Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Proximus SA Audit Report / Information 2013

Mar 14, 2014

3989_rns_2014-03-14_288a0cd6-481f-4bcd-8ffc-16b953d2b1b8.pdf

Audit Report / Information

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerde balans
Geconsolideerde resultatenrekening
Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 3
Geconsolideerd kasstroomoverzicht6
Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming
Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels
Toelichting 3. Goodwill
Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur
Toelichting 5. Materiële vaste activa
Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen
Toelichting 7. Andere deelnemingen
Toelichting 8. Winstbelasting
Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding
en beëindigingsvoordelen
Toelichting 10. Andere vaste activa
Toelichting 11. Voorraden
Toelichting 12. Handelsvorderingen
Toelichting 13. Andere vlottende activa
Toelichting 14. Beleggingen
Toelichting 15. Geldmiddelen en kasequivalenten
Toelichting 16. Activa opgenomen als aangehouden voor verkoop
Toelichting 17. Vermogen
Toelichting 18. Rentedragende schulden
Toelichting 19. Voorzieningen
Toelichting 20. Andere langetermijnschulden
Toelichting 21. Andere kortetermijnschulden
Toelichting 22. Netto omzet
Toelichting 23. Andere bedrijfsopbrengsten
Toelichting 24. Niet-recurrente opbrengsten
Toelichting 25. Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten
Toelichting 26. Personeelskosten en pensioenen
Toelichting 27. Andere bedrijfskosten
Toelichting 28. Niet-recurrente kosten
Toelichting 29. Afschrijvingen
Toelichting 30. Netto financiële opbrengsten / (kosten)
Toelichting 31. Winst per aandeel
Toelichting 32. Betaalde en voorgestelde dividenden
Toelichting 33. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten
Toelichting 34. Informatie over verbonden partijen
Toelichting 35. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen
Toelichting 36. Op aandelen gebaseerde betalingen
Toelichting 37. Relatie met de commissaris
Toelichting 38. Segmentinformatie
Toelichting 39. Recent gepubliceerde IFRS-normen
Toelichting 40. Gebeurtenissen na balansdatum

Geconsolideerde balans

Per 31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
To
eli
chti
n
g
01/01/2012
herwerkt
2012
herwerkt
2013
ACTIVA
VASTE ACTIVA 6
.238
6
.19
2
6
.25
4
Goodwill 3 2.323 2.339 2.320
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur 4 1.155 1.097 1.185
Materiële vaste activa 5 2.401 2.467 2.558
Geassocieerde ondernemingen 6 3 1 6
Andere deelnemingen 7 3
1
7 6
Uitgestelde belastingvorderingen 8 144 147 105
Andere vaste activa 10 180 134 74
VLOTTEND
E ACTIVA
2.09
5
2.05
1
2.16
3
Voorraden 11 116 133 163
Handelsvorderingen 12 1.328 1.341 1.289
Terug te vorderen belastingen 8 143 151 137
Andere vlottende activa 13 152 141 148
Beleggingen 14 3
6
8
3
6
0
Geldmiddelen en kasequivalenten 15 320 202 355
Activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 16 0 0 11
TOTAAL ACTIVA 8
.332
8
.243
8
.417
PASSIVA
EIGEN VERMOGEN 17 3.227 3.09
3
3.042
Ei
g
en
vermo
g
en
(a
a
n
d
eel va
n
d
e g
ro
ep
)
17 3.003 2.8
8
1
2.8
46
Geplaatst kapitaal 1.000 1.000 1.000
Eigen aandelen -570 -551 -527
Wettelijke reserves 100 100 100
Herwaarderingsreserve 0 -60 -51
Vergoedingen in aandelen 13 14 13
Overgedragen winsten 2.458 2.377 2.310
Omrekeningsverschillen 2 1 1
Mi
n
d
erhei
d
s
b
ela
n
g
en
17 224 211 19
6
LANGETERMIJNSCHULD
EN
2.8
45
2.6
78
2.8
6
5
Rentedragende schulden 18 1.931 1.761 1.950
Schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en
beëindigingsvoordelen 9 576 570 473
Voorzieningen 19 180 203 204
Uitgestelde belastingschulden 8 156 143 128
Andere langetermijnschulden 20 2 1 111
KORTETERMIJNSCHULD
EN
2.26
0
2.472 2.5
11
Rentedragende schulden 18 41 215 316
Handelsschulden 1.343 1.310 1.320
Belastingschulden 8 229 236 132
Andere kortetermijnschulden 21 647 711 731
Schulden met betrekking tot activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 16 0 0 13

GECONSOLIDEERDE RESULTATENREKENING

B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
To
eli
chti
n
g
2012 2013
herwerkt
Netto omzet 22 6.415 6.239
Andere bedrijfsopbrengsten 23 47 79
To
ta
le o
p
b
ren
g
s
ten
6
.46
2
6
.318
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten 25 -2.611 -2.561
Personeelskosten en pensioenen 26 -1.126 -1.142
Andere bedrijfskosten 27 -924 -903
Niet-recurrente kosten 28 -15 -14
To
ta
le b
ed
ri
jfs
ko
s
ten

ó
r a
fs
chri
jvi
n
g
en
-4.6
76
-4.6
19
B
ed
ri
jfs
wi
n
s
t vó
ó
r a
fs
chri
jvi
n
g
en
1.786 1.6
9
9
Afschrijvingen 29 -748 -782
B
ed
ri
jfs
wi
n
s
t
1.038 9
17
Financiële opbrengsten 16 17
Financiële kosten -146 -113
Netto financiële kosten 3
0
-131 -96
Wi
n
s
t vó
ó
r b
ela
s
ti
n
g
en
9
07
822
Belastingen 8 -177 -170
Netto
wi
n
s
t
730 6
5
2
Minderheidsbelangen 17 19 22
Nettowinst ( aandeel van de groep) 712 630
Gewone winst per aandeel (in EUR) 3
1
2,24 EUR 1,98 EUR
Verwaterde winst per aandeel (in EUR) 3
1
2,23 EUR 1,98 EUR
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 3
1
318.011.049 318.759.360
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen voor verwaterde winst
per aandeel 3
1
318.688.078 318.987.711

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN

B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012
ecemb
er
2013
herwerkt
Netto
wi
n
s
t
730
6
5
2
Ni
et-g
erea
li
s
eerd
e res
u
lta
ten
:
Items
d
i
e zu
llen
g
erecla
s
s
i
fi
ceerd
wo
rd
en
n
a
a
r wi
n
s
t en
verli
es
Kasstroomafdekkingsinstrumenten:
Winst/(verlies) onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen
1
-5
Overdracht naar resultaten rekening voor de periode
0
1
Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten
-1
-1
To
ta
a
l vo
o
r g
erela
teerd
e b
ela
s
ti
n
g
s
effecten
-
1
-
5
B
ela
s
ti
n
g
en
o
p
n
i
et-g
erea
li
s
eerd
e res
u
lta
ten
Kasstroomafdekkingsinstrumenten
Winst/(verlies) onmiddellijk opgenomen in het eigen vermogen
0
2
Wi
n
s
tb
ela
s
ti
n
g
m.b
.t. i
tems
d
i
e zu
llen
g
erecla
s
s
i
fi
ceerd
wo
rd
en
0
1
Items
d
i
e zu
llen
g
erecla
s
s
i
fi
ceerd
wo
rd
en
n
a
a
r wi
n
s
t en
verli
es
- n
a
a
ftrek va
n
b
ela
s
ti
n
g
s
effecten
-
1
-
3
Items
d
i
e n
i
et zu
llen
g
erecla
s
s
i
fi
ceerd
wo
rd
en
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen
-71
18
To
ta
a
l vo
o
r g
erela
teerd
e b
ela
s
ti
n
g
s
effecten
-71
1
8
B
ela
s
ti
n
g
en
o
p
n
i
et-g
erea
li
s
eerd
e res
u
lta
ten
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen
11
-6
Wi
n
s
tb
ela
s
ti
n
g
m.b
.t. i
tems
d
i
e n
i
et zu
llen
g
erecla
s
s
i
fi
ceerd
wo
rd
en
1
1
-
6
Items
d
i
e n
i
et zu
llen
g
erecla
s
s
i
fi
ceerd
wo
rd
en
n
a
a
ftrek va
n
wi
n
s
tb
ela
s
ti
n
g
-6
1
1
2
To
ta
a
l va
n
g
erea
li
s
eerd
e en
n
i
et-g
erea
li
s
eerd
e res
u
lta
ten
669
661
Toe te rekenen aan:
Aandeelhouders van de moedermaatschappij
650
639
Minderheidsbelangen
18
22

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
To
eli
chti
n
g
2012
herwerkt
2013
Ka
s
s
tro
o
m u
i
t o
p
era
ti
o
n
ele a
cti
vi
tei
ten
Nettowinst ( aandeel van de groep) 712 630
Aanpassingen voor:
Minderheidsbelangen 17 19 22
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 4&5 748 782
Stijging van bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële en materiële
vaste activa 3/4/5 4 23
Stijging van voorzieningen 40 1
Uitgestelde belastinglasten 8 -6 23
Stijging van bijzondere waardeverminderingen op deelnemingen 27 1
Herwaardering naar de reële waarde van financiële instrumenten 3
0
-6 -11
Afschrijving van de achtergestelde obligatieleningen 5 4
Winst uit verkoop van geassocieerde ondernemingen 3
0
-1 0
Winst uit de verkoop van materiële vaste activa -5 -32
Andere niet-kasbewegingen 9 5
Ka
s
s
tro
o
m u
i
t o
p
era
ti
o
n
ele a
cti
vi
tei
ten

ó
r wi
jzi
g
i
n
g
en
i
n
het b
ed
ri
jfs
ka
p
i
ta
a
l
1.5
47
1.447
Toename van voorraden -10 -30
Daling / (toename) van handelsvorderingen -3 45
Daling van belastingsvorderingen 2 2
Daling / (toename) van andere vlottende activa 11 -9
Toename / (daling) van handelsschulden -31 17
Toename / (daling) van belastingschulden 7 -104
Toename van andere korte termijnschulden 5
5
3
0
Daling van nettoschuld voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding
en beëindigingsvoordelen 9 -78 -79
Daling van andere lange termijnschulden en voorzieningen -19 0
To
en
a
me va
n
het b
ed
ri
jfs
ka
p
i
ta
a
l, n
etto
va
n
a
a
n
s
cha
ffi
n
g
en
en
verko
p
en
va
n
fi
li
a
len
-6
7
-128
Netto
ka
s
s
tro
o
m u
i
t o
p
era
ti
o
n
ele a
cti
vi
tei
ten
(1)
1.48
0
1.319
Ka
s
s
tro
o
m u
i
t i
n
ves
teri
n
g
s
a
cti
vi
tei
ten
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van immateriële en materiële vaste activa 4&5 -773 -852
Kasstroom voor het verwerven van andere deelnemingen en joint ventures -4 -6
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van dochterondernemingen, na aftrek van
verworven geldmiddelen 6 -23 0
Geldmiddelen uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 7 3
8
Geldmiddelen uit de verkoop andere vaste activa 3 5
Netto
ka
s
s
tro
o
m b
es
teed
i
n
i
n
ves
teri
n
g
s
a
cti
vi
tei
ten
-78
9
-8
14
Ka
s
s
tro
o
m vó
ó
r fi
n
a
n
ci
eri
n
g
s
a
cti
vi
tei
ten
6
9
1
5
05
Ka
s
s
tro
o
m u
i
t fi
n
a
n
ci
eri
n
g
s
a
cti
vi
tei
ten
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 3
2
-798 -701
Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen 17 -31 -38
Netto verkoop van eigen aandelen 19 25
Netto (aankoop) / verkoop van geldbeleggingen -42 23
Wijziging in het eigen vermogen -3 -6
Terugbetaling van leverancierskrediet 0 -7
Uitgifte van langetermijnschulden 0 249
Aflossing van langetermijnschulden -4 -128
Uitgave van kortetermijnschuld 5
0
230
Netto
ka
s
s
tro
o
m b
es
teed
i
n
fi
n
a
n
ci
eri
n
g
s
a
cti
vi
tei
ten
-8
09
-35
3
Netto
to
en
a
me/(a
fn
a
me) va
n
g
eld
mi
d
d
elen
en
ka
s
eq
u
i
va
len
ten
-118 15
2
Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari 320 202
Geldmiddelen en kasequivalenten op 31 december 15 202 355
(1) Nettokasstroom uit operationele activiteiten bevat de volgende kasbewegingen :
Betaalde intresten
Ontvangen intresten
-81
3
-83
2

MUTATIEOVERZICHT VAN HET GECONSOLIDEERD EIGEN VERMOGEN

(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Gep
la
a
ts
t
ka
p
i
ta
a
l
1.000
Ei
g
en
a
a
n
d
elen
Wetteli
jke
res
erves
Herwa
a
r
d
eri
n
g
s
-
res
erve
Omreken
i
n
g
s
-
Verg
o
ed
i
n
-
Overg
e
To
ta
a
l
Mi
n
d
er
To
ta
a
l
vers
chi
l
len
g
en
i
n
a
a
n
d
elen
d
ra
g
en
res
u
lta
a
t
ei
g
en
vermo
g
en
(a
a
n
d
eel
va
n
d
e
g
ro
ep
)
hei
d
s
-
b
ela
n
g
en
ei
g
en
vermo
-
g
en
Sa
ld
o
o
p
1 ja
n
u
a
ri
2012
-5
70
100 0 2 1
3
2.5
32
3.078 225 3.303
Herwaardering van toegezegdpensionregelingen 0 0 0 0 0 0 -75 -75 -1 -75
B
a
la
n
s
p
er 1 Ja
n
u
a
ri
2012 (herwerkt)
1000 -5
70
100 0 2 1
3
245
7
3003 224 3.227
Herwaardering van toegezegdpensionregelingen 0 0 0 -60 0 0 0 -60 0 -6
1
Niet-gerealiseerde resultaten 0 0 0 -60 -1 0 0 -61 0 -6
2
Nettowinst 0 0 0 0 0 0 712 712 19 730
To
ta
a
l va
n
g
erea
li
s
eerd
e en
n
i
et-g
erea
li
s
eerd
e
res
u
lta
ten
0 0 0 -6
0
-
1
0 712 6
5
0
1
8
669
Dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2011) 0 0 0 0 0 0 -534 -534 0 -5
34
Interim dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2012) 0 0 0 0 0 0 -258 -258 0 -25
8
Dividenden van dochterondernemingen aan
minderheidsbelangen 0 0 0 0 0 0 0 0 -31 -31
Eigen aandelen (EA) 0 13 0 0 0 0 0 13 0
Uitoefening van opties op aandelen
Verkoop van aandelen in het kader van een
1
3
aankoopplan van aandelen met korting 0 6 0 0 0 0 -1 4 0 4
Opties op aandelen
Toegekende en aanvaarde opties op aandelen 0 0 0 0 0 1 0 1 0 1
Uitgestelde vergoedingen in aandelen 0 0 0 0 0 -1 0 -1 0 -
1
In resultaatname van uitgestelde vergoedingen in
aandelen 0 0 0 0 0 2 0 2 0 2
Uitoefening van opties op aandelen 0 0 0 0 0 -1 1 0 0 0
To
ta
a
l tra
n
s
a
cti
es
met a
a
n
d
eelho
u
d
ers
en
mi
n
d
erhei
d
s
b
ela
n
g
en
Sa
ld
o
o
p
31 d
ecemb
er 2012 (herwerkt)
0
1.000
1
9
-5
5
1
0
100
0
-6
0
0
1
1
1
4
-79
2
2.377
-772
2.8
8
1
-31
211
-8
04
3.09
3
Kasstroomafdekking - winst/(verlies) opgenomen in het
eigen vermogen 0 0 0 -3 0 0 0 -3 0 3
-
Wisselkoersverschillen 0 0 0 0 -1 0 0 -1 0 1
-
Herwaardering van toegezegdpensionregelingen 0 0 0 12 0 0 0 12 0 1
2
9
Niet-gerealiseerde resultaten
Nettowinst
0
0
0
0
0
0
9
0
-1
0
0
0
0
630
9
630
0
22
6
5
2
To
ta
a
l va
n
g
erea
li
s
eerd
e en
n
i
et-g
erea
li
s
eerd
e
res
u
lta
ten
0 0 0 9 -
1
0 6
30
6
39
2
2
661
Dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2012) 0 0 0 0 0 0 -535 -535 0 -5
35
Interimdividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2013) 0 0 0 0 0 0 -160 -160 0 -16
0
Dividenden van dochterondernemingen aan minderheidsbelangen
Eigen aandelen (EA)
Uitoefening van opties op aandelen 0 19 0 0 0 0 -3 15 0 1
5
Verkoop van aandelen in het kader van een
aankoopplan van aandelen met korting 0 6 0 0 0 0 -2 4 0 4
Opties op aandelen
In resultaatname van uitgestelde vergoedingen in
aandelen 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
-3
0
3
1
0
0
0
1
0
Uitoefening van opties op aandelen
To
ta
a
l tra
n
s
a
cti
es
met a
a
n
d
eelho
u
d
ers
en
mi
n
d
erhei
d
s
b
ela
n
g
en
0 2
5
0 0 0 -
1
-6
9
8
-6
74
-38 -712
Sa
ld
o
o
p
31 d
ecemb
er 2013
1.000 -5
27
100 -5
1
1 1
3
2.310 2.8
46
19
6
3.042

TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming

De geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2013 werd goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van 27 februari 2014. Ze omvat de jaarrekening van Belgacom NV, haar dochterondernemingen en joint ventures (hierna "de Groep" genoemd), evenals het aandeel van de Groep in de resultaten van geassocieerde ondernemingen opgenomen volgens de "equity"methode.

Belgacom NV is een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht die in België is geregistreerd. De omvorming van Belgacom van een Autonoom Overheidsbedrijf naar een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht werd doorgevoerd bij koninklijk besluit van 16 december 1994. De zetel van Belgacom NV is gevestigd in de Koning Albert-II-laan 27 te 1030 Brussel, België.

Met ingang van 1 januari 2008 sturen de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Belgacom Management Committee de activiteiten van de Belgacom Groep aan volgens de klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende vijf rapporteerbare bedrijfssegmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en -diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten, vooral op de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT-diensten en -producten aan professionele klanten, hetzij zelfstandigen, kleine firma's of grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Belgacom, Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;
  • De Service Delivery Engine & Wholesale (SDE&W) centraliseert alle netwerk- en IT-diensten en kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen), levert diensten aan CBU en EBU en verkoopt deze diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren;
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten;
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Verdere informatie in verband met de operationele segmenten is te vinden in toelichting 38.

Het aantal medewerkers van de Groep (in voltijdse equivalenten) bedroeg 15.699 op 31 december 2013, tegenover 15.859 op 31 december 2012. Voor 2013 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 149 kaderpersoneel, 14.047 bedienden en 1.557 arbeiders. Voor 2012 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 151 kaderpersoneel, 14.176 bedienden en 1.625 arbeiders.

Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels

Voorbereidingsbasis

De bijgevoegde geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2013 werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS") zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de Europese Unie. De Groep opteerde niet voor een vervroegde toepassing van enige IASB-normen of interpretaties.

De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor de waardering tegen reële waarde van derivaten en 'voor verkoop beschikbare' financiële activa. De boekwaarden van de activa en passiva die ingedekt zijn d.m.v. reële-waardehedges ("fair-value hedges") worden aangepast teneinde de wijziging in reële waarde op te nemen die toewijsbaar is aan de afgedekte risico's.

Wijzigingen in opname- en waarderingsregels

De Groep aniticipeert niet op de toepassing van normen en interpretaties. De toegepaste opname- en waarderingsregels zijn consistent met deze van vorige boekjaren behalve voor wat betreft de toepassing door de Groep van de nieuwe of herziene IFRS-normen of interpretaties zoals goedgekeurd voor toepassing door de Europese Unie en die verplicht zijn vanaf 1 januari 2013, met name:

° Verbeteringen aan IFRS (2009-2011):

° Aanpassingen aan normen:

  • Aanpassing van IAS 1 Presentatie van de andere elementen van het totaalresultaat (verduidelijking van de vereiste over vergelijkbare informatie).
  • Aanpassing van IFRS 7- Financiële Instrumenten: Informatieverschaffing ("Saldering van financiële activa en verplichtingen)

  • Aanpassing van IAS12- Winstbelastingen (Uitgestelde belastingen: realisatie van onderliggende activa)

  • ° Nieuw gepubliceerde normen:
  • IFRS 13 ("Waardering tegen reële waarde"):
  • ° Herziene normen:
  • IAS 19 ("Personeelsbeloningen"): De herziening betreft voornamelijk de vergoedingen na uitdiensttreding (zie toelichtingen 9.2 en 9.3). De voornaamste wijzigingen betreffen de erkenning van actuariële winsten en verliezen via gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (eigen vermogen) en het afstemmen van het verwachte rendement op fondsbeleggingen op de verdisconteringsvoet. Bij het toepassen van de herziening heeft Belgacom beslist om de netto pensioenkost van de periode, voor de respectievelijke componenten, op te nemen als bedrijfs- en financiële activiteiten. Het implementeren van de herziene IAS 19 in 2013 vereist een retrospectieve toepassing, wat inhoudt dat het jaar 2012 (inclusief de openingsbalans van 2012) wordt herwerkt.

Het implementeren van deze nieuwe normen en interpretaties heeft beperkte impact op de jaarrekening van de Groep, met uitzondering van de implementatie van de herziene IAS 19 standard betreffende personeelsbeloningen, waarvan de impact hieronder is gedetailleerd: (i n mi ljo en EUR) Per 1 ja n u a ry 2012 IAS 19 Per 1 ja n u a ri 2012

met uitzondering van de implementatie van de herziene IAS 19 standard betreffende personeelsbeloningen, waarvan de
impact hieronder is gedetailleerd:
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Per 1 ja
n
u
a
ry 2012
zo
a
ls
vo
o
rheen
g
era
p
p
o
rteerd
IAS 19
a
a
n
p
a
s
s
i
n
g
Per 1 ja
n
u
a
ri
2012
herzi
en
Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 479 9
7
576
Beleggingsfondsen -2 2 0
Uitgestelde belastingen (netto) 3
5
-24 12
Imp
a
ct o
p
het ei
g
en
vermo
g
en
- d
a
li
n
g
-75
Eigen vermogen (aandeel van de groep) 3.078 -75 3.003
Minderheidsbelangen 225 -1 224
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Per 31 d
ecemb
er
2012 zo
a
ls
IAS 19
a
a
n
p
a
s
s
i
n
g
Per 31 d
ecemb
er
2012 (zo
a
ls
Eigen vermogen (aandeel van de groep) 3.078 -75 3.003
Minderheidsbelangen 225 -1 224
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Per 31 d
ecemb
er
2012 zo
a
ls
vo
o
rheen
g
era
p
p
o
rteerd
IAS 19
a
a
n
p
a
s
s
i
n
g
Per 31 d
ecemb
er
2012 (zo
a
ls
herzi
en
)
Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 402 168 570
Beleggingsfondsen -2 2 0
Uitgestelde belastingen (netto) 3
2
-35 -569
Imp
a
ct o
p
het ei
g
en
vermo
g
en
- d
a
li
n
g
-135
Eigen vermogen (aandeel van de groep) 3.016 -134 2.881
Minderheidsbelangen 212 -1 211

De gecumuleerde impact per 31 december 2013 op activa, schulden en eigen vermogen door de toepassing van de gewijzigde IAS 19 zoals herzien in 2011, wordt hieronder samengevat :

De gecumuleerde impact per 31 december 2013 op activa, schulden en eigen vermogen door de toepassing van de
gewijzigde IAS 19 zoals herzien in 2011, wordt hieronder samengevat :
(i
n mi
ljo
en EUR)
IAS19
herzi
en
Stijging in pensioen- en soortgelijke verplichtingen 152
Uitgestelde belastingsschulden -29
Imp
a
ct o
p
het ei
g
en vermo
g
en - d
a
li
ng
-123
Eigen vermogen (aandeel van de groep) -123
Minderheidsbelangen 0
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
herwerkt
Imp
a
ct o
p
het to
ta
a
l res
u
lta
a
t va
n
het ja
a
r wa
a
ri
n
IAS19
(a
ls
herzi
en
i
n
2011) werd
to
eg
ep
a
s
t
Stijging/ (daling) van de herwaardering van de toegezegdpensionverplichtingen en de erkende actuariële winsten en verliezen 71 -18
Stijging/ (daling) van de uitgestelde belastingen -11 6
(Sti
jg
i
n
g
)/ d
a
li
n
g
va
n
het ei
g
en
vermo
g
en
-6
0
1
2
Eigen vermogen (aandeel van de groep) -59 12
Minderheidsbelangen 0 0
Imp
a
ct o
p
d
e res
u
lta
ten
reken
i
n
g
Bedrijfswinst voor afschrijvingen 17 19
Niet-recurrente kosten 3 0
Netto financiëlekosten -19 -13
Imp
a
ct o
p
d
e wi
n
s
t vo
o
r b
ela
s
ti
n
g
en
1 5
(Stijging)/ daling van de uitgestelde belastingen 0 -1
Imp
a
ct o
p
d
e n
etto
wi
n
s
t va
n
het ja
a
r
1 4
Aandeel van de groep 1 4
Minderheidsbelangen 0 0

Consolidatiebasis

In toelichting 6 is de lijst opgenomen van de dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen.

Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er bestaat zeggenschap wanneer Belgacom de macht heeft om het financiële en operationele beleid van een onderneming te sturen teneinde voordelen uit haar activiteiten te verwerven. De deelnemingen in dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de dag waarop zeggenschap wordt overgedragen aan de Groep en worden niet meer geconsolideerd vanaf de dag waarop zeggenschap door de Groep wordt overgedragen. Intragroepsbalansen en –verrichtingen en bijhorende nietgerealiseerde winsten of verliezen tussen ondernemingen van de Groep worden geëlimineerd. Indien nodig worden de opname- en waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om ervoor te zorgen dat de geconsolideerde jaarrekening opgemaakt wordt volgens uniforme grondslagen.

Ondernemingen waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend (gedefinieerd als de entiteiten waarover de Groep gezamenlijke zeggenschap heeft via een contractuele overeenkomst waarbij een unanieme toestemming van de partijen die zeggenschap delen vereist is) zijn opgenomen op basis van de vermogensmutatiemethode, vanaf de datum waarop gezamenlijke zeggenschap uitgeoefend wordt tot de datum waarop de Groep stopt gezamenlijke zeggenschap uit te oefenen.

Geassocieerde ondernemingen waarop de Groep een invloed van betekenis heeft, meer bepaald ondernemingen waarin Belgacom de macht heeft om deel te nemen (geen zeggenschap) aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van de deelneming, worden ook opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens die methode worden de investeringen in geassocieerde deelnemingen aanvankelijk opgenomen tegen kostprijs en wordt de boekwaarde vervolgens aangepast om het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de geassocieerde deelneming op te nemen, en dit vanaf de aanschaffingsdatum. Deze investeringen en het vermogensaandeel van de resultaten voor de periode zijn respectievelijk weergegeven in de balans en de resultatenrekening als deelnemingen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures en als aandeel in de resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures.

Dochterondernemingen en joint-ventures gekocht en aangehouden enkel en alleen om ze binnen de twaalf maanden af te stoten worden geconsolideerd en gepresenteerd in de balans als activa en passiva aangehouden voor verkoop.

Bedrijfscombinaties

Verwerving van bedrijven wordt verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen vergoeding wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waarden van de overgedragen activa op overnamedatum, de aangegane verplichtingen jegens voormalige eigenaars van de overgenomen partij en de door de overnemende partij uitgegeven aandelenbelangen in ruil voor zeggenschap over de overgenomen partij. De aan de overname gerelateerde kosten worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen.

Op overnamedatum worden de verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen gewaardeerd aan hun reële waarde op die datum, en dit inclusief de reële waardering van de niet-erkende activa en verplichtingen in de balans van de overgenomen partij welke hoofdzakelijk klantenbestanden en merknamen omvatten.

De minderheidsbelangen kunnen initieel gewaardeerd worden tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij. De keuze van het waarderingsprincipe wordt transactie per transactie bepaald.

Beoordelingen en schattingen

Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening dient het management beoordelingen en schattingen te maken die een effect hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Beoordelingen en schattingen die gemaakt worden op elke rapporteringsdatum weerspiegelen de omstandigheden die bestonden op die datum (zoals marktprijs, intrestvoeten en wisselkoersen). Hoewel management deze schattingen baseert op haar beste kennis van de huidige gebeurtenissen en van de acties die de Groep zou kunnen ondernemen, kunnen werkelijke resultaten afwijken van deze schattingen.

Belangrijkste beoordelingen en schattingen zijn vooral gedaan in volgende domeinen:

Claims en voorwaardelijke verplichtingen

Voor claims en voorwaardelijke verplichtingen is beoordeling vereist ten aanzien van het bestaan van een verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis uit het verleden, het bepalen van de waarschijnlijkheid van een economische uitstroom, en van het kwantificeren van deze waarschijnlijke uitstroom van economische middelen. Deze inschatting wordt herzien wanneer nieuwe informatie beschikbaar is en met behulp van advies van externe experten.

Realiseerbare waarde van kasstroomgenererende eenheden met goodwill

In toelichting 3 worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn, bij het testen op bijzondere waardeverminderingen, voor het bepalen van de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheden met goodwill.

Actuariële veronderstellingen betreffende de waardering van de verplichtingen voor personeelsbeloningen en fondsbeleggingen

De Groep heeft verschillende personeelsbeloningsplannen zoals pensioenplannen, andere plannen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen.

In toelichting 9 (Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen) worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn bij de waardering van de verplichting, de fondsbeleggingen en de nettokost over de periode.

Verwerving van zeggenschap over BICS op 1 januari 2010

De aandeelhoudersoverkomst van BICS voorziet in nieuwe besluitvormingsregels en een "deadlock" procedure die van kracht zijn vanaf 1 januari 2010 en die de Groep doen besluiten dat zij zeggenschap heeft over BICS vanaf die datum. Als gevolg hiervan en de toepassing van de herziene IFRS 3 wordt BICS via de integrale methode geconsolideerd vanaf 1 januari 2010.

Omrekening van vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta

De presentatievaluta voor de Groep is de euro. Transacties in vreemde valuta worden bij initiële opname omgerekend aan de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde munt worden op balansdatum in de functionele valuta van de entiteit omgerekend aan de slotkoers van die dag. Netto wisselkoersverschillen bij de omrekening van monetaire activa en passiva worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Buitenlandse activiteiten

Sommige buitenlandse dochterondernemingen en joint ventures werkzaam in niet euro landen worden beschouwd als buitenlandse activiteiten die integraal deel uitmaken van de activiteiten van de rapporterende onderneming. Hierbij worden de monetaire activa en passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers; niet-monetaire activa en passiva worden omgerekend tegen de historische koers, uitgezonderd niet-monetaire activa die in de lokale munt aan reële waarde gewaardeerd zijn. Deze laatste worden omgerekend aan de wisselkoers op het moment dat de reële waarde bepaald werd. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Voor andere buitenlandse dochterondernemingen en joint-ventures werkzaam in niet euro-landen, worden de activa en de passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden rechtstreeks in een afzonderlijke component van het eigen vermogen geboekt. Bij de verkoop van dergelijke entiteit wordt het cumulatieve bedrag dat in het eigen vermogen genomen werd en betrekking heeft op deze specifieke buitenlandse operatie in resultaat genomen.

Alle wisselkoersverschillen die voortvloeien uit een monetair element dat deel uitmaakt van de netto investering van de Groep in dergelijke entiteit worden eveneens in dezelfde afzonderlijke component van het eigen vermogen opgenomen.

Goodwill

Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang, indien toepasselijk, de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven via bedrijfscombinaties overschrijdt. Wanneer de Groep zeggenschap verwerft, wordt enig voorheen aangehouden belang in de overgenomen partij geherwaardeerd naar reële waarde via de resultatenrekening.

Wanneer de netto reële waarde, na herbeoordeling van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven in een bedrijfscombinatie, de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang overtreft, wordt deze meerwaarde onmiddellijk erkend in de resultatenrekening als winst uit een 'voordelige koop'.

Veranderingen in de voorwaardelijke vergoeding die deel uitmaakt van de overgedragen vergoeding worden aangepast ten opzichte van goodwill, indien deze zich voordoen tijdens de voorwaardelijke aankoopprijstoewijzingsperiode en indien ze verband houden met feiten en omstandigheden die bestonden op datum van overname. In de andere gevallen, afhankelijk van het al dan niet classificeren van de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen of niet, worden de aanpassingen via eigen vermogen of via de resultatenrekening opgenomen.

Aankoopkosten worden in kosten opgenomen en minderheidsbelangen worden berekend op overnamedatum, ofwel aan hun reële waarde, ofwel aan hun proportioneel deel in de identificeerbare activa en schulden van de overgenomen partij, en dit op een transactie-per-transactie basis.

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs en wordt niet afgeschreven maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid alsook telkens wanneer er een aanwijzing is dat de kasstroomgenererende eenheid aan dewelke de goodwill werd toegewezen een bijzondere waardevermindering zou kunnen hebben ondergaan. Een erkend bijzonder waardeverminderingverlies op goodwill wordt nooit teruggenomen in de volgende periodes, zelfs indien er aanwijzingen zijn dat de bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of verminderd zou kunnen zijn.

Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

De immateriële vaste activa bestaan hoofdzakelijk uit de Global System for Mobile Communications ("GSM")-licentie, de Universal Mobile Telecommunications Systems ("UMTS")-licentie, 4G-licenties, merknamen en klantenbestanden verworven via bedrijfscombinaties, intern ontwikkelde software en andere immateriële vaste activa zoals voetbalrechten, uitzendrechten en extern ontwikkelde software.

De Groep activeert bepaalde uitgaven gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling of de aankoop van software voor intern gebruik indien zij identificeerbaar zijn, indien de Groep zeggenschap heeft over de activa en indien de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. De geactiveerde kosten voor software zijn opgenomen als intern gegenereerde en andere immateriële vaste activa en worden afgeschreven over drie tot vijf jaar.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur die afzonderlijk zijn verworven worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs. De kostprijs van immateriële vaste activa verworven bij een bedrijfscombinatie is de reële waarde op overnamedatum.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De restwaarde van zulke immateriële vaste activa wordt verondersteld nul te zijn. Merknamen en klantenbestanden verworven in bedrijfscombinaties worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur (3 tot 20 jaar). Uitgezonderd wanneer het gebruik van een actief beperkt is in tijd, om contractuele redenen of gegeven het verwachte gebruik door het management, wordt de gebruiksduur bepaald op aanschaffingsdatum, op individuele basis per actief, zodanig dat de verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen die door het actief in kwestie gegenereerd worden gedurende zijn gebruiksduur, ongeveer 90% vertegenwoordigen van de totaal verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen.

GSM-, UMTS- en 4 G licenties, andere immateriële vaste activa en intern gegeneerde activa met beperkte gebruiksduur worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur. De afschrijving begint zodra het immaterieel vast actief beschikbaar is voor beoogd gebruik. De gebruiksduur van licenties zijn vastgelegd bij Koninklijk Besluit en variëren van 5 tot 20 jaar. De gebruiksduur werd als volgt bepaald:

Gebruiksduur (jaren)

GSM, UMTS, 4G en andere netwerklicenties volgens licentieduur
o Verlengde GSM (2G) licentie (2010) 5
o UMTS (3G) 16
o LTE (4G) 15
o 800 MHz (4G) 20
Verworven merknamen en klantenbestanden 3 tot 20
Software 5
Gebruiksrechten, voetbal- en uitzendrechten Contractduur
(als regel van 2 tot 5)

De 800 MHz-spectrum licentie (verworven in 2013) zal worden betaald in jaarlijkse schijven over de perode van twintig jaar. Aangezien de financiering gebeurt door de verkoper over de duur van de licentie, en de periode tussen aanschaffing en financiering significant is, werden beide beschouwd als niet cash-transactie in het kasstroomoverzicht. De jaarlijkse terugbetalingen aan de verkoper om de uitstaande schuld te verminderen worden in de kasstroomoverzicht beschouwd als een financieringsactiviteit.

De afschrijvingsperiode en de afschrijvingsmethode voor immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden minstens aan het einde van elke boekjaar herzien. Veranderingen in de voorziene gebruiksduur of in het voorziene patroon van toekomstige economische voordelen die het actief in zich bergt, worden verrekend door de afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethode te veranderen. Deze worden behandeld als wijzigingen van de boekhoudkundige schattingen.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa, welke ook aan derden verhuurde activa bevatten, worden gepresenteerd volgens hun aard en worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kosten voor de uitbreidingen of substantiële verbeteringen van de materiële vaste activa worden geactiveerd. De onderhouds- en herstellingskosten voor materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten indien ze de gebruiksduur van het actief niet verlengen of wanneer het toekomstig economische nut niet beduidend verhoogd wordt. De kostprijs van materiële vaste activa bevat de kosten voor hun ontmanteling, verwijdering en herstelling, wanneer de Groep daarvoor een verplichting heeft ten gevolge van de installatie van het actief.

Een element dat tot de materiële vaste activa hoort wordt niet langer op de balans opgenomen na vervreemding dan wel indien er geen economische voordelen meer te verwachten zijn van het gebruik of de vervreemding van het actief. Een eventuele winst of verlies voortvloeiend uit het niet meer opnemen van het actief (berekend als het verschil tussen de geschatte netto opbrengst en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de resultatenrekening van het jaar waarin het actief niet meer opgenomen wordt.

De afschrijving van een actief start zodra het klaar is voor zijn beoogd gebruik. De afschrijvingen worden lineair berekend over de geraamde gebruiksduur van het actief. De gebruiksduur wordt als volgt bepaald:

Terreinen en gebouwen Gebruiksduur (jaren)
Terreinen onbeperkt
Gebouwen en uitrustingen in gebouwen 22 tot 33
Faciliteiten in gebouwen 3 tot 10
Werken in gehuurde gebouwen en reclameuitrustingen 3 tot 10
Technische en netwerkuitrustingen
Kabels en buizen 15 tot 20
Centrales 8 tot 10
Transmissie 6 tot 8
Radio toegang netwerk 6 tot 7
Mobiele sites en uitrusting voor faciliteiten in sites 5 tot 10
Uitrustingen geïnstalleerd in de gebouwen van de klant 2 tot 8
Data en andere netwerkuitrustingen 2 tot 15

Meubilair en voertuigen

Meubilair en kantooruitrusting 3 tot 10
Voertuigen 5 tot 10

De restwaarden, gebruiksduur en afschrijvingsmethoden van activa worden aan het eind van elk boekjaar herzien en aangepast indien nodig.

Kosten van verkochte materialen, personeelskosten en andere bedrijfskosten worden weergegeven in de resultatenrekening na aftrek van de werkzaamheden uitgevoerd en geactiveerd door de onderneming voor de uitbouw van materiële vaste activa.

Financieringskosten worden geactiveerd indien zij rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief.

Bijzondere waardeverminderingen van niet-financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of de niet-financiële activa geen tekenen van bijzondere waardevermindering vertonen.

De Groep vergelijkt minstens één keer per jaar de boekwaarde met de geschatte realiseerbare waarde van immateriële vaste activa in aanbouw en kasstroomgenererende eenheden die goodwill omvatten. De Groep voert deze jaarlijkse bijzondere waardeverminderingstest uit tijdens het vierde kwartaal van het jaar.

Er wordt een bijzondere waardevermindering erkend wanneer de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de geraamde realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde van een actief is de hoogste waarde van de reële waarde van een actief of een kasstroomgenererende eenheid na aftrek van de verkoopskosten en de bedrijfswaarde voor de Groep.

Bij de bepaling van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen geactualiseerd, waarbij een disconteringsvoet vóór belasting wordt toegepast die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld en de specifieke risico's van het actief of de kasstroomgenererende eenheid.

Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten. Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een voorheen opgenomen bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of is afgenomen. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde geschat. Een voorheen erkende bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen indien er een wijziging is opgetreden in de schattingen die worden gebruikt ter bepaling van de realiseerbare waarde van het actief sinds de laatste bijzondere waardevermindering werd erkend. Indien dit het geval is worden de bijzondere waardeverminderingen op activa andere dan goodwill teruggenomen teneinde de boekwaarde van het actief te verhogen naar de realiseerbare waarde. Dit verhoogde bedrag kan niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bekomen (na aftrek van afschrijvingen) indien in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn opgenomen. Deze terugname wordt erkend als bedrijfskosten in de resultatenrekening.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden geboekt voor de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en passiva in de geconsolideerde balans en hun respectievelijke belastbare basis.

Uitgestelde belastingvorderingen verbonden aan verrekenbare tijdelijke verschillen en niet-gebruikte overgedragen belastingverliezen worden opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn waarmee het verrekenbare tijdelijke verschil of de niet-gebruikte belastingverliezen kunnen worden verrekend.

De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen wordt bij iedere balansdatum opnieuw beoordeeld en wordt verminderd in die mate dat het niet waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winst zal toelaten de belastingvordering geheel of gedeeltelijk te realiseren. Niet erkende belastingvorderingen worden op iedere balansdatum herschat en worden erkend in die mate dat het waarschijnlijk geworden is dat de toekomstige belastbare winst de realisatie van de belastingvordering mogelijk zal maken.

Uitgestelde belastingvorderingen en –schulden worden berekend tegen de aanslagvoeten die naar verwachting zullen worden toegepast in de periode waarin het actief zal worden gerealiseerd of het passief zal worden afgewikkeld; op basis van de aanslagvoeten (en belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten op balansdatum.

Wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen worden erkend in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen; in dit geval zal de belastingsimpact ook rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen.

Uitgestelde belastingsverplichtingen voor tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen worden erkend, uitgezonderd wanneer de moedermaatschappij het tijdstip kan bepalen waarop het tijdelijk verschil wordt afgewikkeld en het niet waarschijnlijk is dat het verschil zal worden afgewikkeld in de nabije toekomst.

Pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep beheert verschillende toegezegdepensioenregelingen waarvoor bijdragen worden gestort in afzonderlijk beheerde fondsen. De Groep is eveneens overeengekomen om bijkomende vergoedingen na uitdiensttreding uit te keren aan bepaalde personeelsleden. De kost voor het verstrekken van de beloningen voorzien in de plannen wordt voor elk plan afzonderlijk bepaald gebruikmakend van de actuariële 'Projected Unit Credit'-waarderingsmethode. De actuariële winsten en verliezen worden opgenomen via gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (eigen vermogen). Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst of verlies op regelingen worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen..

De Groep beheert ook verschillende toegezegdebijdragenregelingen. Bijdragen worden in de resultatenrekening opgenomen in de periode voor dewelke ze worden bijgedragen.

De Groep voert sommige herstructureringsprogramma's uit die beëindigingsvoordelen en andere vormen van bijkomende vergoedingen inhouden. De actuariële winsten en verliezen op deze schulden worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer ze zich voordoen. Bij het toepassen van de herziene IAS 19 norm heeft de Groep beslist om de periodieke kost te presenteren als operationele en financiële activiteit voor hun respectievelijke componenten.

Korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden

De kost van alle korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden, zoals lonen en salarissen, betaald verlof, bonussen, medische interventies en andere worden opgenomen gedurende de periode waarin het personeelslid de desbetreffende dienst verleent. De Groep neemt deze kosten enkel op indien zij wettelijk of feitelijk verplicht is om een dergelijke betaling uit te voeren en indien er een betrouwbare raming van de schuld kan worden gemaakt.

Financiële instrumenten

Reële waarde van de financiële instrumenten

De volgende methodes en principes worden toegepast om de reële waarde van de financiële instrumenten te ramen:

  • Voor investeringen in genoteerde bedrijven en wederzijdse fondsen is de reële waarde gelijk aan hun beurskoers;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen wordt de reële waarde geraamd aan de hand van recente verkooptransacties op de aandelen van deze niet-genoteerde ondernemingen of, bij gebrek aan zulke transacties, door middel van verschillende waarderingstechnieken zoals toekomstige verdisconteerde kasstroommodellen en "multiples"- methodes;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen waarvoor geen betrouwbare reële waarde kan worden bepaald, wordt de reële waarde gebaseerd op de historische aanschaffingskosten, gecorrigeerd met de eventuele bijzondere waardeverminderingen;
  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan variabele rentevoeten wordt de afgeschreven kost geacht de reële waarde te benaderen;
  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan een vaste rentevoet wordt de reële waarde bepaald op basis van de marktwaarde indien aanwezig, of anders op basis van de toekomstige verdisconteerde kasstromen;
  • Voor handelsvorderingen, handelsschulden, andere kortlopende activa en passiva worden de boekwaarden in de balans bij benadering opgenomen tegen een reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor geldmiddelen en kasequivalenten vormen de boekwaarden opgenomen in de balans een benadering van hun reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor derivaten worden de reële waarden geraamd rekening houdend met hun genoteerde prijs op een actieve markt, en indien niet beschikbaar, gebruikmakend van verschillende waarderingstechnieken, in het bijzonder de verdiscontering van de toekomstige kasstromen.

Criteria voor de initiële opname en het niet meer opnemen van financiële activa en passiva

De financiële instrumenten worden initieel opgenomen wanneer de Groep de contractuele bepalingen van de instrumenten onderschrijft. Gewone aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de afwikkelingsdatum.

Financiële activa (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen wanneer de Groep de rechten op de vergoedingen, bepaald in het contract, te gelde maakt, of de rechten vervallen of de Groep er afstand van doet of nog indien de Groep de controle verliest over de contractuele rechten die betrekking hebben op het financiële actief. Financiële passiva (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen indien de verplichting bepaald in het contract vervalt, ingetrokken of geannuleerd wordt.

Criteria voor de saldering van financiële activa en passiva

Indien er een wettelijk afdwingbaar compensatierecht bestaat voor opgenomen financiële activa en passiva en de intentie aanwezig is om het passief af te wikkelen en het actief tegelijk te gelde te maken of op nettobasis af te wikkelen, worden alle financiële gevolgen gecompenseerd.

Criteria voor classificering van de financiële instrumenten als "tot einde looptijd aangehouden"

Sommige financiële instrumenten worden als "behouden tot vervaldatum" geclassificeerd op basis van de mogelijkheid en de intentie van de Groep om deze instrumenten tot hun vervaldatum te behouden. De Groep heeft reeds een ruime ervaring in het naleven van deze regel. Dit wordt versterkt door het feit dat de financiële instrumenten die als "behouden tot vervaldatum" geclassificeerd zijn, een looptijd hebben van korte- tot middellange termijn.

Criteria voor het classificeren van de financiële instrumenten als "voor verkoop beschikbaar"

De financiële activa die geen derivaten zijn, waarbij de Groep niet van plan is deze tot het einde van hun looptijd te behouden, die niet als "leningen en vorderingen" geclassificeerd zijn en die door de Groep bij aanvang niet als gewaardeerde activa tegen hun reële waarde via de resultatenrekening geclassificeerd zijn, worden als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd.

Aandelen in het eigen vermogen van niet-geconsolideerde ondernemingen worden gewoonlijk als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd. Aandelen in wederzijdse of in soortgelijke fondsen worden geclassificeerd als "aangehouden tot verkoop" als ze bij aanvang tegen hun reële waarde via de resultatenrekening geclassificeerd zijn.

Andere deelnemingen

Andere deelnemingen bevatten de aandelen gehouden in entiteiten die geen dochterondernemingen, joint-venture of geassocieerde ondernemingen zijn.

Deze deelnemingen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, zijnde tegen de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Deze deelnemingen worden op de balans geclassificeerd onder de 'voor verkoop beschikbare financiële activa'.

Na de initiële opname,

  • Beleggingen in eigenvermogeninstrumenten waarvoor geen genoteerde marktprijs bestaat en de reële waarde niet op een betrouwbare wijze kan worden bepaald worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met een eventuele bijzondere waardevermindering;
  • Alle andere deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde waarbij de wijzigingen in de reële waarde rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen tot het financieel actief verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan wordt, waarna de voorheen in het eigen vermogen toegerekende gecumuleerde winsten of verliezen worden opgenomen in de resultatenrekening onder netto financiële kosten.

Andere financiële vaste activa

De andere financiële vaste activa omvatten derivaten (zie verder), rentedragende vorderingen op lange termijn zoals leningen aan joint ventures, personeel en kasgaranties, en beleggingen op lange termijn zoals 'notes' en gekochte obligaties. Langetermijnvorderingen worden geboekt als leningen en vorderingen uitgegeven door het bedrijf en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs. Langetermijninvesteringen worden geclassificeerd als tot het eind van de looptijd aangehouden en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs.

Handelsvorderingen en andere vlottende activa

Handelsvorderingen en andere vlottende activa worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde (gewoonlijk het oorspronkelijke factuurbedrag) met aftrek van de waardeverminderingen voor dubieuze debiteuren.

Beleggingen

De beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, vastrentende effecten en deposito's met een looptijd van meer dan drie maanden maar minder dan één jaar.

Aandelen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden aandelen behandeld als beschikbaar voor verkoop, met een herwaardering tot de reële waarde die rechtstreeks in het eigen vermogen wordt geboekt, tot de investering wordt verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan. De gecumuleerde winsten of verliezen die voorheen in het eigen vermogen werden geboekt, worden daarna in de resultatenrekening opgenomen.

Vastrentende effecten worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden de vastrentende effecten die geclassificeerd zijn als beschikbaar voor verkoop gewaardeerd aan reële waarde, waarbij de winsten en verliezen uit herwaardering in het eigen vermogen worden opgenomen tot de investering is verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt in de resultatenrekening. De vastrentende effecten die bestemd zijn om tot vervaldag te worden gehouden, worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs, gebruikmakend van de methode van de effectieve rentevoet.

Deposito's worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, lopende bankrekeningen en beleggingen met een initiële looptijd van minder dan drie maanden en die zeer liquide zijn.

Geldmiddelen en kasequivalenten worden geboekt tegen de afgeschreven kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of financiële activa of het geheel van financiële activa objectieve indicaties van bijzondere waardevermindering vertonen. Als de boekhoudkundige waarde van de financiële activa hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt een bijzondere waardevermindering geboekt.

Er wordt altijd een specifieke rekening gebruikt om de bijzondere waardeverminderingen te boeken, ongeacht of deze door een kredietverlies veroorzaakt werden of niet.

De provisies en waardeverminderingen op financiële activa worden als andere bedrijfskosten geboekt wanneer de activa betrekking hebben op operationele activiteiten. Voor andere deelnemingen, geassocieerde ondernemingen en activa met betrekking tot financieringsactiviteiten worden de provisies en waardeverminderingen geboekt als financiële kosten.

De waardeverminderingen op vorderingen worden geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep niet in staat zal zijn alle verschuldigde bedragen te innen, op basis van geïndividualiseerde criteria of op basis van statistieken en de analyse van de ouderdomsbalans.

In geval van waardeverminderingen die te wijten zijn aan kredietverliezen, wordt de waardevermindering teruggenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep in staat zal zijn de financiële activa te innen, op basis van verschillende indicaties zoals de oplevering van waarborgen, een succesvolle kapitaalverhoging bij de schuldenaar, enz.

De waardevermindering wordt ook teruggenomen wanneer het actief definitief verkocht, ontvangen of daarentegen niet terugvorderbaar is. Op dat moment worden de definitieve opbrengsten/(kosten) geboekt in de resultatenrekening.

De waardeverminderingen op 'voor verkoop beschikbare' eigen vermogeninstrumenten worden erkend in resultaat in geval van een significante (30%) of langdurige (meer dan 12 maanden achtereenvolgend) daling van de reële waarde beneden kostprijs. Deze waardeverminderingen worden niet teruggenomen in de resultatenrekening. Indien een waardevermindering teruggenomen moet worden, zal een terugneming in het eigen vermogen geboekt worden, als een herwaardering tot de reële waarde.

Rentedragende schulden

Alle kredieten en leningen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de ontvangen vergoeding na aftrek van de uitgiftekosten verbonden aan de leningen.

Na de initiële opname worden de niet-afgedekte schulden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieve intrestvoetmethode met afschrijving van verdisconteringen of premies in de resultatenrekening.

Derivaten

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals IRS, IRCS, rentetermijncontracten en valutaopties om haar risico's verbonden aan schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta te beperken op onderliggende activa, passiva en geanticipeerde transacties. De derivaten worden tegen reële waarde geboekt in de posten andere activa (lange en korte termijn), rentedragende schulden (lange en korte termijn) en andere schulden (lange en korte termijn).

De Groep gebruikt IRS en IRCS om zijn risico van schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta op langetermijnschulden in te perken. Deze economische afdekkingen worden niet beschouwd als boekhoudkundige afdekkingen.

De Groep heeft geen derivaten (en geeft er ook geen uit) voor handelsdoeleinden, maar sommige van haar derivatencontracten beantwoorden niet aan de criteria bepaald in IAS 39 om als afdekkingen te worden beschouwd en worden daarom behandeld als derivaten aangehouden voor verhandeling, met wijzigingen in de reële waarde geboekt in de resultatenrekening.

De Groep maakt gebruik van valutaopties en termijnwisselcontracten om haar risico's op vreemde valuta uit operationele contracten te beperken. Indien de afstemming van deze instrumenten op het onderliggende risico voldoende effectief is en deze effectiviteit gemakkelijk kan worden aangetoond, wordt kasstroomafdekking toegepast. Dit houdt in dat het effectieve deel van de winsten of verliezen op de afdekkingsinstrumenten wordt erkend via gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten tot het afgedekte feit plaats vindt; het niet-effectieve deel wordt erkend in de resultatenrekening. De andere rentetermijncontracten worden niet geboekt als afdekkingen, maar wel tegen de reële waarde, waarbij de wijzigingen in die reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.

Sommige schulden geplaatst door de Groep omvatten in het contract besloten derivaten. Dergelijke derivaten worden afgescheiden van hun basiscontracten en geboekt tegen de marktwaarde waarbij wijzigingen in de reële waarde in de resultatenrekening opgenomen worden. Het "mark-to-market" effect op de in het contract besloten derivaten wordt geneutraliseerd door deze op andere derivaten.

Sinds september 2011 is de Groep gestart met het afsluiten van derivaten voor het indekken van een deel van de risico's op commodityprijsschommelingen van zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties. De Groep verwerkt de kasstroomafdekking administratief als volgt: het deel van de winst of het verlies op het afdekkingsinstrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking is, wordt in niet gerealiseerde resultaten genomen tot het afgedekte feit zich voordoet. Indien de afgedekte transactie leidt tot de erkenning van een actief, wordt de waarde van het actief bij de initiële erkenning aangepast met het bedrag dat voorheen was opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Het "nieteffectieve" gedeelte van een "cash flow hedge" wordt altijd erkend in de resultatenrekening.

Netto winsten / (verliezen) op financiële instrumenten

Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten worden door de Groep van de nettowinsten en -verliezen op financiële instrumenten afgehouden. Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten die uit financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt wanneer deze instrumenten betrekking hebben op financieringsactiviteiten. Wanneer financiële instrumenten op operationele of investeringsactiviteiten betrekking hebben, worden de netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van deze financiële instrumenten voortvloeien als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien en die gebruikt worden om het wisselrisico uit operationele activiteiten te beheren maar die niet als dekkingsinstrumenten volgens IAS 39 beschouwd worden, worden als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien die gebruikt worden om het renterisico uit financiële activiteiten te beheren, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt.

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen netto realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs wordt bepaald volgens de gewogen-gemiddelde-kostprijsmethode behalve voor IT-uitrusting (FIFO methode) en aangekochte goederen voor de wederverkoop in het kader van specifieke onderhanden projecten in opdracht van derden (individuele aankoopprijs).

Voor onderhanden projecten in opdracht van derden, wordt de methode van winstneming toegepast. De methode van winstneming wordt bepaald op basis van de kost van het uitgevoerde werk op balansdatum in verhouding tot de geraamde totale kost voor het project. De projectkosten omvatten alle directe kosten die betrekking hebben op het specifieke project en een toewijzing van vaste en variabele kosten opgelopen met betrekking tot projectactiviteiten, gebaseerd op normale bedrijfscapaciteit.

Lease-overeenkomsten

Lease-overeenkomsten m.b.t. activa waarbij nagenoeg alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief worden overgedragen aan de Groep worden geclassificeerd als financiële leases. Financiële leases worden erkend als activa en schulden (rentedragende schulden) ten bedrage van de reële waarde van de geleasde activa of de huidige waarde van de minimale leasingbetalingen bij aanvang van de lease, indien deze lager is. De afschrijving en test voor bijzondere waarderverminderingen voor afschrijfbare geleasde activa zijn dezelfde als voor afschrijfbare activa in eigendom. Leasebetalingen worden opgesplitst tussen openstaande schulden en financiële lasten om zo tot een constante intrestvoet per periode te komen op het resterende saldo van de schuld.

Lease-overeenkomsten waarbij alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief nagenoeg behouden worden door de verhuurder, worden geclassificeerd als operationele leases. De betalingen onder operationele leases worden lineair over de leasingtermijn als kosten opgenomen in de resultatenrekening.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen indien de Groep een bestaande wettelijke of feitelijke verplichting heeft die voortvloeit uit gebeurtenissen uit het verleden waarvoor waarschijnlijk een uitstroom van middelen die economische voordelen inhouden, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van deze verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat. Een gebeurtenis uit het verleden wordt geacht aanleiding te geven tot een bestaande verplichting indien, rekening houdend met de beschikbare bewijsstukken, het meer dan waarschijnlijk is dat er een bestaande verplichting is op de balansdatum. Het bedrag dat als voorziening wordt opgenomen is de beste schatting van de vereiste kost om de bestaande verplichting op het einde van het boekjaar af te wikkelen. Voorzieningen worden geactualiseerd wanneer het effect van de tijdwaarde van geld belangrijk is. De afwikkeling wordt opgenomen in de financiële kosten.

Bepaalde activa en inrichtingen die zich op eigendom van derden situeren, dienen uiteindelijk ontmanteld te worden en de eigendom dient in de oorspronkelijke staat hersteld te worden. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling worden opgenomen als materiële vaste activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. In het geval van verdiscontering, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd geclassificeerd als financieringskosten.

Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop

De groep classificeert vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) als aangehouden voor verkoop indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. De voorwaarde is vervuld wanneer de activa (of groepen activa die worden afgestoten) onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop in hun huidige toestand en de verkoop zeer waarschijnlijk is en verwacht wordt binnen het jaar plaats te vinden. Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop (of groepen activa die worden afgestoten) worden opgenomen tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten, en worden geclassificeerd onder de vlottende activa.

Op aandelen gebaseerde betaling

In eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties worden opgenomen aan de reële waarde op de toekenningsdatum, rekening houdend met de karakteristieken en voorwaarden waartegen de rechten toegekend worden, en gebruik makend van een waarderingstechniek die overeenkomt met algemeen aanvaarde waarderingsmethodes voor de prijsbepaling van financiële instrumenten, en die rekening houdt met alle factoren en veronderstellingen die normale deelnemers met kennis van zaken bij hun prijszetting in overweging zouden nemen.

Voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost erkend over de wachtperiode, samen met een verhoging van de rubriek "vergoedingen in aandelen" in het eigen vermogen, voor wat betreft het vermogensdeel, en een erkenning van een dividendschuld voor het dividenddeel.

De reële waarde van dit recht wordt regelmatig geherwaardeerd wanneer de aandelenopties recht geven op dividenden uitgekeerd na de toewijzing van de opties.

Voor in geldmiddelen afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost geboekt over de wachtperiode, samen met een verhoging van de schulden. Schulden worden regelmatig geherwaardeerd om de evolutie van de reële waarden te weerspiegelen.

Opbrengsten en bedrijfskosten

De opbrengsten worden opgenomen voor zover de economische voordelen naar alle waarschijnlijkheid naar de Groep zullen vloeien en de opbrengsten getrouw kunnen worden gewaardeerd. De specifieke opbrengstenstromen en de eraan verbonden criteria voor erkenning zijn de volgende:

  • De opbrengsten van het vastelijn-, mobiele- en carrierverkeer worden opgenomen op basis van het gebruik;
  • De opbrengsten uit de aansluitings- en installatiekosten worden opgenomen op het ogenblik van de aansluiting of installatie;
  • De opbrengsten uit de verkoop van communicatie-uitrusting worden opgenomen bij de levering aan de externe verdeler of bij de levering door de eigen Belgacom winkels aan de finale klant;
  • De opbrengsten uit de maandelijkse huur- of toegangskosten die betrekking hebben op vastelijn- en mobiele opbrengsten worden opgenomen in de periode waarin de diensten zijn verstrekt;
  • De abonnementsgelden worden opgenomen als opbrengsten pro-rata over de abonnementsperiode;
  • Voorafbetaalde opbrengsten zoals opbrengsten uit voorafbetaalde vaste- of mobilofoniekaarten worden uitgesteld en opgenomen op basis van het gebruik van de kaarten;
  • Onderhoudsopbrengsten worden opgenomen als opbrengsten pro-rata over de onderhoudsperiode geboekt;
  • Ontvangen commissies worden opgenomen wanneer de Groep optreedt als agent, d.w.z. wanneer de Groep de voorraad- en kredietrisico's niet draagt, de prijzen niet bepaalt, geen deel van de diensten verandert of uitvoert, en wanneer de Groep geen vrijheid heeft om de leveranciers te selecteren;
  • De opbrengsten uit de verkoopscontracten die meerdere componenten bevatten, worden pro-rata toegewezen aan deze verschillende componenten op basis van hun relatieve reële waarde, zijnde het bedrag waaraan elke component afzonderlijk zou kunnen verkocht worden. Indien echter een bedrag, toegewezen aan een geleverde component, afhankelijk is van de levering van bijkomende componenten of van het bereiken van gespecifieerde performantievoorwaarden, wordt het bedrag dat wordt toegewezen aan die geleverde component beperkt tot het niet-voorwaardelijke bedrag.

Netto omzet is gedefinieerd als de bruto-instroom van economische voordelen die tijdens de periode ontstaan bij de uitvoering van de normale bedrijfsactiviteiten en rekening houdend met elke handels- en volumekorting toegekend door de Groep. Spaarpunten (loyaliteitsprogramma's) worden geboekt als een afzonderlijke component van de verkooptransactie en opgenomen in mindering van de initiële verkoop in netto omzet. De aan spaarpunten toegerekende vergoeding wordt in opbrengsten geboekt wanneer de spaarpunten worden ingewisseld.

Uitgaven voor research worden opgenomen in de resultatenrekening als kosten wanneer ze zich voordoen.

De geconsolideerde resultatenrekening van de Groep wordt voorgesteld volgens aard van de kosten. Bedrijfskosten worden voorgesteld na aftrek van werk dat door de onderneming werd geleverd en geactiveerd.

De kosten van de verkochte materialen en diensten omvatten de kosten voor de aankoop van het materiaal en de diensten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opbrengsten.

De reclamekosten en andere marketingkosten worden opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Als gevolg van de nieuwe Belgische Telecomwet die sinds 1 oktober 2012 van kracht is, worden alle dealer commissies in resultaat genomen wanneer ze zich voordoen. De gecumuleerde overgedragen dealer commissies werden als "kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten" in resultaat genomen.

Niet-recurrente opbrengsten en kosten omvatten winsten en verliezen resulterend uit de verkoop van geconsolideerde ondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, boetes en straffen opgelegd door de mededingingsautoriteiten of de regulator die 5 miljoen EUR overschrijden, kosten voor herstructureringsprogramma's en de gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding.

Toelichting 3. Goodwill

Go
o
d
wi
ll
2.323
15
2.339
-1
-18
2.320

In 2012 resulteerde de overname van Wireless Technologies BVBA in een stijging van de goodwill van 15 miljoen EUR (zie toelichting 6.4)

In 2013 werd de goodwill van twee groepen activa die werden afgestoten, geherclassificeerd als aangehouden voor verkoop met erkenning van een bijzondere waardevermindering ten bedrage van 18 miljoen EUR (zie toelichting 16).

Goodwill werd op operationeel segmentniveau getest op bijzondere waardeverminderingen omdat deze de kasstroomgenererende eenheden van de Groep zijn; de performantie, de financiële positie (inclusief goodwill) en de kapitaalsuitgaven binnen de Groep worden op operationeel segmentniveau beheerd.

In het kader van het onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen wordt de goodwill die verworven is in een bedrijfscombinatie op de overnamedatum toegerekend aan elk van de operationele segmenten van de Groep die naar verwachting voordeel zullen halen uit de bedrijfscombinatie. Daarom is deze toewijzing gebaseerd op de aard van de verworven klanten en activiteiten. Per 31 december 2013 werden alle verworven bedrijven volledig toegewezen aan één enkel operationeel segment, met uitzondering van de goodwill als gevolg van de verwerving van een minderheidsbelang in 2007 in Belgacom Mobile, welk werd toegewezen aan de Consumer Business Unit en Enterprise Business Unit op basis van hun relatieve bedrijfswaarde voor de Groep per 31 december 2007. Per 31 d ecemb er

van hun relatieve bedrijfswaarde voor de Groep per 31 december 2007.
De boekwaarde van de goodwill is als volgt aan de operationele segmenten toegewezen:
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2013
Consumer Business Unit 1.014 996
Enterprise Business Unit 1.073 1.073
Internationale Carrierdiensten 252 252
To
ta
a
l
2.339 2.320

De realiseerbare waarde op segmentniveau (inclusief goodwill) werd gebaseerd op de bedrijfswaarde bepaald aan de hand van een verdisconteerd kasstroommodel. De belangrijke veronderstellingen bij het bepalen van de gebruikswaarde zijn:

° de bedrijfswinst vóór afschrijvingen (met uitzondering van het Internationaal Carrier Segment waarvoor de directe marge belangrijker is)

° de investeringen

° de langetermijngroeivoet

° de gemiddelde gewogen vermogenskost na belastingen.

° de marge op Staff en Support diensten bij een volledige marktconforme doorfacturatie tussen segmenten binnen de Belgacom Groep

° het verwacht rendement op het in SDE geïnvesteerd kapitaal, bij de berekening van de SDE netwerkgerelateerde kosten voor een volledige en marktconforme doorfacturatie aan andere segmenten.

De bedrijfswinst vóór afschrijvingen van CBU en EBU is zeer gevoelig voor volgende operationele parameters: aantal klanten per type van dienst (TV, vast …), verkeer (indien van toepassing) en de netto ARPU per klant voor elk type van dienst. De waarde verbonden aan elk van deze operationele parameters is het resultaat van een intern proces dat in elk segment en op groepsniveau wordt gevoerd, door het samenbrengen van gegevens van de markt, marktvooruitzichten, en de strategieën die Belgacom van plan is te implementeren om zo adequaat mogelijk voorbereid te zijn op toekomstige uitdagingen.

Voor de jaren 2014 tot 2018 zijn de vrije kasstromen van de segmenten gebaseerd op het Vijfjarenplan zoals voorgelegd door het management aan de Raad van Bestuur. De volgende jaren werden geëxtrapoleerd op basis van een groeiratio die varieert tussen 0,0% en 1,0% per jaar (CBU: 0,5%, EBU: 1,0% en ICS: 0,5%), welke de managementvisie reflecteert over de langtermijnevolutie van de markt en gebaseerd is op historische data.

De vrije kasstromen die in aanmerking werden genomen voor de berekening van de gebruikswaarde zijn geschat voor de activa in hun huidige toestand en omvatten niet de kasinstromen en uitstromen die verband houden met eventuele toekomstige reorganisaties waartoe de Group zich nog niet heeft verbonden en deze die de prestaties van activa verbeteren of verhogen.

Vrije kasstromen voor elk van de segmenten werden verdisconteerd tegen de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van de Groep van 6,4%, met uitzondering van het ICS segment, waarvoor een specifieke gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van 9,0% werd gebruikt, en dit gezien haar activiteiten voldoende verschillend werden geacht ten opzichte van de rest van de Groep, om een specifieke berekening te rechtvaardigen. De gemiddelde vermogenskost vóór belastingen, die uit de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen via iteraties afgeleid werd, ligt tussen 8,40% en 11,1%.

De berekende gewogen gemiddelde vermogenskost op groepsniveau en voor het ICS segment is gebaseerd op hun relatieve kapitaalstructuurcomponenten en omvatten een risicopremie die specifiek is voor het inherente risico van het segment.

Geen enkele goodwill had per 31 december 2013 een bijzondere waardevermindering ondergaan. Sensitiviteitsanalyse voor alle segmenten toont aan dat bij een redelijke wijziging in een belangrijke assumptie de bedrijfswaarde de netto boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden (de segmenten) nog steeds overschrijdt.

Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

(i
n
mi
ljo
en
EUR)
GSM en
UMTS
li
cen
ti
e
In
tern
g
ep
ro
d
u
-
ceerd
e
va
s
te
a
cti
va
Verwo
rven
kla
n
ten
-
b
es
ta
n
-d
en
en
merk
n
a
men
TV rechten Overi
g
e
i
mma
-
teri
ë
le
va
s
te
a
cti
va
To
ta
a
l
Aa
n
s
cha
ffi
n
g
s
wa
a
rd
e
Op
1 ja
n
u
a
ri
2012
470 5
20
79
7
15
6
831 2.773
Aanschaffingen 0 76 0 5
3
77 207
Aanschaffingen van dochterondernemingen 0 0 5 0 4 9
Verkopen 0 0 0 -33 -16 -49
Overboekingen 0 0 0 0 1 1
Op
31 d
ecemb
er 2012
470 597 802 176 89
7
2.9
41
Aanschaffingen 120 8
4
0 71 108 383
Verkopen 0 0 0 -65 -5 -70
Geclassificeed als aangehouden voor verkoop 0 -3 -8 0 -2 -14
Op
31 d
ecemb
er 2013
590 6
77
79
3
181 999 3.241
Gecu
mu
leerd
e a
fs
chri
jvi
n
g
en
en
wa
a
rd
evermi
n
d
eri
n
g
en
Op
1 ja
n
u
a
ri
2012
-29
5
-318 -16
9
-136 -6
78
-1.5
9
6
Afschrijvingen van het jaar -25 -59 -61 -52 -77 -274
Verkopen 0 0 0 3
3
16 49
Overboekingen 0 0 0 0 -1 -1
Op
31 d
ecemb
er 2012
-344 -437 -29
1
-9
6
-6
76
-1.844
Afschrijvingen van het jaar -26 -59 -61 -59 -87 -292
Waardeverminderingen 0 0 -2 0 0 -3
Verkopen 0 0 0 6
5
4 6
9
Geclassificeed als aangehouden voor verkoop 0 3 8 0 2 13
Overboekingen 0 0 0 0 1 1
Op
31 d
ecemb
er 2013
-370 -49
2
-346 -9
0
-75
7
-2.05
6
Netto
b
o
ekwa
a
rd
e p
er 31 d
ecemb
er 2012
126 16
0
5
11
7
9
221 1.09
7
Netto
b
o
ekwa
a
rd
e p
er 31 d
ecemb
er 2013
220 185 447 9
1
242 1.185

De aanschafwaarden van de GSM en UMTS licenties omvatten kosten met betrekking tot het Global System for Mobile Communications ("GSM") en het Universal Mobile Telecommunications System ("UMTS"). In 1994 heeft de Groep een GSMlicentie in België verworven (voor het gebruik van het 900 MHz spectrum) ten bedrage van 226 miljoen EUR. De afschrijving werd gestart in 1995 over de initiële gebruiksduur van de licentie (15 jaar). Sinds 6 april 2008 is de GSM licentie kosteloos verlengd tot 8 april 2015. Op 15 maart 2010 heeft de Belgische Staat een wet goedgekeurd die een bijkomende vergoeding van 74 miljoen EUR oplegt voor het verlengen van de 2G-licenties tot 2015 (voor 12 MHz duplex), afgeschreven over 5 jaar. Belgacom heeft gekozen voor jaarlijkse betalingen. Op 18 augustus 2010 heeft Belgacom een procedure tot nietigverklaring ingediend voor het Grondwettelijk Hof tegen de wet van 15 maart 2010, welke het Hof heeft verworpen op 17 oktober 2013.

In maart 2001 heeft de Groep een UMTS-licentie in België verworven ten bedrage van 150 miljoen EUR. De afschrijving van deze licentie startte in juni 2004 over de initiële gebruiksduur van de licentie, die gepland is te eindigen in 2021.

In 2011 heeft de Groep een 4G licentie in de 2,6 GHz frequentieband verworven ten bedrage van 20 miljoen EUR, die werd betaald in 2012. De licentie is geldig voor 15 jaar vanaf 1 juli 2012 en de afschrijving is gestart vanaf juli 2012.

In december 2013 heeft de Groep een licentie verworven voor de 800 Mhz frequentieband ten bedrage van 120 miljoen EUR, welke Belgacom heeft beslist te betalen door jaarlijkse aflossingen. Het betreffende openstaand bedrag dat dient te worden voldaan binnen een termijn groter dan 12 maanden, is opgenomen in de andere lange termijnschulden (Toelichting 20). De afschrijving is gestart vanaf december 2013.

De verworven klantenbestanden en merknamen bevatten immateriële vaste activa erkend in het kader van bedrijfscombinaties voornamelijk tengevolge van de toewijzing van de overgedragen vergoeding bij het verwerven van zeggenschap over BICS.

TV-rechten omvatten de aangekochte voetbalrechten en uitzendrechten. Sommige van deze rechten werden aangeworven met een uitgesteld betalingsplan. De hierbij gepaard gaande schuld werd geclassificeerd als leveranciersschulden en bestaat voor 29 miljoen EUR uit schulden op meer dan 12 maanden.

Intern geproduceerde vaste activa betreffen vooral intern ontwikkelde software (voornamelijk i.v.m. facturatie en ordering). Het totaal bedrag in 2013 in resultaat genomen voor onderzoeksuitgaven voor deze intern ontwikkelde software bedraagt 23 miljoen EUR.

Andere immateriële vaste activa omvatten hoofdzakelijk aangekochte software (vooral voor het netwerk) en gebruiksrechten voor kabels.

Toelichting 5. Materiële vaste active

(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Terrei
n
en
en
g
eb
o
u
wen
Techn
i
s
che
en
n
etwerk
u
i
tru
s
ti
n
g
An
d
ere
ma
teri
ë
le
va
s
te a
cti
va
Acti
va
i
n
a
a
n
b
o
u
w
To
ta
a
l
Aa
n
s
cha
ffi
n
g
s
wa
a
rd
e
Op
1 ja
n
u
a
ri
2012
831 10.45
1
39
2
6 11.6
80
Aanschaffingen 16 506 19 5 546
Aanschaffingen van dochterondernemingen 0 0 3 0 3
Verkopen -11 -281 -24 0 -316
Overboekingen 10 4 -7 -7 -1
Op
31 d
ecemb
er 2012
845 10.6
80
382 5 11.9
12
Aanschaffingen 11 552 19 7 589
Verkopen -40 -157 -20 -1 -217
Geclassificeed als aangehouden voor verkoop 0 -8 -2 0 -10
Overboekingen 1 8 -2 -7 0
Op
31 d
ecemb
er 2013
817 11.075 377 4 12.273
Gecu
mu
leerd
e a
fs
chri
jvi
n
g
en
en
wa
a
rd
evermi
n
d
eri
n
g
en
Op
1 ja
n
u
a
ri
2012
-371 -8.6
27
-281 0 -9
.279
Afschrijvingen van het jaar -37 -405 -32 0 -475
Aanschaffingen van dochterondernemingen -2 -1 0 0 -4
Verkopen 9 280 23 0 313
Overboekingen 17 0 -17 0 1
Op
31 d
ecemb
er 2012
-385 -8.75
3
-307 0 -9
.445
-35 -424 -31 0 -490
0 0 -1 0 -1
Afschrijvingen van het jaar 157 19 0 212
Waardeverminderingen
Verkopen
3
5
9
Filiaal aangehouden voor verkoop 0 7 2 0
Overboekingen 0 -3 2 0
Op
31 d
ecemb
er 2013
-384 -9
.015
-316 0 -9
Netto
b
o
ekwa
a
rd
e p
er 31 d
ecemb
er 2012
46
1
1.9
27
7
5
5 0
.715
2.46
7

Als gevolg van de geleidelijke evolutie naar het huidige huurmodel voor internet modems, worden de nieuwe Belgacom modems, die verhuurd worden aan de klanten, sinds 1 januari 2012 geactiveerd. Dit resulteerde in een positieve impact op de kosten gerelateerd aan verkopen met daartegenover een stijging van het niveau van investeringen (28 miljoen EUR).

In 2013 werd de gebruiksduur van modems en decoders met 1 jaar verhoogd van 24 naar 36 maanden.

Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Toelichting 6.1. Deelnemingen in dochterondernemingen

De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van Belgacom NV en haar dochterondernemingen
opgenomen in de volgende tabel.
Na
a
m
Ma
a
ts
cha
p
p
eli
jke zetel
La
n
d
Aa
n
d
eel va
n
d
e Gro
ep
2012 2013
Belgacom NV van Publiek Recht Koning Albert-II-laan 27 België Moedermaatschappij
1030 Brussel
Belgacom Finance SA BTW BE 0202.239.951
Rue de Merl 74
Luxemburg 100% 100%
2146 Luxemburg
Belgacom Group International Services NV Koning Albert-II-laan 27
1030 Brussel
België 100% 100%
BTW BE 0466.917.220
Belgacom Re Rue de Merl 74
2146 Luxemburg
Luxemburg 100% 100%
Connectimmo NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0477.931.965
Belgacom Skynet NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0460.102.672
Skynet iMotion Activities NV Carlistraat 2 België 100% 100%
1140 Evere
Tango SA BTW BE 0875.092.626
Rue de Luxembourg 177
Luxemburg 100% 100%
8077 Bertrange
Telindus - ISIT BV Krommewetering 7
3544 AP Utrecht
Nederland 100% 100%
Telindus SA Route d'Arlon 81– 83 Luxemburg (1) 65% 65%
8009 Strassen
Telectronics SA 2 Rue des Mines
4244 Esch sur Alzette
Luxemburg (1) 65% 65%
Beim Weissenkreuz SA Route d'Arlon 81– 83 Luxemburg (1) 64% 64%
Telindus LTD 8009 Strassen
Centurion - Riverside Way - Watchmoor Park
Verenigd Koninkrijk (1) 100% 100%
Camberley - Surrey -GU15 3 YL
Telindus France SA ZA de Courtaboeuf- 12, avenue de l'Oceanie Frankrijk (1) 100% 100%
Groupe Telindus France SA 91940 Les Ulis
ZA de Courtaboeuf- 12, avenue de l'Oceanie
Frankrijk (1) 100% 100%
91940 Les Ulis
Telindus Morocco SAS Bâtiment shore 1, 6ème étage, Casablanca
Nearshore Park, 1100 Bd. Al Qods, Sidi Maârouf
Maroc (1) (3) 100% 100%
Casablanca
Belgacom Bridging ICT NV Koning Albert II laan 27
1030 Brussels
België 100% 100%
BTW BE 0826.942.915
Belgacom ICT - Expert Community CVBA Ambachtenlaan 34
3001 Heverlee
België 88% 84%
BTW BE 0841.396.905
Belgacom OPAL NV Koning Albert-II-laan 27
1030 Brussel
België 100% 100%
BTW BE 0861.583.672
Beldiscom NV Bld d'Avroy 240 België (10) 100% -
4000 Liege
BTW BE 0440.935.769
Mobile-For NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0881.959.533
Scarlet NV Ketelmeerstraat 182 Nederland (2)(8) 100% 100%
Scarlet Business NV 8226JX Lelystad
Carlistraat 2
België (2) 100% 100%
1140 Evere
BTW BE 0463.079.780
Scarlet Luxembourg SARL Rue de Bonnevoie 5
1260 Luxembourg
Luxemburg (2) 100% 100%
Scarlet Belgium NV Carlistraat 2 België (2) 100% 100%
1140 Evere
BTW BE 0447.976.484
MBS TELECOM NV Carlistraat 2 België (2) (3) 100% 100%
1140 Evere
BE 0882.760.574
Sahara Net LLC Al-Dabal Commercial Tower (ACT) 2nd Floor, Prince (9) 70% 70%
Mohammad Quarter, Prince Mohammad Street
(First Street)
Saoëdi-Arabië
P.O. Box 5480 Zip Code 31422 - Damman
Wireless Technologies NV Stationstraat 34 België (5) 100% 100%
Groot Bijgaarden
BTW BE 0464.030.479
Belgacom International Carrier Services Mauritius Ltd Chancery House 5th floor , Lislet, Geoffroy Street Mauritius (4), (6) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services NV Port Louis 1112-07
Rue Lebeau 4
België (4) 58% 58%
1000 Brussel
Belgacom International Carrier Services Deutschland G.M.B.H. BTW BE 0866.977.981
Mendelssohnstrasse 87
Duitsland (4) 58% 58%
60325 Frankfurt
Na
a
m
Ma
a
ts
cha
p
p
eli
jke zetel
La
n
d
Aa
n
d
eel va
n
d
e Gro
ep
2012 2013
Belgacom International Carrier Services UK Ltd Great Bridgewater Street 70
M1 5ES Manchester
Verenigd Koninkrijk (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Nederland BV Wilhelminakade 91
3072 AP Rotterdam
Nederland (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services North America Inc Corporation trust center - 1209 Orange street
USA - 19801 Willington Delaware
Verenigde Staten van Amerika (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Asia Pte Ltd 80, Robinson Road # 02-00,
Singapore 066898
Singapore (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services (Portugal) SA Avenida da Republica, 50, 10de verdieping
1069-211 Lisbon
Portugal (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Italia Srl Via della Moscova 3
20121 Milano
Italië (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Spain SL Avenida de Aragon, 330
Edificio 5,3°
28022 Madrid
Spanje (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Switzerland AG Papiermülhestrasse 14
3014 Bern
Zwitserland (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Austria GMBH Wildpretmarkt 2-4
1010 Wien
Oostenrijk (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Sweden AB Drottninggatan 30
41114 Goteborg
Zweden (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services JAPAN KK #409 Raffine Higashi Ginza, 4-14
Tsukiji 4 - Chome - Chuo-ku
Tokyo 104-00
Japan (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services China Ltd Three Pacific Place - Level 28
1, Queen's road East
Hong Kong
China (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Ghana Ltd Box GP 821
Accra
Ghana (4) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Dubai FZ-LLC P.O. Box 502307
Dubai
Verenigde Arabische Emiraten (4) (7) - 58%
Belgacom International Carrier Services South Africa Proprietary Ltd Central Park n°5 - 257 Jean Avenue, Centurion
Gauteng 0157
Zuid Afrika (4)(7) - 58%
Belgacom International Carrier Services Kenya Ltd LR-N° 204861, 1st Floor Block A
Nairobi Business Park
Ngong
Kenia (4)(7) - 58%
Belgacom International Carrier Services France SAS Rue du Colonel Moll 3
75017 Paris
Frankrijk (4) 58% 58%

(1) Dochteronderneming van de Telindus Groep (2) Entiteit van de Scarlet Groep (3) Entiteit onrechtstreeks gecontroleerd door de Groep (4)Entiteit van de B ICS Groep (5) Entiteit verworven in 2012 (6) Entiteit in 2012 opgericht (7) Entiteit in 2013 opgericht (8) Entiteit in vereffening

(9) Entiteit aangehouden voor verkoop (10) Entiteit vereffend in 2013

Het financieel jaareinde van Telindus-ISIT BV is 30 juni. Voor consolidatiedoeleinden wordt een bijkomende jaarrekening opgemaakt op 31 december.

Toelichting 6.2. Deelnemingen in joint ventures

De Groep heeft volgende deelnemingen in joint ventures.

Na
a
m
Ma
a
ts
cha
p
p
eli
jke zetel
La
n
d
Aa
n
d
eel va
2012
n
d
e Gro
ep
2013
Belgacom Mobile Wallet SA/NV Koning Albert II-laan 27
1030 Schaarbeek
VAT BE 541.659.084
Belgium (1) 50%
Allo Bottin SA 101/109, rue Jean-Jurès
92300 Levalloi-Perret
France (2)
50%
50%
E-Port Communications Systems SA Slijkensesteenweg 2
8400 Oostende
VAT BE 0864.818.940
Belgium 50% 50%

(1) Enititeit opgericht in 2013 (2) In liquidatie

In november 2013 hebben Belgacom NV en BNP Paribas Fortis "Belgacom Mobile Wallet NV" opgericht, een 50-50 joint venture om online en mobiele handel in België te ondersteunen. De onderneming zal commercieel gelanceerd worden onder de merknaam "Sixdots".

Toelichting 6.3. Deelnemingen in geassocieerde ondernemingen

Toelichting 6.3. Deelnemingen in geassocieerde ondernemingen
De Groep heeft een invloed van betekenis in de volgende ondernemingen.
Na
a
m
Ma
a
ts
cha
p
p
eli
jke zetel
La
nd
Aa
nd
eel va
n d
2012
e Gro
ep
2013
ClearMedia NV Zagerijstraat 11
2960 Brecht
VAT BE 0831.425.897
Belgium 40% 40%

Toelichting 6.4. Aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Verwervingen in 2012

Op 2 januari 2012 heeft de groep Wireless Technologies BVBA verworven voor een bedrag van 23 miljoen (netto van ontvangen geldmiddelen). D e reële waarde van d e identificeerbare activa e n passiva van deze aanschaffingen o p datum van d e overname e n d e corresponderende

(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Reë
le wa
a
rd
e
erken
d
o
p
verwervi
n
g
s
d
a
tu
m
B
o
ekwa
a
rd
e
Materiële vaste activa 11 6
Voorraden 8 8
Handelsvorderingen 10 9
Andere vlottende activa 9 9
Beleggingen en geldmiddelen en kasequivalenten 1 1
TOTAAL ACTIVA 3
8
3
4
Uitgestelde belastingschulden -2 0
Handelsschulden -18 -16
Andere kortetermijnschulden -9 -8
To
ta
a
l mi
n
d
erhei
d
s
b
ela
n
g
en
en
s
chu
ld
en
-30 -24
Netto
verwo
rven
a
cti
va
9 1
0
Goodwill ontstaan bij verwerving 15
Verg
o
ed
i
n
g
2
4
D
e verg
o
ed
i
n
g
i
s
a
ls
vo
lg
t s
a
men
g
es
teld
:
Cash betaald aan aandeelhouders 25
Cash te ontvangen van aandeelhouders -1
Verg
o
ed
i
n
g
2
4
D
e n
etto
ka
s
u
i
ts
tro
o
m b
i
j verwervi
n
g
i
s
a
ls
vo
lg
t:
Betaalde vergoeding 24
Ontvangen geldmiddelen en kasequivalenten -1
Netto
ka
s
u
i
ts
tro
o
m
2
3

Toelichting 7. Andere deelnemingen

De netto boekwaarden van de andere deelnemingen zijn gewijzigd als volgt:
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
Netto
b
o
ekwa
a
rd
e o
p
1 ja
n
u
a
ri
3
1
7
Aanschaffingen 4 1
Deelnemingen: opgeslorpt of ontbonden 0 -6
Terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies 0 5
Bijzondere waardeverminderingsverlies -27 -1
To
ta
a
l
7 6
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
Bijzondere waardeverminderingsverlies -27 -1
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
Aanschaffingswaarde 41 3
6
Gecumuleerde bijzondere waardeverminderingen -34 -30
Netto
b
o
ekwa
a
rd
e
7 6

In 2012 erkende de Groep een bijzondere waardevermindering van 27 miljoen EUR voornamelijk op de deelneming in Onlive. In 2013 werd een bijkomende uitzonderlijke waardevermindering erkend van 1 miljoen EUR op andere deelnemingen.

Per 31 december 2012 en 2013 omvatten de andere deelnemingen bijna enkel aandelen in het eigen vermogen van nietgeconsolideerde en niet-genoteerde ondernemingen voor dewelke de reële waarde niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald. Het is niet de bedoeling van de Groep om deze deelnemingen op korte termijn te verkopen.

De reële waarde van deze deelnemingen kan niet betrouwbaar worden bepaald omdat het start-up ondernemingen betreft waarvoor de normaal gebruikte waarderingstechnieken niet kunnen toegepast worden. De waarderingstechniek die normaal gebruikt wordt binnen de Belgacom Groep om de reële waarde te bepalen van een deelneming in een onderneming, is haar deel in de huidige waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. In geval van start-up ondernemingen kunnen de geschatte toekomstige kasstromen echter niet betrouwbaar berekend worden aangezien hun business modellen te volatiel zijn. Daarenboven is het gebruik van andere methodes (zoals recente marktconforme transacties, waardering van vergelijkbare ondernemingen, …) niet mogelijk wegens het ontbreken van de nodige gegevens.

Toelichting 8. Winstbelasting

De bruto uitgestelde belastingvorderingen / (schulden) betreffen: (i n mi ljo en EUR) 2012 res ta ted 2013 Uitgestelde belastingschulden Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden -7 -5 Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities -142 -125 Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -1 -1 Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa -5 -8 Andere -6 -10 B ru to u i tg es teld e b ela s ti n g s chu ld en -16 1 -15 0 Uitgestelde belastingvorderingen Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa 43 3 8 Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde 7 3 Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 9 0 6 3 Overdraagbare fiscale verliezen 2 1 Kapitaalverlies op investeringen in dochterondernemingen 1 1 Andere 22 20 B ru to u i tg es teld e b ela s ti n g vo rd eri n g en 16 5 127 De netto uitgestelde belastingvorderingen/(schulden), gegroepeerd per wettelijke entiteit, zijn als volgt : Netto u i tg es teld e b ela s ti n g s chu ld en -143 -128 Netto u i tg es teld e b ela s ti n g vo rd eri n g en 147 105 Per 31 d ecemb er

De uitgestelde belastingsschulden zijn gedaald in 2013, voornamelijk ten gevolge van de afschrijving van de activa erkend bij de aankoopprijstoewijzing van BICS in 2010 wanneer de groep zeggenschap verworf.

De uitgestelde belastingvorderingen zijn gedaald in 2013 als gevolg van de uitbetaling van vergoedingen na uitdiensttreding.

Uitgestelde belastingvorderingen werden niet erkend voor de verliezen van dochterondernemingen die reeds verschillende jaren verlieslatend zijn. De gecumuleerde overdraagbare fiscale verliezen en belastingskredieten beschikbaar voor deze ondernemingen bedroegen 283 miljoen EUR op 31 december 2013 (EUR 257 miljoen in 2012) waarvan 205 miljoen EUR geen vervaldag hebben, 18 miljoen EUR en 24 miljoen EUR vervallen respectievelijk in 2014 en 2015 en 36 miljoen EUR heeft een latere vervaldatum.

Het aandeel van Belgacom in de niet-uitgekeerde beschikbare reserves van dochterondernemingen bedraagt 4.524 miljoen EUR op 31 december 2013 (4.938 miljoen EUR in 2012) en is bij winstuitkering aan de moedermaatschappij belastbaar tegen een effectief belastingpercentage van 1,7%.

Er wordt geen uitgestelde belastingschuld erkend voor tijdelijke verschillen bij deelnemingen in dochterondernemingen behalve wanneer de moedermaatschappij het terugnemen van het tijdelijk verschil controleert en het waarschijnlijk is dat het verschil zal worden teruggenomen in de nabije toekomst.

De uitgestelde belastingopbrengsten/(kosten) in de resultatenrekening betreffen:
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
M.b.t. de uitgestelde belastingschulden
Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden 1 2
Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities 16 16
Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -1 -1
Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa 0 -3
Andere 18 -3
M.b.t. de uitgestelde belastingvorderingen
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa 0 -5
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde -2 -4
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen -31 -21
Overdraagbare fiscale verliezen -7 0
Andere 10 -4
Ui
tg
es
teld
e b
ela
s
ti
n
g
s
la
s
ten
va
n
het ja
a
r
6 -23
De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende belastinglasten:
Per 31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
Courante winstbelastingen
Courante winstbelastingen van het jaar -179 -159
Aanpassingen van courante winstbelastingen m.b.t. vorige jaren -4 12
Uitgestelde belastingen
Last ten gevolge van wijzigingen in tijdelijke verschillen 13 -22
Last ten gevolge van gebruik van overdraagbare fiscale verliezen en tax crediet -7 0
Wi
n
s
tb
ela
s
ti
n
g
en
g
eb
o
ekt i
n
d
e g
eco
n
s
o
li
d
eerd
e res
u
lta
ten
reken
i
n
g
-177 -170
De aansluiting tussen de belastinglast op de winst vóór belastingen tegen de wettelijke aanslagvoet en de belastingen op de winst tegen de reële aanslagvoet van
de Groep voor elk van de twee jaren eindigend op 31 december is als volgt:
Per 31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
Wi
n
s
t vó
ó
r b
ela
s
ti
n
g
en
9
07
822
Tegen de Belgische wettelijke aanslagvoet van 33,99% 308 279
Lagere inkomstenbelastingspercentage van andere landen -1 -1
Belastingeffect van de kapitaalverliezen uit investeringen in dochterondernemingen -25 0
Niet-belastbare winst uit dochterondernemingen en notionele interestaftrek -131 -133
Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven 47 3
5
Andere -21 -10
B
ela
s
ti
n
g
ko
s
t
177 170
Reë
le a
a
n
s
la
g
vo
et
19
,49
%
20,6
5
%

In 2013 bedroeg de effectieve belastingvoet 20,7%. Dit is iets hoger dan de effectieve belastingvoet van 19,5% in 2012 welke een versneld gebruik van fiscale verliezen omvat. De belastingvoet van 2013 is het gevolg van de toepassing van de algemene principes van de Belgische fiscale wetgeving. .

De niet-belastbare winst uit dochterondernemingen en notionale intrestaftrek resulteert voornamelijk uit de toepassing van de algemene principes van de fiscale wetgeving in België.

De fiscaal niet-aftrekbare uitgaven omvatten voornamelijk diverse uitgaven die niet aftrekbaar zijn voor fiscale doeleinden en niet-erkende overgedragen fiscale verliezen.

Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

Belgacom past de in 2011 herziene IAS 19 norm welke van kracht is vanaf 1 januari 2013 retrospectief toe. Dit betekent dat de openingsbalans van 2012 en het jaar 2012 werden herwerkt. De voornaamste wijzigingen betreffen de erkenning van actuariële winsten en verliezen en het afstemmen van het verwacht rendement van fondsbeleggingen op de disconteringsvoet.

actuariële winsten en verliezen en het afstemmen van het verwacht rendement van fondsbeleggingen op de
disconteringsvoet.
De Groep heeft verschillende plannen waarvan hieronder een overzicht wordt weergegeven:
Per 1 ja
n
u
a
ri
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012
herwerkt
2012
herwerkt
2013
Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met
herstructureringsprogramma's 257 179 104
Aanvullende pensioenplannen (nettoschuld) 46 6
1
3
9
Andere vergoedingen na uitdiensttreding andere dan pensioenen 256 315 314
Andere schulden 16 16 15

De berekening van de netto schulden is gebaseerd op de veronderstellingen die werden vastgelegd op de balansdatum. De veronderstellingen voor de verschillende plannen werden bepaald op basis van macro-economische gegevens en de specifieke voorwaarden inzake duur en begunstigde populatie van elk plan, met als doel de meest relevante inschatting te maken van de verwachte kasuitstromen.

De disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de waardering van de Belgacom beëindigingsplannen is gebaseerd op het rendement van hoogwaardige ondernemingsobligaties uit de Eurozone met een looptijd die overeenkomt met de looptijd van dergelijke plannen. Publiek beschikbare rendementscurven voor dergelijke type plannen zijn meestal beperkt tot een horizon van 10 jaar.

Voor langere looptijden, zoals voor de aanvullende pensioenplannen en andere vergoedingen na uitdiensttreding, en ondanks het ontbreken van direct beschikbare rendementscurven, is de diepte van de markt voldoende om een disconteringsvoet te bepalen voor IAS 19 doeleinden. Belgacom raamt de gepaste disconteringsvoet op basis van beschikbare marktgegevens.

Verkregen schattingen door onafhankelijke derden worden gebruikt voor validatiedoeleinden. Hun schattingen zijn grotendeels gebaseerd op twee verschillende methodes en de weerhouden disconteringsvoet valt binnen het interval bekomen op basis van de resultaten van deze methodes. De eerste methode bestaat uit het opstellen van een synthetische rendementscurve gebaseerd op bestaande hoogwaardige ondernemingsobligaties. De tweede methode bestaat uit het combineren van de risicovrije rentevoeten voor de looptijd met een kredietrisicopremie om rekening te houden met de 'spread' van hoogwaardige ondernemingsobligaties ten opzichte van de risicovrije rentevoeten.

Toelichting 9.1. Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met herstructureringsprogramma's

Beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in deze toelichting hebben betrekking op werknemersherstructureringsprogramma's. Er worden geen fondsbeleggingen opgebouwd voor deze voordelen.

In 2005 heeft de Groep een afvloeiingsplan en een eindeloopbaanoplossing (peterschap) geïmplementeerd. Volgens de voorwaarden van het programma, zal de Groep vergoedingen betalen tot het jaar 2015.

In 2007 heeft de Groep een vrijwillig programma van externe mobiliteit naar de Belgische Staat geïmplementeerd voor haar statutaire werknemers en een programma voor werknemers die medisch ongeschikt zijn. Volgens de bepalingen van dit plan zal de Groep vergoedingen betalen tot aan pensioendatum van de deelnemer.

In 2012 is de schuld gestegen met 15 miljoen EUR via niet-recurrente kosten (zie toelichting 28) als gevolg van een wijziging van de wettelijke pensioenleeftijd en nieuw toegetreden leden tot het plan.

Elke herwaardering van de schuld voor beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen wordt onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

De financieringstoestand van de plannen voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen is als volgt :
resultatenrekening erkend.
De financieringstoestand van de plannen voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen is als volgt :
Per 1 ja
nua
ri
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2012 2013
res
ta
ted
res
ta
ted
Bruto pensioenschuld 257 179 104
Schuld
d
i
e d
e fo
nd
s
b
eleg
g
i
ng
en o
vers
chri
jd
t
25
7
179 104
De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt 2013
In het begin van het jaar 257 179
Totale kosten van de periode 22
Reële werkgeversbijdrage -100 -77
Op
het ei
nd
e va
n het ja
a
r
179 104
De schuld voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen werd bepaald op basis van de volgende veronderstellingen:
Per 31 d ecemb
er
2012 2013
herwerkt
Discontovoet
0,00% - 1,00%
0,00% - 1,00%
Toekomstige prijsinflatie
2,00%
2,00%

Sensitiviteitsanalyse

Een verhoging of verlaging van 0,5% van de werkelijke disconteringsvoet resulteert in een schuldvariatie van ongeveer 1 miljoen EUR.

De Groep voorziet dat een bedrag van 51 miljoen EUR zal betaald worden als beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in 2014.

Toelichting 9.2. Toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdepensioenregelingen voor aanvullendepensioenen.

9.2.1. Toegezegdebijdragenregelingen

De Groep heeft sommige regelingen gebaseerd op bijdragen voor in aanmerking komende personeelsleden. Voor de meeste plannen welke beheerd worden door buitenlandse filialen, geeft de groep geen garantie van minimum rendement op de bijdragen. Deze plannen zijn niet materiel voor de groep.

9.2.2. Toegezegdepensioenregelingen

Belgacom NV en sommige Belgische dochterondernemingen beheren een gemeenschappelijk aanvullende toegezegdepensioenregeling voor hun personeelsleden. Dit plan verstrekt pensioenvoordelen voor diensten geleverd vanaf 1 januari 1997. Het verschaft voordelen gebaseerd op salaris en dienstjaren. Het wordt gefinancierd via het Belgacom pensioenfonds, een aparte juridische entiteit die voor dat doel werd opgericht in 1998.

De financieringsmethode heeft tot doel de huidige waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen (toegezegdepensioenverplichting) te financieren voor de voorbije dienstjaren binnen het bedrijf en rekening houdend met toekomstige loonverhogingen. De financieringsmethode is afgeleid van berekeningen volgens de IAS 19 norm voor de herziening van 2011. De jaarlijkse bijdrage is gelijk aan de som van de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto financiële kost (intrestkost op de toegezegdeepensioenverplichtingen verminderd met het verwachte rendement op fondsbeleggingen) en de afschrijving van actuariële winsten en verliezen boven de 10% corridor.

Per 31 december 2012 en in 2013 overtreffen de activa van het pensioenfonds het door de pensioenregulator vereiste minimum, zijnde de technische provisie. De technische provisie vertegenwoordigt het bedrag dat nodig is om het korte- en lange-termijnevenwicht van het pensioenfonds te garanderen. Ze is samengesteld uit de verworven rechten verhoogd met een bijkomend bufferbedrag teneinde de lange-termijnbestendigheid van de pensioenfinanciering te garanderen. De verworven rechten vertegenwoordigen de huidige waarde van de gecumuleerde voordelen die betrekking hebben op de reeds geleverde dienstjaren binnen de onderneming en is gebaseerd op huidige salarissen. Ze worden berekend in overeenstemming met de pensioenregelgeving en de van toepassing zijnde wettelijke actuariële bepalingen.

Zoals voor de meeste toegezegdepensioenregelingen kan de pensioenkost beïnvloed worden (zowel positief als negatief) door parameters als interestvoeten, toekomstige salarisverhogingen, inflatie en rendement of activa. Deze risico's zijn niet ongewoon voor toegezegdepensioenregelingen.

De beleggingsstrategie van het pensioenfonds is bepaald met het oog op het bekomen van het beste rendement op de beleggingen, binnen de strikte limieten van risicocontrole en rekening houdend met het profiel van de pensioenverplichtingen. De relatief lange looptijd van de pensioenverplichtingen (17 jaar) laat toe om een redelijk deel van de portefeuille toe te wijzen aan eigenvermogeninstrumenten.

Telindus BV, een dochteronderneming gevestigd in Nederland, heeft een aanvullend toegezegdepensioenregeling voor zijn personeelsleden welke vanaf 2014 is omgezet van een eindloon- in een middelloonregeling en wordt gefinancierd via een verzekeringsmaatschappij. Het plan is niet van materiel belang voor de Groep.

Op 31 december werd voor alle plannen de actuariële waardering uitgevoerd door onafhankelijke externe actuarissen. De huidige waarde en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en pensioenkosten voor verstreken diensttijd worden berekend met gebruik van de 'projected unit credit' methode.

De financieringstoestand van de pensioenplannen is als volgt:
Per 1 ja
nua
ri
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2012 2013
res
ta
ted
res
ta
ted
Bruto pensioenschuld 277 353 383
Fondsbeleggingen tegen reële waarde -231 -292 -344
Teko
rt / (s
urp
lus
)
4
6
6
1
3
9
De elementen opgenomen in de resultatenrekening en de staat van het totaalresultaat zijn als volgt
Ja
a
r ei
n
d
i
g
en
d
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
Servicekost - werkgever 3
4
3
5
Netto Intrestkost 1 2
Servicekost van vroegere dienstjaren 0 -1
Op
g
en
o
men
i
n
d
e res
u
lta
ten
reken
i
n
g
3
5
3
5
Herwaarderingen
Actuariële winsten en verliezen t.g.v. de financiële assumpties; 3
1
-9
Actuariële winsten en verliezen t.g.v. ervaringsaanpassingen 4 -1
Rendement van fondsbeleggingen zonder intresten -22 -9
Op
g
en
o
men
i
n
d
e s
ta
a
t va
n
het to
ta
a
lres
u
lta
a
t
1
3
-19
To
ta
a
l
4
8
1
6
De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:
Ja
a
r ei
nd
i
g
end
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt 2013
In het begin van het jaar 46 6
1
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 3
5
3
5
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaal resultaat 13 -19
Reële werkgeversbijdrage -34 -38
Netto
teko
rt
6
1
3
9
Wijzigingen in fondsbeleggingen
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
Reële werkgeversbijdrage -34 -38
Wijzigingen in fondsbeleggingen
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
In het begin van het jaar 231 292
Interesten 12 12
Rendement van fondsbeleggingen exclusief intresten 22 9
Reële werkgeversbijdrage 3
4
3
8
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -7 -6
Op
het ei
n
d
e va
n
het ja
a
r
29
2
344
Wijziging in de bruto schuld:
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -7 -6
Wijziging in de bruto schuld:
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
In het begin van het jaar 277 353
Servicekost 3
4
3
5
Intrestkost 14 14
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -7 -6
Actuariële (winsten)/verliezen 3
4
-11
Op
het ei
n
d
e va
n
het ja
a
r
35
3
383
De pensioenschuld werd bepaald op basis van de volgende assumpties:
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt 2013
De pensioenschuld werd bepaald op basis van de volgende assumpties:
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt 2013
Discontovoet 4,00% 4,00%
Toekomstige prijsinflatie 2,00% 2,00%
Nominaal toekomstige loonsverhoging 2.00% - 4.50% 2.00% - 4.50%
Nominaal toekomstige barema-stijging 3.00% - 3.95% 3.00% - 3.95%

De meest significante actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de toegezegdepensioenregelingen zijn de disconteringvoet, de inflatie en de reële salarisverhogingen. De sensitiviteitsanalye is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen van de respectievelijke veronderstellingen waarbij de andere veronderstellingen constant worden gehouden.

Indien de disconteringsvoet wijzigt met 1% zou de geschatte impact op de toegezegdepensioenverplichting een stijging of daling betekenen van ongeveer 15%.

Indien de inflatie wijzigt met 0,25% zou de toegezegdepensioenverplichting stijgen of dalen met ongeveer 4%. Bij wijziging
van de reële salarisverhoging met 0,25% zou de toegezegdepensioenverplichting stijgen of dalen met ongeveer 10%.
De activa van de pensioenenplannen zijn als volgt:
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt
2013
Eigenvermogeninstrumenten
43,10%
46,10%
Schuldinstrumenten
40,30%
36,50%
Converteerbare leningen
9,70%
9,60%
Anderen (infrastructuur, private investeringsfondsen, verzekeringsdeposito's)
6,90%
7,80%

Nagenoeg alle beleggingen werden gedaan via gemeenschappelijke beleggingsfondsen of verzekeringsdeposito's. Directe investeringen bedragen minder dan 1% van de activa. Vrijwel alle eigenvermogeninstrumenten, schuldinstrumenten en converteerbare leningen hebben genoteerde prijzen op een actieve markt. Het pensioenfonds investeert niet rechtstreeks in Belgacom aandelen of –obligaties maar het is niet uitgesloten dat er enige Belgacom aandelen of – obligaties opgenomen zijn in de gemeenschappelijke beleggingsfondsen waarin wordt belegd.

De Groep verwacht in 2014, 36 miljoen EUR bij te dragen aan deze pensioenplannen.

Toelichting 9.3. Andere vergoedingen na uitdiensttreding

Historisch kent de Groep haar gepensioneerden naast pensioenen andere voordelen toe onder de vorm van een socioculturele premie en andere sociale voordelen zoals hospitalisatie. Er worden geen activa opgebouwd voor dergelijke voordelen.

De financieringstoestand van de plannen is als volgt:

Het hospitalisatieplan is gebaseerd op een geïndexeerd vast bedrag per begunstigde.
De financieringstoestand van de plannen is als volgt:
Per 1 ja
nua
ri
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2012 2013
res
ta
ted
res
ta
ted
Bruto pensioenschuld 256 315 314
Fondsbeleggingen tegen reële waarde 0 0 0
Netto
s
chuld
o
p
g
eno
men i
n d
e b
a
la
ns
25
6
315 314
De elementen opgenomen in de resultatenrekening en de staat van het totaalresultaat zijn als volgt
Ja
a
r ei
n
d
i
g
en
d
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
herwerkt
Aan het dienstjaar toegekende kost 2 3
Intrestkost 12 11
Op
g
en
o
men
i
n
d
e res
u
lta
ten
reken
i
n
g
1
4
1
4
Herwa
a
rd
eri
n
g
en
Actuariële winsten en verliezen t.g.v. de financiële veronderstellingen 5
3
0
Impact van ervaringsaanpassingen 6 1
Op
g
en
o
men
i
n
d
e s
ta
a
t va
n
het to
ta
a
lres
u
lta
a
t
5
9
1
To
ta
a
l
7
3
1
5
De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt 2013
In het begin van het jaar 256 315
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 14 14
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaal resultaat 5
9
Reële werkgeversbijdrage -14 -15
Op
het ei
nd
e va
n het ja
a
r
315 314

Wijziging in de bruto schuld:

Wijziging in de bruto schuld:
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Per 31 d
ecemb
2012
herwerkt
er
2013
In het begin van het jaar 256 315
Aan het dienstjaar toegerekende kosten 2 3
Intrestkost 12 11
Uitkeringen aan begunstigden -14 -15
Actuariële (winsten)/verliezen 5
9
1
Op
het ei
n
d
e va
n
het ja
a
r
315 314
De schuld voor andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de volgende veronderstellingen:
Per 31 d ecemb
er
2012 2013
herwerkt
Disconteringsvoet
3,50%
3,50%
Toekomstige evolutie van de kosten (index inbegrepen)
2,00%
2,00%
Sterfte
MR/FR -2
MR/FR -2

De schuld voor de andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de beste schatting door het bedrijf van de financiële en demografische hypotheses, welke elk jaar worden herbekeken.

De gemiddelde looptijd van de schuld bedraagt 13 jaar.

Sensitiviteitsanalyse

De belangrijke actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de toegezegdepensioenregelingen zijn de disconteringsvoet, de inflatie en reële salarisverhogingen. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen van de respectievelijke veronderstellingen, terwijl de andere veronderstellingen constant worden gehouden.

Indien de disconteringsvoet wijzigt met 1% zou de toegezegdepensioenverplichting dalen of stijgen met ongeveer 12%.

Indien de toekomstige kosttrend wijzigt met 1% zou de toegezegdepensioenverplichting (exclusief medische kosten) dalen of stijgen met ongeveer 7%.

Indien de toekomstige trend van de medische kosten wijzigt met 1% zou de gerelateerde toegezegdepensioenverplichting dalen of stijgen met ongeveer 5%.

Indien de mortaliteitscorrectieleeftijd (MR/FR -2) wijzigt met 1 jaar (MR/FR -3), zou de toegezegdpensioenverplichting stijgen met ongeveer 3%.

De Groep verwacht in 2014 een bedrag van 16 miljoen EUR aan deze plannen bij te dragen.

Toelichting 9.4. Overige verplichtingen

De Groep heeft een wettelijke verplichting om kinderbijslagen uit te betalen aan een beperkt aantal statutaire gepensioneerden en aan de begunstigden van werknemersherstructureringsprogramma's.

Telindus Frankrijk heeft een wettelijke verplichting, in overeenstemming met de lokale wetgeving in Frankrijk, om éénmalig een vergoeding na uitdiensttreding uit te betalen.

Deze bedragen worden rechtstreeks door de Groep uitbetaald en daardoor worden er geen activa opgebouwd voor dergelijke voordelen. Herwaarderingen van de schuld worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

dergelijke voordelen. Herwaarderingen van de schuld worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.
De financieringstoestand is als volgt:
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt 2013
Bruto pensioenschuld 16 15
Fondsbeleggingen tegen reële waarde 0 0
Netto
s
chuld
o
p
g
eno
men i
n d
e b
a
la
ns
1
6
1
5
De schuld werd bepaald op basis van de volgende veronderstellingen:
Per 31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012
2013
herwerkt
Disconterinsgsvoet 3,00% 2.30%-3.00%
Toekomstige prijsinflatie 2,00% 2,00%

Toelichting 10. Andere vaste activa

er
2012 2013
3
5
44 3
8
7
4
Per 31 d
ecemb
9
0
134

Toelichting 11. Voorraden

Toelichting 11. Voorraden
Per 31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2013
Grondstoffen, hulpstoffen en reserveonderdelen 3
7
41
Werken in uitvoering en afgewerkte producten 24 27
Handelsgoederen 72 9
6
To
ta
a
l
133 16
3

Voorraad is gewaardeerd aan netto waarde na aftrek van waardeverminderingen.

Toelichting 12. Handelsvorderingen

De meeste handelsvorderingen zijn niet rentedragend en hebben meestal een looptijd van 30 tot 90 dagen. De looptijd van de handelsvorderingen van het segment International Carrier Services is echter langer aangezien de meeste vorderingen op andere telecom operatoren worden betaald op basis van netting akkoorden.

De analyse van de vervallen handelsvorderingen waarop geen waardevermindering werd geboekt, stelt zich voor als volgt:
Per 31
d
ecemb
er
B
ru
to
vo
rd
eri
n
g
en
Wa
a
rd
evermi
n
d
eri
n
g
en
vo
o
r
d
u
b
i
eu
ze
vo
rd
eri
n
g
en
Netto
b
o
ekwa
a
rd
e
Ni
et verva
llen
en
n
i
et
o
n
d
erwo
rp
en
a
a
n
wa
a
rd
evermi
n
d
eri
n
g
Verva llen
ma
a
r n
i
et o
n
d
erwo
rp
en
a
a
n
wa
a
rd
evermi
n
d
eri
n
g
(i
n
mi
ljo
en
EUR) < 30 d
a
g
en 30-6
0 d
a
g
en 6
0-9
0 d
a
g
en 9
0-180 d
a
g
en180-36
0 d
a
g
en> 36
0 d
a
g
en
2011 1.472 -144 1.328 933 9
7
5
3
3
3
6
6
5
8
8
7
2012 1.491 -150 1.341 929 128 5
8
3
4
6
3
5
7
72
1.428 -138 1.289 960 120 26 28 48 5
0
5
8

Op 31 december 2012, en 2013, waren respectievelijk 69% en 74% van het totaal van de handelsvorderingen niet vervallen en zonder waardevermindering.

Voor de twee voorgestelde jaren werden geen handelsvorderingen in onderpand als zekerheid gegeven. In 2013 heeft Belgacom Groep bankwaarborgen en waarborgen van moederondernemingen gekregen voor een bedrag van 9 miljoen EUR (7 miljoen EUR in 2012) als onderpand voor openstaande facturen.

Belgacom Groep bankwaarborgen en waarborgen van moederondernemingen gekregen voor een bedrag van 9 miljoen
EUR (7 miljoen EUR in 2012) als onderpand voor openstaande facturen.
De evolutie van de waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen is als volgt:
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
To
eli
chti
n
g
2012 2013
Op
1 ja
n
u
a
ri
-144 -15
0
Toename / (daling) erkend in resultatenrekening 27 -9 8
Variantie ten gevolge van een filiaal geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 0 1
Andere bewegingen 3 2
Per 31 d
ecemb
er
-15
0
-138

Toelichting 13. Andere vlottende activa

Toelichting 13. Andere vlottende activa
Per 31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
To
eli
chti
ng
2012 2013
Terug te vorderen B.T.W. 3
0
40
Andere derivaten 33.1 0 1
Over te dragen kosten 9
9
9
1
Andere vorderingen 12 15
To
ta
a
l
141 148

Toelichting 14. Beleggingen

Toelichting 14. Beleggingen
Per 31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
Toelichting 2012 2013
Deposito's 33.4 7 5
Schatkistcertficaten 33.4 5
0
3
8
Aandelen in fondsen 33.4 26 16
To
ta
a
l
8
3
6
0
Beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, schatkistcertificaten en deposito's met een
Beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, schatkistcertificaten en deposito's met een
oorspronkelijke looptijd langer dan 3 maanden maar korter dan 1 jaar.
Per 31 d ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2013
Aanschaffingswaarde 8
3
6
0
Netto
b
o
ekwa
a
rd
e
8
3
6
0

Toelichting 15. Geldmiddelen en kasequivalenten

Toelichting 15. Geldmiddelen en kasequivalenten
Per 31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2013
Vastrentende effecten 33.4 5
0
100
Kortetermijndeposito's 33.4 12 169
Kas en banktegoeden 33.4 140 8
6
To
ta
a
l
202 35
5
De Groep investeert een deel van haar beschikbare liquiditeiten in schatkistcertificaten. Deze worden tot het einde van de

De Groep investeert een deel van haar beschikbare liquiditeiten in schatkistcertificaten. Deze worden tot het einde van de looptijd aangehouden. De kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van één tot drie maanden afhankelijk van de onmiddellijke cashbehoeften van de Groep en brengen intrest op volgens de respectieve rentevoeten van de korte termijndeposito's. De banktegoeden brengen intrest op tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente.

Toelichting 16. Activa opgenomen als aangehouden voor verkoop

In december 2013 heeft de Groep een overeenkomst afgesloten voor de verkoop van Sahara Network Company Limited, geregistreerd in Damman (Saoedi-Arabië), en actief in telecommunicatie- en informatietechnologiebusiness.

Verder werd in december 2013 een overeenkomst bereikt voor het afstoten van de business van Scarlet NV in het kader van de liquidatie van de onderneming. Scarlet NV is een leverancier van telecomdiensten in Nederland.

Op 31 december zijn voor beide entiteiten de voorwaarden vervuld om als aangehouden voor verkoop te worden opgenomen met de erkenning van een bijzonder waardeverminderingsverlies van 22 miljoen EUR (waarvan 17 miljoen EUR via niet-recurrente kosten) aangezien de opbrengsten voor beide transacties lager zullen zijn dan de boekwaarde van de betreffende activa en bijhorende schulden.

Verwacht wordt dat beide transacties zullen afgerond zijn in het eerste halfjaar van 2014, na het vervullen van de opschortende voorwaarden, waarna het zeggenschap over de activiteiten zal overgaan naar de overnemers. Op het einde van het boekjaar zijn de voornaamste componenten van activa en passiva van de betreffende entiteiten als volgt :

Op het einde van het boekjaar zijn de voornaamste componenten van activa en passiva van de betreffende entiteiten als
volgt :
Per 31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2013
Goodwill 1
Materiële vaste activa 2
Handelsvorderingen 6
Andere vorderingen op korte termijn 2
Acti
va
va
n
een
g
ro
ep
a
cti
va
d
i
e wo
rd
t a
fg
es
to
ten
1
1
Langlopende schulden -2
Korte termijnschulden -11
Verp
li
chti
n
g
en
g
erela
teerd
met een
g
ro
ep
va
n
a
cti
va
d
i
e wo
rd
t a
fg
es
to
ten
-13
Netto
verp
li
chti
n
g
en
va
n
een
g
ro
ep
a
cti
va
g
ecla
s
s
i
fi
ceerd
a
ls
a
a
n
g
eho
u
d
en
vo
o
r verko
o
p
-
2

Toelichting 17. Vermogen

Toelichting 17.1. Eigen vermogen

Per 31 december 2013 bedroeg het kapitaal van Belgacom NV 1 miljard EUR (volledig volstort), vertegenwoordigd door 338.025.135 aandelen zonder nominale waarde en allen met dezelfde rechten voor zover deze rechten niet geschorst of vernietigd werden in geval het eigen aandelen betrof. De Raad van Bestuur van Belgacom NV is bevoegd om het kapitaal te verhogen met een maximum bedrag van 200 miljoen EUR.

De vennootschap mag haar eigen aandelen verkrijgen en deze vervreemden in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. De Raad van Bestuur is door artikel 13 van de statuten gemachtigd om het wettelijk toegestaan maximum aantal eigen aandelen te verkrijgen. De betaalde prijs mag niet hoger zijn dan vijf procent boven de hoogste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting en mag niet lager zijn dan tien procent onder de laagste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting. Deze machtiging wordt verleend voor een periode van vijf jaar beginnend op 8 april 2009.

De uitkering van overgedragen winsten van Belgacom NV, de moedermaatschappij, wordt beperkt door een wettelijke reserve, die tijdens de vorige jaren werd opgebouwd in overeenstemming met de Belgische vennootschappenwet, tot 10% van het geplaatste kapitaal van Belgacom.

Belgacom NV heeft de statutaire verplichting om 5% van de winst vóór belastingen van de moedermaatschappij uit te keren aan haar werknemers. In de bijgaande geconsolideerde jaarrekening wordt deze winstverdeling geboekt als personeelskosten.

Op 31 december 2013 had de Groep 18.820.954 eigen aandelen, waarvan 4.148.478 met dividendrechten en 14.672.476 zonder dividendrechten. De dividenden toegekend aan eigen aandelen met dividendrechten, worden geboekt onder de rubriek "Onbeschikbare reserve voor verdeling" in de enkelvoudige jaarrekening van Belgacom NV.

In 2012 en 2013 verkocht de Groep respectievelijk 208.433 en 219.935 eigen aandelen aan haar senior management voor 3 miljoen EUR onder een aandelenaankoopplan met korting van 16,70% (zie toelichting 36).

De personeelsleden oefenden in 2012 en 2013 respectievelijk 464.411 en 662.581 opties op aandelen uit. Om deze uitoefening van aandelenopties te verwezenlijken, gebruikte de Groep eigen aandelen (zie toelichting 36).

In 2013 kende de Groep geen opties op aandelen toe aan het top management en aan het senior management. In 2012 kende de Groep 840.732 opties op aandelen toe aan het top management en het senior management, met een uitoefenprijs van 22,275 EUR (zie toelichting 36).

Ten einde de uitstaande aandelenopties te dekken, heeft Belgacom in 2012 612.356 eigen aandelen zonder dividendrechten geconverteerd naar aandelen met dividendrechten.

Aantal aandelen (inclusief eigen aandelen): 2012 2013
Op
1 ja
n
u
a
ri
338.025
.135
338.025
.135
Per 31 d
ecemb
er
338.025
.135
338.025
.135
Aantal eigen aandelen: 2012 2013
Op
1 ja
n
u
a
ri
20.376
.314
19
.703.470
Verkoop onder een aandelenaankoopplan met korting -208.433 -219.935
Uitoefening van opties op aandelen -464.411 -662.581
Per 31 d
ecemb
er
19
.703.470
18.820.9
5
4

Toelichting 17.2. Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen omvatten voornamelijk

het aandeel van 42,4% van de minderheidsaandeelhouders (Swisscom en MTN Dubai) in BICS, vanaf 1 januari 2010;

het aandeel van 30% van de minderheidsaandeelhouder in het vermogen en netto resultaat van Sahara Net LCC;

het aandeel van 35,30% van de minderheidsaandeelhouder Arcelor Mittal in het eigen vermogen en netto resultaat van Telindus SA (gevestigd in Luxemburg) en dochterondernemingen (zie toelichting 6).

Toelichting 18. Rentedragende schulden

Toelichting 18.1. Rentedragende schulden op lange termijn

Toelichting 18.1. Rentedragende schulden op lange termijn
Per 31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
To
eli
chti
ng
2012 2013
Niet-achtergestelde obligatieleningen 1.672 1.919
Leasings en soortgelijke schulden 2 2
Andere derivaten 33.1 8
7
28
To
ta
a
l
1.76
1
1.9
5
0

Alle langetermijnschulden zijn zonder waarborgen. Tijdens 2012 en 2013 zijn er geen wanbetalingen of schendingen m.b.t. aangegane leningen.

In de twee voorgestelde jaren werden renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) gebruikt om de rentevoet- en wisselkoersrisico's op de niet-achtergestelde obligatieleningen in JPY te beheren. Deze swaps geven de Groep de mogelijkheid om de rentevoet om te zetten van een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd.

De niet-achtergestelde obligatieleningen in EUR en JPY worden door Belgacom NV uitgegeven. De nominale waarde van deze schulden is volledig terugbetaalbaar op hun vervaldatum.

In maart 2013 heeft de Groep een niet-achtergestelde obligatielening op 15 jaar uitgegeven van 150 miljoen EUR onder het Euro Medium Term Note programma en in mei 2013 een niet-achtergestelde obligatielening op 10 jaar van 100 miljoen EUR; dit compenseerde gedeeltelijk de aflossing van een lening die verviel in december 2013 voor een nominaal bedrag van 125 miljoen EUR.

Deze swaps worden gebruikt om schulden in JPY om te zetten in schulden in EUR (zie toelichting 33).
De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2013 zijn als volgt:
B
o
ekwa
a
rd
e
No
mi
n
a
le wa
a
rd
e
Wa
a
rd
eri
n
g
vo
lg
en
s
IAS 39
Verva
ld
a
tu
m
In
teres
t
b
eta
li
n
g
en
/
herp
ri
js
b
a
a
r
B
eta
a
ld
e
ren
tevo
et
Reë
le
ren
tevo
et
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(b
)
La
n
g
etermi
jn
ren
ted
ra
g
en
d
e s
chu
ld
en
Ni
et-a
chterg
es
teld
e o
b
li
g
a
ti
elen
i
n
g
en
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 8
2
73 Afgeschreven kost Dec-26 Halfjaarlijks 0,20% 0,20%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 748 750 Afgeschreven kost Nov-16 Jaarlijks 4,38% 4,50%
EUR 186 200 Afgeschreven kost Nov-16 Jaarlijks 4,38% 7,16%
EUR 497 500 Afgeschreven kost feb-18 Jaarlijks 3,88% 4,05%
EUR 150 150 Afgeschreven kost Mar-28 Jaarlijks 3,19% 3,22%
EUR 100 100 Afgeschreven kost Mei-23 Jaarlijks 2,26% 2,29%
1.6
80
1.700
JPY (a) 77 73 Afgeschreven kost Nov-15 Jaarlijks 6,18% 6,18%
JPY (a) 8
0
72 Afgeschreven kost Dec-15 Jaarlijks 6,21% 6,21%
15
7
145
le n
chterg
teld
b
li
elen
To
i
ti
i
ta
et-a
es
e o
g
a
n
g
en
1.9
19
1.9
17
Lea
s
i
n
g
s
en
s
o
o
rtg
eli
jke s
chu
ld
en
EUR 2 2 Afgeschreven kost 2017 Kwartaal 4,88% 4,88%
2 2
To
le fi
ci
ë
le la
e termi
jn
chu
ld
(u
i
d
erd
d
eri
)
ta
tg
ten
n
a
n
n
g
s
en
ezo
n
va
1.9
21
1.9
19
D
eri
va
ten
Derivaten aangehouden voor trading doeleinden (c) 28 0 Reële waarde
To
ta
a
l
1.9
5
0
1.9
19
Ko
rte termi
jn
d
eel va
n
ren
ted
ra
g
en
d
e s
chu
ld
en
> 1 ja
a
r
Leasings en soortgelijke schulden
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 2 2 Afgeschreven kost 2017 Kwartaal 4,88% 4,88%
To
ta
a
l
2 2

(c) Economische afdekking van de JPY leningen

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2012 zijn als volgt:
B
oekwaarde
Nominale waarde Waardering
volgens IAS 39
Vervaldatum Interest
betalingen/
herprijsbaar
B
etaalde
rentevoet
Reële
rentevoet
(in miljoen EUR) (in miljoen EUR) (b)
Langetermijn rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 8
3
73 Afgeschreven kost Dec-26 Halfjaarlijks 0,14% 0,14%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 747 750 Afgeschreven kost Nov-16 Jaarlijks 4,38% 4,50%
EUR
EUR
182
496
200
500
Afgeschreven kost
Afgeschreven kost
Nov-16
Feb-18
Jaarlijks
Jaarlijks
4,38%
3,88%
7,16%
4,05%
1.425 1.450
JPY (a) 8
0
73 Afgeschreven kost Nov-15 Jaarlijks 6,18% 6,18%
JPY (a) 8
4
72 Afgeschreven kost Dec-15 Jaarlijks 6,21% 6,21%
164 145
Totale niet-achtergestelde obligatieleningen 1.672 1.667
Leasings en soortgelijke schulden
EUR 2 2 Afgeschreven kost 2016 Kwartaal 4,72% 4,72%
2 2
Totale financiële lange termijnschulden (uitgezonderd derivaten) 1.674 1.670
Derivaten
Derivaten aangehouden voor trading doeleinden (c) 8
7
0 Reële waarde
Totaal 1.761 1.670
Korte termijn deel van rentedragende schulden > 1 year
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 125 125 Afgeschreven kost Dec-13 Jaarlijks 6,00% 6,11%
Leasings en soortgelijke schulden
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 2 2 Afgeschreven kost 2016 Kwartaal 4,72% 4,72%
Kredietinstellingen
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 4 4 Afgeschreven kost Nov-13 Halfjaarlijks 3,78% 3,78%
Totaal 131 131
(a) omgezet in een lening in EUR via rente- en valutaswaps

(b) voor vlottendekoers leningen, de rentevoet van de laatste herprijzingsdatum voor 31 December 2012

(c) economische afdekking van de JPY leningen

Toelichting 18.2. Rentedragende schulden op korte termijn

Toelichting 18.2. Rentedragende schulden op korte termijn
Per 31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
Korte termijn deel van andere schulden > 1 jaar
Niet-achtergestelde obligatieleningen 125 0
Leasings en soortgelijke schulden 2 2
Kredietinstellingen 4 0
Andere financiële schulden
Andere leningen 8
5
314
To
ta
a
l
215 316

Toelichting 19. Voorzieningen

(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Arb
ei
d
s
-
o
n
g
eva
llen
Ges
chi
llen
Zi
ekted
a
g
en
An
d
ere
verp
li
chti
n
g
en
To
ta
a
l
Op
1 ja
n
u
a
ri
2012
4
1
6
6
3
0
4
3
180
Toevoegingen 0 15 11 16 4
1
Aanwendingen -4 -2 -8 -4 -19
Terugnemingen 0 -2 0 -2 -
3
Afwikkeling en wijziging van
disconteringsvoet 2 0 2 1 4
Op
31 d
ecemb
er 2012
3
8
7
7
3
4
5
4
203
Toevoegingen 0 16 2 6 2
3
Aanwendingen -3 -9 0 -7 -19
Terugnemingen 0 -6 0 -1 -
7
Afwikkeling 2 0 1 2 4
Op
31 d
ecemb
er 2013
3
7
7
7
3
6
5
3
204

De voorziening voor arbeidsongevallen betreft de vergoedingen die Belgacom NV desgevallend zou kunnen betalen aan personeelsleden die gewond geraakt zijn (met inbegrip van beroepsziekten) tijdens de uitoefening van hun functie en op de weg van en naar het werk. Tot 31 december 2002 werd de vergoeding volgens de wet van 1967 (openbare sector) op de arbeidsongevallen, gedekt en rechtstreeks uitbetaald door Belgacom. Deze voorziening (gedeelte annuïteiten) is gebaseerd op actuariële gegevens met inbegrip van de sterftetafels, vergoedingspercentages, rentevoeten en andere factoren bepaald door de wet van 1967 en berekend met de hulp van een professioneel verzekeraar. Rekening houdend met de sterftetafel wordt ervan uitgegaan dat het grootste gedeelte van deze kosten zal worden uitbetaald tot 2053.

Sinds 1 januari 2003 zijn de contractuele personeelsleden onderworpen aan de wet van 1971 (privé-sector) en blijven de statutaire personeelsleden onder de toepassing van de wet van 1967 (openbare sector). Zowel voor de contractuele als de statutaire personeelsleden is Belgacom sinds 1 januari 2003 gedekt door verzekeringspolissen voor arbeidsongevallen en zal zij dus geen rechtstreekse betalingen meer uitvoeren aan de personeelsleden.

De voorziening voor geschillen geeft de beste raming van het management weer voor waarschijnlijke verliezen ten gevolge van hangende geschillen waarvoor de Groep door een derde partij wordt vervolgd of waarvoor zij betrokken is in een juridisch of een belastinggeschil. De verwachte timing van de bijbehorende uitstroom van kasmiddelen hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende gerechtelijke procedures.

De voorziening voor ziektedagen is de beste raming van het management van de waarschijnlijke kosten ingevolge de toekenning door Belgacom aan haar statutaire personeelsleden van een recht op cumulatie van niet opgenomen ziektedagen. De voorziening werd bepaald op basis van statistische gegevens.

De voorziening voor andere verplichtingen omvat hoofdzakelijk de geraamde kosten voor de ontmanteling en herstelling van de mobiele antennesites en de sites waar betaaltelefoons zijn geïnstalleerd, de voorziening voor milieurisico's en de overige risico's. Er wordt verwacht dat de meeste van deze kosten zullen worden betaald tijdens de periode 2014-2044. De voorziening voor ontmanteling en herstelling wordt geraamd tegen actuele prijzen en verdisconteerd tegen een disconteringsvoet tussen 0% en 4%, afhankelijk van de verwachte timing om aan de verplichtingen te voldoen.

Toelichting 20. Andere langetermijnschulden

Toelichting 20. Andere langetermijnschulden
Per 31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
No
te
2012 2013
Andere derivaten 33.4 0 3
Andere schulden 1 108
To
ta
a
l
1 111

In december 2013 heeft Belgacom een licentie voor het 800 Mhz spectrum verworven ten bedrage van 120 miljoen EUR, betaalbaar via jaarlijkse betalingen gedurende 20 jaar. Het betreffende bedrag te betalen op langer dan 12 maanden (107 miljoen EUR) is opgenomen onder andere langetermijnschulden. De reële waarde van dit bedrag benadert de nominale waarde.

Toelichting 21. Andere kortetermijnschulden

Toelichting
21. Andere kortetermijnschulden
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
To
eli
chti
n
g
2012 2013
Te betalen B.T.W. 46 5
5
Schulden aan werknemers 129 127
Voorziening voor vakantiegeld 8
5
9
6
Voorziening voor sociale zekerheidsbijdrage 5
6
5
7
Voorschot ontvangen op contracten 3
1
27
Andere belastingen 111 112
Over te dragen opbrengsten 200 201
Andere derivaten 33.4 1 4
Toe te rekenen kosten 3
6
3
2
Andere schulden 15 19
To
ta
a
l
711 731

Over te dragen opbrengsten omvatten hoofdzakelijk voorafbetaalde telecommunicatie en ICT diensten.

Andere schulden betreffen hoofdzakelijk geïncasseerde bedragen ten voordele van derden en de jaarlijkse betaling voor de 800 Mhz licentie die zal worden betaald in 2014 (6 miljoen EUR).

Toelichting 22. Netto omzet

Toelichting 22. Netto omzet
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten o
p
31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2013
Verkopen van goederen 626 643
Leveren van diensten 5.789 5.596
To
ta
a
l
6
.415
6
.239

Als gevolg van de nieuwe Belgische Telecomwet, van kracht sinds 1 oktober 2012, wordt niet langer voldaan aan de criteria welke toelaten de kortingen op Proximus Mobile contracten te spreiden in tijd. Daarom werden de gecumuleerde uitgestelde kortingen (12 miljoen EUR) teruggenomen in mindering van de omzet in 2012.

Toelichting 23. Andere bedrijfsopbrengsten

Toelichting 23. Andere bedrijfsopbrengsten
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten o
p
31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2013
Meerwaarde op de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 5 3
3
Diverse refacturaties en recuperatie van uitgaven 3
8
43
Andere opbrengsten 42 46
To
ta
a
l
4
7
7
9
Andere opbrengsten omvatten hoofdzakelijk compensaties voor netwerkschade, bijdragen van het personeel en derden

Andere opbrengsten omvatten hoofdzakelijk compensaties voor netwerkschade, bijdragen van het personeel en derden voor diverse diensten en winsten op verkopen van technische gebouwen in het kader van het netwerkvereenvoudigingsprogramma.

Toelichting 24. Niet-recurrente opbrengsten

Meerwaarden op de verkoop van dochterondernemingen en joint ventures worden weergegeven als niet-recurrente opbrengsten indien zij individueel 5 miljoen EUR overschrijden. In 2012 en 2013 waren er geen niet-recurrente opbrengsten.

Toelichting 25. Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten

opbrengsten indien zij individueel 5 miljoen EUR overschrijden. In 2012 en 2013 waren er geen niet-recurrente opbrengsten.
Toelichting 25. Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten o
p
31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 2013
Aankopen van materialen 438 441
Aankopen van diensten 2.173 2.120
To
ta
a
l
2.6
11
2.5
6
1

De aankopen van materialen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming, dat werd geactiveerd ten bedrage van 83 miljoen EUR in 2013 en 103 miljoen in 2012.

Als gevolg van de nieuwe Belgische Telecomwet, van kracht sinds 1 oktober 2012, wordt niet langer voldaan aan de criteria die toelaten verkoopcommissies op Proximus Mobile contracten te spreiden in tijd. Daarom werden de gecumuleerde uitgestelde commissies (22 miljoen EUR) teruggenomen in "Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten" in 2012.

Toelichting 26. Personeelskosten en pensioenen

p
31 d
ecemb
er
2012 herwerkt 2013
836
216
3
4
2 8
48
1.126 1.142
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten o
831
210
3
1
5
2

De wedden en lonen en de sociale zekerheidsbijdragen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming dat geactiveerd werd ten bedrage van 89 miljoen EUR in 2013 en 78 miljoen in 2012.

Toelichting 27. Andere bedrijfskosten

B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
Huurkosten 120 115
Onderhoud en nutsvoorzieningen 196 198
Publiciteit en public relations 8
3
77
Consultancy 163 159
Administratie en opleiding 6
4
6
5
Kosten voor telecommunicatie, post en kantooruitrusting 42 44
Uitbestedingen 146 147
Waardeverminderingen en verliezen voor dubieuze vorderingen 9 -8
Verlies op realisatie van handelsvorderingen 27 3
5
Waardeverminderingen op immateriële 4 1
Andere belastingen dan winstbelastingen 23 3
4
Andere bedrijfskosten (1) 47 3
4
To
ta
a
l
9
24
9
03

De andere bedrijfskosten worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming, dat geactiveerd werd ten bedrage van 174 miljoen EUR in 2013 en 155 miljoen EUR in 2012.

Toelichting 28. Niet-recurrente kosten

Toelichting 28. Niet-recurrente kosten
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten o
p
31 d
ecemb
er
(i
n mi
ljo
en EUR)
2012 herwerkt 2013
Bijzonder waardeverminderingsverlies of groep activa geclassificeerd als aangehouden voor verkoop 0 17
Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen 15 -2
Afwikkeling van toegezegdpensionvergoedingen 0 -1
To
ta
a
l
1
5
1
4

Verliezen op de verkoop van geconsolideerde ondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, kosten voor herstructureringsprogramma's en de gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding, worden opgenomen als niet-recurrente kosten. In 2012 en 2013 heeft de Groep de schatting herzien van de schuld voor beëindigingsvoordelen, wat resulteerde in een niet-recurrente kost van respectievelijk 15 miljoen EUR in 2012 en -2 miljoen EUR in 2013 (zie toelichting 9.1).

In 2013 heeft de Groep een bijzondere waardevermindering erkend van 17 miljoen EUR op de herclassificatie van een af te stoten groep activa aangehouden voor verkoop.

Toelichting 29. Afschrijvingen

r a
fg
es
lo
ten o
p
31 d
ecemb
er
2012 2013
292
475 490
748 782
274

In 2013 werd de gebruiksduur van modems en decoders verhoogd van 24 naar 36 maanden. Dit had een positieve impact op afschrijvingen van 9 miljoen EUR.

Toelichting 30. Netto financiële opbrengsten/(kosten)

B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 herwerkt 2013
Financiële opbrengsten
Interest opbrengsten op financiële instrumenten
Aan afgeschreven kostprijs 2 2
Aan reële waarde via de resultatenrekening 2 0
Interest opbrengsten op activa
Op vorderingen 2 2
Meerwaarde op verkoop van
Geassocieerde ondernemingen 1 0
Waardering aan de reële waarde van financiële instrumenten
Niet in een afdekkingsrelatie 7 11
Andere financiële inkomsten 2 2
Financiële kosten
Intresten en kosten van leningen op financiële instrumenten
Aan afgeschreven kostprijs -76 -80
Aan reële waarde via de resultatenrekening -11 -9
Van voorzieningen -4 -4
Van beëindigingsvoordelen -22 -14
Van lange termijnschulden -1 -1
Waardeverminderingen
Op andere deelnemingen -27 -1
Waardering aan de reële waarde van financiële instrumenten
Niet in een afdekkingsrelatie -1 0
Andere financiële kosten -4 -4
To
ta
a
l
-131 -9
6

Toelichting 31. Winst per aandeel

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de netto winst van het jaar die kan toegekend worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen tijdens het jaar.

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de netto winst van het jaar die toegekend wordt aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen, beiden gecorrigeerd voor de effecten van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden.

Hierna worden d e resultaten- e n aandelengegevens weergegeven die worden gebruikt bij d e berekening van d e gewone e n verwaterde winst per aandeel:

per aandeel:
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
, b
eha
lve d
e ci
jfers
met b
etrekki
n
g
to
t d
e a
a
n
d
elen
)
2012 herwerkt 2013
Nettowinst toe te rekenen aan gewone aandeelhouders (in miljoen EUR) 712 630
Aangepaste nettowinst voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel (in miljoen EUR) 712 630
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 318.011.049 318.759.360
Correctie voor aandelenopties 677.029 228.352
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen voor verwaterde winst per aandeel 318.688.078 318.987.711
Gewone winst per aandeel (EUR) 2,24 1,98
Verwaterde winst per aandeel (EUR) 2,23 1,98

De aandelenopties toegekend in 2004, 2007, 2008, 2010, 2011 en 2012 zijn niet verwaterend en daarom niet inbegrepen in de berekening van de verwaterde winst per aandeel, terwijl de andere toegekende opties een verwaterend effect hebben.

Toelichting 32. Betaalde en voorgestelde dividenden

(in miljoen, behalve de cijfers met betrekking tot de aandelen)
2012
2013
Dividenden op gewone aandelen:
Voorgestelde dividenden (in miljoen EUR)
535
536
Aantal uitstaande aandelen met dividendrechten
318.321.665
319.204.181
Dividend per aandeel (EUR)
1,68
1,68
Interim dividend betaald aan de aandeelhouders (in miljoen EUR)
258
160
Interim dividend per aandeel (EUR)
0,81
0,50

De voorgestelde dividenden voor 2012 werden effectief uitbetaald in april 2013.

Het interimdividend van 2012 is een combinatie van een normaal interim dividend (0,50 EUR bruto per aandeel) en een éénmalig extra interim dividend (van 0,31 EUR per aandeel) gezien Belgacom opteerde voor een extra dividend in plaats van de uitstaande 100 miljoen EUR uit te keren in de vorm van een aandeleninkoop.

Het interimdividend van 2013 werd betaald in december 2013.

Een bedrag van 6 Miljoen EUR werd betaald in 2013 bij de uitoefening van de stock opties en komt overeen met de gecumuleerd dividend verbonden aan de stock opties sinds hun toekenning.

Toelichting 33. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten

Toelichting 33.1. Derivaten

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals renteswaps (IRS), rente- en valutaswaps (IRCS), termijnwisselcontracten en
valuta opties.
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
To
eli
chti
n
g
2012 2013
Vaste activa
Andere derivaten - interestgerelateerd 10 9
0
3
5
Vlottende activa
Andere derivaten 13 0 1
TOTAAL ACTIVA 9
1
3
7
Langetermijnschulden
Andere derivaten - interestgerelateerd 18 8
7
28
Derivaten aangehouden voor afdekking - niet-rentegevende schulden 20 0 3
Kortetermijnschulden
Derivaten aangehouden voor afdekking - niet-rentegevende schulden 0 2
Andere derivaten 33.4 1 2
TOTAAL SCHULD
EN
8
8
3
5
Reë
le wa
a
rd
e
No
ti
o
n
eel b
ed
ra
g
(1)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Acti
va
Pa
s
s
i
va
B
i
n
n
en
2 ma
a
n
d
3 - 12
ma
a
n
d
1 - 5
ja
a
r
meer d
a
n
5
ja
a
r
To
ta
a
l
Commodity swap 1 -5 -4 -17 -19 0 -40
D
eri
va
ten
d
i
e kwa
li
fi
ceren
vo
o
r ka
s
s
tro
o
m a
fd
ekki
n
g
1 -
5
-
4
-17 -19 0 -40
Renteswaps 0 -15 0
0
0
0
144
-144
0
0
144
-144
Rente- en valutaswaps 27 0 0
0
0
0
145
-145
73
-73
217
-217
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 8 -13 0 0 0 0 0
Termijnwisselcontracten 1 -2 19
44
16
26
0
1
0
0
3
5
72
D
eri
va
ten
d
i
e n
i
et kwa
li
fi
ceren
vo
o
r a
fd
ekki
n
g(1)
3
6
-30 6
3
4
3
1 0 107
To
ta
a
l
3
7
-35 5
9
2
6
-18 0 6
7
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de positieve en negatieve reële waarden van de derivaten in de balans,
opgenomen als respectievelijk vaste/vlottende activa of passiva, samen met de notionele bedragen per vervaltermijn.
Op
31 d
ecemb
er 2013
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Reë
Acti
va
le wa
a
rd
e
Pa
s
s
i
va
B
i
n
n
en
2 ma
a
n
d
No
ti
3 - 12
ma
a
n
d
o
n
eel b
ed
ra
1 - 5
ja
a
r
g
(1)
meer d
a
n
5
ja
a
r
To
ta
a
l
Commodity swap 1
-5
-4 -17 -19 0 -40
D
eri
va
ten
d
i
e kwa
li
fi
ceren
vo
o
r ka
s
s
tro
o
m a
fd
ekki
n
g
1
-
5
-
4
-17 -19 0 -40
Renteswaps 0
-15
0 0 144 0 144
Rente- en valutaswaps 27 0 0
0
0
0
-144
145
0
73
-144
217
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 8
-13
0
0
0
0
-145
0
-73
0
-217
0
Termijnwisselcontracten 1
-2
19
44
16
26
0
1
0
0
3
5
72
D
eri
va
ten
d
i
e n
i
et kwa
li
fi
ceren
vo
o
r a
fd
ekki
n
g(1)
3 6
-30
6
3
4
3
1 0 107
To
ta
a
l
3 7
-35
5
9
2
6
-18 0 6
7
(1) Het "+" teken verwijst naar te incasseren notionele bedragen en het "-" teken verwijst naar te betalen notionele bedragen
Op
31 d
ecemb
er 2012
Reë le wa
a
rd
e
No
ti
o
n
eel b
ed
ra
g
(1)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Acti
va
Pa
s
s
i
va
B
i
n
n
en
2 ma
a
n
d
3 - 12
ma
a
n
d
1 - 5
ja
a
r
meer d
a
n
5
ja
a
r
To
ta
a
l
Commodity swap 0
0
-3 -7 -1 0 -11
D
eri
va
ten
d
i
e kwa
li
fi
ceren
vo
o
r ka
s
s
tro
o
m a
fd
ekki
n
g
0
0
-
3
-
7
-
1
0 -11
Renteswaps 0
-24
0
0
0
0
144
-144
0
0
144
-144
Rente- en valutaswaps 9 0
0
0 0 144 73 217
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 0
-63
0
0
0
0
-144
0
-73
0
-217
0
Termijnwisselcontracten 0
-1
19
-61
6
-47
0
0
0
0
25
-108
D
eri
va
ten
d
i
e n
i
et kwa
li
fi
ceren
vo
o
r a
fd
ekki
n
g(1)
9 0
-88
-42 -41 0 0 -83
To
ta
a
l
9 1
-88
-44 -48 -
1
0 -9
3
Toelichting 33.2. Financieel risicobeheer: objectieven en beleid
De belangrijkste financiële instrumenten van de Groep bestaan uit niet-achtergestelde obligaties, handelsvorderingen en
handelsschulden. De belangrijkste risico's verbonden met deze financiële instrumenten zijn het rentevoetrisico, het
wisselkoersrisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico. De Groep is ook blootgesteld aan het financieel risico dat met
toekomstige transacties verbonden is.
Het principe van risicominimalisatie wordt op alle financiële transacties toegepast. Om dit te bereiken wordt het beheer
met betrekking tot de financiering, wisselkoers, rentevoet en kredietrisico gecentraliseerd bij het Groep Treasury
department. Simulaties worden uitgevoerd gebruikmakend van verschillende scenario's ("worst case" scenario inbegrepen)
om hun impact in verschillende marktomgevingen in te schatten. Alle financiële transacties en financiële risico's worden
beheerd en opgevolgd in een centraal treasury management systeem.
Het Groep Treasury departement voert zijn operaties uit in het kader van de regels en richtlijnen die door de Raad van
Bestuur goedgekeurd werden. Het Groep Treasury departement is verantwoordelijk voor de toepassing van deze regels
en richtlijnen. Volgens deze regels, worden de derivaten gebruikt om het rentevoetrisico en het wisselkoersrisico af te
dekken. Derivaten worden enkel gebruikt als dekkingsinstrument, en kunnen niet gebruikt worden voor handels- of
speculatieve doeleinden. De belangrijkste gebruikte derivaten zijn de valutaswaps, de renteswaps en de rente- en
valutaswaps en toekomstige koersovereenkomsten.
De interne Audit afdeling van de Groep controleert regelmatig de interne controleomgeving binnen het Groep Treasury
departement.
Gedurende de periode 2012 – 2013 vond in de Groep geen belangrijke verandering plaats in de aard van de financiële
risico's noch in de door de Groep opgestelde regels en richtlijnen voor het beheer van financiële risico's.
Rentevoetrisico
De blootstelling van de Groep aan de veranderende marktrentevoeten betreft voornamelijk zijn langetermijn financiële
schulden. Het Groep Treasury departement beheert de blootstelling van de Groep aan wijzigingen van de rentevoeten en
de financieringskost, door een mix van vaste en vlottende rentedragende schulden te gebruiken, in lijn met de door de
Groep opgestelde regels voor financieel risicobeheer. Deze regels streven naar het bereiken van een optimaal evenwicht

Toelichting 33.2. Financieel risicobeheer: objectieven en beleid

Rentevoetrisico

tussen de totale financieringskost, de risicobeperking en het vermijden van de volatiliteit van de financiële resultaten, rekening houdend met zowel de marktcondities en opportuniteiten als met de globale handelsstrategie van de Groep.

Als gevolg daarvan heeft Belgacom op verschillende renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) ingetekend om het renterisico op bepaalde financiële verplichtingen om te zetten van een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet mechanisme of omgekeerd.

Deze IRS en IRCS derivaten zijn economische indekkingen en komen niet in aanmerking voor hedge accounting. De onderliggende tabellen tonen de rentedragende langetermijnschulden (exclusief leasing- en soortgelijke schulden), de renteswaps (IRS), de rente- en valutaswaps (IRCS) en de netto verplichtingen van de Groep, op 31 december 2012 en 2013. Op 31 d ecemb er 2013 D i recte len i n g IRCS o vereen ko ms ten IRS o vereen ko ms ten Netto wi s s el verp li chti n g en

Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
EUR
Vast 1.700 4,00% 5 144 6,20% 2 1.844 4,17% 4
Variabel 217 0,23% 6 -144 -0,35% 2 73 1,38% 13
JPY
Vast 217 4,99% 6 -217 -4,99% 6 0
To
ta
a
l
1.9
17
4,11% 5 0 0 1.9
17
4,06
%
5
(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.
Vast 217 4,99% 6 -217 -4,99% 6 0
(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.
Op
31 d
ecemb
er 2012
D i
recte len
i
n
g
IRCS o vereen
ko
ms
ten IRS o vereen
ko
ms
ten
Netto
wi
s
s
el verp
li
chti
n
g
en
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet (1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
(i
n
ja
ren
)
EUR
Vast
1.579 4,34% 4 144 6,20% 3 1.723 4,50% 4
Variabel 217 0,22% 7 -144 0,36% 3 73 -0,04% 14
JPY
Vast 217 4,99% 7 -217 -4,99% 7 0
To
ta
a
l
1.79
6
4,42% 4 0 0 1.79
6
4,31% 4

De Groep verwacht immateriële impacten in 2014 op de resultatenrekening door te betalen intresten op leningen met vlottende rentevoet enerzijds, en anderzijds door de herwaardering aan marktwaarde van bepaalde IRS-derivaten die niet als indekking kwalificeren.

Wisselkoersrisico's

De operationele activiteiten zijn de belangrijkste bron van wisselrisico voor de Groep. Dit risico komt voor bij aankopen of verkopen die door de operationele afdelingen in een andere valuta dan hun functionele valuta worden uitgevoerd. Dergelijke transacties komen voornamelijk voor in het segment International Carrier Services ("ICS"). De internationale activiteiten van dit segment genereren betalingen in verschillende valuta's van en naar andere telecommunicatie operatoren, evenals in sommige dochterondernemingen van de subgroep Telindus die activiteiten in US Dollar voeren en tenslotte, in de internationale activiteiten (roaming, investeringen en operationele uitgaven) van de Groep.

De wisselkoersrisico's worden ingedekt voor zover ze de kasstromen van de Groep beïnvloeden. De wisselkoersrisico's die de kasstromen van de Groep niet beïnvloeden (bijvoorbeeld risico's die voortvloeien uit de omzetting van activa en schulden van de buitenlandse operaties naar de functionele valuta) worden gewoonlijk niet ingedekt. Niettemin zou de Groep kunnen overwegen om deze zogenaamde omrekeningsverschillen in te dekken indien hun mogelijke impact belangrijk zou worden voor de geconsolideerde jaarrekening.

De typische instrumenten die gebruikt worden om het wisselkoersrisico in te dekken zijn de termijnwisselcontracten en valutaopties.

In 2012 en 2013 was de Groep enkel voor zijn operationele activiteiten aan het wisselkoersrisico blootgesteld. De herwaardering naar de reële waarde van de openstaande posities in vreemde munten wordt normaal gezien via de resultatenrekening geboekt en wordt gereduceerd of gecompenseerd door de herwaardering van de derivaten die gebruikt werden om dit risico in te dekken. Echter in een beperkt aantal gevallen wordt hedge accounting toegepast, waarbij de herwaarderingsresultaten tijdelijk op de balans worden opgenomen in afwachting van de finale afwikkeling van de onderliggende zogenaamde "hedge effective" blootstelling, om uiteindelijk als wisselkoersresultaten opgenomen te worden in de resultatenrekening.

De Groep voerde voor de jaren 2012 en 2013 een sensitiviteitsanalyse uit op de wisselkoersen EUR/USD, EUR/SDR11 EUR/GBP en EUR/CHF, de vier munten waarin de Groep typisch een risico heeft in zijn operationele activiteiten. Voor 2012 en 2013, was er geen belangrijke impact op de resultatenrekening van de Groep. Voor 2014, verwacht de Groep ook geen materiële impact van koersschommelingen op zijn financiële prestaties. Dit komt door het tijdig en doeltreffend indekken van zulke wisselrisico's wanneer zij opduiken gedurende de operaties.

Kredietrisico en belangrijke concentraties van kredietrisico

1 SDR: Speciale Trekkingsrechten: korf van munten, vaak gebruikt in netting overeenkomsten tussen telecom operatoren.

De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's door zijn operationele en financiële activiteiten (financiële beleggingen voor het beheer van de liquide middelen van de Groep). Kredietrisico betreft alle soorten risico's op tegenpartijen, bijvoorbeeld wanneer de tegenpartij haar verplichtingen tegenover Belgacom niet nakomt in het kader van leningen, dekkingen, uitbetalingen en andere financiële activiteiten.

De maximale blootstelling van de Groep aan het kredietrisico (zonder rekening te houden met de waarde van alle zakelijke of andere zekerheden), wanneer de tegenpartij haar verplichtingen tegenover elke categorie van erkende financiële activa (waaronder derivaten) niet nakomt, is gelijk aan de boekwaarde van deze activa in de balans en verleende bankgaranties.

Om het kredietrisico te beperken dat met de financieringsactiviteiten en het beheer van de liquide middelen van de Groep verbonden is, worden dergelijke transacties als regel enkel met financiële instellingen van eerste rang afgesloten, waarvan de langetermijn rating minimaal A- (S&P) bedraagt.

Het kredietrisico dat uit operationele activiteiten met grote klanten voortvloeit, wordt op individuele basis beheerd en gecontroleerd. Bijkomende garanties kunnen geëist worden. Deze grote klanten zijn niet materieel voor de Groep, aangezien de portfolio van Belgacom vooral uit een massa kleinere klanten bestaat. Het kredietrisico en de concentratie van het kredietrisico verbonden met handelsvorderingen is dus beperkt. Wat de handelsvorderingen op andere telecommunicatieondernemingen betreft, is de concentratie van het kredietrisico ook beperkt ten gevolge van de nettingovereenkomsten met de handelsschulden van die ondernemingen, de verplichtingen tot vooruitbetaling, bankgaranties, de waarborgen uitgegeven door moederondernemingen en kredietlimieten toegestaan door kredietverzekeraars.

De Groep is blootgesteld aan kredietverliezen ingeval de tegenpartij haar verplichtingen op derivaten niet nakomt (zie toelichting 33.1) De Groep verwacht echter niet dat deze tegenpartijen slecht zullen presteren, gezien het om financiële instellingen met de beste kredietwaardigheid gaat. Bovendien is de Groep aan kredietrisico blootgesteld door het occasioneel uitgeven van financiële zekerheden. Op 31 december 2013 had de Groep bankgaranties uitgegeven voor een bedrag van 46 miljoen EUR (en 43 miljoen EUR in 2012).

Liquiditeitsrisico

In overeenstemming met het Treasurybeleid, beheert het Groep Treasury departement de financieringskost door een mix van schulden met vaste rentevoet en schulden met vlottende rentevoet.

Een liquiditeitsreserve onder de vorm van kredietfaciliteiten of cash, wordt gehouden met het doel de liquiditeit en de financiële flexibiliteit van de Groep steeds te handhaven. Daartoe is Belgacom NV bilaterale kredieten met verschillende looptijden en twee aparte gesyndiceerde kredietfaciliteiten aangegaan. Voor de middellange tot langetermijnfinanciering, gebruikt de Groep obligaties en leningen op middellange termijn. De looptijd van de schulden is gespreid over meerdere jaren. Het Groep Treasury departement analyseert regelmatig zijn financieringsbehoefte, rekening houdend met zijn eigen rating en de bestaande condities op de markt.

De onderstaande tabel vat de looptijd van rentedragende schulden van de Groep, zoals weergegeven in toelichting 18 (uitgezonderd leasing en derivaten), samen voor elk boekjaar. Dit profiel is gebaseerd op de niet geactualiseerde contractuele interestbetalingen en op de kapitaalsaflossingen. De impact van de derivaten op de kasstromen die gebruikt worden om een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd om te zetten, werd in acht genomen. Voor de schulden met vlottende rentevoet zijn de rentevoeten die gebruikt werden om de kasstromen te bepalen, diegenen van de laatste herprijzing voor de afsluiting van het boekjaar (respectievelijk op 31 december 2012 en 2013). (i n mi ljo en EUR) 2013 2014 2015 2016 2017 2018-2027

de laatste herprijzing voor de afsluiting van het boekjaar (respectievelijk op 31 december 2012 en 2013).
Op
31 d
ecemb
er 2012
Kapitaal 129 0 145 950 0 573
Interesten 78 70 70 6
2
21 3
0
Totaal 207 7
0
215 1.012 2
1
603
Op
31 d
ecemb
er 2013
Kapitaal 0 145 950 0 823
Interesten 79 79 72 3
0
118
Totaal 7
9
223 1.022 3
0
941

Bankkredietfaciliteiten op 31 december 2013

Behalve de rentedragende schulden op lange termijn zoals weergegeven in toelichting 18.1 en 18.2, kan de Groep beroep doen op langetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 550 miljoen EUR en kortetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 310 miljoen EUR. Deze faciliteiten worden verstrekt door een gediversifieerde groep van banken. Op 31 december 2013 was er geen enkel uitstaand saldo onder deze faciliteiten. Een totaal van 860 miljoen EUR is daarom beschikbaar voor opname op 31 december 2013.

De Groep heeft ook Euro Medium Term Note ("EMTN")-programma uitgewerkt van 2,5 miljard EUR en een Commercial Paper ("CP")-programma van 1 miljard EUR. Op 31 december 2013 was er een uitstaand bedrag onder het EMTNprogramma van 1.700 miljoen EUR, en 313 miljoen EUR onder het CP-programma.

Toelichting 33.3. Netto financiële positie van de Groep en beheer van kapitaal

De Groep definieert zijn netto financiële positie als het netto bedrag van de beleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten, verminderd met alle rentedragende schulden en bijbehorende derivaten (met inbegrip van de herwaardering naar de reële waarde). De netto financiële positie omvat geen financiering van leveranciers. Het uitstaande bedrag van de uitgestelde betalingsovereenkomst voor de 800 Mhz licentie opgenomen onder korte en lange termijn schulden, bedraagt 114 miljoen EUR per eind 2013.

(i
n
mi
ljo
en
EUR)
To
eli
chti
n
g
2012 2013
ACTIVA
Korte termijn beleggingen (1) 14 8
3
6
0
Geldmiddelen en kasequivalenten (1) 15 202 355
Lange termijn derivaten 10 9
0
3
5
SCHULD
EN
Langetermijn rentedragende schulden (1) 18 -1.761 -1.950
Kortetermijn rentedragende schulden (1) 18 -215 -316
Netto
fi
n
a
n
ci
ë
le p
o
s
i
ti
e
-1.6
01
-1.815

De rentedragende schulden op lange termijn omvatten lange termijn derivaten tegen reële waarde die 87 miljoen EUR in 2012 en 28 miljoen EUR in 2013 vertegenwoordigen (zie toelichting 18.1).

Het doel van de Groep in zake het beheer van het eigen vermogen bestaat erin om een gezonde financiële positie evenals een gezonde schuldenlast te bewaren, om op elk moment een gemakkelijke toegang tot de financiële markten te bewaren, om in staat te zijn strategische projecten te financieren, en om een aantrekkelijke vergoeding aan de aandeelhouders te bieden. Het beleid in zake de winstuitkering werd herzien door de Belgacom Raad van Bestuur van 25 februari 2010 en Belgacom verbindt zich door, in principe, het merendeel van haar jaarlijkse kasstroom voor financieringsactiviteiten (vrije kasstroom) te laten terugvloeien naar haar aandeelhouders. De uitkering uit de vrije kasstroom, hetzij via dividenden, hetzij via aandeleninkoop, zal jaarlijks opnieuw worden bekeken teneinde voldoende strategische financiële flexibiliteit te behouden voor toekomstige organische groei of groei via selectieve acquisities, met een klare focus op waardecreatie. Dit houdt tevens bevestiging in van adequate niveaus van uitkeerbare reserves.

Over de twee voorgestelde jaren, heeft de Groep geen nieuwe aandelen of andere verwaterende instrumenten uitgegeven.

Toelichting 33.4. Categorieën van financiële instrumenten

De Groep gebruikt rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's verbonden aan wijzigingen in rentevoeten en wisselkoersen op de rentedragende langetermijnschulden te beheersen (zie toelichting 32.2).

De volgende tabellen stellen de financiële instrumenten van de Groep voor, per categorie zoals gedefinieerd door IAS 39, evenals de winsten en verliezen uit de herwaardering aan reële waarde.

Aan de per 31 december 2013 geldende marktvoorwaarden overschrijdt de reële waarde van de niet achtergestelde obligatieleningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs de boekwaarde met 179 miljoen EUR; of 9% van de boekwaarde. De groep heeft niet de intentie deze leningen voor vervaldag terug te betalen.

De reële waarde, berekend voor elke obligatie afzonderlijk, werd bekomen door de gecumuleerde kasuitstroom van elke obligatielening te verdisconteren aan de rentevoet waartegen de Groep per 31 december 2013 gelijkaardige obligatieleningen met de zelfde looptijden zou kunnen aangaan.

Op
31 d
ecemb
er 2013
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
B
i
jla
g
e
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere deelnemingen
7
Andere vaste activa
Andere derivaten
33.1
Andere financiële activa
10
VLOTTEND
E ACTIVA
Handelsvorderingen
12
Andere vlottende activa
Terug te vorderen BTW en andere vorderingen
13
Andere derivaten
33.1
Beleggingen
14
Beleggingen
14
Geldmiddelen en kasequivalenten
Vastrentende effecten
14
Kortetermijndeposito's
14
SCHULD
EN
LANGETERMIJNSCHULD
EN
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie 18
Leasings en soortgelijke schulden
18
Andere derivaten
33.1
Niet-rentedragende schulden
Derivaten aangehouden voor afdekking
33.1
Andere langetermijnschulden
20
Ca
te
g
o
ri
e
vo
lg
en
s
IAS 39
(1)
AFS
FVTPL
LaR
LaR
N/A
FVTPL
AFS
HTM
HTM
B
o
ek
wa
a
rd
e
6
3
5
3
8
1.289
5
5
1
16
44
B
ed
ra
Afg
es
chreven
ko
s
tp
ri
js
3
8
1.289
5
5
44
g
en
erken
d
i
n
d
Aa
n
wervi
n
g
s
-
ko
s
t, n
a
mo
g
eli
jke
wa
a
rd
evermi
n
-
d
eri
n
g
en
6
16
e b
a
la
n
s
vo
lg
en
s
Aa
n
p
a
s
s
i
n
g
a
a
n
d
e reë
le
wa
a
rd
e vi
a
het
ei
g
en
vermo
g
en
0
0
IAS 39
Aa
n
p
a
s
s
i
n
g
a
a
n
d
e reë
le
wa
a
rd
e vi
a
d
res
u
lta
ten
-
reken
i
n
g
3
5
1
e
100 100
LaR 255 255
OFL 1.919 1.919
OFL 2 2
FVTPL 28 28
HeAc 3 3
OFL 108 108
KORTETERMIJNSCHULD
EN
Rentedragende schulden, korte termijn deel
Leasings en soortgelijke schulden
18
OFL 2 2
Rentedragende schulden
Andere leningen
18
OFL 314 314
Handelsschulden OFL 1.320 1.320
Andere kortetermijnschulden
Derivaten aangehouden voor afdekking
33.1
2 2 0
Andere derivaten
33.1
HeAc 2
Te betalen BTW en andere schulden
21
FVTPL 2

AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa

HTM: Financiële activa aangehouden tot vervaldatum

LaR: Leningen en vorderingen

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

OLF: Andere financiële schulden

Afdekkingsactiviteit

HeAc: Boekhoudkundige afdekking

Op
31 d
ecemb
er 2012
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
B
i
jla
g
e
Ca
teg
o
ri
e vo
lg
en
s
IAS 39
(1)
B
o
ekwa
a
rd
e
B
ed
ra
Afg
es
chreven
ko
s
tp
ri
js
g
en
erken
d
i
n
d
Aa
n
wervi
n
g
s
ko
s
t, n
a
mo
g
eli
jke
wa
a
rd
evermi
n
-
d
eri
n
g
en
e b
a
la
n
s
vo
lg
en
s
Aa
n
p
a
s
s
i
n
g
a
a
n
d
e reë
le
wa
a
rd
e vi
a
het
ei
g
en
vermo
g
en
IAS 39
Aa
n
p
a
s
s
i
n
g
a
a
n
d
e reë
le
wa
a
rd
e vi
a
d
e
res
u
lta
ten
-
reken
i
n
g
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere deelnemingen
7 AFS 7 7 0
Andere vaste activa
Andere derivaten
Andere financiële activa
33.1
10
FVTPL
LaR
9
0
44
44 9
0
VLOTTEND
E ACTIVA
Handelsvorderingen
Andere vlottende activa
12 LaR 1.341 1.341
Terug te vorderen BTW en andere vorderingen 13 N/A 42 42
Beleggingen
Beleggingen
14
14
AFS
HTM
26
5
7
5
7
26 0
Geldmiddelen en kasequivalenten
Vastrentende effecten
15 HTM 5
0
5
0
Kortetermijndeposito's 15 LaR 152 152
SCHULD
EN
LANGETERMIJNSCHULD
EN
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie 18
OFL 1.672 1.672
Leasings en soortgelijke schulden 18 OFL 2 2
Andere derivaten
Niet-rentedragende schulden
33.1 FVTPL 8
7
8
7
Andere langetermijnschulden 20 OFL 1 1
KORTETERMIJNSCHULD
EN
Rentedragende schulden, korte termijn deel
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie 18 OFL 125 125
Leasings en soortgelijke schulden
Kredietinstellingen
18
18
OFL
OFL
2
4
2
4
Rentedragende schulden
Andere leningen
Handelsschulden
18 OFL
OFL
8
5
1.310
8
5
1.310
Andere kortetermijnschulden
Andere derivaten
Te betalen BTW en andere schulden
33.1
21
FVTPL
N/A
1
363
363 1
HTM: Financiële activa aangehouden tot vervaldatum
LaR: Leningen en vorderingen
FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening
OLF: Andere financiële schulden
Afdekkingsactiviteit
HeAc: Boekhoudkundige afdekking
Toelichting 33.5. Activa en passiva aan reële waarde
De Group houdt op 31 december 2013 financiële instrumenten aan die gewaardeerd zijn aan reële waarde.
Deze instrumenten worden in de onderstaande tabel getoond volgens de gebruikte waarderingstechniek. De hiërarchie
tussen de technieken geeft het belang weer van de gebruikte inputs om de waardering te doen.

Niveau 1 : (Niet gecorrigeerde) prijsnotering in actieve markten voor identieke activa of passiva;

Niveau 2 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële
waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens voor activa of passiva;

Niveau 3 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële
waarde, niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.
De Groep houdt alleen financiële instrumenten aan van niveau 1 en 2.
De waarderingstechnieken voor de reële waardeberekening van de financiële instrumenten van niveau 2 zijn :
o
Andere derivaten van niveau 2
Andere derivaten omvatten hoofdzakelijk renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's van
de Groep aan schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta te beperken op sommige van haar
langetermijnschulden. De reële waarden van deze instrumenten worden bepaald door het verdisconteren
van de verwachte contractuele kasstromen gebruik makend van rentegrafieken in de betreffende valuta's en
wisselkoersen, en waarneembaar op actieve markten.
o
Niet achtergestelde oblibatieleningen
De niet achtergestelde obligatieleningen die niet gehedged zijn, worden opgenomen aan afgeschreven kost.
De reële waarden, voor elke obligatielening apart berekend, worden bekomen door het verdisconteren van
de rentevoeten aan dewelke de Groep zou kunnen lenen op 31 december 2013 voor gelijkaardige obligaties
met dezelfde resterende looptijden.

Toelichting 33.5. Activa en passiva aan reële waarde

  • Niveau 1 : (Niet gecorrigeerde) prijsnotering in actieve markten voor identieke activa of passiva;
  • Niveau 2 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens voor activa of passiva;
  • Niveau 3 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Ca
teg
o
ri
e
Sa
ld
o
o
p
31
d
ecemb
er
2013
Geb
ru
i
kte wa
a
rd
eri
n
g
s
metho
d
e o
p
het
ei
n
d
e va
n
het b
o
ekja
a
r:
vo
lg
en
s
IAS
39
(1)
La
a
g
1
La
a
g
2
La
a
g
3
To eli
chti
n
g
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere vaste activa
Andere derivaten 33.1 FVTPL 3
5
3
5
VLOTTEND
E ACTIVA
Andere vlottende activa
Andere derivaten 33.1 FVTPL 1 1
Beleggingen 14 AFS 16 16
SCHULD
EN
LANGETERMIJNSCHULD
EN
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie (2) 33.1 OFL 1.919 2.093
Andere derivaten 33.1 FVTPL 28 28
Niet-rentedragende schulden
Derivaten aangehouden voor afdekking (3) 33.1 HeAc 3 3
KORTETERMIJNSCHULD
EN
Niet-rentedragende schulden
Derivaten aangehouden voor afdekking (3) 33.1 HeAc 2 2
Andere derivaten 33.1 FVTPL 2 2

(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :

AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (Available-for-sale financial assets)

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

(2) De reële waarde van leningen is bepaald na aftrek van de reële waarde van de in een

contract besloten derivaten welke vervat zijn in andere langtermijnderivaten.

(3) HeAc: Boekhoudkundige afdekking

(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Ca
teg
o
ri
e
Sa
ld
o
o
p
31
Geb
ru
i
kte wa
a
rd
eri
n
g
s
metho
d
e o
p
het
ei
n
d
e va
n
het b
o
ekja
a
r:
vo
lg
en
s
IAS
39
(1)
d
ecemb
er
2012
La
a
g
1
La
a
g
2
La
a
g
3
To
eli
chti
n
g
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere vaste activa
Andere derivaten 33.1 FVTPL 9
0
9
0
VLOTTEND
E ACTIVA
Andere vlottende activa
Beleggingen 14 AFS 26 26
SCHULD
EN
LANGETERMIJNSCHULD
EN
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie (2) 33.1 OFL 1.672 1.869
Andere derivaten 33.1 FVTPL 8
7
8
7
KORTETERMIJNSCHULD
EN
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie33.1 OFL 125 132
Kredietinstellingen 33.1 OFL 4 4
Niet-rentedragende schulden
Andere derivaten 33.1 FVTPL 1 1

(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :

AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (Available-for-sale financial assets)

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

(2) De reële waarde van leningen is bepaald na aftrek van de reële waarde van de in een contract

besloten derivaten welke vervat zijn in andere langtermijnderivaten.

Toelichting 34. Informatie over verbonden partijen

Toelichting 34.1. Geconsolideerde ondernemingen

De dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen zijn opgenomen in toelichting 6.

Leveringen van goederen en diensten tussen ondernemingen van de Groep gebeuren aan commerciële voorwaarden en marktprijzen.

De transacties tussen Belgacom NV en haar dochterondernemingen, als verbonden partijen, worden geëlimineerd voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening. De transacties tussen Belgacom NV en haar dochterondernemingen zijn als volgt :

opmaak van de geconsolideerde jaarrekening. De transacties tussen Belgacom NV en haar dochterondernemingen zijn als
volgt :
Tra
n
s
a
cti
es
tu
s
s
en
B
elg
a
co
m SA en
ha
a
r d
o
chtero
n
d
ern
emi
n
g
en
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
Opbrengsten 104 106
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten -111 -101
Netto financiële kosten -327 -324
Dividenden ontvangen 43 5
1
Netto financiële kosten -327 -324
B
a
la
n
s
va
n
d
e tra
n
s
a
cti
es
tu
s
s
en
B
elg
a
co
m SA en
ha
a
r d
o
chtero
n
d
ern
emi
n
g
en
Per 31 d ecemb
er
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
2012 2013
Handelsvorderingen 116 118
Handelsschulden -57 -46
Rentedragende vorderingen/schulden -10.260 -10.532
Andere vorderingen/schulden -46 -47

Geassocieerde ondernemingen

ClearMedia NV

In 2010 heeft de groep 40% verworven van ClearMedia NV. Er zijn geen significante transacties tussen de Groep en deze minderheidsparticipatie in 2012 en 2013.

Joint ventures

Belgacom Mobile Wallet NV

In november 2013 hebben Belgacom NV en BNP Paribas Fortis "Belgacom Mobile Wallet NV" opgericht, een 50-50 joint venture die online en mobiele handel in België zal ondersteunen. Verwacht wordt dat de onderneming haar activiteiten zal opstarten in 2014.

Toelichting 34.2. Relaties met aandeelhouders

De Belgische Staat is de meerderheidsaandeelhouder van de Groep met een deelneming van 53,51 %. De Groep houdt eigen aandelen aan voor 5,83%. De resterende 40,66 % worden verhandeld op de Eerste Markt van Euronext Brussels.

Relatie met de Belgische Staat

De Groep levert telecomdiensten aan de Belgische Staat en met de Staat verbonden entiteiten. Met de Staat verbonden ondernemingen zijn diegene waarover de Staat zeggenschap heeft, gezamenlijk zeggenschap heeft of een invloed uitoefent. Al deze transacties verlopen op basis van normale klant/leverancier-relaties en aan voorwaarden die niet voordeliger zijn dan die waarop andere klanten en leveranciers een beroep kunnen doen. De diensten aan de Staat verbonden ondernemingen vormen geen belangrijk deel van de netto omzet van de Groep, namelijk minder dan 5%.

Toelichting 34.3. Relaties met top management personeel

De bezoldiging en vergoeding van de bestuurders is vastgelegd in de algemene vergadering van 2004. De berekening van de vergoeding is niet veranderd in 2013: een jaarlijkse vaste vergoeding van 50.000 EUR voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en van 25.000 EUR voor de andere leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de Gedelegeerd-Bestuurder. Alle leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de Gedelegeerd-Bestuurder, hebben recht op een zitpenning van 5.000 EUR per bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur. Voor de Voorzitter wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld.

Een zitpenning van 2.500 EUR per vergadering is voorzien voor ieder lid van een adviserend Comité van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de Gedelegeerd-Bestuurder. Voor de Voorzitter van de respectivelijk adviserende Comités wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld.

De leden ontvangen ook een vergoeding van 2.000 EUR per jaar voor communicatiekosten. Voor de Voorzitter van de Raad van bestuur wordt dit bedrag verdubbeld.

De Voorzitter van de Raad van Bestuur is ook Voorzitter van het Paritair Comité en van het Pensioenfonds. Mevrouw Martine Durez en de heer Theo Dilissen zijn lid van de raad van bestuur van het Pensioenfonds. Zij ontvangen geen vergoeding voor hun aanwezigheden.

Voor het uitvoeren van hun bestuurdersmandaat ontvangen de bestuurders geen prestatiegebonden bezoldiging zoals bonussen of langlopende incentive plannen, alsook geen voordelen verbonden aan pensioenplannen.

De totale bezoldiging voor de bestuurders bedroeg EUR 1.140.250 voor 2013 en EUR 1.118.000 voor 2012. De bestuurders hebben noch leningen noch voorschotten ontvangen van de Groep.

Het aantal vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Comités van de Raad van Bestuur is hieronder gedetailleerd.

2012 2013
Raad van Bestuur 8 8
Audit-en Toezichtscomité 5 8
Benoemings-en Bezoldigingscomité 7 6
Comité voor Strategie en Bedrijfsontwikkeling 2 3

In zijn vergadering van 24 februari 2011 heeft de Raad van Bestuur een 'policy inzake transacties met verbonden partijen' aangenomen, die alle transacties of andere contractuele verhoudingen tussen de onderneming en de leden van de Raad van Bestuur regelt. Belgacom heeft contractuele relaties en levert eveneens telefonie-, internet- en/of ICT-diensten aan diverse ondernemingen waarin de leden van de Raad een uitvoerend of niet-uitvoerend mandaat hebben. Belgacom is ook Partner van Guberna, het Belgisch Instituut voor Bestuurders (verbonden met Lutgart Van den Berghe, Uitvoerend Bestuurder van Guberna), waarvoor ze in 2013 een vergoeding van 30.250 € heeft betaald.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2012 werd een totaal bedrag van 9.373.347 EUR (inclusief sociale lasten en op aandelen gebaseerde betalingen) betaald of toegekend aan de leden van het "Belgacom Management Committee" (BMC), de Gedelegeerd-Bestuurder inbegrepen. In 2012 waren de leden van het Belgacom Management Committee: D. Bellens, S. Alcott (6 maanden), B. Chauvat, M. Georgis, D. Leroy (7 maanden), G. Standaert (10 maanden), R. Stewart en B. Van Den Meersche.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2013 werd een totaal bedrag van 9.762.050 EUR (inclusief sociale lasten en op aandelen gebaseerde betalingen) betaald of toegekend aan de leden van het "Belgacom Management Committee" (BMC), de Gedelegeerd-Bestuurder inbegrepen. In 2013 waren de leden van het Belgacom Management Committee: D. Bellens (10,5 maanden) B. Chauvat (12 maanden), M. Georgis, D. Leroy , G. Standaert, R. Stewart en B. Van Den Meersche.

Dit totale bedrag van vergoedingen van het top management omvat de volgende elementen:

  • Korte termijn vergoedingen: omvat zowel jaarsalaris (basis en variabel) als andere korte termijn vergoedingen zoals groepsverzekering, privé gebruik van directiewagens, maaltijdcheques, en inclusief de betaalde sociale zekerheidsbijdragen op deze voordelen;
  • Vergoedingen na uitdiensttreding: verzekeringspremies betaald door de Groep in naam van de leden van het BMC. De premies dekken hoofdzakelijk een bijkomend pensioenplan;
  • Op aandelen gebaseerde betalingen:
  • o kost van de korting van 16,66% vergeleken met de marktprijs in het Aandelenaankoopplan met korting en de reële waarde van de aandelenopties (die wordt erkend over de verwervingsperiode volgens de graduele verwervingsmethode);
  • o Op performantiewaarde gebaseerde betalingen (lange termijn): een bruto bedrag toegekend als performatiewaarde, dat mogelijk aanleiding geeft tot uitoefeningsrechten vanaf mei 2016, afhankelijk van het voldoen van marktgerelateerde voorwaarden gebaseerd op op het Belgacom "Totaal rendement voor de aandeelhouders'" (TSR) welke vergeleken wordt met een voorafbepaalde groep van Europese telecom operatoren. Een mogelijke uitoefening zal in geldmiddelen gebeuren, waardoor sociale bijdragen in rekening werden genomen. Enkel vanaf 2013 gezien dit het vroegere Stock Optie plan vervangt;
  • o Beëindigingvoordelen: betaald of voorzien.
operatoren. Een mogelijke uitoefening zal in geldmiddelen gebeuren, waardoor sociale bijdragen in rekening
werden genomen. Enkel vanaf 2013 gezien dit het vroegere Stock Optie plan vervangt;
o Beëindigingvoordelen: betaald of voorzien.
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
EUR 2012 2013
Korte termijn vergoedingen 6.921.826 6.700.283
Vergoedingen na uitdiensttreding 710.540 928.392
Op aandelen gebaseerde betalingen 1.740.981 2.133.375
To
ta
a
l
9
.373.347
9
.76
2.05
0
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er
2012 2013
2012 2013
Aandelen (aandelen aankoopplan met korting) 138.211 219.935
Opties (Stock Optie Plan) 310.924 0

Toelichting 34.4. Regelgeving

De telecommunicatiesector wordt gereguleerd door wetten goedgekeurd door het Belgische parlement via een reeks Koninklijke en Ministeriële Besluiten en ook via beslissingen van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie, gewoonlijk "BIPT" genoemd. Het Belgische licentiestelsel voorziet individuele licenties voor de levering van diensten van vaste openbare telefonie, openbare netwerkinfrastructuur en mobiele telecommunicatie.

Bepaalde voorzieningen en principes in de wet op de overheidsbedrijven bepalen dat Belgacom gehouden is publieke en gereglementeerde diensten te leveren.

Toelichting 35. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen

Operationele leaseverbintenissen

De Groep huurt locaties voor haar telecominfrastructuur en huurt gebouwen, technische en netwerkapparatuur, meubilair en voertuigen binnen het kader van operationele leasing met looptijden van één jaar of meer. Huurkosten met betrekking tot de operationele leases bedroegen 124 miljoen EUR in 2013 en 127 miljoen EUR in 2012.

en voertuigen binnen het kader van operationele leasing met looptijden van één jaar of meer. Huurkosten met betrekking
tot de operationele leases bedroegen 124 miljoen EUR in 2013 en 127 miljoen EUR in 2012.
De toekomstige minimaal te betalen huur voor de niet-opzegbare operationele leases bedraagt per 31 december 2013:
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
B
i
n
n
en
het
ja
a
r
1 - 3 ja
a
r
3 - 5
ja
a
r
Meer d
a
n
5
ja
a
r
To
ta
a
l
Gebouwen 22 3
0
13 4 6
9
Locaties 21 40 3
8
72 172
Technische en netwerk uitrusting 10 1 1 0 12
Voertuigen 29 3
5
9 0 73
Andere materiaal 0 0 0 0 0
To
ta
a
l
8
3
106 6
2
7
6
326
De toekomstige minimaal te betalen huur voor de niet-opzegbare operationele leases bedraagt per 31 december 2012:
(EUR mi
lli
o
n
)
B
i
n
n
en
het
1 - 3 ja
a
r
3 - 5
ja
a
r
Meer d
a
n
5
To
ta
a
l
ja
a
r
ja
a
r
Gebouwen 24 27 11 3 6
5
Locaties 21 3
9
3
6
6
8
163
Technische en netwerk uitrusting 16 5 2 1 24
Voertuigen 29 28 7 0 6
5
Andere materiaal 0 0 0 0 1
To
ta
l
9
0
9
9
5
7
7
2
318

In het kader van zijn normale activiteiten huurt de Groep de uitrusting voor eigen gebruik en noden. De Groep is daarom niet betrokken in belangrijke sub-lease contracten met klanten. De huurcontracten omvatten geen eventuele voorwaardelijke huurschulden of andere speciale modaliteiten of beperkingen.

Claims en gerechtelijke procedures

Op geregelde tijdstippen is de Groep het voorwerp geweest van juridische, regulatoire en fiscale procedures en vorderingen tijdens de gewone bedrijfsvoering. De Groep is thans betrokken in verschillende gerechtelijke en regulatoire procedures, met inbegrip van deze waarvoor een provisie werd aangelegd en deze, hieronder beschreven, waarvoor geen of slechts een beperkte provisie werd aangelegd, in rechtsgebieden waarin de Groep actief is en voor zaken die verband houden met zijn bedrijfsvoering. Deze procedures omvatten ook procedures voor het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie ("BIPT"), beroepen tegen beslissingen genomen door het BIPT en procedures met de Belgische fiscale administraties rond belastingen op onroerend goed en vennootschapsbelasting.

  1. Na de lancering op 1 juni 2005 door Belgacom van de Happy Time tarieven, heeft Tele2 een klacht ingediend bij de Belgische Mededingingsautoriteit, waarin Tele2 i) beweerde dat de genoemde tarieven een misbruik van machtspositie uitmaken (27 juni 2005) en ii) verzocht om voorlopige maatregelen op te leggen, m.n. de schorsing van het Happy Time aanbod, gedurende de procedure (5 juli 2005).

Op 1 september 2006 werd Tele2's verzoek om voorlopige maatregelen eerst verworpen door de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging. Ingevolge een hoger beroep van Tele2, heeft het Hof van Beroep vervolgens op 18 december 2007 voormelde beslissing ongedaan gemaakt, daarbij onder meer de gebrekkige motivering aanvoerend.

Desalniettemin heeft Tele2 niet gevraagd aan de Voorzitter om een nieuwe beslissing te nemen over zijn verzoek om voorlopige maatregelen, maar heeft Tele2 (i) op 18 april 2008 een verzoek tot schadevergoeding ingediend bij de Rechtbank van Koophandel, welke steunde op een vermeend misbruik van machtspositie (het Happy Time tariefplan) (vordering van 1 EUR provisioneel en verzoek om een gerechtelijk deskundige aan te duiden om de precieze schade te begroten) en (ii) vroeg dat de zaak ten gronde zou worden behandeld voor de Mededingingsautoriteit.

Hierbij dient nog opgemerkt dat, gelet op verschillende herschikkingen binnen de KPN Groep, KPN Belgium de eiser werd in de voormelde zaak.

Op 29 november 2012 werden twee beslissingen genomen inzake het Happy Time-aanbod van Belgacom.

Via een beslissing ten gronde besloot de Raad voor de Mededinging dat er geen grond was om op te treden tegen Belgacom wegens haar Happy Time-aanbod. Deze beslissing volgt op de klacht die in 2005 door Tele2 werd ingediend omdat dit tarief een wurgprijs (price/margin squeeze) zou betekenen. Na vier verschillende wurgprijstests (margin squeeze) te hebben uitgevoerd voor de periode 2005- 2008, besliste de Raad voor de Mededinging de Mededeling van punten van bezwaar, die het Auditoraat in september 2009 had opgesteld, niet te volgen. Het besluit van deze Mededeling luidde dat Belgacom misbruik had gemaakt en nog steeds maakte van haar machtspositie. De Raad voor de Mededinging heeft er nu op gewezen dat geen van de tests die hij heeft uitgevoerd tot de conclusie heeft geleid dat er sprake was of is geweest van marge-uitholling. De Raad voor de Mededinging heeft de zaak daarom gesloten. Op 4 februari 2013 heeft KPN een procedure voor het Hof van Beroep opgestart.

  • In de zaak van de schadevordering voor de Rechtbank van Koophandel, op basis van vermeend misbruik van machtspositie, heeft de Rechtbank een voorlopig vonnis geveld, waarin hij heeft verklaard geen bewijs te zien van een inbreuk, maar heeft hij niettemin een expert aangesteld om verder onderzoek te doen naar wurg- en roofprijzen. Intussen heeft deze expert de taak die hem door de Rechtbank van Koophandel was toevertrouwd, geweigerd en moet een nieuwe expert worden aangesteld.
    1. Tussen 12 en 14 oktober 2010, heeft de Belgische Algemene Directie Mededinging een huiszoeking uitgevoerd in de kantoren van Belgacom te Brussel. Het onderzoek kadert in de aantijgingen van Mobistar en KPN betreffende de wholesalediensten voor DSL, waarvoor Belgacom obstructiepraktijken zou hebben gehanteerd. Met deze maatregel wordt geen enkele uitspraak gedaan over het eindresultaat van het volledige onderzoek. Volgend op de huiszoeking, moet de Algemene Directie Mededinging nu alle relevante elementen van de zaak onderzoeken. Uiteindelijk kan het Auditoraat een voorstel van beslissing voorleggen aan de Raad voor de Mededinging. Tijdens deze procedure zal Belgacom de gelegenheid krijgen om zijn standpunten kenbaar te maken (deze procedure kan meerdere jaren in beslag nemen).

Tijdens het onderzoek van oktober 2010 werd een groot aantal documenten in beslag genomen (elektronische data zoals een volledige kopie van mailboxen en archieven, evenals andere bestanden). Belgacom en de auditeur van de Mededingingsautoriteiten wisselden uitgebreid van mening inzake de wijze waarop de inbeslaggenomen data behandeld werden. Belgacom wou zekerheid hebben dat het legal privilege (LPP) van de advocaten en de vertrouwelijkheid van adviezen van de bedrijfsjuristen gewaarborgd bleven. Bovendien trachtte Belgacom te verhinderen dat de Mededingingsautoriteiten toegang kregen tot (gevoelige) data die buiten het toepassingsgebied van het onderzoek vielen. Door het feit dat Belgacom de auditeur niet van haar standpunt kon overtuigen, spande Belgacom twee procedures aan, waarvan één vóór het Hof van Beroep van Brussel en één vóór de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, dit met het oog op de opschorting van de mededeling aan de onderzoeksteams van de LPP data en van data die buiten het toepassingsgebied van het onderzoek vielen. Op 5 maart 2013 sprak het Hof van Beroep in deze beroepsprocedure een positief vonnis uit waarin werd beslist dat de onderzoekers niet gemachtigd waren tot inbeslagname van documenten waarin adviezen van bedrijfsjuristen waren opgenomen en van documenten die buiten het toepassingsgebied vielen en dat de betreffende documenten dienden te worden verwijderd/vernield. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het hier een beslissing op de procedure zelf betreft en niet op de op de grond van de zaak. Op 14 oktober 2013 diende de Raad voor de Mededinging een verzoek tot cassatie in tegen de beslissing. Belgacom sloot zich bij deze cassatieprocedure aan.

  1. In juni 2003 eiste KPN Group Belgium (onder de merknaam Base) een schadevordering van Belgacom (het vroegere Belgacom Mobile - onder de merknaam Proximus) voor de Rechtbank van Koophandel van Brussel, waarbij Mobistar zich in maart 2004 aansloot met een eigen vordering. KPN en Mobistar beweerden dat Belgacom haar machtspositie had misbruikt door ongehoord lage prijzen te hanteren voor on-netoproepen (oproepen van Proximus naar Proximus). KPN stelde ook dat Belgacom te hoge mobiele terminatietarieven (MTR's) had toegepast. Beide operatoren eisten een schadevergoeding.

In een voorlopig vonnis van 29 mei 2007 besloot de Rechtbank van Koophandel van Brussel dat Belgacom tussen 1999 en 2004 een machtspositie had, verwierp ze verschillende eisen, maar stelde hij ook twee experts aan om vragen te onderzoeken rond de aantijgingen van wurgprijzen en concurrentiebeperkende netwerkeffecten en om te oordelen of er schade berokkend werd en, zo ja, om te pogen die schade te ramen. Op 2 oktober 2009 legden deze experts een (eerste) voorlopig verslag neer, waarvan de conclusie luidde dat de vermeende inbreuken op de mededingingswetgeving wel degelijk hadden bestaan, en meer bepaald dat er op basis van een nieuwe en prospectieve methode van kon worden uitgegaan dat de vermeende impact van de on-nettarieven van Proximus tijdens de jaren 1999-2004 op Mobistar en KPN Group Belgium 1.182 miljoen EUR bedroeg. Op 10 december 2010 legden de twee experts nog een (tweede) voorlopig verslag neer.

Niettegenstaande de gedetailleerde kritische opmerkingen die Belgacom in verband met alle aspecten van hun eerste verslag aan de experts had voorgelegd, herhaalde dit tweede verslag eigenlijk de bevindingen van het eerste verslag, maar werd de vermeende impact op 1.840 miljoen EUR geraamd. Volgens Belgacom leverde dit tweede verslag geen bewijs van de vermeende inbreuken op de mededingingsregels. Belgacom merkte ook op dat het overgrote deel van haar opmerkingen onbeantwoord bleef en dat de verslagen van haar eigen experts bovendien grotendeels waren genegeerd. Om deze en een aantal andere redenen diende Belgacom op 21 januari 2011 bij de Rechtbank van Koophandel een motie in met de vraag het panel van experts te wraken/vervangen. Nadat de Rechtbank van Koophandel op 17 maart 2011 de motie van Belgacom had verworpen, spande deze laatste een beroepsprocedure aan. Het Hof van Beroep besliste op 6 maart 2012 dat de experts inderdaad verschillende fouten hadden begaan, systematisch hadden nagelaten om passend op de opmerkingen van Belgacom te antwoorden, en aldus de rechten van de verdediging hadden geschonden, en verschillende andere principes die gelden in rechtszaken waarbij experts betrokken zijn, niet hadden gerespecteerd. Het Hof besliste dientengevolge dat de experts moesten worden vervangen en dat de gerechtelijke expertise moest worden overgedaan met nieuwe experts.

Op gezamenlijk voorstel van de partijen stelde het Hof van Beroep van Brussel op 1 oktober 2012 nieuwe experts aan. Zowel Mobistar als KPN Group Belgium blijven de vervanging van de vorige door de rechtbank aangestelde experts aanvechten via zaken voor het Hof van Cassatie. Ook de vorige experts hebben een procedure (derdenverzet) aangespannen tegen het arrest van 6 maart 2012 dat voorzag in hun vervanging. Op 31 december 2012 brachten de nieuw aangestelde experts het Hof van Beroep en de Rechtbank van Koophandel op de hoogte van hun beslissing om de opdracht om diverse redenen niet voort te zetten.

Op 14 oktober 2013 werd het beroep van Mobistar en van KPN Group Belgium door het Hof van Cassatie verworpen. Naar aanleiding van deze uitspraak hervatten Mobistar en KPN Group Belgium de aanwijzingsprocedure, wat leidde tot een gezamenlijk voorstel van alle partijen om twee nieuwe experts aan te stellen. Laatstgenoemden dienen echter nog te bevestigen of ze hun opdracht aanvaarden.

Intussen had Belgacom beroep aangetekend tegen het oorspronkelijke vonnis van 29 mei 2007 van de Rechtbank van Koophandel, waarna zowel door KPN als Mobistar incidenteel beroep werd ingesteld tegen het voornoemde vonnis. Het Hof zal uiteindelijk moeten beslissen (i) of er sprake is geweest van concurrentiebeperkende praktijken en of de MTR's van Belgacom indruisten tegen de regelgevende verplichtingen, (ii) of Belgacom voor dergelijke praktijken aansprakelijk is, en (iii) of er een schadevergoeding moet worden betaald en, zo ja, hoeveel de eventuele schadevergoeding moet bedragen. Belgacom zal op de vereiste ogenblikken gedurende het proces haar gedetailleerde opmerkingen en kritiek omtrent alle aspecten van de aanhangige zaak verder voorleggen. Deze zaak houdt immers niet alleen een debat in over de mogelijke schade die zou zijn veroorzaakt: in de eerste plaats moet het bestaan van de vermeende inbreuken worden aangetoond. Belgacom blijft de eisen van zowel KPN Group Belgium als Mobistar aanvechten.

In oktober 2009 hebben zeven partijen (Telenet, KPN Group Belgium (voorheen Base), KPN Belgium Business (voorheen Tele 2 Belgium), KPN BV (voorheen Sympac), BT, Verizon, Colt Telecom) een vordering ingesteld tegen Belgacom bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel en hebben daarbij aantijgingen geformuleerd die sterk lijken op deze vermeld in voornoemde zaak (met inbegrip van de Proximus-naar-Proximus tarieven die een misbruik van machtspositie op de Belgische markt zouden uitmaken), maar voor telkens andere periodes afhankelijk van de betrokken partij, zij het tussen 1999 tot op heden (vordering van 1 EUR provisioneel en verzoek om een gerechtelijk deskundige aan te duiden die de precieze schade moet berekenen). In november 2009 heeft Mobistar opnieuw een gelijkaardige vordering ingesteld voor de periode vanaf 2004. Deze zaken zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld.

  1. In de procedure volgend op een klacht van KPN Group Belgium in 2005 bij de Belgische Mededingingsautoriteiten, heeft deze laatste op 26 mei 2009 één van de vijf misbruiken van machtspositie bevestigd die het Auditoraat op 22 april 2008 ten laste had gelegd, m.n. wurgprijzen in 2004-2005 op de professionele markt. De Belgische Mededingingsautoriteiten oordeelden dat de tarieven voor gesprekken tussen Proximus-klanten ("on-net tarieven") lager waren dan de tarieven die werden aangerekend aan concurrenten voor de routering van gesprekken van hun eigen netwerk naar dat van Proximus ("afgiftetarieven"), verhoogd met een aantal andere relevant geachte kosten. Alle andere tenlasteleggingen van het Auditoraat werden verworpen. De Mededingingsautoriteiten hebben daarbij aan Belgacom ook een boete opgelegd van 66,3 miljoen EUR wegens misbruik van een machtspositie tijdens de jaren 2004 en 2005. Belgacom was verplicht deze boete te betalen voor 30 juni 2009 en heeft deze (net van bestaande provisies) geboekt als een niet weerkerende uitgave in de resultatenrekening voor het tweede kwartaal van 2009.

Belgacom heeft bij het Hof van Beroep te Brussel hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Mededingingsautoriteiten. Zij betwist daarbij een groot aantal elementen van de beslissing, o.m. het feit dat de impact op de markt niet was onderzocht. Ook KPN Group Belgium en Mobistar hebben tegen de genoemde beslissing hoger beroep ingesteld. De partijen wisselen nu conclusies uit om toegang tot het dossier te organiseren.

  1. In 2007 heeft de Belgische belastingadministratie een buitenlandse dochteronderneming van de Groep beschouwd als een Belgische ingezetene eerder dan een Luxemburgse ingezetene en dus onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting voor het jaar 2004. In 2008 handhaafde de Belgische belastingadministratie haar positie voor het jaar 2004 en heeft zij bovendien de Belgische vennootschapsbelasting ingekohierd voor de daaropvolgende jaren 2005 en 2006. Belgacom heeft sterke argumenten om de aanslagen voor deze jaren, ten belope van 69 miljoen EUR, exclusief interesten (voor de jaren 2004, 2005 en 2006, samen genomen), af te wijzen en heeft een actie voor de rechtbank ingediend.

Sinds 2003 beschouwt Belgacom sommige aanslagen in de onroerende voorheffing op telecomuitrustingen als niet verschuldigd. Bijgevolg heeft Belgacom een vordering geboekt ten aanzien van de belastingadministratie in de post 'Terug te vorderen belastingen' ten belope van 120 miljoen EUR voor het boekjaar eindigend op 31 december 2013 (waartegenover een schuld staat van 28 miljoen EUR ).

Investeringsverplichtingen

Op 31 december 2013 had de Groep verbintenissen aangegaan ter waarde van 77 miljoen EUR, voornamelijk voor de aanschaffing van immateriële vaste activa en technische en netwerkapparatuur.

Andere rechten en verbintenissen

Op 31 december 2013 had de Groep de volgende andere rechten en verbintenissen:

  • De Groep heeft garanties ontvangen van haar klanten voor een bedrag van 9 miljoen EUR om de betaling van haar handelsvorderingen te garanderen, en van haar leveranciers voor een bedrag van 9 miljoen EUR om het goede verloop van de door de Groep bestelde werken of contracten te garanderen;
  • De Groep heeft garanties aan haar klanten en andere derde partijen verleend om onder meer de voltooiing te garanderen van de contracten en werken, die werden besteld door haar klanten, en om de betaling van huurkosten voor gebouwen en sites voor antenne installaties te garanderen voor een bedrag van 52 miljoen EUR (inbegrepen de bankgaranties vermeld in toelichting 33.2);
  • Belgacom heeft een recht, ingesteld door de Belgische wetgeving aangaande de Universele Diensten, om compensatie te ontvangen vanaf 1 juli 2005 voor het aanbieden van Sociale Tarieven. Dit recht werd aangevochten door sommige operatoren en de Europese Commissie heeft België voor het Europees Hof gedaagd voor deze Belgische wetgeving. Begin oktober 2010 heeft het Europees Hof uitspraak gedaan en in januari 2011 heeft het Grondwettelijk Hof diverse bepalingen van de Belgische wetgeving vernietigd. Op 29 juni 2012 werd een nieuwe wet gestemd om te voldoen aan de Europese wetgeving. Van de uitvoering van deze nieuwe wet zijn nog geen resultaten gekend op 31 december 2013. Op 29 december 2013 heeft het Grondwettelijk Hof de mogelijkheid tot retroactiviteit van de financiering sinds 2005 bevestigd. Het BIPT moet echter nog altijd per operator vaststellen of er een netto kost en een ondragelijke last is.

Toelichting 36. Op aandelen gebaseerde betalingen

Aandelenaankoopplannen met korting

In 2012 en 2013 heeft de Groep aandelen aankoopplannen met korting gelanceerd.

Onder de 2012 en 2013 plannen verkocht Belgacom respectievelijk 208.433 en 219.935 aandelen aan het senior management van de Groep met een korting van 16,66% in vergelijking met de marktprijs (prijs na korting van respectievelijk 18,56 EUR en 14,51 EUR per aandeel). De kost van deze kortingen bedroeg 0,6 miljoen EUR in 2012 en 0,7 miljoen EUR in 2013 en is opgenomen onder de rubriek "personeelskosten" ( zie toelichting 26).

Performatiewaardeplan

In 2013 lanceerde Belgacom een nieuw "performantiewaardeplan" voor zijn senior management. Onder dit langlopend performantiewaardeplan zijn de toegekende beloningen verbonden aan voorwaarden, namelijk een dienstverband van 3 jaar waarna de performantiewaarde is verworven. De mogelijke uitoefening van de rechten is afhankelijk van het voldoen van marktgerelateerde voorwaarden gebaseerd op het "Totaal rendement voor de aandeelhouders'" (TSR), welke vergeleken wordt met een groep van soortgelijke ondernemingen.

Na de verwervingsperiode kunnen de rechten gedurende 4 jaar worden uitgeoefend. De afwikkelingsmethode in eigenvermogeninstrumenten of cash is belist op toekenningsdatum. In geval van vrijwillig vertrek gedurende de verwervingsperiode vervallen alle niet-verworven rechten en verworven maar niet uitgeoefende rechten. In geval van onvrijwillig vertrek of pensioen, behalve bij zware fout, blijven de rechten verder 'vesten' gedurende de normale 3 jaar durende verwervingsperiode.

De groep bepaalt de reële waarde van de overeenkomst op de toekenningsdatum en spreidt de kost lineair over de verwervingsperiode met daarbijhorende stijging van het eigen vermogen voor de aandelenafwikkeling en van de schulden voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties. Voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties wordt de schuld regelmatig herberekend. De initiële reële waarde bedraagt 5,9 miljoen EUR voor de 2013 schijf.

De berekening van het gesimuleerde totale rendement voor de aandeelhouders onder het Monte Carlo model voor de overblijvende prestatieperiode voor beloningen met marktvoorwaarden, omvatten volgende veronderstellingen per 30 april en per 31 december 2013.

april en per 31 december 2013.
Per
30 a
p
ri
l
31 d
ecemb
er
2013 2013
Gewogen gemiddelde risicovrije rentevoet 0,47% 0,60%
Verwachte volatiliteit - onderneming 23% 24%
Verwachte volatiliteit - sectorgenoten 15% - 62% 15% - 58%
Gewogen gemiddelde resterende duur van de waarderingsperiode 3,0 2,5

Aandelenoptieplannen

In 2012 bracht Belgacom een laatste jaarlijkse tranche van haar langlopend incentive plan (aandelenoptieplan) uit waarbij 840.732 aandelenopties werden toegekend aan het top management en aan het senior management van de Groep.

Begin 2011 werden de regels van het plan aangepast overeenkomstig de Belgische wetgeving. Daarom bracht de Groep vanaf 2011 twee verschillende reeksen uit: één voor het "Belgacom Management Committee" (BMC), de Gedelegeerd-Bestuurder inbegrepen (298.259 aandelenopties in de 2012 tranche), en één voor het andere top management en het senior management (542.473 aandelenopties in de 2012 tranche).

Zoals voorgeschreven in IFRS 2 ("Aandelengebaseerde betalingen"), erkent de Groep de reële waarde van het eigenvermogengedeelte van de opties op de toekenningsdatum over de periode totdat de genieter de optie onvoorwaardelijk verwerft volgens de graduele verwervingsmethode; en het schuldengedeelte van deze opties wordt regelmatig geherwaardeerd. Black&Scholes wordt gebruikt als waarderingsmodel voor de Opties. Deze reële waarde bedraagt 2,5 miljoen EUR voor de 2012 tranche. De jaarlijkse kost van de graduele verwerving, wordt geregistreerd in de personeelskosten, evenals de herwaardering van het schuldengedeelte van deze opties, en bedraagt 8,7 miljoen in 2012 en 4,5 miljoen in 2013..

Bij uitoefening zal de werknemer de uitoefenprijs van 22,275 EUR per aandeel betalen in het kader van de 2012-tranche, in ruil voor de fysieke levering van het aandeel. De aandelenopties zijn ten laatste uitoefenbaar tot en met 13 mei 2019 voor de 2012-tranche.

De tranches toegekend in 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 zijn nog steeds open. Alle tranches, behalve de 2004-tranche, geven de begunstigden recht op de dividenden goedgekeurd na toekenning van de opties. De dividendschuld bedroeg 17 miljoen EUR per 31 december 2012 en 11 miljoen EUR per 31 december 2013 en is opgenomen onder de rubriek "Andere kortetermijnschulden". Het recht op dividenden dat werd toegekend aan de begunstigden van de tranches 2005-2012 is niet beperkt in tijd en komt overeen met de contractuele duur van de tranches.

In 2009 gaf de Groep aan zijn optiehouders de gelegenheid om vrijwillig de uitoefenperiode van alle tranches met 5 jaar te verlengen (met uitzondering van de 2009 tranche) en dit binnen de wettelijke richtlijnen.

Voor alle plannen, met uitzondering van het 2004-tranche en de BMC reeksen van de 2011 en 2012 tranches zoals hieronder beschreven:

  • in geval van vrijwillig vertrek van de werknemer, vervallen alle niet verworven opties, behalve indien deze beëindiging gedurende het eerste jaar plaatsvindt waarvoor het eerste derde van de opties onmiddellijk wordt verworven en dient te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na de einddatum van het contract, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer behalve bij zware fout, worden alle toegekende opties onmiddellijk verworven en dienen zij te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na datum van het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.

Voor de BMC reeks van de 2011 en 2012 tranches:

  • In geval van vrijwillig vertrek van een BMC lid tijdens een periode van 3 jaar na toekenning, vervallen 50% van de opties onmiddellijk. Indien het vrijwillig vertrek na deze periode gebeurt, worden de opties verworven volgens het plan en de normale verwervingskalender. De uitoefening kan enkel gebeuren ten vroegste op de eerste werkdag na de derde verjaardag van de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgende op het beëindigen van het contract en de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is; anders vervallen de opties.
  • In geval van onvrijwillig vertrek van een BMC lid, behalve bij zware fout, worden de opties verworven volgens de planregels en normale verwervingskalender. De uitoefening kan ten vroegste gebeuren op de eerste werkdag volgend op de derde verjaardag na de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgende op het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, indien deze eerst komt; anders vervallen de opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van een BMC lid bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.
De evolutie van het aandelenoptieplannen is als volgt: Aa
n
ta
l a
a
n
d
elen
o
p
ti
es
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
In
o
mlo
o
p
o
p
31 d
ecemb
er 2012
17.35
9
5
4.130
9
5
.9
6
0
339
.9
38
6
28.9
6
4
85
4.200
9
9
5
.116
1.002.019 840.732
Ui
to
efen
b
a
a
r o
p
31 d
ecemb
er 2012
17.35
9
5
4.130
9
5
.9
6
0
339
.9
38
6
28.9
6
4
85
4.200
729
.29
8
244.879 5
.000
Bewegingen gedurende het jaar 2013
Toegekend 0
Verbeurd 0 0 -1.332 -48.257 -98.723 -23.030 -116.051 -116.582 -135.414
Uitgeoefend 0 -12.812 -50.616 0 -15.257 -577.963 -1.650 -2.257 -2.026
Vervallen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal 0 -12.812 -51.948 -48.257 -113.980 -600.993 -117.701 -118.839 -137.440
In
o
mlo
o
p
o
p
31 d
ecemb
er 2013
17.35
9
41.318 44.012 29
1.6
81
5
14.9
84
25
3.207
877.415 883.180 703.29
2
Ui
to
efen
b
a
a
r o
p
31 d
ecemb
er 2013
17.35
9
41.318 44.012 29
1.6
81
5
14.9
84
25
3.207
877.415 449
.9
84
19
2.802
Ui
to
efen
p
ri
js
24,5
0
29
,9
2
25
,9
4
32,71 29
,14
22,71 26
,44
25
,02
22,28

De volatiliteit werd geraamd op basis van de reële transactiestatistieken van het aandeel en rekening houdend met een alignering met peers met een gelijkaardig risicoprofiel (volatiliteit: 28%)

Toelichting 37. Relatie met de commissaris

De kosten van de Groep als honorarium voor de jaarlijkse audit voor 2013 bedroegen 1.266.590 EUR en voor andere opdrachten 251.595 EUR.

Dit laatste bedrag kan als volgt gedetailleerd worden:
EUR Co
mmi
s
s
a
ri
s
Netwerk va
n d
e
co
mmi
s
s
a
ri
s
Andere verplichte controleopdrachten 35.940 0
Belastingadviesopdrachten 0 13.420
Andere opdrachten 87.042 115.193
To
ta
a
l
122.9
82
128.6
13

Toelichting 38. Segmentinformatie

Met ingang van 1 januari 2008 sturen de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Belgacom Mangagement Committee de activiteiten van de Belgacom Groep aan volgens de nieuwe klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende vijf rapporteerbare bedrijfssegmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en –diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten, voor de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT-diensten en –producten aan professionele klanten, hetzij zelfstandigen, kleine firma's of grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Belgacom, Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;
  • De Service Delivery Engine & Wholesale (SDE&W) centraliseert alle netwerk- en IT-diensten en –kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen), levert diensten aan CBU en EBU en verkoopt deze diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren;
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten;
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, Legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Er werden geen bedrijfssegmenten samengevoegd om tot de bovengenoemde rapporteerbare bedrijfssegmenten te komen.

De Groep houdt de bedrijfsresultaten van zijn rapporteerbare bedrijfssegmenten afzonderlijk bij, zodat hij de gepaste beslissingen kan nemen voor het toewijzen van middelen en het evalueren van de prestaties. De segmentprestaties worden geëvalueerd op basis van de volgende parameters:

  • Het bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen en vóór niet-recurrente opbrengsten en uitgaven; en
  • De kapitaaluitgaven.

De financiering van de Groep (inclusief financiële kosten en financiële opbrengsten) en de winstbelasting worden op het niveau van de Groep beheerd en worden niet aan de bedrijfssegmenten toegewezen.

De grondslagen voor financiële verslaggeving van de bedrijfssegmenten zijn dezelfde als de voornaamste grondslagen van de Groep. De segmentresultaten worden daarom gemeten op een gelijkaardige basis als het bedrijfsresultaat in de geconsolideerde jaarrekening.

Transacties tussen de juridische entiteiten van de Groep worden gefactureerd tegen marktconforme voorwaarden.

B o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er 2013
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Co
n
s
u
mer
B
u
s
i
n
es
s
Un
i
t
En
terp
ri
s
e
B
u
s
i
n
es
s
Un
i
t
Servi
ce
D
eli
very
En
g
i
n
e &
Who
les
a
le
Sta
ff &
Su
p
p
o
rt
In
tern
a
ti
o
n
a
l
Ca
rri
er
Servi
ces
In
ter
s
eg
men
t
eli
mi
n
a
ti
es
To
ta
a
l
Netto omzet 2.201 2.184 223 7 1.623 0 6.239
Andere bedrijfsopbrengsten 21 8 5 44 1 0 79
Inter-segment opbrengsten 3 6 6
6
9 42 -127 0
TOTAAL SEGMENT OPB
RENGSTEN
2.226 2.19
8
29
4
6
0
1.6
6
6
-127 6
.318
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten -611 -603 -40 0 -1.412 106 -2.561
Personeelskosten en pensioenen -349 -418 -172 -157 -45 0 -1.142
Andere bedrijfskosten -294 -155 -204 -201 -69 20 -903
TOTAAL B
ED
RIJFSKOSTEN vo
o
r a
fs
chri
jvi
n
g
en
-1.25
5
-1.175 -417 -35
8
-1.5
26
126 -4.6
05
To
ta
a
l s
eg
men
t res
u
lta
a
t (1)
9
71
1.023 -122 -29
8
140 -
1
1.713
Niet-recurrente kosten -17 1 0 2 0 0 -14
B
ED
RIJFSWINST / (VERLIES) vo
o
r a
fs
chri
jvi
n
g
en
954 1.024 -122 -29
6
140 -
1
1.6
9
9
Afschrijvingen -155 -14 -464 -69 -80 1 -782
B
ED
RIJFSWINST / (VERLIES)
79
9
1.010 -5
86
-36
5
6
0
0 9
17
Netto financiële kosten -96
Wi
n
s
t vó
ó
r b
ela
s
ti
n
g
en
822
Belastingen -170
Netto
wi
n
s
t
6
5
2
Minderheidsbelangen 22
Nettowinst ( aandeel van de groep) 6
30
Minderheidsbelangen 22
(1) Bedrijfswinst voor afschrijvingen en niet-recurrente kosten en opbrengsten
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten o
p
31 d
ecemb
er 2013
(i
n mi
ljo
en EUR)
Co
ns
umer
B
us
i
nes
s
Uni
t
Enterp
ri
s
e
B
us
i
nes
s
Uni
t
Servi
ce
D
eli
very
Eng
i
ne &
Who
les
a
le
Sta
ff &
Sup
p
o
rt
Interna
ti
o
na
l
Ca
rri
er
Servi
ces
Inter
s
eg
ment
eli
mi
na
ti
es
To
ta
a
l
Inves
teri
ng
en
16
4
1
3
725 3
3
3
7
0 9
72
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Co
n
s
u
mer
B
u
s
i
n
es
s
Un
i
t
B
o
ekja
En
terp
ri
s
e
B
u
s
i
n
es
s
Un
i
t
a
r a
fg
es
lo
ten
Servi
ce
D
eli
very
En
g
i
n
e &
Who
les
a
le
o
p
31 d
ecemb
Sta
ff &
Su
p
p
o
rt
er 2012 - herwerkt
In
tern
a
ti
o
n
a
l
Ca
rri
er
Servi
ces
In
ter
s
eg
men
t
eli
mi
n
a
ti
es
To
ta
a
l
Netto omzet 2.298 2.278 240 7 1.592 0 6.415
Andere bedrijfsopbrengsten 19 9 3 16 1 0 47
Inter-segment opbrengsten 5 8 6
2
11 5
1
-137 0
TOTAAL SEGMENT OPB
RENGSTEN
2.321 2.29
4
304 3
4
1.6
45
-137 6
.46
2
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten -666 -619 -37 -2 -1.400 114 -2.611
Personeelskosten en pensioenen -354 -402 -174 -153 -43 0 -1.126
Andere bedrijfskosten -309 -160 -187 -217 -73 22 -924
TOTAAL B
ED
RIJFSKOSTEN vo
o
r a
fs
chri
jvi
n
g
en
-1.330 -1.181 -39
8
-372 -1.5
16
136 -4.6
6
1
To
ta
a
l s
eg
men
t res
u
lta
a
t (1)
991 1.113 -9
4
-338 129 -
1
1.801
Niet-recurrente kosten 0 0 0 -15 0 0 -15
B
ED
RIJFSWINST / (VERLIES) vo
o
r a
fs
chri
jvi
n
g
en
991 1.113 -9
4
-35
3
129 -
1
1.786
Afschrijvingen -139 -16 -440 -74 -80 1 -748
B
ED
RIJFSWINST / (VERLIES)
85
2
1.09
7
-5
34
-427 4
9
0 1.038
Netto financiële kosten -131
Wi
n
s
t vó
ó
r b
ela
s
ti
n
g
en
9
07
Belastingen -177
Netto
wi
n
s
t
730
Minderheidsbelangen 19
Nettowinst ( aandeel van de groep) 712
(1) Bedrijfswinst voor afschrijvingen en niet-recurrente kosten en opbrengsten
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er 2012
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Co
n
s
u
mer
En
terp
ri
s
e
Servi
ce
Sta
ff &
In
tern
a
ti
o
n
a
l
In
ter
To
ta
a
l
Minderheidsbelangen 19
Nettowinst ( aandeel van de groep) 712
(1) Bedrijfswinst voor afschrijvingen en niet-recurrente kosten en opbrengsten
B
o
ekja
a
r a
fg
es
lo
ten
o
p
31 d
ecemb
er 2012
(i
n
mi
ljo
en
EUR)
Co
n
s
u
mer
B
u
s
i
n
es
s
Un
i
t
En
terp
ri
s
e
B
u
s
i
n
es
s
Un
i
t
Servi
ce
D
eli
very
En
g
i
n
e &
Who
les
a
le
Sta
ff &
Su
p
p
o
rt
In
tern
a
ti
o
n
a
l
Ca
rri
er
Servi
ces
In
ter
s
eg
men
t
eli
mi
n
a
ti
es
To
ta
a
l
In
ves
teri
n
g
en
16
4
1
5
5
14
4
0
2
0
0 75
3

Wat betreft de geografische indeling, heeft de Groep in België een netto opbrengst gerealiseerd van 4.236 miljoen EUR in 2012 en 4.011 miljoen EUR in 2013, en dit gebaseerd op het land van de klant. De netto opbrengst in andere landen bedroeg 2.179 miljoen EUR in 2012 en 2.227 miljoen EUR in 2013. Meer dan 90% van de segmentactiva zijn in België gevestigd.

Toelichting 39. Recent gepubliceerde IFRS-normen

De Groep past geen normen en interpretaties toe die niet van kracht zijn op 31 december 2013.

Dat betekent dat de Groep de volgende normen en interpretaties niet heeft toegepast welke van toepassing zijn voor de Groep vanaf 1 januari 2014 of later:

  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS normen (2010-2012 cyclus en 2011-2013 cyclus);
  • Wijzigingen aan standaarden:
  • o Aanpassing van IAS 27 (Enkelvoudige jaarrekening) en IAS 28 (Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures);
  • o Aanpassing van aan IAS 32 ("Saldering van financiële activa en verplichtingen")
  • o Aanpassing van IAS39 (" Novatie van derivaten en voortzetting van hedge accounting")
  • o Aanpassing van IAS 19 Personeelsbeloningen Werknemersbijdragen
  • o Aanpassing van IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa Informatieverschaffing over de realiseerbare waarde van niet-financiële activa
  • Nieuw gepubliceerde normen:
  • o IFRS 9 (Financiële Instrumenten);
  • o IFRS 10 (De geconsolideerde jaarrekening) welke gedeeltelijk IAS 27 (Enkelvoudige jaarrekening) en SIC-12 (Consolidatie – Voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten) vervangt;
  • o IFRS 11 (Gezamenlijke overeenkomsten) welke gedeeltelijk IAS31 (Belangen in joint ventures) en SIC 13 (Entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend- Niet-monetaire bijdragen door deelnemers in een joint venture) vervangt;
  • o IFRS 12 (Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten);
  • o IFRIC Interpretatie 21 Heffingen

De Groep zal het mogelijke effect van de toepassing van deze nieuwe normen en interpretaties op de jaarrekening van de Groep onderzoeken in de loop van 2014.

De groep anticipeert niet op materiële effecten door de initiële toepassing van IFRS 10-11. De toepassing van IFRS 12 zal resulteren in meer uitgebreide toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening en is van toepassing op deelnemingen in dochterondernemingen, gezamelijke overeenkomsten en geassocieerde ondernemingen.

Toelichting 40. Gebeurtenissen na balansdatum

Belgacom is exclusieve onderhandelingen aangegaan met Vivendi met vertrekking tot de verkoop van haar 100% dochteronderneming 'Groupe Telindus France'.

De afronding van de transactie is onderworpen aan de vervulling van bepaalde opschortende voorwaarden waaronder de goedkeuring door de Franse mededingingsautoriteit.

Verslag van de Commissaris