Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Proximus SA Annual Report 2020

Mar 19, 2021

3989_rns_2021-03-19_96cbcf58-739a-4877-a7ab-41cd92608ef6.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

40 ------ 31 D.
Datum neerlegging ۸Ι۰
NAAM: PROXIMUS
Rechtsvorm: Naamloze vennootschap van publiek recht
Adres: Koning Albert II laan
Postnummer: 1030 Gemeente: Brussel
Land: België
Rechtspersonenregister (RPR) - Ondernemingsrechtbank van Brussel
Internetadres 1 : http://www.proximus.com
Ondernemingsnummer BE 0202.239.951
DATUM
van de neerlegging van het recentste stuk dat de datum van bekendmaking van
$\prime$
de oprichtingsakte en van de akte tot statutenwijziging vermeldt.
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING IN MILJOENEN EURO 2
goedgekeurd door de algemene vergadering van 21/04/2021
01/01/2020
met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van
tot
31/12/2020
Vorig boekjaar van
01/01/2019
tot
31/12/2019
Handtekening
(naam en hoedanigheid)
Handtekening
(naam en hoedanigheid)
Boutin Guillarme De Clerck Stefaan
CEO en Gedelegeerd Bestuurder Voorzitter van de Raad van Bestuur
Naam, voornamen, beroep en woonplaats Lidmaatschaps-
nummer
Aard van de
opdracht
(A, B, C en/of D)

Geconsolideerde jaarrekening

Opgesteld in overeenstemming met de Internationale Financiële Rapporteringsnormen voor de jaren eindigend per 31 december 2020 en 2019

Geconsolideerde balans 3
Geconsolideerde resultatenrekening4
Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten ('totaalresultaat')5
Geconsolideerd kasstroomoverzicht6
Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen8
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 9
Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming 9
Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels 10
Toelichting 3. Goodwill 28
Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur 30
Toelichting 5. Materiële vaste activa 32
Toelichting 6. Leasing 33
Toelichting 7. Contractkosten 34
Toelichting 8. Deelnemingen in dochterondernemingen, gezamenlijke bedrijfsactiviteiten, joint ventures en geassocieerde
ondernemingen
36
Toelichting 9. Andere deelnemingen 43
Toelichting 10. Winstbelasting 44
Toelichting 11. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 46
Toelichting 12. Andere vaste activa 53
Toelichting 13. Voorraden 54
Toelichting 14. Handelsvorderingen en contractactiva 54
Toelichting 15. Andere vlottende activa 56
Toelichting 16. Beleggingen 57
Toelichting 17. Geldmiddelen en kasequivalenten 57
Toelichting 18. Eigen Vermogen 57
Toelichting 19. Rentedragende schulden 59
Toelichting 20. Voorzieningen 64
Toelichting 21. Andere langetermijnschulden 65
Toelichting 22. Andere kortetermijnschulden en contractverplichtingen 65
Toelichting 23. Netto-omzet 65
Toelichting 24. Andere bedrijfsopbrengsten 66
Toelichting 25. Kosten van aan omzet-gerelateerde materialen en diensten 66
Toelichting 26. Workforce kosten 67
Toelichting 27. Non-workforce kosten 67
Toelichting 28. Afschrijvingen 68
Toelichting 29. Netto financiële kosten 68
Toelichting 30. Winst per aandeel 69
Toelichting 31. Betaalde en voorgestelde dividenden 69
Toelichting 32. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten 70
Toelichting 33. Informatie over verbonden partijen 81
Toelichting 34. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen 84
Toelichting 35. Op aandelen gebaseerde betalingen 88
Toelichting 36. Relatie met de commissaris 90
Toelichting 37. Segmentinformatie 90
Toelichting 38. Recent gepubliceerde IFRS-normen 93
Toelichting 39. Gebeurtenissen na balansdatum 93

Geconsolideerde balans

(in miljoen EUR) Per 31 december
ACTIVA Toelichting 2019 2020
VASTE ACTIVA 7.160 7.120
Goodwill 3 2.477 2.465
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur 4 1.080 1.047
Materiële vaste activa 5 3.127 3.169
Met een gebruiksrecht overeenstemmende actief 6 307 285
Leasevorderingen 6 7
Contractkosten 7 113 108
Geassocieerde ondernemingen 8 2 0
Uitgestelde belastingvorderingen 10 16 12
Eigenvermogeninstrumenten 9 0 1
Andere vaste activa 12 31 24
VLOTTENDE ACTIVA 1.818 1.660
Voorraden 13 133 106
Handelsvorderingen 14 985 868
Leasevorderingen 3 4
Contractactiva 14 9
7
111
Terug te vorderen belastingen 10 139 119
Andere vlottende activa 15 134 139
Beleggingen 16 3 3
Geldmiddelen en kasequivalenten 17 323 310
TOTAAL ACTIVA 8.978 8.779
PASSIVA
EIGEN VERMOGEN 18 2.998 3.026
Eigen vermogen toe te rekenen aan de aandeelhouders van de 18 2.856 2.903
moeder
Minderheidsbelangen
18 142 123
LANGETERMIJNSCHULDEN 3.616 3.639
Rentedragende schulden 19 2.360 2.511
Leaseschulden 6 243 216
Schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding
en beëindigingsvoordelen
11 639 559
Voorzieningen 20 137 139
Uitgestelde belastingschulden 10 110 115
Andere langetermijnschulden 21 127 9
9
KORTETERMIJNSCHULDEN 2.363 2.114
Rentedragende schulden 19 157 163
Leaseschulden 6 6
4
6
8
Schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding
en beëindigingsvoordelen
11 225 86
Handelsschulden 1.284 1.213
Contractverplichtingen 22 116 157
Belastingschulden 10 28 11
Andere kortetermijnschulden 22 490 416
TOTAAL PASSIVA 8.978 8.779

Geconsolideerde resultatenrekening

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Netto omzet 23 5.638 5.443
Andere bedrijfsopbrengsten 24 59 38
Totale opbrengsten 5.697 5.481
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten 25 -2.018 -1.901
Workforce kosten 26 -1.477 -1.128
Non-workforce kosten 27 -527 -530
Totale bedrijfskosten vóór afschrijvingen -4.021 -3.559
Bedrijfswinst vóór afschrijvingen 1.676 1.922
Afschrijvingen 28 -1.120 -1.116
Bedrijfswinst 556 805
Financiële opbrengsten 16 8
Financiële kosten -63 -56
Netto financiële kosten 29 -47 -48
Verlies van ondernemingen gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
-1 -1
Winst vóór belastingen 508 756
Belastingen 10 -116 -174
Nettowinst 392 582
Toe te rekenen aan: 18
Aandeelhouders van de moedermaatschappij ( aandeel van de
groep)
373 564
Minderheidsbelangen 19 18
Gewone winst per aandeel (in EUR) 30 1,16 1,75
Verwaterde winst per aandeel (in EUR) 30 1,16 1,75
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 30 322.918.006 322.752.015
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen voor
verwaterde winst per aandeel
30 322.954.702 322.755.758

Geconsolideerde staat van gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten ('totaalresultaat')

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Nettowinst 392 582
Niet-gerealiseerde resultaten:
Items die zullen gereclassificeerd worden naar winst en verlies
Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten 4 -22
Kasstroomafdekkingsinstrumenten
Overdracht naar resultatenrekening voor de periode -2 -2
Andere 1 -1
Totaal voor gerelateerde belastingseffecten 3 -24
Winstbelasting m.b.t. items die zullen gereclassificeerd worden 0 0
Items die zullen gereclassificeerd worden naar winst en
verlies - na aftrek van belastingseffecten
4 -24
Items die niet zullen gereclassificeerd worden
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen 11 -43 -19
Totaal voor gerelateerde belastingseffecten -43 -19
Gerelateerde belastingseffecten
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen 4 5
Winstbelasting m.b.t. items die niet zullen gereclassificeerd worden 4 5
Totaal van de posten die niet worden geherclassificeerd naar
de winst-en-verliesrekening, na aftrek van de daarmee
samenhangende belastingeffecten
-38 -15
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 358 543
Toe te rekenen aan:
Aandeelhouders van de moedermaatschappij 336 536
Minderheidsbelangen 22 8

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Kasstroom uit operationele activiteiten
Nettowinst 392 582
Aanpassingen voor:
Afschrijvingen 4/5/6 1.120 1.116
Bijzondere waardevermindering op vaste en vlottende activa 3/4/5 3 0
Toename / (afname) van voorzieningen 20 -5 3
Uitgestelde belastingopbrengsten 10 22 14
Aandeel in het verlies van ondernemingen gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
8.3 1 1
Aanpassing aan financiëlekosten 2 2
Winst uit de verkoop van geconsolideerde bedrijven en herwaardering
van het voordien aangehouden belang
24 -4 0
Winst uit de verkoop van materiële vaste activa 24 -8 -3
Andere niet-kasbewegingen -1 -1
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen in het
bedrijfskapitaal
1.522 1.715
Daling / (toename) van voorraden -4 27
Daling van handelsvorderingen 50 123
Daling/toename van andere activa -94 5
Daling van handelsschulden -18 -68
Daling van andere schulden -19 -50
Daling/toename van de nettoschuld voor pensioenen, andere
vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvergoedingen
11 217 -238
Afname/(Toename) van het bedrijfskapitaal, netto van
aanschaffingen en verkopen van filialen
133 -201
Nettokasstroom uit operationele activiteiten (1) 1.655 1.515
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van immateriële en materiële
vaste activa
4/5 -1.091 -1.089
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van dochterondernemingen,
na aftrek van verworven geldmiddelen
-3 -2
Geldmiddelen uit verkoop van materiële vaste activa en andere
langetermijn activa
15 11
Nettokasstroom besteed in investeringsactiviteiten -1.079 -1.081
Kasstroom vóór financieringsactiviteiten 576 434
Leasebetalingen exclusief betaalde intresten 6 -78 -82
Vrije kasstroom (2) 498 352
Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Kasstroom uit financieringsactiviteiten andere dan leasebetalingen
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 31 -486 -485
Dividenden aan en transacties met minderheidsbelangen 18.2 -60 -26
Netto verkoop van eigen aandelen 8 -5
Netto verkoop van geldbeleggingen 1 0
Afname van eigen vermogen (aandeel van de groep) 0 -1
Herwaarderingsreserve -1 -2
Uitgifte van langetermijnschulden 19.3 9
9
150
Aflossing van langetermijnschulden 19.3 1 0
Uitgifte / (aflossing) van kortetermijnschulden 19.3 -76 6
Kasstroom gebruikt in financieringsactiviteiten andere dan
leasebetalingen
-514 -363
Wisselkoersimpact 0 -2
Netto evolutie van geldmiddelen en kasequivalenten -17 -13
Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari 340 323
Geldmiddelen en kasequivalenten op het einde van de periode 17 323 310
(1) Nettokasstroom uit operationel
e activiteiten bevat de vol
gende kasbewegingen :
Betaalde intresten -40 -42
Ontvangen intresten 1 0
Betaalde belastingen -191 -155
(2) Vrije kasstroom: kasstroom voor financieringsactiviteiten en na l easebetal
ingen

Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen

(
in miljoen EU
R
)
Ge
plaat
st
kapit
aal
Eigen
aandelen
(
EA
)
W
et
t
elijke
reserves
Eigenvermo
geninst
rumen
t
en en
af
dekkings
reserve
A
ndere
Herwaar
derings
reserve
Omreken
ings
verschillen
V
ergoe
dingen in
aandelen
Overgedra
gen
winst
en
Tot
aal
eigen
vermogen
(
aandeel
van de
groep)
M
inderheids
belangen
Tot
aal
eigen
vermo
gen
Saldo op 1 januari 2
0
19
1.0
0
0
-
4
2
7
10
0
6 -
155
3 4 2
.4
74
3
.0
0
5
14
8
3
.153
Tot
aal van niet
-
gerealiseerde inkomst
en en kost
en
0 0 0 -
1
-
3
9
2 0 3
73
336 2
2
3
58
Dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2018) 0 0 0 0 0 0 0 -324 -324 0 -324
Interim dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2019) 0 0 0 0 0 0 0 -162 -162 0 -162
Dividenden van dochterondernemingen aan minderheidsbelangen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -29 -29
Bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 0 0 -
2
-
2
2 0
Wijziging in het eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 -
6
-
6
0 -
6
Eigen aandelen
Verkoop van eigen aandelen 0 3 0 0 0 0 0 2 5 0 5
Opties op aandelen
Uitoefening van opties op aandelen 0 3 0 0 0 0 0 0 3 0 3
Tot
aal t
ransact
ies met
aandeelhouders en
minderheidsbelangen
0 6 0 0 0 0 0 -
4
9
1
-
4
8
5
-
2
8
-
513
Saldo op 3
1 december 2
0
19
1.0
0
0
-
4
2
1
10
0
6 -
19
4
5 4 2
.3
56
2
.8
56
14
2
2
.9
9
8
Tot
aal van gerealiseerde en niet
-
gerealiseerde
result
at
en
0 0 0 -
2
-
14
-
13
0 56
4
53
6
8 54
3
Dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2019) 0 0 0 0 0 0 0 -323 -323 0 -323
Interim dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2020) 0 0 0 0 0 0 0 -161 -161 0 -161
Dividenden van dochterondernemingen aan minderheidsbelangen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -26 -26
Eigen aandelen
Aankoop van eigen aandelen 0 -
3
0 0 0 0 0 -
2
-
5
0 -
5
Tot
aal t
ransact
ies met
aandeelhouders en
minderheidsbelangen
0 -
3
0 0 0 0 0 -
4
8
6
-
4
8
9
-
2
6
-
515
Saldo op 3
1 december 2
0
2
0
1.0
0
0
-
4
2
3
10
0
4 -
2
0
8
-
8
3 2
.4
3
4
2
.9
0
3
12
3
3
.0
2
6

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening

Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming

De geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2020 werd goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van 25 februari 2021. Ze omvat de jaarrekening van Proximus NV, haar dochterondernemingen evenals het aandeel van de Groep in de resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode en gezamenlijke bedrijfsactiviteiten (hierna "de Groep" genoemd.)

Proximus NV is een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht die in België is geregistreerd. De omvorming van Proximus NV van een Autonoom Overheidsbedrijf naar een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht werd doorgevoerd bij koninklijk besluit van 16 december 1994. De zetel van Proximus NV is gevestigd in de Koning Albert-II-laan 27 te 1030 Brussel, België.

De Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Executief Comité evalueren de financiële prestaties en kennen de middelen toe volgens de klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende te rapporteren operationele segmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en -diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten en aan kleine bedrijven, evenals ICT-oplossingen voornamelijk op de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT- en telecomdiensten en -producten aan middelgrote en grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;
  • Carrier &Wholesale Services (CWS) verkoopt diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren;
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten;
  • Customer Unit Operations (CUO) levert aanverwante klantendiensten. Dit segment wordt intern afzonderlijk gerapporteerd, maar de directe marge is voor externe verslaggevingsdoeleinden opgenomen in het Consumentensegment;
  • Andere Business Units die intern afzonderlijk worden gerapporteerd, maar voor externe rapporteringsdoeleinden in één eenheid worden gecombineerd:
  • o De Network Unit (NBU exclusief CWS) centraliseert alle netwerk en netwerk gerelateerde IT diensten en kosten en levert diensten aan CBU, EBU en CWS;
  • o Digitale Transformatie en IT (DTI): leidt en transformeert de digitale front-end en digitale producten van Proximus en optimaliseert het IT- en volledige datalandschap van Proximus;
  • o Staff and Support (S&S) verenigt alle horizontale functies (human resources, financiën, juridische dienst, strategie en bedrijfscommunicatie), interne diensten en real estate die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

De bedrijfskosten van alle Business Units behalve ICS worden gecombineerd ten behoeve van de externe verslaglegging.

Het aantal medewerkers van de Groep (in voltijdse equivalenten) bedroeg 12.931 op 31 december 2019 en 11.423 op 31 december 2020.

Voor 2019 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 159 kaderpersoneelsleden, 11.934 bedienden en 914 arbeiders. Voor 2020 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 161 kaderpersoneelsleden, 10.667 bedienden en 716 arbeiders.

Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels

Voorbereidingsbasis

De bijgevoegde geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2020 werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS") zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de Europese Unie. De Groep opteerde niet voor een vervroegde toepassing van enige IASB-normen of interpretaties.

Wijzigingen in opname- en waarderingsregels

De Groep anticipeert niet op de toepassing van normen en interpretaties. De toegepaste opname- en waarderingsregels zijn consistent met deze van vorige boekjaren behalve voor wat betreft de toepassing door de Groep van de nieuwe of herziene IFRS-normen of interpretaties zoals goedgekeurd voor toepassing door de Europese Unie en die verplicht zijn vanaf 1 januari 2020, en welke zijn:

Nieuwe standaarden en aanpassingen aan normen:

  • Wijzigingen in verwijzingen naar het conceptueel raamwerk in IFRS-standaarden;
  • Wijzigingen in IFRS 3 Definitie van een bedrijf;
  • Wijzigingen in IAS 1 en IAS 8 Definitie van materieel;
  • Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7 Rentebenchmark Hervormingsfase 1

De toepassing van deze nieuwe en gewijzigde standaarden heeft een beperkte impact op de jaarrekening van de Groep.

Alternatieve prestatiemaatstaven

De Groep maakt gebruik van zogenoemde alternatieve prestatiemaatstaven ("APM") in de jaarrekening en toelichting. Een alternatieve prestatiemaatstaf is een financiële maatstaf van een historische of toekomstige financiële prestatie, financiële positie en kasstromen andere dan een financiële maatstaf gedefinieerd in het toepasselijke kader voor financiële verslaglegging (IFRS). Hun definities zijn opgenomen in de begrippenlijst bij de rubriek "Management Discussie" van het geconsolideerd jaarverslag. Ze worden consistent gebruikt in de tijd en wanneer een wijziging nodig is worden vergelijkbare cijfers vermeld.

Consolidatiebasis

In toelichting 8 is de lijst opgenomen van de dochterondernemingen, gezamenlijke bedrijfsactiviteiten, joint ventures en geassocieerde ondernemingen.

Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er is zeggenschap wanneer de Groep macht heeft over de deelneming, blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van zijn betrokkenheid bij de deelneming en over de mogelijkheid beschikt zijn macht te gebruiken om zijn opbrengsten te beïnvloeden.

Een dochteronderneming wordt opgenomen in de consolidatie vanaf de dag waarop zeggenschap wordt verworven over de dochteronderneming en eindigt wanneer de Groep zeggenschap verliest. Intra-groep-saldi en –verrichtingen en bijhorende nietgerealiseerde winsten of verliezen tussen ondernemingen van de Groep worden volledig geëlimineerd. Indien nodig worden de opname- en waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om ervoor te zorgen dat de geconsolideerde jaarrekening opgemaakt wordt volgens uniforme grondslagen.

Wijzigingen in het eigendomsbelang van de Groep in dochterondernemingen die niet leiden tot het verlies van zeggenschap in die dochterondernemingen worden verwerkt als eigenvermogenstransacties. Elk verschil tussen de reële waarde van de betaalde of

ontvangen vergoeding en de wijziging in de belangen zonder overheersend zeggenschap worden rechtstreeks in het eigenvermogen verwerkt en toegerekend aan de eigenaars van de onderneming.

Gezamenlijke bedrijfsactiviteiten zijn gemeenschappelijke overeenkomsten waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de overeenkomst hebben, rechten hebben op de activa, en aansprakelijk zijn voor de verplichtingen, die verband houden met de overeenkomst. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst, waarvan slechts sprake is wanneer besluiten over de relevante activiteiten unanieme instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen. Overeenkomsten waarvan de opzet en het doel zodanig zijn dat de partijen in wezen de enige bron van kasstromen zijn die bijdraagt tot de continuïteit van de activiteiten van de overeenkomst, worden opgenomen als gezamenlijke bedrijfsactiviteiten.

Wanneer de Groep deelnemer is in een gezamenlijke bedrijfsactiviteit erkent de Group zijn aandeel in de activa en verplichtingen op basis van zijn eigendomsbelang, zijn opbrengsten uit de verkoop van zijn aandeel in de productie van de gezamenlijke bedrijfsactiviteit; zijn aandeel in de opbrengsten uit de verkoop van de productie door de gezamenlijke bedrijfsactiviteit; en zijn lasten, met inbegrip van zijn aandeel in eventuele gezamenlijk aangegane lasten.

Een joint venture is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijk zeggenschap over de overeenkomst hebben, rechten hebben op de netto activa van de overeenkomst.

Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst, waarvan slechts sprake is wanneer besluiten over de relevante activiteiten unanieme instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen. Joint ventures worden opgenomen in deze geconsolideerde jaarrekeningen volgens de vermogensmutatiemethode.

Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarover de Groep een invloed van betekenis heeft, meer bepaald deelnemingen waarin Proximus de macht heeft om deel te nemen (geen zeggenschap) aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen. Deze deelnemingen worden ook opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens die methode worden de investeringen in geassocieerde deelnemingen of joint ventures aanvankelijk erkend tegen verkrijgingsprijs en vervolgens aangepast voor het aandeel van de Groep in de winst of het verlies of andere niet-gerealiseerde resultaten van de geassocieerde deelneming of de joint venture, en dit vanaf de aanschaffingsdatum. Deze investeringen en het vermogensaandeel van de resultaten voor de periode zijn respectievelijk weergegeven in de balans en de resultatenrekening als deelnemingen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures en als aandeel in de resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures.

De groep beëindigt de toepassing van de vermogensmutatiemethode op het ogenblik dat een investering geen geassocieerde onderneming of joint venture meer is, of wanneer de investering wordt opgenomen als aangehouden voor verkoop. Wanneer de Groep een belang blijft aanhouden in de vroegere geassocieerde onderneming of joint venture is het belang een financieel actief. De Groep waardeert het overblijvende belang aan reële waarde op die datum en de reële waarde wordt beschouwd als de reële waarde bij initiële erkenning in overeenstemming met IFRS 9. Het verschil tussen enerzijds de boekwaarde van de geassocieerde deelneming of joint venture op de datum waarop de toepassing van de vermogensmutatiemethode wordt beëindigd en anderzijds de reële waarde van een eventueel aangehouden belang en eventuele opbrengsten uit de vervreemding van een deel van het belang in de geassocieerde deelneming of joint venture wordt opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies bij afstoting van de geassocieerde deelneming of joint venture.

De Groep blijft de vermogensmutatiemethode toepassen wanneer een investering in een geassocieerde onderneming een joint venture wordt of wanneer een investering in een joint venture een investering in een geassocieerde onderneming wordt. In dergelijk geval van wijziging in eigendomsbelang gebeurt er geen herberekening aan reële waarde.

Bedrijfscombinaties

Verwerving van bedrijven wordt verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen vergoeding wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waarden van de overgedragen activa op overnamedatum, de aangegane verplichtingen jegens voormalige eigenaars van de overgenomen partij en de door de overnemende partij uitgegeven aandelenbelangen in ruil voor zeggenschap over de overgenomen partij. De aan de overname gerelateerde kosten worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen. Op overnamedatum worden de verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen gewaardeerd aan hun reële waarde op die datum, en deze inclusief de reële waardering van de niet-erkende activa en verplichtingen in de balans van de overgenomen partij welke hoofdzakelijk klantenbestanden en merknamen omvatten.

Belangen zonder overheersende zeggenschap ('minderheidsbelangen') kunnen initieel gewaardeerd worden tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de identificeerbare netto-activa van de overgenomen partij. De keuze van het waarderingsprincipe wordt transactie per transactie bepaald.

Beoordelingen en schattingen

Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening dient het management beoordelingen en schattingen te maken die een impact hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Beoordelingen en schattingen die gemaakt worden op elke rapporteringsdatum weerspiegelen de omstandigheden die bestonden op die datum (zoals marktprijs, intrestvoeten en wisselkoersen, alsook bestaande boekhoudkundige regels en advies in domeinen waar er weinig gezaghebbende literatuur voor handen is). Hoewel het management deze schattingen baseert op haar beste kennis van de huidige gebeurtenissen en van de acties die de Groep zou kunnen ondernemen, kunnen werkelijke resultaten afwijken van deze schattingen.

De belangrijkste gevolgen van Covid-19 voor de Proximus Groep worden toegelicht in de hoofdstukken "Bespreking en analyse van de financiële resultaten door het management" en "Risicobeheer" van het Geconsolideerd Jaarverslag. Proximus heeft opnieuw geëvalueerd in welke mate, naast andere feiten, de hoge mate van onzekerheid en eventuele plotse veranderingen in de economische vooruitzichten op korte termijn naar verwachting zullen leiden tot gevolgen voor de Groep. Zij concludeerde dat COVID-19 een beperkte impact heeft op de hieronder vermelde significante beoordelingen en ramingen en dat in het kader van deze oefening geen nieuwe beoordelingen en ramingen werden geïdentificeerd.

Kritische beoordelingen bij het toepassen van de waarderingsregels van de Groep

Hieronder volgen de kritische beoordelingen die de bestuurders hebben gemaakt, naast de schattingen (die hieronder afzonderlijk worden gepresenteerd), bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep en die het meest significant effect hebben op de bedragen die in de jaarrekening zijn opgenomen.

Opbrengsterkenning volgens IFRS 15

In IFRS 15 wordt de transactieprijs toegewezen aan de aan de klant geleverde goederen of diensten op basis van de relatieve opzichzelfstaande verkoopprijs. Beoordeling is vereist bij het bepalen van deze opzichzelfstaande verkoopprijs en de transactieprijs rekening houdend met de contractduur.

Bepaling van de contractduur

Bij de bepaling van de contractduur heeft de Groep rekening gehouden met de contractuele periode waarin de partijen in het contract afdwingbare rechten en verplichtingen hebben. Een contract heeft een duur wanneer het een substantiële beëindigingsvergoeding bevat. De duur loopt tot de beëindigingsvergoeding niet meer verschuldigd is. Indien er geen materiële beëindigingsclausule is, heeft de Groep geconcludeerd dat het contract geen duur heeft (d.w.z. contracten van onbepaalde duur).

Bepalen van de opzichzelfstaande verkoopprijs

In situaties waarin de opzichzelfstaande verkoopprijs niet direct waarneembaar is, beoordeelt de Groep deze aan de hand van alle informatie (met inbegrip van de marktomstandigheden, Proximus-specifieke factoren en informatie over de klant of klantengroep) die redelijkerwijs voor hem beschikbaar is. Deze situatie doet zich voornamelijk voor in de context van gecombineerde offertes met gesubsidieerde toestellen, waarvoor een cost plus-methode wordt toegepast op één van de componenten. Kortingen die worden toegekend omdat een klant een contract heeft afgesloten, worden toegewezen aan alle prestatieverplichtingen die aanleiding geven tot het toekennen van de korting.

Identificatie van de prestatieverplichtingen

De identificatie van de prestatieverplichtingen vereist beoordeling en een grondig begrip van de beloftes opgenomen in het contract en de samenhang tussen deze beloftes.

Leaseovereenkomsten onder IFRS 16

Bepalen of een contract een leaseovereenkomst bevat

IFRS 16 definieert een lease als een contract of deel van een contract dat in ruil voor een vergoeding het recht verleent gedurende een bepaalde periode de zeggenschap over het gebruik van een geïdentificeerd actief uit te oefenen. Voor sommige contracten is een aanzienlijke mate van beoordeling nodig om te bepalen of een contract het recht geeft een actief te gebruiken dan wel of het een contract is voor een dienst die met behulp van dat actief wordt verleend.

De leaseperiode

Wanneer de Groep als lessee optreedt bestaat de leaseperiode uit de niet-opzegbare periode van de leaseovereenkomst, samen met de perioden die onder een optie tot verlenging van de leaseovereenkomst vallen indien het redelijk zeker is dat de Group deze optie zal uitoefenen en de perioden die onder de optie tot beëindiging van de leaseovereenkomst vallen indien het redelijk zeker is dat de Groep deze optie niet zal uitoefenen.

Bij het beoordelen of het redelijk zeker is dat deze opties al dan niet zullen worden uitgeoefend, is een beoordeling vereist, welke rekening houdt met alle feiten en omstandigheden die een economische incentive vormen om een verlengings- of beëindigingsoptie uit te oefenen. De beoordeling wordt herzien als zich een belangrijke gebeurtenis of een belangrijke wijziging in de omstandigheden voordoet die van invloed is op deze beoordeling.

Functionele valuta van de entiteiten van de Groep.

De individuele jaarrekening van iedere entiteit binnen de Groep worden opgemaakt in de valuta van de voornaamste economische omgeving waarin de entiteit actief is. Managementbeoordeling is nodig om te bepalen welke functionele valuta het meest getrouw de economische effecten weergeeft van de onderliggende transacties, gebeurtenissen en voorwaarden. Volgens het huidig oordeel van het management is de US dollar de functionele valuta van Telesign, de Amerikaanse 100% dochteronderneming van Belgacom International Carrier Services NV/SA.

Zeggenschap over BICS

Zoals beschreven in toelichting 8 is BICS een dochteronderneming van de Groep via het aangehouden belang van 57,6% van de aandelen en 57,6% van de stemrechten.

De aandeelhoudersovereenkomst van BICS voorziet in besluitvormingsregels en een "deadlock" procedure van kracht vanaf 1 januari 2010. Deze regels en procedures deden de Groep in het verleden besluiten dat het zeggenschap had over BICS. Deze conclusie blijft geldig onder toepassing van IFRS 10 "De geconsolideerde jaarrekening" (effectief op 1 januari 2014), zelfs rekening houdend met potentiële belemmeringen voor het uitoefenen van zeggenschap over BICS.

Winstbelastingen

Op 11 januari 2016 kondigde de Europese Commissie zijn beslissing aan dat de Belgische rulings, toegestaan aan multinationals inzake "Excess Profit", als illegale staatsteun worden beschouwd. BICS heeft dergelijke ruling toegepast voor de periode 2010-2014. BICS heeft de terugvorderingsaanslag van de vermeende staatssteun betaald.

Bovendien hebben BICS en de Belgische staat beroep aangetekend voor het Europees Gerecht tegen de beslissing van de Europese Commissie. Het Gerecht van de EU heeft in zijn arrest van 14 februari 2019 de Belgische Staat in het gelijk gesteld tegen de Europese Commissie op grond van het argument dat er geen sprake is van een "staatssteunregeling". De Europese Commissie heeft op 24 april 2019 beroep aangetekend bij het Europese Hof van Justitie (EHJ) tegen deze beslissing. Daarnaast heeft de Europese Commissie op 16 september 2019 een afzonderlijk, diepgaand onderzoek ingesteld naar 39 excess profit rulings inclusief de excess profit ruling toegekend aan BICS. De individuele besluiten tot inleiding van de procedure werden uiteindelijk op 31 augustus 2020 bekendgemaakt. BICS diende haar opmerkingen bij de Commissie in op 29 september 2020.Het management meent dat de positie zoals opgenomen in deze jaarrekening de beste schatting weergeeft van het verwachte finale resultaat.

Schattingsonzekerheden

Claims en voorwaardelijke verplichtingen (zie toelichting 34)

Voor claims en voorwaardelijke verplichtingen is beoordeling vereist over het bestaan van een verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis uit het verleden, het bepalen van de waarschijnlijkheid van een economische uitstroom, en van het kwantificeren van deze waarschijnlijke uitstroom van economische middelen. Deze inschatting wordt herzien wanneer nieuwe informatie beschikbaar is en met behulp van advies van externe experten.

Realiseerbare waarde van kasstroom genererende eenheden met goodwill

In toelichting 3 (Goodwill) worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn bij het testen op bijzondere waardeverminderingen, voor het bepalen van de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheden met goodwill.

Actuariële veronderstellingen betreffende de waardering van de verplichtingen voor personeelsbeloningen en fondsbeleggingen

De Groep heeft verschillende personeelsbeloningsplannen zoals pensioenplannen, andere plannen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen. In toelichting 11 (Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen) worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn bij de waardering van de verplichting, de fondsbeleggingen en de netto kost over de periode.

Omrekening van vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden erkend in de functionele munt bij initiële opname, omgerekend aan de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde munt worden op balansdatum in de functionele valuta van de entiteit omgerekend aan de slotkoers van die dag. Netto wisselkoersverschillen bij de omrekening van monetaire activa en passiva worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Buitenlandse activiteiten

Sommige buitenlandse dochterondernemingen werkzaam in niet euro landen worden beschouwd als buitenlandse activiteiten die integraal deel uitmaken van de activiteiten van de rapporterende onderneming. Hierbij worden de monetaire activa en passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers; niet-monetaire activa en passiva worden omgerekend tegen de historische koers, uitgezonderd niet-monetaire activa die in de lokale munt aan reële waarde gewaardeerd zijn. Deze laatste worden omgerekend aan de wisselkoers op het moment dat de reële waarde bepaald werd.

De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden in het resultaat opgenomen onder "non workforce kosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Voor andere buitenlandse dochterondernemingen werkzaam in niet eurolanden, worden de activa en de passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden rechtstreeks in een afzonderlijke component van het eigen vermogen geboekt. Bij de verkoop van dergelijke entiteit wordt het cumulatieve bedrag dat in het eigen vermogen genomen werd en betrekking heeft op deze specifieke buitenlandse operatie in resultaat genomen.

Goodwill

Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang, indien toepasselijk, de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven via bedrijfscombinaties overschrijdt. Wanneer de Groep zeggenschap verwerft, wordt enig voorheen aangehouden belang in de overgenomen partij geherwaardeerd naar reële waarde via de resultatenrekening.

Wanneer de netto reële waarde, na herbeoordeling van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven in een bedrijfscombinatie, de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang overtreft, wordt deze meerwaarde onmiddellijk erkend in de resultatenrekening als winst uit een 'voordelige koop'.

Veranderingen in de voorwaardelijke vergoeding die deel uitmaakt van de overgedragen vergoeding worden aangepast ten opzichte van goodwill, indien deze zich voordoen tijdens de voorwaardelijke aankoopprijstoewijzingsperiode en indien ze verband houden met feiten en omstandigheden die bestonden op datum van overname. In de andere gevallen, afhankelijk van het al dan niet classificeren van de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen of niet, worden de aanpassingen via eigen vermogen of via de resultatenrekening opgenomen.

Aankoopkosten worden in kosten opgenomen en belangen zonder overheersende zeggenschap ('minderheidsbelangen') worden berekend op overnamedatum, ofwel aan hun reële waarde, ofwel aan hun proportioneel deel in de identificeerbare activa en schulden van de overgenomen partij, en dit op een transactie-per-transactie basis.

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs en wordt niet afgeschreven maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid alsook telkens wanneer er een aanwijzing is dat de kasstroomgenererende eenheid aan wie de goodwill werd toegewezen een bijzondere waardevermindering zou kunnen hebben ondergaan. Een erkend bijzondere waardeverminderingsverlies op goodwill wordt nooit teruggenomen in de volgende periodes, zelfs indien er aanwijzingen zijn dat de bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of verminderd zou kunnen zijn.

Goodwill wordt uitgedrukt in de valuta van de dochteronderneming waarop deze betrekking heeft en wordt omgerekend naar EUR aan slotkoers.

Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

De immateriële vaste activa bestaan hoofdzakelijk uit de Global System for Mobile Communications ("GSM")-licentie, de Universal Mobile Telecommunications Systems ("UMTS")-licentie, 4G-licenties, merknamen, patenten en klantenbestanden verworven via bedrijfscombinaties, intern ontwikkelde software en andere immateriële vaste activa zoals voetbalrechten, uitzendrechten en extern ontwikkelde software.

De Groep activeert bepaalde uitgaven gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling of de aankoop van software voor intern gebruik indien zij identificeerbaar zijn, indien de Groep zeggenschap heeft over de activa en indien de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. De geactiveerde kosten voor software zijn opgenomen als intern gegenereerde en andere immateriële vaste activa en worden afgeschreven over drie tot vijf jaar.

De waarderingsregels van Proximus voorzien dat de uitzendrechten van sportseizoenen worden gekapitaliseerd als immateriële activa bij het begin van elk nieuw seizoen, aangezien op dat moment de licentie beschikbaar wordt voor uitzending in de ether. Toekomstige betalingsverplichtingen met betrekking tot toekomstige seizoenen worden in de toelichting vermeld als contractuele verplichtingen (zie toelichting 34). De onderneming blijft de desbetreffende boekhoudkundige regels en richtlijnen opvolgen in dit domein waarvoor er beperkte gezaghebbende literatuur bestaat.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur die afzonderlijk zijn verworven worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs. Alleen het vaste deel van de vergoeding wordt geactiveerd, behalve voor immateriële activa tegen een in de tijd wijzigende prijsstructuur. Voor deze activa wordt zowel de vaste als de geschatte variabele vergoeding geactiveerd op de overnamedatum. Wanneer vervolgens de boekwaarde van de financiële schuld herberekend wordt, wordt de kostprijs van het actief aangepast. De kostprijs van immateriële vaste activa verworven bij een bedrijfscombinatie is de reële waarde op overnamedatum.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De restwaarde van zulke immateriële vaste activa wordt verondersteld nul te zijn.

Merknamen en klantenbestanden verworven in bedrijfscombinaties worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur (3 tot 20 jaar). Behalve wanneer het gebruik van een actief beperkt is in tijd, om contractuele redenen of gegeven het verwachte gebruik door het management, wordt de gebruiksduur bepaald op aanschaffingsdatum, op individuele basis per actief, zodanig dat de verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen die door het actief in kwestie gegenereerd worden gedurende zijn gebruiksduur, ongeveer 90% vertegenwoordigen van de totaal verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen.

GSM-, UMTS- en 4G licenties, andere immateriële vaste activa en intern gegeneerde activa met beperkte gebruiksduur worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur. De afschrijving begint zodra het immaterieel vast actief beschikbaar is voor beoogd gebruik. De gebruiksduur van licenties zijn vastgelegd bij Koninklijk Besluit en variëren van 5 tot 20 jaar.

De gebruiksduur werd als volgt bepaald:

Gebruiksduur (jaren)
GSM, UMTS, 4G en andere netwerklicenties
GSM (2G)
UMTS (3G)
LTE (4G)
800 Mhz (4G)
volgens licentieduur
5 tot 6
16
15
20
Via een bedrijfscombinatie verworven merknamen,
klantenbestanden, patenten en software
3 tot 20
Software
Uitzendrechten voor sportseizoenen
Gebruiksrechten en andere uitzendrechten
5
Over de duur van het seizoen
Over de contractduur
(meestal van 2 tot 5)

De afschrijvingsperiode en de afschrijvingsmethode voor immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden minstens aan het einde van elk boekjaar herzien. Veranderingen in de voorziene gebruiksduur of in het voorziene patroon van toekomstige economische voordelen vervat in het actief, worden verrekend door de afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethode te veranderen. Deze worden behandeld als wijzigingen van de boekhoudkundige schattingen.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa, inclusief aan derden verhuurde activa als operationele lease, worden gepresenteerd volgens hun aard en worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kosten voor de uitbreidingen of substantiële verbeteringen van de materiële vaste activa worden geactiveerd. De onderhouds- en herstellingskosten voor materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten indien ze de gebruiksduur van het actief niet verlengen of wanneer het toekomstig economische nut niet beduidend verhoogd wordt. De kostprijs van materiële vaste activa bevat de kosten voor hun ontmanteling, verwijdering en herstelling, indien de Groep hiervoor een verplichting heeft ten gevolge van de installatie van het actief.

Een element dat tot de materiële vaste activa hoort wordt niet langer op de balans opgenomen na vervreemding of wanneer er geen economische voordelen meer te verwachten zijn van het gebruik of de vervreemding van het actief. Een eventuele winst of verlies voortvloeiend uit het niet meer opnemen van het actief (berekend als het verschil tussen de geschatte netto-opbrengst en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de resultatenrekening van het jaar waarin het actief niet langer wordt opgenomen.

De afschrijving van een actief start zodra het klaar is voor zijn beoogd gebruik. De afschrijvingen worden lineair berekend over de geraamde gebruiksduur van het actief.

De gebruiksduur wordt als volgt bepaald:

Gebruiksduur (jaren)
Terreinen en gebouwen
Terreinen
Gebouwen en uitrustingen in gebouwen
Faciliteiten in gebouwen
Werken in gehuurde gebouwen en reclame uitrustingen
onbeperkt
22 tot 33
3 tot 10
3 tot 10
Technische en netwerkuitrustingen
Kabels en buizen
Centrales
Transmissie
Radio Toegang Network
Mobiele sites en uitrusting voor faciliteiten in sites
Uitrustingen geïnstalleerd in de gebouwen van de klant
Data en andere netwerkuitrustingen
15 tot 20
8 tot 10
6 tot 8
6 tot 7
5 tot 10
2 tot 8
2 tot 15
Meubilair en voertuigen
Meubilair en kantooruitrusting
Voertuigen
3 tot 10
5 tot 10

De restwaarden, gebruiksduur en afschrijvingsmethoden van activa worden aan het eind van elk boekjaar herzien en aangepast indien nodig.

Kosten van verkochte materialen en diensten, workforce- en non-workforcekosten worden weergegeven in de resultatenrekening na aftrek van de werkzaamheden uitgevoerd en geactiveerd door de onderneming voor de uitbouw van materiële vaste activa.

Financieringskosten worden geactiveerd indien zij rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief.

Contractkosten

Contractkosten die in aanmerking komen voor activering als bijkomende kosten voor het verkrijgen van een contract, omvatten commissie betaald aan dealers met betrekking tot post-paid contracten. Contractkosten worden opgenomen als langtermijnactiva, gezien de economische voordelen verbonden aan deze activa naar verwachting in de periode langer dan twaalf maanden zullen worden ontvangen.

Contractkosten met betrekking tot post-paid contracten worden systematisch uitgesteld op een basis die consistent is met de overdracht van de diensten aan de klant, zijnde het tijdstip waarop de gerelateerde opbrengsten worden erkend. De Groep gebruikte een portfolio-methode voor de verwerking van de contractkosten. Contractkosten voor het CBU segment worden overgedragen over drie jaar en voor het EBU segment over 5 jaar.

Alle andere commissies worden in kosten genomen op het moment dat ze worden gemaakt.

Bijzondere waardeverminderingen van niet-financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of de niet-financiële activa geen tekenen van bijzondere waardevermindering vertonen.

De Groep vergelijkt minstens één keer per jaar de boekwaarde met de geschatte realiseerbare waarde van immateriële vaste activa in aanbouw en kasstroom genererende eenheden die goodwill omvatten. De Groep voert deze jaarlijkse bijzondere waardeverminderingstest uit tijdens het vierde kwartaal van het jaar.

Er wordt een bijzondere waardevermindering erkend wanneer de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de geraamde realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde van een actief is de hoogste waarde tussen de reële waarde van een actief of een kasstroomgenererende eenheid na aftrek van de verkoopkosten en de bedrijfswaarde voor de Groep.

Bij de bepaling van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen geactualiseerd, waarbij een disconteringsvoet vóór belasting wordt toegepast die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld en de specifieke risico's van het actief of de kasstroomgenererende eenheid.

Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten. Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een voorheen opgenomen bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of is afgenomen. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde geschat. Een voorheen erkende bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen indien er een wijziging is opgetreden in de schattingen die worden gebruikt ter bepaling van de realiseerbare waarde van het actief sinds de laatste bijzondere waardevermindering werd erkend. Indien dit het geval is worden de bijzondere waardeverminderingen op activa andere dan goodwill teruggenomen teneinde de boekwaarde van het actief te verhogen naar de realiseerbare waarde. Dit verhoogde bedrag kan niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bekomen (na aftrek van afschrijvingen) indien in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn opgenomen. Deze terugname wordt erkend als bedrijfskosten in de resultatenrekening.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden geboekt voor de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en passiva in de geconsolideerde balans en hun respectievelijke belastbare basis.

Uitgestelde belastingvorderingen verbonden aan verrekenbare tijdelijke verschillen en niet-gebruikte overgedragen belastingverliezen worden opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn waarmee het verrekenbare tijdelijke verschil of de niet-gebruikte belastingverliezen kunnen worden verrekend.

De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen wordt bij iedere balansdatum opnieuw beoordeeld en wordt verminderd in die mate dat het niet waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winst zal toelaten de belastingvordering geheel of gedeeltelijk te realiseren. Niet erkende belastingvorderingen worden op iedere balansdatum herschat en worden erkend in die mate dat het waarschijnlijk geworden is dat de toekomstige belastbare winst de realisatie van de belastingvordering mogelijk zal maken.

Uitgestelde belastingvorderingen en –schulden worden berekend tegen de aanslagvoeten die naar verwachting zullen worden toegepast in de periode waarin het actief zal worden gerealiseerd of het passief zal worden afgewikkeld; op basis van de aanslagvoeten (en belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten op balansdatum.

Wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen worden erkend in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen; in dit geval zal de belastingsimpact ook rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen.

Pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep beheert verschillende toegezegdpensioenregelingen waarvoor bijdragen worden gestort in afzonderlijk beheerde fondsen. De Groep is eveneens overeengekomen om bijkomende vergoedingen na uitdiensttreding uit te keren aan bepaalde personeelsleden. De kost voor het verstrekken van de beloningen voorzien in de plannen wordt voor elk plan afzonderlijk bepaald gebruikmakend van de actuariële 'Projected Unit Credit'-waarderingsmethode. De actuariële winsten en verliezen worden opgenomen via gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (eigen vermogen). Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst of verlies op regelingen worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen.

Bij het toepassen van de herziene IAS 19 norm heeft de Groep beslist om de periodieke kost te presenteren als operationele en financiële activiteit voor hun respectievelijke componenten.

De Groep beheert ook verschillende toegezegdbijdrageregelingen. Voor plannen met een gewaarborgd minimumrendement heeft het management, de "Projected Unit Credit" waarderingsmethode toegepast.

De gebruikte disconteringsvoet voor het berekenen van de huidige waarde van de regelingen weerspiegelt het rendement van hoogwaardige ondernemingsobligaties. Om de onderfinanciering te bepalen wordt de vergelijking gemaakt met de fondsbeleggingen.

De Groep voert verschillende herstructureringsplannen uit die beëindigingsvoordelen en andere vormen van bijkomende voordelen inhouden. Vrijwillige beëindigingsvoordelen om personeelsleden te stimuleren het dienstverband te beëindigen worden erkend wanneer de personeelsleden het aanbod van die voordelen aanvaarden. Niet-vrijwillige beëindigingsvoordelen worden erkend wanneer de Groep het beëindigingsplan gecommuniceerd heeft aan de betrokken personeelsleden en indien het plan beantwoordt aan specifieke criteria.

Voordelen, verleend onder voorwaarde van het verderzetten van het dienstverband zijn geen beëindigingsvoordelen maar zijn langetermijnpersoneelsbeloningen. De schuld voor deze voordelen wordt erkend over de duur van de toekomstige prestaties.

De actuariële winsten en verliezen op de schulden voor herstructureringsprogramma's worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden

De kost van alle korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden, zoals lonen en salarissen, betaald verlof, bonussen, medische interventies en andere worden opgenomen gedurende de periode waarin het personeelslid de desbetreffende dienst verleent. De Groep neemt deze kosten enkel op indien zij wettelijk of feitelijk verplicht is om een dergelijke betaling te doen en indien er een betrouwbare raming van de schuld kan worden gemaakt.

Financiële instrumenten

Classificatie

De Groep presenteert de financiële activa in volgende categorieën:

  • reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies ("FVTPL"); of
  • reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in het totaalresultaat ("FVOCI"); of
  • afgeschreven kostprijs.

De Groep presenteert de financiële verplichtingen in volgende categorieën:

  • reële waarde met verwerking in winst of verlies ("FVTPL"); of
  • afgeschreven kostprijs.

Financiële activa

De Groep bepaalt de classificatie van de financiële activa op het moment van initiële erkenning. Deze classificatie is gedreven door het business model van de Groep voor het beheren van financiële activa ('aangehouden om te ontvangen', 'aangehouden om te ontvangen en te verkopen' en 'andere') en de contractuele cash flow karakteristieken (kasstromen die uitsluitend aflossingen en rentebetalingen op het uitstaande hoofdsombedrag betreffen ("SPPI" test).

Indien een niet-eigenvermogen financieel actief niet voldoet aan de SPPI test, classificeert de Groep het tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (FVTPL).

Als het de SPPI-test doorstaat, wordt het geclassificeerd tegen afgeschreven kostprijs als aan de 'hold to collect' business modeltest is voldaan, of tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in het totaalresultaat (FVTOCI) als aan de 'hold to collect and sell' business modeltest is voldaan.

Voor andere financiële activa dan belangen in dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures maakt de Groep bij de eerste opname een onherroepelijke keuze (per instrument) om ze aan te wijzen als FVTOCI of FVTPL.

Eigenvermogensinstrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden worden steeds toegewezen als FVTPL.

Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen worden opgenomen aan afgeschreven kostprijs tenzij deze dienen opgenomen te worden als FVTPL (zoals instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden of derivaten) of wanneer de groep ervoor heeft gekozen om ze te presenteren als FVTPL.

Waardering

Financiële activa aan FVTOCI

Investeringen in eigenvermogensinstrumenten aangewezen als FVTOCI worden initieel opgenomen tegen reële waarde plus direct toerekenbare transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij winsten en verliezen als gevolg van wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, zonder verdere verwerking in de winst- en verliesrekening.

Bij afstoting of afwikkeling worden cumulatieve herwaarderingen op FVTOCI geboekte eigenvermogensinstrumenten geherclassificeerd van niet-gerealiseerde resultaten naar overgedragen resultaat.

De Groep heeft geen andere beleggingen gewaardeerd aan FVTOCI.

Inkomsten van dividenden worden erkend in de winst en verliesrekening.

Financiële activa en verplichtingen worden erkend aan de afgeschreven kostprijs.

Financiële activa, andere dan handelsvorderingen, en passiva tegen afgeschreven kostprijs worden initieel opgenomen tegen reële waarde plus of minus direct toerekenbare transactiekosten. Handelsvorderingen worden gewaardeerd tegen de transactieprijs indien de handelsvorderingen geen belangrijke financieringscomponent bevatten.

Deze financiële instrumenten worden vervolgens gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien van toepassing.

Financiële activa en verplichtingen aan FVTPL

Financiële activa en verplichting opgenomen aan FVTPL worden initieel erkend aan reële waarde en de transactiekosten worden opgenomen in de kosten. Gerealiseerde en niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit wijzigingen in de reële waarde van financiële activa en verplichtingen worden opgenomen in het geconsolideerde netto winst/verlies van de periode. De Groep heeft geen financiële verplichtingen aangewezen als FVTPL andere dan derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden. Derivaten worden gewaardeerd aan FVTPL.

Te verwachten kredietverliezen

De groep past het toekomstgerichte verwachte kredietverliesmodel (ECL model) toe.

Het ECL model houdt rekening met alle verliezen die het gevolg zijn van alle mogelijke gevallen van wanbetalingen gedurende de verwachte looptijd van het financieel instrument (verwachte kredietverliezen gedurende de looptijd van het instrument) of die het

gevolg zijn van mogelijke gevallen van wanbetaling gedurende de komende 12 maanden (verwachte kredietverliezen over 12 maanden) afhankelijk van de vraag of het kredietrisico van het financieel actief sinds de eerste opname aanzienlijk is toegenomen (het algemeen ECL model).

Proximus erkent een voorziening voor verwachte kredietverliezen voor financiële activa die worden opgenomen aan afgeschreven kostprijs. Dit wordt ook toegepast voor contractactiva die ontstaan uit de toepassing van IFRS 15 en leasevorderingen, zelfs indien deze activa niet worden opgenomen als financiële activa.

Op iedere verslagdatum meet de Groep de voorziening voor deze activa.

De Groep heeft beperkte handelsvorderingen met een financieringscomponent. De Groep past een vereenvoudigde methode toe en meet de voorziening voor verliezen op handelsvorderingen, ongeacht of ze individueel of collectief worden beoordeeld, op basis van alle redelijke en gefundeerde informatie met inbegrip van toekomstgerichte informatie.

Voor CBU en EBU klantenvorderingen is de betalingsachterstand ten opzichte van de contractuele vervaldagen en de status van de gerechtelijke stappen die zijn ondernomen om de verschuldigde vorderingen te innen, de belangrijkste informatie die in aanmerking wordt genomen om te beoordelen of het kredietrisico aanzienlijk is toegenomen sinds de eerste opname. Er wordt een provisiematrix gebruikt.

Voor het ICS segment houdt de Groep rekening met de ervaringen uit het verleden en met redelijke en onderbouwde informatie over de verwachtingen voor de toekomst om voorzieningspercentages op individuele basis vast te stellen.

In het bijzonder worden volgende indicatoren in overweging genomen:

  • Bestaande of verwachte significante verslechtering van de credit rating (extern of intern) van klanten;
  • significante verslechtering van het landenrisico (waarin de klant actief is);
  • bestaande of verwachte negatieve wijzigingen in de business, financieel of economische condities dewelke een significante invloed zouden hebben op de mogelijkheid van de klant om te kunnen voldoen aan de schuldverplichtingen;
  • Bestaande of verwachte significante verslechtering van de operationele resultaten van de klant;
  • Bestaande of verwachte significante negatieve wijzigingen in het regelgevend, economisch of technologisch kader waarin de klant actief is welk een negatieve impact hebben op de mogelijkheid van de klant om te kunnen voldoen aan de schuldverplichtingen.

Dezelfde methodiek wordt gebruikt voor contractactiva.

Voor financiële activa opgenomen aan geamortiseerde kosten, contractactiva en leasevorderingen worden voorzieningen en waardevermindering erkend in de winst en verliesrekening.

De Groep schrijft een financieel actief af indien informatie aangeeft dat de schuldenaar in aanzienlijke financiële moeilijkheden verkeert en dat er geen realistisch vooruitzicht is tot herstel, zoals bijvoorbeeld als hij in vereffening is gesteld of in staat van faillissement verkeert of, ingeval van handelsvorderingen wanneer de bedragen geacht worden niet invorderbaar te zijn door een externe invorderingsinstantie, afhankelijk van wat zich het eerst voordoet. Afgeschreven financiële activa kunnen nog steeds het voorwerp uitmaken van terugvorderingsprocedures door de Groep, rekening houdend met juridisch advies. Teruggevorderde bedragen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Criteria voor de initiële opname en het niet meer opnemen van financiële activa en passiva

De financiële instrumenten worden initieel opgenomen wanneer de Groep de contractuele bepalingen van de instrumenten onderschrijft. "Regular way" (spot) aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de afwikkelingsdatum.

Financiële activa (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen wanneer de rechten op de vergoedingen, bepaald in het contract, aflopen. Voor beleggingen in eigenvermogensinstrumenten wordt de gecumuleerde aanpassing aan reële waarde van het totaalresultaat (OCI) (bij het niet langer opnemen in het overzicht van de financiële positie) overgebracht naar het overgedragen resultaat.

Financiële passiva (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen wanneer aan de verplichting bepaald in het contract is voldaan, deze wordt ingetrokken of geannuleerd. Het verschil tussen de boekwaarde (bepaald op de datum van verwijdering uit het overzicht van de financiële positie) en de betaalde of nog te betalen vergoeding (vermeerderd met elk nieuw verkregen actief en verminderd met elke nieuw aangegane verplichting) wordt in winst of verlies opgenomen.

Reële waarde van financiële instrumenten

Volgende methodes en onderstellingen werden gebruikt om de reële waarde van de financiële instrumenten in te schatten:

  • Voor beleggingen in eigenvermogensinstrumenten in beursgenoteerde bedrijven en beleggingsfondsen, is de reële waarde de genoteerde prijs;
  • Beleggingen in niet beursgenoteerde bedrijven worden gewaardeerd aan reële waarde. Voor ondernemingen andere dan start-ups, wordt reële waarde geschat op basis van recente verkooptransacties, en indien er geen dergelijke transacties hebben plaatsgevonden, door andere waarderingstechnieken te gebruiken zoals modellen op basis van toekomstige kasstromen en veelvouden;
  • Voor langetermijnschulden met een variabele rentevoet, wordt verondersteld dat de afgeschreven kostprijs een goede benadering is voor de reële waarde;
  • Voor langetermijnschulden met een vaste interestvoet wordt de reële waarde ingeschat op basis van de marktwaarde (indien beschikbaar), zo niet wordt deze gebaseerd op verdisconteerde toekomstige kasstromen.
  • Voor derivaten wordt de reële waarde geschat op basis van de genoteerde prijs op een actieve markt of, indien deze niet beschikbaar is, door het toepassen van verschillende waarderingsmethodes, in het bijzonder verdisconteerde kasstromen.

Criteria voor de saldering van financiële activa en passiva

Indien er een wettelijk afdwingbaar compensatierecht bestaat voor opgenomen financiële activa en passiva en de intentie aanwezig is om het passief af te wikkelen en het actief tegelijk ten gelde te maken of op netto basis af te wikkelen, worden alle financiële gevolgen gecompenseerd.

Handelsvorderingen

Handelsvorderingen worden in de balans opgenomen tegen contractprijs en daarna op basis van geamortiseerde kost (SPPI Model wordt toegepast) min de voorziening voor de te verwachten kredietverliezen.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, lopende bankrekeningen en beleggingen met een initiële looptijd van minder dan drie maanden, die zeer liquide zijn, onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardevermindering in zich dragen. Geldmiddelen en kasequivalenten worden geboekt tegen de afgeschreven kostprijs.

Rentedragende schulden

Alle kredieten en leningen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, die meestal overeenkomt met de reële waarde van de ontvangen vergoeding na aftrek van de uitgiftekosten verbonden aan de leningen.

Na de initiële opname worden de niet-afgedekte schulden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieve-rente methode met afschrijving van verdiscontering of premies in de resultatenrekening.

Derivaten

De Groep heeft geen derivaten (en geeft er ook geen uit) voor handelsdoeleinden, maar sommige van haar derivaatcontracten beantwoorden niet aan de criteria van IAS 39 om als hedge-accounting te worden verwerkt. Ze worden daarom erkend als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden. Wijzigingen in hun reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals IRCS, rentetermijncontracten en valutaopties om haar risico's verbonden aan schommelingen in vreemde valuta voor onderliggende activa, passiva en toekomstige transacties in te perken. De derivaten worden tegen reële waarde erkend onder volgende rubrieken: andere activa (lange en korte termijn), rentedragende schulden (lange en korte termijn) en andere schulden (lange en korte termijn).

Een IRCS wordt gebruikt om het groepsrisico van schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta op een langetermijnschuld in JPY in te perken. De Groep past hiervoor geen hedge accounting toe.

Deze langetermijnschuld in JPY omvat een in een contract besloten derivaat. Dergelijk derivaat wordt gescheiden van het basiscontract en geboekt tegen de reële waarde waarbij wijzigingen in de reële waarde in de resultatenrekening opgenomen worden. De mark-tomarketaanpassingen voor dit derivaat wordt gecompenseerd door deze op de IRCS.

De Groep maakte gebruik van renteswaps om het risico op renteschommelingen af te dekken tussen de aanvangsdatum van de afdekking en de uitgiftedatum van zeer waarschijnlijke langetermijnschulden aan vaste rente. Het effectieve gedeelte van de wijzigingen in reële waarde van afdekkingsinstrumenten die aangemerkt zijn in een kasstroomafdekking wordt erkend in de niet-gerealiseerde resultaten en achtereenvolgens geherclassificeerd naar de resultatenrekening in dezelfde periode als het afgedekte item.

Sinds september 2011 is de Groep gestart met het afsluiten van derivaten (termijnwisselcontracten) voor het indekken van de risico's op wisselkoersschommelingen van zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties. De Groep verwerkt de kasstroomafdekking administratief als volgt: het deel van de winst of het verlies op het afdekkingsinstrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking is, wordt in het totaalresultaat genomen tot het afgedekte feit zich voordoet. Indien de afgedekte transactie leidt tot de erkenning van een actief, wordt de waarde van het actief bij de initiële erkenning aangepast met het bedrag dat voorheen was opgenomen in het totaalresultaat. Het "niet-effectieve" gedeelte van de kasstroomafdekking wordt altijd erkend in de resultatenrekening.

De andere termijnwisselcontracten voldoen niet aan de voorwaarden voor hedge- accounting en worden bijgevolg erkend aan reële waarde, waarbij de wijzigingen in die reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening in financieel resultaat tenzij het onderliggend is opgenomen in de balans en betrekking heeft op kosten die erkend zijn in het operationeel resultaat of geactiveerde uitgaven. In dit geval worden de wijzigingen in reële waarde erkend in de resultatenrekening in het operationeel resultaat.

Netto winsten / (verliezen) op financiële instrumenten

Dividenden, renteopbrengsten en lasten uit financiële instrumenten worden verantwoord onder de financiële resultaten

Wijzigingen in de reële waarde van financiële instrumenten gewaardeerd aan FVTPL worden opgenomen onder de financiële opbrengsten (kosten) indien de instrumenten betrekking hebben op financieringsactiviteiten.

Wijzigingen in de reële waarde van financiële instrumenten gewaardeerd aan FVTPL en die betrekking hebben op operationele of investeringsactiviteiten (anders dan hierboven vermeld), worden opgenomen als overige bedrijfsopbrengsten (kosten).

Cumulatieve herwaarderingen van eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd aan FVTOCI worden geherclassificeerd van nietgerealiseerde resultaten naar overgedragen resultaat.

Nettowinsten en -verliezen op derivaten die worden gebruikt voor het indekken van het valutarisico gelinkt aan operationele activiteiten en die niet in aanmerking komen voor hedge-accounting volgens IAS 39, worden opgenomen als bedrijfskosten.

Nettowinsten en -verliezen die voortvloeien uit de waardering tegen reële waarde van derivaten die worden gebruikt voor het indekken van renterisico op rentedragende verplichtingen en die niet in aanmerking komen voor hedge accounting volgens IAS 39, worden opgenomen in de financiële opbrengsten/(kosten).

Contractactiva

Een contractactief is het recht van de Groep op een vergoeding in ruil voor goederen of diensten die de Groep aan een klant heeft overgedragen en komt voornamelijk voor in de context van contracten met een gebundeld aanbod (Mobiel en vast) met een gesubsidieerde handset en diensten die over 24 maanden worden geleverd. Deze activa worden op korte termijn gepresenteerd omdat wordt verwacht dat deze zullen worden gerealiseerd in de normale bedrijfscyclus.

Indien een contract waarbij een contractactief werd erkend vroegtijdig wordt beëindigd door de klant wordt het nettobedrag dat voorkomt uit deze beëindiging erkend als productomzet. De compensatie voor het product stemt overeen met het niet afgeschreven deel van het product op het moment dat het contract wordt beëindigd.

Contactactiva zijn voorwaardelijke rechten die worden opgenomen op de balans tegen kostprijs verminderd met voorzieningen voor verliezen, zoals bepaald in het model te verwachten kredietverliezen gedurende de looptijd van een contract.

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen netto realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs wordt bepaald volgens de gewogen-gemiddelde-kostprijsmethode behalve voor IT-uitrusting (FIFO methode) en aangekochte goederen voor de wederverkoop in het kader van specifieke onderhanden projecten in opdracht van derden (individuele aankoopprijs).

Voor voorraden welke bedoeld zijn om verkocht te worden in een joint offer, wordt bij de berekening van de netto realiseerbare waarde rekening gehouden met de toekomstige marge die verwacht wordt op de telecommunicatiediensten, die samen met het voorraaditem worden aangeboden in het joint offer.

Voor onderhanden projecten in opdracht van derden, wordt de methode van winstneming toegepast. De methode van winstneming wordt bepaald op basis van de kost van het uitgevoerde werk op balansdatum in verhouding tot de geraamde totale kost voor het project. De projectkosten omvatten alle directe kosten die betrekking hebben op het specifieke project en een toewijzing van vaste en variabele kosten opgelopen met betrekking tot projectactiviteiten, gebaseerd op normale bedrijfscapaciteit.

Leaseovereenkomsten

De Groep beoordeelt bij het aangaan van een contract of het een leaseovereenkomst is of bevat,

De Groep als lessee (ontvangt een gebruiksrecht over een actief van een leverancier)

Wanneer de Groep optreedt als lessee, past het één enkel opname- en waarderingsmethode toe voor alle leaseovereenkomsten. De Groep erkent een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief en een overeenkomstige leaseverplichting voor alle leaseovereenkomsten waarbij ze lessee is. De Groep past de vrijstelling van opname van leaseovereenkomsten van korte duur en leaseovereenkomsten waarvan het onderliggende actief een lage waarde heeft, niet toe.

Leaseschulden

De leaseverplichtingen worden op de aanvangsdatum gewaardeerd tegen de contante waarde van de leasebetalingen die op die datum niet verricht zijn, gedisconteerd op basis van de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst. Indien die rentevoet niet op eenvoudige wijze kan worden bepaald, gebruikt de Group zijn marginale rentevoet. De leasebetalingen bevatten vaste betalingen

verminderd met eventuele te ontvangen lease-incentives, variabele leasebetalingen die afhankelijk zijn van een index of rentevoet en betalingen die de Group naar verwachting verschuldigd is uit hoofde van restwaardegaranties. De leasebetalingen bevatten ook de uitoefenprijs indien het redelijk zeker is dat de Groep deze optie zal uitvoeren en betalingen van boeten voor het beëindigen van de leaseovereenkomst indien de leaseperiode de uitoefening door de Groep van een optie tot beëindigen van de leaseovereenkomst weerspiegelt.

Variabele leasebetalingen die niet index of rentevoet afhankelijk zijn worden in last genomen in de periode waarin de gebeurtenis of de omstandigheid die tot de betalingsverplichting leidt zich voordoet.

De boekwaarde van de leaseverplichtingen wordt vervolgens verhoogd met de rente op de leaseverplichting (met behulp van de effectieve-rentemethode) en verlaagd met de gedane leasebetalingen. Daarnaast wordt de boekwaarde van de leaseverplichtingen geherwaardeerd bij een verandering van de leaseperiode of leasebetalingen (bijvoorbeeld wijzigingen in toekomstige betalingen als gevolg van een wijziging in een index of een rentevoet die wordt gebruikt om dergelijke leasebetalingen te bepalen) of een wijziging in de beoordeling van een aankoopoptie van het onderliggende actief.

The leaseschulden zijn opgenomen in de rentedragende schulden (zie toelichting 19).

Met een gebruiksrecht overeenstemmend actief

De Groep erkent het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief op de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst (d.i. de datum .waarop de lessor het onderliggend actief beschikbaar stelt voor gebruik). Het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief wordt gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingsverliezen; en aangepast voor eventuele herwaarderingen van de leaseverplichting. De kostprijs van het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief bevat het bedrag van de eerste waardering van de leaseverplichting, alle op of voor de aanvangsdatum verrichte leasebetalingen, verminderd met alle ontvangen lease-incentives; en een schatting van de door de Groep te maken kosten van ontmanteling en verwijdering van het onderliggende actief, en van het herstel van het terrein waar het zich bevindt, dan wel van het herstel van het onderliggende actief in de toestand die in de voorwaarden van de leaseovereenkomst is beschreven.

Met het gebruiksrecht overeenstemmende activa worden lineair afschrijven tot het vroegste van de volgende twee momenten: het einde van de gebruiksduur van het onderliggend actief of het einde van de leaseperiode.

De met een gebruiksrecht overeenstemmende activa zijn eveneens onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen.

De Groep as a lessor (kent een gebruiksrecht over een actief toe aan een klant)

Leaseovereenkomsten waarvoor de Groep als lessor optreedt worden geclassificeerd in financiële of operationele leases.. Om leaseovereenkomsten te classificeren beoordeelt de Groep of het nagenoeg alle aan de eigendom van een onderliggend actief verbonden risico's en voordelen heeft overgedragen. Indien dit geval is wordt de lease geclassificeerd als finance lease, zoniet als operationele lease. Bij deze beoordeling houdt de Groep rekening met indicaties van situaties die normaliter leiden tot een classificatie als financiële lease zoals leaseovereenkomsten waarbij de leaseperiode het grootste gedeelte van de economische levensduur van het actief betreft.

Leaseovereenkomsten waarbij de Groep niet nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen overdraagt aan de leasingnemer, worden geclassificeerd als operationele leaseovereenkomsten. De leaseopbrengsten worden lineair erkend over de leaseperiode en worden gezien het operationeel karakter in de resultatenrekening opgenomen als omzet.

Voor financiële leases erkent de Groep een vordering voor de netto investering in de lease, dit is de bruto investering in de lease gedisconteerd aan de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst. De bruto investering is de som van de te ontvangen leasebetalingen door de Groep verhoogd met ondermeer de eventuele ongegarandeerde restwaarde die aan de Groep toekomt.

De Groep als intermediaire lessor

Wanneer de Groep optreedt als intermediaire lessor worden de hoofdleaseovereenkomst en de sublease als twee afzonderlijke overeenkomsten erkend. De sublease wordt ingedeeld als finance of operating lease op basis van het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief dat uit de hoofdleaseovereenkomst voortvloeit, en niet op basis van het onderliggende actief (bijvoorbeeld het materiële actief dat het voorwerp van de leaseovereenkomst uitmaakt.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen indien de Groep een bestaande wettelijke of feitelijke verplichting heeft die voortvloeit uit gebeurtenissen uit het verleden waarvoor waarschijnlijk een uitstroom van middelen die economische voordelen inhouden, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van deze verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat. Een gebeurtenis uit het verleden wordt geacht aanleiding te geven tot een bestaande verplichting indien, rekening houdend met de beschikbare bewijsstukken, het meer dan waarschijnlijk is dat er een bestaande verplichting is op de balansdatum. Het bedrag dat als voorziening wordt opgenomen is de beste schatting van de vereiste kost om de bestaande verplichting op het einde van het boekjaar af te wikkelen. Voorzieningen worden geactualiseerd wanneer het effect van de tijdwaarde van geld belangrijk is. De afwikkeling wordt opgenomen in de financiële kosten.

Bepaalde activa en inrichtingen die zich op eigendom van derden situeren, dienen uiteindelijk ontmanteld te worden en de eigendom dient in de oorspronkelijke staat hersteld te worden. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling worden opgenomen als materiële vaste activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. In het geval van verdiscontering, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd geclassificeerd als financieringskosten.

Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop

De Groep classificeert vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) als aangehouden voor verkoop indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. De voorwaarde is vervuld wanneer de activa (of groepen activa die worden afgestoten) onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop in hun huidige toestand en de verkoop zeer waarschijnlijk is en verwacht wordt binnen het jaar plaats te vinden. Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop (of groepen activa die worden afgestoten) worden opgenomen tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten, en worden geclassificeerd onder de vlottende activa.

Op aandelen gebaseerde betaling

In eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties worden opgenomen aan de reële waarde op de toekenningsdatum, rekening houdend met de karakteristieken en voorwaarden waartegen de rechten toegekend worden, en gebruikmakend van een waarderingstechniek die overeenkomt met algemeen aanvaarde waarderingsmethodes voor de prijsbepaling van financiële instrumenten, en die rekening houdt met alle factoren en veronderstellingen die normale deelnemers met kennis van zaken bij hun prijszetting in overweging zouden nemen.

Voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost erkend over de wachtperiode, samen met een verhoging van de rubriek "vergoedingen in aandelen" in het eigen vermogen, voor wat betreft het vermogensdeel, en een erkenning van een dividendschuld voor het dividenddeel.

De reële waarde van dit recht wordt regelmatig geherwaardeerd wanneer de aandelenopties recht geven op dividenden uitgekeerd na de toewijzing van de opties.

Voor in geldmiddelen afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost geboekt over de wachtperiode, samen met een verhoging van de schulden. Schulden worden regelmatig geherwaardeerd om de evolutie van de reële waarden te weerspiegelen.

Contractverplichtingen

Deze omvatten de verplichting van de Groep om goederen of diensten aan een klant te leveren voor dewelke de Groep reeds een vergoeding heeft ontvangen of waarvan het bedrag verschuldigd is.

Opbrengsten

Proximus beoordeelt bij het aangaan van het contract de goederen of diensten die beloofd zijn in het contract met een klant en identificeert als resultaatsverplichting elke belofte om aan de klant een goed of dienst (of een bundel van) te leveren of een reeks van verschillende goederen of diensten die in wezen hetzelfde zijn en die hetzelfde patroon van overdracht aan de klant hebben.

Prestatieverplichtingen worden geïdentificeerd wanneer volgende criteria voldaan zijn:

  • het goed of de dienst is in staat onderscheiden te worden: de klant kan het goed of de dienst op zichzelf of samen met andere middelen die gemakkelijk beschikbaar zijn voor de klant gebruiken
  • het goed of de dienst is onderscheiden binnen de context van het contract: een belofte in het kader van een contract is onderscheiden als Proximus van mening is dat het zijn contractuele verplichtingen nakomt door het leveren van de bepaalde belofte onafhankelijk van andere beloftes. Beloften zijn niet onderscheiden in de context van het contract indien deze volgens hun aard worden overgedragen in combinatie met andere beloftes.

Volgende beloften kunnen prestatieverplichtingen zijn afhankelijk van hun aard en de samenhang met andere beloften in het contract:

  • Verkeers- en dataverbruiksdiensten; opbrengsten wordt erkend op basis van gebruik;
  • TV diensten: opbrengsten worden erkend over de contractduur;
  • Onderhoudsdiensten: opbrengsten worden erkend over de contractduur;
  • Verkoop van materiaal: opbrengsten worden erkend als de klant controle heeft over het materiaal;
  • Huur van materiaal: huurinkomsten worden erkend over de contractduur;
  • Setup/installatie vergoedingen: opbrengsten worden erkend bij levering;
  • IP licenties: opbrengsten worden erkend op moment van transfer naar de klant.

Indien de beloften niet onderscheiden zijn, combineert de Groep deze met andere beloftes in het contract totdat de gecombineerde beloften onderscheiden beloften vormen (d.i. prestatieverplichtingen). Het tijdstip van opbrengsterkenning is gebaseerd op de overdracht naar de klanten van de overheersende belofte in deze bundel.

Wanneer de 'serierichtlijn' van toepassing is, dit is een reeks van onderscheiden goederen of diensten die in wezen hetzelfde zijn en hetzelfde patroon van overdracht aan de klant vertonen, worden deze beschouwd als één prestatieverplichting. Ieder tariefplan postpaid en prepaid (Mobile voice, fix voice, internet, TV) wordt daarom beschouwd als één enkele prestatieverplichting.

Indien een contract meerdere prestatieverplichtingen omvat die niet in wezen dezelfde zijn, wordt de transactieprijs toegewezen aan de verschillende prestatieverplichtingen van het contract op basis van de relatieve opzichzelfstaande verkoopprijzen.

Indien een contract opties voor de klant omvat (i.e. unilaterale rechten toegekend aan de klant) om additionele diensten of producten te verwerven met een korting, met inbegrip van verkoopstimulansen, spaarpunten voor klanten, contracthernieuwingsopties or andere kortingen op toekomstige diensten en producten, worden opbrengsten toegewezen aan deze opties in de mate dat deze een materieel recht aan de klant geven, i.e. een unilateraal recht voor de klant om een voordeel te bekomen als gevolg van het aangaan van een contract.

Indien een andere partij betrokken is bij het leveren van goederen of diensten aan een klant, zal de Groep per prestatieverplichting nagaan of de aard van de belofte is om de goederen of diensten zelf te leveren (i.e. de Groep is principaal handelende entiteit) of dat deze goederen en diensten te laten leveren door de andere partij (i.e. de groep is agent). Indien de groep optreedt als agent, wordt enkel de commissie erkend als opbrengst.

Bedrijfskosten

De kosten van de verkochte materialen en diensten omvatten de kosten voor de aankoop van het materiaal en de diensten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opbrengsten.

De workforce-kosten zijn gerelateerd aan kosten voor eigen personeel en externe personeelsleden

De bedrijfskosten worden netto gerapporteerd gezien het werk van de groep wordt gekapitaliseerd. Ze worden gerapporteerd op basis van de aard van de kosten.

Incrementele kosten om een contract te bekomen worden uitgesteld over een periode van 3 jaar voor contracten in het CBU segment en 5 jaar voor contracten in het EBU segment.

Toelichting 3. Goodwill

(in miljoen EUR) Goodwill
Op 31 december 2018 2470
Finalisatie van de aankoopprijstoewijzing 5
Effect van wisselkoersverschillen 3
Op 31 december 2019 2477
Effect van wisselkoersverschillen -13
Op 31 december 2020 2465

De Goodwill daalde met 13 miljoen EUR tot 2.465 miljoen EUR in 2020 als gevolg van de impact van wisselkoersverschillen op de TeleSign goodwill . TeleSign is de 100% Amerikaanse dochteronderneming van Belgacom International Carrier Services NV/SA, een dochteronderneming van Proximus SA/NV en heeft de US Dollar als functionele munt.

Goodwill werd op operationeel segmentniveau getest op bijzondere waardeverminderingen omdat de Groep de performantie, de financiële positie (inclusief goodwill) en de kapitaalsuitgaven binnen de Groep op operationeel segmentniveau beheert.

In het kader van het onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen wordt de goodwill die verworven is als gevolg van een bedrijfscombinatie op de overnamedatum toegerekend aan elk van de operationele segmenten van de Groep die naar verwachting voordeel zullen halen uit de bedrijfscombinatie. Daarom is deze toewijzing gebaseerd op de aard van de verworven klanten en activiteiten.

Per 31 december 2020 werden alle verworven bedrijven volledig toegewezen aan één enkel operationeel segment, uitgezonderd de goodwill als gevolg van de verwerving van een minderheidsbelang in 2007 in Belgacom Mobile, welk werd toegewezen aan de Consumer Business Unit en Enterprise Business Unit op basis van hun relatieve bedrijfswaarde voor de Groep per 31 december 2007.

De boekwaarde van de goodwill is als volgt toegewezen aan de operationele segmenten:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Consumer Business Unit 1.303 1.303
Enterprise Business Unit 771 771
Internationale Carrierdiensten 403 391
Totaal 2.477 2.465

De realiseerbare waarde op segmentniveau (inclusief goodwill) werd gebaseerd op de bedrijfswaarde bepaald aan de hand van een verdisconteerd kasstroommodel.

De belangrijke hypothesen bij het bepalen van de gebruikswaarde zijn:

  • de bedrijfswinst vóór afschrijvingen (met uitzondering van het Internationaal Carrier Segment waarvoor de directe marge belangrijker is);
  • de investeringen ;
  • de lange termijngroeivoet;
  • de gemiddelde gewogen vermogenskost na belastingen;
  • de marge toepasbaar op Staff en Support diensten indien de Proximus Groep een volledige en marktconforme doorfacturatie tussen segmenten zou organiseren;
  • het verwacht rendement op het in NBU geïnvesteerd kapitaal die een berekening van NBU netwerk gerelateerde kosten mogelijk zou maken, wanneer de Proximus Groep een volledige en marktconforme doorfacturatie aan andere segmenten zou organiseren

De bedrijfswinst vóór afschrijvingen van CBU en EBU is zeer gevoelig voor volgende operationele parameters: aantal klanten per type van dienst (TV, vast…), verkeer (indien van toepassing) en de netto ARPU per klant voor elk type van dienst. De waarde verbonden aan elk van deze operationele parameters is het resultaat van een intern proces dat in elk segment en op groepsniveau wordt gevoerd, door het samenbrengen van gegevens van de markt, marktvooruitzichten, en de strategieën die Proximus van plan is te implementeren om zo adequaat mogelijk voorbereid te zijn op toekomstige uitdagingen.

De berekeningen van de bedrijfswaarde van CBU en EBU zijn gebaseerd op het vijfjarenplan (2021-2025) zoals voorgelegd door het management aan de Raad van Bestuur. De volgende jaren werden geëxtrapoleerd op basis van een groeiratio begrepen tussen 0% en 0,5% voor 2019 en 2020.. De vrije kasstromen die in aanmerking werden genomen voor de berekening van de bedrijfswaarde van de activa zijn geraamd op basis van hun huidige toestand en sluiten de instroom en de uitstroom uit van kasmiddelen die naar verwachting zullen voortvloeien uit toekomstige herstructureringen waartoe de Groep zich nog niet heeft verbonden, en deze die de prestaties van de activa verbeteren of verhogen.

De berekening van de realiseerbare waarde van ICS is gebaseerd op kasstroomprognoses over een periode van 5 jaar, waarbij ook rekening is gehouden met prognoses die door potentiële investeerders in BICS-aandelen werden gehanteerd. De waarde omvat een eindwaarde op basis van een groeipercentage van 1% (tegenover een groeipercentage van 0% in 2019). Het management schat dat deze prognoses conservatief zijn.

Vrije kasstromen voor elk van de segmenten werden verdisconteerd aan de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van de Groep (exclusief ICS) van 4.23% in 2020 en 4.9% in 2019 .met uitzondering van het ICS segment, waarvoor een specifieke gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van 7,99% in 2020 en 7,9% voor 2019 werd gebruikt, en dit gezien haar activiteiten voldoende verschillend werden geacht ten opzichte van de rest van de Groep, om een specifieke berekening te rechtvaardigen. De gemiddelde vermogenskost vóór belastingen, die uit de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen via iteraties afgeleid werd, ligt tussen 5,6% en 5.7% in 2020 en 6.3% en 6.5% in 2019. De Groep herziet jaarlijks de groeiratio en de gewogen gemiddelde vermogenskost in het licht van marktvooruitzichten.

De berekende gewogen gemiddelde vermogenskost op groepsniveau en voor het ICS segment is gebaseerd op hun relatieve kapitaalstructuurcomponenten en omvatten een risicopremie die specifiek is voor het inherente risico van het segment.

Geen enkele goodwill had per 31 december 2020 een bijzondere waardevermindering ondergaan. Sensitiviteitsanalyse voor het CBU en EBU segment toont aan dat bij een redelijke wijziging in een belangrijke assumptie de bedrijfswaarde de netto boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden (de segmenten) nog steeds overschrijdt.

De realiseerbare waarde van het ICS segment, gebaseerd op de veronderstellingen in het 5 jarenplan van potentiële investeerders, overschrijdt de boekwaarde met 33 miljoen EUR. De mate waarin de realiseerbare waarde de boekwaarde overstijgt wordt tot nul herleid bij een stijging van de gewogen gemiddelde kapitaalkosten na belastingen tot 8,6% of een daling van het groeipercentage tot 0,3%, waarbij elke variabele afzonderlijk wordt beschouwd. Een stijging van de gewogen gemiddelde kapitaalkosten na belastingen met 1% zou leiden, afzonderlijk beschouwd, tot een bijzonder waardeverminderingsverlies van 24 miljoen EUR. Een daling van het in de

$$
\text{Sens}(\text{Nity2G}) \text{mfield}(\text{initial})
$$

eindwaarde gebruikte groeipercentage met 1%, afzonderlijk beschouwd, zou leiden tot een waardeverminderingsverlies van 14 miljoen EUR.

Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

(in miljoen EUR) GSM en UMTS
licenties
Immateriële
activa verworven
in een bedrijfscom
binatie
TV rechten Andere
immateriële
vaste activa
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2019 681 911 303 2.375 4.270
Aanschaffingen 8 0 9
1
9
9
199
Aanschaffingen van dochterondernemingen 0 6 0 0 6
Intern geproduceerde vaste activa 0 0 0 166 166
Niet langer opgenomen in de balans -297 0 -32 -51 -380
Overboekingen 0 0 0 10 10
Effect van wisselkoersbewegingen 0 2 0 0 2
Op 31 december 2019 391 919 363 2.600 4.273
Aanschaffingen 13 0 114 131 258
Intern geproduceerde vaste activa 0 0 0 167 167
Niet langer opgenomen in de balans 0 0 -136 -74 -210
Overboekingen 0 -10 0 13 3
Effect van wisselkoersbewegingen 0 -7 0 -1 -8
Op 31 december 2020 404 901 341 2.836 4.483
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
Op 1 januari 2019 -527 -641 -169 -1.779 -3.116
Afschrijvingen van het jaar -33 -64 -116 -236 -449
Niet langer opgenomen in de balans 297 0 32 51 381
Overboekingen 0 0 0 -7 -7
Op 31 december 2019 -263 -705 -253 -1.972 -3.193
Afschrijvingen van het jaar -33 -52 -117 -254 -456
Niet langer opgenomen in de balans 0 0 136 74 210
Overboekingen 0 10 0 -10 0
Effect van wisselkoersbewegingen 0 2 0 1 3
Op 31 december 2020 -296 -745 -234 -2.161 -3.435
Netto boekwaarde per 31 december
2019
128 214 110 629 1.080
Netto boekwaarde per 31 december
2020
108 157 107 675 1.047

De aanschafwaarden van de GSM en UMTS licenties omvatten kosten met betrekking tot het Global System for Mobile Communications ("GSM") en het Universal Mobile Telecommunications System ("UMTS").

De Groep bezit volgende licentie in België:

Aanschaf
fingsjaar
Omschrijving Aanschaffings
waarde
Netto
boekwaarde
Periode Betalingsmethode Begin van
afschrijving
(in miljoen
EUR)
1998 ILT 2238 2 0 1998 - afgelopen 01/01/1998
2015 900 MHz spectrum 75 2 2015 - 2021 over de periode 08/04/2015
2001 UMTS 150 0 2001 - 2021 afgelopen 01/06/2004
2011 4G 20 9 2012 - 2027 afgelopen 01/07/2012
2013 800 Mhz spectrum 120 77 2013 - 2033 over de periode 30/11/2013
2014 900 MHz spectrum 16 0 2015 - 2021 over de periode 27/11/2015
2019 800 Mhz sepctrum 2 1 2019-2027 halfjaarlijks 01/01/2019
2019 900 MHz spectrum 2 1 2019-2027 halfjaarlijks 01/01/2019
2019 1800 Mhz spectrum 2 2 2019-2027 halfjaarlijks 01/01/2019
2019 2100 Mhz spectrum 2 1 2019-2033 halfjaarlijks 01/01/2019
2019 2600Mhz spectrum 1 1 2019-2027 halfjaarlijks 01/01/2019
2020 800Mhz spectrum 6 6 2020-2035 voorschot+jaarlijks 01/10/2020
2020 3600Mhz spectrum 8 7 2020-2035 voorschot+jaarlijks 01/10/2020
Total 404 108

Immateriële activa verworven in een bedrijfscombinatie hebben betrekking op klantenbestanden, handelsnamen en octrooien, voornamelijk als gevolg van de toewijzing van de aankoopprijs bij de verwerving van de controle door de Groep over BICS en TeleSign .

In 2020 verwierf de Groep TV-rechten voor een bedrag van 114 miljoen EUR, voornamelijk uitzendrechten. In juli 2020 hebben Proximus en Eleven een overeenkomst gesloten waarbij Proximus het recht heeft verworven om de specifieke kanalen (nationaal) van de Pro League van Eleven uit te zenden naar zijn klanten. Het contract is afgesloten voor een duur van 5 jaar. Het contract met Eleven met betrekking tot internationale voetbalevenementen werd verlengd tot 2025. Een immaterieel actief werd geactiveerd voor de uitzendrechten met betrekking tot het seizoen 2020/2021. Toekomstige betalingsverplichtingen in verband met toekomstige seizoenen worden vermeld als investeringsverplichtingen in toelichting 34.

Intern geproduceerde activa opgenomen in de andere immateriële vaste activa (167 miljoen EUR) hebben voornamelijk betrekking op ontwikkelingsuitgaven voor intern ontwikkelde software (voornamelijk i.v.m. facturatie en ordering). Het totale bedrag van de onderzoekskosten voor deze intern ontwikkelde software bedraagt 10 miljoen EUR in 2020.

Andere immateriële aanschaffingen eveneens opgenomen in de andere immateriële vaste activa (131 miljoen EUR) omvatten hoofdzakelijk softwareontwikkelingen en softwarelicenties.

Toelichting 5. Materiële vaste activa

(in miljoen EUR) Terreinen en
gebouwen
Technische en
netwerk
uitrusting
Andere
materiële
vaste activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2019 556 11.214 361 1
6
12.147
Aanschaffingen 8 625 16 20 670
Niet langer opgenomen in de balans -24 -512 -17 0 -553
Overboekingen 5 -5 2 -12 -10
Op 31 december 2019 546 11.321 363 2
4
12.254
Aanschaffingen 7 591 15 16 628
Niet langer opgenomen in de balans -8 -354 -26 0 -388
Overboekingen -6 20 10 -27 -3
Op 31 december 2020 538 11.578 361 1
3
12.490
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
Op 1 januari 2019 -310 -8.468 -316 0 -9.093
Afschrijvingen van het jaar -21 -548 -20 0 -589
Niet langer opgenomen in de balans 19 512 17 0 548
Overboekingen 0 8 -1 0 7
Op 31 december 2019 -311 -8.495 -320 0 -9.127
Afschrijvingen van het jaar -20 -540 -19 0 -579
Niet langer opgenomen in de balans 7 353 25 0 385
Overboekingen 2 2 -4 0 0
Op 31 december 2020 -322 -8.680 -318 0 -9.320
Netto boekwaarde per 31 december
2019
234 2.826 4
2
2
4
3.127
Netto boekwaarde per 31 december
2020
216 2.898 4
3
1
3
3.169

Het voorbije Covid-jaar is gebleken hoe veerkrachtig de netwerken van Proximus zijn en hoe de voortdurende investeringen in zijn transportnetwerk het mogelijk hebben gemaakt plotse stijgingen in het klantengebruik op te vangen. Op het einde van het jaar is Proximus begonnen met het opvoeren van de investeringen in glasvezel en in digitale transformatie, terwijl de investeringen in mobiele netwerken meer gefocust zijn op de komende upgrade en consolidatie van het mobiele netwerk.

In 2020 heeft de Groep gebouwen verkocht en realiseerde hierop een meerwaarde van 1 miljoen EUR.

Toelichting 6. Leasing

De Groep heeft leasecontracten voor verschillende activa, waaronder gebouwen, onroerend goed en faciliteiten voor de installatie van masten en mobiele communicatieapparatuur en -voertuigen. Deze huurcontracten hebben over het algemeen een looptijd van 4 tot 15 jaar. De gemiddelde leasetermijn is 8,8 jaar.

De boekwaarden van de met een gebruiksrecht overeenstemmende activa en de bewegingen gedurende de periode worden hieronder weergegeven

(in miljoen EUR) Gebouwen Faciliteiten
voor mobiele
communicatie
Voertuigen Anderen Total
Per 1 januari 2019 112 113 5
0
1
0
285
Nieuwe contracten 57 9 28 2 9
7
Afschrijvingen -30 -25 -21 -5 -82
Contract modificaties/stopzettingen en
herbeoordelingen
14 -4 -3 0 7
Per 31 december 2019 153 9
3
5
4
6 307
Nieuwe contracten 11 6 14 0 31
Afschrijvingen -26 -29 -23 -4 -82
Contract modificaties/stopzettingen en
herbeoordelingen
7 20 0 2 29
Per 31 december 2020 145 9
1
4
5
4 285

De nieuwe contracten van 2019 voor gebouwen bevatten voornamelijk een nieuwe overeenkomst afgesloten door de Groep voor het hoofdkantoor in Bertrange-Luxemburg voor een duur van 15 jaar en voor hetwelk een met een gebruiksrecht overeenstemmend actief werd erkend van 38 miljoen EUR.

De contractwijzigingen van 2019 voor gebouwen omvatten voornamelijk de verlenging van de leasingovereenkomst van een gebouw in Mechelen voor een periode van 11 jaar waarvoor het met een gebruiksrecht overeenstemmend actief werd verhoogd met 11 miljoen.

In 2020 houden de contractwijzigingen voornamelijk verband met de verlenging van de contracten voor mobiele sites. Voor de gebouwen houden de wijzigingen verband met de verlenging van het opslagcontract in Courcelles voor een bedrag van 5 miljoen EUR.

De boekwaarden van de leaseverplichtingen en de mutaties gedurende de periode worden hieronder weergegeven:

(in miljoen EUR) Gebouwen Faciliteiten
voor mobiele
communicatie
Voertuigen Anderen Sub-leases Totaal
Per 1 januari 2019 107 108 5
0
1
0
5 280
Nieuwe contracten 57 9 28 2 0 9
7
Contract modificaties/stopzettingen en
herbeoordelingen
14 -3 -3 0 0 7
Intrestkosten 1 1 0 0 0 2
Terugbetalingen -31 -25 -21 -5 2 -80
Per 31 december 2019 148 9
1
5
4
7 8 307
Nieuwe contracten 11 6 14 0 0 31
Contract modificaties/stopzettingen en
herbeoordelingen
11 15 0 1 1 28
Intrestkosten 1 1 0 0 0 2
Terugbetalingen -27 -30 -24 -4 0 -84
Per 31 december 2020 144 8
3
4
4
5 8 284
Deel op korte termijn 6
8
Deel op lange termijn 216

Er is geen materiële toekomstige uitstroom van kasmiddelen met betrekking tot leaseovereenkomsten met aanvangsdatum na 31 december 2020.

Volgende bedragen zijn opgenomen in de resultatenrekening 2019 2020
(in mil
joen EUR)
Afschrijvingen
-82 -82
Intrestkosten -2 -2
Totaal -84 -84
De Groep had vol
gende kasuitstromen voor l
eases
Terugbetalingen van de leaseschulden (kasuitstroom
voor financieringsactiviteiten)
-78 -82
Intrestkosten (in de operationele kasstroom) -2 -2
Totaal -80 -84

Toelichting 7. Contractkosten

Contractkosten betreffen hoofdzakelijk activa erkend voor commissies betaald aan de dealer voor het verwerven van post-paidcontracten. Deze kosten hebben rechtstreeks verband met contracten, worden alleen gemaakt omdat de Groep contracten is aangegaan, en zullen naar verwachting worden gerecupereerd. De contractkosten omvatten ook de uitgaven die worden geactiveerd om de overeenstemming met de ontvangsten te waarborgen. Deze geactiveerde uitgaven worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens hetzelfde tempo als de erkenning van de ermee verband houdende ontvangsten.

Voor commissies met betrekking tot het verwerven van mobiele prepaid klanten paste de Groep de praktische oplossing toe zoals voorzien in IFRS 15, waardoor incrementele kosten voor het verkrijgen van een contract in resultaat worden erkend wanneer deze anders zouden worden overgedragen over een periode van 1 jaar of minder.

Het actief wordt lineair overgedragen over 3 jaar voor contracten behorende tot het CBU-segment en 5 jaar voor contracten behorende tot het EBU-segment. Het erkennen van overgedragen kosten wordt geboekt volgens hun aard zijnde 'aan omzetgerelateerde materialen en diensten'.

De evolutie van de contractkosten is als volgt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Saldo op 1 januari 116 113
Afname/Toename van de contractactiva met betrekking tot bestaande contracten in
de openingsbalans
Normale evolutie -69 -68
Nieuwe contractactiva 6
7
6
3
Saldo op 31 december 113 108

Het gedeelte van het saldo per 31 december 2019 en 2020 van de contractkosten dat op minder dan één jaar is overgedragen en het gedeelte dat op meer dan één jaar is overgedragen, is als volgt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Contractkosten 113 108
Overgedragen binnen 12 maand 57 55
Overgedragen op meer dan 12 maand 56 54

Toelichting 8. Deelnemingen in dochterondernemingen, gezamenlijke bedrijfsactiviteiten, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Toelichting 8.1. Deelnemingen in dochterondernemingen

De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van Proximus NV en haar dochterondernemingen zoals opgenomen in de volgende tabel:

Naam Maatschappelijke zetel Land 2019 2020
Proximus NV van Publiek Recht Koning Albert-II-laan 27 België Moedermaatschappij
1030 Brussel
BTW BE 0202.239.951
PXS Re Rue de Merl 74 Luxemburg 100% 100%
2146 Luxemburg
Connectimmo NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0477.931.965
Proximus Media House (PmH) Carlistraat 2 België 100% 100%
1140 Evere (7)
BTW BE 0875.092.626
Telindus - ISIT BV Krommewetering 7 Nederland 100% 100%
3543 AP Utrecht
Proximus Luxembourg SA 18 rue du Puits Romain Luxemburg 100% 100%
8070 Bertrange
Telectronics SA 2 Rue des Mines Luxemburg 100% 0%
4244 Esch sur Alzette (5)
Proximus Luxembourg Technology
Services BV
Koning Albert-II-laan 27 België 100% 0%
1030 Brussel (3)
VAT BE 0736.857.035
Beim Weissenkreuz SA Route d'Arlon 81– 83 Luxemburg 100% 0%
8009 Strassen (5)
Proximus ICT NV Koning Albert II laan 27 België 100% 100%
1030 Brussels
BTW BE 0826.942.915 (2)
Proximus ICT - Expert Community
CVBA
Ferdinand Allenstraat 38 België 81% 82%
3290 Diest
BTW BE 0841.396.905
Proximus OPAL NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0861.585.672
Be-Mobile SA Kardinaal Mercierlaan 1A België 93% 93%
9090 Melle (6)
BTW BE 0881.959.533
Mediamobile Nordic OY Äyritie 8B Finland 100% 100%
01510 Vantaa, Finland
FI 23364202
Mediamobile SA Rue du Gouverneur Général Eboué 24 Frankrijk 100% 100%
F-92130 Issy Les Moulineaux
Flitsmeister BV Landjuweel 24 Nederland 93% 93%
3905 PG Veenendaal
Naam Maatschappelijke zetel Land 2019 2020
Cascador BVBA Kardinaal Mercierlaan 1, bus A België 100% 100%
9090 Melle (4)
VAT BE 0648 964 048
Scarlet Belgium NV Carlistraat 2 België 100% 100%
1140 Evere
BTW BE 0447.976.484
ClearMedia NV Merksemsesteenweg 148 België 100% 100%
2100 Deurne
BTW BE 0831.425.897
Davinsi Labs NV Borsbeeksebrug 28/2verd België 100% 100%
2600 Antwerpen
BTW BE 0550.853.793
Unbrace Bvba Merksemsesteenweg 148 België 100% 100%
2100 Deurne
BTW BE 0867.696.771
Belgacom International Carrier Chancery House 5th floor , Lislet, Geoffrey Street Mauritius 58% 58%
Services Mauritius Ltd Port Louis 1112-07 (1)
Belgacom International Carrier Koning Albert-II-laan 27 België 58% 58%
Services NV
1030 Brussels
BTW BE 0866.977.981 (1)
Belgacom International Carrier
Services Deutschland G.M.B.H.
Eichweisenring 11 Duitsland 58% 58%
70567 Stuttgart (1)
Belgacom International Carrier
Services UK Ltd
Great Bridgewaterstreet 70 Verenigd Koninkrijk 58% 58%
M1 5ES Manchester (1)
Belgacom International Carrier Wilhelminakade 173, unit 41 32 Nederland 58% 58%
Services Nederland BV 3072 AP Rotterdam (1)
Belgacom International Carrier Corporation trust center - 1209 Orange street Verenigde Staten 58% 58%
Services North America Inc van Amerika
USA - 19801 Willington Delaware (1)
Belgacom International Carrier
Services Asia Pte Ltd
16, Collyer Quay # 30.02 Singapore 58% 58%
Singapore 049318 (1)
Belgacom International Carrier Avenida da Republica, 50, 10de verdieping Portugal 58% 58%
Services (Portugal) SA
1069-211 Lisboa (1)
Belgacom International Carrier
Services Italia Srl
Via della Moscova 3 Italië 58% 58%
20121 Milano (1)
Belgacom International Carrier
Services Spain SL
Calle Salvatierra, 4, 2c Spanje 58% 58%
28034 Madrid (1)
Belgacom International Carrier Papiermühlestrasse 73 Zwitserland 58% 58%
Services Switzerland AG 3014 Bern (1)
Belgacom International Carrier Wildpretmarkt 2-4 Oostenrijk 58% 58%
Services Austria GMBH 1010 Wien (1)
Belgacom International Carrier Drottninggatan 30 Zweden 58% 58%
Services Sweden AB
411-14 Goteborg (1)
Belgacom International Carrier
Services JAPAN KK
#409 Raffine Higashi Ginza, 4-14 Japan 58% 58%
Tsukiji 4 - Chome - Chuo-ku
Tokyo 104-00 (1)
Naam Maatschappelijke zetel Land 2019 2020
Belgacom International Carrier
Services China Ltd
Hopewell Centre - level 54 China 58% 58%
183, Queen's road East
Hong Kong (1)
Belgacom International Carrier Ghana
Ltd
Box GP 821 Ghana 58% 58%
Accra (1)
Belgacom International Carrier
Services Australia Pty Ltd
1 Margaret Street - Level 11 Australië 58% 58%
Sydney NSW 2000
Australië
(1) '(3)
Belgacom International Carrier
Services Dubai FZ-LLC
Dubai Internet City Verenigde Arabische
Emiraten
58% 58%
Premises 306 - Floor 03- Building 02 -PO box
502307 Dubai
(1)
Belgacom International Carrier
Services South Africa Proprietary Ltd
The promenade shop 202 D - Victoria Road Zuid Afrika 58% 58%
Camps Bay 8005 (1)
Belgacom International Carrier
Services Kenya Ltd
LR-N° 204861, 1st Floor Block A Kenia 58% 58%
Nairobi Business Park-Ngong Road
PO BOX 10643 - 00100 Nairobi (1)
Belgacom International Carrier
Services France SAS
Rue du Colonel Moll 3 Frankrijk 58% 58%
75017 Paris (1)
TeleSign Holdings Inc 13274 Fiji Way , Suite 600 Verenigde Staten
van Amerika
58% 58%
Marina del Rey, CA 90292 (1)
TeleSign Corporation 13274 Fiji Way , Suite 600 Verenigde Staten
van Amerika
58% 58%
Marina del Rey, CA 90292 (1)
TeleSign UK Evershed House
70 Great Bridgewater Street
Verenigd Koninkrijk 58% 58%
Manchester M1 5ES (1)
TeleSign Mobile Ltd Evershed House
70 Great Bridgewater Street
Verenigd Koninkrijk 58% 58%
Manchester M1 5ES (1)
TeleSign Doo Tresnjinog cveta 1 Servië 58% 58%
11070 Novi Beograd (1)
TeleSign Netherlands B.V. 4th Floor
210 High Holborn
Verenigd Koninkrijk 58% 58%
London WC1V 7DL (1)
TeleSign Singapore Pte. Ltd. 1 Robinson Road, #17-00
AIA Tower
Singapore 58% 58%
Singapore (048542) (1)
TeleSign (Beijing) Technology Co., Ltd. Office 1551, 15/F, Office Building A, Parkview Green, China 58% 58%
9 Dongdaqiao Road, Chaoyang District (1)
Beijing 100020
Codit Holding BVBA Gaston Crommenlaan 14, box 301 België 100% 100%
9050 Ledeberg
VAT BE 662.946.401
Codit BVBA Gaston Crommenlaan 14, box 301 België 100% 100%
9050 Ledeberg
VAT BE 0471.349.823
Codit Switzerland AG Thurgauerstrasse 101
8152-Glattpark(Opfikon)
Zwitserland 100% 100%
VAT CHE-335.776.516
Naam Maatschappelijke zetel Land 2019 2020
Codit Integration Ltd. Landmark House, Station Road
RG27 9HA Hook (Hampshire)
VAT GB 241.5781.10
Verenigd Koninkrijk 100% 100%
Codit Managed Services BVBA Gaston Commenlaan 14, box 301
9050 Ledeberg
VAT BE 0835.734.875
België 100% 100%
CODIT Mare Limited International House, Mdina Road
BKR 3000 Mriehel
C55412
Malta 100% 100%
Codit Nederland B.V Atoomweg 350,
3542AB Utrecht
Nederland 100% 100%
Votijnit Lda. (Codit Portugal) Rua de Igreja n° 79-Aveiro Business Center
N Senhora de Fatima 3810-744 Aveiro
NIPC 510.595.251
Portugal 100% 100%
Codit Software Limited International House, Mdina Road
BKR 3000 Mriehel
C64225
Malta 100% 100%
Codit France S.A.S. Rue de la Michodière 4
75002 Paris
VAT FR 0478.300.189
Frankrijk 100% 100%
AXON Olympus Atoomweg 350
3542AB Utrecht
6171872
Nederland 100% 100%
UMBRiO Holding BV Bisonspoor 3002-A501
3605 LT Maarssen
Nederland 100% 100%
UMBRiO BV Bisonspoor 3002-A501
3605 LT Maarssen
Nederland
(8)
100% 0%
UMBRiO Consulting BV Bisonspoor 3002-A501
3605 LT Maarssen
Nederland
(8)
100% 0%
UMBRiO University BV Bisonspoor 3002-A501
3605 LT Maarssen
Nederland
(8)
100% 0%
MWingz BV Bld Simon Bolivar 34
1000 Bruxelles
België
(3)
50% 50%
BTW BE 0738,987,372

(1) Onderneming binnen de BICS Groep

(2) Voorheen Proximus Spearit NV genoemd

(3) Entiteiten opgericht in 2019

(4) Entiteit verworven in 2019

(5) Entiteit in Proximus Luxemburg gefuseerd

(6) Zie toelichting 8,2

(7) Voorheen Skynet iMotion Activities NV genoemd

(8) Entiteit in Umbrio Holding BV gefuseerd

Codit Integration Limited, een 100% Britse dochteronderneming (registratienummer 10133169) die is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening, is vrijgesteld van de vereisten van de Companies Act 2006 met betrekking tot de controle van individuele jaarrekeningen krachtens s479A van deze wet en Proximus NV heeft zich garant gesteld voor de verplichtingen van deze dochteronderneming op het einde van het jaar in het kader van deze vrijstelling van controle.

Toelichting 8.2. Details van dochterondernemingen met belangrijke belangen zonder overheersende zeggenschap.

Enkel Belgacom International Carrier Services SA ( BICS SA) en de dochterondernemingen van BICS hebben materiële minderheidsbelangen.

Details van dochterondernemingen met belangrijke belangen zonder overheersende zeggenschap

Naam van de dochteronderneming Plaats van
oprichting en
hoofdplaats
van activiteit
Verhouding van eigendomsbelang
en stemrechten aangehouden door
minderheidsbelangen
Winst toegerekend aan
minderheids-belangen
Overgedragen minderheids
belangen
Per 31
December
Per 31
December
Per 31 december Per 31 december
2019 2020 2019 2020 2019 2020
BICS (segment) België 42% 42% 19 18 142 123
Totaal 1
9
1
8
142 123

Samengevatte financiële informatie met betrekking tot elk van de dochterondernemingen van de Groep die materiële nietcontrolerende belangen heeft

BICS (segment)
Vlottende activa 578 523
Vaste activa 718 660
Kortetermijnschulden 556 503
Langetermijnschulden 154 137
Toe te rekenen eigen vermogen aan
eigenaars van de onderneming
586 543
Opbrengsten (totaal) 1.301 1.194
Bedrijfskosten -1.145 -1.060
Winst van het boekjaar 46 42
Toe te rekenen winst aan eigenaars van de
onderneming
26 24
Toe te rekenen winst aan
minderheidsbelangen
19 18
Dividenden uitgekeerd aan
minderheidsbelangen
29 26
Nettokasinstroom uit operationele
activiteiten
105 111
Nettokasuitstroom uit investeringsactiviteiten -38 -45
Nettokasuitstroom uit
financieringsactiviteiten
-127 -66
Nettokasinstroom (uitstroom) -60 -2

De aandeelhoudersovereenkomst van BICS voorziet beschermingsrechten voor de minderheidsbelangen (zie toelichting 2).

Toelichting 8.3. Deelneming in gezamenlijke bedrijfsactiviteiten

De Groep heeft een materiële gezamenlijke bedrijfsactiviteit in MWingz gevestigd Bld Simon Bolivar 34 in 1000 Brussel (BTW BE 0738 987 372)... In november 2019 sloten Proximus en Orange België een strategische overeenkomst af om daarbij een deel van hun mobiele toegangsnetwerk te delen. Het gedeelde mobiele toegangsnetwerk wordt gepland, gebouwd en beheerd door dit gezamenlijke bedrijf, dat 50/50 eigendom is van Proximus en Orange Belgium en dat in april zijn diensten aan de aandeelhouders heeft opgestart. De overeenkomst is gebaseerd op de volgende principes:

  • De operatoren delen contractueel de controle over de overeenkomst, d.w.z. dat beslissingen over de relevante activiteiten unanieme instemming van de partijen vereisen

  • Mwingz levert uitsluitend diensten aan de moedermaatschappijen.

In haar geconsolideerde jaarrekening neemt de Groep Mwingz op als een gezamenlijke bedrijfsactiviteit en erkent haar aandeel in de activa en passiva op basis van haar eigendomsbelang en haar aandeel in de kosten van Mwingz van derden. Inkomsten uit de verkoop van diensten van de gezamenlijke operatie aan Proximus en Orange Belgium worden geëlimineerd.

Toelichting 8.4. Deelnemingen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Op 27 november 2020 heeft de Groep een samenwerkingsovereenkomst getekend met EQT Infrastructure/ Delta Fiber. In dit kader zijn in december 2020 Nexus Midco le BV en Nexus Fiber BV opgericht.

De Groep heeft volgende belangen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures:

Naam Maatschappelijke zetel Land Aandeel van de Groep
2019 2020
Belgian Mobile ID SA/NV Sinter-Goedeleplein 5 België 15% 15%
1000 Brussel
VAT BE 541.659.084
Synductis C.V.B.A Brusselsesteenweg 199 België 17% 17%
9090 Melle
VAT BE 502.445.845
Experience@work C.V.B.A Minderbroedersgang 12 België 30% 30%
2800 Mechelen
VAT BE 627.819.632
Tessares SA/NV Avenue Jean Monnet 1 België 23% 23%
1348 Ottignies-Louvain-la-Neuve
VAT BE 600.810.278
Co.station Belgium NV Sinter-Goedeleplein 5 België 20% 20%
1000 Brussel
VAT BE 599,786,434
Nexus Midco BV Koning Albert II laan 27 België 50%
1030 Brussel (2)
VAT BE 599,786,434
Nexus Fiber BV Koning Albert II laan 27 België 50%
1030 Brussel (2)
VAT BE 599,786,434

Per 31 december 2020 is de som van alle individuele immateriële geassocieerde ondernemingen als volgt:

(EUR miljoen) 2019 2020
Boekwaarde 2 0
Verlies door voortzetting activiteiten -1 -1

Toelichting 8.5. Aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Verwervingen in 2020

In april 2020 is Mwingz een gezamenlijk bedrijf, 50/50 eigendom van Proximus en Orange Belgium, gestart met zijn diensten aan zijn aandeelhouders (zie toelichting 8.3).

In het kader van haar ambitie om haar glasvezelnetwerk sneller, breder en efficiënter uit te rollen, heeft Proximus een akkoord bereikt met EQT infrastructure, via het portefeuillebedrijf Delta Fiber, om gezamenlijk een glasvezelnetwerk uit te bouwen in Vlaanderen. Als onderdeel van de overeenkomst is een nieuwe gezamenlijke entiteit opgericht met als doel het ontwerpen, bouwen en onderhouden van dat netwerk. Proximus bezit 49,9% van de entiteit welke is opgenomen volgens de vermogenmutatiemethode als geassocieerde onderneming. Deze entiteit is nog niet operationeel.

Een gelijkaardige overeenkomst werd ondertekend met Eurofiber voor het Waalse deel van België. Een entiteit, gericht op het ontwerpen, bouwen en onderhouden van dat aan te leggen netwerk, zal in 2021 worden opgericht. De entiteit zal worden opgenomen in de Groep volgens de vermogensmutatiemethode.

Toelichting 9. Andere deelnemingen

Op 31 december 2020 en 2019 had de groep deelnemingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen met een reële waarde van minder dan € 1 miljoen.

Deze deelnemingen worden bij FVTOCI gerubriceerd omdat ze niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden, maar worden verworven met een strategische langetermijnvisie en niet met het oog op het realiseren van winst.

Toelichting 10. Winstbelasting

(in miljoen EUR) De bruto uitgestelde belastingvorderingen / (schulden) betreffen:

(in miljoen EUR) Per 31 december
2019 2020
Versnelde afschrijvingen -38 -60
Reële waardeaanpassingen met betrekking tot acquisities -48 -35
Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -5 -6
Herwaardering van financiële instrumenten naar reële waarde -1 -1
Uitgestelde belastingen op de verkoop van materiële vaste activa -11 -8
Uitgestelde belastingen op contractactiva en contractkosten -48 -52
Andere -3 -4
Bruto uitgestelde belastingschulden -154 -166
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa 15 14
Actief voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en
beëindigingsvoordelen.
26 30
Overdraagbare fiscale verliezen 5 6
Voorzieningen voor risico's en lasten 12 11
Andere 1 2
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 6
0
6
3
De netto uitgestelde belastingvorderingen/(schulden), gegroepeerd per
wettelijke entiteit, zijn als volgt :
Netto uitgestelde belastingschulden -110 -115
Netto uitgestelde belastingvorderingen 1
6
1
2
Netto ditgestelde belastingschütden
Netto uitgestelde belastingvorderingen
Op 31 december 2019 -95
Daling erkend via de niet-gerealiseerde resultaten
Beweging erkend via de resultatenrekening $-15$
Op 31 december 2020 $-103$

(in miljoen EUR) De beweging in de uitgestelde belastingposities in 2019 zijn als volgt

Op 31 december 2018 -79
Beweging tgv de toewijzing van de aankoopvergoeding 2
Daling erkend via de niet-gerealiseerde resultaten 4
Beweging erkend via de resultatenrekening -22
Op 31 december 2019 -95

De uitgestelde belastingkost 2020 in de resultatenrekening is voornamelijk het gevolg van bijkomende afschrijvingen erkend in BGAAP op sommige netwerkcomponenten en van de degressieve afschrijvingen toegepast in BGAAP op aanschaffingen van materiële vaste activa en broadcasting immateriële vaste activa in 2018 en 2019. Deze kost wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de afname van de uitgestelde belastingsverplichting op reële waardeaanpassing bij acquisities.

De uitgestelde belastingvorderingen op reële waardeaanpassing van vaste activa hebben voornamelijk betrekking op de eliminatie van de winst die voortvloeit uit de intercompanyverkoop tegen reële waarde van bepaalde vaste activa.

Er zijn geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen voor verliezen van dochterondernemingen die al enkele jaren verlieslatend zijn. Cumulatieve overgedragen fiscale verliezen en belastingverminderingen beschikbaar voor dergelijke bedrijven bedroeg 25 miljoen EUR per 31 December 2020 (35 miljoen EUR in 2019) waarvan 22 miljoen EUR geen vervaldatum heeft en 3 miljoen EUR een vervaldatum na 2022.

De uitgestelde belastingopbrengsten/(kosten) in de resultatenrekening betreffen:

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Versnelde afschrijvingen -23 -21
Reële waardeaanpassingen met betrekking tot acquisities 15 12
Herwaardering van financiële instrumenten aan reële waarde -1 -1
Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa -3 3
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa -2 -2
Actief voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en
beëindigingsvoordelen.
-5 0
Overdraagbare fiscale verliezen -2 1
Contractactiva en contractkosten 1 -5
Andere -3 -3
Uitgestelde belastingslasten van het jaar -22 -15

De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende belastinglasten:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Courante winstbelastingen
Courante winstbelastingen van het jaar -93 -160
Uitgestelde belastingen -22 -15
Winstbelastingen geboekt in de geconsolideerde resultatenrekening -116 -174

De aansluiting tussen de belastinglasten berekend aan het wettelijke tarief voor winstbelasting en de belastinglasten aan het effectieve tarief van de groep voor elk van de twee afgesloten jaren, is als volgt:

(in miljoen EUR) 2019 2020
Winst vóór belastingen 508 756
Tegen de Belgische wettelijke aanslagvoet van 29.58% 150 0
Tegen de Belgische wettelijke aanslagvoet van 25% 0 189
Lagere inkomstenbelastingspercentage van andere landen -2 0
Impact van de daling van de aanslagvoet op het eindsaldo van de uitgestelde belastingen-13 0
Niet-belastbare winst uit dochterondernemingen -27 -23
Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven 13 10
Andere -6 -3
Belastingkost 116 174
Reële aanslagvoet 22,80% 23,04%

Het effectieve inkomstenbelastingtarief voor 2020 bedraagt 23,04%, wat hoger is dan het effectieve inkomstenbelastingtarief van 22,80% in 2019. Dit is voornamelijk het gevolg van de kosten van het herstructureringsprogramma die in 2019 de belastinggrondslag voor de inkomstenbelasting verlaagden en het Belgische tarief voor de vennootschapsbelasting van 25% dat vanaf 2020 van toepassing is (tegenover 29,58% in 2019).

De niet-belastbare inkomsten van dochterondernemingen resulteren voornamelijk uit de toepassing van algemene beginselen van de belastingwetgeving, zoals de aftrek van octrooi-inkomsten die in België van toepassing is.

De niet-aftrekbare uitgaven voor de inkomstenbelasting in 2020 hebben voornamelijk betrekking op diverse uitgaven die fiscaal niet toegestaan zijn.

Toelichting 11. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep heeft verschillende plannen waarvan hieronder een overzicht wordt weergegeven:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met
herstructureringsprogramma's
447 209
Aanvullende pensioenplannen (nettoschuld) 4
6
67
Andere vergoedingen na uitdiensttreding andere dan pensioenen 371 368
Nettoschul
d opgenomen in de bal
ans
864 645
Nettoschuld (korte termijn) 225 8
6
Nettoschuld (lange termijn) 639 559

De berekening van de netto schuld is gebaseerd op de veronderstellingen die werden vastgelegd op balansdatum. De veronderstellingen voor de verschillende plannen werden bepaald op basis van macro-economische gegevens en de specifieke voorwaarden inzake duur en begunstigden van elk plan.

De disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de waardering van pensioenplannen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsplannen is gebaseerd op het rendement van hoogwaardige ondernemingsobligaties uit de Eurozone met een looptijd die overeenkomt met de looptijd van dergelijke plannen.

Toelichting 11.1. Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met herstructureringsprogramma's

Beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in deze toelichting hebben betrekking op werknemersherstructureringsprogramma's. Er worden geen fondsbeleggingen opgebouwd voor deze voordelen.

In 2007 heeft de Groep een vrijwillig programma van externe mobiliteit naar de Belgische Staat geïmplementeerd voor haar statutaire werknemers en een programma voor statutaire werknemers die medisch ongeschikt zijn. Volgens de bepalingen van dit plan zal de Groep vergoedingen betalen tot aan pensioendatum van de deelnemer.

In 2016 heeft de Groep een vrijwillig vertrekplan geïmplementeerd welk voorziet in de mogelijkheid om vervroegd de prestaties te beëindigen vanaf 60 jaar (of 58 voor een kleine groep). Volgens de bepalingen van dit plan zal de Groep vergoedingen betalen tot aan de vroegste pensioendatum van de deelnemer. Het deel van het plan dat afhankelijk is van het leveren van toekomstige diensten wordt erkend over die periode van toekomstige diensten die eindigen op 31 december 2019..

In 2019 heeft Proximus zijn transformatieplan Fit for Purpose (FFP) opgestart. Een analyse op basis van de toekomstige uitdagingen van het bedrijf heeft geleid tot de identificatie van activiteitsdomeinen die ofwel moesten aangepast worden ofwel verdwijnen. In deze context verlieten 1.347 FTE Proximus De volledige provisie voor beëindigingsvergoedingen (288 miljoen EUR) was erkend in 2019 gezien een gedetailleerde en formele mededeling had plaatsgevonden naar alle betrokkenen bij het plan en de uitkeringen niet afhankelijk waren van het verderzetten van het dienstverband .In 2020 werd de voorziening verminderd met 27 miljoen EUR.

Elke latere herwaardering van de verplichting voor ontslagvergoedingen en bijkomende vergoedingen wordt onmiddellijk in de resultatenrekening opgenomen.

De financieringstoestand van de pl annen voor beëindigingsvoordel en en bijkomende vergoedingen is al s vol gt :

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Bruto pensioenschuld 447 209
Schuld die de fondsbeleggingen overschrijdt 447 209

De beweging van de nettoschul d werd al s vol gt opgenomen in de bal ans:

Per 31 december
2019 2020
In het begin van het jaar 192 447
Totale kosten van de periode 306 -30
Reële werkgeversbijdrage -51 -208
Op het einde van het jaar 447 209

De totale negatieve kost in 2020 (30 miljoen EUR) heeft hoofdzakelijk betrekking op de herbeoordeling van de FFP-provisie.

De schuld voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Toekomstige prijsinflatie 2,00% 2,00%

Sensitiviteitsanalyse

Een verhoging of verlaging met 0,5% van de werkelijke disconteringsvoet resulteert in een schuldvariatie van ongeveer 2 miljoen EUR.

De Groep voorziet dat een bedrag van 70 miljoen EUR zal betaald worden als beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in 2021. De betalingen in 2020 bedroegen 207 miljoen EUR.

Toelichting 11.2. Toegezegdbijdragenregelingen en toegezegdpensioenregelingen voor aanvullende pensioenen.

Toegezegdpensioenregelingen

Proximus NV en sommige Belgische dochterondernemingen bieden hun personeelsleden toegezegdpensioenregelingen aan. Deze plannen verstrekken pensioenvoordelen voor diensten geleverd ten vroegste vanaf 1 januari 1997. Ze verschaffen voordelen gebaseerd op salaris en dienstjaren. Ze worden gefinancierd via het Proximus pensioenfonds, een aparte juridische entiteit die voor dat doel werd opgericht in 1998.

De financieringsmethode heeft tot doel de huidige waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen (toegezegdpensioenverplichting - DBO) te financieren voor de voorbije dienstjaren binnen het bedrijf en rekening houdend met toekomstige loonverhogingen. De financieringsmethode is afgeleid van berekeningen volgens de IAS 19 norm. De jaarlijkse bijdrage is gelijk aan de som van de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto financiële kost (intrestkost op de toegezegdpensioenverplichtingen verminderd met het verwacht rendement op fondsbeleggingen) en de afschrijving van actuariële winsten en verliezen boven 10% van het hoogste van de toegezegdpensioenverplichting en de activa.

Per 31 december 2020 overtreffen de activa van het pensioenfonds het door de pensioenregulator vereiste minimum, zijnde de technische provisie. De technische provisie vertegenwoordigt het bedrag dat nodig is om het korte- en lange-termijnevenwicht van het pensioenfonds te garanderen. Ze is samengesteld uit de verworven rechten verhoogd met een bijkomend bufferbedrag ten einde de lange-termijnbestendigheid van de pensioenfinanciering te garanderen. De verworven rechten vertegenwoordigen de huidige waarde van de gecumuleerde voordelen die betrekking hebben op de reeds geleverde dienstjaren binnen de onderneming en is gebaseerd op huidige salarissen. Ze worden berekend in overeenstemming met de pensioenregelgeving en de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen in verband met de actuariële assumpties.

Zoals voor de meeste toegezegdpensioenregelingen kan de pensioenkost beïnvloed worden (zowel positief als negatief) door parameters als interestvoeten, toekomstige salarisverhogingen, inflatie en rendement op activa. Deze risico's zijn niet ongewoon voor toegezegdpensioenregelingen.

Voor de complementaire toegezegdpensioenregeling worden op 31 december door onafhankelijke externe actuarissen actuariële waarderingen uitgevoerd. De huidige waarde en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en pensioenkosten voor verstreken diensttijd worden berekend met gebruik van de 'projected unit credit' methode.

De financieringstoestand van de pensioenpl annen is al s vol gt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Bruto pensioenschuld 776 837
Fondsbeleggingen tegen reële waarde -729 -770
Tekort 4
6
6
7

De el ementen opgenomen in de resul tatenrekening en de staat van het totaal resul taat zijn al s vol gt

Jaar eindigend op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Servicekost - werkgever 48 52
Netto Intrestkost 1 0
Servicekost van vroegere dienstjaren -29 3
Opgenomen in de resultatenrekening 2
0
5
6
Herwaarderingen
Actuarieel verlies t.g.v. wijziging in financiële assumpties 9
3
14
Actuariële (winst) / verlies t.g.v. ervaringsaanpassingen -4 3
Actuariële (winst) / verlies t.g.v. van fondsbeleggingen exclusief interesten -79 1
Opgenomen in de staat van het totaalresultaat 9 1
8
Totaal 2
9
7
4

De beweging van de nettoschul d werd al s vol gt opgenomen in de bal ans:

Jaar eindigend op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
In het begin van het jaar 6
5
46
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 20 56
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaalresultaat 9 18
Reële werkgeversbijdrage -49 -52
Netto tekort 4
6
6
7

Wijziging in de fondsbel eggingen :

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
In het begin van het jaar 605 729
Interesten 11 7
Rendement van fondsbeleggingen exclusief intresten 79 -1
Reële werkgeversbijdrage 49 52
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -15 -18
Op het einde van het jaar 729 770

Wijziging in de bruto schul d:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
In het begin van het jaar 670 776
Servicekost 48 52
Intrestkost 12 7
Servicekost van vroegere dienstjaren - verworven rechten -29 3
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -15 -18
Actuariële verliezen 89 17
Op het einde van het jaar 776 837

De pensioenkost van verstreken diensttijd is de verandering in de contante waarde van de brutoverplichting tengevolge van de implementatie van het herstructureringsplan in 2019.

De pensioenschul d werd bepaal d op basis van de vol gende assumpties:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Discontovoet 0,90% 0,80%
Toekomstige prijsinflatie 1,90% 1,90%
Nominaal toekomstige loonsverhoging 3,10% - 3,40% 3,10% - 3,40%
Nominaal toekomstige barema-stijging 3,00%- 3,05% 3,00%- 3,05%
Sterfte BE Prospective IA/BE BE Prospective IA/BE

De pensioenschuld werd bepaald op basis van de beste schatting door de entiteiten van de financiële en demografische veronderstellingen en welke ieder jaar worden herbekeken.

De duur van de verplichting is 15 jaar.

Sensitiviteitsanalyse

De meest significante actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de toegezegdpensioenregelingen zijn de disconteringvoet, de inflatie en de reële salarisverhogingen. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen van de respectievelijke veronderstellingen waarbij de andere veronderstellingen constant worden gehouden.

Indien de disconteringsvoet stijgt (of daalt) met 0,5% zou de geschatte impact op de toegezegdpensioenverplichting een daling (of stijging) betekenen van ongeveer 8 tot 9%.

Indien de inflatie stijgt (of daalt) met 0,25% zou de toegezegdpensioenverplichting stijgen (of dalen) met ongeveer 3%. Een stijging (of daling) van de reële salarisverhoging met 0,25% zou een stijging (of daling) van de toegezegdpensioenverplichting inhouden met ongeveer 6% tot 7%

De activa van de pensioenenpl annen zijn al s vol gt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Eigenvermogeninstrumenten 45,8% 45,5%
Schuldinstrumenten 37,7% 38,2%
Converteerbare leningen 6,0% 6,3%
Anderen (infrastructuur, private investeringsfondsen, verzekeringsdeposito's) 10,5% 10,0%

Het reële rendement van de activa van de plannen

.

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Reële rendement van de activa van de plannen 9
1
6

De beleggingsstrategie van het pensioenfonds is bepaald met het oog op het bekomen van het beste rendement op de beleggingen, binnen de strikte limieten van risicocontrole en rekening houdend met het profiel van de pensioenverplichtingen. De relatief lange looptijd van de pensioenverplichtingen (15 jaar) laat toe om een redelijk deel van de portefeuille toe te wijzen aan aandelen. Gedurende de laatste vijf jaar heeft het pensioenfonds de beleggingsportefeuille op significante wijze gediversifieerd zowel in type activa als regio en munt om het algehele risico te beperken en het verwacht rendement te verbeteren.

Per eind 2020 was ongeveer 45,5% van de portefeuille belegd in genoteerde aandelen (in Europa, de VS en opkomende markten), 38,2% in vastrentende waarden (staatsobligaties, bedrijfsobligaties, en senior leningen) en ongeveer 6,3% in converteerbare obligaties (Wereld ex. VS); het overige deel was geïnvesteerd in Europese infrastructuur, global private equity en Europees niet genoteerd vastgoed en cash. Het feitelijk uitvoeren van de investeringen is uitbesteed aan gespecialiseerde vermogensbeheerders.

Nagenoeg alle beleggingen werden gedaan via wederzijdse beleggingsfondsen. Directe investeringen bedragen minder dan 1% van de activa. Vrijwel alle aandelen, schuldinstrumenten en converteerbare leningen hebben genoteerde prijzen op een actieve markt. De andere activa, ten bedrage van 10% van de portfolio, zijn niet genoteerd. Het pensioenfonds investeert niet rechtstreeks in Proximus aandelen of –obligaties maar het is niet uitgesloten dat er enige Proximusaandelen of –obligaties opgenomen zijn in de gemeenschappelijke beleggingsfondsen waarin wordt belegd.

Het Pensioenfonds wenst het concept van maatschappelijke verantwoordelijkheid te promoten bij haar vermogensbeheerders. Het heeft hiervoor een "Memorandum over maatschappelijke ondernemingsverantwoordelijkheid' opgesteld dat haar beleid in dit domein definieert om hen aan te moedigen deze aspecten in rekening te brengen bij hun managementbeslissingen.

De Groep verwacht in 2021 52 miljoen EUR bij te dragen aan het Proximus Pensioenfonds.

Bovenop de toegezegdpensioenregelingen zoals hiervoor beschreven, beheert de Groep twee toegezegdpensioenregelingen van beperkte omvang. Ze stellen een DBO voor die gelijk is aan de fondsbeleggingen (7 miljoen EUR).

Toegezegdbijdragenregelingen

De Groep heeft een aantal regelingen gebaseerd op bijdragen voor in aanmerking komende personeelsleden.

Voor de plannen welke beheerd worden door buitenlandse filialen, geeft de Groep geen garantie van minimum rendement op de bijdragen.

Voor alle plannen die in België beheerd worden is er wel een gegarandeerd rendement.

Alle regelingen, zowel in België als in buitenland, lopend of afgesloten, zijn niet materieel op groepsniveau en vertegenwoordigen geen materiële netto schuld voor de Groep.

Toelichting 11.3. Andere vergoedingen na uitdiensttreding

Historisch kent de Groep haar gepensioneerden naast pensioenen andere voordelen toe onder de vorm van een socio-culturele premie en andere sociale voordelen zoals hospitalisatie. Er worden geen activa opgebouwd voor dergelijke voordelen.

Het hospitalisatieplan is gebaseerd op een geïndexeerd vast bedrag per begunstigde.

De financieringstoestand van de pl annen is al s vol gt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Bruto pensioenschuld 371 368
Nettoschuld opgenomen in de balans 371 368

De el ementen opgenomen in de resul tatenrekening en de staat van het totaal resul taat zijn al s vol gt

Jaar eindigend op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Servicekost - werkgever 4 4
Intrestkost 5 3
Kosten opgenomen in de resultatenrekening voor inperkingen,
stopzettingskosten en speciale beëindigingsvoordelen
1
0
7
Inperkings- en stopzettingsbaten en servicekost van vroegere dienstjaren -6 2
Opgenomen in de resultatenrekening 4 9
Herwaarderingen
Actuarieel verlies t.g.v. wijziging in financiële assumpties 33 5
Impact van ervaringsaanpassingen 0 -4
Opgenomen in de staat van het totaalresultaat 3
3
1
Totaal 3
7
1
0

De kost van verstreken diensttijd is de verandering in de contante waarde van de brutoverplichting tengevolge van de implementatie van het herstructureringsplan in 2019.

De beweging van de nettoschul d werd al s vol gt opgenomen in de bal ans:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
In het begin van het jaar 347 371
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 4 9
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaalresultaat 33 1
Reële werkgeversbijdrage -13 -13
Op het einde van het jaar 371 368

De schul d voor andere vergoedingen na uitdiensttreding was bepaal d op basis van vol gende assumpties :

Per 31 december
2019 2020
Discontovoet 0,85% 0,75%
Toekomstige evolutie van de kosten (index inbegrepen) 1,90% 1,90%
Sterfte BE Prospective IA/BE BE Prospective IA/BE

De schuld voor de andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de beste schatting door het bedrijf van de financiële en demografische hypotheses, welke elk jaar worden herbekeken.

De looptijd van de schuld bedraagt 14,65 jaar.

Sensitiviteitsanalyse

.

De belangrijke actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de toegezegde pensioenregelingen zijn de disconteringsvoet, de inflatie, toekomstige kostentrends en mortaliteit. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen van de respectievelijke veronderstellingen, terwijl de andere veronderstellingen constant worden gehouden.

Indien de disconteringsvoet stijgt (of daalt) met 0,5% zou de toegezegde pensioenverplichting dalen (of stijgen) met ongeveer 7%

Indien de toekomstige kostentrend stijgt (of daalt) met 1%, stijgt( of daalt) de toegezegde pensioenverplichting met ongeveer 14% tot 15%.

Indien een correctie van 1 jaar zou toegepast worden op de mortaliteitstabellen, zou de toegezegdpensioenverplichting wijzigen met ongeveer 4% tot 5%.

De Groep verwacht in 2021 een bedrag van 15 miljoen EUR aan deze plannen bij te dragen.

Toelichting 11.4. Overige verplichtingen

De Groep participeert in een toegezegde pensioenregeling opgezet door de staat. Op 31 december 2003 heeft Proximus haar verplichtingen met betrekking tot het wettelijk pensioen voor de statutaire medewerkers en hun nabestaanden overgedragen aan de Belgische staat, door middel van een betaling van 5 miljard EUR aan de Belgische staat. De overdracht van deze verplichtingen ging gepaard met een verhoogde werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid voor ambtenaren met ingang van 2004 en een jaarlijks vergoedingsmechanisme voor verschuiving van bepaalde toekomstige stijgingen of dalingen in de Belgische staat verplichtingen ten gevolge van acties ondernomen door Proximus. Naar aanleiding van een wetswijziging (Programma Wet van 25 december 2017), is vanaf 2018 de verplichting tot compensatie voor de Belgische Staat stopgezet.

Toelichting 12. Andere vaste activa

Toel
ichting
2019 2020
32.1 5 4
26 20
3
1
2
4
Per 31 december

De overige financiële activa zijn met 6 miljoen EUR gedaald als gevolg van de reclassificatie van een vordering op lange termijn naar korte termijn.

Toelichting 13. Voorraden

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Grondstoffen, hulpstoffen en reserveonderdelen 36 29
Werken in uitvoering en afgewerkte producten 25 19
Handelsgoederen 72 58
Totaal 133 106

Voorraad is netto gerapporteerd na aftrek van waardeverminderingen.

Toelichting 14. Handelsvorderingen en contractactiva

14.1 Handelsvorderingen

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Handelsvorderingen 985 868
Handelsvorderingen - bruto bedrag 1.084 967
Waardevermindering -99 -99

Handelsvorderingen zijn bedragen die door klanten verschuldigd zijn voor verkochte goederen of diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening. De meeste handelsvorderingen zijn niet-rentedragend en hebben meestal een looptijd van 30-90 dagen. De voorwaarden zijn iets langer voor de vorderingen van het International Carrier Services-segment (ICS), aangezien het grootste deel van de handelsvorderingen betrekking heeft op andere Telco-operatoren. Gezien de bilaterale aard van ICS-activiteiten, is netting van onderlinge positie gebruikelijk, maar dit proces kan vrij lang duren. De gerelateerde verrekeningsovereenkomsten zijn juridisch niet afdwingbaar.

Voor niet-ICS-activiteiten wordt de saldering ook toegepast bij een aantal andere telecomoperators.

Handelsvorderingen worden aanvankelijk erkend, wanneer ze ontstaan, tegen contractprijs. De groep houdt de handelsvorderingen met het doel om de contractuele kasstromen te verzamelen en meet ze vervolgens tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieverentemethode.

Voor de gepresenteerde jaren werden geen handelsvorderingen in onderpand gegeven. In 2020 ontving Proximus Groep bankgaranties en garanties van moederondernemingen voor 2 miljoen EUR (in 2019 6 miljoen EUR) als zekerheden voor de betaling van openstaande facturen.

14.2 Contractactiva

Per 31 december
(EUR million) 2019 2020
Bruto Contractactiva 103 118
Afloop binnen 12 maanden na de rapporteringsperiode 73 86
Afloop 12 maanden na de rapporteringsperiode 30 32
Waardevermindering -6 -7
Netto contractactiva 9
7
111

De evolutie van het brutobedrag van de contractactiva gedurende het jaar kan als volgt worden verklaard:

Per 31 december
(EUR million) 2019 2020
Balans op 1 januari 8
8
103
Afname van contractactiva met betrekking tot bestaande
contracten in de openingsbalans
-96 -113
Normale evolutie -83 -98
Verwachte beëindiging -13 -15
Nieuwe contractactiva 111 128
Balans op 31 december 103 118

14.3 Voorziening voor kredietverlies op handelsvorderingen en contractactiva

De Groep past de vereenvoudigde IFRS 9-benadering toe voor het waarderen van de verwachte kredietverliezen. Deze benadering maakt gebruik van een verwacht kredietverlies over de looptijd voor alle handelsvorderingen en contractactiva. Om de verwachte kredietverliezen te meten, zijn handelsvorderingen en contractactiva van CBU- en EBU-segmenten gegroepeerd op basis van gedeelde kredietrisicokarakteristieken en de achterstallige dagen. De contractactiva hebben betrekking op een recht op vergoeding in ruil voor goederen en diensten die al zijn overgedragen en hebben grotendeels dezelfde risicokenmerken als de handelsvorderingen voor dezelfde soorten contracten. De Groep heeft daarom geconcludeerd dat de verwachte verliespercentages voor handelsvorderingen van de CBU- en EBU-segmenten een redelijke benadering zijn van de verliespercentages voor de contractactiva. Deze verwachte verliespercentages komen overeen met historische kredietverliezen aangepast om huidige en toekomstgerichte informatie weer te geven over macro-economische factoren die van invloed zijn op het vermogen van de klanten om de vorderingen te verrekenen.

De Groep heeft het verwachte kredietverlies voor de uitstaande handelsvorderingen in het kader van Covid 19 opnieuw beoordeeld, voornamelijk op basis van de volgende criteria: de sector waarin de klanten actief zijn, de relatie met de klanten en hun respectieve ouderdom. Deze herziening heeft geleid tot een beperkte impact op de voorziening voor dubieuze vorderingen.

Voor het ICS-segment werden de verwachte kredietverliezen voor handelsvorderingen bepaald op individuele basis, rekening houdend met verschillende factoren die bepalend zijn voor een kredietscore, zoals micro- en macro-economische criteria, evenals kredietrating, landenrisico, klanthistoriek, mogelijke compensatie en andere interne en externe bronnen.

De anal yse van de verval l en handel svorderingen waarop geen waardevermindering werd geboekt, is al s vol gt: Verval l en

Per 31 december Waar
(in mil
joen EUR)
Bruto
vorderingen
dever
minde
ring
Netto
boekwaar
d
e
Niet
verval
l
en
< 30
dagen
30-
60
dagen
60-
90
dagen
90-
180
dagen
180-
360
dagen
> 360
dagen
Handelsvorderingen
2018 1.149 -107 1.042 616 128 4
6
3
8
63 50 101
2019 1.084 -99 985 569 100 4
1
2
9
58 63 126
2020 967 -99 868 512 79 3
5
2
1
4
4
4
3
133
2020 % waardevermindering op
handelsvorderingen
10% 2
%
2
%
5% 11% 16% 18% 33%
Het verlies van waarde op de contractactiva is als volgt:
Contractactiva 118 -7 111 111
2020 % waardevermindering op contractactiva 6% 6%

De voorziening voor kredietverlies op afsluitdatum voor handelsvorderingen en contractactiva op 31 december 2020 wordt als volgt aangesloten met de openingsbalansen:

De evolutie van de waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen is als volgt:

De evolutie van de waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen is als volgt:
(in miljoen EUR) Handels
vorderingen
Contractkosten Totaal
Op 31 december 2019 9
9
-
6
9
3
Stijging in de voorziening voor verliezen via de resultatenrekening 4 -1 3
Afgechreven vorderingen als niet inbaar -3 0 -3
Op 31 december 2020 9
9
-
7
9
3

Toelichting 15. Andere vlottende activa

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Terug te vorderen B.T.W. 10 12
Over te dragen kosten 112 113
Verkregen opbrengsten 1 2
Andere vorderingen 10 12
Totaal 134 139

Toelichting 16. Beleggingen

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Termijnrekening tegen geamortiseerde kostprijs 32.4 3 3
Totaal 3 3

Beleggingen omvatten deposito's met een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden, maar minder dan een jaar

Toelichting 17. Geldmiddelen en kasequivalenten

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Termijnrekening tegen geamortiseerde kostprijs 32.4 13 115
Kas en banktegoeden 32.4 310 195
Totaal 323 310

Kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van één dag tot drie maanden afhankelijk van de onmiddellijke cashbehoeften van de Groep en brengen interest op of kosten interest volgens de respectieve rentevoeten van de kortetermijndeposito's. De geldende interestvoet op banktegoeden zijn variabel, in overeenstemming met de dagelijkse bankdepositorente.

De geldmiddelen en kasequivalenten worden gehouden bij banken en financiële instellingen met een hoge langetermijnkredietbeoordeling tussen A- en A + met een minimum van A-. Daarom wordt het verwachte kredietverlies op geldmiddelen en kasequivalenten als immaterieel beschouwd.

Toelichting 18. Eigen Vermogen

Toelichting 18.1. Eigen vermogen

Per 31 december 2020 bedroeg het kapitaal van Proximus NV 1 miljard EUR (volledig volstort), vertegenwoordigd door 338.025.135 aandelen zonder nominale waarde en allen met dezelfde rechten voor zover deze rechten niet geschorst of vernietigd werden in geval het eigen aandelen betrof. De Raad van Bestuur van Proximus NV is bevoegd om het kapitaal te verhogen met een maximum bedrag van 200 miljoen EUR.

De vennootschap mag haar eigen aandelen verkrijgen en deze vervreemden in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. De Raad van Bestuur is door artikel 13 van de statuten gemachtigd om het wettelijk toegestaan maximum aantal eigen aandelen te verkrijgen. De betaalde prijs mag niet hoger zijn dan vijf procent boven de hoogste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting en mag niet lager zijn dan tien procent onder de laagste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting. Deze machtiging wordt verleend voor een periode van vijf jaar vanaf 20 April 2016.

Proximus NV heeft de statutaire verplichting om 5% van de winst vóór belastingen van de moedermaatschappij uit te keren aan haar werknemers. In de bijgaande geconsolideerde jaarrekening wordt deze winstverdeling geboekt als workforce kosten.

In december 2015 heeft het Belgische parlement een nieuwe wet goedgekeurd met als doel de wet van 1991 te moderniseren, voornamelijk door bepaalde organisatorische vereisten te versoepelen om een gelijk speelveld met concurrerende bedrijven te creëren, door de corporate governance af te stemmen op de gewone regels voor beursgenoteerde bedrijven in België en door het kader te definiëren waarbinnen de overheid haar participatie tot minder dan 50% kan terugbrengen. De Algemene Vergadering van 2016 besliste een aantal veranderingen aan de statuten om de wijzigingen aan de wet van 1991 erin op te nemen.

Op 31 december 2020 had de Groep 15.335.109 eigen aandelen.

In 2019 en 2020verkocht de Groep respectievelijk 3.033 en 3.092 eigen aandelen aan haar senior management voor minder dan 1 miljoen EUR onder een aandelenaankoopplan met korting van 16,70% (zie toelichting 35).

De personeelsleden oefenden in 2019 en 2020 respectievelijk 109.751 en 16.583 opties op aandelen uit. Om deze uitoefening van aandelenopties te verwezenlijken, gebruikte Proximus eigen aandelen (zie toelichting 35).

In 2019 en 2020 kende de Groep geen opties op aandelen toe aan het topmanagement en aan het senior management.

Aantal
aandel
en (incl
usief eigen aandel
en):
2019 2020
Op 1 januari 338.025.135 338.025.135
Per 31 december 338.025.135 338.025.135
Aantal
eigen aandel
en:
2019 2020
Op 1 januari 15.321.318 15.042.626
Verkoop onder een aandelenaankoopplan met korting -3.033 -3.092
Aankoop en verkoop van eigen aandelen -165.908 312.158
Uitoefening van opties op aandelen -109.751 -16.583
Per 31 december 15.042.626 15.335.109

Toelichting 18.2. Belangen zonder overheersende zeggenschap

Belangen zonder overheersende zeggenschap ('Minderheidsbelangen') omvatten 42,4% van de minderheidsaandeelhouders (Swisscom en MTN Dubai) in BICS, vanaf 1 januari 2010.

In 2019 heeft de Groep alle resterende minderheidsbelangen van Be-Mobile verworven door de uitoefening van de putoptie die voor deze aandelen was toegekend voor een bedrag van 37 miljoen EUR. In een tweede fase heeft de Groep 7,26% van de aandelen verkocht aan minderheidsbelangen (voor 7 miljoen EUR) en heeft hierover een putoptie toegekend (samen met een nieuwe aandeelhoudersovereenkomst). Dit had een negatief effect op het eigen vermogen van 6 miljoen EUR.

De Groep kreeg call-opties op deze 7,26% minderheidsbelangen. Deze opties kunnen worden uitgeoefend onder dezelfde voorwaarden en voor dezelfde prijs.

De Groep erkent de bruto schuld voor de verwachte uitoefenprijs van de PUT optie. De opgenomen schuld wordt periodiek geherwaardeerd naar de reële waarde via de winst- en verliesrekening (financieel resultaat).

Toelichting 19. Rentedragende schulden

Toelichting 19.1. Rentedragende schulden op lange termijn

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Niet-achtergestelde schuld (obligaties, notes) 1.953 2.104
Kredietinstellingen 402 401
Andere leningen 0 1
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 32.1 5 4
Totaal 2.360 2.511

Proximus verwierf een nieuwe private plaatsing (EMTN) met een looptijd van 20 jaar (onder EMTN) van 150 miljoen EUR met ingang van 14 mei 2020 en een jaarlijkse vaste coupon van 1,5%.

Op 27 februari 2019 heeft Proximus een overeenkomst gesloten met een institutionele belegger voor de uitgifte van een nieuwe onderhandse obligatielening van 100 miljoen EUR die op 8 maart 2019 begint en in september 2031 vervalt met een jaarlijkse vaste coupon van 1,75%.

Alle langetermijnschulden zijn zonder waarborgen. Tijdens 2020 en 2019 zijn er geen wanbetalingen of schendingen m.b.t. aangegane leningen.

In de twee voorgestelde jaren werden rente- en valutaswaps (IRCS) gebruikt om de rentevoet- en wisselkoersrisico's op de nietachtergestelde obligatieleningen in JPY te beheren. Deze swaps geven de Groep de mogelijkheid om de rentevoet op deze obligatieleningen, welke economisch volledig afgedekt zijn, om te zetten van een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet en de resterende schulden in JPY om te zetten in vast rente-schulden in EUR (zie toelichting 32).

De niet-achtergestelde obligatieleningen in EUR en JPY worden door Proximus NV uitgegeven. De nominale waarde van deze schulden is volledig terugbetaalbaar op hun vervaldatum.

De rentedragende l
angetermijnl
eningen per 31 december 2020 zijn al
s vol
gt:
Boekwaarde Nominal
e
waarde
W
aardering
vol
gens IAS 39
Verval
datum
Interest
betal
ingen /
herprijsbaar
Betaal
de
rentevoet
Reël
e
rentevoet
(in mil
joen
EUR)
(in mil
joen
EUR)
(b)
Niet-achtergestel
de obl
igatiel
eningen
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 12 11 Afgeschreven
kost
Dec-26 Halfjaarlijks -0,70% -0,70%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 150 150 Afgeschreven
kost
Mar-28 Jaarlijks 3,19% 3,22%
EUR 100 100 Afgeschreven
kost
Mai-23 Jaarlijks 2,26% 2,29%
EUR 598 600 Afgeschreven
kost
Apr-24 Jaarlijks 2,38% 2,46%
EUR 496 500 Afgeschreven
kost
Oct-25 Jaarlijks 1,88% 2,05%
EUR 499 500 Afgeschreven
kost
Mar-22 Jaarlijks 0,50% 0,34%
EUR 100 100 Afgeschreven
kost
Sep-31 Jaarlijks 1,75% 1,78%
EUR 149 150 Afgeschreven
kost
May-40 Jaarlijks 1,50% 1,52%
Kredietinstel
l
ingen
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 400 400 Afgeschreven
kost
Mar-28 Jaarlijks 1,23% 1,04%
EUR 1 1 Afgeschreven
kost
Oct-23 Maandelijks 0,60% 0,60%
Andere l
eningen
EUR 1 1 Afgeschreven
kost
2024 Verschillende
betalings
frequenties
0%-6% 0%-6%
Af
gel
eide producten
Afgeleide producten
aangehouden voor
handelsdoeleinden
4 Reële waarde
Totaal 2.511 2.514

(a) omgezet in een variable rentelening in EUR via rente- en valuataswaps.

(b) voor leningen met variabele rente is de rentevoet de rentevoet die geldt op de laatste renteherzieningsdatum vóór 31 december 2019

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2019 zijn als volgt:
-- ---------------------------------------------------------------------------- -- --
Boekwaarde Nominal
e
waarde
W
aardering
vol
gens IAS 39
Verval
datu
m
Interest
betal
ingen /
herprijsbaar
Betaal
de
rentevoet
Reël
e
rentevoet
(in mil
joen
EUR)
(in mil
joen
EUR)
(b)
Niet-achtergestel
de obl
igatiel
eningen
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 12 11 Afgeschreven
kost
Dec-26 Halfjaarlijks -0,44% -0,44%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 150 150 Afgeschreven
kost
Mar-28 Jaarlijks 3,19% 3,22%
EUR 100 100 Afgeschreven
kost
Mai-23 Jaarlijks 2,26% 2,29%
EUR 598 600 Afgeschreven
kost
Apr-24 Jaarlijks 2,38% 2,46%
EUR 495 500 Afgeschreven
kost
Oct-25 Jaarlijks 1,88% 2,05%
EUR 499 500 Afgeschreven
kost
Mar-22 Jaarlijks 0,50% 0,34%
EUR 100 100 Afgeschreven
kost
Sep-31 Jaarlijks 1,75% 1,78%
Kredietinstel
l
ingen
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 400 400 Afgeschreven
kost
Mar-28 Jaarlijks 1,23% 1,04%
EUR 2 2 Afgeschreven
kost
Oct-23 Maandelijks 0,60% 0,60%
Af
gel
eide producten
Afgeleide producten
aangehouden voor
handelsdoeleinden
5 Reële waarde
Totaal 2.360 2.363
(a) omgezet in een variable rentelening in EUR via rente- en valuataswaps.
(b) voor leningen met variabele rente is de rentevoet de rentevoet die geldt op de laatste renteherzieningsdatum vóór 31 december 2019
Toelichting 19.2. Rentedragende schulden op korte termijn
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Kredietinstellingen 1 1
Kortetermijndeel van andere schulden > 1 year
Niet-achtergestelde schuld (obligaties, notes)
156 Per 31 december
150
Andere leningen 0 12

Toelichting 19.2. Rentedragende schulden op korte termijn

Per 31 december Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Kortetermijndeel van andere schulden > 1 year
Kredietinstellingen 1 1
Niet-achtergestelde schuld (obligaties, notes) 156 150
Andere leningen 0 12
Totaal 157 163

Kortetermijnschul den per 31 december 2020 zijn al s vol gt:

Boekwaarde Nominal
e
waarde
Waardering
vol
gens IAS 39
Verval
-
datum
Interest
betal
ingen /
herprijsbaar
Betaal
de
rentevoet
Reël
e
rentevoet
(in mil
joen
EUR)
(in mil
joen
EUR)
Kortetermijndeel van rentedragende schul den > 1 year
Kredietinstellingen
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 1 1 Amortized cost Monthly 0,60% 0,60%
Niet-achtergestel
de schul
d (obl igaties, notes)
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 150 150 Amortized cost Feb-21 At inception -0,40% -0,40%
Andere l
eningen
EUR 12 12 Afgeschreven
kost
Jan-21 0,43% 0,43%
Totaal 163 163
(a): maandelijks, per kwartaal, halfjaarlijks, jaarlijks

Kortetermijnschul den per 31 december 2019 zijn al s vol gt:

Boekwaarde Nominal
e
waarde
Waardering
vol
gens IAS 39
Verval
datu
m
Interest
betal
ingen /
herprijsbaar
Betaal
de
rentevoet
Reël
e
rentevoet
(in mil
joen
EUR)
(in mil
joen
EUR)
Kortetermijndeel van rentedragende schul den > 1 year
Kredietinstellingen
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 1 1 Afgeschreven
kost
Maandelijks 0,60% 0,60%
Niet-achtergestel
de schul
d (obl igaties, notes)
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 156 156 Afgeschreven
kost
Jan-20 At inception -0,40% -0,40%
Totaal 157 1

(a): maandelijks, per kwartaal, halfjaarlijks, jaarlijks

Toelichting 19.3. Informatie omtrent de financieringsactiviteiten van de Groep met betrekking tot rentedragende schulden

Per 31
december
Gel
dstromen
Niet-kas
wijzigingen
Per 31
december
(in mil
joen EUR)
2019 2020
Langetermijn
Niet-achtergestelde obligatieleningen 1.953 149 2 2.104
Kredietinstellingen 402 -1 0 401
Andere leningen 0 1 0 1
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 5 0 -1 4
Korte termijn deel van andere schulden > 1 year
Beleggingen aangehouden tot vervaldag 1 0 0 1
Andere financiële schulden
Niet-achtergestelde schuld (obligaties, notes) 156 -6 0 150
Andere leningen 0 12 0 12
Total
e schul
den uit financieringsactiviteiten excl
usief
l
easingschul
den
2.517 156 1 2.673
Leasingschulden op korte en lange termijn 307 -82 59 284
Total
e schul
den uit financieringsactiviteiten incl
usief
l
easingschul
den
2.824 7
4
6
0
2.957
(in miljoen E
U
R)
Per 31
december
20
18
Geldstromen N
iet kas
w
ijzigingen
Per 31
december
20
19
Langetermijn
Niet-achtergestelde schuld (obligaties, notes) 1.852 100 2 1.953
Kredietinstellingen 403 -1 0 402
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 4 0 0 5
Korte termijn deel van andere schulden > 1 year
Beleggingen aangehouden tot vervaldag 1 0 0 1
Andere financiële schulden
Niet-achtergestelde schuld (obligaties, notes) 232 -76 0 156
Totale schulden uit financieringsactiv
iteiten
exclusief leasingschulden
2.492 2
3
2 2.517
Leasingschulden op korte en lange termijn 280 -78 104 307
Totale schulden uit financieringsactiv
iteiten
inclusief leasingschulden
2.772 -55 10
6
2.824

Toelichting 20. Voorzieningen

(in mil
joen EUR)
Arbeids
ongeval
l
en
Geschil
l
en
Ziektedagen Andere risico's Totaal
Op 1 januari 2019 3
1
2
2
2
7
6
3
142
Toevoegingen 0 2 0 22 24
Aanwendingen -2 -1 0 -7 -10
Terugnemingen 0 -5 -10 -7 -22
Actualisatie 0 0 0 2 3
Op 31 december 2019 2
9
1
9
1
7
7
3
137
Toevoegingen 0 9 0 9 18
Aanwendingen -2 -1 0 -6 -9
Terugnemingen 0 -4 -1 -2 -7
Actualisatie 1 0 0 0 1
Op 31 december 2020 2
8
2
3
1
6
7
3
139

De voorziening voor arbeidsongevallen betreft de vergoedingen die Proximus NV desgevallend zou kunnen betalen aan personeelsleden die gewond geraakt zijn (met inbegrip van beroepsziekten) tijdens de uitoefening van hun functie en op de weg van en naar het werk. Tot 31 december 2002 werd de vergoeding volgens de wet van 1967 (openbare sector) op de arbeidsongevallen, gedekt en rechtstreeks uitbetaald door Proximus. Deze voorziening (gedeelte annuïteiten) is gebaseerd op actuariële gegevens met inbegrip van de sterftetafels, vergoedingspercentages, rentevoeten en andere factoren bepaald door de wet van 1967 en berekend met de hulp van een professioneel verzekeraar. Rekening houdend met de sterftetafel wordt ervan uitgegaan dat het grootste gedeelte van deze kosten zal worden uitbetaald tot 2062.

Sinds 1 januari 2003 zijn de contractuele personeelsleden onderworpen aan de wet van 1971 (privésector) en blijven de statutaire personeelsleden onder de toepassing van de wet van 1967 (openbare sector). Zowel voor de contractuele als de statutaire personeelsleden is Proximus sinds 1 januari 2003 gedekt door verzekeringspolissen voor arbeidsongevallen en zal zij dus geen rechtstreekse betalingen meer uitvoeren aan de personeelsleden.

De voorziening voor geschillen geeft de beste raming van het management weer voor waarschijnlijke verliezen ten gevolge van hangende geschillen waarvoor de Groep door een derde partij wordt vervolgd of waarvoor zij betrokken is in een juridisch geschil.. De verwachte timing van de bijbehorende uitstroom van kasmiddelen hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende gerechtelijke procedures.

De voorziening voor ziektedagen is de beste raming van het management van de waarschijnlijke kosten ingevolge de toekenning door Proximus aan haar statutaire personeelsleden van een recht op cumulatie van niet-opgenomen ziektedagen.

De voorziening voor andere verplichtingen per eind 2020 omvat hoofdzakelijk de geraamde kosten voor de ontmanteling en herstelling van de mobiele antennes, de voorziening voor milieurisico's en de overige risico's. Er wordt verwacht dat de meeste van deze kosten zullen worden betaald tijdens de periode 2021-2050. De voorziening voor ontmanteling en herstelling wordt geraamd tegen actuele prijzen en verdisconteerd tegen een disconteringsvoet van 0.8% afhankelijk van de verwachte timing om aan de verplichtingen te voldoen.

Toelichting 21. Andere langetermijnschulden

2019 2020
114 9
5
12 4
127 9
9

Schulden op meer dan één jaar omvatten licenties (zie toelichting 4), uitzend- en inhoudsrechten die verschuldigd zijn over het deel van de contractduur dat meer dan één jaar bedraagt (meestal minder dan 5 jaar).

Toelichting 22. Andere kortetermijnschulden en contractverplichtingen

Per 31 december
(in mil
joen EUR)
2019 2020
Te betalen B.T.W. 9 6
Schulden aan werknemers 115 115
Voorziening voor vakantiegeld 86 77
Voorziening voor sociale zekerheidsbijdrage 51 45
Voorschot ontvangen op contracten 18 9
Andere belastingen 103 102
Over te dragen opbrengsten 43 4
Toe te rekenen kosten 26 27
Andere schulden 40 30
SubTotaal overige huidige schulden 490 416
Contractuele verplichtingen 116 157
Totaal 606 573

Contractverplichtingen omvatten de verplichting van de Groep om goederen of diensten in de toekomst te leveren aan een klant waarvoor de Groep een betaling van de klant heeft ontvangen of het bedrag verschuldigd is. De toename van deze rubriek in 2020 ten opzichte van 2019 is toe te schrijven aan de aanpassing van de classificatie van de overgedragen inkomsten van de BICS contracten.

Toelichting 23. Netto-omzet

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Netto omzet erkend op een bepaald moment in de tijd 544 542
Netto omzet erkend in de tijd 5094 4.901
Totaal 5638 5443

Netto-omzet komt overeen met de omzet uit contracten met klanten. De Groep genereert inkomsten uit de overdracht van goederen en diensten in de tijd en op een bepaald moment als volgt:

De uitsplitsing van de opbrengsten wordt vermeld in het geconsolideerde managementverslag onder sectie management commentaar.

De volgende tabel bevat de verwachte omzet die in de toekomst zal worden verantwoord met betrekking tot prestatieverplichtingen die op de rapportagedatum nog niet (of slechts gedeeltelijk) werden geleverd:

Verwacht tijdstip van erkenning
(in miljoen EUR) 2021 2022 > 2022
Transactieprijs toegewezen aan prestatieverplichtingen die
nog niet werden geleverd
175 5
6
4
5

Toelichting 24. Andere bedrijfsopbrengsten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Meerwaarde op de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 8 3
Meerwaarde bij realisatie van financiële vaste activa 5 0
Diverse refacturaties en recuperatie van uitgaven 41 31
Andere opbrengsten 5 4
Totaal 59 38

De Groep realiseerde een meerwaarde op verkoop van buildings van 1 miljoen EUR in 2020 en 7 miljoen EUR in 2019 . De ontvangen geldmiddelen uit deze verkopen bedroegen 5 miljoen EUR in 2020 en 13 miljoen EUR in 2019.

De diverse refacturaties en recuperatie van uitgaven omvatten hoofdzakelijk vergoedingen voor netwerkschade (9 miljoen EUR in 2020 en 10 miljoen EUR in 2019) en bijdragen van het personeel en derden voor diverse diensten.

Toelichting 25. Kosten van aan omzet-gerelateerde materialen en diensten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Aankopen van materialen 443 421
Aankopen van diensten 1.574 1.480
Totaal 2.018 1.901

De aankopen van materialen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming, dat werd geactiveerd ten bedrage van 54 miljoen EUR in 2019 en 64 miljoen EUR in 2020.

Toelichting 26. Workforce kosten

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2019 2020
Wedden en lonen 705 648
Sociale zekerheidsbijdragen 177 166
Pensioenkosten 19 55
Vergoedingen na uitdiensttreding (andere dan pensioenen) en
beëindiginsvoordelen
306 -24
Andere workforce kosten 269 283
Totaal 1.477 1.128

Workforce kosten zijn kosten die verband houden zowel met eigen personeelsleden als met externe arbeidskrachten (opgenomen in andere workforce kosten.

Wedden en lonen en sociale zekerheidsbijdragen worden getoond na aftrek van eigen werken die gekapitaliseerd worden voor een bedrag van 133 miljoen in 2019 en 119 miljoen EUR in 2020.

Vergoedingen na uitdiensttreding (andere dan pensioen) en beëindigingsvergoedingen omvatten de impact van het FFPtransformatieplan (2019 288 miljoen EUR, 2020 -27 miljoen EUR) en andere ontslagvergoedingen (2019 18 miljoen EUR, 2020 -3 miljoen EUR). Ze omvatten ook de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en pensioenkosten van verstreken diensttijd van andere vergoedingen na uitdiensttreding (2019 -1 miljoen EUR, 2020 6 miljoen EUR)

De pensioenkost van 2019 omvat een negatieve kost van verstreken diensttijd (winst) als gevolg van het transformatieplan van EUR 29 miljoen.

De overige personeelskosten omvatten kosten voor extern personeel en andere kosten met betrekking tot intern personeel (zoals maaltijdcheques, sociale activiteiten, ongevallenverzekering voor werknemers, treinkaartjes voor actieve medewerkers).

Toelichting 27. Non-workforce kosten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Diensten en capaciteitscontracten 48 40
Onderhoud en nutsvoorzieningen 163 166
Publiciteit en public relations 81 71
Admistratie, training, studies en honoraria 112 130
Kosten voor telecommunicatie, post en kantooruitrusting 32 29
Waardevermindering 28 33
Andere belastingen dan winstbelastingen 28 26
Andere non-workforce kosten 35 36
Totaal 527 530

Andere belastingen dan winstbelastingen: Belasting op pylonen

Nieuwe evoluties in de jurisprudentie hebben de Groep ertoe aangezet om de verplichtingen in verband met Belastingen op Pylonen in 2018 opnieuw te evalueren. Dit resulteerde in een materiële verhoging van de voorzieningen in 2018. In 2019 zijn er geen materiële

wijzigingen in de jurisprudentie die zouden moeten leiden tot een herziening van de toegepaste methodologie met betrekking tot de overlopende rekeningen. In 2020 waren er zowel positieve als negatieve evoluties in de rechtspraak die tot een herziening van de voorzieningen hebben geleid, met een beperkte netto-impact. De in de financiële staten opgenomen positie weerspiegelt de beste raming van het management van het waarschijnlijke eindresultaat.

Toelichting 28. Afschrijvingen

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Afschrijvingen op licenties en andere immateriële vaste activa 449 456
Afschrijvingen op materiële vaste activa 589 579
Afschrijving van een met een gebruiksrecht overeenstemmende activa 82 82
Totaal 1.120 1.116

Toelichting 29. Netto financiële kosten

²
Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Financiële opbrengsten
Rentebaten op financiële instrumenten
Tegen geamortiseerde kosten 5 2
Waardering aan de reële waarde van financiële instrumenten
Niet in een hedgerelatie - FVTPL 10 6
Andere financiële inkomsten 1 1
Financiële kosten
Interesten en kosten van schulden op financiële instrumenten tegen geamortiseerde kostprijs
Niet-achtergestelde obligatieleningen -40 -42
Rentelasten op leaseverplichtingen -2 -3
Kortetermijnschuld 0 -1
Schulden op lange termijn -2 -2
Actualisatie kosten
Op pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding -8 -4
Waardeverminderingen
Op geassocieerde ondernemingen -2 0
Andere financiële kosten -5 -4
Totaal -47 -48

Toelichting 30. Winst per aandeel

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die kan toegekend worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen tijdens het jaar.

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die toegekend wordt aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen, beiden gecorrigeerd voor de effecten van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering kunnen leiden.

Hie rna worde n de re sultate n- e n aande le nge ge ve ns we e rge ge ve n die worde n ge bruikt bij de be re ke ning van de ge wone e n ve rwate rde winst pe r aande e l:

Boekjaar afgesl oten op 31 december
2019 2020
Nettowinst toe te rekenen aan gewone aandeelhouders (in miljoen EUR) 373 564
Aangepaste nettowinst voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel (in
miljoen EUR)
373 564
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 322.918.006 322.752.015
Correctie voor aandelenopties 36.696 3.742
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen voor verwaterde winst per aandeel 322.954.702 322.755.758
Gewone winst per aandeel (EUR) 1,16 1,75
Verwaterde winst per aandeel (EUR) 1,16 1,75

In 2019 en 2020 zijn alle toegekende aandelenopties verwaterend en daarom begrepen in de berekening van de verwaterde winst per aandeel.

Toelichting 31. Betaalde en voorgestelde dividenden

2019 2020
Dividenden op gewone aandelen:
Voorgestelde dividenden (in miljoen EUR) 485 387
Aantal uitstaande aandelen met dividendrechten 322.982.509 322.690.026
Dividend per aandeel (EUR) 1,5 1,2
Interim dividend betaald aan de aandeelhouders (in miljoen EUR) 162 161
Interim dividend per aandeel (EUR) 0,50 0,50

De voorgestelde dividenden voor 2019 zijn effectief uitbetaald in april 2020. De interimdividenden voor 2020 zijn betaald in december 2020.

In 2020 werd een bedrag van minder dan 1 miljoen EUR betaald in verband met de in 2020 uitgeoefende aandelenopties. Voor 2019 is een bedrag van 2 miljoen EUR betaald. Die bedragen stemmen overeen met de gecumuleerde dividenden verbonden aan de uitgeoefende aandelenopties sinds hun toekenning.

$$
\text{Sens}(\text{Wity}_\text{G}\text{S}^{\text{unif}})
$$

Toelichting 32. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten

Toelichting 32.1. Derivaten

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals renteswaps (IRS), rente- en valutaswaps (IRCS), termijnwisselcontracten en valuta opties.

(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Vaste activa
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 12 5 4
Totaal activa 5 4
Langetermijnschulden
Rentedragend
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 19 5 4
Totaal schulden 5 4

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de positieve en negatieve reële waarden van de derivaten in de balans, opgenomen als respectievelijk vaste/vlottende activa of passiva.

Op 31 december 2020 Reële waarde
(in miljoen EUR) Activa Passiva
Rente- en valutaswaps 4 0
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 0 -4
Derivaten die niet kwalificeren voor boekhoudkundige afdekking 4 -
4
Totaal 4 -
4
Op 31 december 2019 Reële waarde
(in miljoen EUR) Activa Passiva
Rente- en valutaswaps 5 0
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 0 -5
Derivaten die niet kwalificeren voor boekhoudkundige afdekking 5 -
5
Totaal 5 -
5

Rente- en valutaswaps (IRCS) worden gebruikt om wisselkoers- en renterisico's m.b.t. de overblijvende niet-achtergestelde obligatieleningen van JPY 1,5 miljard te beheren (zie toelichting 19).

Toelichting 32.2. Financieel risicobeheer: objectieven en beleid

De belangrijkste financiële instrumenten van de Groep bestaan uit niet-achtergestelde obligaties, handelsvorderingen en handelsschulden. De belangrijkste risico's verbonden met deze financiële instrumenten zijn het rentevoetrisico, het wisselkoersrisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico.

Het principe van risicominimalisatie wordt op alle financiële transacties toegepast. Om dit te bereiken wordt het beheer met betrekking tot de financiering, wisselkoers, rentevoet en kredietrisico gecentraliseerd bij het Groep Treasury departement. Simulaties worden uitgevoerd gebruikmakend van verschillende marktscenario's ("worst case" scenario inbegrepen) om hun impact in verschillende marktomgevingen in te schatten. Alle financiële transacties en financiële risico's worden beheerd en opgevolgd in een centraal treasury managementsysteem.

Het Groep Treasury departement voert zijn activiteiten uit in het kader van de regels en richtlijnen die door het Executief Comité en de Raad van Bestuur goedgekeurd werden. Het Groep Treasury departement is verantwoordelijk voor de toepassing van deze richtlijnen. Volgens deze regels, worden de derivaten gebruikt om het rentevoetrisico en het wisselkoersrisico af te dekken. Derivaten worden enkel gebruikt als dekkingsinstrument, en kunnen niet gebruikt worden voor handels- of andere speculatieve doeleinden. De belangrijkste door de Groep gebruikte derivaten zijn termijnwisselcontracten, renteswaps en valutaopties.

De tabel hieronder geeft een overzicht van de wijziging in het Eigen vermogen en het totaalresultaat per type dekkingsinstrument voor 2020:

(in miljoen EUR) Toelich
ting
Overdracht naar
resultatenrekening voor de
periode
Afschrijving van gecumuleerde herwaarderingen van afgewikkelde renteswaps OCI 2
Mutaties in niet-gerealiseerde resultaten in verband met
kasstroomafdekkingen
2

Het interne auditdepartement van de Groep controleert regelmatig de interne controleomgeving binnen het Groep Treasury departement.

Rentevoetrisico

De blootstelling van de Groep aan de veranderende marktrentevoeten betreft voornamelijk zijn lange-termijn financiële schulden. Het Groep Treasury departement beheert de blootstelling van de Groep aan wijzigingen van de rentevoeten en de financieringskost, door een mix van vaste en vlottende rentedragende schulden te gebruiken, in lijn met de door de Groep opgestelde regels voor financieel risicobeheer. Deze regels streven naar het bereiken van een optimaal evenwicht tussen de totale financieringskost, de risicobeperking en het vermijden van de volatiliteit van de financiële resultaten, rekening houdend met zowel de marktcondities en opportuniteiten als met de globale handelsstrategie van de Groep.

De onderstaande tabellen tonen de rentedragende langetermijnschulden per munt (inclusief het kortetermijngedeelte, exclusief leasing- en soortgelijke schulden), de rente- en valutaswaps (IRCS) en de netto wisselverplichtingen van de Groep, op 31 december 2020 en 2019.

Op 31 december 2020
Directe l
ening
IRCS overeenkomsten Netto verpl
ichtingen
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
(in miljoen
EUR)
(in jaren) (in miljoen
EUR)
(in jaren) (in miljoen
EUR)
(in jaren)
EUR
Vast 2.500 1,72% 5 2.500 1,72% 5
Variabel 11 -0,70% 6 11 -0,70% 6
JPY
Vast 11 5,04% 6 -11 -5,04% 6
Variabel
Total 2.511 1,73% 5 0 2.511 1,70% 5

(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.

Op 31 december 2019
Directe l
ening
IRCS overeenkomsten Netto verpl
ichtingen
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddelde
looptijd tot
vervaldag
(in miljoen
EUR)
(in jaren) (in miljoen
EUR)
(in jaren) (in miljoen
EUR)
(in jaren)
EUR
Vast 2.350 1,75% 5 2.350 1,75% 5
Variabel 11 -0,52% 7 11 -0,52% 7
JPY
Vast 11 5,04% 7 -11 -5,04% 7
Variabel
Totaal 2.361 1,77% 5 0 2.361 1,73% 5

(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.

Op 28 november 2017 sloot de Groep een renteswapcontract af om het risico op renteschommelingen af te dekken tussen de aanvangsdatum van de dekking en de uitgiftedatum van een vaste rente langetermijnschuld van 400 miljoen EUR die naar verwachting in het eerste kwartaal van 2018 zou worden uitgegeven en effectief werd uitgegeven op 15 maart 2018 voor een looptijd van 10 jaar. Het effectieve gedeelte van de wijziging in reële waarde van het afgeleide product aangemerkt voor kasstroomafdekking wordt erkend in niet-gerealiseerde resultaten en zal achtereenvolgens geherclassificieerd worden naar de resultatenrekening in dezelfde periode als het afgedekte item.

Wisselkoersrisico's

De operationele activiteiten zijn de belangrijkste bron van wisselrisico voor de Groep. Dit risico komt voort uit de aankopen of verkopen die door de operationele afdelingen in een andere valuta dan EUR worden uitgevoerd. Transacties in andere valuta dan EUR komen voornamelijk voor in het segment International Carrier Services ("ICS"), en nog meer sinds de verwerving van TeleSign. De internationale activiteiten van dit segment genereren betalingen in verschillende valuta's van en naar andere telecommunicatie operatoren. Buiten ICS voeren zowel Proximus als een aantal van zijn dochterondernemingen internationale activiteiten uit (ICT, roaming, investeringen en operationele uitgaven), welke een bron zijn van wisselrisico's.

De wisselkoersrisico's worden ingedekt voor zover ze de kasstromen van de Groep beïnvloeden. De wisselkoersrisico's die de kasstromen van de Groep niet beïnvloeden (bijvoorbeeld risico's die voortvloeien uit de omzetting van activa en schulden van de buitenlandse operaties naar de functionele valuta) worden gewoonlijk niet ingedekt. Niettemin zou de Groep kunnen overwegen om deze zogenaamde omrekeningsverschillen in te dekken indien hun mogelijke impact belangrijk zou worden voor de geconsolideerde jaarrekening.

De typische instrumenten die gebruikt worden om het wisselkoersrisico in te dekken zijn de termijnwisselcontracten en valutaopties.

In 2020 en 2019 was de Groep enkel voor zijn operationele activiteiten aan het wisselkoersrisico's blootgesteld. Transacties in vreemde valuta worden erkend in de functionele munt bij initiële opname, omgerekend aan de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde munt worden op balansdatum in de functionele valuta van de entiteit omgerekend aan de slotkoers van die dag. Netto wisselkoersverschillen bij de omrekening van monetaire activa en passiva worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen. Echter in een beperkt aantal gevallen wordt hedge accounting toegepast, waarbij de herwaarderingsresultaten tijdelijk op de balans worden opgenomen in afwachting van de finale afwikkeling van de onderliggende zogenaamde "hedge effective" blootstelling, om uiteindelijk als wisselkoersresultaten opgenomen te worden in de resultatenrekening.

De Groep voerde een sensitiviteitsanalyse uit op de wisselkoersen EUR/USD, EUR/SDR, EUR/GBP en EUR/CHF, de vier munten waarin de Groep typisch een risico heeft uit zijn operationele activiteiten en dit voor de jaren 2020 en 2019.

Kredietrisico en belangrijke concentraties van kredietrisico

Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep als een klant of tegenpartij van een financieel instrument zijn contractuele verplichtingen niet nakomt.

Kredietrisico omvat alle vormen van tegenpartijblootstelling, d.w.z. wanneer tegenpartijen hun verplichtingen jegens Proximus niet kunnen nakomen met betrekking tot leningen, afdekkingstransacties, afwikkelingen en andere financiële activiteiten.

De maximale blootstelling van de Groep aan het kredietrisico (zonder rekening te houden met de waarde van alle zakelijke of andere zekerheden), in geval de tegenpartij haar verplichtingen niet nakomt en dit voor elke categorie van erkende financiële activa (waaronder derivaten met positieve marktwaarde), is gelijk aan de boekwaarde van deze activa op de balans en verleende bankgaranties.

Om het kredietrisico te beperken dat met de financieringsactiviteiten en het beheer van de liquide middelen van de Groep verbonden is, worden dergelijke transacties in regel enkel met financiële instellingen van eerste rang afgesloten, waarvan de lange termijn rating minimaal A- (S&P) bedraagt.

De Groep past de vereenvoudigde IFRS 9-benadering toe voor het waarderen van de verwachte kredietverliezen voor handelsvorderingen en contractactiva, d.w.z. het verwachte kredietverlies tijdens de levensduur. De bepaling van deze verliesuitkering kan op portefeuille- of individueel niveau plaatsvinden, afhankelijk van het beoordeelde risico dat aan de klant is verbonden.

Het kredietrisico dat uit operationele activiteiten met grote klanten voortvloeit, wordt op individuele basis beheerd en gecontroleerd. Indien nodig, vraagt de Groep bijkomende zakelijke zekerheden. Deze belangrijke klanten zijn niet materieel voor de Groep, aangezien het portfolio van Proximus vooral uit een groot aantal kleine klanten bestaat. Het kredietrisico en de concentratie van het kredietrisico verbonden aan handelsvorderingen is dus beperkt. De concentratie van het kredietrisico is ook beperkt voor handelsvorderingen op andere telecommunicatieondernemingen, door middel van nettingovereenkomsten met handelsschulden (zie toelichting 14.3), de verplichtingen tot vooruitbetaling, bankgaranties, de waarborgen uitgegeven door moederondernemingen en kredietlimieten toegestaan door kredietverzekeraars.

De Groep is blootgesteld aan kredietverliezen ingeval de tegenpartij haar verplichtingen op derivaten niet nakomt (zie toelichting 32.1). De Groep anticipeert echter niet op niet-nakoming door één van deze tegenpartijen, aangezien deze enkel zaken doet met vooraanstaande financiële instellingen, zeer beperkt gebruik maakt van derivaten op schuldinstrumenten zoals weergegeven in tabel

32.1, en in de regel alleen in zeer hoge mate belegt in liquide en kortlopende effecten (voornamelijk geldmiddelen en kasequivalenten), waarvoor de Groep, gezien de uitstekende rating van de tegenpartijen, geen voorzieningen voor kredietverlies opneemt.

Bovendien volgt de Groep mogelijke veranderingen in het kredietrisico van tegenpartijen op, door hun externe kredietratings op continue basis te volgen alsook de evolutie van de credit default swap rates van deze tegenpartijen (een leidende indicator die vaak anticipeert op toekomstige ratingwijzigingen).

Daarnaast is de Groep blootgesteld aan kredietrisico door incidenteel bankgaranties zonder verhaal toe te kennen aan enkele van haar institutionele of overheidsklanten. Op 31 december 2020 werden bankgaranties afgegeven voor een bedrag van 57 miljoen EUR en 44 miljoen EUR op 31 december 2019.

Ten slotte heeft de Groep geen financiële activa verpand en heeft zij geen enkel onderpand tegenover een van haar tegenpartijen.

Liquiditeitsrisico

In overeenstemming met het treasurybeleid, beheert het Groep Treasury departement de financieringskost door een mix van schulden met vaste rentevoet en schulden met vlottende rentevoet.

Een liquiditeitsreserve in de vorm van kredietlijnen en cash wordt aangehouden om de solvabiliteit en de financiële flexibiliteit van de Groep te allen tijde te garanderen. Daartoe is Proximus gecommitteerde bilaterale kredietovereenkomsten aangegaan met verschillende looptijden en een heropneembare kredietlijn gekoppeld aan duurzaamheidsdoelstellingen voor een totaal bedrag van 751 miljoen EUR.

Voor de financiering op middellange tot lange termijn maakt de Groep gebruik van obligaties en obligaties op middellange termijn. Het looptijdprofiel van de schuldportefeuille is gespreid over verschillende jaren. Group Treasury beoordeelt regelmatig zijn financieringsbronnen rekening houdend met zijn eigen kredietrating en de algemene marktomstandigheden.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van het maturiteitsprofiel van de leasingschulden en rentedragende schulden van de Groep, exclusief derivaten, zoals vermeld in toelichting 19, op elke verslagdatum Dit looptijdprofiel is gebaseerd op contractuele nietgedisconteerde rentebetalingen en kapitaalaflossingen en houdt rekening met het effect op de kasstromen van rentederivaten die worden gebruikt om vastrentende verplichtingen om te zetten in variabel rentende verplichtingen en omgekeerd. Voor verplichtingen met variabele rentevoeten zijn de rentevoeten die gebruikt zijn om de kasstromen te bepalen, de rentevoeten die golden op hun laatste prijsvaststellingsdatum vóór de verslagdatum (respectievelijk op 31 december 2020 en 2019).

De verwachte uitstroom van kasmiddelen in 2020 voor het verslagjaar 2019 en de verwachte uitstroom van kasmiddelen in 2021 voor het verslagjaar 2020 worden beïnvloed door Proximus commercial papers op korte termijn.

(in mil
joen EUR)
2020 2021 2022 2023 2024 2025-2048
Op 1 januari 2019
Kapitaal 226 55 543 132 625 1.248
Interesten 43 42 42 39 37 6
5
Totaal 268 9
7
585 171 661 1.313
Op 31 december 2020
Kapitaal 228 552 142 630 1.403
Interesten 45 45 42 39 102
Totaal 273 597 183 669 1.505

Bankkredietfaciliteiten op 31 december 2020

Behalve de rentedragende schulden op lange termijn zoals weergegeven in toelichting 19.1 en 19.2 kan de Groep beroep doen op langetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 751 miljoen EUR. Deze faciliteiten worden verstrekt door een gediversifieerde groep van banken. Op 31 december 2020 was er geen enkel uitstaand saldo onder deze faciliteiten. Een totaal van kredietlijnen voor 751 miljoen EUR is daarom beschikbaar voor opname op 31 december 2020.

De Groep maakt ook gebruik van een Euro Medium Term Note ("EMTN")-programma van 3,5 miljard EUR en een Commercial Paper ("CP")-programma van 1 miljard EUR.

Op 31 december 2020 was er een uitstaand bedrag onder het EMTN-programma van 2.100 miljoen EUR, terwijl het CP-programma een opgenomen en uitstaand bedrag toonde van 150 miljoen EUR.

Toelichting 32.3. Netto financiële positie van de Groep en beheer van kapitaal

De Groep definieert de netto financiële positie als het nettobedrag van de beleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten, verminderd met alle rentedragende financiële schulden en bijbehorende derivaten (met inbegrip van de herwaardering naar de reële waarde) en leasingschulden. De netto financiële positie omvat geen langetermijnhandelsschulden.

De aangepaste netto financiële positie verwijst naar de totale rentedragende schulden (korte en lange termijn) minus geldmiddelen en kasequivalenten exclusief leaseverplichtingen.

Per 31 december Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 2020
Beleggingen, kas en kasequivalenten 16 / 17 327 313
Afgeleide producten 12 5 4
Activa 332 318
Langetermijnschulden (*) 19.1 -2.603 -2.727
Kortetermijnschulden (*) 19.2 -220 -230
Schulden -2.824 -2.957
Netto financiële positie (*) -2.492 -2.639
Waarvan leasingschulden -307 -284
Aangepaste financiële positie (**) -2.185 -2.356

(*) inclusief derivaten en leasingschulden

(**) de aangepaste financiële positie exclusief leasingschulden

Het doel van de Groep inzake het kapitaalbeheer bestaat erin een netto financiële schuldenlast en eigen vermogen-ratio's te behouden die zorgen voor voldoende liquiditeit op elk moment via een flexibele toegang tot de kapitaalmarkten, en dit om strategische projecten te kunnen financieren, en een aantrekkelijke vergoeding aan de aandeelhouders te bieden. Over de twee voorgestelde jaren, heeft de Groep geen nieuwe aandelen of andere verwaterende instrumenten uitgegeven.

Toelichting 32.4. Categorieën van financiële instrumenten

Occasioneel gebruikt de Groep rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's verbonden aan wijzigingen in rentevoeten en wisselkoersen op de rentedragende langetermijnschulden te beheersen (zie toelichting 32.2).

De volgende tabellen geven een overzicht van de financiële instrumenten van de Groep per categorie zoals gedefinieerd in IAS 39, alsook van de winsten en verliezen ten gevolge van de herwaardering tegen reële waarde. Op basis van de marktvoorwaarden per 31 december 2020 ligt de reële waarde van de niet-achtergestelde obligatieleningen en van de lening van de Europese Investeringsbank (EIB), die tegen geamortiseerde kostprijs worden geboekt, 214 miljoen EUR, of 8,5%, hoger dan hun boekwaarde.

De reële waarden, berekend voor elke obligatie afzonderlijk, werden verkregen door de gecumuleerde kasuitstromen gegenereerd door elke obligatie te verdisconteren met de rentevoeten waartegen de Groep op 31 december 2020 zou kunnen lenen voor gelijkaardige obligaties met dezelfde resterende looptijden.

De Groep heeft gedurende de periode de classificatie van de financiële instrumenten niet gewijzigd.

De volgende tabel bevat de oorspronkelijke waarderingscategorieën onder IFRS 9 voor elke categorie van activa en financiële verplichtingen per 31 december 2020

Per 31 december 2020 (in mil
joen EUR)
Toel
ichting
Cl
assif
icatie onder
IFRS 9
Boekwaarde
onder IFRS 9
ACTIVA
Vaste activa
Eigenvermogeninstrumenten 9 FVOCI 1
Andere vaste activa
Andere derivaten 32 FVTPL 4
Andere financiële activa Afgeschreven kost 7
Vlottende activa
Handelsvorderingen 14 Afgeschreven kost 868
Rentedragend
Andere vorderingen Afgeschreven kost 3
Niet-rentedragend
Andere vorderingen Afgeschreven kost 10
Beleggingen 16 Afgeschreven kost 3
Geldmiddelen en kasequivalenten
Kortetermijndeposito's 17 Afgeschreven kost 115
Kas en banktegoeden 17 Afgeschreven kost 195
SCHULDEN
Langetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde schuld (obligaties,
notes)
19.1 Afgeschreven kost 2.104
Kredietinstellingen 19.1 Afgeschreven kost 401
Andere leningen 19.1 Afgeschreven kost 1
Andere derivaten 32 FVTPL 4
Niet-rentedragende schulden
Andere langetermijnschulden 21 Afgeschreven kost 9
9
KORTETERMIJNSCHULDEN
Rentedragende schulden, korte termijn deel
Kredietinstellingen 19.2 Afgeschreven kost 1
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde schuld (obligaties, 19.2 Afgeschreven kost 150
notes)
Andere leningen
19.2 Afgeschreven kost 12
Handelsschulden Afgeschreven kost 1.213
Andere kortetermijnschulden
Andere schulden FVTPL 1
Andere schulden Afgeschreven kost 276

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultatenrekening FVTOCI: Financiële activa tegen reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten

De volgende tabel bevat de oorspronkelijke waarderingscategorieën onder IFRS 9 voor elke categorie van activa en financiële verplichtingen per 31 december 2019

Toel
ichting
Cl
assif
icatie onder
IFRS 9
Boekwaarde
onder IFRS 9
32 FVTPL 5
Afgeschreven 10
14 Afgeschreven 985
kost
Afgeschreven 7
kost
Afgeschreven 3
16 Afgeschreven 3
17 Afgeschreven 13
17 kost
Afgeschreven
310
1.953
kost 402
32 kost
FVTPL
5
21 Afgeschreven 127
kost
1
kost
19.2 Afgeschreven 156
kost
Afgeschreven
1.284
kost
FVTPL 6
Afgeschreven 286
19.1
19.1
19.2
kost
kost
kost
kost
Afgeschreven
Afgeschreven
Afgeschreven
kost

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultatenrekening

FVTOCI: Financiële activa tegen reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten

Toelichting 32.5. Activa en passiva aan reële waarde

Financiële instrumenten die gewaardeerd zijn aan reële waarde worden in de onderstaande tabel getoond volgens de gebruikte waarderingstechniek. De hiërarchie tussen de technieken geeft het belang aan van de gebruikte inputs om tot de waardering te komen.

Niveau 1: (Niet aangepaste) prijsnotering op actieve markten voor identieke activa of passiva;

.

Niveau 2: Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens voor activa of passiva;

Niveau 3: Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.

De Groep houdt alleen financiële instrumenten aan van niveau 1, 2 en 3.

De waarderingstechnieken voor de reële waardeberekening van de financiële instrumenten van niveau 2 zijn:

Andere derivaten van niveau 2

Andere derivaten omvatten hoofdzakelijk rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's van de Groep met betrekking tot schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta te beperken voor sommige van haar langetermijnschulden. De reële waarden van deze instrumenten worden bepaald door het verdisconteren van de verwachte contractuele kasstromen gebruikmakend van rentegrafieken in de betreffende valuta's en wisselkoersen waarneembaar op actieve markten.

Niet achtergestelde obligatieleningen

De niet achtergestelde obligatieleningen worden opgenomen aan afgeschreven kostprijs. De reële waarden, voor elke obligatielening apart berekend, worden bekomen door het verdisconteren van de rentevoeten aan dewelke de Groep zou kunnen lenen op 31 december 2020 voor gelijkaardige obligaties met dezelfde resterende looptijden.

De financiële instrumenten die geclassificeerd zijn onder niveau 3, zijn gewaardeerd op basis van de reële waarde van uitgaande kasstromen in verschillende scenario's, elk gewogen op zijn kans van voorkomen. De wegingen zijn ofwel gebaseerd op statistische data die zeer stabiel zijn over de jaren, ofwel gebaseerd op de beste schatting van Proximus van het voorkomen van het scenario. De reële waarde van het instrument is sterk afhankelijk van maar in verhouding tot veranderingen in de geschatte uitgaande kasstromen.

Op 31 december 2020 Classificatie
onder IFRS 9
Saldo op
31
december
Gebruikte
waarderingsmethode op het
einde van het boekjaar:
(in miljoen EUR) Toelichting 2020 Laag 1
Laag 2
Laag 3
ACTIVA
Vaste activa
Eigenvermogeninstrumenten FVOCI 1 1
Andere vaste activa
Andere derivaten 32.1 FVTPL 4 4
SCHULDEN
Langetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde schuld behalve voor
hun "niet-nauw verwante" besloten
derivaten
19.1 Afgeschreven
kost
2.104 2.286
Kredietinstellingen 19.1 Afgeschreven
kost
401 434
Andere leningen 19.1 Afgeschreven
kost
1 1
Derivaten aangehouden voor afdekking 33.1 FVOCI
Andere derivaten 33.1 FVTPL 4 4
Kortetermijnschulden
Rentedragende schulden, korte termijn deel
Kredietinstellingen 19.2 Afgeschreven
kost
1 1
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde schuld (obligaties,
notes)
19.2 Afgeschreven
kost
150 150
Andere leningen 19.2 Afgeschreven
kost
12 12
Niet-rentedragende schulden
Andere schulden FVTPL 1 1

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten-rekening

FVTOCI: Financiële activa tegen reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten

Op 31 december 2019 Classificatie
onder IFRS 9
Saldo op
31
december
Gebruikte
waarderingsmethode op het
einde van het boekjaar:
(in miljoen EUR) Toelichting 2019 Laag 1 Laag 2 Laag 3
ACTIVA
Vaste activa
Andere vaste activa
Andere derivaten 32.1 FVTPL 5 5
SCHULDEN
Langetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen
behalve voor hun "niet-nauw verwante"
besloten derivaten
19.1 Afgeschreven
kost
1.953 2.094
Kredietinstellingen 19.1 Afgeschreven
kost
402 417
Andere derivaten 32.1 FVTPL 5 5
Kortetermijnschulden
Rentedragende schulden, korte termijn deel
Kredietinstellingen 19.2 Afgeschreven
kost
1 1
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde schuld (obligaties,
notes)
19.2 Afgeschreven
kost
156 156
Niet-rentedragende schulden
Schulden FVTPL 6 6

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultatenrekening

FVTOCI: Financiële activa tegen reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten

Toelichting 33. Informatie over verbonden partijen

Toelichting 33.1. Geconsolideerde ondernemingen

De dochterondernemingen, joint ventures, gezamenlijke bedrijfsactiviteiten en geassocieerde ondernemingen zijn opgenomen in toelichting 8.

Leveringen van goederen en diensten tussen ondernemingen van de Groep gebeuren aan commerciële voorwaarden en marktprijzen.

De transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen en gezamenlijke bedrijfsactiviteiten, als verbonden partijen, worden geëlimineerd voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening. De transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen zijn als volgt:

Transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen en gezamelijke bedrijfsactiviteiten

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2019 2020
Opbrengsten 174 156
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten -146 -140
Netto financiële kosten 1 1
Dividenden ontvangen 9
2
391
Meerwaarde bij inbreng van financiële vaste activa 437 9
4
Transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen en gezamenlijke
bedrijfsactiviteiten
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2019 2020
Handelsvorderingen 32 27
Handelsschulden -42 -33
Rentedragende vorderingen/schulden -1.022 -767
Andere vorderingen/schulden -1 -1

Toelichting 33.2. Relaties met aandeelhouders en andere met de staat verbonden entiteiten

De Belgische Staat is de meerderheidsaandeelhouder van de Groep met een deelneming van 53,51 %. De Groep houdt eigen aandelen aan voor 4,54%. De resterende 41,95 % worden verhandeld op de Eerste Markt van Euronext Brussels.

Relatie met de Belgische Staat

De Groep levert telecomdiensten aan de Belgische Staat en met de Staat verbonden entiteiten. Met de Staat verbonden ondernemingen zijn diegene waarover de Staat zeggenschap heeft, gezamenlijk zeggenschap heeft of een invloed uitoefent. Al deze transacties verlopen op basis van normale klant/leverancier-relaties en aan voorwaarden die niet voordeliger zijn dan die waarop andere klanten en leveranciers een beroep kunnen doen. De diensten aan de Staat verbonden ondernemingen vormen geen belangrijk deel van de netto omzet van de Groep, namelijk minder dan 5%.

Toelichting 33.3. Relaties met top management personeel

De bezoldiging en vergoeding van de bestuurders is vastgelegd in de algemene vergadering van 2004.

De principes van deze vergoeding blijven van toepassing in 2020 en er worden ook geen substantiële veranderingen verwacht: ze voorziet een jaarlijkse vaste vergoeding van 50.000 EUR voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en van 25.000 EUR voor de andere leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO. Alle leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO, hebben recht op een zitpenning van 5.000 EUR per bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur. Voor de Voorzitter wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld. Een zitpenning van 2.500 EUR per vergadering is voorzien voor ieder lid van een adviserend Comité van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO. Voor de Voorzitter van de respectievelijke adviserende Comités wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld.

De leden ontvangen ook een vergoeding van 2.000 EUR per jaar voor communicatiekosten. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt dit bedrag eveneens verdubbeld.

De Voorzitter van de Raad van Bestuur is ook Voorzitter van het Paritair Comité en van het Pensioenfonds. Mevrouw Catherine Vandenborre is lid van de Raad van Bestuur van het Pensioenfonds. Zij ontvangen geen vergoeding voor dit bestuurdersmandaat.

Voor het uitvoeren van hun bestuurdersmandaat ontvangen de niet-uitvoerende bestuurders geen prestatiegebonden bezoldiging zoals bonussen of langlopende incentive plannen, alsook geen voordelen verbonden aan aanvullende pensioenplannen of andere groepsverzekeringen.

De totale vergoeding voor de bestuurders bedroeg bruto 1.243.509 EUR voor 2019 en bruto 1.231.116 EUR voor 2020. De bestuurders hebben geen lening of voorschot ontvangen van de Groep.

2019 2020
Raad van Bestuur 10 10
Audit-en Toezichtscomité 5 5
Benoemings-en Bezoldigingscomité 9 9
Transformatie en Innovatiecomité 2 2

Op zijn vergadering van 24 februari 2011 heeft de Raad van Bestuur een nieuwe versie van de 'policy inzake transacties met verbonden partijen aangenomen. Deze policy welke werd aangepast in September 2016, regelt alle transacties of andere contractuele verhoudingen tussen de onderneming en de leden van de Raad van Bestuur. Proximus heeft contractuele relaties en levert eveneens telefonie-, internet- en/of ICT-diensten aan diverse ondernemingen waarin de leden van de Raad een uitvoerend of niet-uitvoerend mandaat hebben.

Deze relaties hebben plaats in het normale verloop van de bedrijfsvoering en zijn marktconform van aard.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2020 werd een totaal brutobedrag (inclusief op performantiewaarde gebaseerde betalingen) van 6.612.523 EUR (vóór patronale sociale zekerheid) betaald of toegekend aan de leden van het Executief comité inclusief de Chief Executive Officer ). In 2020 waren de leden van het Directiecomité Guillaume Boutin, Dirk Lybaert, Geert Standaert, Renaud Tilmans, Jan Van Acoleyen, Anne-Sophie Lotgering (6 maanden), Jim Casteele (10 maanden), Sandrine Dufour (5 maanden) en Bart Van Den Meersche (6 maanden).

Voor het jaar eindigend op 31 december 2019 werd een totaal bruto bedrag (inclusief op performantiewaarde gebaseerde betalingen) van 6.252.939 EUR (voor patronale sociale zekerheid) betaald of toegekend aan de leden van het Executief comité inclusief de Chief Executive Officer. In 2019, waren de leden van het Executief Comité: Dominique Leroy (tot 20 september 2019), Guillaume Boutin, Sandrine Dufour, Jan Van Acoleyen, Dirk Lybaert, Geert Standaert, Renaud Tilmans and Bart Van Den Meersche.

Dit totale bedrag voor de vergoedingen van het top management omvat de volgende elementen:

  • Kortetermijnpersoneelsbeloningen: jaarsalaris (basis en variabel op korte termijn) en andere kortetermijnpersoneelsbeloningen zoals ziekteverzekering, privé-gebruik van directiewagens, maaltijdcheques, en exclusief de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid die op deze beloningen worden betaald;

  • Vergoedingen na uitdiensttreding: verzekeringspremies betaald door de Groep in naam van de leden van het excecutief comité. De premies dekken hoofdzakelijk een aanvullend pensioenplan na de pensionering;

  • Op performantiewaarde gebaseerde betalingen (op lange termijn): brutobedragen toegekend onder het performancewaardeplan, dat uitbetalingsrechten creëert in mei 2022 (toegekend in 2019) of in mei 2023 (toegekend in 2020), afhankelijk van het behalen van 3 bedrijfsgebonden prestatiecriteria die bestaan uit de vrije cashflow van de Groep, de reputatie-index en de Total Shareholder Return van het bedrijf in vergelijking met een vooraf gedefinieerde groep van andere Europese telecomoperatoren

Boekjaar afgesl
oten op 31
december
EUR 2019 2020
Korte termijn vergoedingen 4.511.137 5.130.490
Vergoedingen na uitdiensttreding 686.802 546.825
Prestatievergoedingen 1.055.000 935.208
Totaal 6.252.939 6.612.523

* Alle bedragen zijn brutobedragen voor sociale bijdragen van de werkgever

Toelichting 33.4. Regelgeving

De telecommunicatiesector wordt gereguleerd door de Europese wetgeving, Belgische federale- en regionale wetgeving en via beslissingen van specifieke sectoriële regulatoren (Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie, gewoonlijk "BIPT" genoemd, en regionale regulatoren bevoegd voor media) of administratieve organen zoals de mededingingsautoriteiten.

Toelichting 34. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen

Claims en gerechtelijke procedures

Onze policies en procedures worden zo ontworpen dat zij in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetten, boekhoudkundige en rapporteringsvoorschriften, regulatoire en fiscale voorschriften, met inbegrip van deze in het buitenland, de Eu, alsook met de toepasselijke sociale wetgeving.

De complexiteit van de wettelijke en regulatoire omgeving binnen welke wij opereren, alsook de kosten om compliant te zijn, nemen beide toe ten gevolge van de eveneens toenemende verplichtingen. Daarenboven zijn de buitenlandse en supranationale regels soms tegenstrijdig met de nationale wetgeving. De niet-naleving van de verschillende wetten en reglementen en wijzigingen aan deze wetten en reglementen of de wijze waarop zij worden geïnterpreteerd of toegepast kunnen leiden tot schade aan onze reputatie, aansprakelijkheid, boetes en penalties, evenals een stijging van de fiscale last of regulatoire conformiteitskost en impact op de jaarrekening.

De telecommunicatiesector en aanverwante dienstverlenende bedrijven worden gekenmerkt door het bestaan van een groot aantal octrooien en handelsmerken. Geschillen gebaseerd op basis van beschuldigingen van octrooi-inbreuk of andere schendingen van de intellectuele eigendomsrechten zijn is gebruikelijk. Naarmate Gezien het aantal nieuwkomers in de markt groeit en de overlapping van productfuncties toeneemt, neemt de mogelijkheid van claims voor inbreuk op intellectuele eigendomsrechten tegen Proximus toe.

Proximus is thans betrokken bij verschillende geschillen en juridische procedures, met inbegrip van deze waarvoor een provisie werd aangelegd en deze, hieronder beschreven, waarvoor geen of slechts een beperkte provisie werd aangelegd, in rechtsgebieden waarin Proximus actief is en voor zaken die verband houden met zijn bedrijfsvoering. Deze procedures omvatten ook procedures voor het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie ("BIPT"), beroepen tegen beslissingen genomen door het BIPT en procedures met de Belgische fiscale administraties.

Zaken in verband met breedband-/broadcasttoegang

Tussen 12 en 14 oktober 2010, heeft de Belgische Algemene Directie Mededinging een huiszoeking uitgevoerd in de kantoren van Proximus te Brussel. Het onderzoek kadert in de aantijgingen van Mobistar en KPN betreffende de Wholesale diensten voor DSL, waarvoor Proximus obstructiepraktijken zou hebben gehanteerd. Met deze maatregel wordt geen enkele uitspraak gedaan over het eindresultaat van het volledige onderzoek. Volgend op de huiszoeking, moet de Algemene Directie Mededinging nu alle relevante

elementen van de zaak onderzoeken. Uiteindelijk kan het Auditoraat een voorstel van beslissing voorleggen aan de Raad voor de Mededinging. Tijdens deze procedure zal Proximus zijn standpunten kunnen voorleggen (deze procedure kan verschillende jaren duren).

Tijdens het onderzoek van oktober 2010 werd een groot aantal documenten in beslag genomen (elektronische data zoals een volledige kopie van mailboxen en archieven, evenals andere bestanden). Proximus en de auditeur van de Mededingingsautoriteiten wisselden uitgebreid van mening inzake de wijze waarop de inbeslaggenomen data behandeld werden. Proximus wou zekerheid hebben dat het legal privilege (LPP) van de advocaten en de vertrouwelijkheid van adviezen van de bedrijfsjuristen gewaarborgd bleven. Bovendien trachtte Proximus te verhinderen dat de Mededingingsautoriteiten toegang kregen tot (gevoelige) data die buiten het toepassingsgebied van het onderzoek vielen. Door het feit dat Proximus de auditeur niet van haar standpunt kon overtuigen, spande Proximus twee procedures aan, waarvan één vóór het Hof van Beroep van Brussel en één vóór de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, dit met het oog op de opschorting van de mededeling aan de onderzoeksteams van de LPP data en van data die buiten het toepassingsgebied van het onderzoek vielen. Op 5 maart 2013 sprak het Hof van Beroep in deze beroepsprocedure een positief vonnis uit waarin werd beslist dat de onderzoekers niet gemachtigd waren tot inbeslagname van documenten waarin adviezen van bedrijfsjuristen waren opgenomen en van documenten die buiten het toepassingsgebied vielen en dat de betreffende documenten dienden te worden verwijderd/vernield. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het hier een beslissing op de procedure zelf betreft en niet op de op de grond van de zaak. Op 14 oktober 2013 diende de Raad voor de Mededinging een verzoek tot cassatie in tegen de beslissing. Proximus sloot zich bij deze cassatieprocedure aan. Uiteindelijk besliste het Hof van Cassatie op 22 januari 2015 om het arrest van 5 maart 2013 te bevestigen, behalve voor wat een restrictie betreft met betrekking tot oudere documenten, welke nietig werd verklaard. Het is nu aan het Hof van Beroep om een nieuwe beslissing te nemen inzake deze restrictie.

In maart 2014, heeft KPN zijn klacht ingetrokken. Mobistar blijft de enige aanklager.

Zaken in verband met mobiele on-net

In de procedures volgend op een klacht van KPN Group Belgium in 2005 met de Belgische Mededingingsautoriteit, bevestigde deze laatste op 26 mei 2009 een van de vijf tenlasteleggingen inzake misbruik van machtspositie die op 22 april 2008 door het Auditoraat werden geformuleerd, namelijk het hanteren van wurgprijzen op de professionele markt in 2004-2005. De Belgische Mededingingsautoriteit ging ervan uit dat de tarieven voor oproepen tussen Proximus-klanten ('on-net-tarieven') lager waren dan de tarieven die het aan concurrenten aanrekende voor de routering van een oproep van hun eigen netwerk naar dat van Proximus (= beëindigingstarieven), verhoogd met een aantal andere kosten die hij relevant achtte. Alle andere tenlasteleggingen van het Auditoraat werden verworpen. De Mededingingsautoriteiten hebben daarbij aan Proximus (voorheen Belgacom Mobile) ook een boete opgelegd van 66,3 miljoen EUR wegens misbruik van een machtspositie tijdens de jaren 2004 en 2005. Proximus was verplicht deze boete te betalen voor 30 juni 2009 en heeft deze (net van bestaande provisies) geboekt als een niet weerkerende uitgave in de resultatenrekening voor het tweede kwartaal van 2009.

Proximus heeft bij het Hof van Beroep te Brussel hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Mededingingsautoriteit. Zij betwist daarbij een groot aantal elementen van de beslissing, o.m. het feit dat de impact op de markt niet was onderzocht. Ook KPN Group Belgium en Mobistar hebben tegen de genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.

In gevolge de minnelijke schikking van 21 oktober 2015, werden de beroepen van Base en Mobistar tegen de beslissing van de Belgische mededingingsautoriteit ingetrokken. Proximus zet de beroepsprocedure tegen deze beslissing verder.

In zijn tussenarrest van 7 oktober 2020 heeft het hof van beroep te Brussel de beslissing van 26 mei 2009 van de Raad voor de Mededinging gedeeltelijk vernietigd, op basis van de redenering dat (i) de Belgische Mededingingsautoriteit het bestaan van een misbruik van machtspositie voor 2004 niet had kunnen vaststellen zonder het document dat tijdens de illegale inval in beslag was genomen, terwijl (ii) de tijdens de illegale inval in beslag genomen documenten niet onontbeerlijk waren voor de vaststelling van het misbruik van een machtspositie voor 2005. Bijgevolg heeft het Hof besloten dat de procedure alleen voor de laatste periode moet worden voortgezet (zowel voor andere procedurekwesties als ten gronde). Proximus zal tegen dit arrest een "pourvoi en cassation" instellen voor zover, volgens Proximus, de beschikking niet gedeeltelijk (2004), maar volledig (2004 en 2005) had moeten worden vernietigd, precies wegens de onwettigheid van de inval.

In oktober 2009 hebben zeven partijen (Telenet, KPN Group Belgium (voorheen Base), KPN Belgium Business (voorheen Tele 2 Belgium), KPN BV (voorheen Sympac), BT, Verizon, Colt Telecom) een vordering ingesteld tegen Belgacom Mobile (nu Proximus en hierna Proximus genoemd) bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel en hebben daarbij aantijgingen geformuleerd die sterk lijken op deze vermeld in voornoemde zaak (met inbegrip van de Proximus-naar-Proximus-tarieven die een misbruik van machtspositie op de Belgische markt zouden uitmaken), maar voor telkens andere periodes afhankelijk van de betrokken partij, zij het tussen 1999 tot op heden (vordering van 1 EUR provisioneel en verzoek om een gerechtelijk deskundige aan te duiden die de precieze schade moet berekenen). In november 2009 heeft Mobistar opnieuw een gelijkaardige vordering ingesteld voor de periode vanaf 2004. Deze zaken zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Na de schikkingen met Telenet, KPN, BASE Company en Orange, zijn de enige betrokken partijen nog BT, Verizon en Colt Telecom

Gial dossier

Op 19 juni 2019 werd Proximus in verdenking gesteld door een Brusselse onderzoeksrechter naar aanleiding van een klacht wegens corruptie en misdrijven betreffende nijverheid, koophandel en openbare veilingen in de zogenaamde "GIAL"-zaak.

Proximus betwist formeel een strafbaar feit te hebben gepleegd in deze zaak. Wegens het geheim van het onderzoek kunnen de details van de zaak niet in dit verslag worden uiteengezet. Desalniettemin wenst Proximus het bestaan van de zaak te vermelden om de transparantie te verzekeren.

Ter informatie: indien Proximus, in tegenstelling tot haar analyse van haar rol in deze zaak, schuldig zou worden bevonden aan de feiten die haar worden verweten en gezien de inverdenkingstelling door de onderzoeksrechter, zou de maximumboete die aan Proximus kan worden opgelegd in het kader van deze zaak 800.000 EUR bedragen. Op dit ogenblik en op basis van de informatie waarover Proximus in het kader van deze zaak beschikt, heeft Proximus geen provisie aangelegd voor de betaling van een eventuele boete.

Ten slotte herinnert Proximus er, voor zover nodig, aan dat de inverdenkingstelling geenszins impliceert dat er tegen haar een bezwaar of een bewijs van schuld bestaat en benadrukt ze dat ze onschuldig wordt geacht en over solide elementen beschikt voor een gunstige afloop van deze zaak.

Fiscale procedures

BICS heeft aanslagen roerende voorheffing ontvangen uitgaande van de Indische belastingautoriteiten in verband met betalingen gedaan door een klant met Indisch rijksinwonerschap gedurende de periode 1 april 2007 tot 31 maart 2011. BICS heeft beroep aangetekend voor de periode van 1 april 2007 tot 31 maart 2011 tegen bovenstaande aanslagen bij de bevoegde Indische rechtbanken tegen de zienswijze van de Indische belastingautoriteiten dat Indiase bronbelasting verschuldigd is op de betalingen. Verder is verzet aangetekend op procedurele gronden tegen de aanslagen met betrekking tot betalingen in de periode 1 april 2008 tot 31 maart 2011. Het bedrag van de mogelijke verplichting, inclusief laattijdigheidsinteresten, zal nooit hoger liggen dan 29 miljoen EUR. BICS heeft de geschatte bedragen niet betaald en heeft geen belastingvoorzieningen geboekt. Management beoordeelt dat de positie zoals opgenomen in deze jaarrekening de beste schatting van het waarschijnlijke eindresultaat weergeeft.

Investeringsverplichtingen

Op 31 december 2020 had de Groep contractuele verbintenissen aangegaan voor een bedrag van 913 miljoen EUR(immateriële activa 213 miljoen EUR; materiële activa 700 miljoen EUR). De verplichtingen in verband met de immateriële activa bevatten deze m.b.t. contracten van Eleven Sports (zie toelichting 4). De materiële activa hebben voornamelijk betrekking op verplichtingen in verband met technische en netwerkuitrusting in het kader van het versnelde investeringsplan voor Fiber.

Glasvezelsamenwerking

De Groep heeft samenwerkingsovereenkomsten gesloten met EQT infrastructuur en Eurofiber om gezamenlijk glasvezelnetwerken aan te leggen (zie toelichting 8.4). In deze context heeft de Groep zich ertoe verbonden bepaalde kapitaalinjecties te doen in de nieuwe gemeenschappelijke entiteiten die worden opgericht.

Andere rechten en verbintenissen

Op 31 december 2020 had de Groep de volgende andere rechten en verbintenissen:

De Groep heeft garanties ontvangen van haar klanten voor een bedrag van 2 miljoen EUR om de betaling van haar handelsvorderingen te garanderen, en van haar leveranciers voor een bedrag van 13 miljoen EUR om het goede verloop van de door de Groep bestelde werken of contracten te garanderen;

De Groep heeft garanties aan haar klanten en andere derde partijen verleend om onder meer de voltooiing te garanderen van de contracten en werken, die werden besteld door haar klanten, en om de betaling van huurkosten voor gebouwen en sites voor antenne installaties te garanderen voor een bedrag van 129 miljoen EUR (inbegrepen de bankgaranties vermeld in toelichting 32.2).

Proximus heeft krachtens de wet van 13 juni 2005 'betreffende de elektronische communicatie' een recht om compensatie te vragen voor het aanbieden van de universele dienst inzake sociale tarieven aangeboden vanaf 1 juli 2005. Het BIPT moet per operator vaststellen of er een netto-kost en een onredelijke last is alvorens op dit verzoek in te gaan. In mei 2014 startte het BIPT tezamen met een externe consulent een analyse van de netto-kosten die Proximus droeg voor het aanbieden van de wettelijke kortingen aan sociale abonnees aangeboden over de periode 2005-2012, met het oog op het beoordelen van de mogelijkheid van een onredelijke last in hoofde van Proximus, en dus de mogelijkheid van een bijdrage door de bijdrageplichtige operatoren aan een compensatiefonds. Op 1 april 2015 trok Proximus haar vraag om compensatie bij het BIPT evenwel in, verwijzend naar het advies van de Advokaat-Generaal bij het Europese Hof van Justitie van 29 januari 2015 naar aanleiding van de prejudiciële vraag van het Grondwettelijk Hof inzake de wet van 10 juni 2012 (zaak C-1/14), meer bepaald betreffende de (on)mogelijkheid van een kwalificatie van mobiele sociale tarieven als element van universele dienstverlening. Proximus behield zich bij deze evenwel het recht voor om een nieuw verzoek in te dienen nadat er meer klaarheid zou zijn inzake de gevolgen van het arrest. Bij arrest van 11 juli 2015 verklaarde het Europese Hof van Justitie dat mobiele sociale tarieven niet kunnen worden gefinancierd door middel van een mechanisme waaraan specifieke ondernemingen moeten deelnemen.

Het Grondwettelijk Hof heeft, gevolg gevend aan dit arrest van het Hof van Justitie in haar arrest van 3 februari 2016 (nr. 15/2016) aangegeven dat aangezien het de lidstaten vrij staat diensten voor mobiele communicatie (spraak en internet) te beschouwen als aanvullende verplichte diensten, de Wetgever de mobiele operatoren mocht verplichten om mobiele kortingen toe te kennen aan sociale abonnees. Het stelt evenwel dat er geen regeling ter financiering van deze diensten voor specifieke ondernemingen kan worden opgelegd en dat het aan de Wetgever toekomt te beslissen of voor het verstrekken van die diensten een compensatie moet geschieden volgens een ander mechanisme, waarbij geen specifieke ondernemingen worden betrokken.

Het BIPT heeft in haar mededeling van 27 december 2017 met betrekking tot de monitoring van de universele dienst het volgende aangegeven: 'In navolging hiervan besloot het Grondwettelijk Hof op 3 februari 2016 dat België de telecomoperatoren niet mag verplichten sociale tarieven aan te bieden voor mobiele telefonie of mobiel internet. De regering zou evenwel kunnen besluiten de diensten als "aanvullende verplichte diensten" algemeen beschikbaar te stellen, zij het dat deze niet kunnen gefinancierd worden door een sectoraal compensatiefonds. Dit is evenwel tot op heden nog niet gebeurd.' Onder deze lezing door het BIPT, werd beslist om voor mobiele standalone internetformules geen sociale kortingen meer toe te kennen. Sociale kortingen op bundels met mobiel internet blijven behouden.

In 2015 kondigde de bevoegde telecomminister een hervorming aan van het wettelijk systeem van sociale tarieven, waarbij een vereenvoudiging van het huidige systeem vooropstaat evenals een evolutie naar een systeem van vrijwilligheid.

Deze intentie werd niet omgezet naar een concreet voorontwerp van wet. De aanvraag om compensatie voor sociale tarieven werd niet vernieuwd. De omzetting van de Europese Elektronische Communicatie Code in Belgisch recht zal mogelijks wijzigingen meebrengen in de definitie van het aanbod van het sociaal voordeel. . Het recente federale regeerakkoord 2020 kondigt een vernieuwing van het systeem van sociale tarieven aan.

Mobile Vikings

Proximus heeft op 14 december 2020 een bindende overeenkomst getekend met DPG Media voor de overname van Mobile Vikings, dat ook het merk Jim Mobile omvat. Met deze transactie haalt Proximus een belangrijke Belgische mobiele virtuele netwerkoperator aan boord die zich voornamelijk richt op het segment van de jongeren. De afronding van de transactie is afhankelijk van de goedkeuring door de Belgische mededingingsautoriteit. De vergoeding van de transactie bedraagt 130 miljoen EUR.

Toelichting 35. Op aandelen gebaseerde betalingen

Aandelenaankoopplannen met korting

In 2019 en 2020 lanceerde de Groep aandelenaankoopplannen met korting.

In het kader van de plannen van 2019 en 2020 heeft Proximus respectievelijk 3.033 en 3.092 aandelen verkocht aan het senior management van de Groep met een korting van 16,66% ten opzichte van de marktprijs (verdisconteerde prijs voor EUR tussen 20,64 EUR en 21,35 EUR per aandeel in 2019 en voor 15,54 EUR in 2020). De kost van de korting bedraagt minder dan 1 miljoen EUR in 2020 en in 2019 en werd in de winst- en verliesrekening opgenomen als personeelskosten (zie toelichting 26).

Performantiewaardeplan

In 2013, 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018 lanceerde Proximus verschillende schijven van het "performantiewaardeplan" voor zijn senior management. Onder dit langlopend performantiewaardeplan zijn de toegekende beloningen verbonden aan voorwaarden, namelijk een dienstverband van 3 jaar waarna de performantiewaarde is verworven. De mogelijke uitoefening van de rechten is afhankelijk van het voldoen van marktgerelateerde voorwaarden gebaseerd op het "Totaal rendement voor de aandeelhouders'" (TSR), welke vergeleken wordt met een Groep van soortgelijke ondernemingen.

Na de verwervingsperiode kunnen de rechten gedurende 4 jaar worden uitgeoefend. In geval van vrijwillig vertrek gedurende de verwervingsperiode vervallen echter alle niet-verworven rechten en verworven maar niet uitgeoefende rechten. In geval van onvrijwillig vertrek (behalve voor zware fout) of pensioen, blijven de rechten verder 'vesten' gedurende de normale 3 jaar durende verwervingsperiode.

De Groep bepaalt de reële waarde van de overeenkomst op de toekenningsdatum en spreidt de kost lineair over de verwervingsperiode met daarbij horende stijging van het eigen vermogen voor de aandelenafwikkeling (niet materieel) en van de schulden voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties.

Voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties wordt de schuld regelmatig herberekend.

De reële waarde van de tranches 2017 en 2018 bedroeg op 31 december 2020 respectievelijk 0 en 5 miljoen EUR voor elke tranche. De jaarlijkse kosten van deze tranches bedroegen respectievelijk 0,4 miljoen EUR en 0,5 miljoen EUR. De berekening van de gesimuleerde totale aandeelhoudersopbrengst voor deze tranches volgens het Monte Carlo-model voor de resterende tijd in de prestatieperiode voor toekenningen met marktvoorwaarden omvatte de volgende veronderstellingen per 31 december 2020.

Per 31 december
2019 2020
Gewogen gemiddelde risicovrije rentevoet -0,296% -0,550%
Verwachte volatiliteit - onderneming 18,76%-19,02% 26.53%-27.05%
Verwachte volatiliteit - sectorgenoten 14,37%-28,70% 15.33%-41.43%
Gewogen gemiddelde resterende duur van de waarderingsperiode 2,25 2,15

In 2019 en 2020 lanceerde Proximus een tranche van het gewijzigde "Performance Value Plan" voor het senior management. In het kader van dit gewijzigde "Long Term Performance Value Plan" zijn de toegekende beloningen afhankelijk van een periodes van 3 jaar waarna de "Performance Values" onvoorwaardelijk worden. De mogelijke uitoefening van de rechten is afhankelijk van een uitgebreid aantal KPI's die bestaan uit de 'Total Shareholder Return' van Proximus in vergelijking met een groep van vergelijkbare ondernemingen (40%), de Free Cash Flow van de groep (40%) en de Reputation Index (20%). De uiteindelijke KPI is het gemiddelde van de tussentijdse berekeningen van de 3 kalenderjaren.

De reële waarde van de tranches 2019 en 2020 bedroeg per 31 december 2020 respectievelijk 4 en 2 miljoen EUR op basis van een actuele berekening. De jaarlijkse kosten van deze tranches bedroegen 2 miljoen EUR.

Aandelenoptieplannen

In 2012 bracht Proximus een laatste jaarlijkse tranche van haar langlopend incentive plan (aandelenoptieplan) uit, bestemd voor het topmanagement en het senior management van de Groep.

Begin 2011 werden de regels van het plan aangepast overeenkomstig de Belgische wetgeving. Daarom bracht de Groep vanaf 2011 twee verschillende reeksen uit: één voor het Executief comité, de CEO inbegrepen en één voor het andere topmanagement en het senior management.

Zoals voorgeschreven in IFRS 2 ("Aandelengebaseerde betalingen"), erkent de Groep de reële waarde van het eigenvermogengedeelte van de opties op de toekenningsdatum over de periode totdat de genieter de optie onvoorwaardelijk verwerft volgens de graduele verwervingsmethode; en het schuldengedeelte van deze opties wordt regelmatig geherwaardeerd. Black&Scholes wordt gebruikt als waarderingsmodel voor de Opties.

De jaarlijkse kost van de graduele verwerving, wordt geregistreerd als workforce kost, evenals de herwaardering van het schuldengedeelte van deze opties, en bedraagt minder dan 0,1 miljoen EUR in 2019 en 2020.. Niet-uitgeoefende of vervallen aandelenopties leverden een winst op van 0,2 miljoen EUR.

Alle toegekende tranches van 2004 tot 2012 zijn afgesloten.

De dividendschuld bedroeg 0,5 miljoen per 31 december 2019 en nihil per 31 december 2020 en is opgenomen onder de rubriek "Andere kortetermijnschulden".

In 2009 gaf de Groep aan zijn optiehouders de gelegenheid om vrijwillig de uitoefenperiode van alle tranches met 5 jaar te verlengen (met uitzondering van de 2009 tranche) en dit binnen de wettelijke richtlijnen.

Voor alle plannen, met uitzondering van de 2004-tranche en de Executief Comité reeksen van de 2011 en 2012 tranches zoals hieronder beschreven:

In 2009 gaf de Groep aan zijn optiehouders de gelegenheid om vrijwillig de uitoefenperiode van alle tranches met 5 jaar te verlengen (met uitzondering van de 2009 tranche) en dit binnen de wettelijke richtlijnen.

Voor alle plannen, met uitzondering van de 2004-tranche en de Executief Comité reeksen van de 2011 en 2012 tranches zoals hieronder beschreven:

  • in geval van vrijwillig vertrek van de werknemer, vervallen alle niet verworven opties, behalve indien deze beëindiging gedurende het eerste jaar plaatsvindt waarvoor het eerste derde van de opties onmiddellijk wordt verworven en dient te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na de einddatum van het contract, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer behalve bij zware fout, worden alle toegekende opties onmiddellijk verworven en dienen zij te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na datum van het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.

Voor de 2011 en 2012 tranches van het executief comité:

  • In geval van vrijwillig vertrek van een executief comité lid tijdens een periode van 3 jaar na toekenning, vervallen 50% van de opties onmiddellijk. Indien het vrijwillig vertrek na deze periode gebeurt, worden de opties verworven volgens het plan en de normale verwervingskalender. De uitoefening kan enkel gebeuren ten vroegste op de eerste werkdag na de derde verjaardag van de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgende op het beëindigen van het contract en de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is; anders vervallen de opties.
  • In geval van onvrijwillig vertrek van een executief comité lid, behalve bij zware fout, worden de opties verworven volgens de planregels en normale verwervingskalender. De uitoefening kan ten vroegste gebeuren op de eerste werkdag volgend op de derde verjaardag na de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgend op het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, indien deze eerst komt; anders vervallen de opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van een executief comité lid bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.

$$
\text{Sens}(\text{Wity})
$$

Alle plannen zijn afgesloten, van de 24.057 resterende aandelenopties per 31 december 2019 voor het plan 2008, zijn er 16.583 uitgeoefend en 7.474 vervallen in 2020.

Toelichting 36. Relatie met de commissaris

De Groep heeft in de loop van het jaar 2020 voor 1.674.342 EUR kosten gemaakt voor audit- en controleopdrachten en 163.596 EUR voor andere opdrachten. Dit l aatste bedrag kan al s vol gt gedetail l eerd worden

EUR Auditor Netwerk van de
auditor
Auditmandaten 984.650 613.335
Andere controleopdrachten 74.869 1.489
Andere opdrachten 105.023 58.572
Totaal 1.164.542 673.396

Toelichting 37. Segmentinformatie

De Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Executief Comité evalueren de financiële prestaties en kennen de middelen toe volgens de klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende te rapporteren operationele segmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en -diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten en aan kleine bedrijven, evenals ICT-oplossingen voornamelijk op de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT- en telecomdiensten en -producten aan middelgrote en grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;
  • Carrier &Wholesale Services (CWS) verkoopt diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren;
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten;
  • Customer Unit Operations (CUO) levert aanverwante klantendiensten. Dit segment wordt intern afzonderlijk gerapporteerd, maar de directe marge is voor externe verslaggevingsdoeleinden opgenomen in het Consumentensegment
  • Andere Business Units die intern afzonderlijk worden gerapporteerd, maar voor externe rapporteringsdoeleinden in één eenheid worden gecombineerd
  • o De Network Unit (NBU exclusief CWS) centraliseert alle netwerk en netwerk gerelateerde IT diensten en kosten en levert diensten aan CBU, EBU en CWS;
  • o Digitale Transformatie en IT (DTI): leidt en transformeert de digitale front-end en digitale producten van Proximus en optimaliseert het IT- en volledige datalandschap van Proximus;
  • o Staff and Support (S&S) verenigt alle horizontale functies (human resources, financiën, juridische dienst, strategie en bedrijfscommunicatie), interne diensten en real estate die de activiteiten van de Groep ondersteunen.
  • De bedrijfskosten van alle Business Units behalve ICS worden gecombineerd ten behoeve van de externe verslaglegging

De Groep beoordeelt de bedrijfsresultaten van zijn rapporteerbare bedrijfssegmenten afzonderlijk, zodat hij de gepaste beslissingen kan nemen voor het toewijzen van middelen en het evalueren van de financiële prestaties. De segmentprestaties worden geëvalueerd op basis van de volgende parameters:

  • De directe marge voor incidentele items. De onderstaande segmentinformatie verstrekt een reconciliatie tussen de onderliggende cijfers en deze zoals opgenomen in de jaarrekening,
  • De kapitaaluitgaven.

De financiering van de Groep (inclusief financiële kosten en financiële opbrengsten) en de winstbelasting worden op het niveau van de Groep beheerd en worden niet aan de bedrijfssegmenten toegewezen.

De grondslagen voor financiële verslaggeving van de bedrijfssegmenten zijn dezelfde als de voornaamste grondslagen van de Groep. De segmentresultaten worden daarom gemeten op een gelijkaardige basis als het bedrijfsresultaat in de geconsolideerde jaarrekening, maar worden gepubliceerd zonder "incidentele opbrengsten en uitgaven". De Groep definieert "incidentele opbrengsten en uitgaven" als belangrijke items buiten de normale business activiteiten.

Transacties tussen de juridische entiteiten van de Groep worden gefactureerd tegen marktconforme voorwaarden.

Om consistent te zijn met de Fixed inbound opbrengsten, werden de mobiele inbound opbrengsten in 2020 geherclassificeerd van de Consumer/Enterprise segmenten naar het Wholesale segment. De cijfers voor 2019 werden dienovereenkomstig aangepast.

Boekjaar af gesl oten op 31 december 2020
Proximus Groep Onderl igggend per segment
(in miljoen EUR) Gerappor
teerd
Lease
afschrij
ving en
intrest
Inciden
teel
Onder
liggend
BICS Domestic
(Groep
excl. BICS)
Con
sumer
Enter
prise
Whole
sale
Others
Netto omzet 5.443 0 0 5.443 1.193 4.250 2.648 1.344 313 -54
Andere opbrengsten 38 0 -2 36 1 35 20 6 0 9
Totale opbrengsten 5.481 0 -
2
5.479 1.194 4.285 2.668 1.350 313 -45
Kosten van aan
omzetgerelateerde materialen
en diensten
-1.901 -2 0 -1.904 -891 -1.013 -596 -441 -29 53
Directe marge 3.580 -
2
-
2
3.576 303 3.273 2.072 909 284 8
Workforce kosten -1.128 0 -13 -1.141 -104 -1.036
Non-workforce kosten -530 -82 13 -599 -68 -531
Totaal operationele kosten -1.658 -82 0 -1.740 -172 -1.567
Bedrijfswinst voor
afschrijvingen
1.922 -84 -
1
1.836 131 1.705
Afschrijvingen -1.116
Bedrijfswinst 805
Netto financiële kosten -48
Verlies van ondernemingen
gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
-1
Winst vóór belastingen 756
Belastingen -174
Nettowinst 582
Toe te rekenen aan:
Aandeelhouders van de
moedermaatschappij ( aandeel
van de groep)
564
Minderheidsbelangen 18
Boekjaar afgesloten op 31 december 2020
(in miljoen EUR) Groep Consumer
Business Unit
Enterprise
Business Unit
Network and
digital
Staff & Support International
Carrier Services
Investeringen 1.053 213 44 724 27 44
Proximus Groep Boekjaar af gesl oten op 31 december 2019
Onderl
igggend per segment
(in miljoen EUR) Gerappor
teerd
Lease
afschrij
ving en
intrest
Inciden
teel
Onder
liggend
BICS Domestic
(Groep
excl. BICS)
Con
sumer
Enter
prise
Whole
sale
Others
Netto omzet 5.638 0 0 5.638 1.297 4.341 2.647 1.392 376 -73
Andere opbrengsten 59 0 -11 48 4 44 25 6 0 13
Totale opbrengsten 5.697 0 -11 5.686 1.301 4.386 2.672 1.398 376 -60
Kosten van aan
omzetgerelateerde materialen
en diensten
-2.018 -5 9 -2.014 -976 -1.038 -636 -447 -36 80
Directe marge 3.680 -
5
-
2
3.673 325 3.348 2.036 951 341 2
0
Workforce kosten -1.477 0 278 -1.199 -100 -1.099
Niet-personeelskosten -527 -79 3 -603 -72 -531
Totaal operationele kosten -2.004 -79 280 -1.802 -172 -1.630
Bedrijfswinst voor
afschrijvingen
1.676 -84 278 1.870 153 1.718
Afschrijvingen -1.120
Bedrijfswinst 556
Netto financiële kosten -47
Verlies van ondernemingen
gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
-1
Winst vóór belastingen 508
Belastingen -116
Nettowinst 392
Toe te rekenen aan:
Aandeelhouders van de
moedermaatschappij ( aandeel
van de groep)
373
Minderheidsbelangen 19
Boekjaar afgesloten op 31 december 2019
(in miljoen EUR) Groep Consumer
Business Unit
Enterprise
Business Unit
Network and
Digital
Staff & Support International
Carrier Services
Investeringen 1.035 170 45 750 31 39

Wat betreft de geografische indeling, heeft de Groep in België een netto opbrengst gerealiseerd van 3.837 miljoen EUR in 2020 (IFRS15) en 3.900 miljoen EUR in 2019, dit gebaseerd op het land van de klant. De netto opbrengst in andere landen bedroeg 1.606 miljoen EUR in 2020 en 1.738 miljoen EUR in 2019. Meer dan 90% van de segmentactiva zijn in België gevestigd.

Toelichting 38. Recent gepubliceerde IFRS-normen

De Groep past geen normen en interpretaties toe die niet effectief zijn op 31 december 2020.

De normen en interpretaties die gepubliceerd zijn maar nog niet effectief zijn, op datum van uitgifte van de jaarrekening, zijn hieronder opgenomen. De Groep zal deze normen toepassen, indien van toepassing, wanneer ze effectief worden.

Dit betekent dat de Groep de volgende normen en interpretaties niet heeft toegepast welke van toepassing zijn voor de Groep vanaf 1 januari 2021 of later:

Nieuw uitgegeven normen en interpretaties:

IFRS 17 – Verzekeringscontracten (2023) Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 - IBOR hervorming fase 2 (2021) Wijzigingen in IAS 1 - Classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend (2023) Wijzigingen in IFRS 3 -Business combinatie - Verwijzing naar het conceptueel raamwerk (2022) Wijzigingen in IAS 16 - Materiële vaste activa - Opbrengsten vóór voorgenomen gebruik (2022) Wijzigingen in IAS 37 - Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa - Verlieslatend contract - Kosten voor de uitvoering van een contract (2022) Jaarlijkse verbeteringen aan de IFRS-cyclus 2018-2020 (2022) Wijzigingen in IFRS 16 - Leases: Covid 19 – "Aanverwante huurconcessies" (06-2020)

De Groep zal de mogelijke gevolgen van de toepassing van deze nieuwe standaarden en interpretaties op de jaarrekening van de Groep in de loop van 2021 verder onderzoeken.

De Groep verwacht geen materiële gevolgen van de eerste toepassing van deze IFRS normen en interpretaties.

Toelichting 39.Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen significante gebeurtenissen na balansdatum dan deze hierna:

In juli 2020 heeft Proximus aan de markt meegedeeld dat de aandeelhouders van BICS (Belgacom International Carrier Services) een mogelijke verkoop van 51% van de aandelen van het bedrijf onderzochten. Na onderzoek van verschillende scenario's heeft Proximus geconcludeerd dat de beste manier om op lange termijn waarde te creëren voor BICS en BICS-dochter TeleSign was om 100% van BICS te verwerven.

Op 9 februari 2021 kondigde Proximus aan dat een akkoord was bereikt met MTN en Swisscom, de twee minderheidsaandeelhouders van BICS, over de overname door Proximus van hun respectieve belangen van 20% en 22.4% in BICS voor een totale vergoeding van 217 miljoen EUR in cash.

Aangezien Proximus reeds vóór deze transactie zeggenschap had over BICS, kwalificeert deze overname als een eigenvermogenstransactie. Dit betekent dat het negatieve verschil tussen (1) het bedrag waarmee de minderheidsbelangen worden aangepast, en (2) de reële waarde van de betaalde vergoeding rechtstreeks in mindering wordt gebracht van het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan de moedermaatschappij.