Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Proximus SA Annual Report 2015

Mar 18, 2016

3989_rns_2016-03-18_720275ef-0992-47cd-a7c4-725f6f82f612.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

{0}------------------------------------------------

{1}------------------------------------------------

Geconsolideerde jaarrekening

Opgesteld in overeenstemming met de internationale financiële rapporteringsnormen voor de jaren eindigend per 31 december 2015 en 2014

Geconsolideerde balans 4
Geconsolideerde resultatenrekening 7
Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 8
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 8
Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen 15
Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 17
Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming 17
Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels 17
Toelichting 3. Goodwill 30
Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur 32
Toelichting 5. Materiële vaste activa 36
Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen 39
Toelichting 7. Andere deelnemingen 50
Toelichting 8. Winstbelasting 50
Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 54
Toelichting 10. Andere vaste activa 62
Toelichting 11. Voorraden 62
Toelichting 12. Handelsvorderingen 62
Toelichting 13. Andere vlottende activa 63
Toelichting 14. Beleggingen 63
Toelichting 15. Geldmiddelen en kasequivalenten 63
Toelichting 16. Activa opgenomen als aangehouden voor verkoop 64
Toelichting 17. Vermogen 65
Toelichting 18. Rentedragende schulden 67
Toelichting 19. Voorzieningen 70
Toelichting 20. Andere langetermijnschulden 71
Toelichting 21. Andere kortetermijnschulden 71
Toelichting 22. Netto omzet 72
Toelichting 23. Andere bedrijfsopbrengsten 72
Toelichting 24. Niet-recurrente opbrengsten 73
Toelichting 25. Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten 73
Toelichting 26. Personeelskosten en pensioenen 73
Toelichting 27. Andere bedrijfskosten 74
Toelichting 28. Niet-recurrente kosten 76
Toelichting 29. Afschrijvingen 76

{2}------------------------------------------------

77
30
30
82
63
97
01
03
Э4
07
07
07

{3}------------------------------------------------

Geconsolideerde balans

Per 31 december Р er 31 dec em ber
----------------- --- ---- ---- ----- ---- -----
2014 2015
Toelichting
6.339 6.386
3 2.272 2.272
4 1.180 1.162
5 2.680 2.809
6 4 2
7 8 9
8 102 89
10 94 43
2.183 1.897
11 117 108
12 1.182 1.140
8 63 14
13 111 124
14 8 8
15 702 502
8.522 8.283
3
4
5
6
7
8
10
Toelichting 6.339 3 2.272 4 1.180 5 2.680 6 4 7 8 8 102 10 94 102 10 94 102 10 94 102 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10
PASSIVA Toelichting
EIGEN VERMOGEN 17 2.969 2.965
Eigen vermogen (aandeel van de groep) 17 2.779 2.801
Geplaatst kapitaal 1.000 1.000
Eigen aandelen -470 -448
Wettelijke reserves 100 100
Herwaarderingsreserve -128 -112
Vergoedingen in aandelen 8 5
Overgedragen winsten 2.270 2.255
Minderheidsbelangen 17 189 164
LANGETERMIJNSCHULDEN 3.332 2.663
Rentedragende schulden 18 2.386 1.761
Schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 9 504 464
Voorzieningen 19 154 157
Uitgestelde belastingschulden 8 110 96
Andere langetermijnschulden 20 178 185
KORTETERMIJNSCHULDEN 2.221 2.655
Rentedragende schulden 18 162 674
Handelsschulden 1.358 1.330
Belastingschulden 8 111 82
Andere kortetermijnschulden 21 591 570
TOTAAL PASSIVA 8.522 8.283

{4}------------------------------------------------

Geconsolideerde resultatenrekening

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Netto omzet 22 5.961 5.944
Andere bedrijfsopbrengsten 23 89 68
Niet-recurrente opbrengsten 24 62 0
Totale opbrengsten 6.112 6.012
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten 25 -2.420 -2.377
Personeelskosten en pensioenen 26 -1.041 -1.011
Andere bedrijfskosten 27 -869 -980
Niet-recurrente kosten 28 -27 2
Totale bedrijfskosten vóór afschrijvingen -4.358 -4.366
Bedrijfswinst vóór afschrijvingen 1.755 1.646
Afschrijvingen 29 -821 -869
Bedrijfswinst 933 777
Financiële opbrengsten 33 20
Financiële kosten -128 -140
Netto financiële kosten 30 -96 -120
Verlies van geassocieerde ondernemingen en joint ventures -2 -2
Winst vóór belastingen 835 655
Belastingen 8 -154 -156
Nettowinst 682 499
Minderheidsbelangen 17 27 17
Nettowinst ( aandeel van de groep) 654 482
Gewone winst per aandeel (in EUR) 31 2,04 1,50
Verwaterde winst per aandeel (in EUR) 31 2,04 1,50
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 31 320.119.106 321.767.821
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen
voor verwaterde winst per aandeel
31 321.009.798 322.272.472

{5}------------------------------------------------

Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Boekjaar afgeslot en op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Nettowinst 682 499
Niet-gerealiseerde resultaten:
Items die zullen gereclassificeerd worden naar
winst en verlies
Kasstroom afdekkingsinstrumenten:
Winst/(verlies) onmiddellijk opgenomen in het
eigen vermogen
1 -5
Herclassificaties 4 4
Wisselkoersverschillen uit omrekening van
buitenlandse activiteiten
-1 0
Andere 1 0
Totaal voor gerelateerde belastingseffecten 6 -1
Belastingen op niet-gerealiseerde resultaten
Kasstroom afdekkingsinstrumenten
Winst/(verlies) onmiddellijk opgenomen in het
eigen vermogen
0 2
Overdracht naar resultaten rekening voor de
periode
-1 -1
Winstbelasting m.b.t. items die zullen
gereclassificeerd worden
-2 0
Items die zullen gereclassificeerd worden
naar winst en verlies - na aftrek van
belastingseffecten
4 0
Items die niet zullen gereclassificeerd worden
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen -102 18
Totaal voor gerelateerde belastingseffecten 9 -102 18
Belastingen op niet-gerealiseerde resultaten
Herwaardering van toegezegdpensioenregelingen 20 -1
Winstbelasting m.b.t. items die niet zullen
gereclassificeerd worden
20 -1
Items die niet zullen gereclassificeerd
worden na aftrek van winstbelasting
-83 17
Totaal van gerealiseerde en niet- 603 515
gerealiseerde resultaten Toe te rekenen aan:
Aandeelhouders van de moedermaatschappij 576 498
27 17
Minderheidsbelangen ۷1 II.

{6}------------------------------------------------

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Boekjaar afgesloten op 31 dece
(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Kasstroom uit operationele activiteiten 200 400
Nettowinst Aanpassingen voor: 682 499
4/5 821 869
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 4/5 821 869
Stijging van bijzondere waardeverminderingen op goodwill,
immateriële en materiële vaste activa
3/4/5 1 0
Toename / (afname) van voorzieningen -50 3
Uitgestelde belastinglasten 8 5 -3
Stijging van bijzondere waardeverminderingen op deelnemingen 4 0
Aandeel in het verlies van ondernemingen gewaardeerd
volgens de vermogensmutatiemethode 6 2 2
Herwaardering naar de reële waarde van financiële instrumenten 30 -5 -16
Afschrijving van de achtergestelde obligatieleningen 30 6 31
Meerwaarde op de verkoop van geconsolideerde deelnemingen 6 -27 0
Winst op de verkoop van deelnemingen en ondernemingen
gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode 30 -1 -2
Winst uit de verkoop van vaste activa -46 -18
Andere niet-kasbewegingen 17 3
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór 1.410 1.370
wijzigingen in het bedrijfskapitaal Daling van voorraden 31 9
Daling van handelsvorderingen 43 54
Daling van andere vlottende activa 48 33
Toename / (daling) van handelsschulden (1) 64 -29
Daling van belastingschulden -21 -32
Toename / (afname) van andere korte termijnschulden -59 2
Daling van nettoschuld voor pensioenen, andere
vergoedingen na uitdiensttreding en
9 -69 -22
beëindigingsvoordelen 22
Toename van andere langetermijnschulden en voorzieningen 1 0
Toename van het bedrijfskapitaal, netto van 37 16
aanschaffingen en verkopen van filialen
Nettokasstroom uit operationele activiteiten 1.447 1.386
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van immateriële 4/5 -916 -1.000
en materiële vaste activa (1) 1,0 0.0
Kasstroom voor het verwerven van andere deelnemingen en joint ventures 0 -3
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van _
dochterondernemingen, na aftrek van verworven geldmiddelen 6 -1 -20
Geldmiddelen gekregen uit / (betaald voor) de verkoop van _
geconsolideerde ondernemingen na aftrek van afgestane geldmiddelen 6 95 -3
Geldmiddelen uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 83 39
Geldmiddelen uit de verkoop van andere deelnemingen en
ondernemingen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode 0 8
Geldmiddelen uit de verkoop andere vaste activa 2 0
Nettokasstroom besteed in investeringsactiviteiten -737 -978
Nettokassiroom besteed in investeringsactiviteiten -131 -370
Kasstroom vóór financieringsactiviteiten 711 408
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 32 -718 -489
Dividenden uitgekeerd aan minderheidsbelangen 17 -33 -36
Netto verkoop van eigen aandelen 54 19
Netto verkoop van geldbeleggingen Wijziging in het eigen vermogen -1 0
Uitgifte van langetermijnschulden 597 492
Aflossing van langetermijnschulden (3) 0 -594
Aflossing van kortetermijnschulden -314 0
Nettokasstroom besteed in
financieringsactiviteiten (2)
-364 -608
Nettotoename/(afname) van geldmiddelen en 347 -200
Kasequivalenten Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari 355 702
Geldmiddelen en kasequivalenten op 31december 15 702 502
(1) Nettokasstroom uit operationele activiteiten
bevat de volgende kasbewegingen : Betaalde intresten -89 -92
Ontvangen intresten -89 -92
Betaalde belastingen -171 -191
-

(1) 2014 herwerkt: bevat alle wijzigingen in het werkkapitaal met betrekking tot CAPEX.

(2) Winsten en verliezen ten gevolge van schuldherstructurering zijn opgenomen in kasstromen uit financieringsactiviteiten.

(3) De terugbetaling van langetermijnschulden is de netto betaling voor de schulden en daarmee samenhangende derivaten.

{7}------------------------------------------------

Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen

(in miljoen EUR) Geplaatst
kapitaal
Eigen
aan-
delen
(EA)
Wette-
lijke
reserves
AVV &
Afdekking
sreserve
IA S 19
herwaar-
dering
Omrek-
enings-
verschil-
len
Vergo e-
dingen in
aandelen
Overge-
dragen
winsten
Totaal eigen
vermogen
(aandeel
van de
groep)
M inderheids-
belangen
Totaal eigen
vermogen
Saldo op 1 januari 2014 1.000 -527 10 0 -3 -48 1 13 2.310 2.846 19 6 3.042
Herwaardering aan reële waarde
van kasstroom
afdekkingsinstrumenten
0 0 0 3 0 0 0 0 3 0 3
Transfers 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 1
Wisselkoersverschillen 0 0 0 0 0 -1 0 0 -1 0 -1
Herwaardering van
to egezegdpens io nregelingen
0 0 0 0 -82 0 0 0 -82 -1 -83
Wijzigingen in het eigen vermogen
niet opgenomen in de
resultatenrekening
0 0 0 5 0 -1 0 0 -78 -1 -79
Nettowinst 0 0 0 0 0 0 0 654 654 27 682
Totaal van niet-
gerealiseerde inkomsten en
kosten
0 0 0 5 -82 -1 0 654 576 27 603
Dividenden aan aandeelhouders
(m.b.t. 2013)
0 0 0 0 0 0 0 -537 -537 0 -537
Interim dividenden aan
aandeelho uders (m.b.t. 2014)
0 0 0 0 0 0 0 -161 -161 0 -161
Dividenden van
do chtero ndernemingen aan
minderheidsbelangen
0 0 0 0 0 0 0 0 0 -33 -33
Eigen aandelen
Uito efening van opties op
aandelen
0 57 0 0 0 0 0 -3 54 0 54
Opties op aandelen
In resultaatnam e van uitgestelde
vergo edingen in aandelen
0 0 0 0 0 0 1 0 1 0 1
Uito efening van opties op
aandelen
0 0 0 0 0 0 -6 6 0 0 0
Totaal transacties met aandeelhouders en minderheidsbelangen 0 57 0 0 0 0 -5 -694 -643 -33 -676
Saldo op 31 december 2014 1.000 -470 10 0 2 -130 0 8 2.270 2.779 18 9 2.969
Herwaardering aan reële waarde
van kasstroom-
afdekkingsinstrumenten
0 0 0 -1 0 0 0 0 0 0 0
Herwaardering van to egezegdpens io nregelingen 0 0 0 0 17 0 0 0 17 0 17
Wijzigingen in het eigen vermogen
niet opgenomen in de
resultatenrekening
0 0 0 -1 17 0 0 0 16 0 16
Nettowinst 0 0 0 0 0 0 0 482 482 17 499
Totaal van niet-
gerealiseerde inkomsten en
kosten
0 0 0 -1 17 0 0 482 498 17 5 15
Dividenden aan aandeelho uders (m.b.t. 2014) 0 0 0 0 0 0 0 -322 -322 0 -322
Interim dividenden aan
aandeelho uders (m.b.t. 2015)
0 0 0 0 0 0 0 -161 -161 0 -161
Dividenden van
dochterondernemingen aan
0 0 0 0 0 0 0 0 0 -36 -36
minderheidsbelangen Wijziging van eigendomsbelang in deelnemingen 0 0 0 0 0 0 0 -14 -14 -6 -20
Eigen aandelen
Uito efening van opties op
aandelen
0 22 0 0 0 0 0 -2 20 0 20
Opties op aandelen
In resultaatname van uitgestelde
vergoedingen in aandelen
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uito efening van opties op
aandelen
Totaal transacties met
0 0 0 0 0 0 -2 2 0 0 0
Totaal transacties met
aandeelhouders en
minderheidsbelangen
0 22 0 0 0 0 -2 -496 -477 -42 -5 19
Saldo op 31 december 2015 1.000 -448 10 0 2 -114 0 5 2.255 2.801 16 4 2.965

{8}------------------------------------------------

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening

Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming

De geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2015 werd goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van 25 februari 2016. Ze omvat de jaarrekening van Proximus NV, haar dochterondernemingen evenals het aandeel van de Groep in de resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures opgenomen volgens de "equity"methode (hierna "de Groep" genoemd).

Proximus NV is een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht die in België is geregistreerd. De omvorming van Belgacom (nu Proximus) van een Autonoom Overheidsbedrijf naar een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht werd doorgevoerd bij koninklijk besluit van 16 december 1994. De zetel van Proximus NV is gevestigd in de Koning Albert-II-laan 27 te 1030 Brussel, België. De naamsverandering is gebeurd in 2015.

De Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Executief Comité evalueren de financiële prestaties en kennen de middelen toe volgens de klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende vijf te rapporteren operationele segmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en -diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten en aan kleine bedrijven sinds 2015 (zelfstandigen en kleine ondernemingen), evenals ICT-oplossingen voornamelijk op de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT- en telecomdiensten en -producten aan middelgrote en grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;
  • De Service Delivery Engine & Wholesale (SDE&W) centraliseert alle netwerk- en IT-diensten en kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen), levert diensten aan CBU en EBU en verkoopt deze diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren;
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten;
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Als onderdeel van de "Fit-for-Growth" strategie, die meer efficiëntie en vereenvoudiging beoogt, heeft Proximus begin 2015 zijn organisatie gewijzigd. Dit heeft ook geleid tot een nieuwe klantensegmentering. De belangrijkste verandering bestaat erin de kleine ondernemingen ('small offices') worden opgenomen in de nieuwe Consumer Business Unit en niet langer in de Enterprise Business Unit.

Bijkomende informatie over de operationele segmenten is opgenomen in toelichting 38.

Het aantal medewerkers van de Groep (in voltijdse equivalenten) bedroeg 14.090 op 31 december 2015 en 14.187 op 31 december 2014;

Voor 2014 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 139 kaderpersoneelsleden, 13.137 bedienden en 1.494 arbeiders. Voor 2015 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 164 kaderpersoneelsleden, 12.432 bedienden en 1.444 arbeiders.

{9}------------------------------------------------

Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels

Voorbereidingsbasis

De bijgevoegde geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2015 werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS") zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de Europese Unie. De Groep opteerde niet voor een vervroegde toepassing van enige IASB-normen of interpretaties.

De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor de waardering tegen reële waarde van derivaten en 'voor verkoop beschikbare' financiële activa. De boekwaarden van de activa en passiva die ingedekt zijn d.m.v. reëlewaardeafdekkingen ("fair-value hedges") worden aangepast ten einde de wijziging in reële waarde op te nemen die toewijsbaar is aan de afgedekte risico's.

Wijzigingen in opname- en waarderingsregels

De Groep anticipeert niet op de toepassing van normen en interpretaties. De toegepaste opnameen waarderingsregels zijn consistent met deze van vorige boekjaren behalve voor wat betreft de toepassing door de Groep van de nieuwe of herziene IFRS-normen of interpretaties zoals goedgekeurd voor toepassing door de Europese Unie en die verplicht zijn vanaf 1 januari 2015, en welke zijn:

  • Aanpassingen aan normen: Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS-normen (periode 2010-2012) en (periode 2011-2013)
  • Nieuw gepubliceerde normen en interpretaties: IFRIC 21 ("Heffingen")

De toepassing van deze nieuwe en aangepaste normen en interpretaties heeft beperkte impact op de jaarrekening van de Groep.

Consolidatiebasis

In toelichting 6 is de lijst opgenomen van de dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen.

Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er is zeggenschap wanneer de Groep macht heeft over de deelneming, blootgesteld is aan of rechten heeft op veranderlijke opbrengsten uit hoofde van zijn betrokkenheid bij de deelneming en over de mogelijkheid beschikt zijn macht te gebruiken om zijn opbrengsten te beïnvloeden.

Een dochteronderneming wordt opgenomen in de consolidatie vanaf de dag waarop zeggenschap wordt verworven over de dochteronderneming en eindigt wanneer de Groep zeggenschap verliest. Intragroepsaldi en –verrichtingen en bijhorende niet-gerealiseerde winsten of verliezen tussen ondernemingen van de Groep worden volledig geëlimineerd. Indien nodig worden de opname- en waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om ervoor te zorgen dat de geconsolideerde jaarrekening opgemaakt wordt volgens uniforme grondslagen.

Wijzigingen in het eigendomsbelang van de Groep in dochterondernemingen die niet leiden tot het verlies van zeggenschap in die dochterondernemingen worden verwerkt als eigenvermogenstransacties. Elk verschil tussen de reële waarde van de betaalde vergoeding en de wijziging in de belangen zonder overheersende zeggenschap worden rechtstreeks in het eigenvermogen verwerkt en toegerekend aan de eigenenaars van de onderneming.

Een joint venture is een gezamenlijke overeenkomst waarbij de partijen die gezamenlijke zeggenschap over de overeenkomst hebben, rechten hebben op de netto activa van de overeenkomst.

Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een overeenkomst, waarvan slechts sprake is wanneer besluiten over de relevante activiteiten unanieme instemming vereisen van de partijen die de zeggenschap delen. Joint ventures worden opgenomen in deze geconsolideerde jaarrekeningen volgens de vermogensmutatiemethode.

{10}------------------------------------------------

Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarop de Groep een invloed van betekenis heeft, meer bepaald deelnemingen waarin Proximus de macht heeft om deel te nemen (geen zeggenschap) aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen.. Deze deelnemingen worden ook opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

Volgens die methode worden de investeringen in geassocieerde deelnemingen of joint ventures aanvankelijk erkend tegen verkrijgingsprijs en vervolgens aangepast voor het aandeel van de Groep in de winst of het verlies of andere niet-gerealiseerde resultaten van de geassocieerde deelneming of de joint venture, en dit vanaf de aanschaffingsdatum. Deze investeringen en het vermogensaandeel van de resultaten voor de periode zijn respectievelijk weergegeven in de balans en de resultatenrekening als deelnemingen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures en als aandeel in de resultaten van geassocieerde ondernemingen en joint ventures.

De groep beëindigt de toepassing van de vermogensmutatiemethode op het ogenblik dat een investering geen geassocieerde onderneming of joint venture meer is, of wanneer de investering wordt opgenomen als aangehouden voor verkoop. Wanneer de Groep een belang blijft aanhouden in de vroegere geassocieerde onderneming of joint venture is het belang een financieel actief. De Groep waardeert het overblijvende belang aan reële waarde op die datum en de reële waarde wordt beschouwd als de reële waarde bij initiële erkenning in overeenstemming met IAS 39. Het verschil tussen de boekwaarde van de geassocieerde onderneming of joint venture op datum van stopzetten van de vermogensmutatiewaarde enerzijds, en de reële waarde van elk overblijvend belang en opbrengst uit de gedeeltelijke verkoop van het belang in de geassocieerde onderneming of joint venture anderzijds, wordt opgenomen in de berekening van de winst of verlies op de verkoop van de geassocieerde onderneming of joint venture.

De Groep blijft de vermogensmutatiemethode toepassen wanneer een investering in een geassocieerde onderneming een joint venture wordt of wanneer een investering in een joint venture een investering in een geassocieerde onderneming wordt. In dergelijk geval van wijziging in eigendomsbelang gebeurt er geen herberekening aan reële waarde.

Bedrijfscombinaties

Verwerving van bedrijven wordt verwerkt volgens de overnamemethode. De overgedragen vergoeding wordt gewaardeerd tegen reële waarde, die berekend wordt als de som van de reële waarden van de overgedragen activa op overnamedatum, de aangegane verplichtingen jegens voormalige eigenaars van de overgenomen partij en de door de overnemende partij uitgegeven aandelenbelangen in ruil voor zeggenschap over de overgenomen partij. De aan de overname gerelateerde kosten worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen.

Op overnamedatum worden de verworven identificeerbare activa en overgenomen verplichtingen gewaardeerd aan hun reële waarde op die datum, en deze inclusief de reële waardering van de niet-erkende activa en verplichtingen in de balans van de overgenomen partij welke hoofdzakelijk klantenbestanden en merknamen omvatten.

Belangen zonder overheersende zeggenschap ('minderheidsbelangen') kunnen initieel gewaardeerd worden tegen reële waarde of tegen het evenredige deel in de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij. De keuze van het waarderingsprincipe wordt transactie per transactie bepaald.

Beoordelingen en schattingen

Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening dient het management beoordelingen en schattingen te maken die een impact hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Beoordelingen en schattingen die gemaakt worden op elke rapporteringsdatum weerspiegelen de omstandigheden die bestonden op die datum (zoals marktprijs, intrestvoeten en wisselkoersen). Hoewel management deze schattingen baseert op haar beste kennis van de huidige gebeurtenissen en van de acties die de Groep zou kunnen ondernemen, kunnen werkelijke resultaten afwijken van deze schattingen.

Belangrijkste beoordelingen en schattingen zijn vooral gedaan in volgende domeinen:

Claims en voorwaardelijke verplichtingen (zie toelichting 35)

Voor claims en voorwaardelijke verplichtingen is beoordeling vereist ten aanzien van het bestaan van een verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis uit het verleden, het bepalen van de waarschijnlijkheid van een economische uitstroom, en van het kwantificeren van deze waarschijnlijke uitstroom van economische middelen. Deze inschatting wordt herzien wanneer nieuwe informatie beschikbaar is en met behulp van advies van externe experten.

{11}------------------------------------------------

Winstbelastingen

Op 11 januari 2016 kondigde de Europese Commissie de beslissing aan dat de Belgische rulings toegestaan aan multinationals inzake "Excess Profit" als illegale staatssteun worden beschouwd en dat de niet betaalde belastingen moeten teruggevorderd worden door de Belgische staat. BICS heeft dergelijke ruling toegepast voor de periode 2010-2014.

BICS heeft tot nu toe nog geen informatie ontvangen van de Europese Commissie of van de Belgische staat, wat betreft het te betalen bedrag. Bovendien overweegt BICS in beroep te gaan voor het Europees Gerecht tegen de beslissing van de Europese Commissie.

BICS verwacht dat binnenkort informatie zal bekend gemaakt worden over het te betalen bedrag. De betaling van het gevorderde bedrag zal waarschijnlijk plaatsvinden in 2016, ongeacht het feit of al dan niet beroep zal aangetekend worden tegen de beslissing.

Een belastingschuld is geprovisioneerd voor de geschatte netto financiële impact. (zie toelichtingen 8 en 40)

Realiseerbare waarde van kasstroom genererende eenheden met goodwill

In toelichting 3 worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn, bij het testen op bijzondere waardeverminderingen, voor het bepalen van de realiseerbare waarde van de kasstroom genererende eenheden met goodwill.

Actuariële veronderstellingen betreffende de waardering van de verplichtingen voor personeelsbeloningen en fondsbeleggingen

De Groep heeft verschillende personeelsbeloningsplannen zoals pensioenplannen, andere plannen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen.

In toelichting 9 (Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen) worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn bij de waardering van de verplichting, de fondsbeleggingen en de netto kost over de periode.

Zeggenschap over BICS.

Zoals beschreven in toelichting 6 is BICS een dochteronderneming van de Groep via het aangehouden belang van 57,6% van de aandelen en 57,6% van de stemrechten.

De aandeelhoudersovereenkomst van BICS voorziet in besluitvormingsregels en een "deadlock" procedure van kracht vanaf 1 januari 2010. Deze regels en procedures deden de Groep in het verleden besluiten dat het zeggenschap had over BICS. Deze conclusie blijft geldig onder toepassing van IFRS 10 "De geconsolideerde jaarrekening" (effectief op 1 januari 2014), zelfs rekening houdend met potentiële belemmeringen voor het uitoefenen van zeggenschap over BICS.

Omrekening van vreemde valuta

De presentatievaluta voor de Groep is de euro. Transacties in vreemde valuta worden bij initiële opname omgerekend aan de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde munt worden op balansdatum in de functionele valuta van de entiteit omgerekend aan de slotkoers van die dag. Netto wisselkoersverschillen bij de omrekening van monetaire activa en passiva worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Buitenlandse activiteiten

Sommige buitenlandse dochterondernemingen en joint ventures werkzaam in niet euro landen worden beschouwd als buitenlandse activiteiten die integraal deel uitmaken van de activiteiten van de rapporterende onderneming. Hierbij worden de monetaire activa en passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers; niet-monetaire activa en passiva worden omgerekend tegen de historische koers, uitgezonderd niet-monetaire activa die in de lokale munt aan reële waarde gewaardeerd zijn. Deze laatste worden omgerekend aan de wisselkoers op het moment dat de reële waarde bepaald werd. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Voor andere buitenlandse dochterondernemingen en joint-ventures werkzaam in niet eurolanden, worden de activa en de passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden rechtstreeks in een afzonderlijke component van het eigen vermogen geboekt. Bij de verkoop van dergelijke entiteit wordt het cumulatieve bedrag dat in het

{12}------------------------------------------------

eigen vermogen genomen werd en betrekking heeft op deze specifieke buitenlandse operatie in resultaat genomen.

Alle wisselkoersverschillen die voortvloeien uit een monetair element dat deel uitmaakt van de netto investering van de Groep in dergelijke entiteit worden eveneens in dezelfde afzonderlijke component van het eigen vermogen opgenomen.

Goodwill

Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang, indien toepasselijk, de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven via bedrijfscombinaties overschrijdt. Wanneer de Groep zeggenschap verwerft, wordt enig voorheen aangehouden belang in de overgenomen partij geherwaardeerd naar reële waarde via de resultatenrekening.

Wanneer de netto reële waarde, na herbeoordeling van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven in een bedrijfscombinatie, de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang overtreft, wordt deze meerwaarde onmiddellijk erkend in de resultatenrekening als winst uit een 'voordelige koop'.

Veranderingen in de voorwaardelijke vergoeding die deel uitmaakt van de overgedragen vergoeding worden aangepast ten opzichte van goodwill, indien deze zich voordoen tijdens de voorwaardelijke aankoopprijstoewijzingsperiode en indien ze verband houden met feiten en omstandigheden die bestonden op datum van overname. In de andere gevallen, afhankelijk van het al dan niet classificeren van de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen of niet, worden de aanpassingen via eigen vermogen of via de resultatenrekening opgenomen.

Aankoopkosten worden in kosten opgenomen en belangen zonder overheersende zeggenschap ('minderheidsbelangen') worden berekend op overnamedatum, ofwel aan hun reële waarde, ofwel aan hun proportioneel deel in de identificeerbare activa en schulden van de overgenomen partij, en dit op een transactie-per-transactie basis.

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs en wordt niet afgeschreven maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen op het niveau van de kasstroom genererende eenheid alsook telkens wanneer er een aanwijzing is dat de kasstroom genererende eenheid aan die de goodwill werd toegewezen een bijzondere waardevermindering zou kunnen hebben ondergaan. Een erkend bijzondere waardevermindering verlies op goodwill wordt nooit teruggenomen in de volgende periodes, zelfs indien er aanwijzingen zijn dat de bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of verminderd zou kunnen zijn.

Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

De immateriële vaste activa bestaan hoofdzakelijk uit de Global System for Mobile Communications ("GSM")-licentie, de Universal Mobile Telecommunications Systems ("UMTS")-licentie, 4G-licenties, merknamen en klantenbestanden verworven via bedrijfscombinaties, intern ontwikkelde software en andere immateriële vaste activa zoals voetbalrechten, uitzendrechten en extern ontwikkelde software.

De Groep activeert bepaalde uitgaven gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling of de aankoop van software voor intern gebruik indien zij identificeerbaar zijn, indien de Groep zeggenschap heeft over de activa en indien de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. De geactiveerde kosten voor software zijn opgenomen als intern gegenereerde en andere immateriële vaste activa en worden afgeschreven over drie tot vijf jaar.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur die afzonderlijk zijn verworven worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs. De geraamde aanschaffingswaarde van immateriële vaste activa die verworven met in de tijd wijzigende prijsstructuren, omvatten de vaste en de geraamde variabele vergoeding op overnamedatum. Wanneer vervolgens de boekwaarde van de financiële schuld herberekend wordt, wordt de kostprijs van het activa aangepast. De kostprijs van immateriële vaste activa verworven bij een bedrijfscombinatie is de reële waarde op overnamedatum.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De restwaarde van zulke immateriële vaste activa wordt verondersteld nul te zijn.

• Merknamen en klantenbestanden verworven in bedrijfscombinaties worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur (3 tot 20 jaar). Uitgezonderd wanneer het gebruik van een actief beperkt is in tijd, om contractuele redenen of gegeven het verwachte

{13}------------------------------------------------

gebruik door het management, wordt de gebruiksduur bepaald op aanschaffingsdatum, op individuele basis per actief, zodanig dat de verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen die door het actief in kwestie gegenereerd worden gedurende zijn gebruiksduur, ongeveer 90% vertegenwoordigen van de totaal verwachte gecumuleerde geactualiseerde kasstromen.

• GSM-, UMTS- en 4 G licenties, andere immateriële vaste activa en intern gegeneerde activa met beperkte gebruiksduur worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur. De afschrijving begint zodra het immaterieel vast actief beschikbaar is voor beoogd gebruik. De gebruiksduur van licenties zijn vastgelegd bij Koninklijk Besluit en variëren van 5 tot 20 jaar. De gebruiksduur werd als volgt bepaald:

GSM, UMTS, 4G en andere netwerklicenties volgens licentieduur

GSM (2G)
5 tot 6

UMTS (3G)
16

LTE (4G)
15

800 MHz (4G)
20
Verworven merknamen en klantenbestanden 3 tot 20
Software 5
Gebruiksrechten, voetbal- en uitzendrechten Contractduur
(als regel van 2 tot 5)

De afschrijvingsperiode en de afschrijvingsmethode voor immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden minstens aan het einde van elke boekjaar herzien. Veranderingen in de voorziene gebruiksduur of in het voorziene patroon van toekomstige economische voordelen die het actief in zich bergt, worden verrekend door de afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethode te veranderen. Deze worden behandeld als wijzigingen van de boekhoudkundige schattingen.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa, welke ook aan derden verhuurde activa bevatten, worden gepresenteerd volgens hun aard en worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kosten voor de uitbreidingen of substantiële verbeteringen van de materiële vaste activa worden geactiveerd. De onderhouds- en herstellingskosten voor materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten indien ze de gebruiksduur van het actief niet verlengen of wanneer het toekomstig economische nut niet beduidend verhoogd wordt. De kostprijs van materiële vaste activa bevat de kosten voor hun ontmanteling, verwijdering en herstelling, wanneer de Groep daarvoor een verplichting heeft ten gevolge van de installatie van het actief.

Een element dat tot de materiële vaste activa hoort wordt niet langer op de balans opgenomen na vervreemding dan wel indien er geen economische voordelen meer te verwachten zijn van het gebruik of de vervreemding van het actief. Een eventuele winst of verlies voortvloeiend uit het niet meer opnemen van het actief (berekend als het verschil tussen de geschatte netto opbrengst en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de resultatenrekening van het jaar waarin het actief niet meer opgenomen wordt.

De afschrijving van een actief start zodra het klaar is voor zijn beoogd gebruik. De afschrijvingen worden lineair berekend over de geraamde gebruiksduur van het actief. De gebruiksduur wordt als volgt bepaald:

Terreinen en gebouwen Gebruiksduur (jaren)

Terreinen
onbeperkt

Gebouwen en uitrustingen in gebouwen
22 tot 33

Faciliteiten in gebouwen
3 tot 10

Werken in gehuurde gebouwen en reclame uitrustingen
3 tot 10
Technische en netwerkuitrustingen

Kabels en buizen
15 tot 20

Centrales
8 tot 10

Transmissie
6 tot 8

Radio toegang network
6 tot 7

Mobiele sites en uitrusting voor faciliteiten in sites
5 tot 10

Uitrustingen geïnstalleerd in de gebouwen van de klant
2 tot 8

{14}------------------------------------------------

• Data en andere netwerkuitrustingen 2 tot 15

Meubilair en voertuigen

• Meubilair en kantooruitrusting 3 tot 10 • Voertuigen 5 tot 10

De restwaarden, gebruiksduur en afschrijvingsmethoden van activa worden aan het eind van elk boekjaar herzien en aangepast indien nodig.

Kosten van verkochte materialen, personeelskosten en andere bedrijfskosten worden weergegeven in de resultatenrekening na aftrek van de werkzaamheden uitgevoerd en geactiveerd door de onderneming voor de uitbouw van materiële vaste activa.

Financieringskosten worden geactiveerd indien zij rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief.

Bijzondere waardeverminderingen van niet-financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of de niet-financiële activa geen tekenen van bijzondere waardevermindering vertonen.

De Groep vergelijkt minstens één keer per jaar de boekwaarde met de geschatte realiseerbare waarde van immateriële vaste activa in aanbouw en kasstroom genererende eenheden die goodwill omvatten. De Groep voert deze jaarlijkse bijzondere waardeverminderingstest uit tijdens het vierde kwartaal van het jaar.

Er wordt een bijzondere waardevermindering erkend wanneer de boekwaarde van een actief of kasstroom genererende eenheid de geraamde realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde van een actief is de hoogste waarde van de reële waarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid na aftrek van de verkoopkosten en de bedrijfswaarde voor de Groep.

Bij de bepaling van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen geactualiseerd, waarbij een disconteringsvoet vóór belasting wordt toegepast die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld en de specifieke risico's van het actief of de kasstroom genererende eenheid.

Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten. Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een voorheen opgenomen bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of is afgenomen. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde geschat. Een voorheen erkende bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen indien er een wijziging is opgetreden in de schattingen die worden gebruikt ter bepaling van de realiseerbare waarde van het actief sinds de laatste bijzondere waardevermindering werd erkend. Indien dit het geval is worden de bijzondere waardeverminderingen op activa andere dan goodwill teruggenomen teneinde de boekwaarde van het actief te verhogen naar de realiseerbare waarde. Dit verhoogde bedrag kan niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bekomen (na aftrek van afschrijvingen) indien in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn opgenomen. Deze terugname wordt erkend als bedrijfskosten in de resultatenrekening.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden geboekt voor de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en passiva in de geconsolideerde balans en hun respectievelijke belastbare basis.

Uitgestelde belastingvorderingen verbonden aan verrekenbare tijdelijke verschillen en nietgebruikte overgedragen belastingverliezen worden opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst beschikbaar zal zijn waarmee het verrekenbare tijdelijke verschil of de niet-gebruikte belastingverliezen kunnen worden verrekend.

De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen wordt bij iedere balansdatum opnieuw beoordeeld en wordt verminderd in die mate dat het niet waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winst zal toelaten de belastingvordering geheel of gedeeltelijk te realiseren. Niet erkende belastingvorderingen worden op iedere balansdatum herschat en worden erkend in die mate dat het waarschijnlijk geworden is dat de toekomstige belastbare winst de realisatie van de belastingvordering mogelijk zal maken.

Uitgestelde belastingvorderingen en –schulden worden berekend tegen de aanslagvoeten die naar verwachting zullen worden toegepast in de periode waarin het actief zal worden gerealiseerd of het passief zal worden afgewikkeld; op basis van de aanslagvoeten (en belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten op balansdatum.

{15}------------------------------------------------

Wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen worden erkend in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen; in dit geval zal de belastingsimpact ook rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen.

Uitgestelde belastingverplichtingen voor tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen worden erkend, uitgezonderd wanneer de moedermaatschappij het tijdstip kan bepalen waarop het tijdelijk verschil wordt afgewikkeld en het niet waarschijnlijk is dat het verschil zal worden afgewikkeld in de nabije toekomst.

Pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep beheert verschillende toegezegdepensioenregelingen waarvoor bijdragen worden gestort in afzonderlijk beheerde fondsen. De Groep is eveneens overeengekomen om bijkomende vergoedingen na uitdiensttreding uit te keren aan bepaalde personeelsleden. De kost voor het verstrekken van de beloningen voorzien in de plannen wordt voor elk plan afzonderlijk bepaald gebruikmakend van de actuariële 'Projected Unit Credit'-waarderingsmethode. De actuariële winsten en verliezen worden opgenomen via gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (eigen vermogen). Pensioenkosten van verstreken diensttijd en winst of verlies op regelingen worden erkend in de resultatenrekening wanneer ze zich voordoen.

De Groep beheert ook verschillende toegezegdebijdragenregelingen. Bijdragen worden in de resultatenrekening opgenomen in de periode voor dewelke ze worden bijgedragen.

De Groep voert sommige herstructureringsprogramma's uit die beëindigingsvoordelen en andere vormen van bijkomende vergoedingen inhouden. De actuariële winsten en verliezen op deze schulden worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer ze zich voordoen.

Bij het toepassen van de herziene IAS 19 norm heeft de Groep beslist om de periodieke kost te presenteren als operationele en financiële activiteit voor hun respectievelijke componenten.

Korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden

De kost van alle korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden, zoals lonen en salarissen, betaald verlof, bonussen, medische interventies en andere worden opgenomen gedurende de periode waarin het personeelslid de desbetreffende dienst verleent. De Groep neemt deze kosten enkel op indien zij wettelijk of feitelijk verplicht is om een dergelijke betaling uit te voeren en indien er een betrouwbare raming van de schuld kan worden gemaakt.

Financiële instrumenten

Reële waarde van de financiële instrumenten

De volgende methodes en principes worden toegepast om de reële waarde van de financiële instrumenten te ramen:

  • Voor investeringen in genoteerde bedrijven en wederzijdse fondsen is de reële waarde gelijk aan hun beurskoers;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen wordt de reële waarde geraamd aan de hand van recente verkooptransacties op de aandelen van deze niet-genoteerde ondernemingen of, bij gebrek aan zulke transacties, door middel van verschillende waarderingstechnieken zoals toekomstige verdisconteerde kasstroommodellen en "multiples"- methodes;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen waarvoor geen betrouwbare reële waarde kan worden bepaald, wordt de reële waarde gebaseerd op de historische aanschaffingskosten, gecorrigeerd met de eventuele bijzondere waardeverminderingen;
  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan variabele rentevoeten wordt de afgeschreven kost geacht de reële waarde te benaderen;
  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan een vaste rentevoet wordt de reële waarde bepaald op basis van de marktwaarde indien aanwezig, of anders op basis van de toekomstige verdisconteerde kasstromen;
  • Voor handelsvorderingen, handelsschulden, andere kortlopende activa en passiva worden de boekwaarden in de balans bij benadering opgenomen tegen een reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor geldmiddelen en kasequivalenten vormen de boekwaarden opgenomen in de balans een benadering van hun reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor derivaten worden de reële waarden geraamd rekening houdend met hun genoteerde prijs op een actieve markt, en indien niet beschikbaar, gebruikmakend van verschillende

{16}------------------------------------------------

waarderingstechnieken, in het bijzonder de verdiscontering van de toekomstige kasstromen.

Criteria voor de initiële opname en het niet meer opnemen van financiële activa en passiva

De financiële instrumenten worden initieel opgenomen wanneer de Groep de contractuele bepalingen van de instrumenten onderschrijft. Gewone aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de afwikkelingsdatum.

Financiële activa (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen wanneer de Groep de rechten op de vergoedingen, bepaald in het contract, te gelde maakt, of de rechten vervallen of de Groep er afstand van doet of nog indien de Groep de controle verliest over de contractuele rechten die betrekking hebben op het financiële actief. Financiële passiva (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen indien de verplichting bepaald in het contract vervalt, ingetrokken of geannuleerd wordt.

Criteria voor de saldering van financiële activa en passiva

Indien er een wettelijk afdwingbaar compensatierecht bestaat voor opgenomen financiële activa en passiva en de intentie aanwezig is om het passief af te wikkelen en het actief tegelijk te gelde te maken of op nettobasis af te wikkelen, worden alle financiële gevolgen gecompenseerd.

Criteria voor classificering van de financiële instrumenten als "tot einde looptijd aangehouden"

Sommige financiële instrumenten worden als "behouden tot vervaldatum" geclassificeerd op basis van de mogelijkheid en de intentie van de Groep om deze instrumenten tot hun vervaldatum te behouden. De Groep heeft al een ruime ervaring in het naleven van deze regel.

Criteria voor het classificeren van de financiële instrumenten als "voor verkoop beschikbaar"

De financiële activa die geen derivaten zijn, waarbij de Groep niet van plan is deze tot het einde van hun looptijd te behouden, die niet als "leningen en vorderingen" geclassificeerd zijn en die door de Groep bij aanvang niet als gewaardeerde activa tegen hun reële waarde via de resultatenrekening geclassificeerd zijn, worden als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd.

Aandelen in het eigen vermogen van niet-geconsolideerde ondernemingen worden gewoonlijk als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd. Aandelen in wederzijdse of in soortgelijke fondsen worden geclassificeerd als "aangehouden tot verkoop" als ze bij eerste opname niet aangemerkt worden als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de resultatenrekening.

Andere deelnemingen

Andere deelnemingen bevatten de aandelen gehouden in entiteiten die geen dochterondernemingen, joint-venture of geassocieerde ondernemingen zijn.

Deze deelnemingen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, zijnde tegen de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Deze deelnemingen worden op de balans geclassificeerd onder de 'voor verkoop beschikbare financiële activa'.

Na de initiële opname,

  • Beleggingen in eigenvermogeninstrumenten waarvoor geen genoteerde marktprijs bestaat en de reële waarde niet op een betrouwbare wijze kan worden bepaald worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met een eventuele bijzondere waardevermindering;
  • Alle andere deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde waarbij de wijzigingen in de reële waarde rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen tot het financieel actief verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan wordt, waarna de voorheen in het eigen vermogen toegerekende gecumuleerde winsten of verliezen worden opgenomen in de resultatenrekening onder netto financiële kosten.

Andere financiële vaste activa

De andere financiële vaste activa omvatten derivaten (zie verder), rentedragende vorderingen op lange termijn zoals leningen aan joint ventures, personeel en kasgaranties, en beleggingen op lange termijn zoals 'notes' en gekochte obligaties. Langetermijnvorderingen worden geboekt als leningen en vorderingen uitgegeven door het bedrijf en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs. Langetermijninvesteringen worden geclassificeerd als tot het eind van de looptijd aangehouden en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs.

{17}------------------------------------------------

Handelsvorderingen en andere vlottende activa

Handelsvorderingen en andere vlottende activa worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde (gewoonlijk het oorspronkelijke factuurbedrag) met aftrek van de waardeverminderingen voor dubieuze debiteuren.

Beleggingen

De beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, vastrentende effecten en deposito's met een looptijd van meer dan drie maanden maar minder dan één jaar.

Aandelen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden aandelen behandeld als beschikbaar voor verkoop, met een herwaardering tot de reële waarde die rechtstreeks in het eigen vermogen wordt geboekt, tot de investering wordt verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan. De gecumuleerde winsten of verliezen die voorheen in het eigen vermogen werden geboekt, worden daarna in de resultatenrekening opgenomen.

Vastrentende effecten worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden de vastrentende effecten die aangemerkt zijn als beschikbaar voor verkoop gewaardeerd aan reële waarde, waarbij de winsten en verliezen uit herwaardering in het eigen vermogen worden opgenomen tot de investering is verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan; dan worden deze cumulatieve winsten en verliezen opgenomen in de resultatenrekening.

. De vastrentende effecten die bestemd zijn om tot vervaldag te worden gehouden, worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs, gebruikmakend van de methode van de effectieve rentevoet.

Deposito's worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, lopende bankrekeningen en beleggingen met een initiële looptijd van minder dan drie maanden, die zeer liquide zijn, onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardevermindering in zich dragen.

Geldmiddelen en kasequivalenten worden geboekt tegen de afgeschreven kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of financiële activa of het geheel van financiële activa objectieve indicaties van bijzondere waardevermindering vertonen. Als de boekhoudkundige waarde van de financiële activa hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt een bijzondere waardevermindering geboekt.

Er wordt altijd een specifieke rekening gebruikt om de bijzondere waardeverminderingen te boeken, ongeacht of deze door een kredietverlies veroorzaakt werden of niet.

De provisies en waardeverminderingen op financiële activa worden als andere bedrijfskosten geboekt wanneer de activa betrekking hebben op operationele activiteiten. Voor andere deelnemingen, geassocieerde ondernemingen en activa met betrekking tot financieringsactiviteiten worden de provisies en waardeverminderingen geboekt als financiële kosten.

De waardeverminderingen op vorderingen worden geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep niet in staat zal zijn alle verschuldigde bedragen te innen, op basis van geïndividualiseerde criteria of op basis van statistieken en de analyse van de ouderdomsbalans.

In geval van waardeverminderingen die te wijten zijn aan kredietverliezen, wordt de waardevermindering teruggenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep in staat zal zijn de financiële activa te innen, op basis van verschillende indicaties zoals de oplevering van waarborgen, een succesvolle kapitaalverhoging bij de schuldenaar, enz.

De waardevermindering wordt ook teruggenomen wanneer het actief definitief verkocht, ontvangen of daarentegen niet terugvorderbaar is. Op dat moment worden de definitieve opbrengsten/(kosten) geboekt in de resultatenrekening.

De waardeverminderingen op 'voor verkoop beschikbare' eigen vermogeninstrumenten worden erkend in resultaat in geval van een significante (meer dan 30%) of langdurige (meer dan 12 maanden achtereenvolgend) daling van de reële waarde beneden kostprijs. Deze waardeverminderingen worden niet teruggenomen in de resultatenrekening. Indien een

{18}------------------------------------------------

waardevermindering teruggenomen moet worden, zal een terugneming in het eigen vermogen geboekt worden, als een herwaardering tot de reële waarde.

Rentedragende schulden

Alle kredieten en leningen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de ontvangen vergoeding na aftrek van de uitgiftekosten verbonden aan de leningen. Na de initiële opname worden de niet-afgedekte schulden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieve intrestvoetmethode met afschrijving van verdisconteringen of premies in de resultatenrekening.

Derivaten

De Groep heeft geen derivaten (en geeft er ook geen uit) voor handelsdoeleinden, maar sommige van haar derivaatcontracten beantwoorden niet aan de criteria van IAS 39 om als hedge accounting te worden verwerkt. Ze worden daarom erkend als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden; wijzigingen in hun reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals IRCS, rentetermijncontracten en valutaopties om haar risico's verbonden aan schommelingen in vreemde valuta voor onderliggende activa, passiva en toekomstige transacties in te beperken. De derivaten worden tegen reële waarde erkend onder volgende rubrieken: andere activa (lange en korte termijn), rentedragende schulden (lange en korte termijn) en andere schulden (lange en korte termijn).

Een IRCS wordt gebruikt om het groepsrisico van schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta op een langetermijnschuld in JPY in te perken. De Groep past hiervoor geen hedge accounting toe. Deze langetermijnschuld in JPY omvat een in een contract besloten derivaat. Dergelijk derivaat wordt gescheiden van het basiscontract en geboekt tegen de reële waarde waarbij wijzigingen in de reële waarde in de resultatenrekening opgenomen worden. De mark-tomarketaanpassingen op dit derivaat wordt gecompenseerd door deze op de IRSC.

Sinds september 2011 is de Groep gestart met het afsluiten van derivaten(termijnwisselcontracten) voor het indekken van de risico's op wisselkoersschommelingen van zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties. De Groep verwerkt de kasstroomafdekking administratief als volgt: het deel van de winst of het verlies op het afdekkingsinstrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking is, wordt in niet gerealiseerde resultaten genomen tot het afgedekte feit zich voordoet. Indien de afgedekte transactie leidt tot de erkenning van een actief, wordt de waarde van het actief bij de initiële erkenning aangepast met het bedrag die voorheen was opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Het "niet-effectieve" gedeelte van een "cash flow hedge" wordt altijd erkend in de resultatenrekening.

De andere rentetermijncontracten voldoen niet aan de voorwaarden voor hedge accounting en worden bijgevolg erkend aan reële waarde, waarbij de wijzigingen in die reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.

Netto winsten / (verliezen) op financiële instrumenten

Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten worden door de Groep van de nettowinsten en verliezen op financiële instrumenten afgehouden. Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten die uit financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt. Netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt wanneer deze instrumenten betrekking hebben op financieringsactiviteiten. Wanneer financiële instrumenten op operationele of investeringsactiviteiten betrekking hebben, worden de netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van deze financiële instrumenten voortvloeien als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien en die gebruikt worden om het wisselrisico uit operationele activiteiten te beheren maar die niet als dekkingsinstrumenten volgens IAS 39 beschouwd worden, worden als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien die gebruikt worden om het renterisico uit financiële activiteiten te beheren, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt.

{19}------------------------------------------------

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen netto realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs wordt bepaald volgens de gewogen-gemiddelde-kostprijsmethode behalve voor ITuitrusting (FIFO methode) en aangekochte goederen voor de wederverkoop in het kader van specifieke onderhanden projecten in opdracht van derden (individuele aankoopprijs). Voor onderhanden projecten in opdracht van derden, wordt de methode van winstneming toegepast. De methode van winstneming wordt bepaald op basis van de kost van het uitgevoerde werk op balansdatum in verhouding tot de geraamde totale kost voor het project. De projectkosten omvatten alle directe kosten die betrekking hebben op het specifieke project en een toewijzing van vaste en variabele kosten opgelopen met betrekking tot projectactiviteiten, gebaseerd op normale bedrijfscapaciteit.

Lease-overeenkomsten met leveranciers

Lease-overeenkomsten m.b.t. activa waarbij nagenoeg alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief worden overgedragen aan de Groep worden geclassificeerd als financiële leases. Financiële leases worden erkend als activa en schulden (rentedragende schulden) ten bedrage van de reële waarde van de geleasde activa of de huidige waarde van de minimale leasingbetalingen bij aanvang van de lease, indien deze lager is. De afschrijving en test voor bijzondere waardeverminderingen voor afschrijfbare geleasde activa zijn dezelfde als voor afschrijfbare activa in eigendom. Leasebetalingen worden opgesplitst tussen openstaande schulden en financiële lasten om zo tot een constante intrestvoet per periode te komen op het resterende saldo van de schuld.

Lease-overeenkomsten waarbij alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief nagenoeg behouden worden door de verhuurder, worden geclassificeerd als operationele leases. De betalingen onder operationele leases worden lineair over de leasingtermijn als kosten opgenomen in de resultatenrekening.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen indien de Groep een bestaande wettelijke of feitelijke verplichting heeft die voortvloeit uit gebeurtenissen uit het verleden waarvoor waarschijnlijk een uitstroom van middelen die economische voordelen inhouden, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van deze verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat. Een gebeurtenis uit het verleden wordt geacht aanleiding te geven tot een bestaande verplichting indien, rekening houdend met de beschikbare bewijsstukken, het meer dan waarschijnlijk is dat er een bestaande verplichting is op de balansdatum. Het bedrag dat als voorziening wordt opgenomen is de beste schatting van de vereiste kost om de bestaande verplichting op het einde van het boekjaar af te wikkelen. Voorzieningen worden geactualiseerd wanneer het effect van de tijdwaarde van geld belangrijk is. De afwikkeling wordt opgenomen in de financiële kosten. Bepaalde activa en inrichtingen die zich op eigendom van derden situeren, dienen uiteindelijk ontmanteld te worden en de eigendom dient in de oorspronkelijke staat hersteld te worden. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling worden opgenomen als materiële vaste activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. In het geval van verdiscontering, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd geclassificeerd als financieringskosten.

Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop

De groep classificeert vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) als aangehouden voor verkoop indien hun boekwaarde hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. De voorwaarde is vervuld wanneer de activa (of groepen activa die worden afgestoten) onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop in hun huidige toestand en de verkoop zeer waarschijnlijk is en verwacht wordt binnen het jaar plaats te vinden. Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop (of groepen activa die worden afgestoten) worden

{20}------------------------------------------------

opgenomen tegen de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten, en worden geclassificeerd onder de vlottende activa.

Op aandelen gebaseerde betaling

In eigen-vermogensinstrumenten en in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties worden opgenomen aan de reële waarde op de toekenningsdatum, rekening houdend met de karakteristieken en voorwaarden waartegen de rechten toegekend worden, en gebruik makend van een waarderingstechniek die overeenkomt met algemeen aanvaarde waarderingsmethodes voor de prijsbepaling van financiële instrumenten, en die rekening houdt met alle factoren en veronderstellingen die normale deelnemers met kennis van zaken bij hun prijszetting in overweging zouden nemen.

Voor in eigen-vermogensinstrumenten afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost erkend over de wachtperiode, samen met een verhoging van de rubriek "vergoedingen in aandelen" in het eigen vermogen, voor wat betreft het vermogensdeel, en een erkenning van een dividendschuld voor het dividenddeel.

De reële waarde van dit recht wordt regelmatig geherwaardeerd wanneer de aandelenopties recht geven op dividenden uitgekeerd na de toewijzing van de opties.

Voor in geldmiddelen afgewikkelde overeenkomsten wordt de reële waarde als personeelskost geboekt over de wachtperiode, samen met een verhoging van de schulden. Schulden worden regelmatig geherwaardeerd om de evolutie van de reële waarden te weerspiegelen.

Opbrengsten en bedrijfskosten

De opbrengsten worden opgenomen voor zover de economische voordelen naar alle waarschijnlijkheid naar de Groep zullen vloeien en de opbrengsten getrouw kunnen worden gewaardeerd. De specifieke opbrengstenstromen en de eraan verbonden criteria voor erkenning zijn de volgende:

  • De opbrengsten van het vastelijn-, mobiele- en carrierverkeer worden opgenomen op basis van het gebruik;
  • De opbrengsten uit de aansluitings- en installatiekosten worden opgenomen op het ogenblik van de aansluiting of installatie;
  • De opbrengsten uit de verkoop van communicatie-uitrusting worden opgenomen bij de levering aan de externe verdeler of bij de levering door de eigen Proximus winkels aan de finale klant;
  • De opbrengsten uit de maandelijkse huur- of toegangskosten die betrekking hebben op vastelijn- en mobiele opbrengsten worden opgenomen in de periode waarin de diensten zijn verstrekt;
  • De abonnementsgelden worden opgenomen als opbrengsten pro-rata over de abonnementsperiode;
  • Voorafbetaalde opbrengsten zoals opbrengsten uit voorafbetaalde vaste- of mobilofoniekaarten worden uitgesteld en opgenomen op basis van het gebruik van de kaarten;
  • Onderhoudsopbrengsten worden opgenomen als opbrengsten pro-rata over de onderhoudsperiode geboekt;
  • Ontvangen commissies worden opgenomen wanneer de Groep optreedt als agent, d.w.z. wanneer de Groep de voorraad- en kredietrisico's niet draagt, de prijzen niet bepaalt, geen deel van de diensten verandert of uitvoert, en wanneer de Groep geen vrijheid heeft om de leveranciers te selecteren;
  • De opbrengsten uit de verkoopscontracten die meerdere componenten bevatten, worden pro-rata toegewezen aan deze verschillende componenten op basis van hun relatieve reële waarde, zijnde het bedrag waaraan elke component afzonderlijk zou kunnen verkocht worden. Indien echter een bedrag, toegewezen aan een geleverde component, afhankelijk is van de levering van bijkomende componenten of van het bereiken van gespecifieerde performantievoorwaarden, wordt het bedrag dat wordt toegewezen aan die geleverde component beperkt tot het niet-voorwaardelijke bedrag.

Netto omzet is gedefinieerd als de bruto-instroom van economische voordelen die tijdens de periode ontstaan bij de uitvoering van de normale bedrijfsactiviteiten en rekening houdend met elke handels- en volumekorting toegekend door de Groep. Spaarpunten (loyaliteitsprogramma's) worden geboekt als een afzonderlijke component van de verkooptransactie en opgenomen in

{21}------------------------------------------------

mindering van de initiële verkoop in netto omzet. De aan spaarpunten toegerekende vergoeding wordt in opbrengsten geboekt wanneer de spaarpunten worden ingewisseld.

Uitgaven voor research worden opgenomen in de resultatenrekening als kosten wanneer ze zich voordoen.

De geconsolideerde resultatenrekening van de Groep wordt voorgesteld volgens aard van de kosten. Bedrijfskosten worden voorgesteld na aftrek van werk dat door de onderneming werd geleverd en geactiveerd.

De kosten van de verkochte materialen en diensten omvatten de kosten voor de aankoop van het materiaal en de diensten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opbrengsten.

De reclamekosten en andere marketingkosten worden opgenomen wanneer ze zich voordoen. Als gevolg van de nieuwe Belgische Telecomwet die sinds 1 oktober 2012 van kracht is, worden alle dealer commissies in resultaat genomen wanneer ze zich voordoen. De gecumuleerde overgedragen dealer commissies werden als "kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten" in resultaat genomen.

Niet-recurrente opbrengsten en kosten omvatten winsten en verliezen resulterend uit de verkoop van geconsolideerde ondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, boetes en straffen opgelegd door de mededingingsautoriteiten of de regulator die 5 miljoen EUR overschrijden, kosten voor herstructureringsprogramma's en de gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding met impact voor de begunstigden.

{22}------------------------------------------------

Toelichting 3. Goodwill

(in miljoen EUR) Goodwill
Op 1 januari 2014 2.320
Verwerving van ClearMedia 2
Verkoop van Groep TLS FR -28
Verkoop van TLS UK business -21
Waardeverminderingen -1
Op 31 december 2014 2.272
Op 31 december 2015 2.272

Volgende gebeurtenissen hebben geleid tot een daling van de goodwill van de Groep in 2014: de verkoop van de Telindus UK activiteiten en van Group Telindus France (toelichting 6) (daling van de goodwill met 49 miljoen EUR) en de erkenning van een bijzondere waardevermindering van 1 miljoen EUR op Mobisud. Deze impact werd deels gecompenseerd door de erkenning van een goodwill van 2 miljoen EUR wanneer de Groep zeggenschap verwierf over ClearMedia (toelichting 6).

Op 31 december 2014 werd een geschat bedrag van 269 miljoen EUR getransfereerd van EBU naar CBU, weliswaar zonder impact op de goodwill van de Groep ten gevolge van het transfer, op 1 januari 2015, van de klantenverantwoordelijkheid voor SOHO/SE (zelfstandigen en kleine ondernemingen) van EBU naar CBU. Op 31 december 2015 werd deze schatting verfijnd met 39 miljoen EUR, op basis van de implementatie van de gewijzigde segmentering van SOHO/SE.

Goodwill werd op operationeel segmentniveau getest op bijzondere waardeverminderingen omdat deze de kasstroomgenererende eenheden van de Groep zijn; de performantie, de financiële positie (inclusief goodwill) en de kapitaalsuitgaven binnen de Groep worden op operationeel segmentniveau beheerd.

In het kader van het onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen wordt de goodwill die verworven is in een bedrijfscombinatie op de overnamedatum toegerekend aan elk van de operationele segmenten van de Groep die naar verwachting voordeel zullen halen uit de bedrijfscombinatie. Daarom is deze toewijzing gebaseerd op de aard van de verworven klanten en activiteiten. Per 31 december 2015 werden alle verworven bedrijven volledig toegewezen aan één enkel operationeel segment, met uitzondering van de goodwill als gevolg van de verwerving van een minderheidsbelang in 2007 in Belgacom Mobile, welk werd toegewezen aan de Consumer Business Unit en Enterprise Business Unit op basis van hun relatieve bedrijfswaarde voor de Groep per 31 december 2007.

De boekwaarde van de goodwill is als volgt toegewezen aan de operationele segmenten:

Per 31 december

(EUR million) 2014 2015
Consumer Business Unit 1.264 1.303
Enterprise Business Unit 756 718
Internationale Carrierdiensten 252 252
Totaal 2.272 2.272

De realiseerbare waarde op segmentniveau (inclusief goodwill) werd gebaseerd op de bedrijfswaarde bepaald aan de hand van een verdisconteerd kasstroommodel. De belangrijke hypothesen bij het bepalen van de gebruikswaarde zijn:

  • de bedrijfswinst vóór afschrijvingen (met uitzondering van het Internationaal Carrier Segment waarvoor de directe marge belangrijker is)
  • de investeringen
  • de langetermijngroeivoet
  • · de gemiddelde gewogen vermogenskost na belastingen.

{23}------------------------------------------------

  • de marge op Staff en Support diensten bij een volledige marktconforme doorfacturatie tussen segmenten binnen de Proximus Groep
  • het verwacht rendement op het in TEC & W geïnvesteerd kapitaal, maakt een berekening mogelijk van deTEC & W netwerkgerelateerde kosten aan andere segmenten te factureren, indien de Proximus Groep voor een volledige en marktconforme doorfacturatie aan andere segmenten zou kiezen.

De bedrijfswinst vóór afschrijvingen van CBU en EBU is zeer gevoelig voor volgende operationele parameters: aantal klanten per type van dienst (TV, vast …), verkeer (indien van toepassing) en de netto ARPU per klant voor elk type van dienst. De waarde verbonden aan elk van deze operationele parameters is het resultaat van een intern proces dat in elk segment en op groepsniveau wordt gevoerd, door het samenbrengen van gegevens van de markt, marktvooruitzichten, en de strategieën die Proximus van plan is te implementeren om zo adequaat mogelijk voorbereid te zijn op toekomstige uitdagingen.

De berekeningen van de bedrijfsswaarde zijn gebaseerd op het driejarenplan (2016-2018) zoals voorgelegd door het management aan de Raad van Bestuur. De volgende jaren werden geëxtrapoleerd op basis van een groeiratio van ongeveer 1% per jaar voor de operationele segmenten.

De vrije kasstromen die in aanmerking werden genomen voor de berekening van de bedrijfswaarde zijn geschat voor de activa in hun huidige toestand en omvatten niet de kasinstromen en uitstromen die verband houden met eventuele toekomstige reorganisaties waartoe de Groep zich nog niet heeft verbonden en deze die de prestaties van activa verbeteren of verhogen.

Vrije kasstromen voor elk van de segmenten werden verdisconteerd tegen de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van de Groep van 6,3%, met uitzondering van het ICS segment, waarvoor een specifieke gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van 8,9% werd gebruikt, en dit gezien haar activiteiten voldoende verschillend werden geacht ten opzichte van de rest van de Groep, om een specifieke berekening te rechtvaardigen. De gemiddelde vermogenskost vóór belastingen, die uit de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen via iteraties afgeleid werd, ligt tussen 7,4% en 10,6%.

De berekende gewogen gemiddelde vermogenskost op groepsniveau en voor het ICS segment is gebaseerd op hun relatieve kapitaalstructuurcomponenten en omvatten een risicopremie die specifiek is voor het inherente risico van het segment.

Geen enkele goodwill had per 31 december 2015 een bijzondere waardevermindering ondergaan. Sensitiviteitsanalyse voor alle segmenten toont aan dat bij een redelijke wijziging in een belangrijke assumptie de bedrijfswaarde de netto boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden (de segmenten) nog steeds overschrijdt.

{24}------------------------------------------------

Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

(in miljoen EUR) GSM en
UMTS
licenties
Intern geprodu-
ceerde activa
Verworven
klantbestanden
en merknamen
TV rechten Andere immate-
riële vaste
activa
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2014 590 677 793 181 999 3.241
Aanschaffingen 16 84 0 114 116 330
Aanschaffingen van
dochterondernemingen
0 0 1 0 0 1
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 -34 -27 -61
Verkopen van dochterondernemingen 0 0 -8 0 -13 -21
Overboekingen 0 0 5 0 -3 1
Op 31 december 2014 605 761 791 262 1.072 3.492
Aanschaffingen 75 81 0 61 106 323
Aanschaffingen van
dochterondernemingen
0 0 0 0 0 0
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 -108 -66 -174
Overboekingen 0 0 0 0 -9 -9
Op 31 december 2015 681 843 791 215 1.103 3.632
Gecumuleerde afschrijvingen en w vaardevermi nderingen
Op 1 januari 2014 -370 -492 -346 -90 -757 -2.056
Afschrijvingen van het jaar -31 -69 -59 -72 -95 -326
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 34 25 59
Verkopen van dochterondernemingen 0 0 2 0 10 12
Overboekingen 0 0 -2 0 2 0
Op 31 december 2014 -401 -562 -405 -128 -816 -2.311
Afschrijvingen van het jaar -30 -78 -58 -83 -94 -342
Niet langer opnemen in de balans 0 0 0 108 66 174
Overboekingen 0 0 0 0 9 9
Op 31 december 2015 -431 -639 -463 -103 -835 -2.470
Netto boekwaarde per 31
december 2014
204 200 386 133 257 1.180
Netto boekwaarde per 31
december 2015
250 204 328 112 269 1.162

De aanschafwaarden van de GSM en UMTS licenties omvatten kosten met betrekking tot het Global System for Mobile Communications ("GSM") en het Universal Mobile Telecommunications System ("UMTS").

De Groep bezit volgende licenties:

Jaar van
aanschaf-
fing
Omschrijving Aanschaffings-
waarde
Netto boekwaarde Periode Betalingsmethode Begin van
afschrijving
9 -
(EUR million)
1995 900 MHz spectrum 223 0 1995 - 2010 afgelopen 08/04/1995
1998 ILT 2238 2 0 1998 - afgelopen 01/01/1998
1998 ILT 0 0 1998 - afgelopen 10/12/1998
2010 900 MHz spectrum 74 0 2010 - 2015 afgelopen 08/04/2010
2015 900 MHz spectrum 75 66 2015 - 2021 over de periode 08/04/2015
2001 UMTS 150 45 2001 - 2021 afgelopen 01/06/2004
2011 4G 20 15 2012 - 2027 afgelopen 01/07/2012
2013 800 Mhz spectrum 120 107 2013 - 2033 over de periode 30/11/2013
2014 900 MHz spectrum 16 15 2015 - 2021 over de periode 27/11/2015
Total 681 250

{25}------------------------------------------------

Intern geproduceerde vaste activa betreffen vooral intern ontwikkelde software (voornamelijk i.v.m. facturatie en ordering). Het totaal bedrag in 2015 in resultaat genomen voor onderzoeksuitgaven voor deze intern ontwikkelde software bedraagt 24 miljoen EUR.

De verworven klantenbestanden en merknamen bevatten immateriële vaste activa erkend in het kader van bedrijfscombinaties voornamelijk tengevolge van de toewijzing van de overgedragen vergoeding bij het verwerven van zeggenschap over BICS.

In 2015 heeft de Groep TV-rechten verworven ten bedrage van 61 miljoen EUR, hoofdzakelijk uitzendrechten. Sommige van deze rechten werden aangeworven met een uitgesteld betalingsplan.

Andere immateriële aanschaffingen (106 miljoen EUR) omvatten hoofdzakelijk ontwikkelingen door leveranciers, software licenties en gebruiksrechten voor kabels (IRU).

{26}------------------------------------------------

Toelichting 5. Materiële vaste activa

(in miljoen EUR) Terreinen en
gebouwen
Technische en
netwerk
uitrusting
Andere
materiële vaste
activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Aanschaffingswaarde
Op 1 januari 2014 817 11.075 377 4 12.273
Aanschaffingen 9 629 15 9 663
Niet langer opnemen in de balans -127 -250 -20 -1 -398
Verkopen van dochterondernemingen 0 -19 -5 0 -24
Overboekingen 1 -15 19 -6 -1
Op 31 december 2014 701 11.421 386 7 12.514
Aanschaffingen 10 644 16 8 678
Niet langer opnemen in de balans -54 -285 -32 0 -371
Verkopen van dochterondernemingen 0 0 -2 0 -1
Overboekingen 0 10 5 -7 9
Op 31 december 2015 657 11.790 373 7 12.828
Op 1 januari 2014 -384 -9.015 -316 0 -9.715
Afschrijvingen van het jaar -35 -431 -29 0 -495
Niet langer opnemen in de balans 91 249 20 0 359
Verkopen van dochterondernemingen 0 14 3 0 17
Overboekingen 0 19 -19 0 0
Op 31 december 2014 -329 -9.164 -341 0 -9.834
Afschrijvingen van het jaar -27 -474 -26 0 -528
Niet langer opnemen in de balans 44 277 30 0 351
Verkopen van dochterondernemingen 0 0 2 0 1
Overboekingen 0 -4 -5 0 -9
Op 31 december 2015 -312 -9.366 -341 0 -10.019
Netto boekwaarde per 31
december 2014
372 2.256 45 7 2.680
december 2014

De hogere investeringen in vergelijking met vorig jaar kaderen in de groepstrategie om meer te investeren in het netwerk, netwerkkwaliteit en dienstverlening aan klanten. Proximus heeft vooral geïnvesteerd in zijn mobiel leiderschap en het verbeteren van zijn vast netwerk door het verder uitrollen van zijn vectoringtechnologie.

In 2014 heeft de Groep administratieve en technische gebouwen verkocht en realiseerde hierop een winst van 45 miljoen EUR en in 2015 een winst 15 miljoen EUR.

{27}------------------------------------------------

Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Toelichting 6.1. Deelnemingen in dochterondernemingen

De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van Proximus NV en haar dochterondernemingen zoals opgenomen in de volgende tabel.

Naam Maatschappelijke zetel Land Aandeel van de Groep
2014 2015
Proximus NV van Publiek Koning Albert-II-laan 27 België Moederma aatschappij
Recht 1030 Brussel
BTW BE 0202.239.951
Proximus Group Services NV België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0466.917.220
PXS Re Rue de Merl 74 Luxemburg 100% 100%
2146 Luxemburg ŭ
Connectimmo NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel Ü
BTW BE 0477.931.965
Skynet iMotion Activities NV Carlistraat 2 België 100% 100%
, 1140 Evere _0.9.0 .2070 .0070
BTW BE 0875.092.626
Tango SA Rue de Luxembourg 177 Luxemburg 100% 100%
ungo on 8077 Bertrange Luxomburg 10070 10070
Felindus - ISIT BV Krommewetering 7 Nederland 100% 100%
ellituus - IOTT DV 3543 AP Utrecht Nederiand 100 70 10070
elindus SA Route d'Arlon 81–83 Luxemburg 65% 100%
ellilaus SA 8009 Strassen 0376 100 /6
Felectronics SA 2 Rue des Mines (3)
Luxemburg
65% 100%
Telectionics 3A _ 05% 10076
Daine Waissankraus CA 4244 Esch sur Alzette Route d'Arlon 81–83 (3) 6.40/ 100%
Beim Weissenkreuz SA Luxemburg 64% 100%
Telindus LTD 8009 Strassen (3) 4000/ 00/
elindus L I D Centurion - Riverside Way - Watchmoor Park Verenigd
Koninkrijk
100% 0%
Camberley - Surrey -GU15 3 YL (2)
Proximus Spearit NV Koning Albert II laan 27 België 100% 100%
1030 Brussels
BTW BE 0826.942.915
Proximus ICT - Expert Ferdinand Allenstraat 38 België 81% 81%
Community CVBA 3290 Diest
BTW BE 0841.396.905
Proximus OPAL NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0861.583.672
Mobile-For NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW BE 0881.959.533
Scarlet Business NV Carlistraat 2 België 100% 100%
1140 Evere -
BTW BE 0463.079.780
Scarlet Luxembourg SARL Rue de Bonnevoie 5 Luxemburg 100% 0%
1260 Luxembourg (2)
Scarlet Belgium NV Carlistraat 2 België 100% 100%
1140 Evere 20.9.0 .00 /0 .5576
= .0.0

{28}------------------------------------------------

MBS TELECOM NV Wireless Technologies NV ClearMedia NV Carlistraat 2
1140 Evere
BTW BE 0882,760,574
België 100% 100%
BTW BE 0882,760,574
- (4)
ClearMedia NV Koning Albert II laan 27 België 100% 100%
ClearMedia NV 1030 Brussels
ClearMedia NV BTW BE 0464.030.479
Zagerijstraat 11 België 100% 100%
2960 Brecht
BTW BE 0831.425.897
Belgacom International
Carrier Services Mauritius
.td
Chancery House 5th floor , Lislet, Geoffroy Street Mauritius 58% 58%
Port Louis 1112-07 (1)
Belgacom International
Carrier Services NV
Rue Lebeau 4 België 58% 58%
1000 Brussel
BTW BE 0866.977.981 (1)
Belgacom International Carrier Services Deutschland Taunusanlage 11 Duitsland 58% 58%
G.M.B.H. 60329 Frankfurt am Main (1)
Belgacom International
Carrier Services UK Ltd
Great Bridgewaterstreet 70 Verenigd
Koninkrijk
58% 58%
James Gorvious Gre Liu M15ES Manchester (1)
Belgacom International
Carrier Services Nederland
Wilhelminakade 91 Nederland 58% 58%
3V 3072 AP Rotterdam (1)
Belgacom International
Carrier Services North
Corporation trust center - 1209 Orange street Verenigde Staten
van Amerika
58% 58%
America Inc LICA 40004 Williamton Delevers (4)
Belgacom International USA - 19801 Willington Delaware
80, Robinson Road # 02-00,
(1)
Singapore
58% 58%
Carrier Services Asia Pte Ltd 60, RODITSON ROAU # 02-00, Singapore 30% 30%
Singapore 068898 (1)
Belgacom International
Carrier Services (Portugal)
SA
Avenida da Republica, 50, 10de verdieping Portugal 58% 58%
1069-211 Lisboa (1)
Belgacom International Via della Moscova 3 Italië 58% 58%
Carrier Services Italia Srl 20121 Milano (1)
Belgacom International Calle Salvatierra, 4, 2c (1)
Spanje
58% 58%
Carrier Services Spain SL Calle Galvallerra, 4, 20 Spanje 30 /6 30 /6
28022 Madrid (1)
Belgacom International
Carrier Services Switzerland
AG
Papiermülestrasse 69 Zwitserland 58% 58%
10 3014 Bern (1)
Belgacom International
Carrier Services Austria
GMBH
Wildpretmarkt 2-4 Oostenrijk 58% 58%
JIVIDII 1010 Wien (1)
Belgacom International Drottninggatan 30 Zweden 58% 58%
Carrier Services Sweden AB
Valencias latas (° 1 411-14 Goteborg (1) F00/ F00:
Belgacom International Carrier Services JAPAN KK #409 Raffine Higashi Ginza, 4-14 Japan 58% 58%
Tsukiji 4 - Chome - Chuo-ku
Tokyo 104-00 (1)
Belgacom International
Carrier Services China Ltd
Hopewell Centre - level 54 China 58% 58%
183, Queen's road East
Hong Kong
(1)

{29}------------------------------------------------

Naam Maatschappelijke zetel Land 2014 2015
Belgacom International
Carrier Ghana Ltd
Box GP 821 Ghana 58% 58%
Accra (1)
Belgacom International
Carrier Services Dubai FZ-
Dubai Internet City Verenigde
Arabische
58% 58%
LLC Premeses 306 - Floor 03- Building 02 - PO box 502307 Emiraten
Dubai (1)
Belgacom International
Carrier Services South Africa
Proprietary Ltd
The promenade shop 202 D - Victoria Road Zuid Afrika 58% 58%
Camps Bay 8005 (1)
Belgacom International
Carrier Services Kenya Ltd
LR-N° 204861, 1st Floor Block A Kenia 58% 58%
Nairobi Business Park-Ngong Road
PO BOX 10643 - 00100 Nairobi (1)
Belgacom International
Carrier Services France SAS
Rue du Colonel Moll 3 Frankrijk 58% 58%
75017 Paris (1)

(1) Onderneming binnen de BICS Groep

In 2014 was het financieel jaareinde van Telindus-ISIT BV 30 juni; vanaf dan is dit 31 december. Voor consolidatiedoeleinden werd op 31 december 2014 een bijkomende jaarrekening opgemaakt

Toelichting 6.2. Details van dochterondernemingen met belangrijke belangen zonder overheersende zeggenschap.

Details van dochterondernemingen met belangrijke belangen zonder overheersende zeggenschap

Naam va de
dochteronderneming
Plaats van oprichting en
hoofdplaats van activiteit
Verhoud
eigendoms
stemrechten a
door minderh
aangehouden Winst toege
minderheid
Overge
minderheid
edragen
dsbelangen
Per 31d ecember Per 31 d ecember Per 31d ecember
2014 2015 2014 2015 2014 2015
BICS (segment) België 42% 42% 27 17 183 164
Totaal 27 17 183 164
Samengevatte financiële
heeft
informatie met betrekking t ot elk van de do chterondernemi ngen van de Gi oep die materië le niet-controler ende belange
BICS (segment)
Vlottende activa 731 716
Vaste activa 712 665
Kortetermijnschulden 648 645
Langetermijnschulden 110 97
Toe te rekenen eigen ver
de onderneming
rmogen aan eigenaars van 685 639
Opbrengsten (totaal) 1.597 1.616
Bedrijfskosten -1.444 -1.456
Winst van het boekjaar 61 39
Toe te rekenen winst aar
onderneming
n eigenaars van de 35 22
Toe te rekenen winst aar n minderheidsbelangen 27 17
Dividenden uitgekeerd a an minderheidsbelangen 33 37
Nettokasinstroom uit ope rationele activiteiten 142 120
Nettokasuitstroom uit inv resteringsactiviteiten -40 -29
Nettokasuitstroom uit fin ancieringsactiviteiten -78 -83
Nettokasinstroom 24 9

De aandeelhoudersovereenkomst van BICS voorziet beschermingsrechten voor de minderheidsbelangen (zie toelichting 1)

(2) Geliquideerd in 2015

(3) Minderheidsbelangen verkregen in 2015

(4) Onderneming in liquidatie

{30}------------------------------------------------

Toelichting 6.3. Deelnemingen in joint ventures

Bijlage 6. Deelnemingen in dochterondernemingen en joint ventures

Name Mantanhammaliika antal Land Aandeel van de Groep
Naam Maatschappelijke zetel Land 2014 2015
Belgian Mobile Wallet SA/NV (1) Place Sainte-Gudule 5 Belgium 33% N/A
1000 Brussel
VAT BE 541.659.084
Allo Bottin SA (2) 101/109, rue Jean-Jurès Frankrijk 50% 50%
92300 Levalloi-Perret
75017 Paris
E-Port Communications Systems SA (3) Slijkensesteenweg 2 België 50% 0%
8400 Oostende
BTW BE 0864.818.940

(1) Joint venture van Proximus NV in 2014

In november 2013 hebben Proximus NV en BNP Paribas Fortis "Belgacom Mobile Wallet NV" ("Sixdots") opgericht, een 50-50 joint venture om online en mobiele handel in België te ondersteunen. Tijdens 2014 zijn nieuwe investeerders toegetreden tot het kapitaal van de onderneming waardoor het belang van de Groep geleidelijk gedaald is tot 20%. Tengevolge hiervan werd de deelneming niet langer erkend als joint venture maar als geassocieerde onderneming (zie toelichting 6.4).

Toelichting 6.4. Deelnemingen in geassocieerde ondernemingen

De Groep had een invloed van betekenis in de volgende ondernemingen.

Naam Maatschappelijke zetel Land Aandeel var de Groep
INCCITI Maatschappetijke zetet 2014 2015
Belgian Mobile Wallet SA/NV (1) Place Sainte-Gudule 5 België N/A 20%
1000 Brussel
BTW BE 541.659.084
Synductis C.V.B.A Brusselsesteenweg 199 België 0% 17%
9090 Melle
BTW BE 502.445.845
Experience@work C.V.B.A Minderbroedergang 12 België 0% 33%
2800 Mechelen
BTW BE 627.819.631
Tessares SA/NV Rue Louis de Geer 6 België 0% 20%
1348 Louvain-la-Neuve
BTW BE 600.810.278

(1) Joint venture van Proximus NV in 2014

In april 2015 heeft de Groep een belang van 20% verworven in Tessares, een recente spin-off van de Katholieke Universiteit Leuven (KUL) die de referentieleverancier wil worden van telecom netwerkconvergentiesoftware.

Per 31 december 2015 bedroeg de boekwaarde van de deelneming van de Groep in Belgian Mobile Wallet NV 1,1 miljoen EUR, ten opzichte van 3,7 miljoen EUR in 2014. De daling is het gevolg van het aandeel van de Groep in het verlies uit de operationele activiteiten van de onderneming ( -2,1 miljoen EUR) en een bijzondere waardevermindering van 0,5 miljoen EUR.

Per 31 december 2015 is het overzicht van alle individuele immateriële geassocieerde ondernemingen als volgt:

(EUR miljoen) 2015
Boekwaarde 2
Resultaat door voortzetting activiteiten 2

(2) In liquidatie

(3) Verkocht in 2015

{31}------------------------------------------------

Toelichting 6.5. Aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

In 2014 werd de deelneming van de Groep in ClearMedia NV een dochteronderneming. Als gevolg daarvan werd niet langer de vermogensmutatiemethode toegepast. De kasuitgaven met betrekking tot deze transactie zijn niet materieel voor de Groep.

In 2014 verkocht de Groep zijn dochteronderneming Sahara Network Company Limited, geregistreerd in Damman (Saoedi-Arabië) en de business van Scarlet NV, een leverancier van telecomdiensten in Nederland, in het kader van de liquidatie van de onderneming. Beide werden opgenomen als "aangehouden voor verkoop" in 2013.

In 2014 verkocht de Groep ook 100% van zijn belang in Group Telindus France aan Vivendi en de business van Telindus UK aan Telent Technology Services. In 2015 betaalde de Groep een prijsaanpassing van 3 miljoen EUR met betrekking tot de verkoop van de Telindus Limited business en de daaropvolgende liguidatie.

Ten slotte bracht de Groep in 2014 zijn mobiele geldtransfertactiviteit onder in een nieuwe onderneming, "HomeSend", opgericht samen met twee andere partijen. De Groep verkocht vervolgens een deel van de verworven aandelen waardoor het zeggenschap verloor en enkel een financieel aandeel van 10% overhield. De erkenning van het aangehouden belang aan reële waarde resulteerde in de erkenning van een niet recurrente winst van 6 miljoen EUR.

In 2015 heeft de Groep het resterende belang van 35,30% in Telindus SA (gevestigd in Luxemburg) en zijn dochterondernemingen verworven van Arcelor Mittal. Aangezien de Groep reeds zeggenschap had, is de transactie beschouwd als een eigenvermogenstransactie. Dit resulteerde in een daling van het aandeel van de groep in het eigen vermogen van 14 miljoen EUR.

De netto activa die in 2014 in het kader van bovenvermelde transacties van de hand werden gedaan worden samengevat als volgt:

2014
(in miljoen EUR) Toelichting
Verkochte vaste activa 71
Verkochte vlottende activa, exclusief geldmiddelen en kasequivalenten 110
Verkochte geldmiddelen en kasequivalenten 9
Verkochte langetermijnschulden -4
Verkochte kortetermijnschulden -105
Nettoschuld van bedrijfsonderdelen aangehouden voor verkoop, op 31 december 2013 -2
Verkochte netto activa 80
Erkende schulden -3
Vergoeding, na aftrek van transactiekosten 110
Winst/(verlies) op verkoop 27
Inbegrepen niet-recurrente opbrengsten 24 62
Inbegrepen niet-recurrente kosten 28 -35
De netto instroom van kasmiddelen uit de verkoop is als volgt:
Ontvangen geldmiddelen 105
Afgestane geldmiddelen en kasequivalenten -9
Netto kas-instroom / (uitstroom) 95

{32}------------------------------------------------

Toelichting 7. Andere deelnemingen

De netto boekwaarden van de andere deelnemingen zijn gewijzigd als volgt:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Netto boekwaarde op 1 januari 6 8
Aanschaffingen 6 2
Bijzondere waardevermindering -4 0
Totaal 8 9

Per 31 december 2015 en 2014 omvatten de andere deelnemingen bijna uitsluitend aandelen in het eigen vermogen van niet-geconsolideerde en niet-genoteerde ondernemingen in start-up fase, voor welke de reële waarde niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald. Deze deelnemingen worden geboekt aan aanschaffingswaarde, eventueel gecorrigeerd met een bijzondere waardevermindering. De reële waarde van deze deelnemingen kan niet betrouwbaar worden bepaald omdat het start-up ondernemingen betreft die nog geen stabiel business model hebben. Tijdens de opstartfase zal de Groep focussen op het identificeren van objectieve indicatoren van bijzondere waardeverminderingen. Zulke indicatoren worden afgeleid uit kwantitatieve elementen (kaspositie van de onderneming, de cash burn ratio, het resultaat van de onderneming,...) en kwalitatieve elementen (discussies met management, orderboek,...)

In 2014 erkende de Groep een bijzondere waardevermindering van 4 miljoen EUR op de andere deelnemingen.

Toelichting 8. Winstbelasting

De bruto uitgestelde belastingvorderingen / (schulden) betreffen:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Uitgestelde belastingschulden
Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden -7 -6
Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities -109 -94
Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -2 -3
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde 0 -3
Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa -8 -9
Andere -6 -1
Bruto uitgestelde belastingschulden -133 -116
Uitgestelde belastingvorderingen
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa 35 32
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 65 54
Overdraagbare fiscale verliezen 0 0
Kapitaalverlies op investeringen in dochterondernemingen 1 1
Andere 24 23
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 125 109
De netto uitgestelde belastingvorderingen/(schulden), gegroepeerd per wettelijke entiteit, zijn als volgt :
Netto uitgestelde belastingschulden -110 -96
Netto uitgestelde belastingvorderingen 102 89

De uitgestelde belastingschulden zijn in 2015 gedaald, voornamelijk ten gevolge van de afschrijving van activa dewelke erkend werden bij de aankoopprijstoewijzing van BICS in 2010, wanneer de groep zeggenschap verwierf.

De uitgestelde belastingvorderingen zijn in 2015 verder gedaald door de herberekening van de schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en de betaling ervan, welke gedeeltelijk werden gecompenseerd door de kost van deze vergoedingen voor die periode.

De uitgestelde belastingvorderingen op de reële waarde-aanpassingen van vaste activa heeft hoofdzakelijk betrekking op de eliminatie van de winst als gevolg van intra-groepsverkopen aan reële waarde van bepaalde vaste activa.

{33}------------------------------------------------

Uitgestelde belastingvorderingen werden niet erkend voor de verliezen van dochterondernemingen die reeds verschillende jaren verlieslatend zijn. De gecumuleerde overdraagbare fiscale verliezen en andere latenties beschikbaar voor deze ondernemingen bedroegen 209 miljoen EUR op 31 december 2015 (EUR 230 miljoen in 2014) waarvan 200 miljoen EUR geen vervaldag hebben en 8 miljoen vervallen na 2018.

Het aandeel van Proximus in de niet-uitgekeerde beschikbare reserves van dochterondernemingen bedraagt 4.063 miljoen EUR op 31 december 2015 (4.344 miljoen EUR in 2014) Er wordt geen uitgestelde belastingschuld erkend voor tijdelijke verschillen bij deelnemingen in dochterondernemingen behalve wanneer de moedermaatschappij het terugnemen van het tijdelijk verschil controleert en het waarschijnlijk is dat het verschil zal worden teruggenomen in de nabije toekomst.

De uitgestelde belastingopbrengsten/(kosten) in de resultatenrekening betreffen:

Boekiaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
M.b.t. de uitgestelde belastingschulden
Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden -2 1
Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities 14 15
Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -1 -1
Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa 1 -1
Andere 4 5
M.b.t. de uitgestelde belastingvorderingen
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa -3 -2
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde -3 -3
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen -18 -10
Overdraagbare fiscale verliezen -1 0
Andere 5 -1
Uitgestelde belastingslasten van het jaar -4 3

De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende belastinglasten:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Courante winstbelastingen
Courante winstbelastingen van het jaar -159 -159
Aanpassingen van courante winstbelastingen m.b.t. vorige jaren 8 0
Uitgestelde belastingen
Last ten gevolge van wijzigingen in tijdelijke verschillen -3 3
Last ten gevolge van gebruik van overdraagbare fiscale verliezen en tax crediet -1 0
Winstbelastingen geboekt in de geconsolideerde resultatenrekening -154 -156

De aansluiting tussen de belastinglast op de winst vóór belastingen tegen de wettelijke aanslagvoet en de belastingen op de winst tegen de reële aanslagvoet van de Groep voor elk van de twee jaren eindigend op 31 december is als volgt:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Winst vóór belastingen 835 655
Tegen de Belgische wettelijke aanslagvoet van 33,99% 284 223
Lagere inkomstenbelastingspercentage van andere landen -3 -1
Belastingeffect van de verkopen van dochterondernemingen en andere deelnemingen -7 -1
Belastingeffect van de kapitaalverliezen uit investeringen in dochterondernemingen -4 0
Niet-belastbare winst uit dochterondernemingen -126 -84
Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven 21 17
Andere -11 3
Belastingkost 154 156
Reële aanslagvoet 18,42% 23,83%

In 2015 bedroeg de effectieve belastingvoet 23,83% ten opzichte van 18,42% in 2014. De stijging is het gevolg van de lagere aftrekbare uitgaven in 2015 ten opzichte van 2014. De effectieve belastingvoet werd ook negatief beïnvloed door de belastingprovisie die werd opgezet als gevolg van het "Excess Profit ruling" dossier (zie toelichting 2 en 40).

De niet-belastbare winst uit dochterondernemingen en notionale intrestaftrek resulteert voornamelijk uit de toepassing van de algemene principes van de fiscale wetgeving.

De fiscaal niet-aftrekbare uitgaven omvatten voornamelijk diverse uitgaven die niet aftrekbaar zijn voor fiscale doeleinden en niet-erkende overgedragen fiscale verliezen.

{34}------------------------------------------------

Een belastingschuld met betrekking tot de "Excess Profit ruling", toegekend aan BICS voor de periode 2010-2014, is inbegrepen in de rubriek "Andere" en is gecompenseerd door andere courante belastingaanpassingen op vorige jaren.

Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep heeft verschillende plannen waarvan hieronder een overzicht wordt weergegeven:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met
herstructureringsprogramma's
52 35
Aanvullende pensioenplannen (nettoschuld) 80 80
Andere vergoedingen na uitdiensttreding andere dan pensioenen 372 349
Nettoschuld opgenomen in de balans 504 464

De berekening van de netto schuld is gebaseerd op de veronderstellingen die werden vastgelegd op balansdatum. De veronderstellingen voor de verschillende plannen werden bepaald op basis van macro-economische gegevens en de specifieke voorwaarden inzake duur en begunstigde populatie van elk plan, met als doel de meest relevante inschatting te maken van de verwachte kasuitstromen.

De disconteringsvoet die gebruikt wordt voor de waardering van pensioenplannen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsplannen is gebaseerd op het rendement van hoogwaardige ondernemingsobligaties uit de Eurozone met een looptijd die overeenkomt met de looptijd van dergelijke plannen. Publiek beschikbare rendementscurven voor dergelijk type plannen zijn meestal beperkt tot een horizon van 10 jaar.

Voor langere looptijden, zoals voor de aanvullende pensioenplannen en andere vergoedingen na uitdiensttreding, en ondanks het ontbreken van direct beschikbare rendementscurven, is de diepte van de markt voldoende om een disconteringsvoet te bepalen voor IAS 19 doeleinden. Proximus raamt de gepaste disconteringsvoet op basis van beschikbare marktgegevens.

Verkregen schattingen door onafhankelijke derden worden gebruikt voor validatiedoeleinden. Hun schattingen zijn grotendeels gebaseerd op verschillende methodes en de weerhouden disconteringsvoet blijft in lijn met de resultaten van deze methodes. De eerste methode bestaat uit het opstellen van een synthetische rendementscurve gebaseerd op bestaande hoogwaardige ondernemingsobligaties. De tweede methode bestaat uit het combineren van de risicovrije rentevoeten voor de looptijd met een kredietrisicopremie om rekening te houden met de 'spread' van hoogwaardige ondernemingsobligaties ten opzichte van de risicovrije rentevoeten

Toelichting 9.1. Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met herstructureringsprogramma's

Beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in deze toelichting hebben betrekking op werknemersherstructureringsprogramma's. Er worden geen fondsbeleggingen opgebouwd voor deze voordelen.

In 2005 heeft de Groep een afvloeiingsplan en een eindeloopbaanoplossing (peterschap) geïmplementeerd. Volgens de voorwaarden van het programma, zal de Groep vergoedingen betalen tot het jaar 2015.

In 2007 heeft de Groep een vrijwillig programma van externe mobiliteit naar de Belgische Staat geïmplementeerd voor haar statutaire werknemers en een programma voor statutaire werknemers die medisch ongeschikt zijn. Volgens de bepalingen van dit plan zal de Groep vergoedingen betalen tot aan pensioendatum van de deelnemer.

Elke herwaardering van de schuld voor beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen wordt onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

{35}------------------------------------------------

De financieringstoestand van de plannen voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen is als volgt :

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Bruto pensioenschuld 52 35
Fondsbeleggingen tegen reële waarde 0 0
Schuld die de fondsbeleggingen overschrijdt 52 35

De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:

Per 31 december

2014 2015
In het begin van het jaar 104 52
Totale kosten van de periode -4 2
Reële werkgeversbijdrage -48 -19
Op het einde van het jaar 52 35

De schuld voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Discontovoet 0,00% - 0,50% 0,00% - 0,70%
Toekomstige prijsinflatie 2% (1) 2%

(1) Inflatie 2016: 0%

Sensitiviteitsanalyse

Een verhoging of verlaging van 0,5% van de werkelijke disconteringsvoet resulteert in een schuldvariatie van ongeveer 1 miljoen EUR. De Groep voorziet dat een bedrag van 5 miljoen EUR zal betaald worden als beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in 2016. De betalingen in 2015 bedroegen 19 miljoen EUR.

Toelichting 9.2. Toegezegdebijdragenregelingen en toegezegdepensioenregelingen voor aanvullendepensioenen.

9.2.1. Toegezegdebijdragenregelingen

De Groep heeft een aantal regelingen gebaseerd op bijdragen voor in aanmerking komende personeelsleden. Voor de meeste plannen welke beheerd worden door buitenlandse filialen, geeft de groep geen garantie van minimum rendement op de bijdragen. Alle toegezegdebijdragenregelingen zijn niet materieel voor de groep.

9.2.2. Toegezegdepensioenregelingen

Proximus NV en sommige Belgische dochterondernemingen bieden hun personeelsleden toegezegdepensioenregelingen aan. Deze plannen verstrekken pensioenvoordelen voor diensten geleverd vanaf 1 januari 1997. Ze verschaffen voordelen gebaseerd op salaris en dienstjaren. Ze worden gefinancierd via het Proximus pensioenfonds, een aparte juridische entiteit die voor dat doel werd opgericht in 1998.

De financieringsmethode heeft tot doel de huidige waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen (toegezegdepensioenverplichting) te financieren voor de voorbije dienstjaren binnen het bedrijf en rekening houdend met toekomstige loonverhogingen. De financieringsmethode is afgeleid van berekeningen volgens de IAS 19 norm. De jaarlijkse bijdrage is gelijk aan de som van de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, de netto financiële kost (intrestkost op de toegezegdepensioenverplichtingen vermindert met het verwachte rendement op fondsbeleggingen) en de afschrijving van actuariële winsten en verliezen boven 10% van het hoogste van de toegezegdepensioenverplichting en de activa.

Per 31 december 2014 en in 2015 overtreffen de activa van het pensioenfonds het door de pensioenregulator vereiste minimum, zijnde de technische provisie. De technische provisie vertegenwoordigt het bedrag dat nodig is om het korte- en lange-termijnevenwicht van het pensioenfonds te garanderen. Ze is samengesteld uit de verworven rechten verhoogd met een

{36}------------------------------------------------

bijkomend bufferbedrag teneinde de lange-termijnbestendigheid van de pensioenfinanciering te garanderen. De verworven rechten vertegenwoordigen de huidige waarde van de gecumuleerde voordelen die betrekking hebben op de reeds geleverde dienstjaren binnen de onderneming en is gebaseerd op huidige salarissen. Ze worden berekend in overeenstemming met de pensioenregelgeving en de van toepassing zijnde wettelijke actuariële bepalingen.

Zoals voor de meeste toegezegdepensioenregelingen kan de pensioenkost beïnvloedt worden (zowel positief als negatief) door parameters als interestvoeten, toekomstige salarisverhogingen, inflatie en rendement op activa. Deze risico's zijn niet ongewoon voor toegezegdepensioenregelingen.

Voor de gemeenschappelijk aanvullende toegezegdepensioenregeling worden op 31 december door onafhankelijke externe actuarissen actuariële waarderingen uitgevoerd. De huidige waarde en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten en pensioenkosten voor verstreken diensttijd worden berekend met gebruik van de 'projected unit credit' methode.

De financieringstoestand van de pensioenplannen is als volgt:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Bruto pensioenschuld 480 536
Fondsbeleggingen tegen reële waarde -400 -456
Tekort 80 80

De elementen opgenomen in de resultatenrekening en de staat van het totaalresultaat zijn als volgt

Jaar eindigend op 31december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Servicekost - werkgever 34 41
Netto Intrestkost 1 1
Opgenomen in de resultatenrekening 34 42
Herwaarderingen
Actuariële winsten en verliezen t.g.v. de financiële assumpties 79 -25
Actuariële winsten en verliezen t.g.v. de demografische assumpties (1) 0 35
Actuariële winsten en verliezen t.g.v. ervaringsaanpassingen -10 3
Rendement van fondsbeleggingen exclusief intresten -26 -12
Opgenomen in de staat van het totaalresultaat 42 2
Totaal 77 43

(1) De veronderstellingen betreffende de verwachte pensioenleeftijd en mortaliteit werden herzien

De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:

Jaar eindigend op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
In het begin van het jaar 39 80
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 34 42
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaal resultaat 42 2
Reële werkgeversbijdrage -35 -44
Netto tekort 80 80

Wijziging in de fondsbeleggingen :

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
In het begin van het jaar 344 400
Interesten 14 9
Rendement van fondsbeleggingen exclusief intresten 26 12
Reële werkgeversbijdrage 35 44
Stopzetting -12 0
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -8 -8
Op het einde van het jaar 400 456

{37}------------------------------------------------

Wijziging in de bruto schuld:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
In het begin van het jaar 383 480
Servicekost 34 41
Intrestkost 15 11
Stopzetting -12 0
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -8 -8
Actuariële (winsten)/verliezen 68 13
Op het einde van het jaar 480 536

De pensioenschuld werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Discontovoet 2,25% 2,40%
Toekomstige prijsinflatie (1) 2,00% (1) 2,00%
Nominaal toekomstige loonsverhoging (2) 1,10%-4,50% (2) 1,10%-4,50%
Nominaal toekomstige barema-stijging (2) 1,00%-3,15% (2) 1,00%-3,15%
Mortality BE MR/FR -2 BE Prospective IA/BE

(1) Inflatie 2016: 0% (2) 1,00% en 1,10% in 2016 geen index

Sensitiviteitsanalyse

De meest significante actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de toegezegdepensioenregelingen zijn de disconteringvoet, de inflatie en de reële salarisverhogingen. De sensitiviteitsanalye is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen van de respectievelijke veronderstellingen waarbij de andere veronderstellingen constant worden gehouden.

Indien de disconteringsvoet stijgt (of daalt) met 1% zou de geschatte impact op de toegezegdepensioenverplichting een daling (of stijging) betekenen van ongeveer 16% tot 20%. Indien de inflatie stijgt (of daalt) met 0,25% zou de toegezegdepensioenverplichting stijgen (of dalen) met ongeveer 4% tot 6%. Een stijging (of daling) van de reële salarisverhoging met 0,25% zou een stijging (of daling) van de toegezegdepensioenverplichting inhouden met ongeveer 8% tot 10%.

De activa van de pensioenenplannen zijn als volgt:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Eigenvermogeninstrumenten 48,80% 46,50%
Schuldinstrumenten 38,10% 39,20%
Converteerbare leningen 8,40% 8,50%
Anderen (infrastructuur, private investeringsfondsen, verzekeringsdeposito's) 4,70% 5,80%

De beleggingsstrategie van het pensioenfonds is bepaald met het oog op het bekomen van het beste rendement op de beleggingen, binnen de strikte limieten van risicocontrole en rekening houdend met het profiel van de pensioenverplichtingen. De relatief lange duratie van de pensioenverplichtingen (16,5 jaar) laat toe om een redelijk deel van de portefeuille toe te wijzen aan aandelen. Gedurende de laatste vijf jaar heeft het pensioenfonds de beleggingsportefeuille op significante wijze gediversifieerd zowel in type activa als regio en munt om het algehele risico te beperken en het verwacht rendement te verbeteren.

Per eind 2015 was ongeveer 47% van de portefeuille belegd in genoteerde aandelen (in Europe, de VS en opkomende markten), 39% in vastrentende waarden (staatsobligaties, bedrijfsobligaties, en senior leningen) en ongeveer 9% in converteerbare obligaties (Wereld ex. VS); het overige deel was geïnvesteerd in Europese infrastructuur, global private equity en Europees niet genoteerd vastgoed. Het feitelijk uitvoeren van de investeringen is uitbesteed aan gespecialiseerde vermogensbeheerders.

Nagenoeg alle beleggingen werden gedaan via wederzijdse beleggingsfondsen. Directe investeringen bedragen minder dan 1% van de activa. Vrijwel alle aandelen, schuldinstrumenten en converteerbare leningen hebben genoteerde prijzen op een actieve markt. De andere activa, ten bedrage van 5,8% van de portfolio, zijn niet genoteerd. Het pensioenfonds investeert niet

{38}------------------------------------------------

rechtstreeks in Proximus aandelen of -obligaties maar het is niet uitgesloten dat er enige Proximusaandelen of -obligaties opgenomen zijn in de gemeenschappelijke beleggingsfondsen waarin wordt belegd.

Het Pensioenfonds wenst het concept van maatschappelijke verantwoordelijkheid te promoten bij haar vermogensbeheerders. Het heeft hiervoor een "Memorandum over maatschappelijke ondernemingsverantwoordelijkheid" opgesteld dat haar beleid in dit domein definieert om hen aan te moedigen deze aspecten in rekening te brengen bij hun managementbeslissingen.

De Groep verwacht in 2016 47 miljoen EUR bij te dragen aan het Proximus Pensioenfonds

Toelichting 9.3. Andere vergoedingen na uitdiensttreding

Historisch kent de Groep haar gepensioneerden naast pensioenen andere voordelen toe onder de vorm van een socio-culturele premie en andere sociale voordelen zoals hospitalisatie. Er worden geen activa opgebouwd voor dergelijke voordelen.

Het hospitalisatieplan is gebaseerd op een geïndexeerd vast bedrag per begunstigde.

De financieringstoestand van de plannen is als volgt:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Bruto pensioenschuld 372 349
Fondsbeleggingen tegen reële waarde 0 0
Nettoschuld opgenomen in de balans 372 349

De elementen opgenomen in de resultatenrekening en de staat van het totaalresultaat zijn als volgt

Jaar eindigend op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Servicekost - werkgever 2 4
Intrestkost 11 7
Opgenomen in de resultatenrekening 12 12
Herwaarderingen
Actuariële winsten en verliezen t.g.v. de financiële assumpties 61 -16
Impact van ervaringsaanpassingen -1 -4
Opgenomen in de staat van het totaalresultaat 61 -20
Totaal 73 -8

De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
In het begin van het jaar 314 372
Kost van de periode opgenomen in de resultatenrekening 12 12
Herwaardering opgenomen in de staat van het totaal resultaat 61 -20
Reële werkgeversbijdrage -16 -15
Op het einde van het jaar 372 349

De schuld voor andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december

2014 2015
Discontovoet 2,00% 2,25%
Toekomstige evolutie van de kosten (index inbegrepen) (1) 2,00% (1) 2,00%
Sterfte BE MR/FR -2 BE Prospective IA/BE

(1) Socio culturele premie vanaf 2017 voor indexatie

De schuld voor de andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de beste schatting door het bedrijf van de financiële en demografische hypotheses, welke elk jaar worden herbekeken.

De looptijd van de schuld bedraagt 14,25 jaar.

{39}------------------------------------------------

Sensitiviteitsanalyse

De belangrijke actuariële veronderstellingen voor het bepalen van de toegezegdepensioenregelingen zijn de disconteringsvoet, de inflatie, toekomstige kostentrends en mortaliteit. De sensitiviteitsanalyse is gebaseerd op aanvaardbare mogelijke wijzigingen van de respectievelijke veronderstellingen, terwijl de andere veronderstellingen constant worden gehouden.

Indien de disconteringsvoet stijgt (of daalt) met 1% zou de toegezegdepensioenverplichting dalen (of stijgen) met ongeveer 13% tot 16%.

Indien de toekomstige kostentrend stijgt (of daalt) met 1% stijgt( of daalt) de toegezegdepensioenverplichting met ongeveer 13% tot 15%.

Indien een correctie van 1 jaar zou toegepast worden op de mortaliteitstabellen, zou de toegezegdpensioenverplichting wijzigen met ongeveer 4%.

De Groep verwacht in 2016 een bedrag van 15 miljoen EUR aan deze plannen bij te dragen.

Toelichting 9.4. Overige verplichtingen

De Groep had een wettelijke verplichting om kinderbijslagen uit te betalen aan een beperkt aantal statutaire gepensioneerden en aan de begunstigden van werknemersherstructureringsprogramma's. In 2014 werd deze verplichting overgedragen aan de Belgische Staat waardoor de uitbetaling van kinderbijslagen voor statutaire werknemers in lijn kwam te liggen met de contractuele werknemers. Na de overdracht van deze verplichting zijn de sociale zekerheidsbijdragen en belastingen voor statutaire werknemers gestegen en dit vanaf 2015. Als gevolg hiervan heeft Proximus de gerelateerde schuld in 2014 afgewikkeld via de resultatenrekening (personeelskosten).

De Groep participeert in een toegezegdepensioenregeling opgezet door de staat. De overdracht van de statutaire pensioenschuld aan de Belgische Staat in 2003 was gekoppeld aan een verhoogde sociale werkgeversbijdrage voor de statutaire werknemers vanaf 2004, met behoud van enig residueel risico. Het omvat een jaarlijks compensatiemechanisme om bepaalde toekomstige verhogingen of verminderingen van de verplichtingen van Belgische Staat als gevolg van de door Proximusgenomen beslissingen, te verrekenen. Dit laatste genereerde geen belangrijke impacten tot 2014, toen Proximusrecht had op 25 miljoen EUR (10 miljoen EUR met betrekking tot statutairen gepensioneerd in 2013; en 15 million EUR m.b.t deze in 2014). Bij gebrek aan voldoende informatie ondermeer m.b.t. de geaccumuleerde bijdragen en uitkeringen, wordt het plan verwerkt als toegezegdebijdragenregeling. De compensatiebetalingen, berekend door de Staat, worden erkend in overeenstemming met een niet IAS 19 methode gebruikt door de Staat om de bedragen te bepalen. Er wordt niet verwacht dat de Groep bijdragen zal doen tot dit plan in 2016

Toelichting 10. Andere vaste activa

Per 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Andere derivaten 33.1 29 6
Andere financiële activa
Andere activa 65 37
Totaal 94 43

De daling van de andere derivaten is het gevolg van de gedeeltelijke terugbetaling in april 2015 van de langetermijnschuld in JPY die in 2026 afloopt.

De daling van de andere vaste activa is het gevolg van een overboeking van langetermijnvorderingen naar kortetermijnvorderingen.

{40}------------------------------------------------

Toelichting 11. Voorraden

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Grondstoffen, hulpstoffen en reserveonderdelen 42 41
Werken in uitvoering en afgewerkte producten 16 19
Handelsgoederen 59 48
Totaal 117 108

Voorraad is gewaardeerd aan netto waarde na aftrek van waardeverminderingen.

Toelichting 12. Handelsvorderingen

De meeste handelsvorderingen zijn niet rentedragend en hebben meestal een looptijd van 30 tot 90 dagen. De looptijd van de handelsvorderingen van het segment International Carrier Services is echter langer aangezien het grootste deel vorderingen op andere telecom operatoren betreft. Gezien het bilateraal karakter van de ICS diensten wordt er veel netting toegepast, maar dit proces kan vrij lang duren. De betrokken nettingakkoorden zijn niet wettelijk afdwingbaar.

Ook voor niet-ICS business wordt netting toegepast met sommige andere telecom operatoren.

De analyse van de vervallen handelsvorderingen waarop geen waardevermindering werd geboekt, is als volgt:

Per 31
december
B ruto
vorderingen
Waardever-
minderingen
voor
dubieuze
Netto
bo ek waarde
Vervallen maar niet o nderwo rpen aan waardeverm inde ring
(in miljo en
EUR)
vo rderingen pen aan < 30 dagen 30-60
dagen
60-90
dagen
90-180
dagen
180-360
dagen
> 360
dagen
2013 1.428 -138 1.289 890 121 30 31 58 62 97
2014 1.3 17 -135 1.182 798 78 33 31 53 59 129
2015 1.281 -141 1.140 783 81 49 23 40 58 107

Op 31 december 2015, en 2014, waren respectievelijk 69% en 68% van het totaal van de handelsvorderingen niet vervallen en zonder waardevermindering.

Voor de twee voorgestelde jaren werden geen handelsvorderingen in onderpand als zekerheid gegeven. In 2015 heeft Proximus Groep bankwaarborgen en waarborgen van moederondernemingen gekregen voor een bedrag van 10 miljoen EUR (10 miljoen EUR in 2014) als onderpand voor openstaande facturen.

De evolutie van de waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen is als volgt:

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Op 1 januari -138 -135
To ename erkend in resultatenrekening 27 -1 -8
Verkopen van dochterondernemingen 1 0
Andere bewegingen 4 2
Per 31 december -135 -141

{41}------------------------------------------------

Toelichting 13. Andere vlottende activa

Per 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Terug te vorderen B.T.W. 10 4
A fgeleide producten aangehouden voor handelsdoeleinden 33.1 11 1
Over te dragen kosten 65 85
A ndere vorderingen 24 34
Totaal 111 12 4

Toelichting 14. Beleggingen

Per 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Deposito's 33.4 4 4
A andelen in fondsen 33.4 4 4
Totaal 8 8

Beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, schatkistcertificaten en deposito's met een oorspronkelijke looptijd langer dan 3 maanden maar korter dan 1 jaar.

Toelichting 15. Geldmiddelen en kasequivalenten

Per 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Kortetermijndeposito's 33.4 253 263
Kas en banktego eden 33.4 449 239
Totaal 702 502

Kortetermijndeposito's, welke deposito's en schatkistcertificaten omvatten, worden belegd voor periodes die variëren van één tot drie maanden afhankelijk van de onmiddellijke cashbehoeften van de Groep en brengen interest op volgens de respectieve rentevoeten van de korte termijndeposito's. De banktegoeden brengen interest op tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente.

Toelichting 16. Activa opgenomen als aangehouden voor verkoop

In december 2013 heeft de Groep een overeenkomst afgesloten voor de verkoop van Sahara Network Company Limited, geregistreerd in Damman (Saoedi-Arabië), en actief in telecommunicatie- en informatietechnologie business.

{42}------------------------------------------------

Verder werd in december 2013 een overeenkomst bereikt voor het afstoten van de business van Scarlet NV in het kader van de liquidatie van de onderneming. Scarlet NV is een leverancier van telecomdiensten in Nederland.

Op 31 december 2013 waren voor beide entiteiten de voorwaarden vervuld om als aangehouden voor verkoop te worden opgenomen met de erkenning van een bijzonder waardeverminderingsverlies van 22 miljoen EUR (waarvan 17 miljoen EUR via niet-recurrente kosten) aangezien de opbrengsten voor beide transacties lager zouden zijn dan de boekwaarde van de betreffende activa en bijhorende schulden.

Beide transacties werden afgerond in het eerste halfjaar van 2014, waarna het zeggenschap over de activiteiten is overgegaan naar de overnemers.

Toelichting 17. Vermogen

Toelichting 17.1. Eigen vermogen

Per 31 december 2015 bedroeg het kapitaal van Proximus NV 1 miljard EUR (volledig volstort), vertegenwoordigd door 338.025.135 aandelen zonder nominale waarde en allen met dezelfde rechten voor zover deze rechten niet geschorst of vernietigd werden in geval het eigen aandelen betrof. De Raad van Bestuur van Proximus NV is bevoegd om het kapitaal te verhogen met een maximum bedrag van 200 miljoen EUR.

De vennootschap mag haar eigen aandelen verkrijgen en deze vervreemden in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. De Raad van Bestuur is door artikel 13 van de statuten gemachtigd om het wettelijk toegestaan maximum aantal eigen aandelen te verkrijgen. De betaalde prijs mag niet hoger zijn dan vijf procent boven de hoogste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting en mag niet lager zijn dan tien procent onder de laagste slotkoers in de dertig beursdagen voor de verrichting. Deze machtiging wordt verleend voor een periode van vijf jaar op 16 april 2014.

De uitkering van overgedragen winsten van Proximus NV, de moedermaatschappij, wordt beperkt door een wettelijke reserve, die tijdens de vorige jaren werd opgebouwd in overeenstemming met de Belgische vennootschappenwet, tot 10% van het geplaatste kapitaal van Proximus.

Proximus NV heeft de statutaire verplichting om 5% van de winst vóór belastingen van de moedermaatschappij uit te keren aan haar werknemers. In de bijgaande geconsolideerde jaarrekening wordt deze winstverdeling geboekt als personeelskosten.

In december 2015 heeft het Belgische parlement een nieuwe wet goedgekeurd met als doel de wet van 1991 te moderniseren, voornamelijk door bepaalde organisatorische vereisten te versoepelen om een gelijk speelveld met concurrerende bedrijven te creëren, door de corporate governance af te stemmen op de gewone regels voor beursgenoteerde bedrijven in België en door het kader te definiëren waarbinnen de overheid haar participatie tot minder dan 50% kan terugbrengen. De Raad van Bestuur zal op de volgende Algemene Vergadering een aantal veranderingen aan de statuten voorstellen om de wijzigingen aan de wet van 1991 erin op te nemen.

Op 31 december 2015 had de Groep 16.021.384 eigen aandelen, waarvan 1.367.395 met dividendrechten en 14.653.999 zonder dividendrechten. De dividenden toegekend aan eigen aandelen met dividendrechten, worden geboekt onder de rubriek "Onbeschikbare reserve voor verdeling" in de enkelvoudige jaarrekening van Proximus NV.

In 2015 en 2014 verkocht de Groep respectievelijk 1.047 en 1.321 eigen aandelen aan haar senior management voor minder dan 1 miljoen EUR onder een aandelenaankoopplan met korting van 16,70% (zie toelichting 36).

De personeelsleden oefenden in 2015 en 2014 respectievelijk 772.107 en 2.025.095 opties op aandelen uit. Om deze uitoefening van aandelenopties te verwezenlijken, gebruikte Proximus eigen aandelen (zie toelichting 36).

In 2015 en 2014 kende de Groep geen opties op aandelen toe aan het topmanagement en aan het senior management.

{43}------------------------------------------------

Aantal aandelen (inclusief eigen aandelen): 2014 2015
Op 1 januari 338.025.135 338.025.135
Per 31 december 338.025.135 338.025.135
Aantal eigen aandelen: 2014 2015
Op 1 januari 18.820.954 16.794.538
Verkoop onder een aandelenaankoopplan met korting -1.321 -1.047
Uito efening van opties op aandelen -2.025.095 -772.107
Per 31 december 16.794.538 16.021.384

Toelichting 17.2. Belangen zonder overheersende zeggenschap

Belangen zonder overheersende zeggenschap ('Minderheidsbelangen') omvatten 42,4% van de minderheidsaandeelhouders (Swisscom en MTN Dubai) in BICS, vanaf 1 januari 2010; In 2015 heeft de Groep het resterende belang van 35,30% in Telindus SA (gevestigd in Luxemburg) en dochterondernemingen verworven van Arcelor Mittal. (zie toelichting 6.5).

Toelichting 18. Rentedragende schulden

Toelichting 18.1. Rentedragende schulden op lange termijn

Per 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Niet-achtergestelde obligatieleningen 2.363 1.753
Leasings en soortgelijke schulden 3 3
Andere afgeleide pro ducten 33.1 20 4
Totaal 2.386 1.761

Alle langetermijnschulden zijn zonder waarborgen. Tijdens 2014 en 2015 zijn er geen wanbetalingen of schendingen m.b.t. aangegane leningen.

In de twee voorgestelde jaren werden renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) gebruikt om de rentevoet- en wisselkoersrisico's op de niet-achtergestelde obligatieleningen in JPY te beheren. Deze swaps geven de Groep de mogelijkheid om de rentevoet om te zetten van een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd.

De niet-achtergestelde obligatieleningen in EUR en JPY worden door Proximus NV uitgegeven. De nominale waarde van deze schulden is volledig terugbetaalbaar op hun vervaldatum.

Op 26 maart 2014 heeft de Groep een niet-achtergestelde obligatielening op 10 jaar uitgegeven van 600 miljoen EUR onder het Euro Medium Term Note programma en op 21 sepetember 2015 een bijkomende niet-achtergestelde obligatielening van 500 miljoen EUR. Deze laatste werd afgewikkeld in oktober 2015.

In april 2015 heeft de Groep 85% van de 10 miljard JPY lening (betaalbaar in december 2026) teruggekocht en de gerelateerde IRCS afgewikkeld.

Op 1 oktober 2015 heeft Proximus 29% van zijn 950 miljoen EUR lening (betaalbaar in november 2016) en 19% van zijn 500 miljoen EUR lening (betaalbaar in februari 2018) teruggekocht,

Het wisselkoersrisico gerelateerd aan de resterende schulden in JPY is volledig economisch afgedekt door rente- en valutaswaps om ze om te zetten in schulden in EUR (zie toelichting 33).

{44}------------------------------------------------

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2015 zijn als volgt:

zeranean agenae tanigeter .
B o ekwaarde Nominale
waarde
Waardering
volgens IAS
39
Verval-
datum
Interest-
betalingen /
herprijsbaar
B etaalde
rentevo et
Reële
rentevoet
(in miljoen EUR) (in miljo en EUR) (b)
Niet-achtergestelde
obligatieleningen
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 12 11 Afgeschreven
kost
Dec-26 Halfjaarlijks -0,22% -0,22%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 403 405 Afgeschreven
kost
Feb-18 Jaarlijks 3,88% 4,05%
EUR 150 150 Afgeschreven
kost
M ar-28 Jaarlijks 3,19% 3,22%
EUR 100 100 Afgeschreven
kost
M ay-23 Jaarlijks 2,26% 2,29%
EUR 596 600 Afgeschreven
kost
Apr-24 Jaarlijks 2,38% 2,46%
EUR 492 500 Afgeschreven
kost
Oct-25 Jaarlijks 1,88% 2,05%
1.741 1.755
Totale niet-achtergestelde
obligatieleningen
1.753 1.766
Leasings en soortgelijke
schulden
EUR 3 3 Afgeschreven
kost
2020 Kwartaal 4,59% 4,59%
Totale financiële
langetermijnschulden
(uitgezonderd derivaten)
1.756 1.769
Afgeleide producten
Afgeleide pro ducten aangeho uden
voor handels do eleinden
4 R eële waarde
Totaal 1.761 1.769

(a) omgezet in een lening in EUR via rente- en valutas waps

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2014 zijn als volgt:

Boekwaarde Nominale waarde Waardering
volgens IAS
39
Vervaldatum Interest-
betalingen /
herprijsbaar
Betaalde
rentevoet
Reële
rentevoet
(miljoen EUR) (miljoen EUR) _ (b) _
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 82 73 Afgeschreven
kost
Dec-26 Halfjaarlijks 0,00% 0,00%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 748 750 Afgeschreven
kost
Nov-16 Jaarlijks 4,38% 4,50%
EUR 190 200 Afgeschreven
kost
Nov-16 Jaarlijks 4,38% 7,16%
EUR 498 500 Afgeschreven
kost
Feb-18 Jaarlijks 3,88% 4,05%
EUR 150 150 Afgeschreven
kost
Mar-28 Jaarlijks 3,19% 3,22%
EUR 100 100 Afgeschreven
kost
May-23 Jaarlijks 2,26% 2,29%
EUR 596 600 Afgeschreven
kost
Apr-24 Jaarlijks 2,38% 2,46%
2.281 2.300
Totale niet-achtergestelde
obligatieleningen
2.363 2.373
Leasings en soortgelijke schulden
EUR 3 3 Afgeschreven kost 2017 Kwartaal 4,86% 4,86%
Totale financiële
langetermijnschulden (uitgezonderd
derivaten)
2.366 2.375
Afgeleide producten
Afgeleide producten aangehouden voor
handelsdoeleinden
20 Reële waarde
Totaal 2.386 2.375

(a) omgezet in een lening in EUR via rente- en valutaswaps

(b) Voor leningen met variabele rente is de rentevoet die van de laatste herprijzingsdatum vóór 31december 2015

(b) Voor leningen met variabele rente is de rentevoet die van de laatste herprijzingsdatum vóór 31 december 2015

{45}------------------------------------------------

Toelichting 18.2. Rentedragende schulden op korte termijn

As of 31 December

(EUR million) Note 2014 2015
Unsubordinated debentures 151 671
Leasing and similar obligations 2 2
Derivatives 33.1 9 0
Total 162 674

De toename van de niet-achtergestelde oblibatieleningen is het gevolg van de overboeking van lange termijn naar korte termijn van obligatieleningen die aflopen in 2016.

Onderstaande tabel geeft detail van het kortetermijngedeelte van de niet-achtergestelde oblibatieleningen die binnen het jaar aflopen.

De rentedragende kortetermijnleningen per 31 december 2015 zijn als volgt:

B o ekwaarde Nominale
waarde
Waardering
volgens IAS
39
Verval-
datum
Interest-
betalingen /
herprijsbaar
B etaalde
rentevo et
R eële
rentevo et
(in miljo en EUR) (in miljo en EUR) (b)
iet-achtergestelde
bligatieleningen
eningen tegen vaste interestvo et
EUR 533 533 Afgeschreven
kost
Nov-16 Jaarlijks 4,38% 4,50%
EUR 139 142 Afgeschreven
kost
Nov-16 Jaarlijks 4,38% 7,16%
671 675

De rentedragende kortetermijnleningen per 31 december 2014 zijn als volgt:

Boekwaarde Nominale waarde Waardering
volgens IAS
39
Vervaldatum Interest-
betalingen /
herprijsbaar
Betaalde
rentevoet
Reële
rentevoet
(miljoen EUR) (miljoen EUR) (b)
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Leningen tegen vaste interestvoet
JPY (a) 75 73 Afgeschreven
kost
Nov-15 Jaarlijks 6,18% 6,18%
JPY (a) 76 72 Afgeschreven
kost
Dec-15 Jaarlijks 6,21% 6,21%
151 145
Leasings en soortgelijke schulden
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 2 2 Amortized cost 2017 Kwartaal 4,86% 4,86%
Afgeleide producten
Afgeleide producten aangehouden voor
handelsdoeleinden
9
Totaal 162 147

(a) omgezet in een lening in EUR via rente- en valutaswaps

(b) Voor leningen met variabele rente is de rentevoet die van de laatste herprijzingsdatum vóór 31december 2015

{46}------------------------------------------------

Toelichting 19. Voorzieningen

(in miljoen EUR) Arbeids-
ongevallen
Geschillen Ziektedagen Andere
verplichtingen
Totaal
Op 1 januari 2014 37 77 36 53 204
To evo egingen 2 16 -1 8 26
Aanwendingen -3 -22 0 -8 -32
Terugnemingen 0 -46 0 -4 -50
A ctualisatie en wijziging van disconteringsvoet -1 0 1 7 7
Op 31 december 2014 35 26 36 57 15 4
To evo egingen 0 10 4 14 28
Aanwendingen -1 -1 0 -12 -14
Terugnemingen 0 -4 0 -8 -11
Actualisatie 0 0 1 0 1
Op 31 december 2015 35 31 41 51 15 7

De voorziening voor arbeidsongevallen betreft de vergoedingen die Proximus NV desgevallend zou kunnen betalen aan personeelsleden die gewond geraakt zijn (met inbegrip van beroepsziekten) tijdens de uitoefening van hun functie en op de weg van en naar het werk. Tot 31 december 2002 werd de vergoeding volgens de wet van 1967 (openbare sector) op de arbeidsongevallen, gedekt en rechtstreeks uitbetaald door Proximus. Deze voorziening (gedeelte annuïteiten) is gebaseerd op actuariële gegevens met inbegrip van de sterftetafels, vergoedingspercentages, rentevoeten en andere factoren bepaald door de wet van 1967 en berekend met de hulp van een professioneel verzekeraar. Rekening houdend met de sterftetafel wordt ervan uitgegaan dat het grootste gedeelte van deze kosten zal worden uitbetaald tot 2062. Sinds 1 januari 2003 zijn de contractuele personeelsleden onderworpen aan de wet van 1971 (privé-sector) en blijven de statutaire personeelsleden onder de toepassing van de wet van 1967 (openbare sector). Zowel voor de contractuele als de statutaire personeelsleden is Proximus sinds 1 januari 2003 gedekt door verzekeringspolissen voor arbeidsongevallen en zal zij dus geen rechtstreekse betalingen meer uitvoeren aan de personeelsleden.

De voorziening voor geschillen geeft de beste raming van het management weer voor waarschijnlijke verliezen ten gevolge van hangende geschillen waarvoor de Groep door een derde partij wordt vervolgd of waarvoor zij betrokken is in een juridisch of een belastinggeschil. De verwachte timing van de bijbehorende uitstroom van kasmiddelen hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende gerechtelijke procedures.

De voorziening voor ziektedagen is de beste raming van het management van de waarschijnlijke kosten ingevolge de toekenning door Proximus aan haar statutaire personeelsleden van een recht op cumulatie van niet opgenomen ziektedagen. De voorziening werd bepaald op basis van statistische gegevens.

De voorziening voor andere verplichtingen per eind 2015 omvat hoofdzakelijk de geraamde kosten voor de ontmanteling en herstelling van de mobiele antennes, de voorziening voor milieurisico's en de overige risico's. Er wordt verwacht dat de meeste van deze kosten zullen worden betaald tijdens de periode 2016-2045. De voorziening voor ontmanteling en herstelling wordt geraamd tegen actuele prijzen en verdisconteerd tegen een disconteringsvoet tussen 0% en 4%, afhankelijk van de verwachte timing om aan de verplichtingen te voldoen.

{47}------------------------------------------------

Toelichting 20. Andere langetermijnschulden

Per 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Andere handelsschulden 178 185
Totaal 17 8 185

Langetermijnschulden omvatten licenties (zie toelichting 4) en uitzend- en programmarechten betaalbaar over het deel van de contractuele termijn dat 1 jaar overstijgt (meestal minder dan 3 jaren).

Toelichting 21. Andere kortetermijnschulden

Per 31 december

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Te betalen B.T.W. 8 6
Schulden aan werknemers 134 127
Voorziening voor vakantiegeld 85 84
Voorziening voor sociale zekerheidsbijdrage 51 55
Voorschot ontvangen op contracten 9 12
Andere belastingen 102 97
Over te dragen opbrengsten 135 137
Andere derivaten 33.4 5 0
Toe te rekenen kosten 42 38
Andere schulden 20 14
Totaal 591 570

Over te dragen opbrengsten omvatten hoofdzakelijk voorafbetaalde telecommunicatie en ICT diensten

Toelichting 22. Netto omzet

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Verkoop en verhuur van goederen 583 547
Leveren van diensten 5.378 5.397
Totaal 5.961 5.944

{48}------------------------------------------------

Toelichting 23. Andere bedrijfsopbrengsten

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Meerwaarde op de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 46 21
Andere opbrengsten 43 47
Totaal 89 68

De Groep realiseerde in 2015 een meerwaarde op verkoop van vaste activa van 21 miljoen EUR. De ontvangen geldmiddelen uit deze verkopen bedroegen 39 miljoen EUR.

Andere opbrengsten omvatten hoofdzakelijk vergoedingen voor netwerkschade (9 miljoen EUR in 2015) en bijdragen van het personeel en derden voor diverse diensten.

Toelichting 24. Niet-recurrente opbrengsten

Meerwaarden op de verkoop van dochterondernemingen en joint ventures worden weergegeven als niet-recurrente opbrengsten indien zij individueel 5 miljoen EUR overschrijden.

De niet-recurrente opbrengst van 62 miljoen EUR in 2014 betreft de verkoop van dochterondernemingen (zie toelichting 6.5).

Er was geen niet-recurrente opbrengst in 2015.

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
M eerwaarde op de verkoop van filialen 62 0
Totaal 62 0

Toelichting 25. Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
A anko pen van materialen 416 410
A anko pen van diensten 2.004 1.967
Totaal 2.420 2.377

De aankopen van materialen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming, dat werd geactiveerd ten bedrage van 109 miljoen EUR in 2015 en 81 miljoen in 2014.

{49}------------------------------------------------

Toelichting 26. Personeelskosten en pensioenen

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Wedden en lo nen 777 740
Sociale zekerheidsbijdragen 197 189
P ensio enko sten 34 41
Vergo edingen na uitdiensttreding (andere dan pensio enen) en
beëindiginsvoordelen
-6 9
Andere personeelskosten 39 33
Totaal 1.041 1.011

De personeelskosten van 2014 omvatten de positieve impact van de afwikkeling van de verplichtingen voor kinderbijslag (zie toelichting 9.4) en van het compensatiemechanisme met de Belgische Staat betreffende de gepensioneerde statutaire werknemers (toelichting 9.4). De negatieve impact van de herberekening van de langetermijnvoordelenplannen uit het verleden als gevolg van de recente evolutie van de Proximus aandelenkoers is ook opgenomen in deze personeelskosten.

De positieve impact van het compensatiemechanisme in 2015 en de hierboven vermelde herberekening zijn opgenomen in de personeelskosten van 2015 (zie toelichting 9.4)

De wedden en lonen en de sociale zekerheidsbijdragen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming dat geactiveerd werd ten bedrage van 103 miljoen EUR in 2015 en 100 miljoen EUR in 2014.

Toelichting 27. Andere bedrijfskosten

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Huurkosten 117 117
Onderhoud en nutsvoorzieningen 197 180
Publiciteit en public relations 91 83
Consultancy 147 139
A dministratie en o pleiding 68 67
Kosten voor telecommunicatie, post en kantooruitrusting 44 44
Uitbestedingen 135 134
Waardeverminderingen en verliezen voor dubieuze vorderingen 1 8
Verlies op realisatie van handelsvorderingen 29 27
Andere belastingen dan winstbelastingen 19 37
Andere bedrijfskosten (1) 21 144
Totaal 869 980

(1) Gerealiseerde en niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen van 1,1 miljoen EUR in 2015 en 1 miljoen EUR in 2014

In December 2013 heeft de Waalse regering een decreet goedgekeurd dat een belasting op pylonen van 8.000 EUR per 'site' oplegt voor het jaar 2014 en van toepassing is op alle publieke telecomoperatoren. Onder deze wetgeving zijn alle gebruikers van 'sites', hoofdelijk aansprakelijk tegenover het Waals Gewest voor het betalen van de belasting met betrekking tot gedeelde sites. Proximus betwist de wettelijkheid van deze belasting. Naar aanleiding van de ontwikkelingen in 2014, waaronder het nieuwe decreet voor het jaar 2015, de uitvoeringsmaatregelen en het aanslagbiljet voor het jaar 2014 ten bedrage van 13 miljoen EUR, heeft Proximus haar standpunt herzien en een verplichting in de boeken opgenomen in 2014.

{50}------------------------------------------------

Op 16 juli 2015 heeft het Grondwettelijk Hof het Waalse decreet van december 2013 nietig verklaard, maar heeft geacht dat de belasting kon behouden worden voor 2014 "gezien de financiële problemen waartoe een annulatie zou leiden". Op 16 december 2015 heeft het Waals Gewest een bericht van wijziging van de belastingaangifte uitgestuurd naar aanleiding van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Een reactie op dit bericht werd ingediend op 15 januari 2016. Een procedure voor het Grondwettelijk Hof is nog steeds hangende met betrekking tot het (gelijkaardige) decreet, van toepassing op 2015 en waarvoor een schuld erkend is in 2015.

Op 6 oktober 2015 heeft het Europees Hof van Justitie in zaak KPN/Base versus de stad Bergen, geconcludeerd dat een belasting op pylonen op zich niet in tegenspraak is met de Europese wetgeving. Dit standpunt werd bevestigd in 2 Proximus zaken, op 17 december 2015.

Desalniettemin zal Proximus blijven gebruik maken van andere argumenten in haar juridische procedures tegen dergelijke belastingen.

De stijging in 2015 van de "andere belastingen dan winstbelastingen" is het gevolg van een positieve impact in 2014 van een uitspraak in een rechtzaak.

In oktober 2015 hebben KPN, BASE Company, Mobistar en Proximus een akkoord bereikt voor alle openstaande geschillen met betrekking tot de toepassing in het verleden van tarieven voor mobiele telecommunicatiediensten, meer bepaald het onderscheid tussen "on-net" en "off-net" telefoniediensten. De overeenkomst houdt de betaling in van een bedrag van 120 miljoen EUR. De hieraan verbonden kost is opgenomen in Andere bedrijfskosten.

Toelichting 28. Niet-recurrente kosten

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Verlies op de verkoop van filialen 35 0
Verbrekingsvergo edingen en herstucturering -7 -3
Totaal 27 -2

Verliezen op de verkoop van geconsolideerde ondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, kosten voor herstructureringsprogramma's en de gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding met impacten voor de begunstigden, worden opgenomen als niet-recurrente kosten.

In 2014 en 2015 heeft de Groep de raming herzien van de schuld voor beëindigingsvoordelen, wat resulteerde in een positieve impact van respectievelijk 3 miljoen EUR in 2015 en 7 miljoen EUR in 2014

In 2014 heeft de Groep een verlies erkend van 35 miljoen EUR op de verkoop van dochterondernemingen (zie toelichting 6.5).

In 2015 was er geen verlies op verkoop van dochterondernemingen.

Toelichting 29. Afschrijvingen

Boekiaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Afschrijvingen op licenties en andere immateriële vaste activa 326 342
Afschrijvingen op materiële vaste activa 495 528
Totaal 821 869

{51}------------------------------------------------

Toelichting 30. Netto financiële opbrengsten/(kosten)

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Financiële opbrengsten
Interest opbrengsten op financiële instrumenten
A an afgeschreven ko stprijs 1 1
Interest opbrengsten op activa
Op vorderingen 23 5
Waardering aan de reële waarde van financiële instrumenten
Niet in een afdekkingsrelatie 7 7
M eerwaarde op verkoop van
Ondernemingen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode 1 0
Beleggingen 0 2
Terugkoop van obligaties 0 6
Andere financiële inkomsten 0 1
Financiële kosten
Intresten en kosten van leningen op financiële instrumenten
A an afgeschreven kostprijs (1) -94 -95
A an reële waarde via de resultatenrekening (1) -1 -1
Van langeterm ijnschulden -3 -4
Verlies op verkoop van
Terugkoop van obligaties 0 -25
A ctualisatie kosten
Van voorzieningen -7 0
Van beëindigingsvoordelen -16 -10
Waardeverminderingen
Op andere deelnemingen -4 0
A ndere financiële kosten -3 -4
Totaal -96 - 12 0

(1) Herwerkte cijfers van 2014: betaalde interesten op JPY obligaties opgenomen in 2015 onder "aan afgeschreven kostprijs"

Op 1 april 2015 heeft de Groep een gedeelte van de langetermijn niet-achtergestelde obligatielening in JPY (die afloopt in 2026) terugbetaald. De transactie genereerde een winst van 6 miljoen EUR.

Op 1 oktober 2015 betaalde de Groep een premie uit van 25 miljoen EUR voor de gedeeltelijke afwikkeling van twee obligatieleningen met vervaldag 2016 en 2018.

Interesten op vorderingen zijn sterk gedaald ten opzichte van 2014 als gevolg van het afwikkelen van een netwerkgerelateerd geschil.

De totale afschrijving van agio's/disagio's in verband met de niet-JPY obligaties en de terugbetalingspremie voor deze obligaties bedroeg 31 miljoen EUR in 2015.

{52}------------------------------------------------

Toelichting 31. Winst per aandeel

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de netto winst van het jaar die kan toegekend worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen tijdens het jaar.

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de netto winst van het jaar die toegekend wordt aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen, beiden gecorrigeerd voor de effecten van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden.

Hierna worden de resultaten- en aandelengegevens weergegeven die worden gebruikt bij de berekening van de gewone en verwaterde winst per aandeel:

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen, behalve de cijfers met betrekking tot de aandelen) 2014 2015
Netto winst to e te rekenen aan gewo ne aandeelho uders (in miljo en EUR) 654 482
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 320.119.106 321.767.821
Correctie voor aandelenopties 890.692 504.651
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen voor verwaterde winst per aandeel 321.009.798 322.272.472
Gewone winst per aandeel (EUR) 2,04 1,50
Verwaterde winst per aandeel (EUR) 2,04 1,50

De aandelenopties toegekend van 2004 tot 2012 zijn verwaterend in 2014 en 2015, en daarom begrepen in de berekening van de verwaterde winst per aandeel.

Toelichting 32. Betaalde en voorgestelde dividenden

(in miljoen, behalve de cijfers met betrekking tot de aandelen) 2014 2015
Dividenden op gewone aandelen:
Voorgestelde dividenden (in miljoen EUR) 482 483
A antal uitstaande aandelen met dividendrechten 321.230.597 322.003.751
Dividend per aandeel (EUR) 1,5 1,5
Interim dividend betaald aan de aandeelhouders (in miljoen EUR) 161 161
Interim dividend per aandeel (EUR) 0,50 0,50

De voorgestelde dividenden voor 2014 werden effectief uitbetaald in april 2015.

Het interimdividend van 2015 werd betaald in december 2015.

Een bedrag van 6,5 miljoen EUR werd betaald in 2015 bij de uitoefening van de stock opties en komt overeen met de gecumuleerde dividenden verbonden aan de stock opties sinds hun toekenning.

{53}------------------------------------------------

Toelichting 33. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten

Toelichting 33.1. Derivaten

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals renteswaps (IRS), rente- en valutaswaps (IRCS), termijnwisselcontracten en valuta opties.

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Vaste activa
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden 10 29 6
Vlottende activa
Rentedragend
Derivaten aangehouden voor
handelsdoeleinden
7 0
Niet-rentedragend
Derivaten aangehouden voor afdekking 1 0
Derivaten aangehouden voor
handelsdoeleinden
13 2 0
Totaal activa 40 6
Langetermijnschulden
Rentedragend
Derivaten aangehouden voor
handelsdoeleinden
18 20 4
Kortetermijnschulden
Rentedragend
Derivaten aangehouden voor
handelsdoeleinden
9 0
Niet-rentedragend
Derivaten aangehouden voor
handelsdoeleinden
33.4 5 0
Totaal schulden 35 5

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de positieve en negatieve reële waarden van de derivaten in de balans, opgenomen als respectievelijk vaste/vlottende activa of passiva.

Op 31 december 2015

Reële waarde

(in miljoen EUR) Activa Passiva
Rente- en valutaswaps 6 0
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 0 -4
Derivaten die niet kwalificeren voor boekhoudkundige afdekking 6 -5
Totaal 6 -5

{54}------------------------------------------------

Op 31 december 2014

ш 0.1 A/3 - ra -
(in miljoen EUR) Activa Passiva
Termijnwisselcontracten 1 0
Derivaten die kwalificeren voor boekhoudkundige afdekking 1 0
C o m m o dity swap 0 -4
Renteswaps 0 -8
Rente- en valutas waps 29 -1
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 7 -20
Termijnwisselcontracten 2 -1
Derivaten die niet kwalificeren voor boekhoudkundige afdekking 39 -35
Totaal 40 -35

Commodity swaps betreffen zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige aankopen van diesel en elektriciteit bestemd voor het eigen gebruik van de Groep. De marktwaarde van deze swap-posities was een schuld van 4 miljoen EUR per eind 2014. Per 31 december 2014, had de Groep economische afgedekte commodity verplichtingen ten bedrage van 28 miljoen EUR waarvan het grootste deel vervalt voor jaareinde 2015. Hedge accounting voor deze derivaten werd beëindigd in december 2014 omdat niet voldaan was aan de voorwaarden van IAS 39. Alle swapcontracten zijn afgelopen in 2015.

Renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) worden gebruikt om wisselkoers- en renterisico's m.b.t. de overblijvende niet-achtergestelde obligatieleningen van JPY 1,5 miljard te beheren (zie toelichting 18).

Termijnwisselcontracten betreffen hoofdzakelijk de termijnaankoop van USD tegen EUR voor verwachte operationele transacties, en zullen grotendeels aflopen voor eind 2016.

Toelichting 33.2. Financieel risicobeheer: objectieven en beleid

De belangrijkste financiële instrumenten van de Groep bestaan uit niet-achtergestelde obligaties, handelsvorderingen en handelsschulden. De belangrijkste risico's verbonden met deze financiële instrumenten zijn het rentevoetrisico, het wisselkoersrisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico. De Groep is ook blootgesteld aan het financieel risico dat met toekomstige transacties verbonden is.

Het principe van risicominimalisatie wordt op alle financiële transacties toegepast. Om dit te bereiken wordt het beheer met betrekking tot de financiering, wisselkoers, rentevoet en kredietrisico gecentraliseerd bij het Groep Treasury departement. Simulaties worden uitgevoerd gebruikmakend van verschillende scenario's ("worst case" scenario inbegrepen) om hun impact in verschillende marktomgevingen in te schatten. Alle financiële transacties en financiële risico's worden beheerd en opgevolgd in een centraal treasury management systeem.

Het Groep Treasury departement voert zijn operaties uit in het kader van de regels en richtlijnen die door de Raad van Bestuur goedgekeurd werden. Het Groep Treasury departement is verantwoordelijk voor de toepassing van deze regels en richtlijnen. Volgens deze regels, worden de derivaten gebruikt om het rentevoetrisico en het wisselkoersrisico af te dekken. Derivaten worden enkel gebruikt als dekkingsinstrument, en kunnen niet gebruikt worden voor handels- of speculatieve doeleinden. De belangrijkste gebruikte derivaten zijn termijnwisselcontracten en valutaopties.

De interne Audit afdeling van de Groep controleert regelmatig de interne controleomgeving binnen het Groep Treasury departement.

Rentevoetrisico

De blootstelling van de Groep aan de veranderende marktrentevoeten betreft voornamelijk zijn langetermijn financiële schulden. Het Groep Treasury departement beheert de blootstelling van de Groep aan wijzigingen van de rentevoeten en de financieringskost, door een mix van vaste en vlottende rentedragende schulden te gebruiken, in lijn met de door de Groep opgestelde regels voor financieel risicobeheer. Deze regels streven naar het bereiken van een optimaal evenwicht tussen de totale financieringskost, de risicobeperking en het vermijden van de volatiliteit van de financiële resultaten, rekening houdend met zowel de marktcondities en opportuniteiten als met de globale handelsstrategie van de Groep.

{55}------------------------------------------------

De onderliggende tabellen tonen de rentedragende langetermijnschulden (exclusief het kortetermijngedeelte, leasing- en soortgelijke schulden), de renteswaps (IRS), de rente- en valutaswaps (IRCS) en de netto verplichtingen van de Groep, op 31 december 2014 en 2015.

Op 31 december 2015

Directe lening IRCS overeenkomsten IRS overeenkomsten Netto wissel verplichtingen
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
(in (in miljoen EUR) (in jarei (in jaren) (in miljo en EUR) (in jaren) (in miljo en EUR) (in jaren (in jaren) (in miljoen EUR) (in jaren)
EUR
Vast 2.430 2,48% 6 2.430 2,48% 6
Variabel 11 -0,22% 11 11 -0,22% 11
JPY
Vast 11 5,04% 11 -11 -5,04% 11 0
Totaal 2.441 2,50% 6 0 2.441 2,46% 6

$(1) Gewogen \ gemiddelde \ interestvoet \ rekening \ houdend \ met \ de \ recentste \ rentevoeten \ voor \ variabele \ rentedragende \ leningen \ rentevoeten \ voor \ variabele \ rentedragende \ leningen \ rentevoeten \ voor \ variabele \ rentedragende \ leningen \ rentevoeten \ voor \ variabele \ rentedragende \ leningen \ rentedragende \ leningen \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragende \ rentedragen$

Op 31 december 2014

Directe lening IRCS o IRCS overeenkomsten IRS overeenkomsten Netto wissel verplichtingen
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel-
de
looptijd
tot
vervaldag
(in miljo en El JR) (in jaren) in miljoen EU R) (in jaren) in miljoen EU IR) (in jaren) (in miljoen EUR ) (in jaren)
EUR
Vast 2.300 3,01% 5 144 6,20% 1 2.444 3,04% 5
Variabel 217 0,06% 5 -144 -0,18% 1 73 0,04% 12
JPY
Vast 217 4,99% 5 -217 -4,99% 5 0
Totaal 2.517 3,15% 5 0 0 2.517 2,84% 5

(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.

De Groep verwacht geen materiële impacten in 2016 in de resultatenrekening van te betalen intresten op leningen met vlottende rentevoet enerzijds, en anderzijds van de herwaardering aan marktwaarde van bepaalde IRCS-derivaten die niet als afdekking in aanmerking komen.

Wisselkoersrisico's

De operationele activiteiten zijn de belangrijkste bron van wisselrisico voor de Groep. Dit risico komt voort uit de aankopen of verkopen die door de operationele afdelingen in een andere valuta dan hun functionele valuta worden uitgevoerd. Dergelijke transacties komen voornamelijk voor in het segment International Carrier Services ("ICS"). De internationale activiteiten van dit segment genereren betalingen in verschillende valuta's van en naar andere telecommunicatie operatoren; het risico komt eveneens voor in sommige dochterondernemingen van de subgroep Telindus die operationele activiteiten in US Dollar voeren en resulteert tenslotte uit de internationale activiteiten (roaming, investeringen en operationele uitgaven) van de Groep.

De wisselkoersrisico's worden ingedekt voor zover ze de kasstromen van de Groep beïnvloeden. De wisselkoersrisico's die de kasstromen van de Groep niet beïnvloeden (bijvoorbeeld risico's die voortvloeien uit de omzetting van activa en schulden van de buitenlandse operaties naar de functionele valuta) worden gewoonlijk niet ingedekt. Niettemin zou de Groep kunnen overwegen om deze zogenaamde omrekeningsverschillen in te dekken indien hun mogelijke impact belangrijk zou worden voor de geconsolideerde jaarrekening.

De typische instrumenten die gebruikt worden om het wisselkoersrisico in te dekken zijn de termijnwisselcontracten en valutaopties.

In 2014 en 2015 was de Groep enkel voor zijn operationele activiteiten aan het wisselkoersrisico blootgesteld. De herwaardering naar de reële waarde van de openstaande posities in vreemde munten wordt normaal gezien via de resultatenrekening erkend en wordt gereduceerd of gecompenseerd door de herwaardering van de derivaten die gebruikt werden om dit risico in te dekken. Echter in een beperkt aantal gevallen wordt hedge accounting toegepast, waarbij de herwaarderingsresultaten tijdelijk op de balans worden opgenomen in afwachting van de finale afwikkeling van de onderliggende zogenaamde "hedge effective" blootstelling, om uiteindelijk als wisselkoersresultaten opgenomen te worden in de resultatenrekening.

{56}------------------------------------------------

De Groep voerde voor de jaren 2014 en 2015 een sensitiviteitsanalyse uit op de wisselkoersen EUR/USD, EUR/SDR1 EUR/GBP en EUR/CHF, de vier munten waarin de Groep typisch een risico heeft uit zijn operationele activiteiten. Voor 2014 en 2015, was er geen belangrijke impact op de resultatenrekening van de Groep. Voor 2016, verwacht de Groep, ondanks een substantiële stijging van de volatiliteit op de wisselmarkten geen materiële impact van koersschommelingen op zijn financiële prestaties, dankzij, zoals voorheen het tijdig en doeltreffend indekken van zulke wisselrisico's wanneer zij zich voordoen gedurende de operaties.

Kredietrisico en belangrijke concentraties van kredietrisico

Proximus is blootgesteld aan kredietrisico's door zijn operationele en beleggingsactiviteiten (financiële beleggingen voor het beheer van de liquide middelen van de Groep). Kredietrisico betreft alle soorten risico's op tegenpartijen, bijvoorbeeld wanneer de tegenpartij haar verplichtingen tegenover Proximus niet nakomt in het kader van leningen, dekkingen, uitbetalingen en andere financiële activiteiten.

De maximale blootstelling van de Groep aan het kredietrisico (zonder rekening te houden met de waarde van alle zakelijke of andere zekerheden), in geval de tegenpartij haar verplichtingen niet nakomt en dit voor elke categorie van erkende financiële activa (waaronder derivaten met positive marktwaarde), is gelijk aan de boekwaarde van deze activa op de balans en verleende bankgaranties.

Om het kredietrisico te beperken dat met de financieringsactiviteiten en het beheer van de liquide middelen van de Groep verbonden is, worden dergelijke transacties in regel enkel met financiële instellingen van eerste rang afgesloten, waarvan de langetermijn rating minimaal A- (S&P) bedraagt.

Het kredietrisico dat uit operationele activiteiten met grote klanten voortvloeit, wordt op individuele basis beheerd en gecontroleerd. Bijkomende garanties kunnen gevraagd worden. Deze grote klanten zijn niet materieel voor de Groep, aangezien de portfolio van Proximus vooral uit een groot aantal kleine klanten bestaat. Het kredietrisico en de concentratie van het kredietrisico verbonden aan handelsvorderingen is dus beperkt. De concentratie van het kredietrisico is ook beperkt voor handelsvorderingen op andere telecommunicatieondernemingen, door middel van nettingovereenkomsten met handelsschulden (zie toelichting 12), de verplichtingen tot vooruitbetaling, bankgaranties, de waarborgen uitgegeven door moederondernemingen en kredietlimieten toegestaan door kredietverzekeraars.

De Groep is blootgesteld aan kredietverliezen ingeval de tegenpartij haar verplichtingen op derivaten niet nakomt (zie toelichting 33.1). De Groep verwacht dit echter niet, gezien het om financiële instellingen met de beste kredietwaardigheid gaat. Bovendien is de Groep aan kredietrisico's blootgesteld door het occasioneel uitgeven van financiële zekerheden. Op 31 december 2015 had de Groep bankgaranties uitgegeven voor een bedrag van 48 miljoen EUR (en 79 miljoen EUR in 2014).

Liquiditeitsrisico

In overeenstemming met het Treasurybeleid, beheert het Groep Treasury departement de financieringskost door een mix van schulden met vaste rentevoet en schulden met vlottende rentevoet.

Een liquiditeitsreserve onder de vorm van kredietfaciliteiten en cash, wordt aangehouden met het doel de liquiditeit en de financiële flexibiliteit van de Groep steeds te handhaven. Daartoe is Proximus NV bilaterale kredieten aangegaan met verschillende looptijden evenals twee aparte gesyndiceerde kredietfaciliteiten ten bedrage van 650 miljoen EUR. Voor de middellange tot langetermijnfinanciering, gebruikt de Groep obligaties en leningen op middellange termijn. De looptijd van de schulden is gespreid over meerdere jaren. Het Groep Treasury departement analyseert regelmatig zijn financieringsbehoefte, rekening houdend met zijn eigen rating en de bestaande condities op de markt.

De onderstaande tabel vat de looptijd van rentedragende schulden van de Groep samen voor elk boekjaar, zoals weergegeven in toelichting 18. Dit profiel is gebaseerd op de niet geactualiseerde contractuele interestbetalingen en op de kapitaalsaflossingen. De impact van de derivaten op de kasstromen die gebruikt worden om een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd om te zetten, werd in acht genomen. Voor de schulden met vlottende rentevoet zijn de rentevoeten die gebruikt werden om de kasstromen te bepalen, diegenen van de laatste herprijzing voor de afsluiting van het boekjaar (respectievelijk op 31 december 2014 en 2015).

{57}------------------------------------------------

(in miljoen EUR) 2015 2016 2017 2018 2019 2020-2028
Op 31 december 2014 1
Kapitaal 145 950 0 500 0 923
Interesten 93 86 44 44 25 149
Totaal 238 1.036 44 544 25 1.071
Op 31 december 201 5
Kapitaal 675 0 405 0 1.361
Interesten 76 47 47 31 183
Totaal 752 47 452 31 1.544

Bankkredietfaciliteiten op 31 december 2015

Behalve de rentedragende schulden op lange termijn zoals weergegeven in toelichting 18.1 en 18.2, kan de Groep beroep doen op langetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 600 miljoen EUR en kortetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 75 miljoen EUR. Deze faciliteiten worden verstrekt door een gediversifieerde groep van banken. Op 31 december 2015 was er geen enkel uitstaand saldo onder deze faciliteiten. Een totaal van 675 miljoen EUR is daarom beschikbaar voor opname op 31 december 2015.

De Groep heeft ook een Euro Medium Term Note ("EMTN")-programma uitgewerkt van 3,5 miljard EUR en een Commercial Paper ("CP")-programma van 1 miljard EUR. Op 31 december 2015 was er een uitstaand bedrag onder het EMTN-programma van 2.430 miljoen EUR, terwijl er geen bedragen uitstonden onder het CP-programma.

Toelichting 33.3. Netto financiële positie van de Groep en beheer van kapitaal

De Groep definieert zijn netto financiële positie als het netto bedrag van de beleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten, verminderd met alle rentedragende schulden en bijbehorende derivaten (met inbegrip van de herwaardering naar de reële waarde). De netto financiële positie omvat geen langetermijnhandelsschulden.

(in miljoen EUR) Toelichting 2014 2015
Activa
Kortetermijn beleggingen (1) 14 8 8
Geldmiddelen en kasequivalenten (1) 15 702 502
Langetermijn derivaten 10 29 6
Kortetermijn derivaten 9 0
Schulden
Langetermijn rentedragende schulden (1) 18 -2.386 -1.761
Kortetermijn rentedragende schulden (1) 18 -162 -674
Netto financiële positie -1.800 -1.919

(1) na herwaardering aan de reële waarde, indien van to epassing.

De rentedragende schulden op lange termijn bevatten langetermijn derivaten tegen reële waarde van 16 miljoen EUR in 2014 en 4,4 miljoen EUR in 2015 (zie toelichting 18.1).

Het doel van de Groep inzake het kapitaalbeheer bestaat erin een netto financiële schuldenlast en eigen vermogen-ratio's te behouden die zorgen voor voldoende liquiditeit op elk moment via een flexibele toegang tot de kapitaalmarkten, en dit om strategische projecten te kunnen financieren, en een aantrekkelijke vergoeding aan de aandeelhouders te bieden.

Dit laatste werd herzien door de Proximus Raad van Bestuur van 25 februari 2010 en Proximus verbindt er zich nu toe om, in principe, het merendeel van haar jaarlijkse kasstroom voor financieringsactiviteiten (vrije kasstroom) te laten terugvloeien naar haar aandeelhouders. De uitkering uit de vrije kasstroom, hetzij via dividenden, hetzij via aandeleninkoop, zal jaarlijks opnieuw worden herbekeken, teneinde voldoende strategische financiële flexibiliteit te behouden voor toekomstige organische groei of groei via selectieve acquisities, en dit met een klare focus op waardecreatie. Dit houdt tevens bevestiging in van adequate niveaus van beschikbare reserves.

{58}------------------------------------------------

Bovendien is de Proximus Raad van Bestuur van plan, zoals goedgekeurd door de Proximus Raad van Bestuur op 27 februari 2014, om voor de komende 3 jaren (2014, 2015 en 2016), een stabiel dividend uit te betalen van 1,50 EUR per aandeel (interim dividend van 0,50 EUR en gewoon dividend van 1,00 EUR), mits de financiële performantie van Proximus in lijn is met de verwachtingen.

Over de twee voorgestelde jaren, heeft de Groep geen nieuwe aandelen of andere verwaterende instrumenten uitgegeven.

Toelichting 33.4. Categorieën van financiële instrumenten

Occasioneel gebruikt de Groep rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's verbonden aan wijzigingen in rentevoeten en wisselkoersen op de rentedragende langetermijnschulden te beheersen (zie toelichting 33.2).

De volgende tabellen stellen de financiële instrumenten van de Groep voor, per categorie zoals gedefinieerd in IAS 39, evenals de winsten en verliezen uit de herwaardering aan reële waarde.

Aan de per 31 december 2015 geldende marktvoorwaarden overschrijdt de reële waarde van de niet achtergestelde obligatieleningen, gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, de boekwaarde met 117 miljoen EUR of 4,5% van de boekwaarde.

De reële waarde, berekend voor elke obligatie afzonderlijk, werd bekomen door de gecumuleerde kasuitstroom van elke obligatielening te verdisconteren aan de rentevoet waartegen de Groep per 31 december 2015 gelijkaardige obligatieleningen met de zelfde looptijden zou kunnen aangaan.

{59}------------------------------------------------

Op 31 december 2015

(in miljoen EUR)

B ijlage Categorie
volgens IAS
Boekwaarde B edragen erkend in de balans volgens IAS 39
39 (1) Afgeschre-
ven kostprijs
A anwervings-
kost, na
mogelijke
waardever-
minderingen
A anpassing
aan de reële
waarde via
het eigen
vermogen
A anpassing
aan de reële
waarde via de
resultaten-
rekening
ACTIVA
Vaste activa
Andere deelnemingen 7 AFS 9 9 0
Andere vaste activa
Andere derivaten 33.1 FVTPL 6 6
Andere financiële activa 10 LaR 37 37
Vlottende activa
Handelsvorderingen 12 LaR 1.140 1.140
Andere vlottende activa
Terug te vorderen BTW en
andere vorderingen
13 N/A 39 39 0
Beleggingen 14 AFS 4 4 0
B eleggingen 14 нтм 4 4
Geldmiddelen en kasequivalenten Kortetermijndeposito's 15 LaR 502 502
SCHULDEN
Langetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde
obligatieleningen niet in een
afdekkingsrelatie
18 OFL 1.753 1.753
Leasings en soortgelijke
schulden
18 OFL 3 3
A ndere derivaten 33.1 FVTPL 4 4
Niet-rentedragende schulden
A ndere langetermijnschulden 20 OFL 185 185
Kortetermijnschulden
Rentedragende schulden, korte
termijn deel
Niet-achtergestelde
obligatieleningen niet in een
afdekkingsrelatie
18 OFL 671 671
Leasings en soortgelijke
schulden
18 OFL 2 2
Handelsschulden OFL 1.330 1.330
A ndere ko rteterm ijnschulden
Te betalen B.T.W. en andere
schulden
21 N/A 298 298

(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :

A fdekkingsactiviteit

HeAc: Boekhoudkundige afdekking

AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (A vailable-for-sale financial assets)

HTM: Financiële activa aangehouden tot vervaldatum (Financial assets held-to-maturity)

LaR: Leningen en vorderingen (Loans and Re

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

OLF: A ndere financiële schulden

{60}------------------------------------------------

Op 31 december 2014

(in miljoen EUR)

B ijlage Categorie
volgens IAS
Boekwaarde Bedragen erkend in de balans volgens IAS 39
39 (1) Afgeschre-
ven kostprijs
A anwervings-
kost, na
mogelijke
waardever-
minderingen
A anpassing
aan de reële
waarde via
het eigen
vermogen
A anpassing
aan de reële
waarde via de
resultaten-
rekening
ACTIVA
Vaste activa
A ndere deelnemingen 7 AFS 8 7 0
Andere vaste activa
Andere derivaten 33.1 FVTPL 29 29
A ndere financiële activa 10 LaR 61 61
Vlottende activa
Handelsvorderingen 12 LaR 1.194 1.194
Andere vlottende activa
Terug te vorderen BTW en 13 N/A 34 34
andere vorderingen
Derivaten aangehouden voor
handels do eleinden -
rentedragend
33.1 FVTPL 7 7
Derivaten aangehouden voor
afdekking
32.1 HeAc 1 1
Andere derivaten 33.1 FVTPL 2 2
B eleggingen 14 AFS 4 4 0
B eleggingen 14 нтм 4 4
Geldmiddelen en kasequivalenten
Kortetermijndeposito's 14 LaR 702 702
SCHULDEN Langetermijnschulden Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde
obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie 18 OFL 2.363 2.363
Leasings en soortgelijke
schulden
18 OFL 3 3
Andere derivaten 33.1 FVTPL 20 20
Niet-rentedragende schulden
Andere langetermijnschulden 20 OFL 178 178
Kortetermijnschulden
Rentedragende schulden, korte
termijn deel Niet-achtergestelde
o bligatieleningen niet in een
afdekkingsrelatie
17 OFL 151 151
Leasings en soortgelijke 18 OFL 2 2
s chulden
A ndere derivaten
32.1 FVTPL 9 9
Handelsschulden OFL 1.357 1.357 -
A ndere kortetermijnschulden
Andere derivaten 33.1 FVTPL 5 5
**** . = - -

A fdekkingsactiviteit

HeAc: Boekhoudkundige afdekking

AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (A vailable-for-sale financial assets)

HTM : Financiële activa aangehouden tot vervaldatum (Financial assets held-to-maturity)

LaR: Leningen en vorderingen (Loans and Receivables final

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

OLF: A ndere financiële schulden

{61}------------------------------------------------

Toelichting 33.5. Activa en passiva aan reële waarde

Financiële instrumenten die gewaardeerd zijn aan reële waarde worden in de onderstaande tabel getoond volgens de gebruikte waarderingstechniek. De hiërarchie tussen de technieken geeft het belang aan van de gebruikte inputs om tot de waardering te komen.

  • Niveau 1: (Niet aangepaste) prijsnotering op actieve markten voor identieke activa of passiva;
  • Niveau 2 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens voor activa of passiva;
  • Niveau 3: Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.

De Groep houdt alleen financiële instrumenten aan van niveau 1 en 2.

De waarderingstechnieken voor de reële waardeberekening van de financiële instrumenten van niveau 2 zijn:

  • Andere derivaten van niveau 2
    Andere derivaten omvatten hoofdzakelijk renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's van de Groep met betrekking tot schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta te beperken voor sommige van haar langetermijnschulden. De reële waarden van deze instrumenten worden bepaald door het verdisconteren van de verwachte contractuele kasstromen gebruikmakend van rentegrafieken in de betreffende valuta's en wisselkoersen waarneembaar op actieve markten.
  • Niet achtergestelde oblibatieleningen
    De niet achtergestelde obligatieleningen worden opgenomen aan afgeschreven kost. De reële waarden, voor elke obligatielening apart berekent, worden bekomen door het verdisconteren van de rentevoeten aan dewelke de Groep zou kunnen lenen op 31 december 2015 voor gelijkaardige obligaties met dezelfde resterende looptijden.
Op 31 december 2015 Categorie
volgens IAS
39 (1)
Saldo op 31
december
2015
aarderingsmet
e van het boek
(in miljo en EUR) Toelichting Laag 1 Laag 2 Laag 3
ACTIVA
Vaste activa
Andere vaste activa
A ndere derivaten 33.1 FVTPL 6 6
Vlottende activa
B eleggingen 14 AFS 4 4
SCHULDEN
Langetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen behalve
voor hun "niet-nauw verwante" besloten
derivaten
33.1 OFL 1.753 1.838
A ndere derivaten 33.1 FVTPL 4 4
Niet-rentedragende schulden
Kortetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen behalve
voor hun "niet-nauw verwante" besloten
derivaten
33.1 OFL 671 700

(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :

$AFS: Voor \textit{verkoop beschikbare financiële activa (A \textit{vailable-for-sale financial assets)}}$

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

{62}------------------------------------------------

Op 31december 2014 Categorie
volgens IA S
aarderingsmet
e van het boek
(in miljo en EUR) To elichting 39 (1) 2014 Laag 1 Laag 2 Laag 3
ACTIVA
Vaste activa
Andere vaste activa
A ndere derivaten 33.1 FVTPL 29 29
Vlottende activa
Rentedragende schulden
Derivaten aangehouden voor
handels doeleinden
33.1 FVTPL 7 7
Niet-rentedragende schulden
Derivaten aangehouden voor afdekking 33.1 HeAc 1 1
Andere derivaten 33.1 FVTPL 2 2
Beleggingen 14 AFS 4 4
SCHULDEN
Langetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen behalve
voor hun "niet-nauw verwante" besloten
derivaten
33.1 OFL 2.363 2.594
Andere derivaten 33.1 FVTPL 20 20
Niet-rentedragende schulden
Kortetermijnschulden
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen behalve
voor hun "niet-nauw verwante" besloten 33.1 OFL 151 158
derivaten
A ndere derivaten 33.1 FVTPL 9 9
Niet-rentedragende schulden
Andere derivaten 33.1 FVTPL 5 5

(1) De catego riëen volgens IAS 39 zijn de volgende :

AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (A vailable-for-sale financial assets)

FVTPL: Financiële activa/schulden herwaardeerd aan de reële waarde via de resultaten- rekening

Toelichting 34. Informatie over verbonden partijen

Toelichting 34.1. Geconsolideerde ondernemingen

De dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen zijn opgenomen in toelichting 6.

Leveringen van goederen en diensten tussen ondernemingen van de Groep gebeuren aan commerciële voorwaarden en marktprijzen.

De transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen, als verbonden partijen, worden geëlimineerd voor de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening. De transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen zijn als volgt:

{63}------------------------------------------------

Transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen

Boekjaar afgesloten op 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Opbrensgten 121 134
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten -116 -135
Netto financiële kosten -289 -261
Dividenden ontvangen 45 719

Saldi van de transacties tussen Proximus NV en haar dochterondernemingen

Per 31 december

(in miljoen EUR) 2014 2015
Handelsvorderingen 89 40
Handelsschulden -66 -52
Rentedragende vorderingen/schulden -10.085 -9.939
Andere vorderingen/schulden 11 -4

Toelichting 34.2. Relaties met aandeelhouders en andere met de staat verbonden entiteiten

De Belgische Staat is de meerderheidsaandeelhouder van de Groep met een deelneming van 53,51 %. De Groep houdt eigen aandelen aan voor 4,74%. De resterende 41,75 % worden verhandeld op de Eerste Markt van Euronext Brussels.

Relatie met de Belgische Staat

De Groep levert telecomdiensten aan de Belgische Staat en met de Staat verbonden entiteiten. Met de Staat verbonden ondernemingen zijn diegene waarover de Staat zeggenschap heeft, gezamenlijk zeggenschap heeft of een invloed uitoefent. Al deze transacties verlopen op basis van normale klant/leverancier-relaties en aan voorwaarden die niet voordeliger zijn dan die waarop andere klanten en leveranciers een beroep kunnen doen. De diensten aan de Staat verbonden ondernemingen vormen geen belangrijk deel van de netto omzet van de Groep, namelijk minder dan 5%.

Toelichting 34.3. Relaties met top management personeel

De bezoldiging en vergoeding van de bestuurders is vastgelegd in de algemene vergadering van 2004

De principes van deze vergoeding zijn niet veranderd in 2015: ze voorzien een jaarlijkse vaste vergoeding van 50.000 EUR voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en van 25.000 EUR voor de andere leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO. Alle leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO, hebben recht op een zitpenning van 5.000 EUR per bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur. Voor de Voorzitter wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld. Een zitpenning van 2.500 EUR per vergadering is voorzien voor ieder lid van een adviserend Comité van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de CEO. Voor de Voorzitter van de respectivelijk adviserende Comités wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld.

De leden ontvangen ook een vergoeding van 2.000 EUR per jaar voor communicatiekosten. Voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt dit bedrag eveneens verdubbeld.

De Voorzitter van de Raad van Bestuur is ook Voorzitter van het Audit Comité, het Paritair Comité en van het Pensioenfonds. Mevrouw Martine Durez (tot 19 maart 2015), Mevrouw Catherine Vandenborre (sinds 21 mei 2015), de heer Theo Dilissen (tot 17 september 2015) en Mevrouw Sandrine Dufour (sinds 10 december 2015) zijn lid van de Raad van Bestuur van het Pensioenfonds. Zij ontvangen geen vergoeding voor hun aanwezigheden.

Voor het uitvoeren van hun bestuurdersmandaat ontvangen de bestuurders geen prestatiegebonden bezoldiging zoals bonussen of langlopende incentive plannen, alsook geen voordelen verbonden aan pensioenplannen.

De totale bezoldiging voor de bestuurders bedroeg 1.010.575 EUR voor 2015 en 975.250 EUR voor 2014. De bestuurders hebben noch leningen noch voorschotten ontvangen van de Groep.

{64}------------------------------------------------

Het aantal vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Comités van de Raad van Bestuur is hieronder gedetailleerd.

2014 2015
Raad van Bestuur 8 8
A udit-en To ezichtsco mité 6 6
B eno em ings-en B ezo ldigings co mité 7 5
Comité voor Strategie en Bedrijfsontwikkeling 3 2

Op zijn vergadering van 24 februari 2011 heeft de Raad van Bestuur een nieuwe versie van de 'policy inzake transacties met verbonden partijen aangenomen, die alle transacties of andere contractuele verhoudingen tussen de onderneming en de leden van de Raad van Bestuur regelt. Proximus heeft contractuele relaties en levert eveneens telefonie-, internet- en/of ICT-diensten aan diverse ondernemingen waarin de leden van de Raad een uitvoerend of niet-uitvoerend mandaat hebben. Deze relaties zijn aan marktconforme voorwaarden, en worden gewoonlijk niet behandeld op het niveau van de Raad van Bestuur. Daarnaast is Proximus een institutionele Partner van Guberna, het Belgisch Instituut voor Bestuurders (verbonden met Mevrouw Lutgart Van den Berghe, Uitvoerend Bestuurder van Guberna), waarvoor ze in 2015 een vergoeding van 30.250 EUR heeft betaald.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2015 werd een totaal bedrag van 9.036.436 EUR (inclusief 1.966.440 EUR sociale lasten, evenals op aandelen gebaseerde betalingen en beëindigingsvoordelen) betaald of toegekend aan de leden van het Executief Comité, de Chief Executive Officer (CEO) inbegrepen. In 2015 waren de leden van het Executief Comité: Dominique Leroy, Sandrine Dufour, Michel Georgis, Dirk Lybaert, Geert Standaert, Ray Stewart (4 maanden), Renaud Tilmans, Bart Van Den Meersche en Philip Vandervoort.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2014 werd een totaal bedrag van 9.657.442 EUR (inclusief 2.013.204 EUR sociale lasten en op aandelen gebaseerde betalingen, evenals op aandelen gebaseerde betalingen op lange termijn en beëindigingsvoordelen) betaald of toegekend aan de leden van het Executief Comité, de Chief Executive Officer (CEO) inbegrepen. In 2014 waren de leden van het Executief Comité: Dominique Leroy, Bruno Chauvat (24 dagen), Michel Georgis, Dirk Lybaert (11,5 maanden), Geert Standaert, Ray Stewart, Renaud Tilmans (7,5 maanden), Bart Van Den Meersche en Philip Vandervoort (9 maanden).

Dit totale bedrag van vergoedingen van het top management omvat de volgende elementen:

  • Kortetermijn vergoedingen: omvat zowel jaarsalaris (basis en variabel) als andere korte termijn vergoedingen zoals groepsverzekering, privé gebruik van directiewagens, maaltijdcheques, en inclusief de betaalde sociale zekerheidsbijdragen op deze voordelen;
  • Vergoedingen na uitdiensttreding: verzekeringspremies betaald door de Groep in naam van de leden van het executief comité. De premies dekken hoofdzakelijk een bijkomend pensioenplan;
  • Op aandelen gebaseerde betalingen:
  • o kost van de korting van 16,66% vergeleken met de marktprijs in het Aandelenaankoopplan met korting
  • o Op performantiewaarde gebaseerde betalingen (lange termijn): een bruto bedrag toegekend als performatiewaarde, dat mogelijk aanleiding geeft tot uitoefeningsrechten vanaf mei 2017 (toegekend in 2014) of mei 2018 (toegekend in 2015), afhankelijk van het voldoen van marktgerelateerde voorwaarden gebaseerd op het Proximus "Totaal rendement voor de aandeelhouders'" (TSR) welke vergeleken wordt met een voorafbepaalde groep van Europese telecom operatoren. Een mogelijke uitoefening zal in geldmiddelen gebeuren, waardoor sociale bijdragen in rekening werden genomen.
  • Beëindigingvoordelen: betaald of voorzien.

{65}------------------------------------------------

Boekjaar afgesloten op 31 december

EUR 2014 2015
Korte termijn vergoedingen 6.072.579 6.424.847
Vergo edingen na uitdiensttreding 874.627 960.565
Beëindigingsvoordelen 1.294.648 0
Op aandelen gebaseerde betalingen 1.415.588 1.651.024
Totaal 9.657.442 9.036.436

Toelichting 34.4. Regelgeving

De telecommunicatiesector wordt gereguleerd door de Europese wetgeving, Belgische federaleen regionale wetgeving en via beslissingen van specifieke sectoriële regulatoren (Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie, gewoonlijk "BIPT" genoemd, en regionale regulatoren bevoegd voor media) of administratieve organen zoals de mededingingsautoriteiten.

Toelichting 35. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen

Operationele leaseverbintenissen

De Groep huurt locaties voor haar telecominfrastructuur en huurt gebouwen, technische en netwerkapparatuur, meubilair en voertuigen binnen het kader van operationele leasing met looptijden van één jaar of meer. Huurkosten met betrekking tot de operationele leases bedroegen 129 miljoen EUR in 2015 en 129 miljoen EUR in 2014.

De toekomstige minimaal te betalen huur voor de niet-opzegbare operationele leases bedraagt per

(in miljoen EUR) Binnen het
jaar
1 - 3 jaar 3 - 5 jaar Meer dan 5
jaar
Totaal
Gebouwen 28 40 17 4 89
Locaties 13 1 1 0 16
Technische en netwerk uitrusting 11 3 2 0 16
M eubilair 0 0 0 0 0
Vo ertuigen 24 9 24 0 57
Andere materiaal 0 0 0 0 0
Totaal 77 53 43 4 17 7

De toekomstige minimaal te betalen huur voor de niet-opzegbare operationele leases bedraagt per 31 december 2014:

(in miljoen EUR) Binnen het
jaar
1 - 3 jaar 3 - 5 jaar Meer dan 5
jaar
Totaal
Gebouwen 23 34 17 3 77
Locaties (1) 13 1 1 0 15
Technische en netwerk uitrusting 10 1 0 0 11
Voertuigen 26 35 6 0 66
Totaal 71 70 25 3 17 0

(1) herzien bedrag in vergelijking met de 2014 jaarrekening

In het kader van zijn normale activiteiten huurt de Groep de uitrusting voor eigen gebruik en noden. De Groep is daarom niet betrokken in belangrijke sub-lease contracten met klanten. De huurcontracten omvatten geen eventuele voorwaardelijke huurschulden of andere speciale modaliteiten of beperkingen.

{66}------------------------------------------------

Claims en gerechtelijke procedures

Onze policies en procedures worden zo ontworpen dat zij in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetten, boekhoudkundige en rapporteringsvoorschriften, regulatoire en fiscale voorschriften, met inbegrip van deze in het buitenland, de Eu, alsook met de toepasselijke sociale wetgeving.

De complexiteit van de wettelijke en regulatoire omgeving binnen welke wij opereren, alsook de kosten om compliant te zijn, nemen beide toe ten gevolge van de eveneens toenemende verplichtingen. Daarenboven zijn de buitenlandse en supranationale regels soms tegenstrijdig met de nationale wetgeving. De niet-naleving van de verschillende wetten en reglementen en wijzigingen aan deze wetten en reglementen of de wijze waarop zij worden geïnterpreteerd of toegepast kunnen leiden tot schade aan onze reputatie, aansprakelijkheid, boetes en penalties, evenals een stijging van de fiscale last of regulatoire conformiteitskost en impact op de jaarrekening.

Proximus is thans betrokken in verschillende gerechtelijke en regulatoire procedures, met inbegrip van deze waarvoor een provisie werd aangelegd en deze, hieronder beschreven, waarvoor geen of slechts een beperkte provisie werd aangelegd, in rechtsgebieden waarin Proximus actief is en voor zaken die verband houden met zijn bedrijfsvoering. Deze procedures omvatten ook procedures voor het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie ("BIPT"), beroepen tegen beslissingen genomen door het BIPT en procedures met de Belgische fiscale administraties rond belastingen op onroerend goed en vennootschapsbelasting.

  1. Tussen 12 en 14 oktober 2010, heeft de Belgische Algemene Directie Mededinging een huiszoeking uitgevoerd in de kantoren van Proximus te Brussel. Het onderzoek kadert in de aantijgingen van Mobistar en KPN betreffende de Wholesale diensten voor DSL, waarvoor Proximus obstructiepraktijken zou hebben gehanteerd. Met deze maatregel wordt geen enkele uitspraak gedaan over het eindresultaat van het volledige onderzoek. Volgend op de huiszoeking, moet de Algemene Directie Mededinging nu alle relevante elementen van de zaak onderzoeken. Uiteindelijk kan het Auditoraat een voorstel van beslissing voorleggen aan de Raad voor de Mededinging. Tijdens deze procedure zal Proximus de gelegenheid krijgen om zijn standpunten kenbaar te maken (deze procedure kan meerdere jaren in beslag nemen).

Tijdens het onderzoek van oktober 2010 werd een groot aantal documenten in beslag genomen (elektronische data zoals een volledige kopie van mailboxen en archieven, evenals andere bestanden). Proximus en de auditeur van de Mededingingsautoriteiten wisselden uitgebreid van mening inzake de wijze waarop de inbeslaggenomen data behandeld werden. Proximus wou zekerheid hebben dat het legal privilege (LPP) van de advocaten en de vertrouwelijkheid van adviezen van de bedrijfsjuristen gewaarborgd bleven. Bovendien trachtte Proximus te verhinderen dat de Mededingingsautoriteiten toegang kregen tot (gevoelige) data die buiten het toepassingsgebied van het onderzoek vielen. Door het feit dat Proximus de auditeur niet van haar standpunt kon overtuigen, spande Proximus twee procedures aan, waarvan één vóór het Hof van Beroep van Brussel en één vóór de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, dit met het oog op de opschorting van de mededeling aan de onderzoeksteams van de LPP data en van data die buiten het toepassingsgebied van het onderzoek vielen. Op 5 maart 2013 sprak het Hof van Beroep in deze beroepsprocedure een positief vonnis uit waarin werd beslist dat de onderzoekers niet gemachtigd waren tot inbeslagname van documenten waarin adviezen van bedrijfsjuristen waren opgenomen en van documenten die buiten het toepassingsgebied vielen en dat de betreffende documenten dienden te worden verwijderd/vernield. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het hier een beslissing op de procedure zelf betreft en niet op de op de grond van de zaak. Op 14 oktober 2013 diende de Raad voor de Mededinging een verzoek tot cassatie in tegen de beslissing. Proximus sloot zich bij deze cassatieprocedure aan. Uiteindelijk besliste het Hof van Cassatie op 22 januari 2015 om het arrest van 5 maart 2013 te bevestigen, behalve voor wat een restrictie betreft met betrekking tot oudere documenten, welke nietig werd verklaard. Het is nu aan het Hof van Beroep om een nieuwe beslissing te nemen inzake deze restrictie.

In maart 2014, heeft KPN zijn klacht ingetrokken. Mobistar blijft de enige aanklager.

{67}------------------------------------------------

Mobistar lanceerde op 3 mei 2013 een vordering tot schadevergoeding tegen Proximus voor de Rechtbank van Koophandel te Brussel voor zogenaamde onrechtvaardig en/of onrechtmatige beëindiging door Proximus van onderhandelingen met Mobistar betreffende de sluiting van een commerciële overeenkomst over DSL-gebaseerde diensten. Proximus betwist de Mobistar vorderingen volledig, in het bijzonder daar Mobistar bij verschillende gelegenheden publiekelijk haar belangstelling voor en haar voornemen om toegang te krijgen tot de wholesale via de kabelexploitanten, heeft uitgedrukt. Volgens de planning zouden de vorderingen tot schadevergoeding oorspronkelijk voorkomen op de rechtbank van Koophandel in juni 2015. Ingevolge recente marktevoluties (hoofdzakelijk de beslissing van BASE om SNOW stop te zetten) aanvaardde de rechtbank op 28 mei 2015 de uitwisseling van bijkomende conclusies, wat momenteel aan de gang is. Hoorzittingen zijn gepland voor 12 en 19 mei 2016.

  1. In juni 2003 stelde KPN Group Belgium (onder de merknaam Base) een schadevordering in tegen Proximus (het vroegere Proximus Mobile - onder de merknaam Proximus) voor de Rechtbank van Koophandel van Brussel, waarbij Mobistar zich in maart 2004 aansloot met een eigen vordering. KPN en Mobistar beweerden dat Proximus haar machtspositie had misbruikt door ongehoord lage prijzen te hanteren voor on-netoproepen (oproepen van Proximus naar Proximus). KPN stelde ook dat Proximus te hoge mobiele terminatietarieven (MTR's) had toegepast. Beide operatoren eisten een schadevergoeding.

Uiteindelijk bereikten KPN, BASE Company, Mobistar, en Proximus een akkoord rond deze zaak en alle andere hangende rechtszaken tussen BASE Company, Mobistar en Proximus met betrekking tot de praktijken uit het verleden betreffende tarieven voor mobiele telecommunicatiediensten, die gedifferentieerd zijn tussen on-net en off-net communicaties (Zie eveneens hierna).

Dit akkoord is zonder enige nadelige erkenning en vloeit voort uit de bereidheid van alle partijen om een einde te maken aan rechtszaken die meer dan 10 jaar geleden werden ingeleid.

Het akkoord houdt een betaling in van een geldsom van EUR 120 miljoen; hiervan wordt 66 miljoen euro betaald aan BASE Company en 54 miljoen euro aan Mobistar.

Op 8 januari 2016 stelden zowel het Hof van Beroep van Brussel, als het Hof van Cassatie een einde aan de zaak.

In oktober 2009 hebben zeven partijen (Telenet, KPN Group Belgium (voorheen Base), KPN Belgium Business (voorheen Tele 2 Belgium), KPN BV (voorheen Sympac), BT, Verizon, Colt Telecom) een vordering ingesteld tegen Proximus bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel en hebben daarbij aantijgingen geformuleerd die sterk lijken op deze vermeld in voornoemde zaak (met inbegrip van de Proximus-naar-Proximus tarieven die een misbruik van machtspositie op de Belgische markt zouden uitmaken), maar voor telkens andere periodes afhankelijk van de betrokken partij, zij het tussen 1999 tot op heden (vordering van 1 EUR provisioneel en verzoek om een gerechtelijk deskundige aan te duiden die de precieze schade moet berekenen). In november 2009 heeft Mobistar opnieuw een gelijkaardige vordering ingesteld voor de periode vanaf 2004. Deze zaken zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Ingevolge een akkoord met Telenet en ingevolge voornoemd akkoord, blijven enkel BT, Verizon en Colt Telecom als eisers over.

  1. In de procedure volgend op een klacht van KPN Group Belgium in 2005 bij de Belgische Mededingingsautoriteiten, heeft deze laatste op 26 mei 2009 één van de vijf misbruiken van machtspositie bevestigd die het Auditoraat op 22 april 2008 ten laste had gelegd, m.n. wurgprijzen in 2004-2005 op de professionele markt. De Belgische Mededingingsautoriteiten oordeelden dat de tarieven voor gesprekken tussen Proximusklanten ("on-net tarieven") lager waren dan de tarieven die werden aangerekend aan concurrenten voor de routering van gesprekken van hun eigen netwerk naar dat van Proximus ("afgiftetarieven"), verhoogd met een aantal andere relevant geachte kosten. Alle andere tenlasteleggingen van het Auditoraat werden verworpen. De Mededingingsautoriteiten hebben daarbij aan Proximus ook een boete opgelegd van 66,3 miljoen EUR wegens misbruik van een machtspositie tijdens de jaren 2004 en 2005. Proximus was verplicht deze boete te betalen voor 30 juni 2009 en heeft deze (net van

{68}------------------------------------------------

bestaande provisies) geboekt als een niet weerkerende uitgave in de resultatenrekening voor het tweede kwartaal van 2009.

Proximus heeft bij het Hof van Beroep te Brussel hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Mededingingsautoriteiten. Zij betwist daarbij een groot aantal elementen van de beslissing, o.m. het feit dat de impact op de markt niet was onderzocht. Ook KPN Group Belgium en Mobistar hebben tegen de genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.

In gevolge de minnelijke schikking van 21 oktober 2015, werden de beroepen van Base en Mobistar tegen de beslissing van de Belgische mededingingsautoriteit ingetrokken. Proximus zet de beroepsprocedure tegen deze beslissing verder.

  1. In 2007 heeft de Belgische belastingadministratie een buitenlandse dochteronderneming van de Groep beschouwd als een Belgische ingezetene eerder dan een Luxemburgse ingezetene en dus onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting voor het jaar 2004. In 2008 handhaafde de Belgische belastingadministratie haar positie voor het jaar 2004 en heeft zij bovendien de Belgische vennootschapsbelasting ingekohierd voor de daaropvolgende jaren 2005 en 2006 ten belope van 69 miljoen EUR, exclusief interesten. De rechtbank van Brussel besliste in juni 2014 in het voordeel van Belgacom. De belastingsautoriteiten tekende beroep aan tegen deze beslissing

Investeringsverplichtingen

Op 31 december 2015 had de Groep verbintenissen aangegaan ter waarde van 128 miljoen EUR, voornamelijk voor de aanschaffing van immateriële vaste activa en technische en netwerkapparatuur.

Andere rechten en verbintenissen

Op 31 december 2015 had de Groep de volgende andere rechten en verbintenissen:

  • De Groep heeft garanties ontvangen van haar klanten voor een bedrag van 10 miljoen EUR om de betaling van haar handelsvorderingen te garanderen, en van haar leveranciers voor een bedrag van 8 miljoen EUR om het goede verloop van de door de Groep bestelde werken of contracten te garanderen;
  • De Groep heeft garanties aan haar klanten en andere derde partijen verleend om onder meer de voltooiing te garanderen van de contracten en werken, die werden besteld door haar klanten, en om de betaling van huurkosten voor gebouwen en sites voor antenne installaties te garanderen voor een bedrag van 73 miljoen EUR (inbegrepen de bankgaranties vermeld in toelichting 33.2);
  • Proximus heeft krachtens de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie een recht, om compensatie te vragen voor het aanbieden van de universele dienst inzake sociale tarieven aangeboden vanaf 1 juli 2005. Het BIPT moet echter nog altijd per operator vaststellen of er een netto kost en een onredelijke last is alvorens op dit verzoek in te gaan. In mei 2014 startte het BIPT tesamen met een externe consulent een analyse van de netto-kosten die Proximus draagt voor het aanbieden van de wettelijke kortingen aan sociale abonnees aangeboden over de periode 2005-2012, met het oog op het beoordelen van de mogelijkheid van een onredelijke last in hoofde van Proximus, en dus de mogelijkheid van een bijdrage door de bijdrageplichtige operatoren. Op 1 april 2015 trok Proximus haar vraag om compensatie evenwel in, verwijzend naar het advies van de Advokaat-Generaal bij het Europese Hof van Justitie van 29 januari 2015 naar aanleiding van de prejudiciële vraag van het Grondwettelijk Hof inzake de wet van 10 juni 2012 (zaak C-1/14), meer bepaald betreffende de mogelijkheid van een kwalificatie van mobiele sociale tarieven als element van universele dienstverlening. Proximus behield zich bij deze evenwel het recht voor om een nieuw verzoek in te dienen nadat er meer klaarheid zou zijn inzake de gevolgen van het arrest. Bij arrest van 11 juli 2015 verklaarde het Europese Hof van Justitie dat mobiele sociale tarieven niet kunnen worden gefinancierd door middel van een mechanisme waaraan specifieke ondernemingen moeten deelnemen. Het Grondwettelijk Hof dat aan het Europese Hof van Justitie de kwestie voorlegde, wordt verwacht zich in de komende maanden uit te spreken over de gevolgen van dit arrest voor de bepalingen inzake mobiele sociale tarieven

{69}------------------------------------------------

Toelichting 36. Op aandelen gebaseerde betalingen

Aandelenaankoopplannen met korting

In 2014 en 2015 heeft de Groep aandelen aankoopplannen met korting gelanceerd.

Onder de 2014 en 2015 plannen verkocht Proximus respectievelijk 1.321en 1.047aandelen aan het senior management van de Groep met een korting van 16,66% in vergelijking met de marktprijs (prijs na korting van respectievelijk 19,91EUR en 26,72EUR per aandeel). De kost van deze kortingen bedroeg 0 miljoen EUR in 2014 en 0 miljoen EUR in 2015 en is opgenomen onder de rubriek "personeelskosten" (zie toelichting 26).

Performantiewaardeplan

In 2013, 2014 en 2015 lanceerde Proximus verschillende schijven van het "performantiewaardeplan" voor zijn senior management. Onder dit langlopend performantiewaardeplan zijn de toegekende beloningen verbonden aan voorwaarden, namelijk een dienstverband van 3 jaar waarna de performantiewaarde is verworven. De mogelijke uitoefening van de rechten is afhankelijk van het voldoen van marktgerelateerde voorwaarden gebaseerd op het "Totaal rendement voor de aandeelhouders" (TSR), welke vergeleken wordt met een groep van soortgelijke ondernemingen.

Na de verwervingsperiode kunnen de rechten gedurende 4 jaar worden uitgeoefend. In geval van vrijwillig vertrek gedurende de verwervingsperiode vervallen echter alle niet-verworven rechten en verworven maar niet uitgeoefende rechten. In geval van onvrijwillig vertrek (behalve voor zware fout) of pensioen, blijven de rechten verder 'vesten' gedurende de normale 3 jaar durende verwervingsperiode.

De groep bepaalt de reële waarde van de overeenkomst op de toekenningsdatum en spreidt de kost lineair over de verwervingsperiode met daarbijhorende stijging van het eigen vermogen voor de aandelenafwikkeling en van de schulden voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties.

Voor in geldmiddelen afgewikkelde betalingstransacties wordt de schuld regelmatig herberekend. De reële waarde van de schijven 2013, 2014 en 2015 bedroeg per 31 december 2015 respectievelijk8,3, 6,8 en 4,8 miljoen EUR. De jaarlijkse kost van de schijven bedroeg respectievelijk 1,4, 2,0 en 1,4 miljoen EUR. De berekening van het gesimuleerde totale rendement voor de aandeelhouders onder het Monte Carlo model voor de overblijvende prestatieperiode voor beloningen met marktvoorwaarden, omvatten volgende veronderstellingen per 31 december 2015.

- 14 ρ r
31 december 31 december
2014 2015
Gewo gen gemiddelde risico vrije rentevo et 0,230% -0,060%
Verwachte volatiliteit - onderneming 19,99% 24,23%
Verwachte volatiliteit - sectorgenoten 17% - 69% 17% - 62%
Gewo gen gemiddelde resterende duur van de waarderingsperio de 2,50 1,38

Aandelenoptieplannen

In 2012 bracht Proximus een laatste jaarlijkse tranche van haar langlopend incentive plan (aandelenoptieplan) uit, bestemd voor het top management en het senior management van de Groep.

Begin 2011 werden de regels van het plan aangepast overeenkomstig de Belgische wetgeving. Daarom bracht de Groep vanaf 2011 twee verschillende reeksen uit: één voor het Executief comité, de CEO inbegrepen en één voor het andere top management en het senior management.

Zoals voorgeschreven in IFRS 2 ("Aandelengebaseerde betalingen"), erkent de Groep de reële waarde van het eigenvermogengedeelte van de opties op de toekenningsdatum over de periode totdat de genieter de optie onvoorwaardelijk verwerft volgens de graduele verwervingsmethode; en het schuldengedeelte van deze opties wordt regelmatig geherwaardeerd. Black&Scholes wordt gebruikt als waarderingsmodel voor de Opties.. De jaarlijkse kost van de graduele verwerving, wordt geregistreerd in de personeelskosten, evenals de herwaardering van het schuldengedeelte van deze opties, en bedraagt 17,5 miljoen in 2014 en 2,5 miljoen in 2015.

{70}------------------------------------------------

De tranches toegekend van 2004 tot 2012 zijn nog steeds open en zijn ondertussen allemaal verworven. Alle tranches, behalve de 2004-tranche, geven de begunstigden recht op de dividenden goedgekeurd na toekenning van de opties. De dividendschuld bedroeg 10,9 miljoen EUR per 31 december 2014 en 6,8 miljoen EUR per 31 december 2015 en is opgenomen onder de rubriek "Andere kortetermijnschulden". Het recht op dividenden dat werd toegekend aan de begunstigden van de tranches 2005-2012 is niet beperkt in tijd en komt overeen met de contractuele duur van de tranches.

In 2009 gaf de Groep aan zijn optiehouders de gelegenheid om vrijwillig de uitoefenperiode van alle tranches met 5 jaar te verlengen (met uitzondering van de 2009 tranche) en dit binnen de wettelijke richtlijnen.

Voor alle plannen, met uitzondering van de 2004-tranche en de Executief Comité reeksen van de 2011 en 2012 tranches zoals hieronder beschreven:

  • in geval van vrijwillig vertrek van de werknemer, vervallen alle niet verworven opties, behalve indien deze beëindiging gedurende het eerste jaar plaatsvindt waarvoor het eerste derde van de opties onmiddellijk wordt verworven en dient te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na de einddatum van het contract, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer behalve bij zware fout, worden alle toegekende opties onmiddellijk verworven en dienen zij te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na datum van het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.

Voor de 2011 en 2012 tranches van het executief comité:

  • In geval van vrijwillig vertrek van een executief comité lid tijdens een periode van 3 jaar na toekenning, vervallen 50% van de opties onmiddellijk. Indien het vrijwillig vertrek na deze periode gebeurt, worden de opties verworven volgens het plan en de normale verwervingskalender. De uitoefening kan enkel gebeuren ten vroegste op de eerste werkdag na de derde verjaardag van de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgende op het beëindigen van het contract en de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is; anders vervallen de opties.
  • In geval van onvrijwillig vertrek van een executief comité lid, behalve bij zware fout, worden de opties verworven volgens de planregels en normale verwervingskalender. De uitoefening kan ten vroegste gebeuren op de eerste werkdag volgend op de derde verjaardag na de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgend op het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, indien deze eerst komt; anders vervallen de opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van een executief comité lid bij zware fout, vervallen alle opties onmiddellijk.

Aantal aandelenopties

2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
In omloop op 31 december 2014 8.699 10.372 25.490 65.987 114.608 36.003 178.311 5 2 1.8 11 541.824
Uito efenbaar op 31 december
2014
8.699 10.372 25.490 65.987 114.608 36.003 178.311 5 2 1.8 11 296.468
B ewegingen gedurende het jaar 2015
Verbeurd 0 0 0 -2.250 -8.322 0 -3.366 -8.063 -2.633
Uitgeo efend -7.459 -3.874 -3.405 -30.692 -45.831 -13.745 -123.275 -397.516 -146.310
Totaal -7.459 -3.874 -3.405 -32.942 -54.153 -13.745 -126.641 -405.579 -148.943
In omloop op 31 december 2015 1.240 6.498 22.085 33.045 60.455 22.258 51.670 116.232 392.881
Uito efenbaar op 31 december 2015 1.240 6.498 22.085 33.045 60.455 22.258 51.670 116.232 392.881
Uitoefenprijs 25 30 26 33 29 23 26 25 22

De volatiliteit, gebruikt voor de herberekening van de schuldcomponent, werd geraamd op 25%.

{71}------------------------------------------------

Toelichting 37. Relatie met de commissaris

De kosten van de Groep als honorarium voor de jaarlijkse audit voor 2015 bedroegen 1.141.249EUR en voor andere opdrachten 268.898EUR.

Dit laatste bedrag kan als volgt gedetailleerd worden:

EUR Commissaris netwerk van de
commissaris
A ndere controle-opdrachten 41.676 12.000
Andere opdrachten 91.427 123.795
Totaal 133.103 135.795

Toelichting 38. Segmentinformatie

De Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Executief Comité evalueren de financiële prestaties en kennen de middelen van de Proximus Groep toe volgens de klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende vijf te rapporteren operationele segmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en -diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten en aan zelfstandigen en kleine ondernemingen, evenals ICT-oplossingen voornamelijk op de Belgische markt;
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT- en telecomdiensten en -producten aan middelgrote en grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten;
  • De Technology & Wholesale (TEC & W) centraliseert alle netwerk- en IT-diensten en kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen), levert diensten aan CBU en EBU en verkoopt deze diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren;
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten:
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Er werden geen bedrijfssegmenten samengevoegd om tot de bovengenoemde rapporteerbare bedrijfssegmenten te komen.

Vanaf 2015 worden kleine ondernemingen opgenomen onder de Consumer Business Unit en niet langer onder de Enterprise Business Unit.

De Groep beoordeelt de bedrijfsresultaten van zijn rapporteerbare bedrijfssegmenten afzonderlijk, zodat hij de gepaste beslissingen kan nemen voor het toewijzen van middelen en het evalueren van de financiële prestaties. De segmentprestaties worden geëvalueerd op basis van de volgende parameters:

  • Het bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen en vóór incidentele opbrengsten en uitgaven. De onderstaande segmentinformatie verstrekt een reconciliatie tussen de onderliggende cijfers en die zoals opgenomen in de jaarrekening, de 2014 en 2015 segmentinformatie werd opgenomen op dezelfde basis; en
  • De kapitaaluitgaven.

De financiering van de Groep (inclusief financiële kosten en financiële opbrengsten) en de winstbelasting worden op het niveau van de Groep beheerd en worden niet aan de bedrijfssegmenten toegewezen.

{72}------------------------------------------------

De grondslagen voor financiële verslaggeving van de bedrijfssegmenten zijn dezelfde als de voornaamste grondslagen van de Groep. De segmentresultaten worden daarom gemeten op een gelijkaardige basis als het bedrijfsresultaat in de geconsolideerde jaarrekening, maar worden gepubliceerd zonder "incidentele opbrengsten en uitgaven". De Groep definieert" incidentele opbrengsten en uitgaven" als belangrijke items die niets met normale business activiteiten te maken hebben.

Transacties tussen de juridische entiteiten van de Groep worden gefactureerd tegen marktonforme voorwaarden.

Boekjaar afgesloten op 31 december 2015

Geboekt Onderstaan de aangepast vo or incidente le items
(in miljoen EUR) Gro ep Incidentele
items
Gro ep Consumer
Business
Unit
Enterprise
Business
Unit
Technology
& wholesale
Staff &
Support
International Carrier
Services
Inter-
segment
eliminaties
Netto omzet 5.863 0 5.863 2.858 1.327 181 6 1.572 -81
Andere bedrijfsopbrengsten 56 -17 39 26 6 6 9 4 -12
Inter-segment opbrengsten 93 0 93 5 5 33 10 40 0
Totale opbrengsten 6.012 -17 5.994 2.889 1.338 220 25 1.616 -93
Kosten van aan om zetgerelateerde
materialen en diensten
-2.377 0 -2.377 -692 -388 -34 0 -1.338 75
Personeelskosten en pensioenen -1.011 0 -1.011 -391 -272 -167 -129 -53 0
Andere bedrijfskosten -980 108 -873 -365 -83 -203 -175 -64 18
Niet-recurrente ko sten 2 -2 0 0 0 0 0 0 0
TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN voor
afschrijvingen
-4.366 10 5 -4.261 -1.449 -742 -404 -304 -1.455 93
BEDRIJFSWINST / (VERLIES) voor afschrijvingen 1.646 87 1.733 1.440 596 -183 -279 161 0
Afschrijvingen -869 0 -869 -180 -23 -530 -58 -78 0
BEDRIJFSWINST / (VERLIES) 777 87 864 1.260 572 -714 -337 8 2 0
Financieringskosten (netto) -120
Winst/ (verlies) van ondernemingen
gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
-2
Winst vóór belastingen 655
B elastingen -156
N etto winst 499
M inderheidsbelangen 17 _
Nettowinst (aandeel van de groep) 482

Boekjaar afgesloten op 31 december 2015

(in miljoen EUR) Groep Consumer
Business
Unit
Enterprise
Business
Unit
Technology
& wholesale
Staff &
Support
International Carrier
Services
Inter-
segment
eliminaties
Investeringen 1.002 178 28 729 32 37 -2

{73}------------------------------------------------

Boekjaar afgesloten op 31 december 2014 - herwerkt

5
Geboekt Onderstaande aangepast voor incidentele items
(in miljoen EUR) Groep Incidentele
items
Groep Consumer
Business
Unit
Enterprise
Business
Unit
Technology
& wholesale
Staff &
Support
International Carrier
Services
Inter-
segment
eliminaties
Netto omzet 5.738 0 5.738 2.778 1.299 201 7 1.535 -82
A ndere bedrijfsopbrengsten 203 -187 16 21 7 4 0 2 -16
Inter-segment opbrengsten 109 0 109 4 5 37 23 40 0
Niet-recurrente o pbrengsten 62 -62 0 0 0 0 0 0 0
Totale opbrengsten 6.112 -248 5.864 2.803 1.311 242 29 1.577 -98
Kosten van aan omzetgerelateerde
materialen en diensten
-2.420 90 -2.330 -672 -368 -36 0 -1.330 75
Personeelskosten en pensioenen -1.041 28 -1.014 -400 -268 -168 -132 -47 0
A ndere bedrijfskosten -869 2 -867 -339 -92 -204 -187 -66 22
Niet-recurrente kosten -27 27 0 0 0 0 0 0 0
TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN voor
afschrijvingen
-4.358 147 -4.211 -1.411 -728 -407 -3 19 -1.442 98
BEDRIJFSWINST / (VERLIES) voor afschrijvingen 1.755 -102 1.653 1.392 583 -165 -290 13 5 -1
Afschrijvingen -821 0 -821 -149 -26 -497 -70 -80 1
BEDRIJFSWINST / (VERLIES) 933 -102 832 1.242 557 -662 -359 55 0
Financieringsko sten (netto) -96
Winst/ (verlies) van ondernemingen
gewaardeerd volgens de
vermogensmutatiemethode
-2
Winst vóór belastingen 835
Belastingen -154
Nettowinst 682
M inderheidsbelangen 27
Netto winst ( aandeel van de gro ep) 654

Boekjaar afgesloten op 31 december 2014

(in miljoen EUR) Groep Consumer
Business
Unit
Enterprise
Business
Unit
Technology
& wholesale
Staff &
Support
International Carrier
Services
Inter-
segment
eliminaties
Investeringen 994 207 22 698 33 33 0

Wat betreft de geografische indeling, heeft de Groep in België een netto opbrengst gerealiseerd van 3.963miljoen EUR in 2014 en 4.020miljoen EUR in 2015, en dit gebaseerd op het land van de klant. De netto opbrengst in andere landen bedroeg 1.998miljoen EUR in 2014 en 1.924 miljoen EUR in 2015. Meer dan 90% van de segmentactiva zijn in België gevestigd.

Toelichting 39. Recent gepubliceerde IFRSnormen

De Groep past geen normen en interpretaties toe die niet van kracht zijn op 31 december 2015. Dat betekent dat de Groep de volgende normen en interpretaties niet heeft toegepast welke van toepassing zijn voor de Groep vanaf 1 januari 2016 of later:

  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS normen (2012-2014 cyclus)
  • Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS normen (2010-2012 cyclus)
  • Wijzigingen aan standaarden:
  • o Aanpassing van IAS 1 '("Presentatie voorstellen")
  • Aanpassingen van IAS 27 ("Vermogensmutatiemethode in de Enkelvoudige jaarrekening)
  • o Aanpassing van IAS 16/38("Verduidelijking van aanvaardbare afschrijvingsmethodes")
  • o Aanpassing van IAS 16 / 41 ("Biologische activa: Dragende planten")
  • o Aanpassing van IFRS 11 ("Gezamenlijke overeenkomsten Verwerking van overnames van deelnemingen in gezamenlijke bedrijfsactiviteiten")
  • o Aanpassing van IAS 19 ("Personeelsbeloningen Werknemersbijdragen")
  • o Aanpassing van IFRS 10, IFRS 12 en IAS 28 ("beleggingsentiteiten: Toepassing van de consolidatie vrijstelling)

{74}------------------------------------------------

  • o Aanpassing van IFRS 10 en IAS 28 ("Verkoop of inbreng van Activa tussen investeerder en de geassocieerde deelneming of joint venture") (Onbepaald uitgesteld)
  • Nieuw gepubliceerde normen:
  • o IFRS 9 ("Financiële Instrumenten");
  • o IFRS 15 ("Inkomsten van contracten met klanten")
  • o IFRS 14 ("Uitgestelde rekeningen in verband met prijsregulering" )

De Groep zal het mogelijke effect van de toepassing van deze nieuwe normen en interpretaties op de jaarrekening van de Groep onderzoeken in de loop van 2016.

De groep anticipeert niet op materiële effecten ten gevolge van de initiële toepassing van deze IFRS normen, uitgezonderd de initiële toepassing van IFRS 15. IFRS 15 zal vooral invloed hebben op de toewijzing, de timing van de inkomstenerkenning en de timing van de erkenning van contractgerelateerde kosten.

Toelichting 40. Gebeurtenissen na balansdatum

Op 11 januari 2016 kondigde de Europese Commissie de beslissing aan dat de Belgische rulings toegestaan aan multinationals inzake "Excess Profit" als illegale staatssteun worden beschouwd en dat de niet betaalde belastingen moeten teruggevorderd worden door de Belgische staat. BICS heeft dergelijke ruling toegepast voor de periode 2010-2014.

BICS heeft tot nu toe nog geen informatie ontvangen van de Europese Commissie of van de Belgische staat, wat betreft het te betalen bedrag. Bovendien overweegt BICS in beroep te gaan voor het Europees Gerecht tegen de beslissing van de Europese Commissie.

BICS verwacht dat binnenkort informatie zal bekend gemaakt worden over het te betalen bedrag. De betaling van het gevorderde bedrag zal waarschijnlijk plaatsvinden in 2016, ongeacht het feit of al dan niet beroep zal aangetekend worden tegen de beslissing.

Een belastingschuld is geprovisioneerd voor de geschatte netto financiële impact.

{75}------------------------------------------------

Verslag van de Commissaris