Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Proximus SA Audit Report / Information 2016

Mar 17, 2017

3989_rns_2017-03-17_7e599e04-d0d3-450a-9ae1-19839fe68492.pdf

Audit Report / Information

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerde balans 2
Geconsolideerde resultatenrekening 3
Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 4
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 4
Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen 7
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 7
Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming8
Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels 8
Toelichting 3. Goodwill22
Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur24
Toelichting 5. Materiële vaste activa 26
Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde
ondernemingen27
Toelichting 7. Andere deelnemingen33
Toelichting 8. Winstbelasting 34
Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en
beëindigingsvoordelen37
Toelichting 10. Andere vaste activa 44
Toelichting 11. Voorraden44
Toelichting 12. Handelsvorderingen 44
Toelichting 13. Andere vlottende activa45
Toelichting 14. Beleggingen45
Toelichting 15. Geldmiddelen en kasequivalenten46
Toelichting 16. Activa opgenomen als aangehouden voor verkoop46
Toelichting 17. Vermogen46
Toelichting 18. Rentedragende schulden 48
Toelichting 19. Voorzieningen50
Toelichting 20. Andere langetermijnschulden 53
Toelichting 21. Andere kortetermijnschulden55
Toelichting 22. Netto omzet55
Toelichting 23. Andere bedrijfsopbrengsten 56
Toelichting 24. Niet-recurrente opbrengsten56
Toelichting 25. Kosten van aan omzet- gerelateerde materialen en diensten56
Toelichting 26.Workforce kosten 57
Toelichting 27.Non-workforce kosten 57
Toelichting 28. Niet-recurrente kosten57
Toelichting 29. Afschrijvingen60
Toelichting 30. Netto financiële kosten60
Toelichting 31. Winst per aandeel 61
Toelichting 32. Betaalde en voorgestelde dividenden 62
Toelichting 33. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten63
Toelichting 34. Informatie over verbonden partijen 60
Toelichting 35. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen75
Toelichting 36. Op aandelen gebaseerde betalingen79
Toelichting 37. Relatie met de commissaris 81
Toelichting 38. Segmentinformatie 82
Toelichting 39. Recent gepubliceerde IFRS-normen 84
Toelichting 40. Gebeurtenissen na balansdatum 86

Geconsolideerde balans

(in miljoen EUR) (in miljoen EUR)
ACTIVA Toelichting 2015 2016
V
AS
T
E
ACT
IV
A
6.386 6.372
Goodwill 3 2.272 2.279
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur 4 1.162 1.099
Materiële vaste activa 5 2.809 2.910
Geassocieerde ondernemingen en joint ventures 6 2 3
Andere deelnemingen 7 9 10
Uitgestelde belastingvorderingen 8 89 34
Andere vaste activa 10 43 37
V
LOT
T
E
NDE
ACT
IV
A
1.897 1.745
Voorraden 11 108 125
Handelsvorderingen 12 1.140 1.149
Terug te vorderen belastingen 8 14 46
Andere vlottende activa 13 124 122
Beleggingen 14 8 6
Geldmiddelen en kasequivalenten 15 502 297
T
OT
AAL ACT
IV
A
8.283 8.117
PASSIVA Toelichting
E
IGE
N V
E
RM
OGE
N
17 2.965 2.981
E
igen vermogen (aandeel van de groep)
17 2.801 2.819
Geplaatst kapitaal 1.000 1.000
Eigen aandelen -448 -430
W
ettelijke reserves
100 100
Herwaarderingsreserve -112 -125
Vergoedingen in aandelen 5 5
Overgedragen winsten 2.255 2.270
M
inderheidsbelangen
17 164 162
LANGE
T
E
RM
IJNS
CHULDE
N
2.663 2.697
Rentedragende schulden 18 1.761 1.763
Schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en
beëindigingsvoordelen
9 464 544
Voorzieningen 19 157 144
Uitgestelde belastingschulden 8 96 84
Andere langetermijnschulden 20 185 162
KORT
E
T
E
RM
IJNS
CHULDE
N
2.655 2.439
Rentedragende schulden 18 674 407
Handelsschulden 1.330 1.388
Belastingschulden 8 82 65
Andere kortetermijnschulden 21 570 579
T
OT
AAL P
AS
S
IV
A
8.283 8.117

Geconsolideerde resultatenrekening

B
o
ekjaar afgeslo
ten o
p 31 decem
ber
(in m
iljo
en EUR
)
To
elichting
2015 2016
N
etto
o
m
zet
2
2
5.944 5.829
A
ndere bedrijfso
pbrengsten
2
3
6
8
4
4
T
o
t
a
le
o
pbre
ngs
t
e
n
6
.0
12
5
.8
7
3
Ko
sten van aan o
m
zetgerelateerde m
aterialen en diensten
2
5
-2.377 -2.242
Wo
rkfo
rce ko
sten
2
6
-1.199 -1.159
N
o
n-wo
rkfo
rce ko
sten (1)
2
7
-792 -644
N
iet-recurrente ko
sten (1)
2
8
2 -95
T
o
t
a
le
be
drijf
s
k
o
s
t
e
n v
ó
ó
r a
f
s
c
hrijv
inge
n
-
4
.3
6
6
-
4
.14
1
B
e
drijf
s
wins
t
v
ó
ó
r a
f
s
c
hrijv
inge
n
1.6
4
6
1.7
3
3
A
fschrijvingen
2
9
-869 -917
B
e
drijf
s
wins
t
777 8
16
Financiële o
pbrengsten
2
0
3
Financiële ko
sten
-140 -104
N
etto
financiële ko
sten
3
0
-120 -101
Verlies van geasso
cieerde o
ndernem
ingen en jo
int ventures
-
2
-
1
W
ins
t
v
ó
ó
r be
la
s
t
inge
n
655 7
15
B
elastingen
8 -156 -167
N
e
t
t
o
wins
t
499 548
M
inderheidsbelangen
17 17 2
5
N
etto
winst ( aandeel van de gro
ep)
482 523
Gewo
ne winst per aandeel (in EUR
)
3
1
1,50 1,62
Verwaterde winst per aandeel (in EUR
)
3
1
1,50 1,62
Gewo
gen gem
iddeld aantal gewo
ne uitstaande aandelen
3
1
321.767.821 322.317.201
Gewo
gen gem
iddeld aantal gewo
ne uitstaande aandelen vo
o
r verwaterde
winst per aandeel
3
1
322.272.472 322.610.116

(1) aangepast in 2015

Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2015 2016
Nettowinst 499 548
Niet-gerealiseerde resultaten:
Items die zullen gereclassificeerd worden naar winst en
verlies
Kasstroom afdekkingsinstrumenten:
W
inst/(verlies) onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen
-
5
-
2
Herclassificatie van de aanpassingen 4 0
Overdracht naar resultaten rekening voor de periode 0 1
T
otaal voor gerelateerde belastingseffecten
-
1
-
1
Belastingen op niet-gerealiseerde resultaten
Kasstroom afdekkingsinstrumenten
W
inst/(verlies) onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen
2 1
Overdracht naar resultaten rekening voor de periode -
1
0
W
instbelasting m.b.t. items die zullen gereclassificeerd
worden
0 0
Items die zullen gereclassificeerd worden naar winst en
verlies - na aftrek van belastingseffecten
0 0
Items die niet zullen gereclassificeerd worden
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen 18 -
8
T
otaal voor gerelateerde belastingseffecten
9 18 -
8
Belastingen op niet-gerealiseerde resultaten
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen -
1
-
5
W
instbelasting m.b.t. items die niet zullen
gereclassificeerd worden
-
1
-
5
Items die niet zullen gereclassificeerd worden na aftrek
van winstbelasting
17 -13
T
otaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
515 535
Toe te rekenen aan:
Aandeelhouders van de moedermaatschappij 498 510
Minderheidsbelangen 17 25

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2015 2016
Kasstroom uit operationele activiteiten
Nettowinst 499 548
Aanpassingen voor:
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 4/5 869 917
Toename / (afname) van voorzieningen 19 3 -14
Uitgestelde belastinglasten 8 -
3
38
Aandeel in het verlies van ondernemingen gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
6 2 1
Herwaardering naar de reële waarde van financiële instrumenten 30 -16 0
Afschrijving van de achtergestelde obligatieleningen 30 31 6
W
inst op de verkoop van deelnemingen en ondernemingen gewaardeerd
volgens de vermogensmutatiemethode
30 -
2
0
W
inst uit de verkoop van vaste activa
-18 -
3
Andere niet-kasbewegingen 3 1
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen in het
bedrijfskapitaal
1.370 1.493
Daling / (toename) van voorraden 9 -17
Daling / (toename) van handelsvorderingen 54 -
2
Vermindering van belastingsvorderingen 0 -31
Daling van andere vlottende activa 33 2
Toename in andere vaste activa 0 0
Toename / (daling) van handelsschulden -29 28
Daling van belastingschulden -32 -16
Toename / (afname) van andere korte termijnschulden 2 -24
Toename / (afname) van nettoschuld voor pensioenen, andere
vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen
9 -22 73
Toename van andere langetermijnschulden en voorzieningen 0 15
T
oename van het bedrijfskapitaal, netto van aanschaffingen
en verkopen van filialen
16 2
8
Nettokasstroom uit operationele activiteiten 1.386 1.521
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van immateriële en materiële
vaste activa
4/5 -1.000 -962
Kasstroom voor het verwerven van andere deelnemingen en joint ventures -
3
-
2
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van dochterondernemingen, na
aftrek van verworven geldmiddelen
6.5 -20 -
6
Geldmiddelen gekregen uit / (betaald) de verkoop van geconsolideerde
ondernemingen na aftrek van afgestane geldmiddelen
6 -
3
0
Geldmiddelen uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 39 5
Geldmiddelen uit de verkoop van andere deelnemingen en
ondernemingen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode
8 3
Nettokasstroom besteed in investeringsactiviteiten -978 -962
Kasstroom vóór financieringsactiviteiten 408 559

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 32 -489 -485
Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen 17 -36 -26
Netto verkoop van eigen aandelen 19 18
Netto verkoop van geldbeleggingen 0 2
Uitgifte van langetermijnschulden 492 1
Aflossing van langetermijnschulden (2) -594 -677
Uitgave van kortetermijnschuld 0 404
Nettokasstroom besteed in financieringsactiviteiten (1) -608 -764
Nettoafname van geldmiddelen en kasequivalenten -200 -205
Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari 702 502
Geldmiddelen en kasequivalenten op 31 december 15 502 297
Nettokasstroom uit operationele activiteiten bevat de volgende
kasbewegingen :
Betaalde intresten -92 -79
Ontvangen intresten 3 3
Betaalde belastingen -191 -177
(1) W
insten en verliezen ten gevolgen van schuldherstructurering zijn

deel van de kasstromen behandeld in financieringsactiviteiten.

(2) De terugbetaling van langetermijnschulden is de netto cash ontvangen en betaald voor de schulden en daarmee samenhangende derivaten.

Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen

(in miljoen EUR) Geplaatst
kapitaal
Eigen
aandelen
(EA)
W
ettelijke
reserves
Voor verkoop
aangehou
den &
afdekkings
reserve
Herwaar
derings
reserve
Vergoe
dingen in
aandelen
Overgedra
gen winsten
Totaal eigen
vermogen
(aandeel van
de groep)
Minderheids
belangen
Totaal eigen
vermogen
S
aldo op 1 januari 2015
1.000 -470 100 2 -130 8 2.270 2.779 189 2.969
Herwaardering aan reële waarde
van kasstroom
afdekkingsinstrumenten
0 0 0 -
1
0 0 0 0 0 0
Herwaardering van
toegezegdpensionregelingen
0 0 0 0 17 0 0 17 0 17
W
ijzigingen in het eigen vermogen
niet opgenomen in de
resultatenrekening
0 0 0 -
1
17 0 0 16 0 16
Nettowinst 0 0 0 0 0 0 482 482 17 499
T
otaal van niet-gerealiseerde
inkomsten en kosten
0 0 0 -
1
17 0 482 498 17 515
Dividenden aan aandeelhouders
(m.b.t. 2014)
0 0 0 0 0 0 -322 -322 0 -322
Interim dividenden aan
aandeelhouders (m.b.t. 2015)
0 0 0 0 0 0 -161 -161 0 -161
Dividenden van
dochterondernemingen aan
minderheidsbelangen
0 0 0 0 0 0 0 0 -36 -36
W
ijziging van eigendomsbelang in
deelnemingen
0 0 0 0 0 0 -14 -14 -
6
-20
Eigen aandelen
Uitoefening van opties op
aandelen
0 22 0 0 0 0 -
2
20 0 20
Opties op aandelen
Uitoefening van opties op
aandelen
T
otaal transacties met
0 0 0 0 0 -
2
2 0 0 0
aandeelhouders en
minderheidsbelangen
0 2
2
0 0 0 -
2
-496 -477 -42 -519
S
aldo op 31 december 2015
1.000 -448 100 1 -114 5 2.255 2.801 164 2.965
Herwaardering van
toegezegdpensionregelingen
0 0 0 0 -13 0 0 -13 0 -13
W
ijzigingen in het eigen vermogen
niet opgenomen in de
resultatenrekening
0 0 0 0 -13 0 0 -13 0 -13
Nettowinst 0 0 0 0 0 0 523 523 25 548
T
otaal van niet-gerealiseerde
inkomsten en kosten
0 0 0 0 -13 0 523 510 2
5
535
Dividenden aan aandeelhouders
(m.b.t. 2015)
0 0 0 0 0 0 -322 -322 0 -322
Interim dividenden aan
aandeelhouders (m.b.t. 2016)
0 0 0 0 0 0 -161 -161 0 -161
Dividenden van
dochterondernemingen aan
minderheidsbelangen
0 0 0 0 0 0 0 0 -26 -26
Bedrijfscombinaties (1) 0 0 0 0 0 0 -25 -25 -
1
-26
Eigen aandelen
Uitoefening van opties op
aandelen
0 6 0 0 0 0 -
1
5 0 5
Verkoop van eigen aandelen 0 12 0 0 0 0 1 13 0 13
Opties op aandelen
Uitoefening van opties op
aandelen
0 0 0 0 0 -
1
1 0 0 0
T
otaal transacties met
aandeelhouders en
minderheidsbelangen
0 18 0 0 0 -
1
-508 -491 -27 -519
S
aldo op 31 december 2016
1.000 -430 100 1 -127 5 2.270 2.819 162 2.981

(1) zie toelichting 6.5

Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming

De geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2016 werd goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van 23 februari 2017. Ze omvat de jaarrekening van Proximus NV, haar dochterondernemingen evenals het aandeel van de Groep in de resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures opgenomen volgens de "equity" methode (hierna "de Groep" genoemd).

Proximus NV is een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht die in België is geregistreerd. De omvorming van Proximus NV van een Autonoom Overheidsbedrijf naar een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht werd doorgevoerd bij koninklijk besluit van 16 december 1994. De zetel van Proximus NV is gevestigd in de Koning Albert-II-laan 27 te 1030 Brussel, België. De naamsverandering is gebeurd in 2015.

De Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Executief Comité evalueren de financiële prestaties en kennen de middelen toe volgens de klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende te rapporteren operationele segmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten en aan kleine bedrijven sinds 2015 (zelfstandigen en kleine ondernemingen), evenals ICT-oplossingen voornamelijk op de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT- en telecomdiensten en -producten aan middelgrote en grote

ondernemingen. Deze ICToplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;

  • De Wholesale Unit (WU) verkoopt diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren;
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten;
  • De Technology Unit (TEC) centraliseert alle netwerk- en ITdiensten en kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen) en levert diensten aan CBU, EBU en WU.
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Het aantal medewerkers van de Groep (in voltijdse equivalenten) bedroeg 13.633 op 31 december 2016 en 14.090 op 31 december 2015; Voor 2015 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 164 kaderpersoneelsleden, 12.432 bedienden en 1.444 arbeiders. Voor 2016 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 163 kaderpersoneelsleden, 12.218 bedienden en 1.401 arbeiders.

Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels

Voorbereidingsbasis

De bijgevoegde geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2016 werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS") zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de Europese Unie. De Groep opteerde niet voor een vervroegde toepassing van enige IASB-normen of interpretaties.

Wijzigingen in opname- en waarderingsregels

De Groep anticipeert niet op de toepassing van normen en interpretaties. De toegepaste opname- en waarderingsregels zijn consistent met deze van vorige boekjaren behalve voor wat betreft de toepassing door de Groep van de nieuwe of herziene IFRS-normen of interpretaties zoals goedgekeurd voor toepassing door de Europese Unie en die verplicht zijn vanaf 1 januari 2016, en welke zijn:

Aanpassingen aan normen:

  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRSnormen (periode 2012-2014);
  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRSnormen (periode 2010-2012);
  • Aanpassingen aan IFRS 1 1("Verwerking van overnames van deelnemingen in gezamenlijke bedrijfsactiviteiten ")
  • Aanpassingen aan IAS 16 /38 ("Verduidelijking van aanvaardbare afschrijvingsmethodes ")
  • Aanpassingen aan IAS 27 (Vermogensmutatiemethode in de enkelvoudige jaarrekening)
  • Aanpassingen aan IAS 1 ("Presentatie voorstellen ");
  • Aanpassingen aan IFRS 10, IFRS 12 en IAS 28 ("Beleggingsentiteiten : toepassing van de consolidatievrijstelling");
  • Aanpassingen aan IAS 19 (Personeelsbeloningen – Werknemersbijdragen)

De toepassing van deze nieuwe en aangepaste normen heeft beperkte impact op de jaarrekening van de Groep.

Alternatieve prestatiemaatstaven

De Groep maakt gebruik van zogenoemde alternatieve prestatiemaatstaven ("APM") in de jaarrekening en toelichting. Een alternatieve prestatiemaatstaf is een financiële maatstaf van een historische of toekomstige financiële prestatie, financiële positie en kasstromen andere dan een financiële maatstaf gedefinieerd in het toepasselijke kader voor financiële verslaglegging (IFRS). Hun definities is opgenomen in de begrippenlijst die is toegevoegd tot de sectie "Management Discussie" van het geconsolideerd jaarverslag. Ze worden consistent gebruikt in de tijd en wanneer een wijziging nodig is worden vergelijkbare cijfers toegelicht. Vanaf 2016 wordt een onderverdeling gemaakt tussen workforce en non-workforce. De 2015 workforce en non workforce bedragen stemmen overeen met de som van de voorheen gerapporteerde personeelskosten en andere bedrijfskosten.

Consolidatiebasis

In toelichting 6 is de lijst opgenomen van de dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen. Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er is zeggenschap wanneer de Groep macht heeft over de deelneming, blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van zijn betrokkenheid bij de deelneming en over de mogelijkheid beschikt zijn macht te gebruiken om zijn opbrengsten te beïnvloeden.

Een dochteronderneming wordt opgenomen in de consolidatie vanaf de dag waarop zeggenschap wordt verworven over de dochteronderneming en eindigt wanneer de Groep zeggenschap verliest. Intragroepsaldi en –verrichtingen en bijhorende niet-gerealiseerde winsten of verliezen tussen ondernemingen van de Groep worden volledig geëlimineerd. Indien nodig worden de opname- en waarderingsregels van de dochterondernemingen

aangepast om ervoor te zorgen dat de geconsolideerde jaarrekening opgemaakt wordt volgens uniforme grondslagen.

Wijzigingen in het eigendomsbelang van de Groep in dochterondernemingen die niet leiden tot het verlies van zeggenschap in die dochterondernemingen worden verwerkt als eigenvermogenstransacties. Elk verschil tussen de reële waarde van de betaalde vergoeding en de wijziging in de belangen zonder overheersende zeggenschap worden rechtstreeks in het eigenvermogen verwerkt en toegerekend aan de eigenaars van de onderneming.

Een joint venture is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de overeenkomst hebben, rechten hebben op de netto activa van de overeenkomst.

Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst, waarvan slechts sprake is wanneer besluiten over de relevante activiteiten unanieme instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen. Joint ventures worden opgenomen in deze geconsolideerde jaarrekeningen volgens de vermogensmutatiemethode.

Geassocieerde ondernemingen zijn

ondernemingen waarop de Groep een invloed van betekenis heeft, meer bepaald deelnemingen waarin Proximus de macht heeft om deel te nemen (geen zeggenschap) aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen. Deze deelnemingen worden ook opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

Volgens die methode worden de investeringen in geassocieerde deelnemingen of joint ventures aanvankelijk erkend tegen verkrijgingsprijs en vervolgens aangepast voor het aandeel van de Groep in de winst of het verlies of andere nietgerealiseerde resultaten van de geassocieerde deelneming of de joint venture, en dit vanaf de aanschaffingsdatum. Deze investeringen en het vermogensaandeel van de resultaten voor de periode zijn respectievelijk weergegeven in de balans en de resultatenrekening als deelnemingen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures en als aandeel in de resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures.

De groep beëindigt de toepassing van de vermogensmutatiemethode op het ogenblik dat een investering geen geassocieerde onderneming of joint venture meer is, of wanneer de investering wordt opgenomen als aangehouden voor verkoop. Wanneer de Groep een belang blijft aanhouden in de vroegere geassocieerde onderneming of joint venture is het belang een financieel actief. De Groep waardeert het overblijvende belang aan reële waarde op die datum en de reële waarde wordt beschouwd als de reële waarde bij initiële erkenning in overeenstemming met IAS 39. Het verschil tussen de boekwaarde van de geassocieerde onderneming of joint venture op datum van stopzetten van de vermogensmutatiewaarde enerzijds, en de reële waarde van elk overblijvend belang en opbrengst uit de gedeeltelijke verkoop van het belang in de geassocieerde onderneming of joint venture anderzijds, wordt opgenomen in de berekening van de winst of verlies op de verkoop van de geassocieerde onderneming of joint venture.

De Groep blijft de vermogensmutatiemethode toepassen wanneer een investering in een geassocieerde onderneming een joint venture wordt of wanneer een investering in een joint venture een investering in een geassocieerde onderneming wordt. In dergelijk geval van wijziging in eigendomsbelang gebeurt er geen herberekening aan reële waarde.

Bedrijfscombinaties

Verwerving van bedrijven wordt verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen vergoeding wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waarden van de overgedragen activa op overnamedatum, de aangegane verplichtingen jegens voormalige eigenaars van de overgenomen partij en de door de overnemende partij uitgegeven aandelenbelangen in ruil voor zeggenschap over de overgenomen partij. De aan de overname gerelateerde kosten worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen.

Op overnamedatum worden de verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen gewaardeerd aan hun reële waarde op die datum, en deze inclusief de reële

waardering van de niet-erkende activa en verplichtingen in de balans van de overgenomen partij welke hoofdzakelijk klantenbestanden en merknamen omvatten.

Belangen zonder overheersende zeggenschap ('minderheidsbelangen') kunnen initieel gewaardeerd worden tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij. De keuze van het waarderingsprincipe wordt transactie per transactie bepaald.

Beoordelingen en schattingen

Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening dient het management beoordelingen en schattingen te maken die een impact hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Beoordelingen en schattingen die gemaakt worden op elke rapporteringsdatum weerspiegelen de omstandigheden die bestonden op die datum (zoals marktprijs, intrestvoeten en wisselkoersen). Hoewel management deze schattingen baseert op haar beste kennis van de huidige gebeurtenissen en van de acties die de Groep zou kunnen ondernemen, kunnen werkelijke resultaten afwijken van deze schattingen. Belangrijkste beoordelingen en schattingen zijn vooral gedaan in volgende domeinen:

Claims en voorwaardelijke verplichtingen (zie toelichting 35)

Voor claims en voorwaardelijke verplichtingen is beoordeling vereist ten aanzien van het bestaan van een verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis uit het verleden, het bepalen van de waarschijnlijkheid van een economische uitstroom, en van het kwantificeren van deze waarschijnlijke uitstroom van economische middelen. Deze inschatting wordt herzien wanneer nieuwe informatie beschikbaar is en met behulp van advies van externe experten.

Winstbelastingen

Op 11 januari 2016 kondigde de Europese Commissie zijn beslissing aan dat de Belgische rulings, toegestaan aan multinationals inzake "Excess Profit", als illegale staatsteun worden beschouwd. BICS heeft dergelijke ruling

toegepast voor de periode 2010-2014. BICS heeft de terugvorderingsaanslag van de vermeende staatssteun betaald in lijn met de schattingen.

Bovendien heeft BICS beroep aangetekend voor het Europees Gerecht tegen de beslissing van de Europese Commissie. Het management meent dat de positie zoals opgenomen in deze jaarrekening de beste schatting weergeeft van het verwachte finale resultaat.

Realiseerbare waarde van kasstroom genererende eenheden met goodwill

In toelichting 3 worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn, bij het testen op bijzondere waardeverminderingen, voor het bepalen van de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheden met goodwill.

Actuariële veronderstellingen betreffende de waardering van de verplichtingen voor personeelsbeloningen en fondsbeleggingen

De Groep heeft verschillende personeelsbeloningsplannen zoals pensioenplannen, andere plannen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen. In toelichting 9 (Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen) worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn bij de waardering van de verplichting, de fondsbeleggingen en de netto kost over de periode.

Zeggenschap over BICS.

Zoals beschreven in toelichting 6 is BICS een dochteronderneming van de Groep via het aangehouden belang van 57,6% van de aandelen en 57,6% van de stemrechten. De aandeelhoudersovereenkomst van BICS voorziet in besluitvormingsregels en een "deadlock" procedure van kracht vanaf 1 januari 2010. Deze regels en procedures deden de Groep in het verleden besluiten dat het zeggenschap had over BICS. Deze conclusie blijft geldig onder toepassing van IFRS 10 "De geconsolideerde jaarrekening" (effectief op 1 januari 2014), zelfs rekening houdend met

potentiële belemmeringen voor het uitoefenen van zeggenschap over BICS.

Omrekening van vreemde valuta

De presentatievaluta voor de Groep is de euro. Transacties in vreemde valuta worden bij initiële opname omgerekend aan de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde munt worden op balansdatum in de functionele valuta van de entiteit omgerekend aan de slotkoers van die dag. Netto wisselkoersverschillen bij de omrekening van monetaire activa en passiva worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Buitenlandse activiteiten

Sommige buitenlandse dochterondernemingen en joint ventures werkzaam in niet euro landen worden beschouwd als buitenlandse activiteiten die integraal deel uitmaken van de activiteiten van de rapporterende onderneming. Hierbij worden de monetaire activa en passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers; niet-monetaire activa en passiva worden omgerekend tegen de historische koers, uitgezonderd niet-monetaire activa die in de lokale munt aan reële waarde gewaardeerd zijn. Deze laatste worden omgerekend aan de wisselkoers op het moment dat de reële waarde bepaald werd.

De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Voor andere buitenlandse dochterondernemingen en joint-ventures werkzaam in niet eurolanden, worden de activa en de passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden rechtstreeks in een afzonderlijke component van het eigen vermogen geboekt. Bij de verkoop van dergelijke entiteit wordt het cumulatieve bedrag dat in het eigen vermogen genomen werd en betrekking heeft op deze specifieke buitenlandse operatie in resultaat genomen.

Alle wisselkoersverschillen die voortvloeien uit een monetair element dat deel uitmaakt van de netto investering van de Groep in dergelijke entiteit worden eveneens in dezelfde afzonderlijke component van het eigen vermogen opgenomen.

Goodwill

Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang, indien toepasselijk, de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven via bedrijfscombinaties overschrijdt. Wanneer de Groep zeggenschap verwerft, wordt enig voorheen aangehouden belang in de overgenomen partij geherwaardeerd naar reële waarde via de resultatenrekening.

Wanneer de netto reële waarde, na herbeoordeling van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven in een bedrijfscombinatie, de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang overtreft, wordt deze meerwaarde onmiddellijk erkend in de resultatenrekening als winst uit een 'voordelige koop'.

Veranderingen in de voorwaardelijke vergoeding die deel uitmaakt van de overgedragen vergoeding worden aangepast ten opzichte van goodwill, indien deze zich voordoen tijdens de voorwaardelijke aankoopprijstoewijzingsperiode en indien ze verband houden met feiten en omstandigheden die bestonden op datum van overname. In de andere gevallen, afhankelijk van het al dan niet classificeren van de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen of niet, worden de aanpassingen via eigen vermogen of via de resultatenrekening opgenomen.

Aankoopkosten worden in kosten opgenomen en belangen zonder overheersende zeggenschap ('minderheidsbelangen') worden berekend op overnamedatum, ofwel aan hun reële waarde, ofwel aan hun proportioneel deel in de identificeerbare activa en schulden van de

overgenomen partij, en dit op een transactie-pertransactie basis.

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs en wordt niet afgeschreven maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen op het niveau van de kasstroom genererende eenheid alsook telkens wanneer er een aanwijzing is dat de kasstroom genererende eenheid aan wie de goodwill werd toegewezen een bijzondere waardevermindering zou kunnen hebben ondergaan. Een erkend bijzondere waardeverminderingsverlies op goodwill wordt nooit teruggenomen in de volgende periodes, zelfs indien er aanwijzingen zijn dat de bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of verminderd zou kunnen zijn.

Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

De immateriële vaste activa bestaan hoofdzakelijk uit de Global System for Mobile Communications ("GSM")-licentie, de Universal Mobile Telecommunications Systems ("UMTS")-licentie, 4G-licenties, merknamen en klantenbestanden verworven via bedrijfscombinaties, intern ontwikkelde software en andere immateriële vaste activa zoals voetbalrechten, uitzendrechten en extern ontwikkelde software.

De Groep activeert bepaalde uitgaven gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling of de aankoop van software voor intern gebruik indien zij identificeerbaar zijn, indien de Groep zeggenschap heeft over de activa en indien de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. De geactiveerde kosten voor software zijn opgenomen als intern gegenereerde en andere immateriële vaste activa en worden afgeschreven over drie tot vijf jaar.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur die afzonderlijk zijn verworven worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs. De geraamde aanschaffingswaarde van immateriële vaste activa die verworven met in de

tijd wijzigende prijsstructuren, omvatten de vaste en de geraamde variabele vergoeding op overnamedatum. Wanneer vervolgens de boekwaarde van de financiële schuld herberekend wordt, wordt de kostprijs van het activa aangepast. De kostprijs van immateriële vaste activa verworven bij een bedrijfscombinatie is de reële waarde op overnamedatum.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De restwaarde van zulke immateriële vaste activa wordt verondersteld nul te zijn.

  • Merknamen en klantenbestanden verworven in bedrijfscombinaties worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur (3 tot 20 jaar). Uitgezonderd wanneer het gebruik van een actief beperkt is in tijd, om contractuele redenen of gegeven het verwachte gebruik door het management, wordt de gebruiksduur bepaald op aanschaffingsdatum, op individuele basis per actief, zodanig dat de verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen die door het actief in kwestie gegenereerd worden gedurende zijn gebruiksduur, ongeveer 90% vertegenwoordigen van de totaal verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen.
  • GSM-, UMTS- en 4 G licenties, andere immateriële vaste activa en intern gegeneerde activa met beperkte gebruiksduur worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur. De afschrijving begint zodra het immaterieel vast actief beschikbaar is voor beoogd gebruik. De gebruiksduur van licenties zijn vastgelegd bij Koninklijk Besluit en variëren van 5 tot 20 jaar.

De gebruiksduur werd als volgt bepaald:

GSM, UMTS, 4G en andere netwerklicenties

  • GSM (2G)
  • UMTS (3G)
  • LTE (4G)
  • 800 MHz (4G)

Verworven merknamen en klantenbestanden 3 tot 20 Software

Gebruiksrechten, voetbal en uitzendrechten

De afschrijvingsperiode en de

afschrijvingsmethode voor immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden minstens aan het einde van elk boekjaar herzien. Veranderingen in de voorziene gebruiksduur of in het voorziene patroon van toekomstige economische voordelen vervat in het actief, worden verrekend door de afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethode te veranderen. Deze worden behandeld als wijzigingen van de boekhoudkundige schattingen.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa, inclusief aan derden verhuurde activa, worden gepresenteerd volgens hun aard en worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kosten voor de uitbreidingen of substantiële verbeteringen van de materiële vaste activa worden geactiveerd. De onderhouds- en herstellingskosten voor materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten indien ze de gebruiksduur van het actief niet verlengen of :

20 5 Contractduur

volgens licentieduur

(als regel van 2 tot 5)

wanneer het toekomstig economische nut niet beduidend verhoogd wordt. De kostprijs van materiële vaste activa bevat de kosten voor hun ontmanteling, verwijdering en herstelling, indien de Groep hiervoor een verplichting heeft ten gevolge van de installatie van het actief.

Een element dat tot de materiële vaste activa hoort wordt niet langer op de balans opgenomen na vervreemding of wanneer er geen economische voordelen meer te verwachten zijn van het gebruik of de vervreemding van het actief. Een eventuele winst of verlies voortvloeiend uit het niet meer opnemen van het actief (berekend als het verschil tussen de geschatte netto opbrengst en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de resultatenrekening van het jaar waarin het actief niet langer wordt opgenomen.

De afschrijving van een actief start zodra het klaar is voor zijn beoogd gebruik. De afschrijvingen worden lineair berekend over de geraamde gebruiksduur van het actief. De gebruiksduur wordt als volgt bepaald

Terreinen en gebouwen Gebruiksduur (jaren)

Terreinen
onbeperkt

Gebouwen en uitrustingen in gebouwen
22 tot 33
Faciliteiten in gebouwen
3 tot 10
Werken in gehuurde gebouwen en reclame uitrustingen
3 tot 10
Technische en netwerkuitrustingen

Kabels en buizen

Centrales

Transmissie

Radio Toegang Network
15 tot 20
8 tot 10
6 tot 8
6 tot 7

Mobiele sites en uitrusting voor faciliteiten in sites
5 tot 10

Uitrustingen geïnstalleerd in de gebouwen van de klant
2 tot 8

Data en andere netwerkuitrustingen
2 tot 15
Meubilair en voertuigen
Meubilair en voertuigen
Meubilair en kantooruitrusting 3 tot 10
--- -------------------------------- ---------- -- --

Voertuigen 5 tot 10

De restwaarden, gebruiksduur en afschrijvingsmethoden van activa worden aan het eind van elk boekjaar herzien en aangepast indien nodig.

Kosten van verkochte materialen, personeelskosten en andere bedrijfskosten worden weergegeven in de resultatenrekening na aftrek van de werkzaamheden uitgevoerd en geactiveerd door de onderneming voor de uitbouw van materiële vaste activa.

Financieringskosten worden geactiveerd indien zij rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief.

Bijzondere waardeverminderingen van nietfinanciële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of de niet-financiële activa geen tekenen van bijzondere waardevermindering vertonen.

De Groep vergelijkt minstens één keer per jaar de boekwaarde met de geschatte realiseerbare waarde van immateriële vaste activa in aanbouw en kasstroom genererende eenheden die goodwill omvatten. De Groep voert deze jaarlijkse bijzondere waardeverminderingstest uit tijdens het vierde kwartaal van het jaar.

Er wordt een bijzondere waardevermindering erkend wanneer de boekwaarde van een actief of kasstroom genererende eenheid de geraamde realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde van een actief is de hoogste waarde tussen de reële waarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid na aftrek van de verkoopkosten en de bedrijfswaarde voor de Groep.

Bij de bepaling van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen geactualiseerd, waarbij een disconteringsvoet

vóór belasting wordt toegepast die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld en de specifieke risico's van het actief of de kasstroom genererende eenheid.

Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten. Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een voorheen opgenomen bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of is afgenomen. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde geschat. Een voorheen erkende bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen indien er een wijziging is opgetreden in de schattingen die worden gebruikt ter bepaling van de realiseerbare waarde van het actief sinds de laatste bijzondere waardevermindering werd erkend. Indien dit het geval is worden de bijzondere waardeverminderingen op activa andere dan goodwill teruggenomen ten einde de boekwaarde van het actief te verhogen naar de realiseerbare waarde. Dit verhoogde bedrag kan niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bekomen (na aftrek van afschrijvingen) indien in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn opgenomen. Deze terugname wordt erkend als bedrijfskosten in de resultatenrekening.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden geboekt voor de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en passiva in de geconsolideerde balans en hun respectievelijke belastbare basis.

Uitgestelde belastingvorderingen verbonden aan verrekenbare tijdelijke verschillen en nietgebruikte overgedragen belastingverliezen worden opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal

zijn waarmee het verrekenbare tijdelijke verschil of de niet-gebruikte belastingverliezen kunnen worden verrekend.

De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen wordt bij iedere balansdatum opnieuw beoordeeld en wordt verminderd in die mate dat het niet waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winst zal toelaten de belastingvordering geheel of gedeeltelijk te realiseren. Niet erkende belastingvorderingen worden op iedere balansdatum herschat en worden erkend in die mate dat het waarschijnlijk geworden is dat de toekomstige belastbare winst de realisatie van de belastingvordering mogelijk zal maken.

Uitgestelde belastingvorderingen en –schulden worden berekend tegen de aanslagvoeten die naar verwachting zullen worden toegepast in de periode waarin het actief zal worden gerealiseerd of het passief zal worden afgewikkeld; op basis van de aanslagvoeten (en belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten op balansdatum.

Wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen worden erkend in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen; in dit geval zal de

belastingsimpact ook rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen.

Uitgestelde belastingverplichtingen voor tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen worden erkend, uitgezonderd wanneer de moedermaatschappij het tijdstip kan bepalen waarop het tijdelijk verschil wordt afgewikkeld en het niet waarschijnlijk is dat het verschil zal worden afgewikkeld in de nabije toekomst.

Pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep beheert verschillende

toegezegdepensioenregelingen waarvoor bijdragen worden gestort in afzonderlijk beheerde fondsen. De Groep is eveneens overeengekomen om bijkomende vergoedingen na uitdiensttreding uit te keren aan bepaalde personeelsleden. De kost voor het verstrekken van de beloningen voorzien in de plannen wordt voor elk plan afzonderlijk bepaald gebruikmakend van de

actuariële 'Projected Unit Credit' waarderingsmethode. De actuariële winsten en verliezen worden opgenomen via gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (eigen vermogen). Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst of verlies op regelingen worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen.

Bij het toepassen van de herziene IAS 19 norm heeft de Groep beslist om de periodieke kost te presenteren als operationele en financiële activiteit voor hun respectievelijke componenten.

De Groep beheert ook verschillende toegezegdebijdrageregelingen. Voor plannen met een gewaarborgd minimum rendement heeft het management, bij afwezigheid van specifieke regels, een methodologie toegepast die overeenstemt met de "Projected Unit Credit" waarderingsmethode, om te komen tot relevante informatie en betrouwbare schattingen van de verplichting en de eventuele onderfinanciering. De berekende verplichting is de huidige waarde van de verworven reserves geprojecteerd aan het huidige gegarandeerd rendement . De gebruikte disconteringsvoet voor het berekenen van de huidige waarde weerspiegelt het rendement van hoogwaardige ondernemingsobligaties. Om de onderfinanciering te bepalen wordt de vergelijking gemaakt met de fondsbeleggingen.

De Groep voert verschillende

herstructureringsplannen uit die beëindigingsvoordelen en andere vormen van bijkomende voordelen inhouden. Vrijwillige beëindigingsvoordelen om personeelsleden te stimuleren het dienstverband te beëindigen worden erkend wanneer de personeelsleden het aanbod van die voordelen aanvaarden. Nietvrijwillige beëindigingsvoordelen worden erkend wanneer de Groep het beëindigingsplan gecommuniceerd heeft aan de betrokken personeelsleden en indien het plan beantwoordt aan specifieke criteria.

Voordelen, verleend onder voorwaarde van het verderzetten van het dienstverband zijn geen beeïndigingsvoordelen maar zijn langetermijnpersoneelsbeloningen. De schuld voor deze voordelen wordt erkend over de duur van de toekomstige prestaties.

De actuariële winsten en verliezen op de schulden voor herstructeringsprogramma's worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden

De kost van alle korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden, zoals lonen en salarissen, betaald verlof, bonussen, medische interventies en andere worden opgenomen gedurende de periode waarin het personeelslid de desbetreffende dienst verleent. De Groep neemt deze kosten enkel op indien zij wettelijk of feitelijk verplicht is om een dergelijke betaling te doen en indien er een betrouwbare raming van de schuld kan worden gemaakt.

Financiële instrumenten

Reële waarde van de financiële instrumenten

De volgende methodes en principes worden toegepast om de reële waarde van de financiële instrumenten te ramen:

  • Voor investeringen in genoteerde bedrijven en wederzijdse fondsen is de reële waarde gelijk aan hun beurskoers;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen wordt de reële waarde geraamd aan de hand van recente verkooptransacties op de aandelen van deze niet-genoteerde ondernemingen of, bij gebrek aan zulke transacties, door middel van verschillende waarderingstechnieken zoals toekomstige verdisconteerde kasstroommodellen en "multiples" methodes;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen waarvoor geen betrouwbare reële waarde kan worden bepaald, wordt de reële waarde gebaseerd op de historische aanschaffingskosten, gecorrigeerd met de eventuele bijzondere waardeverminderingen;
  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan variabele rentevoeten wordt de afgeschreven kost geacht de reële waarde te

benaderen;

  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan een vaste rentevoet wordt de reële waarde bepaald op basis van de marktwaarde indien aanwezig, of anders op basis van de toekomstige verdisconteerde kasstromen;
  • Voor handelsvorderingen, handelsschulden, andere kortlopende activa en passiva worden de boekwaarden in de balans bij benadering opgenomen tegen een reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor geldmiddelen en kasequivalenten vormen de boekwaarden opgenomen in de balans een benadering van hun reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor derivaten worden de reële waarden geraamd rekening houdend met hun genoteerde prijs op een actieve markt, en indien niet beschikbaar, gebruikmakend van verschillende waarderingstechnieken, in het bijzonder de verdiscontering van de toekomstige kasstromen.

Criteria voor de initiële opname en het niet meer opnemen van financiële activa en passiva

De financiële instrumenten worden initieel opgenomen wanneer de Groep de contractuele bepalingen van de instrumenten onderschrijft. Gewone aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de afwikkelingsdatum.

Financiële activa (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen wanneer de Groep de rechten op de vergoedingen, bepaald in het contract, te gelde maakt, of de rechten vervallen of de Groep er afstand van doet of nog indien de Groep de controle verliest over de contractuele rechten die betrekking hebben op het financiële actief. Financiële passiva (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen indien de verplichting bepaald in het contract vervalt, ingetrokken of geannuleerd wordt.

Criteria voor de saldering van financiële activa en passiva

Indien er een wettelijk afdwingbaar compensatierecht bestaat voor opgenomen financiële activa en passiva en de intentie aanwezig is om het passief af te wikkelen en het actief tegelijk te gelde te maken of op netto basis af te wikkelen, worden alle financiële gevolgen gecompenseerd.

Criteria voor classificering van de financiële instrumenten als "tot einde looptijd aangehouden"

Sommige financiële instrumenten worden als "behouden tot vervaldatum" geclassificeerd op basis van de mogelijkheid en de intentie van de Groep om deze instrumenten tot hun vervaldatum te behouden. De Groep heeft al een ruime ervaring in het naleven van deze regel.

Criteria voor het classificeren van de financiële instrumenten als "voor verkoop beschikbaar"

De financiële activa die geen derivaten zijn, waarbij de Groep niet van plan is deze tot het einde van hun looptijd te behouden, die niet als "leningen en vorderingen" geclassificeerd zijn en die door de Groep bij aanvang niet als gewaardeerde activa tegen hun reële waarde via de resultatenrekening geclassificeerd zijn, worden als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd.

Aandelen in het eigen vermogen van nietgeconsolideerde ondernemingen worden gewoonlijk als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd. Aandelen in wederzijdse of in soortgelijke fondsen worden geclassificeerd als "aangehouden tot verkoop" als ze bij eerste opname niet aangemerkt worden als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Andere deelnemingen

Andere deelnemingen bevatten de aandelen gehouden in entiteiten die geen dochterondernemingen, joint-venture of geassocieerde ondernemingen zijn.

Deze deelnemingen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, zijnde tegen de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Deze deelnemingen worden op de balans geclassificeerd onder de 'voor verkoop beschikbare financiële activa'. Na de initiële opname,

  • Beleggingen in eigenvermogeninstrumenten waarvoor geen genoteerde marktprijs bestaat en de reële waarde niet op een betrouwbare wijze kan worden bepaald worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met een eventuele bijzondere waardevermindering;
  • Alle andere deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde waarbij de wijzigingen in de reële waarde rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen tot het financieel actief verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan wordt, waarna de voorheen in het eigen vermogen toegerekende gecumuleerde winsten of verliezen worden opgenomen in de resultatenrekening onder netto financiële kosten.

Andere financiële vaste activa

De andere financiële vaste activa omvatten derivaten (zie verder), rentedragende vorderingen op lange termijn zoals leningen aan joint ventures, personeel en kasgaranties, en beleggingen op lange termijn zoals 'notes' en gekochte obligaties. Langetermijnvorderingen worden geboekt als leningen en vorderingen uitgegeven door het bedrijf en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs. Langetermijninvesteringen worden geclassificeerd als tot het eind van de looptijd aangehouden en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs.

Handelsvorderingen en andere vlottende activa

Handelsvorderingen en andere vlottende activa worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde (gewoonlijk het oorspronkelijke

factuurbedrag) met aftrek van de waardeverminderingen voor dubieuze debiteuren.

Beleggingen

De beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, vastrentende effecten en deposito's met een looptijd van meer dan drie maanden maar minder dan één jaar.

Aandelen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden aandelen behandeld als beschikbaar voor verkoop, met een herwaardering tot de reële waarde die rechtstreeks in het eigen vermogen wordt geboekt, tot de investering wordt verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan. De gecumuleerde winsten of verliezen die voorheen in het eigen vermogen werden geboekt, worden daarna in de resultatenrekening opgenomen.

Vastrentende effecten worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden de vastrentende effecten die aangemerkt zijn als beschikbaar voor verkoop gewaardeerd aan reële waarde, waarbij de winsten en verliezen uit herwaardering in het eigen vermogen worden opgenomen tot de investering is verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan; dan worden deze cumulatieve winsten en verliezen opgenomen in de resultatenrekening. .De vastrentende effecten die bestemd zijn om tot vervaldag te worden gehouden, worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs, gebruikmakend van de methode van de effectieve rentevoet.

Deposito's worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, lopende bankrekeningen en beleggingen met een initiële looptijd van minder dan drie maanden,die zeer liquide zijn, onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen

waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardevermindering in zich dragen.

Geldmiddelen en kasequivalenten worden geboekt tegen de afgeschreven kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of financiële activa of het geheel van financiële activa objectieve indicaties van bijzondere waardevermindering vertonen. Als de boekhoudkundige waarde van de financiële activa hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt een bijzondere waardevermindering geboekt.

Er wordt altijd een specifieke rekening gebruikt om de bijzondere waardeverminderingen te boeken, ongeacht of deze door een kredietverlies veroorzaakt werden of niet. De provisies en waardeverminderingen op financiële activa worden als andere bedrijfskosten geboekt wanneer de activa betrekking hebben op operationele activiteiten. Voor andere deelnemingen, geassocieerde ondernemingen en activa met betrekking tot financieringsactiviteiten worden de provisies en waardeverminderingen geboekt als financiële kosten.

De waardeverminderingen op vorderingen worden geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep niet in staat zal zijn alle verschuldigde bedragen te innen, op basis van geïndividualiseerde criteria of op basis van statistieken en de analyse van de ouderdomsbalans.

In geval van waardeverminderingen die te wijten zijn aan kredietverliezen, wordt de waardevermindering teruggenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep in staat zal zijn de financiële activa te innen, op basis van verschillende indicaties zoals de oplevering van waarborgen, een succesvolle kapitaalverhoging bij de schuldenaar, enz.

De waardevermindering wordt ook teruggenomen wanneer het actief definitief verkocht, ontvangen of daarentegen niet terugvorderbaar is. Op dat moment worden de definitieve opbrengsten/(kosten) geboekt in de resultatenrekening.

De waardeverminderingen op 'voor verkoop beschikbare' eigen vermogensinstrumenten worden erkend in resultaat in geval van een significante (meer dan 30%) of langdurige (meer dan 12 maanden achtereenvolgend) daling van de reële waarde beneden kostprijs. Deze waardeverminderingen worden niet teruggenomen in de resultatenrekening. Indien een waardevermindering teruggenomen moet worden, zal een terugneming in het eigen vermogen geboekt worden, als een herwaardering tot de reële waarde.

Rentedragende schulden

Alle kredieten en leningen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de ontvangen vergoeding na aftrek van de uitgiftekosten verbonden aan de leningen.

Na de initiële opname worden de niet-afgedekte schulden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieve intrestvoetmethode met afschrijving van verdisconteringen of premies in de resultatenrekening.

Derivaten

De Groep heeft geen derivaten (en geeft er ook geen uit) voor handelsdoeleinden, maar sommige van haar derivaatcontracten beantwoorden niet aan de criteria van IAS 39 om als hedge accounting te worden verwerkt. Ze worden daarom erkend als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden. Wijzigingen in hun reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals IRCS, rentetermijncontracten en valutaopties om haar risico's verbonden aan schommelingen in vreemde valuta voor onderliggende activa, passiva en toekomstige transacties in te beperken. De derivaten worden tegen reële waarde erkend onder volgende rubrieken: andere activa (lange en korte termijn), rentedragende schulden (lange en korte termijn) en andere schulden (lange en korte termijn).

Een IRCS wordt gebruikt om het groepsrisico van schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta op een langetermijnschuld in JPY in te perken. De Groep past hiervoor geen hedge accounting toe. Deze langetermijnschuld in JPY omvat een in een contract besloten derivaat. Dergelijk derivaat wordt gescheiden van het basiscontract en geboekt tegen de reële waarde waarbij wijzigingen in de reële waarde in de resultatenrekening opgenomen worden. De mark-to-marketaanpassingen op dit derivaat wordt gecompenseerd door deze op de IRSC.

Sinds september 2011 is de Groep gestart met het afsluiten van

derivaten(termijnwisselcontracten) voor het indekken van de risico's op wisselkoerschommelingen van zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties. De Groep verwerkt de kasstroomafdekking administratief als volgt: het deel van de winst of het verlies op het afdekkingsinstrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking is, wordt in niet gerealiseerde resultaten genomen tot het afgedekte feit zich voordoet. Indien de afgedekte transactie leidt tot de erkenning van een actief, wordt de waarde van het actief bij de initiële erkenning aangepast met het bedrag dat voorheen was opgenomen in de nietgerealiseerde resultaten. Het "niet-effectieve" gedeelte van een "cash flow hedge" wordt altijd erkend in de resultatenrekening.

De andere rentetermijncontracten voldoen niet aan de voorwaarden voor hedge accounting en worden bijgevolg erkend aan reële waarde, waarbij de wijzigingen in die reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening. Deze wijzigingen worden respectievelijk in EBITDA of financieel resultaat opgenomen wanneer onderliggende geboekt is in EBITDA of niet.

Netto winsten / (verliezen) op financiële instrumenten

Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten worden door de Groep van de nettowinsten en verliezen op financiële instrumenten afgehouden. Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten die uit financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt wanneer deze instrumenten betrekking hebben op financieringsactiviteiten. Wanneer financiële instrumenten op operationele of investeringsactiviteiten betrekking hebben, worden de netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van deze financiële instrumenten voortvloeien als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien en die gebruikt worden om het wisselrisico uit operationele activiteiten te beheren maar die niet als dekkingsinstrumenten volgens IAS 39 beschouwd worden, worden als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien die gebruikt worden om het renterisico uit financiële activiteiten te beheren en niet in aanmerking komen voor hedge accounting volgens IAS 39 worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt.

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen netto realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs wordt bepaald volgens de gewogengemiddelde-kostprijsmethode behalve voor ITuitrusting (FIFO methode) en aangekochte goederen voor de wederverkoop in het kader van specifieke onderhanden projecten in opdracht van derden (individuele aankoopprijs).

Voor voorraden welke bedoeld zijn om verkocht te worden in een joint offer, wordt bij de berekening van de netto realiseerbare waarde rekening gehouden met de toekomstige marge die verwacht wordt op de telecommunicatiediensten, die samen met het voorraad item worden aangeboden in het joint offer.

Voor onderhanden projecten in opdracht van derden, wordt de methode van winstneming toegepast. De methode van winstneming wordt bepaald op basis van de kost van het uitgevoerde werk op balansdatum in verhouding tot de geraamde totale kost voor het project. De projectkosten omvatten alle directe kosten die betrekking hebben op het specifieke project en een toewijzing van vaste en variabele kosten opgelopen met betrekking tot projectactiviteiten, gebaseerd op normale bedrijfscapaciteit.

Lease-overeenkomsten met leveranciers

Lease-overeenkomsten m.b.t. activa waarbij nagenoeg alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief worden overgedragen aan de Groep worden geclassificeerd als financiële leases. Financiële leases worden erkend als activa en schulden (rentedragende schulden) ten bedrage van de reële waarde van de geleasde activa of de huidige waarde van de minimale leasingbetalingen bij aanvang van de lease, indien deze lager is. De afschrijving en test voor bijzondere waarderverminderingen voor afschrijfbare geleasde activa zijn dezelfde als voor afschrijfbare activa in eigendom. Leasebetalingen worden opgesplitst tussen openstaande schulden en financiële lasten om zo tot een constante intrestvoet per periode te komen op het resterende saldo van de schuld.

Lease-overeenkomsten waarbij alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief nagenoeg behouden worden door de verhuurder, worden geclassificeerd als operationele leases. De betalingen onder operationele leases worden lineair over de leasingtermijn als kosten opgenomen in de resultatenrekening.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen indien de Groep een bestaande wettelijke of feitelijke verplichting heeft die voortvloeit uit gebeurtenissen uit het verleden waarvoor waarschijnlijk een uitstroom van middelen die economische voordelen inhouden, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van deze verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat. Een gebeurtenis uit het verleden wordt geacht aanleiding te geven tot een bestaande verplichting indien, rekening houdend met de beschikbare bewijsstukken, het meer dan waarschijnlijk is dat er een bestaande verplichting is op de balansdatum. Het bedrag dat als

voorziening wordt opgenomen is de beste schatting van de vereiste kost om de bestaande verplichting op het einde van het boekjaar af te wikkelen. Voorzieningen worden geactualiseerd wanneer het effect van de tijdwaarde van geld belangrijk is. De afwikkeling wordt opgenomen in de financiële kosten.

Bepaalde activa en inrichtingen die zich op eigendom van derden situeren, dienen uiteindelijk ontmanteld te worden en de eigendom dient in de oorspronkelijke staat hersteld te worden. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling worden opgenomen als materiële vaste activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. In het geval van verdiscontering, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd geclassificeerd als financieringskosten.

Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop

De Groep classificeert vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) als aangehouden voor verkoop indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. De voorwaarde is vervuld wanneer de activa (of groepen activa die worden afgestoten) onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop in hun huidige toestand en de verkoop zeer waarschijnlijk is en verwacht wordt binnen het jaar plaats te vinden. Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop (of groepen activa die worden afgestoten) worden opgenomen tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten, en worden geclassificeerd onder de vlottende activa.

Op aandelen gebaseerde betaling

In eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties worden opgenomen aan de reële waarde op de toekenningsdatum, rekening houdend met de karakteristieken en voorwaarden waartegen de rechten toegekend worden, en gebruik makend van een waarderingstechniek die overeenkomt met algemeen aanvaarde waarderingsmethodes voor de prijsbepaling van financiële instrumenten, en die rekening houdt met alle factoren en veronderstellingen die normale deelnemers met kennis van zaken bij hun prijszetting in overweging zouden nemen.

Voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost erkend over de wachtperiode, samen met een verhoging van de rubriek "vergoedingen in aandelen" in het eigen vermogen, voor wat betreft het vermogensdeel, en een erkenning van een dividendschuld voor het dividenddeel.

De reële waarde van dit recht wordt regelmatig geherwaardeerd wanneer de aandelenopties recht geven op dividenden uitgekeerd na de toewijzing van de opties.

Voor in geldmiddelen afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost geboekt over de wachtperiode, samen met een verhoging van de schulden. Schulden worden regelmatig geherwaardeerd om de evolutie van de reële waarden te weerspiegelen.

Opbrengsten en bedrijfskosten

De opbrengsten worden opgenomen voor zover de economische voordelen naar alle waarschijnlijkheid naar de Groep zullen vloeien en de opbrengsten getrouw kunnen worden gewaardeerd. De specifieke opbrengstenstromen en de eraan verbonden criteria voor erkenning zijn de volgende:

  • De opbrengsten van het vastelijn-, mobiele- en carrierverkeer worden opgenomen op basis van het gebruik;
  • De opbrengsten uit de aansluitingsen installatiekosten worden opgenomen op het ogenblik van de aansluiting of installatie;
  • De opbrengsten uit de verkoop van communicatie-uitrusting worden opgenomen bij de levering aan de externe verdeler of bij de levering door de eigen Proximus winkels aan de finale klant;
  • De opbrengsten uit de maandelijkse

huur- of toegangskosten die betrekking hebben op vastelijn- en mobiele opbrengsten worden opgenomen in de periode waarin de diensten zijn verstrekt;

  • De abonnementsgelden worden opgenomen als opbrengsten pro-rata over de abonnementsperiode;
  • Voorafbetaalde opbrengsten zoals opbrengsten uit voorafbetaalde vaste- of mobilofoniekaarten worden uitgesteld en opgenomen op basis van het gebruik van de kaarten;
  • Onderhoudsopbrengsten worden opgenomen als opbrengsten pro-rata over de onderhoudsperiode geboekt;
  • Ontvangen commissies worden opgenomen wanneer de Groep optreedt als agent, d.w.z. wanneer de Groep de voorraad- en kredietrisico's niet draagt, de prijzen niet bepaalt, geen deel van de diensten verandert of uitvoert, en wanneer de Groep geen vrijheid heeft om de leveranciers te selecteren;
  • De Groep werkt samen met een netwerk van dealers die onder meer gecombineerde aanbiedingen verkopen ( toestel of TV gecombineerd met telecommunicatiediensten). Bij deze gecombineerde aanbiedingen treedt de dealer op als agent voor de verkoop van de gecombineerde aanbieding aan de klant.
  • De opbrengsten uit de verkoopscontracten die meerdere componenten bevatten, worden prorata toegewezen aan deze verschillende componenten op basis van hun relatieve reële waarde, zijnde het bedrag waaraan elke component afzonderlijk zou kunnen verkocht worden. Indien echter een bedrag, toegewezen aan een geleverde component, afhankelijk is van de levering van bijkomende componenten of van het bereiken van gespecifieerde

performantievoorwaarden, wordt het bedrag dat wordt toegewezen aan die geleverde component beperkt tot het niet-voorwaardelijke bedrag.

Netto omzet is gedefinieerd als de bruto-instroom van economische voordelen die tijdens de periode ontstaan bij de uitvoering van de normale bedrijfsactiviteiten en rekening houdend met elke handels- en volumekorting toegekend door de Groep. Spaarpunten (loyaliteitsprogramma's) worden geboekt als een afzonderlijke component van de verkooptransactie en opgenomen in mindering van de initiële verkoop in netto omzet. De aan spaarpunten toegerekende vergoeding wordt in opbrengsten geboekt wanneer de spaarpunten worden ingewisseld.

Uitgaven voor research worden opgenomen in de resultatenrekening als kosten wanneer ze zich voordoen.

De geconsolideerde resultatenrekening van de Groep wordt voorgesteld volgens aard van de kosten. Bedrijfskosten worden voorgesteld na aftrek van werk dat door de onderneming werd geleverd en geactiveerd. De kosten van de verkochte materialen en diensten omvatten de kosten voor de aankoop van het materiaal en de diensten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opbrengsten.

De reclamekosten en andere marketingkosten worden opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Als gevolg van de nieuwe Belgische Telecomwet die sinds 1 oktober 2012 van kracht is, worden alle dealer commissies in resultaat genomen wanneer ze zich voordoen. De gecumuleerde overgedragen dealer commissies werden als "kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten" in resultaat genomen. Niet-recurrente opbrengsten en kosten omvatten winsten en verliezen resulterend uit de verkoop van geconsolideerde ondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, boetes en straffen opgelegd door de mededingingsautoriteiten of de regulator die 5 miljoen EUR overschrijden, kosten voor herstructureringsprogramma's en de gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding met impact voor de begunstigden.

Toelichting 3. Goodwill

(in miljoen EUR) Goodwill
Op 1 januari 2015 2.272
Op 31 december 2015 2.272
Verwerving van FLOW NV en Be-Mobile Tech 7
Op 31 december 2016 2.279

De goodwill van de Groep is in 2016 gestegen met 7 miljoen EUR tot 2.279 miljoen EUR als gevolg van de verwerving van Be-MobileTech NV (voordien Be-Mobile genaamd), Flow NV en Flitsmeister BV (zie toelichting 6.5).

Goodwill werd op operationeel segmentniveau getest op bijzondere waardeverminderingen omdat deze de kasstroomgenererende eenheden van de Groep zijn; de performantie, de financiële positie (inclusief goodwill) en de kapitaalsuitgaven binnen de Groep worden op operationeel segmentniveau beheerd.

In het kader van het onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen wordt de goodwill die verworven is in een bedrijfscombinatie op de overnamedatum toegerekend aan elk van de

operationele segmenten van de Groep die naar verwachting voordeel zullen halen uit de bedrijfscombinatie. Daarom is deze toewijzing gebaseerd op de aard van de verworven klanten en activiteiten. Per 31 december 2016 werden alle verworven bedrijven volledig toegewezen aan één enkel operationeel segment, uitgezonderd de goodwill als gevolg van de verwerving van een minderheidsbelang in 2007 in Belgacom Mobile, welk werd toegewezen aan de Consumer Business Unit en Enterprise Business Unit op basis van hun relatieve bedrijfswaarde voor de Groep per 31 december 2007.

De boekwaarde van de goodwill is als volgt toegewezen aan de operationele segmenten:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Consumer Business Unit 1.303 1.303
Enterprise Business Unit 718 725
Internationale Carrierdiensten 252 252
T
otal
2.272 2.279

De realiseerbare waarde op segmentniveau (inclusief goodwill) werd gebaseerd op de bedrijfswaarde bepaald aan de hand van een verdisconteerd kasstroommodel. De belangrijke hypothesen bij het bepalen van de gebruikswaarde zijn:

  • de bedrijfswinst vóór afschrijvingen (met uitzondering van het Internationaal Carrier Segment waarvoor de directe marge belangrijker is)
  • de investeringen
  • de langetermijngroeivoet
  • de gemiddelde gewogen

vermogenskost na belastingen.

de marge toe te passen op Staff en Support diensten indien de Proximus Groep een volledige en marktconforme doorfacturatie tussen segmenten zou organiseren

het verwacht rendement op het in TEC geïnvesteerd kapitaal die een berekening van TEC netwerkgerelateerde kosten zou mogelijk maken, indien de Proximus Groep een volledige en marktconforme doorfacturatie aan andere segmenten zou organiseren

De bedrijfswinst vóór afschrijvingen van CBU en EBU is zeer gevoelig voor volgende operationele parameters: aantal klanten per type van dienst (TV, vast …), verkeer (indien van toepassing) en de netto ARPU per klant voor elk type van dienst. De waarde verbonden aan elk van deze operationele parameters is het resultaat van een intern proces dat in elk segment en op groepsniveau wordt gevoerd, door het samenbrengen van gegevens van de markt, marktvooruitzichten, en de strategieën die Proximus van plan is te implementeren om zo adequaat mogelijk voorbereid te zijn op toekomstige uitdagingen.

De berekeningen van de bedrijfswaarde zijn gebaseerd op het driejarenplan (2017-2019) zoals voorgelegd door het management aan de Raad van Bestuur. De volgende jaren werden geëxtrapoleerd op basis van een groeiratio van ongeveer 1% voor 2015 en 1,1% per jaar voor 2016 voor de operationele segmenten.

De vrije kasstromen die in aanmerking werden genomen voor de berekening van de bedrijfswaarde van de activa zijn geraamd op basis van hun huidige toestand en omvatten niet de kasinstromen en uitstromen die verband houden met eventuele toekomstige reorganisaties waartoe de Groep zich nog niet heeft verbonden en deze die de prestaties van de activa verbeteren of verhogen.

Vrije kasstromen voor elk van de segmenten werden verdisconteerd tegen de gewogen

gemiddelde vermogenskost na belastingen van de Groep van 6,3% voor 2015 en 6,0% voor 2016 met uitzondering van het ICS segment, waarvoor een specifieke gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van 8,9% voor 2015 en 8,2% voor 2016 werd gebruikt, en dit gezien haar activiteiten voldoende verschillend werden geacht ten opzichte van de rest van de Groep, om een specifieke berekening te rechtvaardigen. De gemiddelde vermogenskost vóór belastingen, die uit de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen via iteraties afgeleid werd, ligt tussen 7,4% and 10,6% in 2015 en 7,0% en 9,5% in 2016. De Groep herziet jaarlijks de groeiratio en de gewogen gemiddelde vermogenskost in het licht van marktvooruitzichten.

De berekende gewogen gemiddelde vermogenskost op groepsniveau en voor het ICS segment is gebaseerd op hun relatieve kapitaalstructuurcomponenten en omvatten een risicopremie die specifiek is voor het inherente risico van het segment.

Geen enkele goodwill had per 31 december 2016 een bijzondere waardevermindering ondergaan. Sensitiviteitsanalyse voor alle segmenten toont aan dat bij een redelijke wijziging in een belangrijke assumptie de bedrijfswaarde de netto boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden (de segmenten) nog steeds overschrijdt.

Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

(in miljoen EUR) GSM en UMTS
licenties
Intern geprodu
ceerde activa
Verworven
klantbestanden
en merknamen
TV rechten Andere immate
riële vaste
activa
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2015 605 761 791 262 1.072 3.492
Aanschaffingen 75 81 0 61 106 323
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 -108 -66 -174
Overboekingen 0 0 0 0 -
9
-
9
Op 31 december 2015 681 843 791 215 1.103 3.632
Aanschaffingen 0 144 6 55 80 285
Aanschaffingen van dochterondernemingen 0 0 0 0 10 10
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 -40 -99 -138
Overboekingen 0 0 0 0 3 3
Op 31 december 2016 681 987 797 230 1.098 3.792
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
Op 1 januari 2015 -401 -562 -405 -128 -816 -2.311
Afschrijvingen van het jaar -30 -78 -58 -83 -94 -342
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 108 66 174
Overboekingen 0 0 0 0 9 9
Op 31 december 2015 -431 -639 -463 -103 -835 -2.470
Afschrijvingen van het jaar -32 -87 -56 -85 -98 -358
Aanschaffingen van dochterondernemingen 0 0 0 0 -
2
-
2
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 40 99 138
Op 31 december 2016 -463 -726 -518 -148 -837 -2.692
Netto boekwaarde per 31 december 2015 250 204 328 112 269 1.162
Netto boekwaarde per 31 december 2016 217 261 278 8
2
261 1.099

De aanschafwaarden van de GSM en UMTS licenties omvatten kosten met betrekking tot het Global System for Mobile Communications ("GSM") en het Universal Mobile Telecommunications System ("UMTS").

Jaar van
aanschaffing
Om
schrijving
A
anschaffingswaarde
(in m
iljo
en EUR
)
N
etto
bo
ekwaarde
P
erio
de
B
etalings
m
etho
de
B
egin van
afschrijving
1995 900 M
H
z spectrum
223 0 1995 - 2010 afgelo
pen
08/04/1995
1998 ILT 2238 2 0 1998 - afgelo
pen
01/01/1998
1998 ILT 0 0 1998 - afgelo
pen
10/12/1998
2010 900 M
H
z spectrum
7
4
0 2010 - 2015 afgelo
pen
08/04/2010
2015 900 M
H
z spectrum
7
5
5
3
2015 - 2021 o
ver de perio
d
08/04/2015
2001 UM
TS
150 3
6
2001 - 2021 afgelo
pen
01/06/2004
2011 4
G
2
0
14 2012 - 2027 afgelo
pen
01/07/2012
2013 800 M
hz spectrum
120 101 2013 - 2033 o
ver de perio
d
30/11/2013
2014 900 M
H
z spectrum
16 12 2015 - 2021 o
ver de perio
d
27/11/2015
T
o
t
a
l
681 2
17

De Groep bezit volgende licenties:

Intern geproduceerde vaste activa betreffen voornamelijk intern ontwikkelde software (vooral i.v.m. facturatie en ordering). Het totaal bedrag in 2016 in resultaat genomen voor

onderzoeksuitgaven voor deze intern ontwikkelde software bedraagt 24 miljoen EUR.

De verworven klantenbestanden en merknamen bevatten immateriële vaste activa erkend in het kader van bedrijfscombinaties voornamelijk ten gevolge van de toewijzing van de overgedragen vergoeding bij het verwerven van zeggenschap

over BICS.

In 2016 heeft de Groep TV-rechten verworven ten bedrage van 55 miljoen EUR, hoofdzakelijk uitzendrechten. Sommige van deze rechten werden aangeworven met een uitgesteld betalingsplan.

Andere immateriële aanschaffingen (80miljoen EUR) omvatten hoofdzakelijk ontwikkelingen door leveranciers, software licenties en gebruiksrechten voor kabels (IRU).

Toelichting 5. Materiële vaste activa

(in miljoen EUR) Terreinen en
gebouwen
Technische en
netwerk
uitrusting
Andere
materiële vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2015 701 11.421 386 7 12.514
Aanschaffingen 10 644 16 8 678
Niet langer opnemen in de balans -54 -285 -32 0 -371
Verkopen van dochterondernemingen 0 0 -
2
0 -
1
Overboekingen 0 10 5 -
7
9
Op 31 december 2015 657 11.790 373 7 12.828
Aanschaffingen 9 627 16 12 664
Aanschaffingen van dochterondernemingen 0 1 0 0 1
Niet langer opnemen in de balans -15 -963 -25 0 -1.003
Overboekingen -33 5 33 -
9
-
3
Op 31 december 2016 619 11.459 398 11 12.487
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
Op 1 januari 2015 -329 -9.164 -341 0 -9.834
Afschrijvingen van het jaar -27 -474 -26 0 -528
Niet langer opnemen in de balans 44 277 30 0 351
Verkopen van dochterondernemingen 0 0 2 0 1
Overboekingen 0 -
4
-
5
0 -
9
Op 31 december 2015 -312 -9.366 -341 0 -10.019
Afschrijvingen van het jaar -25 -511 -24 0 -559
Aanschaffingen van dochterondernemingen 0 -
1
0 0 -
1
Niet langer opnemen in de balans 13 964 25 0 1.002
Op 31 december 2016 -324 -8.913 -341 0 -9.577
Netto boekwaarde per 31 december 2015 345 2.424 3
3
7 2.809
Netto boekwaarde per 31 december 2016 296 2.546 5
7
11 2.910

De investeringen kaderen in de groepstrategie om meer te investeren in het netwerk,

netwerkkwaliteit en dienstverlening aan klanten. Proximus heeft vooral geïnvesteerd in zijn mobiel leiderschap en het verbeteren van zijn vast netwerk door het verder uitrollen van zijn vectoringtechnologie.

Het "niet langer opnemen in de balans" voor technische- en netwerkuitrusting betreft voornamelijk switching outphasing. In 2016 heeft de Groep administratieve en technische gebouwen verkocht en realiseerde hierop een meerwaarde van 3 miljoen EUR.

Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Toelichting 6.1. Deelnemingen in dochterondernemingen

De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van Proximus NV en haar dochterondernemingen zoals opgenomen in de volgende tabel.

Naam Maatschappelijke zetel Land 2015 2016
Proximus NV van Publiek Koning Albert-II-laan 27 België Moedermaatschappij
Recht 1030 Brussel
BTW
BE 0202.239.951
Proximus Group Services NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW
BE 0466.917.220
PXS Re Rue de Merl 74 Luxemburg 100% 100%
2146 Luxemburg
Connectimmo NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW
BE 0477.931.965
Skynet iMotion Activities NV Carlistraat 2 België 100% 100%
1140 Evere
BTW
BE 0875.092.626
Tango SA Rue de Luxembourg 177 Luxemburg 100% 100%
8077 Bertrange
Telindus - ISIT BV Krommewetering 7 Nederland 100% 100%
3543 AP Utrecht
Telindus SA Route d'Arlon 81– 83 Luxemburg 100% 100%
8009 Strassen
Telectronics SA 2 Rue des Mines Luxemburg 100% 100%
4244 Esch sur Alzette
Beim W
eissenkreuz SA
Route d'Arlon 81– 83 Luxemburg 100% 100%
8009 Strassen
Proximus Spearit NV Koning Albert II laan 27 België 100% 100%
1030 Brussels
BTW
BE 0826.942.915
Proximus ICT - Expert
Community CVBA
Ferdinand Allenstraat 38 België 81% 81%
3001 Heverlee
BTW
BE 0841.396.905
Proximus OPAL NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW
BE 0861.583.672
Be-Mobile SA Kardinaal Mercierlaan 1A België 100% 61%
9090 Melle (3)(6)
BTW
BE 0881.959.533
Be-Mobile Tech NV Kardinaal Mercierlaan 1A België 0% 61%
9090 Melle (5)
VAT BE 0884.443.228
Flow NV Kardinaal Mercierlaan 1A België 0% 61%
9090 Melle (5)
BTW
BE 0897.466.269
Flitsmeister BV Koningsschot 45 - Postbus 114 Nederland 0% 61%
3900 AC Veenendaal (5)
Be-Mobile Ltda Rua Joaquim Floriano 243 - Conjunto 113 Brazilie 0% 61%
CEP 04534-010 San Paulo (5)
Scarlet Business NV Carlistraat 2 België 100% 0%
1140 Evere (2)
BTW
BE 0463.079.780
Scarlet Belgium NV Carlistraat 2 België 100% 100%
1140 Evere
BTW
BE 0447.976.484
Naam Maatschappelijke zetel Land 2015 2016
MBS TELECOM NV Carlistraat 2 België 100% 0%
1140 Evere
BTW
BE 0882,760,574
(2)
W
ireless Technologies NV
Koning Albert II laan 27 België 100% 0%
1030 Brussels (4)
BTW
BE 0464.030.479
ClearMedia NV Zagerijstraat 11 België 100% 100%
2960 Brecht
BTW
BE 0831.425.897
Belgacom International Carrier
Services Mauritius Ltd
Chancery House 5th floor , Lislet, Geoffrey Street Mauritius 58% 58%
Port Louis 1112-07 (1)
Belgacom International Carrier
Services NV
Rue Lebeau 4 België 58% 58%
1000 Brussel
BTW
BE 0866.977.981
(1)
Belgacom International Carrier
Services Deutschland G.M.B.H.
Taunusanlage 11 Duitsland 58% 58%
60329 Frankfurt am Main (1)
Belgacom International Carrier
Services UK Ltd
Great Bridgewaterstreet 70 Verenigd
Koninkrijk
58% 58%
M1 5ES Manchester (1)
Belgacom International Carrier
Services Nederland BV
W
ilhelminakade 91
Nederland 58% 58%
3072 AP Rotterdam (1)
Belgacom International Carrier
Services North America Inc
Corporation trust center - 1209 Orange street Verenigde Staten
van Amerika
58% 58%
USA - 19801 W
illington Delaware
(1)
Belgacom International Carrier
Services Asia Pte Ltd
16, Collyer Quay # 30.02
Singapore 049318
Singapore
(1)
58% 58%
Belgacom International Carrier Avenida da Republica, 50, 10de verdieping Portugal 58% 58%
Services (Portugal) SA 1069-211 Lisboa (1)
Belgacom International Carrier Via della Moscova 3 Italië 58% 58%
Services Italia Srl
20121 Milano (1)
Belgacom International Carrier
Services Spain SL
Calle Salvatierra, 4, 2c Spanje 58% 58%
28022 Madrid (1)
Belgacom International Carrier Papiermühlestrasse 73 Zwitserland 58% 58%
Services Switzerland AG 3014 Bern (1)
Belgacom International Carrier W
ildpretmarkt 2-4
Oostenrijk 58% 58%
Services Austria GMBH 1010 W
ien
(1)
Belgacom International Carrier Drottninggatan 30 Zweden 58% 58%
Services Sweden AB 411-14 Goteborg (1)
Belgacom International Carrier #409 Raffine Higashi Ginza, 4-14 Japan 58% 58%
Services JAPAN KK Tsukiji 4 - Chome - Chuo-ku
Tokyo 104-00 (1)
Belgacom International Carrier Hopewell Centre - level 54 China 58% 58%
Services China Ltd 183, Queen's road East
Hong Kong (1)
Belgacom International Carrier Box GP 821 Ghana 58% 58%
Ghana Ltd
Accra (1)
Naam Maatschappelijke zetel Land 2015 2016
Belgacom International Carrier
Services Dubai FZ-LLC
Dubai Internet City United Arab.
Emirates
58% 58%
Premises 306 - Floor 03- Building 02 -PO box 502307
Dubai (1)
Belgacom International Carrier
Services South Africa
Proprietary Ltd
The promenade shop 202 D - Victoria Road Zuid Afrika 58% 58%
Camps Bay 8005 (1)
Belgacom International Carrier
Services Kenya Ltd
LR-N° 204861, 1st Floor Block A Kenia 58% 58%
Nairobi Business Park-Ngong Road
PO BOX 10643 - 00100 Nairobi (1)
Belgacom International Carrier
Services France SAS
Rue du Colonel Moll 3 Frankrijk 58% 58%
75017 Paris (1)

(1) Onderneming binnen de BICS Groep

(2) Onderneming geliquideerd in 2016

(3) Minderheidsbelangen verkregen in 2015

(4) Entiteit gefusioneerd met Proximus in 2016

(5) Entity acquired in 2016

(6) Zie toelichting 6.5

Toelichting 6.2. Details van dochterondernemingen met belangrijke belangen zonder overheersende zeggenschap.

Details van dochterondernemingen met belangrijke belangen zonder overheersende zeggenschap

Details van dochterondernemingen met belangrijke belangen zonder overheersende zeggenschap
Plaats van oprichting
Naam va de
en hoofdplaats van
dochteronderneming
activiteit
door minderheidsbelangen Verhouding van
eigendomsbelang en
stemrechten aangehouden
W inst toegerekend aan
minderheidsbelangen
Overgedragen
minderheidsbelangen
Per 31 december Per 31 december Per 31 december
2015 2016 2015 2016 2015 2016
BICS (segment) België 42% 42% 17 24 164 162
T
otaal
17 2
4
164 162
belangen heeft Samengevatte financiële informatie met betrekking tot elk van de dochterondernemingen van de Groep die materiële niet-controlerende
BICS (segment)
Vlottende activa 716 716
Vaste activa 665 625
Kortetermijnschulden 645 626
Langetermijnschulden 97 82
van de onderneming Toe te rekenen eigen vermogen aan eigenaars 639 633
Opbrengsten (totaal) 1.616 1.460
Bedrijfskosten -1.456 -1.311
W
inst van het boekjaar
39 56
Toe te rekenen winst aan eigenaars van de
onderneming
22 32
Toe te rekenen winst aan
minderheidsbelangen
17 24
Dividenden uitgekeerd aan
minderheidsbelangen
37 26
Nettokasinstroom uit operationele activiteiten 120 92
Nettokasuitstroom uit investeringsactiviteiten -29 -36
Nettokasuitstroom uit financieringsactiviteiten -83 -65
Nettokasinstroom 9 -10

De aandeelhoudersovereenkomst van BICS voorziet beschermingsrechten voor de minderheidsbelangen (zie toelichting 1)

Toelichting 6.3. Deelnemingen in joint ventures

Name Registered office Country of
incorporation
2015 2016
Allo Bottin SA (1) 101/109, rue Jean-Jurès
92300 Levalloi-Perret
France 50% 50%

(1) In liquidation

Toelichting 6.4. Deelnemingen in geassocieerde ondernemingen

Maatschappelijke zetel
Land
Aandeel van de Groep
2015 2016
Place Sainte-Gudule 5 België 20% 17%
1000 Brussel
VAT BE 541.659.084
Brusselsesteenweg 199 België 17% 17%
9090 Melle
VAT BE 502.445.845
Minderbroedergang 12 België 33% 33%
2800 Mechelen
VAT BE 627.819.631
Rue Louis de Geer 6 België 20% 20%
1348 Louvain-la-Neuve
VAT BE 600.810.278
Turnhoutsebaan 453 België 0% 33%
2110 W
ijnegem
VAT BE 665.683.284

De Groep had een invloed van betekenis in de volgende ondernemingen.

In april 2015 heeft de Groep een belang van 20% verworven in Tessares, een recente spin-off van de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) die de referentieleverancier wil worden van telecom netwerkconvergentiesoftware.

In oktober 2016 heeft de Groep een belang van 33% verworven in Citie, en investeert zo in een digitaal platform om de lokale Belgische

economie te ondersteunen en de positie van ons land op de digitale kaart te stimuleren.

Per 31 december 2016 is het overzicht van alle individuele immateriële geassocieerde ondernemingen als volgt:

(EUR miljoen) 2015 2016
Boekwaarde 2 3
Resultaat door voortzetting activiteiten 2 1

Toelichting 6.5. Aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

In 2014 verkocht de Groep de business van Telindus Limited, een Engelse dochteronderneming van Telindus, aan Telent Technology Services. In 2015 betaalde de Groep een prijsaanpassing van 3 miljoen EUR met betrekking tot de verkoop van de Telindus Limited business en de daaropvolgende liquidatie.

In 2015 heeft de Groep het resterende belang van 35,30% in Telindus SA (gevestigd in Luxemburg) en zijn dochterondernemingen verworven van Arcelor Mittal. Aangezien de Groep reeds zeggenschap had, kwalificeert de transactie als een eigenvermogenstransactie. Dit resulteerde in

een daling van het aandeel van de Groep in het eigen vermogen van 14 miljoen EUR in 2015.

In maart 2016 heeft Be-Mobile NV (voordien Mobile-For NV genaamd), een 100% dochteronderneming van Proximus NV, zeggenschap verworven over en alle aandelen van Be Mobile-Tech NV, Flow NV en Flitsmeister BV.

Het doel van deze verwervingen is het creëren van een belangrijke speler van smart mobility oplossingen in België en in het buitenland. De vergoeding bestond uit cash en aandelen van Be-Mobile. Als gevolg van deze transactie behoudt de Groep een belang van 61,02% in Be-Mobile.

De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van deze acquisities op datum van verwerving en de overeenstemmende boekwaardes onmiddellijk na de verwerving zijn :

Reële waarde erkend
(in miljoen EUR) op verwervingsdatum Boekwaarde
Materiële vaste activa 8 2
Handelsvorderingen 4 4
Beleggingen en geldmiddelen en kasequivalenten 2 2
T
otaal activa
14 8
Langetermijn rentedragende schulden -
1
-
1
Uitgestelde belastingschulden -
2
0
Kortetermijn rentedragende schulden -
1
-
1
Handelsschulden -
2
-
2
Andere kortetermijnschulden -
2
-
2
T
otaal minderheidsbelangen en schulden
-
7
-
5
Netto verworven activa 7 3
Goodwill ontstaan bij verwerving 7
Eigen vermogen verandering -
3
V
ergoeding
12
De vergoeding is als volgt samengesteld:
Cash betaald aan aandeelhouders 7
Reële waarde van de overgedragen activa 5
V
ergoeding
12
De netto kasuitstroom bij verwerving is als volgt:
Betaalde vergoeding 7
Ontvangen geldmiddelen en kasequivalenten -
2
Netto kasuitstroom 6

De transactie genereerde een

eigenvermogensafname van 25 miljoen EUR, voornamelijk als gevolg van de erkenning van een financieel instrument dat werd toegekend aan de minderheidsbelangen, en welke Proximus toelaat in de toekomst alle aandelen van Be-Mobile te verwerven. Dit vereist de erkenning van een bruto schuld voor de verwachte uitoefenprijs..

Toelichting 7. Andere deelnemingen

De netto boekwaarden van de andere deelnemingen zijn gewijzigd als volgt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Netto boekwaarde op 1 januari 8 9
Aanschaffingen 2 1
T
otaal
9 10

Per 31 december 2015 en 2016 omvatten de andere deelnemingen bijna uitsluitend aandelen in het eigen vermogen van niet-geconsolideerde en niet-genoteerde ondernemingen in start-up fase, voor welke de reële waarde niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald. Deze deelnemingen worden geboekt aan aanschaffingswaarde, eventueel aangepast met een bijzondere waardevermindering. De reële waarde van deze deelnemingen kan niet betrouwbaar worden bepaald omdat het start-up ondernemingen

betreft die nog geen stabiel business model hebben. Tijdens de opstartfase zal de Groep focussen op het identificeren van objectieve indicatoren van bijzondere

waardeverminderingen. Zulke indicatoren worden afgeleid uit kwantitatieve elementen (kaspositie van de onderneming, de cash burn ratio, het resultaat van de onderneming,..) en kwalitatieve elementen (discussies met management, orderboek,..)

Toelichting 8. Winstbelasting

De bruto uitgestelde belastingvorderingen / (schulden) betreffen:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden -
6
-
6
Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities -94 -82
Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -
3
-
3
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde -
2
-
2
Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa -
9
-
8
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 0 -
7
Andere -
1
-
1
Bruto uitgestelde belastingschulden -116 -110
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa 32 31
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 54 0
Kapitaalverlies op investeringen in dochterondernemingen 1 1
Voorzieningen voor risico's en lasten 23 20
Niet gebruikte overgedragen belastingverliezen 0 7
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 109 5
9
De netto uitgestelde belastingvorderingen/(schulden), gegroepeerd per wettelijke entiteit, zijn als
volgt :
Netto uitgestelde belastingschulden -96 -84
Netto uitgestelde belastingvorderingen 8
9
3
4

De netto uitgestelde belastingschulden zijn gestegen met 44 miljoen EUR, waarvan 38 miljoen EUR via de resultatenrekening, 5 miljoen EUR via de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en 2 miljoen EUR als resultaat van de aankoopprijstoewijzing.

Deze stijging is vooral het gevolg van de schuld voor het vervroegd vertrekplan waarvan de kost werd erkend over de duur van de toekomstige prestaties in IFRS, terwijl deze volledig in kost werd genomen in de jaarrekening van Proximus NV onder Belgian GAAP.

Deze stijging is gedeeltelijk gecompenseerd door de impact van de uitgestelde belastingen op de afschrijving van activa welke erkend werden bij de aankoopprijstoewijzing van BICS in 2010, wanneer de groep zeggenschap verwierf.

.De uitgestelde belastingvorderingen op de reële waarde-aanpassingen van vaste activa blijft redelijk stabiel en heeft hoofdzakelijk betrekking op de eliminatie van de winst als gevolg van intragroepsverkopen aan reële waarde van bepaalde vaste activa.

Uitgestelde belastingvorderingen werden niet erkend voor de verliezen van dochterondernemingen die reeds verschillende jaren verlieslatend zijn. De gecumuleerde overdraagbare fiscale verliezen en andere fiscale aftrekken beschikbaar voor deze ondernemingen bedroegen 77 miljoen EUR op 31 december 2016 (209 miljoen EUR in 2015) waarvan 69 miljoen EUR geen vervaldag hebben en 8 miljoen vervallen na 2018.

Het aandeel van Proximus in de niet-uitgekeerde beschikbare reserves van dochterondernemingen bedraagt 3.687 miljoen EUR op 31 december 2016 (4.063 miljoen EUR in 2015) Er wordt geen uitgestelde belastingschuld erkend voor tijdelijke verschillen bij deelnemingen in dochterondernemingen behalve wanneer de moedermaatschappij het terugnemen van het tijdelijk verschil controleert en het waarschijnlijk is dat het verschil zal worden teruggenomen in de nabije toekomst.

De uitgestelde belastingopbrengsten/(kosten) in de resultatenrekening betreffen:

Boekjaar afgesloten op 31
(in miljoen EUR) 2015 2016
M.b.t. de uitgestelde belastingschulden
Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden 1 0
Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities 15 14
Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -
1
0
Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa -
1
1
Andere 5 0
M.b.t. de uitgestelde belastingvorderingen
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa -
2
-
1
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde -
3
1
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen -10 -56
Andere -
1
5
Uitgestelde belastingslasten van het jaar 3 -38

De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende belastinglasten:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Courante winstbelastingen
Courante winstbelastingen van het jaar -156 -108
Aanpassingen van courante winstbelastingen m.b.t. vorige jaren -
3
-21
Uitgestelde belastingen
Last ten gevolge van wijzigingen in tijdelijke verschillen 3 -38
W
instbelastingen geboekt in de geconsolideerde resultatenrekening
-156 -167

De aansluiting tussen de belastinglast op de winst vóór belastingen tegen de wettelijke aanslagvoet en de belastingen op de winst tegen de reële aanslagvoet van de Groep voor elk van de twee jaren eindigend op 31

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
W
inst vóór belastingen
655 715
Tegen de Belgische wettelijke aanslagvoet van 33,99% 223 243
Lagere inkomstenbelastingspercentage van andere landen -
1
-
2
Belastingeffect van de verkopen van dochterondernemingen en andere
deelnemingen
-
1
-
1
Niet-belastbare winst uit dochterondernemingen -84 -67
Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven 17 18
Andere 3 -24
Belastingkost 156 167
Reële aanslagvoet 23,83% 23,33%

In 2016 bedroeg de effectieve belastingvoet 23,33% ten opzichte van de Belgische wettelijke aanslagvoet van 33,99%. De effectieve aanslagvoet in 2016 (23,33%) iets lager dan in 2015 (23,83%), voornamelijk als gevolg van lagere opwaartse belastingaanpassigen en éénmalige transacties.

De niet-belastbare winst uit

dochterondernemingen resulteert voornamelijk uit de toepassing van de algemene principes van de Belgische fiscale wetgeving zoals de notionele intrest en octrooiaftrek

De fiscaal niet-aftrekbare uitgaven omvatten voornamelijk diverse uitgaven die fiscaal verworpen zijn, de impact van de "fairness tax" op dividenduitkeringen en niet-erkende overgedragen fiscale verliezen van verlieslatende dochterondernemingen. .

De rubriek "Andere" omvat voornamelijk het voordeel uit voorheen niet opgenomen fiscale verliezen (38 miljoen EUR) welke gedeeltelijk gecompenseerd worden door

belastingaanpassingen op vorige jaren.

Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep heeft verschillende plannen waarvan hieronder een overzicht :

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met
herstructureringsprogramma's
35 149
Aanvullende pensioenplannen (nettoschuld) 80 43
Andere vergoedingen na uitdiensttreding andere dan pensioenen 349 352
Nettoschuld opgenomen in de balans 464 545

De berekening van de netto schuld is gebaseerd op de veronderstellingen die werden vastgelegd op balansdatum. De veronderstellingen voor de verschillende plannen werden bepaald op basis van macro-economische gegevens en de specifieke voorwaarden inzake duur en begunstigde populatie van elk plan. De disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de waardering van pensioenplannen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsplannen is gebaseerd op het rendement van hoogwaardige ondernemingsobligaties uit de Eurozone met een looptijd die overeenkomt met de looptijd van dergelijke plannen. Publiek beschikbare rendementscurven voor dergelijk type plannen zijn meestal beperkt tot een horizon van 10 jaar.

Voor langere looptijden, zoals voor de aanvullende pensioenplannen en andere vergoedingen na uitdiensttreding, en ondanks het ontbreken van direct beschikbare

rendementscurven, is de diepte van de markt voldoende om een disconteringsvoet te bepalen voor IAS 19 doeleinden. Proximus raamt de gepaste disconteringsvoet op basis van beschikbare marktgegevens.

Verkregen schattingen door onafhankelijke derden worden gebruikt voor validatiedoeleinden. Hun schattingen zijn grotendeels gebaseerd op verschillende methodes en de weerhouden disconteringsvoet blijft in lijn met de resultaten van deze methodes. De eerste methode bestaat uit het opstellen van een synthetische rendementscurve gebaseerd op bestaande hoogwaardige ondernemingsobligaties. De tweede methode bestaat uit het combineren van de risicovrije rentevoeten voor de looptijd met een kredietrisicopremie om rekening te houden met de 'spread' van hoogwaardige ondernemingsobligaties ten opzichte van de risicovrije rentevoeten

Toelichting 9.1. Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met herstructureringsprogramma's

Beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in deze toelichting hebben betrekking op

werknemersherstructureringsprogramma's. Er worden geen fondsbeleggingen opgebouwd voor deze voordelen.

In 2005 heeft de Groep een afvloeiingsplan en een plan voor het geleidelijk beëindigen van de loopbaan (peterschap) geïmplementeerd. Volgens de voorwaarden van dit programma, heeft de Groep vergoedingen betaald tot het jaar 2015.

In 2007 heeft de Groep een vrijwillig programma van externe mobiliteit naar de Belgische Staat geïmplementeerd voor haar statutaire werknemers en een programma voor statutaire werknemers die medisch ongeschikt zijn. Volgens de bepalingen van dit plan zal de Groep vergoedingen betalen tot aan pensioendatum van de deelnemer.

In 2016 heeft de Groep een vrijwillig vertrekplan geïmplementeerd welk voorziet in de mogelijkheid om vervroegd de prestaties te beëindigen vanaf 60 jaar (of 58 voor een kleine groep). Volgens de

bepalingen van dit plan zal de Groep vergoedingen betalen tot aan de vroegste pensioendatum van de deelnemer. Elke herwaardering van de schuld voor beëindigingvoordelen en bijkomende

vergoedingen wordt onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

De financieringstoestand van de plannen voor beëindegingsvoordelen en

bijkomende vergoedingen

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Bruto pensioenschuld 35 149
S
chuld die de fondsbeleggingen overschrijdt
3
5
149

De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans :

Per 31 december
2015 2016
52 35
2 125
-19 -11
3
5
149

De schuld voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen werd bepaald op basis van volgende assumpties:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Discontovoet 0,00% - 0,70% 0,00%
Toekomstige prijsinflatie (1) 2% 2%

(1) : inflatie verondersteld eind 2015 0% te zijn

Sensitiviteitsanalyse

Een verhoging of verlaging met 0,5% van de werkelijke disconteringsvoet resulteert in een schuldvariatie van ongeveer 2 miljoen EUR. De Groep voorziet dat een bedrag van 30 miljoen EUR zal betaald worden als beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in 2017. De betalingen in 2016 bedroegen 11 miljoen EUR. Voor voordelen, verleend onder voorwaarde van het verderzetten van het dienstverband zie toelichting 28.

Toelichting 9.2. Toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdepensioenregelingen voor aanvullendepensioenen.

Toegezegdebijdragenregelingen

De Groep heeft een aantal regelingen gebaseerd op bijdragen voor in aanmerking komende personeelsleden. Voor de meeste plannen welke beheerd worden door buitenlandse filialen, geeft de Groep geen garantie van minimum rendement op de bijdragen. Alle

toegezegdebijdragenregelingen, inclusief de nieuwe gecreëerde plannen met minimum rendementsgarantie, zijn niet materieel voor de Groep.

Toegezegdepensioenregelingen

Proximus NV en sommige Belgische dochterondernemingen bieden hun personeelsleden toegezegdepensioenregelingen aan. Deze plannen verstrekken pensioenvoordelen voor diensten geleverd vanaf 1 januari 1997. Ze verschaffen voordelen gebaseerd op salaris en dienstjaren. Ze worden gefinancierd via het Proximus pensioenfonds, een aparte juridische entiteit die voor dat doel werd opgericht in 1998.

De financieringsmethode heeft tot doel de huidige waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen

(toegezegdepensioenverplichting) te financieren voor de voorbije dienstjaren binnen het bedrijf en rekening houdend met toekomstige loonverhogingen. De financieringsmethode is afgeleid van berekeningen volgens de IAS 19 norm. De jaarlijkse bijdrage is gelijk aan de som van de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto financiële kost (intrestkost op de

toegezegdepensioenverplichtingen verminderd met het verwacht rendement op fondsbeleggingen) en de afschrijving van actuariële winsten en verliezen boven 10% van het hoogste van de

toegezegdepensioenverplichting en de activa.

Per 31 december 2015 en 2016 overtreffen de activa van het pensioenfonds het door de

De financieringstoestand van de pensioenplannen is als volgt :

pensioenregulator vereiste minimum, zijnde de technische provisie. De technische provisie vertegenwoordigt het bedrag dat nodig is om het korte- en lange-termijnevenwicht van het pensioenfonds te garanderen. Ze is samengesteld uit de verworven rechten verhoogd met een bijkomend bufferbedrag ten einde de langetermijnbestendigheid van de pensioenfinanciering te garanderen. De verworven rechten vertegenwoordigen de huidige waarde van de gecumuleerde voordelen die betrekking hebben op de reeds geleverde dienstjaren binnen de onderneming en is gebaseerd op huidige salarissen. Ze worden berekend in overeenstemming met de pensioenregelgeving en de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen in verband met de actuariële assumpties.

Zoals voor de meeste

toegezegdepensioenregelingen kan de pensioenkost beïnvloed worden (zowel positief als negatief) door parameters als interestvoeten, toekomstige salarisverhogingen, inflatie en rendement op activa. Deze risico's zijn niet ongewoon voor toegezegdepensioenregelingen.

Voor de complementaire aanvullende toegezegdepensioenregeling worden op 31 december door onafhankelijke externe actuarissen actuariële waarderingen uitgevoerd. De huidige waarde en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en pensioenkosten voor verstreken diensttijd worden berekend met gebruik van de 'projected unit credit' methode.

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Bruto pensioenschuld 536 565
Fondsbeleggingen tegen reële waarde -456 -522
T
ekort
8
0
4
3

De elementen opgenomen in de resultatenrekening en de staat van het totaalresultaat zijn als volgt

Jaar eindigend op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Serviceko
st - werkgever
4
1
4
3
N
etto
Intrestko
st
1 1
Serviceko
st van vro
egere dienstjaren
0 -13
O
pge
no
m
e
n in de
re
s
ult
a
t
e
nre
k
e
ning
4
2
3
1
H
e
rwa
a
rde
ringe
n
A
ctuariële winsten en verliezen t.g.v. de financiële assum
pties
-25 -16
A
ctuariële winsten en verliezen t.g.v. de dem
o
grafische assum
pties (1)
3
5
15
A
ctuariële winsten en verliezen t.g.v. ervaringsaanpassingen
3 -
2
R
endem
ent van fo
ndsbeleggingen exclusief intresten
-12 -17
O
pge
no
m
e
n in de
s
t
a
a
t
v
a
n he
t
t
o
t
a
a
lre
s
ult
a
a
t
2 -
2
1
T
o
t
a
a
l
4
3
9
(1) assum
pties betreffende de verwachte pensio
enleeftijd en m
o
rtaliteit werden herzien

In 2016 werden, als gevolg van de wet van 18 december 2015 de gunstige anticipatieregeling afgeschaft met overgangsmaatregelen voor werknemers van 55 en ouder, Een kost voor verstreken diensttijd werd hiervoor erkend evenals voor het plan voor vervroegd vertrek.

De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:

Jaar eindigend op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
In het begin van het jaar 80 80
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 42 31
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaal resultaat 2 -21
Reële werkgeversbijdrage -44 -46
Netto tekort 8
0
4
3

Wijziging in de fondsbeleggingen :

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
In het begin van het jaar 400 456
Interesten 9 11
Rendement van fondsbeleggingen exclusief intresten 12 17
Reële werkgeversbijdrage 44 46
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -
8
-
9
Op het einde van het jaar 456 522

Wijziging in de bruto schuld:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
In het begin van het jaar 480 536
Servicekost 41 43
Intrestkost 11 13
Servicekost van vroegere dienstjaren - verworven rechten 0 -13
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -
8
-
9
Actuariële (winsten)/verliezen 13 -
4
Op het einde van het jaar 536 565

De pensioenschuld werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Discontovoet 2.4% 1,80%
Toekomstige prijsinflatie (1) 2.00% 2,00%
Nominaal toekomstige loonsverhoging 1.10%-4.50% 3.10% - 3.50%
Nominaal toekomstige barema-stijging 1.00%-3.15% 3.00%- 3.15%
Sterfte BE Prospective IA/BE BE Prospective IA/BE

(1) : inflatie verondersteld eind 2015 0% te zijn

Sensitiviteitsanalyse

De meest significante actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de toegezegdepensioenregelingen zijn de disconteringvoet, de inflatie en de reële salarisverhogingen. De sensitiviteitsanalye is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen aan de respectievelijke veronderstellingen waarbij de andere veronderstellingen constant worden gehouden. Indien de disconteringsvoet stijgt (of daalt) met 1% zou de geschatte impact op de

De activa van de pensioenenplannen zijn als volgt:

toegezegdepensioenverplichting een daling (of stijging) betekenen van ongeveer 16% tot 21%. Indien de inflatie stijgt (of daalt) met 0,25% zou de toegezegdepensioenverplichting stijgen (of dalen) met ongeveer 4% Een stijging (of daling) van de reële salarisverhoging met 0,25% zou een stijging (of daling) van de toegezegdepensioenverplichting inhouden met ongeveer 7% tot 8%.

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Eigenvermogeninstrumenten 46.5% 46,3%
Schuldinstrumenten 39.2% 38,1%
Converteerbare leningen 8.5% 8,0%
Anderen (infrastructuur, private investeringsfondsen, verzekeringsdeposito's) 5.8% 7,5%

De beleggingsstrategie van het pensioenfonds is bepaald met het oog op het bekomen van het beste rendement op de beleggingen, binnen de strikte limieten van risicocontrole en rekening houdend met het profiel van de pensioenverplichtingen. De relatief lange looptijd van de pensioenverplichtingen (16,7 jaar) laat toe om een redelijk deel van de portefeuille toe te wijzen aan aandelen. Gedurende de laatste vijf jaar heeft het pensioenfonds de beleggingsportefeuille op significante wijze gediversifieerd zowel in type activa als regio en munt om het algehele risico te beperken en het verwacht rendement te verbeteren.

Per eind 2016 was ongeveer 46,3% van de portefeuille belegd in genoteerde aandelen (in Europa, de VS en opkomende markten), 38,1% in vastrentende waarden (staatsobligaties, bedrijfsobligaties, en senior leningen) en ongeveer 8% in converteerbare obligaties (Wereld ex. VS); het overige deel was geïnvesteerd in Europese infrastructuur, global private equity en Europees niet genoteerd vastgoed en cash.. Het feitelijk uitvoeren van de investeringen is uitbesteed aan gespecialiseerde vermogensbeheerders.

Nagenoeg alle beleggingen werden gedaan via wederzijdse beleggingsfondsen. Directe investeringen bedragen minder dan 1% van de activa. Vrijwel alle aandelen, schuldinstrumenten en converteerbare leningen hebben genoteerde prijzen op een actieve markt. De andere activa, ten bedrage van 7,5% van de portfolio, zijn niet genoteerd. Het pensioenfonds investeert niet rechtstreeks in Proximus aandelen of –obligaties maar het is niet uitgesloten dat er enige Proximusaandelen of –obligaties opgenomen zijn in de gemeenschappelijke beleggingsfondsen waarin wordt belegd.

Het Pensioenfonds wenst het concept van maatschappelijke verantwoordelijkheid te promoten bij haar vermogensbeheerders.. Het heeft hiervoor een "Memorandum over maatschappelijke

ondernemingsverantwoordelijkheid' opgesteld dat haar beleid in dit domein definieert om hen aan te moedigen deze aspecten in rekening te brengen bij hun managementbeslissingen.

De Groep verwacht in 2017 41 miljoen EUR bij te dragen aan het Proximus Pensioenfonds

Toelichting 9.3. Andere vergoedingen na uitdiensttreding

Historisch kent de Groep haar gepensioneerden naast pensioenen andere voordelen toe onder de vorm van een socio-culturele premie en andere

sociale voordelen zoals hospitalisatie. Er worden geen activa opgebouwd voor dergelijke voordelen. Het hospitalisatieplan is gebaseerd op een geïndexeerd vast bedrag per begunstigde.

De financieringstoestand van de plannen is als volgt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
B
ruto
pensio
enschuld
349 352
Fo
ndsbeleggingen aan reële waarde
0 0
N
e
t
t
o
s
c
huld o
pge
no
m
e
n in de
ba
la
ns
349 352

Ten gevolge van het 2016 collectieve arbeidsovereenkomst werd een negatieve kost van verstreken diensttijd erkend van 24 miljoen EUR.

De elementen opgenomen in de resultatenrekening en de staat van het totaalresultaat zijn als volgt

Jaar eindigend op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Serviceko
st - werkgever
4 3
Interestko
st
7 8
Serviceko
st van verstreken dienstjaren
0 -24
K
o
s
t
e
n o
pge
no
m
e
n in de
re
s
ult
a
t
e
nre
k
e
ning
12 -
13
H
e
rwa
a
rde
ringe
n
A
ctuariële winsten en verliezen t.g.v. de financiële assum
pties
-16 3
4
Im
pact van ervaringsaanpassingen
-
4
-
4
O
pge
no
m
e
n in de
s
t
a
a
t
v
a
n he
t
t
o
t
a
a
lre
s
ult
a
a
t
-
2
0
3
0
T
o
t
a
a
l
-
8
17

De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
In het begin van het jaar 372 349
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 12 -13
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaal resultaat -20 30
Reële werkgeversbijdrage -15 -13
Op het einde van het jaar 349 352

De schuld voor andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december
2015 2016
Discontovoet 2,25% 1,60%
Toekomstige evolutie van de kosten (index inbegrepen) (1) 2,00% 2,00%
Sterfte BE Prospective IA/BE BE Prospective IA/BE

(1) Socio culturele premie vanaf 2017 voor indexatie

De schuld voor de andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de beste schatting door het bedrijf van de financiële

Sensitiviteitsanalyse

De belangrijke actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de

toegezegdepensioenregelingen zijn de disconteringsvoet, de inflatie, toekomstige kostentrends en mortaliteit. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen van de respectievelijke veronderstellingen, terwijl de andere veronderstellingen constant worden gehouden.

Indien de disconteringsvoet stijgt (of daalt) met 1% zou de toegezegdepensioenverplichting dalen (of stijgen) met ongeveer 13% tot 17%.

Toelichting 9.4. Overige verplichtingen

De Groep participeert in een

toegezegdepensioenregeling opgezet door de staat. De overdracht van de statutaire pensioenschuld aan de Belgische Staat in 2003 was gekoppeld aan een verhoogde sociale werkgeversbijdrage voor de statutaire werknemers vanaf 2004, met behoud van enig residueel risico. Het omvat een jaarlijks compensatiemechanisme om bepaalde toekomstige verhogingen of verminderingen van de verplichtingen van Belgische Staat als gevolg van de door Proximus genomen beslissingen, te verrekenen. Dit laatste genereerde geen

en demografische hypotheses, welke elk jaar worden herbekeken.

De looptijd van de schuld bedraagt 14,78 jaar.

Indien de toekomstige kostentrend stijgt (of daalt) met 1%, stijgt( (of daalt) de toegezegdepensioenverplichting met ongeveer 13% tot 17%.

Indien een correctie van 1 jaar zou toegepast worden op de mortaliteitstabellen, zou de toegezegdpensioenverplichting wijzigen met ongeveer 4%.

De Groep verwacht in 2017 een bedrag van 14 miljoen EUR aan deze plannen bij te dragen.

belangrijke resultaatimpacten tot 2014. In 2015 had Proximus recht op 15 miljoen EUR en in 2016 op 10 miljoen EUR. Bij gebrek aan voldoende informatie onder meer m.b.t. de geaccumuleerde bijdragen en uitkeringen, wordt het plan verwerkt als toegezegdebijdragenregeling. De compensatiebetalingen, berekend door de Staat, worden erkend in overeenstemming met een niet IAS 19 methode gebruikt door de Staat om de bedragen te bepalen. Er wordt niet verwacht dat de Groep bijdragen zal doen tot dit plan in 2017.

Toelichting 10. Andere vaste activa

Per 31 december
Toelichting 2015 2016
33.1 6 6
37 30
4
3
3
7

De daling van de andere vaste activa is het gevolg van een overdracht van langetermijnvorderingen naar kortetermijnvorderingen.

Toelichting 11. Voorraden

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Grondstoffen, hulpstoffen en reserveonderdelen 41 33
Werken in uitvoering en afgewerkte producten 19 21
Handelsgoederen 48 71
T
otaal
108 125

Voorraad is netto gerapporteerd na aftrek van waardeverminderingen.

Toelichting 12. Handelsvorderingen

De meeste handelsvorderingen zijn niet rentedragend en hebben meestal een looptijd van 30 tot 90 dagen. De looptijd van de handelsvorderingen van het segment International Carrier Services is echter langer aangezien het grootste deel vorderingen op andere telecom operatoren betreft. Gezien het

bilateraal karakter van de ICS diensten wordt er veel netting toegepast, maar dit proces kan vrij lang duren. De betrokken nettingakkoorden zijn niet wettelijk afdwingbaar.

Ook voor niet-ICS business wordt netting toegepast met sommige andere telecom operatoren.

De analyse van de vervallen handelsvorderingen waarop geen waardevermindering werd geboekt, is als volgt
B
ruto
vo
r
deringen
Waarde
verm
in
deringen
vo
o
r
dubieuze
vo
rderingen
N
etto
bo
ek
waarde
Niet vervallen
en niet
onderworpen
aan waarde
vermindering
Vervallen m
aar niet o
nderwo
rpen aan waardeverm
indering
< 30 dagen 30-60
dagen
60-90
dagen
90-180
dagen
180-360
dagen
> 360
dagen
1.317 -135 1.182 798 7
8
3
3
3
1
5
3
5
9
129
1.281 -141 1.140 783 8
1
4
9
2
3
4
0
5
8
107
1.268 -118 1.149 762 8
4
5
7
4
1
7
4
4
8
8
4

De analyse van de vervallen handelsvorderingen waarop geen waardevermindering werd geboekt, is als volgt verm in-

Op 31 december 2016 en 2015 waren respectievelijk 66% en 69% van het totaal van de handelsvorderingen niet vervallen en zonder waardevermindering.

Voor de twee voorgestelde jaren werden geen handelsvorderingen in onderpand als zekerheid gegeven. In 2016 heeft Proximus Groep bankwaarborgen en waarborgen van moederondernemingen gekregen voor een bedrag van 8 miljoen EUR (10 miljoen EUR in 2015) als onderpand voor openstaande facturen.

De evolutie van de waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen is als volgt:

(in miljoen EUR) 2015 2016
Op 1 januari -135 -141
Afname / (toename) erkend in de resultatenrekening -
8
23
Andere bewegingen 2 0
P
er 31 december
-141 -118

De daling van de waardevermindering is vooral te wijten aan de definitieve regeling van een lang uitstaande dubieuze vordering van 25 miljoen EUR. De dubieuze vordering en de waardevermindering werden beiden voor dit bedrag verminderd.

Toelichting 13. Andere vlottende activa

Per 31 december
Toelichting 2015 2016
4 3
33.1 1 1
85 95
34 22
124 122

Toelichting 14. Beleggingen

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2015 2016
Deposito's 33.4 4 5
Aandelen in fondsen 33.4 4 1
T
otaal
8 6

Beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, schatkistcertificaten en

deposito's met een oorspronkelijke looptijd langer dan 3 maanden maar korter dan 1 jaar.

Toelichting 15. Geldmiddelen en kasequivalenten

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2015 2016
Kortetermijndeposito's 33.4 263 118
Kas en banktegoeden 33.4 239 179
T
otaal
502 297

Kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van één tot drie maanden afhankelijk van de onmiddellijke cashbehoeften van de Groep en brengen interest op volgens de respectieve rentevoeten van de korte termijndeposito's. De geldende interestvoet op banktegoeden zijn variabel, in overeenstemming met de dagelijkse bankdepositorente.

Toelichting 16. Activa opgenomen als aangehouden voor verkoop

In 2015 en 2016 heeft de Groep geen activa opgenomen als aangehouden voor verkoop.

Toelichting 17. Vermogen

Toelichting 17.1. Eigen vermogen

Per 31 december 2016 bedroeg het kapitaal van Proximus NV 1 miljard EUR (volledig volstort), vertegenwoordigd door 338.025.135 aandelen zonder nominale waarde en allen met dezelfde rechten voor zover deze rechten niet geschorst of vernietigd werden in geval het eigen aandelen betrof. De Raad van Bestuur van Proximus NV is bevoegd om het kapitaal te verhogen met een maximum bedrag van 200 miljoen EUR.

De vennootschap mag haar eigen aandelen verkrijgen en deze vervreemden in

overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. De Raad van Bestuur is door artikel 13 van de statuten gemachtigd om het wettelijk toegestaan maximum aantal eigen aandelen te verkrijgen. De betaalde prijs mag niet hoger zijn dan vijf procent boven de hoogste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting en mag niet lager zijn dan tien procent onder de laagste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting. Deze machtiging wordt verleend voor een periode van vijf jaar vanaf 16 april 2014.

De uitkering van overgedragen winsten van Proximus NV, de moedermaatschappij, wordt beperkt door een wettelijke reserve, die tijdens de vorige jaren werd opgebouwd in overeenstemming met de Belgische vennootschappenwet, tot 10% van het geplaatste kapitaal van Proximus. Proximus NV heeft de statutaire verplichting om 5% van de winst vóór belastingen van de moedermaatschappij uit te keren aan haar werknemers. In de bijgaande geconsolideerde jaarrekening wordt deze winstverdeling geboekt als workforce kosten.

In december 2015 heeft het Belgische parlement een nieuwe wet goedgekeurd met als doel de wet van 1991 te moderniseren, voornamelijk door bepaalde organisatorische vereisten te versoepelen om een gelijk speelveld met concurrerende bedrijven te creëren, door de corporate governance af te stemmen op de gewone regels voor beursgenoteerde bedrijven in België en door het kader te definiëren waarbinnen de overheid haar participatie tot minder dan 50% kan terugbrengen. De Algemene Vergadering van 2016 besliste een aantal veranderingen aan de statuten om de wijzigingen aan de wet van 1991 erin op te nemen.

Op 31 december 2016 had de Groep 15.388.032 eigen aandelen, waarvan 1.167.056 met dividendrechten en 14.220.976 zonder dividendrechten. De dividenden toegekend aan eigen aandelen met dividendrechten, worden geboekt onder de rubriek "Onbeschikbare reserve voor verdeling" in de enkelvoudige jaarrekening van Proximus NV.

In 2016 en 2015 verkocht de Groep respectievelijk 9.773 en 1.047 eigen aandelen aan haar senior management voor minder dan 1 miljoen EUR onder een aandelenaankoopplan met korting van 16,70% (zie toelichting 36). De personeelsleden oefenden in 2016 en 2015 respectievelijk 201.579 en 772.107 opties op aandelen uit. Om deze uitoefening van aandelenopties te verwezenlijken, gebruikte Proximus eigen aandelen (zie toelichting 36). In 2016 en 2015 kende de Groep geen opties op aandelen toe aan het topmanagement en aan het senior management.

Aantal aandelen (inclusief eigen aandelen): 2015 2016
Op 1 januari 338.025.135 338.025.135
Vernietigingen
P
er 31 december
338.025.135 338.025.135
Aantal eigen aandelen: 2015 2016
Op 1 januari 16.794.538 16.021.384
Inkoop 0 0
Verkoop onder een aandelenaankoopplan met korting -1.047 -9.773
Verkoop van eigen aandelen 0 -422.000
Uitoefening van opties op aandelen -772.107 -201.579
Vernietigingen 0 0
P
er 31 december
16.021.384 15.388.032

Toelichting 17.2. Belangen zonder overheersende zeggenschap

Belangen zonder overheersende zeggenschap ('Minderheidsbelangen') omvatten 42,4% van de minderheidsaandeelhouders (Swisscom en MTN Dubai) in BICS, vanaf 1 januari 2010.

Toelichting 18. Rentedragende schulden

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2015 2016
Niet-achtergestelde obligatieleningen 1.753 1.755
Leasings en soortgelijke schulden 3 2
Andere afgeleide producten 33.1 4 6
T
otaal
1.761 1.763

Toelichting 18.1. Rentedragende schulden op lange termijn

Alle langetermijnschulden zijn zonder waarborgen. Tijdens 2015 en 2016 zijn er geen wanbetalingen of schendingen m.b.t. aangegane leningen.

In de twee voorgestelde jaren werden renteswaps (IRS, enkel in 2015) en rente- en valutaswaps (IRCS) gebruikt om de rentevoet- en wisselkoersrisico's op de niet-achtergestelde obligatieleningen in JPY te beheren. Deze swaps geven de Groep de mogelijkheid om de rentevoet om te zetten van een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd.

De niet-achtergestelde obligatieleningen in EUR en JPY worden door Proximus NV uitgegeven. De nominale waarde van deze schulden is volledig terugbetaalbaar op hun vervaldatum.

In april 2015 heeft de Groep 85% van de 10 miljard JPY lening (betaalbaar in december 2026) teruggekocht en de gerelateerde IRCS afgewikkeld. De andere JPY obligaties zijn vervallen in november 2015. In oktober 2015 heeft Proximus 29% van zijn 950 miljoen EUR lening (betaalbaar in november 2016) en 19% van zijn 500 miljoen EUR lening (betaalbaar in februari 2018) teruggekocht. Het wisselkoersrisico gerelateerd aan de resterende schulden in JPY is volledig economisch afgedekt door rente- en valutaswaps om ze om te zetten in schulden in EUR (zie toelichting 33).

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2016 zijn als volgt:

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2016 zijn als volgt: Interest
B
o
ekwaarde
N
o
m
inale
waarde
Waardering
vo
lgens IA
S 39
Vervaldatum betalingen /
herprijsbaar
B
etaalde
rentevo
et
R
eële
rentevo
et
(m
iljo
en EUR
)
(m
iljo
en EUR
)
(b)
N
ie
t
-
a
c
ht
e
rge
s
t
e
lde
o
bliga
t
ie
le
ninge
n
Leningen m
et vlo
ttende interestvo
et
A
fgeschreven
JP
Y (a)
12 11 ko
st
D
ec-26
H
alfjaarlijks
-0,40% -0,40%
Leningen tegen vaste interestvo
et
EUR 404 405 A
fgeschreven
ko
st
Feb-18 Jaarlijks 3,88% 4,05%
EUR 150 150 A
fgeschreven
ko
st
M
ar-28
Jaarlijks 3,19% 3,22%
EUR 100 100 A
fgeschreven
ko
st
M
ay-23
Jaarlijks 2,26% 2,29%
EUR 596 600 A
fgeschreven
ko
st
A
pr-24
Jaarlijks 2,38% 2,46%
EUR 493 500 A
fgeschreven
ko
st
Oct-25 Jaarlijks 1,88% 2,05%
1.7
4
3
1.7
5
5
T
o
t
a
le
nie
t
-
a
c
ht
e
rge
s
t
e
lde
o
bliga
t
ie
le
ninge
n
1.7
5
5
1.7
6
6
Le
a
s
ings
e
n s
o
o
rt
ge
lijk
e
s
c
hulde
n
EUR 2 2 A
fgeschreven
ko
st
2020 Kwartaal 4,44% 4,44%
T
o
t
a
le
f
ina
nc

le
la
nge
t
e
rm
ijns
c
hulde
n (
uit
ge
zo
nde
rd
de
riv
a
t
e
n)
1.7
5
8
1.7
6
8
a
f
ge
le
ide
pro
duc
t
e
n
A
fgeleide pro
ducten aangeho
uden vo
o
r
handelsdo
eleinden
6 R
eële waarde
T
o
t
a
a
l
1.7
6
3
1.7
6
8
(a) o
m
gezet in een lening in EUR
via rente- en valutaswaps

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2015 zijn als volgt:

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2015 zijn als volgt:
Boekwaarde Nominale waarde W
aardering
volgens IAS 39 Vervaldatum
Interest
betalingen /
herprijsbaar
Betaalde
rentevoet
Reële
rentevoet
(in miljoen EUR) (in miljoen EUR) (b)
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 12 11 Afgeschreven
kost
Dec-26 Halfjaarlijks -0,22% -0,22%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 403 405 Afgeschreven
kost
Feb-18 Jaarlijks 3,88% 4,05%
EUR 150 150 Afgeschreven
kost
Mar-28 Jaarlijks 3,19% 3,22%
EUR 100 100 Afgeschreven
kost
May-23 Jaarlijks 2,26% 2,29%
EUR 596 600 Afgeschreven
kost
Apr-24 Jaarlijks 2,38% 2,46%
EUR 492 500 Afgeschreven
kost
Oct-25 Jaarlijks 1,88% 2,05%
1.741 1.755
T
otale niet-achtergestelde
obligatieleningen
1.753 1.766
Leasings en soortgelijke schulden
EUR 3 3 Afgeschreven
kost
2020 Kwartaal 4,59% 4,59%
T
otale financiële
langetermijnschulden (uitgezonderd
derivaten)
1.756 1.769
afgeleide producten
Afgeleide producten aangehouden voor
handelsdoeleinden
4 Reële waarde
T
otaal
1.761 1.769

(a) omgezet in een lening in EUR via rente- en valutaswaps

(b) Voor leningen met variabele rente is de rentevoet die van de laatste herprijzingsdatum vóór 31 december 2015

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2015 2016
Korte termijn deel van andere schulden > 1 year
Niet-achtergestelde obligatieleningen 671 0
Leasings en soortgelijke schulden 2 2
Andere financiële schulden
Andere leningen 0 405
T
otaal
674 407

Toelichting 18.2. Rentedragende schulden op korte termijn

Twee obligatieleningen ten bedrage van 675 miljoen EUR zijn afgelopen in november 2016 en werden door de onderneming geherfinancierd met een commercial paper ten bedrage van 405 miljoen EUR.

Onderstaande tabel geeft detail van het kortetermijngedeelte van de niet-achtergestelde obligatieleningen die binnen het jaar aflopen.

De rentedragende kortetermijnleningen per 31 december 2016 zijn als volgt:

De rentedragende kortetermijnleningen per 31 december 2016 zijn als volgt:
B
o
ekwaarde
N
o
m
inale
waarde
Waardering
vo
lgens IA
S 39
Vervaldatum Interest
betalingen /
herprijsbaar
B
etaalde
rentevo
et
R
eële
rentevo
et
(in m
iljo
en EUR
)
(in m
iljo
en EUR
)
K
o
rt
e
t
e
rm
ijn de
e
l v
a
n re
nt
e
dra
ge
nde
s
c
hulde
n >
1 ye
a
r
le
a
s
ings
e
n s
o
o
rt
ge
lijk
e
s
c
hulde
n
Leningen tegen vaste interestvo
et
EUR 2 2 A
fgeschreven
ko
st
2020 Kwartaal 4,44% 4,44%

De rentedragende kortetermijnleningen per 31 december 2015 zijn als volgt:

De rentedragende kortetermijnleningen per 31 december 2015 zijn als volgt:
B
o
ekwaarde
N
o
m
inale
waarde
Waardering
vo
lgens IA
S 39
Vervaldatum Interest
betalingen /
herprijsbaar
B
etaalde
rentevo
et
R
eële
rentevo
et
(in m
iljo
en EUR
)
(in m
iljo
en EUR
)
K
o
rt
e
t
e
rm
ijn de
e
l v
a
n re
nt
e
dra
ge
nde
s
c
hulde
n >
1 ye
a
r
N
ie
t
-
a
c
ht
e
rge
s
t
e
lde
o
bliga
t
ie
le
ninge
n
Leningen tegen vaste interestvo
et
EUR 533 533 A
fgeschreven ko
st
N
o
v-16
Jaarlijks 4,38% 4,50%
EUR 139 142 A
fgeschreven ko
st
N
o
v-16
Jaarlijks 4,38% 7,16%
671 675
Le
a
s
ings
e
n s
o
o
rt
ge
lijk
e
s
c
hulde
n
Leningen tegen vaste interestvo
et
EUR 2 2 A
fgeschreven ko
st
2020 Kwartaal 4,59% 4,59%
EUR 0 0 A
fgeschreven ko
st
T
o
t
a
a
l
674 677
(in miljoen EUR) Arbeids
ongevallen
Geschillen Ziektedagen Andere
verplichtingen
Totaal
O
p 1 ja
nua
ri 2
0
15
3
5
2
6
3
6
5
7
15
4
To
evo
egingen
0 10 4 14 2
8
A
anwendingen
-
1
-
1
0 -12 -14
Terugnem
ingen
0 -
4
0 -
8
-11
Unwinding 0 0 1 0 1
O
p 3
1 de
c
e
m
be
r 2
0
15
3
5
3
1
4
1
5
1
15
7
To
evo
egingen
0 6 0 13 19
A
anwendingen
-
2
-
9
0 -
6
-17
Terugnem
ingen
0 -
3
-11 -
3
-17
A
ctualisatie
0 1 1 0 2
O
p 3
1 de
c
e
m
be
r 2
0
16
3
2
2
5
3
1
5
5
14
4

Toelichting 19. Voorzieningen

De voorziening voor arbeidsongevallen betreft de vergoedingen die Proximus NV desgevallend zou kunnen betalen aan personeelsleden die gewond geraakt zijn (met inbegrip van beroepsziekten) tijdens de uitoefening van hun functie en op de weg van en naar het werk. Tot 31 december 2002 werd de vergoeding volgens de wet van 1967 (openbare sector) op de arbeidsongevallen, gedekt en rechtstreeks uitbetaald door Proximus. Deze voorziening (gedeelte annuïteiten) is gebaseerd op actuariële gegevens met inbegrip van de sterftetafels, vergoedingspercentages, rentevoeten en andere factoren bepaald door de wet van 1967 en berekend met de hulp van een professioneel verzekeraar. Rekening houdend met de sterftetafel wordt ervan uitgegaan dat het grootste gedeelte van deze kosten zal worden uitbetaald tot 2062.

Sinds 1 januari 2003 zijn de contractuele personeelsleden onderworpen aan de wet van 1971 (privé-sector) en blijven de statutaire personeelsleden onder de toepassing van de wet van 1967 (openbare sector). Zowel voor de contractuele als de statutaire personeelsleden is Proximus sinds 1 januari 2003 gedekt door verzekeringspolissen voor arbeidsongevallen en zal zij dus geen rechtstreekse betalingen meer uitvoeren aan de personeelsleden. De voorziening voor geschillen geeft de beste raming van het management weer voor

waarschijnlijke verliezen ten gevolge van hangende geschillen waarvoor de Groep door een derde partij wordt vervolgd of waarvoor zij betrokken is in een juridisch of een belastinggeschil. De verwachte timing van de bijbehorende uitstroom van kasmiddelen hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende gerechtelijke procedures.

De voorziening voor ziektedagen is de beste raming van het management van de waarschijnlijke kosten ingevolge de toekenning door Proximus aan haar statutaire personeelsleden van een recht op cumulatie van niet-opgenomen ziektedagen. In 2016 is deze voorziening gedaald als gevolg van het plan voor vervroegd vertrek.

De voorziening voor andere verplichtingen per eind 2016 omvat hoofdzakelijk de geraamde kosten voor de ontmanteling en herstelling van de mobiele antennes, de voorziening voor milieurisico's en de overige risico's. Er wordt verwacht dat de meeste van deze kosten zullen worden betaald tijdens de periode 2017-2046. De voorziening voor ontmanteling en herstelling wordt geraamd tegen actuele prijzen en verdisconteerd tegen een disconteringsvoet tussen 0% en 4%, afhankelijk van de verwachte timing om aan de verplichtingen te voldoen.

Toelichting 20. Andere langetermijnschulden

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Andere langetermijnschulden - handelsschulden 185 146
Andere langetermijnschulden - niet
handelsschulden
0 16
T
otaal
185 162

Langetermijnschulden omvatten licenties (zie toelichting 4) en uitzend- en programmarechten betaalbaar over het deel van de contractuele

termijn dat 1 jaar overstijgt (meestal minder dan 3 jaren).

Toelichting 21. Andere kortetermijnschulden

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Te betalen B.T.W 6 13
Schulden aan werknemers 127 106
Voorziening voor vakantiegeld 84 83
Voorziening voor sociale zekerheidsbijdrage 55 41
Voorschot ontvangen op contracten 12 15
Andere belastingen 97 78
Over te dragen opbrengsten 137 154
Toe te rekenen kosten 38 34
Andere schulden 14 55
T
otaal
570 579

Over te dragen opbrengsten omvatten hoofdzakelijk voorafbetaalde telecommunicatie en ICT diensten.

Toelichting 22. Netto omzet

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Verkopen en verhuur van goederen 547 548
Leveren van diensten 5.397 5.282
T
otaal
5.944 5.829

Toelichting 23. Andere bedrijfsopbrengsten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Meerwaarde op de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 21 3
Andere opbrengsten 47 41
T
otaal
6
8
4
4

De Groep realiseerde een meerwaarde op verkoop van vaste activa van 21 miljoen EUR in 2015 en van 3 miljoen EUR in 2016.. De ontvangen geldmiddelen uit deze verkopen bedroegen 39 miljoen EUR in 2015 en 5 miljoen EUR in 2016.

Andere opbrengsten omvatten hoofdzakelijk vergoedingen voor netwerkschade (9 miljoen EUR in 2015 en 8 miljoen EUR in 2016) en bijdragen van het personeel en derden voor diverse diensten.

Toelichting 24. Niet-recurrente opbrengsten

Meerwaarden op de verkoop van dochterondernemingen en joint ventures worden weergegeven als niet-recurrente opbrengsten indien zij individueel 5 miljoen EUR overschrijden.

Er was geen niet-recurrente opbrengst in 2015, evenmin als in 2016.

Toelichting 25. Kosten van aan omzet- gerelateerde materialen en diensten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Aankopen van materialen 410 435
Aankopen van diensten 1.967 1.807
T
otaal
2377 2242

De aankopen van materialen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming, dat werd geactiveerd ten

bedrage van 72 miljoen EUR in 2016 en 109 miljoen in 2015.

Toelichting 26. Workforce kosten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
W
edden en lonen
740 708
Sociale zekerheidsbijdragen 189 182
Pensioenkosten 41 43
Vergoedingen na uitdiensttreding (andere dan pensioenen) en
beëindiginsvoordelen
9 5
Andere workforce kosten 221 221
T
otaal
1.199 1.159

Workforce kosten zijn kosten die verband houden zowel met eigen personeelsleden als met externe arbeidskrachten (opgenomen in andere Workforce kosten). Voor dochterondernemingen omvatten de workforce kosten enkel de interne personeelskosten en de pensioenkosten.

De personeelskosten van 2015 omvatten de positieve impact van het compensatiemechanisme met de Belgische Staat betreffende de gepensioneerde statutaire werknemers (toelichting 9.4). De negatieve impact van de herberekening van de schuldcomponent van de langetermijnvoordelenplannen uit het verleden

als gevolg van de recente evolutie van de Proximus aandelenkoers is ook opgenomen in deze workforce kosten

2016 omvat de positieve impact van het compensatiemechanisme (zie toelichting 9.4) en de vermindering van het aantal FTE's (318) als gevolg van het plan voor vervroegd vertrek.

De wedden en lonen en de sociale zekerheidsbijdragen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming dat geactiveerd werd ten bedrage van 110 miljoen EUR in 2016 en 103 miljoen EUR in 2015.

Toelichting 27. Non-workforce kosten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
H
uurko
sten
117 119
Onderho
ud en nutsvo
o
rzieningen
180 178
P
ubliciteit en public relatio
ns
8
3
8
4
A
dm
inistratie, o
pleiding, studies en fees
125 127
Ko
sten vo
o
r teleco
m
m
unicatie, po
st en kanto
o
ruitrusting
4
4
4
1
Waardeverm
inderingen en verliezen o
p dubieuze vo
rderingen
3
5
2
7
A
ndere belastingen dan winstbelastingen
3
7
2
A
ndere N
o
n-wo
rkfo
rce ko
sten (1)
171 6
6
T
o
t
a
a
l
792 644
(1) Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselko
erswinsten van EUR
2,9 m
iljo
en in 2016 en EUR
1,1 m
iljo
en in 2015.

Belasting op pylonen

In 2014 keurde het Waalse Gewest een decreet goed dat een belasting op pylonen van 8000 EUR per site invoerde en de gemeenten de mogelijkheid bood om bijkomende opcentiemen tot 100% van het bedrag van de gewestbelasting te heffen. Het Grondwettelijk Hof verklaarde dit decreet op 16 juli 2015 nietig ingevolge een beroep tot vernietiging ingediend door Proximus en de twee andere mobiele operatoren. Het Hof volgde het argument dat het Waalse Gewest niet bevoegd is om een dergelijke belasting te heffen, maar oordeelde dat de belasting van de voorbije jaren wel gehandhaafd kon blijven 'wegens de financiële en juridische moeilijkheden veroorzaakt door de vernietiging'.

Voor 2015 heeft het Waalse Gewest gelijkaardige decreten aangenomen en een schuld was daarom erkend in 2015.. Het decreet van 2016 verleende de lokale overheden opnieuw de volle bevoegdheid om pylonen te belasten. In verband met deze decreten werden beroepen tot vernietiging ingediend bij het Grondwettelijk Hof, dat ze respectievelijk op 25 mei en 17 november 2016 nietig verklaarde. Bijgevolg werd de openstaande schuld voor 2015 teruggedraaid in 2016.

Intussen hebben de mobiele operatoren met het Waalse Gewest een akkoord gesloten over belasting op pylonen en een kader gecreëerd om de uitrol van netwerken en investeringen door de operatoren te bevorderen om de digitale .

ontwikkeling van het Gewest t.e.m. 2019 te promoten. Als gevolg aan bovengenmelde feiten werd de openstaande schuld voor 2014 teruggedraaid in 2016. Voor 2016 werd geen schuld erkend.

De schuld als gevolg van de schikking werd erkend in de Non-workforce kosten.

Ook het Brusselse Gewest had voor 2016 een gewestbelasting op pylonen opgenomen in zijn begrotingsordonnantie van 2015, die in de dekking van een budgetbehoefte van 10 miljoen EUR voor de drie mobiele operatoren moest voorzien. Het Gewest heeft in dit verband evenwel geen ordonnantie gestemd vóór de deadline van 31 december 2016.

Proximus blijft ontvangen aanslagbiljetten m.b.t. belasting op pylonen betwisten.

Base, KPN & Mobistar akkoord

In oktober 2015 hebben KPN, BASE Company, Mobistar en Proximus een akkoord bereikt voor alle openstaande geschillen met betrekking tot de toepassing in het verleden van tarieven voor mobiele telecommunicatiediensten, meer bepaald het onderscheid tussen "on-net" en "off-net" telefoniediensten. De overeenkomst houdt de betaling in van een bedrag van 120 miljoen EUR. De hieraan verbonden kost (116 million EUR ) is opgenomen in de Non-workforce kosten.

Toelichting 28. Niet-recurrente kosten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
B
eëindigingsvo
o
rdelen en herstructurering
-
3
0
P
lan vo
o
r vervro
egd vertrek
0 103
B
eëindiging vo
o
rdelige anticipatieclausule
0 -
9
T
o
t
a
l
-
2
9
5

Verliezen op de verkoop van

dochterondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, kosten voor herstructureringsprogramma's en de gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding met impact voor de begunstigden, worden opgenomen als nietrecurrente kosten.

Op 27 april 2016 hebben de sociale partners en de Raad van bestuur een plan voor vrijwillig vervroegd vertrek en een collectieve arbeidsovereenkomst goedgekeurd. Alle kosten die verband houden met het vrijwillig vervroegd vertrek plan worden en zullen worden

opgenomen als niet-recurrente kosten. Voor de werknemers voor wie het plan onmiddellijk van toepassing was, werd de kost onmiddellijk erkend. Voor werknemers die zich op het plan hebben ingeschreven maar nog actief blijven, wordt de kost gespreid over hun respectievelijke actieve periode, startend vanaf het 2de kwartaal van 2016.

De éénmalige balans impact van de collectieve arbeidsovereenkomst werd ook via nietrecurrente kosten geboekt in 2016. De impact van het plan voor vervroegd vertrek op de provisie voor ziektedagen voor de statutaire werknemers werd erkend in de niet-recurrente kosten.

De totale impact van dit alles is als volgt:

In miljoen
EUR
Q2-2016 Q3-2016 Q4-2016 2017 2018 2019 Totaal
53 33 18 73 43 19 239

Als gevolg van de wijziging van de pensioenwet (wet van 18 december 2015) werd de gunstige anticipatieclausule nietig verklaard met overgangsmaatregelen voor werknemers van 55 jaar en ouder in 2016. De regeling als gevolg van het verwijderen van deze clausule heeft geleid tot een winst op de verstreken dienstjaren van 9 miljoen EUR in de niet-recurrente kosten.

Toelichting 29. Afschrijvingen

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
A
fschrijvingen o
p licenties en andere im
m
ateriële vaste activa
342 358
A
fschrijvingen o
p m
ateriële vaste activa
528 559
T
o
t
a
a
l
869 9
17

Toelichting 30. Netto financiële kosten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2015 2016
Financiële opbrengsten
Interestopbrengsten op financiële instrumenten
Aan afgeschreven kostprijs 1 1
Aan reële waarde via de resultatenrekening 0 1
Interestopbrengsten op activa
Op vorderingen 5 2
W
aardering aan de reële waarde van financiële instrumenten
Niet in een afdekkingsrelatie 37 7 0
Meerwaarde op verkoop van
Beleggingen 37 2 0
Terugkoop van obligaties 6 0
Andere financiële inkomsten 1 1
Financiële kosten
Intresten en kosten van leningen op financiële instrumenten
Aan afgeschreven kostprijs -95 -82
Aan reële waarde via de resultatenrekening -
1
0
Van langetermijnschulden -
4
-
4
Verlies op verkoop van
Terugkoop van obligaties 37 -25 0
Actualisatie kosten
Van voorzieningen 0 -
3
Van beëindigingsvoordelen -10 -14
Andere financiële kosten -
4
-
2
T
otaal
-120 -101

Op 1 april 2015 heeft de Groep een gedeelte van de langetermijn niet-achtergestelde obligatielening in JPY (die afloopt in 2026) terugbetaald. De transactie genereerde een winst van 6 miljoen EUR. De andere obligatieleningen in JPY en de gelinkte derivaten (IRS, IRCS) zijn

afgelopen in november 2015. De herberekening naar reële waarde van de financiële instrumenten als gevolg hiervan was niet materieel in 2016.

Op 1 oktober 2015 betaalde de Groep een premie uit van 25 miljoen EUR voor de gedeeltelijke

afwikkeling van twee obligatieleningen met vervaldag in 2016 en 2018. De totale afschrijving van agio's/disagio's in verband met de niet-JPY obligaties en de

Toelichting 31. Winst per aandeel

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de netto winst van het jaar die kan toegekend worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen tijdens het jaar. De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de netto winst van het jaar die toegekend

terugbetalingspremie voor deze obligaties bedroeg 31 miljoen EUR in 2015. De afschrijving van agio's/ disagio's in verband met de niet JPY obligaties bedroeg 6 miljoen EUR in 2016.

wordt aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen, beiden gecorrigeerd voor de effecten van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering kunnen leiden.

Hierna worden de resultaten- en aandelengegevens weergegeven die worden gebruikt bij de berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel:

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen, behalve de cijfers met betrekking tot de aandelen) 2015 2016
N
etto
winst to
e te rekenen aan gewo
ne aandeelho
uders (in m
iljo
en EUR
)
482 523
Gewo
gen gem
iddeld aantal gewo
ne uitstaande aandelen
321.767.821 322.317.201
A
anpassing vo
o
r aandeleno
pties
504.651 292.915
Gewo
gen gem
iddeld aantal gewo
ne uitstaande aandelen vo
o
r verwaterde winst
per aandeel
322.272.472 322.610.116
Gewo
ne winst per aandeel (EUR
)
1,50 1,62
Verwaterde winst per aandeel (EUR
)
1,50 1,62

De aandelenopties toegekend van 2004 tot 2012 zijn verwaterend in 2015 en 2016, en daarom

begrepen in de berekening van de verwaterde winst per aandeel.

Toelichting 32. Betaalde en voorgestelde dividenden

(in miljoen, behalve de cijfers met betrekking tot de aandelen) 2015 2016
Dividenden op gewone aandelen:
Voorgestelde dividenden (in miljoen EUR) 483 484
Aantal uitstaande aandelen met dividendrechten 322.003.751 322.605.743
Dividend per aandeel (EUR) 1,5 1,5
Interim dividend betaald aan de aandeelhouders (in miljoen EUR) 161 161
Interim dividend per aandeel (EUR) 0,50 0,50

De voorgestelde dividenden voor 2015 werden effectief uitbetaald in april 2016. Het interimdividend van 2016 werd betaald in december 2016.

Een bedrag van 1,6 miljoen EUR werd betaald in 2016 bij de uitoefening van de stock opties en komt overeen met de gecumuleerde dividenden verbonden aan de stock opties sinds hun toekenning.

Toelichting 33. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten

Toelichting 33.1. Derivaten

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals renteswaps (IRS, enkel in 2015), rente- en valutaswaps (IRCS), termijnwisselcontracten en valuta opties.

(in miljoen EUR) Toelichting 2015
V
aste activa
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 10 6 6
V
lottende activa
Niet-rentedragend
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 13 1 1
T
otaal activa
6 8
Langetermijnschulden
Rentedragend
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 18 4 6
T
otaal schulden
5 6

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de positieve en negatieve reële waarden van de derivaten in de balans, opgenomen als respectievelijk vaste/vlottende activa of passiva.

Op 31 december 2015 Reële waarde
(in miljoen EUR) Activa Passiva
Rente- en valutaswaps 6 0
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 0 -
4
Derivaten die niet kwalificeren voor boekhoudkundige afdekking 6 -
5
Op 31 december 2016 Reële waarde
(in miljoen EUR) Activa Passiva
R
ente- en valutaswaps
6 0
R
ente - en valutagerelateerd - anderen derivaten
0 -
6
Term
ijnwisselco
ntracten
1 0
D
e
riv
a
t
e
n die
nie
t
k
wa
lif
ic
e
re
n v
o
o
r bo
e
k
ho
udk
undige
a
f
de
k
k
ing
8 -
6

Rente- en valutaswaps (IRCS) worden gebruikt om wisselkoers- en renterisico's m.b.t. de overblijvende niet-achtergestelde obligatieleningen van JPY 1,5 miljard te beheren (zie toelichting 18).

Termijnwisselcontracten betreffen hoofdzakelijk de termijnaankoop van USD tegen EUR voor verwachte operationele transacties, en zullen grotendeels aflopen voor eind 2017.

Toelichting 33.2. Financieel risicobeheer: objectieven en beleid

De belangrijkste financiële instrumenten van de Groep bestaan uit niet-achtergestelde obligaties, handelsvorderingen en handelsschulden. De belangrijkste risico's verbonden met deze financiële instrumenten zijn het rentevoetrisico, het wisselkoersrisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico. De Groep is ook blootgesteld aan het financieel risico dat met toekomstige transacties verbonden is.

Het principe van risicominimalisatie wordt op alle financiële transacties toegepast. Om dit te bereiken wordt het beheer met betrekking tot de financiering, wisselkoers, rentevoet en kredietrisico gecentraliseerd bij het Groep Treasury departement. Simulaties worden uitgevoerd gebruikmakend van verschillende marktscenario's ("worst case" scenario inbegrepen) om hun impact in verschillende marktomgevingen in te schatten. Alle financiële transacties en financiële risico's worden beheerd en opgevolgd in een centraal treasury management systeem.

Het Groep Treasury departement voert zijn activiteiten uit in het kader van de regels en richtlijnen die door het Executief Comité en de Raad van Bestuur goedgekeurd werden. Het Groep Treasury departement is verantwoordelijk voor de toepassing van deze richtlijnen. Volgens deze regels, worden de derivaten gebruikt om het rentevoetrisico en het wisselkoersrisico af te dekken. Derivaten worden enkel gebruikt als dekkingsinstrument, en kunnen niet gebruikt worden voor handels- of andere speculatieve

doeleinden. De belangrijkste door de Groep gebruikte derivaten zijn termijnwisselcontracten en valutaopties.

Het interne auditdepartement van de Groep controleert regelmatig de interne controleomgeving binnen het Groep Treasury departement.

Rentevoetrisico

De blootstelling van de Groep aan de veranderende marktrentevoeten betreft voornamelijk zijn lange-termijn financiële schulden. Het Groep Treasury departement beheert de blootstelling van de Groep aan wijzigingen van de rentevoeten en de financieringskost, door een mix van vaste en vlottende rentedragende schulden te gebruiken, in lijn met de door de Groep opgestelde regels voor financieel risicobeheer. Deze regels streven naar het bereiken van een optimaal evenwicht tussen de totale financieringskost, de risicobeperking en het vermijden van de volatiliteit van de financiële resultaten, rekening houdend met zowel de marktcondities en opportuniteiten als met de globale handelsstrategie van de Groep.

De onderstaande tabellen tonen de rentedragende langetermijnschulden (inclusief het kortetermijngedeelte, exclusief leasing- en soortgelijke schulden), de renteswaps (IRS), de rente- en valutaswaps (IRCS) en de netto wisselverplichtingen van de Groep, op 31 december 2015 en 2016.

Op 31 december 2016

Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
(in jaren)
7
10
7

(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.

Op 31 december 2015

Directe lening IRCS overeenkomsten Netto wissel verplichtingen
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
(in miljoen EUR) (in jaren) (in miljoen EUR) (in jaren) (in miljoen EUR)
EUR
Vast 2.430 2,48% 6 2.430 2,48% 6
Variabel 11 -0,22% 11 11 -0,22% 11
JPY
Vast 11 5,04% 11 -11 -5,04% 11
Variabel
T
otaal
2.441 2,50% 6 0 2.441 2,46% 6

(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.

De Groep verwacht geen materiële impacten in 2017 in de resultatenrekening van te betalen intresten op leningen met vlottende rentevoet enerzijds, en anderzijds van de herwaardering aan marktwaarde van bepaalde IRCS-derivaten die niet als afdekkingsinstrumenten in aanmerking komen.

Wisselkoersrisico's

De operationele activiteiten zijn de belangrijkste bron van wisselrisico voor de Groep. Dit risico komt voort uit de aankopen of verkopen die door de operationele afdelingen in een andere valuta dan hun functionele valuta worden uitgevoerd. Dergelijke transacties komen voornamelijk voor in het segment International Carrier Services ("ICS"). De internationale activiteiten van dit segment genereren betalingen in verschillende valuta's van en naar andere telecommunicatie operatoren; het risico komt eveneens voor in sommige dochterondernemingen die de internationale activiteiten (ICT, roaming, investeringen en operationele uitgaven) uitvoeren van de Groep.

De wisselkoersrisico's worden ingedekt voor zover ze de kasstromen van de Groep beïnvloeden. De wisselkoersrisico's die de kasstromen van de Groep niet beïnvloeden (bijvoorbeeld risico's die voortvloeien uit de omzetting van activa en schulden van de buitenlandse operaties naar de functionele valuta) worden gewoonlijk niet ingedekt. Niettemin zou de Groep kunnen overwegen om deze zogenaamde omrekeningsverschillen in te dekken indien hun mogelijke impact belangrijk zou worden voor de geconsolideerde jaarrekening. De typische instrumenten die gebruikt worden om het wisselkoersrisico in te dekken zijn de termijnwisselcontracten en valutaopties. In 2015 en 2016 was de Groep enkel voor zijn operationele activiteiten aan het wisselkoersrisico blootgesteld. De herwaardering naar de reële waarde van de openstaande posities in vreemde munten wordt normaal gezien via de resultatenrekening erkend en wordt gereduceerd of gecompenseerd door de herwaardering van de derivaten die gebruikt werden om dit risico in te dekken. Echter in een beperkt aantal gevallen wordt hedge accounting toegepast, waarbij de herwaarderingsresultaten tijdelijk op de balans worden opgenomen in afwachting van de finale afwikkeling van de onderliggende zogenaamde "hedge effective" blootstelling, om uiteindelijk als wisselkoersresultaten opgenomen te worden in de resultatenrekening.

De Groep voerde voor de jaren 2015 en 2016 een sensitiviteitsanalyse uit op de wisselkoersen EUR/USD, EUR/SDR, EUR/GBP en EUR/CHF, de vier munten waarin de Groep typisch een risico heeft uit zijn operationele activiteiten. Voor 2015 en 2016, was er geen belangrijke impact op de resultatenrekening van de Groep. Voor 2017, verwacht de Groep geen materiële impact van koersschommelingen op zijn financiële prestaties, gegeven dat, zoals voorheen, zulke wisselrisico's tijdig en doeltreffend worden ingedekt vanaf wanneer zij zich voordoen gedurende de normale bedrijfsuitoefening.

Kredietrisico en belangrijke concentraties van kredietrisico

Proximus is blootgesteld aan kredietrisico's door zijn operationele en beleggingsactiviteiten (financiële beleggingen voor het beheer van de liquide middelen van de Groep). Kredietrisico

betreft alle soorten risico's op tegenpartijen, bijvoorbeeld wanneer de tegenpartij haar verplichtingen tegenover Proximus niet nakomt in het kader van leningen, dekkingen, uitbetalingen en andere financiële activiteiten.

De maximale blootstelling van de Groep aan het kredietrisico (zonder rekening te houden met de waarde van alle zakelijke of andere zekerheden), in geval de tegenpartij haar verplichtingen niet nakomt en dit voor elke categorie van erkende financiële activa (waaronder derivaten met positieve marktwaarde), is gelijk aan de boekwaarde van deze activa op de balans en verleende bankgaranties.

Om het kredietrisico te beperken dat met de financieringsactiviteiten en het beheer van de liquide middelen van de Groep verbonden is, worden dergelijke transacties in regel enkel met financiële instellingen van eerste rang afgesloten, waarvan de langetermijn rating minimaal A- (S&P) bedraagt.

Het kredietrisico dat uit operationele activiteiten met grote klanten voortvloeit, wordt op individuele basis beheerd en gecontroleerd. Indien nodig, vraagt de Groep bijkomende zakelijke zekerheden. Deze belangrijke klanten zijn niet materieel voor de Groep, aangezien de portfolio van Proximus vooral uit een groot aantal kleine klanten bestaat. Het kredietrisico en de concentratie van het kredietrisico verbonden aan handelsvorderingen is dus beperkt. De concentratie van het kredietrisico is ook beperkt voor handelsvorderingen op andere telecommunicatieondernemingen, door middel van nettingovereenkomsten met handelsschulden (zie toelichting 12), de verplichtingen tot vooruitbetaling, bankgaranties, de waarborgen uitgegeven door moederondernemingen en kredietlimieten toegestaan door kredietverzekeraars.

De Groep is blootgesteld aan kredietverliezen ingeval de tegenpartij haar verplichtingen op derivaten niet nakomt (zie toelichting 33.1). De Groep verwacht dit echter niet, gezien het om financiële instellingen met de beste kredietwaardigheid gaat. Bovendien is de Groep aan kredietrisico's blootgesteld door het occasioneel uitgeven van financiële zekerheden. Op 31 december 2016 had de Groep

bankgaranties uitgegeven voor een bedrag van 49,2 miljoen EUR en 48 miljoen EUR op 31 december 2015.

Liquiditeitsrisico

In overeenstemming met het Treasurybeleid, beheert het Groep Treasury departement de financieringskost door een mix van schulden met vaste rentevoet en schulden met vlottende rentevoet.

Een liquiditeitsreserve onder de vorm van kredietfaciliteiten en cash, wordt aangehouden met het doel de liquiditeit en de financiële flexibiliteit van de Groep steeds te handhaven. Daartoe is Proximus NV bilaterale kredieten aangegaan met verschillende looptijden evenals twee aparte gesyndiceerde kredietfaciliteiten ten bedrage van 700 miljoen EUR. Voor de middellange tot langetermijnfinanciering, gebruikt de Groep obligaties en leningen op middellange

termijn. De looptijd van de schulden is gespreid over meerdere jaren. Het Groep Treasury departement analyseert regelmatig zijn financieringsbehoefte, rekening houdend met zijn eigen rating en de bestaande condities op de markt.

De onderstaande tabel vat de looptijd van rentedragende schulden van de Groep samen voor elk boekjaar, zoals weergegeven in toelichting 18. Dit profiel is gebaseerd op de niet geactualiseerde contractuele interestbetalingen en op de kapitaalsaflossingen. De impact van de derivaten op de kasstromen die gebruikt worden om een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd om te zetten, werd in acht genomen. Voor de schulden met vlottende rentevoet zijn de rentevoeten die gebruikt werden om de kasstromen te bepalen, diegenen van de laatste herprijzing voor de afsluiting van het boekjaar (respectievelijk op 31 december 2015 en 2016).

(in miljoen EUR) 2016 2017 2018 2019 2020 2021-2028
Op 31 december 2015
Kapitaal 675 0 405 0 0 1.361
Interesten 76 47 47 31 31 152
T
otaal
752 4
7
452 3
1
3
1
1.513
Op 31 december 2016
Kapitaal 0 405 0 0 1.361
Interesten 47 47 31 31 152
T
otaal
4
7
452 3
1
3
1
1.513

Bankkredietfaciliteiten op 31 december 2016

Behalve de rentedragende schulden op lange termijn zoals weergegeven in toelichting 18.1 en 18.2, kan de Groep beroep doen op langetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 650 miljoen EUR en kortetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 50 miljoen EUR. Deze faciliteiten worden verstrekt door een gediversifieerde groep van banken. Op 31 december 2016 was er geen enkel uitstaand saldo onder deze faciliteiten. Een totaal van kredietlijnen voor 700 miljoen EUR is

daarom beschikbaar voor opname op 31 december 2016.

De Groep maakt ook gebruik van een Euro Medium Term Note ("EMTN")-programma van 3,5 miljard EUR en een Commercial Paper ("CP") programma van 1 miljard EUR. Op 31 december 2016 was er een uitstaand bedrag onder het EMTN-programma van 1.755 miljoen EUR, terwijl het CP-programma een opgenomen en uitstaand bedrag toonde van 405 miljoen EUR.

Toelichting 33.3. Netto financiële positie van de Groep en beheer van kapitaal

De Groep definieert zijn netto financiële positie als het netto bedrag van de beleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten, verminderd met alle rentedragende schulden en bijbehorende derivaten (met inbegrip van de herwaardering naar de reële waarde). De netto financiële positie omvat geen langetermijnhandelsschulden.

(in miljoen EUR) Toelichting 2015 2016
Activa
Kortetermijn beleggingen (1) 14 8 6
Geldmiddelen en kasequivalenten (1) 15 502 297
Langetermijn derivaten 10 6 6
S
chulden
Langetermijn rentedragende schulden (1) 18 -1.761 -1.763
Kortetermijn rentedragende schulden (1) 18 -674 -407
Netto financiële positie -1.919 -1.861

(1) na herwaardering aan de reële waarde, indien van toepassing.

De rentedragende schulden op lange termijn bevatten langetermijn derivaten tegen reële waarde van 4,4 miljoen EUR in 2015 en 6 miljoen EUR in 2016 (zie toelichting 18.1).

Het doel van de Groep inzake het kapitaalbeheer bestaat erin een netto financiële schuldenlast en eigen vermogen-ratio's te behouden die zorgen voor voldoende liquiditeit op elk moment via een flexibele toegang tot de kapitaalmarkten, en dit om strategische projecten te kunnen financieren, en een aantrekkelijke vergoeding aan de aandeelhouders te bieden.

Dit laatste werd herzien door de Proximus Raad van Bestuur van 25 februari 2010 en Proximus verbindt er zich nu toe om, in principe, het merendeel van haar jaarlijkse kasstroom voor financieringsactiviteiten (vrije kasstroom) te laten terugvloeien naar haar aandeelhouders. De uitkering uit de vrije kasstroom, hetzij via

dividenden, hetzij via aandeleninkoop, zal jaarlijks opnieuw worden herbekeken, teneinde voldoende strategische financiële flexibiliteit te behouden voor toekomstige organische groei of groei via selectieve acquisities, en dit met een klare focus op waardecreatie. Dit houdt tevens bevestiging in van adequate niveaus van beschikbare reserves. Bovendien is de Proximus Raad van Bestuur van plan, zoals bevestigd en goedgekeurd door de Proximus Raad van Bestuur op 15 december 2016, om voor de komende 3 jaren (2017, 2018 en 2019), een stabiel dividend uit te betalen van 1,50 EUR per aandeel (interim dividend van 0,50 EUR en gewoon dividend van 1,00 EUR), mits de financiële performantie van Proximus in lijn is met de verwachtingen.

Over de twee voorgestelde jaren, heeft de Groep geen nieuwe aandelen of andere verwaterende instrumenten uitgegeven.

Toelichting 33.4. Categorieën van financiële instrumenten

Occasioneel gebruikt de Groep rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's verbonden aan wijzigingen in rentevoeten en wisselkoersen op de rentedragende langetermijnschulden te beheersen (zie toelichting 33.2).

De volgende tabellen stellen de financiële instrumenten van de Groep voor, per categorie zoals gedefinieerd in IAS 39, evenals de winsten en verliezen uit de herwaardering aan reële waarde.

Aan de per 31 december 2016 geldende marktvoorwaarden overschrijdt de reële waarde van de niet achtergestelde obligatieleningen, gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, de boekwaarde met 156 miljoen EUR of 8,9% van de boekwaarde.

De reële waarde, berekend voor elke obligatie afzonderlijk, werd bekomen door de gecumuleerde kasuitstroom van elke obligatielening te verdisconteren aan de rentevoet waartegen de Groep per 31 december 2016 gelijkaardige obligatieleningen met de zelfde looptijden zou kunnen aangaan.

Categorie
Op 31 december 2016 Toelich
ting
volgens IAS
39 (1)
Boekwaar
d
e
Bedragen erkend in de balans volgens IAS 39
(in miljoen EUR) Afgeschreven
kostprijs
Aanwervingskost
, na mogelijke
waardevermin
deringen
Aanpassing aan
de reële waarde
via het eigen
vermogen
Aanpassing aan
de reële waarde
via de resultaten
rekening
A
C
T
IV
A
V
a
s
t
e
a
c
t
iv
a
A
ndere deelnem
ingen
7 A
FS
10 10 0
A
ndere vaste activa
A
ndere derivaten
33.1 FVTP
L
6 1
A
ndere financiële activa
10 LaR 3
0
3
0
V
lo
t
t
e
nde
a
c
t
iv
a
H
andelsvo
rderingen
12 LaR 1.149 1.149
A
ndere vlo
ttende activa
A
ndere derivaten
32.1 FVTP
L
1 1
Terug te vo
rderen B
TW en
andere vo
rderingen
13 N
VT
2
5
2
5
B
eleggingen
14 A
FS
1 0 0
B
eleggingen
14 H
TM
5 5
Geldm
iddelen en kasequivalenten
Ko
rteterm
ijndepo
sito
's
15 LaR 297 297
S
C
H
U
LD
E
N
La
nge
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
R
entedragende schulden
N
iet-achtergestelde
o
bligatieleningen niet in een
afdekkingsrelatie
18 OFL 1.755 1.755
Leasings en so
o
rtgelijke
schulden
18 OFL 2 2
A
ndere derivaten
33.1 FVTP
L
6 1
N
iet-rentedragende schulden
A
ndere langeterm
ijnschulden
2
0
OFL 169 169
K
o
rt
e
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
R
entedragende schulden, ko
rte
term
ijn deel
Leasings en so
o
rtgelijke
schulden
18 OFL 2 2
R
entedragende schulden
A
ndere leningen
18 OFL 405 405
H
andelsschulden
OFL 1.381 1.381
A
ndere ko
rteterm
ijnschulden
A
ndere schulden
6.5 OFL 3
4
3
4
0
Te betalen B
.T.W. en andere
schulden
2
1
OFL 280 280
(1) D
e catego
riëen vo
lgens IA
S 39 zijn de vo lgende :

A FS: Vo o r verko o p beschikbare financiële activa (A vailable-fo r-sale financial assets)

H TM : Financiële activa aangeho uden to t vervaldatum (Financial assets held-to -m aturity) LaR : Leningen en vo rderingen (Lo ans and R eceivables financial assets)

FVTP L: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening OLF: A ndere financiële schulden

Op 31 december 2015 Toelich
ting
Categorie
volgens IAS
Boekwaar
d
e
Bedragen erkend in de balans volgens IAS 39
(in miljoen EUR) Afgeschreven
kostprijs
Aanwervingskost
, na mogelijke
waardevermin
deringen
Aanpassing aan
de reële waarde
via het eigen
vermogen
Aanpassing aan
de reële waarde
via de resultaten
rekening
A
C
T
IV
A
V
a
s
t
e
a
c
t
iv
a
A
ndere deelnem
ingen
7 A
FS
9 9 0
A
ndere derivaten
33.1 FVTP
L
6 1
A
ndere financiële activa
10 LaR 3
7
3
7
V
lo
t
t
e
nde
a
c
t
iv
a
H
andelsvo
rderingen
12 LaR 1.140 1.140
A
ndere vlo
ttende activa
Terug te vo
rderen B
TW en
andere vo
rderingen
13 N
/A
3
9
3
9
0
B
eleggingen
14 A
FS
4 4 0
B
eleggingen
14 H
TM
4 4
Geldm
iddelen en kasequivalenten
Ko
rteterm
ijndepo
sito
's
15 LaR 502 502
S
C
H
U
LD
E
N
La
nge
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
R
entedragende schulden
N
iet-achtergestelde
o
bligatieleningen niet in een
afdekkingsrelatie
18 OFL 1.753 1.753
Leasings en so
o
rtgelijke
schulden
18 OFL 3 3
A
ndere derivaten
33.1 FVTP
L
4 1
N
iet-rentedragende schulden
A
ndere langeterm
ijnschulden
2
0
OFL 185 185
K
o
rt
e
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
R
entedragende schulden, ko
rte
term
ijn deel
N
iet-achtergestelde
o
bligatieleningen niet in een
afdekkingsrelatie
18 OFL 671 671
Leasings en so
o
rtgelijke
schulden
18 OFL 2 2
H
andelsschulden
OFL 1.330 1.330
A
ndere ko
rteterm
ijnschulden
Te betalen B
.T.W. en andere
schulden
2
1
OFL 298 298
(1) D
e catego
riëen vo
lgens IA
A
FS: Vo
o
r verko
o
p beschikbare financiële activa (A
H
TM
: Financiële activa aangeho
S 39 zijn de vo
lgende :
uden to
vailable-fo
t vervaldatum
r-sale financial assets)
(Financial assets held-to
-m
aturity)

LaR : Leningen en vo rderingen (Lo ans and R eceivables financial assets)

OLF: A ndere financiële schulden

FVTP L: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

Toelichting 33.5. Activa en passiva aan reële waarde

Financiële instrumenten die gewaardeerd zijn aan reële waarde worden in de onderstaande tabel getoond volgens de gebruikte waarderingstechniek. De hiërarchie tussen de technieken geeft het belang aan van de gebruikte inputs om tot de waardering te komen.

  • Niveau 1: (Niet aangepaste) prijsnotering op actieve markten voor identieke activa of passiva;
  • Niveau 2 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens voor activa of passiva;
  • Niveau 3: Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.

De Groep houdt alleen financiële instrumenten aan van niveau 1 en 2. In 2016 heeft de Groep een nieuw instrument opgenomen onder niveau 3 maar welke geen transfer is van een ander niveau. De waarderingstechnieken voor de reële waardeberekening van de financiële instrumenten van niveau 2 zijn:

Andere derivaten van niveau 2 Andere derivaten omvatten hoofdzakelijk renteswaps (IRS, enkel in 2015) en rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's van de Groep met betrekking tot schommelingen

van de rentevoet en vreemde valuta te beperken voor sommige van haar langetermijnschulden. De reële waarden van deze instrumenten worden bepaald door het verdisconteren van de verwachte contractuele kasstromen gebruikmakend van rentegrafieken in de betreffende valuta's en wisselkoersen waarneembaar op actieve markten.

Niet achtergestelde oblibatieleningen De niet achtergestelde obligatieleningen worden opgenomen aan afgeschreven kost. De reële waarden, voor elke obligatielening apart berekend, worden bekomen door het verdisconteren van de rentevoeten aan dewelke de Groep zou kunnen lenen op 31 december 2015 voor gelijkaardige obligaties met dezelfde resterende looptijden.

De financiële instrumenten die geclassificeerd zijn onder niveau 3, zijn gebaseerd op reële waarde van uitgaande kasstromen in verschillende scenario's, elk gewogen op zijn kans van voorkomen. De wegingen zijn ofwel gebaseerd op statistische data die zeer stabiel zijn over de jaren, ofwel gebaseerd op de beste schatting van Proximus van het voorkomen van het scenario. De reële waarde van het instrument is sterk afhankelijk van maar in verhouding tot veranderingen in de geschatte uitgaande kasstromen.

Op 31 december 2016 Categorie
volgens
Saldo per
31
Gebruikte waarderingsmethode
op het einde van het boekjaar:
(in miljoen EUR) Toelichtin
g
IAS 39 (1) december
2016
Niv 1 Niv 2 Niv 3
A
C
T
IV
A
V
a
s
t
e
a
c
t
iv
a
A
ndere vaste activa
A
ndere derivaten
FVTP
L
6 6
V
lo
t
t
e
nde
a
c
t
iv
a
N
iet-rentedragende schulden
A
ndere derivaten
FVTP
L
1 1
B
eleggingen
A
FS
1 1
S
C
H
U
LD
E
N
La
nge
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
R
entedragende schulden
N
iet-achtergestelde o
bligatieleningen behalve
vo
o
r hun "
niet-nauw verwante"
beslo
ten
derivaten
OFL 1.755 1.906
N
iet-rentedragende schulden
A
ndere derivaten
FVTP
L
6 6
K
o
rt
e
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
N
iet-rentedragende schulden
#
N
/A
OFL 3
4
3
4
(1) D
e catego
riëen vo
lgens IA
S 39 zijn de vo
lgende :
A
FS: Vo
o
r verko
o
p beschikbare financiële activa (A
vailable-fo r-sale financial assets)
FVTP
L: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

OFL: A ndere financiële schulden

Op 31 december 2015 Categorie
volgens
Saldo op
31
Gebruikte waarderingsmethode
op het einde van het boekjaar:
(in miljoen EUR) Toelichtin
g
IAS 39 (1) december
2015
Niv 1 Niv 2 Niv 3
A
C
T
IV
A
V
a
s
t
e
a
c
t
iv
a
A
ndere vaste activa
A
ndere derivaten
33.1 FVTP
L
6 6
V
lo
t
t
e
nde
a
c
t
iv
a
B
eleggingen
14 A
FS
4 4
S
C
H
U
LD
E
N
La
nge
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
R
entedragende schulden
N
iet-achtergestelde o
bligatieleningen behalve
vo
o
r hun "
niet-nauw verwante"
beslo
ten
derivaten
33.1 OFL 1.753 1.838
A
ndere derivaten
33.1 FVTP
L
4 4
K
o
rt
e
t
e
rm
ijns
c
hulde
n
R
entedragende schulden
N
iet-achtergestelde o
bligatieleningen behalve
vo
o
r hun "
niet-nauw verwante"
beslo
ten
derivaten
33.1 OFL 671 700
(1) D
e catego
riëen vo
lgens IA
S 39 zijn de vo
lgende :
A
FS: Vo
o
r verko
o
p beschikbare financiële activa (A
vailable-fo r-sale financial assets)

FVTP L: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening OFL: A ndere financiële schulden

Toelichting 34. Informatie over verbonden partijen

Toelichting 34.1. Geconsolideerde ondernemingen

De dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen zijn opgenomen in toelichting 6.

Leveringen van goederen en diensten tussen ondernemingen van de Groep gebeuren aan commerciële voorwaarden en marktprijzen.

De transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen, als verbonden partijen, worden geëlimineerd voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening. De transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen zijn als volgt:

Boekjaar afgesloten op 31 december

Per 31 december

Transacties tussen Proximus SA en haar dochterondernemingen

(in miljoen EUR) 2015 2016
Opbrensgten 134 132
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten -135 -120
Netto financiële kosten -261 -259
Dividenden ontvangen 719 646

Balans van de transacties tussen Proximus SA en haar dochterondernemingen (in miljoen EUR) 2015 2016

Handelsvorderingen 40 30
Handelsschulden -52 -44
Rentedragende vorderingen/schulden -9.939 -9.772
Andere vorderingen/schulden -
4
0

Toelichting 34.2. Relaties met aandeelhouders en andere met de staat verbonden entiteiten

De Belgische Staat is de

meerderheidsaandeelhouder van de Groep met een deelneming van 53,51 %. De Groep houdt eigen aandelen aan voor 4,56%. De resterende 41,93 % worden verhandeld op de Eerste Markt van Euronext Brussels.

Relatie met de Belgische Staat

De Groep levert telecomdiensten aan de Belgische Staat en met de Staat verbonden entiteiten. Met de Staat verbonden ondernemingen zijn diegene waarover de Staat zeggenschap heeft, gezamenlijk zeggenschap heeft of een invloed uitoefent. Al deze transacties verlopen op basis van normale klant/leverancierrelaties en aan voorwaarden die niet voordeliger zijn dan die waarop andere klanten en leveranciers een beroep kunnen doen. De diensten aan de Staat verbonden ondernemingen vormen geen belangrijk deel van de netto omzet van de Groep, namelijk minder dan 5%.

Toelichting 34.3. Relaties met top management personeel

De bezoldiging en vergoeding van de bestuurders is vastgelegd in de algemene vergadering van 2004.

De principes van deze vergoeding zijn niet veranderd in 2016: ze voorzien een jaarlijkse vaste vergoeding van 50.000 EUR voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en van 25.000 EUR

voor de andere leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO. Alle leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO, hebben recht op een zitpenning van 5.000 EUR per bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur. Voor de Voorzitter wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld. Een zitpenning van 2.500 EUR per vergadering is voorzien voor ieder lid van een adviserend Comité van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO. Voor de Voorzitter van de respectievelijk adviserende Comités wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld.

De leden ontvangen ook een vergoeding van 2.000 EUR per jaar voor communicatiekosten. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt dit bedrag eveneens verdubbeld.

De Voorzitter van de Raad van Bestuur is ook Voorzitter van het Audit Comité, het Paritair Comité en van het Pensioenfonds. Mevrouw Catherine Vandenborre en Mevrouw Sandrine Dufour zijn lid van de Raad van Bestuur van het Pensioenfonds. Zij ontvangen geen vergoeding voor hun aanwezigheden. Voor het uitvoeren van hun bestuurdersmandaat ontvangen de bestuurders geen prestatiegebonden bezoldiging zoals bonussen of langlopende incentive plannen, alsook geen voordelen verbonden aan pensioenplannen.

De totale bezoldiging voor de bestuurders bedroeg 970.638 EUR voor 2016 en 1.010.575 EUR voor 2015. De bestuurders hebben noch leningen noch voorschotten ontvangen van de Groep.

Het aantal vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Comités van de Raad van Bestuur is hieronder gedetailleerd.

2015 2016
Raad van Bestuur 8 7
Audit-en Toezichtscomité 6 5
Benoemings-en Bezoldigingscomité 5 5
Comité voor Strategie en Bedrijfsontwikkeling 2 2

Op zijn vergadering van 24 februari 2011 heeft de Raad van Bestuur een nieuwe versie van de 'policy inzake transacties met verbonden partijen aangenomen, die alle transacties of andere contractuele verhoudingen tussen de onderneming en de leden van de Raad van Bestuur regelt. Proximus heeft contractuele relaties en levert eveneens telefonie-, interneten/of ICT-diensten aan diverse ondernemingen waarin de leden van de Raad een uitvoerend of niet-uitvoerend mandaat hebben. Deze relaties hebben plaats in het normale verloop van de bedrijfsvoering en zijn marktconform van aard. Proximus is ook een Partner van Guberna, het Belgisch Instituut voor Bestuurders (verbonden met Mevrouw Lutgart Van den Berghe, lid van de Raad van Bestuur tot 20 april 2016, Uitvoerend Bestuurder van Guberna), waarvoor ze in 2016 een vergoeding van 30.250 EUR heeft betaald.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2016 werd een totaal bruto bedrag (inclusief op aandelen gebaseerde betalingen en beëindigingsvoordelen) van 6.955.782 EUR (maar voor sociale lasten), betaald of toegekend aan de leden van het Executief Comité, de Chief Executive Officer (CEO) inbegrepen. In 2016 waren de leden van het Executief Comité: Dominique Leroy, Sandrine Dufour, Michel Georgis (6 maanden), Dirk Lybaert, Geert Standaert, Renaud Tilmans, Jan Van Acoleyen (7,5 maanden), Bart Van Den Meersche en Philip Vandervoort.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2015 werd een totaal bruto bedrag (inclusief op aandelen gebaseerde betalingen en beëindigingsvoordelen) van 7.069.995 EUR (voor sociale lasten), betaald of toegekend aan de leden van het Executief Comité, de Chief Executive Officer (CEO) inbegrepen. In 2015 waren de leden van het Executief Comité: Dominique Leroy,Sandrine Dufour, Michel Georgis, Dirk Lybaert Geert Standaert, Ray Stewart (4 maanden), Renaud Tilmans, Bart Van Den Meersche en Philip Vandervoort.

Dit totale bedrag van vergoedingen van het top management omvat de volgende elementen:

  • Kortetermijn vergoedingen: omvat zowel jaarsalaris (basis en variabel) als andere korte termijn vergoedingen zoals groepsverzekering, privé gebruik van directiewagens, maaltijdcheques, en inclusief de betaalde sociale zekerheidsbijdragen op deze voordelen;
  • Vergoedingen na uitdiensttreding: verzekeringspremies betaald door de Groep in naam van de leden van het executief comité. De premies dekken hoofdzakelijk een bijkomend pensioenplan;
  • Op aandelen gebaseerde betalingen:
  • Op performantiewaarde gebaseerde betalingen (lange termijn): een bruto bedrag toegekend onder het performantiewaardeplan, dat mogelijk aanleiding geeft tot uitoefeningsrechten vanaf mei 2018 (toegekend in 2015) of mei 2019 (toegekend in 2016), afhankelijk van het voldoen van marktgerelateerde voorwaarden gebaseerd op het van de vennootschap "Totaal rendement voor de aandeelhouders'" (TSR) welke vergeleken wordt met een voorafbepaalde groep van Europese telecom operatoren.
  • Beëindigingvoordelen: betaald of voorzien.

Boekjaar afgesloten op 31 december

EUR * 2015 2016
Korte termijn vergoedingen 4.962.360 4.884.620
Vergoedingen na uitdiensttreding 882.385 1.089.162
Langetermijn performantiewaardeplan 1.225.250 982.000
T
otaal
7.069.995 6.955.782

* Al deze bedragen zijn bruto bedragen voor sociale bijdrage van de werkgever.

Toelichting 34.4. Regelgeving

De telecommunicatiesector wordt gereguleerd door de Europese wetgeving, Belgische federaleen regionale wetgeving en via beslissingen van specifieke sectoriële regulatoren (Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie, gewoonlijk "BIPT" genoemd, en regionale regulatoren bevoegd voor media) of administratieve organen zoals de mededingingsautoriteiten.

Toelichting 35. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen

Operationele leaseverbintenissen

De Groep huurt locaties voor haar telecominfrastructuur en huurt gebouwen, technische en netwerkapparatuur, meubilair en voertuigen binnen het kader van operationele

leasing met looptijden van één jaar of meer. Huurkosten met betrekking tot de operationele leases bedroegen 131 miljoen EUR in 2016 en 129 miljoen EUR in 2015.

De toekomstige minimaal te betalen huur voor de niet-opzegbare operationele leases bedraagt per 31 december 2016:

(in miljoen EUR) Binnen het jaar 1 - 3 jaar 3 - 5 jaar Meer dan 5 jaar Totaal
Gebouwen 23 24 9 9 66
Locaties 12 1 1 0 14
Technische en netwerk uitrusting 13 5 1 1 21
Meubilair 0 0 0 0 0
Voertuigen 22 20 2 0 44
Andere materiaal 0 0 0 0 0
T
otaal
7
1
5
1
13 11 146

De toekomstige minimaal te betalen huur voor de niet-opzegbare operationele leases bedraagt per 31 december 2015:

(in miljoen EUR) Binnen het jaar 1 - 3 jaar 3 - 5 jaar Meer dan 5 jaar Totaal
Gebouwen 28 40 17 4 89
Locaties (1) 13 1 1 0 16
Technische en netwerk uitrusting 11 3 2 0 16
Meubilair 0 0 0 0 0
Voertuigen 24 9 24 0 57
Andere materiaal 0 0 0 0 0
T
otaal
7
7
5
3
4
3
4 177

In het kader van zijn normale activiteiten huurt de Groep de uitrusting voor eigen gebruik en noden. De Groep is daarom niet betrokken in belangrijke sub-lease contracten met klanten. De huurcontracten omvatten geen eventuele voorwaardelijke huurschulden of andere speciale modaliteiten of beperkingen.

Claims en gerechtelijke procedures

Ons beleid en procedures worden zo ontworpen dat zij in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetten, boekhoudkundige en rapporteringsvoorschriften, regulatoire en fiscale voorschriften, met inbegrip van deze in het buitenland, de EU, alsook met de toepasselijke sociale wetgeving.

De complexiteit van de wettelijke en regulatoire omgeving binnen welke wij opereren, alsook de kosten om compliant te zijn, nemen beide toe ten gevolge van de eveneens toenemende verplichtingen. Daarenboven zijn de buitenlandse en supranationale regels soms tegenstrijdig met de nationale wetgeving. De niet-naleving van de verschillende wetten en reglementen en wijzigingen aan deze wetten en reglementen of de

wijze waarop zij worden geïnterpreteerd of toegepast kunnen leiden tot schade aan onze reputatie, aansprakelijkheid, boetes en sancties, evenals een stijging van de fiscale last of regulatoire conformiteitskost en impact op de jaarrekening.

Proximus is thans betrokken in verschillende gerechtelijke en regulatoire procedures, met inbegrip van deze waarvoor een provisie werd aangelegd en deze, hieronder beschreven, waarvoor geen of slechts een beperkte provisie werd aangelegd, in rechtsgebieden waarin Proximus actief is en voor zaken die verband houden met zijn bedrijfsvoering. Deze procedures omvatten ook procedures voor het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie ("BIPT"), beroepen tegen beslissingen genomen door het BIPT en procedures met de fiscale administraties

Zaken in verband met breedband- /broadcasttoegang Tussen 12 en 14 oktober 2010, heeft de Belgische Algemene Directie Mededinging een huiszoeking uitgevoerd in de kantoren van

Proximus te Brussel. Het onderzoek kadert in de aantijgingen van Mobistar en KPN betreffende de Wholesale diensten voor DSL, waarvoor Proximus obstructiepraktijken zou hebben gehanteerd. Met deze maatregel wordt geen enkele uitspraak gedaan over het eindresultaat van het volledige onderzoek. Volgend op de huiszoeking, moet de Algemene Directie Mededinging nu alle relevante elementen van de zaak onderzoeken. Uiteindelijk kan het Auditoraat een voorstel van beslissing voorleggen aan de Raad voor de Mededinging. Tijdens deze procedure zal Proximus zijn standpunten kunnen voorleggen (deze procedure kan verschillende jaren duren).

Tijdens het onderzoek van oktober 2010 werd een groot aantal documenten in beslag genomen (elektronische data zoals een volledige kopie van mailboxen en archieven, evenals andere bestanden). Proximus en de auditeur van de Mededingingsautoriteiten wisselden uitgebreid van mening inzake de wijze waarop de inbeslaggenomen data behandeld werden. Proximus wou zekerheid hebben dat het " legal privilege" (LPP) van de advocaten en de vertrouwelijkheid van adviezen van de bedrijfsjuristen gewaarborgd bleven. Bovendien trachtte Proximus te verhinderen dat de Mededingingsautoriteiten toegang kregen tot (gevoelige) data die buiten het toepassingsgebied van het onderzoek vielen. Door het feit dat Proximus de auditeur niet van haar standpunt kon overtuigen, spande Proximus twee procedures aan, waarvan één vóór het Hof van Beroep van Brussel en één vóór de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, dit met het oog op de opschorting van de mededeling aan de onderzoeksteams van de LPP data en van data die buiten het toepassingsgebied van het

onderzoek vielen. Op 5 maart 2013 sprak het Hof van Beroep in deze beroepsprocedure een positief vonnis uit waarin werd beslist dat de onderzoekers niet gemachtigd waren tot inbeslagname van documenten waarin adviezen van bedrijfsjuristen waren opgenomen en van documenten die buiten het toepassingsgebied vielen en dat de betreffende documenten dienden te worden verwijderd/vernietigd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het hier een beslissing op de procedure zelf betreft en niet op de op de grond van de zaak. Op 14 oktober 2013 diende de Raad voor de Mededinging een verzoek tot cassatie in tegen de beslissing. Proximus sloot zich bij deze cassatieprocedure aan. Uiteindelijk besliste het Hof van Cassatie op 22 januari 2015 om het arrest van 5 maart 2013 te bevestigen, behalve voor wat een restrictie betreft met betrekking tot oudere documenten, welke nietig werd verklaard. Het is nu aan het Hof van Beroep om een nieuwe beslissing te nemen inzake deze restrictie.

In maart 2014, heeft KPN zijn klacht ingetrokken. Mobistar blijft de enige aanklager.

Orange (Mobistar op het ogenblik dat de zaak werd aangespannen) lanceerde op 3 mei 2013 een vordering tot schadevergoeding tegen Proximus voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel voor zogenaamde foutieve en/of onrechtmatige beëindiging door Proximus van onderhandelingen met Orange betreffende de sluiting van een commerciële overeenkomst over DSL-gebaseerde diensten. Proximus betwistte de vorderingen van Orange volledig, in het bijzonder daar Orange bij verschillende gelegenheden in het openbaar heeft verklaard geïnteresseerd te zijn in groothandelstoegang van de kabeloperatoren en ook van plan te zijn deze aan te schaffen. Op 15

september 2016 werd de vordering van Orange door de Rechtbank van Koophandel van Brussel verworpen. De zaak is nu definitief gesloten.

Zaken in verband met mobiele Onnet

In de procedures volgend op een klacht van KPN Group Belgium in 2005 met de Belgische Mededingingsautoriteit, bevestigde deze laatste op 26 mei 2009 een van de vijf tenlasteleggingen inzake misbruik van machtspositie die op 22 april 2008 door het Auditoraat werden geformuleerd, namelijk het hanteren van wurgprijzen op de professionele markt in 2004-2005. De Belgische Mededingingsautoriteit ging ervan uit dat de tarieven voor oproepen tussen Proximus-klanten ('on-net-tarieven') lager waren dan de tarieven die het aan concurrenten aanrekende voor de routering van een oproep van hun eigen netwerk naar dat van Proximus (= beëindigingstarieven), verhoogd met een aantal andere kosten die hij relevant achtte. Alle andere tenlasteleggingen van het Auditoraat werden verworpen. De Mededingingsautoriteiten hebben daarbij aan Proximus (voorheen Belgacom Mobile) ook een boete opgelegd van 66,3 miljoen EUR wegens misbruik van een machtspositie tijdens de jaren 2004 en 2005. Proximus was verplicht deze boete te betalen voor 30 juni 2009 en heeft deze (net van bestaande provisies) geboekt als een niet weerkerende uitgave in de resultatenrekening voor het tweede kwartaal van 2009.

Proximus heeft bij het Hof van Beroep te Brussel hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Mededingingsautoriteit. Zij betwist daarbij een groot aantal elementen van de beslissing, o.m. het feit dat de impact op de markt niet was onderzocht. Ook KPN Group Belgium

en Mobistar hebben tegen de genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.

In gevolge de minnelijke schikking van 21 oktober 2015, werden de beroepen van Base en Mobistar tegen de beslissing van de Belgische mededingingsautoriteit ingetrokken. Proximus zet de beroepsprocedure tegen deze beslissing verder.

In oktober 2009 hebben zeven partijen (Telenet, KPN Group Belgium (voorheen Base), KPN Belgium Business (voorheen Tele 2 Belgium), KPN BV (voorheen Sympac), BT, Verizon, Colt Telecom) een vordering ingesteld tegen Belgacom Mobile (nu Proximus en hierna Proximus genoemd) bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel en hebben daarbij aantijgingen geformuleerd die sterk lijken op deze vermeld in voornoemde zaak (met inbegrip van de Proximus-naar-Proximus-tarieven die een misbruik van machtspositie op de Belgische markt zouden uitmaken), maar voor telkens andere periodes afhankelijk van de betrokken partij, zij het tussen 1999 tot op heden (vordering van 1 EUR provisioneel en verzoek om een gerechtelijk deskundige aan te duiden die de precieze schade moet berekenen). In november 2009 heeft Mobistar opnieuw een gelijkaardige vordering ingesteld voor de periode vanaf 2004. Deze zaken zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Na de schikkingen met Telenet, KPN, BASE Company en Orange, zijn de enige betrokken partijen nog BT, Verizon en Colt Telecom.

Fiscale procedures

In 2007 heeft de Belgische belastingadministratie een buitenlandse dochteronderneming van de Groep beschouwd als een Belgische ingezetene eerder dan een Luxemburgse ingezetene en dus onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting voor het jaar 2004. In 2008 handhaafde de Belgische belastingadministratie haar positie voor het jaar 2004 en heeft zij bovendien de Belgische vennootschapsbelasting ingekohierd voor de daaropvolgende jaren 2005 en 2006 ten belope van 69 miljoen EUR, exclusief interesten. De rechtbank van Brussel besliste in juni 2014 in het voordeel van Proximus. De belastingautoriteiten tekende beroep aan tegen deze beslissing. Een hoorzitting had plaats op 9 februari maar had geen impact op de schatting van de waarschijnlijke afloop.

Investeringsverplichtingen

Op 31 december 2016 had de Groep verbintenissen aangegaan ter waarde van 119 miljoen EUR, voornamelijk voor de aanschaffing van immateriële vaste activa en technische en netwerkapparatuur.

Andere rechten en verbintenissen

Op 31 december 2016 had de Groep de volgende andere rechten en verbintenissen: De Groep heeft garanties ontvangen van haar klanten voor een bedrag van 8 miljoen EUR om de betaling van haar handelsvorderingen te garanderen, en van haar leveranciers voor een bedrag van 9 miljoen EUR om het goede verloop van de door de Groep bestelde werken of contracten te garanderen;

De Groep heeft garanties aan haar klanten en andere derde partijen verleend om onder meer de voltooiing te garanderen van de contracten en werken, die werden besteld door haar klanten, en om de betaling van huurkosten voor gebouwen en sites voor antenne installaties te garanderen voor een bedrag van 67 miljoen EUR (inbegrepen de bankgaranties vermeld in toelichting 33.2);

De financiële schuld van FLOW NV is gegarandeerd door een eenzijdig en onherroepelijk recht van de bank om zijn materiële en immateriële activa als waarborg te gebruiken voor de terugbetaling van het verschuldigde bedrag aan de bank ten belope van 440.000 EUR.

Proximus heeft krachtens de wet van 13 juni 2005 'betreffende de elektronische communicatie' een recht om compensatie te vragen voor het aanbieden van de universele dienst inzake sociale tarieven aangeboden vanaf 1 juli 2005. Het BIPT moet per operator vaststellen of er een netto-kost en een onredelijke last is alvorens op dit verzoek in te gaan. In mei 2014 startte het BIPT tesamen met een externe consulent een analyse van de nettokosten die Proximus droeg voor het aanbieden van de wettelijke kortingen aan sociale abonnees aangeboden over de periode 2005-2012, met het oog op het beoordelen van de mogelijkheid van een onredelijke last in hoofde van Proximus, en dus de mogelijkheid van een bijdrage door de bijdrageplichtige operatoren aan een compensatiefonds. Op 1 april 2015 trok Proximus haar vraag om compensatie bij het BIPT evenwel in, verwijzend naar het advies van de Advocaat-Generaal bij het Europese Hof van Justitie van 29 januari 2015 naar aanleiding van de prejudiciële vraag van het Grondwettelijk Hof inzake de wet van 10 juni 2012 (zaak C-1/14), meer bepaald betreffende de (on)mogelijkheid van een kwalificatie van mobiele sociale tarieven als element van universele dienstverlening.Proximus behield zich bij deze evenwel het recht voor om een nieuw verzoek in te dienen nadat er meer klaarheid zou zijn inzake de gevolgen van het arrest. Bij arrest van 11 juli 2015 verklaarde het Europese Hof van Justitie dat mobiele sociale tarieven niet kunnen worden gefinancierd door middel van een mechanisme waaraan specifieke ondernemingen moeten deelnemen. Het Grondwettelijk Hof heeft, gevolg gevend aan dit arrest van het Hof van Justitie in haar arrest van 3 februari 2016 (nr. 15/2016) aangegeven dat aangezien het de lidstaten vrij staat diensten voor mobiele communicatie (spraak en internet) te beschouwen als aanvullende verplichte diensten, de Wetgever de mobiele operatoren mocht verplichten om mobiele kortingen toe te kennen aan sociale abonnees. Het stelt evenwel dat er geen regeling ter financiering van deze diensten voor specifieke ondernemingen kan worden opgelegd en dat het aan de Wetgever toekomt te beslissen of voor het verstrekken van die diensten een compensatie moet geschieden volgens een ander mechanisme, waarbij geen specifieke ondernemingen worden betrokken. Het aanbod van mobiele sociale tarieven blijft dus verplicht, evenwel zonder de mogelijkheid om compensatie te vragen uit een sectorfonds, zoals dat is voorzien voor andere sociale tarieven en universele diensten.

Sinds 2015 kondigt de bevoegde telecomminister een hervorming aan van het wettelijk systeem van sociale tarieven, waarbij een vereenvoudiging van het huidige systeem vooropstaat evenals een evolutie naar een systeem van vrijwilligheid. De aandacht van Proximus ging prioritair naar het suggereren van voorstellen voor de hervorming van sociale tarieven. Deze zouden worden opgenomen in een wet diverse bepalingen, maar tot op heden zette de Minister deze intentie nog niet om naar een concreet voorontwerp van wet. De aanvraag om compensatie voor sociale tarieven werd niet vernieuwd.

Toelichting 36. Op aandelen gebaseerde betalingen

Aandelenaankoopplannen met korting

In 2015 en 2016 heeft de Groep aandelen aankoopplannen met korting gelanceerd. Onder de 2015 en 2016 plannen verkocht Proximus respectievelijk 1.047en 9.773 aandelen aan het senior management van de Groep met een korting van 16,66% in vergelijking met de marktprijs (prijs na korting van respectievelijk 26,72 EUR per aandeel in 2015 en van 22,94 EUR tot 23,82 EUR per aandeel in 2016). De kost van deze kortingen bedroeg minder dan één miljoen in 2015 en 2016 en is opgenomen onder de rubriek "workforce expenses" ( zie toelichting 26).

Performantiewaardeplan

In 2013, 2014,2015 en 2016 lanceerde Proximus verschillende schijven van het "performantiewaardeplan" voor zijn senior management. Onder dit langlopend performantiewaardeplan zijn de toegekende beloningen verbonden aan voorwaarden, namelijk een dienstverband van 3 jaar waarna de performantiewaarde is verworven. De mogelijke uitoefening van de rechten is afhankelijk van het voldoen van marktgerelateerde voorwaarden gebaseerd op het "Totaal rendement voor de aandeelhouders'" (TSR), welke vergeleken wordt met een groep van soortgelijke ondernemingen.

Na de verwervingsperiode kunnen de rechten gedurende 4 jaar worden uitgeoefend. In geval van vrijwillig vertrek gedurende de verwervingsperiode vervallen echter alle nietverworven rechten en verworven maar niet uitgeoefende rechten. In geval van onvrijwillig vertrek (behalve voor zware fout) of pensioen, blijven de rechten verder 'vesten' gedurende de normale 3 jaar durende verwervingsperiode.

De Groep bepaalt de reële waarde van de overeenkomst op de toekenningsdatum en spreidt de kost lineair over de verwervingsperiode met daarbijhorende stijging van het eigen vermogen voor de aandelenafwikkeling (niet materieel) en van de schulden voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties. Voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties wordt de schuld regelmatig herberekend.

De reële waarde van de schijven 2013, 2014, 2015 en 2016 bedroeg per 31 december 2016 respectievelijk 0, 6, 5 en 4 miljoen EUR. De jaarlijkse kost van de schijven bedroeg respectievelijk 2, 1, 2 en 1 miljoen EUR. De berekening van het gesimuleerde totale rendement voor de aandeelhouders onder het Monte Carlo model voor de overblijvende prestatieperiode voor beloningen met marktvoorwaarden, omvatten volgende veronderstellingen per 31 december 2016

.

Per
31
december
31
december
2015 2016
Gewogen gemiddelde risicovrije rentevoet -0,060% -0,075%
Verwachte volatiliteit - onderneming 24,23% 21,03%
Verwachte volatiliteit - sectorgenoten 17% - 62% 17%-31%
Gewogen gemiddelde resterende duur van de waarderingsperiode 1,38 2,76

Aandelenoptieplannen

In 2012 bracht Proximus een laatste jaarlijkse tranche van haar langlopend incentive plan (aandelenoptieplan) uit, bestemd voor het top management en het senior management van de Groep.

Begin 2011 werden de regels van het plan aangepast overeenkomstig de Belgische wetgeving. Daarom bracht de Groep vanaf 2011 twee verschillende reeksen uit: één voor het Executief comité, de CEO inbegrepen en één voor het andere top management en het senior management.

Zoals voorgeschreven in IFRS 2

("Aandelengebaseerde betalingen"), erkent de Groep de reële waarde van het eigenvermogengedeelte van de opties op de toekenningsdatum over de periode totdat de genieter de optie onvoorwaardelijk verwerft volgens de graduele verwervingsmethode; en het schuldengedeelte van deze opties wordt regelmatig geherwaardeerd. Black&Scholes wordt gebruikt als waarderingsmodel voor de Opties.. De jaarlijkse kost van de graduele verwerving, wordt geregistreerd in de personeelskosten, evenals de herwaardering van het schuldengedeelte van deze opties, en bedraagt 2,5 miljoen in 2015 en 0,7 miljoen in 2016.

De tranches toegekend van 2004 tot 2012 zijn nog steeds open en zijn ondertussen allemaal verworven. Alle tranches, behalve de 2004 tranche, geven de begunstigden recht op de dividenden goedgekeurd na toekenning van de opties. De dividendschuld bedroeg 6,8 miljoen EUR per 31 december 2015 en 6 miljoen EUR per 31 december 2016 en is opgenomen onder de rubriek "Andere kortetermijnschulden". Het recht op dividenden dat werd toegekend aan de

begunstigden van de tranches 2005-2012 is niet beperkt in tijd en komt overeen met de contractuele duur van de tranches.

In 2009 gaf de Groep aan zijn optiehouders de gelegenheid om vrijwillig de uitoefenperiode van alle tranches met 5 jaar te verlengen (met uitzondering van de 2009 tranche) en dit binnen de wettelijke richtlijnen.

Voor alle plannen, met uitzondering van de 2004-tranche en de Executief Comité reeksen van de 2011 en 2012 tranches zoals hieronder beschreven:

  • in geval van vrijwillig vertrek van de werknemer, vervallen alle niet verworven opties, behalve indien deze beëindiging gedurende het eerste jaar plaatsvindt waarvoor het eerste derde van de opties onmiddellijk wordt verworven en dient te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na de einddatum van het contract, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer behalve bij zware fout, worden alle toegekende opties onmiddellijk verworven en dienen zij te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na datum van het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.

Voor de 2011 en 2012 tranches van het executief comité:

In geval van vrijwillig vertrek van een executief comité lid tijdens een periode van 3 jaar na toekenning, vervallen 50% van de opties onmiddellijk. Indien het vrijwillig vertrek na deze periode gebeurt, worden de opties verworven volgens het plan en de normale verwervingskalender. De uitoefening kan enkel gebeuren ten vroegste op de eerste werkdag na de derde verjaardag van de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgende op het beëindigen van het contract en de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is; anders vervallen de

opties.

  • In geval van onvrijwillig vertrek van een executief comité lid, behalve bij zware fout, worden de opties verworven volgens de planregels en normale verwervingskalender. De uitoefening kan ten vroegste gebeuren op de eerste werkdag volgend op de derde verjaardag na de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgend op het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, indien deze eerst komt; anders vervallen de opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van een executief comité lid bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.
Aantal aandelenopties
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
In omloop op 31 december 2015 1.240 6.498 22.085 33.045 60.455 22.258 51.670 116.232 392.881
Uitoefenbaar op 31 december 2015 1.240 6.498 22.085 33.045 60.455 22.258 51.670 116.232 392.881
Bewegingen gedurende het jaar 2016
Toegekend
Verbeurd 0 0 0 0 0 0 -1.168 -3.759 0
Uitgeoefend -1.240 0 -515 -448 -3.082 -22.258 -7.551 -10.454 -156.031
Vervallen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal -1.240 0 -515 -448 -3.082 -22.258 -8.719 -14.213 -156.031
In omloop op 31 december 2016 0 6.498 21.570 32.597 57.373 0 42.951 102.019 236.850
Uitoefenbaar op 31 december 2016 0 6.498 21.570 32.597 57.373 0 42.951 102.019 236.850
Uitoefenprijs 2
5
3
0
2
6
3
3
2
9
2
3
2
6
2
5
2
2

De volatiliteit, gebruikt voor de herberekening van de schuldcomponent, werd geraamd op 23%.

Toelichting 37. Relatie met de commissaris

De kosten van de Groep als honorarium voor de jaarlijkse audit voor 2016 bedroegen

1.126.907 EUR en voor andere opdrachten 257.997 EUR.

Dit laatste bedrag kan als volgt gedetailleerd worden:

Commissaris Netwerk van de
commissaris
61.115 0
182.690 14.192
243.805 14.192

Toelichting 38. Segmentinformatie

Segmentrapportering

De Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Executief Comité evalueren de financiële prestaties en kennen de middelen van de Proximus Groep toe volgens de klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende te rapporteren operationele segmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten en aan zelfstandigen en kleine ondernemingen, evenals ICToplossingen voornamelijk op de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT- en telecomdiensten en -producten aan middelgrote en grote ondernemingen. Deze ICToplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;
  • De Technology Unit (TEC) centraliseert alle netwerk- en ITdiensten en –kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen), levert diensten aan CBU en EBU.
  • De Wholesale Unit (WU) verkoopt diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten;
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Er werden geen bedrijfssegmenten samengevoegd om tot de bovengenoemde rapporteerbare bedrijfssegmenten te komen.

De Groep beoordeelt de bedrijfsresultaten van zijn rapporteerbare bedrijfssegmenten afzonderlijk, zodat hij de gepaste beslissingen kan nemen voor het toewijzen van middelen en het evalueren van de financiële prestaties. De segmentprestaties worden geëvalueerd op basis van de volgende parameters:

  • Het bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen en vóór incidentele opbrengsten en uitgaven. De onderstaande segmentinformatie verstrekt een reconciliatie tussen de onderliggende cijfers en die zoals opgenomen in de jaarrekening, de 2015 en 2016 segmentinformatie werd opgenomen op dezelfde basis; en
  • De kapitaaluitgaven.

De financiering van de Groep (inclusief financiële kosten en financiële opbrengsten) en de winstbelasting worden op het niveau van de Groep beheerd en worden niet aan de bedrijfssegmenten toegewezen. De grondslagen voor financiële verslaggeving van de bedrijfssegmenten zijn dezelfde als de voornaamste grondslagen van de Groep. De segmentresultaten worden daarom gemeten op een gelijkaardige basis als het bedrijfsresultaat in de geconsolideerde jaarrekening, maar worden gepubliceerd zonder "incidentele opbrengsten en uitgaven". De Groep definieert "incidentele opbrengsten en uitgaven" als belangrijke items buiten de normale business activiteiten. Transacties tussen de juridische entiteiten van de Groep worden gefactureerd tegen marktconforme voorwaarden.

Wijzigingen in de segmentrapportering

Teneinde de relevantie van de gerapporteerde cijfers te verbeteren heeft de Groep volgende wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn van toepassing vanaf 2016 samen met herwerkte cijfers voor 2015:

  • Een opsplitsing wordt gemaakt van omzet en directe marge per klantensegment: Consumer, Enterprise en Wholesale. Dit resulteerde in zeer kleine wijzigingen in de omzet per produktgroep en dus ook in ARPU.
  • Idem zoals voorheen, wordt EBITDA opgesplitst in Groep, Domestic en BICS.
  • "Segment resultaten" (bijdrage in de Groep EBITDA) wordt niet langer gerapporteerd wegens niet relevant, aangezien geen volledige kost allocatie toegepast werd en waardoor een groot deel van de kosten in TEC en S&S bleef zitten.
  • Opsplitsing van de bedrijfskosten (na directe marge),enkel op

groepsniveau, op een meer relevante manier in Workforce en Nonworkforce kosten.

  • Workforce kosten: zowel kosten gerelateerd aan eigen personeelsleden (voorheen personeelskosten), als kosten van externe werkkrachten (voorheen deel van niet-personeelskosten) voor Proximus NV. Voor de dochterondernemingen worden enkel de interne personeelskosten opgenomen onder de Workforce kosten.
  • Non-workforce kosten : Alle andere kosten (voorheen deel van nietpersoneelskosten).
Boekjaar afgesloten op 31 december 2016
(in miljoen EUR) Proximus
Groep
BICS Binnenlandse
markt (excl.
BICS)
Consumer Enterprise Wholesale Andere
N
etto
o
m
zet
5.829 1.457 4.373 2.887 1.355 194 -63
A
ndere bedrijfso
pbrengsten
4
1
4 3
8
18 5 0 14
O
M
Z
E
T
O
nde
rligge
nd
5
.8
7
1
1.4
6
0
4
.4
10
2
.9
0
5
1.3
6
0
19
4
-
4
9
A
anpassingen
3 0 3 0 0 0 3
T
O
T
A
LE
O
P
B
R
E
N
G
S
T
E
N
G
e
ra
ppo
rt
e
e
rd
5
.8
7
3
1.4
6
0
4
.4
13
2
.9
0
5
1.3
6
0
19
4
-
4
6
Intersegm
ent elim
inaties
Opgeno
m
en hierbo
ven in o
m
zet
N
etto
o
m
zet
-80 -37 -42 -
7
-
4
0 -31
A
ndere bedrijfso
pbrengsten
-13 0 -13 0 0 0 -13
K
o
s
t
e
n v
a
n v
e
rk
o
pe
n
K
o
s
t
e
n v
a
n a
a
n
O
nde
rligge
nd
-
2
.2
4
2
-
1.18
6
-
1.0
5
6
-
6
9
1
-
4
0
6
-
2
5
6
6
o
m
ze
t
ge
re
la
t
e
e
rde
m
a
t
e
ria
le
n
e
n die
ns
t
e
n
G
e
ra
ppo
rt
e
e
rd
-
2
.2
4
2
-
1.18
6
-
1.0
5
6
-
6
9
1
-
4
0
6
-
2
5
6
6
D
ire
c
t
e
m
a
rge
O
nde
rligge
nd
3
.6
2
8
274 3
.3
5
4
2
.2
14
954 16
9
17
D
ire
c
t
e
m
a
rge
G
e
ra
ppo
rt
e
e
rd
3
.6
3
1
274 3
.3
5
7
2
.2
14
954 16
9
2
0
Wo
rkfo
rce ko
sten
-1.159 -53 -1.106
N
o
n-wo
rkfo
rce ko
sten
-673 -72 -601
O
P
E
R
A
T
IO
N
E
LE
K
O
S
T
E
N
O
nde
rligge
nd
-
1.8
3
2
-
12
5
-
1.7
0
7
N
iet-recurrente ko
sten
-95 0 -95
A
anpassingen
2
9
0 2
9
T
O
T
A
LE
O
P
E
R
A
T
IO
N
E
LE
K
O
S
T
E
N
G
e
ra
ppo
rt
e
e
rd
-
1.8
9
8
-
12
5
-
1.7
7
3
B
E
D
R
IJ
F
S
W
IN
S
T
v
o
o
r
a
f
s
c
hrijv
inge
n
G
e
ra
ppo
rt
e
e
rd
1.7
3
3
14
9
1.5
8
4
A
anpassingen & niet-recurrente
6
3
0 6
3
E
B
IT
D
A
O
nde
rligge
nd
1.7
9
6
14
9
1.6
4
7
A
fschrijvingen
Gerappo
rteerd
-917 -77 -840
B
E
D
R
IJ
F
S
W
IN
S
T
G
e
ra
ppo
rt
e
e
rd
8
16
7
3
743
N
etto
financiële ko
sten
-101
Verlies van o
ndernem
ingen
gewaardeerd vo
lgens de
verm
o
gensm
utatiem
etho
de
-
1
W
IN
S
T
V
O
O
R
B
E
LA
S
T
IN
G
E
N
7
15
B
elastingen
-167
N
E
T
T
O
W
IN
S
T
548
M
inderheidsbelangen
2
5
N
etto
winst ( aandeel van de gro
ep)
523
(in miljoen EUR) Groep Consumer
Business Unit
Enterprise
Business Unit
Service
Delivery
Engine &
Wholesale
Staff &
Support
International
Carrier
Services
Inter
segment
eliminaties
Investeringen 949 137 27 717 32 36 0
Boekjaar afgesloten op 31 december 2015
(in miljoen EUR) Proximus
Groep
BICS Binnenlandse
markt (excl.
BICS)
Consumer Enterprise Wholesale Andere
Netto omzet 5.944 1.612 4.332 2.863 1.331 201 -63
Andere bedrijfsopbrengsten 51 4 47 29 4 0 13
OM
ZE
T
Onderliggend 5.994 1.616 4.379 2.892 1.335 202 -50
Aanpassingen 17 0 17 0 0 0 0
T
OT
ALE
OP
BRE
NGS
T
E
N
Gerapporteerd 6.012 1.616 4.396 2.892 1.335 202 -50
Intersegment eliminaties Opgenomen hierboven in omzet
Netto omzet -81 -40 -41 -
5
-
5
0 -31
Andere bedrijfsopbrengsten -12 0 -12 0 0 0 -12
Kosten van verkopen Onderliggend -2.377 -1.338 -1.039 -692 -388 -28 6
9
Kosten van aan
omzetgerelateerde materialen en
diensten
Gerapporteerd -2.377 -1.338 -1.039 -692 -388 -28 6
9
Directe marge Onderliggend 3.617 278 3.340 2.200 947 174 19
Directe marge Gerapporteerd 3.635 278 3.357 2.200 947 174 19
W
orkforce kosten
-1.199 -53 -1.146
Non-workforce kosten -685 -64 -620
OP
E
RAT
IONE
LE
KOS
T
E
N
Onderliggend -1.884 -118 -1.766
Niet-recurrente kosten 2 0 2
Aanpassingen -107 0 -107
T
OT
ALE
OP
E
RAT
IONE
LE
KOS
T
E
N
Gerapporteerd -1.989 -118 -1.871
BE
DRIJFS
W
INS
T
voor
afschrijvingen
Gerapporteerd 1.646 160 1.486
Aanpassingen & niet-recurrente 87 0 87
E
BIT
DA
Onderliggend 1.733 160 1.573
Afschrijvingen Gerapporteerd -869 -78 -791
BE
DRIJFS
W
INS
T
Gerapporteerd 777 8
2
695
Netto financiële kosten -120
Verlies van ondernemingen
gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
-
2
W
INS
T
V
OOR BE
LAS
T
INGE
N
655
Belastingen -156
NE
T
T
O W
INS
T
499
Minderheidsbelangen 17
Nettowinst ( aandeel van de groep) 482

Boekjaar afgesloten op 31 december 2015

(in miljoen EUR) Groep Consumer
Business Unit
Enterprise
Business Unit
Service
Delivery
Engine &
Wholesale
Staff &
Support
International
Carrier
Services
Inter
segment
eliminaties
Investeringen 1.002 178 28 729 32 37 -
2

Wat betreft de geografische indeling, heeft de Groep in België een netto opbrengst gerealiseerd van 4.020 miljoen EUR in 2015, en 4.030 miljoen EUR in 2016, dit gebaseerd op het land van de

klant. De netto opbrengst in andere landen bedroeg 1.924 miljoen EUR in 2015. En 1.799 miljoen EUR in 2016. Meer dan 90% van de segmentactiva zijn in België gevestigd

Toelichting 39. Recent gepubliceerde IFRS-normen

De Groep past geen normen en interpretaties toe die niet van kracht zijn op 31 december 2016. Dit betekent dat de Groep de volgende normen en interpretaties niet heeft toegepast welke van toepassing zijn voor de Groep vanaf 1 januari 2016 of later:

Wijzigingen aan normen ::

Aanpassing van IFRS 10 en IAS 28 ("Verkoop of inbreng van Activa tussen investeerder en de geassocieerde deelneming of joint venture") (Onbepaald uitgesteld)

Nieuw gepubliceerde normen:

  • o IFRS 9 ("Financiële Instrumenten");
  • o IFRS 15 ("Inkomsten van contracten met klanten")
  • o IFRS 16 (Leasing).

De Groep zal het mogelijke effect van de toepassing van deze nieuwe normen en interpretaties op de jaarrekening van de Groep verder onderzoeken in de loop van 2017. De Groep verwacht geen materiële effecten ten gevolge van de initiële toepassing van deze IFRS normen, uitgezonderd de initiële toepassing van IFRS 15 en IFRS 16.

IFRS 15 – Inkomsten van contracten met klanten

IFRS 15 (goedgekeurd door de EU in september 2016) zal van kracht worden vanaf 1 januari 2018 en vervangt IAS 11 Constructiecontracten, IAS 18 Opbrengsten, IFRIC 13

Klantengetrouwheidsprogramma's, IFRIC 15 Contracten voor bouw van vastgoed, IFRIC 18 Overdracht van activa van klanten en SIC 31 Opbrengsten – ruiltransacties met betrekking tot advertentiediensten.

IFRS 15 voorziet in een vijfstappenmodel voor het verantwoorden van omzet uit klantencontracten. Onder IFRS 15 wordt omzet erkend ter hoogte van de vergoeding waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van beloofde goederen of diensten aan een klant. Voor de implementatie van de basis IFRS 15 concepten heeft de groep de analyse gestructureerd volgens klantentypes.

Household opbrengstenstromen hebben betrekking op massaproducten en diensten met een groot aantal gestandaardiseerde contracten. De meest significante wijziging in de omzetverantwoording tussen de huidige standaard en IFRS 15 heeft betrekking op geïntegreerde producten die toestellen en diensten bundelen. De Groep wijst momenteel de opbrengst voor deze contracten met meerdere componenten toe op basis van hun relatieve reële waarde maar beperkt de opbrengst tot het bedrag dat niet afhankelijk is van de levering van toekomstige diensten. Onder IFRS 15 wordt de cash cap niet toegepast en wordt de omzeterkenning gedaan op basis van een relatieve opzichzelfstaande verkoopprijs. Ten gevolge hiervan zal de timing van de omzeterkenning worden beïnvloed omdat de omzet voor diensten gespreid erkend wordt terwijl omzet voor goederen erkend wordt op een enkel tijdstip, maar de totale omzet voor het contract blijft ongewijzigd. Deze wijziging in de timing kan ook resulteren in de erkenning van een contractactief en schuld. Daarenboven voorziet IFRS 15 dat bepaalde in aanmerking komende kosten om een contract te verwerven geactiveerd worden als "contractkost". Dit erkend actief zal worden afgeschreven op een systematische basis welk in overeenstemming is met de overdracht aan de klant van de goederen of diensten waarop het actief betrekking heeft.

Omzet voor business klanten is gekenmerkt door een grote verscheidenheid van diensten (o.a. vaste en mobiele telecom, ICT, vaste datadiensten) met maatcontracten. Een eerste analyse geeft aan dat de IFRS 15 implementatie een mogelijke impact zal hebben op de methode van discountallocatie in een beperkt aantal contracten. De timing van de omzeterkenning zal ook wijzigingen voor een beperkt aantal diensten die momenteel erkend worden op één enkel tijdstip maar waarvoor IFRS 15 een erkenning over de tijd vereist. Bovendien voorziet IFRS 15 in de mogelijkheid om bepaalde in aanmerking komende " kosten om te verwerven" te kapitaliseren als 'contractkostactiva. Het erkend actief zal afgeschreven voor op een systematische basis welke in overeenstemming is met de overdracht

aan de klant van de goederen of diensten waarop het actief betrekking heeft. Gezien het maatcontracten betreft zouden andere wijzigingen voor deze contracten kunnen voorkomen zoals identificatie van additionele opbrengstenstromen of wijziging in de bepaling van de transactieprijs door variabele vergoedingen. We denken dat zulke wijzigingen waarschijnlijk zullen teweeggebracht worden door een beperkt aantal grote contracten voor dewelke de analyse gaande is.

De IFRS 15 analyse samen met de kwantificering van bovengenoemde impacten op omzet is nog steeds gaande. De IFRS 15 impact op de jaarlijkse household omzet zal ondermeer afhangen van de omvang en de frequentie van toekomstige geïntegreerde producten. De impact op de jaarlijkse omzet wordt niet verwacht significant te zijn ingeval het patroon van toekomstige geïntegreerde producten consistent is met het verleden, maar de impactbeoordeling is voorlopig en gaande. Meer kwantitatieve informatie zal toegelicht worden in de 2017 tussentijdse rapportering.

De groep heeft niet de bedoeling de nieuwe standaard voor de vereiste datum te implementeren. De groep heeft nog niet beslist welke transitiemethode zal toegepast worden voor de IFRS transitie d.i. volledige retroactieve toepassing of cumulatieve catch up afhankelijk van praktische operationele aspecten. Gebruik van praktische oplossingen voor de transitie wordt verwacht. Beëindigde contracten zullen waarschijnlijk niet opgenomen worden in de herziening op de transitiedatum inclusief enige contractmodificatie voor die datum.

IFRS 9 – Financiële instrumenten

IFRS 9 is toepasbaar vanaf 1 januari 2018. Het vervangt het grootste deel van IAS 39 – Financiële instrumenten: Erkenning en waardering. Het bevat voornamelijk de wijziging in het voorzieningenmodel naar een verwacht verliesmodel, nieuwe vereisten en richtlijnen m.b.t. de classificatie en waardering van financiële activa inclusief eigen kredietrisico, en wijzigingen in hedge accounting. Proximus als commercieel bedrijf verwacht geen grote impacten en de analyse is gaande.

IFRS 16 - Leases

IFRS 16 wordt toepasbaar op 1 januari 2019 en vervangt IAS 17 Leases, IFRIC 4 Vaststelling of een overeenkomst een lease-overeenkomst bevat, SIC 15 Operationele leases–Prikkels, SIC 27 Evaluatie van de economische realiteit van transacties in de juridische vorm van een leaseovereenkomst.

IFRS 16 bepaalt de principes voor erkenning, waardering, presentatie en toelichting voor leases. Onder de huidige standaard worden leases ingedeeld in financiële en operationele leases. Onder de nieuwe standaard IFRS 16 is slecht één balansmodel beschikbaar voor lessees vergelijkbaar met de verwerkingswijze voor financiële leases onder IAS 17. Een actief voor het gebruiksrecht en een leaseschuld wordt erkend voor alle leases die beschikkingsmacht geven over een geïdentificeerd actief voor een bepaalde periode. Hierdoor zullen kosten voor het gebruik van een geleased actief welke nu opgenomen worden in operationele kosten gekapitaliseerd en afgeschreven worden. De verdiscontering van de leaseschuld zal periodisch afgewikkeld worden via de financiële kosten.

Toelichting 40. Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na 31 december 2016 die niet werden opgenomen in de jaarrekening.