AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

Nyrstar NV

Interim / Quarterly Report Sep 21, 2021

3983_rns_2021-09-21_15e99557-b552-4fb2-a079-75e674ec9ec4.pdf

Interim / Quarterly Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

NYRSTAR NV

STAAT VAN ACTIVA EN PASSIVA 30.06.2021

INHOUDSTABEL:

VOL 3.1: Activa

VOL 3.2: Passiva

VOL 6.19: Waarderingsregels

VOL 6.20: Overige toelichtingen

TOELICHTING

"Boekjaar" = 30 juni 2021

"Vorig boekjaar" 3.1 tot 3.2 = 31 december 2020 4 = 30 juni 2020

"Overgedragen winst (verlies)" samengesteld als volgt:

-
Vorig boekjaar :
-1.347.477.559,51 euro
----------------------- ------------------------
  • Boekjaar: -1.349.077.354,33 euro

JAARREKENING

BALANS NA WINSTVERDELING

Codes Boekjaar Vorig boekjaar
ACTIVA
OPRICHTINGSKOSTEN 20
VASTE ACTIVA 21/28
Immateriële vaste activa 21
Materiële vaste activa 22/27
Terreinen en gebouwen 22
Installaties, machines en uitrusting 23
Meubilair en rollend materieel 24
Leasing en soortgelijke rechten 25
Overige materiële vaste activa 26
Activa in aanbouw en vooruitbetalingen 27
Financiële vaste activa 28
Verbonden ondernemingen 280/1
Deelnemingen 280
Vorderingen 281
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding
bestaat
282/3
Deelnemingen 282
Vorderingen 283
Andere financiële vaste activa 284/8
Aandelen 284
Vorderingen en borgtochten in contanten 285/8
Codes Boekjaar Vorig boekjaar
VLOTTENDE ACTIVA 29/58 16.346.709,34 16.999.373,83
Vorderingen op meer dan één jaar 29
Handelsvorderingen 290
Overige vorderingen 291
Voorraden en bestellingen in uitvoering 3
Voorraden 30/36
Grond- en hulpstoffen 30/31
Goederen in bewerking 32
Gereed product 33
Handelsgoederen 34
Onroerende goederen bestemd voor verkoop 35
Vooruitbetalingen 36
Bestellingen in uitvoering 37
Vorderingen op ten hoogste één jaar 40/41 268.733,27 270.207,81
Handelsvorderingen 40
Overige vorderingen 41 268.733,27 270.207,81
Geldbeleggingen 50/53 15.395.000,00 15.395.000,00
Eigen aandelen 50
Overige beleggingen 51/53 15.395.000,00 15.395.000,00
Liquide middelen 54/58 141.105,27 601.363,36
Overlopende rekeningen 490/1 541.870,80 732.802,66
TOTAAL VAN DE ACTIVA 20/58 16.346.709,34 16.999.373,83
Codes Boekjaar Vorig boekjaar
PASSIVA
EIGEN VERMOGEN 10/15 -2.289.689,83 -689.895,01
Inbreng 10/11 1.330.530.636,44 1.330.530.636,44
Kapitaal 10 114.134.760,97 114.134.760,97
Geplaatst kapitaal 100 114.134.760,97 114.134.760,97
4
Niet-opgevraagd kapitaal
101
Buiten kapitaal 11 1.216.395.875,47 1.216.395.875,47
Uitgiftepremies 1100/10 1.216.395.875,47 1.216.395.875,47
Andere 1109/19
Herwaarderingsmeerwaarden 12
Reserves 13 16.257.028,06 16.257.028,06
Onbeschikbare reserves 130/1 16.257.028,06 16.257.028,06
Wettelijke reserve 130 16.257.028,06 16.257.028,06
Statutair onbeschikbare reserves 1311
Inkoop eigen aandelen 1312
Financiële steunverlening 1313
Overige 1319
Belastingvrije reserves 132
Beschikbare reserves 133
Overgedragen winst (verlies)
(+)/(-)
14 -1.349.077.354,33 -1.347.477.559,51
Kapitaalsubsidies 15
Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het
5
netto-actief
19
VOORZIENINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN 16 10.888.103,29 10.870.852,00
Voorzieningen voor risico's en kosten 160/5 10.888.103,29 10.870.852,00
Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 160
Belastingen 161
Grote herstellings- en onderhoudswerken 162
Milieuverplichtingen 163
Overige risico's en kosten 164/5 10.888.103,29 10.870.852,00
Uitgestelde belastingen 168

Bedrag in mindering te brengen van het geplaatst kapitaal. 4

Bedrag in mindering te brengen van de andere bestanddelen van het eigen vermogen. 5

Codes Boekjaar Vorig boekjaar
SCHULDEN 17/49 7.748.295,88 6.818.416,84
Schulden op meer dan één jaar 17
Financiële schulden 170/4
Achtergestelde leningen 170
Niet-achtergestelde obligatieleningen 171
Leasingschulden en soortgelijke schulden 172
Kredietinstellingen 173
Overige leningen 174
Handelsschulden 175
Leveranciers 1750
Te betalen wissels 1751
Vooruitbetalingen op bestellingen 176
Overige schulden 178/9
Schulden op ten hoogste één jaar 42/48 7.727.890,48 6.793.247,36
Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar
vervallen
42
Financiële schulden 43 6.808.804,36 5.527.017,29
Kredietinstellingen 430/8
Overige leningen 439 6.808.804,36 5.527.017,29
Handelsschulden 44 901.255,69 1.222.172,76
Leveranciers 440/4 901.255,69 1.222.172,76
Te betalen wissels 441
Vooruitbetalingen op bestellingen 46
Schulden met betrekking tot belastingen,
bezoldigingen en sociale lasten
45 17.830,43 44.057,31
Belastingen 450/3 14.673,41
Bezoldigingen en sociale lasten 454/9 17.830,43 29.383,90
Overige schulden 47/48
Overlopende rekeningen 492/3 20.405,40 25.169,48
TOTAAL VAN DE PASSIVA 10/49 16.346.709,34 16.999.373,83

RESULTATENREKENING

Codes Boekjaar Vorig boekjaar
Bedrijfsopbrengsten 70/76A 741.967,22 170.545,13
Omzet 70
Voorraad goederen in bewerking en gereed product en
bestellingen in uitvoering: toename (afname)
(+)/(-) 71
Geproduceerde vaste activa 72
Andere bedrijfsopbrengsten 74 19.604,33 7.162,69
Niet-recurrente bedrijfsopbrengsten 76A 722.362,89 163.382,44
Bedrijfskosten 60/66A 2.332.460,02 5.914.212,12
Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 60
Aankopen 600/8
Voorraad: afname (toename) (+)/(-) 609
Diensten en diverse goederen 61 2.315.158,23 1.947.197,12
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (+)/(-) 62
Afschrijvingen en waardeverminderingen op
oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste
activa
630
Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in
uitvoering en handelsvorderingen: toevoegingen
(terugnemingen)
(+)/(-) 631/4
Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen
(bestedingen en terugnemingen)
(+)/(-) 635/8
Andere bedrijfskosten 640/8 50,50
Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfs
kosten
(-) 649
Niet-recurrente bedrijfskosten 66A 17.251,29 3.967.015,00
Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) (+)/(-) 9901 -1.590.492,80 -5.743.666,99
Codes Boekjaar Vorig boekjaar
Financiële opbrengsten 75/76B 11.697,00 907,26
Recurrente financiële opbrengsten 75 11.697,00 907,26
Opbrengsten uit financiële vaste activa 750
Opbrengsten uit vlottende activa 751 0,10
Andere financiële opbrengsten 752/9 11.697,00 907,16
Niet-recurrente financiële opbrengsten 76B
Financiële kosten 65/66B 20.999,02 19.381,67
Recurrente financiële kosten 65 20.999,02 19.381,67
Kosten van schulden 650 15.000,34 8.737,08
Waardeverminderingen op vlottende activa andere
dan voorraden, bestellingen in uitvoering en handels
vorderingen: toevoegingen (terugnemingen)
(+)/(-) 651
Andere financiële kosten 652/9 5.998,68 10.644,59
Niet-recurrente financiële kosten 66B
Winst (Verlies) van het boekjaar voor belasting (+)/(-) 9903 -1.599.794,82 -5.762.141,40
Onttrekking aan de uitgestelde belastingen 780
Overboeking naar de uitgestelde belastingen 680
Belastingen op het resultaat (+)/(-) 67/77
Belastingen 670/3
Regularisering van belastingen en terugneming van
voorzieningen voor belastingen
77
Winst (Verlies) van het boekjaar (+)/(-) 9904 -1.599.794,82 -5.762.141,40
Onttrekking aan de belastingvrije reserves 789
Overboeking naar de belastingvrije reserves 689
Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar (+)/(-) 9905 -1.599.794,82 -5.762.141,40

WAARDERINGSREGELS

Waarderingsregels Nyrstar NV (hierna "de Vennootschap")

Algemeen:

De waarderingsregels zijn opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Koninklijk Besluit d.d. 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen betreffende de waarderingsregels. Als gevolg van de Herstructurering (zoals gedefinieerd hieronder) en de resultaten van de Buitengewone Algemene Vergadering ("BAV") van 9 december 2019, waar de aandeelhoudersvergadering de voortzetting van de activiteiten van de Vennootschap verwierp, zijn de halfjaarlijkse financiële overzichten van de Vennootschap per 30 juni 2021 opgesteld op basis van discontinuïteit. Voor meer informatie omtrent de gevolgen van de Herstructurering, gelieve te verwijzen naar "Informatie over verbonden partijen".

Waarderingsregels toegepast op de balans van de Vennootschap opgesteld op basis van discontinuïteit omvatten:

I.Financiële vaste activa

De deelnemingen worden geboekt aan het laagste van de realisatiewaarde en de historische aanschaffingswaarde.

II.Vlottende activa en schulden

Vlottende activa, die de opgelopen BTW omvatten op lopende uitgaven waarvoor de vennootschap terugbetaling heeft ontvangen of verwacht te ontvangen van de bevoegde autoriteiten, en vlottende schulden worden gewaardeerd aan hun realisatiewaarde. Op 30 juni 2021 zijn de realisatiewaarden gelijk aan de nominale waarden. Vlottende activa en schulden die uitgedrukt zijn in vreemde valuta, worden omgerekend aan de slotkoersen die gelden op afsluitdatum van de balans. De negatieve (niet-gerealiseerde) omrekeningsverschillen worden in de resultatenrekening opgenomen. Op basis van het voorzichtigheidsprincipe worden de positieve, niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen op balansdatum als over te dragen opbrengsten geboekt.

III.Voorzieningen voor risico's en kosten

Voorzieningen worden opgenomen om verliezen en kosten te dekken die voortvloeien uit een gebeurtenis uit het verleden waarvan de aard duidelijk vaststaat en die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker worden geacht, doch waarvan het bedrag niet vaststaat. De voorzieningen die betrekking hebben op voorgaande boekjaren worden regelmatig herzien en tegengeboekt wanneer ze geen voorwerp meer hebben of wanneer de risico's of kosten gerealiseerd zijn.

IV.Resultatenrekening

Er wordt rekening gehouden met alle kosten en opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar ongeacht de dag waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd.

Aanpassingen die werden geboekt met betrekking tot de waardering en de classificatie van bepaalde balansposten als gevolg van het opstellen van de halfjaarlijkse financiële overzichten van 30 juni 2021 op basis van discontinuïteit:

a)De oprichtingskosten werden volledig afgeschreven zoals vereist door artikel 3:6 van het Koninklijk Besluit d.d. 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

b)Toelichting bij de bepaling van de verwachte, vermoedelijke realisatiewaarde overeenkomstig artikel 3:6 van het Koninklijk Besluit d.d. 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

Op 30 juni 2021 heeft de Vennootschap, in haar geldbeleggingen, een 2%-aandelenbelang in NN2 NewCo Limited ("NN2") voor EUR 15.395.000, wat de kostprijs van deze investering voor de Vennootschap vertegenwoordigt, ten gevolge van de uitgifte door NN2 van een 2%-aandelenbelang in NN2 aan de Vennootschap, waarbij het resterende 98%-belang werd uitgegeven aan Trafigura New Holdco Ltd. De investering in NN2 per 30 juni 2021 van EUR 15.395.000 is gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs en de vermoedelijke realisatiewaarde, rekening houdend met het feit dat de Vennootschap een Putoptie (zoals hieronder gedefinieerd) heeft waardoor ze het geheel (maar niet slechts een deel) van haar 2%-belang in NN2 kan verkopen aan een Trafigura entiteit tegen een totale prijs gelijk aan EUR 20 miljoen te betalen aan de Vennootschap, waardoor er geen bijzondere waardevermindering nodig is op 30 juni 2021 (In dit verband wordt verwezen naar de informatie over verbonden partijen met betrekking tot de verplichte vervroegde aflossing onder de Lening met Beperkt Regresrecht (Limited Recourse Loan Facility) die van toepassing zal zijn op de opbrengsten van de Putoptie (zie 1.5.4. hieronder). Deze Putoptie kan door de Vennootschap worden uitgeoefend tot 31 juli 2022, onder voorbehoud van beperkte triggers die een vroegere beëindiging van de Put Optie vóór 31 juli 2022 mogelijk maken. NN1 NewCo Limited ("NN1"), waarin de Vennootschap een 100% deelneming had ter waarde van USD 1, werd ontbonden en geschrapt uit het Register van Vennootschappen in het Verenigd Koninkrijk in de loop van het jaar eindigend op 31 december 2020.

c)De beslissing van de BAV van 9 december 2019 om de activiteiten van de Vennootschap niet voort te zetten, heeft geleid tot de verplichting voor de Vennootschap om een voorziening voor stopzetting te boeken die de geschatte kosten vertegenwoordigt die de Vennootschap verwacht te maken vóór de voltooiing van de vereffening. Op 30 juni 2021 heeft de Vennootschap een voorziening voor stopzetting geboekt van EUR 10,8 miljoen (31 december 2020: EUR 10,8 miljoen) die de geschatte kosten vertegenwoordigt die de Vennootschap verwacht te maken voor de voltooiing van een vereffening die naar verwachting voor het einde van 2027 (31 december 2020: voor het einde van 2027) zou worden afgerond.

Bij het bepalen van het bedrag van de voorziening per 30 juni 2021 is rekening gehouden met de volgende juridische en regelgevende maatregelen.

De BAV van 9 december 2019 en de beschikking van de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen (afdeling Antwerpen) van 26 juni 2020

Zoals hierboven beschreven, werd op 9 december 2019 de BAV gehouden om te beraadslagen over de voortzetting van de activiteiten van de Vennootschap en een voorgestelde kapitaalvermindering. De aandeelhoudersvergadering verwierp de voortzetting van de activiteiten van de Vennootschap. De aandeelhoudersvergadering verwierp ook de voorgestelde kapitaalvermindering, waardoor deze nietwe rd uitgevoerd. De Raad van Bestuur van de Vennootschap had de nodige maatregelen genomen om de nodige verslagen op te stellen

met haar commissaris en had een nieuwe BAV bijeengeroepen om een voorstel tot vereffening formeel te overwegen. Die BAV zou eerst gehouden worden op 25 maart 2020, maar moest uitgesteld worden wegens de Covid-19 uitbraak en de overeenkomstige beperkingen die in Europa waren ingevoerd. De Vennootschap riep die BAV op 30 april 2020 opnieuw bijeen voor 2 juni 2020 en, als het vereiste aanwezigheidsquorum niet gehaald zou worden, voor 30 juni 2020.

Bepaalde aandeelhouders hebben een kortgeding aangespannen voor de rechtbank van Antwerpen om de rechtbank te verzoeken te bevelen dat de beslissing over de ontbinding van de Vennootschap, na de BAV van 9 december 2019, wordt uitgesteld (i) tot drie maanden nadat een eindverslag is uitgebracht door een college van deskundigen waarvan de benoeming is gevraagd in een afzonderlijke procedure voor de rechtbank, of, als alternatief (ii) tot drie maanden nadat een eindbeslissing is genomen in de voormelde procedure over de benoeming van een college van deskundigen. Op 26 juni 2020 heeft de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen (afdeling Antwerpen) de vordering van de minderheidsaandeelhouders voor het uitstel tot drie maanden nadat een eindverslag is uitgebracht door een college van deskundigen waarvan de benoeming wordt gevraagd, afgewezen. De Ondernemingsrechtbank heeft hun vordering tot uitstel van de beslissing tot ontbinding van de Vennootschap tot drie maanden nadat er een in kracht van gewijsde gegane beslissing (d.w.z. een beslissing die "res judicata effect" heeft) is over de aanstelling van een college van deskundigen, wel toegewezen. Bijgevolg is de voor 30 juni 2020 geplande (tweede) BAV met als agendapunten de besluiten over het voorstel tot ontbinding van de Vennootschap uitgesteld, in overeenstemming met de beschikking van de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen (afdeling Antwerpen) van 26 juni 2020.

De uitgestelde beslissing over het voorstel tot ontbinding van de Vennootschap en de benoeming van een vereffenaar kan een negatief effect hebben op de liquiditeitspositie van de Vennootschap, aangezien de Vennootschap lopende kosten en kosten in verband met de boven- en onder vermelde juridische procedures blijft maken. Als de benoeming van de vereffenaar verder dan zoals momenteel verwacht wordt uitgesteld of niet wordt goedgekeurd door de aandeelhoudersvergadering of indien de kosten hoger uitvallen dan momenteel wordt verwacht en er geen uitkeringen met betrekking tot de deelneming van de Vennootschap plaatsvinden, kan de Vennootschap zich genoodzaakt zien aanvullende financiering te verwerven. Het risico bestaat dat dergelijke aanvullende financiering niet beschikbaar is voor de Vennootschap of dat ze niet beschikbaar is tegen aanvaardbare voorwaarden. De Vennootschap kan in dat geval ook overwegen om de Putoptie met betrekking tot haar 2%-belang in NN2 uit te oefenen. In dit verband wordt verwezen naar de toelichtingen met betrekking tot verbonden partijen in de jaarrekening voor het boekjaar eindigend op 31 december 2020 met betrekking tot de verplichte vervroegde aflossing onder de Limited Recourse Loan Facility die van toepassing zal zijn op de opbrengsten van de Putoptie.

Kortgedingprocedure m.b.t. de aanstelling van een college van Deskundigen

Op 27 april 2020 heeft een groep aandeelhouders de Vennootschap gedagvaard in een kortgedingprocedure voor de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen). De vordering van de eisers strekte ertoe een college van deskundigen te laten aanstellen overeenkomstig artikel 7:160 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Deze procedure werd voor de rechtbank ingeleid op 5 mei 2020. De pleitzitting vond plaats op 15 september 2020.

Op 30 oktober 2020 heeft de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) een beschikking geveld waarin zij de vordering van de aandeelhouders gegrond heeft verklaard. De beschikking omvat, maar is niet beperkt tot, de volgende elementen:

*Er wordt een college van drie deskundigen aangesteld om te onderzoeken:

i.of de transacties tussen de voormalige Nyrstar groep en de Trafigura groep op en na 9 november 2015 gesloten zijn conform het "at arm's length" principe en op de normale commerciële voorwaarden en, zo niet, te begroten welke rechtstreekse en onrechtstreekse schade de Vennootschap heeft geleden door schendingen van dit principe;

ii.of de voorwaarden voor de overdracht van alle rechten uit de overeenkomsten tussen Talvivaara Mining Company-groep en de Vennootschap, door de Vennootschap aan Terrafame, Winttal Oy Ltd. en vervolgens aan Terrafame Mining, marktconform waren en, zo niet, te begroten welke rechtstreekse en onrechtstreekse schade de Vennootschap heeft geleden door deze overdracht; en iii.welke de oorzaken waren van de liquiditeitscrisis, alsook of het noodzakelijk was om de bindende term sheet, de TFFA en de Lock-up overeenkomst te sluiten, evenals te adviseren of de voorwaarden van voormelde overeenkomsten marktconform waren en, zo niet, de schade te begroten die de Vennootschap heeft geleden voor het aangaan van deze overeenkomsten.

*De Vennootschap werd veroordeeld om de kosten voor te schieten ter griffie om de kosten van het college van deskundigen te dekken.

De kost en duurtijd van het bevolen onderzoek hangen af van diverse, zeer moeilijk voorzienbare factoren. Gelet op de ruime onderzoeksopdracht verwacht de Vennootschap dat het deskundigenonderzoek enkele jaren zal duren.

De Vennootschap heeft de beschikking samen met haar juridische adviseurs onderzocht en besloten hoger beroep bij het Hof van Beroep te Antwerpen in te stellen. De Vennootschap heeft op 15 december 2020 een verzoekschrift tot instelling van hoger beroep neergelegd. Op 3 maart 2021 hebben de oorspronkelijke eisende aandeelhouders Trafigura PTE Ltd. en Trafigura Group PTE Ltd. gedagvaard in gedwongen tussenkomst in deze beroepsprocedure. Zij vragen met name dat het arrest dat het hof van beroep zou vellen aan Trafigura PTE Ltd. en Trafigura Group PTE Ltd. tegenstelbaar en gemeen wordt verklaard. Zowel het beroep van de Vennootschap als de gedwongen tussenkomst van Trafigura PTE Ltd. en Trafigura Group PTE Ltd. werden gehoord op de zitting van 3 juni 2021. Op 2 september 2021 heeft het hof de heropening van de debatten bevolen om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over (i) de derdenverzetbeschikking van 2 juli 2021 (infra), (ii) de bewijsstukken die de oorspronkelijke eisende aandeelhouders op 2 augustus 2021 hebben neergelegd ter uitvoering van voornoemde beschikking van derdenverzet, (iii) de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) van 29 juni 2021 waarbij, overeenkomstig art. 973 Ger. W., een aantal incidenten in verband met het deskundigenonderzoek worden geregeld, (iv) de stukken betreffende de algemene vergadering van de Vennootschap van 29 juni 2021, en (v) het verzoek tot vrijwillige tussenkomst in het derdenverzet van 22 andere aandeelhouders van de Vennootschap. Een nieuwe zitting is gepland voor 17 februari 2022.

Op 4 februari 2021 hebben Trafigura PTE Ltd. en Trafigura Group PTE Ltd. derdenverzet ingesteld tegen de voormelde beschikking van 30 oktober 2020. De Vennootschap en de oorspronkelijke eisende aandeelhouders werden ook betrokken in deze procedure. In het kader van dit derdenverzet vragen Trafigura PTE Ltd. en Trafigura Group PTE Ltd. dat de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) haar beschikking van 30 oktober 2020 met onmiddellijke ingang intrekt en het deskundigenonderzoek beëindigt, en dit ook ten aanzien van de Vennootschap en de oorspronkelijke eisers. Het derdenverzet werd ingeleid op 26 maart 2021 en werd behandeld op de zitting van 15 juni 2021. In antwoord op dit derdenverzet werd op 2 juli 2021 een tussenvonnis gewezen. In dit

tussenvonnis heeft de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) de oorspronkelijke eisende aandeelhouders gelast een volledig overzicht van hun respectieve transacties in de aandelen van de Vennootschap aan de rechtbank over te leggen. Voorts heeft de voorzitter het deskundigenonderzoek geschorst totdat na de op 28 september 2021 geplande zitting uitspraak is gedaan over de nieuwe overgelegde bewijzen. De schorsing van het deskundigenonderzoek zal de eisende aandeelhouders de tijd geven om bewijsstukken over te leggen van hun deelnemingen en transacties in de Vennootschap en zal de partijen, waaronder de Vennootschap, de gelegenheid bieden om de juridische gevolgen van het nieuwe bewijsmateriaal te bespreken, waarna de rechtbank een beslissing zal nemen. Zoals vermeld, zal op 28 september 2021 een aanvullende hoorzitting over dit onderwerp plaatsvinden. Ondertussen hebben 22 andere aandeelhouders van Nyrstar op 19 augustus 2021 een verzoek ingediend om vrijwillig tussen te komen in deze derdenverzetprocedure.

Op 9 februari 2021 hebben Trafigura PTE Ltd. en Trafigura Group PTE Ltd. vervolgens een verzoek tot schorsing van de beschikking van 30 oktober 2020 ingediend bij de Beslagrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen (afdeling Antwerpen). De Vennootschap en de oorspronkelijke eisende aandeelhouders werden ook in deze procedure betrokken. Trafigura PTE Ltd. en Trafigura Group PTE Ltd. vragen met name dat de tenuitvoerlegging van de voormelde beschikking onmiddellijk wordt geschorst, en dit tot aan een definitieve uitspraak in de zonet aangehaalde procedure op derdenverzet. Het schorsingsverzoek werd ingeleid op 1 april 2021 en werd behandeld op de zitting van 24 juni 2021. Bij vonnis van 15 juli 2021 heeft de Beslagrechter geoordeeld dat een heropening van de debatten noodzakelijk is in het licht van het voormelde arrest van de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) van 2 juli 2021 (in de derdenverzetprocedure). Bijgevolg zal het schorsingsverzoek opnieuw worden behandeld op de zitting van 28 oktober 2021.

Bodemprocedure tegen (onder andere) de Vennootschap en haar bestuurders

Op vrijdag 29 mei 2020 heeft een groep aandeelhouders van de Vennootschap onder meer de Vennootschap en haar bestuurders

gedagvaard voor de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Turnhout). Deze dagvaarding volgde op een ingebrekestelling die de bestuurders en bepaalde kaderleden van de Vennootschap op 17 maart 2020 hebben ontvangen.

Op maandag 9 november 2020 bracht deze groep aandeelhouders een verbeterende dagvaarding uit lastens (onder andere) de Vennootschap en haar bestuurders, die de dagvaarding van 29 mei 2020 op bepaalde punten wijzigde.

In deze procedure ten gronde brengen de eisende aandeelhouders de volgende vorderingen:

i.een minderheidsvordering voor rekening van de Vennootschap tegen (onder meer) de huidige bestuurders van de Vennootschap voor beweerde tekortkomingen in hun bestuur en inbreuken op het Wetboek van Vennootschappen en de statuten van de Vennootschap. Deze minderheidsvordering is een afgeleide vordering, waarbij de eventuele opbrengst aan de Vennootschap toekomt (en niet aan de verzoekende aandeelhouders). De eisers vragen met name dat de gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de Vennootschap. Die schadevergoeding wordt in de (verbeterende) dagvaarding op minstens EUR 1,2 miljard begroot;

ii.een rechtstreekse aansprakelijkheidsvordering tegen onder andere de huidige bestuurders van de Vennootschap voor fouten waardoor eisers (naar verluidt) individuele schade hebben geleden. Op basis hiervan eisen de eisers een persoonlijke schadevergoeding die voorlopig wordt geraamd op EUR 1;

iii.een vordering tegen de Vennootschap tot terugbetaling van de kosten die de eisers hebben gemaakt en die niet door de andere gedaagden zouden worden vergoed.

Deze procedure werd ingeleid op 18 november 2020; zij werd echter op de inleidingszitting (op verzoek van eisers) naar de rol verzonden in afwachting van het verslag van het college van deskundigen aangesteld bij beschikking van 30 oktober 2020 van de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) (supra). Er is bijgevolg nog geen conclusiekalender of pleitzitting bepaald.

De Vennootschap en haar Raad van Bestuur betwisten de aanspraken in de dagvaardingen formeel en merken op dat zij zich in het kader van deze procedure stellig zullen verdedigen tegen de vorderingen.

De Vennootschap vernam tevens dat dezelfde groep verzoekende aandeelhouders gelijkaardige aansprakelijkheidsvorderingen heeft ingesteld tegen bepaalde voormalige bestuurders van de Vennootschap en tegen bepaalde vennootschappen behorende tot de Trafigura-groep. De Vennootschap noch haar huidige bestuurders zijn momenteel partij in deze procedures.

Gerechtelijk onderzoek

De Vennootschap vernam dat er strafrechtelijke klachten zijn ingediend door aandeelhouders. De Vennootschap zal haar medewerking verlenen aan het gerechtelijk onderzoek.

Onderzoek vanwege de FSMA

Het Directiecomité van de Belgische Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten ("FSMA") heeft in september 2019 beslist om een onderzoek in te stellen naar de informatieverstrekking door de Vennootschap. Dit onderzoek spitste zich aanvankelijk toe op de informatie verstrekt over de commerciële relatie van de Vennootschap met Trafigura.

In een persbericht van 29 mei 2020 heeft de FSMA te kennen gegeven dat dit onderzoek zou worden uitgebreid naar informatie over de verwachte winstbijdrage van en de totale kosten voor de herontwikkeling van de Port Pirie-smelter in Australië en over de solvabiliteits- en liquiditeitspositie van de Vennootschap op het einde van 2018.

De Vennootschap blijft volledig meewerken aan het onderzoek van de FSMA.

Bij de raming van de per 30 juni 2021 geboekte voorziening voor beëindiging ten bedrage van EUR 10,6 miljoen en rekening houdende met de bovenvermelde (hangende) gerechtelijke procedures waarnaar hierboven verwezen wordt (en op basis van een redelijke verwachting inzake de timing van de Belgische gerechtelijke procedures), gaat de Vennootschap ervan uit dat het vereffeningsproces ongeveer tegen eind 2027 zal zijn voltooid, d.w.z. binnen ongeveer zes en een half jaar na de publicatie van de halfjaarlijkse financiële

overzichten per 30 juni 2021. Het bedrag van de voorziening is gebaseerd op de geraamde exploitatiekosten die vóór en tijdens het vereffeningsproces moeten worden gemaakt. Deze kosten omvatten de kosten van de vereffenaar, de juridische, boekhoud- en auditkosten, de noteringsvergoedingen en andere bedrijfskosten. De Vennootschap heeft ook in de berekening de voorziening opgenomen voor de geraamde kosten van het college van deskundigen dat door de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen is aangesteld (waartegen het vonnis de Vennootschap beroep heeft aangetekend). Het geraamde bedrag van de voorziening gaat uit van een stabiel verloop van de kosten van de vereffenaar en andere kosten die de Vennootschap over de periode tot de voltooiing van de vereffeningsprocedure zal moeten maken.

Het geraamd bedrag van de voorziening sluit alle kosten uit die de Vennootschap zou kunnen maken in verband met de verdediging in de bovenvermelde gerechtelijke procedures, aangezien de Directors & Officers ("D&O") verzekeraar van de Vennootschap thans heeft bevestigd de Vennootschap schadeloos te stellen voor haar erelonen, kosten en uitgaven gemaakt door (i) haar raadsmannen voor het assisteren bij de reactie op de ingebrekestelling van 17 maart 2020, en het vertegenwoordigen van de Vennootschap in de procedure van 29 mei 2020; (ii) haar raadsmannen voor het vertegenwoordigen van de Vennootschap in de kort geding (deskundigen) procedures van 27 april 2020, alsmede het door de Vennootschap op 15 december 2020 ingestelde beroep tegen de beschikking van de rechtbank van 30 oktober 2020 tot benoeming van een college van deskundigen in de zin van art. 7:160 WVV; (iii) haar raadsmannen voor de vertegenwoordiging van de Vennootschap in het bij voornoemde beschikking van 30 oktober 2020 gelaste deskundigenonderzoek; en (iv) de door de Vennootschap ingeschakelde partij-benoemde deskundigen voor het onderzoek van de in voornoemde procedures ingediende vorderingen alsmede om de Vennootschap bij te staan in het voornoemde deskundigenonderzoek.

De D&O verzekeraar heeft echter dekking van de erelonen, kosten en uitgaven van de door de rechtbank aangestelde deskundigen (zoals hierboven vermeld) geweigerd en op basis van de gerechtelijke uitspraak van 30 oktober 2020 (waartegen de Vennootschap in beroep is gegaan en waartegen Trafigura PTE Ltd. En Trafigura Group PTE Ltd. derdenverzet hebben aangetekend), moeten deze erelonen, kosten en uitgaven door de Vennootschap worden gedekt. Het werkelijke bedrag van deze erelonen, kosten en uitgaven zal afhangen van de duur van het bevolen onderzoek, de duur van de bovenvermelde gerechtelijke procedures, de mate van betrokkenheid van de Vennootschap en eventuele andere elementen die de Vennootschap op dit ogenblik nog niet kan voorzien.

Mocht de vereffeningsprocedure langer dan duren dan verwacht, dan zouden de geraamde kosten die de Vennootschap vóór de voltooiing van de vereffening moet maken, hoger liggen. In de veronderstelling dat in dat geval de vereffening tegen eind 2029 is voltooid, schat de Vennootschap dat de tijdens het vereffeningsproces opgelopen kosten tot EUR 12,5 miljoen zouden stijgen. Deze extra kosten boven de per 30 juni 2021 opgenomen voorziening van EUR 10,8 miljoen zouden het eigen vermogen van de Vennootschap na 30 juni 2021 verder doen dalen. Indien er bijkomende kosten zijn of indien de kosten in verband met de hierboven vermelde juridische procedures niet zouden worden gedekt door de D&O verzekering van de Vennootschap, hetgeen niet verwacht wordt op dit moment, kan dit de Vennootschap noodzaken bijkomende financiering aan te trekken buiten de opbrengsten van de uitoefening ven de EUR 20 miljoen Putoptie (indien uitgeoefend) min de terugbetaling van het uitstaande bedrag opgenomen op de Limited Recourse Loan Facility (te betalen uit de opbrengsten van de Putoptie). In dit verband wordt verwezen naar de informatie over verbonden partijen met betrekking tot de verplichte vervroegde aflossing onder de Limited Recourse Loan Facility die van toepassing zal zijn op de opbrengsten van de Putoptie (zie 1.5.4. hieronder). Indien de Vennootschap niet in staat is dergelijke aanvullende financiering te verkrijgen, is het mogelijk dat de vereffening geen solvente vereffening is.

De Vennootschap heeft de lopende exploitatiekosten die zij in het halfjaar eindigend op 30 juni 2021 heeft gemaakt opgenomen als Diensten en diverse goederen (code 61). Tijdens het halfjaar eindigend op 30 juni 2021 heeft de Vennootschap de voorziening voor beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ten bedrage van EUR 1.576.333 aangewend, voornamelijk ter compensatie van de lopende exploitatiekosten. Het gebruik van de voorziening is opgenomen in de niet-recurrente bedrijfskosten (code 66A), na aftrek van de toevoegingen aan de voorziening voor stopzetting van EUR 1.599.795.

d)Per 30 juni 2021 had de Vennootschap voorwaardelijke verplichtingen voor een bedrag van EUR 3,4 miljoen (31 december 2020: 12,0 miljoen) die door de Vennootschap waren verstrekt of onherroepelijk waren toegezegd voor schulden en verplichtingen van derden die nog aan de Trafigura groep moeten worden overgedragen. Voor meer details, zien punt 1.3 Vrijgave van garanties van moedervennootschappen ten gunste van derden in de "Informatie over verbonden partijen".

De Vennootschap heeft de mogelijke impact van de COVID-19 uitbraak op de opname en waardering van de activa en passiva van de Vennootschap per 30 juni 2021 beoordeeld. Het belangrijkste actief van de Vennootschap is het 2%-belang van de Vennootschap in NN2. De Vennootschap heeft kennisgenomen van de persberichten die zijn gepubliceerd door Trafigura en de Nyrstar operationele groep, maar heeft momenteel geen aanwijzingen ontvangen dat de COVID-19 uitbraak een significant impact zou hebben op de Trafigura groep die de waarde van het 2%-belang van de Vennootschap in NN2 zou beïnvloeden. In ieder geval heeft de Vennootschap de Putoptie die haar toelaat haar belang in NN2 te verkopen aan Trafigura aan een vaste prijs van EUR 20 miljoen. In dit verband wordt verwezen naar de informatie over verbonden partijen met betrekking tot de verplichte vervroegde aflossing onder de Limited Recourse Loan Facility die van toepassing zal zijn op de opbrengsten van de Putoptie (zie 1.5.4. hieronder). De Vennootschap maakt ook gebruik van de Limited Recourse Loan Facility met NN2 om haar activiteiten te financieren. De Vennootschap heeft momenteel geen aanwijzingen ontvangen dat NN2 of Trafigura niet in staat zou zijn haar verplichtingen jegens de Vennootschap na te komen. Naar het oordeel van de Vennootschap zijn er geen bijkomende potentiële significante gevolgen van de COVID-19 uitbraak voor de waardering van de activa en passiva van de Vennootschap per 30 juni 2021.

DISCONUITEIT

Op 9 december 2019 werd een BAV van de Vennootschap gehouden om te beraadslagen over de voortzetting van de activiteiten van de Vennootschap en een voorgestelde kapitaalvermindering. De aandeelhoudersvergadering verwierp de voortzetting van de activiteiten van de Vennootschap. Als gevolg van een beschikking van 26 juni 2020 van de Voorzitter van Ondernemingsrechtbank van Antwerpen (afdeling Antwerpen), op verzoek van een groep aandeelhouders, is het de Vennootschap thans verboden een algemene vergadering te laten plaatsvinden met als agendapunt de ontbinding van de Vennootschap tot drie maanden nadat er een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de aanstelling van een college van deskundigen zal zijn gewezen. Als zodanig zijn deze halfjaarlijkse financiële overzichten per 30 juni 2021 van de Vennootschap opgesteld op basis van discontinuïteit.

Krachtens artikel 3:23 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is een moedervennootschap die één of meer dochterondernemingen controleert, verplicht een geconsolideerde jaarrekening op te stellen, tenzij deze dochterondernemingen, gelet op het geconsolideerde vermogen, alleen of gezamenlijk, een geconsolideerde financiële positie of geconsolideerde resultaten hebben die slechts van te verwaarlozen betekenis zijn. Aangezien de Vennootschap op 30 juni 2021 geen controle had over enige belangrijke dochteronderneming, was de Vennootschap niet verplicht om een geconsolideerde halfjaarrekening op te stellen voor de periode eindigend op 30 juni 2021. In overeenstemming met artikel 12, §3, laatste lid, van het Koninklijk Besluit van 14 november 2007, heeft de Vennootschap de enkelvoudige statutaire halfjaarlijkse financiële overzichten per 30 juni 2021 opgesteld in overeenstemming met het Belgische boekhoudkundig referentiestelsel.

Tussen 1 augustus 2020 en 31 juli 2021 kan de Vennootschap tot EUR 1,2 miljoen opnemen onder Faciliteit A van de Limited Recourse Loan Facility voor de lopende gewone bedrijfsuitoefening van de Vennootschap (waarvan EUR 0,6 miljoen reeds opgenomen werd op de datum van dit verslag). De Vennootschap kan ook gebruik maken van de afzonderlijke tranche van EUR 5 miljoen van de Limited Recourse Loan Facility bestemd voor de betaling van bepaalde kosten in verband met verdediging in rechtszaken, tenzij gedekt door de D&O verzekering, indien nodig zoals uiteengezet in 1.4 van de Informatie over verbonden partijen (waarvan EUR 2,1 miljoen reeds is opgenomen op de datum van dit verslag).

Op de datum van goedkeuring van de halfjaarlijkse financiële overzichten van 30 juni 2021 heeft de Vennootschap geoordeeld dat, rekening houdend met haar beschikbare liquide middelen, kasequivalenten, gecommitteerde faciliteiten die beschikbaar werden gesteld voor de Vennootschap, de mogelijkheid om de Putoptie uit te oefenen en haar kasstroomprognoses voor de komende 12 maanden na de goedkeuring van de halfjaarlijkse financiële overzichten van 30 juni 2021 door de Raad van Bestuur, zij voldoende liquiditeit heeft om aan haar huidige verplichtingen te voldoen en de behoefte aan werkkapitaal te dekken. De verwachte beschikbare liquiditeit van de Vennootschap, waaronder het niet-opgenomen bedrag van EUR 0,6 miljoen per de datum van dit verslag (van EUR 1,2 miljoen) dat beschikbaar is voor de Vennootschap voor het derde jaar (beginnend op 1 augustus 2021) van Faciliteit A (zoals gedefinieerd hieronder) van de Limited Recourse Loan Facility en het niet-opgenomen bedrag van EUR 2,9 miljoen (van EUR 5 miljoen) van Faciliteit B van de Limited Recourse Loan Facility, is afhankelijk van verschillende zaken, waaronder de mogelijke benoeming van een vereffenaar en zijn volgende stappen, het bestaan en de reikwijdte van de juridische claims tegen de Vennootschap die financiering zou vereisen van deze juridische procedures en andere momenteel niet voorziene zaken zoals beschreven in onderdeel d) van de waarderingsregels hierboven. Zoals hierboven vermeld, is het mogelijk dat, indien de aanstelling van de vereffenaar verder wordt uitgesteld of niet wordt goedgekeurd door de aandeelhoudersvergadering of indien de kosten hoger zijn dan momenteel verwacht, en er geen uitkeringen zijn met betrekking tot de deelneming van de Vennootschap, de Vennootschap zich moet verzekeren van bijkomende financiering. Het risico bestaat dat dergelijke bijkomende financiering niet beschikbaar is voor de Vennootschap of dat ze niet beschikbaar is tegen aanvaardbare voorwaarden. De Vennootschap kan in dat geval ook overwegen om de Putoptie op haar belang van 2% in NN2 uit te oefenen.

Indien de bovenvermelde financieringsopties de Vennootschap niet voldoende middelen verschaffen wanneer ze nodig zijn, kan de Vennootschap haar Putoptie uitoefenen die de Vennootschap in staat stelt haar 2%-belang in de Operationele Groep te verkopen voor EUR 20 miljoen, min het uitstaande bedrag dat is opgenomen in de Limited Recourse Loan Facility (te te betalen uit de opbrengst van de Putoptie) en voldoende financiering te genereren voor de Vennootschap. In dit verband wordt verwezen naar de informatie over verbonden partijen met betrekking tot de verplichte vervroegde aflossing onder de Limited Recourse Loan Facility die van toepassing zal zijn op de opbrengsten van de Putoptie (zie 1.5.4. hieronder).

INFORMATIE OVER VERBONDEN PARTIJEN

In oktober 2018 startte de voormalige Nyrstar groep het nazicht van haar balansstructuur (het "Nazicht van de Balansstructuur") naar aanleiding van de uitdagende financiële en operationele omstandigheden waarmee de Nyrstar groep werd geconfronteerd. Het Nazicht van de Balansstructuur heeft een zeer aanzienlijke bijkomende financieringsbehoefte aangetoond waaraan de Nyrstar groep niet kon voldoen zonder een aanzienlijke vermindering van de schuldenlast van de Nyrstar groep. Als gevolg hiervan moest er in het kader van het Nazicht van Balansstructuur tussen de financiële schuldeisers van de Nyrstar groep onderhandeld worden, wat uiteindelijk resulteerde in de herstructurering van de Nyrstar groep, die op 31 juli 2019 van kracht werd (de "Herstructurering"). Als gevolg van de Herstructurering is Trafigura Group Pte. Ltd., via haar indirecte 98%-eigendom van de nieuwe holdingvennootschap NN2, de uiteindelijke moedervennootschap geworden van de voormalige (directe en indirecte) dochterondernemingen van de Vennootschap (de "Operationele Groep"), waarbij het resterende 2%-belang in NN2 (en daarmee de Operationele Groep) in handen is van de Vennootschap.

De overeenkomsten met Trafigura waarbij de Vennootschap thans partij is worden hieronder in meer detail besproken.

1.1.De NNV-Trafigura Deed

De lock-up overeenkomst ("Lock-Up Overeenkomst") die op 14 april 2019 werd gesloten tussen, onder andere, de Vennootschap en vertegenwoordigers van haar belangrijkste groepen van financiële schuldeisers, beoogde dat de Vennootschap, Trafigura Pte Ltd ("Trafigura") en Nyrstar Holdings Limited ("Nyrstar Holdings", een special-purpose vehicle van Trafigura dat werd opgericht, onder andere, ten behoeve van de uitvoering van de Herstructurering) een overeenkomst zouden sluiten waarin zij hun instemming zouden bevestigen met (i) bepaalde stappen die nodig waren voor de uitvoering van de herstructurering zoals beoogd in de Lock-Up Overeenkomst en (ii) de voorwaarden van de huidige relatie tussen de Vennootschap en de Trafigura groep (de "NNV-Trafigura Deed"). De NNV-Trafigura Deed werd op 19 juni 2019 ondertekend. Bepaalde belangrijke bepalingen van het NNV-Trafigura Deed kunnen als volgt worden samengevat.

Uitkeringsbeleid: krachtens de NNV-Trafigura Deed hebben Trafigura en Nyrstar Holdings verplichtingen op zich genomen die bedoeld zijn

om, voor zover mogelijk, te verzekeren dat alle door de Operationele Groep gerealiseerde winsten worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van NN2 (inclusief de Vennootschap als 2% minderheidsaandeelhouder). Daartoe is Nyrstar Holdings overeengekomen om ervoor te zorgen dat: (i) de raad van bestuur van NN2 ten minste jaarlijks bijeenkomt om te beoordelen of NN2 winsten heeft die

rechtmatig beschikbaar zijn voor uitkering (en zo ja, dan zal NN2 die uitkering doen in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving); en (ii) NN2 en de andere leden van de Operationele Groep, krachtens de voorwaarden van financierings- of andere overeenkomsten waarbij zij partij zijn of zullen zijn (andere dan financierings- of andere overeenkomsten die op marktconforme voorwaarden met derden zijn aangegaan), niet onderworpen zullen zijn aan beperkingen op het uitkeren van dividenden of het doen van andere uitkeringen aan hun respectieve aandeelhouders.

Volgrechten/Volgplichten: onder de voorwaarden van de NNV-Trafigura Deed, als Nyrstar Holdings of een of meer Trafigura entiteiten die het 98% belang in NN2 bezitten (zijnde de "Meerderheidsaandeelhouder(s)") op enig moment een overdracht voorstellen van enig recht of belang aan een derde koper (tegen marktconforme voorwaarden, tegen contante of niet-contante vergoeding) die ertoe zou leiden dat een lid van de Trafigura groep 50% of minder van de aandelen in NN2 zou bezitten, dan zal (zullen) de Meerderheidsaandeelhouder(s) die de overdracht voorstelt (voorstellen), het recht hebben om de Vennootschap te verplichten haar volledige 2%-aandelenbelang in NN2 over te dragen (een "volgplicht"), en de Vennootschap zal een gelijkwaardig recht hebben om aan een dergelijke overdracht deel te nemen (een "volgrecht"), tegen dezelfde voorwaarden en voor dezelfde vergoeding per aandeel als voor de Meerderheidsaandeelhouder(s).

NN2 controlewijziging: de NNV-Trafigura Deed verplicht Trafigura en Nyrstar Holdings om ervoor te zorgen dat de Trafigura groep alleen een intragroepsreorganisatie doorvoert die tot gevolg heeft dat ten minste 75% van de netto activa (in waarde) van de Operationele Groep niet langer in handen is van NN2 maar van een ander lid van de Trafigura groep (de "Vervangende HoldCo"), indien (i) de reorganisatie te goeder trouw geschiedt, (ii) de financiële positie van de Vervangende Holdco in wezen dezelfde is als die van NN2 onmiddellijk voorafgaand aan deze intragroepsreorganisatie, (iii) er regelingen worden getroffen zodat aandeelhouders van de Vervangende Holdco (waaronder de Vennootschap) ten aanzien van de Vervangende Holdco in wezen gelijkwaardige rechten en verplichtingen hebben als ten aanzien van NN2, en (iv) de Vennootschap een aandelenbelang in de Vervangende Holdco heeft dat gelijkwaardig is aan haar aandelenbelang in NN2 onmiddellijk voorafgaand aan de intragroepsreorganisatie, met in wezen dezelfde rechten en beschermingen. Indien aan deze voorwaarden is voldaan, zal de Vennootschap alle stappen ondernemen en alle redelijke bijstand verlenen die nodig is om de intragroepsreorganisatie tot stand te brengen, en zal zij te goeder trouw haar medewerking verlenen. Alle kosten die de Vennootschap daarbij redelijkerwijs maakt (met inbegrip van redelijke vergoedingen voor adviseurs), komen ten laste van Trafigura.

1.2.De Put Option Deed

Krachtens de NNV-Trafigura Deed kwamen de Vennootschap en Trafigura ook overeen dat Trafigura aan de Vennootschap een optie zou verlenen om een Trafigura entiteit te verplichten het volledige belang van de Vennootschap in NN2 te kopen. De voorwaarden van deze optie zijn uiteengezet in een afzonderlijke overeenkomst, gedateerd 25 juni 2019, tussen de Vennootschap, Trafigura en Nyrstar Holdings (de "Put Option Deed"). Onder de voorwaarden van de Put Option Deed kan de Vennootschap het geheel (maar niet slechts een deel) van haar 2%-belang in NN2 aan Trafigura verkopen tegen een prijs gelijk aan EUR 20 miljoen (de "Putoptie"). In dit verband wordt verwezen naar de informatie over verbonden partijen met betrekking tot de verplichte vervroegde terugbetalingsverplichtingen onder de Limited Recourse Loan Facility die van toepassing zullen zijn op de opbrengsten van de Putoptie (zie 1.5.4 hieronder). De Putoptie kan door de Vennootschap worden uitgeoefend tot 31 juli 2022, onder voorbehoud van beperkte triggers die een vroegere beëindiging van de Put Optie vóór 31 juli 2022 mogelijk maken.

1.3.Vrijgave van de moedervennootschapsgaranties ("PCG's") ten gunste van Trafigura

Zoals hierboven vermeld, was de Vennootschap vóór de datum van inwerkingtreding van de Herstructurering, namelijk 31 juli 2019 (de "Effectieve Datum van de Herstructurering"), de uiteindelijke moedervennootschap van de Nyrstar groep, en had ze voordien verscheidene moedervennootschapsgaranties (de "PCG's") verleend ten aanzien van de verplichtingen van haar dochterondernemingen, waaronder, maar niet beperkt tot, twee moedervennootschapsgaranties (de "Trafigura PCG's") die verleend werden ten aanzien van de principale financiële verplichtingen van de toenmalige indirecte dochteronderneming van de Vennootschap, Nyrstar Sales & Marketing AG ("NSM"), aan Trafigura, namelijk in het kader van de Trade Finance Framework Agreement ("TFFA") van USD 650 miljoen en de Bridge Finance Facility Agreement ("BFFA") van USD 250 miljoen. De Trafigura PCG's en alle andere zekerheden en/of garanties die de Operationele Groep aan Trafigura verstrekte in verband met de TFFA en BFFA, werden op de Effectieve Datum van de Herstructurering volledig vrijgegeven.

1.4.Vrijgave van de moedervennootschapgaranties ("PCG's") ten gunste van derden en de rechten van de Vennootschap op schadeloosstelling door NN2 krachtens de NNV-NN2 SPA

Voorafgaand aan, en als onderdeel van de uitvoering van, de Herstructurering sloot de Vennootschap een overeenkomst voor de verkoop en overdracht door de Vennootschap van vrijwel al haar activa, waaronder 100% van haar aandelenbezit in Nyrstar Netherlands (Holdings) BV en ook haar deelnemingen (direct en indirect) in haar dochterondernemingen, maar met uitzondering van haar aandelen in NN1, aan NN2 (de "NNV-NN2 SPA"). Krachtens de NNV-NN2 SPA geniet de Vennootschap van contractuele overeenkomsten met NN2 en Trafigura met betrekking tot de vrijgave van, of schadeloosstelling voor, aansprakelijkheden voor bestaande financiële schulden en verplichtingen aan derden in verband met financiële, commerciële of andere verplichtingen van de toenmalige leden van de Operationele Groep (de "PCG's"), zodat die derden geen verhaal meer zouden hebben op de Vennootschap. De vrijstellings- en/of schadeloosstellingsverplichtingen van NN2 waarvan de Vennootschap geniet kunnen als volgt worden samengevat.

-Vrijstelling van PCG's en algemene schadeloosstelling: De NNV-NN2 SPA bevat een verbintenis van NN2 om redelijke inspanningen te leveren om de vrijstelling te verkrijgen van verplichtingen die de Vennootschap uit hoofde van PCG's van derden verschuldigd is. Deze verplichting wordt gecombineerd met een verplichting van NN2 om de Vennootschap, voor zover die PCG's niet worden vrijgegeven, te vrijwaren voor alle aansprakelijkheden in verband met die PCG's als gevolg van het niet volledig nakomen van de hoofdverplichtingen door het betreffende lid van de Operationele Groep.

-Schadeloosstelling voor specifieke historische aansprakelijkheden: Verder bevat de NNV-NN2 SPA ook een verplichting voor NN2 om de Vennootschap, voor zover niet gedekt door de vrijgave en/of schadeloosstelling van de hierboven vermelde PCG's, schadeloos te stellen voor bepaalde specifieke aansprakelijkheden, waaronder bepaalde aansprakelijkheden die voortvloeien uit bepaalde historische vervreemdingen door de vroegere Nyrstar groep en/of uit bepaalde historische mijnsluitingen, die in een bijlage bij de NNV-NN2 SPA

worden gespecificeerd.

-Beperking van verhaal op de Vennootschap door vroegere dochterondernemingen: Om eventuele financiële verplichtingen op de Vennootschap verder te beperken en vrij te geven, verplicht de NNV-NN2 SPA NN2 om ervoor te zorgen dat, en verplicht de NNV-Trafigura Deed Trafigura om ervoor te zorgen dat, geen voormalige dochterondernemingen van de Vennootschap enige aanspraak op betaling van de Vennootschap zullen maken, behalve (i) in het kader van de Limited Recourse Loan Facility, (ii) zoals anders

overeengekomen na de voltooiing van de Herstructurering; of (iii) voor zover de Vennootschap over voldoende middelen beschikt (met uitzondering van dividenden of verkoopopbrengsten met betrekking tot de rechtstreekse deelneming van 2% van de Vennootschap in NN2).

1.5.Financiële transacties met Trafigura entiteiten - de Limited Recourse Loan Facility

1.5.1.Inleiding

Op 23 juli 2019 sloot de Vennootschap een EUR 13,5 miljoen committed limited recourse loan facility af (de "Limited Recourse Loan Facility") die haar door NN2 (als "Lender") ter beschikking werd gesteld. De belangrijkste voorwaarden van de Limited Recourse Loan Facility worden hieronder beschreven. De Limited Recourse Loan Facility wordt in twee afzonderlijke schijven beschikbaar gesteld: (i) tot EUR 8,5 miljoen voor de lopende gewone bedrijfsactiviteiten van de Vennootschap ("Facility A"); en (ii) tot EUR 5 miljoen bestemd voor de betaling van bepaalde kosten in verband met de verdediging in rechtszaken ("Facility B"). Er zijn geen zekerheden, onderpanden of garanties verleend met betrekking tot de verplichtingen van de Vennootschap onder de Limited Recourse Loan Facility.

1.5.2.Beschikbare toezeggingen, uitstaande bedragen en rente

Op 30 juni 2021 was de Vennootschap in het kader van Facility A EUR 4,9 miljoen (31 december 2020: EUR 4,6 miljoen) verschuldigd. Facility A kan door de Vennootschap gebruikt worden om dagelijkse bedrijfskosten te dekken, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, redelijke kosten voor bestuurders en personeel, premies voor D&O verzekeringen (voor zover niet betaald vóór de Effectieve Datum van de Herstructurering), auditkosten, juridische kosten (behalve die in verband met rechtszaken of andere lopende of dreigende procedures tegen de Vennootschap, die gefinancierd moeten worden uit Facility B (hieronder gedefinieerd)), noteringskosten en investor relations kosten. De financiering in het kader van Facility A wordt aan de Vennootschap verstrekt op basis van de driemaandelijkse kasstroomprognose die door de Vennootschap wordt opgesteld en aan Trafigura wordt verstrekt als voorwaarde voor de financiering. Het totale bedrag van de fondsen die in het kader van Facility A beschikbaar worden gesteld, is overeengekomen op basis van de geraamde bedrijfskosten van de Vennootschap voor een periode van vijf jaar na de voltooiing van de Herstructurering, rekening houdend met de doorlopende operationele diensten die NN2, zoals overeengekomen in de NNV-NN2 SPA, aan de Vennootschap verleent voor een periode van drie jaar vanaf de Effectieve Datum van de Herstructurering (of korter, afhankelijk van overeengekomen triggers voor vervroegde beëindiging) (de "Doorlopende Diensten"). De door NN2 aan de Vennootschap te verlenen Doorlopende Diensten omvatten financiële, fiscale, bedrijfsadvies-, IT- en administratieve diensten. De levering van de Doorlopende Diensten aan de Vennootschap is bedoeld om de bedrijfskosten van de Vennootschap in de periode na de Effectieve Datum van de Herstructurering te verminderen.

Op 30 juni 2020 had de Vennootschap EUR 1,9 miljoen (31 december 2020: EUR 0,9 miljoen) opgenomen onder Facility B. Behoudens de hieronder beschreven beperkingen kan Facility B door de Vennootschap worden aangewend voor de betaling of terugbetaling van kosten in verband met een geschil, procedure, rechtsvordering of vordering (met inbegrip van belastingvorderingen) aangespannen, ingesteld of dreigend tegen de Vennootschap, NN1 of een van hun huidige of vroegere bestuurders of kaderleden (elk een "Vordering").

Onder Facility A kan de Vennootschap tot EUR 3,7 miljoen lenen vóór 31 juli 2020 en vervolgens jaarlijks tot 2024 tot nog eens EUR 1,2 miljoen. Financiering onder Facility B kan worden opgenomen op basis van de kosten die gemaakt worden in verband met een Vordering (onder voorbehoud van de hierna genoemde beperkingen, en tegen overlegging van een factuur voor die kosten). Het gebruik van elke facility is beperkt tot maximaal drie opnames per financieel kwartaal per facility (exclusief PIK Loans (zie hieronder)). Op de datum van dit verslag heeft de Vennootschap EUR 5,5 miljoen opgenomen onder Facility A en EUR 2,1 miljoen onder Facility B.

De rentevoet op de uitstaande bedragen onder de Limited Recourse Loan Facility is de som van EURIBOR plus een marge van 0,5% per jaar. De rente is betaalbaar binnen 10 werkdagen na de verjaardag van de datum waarop het bedrag ter beschikking werd gesteld, met dien verstande dat de rente gekapitaliseerd wordt als zij gedurende een periode van een jaar of langer is aangegroeid en de Vennootschap een kennisgeving in de door de Limited Recourse Loan Facility voorgeschreven vorm heeft gegeven. Elke gekapitaliseerde rente wordt behandeld als een nieuwe lening (een "PIK Loan") onder de betrokken Facility. Elke PIK loan brengt zelf rente op, en die rente kan ook gekapitaliseerd worden. De Vennootschap heeft geen rentebetalingen gedaan, gezien alle tot 30 juni 2021 te betalen rente van EUR 19.000 gekapitaliseerd is in een nieuwe PIK Loan.

1.5.3.Beperkingen op de aanwending van de opbrengsten

De Vennootschap mag geen enkel bedrag dat in het kader van Facility A of Facility B wordt geleend gebruiken voor de financiering (direct of indirect) van kosten in verband met het instellen of helpen instellen van vorderingen (met inbegrip van tegenvorderingen of verweer) tegen Trafigura, andere leden van de Trafigura groep, NN2 en/of een Vervangende Holdco, en/of een ander lid van de Operationele Groep), tegen huidige of vroegere bestuurders, kaderleden of adviseurs van deze entiteiten, tegen enige schuldeiser ten aanzien van deze entiteiten (anders dan met toestemming van NN2, welke toestemming niet onredelijk mag worden ingehouden of uitgesteld) of in verband met enige betwisting van de Herstructurering, ook in verband met de TFFA en de BFFA of enig ander document dat door de akte tot implementatie van de Herstructurering werd beoogd.

1.5.4.Verplichte vervroegde aflossing

Indien op enig moment na 31 juli 2020 het bedrag van de beschikbare contanten, na aftrek van het minimum "headroom" bedrag van EUR 2 miljoen in de periode vanaf en met inbegrip van de datum van de Limited Recourse Loan Facility tot, maar met uitzondering van, de datum die valt één jaar na de Effectieve Datum van de Herstructurering, en EUR 1 miljoen daarna, van de Vennootschap (verminderd met enig bedrag van de opbrengst van enige Facility B die bestemd is om te worden aangewend voor kosten die de Vennootschap heeft gemaakt en waarop de Facility B Loan betrekking heeft, maar die nog niet is aangewend) meer bedraagt dan EUR 1,5 miljoen, moet de

Vennootschap, binnen vijf werkdagen na het ontstaan van het overschot aan contanten, het betreffende overschot aan contanten aanwenden voor de terugbetaling van alle uitstaande bedragen onder Facility B. Als er na deze terugbetaling overtollige contanten overblijven, zal de Vennootschap 50% van dat overblijvende overschot aan contanten aanwenden voor de terugbetaling van het uitstaande bedrag onder Facility A, en zal ze (voor zover toegestaan door de toepasselijke wet- en regelgeving) de resterende 50% van dat overschot aan contanten aanwenden voor de betaling van dividenden aan de aandeelhouders van de Vennootschap. Het bovenstaande geldt slechts tot het laatste van (i) de datum waarop de Vennootschap ophoudt haar aandelenbelang van 2% in de Operationele Groep te bezitten (zulk aandelenbelang is ten gevolge van een rechtstreekse deelneming in NN2 of in de Vervangende Holdco (zoals hierboven gedefinieerd) het "Aandelenbelang van de Vennootschap", en deze datum is de "Exitdatum van de Vennootschap") en (ii) de ontvangst van alle

opbrengsten (onder voorbehoud van toegestane/vereiste inhoudingen krachtens de voorwaarden van de Limited Recourse Loan Facility) uit vervreemding(en) van het Aandelenbelang van de Vennootschap die leidt (leiden) tot het zich voordoen van de Exitdatum van de Vennootschap (de "Vervreemdingsopbrengsten") (die, voor alle duidelijkheid, ook in werking wordt gesteld door de uitoefening van de Putoptie).

Onmiddellijk na ontvangst van enige Vervreemdingsopbrengsten zal de Vennootschap ervoor zorgen dat deze in de eerste plaats aangewend worden om enig uitstaand bedrag onder Facility B vervroegd terug te betalen (zijnde de schijf voor geschillen), en in de tweede plaats, indien (i) er enige Vervreemdingsopbrengsten overblijven na enige vereiste vervroegde terugbetaling van Facility B, en (ii) het totaalbedrag van alle onder Facility A uitstaande bedragen (zijnde de schijf voor operationele kosten) meer bedraagt dan EUR 5 miljoen, om dergelijke bedragen onder Facility A vervroegd terug te betalen tot of ten belope van een totaalbedrag van EUR 5 miljoen.

De Vennootschap zal ervoor zorgen dat, indien op of na de Exitdatum van de Vennootschap een uitkering wordt betaald aan de aandeelhouders van de Vennootschap, een bedrag gelijk aan die uitkering wordt aangewend om de uitstaande bedragen onder Facility A vóór of gelijktijdig met die uitkering terug te betalen of vervroegd af te lossen.

Bijgevolg, gezien op de datum van dit verslag gelden werden opgenomen onder Faciliteit B, zou de uitoefening van de Putoptie niet alleen leiden tot een stopzetting van de mogelijkheid tot opneming onder de Limited Recourse Loan Facility, maar zou de terugbetaling van de onder de Limited Recourse Loan Facility opgenomen gelden dus moeten gebeuren met de opbrengst van de uitoefening van de Putoptie. Op de datum van dit verslag zou het bedrag van EUR 20 miljoen moeten worden gebruikt voor de terugbetaling van EUR 2,1 miljoen onder Faciliteit B en EUR 0,5 miljoen (van de EUR 5,5 miljoen) onder Faciliteit A.

Overeenkomstig de Limited Recourse Loan Facility is het verhaal op de Vennootschap met betrekking tot de terugbetaling van opgenomen gelden of enige andere verplichting daaronder echter beperkt tot het netto-actief van de Vennootschap, indien bestaande. Indien het netto-actief van de Vennootschap negatief of onvoldoende is om de verplichtingen van de Vennootschap onder de Limited Recourse Loan Facility na te komen, worden deze verplichtingen geacht beperkt te zijn tot het bedrag van het netto-actief van de Vennootschap.

De Vennootschap is ook overeengekomen dat, als ze bedragen ontvangt uit kostenvergoedingen, schadevergoedingen en/of andere recuperaties van een tegenpartij bij een Vordering (dergelijke bedragen vormen "Vorderingsopbrengsten"), die Vorderingsopbrengsten onmiddellijk gebruikt moeten worden om de onder Facility B uitstaande bedragen terug te betalen of vervroegd af te lossen.

Bovendien zijn er gebruikelijke bepalingen die verplichten tot vervroegde terugbetaling van de uitstaande bedragen onder Facility A en Facility B of beide in geval van een geval van wanprestatie gevolgd door een vervroegde invordering door de Lender.

1.5.5.Beperkt verhaal

Het verhaal van NN2 als Lender onder de Limited Recourse Loan Facility op de terugbetaling daarvan of op enige andere verplichting van de Vennootschap uit hoofde daarvan is beperkt tot de "Netto Activa van de Vennootschap", zijnde de activa van de Vennootschap (met uitzondering van activa die worden gehouden of ontvangen in beheer voor een persoon die geen lid is van de Vennootschap of haar dochterondernemingen) die haar verplichtingen heeft voldaan of daarvoor heeft gezorgd (met uitzondering van de verplichtingen van de Vennootschap uit hoofde van de Limited Recourse Loan Facility en verbonden financieringsdocumenten die in dit verband buiten beschouwing worden gelaten).

Verder zullen, voor zover de Netto Activa van de Vennootschap ontoereikend zijn om de verplichtingen van de Vennootschap onder de Limited Recourse Loan Facility te voldoen, deze verplichtingen geacht worden beperkt te zijn tot het bedrag van de Netto Activa van de Vennootschap, en de Lender zal niet gerechtigd zijn een vordering in te stellen en zal geen verder verhaal tegen de Vennootschap hebben en de Vennootschap zal niet gehouden zijn tot betaling of anderszins.

Deze beperking van NN2's verhaal op de Vennootschap geldt echter niet voor zover de waarde van de Netto Activa van de Vennootschap wordt aangetast, of NN2 verlies lijdt ten gevolge van een schending door de Vennootschap van enige bepaling van de Limited Recourse Loan Facility (of enig daaraan verbonden financieringsdocument), anders dan de herhalende verklaringen/waarborgen daaronder of de bepalingen die betaling van rente/kosten of terugbetaling/voorafbetaling van de hoofdsom daaronder vereisen.

1.5.6.Verbintenissen inzake informatie, overleg en strategie bij geschillen

Indien een Vordering ontstaat tengevolge waarvan de Vennootschap redelijkerwijs verwacht dat zij een beroep zou kunnen doen op Facility B, moet de Vennootschap:

-NN2 en Trafigura onverwijld op de hoogte brengen van de Vordering;

-met inachtneming van de toepasselijke wetgeving of vertrouwelijkheidsverplichtingen jegens derden, aan NN2 en Trafigura alle informatie ter beschikking stellen die zij in haar bezit en onder haar controle heeft en waarom NN2 of Trafigura redelijkerwijs verzoekt in verband met de beoordeling, betwisting, aanvechting, verdediging, beroep of schikking van de Vordering, op voorwaarde dat NN2 en Trafigura de vertrouwelijkheid en/of het voorrecht met betrekking tot die informatie in acht nemen;

-NN2 en Trafigura op de hoogte houden van de voortgang/ontwikkelingen met betrekking tot de Vordering, en alle correspondentie of andere informatie die in verband met de Vordering wordt ontvangen, onverwijld verstrekken;

-overleggen met en rekening houden met de standpunten van NN2 en Trafigura over de toepasselijke juridische adviseurs die de

Vennootschap, NN1, of de toepasselijke bestuurders of kaderleden zullen vertegenwoordigen. De Vennootschap zal er ook voor zorgen dat deze juridische adviseurs ereloonramingen verstrekken zoals NN2 of Trafigura vragen;

-overleggen met en rekening houden met de standpunten van NN2 en Trafigura met betrekking tot het voeren van de verdediging/onderhandelingen/schikkingen met betrekking tot de Vordering; en

-zolang er een bedrag uitstaat onder Facility B in verband met een burgerlijke Vordering, geen enkele erkenning van aansprakelijkheid, overeenkomst, schikking of compromis aangaan in verband met die Vordering zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Trafigura.

De Vennootschap moet ook met Trafigura overleggen alvorens enige actie te ondernemen in verband met insolventie- of faillissementsprocedures, ook uit hoofde van Boek XX van het Belgisch Wetboek van Economisch Recht.

De Vennootschap is ook verplicht NN2 bepaalde financiële informatie te verstrekken, waaronder driemaandelijkse kasstroomprognoses (en eventuele herzieningen daarvan die krachtens de voorwaarden van de Limited Recourse Loan Facility vereist zijn), halfjaarlijkse financiële overzichten en gecontroleerde jaarrekeningen, opgesteld op geconsolideerde basis (voor zover de Vennootschap dochterondernemingen heeft) en in overeenstemming met de boekhoudkundige principes die krachtens de voorwaarden van de Limited Recourse Loan Facility overeengekomen zijn.

1.5.7 Relatieovereenkomst

Bij de voltooiing van de Herstructurering op 31 juli 2019 werd de "Relatieovereenkomst" tussen Trafigura Group Pte Ltd en de Vennootschap (gedateerd 9 november 2015) beëindigd. De Relatieovereenkomst regelde de relatie tussen de Vennootschap (en de bredere Nyrstar groep) en Trafigura Group Pte. Ltd. en de met haar verbonden personen tussen de ondertekening ervan op 9 november 2015 en de voltooiing van de Herstructurering op 31 juli 2019.

1.5.8. Andere transacties met Trafigura

De Vennootschap heeft geen commerciële of andere transacties met Trafigura gesloten in het halfjaar eindigend op 30 juni 2021.

OVERIGE RECHTEN EN VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN DIE NIET VOORKOMEN OP DE BALANS (met inbegrip van die welke niet kunnen worden gekwantificeerd) Garanties van de moedervennootschap

Tot 31 juli 2019 was de Vennootschap de holding van de Nyrstar groep (bestaande uit de Vennootschap en haar voormalige dochterondernemingen). Op 31 juli 2019, toen de Herstructurering van de Nyrstar-groep werd afgerond, werd de Vennootschap vrijgesteld van verplichtingen voor bestaande financiële schulden en verplichtingen verschuldigd uit hoofde van moedervennootschapgaranties ten aanzien van commerciële of andere verplichtingen van de huidige leden van de Operationele Groep (alle voormalige dochterondernemingen van de Nyrstar-groep met uitzondering van NN1) (of geniet zij van schadeloosstelling door NN2 voor zover dergelijke garantieverplichtingen niet worden vrijgegeven). Het vermelde bedrag van EUR 3,4 miljoen vertegenwoordigt de garanties van de moedervennootschap aan derden die nog niet zijn vrijgegeven per 30 juni 2021 (31 december 2020: EUR 12,0 miljoen) waarvoor de Vennootschap van schadeloosstelling geniet (zie "Informatie over Verbonden partijen").

Andere voorwaardelijke verplichtingen

Naast de bovenvermelde juridische en regelgevende vorderingen en procedures is de Vennootschap onderhevig aan risico's in verband met belastingzaken, aangezien de mogelijke belastingcontroles van bepaalde boekjaren nog niet zijn afgerond. Hoewel de Vennootschap het risico in verband met deze mogelijke belastingcontroles niet als beperkt kan inschatten, acht zij het momenteel niet waarschijnlijk dat de uitkomst van deze mogelijke belastingcontroles een significante impact zal hebben op de financiële positie van de Vennootschap.

De Vennootschap heeft besloten dat er op dit moment geen bijkomende voorziening vereist is met betrekking tot hangende of potentiële belastingcontroles en dat ze momenteel niet in staat is om de potentiële risico's te kwantificeren, maar ze blijft de situatie opvolgen en beoordelen.

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.