Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Proximus SA Annual Report 2011

Mar 16, 2012

3989_rns_2012-03-16_c7f40e5a-9885-41cd-8fdf-8848b1514563.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Geconsolideerde jaarrekening

Opgesteld in overeenstemming met de internationale financiële rapporteringsnormen (IFRS) voor elk van de twee jaren eindigend op 31 december 2011 en 2010

Geconsolideerde resultatenrekening 2
Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 2
Geconsolideerde balans 3
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 4
Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen 5
Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 6
Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming 6
Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels 6
Toelichting 3. Goodwill 15
Toelichting
4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur
16
Toelichting
5. Materiële vaste activa
18
Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen 19
Toelichting 7. Andere deelnemingen 24
Toelichting 8. Winstbelasting 24
Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na
uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 26
Toelichting 10. Andere vaste activa 30
Toelichting 11. Handelsvorderingen 30
Toelichting 12. Andere vlottende activa 31
Toelichting 13. Beleggingen 31
Toelichting 14. Geldmiddelen en kasequivalenten 31
Toelichting 15. Eigen Vermogen 32
Toelichting 16. Rentedragende schulden 33
Toelichting 17. Voorzieningen 34
Toelichting 18. Andere langetermijnschulden 34
Toelichting 19. Andere kortetermijnschulden 35
Toelichting 20. Netto omzet 35
Toelichting 21. Andere bedrijfsopbrengsten 35
Toelichting 22. Niet-recurrente opbrengsten 36
Toelichting 23. Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten 36
Toelichting 24. Personeelskosten en pensioenen 37
Toelichting 25. Andere bedrijfskosten 37
Toelichting 26. Niet-recurrente kosten 37
Toelichting 27. Afschrijvingen 37
Toelichting 28. Netto financiële opbrengsten/(kosten) 38
Toelichting 29. Winst per aandeel 39
Toelichting 30. Betaalde en voorgestelde dividenden 39
Toelichting 31. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten 40
Toelichting 32. Informatie over verbonden partijen 46
Toelichting 33. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen 48
Toelichting 34. Cross border lease-overeenkomsten 51
Toelichting 35. Op aandelen gebaseerde betalingen 51
Toelichting 36. Relatie met de commissaris 53
Toelichting 37. Segmentinformatie 53
Toelichting 38. Recent gepubliceerde IFRS-normen 55
Toelichting 39. Gebeurtenissen na balansdatum 55

Geconsolideerde resultatenrekening

Boekjaar afgesloten op 31
(in miljoen EUR) Toelichting december
2010
2011
Netto omzet 2
0
6.552 6.361
Andere bedrijfsopbrengsten 2
1
5
1
4
5
Niet-recurrente opbrengsten 2
2
436 1
1
Totale opbrengsten 7.040 6.417
Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten 2
3
-2.642 -2.517
Personeelskosten en pensioenen 2
4
-1.107 -1.117
Andere bedrijfskosten 2
5
-870 -860
Niet-recurrente kosten 2
6
8 -26
Totale bedrijfskosten vóór afschrijvingen -4.612 -4.520
Bedrijfswinst vóór afschrijvingen 2.428 1.897
Afschrijvingen 2
7
-809 -756
Bedrijfswinst 1.619 1.141
Financiële opbrengsten 2
1
3
0
Financiële kosten -123 -137
Netto financiële kosten 2
8
-102 -106
Winst vóór belastingen 1.517 1.035
Belastingen
Nettowinst
8 -233
1.283
-262
773
Minderheidsbelangen
Nettowinst ( aandeel van de groep)
1
5
1
7
1.266
1
7
756
Gewone winst per aandeel (in EUR) 2
9
3,94 EUR 2,36 EUR
Verwaterde winst per aandeel (in EUR) 2
9
3,94 EUR 2,36 EUR
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 2
9
321.138.048 319.963.423
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen voor verwaterde winst per aandeel 2
9
321.712.030 320.514.286

Geconsolideerde staat van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Nettowinst 1.283 773
Niet-gerealiseerde resultaten:
Voor verkoop beschikbare financiële activa:
Overdracht naar resultatenrekening bij verkoop
-5 0
Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten
Niet-gerealiseerde resultaten na belastingen
0
-
5
-1
-
2
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 1.278 772
Toe te rekenen aan:
Aandeelhouders van de moedermaatschappij
Minderheidsbelangen
1.262
1
7
755
1
7

Geconsolideerde balans

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
ACTIVA
VASTE ACTIVA 6.185 6.217
Goodwill 3 2.337 2.323
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur 4 1.190 1.155
Materiële vaste activa 5 2.348 2.401
Geassocieerde ondernemingen 6 2 3
Andere deelnemingen 7 2
6
3
1
Uitgestelde belastingvorderingen 8 158 121
Pensioenactiva 9 2 2
Andere vaste activa 1
0
122 180
VLOTTENDE ACTIVA 2.326 2.095
Voorraden 114 116
Handelsvorderingen 1
1
1.246 1.328
Terug te vorderen belastingen 8 198 143
Andere vlottende activa 1
2
142 152
Beleggingen 1
3
4
3
3
6
Geldmiddelen en kasequivalenten 1
4
584 320
TOTAAL ACTIVA 8.511 8.312
PASSIVA
EIGEN VERMOGEN 1
5
3.342 3.303
Eigen vermogen (aandeel van de groep) 1
5
3.108 3.078
Geplaatst kapitaal 1.000 1.000
Eigen aandelen -484 -570
Wettelijke reserves 100 100
Vergoedingen in aandelen 1
1
1
3
Overgedragen winsten 2.476 2.532
Omrekeningsverschillen 4 2
Minderheidsbelangen 1
5
235 225
LANGETERMIJNSCHULDEN 2.364 2.749
Rentedragende schulden 1
6
1.406 1.931
Schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 9 565 479
Voorzieningen 1
7
203 180
Uitgestelde belastingschulden 8 187 157
Andere langetermijnschulden 1
8
3 2
KORTETERMIJNSCHULDEN 2.804 2.260
Rentedragende schulden 1
6
783 4
1
Handelsschulden 1.304 1.343
Belastingschulden 8 188 229
Andere kortetermijnschulden 1
9
529 647
TOTAAL PASSIVA 8.511 8.312

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Kasstroom uit operationele activiteiten
Nettowinst ( aandeel van de groep)
Aanpassingen voor:
1.266 756
Minderheidsbelangen 1
5
1
7
1
7
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 5 809 756
Stijging van bijzondere waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa
Stijging van voorzieningen 5 1
2
6
2
2
Uitgestelde belastinglasten 8 7
5
2
0
Herwaardering naar de reële waarde van financiële instrumenten 1 4
Afschrijving van de achtergestelde obligatieleningen 0 -1
(Winst) / verlies uit de verkoop van geconsolideerde bedrijven en herwaardering van het voordien
aangehouden belang
6 -437 6
Winst uit de verkoop van materiële vaste activa -3 -3
Andere niet-kasbewegingen 1
0
9
Kasstroom uit operationele activiteiten vóór wijzigingen in het bedrijfskapitaal 1.766 1.569
Toename van voorraden
Daling / (toename) van handelsvorderingen
-27
1
-8
-103
Daling / (toename) van de terug te vorderen belastingen -28 1
Daling van andere vlottende activa 5
8
4
2
Toename in andere vaste activa 0 -34
Toename / (daling) van handelsschulden -2 8
2
Toename van belastingschulden
Toename / (daling) van andere korte termijnschulden
4
8
-13
8
6
2
8
Daling van nettoschuld voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en
beëindigingsvoordelen 9 -113 -85
Daling van andere lange termijnschulden en voorzieningen -23 -26
Toename van het bedrijfskapitaal, netto van aanschaffingen en verkopen van filialen -99 -17
Nettokasstroom uit operationele activiteiten (1) 1.666 1.551
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van immateriële en materiële vaste activa
Geldmiddelen betaald voor aanschaffing van andere deelnemingen
3, 4, 5 -734
-26
-757
-6
Geldmiddelen (betaald) / gekregen voor aanschaffing van dochterondernemingen, na aftrek van
verworven geldmiddelen 5
6
-14
Geldmiddelen uit de verkoop van geconsolideerde ondernemingen na aftrek van afgestane
geldmiddelen 6
0
4
Geldmiddelen uit de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 1
6
7
Geldmiddelen uit de verkoop andere vaste activa 1 1
Nettokasstroom besteed in investeringsactiviteiten -686 -764
Kasstroom vóór financieringsactiviteiten 980 788
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Dividenden uitgekeerd aan aandeelhouders 3
0
-702 -701
Dividenden / kapitaal uitgekeerd aan minderheidsbelangen 1
5
-30 -24
Netto verkoop / (aankoop) van eigen aandelen 2
5
-86
Netto verkoop van geldbeleggingen 2
6
8
Afname van eigen vermogen (aandeel van de groep)
Uitgifte van langetermijnschulden
-1
6
-2
495
Aflossing van langetermijnschulden -4 -773
Uitgifte / (aflossing) van kortetermijnschulden -49 3
2
Nettokasstroom besteed in financieringsactiviteiten -728 -1.051
Nettotoename/(afname) van geldmiddelen en kasequivalenten 252 -264
Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari 332 584
Geldmiddelen en kasequivalenten op 31 december 1
4
584 320
(1) Nettokasstroom uit operationele activiteiten bevat de volgende kasbewegingen :
Betaalde intresten -93 -91
Ontvangen intresten
Betaalde belastingen
5
-139
8
-154

Mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen

(in miljoen EUR) Geplaatst
kapitaal
Uitgifte
premies
Eigen
aandelen
Wettelijke
reserves
Afdek
kings-en
herwaar
deringsre
serves
Omreken
ings
verschil
len
Vergoe
dingen in
aandelen
Overgedra
gen winsten
Totaal
eigen
vermogen
(aandeel
van de
groep)
Minderheids
belangen
Totaal
eigen
vermogen
Saldo op 1 januari 2010 1.000 0
-509
100 5 4 1
0
1.911 2.521 7 2.528
Herwaardering aan reële waarde van "voor verkoop beschikbare
financiële activa"
Wijzigingen in het eigen vermogen niet opgenomen in de
0 0 0 0
-5
0 0 0 -
5
0 -
5
resultatenrekening 0 0 0 0
-5
0 0 0 -
5
0 -
5
Nettowinst 0 0 0 0 0
0
0 1.266 1.266 1
7
1.283
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 0 0 0 0
-
5
0 0 1.266 1.262 1
7
1.278
Dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2009) 0 0 0 0 0
0
0 -539 -539 0 -539
Interim dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2010) 0 0 0 0 0
0
0 -161 -161 0 -161
Dividenden van dochterondernemingen aan minderheidsbelangen 0 0 0 0 0
0
0 0 0 -9 -
9
Minderheidsbelangen vanuit een bedrijfscombinatie 0 0 0 0 0
0
0 0 0 220 220
Eigen aandelen
Uitoefening van opties op aandelen
0
0
0
1
7 0 0
0
0 -2 1
5
0 1
5
Verkoop van eigen aandelen onder een aandelenaankoopplan
Opties op aandelen
0 0 9 0 0
0
0 -1 7 0 7
Toegekende en aanvaarde opties op aandelen 0 0 0 0 0
0
3 0 3 0 3
Uitgestelde vergoedingen in aandelen 0 0 0 0 0
0
-3 0 -
3
0 -
3
In resultaatname van uitgestelde vergoedingen in aandelen
Uitoefening van opties op aandelen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3
-2
0
2
3
0
0
0
3
0
Totaal transacties met aandeelhouders en minderheidsbelangen 0 0
2
5 0
0
0 1 -701 -675 211 -464
Saldo op 31 december 2010 1.000 0
-484
100 0 4 1
1
2.476 3.108 235 3.342
Wisselkoersverschillen 0 0 0 0
0
-2 0 0 -
2
0 -
1
Wijzigingen in het eigen vermogen niet opgenomen in de
resultatenrekening
0 0 0 0 0
-2
0 0 -
2
0 -
2
Nettowinst 0 0 0 0 0
0
0 756 756 1
7
773
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 0 0 0 0
0
-
2
0 756 755 1
7
772
Dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2010) 0 0 0 0 0
0
0 -540 -540 0 -540
Interim dividenden aan aandeelhouders (m.b.t. 2011) 0 0 0 0 0
0
0 -159 -159 0 -159
Dividenden van dochterondernemingen aan minderheidsbelangen 0 0 0 0 0
0
0 0 0 -24 -24
Minderheidsbelangen door aankoop en verkoop
Eigen aandelen
0 0 0 0 0
0
0 -1 -
1
-3 -
4
Uitoefening van opties op aandelen 0 0 5 0 0
0
0 0 5 0 5
Inkoop van eigen aandelen
Verkoop van eigen aandelen onder een aandelenaankoopplan
0 0
-100
0 0
0
0 0 -100 0 -100
met korting
Opties op aandelen
0 0 8 0 0
0
0 -1 7 0 7
Toegekende en aanvaarde opties op aandelen 0 0 0 0 0
0
3 0 3 0 3
Uitgestelde vergoedingen in aandelen 0 0 0 0 0
0
-3 0 -
3
0 -
3
In resultaatname van uitgestelde vergoedingen in aandelen 0 0 0 0 0
0
3 0 3 0 3
Uitoefening van opties op aandelen 0 0 0 0 0
0
-1 1 0 0 0
Totaal transacties met aandeelhouders en minderheidsbelangen 0 0
-86
0
0
0 2 -700 -784 -27 -811
Saldo op 31 december 2011 1.000 0
-570
100 0 2 1
3
2.532 3.078 225 3.303

Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening

Toelichting 1. Informatie betreffende de onderneming

De geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2011 werd goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van 1 maart 2012. Ze omvat de jaarrekening van Belgacom NV, haar dochterondernemingen en joint ventures (hierna "de Groep" genoemd), evenals het aandeel van de Groep in de resultaten van geassocieerde ondernemingen.

Belgacom NV is een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht die in België is geïncorporeerd. De omvorming van Belgacom van een Autonoom Overheidsbedrijf naar een Naamloze Vennootschap van Publiek Recht werd doorgevoerd bij koninklijk besluit van 16 december 1994. De zetel van Belgacom NV is gevestigd in de Koning Albert-II-laan 27 te 1030 Brussel, België.

Met ingang van 1 januari 2008 sturen de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Belgacom Management Committee de activiteiten van de Belgacom Groep aan volgens de nieuwe klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende vijf rapporteerbare bedrijfssegmenten:

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en -diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten, vooral op de Belgische markt.
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT-diensten en -producten aan professionele klanten, hetzij zelfstandigen, kleine firma's of grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Belgacom, Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten.
  • De Service Delivery Engine & Wholesale (SDE&W) centraliseert alle netwerk- en IT-diensten en -kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen), levert diensten aan CBU en EBU en verkoopt deze diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren.
  • International Carrier Services is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten.
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Verdere informatie in verband met de operationele segmenten is te vinden in toelichting 37.

Het aantal medewerkers van de Groep (in voltijdse equivalenten) bedroeg 15.788 op 31 december 2011, tegenover 16.308 op 31 december 2010. Voor 2011 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 147 kaderpersoneel, 14.239 bedienden en 2.034 arbeiders. Voor 2010 bestond het gemiddelde aantal personeelsleden van de Groep uit 151 kaderpersoneel, 14.702 bedienden en 2.113 arbeiders.

Toelichting 2. Belangrijkste opname- en waarderingsregels

Voorbereidingsbasis

De bijgevoegde geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2011 werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards ("IFRS") zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de Europese Unie. De Groep opteerde niet voor een vervroegde toepassing van enige IASB-normen of interpretaties.

De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld op basis van de historische kostprijsmethode, behalve voor de waardering tegen reële waarde van derivaten en 'voor verkoop beschikbare' financiële activa. De boekwaarden van de activa en passiva die ingedekt zijn d.m.v. reële-waardehedges ("fair-value hedges") worden aangepast teneinde de wijziging in reële waarde op te nemen die toewijsbaar is aan de afgedekte risico's.

Wijzigingen in opname- en waarderingsregels

De toegepaste opname- en waarderingsregels zijn consistent met deze van vorige boekjaren behalve voor wat betreft de toepassing door de Groep van de nieuwe of herziene IFRS-normen of interpretaties zoals goedgekeurd voor toepassing door de Europese Unie en die verplicht zijn vanaf 1 januari 2011, met name:

  • IFRIC 19 ("Aflossing van financiële verplichtingen met eigenvermogeninstrumenten").
  • IFRIC 14 ("Vooruitbetalingen op minimaal vereiste dekkingsgraden")
  • IAS 32 (Financiële Instrumenten : Presentatie Classificatie van claimemissies")
  • Herziene IAS 24 ("Informatieverschaffing over verbonden partijen") en
  • Verbeteringen aan IFRS normen gepubliceerd in 2010.

De eerste toepassing van deze nieuwe normen en interpretaties had geen effect op de jaarrekening van de Groep. De Groep anticipeert niet op de toepassing van normen en interpretaties.

Consolidatiebasis

In toelichting 6 is de lijst opgenomen van de dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen.

Dochterondernemingen zijn entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er bestaat zeggenschap wanneer Belgacom de macht heeft om het financiële en operationele beleid van een onderneming te sturen teneinde voordelen uit haar activiteiten te verwerven. De deelnemingen in dochterondernemingen worden geconsolideerd vanaf de dag waarop zeggenschap wordt overgedragen aan de Groep en worden niet meer geconsolideerd vanaf de dag waarop zeggenschap door de Groep wordt overgedragen. Intragroepsbalansen en –verrichtingen en bijhorende niet-gerealiseerde winsten of verliezen tussen ondernemingen van de Groep worden geëlimineerd. Indien nodig worden de opname- en waarderingsregels van de dochterondernemingen aangepast om ervoor te zorgen dat de geconsolideerde jaarrekening opgemaakt wordt volgens uniforme grondslagen.

Ondernemingen waarover gezamenlijk zeggenschap wordt uitgeoefend (gedefinieerd als de entiteiten waarover de Groep gezamenlijke zeggenschap heeft via een contractuele overeenkomst waarbij een unanieme toestemming van de partijen die zeggenschap delen vereist is) zijn opgenomen op basis van de proportionele consolidatiemethode, vanaf de datum waarop gezamenlijke zeggenschap uitgeoefend wordt tot de datum waarop de Groep stopt gezamenlijke zeggenschap uit te oefenen. Het aandeel van de Groep in activa, passiva, kosten, opbrengsten en kasstroom van de joint ventures worden lijn per lijn samengevoegd met gelijkaardige posten in de geconsolideerde jaarrekening. Het proportionele aandeel van de Groep in de intragroepsbalansen en – verrichtingen en de resulterende niet-gerealiseerde winsten of verliezen tussen ondernemingen van de Groep en de entiteiten waarover gezamelijk zeggenschap wordt uitgeoefend, worden geëlimineerd in consolidatie.

Geassocieerde ondernemingen waarop de Groep een invloed van betekenis heeft, meer bepaald ondernemingen waarin Belgacom de macht heeft om deel te nemen (geen zeggenschap) aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van de deelneming, worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens die methode worden de investeringen in geassocieerde deelnemingen aanvankelijk opgenomen tegen kostprijs en wordt de boekwaarde vervolgens aangepast om het aandeel van de Groep in de winst of het verlies van de geassocieerde deelneming op te nemen, en dit vanaf de aanschaffingsdatum. Deze investeringen en het vermogensaandeel van de resultaten voor de periode zijn respectievelijk weergegeven in de balans en de resultatenrekening als deelnemingen in geassocieerde ondernemingen en als aandeel in de resultaten van geassocieerde ondernemingen.

Dochterondernemingen en joint-ventures gekocht en aangehouden enkel en alleen om ze binnen de twaalf maanden af te stoten worden geconsolideerd en gepresenteerd in de balans als activa en passiva aangehouden voor verkoop.

Beoordelingen en schattingen

Bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekening dient het management beoordelingen en schattingen te maken die een effect hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Beoordelingen en schattingen die gemaakt worden op elke rapporteringsdatum weerspiegelen de omstandigheden die bestonden op die datum (zoals marktprijs, intrestvoeten en wisselkoersen). Hoewel management deze schattingen baseert op haar beste kennis van de huidige gebeurtenissen en van de acties die de Groep zou kunnen ondernemen, kunnen werkelijke resultaten afwijken van deze schattingen.

Belangrijkste beoordelingen en schattingen zijn vooral gedaan in volgende domeinen:

Claims en voorwaardelijke verplichtingen

Voor claims en voorwaardelijke verplichtingen is beoordeling vereist ten aanzien van het bestaan van een verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis uit het verleden, het bepalen van de waarschijnlijkheid van een economische uitstroom, en van het kwantificeren van deze waarschijnlijke uitstroom van economische middelen. Deze inschatting wordt herzien wanneer nieuwe informatie beschikbaar is en met behulp van advies van externe experten.

Realiseerbare waarde van kasstroomgenererende eenheden met goodwill

In toelichting 3 worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn, bij het testen op bijzondere waardeverminderingen, voor het bepalen van de realiseerbare waarde van de kasstroomgenererende eenheden met goodwill.

Actuariële veronderstellingen betreffende de waardering van de verplichtingen voor personeelsbeloningen en fondsbeleggingen

De Groep heeft verschillende personeelsbeloningsplannen zoals pensioenplannen, andere plannen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen.

In toelichting 9 (Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen) worden de belangrijkste veronderstellingen besproken die gebruikt zijn bij de waardering van de verplichting, de fondsbeleggingen en de nettokost over de periode.

Verwerving van zeggenschap over BICS op 1 januari 2010

De aandeelhoudersovereenkomst van BICS voorziet in nieuwe besluitvormingsregels en een 'deadlock' procedure die van kracht zijn vanaf 1 januari 2010 en die de Groep doen besluiten dat zij zeggenschap heeft over BICS vanaf die datum. Als gevolg hiervan en in toepassing van de herziene IFRS 3 wordt BICS via de integrale methode geconsolideerd vanaf 1 januari 2010 en is het voordien aangehouden belang geherwaardeerd naar reële waarde. De Groep heeft de waarde van dit belang geschat op 564 miljoen EUR, gebruikmakend van waarderingsmethodes zoals geactualiseerde kasstromen met eindwaarde.

Omrekening van vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta

De presentatievaluta voor de Groep is de euro. Transacties in vreemde valuta worden bij initiële opname omgerekend aan de wisselkoers die geldt op de transactiedatum. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde munt worden op balansdatum in de functionele valuta van de entiteit omgerekend aan de slotkoers van die dag. Netto wisselkoersverschillen bij de omrekening van monetaire activa en passiva worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Buitenlandse activiteiten

Sommige buitenlandse dochterondernemingen en joint ventures werkzaam in niet euro landen worden beschouwd als buitenlandse activiteiten die integraal deel uitmaken van de activiteiten van de rapporterende onderneming. Hierbij worden de monetaire activa en passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers; niet-monetaire activa en passiva worden omgerekend tegen de historische koers, uitgezonderd niet-monetaire activa die in de locale munt aan reële waarde gewaardeerd zijn. Deze laatste worden omgerekend aan de wisselkoers op het moment dat de reële waarde bepaald werd. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden in het resultaat opgenomen onder "andere bedrijfskosten" in de periode waarin ze zich voordoen.

Voor andere buitenlandse dochterondernemingen en joint-ventures werkzaam in niet euro-landen, worden de activa en de passiva op balansdatum omgerekend tegen de slotkoers. De opbrengsten en kosten van deze entiteiten worden omgerekend tegen de gemiddelde koers. De resulterende wisselkoersverschillen worden rechtstreeks in een afzonderlijke component van het eigen vermogen geboekt. Bij de verkoop van dergelijke entiteit wordt het cumulatieve bedrag dat in het eigen vermogen genomen werd en betrekking heeft op deze specifieke buitenlandse operatie in resultaat genomen.

Alle wisselkoersverschillen die voortvloeien uit een monetair element dat deel uitmaakt van de netto investering van de Groep in dergelijke entiteit worden eveneens in dezelfde afzonderlijke component van het eigen vermogen opgenomen.

Goodwill

Goodwill vertegenwoordigt het bedrag waarmee de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang, indien toepasselijk, de netto reële waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven via bedrijfscombinaties overschrijdt. Wanneer de Groep zeggenschap verwerft, wordt enig voorheen aangehouden belang in de overgenomen partij geherwaardeerd naar reële waarde via de resultatenrekening.

Waneer de netto reële waarde, na herbeoordeling van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen verworven in een bedrijfscombinatie, de som van de overgedragen vergoeding, het bedrag van enig minderheidsbelang, en de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang overtreft, wordt deze meerwaarde onmiddellijk erkend in de resultatenrekening als winst uit een 'voordelige koop'.

Veranderingen in de voorwaardelijke vergoeding die deel uitmaakt van de overgedragen vergoeding worden aangepast ten opzichte van goodwill, indien deze zich voordoen tijdens de voorwaardelijke aankoopprijstoewijzingsperiode en indien ze verband houden met feiten en omstandigheden die bestonden op datum van overname. In de andere gevallen, afhankelijk van het al dan niet classificeren van de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen of niet, worden de aanpassingen via eigen vermogen of via de resultatenrekening opgenomen.

Aankoopkosten worden in kosten opgenomen en minderheidsbelangen worden berekend op overnamedatum, ofwel aan hun reële waarde, ofwel aan hun proportioneel deel in de identificeerbare activa en schulden van de overgenomen partij, en dit op een transactie-per-transactie basis.

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs en wordt niet afgeschreven maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen op het niveau van de kasstroomgenererende eenheid alsook telkens wanneer er een aanwijzing is dat de kasstroomgenererende eenheid aan dewelke de goodwill werd toegewezen een bijzondere waardevermindering zou kunnen hebben ondergaan.

Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

De immateriële vaste activa bestaan hoofdzakelijk uit de Global System for Mobile Communications ("GSM")-licentie, de Universal Mobile Telecommunications Systems ("UMTS")-licentie, de 4G-licentie, merknamen en klantenbestanden verworven via bedrijfscombinaties, intern ontwikkelde software en andere immateriële vaste activa zoals voetbalrechten, uitzendrechten en extern ontwikkelde software.

De Groep activeert bepaalde uitgaven gemaakt met betrekking tot de ontwikkeling of de aankoop van software voor intern gebruik indien zij identificeerbaar zijn, indien de Groep zeggenschap heeft over de activa en indien de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn. De geactiveerde kosten voor software zijn opgenomen als intern gegenereerde en andere immateriële vaste activa en worden afgeschreven over drie tot vijf jaar.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur die afzonderlijk zijn verworven worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs. De kostprijs van immateriële vaste activa verworven bij een bedrijfscombinatie is de reële waarde op overnamedatum.

Immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De restwaarde van zulke immateriële vaste activa wordt verondersteld nul te zijn. Merknamen en klantenbestanden verworven via bedrijfscombinaties worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur. GSM en UMTS licenties, andere immateriële vaste activa en intern ontwikkelde activa met bepaalde gebruiksduur worden lineair afgeschreven over hun geraamde gebruiksduur. De afschrijving begint zodra het immaterieel vast actief beschikbaar is voor beoogd gebruik.

De gebruiksduur werd als volgt bepaald:

Gebruiksduur
(jaren)
GSM, UMTS, 4Gen andere netwerklicenties volgens licentieduur
Verworven merknamen en klantenbestanden 3 tot 20
Software 5
Gebruiksrechten, voetbal- en uitzendrechten contractduur

De afschrijvingsperiode en de afschrijvingsmethode voor immateriële vaste activa met een bepaalde gebruiksduur wordt minstens bij elke jaarafsluiting herzien. Veranderingen in de voorziene gebruiksduur of in het voorziene patroon van toekomstige economische voordelen die het actief in zich bergt, worden verrekend door de afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethode te veranderen. Deze worden behandeld als wijzigingen van de boekhoudkundige schattingen.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kosten voor de uitbreidingen of substantiële verbeteringen van de materiële vaste activa worden geactiveerd. De onderhouds- en herstellingskosten voor materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten indien ze de gebruiksduur van het actief niet verlengen of wanneer het toekomstig economische nut niet beduidend verhoogd wordt. De kostprijs van materiële vaste activa bevat de kosten voor hun ontmanteling, verwijdering en herstelling, wanneer de Groep daarvoor een verplichting heeft ten gevolge van de installatie van het actief.

Een element dat tot de materiële vaste activa hoort wordt niet langer op de balans opgenomen na vervreemding dan wel indien er geen economische voordelen meer te verwachten zijn van het gebruik of de vervreemding van het actief. Een eventuele winst of verlies voortvloeiend uit het niet meer opnemen van het actief (berekend als het verschil tussen de geschatte netto opbrengst en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de resultatenrekening van het jaar waarin het actief niet meer opgenomen wordt.

De afschrijving van een actief start zodra het klaar is voor zijn beoogd gebruik. De afschrijvingen worden lineair berekend over de geraamde gebruiksduur van het actief.

De gebruiksduur wordt als volgt bepaald:

Terreinen en gebouwen Gebruiksduur (jaren)

Terreinen
onbeperkt

Gebouwen en uitrustingen in gebouwen
22 tot 33

Faciliteiten in gebouwen
3 tot 10

Werken in gehuurde gebouwen en reclameuitrustingen
3 tot 10
Technische en netwerkuitrustingen

Kabels en buizen
15 tot 20

Centrales
8 tot 10

Transmissie
6 tot 8

Radio toegang netwerk
6 tot 7

Mobiele sites en uitrusting voor faciliteiten in sites
5 tot 10

Uitrustingen geïnstalleerd in de gebouwen van de klant
2 tot 8

Data en andere netwerkuitrustingen
2 tot 15
Meubelen en voertuigen
Meubelen en kantooruitrusting 3 tot 10
Voertuigen 5 tot 10

De restwaarden, gebruiksduur en afschrijvingsmethoden van activa worden bij iedere jaarafsluiting herzien en aangepast indien nodig.

Kosten van verkochte materialen, personeelskosten en andere bedrijfskosten worden weergegeven in de resultatenrekening na aftrek van de werkzaamheden uitgevoerd en geactiveerd door de onderneming voor de uitbouw van materiële vaste activa.

Financieringskosten worden geactiveerd indien zij rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of produktie van een in aanmerking komend actief.

Bijzondere waardeverminderingen van niet-financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of de niet-financiële activa geen tekenen van bijzondere waardevermindering vertonen.

De Groep vergelijkt minstens één keer per jaar de boekwaarde met de geschatte realiseerbare waarde van immateriële vaste activa in aanbouw en kasstroomgenererende eenheden die goodwill omvatten. De Groep voert deze jaarlijkse bijzondere waardeverminderingstest uit tijdens het vierde kwartaal van het jaar.

Indien tekenen van bijzondere waardevermindering aanwezig zijn of wanneer een jaarlijkse waardeverminderingsanalyse voor een actief of een kasstroomgenererende eenheid vereist is, wordt een bijzondere waardevermindering erkend wanneer de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de geraamde realiseerbare waarde overschrijdt. De realiseerbare waarde van een actief is de hoogste waarde van de reële waarde van een actief of een kasstroomgenererende eenheid na aftrek van de verkoopskosten en de bedrijfswaarde voor de Groep.

Bij de bepaling van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen geactualiseerd, waarbij een disconteringsvoet vóór belasting wordt toegepast die rekening houdt met de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld en de specifieke risico's van het actief of de kasstroomgenererende eenheid.

Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden opgenomen in de bedrijfskosten. Op iedere balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een voorheen opgenomen bijzondere waardevermindering niet langer bestaat of is afgenomen. Indien een dergelijke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde geschat. Een voorheen bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen indien er een wijziging is opgetreden in de schattingen die worden gebruikt ter bepaling van de realiseerbare waarde van het actief sinds de laatste bijzondere waardevermindering werd erkend. Indien dit het geval is worden de bijzondere waardeverminderingen op activa andere dan goodwill teruggenomen teneinde de boekwaarde van het actief te verhogen naar de realiseerbare waarde. Dit verhoogde bedrag kan niet hoger zijn dan de boekwaarde die zou zijn bekomen (na aftrek van afschrijvingen) indien in voorgaande jaren geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn opgenomen. Deze terugname wordt erkend als bedrijfskosten in de resultatenrekening.

Uitgestelde belastingen

Uitgestelde belastingen worden geboekt voor de tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en passiva in de geconsolideerde balans en hun respectievelijke belastbare basis.

Uitgestelde belastingvorderingen verbonden aan verrekenbare tijdelijke verschillen en niet-gebruikte overgedragen belastingverliezen worden opgenomen in zoverre het waarschijnlijk is dat er voldoende belastbare winst gerealiseerd zal worden waarmee het verrekenbare tijdelijke verschil of de niet-gebruikte belastingverliezen kunnen worden gecompenseerd.

De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen wordt bij iedere balansdatum opnieuw beoordeeld en wordt verminderd in die mate dat het niet waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winst zal toelaten de belastingvordering geheel of gedeeltelijk terug te krijgen. Niet erkende belastingvorderingen worden op iedere balansdatum herschat en worden erkend in die mate dat het waarschijnlijk geworden is dat de toekomstige belastbare winst de realisatie van de belastingvordering mogelijk zal maken.

Uitgestelde belastingvorderingen en –schulden worden berekend tegen de aanslagvoeten die naar verwachting zullen worden toegepast in de periode waarin het actief zal worden gerealiseerd of het passief zal worden afgewikkeld; op basis van de aanslagvoeten (en belastingwetgeving) waarvan het wetgevingsproces materieel is afgesloten op balansdatum.

Wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en –verplichtingen worden erkend in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op elementen die rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen; in dit geval zal de belastingsimpact ook rechtstreeks erkend worden in het eigen vermogen.

Voorzieningen voor belastingen voortkomende uit niet-uitgekeerde ingehouden winsten van bepaalde dochterondernemingen worden enkel aangelegd indien er werd beslist dat dergelijke ingehouden winsten zullen worden uitgekeerd, meer bepaald waneer de dochteronderneming de intentie heeft een dividend uit te keren.

Pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep heeft verschillende pensioenplannen waarin bijdragen worden gestort via afzonderlijk beheerde fondsen. De Groep is eveneens overeengekomen om bijkomende vergoedingen na uitdiensttreding uit te keren aan bepaalde personeelsleden. De kost voor het verstrekken van de beloningen voorzien in de plannen wordt voor elk plan afzonderlijk bepaald gebruikmakend van de actuariële 'Projected Unit Credit'-waarderingsmethode. De actuariële winsten en verliezen worden opgenomen als opbrengsten of kosten indien de gecumuleerde niet-opgenomen winsten of verliezen voor een individueel plan op het einde van het voorgaande boekjaar 10% overschrijden van de contante waarde van de brutoverplichting of van de reële waarde van de fondsbeleggingen in het begin van het jaar, indien die hoger is. Dit overschot wordt erkend over de gemiddelde resterende dienstjaren van de werknemers die deel uitmaken van het individuele plan.

De Groep heeft verschillende aanvullende groepsverzekeringen. Bijdragen worden in de resultatenrekening opgenomen in de periode waarin ze zich voordoen.

De Groep voert sommige herstructureringsprogramma's uit die beëindigingsvoordelen en andere vormen van bijkomende vergoedingen inhouden. De actuariële winsten en verliezen op deze schulden worden in de resultatenrekening opgenomen wanneer ze zich voordoen.

De totale kost wordt in de resultatenrekening als personeelskosten en pensioenen geboekt, uitgezonderd de niet-recurrente kosten en de interestkost van de schuld voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen, resulterend uit de externe mobiliteitsprogramma's en uit de collectieve arbeidsovereenkomst van 2005, die als financiële kost is geboekt.

Korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden

De kost van alle korte- en langetermijnvoordelen voor personeelsleden, zoals lonen en salarissen, betaald verlof, bonussen, medische interventies en andere worden opgenomen gedurende de periode waarin het personeelslid de desbetreffende dienst verleent. De Groep neemt deze kosten enkel op indien zij wettelijk of feitelijk verplicht is om een dergelijke betaling uit te voeren en indien er een betrouwbare raming van de schuld kan worden gemaakt.

Financiële instrumenten

Reële waarde van de financiële instrumenten

De volgende methodes en principes worden toegepast om de reële waarde van de financiële instrumenten te ramen:

  • Voor investeringen in genoteerde bedrijven en wederzijdse fondsen is de reële waarde gelijk aan hun beurskoers;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen wordt de reële waarde geraamd door te refereren naar recente verkooptransacties op de aandelen van deze niet-genoteerde ondernemingen of, bij gebrek aan zulke transacties, door middel van verschillende waarderingstechnieken zoals toekomstige verdisconteerde kasstroommodellen en "multiples"- methodes;
  • Voor investeringen in niet-genoteerde ondernemingen waarvoor geen betrouwbare reële waarde kan worden bepaald, wordt de reële waarde gebaseerd op de historische aanschaffingskosten, gecorrigeerd met de eventuele bijzondere waardeverminderingen;
  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan variabele rentevoeten wordt de afgeschreven kost geacht de reële waarde te benaderen;
  • Voor langetermijnschulden die onderhevig zijn aan een vaste rentevoet wordt de reële waarde bepaald op basis van de marktwaarde indien aanwezig, of anders op basis van de toekomstige verdisconteerde kasstromen;
  • Voor handelsvorderingen, handelsschulden, andere kortlopende activa en passiva worden de boekwaarden in de balans bij benadering opgenomen tegen een reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor geldmiddelen en kasequivalenten vormen de boekwaarden opgenomen in de balans een benadering van hun reële waarde rekening houdend met hun korte looptijd;
  • Voor derivaten worden de reële waarden geraamd door gebruik te maken van verschillende waarderingstechnieken, in het bijzonder de verdiscontering van de toekomstige kasstromen.

Criteria voor de initiële opname en het niet meer opnemen van financiële activa en passiva

De financiële instrumenten worden initieel opgenomen wanneer de Groep de contractuele bepalingen van de instrumenten onderschrijft. Gewone aankopen en verkopen van financiële activa worden geboekt op de afwikkelingsdatum.

Financiële activa (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen wanneer de Groep de rechten op de vergoedingen, bepaald in het contract, te gelde maakt, wanneer de rechten vervallen of wanneer de Groep er afstand van doet of nog indien de Groep de controle verliest over de contractuele rechten die betrekking hebben op het financiële actief. Financiële passiva (of een gedeelte ervan) worden niet meer opgenomen indien de verplichting bepaald in het contract vervalt, ingetrokken of geannuleerd wordt.

Criteria voor de saldering van financiële activa en passiva

Indien er een wettelijk afdwingbaar compensatierecht bestaat voor opgenomen financiële activa en passiva en de intentie aanwezig is om het passief af te wikkelen en het actief tegelijk te gelde te maken of op nettobasis af te wikkelen, worden alle financiële gevolgen gecompenseerd.

Criteria voor classificering van de financiële instrumenten als "tot einde looptijd aangehouden"

Sommige financiële instrumenten worden als "behouden tot vervaldatum" geclassificeerd op basis van de mogelijkheid en de intentie van de Groep om deze instrumenten tot hun vervaldatum te behouden. De Groep heeft reeds een ruime ervaring in het naleven van deze regel. Dit wordt versterkt door het feit dat de financiële instrumenten die als "behouden tot vervaldatum" geclassificeerd zijn een looptijd hebben van korte- tot middellange termijn.

Criteria voor het classificeren van de financiële instrumenten als "voor verkoop beschikbaar"

De financiële activa die geen derivaten zijn, waarbij de Groep niet van plan is deze tot het einde van hun looptijd te behouden, die niet als "leningen en vorderingen" geclassificeerd zijn en die door de Groep bij aanvang niet als gewaardeerde activa tegen hun reële waarde via de resultatenrekening geclassificeerd zijn, worden als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd.

Aandelen in het eigen vermogen van niet-geconsolideerde ondernemingen worden gewoonlijk als "aangehouden tot verkoop" geclassificeerd. Aandelen in wederzijdse of in soortgelijke fondsen worden geclassificeerd als "aangehouden tot verkoop" als ze bij aanvang tegen hun reële waarde via de resultatenrekening geclassificeerd zijn.

Andere deelnemingen

Andere deelnemingen bevatten de aandelen gehouden in entiteiten die geen dochterondernemingen, joint-venture of ondernemingen volgens vermogensmutatiemethode zijn.

Deze deelnemingen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, zijnde tegen de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Deze deelnemingen worden op de balans geclassificeerd onder de 'voor verkoop beschikbare financiële activa'.

Na de initiële opname worden de andere deelnemingen geboekt tegen de reële waarde en worden de wijzigingen in de reële waarde rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen tot het financieel actief verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan wordt, waarna de voorheen in het eigen vermogen toegerekende gecumuleerde winsten of verliezen worden opgenomen in de resultatenrekening.

Andere financiële vaste activa

De andere financiële vaste activa omvatten derivaten (zie verder), rentedragende vorderingen op lange termijn zoals leningen aan joint ventures, personeel en kasgaranties, en beleggingen op lange termijn zoals 'notes' en gekochte obligaties. Langetermijnvorderingen worden geboekt als leningen en vorderingen uitgegeven door het bedrijf en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs. Langetermijninvesteringen worden geclassificeerd als tot het eind van de looptijd aangehouden en worden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs.

Handelsvorderingen en andere vlottende activa

Handelsvorderingen en andere vlottende activa worden in de balans opgenomen tegen nominale waarde (gewoonlijk het oorspronkelijke factuurbedrag) met aftrek van de waardeverminderingen voor dubieuze debiteuren.

Beleggingen

De beleggingen omvatten aandelen in fondsen en wederzijdse fondsen, vastrentende effecten en deposito's met een looptijd van meer dan drie maanden maar minder dan één jaar.

Aandelen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden aandelen behandeld als beschikbaar voor verkoop, met een herwaardering tot de reële waarde die rechtstreeks in het eigen vermogen wordt geboekt, tot de investering wordt verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan. De gecumuleerde winsten of verliezen die voorheen in het eigen vermogen werden geboekt, worden daarna in de resultatenrekening opgenomen.

Vastrentende effecten worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de verstrekte vergoeding met inbegrip van de aanschaffingskosten verbonden aan de investering. Na de initiële opname worden de vastrentende effecten die geclassificeerd zijn als beschikbaar voor verkoop gewaardeerd aan reële waarde, waarbij de winsten en verliezen uit herwaardering in het eigen vermogen worden opgenomen tot de investering is verkocht, geïncasseerd of van de hand gedaan. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt in de resultatenrekening. De vastrentende effecten die bestemd zijn om de hele looptijd te worden gehouden, worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs, gebruikmakend van de methode van de effectieve rentevoet.

Deposito's worden verondersteld aangehouden te worden tot het einde van de looptijd en worden gewaardeerd tegen de afgeschreven kostprijs.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten liquide middelen, lopende bankrekeningen en beleggingen met een initiële looptijd van minder dan drie maanden en die zeer liquide zijn.

Geldmiddelen en kasequivalenten worden geboekt tegen de afgeschreven kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële activa

De Groep onderzoekt op iedere balansdatum of financiële activa of het geheel van financiële activa objectieve indicaties van bijzondere waardevermindering vertonen. Als de boekhoudkundige waarde van de financiële activa hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde, wordt een bijzondere waardevermindering geboekt.

Er wordt altijd een specifieke rekening gebruikt om de bijzondere waardeverminderingen te boeken, ongeacht of deze door een kredietverlies veroorzaakt werden of niet.

De waardeverminderingen op vorderingen worden geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep niet in staat zal zijn alle verschuldigde bedragen te innen, op basis van geïndividualiseerde criteria of op basis van statistieken en de analyse van de ouderdomsbalans.

In geval van waardeverminderingen die te wijten zijn aan kredietverliezen, wordt de waardevermindering teruggenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de Groep in staat zal zijn de financiële activa te innen, op basis van verschillende indicaties zoals de oplevering van waarborgen, een succesvolle kapitaalverhoging bij de schuldenaar, enz…

De waardevermindering wordt ook teruggenomen wanneer het actief definitief verkocht, ontvangen of daarentegen niet terugvorderbaar is. Op dat moment worden de definitieve opbrengsten/(kosten) geboekt in de resultaatrekening.

De waardeverminderingen op 'voor verkoop beschikbare' eigen vermogeninstrumenten worden erkend in resultaat in geval van een significante of langdurige daling van de reële waarde beneden kostprijs. Deze waardeverminderingen worden niet in de resultaatrekening teruggenomen. Indien een waardevermindering teruggenomen moet worden, zal een terugneming in het eigen vermogen geboekt worden, als een herwaardering tot de reële waarde.

Rentedragende schulden

Alle kredieten en leningen worden initieel opgenomen tegen kostprijs, meer bepaald de reële waarde van de ontvangen vergoeding na aftrek van de uitgiftekosten verbonden aan de leningen.

Na de initiële opname worden de niet-afgedekte schulden gewaardeerd tegen afgeschreven kostprijs op basis van de effectieve intrestvoetmethode met afschrijving van verdisconteringen of premies in de resultatenrekening.

Derivaten

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals IRS, IRCS, rentetermijncontracten en valutaopties om haar risico's verbonden aan schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta te beperken op onderliggende activa, passiva en geanticipeerde transacties. De derivaten worden tegen reële waarde geboekt in de posten andere activa (lange en korte termijn), rentedragende schulden (lange en korte termijn) en andere schulden (lange en korte termijn).

De Groep gebruikt IRS en IRCS om zijn risico van schommelingen van de rentevoet en vreemde valuta op langetermijnschulden in te perken. Deze economische afdekkingen worden niet beschouwd als boekhoudkundige afdekkingen.

De Groep heeft geen derivaten (en geeft er ook geen uit) voor handelsdoeleinden, maar sommige van haar derivatencontracten beantwoorden niet aan de criteria bepaald in IAS 39 om als afdekkingen te worden beschouwd en worden daarom behandeld als derivaten aangehouden voor verhandeling, met wijzigingen in de reële waarde geboekt in de resultatenrekening.

De Groep maakt gebruik van valutaopties en termijnwisselcontracten om haar risico's op vreemde valuta uit operationele contracten te beperken. Indien de afstemming van deze instrumenten op het onderliggende risico echter niet effectief genoeg is of indien de effectiviteit niet gemakkelijk kan worden aangetoond, worden deze instrumenten niet geboekt als afdekkingen, maar wel tegen de reële waarde, waarbij de wijzigingen in die reële waarde worden opgenomen in de resultatenrekening.

Sommige schulden geplaatst door Belgacom omvatten in het contract besloten derivaten. Dergelijke derivaten worden afgescheiden van hun basiscontracten en geboekt tegen de marktwaarde waarbij wijzigingen in de reële waarde in de resultatenrekening opgenomen worden. Het "mark-to-market" effect op de in het contract besloten derivaten wordt geneutraliseerd door deze op andere derivaten.

Sinds september 2011 is de Groep gestart met het afsluiten van derivaten voor het indekken van een deel van de risico's op commodityprijsschommelingen van zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties. De Groep verwerkt de kasstroomafdekking administratief als volgt: het deel van de winst of het verlies op het afdekkingsinstrument waarvan is vastgesteld dat het een effectieve afdekking is wordt in niet gerealiseerde resultaten genomen tot het afgedekte feit zich voordoet.

Bij initiële erkenning van het actief worden de bedragen die eerder waren erkend in niet-gerealiseerde resultaten, opgenomen in de waarde van het actief. Het "niet-effectieve" gedeelte van een "cash flow hedge" wordt altijd erkend in de resultatenrekening.

Netto winsten / (verliezen) op financiële instrumenten

Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten worden door de Groep van de nettowinsten en -verliezen op financiële instrumenten afgehouden. Dividenden, renteopbrengsten en rentekosten die uit financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van financiële instrumenten voortvloeien, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt wanneer deze instrumenten betrekking hebben op financieringsactiviteiten. Wanneer financiële instrumenten op operationele of investeringsactiviteiten betrekking hebben, worden de netto winsten / (verliezen) die uit de verkoop of de aanzuivering van deze financiële instrumenten voortvloeien als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien en die gebruikt worden om het wisselrisico uit operationele activiteiten te beheren maar die niet als dekkingsinstrumenten volgens IAS 39 beschouwd worden, worden als operationele opbrengsten/(kosten) geboekt.

Netto winsten / (verliezen) die uit de herwaardering naar de reële waarde van derivaten voortvloeien die gebruikt worden om het renterisico uit financiële activiteiten te beheren, worden als financiële opbrengsten/(kosten) geboekt.

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen netto realiseerbare waarde indien deze lager is.

De kostprijs wordt bepaald volgens de gewogen-gemiddelde-kostprijsmethode behalve voor IT-uitrusting (FIFO methode) en aangekochte goederen voor de wederverkoop in het kader van specifieke onderhanden projecten in opdracht van derden (individuele aankoopprijs).

Voor onderhanden projecten in opdracht van derden, wordt de methode van winstneming toegepast. De methode van winstneming wordt gemeten op basis van de kost van het uitgevoerde werk op balansdatum in verhouding tot de geraamde totale kost voor het project. De projectkosten omvatten alle directe kosten die betrekking hebben op het specifieke project en een toewijzing van vaste en variabele kosten opgelopen met betrekking tot projectactiviteiten, gebaseerd op normale bedrijfscapaciteit.

Lease-overeenkomsten

Lease-overeenkomsten m.b.t. activa waarbij nagenoeg alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief worden overgedragen aan de Groep worden geclassificeerd als financiële leases. Financiële leases worden erkend als activa en schulden (rentedragende schulden) ten bedrage van de reële waarde van de geleasde activa of de huidige waarde van de minimale leasingbetalingen bij aanvang van de lease, indien deze lager is. De afschrijving en herwaardering tot reële waarde voor afschrijfbare geleasde activa zijn dezelfde als voor afschrijfbare activa in eigendom. Leasebetalingen worden opgesplitst tussen openstaande schulden en financiële lasten om zo tot een constante intrestvoet per periode te komen op het resterende saldo van de schuld.

Lease-overeenkomsten waarbij alle risico's en voordelen uit het bezit van het actief nagenoeg behouden worden door de verhuurder, worden geclassificeerd als operationele leases. De betalingen onder operationele leases worden lineair over de leasingtermijn als kosten opgenomen in de resultatenrekening.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen indien de Groep een bestaande wettelijke of feitelijke verplichting heeft die voortvloeit uit gebeurtenissen uit het verleden waarvoor waarschijnlijk een uitstroom van middelen die economische voordelen inhouden, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag van deze verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat. Een gebeurtenis uit het verleden wordt geacht aanleiding te geven tot een bestaande verplichting indien, rekening houdend met de beschikbare bewijsstukken, het meer dan waarschijnlijk is dat er een bestaande verplichting is op de balansdatum.

Bepaalde activa en inrichtingen die zich op eigendom van derden situeren, dienen uiteindelijk ontmanteld te worden en de eigendom dient in de oorspronkelijke staat hersteld te worden. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling worden opgenomen als materiële vaste activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de herstelling, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. In het geval van verdiscontering, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd geclassificeerd als financieringskosten.

Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop

Vaste activa en bijhorende schulden aangehouden voor verkoop zijn opgenomen aan de laagste waarde van hun boekwaarde en hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten, en worden geclassificeerd onder de vlottende activa.

Op aandelen gebaseerde betaling

De reële waarde van de aandelenopties toegekend onder de aandelenoptieplannen van de Groep, wordt bepaald op de toekenningsdatum, rekening houdend met de karakteristieken en voorwaarden waartegen de opties toegekend worden, en gebruik makend van een waarderingstechniek die overeenkomt met algemeen aanvaarde waarderingsmethodes voor de prijsbepaling van financiële instrumenten, en die rekening houdt met alle factoren en assumpties die normale deelnemers met kennis van zaken bij hun prijszetting in overweging zouden nemen. De reële waarde van de aandelenopties wordt als personeelskost geboekt over de periode totdat de genieter de optie onvoorwaardelijk verwerft, samen met een verhoging van de rubriek "vergoedingen in aandelen" in het eigen vermogen, voor wat betreft het vermogensdeel, en een erkenning van een dividendschuld voor het dividenddeel. De reële waarde van dit recht wordt jaarlijks geherwaardeerd wanneer de aandelenopties recht geven op dividenden uitgekeerd na de toewijzing van de opties.

Opbrengsten en bedrijfskosten

De opbrengsten worden opgenomen voor zover de economische voordelen naar alle waarschijnlijkheid naar de Groep zullen vloeien en de opbrengsten getrouw kunnen worden gewaardeerd. De specifieke opbrengstenstromen en de eraan verbonden criteria voor erkenning zijn de volgende:

  • De opbrengsten van het vastelijn-, mobiele- en carrierverkeer worden opgenomen op basis van het gebruik;
  • De opbrengsten uit de aansluitings- en installatiekosten worden opgenomen op het ogenblik van de aansluiting of installatie;
  • De opbrengsten uit de verkoop van communicatie-uitrusting worden opgenomen bij de levering aan de externe verdeler of bij de levering door de eigen Belgacom winkels aan de finale klant;
  • De opbrengsten uit de maandelijkse huur- of toegangskosten die betrekking hebben op vastelijn- en mobiele opbrengsten worden opgenomen in de periode waarin de diensten zijn verstrekt;
  • De abonnementsgelden worden opgenomen als opbrengsten pro-rata over de abonnementsperiode;
  • Voorafbetaalde opbrengsten zoals opbrengsten uit voorafbetaalde vaste- of mobilofoniekaarten worden uitgesteld en opgenomen op basis van het gebruik van de kaarten;
  • Onderhoudsopbrengsten worden opgenomen als opbrengsten prorata over de onderhoudsperiode geboekt;
  • Ontvangen commissies worden opgenomen wanneer de Groep optreedt als agent, dwz wanneer de Groep de voorraad- en kredietrisico's niet draagt, de prijzen niet bepaalt, geen deel van de diensten verandert of uitvoert, en wanneer de Groep geen vrijheid heeft om de leveranciers te selecteren;
  • De opbrengsten uit de verkoopscontracten die meerdere elementen bevatten, worden pro rata toegewezen aan deze verschillende elementen op basis van hun relatieve reële waarde.

Netto omzet is gedefiniëerd als de bruto-instroom van economische voordelen die tijdens de periode ontstaan bij de uitvoering van de normale bedrijfsactiviteiten en rekening houdend met elke handels- en volumekorting toegekend door de Groep. Spaarpunten (loyaliteitsprogramma's) worden geboekt als een afzonderlijke component van de verkooptransactie en opgenomen in mindering van de initiële verkoop in netto omzet. De aan spaarpunten toegerekende vergoeding wordt in opbrengsten geboekt wanneer de spaarpunten worden ingewisseld.

Uitgaven voor research worden opgenomen in de resultatenrekening als kosten wanneer ze zich voordoen.

De geconsolideerde resultatenrekening van de Groep wordt voorgesteld per aard van de kosten. Bedrijfskosten worden voorgesteld netto van het geleverde werk dat door de onderneming werd geactiveerd.

De kosten van de verkochte materialen en diensten omvatten de kosten voor de aankoop van het materiaal en de diensten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opbrengsten.

De reclamekosten en andere marketingkosten worden opgenomen wanneer ze zich voordoen.

De dealer commissies voor contracten met post paid mobiele klanten van méér dan één jaar worden in de kosten genomen over de geschatte duurtijd van het contract. De kosten van commissielonen aan dealers voor andere contracten worden erkend wanneer ze zich voordoen.

Niet-recurrente opbrengsten en kosten omvatten winsten en verliezen op de verkoop van geconsolideerde ondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, boetes en straffen opgelegd door de mededingingsautoriteiten of de regulator die 5 miljoen EUR overschrijden,kosten voor herstructureringsprogramma's, inclusief actuariële winsten en verliezen en gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding.

Toelichting 3. Goodwill

(in miljoen EUR) Goodwill
Op 1 januari 2010 2.088
Verwerving van zeggenschap over BICS
Verwerving van MBS TELECOM NV
Verwerving van Sahara Net LLC
Prijsaanpassing van Scarlet
Andere
252
1
5
-7
-1
Op 31 december 2010 2.337
Verwerving van Eudasys SAS
Verkoop van Telindus SA (Spanje)
Verkoop van Scarlet BV (Curaçao)
6
-17
-2
Op 31 december 2011 2.323

Als gevolg van het verwerven van zeggenschap over BICS per 1 januari 2010, welke een herwaardering naar reële waarde vereiste van het voorheen aangehouden belang (zie toelichting 6.4 en 22), is de goodwill gestegen met 252 miljoen EUR in 2010. De Groep verkoos om niet de volledige goodwill optie toe te passen, wat betekent dat de minderheidsbelangen op datum van overname worden gewaardeerd aan hun aandeel in de netto activa van BICS, gewaardeerd aan reële waarde.

In 2011 is de daling van de goodwill vooral te wijten aan de verkoop van Telindus SA (Spanje) in juni 2011.

Goodwill werd op operationeel segmentniveau getest op bijzondere waardeverminderingen omdat deze de kasstroomgenerende eenheden van de Groep zijn en de performantie, de financiële positie (inclusief goodwill) en de kapitaalsuitgaven binnen de Groep enkel op operationeel segmentniveau beheerd worden.

In het kader van het onderzoek naar bijzondere waardeverminderingen wordt de goodwill die verworven is in een bedrijfscombinatie op de overnamedatum toegerekend aan elk van de operationele segmenten van de Groep die naar verwachting voordeel zullen halen uit de bedrijfscombinatie. Daarom is deze toewijzing gebaseerd op de aard van de verworven klanten en activiteiten. Per 31 december 2011 werden alle verworven bedrijven volledig toegewezen aan één enkel operationeel segment, met uitzondering van de goodwill als gevolg van de verwerving van een minderheidsbelang in 2007, welk werd toegewezen aan de Consumer Business Unit en Enterprise Business Unit op basis van hun relatieve bedrijfswaarde voor de Groep per 31 december 2007.

De boekwaarde van de goodwill is als volgt aan de operationele segmenten toegewezen:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Consumer Business Unit 1.001 999
Enterprise Business Unit 1.084 1.073
Internationale Carrierdiensten 252 252
Totaal 2.337 2.323

De realiseerbare waarde op segmentniveau (inclusief goodwill) werd gebaseerd op de bedrijfswaarde bepaald aan de hand van een verdisconteerd kasstroommodel. De belangrijke veronderstellingen bij het bepalen van de gebruikswaarde zijn de EBITDA (met uitzondering van het Internationaal Carrier Segment waarvoor de directe marge belangrijker is), investeringen, de langtermijngroeivoet, en de gemiddelde gewogen vermogenskost na belastingen.

De vrije kasstromen die in aanmerking werden genomen voor de berekening van de gebruikswaarde zijn geschat voor de activa in hun huidige toestand en omvatten niet de kasinstromen en uitstromen die verband houden met toekomstige reorganisaties waartoe de Group zich nog niet heeft verbonden en deze die de prestaties van activa verbeteren of verhogen.

Voor de jaren 2012 tot 2016 werden de vrije kasstromen gebaseerd op het Vijf Jaren Plan zoals goedgekeurd door het management en Raad van Bestuur. Voor de volgende jaren werden de gegevens van het Vijf Jaren Plan geëxtrapoleerd op basis van een groeiratio tussen 0,0% en 1,0% per jaar (CBU:0.5%, EBU:1.0% en ICS:0.5%), welke de managementvisie reflecteert over de langtermijnevolutie van de markt en gebaseerd is op historische data.

Vrije kasstromen voor elk van de segmenten werden verdisconteerd tegen de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van de Groep van 7.08%, met uitzondering van het ICS segment, waarvoor een specifieke gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen van 9,04% werd gebruikt, en dit gezien haar activiteiten voldoende verschillend werden geacht ten opzichte van de rest van de Groep. om een specifieke berekening te rechtvaardigen. De gemiddelde vermogenskost vóór belastingen, die uit de gewogen gemiddelde vermogenskost na belastingen via iteraties afgeleid werd, ligt tussen 9,60% en 10,95%. De berekende gewogen gemiddelde vermogenskost op groepsniveau en voor het ICS segment zijn gebaseerd op hun relatieve kapitaalstructuurcomponenten en omvatten een risicopremie die specifiek is voor het inherente risico van het segment.

Geen enkele goodwill had per 31 december 2011 een bijzondere waardevermindering ondergaan.

Sensitiviteitsanalyse toont aan dat bij een redelijkerwijs mogelijke wijziging in een belangrijke veronderstelling voor alle segmenten de bedrijfswaarde de netto boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden (de segmenten) nog steeds overschrijdt.

Specifiek voor het ICS segment is de uitkomst van de toetsing voor bijzondere waardevermindering gevoelig voor een wijziging in de directe marge. De bedrijfswaarde van het ICS segment zou dalen beneden de boekwaarde bij een daling in de directe marge (afzonderlijk beschouwd) van meer dan 46% in vergelijking met de assumptie opgenomen in het Vijf Jaren Plan. Per 31 december 2011 beoordeelt het management dit risico als weinig waarschijnlijk.

Toelichting 4. Immateriële vaste activa met bepaalde gebruiksduur

(in miljoen EUR) GSM- en
UMTS
licenties
Intern
geprodu
ceerde vaste
activa
Verworven
klantbestand
en en
merknamen
TV rechten Andere
immateriële
vaste activa
Totaal
Boekwaarde op 1 januari 2010, na aftrek van
gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
111 100 148 8
3
181 623
Aanschaffingen
Aanschaffingen van dochterondernemingen
Verkopen
Overboekingen
Afschrijvingen van het jaar
7
4
0
0
-7
-24
6
7
0
0
0
-36
0
541
0
0
-67
6
9
0
0
0
-68
6
7
9
-1
8
-65
277
550
-1
1
-260
Boekwaarde op 31 december 2010, na aftrek van
gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
154 132 621 8
3
199 1.190
Aanschaffingen
Aanschaffingen van dochterondernemingen
Verkopen
Verkopen van dochterondernemingen
Overboekingen
Waardeverminderingen
Afschrijvingen van het jaar
2
0
0
0
0
0
0
-24
7
0
0
0
0
0
0
-59
0
8
0
-1
0
0
-62
5
4
0
0
0
0
0
-60
8
4
0
0
0
-4
-1
-61
229
8
0
-1
-4
-1
-266
Boekwaarde op 31 december 2011, na aftrek van
gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
150 143 566 7
8
217 1.155
(in miljoen EUR) GSM- en
UMTS
licenties
Intern
geprodu
ceerde vaste
activa
Verworven
klantbestand
en en
merknamen
TV rechten Andere
immateriële
vaste activa
Totaal
Op 31 december 2010
Aanschaffingswaarde 450 450 790 219 877 2.786
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen -295 -318 -169 -136 -678 -1.596
Netto boekwaarde 154 132 621 8
3
199 1.190
Op 31 december 2011
Aanschaffingswaarde 470 520 797 156 831 2.773
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen -319 -377 -230 -78 -614 -1.618
Netto boekwaarde 150 143 566 7
8
217 1.155

De stijging in 2010 resulteert voornamelijk uit de integrale consolidatie van BICS en het verwerven van zeggenschap over BICS, welke tot een toewijzing van de overgedragen vergoeding van BICS heeft geleid (zie toelichting 6.4).

De stijging in 2010 van de GSM en UMTS licenties hebben betrekking op het Global System for Mobile Communications ("GSM") en het Universal Mobile Telecommunications System ("UMTS"). In 1994 heeft de Groep een GSM-licentie in België verworven (voor het gebruik van het 900 MHz spectrum) ten bedrage van 226 miljoen EUR. De afschrijving werd gestart in 1995 over de initiële gebruiksduur van de licentie (15 jaar). Sinds 6 april 2008 is de GSM licentie kosteloos verlengd tot 8 april 2015. Op 15 maart 2010 heeft de Belgische Staat een wet goedgekeurd die een bijkomende vergoeding van 74 miljoen EUR oplegt voor het verlengen van de 2G-licenties tot 2015 (voor 12 MHz duplex), af te schrijven over 5 jaar. Belgacom heeft gekozen voor jaarlijkse betalingen. Op 18 augustus 2010 heeft Belgacom een procedure tot nietigverklaring ingediend voor het Grondwettelijk Hof tegen de wet van 15 maart 2010. Het Belgisch Grondwettelijk Hof heeft aan het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen gesteld.

Naast deze procedure tot nietigverklaring, is Belgacom ook een procedure gestart tegen de Belgische Staat en het BIPT teneinde teruggave te bekomen van de betaalde bedragen.

In maart 2001 heeft de Groep een UMTS-licentie in België verworven ten bedrage van 150 miljoen EUR. De afschrijving van deze licentie startte in juni 2004 over de initiële gebruiksduur van de licentie, die gepland is te eindigen in 2021.

In 2011 heeft de Groep een 4G licentie in de 2,6 GHz frequentieband verworven ten bedrage van 20 miljoen EUR, dewelke zal betaald worden in 2012. De licentie is geldig voor 15 jaar vanaf 1 juli 2012 en de afschrijving zal starten vanaf juli 2012.

De verworven klantenbestanden en merknamen bevatten immateriële vaste activa aangeschaft via bedrijfscombinaties (zie toelichting 6.4).

TV-rechten omvatten de aangekochte voetbalrechten en uitzendrechten.

Andere immateriële vaste activa omvatten hoofdzakelijk aangekochte software en gebruiksrechten voor kabels.

De aanschaffingswaarde van de vervreemde immateriële vaste activa bedraagt EUR 240 miljoen in 2011 versus EUR 137 miljoen in 2010.

Toelichting 5. Materiële vaste activa

(in miljoen EUR) Terreinen en
gebouwen
Technische
en netwerk
uitrusting
Andere
materiële
vaste activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Boekwaarde op 1 januari 2010, na aftrek van
gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
512 1.788 109 1
1
2.420
Aanschaffingen
Aanschaffingen van dochterondernemingen
Verkopen
Overboekingen
Waardeverminderingen
Afschrijvingen van het jaar
1
6
0
-4
0
0
-38
397
2
8
-7
1
2
0
-480
3
0
2
0
1
0
-31
1
4
3
0
-14
0
0
457
3
4
-11
-1
-1
-549
Boekwaarde op 31 december 2010, na aftrek van
gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
486 1.738 110 1
3
2.348
Aanschaffingen
Aanschaffingen van dochterondernemingen
Verkopen
Verkopen van dochterondernemingen
Overboekingen
Waardeverminderingen
Afschrijvingen van het jaar
9
0
-3
0
0
0
-34
493
0
-1
-4
2
3
-1
-423
3
6
0
0
0
-2
-1
-33
1
1
0
0
0
-18
0
0
548
0
-4
-4
4
-1
-489
Boekwaarde op 31 december 2011, na aftrek van
gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen
459 1.825 111 6 2.401
(in miljoen EUR) Terreinen en
gebouwen
Technische
en netwerk
uitrusting
Andere
materiële
vaste activa
Activa in
aanbouw
Totaal
Op 31 december 2010
Aanschaffingswaarde 839 10.531 378 1
3
11.761
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen -353 -8.792 -268 0 -9.413
Netto boekwaarde 486 1.738 110 1
3
2.348
Op 31 december 2011
Aanschaffingswaarde 831 10.451 392 6 11.680
Gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen -371 -8.627 -281 0 -9.279
Netto boekwaarde 459 1.825 111 6 2.401

De stijging in 2010 heeft voornamelijk betrekking op de integrale consolidatie van BICS (zie toelichting 6.4).

De aanschaffingswaarde van de vervreemde materiële vaste activa bedraagt EUR 631 miljoen in 2011 versus EUR 483 miljoen in 2010.

Toelichting 6. Deelnemingen in dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Toelichting 6.1. Deelnemingen in dochterondernemingen

De geconsolideerde jaarrekening omvat de jaarrekeningen van Belgacom NV en haar dochterondernemingen opgenomen in de volgende tabel.

Naam Maatschappelijke zetel Land Aandeel van de Groep
2010 2011
Belgacom NV van Publiek Recht Koning Albert-II-laan 27
1030 Brussel
België Moedermaatschappij
BTW
BE 0202.239.951
Belgacom Finance SA Rue de Merl 74 Luxemburg 100% 100%
Belgacom Group International Services NV 2146 Luxemburg
Koning Albert-II-laan 27
België 100% 100%
1030 Brussel
BGC Re BTW
BE 0466.917.220
Rue de Merl 74
Luxemburg - 100%
2146 Luxemburg
Finbel Re SA Rue de Merl 74
2146 Luxemburg
Luxemburg 100% -
Connectimmo NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
BTW
BE 0477.931.965
Belgacom Skynet NV Koning Albert-II-laan 27 België 100% 100%
1030 Brussel
Skynet iMotion Activities NV BTW
BE 0460.102.672
Carlistraat 2
België 100% 100%
1140 Evere
BTW
BE 0875.092.626
Tango SA Rue de Luxembourg 177
8077 Bertange
Luxemburg
(9)
100% 100%
Telindus Group NV Geldenaaksebaan 335 België 100% 100%
3001 Heverlee
BTW
BE 0422.674.035
Telindus - ISIT BV Krommewetering 7 Nederland 100% 100%
Telindus International BV 3544 AP Utrecht
Krommewetering 7
Nederland
(1)
100% -
3544 AP Utrecht
Telindus Networks SA Chemin des Primevères 4
5
Zwitserland
(2)
100% -
Telindus SA 1701 Fribourg
Chemin des Primevères 4
5
Zwitserland
(2)
100% -
1701 Fribourg
Telindus SA Plaza Ciudad de Viena 6 Spanje
(3)
100% -
Telindus SA 28040 Madrid
Route d'Arlon 8
1–
8
3
Luxemburg
(4)
65% 65%
8009 Strassen
Telectronics SA 2 Rue des Mines Luxemburg
(4)
65% 65%
Beim Weissenkreuz SA 4244 Esch sur Alzette
Route d'Arlon 8
1–
8
3
Luxemburg
(4)
64% 64%
8009 Strassen
Telindus LTD Centurion - Riverside Way - Watchmoor Park
Camberley - Surrey -GU15 3 YL
Verenigd Koninkrijk
(4)
100% 100%
Telindus Surveillance Solutions Ltd Centurion - Riverside Way - Watchmoor Park Verenigd Koninkrijk
(4)
100% 100%
Camberley - Surrey -GU15 3 YL
Telindus France SA ZA de Courtaboeuf- 12, avenue de l'Oceanie
91940 Les Ulis
Frankrijk
(4)
100% 100%
Groupe Telindus France SA ZA de Courtaboeuf- 12, avenue de l'Oceanie Frankrijk
(4)
100% 100%
91940 Les Ulis
Telindus Sweden AB p/a Advokatfirman VINGE
Smarlandsgatan 20 - Box 1107
Zweden
(4) (2)
100% -
111 87 Stockholm
Telindus Morocco SAS Casablanca Nearshore Park, 1100 Bd. Al Qods, Shore III,
Casanearshore, Sidi Maârouf
Maroc
(4)
100% 100%
Casablanca
ISit BV Krommewetering 7 Nederland
(4) (1)
100% -
ISit ICT Services BV 3544 AP Utrecht
Krommewetering 7
Nederland
(4) (1)
100% -
3544 AP Utrecht
ISit NV Culliganlaan 1B België
(4) (2)
100% -
Euremis NV 1831 DIEGEM
Chaussée de Nivelles 8
1
België
(2)
100% -
1420 Braine-l'Alleud
Belgacom Bridging ICT NV 2146 Luxemburg
Koning Albert II laan 27
België 100% 100%
1030 Brussels
Belgacom ICT - Expert Community CVBA BTW
BE 0826.942.915
Ambachtenlaan 34
België - 94%
3001 Heverlee
Belgacom OPAL NV BTW
BE 0841.396.905
Koning Albert-II-laan 27
België 100% 100%
1030 Brussel
BTW
BE 0861.583.672
Belgacom Development SA Rue de Merl 74
2146 Luxemburg
Luxemburg 100% 100%
Beldiscom NV Bld d'Avroy 242 België 100% 100%
4000 Liege
Mobile-For NV BTW
BE 0440.935.769
Koning Albert-II-laan 27
België 100% 100%
1030 Brussel
BTW
BE 0881.959.533
Naam Maatschappelijke zetel Land 2010 Aandeel van de Groep
2011
Tango Mobile SA Rue de Luxembourg 177 Luxemburg (7) 100% -
Tango Fixed SA 8077 Bertange
Rue de Luxembourg 177
Luxemburg (7) 100% -
Tango Services SA 8077 Bertange
Rue de Luxembourg 177
Luxemburg (7) 100% -
Scarlet NV 8077 Bertange
Ketelmeerstraat 198
Nederland (5) 100% 100%
Scarlet Telecom BV 8226JX Lelystad
Ketelmeerstraat 198
Nederland (5) 100% 100%
Scarlet Belgie Holding BV 8226JX Lelystad
Ketelmeerstraat 198
Nederland (5) 100% 100%
8226JX Lelystad
Scarlet Extended NV Belgicastraat 5
1930 Zaventem
België (5) (10) 100% -
ST Integration NV BTW
BE 0463.815.792
Belgicastraat 5
België (5) (2) 100% -
1930 Zaventem
BTW
BE 0472.046.243
Scarlet Business NV Belgicastraat 5
1930 Zaventem
België (5) 100% 100%
Scarlet Luxembourg SARL BTW
BE 0463.079.780
Rue Jean Piret 3
België (5) 100% 100%
2350 Luxembourg
Scarlet Telecom BVBA Belgicastraat 5
1930 Zaventem
België (5) (2) 100% -
NetNet BVBA BTW
BE 0466.942.657
Belgicastraat 5
België (5) (10) 100% -
1930 Zaventem
BTW
BE 0461.549.853
Scarlet Belgium NV Belgicastraat 5
1930 Zaventem
België (5) 100% 100%
BTW
BE 0447.976.484
Full Telecom NV Belcrownlaan 13i
2100 Deurne
België (5) (10) 100% -
MBS TELECOM NV BTW
BE 0864.940.684
Belgicastraat 5
België (5) (6) 100% 100%
1930 Zaventem
BTW
0882.760.574
Sahara International Ventures NV Franse Kampweg 6
1406 NW
Bussum
Nederland (3) 51% -
Sahara LAC BV Amstel 108
1017 AD Amsterdam
Nederland (3) 51% -
Sahara Net LLC Al-Dabal Commercial Tower (ACT) 2nd Floor, Prince 36% 70%
Mohammad Quarter, Prince Mohammad Street (First Street) Saoëdi-Arabië
P.O. Box 5480 Zip Code 31422 - Damman
Scarlet BV (Curaçao) Fokkerweg 26
Willemstad Curacao
Nederlandse Antillen (6) (3) 42% -
Caribbean Satellite Communications Inc 50 Soldado Serrano, Ocean park
San Juan 00911
Puerto Rico (6) (3) 42% -
Scarlet NV (BTS) Kaya J.A. Abraham Boulevard 73 Nederlandse Antillen (6) (3) 42% -
Scarlet NV (SNM) Bonaire
Three Palm Plaza 60, Unit 1, Welfare Road, Colebay
Nederlandse Antillen (6) (3) 42% -
Carib - online NV Sint Maarten
Fokkerweg 26
Nederlandse Antillen (6) (3) 42% -
Scarlet Inc Willemstad Curacao
1334 Redwood Avenue
Verenigde Staten van Amerika (6) (3) 42% -
Scarlet AARC NV Brighton Iowa 52540
Santa Rosaweg 17
Nederlandse Antillen (6) (3) 42% -
All America Cables and Radio (Sint Maarten) NV Willemstad Curacao
36G Airport Road, Simpson Bay
Nederlandse Antillen (6) (3) 42% -
Sint Maarten
Scarlet Telecom NV Watapanastraat 7
Oranjestad
Aruba (6) (3) 42% -
Rainbow
Internet Services NV
Watapanastraat 7
Oranjestad
Aruba (6) (3) 42% -
Scarlet (BVI) Ltd Arias Fabrega & Fabrega Trust Co BVI Ltd Wickhams Cay,
Road Town, Tortola
Britse Maagdeneilanden (6) (3) 42% -
Belgacom International Carrier Services NV Rue Lebeau 4
1000 Brussel
België (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Deutschland G.M.B.H. Mendelssohnstrasse 87 BTW
BE 0866.977.981
Duitsland (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services UK Ltd 60325 Frankfurt
Great Bridgewaterstreet 70
Verenigd Koninkrijk (11) 58% 58%
M1 5ES Manchester
Belgacom International Carrier Services Nederland BV Wilhelminakade 91
3072 AP Rotterdam
Nederland (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services North America Inc Corporation trust center - 1209 Orange street USA - 19801 Willington Delaware Verenigde Staten van Amerika (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Asia Pte Ltd 80, Robinson Road # 02-00,
Singapore 066898
Singapore (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services (Portugal) SA Avenida da Republica, 50, 10de verdieping
1069-211 Lisbon
Portugal (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Italia Srl Via della Moscova 3
20121 Milano
Italië (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Spain SL Avenida de Aragon, 330 Spanje (11) 58% 58%
Edificio 5,3°
28022 Madrid
Belgacom International Carrier Services Switzerland AG Papiermülhestrasse 1 4
3014 Bern
Zwitserland (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Austria GMBH Teinfaltstrasse, 4
1010 Wien
Oostenrijk (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services Sweden AB Drottninggatan 30
41114 Goteborg
Zweden (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services JAPAN KK #409 Raffine Higaski Ginza, 4-14
Tsukyi 4 - Chome - Chuo-ku
Japan (11) 58% 58%
Chiyoda-ku - Tokyo 100-00
Belgacom International Carrier Services China Ltd Three Pacific Place - Level 28
1, Queen's road East
China (11) 58% 58%
Belgacom International Carrier Services France SAS Hong Kong
Rue du Colonel Moll 3
Frankrijk (11) 58% 58%
75017 Paris

(1) Gefusioneerd entiteit in 2011 in Telindus ISIT BV (2) Geliquideerd in 2011

(2) Verkochte onderneming in 2011

(4) Dochterondernemingen van Telindus Group

(5) Dochterondernemingen van Group Scarlet (6) Indirect gecontroleerd door de Groep entiteit

(7) Gefusioneerd entiteit in Belgacom invest SARL in 2011 - herbenoemd in Tango SA

(8) Gefusioneerd entiteit in Telindus SA (Luxemburg) in 2010

(9) Voorafgaande naam Belgacom Invest SARL (10) Gefusioneerd entiteit in Scarlet Belgium NV in 2010

(11) BICS Groep, integraal geconsolideerd vanaf 2010

Toelichting 6.2. Deelnemingen in joint ventures

De Groep heeft volgende deelnemingen in joint ventures.

Naam Maatschappelijke zetel Land 2010 Aandeel van de Groep
2011
Allo Bottin SA 101/109, rue Jean-Jurès
92300 Levalloi-Perret
75017 Paris
Frankrijk (1) 50% 50%
E-Port Communications Systems SA Slijkensesteenweg 2
8400 Oostende
BTW BE 0864.818.940
België (2) 50% 50%

(1) In liquidatie (2) Joint venture van Belgacom SA

Toelichting 6.3. Deelnemingen in geassocieerde ondernemingen

De Groep heeft een invloed van betekenis in de volgende ondernemingen.

Naam Maatschappelijke zetel Land Aandeel van de Groep
2010 2011
Tunz.com NV Boulevard de Waterloo
1000 Bruxelles
BTW BE 0886.476.763
België 40% 40%
ClearMedia NV Zagerijstraat 11
2961 Brecht
BTW BE 0831.425.897
België 40% 40%

Toelichting 6.4. Aanschaffingen en verkopen van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

Verwerving van zeggenschap over BICS op 1 januari 2010

Vanaf 1 januari 2010 voorziet de aandeelhoudersovereenkomst van BICS in nieuwe besluitvormingsregels en een 'deadlock' procedure die van kracht zijn vanaf 1 januari 2010 en die de Groep doet besluiten dat hij zeggenschap verwerft over BICS vanaf die datum. Als gevolg hiervan en in toepassing van de herziene IFRS 3, wordt BICS integraal geconsolideerd vanaf 1 januari 2010 en werd het eerder aangehouden belang geherwaardeerd naar reële waarde. De Groep heeft de waarde van dit belang geschat op 564 miljoen EUR door toepassing van waarderingsmethodes, zoals geactualiseerde kasstromen met eindwaarde. De Groep heeft geen immateriële vaste activa geidentificeerd die niet individueel afscheidbaar zijn en die niet op een betrouwbare manier kunnen gewaardeerd worden omwille van hun aard. De resulterende niet-recurrente opbrengst bedraagt 436 miljoen EUR. De Groep heeft er niet voor gekozen full goodwill toe te passen voor deze overname. Dit betekent dat minderheidsbelangen niet worden gewaardeerd aan reële waarde. Er werden geen eigen vermogensinstrumenten uitgegeven als deel van de kost.

De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de BICS Groep op datum van de overname en de corresponderende boekwaarde onmiddellijk voor de overname bedroegen:

(in miljoen EUR) Reële waarde
erkend op
verwervingsda
tum
Boekwaarde
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur 639 156
Materiële vaste activa 7
7
7
7
Handelsvorderingen 366 366
Terug te vorderen belastingen 2 2
Andere vlottende activa 2
4
2
4
Beleggingen en geldmiddelen en kasequivalenten 121 121
TOTAAL ACTIVA 1.229 746
Langetermijn rentedragende schulden 0 -2
Schulden voor pensioenen en beëindigingsvoordelen -2 0
Voorzieningen en voorwaardelijke verplichtingen -5 -5
Uitgestelde belastingschulden -166 -2
Handelsschulden -419 -419
Belastingschulden -8 -8
Andere kortetermijnschulden -101 -101
Totaal minderheidsbelangen en schulden -700 -536
Netto activa 529 210
Minderheidsbelangen -217 -82
Netto verworven activa 312 128
Goodwill ontstaan bij verwerving 252
Geherwaardeerd voordien aangehouden belang aan reële waarde 564
De netto kasuitstroom bij verwerving is als volgt:
Betaalde vergoeding 0
Ontvangen geldmiddelen en kasequivalenten 121
Onbetaalde bedragen 0
Netto kasuitstroom 121

In 2009 was BICS onder gezamenlijk zeggenschap. Door de overgang van proportionele consolidatie methode per 31 december 2009 naar integrale consolidatie per 1 januari 2010 zijn de kasmiddelen gestegen met 51 miljoen EUR.

Op datum van overname bedroegen de handelsvorderingen 410 miljoen EUR (nominale waarde) en de waardecorrectie voor dubieuze debiteuren 43 miljoen EUR. Bij het toewijzen van de vergoeding werden geen voorwaardelijke verplichtingen erkend.

Andere verwervingen in 2010

In 2010 heeft de Groep MBS TELECOM NV verworven voor 2 miljoen EUR en Sahara Net LCC (Saoedi Arabië) voor 5 miljoen EUR.

De reële waarde van d e identificeerbare activa e n passiva van deze aanschaffingen o p datum van d e overname e n d e corresponderende boekwaarde onmiddellijk vóór de overname bedroegen:

(in miljoen EUR) Reële waarde
erkend op
verwervingsda
tum
Boekwaarde
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur 2 0
Materiële vaste activa 1 1
Handelsvorderingen 3 3
Andere vlottende activa 2 2
Beleggingen en geldmiddelen en kasequivalenten
TOTAAL ACTIVA
3
1
1
3
9
Handelsschulden -6 -6
Andere kortetermijnschulden -3 -3
Totaal minderheidsbelangen en schulden -
9
-
9
Netto verworven activa 2 0
Goodwill ontstaan bij verwerving 5
Vergoeding 7
De vergoeding is als volgt samengesteld:
Cash betaald aan aandeelhouders
Vergoeding
7
7
De netto kasuitstroom bij verwerving is als volgt:
Betaalde vergoeding 7
Ontvangen geldmiddelen en kasequivalenten -3
Netto kasuitstroom 4

Verwervingen in 2011

De verwervingen van 2011 hebben volgende impact op de geconsolideerde jaarrekening

(in miljoen EUR) Reële waarde
erkend op
verwervingsda
tum
Boekwaarde
Immateriële vaste activa met beperkte levensduur
Handelsvorderingen
8
3
0
3
Andere vlottende activa 1 1
Beleggingen en geldmiddelen en kasequivalenten 5 5
TOTAAL ACTIVA 1
7
9
Minderheidsbelangen 3 3
Uitgestelde belastingschulden -3 0
Handelsschulden -4 -4
Andere kortetermijnschulden
Totaal minderheidsbelangen en schulden
-1
-
4
-1
-
2
Netto verworven activa 1
3
7
Goodwill ontstaan bij verwerving 6
Eigen vermogen mutatie 1
Vergoeding 1
9
De vergoeding is als volgt samengesteld:
Cash betaald aan aandeelhouders 1
9
Vergoeding 1
9
De netto kasuitstroom bij verwerving is als volgt:
Betaalde vergoeding 1
9
Ontvangen geldmiddelen en kasequivalenten -5
Netto kasuitstroom 1
4

De netto kasuitstroom is voornamelijk het gevolg van de verwerving in april 2011 door de Groep van 100% van de aandelen van Eudasys SAS, een toonaangevende speler op de dataopslagmarkt in Frankrijk, voor EUR 11 miljoen. In 2011 is Eudasys SAS opgenomen in Telindus France SA.

Verkopen in 2011

In 2011 heeft de Groep een aantal kleinere filialen verkocht.

De netto activa die in 2011 in het kader van bovenvermelde transacties verkocht werden zijn als volgt:
-------------------------------------------------------------------------------------------------------- --
De netto activa die in 2011 in het kader van bovenvermelde transacties verkocht werden zijn als volgt:
(in miljoen EUR)
Toelichting
Verkopen van
2011
Verkochte vaste activa
Verkochte vlottende activa, exclusief geldmiddelen en kasequivalenten
Verkochte geldmiddelen en kasequivalenten
Afgestoten minderheidsbelangen
Verkochte langetermijnschulden
Verkochte kortetermijnschulden
Verkochte netto activa
2
5
3
2
6
9
-1
-17
-29
8
0
Ontvangen vergoeding, na aftrek van transactiekosten 7
3
Winst/(verlies) op verkoop
- in niet-recurrente opbrengsten
2
2
- in niet-recurrente kosten
2
6
-
7
1
1
-18
De netto instroom van kasmiddelen uit de verkoop is als volgt:
Ontvangen geldmiddelen
Afgestane geldmiddelen en kasequivalenten
Netto kas-instroom / (uitstroom)
7
3
-69
4

Toelichting 7. Andere deelnemingen

De andere deelnemingen bevatten enkel de deelnemingen waarover de Groep geen zeggenschap, gezamenlijk zeggenschap of invloed van betekenis uitoefent.

De netto boekwaarden van de andere deelnemingen zijn gewijzigd als volgt:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Netto boekwaarde op 1 januari 1 2
6
Aanschaffingen 2
5
5
Totaal 2
6
3
1
2010 2011
3
7
-7
3
1
Per 31 december
3
3
-7
2
6

In 2010 verwierf de Groep minderheidsbelangen in Onlive Inc, In3Depth Systems NV en Jinny Media Ltd voor een totaal bedrag van 25 miljoen EUR.

In 2011 verwierf de Groep minderheidsbelangen in Dacenter NV en Awingu NV voor een totaal bedrag van 5 miljoen EUR.

Toelichting 8. Winstbelasting

De bruto uitgestelde belastingvorderingen / (schulden) betreffen:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Uitgestelde belastingschulden
Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden -16 -9
Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities -172 -158
Statutaire voorzieningen, niet weerhouden onder IFRS -15 0
Uitgestelde belastingen op de verkopen van materiële vaste activa -5 -4
Andere -16 -24
Bruto uitgestelde belastingschulden -223 -195
Uitgestelde belastingvorderingen
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa 4
3
4
4
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde 7 8
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen 119 8
6
Overdraagbare fiscale verliezen 1
0
8
Kapitaalverlies op investeringen in dochterondernemingen 1 1
Andere 1
4
1
2
Bruto uitgestelde belastingvorderingen 195 160
De netto uitgestelde belastingvorderingen/(schulden), gegroepeerd per wettelijke entiteit, zijn als volgt :
Netto uitgestelde belastingschulden -187 -157
Netto uitgestelde belastingvorderingen 158 121

De uitgestelde belastingsschulden zijn in 2011 gedaald, voornamelijk ten gevolge van de afschrijving van de activa erkend bij de aankoopprijstoewijzing van BICS in 2010.

Uitgestelde belastingvorderingen werden niet erkend voor de verliezen van dochterondernemingen die reeds verschillende jaren verlieslatend zijn. De gecumuleerde overdraagbare fiscale verliezen en belastingskredieten beschikbaar voor deze ondernemingen bedroegen 237 miljoen EUR op 31 december 2011 (EUR 289 miljoen in 2010) waarvan 110 miljoen EUR geen vervaldag hebben, 2 miljoen EUR en 26 miljoen EUR vervallen respectievelijk in 2013 en 2014 en 99 miljoen EUR heeft een latere vervaldatum.

Het aandeel van Belgacom in de niet-uitgekeerde beschikbare reserves van dochterondernemingen bedraagt 5.401 miljoen EUR op 31 december 2011 (5.940 miljoen in 2010) en is bij uitkering aan de moedermaatschappij belastbaar tegen een effectief belastingpercentage van 1,7%. Er wordt geen uitgestelde belastingschuld erkend voor deze niet-uitgekeerde beschikbare reserves, behalve wanneer er een beslissing wordt genomen om deze overgedragen winst uit te keren i.e. wanneer het filiaal van plan is een dividend uit te keren.

De uitgestelde belastingopbrengsten/(kosten) in de resultatenrekening betreffen: Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
M.b.t. de uitgestelde belastingschulden
Versnelde afschrijvingen voor fiscale doeleinden 2
6
7
Reële waarde aanpassingen met betrekking tot acquisities 1
8
1
6
Overbodige schulden -1 0
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde 1 0
Andere 9 -8
M.b.t. de uitgestelde belastingvorderingen
Reële waardeaanpassingen van materiële vaste activa 0 1
Herwaardering van financiële instrumenten naar de reële waarde -1 1
Schuld voor vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen -39 -33
Overdraagbare fiscale verliezen -45 -2
Kapitaalverlies op investeringen in dochterondernemingen -40 0
Andere -3 -3
Uitgestelde belastingslasten van het jaar -75 -20

De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende belastinglasten:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Courante winstbelastingen
Courante winstbelastingen van het jaar -160 -241
Aanpassingen van courante winstbelastingen m.b.t. vorige jaren 1 -1
Uitgestelde belastingen
Last ten gevolge van wijzigingen in tijdelijke verschillen -30 -19
Last ten gevolge van gebruik van overdraagbare fiscale verliezen en tax crediet -45 -2
Winstbelastingen geboekt in de geconsolideerde resultatenrekening -233 -262
De aansluiting tussen d
e belastinglast o
p d
e winst vóór belastingen tegen d
e wettelijke aanslagvoet e
n d
aanslagvoet van de Groep voor elk van de twee jaren eindigend op 31 december is als volgt:
e belastingen o
p d
e winst tegen d
e reële
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Winst vóór belastingen 1.517 1.035
Tegen de Belgische wettelijke aanslagvoet van 33,99% 516 352
Lagere inkomstenbelastingspercentage van andere landen -2 -1
Belastingeffect van de verkopen van dochterondernemingen en andere deelnemingen -148 2
Belastingeffect van de kapitaalverliezen uit investeringen in dochterondernemingen -7 0
Niet-belastbare winst uit dochterondernemingen en notionele interestaftrek -128 -134
Fiscaal niet-aftrekbare uitgaven 9 2
7
Andere -6 1
7
Belastingkost 233 262
Effectieve belastingsvoet 15,39% 25,28%

De effectieve belastingsvoet voor 2011 was 25.28% versus 15.39% in 2010, tengevolge van een niet belaste winst van EUR 436 miljoen gerealiseerd bij het verwerven van zeggenschap over BICS.

De niet-belastbare winst uit dochterondernemingen resulteert voornamelijk uit de toepassing van de algemene principes van de fiscale wetgeving zoals de notionele intrestaftrek in België.

De fiscaal niet-aftrekbare uitgaven omvatten voornamelijk diverse uitgaven die niet aftrekbaar zijn voor fiscale doeleinden en nieterkende overgedragen fiscale verliezen.

Andere aanpassingen voor het jaar 2011 betreffen grotendeels belastingen op intragroep dividenden.

Het belastingseffect van elk element van de niet-gerealiseerde resultaten is als volgt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Eigen vermogen toename uit herwaardering aan reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa 2 0
Totaal 2 0

Toelichting 9. Activa en schulden voor pensioenen, andere vergoedingen na uitdiensttreding en beëindigingsvoordelen

De Groep heeft verschillende plannen waarvan hieronder een overzicht wordt weergegeven:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met herstructureringsprogramma 's 353 257
Aanvullende pensioenplannen (nettoschuld) 1 1
Vergoedingen na uitdiensttreding andere dan pensioenen 196 204
Andere schulden 1
5
1
6
Nettoschuld opgenomen in de balans 565 479
Aanvullende pensioenplannen (nettoactiva) -2 -2
Nettoactiva opgenomen in de balans -
2
-
2

De berekening van de nettoschulden is gebaseerd op de assumpties die werden vastgelegd op de balansdatum. De assumpties voor de verschillende plannen werden bepaald op basis van macro-economische gegevens en de specifieke voorwaarden inzake duur en begunstigde populatie van elk plan, met als doel de meest relevante inschatting van de verwachte kasuitstromen te maken.

Toelichting 9.1. Beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen in verband met herstructureringsprogramma's

Beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in deze toelichting hebben betrekking op werknemersherstructureringsprogramma's. Er worden geen activa opgebouwd voor deze voordelen.

In 2002 heeft Belgacom NV het werknemersherstructureringsprogramma Belgacome-Strategic Transformation ("BeST") doorgevoerd. Volgens de voorwaarden van het programma, zal de Groep gegarandeerde salarissen betalen tot het jaar 2012.

In 2005 heeft de Groep een afvloeiingsplan en een eindeloopbaan oplossing (peterschap) geïmplementeerd. Volgens de voorwaarden van het programma, zal de Groep vergoedingen betalen tot het jaar 2015.

In 2007 heeft de Groep een vrijwillig programma van externe mobiliteit naar de Belgische Staat geïmplementeerd voor haar statutaire werknemers.

In 2008 is de schuld van de Groep inzake herstructureringsprogramma's met 53 miljoen EUR gestegen, erkend als niet-recurrente kost in de resultatenrekening. Deze stijging geeft de impact weer van de evolutie van de index in 2008 op alle salariscomponenten van alle herstructureringsprogramma's (19 miljoen EUR), en van het succes van het externe mobiliteitsprogramma opgestart in 2007 (34 miljoen EUR)

In 2009 implementeerde de Groep een herstructureringsprogramma voor werknemers in dochterondernemingen hetgeen resulteerde in een niet-recurrente kost van 7,5 miljoen EUR (zie toelichting 26).

In 2010 heeft de Groep bijkomende voorwaarden ingevoerd om te kunnen genieten van een vertrekpremie voor de deelnemers aan het vrijwillig programma van externe mobiliteit dat in 2007 werd geïmplementeerd, hetgeen tot een daling van het aantal vrijwilligers heeft geleid.

Elke herwaardering van de schuld voor beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen wordt onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

De financieringstoestand van de plannen voor beëindigingsvoordelen en bijkomende vergoedingen is als volgt :

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Bruto pensioenschuld 353 257
Schuld die de fondsbeleggingen overschrijdt 353 257
Boekjaar afgesloten per 31
(in miljoen EUR) 2010 2011
Intrestkost 1
1
Erkende actuariële (winst) / verliezen -8
Kosten opgenomen in de resultatenrekening voor inperkingen, afwikkelingen en speciale
beëindigingsvoordelen
4 1
Speciale beëindigingsvoordelen 0
Kosten opgenomen in de resultatenrekening 4 1
De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 469 353
Kosten van het boekjaar 4 1
0
Bedrijfscombinaties 1 0
Reële werkgeversbijdrage -121 -105
Op het einde van het jaar 353 257

Wijziging in de fondsbeleggingen :

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 0 0
Reële werkgeversbijdrage 121 105
Uitkeringen aan begunstigden -121 -105
Op het einde van het jaar 0 0
Wijziging in de bruto schuld: Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 469 353
Intrestkost 1
1
5
Erkende actuariële (winst) / verliezen -8 5
Bedrijfscombinaties 1 0
Uitkeringen aan begunstigden -121 -105
Op het einde van het jaar 353 257
De schuld voor beëindigingsvoordelen e
n bijkomende vergoedingen werd bepaald o
assumpties:
p basis van d
e volgende
assumpties:
Per 31 december
2010 2011
Discontovoet 2,6 %- 4,5% 2,6 %- 4,5%
Toekomstige prijsinflatie 2,0% 2,0%

Sensitiviteitsanalyse

Een verhoging of verlaging van 0,5% van de werkelijke discontovoet resulteert in een schuldvariatie van ongeveer 2 miljoen EUR. De Groep voorziet dat een bedrag van 102 miljoen EUR zal betaald worden als beëindigingvoordelen en bijkomende vergoedingen in 2012.

Toelichting 9.2. Aanvullende pensioenplannen

Belgacom NV en sommige dochterondernemingen hebben een aanvullend pensioenplan (te bereiken doel) voor hun personeelsleden. Dit plan verstrekt pensioenvoordelen voor diensten geleverd vanaf 1 januari 1997. Het desbetreffende afzonderlijk beheerde pensioenfonds werd in 1998 opgericht. Het pensioenfonds van Belgacom Mobile, opgericht in 2001, is gefusioneerd met het pensioenplan van Belgacom NV in 2009.

Telindus BV, een dochteronderneming gevestigd in Nederland, heeft een aanvullend pensioenfonds voor haar personeelsleden (te bereiken doel). Dit fonds wordt gefinancierd via een verzekeringsmaatschappij.

De financieringstoestand van de pensioenplannen is als volgt:

De financieringstoestand van de pensioenplannen is als volgt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Bruto pensioenschuld 239 273
Fondsbeleggingen tegen reële waarde -211 -231
Tekort / (surplus) 2
8
4
3
Niet-erkende actuariële winst / (verliezen) -29 -44
Tekort / (surplus) na niet-erkende actuariële winst / (verliezen) samengesteld uit: -
1
-
1
Nettoschuld opgenomen in de balans 1 1
Nettoactiva opgenomen in de balans -2 -2
Historische gegevens:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2007 2008 2009 2010 2011
Bruto pensioenschuld 5 168 196 239 273
Fondsbeleggingen tegen reële waarde -4 -131 -172 -211 -231
Tekort / (surplus) 0 3
7
2
4
2
8
4
3
Ervaringsaanpassing op verplichtingen : winst / (verlies) 0 1
0
2 -10 5
Ervaringsaanpassing op fondsbeleggingen : winst / (verlies) 0 -45 1
0
5 -20
De volgende kostencomponenten zijn opgenomen in de resultatenrekening:
(in miljoen EUR) Boekjaar afgesloten per 31
2010
2011
Servicekost - werkgever
Intrestkost
2
5
1
1
3
1
1
2
Verwacht rendement op fondsbeleggingen -11 -14
Kosten opgenomen in de resultatenrekening 2
5
2
9
De beweging van de nettoschuld/(nettoactiva) werd als volgt opgenomen in de balans:
De beweging van de nettoschuld/(nettoactiva) werd als volgt opgenomen in de balans:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar -1 -1
Kosten van het boekjaar 2
5
2
9
Reële werkgeversbijdrage -25 -29
Tekort / (surplus) na niet-erkende actuariële winst / (verliezen) samengesteld uit: -
1
-
1
Nettoschuld op het einde van het jaar 1 1
Nettoactiva op het einde van het jaar -2 -2

Wijziging in fondsbeleggingen:

Wijziging in fondsbeleggingen:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 172 211
Verwacht rendement op fondsbeleggingen 1
1
1
4
Actuariële winsten / (verliezen) op de fondsbeleggingen 5 -20
Reële werkgeversbijdrage 2
5
2
9
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -3 -3
Op het einde van het jaar 211 231
Wijziging in de bruto schuld:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 196 239
Servicekost 2
5
3
1
Intrestkost 1
1
1
2
Uitkeringen aan begunstigden en kosten -3 -3
Actuarieel verlies / (winst) 1
0
-5
Op het einde van het jaar 239 273

De pensioenschuld werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december
2010 2011
Discontovoet 5,00% 5,00%
Verwacht rendement op fondsbeleggingen Telindus BV 2,25% 2,25%
Verwacht rendement op fondsbeleggingen Belgacom Group 6,20% 6,20%
Toekomstige prijsinflatie 2,00% 2,00%
Nominaal toekomstige loonsverhoging 2,00% - 4,50% 2,00% - 4,50%
Nominaal toekomstige barema-stijging 2,00% - 3,95% 2,00% - 3,95%

De verwachte opbrengst van de activa van de plannen (fondsbeleggingen) is een raming gebaseerd op marktgegevens en toekomstige langetermijnverwachtingen.

Deze houdt eveneens rekening met de activatoewijzing van het pensioenplan die kan evolueren over de tijd, afhankelijk van de gerealiseerde en toekomstige verwachte opbrengsten.

De activa van de pensioenenplannen zijn als volgt:
Per 31 december
2010 2011
Aandelen 49% 46%
Vast rentende effecten : obligaties en liquide middelen 44% 47%
Verzekeringsbeleggingen (voor plan van Telindus BV) 7% 7%
Verzekeringsbeleggingen (voor plan van Telindus BV) 7% 7%
Het reële rendement van de activa van de plannen is als volgt:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Reële rendement van de activa van de plannen 1
6
-7

De Groep verwacht in 2012 31 miljoen EUR bij te dragen aan deze pensioenplannen.

Toelichting 9.3. Andere vergoedingen na uitdiensttreding

Historisch kent de Groep haar gepensioneerden naast de pensioenen andere voordelen toe onder de vorm een socio-culturele premie en andere sociale voordelen zoals hospitalisatie.

Er worden geen activa opgebouwd voor dergelijke voordelen.

In 2011 heeft de Groep besloten om de hospitalisatieplannen te vervangen en een groot deel van de risico's verbonden aan de toekomstige betalingen aan gepensioneerden af te wikkelen. In het nieuwe plan zal het te betalen bedrag door de Groep gebaseerd zijn op een geïndexeerd vast bedrag per begunstigde. Dit resulteerde in een totaal netto negatief impact van 3 miljoen EUR in de resultatenrekening.

De financieringstoestand van de plannen is als volgt:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Bruto pensioenschuld 253 256
Fondsbeleggingen tegen reële waarde 0 0
Niet-erkende actuariële verliezen -55 -50
Niet-erkende servicekost van vroegere dienstjaren -2 -2
Nettoschuld opgenomen in de balans 196 204
Historische gegevens:
Historische gegevens:
(in miljoen EUR) 2007 2008 2009 2010 2011
Bruto pensioenschuld 6
9
235 238 253 256
Schuld die de fondsbeleggingen overschrijdt 6
9
235 238 253 256
Ervaringsaanpassing op verplichtingen : winst / (verlies) 0 2 0 -12 -25
Boekjaar afgesloten per 31
(in miljoen EUR) 2010 2011
Servicekost - werkgever 2 3
Intrestkost
Afschrijving actuarieel verlies
1
3
1
1
2
2
Kosten opgenomen in de resultatenrekening voor inperkingen, afwikkelingen en speciale
beëindigingsvoordelen
1
7
1
8
Inperkings- en afwikkelingskosten/(baten) en servicekost van vroegere dienstjaren 0 3
Kosten opgenomen in de resultatenrekening 1
7
2
1
De beweging van de nettoschuld werd als volgt opgenomen in de balans:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 191 196
Kosten van het boekjaar 1
7
2
1
Reële werkgeversbijdrage -12 -12
Op het einde van het jaar 196 204

Wijziging in de fondsbeleggingen :

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 0 0
Reële werkgeversbijdrage -12 -12
Uitkeringen aan begunstigden 1
2
1
2
Op het einde van het jaar 0 0

Wijziging in de bruto schuld:

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
In het begin van het jaar 238 253
Servicekost 2 3
Intrestkost 1
3
1
2
Afwikkeling 0 -25
Uitkeringen aan begunstigden -12 -12
Actuariële (winsten)/verliezen 1
2
2
5
Op het einde van het jaar 253 256

De schuld voor andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

Per 31 december
2010 2011
Discontovoet 5,00% 5,00%
Toekomstige kostenevolutie 2,00% - 4,00% 2,00%
Toekomstige prijsinflatie 2,00% 2,00%

De schuld voor de andere vergoedingen na uitdiensttreding werd bepaald op basis van de beste schatting door het bedrijf van de financiële en demografische hypotheses, welke elk jaar worden herbekeken.

Sensitiviteitsanalyse

Een stijging of een daling van 1% in de trend van de medische kosten zou resulteren in respectievelijk een stijging van 14 miljoen EUR of een daling van 11 miljoen EUR van de bruto schuld en in een stijging of een daling van de kost (service en interestkost) van het jaar met respectievelijk 2 miljoen EUR en 1 miljoen EUR.

De Groep verwacht in 2012 een bedrag van 15 miljoen EUR aan deze plannen bij te dragen.

Toelichting 9.4. Overige verplichtingen

De Groep heeft een wettelijke verplichting om kinderbijslagen uit te betalen aan een beperkt aantal statutaire gepensioneerden en aan de begunstigden van werknemersherstructureringsprogramma's.

Telindus Frankrijk heeft een wettelijke verplichting, in overeenstemming met de locale wetgeving in Frankrijk, om éénmalig een vergoeding na uitdiensttreding uit te betalen.

Deze bedragen worden rechtstreeks door de Groep uitbetaald en daardoor worden er geen activa opgebouwd voor dergelijke voordelen. Herwaarderingen van de schuld worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.

voordelen. Herwaarderingen van de schuld worden onmiddellijk opgenomen in de resultatenrekening.
De financieringstoestand is als volgt:
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Bruto pensioenschuld 1
5
1
6
Nettoschuld opgenomen in de balans 1
5
1
6

De schuld werd bepaald op basis van de volgende assumpties:

2010 2011
Discontovoet 3,75% 3,75%
Toekomstige prijsinflatie 2,00% 2,00%

Toelichting 10. Andere vaste activa

Toelichting 10. Andere vaste activa
Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Andere derivaten
Lange termijnbeleggingen
Andere activa
3
1
106
5
1
1
132
5
4
3
Totaal 122 180

Toelichting 11. Handelsvorderingen

De meeste handelsvorderingen zijn niet rentedragend en hebben over het algemeen een looptijd van 30 tot 90 dagen. De looptijd van de handelsvorderingen van het segment International Carrier Services is echter langer aangezien de meeste vorderingen op andere telecom operatoren worden betaald op basis van netting akkoorden.

De analyse van de vervallen handelsvorderingen waarop geen waardevermindering werd geboekt, stelt zich voor als volgt:

Per 31
december
Bruto
vorderingen
Waardevermi
n-deringen
voor dubieuze
vorderingen
Netto
boekwaarde
Niet vervallen
en niet
onderworpen
aan waardevermin
dering
Vervallen maar niet onderworpen aan waardevermindering
(in miljoen
EUR)
< 30 dagen 30-60 dagen 60-90 dagen 90-180 dagen 180-360 dagen > 360 dagen
2006
2007
2008
2009
2010
1.340
1.295
1.350
1.209
1.389
-133
-138
-145
-120
-143
1.207
1.158
1.205
1.089
1.246
933
858
923
125
102
8
4
2
9
3
4
4
4
1
8
1
5
2
9
3
1
2
8
4
5
3
4
1
4
4
7
3
5
3
7
7
3
2011 1.472 -144 1.328 933 9
7
5
3
3
3
6
6
5
8
8
7

Op 31 december 2010, en 2011, waren respectievelijk 74% en 70% van het totaal van de handelsvorderingen niet vervallen en zonder waardevermindering.

Voor de twee voorgestelde jaren werden geen handelsvorderingen in onderpand als zekerheid gegeven. In 2011 heeft Belgacom Groep bankwaarborgen en waarborgen van moederondernemingen gekregen voor een bedrag van 7 miljoen EUR (6 miljoen EUR in 2010) als onderpand voor openstaande facturen.

De evolutie van de waardeverminderingen voor dubieuze vorderingen is als volgt:
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Op 1 januari -120 -143
(Toename) / daling erkend in resultatenrekening
Andere bewegingen
2
5
-8
-15
-4
2
Per 31 december -143 -144

Toelichting 12. Andere vlottende activa

Toelichting 12. Andere vlottende activa
Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Terug te vorderen B.T.W. 7 1
6
Andere derivaten 31.1 1 3
Over te dragen kosten 100 108
Verkregen opbrengsten 1
9
1
2
Andere vorderingen 1
4
1
3
Totaal 142 152

Toelichting 13. Beleggingen

Toelichting
13. Beleggingen
Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Aandelen 3
1
4
3
3
6
Totaal 4
3
3
6

De aandelen omvatten beveks en fondsen die hoofdzakelijk werden geïnvesteerd in geldmarktinstrumenten, euro-obligaties en eigen vermogensinstrumenten.

(in miljoen EUR) Per 31 december
2010
2011
Aanschaffingswaarde 4
3
3
6
Gecumuleerde herwaardering aan reële waarde 0 0
Netto boekwaarde 4
3
3
6
Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Netto boekwaarde op 1 januari 7
6
4
3
Aanschaffingen 3
8
8
Verkopen -64 -16
Herwaardering aan reële waarde
Overdracht naar resultatenrekening bij verkoop 2
8
-7 0
Boekwaarde op 31 december 4
3
3
6

Toelichting 14. Geldmiddelen en kasequivalenten

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Vastrentende effecten 332 147
Kortetermijndeposito's 195 109
Kas en banktegoeden 5
7
6
4
Totaal 584 320

De Groep investeert een deel van haar beschikbare liquiditeiten in schatkistcertificaten. Deze worden tot het einde van de looptijd aangehouden. De kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van één tot drie maanden afhankelijk van de onmiddellijke cashbehoeften van de Groep en brengen intrest op volgens de respectieve rentevoeten van de korte termijndeposito's.De banktegoeden brengen intrest op tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente.

Toelichting 15. Vermogen

Toelichting 15.1. Eigen vermogen

Per 31 december 2011 bedroeg het kapitaal van Belgacom NV 1 miljard EUR (volledig volstort), vertegenwoordigd door 338.025.135 aandelen zonder nominale waarde en allen met dezelfde rechten voor zover deze rechten niet geschorst of vernietigd werden in geval het eigen aandelen betrof. De Raad van Bestuur van Belgacom NV is bevoegd om het kapitaal te verhogen met een maximum bedrag van 200 miljoen EUR.

De uitkering van overgedragen winsten van Belgacom NV, de moedermaatschappij, wordt beperkt door een wettelijke reserve, die tijdens de vorige jaren werd opgebouwd in overeenstemming met de Belgische vennootschappenwet, tot 10% van het geplaatste kapitaal van Belgacom.

Belgacom NV heeft de statutaire verplichting om 5% van de winst vóór belastingen van de moedermaatschappij uit te keren aan haar werknemers. In de bijgaande geconsolideerde jaarrekening wordt deze winstverdeling geboekt als personeelskosten.

Op 31 december 2011 had de Groep 20.376.314 eigen aandelen, waarvan 4.663.114 met dividendrechten en 15.713.200 zonder dividendrechten. De dividenden toegekend aan eigen aandelen met dividendrechten, worden geboekt onder de rubriek "Onbeschikbare reserve voor verdeling" in de enkelvoudige jaarrekening van Belgacom NV.

In 2010 en 2011 verkocht de Groep respectievelijk 294.304 en 277.474 eigen aandelen aan haar senior management voor 6 miljoen EUR onder een aandelenaankoopplan met korting van 16,67% (zie toelichting 35).

De personeelsleden oefenden in 2010 en 2011 respectievelijk 573.654 en 189.681 opties op aandelen uit. Om deze uitoefening van aandelenopties te verwezenlijken, gebruikte de Groep eigen aandelen (zie toelichting 35).

In 2010 kende de Groep 1.023.210 opties op aandelen toe aan het top management en aan het senior management, met een uitoefenprijs van 26,445 EUR. In 2011 kende de Groep 1.036.061 opties op aandelen toe aan het top management en het senior management, met een uitoefenprijs van 25,015EUR (zie toelichting 35).

In het kader van het aandeleninkoopprogramma verwierf Belgacom in het 2de en 3de kwartaal van 2011 4.300.975 eigen aandelen ten bedrage van 100 miljoen EUR.

Ten einde de uitstaande aandelenopties die werden toegekend in 2010 and 2011 te dekken, heeft de Raad van Bestuur op 27 oktober 2011 de conversie goedgekeurd van 2.025.774 eigen aandelen zonder dividendrechten in eigen aandelen met dividendrechten.

Aantal aandelen (inclusief eigen aandelen): 2010 2011
Op 1 januari 338.025.135 338.025.135
Vernietigingen 0 0
Per 31 december 338.025.135 338.025.135
Aantal eigen aandelen: 2010 2011
Op 1 januari 17.410.452 16.542.494
Inkoop 0 4.300.975
Verkoop onder een aandelenaankoopplan met korting -294.304 -277.474
Uitoefening van opties op aandelen -573.654 -189.681
Per 31 december 16.542.494 20.376.314

Toelichting 15.2. Minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen omvatten voornamelijk

  • het aandeel van 42,4% van de minderheidsaandeelhouders (Swisscom en MTN Dubai) in BICS, vanaf 1 januari 2010,
  • het aandeel van 30% van de minderheidsaandeelhouder in het vermogen en nettoresultaat van Sahara Net LCC;
  • - het aandeel van 35% van de minderheidsaandeelhouder Arcelor Mittal in het eigen vermogen en nettoresultaat van Telindus SA (gevestigd in Luxemburg) en dochterondernemingen (zie toelichting 6).

Toelichting 16. Rentedragende schulden

Toelichting 16.1. Rentedragende schulden op lange termijn

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Niet-achtergestelde obligatieleningen 1.306 1.798
Leasings en soortgelijke schulden 3 2
Kredietinstellingen 8 4
Andere derivaten 3
1
8
9
127
Totaal 1.406 1.931

Alle langetermijnschulden zijn zonder waarborgen. Tijdens 2010 en 2011 zijn er geen wanbetalingen of schendingen mbt aangegane leningen.

In de twee voorgestelde jaren werden renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) gebruikt om de rentevoet- en wisselkoersrisico's op de niet-achtergestelde obligatieleningen in JPY te beheren. Deze swaps geven de Groep de mogelijkheid om de rentevoet om te zetten van een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd.

De rentedragende langetermijnleningen per 31 december 2011 zijn als volgt: Boekwaarde Nominale
waarde
Waardering
volgens IAS 39
Vervaldatum Interest
betalingen /
herprijsbaar
Betaalde
rentevoet
Reële
rentevoet
(in miljoen EUR) (in miljoen EUR) (b)
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Leningen met vlottende interestvoet
JPY (a) 8
4
7 3 Afgeschreven kost Dec-26 Halfjaarlijks 1,51% 1,51%
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR
746 750 Afgeschreven kost Nov-16 Jaarlijks 4,38% 4,50%
EUR 178 200 Afgeschreven kost Nov-16 Jaarlijks 4,38% 7,16%
EUR 125 125 Afgeschreven kost Dec-13 Jaarlijks 6,00% 6,11%
EUR 495
1.544
1.575 500 Afgeschreven kost Feb-18 Jaarlijks 3,88% 4,05%
JPY (a) 8
3
7 3 Afgeschreven kost Nov-15 Jaarlijks 6,18% 6,18%
JPY (a) 8
8
7 2 Afgeschreven kost Dec-15 Jaarlijks 6,21% 6,21%
171 145
Totale niet-achtergestelde obligatieleningen 1.798 1.792
Kredietinstellingen
Leningen tegen vaste interestvoet
EUR 4 4 Afgeschreven kost Nov-13 Halfjaarlijks 3,78% 3,78%
Leasings en soortgelijke schulden 2 2 Afgeschreven kost 2014 Kwartaal 4,85% 4,85%
Totale financiële lange termijnschulden (uitgezonderd derivaten) 1.804 1.798
Derivaten
Derivaten aangehouden voor trading doeleinden (c)
127 - Reële waarde
Totaal 1.931 1.798

(a) omgezet in een lening in EUR via rente- en valutaswaps (b) voor vlottendekoers leningen, rentevoet is de rentevoet van de laatste herprijzingsdatum voor 31 December 2011

(c) economische afdekking van JPY leningen

De niet-achtergestelde obligatieleningen in EUR en JPY worden door Belgacom NV uitgegeven. De nominale waarde van deze schulden is volledig terugbetaalbaar op hun vervaldatum.

In januari 2011 heeft de Groep een niet-achtergestelde obligatielening op 7 jaar uitgegeven van 500 miljoen EUR onder het Euro Medium Term Note- programma, welke de aflossing gedeeltelijk compenseerde van 2 leningen die vervielen in november 2011, en dit voor een nominaal bedrag van 775 miljoen EUR.

Het wisselkoersrisico gerelateerd aan de schulden in JPY is volledig economisch afgedekt door rente- en valutaswaps (IRCS). Deze swaps worden gebruikt om schulden in JPY om te zetten in schulden in EUR (zie toelichting 31).

Kredietinstellingen in EUR betreft voornamelijk een langetermijnlening die aan Belgacom NV door een bank verstrekt werd, waarvan de rente halfjaarlijks wordt terugbetaald en het kapitaal eveneens halfjaarlijks terugbetaalbaar is. Een bedrag van 4 miljoen EUR van de totale nominale waarde wordt jaarlijks terugbetaald.

Toelichting 16.2. Rentedragende schulden op korte termijn

Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Niet-achtergestelde obligatieleningen - korte termijn deel 773 0
Leasingschulden en soortgelijke - korte termijn deel 3 2
Kredietinstellingen - korte termijn deel 4 4
Andere leningen 3 3
5
Totaal 783 4
1

Toelichting 17. Voorzieningen

(in miljoen EUR) Arbeids
ongevallen
Geschillen Ziektedagen Andere
risico's
Totaal
Toevoegingen 2 1
3
9 8 3
2
Aanwendingen -3 -4 -13 -4 -24
Terugnemingen 0 -1 0 -5 -6
Actualisatie 2 0 0 0 2
Op 31 december 2010 4
2
9
6
2
5
3
9
203
Toevoegingen 0 1
6
2
0
8 4
4
Aanwendingen -3 -3 -15 -4 -25
Terugnemingen -1 -42 0 -1 -44
Actualisatie 2 0 0 0 2
Op 31 december 2011 4
1
6
7
3
0
4
2
180

De voorziening voor arbeidsongevallen betreft de vergoedingen die Belgacom NV desgevallend zou kunnen betalen aan personeelsleden die gewond geraakt zijn (met inbegrip van beroepsziekten) tijdens de uitoefening van hun functie en op de weg van en naar het werk. Tot 31 december 2002 werd de vergoeding, volgens de wet van 1967 (openbare sector) op de arbeidsongevallen, gedekt en rechtstreeks uitbetaald door Belgacom. Deze voorziening (gedeelte annuïteiten) is gebaseerd op actuariële gegevens met inbegrip van de sterftetafels, vergoedingspercentages, rentevoeten en andere factoren bepaald door de wet van 1967 en berekend met de hulp van een professioneel verzekeraar. Rekening houdend met de sterftetafel wordt ervan uitgegaan dat het grootste gedeelte van deze kosten zal worden uitbetaald tot 2053.

Sinds 1 januari 2003 zijn de contractuele personeelsleden onderworpen aan de wet van 1971 (privé-sector) en blijven de statutaire personeelsleden onder de toepassing van de wet van 1967 (openbare sector). Zowel voor de contractuele als de statutaire personeelsleden is Belgacom sinds 1 januari 2003 gedekt door verzekeringspolissen voor arbeidsongevallen en zal zij dus geen rechtstreekse betalingen meer uitvoeren aan de personeelsleden.

De voorziening voor geschillen geeft de beste raming van het management weer voor waarschijnlijke verliezen ten gevolge van hangende geschillen waarvoor de Groep door een derde partij wordt vervolgd of waarvoor zij betrokken is in een juridisch of een belastinggeschil. De verwachte timing van de bijbehorende uitstroom van kasmiddelen hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende gerechtelijke procedures. Het grootste deel van de terugnemingen is het gevolg van een regeling van netwerkgerelateerde geschillen in 2011.

De voorziening voor ziektedagen is de beste raming van het management van de waarschijnlijke kosten ingevolge de toekenning door Belgacom aan haar statutaire personeelsleden van een recht op cumulatie van niet opgenomen ziektedagen. De voorziening werd bepaald op basis van statistische gegevens.

De voorziening voor andere risico's omvat hoofdzakelijk de geraamde kosten voor de ontmanteling en herstelling van de mobiele antennesites en de sites waar betaaltelefoons zijn geïnstalleerd, de voorziening voor milieurisico's en de overige risico's. Er wordt verwacht dat de meeste van deze kosten zullen worden betaald tijdens de periode 2009-2024. De voorziening voor ontmanteling en herstelling wordt geraamd tegen actuele prijzen en verdisconteerd tegen een discontovoet tussen 2% en 5%, afhankelijk van de verwachte timing om aan de verplichtingen te voldoen.

Toelichting 18. Andere langetermijnschulden

(in miljoen EUR) 2010 2011
Andere schulden 3 2
Totaal 3 2

Toelichting 19. Andere kortetermijnschulden

Toelichting 19. Andere kortetermijnschulden
Per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Te betalen B.T.W. 1
8
2
5
Schulden aan werknemers 107 131
Voorziening voor vakantiegeld 7
8
7
9
Voorziening voor sociale zekerheidsbijdrage 6
5
5
5
Andere taksen 1
7
9
1
Over te dragen opbrengsten 191 195
Toe te rekenen kosten 2
4
3
6
Andere schulden 2
9
3
4
Totaal 529 647

Over te dragen opbrengsten omvatten hoofdzakelijk voorafbetaalde telecommunicatie en ICT diensten.

Andere schulden houden vooral verband met ontvangen voorschotten op ICT contracten en geïncasseerde bedragen ten voordele van derden.

Toelichting 20. Netto omzet

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Verkopen van goederen 565 565
Leveren van diensten 5.987 5.796
Totaal 6.552 6.361

Toelichting 21. Andere bedrijfsopbrengsten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Meerwaarde op de verkoop van immateriële en materiële vaste activa 4
Opbrengsten uit realisatie van handelsvorderingen 1
Andere opbrengsten 4
5
3
Totaal 5
1
4
5

Andere opbrengsten omvatten hoofdzakelijk compensaties voor netwerkschade alsook bijdragen van het personeel en derden voor diverse diensten.

Toelichting 22. Niet-recurrente opbrengsten

Toelichting 22. Niet-recurrente opbrengsten
Boekjaar afgesloten op 31 december
2010 2011
Meerwaarde op de verkoop van filialen 0 1
1
Herwaardering aan reële waarde van het voordien aangehouden belang in BICS 436 0
Totaal 436 1
1

Meerwaarden op de verkoop van dochterondernemingen en joint ventures worden weergegeven als niet-recurrente opbrengsten indien zij individueel 5 miljoen EUR overschrijden.

In 2010, heeft de verwerving van zeggenschap over BICS en de toepassing van de herziene IFRS 3, waardoor het voorheen aangehouden belang werd geherwaardeerd naar reële waarde, geleid tot de erkenning van een niet-recurrente opbrengst van 436 miljoen EUR (zie toelichting 6.4)

In 2011 heeft de verkoop van een filiaal wiens activiteit niet behoort tot de kernactiviteit van de groep geleid tot een niet-recurrente opbrengst van 11 miljoen EUR.

Toelichting 23. Kosten van aan omzet gerelateerde materialen en diensten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Aankopen van materialen 438 428
Aankopen van diensten 2.204 2.089
Totaal 2.642 2.517

De aankopen van materialen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming, dat wordt geactiveerd ten bedrage van 63 miljoen EUR in 2010 en 77 miljoen in 2011.

Toelichting 24. Personeelskosten en pensioenen

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Wedden en lonen 818 818
Sociale zekerheidsbijdragen 202 203
Pensioenkosten 2
5
2
9
Vergoedingen na uitdiensttreding (andere dan pensioenen) en beëindiginsvoordelen 2
0
2
3
Andere personeelskosten 4
3
4
4
Totaal 1.107 1.117

De wedden en lonen en de sociale zekerheidsbijdragen worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming dat wordt geactiveerd ten bedrage van 60 miljoen EUR in 2010 en 70 miljoen in 2011.

Toelichting 25. Andere bedrijfskosten

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Huurkosten 116 116
Onderhoud en nutsvoorzieningen 205 206
Publiciteit en public relations 9
9
8
5
Consultancy 136 141
Administratie en opleiding 6
2
6
2
Kosten voor telecommunicatie, post en kantooruitrusting 3
8
4
3
Uitbestedingen 113 139
Waardeverminderingen en verliezen voor dubieuze vorderingen 8 4
Verlies op realisatie van handelsvorderingen 2
5
2
2
Waardeverminderingen op immateriële 1 2
en materiële vaste activa
Andere belastingen dan winstbelastingen 3
0
6
Andere bedrijfskosten (1) 3
7
3
6
Totaal 870 860

De andere bedrijfskosten worden weergegeven na aftrek van het werk uitgevoerd door de onderneming, dat wordt geactiveerd ten

Toelichting 26. Niet-recurrente kosten

bedrage van 132 miljoen EUR in 2010 en 143 miljoen EUR 2011.

2010 2011
0 1
8
8
2
6
Boekjaar afgesloten op 31 december
-8
-8

Niet-recurrente kosten omvatten verliezen op de verkoop van geconsolideerde ondernemingen die elk afzonderlijk meer dan 5 miljoen EUR vertegenwoordigen, kosten voor herstructureringsprogramma's (inclusief actuariële winsten en verliezen) en gevolgen van afwikkelingen van plannen voor vergoeding na uitdiensttreding.

In 2010 heeft de Groep de veronderstellingen voor schatting van de schuld voor beëindigingsvoordelen herzien, wat resulteerde in een daling van de schuld van 8 miljoen EUR (zie toelichting 9.1)

Op 30 juni 2011 heeft de Belgacom Groep Telindus SA (Spanje) verkocht en een verlies erkend van 18 miljoen EUR via de nietrecurrente kosten.

In 2011 heeft de Groep het hospitalisatieplan van de groep vervangen, wat resulteerde in een niet-recurrente kost van 3 miljoen EUR (zie toelichting 9.3), en de schatting herzien van de schuld voor beëindigingsvoordelen, wat resulteerde in een niet-recurrente kost van 5 miljoen EUR (zie toelichting 9.1)

Toelichting 27. Afschrijvingen

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Afschrijvingen op licenties en andere immateriële vaste activa 260 266
Afschrijvingen op materiële vaste activa 549 489
Totaal 809 756

Toelichting 28. Netto financiële opbrengsten/(kosten)

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Financiële opbrengsten
Intrestopbrengsten op financiële instrumenten
Aan afgeschreven kostprijs
Aan reële waarde via de resultatenrekening
Intrestopbrengsten op activa
4
1
8
2
Op vorderingen 0 8
Meerwaarde op verkoop van
Beleggingen
Waardering aan de reële waarde van financiële instrumenten
7 0
Niet in een afdekkingsrelatie
Andere financiële inkomsten
6
2
9
3
Financiële kosten
Intresten en kosten van leningen op financiële instrumenten
Aan afgeschreven kostprijs
Aan reële waarde via de resultatenrekening
-92
-11
-101
-12
Actualisatie kosten
Van voorzieningen
Van beëindigingsvoordelen
-1
-9
0
-5
Van lange termijnschulden
Waardering aan de reële waarde van financiële instrumenten
Niet in een afdekkingsrelatie
0
-7
-2
-13
Andere financiële kosten -4 -3
Totaal -102 -106

Toelichting 29. Winst per aandeel

De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die kan toegekend worden aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen tijdens het jaar.

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die toegekend wordt aan de gewone aandeelhouders, te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen, beiden gecorrigeerd voor de effecten van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden. Hierna worden d e resultaten- e n aandelengegevens weergegeven die worden gebruikt bij d e berekening van d e gewone e n verwaterde winst

per aandeel:

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen, behalve de cijfers met betrekking tot de aandelen) 2010 2011
Nettowinst toe te rekenen aan gewone aandeelhouders (in miljoen EUR) 1.266 756
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen 321.138.048 319.963.423
Correctie voor aandelenopties 573.981 550.862
Gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen voor verwaterde winst per aandeel 321.712.030 320.514.286
Gewone winst per aandeel (EUR) 3,94 2,36
Verwaterde winst per aandeel (EUR) 3,94 2,36

Winst per aandeel wordt beïnvloed door niet-recurrente items in de nettowinst (zie toelichting 22 en 26).

De aandelenopties toegekend in 2004,2007 en 2011 zijn antiverwaterend en daarom niet inbegrepen in de berekening van de verwaterde winst per aandeel, terwijl de andere toegekende opties een verwaterend effect hebben.

Toelichting 30. Betaalde en voorgestelde dividenden

Boekjaar afgesloten op 31 december
(in miljoen, behalve de cijfers met betrekking tot de aandelen) 2010 2011
Dividenden op gewone aandelen:
Voorgestelde dividenden (in miljoen EUR) 540 534
Aantal uitstaande aandelen met dividendrechten 321.482.641 317.648.821
Dividend per aandeel (EUR) 1,68 1,68
Bijzonder dividend voorgesteld aan de Algemene Vergadering (in miljoen EUR) - -
Bijzonder dividend per aandeel (EUR) - -
Interimdividend betaald aan de aandeelhouders (in miljoen EUR) 161 159
Interimdividend per aandeel (EUR) 0,50 0,50

De voorgestelde dividenden voor 2010 werden effectief uitbetaald in april 2011. Het interimdividend van 2010 werd in december 2010 uitbetaald. Het interimdividend van 2011 werd in december 2011 uitbetaald.

Toelichting 31. Bijkomende toelichtingen inzake financiële instrumenten

Toelichting 31.1. Derivaten

Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
Vaste activa
Andere derivaten - intrestgerelateerd 1
0
106 132
Vlottende activa
Andere derivaten 1
2
1
TOTAAL ACTIVA 107 134
Langetermijnschulden
Andere derivaten - intrestgerelateerd 1
6
8
9
127
TOTAAL SCHULDEN 8
9
127

De Groep maakt gebruik van derivaten zoals renteswaps (IRS), rente- en valutaswaps (IRCS), termijnwisselcontracten en valuta opties. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de positieve en negatieve reële waarden van de derivaten in de balans, opgenomen als respectievelijk vaste/vlottende activa of passiva, samen met de notionele bedragen per vervaltermijn.

Op 31 december 2010 Reële waarde Notioneel bedrag (1)
(in miljoen EUR) Activa Passiva Binnen
2 maand
3 - 12
maand
1 - 5
jaar
meer dan
5 jaar
Totaal
Renteswaps 0 -25 0
0
0
0
144
-144
0
0
144
-144
Rente- en valutaswaps 106 0 0
0
0
0
145
-145
7
3
-73
217
-217
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 0 -64 0 0 0 0 0
Termijnwisselcontracten 1 0 0
0
8
-22
1
-99
0
0
8
-121
Derivaten die niet kwalificeren voor afdekking (1) 107 -89 0 -14 -98 0 -112
Totaal 107 -89 0 -14 -98 0 -112

(1) Het "+" teken verwijst naar te incasseren notionele bedragen en het "-" teken verwijst naar te betalen notionele bedragen

Op 31 december 2011 Reële waarde Notioneel bedrag (1)
(in miljoen EUR) Activa Passiva Binnen
2 maand
3 - 12
maand
1 - 5
jaar
meer dan
5 jaar
Totaal
Commodity swap 0 0 -1 -6 -1 0 -8
Derivaten die kwalificeren voor kasstroom afdekking 0 0 -
1
-
6
-
1
0 -
8
Renteswaps 0 -25 0 0 144 0 144
Rente- en valutaswaps 0
132
0
0
0
0
0
0
-144
145
0
7
3
-144
217
Rente - en valutagerelateerd - anderen derivaten 0
0
0
-101
0
0
0
0
-145
0
-73
0
-217
0
Termijnwisselcontracten 3
0
0
0
0
0
9
-15
1
8
-72
0
0
2
7
-87
Derivaten die niet kwalificeren voor afdekking (1)
134
-127 0 -
6
-54 0 -60
Totaal 134 -127 -
1
-12 -54 0 -68

Toelichting 31.2. Financieel risicobeheer: objectieven en beleid

De belangrijkste financiële instrumenten van de Groep bestaan uit niet-achtergestelde obligaties, handelsvorderingen en handelsschulden. De belangrijkste risico's verbonden met deze financiële instrumenten zijn het rentevoetrisico, het wisselkoersrisico, het liquiditeitsrisico en het kredietrisico. De Groep is ook blootgesteld aan het financieel risico dat met toekomstige transacties verbonden is.

Het principe van risico minimalisatie wordt op alle financiële transacties toegepast. Om dit te bereiken wordt het beheer met betrekking tot de financiering, wisselkoers, rentevoet en kredietrisico gecentraliseerd bij het Groep Treasury Department. Simulaties worden uitgevoerd gebruik makend van verschillende scenario's ("worst case" scenario inbegrepen) om hun impact in verschillende marktomgevingen in te schatten. Alle financiële transacties en financiële risico's worden beheerd en opgevolgd in een centraal treasury management systeem.

Het Groep Treasury departement voert zijn operaties uit in het kader van de regels en richtlijnen die door de Raad van Bestuur goedgekeurd werden. Het Groep Treasury departement is verantwoordelijk voor de toepassing van deze regels en richtlijnen. Volgens deze regels, worden de derivaten gebruikt om het rentevoetrisico en het wisselkoersrisico af te dekken. Derivaten worden enkel gebruikt als dekkingsinstrument, en kunnen niet gebruikt worden voor handels- of speculatieve doeleinden. De belangrijkste gebruikte derivaten zijn de valutaswaps, de renteswaps en de rente- en valutaswaps en toekomstige koersovereenkomsten.

De interne Audit afdeling van de Groep controleert regelmatig de interne controleomgeving binnen het Groep Treasury departement.

Gedurende de periode 2010 – 2011 vond in de Groep geen belangrijke verandering plaats in de aard van de financiële risico's noch in de door de Groep opgestelde regels en richtlijnen voor het beheer van financiële risico's.

Rentevoetrisico

De blootstelling van de Groep aan de veranderende marktrentevoeten betreft voornamelijk zijn langetermijn financiële schulden. Het Groep Treasury departement beheert de blootstelling van de Groep aan wijzigingen van de rentevoeten en de financieringskost, door een mix van vaste en vlottende rentedragende schulden te gebruiken, in lijn met de door de Groep opgestelde regels voor financieel risicobeheer. Deze regels streven naar het bereiken van een optimaal evenwicht tussen de totale financieringskost, de risicobeperking en het vermijden van de volatiliteit van de financiële resultaten, rekening houdend met zowel de marktcondities en opportuniteiten als met de globale handelsstrategie van de Groep.

Als gevolg daarvan heeft Belgacom op verschillende renteswaps (IRS) en rente- en valutaswaps (IRCS) ingetekend om het renterisico op bepaalde financiële verplichtingen om te zetten van een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet mechanisme of omgekeerd.

Deze IRS en IRCS derivaten zijn economische indekkingen en komen niet in aanmerking voor hedge accounting

De onderliggende tabellen tonen de rentedragende langetermijnschulden (exclusief leasing- en soortgelijke schulden), de renteswaps (IRS), de rente- en valutaswaps (IRCS) en de netto verplichtingen van de Groep, op 31 december 2010 en 2011.

Op 31 december 2010
Directe lening IRCS overeenkomsten IRS overeenkomsten Netto wisselverplichtingen
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemidde
lde
looptijd
tot
vervalda
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel
de
looptijd
tot
vervaldag
(in miljoen EUR) (in jaren) (in miljoen EUR) g (in jaren)(in miljoen EUR) (in jaren) (in miljoen EUR) (in jaren)
EUR
Vast
Variabel
1.858 4,43% 4 217 1,15% 9 144
-144
6,20%
1,27%
5
5
2.002
7
3
4,55%
0,93%
4
1
6
JPY
Vast
217 4,99% 9 -217 -4,99% 9 0
Totaal 2.076 4,48% 4 0 0 2.076 4,43% 4

(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.

Op 31 december 2011
Directe lening IRCS overeenkomsten IRS overeenkomsten Netto wisselverplichtingen
Notioneel
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddeld
e looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemidde
lde
looptijd
tot
vervalda
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel
de
looptijd
tot
vervaldag
Te betalen
(terug te
vorderen)
bedrag
Gewogen
gemiddelde
interestvoet
(1)
Gemiddel
de
looptijd
tot
vervaldag
(in miljoen EUR) (in jaren) (in miljoen EUR) g (in jaren)(in miljoen EUR) (in jaren) (in miljoen EUR) (in jaren)
EUR
Vast
Variabel
1.579 4,41% 5 217 1,61% 8 144
-144
6,20%
1,74%
4
4
1.723
7
3
4,56%
1,37%
5
1
5
JPY
Vast
Variabel
217 4,99% 8 -217 -4,99% 8 0
Totaal 1.796 4,48% 5 0 0 1.796 4,43% 5

(1) Gewogen gemiddelde interestvoet rekening houdend met de recentste rentevoeten voor variabele rentedragende leningen.

De Groep verwacht immateriële impacten in 2012 op de resultatenrekening door te betalen intresten op leningen met vlottende rentevoet enerzijds, en anderzijds door de herwaardering aan marktwaarde van bepaalde IRS-derivaten die niet als indekking kwalificeren1 .

Wisselkoersrisico's

De operationele activiteiten zijn de belangrijkste bron van wisselrisico voor de Groep. Dit risico komt voor bij aankopen of verkopen die door de operationele afdelingen in een andere valuta dan hun functionele valuta worden uitgevoerd. Dergelijke transacties komen voornamelijk voor in het segment International Carrier Services ("ICS"). De internationale activiteiten van dit segment genereren betalingen in verschillende valuta's van en naar andere telecommunicatie operatoren, evenals in sommige dochterondernemingen van de sub-groep Telindus die activiteiten in US Dollar voeren en tenslotte, in de internationale activiteiten (roaming, investeringen en operationele uitgaven) van de Groep.

De wisselkoersrisico's worden ingedekt voor zover ze de kasstromen van de Groep beïnvloeden. De wisselkoersrisico's die de kasstromen van de Groep niet beïnvloeden (bijvoorbeeld risico's die voortvloeien uit de omzetting van activa en schulden van de buitenlandse operaties naar de functionele valuta) worden gewoonlijk niet ingedekt. Niettemin zou de Groep kunnen overwegen om deze zogenaamde omrekeningsverschillen in te dekken indien hun mogelijke impact belangrijk zou worden voor de geconsolideerde jaarrekening.

De typische instrumenten die gebruikt worden om het wisselkoersrisico in te dekken zijn de termijnwisselcontracten.

In 2010 en 2011 was de Groep enkel voor zijn operationele activiteiten aan het wisselkoersrisico blootgesteld. De herwaardering naar de reële waarde van de openstaande posities in vreemde munten wordt via de resultatenrekening geboekt en wordt gereduceerd of gecompenseerd door de herwaardering van de derivaten die gebruikt werden om dit risico in te dekken.

De Groep voerde voor de jaren 2010 en 2011 een sensitiviteitsanalyse uit op de wisselkoersen EUR/USD, EUR/SDR22 EUR/GBP en EUR/CHF, de vier munten waarin de Groep typisch een risico heeft in zijn operationele activiteiten. Voor 2010 en 2011, was er geen

1 De volaliteit van de financiële opbrengsten /(kosten) hangt af van de schommelingen van de EURIBOR op drie maand (EURIBOR 3M) voor de intrest op de leningen met vlottende rentevoet en van de IRS-EURIBOR op zeven jaar (IRS-EURIBOR 7 jaar) voor de herwaardering aan marktwaarde van de IRS-derivaten.

2SDR: Speciale Trekkingsrechten: korf van munten, vaak gebruikt in netting overeenkomsten tussen telecom operatoren.

belangrijke impact op de resultatenrekening van de Groep. Voor 2012, verwacht de Groep ook geen materiële impact van koersschommelingen op zijn financiële prestaties. Dit komt door het feit dat de Groep in se een beperkt (alhoewel toenemend door de groeiende ICS activiteiten) wisselrisico blijft houden enerzijds, en anderzijds door het tijdig en doeltreffend indekken van zulke wisselrisico's wanneer zij opduiken gedurende de operaties.

Kredietrisico en belangrijke concentraties van kredietrisico

De Groep is blootgesteld aan kredietrisico's door zijn operationele en financiële activiteiten (financiële beleggingen voor het beheer van de liquide middelen van de Groep). Kredietrisico betreft alle soorten risico's op tegenpartijen, bijvoorbeeld wanneer de tegenpartij haar verplichtingen tegenover Belgacom niet nakomt in het kader van leningen, dekkingen, uitbetalingen en andere financiële activiteiten.

De maximale blootstelling van de Groep aan het kredietrisico (zonder rekening te houden met de waarde van alle zakelijke of andere zekerheden), wanneer de tegenpartij haar verplichtingen tegenover elke categorie van erkende financiële activa (waaronder derivaten) niet nakomt, is gelijk aan de boekwaarde van deze activa in de balans.

Om het kredietrisico te beperken dat met de financieringsactiviteiten en het beheer van de liquide middelen van de Groep verbonden is, worden dergelijke transacties als regel enkel met financiële instellingen van eerste rang afgesloten, waarvan de rating minimaal A (S&P) en/of A2 (Moody's) bedraagt.

Het kredietrisico dat uit operationele activiteiten met grote klanten voortvloeit, wordt op individuele basis beheerd en gecontroleerd. Bijkomende garanties kunnen geëist worden. Deze grote klanten zijn niet materieel voor de Groep, aangezien de portfolio van Belgacom vooral uit een massa kleinere klanten bestaat. Het kredietrisico en de concentratie van het kredietrisico verbonden met handelsvorderingen is dus beperkt. Wat de handelsvorderingen op andere telecommunicatie ondernemingen betreft, is de concentratie van het kredietrisico ook beperkt ten gevolge van de nettingovereenkomsten met de handelsschulden van die ondernemingen, de verplichtingen tot vooruitbetaling, bankgaranties, de waarborgen uitgegeven door moederondernemingen en kredietlimieten toegestaan door kredietverzekeraars.

De Groep is blootgesteld aan kredietverliezen ingeval de tegenpartij haar verplichtingen op derivaten niet nakomt (zie toelichting 31.1) en een cross-border lease overeenkomst (zie toelichting 34). De Groep verwacht echter niet dat deze tegenpartijen slecht zullen presteren, gezien het om financiële instellingen met de beste kredietwaardigheid gaat. In één geval werd een zekerheid van 32 miljoen EUR ('margin call') ontvangen van een bank om het risico van de tegenpartij in te dekken en dit binnen de limieten van de groepsregels.

Bovendien is de Groep aan kredietrisico blootgesteld door het occasioneel uitgeven van financiële zekerheden. Op 31 december 2011 had de Groep bankgaranties uitgegeven voor een bedrag van 34 miljoen EUR.

Liquiditeitsrisico

In overeenstemming met het Treasury beleid, beheert het Groep Treasury departement de financieringskost door een mix van schulden met vaste rentevoet en schulden met vlottende rentevoet.

Een liquiditeitsreserve onder de vorm van kredietfaciliteiten of cash, wordt gehouden met het doel de liquiditeit en de financiële flexibiliteit van de Groep steeds te handhaven. Daartoe is Belgacom NV bilaterale kredieten met verschillende looptijden en twee aparte gesyndiceerde kredietfaciliteiten aangegaan. Voor de middellange tot langetermijnfinanciering, gebruikt de Groep obligaties en leningen op middellange termijn. De looptijd van de schulden is gespreid over meerdere jaren. Het Groep Treasury departement analyseert regelmatig zijn financieringsbehoefte, rekening houdend met zijn eigen rating en de bestaande condities op de markt.

De onderstaande tabel vat de looptijd van rentedragende schulden van de Groep samen voor elk boekjaar. Dit profiel is gebaseerd op de niet geactualiseerde contractuele interestbetalingen en op de kapitaalsaflossingen. De impact van de derivaten op de kasstromen die gebruikt worden om een vaste rentevoet naar een vlottende rentevoet of omgekeerd om te zetten werd in acht genomen. Voor de schulden met vlottende rentevoet zijn de rentevoeten die gebruikt werden om de kasstromen te bepalen, diegenen van de laatste herprijzing voor de afsluiting van het boekjaar (respectievelijk op 31 december 2010 en 2011).

(in miljoen EUR) 2011 2012 2013 2014 2015 2016-2029
Op 31 december 2010
Rentedragende schulden op lange termijn 5
9
6
2
189 5
2
197 1.083
Kortetermijn rentedragende schulden 818 0 0 0 0 0
Totaal 877 6
2
189 5
2
197 1.083
Op 31 december 2011
Rentedragende schulden op lange termijn 7
8
209 7
2
216 1.645
Kortetermijn rentedragende schulden 4
3
0 0 0 0
Totaal 121 209 7
2
216 1.645

Bankkredietfaciliteiten op 31 december 2011

Behalve de rentedragende schulden op lange termijn zoals weergegeven in toelichting 16.1 en 16.2, kan de Groep beroep doen op langetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 350 miljoen EUR en kortetermijnkredietfaciliteiten ten belope van 1.575 miljoen EUR. Deze faciliteiten worden verstrekt door een gediversifieerde groep van banken. Op 31 december 2011 was er geen enkel uitstaand saldo onder deze faciliteiten. Een totaal van 865 miljoen EUR is daarom beschikbaar3 voor opname op 31 december 2011.

De Groep heeft ook Euro Medium Term Note ("EMTN")-programma uitgewerkt van 2,5 miljard EUR en een Commercial Paper ("CP") programma van 1 miljard EUR. Op 31 december 2011 was er een uitstaand bedrag onder het EMTN-programma van 1.575 miljoen EUR, en geen uitstaand bedrag onder het CP-programma.

Toelichting 31.3. Netto financiële positie van de Groep en beheer van kapitaal

De Groep definieert zijn netto financiële positie als het nettobedrag van de beleggingen, geldmiddelen en kasequivalenten, verminderd met alle rentedragende schulden en bijbehorende derivaten (met inbegrip van de herwaardering naar de reële waarde).

verminderd met alle rentedragende schulden en bijbehorende derivaten (met inbegrip van de herwaardering naar de reële waarde).
Per 31 december
(in miljoen EUR) Toelichting 2010 2011
ACTIVA
Lange termijn beleggingen (1) 1
0
5 5
Korte termijn beleggingen (1) 1
3
4
3
3
6
Geldmiddelen en kasequivalenten (1) 1
4
584 320
Lange termijn derivaten 1
0
106 132
SCHULDEN
Langetermijn rentedragende schulden (1) 1
6
-1.406 -1.931
Kortetermijn rentedragende schulden (1) 1
6
-783 -41
Netto financiële positie -1.451 -1.479

(1) na herwaardering aan de reële waarde, indien van toepassing.

De rentedragende schulden op lange termijn omvatten lange termijn derivaten tegen reële waarde die 89 miljoen EUR in 2010 en 127 miljoen EUR in 2011 vertegenwoordigen (zie toelichting 16.1).

Het doel van de Groep inzake het beheer van het eigen vermogen bestaat erin om een gezonde financiële positie evenals een gezonde schuldenlast te bewaren, om op elk moment een gemakkelijke toegang tot de financiële markten te bewaren, om in staat te zijn strategische projecten te financieren, en om een aantrekkelijke vergoeding aan de aandeelhouders te bieden. Het beleid inzake de winstuitkering werd herzien door de Belgacom Raad van Bestuur van 25 februari 2010 en Belgacom verbindt zich door, in principe, het merendeel van haar jaarlijkse kasstroom voor financieringsactiviteiten (vrije kasstroom) te laten terugvloeien naar haar aandeelhouders. De uitkering uit de vrije kasstroom, hetzij via dividenden, hetzij via aandeleninkoop, zal jaarlijks opnieuw worden bekeken teneinde voldoende strategische financiële flexibiliteit te behouden voor toekomstige organische groei of groei via selectieve acquisities, met een klare focus op waardecreatie. Dit houdt tevens bevestiging in van adequate niveaus van uitkeerbare reserves.

Over de twee voorgestelde jaren, heeft de Groep geen nieuwe aandelen of andere verwaterende instrumenten uitgegeven.

3 Sommige kredietfaciliteiten zijn voorwaardelijk aan het respecteren van bepaalde schuldratio's op groepsniveau.

Toelichting 31.4. Categorieën van financiële instrumenten

De Groep gebruikt rente- en valutaswaps (IRCS) om de risico's verbonden aan wijzigingen in rentevoeten en wisselkoersen op de rentedragende langetermijnschulden te beheersen (zie toelichting 31.2).

De volgende tabellen stellen de financiële instrumenten van de Groep voor, per categorie zoals gedefinieerd door IAS 39, evenals de winsten en verliezen uit de herwaardering aan reële waarde.

Aan de per 31 december 2011 geldende marktvoorwaarden overschrijdt de reële waarde van de niet achtergestelde obligatieleningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs de boekwaarde met 116 miljoen EUR. De groep heeft niet de intentie deze leningen voor vervaldag terug te betalen.

Op 31 december 2010
(in miljoen EUR) Bijlage Categorie Boek- waarde Bedragen erkend in de balans volgens IAS 39
volgens
IAS 39 (1)
Afgeschreven
kostprijs
Aanwervingskost,
na mogelijke
waardevermin
deringen
Aanpassing aan
de reële waarde
via het eigen
vermogen
Aanpassing aan de
reële waarde via
de resultaten
rekening
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere deelnemingen 7 AFS 2
6
2
6
0
Andere vaste activa
Andere derivaten 31,1 FAHfT 106 106
Lange termijnbeleggingen 1
0
AHTM 5 5
Andere financiële activa 1
0
LaR 1
1
1
1
VLOTTENDE ACTIVA
Handelsvorderingen 1
1
LaR 1.246 1.246
Andere vlottende activa
Terug te vorderen BTW
en andere vorderingen
1
2
LaR 2
1
2
1
Over te dragen kosten 1
2
LaR 100 100
Verkregen opbrengsten 1
2
LaR 1
9
1
9
Andere derivaten 31,1 FAHfT 1 1
Beleggingen 1
3
AFS 4
3
4
3
0
Geldmiddelen en kasequivalenten
Vastrentende effecten 1
4
HTM 332 332
Kortetermijndeposito's 1
4
LaR 252 252
SCHULDEN
LANGETERMIJNSCHULDEN
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie1 6 FLAC 1.306 1.306
Leasings en soortgelijke schulden 1
6
FLAC 3 3
Kredietinstellingen 1
6
FLAC 8 8
Andere leningen 1
6
FLAC 0 0
Andere derivaten 31,1 FLHfT 8
9
8
9
Andere langetermijnschulden 1
8
FLAC 3 3
KORTETERMIJNSCHULDEN
Rentedragende schulden, korte termijn deel
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie1 6 FLAC 773 773
Leasings en soortgelijke schulden 1
6
FLAC 3 3
Kredietinstellingen 1
6
FLAC 4 4
Rentedragende schulden
Andere leningen 1
6
FLAC 3 3
Handelsschulden FLAC 1.304 1.304
Andere kortetermijnschulden
Toe te rekenen kosten 1
9
FLAC 2
4
2
4
Te betalen B.T.W
. en andere schulden
1
9
FLAC 314 314
(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :
AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (Available-for-sale financial assets)
AHTM: Financiële activa aangehouden tot vervaldatum (Financial assets held-t
o-maturity)
FAHfT: Financiële activa aangehouden voor trading doeleinden (Financial assets held-for-trading)

LaR: Leningen en vorderingen (Loans and Receivables financial assets)

FLAC: Financiële schulden aan afgeschreven kostprijs (Financial liabilities at amortized costs)

FLHfT: Financiële schulden aangehouden voor trading doeleinden (Financial liabilities held-for-trading)

Op 31 december 2011
(in miljoen EUR)
Bijlage Categorie Bedragen erkend in de balans volgens IAS 39
volgens
IAS 39 (1)
Boek- waarde Afgeschreven
kostprijs
Aanwervingskost,
na mogelijke
waardevermin
deringen
Aanpassing aan
de reële waarde
via het eigen
vermogen
Aanpassing aan de
reële waarde via
de resultaten
rekening
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere deelnemingen 7 AFS 3
1
3
1
0
Andere vaste activa
Andere derivaten 31,1 FAHfT 132 132
Lange termijnbeleggingen 1
0
AHTM 5 5
Andere financiële activa 1
0
LaR 4
3
4
3
VLOTTENDE ACTIVA
Handelsvorderingen 1
1
LaR 1.328 1.328
Andere vlottende activa
Terug te vorderen BTW
en andere vorderingen
1
2
LaR 2
9
2
9
Over te dragen kosten 1
2
LaR 108 108
Verkregen opbrengsten 1
2
LaR 1
2
1
2
Andere derivaten 31,1 FAHfT 3 3
Beleggingen 1
3
AFS 3
6
3
5
1
Geldmiddelen en kasequivalenten 1
4
LaR 320 320
Vastrentende effecten 1
4
HTM 147 147
Kortetermijndeposito's 1
4
LaR 173 173
SCHULDEN
LANGETERMIJNSCHULDEN
Rentedragende schulden
Niet-achtergestelde obligatieleningen niet in een afdekkingsrelatie1 6 FLAC 1.798 1.798
Leasings en soortgelijke schulden 1
6
FLAC 2 2
Kredietinstellingen 1
6
FLAC 4 4
Andere derivaten 31,1 FLHfT 127 127
Niet rentedragende schulden
Andere langetermijnschulden 1
8
FLAC 2 2
KORTETERMIJNSCHULDEN
Rentedragende schulden, korte termijn deel
Leasings en soortgelijke schulden 1
6
FLAC 2 2
Kredietinstellingen 1
6
FLAC 4 4
Rentedragende schulden
Andere leningen 1
6
FLAC 3
5
3
5
Handelsschulden FLAC 1.393 1.393
Andere kortetermijnschulden
Toe te rekenen kosten 1
9
FLAC 3
6
3
6
Te betalen B.T.W
. en andere schulden
1
9
FLAC 341 341
(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :
AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (Available-for-sale financial assets)
AHTM: Financiële activa aangehouden tot vervaldatum (Financial assets held-t o-maturity)
FAHfT: Financiële activa aangehouden voor trading doeleinden (Financial assets held-for-trading)

FAHfT: Financiële activa aangehouden voor trading doeleinden (Financial assets held-for-trading) LaR: Leningen en vorderingen (Loans and Receivables financial assets)

FLAC: Financiële schulden aan afgeschreven kostprijs (Financial liabilities at amortized costs)

FLHfT: Financiële schulden aangehouden voor trading doeleinden (Financial liabilities held-for-trading)

Toelichting 31.5. Activa en passiva aan reële waarde

De Group houdt op 31 december 2011 financiële instrumenten aan die gewaardeerd zijn aan reële waarde.

Deze instrumenten worden in de onderstaande tabel getoond volgens de gebruikte waarderingstechniek. De hierarchie tussen de technieken geeft het belang weer van de gebruikte inputs om de waardering te doen.

  • Niveau 1 : (Niet gecorrigeerde) prijsnotering in actieve markten voor identieke activa of passiva.
  • Niveau 2 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, gebaseerd zijn op direct of indirect waarneembare gegevens voor activa of passiva.
  • Niveau 3 : Waarderingstechnieken voor dewelke alle inputs die een belangrijk effect hebben op de geboekte reële waarde, niet gebaseerd zijn op waarneembare marktgegevens.
(in miljoen EUR) Categorie Gebruikte waarderingsmethode op het einde van het boekjaar:
Toelichting volgens IAS 39
(1)
Saldo op 31
december 2010
Laag 1 Laag 2 Laag 3
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere deelnemingen 7 AFS 2
6
2
6
Andere vaste activa
Andere derivaten
31,1 FAHfT 106 106
VLOTTENDE ACTIVA
Andere vlottende activa
Andere derivaten
Beleggingen
31,1
1
3
FAHfT
AFS
1
4
3
4
3
1
SCHULDEN
LANGETERMIJNSCHULDEN
Rentedragende schulden
Andere derivaten 31,1 FLHfT 8
9
8
9
(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :
AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (Available-for-sale financial assets)
AHTM: Financiële activa aangehouden tot vervaldatum (Financial assets held-t
o-maturity)
FAHfT: Financiële activa aangehouden voor trading doeleinden (Financial assets held-for-trading)

LaR: Leningen en vorderingen (Loans and Receivables financial assets)

FLAC: Financiële schulden aan afgeschreven kostprijs (Financial liabilities at amortized costs)

FLHfT: Financiële schulden aangehouden voor trading doeleinden (Financial liabilities held-for-trading)

(in miljoen EUR) Gebruikte waarderingsmethode op het einde van het boekjaar:
Toelichting Categorie
volgens IAS 39
(1)
Saldo op 31
december 2011
Laag 1 Laag 2 Laag 3
ACTIVA
VASTE ACTIVA
Andere deelnemingen
Andere vaste activa
7 AFS 3
1
3
1
Andere derivaten 31,1 FAHfT 132 132
VLOTTENDE ACTIVA
Andere vlottende activa
Andere derivaten
Beleggingen
31,1
1
3
FAHfT
AFS
3
3
6
3
6
3
SCHULDEN
LANGETERMIJNSCHULDEN
Rentedragende schulden
Andere derivaten
31,1 FLHfT 127 127
(1) De categoriëen volgens IAS 39 zijn de volgende :
AFS: Voor verkoop beschikbare financiële activa (Available-for-sale financial assets)
AHTM: Financiële activa aangehouden tot vervaldatum (Financial assets held-t
o-maturity)
FAHfT: Financiële activa aangehouden voor trading doeleinden (Financial assets held-for-trading)

LaR: Leningen en vorderingen (Loans and Receivables financial assets)

FLAC: Financiële schulden aan afgeschreven kostprijs (Financial liabilities at amortized costs)

FLHfT: Financiële schulden aangehouden voor trading doeleinden (Financial liabilities held-for-trading)

De evolutie van de reële waarde van de instrumenten van niveau 3 vergeleken met de situatie op 31 december 2010, is het gevolg van de aanschaffing van minderheidsbelangen in Dacentec NV en Awingu NV voor een totaal bedrag van 5 miljoen EUR. Het gerapporteerde bedrag van 31 miljoen EUR bestaat voor 30 miljoen uit minderheidsbelangen in vennootschappen die nog in opstartfase zijn. Deze minderheidsbelangen zijn gewaardeerd aan reële waarde in overeenstemming met de waarderingsregels van de Groep.

Toelichting 32. Informatie over verbonden partijen

Toelichting 32.1. Geconsolideerde ondernemingen

De dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen zijn opgenomen in toelichting 6.

Leveringen van goederen en diensten tussen ondernemingen van de Groep gebeuren aan commerciële voorwaarden en marktprijzen.

Geassocieerde ondernemingen

Tunz.com NV

De Group heeft in 2009 40% verworven van Tunz.com NV. Er zijn geen significante transacties tussen de Groep en deze minderheidsparticipatie in 2010 en 2011.

ClearMedia NV

In 2010 heeft de groep 40% verworven van ClearMedia NV. Er zijn geen significante transacties tussen de Groep en deze minderheidsparticipatie in 2010 en 2011.

Toelichting 32.2. Relaties met aandeelhouders

De Belgische Staat is de meerderheidsaandeelhouder van de Groep met een deelneming van 53,5%. De Groep houdt eigen aandelen aan voor 6,0%. De resterende 40,5% worden verhandeld op de Eerste Markt van Euronext Brussels.

Relatie met de Belgische Staat

De Groep levert telecomdiensten aan de Belgische Staat en verschillende administraties van de Belgische Staat. Al deze transacties verlopen op basis van normale klant/leverancier-relaties en aan voorwaarden die niet voordeliger zijn dan die waarop andere klanten en leveranciers een beroep kunnen doen. De diensten aan deze administraties vormen geen belangrijk deel van de netto-omzet van de Groep.

Toelichting 32.3. Relaties met andere door de Staat gecontroleerde ondernemingen

De Groep levert telecomdiensten aan verschillende door de Staat gecontroleerde ondernemingen. Al deze transacties verlopen op basis van normale klant/leverancier–relaties en volgens bepalingen en voorwaarden die niet voordeliger zijn dan die voor andere klanten en leveranciers. De diensten verleend aan door de Staat gecontroleerde ondernemingen vertegenwoordigen geen belangrijk deel van de netto-omzet van de Groep.

Toelichting 32.4. Relaties met top management personeel

De vergoeding van de bestuurders is als volgt: een jaarlijkse vaste vergoeding van 50.000 EUR voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en van 25.000 EUR voor de andere leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de Gedelegeerd-Bestuurder. Alle leden van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de Gedelegeerd-Bestuurder, hebben recht op een zitpenning van 5.000 EUR per bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur. Ten slotte wordt een zitpenning van 2.500 EUR per vergadering toegekend aan ieder lid van een adviserend Comité van de Raad van Bestuur, met uitzondering van de Gedelegeerd-Bestuurder. Voor de Voorzitter wordt het bedrag van de zitpenningen verdubbeld. De totale bezoldiging voor de bestuurders bedroeg EUR 914.375 voor 2010 en EUR 1,065,000 voor 2011. De bestuurders hebben noch leningen noch voorschotten ontvangen van de Groep.

Het aantal vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Comités van de Raad van Bestuur is hieronder gedetailleerd.
2010 2011
Raad van Bestuur 5 7
Audit-en Toezichtscomité 5 7
Benoemings-en Bezoldigingscomité 8 6
Ad-hoccomité 0 0
Comité voor Strategie en Bedrijfsontwikkeling 2 2

In zijn vergadering van 24 februari 2011 heeft de Raad van Bestuur een 'policy inzake transacties met verbonden partijen' aangenomen, die alle transacties of andere contractuele verhoudingen tussen de onderneming en de leden van de Raad van Bestuur regelt. Belgacom heeft contractuele relaties en levert eveneens telefonie-, internet- en/of ICT-diensten aan diverse ondernemingen waarin de leden van de Raad een uitvoerend of niet-uitvoerend mandaat hebben. Deze transacties vinden plaats in het normale verloop van de business en gebeuren op marktconforme basis. Daarnaast is Belgacom een Institutionele Partner van Guberna, het Belgisch Instituut voor Bestuurders (verbonden met Lutgart Van den Berghe, Uitvoerend Bestuurder van Guberna), waarvoor ze in 2011 een vergoeding van 30.250 € heeft betaald.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2010 werd een totaal bedrag van 11.264.598 EUR (inclusief sociale lasten en op aandelen gebaseerde betalingen) betaald aan de leden van het "Belgacom Management Committee" (BMC), de Gedelegeerd-Bestuurder inbegrepen. In 2010 waren de leden van het Belgacom Management Committee : A. De Lathauwer, D. Bellens, R. Stewart, S. Alcott, M. Georgis, M. De Coster (8 maanden) en G. Dallemagne.

Voor het jaar eindigend op 31 december 2011 werd een totaal bedrag van 12.717.629 EUR (inclusief sociale lasten en op aandelen gebaseerde betalingen) betaald aan de leden van het "Belgacom Management Committee" (BMC), de Gedelegeerd-Bestuurder inbegrepen. In 2011 waren de leden van het Belgacom Management Committee: D. Bellens, S. Alcott, B. Chauvat (4 maanden), G. Dallemagne (3 maanden), A. De Lathauwer (9 maanden), M. Georgis, R. Stewart and B. Van Den Meersche.

Dit totale bedrag van vergoedingen van het top management omvat de volgende elementen:

  • korte termijn vergoedingen: omvat zowel jaarsalaris (basis en variabel) als andere korte termijn vergoedingen zoals groepsverzekering, privé gebruik van directiewagens, maaltijdcheques, en inclusief de betaalde sociale zekerheidsbijdragen op deze voordelen;
  • Vergoedingen na uitdiensttreding: verzekeringspremies betaald door de Groep in naam van de leden van het BMC. De premies dekken hoofdzakelijk een bijkomend pensioenplan.

  • Op aandelen gebaseerde betalingen: kost van de korting van 16,67% vergeleken met de marktprijs in het "Discounted Share Purchase Plan" en de reële waarde van de aandelenopties (die wordt erkend over de verwervingsperiode volgens de graduele verwervingsmethode) ; en

  • Beëindigingvoordelen: betaald of voorzien
Boekjaar afgesloten per 31 december
(in miljoen EUR) 2010 2011
Korte termijn vergoedingen 5.876.229 6.493.127
Vergoedingen na uitdiensttreding 1.958.144 1.059.795
Beëindigingsvoordelen 984.886 2.699.193
Op aandelen gebaseerde betalingen 2.445.339 2.465.514
Total 11.264.598 12.717.629

Zowel in 2010 als 2011 werden er geen andere lange termijn voordelen toegekend aan de BMC leden.

Toelichting 32.5. Regelgeving

De telecommunicatiesector wordt gereguleerd door wetten goedgekeurd door het Belgische parlement via een reeks Koninklijke en Ministeriële Besluiten en ook via beslissingen van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie, gewoonlijk "BIPT" genoemd. Het Belgische licentiestelsel voorziet individuele licenties voor de levering van diensten van vaste openbare telefonie, openbare netwerkinfrastructuur en mobiele telecommunicatie.

Bepaalde voorzieningen en principes in de wet op de overheidsbedrijven bepalen dat Belgacom gehouden is publieke en gereglementeerde diensten te leveren.

Toelichting 33. Rechten, verbintenissen en voorwaardelijke verplichtingen

Operationele leaseverbintenissen

De Groep huurt locaties voor haar telecominfrastructuur en huurt gebouwen, technische en netwerkapparatuur, meubilair en voertuigen binnen het kader van operationele leasing met looptijden van één jaar of meer. Huurkosten met betrekking tot de operationele leases bedroegen 125 miljoen EUR in 2010 en 123 miljoen EUR in 2011.

(in miljoen EUR) Binnen het
jaar
1 - 3 jaar 3 - 5 jaar Meer dan 5
jaar
Totaal
Gebouwen 2
1
2
9
1
2
5 6
6
Locaties 2
1
4
0
3
8
6
9
167
Technische en netwerk uitrusting 1
6
4 1 1 2
2
Meubilair 0 0 0 0 0
Voertuigen 3
0
3
5
6 0 7
2
Andere materiaal 1 1 0 0 2
Totaal 8
8
109 5
7
7
5
330

Claims en gerechtelijke procedures

Op geregelde tijdstippen is de Groep het voorwerp geweest en verwacht zij het voorwerp te zullen blijven van juridische, regulatoire en fiscale procedures en vorderingen tijdens de gewone bedrijfsvoering. De Groep is thans betrokken in verschillende gerechtelijke en regulatoire procedures, met inbegrip van deze waarvoor een provisie werd aangelegd (zie punt 17) en deze, hieronder beschreven, waarvoor geen of slechts een beperkte provisie werd aangelegd, in rechtsgebieden waarin de Groep actief is en voor zaken die verband houden met zijn bedrijfsvoering. Deze procedures omvatten ook procedures voor het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie ("BIPT"), beroepen tegen beslissingen genomen door het BIPT en procedures met de Belgische fiscale administraties rond belastingen op onroerend goed en vennootschapsbelasting.

  1. Na de lancering op 1 juni 2005 door Belgacom van de Happy Time tarieven, heeft Tele2 een klacht ingediend bij de Belgische mededingingsautoriteit, waarin Tele2 i) beweerde dat de genoemde tarieven een misbruik van machtspositie uitmaken (27 juni 2005) en ii) verzocht om voorlopige maatregelen op te leggen, m.n. de schorsing van het Happy Time aanbod, gedurende de procedure (5 juli 2005).

Op 1 september 2006 werd Tele2's verzoek om voorlopige maatregelen eerst verworpen door de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging. Ingevolge een hoger beroep van Tele2, heeft het Hof van Beroep vervolgens op 18 december 2007 voormelde beslissing vernietigd, daarbij onder meer de gebrekkige motivering aanvoerend.

Desalniettemin heeft Tele2 niet gevraagd aan de Voorzitter om een nieuwe beslissing te nemen over zijn verzoek om voorlopige maatregelen, maar heeft Tele2 op 18 april 2008 een verzoek tot schadevergoeding ingediend bij de Rechtbank van Koophandel, welke steunde op een beweerd misbruik van machtspositie (het Happy Time tariefplan) (vordering van 1 EUR provisioneel en verzoek om een gerechtelijk deskundige aan te duiden om de precieze schade te begroten). Deze zaak over de grond is thans nog steeds hangende voor de Rechtbank. De kalender voor een beslissing over de grond van de zaak is niet bekend.

In de zaak over de grond van de klacht bij de Mededingingsautoriteit, heeft het Auditoraat op 29 september 2009 zijn gemotiveerd verslag uitgebracht, waarin hij voorstelde aan de Raad voor de Mededinging dat Belgacom misbruik had gemaakt, en Ingevolge het verslag van het Auditoraat, heeft de directie de voorwaardelijke schulden van de Groep opnieuw geëvalueerd, daarbij rekening houdend met de actuele juridische stand van beide geschillendossiers. Belgacom zal elke verdere ontwikkeling in beide zaken van nabij opvolgen en zal ondertussen krachtig haar belangen blijven verdedigen.

Hierbij dient nog opgemerkt dat, gelet op verschillende herschikkingen binnen de KPN Groep, de eiser in deze zaak thans KPN Belgium is.

    1. Tussen 12 en 14 oktober 2010, heeft de Belgische Algemene Directie Mededinging een huiszoeking uitgevoerd in de kantoren van Belgacom te Brussel. Het onderzoek kadert in de aantijgingen van Mobistar en KPN betreffende de wholesalediensten voor DSL, waarvoor Belgacom obstructiepraktijken zou hebben gehanteerd. Met deze maatregel wordt geen enkele uitspraak gedaan over het eindresultaat van het volledige onderzoek, dat gestart is. Volgend op de huiszoeking, moet de Algemene Directie Mededinging nu alle relevante elementen van de zaak onderzoeken. Uiteindelijk kan het Auditoraat een voorstel van beslissing voorleggen aan de Raad voor de Mededinging. Tijdens deze procedure zal Belgacom de gelegenheid krijgen om zijn standpunten kenbaar te maken. (Deze procedure kan meerdere jaren in beslag nemen.)
    1. In juni 2003, heeft KPN Group Belgium (voorheen BASE) tegen Belgacom (voorheen Belgacom Mobile) een verzoek tot schadevergoeding ingediend bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel, daarbij aanvoerend dat:
  • Belgacom's mobiele afgiftetarieven sinds 1 oktober 2000 niet in overeenstemming zouden zijn met de officiële telecommunicatieregelgeving, die kostoriëntatie voorschrijven;
  • Belgacom's Proximus-naar-Proximus tarieven, ook gekend als on-net tarieven, vanaf 1999 een misbruik zouden uitmaken van Belgacom's vermeende machtspositie op de Belgische markt.

Voor de beide aantijgingen varieerde de voorlopige raming van de schadeclaim in de loop van de procedure, in functie van de verschillende methodologieën die zijn voorgesteld aan de Rechtbank. Volgens de laatste dossierstukken (die dateren van voor de tussenbeslissing van 2007, zie hierna voor details) zou de gezamenlijke schadeclaim ongeveer 1 miljard EUR bedragen.

In maart 2004, heeft Mobistar een verzoek ingediend om vrijwillig tussen te komen in de procedure die KPN Group Belgium tegen Belgacom had aangespannen. Daarbij voerde Mobistar hetzelfde aan met betrekking tot Belgacom's on-net tarieven, ook al zijn de aantijgingen van Mobistar dan in hoofdzaak gericht tegen de tariefplannen die Belgacom aanbiedt aan haar business en corporate klanten. Naast een verzoek tot schadevergoeding, heeft Mobistar aan de Rechtbank ook het verzoek gericht dat een gerechtelijk expert zou worden aangeduid om het bedrag te berekenen van de vermeende schade.

Op 29 mei 2007, na een uitgebreide uitwisseling van feitelijke en juridische argumenten, heeft de Rechtbank van Koophandel te Brussel het volgende beslist:

  • met betrekking tot de eerste aantijging, dat Belgacom de verplichting tot kostoriëntatie voor haar mobiele afgiftetarieven niet heeft miskend; het verzoek tot schadevergoeding werd dan ook verworpen; en
  • met betrekking tot de tweede aantijging, het vermeend misbruik van dominante positie rond de Proximus-naar-Proximus tarieven:
  • o De Rechtbank vond geen bewijs van het bestaan van een machtspositie in 2005; voor de voorgaande jaren (1999 2004), oordeelde de Rechtbank dat Belgacom zich wel in een machtspositie heeft bevonden;
  • o De Rechtbank verwierp twee types van vermeende misbruiken; en
  • o Met betrekking tot twee andere types van misbruiken, heeft de Rechtbank een expertenpannel, bestaande uit de heren Robert Wtterwulghe en Mr. Cyril Nourissant, gevraagd om de zaak verder te onderzoeken, met de volgende opdracht: Netwerkeffecten:
    • Bepalen of de Proximus prijsplannen, die off-net/on-net verschillen bevatten en als dusdanig door KPN Group Belgium en Mobistar worden betwist, mededingingsbeperkende effecten hebben die betrekking hebben op netwerkeffecten; en
    • Indien mogelijk, de schade bepalen die daardoor veroorzaakt zou zijn.

Wurgprijzen:

  • Bepalen of er sprake was van mededingingsbeperkende wurgprijzen met betrekking tot voormelde tariefplannen; en
  • Indien mogelijk, de schade bepalen die daardoor veroorzaakt zou zijn.

Op 2 oktober 2009, heeft het expertenpanel zijn voorlopige verslag voorgesteld en geoordeeld:

  • dat het bestaan van de vermeende inbreuken op het mededingingsrecht was bewezen;
  • dat de vermeende impact van de Proximus on-net tarieven tijdens de jaren 1999-2004 opliep tot een bedrag van 1,18 miljard EUR.

Naar het oordeel van Belgacom bevat het eerste voorlopige verslag geen bewijs van het bestaan van de vermeende inbreuken op het mededingingsrecht en evenmin van het bestaan van enige schade.

Belgacom stelt vast dat dit expertenpanel een nooit eerder geziene prospectieve methode heeft gehanteerd, waarvan het gebruik en de uitvoering ongepast zijn. Het panel oordeelde dat ingevolge de vermeende inbreuken op het mededingingsrecht KPN Group Belgium en Mobistar minder goed hebben gepresteerd in vergelijking tot de resultaten en marktaandelen die zij zouden hebben behaald op een efficiënte markt, redenering en conclusies waarmee Belgacom het ten stelligste oneens is. Bovendien verwees het panel voor zijn benchmark van een efficiënte markt naar het Verenigd Koninkrijk in de periode 1999-2004, wat, naar het oordeel van Belgacom, hoogst betwistbaar is. Tenslotte blijkt uit een analyse van het verslag dat tal van vragen rijzen met betrekking tot de gebruikte gegevens en de wiskundige nauwkeurigheid van de berekeningen en dit op alle niveaus van de beoordeling van de zaak. Rekening gehouden met deze opmerkingen kan Belgacom alleen maar de mening zijn toegedaan dat dit eerste voorlopige verslag niet kan worden beschouwd als een betrouwbaar resultaat van de opdracht die aan het expertenpanel was toevertrouwd.

Op 10 december 2010, heeft het expertenpanel een tweede voorlopige verslag ingediend, dat o.m. rekening houdt met de aanvullende informatie die op verzoek van de experten uitgewisseld is. In navolging van de principes weergegeven in het eerste voorlopige verslag en dus, in het bijzonder, steunend op dezelfde nooit geziene en prospectieve methode, stelt dit tweede verslag dat kan worden geoordeeld dat de vermeende impact op Mobistar en KPN Group Belgium 1,84 miljard EUR zou bedragen.

Volgens Belgacom, levert dit tweede verslag, dat nog altijd voorlopig is, geen enkel bewijs van de vermeende inbreuken op het mededingingsrecht. Na een grondige analyse, stelt Belgacom vast dat in het tweede voorlopige verslag de overgrote meerderheid van de opmerkingen en kritieken die Belgacom heeft geuit met betrekking tot het eerste voorlopige verslag onbeantwoord zijn gebleven. Belgacom stelt ook vast dat de verslagen van haar eigen experten, welke betrekking hadden op de verschillende elementen die door het expertenpanel moesten worden beoordeeld, zoals daar zijn de vragen rond netwerkeffecten van de on-net tarieven, rond het bestaan van wurgprijzen, rond de mededingingsbeperkende effecten van beide en rond de respectieve schade die deze praktijken zouden hebben veroorzaakt, in zeer ruime mate genegeerd werden. Bovendien brengt het tweede verslag een aantal nieuwe elementen aan die Belgacom hoogst betwistbaar vindt (in het bijzonder, die elementen die leiden tot een verhoging van het vermeende schadebedrag, vergeleken met het eerste voorlopige verslag, o.a. de invoering van een vast winstgevendheid-benchmark voor de hele periode gebaseerd op de markt in het Verenigd Koninkrijk in de periode 1999-2004, tijdens welke de betrokken operatoren zich in een verschillende fase van ontwikkeling bevonden in vergelijking met de operatoren op de Belgische markt).

Om deze en een aantal andere redenen, heeft Belgacom beslist om een vordering in te dienen tot wraking/vervanging van de experten. Vermits dit verzoek door de Rechtbank van Koophandel op 17 maart 2011 werd verworpen, heeft Belgacom een procedure in hoger beroep opgestart. In een arrest alvorens recht te doen van 1 juni 2011, heeft het Hof van Beroep beslist om de expertise te schorsen tot het een uitspraak doet over het verzoek tot wraking/vervanging van de experten. De pleidooien in verband met dit verzoek hebben plaatsgevonden op 6, 7 en 8 februari 2012.

Ondertussen heeft Belgacom, op 2 januari 2012, hoger beroep ingesteld tegen de oorspronkelijke beslissing van 29 mei 2007 van de Rechtbank van Koophandel. De inleidende zitting heeft ook reeds plaatsgevonden. Deze nieuwe beroepsprocedure omvat alle relevante aspecten van de zaak.

In elk geval en zoals dat ook voorgeschreven is in deze procedure, zal Belgacom verder, telkens dit vereist is, gedetailleerde opmerkingen en kritieken blijven indienen, die betrekking hebben op alle aspecten van deze hangende zaak.

Er dient hierbij worden verstaan dat het uiteindelijk aan de Rechtbank zal toekomen om te oordelen (i) of er anticoncurrentiële praktijken zijn geweest die het mededingingsrecht hebben geschonden, (ii) of Belgacom aansprakelijk is voor deze praktijken en (iii) welke mogelijke schadevergoeding betaald moet worden, en dit nadat het advies van het expertenpanel en de argumenten van de partijen ter verdediging zijn gehoord.

Immers, deze zaak betreft niet uitsluitend een debat over mogelijke schade die zou zijn veroorzaakt, maar eerst en vooral moet het bestaan van de vermeende anti-concurrentiële praktijken worden aangetoond. Indien een eindverslag nog vereist zou zijn in deze zaak, dan meent Belgacom dat de experten rekening zullen moeten houden met de opmerkingen en kritieken van Belgacom.

Belgacom blijft de vorderingen van zowel KPN Group Belgium als van Mobistar betwisten en dus ook de inhoud van het tweede voorlopige verslag van het expertenpanel met betrekking tot het bestaan zelf van de inbreuk en met betrekking tot de berekening van de schade. Belgacom betwist de vorderingen van KPN Group Belgium en Mobistar in de beroepsprocedure die Belgacom heeft gestart.

In gevolge het tweede voorlopige verslag van het expertenpanel, heeft de directie de voorwaardelijke schulden van de Groep opnieuw geëvalueerd, daarbij rekening houdend met de actuele juridische stand van beide geschillendossiers. Belgacom zal elke verdere ontwikkeling in beide zaken van nabij opvolgen en zal ondertussen krachtig haar belangen blijven verdedigen.

In oktober hebben zeven partijen (Telenet, KPN Group Belgium (voorheen Base), KPN Belgium Business (voorheen Tele 2 Belgium), KPN BV (voorheen Sympac), BT, Verizon, Colt Telecom) een vordering ingesteld tegen Belgacom bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel en hebben daarbij aantijgingen geformuleerd die sterk lijken op deze vermeld in voornoemde zaak (met inbegrip van de Proximus-naar-Proximus tarieven die een misbruik van machtspositie op de Belgische markt zouden uitmaken), maar voor telkens andere periodes afhankelijk van de betrokken partij, zij het tussen 1999 tot op heden (vordering van 1 EUR provisioneel en verzoek om een gerechtelijk deskundige aan te duiden die de precieze schade moet berekenen). In november 2009 heeft Mobistar opnieuw een gelijkaardige vordering ingesteld voor de periode vanaf 2004. Deze zaken zijn voor onbepaalde tijd uitgesteld.

  1. In de procedure volgend op een klacht van KPN Group Belgium in 2005 bij de Belgische Mededingingsautoriteiten, heeft deze laatste op 26 mei 2009 één van de vijf misbruiken van machtspositie bevestigd die het Auditoraat op 22 april 2008 ten laste had gelegd, m.n. wurgprijzen in 2004-2005 op de professionele markt. De Belgische Mededingingsautoriteiten oordeelden dat de tarieven voor gesprekken tussen Proximus-klanten ("on-net tarieven") lager waren dan de tarieven die werden aangerekend aan concurrenten voor de routering van gesprekken van hun eigen netwerk naar dat van Proximus ("afgiftetarieven"), verhoogd met een aantal andere relevant geachte kosten. Alle andere tenlasteleggingen van het Auditoraat werden verworpen. De Mededingingsautoriteiten hebben daarbij aan Belgacom ook een boete opgelegd van 66,3 miljoen EUR wegens misbruik van een machtspositie tijdens de jaren 2004 en 2005. Belgacom was verplicht deze boete te betalen voor 30 juni 2009 en heeft deze (net van bestaande provisies) geboekt als een niet weerkerende uitgave in de winst&verliesrekening voor het tweede kwartaal van 2009.

Belgacom heeft bij het Hof van Beroep te Brussel hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Mededingingsautoriteiten. Zij betwist daarbij een groot aantal elementen van de beslissing, o.m. het feit dat de impact op de markt niet was onderzocht. Ook KPN Group Belgium en Mobistar hebben tegen de genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.

    1. In 2007 heeft de Belgische belastingadministratie een buitenlandse dochteronderneming van de Groep beschouwd als een Belgische ingezetene eerder dan een Luxemburgse ingezetene en dus onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting voor het jaar 2004. In 2008 handhaafde de Belgische belastingadministratie haar positie voor het jaar 2004 en heeft zij bovendien de Belgische vennootschapsbelasting ingekohierd voor de daaropvolgende jaren 2005 en 2006. Belgacom heeft sterke argumenten om de aanslagen voor deze jaren, ten belope van 69 miljoen EUR, exclusief interesten (voor de jaren 2004, 2005 en 2006, samen genomen), af te wijzen en heeft een actie voor de rechtbank ingediend.
    1. Sinds 2003 beschouwt Belgacom de aanslagen in de onroerende voorheffing op telecomuitrustingen als niet verschuldigd. Bijgevolg heeft Belgacom een vordering geboekt ten aanzien van de belastingadministratie in de post 'Terug te vorderen belastingen' ten belope van 116 miljoen EUR voor het boekjaar eindigend op 31 december 2011 (waartegenover een schuld staat van 25 miljoen ) en ten belope van 170 € million EUR voor het boekjaar eindigend op 31 december 2010 (waarentegenover een schuld staat van 24 miljoen EUR).

Investeringsverplichtingen

Op 31 december 2011 had de Groep verbintenissen aangegaan ter waarde van 70 miljoen EUR, voornamelijk voor de aanschaffing van immateriële vaste activa en technische en netwerkapparatuur.

Andere rechten en verbintenissen

Op 31 december 2010 had de Groep de volgende andere rechten en verbintenissen:

  • De Groep heeft garanties ontvangen van haar klanten voor een bedrag van 7 miljoen EUR om de betaling van haar handelsvorderingen te garanderen, en van haar leveranciers voor een bedrag van 8 miljoen EUR om het goede verloop van de door de Groep bestelde werken of contracten te garanderen;
  • De Groep heeft garanties aan haar klanten en andere derde partijen verleend om onder meer de voltooiing te garanderen van de contracten en werken,die werden besteld door haar klanten, en om de betaling van huurkosten voor gebouwen en sites voor antenne installaties te garanderen voor een bedrag van 38 miljoen EUR (inbegrepen de bankgaranties vermeld in toelichting 31.2);
  • Belgacom heeft een recht, gevestigd door de Belgische wetgeving met betrekking tot de Universele Dienstverlening, om een compensatie te ontvangen van het fonds voor Universele Dienstverlening voor het aanbieden van sociale tarieven vanaf 1 juli 2005. Dit recht wordt door sommige operatoren betwist en de Europese Commissie heeft België hiervoor aangeklaagd voor het Europees Hof. In oktober 2010 verklaarde het Europees Hof de Belgische wetgeving niet conform en vraagt ze nieuwe wetgevende initiatieven van de Belgische staat. Voor deze redenen beschouwt de Groep de te ontvangen compensatie als een voorwaardelijk actief.

Toelichting 34. Cross border lease-overeenkomsten

Tijdens de periode van 1996 tot 2001 is de Groep verschillende cross border lease-overeenkomsten aangegaan met buitenlandse investeerders voor een gedeelte van haar centrales voor vaste en mobiele telefonie. Alleen de overeenkomst met Ben Nederland liep nog per 31 december 2011. Op 25 september 2002 heeft de Groep haar investeringen in Ben Nederland Groep verkocht, maar is overeengekomen dat de betaling van de leaseschulden ten bedrage van 25 miljoen USD (20 miljoen EUR) op 31 december 2011 verder door haar wordt gewaarborgd indien de ondernemingen met betalingsverbintenis betrokken in de desbetreffende cross border leaseovereenkomst insolvabel zouden worden. Het risico dat deze garantie zal leiden tot een uitbetaling door de Groep wordt beperkt door het feit dat de betrokken deposito-instellingen een AA+ of A+ rating hebben bij Standard & Poor's. De vervroegde uitkoopoptie voor de transactie werd uitgeoefend in januari 2012, met het beëindigen tot gevolg van de laatste transactie waarin de Groep betrokken was. Deze vervroegde uitkoop had geen impact op de jaarrekening van de Groep.

Toelichting 35. Op aandelen gebaseerde betalingen

Aandelenaankoopplannen met korting

In 2010 en 2011 heeft de Groep aandelen aankoopplannen met korting gelanceerd.

Onder de 2010 en 2011 plannen verkocht Belgacom respectievelijk 294.304 en 277.474 aandelen aan het senior management van de Groep met een korting van 16,67% in vergelijking met de marktprijs (prijs na korting van respectievelijk 22,04 EUR en 20.85 EUR per aandeel). De kost van deze kortingen bedroeg 0,9 miljoen EUR in 2010 en 1,2 miljoen EUR in 2011 en is opgenomen onder de rubriek "personeelskosten" ( zie toelichting 24).

Aandelenoptieplannen

In 2010 en 2011 bracht Belgacom eens per jaar een tranche van haar langlopend incentive plan (aandelenoptieplan) uit waarbij respectievelijk 1.023.210 en 1.036.061 aandelenopties werden toegekend aan het top management en aan het senior management van de Groep.

Begin 2011 werden de regels van het plan aangepast overeenkomstig de Belgische wetgeving. Daarom bracht de Groep vanaf 2011 twee verschillende reeksen uit: één voor het "Belgacom Management Committee" (BMC), de Gedelegeerd-Bestuurder inbegrepen (382.232 aandelenopties in de 2011 tranche), en één voor het andere top management en het senior management (653.829 aandelenopties in de 2011 tranche).

Zoals voorgeschreven in IFRS 2 ("Aandelengebaseerde betalingen"), erkent de Groep de reële waarde van het eigenvermogengedeelte van de opties op de toekenningsdatum over de periode totdat de genieter de optie onvoorwaardelijk verwerft volgens de graduele verwervingsmethode; en het schuldengedeelte van deze opties wordt regelmatig geherwaardeerd. Deze reële waarde bedraagt 3 miljoen EUR voor de 2011 trance en voor de 2010 tranche. De jaarlijkse kost van de graduele verwerving, wordt geregistreerd in de personeelskosten, evenals de herwaardering van het schuldengedeelte van deze opties, en bedraagt 10 miljoen EUR in 2010 en 9 miljoen in 2011.

Bij uitoefening zal de werknemer de uitoefenprijs van 26,445 EUR per aandeel betalen in het kader van de 2010-tranche en 25,015 EUR per aandeel voor de 2011-tranche, in ruil voor de fysieke levering van het aandeel. De aandelenopties zijn ten laatste uitoefenbaar tot en met 2 mei 2017 voor de 2010-tranche en 08 mei 2018 voor de 2011-tranche.

De tranches toegekend in 2004, 2005, 2006, 2007, 2008 en 2009 zijn nog steeds open. Alle tranches, behalve de 2004-tranche, geven de begunstigden recht op de dividenden goedgekeurd na toekenning van de opties. De dividendschuld bedroeg 11 miljoen EUR per 31 december 2010 en 16 miljoen EUR per 31 december 2011 en is opgenomen onder de rubriek "Andere kortetermijnschulden".

In 2009 gaf de Groep aan zijn optiehouders de gelegenheid om vrijwillig de uitoefenperiode van alle tranches met 5 jaar te verlengen (met uitzondering van de 2009 tranche) en dit binnen de wettelijke richtlijnen.

Voor alle plannen, met uitzondering van het 2004-tranche en de 2011-tranche voor het BMC-(zoals hieronder beschreven),

  • in geval van vrijwillig vertrek van de werknemer, vervallen alle niet verworven opties, behalve indien deze beëindiging gedurende het eerste jaar plaatsvindt waarvoor het eerste derde van de opties onmiddellijk wordt verworven en dient te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na de einddatum van het contract, zoals voor alle verworven opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van de werknemer behalve bij zware fout, worden alle toegekende opties onmiddellijk verworven en dienen zij te worden uitgeoefend binnen de twee jaar na datum van het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is, zoals voor alle verworven opties.

Voor de 2011-tranche voor het BMC :

  • In geval van vrijwillig vertrek van een BMC lid tijdens een periode van 3 jaar na toekenning, vervallen 50% van de opties onmiddellijk. Indien het vrijwillig vertrek na deze periode gebeurt, worden de opties verworven volgens het plan en de normale verwervingskalender. De uitoefening kan enkel gebeuren ten vroegste op de eerste werkdag na de derde verjaardag van de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgende op het beëindigen van het contract en r de vervaldag van de aandelenopties, als die eerst is; anders vervallen de opties.
  • Ingeval van onvrijwillig vertrek van een BMC lid, behalve bij zware fout, worden de opties verworven volgens de planregels en normale verwervingskalender. De uitoefening kan ten vroegste gebeuren op de eerste werkdag volgend op de derde verjaardag na de aanbiedingsdatum. De uitoefening moet gebeuren voor de vijfde verjaardag volgende op het beëindigen van het contract of de vervaldag van de aandelenopties, indien deze eerst komt; anders vervallen de opties.
De evolutie van het aandelenoptieplannen is als volgt: Aantal aandelenopties
Plan 2004 Plan 2005 Plan 2006 Plan 2007 Plan 2008 Plan 2009 Plan 2010 Plan 2011
In omloop op 1 januari 2004
Bewegingen gedurende het jaar 2004
0
0
Toegekend 1.128.500
Verbeurd 0
Uitgeoefend 0
Vervallen 0
In omloop op 31 december 2004 1.128.500 - - -
Uitoefenbaar op 31 december 2004 0 - - -
Bewegingen gedurende het jaar 2005
Toegekend 538.541
Verbeurd -21.114 -
Uitgeoefend -169.435 -
Vervallen
Totaal
-
-190.549
-
538.541
In omloop op 31 december 2005 937.951 538.541 - -
Uitoefenbaar op 31 december 2005 210.255 0 - -
Bewegingen gedurende het jaar 2006
Toegekend - - 608.928
Verbeurd -5.583 -1.600 -
Uitgeoefend -196.188 -5.562 -9.265
Vervallen - - -
Totaal -201.771 -7.162 599.663
In omloop op 31 december 2006 736.180 531.379 599.663 -
Uitoefenbaar op 31 december 2006 386.879 177.562 31.722 -
Bewegingen gedurende het jaar 2007
Toegekend - - 475.516
Verbeurd
Uitgeoefend
-5.255
-140.292
-5.491
-29.373
-5.341
-81.096
-1.236
-
Vervallen - - - -
Totaal -145.547 -34.864 -86.437 474.280
In omloop op 31 december 2007 590.633 496.515 513.226 474.280
Uitoefenbaar op 31 december 2007 590.633 341.739 211.182 30.742
Bewegingen gedurende het jaar 2008
Toegekend - - - - 796.197
Verbeurd -2.310 -3.800 -4.096 -5.070 -
Uitgeoefend -269.776 -1.786 -9.358 - -
Vervallen - -
Totaal -272.086 -5.586 -13.454 -5.070 -
In omloop op 31 december 2008
Uitoefenbaar op 31 december 2008
318.547
318.547
490.929
490.929
499.772
354.825
469.210
183.044
796.197
21.584
Bewegingen gedurende het jaar 2009
Toegekend 1.008.021
Verbeurd -6.750 -18.735 -180 -617 - -
Uitgeoefend -15.911 -31.496 -11.777 - - -
Vervallen - - - - - -
Totaal -22.661 -50.231 -11.957 -617 - 1.008.021
In omloop op 31 december 2009 295.886 440.698 487.815 468.593 796.197 1.008.021
Uitoefenbaar op 31 december 2009 295.886 440.698 487.815 334.171 297.619 3.621
Bewegingen gedurende het jaar 2010
Toegekend - 1.023.210
Verbeurd
Uitgeoefend
-2.406
-260.726
1.500
-37.960
-16.580
-206.602
156
-7.237
-308
-4.096
-
-57.033
Vervallen - - - - - -
Totaal -263.132 -36.460 -223.182 -7.081 -4.404 -57.033 1.023.210
In omloop op 31 december 2010 32.754 404.238 264.633 461.512 791.793 950.988 1.023.210
Uitoefenbaar op 31 december 2010 32.754 404.238 264.633 461.512 579.250 341.745 40.435
Bewegingen gedurende het jaar 2011
Toegekend 1.036.061
Verbeurd -2.305 -3.200 -6.464 -73.856 -1.109 -2.977 -5.514 -3.132
Uitgeoefend -2.331 -103.449 -47.632 0 -1.849 -34.420 0 0
Vervallen
Totaal -4.636 -106.649 -54.096 -73.856 -2.958 -37.397 -5.514 1.032.929
In omloop op 31 december 2011 28.118 297.589 210.537 387.656 788.835 913.591 1.017.696 1.032.929
Uitoefenbaar op 31 december 2011 28.118 297.589 210.537 387.656 788.835 642.363 437.768 20.361

De volgende assumpties werden gebruikt voor de bepaling van de gewogen-gemiddelde rëele waarde van de aandelenopties op toekenningsdatum:

Plan 2004 Plan 2005 Plan 2006 Plan 2007 Plan 2008 Plan 2009 Plan 2010 Plan 2011
Optie prijszettingsmodel Binomiaal Black Scholes Black Scholes Black Scholes Black Scholes Black Scholes Black Scholes Black Scholes
Toekeningsdatum 22/03/2004 25/04/2005 24/04/2006 23/04/2007 21/04/2008 20/04/2009 03/05/2010 09/05/2011
Dividend rechten vanaf toekeningsdatum nee ja ja ja ja ja ja ja
Contractuele looptijd van de opties 7 jaar 7 jaar 7 jaar 7 jaar 7 jaar 7 jaar 7 jaar 7 jaar
Verlenging van de contractuele looptijd in de loop van 2009 5 years 5 years 5 years 5 years 5 years - - -
Geschatte looptijd 5 (to 6) jaar 6 jaar 6 jaar 6 jaar 6 jaar 6 jaar 6 jaar 6 jaar
Geschatte looptijd voor de verlengde opties 11 years 11 years 10 years 10 years 10 years - - -
Uitoefenprijs (EUR) 24,50 29,92 25,94 32,71 29,14 22,71 26,445 25,015
Verwachte volatiliteit (vergeleken met volatiliteit van gelijkwaardige groepen) 27,50% 18,00% 21,00% 19,83% 27,00% 38,50% 31,00% 33,00%
Verwachte ratio voor het uitbetalen van dividenden 50% - 60%/ FCF(*) 50% - 60%/ FCF(*) 50% - 60%/ FCF(*) 50% - 60%/ FCF(*) 50% - 60%/ FCF(*) 50% - 60%/ FCF(*) FCF(*) FCF(*)
Risicovrij rentevoet Euro swap annual rate Euro swap annual rate Euro swap annual rate Euro swap annual rate Euro swap annual rate Euro swap annual rate Euro swap annual rate Euro swap annual rate
Reële waarde van aandelenopties (EUR) 4,29 4,15 4,02 6,25 6,68 6,90 3,47 3,495 - 5,051
Gewogen-gemiddelde aandelenprijs bij uitoefening (EUR):
- 2005 32,96 - - - - - -
- 2006 31,87 32,67 31,98 - - - -
- 2007 33,86 33,87 34,13 - - - -
- 2008 27,11 26,80 28,63 - - - -
- 2009 26,07 25,64 26,81 - - - -
- 2010 28,60 28,11 27,54 28,33 29,21 27,83 -
- 2011 27,70 23,55 26,96 0,00 27,22 25,65 - -
Overblijvende gewogen-gemiddelde contractuele looptijd (jaren) 3 3 5 5 5 4 5 6
(*) FCF: Belgacom verbindt er zich toe, vanaf 2010, in principe het grootste deel van haar vrije kasstromen uit te keren aan haar aandeelhouders.

De volatiliteit werd geraamd op basis van de reële transactiestatistieken van het aandeel en rekening houdend met een alignering met peers met een gelijkaardig risicoprofiel.

Toelichting 36. Relatie met de commissaris

De kosten van de Groep als honorarium voor de jaarlijkse audit voor 2011 bedroegen 1.114.482 EUR en voor andere opdrachten 350.864 EUR.

Dit laatste bedrag kan als volgt gedetailleerd worden:

EUR Commissaris Netwerk van
de commissaris
Andere verplichte controleopdrachten
Belastingsadvies
15.330
0
10.100
0
Andere opdrachten 28.794 296.640
Totaal 44.124 306.740

Toelichting 37. Segmentinformatie

Met ingang van 1 januari 2008 sturen de Raad van Bestuur, de Chief Executive Officer en het Belgacom Mangagement Committee de activiteiten van de Belgacom Groep aan volgens de nieuwe klantgeoriënteerde organisatie die gestructureerd is rond de volgende vijf rapporteerbare bedrijfssegmenten

  • De Consumer Business Unit (CBU) verkoopt spraakproducten en –diensten, internet en televisie, zowel op vaste als mobiele netwerken, aan residentiële klanten, voor de Belgische markt.
  • De Enterprise Business Unit (EBU) verkoopt ICT-diensten en –producten aan professionele klanten, hetzij zelfstandigen, kleine firma's of grote ondernemingen. Deze ICT-oplossingen, waaronder telefoondiensten, worden vooral gecommercialiseerd onder de merknamen Belgacom, Proximus en Telindus, zowel op de Belgische als de internationale markten.
  • De Service Delivery Engine & Wholesale (SDE&W) centraliseert alle netwerk- en IT-diensten en –kosten (uitgezonderd kosten verbonden aan de klantenactiviteiten en aan de levering van ICT-oplossingen), levert diensten aan CBU en EBU en verkoopt deze diensten aan andere telecom- en kabeloperatoren.
  • International Carrier Services (ICS) is verantwoordelijk voor de internationale carrieractiviteiten.
  • Staff and Support (S&S) groepeert alle horizontale functies (human resources, finance, Legal, strategy and corporate communication), internal services en real estate, die de activiteiten van de Groep ondersteunen.

Er werden geen bedrijfssegmenten samengevoegd om tot de bovengenoemde rapporteerbare bedrijfssegmenten te komen.

De Groep houdt de bedrijfsresultaten van zijn rapporteerbare bedrijfssegmenten afzonderlijk bij, zodat hij de gepaste beslissingen kan nemen voor het toewijzen van middelen en het evalueren van de prestaties. De segmentprestaties worden geëvalueerd op basis van de volgende parameters :

  • Het bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen en vóór niet-recurrente opbrengsten en uitgaven; en
  • De kapitaaluitgaven.

De financiering van de Groep (inclusief financiële kosten en financiële opbrengsten) en de winstbelasting worden op het niveau van de Groep beheerd en worden niet aan de bedrijfssegmenten toegewezen.

De grondslagen voor financiële verslaggeving van de bedrijfssegmenten zijn dezelfde als de voornaamste grondslagen van de Groep. De segmentresultaten worden daarom gemeten op een gelijkaardige basis als het bedrijfsresultaat in de geconsolideerde jaarrekening.

Transacties tussen de juridische entiteiten van de Groep worden gefactureerd tegen marktconforme voorwaarden.

(in miljoen EUR)
Consumer
Enterprise
Service
Staff &
International
Inter
Totaal
Business Unit
Business
Delivery
Support
Carrier
segment
Unit
Engine & Wholesale
Services
eliminaties
Netto omzet
2.337
2.401
267
6
1.541
-
Andere bedrijfsopbrengsten
2
0
6
3
1
9
2
-
Inter-segment opbrengsten
1
1
1
4
7
1
1
0
6
6
-172
TOTAAL SEGMENT OPBRENGSTEN
2.368
2.421
342
3
5
1.610
-172
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten
-678
-685
-46
1
-1.383
150
Personeelskosten en pensioenen
-325
-375
-203
-165
-39
0
Andere bedrijfskosten
-291
-149
-202
-192
-58
2
2
TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN voor afschrijvingen
-1.295
-1.210
-451
-355
-1.480
171
Totaal segment resultaat (1)
1.073
1.212
-109
-320
129
-
1
Niet-recurrente opbrengsten
436
Niet-recurrente kosten
1
7
BEDRIJFSWINST / (VERLIES) voor afschrijvingen
1.074
1.212
-109
-314
566
-
1
Afschrijvingen
-153
-19
-480
-76
-82
1
BEDRIJFSWINST / (VERLIES)
920
1.192
-588
-389
484
0
Netto financiële kosten
Winst vóór belastingen
Belastingen
Boekjaar afgesloten op 31 december 2010
6.552
5
1
0
6.603
-2.642
-1.107
-870
-4.619
1.984
436
8
2.428
-809
1.619
-102
1.517
-233
Nettowinst 1.283
Minderheidsbelangen 1
7
Nettowinst ( aandeel van de groep)
(1) Bedrijfswinst voor afschrijvingen en niet-recurrente kosten en opbrengsten
1.266
Boekjaar afgesloten op 31 december 2010
(in miljoen EUR) Consumer
Business Unit
Enterprise
Business
Unit
Service
Delivery
Engine &
Wholesale
Staff &
Support
International
Carrier
Services
Inter
segment
eliminaties
Totaal
Investeringen 132 2
0
492 6
2
2
7
- 734
Boekjaar afgesloten op 31 december 2011
(in miljoen EUR) Consumer
Business Unit
Enterprise
Business
Unit
Service
Delivery
Engine & Wholesale
Staff &
Support
International
Carrier
Services
Inter
segment
eliminaties
Totaal
Netto omzet 2.262 2.333 252 7 1.506 - 6.361
Andere bedrijfsopbrengsten
Inter-segment opbrengsten
TOTAAL SEGMENT OPBRENGSTEN
2
0
6
2.288
7
9
2.349
2
6
4
318
1
4
2
6
4
7
1
5
4
1.562
-
-159
-159
4
5
0
6.406
Kosten van aan omzetgerelateerde materialen en diensten
Personeelskosten en pensioenen
-624
-340
-639
-381
-36
-199
-1
-160
-1.338
-37
121
0
-2.517
-1.117
Andere bedrijfskosten -299 -144 -175 -215 -65 3
8
-860
TOTAAL BEDRIJFSKOSTEN voor afschrijvingen -1.263 -1.164 -410 -375 -1.440 158 -4.494
Totaal segment resultaat (1) 1.025 1.185 -92 -328 122 -
1
1.912
Niet-recurrente opbrengsten
Niet-recurrente kosten
-
0
-
-18
-
-
1
1
-7
-
-1
-
-
1
1
-26
BEDRIJFSWINST / (VERLIES) voor afschrijvingen 1.025 1.167 -92 -324 121 -
1
1.897
Afschrijvingen -139 -17 -446 -74 -80 1 -756
BEDRIJFSWINST / (VERLIES) 887 1.150 -538 -398 4
1
-
0
1.141
Netto financiële kosten
Verlies van ondernemingen gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode
-106
0
Winst vóór belastingen 1.035
Belastingen -262
Nettowinst 773
Minderheidsbelangen
Nettowinst ( aandeel van de groep)
(1) Bedrijfswinst voor afschrijvingen en niet-recurrente kosten en opbrengsten
1
7
756
(in miljoen EUR) Consumer Enterprise Service Staff & Boekjaar afgesloten op 31 december 2011
International
Inter Totaal
Business Unit Business
Unit
Delivery
Engine &
Wholesale
Support Carrier
Services
segment
eliminaties
Investeringen 134 18 552 51 22 0 777

Wat betreft de geografische indeling, heeft de Groep in België een netto opbrengst gerealiseerd van 4.405 miljoen EUR in 2010 en 4.187 miljoen EUR in 2011, en dit gebaseerd op het land van de klant. De netto opbrengst in andere landen bedroeg.147 miljoen EUR in 2010 en 2.174 EUR in 2011. Meer dan 90% van de segmentactiva zijn in België gevestigd.

Toelichting 38. Recent gepubliceerde IFRS-normen

De Groep past geen normen en interpretaties toe die niet van kracht zijn op 31 december 2011

Dat betekent dat de Groep de volgende normen en interpretaties niet heeft toegepast welke van toepassing zijn voor de Groep vanaf 1 januari 2012 of later :

  • Verbeteringen aan IFRS normen ::
  • o IAS 12 (Winstbelastingen Uitgestelde belastingen: Inbaarheid van onderliggende activa)
  • o IFRS 7 (Financiële instrumenten: Informatieverschaffing Transfers van financiële activa)
  • o IAS 1 (Presentatie van de jaarrekening betreffende de presentatie van items van de niet-gerealiseerde resultaten.
  • o Verbeteringen aan IAS 27 (De geconsolideerde jaarrekening en enkelvoudige jaarrekening) en IAS 28 (Investeringen in geassocieerde deelnemingen)
  • Nieuw gepubliceerde normen:
  • o IFRS 9 (Financiële Instrumenten),
  • o IFRS 10 (De geconsolideerde jaarrekening) welke gedeeltelijk IAS 27 (De geconsolideerde jaarrekening en enkelvoudige jaarrekening) en SIC-12 (Consolidatie – Voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten) vervangt.
  • o IFRS 11 (Gezamenlijke overeenkomsten) welke gedeeltelijk IAS 28 (Investeringen in geassocieerde deelnemingen) en SIC 13 (Entiteiten waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend- Niet-monetaire bijdragen door deelnemers in een joint venture) vervangt
  • o IFRS 12 (Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten)
  • o IFRS 13 (Waardering tegen reële waarde)
  • Aangepaste normen :
  • o IAS 19 (Personeelsbeloningen)

De Groep zal het mogelijke effect van de toepassing van deze normen of interpretaties op de jaarrekening van de Groep in 2012 onderzoeken. De aangepaste IAS 19 zal onder andere leiden tot het onmiddellijk erkennen van de actuariële winsten en verliezen via rerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.

Toelichting 39. Gebeurtenissen na balansdatum

In april 2011 sloot Belgacom een akkoord om de onderneming, eigenaar van een keten van The Phone House winkels in België, te verwerven voor 22 miljoen EUR. Op 2 januari 2012 werd de verwerving afgerond nadat ze formeel was goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten op 23 december 2011 mits een aantal verplichtingen inclusief de verplichting om een aantal verkoopspunten te verkopen.