur: +4 °C Tijdshorizon:2030/2050 Belangrijkste factoren: temperatuur,neerslag, extreme gebeurtenissen

Tabel 3: Belangrijkste resultaten van de fysieke risicobeoordeling

Beoordeeldelocaties alle operationele locaties
Blootstelling alle locaties blootgesteld aan >= 1 gevaar
Locaties met eenhoger risico 4 locaties geïdentificeerd
Belangrijkstegevaren tropische cyclonen, stormen, hittegolven/hittestress, extreme sneeuwval, zware regenval

Tabel 4: Aanpak van de risicobeoordeling

Blootstelling locatiegebaseerde gevarenanalyse
Gevoeligheid beoordeling van robuustheid, kriticiteit,verstoringspotentieel
Risicoresultaat identificatie van grove fysieke risico's (vóórrisicobeperking)
  • Beleid & regelgeving
  • Aansprakelijkheid
  • Technologie en processen
  • Klanten
  • Zakelijke partners
  • Trends en voorkeuren

FYSIEKE RISICO'S

  • Extreem weer
  • Klimaatverandering
  • Verontreiniging
  • Energievoorziening
  • Overstromingen/wildbranden
  • Ongelijkheden
  • Schaarste aan primaire grondstoffen

Zie sectie 4.3 voor meer inzicht in onze IRO-identificatie en -beoordeling.

De Raad van Bestuur van Recticel, ondersteund door het Audit- en Duurzaamheidscomité, is eindverantwoordelijk voor het toezicht op adequaat risicobeheersing. Dit omvat het identificeren en beoordelen van risico's, het implementeren van effectieve controlemaatregelen en het behouden van zichtbaarheid over de totale risicoblootstelling van de Recticel Group terwijl deze wordt afgewogen tegen de risicobereidheid van het bedrijf. De afdeling Internal Audit biedt onafhankelijke en objectieve zekerheid om de activiteiten te verbeteren door middel van de voortdurende evaluatie van risicobeheersing, controleen bestuursprocessen.

Onze strategie voor risicobeheersing is erop gericht de blootstelling aan potentiële risico's te minimaliseren en tegelijkertijd strategische afwegingen te maken bij het nastreven van de lange- en kortetermijndoelen van het bedrijf.

TRANSITIERISICO'S MOGELIJKE IMPACTS R E L E V A N T E

  • Verstoring van product/operatie (bijv. stroom, transport, water, beschikbaarheid)
  • Verstoringen in de toeleveringsketen
  • Fysieke schade aan activa (en stijgende verzekeringskosten)
  • Schaarste aan grondstoffen (bijv. water, energie, voedsel)
  • Veranderingen in de vraag naar producten/diensten
  • Boetes en rechtszaken
  • Gezondheid en veiligheid
  • Beperkte toegang tot kapitaal en financiering
  • Sociaal en beleggersactivisme

RISICOGEBIEDEN

  • Strategisch risico • Reputatierisico
  • Risico dat niet aan de marktverwachtingen wordt voldaan
  • Financieel risico • Wettelijk/ regelgevingsrisico

3.5.2 Interne controles op duurzaamheidsrapportage

Een cruciale uitdaging voor de Raad van Bestuur en het Executive Management is het bepalen van de mate van onzekerheid die ze bereid zijn te aanvaarden terwijl ze streven naar waardecreatie. Optimale waarde wordt bereikt wanneer groei en rendement effectief in evenwicht zijn met de bijbehorende risico's.

Het raamwerk voor interne controle en risicobeheersing van de Recticel Group is gebaseerd op het COSOmodel (Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission) en voldoet aan de Belgische Corporate Governance Code. Dit kader is afgestemd op de specifieke omvang en operationele behoeften van de Recticel Group.

Momenteel is er geen specifiek intern controlemechanisme dat alleen gericht is op het beheren van ESG-impacts, risico's en kansen. Deze factoren worden echter actief gemonitord en beheerd via bredere operationele en strategische kaders, zodat ze effectief worden geïntegreerd in onze algehele besluitvormingsprocessen.

De Group Gedragscode, die van toepassing is op alle bestuurders, managers en werknemers van de Recticel Group, vormt de basis van dit kader. Deze gedragscode, die beschikbaar is op onze bedrijfswebsite, behandelt kritieke domeinen zoals ethiek, veiligheid, gezondheid, milieuverantwoordelijkheid, kwaliteit, belangenconflicten en naleving van de antitrustwetgeving.

De financiële verslaglegging en controles worden geregeld door de accountinghandleiding, accountingmethodologie en kostenberekeningsmethodologie van het bedrijf, waarin de beslissingsbevoegdheid en verantwoordelijkheden duidelijk zijn vastgelegd. We automatiseren onze rapportage van ESG-gegevens in een platform dat direct verbonden is met onze financiële rapportage en dat wordt beheerd door het financiële team van het bedrijf. Waar nodig worden waarborgen geïmplementeerd om gegevensbeveiliging en vertrouwelijkheid van financiële en nietfinanciële informatie te beschermen.

In het geval van inbreuken op het interne beleid of externe regelgeving heeft de Recticel Group een klokkenluidersbeleid opgesteld en geactualiseerd. Dit beleid biedt een duidelijk mechanisme voor het melden van gedrag dat mogelijk in strijd is met de Gedragcode, het bedrijfsbeleid of wettelijke vereisten. Dit beleid is ook beschikbaar op de bedrijfswebsite. 5

3.6 Toepasselijke referentiecode en regels

Het beleid inzake grondstoffengebruik en de circulaire economie geldt voor alle divisies, vestigingen en wereldwijde toeleveringsketens van de Recticel Group.

-Stefaan Roegiers Plant Manager Recticel Insulation Wevelgem

Recticel Group stelt haar Corporate Governance Charter ter beschikking op haar bedrijfswebsite,6 in overeenstemming met de Belgische Corporate Governance Code, die kan worden gedownload van de Corporate Governance Committee.7 Het Charter beschrijft de bestuursstructuur en het bestuursbeleid van het bedrijf, met inbegrip van de rollen en verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur.

Recticel Group bevestigt haar keuze voor een monistische (one-tier) bestuursstructuur zoals gedefinieerd door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Onder deze structuur is de Raad van Bestuur bevoegd om alle handelingen te stellen die nodig of nuttig worden geacht om de doelstellingen van de Vennootschap te verwezenlijken, met uitzondering van de handelingen die wettelijk zijn voorbehouden aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering. Deze bevoegdheid is niet verder beperkt in de statuten van de Vennootschap.

3.6.1 Toepasselijke referentiecode 3.6.3 Handel met voorkennis en 3.6.2 Transacties en andere contractuele banden tussen de vennootschap en leden van de Raad van Bestuur of leden van het Managementcomité

De Gedragscode en Dealing Code van de Groep beschrijven het beleid van de Vennootschap inzake transacties met verbonden partijen die niet onder de wettelijke regeling inzake belangenconflicten vallen. In 2025 deed zich geen belangenconflict voor tussen een bestuurder en de Vennootschap zoals bedoeld in artikel 7:96 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

marktmanipulatie

Het beleid van de Vennootschap inzake de preventie van handel met voorkennis en marktmanipulatie wordt nader toegelicht in de Recticel Group Dealing Code. Deze maatregelen omvatten de invoering van beperkingen op de uitvoering van transacties ('gesloten periodes') die sinds 2006 van toepassing zijn. Het Compliance Committee is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van deze voorschriften.

6 https://www.recticel.com/index.php/investors/corporate-governance. html https://corporategovernancecommittee.be/en/

3.6.4 Relaties met de referentieaandeelhouders

Hierna volgt een overzicht van de aandeelhouders die, overeenkomstig de wettelijke vereisten, een kennisgeving hebben ingediend bij de Vennootschap en de FSMA.

Naam DATUM VAN KENNISGEVING AANTAL AANDELEN PERCENTAGE AANDELEN OP HETMOMENT VAN KENNISGEVING ¹ PERCENTAGE AANDELEN OPBALANSDATUM PERCENTAGE VAN DE AANAANDELEN VERBONDENSTEMRECHTEN OP BALANSDATUM ²
Eigen aandelen 13-05-2015 326.800 0,61% 0,58% 0,00%
Spring Holdco BV 12-05-2022 15.262.301 27,20% 26,89% 27,05%
Spring Holdco BV 600.748 3 1,06% 1,06%
Spring Holdco BV 540.083 4 0,95% 0,96%
Totaal Spring Holdco BV 16.403.132 28,90% 29,07%
Janus Henderson Group Plc 22-05-2023 1.698.929 3,02% 2,99% 3,01%
Janus Henderson Group Plc 23-01-2024 1.126.271 2,00% 1,98% 2,00%
Total Janus Henderson Group Plc 2.825.200 4,98% 5,01%
Degroof Petercam Asset Management 02-05-2024 1.699.862 3,02% 3,00% 3,01%
Publiek Niet van toepassing 35.497.926 62,55% 62,91%
Totaal (exclusief eigen aandelen) 56.426.120 100,00%
Totaal (inclusief eigen aandelen) 56.752.920 100,00%

1 Het percentage aandelen wordt berekend op basis van het aantal bestaande aandelen op het moment van de kennisgeving. 2 Het percentage stemrechten is berekend op basis van de 56.105.920 bestaande aandelen per 12/05/2022 op basis van de informatie die de Vennootschap heeft ontvangen van haar aandeelhouders per 12/05/2022, wat kan afwijken van de werkelijke situatie. De berekening is aangepast om rekening te houden met de opschorting van het stemrecht van de 326.800 eigen aandelen die de Vennootschap houdt, zoals voorzien door de wet. 3 Aantal aandelen aangekocht door Spring Holdco BV op 19/10/2022, 12/12/2022 en 16/12/2022. 4 Aantal aandelen aangekocht door Spring Holdco BV in september en november 2024.

De Vennootschap heeft geen relatieovereenkomst gesloten met haar hoofdaandeelhouder, Baltisse NV, in overeenstemming met principe 8.7 van de Belgische Corporate Governance Code, aangezien de belangen van de hoofdaandeelhouder op adequate wijze worden vertegenwoordigd door zijn deelname aan de Raad van Bestuur. Details over de kapitaalstructuur van de Vennootschap, inclusief het aantal aandelen en warrants/ inschrijvingsrechten, zijn beschikbaar op de bedrijfswebsite (Aandeleninformatie | Recticel).8

Wijzigingen aan de statuten van Recticel NV vereisen naleving van de bijzondere meerderheden die door de wet en artikel 37 van de statuten zijn voorgeschreven.

De Raad van Bestuur legt zijn voorstellen voor de benoeming of herverkiezing van Bestuurders voor aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering. Het Bezoldigings- en Benoemingscomité beveelt één of meerdere kandidaten aan de Raad van Bestuur aan, rekening houdend met de behoeften van de onderneming en volgens de benoemingsprocedure en de selectiecriteria die de Raad van Bestuur daartoe heeft opgesteld. De samenstelling van de Raad van Bestuur op wordt bepaald op basis van de nodige diversiteit en complementaire vaardigheden, ervaring en kennis.

De Jaarlijkse Algemene Vergadering benoemt de bestuurders van haar keuze met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bestuurders kunnen ook "ad nutum" worden ontslagen door de Jaarlijkse Algemene Vergadering met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen, voordat hun mandaat normaal afloopt.

Als een plaats van bestuurder vrijkomt door aftreden, onbekwaamheid of overlijden, kan de Raad van Bestuur voorlopig in de vacature voorzien, op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité.

Er zijn geen wettelijke of statutaire beperkingen op de overdracht van effecten. Er zijn geen effecten met bijzondere controlerechten. Er zijn geen wettelijke of statutaire beperkingen op de uitoefening van het stemrecht, op voorwaarde dat de aandeelhouder wettelijk vertegenwoordigd is op de Gewone Algemene Vergadering en zijn stemrecht niet om enige reden is opgeschort.

Er zijn geen overeenkomsten tussen de Vennootschap en haar bestuurders of werknemers die voorzien in vergoedingen na een openbaar overnamebod, het aftreden of vertrek van de bestuurders zonder geldige reden, of de beëindiging van het dienstverband van de werknemers.

De volgende overeenkomsten, waarbij de Vennootschap partij is, bevatten een clausule die van kracht wordt in geval van een wijziging van de zeggenschap over Recticel NV: De Recticel-aandelenoptieplannen

van juni 2019, maart 2020, maart 2021, mei 2022, juni 2023, juni 2024 en juni 2025 (warrantplannen juni 2019, maart 2020, maart 2021, mei 2022, juni 2023, juni 2024 en juni 2025) uitgegeven door de Raad van Bestuur bevatten een clausule 6.2./5.2 die de begunstigden het recht geeft om hun warrants, indien van toepassing onder de door de Raad van Bestuur vastgestelde voorwaarden, onmiddellijk uit te oefenen in geval van een wijziging van zeggenschap (dat wil zeggen in geval van een overdracht, in één of meer transacties, van meer dan vijftig procent (50%) van de stemrechten) of in geval van de

lancering van een openbaar bod tot aankoop van aandelen.

Deze clausule is uitdrukkelijk goedgekeurd door de Gewone Algemene Vergadering van Recticel NV.

Overeenkomstig artikel 7:151 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen vereist een dergelijke clausule de goedkeuring van de Jaarlijkse Algemene Vergadering.

De Raad van Bestuur is niet op de hoogte van aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding geven tot beperkingen op de overdracht van effecten en/of de uitoefening van stemrechten.

Bij besluit van de Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 25 mei 2021 werd een toegestaan kapitaal gecreëerd gelijk aan 5% van het geplaatst kapitaal met een geldigheidsduur van vijf jaar, waardoor de Raad van Bestuur maximaal 2.791.971 nieuwe Recticelaandelen kan uitgeven, uitsluitend te gebruiken in het kader van de voorkeurrechtenplannen voor de leidinggevenden en het personeel van de Recticel Group. De Raad heeft deze machtiging tweemaal gebruikt in het kader van het aandelenoptieplan van Recticel:

  • in 2021 werden 475.000 inschrijvingsrechten uitgegeven;
  • in 2022 werden 320.000 inschrijvingsrechten uitgegeven;
  • in 2023 werden 350.000 inschrijvingsrechten uitgegeven;
  • in 2024 werden 492.500 inschrijvingsrechten uitgegeven;
  • in 2025 werden 412.500 inschrijvingsrechten uitgegeven.

De verlenging van deze machtiging zal ter stemming worden voorgelegd aan de aandeelhouders tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering van 26 mei 2026.

De Raad van Bestuur is gemachtigd om eigen aandelen van de Vennootschap te verwerven, op voorwaarde dat de fractiewaarde van de aandelen van de Vennootschap in portefeuille niet meer bedraagt dan 20% van het geplaatst kapitaal, tegen een eenheidsprijs die niet meer dan 20% lager mag zijn dan het gemiddelde van de laatste 20 slotkoersen op Euronext Brussel voorafgaand aan de datum van verwerving, en niet hoger dan datzelfde gemiddelde plus 20%. Deze machtiging tot aankoop en verkoop was geldig tot 9 juli 2025. De verlenging van deze machtiging werd ter stemming voorgelegd aan de aandeelhouders tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering van 27 mei 2025, maar werd verworpen. Deze machtiging zal opnieuw ter stemming worden voorgelegd aan de aandeelhouders tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering op 26 mei 2026.

8 https://www.recticel.com/investors/share-information.html

3.7 Externe audit

De externe controle van de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekening van Recticel NV werd door de Jaarlijkse Algemene Vergadering van 2021, hernieuwd door de Jaarlijkse Algemene Vergadering van 28 mei 2024, toevertrouwd aan de vennootschap onder vorm van een coöperatieve vennootschap met beperkt aansprakelijkheid PwC Bedrijfsrevisoren BV, met maatschappelijke zetel te Culliganlaan 5, B-1831 Diegem, België, vertegenwoordigd door Wouter Coppens BV, zelf vertegenwoordigd door Wouter Coppens, Bedrijfsrevisor, teneinde controle uit te oefenen over de boekjaren afgesloten op 31 december 2024, 2025 en 2026.

De Commissaris voert zijn controles uit in overeenstemming met de International Standards on Auditing (ISA) en levert een verslag af dat bevestigt of de enkelvoudig jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de onderneming een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de Vennootschap. Het Audit- en Duurzaamheidscomité onderzoekt en bespreekt deze verslagen in aanwezigheid van de Commissaris en ze worden nadien ook besproken in de Raad van Bestuur.

Naast de beoordeling van de jaarrekening beoordeelt de Commissaris of de structuur, gegevens en presentatie van de Duurzaamheidsverklaring in overeenstemming zijn met de ESRSnormen, het raamwerk van de CSRD en de vereisten van de EU Taxonomierapportering.

De vergoeding van PwC (in haar hoedanigheid van Commissaris) voor de controle van de enkelvoudige en de geconsolideerde jaarrekening van Recticel NV bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bedroeg EUR 663,7 K voor 2025 inclusief CSRD-rapportering.

Het globale bedrag van de vergoeding voor bijkomende diensten van de Commissaris en aan de Commissaris gerelateerde partijen bedraagt EUR 59,5K op het niveau van de Vennootschap.

De jaarlijkse vergoeding van de Commissaris bedraagt EUR 365,7 K inclusief CSRD-rapportering en exclusief IBR-bijdrage, reis- en verblijfskosten in het buitenland en btw.

De verslagen van de Commissaris zijn te vinden in sectie 8.1.

3.8 Aandeelhoudersagenda

Activiteitenverslag eerste kwartaal 2026 22.04.2026 (07:00 AM CET) Jaarlijkse Algemene Vergadering 26.05.2026 (10:00 AM CET) Resultaten eerste halfjaar 2026 28.08.2026 (07:00 AM CET) Activiteitenverslag derde kwartaal 2026 29.10.2026 (07:00 AM CET)

I N D I T H O O F D S T U K

De Recticel Groep streeft naar volledige transparantie op het gebied van duurzaamheid. We streven consequent naar meer gedetailleerde en gedifferentieerde gegevens, niet alleen binnen onze eigen bedrijfsvoering, maar ook in de upstream- en downstreamwaardeketen.

In 2024 hebben we onze eerste volledige Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd, waarbij we een duidelijk omschreven proces hebben toegepast om de duurzaamheidsthema's die in onze rapportage aan bod moeten komen nauwkeurig te identificeren. Via interne workshops, betrokkenheid van belanghebbenden en overleg met materiedeskundigen hebben we een diepgaand inzicht verkregen in de impacts, risico's en kansen die van materieel belang zijn voor onze activiteiten, waardeketen en zakelijke relaties.

Onze analyse stelde ons in staat een lijst samen te stellen van positieve en negatieve impacts in de gehele

waardeketen van de Recticel Group, van aankoop tot het einde van de levensduur van het product. De tabellen aan het einde van dit hoofdstuk brengen deze impacts in kaart in relatie tot onze belangrijkste materiële onderwerpen, risico's en kansen. Ze zijn bedoeld om belanghebbenden een uitgebreid en samenhangend overzicht te bieden van de onderlinge verbanden tussen de IRO's en de strategie en het bedrijfsmodel van de Recticel Group.

20 miljoen ton CO2 e vermeden gedurende de levenscyclus van isolatieproducten die in 2025 worden verkocht

13 Onderwerpen 9 Risico's 3 Kansen

tot 69% vermindering van de CO2e-uitstoot dankzij onze producten Qbiss One Next en Trimoterm Next

DU 4.1 Algemene informatie
OHNI 4.2 De kracht van dubbele materialiteit4.2.1 Dubbele materialiteit begrijpen4.2.2 Ons DMA proces4.2.3 Impact en financiële materialiteit definiëren4.2.4 Uitkomst materiële ESG-onderwerpen
4.3 Navigeren in het landschap van impacts, risico's en kansen (IRO)4.3.1 IRO procesbeschrijving

4.3.2 Materiële IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel

4.1 Algemene informatie

Gehanteerde grondslagen

Voor het verslagjaar eindigend op 31 december 2025 rapporteert de Recticel Group haar duurzaamheidsinformatie in overeenstemming met Artikel [3:32/2] van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, inclusief naleving van de toepasselijke European Sustainability Reporting Standards ("ESRS"). Dit omvat:

  • Naleving van het proces dat door de Onderneming is uitgevoerd om de informatie te identificeren die wordt gerapporteerd in de Duurzaamheidsverklaring (het "Proces") in overeenstemming met de beschrijving in noot [ESRS 2 IRO-1]; en
  • Overeenstemming van de toelichtingen in sectie 8.2 van de Duurzaamheidsverklaring met artikel 8 van EU Verordening 2020/852 (de "Taxonomie Verordening").

De inhoud van de

Duurzaamheidsverklaring is onderworpen aan een assurance rapport met beperkte zekerheid in overeenstemming met ISAE 3000 (herzien). Het Verslag van de Onafhankelijke Commissaris over een Beperkte Assuranceopdracht is te vinden in sectie 8.1.

De Duurzaamheidsverklaring en Financieel rapport, evenals het Bezoldigingsrapport, zijn goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur op 20 april 2026.

Geconsolideerde basis en toepassingsgebied

De Duurzaamheidsverklaring is opgesteld op geconsolideerde basis en beslaat hetzelfde rapportagebereik als de Jaarrekening. Alle verklaringen over strategieën, beleid, acties, maatstaven en doelen hebben betrekking op de geconsolideerde groep en, waar niet afzonderlijk weergegeven, ook op de Vennootschap.

Het verslag bestrijkt de volledige waardeketen van de geconsolideerde Group in alle regio's waar de Group actief is. Waar dit relevant is, geven we informatie over upstreamen downstreamactiviteiten in overeenstemming met ESRS 1.

Merk ook op dat bepaalde informatie onder ESRS 2 (bijv. informatievereiste SBM-1, Strategie, bedrijfsmodel en waardeketen) te vinden is in sectie 2.3.

Consolidatie van alle kwantitatieve ESG-gegevens is in overeenstemming met dezelfde principes die worden toegepast in de geconsolideerde jaarrekening, en heeft betrekking op de moedermaatschappij Recticel NV en haar dochterondernemingen waarover zij operationele zeggenschap heeft.

Alle dochterondernemingen van de Recticel Group zijn opgenomen in de consolidatie en zijn vrijgesteld van individuele of geconsolideerde duurzaamheidsrapportage.

De overnames van Kuras (NL) op 1 november 2025 en Miclar op 1 december 2025 zijn niet opgenomen in de ESG-rapportage voor 2025 vanwege de beperkte periode waarin deze entiteiten in 2025 deel uitmaakten van de Recticel Group en de daaruit voortvloeiende beperkingen wat betreft de beschikbaarheid en kwaliteit van de gegevens. Bijgevolg zijn het SBTi-basisjaar (2021) en de gegevens van het voorgaande jaar 2023-2024 die worden gepresenteerd in sectie 5.2.6 (E1-5 Energieverbruik, -mix en -intensiteit) en in sectie 5.2.7 (E1-6 Bruto Scopes 1, 2, 3 emissies en totale broeikasgasemissies) niet aangepast. Het management is van mening dat er geen wezenlijke materiële informatie is weggelaten.

Voor informatie met betrekking tot ESRS 2 DR15 (Vermeld dat de entiteit in haar Duurzaamheidsverklaring

informatie opneemt die voortvloeit uit andere wetgeving die de entiteit verplicht duurzaamheidsinformatie bekend te maken of uit algemeen aanvaarde standaarden en kaders voor Duurzaamheidsverklaring), zie sectie 8.3.

Het gebruik van infaseringsbepalingen

In deze Duurzaamheidsverklaring maakt de Recticel Group gebruik van de mogelijkheid om het volgende weg te laten in overeenstemming met Bijlage C van ESRS 1 en met inbegrip van de desbetreffende uitbreidingen die zijn ingevoerd bij de gedelegeerde verordening Quick Fix:

  • E1-9 Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatkansen
  • E5-6 Beoogde financiële effecten van risico's en kansen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie
  • S1-7 Kenmerken van werknemers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming
  • S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden
  • S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven (niet werknemers)
  • S1-15 Werk-privébalans

Verwijzingen naar andere delen van het jaarverslag

Waar informatie gepubliceerd is in andere delen van het jaarverslag, heeft de Recticel Group gebruik gemaakt van het 'incorporation by reference' concept, en waar relevant zijn kruisverwijzingen ingevoegd. (Zie sectie 8.2 voor een geconsolideerd overzicht van kruisverwijzingen)

Schattingen, onzekerheden en uitsluitingen

De Duurzaamheidsverklaring heeft betrekking op de eigen activiteiten van de Recticel Group en haar upstreamen downstreamwaardeketen. Waar

er schattingen zijn gebruikt of waar er resultaatonzekerheden zijn met betrekking tot de meetgegevens die in de verklaring worden vermeld, worden deze samen met de respectieve meetgegevens vermeld in elk thematisch hoofdstuk.

De gegevens en aannames die zijn gebruikt bij het opstellen van de Duurzaamheidsverklaring zijn voor zover mogelijk consistent met de overeenkomstige financiële gegevens en aannames die zijn gebruikt in de Jaarrekening van de onderneming. Voor Scope 3 broeikasgasemissies hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verbeteren de gegevenskwaliteit. Met name wordt nu meer dan 70% van de Scope 3.1-emissies (ingekochte goederen en diensten) berekend op basis van leveranciersspecifieke emissiegegevens, wat een nauwkeurigere benchmarking en onderbouwde gesprekken mogelijk maakt. Hoewel we ons blijven inspannen om de gegevensdekking verder te verbeteren, blijft het een uitdaging om volledige dekking te realiseren voor alle Scope 3-categorieën. Waar leveranciersspecifieke gegevens nog niet beschikbaar zijn, worden sectorgemiddelde emissiefactoren en proxies gebruikt, waarbij extrapolatie wordt toegepast waar nodig om gegevenslacunes aan te pakken.

Schattingen, onzekerheden en uitsluitingen worden uiteengezet in secties 5.2.7.1 en 5.2.7.2.

Vergelijkende informatie presenteren

Waar al eerder is gerapporteerd, is vergelijkende informatie opgenomen. Wanneer indicatoren eerder zijn gerapporteerd, wordt vergelijkende informatie gepresenteerd. In 2024 is beperkte zekerheid verkregen over alle KPI's die in de duurzaamheidsverslagen

van 2024 zijn opgenomen. De definities en berekeningsmethodes van de indicatoren zijn gedurende het gehele boekjaar en bij het opstellen van de vergelijkende informatie consistent toegepast. Eventuele specifieke wijzigingen in de opstelling of presentatie van indicatoren worden hieronder besproken en vermeld in de desbetreffende thematische paragrafen.

Materiële herzieningen in voorgaande periode

In het kader van de voortdurende verbetering van de gegevenskwaliteit blijft de Recticel Group werken aan de volledigheid en nauwkeurigheid van haar duurzaamheidsgegevens. De volgende onderdelen van de Scopes en categorieën zijn aangepast, zowel voor voorgaande jaren als voor het SBTi-basisjaar 2021.

1. Energieverbruik, Scope 1, Scope 2, Cat. 3.3

Voor de dochteronderneming Rex Panels & Profiles, die in 2024 werd overgenomen, waren de in het jaarverslag over 2021 en 2024 gerapporteerde gegevens over zelf opgewekte en verbruikte elektriciteit onjuist. De gegevensverzameling en -kwaliteit zijn sindsdien verbeterd, ook voor eerdere jaren en het SBTi-referentiejaar (2021). Als gevolg hiervan zijn ook de gegevens voor categorie 3.3, Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, herwerkt.

2. Cat. 3.1, Gekochte goederen en diensten

In verschillende recente publicaties worden hogere schattingen genoemd van de CO2-uitstoot door affakkelen en de methaanuitstoot in verband met de olie- en gasproductie. Deze stijgingen zijn voornamelijk te wijten aan verbeterde wetenschappelijke methoden en geavanceerdere monitoringtechnologieën, zoals detectie via satelliet en geavanceerde atmosferische metingen, waardoor emissiebronnen konden worden geïdentificeerd die voorheen niet in de berekeningen waren meegenomen. Belangrijk is dat de herziene schattingen niet wijzen op een toename van de werkelijke uitstoot als gevolg van verslechterende operationele praktijken of recente exploitatie van schaliegas; ze weerspiegelen veeleer een verbeterde transparantie en een nauwkeurigere meting van bestaande uitstoot. Aangezien een van onze belangrijkste leveranciers zijn uitstootwaarde voor 2021 heeft aangepast, rekening houdend met de nieuw geïdentificeerde effecten van affakkelen en methaanuitstoot, hebben wij de data voor 2024 en het referentiejaar 2021 dienovereenkomstig aangepast.

3. Cat. 3.12, Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur

We hebben de methodologie voor het berekenen van emissies aan het einde van de levensduur (EOL) onder Scope 3.12 aangepast voor de jaren 2021 en 2024. Voorheen werden emissies uit afvalverbranding volledig aan deze categorie toegerekend. Voortaan worden emissies door verbranding uitgesloten wanneer de verbranding gepaard gaat met energieterugwinning; alleen emissies door afvalvoorbereiding en transport naar afvalenergiecentrales worden meegerekend. Dit sluit beter aan bij de veranderende normen en praktijken in de sector. De resultaten van 2024 en het referentiejaar 2021 zijn dienovereenkomstig aangepast. Zie ook sectie 5.2.7.1.

4. Cat. 3.15, Investeringen

De in het jaarverslag 2024 gerapporteerde emissies voor 2024 waren schattingen op basis van de resultaten van het boekjaar 2023 en de gerealiseerde omzet. De definitieve cijfers werden eind 2025 bevestigd, samen met de 2024 emissie data, werden ook deze van 2021 herzien.

5. Vermeden emissies

Om de vermeden emissies te berekenen die verband houden met de in 2024 en 2025 verkochte producten, heeft de Recticel Groep het in sectie 5.2.8 beschreven kader toegepast. In 2025 werd de methodologie verder verfijnd om beter aan te sluiten bij de veronderstelde verwarmingsbronnen in de landen waar de producten worden verkocht. De vermeden emissies voor 2024 zijn dienovereenkomstig aangepast. Om de vergelijkbaarheid met branchegenoten die vermeden emissies rapporteren te waarborgen, hebben we de volledige Scope van onze isolatieactiviteiten gehandhaafd, inclusief alle bijbehorende broeikasgasemissies (Scopes 1, 2 en 3), in overeenstemming met de aanbevelingen van het World Resource Institute (WRI).

6. Bedrijfsafval

Dankzij een beter inzicht in de indeling van afvalstromen in onze productievestigingen hebben we de indeling van het afval dienovereenkomstig aangepast, waardoor een correcte vergelijking mogelijk is met de afvalcijfers die volgens de bijgewerkte indeling voor 2025 worden gerapporteerd. Zie ook sectie 5.3.6.2. De gerapporteerde broeikasgasemissies onder categorie 3.5 voor 2024 blijven ongewijzigd.

Tabel 1: Herwerking BKG (zie sectie 5.2.7.3)

In tCO2e
JV2024 JV2025 (HERWERKT)
2021 2024 2021 2024
Scope 1 6.002 4.332 5.951 4.538
Scope 2 5.435 3.010 5.488 3.082
Cat. 3.1 520.155 508.256 527.294 514.565
Cat. 3.3 - 2.044 - 2.296
Cat. 3.12 242.016 248.904 1.423 1.603
Cat. 3.15 60.568 49.272 60.798 38.371

Tabel 2: Herwerking vermeden emissies (zie sectie 5.2.8)

2024 2024 (HERWERKT)
tCO2e 21.534.602 17.202.866
Multiple 26,9 29,9

Toekomstgerichte informatie

Dit rapport bevat toekomstgerichte uitspraken in overeenstemming met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Deze verklaringen vertegenwoordigen de huidige opvattingen, verwachtingen en aannames van het management over toekomstige ontwikkelingen, bedrijfsstrategieën, duurzaamheidsinitiatieven en potentiële zakelijke impacts.

Dergelijke toekomstgerichte informatie kan betrekking hebben op klimaatdoelstellingen, emissiereductiedoelstellingen, integratie van hernieuwbare energie, inspanningen op het gebied van de circulaire economie en andere ESGtoezeggingen. Deze prognoses zijn echter onderhevig aan onzekerheid, aangezien de werkelijke resultaten kunnen variëren door veranderende regelgeving, marktdynamiek, technologische vooruitgang en andere externe invloeden waarover het bedrijf geen controle heeft.

Hoewel onze veronderstellingen gebaseerd zijn op de best beschikbare gegevens, kunnen we niet garanderen dat de verwachte gebeurtenissen of resultaten zich zullen voordoen zoals verwacht. De Recticel Group neemt geen verplichting op zich om deze toekomstgerichte verklaringen bij te werken of te herzien, tenzij dit vereist wordt door de toepasselijke wet- of regelgeving.

Validatie van data

Tenzij anders vermeld, zijn de data in de Duurzaamheidsverklaring van het jaarverslag 2025 niet gevalideerd door een externe instantie anders dan de beperkte assurance verschaffer (zie Bijlage 8.1 voor hun auditrapport).

Uitgesloten items

In overeenstemming met ESRS 2, Appendix B, worden de volgende niet-materiële gegevenspunten in transversale thematische normen, afkomstig van andere EU-wetgeving, uitgesloten van rapportering:

ESRS E2-4 Hoeveelheid van elke in bijlage II van de E-PRTRverordening (Europees register inzake de uitstoot enoverbrenging van verontreinigende stoffen) genoemdeverontreinigende stof die in de lucht, het water en debodem wordt uitgestoten (paragraaf 28)
ESRS E3-1 Water en mariene grondstoffen (paragraaf 9)
ESRS E3-1 Specifiek beleid (paragraaf 13)
ESRS E3-1 Duurzame oceanen en zeeën (paragraaf 14)
ESRS E3-4 Totaal gerecycleerd en hergebruikt water (paragraaf28(c))
ESRS E3-4 Totaal waterverbruik (m³) per netto-opbrengst uit eigenbedrijfsactiviteiten (paragraaf 29)
ESRS IRO 1 – E4 Paragraaf 16(a)i, 16(b), 16(c)
ESRS E4-2 Duurzame land-/landbouwpraktijken of duurzaamlandbouwbeleid (paragraaf 24(b))
ESRS E4-2 Duurzame praktijken of beleidsmaatregelen vooroceanen/zeeën (paragraaf 24(c))
ESRS E4-2 Beleid om ontbossing tegen te gaan (paragraaf 24(d))
ESRS S2-1 Beleidsverplichtingen op het gebied vanmensenrechten (paragraaf 17)
ESRS S2-1 Beleid met betrekking tot werknemers in dewaardeketen (paragraaf 18)
ESRS S2-1 Niet-naleving van de UNGP's inzake de beginselen vanbedrijfsleven en mensenrechten en de OECS-richtlijnen(paragraaf 19)
ESRS S2-1 Due diligence-beleid inzake kwesties die aan de ordekomen in de fundamentele verdragen 1 tot en met 8 vande Internationale Arbeidsorganisatie (paragraaf 19)
ESRS S2-4 Mensenrechtenkwesties en incidenten in verband metde waardeketen upstream en downstream (paragraaf36)
ESRS S3-1 Niet-naleving van UNGP's over bedrijfsleven enmensenrechten, ILO-principes en/of OESO-richtlijnen(paragraaf 17)
ESRS S3-4 Mensenrechtenkwesties en incidenten (paragraaf 36)
ESRS S4-1 Beleid met betrekking tot consumenten eneindgebruikers (paragraaf 16)
ESRS S4-1 Niet-naleving van UNGP's over bedrijfsleven enmensenrechten, ILO-principes en/of OESO-richtlijnen(paragraaf 17
ESRS S4-4 Mensenrechtenkwesties en incidenten (paragraaf 35)

4.2 De kracht van dubbele materialiteit

Door ons te richten op het in kaart brengen en beheersen van de belangrijkste impacts, risico's en kansen hebben we onze duurzaamheidsstrategie verder aangescherpt. Hierdoor kunnen we proactief inspelen op zakelijke uitdagingen en opportuniteiten, en tegelijkertijd de afstemming binnen de hele organisatie verbeteren."

  • Werner Van Peteghem, Recticel Group Sustainability & Communications Director

4.2.1 Dubbele materialiteit begrijpen

De kern van de normen van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) is de identificatie van materiële onderwerpen. Dit proces zorgt ervoor dat onze inspanningen worden geconcentreerd op het aanpakken van de belangrijkste economische, ecologische en sociale impacts van onze activiteiten. De Recticel Group voerde in 2024 voor het eerst een volledige Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA) uit, om ervoor te zorgen dat haar duurzaamheidsinspanningen zowel transparant zijn als strategisch afgestemd op haar langetermijndoelstellingen.

In augustus 2025 heeft de Groep samen met de Audit- en Duurzaamheidscommissie de resultaten van haar Dubbele Materialiteitsanalyse geëvalueerd, waarbij rekening is gehouden met de belangrijkste ontwikkelingen die zich in de loop van het jaar hebben voorgedaan. Als gevolg hiervan blijven de lijst en de rangschikking van de materiële onderwerpen ongewijzigd.

De dubbele materialiteitsanalyse omvat twee dimensies:

  • • Impact materialiteit (het inside-out perspectief), dat evalueert hoe de activiteiten van de Recticel Group en die binnen haar waardeketen het milieu en/of de mensen beïnvloeden.
  • • Financiële materialiteit (het outside-in perspectief), dat onderzoekt hoe duurzaamheidskwesties de financiële gezondheid, reputatie en prestaties van het bedrijf beïnvloeden, evenals de downstream- en upstreamactiviteiten activiteiten van de Recticel Group, rekening houdend met al onze activiteiten en geografische gebieden.

Als het resultaat van een van deze twee dimensies significant is, valt het binnen het gele gebied van onderstaande figuur. In dergelijke gevallen verplicht de CSRD de organisatie om te rapporteren over de duurzaamheidskwestie en haar beleid, acties, doelen en KPI's op te nemen in de Duurzaamheidsverklaring.

De DMA bepaalt uiteindelijk welke duurzaamheidsthema's worden gerapporteerd in de Duurzaamheidsverklaring en hoe deze worden gepresenteerd.

Ons DMA-proces omvatte de hele Recticel Group, de hele waardeketen en alle geografische gebieden. Bij de beoordeling van de upstreamwaardeketen hebben we ons gericht op directe Tier 1-leveranciers en belangrijke grondstoffenleveranciers. Bij de beoordeling van de downstreamwaardeketen hebben we gekeken naar de relevante stakeholders voor elke divisie.

De Recticel Group erkent dat haar activiteiten en zakenrelaties beïnvloed worden door verschillende factoren, waaronder specifieke activiteiten, geografische regio's en sectordynamiek, die het risico op negatieve effecten kunnen verhogen. De Recticel Group houdt in het bijzonder toezicht op activiteiten in gebieden met een verhoogd risico, zoals regio's met politieke instabiliteit, toeleveringsketens van grondstoffen met hoge milieu- of sociale risico's en partnerschappen met entiteiten die mogelijk niet op

één lijn liggen met de duurzaamheidswaarden van de Recticel Group.

De Recticel Group streeft ernaar om potentiële negatieve impacts te beperken door middel van strategieën voor risicobeheersing en door ervoor te zorgen dat de bedrijfspraktijken in overeenstemming zijn met ons engagement om verantwoord te ondernemen.

4.2.2 Ons DMA proces

Het proces voor het identificeren van de IRO's die van belang zijn voor de Recticel Group, haar activiteiten, waardeketen en zakenrelaties is gestructureerd in vijf belangrijke stappen. Deze aanpak omvat interne

beoordelingen, feedback van stakeholders en voortdurende controle om voortdurende verbetering te ondersteunen.

Tussen juli en oktober 2023 hebben we ESG- en Enterprise Risk Management (ERM)-workshops gehouden om duurzaamheidsthema's te identificeren en te prioriteren. De materialiteit van elk onderwerp werd beoordeeld op basis van relevantie, geassocieerde risico's en kansen, impact en urgentie voor actie.

KLIMAATVERANDERING (ESRS E1) VERONTREINIGING (ESRS E2) MATERIAALGEBRUIK EN CIRCULAIREECONOMIE (ESRS E5) EIGEN PERSONEEL (ESRS S1) WERKNEMERS IN DE WAARDEKETEN(ESRS S2) ZAKELIJK GEDRAG (ESRS G1) ENTITEITSPECIFIEKE ZAKEN
Beperking vanklimaatveranderingEnergie-efficiëntie en Gebruik van chemische stoffenen zorgwekkende stoffen Productontwerp en circulariteitHernieuwbare bronnen Arbeidsomstandigheden enarbeidsrechtenGezondheid en veiligheid op Arbeidsomstandigheden,gezondheid en veiligheid in detoeleveringsketen Bestuur en transparantie(bedrijfscultuur)Ethiek en integriteit (zakelijk ProductprestatiesProductbeheer
hernieuwbare energie Duurzame verpakkingGebruik van gerecycleerdematerialen en EOL-waarde het werkWerknemers met een handicapDiversiteit, gelijkheid en inclusie gedrag)Beheer van relaties metleveranciers Product- en procesinnovatieArbeidsvreugde en welzijn
Efficiënt materiaalgebruik enafvalvermindering Training en ontwikkeling Corruptie en omkoping

In 2024 hebben we interne en externe stakeholders geraadpleegd om de impact en financiële materialiteit van belangrijke duurzaamheidsonderwerpen te evalueren. Om ervoor te zorgen dat alle betrokken stakeholders in aanmerking werden genomen, voerden we een uitgebreide analyse uit van groepen stakeholders in de waardeketens van onze divisies, waarbij we gebruik maakten van verschillende methoden van betrokkenheid, zoals hieronder beschreven.

STAKEHOLDER DUBBELE MATERIALITEITSANALYSE
Aandeelhouders,investeerders, analisten • Analistenbijeenkomsten• Roadshows (financieel, ESG)• Contacten metreferentieaandeelhouders
Klanten • Bureauonderzoek• Enquête / Interview
Werknemers • ERM + ESG-workshops• Europese ondernemingsraad (EOR)• Scoren van impact en financiëlematerialiteit
Leveranciers • Enquete / Interview

Intern hebben we DMA-workshops georganiseerd samen met materiedeskundigen met diepgaande kennis van en inzicht in elke ESRS-standaard. Deze experts bestonden uit een diverse groep medewerkers die betrokken waren bij duurzaamheidsimpacts en -risico's op zowel bedrijfs- als divisieniveau.

Voor de selectie van klanten en leveranciers zorgden we ervoor dat elke dochteronderneming vertegenwoordigd was op basis van de waardeketens die zijn beschreven in sectie 2.3 en namen we contact op met hun duurzaamheidsexperts.

Als onderdeel van dit initiatief hebben 28 vertegenwoordigers van geselecteerde klanten en leveranciers deelgenomen aan een online enquete. Zij beoordeelden:

  • De relevantie van de geïdentificeerde duurzaamheidsonderwerpen voor hun organisatie of waardeketen.
  • De impact van de Recticel Group op deze onderwerpen via haar activiteiten, waardeketen of zakelijke relaties.

Om geïnformeerde besluitvorming over materiële risico's en kansen te ondersteunen, werden gedetailleerde definities van impacts, risico's en kansen (IRO's) verstrekt voor elke duurzaamheidskwestie. De lijst met IRO's werd samengesteld door informatie te verzamelen uit de volgende bronnen:

  • Duurzaamheid / ESG-rapporten van collega's
  • Duurzaamheidsinformatie gepubliceerd op de websites van soortgelijke bedrijven
  • Sectorspecifieke onderwerpen (o.a. SASB, EcoVadis)
  • Andere bronnen (o.a. WEF Global Risk Report, webgebaseerd onderzoek)
  • De risicobeoordeling van de Recticel Group, uitgevoerd naast de bovengenoemde ESGbeoordeling

Om de geloofwaardigheid van de materialiteitsanalyse te vergroten, werd aanvullend deskresearch uitgevoerd. Dit onderzoek vormde de basis voor het scoren van verschillende dimensies, het vaststellen van drempelwaarden voor de materialiteit van de impact en het garanderen van een robuust en objectief evaluatieproces.

4.2.3 Impact en financiële materialiteit definiëren

Na de externe raadpleging kregen 25 interne materiedeskundigen uit diverse functies en divisies binnen de Recticel Group de opdracht om de ecologische en maatschappelijke impact van de Group te evalueren. Deze experts werden geselecteerd vanwege hun grondige kennis van duurzaamheidsinitiatieven, hun expertise in het beoordelen van milieu- en sociale dimensies en hun strategisch inzicht in de bedrijfsactiviteiten, processen en algehele afstemming op langetermijndoelen van de Group.

De deelnemers werd gevraagd om de duurzaamheidseffecten te beoordelen aan de hand van de volgende criteria:

  • • Positief & Negatief: Ervaren zij de impact van onze activiteiten, waardeketen of zakelijke relaties op mensen of het milieu als positief of negatief?
  • • Schaal: Hoe groot is de schade van een negatief effect? Omgekeerd, hoe aanzienlijk kunnen de voordelen van een positief effect zijn?
  • • Reikwijdte: Wat is de geografische reikwijdte van de impacts en hoeveel mensen worden mogelijk getroffen?
  • • Waarschijnlijkheid: Doet de impact zich al voor (feitelijk) of is het een potentiële toekomstige gebeurtenis? Hoe waarschijnlijk is het dat het gebeurt?
  • • Onherstelbaarheid (alleen voor negatieve impacts): Kan het negatieve effect worden beperkt? Is het mogelijk om mens of milieu in hun oorspronkelijke staat te herstellen?

Bij het toekennen van hun scores gaven ze prioriteit aan de ernstigste impacts, waarbij ze zich vooral richtten op de negatieve impacts. De materialiteit van de impact werd berekend door het gemiddelde te nemen van de waarden voor schaal, reikwijdte en onherstelbaarheid, en vervolgens het resultaat te vermenigvuldigen met de waarschijnlijkheidsscore.

4.2.3.1 Impact materialiteit 4.2.3.2 Financiële materialiteit

De leden van de financiële teams van Recticel (Group en dochterondernemingen) en het Managementcomité evalueerden de risico's en kansen voor de Recticel Group. Op basis van hun grondige kennis van de financiële prestaties van het bedrijf beoordeelden ze zowel de ernst als de waarschijnlijkheid van elk risico en elke opportuniteit.

Het doel was om de belangrijkste factoren te identificeren die van invloed zijn op de Group. De deelnemers scoorden duurzaamheidsrisico's en -kansen op basis van de volgende criteria:

  • • Risico & kans: Wordt het onderwerp vooral gezien als een risico of als een kans?
  • • Tijdshorizon: Wanneer zal de impact naar verwachting optreden?
  • • Ernst: Hoe groot is de potentiële financiële impact, of hoe beïnvloedt het onze activiteiten, reputatie of marktpositie? Bij deze beoordeling is gekeken naar de inherente risico's/kansen zonder rekening te houden met verzachtende maatregelen.
  • • Waarschijnlijkheid: Hoe waarschijnlijk is het risico of de kans, rekening houdend met bestaande risicobeperkende maatregelen?

De financiële materialiteit werd berekend door de ernst te vermenigvuldigen met de waarschijnlijkheid.

Voor de beoordeling van de ernst van de situatie hebben we gekeken naar belangrijke maatstaven zoals EBITDA, directe operationele kosten, marktaandeel en omzet, met specifieke drempels voor elk van deze maatstaven. De waarschijnlijkheid werd beoordeeld op een schaal van laag, gemiddeld en hoog.

4.2.4 Uitkomst materiële ESG-onderwerpen

Feedback van zowel externe betrokkenheid van stakeholders als interne evaluaties van impact en financiële materialiteit werd geconsolideerd en geanalyseerd om de belangrijkste subonderwerpen op het gebied van duurzaamheid te identificeren.

Van de twintig

duurzaamheidssubthema's die aanvankelijk relevant werden geacht (zie sectie 4.2.2), werden er dertien als materieel aangemerkt (gele zone). Daaronder vielen drie subonderwerpen op als bijzonder belangrijk, met zowel een hoge impactmaterialiteit als een hoge financiële materialiteit, wat hun cruciale belang voor de strategie en doelstellingen van de Recticel Group onderstreept.

  • • ESRS E1-1: Klimaatmitigatie brengt zowel tijdelijke als fysieke risico's met zich mee voor onze activiteiten. Veranderende regelgeving, veranderende marktomstandigheden en extreme weersomstandigheden kunnen de bedrijfscontinuïteit verstoren. Door gebruik te maken van koolstofarme technologieën, hernieuwbare energieoplossingen en energiezuinige praktijken kunnen we deze risico's beperken en onze ecologische voetafdruk verkleinen.
  • • ESRS E5-5: Grondstoffenschaarste en milieu-impact vormen aanzienlijke uitdagingen. Door de nadruk te leggen op recycling, hergebruik en duurzaam grondstoffenbeheer kunnen we niet alleen de risico's beperken, maar ook kansen creëren om innovatieve bedrijfsmodellen te ontwikkelen.
  • • ESRS G1-2: Leveranciers spelen een centrale rol bij het behalen van onze strategische bedrijfsdoelen door producten aan te bieden met een kleinere ecologische voetafdruk en een beter productbeheer.

De volgende deelonderwerpen en toelichtingsvereisten zijn beoordeeld als niet materieel:

  • ESRS E2: Verontreiniging
  • ESRS E5: Duurzame verpakking
  • ESRS S1: Diversiteitsparameters; Personen met een handicap; Compensatiecijfers Arbeidsomstandigheden en arbeidsrechten
  • ESRS S2: Werknemers in de waardeketen

Om ervoor te zorgen dat alle belangrijke duurzaamheidsaspecten uitgebreid worden gerapporteerd, zijn de IRO's die zijn gekoppeld aan de entiteitspecifieke materiële zaken toegewezen aan de onderwerpen van het ESRS, gezien hun verwantschap met de thematische standaarden.

  • • Productprestaties, onder ESRS E1-1 (Transitieplan voor klimaatmitigatie)
  • • Product- en procesinnovatie, onder ESRS E5-2 (Beleid en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie)
  • • Arbeidstevredenheid en welzijn, onder ESRS S1-4 (Acteren op materiële impacts op eigen personeel)
  • • Productbeheer, onder ESRS GOV-4 (Due-diligenceverklaring) met verwijzing naar ESRS G1-2 (Beheer van relaties met leveranciers en de impacts voor de toeleveringsketen).

4.3 Navigeren in het landschap van impacts, risico's en kansen (IRO)

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 83

4.3.1 IRO procesbeschrijving

Door producten aan te bieden die voldoen aan maatschappelijke en ecologische behoeften, zal de Recticel Group profiteren van betere toegang tot financiering, verbeterde klanttevredenheid, loyaliteit en betere werknemersrelaties. Recticel Group hanteert een uitgebreide en systematische aanpak voor het identificeren, evalueren, prioriteren en opvolgen van risico's en kansen met potentiële financiële implicaties. Dit proces omvat de volgende belangrijke stappen:

  • • Identificeren van impacts en afhankelijkheden: We controleren voortdurend zowel externe als interne omgevingen op nieuwe risico's en kansen, waaronder markttrends, veranderingen in de regelgeving, verwachtingen van stakeholders en milieu- en sociale verschuivingen. Daarnaast evalueren we operationele kwetsbaarheden, verbeterpunten en afhankelijkheden van specifieke bronnen en leveranciers, evenals de kwaliteit van nieuwe en gerecycleerde materialen.
  • • Beoordeling: We evalueren geïdentificeerde risico's en kansen door hun potentiële impact en waarschijnlijkheid te beoordelen, rekening houdend met financiële implicaties, onmiddellijke en langetermijneffecten, operationele verstoringen, reputatierisico's en marktpositionering. Kansen worden specifiek beoordeeld op hun potentieel om groei, winstgevendheid en concurrentievermogen te stimuleren. In dit proces erkennen we ook de kritische afhankelijkheid van belangrijke grondstoffen, zoals de kwaliteit en beschikbaarheid van zowel nieuwe als gerecycleerde materialen en de betrouwbaarheid

van onze toeleveringsketen. Deze afhankelijkheden zijn essentieel voor het behalen van onze operationele en duurzaamheidsdoelstellingen.

  • • Prioritering: We prioriteren risico's en kansen op basis van hun potentiële financiële impact, urgentie en afstemming op strategische doelstellingen. Risico's met een grote financiële impact of die de levensvatbaarheid op korte of lange termijn beïnvloeden, samen met kansen die aanzienlijke financiële en duurzaamheidsvoordelen bieden, krijgen topprioriteit. ESG-risico's, kansen en financiële impacts worden geïntegreerd in het Enterprise Risk Management (ERM) programma, dat wordt beoordeeld door het Managementcomité en het Auditen Duurzaamheidscomité om de prioriteiten te bepalen.
  • • Controle: We beoordelen regelmatig de financiële en operationele impact van risico's en kansen, evenals de marktomstandigheden. Voortdurende rapportage en risicobeoordelingen zorgen voor tijdige reacties op veranderingen.

E1 - Klimaatverandering

De Recticel Group zet zich in voor het bewaken en verminderen van Scope 1, 2 en 3 emissies in alle activiteiten om onze verplichtingen in het kader van het Science Based Targets initiative (SBTi) te behalen. We maken gebruik van levenscyclusanalyses (LCA) en boekhoudprogramma's voor broeikasgassen om de uitstoot te volgen, zodat we op één lijn zitten met de internationale klimaatnormen.

In 2025 voerde de Recticel Group gedetailleerde scenario-analyses uit van klimaatrisico's voor elk van haar productievestigingen om fysieke risico's, zoals extreme weersomstandigheden die de productie en toeleveringsketens kunnen verstoren, te evalueren.

Tegelijkertijd zien we mogelijkheden in het investeren in energie-efficiënte productieprocessen, het uitbreiden van het gebruik van hernieuwbare energie en het ontwikkelen van zeer efficiënte isolatieproducten met een lage 'embodied carbon footprint'.

De Recticel Group valt onder de EU NACE economische activiteit codes C 20.59 en C 22.21, die behoren tot de lijst van sectoren met een grote impact op het klimaat zoals gedefinieerd in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288 van de Europese Commissie. Sectoren met een grote impact op het klimaat zijn sectoren die aanzienlijk bijdragen aan de uitstoot van broeikasgassen en milieueffecten, waardoor ze een belangrijke rol spelen in de overgang naar een koolstofarme economie.

Hoewel de Recticel Group geclassificeerd wordt als een sector met een grote impact op het klimaat, zijn haar bedrijfsactiviteiten niet energie-intensief. Anderzijds heeft het gespecialiseerde assortiment isolatiematerialen voor gebouwen een positieve impact op de beperking van de klimaatverandering.

E2 - Verontreiniging

Hoewel E2 Verontreiniging niet is geclassificeerd als een belangrijk onderwerp voor onze organisatie, blijven we ons richten op het verminderen van luchtverontreiniging en geluidshinder in onze productieactiviteiten en materiaaltransport. Veranderingen in de regelgeving gericht op het verlagen van transportemissies kunnen strengere nalevingseisen introduceren om de milieu- en gezondheidseffecten te minimaliseren en aan de maatschappelijke verwachtingen te voldoen. Er zijn mogelijkheden om verontreiniging te verminderen door te investeren in

schonere voertuigtechnologieën en het stimuleren van milieuvriendelijk rijden.

E3 - Water en mariene grondstoffen

Aangezien onze operationele processen heel weinig water vereisen, is deze beperkt tot persoonlijk gebruik zoals drinken, eten, sanitaire voorzieningen en douchen. Hierdoor is onze directe impact op waterbronnen minimaal. Indirecte factoren, waaronder activiteiten in de toeleveringsketen en operationele logistiek, kunnen echter lokale effecten hebben op de waterkwaliteit en mariene ecosystemen.

E4 - Biodiversiteit en ecosystemen

Hoewel bij een deel van ons productieproces chemische stoffen worden gebruikt om polyurethaan isolatie te maken, is de uiteindelijke isolatie zelf inert en heeft deze geen invloed op de biodiversiteit of ecosystemen. De verwerking, opslag en het transport van grondstoffen vereisen echter een verantwoord beheer om mogelijke milieuverontreiniging te voorkomen. Hoewel onze directe impact minimaal is, zorgen we ervoor dat alle chemische stoffen worden beheerd in overeenstemming met de regelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu (VGM) en de beste industriële praktijken. Onze toewijding aan verantwoorde activiteiten wordt verder versterkt door het naleven van ISO 14001 (milieubeheer) en ISO 45001 (gezondheid en veiligheid op het werk) certificeringen.

In 2025 voerde de Recticel Group een eerste biodiversiteitsonderzoek uit op 12 productievestigingen om na te gaan in hoeverre deze in de buurt liggen van voor de biodiversiteit belangrijke gebieden, in overeenstemming met de 'Do No Significant Harm' (DNSH)-criteria van de EU Taxonomie. Op basis van de IBAT-richtlijnen werden drie bufferzones

(2 km, 5 km en 10 km) gehanteerd om mogelijke directe en indirecte effecten te beoordelen en prioritaire locaties voor nader onderzoek te identificeren.

De locaties werden geëvalueerd aan de hand van belangrijke biodiversiteitsdatasets, waaronder Natura 2000, WDPA, EBA's, Ramsargebieden en KBA's. Er werden geen overlappingen met Ramsar-gebieden vastgesteld. Voor DNSH-doeleinden werd Natura 2000 als het meest relevante kader beschouwd.

Er werden twee locaties geïdentificeerd die mogelijk interacties vertonen met biodiversiteitsgevoelige gebieden. Gezien hun beperkte ecologische voetafdruk, gekenmerkt door een zeer laag waterverbruik, minimale luchtemissies en geen uitstoot van fijnstof, is een passende beoordeling in het kader van de Habitatrichtlijn echter uitgesteld in afwachting van een toekomstige herziening.

E5 - Materiaalgebruik en circulaire economie

Efficiënt materiaalgebruik en circulariteit staan centraal in de duurzaamheidsstrategie van de Recticel Group. We identificeren actief risico's met betrekking tot grondstoffenschaarste, prijsvolatiliteit en toenemende druk van de regelgeving om afval te minimaliseren. Milieurisico's, zoals afvalproductie, niet-recycleerbare materialen en verwijdering van producten aan het einde van hun levensduur, worden zorgvuldig beheerd. Er liggen echter belangrijke kansen in het verbeteren van recyclingprocessen voor productieafval, het implementeren van strategieën voor afvalvermindering, het bevorderen van waardeketenpartnerschappen om innovatieve oplossingen voor afval aan het einde van de levenscyclus te onderzoeken en de overgang

naar productie die volledig wordt aangedreven door hernieuwbare energie.

De aankoop-, duurzaamheids- en productontwikkelingsteams van de Recticel Group werken samen om de principes van de circulaire economie te integreren in het productontwerp en de productie. Door middel van materiaalstroomanalyses beoordelen we de efficiëntie van grondstoffen en werken we samen met leveranciers, recycleerders en stakeholders uit de industrie om innovatie op het gebied van biogebaseerde en gerecycleerde polyolen te stimuleren en de hoeveelheid gerecycleerd materiaal in basismaterialen te vergroten, waardoor ons streven naar duurzame materialen wordt versterkt.

S1 - Eigen personeel

Bij de Recticel Group zijn onze werknemers van fundamenteel belang voor ons succes op lange termijn. We geven prioriteit aan gezondheid en veiligheid, het welzijn van werknemers, de ontwikkeling van talent en betrokkenheid. We evalueren proactief de risico's in verband met beroepsrisico's en de evoluerende arbeidsreglementering en zien tegelijk kansen om de betrokkenheid van werknemers en de ontwikkeling van vaardigheden te stimuleren.

Om de hoge arbeidsnormen te handhaven, toetst de Recticel Group haar beleid aan de beste praktijken in de sector en de wettelijke kaders, zodat ethische arbeidspraktijken en een ondersteunende werkcultuur die professionele groei en welzijn stimuleert, gewaarborgd zijn.

G1 - Zakelijk gedrag

De Recticel Group is actief in verschillende regio's, met productievestigingen en bedrijfsactiviteiten in Europa, VS en Europa en andere wereldmarkten. De geografische voetafdruk van haar activiteiten beïnvloedt de impact op het milieu, vooral wat betreft energieverbruik, transportemissies en naleving van de regelgeving in verschillende rechtsgebieden.

Governance en ethisch zakendoen vormen de basis van de bedrijfsstrategie van de Recticel Group. Belangrijke risico's in dit domein zijn corruptie, omkoping, overtredingen van de concurrentiewetgeving en niet-naleving van bestaande en zich ontwikkelende regelgevende kaders. Als deze risico's niet worden aangepakt, kan dit leiden tot juridische impacts, reputatieschade en financiële sancties.

Om deze risico's te beperken, houden de juridische, compliance- en governance-teams van de Recticel Group toezicht op het beleid inzake ethiek en integriteit. We hebben klokkenluidersmechanismen, anticorruptie trainingsprogramma's en interne nalevingscontroles geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat de gedragscode van Recticel strikt wordt nageleefd. Door de hoogste ethische normen te handhaven, versterken we ons engagement voor verantwoorde bedrijfspraktijken en duurzame groei.

4.3.2 Materiële IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel

De Recticel Group voerde een uitgebreide beoordeling uit van de effecten van haar belangrijkste materiële thema's, waarbij de effecten op mens en milieu werden geëvalueerd. Deze analyse resulteerde in een duidelijk gedefinieerde lijst van positieve en negatieve impacts in de hele waardeketen, van aankoop en productie tot productverwijdering.

De onderstaande tabel geeft deze impacts weer en illustreert de onderlinge verbanden tussen de belangrijkste materiële thema's van de Recticel Group en de risico's en kansen die werden geïdentificeerd via de ERM-oefening. Daarnaast benadrukt het de afstemming met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN (VN SDG's) (zie sectie 2.3.6) en laat het zien hoe de IRO's in wisselwerking staan met onze strategie en ons bedrijfsmodel.

Sectie 8.2 biedt een overzicht van de ESRS openbaarmakingsvereisten die Recticel Group behandelt in Deel 1 (Beoordeling door het Management) en Deel 2 (Duurzaamheidsverklaring) van dit jaarverslag.

ESRSSTANDARD MATERIEELONDERWERP IMPACT CLASSIFICATIE TIJDSHORIZON VOORKOMEN INWAARDEKETEN VN SDG RISICO KANS INTERACTIE MET STRATEGIE ENBEDRIJFSMODEL
E1 Klimaatmitigatie Overgangs- enfysieke gevolgenBeperkinglangetermijneffecten van klimaatmitigatie NegatieveimpactRisicoKans Kort /Middellang DODS SDG 13SDG 11 R1 Niet-naleving van wetgevingR2 Wijzigingen in regelgeving van bestaandeproducten en dienstenR3 Overgang naar meer gerecycleerdmateriaalR4 Veranderend gedrag van klantenR5 NatuurrampenR6 Koolstofbeprijzingsmechanisme O1 Ontwikkeling van nieuweproducten en diensten door R&Den innovatieO2 Vermogen om bedrijfsactiviteiten te diversifiërenO3 Gebruik vanstimuleringsmaatregelen in depublieke sector De toekomstgerichte isolatie vande Recticel Group speelt eenstrategische rol in het verbeterenvan de energie-efficiëntie enhet verminderen van de uitstoottijdens de hele levenscyclus vaneen gebouw. Dit ondersteuntons bedrijfsmodel door aante sluiten bij vrijwillige SBTiverbintenissen op korte termijn(2030) en lange termijn (2050),door te zorgen voor nalevingvan de regelgeving en dooronze marktpositie in duurzamebouwoplossingen te versterken.
Energieefficiëntie enhernieuwbareenergie Overgang naarhernieuwbareenergieBouwen aan eenduurzame enrechtvaardigetoekomst Positieveimpact Kort /Middellang DOUS SDG 7
E5 Gebruik vangerecycleerdematerialen enEOL-waarde,inclusiefproces- enproductinnovatie Behoud vanhulpbronnenVermindering vanafvalCirculaire economieondersteunenLagerekoolstofuitstoot PositieveimpactRisicoKans Middellang DOEOL SDG 9SDG 12 R1 Niet-naleving van wetgevingR2 Wijzigingen in regelgeving van bestaandeproducten en dienstenR3 Overgang naar meer gerecycleerdmateriaalR4 Veranderend gedrag van klanten O1 Ontwikkeling van nieuweproducten en diensten door R&Den innovatieO2 Vermogen ombedrijfsactiviteiten te diversifiërenO3 Gebruik vanstimuleringsmaatregelen in depublieke sector De integratie vanmateriaalgebruik en circulaireeconomie in de strategie enhet bedrijfsmodel van deRecticel Group stimuleertwaarde op lange termijndoor de materiaalefficiëntiete optimaliseren, afval teverminderen en duurzameinnovatie te bevorderen.Deze aanpak zorgt er nietalleen voor dat we voldoenaan de veranderendebouwvoorschriften van deEU, maar versterkt ook onsconcurrentievoordeel doorherbruikbare, circulaireproductontwerpen te promoten.
Hernieuwbarebronnen Bescherming van hetmilieuBehoud vanhulpbronnen Positieveimpact Middellang DOEOL SDG 12
Efficiëntmateriaalgebruik Optimaal gebruikvan materialen enenergieVermindering vanafvalVerbetering vanefficiëntie Positieveimpact Kort/Middellang DOEOL SDG 12
Productontwerp encirculariteit Minder milieuschadeEconomische kansenImplementatieduurzame praktijken RisicoKans Middellang DOUSEOL SDG 9SDG 12 R1 Niet-naleving van wetgevingR2 Wijzigingen in regelgeving van bestaandeproducten en dienstenR3 Overgang naar meer gerecycleerdmateriaalR4 Veranderend gedrag van klanten O1 Ontwikkeling van nieuweproducten en diensten door R&Den innovatieO2 Vermogen ombedrijfsactiviteiten te diversifiërenO3 Gebruik van stimuleringsmaatregelen in de publieke sector
ESRSSTANDARD MATERIEELONDERWERP IMPACT CLASSIFICATIE TIJDSHORIZON VOORKOMEN INWAARDEKETEN VN SDG RISICO KANS INTERACTIE MET STRATEGIE ENBEDRIJFSMODEL
S1 Arbeidsvreugdeen welzijn Positieve invloedop motivatie,productiviteit enretentieOrganisatorischeimpact op succes Positieveimpact Kort/Middellang DO SDG 8 De tevredenheid, betrokkenheid,gezondheid en veiligheid, eerlijkecompensatie en ontwikkeling vanons personeel zijn fundamenteelvoor de strategie van de RecticelGroup. Door gemotiveerde enbekwame werknemers aan temoedigen, verhogen we deproductiviteit, de innovatie en hetbedrijfssucces op lange termijn,waardoor we duurzame groeigaranderen.
Training enontwikkeling Groei doorvoortdurend lerenPrestatieverbeteringmet nieuwevaardighedenSucces in het bereikenvan doelen Positieveimpact Kort/Middellang DO SDG 8
Gezondheid enveiligheid ophet werk Minder ongevallen enverwondingen op dewerkplekVerhoogdeproductiviteitVerbeterd moreel vande werknemersPositievebedrijfsreputatie Positieveimpact Kort/Middellang DO SDG 8
Relaties metleveranciers,inclusiefproductstewardship Minimale schade voormens en milieuDuurzame groei PositieveimpactRisicoKans Kort/Middellang USDODSEOL SDG 13SDG 17 R1 Niet-naleving van wetgevingR2 Wijzigingen in regelgeving van bestaandeproducten en dienstenR3 Overgang naar meer gerecycleerd materiaalR6 KoolstofprijsmechanismenR7 WangedragR9 Concentratie van leveranciers O1 Ontwikkeling van nieuweproducten en diensten door R&D eninnovatie Recticel Group werkt strategischsamen met leveranciers dieonze waarden delen, duurzameinnovatie voorstaan en debeste praktijken omarmen. Dezesamenwerkingen versterken onsbedrijfsmodel door de veerkracht
G1 Ethiek enintegriteit(zakelijkgedrag) OndermijndvertrouwenBeschadigde reputatieVerstoordebedrijfsvoeringVerlaagd moreel vande werknemers Negatieveimpact Kort/Middellang/Lang DO SDG 8 van de toeleveringsketente vergroten, verantwoordinkopen te garanderen enconcurrentievoordeel te behalendoor middel van zinvolle socialeen milieuvoordelen.
Bestuur entransparantie(bedrijfscultuur) OnethischebesluitvormingNiet-naleving vanregelgevingFinancieel wanbeheer Risico Kort/Middellang/Lang DO SDG 8 R7 WangedragR8 Ondoeltreffende CIA Het naleven van ethisch zakelijkgedrag is verankerd in destrategie en kernwaarden van deRecticel Group. Door naleving vande regelgeving te garanderen,anticorruptiemaatregelen afte dwingen en transparant
Corruptie enomkoping Verstoordeeerlijkheid, gelijkheid,rechtvaardigheidBelemmerdevooruitgang naarrechtvaardigeontwikkeling Risico Kort/Middellang/Lang DO SDG 8 R7 Wangedrag bestuur te bevorderen,versterken we het vertrouwenvan stakeholders, beperken wede risico's en waarborgen we deduurzaamheid van ons bedrijf opde lange termijn.

SDG 7: Betaalbare en duurzame energie

SDG 8: Eerlijk werk en economische groei

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie

SDG 13: Klimaatactie

SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken

DO: Directe operaties

DS: Downstream (Stroomafwaarts) US: Upstream (Stroomopwaarts) EOL: Einde levensduur (End-of-life)

4.3.2.1 Focus op materiële risico's

De volgende tabellen geven een overzicht van de ESG risico's, inclusief een beschrijving en primaire risicorespons, tijdshorizon, waarschijnlijkheid en omvang, en waar het risico zich voordoet binnen de waardeketen. De verwachte financiële effecten van materiële klimaatgerelateerde fysieke en transitierisico's (E1-9) en risico's met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie (E5-6) zijn in dit verslag niet opgenomen. Aangezien de Recticel Group een Wave 1 bedrijf voor CSRD rapportage is, vallen de aanvullende vrijstellingen voor bepaalde ESRS-rapportageverplichtingen onder de gedelegeerde verordening (EU) 2023/2772 ("Quick Fix"). 1

Daarnaast geven we de risicocategorie aan die relevant is voor de activiteiten en activiteiten van de Recticel Group (strategie & compliance, activiteiten, ondersteuning, extern) en het materiële onderwerp. Voor klimaatgerelateerde risico's geven we verder aan of ze een fysiek risico of een transitierisico zijn.

De Recticel Groep heeft voor al haar

productievestigingen een scenarioanalyse van klimaatrisico's uitgevoerd, waarbij fysieke klimaatrisico's, zoals extreme weersomstandigheden die de productie en de toeleveringsketens zouden kunnen verstoren, werden beoordeeld. Zie sectie 3.5.1 voor meer informatie.

In tegenstelling tot substantiële risico's, zoals prijsconcurrentie, macro-economische schommelingen of geopolitieke factoren, hebben de ESG-impacts, risico's en kansen (IRO's) de neiging zich over langere tijdshorizonten te ontwikkelen, vaak langer dan de traditionele financiële cycli. Daarom worden onze ESG-overwegingen over verschillende tijdshorizonten beoordeeld:

SUBSTANTIEEL RISICO ESG IRO's
Tijdshorizon Korte termijn: ≤ 6 maandenMiddellange termijn:6-12 maandenLange termijn: 12-24 maanden Korte termijn: 0-5 jaarMiddellange termijn:5-10 jaarLange termijn: 10-25 jaar

RISICODEFINITIES

Klimaatgerelateerd fysiek risico

Risico's die voortkomen uit de directe fysieke impacts van klimaatverandering, meestal onderverdeeld in acute en chronische risico's.

Acute risico's: plotselinge en ernstige gebeurtenissen, vaak veroorzaakt door extreem weer Chronische risico's: geleidelijke veranderingen in klimaatpatronen op langere termijn

Klimaatgerelateerd transitierisico

Risico's in verband met veranderingen in beleid, markt, reputatie, technologie of aansprakelijkheid.

Deze tijdsbestekken zijn geïntegreerd in ons Enterprise Risk Management (ERM) programma dat substantiëleen ESG-risico's omvat.

Aangezien de Recticel Group milieugegevens rapporteert aan CDP (zie sectie 2.3.5), gebruiken we de classificatie van CDP om de waarschijnlijkheid te evalueren dat elk risico zich voordoet binnen de verwachte tijdshorizon. De waarschijnlijkheidscategorieën van CDP omvatten: vrijwel zeker, zeer waarschijnlijk, waarschijnlijk, meer waarschijnlijk dan niet, ongeveer even waarschijnlijk als niet, onwaarschijnlijk, zeer onwaarschijnlijk, uitzonderlijk onwaarschijnlijk, en onbekend.

1 https://finance.ec.europa.eu/publications/commission-adopts-quick-fixcompanies-already-conducting-corporate-sustainability-reporting\_en

R2 | Wijzigingen in de regulering van bestaande producten en diensten

R1 | Niet-naleving van wetgeving

RISICOBESCHRIJVING STRATEGIE & NALEVING KLIMAATGERELATEERD TRANSITIERISICO MATERIEEL ONDERWERP • Klimaatmitigatie (E1), inclusief productprestaties • Gebruik van gerecycleerde materialen & EOL-waarde (E5), inclusief product- en procesinnovatie • Productontwerp & circulariteit (E5) • Relaties met leveranciers beheren (G1), inclusief productbeheer TIJDSHORIZON: KORTE TERMIJN ESG WAARSCHIJNLIJKHEID: ZEER ONWAARSCHIJNLIJK OMVANG: GEMIDDELD VOORKOMEN IN DE WAARDEKETEN DIRECTE OPERATIES SITUATIE • De Recticel Group moet voldoen aan de CSRD (2024) die een wetenschappelijk onderbouwd klimaatactieplan vereist. • De SBTi-verbintenis voor 2030 en 2050 brengt kosten met zich mee die de prijzen, winstgevendheid en prestaties kunnen beïnvloeden, maar die ook kansen creëren. • Het bewaken en rapporteren van de voortgang op het gebied van broeikasgasreductie is van cruciaal belang om de doelstellingen te halen. TAAK • Zakelijke partners en materialen beoordelen op afstemming met ons strategisch plan. • Evalueer de beschikbaarheid van technologie om de koolstofvoetafdruk te verkleinen. • Risico's aanpakken die verbonden zijn aan ambitieuze doelen. ACTIE • Samenwerken met leveranciers om de ingebouwde koolstofvoetafdruk van grondstoffen te verminderen. • Innovatieve, koolstofarme producten ontwikkelen. • Meer gerecycleerd materiaal in het aangekochte minerale wol en staal. RESULTAAT • Minder uitstoot van grondstoffen. • Nieuwe producten met een lagere koolstofuitstoot en een hoger gehalte aan gerecycleerd materiaal. • Sterkere samenwerking met leveranciers voor een duurzame toeleveringsketen. • Verbeterde operationele veerkracht en afstemming op duurzaamheidsdoelen op de lange termijn. PRIMAIRE RISICORESPONS PRIMAIRE RESPONSKOSTEN EUR 287 K * * Initiële set-upkosten voor CSRD STRATEGISCHE PLANNING • De roadmap voor de implementatie van SBTi-doelen bijwerken om een balans te vinden tussen ambitie en haalbaarheid, rekening houdend met de investeringscapaciteit van de organisatie, de invoering van technologie en operationele veranderingen. PRIORITERING VAN INVESTERINGEN • Prioriteit geven aan investeringen op basis van hun potentiële impact op kostenbesparingen, productprestaties en afstemming op SBTi-verbintenis. VOORTDURENDE VERBETERING • Monitoren en evalueren van de voortgang naar de SBTi-doelen. • Identificeer gebieden voor verbetering of aanpassing. • Een cultuur van duurzame innovatie bevorderen. KOSTENBEREKENING • Systemen en hulpmiddelen RISICOBESCHRIJVING STRATEGIE & NALEVING KLIMAATGERELATEERD TRANSITIERISICO RISICO IN VERBAND MET DE CIRCULAIRE ECONOMIE MATERIEEL ONDERWERP • Klimaatmitigatie (E1), inclusief productprestaties • Productontwerp en circulariteit (E5) • Gebruik van gerecycleerde materialen & EOL-waarde (E5), inclusief product- en procesinnovatie • Relaties met leveranciers beheren (G1), inclusief productbeheer TIJDSHORIZON: MIDDELLANGE TERMIJN ESG WAARSCHIJNLIJKHEID: ZEER WAARSCHIJNLIJK OMVANG: GEMIDDELD VOORKOMEN IN WAARDEKETEN BEHEER EINDE LEVENSDUUR SITUATIE levenscyclus van producten. TAAK • Opvolgen van veranderingen in regelgeving die van invloed zijn op strategische doelstellingen. ACTIE • Procedures bijwerken om te voldoen aan nieuwe voorschriften. • Investeren in duurzame productinnovatie en gezamenlijke R&D op het gebied van circulariteit. • Langdurige partnerschappen bouwen met leveranciers, universiteiten en instituten. • Samenwerkingsverbanden ontwikkelen voor het inzamelen en verwerken van afgedankte materialen. RESULTAAT • Boetes voor niet-naleving voorkomen. verstoringen. duurzaamheid. hernieuwbare energie. PRIMAIRE RISICORESPONS PRIMAIRE RESPONSKOSTEN DOORLOPEND * * De juridische afdeling van de Recticel Group zal zich bezighouden met mogelijke wetgevende actie. TOEZICHT OP REGELGEVING • Opvolgen van wetgevende ontwikkelingen, beleidswijzigingen en trends in regelgeving die relevant zijn voor de Recticel Group. BETROKKENHEID VAN STAKEHOLDERS regelgevende kaders vorm te geven. producten te verlagen. R&D. RISICOBEOORDELING

• Wetgevingsacties aanpakken via het interne juridische team, indien nodig met ondersteuning van externe advocatenkantoren.

• Beleid en rapportagekaders • Gegevensverzameling en -beheer • Rapportage en openbaarmaking

• Bewaking en controle

• Mogelijk negatief impact als de Recticel Group er niet in slaagt om de normen en reglementeringen te controleren en na te leven, in het bijzonder met betrekking tot de circulariteit aan het einde van de

  • Versteviging van marktpositie en minimale operationele

  • Versterkte reputatie door inspanningen op het gebied van

  • Introductie van innovatieve producten met een hoger aandeel

  • Deelnemen aan industrieforums om expertise te delen en adequate

  • Samenwerken met leveranciers om de koolstofvoetafdruk van de

  • Investeren in duurzame productinnovatie, waaronder gezamenlijke

  • Regelmatige risicobeoordelingen en scenarioanalyses uitvoeren om de impact van regelgeving op de activiteiten, financiën en

KOSTENBEREKENING

  • strategie te evalueren.

R3 | Overgang naar meer gerecycleerd materiaal

RISICOBESCHRIJVING RISICOBESCHRIJVING
STRATEGIE & NALEVINGRISICO IN VERBAND MET DE CIRCULAIREECONOMIEMATERIEEL ONDERWERP• Klimaatmitigatie (E1), inclusiefproductprestaties• Productontwerp & circulariteit (E5)• Gebruik van gerecycleerdematerialen & EOL-waarde (E5),inclusief product- en• Relaties met leveranciers beheren(G1), inclusief productbeheerTIJDSHORIZON: MIDDELLANGE TERMIJN ESGWAARSCHIJNLIJKHEID: WAARSCHIJNLIJKOMVANG: GEMIDDELDVOORKOMEN IN DE WAARDEKETENDIRECTE OPERATIESDOWNSTREAM SITUATIE• Productcirculariteit richt zich op het maximaliseren van delevenscyclus door middel van recycling en hergebruik.• Belangrijke risico's zijn onder andere de afhankelijkheid vangerecycleerd materiaal van consistente kwaliteit, de integratievan circulaire praktijken in de productie, hoge aanloopkosten,economische haalbaarheid en concurrerende snelheid vaninvoering.TAAK• Processen aanpassen voor recycling- enherfabricagetechnologieën.• Zorgen voor een consistente productkwaliteit en concurrerendvermogen op de markt.• De economische levensvatbaarheid van circulaire initiatievenwaarborgen.ACTIE• Volgen van trends in de sector en technologische ontwikkelingen.• Partnerschappen opbouwen met betrouwbare leveranciers.• Investeren in R&D, moderne technologieën en procesoptimalisatie.• Strikte protocollen voor kwaliteitsborging implementeren.• Kosten-batenanalyses en opvolgen van de marktdynamiek.RESULTAAT• Minder materiaalvariabiliteit en productieonderbrekingen.• Naadloze integratie van circulaire praktijken.• Versterkte marktpositie en concurrentievermogen.• Verbeterde economische duurzaamheid van circulaire technieken. EXTERN RISICOKLIMAATGERELATEERD TRANSITIERISICORISICO IN VERBAND MET DE CIRCULAIREECONOMIEMATERIEEL ONDERWERP• Klimaatmitigatie (E1), inclusiefproductprestaties• Gebruik van gerecycleerdematerialen & EOL-waarde(E5), inclusief product- enprocesinnovatie• Relaties met leveranciers beheren(G1), inclusief productbeheerTIJDSHORIZON: MIDDELLANGE TERMIJN ESGWAARSCHIJNLIJKHEID: WAARSCHIJNLIJKOMVANG: GEMIDDELDVOORKOMEN IN WAARDEKETENDOWNSTREAM SITUATIE• Verschuivingen in consumentenvoorkeuren, inclusief hernieuwbareinhoud en recycleerbaarheid, kunnen de vraag naar productenbeïnvloeden. Minerale wol geïsoleerde panelen zijn tot 99%recycleerbaar, terwijl polyurethaan isolatieplaten en panelen op ditgebied steeds beter worden.TAAK• Kansen benutten om de klimaatprestaties te verbeteren, de impactop het milieu te verminderen en duurzame groei te stimuleren.ACTIE• R&D richten op geavanceerde isolatiematerialen met superieureprestaties en een lagere impact op het milieu.• Samenwerken met universiteiten om nieuwe materialen entechnologieën te onderzoeken.• Digitale tools en automatisering implementeren om de efficiëntie teverhogen en verspilling te verminderen.• Gebruik maken van gegevensanalyse om de activiteiten in detoeleveringsketen te optimaliseren en de koolstofvoetafdruk teminimaliseren.• Levenscyclusbeoordelingen (LCA) uitvoeren voor nieuwe productenom duurzaamheid te garanderen.• Certificeringen bekomen zoals LEED of BREEAM om demilieuprestaties te valideren.RESULTAAT• Lancering van toekomstgerichte duurzame isolatiematerialen.• Verbeterde energie-efficiëntie en duurzaamheid.• Versterkte positie als leider in bouwmaterialen.

PRIMAIRE RISICORESPONS

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN EUR 2 M *

* R&D-inspanningen gericht op het verhogen van het gebruik van gerecyclede materialen en EOL

  • BETROKKENHEID VAN LEVERANCIERS
  • Sterke partnerschappen opbouwen met leveranciers om een stabiele aanvoer van gerecycleerde materialen van hoge kwaliteit te garanderen en risico's op variabiliteit te verminderen.

WERKZAAMHEDEN

  • Technologieën voor recycling en hergebruik ontwikkelen en integreren.
  • Processen verfijnen om nieuwe technologieën efficiënt te integreren.
  • Robuuste kwaliteitscontroles implementeren en bewaak de productprestaties bewaken om de kwaliteit te handhaven.

KOSTENBEHEER

  • Financiering of subsidies voor circulaire initiatieven.
  • Voortdurend de economische impact evalueren en processen optimaliseren om de kosten te verlagen en de winstgevendheid te verbeteren.

KOSTENBEREKENING

• R&D Inspanningen richten op het verhogen van het gebruik van gerecycleerd materiaal.

R4 | Gedrag van klanten veranderen

PRIMAIRE RISICORESPONS

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN EUR 2 M *

* Gerelateerd aan relevante lopende R&D-inspanningen

• Diepgaande studies uitvoeren om de vraag naar nieuwe producten te evalueren, rekening houdend met de voorkeuren van klanten, markttrends, concurrentie en regelgeving.

TOELEVERINGSKETEN

MARKTONDERZOEK

  • Zorgen voor flexibele productie- en toeleveringsketenactiviteiten om snel te kunnen inspelen op veranderingen in de markt.
  • De productieniveaus aanpassen aan de vraagvoorspellingen en voorraadbehoeften.
  • Samenwerking stimuleren tussen verschillende functies.

KOSTENBEREKENING

• De aanpak van dit risico wordt voornamelijk gedekt door lopende R&D-inspanningen, die 1% van de jaaromzet vertegenwoordigen.

• Het EU-emissiehandelssysteem (ETS) wordt uitgebreid met CO2e-emissies van gebouwen (ETS2). Tegen 2035 zullen de gratis emissierechten geleidelijk worden afgeschaft, wat van impact zal

zijn op de prijsstelling voor leveranciers in de EU. • Het EU-mechanisme voor koolstofgrensaanpassing (CBAM) is van toepassing op de invoer van belangrijke koolstofintensieve producten, waaronder cement, ijzer en staal, aluminium, meststoffen, elektriciteit en waterstof. De financiële verplichtingen gaan in 2026 van start en worden geleidelijk ingevoerd tot 2034, parallel aan de afbouw van de gratis EU-ETS-emissierechten..

• De impact van ETS2 op de energiekosten beoordelen. • Het effect van koolstofprijzen op de kosten van leveranciers en mogelijke doorberekening aan de Recticel Group evalueren.

R5 | Natuurrampen *

RISICOBESCHRIJVING

SITUATIE

EXTERN RISICO KLIMAATGERELATEERDE FYSIEKE RISICO'S

  • MATERIEEL ONDERWERP
  • Klimaatmitigatie (E1), inclusief productprestaties

TIJDSHORIZON: KORTE TERMIJN ESG WAARSCHIJNLIJKHEID: MEER WAARSCHIJNLIJK DAN NIET OMVANG: GEMIDDELD-LAAG

VOORKOMEN IN DE WAARDEKETEN DIRECTE OPERATIES

  • Natuurrampen (aardbevingen, overstromingen, branden, hagelbuien) kunnen schade aan de infrastructuur, operationele verstoringen en risico's voor het personeel veroorzaken.
  • TAAK
  • Bepaal locatiespecifieke klimaatrisico's, beoordeel kwetsbaarheden en ontwikkel strategieën voor paraatheid, respons en herstel.
  • ACTIE (NA BEOORDELING DOOR VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ)
  • Gebouwen, activiteiten en toeleveringsketens beoordelen op rampbestendigheid.
  • De veiligheid van werknemers en IT-systemen waarborgen.
  • Locatiespecifieke noodplannen en bedrijfscontinuïteitsplannen ontwikkelen.
  • Operationele herstelstrategieën implementeren.

RESULTAAT

• Verbeterde veerkracht bij rampen, operationele continuïteit en bescherming van personeel en bedrijfsmiddelen met robuuste respons- en herstelprotocollen.

Uit recente evaluaties blijkt dat er geen dringende kwetsbaarheden zijn, maar er kunnen wel kosten ontstaan aan fotovoltaïsche installaties of daken door blootstelling aan hagel.

R6 | Koolstofbeprijzing

RISICOBESCHRIJVING

SITUATIE

TAAK

STRATEGIE & NALEVING KLIMAATGERELATEERD TRANSITIERISICO

MATERIEEL ONDERWERP

  • Klimaatmitigatie (E1), inclusief productprestaties
  • Relaties met leveranciers beheren (G1), inclusief productbeheer

TIJDSHORIZON: KORTE TERMIJN ESG WAARSCHIJNLIJKHEID: ZEER WAARSCHIJNLIJK

OMVANG: LAAG

DIRECTE OPERATIES

  • VOORKOMEN IN WAARDEKETEN
  • De impact van CBAM op materiaalkosten buiten de EU analyseren en strategieën voor risicobeperking uitwerken. ACTIE
  • Modelmatige toename van energiekosten (EUR 57-350/tCO2e) en mogelijkheden voor emissiereductie identificeren.
  • Aankoopstrategieën aanpassen om kostenstijgingen te beheersen en te beperken.
  • Verkennen van het doorberekenen van hogere kosten aan klanten.
  • De impact van CBAM op de staalkosten controleren. RESULTAAT
  • Budget beheren en besparen op energiekosten door efficiëntieverbeteringen.
  • Minimale impact op leverancierskosten door herziene aankoopstrategieën.

PRIMAIRE RISICORESPONS

MODELLEREN

  • Schatting van de stijging van aanschaf- en bedrijfskosten (EUR 57-350/tCO2e).
  • Samenwerken met leveranciers om hun reactie op koolstofprijzen te beoordelen.

STRATEGIE

  • Aankoopstrategieën aanpassen om kostenstijgingen en risico's aan te pakken.
  • Opvolgen va effect van CBAM op metaalprijzen.

KOSTENBEREKENING

  • De nalevingskosten zijn minimaal door de lage directe impact van de koolstofprijs op de Recticel Group.
  • Het modelleren van de inkoopkosten is eenvoudig en maakt gebruik van bestaande ESG-modellen en prognoses van koolstofprijzen.

PRIMAIRE RISICORESPONS

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN, BOVENOP DE ACTIEVE VERZEKERINGSKOSTEN

EUR 120 K *

* Bedrijfscontinuïteitsplannen (BCP) bijwerken voor elke locatie; vereiste investeringen in bestaande infrastructuur bepalen.

  • INFRASTRUCTUUR BOUWEN • Beoordelen van de bestendigheid van gebouwen en voorzieningen
  • tegen natuurrampen (aardbevingen, overstromingen, branden, stormen).
  • Operationele afhankelijkheden en impacts op de veiligheid van werknemers aanpakken.

GEGEVENSINFRASTRUCTUUR

• Evalueer risico's voor IT-systemen en implementeer beveiligingen om gegevens te beschermen tegen verlies of corruptie.

NOODPLANNEN

• Rampenbestrijdingsplannen op maat ontwikkelen, bedrijfscontinuïteitsplannen (BCP) bijwerken en crisisparaatheid garanderen.

* Zie sectie 3.5.1 voor meer informatie over klimaatgerelateerde fysieke risico's.

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN

EUR 5 K * * Kosten modelleren op

productprijzen en COGS

ONDERSTEUNNIGSRISICO

MATERIEEL ONDERWERP

  • Bestuur en transparantie (bedrijfscultuur) (G1)
  • Relaties met leveranciers beheren (G1), inclusief productbeheer
  • Corruptie en omkoping (G1)

AFNAME IN AANDEELHOUDERSWAARDE

PRIMAIR FINANCIEEL EFFECT

TIJDSHORIZON: KORTE/MIDDELLANGE/LANGE TERMIJN WAARSCHIJNLIJKHEID: ONGEVEER EVEN WAARSCHIJNLIJK ALS NIET OMVANG: GEMIDDELD-HOOG

VOORKOMEN IN WAARDEKETEN DIRECTE OPERATIES

RISICOBESCHRIJVING

  • Het risico op wangedrag en fraude kan een bedreiging vormen voor de activiteiten, integriteit en reputatie van de Recticel Group als gevolg van onethisch gedrag en tekortkomingen in het bestuur.
  • Corruptie kan het vertrouwen schaden, wat kan leiden tot omzetverlies, contractannuleringen en uitdagingen in partnerschappen.

TAAK EN ACTIE

SITUATIE

  • Een cultuur van ethiek, integriteit en verantwoordelijkheid bevorderen.
  • Proactief fraude opsporen en onderzoeken.
  • Interne managementcontrole.

RESULTAAT

• Ethisch zakendoen versterkt de waarden van de Recticel Group, schept vertrouwen bij de stakeholders en versterkt de concurrentiepositie.

R7 | Wangedrag R8 | Ineffective CIA

RISICOBESCHRIJVING

ONDERSTEUNNIGSRISICO

MATERIEEL ONDERWERP

• Bestuur en transparantie (bedrijfscultuur) (G1)

PRIMAIR FINANCIEEL EFFECT VERSTORING IN DE WAARDEKETEN DOWNSTREAM

TIJDSHORIZON: KORTE/MIDDELLANGE/LANGE TERMIJN

WAARSCHIJNLIJKHEID: ONGEVEER EVEN WAARSCHIJNLIJK ALS NIET

OMVANG: GEMIDDELD-HOOG VOORKOMEN IN WAARDEKETEN DIRECTE OPERATIES

SITUATIE • Het risico van inadequaat beheer van bedreigingen voor vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid (CIA) vormt een aanzienlijke uitdaging voor het cyberbeveiligingsbeleid van de Recticel Group.

  • Dit risico kan worden verhoogd door verschillende factoren, waaronder een toename van cybercriminaliteit, onvoldoende cyberbeveiligingstraining, slecht onderhoud van IT-systemen, datalekken, beperkte middelen, menselijke fouten, gebrek aan bewustzijn en complexe gegevensopslagsystemen.
  • Deze uitdagingen bedreigen het vertrouwen van stakeholders en brengen de operationele effectiviteit van het bedrijf in gevaar.

TAAK

  • Een alomvattende cyberbeveiligingsstrategie ontwikkelen en implementeren die de CIA van gegevens en infrastructuur versterkt.
  • Bewustwording vergroten, training geven, technische verdediging versterken en zorgen voor robuuste mechanismen om op incidenten te reageren.

ACTIE

  • Voer een risicobeoordeling uit.
  • Uitgebreide cyberbeveiligingstraining implementeren.
  • IT-infrastructuur versterken.
  • Protocollen voor het reageren op incidenten opstellen.

RESULTAAT

  • De implementatie van een allesomvattende cyberbeveiligingsstrategie resulteert in een aanzienlijke vermindering van het aantal datalekken en een verbeterd vertrouwen van stakeholders in het vermogen van de Recticel Group om gevoelige informatie te beschermen.
  • Verbeterde trainingsprogramma's, een groter bewustzijn onder werknemers en een groter reactievermogen, wat leidt tot een cultuur van veiligheid.

PRIMAIRE RISICORESPONS

CYBERBEVEILIGINGSTRAINING

• Training om het bewustzijn van cyberrisico's, best practices en reacties op incidenten te vergroten zodat een cultuur ontstaat waarin werknemers snel bedreigingen kunnen herkennen en melden.

ROBUUSTE IT-INFRASTRUCTUUR

• Implementeer krachtige onderhoudsprotocollen, waaronder regelmatige updates, patching, antivirusbewaking en kwetsbaarheidsbeoordelingen om risico's te minimaliseren en de veerkracht van het systeem te garanderen.

STRATEGISCHE INVESTERINGEN

• Toewijzen van voldoende middelen, budget, personeel en technologie om de detectie van bedreigingen, de reactie op incidenten en de herstelmogelijkheden te versterken.

PRIMAIRE RISICORESPONS

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN

  • DOORLOPEND Cultiveer een cultuur van ethiek en verantwoordelijkheid op alle niveaus, met duidelijke verwachtingen en leiderschap door het goede voorbeeld te geven.
    • Protocollen opstellen voor proactieve fraudedetectie, -rapportage en -onderzoek, waarbij vertrouwelijkheid, eerlijkheid en een eerlijk proces worden gewaarborgd.
    • Zorg voor personeelstraining en stimuleer een cultuur waarin medewerkers hun zorgen kunnen uiten en ethisch advies kunnen inwinnen zonder bang te hoeven zijn voor vergelding.

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN DOORLOPEND

RISICOBESCHRIJVING
OPERATIONEEL RISICO SITUATIE
MATERIAL TOPIC • De afhankelijkheid van een beperkt aantal leveranciers voor kritiekegrondstoffen houdt risico's in voor de activiteiten en productie van
• Relaties met leveranciers beheren(G1), inclusief productbeheer de Recticel Group.TAAK
PRIMAIR FINANCIEEL EFFECTVERSTORING IN DE WAARDEKETEN UPSTREAM • De kwetsbaarheid van de toeleveringsketen verminderen doorleveranciers te diversifiëren en de blootstelling aan onderbrekingenen prijsvolatiliteit te verminderen.
TIJDSHORIZON: KORT/MIDDELLANGWAARSCHIJNLIJKHEID: WAARSCHIJNLIJK ACTIE
OMVANG: GEMIDDELD • Potentiële partners in verschillende regio's identificeren.
VOORKOMEN IN WAARDEKETEN • Het kwalificatieproces stroomlijnen voor leveranciers.
DIRECTE OPERATIES RESULTAAT
• Lager risico op onderbrekingen in de aanvoer en instabiele prijzen.
• Handhaaf concurrerende prijzen en operationele veerkracht.
PRIMAIRE RISICORESPONS
PRIMAIRE RESPONSKOSTEN BEHEER VAN LEVERANCIERSRELATIES
DOORLOPEND • Stimuleer samenwerking.
DIVERSIFICATIE VAN LEVERANCIERS
• Alternatieve leveranciers kwalificeren om afhankelijkheid teverminderen en strategische partnerschappen op te bouwen.

VOORRAADBEHEER

• Voldoende voorraad aanhouden van kritieke materialen om onderbrekingen in de bevoorrading te beperken.

R9 | Sourcing concentratie 4.3.2.2 Spotlight op materiële kansen

Materiële kansen zijn potentiële voordelen of positieve factoren die de groei, winstgevendheid en concurrentiepositie van de Recticel Group aanzienlijk kunnen verbeteren. Deze kansen komen vaak voort uit markttrends, innovatie, verschuivingen in de regelgeving en milieu- of sociale initiatieven en bieden mogelijkheden voor waardecreatie en succes op lange termijn.

De volgende tabellen geven een overzicht van de ESG opportuniteiten, inclusief een beschrijving en primaire respons, tijdshorizon, waarschijnlijkheid en omvang, en waar de opportuniteit zich voordoet binnen de waardeketen. De verwachte financiële gevolgen van materiële klimaatkansen (E1-9) en deze met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie (E5-6) zijn in dit verslag niet opgenomen. Aangezien de Recticel Group een Wave 1 bedrijf voor CSRD rapportage is, vallen de aanvullende vrijstellingen voor bepaalde ESRS-rapportageverplichtingen onder de gedelegeerde verordening (EU) 2023/2772 ("Quick Fix").2

De Recticel Group rapporteert milieugegevens aan CDP (zie sectie 2.3.5). Daarom gebruiken we de classificatie van CDP om de waarschijnlijkheid te evalueren dat elke opportuniteit zich voordoet binnen de verwachte tijdshorizon. De waarschijnlijkheidscategorieën van CDP omvatten: vrijwel zeker, zeer waarschijnlijk, waarschijnlijk, meer waarschijnlijk dan niet, ongeveer even waarschijnlijk als niet, onwaarschijnlijk, zeer onwaarschijnlijk, uitzonderlijk onwaarschijnlijk en onbekend.

koolstofarme materialen, die tot 69% minder CO2e uitstoten dan

bestaande alternatieven.

O1 | Ontwikkeling van nieuwe producten en diensten door R&D en innovatie O2 | Vermogen om bedrijfsactiviteiten te diversifiëren

SITUATIE• De Recticel Group richt zich op de ontwikkeling vantoekomstgerichte duurzame isolatiematerialen en besteedtongeveer 1% van zijn jaarlijkse omzet aan onderzoek en ontwikkeling(R&D).TAAK• Kansen identificeren en benutten die de klimaatprestatiesverbeteren, de impact op het milieu minimaliseren en groeibevorderen.ACTIE• R&D-team richten op het creëren van geavanceerdeisolatiematerialen met uitzonderlijke thermische prestaties en eenkleinere impact op het milieu.• Samenwerken met universiteiten en onderzoeksinstellingen omnieuwe materialen en technologieën te onderzoeken.• Gebruik maken van gegevensanalyse om de activiteiten in detoeleveringsketen te optimaliseren en de koolstofvoetafdruk teminimaliseren.• Levenscyclusbeoordelingen (LCA) uitvoeren voor nieuwe productenom ervoor te zorgen dat ze voldoen aan de duurzaamheidsnormen.• Certificaten aanbieden (bijv. LEED, BREEAM) die de milieuprestatiesvan producten valideren.RESULTAAT• Introductie van nieuwe isolatiematerialen met verbeterdeisolatieprestaties, waardoor het energieverbruik in gebouwenaanzienlijk wordt verminderd en wordt bijgedragen aan een lagereuitstoot van broeikasgassen. KLIMAAT-GERELATEERDMATERIEEL ONDERWERP• Klimaatmitigatie (E1), inclusiefproductprestaties• Gebruik van gerecycleerdematerialen en EOL-waarde(E5), inclusief product- enprocesinnovatiePRIMAIR FINANCIEEL EFFECT• Hogere inkomsten als gevolg vaneen grotere vraag naar productenen dienstenTIJDSHORIZON: MIDDELLANGE TERMIJNWAARSCHIJNLIJKHEID: ZEERWAARSCHIJNLIJKOMVANG: GEMIDDELD-HOOGVOORKOMEN IN DE WAARDEKETENDOWNSTREAM SITUATIE• De Recticel Group breidt zijn geïsoleerde panelen uit op zowelde binnenlandse als de internationale markt, met als doel hetproductbereik te vergroten.• Onze hoogwaardige geïsoleerde panelen voldoen aan esthetischenormen, verbeteren de architectonische mogelijkheden enverbeteren de kostenefficiëntie van prefabricage.• In 2024 zullen de bouwisolatieproducten van de Recticel Groupbijdragen tot het vermijden van 19,7 miljoen ton CO2e-uitstoot, 33keer meer dan de uitstoot van hun productie (zie ook sectie 5.2.8).TAAK• Markttrends analyseren.• Het adoptiepotentieel in verschillende regio's evalueren.• Bouwprojecten inzetten die gericht zijn op energie-efficiëntie enduurzaamheid.ACTIE• Beoordeel het concurrentielandschap.• Houd toezicht op duurzame bouwprojecten.• Panelen positioneren voor certificering van groene gebouwen (bijv.LEED, BREEAM).• Innoveren om voorop te blijven lopen in isolatietechnologie.• Samenwerken met toonaangevende bouw- entechnologiebedrijven.• Contracten binnenhalen voor grote internationale bouwprojecten.
• Een extra verbetering van de energie-efficiëntie inproductievestigingen.• Versterkte marktpositie.• Leiderschap en geloofwaardigheid. RESULTAAT• Succesvolle internationale uitbreiding en omzetgroei.• Verbeterde reputatie als leider op het gebied van toekomstgerichteisolatie.
PRIMAIRE OPPORTUNITEITSRESPONS PRIMAIRE OPPORTUNITEITSRESPONS
POWERDECK+ LIGHT ROOF• Renovatie van platte daken met stalen dek met isolatieplatenen fotovoltaïsche panelen, met dunnere platen met een gelijkeλ-isolatiewaarde.• Geschikt voor lichtere staalconstructies en heeft een lagerekoolstofvoetafdruk in vergelijking met alternatieven.DECK-VQ ®• Vacuümgeïsoleerde panelen bieden een uitzonderlijke efficiëntievoor veeleisende toepassingen met een lage koolstofvoetafdruk enruimtebesparende voordelen.IMPACT® PRODUCTLIJN• Eurowall Impact® en Eurothane Silver Impact® bevatten 25%biocirculaire inhoud, wat de koolstofvoetafdruk met 43% vermindertterwijl dezelfde λ isolatieprestaties behouden blijven.ALU-VRIJE ISOLATIEPLAAT• Een gasdiffusiedichte, alu-vrije polyurethaan (PIR) plaat voor prefabgebouwen, die het corrosierisico en de koolstofuitstoot met 40%vermindert.QBISS INFILL• Een geïsoleerd gevelsysteem met extreme draagkracht, waardoorsnelle installatie mogelijk is en tot 60% minder embodied koolstof.QBISS ONE NEXT EN TRIMOTERM NEXT PRIMAIRE RESPONSKOSTENEUR 10 M – EUR 150 M Acquisitie van een omvangrijkbedrijf • Onze strategie voor geïsoleerde panelen is gericht op eenpremium marktpositie om te differentiëren, waarde te creëren eninternationaal uit te breiden.• Focus op de USP's van onze geïsoleerde panelen: superieureesthetiek, architecturale flexibiliteit, kostenefficiënte,grondstofzuinige prefabricage.• De Recticel Group investeert in een greenfield-project voorgeïsoleerde panelen in de VS dat medio 2026 operationeel zal zijn.• Ontwikkel een groeiplan voor modulaire bouwsystemen dieduurzame bouw, kostenefficiëntie en snelle inzetbaarheidondersteunen.
• Geavanceerde geïsoleerde panelen gemaakt van duurzame,

O3 | Gebruik van stimuleringsmaatregelen in de publieke sector

BESCHRIJVING VAN DE OPPORTUNITEIT KLIMAATGERELATEERD MATERIEEL ONDERWERP • Klimaatmitigatie (E1), inclusief productprestaties • Gebruik van gerecycleerde materialen en EOL-waarde (E5), inclusief product- en procesinnovatie PRIMAIR FINANCIEEL EFFECT Hogere inkomsten als gevolg van een grotere vraag naar producten en diensten TIJDSHORIZON: KORTE TERMIJN WAARSCHIJNLIJKHEID: ZEER WAARSCHIJNLIJK OMVANG: GEMIDDELD-HOOG VOORKOMEN IN WAARDEKETEN DOWNSTREAM SITUATIE • De waardecreatie van de Recticel Group sluit aan bij de Europese Green Deal, die energie-efficiëntie in gebouwen promoot, ondersteund door de EPBD die energieverbeteringen in bouw en renovatie verplicht stelt (zie ook sectie 2.2.2). TAAK • Verbeter de energie-efficiëntie in bouwprojecten. • Ervoor zorgen dat de nieuwe normen voor broeikasgasemissies worden nageleefd. • Mogelijkheden onderzoeken voor energie-efficiënte renovaties en bouw. ACTIE • Geavanceerde isolatiematerialen en oplossingen voor hernieuwbare energie • Ervoor zorgen dat de broeikasgasemissienormen worden nageleefd. • Samenwerken met technologiebedrijven om innovatieve oplossingen te integreren. • Gebruik maken van de EU-doelstelling om tegen 2030 35 miljoen gebouwen te renoveren. RESULTAAT • De Recticel Group positioneert zich als leider in energie-efficiënte KLIMAATGERELATEERD MATERIEEL ONDERWERP OMVANG: GEMIDDELD-HOOG

BESCHRIJVING VAN DE OPPORTUNITEIT

O4 | Verhoogde verkoop van bestaande producten en diensten

SITUATIE

  • Klimaatmitigatie (E1), inclusief productprestaties
  • Gebruik van gerecycleerde materialen & EOL-waarde (E5), inclusief product- en procesinnovatie

PRIMAIR FINANCIEEL EFFECT

Hogere inkomsten als gevolg van een grotere vraag naar producten en diensten

TIJDSHORIZON: KORTE TERMIJN WAARSCHIJNLIJKHEID: ZEER WAARSCHIJNLIJK

VOORKOMEN IN WAARDEKETEN DOWNSTREAM

• De Recticel Group biedt een breed scala aan thermische en thermo-akoestische isolatieoplossingen, georganiseerd in gespecialiseerde divisies die erkend zijn als leiders in hun respectieve vakgebieden.

TAAK

ACTIE

• Mogelijkheden identificeren en benutten om onze klimaatprestaties te verbeteren, de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de ambitieuze SBTi-doelen te halen.

  • Proactief inspelen op de toenemende vraag naar koolstofarme producten in de hele waardeketen door de voorkeur te geven aan producten met een lagere ingebouwde koolstofafdruk.
  • Verhoog het percentage primaire emissiegegevens dat rechtstreeks van leveranciers wordt verkregen, zodat er weloverwogen keuzes kunnen worden gemaakt bij de aankoop van goederen met een lagere ingebouwde koolstofvoetafdruk

RESULTAAT

  • Vertrouwen van beleggers omdat onze portefeuille is afgestemd op de Taxonomiedoelstelling van de EU om klimaatverandering te beperken.
  • Onze bouwisolatieproducten die in 2025 verkocht worden, zullen naar verwachting meer dan 19,7 miljoen ton CO2e-uitstoot voorkomen tijdens hun levensduur, wat 33 keer meer is dan de totale koolstofvoetafdruk van de hele Recticel Group in 2025.
  • Vooruitgang van SBTi-gevalideerde doelen voor de nabije (2030) en lange termijn (2050).
  • Sterke positie als toekomstgericht isolatiebedrijf.
  • Voldoen aan de groeiende vraag naar koolstofarme producten

PRIMAIRE OPPORTUNITEITSRESPONS

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN

VOORDELEN VAN HET PRODUCTPORTFOLIO

  • * Afgestemd op ons actieplan voor
  • Onze isolatieplaten maken het mogelijk om met dunnere muren en daken aan de regelgeving te voldoen en presteren beter dan
    • materialen zoals minerale wol, XPS/EPS en cellulair glas. Ze bieden een uitstekende energie-efficiëntie bij een geringere dikte, zijn licht van gewicht, water- en vochtbestendig, blijven vormvast bij beloop en dragen bij aan een betere luchtkwaliteit binnenshuis.
    • Onze vacuümgeïsoleerde panelen bieden een superieure efficiëntie met de dunste lagen, ideaal voor het aanpassen van gebouwen met beperkte ruimte.
    • Onze metaalbeklede geïsoleerde panelen (met minerale wol, polyurethaan) bieden isolatie en bescherming tegen weersinvloeden.

PRODUCT PRAKTIJKVOORBEELDEN

  • Trimoterm panelen worden op maat gemaakt om afval te minimaliseren, bevatten tot 52% gerecycleerd materiaal en zijn ontworpen voor eenvoudig hergebruik, omdat ze tot 99% recycleerbaar zijn.
  • Trimoterm Next en Qbiss One Next X zijn onze duurzame geveloplossingen van de volgende generatie, die een tot 68% kleinere ecologische voetafdruk hebben dan conventionele oplossingen en daarmee het voortouw nemen op weg naar een koolstofneutrale toekomst.
  • Het gamma Impact® omvat thermische isolatieplaten met 25% biocirculaire inhoud, waardoor de CO2e-uitstoot met 43% daalt in vergelijking met standaardplaten.

PRIMAIRE RESPONSKOSTEN EUR 2 M *

* Productie en organisatorische efficiëntie, capaciteitsverhoging • Circulariteit verbeteren.

klanten en projecten aan.

  • Onze producten ontwerpen voor eenvoudige EOL-ontmanteling.
  • Materialen op biologische basis integreren in onze producten.

oplossingen voor toekomstgerichte gebouwen en trekt nieuwe

  • Het aandeel gerecycled materiaal tijdens het productieproces verhogen.
  • Markttrends analyseren om kansen te identificeren, vooral in opkomende regio's.
  • Strategische partnerschappen sluiten en gebruik maken van robuuste distributiekanalen om toegang te krijgen tot nieuwe markten.

ONGOING*

klimaattransitie

PRIMAIRE OPPORTUNITEITSRESPONS

ESG 05Informatie

ESRS 2, SBM-3, ESRS 2, BP-2, ESRS 2, IRO-1 | ESRS 2, IRO-2 ESRS 2, MDR-P | ESRS 2, MDR-A | ESRS 2, MDR-M | ESRS 2, MDR-T ESRS E1-1 - 12 | ESRS E5-1 - 6, ESRS S1-1 - 8, S1-10, S1-11, S1-14, S1-15, S1-17 , ESRS G1-1 - 6

DEEL 2 | DUURZAAMHEIDSVERKLARING

5.1 Milieu | EU Taxonomie

Recticel Group blijft zich inzetten voor het beoordelen en rapporteren van de geschiktheid en afstemming van onze activiteiten in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke vereisten.

5.1

IN DEZE SECTIE

De EU Taxonomie biedt een gemeenschappelijk kader voor bedrijven om te beoordelen en openbaar te maken in hoeverre hun activiteiten bijdragen aan belangrijke milieudoelstellingen. Dit sluit aan bij de overkoepelende inspanningen van de Recticel Group om de transparantie en vergelijkbaarheid voor investeerders en andere belanghebbenden te verbeteren. We blijven ons inzetten om de geschiktheid en afstemming van onze activiteiten te beoordelen en hierover te rapporteren in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving.

energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen SCENARIO'S VOOR

KLIMAATRISICO'S

Klimaatrisicoanalyse uitgevoerd in alle productievestigingen GESCHIKTHEID VOOR DE

EU TAXONOMIE

79,4% van onze economische activiteiten draagt aanzienlijk bij aan het tegengaan van klimaatverandering.

D 5.1 Milieu EU Taxonomie
UO 5.1.1 EU Taxonomiekader voor het definiëren van in aanmerking komende en afgestemde activiteiten
H 5.1.2 Wijzigingen ten opzichte van de EU Taxonomie-informatie over de periode 2024
N 5.1.3 EU Taxonomieanalyse 2025
I 5.1.4 Rapportagetabellen EU Taxonomie 2025

5.1.1 EU Taxonomiekader voor het definiëren van in aanmerking komende en afgestemde activiteiten

In 2025 bleef de EU Taxonomie een centraal instrument in het duurzaamheidskader van de EU, gericht op het sturen van financiële stromen naar activiteiten die klimaatdoelstellingen bevorderen, de ecologische veerkracht versterken en bredere duurzaamheidsdoelstellingen ondersteunen. Recticel Group rapporteert overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 betreffende de EU Taxonomie en heeft ervoor gekozen om voor 2025

Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/73 van de Commissie toe te passen.

Onze klimaatrapportage in overeenstemming met de richtlijnen van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) is te vinden in sectie 7.2.1.5, Klimaatverandering.

Screening en beoordeling van economische activiteiten

Bepaling van KPI's voor omzet, CapEx en OpEx

Om taxonomie-in aanmerking komende activiteiten te identificeren, hebben we onze economische activiteiten getoetst aan die welke zijn opgenomen in de bijlagen I en II van de gedelegeerde klimaatverordening, waarbij we die activiteiten hebben geselecteerd die bijdragen aan een of meer van de zes milieudoelstellingen. Onze belangrijkste in aanmerking komende activiteit, 'Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen' (CCM 3.5), werd geïdentificeerd op basis van de bijdrage ervan aan het verbeteren van de energie-efficiëntie en het verminderen van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving.

We hebben ook aangekochte goederen en specifieke maatregelen geïdentificeerd die overeenkomen met economische activiteiten die in aanmerking komen voor de taxonomie. Deze resulteren tot CapEx en OpEx die in aanmerking komen voor de taxonomie, om de screening van CapEx en OpEx in Categorie C weer te geven.

Omzet-KPI

Om de omzet KPI te bepalen, is de noemer de externe omzet die is gerapporteerd in overeenstemming met de geconsolideerde jaarrekening volgens IFRS, zoals te vinden in sectie 7.1.1. De teller vertegenwoordigt de omzet, volgens IFRS 15, die toe te rekenen is aan economische activiteiten die in overeenstemming zijn met de taxonomie. De in aanmerking komende activiteiten die voldoen aan de technische screeningcriteria worden gedetailleerd beschreven in sectie 5.1.3.3.

CapEx-KPI

Om de CapEx KPI te bepalen, worden alle toevoegingen aan immateriële activa en materiële vaste activa (exclusief goodwill) in de noemer weergegeven en kunnen deze worden afgestemd op de toevoegingen van materiële en immateriële activa, nieuwe leaseovereenkomsten en bedrijfscombinaties zoals gerapporteerd in het financieel verslag (secties 7.2.5.1 & 7.2.5.3 (overnames en bedrijfscombinaties) en sectie 7.2.5.4 (nieuwe leaseovereenkomsten)). In de teller worden investeringen opgenomen indien deze betrekking hebben op activa of processen die essentieel zijn voor het uitvoeren van een economische activiteit die in aanmerking komt voor de taxonomie. Daarnaast werden verdere duurzame investeringen geïdentificeerd, die hebben geleid tot een vermindering van de eigen broeikasgasemissies van de onderneming.

OpEx-KPI

Om de OpEx KPI te bepalen, bevat de noemer de directe niet-gekapitaliseerde kosten die betrekking hebben op onderzoek en ontwikkeling, renovatiemaatregelen aan gebouwen, leasing op korte termijn, onderhoud en reparatie, en alle andere directe uitgaven die betrekking hebben op het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa door de onderneming of door derden aan wie activiteiten zijn uitbesteed, en die nodig zijn om het blijvend en doeltreffend functioneren van deze activa te garanderen. De teller bevat de bedrijfskosten die direct of indirect kunnen worden toegerekend aan activiteiten die zijn afgestemd op de taxonomie en aan aankopen van afgestemd economische activiteiten en individuele maatregelen die ervoor zorgen dat de doelactiviteiten koolstofarm worden of tot een vermindering van broeikasgassen leiden.

5.1.2 Wijzigingen ten opzichte van de EU Taxonomie-informatie over de periode 2024

Afbakening: De gegevens voor 2025 omvatten de dochterondernemingen Kuras en Miclar. Kuras werd op 1 november 2025 overgenomen en is gevestigd in Nederland. Miclar werd op 1 december 2025 overgenomen en is gevestigd in België.

Herziening: Er was geen herziening van de gegevens voor 2024 en 2023 nodig.

5.1.3 EU Taxonomieanalyse 2025

5.1.3.1 Analyse van de geschiktheidsen technische screeningcriteria

In juni 2023 heeft de Europese Commissie een gedelegeerde handeling inzake de milieutaxonomie aangenomen, waarmee een nieuwe reeks EU Taxonomiecriteria werd ingevoerd om economische activiteiten te beoordelen die een significante bijdrage leveren aan een of meer van de volgende milieudoelstellingen:

  • Klimaatmitigatie
  • Klimaatadaptatie
  • Duurzaam gebruik en bescherming van water- en mariene grondstoffen
  • Overgang naar een circulaire economie
  • Preventie en bestrijding van verontreiniging
  • Bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen

Recticel Group heeft een uitgebreide screening uitgevoerd van al haar economische activiteiten, inclusief die van haar dochterondernemingen Kuras en Miclar, die respectievelijk op 1 november en 1 december 2025 werden overgenomen. Uit de beoordeling bleek dat de meeste activiteiten van de Recticel Group aanzienlijk bijdragen aan de beperking van klimaatverandering, maar niet substantieel bijdragen aan de overige vijf doelstellingen.

5.1.3.2 2025 In aanmerking komende activiteiten binnen de doelstelling inzake het tegengaan van klimaatverandering

De volgende economische activiteiten van de Recticel Group worden beschouwd als substantiële bijdragen aan de beperking van de klimaatverandering:

  • • Thermische isolatieplaten (Recticel Insulation, Kuras): Deze hoogwaardige polyisocyanuraat (PIR) schuimplaten zijn gelamineerd tussen twee bekledingsmaterialen en bieden een uitstekende isolatie voor de volledige gebouwschil. Ze zijn geschikt voor verschillende toepassingen, waaronder platte, hellende en schuine daken, spouwmuren, vloeren, binnenbekleding en systemen voor buitengevelisolatie.
  • • Met metaal beklede geïsoleerde panelen van minerale wol en polyurethaan (Trimo, Rex, Miclar, Kuras): Deze energiezuinige, uit één component bestaande panelen zijn in de fabriek ontworpen en worden meestal rechtstreeks op het structurele geraamte van het gebouw bevestigd, waardoor ze zowel isoleren als weerbestendig zijn zonder dat er een spouw in de gevelbekleding nodig is.
  • • Vacuümgeïsoleerde panelen voor gebouwen (Turvac): Met hun ultralage thermische geleidbaarheid en hoge thermische weerstand bieden deze panelen superieure isolatie in vergelijking met traditionele materialen.
  • • Vacuümgeïsoleerde panelen voor verpakking (Turvac): Deze panelen bieden zeer efficiënte, ruimtebesparende isolatieoplossingen voor verpakkingstoepassingen.
  • • Thermo-akoestische isolatieplaten (Recticel Insulation): Deze platen zijn ontworpen voor scheidingswanden en verminderen de geluidsoverdracht tussen ruimtes, terwijl ze tegelijkertijd een sterke thermische isolatie bieden. Ze zijn gemaakt van gerecycled PU-schuim uit afgedankte matrassen en dragen zo bij aan afvalvermindering en ecologische duurzaamheid. In de eerste helft van 2025 voltooide de Recticel Group de geplande sluiting van haar fabriek voor thermoakoestische platen in Angers, Frankrijk.
  • • Vacuümgeïsoleerde panelen voor verpakkingen (Turvac): Deze panelen bieden zeer efficiënte, ruimtebesparende isolatieoplossingen voor verpakkingstoepassingen.

De economische activiteiten van Soundcoat in onze divisie Acoustic Solutions en de niet-bouwproducten van Turvac komen niet in aanmerking voor een van de zes criteria van de EU Taxonomie.

De activiteiten van Kuras en Miclar, beide overgenomen eind 2025, komen niet in aanmerking onder "Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen", aangezien zij zich niet bezighouden met productie. Hun activiteiten kunnen echter wel in aanmerking komen onder "Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënte apparatuur", voor zover deze betrekking hebben op isolatiematerialen. Deze indeling zal in de nabije toekomst nader worden onderzocht.

Gezien de beperkte periode waarin Kuras en Miclar deel uitmaken van de Recticel Group, waren de gegevens die nodig zijn om hun geschiktheid voor de EU Taxonomie nauwkeurig te beoordelen, niet beschikbaar. Bijgevolg zijn hun activiteiten voor het boekjaar 2025 geclassificeerd als niet in aanmerking komend voor de EU Taxonomie.

5.1.3.3 In aanmerking komende activiteiten die voldoen aan de technische screeningcriteria

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de activiteiten die in aanmerking komen voor de EU Taxonomie en die voldoen aan de technische screeningcriteria voor het tegengaan van klimaatverandering.

Milieudoelstelling ECONOMISCHE ACTIVITEIT 2025 EU TAXONOMIECATEGORIE VAN DE ECONOMISCHEACTIVITEIT TECHNISCHE SCREENINGCRITERIA
Isolatieplaten Cat. 3.5, Productie van energie-efficiënteapparatuur voor gebouwen (CCM 3.5) Isolatieproducten met een lambda-waarde kleinerdan of gelijk aan 0,06 W/mK
Klimaatmitigatie Geïsoleerde panelen Cat. 3.5, Productie van energie-efficiënteapparatuur voor gebouwen (CCM 3.5) Buitengevelsystemen met een U-waarde kleinerdan of gelijk aan 0,5 W/m²K.Dakbedekkingssystemen met een U-waarde kleinerdan of gelijk aan 0,3 W/m²K.
Vacuümgeïsoleerde panelenvoor gebouwen Cat. 3.5, Productie van energie-efficiënteapparatuur voor gebouwen (CCM 3.5) Isolatieproducten met een lambda-waarde kleinerdan of gelijk aan 0,06 W/mK.
Thermo-akoestische platen Cat. 3.5, Productie van energie-efficiënteapparatuur voor gebouwen (CCM 3.5) Isolatieproducten met een lambda-waarde kleinerdan of gelijk aan 0,06 W/mK.

Tabel 1. Omzet in 2025 met betrekking tot activiteiten die in aanmerking komen voor de EU Taxonomie en aan de technische criteria voldoen

Economische activiteit % OMZET (VERKOOP) DAT IN AANMERKINGKOMT VOOR AFSTEMMING OP DE EUTAXONOMIE
Productie van energie-efficiënteapparatuur voor gebouwen 79,4 %

Tabel 2. CapEx en OpEx voor 2025 met betrekking tot activiteiten die in aanmerking komen voor de EU Taxonomie en voldoen aan de technische criteria

KPI % CAPEX/OPEX DAT IN AANMERKING KOMTVOOR AFSTEMMING OP DE EU TAXONOMIE
Gerelateerd aankapitaaluitgaven (CapEx) 91,5%
Gerelateerd aan operationeleuitgaven (OpEx) 83,7%

5.1.3.4 2025 Voldoen aan de 'Geen ernstige afbreuk doen aan' criteria (GEAD)

In 2025 voerde de Recticel Group een scenarioanalyse van klimaatrisico's uit voor al haar productievestigingen, waarbij fysieke klimaatrisico's werden beoordeeld, zoals extreme weersomstandigheden die de productie en toeleveringsketens zouden kunnen verstoren. Recticel Group is momenteel bezig met het identificeren en implementeren van aanpassingsmaatregelen om de geïdentificeerde materiële risico's te beperken. Zie sectie 3.5.1 voor meer informatie.

GEAD criteria voor 'Aanpassing aan klimaatverandering'

  • Identificeer relevante fysieke klimaatrisico's
  • Beoordeel de materialiteit van elk geïdentificeerd risico
  • Identificeer en implementeer oplossingen om de geïdentificeerde materiële risico's te beperken

In 2025 voerde de Recticel Group een eerste biodiversiteitsscreening uit op 12 operationele locaties met betrekking tot hun nabijheid tot gebieden die belangrijk zijn voor de biodiversiteit. Volgens de IBAT-richtlijnen werden drie bufferzones (2 km, 5 km en 10 km) toegepast om potentiële directe en indirecte effecten te beoordelen en prioritaire locaties voor verdere evaluatie te identificeren.

De locaties werden geëvalueerd aan de hand van belangrijke biodiversiteitsdatasets, waaronder Natura 2000, WDPA, EBA's, Ramsargebieden en KBA's. Er werden geen overlappingen met Ramsar-gebieden vastgesteld. Voor GEAD-doeleinden werd Natura 2000 als het meest relevante kader beschouwd.

Er werden twee locaties geïdentificeerd die mogelijk interacties vertonen met biodiversiteitsgevoelige gebieden. Gezien hun beperkte ecologische voetafdruk, gekenmerkt door een zeer laag waterverbruik, minimale luchtemissies en geen uitstoot van fijnstof, is een passende beoordeling in het kader van de Habitatrichtlijn echter uitgesteld tot nader order. Als gevolg hiervan is de Recticel Group nog niet op één lijn wat betreft de GEADdoelstelling voor biodiversiteit

GEAD-criteria voor 'biodiversiteit'

  • Screen locaties in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden
  • Ontwikkel een biodiversiteitsbeheerplan om de geïdentificeerde risico's aan te pakken

Opgemerkt moet worden dat de Recticel Group een zeer beperkte hoeveelheid water gebruikt in haar productieprocessen en haar afvalwater op een gecontroleerde manier loost. Als zodanig hebben we geen:

  • watermassa's die mogelijk worden beïnvloed door wateronttrekking of lozing van afvalwater
  • watermassa's die mogelijk door de activiteit worden beïnvloed
  • risico's met betrekking tot het behoud van de kwaliteit en het voorkomen van waterstress
  • noodzaak om een beheerplan voor watergebruik en -bescherming op te stellen

5.1.3.5 Naleving van minimale waarborgen in 2025

Minimale waarborgen zijn, in de context van de EU Taxonomie, een reeks sociale en bestuurscriteria waaraan economische activiteiten die als ecologisch duurzaam worden beschouwd, moeten voldoen. De opname van deze waarborgen in de EU Taxonomie wordt gezien als een

belangrijke stap om ervoor te zorgen dat de overgang naar een duurzame economie rechtvaardig verloopt en de rechten van werknemers, gemeenschappen en het milieu respecteert.

Aansluiting bij de volgende richtlijnen en principes is vereist:

VN-richtlijnen voor bedrijfsleven en mensenrechten

Fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO)

Internationaal Handvest van de Rechten van de Mens

We hebben de naleving van de EU Taxonomieverordening inzake minimale waarborgen geëvalueerd, waarbij we ons hebben gericht op mensenrechten, arbeidsrechten en consumentenrechten in de hele waardeketen, evenals op kwesties met betrekking tot omkoping en corruptie, belastingheffing en eerlijke concurrentie. Om aan deze waarborgen te voldoen, moeten bedrijven robuuste due diligence-processen implementeren en aantonen dat er geen specifieke negatieve effecten of incidenten zijn.

Voor alle entiteiten van de Recticel Group, met uitzondering van Kuras en Miclar (overgenomen eind 2025), hebben we de nodige risicobeheeren due diligence-processen voor onze waardeketen opgestart. Voor meer details over due diligence in de toeleveringsketen verwijzen we naar sectie 3.4, GOV-4.

Recticel Group heeft in de vijf jaar voorafgaand aan dit jaarverslag geen inbreuken begaan op mensen-, arbeids- of consumentenrechten, noch op anticorruptie-, belasting- of mededingingswetgeving. Bovendien heeft Recticel Group geen contact gehad met een nationaal contactpunt van de OESO of het 'Business and Human Rights Resource Centre'.

5.1.3.6 Resultaten van de afstemming op de EU Taxonomie

79,4% van de activiteiten van de Recticel Group voldoet aan de technische criteria om bij te dragen tot de beperking van klimaatverandering. Aangezien er in 2025 geen volledige afstemming was met de GEAD-criteria inzake 'aanpassing aan klimaatverandering' en 'biodiversiteit' (sectie 5.1.3.4), was 0% van onze activiteiten in overeenstemming met de EU Taxonomie.

De voor de EU Taxonomie in aanmerking komende omzet steeg met 0,9% van 525.172 KEUR naar 520.456 KEUR.

De voor de EU Taxonomie in aanmerking komende CapEx daalde licht van 71.114 KEUR naar 69.375 KEUR, inclusief de investeringen in de nieuwe polyolfabriek, het greenfield-project in de VS en de bedrijfscombinaties van Kuras en Miclar, waarbij materiële en immateriële activa betrokken waren.

De voor EU Taxonomie in aanmerking komende OpEx daalde met 30% van 10.091 KEUR naar 7,067 KEUR.

De belangrijkste drijfveren voor de verandering in de CapEx KPI voor 2025 vloeien voort uit de overname van Kuras en Miclar, met name hun immateriële en materiële activa (secties 7.2.5.1 en 7.2.5.3) en gebruiksrechten (sectie 7.2.5.4), die zijn ingedeeld volgens EU Taxonomie-in aanmerking komende en niet-in aanmerking komende economische activiteiten. Daarnaast worden CapEx-uitgaven met betrekking tot apparatuur en voertuigen onder 'Nieuwe leaseovereenkomsten' (sectie 7.2.5.1) gerapporteerd als EU Taxonomie-in aanmerking komend. Andere in aanmerking komende CapEx-uitgaven (Categorie C) omvatten investeringen in energie-efficiënte renovaties van gebouwen.

Voor de OpEx-KPI bestaat de noemer uit dagelijkse kosten die rechtstreeks worden gemaakt voor onderzoek en ontwikkeling, renovaties van gebouwen, kortetermijnhuur en de reparatie en het onderhoud van materiële vaste activa. Er werden geen andere directe uitgaven in verband met het lopende onderhoud van de activa van Recticel Group geboekt.

De reparatie- en onderhoudskosten omvatten zowel externe als interne uitgaven; interne loonkosten zijn echter niet meegerekend, aangezien er geen gedetailleerde kostenuitsplitsing beschikbaar is. Exploitatiekosten die verband houden met de op EU Taxonomie afgestemde activiteiten van Kuras en Miclar worden bij het bepalen van het aandeel van de onderneming buiten beschouwing gelaten, zowel in de teller als in de noemer.

5.1.4 Rapportagetabellen EU Taxonomie 2025

Aandeel omzet uit producten of diensten die verband houden met taxonomie afgestemde economische activiteiten

BOEKJAAR 2025
KPI TOTAAL AANDEEL VAN VOOR DE TAXONOMIEIN AANMERKING KOMENDEACTIVITEITEN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDEACTIVITEITEN AANDEEL VAN OP DE TAXONOMIEAFGESTEMDE ACTIVITEITEN KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE WATER UITSPLITSING NAAR MILEUDOELSTELLINGEN VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITENCIRCULAIRE ECONOMIE VERONTREINIGING BIODIVERSITEIT AANDEEL FACILITERENDEACTIVITEITEN TRANSITIEONDERSTEUNENDEACTIVITEITENAANDEEL NIET-BEOORDEELDE ACTIVITEITENDIE ALS NIET-MATERIEEL WORDENBESCHOUWD OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDEACTIVITEITEN IN HET VORIGEBOEKJAAR (N-1) AFGESTEMDE ACTIVITEITEN IN HETAANDEEL VAN OP DE TAXONOMIEVOORGAANDE BOEKJAAR (N-1)
KEUR % KEUR % % % % % % % % % % KEUR %
Omzet 655.075 79,4% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0 0,0%
CapEx 69.375 91,5% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0 0,0%
OpEx 7.067 83,7% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0 0,0%

Omzet

GERAPPORTEERDE KPI (OMZET)
BOEKJAAR 2025 2025
MILIEUDOELSTELLING VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN
ECONOMISCHE ACTIVITEITEN CODE KOMENDE OMZET/CAPEX/OPEX)TAXONOMIE IN AANMERKINGAANMERKING KOMENDE KPIVOOR DE TAXONOMIE IN(AANDEEL VAN VOOR DE OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDEKPI (MONETAIRE WAARDE VANOMZET/CAEX/OPEX OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDETAXONOMIE AFGESTEMDEOMZET, CAPEX, OPEX)KPI (AANDEEL OP DE KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE WATER CIRCULAIRE ECONOMIE VERONTREINIGING BIODIVERSITEIT FACILITERENDE ACTIVITEIT TRANSITIEONDERSTEUNENDEACTIVITEIT IN VOOR DE TAXONOMIE INTAXONOMIE AFGESTEMDAANMERKING KOMENDAANDEEL VAN OP DE
% M EUR % % % % % % % (E WAARTOEPASBAAR) (T WAARTOEPASBAAR) %
Productie van energie-efficiënte apparatuur voorgebouwen CCM 3.5 79,4% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% E - 0,0%
Som van de afstemming per doelstelling 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
Totale KPI (Omzet) 79,4% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%

CapEx

GERAPPORTEERDE KPI (CAPEX)
BOEKJAAR 2025 2025
ECONOMISCHEACTIVITEITEN CODE TAXONOMIE IN AANMERKINGAANMERKING KOMENDE KPIKOMENDE OMZET/CAPEX/(AANDEEL VAN VOOR DEVOOR DE TAXONOMIE INOPEX) AFGESTEMDE KPI (MONETAIREWAARDE VAN OMZET/CAEX/OP DE TAXONOMIEOPEX AFGESTEMDE KPI (AANDEEL OPDE TAXONOMIE AFGESTEMDEOMZET, CAPEX, OPEX)OP DE TAXONOMIE KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE MILIEUDOELSTELLING VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITENWATER CIRCULAIRE ECONOMIE VERONTREINIGING BIODIVERSITEIT FACILITERENDE ACTIVITEIT TRANSITIEONDERSTEUNENDEACTIVITEIT IN VOOR DE TAXONOMIE INTAXONOMIE AFGESTEMDAANMERKING KOMENDAANDEEL VAN OP DE
% M EUR % % % % % % % (E WAARTOEPASBAAR) (T WAARTOEPASBAAR) %
Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen CCM 3.5 91,3% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% E - 0,0%
Installatie, onderhoud en reparatie van oplaadstations voorelektrische voertuigen in gebouwen en parkeerplaatsen bijgebouwen CCM 7.4 0,0% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% E - 0,0%
Installatie, onderhoud en reparatie van energie-efficiënteapparatuur CCM 7.3 0,0% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% E - 0,0%
Renovatie van bestaande gebouwen CCM7.2 0,1% 0,0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% E - 0,0%
Som van de afstemming per doelstelling 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%

OpEx

GERAPPORTEERDE KPI (OPEX)
BOEKJAAR 2025 2025
MILIEUDOELSTELLING VAN OP DE TAXONOMIE AFGESTEMDE ACTIVITEITEN
ECONOMISCHEACTIVITEITEN CODE TAXONOMIE IN AANMERKINGAANMERKING KOMENDE KPIKOMENDE OMZET/CAPEX/VOOR DE TAXONOMIE IN(AANDEEL VAN VOOR DEOPEX) AFGESTEMDE KPI (MONETAIREWAARDE VAN OMZET/CAEX/OP DE TAXONOMIEOPEX AFGESTEMDE KPI (AANDEEL OPDE TAXONOMIE AFGESTEMDEOMZET, CAPEX, OPEX)OP DE TAXONOMIE KLIMAATMITIGATIE KLIMAATADAPTATIE WATER CIRCULAIRE ECONOMIE VERONTREINIGING BIODIVERSITEIT FACILITERENDE ACTIVITEIT TRANSITIEONDERSTEUNENDEACTIVITEIT IN VOOR DE TAXONOMIE INTAXONOMIE AFGESTEMDAANMERKING KOMENDAANDEEL VAN OP DE
% M EUR % % % % % % % (E WAARTOEPASBAAR) (T WAARTOEPASBAAR) %
Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen CCM 3.5 83,7% 0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% E - 0,0%
Som van de afstemming per doelstelling 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
Totale KPI (OpEx) 83,7% 0 0,0% 100,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 100,0% 0,0% 0,0%

5.2 Milieu | E1 Klimaatverandering

Onze toewijding aan milieubeheer komt tot uiting in onze deelname aan het Science Based Targets initiative (SBTi). Met net-zero in 2050 als ons uiteindelijke doel, hebben we twee kortetermijndoelstellingen voor 2030 vastgesteld die aansluiten bij het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C, conform het Akkoord van Parijs.

5.2

IN DEZE SECTIE

Recticel Group zet zich volledig in om de uitdagingen van klimaatverandering, uitputting van hulpbronnen en de dringende behoefte aan schone, hernieuwbare energie aan te pakken. Als toonaangevend isolatiebedrijf helpen we de opwarming van de aarde tegen te gaan via onze oplossingen, activiteiten, innovaties en door nauw samen te werken met de bouwsector en andere industrieën.

Sinds 2024 is onze totale koolstofintensiteit (Scope 1+2+3 per geproduceerde m³) met 7,5% gedaald (17,4% sinds 2021). Dit resultaat versterkt ons vertrouwen dat we onze SBTi-verbintenis zullen nakomen om de Scope 1+2 emissies tegen 2030 met 90% en de Scope 3 emissies met 25% te verminderen.

In de afgelopen twaalf maanden hebben we verder geïnvesteerd in de elektrificatie van onze activiteiten en voertuigen, en in de ontwikkeling van plannen voor een recyclingfabriek

van de volgende generatie in België. Door ons te richten op het creëren van geavanceerde isolatiematerialen met uitzonderlijke thermische prestaties en een verminderde milieu-impact, zijn we erin geslaagd verschillende nieuwe systemen en innovatieve producten te introduceren

Onze bouwisolatieprodukten verkocht in 2025, zullen helpen om 19,7 miljoen ton CO2e uitstoot te vermijden. Dit komt neer op 33 keer de uitstoot die voortvloeit uit de productie ervan.

21% vermindering van het energieverbruik sinds 2021; 3% ten opzichte van 2024 AVO I D E D

33 X onze CO2 voetafdruk voor 2025 de levenscyclus van onze isolatieproducten

vermeden gedurende

52% reductie Scope 1+2 sinds 2021; 28% sinds 2024

DUOHNI 5.2 Milieu E1 Klimaatverandering5.2.1 Materiële E1-IRO's en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel5.2.2 E1-1 Transitieplan voor het tegengaan van klimaatverandering5.2.3 E1-2 Beleid met betrekking tot het tegengaan van klimaatverandering5.2.4 E1-3 Maatregelen en middelen met betrekking tot het klimaatbeleid5.2.5 E1-4 Doelstellingen met betrekking tot het tegengaan van klimaatverandering5.2.6 E1-5 Energieverbruik, -mix en -intensiteit5.2.7 E1-6 Bruto Scope 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies5.2.8 Vermeden emissies5.2.9 E1-7 Projecten voor de verwijdering en mitigatie van broeikasgassen gefinancierd via koolstofkredieten5.2.10 E1-8 Interne koolstofprijs5.2.11 E1-9 Verwachte financiële gevolgen van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatgerelateerdekansen
---------------------------- ----- -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

* De informatie in deze sectie volgt de structuur van ESRS E1. Alle subonderwerpen werden als materieel beschouwd in de Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA).

Sectie 5.1 geeft details over de rapportage volgens de EU Taxonomie, terwijl sectie 5.2.8 informatie bevat over de vermeden emissies van onze bouwproducten die in 2025 worden verkocht. Recticel Group integreert duurzaamheidsgerelateerde prestatiedoelstellingen in beloningsregelingen, zoals beschreven in sectie 3.3, GOV-3.

5.2.1 Materiële E1-IRO's en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel

Sectie 4.3, Navigeren door het landschap van risico's en kansen, biedt een uitgebreid overzicht van de materiële IRO's die verband houden met ESRS E1, inclusief de beschrijving van het IROproces en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel. Informatie over de resultaten van de veerkrachtanalyse is te vinden in sectie 2.3.4, Veerkracht van ons bedrijfsmodel en onze strategie.

5.2.2 E1-1 Transitieplan voor het tegengaan van klimaatverandering

Sinds 2010 heeft de Recticel Group een ingrijpende transformatie ondergaan, waarbij het bedrijf zich heeft ontwikkeld van een herstructurering en optimalisatie van zijn productievoetafdruk tot een herpositionering als toonaangevend isolatiebedrijf. Vandaag de dag bieden we energie-efficiënte oplossingen die helpen om klimaatverandering tegen te gaan. Door middel van strategische desinvesteringen en overnames hebben we onze isolatieactiviteiten versterkt en ons gepositioneerd voor verdere groei.

Aangezien we productielocaties in zeven landen hebben, wordt de elektrificatiestrategie van Recticel Group beïnvloed door de mate waarin regionale elektriciteitsnetten hierop zijn voorbereid en door de toegang tot koolstofarme elektriciteit. Hoewel sommige regio's over duidelijke elektrificatieplannen beschikken, blijft de ontwikkeling van de infrastructuur vaak achter, wat leidt tot vertragingen bij de aansluiting op het elektriciteitsnet. Dit is bijvoorbeeld het geval in Groot-Brittannië, waar de onafhankelijke energieregulator Ofgem een investering van 4 miljard GBP versneld heeft doorgevoerd om de ontwikkeling van de infrastructuur te stimuleren. In België neemt de elektrificatie in sommige sectoren (bijvoorbeeld mobiliteit en industrie) snel toe, maar het tempo is ongelijkmatig, wat leidt tot onevenwichtigheden tussen vraag en aanbod. Frankrijk kampt met knelpunten bij de netaansluiting als gevolg van de snelle groei van zonne-energie; netbeheerder RTE schat dat het land tegen 2040 ongeveer 10 miljard

Portfolio en geschiktheid voor de EU Taxonomie

Onze huidige portfolio speelt in op een van de meest cruciale megatrends: het verminderen van CO2e emissies om het milieu te beschermen. Dit komt tot uiting in onze EU-taxonomieverklaring (sectie 5.1), die een gestandaardiseerd kader biedt voor het classificeren van ecologisch duurzame activiteiten. 79,4% van onze isolatieplaten, geïsoleerde panelen en vacuümisolatiepanelen voldoet aan de technische screeningcriteria voor klimaatmitigatie CCM 3.5 (Productie van energie-efficiënte apparatuur voor gebouwen).

euro zal moeten investeren om het nationale net te moderniseren en uit te breiden.

Deze regionale verschillen illustreren de complexiteit die gepaard gaat met het opschalen van elektrificatie en de transitie naar duurzame energie in al onze activiteiten. Niettemin zetten we ons in om aan de behoeften van onze klanten te voldoen en duurzame ontwikkeling te stimuleren in een sector die wordt aangedreven door de energietransitie. Onze toekomstgerichte isolatieoplossingen zijn geworteld in duurzame innovatie en pakken belangrijke maatschappelijke uitdagingen aan, waaronder klimaatverandering, uitputting van hulpbronnen en de dringende behoefte aan schone, hernieuwbare energie.

Milieuduurzame activiteiten volgens de EU Taxonomie

79,4% in aanmerking komende activiteiten * 20,6% niet-in aanmerking komende activiteiten *

* voldoet aan de technische screeningcriteria voor klimaatmitigatie (CCM 3.5)

Het Science Based Targets initiative (SBTi)

Onze toewijding aan milieubeheer wordt geïllustreerd door onze betrokkenheid bij het Science Based Targets initiative (SBTi), dat onze doelstellingen in februari 2024 heeft goedgekeurd. Met net-zero in 2050 als ons uiteindelijke doel, hebben we twee kortetermijndoelstellingen voor 2030 vastgesteld die aansluiten bij het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C, conform het Akkoord van Parijs. Details over onze doelstellingen, hefbomen voor decarbonisatie, actieplannen en bijbehorende uitgaven worden beschreven in sectie 5.2.4, E1-3, en sectie 5.2.5, E1-4.

Acties op korte termijn: vermindering van Scope 1- en Scope 2 emissies

Een belangrijk onderdeel van onze strategie voor de korte termijn is het realiseren van een reductie van 90% in de absolute Scope 1+2 broeikasgasemissies tegen 2030, uitgaande van het basisjaar 2021. Om verantwoording en meetbare vooruitgang te waarborgen, hebben we aan ESG-doelstellingen gekoppelde financiële prikkels opgenomen in het beloningsbeleid voor kantoormedewerkers (Hay-schaal 14 en hoger) en leidinggevenden. Zie sectie 3.4, GOV-4, voor meer informatie over de afstemming van beloningen op duurzaamheidsdoelstellingen.

Aandacht voor 'locked-in' emissies

We hebben potentiële vastgelegde broeikasgasemissies geïdentificeerd in de koolstofintensieve grondstoffen die worden gebruikt voor de productie van isolatieplaten en geïsoleerde panelen. Door samen te werken met onze toeleveringsketen stimuleren we innovatie om deze emissies te verminderen, de veerkracht te versterken en bij te dragen aan een koolstofarme economie. Er zijn geen 'locked-in' emissies geïdentificeerd in onze infrastructuur of bedrijfsvoering.

Afstemming op de EU-benchmarks in lijn met het Akkoord van Parijs

Recticel Group sluit aan bij de EU Paris-Aligned Benchmarks (PAB's), die als leidraad dienen voor beleggingsportefeuilles om de klimaatdoelstellingen van het Akkoord van Parijs te halen. Deze afstemming onderstreept ons streven om de hoogste normen op het gebied van klimaatverantwoordelijkheid te halen en tegelijkertijd duurzame groei en waardecreatie op lange termijn te bevorderen.

Investeringen

In 2025 bleef de Recticel Group vaart zetten achter haar routekaart voor operationele uitmuntendheid en duurzaamheid. Voortbouwend op de investeringen die in 2024 werden gestart, hebben we onze productievestigingen verder gemoderniseerd en de productielijnen op meerdere locaties geoptimaliseerd om de efficiëntie te verhogen, de kostenconcurrentiepositie te verbeteren en het energieverbruik en de daarmee gepaard gaande broeikasgasemissies te verminderen.

Een belangrijke mijlpaal was de verdere ontwikkeling van onze recyclingfaciliteit van de volgende generatie in Wevelgem, België. Deze fabriek van 13 miljoen euro is bestemd voor de chemische recycling van polyurethaan (PU)-afval tot hoogwaardige grondstoffen voor de productie van nieuwe isolatieplaten. Zodra de faciliteit volledig operationeel is, zal ze een cruciale rol spelen bij het bevorderen van circulariteit binnen onze sector, waardoor de afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen aanzienlijk wordt verminderd en wordt bijgedragen aan een substantiële vermindering van Scope 3 emissies in onze hele waardeketen.

Zie sectie 5.3.3.1 voor meer informatie.

Bestuur en toezicht

De Raad van Bestuur heeft, in samenwerking met het Auditen Duurzaamheidscomité, de ESG-strategie, inclusief het transitieplan voor de beperking van klimaatverandering, beoordeeld en goedgekeurd om afstemming op hoge duurzaamheidsnormen te waarborgen. Voor meer informatie over governance, zie sectie 3.2, GOV-2.

5.2.3 E1-2 Beleid met betrekking tot het tegengaan van klimaatverandering

Onze duurzaamheidsstrategie heeft onze portefeuille en innovatieprioriteiten gevormd in onze reactie op belangrijke maatschappelijke uitdagingen. Met ons Race to Net Zero-plan pakken we het tegengaan van klimaatverandering aan binnen onze bedrijfsvoering, toeleveringsketen en bedrijfsactiviteiten. De strategie is gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwd bewijs, best practices uit de sector en ons streven naar voortdurende verbetering.

Doelstellingen

  • Klimaatverandering bestrijden door middel van decarbonisatie en efficiënt gebruik van hulpbronnen
  • Voldoen aan onze SBTi-verplichting

Doelgerichte activiteiten

Recticel Group heeft een uitgebreide routekaart opgesteld om haar inspanningen ter bestrijding van klimaatverandering te sturen, waarmee we ons engagement onderstrepen om ambitieuze doelstellingen voor de vermindering van broeikasgassen (BKG) te halen en de transitie naar een duurzame toekomst te maken.

Fotovoltaïsche panelen op de Wevelgem (B) site

5.2.3.1 Toepassingsgebied en uitsluitingen

Het beleid ter beperking van de klimaatverandering is van toepassing op alle bedrijfsonderdelen, activiteiten en toeleveringsketens wereldwijd. Het omvat de vermindering van Scope 1, 2 en 3 BKG emissies, de invoering van hernieuwbare energie en de implementatie van principes voor duurzaam productontwerp, met de nadruk op efficiënt gebruik van hulpbronnen en recycleerbaarheid. Uitsluitingen zijn beperkt tot activiteiten waarover de Recticel Group geen operationele controle heeft.

5.2.3.2 Verantwoordelijkheid

De algemene verantwoordelijkheid voor onze duurzaamheidsambities, strategie, rapportage en issue management berust bij de Chief Executive Officer (CEO). Als zodanig is hij uiteindelijk verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid, waarbij hij zorgt voor afstemming op de strategische prioriteiten van de Recticel Group en toezicht houdt op de voortgang ten opzichte van onze klimaatgerelateerde doelstellingen. Zie sectie 3.2 (GOV-2) over de rol en verantwoordelijkheid van het Audit- en Duurzaamheidscomité.

5.2.3.3 Afstemming op normen van derden

Het beleid respecteert internationaal erkende normen en kaders, waaronder:

  • Het Science Based Targets initiative (SBTi) voor het afstemmen van de doelstellingen voor de vermindering van broeikasgassen op het Akkoord van Parijs
  • De EU Taxonomie voor duurzame activiteiten
  • Aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures (zie sectie 8.3)
  • ISO 14001 voor
  • milieumanagementsystemen • Bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) van de VN (zie sectie 8.3)

5.2.3.4 Belangen van stakeholders 5.2.3.5 Communicatie met

De ontwikkeling en verfijning van het beleid ter beperking van klimaatverandering worden gevoed door de belangen en input van de volgende belanghebbenden:

en toegankelijkheid voor belanghebbenden

We werken actief samen met medewerkers, leveranciers en andere belangrijke belanghebbenden door middel van gerichte communicatie en samenwerking, ter ondersteuning van de effectieve implementatie van onze duurzaamheidsdoelstellingen en gedeelde verantwoordelijkheid in onze hele waardeketen. We communiceren transparant over onze SBTi-toezeggingen en onze profielen en ratings bij toonaangevende ESGratingorganisaties zoals CDP, EcoVadis, Sustainalytics en S&P Global. Een speciale duurzaamheidssectie op onze bedrijfswebsite biedt toegankelijke en actuele informatie.

Er is geen specifiek beleid inzake klimaatmitigatie uitgevaardigd. In plaats daarvan wordt er een speciale procedure ontwikkeld die in 2026 formeel in de hele organisatie zal worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat alle medewerkers goed geïnformeerd zijn.

5.2.3.6 Impacten, risico's en kansen

Details over de effecten, risico's en kansen (IRO) van klimaatmitigatie worden weergegeven in de overzichtstabel in sectie 4.3.2.

5.2.4 E1-3 Maatregelen en middelen met betrekking tot het klimaatbeleid

In 2025 daalde de emissie-intensiteit van Scope 1+2 per geproduceerde m³ met 36,6%, terwijl de emissieintensiteit van Scope 3 met 7,1% afnam (excl. Cat. 3.15, Investeringen). Deze resultaten tonen de effectiviteit van ons stappenplan voor emissiereductie aan en weerspiegelen de voortdurende vooruitgang bij het loskoppelen van emissies van bedrijfsgroei.

Ons SBTi-plan voor emissiereductie is afgestemd op een decarbonisatietempo dat de wereldwijde temperatuurstijging beperkt tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau. Details over de voortgang ten opzichte van de doelstellingen zijn te vinden in sectie 5.2.7, E1-6 Bruto Scope 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies.

In absolute termen, en ten opzichte van ons SBTibasisjaar (2021) en onze toezeggingen voor 2030 (een reductie van 90% in Scope 1+2 en een reductie van 25% in Scope 3 emissies), hebben we de Scope 1+2 emissies al met 52% verminderd. De Scope 3 emissies zijn licht gestegen met 0,9%. Deze beperkte stijging is opmerkelijk gezien de groei met dubbele cijfers van Recticel Group sinds 2021 en komt ook tot uiting in de daling van de Scope 3-intensiteit per m³. Recticel Group blijft vastbesloten om haar SBTi-doelstellingen op korte termijn te halen.

De R&D-ontwikkelingen van Recticel Group, evenals alle andere CapEx- en OpEx-uitgaven met betrekking tot categorie CCM 3.5 (productie van energieefficiënte apparatuur voor gebouwen), worden beoordeeld in de context van de goedgekeurde SBTidoelstellingen (sectie 5.2.5, E1-4), zoals gerapporteerd in de EU-taxonomietabellen in sectie 5.1.3.

Terwijl we investeren om onze korte termijn en net-zero SBTi-doelstellingen te halen, evalueren we zorgvuldig de gebruiksduur van vervangen activa en passen we onze schattingen dienovereenkomstig aan. Deze overwegingen komen tot uiting in onze jaarrekening en, in dit stadium, hebben onze initiatieven op het gebied van klimaatverandering geen wezenlijke invloed gehad op onze oordelen in de financiële verslaglegging.

Hieronder volgt een overzicht van de maatregelen die in 2025 zijn genomen als onderdeel van onze routekaart voor de vermindering van broeikasgasemissies. Deze initiatieven, die aansluiten bij zowel onze SBTi-doelstellingen voor de korte als de lange termijn (zie sectie 5.2.5), zullen de komende jaren worden voortgezet.

Initiatieven op het gebied van energie-efficiëntie

Recticel Group werkt met een relatief lage energieintensiteit, zoals blijkt uit onze bescheiden Scope 1- en Scope 2 broeikasgasemissies. We hebben het energieverbruik verder teruggedrongen door apparatuur te vervangen en de operationele efficiëntie te verbeteren. We hebben de elektrificatie van ons wagenpark uitgebreid en bijna alle heftrucks zijn nu elektrisch. Als gevolg daarvan zijn onze Scope 1 emissies in 2025 met 40,6% gedaald ten opzichte van 2021.

Samenwerking in de toeleveringsketen

We werken actief samen met onze leveranciers om de uitstoot in onze hele waardeketen aan te pakken, duurzaamheid te bevorderen en positieve milieu-resultaten te stimuleren. Een belangrijk aandachtspunt is het verzamelen en analyseren van leverancier specifieke productemissiegegevens voor de materialen en producten die we inkopen. In 2025 verstrekte bijna 90% van onze Tier 1-leveranciers (waaronder leveranciers van chemicaliën, minerale wol en staal) emissiegegevens op productniveau, waardoor we deze inzichten steeds meer kunnen integreren in onze inkoopbeslissingen en onze betrokkenheid bij leveranciers. Deze inspanningen hebben bijgedragen aan een vermindering van de Cat. 3.1 emissies ten opzichte van ons basisjaar 2021, terwijl de productie is blijven groeien.

Overgang naar hernieuwbare energie

Recticel Group verhoogde haar verbruik van ter plaatse opgewekte fotovoltaïsche elektriciteit met 17,0%, wat neerkomt op 7,1% van het totale energieverbruik. De aankoop van hernieuwbare elektriciteit, ondersteund door groene certificaten, steeg met 145% en vertegenwoordigde 33,0% van het totale energieverbruik. Daardoor vertegenwoordigde hernieuwbare energie 40,1% van het totale energieverbruik van de Recticel Group tijdens de verslagperiode. Bovendien is het grootste deel van de aangekochte elektriciteit afkomstig van netten met een hoog aandeel hernieuwbare opwekking. Aangezien de Recticel Group echter niet over de bijbehorende Garanties van Oorsprong of groene certificaten beschikt, wordt deze elektriciteit

geclassificeerd als "grijs" en kan ze volgens marktgebaseerde boekhouding niet als hernieuwbaar worden gerapporteerd.

Innovatie

Recticel Group besteedt ongeveer 1% van zijn jaarlijkse omzet aan innovatieve oplossingen en technologieën die klimaatmitigatie en circulariteit ondersteunen. Dit omvat partnerschappen met onderzoeks- en ontwikkelingsinstituten om biobased grondstoffen en recyclingoplossingen voor bouwmaterialen aan het einde van hun levensduur te onderzoeken.

Introductie van nieuwe producten

Door zich te richten op de ontwikkeling van geavanceerde isolatiematerialen met uitzonderlijke thermische prestaties en een lagere milieuimpact, heeft Recticel Group de afgelopen jaren verschillende nieuwe systemen en innovatieve producten geïntroduceerd.

Powerdeck+ Light Roof Deck-VQ Impact-productlijn

Het Light Roof-systeem maakt de renovatie van platte stalen daken met polyurethaanisolatieplaten en de installatie van fotovoltaïsche panelen mogelijk zonder de bestaande dakconstructie te versterken. In een gezamenlijk aanbod met SIKA France presteert dit nieuwe systeem beter dan isolatie met minerale wol, waardoor dunnere panelen mogelijk zijn voor een gelijke λ-isolatiewaarde. Het is geschikt voor lichter constructiestaal en heeft een veel kleinere ecologische voetafdruk dan alternatieven.

Deck-VQ vacuümgeïsoleerde panelen bieden de ultieme efficiëntie voor veeleisende toepassingen. Vacuümgeïsoleerde panelen bieden een uitzonderlijk hoge isolatie-efficiëntie en ruimtebesparende eigenschappen en hebben een zeer lage CO2-voetafdruk.

Met de isolatieplaten Eurowall Impact en Eurothane Silver Impact bieden we een productlijn aan met 25% bio-circulair gehalte, waardoor de CO2 voetafdruk met 43% wordt verminderd met behoud van dezelfde λ-isolatieprestaties.

Alu-vrije isolatieplaat

Onze gasdiffusiedichte, aluminiumvrije polyurethaan (PIR) plaat voor prefabgebouwen vermindert het risico op corrosie en verhoogt de duurzaamheid in bouwprojecten aanzienlijk, met een vermindering van de CO2 uitstoot van de bekledingen tot 40%.

BASE – Achterwand

BASE, een gevelsysteemoplossing met achterwandisolatie, is een canvas voor architecten om architectuur te ontwerpen met een onbeperkte keuze aan uiteindelijke bekledingen. Het is een gevelsysteem met een extreem draagvermogen van tot 60 kg/m² dat een snelle installatie met minder arbeiders garandeert en tegelijkertijd de koolstofvoetafdruk van de gebouwschil met tot 60% vermindert.

Qbiss One Next & Trimoterm Next

Naarmate de vraag naar groenere bouwoplossingen toeneemt, wijzen de geïsoleerde panelen Qbiss One Next en Trimoterm Next de weg naar een koolstofneutrale toekomst. Deze geavanceerde geïsoleerde panelen, vervaardigd uit duurzame, koolstofarme materialen, realiseren een vermindering van de CO2-uitstoot met respectievelijk 68% en 69% in vergelijking met bestaande alternatieven.

betrekking tot het tegengaan van klimaatverandering

5.2.5 E1-4 Doelstellingen met

Het SBTi, een samenwerkingsverband tussen CDP, het UN Global Compact, WRI en WWF, biedt een wetenschappelijk onderbouwd kader voor bedrijven om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen in overeenstemming met de meest recente scenario's voor klimaatverandering en de bijbehorende koolstofbudgetten.

In oktober 2022 heeft de Groep een korte termijn en een net-zero doelstelling ingediend bij het Science Based Targets initiative (SBTi) ter validatie. Deze werden op 14 februari 2024 goedgekeurd.

Onze doelstellingen sluiten rechtstreeks aan bij het beleid van de Recticel Group inzake klimaatmitigatie, dat erop gericht is onze koolstofvoetafdruk te verkleinen, de energie-efficiëntie te verbeteren en bij te dragen aan een koolstofarme economie. Deze doelstellingen zijn verankerd in onze strategische routekaart en weerspiegelen ons engagement voor milieubeheer en duurzame groei.

Recticel Group heeft gekozen voor operationele controle als consolidatiemethode en alle divisies zijn meegenomen in de inventarisgrens. Alle wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen zijn beoordeeld aan de hand van de absolute reductiebenadering.

Alle doelstellingen zijn gebaseerd op sluitend wetenschappelijk bewijs, zoals gedefinieerd door het SBTi. Ze zijn ontworpen om te voldoen aan of verder te gaan dan de decarbonisatietrajecten die zijn uiteengezet in de meest recente rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), waardoor aansluiting wordt gegarandeerd bij een scenario van 1,5 °C opwarming van de aarde, vergeleken met de temperaturen in het pre-industriële tijdperk.

5.2.5.2 Reikwijdte van de doelstelling

  • Doelstellingen voor de korte termijn (2030)
  • Recticel Group verbindt zich ertoe de absolute Scope 1+2 broeikasgasemissies tegen 2030 met 90% te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2021.
  • Recticel Group verbindt zich er ook toe om de absolute Scope 3 broeikasgasemissies binnen hetzelfde tijdsbestek met 25% te verminderen.
  • Doelstelling op lange termijn (2050)
  • Recticel Group verbindt zich ertoe om van 2030 tot en met 2050 een absolute reductie van de Scope 1+2 broeikasgasemissies van ten minste 90% te handhaven ten opzichte van het basisjaar 2021.

Voor details over hoe de Recticel Group de resterende 10% van de residuele emissies aanpakt, zie sectie 5.2.9, E1-7.

• Referentiewaarde

  • Om ervoor te zorgen dat de referentiewaarde waaraan we de voortgang naar onze doelstellingen afmeten representatief is, moet rekening worden gehouden met de reikwijdte van de activiteiten en externe beïnvloedende factoren, zoals temperatuurafwijkingen die van invloed kunnen zijn op het energieverbruik en de daarmee samenhangende broeikasgasemissies. Ons basisjaar is vastgelegd in overeenstemming met de SBTi-doelstellingen om in 2050 net-zero te bereiken. Dit zorgt voor consistentie met wereldwijde best practices en waarborgt de integriteit van ons traject naar emissiereductie.
  • Onze doelstellingen zijn gebaseerd op een door SBTi vastgesteld basisjaar 2021, dat het tijdstip van onze verbintenis en onze net-zero doelstelling weerspiegelt, in lijn met een scenario van 1,5 °C opwarming van de aarde.
  • Absolute emissiewaarden voor 2021:
  • o Scope 1: 5.951 tCO2e (herwerkt)
  • o Scope 2: 5.488 tCO2e (marktgebaseerd, herwerkt)
  • o Scope 3: 585.928 tCO2e (herwerkt, excl. Cat. 3.15, Investeringen)

5.2.5.3 Methodologieën en belangrijke aannames

  • De doelstellingen zijn ontwikkeld in
  • overeenstemming met de criteria van het Science Based Targets initiative (SBTi), gevalideerd aan de hand van hun Target Validation Protocol (versie 5.1) en goedgekeurd op 14 februari 2024.
  • De reductietrajecten voor Scope 1 en 2 sluiten aan bij de sectorspecifieke decarbonisatiecurves voor de verwerkende industrie.
  • De reductie in Scope 3 is gebaseerd op de levenscyclusanalyse (LCA) van onze producten en samenwerking met leveranciers om de toeleveringsketen te innoveren en te decarboniseren.
  • Belangrijke aannames zijn onder meer de beschikbaarheid van hernieuwbare energie, vooruitgang in materiaaltechnologie en ondersteunende regelgevingskaders.

5.2.5.4 Betrokkenheid van belanghebbenden bij het vaststellen van doelstellingen

De SBTi-doelstelling werd in 2022 vastgesteld door de Chief Executive Officer en gevalideerd door de Raad van Bestuur.

5.2.5.5 Routekaart voor emissiereductie

Als onderdeel van het SBTi-goedkeuringsproces hebben we een gedetailleerde routekaart ontwikkeld om emissiereducties in Scope 1, 2 en 3 te modelleren. Deze routekaart is vanaf de basis op locatieniveau opgebouwd en bevat tussentijdse prognoses van de geschatte emissies in de aanloop naar ons streefjaar 2030 en houdt rekening met de verwachte groei van de Recticel Group. De routekaart is uitsluitend afgestemd op het 1,5 °C-klimaatscenario; bij de opstelling ervan zijn geen alternatieve scenario's in overweging genomen.

De belangrijkste pijlers van de routekaart zijn:

  • Focus op efficiëntiemaatregelen door middel van continue verbetering
  • Elektrificatie van het productieproces
  • Overstappen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie
  • Focus op de aankoop van duurzamere materialen
  • Producten herontwerpen zodat de impact aan het einde van de levensduur (EOL) wordt verminderd en de recyclebaarheid wordt vergroot
  • Bevordering van de betrokkenheid van leveranciers bij koolstofefficiëntere materialen en diensten

Scope 1+2 reductieplan (kortetermijndoel)

Scope 3 reductieplan (kortetermijndoel)

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 116

(fotovoltaïsch) 2021
Productie vanhernieuwbare 425 1.290 1.547 19,9% 263,7% (restated,
(fotovoltaïsch)*
* In AR2024 rapporteerden we geëxtrapoleerde cijfers voor Rex met betrekking tot deproductie van hernieuwbare energie ter plaatse (fotovoltaïsch). Deze gegevens zijn nu

5.2.6 E1-5 Energieverbruik, -mix en -intensiteit

elektriciteit waarvoor geen elektriciteitscertificaten (bijv. certificaat van oorsprong) voor hernieuwbare elektriciteit zijn aangekocht.

Hernieuwbare elektriciteit bestaat uit ingekochte elektriciteit in combinatie met elektriciteitscertificaten, of uit zelf opgewekte hernieuwbare elektriciteit (bijvoorbeeld met zonnepanelen). Hernieuwbare elektriciteit telt in de marktgebaseerde methode niet mee voor emissies in Scope 1 of Scope 2. Indien van toepassing verwerken we Scope 3 emissies die verband houden met de productie, het transport en de netverliezen van dergelijke hernieuwbare elektriciteit.

Energieverbruik(MWh) 2021(HERWERKT)SBTI-BASISJAAR 2024(HERWERKT) 2025 ∆ %2025-2024 ∆ %2025-2021
TotaalenergieverbruikScope 1(energie) +Scope 2 61.257 49.734 48.433 -2,6% -20,9%
Aangekochteenergie uithernieuwbarebronnen(groenecertificaten) 6.500 15.989 146,0%
Aangekochteenergie uithernieuwbareenniet-hernieuwbare bronnen 60.395 46.809 45.011 -3,8% -25,5%
Verbruik vanhernieuwbareenergieter plaatse(fotovoltaïsch) 862 2.924 3.422 17,0% 296,9%
Productie vanhernieuwbareenergieter plaatse(fotovoltaïsch)* 425 1.290 1.547 19,9% 263,7%

Ingekochte energie(type instrument) 2021(HERWERKT)SBTI-BASISJAAR 2024(RESTATED) 2025 ∆ %2025-2024 ∆ %2025-2021
Zonder kenmerk 100,0% 86,4% 67,0% -19,4% -33,0%
Met gebundeldkenmerk (d.w.z.PPA) 0,0% 0,0% 0,0%
Met ontbundeldkenmerk (d.w.z.afzonderlijkenergiecertificaat) 0,0% 13,1% 33,0% 19,9%

V E R B R U I K V A N F O T O V O L T A Ï S C H E E N E R G I E

productie van hernieuwbare energie ter plaatse (fotovoltaïsch). Deze gegevens zijn nu bijgewerkt met actuele gegevens.

5.2.6.3 Energiemix en verbruik

Energiemix (MWh) 2021(HERWERKT)SBTI-BASISJAAR 2024(HERWERKT) 2025 ∆ %2025-2024 ∆ %2025-2021
(1) Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 0,0% 0,0%
(2) Brandstofverbruik van ruwe olie en aardolieproducten 4.424 7,2% 4.850 9,8% 3.210 6,6% -33,8% -27,4%
(3a) Brandstofverbruik van aardgas 16.620 27,1% 10.370 20,9% 11.082 22,9% 6,9% -33,3%
(3b) Brandstofverbruik van LPG 6.888 11,2% 5.442 10,9% 2.800 5,8% -48,5% -59,3%
(4) Brandstofverbruik van andere fossiele brandstoffen 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 0,0% 0,0%
(5a) Verbruik van aangekochte warmte (locatiegebaseerd) 1.123 1,8% 1.060 2,1% 946 2,0% -10,7% -15,7%
(5b) Verbruik van niet-hernieuwbare elektriciteit (marktgebaseerd) 31.340 51,2% 18.562 37,3% 10.961 22,6% -40,9% -65,0%
Waarvan verbruik uit nucleaire bronnen 11.893 7.044 4.160 -40,9% -65,0%
(6) Totaal verbruik van fossiele brandstoffen/grijze energie 60.395 40.284 29.000
Aandeel van grijze energiebronnen in het totale energieverbruik 79,2% 66,8% 51,3%
Aandeel van het verbruik uit nucleaire bronnen in het totale energieverbruik 19,4% 14,2% 8,6%
(7) Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 0,0%
(8) Verbruik van aangekochte of verkregen elektriciteit uit hernieuwbare bronnen(marktgebaseerd) 0 0,0% 6.525 13,1% 16.011 33,1% 145,4%
(9) Verbruik van ingekochte warmte uit hernieuwbare bronnen (marktgebaseerd) 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 0,0%
(10) Verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare energie zonder brandstof 862 1,4% 2.924 5,9% 3.422 7,1% 17,0% 296,9%
(11) Totaal verbruik van hernieuwbare energie 862 9.450 19.433
Aandeel van hernieuwbare bronnen in het totale energieverbruik 1,4% 19,0% 40,1%
Totaal energieverbruik (som van de regels 6 en 11) 61.257 100,0% 49.734 100,0% 48.433 100,0% -2,6% -20,9%
Energiemix (tCO2e) 2021(HERWERKT)SBTI-BASISJAAR 2024(HERWERKT) 2025 ∆ %2025-2024 ∆ %2025-2021
(1) Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 0,0% 0,0%
(2) Brandstofverbruik van ruwe olie en aardolieproducten 1.058 9,4% 1.153 15,4% 779 14,5% -32,4% -26,3%
(3a) Brandstofverbruik van aardgas 3.075 27,2% 1.915 25,6% 2.030 37,8% 6,0% -34,0%
(3b) Brandstofverbruik van LPG 1.683 14,9% 1.333 17,8% 622 11,6% -53,4% -63,1%
(4) Brandstofverbruik van andere fossiele brandstoffen 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 0,0% 0,0%
(5a) Verbruik van aangekochte warmte (marktgebaseerd) 90 0,8% 107 1,4% 100 1,9% -6,1% 11,6%
(5b) Verbruik van niet-hernieuwbare elektriciteit (marktgebaseerd) 5.399 47,8% 2.975 39,8% 1.844 34,3% -38,0% -65,9%
(6) Totaal verbruik van fossiele brandstoffen/grijze energie 11.304 100,0% 7.483 100,0% 5.375 100,0% -28,2% -52,5%

5.2.6.4 Energie-intensiteit

De energie-intensiteit wordt berekend als de hoeveelheid verbruikte energie per eenheid output of activiteit. Het verminderen van het energieverbruik bij behoud van hetzelfde productieniveau verlaagt deze intensiteit.

Recticel Group is actief in een sector met een grote klimaatimpact (zie sectie 4.3.1) en rapporteert daarom energieintensiteitsindicatoren op basis van de netto-omzet (verkoop). Daarnaast maken we de energie-intensiteit bekend in verhouding

tot het gerealiseerde productievolume*. Door het productievolume als basis te nemen, wordt prijsgerelateerde volatiliteit in de indicator geëlimineerd, aangezien deze geen verband houdt met de klimaatimpact. SBTi erkent deze aanpak als de meest robuuste methode om rekening te houden met klimaatoverwegingen.

* De productievolumes van Soundcoat zijn buiten beschouwing gelaten omdat zij in relatief kleine volumes gespecialiseerde technische onderdelen vervaardigen

Energie-intensiteit 1, per geproduceerd volume 2021 2024 2025 ∆ % ∆ %
[kWh/m³] (HERWERKT) (HERWERKT) 2025-2024 2025-2021
Totaal energieverbruik van activiteiten in sectorenmet een grote klimaatimpact per omzetvolume vanactiviteiten in sectoren met een grote klimaatimpact* 18,5 14,1 12,1 -14,1% -34,6%
Energie-intensiteit 2, per netto-omzet[kWh/kEUR] 2024 2025 ∆ %2025-2024
Totaal energieverbruik van activiteiten in sectoren metgrote klimaatimpact per netto-omzet uit activiteiten insectoren met grote klimaatimpact* 12,3 13,5 10,2%
IN DUIZEND EUR
2024 2025
Netto-omzet uit activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact, gebruikt voor deberekening van de energie-intensiteit* 610.196 655.075
Netto-opbrengsten (overige) 0 0
Totale netto-opbrengsten (Verkoop, sectie 7.1.1) 610.196 655.075

* EU-Verordening 2019/2089, ook bekend als de EU-verordening inzake koolstofarme benchmarks (EU BMR), definieert sectoren met een grote klimaatimpact als sectoren die cruciaal zijn voor de transitie naar een koolstofarme economie. De EU BMR definieerde 9 (van in totaal 21) NACE-secties, waaronder de verwerkende industrie en de bouwnijverheid

onder de rapportagedrempel. Bronnen van emissiefactoren: internationaal erkende databases met emissiefactoren (ecoinvent, Bilan Carbone, ADEME, IEA, BEIS, Higg, DEFRA), EPD's van leveranciers, sector- en productspecifieke LCA-rapporten, en nationale elektriciteitsemissiefactoren uit IEA-rapporten, eGRID voor de VS en DESNZ voor het VK.

De koolstofvoetafdruk van een activiteit of organisatie geeft de totale uitstoot van broeikasgassen weer die gedurende een bepaalde periode is geproduceerd, gemeten in tonnen kooldioxide-equivalent (tCO2e). Deze voetafdruk wordt berekend door de activiteitsgegevens te

Methodologie

Alle emissies worden berekend in overeenstemming met het GHG Protocol en hebben betrekking op onze isolatieactiviteiten sinds 2021. Miclar en Kuras, die eind 2025 zijn overgenomen, zijn uitgesloten; gezien hun late consolidatie en het feit dat ze geen productieactiviteiten hebben, is hun impact op de broeikasgasemissies van 2025 verwaarloosbaar en ligt deze

5.2.7.1 Het meten van onze CO2-voetafdruk

vermenigvuldigen met de bijbehorende emissiefactoren. Recticel Group houdt zich aan het wereldwijd erkende Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol), dat uitgebreide normen biedt voor het meten en beheren van emissies. Directe emissies (Scope 1) zijn afkomstig van bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door de rapporterende entiteit. Indirecte emissies (Scope 2, Scope 3) daarentegen houden verband met de activiteiten van de entiteit, maar vinden plaats bij bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door derden.

Rapportage

5.2.7 E1-6 Bruto Scope 1, 2, 3 en totale broeikasgasemissies

Technisch

• Alle broeikasgassen, zoals kooldioxide (CO2 ), methaan (CH4), stikstofoxide (N2O) en koelmiddelen (HFC, PFC en CFC) worden omgerekend naar CO2 -equivalenten met behulp van de 100-jarige GWP-coëfficiënten (Global Warming Potential) van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).

Afbakening

  • Operationele controle (Scopes 1, 2, 3 alle categorieën): Alle productiesites van de Recticel Group in 2025, alle kantoren, magazijnen en het hoofdkantoor van Recticel Group in Brussel (België). Dit omvat de dochterondernemingen Recticel Insulation, Trimo, Turvac, Rex en Soundcoat, die allemaal voor 100% worden meegerekend sinds het rapportagejaar 2021, dat tevens het basisjaar is voor onze SBTiverbintenissen.
  • Niet-operationele controle (Scope 3, Cat. 3.15): TEMDA2 GmbH (Ascorium)*

* Recticel Automotive Interiors werd in april 2020 overgenomen door ADMETOS GmbH en overgedragen aan TEMDA2 GmbH, een joint venture waarin ADMETOS 51% en Recticel Group 49% in handen hebben. De door TEMDA2 verstrekte gegevens voor Cat. 3.15 voor 2025 zijn een schatting op basis van gegevens uit 2024, gerealiseerde omzet en ingekochte hoeveelheden.

Basisjaar

Voor doelstellingen en prestatieevaluatie gebruikt Recticel Group 2021 als basisjaar (zie ook sectie 3.3).

Emissieberekeningen

De CO2e uitstoot voor 2025 is berekend met behulp van een intern ontwikkeld digitaal ESGplatform, in overeenstemming met de methodologie en richtlijnen van CO2logic, een dochteronderneming van South Pole (www.CO2logic.com). De emissiefactoren voor de verschillende categorieën zijn door CO2logic geselecteerd en vervolgens in het digitale ESG-platform geïntegreerd.

Aanpassingen

In het kader van voortdurende verbeteringen van de gegevenskwaliteit blijft Recticel de volledigheid en nauwkeurigheid van zijn duurzaamheidsgegevens verbeteren. Daarom zijn de indicatoren voor het boekjaar 2021 (d.w.z. de SBTi-referentie) en het boekjaar 2024 herwerkt ten opzichte van de rapportage van vorig jaar, als gevolg van updates in de emissiefactoren voor Cat. 3.12, en verbeteringen in de gegevens over brandstof- en energieverbruik.

Herwerking voor brandstof- en energieverbruik

• In het jaarverslag 2024 werd het volume groene elektriciteit dat door Rex Panels & Profiles werd geproduceerd, geschat op basis van een aanname. We hebben nu toegang tot de facturen van de netleverancier, evenals tot een monitoringplatform dat gegevens op locatieniveau biedt over de totale hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt opgewekt door de zonnepanelen op elke Rex-locatie. Op basis van deze verbeterde beschikbaarheid van gegevens zijn de cijfers voor 2024 herwerkt. Terwijl de gerapporteerde cijfers voor 2021 waren gebaseerd op extrapolaties, zijn ze nu bijgewerkt om de werkelijke gegevens weer te geven.

Herclassificatie van diffuse emissies

• In voorgaande jaren werden emissies door koelmiddelverliezen en procesgerelateerde activiteiten gezamenlijk gerapporteerd onder Scope 1.3 (diffuse emissies). Vanaf 2025 worden deze

afzonderlijk vermeld als Scope 1.3, Diffuse emissies, en Scope 1.4, Procesemissies.

Herformulering van aangekochte goederen op basis van fossiele brandstoffen

• Verschillende recente publicaties melden hogere schattingen van CO2 emissies door affakkelen en methaanemissies in verband met de olie- en gasproductie. Deze stijgingen zijn voornamelijk te wijten aan verbeterde wetenschappelijke methoden en geavanceerdere monitoringtechnologieën. Belangrijk is dat de herwerkte schattingen niet wijzen op een toename van de werkelijke emissies als gevolg van verslechterende operationele praktijken of recente exploitatie van schaliegas; ze weerspiegelen veeleer een verbeterde transparantie en een nauwkeurigere meting van bestaande emissies. Aangezien een van onze belangrijkste leveranciers zijn emissiewaarde voor 2021 heeft herwerkt, rekening houdend met de nieuw geïdentificeerde effecten van affakkelen en methaanemissies, hebben wij onze referentie voor 2021 dienovereenkomstig herwerkt.

Herformulering van EOL emissies

  • We hebben de methodologie bijgewerkt die wordt gebruikt voor het berekenen van de emissies aan het einde van de levensduur (EOL) in Cat. 3.12. Voorheen werden emissies in verband met afvalverbranding volledig aan deze categorie toegewezen, zowel bij het gebruik van Milieuproductverklaringen (EPD's) als bij de toepassing van gemiddelde afvalverwerkingsstatistieken voor de landen van distributie.
  • In de toekomst zullen emissies van het verbrandingsproces zelf niet langer worden meegerekend wanneer afvalverbranding

plaatsvindt met energieterugwinning. Alleen emissies die verband houden met de voorbereiding en het transport van afval naar afvalenergiecentrales zullen worden meegerekend. Deze update zorgt voor een betere afstemming op veranderende normen en verbetert de vergelijkbaarheid met praktijken in de sector.

Deze wijziging is om drie belangrijke redenen doorgevoerd.

    1. Richtlijnen van het GHG Protocol geven aan dat emissies uit het afvalverbrandingsproces niet moeten worden opgenomen in Scope 3.12, terwijl upstream-activiteiten zoals afvalverwerking en -transport wel moeten worden meegerekend.
    1. De SBTi heeft deze aanpak steeds meer ondersteund wanneer energieterugwinning zeer waarschijnlijk is.
    1. Uit een benchmarking met vergelijkbare bedrijven bleek dat de vorige methodologie van Recticel Group resulteerde in aanzienlijk hogere gerapporteerde EOL emissies, wat suggereert dat veel concurrenten al een vergelijkbare aanpak hanteren.

Herformulering van vermeden emissies

• Om de vermeden emissies te berekenen die verband houden met producten die in 2024 en 2025 worden verkocht, paste Recticel Group het in sectie 5.2.8 beschreven kader toe. In 2025 werd de methodologie verder verfijnd om de veronderstelde verwarmingsbronnen in de landen waar de producten worden verkocht beter weer te geven.

5.2.7.2 Gegevensverwerking en aannames

TOEPASSINGSGEBIED BRON VAN EMISSIES 2025 GEGEVENSVERWERKING & AANNAMES REDEN VOOR DE KEUZE VAN DE DATABASE
Brandstoffen voor infrastructuur Geen verdere gegevensverwerking nodig. De DESNZ- en Bilan Carbone®-databank biedt algemeen aanvaardeemissiefactoren voor Scope 1 emissies.
Elektriciteit voor infrastructuuren stadsverwarming Geen verdere gegevensverwerking nodig. De IEA biedt de meest geschikte emissiefactoren op landenniveau voorelektriciteit. Meer geschikte en/of gedetailleerde emissiefactoren wordengeleverd door eGRID voor de VS en DESNZ voor het VK. Emissiefactoren voorstadsverwarming worden berekend met behulp van IEA-gegevens over degemiddelde warmtebronnen die voor stadsverwarming worden gebruikt.
1 & 2 Bedrijfsvoertuigen Er is beperkte gegevensverwerking nodig. De databases van DESNZ en Bilan Carbone®bieden algemeen aanvaardeemissiefactoren voor Scope 1 emissies. Voor elektrische bedrijfswagens wordendezelfde emissiefactoren gebruikt als vermeld in de categorie "infrastructuurelektriciteit en stadsverwarming".
Diffuse emissies Indien beschikbaar, werd gebruikgemaakt van gegevens over directe verliezen uit onderhoudsrapporten.Indien deze niet beschikbaar waren, werd uitgegaan van een verlies van 10%, zoals voorgeschreven door deBilan Carbone®-methodologie. De Bilan Carbone®-database biedt algemeen aanvaarde emissiefactoren voorScope 1 emissies.
Procesemissies De productie van isolatieplaten gaat gepaard met een exotherme reactie waarbij water (H2O) in desamenstelling reageert en kooldioxide (CO2) vormt. De hoeveelheid vrijgekomen CO2wordt berekend opbasis van het gemeten watervolume, waarbij de respectieve molecuulmassa's van H2O (18 g/mol) en CO2(44 g/mol) worden toegepast. Bij deze berekeningen wordt uitgegaan van een volledige omzetting van alhet water in CO2
Aangekochte goederenCat. 1en diensten Over het algemeen werden de gegevens op de volgende manier verwerkt:1) Wanneer er massagegevens beschikbaar waren, werden op massa gebaseerde emissiefactorengebruikt.2) Voor de overige gegevens werden uitgavengebaseerde gegevens gebruikt om de emissies teberekenen.73,7% van de gegevens voor BKG Cat. 3.1, Aangekochte goederen en diensten, is berekend met behulp vanprimaire BKG emissiegegevens verkregen van leveranciers, een stijging van 5,5% ten opzichte van 2024. Gegevens in massa-eenheden: Er wordt voorrang gegeven aanleveranciersspecifieke emissiefactoren, aangezien deze de meestspecifieke kwaliteit van emissiefactoren bieden. Daarna volgen deEcoInvent emissiefactoren, aangezien dit een gedetailleerde database ismet gedetailleerde informatie voor zeer specifieke soorten materialen enactiviteiten. Indien deze niet beschikbaar waren, werden de emissiefactorenvan Bilan Carbone® en DESNZ gebruikt.Gegevens in bestede eenheden: de Bilan Carbone®-database biedt direct
beschikbare, kosteloze emissiefactoren op basis van bestedingen.
Kapitaalgoederen Cat. 2 Geen gegevensverwerking vereist. De Bilan Carbone®-database biedt direct beschikbare, kostelozeuitgavengebaseerde emissiefactoren.
3 Brandstof- enenergiegerelateerdeactiviteiten (nietopgenomen in Scope1 en 2) Cat. 3 Zie verwerking en aannames Scope 1+2: aan elk gegevenspunt is een Scope 1+2 en een Scope 3emissiefactor toegewezen. Zie Scope 1+2.
Upstream- enCat. 4downstreamtransport& Cat.van goederen9 Over het algemeen zijn er twee manieren om gegevens te verwerken voor zowel inkomend als uitgaandtransport:1) Specifiek vervoer (= volle vrachtwagenlading): De totale afstanden van (veronderstelde) vollevrachtwagens werden door CO2logic berekend met behulp van een geautomatiseerde tool. Ontbrekendegegevens werden geëxtrapoleerd (uitgaande van een gemiddelde afstand).2) Gedeeld transport (voor vrachtwagens en andere vervoerswijzen): Afstanden werden berekend metbehulp van dezelfde tool en hiaten werden op dezelfde manier geëxtrapoleerd. Hierdoor konden gegevens intonkilometers worden berekend. Wanneer gegevens beschikbaar waren in m³, werden deze omgerekend opbasis van gemiddelde kg/m³-gegevens per locatie.Voor het vervoer stroomafwaarts waren geen afstanden bekend en werd de Product Environmental FootprintCategory Rules Guidance gebruikt om afstanden te schatten Voor alle vervoerswijzen werden DESNZ emissiefactoren gebruikt.
TOEPASSINGSGEBIED BRON VAN EMISSIES 2025 GEGEVENSVERWERKING & AANNAMES REDEN VOOR DE KEUZE VAN DE DATABASE
Afval dat bij debedrijfsvoering wordtgegenereerd Cat. 5 Afvalgegevens waren direct beschikbaar in massa-eenheden en werden toegewezen aan verschillendeemissiefactorcategorieën. Afvalgegevens voor de locatie in Angers waren niet direct beschikbaar en er werdeen aanname gehanteerd om de cijfers af te leiden. DESNZ kreeg de voorkeur boven Bilan Carbone® omdat deberekeningsmethodologie voor emissiefactoren van Bilan Carbone® voorbepaalde verwerkingsvormen (met name recycling) niet in overeenstemmingis met het GHG Protocol. Voor bepaalde soorten afval werden de BilanCarbone® en de EcoInvent-database gebruikt, aangezien deze emissiefactorenniet beschikbaar waren in DESNZ.
Zakenreizen (lucht,vervoer over land,Cat. 6accommodatie)Woon-werkverkeer CO2e-rapporten van reisbureaus werden direct gebruikt wanneer deze beschikbaar waren; afstandenwerden berekend met behulp van een vluchtcalculator wanneer de vertrek- en aankomstlocatie bekendwaren. Wanneer er geen afstandsgegevens beschikbaar waren, werden op uitgaven gebaseerdeemissiefactoren gebruikt. De DESNZ- en Bilan Carbone®-databases bieden algemeen aanvaardeemissiefactoren voor transportemissies.
Cat. 7 De totale afstanden per vervoerswijze werden berekend. Voor sommige locaties moesten aannamesworden gedaan over de gemiddelde afstand en de gemiddelde vervoerswijze. De Bilan Carbone®-database biedt algemeen aanvaarde emissiefactoren voortransportemissies.
Upstream- endownstream-gehuurdeactiva13 Cat. 8& Cat. Kantoorgegevens konden direct worden gebruikt om de voetafdruk te beoordelen. Voor magazijnen werdeen gemiddeld energieverbruik per m² toegepast. Zie Scope 1+2: de upstream gehuurde activa gebruiken de Scope 1 & 2emissiefactoren voor energie.
Verwerking vanverkochte producten Cat. 10 niet van toepassing
Gebruik van verkochteproducten Cat. 11 niet van toepassing
Behandeling vanverkochte productenaan het einde van hunlevensduur Cat. 12 Waar nodig werden gegevens in m³ omgerekend naar kg. Voor elke locatie werd de toewijzing naar landen regio van gebruik van de geproduceerde volumes toegepast en voor elk van deze landen werdenstatistische gegevens over afvalverwerkingsmethoden toegepast. Er werden DESNZ emissiefactoren per afvalverwerkingsmethode toegepast.
Franchises Cat. 14 niet van toepassing
Investeringen Cat. 15 Er werd gebruikgemaakt van omzetgegevens waarop het aandeel van de Recticel Group in % werdtoegepast. Externe tool die gebruikmaakt van leveranciersspecifieke en databaseemissiewaarden.

SCOPE 1 BROEIKASGASEMISSIES

-40,6% 5.951

4.538 tCO2e

tCO2e

2021 (herwerkt) -64,6%

5.2.7.3 Broeikasgasemissies – Scopes 1, 2, 3

* Excl. Cat. 3.15, Investeringen

1.944 tCO2e

S C O P E 2 B R O E I K A S G A S E M I S S I E S (MARKTGEBASEERD)

3.082 tCO2e

5.488 tCO2e

2021 (herwerkt) 2024 (herwerkt) 2025

3.1 AANKOOP VAN GOEDEREN EN DIENSTEN LEVERANCIERSSPECIFIEKE EMISSIEGEGEVENS

KOOLSTOFINTENSITEIT KG CO 2 E P E R M ³ SCOPE 1+2+3 (MARKTGEBASEERD)

KOOLSTOFINTENSITEIT KG CO 2 E PER M³ SCOPE 1+2 (MARKTGEBASEERD)

2024 (herwerkt) 2025

3.534 tCO2e

RETROSPECTIEF MIJLPALEN EN STREEFJAREN
BASISJAAR VERGELIJKEND N %N/N-1 %N/BASISJAAR
BROEIKASGASINDICATOREN (tCO2e) 2021(HERWERKT)SBTI-BASISJAAR 2024(HERWERKT) 2025 ∆ %2025-2024 DOELSTELLING 2030 DOELSTELLING 2050 ∆ %2025-2021
Scope 1+2 (marktgebaseerd) 11.439 7.620 5.478 -28,1% 1.144 1.144 -52,1%
Scope 1+2 (locatiegebaseerd) 11.512 8.714 7.889 -9,5% -31,5%
Scope 3 (exclusief investeringen) 585.928 561.533 591.348 5,3% 0,9%
Scope 3 (inclusief investeringen) 646.726 599.904 624.208 4,1% 485.044 64.673 -3,5%
Scope 1+2+3 (marktgebaseerd, exclusief investeringen) 597.367 569.152 596.826 4,9% -0,1%
Scope 1+2+3 (locatiegebaseerd, exclusief investeringen) 597.440 570.246 599.237 5,1% 0,3%
Scope 1+2+3 (marktgebaseerd, inclusief investeringen) 658.165 607.523 629.687 3,6% 486.188 65.817 -4,3%
Scope 1+2+3 (locatiegebaseerd, inclusief investeringen) 658.238 608.617 632.098 3,9% -4,0%
Scope 1 broeikasgasemissies 5.951 4.538 3.534 -22,1% -40,6%
1.1 Mobiele verbranding 917 957 507 -47,0% -44,7%
1.2 Stationaire verbranding (aardgas, LPG, andere fossiele brandstoffen) (zie 5.1.5.4) 4.899 3.445 2.925 -15,1% -40,3%
1.3 Diffuse emissies** 135 137 52 -61,8%
1.4. Procesemissies** 51
Percentage van de Scope 1 broeikasgasemissies afkomstig uit gereguleerdeemissiehandelssystemen (%) 0% 0% 0% 0,0%
Scope 2 broeikasgasemissies (marktgebaseerd) 5.488 3.082 1.944 -36,9% -64,6%
Bruto locatiegebaseerde Scope 2 broeikasgasemissies 5.561 4.176 4.355 4,3% -21,7%
Bruto marktgebaseerde Scope 2 broeikasgasemissies 5.488 3.082 1.944 -36,9% -64,6%
Verschil (= effect van hernieuwbare energie) 73 1.094 2.411 120,4%
Biogene Scope 2 broeikasgasemissies * 0 0 0 0,0% 0,0%

* Biogene CO2 emissies koolstof uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa als biobrandstof (hout, papier, gemaaid gras en andere biobrandstoffen) – apart te rapporteren van Scope 2.

** In voorgaande jaren werden emissies door koelmiddelverliezen en procesgerelateerde activiteiten gezamenlijk gerapporteerd onder Cat. 1.3. Vanaf 2025 worden deze emissies afzonderlijk gerapporteerd onder Cat. 1.3 (Fugitieve emissies) en Cat. 1.4 (Procesemissies).

RETROSPECTIEF MIJLPALEN EN STREEFJAREN
BASISJAAR VERGELIJKEND N %N/N-1 %N/BASISJAAR
BROEIKASGASINDICATOREN (TCO2E) 2021(HERWERKT)SBTI-BASISJAAR 2024(HERWERKT) 2025 ∆ %2025-2024 DOELSTELLING 2030 DOELSTELLING 2050 ∆ %2025-2021
Scope 3 broeikasgasemissies (excl. Cat. 3.15, Investeringen) 585.928 561.533 591.348 5,3% 0,9%
3.1 Ingekochte goederen en diensten upstream 527.294 514.565 527.608 2,5% 0,1%
3.2 Kapitaalgoederen upstream 1.410 2.963 3.347 13,0% 137,3%
3.3 Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen inScope 1 en 2) upstream 2.565 2.296 2.691 17,2% 4,9%
3.4 Upstream transport en distributie upstream 44.211 29.381 52.748 79,5% 19,3%
3.5 Afval dat bij de bedrijfsvoering wordt gegenereerd upstream 1.364 993 432 -56,5% -68,3%
3.6 Zakenreizen (lucht, weg, accommodatie) upstream 55 241 271 12,4% 392,9%
3.7 Woon-werkverkeer van werknemers upstream 1.311 1.064 1.056 -0,8% -19,4%
3.8 Lease-activa in de toeleveringsketen upstream 65 482 407 -15,5% 529,6%
3.9 Transport en distributie in de downstream downstream 6.230 7.945 995 -87,5% -84,0%
3.10 Verwerking van verkochte producten downstream Niet van toepassing
3.11 Gebruik van verkochte producten downstream Niet van toepassing
3.12 Behandeling van verkochte producten aan het einde van hunlevensduur downstream 1.423 1,603 1,792 11.8% 25.9%
3.13 Lease-activa in de downstream downstream 0 0 0 0% 0%
3.14 Franchises downstream Niet van toepassing
Scope 3 broeikasgasemissies (incl. Cat. 3.15, Investeringen) 646.726 599.904 624.208 4,1% -3,5%
3.15 Investeringen downstream 60.798 38.371 32.860 -14,4% -46,0%

SCOPE 3 BROEIKASGASEMISSIES*

* Biogene CO2 emissies koolstof uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa als biobrandstof (hout, papier, gemaaid gras en andere biobrandstoffen) – apart te rapporteren van Scope 2.

*Excl. CAT 3.15, Investeringen

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 126

5.2.7.5 Broeikasgasemissieintensiteit 1+2) of de volledige waardeketen (Scope 1+2+3). We rapporteren de koolstofintensiteitsindicatoren, zowel marktgebaseerd als locatiegebaseerd, in verhouding tot de netto-omzet (koolstofintensiteit 1),

zoals vereist onder E1-6. Daarnaast maken we deze indicatoren vrijwillig bekend in verhouding tot het productievolume (koolstofintensiteit 2), waardoor prijsgerelateerde schommelingen die geen verband houden met de klimaatimpact worden geëlimineerd. Deze aanpak wordt door SBTi beschouwd als de meest robuuste manier om klimaatbijdragen in kaart te brengen. De 36,6% Scope 1+2-reductie in CO2e per m³ verkocht isolatieproduct in 2025 ten opzichte van 2024 is het resultaat van de implementatie van een efficiëntieprogramma gericht op meer kosten- en energie-efficiënte productieprocessen, naast de opwekking van groene energie via fotovoltaïsche panelen en de aankoop van elektriciteit met groene certificaten.

Emissie-intensiteit of koolstofintensiteit is de

brandstoffen die in deze sectoren worden gebruikt.

moeten bedrijven extra emissierechten kopen.

5.2.7.4 Gereguleerde

Geen van de activiteiten van Recticel Group valt onder het toepassingsgebied van het UK ETS of EU ETS I, aangezien ze de drempelwaarden niet overschrijden.

emissiehandelssystemen (ETS)

Het Britse emissiehandelssysteem (UK ETS) en het EU emissiehandelssysteem (EU ETS I) zijn voornamelijk gericht op sectoren met hoge CO2 emissies, zoals de energiesector. Deze systemen werken volgens een 'cap-and-trade'-model, waarbij een plafond wordt vastgesteld voor de totale uitstoot van broeikasgassen binnen Scope 1. Als de uitstoot dit plafond overschrijdt,

Het EU emissiehandelssysteem EU ETS II zal naar verwachting in 2028 operationeel worden (uitgesteld). Het belangrijkste doel ervan is de uitstoot van gebouwen en wegvervoer te verminderen door een koolstofprijs te heffen op

uitstoot van verontreinigende stoffen in verhouding tot de intensiteit van het productieproces (Scope

Koolstofintensiteit 1,per productievolume 2021 2024(HERWERKT) 2025 ∆ %2025-2024 ∆ %2025-2021
marktgebaseerd
Koolstofintensiteit 1 -Scope 1+2[kg CO2e/m³] 3,5 2,2 1,4 -36,6% -60,4%
Koolstofintensiteit 1 -Scope 1+2+3 *[kg CO2e/m³] 180,3 161,0 149,0 -7,5% -17,4%
locatiegebaseerd
Koolstofintensiteit 1 -Scope 1+2 [kg CO2e/m³] 3,5 2,5 2,0 -20,1% -43,3%
Koolstofintensiteit 1 -Scope 1+2+3 *[kg CO2e/m³] 180,4 161,3 149,6 -7,3% -17,1%
* exclusief Cat 3.15,Investeringen RecticelGroup RecticelGroup RecticelGroup (excl.Kuras, Miclar)
marktgebaseerd
Koolstofintensiteit 2 - Scope 1+2[kg CO2e/EUR] 12,5 8,4 -33,0%
Koolstofintensiteit 2 - Scope 1+2+3*[kg CO2e/EUR) 932,7 911,1 -2,3%
locatiegebaseerd
Koolstofintensiteit 2 - Scope 1+2[kg CO2e/EUR] 14,3 12,0 -15,7%
Koolstofintensiteit 2 - Scope 1+2+3*[kg CO2e/EUR] 934,5 914,8 -2,1%
* excl. Cat 3.15, Investeringen Recticel Group Recticel Group(excl. Kuras,Miclar)
IN DUIZEND EUR
2024 2025
Netto-omzet uit activiteiten in sectoren met een hogeklimaatimpact, gebruikt voor de berekening van deenergie-intensiteit* 610.196 655.075
Netto-opbrengsten (overige) 0 0
Totale netto-opbrengsten (Verkoop, sectie 7.1.1) 610.196 655.075

* EU-Verordening 2019/2089, ook bekend als de EU-verordening inzake koolstofarme benchmarks (EU BMR), definieert sectoren met een grote klimaatimpact als sectoren die cruciaal zijn voor de transitie naar een koolstofarme economie. De EU BMR definieerde 9 (van in totaal 21) NACE-secties, waaronder de verwerkende industrie en de bouwsector.

KOOLSTOFINTENSITEIT KG CO 2 E P E R M ³ - SCOPE 1+2 (MARKTGEBASEERD)

KOOLSTOFINTENSITEIT KG CO 2 E P E R M ³ - SCOPE 1+2+3 (MARKTGEBASEERD)

Koolstofintensiteit 2, per netto-omzet 2024

(HERWERKT) 2025 ∆ %

2025-2024

5.2.8 Vermeden emissies

Vermeden emissies verwijzen naar verminderingen in broeikasgasemissies die plaatsvinden buiten de levenscyclus of waardeketen van een product, maar die een direct gevolg zijn van het gebruik ervan. Momenteel bestaat er geen internationale norm of consistente terminologie om vermeden emissies te definiëren of te beschrijven.

In 2019 publiceerde het World Resources Institute (WRI) een gedetailleerd werkdocument en een neutraal kader om de vergelijkende emissie-impact van producten te helpen schatten en rapporteren. Deze richtlijnen zijn beschikbaar op de website van het GHG Protocol (www. ghgprotocol.org).

In navolging van de aanbevelingen van het WRI heeft de Recticel Group haar vermeden emissies berekend aan de hand van de attributieve Life Cycle Assessment (LCA) benadering. Deze beproefde methode beoordeelt de milieueffecten van een product of dienst gedurende de gehele levenscyclus, van de winning van grondstoffen tot de verwijdering aan het einde van de levensduur.

Om de vermeden emissies te berekenen die verband houden met producten die in 2024 en 2025 worden verkocht, paste Recticel Group het hieronder beschreven kader toe en schakelde het CO2logic in om de methodologie te valideren en de berekeningen uit te voeren. In 2025 werd de methodologie verder verbeterd om de veronderstelde verwarmingsbron in de landen waar de producten worden verkocht beter weer te geven. Voor een eerlijke vergelijking met andere bedrijven die vermeden emissies rapporteren, is het belangrijk te benadrukken dat de volledige reikwijdte van onze isolatieactiviteiten is meegenomen, samen met alle bijbehorende broeikasgasemissies (Scopes 1, 2, 3), zoals aanbevolen door het WRI. Deze aanpak houdt rekening met meer dan alleen de emissies van onze eigen activiteiten.

We moedigen de bouwmaterialenindustrie aan om deze methodologie over te nemen en de attributieve LCA-benadering te gebruiken om consistentie en transparantie te waarborgen.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de parameters voor 2025 die zijn gebruikt voor de berekening van de vermeden emissies.

Levensduur isolatieplaten Jaren 50
Levensduur geïsoleerdepanelen Jaar 50
Warmtegeleidingsvermogenvan producten W/mK 0,022 tot 0,035
U-waarde referentiewand W/m²K 1,6
Dikte isolatieplaten m 0,11
Dikte Isolatiepanelen m 0,13 - 0,25
Warmteopbrengst % Het type verwarming wordtper land bepaald op basisvan de energiemix
Emissiefactor brandstoffen kgCO2e/kWh Het verwarmingstype wordtper land bepaald op basisvan de energiemix
Verschil in warmtevraag kWh/jaar 54,8

Verfijning van de methodologie

Verkoop- en productievolumes worden uitsluitend op land- en bedrijfsunitniveau verzameld. Deze volumes worden vervolgens verdeeld over de verschillende energietypen op basis van de specifieke energiemix die aan elk land kan worden toegeschreven. Aan elke energiesoort wordt een bijbehorende efficiëntiefactor toegekend die zowel landspecifiek als energiesoortspecifiek is. Daarnaast wordt een emissiefactor (ook specifiek voor elk land en elke energiesoort) toegepast, wat de vermeden emissies voor die specifieke energiesoort binnen een bepaald land oplevert. Door de vermeden emissies over alle energiesoorten en alle landen samen te voegen, ontstaat het totale cijfer voor vermeden emissies.

We zijn ervan uitgegaan dat er isolatie zou worden aangebracht in gevallen waar die voorheen niet aanwezig was.

Herziening

De vermeden emissies voor 2024 werden herzien, rekening houden met het type verwarming dat wordt gebruikt in de landen waar onze producten worden verkocht.

Over een periode van 50 jaar gebruik van de in 2025 verkochte bouwisolatieproducten zal meer dan 19,7 ton CO2e emissies worden vermeden.

2024(HERWERKT) 2025 ∆%2025-2024
Geschatte vermeden uitstoot vanalle bouwisolatieproducten van deRecticel Group bij 50 jaar gebruik(isolatieplaten, geïsoleerde panelen)(tCO2e) 17.202.866 19.710.676 +14,6%
Koolstofvoetafdruk van RecticelGroup (Scope 1+2+3 *) (tCO2e) 569.152 596.826 +4,9%
Multiple 29,9 33,0 +10,3%
*Excl. Cat. 3.15, Investeringen

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 128

5.2.9 E1-7 Projecten voor de verwijdering en mitigatie van broeikasgassen gefinancierd via koolstofkredieten

Transparante communicatie over koolstofkredieten naast emissiereducties is essentieel voor het valideren van claims inzake broeikasgasneutraliteit en het afstemmen op mondiale klimaatdoelstellingen.

5.2.9.1 Restemissies en SBTi

Het Science Based Targets initiative (SBTi)-raamwerk schrijft voor dat claims van koolstofneutraliteit (net-zero) moeten worden ondersteund door duidelijke, meetbare doelstellingen voor emissiereducties in Scopes 1, 2 en 3. Deze aanpak geeft prioriteit aan een systematische reductie van ten minste 90% van de emissies als primaire strategie, waarbij compensaties slechts een aanvullende rol spelen.

In het kader van de toezegging van Recticel Group aan SBTi om klimaatneutraal te worden, moet het bedrijf zijn uitstoot van broeikasgassen (BKG) in alle relevante Scopes 1, 2 en 3 tegen 2050 met minimaal 90% verminderen. Eventuele resterende emissies, die maximaal 10% bedragen, moeten worden beheerd via hoogwaardige mechanismen voor CO2-compensatie. Deze mechanismen omvatten initiatieven zoals koolstofafvang en -opslag, die zijn ontworpen om emissies te compenseren die momenteel onvermijdelijk zijn.

5.2.9.2 Met koolstofkredieten gefinancierde projecten

Projecten die worden gefinancierd met koolstofkredieten hebben tot doel broeikasgassen (BKG's) uit de atmosfeer te verwijderen of de uitstoot ervan te voorkomen. Deze initiatieven genereren koolstofkredieten, vaak aangeduid als Emission Reduction Units (ERU's) of Certified Emission Reductions (CER's), die kwantificeerbare reducties of verwijderingen van BKG emissies vertegenwoordigen.

Koolstofkredieten zijn niet bedoeld ter vervanging van directe emissiereductiemaatregelen en kunnen niet worden afgetrokken van de gerapporteerde broeikasgasemissies. Ze zijn daarentegen bedoeld om emissies aan te pakken die onvermijdelijk blijven vanwege technische of economische beperkingen.

Voorbeelden van opties voor koolstofkredieten:

• Bosherstel: het planten van bomen (bebossing) of het herstellen van bossen op aangetast of ontbost land (herbebossing).

  • Ontwikkeling van hernieuwbare energie: uitbreiding van wind-, zonne-, waterkracht- en biomassaenergie ter vervanging van het gebruik van fossiele brandstoffen.
  • Methaanafvang: het afvangen van methaan uit stortplaatsen, afvalwaterzuiveringsinstallaties en veehouderijen om het om te zetten in hernieuwbare energie of te vernietigen door middel van gecontroleerde verbranding.
  • Koolstofafvang en -opslag (CCS): Het afvangen van CO2 emissies uit industriële installaties of energiecentrales voor langdurige ondergrondse opslag of gebruik bij verbeterde oliewinning.

5.2.9.3 Steun van Recticel Group voor herbebossing

In 2024 is de Recticel Group een driejarig partnerschap aangegaan met Lignaverda (www.lignaverda.org), een internationale niet-gouvernementele organisatie (ngo) die in 2008 is opgericht en gecertificeerd is door het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming (UNCCD). De missie van Lignaverda is het bestrijden van woestijnvorming in de semi-aride regio's van Afrika, waarbij de kritieke uitdagingen van klimaatverandering en landschapsdegradatie worden aangepakt.

Met meer dan tien jaar expertise richt Lignaverda zich op participatief landschapsherstel door middel van herbebossing. Door nauw samen te werken met lokale gemeenschappen zorgt de organisatie voor de duurzaamheid op lange termijn van nieuw aangelegde bossen. Haar initiatieven leggen de nadruk op het versterken van kwetsbare bevolkingsgroepen, met name in gebieden met beperkte toegang tot hulpbronnen en inkomen, en leveren milieu- en sociaaleconomische voordelen op. Door middel van duurzame landbeheerpraktijken versterkt Lignaverda de ecologische veerkracht, terwijl er lokale banen worden gecreëerd en duurzame inkomensmogelijkheden worden bevorderd.

Als onderdeel van dit partnerschap ondersteunt de Recticel Group een herbebossingsproject in de regio Louga in het noorden van Senegal. Dit initiatief draagt bij aan de beperking van de klimaatverandering en levert tegelijkertijd bijkomende milieuvoordelen op, waaronder het herstel van aangetaste ecosystemen, een verbeterde bodemgezondheid en een betere waterretentie.

Deze acties helpen de ecologische veerkracht te versterken in een regio die bijzonder kwetsbaar is voor klimaatverandering.

Gedurende de driejarige uitvoeringsperiode van het project bedraagt het geschatte koolstofopslagpotentieel ongeveer 100 ton CO2 per hectare, wat neerkomt op in totaal ongeveer 5.000 tCO2e in de loop van de tijd. Aangezien bomen tijd nodig hebben om te groeien en biomassa op te bouwen, worden er voor de huidige rapportageperiode geen broeikasgasverwijderingen uit dit project opgenomen in de broeikasgasinventaris van Recticel Group.

Het project verloopt volgens plan en zal naar verwachting in de toekomst koolstofverwijderingscredits genereren, onder voorbehoud van onafhankelijke verificatie volgens de VM0047-methodologie van de Verra-standaard. Deze methodologie is van toepassing op bebossings-, herbebossings- en herbeplantingsprojecten (ARR) en behoort tot de weinige ARR-methodologieën die door de Integrity Council for the Voluntary Carbon Market (ICVCM) zijn goedgekeurd vanwege de hoge integriteitsnormen. Dergelijke kredieten zouden afzonderlijk van de bruto broeikasgasemissies van de Group worden gerapporteerd, in overeenstemming met de toepasselijke rapportagestandaarden.

5.2.10 E1-8 Interne koolstofprijs

Interne koolstofprijszetting dient als een mechanisme om milieuoverwegingen te integreren in bedrijfsbeslissingen, emissiereducties te bevorderen en duurzaamheidsdoelstellingen binnen organisaties te bevorderen. In 2025 heeft de Recticel Group geen passende koolstofprijs vastgesteld op basis van factoren zoals de maatschappelijke kosten van koolstof, wettelijke vereisten en haar eigen duurzaamheidsdoelstellingen.

5.2.11 E1-9 Verwachte financiële gevolgen van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatgerelateerde kansen

Aangezien de Recticel Group een Wave 1 bedrijf voor CSRD rapportage is, vallen de aanvullende vrijstellingen voor bepaalde ESRS-rapportagevereisten onder de gedelegeerde handeling (EU) 2023/27721 inzake de "Quick Fix"1 .

https://finance.ec.europa.eu/publications/commission-adopts-quick-fixcompanies-already-conducting-corporate-sustainability-reporting\_en

5.3 Milieu | E5 Materiaalgebruik en circulaire economie

Er zijn zoveel manieren om isolatie duurzamer te maken. Het gewicht verminderen, gerecycleerde componenten integreren, de efficiëntie in productie en logistiek verbeteren, de thermische prestaties en duurzaamheid optimaliseren, een plan hebben voor wat er gebeurt aan het einde van de levensduur van het product. Het is belangrijk dat iedereen zich hiervan bewust is en openstaat voor samenwerking op al deze gebieden."

  • Ward Dhaese, Innovation Manager Insulation Boards

5.3

IN DEZE SECTIE

Recticel Group integreert duurzaamheid en innovatie als kernpijlers van haar bedrijfs- en ESGstrategieën. Het potentieel van onze producten om broeikasgasemissies te vermijden en het milieu te beschermen, kan alleen worden gemaximaliseerd door middel van circulair productontwerp en bewuste samenwerking in onze hele waardeketen.

Het beleid van de Recticel Group inzake grondstoffengebruik en circulaire economie is van toepassing op al onze activiteiten en toeleveringsketens. We werken actief samen met onze stakeholders om ervoor te zorgen dat het beleid diverse belangen weerspiegelt. Onze voortgang wordt voortdurend gemonitord en geëvalueerd om continue verbetering te waarborgen.

Onze doelstellingen met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen en de circulaire economie zijn verankerd in onze innovatiestrategie, om innovatie op het gebied van ecologisch ontwerp in al onze divisies te bevorderen. We hebben duidelijke doelstellingen voor afvalvermindering en richten onze investeringen, onderzoek en ontwikkeling op het bevorderen van chemische recyclage.

Onze grondstoffen en verpakkingen worden beheerd en geoptimaliseerd om duurzaamheid centraal te stellen in ons productieproces. Bij de producten en materialen die we produceren, staan duurzaamheid en recycleerbaarheid voorop. Dit heeft geleid tot productlijnen die nieuwe maatstaven zetten op het gebied van duurzaam bouwen door hun gerecycleerde inhoud, verwerking aan het einde van de levensduur, verminderde koolstofvoetafdruk, verantwoorde verpakking en energiebesparende prestaties.

DUOHNI 5.3 Milieu E5 Materiaalgebruik en circulaire economie5.3.1 Materiële E5 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel5.3.2 E5-1 Beleid met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie5.3.3 E5-2 Beleid en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie5.3.4 E5-3 Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie5.3.5 E5-4 Materiaalinstromen5.3.6 E5-5 Materiaaluitstromen5.3.7 E5-6 Verwachte financiële effecten van het gebruik van materiële hulpbronnen en aan de circulaireeconomie gerelateerde risico's en kansen
---------------------------- ----- ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

* De informatie in deze sectie volgt de structuur van ESRS E5. Alle subonderwerpen werden als materieel beschouwd in de dubbele materialiteitsanalyse (Double Materiality Assessment) (DMA).

In sectie 5.3.6, E5-5 Materiaal uitstromen, wordt uitgelegd hoe we productieafval omzetten in circulaire economische activiteiten. Het benadrukt ook het belang van product- en procesinnovatie als een materieel aspect voor de Recticel Group.

5.3.1 Materiële E5 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel

  • 5.3.2 E5-1 Beleid met betrekking tot materiaalgebruik en circulaire economie Sectie 4.3, Navigeren door het landschap van gevolgen, risico's en mogelijkheden, biedt een uitgebreid onderzoek van de materiële IRO's die verband houden met ESRS E5, inclusief de beschrijving van het IRO-proces en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel.
    • Informatie over de resultaten van de veerkrachtanalyse is te vinden in Hoofdstuk 2.3.6, Veerkracht van ons bedrijfsmodel en strategie.

Ons beleid ten aanzien van materiaalgebruik en de circulaire economie speelt een belangrijke rol bij het aanpakken van wereldwijde uitdagingen zoals grondstoffenschaarste en afvalbeheer. In het bijzonder geven we prioriteit aan de ontwikkeling van hoogwaardige isolatieoplossingen die de energie-efficiëntie verbeteren en een aanzienlijke impact hebben op de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (BKG), ter ondersteuning van ons streven om de SBTi-doelen voor net-zero te bereiken.

Recticel verbetert de hulpbronnenefficiëntie op verschillende

  • manieren • We integreren gerecyclede en recycleerbare materialen in onze
  • productieprocessen en het gebruik van primaire grondstoffen in onze producten te minimaliseren. • We ontwerpen producten zodat ze
  • aan het einde van hun levenscyclus gemakkelijk kunnen worden gedemonteerd, met inbegrip van initiatieven om productieafval te hergebruiken in herbruikbare materialen.
  • We nemen actief deel aan programma's voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) om productieafval in te zamelen en te recycleren, waardoor een gesloten kringloopbenadering van materiaalbeheer wordt bevorderd.

5.3.2.1 Toepassingsgebied en uitsluitingen

Het beleid inzake materiaalgebruik en de circulaire economie is van toepassing op alle divisies, activiteiten en wereldwijde toeleveringsketens van de Recticel Group. Het omvat initiatieven die gericht zijn op het verbeteren van de materiaalefficiëntie, het verminderen van afval, het verbeteren van de recycleerbaarheid en het stimuleren van gesloten kringloopsystemen gedurende onze productlevenscyclus. Dit beleid bevordert ook partnerschappen met stakeholders om te innoveren op het gebied van terugwinning en hergebruik van materialen. Uitsluitingen zijn alleen van toepassing op operaties of activiteiten waarover de Recticel Group geen directe controle of invloed heeft.

5.3.2.2 Verantwoordingsplicht

De Chief Operating Officer (COO) van de Groep is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit beleid en zorgt ervoor dat het in overeenstemming is met de strategische prioriteiten van de Recticel Group. Door middel van passende voortgangsbeoordelingen en rapportagemechanismen wordt gezorgd voor voortdurende monitoring en verbetering.

5.3.2.3 Afstemming op standaarden van derden

Het beleid van de Recticel Group inzake materiaalgebruik en de circulaire economie is afgestemd op wereldwijd erkende normen en kaders om consistentie en geloofwaardigheid te garanderen, waaronder:

  • Principes van de circulaire economie van de Ellen MacArthur Foundation
  • ISO 14001 voor effectief hulpbronnenbeheer
  • EU Taxonomie voor duurzame activiteiten

5.3.2.4 Belangen van stakeholders

Het beleid weerspiegelt de inzichten en verwachtingen van de belangrijkste stakeholders:

5.3.2.5 Communicatie met stakeholders en toegankelijkheid

De Recticel Group brengt haar aanpak op het gebied van grondstoffengebruik en de circulaire economie onder de aandacht via voortdurende dialoog met medewerkers, leveranciers, klanten en andere belangrijke belanghebbenden. Medewerkers worden via interne communicatie en opleidingen geïnformeerd over initiatieven met betrekking tot efficiënt grondstoffengebruik en circulair productontwerp. Extern werkt de Recticel Group samen met leveranciers en klanten om het materiaalgebruik te verbeteren, de circulariteit van producten te vergroten en recyclingoplossingen te ondersteunen. Voortgang en belangrijke ontwikkelingen worden gedeeld via duurzaamheidsverslagen, dialoog met belanghebbenden en samenwerkingsverbanden binnen de sector.

Aangezien de Gedragscode de aanpak van de Recticel Group ten aanzien van de circulaire economie uiteenzet, ontwikkelt de Groep, in plaats van een aanvullend beleid uit te vaardigen, een specifieke procedure over dit onderwerp. Deze zal in 2026 op de juiste wijze binnen de organisatie worden verspreid om ervoor te zorgen dat alle medewerkers adequaat worden geïnformeerd.

5.3.2.6 Integratie met innovatiestrategie

De doelstellingen voor het materiaalgebruik en de circulaire economie zijn verankerd in de innovatiestrategie van de Recticel Group en stimuleren de ontwikkeling van duurzame producten en technologieën. De belangrijkste aandachtsgebieden zijn onder andere:

  • Vervanging van materialen om de recycleerbaarheid te verbeteren en de impact op het milieu te verminderen.
  • Productontwerpinnovaties om terugwinning en hergebruik aan het einde van de levensduur mogelijk te maken.
  • Uitbreiding van partnerschappen om circulaire oplossingen in verschillende sectoren op grotere schaal toe te passen.

5.3.2.7 Gevolgen, risico's en kansen

De overzichtstabel in sectie 4.3 geeft een overzicht van de milieu- en economische impacts, risico's en mogelijkheden (IRO's) die verband houden met het materiaalgebruik en circulaire economie. Dit dient als een uitgebreide referentie voor stakeholders om onze voortgang en inzet op dit gebied te beoordelen.

5.3.3 E5-2 Beleid en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

Recticel Group versnelt haar transitie naar een duurzaam, circulair economiemodel met initiatieven die zijn ontworpen om de milieu-impact te verminderen, de materiaalefficiëntie te maximaliseren en samenwerking in de hele waardeketen te bevorderen. Zo biedt Recticel Insulation bijvoorbeeld isolatieplaten aan die zijn vervaardigd uit bio-circulaire grondstoffen (zie 5.3.6.1). De Groep investeerde ook EUR 13 miljoen in een recyclingfabriek voor polyurethaan met gesloten kringloop (zie 5.3.6.2). In de divisie Insulated Panels maakt Trimo gebruik van minerale wol en staal met een hoog percentage gerecycleerd productieafval en EOL-afval.

5.3.3.1 Belangrijke acties

Om efficiënter met hulpbronnen om te gaan en de principes van de circulaire economie hoog te houden, heeft de Recticel Group de afgelopen jaren belangrijke initiatieven geïmplementeerd in al haar dochterondernemingen en regio's. Deze inspanningen zullen de komende vijf jaar worden voortgezet als onderdeel van het transitieplan om tegen 2030 de SBTi-doelstelling op korte termijn te halen. Deze initiatieven bestrijken de hele waardeketen, zowel upstream als downstream, evenals de eigen activiteiten van het bedrijf, en zijn afgestemd op alle niveaus van de afvalhiërarchie. De doelen die in sectie 5.4.4 worden beschreven, zijn ontworpen om specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden (SMART) te zijn.

Afvalhiërarchie

Materiaalefficiëntie

  • Ontwikkeling en uitbreiding van infrastructuur om productieafval en afval van bouwinstallaties te verminderen, terug te winnen en te hergebruiken.
  • Een programma implementeren om het verbruik van primaire grondstoffen te verminderen.

Ecologisch ontwerp en levenscyclusbeheer

  • Recycleerbaarheid, duurzaamheid en efficiënt materiaalgebruik integreren in het productontwerp.
  • Onderzoeken van strategieën voor het recycleren van onderdelen aan het einde van de levenscyclus van een product, meestal 50-60 jaar.

Programma's voor afvalvermindering

  • Doel stellen om 0% stortafval te bereiken tegen 2035, door te focusen op afvalvermindering, verbeterde recycling en omzetting van productieafval in alternatieve toepassingen.
  • Doel stellen van 90% herwonnen operationeel afval tegen 2030.
  • Samenwerken met leveranciers om verpakkingsafval te verminderen.
  • Kiezen voor verpakkingsmaterialen met een hoger gehalte aan gerecycleerd materiaal met behoud van technische prestaties.
  • Het aanmoedigen van initiatieven van werknemers om afval in de dagelijkse werkzaamheden te verminderen.

Samenwerking en innovatie

  • Samenwerken met leveranciers en klanten om innovatieve materialen en oplossingen te ontwikkelen die circulariteit in de hele toeleveringsketen ondersteunen.
  • Het bevorderen van technologieën die de recycleerbaarheid en het terugwinnen van grondstoffen verbeteren (zie inzet over de polyol recylingfabriek).
  • Investeren in proefprogramma's om nieuwe benaderingen voor het terugwinnen van materialen uit afgedankte producten te testen en te implementeren.
  • Samenwerken met industriegroepen om te pleiten voor initiatieven op het gebied van de circulaire economie en het delen van best practices.

Hernieuwbare en gerecyclede materialen

  • De afhankelijkheid van eindige hulpbronnen verminderen door nieuwe materialen te vervangen door hernieuwbare of gerecyclede alternatieven.
  • Opnemen van biogebaseerde materialen in onze primaire materialen.
  • Prioriteit geven aan materialen met een hoog gehalte aan gerecycled materiaal en aangetoonde duurzaamheidsprestaties.
  • Introductie van de volgende generatie chemische recycling van PU-afval en investering in een recyclingfabriek met gesloten kringloop.

Nieuwe polyol recyclingfabriek

We hebben een belangrijke stap gezet in de richting van circulaire productie met de opstart van onze polyolfabriek voor gerecycleerd polyol in Wevelgem (België), die post-industrieel PIR-afval omzet in een waardevolle grondstof voor nieuwe isolatieplaten. Het initiatief werd gedreven door de ambitie om productieafval te elimineren door PIR-stof, dat ontstaat tijdens het snijden van platen, om te zetten in een herbruikbare grondstof. Aangezien PIR ongeveer 99% van de productie van Recticel Insulation-platen uitmaakt, biedt het sluiten van de kringloop voor dit materiaal een belangrijke kans om de circulariteit binnen onze eigen activiteiten te verbeteren.

De nieuwe faciliteit past een chemisch recyclingproces toe om PIR-afval om te zetten in hoogwaardig gerecycleerd polyol, die direct weer kan worden geïntegreerd in de isolatieproductie. De fabriek is ontworpen voor continu industrieel gebruik en zal in eerste instantie jaarlijks tot 4.000 ton PIR-afval recyclen, waarmee ongeveer 6.000 ton gerecycleerd polyol wordt geproduceerd. Deze schaalgrootte stelt de Recticel Group in staat om gerecycleerd materiaal te integreren in haar reguliere isolatieportfolio, in plaats van dit te beperken tot nichetoepassingen.

Nieuwe polyol is verantwoordelijk voor ongeveer 15% van de koolstofvoetafdruk van PIR-isolatieplaten, en door een derde daarvan te vervangen door gerecycleerd polyol zal de uitstoot naar verwachting aanzienlijk dalen. Vroege schattingen wijzen op een vermindering van de koolstofuitstoot met 40% in

vergelijking met nieuw materiaal, waarbij volledige levenscyclusanalyses en EPD's deze resultaten zullen bevestigen zodra de fabriek op volle kracht draait.

Dankzij uitgebreid onderzoek en ontwikkeling voldoet de gerecycleerde polyol aan onze strenge prestatienormen; uit de eerste resultaten blijkt zelfs dat de isolatie-eigenschappen licht zijn verbeterd. Het project zorgt niet alleen voor minder productieafval, maar legt ook de basis voor toekomstige circulaire initiatieven, zoals het uitbreiden van het gebruik van gerecycleerde grondstoffen en het onderzoeken van terugnameprogramma's voor bouw- en sloopafval.

5.3.4 E5-3 Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie

Door praktijken van de circulaire economie in ons bedrijfsmodel te verankeren, willen we innovatie stimuleren, de impact op het milieu verminderen en waarde op lange termijn creëren voor alle stakeholders. We hebben vrijwillige, meetbare en tijdgebonden doelen opgesteld om materiaalverbruik en afval te verminderen, het hergebruik van grondstoffen te verbeteren en producten te ontwerpen die geschikt zijn voor recycling. Het Managementcomité heeft deze doelen vastgelegd om te zorgen voor strategische afstemming en verantwoording. Ze ondersteunen ook de vermindering van Scope 3 broeikasgasemissies, waarvan de voortgang wordt beschreven in sectie 5.2.7.

5.3.4.1 Doelen voor hulpbronnengebruik

TOEPASSING DOEL VERGELIJKING BASISJAAR - 2024 - 2025 ACTIES
PEFC-gecertificeerd papier inmeerlaagse bekledingen vanisolatieplaten Productiefase 100% PEFC-gecertificeerd papier in onzemeerlaagse bekledingen voor isolatieplatentegen eind 2025 2022: 0% (basisjaar)2024: 97%2025: 100% Overgang, testen, goedkeuring
Gerecycleerd gehalte van mineralewol in isolatiepanelen Production phase 25% van het ongewogen gemiddelde vandoor leveranciers gerapporteerd gehalteaan pre- en post-consumenteninhoud 2024: 19,2% (basisjaar)2025: 19,1% Betrokkenheid van leveranciers vergroten,met name van degenen die een beperktgehalte aan gerecycleerd materiaal in hunproducten verwerken

P E F C - G E C E R T I F I C E E R D P A P I E R I N M E E R L A A G S E BEKLEDINGEN VAN ISOLATIEPLATEN

G E R E C Y C L E E R D G E H A L T E V A N M I N E R A L E W O L I N ISOLATIEPANELEN

5.3.4.2 Doelen voor circulaire economie

TOEPASSING DOEL VERGELIJKING BASISJAAR - 2024 - 2025 ACTIES
Afvalvermindering en -recuperatieGeen operationeel afval naarstortplaats Productiefase (alle afvalstromen) Tegen 2030 geen gestort bedrijfsafval 2024: 932,1 ton (basisjaar, herwerkt)2025: 785,4 ton Afvalscheiding aan de bron uitbreiden,
Afvalvermindering en - recuperatieOmleiden van operationeel afvalnaar recuperatie/hergebruik Productiefase (alle afvalstromen) Tegen 2030 90% van het afval naar recyclingleiden 2024: 84,3% (basisjaar, herwerkt)2025: 86,9% recyclingpercentages verbeteren, geslotenkringloopsystemen invoeren
Recycling aan het einde van delevensduur -Broeikasgasreductie Cat. 3.12,Verwerking verkocht producten aanhet einde van de levensduur Productie- en EOL-fase Tegen 2030 25% reductie van Scope 3realiseren, vergeleken met het herwerktebasisjaar 2021* 2021: 1.423 tCO2e (basisjaar, herwerkt)2024: 1.603 tCO2e (herwerkt)2025: 1.792 tCO2e Meer gerecycleerde materialen inkopen,samenwerken met leveranciers, ecodesignprincipes integreren in onzeproducten, EOL-recyclingopties ontwikkelen.De stijgingen in 2024 en 2025 weerspiegelende toename van de productie.

* Aangepast voor Cat 3.12, Behandeling van verkochte producten aan het einde van de levensduur, met bijgewerkte methodologie (zie sectie 4.1)

AFVALVERMINDERING EN -TERUGWINNING

Geen operationeel afval naar stortplaats Omleiden van operationeel af val naar recycling/hergebruik

AFVALVERMINDERING EN -TERUGWINNING RECYCLING AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR

Cat. 3.12, Verwerking van verkochte producten aan het einde van de levensduur

5.3.5 E5-4 Materiaalinstromen

5.3.5.1 Beschrijving van de materiaalinstromen

De belangrijkste grondstofinstromen die in de productieprocessen worden gebruikt, zijn onder meer:

MDI EN POLYOL

Deze primaire grondstoffen worden gebruikt bij de productie van harde polyurethaanschuimen. MDI (methyleendifenyldiisocyanaat) dient als de isocyanaatcomponent, terwijl polyolen fungeren als de reactieve tegenhanger en, in combinatie met additieven, de schuimstructuur vormen. De instroom wordt nauwlettend gecontroleerd om de efficiëntie te optimaliseren en afval tot een minimum te beperken.

MINERALE WOL

Minerale wol wordt gebruikt als isolatiemateriaal voor de productie van geïsoleerde panelen.

STAAL

Staal, geleverd in rollen, wordt gebruikt bij de productie van geïsoleerde panelen. Er zijn maatregelen getroffen om staal met gerecycleerd materiaal in te kopen, waardoor de afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen wordt verminderd.

VERPAKKING

Verpakkingsmaterialen, zoals PEfolie, worden gebruikt voor het veilige transport en de opslag van producten. De Recticel Group geeft prioriteit aan de aankoop van recycleerbare en herbruikbare verpakkingsmaterialen en beperkt onnodige verpakkingen waar mogelijk tot een minimum.

  • Er komen geen zeldzame aardmetalen (REE) voor in onze productieprocessen.
  • Aangezien onze productieprocessen zeer weinig water vereisen, is ons waterverbruik voornamelijk bestemd voor persoonlijk gebruik, zoals eten, drinken, douchen en sanitaire voorzieningen.
  • Recticel Group is geen energie-intensief bedrijf, zoals blijkt uit de lage Scope 1- en Scope 2 CO2-uitstoot.

ontwerp Totaalgewicht van gebruikte producten, technische en biologische materialen

JAAR 2024 2025
Gewicht (t) 268.744,6 289.169,7

Duurzaam geproduceerde biologische materialen gebruikt bij de vervaardiging van producten

CERTIFICERINGSREGELING 2024 2025
MDI (massabalans) – zie sectie 5.3.6 ISCC 0%* 0%
Papier voor meerlaagse bekleding van isolatieplaten – zie sectie 5.3.6 PEFC 97% 100%
% Duurzaam geproduceerde biologische materialen(en biobrandstoffen gebruikt voor niet-energetische doeleinden) - 1,9% 2,6%

* Recticel Group promoot haar nieuwe Impact®-assortiment isolatieplaten, dat een CO2e-reductie van 25% biedt. De broeikasgasreductie die via de massabalansbenadering wordt gerealiseerd, is echter nog niet door de EU erkend als geldig voor opname in Milieuproductverklaringen (EPD's). Daardoor kunnen stakeholders verderop in de keten (architecten, aannemers, ingenieurs) deze reductie nog niet meenemen in hun duurzaamheidsbeoordelingen. We verwachten een grotere marktacceptatie zodra de officiële goedkeuring is verleend.

ISCC Plus, ontwikkeld door de International Sustainability & Carbon Certification, is een certificeringssysteem dat gericht is op het bevorderen van duurzaamheid en het verminderen van CO2-uitstoot in de toeleveringsketens van diverse sectoren, zoals landbouw, voeding, biomassa en bio-energie. Het omvat criteria met betrekking tot sociale, ecologische en economische aspecten, evenals de vermindering van broeikasgasemissies. Bedrijven die ISCC Plus-gecertificeerd zijn, waaronder Recticel Insulation, hebben aangetoond dat ze voldoen aan strenge duurzaamheidsnormen en op verantwoorde wijze omgaan met hernieuwbare grondstoffen en CO2-uitstoot.

PEFC, het Programme for the Endorsement of Forest Certification, is een toonaangevende wereldwijde alliantie van nationale boscertificeringssystemen, die duurzaam bosbeheer bevordert dat milieuvriendelijk, sociaal verantwoord en economisch levensvatbaar is, door middel van onafhankelijke certificering door derden.

Secundaire componenten en materialen

GEWICHT (T) PERCENTAGE
Secundaire hergebruikte of gerecyclede componenten, secundairetussenproducten en secundaire materialen die worden gebruikt om onzeproducten te vervaardigen (inclusief verpakking)* 2024: 14.060,32025: 14.254,5 2024: 5,2%2025: 4,9%

* Gebaseerd op het ongewogen gemiddelde van door leveranciers gerapporteerde pre- en postconsumenten-gehalte aan minerale wol in onze isolatiepanelen en in onze eco-verpakkingen.

5.3.5.2 Materialiteitsgegevens 5.3.5.3 Contextuele informatie over gegevensmethodologieën en criteria voor circulair

Alle gegevens zijn afkomstig van directe weegsystemen voor productieresten, afvalmaterialen en verpakkingsafval. De verzamelde gegevens worden ingedeeld in vooraf gedefinieerde categorieën, zoals polyurethaanafval, afval van minerale wol, staalafval, chemische producten, kunststofverpakkingen en andere.

Voor het bepalen en classificeren van producten die volgens circulaire principes zijn ontworpen, past de Recticel Group de volgende criteria toe:

Recycleerbaarheid vanmateriaal Producten worden beoordeeld op basis van derecycleerbaarheid van hun primaire onderdelen, zoalspolyurethaanschuim en staal.
Efficiëntmateriaalgebruik Het gebruik van hernieuwbare of secundaire(gerecycleerde) grondstoffen bij de productie vanproducten is een belangrijke overweging.
Levensduur vanproducten Ontwerpen die de levensduur van producten of materialenverlengen door duurzaamheid en hergebruikspotentieelkrijgen prioriteit.
Terugwinning aanhet einde van delevensduur Producten die zo zijn ontworpen dat ze aan het eindevan hun levenscyclus gemakkelijk kunnen wordengedemonteerd en hergebruikt, worden geclassificeerd alscirculair.

5.3.6 E5-5 Materiaaluitstromen

5.3.6.1 Producten en materialen

Duurzaamheid

ISOLATIEPLATEN

De thermische isolatieplaten van de Recticel Group zijn ontworpen voor een brede waaier van residentiële en nietresidentiële toepassingen. Ze bieden een zeer doeltreffende isolatie voor de volledige gebouwschil, inclusief platte, hellende en schuine daken, spouwmuren, vloeren, binnenbekleding en buitengevelisolatiesystemen. Deze platen worden gewaardeerd om hun uitstekende thermische prestaties, lichte gewicht en duurzaamheid.

Onder normale bouwomstandigheden kunnen ze tot 60 jaar meegaan zonder significante degradatie, hoewel hun levensduur afhangt van omgevingsfactoren en installatiemethoden.

Belangrijke factoren die duurzaamheid beïnvloeden:

  • Vochtbestendigheid: De polyurethaanstructuur met gesloten cellen minimaliseert waterabsorptie en vochtgerelateerde aantasting.
  • UV-stabiliteit: Langdurige blootstelling aan direct zonlicht kan degradatie van het oppervlak veroorzaken; beschermende coatings of bekledingen worden aanbevolen voor blootgestelde toepassingen.
  • Mechanische weerstand: Een hoge verhouding sterkte/gewicht zorgt voor robuustheid onder structurele belastingen.
  • Chemische bestendigheid: Over het algemeen bestand tegen de meeste chemische producten, maar kan afbreken bij blootstelling aan sterke oplosmiddelen.

Als ze op de juiste manier worden geïnstalleerd en onderhouden, hebben deze platen een gemiddelde levensduur van 50 jaar.

GEÏSOLEERDE PANELEN

Metalen geïsoleerde panelen zijn een uitstekend voorbeeld van geprefabriceerde bouwmaterialen die de energie-efficiëntie verbeteren. Ze worden veel gebruikt voor gevel-, muur- en dakbekleding en voor scheidingswanden in industriële en commerciële gebouwen. Deze panelen bestaan uit een isolerende kern (polyurethaan of minerale wol) ingeklemd tussen metalen plaatbekledingen en bieden een hoog draagvermogen, gestandaardiseerde technische prestaties en een snelle installatie. Ze zijn licht, kostenefficiënt en aanpasbaar en helpen te voldoen aan strenge bouwvoorschriften en uitdagingen op het gebied van bouwkosten.

Als ze goed geïnstalleerd en onderhouden worden, hebben deze panelen een gemiddelde levensduur van 50 jaar.

Belangrijke factoren die duurzaamheid beïnvloeden:

  • Vocht- en luchtdichtheid: Zeer goed bestand tegen het binnendringen van vocht, waardoor schimmelvorming en isolatiedegradatie worden voorkomen.
  • Beschermende bekleding: Metalen bekleding beschermt de isolatiekern tegen blootstelling aan UVstraling, mechanische schade en omgevingsfactoren.
  • Brandwerendheid: Biedt een hoge tot uitstekende weerstand tegen extreme temperaturen en zorgt voor structurele integriteit in brandomstandigheden.

De repareerbaarheid van panelen en platen is niet relevant.

Recycleerbaarheid van eindproducten Portfolio-voorbeelden

Sectie 2.3.2 geeft een overzicht van de waardeketen van onze bedrijfsactiviteiten, inclusief recyclingopties, die in sectie 5.3.3 nader worden toegelicht. De kernactiviteiten van de Recticel Group zijn gericht op isolatieplaten en geïsoleerde panelen, die voornamelijk bestaan uit bijna 100% recycleerbare componenten, zoals weergegeven in de onderstaande tabel. Ook onze verpakkingen bestaan voor bijna 100% uit recycleerbare componenten, zoals aangegeven in dezelfde tabel. Hoewel deze producten zeer goed recycleerbaar zijn, blijven de recyclingpercentages aan het einde van de levenscyclus bescheiden als gevolg van uiteenlopende nationale regelgeving en infrastructuur.

Recticel Group investeerde EUR 13 miljoen in een chemische recyclingfaciliteit voor polyurethaanafval om deze kloof te dichten, een belangrijke stap in de richting van schaalbare circulaire oplossingen (sectie 5.3.6.2). Er zijn meer initiatieven in de sector op komst, waarvan er verschillende in de komende 5 tot 10 jaar zullen worden gelanceerd. De toenemende integratie van post-consumer staal en minerale wol in onze basisproducten onderstreept het groeiende belang en de praktische waarde van recycleerbaarheid. De recycling van verpakkingsmateriaal is al goed ingeburgerd in onze industrie en is een gangbare praktijk in onze activiteiten.

EINDPRODUCT COMPONENTEN RECYCLEERBAARHEID REFERENTIE
2024 2025
Minerale wol 99% 99% Fabrikanten vanminerale wol
Staal 99% 99% World SteelAssociation
IsolatieplatenGeïsoleerdepanelen Hardpolyurethaanschuim 99% 99% PU Europe, ISOPA
Meervoudigetoplagen vanisolatieplaten 0% 0% -
Rekfolie (LLDPE) 99% 99% PlasticsEurope,RecyClass
Verpakking Afdekfolie (LDPE,HDPE) 99% 99% PlasticsEurope,RecyClass
EPS (expandedpolystyrene) 99% 99% EPS IndustryAlliance,PlasticsEurope

MDI VERVANGEN DOOR BIO-CIRCULAIRE MATERIALEN

Het Impact-gamma van Recticel Insulation introduceert isolatieplaten met 25% gecertificeerde biocirculaire inhoud, in lijn met de strenge International Sustainability & Carbon Certification (ISCC). Deze platen bevatten grondstoffen afkomstig van bioafval, zoals gebruikte plantaardige oliën (zonder impact op de biodiversiteit), waardoor hun koolstofvoetafdruk met 43%* daalt in vergelijking met standaardplaten, terwijl ze uitzonderlijke thermische en technische prestaties blijven leveren.

Eurowall Impact (voor spouwmuurisolatie) en Eurothane Silver Impact (voor platte daken) leveren robuuste thermische efficiëntie, energiebesparingen en minder uitstoot van broeikasgassen. Deze platen zijn ontworpen voor eenvoudige verwerking en optimaal comfort en voldoen aan dezelfde hoge normen als bestaande oplossingen, met PEFCgecertificeerde meerlaagse houtvezelbekleding voor duurzaamheid.

ECO-ONTWERP

Om demontage te vereenvoudigen en efficiënte recycling mogelijk te maken, hebben we een vloeibare coating geïntegreerd tussen de lagen van onze isolatieplaten. Dankzij dit ontwerp kunnen de materialen aan het einde van de levenscyclus van het product gemakkelijk worden gescheiden en blijven ze onbeschadigd en onbesmet.

OVERSTAP NAAR PEFC-GECERTIFICEERD PAPIER VOOR MEERLAAGSE BEKLEDINGEN

Recticel Insulation heeft zijn engagement voor verantwoorde aankoop verder versterkt door in 2025 volledig over te stappen op 100% PEFC-gecertificeerd papier in de meerlaagse gasdichte bekledingen van zijn polyurethaan isolatieplaten. Deze mijlpaal bouwt voort op de vooruitgang die in voorgaande jaren is geboekt om het aandeel van duurzaam geproduceerd papier in onze producten te vergroten. Door de papierlagen uit PEFC-gecertificeerde bossen te betrekken, ondersteunen we verantwoord bosbeheer en verkleinen we tegelijkertijd de ecologische voetafdruk van onze materialen.

Het Programme for the Endorsement of Forest Certification (PEFC) is een wereldwijd erkende norm die duurzaam bosbeheer en traceerbaarheid in de hele toeleveringsketen bevordert. Door 100% PEFC-gecertificeerd papier te gebruiken in onze meerlaagse bekledingen, garanderen we dat de gebruikte grondstoffen afkomstig zijn uit verantwoord beheerde bossen en gecontroleerde bronnen.

VERNIEUWDE IP PIR-ISOLATIEPLATEN

IP PIR is een thermische isolatieplaat voor gebruik in betonnen sandwichpanelen voor wanden.

De vernieuwde IP PIR-isolatieplaat van Recticel Insulation heeft geen aluminium bekleding meer, waardoor de CO2-voetafdruk van de bekleding met wel 40% wordt verminderd en het risico op corrosie wordt verlaagd. Deze innovatie garandeert prestaties op lange termijn dankzij:

  • Gasdiffusiedichtheid, wat de algehele prestaties verbetert.
  • Constante lambda-waarden op lange termijn, wat een betrouwbare isolatie-efficiëntie garandeert.
  • Een lagere CO2-voetafdruk in het eindproduct.

POWERDECK+ LIGHT ROOF

Powerdeck+ Light Roof is speciaal ontworpen voor de renovatie van platte daken met stalen dekken met PIR-isolatie en de integratie van fotovoltaïsche panelen. Het is door Recticel Insulation in samenwerking met het gespecialiseerde chemiebedrijf SIKA ontwikkeld voor de Franse markt.

Deze dunnere platen, die dezelfde λ-waarde bieden, maximaliseren de energieproductie op platte daken en zorgen tegelijkertijd voor naleving van de Franse regelgeving. Het systeem is ontworpen om zowel de CO2-voetafdruk als de bouwkosten te minimaliseren, en levert optimale prestaties en duurzaamheid.

MET MINERALE WOL GEÏSOLEERDE PANELEN MET GERECYCLEERD MATERIAAL

We verwerken al tot 52% gerecycleerd materiaal in de productie van onze panelen met minerale wolisolatie.

We evalueren isolatiepanelen die zijn gemaakt met gerecyclede minerale wol uit consumentenafval. Dit proces omvat het inzamelen van ontmantelde EOL-panelen en het scheiden van de staal- en minerale wolcomponenten. De gerecyclede minerale wol wordt vervolgens verwerkt en verwerkt in de productie van nieuwe isolatiepanelen, met als doel 20% gerecycleerd materiaal uit consumentenafval te bereiken.

BASE-GEÏSOLEERD PANEEL

Het BASE-geïsoleerd paneel met minerale wol is een lichtgewicht gevelsysteem met een hoog draagvermogen dat een duurzaam alternatief biedt voor betonnen of bakstenen muren, waardoor de koolstofvoetafdruk wordt verkleind en klanten tot 60% CO2-besparing realiseren in vergelijking met conventionele gevelbekledingssystemen. Bovendien kan de definitieve gevelbekleding worden aangebracht tijdens de gebruiksfase van het gebouw.

MILIEUVRIENDELIJKE VERPAKKINGEN

We schakelen over van nieuwe verpakkingsmaterialen naar materialen met gerecycleerd gehalte en lagere CO2-uitstoot, zoals:

  • 30% gerecycleerde rekfolie
  • 30% gerecycleerde afdekfolie
  • 50% gerecycleerd EPS

QBISS ONE NEXT

De nieuwe geïsoleerde panelen Qbiss One Next en Trimoterm Next zetten een nieuwe norm in duurzaam bouwen en realiseren een CO2e-emissiereductie tot 69% in vergelijking met conventionele alternatieven. Deze panelen van de volgende generatie zijn vervaardigd uit duurzame, koolstofarme materialen en effenen de weg naar een koolstofvrije toekomst.

5.3.6.2 Afvalbeheer

Het afval van de Recticel Group wordt ingedeeld in de volgende afvalstromen:

  • Polyurethaan: omvat productieresten, afvalmateriaal en defecte isolatieplaten.
  • Minerale wol: wordt voornamelijk gegenereerd tijdens de productie van isolatiepanelen met een kern van minerale wol.
  • Staal: bestaat uit metaalschroot uit productieprocessen.
  • Chemicaliën: omvat procesresiduen, verlopen chemicaliën en andere gevaarlijke stoffen.
  • Verpakkingsmateriaal: afkomstig van verpakkingsmateriaal, verzendingsmateriaal en algemeen verpakkingsafval.
  • Overige: omvat diverse soorten afval die niet in de bovenstaande categorieën passen, zoals nietgevaarlijk algemeen afval.

Huidige initiatieven:

  • Recycling van productieafval van polyurethaan voor terugwinning van polyol dat geschikt is voor de productie van isolatieplaten (zie paragraaf 5.3.1.1).
  • Het verzamelen van productiestof uit zaaglijnen en het hergebruiken ervan voor toepassingen in de wegenbouw.
  • Implementatie van verbeterde bemonsteringsprocedures in het kwaliteitscontrolelaboratorium om polyurethaanafval tot een minimum te beperken.
  • Terugbezorging van staal- en minerale-wolproductieresten aan de respectieve fabrikanten.
  • Samenwerkingsverbanden met lokale afvalverwerkingsbedrijven voor inzameling en recycling, als onderdeel van verplichte en vrijwillige EPR-regelingen (Extended Producer Responsibility).
  • Terugname en terugwinning van transport- en verkoopverpakkingen in verschillende landen via contractuele overeenkomsten.

Recticel Group produceert geen radioactief afval tijdens haar activiteiten. Bovendien is radioactief afval niet opgenomen in de totale hoeveelheid gevaarlijk afval die door Recticel Group wordt gerapporteerd of beheerd. Het bedrijf houdt zich aan strenge milieu- en veiligheidsnormen en zorgt ervoor dat haar afvalbeheerpraktijken volledig voldoen aan alle relevante regelgeving.

Afzuiging van polyurethaanstof uit zaaglijnen en brikettering

Definities van afval

Afvalgegevens zijn voornamelijk afgeleid van poortwegingen en facturen. Wanneer directe metingen niet beschikbaar zijn, zijn schattingen gebaseerd op volume en de best beschikbare kennis.

TOTAALAFVAL de totale hoeveelheidgeproduceerd afval, inclusiefalle verwijderings- enterugwinningsmethoden.
HERGEBRUIKTAFVAL afval dat zonder ingrijpendebewerking een nieuwebestemming krijgt om delevenscyclus ervan te verlengen.
GERECYCLEDAFVAL afval dat wordt verwerkt totnieuwe materialen of producten,waardoor het verbruik vangrondstoffen wordt verminderd.
AFVAL VOORTERUGWINNING afval dat wordt hergebruikt,gerecycleerd of op een anderemanier niet wordt verwijderd.
VERBRANDAFVAL afval dat door verbrandingwordt verwijderd, met of zonderterugwinning van energie.

Geproduceerd afval (in ton) Operationeel afval 2025

1. AFVAL DAT NIET IS GESTORT 2024 * 2025 %∆
A. Gevaarlijk afval 3.428,1 62,9
Voorbereiding voor hergebruik 0,0 0,0
Recycling 3.387,8 62,9
Andere terugwinningsactiviteiten 40,3 0,0
B. Niet-gevaarlijk afval 6.614,4 10.892,9
Voorbereiding voor hergebruik 69,6 183,4
Recycling 6.542,5 10.707,6
Andere terugwinningsactiviteiten 2,3 1,9
2. AFVAL BESTEMD VOOR VERWIJDERING 2024 * 2025 %∆
A. Gevaarlijk afval 196,0 218,7
Verbranding 145,6 178,8
Stort 0,1 0,0
Overige verwijderingshandelingen 50,3 40,0
B. Niet-gevaarlijk afval 1.667,8 1.426,2
Verbranding 651,8 638,1
Stort 932,1 785,4
Overige verwijderingshandelingen 83,9 2,6

Gemeentelijk en septisch afvalwater zijn niet opgenomen in de gerapporteerde tabellen. De Recticel Group verbruikt een zeer beperkte hoeveelheid water in haar activiteiten.

2024 * 2025 %∆
Totale hoeveelheid niet-gerecycleerd afval 1.976,0 1.830,2 -7,4%
Totaal percentage niet-gerecycleerd afval 16,6% 14,5% -2,1%
Totaal percentage verwijderd afval 84,3% 86,9% 2,6%
Totaal percentage niet-teruggewonnenafval 15,7% 13,1% -2,6%
Totaal percentage afval naar stort 7,8% 6,2% -1,6%
Totale hoeveelheid geproduceerd afval(1+2) 11.906,3 12.600,7 5,8%

* Na een grondiger analyse van de classificatie van afvalstromen in onze productievestigingen hebben we de indeling van afval herzien. Hoewel de totale hoeveelheid geproduceerd afval in 2024 ongewijzigd blijft, zijn de classificaties bijgewerkt. Deze herformulering zorgt voor een goede vergelijkbaarheid met het afval dat voor 2025 wordt gerapporteerd.

5.3.7 E5-6 Verwachte financiële effecten van het gebruik van materiële hulpbronnen en aan de circulaire economie gerelateerde risico's en kansen

De verwachte financiële effecten van het gebruik van materiële hulpbronnen en de risico's en kansen in verband met de circulaire economie zijn niet opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring 2025. Aangezien de Recticel Group een Wave 1 bedrijf voor CSRD rapportage is, vallen de aanvullende vrijstellingen voor sommige ESRSrapportagevereisten onder de gedelegeerde handeling (EU) 2023/2772 "Quick Fix"1 .

1 https://finance.ec.europa.eu/publications/commission-adopts-quick-fix-companies-already-conductingcorporate-sustainability-reporting\_en.

Op 20 augustus 2025 onthulde Soundcoat zijn volledig vernieuwde akoestische laboratorium, dat een weerspiegeling vormt van de technische uitmuntendheid van het bedrijf.

Het succes van de Recticel Group hangt af van ons vermogen om een divers, gemotiveerd, bekwaam en goed beschermd personeelsbestand te behouden. Onze inspanningen zijn gebaseerd op een sterk beleidskader dat duidelijke richtlijnen biedt en rechtstreeks inzet op gezondheid en veiligheid, werkplezier, welzijn en de ontwikkeling van vaardigheden. We hechten veel belang aan een duidelijke uitwisseling van informatie en feedback tussen het management en de medewerkers.

Onze interne HR- en gezondheids- en veiligheidsafdelingen zorgen voor vertegenwoordiging en de lokale uitvoering van het beleid bij alle werkmaatschappijen, onder toezicht van het Group Audit- en Duurzaamheidscomité.

IN DEZE SECTIE

Tevredenheidsniveau arbeiders

People Managers geschoold/ bijgeschoold in het voeren van effectieve functioneringsgesprekken

D 5.4 Sociaal S1 Eigen personeel
U 5.4.1 Materiële S1 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel
OH 5.4.2 S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel
N 5.4.3 S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts
I 5.4.4 S1-3 Herstelprocessen voor negatieve impact en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken
5.4.5 S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel
5.4.6 S1-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve
impacts en het beheersen van materiële risico's en kansen
5.4.7 S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming
5.4.8 S1-7 Kenmerken van werknemers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming
5.4.9 S1-8 CAO-dekkingsgraad en sociale dialoog
5.4.10 S1-10 Leefbare lonen
5.4.11 S1-11 Sociale bescherming
5.4.12 S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden
5.4.13 S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven
5.4.14 S1-15 Werk-privé balans
5.4.15 S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten

De informatie in deze sectie volgt de structuur van ESRS S1. Na de dubbele materialiteitsbeoordeling (zie sectie 4.2) werden de volgende deelonderwerpen als niet-materieel beschouwd en worden ze daarom niet gerapporteerd:

  • » ESRS S1-9, Diversiteitsmaatstaven;
  • » ESRS S1-12, Mensen met een beperking;
  • » ESRS S1-16, Beloningsmaatstaven.

Belangrijke opmerking: De dochterondernemingen Kuras en Miclar Group, die respectievelijk in november en december 2025 werden overgenomen, vallen niet onder de onderwerpen die onder S1 Eigen personeel vallen.

5.4.1 Materiële S1 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel

Een uitgebreid inzicht van de materiële IRO's die verband houden met ESRS S1, inclusief de beschrijving van het IRO-proces en hun interactie met de strategie en het bedrijfsmodel, wordt gegeven in sectie 4.3, Navigeren door

het landschap van risico's en kansen. Informatie over de resultaten van de veerkrachtanalyse is te vinden in sectie 2.3.4, Veerkracht van ons bedrijfsmodel en onze strategie.

5.4.2 S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel

Dit hoofdstuk beschrijft het beleid van de Recticel Group om haar materiële impact op haar personeel te beheren, evenals de bijbehorende materiële risico's en kansen.

Zodra een beleid is goedgekeurd, wordt het op lokaal niveau geïmplementeerd om consistentie, transparantie en effectieve uitvoering in alle

activiteiten te garanderen. Elk beleid definieert duidelijk de reikwijdte en toepasbaarheid en biedt duidelijke richtlijnen voor de implementatie. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor het valideren van alle beleidslijnen en zorgt ervoor dat ze in lijn zijn met de strategische doelstellingen van de Recticel Group en de wettelijke vereisten.

Overkoepelend beleid

  • Gedragscode
  • Klokkenluidersregeling
  • Gegevensbescherming • Privacyverklaring voor

Specifieke beleidsmaatregelen

MATERIËLE INVLOED 1 MATERIËLE INVLOED 2 MATERIËLE INVLOED 3 • Groep HS&E-beleid • Beleid voor prestatiebeoordeling • Groep HR-beleid • Beleid voor GEZONDHEID EN VEILIGHEID OP HET WERK ARBEIDSVREUGDE EN WELZIJN TRAINING EN ONTWIKKELING VAN VAARDIGHEDEN

  • werknemers

  • prestatiebeoordeling

  • Beleid voor training van werknemers

Overkoepelende beleidsmaatregelen

Gedragscode van de Groep Onze Gedragscode is in 2024 uitgebreid bijgewerkt.

Recticel Group handhaaft de hoogste normen op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten, veiligheid, gezondheid, milieubescherming en corruptiebestrijding, in overeenstemming met internationale kaders en wettelijke vereisten.

We hebben een due diligence-beleid geïmplementeerd om naleving van de conventies 1 tot en met 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten te waarborgen. Ons beleid ondersteunt eerlijke arbeidspraktijken, voorkomt discriminatie en stimuleert ethische werkomstandigheden voor al onze medewerkers en leveranciers. We hanteren ook strenge maatregelen om mensenhandel, dwangarbeid of verplichte arbeid en kinderarbeid te voorkomen. Deze maatregelen omvatten op risico gebaseerde beoordelingen, klachtenmechanismen, leveranciersbeoordelingen en beoordelingen.

We streven naar een inclusieve werkplek die diversiteit waardeert. Recticel Group zorgt voor eerlijke en transparante wervings- en tewerkstellingspraktijken en biedt gelijke kansen, ongeacht leeftijd, handicap, geslachtsverandering, burgerlijke staat, zwangerschap en moederschap, ras, godsdienst

of overtuiging, geslacht, seksuele geaardheid of werkuren.

Sectie 5.5.2 geeft een gedetailleerde beschrijving van de principes die onze ethische en compliant bedrijfspraktijken vormgeven, waaronder onze kernwaarden, Gedragscode, Klokkenluidersregeling en Bestuursdoelen en -cijfers.

Naleving van het beleid van de Gedragscode van de Groep wordt ondersteund door middel van bewustwordingstrainingen, interne audits en het klokkenluidersysteem. Het Compliancecomité speelt een belangrijke rol bij het toezicht op de naleving van het beleid.

Klokkenluidersregeling

Ons Klokkenluiderbeleid is in 2024 uitgebreid bijgewerkt en bevat de nieuwste Europese vereisten.

Het klokkenluiderbeleid van de Recticel Group moedigt een cultuur van transparantie en verantwoordingsplicht aan door het melden van feitelijk of vermoedelijk wangedrag in de bedrijfsvoering of werkgerelateerd gedrag van de Recticel Group of één van haar aandeelhouders, managers, werknemers, zelfstandige dienstverleners of aannemers te vergemakkelijken. Het klokkenluiderbeleid helpt de integriteit en ethische normen op de werkplek te handhaven.

Meer informatie over het Klokkenluiderbeleid is te vinden in sectie 5.5.2.

Beleid Gezondheid, Veiligheid, & Milieu (HS&E)

De Recticel Group voert haar activiteiten uit op een manier die prioriteit geeft aan de gezondheid en veiligheid van haar klanten, werknemers, aannemers en het algemene publiek. We handhaven een veiligheidscultuur door ervoor te zorgen dat managers en werknemers regelmatig worden geïnformeerd en opgeleid over gezondheids- en veiligheidsvoorschriften. We wijzen ook voldoende middelen toe aan de identificatie, controle en beperking van gezondheids- en veiligheidsrisico's in verband met onze activiteiten, waarbij we ons strikt houden aan alle toepasselijke wet- en regelgeving in de landen waar we actief zijn.

Het HS&E-beleid van de Recticel Group, ondertekend door de Chief Operations Officer (COO), definieert strategische doelstellingen om alle HS&E-risico's en milieueffecten die inherent zijn aan de activiteiten en producten van het bedrijf te minimaliseren. Het HS&E-beleid gaat verder dan de basisverplichting om te voldoen aan toepasselijke gezondheids-, veiligheidsen milieuvoorschriften. Het omvat een ongevallenpreventiebeleid, dat ervoor zorgt dat proactieve maatregelen worden genomen om incidenten op de werkplek te voorkomen. Recticel Group controleert haar prestaties op het vlak van gezondheid en veiligheid aan de hand van belangrijke prestatieindicatoren, waaronder Frequency 1 (Lost Time Accidents) en Frequency 2 (Lost Time Accidents + Restricted Work Cases + Medical Treatment Cases) statistieken. Een overzicht van onze prestaties in 2025 met betrekking tot deze statistieken is te vinden in sectie 5.4.13.

Bij de activiteiten van de Recticel Group kunnen gevaarlijke chemische stoffen gebruikt worden voor de productie van isolatieoplossingen.

Hard polyurethaanschuim wordt bijvoorbeeld geproduceerd door een exotherme reactie tussen een polyol en een isocyanaat. In het productieproces worden ook lijmen gebruikt. Er gelden strikte beleidsregels en procedures om de gezondheid en veiligheid van werknemers te allen tijde te beschermen. Voordat een nieuw chemisch product in productie wordt genomen, moet het worden goedgekeurd door de plaatselijke HS&E-manager. Bovendien worden alle chemische stoffen veilig opgeslagen en regelmatig geïnspecteerd. Veiligheidsinformatiebladen (SDS) zijn op elk moment beschikbaar in de productieruimten en kunnen worden geraadpleegd.

Om een voortdurende verbetering te garanderen, voert de Recticel Group oorzakenanalyses uit en implementeert het corrigerende en preventieve acties voor kritieke activiteiten. Onze schuimvestigingen houden zich aan strenge regelgevende kaders, waaronder SEVESO en COMAH richtlijnen, en onze fabrieken werken binnen milieubeheersystemen. In 2025 beschikten zeven van de 11 operationele sites (op 31/10/2025) over een ISO 14001-certificaat.

Naast veiligheid op de werkplek zetten wij ons in voor de eerbiediging van de fundamentele mensenrechten van onze werknemers.

De Recticel Group verbiedt uitdrukkelijk mensenhandel, gedwongen of verplichte arbeid en kinderarbeid, in overeenstemming met de internationale arbeidsnormen. Deze verplichtingen zijn verankerd in ons beleid en onze operationele procedures

om ethische bedrijfspraktijken te garanderen.

Recticel Group zorgt ervoor dat haar HS&E-beleid toegankelijk is voor alle relevante stakeholders, inclusief degenen die mogelijk worden beïnvloed door haar activiteiten en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het beleid. Het beleid wordt intern en extern gecommuniceerd om de naleving en gedeelde verantwoordelijkheid voor gezondheid, veiligheid en milieunormen te versterken.

Het bedrijf bevordert actief het veiligheidsbewustzijn door middel van initiatieven zoals het wereldwijde 'Simply Safe'-programma, waarin Gouden Veiligheidsprincipes en -regels zijn vastgelegd. De 'Stop. Think. Act!' slogan die het programma ondersteunt, benadrukt hoe belangrijk het is om stil te staan bij risico's voordat je taken uitvoert en stimuleert gewoonten die zorgen voor een veiligere werkomgeving.

Elke drie jaar wordt een externe wettelijke HS&E-audit uitgevoerd.

Gegevensbeschermingsbeleid en Privacybeleid voor werknemers

Het Gegevensbeschermingsbeleid stelt een minimumnorm vast voor de verwerking van persoonsgegevens in welke vorm dan ook door alle dochterondernemingen van de Recticel Group. Het is een aanvulling op alle toepasselijke nationale en internationale wet- en regelgeving. Het is gebaseerd op de EU-wetgeving.

In de Privacykennisgeving aan medewerkers wordt uitgelegd waarom en hoe de Recticel Group informatie over haar personeel verzamelt, hoe de Recticel Group dergelijke informatie beschermt en hoe lang de Recticel Group deze bewaart. Recticel Group bewaart de gegevens van haar personeel zo veilig en beveiligd als redelijkerwijs mogelijk is en beschermt ze tegen verlies en ongeoorloofde bekendmaking of toegang. Recticel Group behandelt persoonsgegevens van haar personeel in strikte overeenstemming met de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming, in het bijzonder de Algemene Verordening Gegevensbescherming 2016/679 van 27 april 2016 (GDPR).

Specifieke beleidsmaatregelen

HR Beleid

Het HR-beleid van de Groep legt uit hoe de afdeling Human Resources bijdraagt aan de uitvoering van de bedrijfsstrategie door middel van 10 kernfuncties, waaronder Ontwikkeling van Werknemers, Leren en Welzijn van Werknemers. Het geeft ook uitleg over de HR-organisatiestructuur, de verschillende rollen en hun verantwoordelijkheden, op lokaal en Groepsniveau.

Dit HR-beleid en de gerelateerde procedures zijn van toepassing op de Recticel Group en haar rechtstreekse en/of onrechtstreekse filialen, met uitzondering van Joint Ventures.

Beleid voor prestatiebeoordeling

Dit beleid wordt voornamelijk geïmplementeerd via de Employee Performance Management Discussion (EPMD), die tot doel heeft de principes, processen en verantwoordelijkheden te definiëren om effectieve jaarlijkse prestatiemanagementgesprekken te voeren met alle bedienden binnen de Recticel Group. Deze procedure beschrijft ook hoe de prestaties van alle bedienden worden beoordeeld, opgevolgd en gedocumenteerd.

De EPMD-procedure benadrukt het sterke engagement van de Recticel Group om een regelmatige feedbackdialoog

met zijn werknemers te voeren op een eerlijke en consistente manier die vertrouwen creëert bij de werknemers en een cultuur van open en transparante discussie in het bedrijf versterkt.

De EPMD-procedure is van toepassing op de Recticel Group en haar rechtstreekse en/of onrechtstreekse filialen, met uitzondering van Joint Ventures, en is relevant voor alle bedienden. Ze is niet van toepassing op arbeiders.

Procedure voor opleiding van werknemers (ETP)

Het doel van de ETP is de benadering van de opleiding van werknemers in de Recticel Group uit te leggen. Het beschrijft hoe de behoefte aan training voor werknemers wordt geïdentificeerd, uitgevoerd, opgevolgd en geëvalueerd. Het beschrijft de rollen en verantwoordelijkheden van elke partij (werknemer, manager, "grootouder" en HR) en het proces om opleidingsen ontwikkelingsactiviteiten te identificeren, aan te vragen, bij te wonen en te beoordelen.

Deze Opleidingsprocedure voor Werknemers en de gerelateerde procedures zijn van toepassing op alle bedienden van de Recticel Group en haar rechtstreekse en/ of onrechtstreekse filialen, met uitzondering van Joint Ventures.

We streven naar een cultuur van voortdurende bijscholing die de jobtevredenheid vergroot, de motivatie stimuleert en het personeelsbehoud versterkt. Ons doel is om elke medewerker de middelen en kansen te bieden die hij of zij nodig heeft om zich professioneel te ontwikkelen en een zinvolle bijdrage te leveren aan onze organisatie."

  • Lionel De Leener Recticel Group Reward & Talent Director

Introductie Hoogtepunten Een drijvende kracht Corporate governance DMA en IRO ESG informatie Bezoldigingsverslag Financiële verklaring Bijlage

5.4.3 S1-2 Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts

Deze sectie beschrijft de algemene processen waarmee de Recticel Group in gesprek gaat met haar personeel en haar vertegenwoordigers over de werkelijke en mogelijke gevolgen voor haar werknemers. Er wordt uitgelegd hoe er in het besluitvormingsproces van de Groep rekening wordt gehouden met de standpunten van onze eigen werknemers om de werkelijke of mogelijke gevolgen voor de werknemers te beheren.

Recticel Group promoot actief een positief werkgeversimago en zorgt voor transparantie in tewerkstellingspraktijken. Onze aanpak omvat:

  • Het stimuleren van een open dialoog met werknemers en hun vertegenwoordigers over de strategie en prestaties van het bedrijf, bedrijfsontwikkelingen en personeelsgerelateerde zorgen.
  • Proactieve maatregelen implementeren om de impact van onze activiteiten op het milieu en de gezondheid te verminderen.

Lokale managementteams spelen een centrale rol in het cultiveren van positieve werknemersrelaties. Ze zorgen voor regelmatige updates over de bedrijfsdoelstellingen en zorgen ervoor dat werknemers hun rol in het nastreven van strategische doelen begrijpen. Werknemers worden aangemoedigd om hun verwachtingen en feedback te delen, wat bijdraagt aan een coöperatieve werkomgeving.

Als onderdeel van onze engagementstrategie voert de Recticel Group jaarlijks een Employee Performance Management Discussion (EPMD) voor bedienden. Dit proces biedt werknemers de kans om na te denken over hun werkervaringen, inclusief taakbeheer, werklast en werkrelaties. Werknemers die hun bezorgdheid uiten, kunnen oplossingen voorstellen aan hun directe managers en, indien nodig, problemen doorverwijzen naar hun lokale HR-vertegenwoordigers voor verdere bespreking en oplossing.

Recticel Group werkt het hele jaar door actief samen met de sociale partners, zowel op lokaal landenniveau als op Europees niveau, om een doeltreffende communicatie en raadpleging te garanderen.

In landen waar een ondernemingsraad wettelijk verplicht is, worden regelmatig bijeenkomsten gehouden om belangrijke personeelskwesties te bespreken en te overleggen. Het lokale HR-management houdt toezicht op het proces van de ondernemingsraad en zorgt ervoor dat de wettelijke en organisatorische normen worden nageleefd. In landen zonder ondernemingsraad worden dezelfde processen geïmplementeerd via het lokale management en HR-team.

Recticel Group heeft een Europese Ondernemingsraad (EWC) opgericht die minstens één keer per jaar samenkomt, met bijkomende beperkte comitévergaderingen wanneer nodig. Duurzaamheid staat altijd op de agenda van deze vergaderingen. Tijdens de EWCvergadering van september 2025 stond de aandacht vooral op de afstemming van de Recticel Group op de ESRS-rapportagestandaarden in het kader van de CSRD, de gevolgen van de Omnibus-richtlijn inzake de opschorting van de klok, milieurisico's, onze prestaties op het gebied van broeikasgassen in relatie tot onze SBTi-verbintenis, en de nieuwe bouwproductenverordening (CPR). De Chief Human Resources Officer houdt toezicht op het EWC-proces en zorgt ervoor dat de stem van de werknemers wordt gehoord op het hoogste niveau van de besluitvorming binnen de onderneming.

De Gedragscode van de Recticel Group is van toepassing in alle landen waar we actief zijn (zie sectie 5.4.2). De gedragscode werd opgesteld in overleg met de lokale ondernemingsraden in Finland, Frankrijk, België en Slovenië en werd besproken op de Europese Ondernemingsraad. Het beschrijft ons engagement om duurzame ontwikkelingspraktijken te handhaven en te promoten in alle activiteiten van de Recticel Group en haar dochterondernemingen, leveranciers en aannemers, inclusief het respecteren van de mensenrechten van haar eigen werknemers. We werken rechtstreeks samen met onze werknemers om potentiële en werkelijke gevolgen te begrijpen en aan te pakken.

5.4.4 S1-3 Herstelprocessen voor negatieve impact en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken

In deze sectie worden de formele middelen en kanalen uitgelegd waarmee de werknemers van de Recticel Group hun zorgen en behoeften rechtstreeks kenbaar kunnen maken.

Bij de Recticel Group erkennen we onze verantwoordelijkheid om eventuele negatieve gevolgen van onze bedrijfsactiviteiten voor

werknemers, gemeenschappen en andere stakeholders te identificeren, te voorkomen en te verhelpen. We zorgen ervoor dat alle werknemers toegang hebben tot transparante en effectieve interne en externe kanalen om in alle vrijheid en veiligheid hun bezorgdheid te uiten en oplossingen te zoeken, zonder angst voor repercussies.

We promoten deze kanalen via interne communicatie om ervoor te zorgen dat werknemers weten dat ze beschikbaar zijn.

Recticel Group moedigt werknemers actief aan om feedback te delen, hun bezorgdheden te uiten en zich in te zetten voor de organisatie via zowel formele als informele bijeenkomsten

met managers, de HR-gemeenschap en andere stakeholders. Het frequente gebruik van de vertrouwenspersoon (waar beschikbaar) en de HRvertegenwoordigers benadrukt de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van deze kanalen als betrouwbare mechanismen om zorgen aan de orde te stellen.

1. Een zorg of klacht naar voren brengen

Recticel Group zorgt ervoor dat alle medewerkers, ongeacht hun functie of locatie, hun bezorgdheid vrijuit kunnen uiten via verschillende veilige en toegankelijke kanalen. Deze kanalen zijn onder andere: ons klokkenluiderbeleid (zoals beschreven in sectie 5.5.2); een opendeurbeleid met HR-vertegenwoordigers en ondernemingsraden, zodat werknemers hun zorgen kunnen bespreken zonder bang te hoeven zijn voor vergelding; en het actief vragen om feedback via functioneringsgesprekken, zodat zorgen proactief kunnen worden geïdentificeerd en aangepakt.

Medewerkers die een punt van zorg of een klacht naar voren willen brengen, worden aangemoedigd om dit eerst met hun directe manager of HRvertegenwoordiger te bespreken. Als er geen oplossing gevonden kan worden die voor alle partijen bevredigend is, kan de kwestie doorverwezen worden naar de manager van de manager ("grootouderprincipe") en/ of de HR-organisatie van het land of de groep. In landen waar een ondernemingsraad bestaat, kan de werknemer er ook voor kiezen om zijn/ haar werknemersvertegenwoordiger te raadplegen. Daarnaast kan de werknemer zijn/haar bezorgdheid kenbaar maken door gebruik te maken

van de procedure beschreven in het klokkenluiderbeleid.

Afhankelijk van de lokale wetgeving is er in sommige landen een vertrouwenspersoon die ondersteuning en advies kan bieden aan werknemers met psychosociale problemen op het werk (bijv. stress, pesten, trauma's, alcohol- of drugsgerelateerde problemen). Dit is het geval in België en Finland. De vertrouwenspersoon kan ook bemiddelen als de werknemer daarom vraagt. In andere landen is de HR-organisatie het aanspreekpunt voor werknemers. Indien gewenst kunnen werknemers worden doorverwezen naar hulpverleningsorganisaties.

2. Saneringsproces voor negatieve gevolgen

We hebben een gestructureerd organisatorisch kader opgezet om negatieve gevolgen met betrekking tot arbeidsrechten, arbeidsomstandigheden of ethische kwesties aan te pakken. Ons verbeteringsproces omvat:

  • Vroege identificatie
  • Interne beoordelingen om potentiële of werkelijke negatieve gevolgen voor werknemers te identificeren
  • Zorgen voor naleving van arbeidsrechten, milieu-, gezondheidsen veiligheidsvoorschriften

Informatie over incidenten en klachten is te vinden in sectie 5.4.15, S1-17.

3. Corrigerende en preventieve maatregelen

Als er een negatieve impact wordt vastgesteld, zal een speciale taskforce dit onderzoeken en corrigerende maatregelen voorstellen. Actieplannen worden geïmplementeerd met duidelijke tijdschema's, verantwoordelijkheden en followupbeoordelingen.

4. Betrokkenheid van werknemers en verhaalmechanismen

Elke werknemer die negatieve gevolgen ondervindt, heeft toegang tot een eerlijke en tijdige oplossing via interne klachtenprocedures.

Omscholing, herplaatsing of aanpassingen op de werkplek worden geboden waar nodig om de rechten en het welzijn van de getroffen persoon te herstellen.

5. Toewijding aan voortdurende verbetering

We evalueren en verbeteren voortdurend onze herstelprocessen en rapportagemechanismen om ze in overeenstemming te brengen met internationale arbeidsnormen en best practices. Alle rapporten en zorgen worden beoordeeld door het senior management en de resultaten worden transparant gecommuniceerd met relevante stakeholders.

Tijdens het verslagjaar implementeerde de Recticel Group verschillende initiatieven in al haar operationele activiteiten en regio's om positieve resultaten te behalen voor al haar werknemers. Deze omvatten opleidings- en ontwikkelingsprogramma's voor werknemers en verbeterde gezondheids- en veiligheidsmaatregelen.

Bij het gebruik van gegevens binnen de Recticel Group wordt de privacy van werknemers gerespecteerd en worden de GDPR en andere toepasselijke voorschriften inzake gegevensbescherming nageleefd. Er zijn systemen om ervoor te zorgen dat personeelsgegevens uitsluitend worden gebruikt voor legitieme zakelijke of HR-doeleinden, en niet op manieren die zouden kunnen leiden tot discriminatie, toezichtproblemen of vertrouwensschendingen.

De Gedragscode van de Groep beschrijft de voorwaarden waaronder zakelijke relaties kunnen worden beëindigd, met name in gevallen van systematische niet-naleving van mensenrechtennormen en wanneer de gevolgen niet kunnen worden beperkt door middel van gezamenlijke actieplannen.

Algemeen bestuur en toezicht

Het Audit- en Duurzaamheidscomité is het hoogste bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het overzien van materiële onderwerpen die

zijn geïdentificeerd via de dubbele materialiteitsbeoordeling met betrekking tot ESRS S1 - Eigen personeel, waaronder:

  • Gezondheid en veiligheid op het werk
  • Arbeidsvreugde en welzijn

5.4.5 S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel

• Training en ontwikkeling van vaardigheden

Om deze prioriteiten effectief te kunnen beheren, zijn er gestructureerde Arboen HR-organisaties opgezet, die ervoor zorgen dat alle landen waar we actief zijn speciale vertegenwoordigers hebben om toezicht te houden op het personeelsbeleid en dit uit te voeren.

Actie ondernemen om HSE-kwesties te voorkomen, te beperken en te verhelpen

Recticel Group zet zich in om negatieve gevolgen voor het personeel te voorkomen, te beperken en te verhelpen via proactief bestuur, risicobeheer, naleving en voortdurende verbeteringsinitiatieven. De volgende maatregelen werden geïmplementeerd om materiële risico's aan te pakken, positieve effecten te garanderen en de doeltreffendheid van deze inspanningen te evalueren.

GEZONDHEID, VEILIGHEID EN WELZIJN Recticel Group heeft een reeks maatregelen genomen om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van de werknemers te beschermen en te bevorderen. Deze omvatten:

  • Uitgebreide gezondheids- en veiligheidsprogramma's, ondersteund door regelmatige trainingssessies en oefeningen om voorbereid te zijn op noodsituaties, om ongevallen en ziekten op de werkplek te voorkomen.
  • Hulpmiddelen op het gebied van geestelijke gezondheid, waaronder vertrouwelijke adviesdiensten, om problemen op het werk aan te pakken.

• Werknemers betrekken bij de overgang naar een groenere, klimaatneutrale economie door middel van advies, communicatie en betrokkenheid.

RISICOBEOORDELING EN -BEPERKING We voeren risicobeoordelingen uit om proactief gevaren op de werkplek en potentiële kwetsbaarheden te identificeren. Dit proces omvat:

  • Systematische gevarenidentificatie: met behulp van locatiespecifieke evaluaties, feedback van werknemers en best practices uit de sector.
  • Effectbeoordeling: het analyseren van risico's met betrekking tot fysieke veiligheid, mentaal welzijn en werkstabiliteit in de context van bedrijfsveranderingen.
  • Actieplanning: ontwikkelen en uitvoeren van risicobeperkende strategieën, zoals verbeterde veiligheidsmaatregelen, bijscholingsprogramma's en ergonomische werkplekverbeteringen.

Actie ondernemen om ontevredenheid over het werk te voorkomen, verminderen en verhelpen

Recticel Group zorgt ervoor dat de arbeidswetgeving en internationale ethische normen volledig worden nageleefd om juridische en reputatierisico's te beperken.

Er wordt een gedragscode gehanteerd, met verplichte ethische training voor alle bedienden om integriteit en respect op de werkplek te bevorderen. Er wordt een antidiscriminatiebeleid geïmplementeerd om een rechtvaardige werkomgeving te creëren.

Eerlijke en billijke lonen worden gehandhaafd door naleving van de toepasselijke lokale wetgeving en

collectieve arbeidsovereenkomsten. Beloningsstructuren worden vastgesteld op basis van sekseneutrale functiewaarderingsnormen. Salarissen worden ook regelmatig intern en extern vergeleken om financiële zekerheid en werktevredenheid te garanderen. Gestructureerde erkennings- en beloningssystemen helpen ons toptalent te behouden en zorgen voor motivatie en langdurige betrokkenheid. We bieden ook flexibele werkregelingen, waaronder telewerken, die een positieve bijdrage leveren aan de balans tussen werk en privé en aan de tevredenheid over ons werk.

Klachtenmechanismen, waaronder klokkenluiderskanalen en anonieme meldingssystemen, stellen werknemers in staat hun zorgen vertrouwelijk te uiten en zorgen voor een tijdige oplossing. Zie sectie 5.4.4 voor meer informatie over meldings- en herstelprocessen.

Bovendien worden bedienden tijdens de jaarlijkse prestatiebeoordelingscyclus (EPMD) uitgenodigd om na te denken over hun dagelijkse werk, inbegrepen de inhoud, werklast en relaties. Medewerkers vullen dit onderdeel op vrijwillige basis in. Hun antwoorden worden gedeeld met hun manager, hun "grootouder" en HR. Als een werknemer niet tevreden is met zijn/haar situatie op het werk, kan hij/ zij ook vragen om een gesprek met zijn/ haar lokale HR-vertegenwoordiger.

Recticel Group bevordert verantwoordelijk zakelijk gedrag door haar verkooppraktijken af te stemmen op ethische normen, het vermijden van onrealistische doelstellingen en incentivestructuren om eerlijkheid, evenwichtige werkdruk en integriteit in alle activiteiten te garanderen.

Deze sectie beschrijft de acties waarbij

• de vaardigheden van haar personeel verbetert (materiële impact 3).

• HSE-kwesties (materiële impact 1) en ontevredenheid over het werk (materiële impact 2) voorkomt, vermindert en verhelpt, en

de Recticel Group:

Actie ondernemen om de vaardigheden van ons personeelsbestand te verbeteren

Recticel Group heeft leren en ontwikkelen geïntegreerd in haar bedrijfsstrategie. Door te zorgen voor een bekwaam, betrokken en toekomstgericht personeelsbestand, versterken we ons vermogen om te innoveren en zakelijk succes op lange termijn te behouden.

We streven naar een cultuur van continu leren die de arbeidstevredenheid verhoogt, de motivatie stimuleert en het behoud van werknemers versterkt. Ons doel is om elke werknemer de middelen en mogelijkheden te bieden om zich professioneel te ontwikkelen en een zinvolle bijdrage te leveren aan onze organisatie.

Tijdens het jaarlijkse Employee Performance Management Discussion (EPMD) worden bedienden uitgenodigd om hun ervaringen met hun dagelijks werk te evalueren op het vlak van inhoud, werklast, relaties, enz.

Dit is een individueel gesprek tussen de manager en zijn/haar werknemers. Het is verplicht voor alle bedienden van de Groep en vindt plaats aan het begin van het rapporteringsjaar. Het EPMD wordt ondersteund door een gestructureerd formulier dat gehost wordt op het HR-informatiesysteem van de Groep (HR4U, mogelijk gemaakt door SAP SuccessFactors). Het EPMD evalueert niet alleen de prestaties van de werknemer, maar richt zich ook op de manier waarop de werknemer de kernwaarden en gedragingen van de Groep uitdraagt, de vaardigheden van de werknemer op het gebied van people management, zijn/haar loopbaanambities en zijn/haar vroegere en toekomstige ontwikkelingsbehoeften. Tijdens dit jaarlijkse gesprek met hun

manager worden werknemers aangemoedigd om actief hun eigen ontwikkelingstraject vorm te geven door leermogelijkheden te selecteren die aansluiten bij hun functie en ambities. Als een werknemer ontevreden is over zijn/haar situatie op het werk, kan hij/zij mogelijke oplossingen voorstellen aan zijn/haar directe manager en kan hij/zij ook vragen om een gesprek met zijn/haar lokale HR-vertegenwoordiger.

Een niet-verplichte halfjaarlijkse evaluatie wordt aangeboden om de vooruitgang te bespreken ten opzichte van de Persoonlijke Doelstellingen die voor het jaar werden bepaald.

Tijdens het EPMD worden ook geschikte leervormen geïdentificeerd. Er zijn verschillende opties beschikbaar:

  • Externe en interne trainingen
  • Coaching, begeleiding en leren op de werkplek
  • Seminars, conferenties en netwerkmogelijkheden
  • E-learningmodules en platforms voor het digitaal delen van kennis
  • Intercollegiaal leren en uitwisseling van best practices
  • TECUN Technische Universiteit van de Recticel Group

TECUN is het speciale e-learningplatform van de Recticel Group, dat is ontworpen om de technische expertise van medewerkers te vergroten. Het maakt leren op aanvraag mogelijk, waardoor medewerkers in hun eigen tempo toegang hebben tot het lesmateriaal, terwijl het tevens het meten van resultaten ondersteunt en continue verbetering stimuleert. Door de kennis van producten en toepassingen binnen alle teams te versterken, bevordert TECUN de ontwikkeling van functieoverschrijdende vaardigheden, in lijn met de veranderende behoeften van de sector.

5.4.6 S1-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en kansen

Deze sectie beschrijft de tijdgebonden en resultaatgerichte doelstellingen van de Recticel Group voor elke materiële impact op het personeelsbestand.

Alle doelstellingen met betrekking tot S1 Eigen personeel worden bepaald door het Managementcomité, waarbij rekening wordt gehouden met de impact op ons personeelsbestand en de afstemming op onze kernwaarden. De betrokkenheid van ons eigen personeel en personeelsvertegenwoordigers bij het stellen van doelen wordt bevorderd door jaarlijks informatie te delen en te bespreken met de Europese Ondernemingsraad. Dezelfde procedure is van toepassing op de betrokkenheid bij het volgen van prestaties ten opzichte van doelen en het identificeren van lessen of verbeteringen als gevolg van de prestaties van het bedrijf.

Ons proces voor het beheren van materiële impacts, risico's en mogelijkheden wordt beschreven in sectie 4.3.

Gezondheids- en veiligheidsdoelen

Recticel Group hecht veel belang aan de gezondheid en veiligheid van zijn werknemers. Managers en medewerkers krijgen regelmatig training en instructies over gezondheid en veiligheid. Het bedrijf besteedt ook voldoende middelen aan de identificatie, het beheer en de beperking van risico's in overeenstemming met de geldende wetten en normen.

Alle directe medewerkers van Recticel Group vallen onder ons gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem. We rapporteren over een reeks gezondheids- en veiligheids-PKI's en de resulterende cijfers voor onze prestaties in 2025 worden gegeven in sectie 5.4.13. Hoewel ons doel minder dan twee incidenten met frequentie 12 is, is onze overkoepelende ambitie nul ongevallen te hebben.

Doelen voor werktevredenheid en welzijn

Bedienden kunnen rapporteren over hun werktevredenheid tijdens de jaarlijkse prestatiebeoordelingscyclus (EPMD). Dit helpt bij het identificeren van verbeterpunten en het nemen van de nodige maatregelen om het welzijn van werknemers te verbeteren.

In 2025 bedroeg de gemeten tevredenheid onder bedienden tijdens het EPMD 82%. De Groep heeft de ambitie om 85% te bereiken in 2028.

ONTEVREDEN TEVREDEN GEENANTWOORD TOEPASSINGSGEBIED
EPMD 2024 (basisjaar) 4% 77% 18% Recticel Group (excl. Turvac, Rex)
EPMD 2025 4% 82% 13% Recticel Group (excl. Kuras, Miclar)
EPMD 2028 (doel) 85% Recticel Group

De tevredenheid wordt gemeten op basis van de antwoorden die de bedienden geven in het EPMD-formulier tijdens het jaarlijkse functioneringsgesprek. Dit proces vindt plaats in het eerste kwartaal van elk rapporteringsjaar.

2 Frequentie 1 = Aantal ongevallen met werkverlet x 1.000.000 / aantal gepresteerde uren

Doelstellingen voor training en ontwikkeling van vaardigheden

De Recticel Groep blijft ervoor zorgen dat al haar bedienden onder het EPMD-proces vallen. In 2025 werden de bedienden van de in 2024 overgenomen Rex-activiteiten in dit proces opgenomen, samen met de bedienden van Turvac.

Om de voortzetting van het EPMD-proces te vergemakkelijken, zal de Recticel Group de lijnmanagers specifiek opleiden en bijscholen in het uitvoeren van effectieve prestatiebeoordelingen, met de nadruk op het identificeren van vaardigheidskloven. De KPI zal het percentage opgeleide people managers zijn, met als doel 100% te bereiken tegen eind 2027.

Bovendien zullen de leden van de HR-gemeenschap van Recticel Group worden bijgeschoold om opleidingsbehoefteanalyses succesvol uit te voeren.

EPMD BEDIENDEN EFFECTIEVESUCCESVOL UITVOEREN VAN ANALYSESFUNCTIONERINGSGESPREKKENVAN TRAININGSBEHOEFTENVOEREN
BEREIKBEDIENDENIN HR4U TOEPASSINGSGEBIED AANDEELMANAGERSDAT (HER)GESCHOOLD IS TOEPASSINGSGEBIED AANDEELHERSCHOOLDELEDEN VAN DEHR-GEMEENSCHAP TOEPASSINGSGEBIED
2024(basisjaar) 84% Recticel Group 72% RecticelGroup 0% Recticel Group
2025 97% Recticel Group(excl. Kuras,Miclar) 96% RecticelGroup(excl. Kuras,Miclar) 100% Recticel Group(excl. Kuras,Miclar)
2027(doel) 100% Recticel Group 100% RecticelGroup 100% Recticel Group

5.4.7 S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming

De Recticel Group is een Belgisch isolatiebedrijf met een sterke aanwezigheid in Europa en de VS, en productielocaties in België, Frankrijk, Finland, Servië, Slovenië, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Op 31 december 2025 had de Recticel Group 1.311 mensen in dienst, inclusief de recent overgenomen dochterondernemingen Kuras en Miclar.

De gerapporteerde gegevens hebben betrekking op het einde van de verslagperiode (31 december 2025). Met uitzondering van grafiek 2, Aantal medewerkers per land, zijn Kuras en Miclar niet meegenomen in de gerapporteerde gegevens voor 2025.

1. Aantal werknemers (aantal per geslacht)

26.9% 927 - 73,11%
341 - 26,89%
1.268 - 100%
Man Vrouw Totaal werknemers

Toepassingsgebied 2025: Recticel Group excl. Kuras and Miclar

2. Aantal werknemers per land, op 31.12.2025

De onderstaande grafiek toont het totale aantal werknemers per land. Zes van de vijftien landen hebben ten minste 50 werknemers en vertegenwoordigen elk ten minste 10% van het totale personeelsbestand: Slovenië, België, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en Servië.

3. Aantal werknemers per type arbeidsovereenkomst, uitgesplitst naar geslacht, op 31.12.2025

Vrouw Man Total
2024 2025 2024 2025 2024 2025
Aantal werknemers 343 341 932 927 1,275 1,268
Aantal vaste werknemers 333 330 906 915 1,239 1,245
Aantal tijdelijke werknemers 10 11 26 12 36 23
Aantal werknemers met nietgegarandeerde uren 0 0 0 0 0 0
Scope 2024: Recticel Group

Scope 2025: Recticel Group (excl. Kuras, Miclar)

4. Personeelsverloop in 2025

Het totale aantal werknemers per 31 december 2025 was 1.268 (exclusief Kuras, Miclar), wat afwijkt van de informatie die wordt gerapporteerd in de jaarrekening onder sectie 7.2.6.7, Personeel. Daar rapporteren we het gemiddelde aantal werknemers (1.278, voltijdequivalenten) op geconsolideerde basis, exclusief Joint Ventures.

Grondslagen voor financiële verslaggeving - Personeelsgegevens

Het aantal werknemers

omvat werknemers omvat het totale aantal werknemers, ongeacht of ze voltijds of deeltijds werken en ongeacht of ze een vast of tijdelijk contract hebben. Het gerapporteerde personeelsbestand is per 31/12/2025.

Het gemiddelde personeelsbestand

is het gemiddelde over 12 maanden van het permanente personeelsbestand van de Recticel Group.

Voltijds equivalenten (VTE)

vertegenwoordigen de verhouding tussen de contractuele uren van een werknemer en de standaard voltijds uren voor dezelfde functie en hetzelfde land. FTE-cijfers worden vermeld in de jaarrekening (sectie 7.2.6.7). Het gemiddelde aantal FTE wordt per juridische entiteit berekend als een maandelijks gemiddelde over het jaar, gebaseerd op gegevens aan het einde van de maand. Zowel het aantal werknemers als de FTE-cijfers omvatten vaste en tijdelijke werknemers op de lokale loonlijsten, evenals inactieve werknemers met ziekteverlof of ouderschapsverlof.

Geslachtsgegevens

worden gerapporteerd op basis van werkelijke personeelsaantallen, zonder schattingen. Alle personeelsgegevens worden centraal beheerd in overeenstemming met de GDPR-richtlijnen en omvatten het volledige personeelsbestand. Vaste werknemers worden gedefinieerd als werknemers met een contract voor onbepaalde tijd, terwijl tijdelijke werknemers contracten voor bepaalde tijd hebben, die verlengd kunnen worden.

Het personeelsverloop

geeft het aantal werknemers weer die de Recticel Group tijdens het rapporteringsjaar hebben verlaten. Het totale personeelsverloop wordt berekend als het totale aantal vertrekkende medewerkers gedeeld door het gemiddelde (vaste) personeelsbestand voor het jaar. Ontslagnames worden geregistreerd vanaf de maand waarin de werknemer ontslag nam. Alle andere vertrekken worden geregistreerd vanaf de maand waarin de werknemer de Recticel Group officieel verlaat.

Het totale personeelsverloop

komt overeen met het totale aantal vertrekkende medewerkers gedeeld door het gemiddelde (vaste) personeelsbestand voor het jaar. Het omvat ontslagnemingen, opzeggingen, pensionering en overlijden in dienst.

5.4.8 S1-7 Kenmerken van werknemers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming

De kenmerken van niet-werknemers binnen het eigen personeelsbestand van de Recticel Group zijn niet opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring voor 2025. Aangezien de Recticel Group een Wave 1 bedrijf voor CSRD rapportage is, vallen de aanvullende vrijstellingen voor bepaalde ESRS-rapportagevereisten onder de "Quick Fix" Delegated Act (EU) 2023/2772. 3

5.4.9 S1-8 CAO-dekkingsgraad en sociale dialoog

De Recticel Group erkent het recht van elke werknemer om zich al dan niet bij een vakbond aan te sluiten. De onderneming stimuleert open communicatie met werknemers en hun vertegenwoordigers en houdt zich aan de wetgeving en de collectieve arbeidsovereenkomsten van elk land waar zij actief is. Wanneer de toepasselijke wetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten en de Gedragscode van de Recticel Group verschillende normen voorschrijven, geldt de strengste eis.

De Recticel Group onderschrijft de beginselen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en de verdragen en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie.

De Recticel Group houdt momenteel geen specifieke statistieken bij met betrekking tot de vrijheid van vereniging.

Meer informatie over de sociale dialoog in de Recticel Group in sectie 5.4.3.

Collectieve onderhandelingen

  • 73% van onze totale werknemers valt onder een collectieve arbeidsovereenkomst.
  • In de EER heeft Recticel verschillende collectieve arbeidsovereenkomsten.

3 https://finance.ec.europa.eu/publications/commission-adopts-quick-fixcompanies-already-conducting-corporate-sustainability-reporting\_en

Sociale dialoog

  • Wereldwijd is 61% van onze werknemers vertegenwoordigd door een werknemersvertegenwoordiging.
  • Er bestaat een overeenkomst met onze werknemers voor vertegenwoordiging door een Europese Ondernemingsraad.

Landen met een collectieve arbeidsovereenkomst

COLLECTIEVE ONDERHANDELINGEN (AANTAL WERKNEMERS) SOCIALE DIALOOG
Dekkingspercentage WERKNEMERS - EER(VOOR LANDEN MET > 50 WERKNEMERS DIE>10% VAN HET TOTAAL AANTAL WERKNEMERSVERTEGENWOORDIGEN) WERKNEMERS - NIET-EER(SCHATTINGEN VOOR REGIO'S MET > 50WERKNEMERS DIE >10% TOTALE WERKNEMERSVERTEGENWOORDIGEN) VERTEGENWOORDIGING OP DE WERKPLEK(ALLEEN EER)(VOOR LANDEN MET > 50 WERKNEMERS DIE>10% VAN HET TOTAAL AANTAL WERKNEMERSVERTEGENWOORDIGEN)
0-19% - - -
20-39% - - -
40-59% - - -
60-79% - - België
80-100% België, Slovenië - Slovenië

De tabel bevat alleen landen met een collectieve arbeidsovereenkomst.

Recticel Group houdt toezicht op de dekking van collectieve onderhandelingen en de sociale dialoog via interne rapportering en voortdurende samenwerking met werknemersvertegenwoordigers. Dit omvat het bijhouden van het percentage werknemers dat onder een collectieve overeenkomst valt, de frequentie en resultaten van vergaderingen in het kader van de sociale dialoog en het oplossen van arbeidsgerelateerde problemen. Voor elke metriek met betrekking tot collectieve onderhandelingen en sociale dialoog zijn geen aannames gehanteerd.

5.4.10 S1-10 Leefbare lonen

Recticel Group zorgt ervoor dat alle werknemers een eerlijk en adequaat loon ontvangen in overeenstemming met de industrienormen, de lokale arbeidsmarktvoorwaarden en de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten. De beloningspraktijken worden regelmatig herzien om de interne gelijkheid en externe concurrentiekracht te behouden. Op 31 december 2025 waren werknemers van Kuras en Miclar nog niet opgenomen in de programma's en regelingen van de Groep.

Hoewel de Recticel Group geen loongerelateerde cijfers bekendmaakt, wordt de geschiktheid van de lonen voortdurend geëvalueerd via gestructureerde benchmarking, naleving van collectieve arbeidsovereenkomsten en naleving van lokale regelgevende vereisten. Deze processen helpen het bedrijf om de prestaties en de doeltreffendheid te controleren bij het beheren van de materiële risico's en gevolgen in verband met de beloning van werknemers, terwijl een billijke en concurrerende beloning in alle activiteiten wordt bevorderd.

De beloningspraktijken van de Recticel Group zijn bedoeld om personen aan te trekken, te behouden en te motiveren die de succesvolle uitvoering van de bedrijfsstrategie van het bedrijf stimuleren. Deze praktijken zijn erop gericht hoge prestaties te bevorderen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat ondermaatse prestaties niet worden beloond. De vergoeding wordt wereldwijd beheerd in overeenstemming met de vastgelegde normen van de Recticel Group, die geformaliseerd zijn in procedures zoals de salarisherzienings- en bonusprocedures.

Recticel Group hanteert een holistische benadering van verloning, waarbij de verschillende componenten - inclusief basisloon, incentives, voordelen en extralegale voordelen - op elkaar worden afgestemd om gewenst gedrag te versterken en te belonen. Regelmatige benchmarking met lokale en internationale markten zorgt ervoor dat de beloningsniveaus competitief en gepast blijven.

Het bedrijf voldoet aan alle toepasselijke wetten, inclusief minimumloonvereisten, en collectieve arbeidsovereenkomsten in elk land waar het actief is. In gevallen waar de toepasselijke wetten, collectieve overeenkomsten en de Recticel Group Gedragscode

verschillende normen bevatten, wordt de strengste regelgeving toegepast.

Recticel Group onderschrijft de principes van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en houdt zich aan de conventies en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie.

5.4.11 S1-11 Sociale bescherming

Alle werknemers van de Recticel Group zijn gedekt door sociale bescherming tegen inkomensverlies als gevolg van ingrijpende gebeurtenissen in het leven, via overheidsprogramma's of voordelen aangeboden door de Groep. Zware levensgebeurtenissen omvatten ziekte, werkloosheid, arbeidsletsel en verworven invaliditeit, ouderschapsverlof en pensionering. Op 31 december 2025 waren werknemers van Kuras en Miclar nog niet opgenomen in de programma's en regelingen van de Groep.

Recticel Group erkent dat extralegale voordelen een belangrijke rol spelen in het behoud van een gezond personeelsbestand, het voorzien van een vangnet voor werknemers en het verschaffen van een inkomen bij pensionering.

Recticel Group leeft de wetten en de collectieve arbeidsovereenkomsten na in alle landen waar het actief is. Wanneer de toepasselijke wetgeving, de collectieve arbeidsovereenkomsten en de Recticel Group Gedragscode uiteenlopende normen voorschrijven, wordt de strengste regelgeving toegepast.

5.4.12 S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden

De kenmerken van maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden in de Recticel Group zijn niet opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring voor 2025. Aangezien de Recticel Group een Wave 1 bedrijf voor CSRD rapportage is, vallen de aanvullende vrijstellingen voor bepaalde ESRS-rapportagevereisten onder de "Quick Fix" Delegated Act (EU) 2023/2772. 4

4 https://finance.ec.europa.eu/publications/commission-adopts-quick-fixcompanies-already-conducting-corporate-sustainability-reporting\_en

5.4.13 S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven

Recticel Group is vastbesloten om de gezondheid en veiligheid van haar klanten, werknemers, aannemers en het grote publiek te beschermen. Het bedrijf zorgt ervoor dat managers en werknemers regelmatig worden voorgelicht over gezondheids- en veiligheidsvoorschriften en zet voldoende middelen in voor de identificatie, het beheer en de beperking van risico's in overeenstemming met de geldende wetten en normen.

De S1-14 Veiligheids- en gezondheidsrapportage voor niet-werknemers is niet opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring voor 2025, aangezien gefaseerde implementatie is toegestaan. We hebben onze rapportage voor eigen werknemers in lijn gebracht met de CSRD-vereisten om de vergelijkbaarheid in de komende jaren te garanderen.

Tabel 1. Percentage eigen werknemers dat onder het gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem van de Recticel Group valt op basis van wettelijke vereisten en/of erkende normen of richtlijnen

2024 2025
91,1% 91,4%
Toepassingsgebied: Recticel Group(eigen werknemers) Toepassingsgebied: Recticel Group(excl. Kuras, Miclar)(eigen werknemers)

Tabel 2. Aantal sterfgevallen als gevolg van werkgerelateerde verwondingen en werkgerelateerde slechte gezondheid

2024 2025
0 0
Toepassingsgebied : RecticelGroup (eigen werknemers) Toepassingsgebied : RecticelGroup (excl. Kuras, Miclar)(eigen werknemers)

Tabel 3. Aantal en percentage geregistreerde werkgerelateerde ongevallen

2024 2025
Aantal 18 36
Rate 7 15
Toepassingsgebied: RecticelGroup (eigen werknemers) Toepassingsgebied: RecticelGroup (excl. Kuras, Miclar)(eigen werknemers)

Tabel 4. Aantal geregistreerde gevallen van werkgerelateerde slechte gezondheid

2024 2025
0 0
Toepassingsgebied: Recticel Group(eigen werknemers) Toepassingsgebied: Recticel Group(excl. Kuras, Miclar)(eigen werknemers)

Tabel 5. Aantal verloren dagen door werkgerelateerd letsel en sterfgevallen door werkgerelateerde ongevallen, werkgerelateerde slechte gezondheid en sterfgevallen door slechte gezondheid

2024 2025
493 528
Toepassingsgebied: Recticel Group(eigen werknemers) Toepassingsgebied: Recticel Group(excl. Kuras, Miclar)(eigen werknemers)

Tabel 6. KPI's voor de veiligheid van de Recticel Group

Toen we in 2015 onze duurzaamheidsstrategie introduceerden, werd veiligheid geselecteerd als een belangrijk onderwerp, met de ambitie om de impact van onze activiteiten en producten te verminderen. De Recticel Group Safety KPI's hieronder verduidelijken onze doelstellingen en resultaten.

Recticel Group blijft in al haar vestigingen de boodschap versterken dat veiligheid nooit in het gedrang mag komen. Aangezien de Frequentie 1 KPI enkel ongevallen met werkverlet weergeeft, hebben we een bijkomende KPI geïntroduceerd die ook rekening houdt met incidenten die leiden tot aangepast werk of die medische behandeling vereisen.

KPI-gegevens over veiligheid worden maandelijks verzameld door de lokale HS&E-organisatie en gedeeld met de lokale managementteams en de managementteams van de Groep. De gegevens van het jaarverslag worden geconsolideerd op 31 december 2025.

KPI 2024 2025 DOEL2030 DEFINITIE
Frequentie 1(ongevallen metverzuim) 4,5 9,3 ≤ 2 Definitie: Aantalongevallen metverzuim x 1.000.000 /aantal gepresteerdeuren
Frequentie 2(ongevallen metverzuim + gevallenmet werkbeperking+ gevallenmet medischebehandeling) 7 14,5 ≤ 5 Definitie: Aantal[ongevallen metverzuim + gevallenmet werkbeperking+ gevallenmet medischebehandeling] x 1miljoen / aantaluitgevoerde uren
Toepassingsgebied: RecticelGroup Toepassingsgebied: RecticelGroup (excl. Kuras,

Group (eigen werknemers) Miclar) (eigen werknemers)

Berekening werkuren

De werkuren van eigen werknemers (werknemers op contractbasis) worden berekend op basis van loongegevens en geven het totale aantal daadwerkelijk gewerkte uren weer zoals gedefinieerd in het werknemerscontract. Er wordt geen rekening gehouden met overuren.

Wat is een ongeval met verlet?

Het is een werkongeval dat leidt tot minstens één verloren werkdag. De werkdag waarop het ongeval plaatsvond, wordt geteld als verloren werkdag. Dodelijke ongevallen en blijvende invaliditeit worden ook geteld als ongevallen met verlet.

Wat is een Registreerbaar Ongeval?

Registreerbare ongevallen

= Ongevallen met verzuim + Gevallen met werkbeperking + Gevallen met medische behandeling

Beperkt Werk Zaak (RWC)

Dit is een werkgerelateerd ongeval waarbij de werknemer zijn/haar normale werk de dag/ploeg na het ongeval niet kan uitvoeren als gevolg van het letsel of de ziekte, maar tijdelijk lichter werk verricht, zonder dat dit resulteert in verloren werkdagen.

Geval van medische behandeling (MTC)

Dit is een werkgerelateerd ongeval waarvoor medische behandeling nodig is, maar dat niet resulteert in verloren werkdagen of werkbeperkingen.

5.4.14 S1-15 Werk-privé balans

De kenmerken van werk-privé balans in de Recticel Group zijn niet opgenomen in de Duurzaamheidsverklaring voor 2025. Aangezien de Recticel Group een Wave 1 bedrijf voor CSRD

rapportage is, vallen de aanvullende vrijstellingen voor bepaalde ESRS-rapportagevereisten onder de "Quick Fix" Delegated Act (EU) 2023/2772. 5

5.4.15 S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten

Recticel Group houdt haar managers en medewerkers aan de hoogste normen van integriteit en ethiek, waarbij de nadruk ligt op respect voor individuen en het milieu en volledige naleving van alle toepasselijke nationale en internationale wetten en regels.

Discriminatie op basis van persoonlijke kenmerken zoals leeftijd, ras, huidskleur, godsdienst, moedertaal, geslacht, seksuele geaardheid, geestelijke of lichamelijke handicap, politieke overtuiging, afkomst of nationaliteit is ten strengste verboden.

Intimidatie in welke vorm dan ook wordt niet getolereerd. Van managers en medewerkers wordt verwacht dat zij zich te allen tijde correct gedragen. Recticel Group aanvaardt geen acties, gedragingen of verbale of schriftelijke communicatie, intern of extern, die als vernederend, intimiderend, vijandig of anderszins ongepast kunnen worden ervaren tegenover collega's, aannemers, klanten, leveranciers, zakenpartners of hun vertegenwoordigers. Dergelijk gedrag zal leiden tot gerechtvaardigde disciplinaire maatregelen.

Geen enkele manager of werknemer is gemachtigd om acties te vragen of af te dwingen die in strijd zijn met de toepasselijke wet- en regelgeving. Dit principe is absoluut en staat geen uitzonderingen toe, ongeacht concurrentiedruk, branchenormen of andere omstandigheden.

Elk jaar rapporteert de juridische afdeling over zaken die zijn voorgelegd aan de nalevingscommissie en over ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder rechtszaken, boetes, straffen en compensaties; of bevestigt dat dergelijke zaken zich niet hebben voorgedaan tijdens de rapportageperiode. Er worden geen veronderstellingen overwogen in de rapportageperiode.

Tabel 1. Totaal aantal werkgerelateerde incidenten en/of klachten binnen ons eigen personeelsbestand

2023 2024 2025
Totaal aantal gevallen van discriminatie, inclusief intimidatie 1 2 2
Aantal klachten ingediend via kanalen voor eigen personeel,inclusief klachtenmechanismen, om zorgen te uiten (metuitzondering van discriminatie, intimidatie) 2 1 0
Totaalbedrag aan materiële boetes, straffen enschadevergoedingen als gevolg van de hierbovenbeschreven incidenten en klachten 0 EUR 7.500 EUR 5.000
Aansluiting met het meest relevante bedrag in dejaarrekening 0 0 0
Recticel Group(excl. Turvac(74% JointVenture) andRex) Recticel Group RecticelGroup(excl. Kuras,Miclar)
Tabel 2. Geïdentificeerde gevallen van ernstige mensenrechtenschendingen
en incidenten (bijv. dwangarbeid, mensenhandel of kinderarbeid)
2023 2024 2025
Totaal aantal ernstige mensenrechtenkwesties en -incidentenmet betrekking tot het personeelsbestand 0 0 0
Aantal ernstige mensenrechtenkwesties en -incidenten dieverband houden met het niet naleven door het personeelvan de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten,de ILO-verklaring over fundamentele principes en rechtenop het werk of de OESO-richtlijnen voor multinationaleondernemingen. 0 0 0
Totaalbedrag aan boetes, sancties en schadevergoedingenvoor de hierboven beschreven incidenten 0 0 0
Aansluiting met het meest relevante bedrag in dejaarrekening 0 0 0
Recticel Group(excl. Turvac(74% JointVenture) andRex) Recticel Group Recticel Group(excl. Kuras,Miclar)

De gegevens in het jaarverslag worden geconsolideerd op 31 december 2025.

5 https://finance.ec.europa.eu/publications/commission-adopts-quick-fix-companies-already-conductingcorporate-sustainability-reporting\_en

5.5 Governance | G1 Zakelijk gedrag

Bij de Recticel Group vormen onze waarden de leidraad voor hoe we samenwerken, zaken doen en met elkaar omgaan, en bevorderen we zo de groei van zowel het bedrijf als zijn medewerkers. Door deze waarden na te leven, stimuleren we vooruitgang, bevorderen we een positieve bedrijfscultuur en stimuleren we duurzame groei.

IN DEZE SECTIE

Ethisch gedrag en sterk bestuur zijn essentieel om vertrouwen op te bouwen, verantwoordelijkheid te bevorderen en ervoor te zorgen dat ons bedrijf duurzaam groeit. Recticel Group heeft een duidelijk beleid opgesteld en effectieve toezichtstructuren gedefinieerd om risico's te beheren en consistentie en transparantie in onze besluitvorming te waarborgen.

Geleid door onze kernwaarden bevorderen we een cultuur van integriteit en naleving om onze reputatie te beschermen en te voldoen aan de verwachtingen van belanghebbenden en toezichthouders. In dit hoofdstuk schetsen we de principes, kaders en praktijken die ten grondslag liggen aan verantwoord bestuur en ethisch zakelijk gedrag.

D 5.5 Governance G1 Zakelijk gedrag
U 5.5.1 Materiële G1 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel
O 5.5.2 G1-1 Beleid inzake zakelijk gedrag en bedrijfscultuur
HN 5.5.3 Rol en deskundigheid van bestuurs-, management- en toezichthoudende organen
I 5.5.4 G1-2 Beheer van relaties met leveranciers en gevolgen voor onze toeleveringsketen
5.5.5 G1-3 Preventie en opsporing van corruptie en omkoping
5.5.6 G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping
5.5.7 G1-5 Politieke beïnvloeding en lobbyactiviteiten
5.5.8 G1-6 Betalingspraktijken

Het onderstaande overzicht volgt de structuur van ESRS G1. Alle subonderwerpen werden als materieel beschouwd in de Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA).

De rollen en expertise van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen met betrekking tot zakelijk gedrag worden uiteengezet in sectie 3.1, GOV-1.

Om te illustreren hoe Recticel Group milieu-, sociale en governance-gerelateerde normen in haar hele waardeketen integreert, wordt het materiële onderwerp productbeheer (zie sectie 5.5.4, G1-2) behandeld in sectie 3.4, GOV-4 Verklaring inzake due diligence.

5.5.1 Materiële G1 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel

Sectie 4.3 biedt een uitgebreid overzicht van de materiële impacts, risico's en kansen die verband houden met ESRS G1.

5.5.2 G1-1 Beleid inzake zakelijk gedrag en bedrijfscultuur

5.5.2.1 Kernwaarden

Onze waarden geven richting aan de manier waarop we samenwerken, zaken doen en met elkaar in contact komen, om zo de groei van zowel het bedrijf als zijn mensen te bevorderen. Door deze waarden na te leven, bevorderen we vooruitgang, stimuleren we een positieve bedrijfscultuur en stimuleren we duurzame groei.

Onze vijf kernwaarden zijn gebaseerd op specifiek gedrag. Het zijn geen loze slogans of abstracte ideeën, maar dynamische principes die door elke medewerker moeten worden gedeeld, besproken, omarmd en actief in de praktijk gebracht.

De kernwaarden zijn bedoeld om tot actie aan te zetten en teams te empoweren. Ze worden consequent gecommuniceerd in het hele bedrijf en geïntegreerd in de boodschappen van het management. Ze bieden een leidraad voor de prestaties van medewerkers en spelen een cruciale rol in de jaarlijkse functioneringsgesprekken.

Gedetailleerde informatie over de vijf kernwaarden is te vinden op onze website (Doel & waarden | Recticel). 6

Wij streven naar resultaten Wij handelen met respect & integriteit Wij nemen en voelen ons eigenaarschap verantwoordelijk Wij werken om te winnen samen

innoveren om waarde te creëren

Wij

5.5.2.2 Gedragscode

Recticel Group is gebouwd op respect, integriteit, eerlijkheid en rechtvaardigheid, en we hechten veel waarde aan onze medewerkers en zakenpartners. Ons collectieve succes is afhankelijk van de handelingen van onze mensen – managers, medewerkers (inclusief gedetacheerde werknemers, vrijwilligers en stagiaires) en aannemers – die het vertrouwen en de reputatie van onze organisatie vormgeven. Dit heeft invloed op hoe klanten onze producten zien, hoe werknemers de werkplek ervaren en hoe aandeelhouders hun investeringen zien.

De Gedragscode van de Recticel Group legt de kernprincipes vast die onze ethische en conforme bedrijfspraktijken vormgeven. Ze weerspiegelt onze verbintenissen ten aanzien van medewerkers, bedrijfsmiddelen, zakenpartners, milieuverantwoordelijkheid en naleving van regelgeving. Onze reputatie is een van onze meest waardevolle bezittingen, en de Recticel Group Gedragscode legt duidelijke normen vast die alle managers, medewerkers en aannemers geacht worden na te leven, waardoor consistentie in alle bedrijfsactiviteiten wordt gewaarborgd.

Onze waarden en ethische normen

Onze kernwaarden vormen de leidraad voor ons handelen in alle aspecten van ons bedrijf. Respect voor anderen betekent het erkennen en eren van hun inherente waardigheid, individualiteit en waarde, als de hoeksteen van professionele relaties en ethisch gedrag. Integriteit vereist het consequent handhaven van morele principes en kernwaarden bij elke actie die we ondernemen. Ons streven naar eerlijkheid zorgt ervoor dat al onze bedrijfsactiviteiten ethisch worden uitgevoerd, in volledige overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving.

Werkgelegenheidsbeleid en non-discriminatie

Het personeelsbeleid van de Recticel Group is gebaseerd op eerlijkheid en objectiviteit. Beslissingen op het gebied van personeelszaken zijn uitsluitend gebaseerd op relevante factoren, waaronder kwalificaties, verdiensten, prestaties en toewijding. Elke vorm van discriminatie is strikt verboden, ongeacht of deze gebaseerd is op leeftijd, ras, huidskleur, religie, taal, geslacht, seksuele geaardheid, handicap, politieke overtuiging, afkomst of nationaliteit.

6 https://www.recticel.com/who-we-are/discover-recticel/purpose-values. html

De Gedragscode waarborgt ook de rechten van het personeel van de Recticel Group en zorgt ervoor dat de toepasselijke wetgeving in elk land waar we actief zijn, wordt nageleefd. In gevallen waarin er verschillen bestaan tussen lokale wetten, collectieve arbeidsovereenkomsten en de Gedragscode, zal de toepasselijke wetgeving altijd voorrang krijgen.

Gezondheid en veiligheid

De Recticel Group zet zich in voor het waarborgen van de gezondheid en veiligheid van haar klanten, medewerkers, aannemers en het publiek. We zorgen voor voortdurende training en updates over gezondheidsen veiligheidsvoorschriften voor zowel managers als werknemers. Er worden voldoende middelen toegewezen om gezondheids- en veiligheidsrisico's te identificeren, te beperken en te beheren, zodat alle relevante wet- en regelgeving volledig wordt nageleefd.

Mensenrechten

Recticel Group houdt zich aan de principes die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en de verdragen en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Deze naleving van mensenrechtennormen is geïntegreerd in alle niveaus van het bedrijf.

Preventie van corruptie en omkoping

Recticel Group zet zich in voor het voorkomen van alle vormen van corruptie en omkoping. We zorgen voor transparantie en ethisch gedrag in alle bedrijfsactiviteiten. De functies die potentieel risico lopen, zijn onder meer aankoop, verkoop, marketing en financiën, waar controles en preventieve maatregelen worden toegepast.

De Gedragscode benadrukt het belang van naleving van de regels inzake de bestrijding van omkoping en corruptie en zorgt ervoor dat medewerkers het belang ervan begrijpen. Als onderdeel van ons bredere compliance-kader wordt verplichte training over de preventie van omkoping en corruptie aangeboden, zowel in de vorm van e-learning als face-to-face training.

Voor richtlijnen over het signaleren en melden van onwettig gedrag of schendingen van interne regels kunnen zowel interne als externe belanghebbenden terecht in het klokkenluiderbeleid van de Recticel Group (zie sectie 5.5.2.3).

Corrigerende maatregelen

Wanneer een overtreding van de regels die deel uitmaken van onze Gedragscode wordt ontdekt, starten we een grondig onderzoeksproces. Dit omvat het beoordelen van de gemelde kwestie, het verzamelen van relevante feiten en bewijzen en, indien nodig, het voeren van gesprekken met betrokken partijen. Op basis van de bevindingen coördineert het Recticel Compliancecomité passende corrigerende maatregelen om de inbreuk te voorkomen, aan te pakken en de gevolgen ervan te beperken. Welke maatregelen precies worden genomen, hangt af van de ernst van de overtreding

In het geval van zakenpartners kunnen corrigerende maatregelen bestaan uit audits, herevaluatie of zelfs beëindiging van de contractuele relatie. In het geval van werknemers kunnen passende disciplinaire maatregelen worden opgelegd. In ernstigste gevallen kunnen we juridische stappen ondernemen en/ of schadevergoeding eisen.

Verantwoording en bestuur

De CEO is eindverantwoordelijk voor de implementatie van en het toezicht op de Gedragscode van de Recticel Group. Het leiderschap van de CEO garandeert de consistente toepassing van de Code in de hele organisatie en de verantwoordelijkheid voor ethisch handelen.

Daarnaast is het management op alle niveaus verantwoordelijk voor het waarborgen dat degenen die aan hen rapporteren de Gedragscode begrijpen en naleven en dat ze hiervoor voldoende en regelmatig worden opgeleid.

Normen en initiatieven van derden

Recticel Group houdt zich aan verschillende normen en initiatieven van derden die ons intern beleid aanvullen. Hiertoe behoren het Global Compact van de VN, de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten, het Internationaal Handvest van de Rechten van de Mens, de verdragen en aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie.

Toezicht op naleving

De Compliance Commissie speelt een cruciale rol bij het toezicht houden op nalevingskwesties, waaronder het onderzoeken van beschuldigingen van wangedrag, corruptie en omkoping. Het Compliancecomité zorgt ervoor dat alle onderzoeken eerlijk, integer en transparant worden uitgevoerd. De Chief Financial Officer fungeert als voorzitter van het Comité en is verantwoordelijk voor het rapporteren van incidenten, lopende onderzoeken en de uitkomsten daarvan aan de Raad van Bestuur.

Communicatie en toegankelijkheid

De Gedragscode van de Recticel Group wordt in lokale talen gecommuniceerd aan managers, medewerkers en aannemers op alle niveaus. De code is gemakkelijk toegankelijk via interne communicatiekanalen om ervoor te zorgen dat iedereen zich bewust is van zijn of haar verantwoordelijkheden. Bedienden moeten e-learningmodules over de Gedragscode volgen, zoals beschreven in Hoofdstuk 5.4.2.4. Bovendien wordt de Gedragscode in de lokale talen verstrekt en door HR-managers verspreid onder zowel arbeiders als bedienden. Gedrukte versies van het beleid worden op prikborden opgehangen en er worden nog andere communicatiemiddelen gebruikt.

De Code is ook openbaar beschikbaar voor alle belanghebbenden op Bedrijfsethiek en integriteit | Recticel.2

5.5.2.3 Klokkenluidersbeleid

In geval van een vermeende schending van interne of externe wet- en regelgeving heeft de Recticel Group een klokkenluidersbeleid geïmplementeerd. Dit beleid is volledig in overeenstemming met de meest recente wettelijke vereisten van de EU en zorgt ervoor dat alle belanghebbenden, of het nu gaat om managers, werknemers, aannemers, zakenpartners of externe partijen, een duidelijk en veilig kanaal hebben om gedrag te melden dat een schending kan vormen van de Gedragscode van de Recticel Group, het bedrijfsbeleid en -procedures, contractuele verplichtingen of toepasselijke wet- en regelgeving.

Het beleid voorziet in een duidelijk proces voor het aanpakken van vermeend wangedrag waarbij managers, werknemers, aannemers of andere personen betrokken zijn die opzettelijk of door nalatigheid de regels niet respecteren. In overeenstemming met een algemene zorgplicht zijn Recticel-managers, -werknemers en -aannemers moreel verplicht om elk redelijk vermoeden te melden dat iemand betrokken zou zijn bij vermeend wangedrag.

Meldingskanalen

Zorgen over wangedrag kunnen via interne communicatiekanalen worden gemeld, zowel op groepsniveau als op lokaal niveau. Er zijn meerdere interne communicatiekanalen beschikbaar, waaronder brief, e-mail, telefoon en persoonlijke gesprekken. Een speciale vertrouwelijke mailbox is 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar, met strikte toegangs- en vertrouwelijkheidsprotocollen. Er zijn ook externe communicatiekanalen beschikbaar, zoals vermeld in het klokkenluiderbeleid.

Bescherming voor klokkenluiders en personen van wie het gedrag wordt gemeld

Recticel Group heeft verschillende maatregelen genomen om de rechten van klokkenluiders te beschermen, evenals die van personen wier gedrag wordt gemeld. Deze maatregelen omvatten de verplichtingen om: meldingen over wangedrag op een objectieve en onpartijdige manier te behandelen; meldingen grondig en eerlijk te onderzoeken binnen een redelijke termijn; de strengste vertrouwelijkheid in acht te nemen; de identiteit van de klokkenluider of andere in de melding genoemde personen niet bekend te maken; en te zorgen voor een GDPR-conforme behandeling van persoonlijke gegevens

Daarnaast worden er maatregelen genomen om vergelding te voorkomen. Klokkenluiders, en iedereen die met hen te maken heeft (zoals familieleden of collega's), mogen niet geconfronteerd worden met negatieve of schadelijke gevolgen als gevolg van het doen van onthullingen onder de klokkenluidersprocedures zoals uiteengezet in het klokkenluidersbeleid, op voorwaarde dat de onthullingen te goeder trouw worden gedaan. Elke poging om iemand te verhinderen of te ontmoedigen om zorgen kenbaar te maken in overeenstemming met het klokkenluidersbeleid is een ernstige overtreding en wordt niet getolereerd. Als dergelijke acties plaatsvinden, zullen passende maatregelen worden genomen om de klokkenluider te beschermen en de verantwoordelijken voor de vergelding te onderzoeken.

Ten slotte moeten ook de rechten van individuen die het onderwerp zijn van een melding worden gerespecteerd en gewaarborgd. Recticel streeft in dit verband naar een eerlijk evenwicht tussen de rechten en belangen van

alle betrokken partijen, met inbegrip van haar eigen recht om een grondig onderzoek uit te voeren.

Handhaving van ethische normen

Recticel verbindt zich ertoe de hoogste ethische normen te handhaven en de volledige naleving van de wet te garanderen voor alle aspecten van haar bedrijfsactiviteiten. Recticel Group verwacht van haar aandeelhouders, managers, werknemers en aannemers dat zij hun respectieve verantwoordelijkheden onder hun mandaten, arbeids- of dienstverleningsovereenkomsten nakomen en loyaal, coöperatief en te goeder trouw handelen. Dit omvat een morele verplichting om elke bezorgdheid over feitelijk of vermoedelijk werkgerelateerd wangedrag waarbij Recticel of haar stakeholders betrokken zijn, te melden.

Kernverantwoordelijkheid

Als voorzitter van het Compliancecomité is de Chief Financial Officer (CFO) de hoogste verantwoordelijke voor het toezicht op de implementatie van het klokkenluiderbeleid in de hele organisatie.

Streven naar tijdig en onafhankelijk onderzoek

Recticel Group verbindt zich ertoe om alle meldingen van wangedrag zonder onnodige vertraging, objectief en onpartijdig te onderzoeken en ervoor te zorgen dat elke melding wordt behandeld met de ernst die ze verdient en grondig wordt onderzocht in overeenstemming met de vastgestelde procedures.

Communicatie en toegankelijkheid

Het klokkenluidersbeleid wordt in de lokale talen aan alle werknemers en managers meegedeeld. Het is via interne communicatiekanalen

gemakkelijk toegankelijk voor zowel arbeiders als bedienden, om ervoor te zorgen dat iedereen zich bewust is van zijn of haar verantwoordelijkheden. Gedrukte versies van het beleid worden op mededelingenborden opgehangen. De Code is ook openbaar beschikbaar voor alle belanghebbenden op Bedrijfsethiek en integriteit | Recticel.3

3 https://www.recticel.com/who-we-are/discoverrecticel/business-ethics-integrity.html

5.5.2.4 Databeheer

Recticel Group hanteert diverse beleidsregels en procedures die het gebruik van gegevens, waaronder persoonsgegevens, regelen.

Het gegevensbeschermingsbeleid van Recticel Group regelt het gebruik van persoonsgegevens en zorgt ervoor dat alle verwerking van persoonsgegevens gebeurt in overeenstemming met alle toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ("Algemene Verordening Gegevensbescherming" of "AVG").

De toewijding van de Recticel Group aan gegevensbescherming reikt verder dan naleving van de regelgeving. De bescherming van persoonsgegevens is essentieel om het vertrouwen te behouden, ethische normen hoog te houden en de duurzaamheid op lange termijn van het werk van de Recticel Group te waarborgen. In dit kader heeft het gegevensbeschermingsbeleid tot doel:

  • Duidelijke verantwoordelijkheden en verwachtingen vast te stellen voor alle aandeelhouders, managers, werknemers, zelfstandige dienstverleners, aannemers en leveranciers die namens Recticel Group persoonsgegevens verwerken;
  • Zorgen voor consistente en conforme gegevensverwerkingspraktijken in alle groepsentiteiten, afdelingen en systemen;
  • Een cultuur van privacy, verantwoordelijkheid en respect voor de rechten van individuen te bevorderen;
  • De operationele gegevensverwerkingsbehoeften van de organisatie te ondersteunen en tegelijkertijd de risico's in verband met datalekken, ongeoorloofde toegang of misbruik van informatie tot een minimum te beperken.

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in het gegevensbeschermingsbeleid van Recticel Group, dat beschikbaar is op het intranet van de onderneming. De Recticel Group website biedt de volgende privacyverklaringen: (i) privacyverklaring voor klanten, eindgebruikers en leveranciers; (ii) privacyverklaring voor de website; en (iii) privacyverklaring voor sollicitanten.

Recticel Group zet zich ook in om de veiligheid van alle bedrijfsinformatie en persoonsgegevens in alle bedrijfsprocessen te waarborgen, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving inzake informatiebeveiliging. Daarom heeft Recticel Group een uitgebreid beleid inzake informatie- en digitaliseringstechnologie opgesteld, evenals een procedure voor informatiebeveiliging, een backupprocedure en een procedure voor cyberincidenten.

Een van de onderwerpen die onlangs aan de beleidsregels en procedures inzake informatiebeveiliging zijn toegevoegd, is een reeks richtlijnen over het gebruik van kunstmatige intelligentie binnen de Recticel Group, zowel om het bewustzijn te vergroten als om naleving van de regelgeving te waarborgen.

Binnen de Recticel Group worden trainingssessies over diverse onderwerpen met betrekking tot gegevensbescherming, cyberbeveiliging en kunstmatige intelligentie aangeboden, zowel in faceto-face- als in e-learningformaat.

5.5.2.5 Doelstellingen en maatstaven

Recticel Group bevordert naleving in de hele organisatie door middel van doorlopende opleidingsinitiatieven voor haar bedienden. We bieden verplichte e-learningmodules en persoonlijke trainingen aan over onderwerpen zoals de Recticel Group gedragscode, het EU-mededingingsrecht, de EU wetgeving inzake gegevensbescherming, het contractrecht en cyberbeveiliging.

% deelname van medewerkers aan e-learning over governance en cyberbeveiliging

E-learningmodules DOEL 2023 2024 2025
GovernanceGegevensbeschermingGedragscodeBasisbeginselen van hetcontractenrecht 95%voltooiing 95%94%94% 89%89%89% 88%90%87%
CyberbeveiligingDIGIWIZZ 95%voltooiing 95% 92% 96%

Toepassingsgebied 2023: Bedienden Recticel Group (excl. Trimo, Turvac 73% joint venture)

Toepassingsgebied 2024: Bedienden Recticel Group (excl. Rex, Turvac) Toepassingsgebied 2025: Bedienden Recticel Group (excl. Kuras, Miclar). Rex en Turvac zijn niet opgenomen in het voltooiingspercentage van de opleiding gegevensbescherming.

Voor het governance-programma wordt de status 'voltooid' pas bereikt als de medewerker een testresultaat van minimaal 80% behaalt. Voor het cyberbeveiligingsprogramma's is een minimumscore van 70% op de eindtoets vereist. De voltooiingsgegevens per gebruiker voor de governance- en cyberbeveiligingsprogramma's worden maandelijks door de externe aanbieder gedeeld om de volledigheid te controleren. De gegevens voor het jaarverslag worden geconsolideerd op 31 december 2025.

Opleidingen op het gebied van mededingingsrecht worden aangeboden aan medewerkers van de Recticel Group die een risicovolle functie bekleden. Risicovolle functies worden gedefinieerd als rollen die, gezien de aard van hun dagelijkse verantwoordelijkheden, vaker te maken krijgen met mededingingsgevoelige situaties, zoals contacten met concurrenten, commercieel gevoelige informatie, prijsbeslissingen of discussies over marktverdeling.

Recticel Group richt haar opleidingen inzake mededingingsrecht specifiek op mensen die werkzaam zijn in verkoop-, aankoop-, marketing- en managementteams. Ook sommige mensen met technische functies (bijv. R&D) komen in aanmerking.

Gedurende het jaar heeft Recticel Group verschillende initiatieven genomen om het bewustzijn, de kennis en de paraatheid van de medewerkers op het gebied van cyberbeveiliging te versterken. Deze inspanningen zijn bedoeld om een sterke beveiligingscultuur te bevorderen en naleving van de verplichte opleidingsvereisten te waarborgen.

De belangrijkste activiteiten waren onder meer:

  • • Training: Medewerkers nemen deel aan een verplicht cyberbeveiligingsprogramma waarin cruciale onderwerpen aan bod kwamen, zoals het herkennen van bedreigingen, gegevensbescherming en veilig online gedrag. De voltooiing werd gecontroleerd door middel van een eindtoets, waarbij een minimumscore van 70% vereist was.

  • • Phishingsimulatiecampagnes: Er werden regelmatig onaangekondigde phishingsimulaties gehouden om te beoordelen in hoeverre onze medewerkers phishingpogingen kunnen herkennen en erop kunnen reageren. Degenen die niet slaagden, kregen gerichte begeleiding om hun bewustzijn te vergroten.

  • • Bewustmakingscampagnes: Er werden periodieke berichten, waaronder nieuwsbrieven, infographics en videoboodschappen, verspreid om de belangrijkste cyberbeveiligingsprincipes te versterken en waakzaamheid te bevorderen.

  • • Incidentbestrijdingsoefeningen: Geselecteerde medewerkers namen deel aan gesimuleerde cyberbeveiligingsincidenten om responsprotocollen te oefenen en beter voorbereid te zijn op mogelijke beveiligingsinbreuken.

5.5.3 Rol en deskundigheid van bestuurs-, management- en toezichthoudende organen

Bestuurs-, management- en toezichthoudende organen hebben verschillende maar complementaire rollen om ervoor te zorgen dat een bedrijf zich houdt aan hoge normen voor zakelijk gedrag. Elk van deze organen draagt bij met zijn unieke expertise en toezicht om ethische praktijken, operationele effectiviteit en succes op de lange termijn te bevorderen.

De Raad van Bestuur keurt de Gedragscode officieel goed, terwijl de Audit- en Duurzaamheidscommissie toeziet op de naleving ervan binnen de organisatie. Het Directiecomité is verantwoordelijk voor de dagelijkse bedrijfsvoering en voor het waarborgen van de naleving van de richtlijnen en aanbevelingen die door de Raad van Bestuur zijn vastgesteld.

Details over de bestuurs-, management- en toezichthoudende organen zijn te vinden in sectie 3.1.

5.5.4 G1-2 Beheer van relaties met leveranciers en gevolgen voor onze toeleveringsketen

5.5.4.1 Recticel Group benadering van de relaties met haar leveranciers

Recticel Group hanteert een coöperatieve en verantwoordelijke aanpak in het beheer van haar relaties met leveranciers en erkent hun essentiële rol in het algehele succes en de duurzaamheid van het bedrijf. We beoordelen en evalueren zowel operationele als ESG-risico's binnen onze toeleveringsketen die van invloed kunnen zijn op onze activiteiten, de mensenrechten van onze stakeholders of onze reputatie. Deze strategie is gebaseerd op de principes van transparantie, ethisch gedrag en wederzijdse waardecreatie en zorgt ervoor dat onze toeleveringsketen niet alleen aansluit bij onze operationele doelstellingen, maar ook bredere duurzaamheidsuitdagingen aanpakt.

We verwijzen naar hoofdstuk 3.4, GOV-4 Due diligenceverklaring in de waardeketen, voor een overzicht van de processen, maatregelen en acties die Recticel heeft geïmplementeerd om werkelijke of potentiële risico's binnen haar waardeketen te identificeren, te voorkomen, te beperken en aan te pakken. Deze inspanningen omvatten het aanpakken van risico's in verband met mensenrechtenschendingen, milieuschade, corruptie en andere ethische of wettelijke kwesties die voortvloeien uit de activiteiten van Recticel Group, haar leveranciers en zakenpartners.

5.5.4.2 Sociale en milieuvriendelijke aanbestedingspraktijken

We evalueren en passen onze leveranciersrelaties en aankoopstrategieën voortdurend aan om opkomende risico's, wijzigingen in de regelgeving en veranderende verwachtingen op het gebied van duurzaamheid voor te blijven. Door sterke, op samenwerking gebaseerde partnerschappen te koesteren, streven we naar een veerkrachtige, ethische en duurzame toeleveringsketen die niet alleen de bedrijfsgroei op lange termijn ondersteunt, maar ook een positieve bijdrage levert aan de samenleving en het milieu.

We erkennen de cruciale rol die leveranciers spelen bij het behalen van onze duurzaamheidsdoelstellingen en geven prioriteit aan het opbouwen van partnerschappen die voor beide partijen voordelig zijn en die de verschuiving naar een koolstofarme economie en circulaire praktijken stimuleren. Onze benadering van relatiebeheer met leveranciers richt zich op het stimuleren van duurzame innovatie, gedeelde waarden en het overnemen van beste praktijken uit de sector. Deze strategie zorgt voor een robuuste waardeketen die aansluit bij onze strategische doelstellingen en meetbare sociale en milieueffecten oplevert.

Leveranciers en aannemers moeten aan dezelfde sociale, milieu- en bestuursnormen voldoen als de Recticel Group om duurzame praktijken te waarborgen. Bij het evalueren van partners geven we prioriteit aan efficiënt materiaalgebruik,

hernieuwbare materialen en betrokkenheid van leveranciers om onze net-zero doelstelling in 2050 te realiseren. Deze besprekingen sluiten aan bij onze toezeggingen in het kader van het Science Based Targets-initiative (SBTi) en stimuleren innovaties om onze koolstofvoetafdruk te verkleinen.

Om de transparantie en verantwoordingsplicht te vergroten, hebben we de Recticel Group Supplier Sustainability Requirements (RSSR) geïntroduceerd en geïntegreerd in onze algemene voorwaarden (zie sectie 3.4.2). Deze integratie benadrukt ons streven naar duurzaamheid en bevordert een cultuur van gedeelde verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid in ons hele leveranciersnetwerk.

Voor meer informatie over due diligence op het gebied van mensenrechten in de toeleveringsketen, RSSR en productbeheer verwijzen wij u naar sectie 3.4 (GOV-4).

5.5.4.3 Beschrijving van het beleid/praktijken om betalingsachterstand te voorkomen

Het betalingsbeleid van de Recticel Group is gericht op transparantie en consistentie, met als doel een betrouwbaar proces te creëren voor alle partijen in het ecosysteem van onze toeleveringsketen. Onze procedures voor de verwerking van facturen zijn ontworpen om ervoor te zorgen dat leveranciers binnen de overeengekomen betalingstermijnen worden betaald. Ons betalingsbeleid is bedoeld om langdurige relaties met leveranciers op te bouwen en tegelijkertijd de operationele efficiëntie en financiële stabiliteit te ondersteunen.

Verantwoordelijkheid op senior niveau

De Chief Financial Officer (CFO) en zijn team houden toezicht op de implementatie van het betalingsbeleid van Recticel Group en zorgen voor de effectieve uitvoering van de betalingsprocedures en de bijbehorende betalingssystemen. Zij zorgen ervoor dat dit beleid aansluit bij de bredere bedrijfsdoelstellingen van de Groep en tegelijkertijd tegemoetkomt aan de behoeften van leveranciers en andere zakenpartners. De CFO en zijn team zijn ook verantwoordelijk voor het monitoren en verbeteren van de betalingsprocessen om de efficiëntie en tijdigheid te waarborgen.

Standaarden en initiatieven van derden

Recticel Group respecteert de richtlijn van de Europese Unie inzake betalingsachterstanden en stemt haar betalingspraktijken hierop af.

Aandacht voor belangrijke stakeholders

De betalingspraktijken van Recticel zijn ontworpen met een alomvattende visie op alle stakeholders, rekening houdend met de behoeften en zorgen van interne teams, externe leveranciers - inclusief kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) - en het bredere bedrijfsecosysteem. Betalingsvoorwaarden worden vooraf aan elke nieuwe leverancier meegedeeld en overeengekomen.

5.5.5 G1-3 Preventie en opsporing van corruptie en omkoping

Recticel Group blijft zich inzetten voor ethische praktijken en hanteert een strikt nultolerantiebeleid tegen alle vormen van corruptie en omkoping. Door managers, werknemers en aannemers te voorzien van de nodige hulpmiddelen en kennis om onethisch gedrag te herkennen, te voorkomen en te melden,

cultiveert het bedrijf een cultuur van waakzaamheid en verantwoordelijkheid. Met transparantie en verantwoordingsplicht als kernprincipe handhaaft Recticel de hoogste integriteitsnormen en zorgt het ervoor dat vertrouwen en ethische uitmuntendheid in de hele organisatie verankerd zijn.

5.5.5.1 Beschrijving van bestaande procedures om beschuldigingen of incidenten van corruptie/omkoping te voorkomen, op te sporen en aan te pakken

De aanpak van de Recticel Group ten aanzien van omkoping en corruptie is gebaseerd op duidelijke, uitvoerbare principes die zijn verankerd in onze Gedragscode. Ons beleid wordt ondersteund door nalevingscontroles, strikte verboden en proactieve maatregelen die zijn ontworpen om de hoogste normen van integriteit in alle bedrijfsactiviteiten te handhaven. Deze gestructureerde, meerlagige aanpak versterkt het engagement van de Recticel Group voor ethische praktijken en robuust bestuur, en zorgt ervoor dat integriteit in elk aspect van onze activiteiten wordt gehandhaafd.

Kernprincipes

  • Omkoping wordt bij Recticel Group duidelijk gedefinieerd als het aanbieden, geven, beloven of ontvangen van enig financieel of ander voordeel om een persoon in een functie die onpartijdigheid vereist, te beïnvloeden of te overtuigen.
  • Recticel Group verbiedt managers, medewerkers en agenten strikt om onder welke omstandigheden dan ook steekpenningen aan te bieden, te vragen of te aanvaarden. Dit verbod reikt verder dan de organisatie en vereist dat alle zakenpartners – met inbegrip van joint ventures, aannemers, klanten en leveranciers – zich aan dezelfde norm houden.
  • Recticel Group hanteert een nultolerantiebeleid ten aanzien van omkoping van overheidsfunctionarissen of medewerkers van particuliere organisaties. Dit omvat ook indirecte betalingen via tussenpersonen zoals agenten, consultants of bemiddelaars die

ervan verdacht worden geld over te maken naar functionarissen.

Melden en reageren op incidenten

Zoals nader beschreven in het klokkenluidersbeleid, biedt Recticel Group medewerkers de nodige kanalen om vermeend wangedrag te melden, waaronder vermoedelijke omkoping of corruptie. Na ontvangst van een melding start het bedrijf een grondig onderzoek, waarbij ervoor wordt gezorgd dat elk incident op transparante en consistente wijze wordt afgehandeld. Er worden passende disciplinaire maatregelen genomen op basis van vastgestelde protocollen en in overeenstemming met wettelijke vereisten.

Communicatie en toegankelijkheid

Recticel Group geeft prioriteit aan duidelijke en uitgebreide communicatie over haar Gedragscode en Klokkenluidersbeleid aan medewerkers, managers en relevante belanghebbenden. Deze documenten zijn gemakkelijk toegankelijk via interne communicatiekanalen, zodat iedereen een grondig inzicht heeft van zijn of haar rol en verantwoordelijkheden bij het naleven van de antiomkopings- en corruptienormen. De documenten zijn ook publiekelijk beschikbaar op de website van de onderneming.

5.5.5.2 Onderzoekscommissie/orgaan los van de managementketen die bij de zaak betrokken is

Recticel Group zet zich in voor het handhaven van hoge ethische normen en het waarborgen van volledige naleving van wettelijke verplichtingen bij het aanpakken van beschuldigingen of incidenten die onderzoek vereisen. Deze zaken worden met

zorgvuldigheid, integriteit en transparantie behandeld door een speciaal Compliancecomité, dat als volgt is samengesteld: de Chief Executive Officer, de Chief Human Resources Officer, de Chief Legal Officer en de Chief Audit Executive. Hoewel de Recticel Group geen afzonderlijke onderzoekscommissie buiten haar managementstructuur heeft, houdt zij zich strikt aan de wettelijke vereisten en interne protocollen om dergelijke situaties effectief te beheren. Indien zich een potentieel belangenconflict voordoet waarbij een lid van het Compliancecomité of een aangewezen vertrouwenspersoon betrokken is, wordt die persoon uitgesloten van het caseteam voor dat specifieke dossier.

Naleving van wettelijke vereisten

Recticel Group zorgt ervoor dat alle wettelijke verplichtingen strikt worden nageleefd bij het uitvoeren van onderzoeken, waarbij de procedures worden afgestemd op corporate governance, ethische normen en transparantiewetgeving. In geval van een incident volgt het bedrijf vastgestelde juridische processen en interne richtlijnen om zaken op te lossen in volledige overeenstemming met de relevante regelgeving.

Toezicht op naleving

Het Compliancecomité speelt een sleutelrol bij het toezicht op nalevingskwesties, waaronder onderzoeken naar wangedrag, corruptie en omkoping. De Chief Financial Officer is als voorzitter van het comité verantwoordelijk voor het rapporteren van incidenten, lopende onderzoeken en uitkomsten aan de Raad van Bestuur.

5.5.5.3 Aard, reikwijdte en diepgang van opleidingsprogramma's ter bestrijding van corruptie en omkoping

De volgende categorieën werknemers worden beschouwd als een hoger risicoprofiel te hebben voor blootstelling aan corruptie en omkoping vanwege de aard van hun functies en verantwoordelijkheden:

Financiën: Medewerkers in de financiële sector zijn vaak belast met het beheren van grote geldbedragen, het opstellen van budgetten en het overzien van financiële transacties. Hierdoor hebben ze toegang tot gevoelige financiële gegevens, wat ze vatbaar kan maken voor frauduleuze activiteiten, verduistering van fondsen of het faciliteren van corrupte financiële praktijken.

Verkoop & Marketing: Mensen in verkoop- en marketingfuncties staan vaak in direct contact met klanten, leveranciers en tussenpersonen van derden en onderhandelen vaak over contracten, incentives en commissies. Deze interactie kan mogelijkheden creëren voor ongepast financieel gewin, zoals smeergeld of omkoping, in ruil voor gunstige zakelijke beslissingen, kortingen of een voorkeursbehandeling.

Aankoop: Werknemers die betrokken zijn bij aankoop zijn verantwoordelijk voor het sourcen en aankopen van goederen en diensten. Gezien hun rol bij het selecteren van leveranciers en het onderhandelen over contracten, kunnen ze het risico lopen op corruptie, vooral als ze worden beïnvloed door externe partijen die contracten proberen binnen te halen met onethische middelen, zoals het aanbieden van steekpenningen of smeergeld.

Vanaf 2025 is er een verplichte e-learningmodule over de Gedragscode beschikbaar voor alle directeuren en managers binnen het bedrijf, evenals voor de Raad van Bestuur, waarin de onderwerpen anticorruptie en antiomkoping uitgebreid aan bod komen. Deze verandering weerspiegelt onze toewijding om ervoor te zorgen dat alle sleutelfiguren over de kennis beschikken om onze normen op het gebied van anticorruptie en antiomkoping na te leven.

5.5.6 G1-4 Incidenten van corruptie of omkoping

5.5.6.1 Aantal veroordelingen en hoogte van boetes wegens schending van anticorruptie- en antiomkopingswetgeving

Tijdens de verslagperiode werden twee gevallen gemeld aan het Compliance-comité waarbij leden van de waardeketen van Recticel Group betrokken waren en waarbij het bedrijf of zijn medewerkers rechtstreeks betrokken waren. Na een grondig onderzoek werd één disciplinaire maatregel noodzakelijk geacht en werden er geen boetes opgelegd aan Recticel Group wegens schendingen van de wetgeving inzake corruptiebestrijding of omkoping.

5.5.6.2 Maatregelen genomen om inbreuken op procedures en normen inzake anticorruptie en omkoping aan te pakken

Tijdens de verslagperiode heeft het bedrijf geen tekortkomingen geconstateerd in de maatregelen die zijn genomen om inbreuken op de procedures en normen inzake anticorruptie en antiomkoping aan te pakken.

5.5.7 G1-5 Politieke beïnvloeding en lobbyactiviteiten

De Recticel Group aanpak van politieke beïnvloeding en lobbyen weerspiegelt haar engagement voor ethisch gedrag, transparantie en verantwoord burgerschap. Het bedrijf concentreert zich op zijn kerndoelstellingen en handhaaft integriteit en sterk bestuur om waarde op lange termijn te creëren voor stakeholders, terwijl het tegelijkertijd hoge normen van bedrijfsethiek en sociale verantwoordelijkheid handhaaft.

Recticel Group streeft er niet naar om politieke processen te beïnvloeden of om agressief te lobbyen. In plaats daarvan blijft Recticel zich richten op het leveren van innovatieve isolatieproducten, geleid door sterke waarden op het gebied van integriteit en bestuur. Als lid van sectorspecifieke handelsorganisaties kan zij indirect beleidsbeïnvloedende activiteiten ondersteunen, altijd transparant en binnen het kader van de organisatie. Dergelijke activiteiten kunnen gericht zijn op energieefficiëntie in gebouwen, energienormen, industriële decarbonisatie, initiatieven rond de circulaire economie of duurzame materialen.

Recticel Group respecteert de politieke onpartijdigheid en leeft de toepasselijke wet- en regelgeving volledig na, zodat haar acties in overeenstemming zijn met ethische principes. Hoewel het bedrijf in contact kan treden met beleidsmakers via sectorverenigingen en regelgevende instanties over zaken die rechtstreeks verband houden met haar activiteiten, worden deze interacties op transparante wijze en volgens vastgestelde protocollen uitgevoerd.

Recticel Group hecht veel waarde aan transparantie en deelt belangrijke informatie op haar bedrijfswebsite. Ze moedigt een open dialoog en samenwerking met stakeholders aan om de publieke discussies positief te beïnvloeden en tegelijkertijd de belangen van werknemers, aandeelhouders en de bredere gemeenschap te beschermen.

In 2025 heeft de Recticel Group geen financiële bijdragen of bijdragen in natura geleverd aan de politiek. De Chief Financial Officer, die optreedt als voorzitter van het Compliancecomité, ziet erop toe dat dergelijke bijdragen niet worden gedaan.

Tijdens de huidige verslagperiode hadden geen leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen in de twee jaar voorafgaand aan hun benoeming een functie bekleed in het openbaar bestuur, met inbegrip van toezichthoudende organen.

Recticel Group is niet ingeschreven in het transparantieregister van de EU of een gelijkwaardig transparantieregister in een EU-lidstaat.

5.5.8 G1-6 Betalingspraktijken

5.5.8.1 Gemiddelde betalingstermijn van een factuur in aantal dagen

De volgende informatie over betalingspraktijken in 2025 heeft betrekking op alle rechtspersonen van Recticel Group, met uitzondering van Kuras en de Miclar, die eind 2025 werden overgenomen.

Op 31 december 2025 waren er geen lopende gerechtelijke procedures in verband met betalingsachterstanden.

2024 2025
Gemiddeld aantal dagen totbetaling* 53,4 52,0
Recticel Group(excl. Soundcoat,Rex, Turvac) Recticel Group(excl. Soundcoat,Rex, Kuras, Miclar)

* De berekening beperkt zich tot de dochterondernemingen Recticel Insulation, Trimo en Turvac, aangezien deze entiteiten in SAP zijn opgenomen. Kuras en Miclar zijn uitgesloten, in overeenstemming met de aanpak die voor andere KPI's wordt gehanteerd. Het gerapporteerde cijfer is een schatting op basis van feitelijke gegevens.

We erkennen de cruciale rol van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) in onze toeleveringsketen en blijven erop toezien dat hun facturen snel worden verwerkt, ter ondersteuning van hun financiële stabiliteit en groei. Ook in de toekomst blijft de Recticel Group zich inzetten voor het optimaliseren van de efficiëntie van de factuurverwerking en het handhaven van de hoogste normen op het gebied van financiële transparantie en operationele uitmuntendheid.

5.5.8.2 Beschrijving van de standaardbetalingstermijnen in aantal dagen per hoofdcategorie van leveranciers & percentage betalingen dat hieraan voldoet

Recticel Group houdt zich aan de betalingsvoorwaarden zoals uiteengezet in artikel 6 van haar Algemene Voorwaarden voor alle leveranciers. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Facturen moeten inkoopordernummers, leveringshoeveelheden en relevante verzenddocumentatie bevatten.
  • Facturen moeten elektronisch worden ingediend op het daarvoor bestemde adres van de Recticel Group. Leveranciers die in België onder de verplichting tot e-facturering vallen, moeten hun factuur uitsluitend indienen via Peppol (Pan-European Public Procurement Online), een gestandaardiseerd netwerk dat de veilige en efficiënte uitwisseling van elektronische facturen tussen bedrijven mogelijk maakt. Betalingen vinden plaats via overschrijving binnen zestig (60) dagen na de factuurdatum, op voorwaarde dat de goederen of diensten volledig zijn geleverd.
  • Recticel Group behoudt zich het recht voor om bedragen die aan de verkoper verschuldigd zijn, zonder voorafgaande kennisgeving te verrekenen met bedragen die door de verkoper verschuldigd zijn.
2024 2025
% facturen op tijd betaald* 49,4% 43,6%
Recticel Group(excl. Soundcoat,Rex, Turvac) Recticel Group(excl. Soundcoat,Rex, Kuras, Miclar)

* De berekening beperkt zich tot de dochterondernemingen Recticel Insulation, Trimo en Turvac, aangezien deze entiteiten in SAP zijn opgenomen. Kuras en Miclar zijn uitgesloten, in overeenstemming met de aanpak die voor andere KPI's wordt gehanteerd. Het gerapporteerde cijfer is een schatting op basis van feitelijke gegevens.

06 Bezoldigingsverslag

DEEL 3 | BEZOLDIGINGSRAPPORT

6

IN DIT HOOFDSTUK

Het bezoldigingsverslag 2025 van de Recticel Group schetst de sterke financiële en duurzaamheidsresultaten van het bedrijf in een uitdagende marktomgeving. De omzet steeg met 7,4% tot EUR 655,1 miljoen en de aangepaste EBITDA nam toe tot EUR 55,8 miljoen, gesteund door organische volumegroei en belangrijke strategische investeringen. De Groep boekte ook aanzienlijke vooruitgang op het gebied van klimaatmitigatie en wist in 2025 haar koolstofintensiteit met nog eens 7,5% te verlagen (totale uitstoot van broeikasgassen per m³).

De bezoldiging van het management weerspiegelt deze prestaties. De jaarlijkse bonussen werden bepaald

door de aangepaste EBITDA, de vrije kasstroom, de vermindering van de CO2-intensiteit en persoonlijke doelstellingen, wat resulteerde in gemengde uitbetalingen: de Recticel Group aangepaste EBITDA en de vrije kasstroom lagen onder de doelstelling, terwijl de koolstofintensiteit de verwachtingen overtrof met een maximale uitbetaling. Aandelenopties blijven de kern van de langetermijnincentive (LTI), met een uitgifte in 2025 tegen een prijs van EUR 10,74 per optie.

De Recticel Group heeft haar bezoldigingsbeleid versterkt na intensief overleg met aandeelhouders en een proactieve dialoog met proxy-adviseurs. De wijzigingen omvatten een uitgebreidere

informatieverschaffing over benchmarks, verduidelijking van de opzet van de STI- en LTI-elementen, de invoering van een clawback-clausule voor toekomstige STI-plannen en verfijningen van de bepalingen bij een wijziging van controle. Het bedrijf zal bovendien beleidsaanpassingen voorstellen op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2026.

Het verslag bevat uitgebreide informatie over de vergoedingen van de bestuurders, de beloning van het Managementcomité, de pensioenregelingen, de aandelenoptieplannen en de aandelenbezit.

  • INHOUD 6.1 Inleiding 6.1.1 Bedrijfsresultaten 2025 6.1.2 Resultaten 2025 op het vlak van bezoldiging 6.1.3 Betrokkenheid van aandeelhouders 6.1.4 Vooruitblik 6.2 Ons bezoldigingsbeleid in het kort 6.2.1 Bestuurders 6.2.2 Managementcomité 6.3 Bezoldiging van niet-uitvoerende bestuurders 6.4 Bezoldiging van de leden van het Managementcomité 6.4.1 Totale bezoldiging 6.4.2 Vaste bezoldiging 6.4.3 Variable bezoldiging 6.4.4 Buitengewone posten 6.4.5 Pensioenkosten 6.4.6 Aanvullende informatie 6.6 Beëindigingsvergoedingen 6.7 Afwijkingen loonratio 6.8.2 Loonratio
    • 6.5 Aandelengerelateerde bezoldiging

6.8 Jaarlijkse verandering in bezoldiging en

6.8.1 Jaarlijkse verandering in bezoldiging van bestuurders ten opzichte van het bredere personeelsbestand en bedrijfsprestaties

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 172

6.1 Inleiding

Recticel is een Belgische isolatiegroep met een sterke van bezoldiging aanwezigheid in Europa en de Verenigde Staten. Het hoofddoel is om de strijd tegen klimaatverandering te versnellen met oplossingen die een koolstofvrije economie en een betere levenskwaliteit bevorderen. Het portfolio van Recticel omvat Insulation Boards, Insulated Panels en Acoustic Solutions. Recticel verwacht te kunnen profiteren van de belangrijke inhaalvraag naar energie-efficiënte oplossingen in de bouwsector.

Het economische klimaat bleef uitdagend in 2025. Desondanks rapporteerde Recticel Group een sterke omzet- en winstgroei. De omzet steeg met 7,4% tot een recordhoogte van EUR 655,1 miljoen, met een sterke organische volumegroei in Insulated Panels en Insulation Boards.

De aangepaste EBITDA steeg met 12,5% van EUR 49,6 miljoen tot EUR 55,8 miljoen, terwijl de aangepaste EBITDA-marge op de omzet verbeterde van 8,1% tot 8,5%.

Grote investeringen vorderden volgens plan: de polyolrecyclage-installatie in België zal naar verwachting in april 2026 operationeel zijn, en de nieuwe productievestiging voor geïsoleerde panelen in de Verenigde Staten zal naar verwachting in het vierde kwartaal van 2026 met de productie starten. In 2025 rondde Recticel Group met succes de overname af van Miclar in België, actief in de installatie van panelen, en Kuras, dat zich richt op de last-mile-levering van panelen in Nederland.

De Groep heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van klimaatmitigatie en heeft in 2025 haar koolstofintensiteit met nog eens 7,5% verlaagd (totale uitstoot van broeikasgassen per m³). Dit resultaat toont aan dat een sterke volumegroei en zinvolle klimaatmaatregelen hand in hand kunnen gaan 1 .

Sinds 2021 heeft de Groep het energieverbruik per m³ met 34,1% verminderd, wat het duidelijke verband tussen operationele uitmuntendheid en klimaatprestaties versterkt 2 .

Sectie 5.2.7.5 2 Sectie 5.2.6.4

6.1.1 Bedrijfsresultaten 2025 6.1.2 Resultaten 2025 op het vlak

De totale bezoldigingsniveaus voor 2025 weerspiegelen onze positieve bedrijfsgroei op jaarbasis en onze prestaties op het gebied van duurzaamheid, die de variabele bezoldiging op korte termijn bepalen. De waarde van de langetermijnincentive hangt af van de aandelenkoers, die de uitdagende vooruitzichten in de bouwsector weerspiegelt.

Jaarlijkse bonusvergoedingen

  • De toekenning van de jaarlijkse bonussen hangt af van het behalen van vooraf bepaalde niveaus van de aangepaste EBITDA en de vrije kasstroom, evenals van vooraf gedefinieerde CO 2 intensiteitsdoelstellingen, naast het behalen van persoonlijke doelstellingen gericht op fusies en overnames, bedrijfsgroei en operationele excellence.
  • Het niveau van de aangepaste EBITDA voor de Groep leverde een uitbetaling op van 55%. Hoewel dit onder de doelstelling ligt, blijft het een opmerkelijke prestatie gezien de moeilijke marktomstandigheden.
  • Het niveau van de vrije kasstroom op groepsniveau lag onder de doelstelling en leidde tot een uitbetaling van 44%.
  • De CO 2-intensiteitsdoelstelling werd door de Groep ruimschoots gehaald, wat resulteerde in een maximale uitkering (125%).
  • Zie voor meer details sectie 6.4.3.1, Korte-termijnincentive (jaarlijkse bonus).

Aandelenopties

• De toekenning van de aandelenopties in 2021 werd definitief verworven op 1 januari 2025. Een nieuwe toekenning vond plaats in juni 2025 tegen een uitoefenprijs van EUR 10,74.

Samenstelling van het Managementcomité

• De Group Chief Human Resources Officer, Rob Nijskens, is sinds 31 oktober 2025 geen lid meer van het Managementcomité. Tine Malfrère is met ingang van 1 april 2026 benoemd tot Group Chief Human Resources Officer.

6.1.3 Betrokkenheid van aandeelhouders 6.1.4 Vooruitblik

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 27 mei 2025 keurde het Bezoldigingsverslag voor 2024 goed met 80,8% van de stemmen van de aandeelhouders.

Bij het bepalen van haar bezoldigingsbeleid en de toekomstige herzieningen ervan, streeft Recticel Group ernaar om rekening te houden met de stemmen en standpunten van de aandeelhouders. Recticel Group verbindt zich tot een open en transparante dialoog met haar aandeelhouders over vergoedingen en andere bestuursaangelegenheden.

Ter voorbereiding op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2026 voerde Recticel een constructieve en inhoudelijke dialoog met diverse aandeelhouders en beleggers. Recticel ging ook proactief in gesprek met ISS en Glass Lewis, twee toonaangevende proxyadviesbureaus die onafhankelijk onderzoek, stemadviezen en governance-analyses leveren aan institutionele beleggers.

Deze gesprekken waren gericht op de structuur, de openbaarmaking en de afstemming van het bezoldigingskader voor de leidinggevenden van Recticel Group op de beste praktijken in de markt en de verwachtingen van de aandeelhouders. Als gevolg van deze dialoog, en met als doel om de ontvangen feedback te verwerken en de algehele transparantie te vergroten, heeft Recticel Group haar bezoldigingsverslag versterkt, bepaalde elementen van haar bezoldigingsbeleid geactualiseerd en de toelichtende documentatie uitgebreid die aan de komende Algemene Vergadering van Aandeelhouders zal worden voorgelegd.

De belangrijkste verbeteringen worden hieronder samengevat.

BEZOLDIGINGSVERSLAG

Benchmarking Uitgebreidere informatie over de referentiegroep en de benchmarkmethodologie die wordt gebruiktvoor de vaststelling van de bezoldiging, met inbegrip van de motivering voor de selectie enpositionering van de referentiegroep.
Verbeterde toelichting en motivering voor het niet openbaar maken van commercieel gevoeligebonusdoelstellingen, ook met terugwerkende kracht.
Korte-termijnincentives KTI Duidelijkere en meer gedetailleerde toelichting op het verzoek om af te wijken van artikel 7:91 van hetBelgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) met betrekking tot de vereiste vandrie jaar uitstel van de bonus.
Verdere verduidelijking van de structuur, individuele limieten en het totale plafond van de toekenningvan aandelenopties.
Langetermijn Rationalisering van de change of controlclausule en de invoering van een bijkomende voorwaarde
incentive LTI Duidelijke toelichting op de redenen voor het ontbreken van aanvullende prestatievoorwaarden inhet lange-termijnincentiveplan van Recticel Group (uitgegeven in de vorm van aandelenopties),rekening houdend met het lokale fiscale klimaat en de belangen van de aandeelhouders.

BEZOLDIGINGBELEID

Korte-termijn Invoering van een terugvorderingsmechanisme, ter versterking van de verantwoordingsplicht en
incentives KTI afstemming op waardecreatie op lange termijn en best practices op het gebied van governance.
Langetermijnincentive LTI Gedetailleerde toelichting op de vaststelling, structuur en individuele toekenning van aandelenopties.

VOLGENDE JAARLIJKSE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS

Lange Voorstel tot goedkeuring van een toegestaan kapitaal van maximaal 5%, uitsluitend bedoeld om detoekenning van aandelenopties in de komende vijf jaar mogelijk te maken, met een maximum van1% per jaar.
termijnincentive LTI Verduidelijking dat de machtiging tot inkoop van aandelen in het kader van het LTI voormaximaal 10% van het aandelenkapitaal uitdrukkelijk uitsluit dat deze wordt gebruikt alsverdedigingsmechanisme tegen een overname.

Zoals aangekondigd op 27 februari 2026 heeft Stefaan Debusschere, die in maart 2025 bij Recticel Group in dienst trad als CEO van de divisie Insulation Boards, met ingang van 2 maart 2026 de functie van Jan Vergote als CEO van de Groep overgenomen. Jan Vergote werd op diezelfde datum benoemd tot Uitvoerend Voorzitter van Recticel NV.

Bijgevolg zal Recticel NV de volgende punten ter goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2026.

1. Vergoeding van de Uitvoerend Voorzitter

Naast de gebruikelijke taken van de Voorzitter van de Raad van Bestuur houdt de Uitvoerend Voorzitter toezicht op het strategisch kader van Recticel Group. Samen met de Raad van Bestuur en de CEO volgt en controleert de Uitvoerend Voorzitter de uitvoering van de langetermijnstrategie van de Onderneming. In samenwerking met de CEO en de CFO beoordeelt, stelt de Uitvoerend Voorzitter voorstellen op en bereidt hij deze voor aan de Raad van Bestuur met betrekking tot strategische opties voor de Groep (lange-termijndoelstellingen, fusies en overnames, investeringen en desinvesteringen) en brengt hij verslag uit over de voortgang. De Uitvoerend Voorzitter houdt regelmatig één-opéén-bijeenkomsten met de CEO om strategische en organisatorische aangelegenheden te bespreken. De Uitvoerend Voorzitter onderhoudt ook een actieve dialoog over de activiteiten van de Groep met de leden van het Managementcomité en, waar relevant, met senior medewerkers van de Groep, in het bijzonder tijdens regelmatige rapportagevergaderingen. De Uitvoerend Voorzitter is verantwoordelijk voor de relaties met investeerders en aandeelhouders en fungeert als de belangrijkste externe woordvoerder van de Groep, in samenwerking met de CEO.

Deze uitvoerende taken vergen een aanzienlijke tijdsinvestering bovenop de traditionele rol van Voorzitter. Op

aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité zal de Raad van Bestuur daarom aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voorstellen dat de vergoeding van de Uitvoerend Voorzitter bestaat uit een allinclusive jaarlijkse vergoeding van EUR 300.000 in contanten.

2. Aanpassing van het bezoldigingsbeleid van de Groep

Een nieuwe versie van het bezoldigingsbeleid zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het nieuwe beleid wordt voorgesteld in het licht van de hierboven beschreven wijzigingen in het bestuur en sluit aan bij de bepalingen van de nieuwe Corporate Governance Charter van de Groep, met inbegrip van de respectieve rollen van de Raad van Bestuur, het Bezoldigingsen Benoemingscomité, de Uitvoerend Voorzitter, de CEO en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bij het vaststellen van de vergoeding van de bestuurders en het uitvoerend management van Recticel. Het nieuwe bezoldigingsbeleid geeft ook uitleg over de nieuwe vergoedingsstructuur voor de Raad van Bestuur na de benoeming van een Uitvoerend Voorzitter, zoals hierboven beschreven.

In overeenstemming met vereiste 7.12 van de Belgische Corporate Governance Code zal de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Bezoldigings- en Benoemingscomité, ook voorstellen dat het bezoldigingsbeleid een terugvorderingsclausule bevat in het korte-termijnbezoldigingsplan van de CEO en de overige leden van het Managementcomité. De terugvorderingsclausule stelt de Onderneming in staat om reeds uitbetaalde variabele vergoedingen terug te vorderen wanneer achteraf blijkt dat de toekenning niet gerechtvaardigd was. De clausule geeft aandeelhouders meer vertrouwen dat de vergoeding van bestuurders eerlijk en verdedigbaar is, en afgestemd is op de werkelijke prestaties en waardecreatie op lange

termijn. Er is geen terugvorderingsclausule voorzien voor de lange-termijnincentive, aangezien deze wordt uitgekeerd in de vorm van aandelenopties en er geen prestatievoorwaarden van toepassing zijn. De aandelenkoers (en dus de potentiële winst voor de begunstigden van aandelenopties) zal automatisch worden beïnvloed indien blijkt dat er onjuiste of frauduleuze gegevens zijn gebruikt om de prestaties van de Groep te bepalen.

De volgende punten zullen eveneens op de agenda worden geplaatst.

3. Goedkeuring van dit Bezoldigingsverslag

4. Machtiging aan Recticel om warrants uit te geven voor het aandelenoptieplan in 2026

Het lange-termijnincentiveplan voor de CEO en de overige leden van het Managementcomité wordt toegekend in de vorm van aandelenopties. Net als in voorgaande jaren zal de Raad van Bestuur de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om machtiging vragen om hiervoor warrants uit te geven.

In 2026 wordt voorgesteld om 380.000 aandelenopties te verdelen onder 15 begunstigden volgens het volgende schema.

  • CEO: 125.000 aandelenopties (één begunstigde)
  • Overige leden van het Managementcomité: elk 30.000 aandelenopties (vier begunstigden)
  • Geselecteerde leden van de leidinggevende teams van de divisies: elk 15.000 aandelenopties (zeven begunstigden)
  • Geselecteerde medewerkers met hoge prestaties/groot potentieel: elk 10.000 aandelenopties (drie begunstigden)

De 380.000 aandelenopties komen overeen met 0,64% van de uitstaande aandelen op 22 december 2025. Aangezien de toekenning van juni 2019 op 27 juni 2026 afloopt, zullen de 380.000 aandelenopties naar verwachting een verwatering van 4,53% veroorzaken indien alle aandelenopties van juni 2019 vóór de

vervaldatum worden uitgeoefend (4,55% indien geen van de aandelenopties van 2019 vóór de vervaldatum wordt uitgeoefend).

Volgende tabel toont de verwateringsberekening op 31 maart 2026.

Uitstaande aandelen op 22/12/2025 56.279.120
Uitstaande aandelen (*) (1) 57.068.420
Warranten en converteerbare effecten (2) 0
Aandelen voorbehouden in het kadervan de plannen (*) (3) 2.310.000
Volledig verwaterd aantal aandelen (*) (1+2+3) 59.378.420
AANDELEN VERWATERING (BASIS) VERWATERING (VOLLEDIG)
Aangevraagde nieuwe aandelen (4) 380.000 0,67% (4)/(1) 0,64% (4)/(1+2+3)
Bestaande aandelen beschikbaar voortoekenning (5) 0 0,00% 0,00%
Toegekende maar niet uitgeoefende/niet-definitief verworven aandelen (6) 2.310.000 4,05% (6)/(1) 3,89% (6)/(1+2+3)

(*) Wanneer alle in juni 2019 toegekende opties (315.500) worden uitgeoefend vóór de vervaldatum op 27 juni 2026.

De aandelen die in het kader van de optieplannen zijn gereserveerd, zijn in de onderstaande tabel opgenomen.

UITGIFTE AANTAL NOGNIET-UITGEOEFENDEWARRANTEN UITOEFENPERIODE
Juni 2019 315.500 01/01/2023 – 27/06/2026
Maart 2020 415.000 01/01/2024 – 02/03/2027
Mei 2021 440.000 01/01/2025 – 11/05/2028
Mei 2022 290.000 01/01/2026 – 12/05/2029
Juni 2023 350.000 01/01/2027 – 29/06/2030
Juni 2024 402.500 01/01/2028 – 16/06/2031
Juni 2025 412.500 01/01/2029 – 15/06/2032
Totaal vóór het vervallen van de toekenning van 2019 in Juni 2026 2.625.500
Totaal na het vervallen van de toekenning van 2019 in Juni 2026 2.310.000

5. Machtiging aan Recticel om haar kapitaal en aandelen met 5% te verhogen

teneinde de uitgiften in het kader van het jaarlijkse aandelenoptieplan gedurende de komende vijf jaar te dekken, met een maximale toewijzing van 1% van het huidige aantal uitstaande aandelen per jaar.

6. Machtiging aan Recticel om, indien nodig, aandelen in te kopen gedurende een periode van vijf jaar, op voorwaarde dat het doel van de inkoop niet is om een overname te dwarsbomen. Het aantal in te kopen aandelen en het aantal aandelen dat in eigen bezit wordt gehouden, zal niet meer bedragen dan 10% van de uitgegeven aandelen.

7. Goedkeuring van de change of

controlclausule die is opgenomen in het aandelenoptieplan 2025. De clausule voorziet in een onmiddellijke definitieve toekenning van de toegekende aandelenopties in geval van een controlewijziging, op voorwaarde dat de onmiddellijke definitieve toekenning wordt goedgekeurd door de Raad van Bestuur na een zorgvuldige beoordeling van de situatie, met inbegrip van het behoud van de belangen van de aandeelhouders

en de garantie dat een onmiddellijke definitieve toekenning de begunstigden niet beloont voor ondermaatse prestaties.

8. Machtiging om af te wijken van artikel 7:91 ("driejarig bonus uitstel")

Net als in voorgaande jaren zal de Raad van Bestuur de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om toestemming vragen om af te wijken van de voorschriften van artikel 7:91 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), waarbij variabele vergoedingen over een periode van drie jaar moeten worden gespreid indien bepaalde drempels worden overschreden. Deze afwijking zal worden aangevraagd voor de CEO en de overige leden van het Managementcomité, in overeenstemming met de mogelijkheid die de wetgeving biedt.

• De aard van de bouwsector en de conjunctuurgevoeligheid van de sector. De Onderneming is voornamelijk actief in de bouwsector, die wordt gekenmerkt door projectcycli van korte tot middellange duur, uitgesproken marktvolatiliteit en een grote gevoeligheid voor externe factoren, waaronder macroeconomische omstandigheden, overheidsbeleid inzake investeringen, inflatie van grondstoffen, verstoringen in de toeleveringsketen, wijzigingen in de regelgeving en weersomstandigheden.

In deze context is het vaststellen van operationele en financiële prestatiedoelstellingen voor een periode van drie jaar inherent onzeker en kan dit leiden tot doelstellingen die mogelijk niet meer aansluiten bij de feitelijke bedrijfsomstandigheden en daardoor niet langer realistisch haalbaar zijn, of juist niet meer uitdagend genoeg. Een dergelijke onzekerheid ondermijnt de relevantie en het stimulerende effect van variabele bezoldigingsregelingen.

• Het overwicht van jaarlijkse prestatiemetingen bij projectgebaseerde activiteiten. De prestaties van de Onderneming worden grotendeels bepaald door individuele bouwprojecten of projectportefeuilles, die doorgaans binnen jaarlijkse of kortere tijdsbestekken worden gepland, uitgevoerd en geëvalueerd. Belangrijke prestatie-indicatoren zoals projectmarges, contractwinstgevendheid, kostenbeheersing, veiligheidsprestaties, kasstroomgeneratie en operationele uitvoering kunnen het best op jaarbasis worden beoordeeld, vaak gekoppeld aan de voltooiing of beslissende fasen van projecten.

Het spreiden van de variabele bezoldiging over drie jaar zou het directe verband tussen individuele managementbeslissingen, operationele prestaties en bezoldigingsresultaten verwateren, waardoor de transparantie en verantwoordingsplicht zouden afnemen.

• Motivatie, behoud van personeel en de competitieve arbeidsmarkt voor talent. De Onderneming is actief in een zeer competitieve Europese markt voor leidinggevend en senior managementtalent. Bezoldigingspraktijken in deze markt zijn doorgaans gebaseerd op jaarlijkse of korte-termijnvariabele incentiveplannen, waar nodig aangevuld met langetermijnincentives van een andere aard (bijvoorbeeld op aandelen gebaseerde bezoldiging).

Het opleggen van een verplichte spreiding over drie jaar van variabele contante beloningen die boven de wettelijke drempel liggen, kan:

  • het motiverende effect van prestatiegerichte beloning verminderen,
  • een negatieve invloed hebben op het vermogen van de Onderneming om gekwalificeerde leidinggevenden aan te trekken en te behouden, en
  • de Onderneming in een nadelige concurrentiepositie brengen ten opzichte van branchegenoten die met flexibelere beloningsstructuren werken.

• Risico van demotivatie en verstoorde

prikkels. Het Bezoldigings- en Benoemingscomité is van mening dat het vaststellen van prestatievoorwaarden over een periode van drie jaar, in een snel veranderende economische en operationele omgeving, door leidinggevenden kan worden gezien als onvoldoende beïnvloedbaar, losstaand van hun feitelijke invloedssfeer en onderhevig aan externe ontwikkelingen die geen verband houden met hun prestaties.

Dit kan leiden tot demotivatie en ongewenst gedrag, wat in strijd zou zijn met de doelstelling om duurzame waardecreatie te bevorderen.

  • • Voortdurende afstemming op langetermijnbelangen en bescherming van aandeelhouders. De gevraagde afwijking houdt geen verzwakking in van het streven van de Groep naar deugdelijk corporate governance, risicobeheer of waardecreatie op lange termijn. De variabele bezoldiging blijft:
  • onderworpen aan strikte prestatiecriteria die zijn afgestemd op de strategie van de Onderneming,
  • gemaximeerd op vooraf vastgestelde niveaus,
  • onderworpen aan terugvorderings- en malusbepalingen, indien van toepassing, en
  • onder toezicht van het Bezoldigings- en Benoemingscomité.

Bovendien blijft de Vennootschap andere mechanismen gebruiken (zoals strategische KPI's, financiële discipline en langetermijnincentiveplannen) om ervoor te zorgen dat de bezoldiging van bestuurders in overeenstemming is met de langetermijnbelangen van aandeelhouders en belanghebbenden.

Gezien bovenstaande overwegingen is de Raad van Bestuur van mening dat een afwijking van de spreidingsvereiste van artikel 7:91 WVV gerechtvaardigd en evenredig is en in het beste belang van de Groep, en zal hij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders daarom verzoeken deze afwijking overeenkomstig de wet goed te keuren.

6.2 Ons bezoldigingsbeleid in het kort

In dit hoofdstuk wordt het bezoldigingsbeleid beschreven dat op 28 februari 2024 door het Bezoldigings- en Benoemingscomité is beoordeeld en goedgekeurd en op dezelfde dag door de Raad van Bestuur is aangenomen. Het beleid werd aangenomen tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 28 mei 2024 en trad in werking op 1 januari 2024.

Het is ter inzage beschikbaar op de website van de Onderneming. De inhoud van het beleid werd vastgesteld in overeenstemming met de vereisten van de Aandeelhoudersrechtenrichtlijn, het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de Belgische Corporate Governance Code.

Wijzigingen in het bezoldigingsbeleid 2024 zullen worden voorgesteld aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2026.

zie sectie 6.1.4 voor meer details.

6.2.1 Bestuurders

Volgens de beleidsvoorwaarden ontvangen de bestuurders een vaste vergoeding/voorschot en een aanwezigheidsvergoeding, terwijl de comitéleden een aanwezigheidsvergoeding ontvangen.

in EUR
RAAD VAN BESTUUR COMITÉ
BESTUURDERS VOORZITTER LID VOORZITTER LID
Vaste vergoeding 30.000 15.000 n.v.t. n.v.t.
Aanwezigheidsvergoeding 5.000 2.500 5.000 2.500

In overeenstemming met het beleid, ontvangen niet-uitvoerende bestuurders geen variabele en/ of aandelengerelateerde beloning zoals bedoeld in principe 7.6. van de Corporate Governance Code 2020. Recticel is van mening dat de doelstellingen van de Corporate Governance Code, namelijk het bevorderen van de verwezenlijking van strategische doelstellingen in overeenstemming met de risicobereidheid en gedragsnormen van de Onderneming en het bevorderen van duurzame waardecreatie, beter gediend zijn door de niet-uitvoerende bestuurders volledig in contanten te vergoeden om belangenconflicten te vermijden en hun volledige financiële onafhankelijkheid te garanderen.

Niet-uitvoerende bestuurders ontvangen geen enkel ander voordeel. Kosten voor internationale reizen worden rechtstreeks door Recticel betaald.

Uitvoerende bestuurders worden beloond in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid voor de leden van het Managementcomité en eventuele aan de uitvoerende bestuurders betaalde bestuurdersvergoeding worden in mindering gebracht op de beloning die zij ontvangen als lid van het Managementcomité.

Het niveau en de structuur van de vergoeding van de bestuurders wordt regelmatig getoetst aan de praktijk in de BEL Mid-markt. In februari 2025 werd Willis Towers Watson door het Bezoldigings- en Benoemingscomité gevraagd om de huidige niveaus van de bestuursvergoedingen te benchmarken. De BEL Midindex omvatte toen de volgende 23 ondernemingen: Aperam, Ascencio, Barco, bpost, Brederode, Care Property Invest, Colruyt, DEME, EVS, Fagron, Gimv, Ion Beam Applications, Kinepolis, Montea, Bekaert, Ontex, Proximus, Retail Estates, Shurgard, Tessenderlo, TINC, VGP en Xior. Bijgevolg heeft het Comité aanbevolen de vergoedingsniveaus ongewijzigd te laten.

6.2.2 Managementcomité

Het niveau en de structuur van de vergoeding van de leden van het Managementcomité worden jaarlijks herzien door het Bezoldigings- en Benoemingscomité, dat vervolgens een voorstel ter goedkeuring voorlegt aan de Raad van Bestuur. Bij het bepalen van de vergoedingsniveaus voor de leden van het Managementcomité hanteert Recticel een Belgisch referentiekader dat bestaat uit ondernemingen van vergelijkbare grootte (vergeleken op basis van de inkomsten) en exclusief de financiële sector. Het doel is om een bezoldigingsniveau vast te leggen dat, als algemene regel, op of rond het mediaanniveau van de markt ligt en dit voor zover de prestaties van het bedrijf het zich kunnen veroorloven.

De laatste benchmarkstudie die door Willis Towers Watson werd opgesteld in de aanloop naar de bezoldigingsherzieningscyclus van 2023 omvatte 15 bedrijven in België: Agfa-Gevaert, Aliaxis, Allnex, Azelis, Barco, Carmeuse, Deceuninck, Etex, H. Essers, Lhoist, Lotus, Ontex, Tessenderlo, Umicore en Vandemoortele. Ze werden geselecteerd op basis van de relevantie van hun activiteiten voor de Recticel Group en hun relatieve omvang.

Het totale bezoldigingspakket van de leden van het Managementcomité bestaat uit de volgende onderdelen.

Vaste vergoeding

Bij het bepalen van de salarisniveaus wordt rekening gehouden met de individuele rol, ervaring, prestaties en marktgebruiken.

Bestuurdersvergoedingen betaald aan de Uitvoerende Bestuurders worden in mindering gebracht op de vergoeding ontvangen als lid van het Managementcomité.

Andere voordelen

De leden van het Managementcomité ontvangen voordelen in overeenstemming met het bezoldigingsbeleid van Recticel, dat bepaalt dat voordelen worden verstrekt in overeenstemming met competitieve praktijken in de markt waar het betreffende lid van het Managementcomité is gevestigd. De voordelen omvatten voornamelijk hospitalisatie, dekking tegen arbeidsongeschiktheid en een bedrijfswagen. Leden die werken via een managementvennootschap ontvangen geen voordelen, hoewel bepaalde kosten afzonderlijk in rekening kunnen worden gebracht.

Korte-termijnincentive (jaarlijkse bonus)

De bonus wordt uitgedrukt als een percentage van de basisvergoeding. De uitbetaling is afhankelijk van het behalen van vooraf bepaalde collectieve en persoonlijke doelstellingen:

  • Voor drempelprestaties: de bonus wordt niet uitbetaald.
  • Voor prestatie op targetniveau: de uitbetaling van de bonus zal 100% bedragen van het basissalaris voor de CEO en 37,50% voor de overige leden van het Managementcomité.
  • Voor maximale prestaties: de uitbetaling van de bonus bedraagt 150% van het basissalaris voor de CEO. Voor de overige leden van het Managementcomité is dit 62,50%.
  • Er is geen beleid voor uitgestelde betaling van toepassing.

Lange-termijnincentive

Het lange-termijnincentiveplan wordt toegekend in de vorm van aandelenopties. Het is ontworpen om de belangen van leidinggevenden en sleutelfiguren af te stemmen op de lange-termijnbelangen van aandeelhouders, waarbij volledig rekening wordt gehouden met de specifieke juridische, fiscale en marktomstandigheden in België.

Aandelenopties zorgen inherent voor een directe en duurzame afstemming op het creëren van aandeelhouderswaarde. Begunstigden kunnen alleen waarde realiseren als de aandelenkoers van de Onderneming in de loop van de tijd boven de uitoefenprijs stijgt. Als de aandelenkoers niet stijgt, blijven de opties 'out of the money' en leveren ze geen enkel voordeel op. Deze structuur zorgt ervoor dat deelnemers economisch op één lijn zitten met aandeelhouders en aan hetzelfde neerwaartse risico zijn blootgesteld. Het plan bevat daarom een marktgebaseerde prestatievoorwaarde: duurzame aandelenkoersgroei op de lange termijn. Dit is een algemeen aanvaard mechanisme op de Belgische markt en verschilt conceptueel van korte-termijn- of gegarandeerde incentive-uitkomsten.

In België zijn aandelenopties onderworpen aan belasting bij toekenning, in plaats van bij definitieve toekenning of uitoefening, wat verschilt van veel andere rechtsgebieden. Bijgevolg vermindert het koppelen van aanvullende interne financiële of nietfinanciële prestatievoorwaarden aan aandelenopties de effectiviteit ervan als lange-termijnstimulans aanzienlijk. Deelnemers betalen belasting op het moment van toekenning en dragen een onmiddellijk persoonlijk financieel risico, ongeacht de toekomstige prestaties van de Onderneming. Het economische resultaat voor de deelnemers blijft volledig afhankelijk van de waardestijging van de aandelenkoers op

lange termijn. Bovendien hebben deelnemers, in tegenstelling tot aandeelhouders, geen recht op dividend totdat zij hun opties uitoefenen, noch hebben zij recht op enige vorm van compensatie.

Het belastingstelsel verklaart waarom de overgrote meerderheid van de Belgische beursgenoteerde ondernemingen aandelenopties toekent zonder aanvullende prestatievoorwaarden voor definitieve toekenning. In deze context wordt een op tijd gebaseerde definitieve toekenning in combinatie met een marktgedreven resultaat beschouwd als een passende en evenredige stimuleringsstructuur. Het lange-termijnincentiveplan is in overeenstemming met de Belgische marktpraktijk en de fiscale realiteit.

Het lange-termijnincentiveplan voldoet volledig aan het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, de Belgische Corporate Governance Code en de wettelijke minimale wachtperiode van drie jaar die van toepassing is op op aandelen gebaseerde bezoldigingen. Het plan beoogt geen afwijking van de wettelijke wachtperiode-eisen en is ontworpen met een duidelijke lange-termijnhorizon, ter ondersteuning van het behoud van sleutelfiguren in het management, continuïteit en duurzame waardecreatie. Het aandelenoptieplan is niet bedoeld om korte-termijnprestaties te belonen of gegarandeerde resultaten te bieden. In plaats daarvan stimuleert het deelnemers om bij te dragen aan het lange-termijnsucces van de Onderneming, in de wetenschap dat persoonlijk financieel gewin alleen mogelijk is als de aandeelhouders zelf profiteren van een aanhoudende stijging van de aandelenkoers. Opties die in 2025 worden toegekend, kunnen niet worden uitgeoefend vóór 1 januari 2029, noch later dan 15 juni 2032.

Elk jaar vraagt de Raad van Bestuur de Algemene Vergadering van Aandeelhouders om toestemming voor de uitgifte van een bepaald aantal aandelenopties. Dit aandelenpakket wordt verdeeld onder de CEO, de overige leden van het Managementcomité, geselecteerde leden van de leidinggevende teams van de divisies en geselecteerde medewerkers met hoge prestaties/ groot potentieel, in overeenstemming met een schema dat is voorgesteld door het Bezoldigings- en Benoemingscomité en is goedgekeurd door de Raad van Bestuur. De details van de individuele toewijzing van de voorziene toekenning voor 2026 worden vermeld in sectie 6.1, Vooruitblik. De individuele details van eerdere toekenningen aan de CEO en de overige leden van het Managementcomité worden vermeld in sectie 6.5, Aandelengerelateerde bezoldiging.

Recticel drukt het recht op aandelenopties niet uit als een percentage van het basissalaris, gezien het vrij theoretische en volatiele karakter van de waardering. Recticel geeft er de voorkeur aan het recht uit te drukken als een vooraf vastgesteld aantal aandelenopties per begunstigde, afhankelijk van zijn/haar bijdrage aan de Groep, zoals hierboven toegelicht. Deze benadering biedt ook het beste inzicht in de impact van toekomstige toekenningen op de verwatering. Wanneer het recht wordt uitgedrukt als een percentage van het salaris, hangt het werkelijke aantal toe te kennen aandelenopties af van de aannames die worden gehanteerd om de aandelenopties op het moment van toekenning te waarderen. Het aantal is daarom onvoorspelbaar en kan van jaar tot jaar aanzienlijk variëren. Dit is niet het geval wanneer de toekenningen worden uitgedrukt in de vorm van een vooraf bepaald aantal aandelenopties per categorie begunstigde. De Recticel Group vergelijkt ook regelmatig de vergoedingspakketten van de CEO en de overige leden van het Managementcomité om ervoor te zorgen dat de omvang van de toekenningen marktconform blijft en dat hun aandeel betekenisvol blijft in verhouding tot de basisvergoeding en de korte-termijnincentive. De theoretische Black-Scholes-waarde van de toekenning tijdens het verslagjaar wordt vermeld in sectie 6.4.3.2. De totale waarde van de aandelenoptieplannen wordt gepubliceerd in het jaarlijks financieel verslag in sectie 7.2.6.2.

Pensioen

Voordelen worden toegekend aan leden van het Managementcomité in loondienst, in lijn met de gangbare praktijk in de markt waar de leidinggevenden werkzaam zijn. Leden van het Managementcomité die vóór 2003 in België in dienst zijn getreden, zijn opgenomen in het Recticel Defined Benefit Plan; leden die sinds 2003 extern zijn aangeworven, zijn opgenomen in het Recticel Defined Contribution Plan. Er worden geen voordelen toegekend aan leden van het Managementcomité die via een managementvennootschap opereren.

Opzegtermijn of ontslagvergoeding

Bij beëindiging van het dienstverband van een lid van het Managementcomité door de Onderneming zal Recticel Group een opzegtermijn van 12 maanden

toepassen, tenzij andere toepasselijke wettelijke bepalingen een langere opzegtermijn voorschrijven.

Contract

In 2025 verleenden de CEO en drie overige leden van het Managementcomité diensten via een managementvennootschap. De overige leden zijn werknemers in loondienst.

Terugvorderingsrecht

Er zijn geen terugvorderingsbepalingen van kracht voor het jaarlijkse bonusplan, in afwijking van principe 7.12 van de Belgische Corporate Governance Code. Recticel Group is van mening dat de Onderneming, op basis van algemene rechtsbeginselen, betalingen kan terugvorderen (1) indien deze onterecht waren of (2) in geval van fraude. De Onderneming wenst niet opnieuw te onderhandelen over bestaande overeenkomsten met leden van het Managementcomité om te voorzien in aanvullende terugvorderingsmogelijkheden.

Zoals toegelicht in sectie 6.1.4, Vooruitblik, zal de Raad van Bestuur tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2026 voorstellen om een terugvorderingsclausule op te nemen in de korte-termijnincentive van de nieuw aangestelde CEO en de overige leden van het Managementcomité.

Richtlijnen inzake aandelenbezit

De leden van het Managementcomité worden aangemoedigd om gedurende een periode van vijf jaar een aandelenbezit in de Onderneming op te bouwen ter waarde van maximaal 50% van hun jaarlijkse bruto basisbezoldiging, bij voorkeur door een deel van de aandelen die zij aankopen in het kader van het bestaande aandelenoptieplan te behouden.

6.3 Bezoldiging van nietuitvoerende bestuurders

De volgende tabel geeft de totale vergoeding weer voor elke niet-uitvoerende bestuurder in 2025.

in EUR
Naam VASTE VERGOEDING AANWEZIGHEIDSVERGOEDING
D.A.S.T. BV, vertegenwoordigd door Wim Dejonghe 30.000,0 55.000
BALTISSE NV, vertegenwoordigd door Filip Balcaen 15.000,0 17.500
IMRADA BV, vertegenwoordigd door Ingrid Merckx ¹ 6.099,0 5.000
FOXFIN BV, vertegenwoordigd door Barbara De Saedeleer ² 8.942,3 17.500
IRIDI BV, vertegenwoordigd door Frank Coenen 15.000,0 17.500
LUBIS BV, vertegenwoordigd door Luc Missorten 15.000,0 42.500
MOROXCO BV, vertegenwoordigd door Elisa Vlerick 15.000,0 25.000
REF.LEX BV, vertegenwoordigd door Astrid Rahn ² 8.942,3 15.000

¹ tot 27/05/2025 ² vanaf 27/05/2025

6.4 Bezoldiging van de leden van het Managementcomité

6.4.1 Totale bezoldiging

Een overzicht van de totale bezoldiging van de CEO en de overige leden van het Managementcomité in 2025 is te vinden in de onderstaande tabel.

in EUR
VASTE BEZOLDIGING VARIABELE BEZOLDIGING VERHOUDING VAN VASTE EN VARIABELEBEZOLDIGING
VASTEVERGOEDING ANDEREVOORDELEN JAARLIJKSEBONUSd LANGETERMIJNINCENTIVE BIJZONDEREITEMS c PENSIOENKOSTEN TOTALE BEZOLDIGING(1+2+3+4) VAST VARIABEL
Naam van de begunstigde 1 2 3 4 5 (1+4)/(5-3) (2)/(5-3)
CORAL & WALLACE BV, vertegenwoordigd door Jan Vergote (CEO)(a) 671.360 0 468.959 0 0 0 1.140.319 59% 41%
Overige leden van het Managementcomité (b) 1.983.039 76.544 646.713 0 125.000 98.524 2.929.820 77% 23%

(a) Alleen de CEO ontvangt vergoedingen als Uitvoerend Bestuurder. Deze zijn opgenomen in de basisbezoldiging en worden daarom niet in een aparte kolom in de bovenstaande tabel weergegeven.

(b) De tabel bevat de bezoldiging verdiend en betaald aan de overige leden van het Managementcomité, met inbegrip van

  • » Betty Bogaert, Chief Information & Digitalisation Officer, voor het volledige jaar,
  • » Stefaan Debusschere, CEO Insulation Boards Division, sinds 1 maart 2025,
  • » Rob Nijskens, Chief HR Officer, voor het volledige jaar,
  • » Nay Tawile, CEO Insulated Panels Division, sinds 2 juni 2025,
  • » Bart Van den Eede, Chief Finance Officer, voor het volledige jaar, en

» Stijn Vermeulen, Chief Operations Officer, voor het volledige jaar.

De vergoeding van de CHRO omvat twee maanden garden leave. Na de beëindiging van de arbeidsrelatie in onderling overleg was geen ontslagvergoeding verschuldigd (zie ook sectie 6.1.2).

(c) De totale vergoeding van de overige leden van het Managementcomité omvat niet de bijkomende vergoeding die de CFO aan Ascorium GmbH, een niet-geconsolideerde joint venture van de Recticel Group, heeft gefactureerd voor zijn diensten als Geschäftsführer in 2025.

Verhouding tussen vaste en variabele bezoldiging

6.4.2 Vaste bezoldiging

6.4.2.1 Vaste vergoeding

De onderstaande tabel toont de vaste vergoeding die in 2025 daadwerkelijk is betaald aan de CEO en de overige leden van het Managementcomité en hoe dit zich verhoudt tot 2024.

2024 2025 2025 VS.2024
CORAL & WALLACE BV,vertegenwoordigd door Jan Vergote(CEO) (a) 671.360 671.360 0%
Overige leden van hetManagementcomité (b) 1.278.738 1.983.039 55%

(a) De vaste vergoeding voor CORAL & WALACE BV omvat de vergoedingen die worden ontvangen als lid van de Raad van Bestuur (EUR 30.000 in 2025).

(b) De stijging op jaarbasis van de gerapporteerde bezoldiging van de overige leden van het Managementcomité is te verklaren door de toetreding van twee nieuwe leden in de loop van het jaar: Stefaan Debusschere, CEO Insulation Boards, en Nay Tawile, CEO Insulated Panels.

6.4.2.2 Andere voordelen

Het bedrag vermeld in de kolom "Andere voordelen" in de totale bezoldigingstabel in sectie 6.4.1 heeft betrekking op de volgende voordelen: verzekeringen (overlijden, arbeidsongeschiktheid, ziektekosten), kosten voor een bedrijfswagen en kosten voor een mobiele telefoon. Het omvat geen pensioen (dat apart wordt vermeld onder "pensioenlasten").

6.4.3 Variable bezoldiging

JAARLIJKSE BONUS + LANGE-

TERMIJNINCENTIVE

6.4.3.1 Korte-termijnincentive (jaarlijkse bonus)

Prestaties in 2025 ten opzichte van de doelstellingen

De korte-termijnincentive is afhankelijk van het behalen van vooraf vastgestelde collectieve en persoonlijke doelstellingen.

CEO

Overige leden van het Managementcomité

Voor de CEO worden de collectieve doelstellingen voor het prestatiejaar 2025 bepaald op groepsniveau en bestaan uit de aangepaste EBITDA van de Groep (gewicht 60%), de vrije kasstroom van de Group (gewicht 10%) en de koolstofintensiteit van de Groep (gewicht 5%). De bonusuitkering wordt voor elke doelstelling afzonderlijk berekend. Het uitbetalingsschema voorziet altijd in minimum, target en maximum prestatieniveaus met overeenkomstige uitbetalingsniveaus die worden bepaald langs een rechte lijn tussen elk controlepunt. Als algemene regel geldt dat voor alle collectieve doelstellingen het behalen van het budget 100% van de bonusuitbetaling oplevert. Er is geen uitbetaling verschuldigd indien het niveau van de aangepaste EBITDA dat in 2025 wordt bereikt, lager is dan of gelijk is aan 85% van het begrote niveau (80% voor de vrije kasstroom). De maximale uitbetaling (150%) wordt bereikt als het behaalde niveau van de aangepaste EBITDA 115% van het budget bedraagt (140% voor de vrije kasstroom). Voor de ESG-doelstelling levert een daling van de koolstofintensiteit met 10% op jaarbasis een uitbetaling van 100% op. Er is geen uitbetaling verschuldigd als de daling 5% of minder bedraagt. De maximale uitbetaling (150%) wordt bereikt als de daling 15% of meer bedraagt. Persoonlijke doelstellingen (gewicht 25%) bestaan uit een selectie van drie tot vijf SMART-doelstellingen. De persoonlijke doelstellingen richten zich voornamelijk op fusies en overnames, bedrijfsgroei en operationele excellence. De uitbetaling varieert van 0% tot 150%, afhankelijk van de mate waarin ze worden behaald, en komt bovenop de uitbetaling van de collectieve

Voor de overige leden van het Managementcomité

doelstellingen.

zijn de collectieve doelstellingen voor 2025: vrije kasstroom (gewicht 10%), aangepaste EBITDA (gewicht 35%) en koolstofintensiteit (gewicht 5%). Voor de functiehoofden (Chief Financial Officer, Chief Operations Officer, Chief Human Resources Officer, Chief Information & Digitalisation Officer) worden de collectieve doelstellingen op groepsniveau vastgesteld. Voor de CEO's van de divisies worden deze vastgesteld op het niveau van hun respectieve divisie (Insulation Boards of Insulated Panels). De bonusuitkering wordt voor elke doelstelling afzonderlijk berekend. Het uitbetalingsschema voorziet altijd in minimum, target en maximum prestatieniveaus met overeenkomstige uitbetalingsniveaus die worden bepaald langs een rechte lijn tussen elk controlepunt. Als algemene regel geldt dat voor alle collectieve doelstellingen het behalen van het budget 75% van de bonusuitkering oplevert. Er is geen uitbetaling verschuldigd indien het niveau van de aangepaste EBITDA dat in 2025 wordt bereikt, lager is dan of gelijk is aan 85% van het begrote niveau (80% voor de vrije kasstroom). De maximale

uitkering (125%) wordt bereikt als het behaalde niveau van de aangepaste EBITDA 115% van het budget bedraagt (140% voor de vrije kasstroom). Voor de ESG-doelstelling levert een daling van de koolstofintensiteit met 10% op jaarbasis een uitbetaling van 75% op. Er is geen uitbetaling verschuldigd als de daling 5% of minder bedraagt. De maximale uitbetaling (125%) wordt bereikt als de daling 15% of meer bedraagt. Persoonlijke doelstellingen (gewicht 50%) bestaan uit een selectie van drie tot vijf SMART-doelstellingen. De persoonlijke doelstellingen richten zich voornamelijk op fusies en overnames, bedrijfsgroei en operationele excellence. De uitbetaling varieert van 0% tot 125%, afhankelijk van de mate waarin ze worden behaald, en komt bovenop de uitbetaling van de collectieve doelstellingen.

Uitbetalingsverloop 2025

CEO

GEWICHT PRESTATIENIVEAU MINIMUM TARGET MAXIMUM
10,00% Vrije Kasstroom (% budget) 80,00% 100,00% 140,00%
60,00% Aangepaste EBITDA (% budget) 85,00% 100,00% 115,00%
5,00% Koolstofintensiteit -5,00%
25,00% Persoonlijke doelstellingen 0,00% 100,00% 150,00%
GEWICHT OVEREENKOMSTIGE UITBETALING(% VASTE VERGOEDING) MINIMUM TARGET MAXIMUM
10,00% Vrije Kasstroom 0,00% 10,00% 15,00%
60,00% Aangepaste EBITDA 0,00% 60,00% 90,00%
5,00% Koolstofintensiteit 0,00% 5,00% 7,50%
25,00% Persoonlijke doelstellingen 0,00% 25,00% 37,50%
100,00% Totaal 0,00% 100,00% 150,00%

Overige leden van het Managementcomité

GEWICHT PRESTATIENIVEAU MINIMUM TARGET MAXIMUM
10,00% Vrije Kasstroom (% budget) 80,00% 100,00% 140,00%
35,00% Aangepaste EBITDA (% budget) 85,00% 100,00% 115,00%
5,00% Koolstofintensiteit -5,00% -10,00% -15,00%
50,00% Persoonlijke doelstellingen 0,00% 75,00% 125,00%
GEWICHT OVEREENKOMSTIGE UITBETALING(% VASTE VERGOEDING) MINIMUM TARGET MAXIMUM
10,00% Vrije Kasstroom 0,00% 3,75% 6,25%
35,00% Aangepaste EBITDA 0,00% 13,12% 21,87%
5,00% Koolstofintensiteit 0,00% 1,88% 3,13%
50,00% Persoonlijke doelstellingen 0,00% 18,75% 31,25%

Artikel 7:91 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen schrijft voor dat variabele vergoedingen over een periode van drie jaar moeten worden gespreid indien bepaalde drempels worden overschreden. De drempel van 25% werd overschreden in het geval van de CEO en alle overige leden van het Managementcomité. Daarom heeft de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2025 voorgesteld om een afwijking van deze regel goed te keuren, in overeenstemming met de mogelijkheid die de wetgeving biedt. Dit voorstel werd goedgekeurd tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 2025.

Uitbetaling van de kortetermijnincentive voor het prestatiejaar 2025

De realisatie van de prestatiedoelstellingen werd gemeten over de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025. Overeenkomstig ons bezoldigingsbeleid werd de prestatie van de CEO door het Bezoldigings- en Benoemingscomité beoordeeld op basis van de geauditeerde bedrijfsresultaten, alvorens een voorstel aan de Raad van Bestuur te worden voorgelegd. De evaluatie van de overige leden van het Managementcomité werd uitgevoerd door de CEO op basis van de geauditeerde bedrijfsresultaten. De CEO besprak dit vervolgens met het Bezoldigings- en Benoemingscomité alvorens een voorstel voor te leggen aan de Raad van Bestuur.

De Onderneming is van mening dat transparante en zinvolle informatieverschaffing over bezoldigingen een hoeksteen is van deugdelijk corporate governance en aandeelhoudersbetrokkenheid. In dit kader verstrekt de Onderneming uitgebreide informatie over de algemene opzet, prestatiemaatstaven, weging, governancewaarborgen en resultaten van haar jaarlijkse bonusregeling, waardoor aandeelhouders de afstemming tussen bezoldiging en prestaties kunnen beoordelen.

De Onderneming heeft echter vastgesteld dat het niet in het belang van de aandeelhouders is om afzonderlijke kwantitatieve bonusdoelstellingen openbaar te maken, ook niet met terugwerkende kracht, vanwege het commercieel gevoelige karakter van deze informatie.

De jaarlijkse bonusdoelstellingen vloeien rechtstreeks voort uit de operationele prioriteiten van de Onderneming op korte termijn,

de strategische groeiambities, de aannames inzake prijsstelling, de margedoelstellingen, de plannen voor kapitaalallocatie en specifieke (soms meerjarige) projecten en verkoopdoelstellingen. Openbaarmaking van deze doelstellingen – zelfs na afsluiting van het boekjaar – zou:

  • vertrouwelijke strategische benchmarks en interne prestatiedrempels onthullen;
  • concurrenten en andere marktdeelnemers inzicht geven in de verwachtingen, planningsaannames en uitvoeringsinstrumenten van het management;
  • de concurrentiepositie en onderhandelingspositie van de Onderneming ten opzichte van klanten, leveranciers en andere belanghebbenden mogelijk verzwakken.

De Onderneming is van mening dat het risico van een concurrentienadeel zwaarder weegt dan het incrementele voordeel van het openbaar maken van precieze streefcijfers, met name in een dynamische en concurrerende marktomgeving.

In overeenstemming met de marktpraktijk die door toonaangevende stemadviseurs wordt erkend, benadrukt de Onderneming dat effectieve openbaarmaking van bezoldigingsregelingen aandeelhouders in staat moet stellen te beoordelen of:

  • de prestatievoorwaarden streng en relevant zijn;
  • uitkeringen duidelijk gekoppeld zijn aan behaalde prestaties;
  • de bezoldigingsresultaten in overeenstemming zijn met de financiële, operationele en strategische resultaten van de Onderneming tijdens de verslagperiode.

Dienovereenkomstig maakt de Vennootschap het volgende bekend:

  • de belangrijkste prestatie-indicatoren die worden gebruikt voor de jaarlijkse bonus (financieel en niet-financieel);
  • de relatieve weging van elke component;
  • het prestatiebeoordelingskader, inclusief drempel, doelstelling en maximale uitbetalingsmogelijkheden;
  • een kwalitatieve toelichting op de prestaties ten opzichte van de doelstellingen op jaarbasis;
  • de daadwerkelijk toegekende bonusbedragen en de onderliggende motivering voor die bedragen;
  • de toepassing van de discretionaire bevoegdheid van het Bezoldigingsen Benoemingscomité, indien van toepassing.

De Raad van Bestuur is van mening dat dit niveau van openbaarmaking aandeelhouders een duidelijk en evenredig inzicht verschaft in de afstemming van bezoldiging op

prestaties, zonder de Onderneming bloot te stellen aan onnodige commerciële risico's.

Het Bezoldigings- en Benoemingscomité behoudt het volledige toezicht op het vaststellen van prestatiedoelstellingen, de afstemming daarvan en de bepaling van de uitkomsten. De doelstellingen worden voorafgaand aan het prestatiejaar vastgesteld, zijn passend uitdagend en worden onafhankelijk beoordeeld binnen het bestuurskader.

De Onderneming blijft zich inzetten voor een voortdurende dialoog met aandeelhouders en stemadviseurs en toetst haar openbaarmakingsbeleid regelmatig aan de hand van de zich ontwikkelende best practices. De Raad van Bestuur zal de omvang van de openbaarmaking van doelstellingen blijven herzien in het licht van veranderingen in de concurrentiesituatie, regelgevende richtlijnen en verwachtingen van beleggers.

Begunstigde DOELSTELLINGEN VAN DE JAARLIJKSE BONUS GEWICHT DAADWERKELIJKEUITBETALING(% VAN VASTEVERGOEDING) DAADWERKELIJKEWAARDE (IN EUR)
Vrije Kasstroom (Group) 10,00% 4,46% 29.930
Collectievedoelstellingen Aangepaste EBITDA (Group) 60,00% 35,77% 240.138
CORAL & WALLACE BV,vertegenwoordigd Koolstofintensiteit (Group) 5,00% 7,50% 50.352
door Jan Vergote(CEO) Persoonlijkedoelstellingen 25,00% 22,13% 148.538
Totaal 100,00% 69,85% 468.959
Vrije Kasstroom (Group ofDivisie afhankelijk van positie) 10,00% 1,42% 26.941
Collectievedoelstellingen Aangepaste EBITDA (Group ofDivisie afhankelijk van positie) 35,00% 9,60% 182.265
Overigeleden van hetManagementcomité Koolstofintensiteit (Group ofDivisie afhankelijk van positie) 5,00% 3,13% 59.347
Persoonlijkedoelstellingen 50,00% 19,91% 378.159
Totaal 100,00% 34,06% 646.713

6.4.3.2 Lange-termijnincentive

Toekenning in 2025

Recticel Group biedt haar uitvoerend management een langetermijnincentive (LTI) aan via jaarlijkse toekenningen van aandelenopties. Het LTI-plan is bedoeld om duurzame waardecreatie te bevorderen, de afstemming tussen leidinggevenden en aandeelhouders te versterken en het behoud van sleutelfiguren op lange termijn te ondersteunen.

Aandelenopties zijn bijzonder geschikt in de Belgische context. Onder het gunstige Belgische belastingstelsel worden aandelenopties belast op het moment van toekenning in plaats van bij uitoefening, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Aandelenopties zijn in deze context een geschikt LTI-instrument, aangezien hun waarde rechtstreeks gekoppeld is aan de ontwikkeling van de aandelenkoers van de Onderneming in de loop van de tijd. Leidinggevenden realiseren alleen waarde voor zover aandeelhouders profiteren van de stijging van de aandelenkoers, waardoor een sterke afstemming van belangen wordt versterkt. Het plan bevordert ook een lange-termijnfocus, aangezien opties in de loop van de tijd definitief worden en afhankelijk blijven van voortdurende dienstbetrekking.

De omvang van de jaarlijkse machtiging wordt bepaald op basis van twee belangrijke principes:

  • een jaarlijkse verwateringsrichtlijn van maximaal 1% per jaar; en
  • een toewijzingsschema dat wordt voorgesteld door het Bezoldigings- en Benoemingscomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur, rekening houdend met de rol, de reikwijdte van de verantwoordelijkheden en de marktpositie van de begunstigden.

Volgens de huidige praktijk bedragen de jaarlijkse toekenningen 125.000 aandelenopties voor de CEO en 30.000 aandelenopties voor elk ander lid van het Managementcomité (vijf begunstigden in 2025). Bij wijze van uitzondering heeft de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het Bezoldigingsen Benoemingscomité, ingestemd met de toekenning van 20.000 extra aandelenopties aan de nieuw aangestelde CEO van de Insulation Boards divisie om zijn aanwerving veilig te stellen. Leden van de leidinggevende teams van de divisies hebben recht op toekenningen van elk 15.000 aandelenopties (zeven begunstigden in 2025). Een selectie van medewerkers met hoge prestaties/groot potentieel kan elk 10.000 aandelenopties ontvangen (twee begunstigden in 2025). In totaal omvatte het plan 15 leidinggevenden in 2025.

In lijn met voorgaande jaren heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in mei 2025 de uitgifte van maximaal 450.000 warrants goedgekeurd onder het jaarlijkse aandelenoptieplan. De toekenning vond plaats in juni 2025 en kwam overeen met 0,72% van het uitstaande aandelenkapitaal en een stemverwateringspercentage (geauditeerd) van 4,55% (alle plannen samen) wat binnen algemeen aanvaarde marktstandaarden blijft.

De Raad van Bestuur beschouwt het totale niveau van de aandelenbezoldigingen als evenwichtig en evenredig. Het LTIplan zorgt ervoor dat de totale bezoldiging van de leidinggevenden concurrerend blijft op de relevante arbeidsmarkten, ondersteunt het behoud van sleuteltalent en stemt de lange-termijnincentive van leidinggevenden af op het creëren van aandeelhouderswaarde, terwijl het in overeenstemming blijft met deugdelijke bestuursnormen en het streven van de vennootschap naar verantwoorde bezoldigingspraktijken.

De onderstaande tabel toont de toekenningen aan de CEO en de overige leden van het Managementcomité in juni 2025. De theoretische waarde van de opties op het moment van toekenning wordt berekend

door toepassing van de Black-Scholes-formule, rekening houdend met bepaalde aannames met betrekking tot dividenduitkering (dividendrendement: 2,89%, rentevoet: 2,5550% en volatiliteit: 38,3%). Voor de toekenning in juni 2025 bedroeg de waarde EUR 3,0820 per warrant. Sectie 6.5, Aandelengerelateerde bezoldiging, bevat de details van de toekenningen aan de CEO en de overige leden van het Managementcomité.

Naam van de begunstigde AANTAL OPTIESTOEGEKEND UITOEFENPRIJS VANDE OPTIE (IN EUR) TOTALETHEORETISCHEWAARDE BIJ DETOEKENNING (IN EUR)
Jan Vergote (Chief Executive Officer) 125.000 10,74 385.250
Betty Bogaert (Chief Information & DigitalisationOfficer) 30.000 10,74 92.460
Stefaan Debusschere (Chief Executive OfficerInsulation Boards) 50.000 10,74 154.100
Rob Nijskens (Chief Human Resources Officer) 30.000 10,74 92.460
Bart Van den Eede (Chief Financial Officer) 30.000 10,74 92.460
Stijn Vermeulen (Chief Operations Officer) 30.000 10,74 92.460

2025 verwerving

De volgende aandelenopties, met betrekking tot de toekenning van april 2021, zijn op 1 januari 2025 definitief verworven. De waarde bij definitieve verwerving komt overeen met het verschil tussen de aandelenprijs op het moment van definitieve verwerving en de uitoefenprijs van de optie.

Naam van de begunstigde AANTAL OPTIESDEFINITIEFVERWORVEN UITOEFENPRIJSVAN DE OPTIE(IN EUR) AANDELENPRIJSBIJ VERWERVING(IN EUR) WAARDE BIJVERWERVING(IN EUR)
Betty Bogaert (Chief Information &Digitalisation Officer) 30.000 12,44 10,48 0
Rob Nijskens (Chief Human ResourcesOfficer) 30.000 12,44 10,48 0

6.4.4 Buitengewone posten

De buitengewone posten bestaan uit de betaling van een aanstellingsbonus aan de CEO van de divisie Insulation Boards voor een totaalbedrag van EUR 125.000, uitbetaald in twee gelijke termijnen, de eerste één maand na indiensttreding en de tweede zes maanden na indiensttreding, op voorwaarde dat de dienstverlener op die data nog steeds voor de Onderneming werkzaam was.

De aanstellingsbonus werd verstrekt als vervangende vergoeding ter compensatie van eventuele gederfde vergoedingen bij het aanvaarden van de nieuwe functie bij de Recticel Group.

De Raad van Bestuur oordeelde dat de toekenning gerechtvaardigd was gezien de noodzaak om de diensten van een hooggekwalificeerde leidinggevende binnen een competitief tijdsbestek veilig te stellen. De bewezen staat van dienst van de leidinggevende in het leiden van complexe bedrijfstransformaties binnen de bouwsector wordt als cruciaal beschouwd voor het realiseren van de strategische groeidoelstellingen van de vennootschap.

Bovendien erkende de Raad van Bestuur dat deelname aan de langetermijnincentiveregelingen van de Onderneming de voltooiing van een meerjarige wachtperiode vereist, wat kan leiden tot een tijdsverschil voor nieuw aangestelde leidinggevenden. De aanstellingsbonus was daarom bedoeld om deze overgangsperiode gedeeltelijk te overbruggen.

De Raad benadrukt dat de aanstellingsbonus werd toegekend in buitengewone aanwervingsomstandigheden, strikt éénmalig is en geen deel uitmaakt van de doorlopende bezoldigingsstructuur van de leidinggevende. De bonus verhoogt het vaste salaris niet structureel, noch wijzigt hij de opzet of omvang van de variabele bezoldigingsmogelijkheden, waardoor de afstemming op de lange-termijnprestaties van de Onderneming en de belangen van de aandeelhouders gewaarborgd blijft.

In dezelfde geest heeft de Raad van Bestuur besloten om de CEO van de divisie Insulation Boards in 2025 een extra toekenning van 20.000 aandelenopties te geven, bovenop de 30.000 aandelenopties die gewoonlijk zijn voorzien voor elk lid van het Managementcomité.

6.4.5 Pensioenkosten

in EUR
Naam van de begunstigde PENSIOENKOSTEN
CORAL & WALLACE BV, vertegenwoordigd door Jan Vergote (CEO) Inbegrepen inde vergoeding
Overige leden van het Managementcomité 98.524

Voor loontrekkenden van het Managementcomité in België rapporteert de Recticel Group

  • de werkelijke bijdragen aan het pensioenplan voor begunstigden van de regeling met vaste premiebedragen ("Defined Contribution"),
  • de service kost voor begunstigden van de regeling met vast eindresultaat ("Defined Benefit"), aangezien dit plan een collectief plan is.

6.4.6 Aanvullende informatie

Recticel Group heeft tijdens het verslagjaar geen terugvorderingsbepalingen toegepast.

Het aandelenbezit van de niet-uitvoerende bestuurders op 31 december 2025 wordt weergegeven in de onderstaande tabel.

Aandelenbezit van de niet-uitvoerende bestuurders

Bestuurder AANTAL AANDELEN
Wim Dejonghe 20.000
Filip Balcaen 0
Spring Holdco BV (Group Baltisse) 16.403.132
Frank Coenen 0
Luc Missorten 0
Elisa Vlerick 6.000
Astrid Rahn 0
Barbara De Saedeleer 0

De volgende tabel toont het aandelenbezit van de CEO en de overige leden van het Managementcomité op 31 december 2025. Hieruit blijkt dat het huidige niveau van aandelenbezit hoger is dan de richtlijn voor de CEO. Eén van de andere vier leden van het Managementcomité voldeed aan de beleidsvereiste.

Aandelenbezit van de leden van het Managementcomité

AANTAL AANDELENOP 31 DECEMBER2025 WAARDE VANAANDELEN OP 31DECEMBER 2025(IN EUR) TOTALE WAARDEVAN HETAANDELENBEZIT(IN EUR) NIVEAU VANAANDELENBEZIT(% VASTEVERGOEDING) DOELSTELLING VANAANDELENBEZIT(% VASTEVERGOEDING)
CEO 120.000 9,80 1.176.000 175% 50%
Overige leden van hetManagementcomité 92.165 9,80 903.217 64% gemiddeld 50%

De naleving van de richtlijn inzake aandelenbezit door de CEO en elk ander lid van het Managementcomité wordt bepaald door de waarde van het aantal aandelen dat op 31 december 2025 wordt aangehouden, te vergelijken met 50% van hun jaarlijkse basisbezoldiging op 31 december 2025. De waarde van de aangehouden aandelen wordt verkregen door het aantal aandelen dat op 31 december 2025 wordt aangehouden te vermenigvuldigen met de slotkoers van het aandeel op die datum (EUR 9,80).

6.5 Aandelengerelateerde bezoldiging

De onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van het begin- en eindsaldo en van de activiteiten gedurende het jaar met betrekking tot de op aandelen gebaseerde bezoldiging voor elk lid van het Managementcomité. In overeenstemming met de informatie in voorgaande tabellen zijn de aandelen gewaardeerd tegen reële waarde bij toekenning en tegen marktwaarde bij definitieve verwerving ("vesting").

VOORNAAMSTE VOORWAARDEN VAN DE AANDELENOPTIEPLANNEN INFORMATIE BETREFFENDE HET GERAPPORTEERDE BOEKJAAR
OPENINGSBALANS GEDURENDE HET JAAR EINDBALANS
Naam van de begunstigde SPECIFICATIE TOEKENNINGS DATUMWAAROP UITOEFENPERIODE UITOEFENPRIJSVAN DE OPTIE UITSTAANDEAANDELENOPTIES AAN TOEGEKENDEAANDELENOPTIES DEFINITIEFVERWORVENAANDELENOPTIES UITGEOEFENDEAANDELEN TOEGEKENDEMAAR NIETDEFINITIEF DEFINITIEFVERWORVEN MAAR
VAN HET PLAN DATUM DEFINITIEFVERWORVEN (IN EUR) HET BEGIN VAN HETJAAR AANTAL WAARDE (IN EUR) AANTAL WAARDE(IN EUR) OPTIES VERWORVENAANDELENOPTIES NIET UITGEOEFENDEAANDELENOPTIES
2024toekenning 17/06/2024 01/01/2028 01/01/2028 – 16/06/2031 12,92 125.000 0
Jan Vergote(Chief Executive Officer) 2025toekenning 16/06/2025 01/01/2029 01/01/2029 – 15/06/2032 10,74 125.000 125.000 385.250 125.000 0
Totaal 250.000 0
2019toekenning 28/06/2019 01/01/2023 01/01/2023 – 27/06/2026 7,90 30.000 0 0
2020toekenning 03/03/2020 01/01/2024 01/01/2024 – 02/03/2027 6,70 0 30.000
2021toekenning 12/05/2021 01/01/2025 01/01/2025 – 11/05/2028 12,44 30.000 0 0 30.000
Betty Bogaert(Chief Information & Digitalisation 2022toekenning 13/05/2022 01/01/2026 01/01/2026 – 12/05/2029 17,74 180.000 30.000 0
Officer) 2023toekenning 30/06/2023 01/01/2027 01/01/2027 – 29/06/2030 10,80 30.000 0
2024toekenning 17/06/2024 01/01/2028 01/01/2028 – 16/06/2031 12,92 30.000 0
2025toekenning 16/06/2025 01/01/2029 01/01/2029 – 15/06/2032 10,74 30.000 92.460 30.000 0
Totaal 120.000 60.000
2019toekenning 28/06/2019 01/01/2023 01/01/2023 – 27/06/2026 7,90 5.000 0 0
2020toekenning 03/03/2020 01/01/2024 01/01/2024 – 02/03/2027 6,70 5.000 0 0
2021toekenning 12/05/2021 01/01/2025 01/01/2025 – 11/05/2028 12,44 30.000 0 0 30.000
Rob Nijskens(Chief Human Resources Officer), 2022toekenning 13/05/2022 01/01/2026 01/01/2026 – 12/05/2029 17,74 130.000 30.000 0
tot 31/10/2025 2023toekenning 30/06/2023 01/01/2027 01/01/2027 – 29/06/2030 10,80 30.000 0
2024toekenning 17/06/2024 01/01/2028 01/01/2028 – 16/06/2031 12,92 30.000 0
2025toekenning 16/06/2025 01/01/2029 01/01/2029 – 15/06/2032 10,74 30.000 92.460 30.000 0
Totaal 120.000 30.000
INFORMATIE BETREFFENDE HET GERAPPORTEERDE BOEKJAAR
VOORNAAMSTE VOORWAARDEN VAN DE AANDELENOPTIEPLANNEN OPENINGSBALANS GEDURENDE HET JAAR EINDBALANS
Naam van de begunstigde SPECIFICATIEVAN HET PLAN TOEKENNINGS DATUMWAAROP UITOEFENPERIODE UITOEFENPRIJSVAN DE OPTIE UITSTAANDEAANDELENOPTIES AAN TOEGEKENDEAANDELENOPTIES DEFINITIEFVERWORVENAANDELENOPTIES UITGEOEFENDEAANDELEN TOEGEKENDEMAAR NIETDEFINITIEF DEFINITIEFVERWORDEN MAAR
DATUM DEFINITIEFVERWORVEN (IN EUR) HET BEGIN VAN HETJAAR AANTAL WAARDE (IN EUR) AANTAL WAARDE(IN EUR) OPTIES VERWORVENAANDELENOPTIES NIET UITGEOEFENDEAANDELENOPTIES
2024toekenning 17/06/2024 01/01/2028 01/01/2028 – 16/06/2031 12,92 15.000 0
Stijn Vermeulen(Chief Operations Officer) 2025toekenning 16/06/2025 01/01/2029 01/01/2029 – 15/06/2032 10,74 15.000 30.000 0
30.000 92.460 Totaal 45.000 0
Bart Van den Eede 2025toekenning 16/06/2025 01/01/2029 01/01/2029 – 15/06/2032 10,74 0 30.000 92.460 30.000 0
(Chief Financial Officer) Totaal 30.000 0
Stefaan Debusschere 2025toekenning 16/06/2025 01/01/2029 01/01/2029 – 15/06/2032 10,74 0 50.000 154.100 50.000 0
(Chief Executive Officer Boards) Totaal 50.000 0

6.6 Beëindigingsvergoedingen

In het jaar 2025 werden geen beëindigingsvergoedingen betaald.

6.7 Afwijkingen

Er zijn geen afwijkingen te melden voor het jaar 2025.

6.8 Jaarlijkse verandering in bezoldiging en loonratio

6.8.1 Jaarlijkse verandering in bezoldiging van bestuurders ten opzichte van het bredere personeelsbestand en bedrijfsprestaties

De volgende tabel toont de ontwikkeling van de bezoldiging van de CEO en de overige leden van het Managementcomité tussen 31 december 2021 en 31 december 2025, ten opzichte van de evolutie van de belangrijkste financiële parameters.

Jaarlijkse verandering in de bezoldiging

2021 2022 2023 2024 2025 2022 VS. 2021 2023 VS. 2022 2024 VS. 2023 2025 VS. 2024
Totale bezoldiging van de CEO (in EUR) (a) 1.507.415 1.633.933 1.317.559 - - 108% 81% - -
Totale bezoldiging van de CEO (in EUR) (b) - - 437.445 1.168.787 1.140.319 - - 267% 98%
Gemiddelde totale bezoldiging van de overige leden van het Managementcomité (in EUR) 589.632 642.020 592.505 513.776 539.884 109% 92% 87% 105%
Gemiddelde totale bezoldiging van de overige medewerkers (in EUR) (c) 59.876 54.667 54.407 76.181 74.174 91% 100% 140% 97%
Netto Kasstroom vóór dividenden (in miljoen EUR) 54,9 - - - - - - -
Vrije Kasstroom (in miljoen EUR) - 50,7 12,3 6,7 6,2 - 24% 55% 92%
Aangepaste EBITDA (in miljoen EUR) (d) 118,6 62,2 39,2 49,6 55,8 52% 63% 127% 112%
Nettowinst (aandeel van de Group) (in miljoen EUR) 53,5 63,2 3,3 18,1 10,2 118% 5% 548% 56%
Duurzaamheids-KPI's zie hoofdstuk 5

(a,b) Voor het prestatiejaar 2023 bestaat de totale vergoeding van de CEO uit de vergoeding die in 2023 is verdiend door Olivier Chapelle tot en met 31 augustus 2023 en door de nieuw aangestelde CEO, Jan Vergote, vanaf 1 september 2023.

(c) De gemiddelde totale bezoldiging van de overige werknemers komt overeen met de gemiddelde bezoldiging van werknemers in België en wordt bepaald op basis van de sociale balans van Recticel NV van toepassing in het betreffende jaar.

(d) Voor 2025: inclusief Kuras en Miclar Group.

6.8.2 Loonratio

De loonratio vergelijkt de hoogste bezoldiging van het Managementcomité (dat is de bezoldiging van de CEO, uitgedrukt op jaarbasis) met de laagste bezoldiging bij Recticel NV in België. Op 31 december 2025 bedroeg de hoogste verloning 19 keer de laagste verloning; dit is een loonratio van 19:1.

Financieel 07 rapport

DEEL 4 | FINANCIEEL VERSLAG

IN DIT HOOFDSTUK

INHOUD

7

7.1 Geconsolideerde financiële staten 7.1.1 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening 7.1.2 Resultaat per aandeel 7.1.3 Geconsolideerd totaalresultaat 7.1.4 Geconsolideerde balans 7.1.5 Geconsolideerd kasstroomoverzicht 7.1.6 Mutatieoverzicht van het eigen vermogen 7.2 Toelichtingen bij de geconsolideerde financiële staten voor het jaar eindigend op 31 december 2025 7.2.1 Samenvatting van de waarderingsregels 7.2.2 Wijzigingen in de consolidatiekring 7.2.3 Bedrijfs- en geografische segmenten 7.2.4 Winst-en-verliesrekening 7.2.5 Balans 7.2.6 Diversen 7.3 Recticel NV - Algemene informatie 7.4 Recticel NV - Verkorte enkelvoudige financiële staten 7.5 Verklaring van de verantwoordelijken

1 Kuras BV (Insulated Panels) is sinds 1 november 2025 volledig geconsolideerd en de Miclar Group (Insulated Panels) is sinds 1 december 2025 volledig geconsolideerd.

2 Opbrengsten uit overige geassocieerde ondernemingen = opbrengsten uit ondernemingen die niet worden beschouwd als onderdeel van de kernactiviteiten van de Groep zijn niet opgenomen in de Operationele winst (verlies), i.e. Ascorium Holding GmbH (voorheen TEMDA2).

* De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze winst-en-verliesrekening.

7.1 Geconsolideerde financiële staten

De geconsolideerde financiële staten zijn door de Raad van Bestuur goedgekeurd voor publicatie op 20 april 2026. Ze zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRSwaarderingsregels voor financiële verslaggeving, waarvan de details hieronder worden weergegeven.

7.1.1 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

in duizend EUR
TOELICHTINGEN* 2024 2025¹
Omzet 7.2.3 610.196 655.075
Kostprijs van de omzet (505.647) (541.110)
Brutowinst 7.2.4.1 104.549 113.964
Algemene en administratieve kosten (43.306) (46.941)
Verkoop- en marketingkosten 7.2.4.2 (30.367) (32.010)
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling 7.2.4.2 (4.894) (3.993)
Bijzondere waardevermindering op goodwill, immateriële en materiëlevaste activa 7.2.1.4 (394) (134)
Overige bedrijfsopbrengsten 7.2.4.3 6.366 6.301
Overige bedrijfsuitgaven 7.2.4.3 (20.465) (17.273)
Inkomsten uit geassocieerde deelnemingen 7.2.5.7 0 0 2
Operationele winst (verlies) 7.2.4.4 11.489 19.914
Rente-opbrengsten 3.980 1.719
Rentelasten (1.580) (1.903)
Overige financiële opbrengsten 3.338 3.196
Overige financiële lasten (2.359) (6.481)
Financieel resultaat 7.2.4.5 3.380 (3.470)
Inkomsten uit overige geassocieerde deelnemingen 0 0 2
Bijzondere waardevermindering op overige geassocieerde deelnemingen 0 (11.524)
Wijziging in de reële waarde van optiestructuren 0 0
Resultaat van de periode vóór belastingen 14.868 4.920
Winstbelastingen 7.2.4.7 1.476 645
Resultaat van de periode na belastingen - voortgezettebedrijfsactiviteiten 16.345 5.566
Resultaat van beëindigde bedrijfsactiviteiten 7.2.4.7 1.613 5.047
Resultaat van de periode na belastingen - voortgezette en beëindigdebedrijfsactiviteiten 17.957 10.613
waarvan toerekenbaar aan de eigenaren van de moedermaatschappij 18.132 10.199
waarvan toerekenbaar aan minderheidsbelangen (174) 414

7.1.2 Resultaat per aandeel

TOELICHTINGEN* 2024 2025
Aantal uitstaande aandelen (inclusief ingekochte eigen aandelen) 56.605.920 56.752.920
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen(vóór verwateringseffect) 56.067.538 56.339.332
Gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen(na verwateringseffect) 56.475.310 56.541.062
in EUR
Winst (verlies) per aandeel
Winst (verlies) per aandeel - voortgezette bedrijfsactiviteiten 0,29 0,10
Winst (verlies) per aandeel - beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,03 0,09
Winst (verlies) per aandeel van voortgezette en beëindigdebedrijfsactiviteiten 0,32 0,19
Winst (verlies) per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten
Winst (verlies) per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten - Basis 7.2.4.10 0,29 0,10
Winst (verlies) per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten -Verwaterd 7.2.4.11 0,29 0,10
Winst (verlies) per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten
Winst (verlies) per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten - Basis 7.2.4.10 0,03 0,09
Winst (verlies) per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -Verwaterd 7.2.4.11 0,03 0,09
Nettoboekwaarde 7,86 7,58

Het gewone resultaat per aandeel wordt berekend op basis van het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen gedurende de periode.

Het verwaterde resultaat per aandeel wordt berekend op basis van het gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen gedurende de periode, aangepast voor verwaterende inschrijvingsrechten.

7.1.3 Geconsolideerd totaalresultaat

in duizend EUR
TOELICHTINGEN* 2024 2025
Resultaat over de periode na belastingen 17.957 10.613
Overige elementen van het totaal resultaat
Actuariële winsten (verliezen) op personeelsbeloningen opgenomen in heteigen vermogen 839 (164)
Uitgestelde belastingen op actuariële winsten (verliezen) oppersoneelsbeloningen (492) (22)
Valuta omrekeningsverschillen die later niet zullen worden verwerkt in dewinst-en-verliesrekening (7) 11
Aandeel in totaal resultaat in joint ventures & geassocieerde deelnemingendie later niet zullen worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening 7.2.5.6 0 0
Componenten die later niet zullen worden verwerkt in de winst-enverliesrekening 339 (175)
Afdekkingsreserves 0 0
Valuta omrekeningsverschillen die later zullen worden verwerkt in de winsten-verliesrekening 2.034 (2.474)
Verschil in omrekeningsreserve in vreemde valuta dat verwerkt wordt in dewinst- en verliesrekening 0 0
Uitgestelde belastingen op ingehouden winsten 0 3
Aandeel in totaal resultaat in joint ventures & geassocieerde deelnemingendie later zullen worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening 7.2.5.6 0 0
Componenten die later mogelijk kunnen worden verwerkt in de winst-enverliesrekening 2.034 (2.471)
Overige elementen van het totaal resultaat voor de periode, netto vanbelastingen 2.374 (2.647)
Totaal resultaat voor de periode 20.331 7.966
Totaal resultaat voor de periode 20.331 7.966
Totaal resultaat van de periode toerekenbaar aan de eigenaars van demoedermaatschappij 20.505 7.560
Totaal resultaat van de periode toerekenbaar aan minderheidsbelangen (174) 407
Totaal resultaat van de periode toerekenbaar aan de eigenaars van demoedermaatschappij 20.505 7.560
Totaal resultaat van de periode toerekenbaar aan de eigenaars van demoedermaatschappij - Voortgezette bedrijfsactiviteiten 18.892 2.512
Totaal resultaat van de periode toerekenbaar aan de eigenaars van demoedermaatschappij - Beëindigde bedrijfsactiviteiten 1.613 5.047

* De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit overzicht van het totaalresultaat.

7.1.4 Geconsolideerde balans

in duizend EUR
TOELICHTINGEN* 31 DEC 2024 31 DEC 2025
Immateriële vaste activa 7.2.5.1 76.549 73.657
Goodwill 7.2.5.2 76.467 94.509
Materiële vaste activa 7.2.5.3 160.763 182.764
Activa met gebruiksrechten 7.2.5.4 39.903 27.299
Langlopende vorderingen 7.2.5.7 13.795 9.659
Uitgestelde belastingvorderingen 7.2.4.6 27.396 30.135
Vaste activa 394.872 418.022
Voorraden 7.2.5.8 55.075 57.441
Handelsvorderingen 7.2.5.10 101.925 110.993
Uitgestelde vordering voor investering in aandelen 864 172
Overige vorderingen en overige financiële activa 7.2.5.10 12.119 12.130
Terug te vorderen belastingen 4.098 4.552
Geldmiddelen en kasequivalenten 7.2.5.11 132.717 82.251
Vlottende activa 306.799 267.540
TOTALE ACTIVA 701.670 685.562
in duizend EUR
TOELICHTINGEN* 31 DEC 2024 31 DEC 2025
Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 7.2.5.14 10.996 11.049
Voorzieningen 7.2.5.15 28.479 21.185
Uitgestelde belastingverplichtingen 7.2.4.6 25.377 23.927
Financiële verplichtingen 7.2.5.16 46.218 44.035
Overige verplichtingen 972 134
Uitgestelde verplichtingen voor investering in aandelen 0 8.937
Langlopende verplichtingen 112.044 109.267
Voorzieningen 7.2.5.15 1.252 2
Financiële verplichtingen 7.2.5.16 12.116 10.800
Handelsverplichtingen 7.2.5.17 87.844 94.023
Kortlopende contractverplichtingen 7.2.5.9 9.577 9.778
Verschuldigde inkomstenbelasting 1.522 2.258
Overige verplichtingen 7.2.5.17 32.181 28.992
Kortlopende verplichtingen 144.493 145.852
TOTAAL EIGEN VERMOGEN + TOTAAL VERPLICHTINGEN 701.670 685.562

Kapitaal 7.2.5.13 141.515 141.882 Uitgiftepremies 135.696 136.380 Uitgegeven kapitaal 277.211 278.262 Eigen aandelen (1.450) (1.450) Overige reserves (1.338) (167) Overgedragen winsten 162.491 155.144 Eigen vermogen correctie - minderheidsbelang verkoopoptie 0 (8.937) Indekkings- en omrekeningsverschillen 6.689 4.230 Eigen vermogen (aandeel van de Groep) 443.602 427.083 Eigen vermogen toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1.531 3.360 Totaal eigen vermogen 445.133 430.443 * De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van deze balans. Zie ook toelichting 7.2.4.7, Beëindigde bedrijfsactiviteiten.

7.1.5 Geconsolideerd kasstroomoverzicht

in duizend EUR
TOELICHTINGEN* 2024 2025
Operationele winst (verlies) 7.2.4.4 11.489 19.914
Afschrijvingen van immateriële vaste activa 7.2.5.1 9.727 10.062
Afschrijvingen van materiële vaste activa 7.2.5.3 20.952 21.230
(Terugname) Bijzondere waardeverminderingsverliezen op materiëleactiva 7.2.5.3 394 134
(Terugnemingen)/Afboekingen op activa (34) (367)
Wijziging in de voorzieningen (3.632) (2.941)
Winst/(verlies) op vervreemding van immateriële en materiële vasteactiva (260) 373
Overige non-cash elementen 1.343 1.347
BRUTOBEDRIJFSKASSTROOM VÓÓR WIJZIGINGEN IN HET WERKKAPITAAL 39.980 49.751
Wijzigingen in voorraden (311) (897)
Wijzigingen in de handels- en overige vorderingen (14.813) (5.937)
Wijzigingen in de handels- en overige verplichtingen 1.599 (1.357)
Wijzigingen in het werkkapitaal (13.525) (8.191)
Betaalde winstbelastingen (4.354) (5.095)
NETTOKASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN (a) 22.102 36.466
Ontvangen rente 285 54
Ontvangen dividenden 20 (0)
Afstoting van Bedding 13.292 0
Afstoting van Engineered Foams (9.399) 0
Afstoting van Orsafoam 2.383 2.383
Overname Rex, netto van verworven geldmiddelen (33.777) 691
Overname Kuras/Miclar, netto van verworven geldmiddelen (23.730)
Toename van leningen en vorderingen (94) (9.035)
Afname van verplichtingen en vorderingen 154 818
Investeringen in immateriële vaste activa 7.2.5.1 (3.362) (4.541)
Investeringen in materiële vaste activa 7.2.5.3 (25.143) (29.736)
Vervreemding van immateriële vaste activa 7.2.5.1 0 0
Vervreemding van materiële vaste activa 7.2.5.3 559 836
NETTOKASSTROOM UIT DESINVESTERINGS- (INVESTERINGS-)ACTIVITEITEN (b) (55.082) (62.260)
in duizend EUR
TOELICHTINGEN* 2024 2025
Betaalde rente op financiële schulden (c) (1.304) (1.132)
Betaalde rente op leaseschuld (c) (300) (343)
Ontvangen rente 3.556 1.665
Uitgekeerde dividenden (17.344) (17.447)
Toename/(Afname) van kapitaal 2.904 1.546
Toename financiële verplichtingen 8.681 5.119
Terugbetaling financiële verplichtingen (17.658) (6.955)
Terugbetaling leaseverplichtingen (d) (5.009) (5.250)
NETTOKASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN (e) (26.475) (22.796)
Effect van wisselkoerswijzigingen (f) 780 (1.876)
VERANDERINGEN IN GELDMIDDELEN ENKASEQUIVALENTEN (a)+(b)+(e)+(f) (58.675) (50.466)
NETTO VRIJE KASSTROOM (a)+(b)+(c)+(d) (39.594) (32.519)
Netto kaspositie bij aanvang van deverslagperiode (g) 191.393 132.717
Nettokaspositie bij einde van de verslagperiode (h) 132.717 82.251
VERANDERINGEN IN GELDMIDDELEN ENKASEQUIVALENTEN (h)-(g) (58.675) (50.466)

* De bijgevoegde toelichtingen maken integraal deel uit van dit kasstroomoverzicht.

Wijzigingen in financiële verplichtingen

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
31 DEC 2024 KASSTROMEN WIJZIGINGEN IN NIET-CASH ELEMENTEN
IN 2025 NIEUWE LEASES HERBEOORDELINGIFRS 16 OPGEBOUWDERENTE REËLE WAARDEVAN AFDEKKINGSINSTRUMENTEN ACTUALISATIE AFSCHRIJVING OVERDRACHT WISSELKOERS VERSCHILLEN OVERDRACHTNAARAANGEHOUDENVOOR VERKOOP WIJZIGINGEN INCONSOLIDATIEKRING 31 DEC2025
Lange termijn schuldverplichtingen 24.342 1.767 0 0 0 0 0 15 (317) (44) 0 1.297 27.060
Korte termijn schuldverplichtingen 3.661 (1.237) 0 0 0 0 0 0 1.075 (5) 0 173 3.667
Leaseverplichtingen 30.029 (8.525) 1.575 0 367 0 21 0 31 (698) 0 1.030 23.831
Verlopen renteverplichtingen 303 (621) 0 0 1.470 0 0 0 (834) (40) 0 0 278
Totaal verplichtingen uitfinancieringsactiviteiten 58.335 (8.615) 1.575 0 1.837 0 21 15 (46) (786) 0 2.500 54.835

Zie ook toelichting 7.2.4.8, Bedrijfscombinaties, toelichting 7.2.5.16, Financiële verplichtingen en toelichting 7.2.5.4, Activa met gebruiksrechten.

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

in duizend EUR
31 DEC 2023 KASSTROMEN WIJZIGINGEN IN NIET-CASH ELEMENTEN
IN 2024 NIEUWE LEASES HERBEOORDELINGIFRS 16 OPGEBOUWDERENTE REËLE WAARDEVAN AFDEKKINGSINSTRUMENTEN ACTUALISATIE AFSCHRIJVING OVERDRACHT WISSELKOERS VERSCHILLEN OVERDRACHTNAARAANGEHOUDENVOOR VERKOOP WIJZIGINGEN INCONSOLIDATIEKRING 31 DEC2024
Lange termijn schuldverplichtingen 10.001 2.733 0 0 0 0 0 77 (6.942) 0 0 18.473 24.342
Korte termijn schuldverplichtingen 811 (11.650) 0 0 (0) 0 0 0 7.137 (0) 0 7.363 3.661
Leaseverplichtingen 18.326 (9.347) 9.711 2.692 467 0 40 0 (54) 416 0 7.777 30.029
Verlopen renteverplichtingen 358 (1.413) 0 0 1.589 0 0 0 (68) (162) 0 0 303
Totaal verplichtingen uitfinancieringsactiviteiten 29.497 (19.676) 9.711 2.692 2.055 0 40 77 73 254 0 33.613 58.335

Zie ook toelichting 7.2.5.16, Financiële verplichtingen en toelichting 7.2.5.4, Activa met gebruiksrechten.

7.1.6 Mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
2025 KAPITAAL UITGIFTEPREMIES EIGEN AANDELEN OVERIGE RESERVES OVERGEDRAGEN WINSTEN EIGEN VERMOGEN CORRECTIE- MINDERHEIDSBELANGVERKOOPOPTIE OMREKENINGSVERSCHILLEN ENAFDEKKINGSRESERVES BEDRIJFSACTIVITEITENVOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITENBEËINDIGDE TOTAAL EIGEN VERMOGEN MINDERHEIDSBELANGEN TOTAAL EIGEN VERMOGEN
Eigen vermogen aan het begin van deverslagperiode 141.515 135.696 (1.450) (1.338) 162.491 0 6.689 443.602 0 443.602 1.531 445.133
Dividenden 0 0 0 0 (17.548) 0 0 (17.548) 0 (17.548) 0 (17.548)
Aandelenopties (IFRS 2) 0 0 0 1.347 0 0 0 1.347 0 1.347 0 1.347
Kapitaalbewegingen¹ 368 684 0 0 (0) 0 0 1.052 0 1.052 442 1.494
Bewegingen toerekenbaar aan deeigenaars van de moedermaatschappij 368 684 0 1.347 (17.548) 0 0 (15.149) 0 (15.149) 442 (14.707)
Winst (verlies) van de periode 0 5.151 0 5.151 5.047 10.199 414 10.613
Overige elementen van het totaalresultaat 0 0 0 (175) 3 0 (2.467) (2.639) 0 (2.639) (8) (2.647)
Totaal resultaat 0 0 0 (175) 5.154 0 (2.467) 2.512 5.047 7.560 407 7.966
Wijzigingen in de consolidatiekring (0) 0 0 0 5.047 (8.937) 8 (3.882) (5.047) (8.929) 980 (7.950)
Eigen vermogen aan het einde van deverslagperiode 141.882 136.380 (1.450) (167) 155.144 (8.937) 4.230 427.083 0 427.083 3.360 430.443

1 Toelichting 7.2.5.13, Aandelenkapitaal

De post "Wijzigingen in consolidatiekring" bij de overgedragen winsten en beëindigde bedrijfsactiviteiten heeft betrekking op de verkoop van de activiteiten van Recticel Engineered Foams, de post "Eigen vermogen correctie minderheidsbelang verkoopoptie" heeft betrekking op de put- en callopties die zijn toegekend aan de verkopende partijen van Kuras (EUR 1,7 miljoen) en Miclar (EUR 7,2 miljoen).

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

in duizend EUR
2024 KAPITAAL UITGIFTEPREMIES EIGEN AANDELEN OVERIGE RESERVES OVERGEDRAGEN WINSTEN EIGEN VERMOGEN CORRECTIE- MINDERHEIDSBELANGVERKOOPOPTIE OMREKENINGSVERSCHILLEN ENAFDEKKINGSRESERVES BEDRIJFSACTIVITEITENVOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITENBEËINDIGDE TOTAAL EIGEN VERMOGEN MINDERHEIDSBELANGEN TOTAAL EIGEN VERMOGEN
Eigen vermogen aan het begin van deverslagperiode 140.577 133.729 (1.450) (2.106) 160.974 0 4.556 436.281 0 436.281 1.706 437.987
Dividenden 0 0 0 0 (17.411) 0 0 (17.411) 0 (17.411) 0 (17.411)
Aandelenopties (IFRS 2) 0 0 0 1.323 0 0 0 1.323 0 1.323 (0) 1.323
Kapitaalbewegingen¹ 938 1.967 0 (895) 895 0 0 2.904 0 2.904 0 2.904
Bewegingen toerekenbaar aan deeigenaars van de moedermaatschappij 938 1.967 0 428 (16.516) 0 0 (13.184) 0 (13.184) (0) (13.184)
Winst (verlies) van de periode 0 16.519 0 16.519 1.613 18.132 (174) 17.957
Overige elementen van het totaalresultaat 0 0 0 339 0 0 2.034 2.374 0 2.374 0 2.374
Totaal resultaat 0 0 0 339 16.519 0 2.034 18.892 1.613 20.505 (174) 20.331
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 1.514 0 99 1.613 (1.613) (0) 0 (0)
Eigen vermogen aan het einde van deverslagperiode 141.515 135.696 (1.450) (1.338) 162.491 0 6.689 443.602 0 443.602 1.531 445.133

1 Toelichting 7.2.5.13, Aandelenkapitaal

De post "Wijzigingen in consolidatiekring" van beëindigde bedrijfsactiviteiten heeft betrekking op de verkoop van de Recticel Engineered Foams activiteiten.

7.2 Toelichtingen bij de geconsolideerde financiële staten voor het jaar eindigend op 31 december 2025

7.2.1 Samenvatting van de waarderingsregels

7.2.1.1 Verklaring van overeenstemming – grondslagen voor de opstelling van de financiële staten

Recticel NV (de 'Vennootschap') is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht en is genoteerd aan Euronext Brussels. De geconsolideerde financiële staten van de Vennootschap omvatten de financiële staten van de Vennootschap, haar dochterondernemingen, belangen in entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend (joint ventures) en in geassocieerde deelnemingen, beide opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (samen 'de Groep').

De geconsolideerde financiële staten zijn opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie.

De in de geconsolideerde financiële staten voor het jaar eindigend op 31 december 2025 toegepaste waarderingsregels zijn consistent met die welke werden gebruikt voor de opstelling van de geconsolideerde financiële staten voor het jaar eindigend op 31 december 2024.

7.2.1.2 Wijzigingen in de waarderingsregels en toelichtingen

De volgende nieuwe standaarden en wijzigingen aan standaarden zijn voor het eerst verplicht voor het boekjaar dat start op 1 januari 2025 en zijn goedgekeurd door de Europese Unie:

  • • Wijzigingen in IAS 21 'De Gevolgen van Wisselkoerswijzigingen: Gebrek aan Inwisselbaarheid' (van kracht per 1 januari 2025). IAS 21 beschreef voorheen niet hoe wisselkoersen moeten worden bepaald als er sprake is van langdurige oninwisselbaarheid en de door het bedrijf toe te passen contante koers niet waarneembaar is. De wijzigingen met beperkte reikwijdte voegen specifieke vereisten toe met betrekking tot:
    • Bepalen wanneer een valuta inwisselbaar is in een andere valuta en wanneer niet;
    • Bepalen van de wisselkoers die moet worden toegepast als een valuta niet inwisselbaar is;
    • Aanvullende informatieverschaffing wanneer een valuta niet inwisselbaar is.

Er zijn geen nieuwe standaarden en wijzigingen die zijn gepubliceerd en die voor het eerst verplicht zijn voor het boekjaar dat op 1 januari 2025 begint, maar die nog niet zijn goedgekeurd door de Europese Unie.

De volgende wijzigingen werden gepubliceerd maar zijn niet voor het eerst verplicht voor het boekjaar startend op 1 januari 2025 en zijn goedgekeurd door de Europese Unie:

  • • Wijzigingen in IFRS 9 en IFRS 7: de Classificatie en Waardering van financiële instrumenten (van kracht per 1 januari 2026). Op 30 mei 2024 heeft de IASB wijzigingen gepubliceerd in IFRS 9 en IFRS 7 om:
    • de datum van opname en derecognitie van bepaalde financiële activa en verplichtingen te verduidelijken, met een nieuwe uitzondering voor sommige financiële verplichtingen die via een elektronisch overboeking worden afgewikkeld;
    • de beoordeling of een financieel actief voldoet aan het Solely Payments of Principal and Interest (SPPI) criterium te verduidelijken en extra richtlijnen (guidance) toe te voegen;
    • nieuwe toelichtingen toe te voegen voor bepaalde instrumenten met contractuele bepalingen die kasstromen kunnen wijzigen (zoals sommige instrumenten met kenmerken gelinkt aan het behalen van duurzaamheidsdoelen (ESG)); en
    • de toelichtingsvereisten bij aandeleninstrumenten die tegen reële waarde via overige resultaten (FVOCI) zijn geclassificeerd te actualiseren.
  • • Wijzigingen in IFRS 9 en IFRS 7: Contracten die verwijzen naar Natuurafhankelijke Elektriciteit (van kracht per 1 januari 2026). Op

18 december 2024 heeft de IASB wijzigingen gepubliceerd in IFRS 9 en IFRS 7:

  • de toepassing van de 'eigen gebruik'-vereisten te verduidelijken;
  • hedge accounting toe te staan als deze contracten als hedginginstrumenten worden gebruikt; en
  • nieuwe toelichtingsvereisten te introduceren zodat beleggers de financiële effecten van deze contracten op de prestaties en kasstromen van een onderneming kunnen begrijpen.

De volgende standaarden en wijzigingen zijn gepubliceerd, maar zijn niet verplicht voor het eerste boekjaar dat begint op 1 januari 2025 en zijn niet door de Europese Unie goedgekeurd:

  • • IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening (van kracht op 1 januari 2027). De IASB heeft IFRS 18 uitgegeven, de nieuwe standaard inzake presentatie en toelichting bij de jaarrekening, met de nadruk op aanpassingen aan de winst-enverliesrekening. De belangrijkste nieuwe concepten die in IFRS 18 worden geïntroduceerd, hebben betrekking op:
  • de structuur van de winst-enverliesrekening;
  • vereiste toelichtingen in de jaarrekening voor bepaalde prestatiemaatstaven voor winst of verlies die buiten de jaarrekening van een entiteit worden gerapporteerd (dat wil zeggen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven); en

• verbeterde principes inzake aggregatie en desaggregatie die van toepassing zijn op de primaire jaarrekening en toelichtingen in het algemeen.

IFRS 18 vervangt IAS 1; veel van de andere bestaande principes in IAS 1 blijven behouden, met beperkte wijzigingen. IFRS 18 heeft geen invloed op de opname of waardering van posten in de jaarrekening, maar kan wel van invloed zijn op wat een entiteit rapporteert als haar 'bedrijfsresultaat'.

IFRS 18 is van toepassing op verslagperioden die op of na 1 januari 2027 aanvangen en geldt ook voor vergelijkende informatie. De door IFRS 18 vereiste wijzigingen in de presentatie en toelichting kunnen aanpassingen van systemen en processen noodzakelijk maken.

De Groep is begonnen met de beoordeling van de verwachte impact van IFRS 18 op haar financiële verslaggeving. Per verslagdatum is de impact nog niet bekend of redelijkerwijs schatbaar. De Groep verwacht haar beoordeling in de loop van 2026 verder te voeren en is voornemens om in de jaarrekening over 2026 bijgewerkte toelichtingen te verstrekken. De Groep is van plan om IFRS 18 vanaf 1 januari 2027 toe te passen, in overeenstemming met de verplichte ingangsdatum.

• IFRS 19 Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht: Toelichtingen (van kracht vanaf 1 januari 2027). De International Accounting Standards Board (IASB) heeft een nieuwe IFRS-boekhoudnorm voor dochterondernemingen uitgegeven. IFRS 19 'Dochterondernemingen zonder publieke verantwoordingsplicht: toelichtingen' staat in aanmerking komende dochterondernemingen toe om IFRS-boekhoudnormen

toe te passen met beperkte toelichtingen. De toepassing van IFRS 19 zal de kosten voor het opstellen van de jaarrekeningen van dochterondernemingen verlagen, terwijl de bruikbaarheid van de informatie voor gebruikers van hun jaarrekeningen behouden blijft.

  • • Wijzigingen in IAS 21 'De gevolgen van wisselkoersschommelingen: Omrekening naar een presentatievaluta van een hyperinflatoire economie (van kracht vanaf 1 januari 2027). De IASB heeft wijzigingen in IAS 21 uitgegeven om de omrekeningsprocedures te specificeren voor een entiteit waarvan de presentatievaluta die van een hyperinflatoire economie is. De entiteit past de wijzigingen toe indien:
  • haar functionele valuta die van een niet-hyperinflatoire economie is en zij haar resultaten en financiële positie omrekent naar de valuta van een hyperinflatoire economie; of
  • zij de resultaten en financiële positie van een buitenlandse activiteit waarvan de functionele valuta die van een niethyperinflatoire economie is, omrekent naar de valuta van een hyperinflatoire economie.

• Jaarlijkse verbeteringen Volume 11 (van kracht per 1 januari 2026). De

  • gewijzigde standaarden zijn: • IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards;
  • IFRS 7 Financiële instrumenten: Toelichtingen en bijbehorende richtlijnen voor de implementatie van IFRS 7;
  • IFRS 9 Financiële instrumenten;
  • IFRS 10 Geconsolideerde financiële staten; en
  • IAS 7 Kasstroomoverzicht

7.2.1.3 Algemene principes

Valuta waarin de financiële staten zijn uitgedrukt

De financiële staten zijn opgesteld in euro (EUR), afgerond op het dichtste duizendtal (tenzij anders vermeld). De euro is de valuta van de primaire economische omgeving waarin de Groep actief is. De financiële staten van de buitenlandse deelnemingen worden omgerekend in overeenstemming met de principes, beschreven in de paragraaf 'Vreemde valuta'.

Vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta – Transacties in andere valuta's dan EUR worden opgenomen tegen de wisselkoers op de transactiedatum. Op elke balansdatum worden monetaire activa en verplichtingen die uitgedrukt worden in vreemde valuta, omgerekend tegen slotkoers. Niet-monetaire activa en verplichtingen die tegen reële waarde worden opgenomen en luiden in vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de datum waarop de reële waarde is bepaald. Winsten en verliezen die uit dergelijke omrekeningen voortvloeien, worden opgenomen in het financieel resultaat van de winst-en-verliesrekening.

Omrekening van functionele valuta naar de presentatievaluta – Voor het presenteren van de geconsolideerde financiële staten worden de activa en verplichtingen van de buitenlandse activiteiten van de Groep omgerekend tegen slotkoers. Baten en lasten worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoersen van de periode, tenzij de wisselkoersen sterk schommelen. De wisselkoersverschillen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten en toegevoegd in het eigen vermogen (toegewezen aan minderheidsbelangen indien van toepassing). Bij vervreemding van

een buitenlandse activiteit (d.w.z. een vervreemding van het volledige belang van de Groep in een buitenlandse activiteit, of een vervreemding met verlies van zeggenschap over een dochteronderneming die een buitenlandse activiteit omvat, een vervreemding met verlies van gezamenlijke zeggenschap over een entiteit waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend die een buitenlandse activiteit omvat, of een vervreemding met verlies van invloed van betekenis op een geassocieerde deelneming die een buitenlandse activiteit omvat), wordt het cumulatieve bedrag van de wisselkoersverschillen, dat was opgenomen in het eigen vermogen, in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Daarnaast wordt bij een gedeeltelijke vervreemding van een dochteronderneming die er niet toe leidt dat de Groep de zeggenschap over de dochteronderneming verliest, het proportionele deel van de gecumuleerde wisselkoersverschillen toegewezen aan de minderheidsbelangen en niet in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Voor alle andere gedeeltelijke vervreemdingen (d.w.z. gedeeltelijke vervreemdingen van geassocieerde deelnemingen of entiteiten waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend (joint ventures) die niet leiden tot een verlies van invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap door de Groep) wordt het proportionele deel van de gecumuleerde koersverschillen geherclassificeerd in de winst-en-verliesrekening.

Goodwill en aanpassingen aan de reële waarde die voortvloeien uit de verwerving van een buitenlandse entiteit worden behandeld als activa en verplichtingen van de buitenlandse entiteit en worden omgerekend tegen de slotkoers.

Consolidatieprincipes

De geconsolideerde financiële staten omvatten de dochterondernemingen en de belangen in entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend (joint ventures) en de geassocieerde deelnemingen die geconsolideerd worden volgens de vermogensmutatiemethode.

De geconsolideerde financiële staten zijn opgesteld op basis van uniforme grondslagen voor financiële verslaggeving voor vergelijkbare transacties en andere gebeurtenissen in soortgelijke omstandigheden.

Alle transacties, saldi, baten en lasten binnen de Groep worden in de consolidatie geëlimineerd.

• Dochterondernemingen Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover direct of indirect zeggenschap wordt uitgeoefend. Zeggenschap is het vermogen om het financiële en operationele beleid van een entiteit te bepalen om voordelen te verkrijgen uit haar activiteiten. De consolidatie van dochterondernemingen begint vanaf de datum waarop Recticel de zeggenschap over de entiteit verwerft tot de datum waarop die zeggenschap eindigt.

Wijzigingen in het belang van de Groep in een dochteronderneming die niet leiden tot een verlies van zeggenschap worden als eigenvermogenstransacties geboekt. De boekwaarden van de belangen van de Groep en de minderheidsbelangen worden aangepast aan de veranderingen in hun relatieve belangen in de dochteronderneming. Elk verschil tussen het bedrag waarmee het minderheidsbelang wordt aangepast en de reële waarde van de betaalde of ontvangen vergoeding wordt rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt.

Wanneer de Groep echter de zeggenschap over een dochteronderneming verliest, wordt de winst of het verlies bij vervreemding berekend als het verschil tussen (i) het totaal van de reële waarde van de ontvangen vergoeding en de reële waarde van enig behouden belang en (ii) de vorige boekwaarde van de activa (inclusief goodwill) en verplichtingen van de dochteronderneming en alle minderheidsbelangen. Bedragen die voorheen in niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot de dochteronderneming werden opgenomen, worden verwerkt (d.w.z. geherclassificeerd naar winst of verlies of direct overgeboekt naar overgedragen resultaten) op dezelfde wijze als vereist zou zijn indien de betreffende activa of verplichtingen zouden zijn vervreemd. De reële waarde van een in de voormalige dochteronderneming aangehouden investering op de datum waarop de zeggenschap verloren gaat, wordt beschouwd als de reële waarde bij eerste opname voor latere verwerking overeenkomstig IFRS 9 Financiële instrumenten of, indien van toepassing, de kostprijs bij eerste opname van een investering in een geassocieerde deelneming of entiteit waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend.

• Joint ventures en geassocieerde deelnemingen

De resultaten en activa en verplichtingen van joint ventures en geassocieerde deelnemingen worden in deze geconsolideerde financiële staten verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, behalve wanneer de investering wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, in welk geval zij wordt verwerkt in overeenstemming met IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten. Onder de

vermogensmutatiemethode wordt een investering in een joint venture en een geassocieerde deelneming bij eerste opname in de geconsolideerde balans opgenomen tegen kostprijs en daarna aangepast om het aandeel van de Groep in de winst of het verlies en nietgerealiseerde resultaten van de onderneming en de geassocieerde deelneming op te nemen. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen van een onderneming en een geassocieerde deelneming groter is dan het belang van de Groep in die joint venture en geassocieerde deelneming (met inbegrip van alle langetermijnbelangen die in wezen deel uitmaken van de netto-investering van de Groep in de joint venture en geassocieerde deelneming), beëindigt de Groep de opname van zijn aandeel in verdere verliezen. Aanvullende verliezen worden slechts opgenomen voor zover de Groep juridische of feitelijke verplichtingen heeft opgelopen of betalingen heeft gedaan namens de joint venture en geassocieerde deelneming.

Elk positief verschil tussen de aankoopprijs en het aandeel van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen van een joint venture en geassocieerde deelneming, gewaardeerd op de datum van aankoop, wordt verwerkt als goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering. Elk positief verschil tussen het aandeel van de Groep in de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen en de aankoopprijs, na herwaardering, wordt direct in de winst-enverliesrekening opgenomen.

De vereisten van IAS 36 worden toegepast om te bepalen of het noodzakelijk is om bijzondere waardeverminderingsverliezen op te nemen met betrekking tot de investering van de Groep in een joint venture en geassocieerde deelneming. Indien nodig wordt de totale boekwaarde van de investering (inclusief goodwill) getoetst op bijzondere waardevermindering overeenkomstig IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa als een individueel actief door de realiseerbare waarde ervan (de reële waarde, of de reële waarde minus de verkoopkosten indien die hoger is) te vergelijken met de boekwaarde. Alle opgenomen bijzondere waardeverminderingsverliezen maken deel uit van de boekwaarde van de investering. Alle terugnemingen van bijzondere waardeverminderingsverliezen worden gewaardeerd overeenkomstig IAS 36 voor zover de realiseerbare waarde van de investering vervolgens stijgt.

Bij afstoting van een joint venture en geassocieerde deelneming waardoor de Groep invloed van betekenis in die joint venture en geassocieerde deelneming verliest, worden alle overblijvende investeringen gewaardeerd tegen hun reële waarde op die datum en wordt de reële waarde beschouwd als de reële waarde bij de eerste opname als financieel actief in overeenstemming met IFRS 9. Het verschil tussen de eerdere boekwaarde van de joint venture en geassocieerde deelneming die toewijsbaar is aan het overblijvende belang en de reële waarde ervan wordt opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies bij de vervreemding van de joint venture en geassocieerde deelneming. Daarnaast boekt de Groep alle eerder in de nietgerealiseerde resultaten opgenomen bedragen met betrekking tot die joint venture en geassocieerde

deelneming op dezelfde basis als zou zijn vereist wanneer die joint venture en geassocieerde deelneming de betreffende activa en verplichtingen rechtstreeks zou hebben vervreemd.

Daartoe zal de Groep, wanneer winst of verlies die voorheen werden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten door die joint venture en geassocieerde deelneming zouden worden geherclassificeerd als winst of verlies bij de vervreemding van de betreffende activa of verplichtingen, de winst of het verlies herclassificeren vanuit het eigen vermogen naar de winst-en-verliesrekening (aanpassing wegens herclassificatie) wanneer de Groep invloed van betekenis in die joint venture en geassocieerde deelneming verliest.

De deelnemingen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, bestaan momenteel alleen uit geassocieerde deelnemingen. In de winst-enverliesrekening worden de resultaten van geassocieerde deelnemingen opgesplitst tussen "Geassocieerde deelnemingen" en "Overige geassocieerde deelnemingen". Als dusdanig worden "Geassocieerde deelnemingen" beschouwd als deel uitmakend van de kernactiviteiten van de Groep en zijn zij opgenomen in de Operationele winst (verlies), d.w.z. momenteel Orsa Foam; terwijl "Overige geassocieerde deelnemingen" niet beschouwd worden als deel uitmakend van de kernactiviteiten van de Groep en niet zijn opgenomen in de Operationele winst (verlies), d.w.z. Ascorium Holding GmhH (voorheen TEMDA2 GmbH).

• Beëindigde bedrijfsactiviteiten

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een onderdeel van de Groep dat ofwel is afgestoten, ofwel is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en een bedrijfsactiviteit vertegenwoordigt waarvoor een plan bestaat om deze af te stoten. Recticel classificeert een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) als aangehouden voor verkoop indien de boekwaarde ervan voornamelijk zal worden gerealiseerd via een verkooptransactie en niet door verder gebruik indien aan alle voorwaarden van IFRS 5 is voldaan. Een groep activa die wordt afgestoten wordt gedefinieerd als een groep van af te stoten activa en verplichtingen die rechtstreeks verband houden met deze activa die zullen worden overgedragen. Onmiddellijk vóór de classificatie als aangehouden voor verkoop waardeert de onderneming de boekwaarde van het actief (of van alle activa en verplichtingen in de groep activa die wordt afgestoten) overeenkomstig de toepasselijke IFRS. Bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, opgenomen tegen de boekwaarde, of tegen de reële waarde minus verkoopkosten indien dat bedrag lager is. Bijzondere waardeverminderingsverliezen bij de initiële classificatie als aangehouden voor verkoop worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Hetzelfde geldt voor winsten en verliezen bij latere herwaardering. Vaste activa die zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven.

• Bedrijfscombinaties

Overnames van bedrijfsactiviteiten worden geboekt volgens de acquisitiemethode. De prijs voor elke overname wordt bepaald als de som van de reële waarden (op datum van de betaling) van de overhandigde activa, de overgenomen of vermoede verplichtingen, en de eigenvermogensinstrumenten uitgegeven door de Groep in

ruil voor de zeggenschap over de overgenomen partij. Aan de overname gerelateerde kosten worden opgenomen in de winsten-verliesrekening zodra zij worden gemaakt.

Wanneer Recticel een entiteit of bedrijfsactiviteit verwerft, worden de identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen partij opgenomen tegen hun reële waarde op de overnamedatum, met uitzondering van:

  • Uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen en verplichtingen of activa in verband met personeelsbeloningen, die worden opgenomen en gewaardeerd in overeenstemming met respectievelijk IAS 12 Winstbelastingen en IAS 19 Personeelsbeloningen.
  • Verplichtingen of eigenvermogensinstrumenten die verband houden met op aandelen gebaseerde betalingstransacties van de overgenomen partij of de vervanging van op aandelen gebaseerde betalingstransacties van een overgenomen partij door op aandelen gebaseerde betalingstransacties van de Groep, die worden gewaardeerd in overeenstemming met IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen op de overnamedatum.
  • Activa (of groepen activa die worden afgestoten) die overeenkomstig IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, die worden gewaardeerd in overeenstemming met die standaard.

Goodwill wordt gewaardeerd als het verschil tussen de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van alle minderheidsbelangen in de overgenomen partij en de reële waarde van het voorheen door de overnemende partij aangehouden aandelenbelang in de overgenomen partij (indien aanwezig), en het nettobedrag van de verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen op de overnamedatum. Indien dat verschil negatief is, wordt het saldo na een herwaardering onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen als een winst uit een voordelige koop.

Minderheidsbelangen die huidige eigendomsbelangen zijn en die de houders een proportioneel recht in de nettoactiva van de entiteit geven in geval van liquidatie, mogen initieel gewaardeerd worden tegen hun reële waarde of tegen het proportionele deel van de opgenomen bedragen van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij. De waarderingskeuze wordt voor elke transactie apart gemaakt.

Indien Recticel zijn belang vergroot in een entiteit of een bedrijfsactiviteit waarover het nog geen zeggenschap uitoefende (in principe wanneer het zijn belang vergroot van 50% of minder naar 51% of meer) (een in fasen gerealiseerde bedrijfscombinatie), wordt het voorheen aangehouden belang van de Groep in het eigen vermogen van de overgenomen partij geherwaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum (d.w.z. de datum waarop de Groep zeggenschap verwerft) en de eventueel daaruit voortvloeiende winst of verlies opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Indien de initiële boekhoudkundige verwerking van een bedrijfscombinatie onvolledig is aan het einde van de rapporteringsperiode waarin deze

heeft plaatsgevonden, rapporteert de Groep voor de nog onvolledige elementen voorlopige bedragen. Tijdens de waarderingsperiode (maximaal één jaar na de overnamedatum) worden die voorlopige bedragen aangepast of worden aanvullende activa of verplichtingen opgenomen om nieuwe informatie te weerspiegelen die wordt verkregen over feiten en omstandigheden die op de overnamedatum bestonden en die, indien bekend, van invloed zouden zijn geweest op de per die datum opgenomen bedragen.

Afzonderlijk verworven immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur die afzonderlijk worden verworven, worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen. Afschrijvingen worden lineair verwerkt over de geschatte gebruiksduur. De geschatte gebruiksduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van elke verslagperiode beoordeeld, waarbij eventuele schattingswijzigingen prospectief worden verwerkt.

Immateriële vaste activa met een onbepaalde gebruiksduur die afzonderlijk worden verworven, worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Intern gegenereerde immateriële activa - uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling

Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten worden opgenomen als last in de periode waarin zij worden gedaan.

Een intern gegenereerd immaterieel actief dat voortvloeit uit ontwikkeling (of uit de ontwikkelingsfase van een intern project) wordt alleen opgenomen indien alle volgende elementen aanwezig zijn:

  • de technische mogelijkheid om het immateriële actief te voltooien zodat het beschikbaar wordt voor gebruik of verkoop;
  • de intentie om het immateriële actief te voltooien en te gebruiken of te verkopen;
  • het vermogen om het immateriële actief te gebruiken of te verkopen;
  • de wijze waarop het immateriële actief wellicht toekomstige economische voordelen zal opleveren;
  • de beschikbaarheid van gepaste technische, financiële en andere middelen om de ontwikkeling van het immateriële actief te voltooien en het te gebruiken of te verkopen; en
  • het vermogen om op betrouwbare wijze de uitgaven te bepalen die aan het immateriële actief toewijsbaar zijn tijdens zijn ontwikkeling.

Het initieel opgenomen bedrag voor intern gegenereerde immateriële activa is de som van de uitgaven vanaf de datum waarop het immateriële actief voor het eerst voldoet aan de hierboven genoemde opnamecriteria. Indien geen intern gegenereerd immaterieel actief kan worden opgenomen, worden ontwikkelingskosten opgenomen in de winst-en-verliesrekening in de periode waarin zij worden gemaakt.

Immateriële activa verworven in het kader van een bedrijfscombinatie

Immateriële activa die zijn verworven in het kader van een bedrijfscombinatie en afzonderlijk van goodwill worden opgenomen, worden initieel opgenomen tegen hun reële waarde op de overnamedatum (die als hun kostprijs wordt beschouwd).

Na de eerste opname worden immateriële activa die zijn

verworven in het kader van een bedrijfscombinatie opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en de gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen, op dezelfde basis als immateriële activa die afzonderlijk worden verworven.

Afboeking van immateriële vaste activa

Een immaterieel actief wordt afgeboekt bij vervreemding of wanneer er geen toekomstige economische voordelen van gebruik of vervreemding worden verwacht. Winsten of verliezen die voortvloeien uit de afboeking van een immaterieel actief, gewaardeerd als het verschil tussen de netto-opbrengst van de vervreemding en de boekwaarde van het actief, worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening wanneer het actief wordt afgeboekt.

Goodwill

Goodwill wordt gewaardeerd als het verschil tussen de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van alle minderheidsbelangen in de overgenomen partij en de reële waarde van het voorheen door de overnemende partij aangehouden aandelenbelang in de overgenomen partij (indien aanwezig), en het nettobedrag van de verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen op de overnamedatum.

Goodwill die voortvloeit uit de overname van een bedrijfsactiviteit wordt gewaardeerd tegen zijn kostprijs, verminderd met eventuele gecumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen, en wordt afzonderlijk in de geconsolideerde balans gepresenteerd.

Goodwill wordt ten minste jaarlijks beoordeeld op bijzondere waardevermindering. Elk bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk opgenomen in de winsten-verliesrekening en wordt nadien niet meer teruggenomen.

Bij vervreemding van een dochteronderneming, geassocieerde deelneming of entiteit waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend, wordt de bijbehorende goodwill opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies bij vervreemding.

Materiële vaste activa

Een materieel vast actief wordt opgenomen indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief naar de Groep zullen vloeien en indien de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald. Na de eerste opname worden alle materiële vaste activa gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen, met uitzondering van gronden, die niet worden afgeschreven. De kostprijs omvat alle directe kosten en alle uitgaven om het actief op de locatie en in de staat te krijgen die noodzakelijk is om te functioneren op de beoogde wijze.

Materiële vaste activa in opbouw voor productie-, bevoorradings- of administratiedoeleinden worden opgenomen tegen hun kostprijs, verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen. De kostprijs omvat professionele honoraria en, voor gekwalificeerde activa, de gekapitaliseerde financieringskosten in overeenstemming met de boekhoudregels van de Groep. Deze materiële vaste activa worden onder de gepaste categorieën van gebouwen en machines geklasseerd wanneer zij voltooid en klaar voor gebruik zijn. De afschrijvingen van deze activa starten,

op dezelfde basis als de overige vaste activa, wanneer zij klaar zijn voor het beoogde gebruik.

Latere uitgaven verbonden aan een materieel vast actief worden als last opgenomen wanneer zij gedaan worden.

De verschillende categorieën van materiële vaste activa worden aan de hand van de lineaire methode afgeschreven over hun geschatte gebruiksduur. De afschrijving vangt aan op het moment dat de activa klaar zijn voor hun beoogde gebruik. De geschatte gebruiksduur, restwaarden en afschrijvingsmethode worden aan het einde van elke verslagperiode beoordeeld, waarbij alle schattingswijzigingen prospectief worden verwerkt.

Projectgerelateerde activa worden afgeschreven over de productieperiode van het project. In geval van herallocatie van volledig afgeschreven activa kunnen kosten gemaakt worden om die opnieuw in bruikbare toestand te brengen. Die kosten worden afgeschreven over de looptijd van het nieuwe project, zonder bijkomende herwaardering of terugname van eventuele bijzondere waardeverminderingen.

De geschatte gebruiksduur van de belangrijkste materiële vaste activa ligt binnen de volgende bandbreedtes:

Grondverbeteringswerken 25 jaar
Kantoren 25 tot 40 jaar
Industriële gebouwen 25 jaar
Fabrieken 10 tot 15 jaar
Machines - Zware installaties 11 tot 15 jaar
Machines - Halfzware installaties 8 tot 10 jaar
Machines - Lichte installaties 5 tot 7 jaar
Preoperationele kosten 4 jaar
Uitrusting 5 tot 10 jaar
Meubilair 5 tot 10 jaar
Hardware 3 tot 10 jaar
Rollend materieel - Wagens 4 jaar
Rollend materieel - Vrachtwagens 7 jaar

De winst of het verlies als gevolg van de buitengebruikstelling of vervreemding van een actief wordt vastgesteld als het verschil tussen de netto-opbrengst bij vervreemding en de boekwaarde van het actief en opgenomen in de winsten-verliesrekening.

Leaseovereenkomsten

De Groep heeft verschillende leaseovereenkomsten voor materiële vaste activa en rollend materieel en de huurcontracten worden meestal afgesloten voor een vaste termijn. De leaseovereenkomsten worden voor elk actief afzonderlijk gesloten en omvatten een brede waaier van voorwaarden.

Leaseovereenkomsten worden opgenomen als een actief met gebruiksrecht en de bijbehorende verplichting op de datum van aanvang van de leaseovereenkomst, d.w.z. wanneer het gehuurde actief beschikbaar is voor gebruik door de Groep. Elke leasebetaling wordt verdeeld over de verplichting en de financieringskosten. De financieringskosten worden over de leaseperiode ten laste van de winsten-verliesrekening gebracht om te komen tot een constante periodieke rente op het resterende saldo van de verplichting voor elke periode. Het actief met gebruiksrecht wordt lineair afgeschreven over de gebruiksduur van het actief of over de leaseperiode indien deze korter is, voor zover in de leaseovereenkomst geen aankoopoptie is opgenomen. Indien er een aankoopoptie bestaat is en de Groep oordeelt dat het redelijk zeker is dat die zal worden uitgeoefend, wordt het actief met gebruiksrecht afgeschreven over zijn gebruiksduur.

Activa en verplichtingen die voortvloeien uit een leaseovereenkomst worden bij eerste opname gewaardeerd tegen contante waarde. Leaseverplichtingen omvatten de netto contante waarde van de volgende leasebetalingen:

  • vaste betalingen (met inbegrip van in wezen vaste betalingen), verminderd met eventuele te ontvangen leaseincentives;
  • variabele leasebetalingen die gebaseerd zijn op een index of rentevoet; en
  • eventuele aankoopopties indien het redelijk zeker is dat de lessee die optie zal uitoefenen.

De leasebetalingen zijn verdisconteerd met behulp van de marginale rentevoet van de Groep (toelichting 7.2.5.4, Activa met gebruiksrechten).

Activa met gebruiksrecht worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, die het volgende omvat:

  • het bedrag van de initiële waardering van de leaseverplichting;
  • eventuele leasebetalingen die op of vóór de aanvangsdatum zijn gedaan;
  • alle initiële directe kosten (behalve voor de leaseovereenkomsten die al bestaan op de overgangsdatum);
  • ontmantelingskosten.

In de balans worden activa met gebruiksrecht afzonderlijk gepresenteerd en worden leaseverplichtingen opgenomen als onderdeel van de financiële verplichtingen. Alle leasebetalingen die binnen 12 maanden verschuldigd zijn, worden opgenomen als kortlopende verplichtingen. Alle leasebetalingen die 12 maanden of meer na de verslagdatum verschuldigd zijn, worden opgenomen als langlopende verplichtingen.

Leasebetalingen in verband met kortetermijnleases en leaseovereenkomsten van activa met een lage waarde worden lineair als last in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Kortetermijnleases zijn leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder. Activa met een lage waarde bestaan voornamelijk uit IT-apparatuur (laptops, tablets, mobiele telefoons, PC's) en kleine kantooruitrusting en meubilair.

Sommige leaseovereenkomsten omvatten variabele leasebetalingen. Betalingen die variëren naargelang van het gebruik van het onderliggende actief zijn variabele leasebetalingen (bv. huur van onroerend goed op basis van het aantal gebruikte vierkante meters). Deze variabele leasebetalingen worden als last opgenomen wanneer zij worden gedaan.

Er zijn geen materiële leaseovereenkomsten waarbij de Groep

verhuurder is, behalve voor één gebouw dat aan de Eurofoam-groep wordt verhuurd.

Bijzondere waardevermindering van materiële en immateriële activa Met uitzondering van goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur, die ten minste jaarlijks op bijzondere waardevermindering worden getoetst, worden andere materiële en immateriële vaste activa beoordeeld op bijzondere waardevermindering wanneer er aanwijzingen zijn dat hun boekwaarde niet via gebruik of verkoop realiseerbaar zal zijn. Indien een actief geen kasstromen genereert die onafhankelijk zijn van andere activa, schat de Groep de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

De realiseerbare waarde is de reële waarde verminderd met de verkoopkosten of de bedrijfswaarde, of de boekwaarde indien die hoger is. Voor de berekening van de

reële waarde of de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar hun contante waarde aan de hand van een discontovoet vóór belastingen die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld en de specifieke risico's van het actief waarvoor de geschatte toekomstige kasstromen werden aangepast.

Indien de realiseerbare waarde van een actief (of kasstroomgenererende eenheid) lager geschat wordt dan zijn boekwaarde, wordt de boekwaarde van het actief (of de kasstroomgenererende eenheid) verlaagd tot zijn realiseerbare waarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk opgenomen als last.

Indien een bijzonder

waardeverminderingsverlies later wordt teruggenomen, wordt de boekwaarde van het actief (of de kasstroomgenererende eenheid) verhoogd tot de herziene schatting van zijn realiseerbare waarde, maar enkel zo dat de verhoogde boekwaarde niet hoger is dan de boekwaarde die zou zijn bepaald als in de voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of de kasstroomgenererende eenheid) was opgenomen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op goodwill worden echter nooit teruggenomen.

Vaste activa aangehouden voor verkoop

Vaste activa en groepen activa die worden afgestoten, worden ondergebracht in de rubriek aangehouden voor verkoop indien hun boekwaarde voornamelijk kan worden gerealiseerd door een verkooptransactie en niet door hun voortgezet gebruik. Deze voorwaarde wordt slechts als voldaan geacht wanneer de verkoop een hoge

waarschijnlijkheid heeft en het actief (of de groep activa die worden afgestoten) zich in een toestand van onmiddellijke verkoopbaarheid bevindt. Het management moet zich tot de verkoop verbonden hebben en de verkoop moet naar verwachting binnen het na deze classificatie in aanmerking komen voor opname als voltooide verkoop.

Vaste activa (en groepen activa die worden afgestoten) die zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, worden gewaardeerd tegen hun eerdere boekwaarde of tegen hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten indien deze lager is.

Vastgoedbeleggingen

Vastgoedbeleggingen, vaste activa die worden aangehouden om huuropbrengsten en/of een waardestijging te realiseren, worden op de balansdatum gewaardeerd tegen hun reële waarde. Winsten of verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarde van vastgoedbeleggingen, worden opgenomen in de winst-enverliesrekening over de periode waarin ze ontstaan.

Financiële activa

Financiële activa worden opgenomen of afgeboekt op de transactiedatum, zijnde de datum waarop de Groep zich ertoe verbindt om het actief te kopen of verkopen. Financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen hun reële waarde, uitgezonderd handelsvorderingen. Handelsvorderingen worden gewaardeerd tegen hun transactiewaarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving of uitgifte van financiële activa worden toegevoegd aan de reële waarde van de financiële activa bij de eerste opname, behalve voor financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, waarbij

de transactiekosten onmiddellijk in het resultaat worden opgenomen.

Na de eerste opname worden financiële activa gewaardeerd tegen hun geamortiseerde kostprijs of reële waarde, op basis van de classificatie van de financiële activa.

• Classificatie van financiële activa De classificatie van financiële activa is afhankelijk van het bedrijfsmodel van de entiteit voor het beheer van de financiële activa en de contractuele voorwaarden van de kasstromen. Het management bepaalt de classificatie van financiële activa bij de eerste opname.

Schuldinstrumenten (zoals leningen, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten) worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingen indien ze worden aangehouden voor het innen van contractuele kasstromen waarbij die kasstromen uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente vertegenwoordigen. De effectieve-rentemethode is een methode voor het berekenen van de geamortiseerde kostprijs van een schuldinstrument en voor het toerekenen van rentebaten over de desbetreffende periode. De effectieve rentevoet is de rentevoet die exact de geschatte toekomstige kasontvangsten (inclusief alle betaalde en ontvangen vergoedingen en margepunten) verdisconteert over de verwachte levensduur van het schuldinstrument, of, waar van toepassing, een kortere periode, tot de netto boekwaarde bij eerste opname.

Financiële beleggingen (aandelenbeleggingen) worden normaliter in de geconsolideerde balans gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. De Vennootschap kan echter bij de eerste opname een onherroepelijke keuze maken om de belegging tegen reële waarde te waarderen via de niet-gerealiseerde resultaten ('FVTOCI'), waarbij de dividendbaten worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Aandelenbeleggingen in nietbeursgenoteerde ondernemingen worden opgenomen als financiële activa gewaardeerd volgens FVTOCI.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

IFRS 9 vereist een toekomstgerichte benadering van verwachte kredietverliezen voor de beoordeling van bijzondere waardeverminderingen van financiële activa. Daarom neemt de Groep een voorziening voor verwachte kredietverliezen op voor alle schuldinstrumenten die niet tegen reële waarde worden verwerkt via de winst-en-verliesrekening en contractactiva.

IFRS 9 biedt een vereenvoudigde methode voor de waardering van de voorziening voor kredietverliezen tegen een bedrag dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen voor handelsvorderingen zonder een significante financieringscomponent (kortlopende handelsvorderingen). Deze kredietverliezen zijn de verwachte kredietverliezen die voortvloeien uit alle mogelijke wanbetalingsgebeurtenissen over de verwachte levensduur van die handelsvorderingen, met behulp van een voorzieningenmatrix die historische informatie over wanbetalingen aangepast voor toekomstgerichte informatie in acht neemt.

Voor langetermijnleningen aan verbonden partijen wordt het algemene beoordelingsmodel voor bijzondere waardeverminderingen toegepast. IFRS 9 vereist dat de Groep de voorziening voor kredietverliezen voor een financieel instrument waardeert tegen een bedrag dat gelijk is aan de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen indien het kredietrisico op dat financiële instrument aanzienlijk is toegenomen sinds de eerste opname, of indien het financiële instrument is verworven of gecreëerd met verminderde kredietwaardigheid. Anderzijds moet de Groep, als het kredietrisico op een financieel instrument sinds de eerste opname (met uitzondering van een financieel actief dat is verworven of gecreëerd met verminderde kredietwaardigheid) niet aanzienlijk is toegenomen, de voorziening voor kredietverliezen voor dat financiële instrument waarderen tegen een bedrag gelijk aan de binnen 12 maanden te verwachten kredietverliezen.

Het management heeft geconcludeerd dat het onnodige kosten en moeite zou vergen om het kredietrisico van elke lening op haar respectievelijke datum van eerste opname te bepalen. Dienovereenkomstig neemt de Groep de tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen voor deze leningen op tot deze niet langer in de balans zijn opgenomen.

IFRS 9 past dezelfde

waarderingsaanpak toe op leningsverplichtingen en financiële garantiecontracten (anders dan gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten-verliesrekening).

• Afboeking van financiële activa De Groep boekt een financieel actief slechts af wanneer de contractuele rechten op de kasstromen uit het actief vervallen, of wanneer de Groep het financieel actief en nagenoeg alle aan het eigendom van het actief verbonden risico's en voordelen overdraagt aan een andere entiteit. Als de Groep nagenoeg alle aan het eigendom verbonden risico's en voordelen noch overdraagt, noch behoudt en het overgedragen actief blijft beheren, dan neemt de Groep het behouden belang in het actief op, evenals de daaraan verbonden verplichting voor de bedragen die hij eventueel moet betalen.

Als de Groep nagenoeg alle aan het eigendom van een overgedragen financieel actief verbonden risico's en voordelen behoudt, dan blijft de Groep het financieel actief opnemen en neemt hij ook een krediet met onderpand op voor de inkomsten die hierbij ontvangen worden.

Bij het volledig afboeken van een financieel actief in zijn geheel, wordt het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de som van de ontvangen en te ontvangen vergoeding en de cumulatieve winst of verlies die voorheen opgenomen werden in de niet-gerealiseerde resultaten en gecumuleerd in het eigen vermogen, opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Bij het gedeeltelijk afboeken van een financieel actief anders dan in zijn geheel (bv. wanneer de Groep de mogelijkheid behoudt om een deel van een overdragen actief terug te kopen), verdeelt de Groep de eerdere boekwaarde van het financieel actief tussen het deel dat hij blijft opnemen vanwege blijvende betrokkenheid, en het deel dat hij niet langer opneemt op basis van de relatieve reële waarde van die delen op het moment van de overdracht.

Het verschil tussen de boekwaarde die toegekend wordt aan het deel dat niet langer wordt opgenomen en de som van de vergoeding wordt opgenomen in de winst-enverliesrekening.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, of tegen hun netto realiseerbare waarde als die lager is. De kostprijs omvat de directe grondstoffenkosten, indien van toepassing, de directe arbeidskosten en de overheadkosten die zijn gemaakt om de voorraden op hun huidige locatie en in hun huidige staat te brengen. De kostprijs wordt berekend volgens de methode van de gewogen gemiddelde kostprijs.

De netto realiseerbare waarde is de geschatte verkoopprijs verminderd met alle geschatte kosten van voltooiing en kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren.

Financiële verplichtingen en eigenvermogensinstrumenten

Een instrument wordt geclassificeerd als een financiële verplichting of als een eigenvermogensinstrument naargelang de inhoud van de contractuele regelingen die zijn aangegaan. Een eigenvermogensinstrument is elk contract dat na aftrek van alle verplichtingen een restbelang in de activa van de Groep vertoont.

Eigenvermogensinstrumenten uitgegeven door de Vennootschap worden geboekt tegen de ontvangen opbrengsten, na aftrek van de directe uitgiftekosten.

Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen (inclusief rentedragende leningen en handelsschulden) worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, in geval van een financiële verplichting die niet is gewaardeerd tegen

reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten-verliesrekening verminderd met de transactiekosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de uitgifte van de financiële verplichting. Vervolgens worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, behalve voor afgeleide instrumenten.

• Rentedragende leningen en schulden

Rentedragende leningen worden opgenomen tegen de ontvangen opbrengsten, na aftrek van de gemaakte transactiekosten. Leningen worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieverentemethode. Elk verschil tussen de opbrengsten (na aftrek van de transactiekosten) en de aflossingswaarde (inclusief premies betaalbaar bij afwikkeling of terugkoop) wordt in de winst-enverliesrekening opgenomen over de looptijd van de lening.

Handelsschulden die niet rentedragend zijn, worden gewaardeerd tegen kostprijs, zijnde de reële waarde van de te betalen vergoeding.

• Afgeleide financiële instrumenten Afgeleide instrumenten met een negatieve reële waarde worden geclassificeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten-verliesrekening ('FVTPL'), tenzij ze zijn aangewezen en effectief zijn als afdekking.

Verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen

• Vergoedingen na uitdiensttreding In overeenstemming met de wetten en praktijken van elk land hebben de verbonden ondernemingen van de Groep toegezegdpensioenregelingen en toegezegdebijdrageregelingen. Het beleid van

de Groep is om waar mogelijk en passend voor nieuw aangeworven werknemers toegezegdebijdrageregelingen toe te passen.

Bijdragen aan toegezegdebijdrageregelingen worden als last opgenomen in de periode waarin de desbetreffende werknemer in dienst is.

Voor toegezegde-

pensioenregelingen is het bedrag dat in de balans wordt opgenomen de contante waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegdpensioenregeling, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen.

Indien het in de balans op te nemen bedrag een actief is, wordt het opgenomen actief beperkt tot het actiefplafond, dat wordt gedefinieerd als de contante waarde van alle economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlagingen van toekomstige bijdragen aan de regeling.

Voor gefinancierde regelingen waarvoor een minimaal vereiste dekkingsgraad geldt, wordt, indien de bijdragen die moeten worden betaald ter dekking van een bestaand tekort op basis van de minimaal vereiste dekkingsgraad met betrekking tot reeds ontvangen diensten niet beschikbaar zijn als een terugbetaling of verlaging van toekomstige bijdragen nadat deze in de regeling zijn gestort, indien nodig een aanvullende verplichting opgenomen, in overeenstemming met IFRIC 14.

In de winst-en-verliesrekening worden de huidige en vroegere servicekosten (inclusief inperkingen), afwikkelingskosten en administratiekosten geboekt onder 'overige bedrijfsopbrengsten en -kosten', terwijl de netto rentekosten worden geboekt onder 'overige financiële opbrengsten en kosten'.

De contante waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling en de daarmee verband houdende huidige en vroegere servicekosten worden berekend door gekwalificeerde actuarissen op basis van de 'projected unit credit' methode. De disconteringsvoet is gebaseerd op de geldende rendementen van hoogwaardige bedrijfsobligaties in een valuta en met een looptijd die consistent is met de valuta en de looptijd van de pensioenverplichtingen. Voor valuta's waarvoor geen diepe markt bestaat in dergelijke obligaties, wordt rekening gehouden met staatsobligaties. In de toegezegdpensioenverplichtingen zijn geen voorzieningen voor overlijden tijdens de diensttijd opgenomen, aangezien deze volledig verzekerd zijn en de Groep niet de intentie heeft deze verzekeringspolis niet voort te zetten.

Aangezien er geen marktprijs beschikbaar is voor groepsverzekeringscontracten, wordt de reële waarde van dergelijke contracten geschat door de verwachte toekomstige kasstromen (d.w.z. de door de verzekeraar gegarandeerde bedragen) te verdisconteren aan de hand van een disconteringsvoet die zowel het aan de fondsbeleggingen verbonden risico als de vervaldatum of de verwachte vervreemdingsdatum van die beleggingen weerspiegelt. Het risico dat verbonden is aan deze activa is gebaseerd op de marktsituatie op de verslagdatum.

Herwaarderingen omvatten:

• actuariële winsten en verliezen die voortvloeien uit verschillen

tussen eerdere actuariële veronderstellingen en feitelijke ervaring, en uit wijzigingen in actuariële veronderstellingen;

  • het rendement op fondsbeleggingen; en
  • wijzigingen in het effect van het actiefplafond of de aanvullende verplichting opgenomen onder IFRIC 14, exclusief bedragen die in de nettorente zijn opgenomen.

Dergelijke herwaarderingen worden opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Pensioenkosten van verstreken diensttijd, die voortvloeien uit wijzigingen in de regeling, worden onmiddellijk als last opgenomen.

Toegezegde-bijdrageregelingen in België en Zwitserland zijn 'hybride' pensioenregelingen die kwalificeren als toegezegd-pensioenregelingen voor IFRS-doeleinden, omdat ze wettelijk onderworpen zijn aan minimale rendementsgaranties en een minimale lijfrenteconversie moeten garanderen. Er bestaat daarom een risico dat de Vennootschap bijkomende bijdragen moet betalen in verband met het dienstverband in het verleden. Dergelijke aanvullende bijdragen zijn afhankelijk van de werkelijke beleggingsopbrengsten en de toekomstige ontwikkeling van de minimumgaranties.

• Ontslagvergoedingen

Een verplichting en last voor ontslagvergoedingen wordt opgenomen op (a) de datum waarop het aanbod van deze vergoedingen niet langer kan worden ingetrokken, of (b) de datum waarop kosten worden opgenomen voor een reorganisatie die binnen het toepassingsgebied van IAS 37 valt en die de betaling van ontslagvergoedingen met zich meebrengt, als die datum aan de eerste voorafgaat.

Op aandelen gebaseerde betalingen

In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen aan werknemers en anderen die soortgelijke diensten verlenen, worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het eigenvermogensinstrument op het moment van hun toekenning. De reële waarde wordt bepaald aan de hand van het Black-Scholes-model. Meer informatie over hoe de reële waarde van in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde transacties is bepaald, is te vinden in toelichting 7.2.6.2, Op aandelen gebaseerde betalingen.

De reële waarde zoals bepaald op de datum van toekenning van de in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen wordt als last opgenomen en lineair gespreid over de wachtperiode op basis van de raming van de Groep van het aantal aandelen dat uiteindelijk definitief verworven zal worden.

Het bovenstaande beleid wordt toegepast op alle in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen die werden toegekend na 7 november 2002 en definitief verworven zijn geworden na 1 januari 2005. In de financiële staten is geen bedrag opgenomen voor de andere in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingen.

Voorzieningen • Algemeen

Voorzieningen worden opgenomen wanneer (i) de Groep een huidige (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, (ii) het waarschijnlijk is dat de Groep verplicht zal zijn om die verplichting af te wikkelen, en (iii) een betrouwbare

schatting kan worden gemaakt van het bedrag van die verplichting.

Het als voorziening opgenomen bedrag is de beste schatting van de vergoeding die vereist is om de huidige verplichting aan het einde van de verslagperiode af te wikkelen, rekening houdend met de risico's en onzekerheden rond de verplichting. Wanneer het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, is het bedrag de contante waarde van de uitgaven die vereist zijn om de verplichting af te wikkelen. De effecten van veranderingen in disconteringsvoeten worden over het algemeen opgenomen in het financiële resultaat.

Wanneer sommige of alle economische voordelen vereist om een voorziening af te wikkelen naar verwachting zullen worden teruggevorderd van een derde partij, wordt een vordering opgenomen als een actief als het vrijwel zeker is dat terugbetaling zal worden ontvangen als de Groep de verplichting afwikkelt.

• Verlieslatende contracten

Een verlieslatend contract is een contract waarbij de onvermijdelijke kosten om aan de verplichtingen uit hoofde van het contract te voldoen, groter zijn dan de economische voordelen die naar verwachting uit het contract zullen worden ontvangen. Huidige verplichtingen die voortvloeien uit verlieslatende contracten worden opgenomen en gewaardeerd als voorzieningen.

• Reorganisaties

Een reorganisatievoorziening wordt opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan voor de reorganisatie heeft ontwikkeld en, door de uitvoering van het plan aan te vatten of de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen, bij de betrokkenen

een geldige verwachting heeft gewekt dat hij de reorganisatie zal uitvoeren. De waardering van een reorganisatievoorziening omvat alleen de directe uitgaven die voortvloeien uit de reorganisatie, wat de bedragen zijn die zowel noodzakelijk voortvloeien uit de reorganisatie als niet samenhangen met de lopende activiteiten van de entiteit.

• Milieuverplichtingen

Recticel analyseert twee keer per jaar alle milieurisico's en de bijbehorende voorzieningen. De Groep waardeert deze voorzieningen naar beste vermogen op basis van zijn kennis van de toepasselijke regelgeving, de aard en omvang van de vervuiling, saneringstechnieken en andere beschikbare informatie.

Opname van opbrengsten

IFRS 15 bepaalt de principes die een entiteit toepast bij het rapporteren van informatie over de aard, hoeveelheid, timing en onzekerheid van opbrengsten en kasstromen uit een contract met een klant. Een entiteit die IFRS 15 toepast, neemt opbrengsten op om de overdracht van beloofde goederen of diensten aan de klant uit te drukken in een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waarop de entiteit verwacht in ruil voor die goederen of diensten recht te zullen hebben.

Klanten verkrijgen zeggenschap over producten wanneer de goederen worden afgeleverd bij en zijn aangenomen in hun gebouwen. Op dat moment worden de facturen gegenereerd en de opbrengsten opgenomen.

IFRS 15 past voor de opname van opbrengsten een 'vijf-stappenmodel' toe:

  • Identificeer de overeenkomst(en) met een klant;
  • Identificeer de prestatieverplichtingen

in de overeenkomst;

  • Bepaal de transactieprijs;
  • Verdeel de transactieprijs over alle prestatieverplichtingen;
  • Neem opbrengsten op wanneer aan een prestatieverplichting is voldaan door een beloofd goed of dienst aan een klant over te dragen (wanneer de klant zeggenschap over dat goed of die dienst verkrijgt).
  • • Transactieprijs

De transactieprijs is het bedrag van de vergoeding waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor het overdragen van beloofde goederen of diensten aan een klant. Als de in een contract beloofde vergoeding een variabel bedrag omvat, moet een entiteit het bedrag inschatten van de vergoeding waarop zij verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van de beloofde goederen of diensten aan een klant.

De meest voorkomende soorten variabele vergoedingen die kunnen worden geïdentificeerd, zijn:

  • Volumekortingen
  • Eindejaarskortingen
  • Aanpassingen om toekomstige veranderingen in de grondstofprijzen op te vangen.

Het is niet ongebruikelijk om met de klant jaarlijkse leveringsovereenkomsten te sluiten, waarin de verkoopprijzen van de goederen voor het betreffende jaar worden vastgesteld. Deze overeenkomsten voorzien niet in volumeverbintenissen vanwege de klant. Het bedrag van de geboekte omzet wordt aangepast voor verwachte kortingen. Bij de verkoop van de goederen aan de klant wordt een contractuele verplichting opgenomen, die wordt vrijgegeven bij de uitgifte van de creditnota.

Als aan de klant een creditnota wordt afgegeven ter compensatie van kwaliteitsclaims, wordt deze opgenomen als een vermindering van de opbrengsten.

De meest voorkomende soorten vergoedingen die aan de klant worden betaald hebben betrekking op:

  • Deelname aan flyers
  • Deelname aan reclamecampagnes
  • Promotieacties in de winkel

De vergoedingen die worden betaald om deel te nemen aan de flyers van de klant, worden in mindering van de opbrengsten opgenomen, omdat de diensten die door de klant aan de Groep worden geleverd over het algemeen niet als afzonderlijk kunnen worden beschouwd.

Rentebaten en -lasten

Rentebaten en -lasten worden op een tijdsevenredige basis opgenomen, in functie van de uitstaande som en tegen de effectieve rentevoet die van toepassing is, met name de rentevoet die de verwachte toekomstige in- en uitgaande kasstromen exact verdisconteert naar de netto boekwaarde van het financiële actief of de financiële verplichting over de verwachte gebruiksduur van dat actief of die verplichting.

Dividendopbrengsten

Dividendopbrengsten uit beleggingen worden opgenomen op het moment dat de aandeelhouder het recht heeft verkregen om de betaling te ontvangen.

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden niet opgenomen tot er een redelijke zekerheid is dat de Groep zal voldoen aan de hieraan verbonden voorwaarden en dat de subsidies zullen worden ontvangen.

Overheidssubsidies met betrekking tot de opleiding van personeel worden als opbrengst opgenomen over de periodes die nodig zijn om ze te verbinden aan de betrokken lasten en worden in mindering gebracht van de overeenkomstige uitgaven.

Overheidssubsidies met betrekking tot materiële vaste activa worden verwerkt door de ontvangen subsidies in mindering te brengen van de boekwaarde van de betrokken activa. Dergelijke subsidies worden als opbrengst opgenomen over de gebruiksduur van de af te schrijven activa.

Winstbelastingen

Belastinglasten omvatten over de verslagperiode verschuldigde belastinglasten en uitgestelde belastinglasten.

De over de verslagperiode verschuldigde belastinglasten zijn gebaseerd op de belastbare winst over de periode. De belastbare winst verschilt van het resultaat over de periode vóór belastingen zoals gerapporteerd in de winst-enverliesrekening, omdat ze bepaalde elementen van baten of lasten uitsluit die belastbaar of aftrekbaar zijn in andere jaren en elementen uitsluit die nooit belastbaar of aftrekbaar zullen worden. De actuele belastingverplichting van de Groep wordt berekend op basis van de belastingtarieven waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten op de balansdatum.

Uitgestelde belastingen zijn de naar verwachting betaalbare of terugvorderbare belastingen op verschillen tussen de boekwaarde van activa of verplichtingen in de financiële staten en hun fiscale basis gebruikt voor de berekening van de belastbare winst. Ze worden verwerkt aan de hand van de 'balance sheet liability'-methode. Uitgestelde belastingverplichtingen worden meestal opgenomen voor alle belastbare tijdelijke verschillen en uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat er belastbare winst beschikbaar zal zijn waarmee het aftrekbare tijdelijke verschil kan worden verrekend. Dergelijke activa en verplichtingen worden niet opgenomen indien de tijdelijke verschillen voortvloeien uit goodwill of uit de eerste opname (behalve in het kader van een bedrijfscombinatie) van andere activa en verplichtingen in een transactie die geen invloed heeft op de belastbare winst of op de winst vóór belastingen.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en met belangen in joint ventures, tenzij de Groep het tijdstip kan bepalen waarop het tijdelijke verschil wordt afgewikkeld of indien het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst niet zal worden afgewikkeld. Er worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen op de niet-uitgekeerde, in reserves opgenomen resultaten van dochterondernemingen, geassocieerde vennootschappen en joint ventures, aangezien de impact niet materieel is.

De boekwaarde van uitgestelde belastingvorderingen wordt beoordeeld op minstens elke balansdatum en verlaagd in zoverre het niet langer waarschijnlijk is dat voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn om het mogelijk te maken het voordeel van die uitgestelde belastingvordering geheel of gedeeltelijk aan te wenden.

Uitgestelde belastingen worden gewaardeerd op basis van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn in de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld. Uitgestelde belastingen worden als baten of lasten opgenomen in de winst-en-verliesrekening, tenzij de belasting voortvloeit uit een transactie of gebeurtenis die direct in het eigen vermogen of indirect via overige totaal resultaat is opgenomen. In dat geval wordt ook de uitgestelde belasting verwerkt in het eigen vermogen.

Put- en/of callopties

Put- en/of callopties worden toegekend aan of worden aangehouden door minderheidsaandeelhouders in het kader van een bedrijfscombinatie, waarbij de Groep zeggenschap heeft verworven maar minder dan 100% van het aandelenbelang in een dochteronderneming.

Aangezien de Groep een huidige verplichting heeft om de aandelen te kopen tegen contanten of een ander financieel actief, wordt op de overnamedatum een financiële verplichting opgenomen in overeenstemming met IAS 32. De verplichting wordt gewaardeerd tegen de verwachte uitoefenprijs wanneer het bedrag variabel is. Bij de opname van de verplichting wordt een gelijkwaardige correctie van het eigen vermogen – minderheidsbelang verkoopoptiereserve opgenomen.

In overeenstemming met IFRS 10 en na het uitvoeren van een risicoen opbrengstenanalyse worden minderheidsbelangen tot aan de afwikkeling opgenomen onder het eigen vermogen. Ook volgens IFRS 10.23 worden wijzigingen in het eigendomsbelang van een moedermaatschappij in een dochteronderneming die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, verwerkt als eigenvermogenstransacties — dat wil zeggen transacties met eigenaren in hun hoedanigheid van eigenaar.

Na de eerste opname wordt de NCI-putverplichting vervolgens gewaardeerd in overeenstemming met de toepasselijke waarderingsvereisten voor financiële instrumenten (doorgaans IFRS 9) als een financiële verplichting (bijvoorbeeld tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode, of tegen reële waarde indien vereist door de specifieke voorwaarden).

7.2.1.4 Belangrijkste bronnen van beoordelingsonzekerheden en belangrijke inschattingen

Bij de opstelling van de jaarrekening zijn geen belangrijke inschattingen gevormd en er waren geen belangrijke bronnen van beoordelingsonzekerheden. Alle andere hierna vermelde punten hebben betrekking op normale oordelen en schattingen.

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met de IFRS vereist de nodige beoordelingen, schattingen en hypothesen door het management. Het management baseert zijn schattingen en hypothesen op ervaringen uit het verleden en andere redelijke beoordelingselementen. Deze worden periodiek herzien en de effecten van zulke herzieningen worden opgenomen in de jaarrekening van de desbetreffende periode. Ook toekomstige gebeurtenissen die een financiële impact kunnen hebben op de Groep worden hierin opgenomen.

De geschatte resultaten van zulke mogelijke toekomstige gebeurtenissen kunnen dan ook afwijken van de reële toekomstige impact op de resultaten. Beoordelingen en schattingen werden onder andere gemaakt bij:

  • de bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële en materiële vaste activa en activa met gebruiksrechten;
  • de bepaling van voorzieningen voor verwachte kredietverliezen;
  • de bepaling van afschrijvingen op voorraden;
  • de bepaling van voorzieningen voor reorganisaties;
  • de bepaling van voorzieningen voor verlieslatende contracten;
  • de bepaling van voorzieningen voor voorwaardelijke verplichtingen, geschillen en overige risico's;
  • de bepaling van voorzieningen voor schadevergoedingen in verband met desinvesteringen;
  • de waardering van toegezegdpensioenverplichtingen na uitdiensttreding, andere langlopende personeelsbeloningen en ontslagvergoedingen;
  • de realiseerbaarheid van uitgestelde belastingvorderingen en;
  • de beoordeling van de leasetermijn als oordeelsvorming onder IFRS 16;
  • bedrijfscombinaties, met inbegrip van de waardering tegen reële waarde en de vaststelling van goodwill.

Het is niet uitgesloten dat toekomstige herzieningen van deze inschattingen en beoordelingen tijdens de volgende boekjaren een aanpassing in de waarde van de activa en passiva kunnen veroorzaken.

Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële en materiële vaste activa en activa met gebruiksrechten

Voor afschrijfbare activa met een lange gebruiksduur moet de beoordeling van bijzondere waardeverminderingen in de eerste plaats gemaakt worden op het niveau van het individuele actief. Alleen als het niet mogelijk is om een realiseerbare waarde op individueel niveau te schatten, wordt de evaluatie uitgevoerd op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid (hierna 'KGE') waartoe het actief behoort. Voor afschrijfbare activa met een lange gebruiksduur moet een bijzondere waardeverminderingstest uitgevoerd worden indien er indicatoren van bijzondere waardevermindering zijn. Indien zulke indicatoren bestaan, moet een analyse van bijzondere waardevermindering uitgevoerd worden op KGE-niveau.

Voor goodwill (en overige niet-afschrijfbare vaste activa) wordt minstens jaarlijks een bijzondere waardeverminderingstest uitgevoerd. De boekwaarde kan op een redelijke en consistente basis toegewezen worden. De toewijzing van goodwill aan een KGE of een groep KGE's houdt ook rekening met de synergieën van de bedrijfscombinatie zoals verwacht door de beslissingsnemer. Goodwill kan voor bijzondere waardeverminderingstests toegewezen worden aan een groep van KGE's, indien de leidinggevende beslissingsverantwoordelijke oordeelt dat dit de meest gepaste toewijzing is. Er bestaat een verband tussen het niveau waarop goodwill wordt getest voor bijzondere waardevermindering en het niveau van de interne rapportering dat weergeeft hoe de entiteit haar activiteiten beheert, en waarmee de goodwill is geassocieerd (aldus kan het niveau van de segmentrapportering zoals bepaald door IFRS 8 niet worden overstegen).

Het KGE-niveau wordt vastgesteld op basis van markt en productiecapaciteiten. Deze benadering leidt tot de vaststelling van vijf KGE's in Insulation:

  • KGE "Verenigd Koninkrijk";
  • KGE "Continentaal Europa";
  • KGE "Scandinavië";
  • KGE "Insulated Panels";
  • KGE "Downstream offerings".

Voor de volgende KGE werd een analyse op bijzondere waardevermindering uitgevoerd:

• KGE "Insulated Panels",

aangezien het grootste deel van de Recticel-goodwill wordt toegewezen aan de KGE "Insulated Panels".

Voor de overige KGE's is het bedrag van de goodwill niet materieel in vergelijking met het totale goodwillbedrag of de goodwill die betrekking heeft op recente bedrijfscombinaties en is dus geen bijkomende toetsing op bijzondere waardevermindering vereist.

Het grootste deel van de netto boekwaarde van de totale goodwill werd getoetst op bijzondere waardevermindering en is als volgt samengesteld:

INSULATEDPANELS OVERIGE TOTAAL
Goodwill 74.097 20.412 94.509
Overige immateriële vaste activa 61.558 12.099 73.657
Materiële vaste activa 64.705 88.354 153.059
Activa in aanbouw 1.333 28.372 29.705
Activa met gebruiksrechten 8.855 18.444 27.299
Totale nettoboekwaarde 210.548 167.681 378.228
waarvan bijzonderewaardeverminderingen die tijdens deperiode zijn opgenomen 0 (134) (134)

Voor 2025:

Bijzondere waardeverminderingslasten houden geen verband met de algemene analyse op bijzondere waardeverminderingen.

Voor het onderzoek op bijzondere waardevermindering van de balansposten in bovenstaande tabel werden bepaalde veronderstellingen gemaakt. De bijzondere waardeverminderingstests zijn toegepast op de kasstroomgenererende eenheden ('KGE's') op basis van de hierboven uiteengezette principes. Het recupereerbare bedrag van de totale KGE wordt bepaald op basis van de bedrijfswaarde.

Bij de bepaling van de verwachte toekomstige kasstromen houdt de Groep rekening met voorzichtige, doch realistische veronderstellingen met betrekking tot zijn markten, zijn omzet, de grondstoffenprijzen, de impact van eerdere reorganisaties en de brutomarges,

die alle (i) gebaseerd zijn op vroegere ervaringen van het management en/of (ii) in lijn liggen met betrouwbare externe informatiebronnen. Het is evenwel niet uitgesloten dat een toekomstige herbeoordeling van de veronderstellingen en/of de marktanalyse als gevolg van wijzigingen in de economische omgeving leidt tot de opname van bijkomende bijzondere waardeverminderingen.

Voor de verdiscontering van de toekomstige kasstromen wordt voor alle KGE's van de Groep een uniforme, globale disconteringsvoet vóór belastingen van 8,69% gehanteerd (9,35% in 2024). Deze disconteringsvoet vóór belastingen is gebaseerd op een (lange-termijn) gewogen gemiddelde kapitaalkost op basis van de huidige marktverwachtingen inzake de tijdswaarde van geld en de risico's waarvoor toekomstige kasstromen moeten worden aangepast; waarbij de risico's impliciet in de kasstromen vervat zijn.

De disconteringsvoet vóór belastingen voor toetsing op bijzondere waardevermindering is gebaseerd op de volgende veronderstellingen (op EUR-basis):

Streefratio's van de Groep:Schuldgraad: netto financiële schuld / 202450% 202550%
totaal eigen vermogen% netto financiële schuld% totaal eigen vermogen 33%67% 33%67%
Kosten van schulden vóór belastingen 1,25% 1,00%
Kosten van het eigen vermogen vóór belastingen= (Rf + (Em * Beta)+ Sp)/(1-T)Risicovrije rentevoet = RfBètaMarktrisicopremie eigen vermogen = EmPremie klein bedrijf (smallcap) = Sp 9,99%3,46%1,26%5,00%1,65% 9,49%4,08%0,90%5,50%1,65%
Tarief vennootschapsbelasting = TVeronderstelde inflatie 23,9%1,90% 25,0%1,80%
Gewogen gemiddelde kapitaalkostvóór belastingen 9,4% 8,7%

De verdisconteringsfactoren worden ten minste jaarlijks herzien.

Belangrijke veronderstellingen

De dynamiek van het bedrijfsmodel, de budgetten en de geprojecteerde kasstromen worden gebaseerd op stabiele kostenstructuren die de inflatie op arbeid en andere kosten weergeven, stabiele vaste kosten en

kapitaaluitgaven. Brutomarges en bedrijfsresultaten zijn gevoelig voor de volatiliteit van de grondstoffenprijzen, die onvoorspelbaar zijn. Daarom veronderstellen budgetten dat stijgingen of dalingen van grondstoffenprijzen gecompenseerd worden door aanpassingen van de verkoopprijzen.

Voor de KGE "Insulated Panels" zijn de voorspellingen van de bedrijfswaarden gebaseerd op budgetten en financiële plannen over een periode van in totaal drie jaar. Na deze periode van drie jaar werd een permanente waarde zonder groeivoet in aanmerking genomen.

Op die basis bedraagt de bedrijfswaarde van de KGE "Insulated Panels" 1,37 maal de netto boekwaarde.

Sensitiviteitsanalyse

Een eerste sensitiviteitsanalyse (A) werd uitgevoerd om de impact van een wijziging in de gewogen gemiddelde kapitaalkost (+1%) op de uitkomst van de bijzondere waardeverminderingstests te meten (zie overzichtstabel onderaan).

Een tweede sensitiviteitsanalyse (B) werd uitgevoerd om de impact van een wijziging van de brutomarge op bedrijfsopbrengsten (-1%) – toegepast op het businessplan 2026-2030 en de permanente waarde – op de uitkomst van de bijzondere waardeverminderingstests te meten (zie overzichtstabel hierna).

Een derde sensitiviteitsanalyse (C) werd uitgevoerd om de impact van een veranderend verkoopvolume (-5% vanaf 2027) op de uitkomst van de bijzondere waardeverminderingstests te meten (zie overzichtstabel hierna).

Een vierde sensitiviteitsanalyse werd uitgevoerd om de gecombineerde impact van de bovenstaande sensitiviteitsanalyses te meten.

Voor de sensitiviteitsanalyses wordt verondersteld dat alle andere parameters van de onderliggende veronderstellingen, zoals marktevolutie, verkoop, grondstoffenprijzen, impact van eerdere reorganisaties en brutomarges, operationele kosten, werkkapitaalbehoeften, kapitaaluitgaven, etc ... onveranderd blijven.

in duizend EUR
VERDISCONTEERDE KASSTROOM / NETTO ACTIVABASIS (INCLUSIEF ACTIVA MET GEBRUIKSRECHTEN)
Sensitiviteit BASE CASE 1% TOENAME VAN WACC (A) 1% DALING VAN DEBRUTOMARGE OP DE OMZET (B) 5% DALING VAN DE NETTOOMZET (C) COMBINATIE VAN(A), (B) EN (C)
Insulated Panels 1,37keer de boekwaarde 1,22keer de boekwaarde 1,19keer de boekwaarde 1,08keer de boekwaarde 0,80keer de boekwaarde

Voorzieningen voor verwachte kredietverliezen

Een voorziening voor verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen waarvoor het risico bestaat dat de uitstaande vorderingen geheel of gedeeltelijk niet worden betaald wordt opgenomen vanwege de slechte financiële situatie van de debiteur of om economische, juridische of politieke redenen. Het besluit om een vordering als dubieus te classificeren, wordt door het management genomen op basis van alle informatie waarover het op elk moment beschikt. In overeenstemming met de waarderingsregels van de Groep zijn details over de bedragen van de voorziening voor verwachte kredietverliezen te vinden in oelichting 7.2.5.10, Handelsvorderingen, overige vorderingen en overige financiële activa.

De kredietbeheerprocessen van de Groep bewijzen nog steeds hun doeltreffendheid, waardoor er geen aanzienlijke kredietverliezen zijn. Er zijn geen marktontwikkelingen die leiden tot een stijging van de wanbetalingspercentages die worden gebruikt om de verwachte kredietverliezen te berekenen.

Het bedrag van de verwachte kredietverliezen op externe garanties wordt op elke verslagdatum beoordeeld om rekening te houden met de wijzigingen in het kredietrisico sinds de garantie werd verstrekt. Bij het bepalen of het kredietrisico van een garantie aanzienlijk is toegenomen sinds de uitgifte ervan en bij het inschatten

van de verwachte kredietverliezen, houdt Recticel rekening met redelijke en staafbare informatie die relevant en beschikbaar is zonder onnodige kosten of inspanningen. Dit omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie en analyse, gebaseerd op de historische ervaring van de Groep en een geïnformeerde kredietbeoordeling, met inbegrip van toekomstgerichte informatie.

De aan geassocieerde deelnemingen verstrekte leningen omvatten een nieuwe achtergestelde vendor loan van EUR 10 miljoen (vervallend in 2027) die op 30 juni 2021 is verstrekt aan Ascorium Holding GmbH, de Automotive-joint venture die de Automotive Interiorsactiviteiten heeft overgenomen, toelichting 7.2.4.7, Beëindigde bedrijfsactiviteiten. Op basis van de beoordeling van het management is een bijzondere waardevermindering toegepast op de leverancierslening en de opgebouwde rente voor een totaalbedrag van EUR 12,524 miljoen.

Put/call opties op Kuras / Miclar Group

KURAS

Op 28 oktober 2025 heeft Recticel 70% van de aandelen van Kuras BV verworven, een toonaangevende Nederlandse distributeur van dak-, wand- en gevelmaterialen. De SPA bevat een put-calloptie waarbij de put na vijf jaar tegen een variabele prijs kan worden uitgeoefend. Volgens IAS 32 vereist een variabele uitoefenprijs de opname van een uitgestelde verplichting voor aandelenbeleggingen met een overeenkomstige compensatie in een putoptiereserve (eigen vermogen), geschat op EUR 1,7 miljoen voor de resterende aandelen (30%).

MICLAR GROUP

Op 28 november 2025 heeft Recticel 76% van de aandelen van Miclar Group verworven, een toonaangevende Belgische specialist in industriële gevel- en dakbekleding, licht staalwerk en afwerkingscomponenten. De SPA bevat een put-calloptie waarbij de put na vijf jaar tegen een variabele prijs kan worden uitgeoefend. Volgens IAS 32 vereist een variabele uitoefenprijs de opname van een uitgestelde verplichting voor aandeleninvesteringen met een overeenkomstige compensatie in een putoptiereserve (eigen vermogen), geschat op EUR 7,2 miljoen voor de resterende aandelen (24%).

Voorzieningen voor reorganisaties en verlieslatende contracten

Een reorganisatievoorziening wordt opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd formeel plan voor de reorganisatie heeft ontwikkeld en, door de uitvoering van het plan aan te vatten of de belangrijkste kenmerken ervan aan de betrokkenen mee te delen, bij de betrokkenen een geldige verwachting heeft gewekt dat hij de reorganisatie zal uitvoeren.

Een verlieslatend contract is een contract waarbij de onvermijdelijke kosten om aan de verplichtingen uit hoofde van het contract te voldoen, groter zijn dan de economische voordelen die naar verwachting uit het contract zullen worden ontvangen.

In overeenstemming met de waarderingsregels van de Groep zijn details over de bedragen van voorzieningen voor reorganisaties en verlieslatende contracten te vinden in toelichting 7.2.4.3, Overige bedrijfsopbrengsten en -lasten en toelichting 7.2.5.15, Voorzieningen.

Voorzieningen voor schadevergoedingen in verband met desinvesteringen

Op het moment van een desinvestering bevat de verkoopovereenkomst bepaalde vrijwaringsclausules. Deze vrijwaringsclausules worden ten minste elk halfjaar herzien door de interne juristen van Recticel, indien nodig met de hulp van externe adviseurs. Deze

herziening omvat een beoordeling van de noodzaak om voorzieningen op te nemen en/of bestaande voorzieningen te herwaarderen, samen met de financiële afdeling en de verzekeringsafdeling.

Voorzieningen voor voorwaardelijke verplichtingen, geschillen en overige risico's

Alle belangrijke geschillen (fiscale en andere, inclusief dreigende geschillen) worden minstens elk halfjaar beoordeeld door de interne juristen van Recticel, waar nodig met de ondersteuning van externe adviseurs. Deze beoordeling omvat een beoordeling van de noodzaak om voorzieningen op te nemen en/ of bestaande voorzieningen te herwaarderen in samenwerking met de afdeling Financiën en de afdeling Verzekeringen. Verdere details worden gegeven in toelichting 7.2.6.9, Voorwaardelijke activa en verplichtingen.

Waardering van toegezegdpensioenverplichting na uitdiensttreding, andere langlopende personeelsbeloningen en ontslagvergoedingen De actuariële veronderstellingen die worden gebruikt bij het bepalen van de verplichtingen met betrekking tot toegezegd-pensioenregelingen op 31 december, evenals de jaarlijkse kosten, zijn te vinden in toelichting 7.2.5.14, Pensioenen en gelijkaardige verplichtingen. Alle belangrijke personeelsbeloningsplannen worden jaarlijks beoordeeld door onafhankelijke actuarissen. Disconteringsvoeten en inflatiepercentages worden centraal door het management bepaald.

Overige hypothesen (zoals toekomstige salarisverhogingen en demografische veronderstellingen) worden op lokaal niveau bepaald. Alle plannen worden gecontroleerd door de centrale Human Resources-afdeling van de Groep met behulp van een centrale actuaris om de

aanvaardbaarheid van de resultaten

te controleren en consistentie in rapportage te verzekeren.

Over de verslagperiode verschuldigde en uitgestelde belastingen

Alle belastingaangiften worden te goeder trouw opgesteld op basis van de beschikbare informatie, vaak met de hulp van externe belastingadviseurs. Er zijn een aantal belastingcontroles aan de gang in de Groep, met name in België en Polen. Hoewel de uiteindelijke uitkomst van deze belastingcontroles niet zeker is, heeft de Groep de gegrondheid van zijn aangiftes in overweging genomen bij de algemene evaluatie van potentiële belastingverplichtingen en is hij van mening dat er voldoende verplichtingen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. Aanzienlijke fiscale correcties kunnen echter nooit worden uitgesloten. In een dergelijk geval zal Recticel zijn positie verdedigen, altijd in volledige samenwerking met de belastingautoriteiten.

Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor aftrekbare tijdelijke verschillen en ongebruikte fiscale verliezen en andere belastingattributen, voor zover verwacht wordt dat er toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen deze kunnen worden aangewend. Daartoe toetst het management de opname van uitgestelde belastingvorderingen op basis van de bedrijfsplannen van de betrokken entiteiten.

De totale netto uitgestelde belastingvorderingen zijn gestegen van EUR 2,0 miljoen op 31 december 2024 naar EUR 6,2 miljoen op 31 december 2025, voornamelijk als gevolg van een toename van de uitgestelde belastingvorderingen in Nederland (EUR 1,7 miljoen) en Finland (EUR 2,8 miljoen).

Op 31 december 2025 zijn uitgestelde belastingvorderingen van EUR 30,1

miljoen opgenomen, voornamelijk in België (EUR 18,6 miljoen), in Duitsland (EUR 3,1 miljoen), in Finland (EUR 5,0 miljoen) en in Slovenië (EUR 0,4 miljoen).

Vastgoedbeleggingen

Vastgoedbeleggingen, vaste activa die worden aangehouden om huuropbrengsten en/of een waardestijging te realiseren, worden op de balansdatum gewaardeerd tegen hun reële waarde. De meerwaarde die voortvloeit uit de variatie in de reële waarde van vastgoedbeleggingen, wordt opgenomen in de winst-enverliesrekening over de periode.

7.2.1.5 Klimaatverandering

Bij het opstellen van haar financiële staten heeft Recticel Group de implicaties van klimaatverandering beoordeeld. Deze beoordeling omvat de toelichtingen in sectie 4.3, Navigeren in het landschap van risico's en kansen, evenals de vooruitgang van de Groep ten aanzien van haar kortetermijndoelstellingen in het kader van het Science Based Targets initiative (SBTi). Deze doelstellingen beogen een vermindering van de Scope 1 en 2 emissies met 90% en van de Scope 3 emissies met 25% tegen 2030, met als uiteindelijke ambitie het bereiken van net-zero uitstoot over alle Scopes tegen 2050, in overeenstemming met de doelstelling van het Akkoord van Parijs om de mondiale opwarming te beperken tot 1,5°C.

De SBTi engagementen van Recticel Group, die in februari 2024 werden gevalideerd, vormen een integraal onderdeel van haar langetermijnstrategie op het vlak van duurzaamheid. De Groep onderneemt concrete acties ter ondersteuning van de transitie naar een koolstofarme en circulaire economie. Deze acties worden toegelicht in het

klimaatactieplan Our Race to Net Zero, voorgesteld in sectie 2.3.5. De initiatieven van de Groep zijn gericht op een verantwoorde selectie van grondstoffen, de implementatie van duurzame en energie efficiënte processen en de toepassing van ecodesignprincipes.

Enkele belangrijke elementen in het klimaatactieplan van Recticel Group zijn:

    1. Initiatieven op het vlak van energie efficiëntie: Maatregelen om het energieverbruik te verminderen, de operationele efficiëntie te verbeteren en de koolstofvoetafdruk te beperken. Sinds 2021 is het energieverbruik met 21% gedaald, terwijl de productie is toegenomen.
    1. Transitie naar hernieuwbare energie: Een verschuiving naar hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne energie, om de activiteiten verder te elektrificeren en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.
    1. Samenwerking in de toeleveringsketen: Samenwerking met leveranciers om emissies in de volledige waardeketen aan te pakken, duurzame praktijken te bevorderen en positieve milieu effecten te realiseren. Dit omvat onder meer de integratie van een duurzaamheidsscorecard in de aankoopprocessen en een continue betrokkenheid van leveranciers.
    1. Innovatie: Investeringen in onderzoek en ontwikkeling gericht op innovatieve oplossingen die klimaatmitigatie en circulariteit ondersteunen. Dit omvat samenwerkingen met onderzoeksinstellingen om biogebaseerde grondstoffen en recyclageoplossingen voor bouw en einde levensduurafval te onderzoeken. In 2026 zal een polyolrecyclage installatie op

industriële schaal operationeel zijn (zie sectie 5.3.3.1). Recticel Group heeft geen hoge energie-intensiteit, wat weerspiegeld wordt in de relatief lage Scope 1 en Scope 2-broeikasgasemissies. Bovendien wordt watertekort niet als een materieel risico beschouwd, gezien het beperkte watergebruik in de productieprocessen.

Terwijl Recticel Group investeert in het behalen van haar kortetermijn- en net-zero SBTi-doelstellingen, beoordeelt zij de gebruiksduur van vervangen activa en past waar nodig schattingen aan. Het engagement van de Groep voor het inkopen van hernieuwbare energie omvat het aanschaffen van Renewable Energy Certificates wanneer relevant om aan de SBTi-verplichtingen te voldoen. Deze overwegingen zijn verwerkt in de financiële staten.

Om de langetermijnweerbaarheid van haar activiteiten te versterken, versterkt Recticel Group haar inzichten in en beheer van fysieke klimaatrisico's binnen haar productieactiviteiten. Door middel van klimaatscenarioanalyses en gerichte locatiebeoordelingen identificeert de Groep potentiële kwetsbaarheden om passende aanpassingsmaatregelen te kunnen implementeren.

Samenvattend hebben overwegingen rond klimaatverandering geen materiële impact gehad op de oordeelsvorming en schattingen in de financiële verslaggeving van de Groep.

7.2.1.6 Geopolitieke conflicten

Oorlog in Oekraïne

Recticel heeft momenteel geen lokale activiteiten in Rusland, Oekraïne of het Midden-Oosten (Gaza/Israël). Recticel exporteert ook niet naar Rusland, Oekraïne of Gaza/Israël. Bijgevolg is er geen rechtstreeks effect waargenomen of te verwachten.

Het valt echter niet uit te sluiten dat conflicten in de toekomst indirect de activiteiten en bedrijven van de Groep treffen. Dergelijke indirecte gevolgen kunnen voortvloeien uit bevoorradingsproblemen, een inflatoir macro-economisch klimaat, kredietrisico's bij klanten en stijgende financieringskosten. Momenteel is er geen impact en de verwachting is dat deze mogelijke toekomstige gevolgen voor de activiteiten en de financiële positie van de Groep beperkt zullen blijven.

Handelstarieven VS

Recticel's activiteiten in de Verenigde Staten en Europa betrekken hun grondstoffen voornamelijk uit de regio. Daarom lijkt de directe impact van de Amerikaanse handelstarieven op de activiteiten beperkt. De investering in de nieuwe fabriek in de VS wordt beïnvloed omdat de apparatuur voornamelijk wordt betrokken van leveranciers in de EU.

Op middellange termijn zouden de Amerikaanse handelstarieven kunnen leiden tot een inflatoire grondstoffentrend, die Recticel zou beheren op dezelfde manier als waarop het momenteel zijn materiaalaankoop beheert.

7.2.2 Wijzigingen in de consolidatiekring

De volgende wijzigingen in de consolidatiekring vonden plaats in de loop van het boekjaar 2025:

Op 28 oktober 2025, de overname van Kuras BV (70%).

Op 28 november 2025, de overname van Miclar Group (76%).

De volgende wijzigingen in de consolidatiekring vonden plaats in de loop van het boekjaar 2024:

Op 10 januari 2024, de overname van Rex Panels & Profiles NV (100%)

7.2.3 Bedrijfs- en geografische segmenten

7.2.3.1 Geografische spreiding en uitsplitsing van de omzet

in duizend EUR

De activiteiten van de Groep vinden voornamelijk plaats in de Europese Unie.

Bedrijfsopbrengsten (per bestemming)

De volgende tabellen geven een analyse van de omzet en vaste activa van de Groep per geografische markt.

2024 2025
België 94.414 104.794
Frankrijk 96.932 94.964
Nederland 65.994 77.491
Duitsland 22.609 25.170
Slovenië 16.786 14.811
Overige EU landen 100.423 93.787
Europese Unie 397.158 411.018
Verenigd Koninkrijk 162.959 177.577
Verenigde Staten van Amerika 24.774 29.227
Overige 25.305 37.253
TOTAAL 610.196 655.075

Afhankelijkheid van grote klanten

In 2025 vertegenwoordigde geen van de klanten meer dan 10% van de totale omzet.

De 10 grootste klanten van de Groep vertegenwoordigen 25,69% (2024: 20,31%) van de totale geconsolideerde bedrijfsopbrengsten.

Immateriële activa - Materiële vaste activa - Activa met gebruiksrecht - Vastgoedbeleggingen

in duizend EUR
OVERNAMES, INCLUSIEFEIGEN PRODUCTIE
31 DEC 2024 31 DEC 2025 2024 2025
België 96.122 100.615 16.583 14.651
Frankrijk 21.216 21.835 4.293 3.382
Duitsland 2.473 2.390 21 0
Slovenië 100.571 92.960 9.559 3.080
Overige EU landen 18.429 20.921 458 437
Europese Unie 238.812 238.721 30.914 21.550
China 0 0 0 0
Zwitserland 0 0 0 0
Verenigd Koninkrijk 25.672 23.840 1.404 2.263
Verenigde Staten vanAmerika 7.014 15.509 1.487 11.773
Overige 5.717 5.650 281 222
TOTAAL 277.214 283.719 34.085 35.809

7.2.4.1 Brutowinst

De brutowinst steeg met 9,0% van EUR 104,5 miljoen naar EUR 114 miljoen.

7.2.4.2 Algemene en administratieve kosten - Verkoop- en marketingkosten - Kosten voor onderzoek en ontwikkeling

De algemene en administratieve kosten stegen met EUR 3,6 miljoen tot EUR 46,9 miljoen.

Verkoop- en marketingkosten stegen met EUR 1,6 miljoen tot EUR 32,0 miljoen. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling daalden van EUR 4,9 miljoen naar EUR 4,0 miljoen.

7.2.4.3 Overige bedrijfsopbrengsten en -lasten

in duizend EUR
2024 2025
Overige bedrijfsopbrengsten 6.366 6.301
Overige bedrijfsuitgaven (20.465) (17.273)
TOTAAL (14.099) (10.972)
Reorganisatielasten (inclusief sluitingskosten site,verlieslatende contracten en opruimingskosten) (7.876) (3.241)
Winst (verlies) op de vervreemding vanimmateriële, materiële vaste activa en activa metgebruiksrechten 260 (252)
Winst (verlies) op beleggingsverrichtingen 0 0
IAS 19 Pensioenen en andere soortgelijkeverplichtingen (337) (546)
Voorzieningen 1.071 763
Honoraria voor advies en onderleveranciers (430) (698)
Overige uitgaven (10.417) (12.889)
Overige opbrengsten 3.631 5.890
TOTAAL (14.099) (10.972)

Overige bedrijfsopbrengsten

In 2025 bestaan de overige bedrijfsopbrengsten voornamelijk uit het doorfactureren van kosten aan derden, garantievergoedingen, verzekeringspremies bij Recticel's eigen verzekeringscaptive, subsidies en schadeloosstellingen en inkomsten uit verhuur van gebouwen.

Reorganisatielasten

In 2025 hebben reorganisatielasten (EUR -3,2 miljoen) betrekking op herstructureringsmaatregelen in Ascorium en sluiting van de Recticel fabriek in Angers (Frankrijk). Honoraria consultancy en onderaannemers In 2025 heeft deze post betrekking op juridische en advieskosten.

Overige uitgaven

In 2025 hebben de overige kosten voornamelijk betrekking op de afschrijving van immateriële en materiële activa van de bedrijfscombinatie Rex Panels & Profiles NV en Trimo en kosten verbonden aan stock opties.

7.2.4.4 Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies)

De componenten (naar aard) van de Operationele winst (verlies) zijn als volgt:

in duizend EUR
2024 2025
Omzet 610.196 655.075
Aankopen en voorraadwijzigingen (386.546) (412.399)
Overige goederen en diensten (95.193) (108.603)
Personeelslasten (91.675) (90.054)
Afschrijvingen en afboekingen op vaste activa (30.679) (31.291)
Bijzondere waardeverminderingen op vaste activa (394) (134)
Terugnemingen/(waardeverminderingen) opinvesteringen in verbonden ondernemingen 0 0
Terugnemingen/(waardeverminderingen) opvoorraden (184) 232
Terugnemingen/(waardeverminderingen) opvorderingen 218 135
Voorzieningen (54) 805
Winst/(verlies) op vervreemding van immateriële enmateriële vaste activa 260 (252)
Winst/(Verlies) op vervreemding op beleggingen 0 (33)
Winst/(Verlies) op handelsvorderingen (178) (121)
Winst op desinvestering 0 0
Bedrijfsbelastingen (2.582) (2.552)
Overige bedrijfsuitgaven (2.725) (5.451)
Eigen productie 793 2.149
Subsidies 114 110
Commissies en royalty-inkomsten (57) (35)
Inkomsten uit operationele lease 1.290 1.041
Dividends 0 (0)
Herwaardering investeringsvastgoed 0 0
Service fees 1.018 88
Overige bedrijfsopbrengsten 7.869 11.204
Inkomsten uit geassocieerde deelnemingen 0 0
Operationele winst (verlies) 11.489 19.914

Bedrijfsopbrengsten: De omzet steeg met 7,4% van EUR 610,2 miljoen naar EUR 655,1 miljoen. De omzetstijging is te danken aan hogere volumes.

Aankopen en voorraadwijzigingen stegen als gevolg van de hogere omzet.

Andere goederen en diensten omvatten voornamelijk transportkosten (EUR 51,3 miljoen tegenover EUR 44,3 miljoen in 2024), operationele leasekosten (EUR 1,4 miljoen tegenover EUR 1,2 miljoen in 2024), benodigdheden (EUR 7,8 miljoen tegenover EUR 7,0 miljoen in 2024), honoraria (EUR 14,7 miljoen tegenover EUR 12,2 miljoen in 2024), herstellings- en onderhoudskosten (EUR 4,7 miljoen tegenover EUR 6,4 miljoen in 2024), reclame/beurzen/tentoonstellingskosten (EUR 1,9 miljoen tegenover EUR 2,5 miljoen in 2024), reiskosten (EUR 3,2 miljoen tegenover EUR 3,4 miljoen in 2024), administratieve kosten (EUR 4,5 miljoen tegenover EUR 4,0 miljoen in 2024), verzekeringskosten (EUR 5,8 miljoen tegenover EUR 6,7 miljoen in 2024), schadeclaims (EUR 0,1 miljoen tegenover EUR -3,0 miljoen in 2024).

Personeelslasten daalden (EUR 90,0 miljoen tegenover EUR 91,7 miljoen in 2024), voornamelijk door voortgezette kostenmaatregelen.

Afschrijvingen en afboekingen op vaste activa namen toe (EUR 31,3 miljoen tegenover EUR 30,7 miljoen in 2024).

Overige bedrijfsuitgaven stegen (EUR 5,4 miljoen tegenover EUR 2,7 miljoen in 2024)

Overige bedrijfsopbrengsten stegen (EUR 11,2 miljoen tegenover EUR 7,9 miljoen in 2024) en bestonden voornamelijk uit herfacturering van kosten aan derden, garantiekosten, verzekeringspremies bij Recticel's eigen verzekeringscapitve, subsidies en schadeloosstellingen.

in duizend EUR

in duizend EUR

in duizend EUR

7.2.4.5 Financieel resultaat

2024 2025
Rentelasten op leaseverplichtingen (867) (735)
Rentelasten op lange termijn bankleningen (295) (1.130)
Rentelasten op kortlopende bankleningen &rekening-courant (789) (19)
Netto rentelasten op renteswaps en vreemdevalutaswaps 22 0
Totale financieringskosten (1.930) (1.885)
Rente-opbrengsten uit bankdeposito's 429 754
Rente-opbrengsten uit financiële vorderingen 3.525 682
Rente-opbrengsten uit financiële vorderingenen liquide middelen 3.955 1.436
Rentelasten op overige schulden (124) (133)
Rente-opbrengsten op overige vorderingen 386 2
Totaal overig renten 262 (131)
Rente-opbrengsten en -lasten 2.287 (580)
Wisselkoersverschillen 1.282 (2.619)
Netto rentelasten IAS 19 (339) (380)
Overige financieel resultaat 149 109
Totaal overige financiële resultaten 1.092 (2.890)
Financieel resultaat 3.380 (3.470)

De rentelasten op bankleningen op lange en korte termijn bleven op EUR -1,9 miljoen. De rente-inkomsten uit liquide middelen daalden van EUR +3,9 miljoen naar EUR +1,4 miljoen als gevolg van de afname van de kasmiddelen.

De wisselkoerslasten komen voort uit de gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen op handelsvorderingen voor EUR -1,5 miljoen en op financiële vorderingen voor EUR -1,3 miljoen.

7.2.4.6 Winstbelastingen

1. Belastingen op het resultaat

2024 2025
Opgenomen in de winst- en verliesrekening
Courante belastingen op het resultaat:
Huidig jaar (4.139) (5.605)
Aanpassingen ten opzichte van het voorgaandejaar (1.794) 1.373
Totaal courante belastingen¹ (5.933) (4.231)
Uitgestelde belastinglast:
Ontstaan en omkering van tijdelijke verschillen enfiscale verliezen 163 (151)
Niet-opgenomen uitgesteldebelastingvorderingen op de verliezen van hetlopende jaar (740) (783)
Opname van uitgestelde belastingvorderingendie voorheen niet werden opgenomen 4.962 3.403
Terugname van opgenomen uitgesteldebelastingvorderingen (94) (0)
Effect van wijzigingen in belastingvoeten opuitgestelde belastingen 426 (101)
Aanpassingen voor voorgaande perioden 2.708 2.491
Overige uitgestelde belastinglasten (16) 18
Totale uitgestelde belastingen² 7.409 4.876

Totale belastinglasten op voortgezette bedrijfsactiviteiten 1.476 645

1 De actuele belastinglasten zijn in 2025 gedaald ten opzichte van 2024, voornamelijk als gevolg van de afwikkeling van in Nederland verschuldigde belastingen met betrekking tot het boekjaar 2022. 2 De uitgestelde belastingbaten waren in 2024 hoger dan in 2025 dankzij het grotere eenmalige positieve effect van de opname van uitgestelde belastingvorderingen.

2024 2025
Aansluiting effectief belastingtarief
Winst (verlies) voor belastingen - voortgezettebedrijfsactiviteiten 14.868 4.920
Minus winst of verlies van geassocieerdedeelnemingen 0 0
Minus winst of verlies van overige geassocieerdedeelnemingen 0 0
Minus bijzondere waardevermindering op overigegeassocieerde deelnemingen 0 11.524
Resultaat voor belastingen en inkomsten uit(overige) deelnemingen 14.868 16.445
Binnenlands belastingtarief van de Groep 25,00% 25,00%
Inkomstenbelasting tegen het binnenlandse tariefvan de Groep (3.717) (4.111)
Effect van verschillende belastingvoeten vandochterondernemingen die in verschillenderechtsgebieden actief zijn (70) (19)
Fiscaal effect van niet-aftrekbare kosten (1.336) (1.195)
Fiscaal effect van niet-belastbaar inkomen 917 119
Fiscaal effect van belastingsaanmoedigingen 292 136
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingenop de verliezen van het lopende jaar (740) (783)
Opname van uitgestelde belastingvorderingen dievoorheen niet werden opgenomen¹ 4.962 3.403
Niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingendie eerder werden opgenomen (94) (0)
Effect van wijzigingen in belastingvoeten opuitgestelde belastingen 426 (101)
Fiscaal effect van actuele en uitgesteldebelastingaanpassingen met betrekking totvoorgaande jaren² 914 3.864
Overige (76) (668)
Belastinglasten van het jaar - voortgezetteactiviteiten 1.476 645

1 Er zijn aanvullende uitgestelde belastingvorderingen opgenomen in Finland (EUR 2,3 miljoen), in België (EUR 0,6 miljoen) en in Luxemburg (EUR 0,4 miljoen) als gevolg van hogere winstverwachtingen. 2 De in 2025 geboekte aanpassingen op voorgaande jaren hebben voornamelijk betrekking op Nederland en omvatten de regularisatie van verschuldigde actuele belastingen (EUR 1,3 miljoen) en het effect van uitgestelde belastingen op de aanpassing van overgedragen verliezen (EUR 1,7 miljoen) naar aanleiding van de indiening van de aangifte vennootschapsbelasting voor de boekjaren 2021 en 2022, waarin de afsplitsingstransacties van de activiteiten Engineered Foams en Bedding waren opgenomen.

in duizend EUR

2024 2025
Uitgestelde belastinglasten of (creditering)rechtstreeks opgenomen in eigen vermogen
Gevolgen van IAS 19R in het totaal resultaat (492) (22)
Totaal (492) (22)

2. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
UITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN UITGESTELDEBELASTINGVERPLICHTINGEN NETTO OPGENOMEN INDE WINST- ENVERLIESREKENING OPGENOMEN IN HETOVERIGE TOTAALRESULTAAT VERWORVENIN BEDRIJFSCOMBINATIES OVERDRACHTNAAR BEËINDIGDEBEDRIJFSACTIVITEITEN OMREKENINGSVERSCHILLEN OVERIGE NETTO UITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN UITGESTELDEBELASTINGVERPLICHTINGEN
Opgenomen uitgesteldebelastingvorderingen en-verplichtingen
Immateriële vaste activa 2.046 (14.572) (12.525) 1.178 0 (675) 0 0 (2) (12.025) 1.575 (13.600)
Materiële vaste activa¹ 10 (10.705) (10.695) 2.745 0 0 0 218 (22) (7.755) 2.300 (10.054)
Beleggingen 146 0 146 (119) 0 0 0 0 0 26 26 0
Vorderingen 1.115 (17) 1.098 (282) 0 0 0 2 0 818 884 (66)
Voorraden 163 0 163 (75) 0 0 0 (10) 0 78 78 0
Geldmiddelen enkasequivalenten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Belastingvrije reserves 0 (178) (178) (22) 0 0 0 (0) 0 (200) 0 (201)
Vervroegde uittreding entoegezegde uitkeringen 1.915 (90) 1.825 (118) (35) 0 0 (13) (53) 1.606 1.697 (90)
Voorzieningen voor overigerisico's en lasten² 5.487 (9.560) (4.073) (1.329) 7 0 0 (11) (3) (5.409) 3.962 (9.372)
Rentedragende financiëleverplichtingen en verstrekteleningen³ 2.924 (6) 2.918 (720) 0 0 0 (155) 23 2.067 2.080 (13)
Overige verplichtingen 361 (303) 57 350 (0) 0 0 (12) 58 453 453 (0)
Voorwaartse overdrachtenvan fiscale verliezen/Heffingskortingen 4 16.713 0 16.713 3.854 0 0 0 (2) 20.566 20.566 (0)
Andere belastingkenmerken 6.570 (0) 6.570 (585) 0 0 0 (2) 5.983 5.983 (0)
Totaal 37.450 (35.432) 2.018 4.877 (28) (675) 0 16 (0) 6.208 39.605 (33.397)
Saldering (10.055) 10.055 0 0 (9,470) 9,470
Totaal (zoals aangegeven inde balans) 27.396 (25.377) 2.018 4.877 (28) (675) 0 16 (0) 6.208 30.135 (23.927)

De totale netto uitgestelde belastingvorderingen zijn gestegen van EUR 2 miljoen op 31 december 2024 tot EUR 6,2 miljoen op 31 december 2025. De belangrijkste veranderingen in 2025 hebben betrekking op de volgende posten: 1 Een daling van de netto uitgestelde belastingverplichtingen op materiële vaste activa als gevolg van de opname in 2025 van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen op uitgestelde belastingafschrijvingen in Finland (impact van EUR 2,3 miljoen bij Recticel Insulation Oy).

2 Een stijging van de netto uitgestelde belastingverplichtingen op voorzieningen voor overige risico's en kosten als gevolg van de daling van de uitgestelde belastingvorderingen in verband met de vrijval van voorzieningen in België (EUR 1,5 miljoen).

3 Een daling van de uitgestelde belastingvorderingen op rentedragende leningen als gevolg van de vermindering van leaseverplichtingen door vervreemdingen in België en de VS (impact op uitgestelde belastingen van EUR 0,6 miljoen).

4 Een stijging van de uitgestelde belastingvorderingen op overgedragen fiscale verliezen, voornamelijk als gevolg van verliezen geleden in België in 2025 ( bijkomende opgenomen uitgestelde belastingvorderingen van EUR 1,3 miljoen bij Rex Panels & Profiles NV) en aangepaste overgedragen verliezen in Nederland naar aanleiding van de indiening van de vennootschapsbelastingaangifte voor de boekjaren 2021 en 2022, waarin de afsplitsingstransacties van de activiteiten Engineered Foams en Bedding waren opgenomen (bijkomende opgenomen uitgestelde belastingvorderingen van EUR 1,7 miljoen bij Recticel Insulation Netherlands BV).

Fiscaal overdraagbare verliezen – gerangschikt volgens vervaldatum:

in duizend EUR
2024¹+² 2025¹+²
Eén jaar 0 0
Twee jaar 0 0
Drie jaar 0 391
Vier jaar 1.781 3.055
Vijf jaar en meer 12.034 9.217
Zonder tijdslimiet 253.761 264.508
Totaal 267.576 277.171

1 De stijging van het bedrag aan overgedragen fiscale verliezen per 31 december 2025 ten opzichte van 31 december 2024 is voornamelijk het gevolg van verliezen die in 2025 in België zijn geleden (Rex Panels & Profiles NV – EUR 7,2 miljoen) en aangepaste overgedragen verliezen in Nederland naar aanleiding van de indiening van de vennootschapsbelastingaangifte voor de boekjaren 2021 en 2022, waarin de afsplitsingstransacties van de activiteiten Engineered Foams en Bedding waren opgenomen (Recticel Insulation Netherlands BV – EUR 6,5 miljoen). Deze stijging wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het gebruik van fiscale verliezen in Luxemburg (Recticel Luxembourg SA – EUR 1,5 miljoen) en in Slovenië (Trimo MSS d.d. – EUR 1,7 miljoen). 2 Per 31 december 2025 is EUR 20,6 miljoen aan uitgestelde belastingvorderingen opgenomen met betrekking tot fiscale verliezen, wat neerkomt op EUR 82,8 miljoen aan overgedragen fiscale verliezen op een totaalbedrag van 277,2 miljoen EUR aan overgedragen fiscale verliezen. Uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot nietopgenomen verliezen hadden voornamelijk betrekking op Duitsland (Recticel Verwaltung GmbH & Co. KG – EUR 155,8 miljoen) en België (Recticel NV – EUR 35,2 miljoen).

Uitgestelde belastingvorderingen opgenomen en niet-opgenomen door de Groep met betrekking tot de volgende elementen op 31 december 2025:

in duizend EUR
TOTALE POTENTIËLEUITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN¹¹ OPGENOMENUITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN¹ ³ NIET-OPGENOMENUITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN²
Tijdelijke verschillen 16.740 13.353 3.387
Fiscaal overgedragenverliezen 77.993 20.566 57.427
Anderebelastingkenmerken 5.685 5.685 0
Totaal voor saldering 100.418 39.605 60.814

1 De daling van de totale potentiële uitgestelde belastingvorderingen in 2025 ten opzichte van 2024 houdt voornamelijk verband met de vrijval van voorzieningen voor risico's en kosten in België, waarvoor de belastingaftrek was uitgesteld (vermindering van de potentiële en opgenomen uitgestelde belastingvorderingen met EUR 1,5 miljoen bij Recticel NV), en met de vermindering van leaseverplichtingen als gevolg van desinvesteringen in België en de VS (vermindering van potentiële en opgenomen uitgestelde belastingvorderingen van EUR 0,6 miljoen). 2 De niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen daalden in 2025 ten opzichte van 2024 voornamelijk als gevolg van de opname van voorheen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen op tijdelijke verschillen in Finland (EUR 2,3 miljoen bij Recticel Insulation Oy) en de herwaardering, naar aanleiding van de verlaging van het vennootschapsbelastingtarief vanaf 2028, van niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen op verliezen in Duitsland (impact van EUR 2,3 miljoen bij Recticel Verwaltung GmbH & Co. KG). 3 Per 31 december 2025 zijn uitgestelde belastingvorderingen van EUR 39,6 miljoen opgenomen, voornamelijk in België (EUR 24,5 miljoen), Finland (EUR 5 miljoen), Duitsland (EUR 3,1 miljoen) en Nederland (EUR 2,4 miljoen). Deze uitgestelde belastingvorderingen zijn opgenomen omdat verwacht wordt dat er in de toekomst belastbare winst beschikbaar zal zijn waartegen de gerelateerde aftrekbare tijdelijke verschillen, ongebruikte fiscale verliezen en andere fiscale kenmerken kunnen worden aangewend.

Uitgestelde belastingvorderingen opgenomen en niet-opgenomen door de Groep met betrekking tot de volgende elementen op 31 december 2024:

in duizend EUR
TOTALEPOTENTIËLEUITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN OPGENOMENUITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN NIET-OPGENOMENUITGESTELDEBELASTINGVORDERINGEN
Tijdelijke verschillen 19.777 14.369 5.408
Fiscaal overgedragenverliezen 77.286 16.713 60.573
Anderebelastingkenmerken 6.368 6.368 0
Totaal voor saldering 103.431 37.450 65.981

Uitgestelde belastingverplichtingen worden opgenomen voor belastbare tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen en geassocieerde deelnemingen en met belangen in joint ventures, tenzij de Groep het tijdstip kan bepalen waarop het tijdelijke verschil wordt afgewikkeld of indien het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de nabije toekomst niet zal worden afgewikkeld. Er zijn geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen op niet-uitgekeerde in reserves opgenomen resultaten van dochterondernemingen.

3. Pijler 2

In bepaalde rechtsgebieden waar de Groep actief is, waaronder België waar het hoofdkantoor van de Groep is gevestigd, is wetgeving onder Pijler 2 van kracht of grotendeels van kracht. De wetgeving werd van kracht voor het boekjaar van de Groep dat begint op 1 januari 2024.

De Groep valt binnen het toepassingsgebied van de wetgeving die van kracht of grotendeel van kracht is en heeft een effectbeoordeling uitgevoerd van de potentiële toekomstige blootstelling van de Groep aan winstbelastingen van Pijler 2. De beoordeling van de potentiële blootstelling aan winstbelastingen onder Pijler 2 is gebaseerd op de meest recente belastingaangiften, rapportage per land en financiële staten voor de samenstellende entiteiten in de Groep. Op basis van deze effectbeoordeling wordt verwacht dat de Groep in bijna alle rechtsgebieden zal voldoen aan de criteria voor de regeling inzake Transitional CbCR Safe Harbours of een effectief belastingtarief van ten minste 15% zal halen. De Groep verwacht in geen van de rechtsgebieden waar zij actief is een materiële blootstelling aan winstbelastingen onder Pijler 2 te hebben.

De Groep blijft de wetgevende en administratieve vooruitgang in de verschillende landen waar zij momenteel aanwezig is nauwlettend volgen.

IAS 12 bevat een tijdelijke uitzondering op de vereiste om informatie op te nemen en te verstrekken over uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen die verband houden met belastingwetgeving waarvan het wetgevingsproces (materieel) is afgesloten om de wetgeving van Pijler 2 te implementeren. De Groep past deze tijdelijke uitzondering toe.

7.2.4.7 Beëindigde bedrijfsactiviteiten

Voor de periode eindigend op 31 december 2025

Resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten: van EUR 1,6 miljoen in 2024 tot EUR 5,0 miljoen in 2025.

Het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten in 2025 bestaat hoofdzakelijk uit:

  • de vrijval van voorzieningen voor schadeloosstelling in verband met de verkoop van Recticel Engineered Foams aan Carpenter Co. voor EUR 5,0 miljoen;
  • de vrijval van voorzieningen voor schadeloosstelling in verband met de verkoop van Bedding aan Aquinos voor EUR 1,1 miljoen;
  • gecompenseerd door rechtstreeks toerekenbare kosten aan beëindigde bedrijfsactiviteiten ten bedrage van EUR -1,0 miljoen.

Het resultaat uit beëindigde bedrijfsactiviteiten in 2024 vertegenwoordigt voornamelijk de nettomeerwaarde als gevolg van de definitieve overeenkomst en afwikkeling van de Completion Accounts op 5 juli 2024 van de verkoop van de Recticel Engineered Foams activiteiten aan Carpenter Co., ter waarde van EUR +2.0 miljoen en zijn samengesteld uit de volgende posten:

  • winst op de verkoop van Recticel Engineered Foams: EUR +2,3 miljoen;
  • direct toerekenbare transactiekosten: EUR -0,3 miljoen;
  • direct toerekenbare kosten aan beëindigde bedrijfsactiviteiten: EUR -0.4 miljoen.

• Ascorium Holding GmbH (voorheen TEMDA2 GmbH)

Op 31 december 2025 bedroeg de investering van Recticel in Ascorium Holding GmbH (Investeringen in overige geassocieerde deelnemingen) nul.

De verkoperslening (vordering) inclusief geaccumuleerde rente bedroeg EUR 11,5 miljoen, vervaldatum 2027 (toelichting 7.2.1.3, Algemene principes) is volledig afgeschreven.

7.2.4.8 Bedrijfscombinaties

Voor de periode eindigend op 31 december 2025

KURAS BV

Op 28 oktober 2025 heeft Recticel 70% van de aandelen overgenomen van Kuras BV, een toonaangevende Nederlandse distributeur van dak-, wand- en gevelmaterialen, voor een ondernemingswaarde van EUR 5,5 miljoen.

De overname van Kuras BV versterkt de verdere uitbreiding van Recticel op de Nederlandse markt voor isolatiepanelen en versnelt de ontwikkeling van zijn bedrijfsonderdeel Rex Panels & Profiles NV.

De aankoopprijs werd contant betaald.

Kuras BV, meer dan 15 jaar geleden opgericht en gevestigd in Barneveld, heeft een sterke reputatie opgebouwd als betrouwbare partner in de industriële, residentiële, agrarische en utiliteitsbouw.

Kuras BV wordt vanaf 1 november 2025 geconsolideerd in de jaarrekening van Recticel.

De details van de aankoopprijs, de verworven netto activa en de goodwill zijn als volgt:

in duizend EUR
AANKOOPPRIJS KURAS BV
Aankoopprijs 5.456
Netto financiële schuld inclusief toekomstige schuldtengevolge van investeringen 0
Netto kaspositie 0
Aanpassing werkkapitaal 0
Totale aankoopprijs 5.456
Totale aankoopprijs 70% 3.820

De bedrijfswaarde van EUR 5,5 miljoen kan op 31 december 2025, als volgt worden aangesloten op de kasstroom uit investeringsactiviteiten:

in duizend EUR BETAALDE PRIJS KURAS BV Totale aankoopprijs 5.456 Netto kaspositie 0 Schuldvergelijkbare elementen en aanpassingen werkkapitaal 0 Betaalde prijs 5.456 Betaalde prijs 70% 3.820

De activa en passiva opgenomen als gevolg van de overname zijn als volgt:

in duizend EUR
ACTIVA EN VERPLICHTINGEN KURAS BV
Klantenlijst 1.285
Overige immateriële vaste activa 1.378
Materiële vaste activa 1.287
Voorraden 1.101
Vorderingen 5.201
Geldmiddelen en kasequivalenten 75
Voorzieningen
Financiële verplichtingen (1.030)
Handels- en overige verplichtingen (5.039)
Verschuldigde inkomstenbelasting
Netto uitgestelde belastingen (675)
Netto verworven activa 3.582
Netto verworven activa 70% 2.508
Goodwill 1.312
Totale aankoopprijs 70% 3.820

De voorlopige goodwill is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid "Downstream offerings". Naar verwachting zal geen van de goodwill fiscaal aftrekbaar zijn. Zie toelichting 7.2.5.2 voor de mutaties in de goodwill als gevolg van de overname.

De reële waarde van de verworven activa is op 31 december 2025 vastgesteld. De aanpassing van reële waarde heeft betrekking op de klantenlijsten en klantencontracten (EUR 1,3 miljoen) en immateriële activa in verband met handelsmerken (EUR 1,3 miljoen). Uitgestelde belastingverplichtingen van EUR -0,7 miljoen zijn opgenomen met betrekking tot aanpassingen van de reële-waarde.

Effecten

Kuras BV heeft geen pand- en hypotheekrechten als zekerheid verstrekt aan de banken.

Overnamegerelateerde kosten

Overnamegerelateerde kosten van EUR 0,05 miljoen met betrekking tot adviseursvergoedingen zijn opgenomen in overige bedrijfskosten in de winst- en verliesrekening op 31 december 2025.

De overgenomen activiteiten droegen EUR 2,6 miljoen aan omzet en EUR 0,5 miljoen aan nettoresultaat bij aan de Groep voor de periode van 10 november 2025 tot en met 31 december 2025.

Als de overname op 1 januari 2025 had plaatsgevonden, zouden de geconsolideerde omzet, de geconsolideerde gecorrigeerde bedrijfswinst en het geconsolideerde nettoresultaat (toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij) over het boekjaar eindigend op 31 december 2025 respectievelijk EUR 672,1 miljoen, EUR 20,5 miljoen en EUR 11,0 miljoen hebben bedragen.

Als gevolg van de overname van Kuras BV steeg het gemiddeld aantal werknemers met 16,25 voltijdse equivalenten.

Put-calloptie

De SPA bevat een put-calloptie waarbij de put na vijf jaar tegen een variabele prijs kan worden uitgeoefend. Volgens IAS 32 vereist een variabele uitoefenprijs de opname van een uitgestelde verplichting voor aandelenbeleggingen, met een overeenkomstige compensatie in een putoptiereserve (eigen vermogen), die voor de resterende aandelen (30%) op EUR 1,7 miljoen wordt geraamd.

MICLAR GROUP

Op 28 november 2025 heeft Recticel 76% van de aandelen overgenomen van de Miclar Group, een toonaangevende Belgische specialist in industriële gevel- en dakbekleding, licht staalwerk en afwerkingscomponenten, voor een ondernemingswaarde van EUR 25,9 miljoen (100%).

Miclar Group wordt vanaf 1 december 2025 geconsolideerd in de jaarrekening van Recticel.

De details van de aankoopprijs, de verworven netto activa en de goodwill zijn als volgt:

in duizend EUR
AANKOOPPRIJS MICLAR GROUP
Aankoopprijs 25.854
Netto financiële schuld inclusief toekomstige schuldtengevolge van investeringen (1.551)
Netto kaspositie 2.671
Aanpassing werkkapitaal
Totale aankoopprijs 26.974
Totale aankoopprijs 76% 20.650

De bedrijfswaarde van EUR 25,9 miljoen (100%) kan op 31 december 2025, als volgt worden aangesloten op de kasstroom uit investeringsactiviteiten:

in duizend EUR
BETAALDE PRIJS MICLAR GROUP
Totale aankoopprijs 25.854
Netto kaspositie 2.671
Schuldvergelijkbare elementen en aanpassingenwerkkapitaal (1.551)
Betaalde prijs 26.974
Betaalde prijs 76% 20.650

De activa en passiva opgenomen als gevolg van de overname zijn als volgt:

in duizend EUR
ACTIVA EN VERPLICHTINGEN MICLAR GROUP
Klantenlijst
Overige immateriële vaste activa
Materiële vaste activa 1.892
Voorraden 1.079
Vorderingen 4.194
Geldmiddelen en kasequivalenten 2.671
Voorzieningen (127)
Financiële verplichtingen (1.551)
Handels- en overige verplichtingen (2.356)
Verschuldigde inkomstenbelasting
Netto uitgestelde belastingen
Netto verworven activa 5.803
Netto verworven activa 76% 4.410
Goodwill 16.240
Totale aankoopprijs 76% 20.650

Miclar Group is een Belgische specialist in industriële gevel- en dakbekleding, lichte staalconstructies en afwerkingscomponenten.

De voorlopige goodwill is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid "Downstreamproducten". Naar verwachting zal bij de PPAbeoordeling een deel van de goodwill worden toegerekend aan immateriële activa zoals klantenbestanden, klantcontracten en handelsnamen. Naar verwachting zal geen van de goodwill fiscaal aftrekbaar zijn. Zie toelichting 7.2.5.2 voor de mutaties in de goodwill als gevolg van de overname.

Effecten

Miclar Group heeft pand- en hypotheekrechten als zekerheid verstrekt aan de banken voor een bedrag van EUR 3,1 miljoen.

Overnamegerelateerde kosten

Overnamegerelateerde kosten van EUR 0,1 miljoen met betrekking tot adviseursvergoedingen zijn opgenomen in overige bedrijfskosten in de winst- en verliesrekening op 31 december 2025.

Bijdrage aan opbrengsten en winst

De overgenomen activiteiten droegen EUR 3,9 miljoen aan omzet en EUR 1,3 miljoen aan nettoresultaat bij aan de Groep voor de periode van 1 december 2025 tot en met 31 december 2025.

Als de overname op 1 januari 2025 had plaatsgevonden, zouden de geconsolideerde omzet, de geconsolideerde gecorrigeerde bedrijfswinst en het geconsolideerde nettoresultaat (toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij) over het boekjaar eindigend op 31 december 2025 respectievelijk EUR 675,1 miljoen, EUR 23,1 miljoen en EUR 13,0 miljoen hebben bedragen.

Als gevolg van de overname van Miclar Group steeg het gemiddeld aantal werknemers met 26 voltijdse equivalenten.

Put-calloptie

De SPA bevat een put-calloptie waarbij de put na vijf jaar tegen een variabele prijs kan worden uitgeoefend. Volgens IAS 32 vereist een variabele uitoefenprijs de opname van een uitgestelde verplichting voor aandelenbeleggingen, met een overeenkomstige compensatie in een putoptiereserve (eigen vermogen), die voor de resterende aandelen (24%) op EUR 7,2 miljoen wordt geraamd.

1

7.2.4.9 Dividenden

Bedragen opgenomen als uitkeringen aan aandeelhouders in de verslagperiode.

Dividend voor de periode eindigend op 31 december 2024 van EUR 0,31 per aandeel.

Voorgesteld stabiel dividend voor de periode eindigend op 31 december 2025 van EUR 0,31 per aandeel, wat leidt tot een totale uitbetaling van EUR 17.593.405 (2024: EUR 17.547.835), inclusief het aan de eigen aandelen toe te rekenen deel (326.800 in totaal op 31 december 2025).

Het voorgestelde dividend is onderhevig aan goedkeuring door de aandeelhouders tijdens de Jaarlijkse Algemene Vergadering en is niet opgenomen als een verplichting in deze financiële staten.

7.2.4.10 Gewone winst per aandeel

De berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel is gebaseerd op de volgende gegevens:

in duizend EUR
2024 2025
Nettowinst (verlies) over de periode 17.957 10.613
Nettowinst (verlies) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 16.345 5.566
Nettowinst (verlies) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 1.613 5.047
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen
Gewone aandelen op 01 januari (exclusief eigen aandelen*) 55.904.120 56.279.120
Uitgeoefende inschrijvingsrechten 375.000 147.000
Gewone aandelen op 31 december (exclusief eigen aandelen*) 56.279.120 56.426.120
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande aandelen 56.067.538 56.339.332
* Aantal eigen aandelen aangehouden op 31 december 326.800 326.800
in EUR
2024 2025
Gewone winst (verlies) per aandeel 0,32 0,19
Gewone winst (verlies) per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 0,29 0,10
Gewone winst (verlies) per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,03 0,09

7.2.4.11 Verwaterde winst per aandeel

Berekening van de verwaterde winst per aandeel:

in duizend EUR
2024 2025
Verwaterende elementen
Nettowinst (verlies) uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 16.345 5.566
Nettowinst (verlies) uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 1.613 5.047
Winst (verlies) toerekenbaar aan gewone aandeelhouders van demoederentiteit, inclusief veronderstelde conversies 17.957 10.613
Gewogen gemiddelde uitstaande gewone aandelen 56.067.538 56.339.332
Aandelenoptieplannen - inschrijvingsrechten¹ 407.772 201.731
Gewogen gemiddelde aantal aandelen voor verwaterde winst peraandeel 56.475.310 56.541.062
in EUR
2024 2025
Verwaterde winst (verlies) per aandeel 0,32 0,19
Verwaterde winst (verlies) per aandeel uit voortgezettebedrijfsactiviteiten 0,29 0,10
Verwaterde winst (verlies) per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0,03 0,09

Op 31 december 2025 zijn alleen de uitstaande inschrijvingsrechtenplannen van juni 2019 en maart 2020 'in-the-money'. De uitstaande inschrijvingsrechten die 'out-of-the-money' zijn, worden weergegeven als antiverwaterend.

7.2.5 Balans

7.2.5.1 Immateriële activa

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
ONTWIKKELINGSKOSTEN HANDELSMERKEN,PATENTEN & LICENTIES CLIËNTEEL ENHANDELSFONDSEN OVERIGE IMMATERIËLEVASTE ACTIVA ACTIVA IN AANBOUWEN VOORUITBETALINGEN TOTAAL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 0 69.097 47.545 13.683 2.586 132.912
Geaccumuleerde afboekingen 0 (25.018) (13.718) (10.477) (53) (49.266)
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering 0 (6.300) 0 0 (797) (7.097)
Nettoboekwaarde aan het einde van de voorgaandeperiode 0 37.779 33.827 3.206 1.737 76.549
Bewegingen gedurende de periode
Bedrijfscombinaties 0 1.378 1.285 0 0 2.663
Overnames 69 875 0 0 3.597 4.541
Afschrijving 0 (5.445) (3.815) (797) 0 (10.056)
Bijzondere waardeverminderingen 0 (21) 0 0 (1) (22)
Overdrachten en buitengebruikstellingen 0 0 0 0 0 0
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere 0 990 0 281 (1.280) (8)
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen (3) (8) 2 (0) 0 (8)
Per einde van de verslagperiode 66 35.547 31.300 2.690 4.053 73.657
Bruto aanschaffingswaarde 66 72.211 48.834 13.964 4.851 139.925
Geaccumuleerde afboekingen 0 (30.363) (17.534) (11.274) 0 (59.171)
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering 0 (6.300) 0 0 (798) (7.098)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 66 35.547 31.300 2.690 4.053 73.657
Nuttige levensduur (in jaren) 3-5 3-10 5-10 Maximaal 5 n.b.

Verwezen wordt ook naar toelichting 7.2.1.4, Belangrijke bronnen van beoordelingsonzekerheden en belangrijke inschattingen.

In 2025 heeft de post 'Bedrijfscombinaties' betrekking op de overname van Kuras BV. De totale aankoop van immateriële activa bedroeg EUR 4,5 miljoen, voornamelijk in verband met biobased R&D- en IT-projecten, tegenover EUR 3,4 miljoen in 2024.

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

ONTWIKKELINGSKOSTEN HANDELSMERKEN,PATENTEN & LICENTIES CLIËNTEEL ENHANDELSFONDSEN OVERIGE IMMATERIËLEVASTE ACTIVA ACTIVA IN AANBOUWEN VOORUITBETALINGEN TOTAAL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 0 62.712 38.668 13.122 2.510 117.011
Geaccumuleerde afboekingen 0 (21.090) (8.875) (9.798) (53) (39.816)
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering 0 (6.304) 0 0 (797) (7.101)
Nettoboekwaarde aan het einde van de voorgaandeperiode 0 35.317 29.792 3.324 1.660 70.094
Bewegingen gedurende de periode
Bedrijfscombinaties 0 4.904 7.850 0 0 12.754
Overnames 0 363 2 1 2.997 3.362
Afschrijving 0 (5.151) (3.821) (755) 0 (9.727)
Bijzondere waardeverminderingen 0 0 0 0 0 0
Overdrachten en buitengebruikstellingen 0 0 0 0 0 0
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere 0 2.336 0 636 (2.920) 52
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen 0 9 3 0 0 13
Per einde van de verslagperiode 0 37.779 33.827 3.206 1.737 76.549
Bruto aanschaffingswaarde 0 69.097 47.545 13.683 2.586 132.912
Geaccumuleerde afboekingen 0 (25.018) (13.718) (10.477) (53) (49.266)
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering 0 (6.300) 0 0 (797) (7.097)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 0 37.779 33.827 3.206 1.737 76.549
Nuttige levensduur (in jaren) 3-5 3-10 5-10 Maximaal 5 n.b.

Verwezen wordt ook naar toelichting 7.2.1.4, Belangrijkste bronnen van beoordelingsonzekerheden en belangrijke inschattingen.

in duizend EUR

7.2.5.2 Goodwill

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

GOODWILL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 91.680
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering (15.214)
Nettoboekwaarde aan het einde van devoorgaande periode 76.467
Bewegingen gedurende de periode
Bedrijfscombinaties 18.042
Bijzondere waardeverminderingen 0
Overdrachten en buitengebruikstellingen 0
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere 0
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0
Wisselkoersverschillen 0
Per einde van de verslagperiode 94.509
Bruto aanschaffingswaarde 108.291
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering (13.781)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 94.509

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

in duizend EUR
GOODWILL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 76.883
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering (14.474)
Nettoboekwaarde aan het einde van de voorgaandeperiode 62.409
Bewegingen gedurende de periode
Bedrijfscombinaties 14.058
Bijzondere waardeverminderingen 0
Overdrachten en buitengebruikstellingen 0
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere 0
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0
Wisselkoersverschillen 0
Per einde van de verslagperiode 76.467
Bruto aanschaffingswaarde 91.680
Geaccumuleerde bijzondere waardevermindering (15.214)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 76.467

In 2025 heeft de post 'Bedrijfscombinaties' betrekking op de overname van Kuras BV voor EUR 1,3 miljoen, Miclar Group voor EUR 16,2 miljoen en Turvac voor EUR 0,5 miljoen.

7.2.5.3 Materiële vaste activa

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
TERREINEN EN GEBOUWEN INSTALLATIES, MACHINES &UITRUSTING MEUBILAIR EN ROLLENDMATERIEEL HUUROVEREENKOMSTENEN SOORTGELIJKE RECHTEN OVERIGE MATERIËLE VASTEACTIVA ACTIVA IN AANBOUW TOTAAL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 143.905 167.839 11.630 0 111 9.517 333.639
Geaccumuleerde afschrijvingen (42.751) (119.345) (8.974) 0 (89) (67) (171.863)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (314) (181) 0 0 0 (517) (1.012)
Nettoboekwaarde aan het einde van de voorgaandeperiode 100.840 48.313 2.656 0 22 8.933 160.763
Bewegingen gedurende het jaar
Bedrijfscombinaties 850 634 690 0 13 0 2.187
Overnames 311 2.622 262 40 0 26.522 29.756
Afschrijvingen (4.992) (8.396) (1.019) 0 (2) 0 (14.409)
Bijzondere waardeverminderingen (50) (51) (1) 0 0 (14) (117)
Overdrachten en buitengebruikstellingen 0 (951) (170) 0 0 0 (1.121)
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere 8.360 4.181 235 (20) 0 (5.281) 7.488
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen (960) (331) (37) 0 0 (455) (1.783)
Per einde van de verslagperiode 104.358 46.020 2.616 20 32 29.705 182.764
Bruto aanschaffingswaarde 159.253 170.940 12.509 20 189 30.303 373.865
Geaccumuleerde afschrijvingen (54.594) (124.751) (9.894) 0 (157) (67) (190.101)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (301) (169) 0 0 0 (531) (1.001)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 104.358 46.020 2.616 20 32 29.705 182.764

Op 31 december 2025 hebben de Activa in aanbouw voornamelijk betrekking op de nieuwe recyclingfabriek voor polyol in België, de capaciteitsuitbreiding in Bourges en de Panels-fabriek in de VS. De post "Overboekingen tussen rubrieken" heeft betrekking op de aankoop van het gebouw in Bourges waarvan de huurovereenkomst afliep.

Op 31 december 2025 was de Groep contractuele verplichtingen aangegaan voor de verwerving van materiële vaste activa, voornamelijk in de VS, voor een bedrag van EUR 50 miljoen (2024: EUR 7,3 miljoen).

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

in duizend EUR
TERREINEN EN GEBOUWEN INSTALLATIES, MACHINES &UITRUSTING MEUBILAIR EN ROLLENDMATERIEEL HUUROVEREENKOMSTENEN SOORTGELIJKE RECHTEN OVERIGE MATERIËLE VASTEACTIVA ACTIVA IN AANBOUW TOTAAL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 101.445 144.479 13.648 0 116 13.069 272.758
Geaccumuleerde afschrijvingen (32.875) (107.441) (11.152) 0 (92) 0 (151.560)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (328) (183) 0 0 0 0 (511)
Nettoboekwaarde aan het einde van de voorgaandeperiode 68.242 36.856 2.496 0 24 13.069 120.687
Bewegingen gedurende het jaar
Bedrijfscombinaties 23.522 8.745 313 0 0 0 32.580
Overnames 2.561 3.469 544 0 0 14.438 21.012
Afschrijvingen (4.566) (8.377) (1.188) 0 (2) 0 (14.134)
Bijzondere waardeverminderingen 0 (0) 0 0 0 (517) (517)
Overdrachten en buitengebruikstellingen (10) (376) (13) 0 0 8 (391)
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere 10.167 7.792 482 0 0 (18.078) 364
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen 924 204 21 0 0 12 1.161
Per einde van de verslagperiode 100.840 48.313 2.656 0 22 8.933 160.763
Bruto aanschaffingswaarde 143.905 168.476 11.630 0 111 9.517 333.639
Geaccumuleerde afschrijvingen (42.751) (119.982) (8.974) 0 (89) (67) (171.863)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (314) (181) 0 0 0 (517) (1.012)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 100.840 48.313 2.656 0 22 8.933 160.763

Verwezen wordt ook naar toelichting 7.2.1.4, Belangrijke bronnen van beoordelingsonzekerheden en belangrijke inschattingen en toelichting 7.2.4.7, Beëindigde bedrijfsactiviteiten.

Op 31 december 2024 hebben de Activa in aanbouw voornamelijk betrekking op Recticel Insulation France en Trimo.

Op 31 december 2024 was de Groep contractuele verplichtingen aangegaan voor de verwerving van materiële vaste activa, voornamelijk in Frankrijk, voor een bedrag van EUR 7,3 miljoen (2023: EUR 2,1 miljoen).

7.2.5.4 Activa met gebruiksrechten

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
TERREINEN EN GEBOUWEN INSTALLATIES, MACHINES &UITRUSTING MEUBILAIR EN ROLLENDMATERIEEL TOTAAL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 53.950 19.033 4.766 77.749
Geaccumuleerde afschrijvingen (27.160) (8.231) (1.891) (37.283)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (564) 0 0 (564)
Nettoboekwaarde aan het einde van de voorgaande periode 26.227 10.802 2.874 39.903
Bewegingen gedurende het jaar
Bedrijfscombinaties 993 0 0 993
Nieuwe leases 0 134 1.364 1.498
Aanpassing in verband met de herbeoordeling van de aannamesover de kosten van ontmanteling en herstelling 0 0 (19) (19)
Afschrijvingen (3.437) (2.289) (1.094) (6.820)
Bijzondere waardeverminderingen 0 0 0 0
Beëindigde contracten 0 0 0 0
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere (7.393) (251) 49 (7.595)
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen (598) (30) (33) (661)
Per einde van de verslagperiode 15.791 8.366 3.142 27.299
Bruto aanschaffingswaarde 38.571 18.452 5.478 62.501
Geaccumuleerde afschrijvingen (22.346) (10.087) (2.336) (34.769)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (434) 0 0 (434)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 15.791 8.366 3.142 27.299
Contractuele looptijd (in jaren) 6 - 12 3 - 12 4

Op 31 december 2025 bestaan de "nieuwe leaseovereenkomsten" voornamelijk uit de uitbreiding/ verlenging van het wagenpark binnen de hele groep, terwijl de "overboekingen tussen posten" betrekking hebben op de aankoop van het pand in Bourges waarvan de leaseovereenkomst is afgelopen.

De gewogen gemiddelde onderliggende marginale rentevoet van de overeenkomsten voor activa met gebruiksrecht op 31 december 2025 was 3,96% (3,32% op 31 december 2024).

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

in duizend EUR
TERREINEN EN GEBOUWEN INSTALLATIES, MACHINES &UITRUSTING MEUBILAIR EN ROLLENDMATERIEEL TOTAAL
Per einde van de vorige verslagperiode
Bruto aanschaffingswaarde 50.599 995 2.977 54.571
Geaccumuleerde afschrijvingen (23.582) (650) (1.686) (25.917)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (883) 0 0 (883)
Nettoboekwaarde aan het einde van de voorgaandeperiode 26.135 345 1.291 27.771
Bewegingen gedurende het jaar
Bedrijfscombinaties 0 6.545 0 6.545
Nieuwe leases 169 6.455 3.082 9.705
Aanpassing in verband met de herbeoordeling van deaannames over de kosten van ontmanteling en herstelling 2.924 0 (167) 2.756
Afschrijvingen (3.538) (1.945) (1.336) (6.818)
Bijzondere waardeverminderingen 123 0 0 123
Beëindigde contracten 46 0 (48) (2)
Overdrachten van de ene rubriek naar de andere (0) (611) 33 (577)
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen 369 13 19 400
Per einde van de verslagperiode 26.227 10.802 2.874 39.903
Bruto aanschaffingswaarde 53.950 19.033 4.766 77.749
Geaccumuleerde afschrijvingen (27.160) (8.231) (1.891) (37.283)
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen (564) 0 0 (564)
Nettoboekwaarde aan het einde van de periode 26.227 10.802 2.874 39.903
Contractuele looptijd (in jaren) 6 - 12 3 - 12 4

Er wordt ook verwezen naar toelichting 7.2.4.7, Beëindigde bedrijfsactiviteiten.

De nieuwe leases bestaan uit een extra productielijn bij Rex Panels & Profiles NV, nieuwe forkheftrucks in Slovenië en de uitbreiding/vernieuwing van bedrijfswagens in de hele Groep.

De gewogen gemiddelde onderliggende marginale rentevoet van de overeenkomsten voor activa met gebruiksrecht op 31 december 2024 was 3,32% (3,16% op 31 december 2023).

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de opgenomen leasekosten tijdens de verslagperiode.

in duizend EUR
2024 2025
Operationele leases met lage waarde 1 576
Kortlopende huurcontracten 128 881
Diensten in het kader vanhuurovereenkomsten 469 429
Overige vergoedingen
Totaal huurcontracten 598 1.886

7.2.5.5 Dochterondernemingen, joint ventures, geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen

Tenzij anders aangegeven, zijn de percentages van het aandelenbezit die hieronder worden weergegeven identiek aan de percentages van de stemrechten.

1. INTEGRAAL GECONSOLIDEERD DOCHTERONDERNEMINGEN

% deelneming in
31 DEC 2024 31 DEC 2025
België
Balim NV Bourgetlaan 42 - 1130 Haren 100,00 100,00
Finapal NV Bourgetlaan 42 - 1130 Haren 100,00 100,00
Recticel International Services NV Bourgetlaan 42 - 1130 Haren 100,00 100,00
Rex Panels & Profiles NV Rue du Mont des Carliers (BL) - 7522 Blandain 100,00 100,00
Recticel US Investments BV (11/03/2025) Bourgetlaan 42 - 1130 Haren - 100,00
Miclar BV (28/11/2025) Goudberg 13/A - 9290 Berlare - 76,00 (b)
Proclar BV (28/11/2025) Goudberg 13/A - 9290 Berlare - 76,00 (b)
Verhoye NV (28/11/2025) Elbestraat 12 - 8760 Tielt - 76,00 (b)
Vacu-Service BV (28/11/2025) Elbestraat 12 - 8760 Tielt - 76,00 (b)
Finland
Recticel Insulation OY Gneissitie 2 - 04600 Mäntsälä 100,00 100,00
Frankrijk
Recticel Insulation SAS 1, rue Ferdinand de Lesseps - 18000 Bourges 100,00 100.00
Frina Mousse France SARL 1 Rue Jasmin - 68270 Wittenheim 100,00 100.00
Duitsland
Recticel Deutschland Beteiligungs GmbH Adolfstrasse 1 - 65185 Wiesbaden 100,00 100,00
Recticel Grundstücksverwaltung GmbH Adolfstrasse 1 - 65185 Wiesbaden 100,00 100,00
Recticel Verwaltung GmbH & Co. KG Adolfstrasse 1 - 65185 Wiesbaden 100,00 100,00
Trimo DE GmbH The Square Business Center, Am Flughafen 12, 5th Floor - 60549 Frankfurt Am Main 100,00 100,00
Luxemburg
Recticel RE SA 22 boulevard des Scillas - 2529 Howald 100,00 100,00
Recticel Luxembourg SA 22 boulevard des Scillas - 2529 Howald 100,00 100,00
Macedonië
Trimo Makedonija DOOEL Londonska 19/15 – DTC Olimpiko - 1000 Skopje 100,00 100,00

% deelneming in 31 DEC 2024 31 DEC 2025

Belangrijke beperkingen om activa te realiseren of verplichtingen na te komen

Recticel NV of sommige van haar dochterondernemingen hebben garanties verstrekt voor (i) een totaalbedrag van EUR 1,2 miljoen ten gunste van OVAM met betrekking tot de saneringsen rehabilitatieprojecten op sommige van haar sites en/of sites van haar dochterondernemingen, (ii) een totaalbedrag van EUR 0,8 miljoen ten gunste van het Waalse Département du Sol et des Déchets – DSD, (iii) een totaalbedrag van EUR 3,0 miljoen ten gunste van de verzekeraar HDI Global en (iv) een totaalbedrag van

Recticel NV verstrekt ook garanties en comfortbrieven (voor een totaal bedrag van EUR 20,5 miljoen) aan en/ of voor rekening van verschillende rechtstreekse of onrechtstreekse dochterondernemingen, waarvan de belangrijkste (> EUR 1 miljoen) zijn:

EUR 2,2 miljoen ten gunste van leveranciers.

• namens Recticel Verwaltung GmbH: EUR 5,0 miljoen;

• namens Recticel Insulation OY: EUR 15,5 miljoen in het kader van een vastgoedinvesteringslening.

Nederland
Kuras BV (28/10/2025) Deventerweg 9 - 3771 NP Deventer - 70,02 (a)
Recticel BV Wanraaij 4 - 6673 DN Andelst 100,00 100,00
Recticel International BV Wanraaij 4 - 6673 DN Andelst 100,00 100,00
Trimo Benelux BV Dorpstraat 63 - 5761 BM Bakel 100,00 100,00
Polen
Recticel Insulation Materials sp. z o.o. ul. Lakowa 29 - 90-554 Lodz 100,00 100,00
Trimo Polska sp. z o.o. ul. Obrzezna 5 - 02-691 Warsaw 100,00 100,00
Servië
Trimo Inženjering d.o.o. Novo naselje 9 - 22310 Simanovci 100,00 100,00
Slowakije
Trimo Slovakia spol s.r.o. Lovinského 4653 - 81104 Bratislava 25,00 25,00
Slovenië
Trimo d.o.o. Prijateljeva cesta 12 - 8210 Trebnje 100,00 100,00
Trimo MSS d.d. Prijateljeva cesta 12 - 8210 Trebnje 100,00 100,00
Tinde d.o.o. Prijateljeva cesta 12 - 8210 Trebnje 100,00 100,00
Turvac d.o.o. Primorska 6b - 3325 Šoštanj 74,00 100,00
Zweden
Recticel Insulation Sweden AB Torsgatan 7c - 111 23 Stockholm 100,00 100.00
Verenigd Koninkrijk
Recticel Insulation UK Limited Enterprise way Whittle Road, Meir Park - Stoke-on-Trent ST37UN 100,00 100,00
Trimo UK Limited Highview House 1st Floor, Tottenham Cresent, Epson - Surrey KT185QJ 100,00 100,00
Verenigde Staten van Amerika
The Soundcoat Company, Inc Burt Drive 1 - Deer Park, New York 11729 Deer Park, County of Suffolk 100,00 100,00
Recticel North America, Inc (01/04/2025) Corporation Trust Center, Orange Street 1209 - Wilmington, Delaware 19801,New Castle County 100,00
Recticel Insulated Panels, LLC (18/04/2025) Corporation Trust Center, Orange Street 1209 - Wilmington, Delaware 19801,New Castle County 95,24
Verenigde Arabische Emiraten
Trimo DCS FZE Fujairah Free Zone 2 - Fujairah 100,00 100,00

(a) Kuras BV (b) Miclar Group

2. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN VERWERKT VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE

% deelneming in
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Duitsland
Ascorium Holding GmbH Gut Hochschloss1 - 82396 Pähl 49,00 49,00

Behalve de goedkeuring van de controlerende aandeelhouder(s) om dividenden uit te keren, zijn er geen specifieke beperkingen op de mogelijkheid van geassocieerde deelnemingen om fondsen over te dragen aan Recticel in de vorm van dividenden in contanten, of om leningen of voorschotten van Recticel terug te betalen.

3. Niet-geconsolideerde entiteiten

Sommige dochterondernemingen die voor meer dan 50% worden gecontroleerd, worden niet geconsolideerd omdat ze (nog) niet materieel zijn. Zodra ze echter een voldoende omvang hebben bereikt, zullen ze in de consolidatiekring worden opgenomen. Recticel heeft geen niet-geconsolideerde entiteiten.

7.2.5.6 Investeringen in joint ventures, geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen

Een lijst van de belangrijke investeringen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen is opgenomen in toelichting 7.2.5.5, Dochterondernemingen, joint ventures, geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen.

Er is een onderscheid gemaakt tussen geassocieerde deelnemingen (opbrengsten opgenomen in de Operationele winst/(verlies)) en overige geassocieerde deelnemingen - (opbrengsten uitgesloten van de operationele winst/ (verlies)).

Andere geassocieerde deelnemingen worden niet beschouwd als onderdeel van de kernactiviteiten van de Groep en zijn niet opgenomen in de operationele winst/(verlies), zoals Ascorium Holding GmbH (voorheen TEMDA2 GmbH).

in duizend EUR
JOINTVENTURES GEASSOCIEERDEVENNOOTSCHAPPEN OVERIGEGEASSOCIEERDEN 31 DEC2024 JOINTVENTURES GEASSOCIEERDEVENNOOTSCHAPPEN OVERIGEGEASSOCIEERDEN 31 DEC2025
Per einde van de vorigeverslagperiode 0 0 (0) 0 0 0 (0) 0
Bewegingen gedurende het jaar
Kapitaalverhoging 0 0 0 0 0 0 0 0
Herwaarderingswinsten/-verliezen optoegezegd-pensioenregelingen 0 0 0 0 0 0 0 0
Inkomstenbelasting met betrekking totcomponenten van niet-gerealiseerderesultaten 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige elementen van het totaalresultaat voor de periode, netto vanbelastingen 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandeel van de Groep in het resultaatvan de periode 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal resultaat van deverslagperiode 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgekeerde dividenden 0 0 0 0 0 0 0 0
Wijzigingen in consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0
Reclassificatie naar activa bestemdvoor verkoop 0 0 0 0 0 0 0 0
Bijzondere waardevermindering 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0
Per einde van de verslagperiode 0 0 (0) 0 0 0 (0) 0

In 2025, gezien de relevante overwegingen dat er geen contractuele of feitelijke verplichtingen zijn die onbeperkte verliezen dekken, wordt de opname van het aandeel van de Groep in de resultaten van de joint venture beperkt tot het oorspronkelijk opgenomen bedrag van de investering. Alle latere aandelen van de Groep in de winsten worden niet opgenomen door de Groep totdat het historisch niet-opgenomen aandeel van de Groep in de resultaten van de joint venture is gedekt.

In 2024, gezien de relevante overwegingen dat er geen contractuele of feitelijke verplichtingen zijn die onbeperkte verliezen dekken, wordt de opname van het aandeel van de Groep in de resultaten van de joint venture beperkt tot het oorspronkelijk opgenomen bedrag van de investering. Alle latere aandelen van de Groep in de winsten worden niet opgenomen door de Groep totdat het historisch niet-opgenomen aandeel van de Groep in de resultaten van de joint venture is gedekt.

Pro forma kerncijfers voor geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen (op 100% basis):

in duizend EUR
OVERIGE GEASSOCIEERDEN
ASCORIUM HOLDING GMBH
31 DEC 2024 31 DEC 2025

Geaggregeerde cijfers (som van individuele grootboeken vóór eliminaties)

Netto eigen vermogen 8.042 (5.614)
Totaal passiva (104.600) (107.942)
Kortlopende verplichtingen (92.752) (91.161)
Langlopende verplichtingen (11.848) (16.781)
Totaal activa 112.642 102.328
Vlottende activa 59.864 54.640
Vaste activa 52.778 47.688
Bedrijfsopbrengsten 104.451 89.590
Winst (verlies) van de periode (5.834) (11.918)
in duizend EUR
ASCORIUM HOLDING GMBH
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Netto eigen vermogen (aandeel vande Groep) 0 0
Omkering van de herwaardering oponroerend goed 0 0
Correcties op openingsbalans 0 0
Bijzondere waardevermindering 0 0
Overige 0 0
Boekwaarde van belangen ingeassocieerde deelnemingen 0 0

Op 1 juli 2020 kondigde Recticel NV de afronding aan van de verkoop van haar Automotive Interiors activiteiten aan Ascorium Holding GmbH, een joint venture opgericht tussen de Duitse private equity speler Admetos (51%) en Recticel NV (49%).

De aandeelhoudersovereenkomst van de joint venture bevatte wederzijdse call-/putopties - voor Admetos om het resterende belang van 49% te verwerven of voor Recticel om het te verkopen - die uitoefenbaar waren vanaf maart 2024.

Op het moment van de desinvestering op 30 juni 2020 kende Recticel NV een achtergestelde verkoperslening van EUR 10 miljoen (vervaldatum 2027) toe aan Ascorium Holding GmbH. Op 31 december 2024 bedroeg de verkoperslening (vordering) van Ascorium Holding GmbH, inclusief gecumuleerde rente, EUR 11,5 miljoen.

Verder heeft Recticel ook bedrijfsgaranties op eerste verzoek verstrekt aan KBC Bank en BNP Paribas Bank die aan Ascorium Holding GmbH een acquisitielening van EUR 25 miljoen en aan Ascorium Group een doorlopende kredietfaciliteit van EUR 20 miljoen met een looptijd van vijf jaar hadden verstrekt. Er werd nog een bedrijfsgarantie verstrekt aan KBC Bank in 2022 voor een bedrag van EUR 2,75 miljoen voor de financiering van een sprinklersysteem voor een van Ascorium's productiesites in Tsjechië.

Gezien de economische gevolgen van de Oekraïnecrisis in 2022 en 2023, wat leidde tot hogere financieringskosten en verminderde vooruitzichten voor de automobielsector, vroeg Ascorium om een verlenging van de financieringen van KBC Bank en BNP Paribas Bank en de bijhorende bedrijfsgaranties van Recticel.

In de loop van 2024 hebben Admetos en Recticel opnieuw onderhandeld over hun respectieve overeenkomsten, waarbij Recticel ermee instemde om haar bedrijfsgaranties te verlengen en waarbij de wederzijdse call/put-opties werden afgeschaft en de partijen zouden samenwerken aan een gezamenlijke desinvestering op het gepaste moment. Er werden ook wijzigingen aangebracht in de corporate governancestructuur, waardoor Recticel meer bestuursrechten kreeg.

Ondanks de algehele negatieve evolutie in de automobielsector in het afgelopen jaar, blijft de Ascorium-activiteit een positieve recurrente EBITDA genereren, maar een negatieve EAT als gevolg van de toegenomen financiering en financieringskosten. Tegelijkertijd is Ascorium erin geslaagd om nieuwe projecten binnen te halen waardoor de activiteit vanaf 2027 opnieuw kan groeien, maar die tegelijkertijd aanzienlijke investeringen in kapitaal en werkkapitaal vereisen, waarvoor bijkomende financiering nodig kan zijn.

Gezien de aanhoudende onzekerheid op de automarkt heeft Recticel een bijzondere waardevermindering toegepast op de bovengenoemde leverancierslening, na een analyse van de inbaarheid te hebben uitgevoerd waarbij rekening is gehouden met het bestaande risico. Ook kan niet worden uitgesloten dat de bovengenoemde bedrijfsgaranties ten gunste van KBC Bank en BNP Paribas Bank op een bepaald moment geheel of gedeeltelijk zullen worden aangesproken. Het maximale risico voor Recticel NV bedraagt in dit verband EUR 52,8 miljoen. De Groep heeft geen significante voorwaardelijke verplichtingen op zich genomen met betrekking tot haar belangen in geassocieerde deelnemingen of andere geassocieerde ondernemingen.

Op 28 februari 2026 hebben Temda 1 en Recticel, met het oog op een onbelemmerde besluitvorming tijdens de strategische heroriëntatie met betrekking tot de automobielactiviteiten, een aandelenkoopovereenkomst ondertekend, waarbij Recticel voor een aankoopprijs van EUR 1,0 miljoen 100% zeggenschap over Ascorium Holding GmbH zal verwerven.

Vervolgens werd het afstotingsproces van de deelneming gestart en zal Ascorium Holding GmbH derhalve worden gerapporteerd onder beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa/verplichtingen aangehouden voor verkoop.

7.2.5.7 Overige financiële activa

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Financiële investeringen 500 500
Leningen aan verbonden ondernemingen 11.522 0
Overige leningen 449 387
Langlopende financiële vorderingen 11.971 387
Contante voorschotten en deposito's 323 478
Overige vorderingen 0 7.770
Langlopende overige vorderingen 323 8.248
Afgeleide instrumenten - Optiewaardering 0 0
Totaal 12.794 9.136

De post 'Leningen aan verbonden ondernemingen' heeft voornamelijk betrekking op een lening aan Ascorium Holding GmbH (EUR 11,5 miljoen) die in 2025 volledig is afgeschreven. De post 'Overige leningen' heeft betrekking op leningen verleend aan Recticel Insulation SAS, Frankrijk (EUR 0,2 miljoen) aan een aantal personeelsleden.

De post 'Overige vorderingen' heeft betrekking op door activa gedekte leaseovereenkomsten met enkele entiteiten van de Ascorium Group (EUR 7,8 miljoen).

De boekwaarde van deze langlopende vorderingen benadert de reële waarde omdat de variabele rentevoet in lijn ligt met de marktvoorwaarden.

De maximale blootstelling aan kredietrisico's is gelijk aan de boekwaarde van deze activa zoals opgenomen op de balans.

Er zijn geen onbetaalde, doch verschuldigde vorderingen, noch bijzondere waardeverminderingen op uitstaande vorderingen. Er zijn geen specifieke garanties aangeboden voor uitstaande vorderingen.

De post 'Contante voorschotten en deposito's' heeft voornamelijk betrekking op verstrekte waarborgen voor huur en aankopen van diensten (water, elektriciteit, telecommunicatie, afvalverwerking, enz.).

7.2.5.8 Voorraden

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Grondstoffen & benodigdheden - Bruto 41.802 38.713
Grondstoffen & benodigdheden - Afgeschreven bedragen (2.381) (2.105)
Grondstoffen & benodigdheden 39.422 36.607
Werk in uitvoering - Bruto 1.523 1.176
Werk in uitvoering - Afgeschreven bedragen (2) 0
Werk in uitvoering 1.521 1.176
Afgewerkte producten - Bruto aanschaffingswaarde 13.085 14.672
Afgewerkte producten - Waardeverminderingen (64) (7)
Afgewerkte producten 13.021 14.665
Verhandelde goederen - Bruto 1.144 3.617
Verhandelde goederen - Afgeschreven bedragen (221) (264)
Verhandelde goederen 923 3.354
Aanbetalingen - Bruto aanschaffingswaarde 189 1.638
Aanbetalingen - Afgeboekte bedragen 0 0
Aanbetalingen 189 1.638
Bestellingen in uitvoering - Aanschaffingswaarde 0 0
Bestellingen in uitvoering - Aanschaffingswaarde - Moulds 0 0
Bestellingen in uitvoering 0 0
Totale voorraden 55.075 57.441
Bedragen afgeschreven op voorraden tijdens de periode (961) (287)
Terugname van afgeschreven bedragen op voorraden tijdens deverslagperiode 777 519

De totale voorraden in 2025 stegen door de hogere bedrijfsactiviteiten.

7.2.5.9 Contractactiva en contractverplichtingen

Het volgende schema geeft het overzicht van contractactiva en -verplichtingen na toepassing van IFRS 15 in 2025 en omvat zowel de impact van de openingsbalans als de mutaties van de periode.

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
OPENINGSBALANS BEDRIJFSCOMBINATIES VERGOEDING TEBETALEN AANKLANTEN OVERDRACHTNAAR WINST- ENVERLIESREKENING RECLASSIFICATIE WISSELKOERS VERSCHILLEN OVERDRACHTNAAR BEËINDIGDEBEDRIJFSACTIVITEITEN WIJZIGINGEN INCONSOLIDATIEKRING EINDSALDO AANHET EINDE VAN DEPERIODE
Langlopende contractactiva - Vergoeding te betalen aan de klant 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractactiva - Onderhanden projecten Moulds 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractactiva - Onderhanden projecten Tooling &Packaging 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractactiva 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva - Vergoeding te betalen aan de klant 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva - Onderhanden projecten Moulds 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva - Onderhanden projecten Tools &Packaging 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal contractactiva 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit mouldsopgenomen voor SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit mouldsopgenomen na SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit Tooling &Packaging opgenomen voor SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit Tooling &Packaging opgenomen na SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Contractverplichtingen - Verwachte kortingen en volumekortingen 9.577 0 0 1.887 (1.303) (384) 0 0 9.778
Contractverplichtingen - Lange termijn overeenkomsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Contractverplichtingen - Opname van omzet Moulds 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Contractverplichtingen - Opname van omzet Tooling & Packaging 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractverplichtingen 9.577 0 0 1.887 (1.303) (384) 0 0 9.778
Totaal contractverplichtingen 9.577 0 0 1.887 (1.303) (384) 0 0 9.778

In 2025 stegen de contractverplichtingen in lijn met de door toegenomen bedrijfsopbrengsten.

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

in duizend EUR
OPENINGSBALANS BEDRIJFSCOMBINATIES VERGOEDING TEBETALEN AANKLANTEN OVERDRACHTNAAR WINST- ENVERLIESREKENING RECLASSIFICATIE WISSELKOERS VERSCHILLEN OVERDRACHTNAAR BEËINDIGDEBEDRIJFSACTIVITEITEN WIJZIGINGEN INCONSOLIDATIEKRING EINDSALDO AANHET EINDE VAN DEPERIODE
Langlopende contractactiva - Vergoeding te betalen aan de klant 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractactiva - Onderhanden projecten Moulds 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractactiva - Onderhanden projecten Tooling &Packaging 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractactiva 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva - Vergoeding te betalen aan de klant 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva - Onderhanden projecten Moulds 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva - Onderhanden projecten Tools &Packaging 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractactiva 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal contractactiva 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit mouldsopgenomen voor SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit mouldsopgenomen na SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit Tooling &Packaging opgenomen voor SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen - Omzet uit Tooling &Packaging opgenomen na SOP (start of production) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Langlopende contractverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Contractverplichtingen - Verwachte kortingen en volumekortingen 8.037 0 0 2.024 (803) 320 0 0 9.577
Contractverplichtingen - Lange termijn overeenkomsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Contractverplichtingen - Opname van omzet Moulds 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Contractverplichtingen - Opname van omzet Tooling & Packaging 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kortlopende contractverplichtingen 8.037 0 0 2.024 (803) 320 0 0 9.577
Totaal contractverplichtingen 8.037 0 0 2.024 (803) 320 0 0 9.577

7.2.5.10 Handelsvorderingen, overige vorderingen en overige financiële activa

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Handelsvorderingen 106.319 115.420
Voorzieningen voor verwachtekredietverliezen (4.394) (4.426)
Totaal handelsvorderingen 101.925 110.993
Overige vorderingen (1) 9.494 12.009
Afgeleide instrumenten(termijnwisselcontracten) 0 0
Leningen tegen geamortiseerde kostprijs 2.626 122
Overige financiële activa (2) 2.626 122
Overige vorderingen en overige financiëleactiva (1) + (2) 12.119 12.130

Handelsvorderingen op balansdatum 2025 omvatten te ontvangen bedragen uit de verkoop van goederen en diensten voor EUR 111 miljoen (2024: EUR 101,9 miljoen). De stijging houdt gedeeltelijk verband met de bedrijfscombinaties Kuras BV en Miclar Group.

In 2025 hebben overige vorderingen voor een bedrag van EUR 12,0 miljoen betrekking op (i) te ontvangen BTW (EUR 3,5 miljoen), (ii) aan derden betaalde voorschotten voor exploitatiekosten gespreid over verschillende boekjaren (EUR 3,2 miljoen), (iii) vooruitbetalingen, belastingkredieten en subsidies en contractuele verplichtingen met medecontractanten (EUR 5,4 miljoen).

In 2024 hebben overige vorderingen voor een bedrag van EUR 9,5 miljoen betrekking op (i) te ontvangen BTW (EUR 1,8 miljoen), (ii) aan derden betaalde voorschotten voor exploitatiekosten gespreid over verschillende boekjaren (EUR 3,5 miljoen), (iii) vooruitbetalingen, belastingkredieten en subsidies en contractuele verplichtingen met medecontractanten (EUR 4,2 miljoen).

In 2024 bestaan de overige financiële activa (EUR 2,7 miljoen) voornamelijk uit de vordering van EUR 2,4 miljoen (i.e. huidige deel van de lening betaalbaar in 2025) op Orsa Foam met betrekking tot het betalingsplan gekoppeld aan de verkoop van de deelneming.

Factoring

Hoewel de factoringkredietlijnen nog steeds beschikbaar zijn, zijn er door de inkomende kasstroom uit de verkoop van Recticel Engineered Foams aan Carpenter Co. geen bedragen opgenomen op 31 december 2025.

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Factoring zonder verhaal
Bruto bedrag 0 0
Blijvende betrokkenheid 0 0
Nettobedrag 0 0
Retentiebedrag opgenomen in schuld (0) (0)
Totaal bedrag factoring zonder verhaal (0) (0)

Het gemiddelde aan uitstaande bedragen van vorderingen varieert tussen 10% en 15% van de totale omzet. Via een gecentraliseerde kredietbeheerorganisatie wordt een strikte kredietopvolging georganiseerd.

De aanhoudende betrokkenheid vertegenwoordigt het deel van de vorderingen dat niet werd overgedragen aan het behoud van contractuele rechten zoals bepaald in de voorwaarden van de factoringovereenkomst

De aanhoudende betrokkenheid vertegenwoordigt het deel van de vorderingen dat niet werd overgedragen aan de factoringmaatschappij zoals gespecificeerd in de voorwaarden onder de factoringovereenkomst. Het retentiebedrag vertegenwoordigt het bedrag dat van het bruto (factuur)bedrag wordt afgetrokken, rekening houdend met de beperking van het bedrag dat per klant in de factoringovereenkomst kan worden opgenomen. Recticel neemt dit retentiebedrag niet op in de schuld. Deze openstaande vorderingen ("retentiebedrag") worden permanent op de balans gepresenteerd.

Mutaties in voorzieningen voor verwachte kredietverliezen:

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Per einde van de vorige verslagperiode (3.330) (4.394)
Bedrijfscombinaties (1.199) (365)
Toevoegingen (833) (833)
Omkeringen 1.050 967
Niet-terugvorderbare bedragen 0 0
Reclassificatie (208) 219
Wisselkoersverschillen 125 (21)
Wijzigingen in consolidatiekring 0 0
Overdracht naar activa bestemd voorverkoop 0 0
Totaal aan het einde van de periode (4.394) (4.426)

De niet-terugvorderbare bedragen verwijzen naar handelsvorderingen die zijn afgeschreven omdat de Groep van mening is dat deze niet meer invorderbaar zijn.

7.2.5.11 Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten geldmiddelen aangehouden door de Groep en bankdeposito's op korte termijn met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste drie maanden. De boekwaarde van deze activa komt ongeveer overeen met hun reële waarde. Er zijn geen specifieke beperkingen van toepassing op geldmiddelen en kasequivalenten.

7.2.5.12 Activa en verplichtingen aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

In 2025 werden geen acitiva en verplichtingen aangehouden voor verkoop en zijn er geen beëindigde bedrijfsactiviteiten.

7.2.5.13 Aandelenkapitaal

in duizend EUR
2024 2025
Aantal aandelen
Aantal uitgegeven en volledig volstorte aandelen op 01 januari 56.230.920 56.605.920
Aantal uitgegeven en volledig volstorte aandelen op 31 december 56.605.920 56.752.920
waarvan aantal eigen aandelen op 31 december 326.800 326.800
in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Uitgegeven en volledig volstorte aandelen 141.515 141.882

De wijziging in het aandelenkapitaal wordt verklaard door de uitoefening van inschrijvingsrechten in 2025.

Recticel beheert zijn aandelenkapitaal, zonder correcties of aanpassingen. Er gelden geen externe kapitaalbeperkingen op het aandelenkapitaal, aangezien de gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit eind 2025 is beëindigd.

7.2.5.14 Pensioenen en gelijkaardige verplichtingen

Netto verplichtingen op 31 december 10.996 11.049
Overige voordelen op lange termijn en vergoedingen bij uitdienstreding 510 529
Voordelen na uitdiensttreding: toegezegd-pensioenregelingen 10.487 10.520
31 DEC 2024 31 DEC 2025
in duizend EUR

VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING: TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

97,0% van de verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen is geconcentreerd in drie landen: België (55,1%), het Verenigd Koninkrijk (35,8%) en Duitsland (6,1%). Binnen deze drie landen heeft Recticel gefinancierde toegezegdpensioenregelingen. Dit omvat hybride toegezegd-bijdrageregelingen, die behandeld worden als toegezegd-pensioenregelingen omwille van de garantieverplichtingen van de werkgever. Deze regelingen voorzien doorgaans in pensioenuitkeringen die gerelateerd zijn aan het salaris en de diensttijd.

De volgende informatie beschrijft de pensioenregelingen in België en het Verenigd Koninkrijk, die 90,9% uitmaken van de totale toegezegd-pensioenregelingen.

in duizend EUR
TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN ACTIVA FINANCIERINGSSTATUSTEKORT/(OVERSCHOT) AANPASSING WEGENSACTIVAPLAFOND/AANVULLENDEVERPLICHTING ONDERIFRIC 14 NETTOVERPLICHTING/(ACTIEF)
België 35.862 (31.919) 3.943 3.943
VerenigdKoninkrijk 23.297 (26.152) (2.855) 3.857 1.002
Duitsland 3.944 (330) 3.614 3.614
Andere landen 1.962 1.962 1.962
Totaal 65.064 (58.401) 6.663 3.857 10.520

België

Recticel heeft in België toegezegd-pensioenregelingen en hybride pensioenregelingen. Deze plannen worden gefinancierd via groepsverzekeringen en de bijdragen zijn enkel ten laste van de werkgever. De toegezegd-pensioenregelingen zijn sinds 2003 gesloten voor nieuwe werknemers; de meeste hybride regelingen zijn nog steeds open voor nieuwe werknemers. De regelingen functioneren binnen en voldoen aan een regelgevend kader en voldoen aan de lokale minimale financieringsvereisten. Deelnemers aan de regelingen hebben recht op salarisgerelateerde uitkeringen bij pensionering op 65-jarige leeftijd en bij overlijden in dienst. De gebruikelijke, en veronderstelde, vorm van uitbetaling is in alle gevallen een eenmalige uitkering, maar de regelingen voorzien in de optie om deze om te zetten in een lijfrente.

Verenigd Koninkrijk

Recticel financiert in het Verenigd Koninkrijk één toegezegd-pensioenregeling die gesloten is voor nieuwe deelnemers en voor verdere verhoging van voordelen voor bestaande deelnemers. Het plan wordt bestuurd via een trust die juridisch gescheiden is van Recticel en wordt geleid door een raad van Trustees die bestaat uit zowel door de werkgever

in duizend EUR

als door de leden benoemde trustees. De Trustees zijn wettelijk verplicht om te handelen in het belang van de begunstigden van de regeling en zijn verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van de activa en het dagelijks beheer van de uitkeringen. De regeling functioneert binnen en voldoet aan een regelgevend kader en is onderworpen aan minimale financieringsvereisten. Onder de regeling hebben deelnemers bij pensionering op 60- of 65-jarige leeftijd recht op een jaarlijks pensioen, gebaseerd op hun laatste pensioengerechtigde salaris en het aantal pensioenjaren.

De wetgeving in het Verenigd Koninkrijk vereist dat de verplichtingen van toegezegd-pensioenregelingen voor financieringsdoeleinden worden berekend op een voorzichtige basis. De laatste financieringswaardering van de regeling werd uitgevoerd op 31 december 2022 en liet een tekort zien van GBP 2,5 miljoen. In juli 2024 werd een nieuw herstelplan overeengekomen om dit tekort weg te werken. Recticel stemde ermee in om een bedrag van GBP 1,0 miljoen te betalen op 31 december 2027.

Recticel heeft een overeenkomst afgesloten met de Trustees van de regeling om de kosten van de overdracht van het plan aan een verzekeringsmaatschappij te financieren. Op 31 december 2025 bedroegen de geschatte kosten boven de verplichting uit hoofde van personeelsbeloningen opgenomen onder IAS 37 GBP 0,8 miljoen, en dit bedrag is opgenomen onder voorzieningen voor overige risico's.

RISICO'S VERBONDEN AAN TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

De belangrijkste risico's in verband met de toegezegdpensioenregelingen van Recticel zijn:

Wijzigingenin obligatierendementen Pensioenverplichtingen wordenberekend op basis van eendisconteringsvoet die gewoonlijk wordtbepaald op basis van het rendementvan bedrijfs- of overheidsobligaties.Een daling van de obligatierentezal daarom de waarde van depensioenverplichtingen verhogen,hoewel dit gedeeltelijk zal wordengecompenseerd door een stijgingvan de waarde van de activa die inobligaties worden aangehouden.
Volatiliteitvan de activa Als de activaportefeuilles over hetgeheel genomen minder goed presterendan de obligatierendementen, zal denettoverplichting toenemen. Sommige

regelingen houden een deel van de aandelen aan die, hoewel ze naar verwachting op de lange termijn beter zullen presteren dan bedrijfsobligaties, het risico van volatiliteit op de korte termijn met zich meebrengen. De aandelenallocatie wordt gemonitord om ervoor te zorgen dat deze passend blijft.

Inflatierisico Levensverwachting Valutarisico Toenames in uitkeringen, en in de onderliggende salarissen waarop sommige uitkeringen zijn gebaseerd, zijn gekoppeld aan inflatie, zodat een hogere inflatie zal leiden tot hogere pensioenverplichtingen. De meeste fondsbeleggingen worden niet of nauwelijks beïnvloed door inflatie, zodat een hogere inflatie zal leiden tot een hogere nettoverplichting. Voor sommige regelingen wordt dit risico beperkt door een bovengrens te stellen aan de stijging van de uitkeringen, wat bescherming biedt tegen extreme inflatie. Sommige regelingen verstrekken uitkeringen voor de levensduur van de deelnemer, zodat een stijging van de levensverwachting zal resulteren in een stijging van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen. Valutarisico's vloeien voornamelijk voort uit fluctuaties in de eurowaarde van

nettoverplichtingen van regelingen die in andere valuta's uitgedrukt worden.

in duizend EUR
31 DEC2024 31 DEC2025
De evolutie van de nettoverplichting gedurende het jaar is als volgt:
Netto verplichting op 01 januari 11.947 10.487
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Lasten opgenomen in de winst- en verliesrekening 1.614 2.715
Werkgeversbijdragen (2.289) (2.795)
Bedrag opgenomen in overige totaal resultaat (839) 165
Wisselkoersverschillen 53 (50)
Netto verplichtingen beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Netto verplichting op 31 december 10.487 10.520
31 DEC2024 31 DEC2025
Pensioenkosten opgenomen in winst en verlies en in niet-gerealiseerderesultaten:
Servicekosten:
Huidige servicekosten (1.298) (1.725)
Werknemersbijdragen 0 0
Kosten van dienstverlening in het verleden(inclusief inperkingen) 100 (518)
Kosten of winst bij verrekening 0 0
Administratieve uitgaven (91) (107)
Netto rentelasten:
Rentelasten (2.391) (2.626)
Rente-opbrengsten 2.326 2.476
Rente op activaplafond/ aanvullende
verplichting opgenomen onder IFRIC 14 (260) (214)
Pensioenuitgaven opgenomen in winst enverlies (1.614) (2.715)
Totaal bedrag opgenomen in winst en verlies en
Totaal bedrag opgenomen in niet-gerealiseerderesultaten 839 (164)
Wijzigingen in het activaplafond impact/aanvullende verplichtingen, exclusief bedragendie zijn opgenomen in de nettorentelasten 1.486 182
Actuariële (winsten)/verliezen door ervaring (354) (494)
Actuariële (winsten)/verliezen als gevolgvan veranderingen in demografischeveronderstellingen 276 (314)
Actuariële (winsten)/verliezen als gevolg vanwijzigingen in financiële veronderstellingen 2.483 1.656
Rendement op fondsactiva (bovenop)/onderdatgene opgenomen in nettorenten (3.052) (1.195)
Herwaarderingen in niet-gerealiseerde resultaten

In 2025 hebben de bedragen voor kosten van dienstverlening in het verleden en inperkingen voornamelijk betrekking op een wijziging van het pensioenplafond in België, die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 van toepassing is.

niet-gerealiseerde resultaten (775) (2.879)

in duizend EUR

Samenstelling van de portefeuille van de regelingen op 31 december 2025

31 DEC 2024 31 DEC 2025
Bedragen met betrekking tot de toegezegd-pensioenregelingen opgenomen in de balans, zijn:
Verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen voorgefinancierde plannen 64.730 63.103
Reële waarde van de planactiva (fondsbeleggingen) (60.287) (58.401)
Financieringsstatus voor gefinancierde plannen tekort/(overschot) 4.443 4.701
Verplichtingen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen voor nietgefinancierde plannen 2.018 1.962
Totale gefinancierde status op 31 december tekort/(overschot) 6.461 6.663
Effect van activaplafond/ aanvullende verplichting opgenomen onderIFRIC 14 4.026 3.857
Netto verplichtingen op 31 december 10.487 10.520
De belangrijkste actuariële hypothesen op 31 december (gewogen gemiddelden) zijn:
Discontovoet 2,95% 4,06%
Toekomstige pensioenverhogingen 2,36% 2,56%
Verwacht percentage salarisverhogingen 3,05% 3,05%
Inflatie 2,27% 2,15%

De sterfteaannames zijn gebaseerd op recente sterftetabellen. De sterftetabellen van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland gaan ervan uit dat de levensverwachting de komende jaren zal stijgen.

Wijziging in de planactiva (fondsbeleggingen)
Reële waarde van de planactiva op 01 januari 60.334 60.287
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Rente-opbrengsten 2.326 2.476
Werkgeversbijdragen 2.289 2.795
Werknemersbijdragen 0 0
Betaalde uitkeringen (direct & indirect, inclusief belastingen op betaaldepremiebijdragen) (2.910) (4.455)
Rendement op fondsactiva (bovenop)/onder datgene opgenomen innettorenten, excl. renteopbrengsten (3.052) (1.195)
Winst/(verlies) in verband met schikkingen 0 0
Administratieve uitgaven (91) (107)
Wisselkoersverschillen 1.392 (1.401)
Planactiva beëindigde bedrijfsactiviteiten (0) 0
Reële waarde van de planactiva op 31 december 60.287 58.401

De activa van de gefinancierde plannen worden belegd in gemengde portefeuilles van aandelen en obligaties, of verzekeringscontracten. De planactiva omvatten geen directe investeringen in Recticel-aandelen, Recticelobligaties of eigendommen die door Recticel-bedrijven worden gebruikt.

Activaklassen van unit-linked verzekeringscontracten

Unit-linked verzekeringscontracten zijn beleggingen in obligaties, aandelen en kasinstrumenten die worden beheerd door een verzekeringsmaatschappij, waarin Recticel een specifiek aantal fondseenheden bezit waarvan de netto-inventariswaarde regelmatig wordt gepubliceerd.

Non unit-linked verzekeringscontracten zijn zuivere verzekeringspolissen met slechts een beperkt financieel beleggingsrisico.

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Wijziging in de toegezegd-pensioenregeling
Toegezegd-pensioenregelingverplichting op 01 januari 67.260 66.749
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Huidige servicekosten 1.298 1.725
Rentelasten 2.391 2.626
Betaalde uitkeringen (direct & indirect, inclusief belastingen op betaalde premiebijdragen) (2.910) (4.455)
Actuariële (winsten)/verliezen op verplichtingen die voortvloeien uit wijzigingen in financiëleveronderstellingen (2.483) (1.656)
Actuariële (winsten)/verliezen op verplichtingen die voortvloeien uit veranderingen in demografischeveronderstellingen (276) 314
Actuariële (winsten)/verliezen op verplichtingen die voortvloeien uit ervaring 354 494
Kosten van dienstverlening in het verleden (inclusief inperkingen) (100) 518
(Winst)/verlies in verband met schikkingen 0 0
Wisselkoersverschillen 1.215 (1.250)
Toegezegde pensioenplannen beëindigde bedrijfsactiviteiten 0
Toegezegd-pensioenregelingenverplichting op 31 december 66.749 65.065
Opsplitsing van de toegezegd-pensioenregeling per populatie
Actieve leden 16.636 18.740
Leden met uitgestelde uitkeringsrechten 29.662 27.366
Gepensioneerden/Pensioengerechtigden 20.450 18.959
Totale toegezegd-pensioenregeling op 31 december 66.748 65.064
Veranderingen in het effect van het activaplafond/ aanvullende verplichting onder IFRIC 14
Activaplafond/aanvullende verplichting impact op 01 januari 5.021 4.025
Rente op activaplafond/aanvullende verplichting 260 214
Wijzigingen in het activaplafond/aanvullende verplichting, exclusief bedragen die zijn opgenomen inde nettorentekosten (1.486) (182)
Wisselkoersverschillen 230 (201)
Activaplafond/aanvullende verplichting beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Activaplafond/aanvullende verplichting impact op 31 december 4.025 3.857
Gewogen gemiddelde looptijd van de toegezegd-pensioenregeling op 31 december 9,23 jaar 8,75 jaar
Sensitiviteit van de toegezegd-pensioenregeling voor de belangrijkste hypothesen op 31 december
% stijging van de toegezegd-pensioenregeling na een daling van de disconteringsvoet met 0,25% 2,40% 2,23%
% daling van de toegezegd-pensioenregeling na een stijging van de disconteringsvoet met 0,25% -2,31% -2,23%
% daling van de toegezegd-pensioenregeling na een daling van de inflatievoet met 0,25% -0,51% -0,86%
% stijging van de toegezegd-pensioenregeling na een stijging van de inflatie met 0,25% 0,51% 0,78%

Voor regelingen die een volledige waardering hebben ondergaan, is de hierboven vermelde gevoeligheidsinformatie exact en gebaseerd op deze volledige waardering. Voor regelingen waarbij de resultaten zijn overgeheveld van de laatste volledige actuariële waardering, is de hierboven vermelde gevoeligheidsinformatie een schatting waarbij rekening gehouden wordt met de looptijd van de verplichtingen en het globale profiel van de deelnemers aan de regeling.

in duizend EUR
2026
Geraamde bijdragen voor het komende jaar
Verwachte werkgeversbijdragen voor toegezegd-pensioenregelingen 1.633

VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING: TOEGEZEGD-BIJDRAGEREGELINGEN

Het bedrag opgenomen als last voor toegezegd-bijdrageregelingen met betrekking tot voortgezette bedrijfsactiviteiten was EUR 1.300.526 (2024: EUR 1.722.000).

7.2.5.15 Voorzieningen

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
GESCHILLEN DEFECTE PRODUCTEN MILIEURISICO'S REORGANISATIE VOORZIENINGEN VOORVERLIESLATENDE CONTRACTENEN OPRUIMLASTEN OVERIGE RISICO'S TOTAAL
Per einde van de vorige verslagperiode 0 1.674 2.678 1.252 569 23.559 29.732
Bewegingen gedurende het jaar
Bedrijfscombinaties 0 127 0 0 0 0 127
Toevoegingen 0 508 0 0 0 0 508
Actualisatie 0 0 0 0 0 0 0
Bestedingen 0 (371) 0 (1.229) 0 (433) (2.033)
Terugnemingen 0 (100) (763) (22) (21) (6.170) (7.075)
Overdracht van de ene rubriek naar de andere 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht naar beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0 0
Wijzigingen in consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen (0) (0) 0 0 (28) (44) (72)
Per einde van de verslagperiode 0 1.838 1.915 2 520 16.911 21.186
Voorzieningen op meer dan één jaar 0 1.838 1.915 (0) 520 16.911 21.185
Voorzieningen op minder dan één jaar 0 0 0 2 0 0 2
Totaal 0 1.838 1.915 2 520 16.911 21.186

Voorzieningen voor defecte producten worden over het algemeen berekend op basis van 1% van de jaaromzet, wat overeenkomt met de beste schatting van het management van het risico onder garanties van 12 maanden. Als er geen historische gegevens beschikbaar zijn, wordt het niveau van de voorzieningen vergeleken met het jaarlijkse effectieve percentage van de verplichtingen en indien nodig wordt het bedrag van de voorziening aangepast. De stijging heeft voornamelijk te maken met Rex Panels & Profiles NV en Trimo d.o.o.

Voorzieningen voor milieurisico's dekken voornamelijk risico's op vervuiling in België (Wetteren/Balen).

Voorzieningen voor verlieslatende contracten hebben voornamelijk betrekking op de gebouwen in het Verenigd Koninkrijk (EUR 0,5 miljoen).

Voorzieningen voor reorganisatie (bestedingen) hebben betrekking op de betaling van de reorganisatievoorziening van Ascorium Holding GmbH.

Voorzieningen voor overige risico's hebben voornamelijk betrekking op juridische kosten en honoraria voor de historische herstelmaatregelen en rechtszaken (toelichting 7.2.6.9, Voorwaardelijke activa en verplichtingen) en managementbeoordelingen met betrekking tot schikkingen na afronding van transacties. De opname betreft voornamelijk de IT- en verzekeringsvoorziening van Ascorium Holding GmbH. De terugnemingen hebben voornamelijk betrekking op:

• Op basis van de beschikbare informatie heeft Recticel de risico's voor schadeclaims in dit verband, die voornamelijk betrekking hebben op HSE-risico's, opnieuw geëvalueerd en het voorzieningsbedrag met EUR 5,0 miljoen verlaagd van EUR 14,0 miljoen tot EUR 9,0 miljoen.

• Als gevolg van verjaarde schadeclaims heeft Recticel de risico's voor de resterende schadeclaims opnieuw geëvalueerd en het voorzieningsbedrag met EUR 1,1 miljoen verlaagd van EUR 4,6 miljoen euro naar EUR 3,5 miljoen.

De voorziening voor overige risico's heeft voornamelijk betrekking op de afstoting van de activiteiten van Recticel Engineered Foams (EUR 8,0 miljoen met betrekking tot milieurisico's, EUR 1,0 miljoen met betrekking tot geschillen/non-compliance, juridische procedures en juridische kosten en EUR 1,8 miljoen met betrekking tot huurwaarborgvergoeding) (toelichting 7.2.4.7, Beëindigde bedrijfsactiviteiten) en een voorziening voor pensioenafkoop in het Verenigd Koninkrijk.

Voor de belangrijkste risico's (d.w.z. milieu-, reorganisatie- en andere risico's) wordt verwacht dat de uitstroom van kasmiddelen binnen drie jaar zal plaatsvinden.

7.2.5.16 Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs omvatten voornamelijk rentedragende leningen:

in duizend EUR
LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN
31 DEC 2024 31 DEC 2025 31 DEC 2024 31 DEC 2025
Gewaarborgd
Leaseverplichtingen 21.876 16.971 8.152 6.860
Bankleningen 19.853 23.558 2.358 2.473
Factoring with recourse 0 0 0 0
Totaal gewaarborgd 41.730 40.529 10.511 9.333
Niet-gewaarborgd
Kredietinstellingen - langlopend metkortlopend opeisbaar gedeelte 0 0
Achtergestelde leningen 4.490 3.507 1.227 1.147
Overige leningen (0) 0 0 0
Kredietinstellingen - kortlopend 0 0 (0) (0)
Commercial paper 0 0 0 0
Debetstanden op de bankrekeningen 0 0 72 0
Overige financiële verplichtingen 0 0 307 320
Totaal niet-gewaarborgd 4.490 3.507 1.606 1.467
Totaal opgenomen verplichtingen tegengeamortiseerde kostprijs 46.219 44.035 12.116 10.800

Bruto financiële schuld: rentedragende leningen, inclusief voortdurende betrokkenheid bij factoringprogramma's zonder verhaal buiten balans

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Opgenomen bedragen onder verschillende beschikbare rentedragendeleningsfaciliteiten
Openstaande bedragen onder gesyndiceerde kredietlijn 0 0
Openstaande bedragen onder leaseverplichtingen 21.876 16.971
Openstaande bedragen in het kader van achtergestelde leningen 4.490 3.507
Openstaande bedragen in het kader van andere langlopende leningen 19.852 23.558
Openstaande bedragen van langlopende bruto rentedragende leningen(a) 46.218 44.035
Openstaande bedragen onder rekening-courant bij banken 72 0
Openstaande bedragen onder kortlopende bankleningen 2.358 2.473
Openstaande bedragen onder leaseverplichtingen 8.152 6.860
Openstaande bedragen in het kader van factoringprogramma's - retentiebedrag 0 0
Openstaande bedragen in het kader van commercial paper programma's¹ 0 0
Openstaande bedragen in het kader van achtergestelde leningen 1.227 1.147
Openstaande bedragen in het kader van andere kortlopende leningen 0 0
Openstaande bedragen uit hoofde van andere financiële verplichtingen 307 320
Openstaande bedragen in het kader van kortlopende bruto rentedragendeleningen(b) 12.116 10.800
Totaal uitstaande bedragen in het kader van bruto rentedragende leningen(c)=(a)+(b) 58.334 54.835
Openstaande bedragen in het kader van factoringprogramma's zonder verhaal(d) 0 0
Totaal uitstaande bedragen in het kader van bruto rentedragende leningen enfactoringprogramma's (e)=(c)+(d) 58.334 54.835
Gewogen gemiddelde levensduur van langlopende rentedragende leningen(in jaren) 5,26 4,35
Gewogen gemiddelde rentevoet van de bruto financiële schuld tegen vasterentevoet 2,60% 2,58%
Vork van rentevoeten op bruto financiële schulden tegen vaste rentevoet 0,62% - 3,86% 1,47% - 4,99%
Gewogen gemiddelde rente van de bruto financiële schuld tegen variabelerentevoet 4,00% 3,00%
Vork van rentevoeten op bruto financiële schuld tegen vlottende rentevoet 4,00% - 4,00% 3,00% - 3,00%
Gewogen gemiddelde rentevoet van de totale bruto financiële schuld 2,60% 2,58%
Percentage van de bruto financiële schuld tegen vaste rente 100,0% 100,0%
Percentage van de bruto financiële schuld tegen vlottende rente 0,0% 0,0%

¹ Het bedrag dat in het kader van het commercial paper-programma wordt opgenomen, moet op elk moment worden gedekt door het niet-opgenomen bedrag onder de clubdealfaciliteit. Daarom is het gerapporteerde ongebruikte bedrag onder de EUR 100 miljoen clubdeal doorlopende kredietfaciliteit na aftrek van de uitgegeven bedragen in het kader van het commercial paper-programma.

Het merendeel van de financiële verplichtingen van de Groep wordt centraal aangegaan en beheerd via Recticel International Services NV, die optreedt als interne bank van de Groep.

(i) Leaseverplichtingen

Leaseverplichtingen omvatten (i) als gevolg van de toepassing van IFRS 16, de leases voor materiële vaste activa, meubilair en rollend materieel, en (ii) de leases die voorheen werden geclassificeerd als 'financiële leases'.

Deze financiële leases bestaan voornamelijk uit de volgende leaseovereenkomsten:

  • de bijkomende lease voor de financiering van de uitbreiding van de isolatiefabriek in Wevelgem (België) in 2017, met een uitstaand bedrag van EUR 4,4 miljoen op 31 december 2025, tegen een vaste rentevoet;
  • de leasefinanciering van de uitrusting van Rex Panels & Profiles NV, met een uitstaand bedrag van EUR 6,8 miljoen op 31 december 2025, tegen een vaste rente.

(ii) Bankleningen - "gesyndiceerde kredietfaciliteit"

Met de opbrengst van de verkoop van Recticel Engineered Foams aan Carpenter Co. werd de gesyndiceerde kredietfaciliteit afgelost.

De faciliteit heeft een looptijd van 3 jaar met twee verlengingsopties van 1 jaar en is afgesloten en gegarandeerd door KBC Bank. De deelnemende banken zijn Belfius Bank, BNP Paribas Fortis, Commerzbank en LCL. Deze gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van EUR 100 miljoen is verlengd voor een periode van 2 jaar en liep af op het einde van 2025. De onderhandelingen met de banken over de verlenging via nieuwe multilaterale kredietfaciliteiten worden momenteel afgerond.

(iii) Achtergestelde leningen

Achtergestelde leningen van Rex Panels & Profiles SA met een uitstaand bedrag van EUR 4,6 miljoen op 31 december 2025, tegen een vaste rentevoet.

(iv) Andere bankleningen

In 2018 sloot Recticel een gewaarborgde bilaterale banklening met vaste rentevoet van EUR 15,5 miljoen af voor de financiering van de nieuwe greenfield isolatiefabriek in Finland. De looptijd van deze banklening met aflossingsschema is 15 jaar, met

(v) Andere kortlopende leningen

Met de opbrengst van de verkoop van Recticel Engineered Foams aan Carpenter Co. werden alle andere lopende leningen afgelost.

(vi) Programma voor handelspapier (commercial paper)

Met de opbrengst van de verkoop van Recticel Engineered Foams aan Carpenter Co. werd al het handelspapier afgelost.

Overige financiële verplichtingen

Voor renteswaps wordt verwezen naar toelichting 7.2.5.18, Financiële instrumenten en financiële risico's.

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Overige financiële verplichtingen 31 66
Verlopen renten 275 254
Totaal 307 320

7.2.5.17 Handels- en overige verplichtingen

Handelsschulden omvatten voornamelijk uitstaande bedragen voor handelsaankopen. Handelsschulden stegen tot EUR 94,0 miljoen (2024: EUR 87,9 miljoen), voornamelijk door de overname van Kuras BV en Miclar Group.

De overige kortlopende verplichtingen zijn als volgt samengesteld:

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Overige langlopende verplichtingen die binnenhet jaar vervallen 0 0
BTW verschuldigd - lokaal en buitenlands 6.066 6.288
Overige verschuldigde belastingen 141 287
Lonen en sociale zekerheid 10.284 9.794
Uit te keren dividend 961 1.062
Resultaatoverdracht (fiscale eenheid) (0) (0)
Overige schulden 4.369 2.025
Operating subsidies 0 982
Toe te rekenen kosten - operationeel 9.308 7.550
Uitgestelde opbrengsten - exploitatie 437 424
Uitgestelde opbrengsten - verzekeringspremie 348 346
Uitgestelde opbrengsten - winst op sale andleaseback 268 235
Totaal 32.181 28.992

7.2.5.18 Financiële instrumenten en financiële risico's

De volgende tabel toont de financiële instrumenten per categorie van IFRS 9 en het niveau van reële waarde voor de financiële activa en verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde:

in duizend EUR
CATEGORIE ONDERIFRS 9 31 DEC 2024 31 DEC 2025 NIVEAU VAN DEREËLE WAARDE
Financiële activa
Transactionele hedges - operationeel FVTPL 0 0 2
Afgeleide instrumenten die niet zijn ontworpen in een afdekkingsrelatie FVTPL 0 0 2
Kortlopende handelsvorderingen AC 101.925 110.993 2
Overige kortlopende vorderingen AC 352 8.270 2
Overige vorderingen AC 9.494 12.009 2
Overige vorderingen AC 9.845 20.279 2
Leningen aan verbonden ondernemingen AC 11.522 (9) 2
Overige leningen AC 449 396 2
Langlopende leningen AC 11.971 387 2
Financiële vorderingen AC 2.626 122 2
Leningen aan verbonden ondernemingen AC 14.596 509 2
Geldmiddelen en kasequivalenten AC 132.717 82.251 2
Overige beleggingen FVTOCI 500 500 2
Financiële verplichtingen
Renteswaps aangeduid als cashflow hedge relatie CFH 0 0 2
Transactionele hedges - operationeel FVTPL 28 19 2
Afgeleide instrumenten die niet zijn aangewezen in een hedgerelatie FVTPL 0 0 2
Langlopende financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs AC 46.218 44.031 2
Kortlopende financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs AC 12.088 10.769 2
Handelsverplichtingen AC 87.845 94.039 2
Overige langlopende verplichtingen AC 972 134 2
Overige verplichtingen AC 32.181 28.992 2
Overige verplichtingen AC 33.154 29.126 2

AC = financiële activa of verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs

CFH = cashflow hedge

FVTPL = financiële activa of verplichtingen tegen reële waarde in de winst-en-verliesrekening

FVTOCI = financiële activa tegen reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten

De Groep gebruikt de volgende hiërarchie voor het vaststellen en toelichten van de reële waarde van financiële instrumenten, ingedeeld volgens waarderingstechniek:

  • Niveau 1 genoteerde (niet-gecorrigeerde) prijzen in actieve markten voor identieke activa of verplichtingen
  • Niveau 2andere technieken waarbij alle factoren die een significant effect hebben op de geboekte reële waarde direct of indirect waarneembaar zijn.
  • Niveau 3technieken waarbij de factoren die een significant effect op de geboekte reële waarde hebben, niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.

Tijdens de verslagperiode eindigend op 31 december 2025 waren er geen overdrachten tussen waarderingen tegen reële waarde van Niveau 1 en Niveau 2, en geen overdrachten naar of van waarderingen tegen reële waarde van Niveau 3.

Beheer van financiële risico's

• Kredietrisico

De belangrijkste vlottende financiële activa van de Groep zijn de geldmiddelen en kasequivalenten, handels- en overige vorderingen, en beleggingen, die de maximale blootstelling van de Groep aan het kredietrisico met betrekking tot financiële activa vertegenwoordigen.

Het kredietrisico van de Groep is voornamelijk toe te schrijven aan zijn handelsvorderingen. De bedragen worden in de balans gepresenteerd netto van de voorzieningen voor verwachte kredietverliezen, die worden geschat door het management van de Groep op basis van eerdere ervaringen en een inschatting van het huidige economische klimaat.

Het risicoprofiel van de portefeuille handelsvorderingen is gebaseerd op de waargenomen verkoopvoorwaarden in de markt. Het wordt ook beperkt door de overeengekomen limieten van de algemene verkoopvoorwaarden en de specifiek overeengekomen aangepaste voorwaarden. Die hangen ook af van de graad van industriële en commerciële integratie van de klant en van de mate van concurrentie op de markt.

De portefeuille handelsvorderingen bestaat uit een grote hoeveelheid klanten, verdeeld over verschillende markten, waarvan het kredietrisico doorlopend wordt geëvalueerd. Op basis daarvan worden de commerciële en financiële voorwaarden toegekend. Daarnaast zijn de kredietrisico's op handelsvorderingen gedeeltelijk gedekt door externe kredietverzekeringspolissen die de Groep centraal beheert en harmoniseert en gedeeltelijk door Recticel's eigen verzekeringscaptive. In geval van overdracht van deze vorderingen aan de factoringmaatschappij wordt die de begunstigde van deze kredietverzekeringspolissen. Het beheer van het kredietrisico wordt ook versterkt door een organisatie die in hoge mate gecentraliseerd is en ondersteund door de software SAP FSCM en het gebruik van beste praktijken inzake de inning van vorderingen.

De toegekende krediettermijnen bij verkopen variëren naargelang de kredietbeoordeling van de klant, de divisie en het land van verkoop.

Er is een beperkte beoordeling van het kredietrisico op aandeelhoudersleningen toegekend aan de overige deelnemingen. Aandeelhoudersleningen aan overige deelnemingen worden verstrekt in overeenstemming met de regels voorzien in de jointventureovereenkomsten, die onderworpen zijn aan de evolutie van de operationele bedrijfsprestaties.

• Beheer van rentevoetrisico's Na de verkoop van de Recticel Engineered Foams activiteiten aan Carpenter Co. heeft Recticel al haar leningen terugbetaald en bijgevolg het corresponderende IRS contract beëindigd.

Alle financiële leases (EUR 11,2 miljoen) en een banklening van EUR 24,4 miljoen hebben een vaste rentevoet. De ongebruikte gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit heeft een variabele rentevoet.

• Sensitiviteit rentevoeten

De blootstelling van de Groep aan het renterisico vloeit voort uit het feit dat hij zich zowel tegen vaste als tegen variabele rente financiert. De Groep beheert het risico centraal door middel van een passende structuur van leningen tegen vaste en variabele rente. De afdekking van het renterisico wordt regelmatig geëvalueerd en afgestemd op de visie van de Groep op de evolutie van de rente op de financiële markten, teneinde de rentelasten te optimaliseren doorheen de verschillende economische cycli. Hedge accounting wordt in overeenstemming met IFRS 9 niet toegepast.

• Beheer van wisselkoersrisico's Het beleid van de Groep is om wisselkoersrisico's als gevolg van financiële en operationele activiteiten af te dekken via Recticel International Services NV, dat optreedt als interne bank van de Groep. Dit afdekkingsbeleid wordt voornamelijk uitgevoerd via valutatermijncontracten. Voor het beheer van wisselkoersrisico's wordt geen hedge accounting onder IFRS 9 toegepast.

Algemeen sluit de Groep valutatermijncontracten af om wisselkoersrisico's op inkomende en uitgaande betalingen in vreemde valuta's af te dekken. De Groep kan ook valutatermijncontracten en optiecontracten sluiten om wisselkoersrisico's in verband met geplande verkopen en aankopen van het jaar af te dekken, voor een percentage dat varieert naargelang

de voorspelbaarheid van de betalingsstromen.

Op balansdatum waren er valutatermijncontracten (GBP, USD) uitstaand voor een nominaal bedrag van EUR 1,8 miljoen.

• Analyse van de gevoeligheid voor wisselkoersrisico's

De Groep is voornamelijk blootgesteld aan vier valuta's buiten de eurozone: GBP, USD, SEK en PLN.

De volgende tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de Groep voor een positieve of negatieve variatie, in vergelijking met de jaarlijkse variatie in de valutaparen gedurende het voorgaande boekjaar.

De gevoeligheidsanalyse heeft alleen betrekking op de financiële bedragen in vreemde valuta's die zijn opgenomen in de balans en die op 31 december uitstaan, en bepaalt de variaties tegen de omrekeningskoersen op basis van de volgende veronderstellingen: USD en GBP 10%; PLN en SEK 5%.

De volgende tabel toont de gevoeligheid van de Groep in de winst of het verlies bij een stijging (of daling) van 10% van de Amerikaanse Dollar en het pond sterling ten opzichte van de Euro, en een stijging (of daling) van 5% van de Poolse Zloty en de Zweedse Kroon tegenover de Euro. De in deze gevoeligheidsanalyse gehanteerde percentages weerspiegelen de inschatting van de volatiliteit van deze wisselkoersen door het management. De gevoeligheidsanalyse omvat enkel de in vreemde valuta's uitstaande monetaire activa en verplichtingen en past hun omrekening aan het einde van de verslagperiode aan bij een verandering in de wisselkoersen van 10% en 5%. De gevoeligheidsanalyse omvat

externe leningen en leningen aan buitenlandse activiteiten binnen de Groep waarbij de lening is uitgedrukt in een andere valuta dan de functionele valuta van de kredietnemer of -gever. Zij omvat ook de wisselkoersderivaten (die niet zijn aangeduid als afdekkingsinstrumenten).

Een positief getal geeft een toename van de winst of het verlies aan wanneer de Euro respectievelijk 10% zwakker wordt ten opzichte van de Amerikaanse Dollar of het Britse Pond, of 5% ten opzichte van de Poolse Zloty of Zweedse Kroon. Voor een versterking van de Euro met respectievelijk 10% ten opzichte van de Amerikaanse Dollar of het Britse Pond, of 5% ten opzichte van de Poolse Zloty of Zweedse Kroon, zou er een vergelijkbaar tegenovergesteld effect zijn op de winst of het verlies (d.w.z. het effect zou negatief zijn).

Een positief cijfer wijst op een stijging van de winst of het verlies als de Euro verzwakt met 10% tegenover de Amerikaanse Dollar of het Britse Pond, of 5% tegenover de Poolse Zloty of de Zweedse Kroon. Bij een stijging van de Euro met 10% tegenover de Amerikaanse Dollar of het Britse Pond, of 5% tegenover de Poolse Zloty, of de Zweedse Kroon, zou er een vergelijkbaar tegengestelde impact op de winst of het verlies zijn (d.w.z. een negatieve impact).

in duizend EUR
VERSTERKING VAN USD TENOPZICHTE VAN EUR VERSTERKING VAN GBP TENOPZICHTE VAN EUR VERSTERKING VAN SEK TENOPZICHTE VAN EUR VERSTERKING VAN PLN TENOPZICHTE VAN EUR
2024 2025 2024 2025 2024 2025 2024 2025
Historisch gemiddelde variatie 10% 10% 10% 10% 5% 5% 5% 5%
Winst (verlies) opgenomen in de winst- enverliesrekening 167 386 1.892 2.115 163 191 (10) 20
Financiële activa¹ 1.872 3.945 19.437 22.180 3.268 3.850 (199) 412
Financiële verplichtingen¹ (198) (82) (516) (1.033) (6) (34) 0 (19)
Afgeleide instrumenten 0 0 0 0 0
Totale nettoblootstelling 1.674 3.863 18.921 21.147 3.262 3.816 (199) 393

¹ Omvat handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden.

Financiële activa en verplichtingen vertegenwoordigen het wisselkoersrisico van de verschillende dochterondernemingen van de Groep met betrekking tot hun lokale valuta.

• Liquiditeitsrisico

De financieringsbronnen zijn goed gediversifieerd en het grootste gedeelte van de schulden is onherroepelijk en op lange termijn afgesloten of onderbouwd met langlopende verbintenissen. Zij omvatten sinds 1 februari 2021 een nieuwe gesyndiceerde doorlopende kredietfaciliteit van EUR 100 miljoen met een looptijd van drie jaar, die verlengd is met een periode van twee jaar tot eind 2025. Deze doorlopende kredietfaciliteit van EUR 100 miljoen garandeert de nodige liquiditeit om toekomstige activiteiten te garanderen en aan financiële verplichtingen op korte en middellange termijn te voldoen.

In juni 2023 werd een aflossing van EUR 219 miljoen gedaan aan de banken, waarmee de gehele faciliteit werd terugbetaald.

Naast de langlopende leningen beschikt de Groep over een gediversifieerd aantal kortlopende financieringsbronnen, inclusief een commercial paper-programma en factoringprogramma's zonder verhaal die niet zijn gebruikt na de verkoop van de Recticel Engineered Foams activiteiten aan Carpenter Co.

De Groep gaat geen financiële instrumenten aan die deposito's in contanten of andere garanties (margestortingen) vereisen.

De nieuwe gesyndiceerde faciliteit die per 1 februari 2021 de vroegere 'club deal'-faciliteit vervangt, is onderworpen aan bankconvenanten op basis van een aangepaste schuldgraad en een aangepaste rentedekking, op geconsolideerde basis. Deze bankconvenanten zullen verder worden gewaardeerd op basis van de algemeen aanvaarde boekhoudprincipes die golden op het moment van afsluiting van de 'club deal'-overeenkomst ('frozen GAAP'). De toepassing van IFRS 16 heeft geen invloed op de waardering van deze convenanten. Alle voorwaarden onder de financiële overeenkomsten met de banken werden nageleefd. Op 31 december 2025 was de convenantberekening niet van toepassing vanwege de nettokaspositie.

De volgende tabel geeft een overzicht van de voor de Groep beschikbare, maar niet opgenomen kredietfaciliteiten:

in duizend EUR
31 DEC2024 31 DEC2025
Niet opgenomen bedragen onder langlopende financieringslijnen
Niet-opgenomen beschikbare verplichtingen inhet kader van de club deal kredietfaciliteit¹ 105.000 105.000
Totaal beschikbaar onder langlopende leningen 105.000 105.000
Niet opgenomen bedragen onder kortlopendefinancieringslijnen
Niet opgenomen onder kortlopende kredietlijnenop de balans 16.000 16.000
Niet opgenomen onder off-balance factoringprogramma's 8.400 20.663
Totaal beschikbaar onder kortlopende leningen 24.400 36.663
Totaal niet-opgenomen bedragen in het kadervan financieringsfaciliteiten 129.400 141.663

1 Het opgenomen bedrag onder het commercial paper programma moet op elk moment worden gedekt door het niet-opgenomen bedrag onder de gesyndiceerde kredietfaciliteit. Op 31 december 2025 zijn er geen bedragen opgenomen onder het commercial paper programma en onder de gesyndiceerde kredietfaciliteit.

• Analyse van de looptijd van de financiële verplichtingen

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2025

in duizend EUR
VERVALDATUMBINNEN 1 JAARMET VERVALDATUMTUSSEN 1 EN 5METJAAR VERVALDATUMNA 5 JAARMET TOTAAL TOEKOMSTIGEFINANCIËLELASTEN BOEKWAARDE
(A) (B) (C) (A)+(B)+(C)
Leaseverplichtingen 5.902 16.972 1.500 24.374 543 23.831
Bankleningen 2.025 15.788 10.793 28.606 2.574 26.032
Overige leningen 1.258 3.706 15 4.979 325 4.654
Rentedragende financiëleverplichtingen - lange termijn 9.186 36.465 12.307 57.959 3.442 54.516
Rentedragende financiëleverplichtingen - korte termijn 300
Overige financiële verplichtingen- niet-afgeleide producten
Overige financiële verplichtingen- afgeleide producten 19
Totaal 54.835
Langlopende financiëleverplichtingen 44.035
Kortlopende financiëleverplichtingen 10.800
Totaal 54.835
in duizend EUR
VERVALDATUMBINNEN 1 JAARMET VERVALDATUMTUSSEN 1 EN 5METJAAR VERVALDATUMNA 5 JAARMET TOTAAL TOEKOMSTIGEFINANCIËLELASTEN BOEKWAARDE
(A) (B) (C) (A)+(B)+(C)
Leaseverplichtingen 8.590 20.279 3.102 31.971 1.942 30.029
Bankleningen 2.891 10.763 11.567 25.221 3.010 22.210
Overige leningen 1.359 3.792 1.022 6.174 457 5.717
Rentedragende financiëleverplichtingen - lange termijn 12.840 34.835 15.691 63.366 5.410 57.956
Rentedragende financiëleverplichtingen - korte termijn 12
Overige financiële verplichtingen- niet-afgeleide producten 280
Overige financiële verplichtingen- afgeleide producten 52
Totaal 58.300
Langlopende financiëleverplichtingen 46.218
Kortlopende financiëleverplichtingen 12.116
Totaal 58.334

Er wordt ook verwezen naar toelichtingen 7.2.1.5, Klimaatverandering en 7.2.1.6, Geopolitieke conflicten.

Voor de verslagperiode eindigend op 31 december 2024

7.2.5.19 Bedrijfscombinaties en desinvesteringen

Op 28 oktober 2025 heeft Recticel 70% van de aandelen van Kuras BV verworven voor een bedrijfswaarde van EUR 5,5 miljoen.

Op 28 november 2025 heeft Recticel 76% van de aandelen van Miclar Group verworven voor een bedrijfswaarde van EUR 25,9 miljoen.

Er wordt ook verwezen naar toelichtingen 7.2.4.8, Bedrijfscombinaties.

7.2.5.20 Kapitaalbeheer

Het onderstaande overzicht vermeldt de kapitaalcomponenten die het management als essentieel beschouwt om de beoogde kapitaalratio (d.w.z. totale netto financiële schuld / totaal eigen vermogen) van minder dan 50% te realiseren.

in duizend EUR
31 DEC 2024 31 DEC 2025
Afdekkingsverplichtingen 28 19
Langlopende financiële verplichtingen 46.218 44.035
Kortlopende deel van de lange termijnfinanciële verplichtingen 11.738 10.480
Kortlopende financiële verplichtingen 74 34
Verlopen renten 277 267
Bruto financiële schuld 58.334 54.835
Geldmiddelen en kasequivalenten (132.717) (82.251)
Uitgestelde rente (110) (32)
Afdekkingsactiva 0 0
Netto financiële schuld (74.493) (27.448)
Opgenomen bedragen in het kader van 'buitenbalans' factoringprogramma's zonder verhaal (0) (0)
Totale netto financiële schuld (74.493) (27.449)
Totaal eigen vermogen 445.133 430.443
Ratios
Netto financiële schuld / Totaal eigen vermogen N/A N/A
Totale netto financiële schuld / Totaal eigenvermogen N/A N/A

7.2.6 Diversen

7.2.6.1 Niet in de balans opgenomen elementen

Recticel NV of sommige van zijn dochterondernemingen hebben verschillende harde en zachte garanties voor commerciële en/of financiële verplichtingen jegens derden verstrekt.

In vergelijking met de situatie op 31 december 2024 bleven de meeste uitstaande harde en/of zachte garanties van kracht, afgezien van garanties aan Carpenter Co. voor een bedrag van EUR 35,1 miljoen die werden opgegeven.

in duizend EUR

31 DEC 2024 31 DEC 2025

Door Recticel NV verstrekte of onherroepelijktoegezegde garanties als zekerheidvoor schulden en verbintenissen vanondernemingen 128.488 81.206
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --------- --------

Deze garanties omvatten in hoofdzaak garanties van de moedermaatschappij en zachte garanties voor verbintenissen aangegaan door dochterondernemingen met banken (EUR 20,5 miljoen), overheidsinstellingen (EUR 2 miljoen), andere derden (EUR 5,9 miljoen), een bedrijfsgarantie die verband houdt met Ascorium Holding GmbH en verschillende Automotive Interior bedrijven (EUR 52,8 miljoen).

Het bedrag van de verwachte kredietverliezen op externe garanties wordt op elke verslagdatum beoordeeld om rekening te houden met de wijzigingen in het kredietrisico sinds de garantie werd verstrekt. Bij het bepalen of het kredietrisico van een garantie aanzienlijk is toegenomen sinds de uitgifte ervan en bij het inschatten van de verwachte kredietverliezen, houdt Recticel rekening met redelijke en staafbare informatie die relevant en beschikbaar is zonder onnodige kosten of inspanningen. Dit omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie en analyse, gebaseerd op de historische ervaring van de Groep en een geïnformeerde kredietbeoordeling, met inbegrip van toekomstgerichte informatie.

in duizend EUR

7.2.6.2 Op aandelen gebaseerde betalingen

Na de beslissing van de Raad van Bestuur van 3 maart 2025 werd een nieuwe editie van het aandelenoptieplan gelanceerd ten voordele van leidinggevende personeelsleden van de Groep. In totaal werden 412.500 opties toegekend met een uitoefenprijs van EUR 10,74. De uitoefenperiode loopt na een wachtperiode van drie jaar - van 1 januari 2029 tot 15 juni 2032. De reële waarde van deze optieserie bedraagt EUR 1,31 miljoen.

295.000 van de 412.500 opties werden toegekend aan de huidige leden van het Managementcomité.

Recticel heeft een warrantenplan geïmplementeerd voor haar leidinggevende personeelsleden.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van alle uitstaande inschrijvingsrechten op 31 december 2025: Alle inschrijvingsrechten hebben een wachtperiode van drie jaar. De begunstigden kunnen het recht om hun inschrijvingsrechten uit te oefenen verliezen in geval van vrijwillig vertrek of ontslag om dringende redenen.

De last van de op aandelen gebaseerde betalingen opgenomen voor het boekjaar bedraagt EUR 1,3 miljoen (2024: EUR 1,3 miljoen).

Het plan van juni 2025 werd goedgekeurd en op passende wijze geformaliseerd.

Hierna volgt een meer algemeen overzicht dat de evolutie in 2025 toont:

in eenheden
2024 2025
Totaal aantal uitstaande inschrijvingsrechtenop 31 december 2.552.500 2.625.500
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs (in EUR) 10,93 11,16
Gewogen gemiddelde resterende contractuelelooptijd (in jaren) 3,48 3,46
Bewegingen in het aantal inschrijvingsrechten
Inschrijvingsrechten uitstaand aan het beginvan de periode 2.525.000 2.552.500
Nieuwe inschrijvingsrechten toegekend tijdensde periode 492.500 412.500
Opgegeven rechten gedurende de periode (90.000) (147.000)
Uitgeoefende rechten gedurende de periode (375.000) (192.500)
Inschrijvingsrechten uitstaand aan het eindevan de periode 2.552.500 2.625.500
Status van uitstaande inschrijvingsrechten
Slotkoers van het aandeel aan het einde van de
periode (in EUR) 10,48 9,80
Totaal aantal inschrijvingsrechten dat aan heteinde van de periode kan worden uitgeoefend 1.070.000 1.170.500
Totaal aantal inschrijvingsrechten die aan heteinde van de periode 'in-the-money' zijn¹ 1.420.000 730.500
Totaal aantal inschrijvingsrechten datuitoefenbaar is en 'in-the-money' aan het eindevan de periode¹ 1.070.000 730.500

¹ In vergelijking met de gemiddelde dagelijkse slotkoers over de periode

Uitgifte AANTAL UITGEGEVENINSCHRIJVINGSRECHTEN AANTAL UITSTAANDEINSCHRIJVINGSRECHTEN UITOEFENPRIJSIN EUR UITOEFENPERIODE REËLE WAARDE VAN DEINSCHRIJVINGSRECHTEN OP HETMOMENT VAN UITGIFTE IN EUR
April 2016 317.500 0 5,73 01/01/2020 - 28/04/2025 0,786
Juni 2017 410.000 0 7,00 01/01/2021 - 29/06/2024 0,928
April 2018 460.000 0 10,21 01/01/2022 - 24/04/2025 1,572
Juni 2019 500.000 315.500 7,90 01/01/2023 - 27/06/2026 1,181
Maart 2020 505.000 415.000 6,70 01/01/2024 - 02/03/2027 1,466
Mei 2021 475.000 440.000 12,44 01/01/2025 - 11/05/2028 2,290
Mei 2022 320.000 290.000 17,74 01/01/2026 - 12/05/2029 5,741
Juni 2023 350.000 350.000 10,80 01/01/2027 - 29/06/2030 3,231
Juni 2024 492.500 402.500 12,92 01/01/2028 - 16/06/2031 3,976
Juni 2025 412.500 412.500 10,74 01/01/2029 - 15/06/2032 2,742
Totaal 3.830.000 2.625.500

Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle uitgeoefende inschrijvingsrechten tijdens de verslagperiode:

in eenheden
2024 2025
Totaal aantal uitgeoefendeinschrijvingsrechten 375.000 192.500
Gewogen gemiddelde uitoefenprijs 7,74 7,15
Periode waarin deze inschrijvingsrechtenwerden uitgeoefend 29/3 - 20/12 22/4-22/12
Gemiddelde slotkoers van de periodewaarin deze inschrijvingsrechten werdenuitgeoefend 12,33 9,86
Gemiddelde dagelijkse slotkoers voor hethele jaar 11,92 9,97

Tot op vandaag heeft de Groep geen 'share appreciation rights' uitgegeven aan zijn managers of werknemers, noch een aandelenaankoopplan opgestart.

De theoretische waarde van de inschrijvingsrechten op het moment van uitgifte wordt berekend met toepassing van de Black-Scholes-formule en met inachtneming van bepaalde hypotheses met betrekking tot de dividendbetaling (laatste dividend in vergelijking met de aandelenkoers – dividendrendement: 2,89%), de rente (5-jaars Euribor: 2,4%) en de volatiliteit (marktgegevens over het aandeel Recticel: 38,3%). Voor de uitgifte van juni 2025 bedroeg de reële waarde EUR 3,082 per inschrijvingsrecht.

Overzicht van de uitstaande inschrijvingsrechten aangehouden door de leden van het huidige Managementcomité: (op 31 december 2025):

in duizend EUR

Uitgifte¹ AANTAL INSCHRIJVINGSRECHTEN AANGEHOUDEN DOORLEDEN VAN HET HUIDIGE MANAGEMENT COMITÉ
April 2016 0
Juni 2017 0
April 2018 0
Juni 2019 0
Maart 2020 30.000
Mei 2021 60.000
Mei 2022 60.000
Juni 2023 60.000
Juni 2024 200.000
Juni 2025 295.000
Totaal 705.000

¹ De voorwaarden van de verschillende uitgiften worden weergegeven in de hierboven vermelde overzichtstabel.

Leden van het Managementcomité ontvingen de volgende inschrijvingsrechten voor de uitgifte 2024:

in EUR
Naam TOTAAL AANTALINSCHRIJVINGSRECHTEN TOTALE THEORETISCHEWAARDE VAN DEINSCHRIJVINGSRECHTENBIJ UITGIFTE¹
Jan Vergote 125.000 385.250
Bart Van den Eede 30.000 92.460
Betty Bogaert 30.000 92.460
Rob Nijskens 30.000 92.460
Stefaan Debusschere 50.000 92.460
Stijn Vermeulen 30.000 92.460
Totaal 295.000 847.550

1 De theoretische waarde is berekend met behulp van de Black-Scholesformule, waarbij rekening is gehouden met bepaalde aannames met betrekking tot dividendrendement, rente en volatiliteit.

7.2.6.3 Gebeurtenissen na balansdatum

Wijziging in de consolidatiekring

Op 27 februari 2026 hebben Temda 1 en Recticel, met het oog op onbelemmerde besluitvorming tijdens de strategische heroriëntatie met betrekking tot de automobielactiviteiten, een overeenkomst tot aankoop van aandelen gesloten, waarbij Recticel voor een aankoopprijs van EUR 1,0 miljoen 100% zeggenschap over Ascorium Holding GmbH heeft verkregen.

Omwille van de start van het proces voor afstoting van de deelneming, zal Ascorium Holding GmbH worden gerapporteerd onder beëindigde bedrijfsactiviteiten en activa/verplichtingen aangehouden voor verkoop.

7.2.6.4 Transacties met verbonden partijen

Transacties tussen Recticel NV en zijn dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, zijn in de consolidatie geëlimineerd en worden in deze toelichting niet vermeld. Transacties met andere verbonden partijen worden hieronder toegelicht en betreffen voornamelijk commerciële transacties uitgevoerd tegen de heersende marktvoorwaarden. In onderstaande tabellen zijn alleen transacties opgenomen die als materieel worden beschouwd, d.w.z. met een totale waarde van meer dan EUR 1 miljoen.

Transacties met joint ventures en geassocieerde deelnemingen: 2025

in duizend EUR
LANGLOPENDEVORDERINGEN HANDELSVORDERINGEN OVERIGEKORTLOPENDEVORDERINGEN FINANCIËLEVERPLICHTINGEN HANDELSVERPLICHTINGEN OVERIGEVERPLICHTINGEN BEDRIJFSOPBRENGSTEN KOSTPRIJS VANDE OMZET
Totaal Ascorium HoldingGmbH vennootschappen 7.770 2.838 0 0 2.045 0 0 0
TOTAAL 7.770 2.838 0 0 2.045 0 0 0

Transacties met joint ventures en geassocieerde deelnemingen: 2024

in duizend EUR
LANGLOPENDEVORDERINGEN HANDELSVORDERINGEN OVERIGEKORTLOPENDEVORDERINGEN FINANCIËLEVERPLICHTINGEN HANDELSVERPLICHTINGEN OVERIGEVERPLICHTINGEN BEDRIJFSOPBRENGSTEN KOSTPRIJS VANDE OMZET
Totaal Ascorium HoldingGmbH vennootschappen 11.524 356 0 0 0 0 0 0
TOTAAL 11.524 356 0 0 0 0 0 0

7.2.6.5 Vergoedingen van leden van de Raad van Bestuur en het Managementcomité

De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur en het Managementcomité is opgenomen in deze toelichting. Voor meer informatie wordt verwezen naar het Remuneratieverslag in het Hoofdstuk 6 van dit jaarverslag.

Totale bruto vergoedingen voor de leden van de Raad van Bestuur:

in EUR
2024 2025
Bestuurdersvergoedingen 113.860 113.984
Aanwezigheidsvergoedingen Raad van Bestuur 147.500 105.000
Aanwezigheidsvergoedingen Audit- en Duurzaamheidscomité 50.000 52.500
Aanwezigheidsvergoedingen Bezoldigings- en Benoemingscomité 50.000 37.500
Aanwezigheidsvergoedingen Strategiecomité 0 0
TOTAAL 361.360 308.984

In 2025 is de vergoeding voor de leden van de Raad van Bestuur op hetzelfde niveau gebleven. De daling in de totale kosten komt door het lagere aantal vergaderingen dan in 2024.

Totale bruto vergoedingen voor de leden van het Managementcomité

in EUR
2024 2025
Vaste beloning 1.950.098 2.654.399
Variabele beloning 1.103.007 1.092.709
Pensioenen 69.402 98.524
Andere voordelen 84.515 76.544
Buitengewone posten 0 125.000
TOTAAL 3.207.022 4.047.175

7.2.6.6 Wisselkoersen

SLOTKOERS GEMIDDELDE OMREKENINGSKOERS
2024 2025 2024 2025
Zwitserse Frank CHF 1,0625 1,0737 1,0497 1,0672
Euro EUR 1,0000 1,0000 1,0000 1,0000
Pond Sterling GBP 1,2060 1,1460 1,1812 1,1671
Noorse kroon NOK 0,0848 0,0844 0,0860 0,0853
Poolse Zloty PLN 0,2339 0,2369 0,2322 0,2359
Servische Dinar RSD 0,0085 0,0085 0,0085 0,0085
Zweedse Kroon SEK 0,0873 0,0924 0,0875 0,0904
Amerikaanse Dollar USD 0,9626 0,8511 0,9239 0,8850

7.2.6.7 Personeel

2025
5 7
665 626
591 645
1.261 1.278
91.675 90.054
309 359
2024

7.2.6.8 Audit- en niet-auditdiensten verleend door de commissaris

De totale honoraria in verband met diensten geleverd door de commissaris PwC Bedrijfsrevisoren bv en door met de commissaris verbonden vennootschappen aan Recticel NV en zijn dochterondernemingen, zijn als volgt:

Totaal honoraria 818 723
Adviesdiensten 0 0
Fiscale diensten 54 0
Andere auditdiensten en wettelijke opdrachten 129 59
Auditkosten 635 664
31 DEC 2024 31 DEC 2025
in duizend EUR

De auditvergoedingen voor Recticel NV en zijn dochterondernemingen worden vastgesteld door de Jaarlijkse Algemene Vergadering na nazicht en goedkeuring door het Audit & Duurzaamheidscomité en de Raad van Bestuur van de vennootschap. Alle honoraria voor niet-auditdiensten werden vooraf goedgekeurd door het Audit & Duurzaamheidscomité van de vennootschap.

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 251

Een van de vroegere entiteiten van de Recticel Groep in Duitsland werd in 2014 gedagvaard door een misnoegde distributeur wegens vermeende mededingingsbeperkende gedragingen, waaronder verticale prijsbinding in de jaren 2005, 2006 en 2007- 2009. De zaken met betrekking tot 2005 en 2006 werden afgewezen, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De zaak met betrekking tot 2007-2009 werd initieel afgewezen, maar bij beslissing van 12 september 2023 van het Berlijnse Hooggerechtshof

zaak grondig bekeken samen met zijn juridische adviseurs en heeft een voorziening aangelegd om eventuele juridische kosten in dit verband te dekken.

effectieve boete in april 2016. Er werden verschillende vorderingen ingediend door een of meer klanten, die aanvoeren schade te hebben geleden als gevolg van het gedrag waarop de beslissing van de Europese Commissie inzake kartelvorming betrekking had. Er loopt nog slechts één gerechtelijke procedure in Duitsland die verband houdt met de vroeger Eurofoam joint venture. Deze procedure verloopt zeer traag door herhaalde wijzigingen bij de rechtbank. Er kunnen geen bijkomende nieuwe vorderingen worden gestart aangezien verjaring is ingetreden. Recticel heeft de gegrondheid van deze

b) Geschillen De Recticel Group heeft het voorwerp uitgemaakt van een antitrustonderzoek op Europees niveau. Op 29 januari 2014 kondigde Recticel aan dat een schikking werd bereikt met de Europese Commissie in het onderzoek naar polyurethaanschuim. De zaak werd afgesloten na betaling van de laatste tranche van de

Carpenter. De sanering zou in 2026 starten.

verplichtingen a) Wetteren (België)

7.2.6.9 Voorwaardelijke activa en

In de productie-eenheid van Wetteren (België) werd in de loop van 2021 een historische asbestvervuiling aangetroffen. In 2022 zijn de bodemonderzoeken en voorlopige saneringsplannen afgerond. De totale voorziening bedraagt EUR 0,3 miljoen aan het einde van 2025. Deze site is met de juridische entiteit Recticel Engineered Foams Belgium BV overgedragen aan de Carpenter Co. op 12 juni 2023. Een overig klein deel van het terrein, dat verhuurd werd aan Ascorium Belgium NV, werd intussen ook overgedragen aan Carpenter Co. De saneringsverantwoordelijkheid blijft gedeeltelijk bij Recticel en is gedeeltelijk overgegaan naar

toch opnieuw geopend en terug verwezen naar het Berlijnse Hof van Beroep. De zaak is nog niet opnieuw voor behandeling opgestart. De betrokken entiteit is in 2022 overgedragen aan de Aquinos Groep, maar de eventuele aansprakelijkheid die uit deze zaak zou kunnen volgen, alsook de kosten voor deze procedure, blijven bij Recticel. Er is voor deze zaak een provisie aangelegd, na overleg met de juridische adviseurs. Er kan echter op dit moment geen verder oordeel worden gegeven over de uitkomst van deze procedure voor Recticel.

Op 23 December 2024 heeft de Poolse eigenaar van de productiesite gehuurd door Aquinos Bedding Poland Sp. z o.o. (voorheen Recticel Bedding Poland Sp.z o.o.) een aanmaning tot betaling verstuurd aan Recticel NV voor een bedrag van EUR 0,9 miljoen op basis van een garantie gegeven door Recticel NV in 2020 (voor haar toenmalige Recticel Bedding dochtervennootschap), vermits Aquinos Bedding Poland de huur en service kosten niet meer betaalde sinds vele maanden. Op basis van de verkoopsovereenkomst gesloten in 2022 met Aquinos Group voor de verkoop van de Recticel Bedding entiteiten, zou Aquinos Groep deze garantie overgenomen moeten hebben, wat tot op heden nog niet gebeurd is. Mocht Recticel verplicht worden tot betaling onder deze garantie, kan zij deze sommen, verhoogd met eventuele intresten en kosten terugvorderen van Aquinos Groep op basis van de voormelde verkoopsovereenkomst van 2022. In 2025 werd de vordering van de eigenaar verhoogd tot EUR 6,5 miljoen. Om haar rechten te vrijwaren heeft Recticel inmiddels een conservatoir beslag gelegd op Aquinos Business & Management S.A., de Portugese moedermaatschappij van de Aquinosgroep. Recticel overweegt tevens de mogelijkheid om een arbitrageprocedure aan te spannen tegen de moedermaatschappij van de Aquinos-groep

Een van de vroegere entiteiten van de Groep in Frankrijk is betrokken bij een arbeidsrechtelijke zaak na de sluiting van een productievestiging, waarbij de voormalige werknemers een vordering hebben ingesteld om aanvullende vergoedingen te krijgen op grond van het feit dat de economische redenen voor de sluiting ongeldig zouden zijn. De gerechtelijke procedures hebben tot dusver het standpunt van de werknemers bevestigd. Eén procedure loopt nog. Er is een voorziening aangelegd voor een mogelijke negatieve uitkomst. De betrokken entiteit is op 12 juni 2023 overgedragen aan Carpenter, maar het risico op deze zaak blijft bij Recticel en blijft voorzien.

Na het brandincident in Most (Tsjechië) is de betrokken entiteit van de Groep tijdelijk niet in staat geweest om de contractueel overeengekomen hoeveelheden producten te leveren, wat heeft geleid tot productieonderbrekingen bij de directe klanten en de autofabrikanten. De betrokken entiteit van de Groep heeft daarvoor overmacht ingeroepen, maar een aantal klanten heeft dit in twijfel getrokken of zelfs betwist en te kennen gegeven dat bijkomende vorderingen konden worden ingesteld om schadevergoeding te verkrijgen. Hoewel de Groep hiervoor verzekerd is in overeenstemming met de gangbare normen in de sector, kan niet worden uitgesloten dat dergelijke vorderingen kunnen leiden tot financiële verliezen voor de betrokken vennootschappen. Eén klant heeft in de loop van het eerste halfjaar van 2019 een gerechtelijke procedure opgestart in Frankrijk. In 2025 is in deze zaak een vonnis gewezen, waarbij de vordering in haar geheel is afgewezen. De klant heeft echter beroep aangetekend tegen dit vonnis. De beroepsprocedure loopt momenteel nog.

Recticel heeft een voorlopige koopovereenkomst getekend met de aandeelhouders van Gór-Stal voor de overname van de isolatieplaatactiviteiten van Gór-Stal in Bochnia, Polen, voor een ondernemingswaarde van EUR 30 miljoen. De verkoop vereiste een voorafgaande afsplitsing van deze activiteiten in een nieuwe juridische entiteit. Beide partijen hebben goed samengewerkt om het boekenonderzoek af te ronden en deze afsplitsing tegen juli 2021 te realiseren, maar toen vroegen de verkopers een prijsaanpassing op grond van gewijzigde marktomstandigheden. Recticel heeft om meer informatie verzocht alvorens een dergelijk verzoek in overweging te nemen, dat in strijd was met de overeenkomst. De verkopers verstrekten dergelijke informatie niet en deelden in oktober 2021 Recticel mee dat zij de transactie niet langer wensten voort te zetten. In 2022 startte Recticel verschillende gerechtelijke procedures om voorlopige maatregelen te verkrijgen om Gór Stal te dwingen de voorlopige overeenkomst na te leven en/of schadevergoeding te verkrijgen. Deze procedures hebben echter nog niet geleid tot een beslissing ten gronde. In het najaar van 2025 werden daarom verschillende nieuwe gerechtelijke procedures aanhangig gemaakt om Gór-Stal te dwingen (i) zijn activiteiten in Bochnia af te splitsen, (ii) deze activiteiten aan Recticel te verkopen, en (iii) schadevergoeding te betalen voor de vertraging in het verkoopproces. Getuigenverhoren in deze zaken staan gepland voor het eerste kwartaal van 2026.

In 2019 en 2022 heeft Recticel zijn belangen in Proseat (Automotive Seating) in twee fasen (elk 25%) verkocht aan het Japanse chemiebedrijf Sekisui Plastics. Op 23 en 28 oktober 2025 diende Sekisui twee schadeclaims in met betrekking tot Proseat Polen voor bedragen van respectievelijk EUR 0,77 miljoen en EUR 0,06 miljoen, in verband met de boekjaren 2017 en 2018. Recticel reageerde in november 2025 met een kennisgeving van onenigheid, waarin de claims op basis van sterke juridische argumenten werden afgewezen. Er werd een voorziening voor schadeclaims opgenomen. De termijn voor schikkingsbesprekingen is inmiddels verstreken zonder enige reactie of schikkingsinitiatief van Sekisui, en op 26 maart 2026 heeft Recticel een kennisgeving van intrekking verstuurd, waardoor geen verdere gevolgen worden verwacht.

In de loop van het jaar 2025 werden een aantal claims ontvangen door Recticel NV betreffende uitzettende dakopstanden in geval van een bepaalde plaatsing op platte daken. Hoewel de Groep in dit opzicht verzekerd is voor productaansprakelijkheid in overeenstemming met industriële normen, kan niet worden uitgesloten dat dergelijke claims kunnen leiden tot financiële verliezen voor de Groep. Voor deze claims werden voorzieningen aangelegd. Daarnaast ontving Recticel NV in de loop van 2025 verschillende (informele) claims met betrekking tot aansprakelijkheid voor vermeend defecte producten die aan diverse bouwplaatsen in Nederland werden geleverd. Deze claims zijn nog niet formeel ingediend, maar worden nauwlettend gevolgd in samenwerking met de verzekeringsmaatschappij.

Op 31 december 2025 bedroegen de totale voorzieningen voor overige geschillen, milieurisico's en overige risico's op het niveau van Recticel Group EUR 21,2 miljoen in de geconsolideerde financiële staten. Overeenkomstig de informatie-vrijstelling onder IAS 37 §92 zal de Groep geen verdere informatie bekendmaken over de aannames voor de voorzieningen, met inbegrip van details over het huidige en het verwachte aantal rechtszaken en vorderingen.

De Groep is van mening dat de openbaarmaking van dergelijke informatie de Groep kan schaden in het kader van de lopende vertrouwelijke onderhandelingen en zou kunnen resulteren in financiële verliezen voor Recticel en zijn aandeelhouders.

7.2.6.10 Aansluiting met alternatieve prestatiemaatstaven

De Groep gebruikt en publiceert een aantal Alternatieve Prestatie Maatstaven ('APM') om bijkomende waardevol inzichten te verstrekken aan financiële analisten en beleggers. APM's houden verband met de normen die het management gebruikt om de financiële prestaties te monitoren en te meten.

In de onderstaande overzichtstabellen wordt de aansluiting van deze APM's in de winst-enverliesrekening en de balans van de voortgezette activiteiten samengevat.

in duizend EUR

2024 2025
Winst- en Verliesrekening
Omzet 610.196 655.075
Brutowinst 104.549 113.964
EBITDA 42.562 51.339
Operationele winst (verlies) 11.489 19.914
Operationele winst (verlies) 11.489 19.914
Afschrijvingen van immateriële vaste activa 9.727 10.062
Afschrijvingen van materiële vaste activa 20.952 21.230
Afschrijvingen uitgestelde kosten op langetermijn 0 0
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill,immateriële en materiële vaste activa 394 134
EBITDA 42.562 51.339
EBITDAReorganisatielasten 42.5627.915 51.3393.793
Overige (870) 716
Aangepaste EBITDA 49.606 55.848
Operationele winst (verlies) 11.489 19.914
Reorganisatielasten 7.915 3.793
Overige (870) 716
Bijzondere waardeverminderingen 394 134
Aangepaste operationele winst (verlies) 18.928 24.557
in duizend EUR
Totale netto financiële schuld 31 DEC 2024 31 DEC 2025
Langlopende financiële verplichtingen 46.218 44.035
Kortlopende financiële verplichtingen 12.116 10.800
Geldmiddelen en kasequivalenten (132.717) (82.251)
Overige financiële activa 0 0
Netto financiële schuld op de balans (74.383) (27.416)
Factoring programma's 0 (0)
Totale netto financiële schuld (74.383) (27.416)
Schuldgraadratio (Netto financiële schuld /Totaal eigen vermogen)
Totaal eigen vermogen 445.133 430.443
Netto financiële schuld op de balans / Totaaleigen vermogen N/A N/A
Totale netto financiële schuld / Totaal eigenvermogen N/A N/A
Hefboomratio (Netto financiële schuld /EBITDA)
Netto financiële schuld op de balans / EBITDA N/A N/A
Totale netto financiële schuld / EBITDA N/A N/A
Netto werkkapitaal
Voorraden en bestellingen in uitvoering 55.075 57.441
Handelsvorderingen 101.925 110.993
Overige vorderingen 12.983 12.303
Terug te vorderen belastingen 4.098 4.552

Handelsverplichtingen (87.844) (94.023) Kortlopende contractverplichtingen (9.577) (9.778) Verschuldigde inkomstenbelasting (1.522) (2.258) Overige verplichtingen (32.181) (28.992) Netto werkkapitaal 42.957 50.239

Current ratio (= Vlottende activa / Kortlopende verplichtingen)
Vlottende activa 306.799 267.540
Kortlopende verplichtingen 144.493 145.852
Current ratio (factor) 2,1 1,8

7.3 Recticel NV - Algemene informatie

Recticel NV

Adres

Bourgetlaan 24 avenue du Bourget 1130 Brussel België

Opgericht: op 19 juni 1896 voor dertig jaar, later verlengd voor onbepaalde duur.

Doel: (artikel 3 van de gecoördineerde statuten) De vennootschap heeft tot doel de ontwikkeling, de productie, de verwerking, de handel, de aankoop, de verkoop en het transport, voor eigen rekening of voor rekening van derden, van alle kunststoffen, polymeren, polyurethanen en andere synthetische componenten, van natuurlijke stoffen, metaalproducten, chemische of andere producten die gebruikt worden door de particulieren of door de industrie, de handel en het transport, met name voor meubilering, slaapcomfort, isolatie, bouwnijverheid, automobielsector, chemie, petrochemie, alsook de producten die horen bij of noodzakelijk zijn voor hun productie of hieruit kunnen voortkomen of hieruit afgeleid kunnen worden.

Zij kan haar doel volledig of gedeeltelijk bereiken, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, via dochtermaatschappijen, samenwerkingsverbanden, participaties in andere vennootschappen, partnerships of verenigingen.

Teneinde dit doel te bereiken kan zij alle handelingen uitvoeren op industrieel, immobiliën-, financieel of commercieel gebied die, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, met haar maatschappelijk doel verband houden, of die van aard zouden zijn haar werking of haar handel, of die van de vennootschappen, partnerships of verenigingen waarin zij een participatie of een belang heeft, te bevorderen, te ontwikkelen of te vergemakkelijken; zij kan met name alle roerende en onroerende goederen en alle intellectuele eigendommen ontwikkelen, overdragen, verwerven, huren, verhuren en uitbaten.

Rechtsvorm: naamloze vennootschap

Ingeschreven in het Brusselse rechtspersonenregister

Ondernemingsnummer: 0405 666 668

Geplaatst kapitaal: EUR 141.822.300 (op 31 december 2025)

Type en aantal aandelen: op 31 december 2025 bestond er slechts één type aandelen, met name gewone aandelen; totaal aantal uitstaande aandelen: 56,752,920

Nog te storten gedeelte van het geplaatste kapitaal: 0 aandelen/EUR 0.

Aard van de niet-volgestorte aandelen: geen.

Percentage volledig volgestort: 100%. De aandelen zijn volledig volgestort.

De financiële staten werden opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001.

Deze financiële staten omvatten de balans, de winsten-verliesrekening en de wettelijk voorgeschreven toelichtingen. Ze worden hierna voorgesteld in verkorte vorm.

Overeenkomstig het Belgisch recht zullen het beheersverslag en de financiële staten van Recticel NV en het verslag van de Commissaris worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Ze zijn op aanvraag verkrijgbaar bij:

Recticel NV Corporate Communicatie Bourgetlaan 42 1130 Brussel België Tel.: +32 (0)2 775 18 11 E-mail: [email protected]

De toelichtingen bij de financiële staten hebben betrekking op de financiële toestand van de vennootschap zoals die blijkt uit de balans. De resultaten worden eveneens toegelicht in het jaarverslag dat eraan voorafgaat.

De Commissaris heeft over de statutaire financiële staten van Recticel NV een verklaring zonder voorbehoud gegeven.

De statutaire financiële staten van Recticel NV en het statutaire verslag van de Raad van Bestuur zijn kosteloos verkrijgbaar op de website van de vennootschap, https://www.recticel.com/investors/ annual-half-year-reports.html

7.4 Recticel NV - Verkorte enkelvoudige financiële staten

De statutaire balans en de statutaire winst-enverliesrekening van Recticel NV voor de periode eindigend op 31 december 2025 worden hieronder in verkorte vorm weergegeven. De boekhoudkundige grondslagen gebruikt voor de Statutaire Financiële Staten van Recticel NV verschillen van de boekhoudkundige grondslagen gebruikt voor de Geconsolideerde Financiële Staten. De Statutaire Financiële Staten volgen de Belgische wettelijke voorschriften, terwijl de Geconsolideerde Financiële Staten de International Financial Reporting Standards volgen.

in duizend EUR

Recticel NV 31 DEC 2024 31 DEC 2025
ACTIVA
VASTE ACTIVA 660.800 703.126
I. Oprichtingskosten
II. Immateriële vaste activa 11.106 12.783
III. Materiële vaste activa 32.231 37.242
IV. Financiële activa 617.464 653.100
VLOTTENDE ACTIVA 105.091 43.235
V. Vorderingen op meer dan 1 jaar 1.792 9.142
VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering 10.477 11.094
VII. Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 50.551 20.064
VIII. Investeringen in contanten 40.398 1.398
IX. Geldmiddelen en kasequivalenten 61 45
X. Uitgestelde lasten en overlopendeopbrengsten 1.813 1.491
TOTALE ACTIVA 765.891 746.361
PASSIVA
I. Kapitaal 141.515 141.882
II. Uitgiftepremierekening 135.696 136.380
III. Herwaarderingsreserve 2.551 2.551
IV. Reserves 17.645 17.645
V. Overgedragen winsten (verliezen) 375.583 357.182
VI. Investeringssubsidies 0
VII. A. Voorzieningen voor risico's en lasten 19.947 13.872
B. Uitgestelde belastingen 0 0
VIII. Schulden op meer dan 1 jaar 4.376 7.482
IX. Schulden op ten hoogste 1 jaar 67.152 68.013
X. Toegerekende lasten en uitgesteldeopbrengsten 1.426 1.353
TOTAAL EIGEN VERMOGEN + TOTAALVERPLICHTINGEN 765.891 746.361
in duizend EUR
Recticel NV 31 DEC 2024 31 DEC 2025
WINST- EN VERLIESREKENING
I. Bedrijfsopbrengsten 145.054 154.402
II. Bedrijfskosten (146.649) (146.914)
III. Operationele winst (verlies) (1.596) 7.488
IV. Financiële inkomsten 55.545 8.984
V. Financiële kosten (125.026) (17.206)
VI. Winst (verlies) over het jaar voorbelastingen (71.077) (734)
VII. Winstbelastingen (729) (74)
VIII. Winst (verlies) over het jaar nabelastingen (71.806) (808)
IX. Overboeking naar onbelaste reserves 0 0
X. Te bestemmen winst (verlies) van hetboekjaar (71.806) (808)

Het beheersverslag van de Raad van Bestuur aan de Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders en de Statutaire Financiële Staten van Recticel NV, evenals het verslag van de Commissaris, zullen binnen de wettelijke termijnen bij de Nationale Bank van België worden neergelegd. De statutaire financiële staten van Recticel NV en het statutaire verslag van de Raad van Bestuur zijn beschikbaar op de website van de vennootschap, www.recticel.com.

Bestemming van het resultaat

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders beslist over de bestemming van de voor uitkering van een dividend beschikbare winst, op voorstel van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur heeft de intentie om een stabiel of geleidelijk toenemend jaarlijks dividend voor te stellen, weliswaar rekening houdend met de volgende elementen:

  • een gepaste vergoeding voor de aandeelhouders;
  • behoud van voldoende zelffinancieringscapaciteit om investeringen in kansen om waarde te creëren mogelijk te maken.

De Raad van Bestuur heeft besloten om het volgende voorstel van resultaatverdeling aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te leggen:

in EUR

Recticel NV 31 DEC 2025
Winst (verlies) over het boekjaar (807.927)
Overgedragen winst (verlies) van het vorigeboekjaar 375.583.314 +
Winst (verlies) toe te voegen aan dewettelijke reserves -
Winst (verlies) toe te voegen aan overigereserves -
Te bestemmen resultaat 374.775.387 =
Brutodividend¹ 17.593.405 -
Over te dragen winst (verlies) 357.181.982 =

¹ Brutodividend per aandeel van EUR 0,31, resulterend in een nettodividend na belastingen van EUR 0,217 per gewoon aandeel.

7.5 Verklaring van de verantwoordelijken

Wij verklaren hierbij dat, voor zover ons bekend, de Geconsolideerde Financiële Staten op 31 december 2025, opgesteld overeenkomstig de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals aangenomen door de Europese Unie, en de in België van toepassing zijnde wettelijke voorschriften, een getrouw beeld geven van de activa, de verplichtingen, de financiële toestand en de resultaten van de Groep en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen als geheel, en dat het beheersverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de Groep en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen als geheel, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Jan Vergote, vertegenwoordiger van Coral & Wallace BV, Executive Chairman van de Raad van Bestuur

Stefaan Debusschere, vertegenwoordiger van Aventus BV, Chief Executive Officer

Bart Van den Eede, vertegenwoordiger van Pendron BV, Chief Financial Officer

08Bijlage

8.1 Verslag van de commissaris

8.2 ESRS lijst met rapportage-eisen

ESRS 2, IRO-2 (DR 56)

LIJST MET MATERIËLERAPPORTAGE-EISEN RAPPORTAGE-EIS HOOFDSTUK BLADZIJDE
ESRS 2 Algemene toelichtingen
BP-1 Algemene grondslag voor het opstellen vanduurzaamheidsverklaringen 4.1 73
BP-2 Rapportage over specifieke omstandigheden 5.1.2 100
GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen 3.1 43
GOV-2 Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema'sdoor bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van deonderneming 3.2 52
GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen 3.3 54
GOV-4 Due-diligenceverklaring 3.4 56
GOV-5 Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage 3.5 62
SBM-1 Marktpositie, strategie, businessmodel(len) en waardeketen 2.3 23
SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders 4.2.2 79
SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel(len) 4.3.2 86
IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's enkansen in kaart te brengen en te analyseren 4.2 77
IRO-2 Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in deduurzaamheidsverklaringen van de onderneming 4.1 73
E1 Klimaatverandering 5.2 106
ESRS 2 GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen 3.3 54
E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie 5.2.2 108
ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel(len) 4.3.2 86
ESRS 2 IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's enkansen in kaart te brengen en te analyseren 4.2 77
E1-2 Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie 5.2.3 110
E1-3 Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien vanklimaatverandering 5.2.4 112
E1-4 Doelen inzake klimaatmitigatie 5.2.5 114
E1-5 Energieverbruik en energiemix 5.2.6 116
LIJST MET MATERIËLERAPPORTAGE-EISEN RAPPORTAGE-EIS HOOFDSTUK BLADZIJDE
E1-6 Bruto scope 1, 2, 3 emissies en totale broeikasgasemissies 5.2.7 119
E1-7 BKG-verwijderingen en carbon credits 5.2.9 128
E1-8 Interne koolstofbeprijzing 5.2.9 128
E1-9 Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico'sen potentiële klimaatkansen 5.2.11 128
E5 Materiaalgebruik en circulaire economie 5.3 129
ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel(len) 4.3.2 86
ESRS 2 IRO-1 Beschrijving van de processen om materiële verontreinigingsimpacts,-risico's en -kansen in kaart te brengen en te analyseren: 4.2 77
E5-1 Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie 5.3.2 131
E5-2 Beleid en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie 5.3.3 133
E5-3 Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie 5.3.4 136
E5-4 Materiaalinstromen 5.3.5 138
E5-5 Materiaaluitstromen 5.3.6 140
E5-6 Beoogde financiële effecten van impacts, risico's en kansen watbetreft materiaalgebruik en circulaire economie 5.3.7 144
S1 Eigen personeel 5.4 145
ESRS 2 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders 4.2.2 79
ESRS 3 SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel(len) 4.3.2 86
ESRS 2 IRO-1 Materiële S1 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel 5.4.1 147
S1-1 Beleid ten aanzien van eigen personeel 5.4.2 147
S1-2 Processen om met eigen werknemers enwerknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts 5.4.3 150
S1-3 Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigenwerknemers om zorgen kenbaar te maken 5.4.4 151
S1-4 Acteren op materiële impacts op eigen personeel 5.4.5 152
S1-5 Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts,het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiëlerisico's en kansen 5.4.6 154
LIJST MET MATERIËLERAPPORTAGE-EISEN RAPPORTAGE-EIS HOOFDSTUK BLADZIJDE
S1-6 Kenmerken van de werknemers van de onderneming 5.4.7 155
S1-7 Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigenpersoneel van de onderneming 5.4.8 156
S1-8 CAO-dekkingsgraad en sociale dialoog 5.4.9 156
S1-10 Leefbare lonen 5.4.10 157
S1-11 Sociale bescherming 5.4.11 157
S1-13 Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden 5.4.12 157
S1-14 Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven 5.4.13 158
S1-15 Werk-privé balans 5.4.14 159
S1-17 Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied vanmensenrechten 5.4.15 159
G1 Zakelijk gedrag 5.5 160
ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan metstrategie en businessmodel(len) 4.3.2 86
ESRS 2 GOV-1 De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen 5.5.3 166
ESRS 2 IRO-1 Materiële G1 IRO's en hun interactie met strategie en bedrijfsmodel 5.5.1 162
G1-1 Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur 5.5.2 162
G1-2 Beheer van relaties met leveranciers 5.5.4 166
G1-3 Preventie en opsporing van corruptie of omkoping 5.5.5 168
G1-4 Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping 5.5.6 169
G1-5 Politieke invloed en lobbyactiviteiten 5.5.7 169
G1-6 Betalingspraktijken 5.5.7 169

RECTICEL GROUP – Jaarverslag 2025 265

8.3 Verwijzingen naar andere EU wetgevingen

8.3.1 Referentietabel met TCFD-aanbevelingen

HOOFDSTUK PAGINA
3.1 43
3.1.6.1 50
4.2.2 79
4.3.1 84
4.3.2.1 88
4.3.2 86
5.2.2 108
4.3.2.1 88
4.3.2.2 93
3.2 52
4.3.2.1 88
5.2.5 - 5.2.9 114 - 128
5.3.4 - 5.3.7 136 - 144
5.2.7 119
5.2.5 114
5.3.4 112

8.3.2 Referentietabel met de Verenigde Naties' duurzame ontwikkelingdoelstellingen (SDG's)

REFERENTIETABEL MET DE VERENIGDE NATIES' DUURZAME ONTWIKKELINGDOELSTELLINGEN (SDG'S) HOOFDSTUK PAGINA
SDG 7 Betaalbare en duurzame energie
Energie-efficiënte oplossingen voor duurzame bouwpraktijken bevorderen 2 14
Het aandeel van hernieuwbare energie in de mondiale energiemix vergroten 5.2 106
5.3 129
SDG 8 Eerlijk werk en economische groei
Duurzame en economische groei stimuleren door waardig werk 5.4 145
Een veilige werkomgeving bevorderen 5.5 160
SDG 9 Industrie, innovatie en infrastructuur
Innovatie bevorderen om veerkrachtige infrastructuur te verbeteren 1.1 8
Industrieën moderniseren om ze duurzaam te maken, met een efficiënter gebruik van hulpbronnen 5.3.3 133
SDG 11 Duurzame steden en gemeenschappen
Producten ontwikkelen die de energie-efficiëntie van steden verbeteren 2 14
5.2 106
5.3 129
1.1 8
SDG 12 Verantwoorde consumptie en productie
Circulaire economie bevorderen door productinnovatie 5.3 129
Afvalproductie verminderen door preventie, vermindering, recycling en hergebruik
SDG 13 Klimaatactie
Inzetten op ambitieuze doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen en praktijken die zijn afgestemd op het klimaat 5.2 106
SDG 17 Partnerschap om doelstellingen te bereiken
Samenwerken met stakeholders om positieve milieu- en sociale effecten te versterken 1.1 8
5.3.3.1 134
5.4 145

8.4 Woordenlijst

IFRS-MAATSTAVEN

Geconsolideerd(e) (gegevens): Financiële gegevens volgens de toepassing van IFRS 11, waarbij de joint ventures en verbonden ondernemingen worden verwerkt volgens de equity-methode.

ALTERNATIEVE PRESTATIEMAATSTAVEN

Daarnaast maakt de Groep gebruik van alternatieve prestatiemaatstaven (APM's) om haar onderliggende prestaties tot uitdrukking te brengen en om de lezer te helpen de resultaten beter te begrijpen. APM's zijn geen door de IFRS gedefinieerde prestatie-indicatoren. De Groep presenteert APM's niet als een alternatief voor financiële maatstaven die zijn vastgesteld in overeenstemming met de IFRS en legt niet meer nadruk op APM's dan op de vastgestelde financiële maatstaven volgens de IFRS.

Aangepaste EBITDA: EBITDA vóór aanpassingen (aan de bedrijfswinst)

Aangepaste bedrijfswinst (Aangepast bedrijfsverlies): Bedrijfswinst (-verlies) + aanpassingen van de bedrijfswinst (-verlies)

Aanpassingen van de bedrijfswinst (-verlies): omvatten bedrijfsopbrengsten, kosten en voorzieningen die betrekking hebben op herstructureringsprogramma's (ontslagvergoedingen, sluitings- en saneringskosten, verhuiskosten,...), reorganisatiekosten en verlieslatende contracten, bijzondere waardeverminderingen van materiële vaste activa, immateriële activa en goodwill, herwaarderingsmeerwaarden of - minderwaarden op vastgoedbeleggingen, winsten of verliezen op desinvesteringen van niet-operationele vastgoedbeleggingen en op de liquidatie van investeringen in verbonden ondernemingen, opbrengsten of kosten als gevolg van belangrijke (inter)nationale juridische geschillen en kosten voor advies in verband met overnames of projecten voor de samenvoeging van bedrijven, kosten van adviesvergoedingen met betrekking tot overnames, desinvesteringen of bedrijfscombinatieprojecten, inclusief vergoedingen in verband met de financiering en terugnemingen van voorraden als gevolg van aankoopprijsallocaties krachtens IFRS 3 Bedrijfscombinaties.

Bedrijfswinst (-verlies): Winst vóór baten uit andere geassocieerde deelnemingen, reëlewaardeaanpassingen van optiestructuren, winst uit beëindigde activiteiten, rente en belastingen. De bedrijfswinst (-verlies) omvat opbrengsten uit verbonden ondernemingen in voortgezette activiteiten.

BEIS: UK Department voor Business, Energy and Industrial Strategy

BC ADEME: 'Bilan Carbone' van het Franse 'Agence de la Transition Energétique''

CDP: non-profit organisatie die wereldwijd de milieuverslaggeving evalueert van bedrijven, steden, regio's en financiële instanties

Current ratio: Current assets / Current liabilities

DEFRA: Department for Environment, Food & Rural Affairs in de UK, verstrekt koolstofconversiefactoren

DNSH: Het Do No Significant Harm principe; in de context van de EU Taxonomie, een economische activiteit die bijdraagt aan een of meer van de zes milieudoelstellingen zonder een van deze doelstellingen significant te schaden.

EBITDA: Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) + afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen op activa; alle van voortgezette activiteiten

EPD: Environmental Product Declaration

ESG: Environmental, Social and Governance

ESRS: European Sustainability Reporting Standards, die het volledige scala aan milieu-, sociale en bestuurskwesties omvat, waaronder klimaatverandering, biodiversiteit en mensenrechten

EWC: European Works Council

GHG: Greenhouse Gas

Hefboomratio: Netto financiële schuld / EBITDA (laatste 12 maanden)

Higg: Higg Materials Sustainability Index, ontworpen om de milieu-impact van verschillende materialen te vergelijken, zodat ontwerp- en ontwikkelingsteams duurzamere keuzes kunnen maken tijdens de materiaalselectie

IEA: International Energy Agency

ILO: International Labour Organisation

Inkomsten van geassocieerde deelnemingen: Inkomsten die geacht worden tot de kernactiviteiten van Recticel te behoren, zijn opgenomen in het bedrijfsresultaat.

Inkomsten uit overige geassocieerde deelnemingen: Inkomsten van geassocieerde deelnemingen die niet als onderdeel van de kernactiviteiten van Recticel worden beschouwd, zijn niet opgenomen in het bedrijfsresultaat.

ISO 14001: Internationaal erkende standaard voor 'environmental management systems' (EMS)

Lambda value: Maat voor hoe efficiënt een materiaal warmte geleidt

LCA: Life Cycle Assessment, het beoordelen van de milieueffecten van een product of dienst gedurende de gehele levenscyclus, van de winning van grondstoffen tot de verwijdering aan het einde van de levensduur

Marge: EBITDA-marge, Aangepaste EBITDA-marge, Operationele winst (verlies) marge en Aangepaste operationele winst (verlies) marge worden uitgedrukt als een % op omzet.

Nettowerkkapitaal: Voorraden en bestellingen in uitvoering + Handelsvorderingen + Overige vorderingen + Belastingvorderingen - Handelsschulden - Te betalen winstbelastingen - Overige te betalen bedragen.

Netto financiële schuld: Rentedragende financiële verplichtingen en leaseverplichtingen op meer dan één jaar + rentedragende financiële verplichtingen en leaseverplichtingen op ten hoogste één jaar + aangegroeide rente - geldmiddelen en kasequivalenten + netto tegen marktwaarde

gewaardeerde waardepositie van afdekkingsderivaten. De rentedragende leningen omvatten niet de bedragen die zijn opgenomen in het kader van factoring-/ forfeitingprogramma's zonder verhaal.

Netto vrije kasstroom: Netto vrije kasstroom is de som van (i) de nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten na belastingen, (ii) de nettokasstroom uit investeringsactiviteiten, (iii) de betaalde rente op financiële verplichtingen en (iv) de terugbetaling van leasingverplichtingen; zoals weergegeven in het geconsolideerde kasstroomoverzicht.

OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development

PIR: Polyisocyanurate

PU: Polyurethane

RSSR: Recticel Supplier Sustainability Requirements

SBTi: Science Based Targets initiative

Schuldgraadratio: Netto financiële schuld / Totaal eigen vermogen.

Scope 1: Directe broeikasgasemissies die ontstaan uit bronnen die worden beheerd door of eigendom zijn van een organisatie (bijv. emissies in verband met de verbranding van brandstof in boilers, ovens, voertuigen)

Scope 2: Indirecte broeikasgasemissies die worden veroorzaakt door de aangekochte energieverbruiksactiviteiten van een bedrijf zoals elektriciteit, stoom, verwarming of koeling voor eigen gebruik

Scope 3: Indirecte broeikasgasemissies die niet zijn opgenomen in scope 2 en die plaatsvinden in de waardeketen van het bedrijf (upstream- en downstreamactiviteiten). Het GHG-protocol verdeelt scope 3 emissies in 15 categorieën

SEVESO: EU-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, van toepassing op meer dan 12.000 industriële installaties in de EU

tCO 2e: Metrische ton kooldioxide-equivalent emissies Totale netto financiële schuld: Netto financiële schuld + de bedragen die zijn opgenomen in het kader van niet in de balans opgenomen factoringprogramma's zonder verhaal.

U-waarde: Geeft de warmtedoorgangscoëfficiënt door een materiaal of bouwelement aan en kwantificeert hoe goed een materiaal werkt als thermische isolator of geleider.

W/m²K: Watt per vierkante meter Kelvin

WRI: World Resources Institute

Colofon

Recticel NV Bourgetlaan 42 Avenue du Bourget 1130 Brussels, Belgium www.recticel.com

This report is available in English and Dutch. Dit verslag is beschikbaar in het Nederlands en het Engels. In case of textual contradictions between the English and the Dutch version, the first shall prevail.