Earnings Release • Feb 24, 2011
Earnings Release
Open in ViewerOpens in native device viewer
Nieuwsbericht Gereglementeerde informatie
24 februari 2011
De Vennootschap leverde een sterke financiële prestatie in 2010 met een onderliggende EBITDA die meer dan verdubbelde tot €207 miljoen (in vergelijking met €93 miljoen in 2009). Deze bestond uit een bijdrage van respectievelijk €24 miljoen en €198 miljoen van het mijnbouw- en smeltsegment, en €(15) miljoen in het Andere en Eliminaties-segment.
Nyrstar bleef haar groeistrategie volgen. Deze is gericht op het selectief nastreven van opportuniteiten in de mijnbouw, waarbij de voorkeur uitgaat naar mijnen die haar bestaande smeltactiva en –markten waar er expertise en bewezen capaciteit bestaat ondersteunen. In 2010 kocht Nyrstar 1,25 miljoen ton zink in concentraat van Talvivaara (Finland) in februari, de resterende 15% van de Coricancha-mijn (Peru) in juli, de Contonga- en Pucarrajo-mijn (Peru) in juli en daarna de activiteiten in Campo Morado (Mexico) in januari 2011. Nyrstar heeft haar doelstelling van 30% integratie nu overschreden, op basis van volledige productie van de bestaande mijnen (met inbegrip van de Talvivaara streaming overeenkomst en de Campo Morado activiteit). Op volledige productie zouden de huidige zinkmijnactiviteiten van Nyrstar behoren tot een van de tien grootste ter wereld op basis van de productie in 2010 volgens Brook Hunt.
NYRSTAR NV ZINKSTRAAT 1 B-2490 BALEN BELGIE
[email protected] www.nyrstar.com
Anthony Simms Manager, Investor Relations T: +41 44 745 8157 M: +41 79 722 2152 [email protected]
Geert Lambrechts Manager, Corporate Communications T: +32 14 449 646 M: +32 473 637 892 [email protected]
Daarnaast verwierf Nyrstar in 2010 ook een belang van 10,24% in een mijnontwikkelingsproject in Chili (Herencia Resources plc) en een belang van 11% (nu goed voor een belang van 26,5%) in een mijnontwikkelingsproject in Noord-Groenland (Ironbark Zinc Limited).
De Vennootschap wil op middellange termijn een integratieniveau van 50% verwezenlijken en blijft actief mogelijkheden verkennen om haar strategie verder uit te voeren.
In 2010 boekte Nyrstar een recordproductie van zinkmetaal op jaarbasis van ongeveer 1,076 miljoen ton en is andermaal het grootste zinksmeltbedrijf ter wereld op basis van de productie volgens Brook Hunt. De productie in 2010 lag 33% hoger dan in 2009, voornamelijk door de terugkeer van de smelter in Balen (België) uit onderhoud en herstelling en de terugkeer van de smelters in Budel (Nederland) en Clarksville (VS) van gereduceerde productieniveaus naar volledige productie.
Het mijnsegment van Nyrstar, inclusief de Talvivaara streaming overeenkomst, produceerde ongeveer 84.000 ton zink in concentraat in 2010, een stijging met ongeveer 47% in de productie in H2 2010 in vergelijking met H1 2010. Op het einde van 2010 draaiden de mijnen in Coricancha, Contonga en East Tennessee aan volle productiecapaciteit. Zoals eerder al gezegd wordt verwacht dat alle mijnen van Nyrstar (met inbegrip van de Campo Morado activiteit) en de streaming overeenkomst met Talvivaara de volledige productie zullen bereiken tegen het einde van 2012.
De zinkprijs steeg met 30% naar US\$2.159/ton in 2010 als een weerspiegeling van de algemene verbetering van de wereldeconomie en de grotere vraag naar zink. De zinkprijs bleef echter schommelen tijdens 2010 met een piek van US\$2.635/ton in januari en een dieptepunt van US\$1.595/ton in juni. De LME loodprijs volgde een gelijkaardig patroon van schommeling in 2010 met een gemiddelde prijs in 2010 van US\$2.148/ton (24% hoger dan in 2009). De goud- en zilverprijzen stegen gedurende 2010, ondersteund door investeerders die steeds minder risico's wensen te nemen. De goudprijs steeg met ongeveer 27% naar US\$1.410/troy ounce en de zilverprijs met ongeveer 73% naar US\$30,63/troy ounce tegen 31 december 2010. De financiële prestaties van de Vennootschap werden ook gunstig beïnvloed door een waardevermindering van 4% van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar, van een jaargemiddelde van 1,39 in 2009 naar een gemiddelde van 1,33 in 2010, daar de inkomsten van de Vennootschap grotendeels in Amerikaanse dollar worden uitgedrukt terwijl een substantieel gedeelte van de operationele kosten in euro staat uitgedrukt.
Roland Junck, Chief Executive Officer van Nyrstar, zei:
"2010 was een jaar vol prestaties voor Nyrstar.
We bereikten een onderliggende EBITDA van €207 miljoen, meer dan het dubbel van in 2009. Ons smeltsegment produceerde recordvolumes zinkmetaal in een omgeving met hogere gemiddelde metaalprijzen en een zwakkere euro dan in 2009.
In ons mijnbouwsegment behaalden we onze doelstelling voor 2010 van een integratie van 30% met de acquisitie van de Campo Morado activiteiten en de opdrijving van onze mijnen in Contonga, Coricancha en East Tennessee naar volledige productie.
In 2010 implementeerden we een aantal belangrijke financieringsinitiatieven. Deze initiatieven leverden een stevige basis voor de voortdurende uitvoering van de strategie van Nyrstar.
We blijven actief mogelijkheden verkennen om onze strategie uit te voeren met het oog op de uitbouw van een mijnactiviteit, met een doelstelling van 50% integratie op middellange termijn, dat ons meer blootstelling zal bieden aan het meer winstgevende deel van de waardeketen van zink.
Terwijl de zinkprijs in 2010 schommelde, was deze toch veel sterker dan in 2009, onder meer dankzij de steun van de sterkere primaire markten. Net zoals in 2010 verwachten we dat de zinkprijs in 2011 zal blijven schommelen. De fundamentele vooruitzichten op middellange tot lange termijn voor de zinkmarkt blijven echter positief, en we zijn ervan overtuigd dat Nyrstar als grootste producent van zinkmetaal ter wereld en via een blijvende integratie upstream het best geplaatst is om deze sterke principes van de zinkmarkt te benutten."
Het management zal deze resultaten voorstellen aan de beleggersgemeenschap op 24 februari om 08u00 Greenwich Mean Time, 09u00 Central European Time. De presentatie kan live gevolgd worden via een webcast op de website van Nyrstar, www.nyrstar.com, en waar deze ook in de archieven zal worden geplaatst.
| € miljoen behalve indien anders | VJ 2010 | VJ 2009 | ∆ % | H2 2010 | H1 2010 | ∆ % |
|---|---|---|---|---|---|---|
| aangegeven | ||||||
| Mijnproductie1 | ||||||
| Zink in concentraat (.000 ton) | 84 | - | 50 | 34 | 47% | |
| Smeltproductie1 | ||||||
| Zink (.000 ton) | 1.076 | 809 | 33% | 546 | 530 | 3% |
| Lood (.000 ton) | 198 | 227 | (13)% | 101 | 97 | 4% |
| Koperkathoden (.000 ton) | 4 | 4 | - | 2 | 2 | - |
| Zilver ('000 troy ounce) | 13.399 | 16.665 | (20)% | 6.169 | 7.231 | (15)% |
| Goud ('000 troy ounce) | 22 | 24 | (8)% | 11 | 10 | 10% |
| Zwavelzuur ('000 ton) | 1.444 | 1.119 | 29% | 739 | 706 | 5% |
| Markt | ||||||
| Gemiddelde LME zinkprijs (US\$/t) | 2.159 | 1.659 | 30% | 2.163 | 2.155 | 0% |
| Gemiddelde wisselkoers (€/US\$) | 1,33 | 1,39 | (4)% | 1,33 | 1,33 | - |
| Belangrijkste financiële gegevens | ||||||
| Opbrengsten | 2.696 | 1.664 | 62% | 1.419 | 1.277 | 11% |
| Onderliggende Smelt EBITDA | 198 | 97 | 104% | 113 | 85 | 33% |
| Onderliggende Mijnbouw EBITDA | 24 | (3) | 17 | 7 | 143% | |
| Onderliggende Andere & Eliminaties | ||||||
| EBITDA | (15) | (2) | (16) | 1 | (1700)% | |
| Onderliggende EBITDA² | 207 | 93 | 123% | 114 | 93 | 23% |
| Resultaat uit operationele activiteiten | ||||||
| vóór uitzonderlijke elementen | 110 | 32 | 244% | 61 | 49 | 24% |
| Winst/(verlies) over de periode | 72 | 10 | 620% | 47 | 25 | 88% |
| Onderliggende EPS ² (€) | 0,99 | 0,32 | 209% | 0,55 | 0,43 | 28% |
| Basis-EPS (€) | 0,74 | 0,10 | 640% | 0,48 | 0,25 | 92% |
| Investeringsuitgaven | 147 | 68 | 116% | 91 | 56 | 63% |
| Kasstromen en Netto Schuld | ||||||
| Netto operationele kasstroom | 210 | (19) | 210 | 0 | ||
| Netto schuld/(cash), einde van de | ||||||
| periode | 296 | 38 | 296 | 402 | ||
| Gearing 3 (%) |
26% | 5% | 26% | 33% |
1 Omvat enkel productie van mijnen en primaire en secundaire smelterijen. Interne overdrachten van kathoden om deze daarna te smelten en te gieten zijn niet inbegrepen (ongeveer 30.000 ton in 2010 en 106.000 ton in 2009). De productie in 2009 wordt opnieuw aangegeven om Nyrstar Yunnan Zinc Alloys uit te sluiten (afgestoten in augustus 2009). Loodproductie bij ARA weerspiegelt de eigendom van Nyrstar (50%). De productie in Föhl, Galva 45, Genesis en GM Metal (gesloten in 2010) is niet inbegrepen.
²De onderliggende maatregelen omvatten geen uitzonderlijke posten in verband met reorganisatiemaatregelen, verliezen door waardevermindering, materiële inkomsten of uitgaven die voortvloeien uit in contract besloten derivaten die opgenomen worden in het kader van IAS 39 en andere posten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die duidelijk afwijken van de gewone activiteiten van Nyrstar. De onderliggende EPS houdt geen rekening met het belastingseffect op onderliggende aanpassingen.
3Gearing: netto schuld tot netto schuld plus eigen vermogen op het einde van de periode.
| Productie (.000 ton, | VJ 2010 | VJ 2009 | ∆ % | H2 2010 | H1 2010 | ∆ % |
|---|---|---|---|---|---|---|
| behalve indien anders | ||||||
| aangegeven) | ||||||
| Zink in concentraat | ||||||
| Contonga & Pucarrajo | 2 | - | 2 | - | ||
| Coricancha | 1 | - | 1 | - | ||
| Tennessee-mijnen | 63 | - | 36 | 27 | 33% | |
| Talvivaara-mijn1 | 18 | - | 11 | 7 | 57% | |
| Totaal | 84 | - | 50 | 34 | 47% | |
| Goud ('000 troy ounce) | ||||||
| - Coricancha | 5 | - | 5 | - | ||
| Zilver ('000 troy ounce) | ||||||
| - Contonga & Pucarrajo | 70 | - | 70 | - | ||
| - Coricancha | 201 | - | 201 | - | ||
| Totaal | 271 | - | 271 | - | ||
| Lood in concentraat | ||||||
| - Contonga & Pucarrajo | 0,1 | 0,1 | ||||
| - Coricancha | 0,6 | 0,6 | ||||
| Totaal | 0,7 | - | 0,7 | - | ||
| Koper in concentraat | ||||||
| - Contonga & Pucarrajo | 0,2 | 0,2 | ||||
De Coricancha-mijn in Peru, die sinds mei 2008 op onderhoud en herstelling stond onder haar vorige eigenaar en in november 2009 door Nyrstar werd overgenomen, hervatte de productie tijdens de tweede helft van 2010 nadat de mijn en de wals opnieuw bedrijfsklaar werden gemaakt en een nieuwe roostfaciliteit werd gebouwd. In 2010 produceerde de Coricancha-mijn ongeveer 5.000 troy ounce goud en 201.000 ounce zilver. Tegen het einde van 2010 draaide de Coricancha-mijn op volle capaciteit, gelijk aan een jaarlijkse hoeveelheid van ongeveer 20.000 troy ounce goud, 1 miljoen troy ounce zilver, 5.000 ton zink in concentraat en 3.000 ton lood in concentraat. In 2010 breidde Nyrstar de omvang van de activiteit uit door een kopercircuit toe te voegen om zo de niet-gerealiseerde waarde van het koper vervat in het erts te vatten en begon met een verkenningsprogramma dat naar verwachting de minerale middelen en voorraden aanzienlijk zal vergroten en ook een aanzienlijk gedeelte van de minerale middelen zal overbrengen naar de categorieën "bewezen" en "waarschijnlijk". Bovendien wil Nyrstar de omvang van de activiteit in de mijn uitbreiden om de bestaande productiecapaciteit (ongeveer) te verdubbelen.
In 2010 produceerden de East Tennessee Mines ongeveer 50.000 ton zink in concentraat en werkten aan volle capaciteit tegen het einde van het derde kwartaal. De Middle Tennessee Mines werkten aan ongeveer 35% van de capaciteit aan het einde van 2010 en produceerden ongeveer 13.000 ton zink in concentraat. Het management van Nyrstar verwacht dat dankzij het succesvol bedrijfsklaar maken van een nieuwe wals bij de Middle Tennessee Mines dat voltooid werd in januari 2011 en de verwachte voltooiing van de ontwaterings- en saneringsactiviteiten in de Cumberland en Elmwood-mijnen (Middle Tennessee) begin 2011, de Nyrstar Tennessee Mines aan volledige capaciteit 130.000 ton zink in concentraat per annum gaan opleveren.
1 Leveringen aan Antwerpen in het kader van de zinkovereenkomst
Na de acquisitie van de polymetaalmijnen in Contonga en Pucarrajo in Peru in juli 2010 werden 2.400 ton zink in concentraat en 70.000 troy ounce zilver in concentraat geproduceerd in de Contonga-mijn. Nyrstar is bezig met het opnieuw bedrijfsklaar maken van de Pucarrajo-mijn en verwacht de commerciële productie te hervatten tijdens de tweede helft van 2011 en zal daarna opvoeren naar volledige capaciteit tegen het einde van 2012. Op volledige productie, verwacht tegen het einde van 2012, zullen de mijnen in Contonga en Pucarrajo naar verwachting produceren aan een jaarlijks ritme van ongeveer 40.000 ton zink in concentraat, 4.000 ton lood in concentraat, 1.000 ton koper in concentraat en 1,5 miljoen troy ounce zilver. De Contanga- en Pucarrajo-mijnen worden beheerd in samenhang met de Coricancha-mijn door een ervaren managementteam dat de gedeelde diensten van het kantoor van Nyrstar in Lima gebruikt.
In 2010 leverde de Talvivaara Zink Stream (Finland) ongeveer 18.000 ton zink in concentraat op voor Nyrstar met een sterke opvoering van de leveringen in het vierde kwartaal. Nyrstar verwacht op basis van openbare mededelingen van Talvivaara dat ongeveer 60.000 ton zink in concentraat geleverd zullen worden vanuit deze bron in 2011 terwijl de opvoering van de mijn volgens schema daarna zo'n 90.000 ton per annum zink in concentraat moet opleveren aan Nyrstar tegen 2012.
| Productie (.000 ton) | VJ 2010 | VJ 2009 | ∆ % | H2 2010 | H1 2010 | ∆ % |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Zinkmetaal | ||||||
| Auby | 163 | 161 | 1% | 83 | 80 | 4% |
| Balen/Overpelt | 281 | 137 | 105% | 140 | 141 | (1)% |
| Budel | 264 | 224 | 18% | 139 | 125 | 11% |
| Clarksville | 120 | 94 | 28% | 60 | 60 | - |
| Hobart | 247 | 264 | (6)% | 127 | 121 | 5% |
| Port Pirie | 32 | 35 | (9)% | 16 | 16 | - |
| Eliminatie | (30) | (106) | (72)% | (17) | (13) | 31% |
| Totaal2 | 1.076 | 809 | 33% | 546 | 530 | 3% |
| Loodmetaal | ||||||
| Port Pirie | 179 | 208 | (14)% | 92 | 87 | 6% |
| ARA (50%) | 19 | 19 | - | 9 | 10 | (10)% |
| Totaal | 198 | 227 | (13)% | 101 | 97 | 4% |
| Overige producten | ||||||
| Koperkathoden | 4 | 4 | - | 2 | 2 | - |
| Zilver ('000 troy ounce) | 13.399 | 16.665 | (20)% | 6.169 | 7.231 | (15)% |
| Goud ('000 troy ounce) | 22 | 24 | (8)% | 11 | 10 | 10% |
| Zwavelzuur | 1.444 | 1.119 | 29% | 739 | 706 | 5% |
In 2010 boekte Nyrstar een recordproductie van zinkmetaal op jaarbasis van ongeveer 1,076 miljoen ton. De productie in 2010 lag 33% hoger dan in 2009, voornamelijk door de terugkeer van de smelter in Balen (België) uit onderhoud en herstelling en de terugkeer van de smelters in Budel (Nederland) en Clarksville (VS) van gereduceerde productieniveaus naar volledige productie. Als gevolg van deze verhoogde productie werden minder kathoden overgebracht naar het complex in Balen/Overpelt van andere smelters van Nyrstar voor de productie van zinkmetaal in 2010 waardoor de interne eliminaties in vergelijking met 2009 daalden.
2 Omvat enkel productie van mijnen en primaire en secundaire smelterijen. Interne overdrachten van kathoden om deze daarna te smelten en te gieten zijn niet inbegrepen (ongeveer 30.000 ton in 2010 en 106.000 ton in 2009). De productie in 2009 wordt opnieuw aangegeven om Nyrstar Yunnan Zinc Alloys uit te sluiten (afgestoten in augustus 2009). Loodproductie bij ARA weerspiegelt de eigendom van Nyrstar (50%). De productie in Föhl, Galva 45, Genesis en GM Metal (gesloten in 2010) is niet inbegrepen.
De productie bij de smelter in Clarksville lag 28% hoger in 2010 dan in 2009. Dat is gedeeltelijk te wijten aan de gereduceerde productieniveaus tijdens de eerste helft van 2009 (als reactie op de marktomstandigheden) maar ook door de verbeteringen in de zinkrecuperatie via het verwerken van lokale concentraten van de Tennessee Mines. De productie in Budel lag 18% hoger in 2010, opnieuw gedeeltelijk te wijten aan de gereduceerde productie tijdens de eerste helft van 2009. In Auby (Frankrijk) werd voor het tweede opeenvolgende jaar een recordproductie geboekt met een output van zinkmetaal die 2% hoger was dan in 2009.
De productie van zinkmetaal in Hobart daalde met 6% in 2010 in vergelijking met 2009 door kleinere uitvallen van uitrustingen in het giethuis tijdens het eerste kwartaal van 2010 en schade aan twee gelijkrichters van transformatoren veroorzaakt door een plaatselijke brand in mei 2010, hetgeen leidde tot een tijdelijke reductie van de productie tot zo'n 80% van de capaciteit. De schade was grotendeels hersteld in juni, waarna de productie op dat moment al weer werd hersteld tot 95% van de capaciteit en de 100% capaciteit werd opnieuw bereikt in december 2010.
De productie van loodmetaal in de multimetaalsmelterij in Port Pirie (Australië) lag 14% lager in 2010 door problemen met de betrouwbaarheid van de sinterfaciliteit tijdens het eerste kwartaal, wat leidde tot twee ongeplande uitvallen van de hoogoven en een beperkte productie van alle metalen. Daarnaast werd in juli 2010 een geplande sluiting van de hoogoven uitgevoerd. Daarna verbeterden zowel de productieprestaties als de betrouwbaarheid in Port Pirie.
In november 2009 kondigde Nyrstar haar intentie aan om de activiteiten van haar volle dochtervennootschap GM Metal te sluiten. De vestiging stopte zoals gepland haar activiteiten tijdens de eerste helft van 2010.
Het aantal registreerbare letsels bij Nyrstar daalde met 31% naar 12,4 in 2010 in vergelijking met 18,1 in 2009 en de lost time injury rate daalde met 26% naar 4,5 in 2010 in vergelijking met 6,1 in 2009.
In 2010 voltooide Nyrstar de invoering van zeven kritieke veiligheidsstandaarden in alle vestigingen, de invoering van diverse programma's voor veilig leiderschap en gedrag in haar activiteiten en de ontwikkeling van actieplannen in haar nieuwe mijnen als gevolg van een grondige evaluatie van de basislijnen. Daarnaast werd een uitgebreide strategie ontwikkeld voor 2011-2012, met inbegrip van de ontwikkeling van cognitieve programma's rond veilig gedrag, verdere ontwikkeling van leiderschap en een aanhoudende focus op kritieke risico's bij smelt- en mijnbouwactiviteiten van Nyrstar.
Tragisch genoeg en ondanks de sterke focus van Nyrstar op veiligheid liep een werknemer fatale letsels op in een incident tijdens het bedrijfsklaar maken van de Coricancha-mijn in 2010. Nyrstar blijft zich volledig inzetten om de veiligheidsprestaties in alle activiteiten voortdurend te verbeteren.
Er waren 28 kleinere registreerbare milieu-incidenten in 2010, slechts vier meer dan in 2009 ondanks de opvoering van de mijnactiviteiten in Tennessee, Coricancha, Contonga en Pucarrajo in 2010. Het totale aantal registreerbare milieu-incidenten in 2009 voor alle vestigingen van Nyrstar op 31 december 2010 bedroeg 38.
Nyrstar verhuisde het managementcomité en andere bedrijfs-, marketing- en verkoopfuncties van Balen (België) en Londen (VK) naar het nieuwe bedrijfskantoor in Zürich, Zwitserland in juli 2010. Bepaalde financiële functies werden in januari 2011 ook overgebracht van Balen (België) naar Zürich (Zwitserland).
| Gemiddelde prijzen3 | VJ 2010 | VJ 2009 | ∆ % | H2 2010 | H1 2010 | ∆ % |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wisselkoers (€/US\$) | 1,33 | 1,39 | (4)% | 1,33 | 1,33 | - |
| Zinkprijs (US\$/ton, afwikkeling in cash) | 2.159 | 1.659 | 30% | 2.163 | 2.155 | 0% |
| Loodprijs (US\$/ton, afwikkeling in cash) | 2.148 | 1.726 | 24% | 2.209 | 2.085 | 6% |
| Koperprijs (US\$/ton, afwikkeling in cash) | 7.539 | 5.164 | 46% | 7.933 | 7.130 | 11% |
| Zilverprijs (US\$/t.oz., LBMA AM fix) | 20,19 | 14,67 | 38% | 22,38 | 17,62 | 27% |
| Goudprijs (US\$/t.oz., LBMA AM fix) | 1.225 | 1.125 | 9% | 1.297 | 1.153 | 12% |
Brook Hunt schat dat hoewel het economisch herstel de wereldeconomie nog terug in de normale toestand moet brengen, de robuuste economische groei, in het bijzonder tijdens de eerste helft van 2010 heeft geleid tot een globale groei in de consumptie van geraffineerd zink van 14,2% in 2010 naar een record van 11,6 miljoen ton (iets boven de eerdere piek van 11,4 miljoen ton in 2007). De Chinese zinkconsumptie steeg met 14,8% in 2010 in vergelijking met 8,0% in 2009 ondanks inspanningen om het expansieritme van de Chinese economie te normaliseren en inspanningen door de overheid om de productie in staalfabrieken en andere grote stroomverbruikers te verminderen. Het sterke herstel in de Amerikaanse productie-activiteit leidde tot de eerste groei in de Noord-Amerikaanse zinkconsumptie in 2010 sinds 2006 (met 5,2%). De Europese zinkconsumptie was in 2009 met 25,5% gedaald maar groeide met 16,6% in 2010 door de grotere vraag in de staal- en autosector.
De wereldwijde productie van geraffineerd zink steeg met 12,4% naar 12,6 miljoen ton in 2010 en de markt vertoonde een overschot van ongeveer 1 miljoen ton. In een weerspiegeling van het marktoverschot stegen de aandelen op de LME en de SHFE naar ongeveer 1 miljoen ton tegen het einde van 2010, naar historisch hoge niveaus op ongeveer een maand van de wereldwijde consumptie.
De gemiddelde LME zinkprijs steeg met 30% naar US\$2.159 / ton in 2010 als een weerspiegeling van de algemene verbetering van de wereldeconomie en de grotere vraag naar zink. Maar de zinkprijs bleef schommelen tijdens 2010 en de prijs bereikte begin januari een piek op US\$2.634/ton en daalde dan naar US\$1.595 in het begin van juni. Later in 2010 piekte de prijs op US\$2.557 /ton eind oktober en binnen een maand daalde ze met ongeveer US\$500/ton; tegen het einde van 2010 herstelde de prijs op US\$2.433/ton.
Brook Hunt schat de wereldwijde groei van de loodconsumptie op 6,4% naar 8,8 miljoen in 2010, een eerder bescheiden stijging in vergelijking met andere metalen maar de loodconsumptie daalde ook minder dan andere metalen in 2008 en 2009. Het grootste deel van de groei in het loodverbruik is te wijten aan China, waar het loodverbruik met 10,0% naar een nieuw record van 3,9 miljoen ton. De wereldwijde productie van geraffineerd lood steeg met 5,0% naar 9,0 miljoen ton in 2010 waardoor de markt voor geraffineerd lood met een groter overschot van 0,2 miljoen ton bleef zitten. Door het overschot op de markt stegen de aandelen op de LME gedurende het jaar naar het hoogste punt in acht jaar op 208.000 ton op het einde van 2010, gelijk aan ongeveer 9 dagen wereldwijde consumptie.
3 De zink-, lood- en koperprijzen zijn gemiddelden van de LME dagelijkse cashprijzen. De zilver- en goudprijzen zijn gemiddelden van de dagelijkse LBMA AM-prijzen.
De LME loodprijs volgde een gelijkaardig patroon als de zinkprijs in 2010. De gemiddelde prijs voor 2010 van US\$2.148/ton lag 24% hoger dan in 2009 (gemiddelde prijs US\$1.726/ton). Net zoals met zink piekte de prijs begin januari op US\$2.591/ton en daalde deze daarna naar een dieptepunt van US\$1.559/ton begin juni. Later in 2010 piekte de prijs op US\$2.594/ton in begin november en in ongeveer twee weken daalde de prijs met 17% naar US\$2.150/Ton. Op het einde van 2010 herstelde de prijs naar US\$2.587/ton.
De goud- en zilverprijzen stegen tijdens 2010, ondersteund door de investeerders die steeds minder risico's wensen te nemen. De goudprijs steeg van US\$1.113/troy ounce bij het begin van het jaar naar US\$1.410/troy ounce op 31 december 2010 en de zilverprijs steeg van US\$17,74/troy ounce naar ongeveer US\$30,63/troy ounce tijdens dezelfde periode.
De prijzen die Nyrstar in 2010 behaalde op de verkoop van zwavelzuur, voornamelijk op basis van contracten, bleven gestaag verbeteren gedurende het jaar naar een gemiddelde van ongeveer US\$35/ton. De stijging in de prijs voor zwavelzuur geeft de algemene verbetering van de wereldeconomie weer, in het bijzonder de kunstmest- en mijnbouwindustrie gedurende deze periode.
Nyrstar vertoonde een sterke groei van de onderliggende EBITDA in 2010 en boekte een onderliggende EBITDA van €207 miljoen in vergelijking met €93 miljoen in 2009. Het resultaat haalde voordeel uit een onderliggende EBITDA-bijdrage van € 24 miljoen van het Mijnsegment, hetgeen versnelde in de tweede helft van 2010 met de opvoering van de mijnen, de hogere gemiddelde metaalprijzen en de waardevermindering van de wisselkoers voor de euro in de periode. De gemiddelde LME zinkprijs in euro in 2010 lag 38% hoger dan in 2009.
| € miljoen | VJ 2010 | VJ 2009 ∆ % |
H2 2010 | H1 2010 | ∆ % |
|---|---|---|---|---|---|
| Verwerkingslonen | (27) | - | (17) | (10) | 70% |
| Bijdrage bonusmetaal | 118 | - | 78 | 40 | 95% |
| Bijproducten | 9 | - | 9 | - | - |
| Andere | (5) | - | (5) | - | - |
| Onderliggende Bruto Winst | 96 | - | 66 | 30 | 120% |
| Uitgaven werknemers | 27 | 1 | 19 | 8 | 138% |
| Energiekosten | 9 | 1 | 6 | 3 | 100% |
| Overige lasten | 35 | 1 | 23 | 12 | 92% |
| Onderliggende Operationele Kosten | 71 | 3 | 49 | 23 | 113% |
| Onderliggende EBITDA | 24 | (3) | 17 | 7 | 143% |
Het Mijnsegment leverde een positieve onderliggende EBITDA-bijdrage van €24 miljoen, als resultaat van de gestegen productie bij Nyrstar Tennessee Mines, de Talvivaara zink stream en Coricancha. De Contonga-mijn draait momenteel op volledige productie en naar verwachting zal de Pucarrajo-mijn haar activiteiten opvoeren in 2011 en bijdragen tot een verdere groei in het Mijnsegment. De acquisitie door Nyrstar van de Campo Morado activiteit in januari 2011 zal naar verwachting ook zorgen voor verdere groei in het Mijnsegment.
De onderliggende bruto winst van het Mijnsegment bedroeg €96 miljoen in 2010. De uitgaven voor VL voor smelten bedroegen €(27) miljoen, het inkomen uit Bonusmetaal bedroeg €118 miljoen, de bijdrage van bijproducten bedroeg €9 miljoen en de bruto winst uit Andere Mijnbouw, met inbegrip van realisatie-uitgaven,
bedroeg €(5) miljoen. Ongeveer 88% van de bruto winst van het Mijnsegment werd gegenereerd uit de verkoop binnen het bedrijf aan het Smeltsegment.
De onderliggende operationele mijnkosten bedroegen €71 miljoen. De kosten stegen tijdens het jaar met de opvoering van de activiteiten in Nyrstar Tennessee Mines, de Talvivaara zinkstroom en Coricancha en de acquisitie van de Contonga- en Pucarrajo-mijnen in juli 2010.
De C1 cash kostprijs4 voor Nyrstar Tennessee Mines bedroeg ongeveer US\$1.900 per ton betaalbaar zink in 2010, hetgeen het management verwacht te dalen naar ongeveer US\$1.500 tot US\$1.600 in 2011 indien zulke mijnen tegen dan op volledige capaciteit draaien zoals verwacht. De C1 cash kostprijs voor zink geleverd door de Talvivaara zink stream bedroeg ongeveer US\$1.000 per ton betaalbaar zink. De C1 cash kostprijs van de Contonga-mijn bedroeg ongeveer US\$2.915 omwille van de lage volumes die tijdens de opvoering van de capaciteit werden geproduceerd. Bij volledige capaciteit verwacht het management een C1 cash kostprijs per ton betaalbaar zink voor de Contonga- en Pucarrajo-mijnen van minder dan 1.000 US\$ door de aanzienlijke credits van de bijproducten. De C1 cash kostprijs voor Coricancha bedroeg ongeveer US\$940 per troy ounce betaalbaar goud in 2010; het management verwacht echter dat bij volledige productie de C1 cash kostprijs zal dalen naar ongeveer negatief US\$100 tot negatief US\$200 per ounce betaalbaar goud in 2011 als gevolg van aanzienlijke credits voor bijproducten.
| € miljoen | VJ 2010 | VJ 2009 | ∆ % | H2 2010 | H1 2010 | ∆ % |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verwerkingslonen | 429 | 292 | 47% | 205 | 224 | (8)% |
| Bijdrage bonusmetaal | 260 | 159 | 64% | 132 | 128 | 3% |
| Premies | 105 | 86 | 22% | 52 | 53 | (2)% |
| Bijproducten | 115 | 92 | 25% | 74 | 41 | 80% |
| Andere | (81) | (54) | 50% | (28) | (53) | (47)% |
| Onderliggende Bruto Winst | 827 | 575 | 44% | 434 | 393 | 10% |
| Uitgaven werknemers | 187 | 164 | 14% | 94 | 93 | 1% |
| Energiekosten5 | 246 | 188 | 36% | 128 | 118 | 8% |
| Overige lasten | 196 | 133 | 47% | 99 | 97 | 2% |
| Onderliggende Operationele Kosten | 629 | 478 | 32% | 321 | 308 | 4% |
| Onderliggende EBITDA | 198 | 97 | 104% | 113 | 85 | 33% |
De onderliggende EBITDA in het Smeltsegment steeg met 104% naar €198 miljoen in 2010 in vergelijking met 2009 als een gevolg van de hogere gemiddelde metaalprijzen, de versterking van de Amerikaanse dollar versus de euro en de jaar-op-jaar 33% stijging in de productie van zinkmetaal.
De onderliggende bruto winst van het Smeltsegment steeg met 44% naar €827 miljoen in 2010 in vergelijking met €575 miljoen in 2009 als gevolg van de hogere metaalprijzen, een sterkere dollar versus de euro (de meeste smeltverkopen staan in Amerikaanse dollar uitgedrukt) en de grotere productie van zinkmetaal.
Het inkomen uit VL voor smelten bedroeg €429 miljoen in 2010, een stijging met 47% in vergelijking met €292 miljoen in 2009, voornamelijk door de grotere volumes concentraat die verwerkt werden evenals de hogere metaalprijzen. De grotere volumes waren een gevolg van verschillende smeltactiva die in 2010 terugkeerden naar hun volledige productie na de inperkingen van de productie in 2009 als reactie op de economische
4 C1 cash kostprijs wordt door Brook Hunt omschreven als: de kosten van de mijnbouw, malen en concentreren, administratie ter plaatse en algemene onkosten, eigendom en productieroyalty's niet gerelateerd aan inkomsten of winsten, verwerkingslonen voor zinkconcentraten, en vracht- en marketingkosten verminderd met de netto waarde van credits voor bijproducten.
5 Energiekosten omvatten niet het netto verlies of de netto winst op de in contracten besloten energiederivaten van de smelterij in Hobart (€13m verlies in 2010, €5m verlies in 2009).
omgeving. De hogere metaalprijzen zorgden ervoor dat Nyrstar een hoger gemiddeld verwerkingsloon verkreeg voor toeleveringsmaterialen die zink en lood bevatten.
De bijdrage van het smelten van bonusmetaal uit zink en lood steeg met 64% naar €260 miljoen in 2010 van €159 miljoen in 2009, ook door de hogere metaalprijzen en de grotere productie. Daarnaast was er een verbetering in de recuperatiecijfers van verschillende smelters, onder meer bij Clarksville uit de verwerking van concentraten van Nyrstar Tennessee Mines, een belangrijk samenwerkingsverband ontstaan uit de overname door Nyrstar van Nyrstar Tennessee Mines.
De premiebijdrage voor het smelten bedroeg €105 miljoen in vergelijking met €86 miljoen in 2009 door de gereduceerde volumes evenals de gereduceerde vraag naar zink en zinklegeringen.
Het inkomen uit bijproducten van smelten verbeterde in 2010 in vergelijking met 2009, voornamelijk omdat de andere metaalprijzen het beter deden dan in 2009 en ook de volumes zwavelzuur stegen. Dat leidde tot een totale winst uit bijproducten van €115 miljoen, een stijging met 25% in vergelijking met 2009 (€92 miljoen).
De overige bruto winst uit smelten was €81 miljoen negatief in 2010 in vergelijking met de negatieve €54 miljoen in 2009, voornamelijk door de hogere realisatie-uitgaven en legeringskosten als gevolg van de hogere productievolumes.
De onderliggende operationele kosten voor het smelten bedroegen €629 miljoen, een stijging met 32% in vergelijking met 2009 (€478 miljoen) als gevolg van de stijging in de metaalproductie met verschillende smeltactiva die terugkeren naar volledige productie. De zwakkere euro ten opzichte van de Amerikaanse en de Australische dollar verhoogden ook aanzienlijk de kosten in euro bij de niet-Europese smelters van Nyrstar. Als gevolg van de zwakkere euro en de tijdelijke productieproblemen bij de smelters in Hobart en Port Pirie steeg de operationele kost voor het smelten per ton (in euro) naar €501 in 2010, in vergelijking met €470 in 2009.
Het segment Andere en Eliminaties leidde tot een bijdrage tot de onderliggende EBITDA van €(15) miljoen, bestaande uit een uitsluiting van niet-gerealiseerde inkomsten in het Mijnsegment van ongeveer €(83) miljoen (voor materiaal intern verkocht aan eigen smelters), een netto positieve bijdrage van €5 miljoen van andere activiteiten en andere groepskosten. De bijdragen van kleinere entiteiten van Nyrstar daalden in vergelijking met 2009 door de sluiting van de GM Metal dochtervennootschap tijdens de eerste helft van 2010.
Op 31 december 2010 bedroegen de kasmiddelen en kasequivalenten €161 miljoen, een stijging met €76,6 miljoen in vergelijking met 31 december 2009. De kasstromen uit operationele activiteiten in 2010 genereerden een instroom van €210 miljoen in vergelijking met een uitstroom van €19 miljoen in 2009. Dit weerspiegelt een grotere winst door de verbeterde marktomstandigheden en een succesvolle opvoering van de mijnen. Dat omvat een instroom van werkkapitaal van €53 miljoen gedeeltelijk door een lagere zinkprijs op 31 december 2010 in vergelijking met 31 december 2009 (US\$2.433 per ton en US\$2.570 per ton respectievelijk).
De kasstromen uit investeringsactiviteiten in 2010 staan voornamelijk in verband met acquisities van mijnen. Dat omvat de voorafbetaling van €242,6 miljoen aan Talvivaara Sotkamo Limited voor 1,25 miljoen ton zink in concentraat in het kader van een streaming overeenkomst, de verwerving van het resterende belang van 15% in de Coricancha-mijn (Peru) voor ongeveer €3,8 miljoen, de aankoop van de mijnen in Contonga en Pucarrajo (Peru) voor ongeveer €25,7 miljoen en investeringen in Herencia en Ironbark voor ongeveer €1,5 miljoen en €10,3 miljoen respectievelijk. In het totaal waren de acquisities van mijnen goed voor een uitstroom van ongeveer
€284 miljoen in 2010 in vergelijking met €111 miljoen in 2009. Daarnaast steeg de verwerving van eigendommen, uitrustingen en installaties met €77,4 miljoen in 2010 in vergelijking met 2009.
De kasinstromen uit financieringsactiviteiten stegen naar €291 miljoen voor het financieren van overnames. Inbegrepen in dit bedrag zijn de opbrengsten van €225 miljoen van de obligaties met vast tarief van 5,5% op 2015, uitgegeven in april 2010. De geldmiddelen en de beschikbare kredietlijnen waren voldoende om alle overnames in 2010 te financieren.
De netto schuld bedroeg €296 miljoen op 31 december 2010. Er was een aanzienlijke daling in de behoefte aan werkkapitaal, gedeeltelijk door de opnieuw onderhandelde en versnelde betalingstermijnen in het kader van de afnameovereenkomst van commodity grade-materialen (€107 miljoen).
De investeringsuitgaven bedroegen €147 miljoen in 2010, met inbegrip van ongeveer €60 miljoen voor mijnen waarvan ongeveer €24 miljoen geïnvesteerd werd in het opvoeren van de productie in de mijnen. De investeringsuitgaven voor de smelters bedroegen €81 miljoen in 2010 met inbegrip van uitgaven voor onderhoud en groei. Daarnaast werd ongeveer €6 miljoen geïnvesteerd in andere activiteiten en bedrijfskantoren.
De belangrijkste fiscale jurisdicties waarin Nyrstar in 2010 actief was, waren Australië, België, Frankrijk, Nederland, Peru, Zwitserland en de Verenigde Staten. Op basis van het aandeel van de inkomsten uit elk van deze jurisdicties bedroeg het gemiddelde wettelijke belastingtarief van Nyrstar in 2010 ongeveer 18,7%. Nyrstar heeft belastingsverliezen geaccumuleerd in bepaalde jurisdicties waar het actief is en de uitgestelde belastingsvoordelen werden geboekt voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige belastbare bedragen beschikbaar zullen worden. Nyrstar verwacht te genieten van deze uitgestelde belastingvoordelen via een daling in de huidige cash belastingsbetalingen tot deze uitgestelde voordelen opgebruikt zijn of vervallen.
De Raad van Bestuur zal aan de aandeelhouders tijdens de jaarlijkse Algemene Vergadering in Brussel op 27 april 2011 voorstellen om een bruto dividend van €0,15 per aandeel uit te keren en deze te structureren als een kapitaalvermindering. Dat is een weerspiegeling van het blijvende vertrouwen van de Raad in de financiële slagkracht van de Vennootschap en de vooruitzichten op middellange tot lange termijn voor de markten waarin de Vennootschap actief is.
In januari 2010 ging Nyrstar bij Deutsche Bank een gestructureerde kredietfaciliteit (Revolving Structured Commodity Trade Finance Facility) aan voor de financiering van de handel in goederen ter waarde van €250 miljoen. Voorafgaand aan deze faciliteit annuleerde Nyrstar zijn bestaande gesyndiceerde faciliteit die begon met een limiet van €350 miljoen in december 2007 en gereduceerd werd naar €150 miljoen in december 2009.
Deutsche Bank en Nyrstar hebben dan een syndicaatsproces opgestart om de limiet van de faciliteit te verhogen naar €300 miljoen. In maart 2010 kondigde Nyrstar de voltooiing van het proces aan. Het proces werd meer dan twee keer over-ingeschreven en na het herleiden van de toewijzingen werd het afgesloten met een verhoogde limiet van €400 miljoen. De gesyndiceerde faciliteit omvat ook een "accordeoncomponent" die een verhoging van de limiet van de faciliteit tot €500 miljoen mogelijk maakt (op goedgekeurde basis zonder verplichtingen). In november 2010 oefende Nyrstar de accordeon uit en de banken verhoogden hun verbintenissen tot €500 miljoen wat de faciliteit een limiet van €500 miljoen gaf.
Op 19 juli 2010 verwierf Nyrstar de Contonga en Pucarrajo-polymetaalmijnen in Peru voor ongeveer US\$24 miljoen, met inbegrip van overgenomen schulden. Een gedeelte van de aankoopprijs (US\$5 miljoen) wordt op een escrowrekening gehouden gedurende 12 maanden als onderpand voor de verplichtingen van de verkoper in verband met de gebruikelijke verklaringen en garanties over de overname. Bij volledige productie, verwacht tegen het einde van 2012, zullen de Contonga- en Pucarrajo-mijn naar verwachting aan een jaarlijks cijfer van ongeveer 40.000 ton zink in concentraat, 4.000 ton lood in concentraat, 1.000 ton koper in concentraat en 1,5 miljoen troy ounce zilver produceren. De opgevoerde activiteit zal naar verwachting werken met een C1 cash kostprijs van minder dan US\$1000 per ton betaalbaar zink door aanzienlijke credits uit bijproducten.
Op 7 juli 2010 verwierf Nyrstar het resterende belang van 15% in de Coricancha-mijn in Peru van Gold Hawk Resources Inc. voor ongeveer US\$4,8 miljoen.
In mei en juni 2010 gebruikte de raad van bestuur de bevoegdheid verleend in artikel 13 van de statuten van Nyrstar om 3.321.558 aandelen te verwerven (ongeveer 3,3% van het uitgegeven maatschappelijk kapitaal). Deze aandelen zullen bijgehouden worden als schatkistaandelen met opgeschorte dividendrechten voor potentiële levering aan in aanmerking komende werknemers in 2011, 2012 en 2013 om te voldoen aan de uitstaande verplichtingen van Nyrstar in het kader van het Long Term Incentive plan en het Co-Investment Plan van het managementcomité. Tijdens de relevante periode kocht de aangestelde makelaar KBC Securities NV aandelen voor een prijs niet lager dan 10% onder de gemiddelde slotkoers tijdens de 20 handelsdagen voorafgaand aan die aankoop en niet hoger dan 10% boven de gemiddelde slotkoers tijdens de 20 handelsdagen voorafgaand aan die aankoop. De totale kost van het terugkoopprogramma bedroeg €29.278.364.
In maart 2010 bereikte Nyrstar een akkoord voor het verwerven van een bijkomend belang van 11% in Ironbark voor €10,3 miljoen wat het belang van Nyrstar in Ironbark op ongeveer 31% bracht. Het bedrag dat daaruit ontstond, werd door Ironbark gebruikt voor het financieren van het boorprogramma voor 2010 in de zinkloodafzetting van Citronen in Noord-Groenland, een belangrijke stap in het voltooien van een betaalbare haalbaarheidsstudie in verband met haar potentiële ontwikkeling. Ironbark voerde in november 2010 een private plaatsing uit om een bijkomende AUD\$ 11,5 miljoen binnen te halen; maar Nyrstar koos ervoor niet deel te nemen in deze plaatsing en heeft momenteel een verwaterd aandeelhouderschap van ongeveer 26,5%.
In maart 2010 voltooide Nyrstar de plaatsing van obligaties met vaste rentevoet van 5,5% voor vijf jaar, met vervaldatum in 2015, voor €225 miljoen via een openbaar aanbod in België en Luxemburg.
In februari 2010 verwierf Nyrstar 1,25 miljoen ton zink in concentraat (ongeveer 2 miljoen ton zinkconcentraat met een graad van 65%) van Talvivaara Sotkamo Limited voor een aankoopprijs van US\$335 miljoen (ongeveer €243 miljoen). Naast de aankoopprijs zal Nyrstar aan Talvivaara ook bepaalde extractie- en verwerkingsvergoedingen betalen. De overeenkomst biedt een innovatieve aanpak van de voortdurende uitvoering van de strategie van Nyrstar, die voorziet in het delen in de economische voordelen van een zinkmijn aan lage kostprijs met een bepaalde levensduur van 1,25 miljoen ton zink in concentraat. Op basis van de publieke mededelingen door Talvivaara over de geplande productie verwacht Nyrstar een opvoering naar ongeveer 90.000 ton per annum zink in concentraat tegen 2012 met leveringen gedurende een periode van 10 tot 15 jaar. Op 10 maart 2010 maakte Nyrstar de benoeming bekend van Roland Junck, CEO van Nyrstar, in de raad van bestuur van Talvivaara Mining Company plc door het benoemingscomité van Talvivaara Mining Company plc.
In januari 2011 voltooide Nyrstar met succes de overname van Farallon Mining Ltd. ("Farallon"), eigenaar van de Campo Morado activiteit, na een vriendschappelijke overname voor ongeveer CAD409 miljoen (€296 miljoen). Samen met de overname namen de raad van bestuur en de kaderleden van Farallon ontslag ten gunste van de vertegenwoordigers van Nyrstar. Ze werden vervangen door Roland Junck (Chief Executive Officer van Nyrstar), Michael Morley (Chief Corporate and Development Officer van Nyrstar) en Greg McMillan (Chief Operating Officer van Nyrstar).
De activiteit in Campo Morado, een zinkrijke polymetaalmijn in Mexico, omvat ongeveer 12.000 hectare in zes mijnconcessies, gelegen op 160 kilometer ten zuid-zuidwesten van Mexico City. De ertsafzetting die momenteel ontgonnen wordt, is de G-9 afzetting die in april 2009 overging op commerciële productie en zink, koper, lood, goud en zilver van hoge kwaliteit bevat (de "G-9 Mijn"). Naast de G-9 mijn zijn er nog vier extra ertsvoorraden die werden afgebakend (Reforma, El Largo, El Rey, Naranjo). In 2010 produceerde de G-9 mijn van Farallon ongeveer 42.000 ton zink in concentraat, 4.000 ton koper in concentraat, 1,8 miljoen troy ounce zilver en 19.000 troy ounce goud. Nyrstar wil de productie opdrijven naar een ritme van 2.500 ton erts per dag tegen het einde van 2012. Dat is goed voor de productie van ongeveer 70.000 ton per annum zink in concentraat, 8.000 ton koper in concentraat, 7.000 ton lood in concentraat, drie miljoen troy ounce zilver en 35.000 troy ounce goud. Op volledige productie, verwacht men dat de G-9 Mijn een C1 cashkost zal hebben van minder dan US\$500 per ton betaalbaar zink door de aanzienlijke credits van de bijproducten.
De resultaten van de Vennootschap zijn in grote mate onderhevig aan veranderingen in metaalprijzen, wisselkoersen en Verwerkingslonen (VL). De gevoeligheid voor schommelingen in deze parameters wordt weergegeven in de onderstaande tabel die de geraamde impact toont van een verandering in elk van de parameters op de onderliggende EBITDA van de Vennootschap voor het volledige jaar, op basis van de huidige resultaten en het productieprofiel voor het jaar dat werd afgesloten op 31 december 2010.
| VJ 2010 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Geraamde impact op | |||||
| Parameter: | Variabele | EBITDA in € miljoen | |||
| Zinkprijs | +/- US\$100/ton | +/-25 | |||
| Loodprijs | +/- US\$100/ton | +/- 1 | |||
| US\$/€ | +/- €0,01 | +/- 10 | |||
| A\$/€ | +/- €0,01 | -/+ 4 | |||
| Zink VL | +/- US\$25/dmt | +/-32 | |||
| Lood VL | +/- US\$25/dmt | +/- 5 |
De bovenstaande gevoeligheden werden berekend door de onderliggende operationele prestaties van de Vennootschap in 2010 te modelleren. Elke parameter is gebaseerd op een gemiddelde waarde die gedurende die periode werd waargenomen en wordt afzonderlijk gevarieerd teneinde de impact op de EBITDA te bepalen.
Gevoeligheden zijn:
Deze gevoeligheden mogen niet worden toegepast op de resultaten van de Vennootschap voor voorgaande periodes en kunnen geen weergave vormen van de gevoeligheid van de EBITDA voor de toekomstige variaties.
| Jaar afgesloten op 31 december 2010 | ||||
|---|---|---|---|---|
| € miljoen | Smelten | Mijnbouw | Andere en Eliminaties |
Groep |
| Behalve indien anders aangegeven | 2010 | 2010 | 2010 | 2010 |
| Zink in concentraat (.000 ton) | - | 84 | - | 84 |
| Verkoopbaar zink (.000 ton) | 1.076 | - | - | 1.076 |
| Verkoopbaar metaal (.000 ton) | 179 | - | 19 | 198 |
| Zwavelzuur ('000 ton) | 1.444 | - | - | 1.444 |
| Opbrengsten | 2.654 | 13 | 30 | 2.696 |
| Onderliggende EBITDA | 198 | 24 | (15) | 207 |
| Investeringsuitgaven | 81 | 60 | 6 | 147 |
| Elementen van de Bruto Winst | ||||
| Verwerkingslonen | ||||
| Bonusmetaal | 429 260 |
(27) 118 |
- - |
403 378 |
| Premies | 105 | - | - | 105 |
| Bijproducten | 115 | 9 | - | 124 |
| Andere | (81) | (5) | 2 | (83) |
| Onderliggende bruto winst | ||||
| 827 | 96 | 2 | 925 | |
| Operationele kosten | ||||
| Lasten uit hoofde van personeelsbeloningen | 187 | 27 | 48 | 262 |
| Energiekosten | 246 | 9 | 1 | 256 |
| Overige lasten | 196 | 35 | (29) | 203 |
| Onderliggende operationele kosten | 629 | 72 | 21 | 721 |
| Jaar afgesloten op 31 december 2009 € miljoen |
Smelten | Mijnbouw | Andere en Eliminaties |
Groep |
| Behalve indien anders aangegeven | 2009 | 2009 | 2009 | 2009 |
| Zink in concentraat (.000 ton) | - | - | - | - |
| Verkoopbaar zink (.000 ton) | 809 | - | - | 809 |
| Verkoopbaar metaal (.000 ton) | 208 | - | 19 | 227 |
| Zwavelzuur ('000 ton) | 1.119 | - | - | 1.119 |
| Opbrengsten | 1.628 | - | 36 | 1.664 |
| Onderliggende EBITDA | 97 | (3) | (2) | 93 |
| Investeringsuitgaven | 61 | 4 | 3 | 68 |
| Elementen van de Bruto Winst | ||||
| Verwerkingslonen | 292 | - | - | 292 |
| Bonusmetaal | 159 | - | - | 159 |
| Premies | 86 | - | 86 | |
| Bijproducten | 92 | - | - | 92 |
| Andere | (54) | - | 19 | (35) |
| Onderliggende bruto winst | 575 | - | 19 | 594 |
| Operationele kosten | ||||
| Lasten uit hoofde van personeelsbeloningen | ||||
| Energiekosten | 164 | 1 | 43 | 209 |
| Overige lasten | 181 133 |
1 1 |
7 (24) |
188 110 |
Onderstaande tabel is een weergave van de aansluiting tussen het "Resultaat uit operationele activiteiten voor uitzonderlijke elementen" en de "EBITDA" en de "Onderliggende EBITDA" van Nyrstar.
"EBITDA" is een niet-IFRS maatregel die het resultaat omvat van operationele activiteiten vóór waardeverminderingen en afschrijvingen plus Nyrstar aandeel van de winst of het verlies van volgens de 'equity' methode verwerkte deelnemingen.
"Onderliggende EBITDA" is een additionele niet-IFRS maatstaf voor de winst die door Nyrstar wordt gerapporteerd om meer inzicht te geven in de onderliggende bedrijfsprestaties van haar activiteiten. De onderliggende EBITDA bevat geen posten in verband met reorganisatiemaatregelen, verliezen door waardevermindering, materiële inkomsten of uitgaven die voortvloeien uit in contract besloten derivaten die opgenomen worden in het kader van IAS 39 en andere posten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die duidelijk afwijken van de gewone activiteiten van Nyrstar.
| € miljoen | VJ 2010 | VJ 2009 | H2 2010 | H1 2010 |
|---|---|---|---|---|
| Resultaat uit operationele activiteiten vóór uitzonderlijke elementen |
110 | 32 | 61 | 49 |
| Kosten waardeverminderingen en afschrijvingen Aandeel in de winst/(het verlies) van volgens de 'equity'-methode |
82 | 50 | 50 | 32 |
| verwerkte deelnemingen | 3 | 4 | 1 | 2 |
| (a) Reorganisatiekosten |
(11) | (24) | (4) | (7) |
| (b) Waardevermindering (verliezen) / omkeringen |
(1) | 2 | 0 | (1) |
| Netto winst op afstoting van dochtervennootschappen | 0 | 6 | - | - |
| EBITDA | 183 | 71 | 108 | 75 |
| Onderliggende aanpassingen | ||||
| Terug toevoegen: | ||||
| (a) Reorganisatiekosten |
11 | 24 | 4 | 7 |
| (b) Terugboeking waardevermindering / (omkeringen) |
1 | (2) | (0) | 1 |
| Netto verlies/(winst) op afstoting van dochtervennootschappen | 0 | (6) | - | - |
| Nettoverlies/(winst) op in contract besloten derivaten Hobart (c) Smelter |
13 | 5 | 3 | 10 |
| Onderliggende EBITDA | 207 | 93 | 114 | 93 |
De volgende zaken zijn niet opgenomen in het "Resultaat uit operationele activiteiten vóór afschrijvingen'" bij de bepaling van de 'Onderliggende EBITDA":
(a) Herstructureringskosten van €11 miljoen in 2010 (€24 miljoen in 2009) werden opgelopen in verband met de verdere uitvoering van de herstructureringsprogramma's van de Vennootschap, met inbegrip van de verhuis van het managementcomité en andere bedrijfs-, marketing- en verkoopfuncties naar het nieuwe bedrijfskantoor in Zürich, Zwitserland.
(b) In 2010 werd een verlies uit waardeverminderingen van €0,9 miljoen geboekt op verbeteringen van leaseholds als gevolg van de aangekondigde overplaatsing van het bedrijfskantoor van Londen naar Zürich. In 2009 werd een evaluatie uitgevoerd van de te koop aangeboden activa en passiva van Nyrstar Yunnan Zinc Alloys Co. Ltd, wat leidde tot een omkering van €4 miljoen aan eerder geboekte bijzondere waardeverminderingen. Daarnaast werd een waardevermindering van €2 miljoen erkend met betrekking tot de vaste activa van GM Metal toen Nyrstar de geplande sluiting in 2009 bekendmaakte.
(c) Het elektriciteitscontract van Hobart Smelter met de leverancier bevat een in contracten besloten derivaat die werd aangegeven als een kwalificerende kasstroomafdekkingsrelatie. Voor zover de afdekking doeltreffend is, worden de veranderingen in de reële waarde rechtstreeks in eigen vermogen opgenomen terwijl in de mate waarin de afdekking niet doeltreffend is de veranderingen in de reële waarde worden opgenomen in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening. Daar de afdekking gedeeltelijk ondoeltreffend is, werd de negatieve wijziging in de reële waarde van €13 miljoen (2009: €5 miljoen) op het ondoeltreffende deel van de afdekking geboekt als een kost bij de energiekosten binnen de geconsolideerde winst-enverliesrekening. De impact op de winst-en-verliesrekening werd teruggeboekt uit EBITDA om de onderliggende EBITDA van de Vennootschap te berekenen.
Dit bericht omvat toekomstgerichte mededelingen die een weergave vormen van de intenties, overtuigingen of huidige verwachtingen van Nyrstar met betrekking tot onder meer: de resultaten van de activiteiten van Nyrstar, de financiële toestand, liquiditeit, prestaties, prospecten, groei, strategieën en de sector waarbinnen Nyrstar actief is. Deze toekomstgerichte mededelingen zijn onderworpen aan risico's, onzekerheden en veronderstellingen en andere factoren die ervoor zouden kunnen zorgen dat de huidige operationele resultaten, de financiële situatie, de liquiditeit, de prestaties, de groei, de verwachtingen en kansen van Nyrstar evenals die van de markten waarop de Vennootschap actief is of wil zijn materieel kunnen afwijken van deze die worden uitgedrukt in of gesuggereerd door deze toekomstgerichte mededelingen. Nyrstar waarschuwt u dat toekomstgerichte mededelingen geen toekomstige prestaties garanderen en dat de huidige operationele resultaten, de financiële situatie en liquiditeit en de ontwikkeling van de sector waarin Nyrstar actief is materieel kunnen afwijken van deze aangehaald in of gesuggereerd door de toekomstgerichte mededelingen in dit nieuwsbericht. En zelfs indien de operationele resultaten, de financiële situatie, de liquiditeit en de groei van Nyrstar evenals de ontwikkeling van de sector waarin Nyrstar actief is stroken met de toekomstgerichte mededelingen in dit nieuwsbericht vormen deze resultaten of ontwikkelingen geen indicatie van resultaten of ontwikkelingen in toekomstige periodes. De Vennootschap en elk van haar bestuurders, kaderleden en werknemers doen uitdrukkelijk afstand van verplichtingen of beloftes om toekomstgerichte mededelingen in dit nieuwsbericht of veranderingen in de verwachtingen van de Vennootschap of veranderingen in gebeurtenissen, omstandigheden of voorwaarden waarop deze toekomstgerichte mededelingen gebaseerd zijn te analyseren, bij te werken of vrij te geven behalve zoals vereist door de toepasselijke wetgeving.
De partner bij uitstek voor essentiële grondstoffen voor de ontwikkeling van een veranderende wereld. Nyrstar is een vooraanstaande wereldwijde multimetalenonderneming die aanzienlijke hoeveelheden zink en lood produceert, net als andere producten (met inbegrip van zilver, goud en koper). Nyrstar is genoteerd op NYSE Euronext Brussels onder het symbool NYR. Voor meer informatie, raadpleeg de Nyrstar website, www.nyrstar.com.
Wij verklaren hierbij dat, naar ons best weten, de voornaamste geconsolideerde financiële informatie voor het jaar dat werd afgesloten op 31 december 2010, opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de wettelijke vereisten die in België van toepassing zijn, een echt en oprecht beeld geven van de
voor het boekjaar 2010 en dat de commentaar op pagina 1 tot 17 een eerlijke en evenwichtige beoordeling vormt van de algehele bedrijfsprestaties tijdens 2010.
Brussel, 24 februari 2011
Roland Junck Heinz Eigner
Chief Executive Officer Chief Financial Officer
De commissaris PricewaterhouseCoopers Bedrijfsrevisoren burg. CVBA / Réviseurs d'Entreprise SCRL civile, vertegenwoordigd door Peter Van den Eynde, heeft een controleverslag 'zonder voorbehoud' uitgegeven over de IFRS geconsolideerde jaarrekeningen en heeft bevestigd dat de IFRS boekhoudkundige gegevens zoals vervat in dit jaarlijkse persbericht geen inconsistenties vertonen ten opzichte van de IFRS geconsolideerde jaarrekeningen. De boekhoudkundige gegevens die in dit persbericht zijn opgenomen, omvatten andere financiële gegevens die niet gecontroleerd werden.
De voornaamste geconsolideerde financiële informatie in dit persbericht is afkomstig uit de gecontroleerde jaarrekeningen voor 2010 die in april 2011 gepubliceerd zullen worden om te worden voorgelegd aan de jaarlijkse algemene aandeelhoudersvergadering op 27 april 2011. De geconsolideerde jaarrekeningen werden opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de wettelijke vereisten die in België van toepassing zijn.
| Voor het jaar eindigend op 31 december, in miljoen € | 2010 | 2009 |
|---|---|---|
| Opbrengsten | 2.696,1 | 1.663,9 |
| Grondstoffen | (1.727,6) | (1.024,9) |
| Transportkosten | (43,1) | (44,7) |
| Bruto winst | 925,4 | 594,3 |
| Overige baten | 9,1 | 6,2 |
| Lasten uit hoofde van personeelsbeloningen | (262,2) | (208,9) |
| Energiekosten | (269,1) | (193,2) |
| Verbruiksgoederen en hulpstoffen | (103,1) | (65,4) |
| Kosten van uitbesteding en adviesdiensten | (85,7) | (58,9) |
| Overige lasten | (23,1) | 8,2 |
| Afschrijvingskosten en waardeverminderingen | (81,7) | (50,2) |
| Resultaat uit operationele activiteiten vóór uitzonderlijke | ||
| elementen (a) | 109,6 | 32,1 |
| Reorganisatiekosten | (10,5) | (24,0) |
| Waardevermindering (toevoeging) / terugneming | (0,9) | 2,4 |
| Winst op de verkoop van dochterondernemingen | - | 6,0 |
| Resultaat uit operationele activiteiten | 98,2 | 16,5 |
| Financieringsbaten | 0,8 | 1,8 |
| Financieringslasten | (37,6) | (11,6) |
| Netto winst / (verlies) uit wisselkoersverschillen | 24,3 | 3,0 |
| Netto financieringsbaten / (-lasten) | (12,5) | (6,8) |
| Aandeel in de winst van volgens de 'equity'-methode verwerkte | ||
| deelnemingen | 3,1 | 4,0 |
| Winst vóór winstbelastingen | 88,8 | 13,7 |
| Winstbelastingvoordeel / (last uit hoofde van winstbelastingen) | (16,6) | (3,3) |
| Winst over de periode | 72,2 | 10,4 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| Houders van eigenvermogensinstrumenten van de moedermaatschappij | 72,2 | 10,0 |
| Minderheidsbelang | - | 0,4 |
| 72,2 | 10,4 | |
| Winst per aandeel voor de winst die toerekenbaar is aan de houders van eigenvermogensinstrumenten van de vennootschap tijdens de |
||
| periode (uitgedrukt in € per aandeel) | ||
| - gewoon | 0,74 | 0,10 |
| - verwaterd | 0,73 | 0,14 |
(a) Uitzonderlijke elementen zijn de elementen van financiële prestatie die volgens de Groep afzonderlijk opgenomen moeten worden in de winst-en-verliesrekening om een beter inzicht te verschaffen in de financiële prestaties van de Groep.
| Voor het jaar eindigend op 31 december, in miljoen € | 2010 | 2009 |
|---|---|---|
| Valutaomrekeningsverschillen | 29,4 | 68,5 |
| Toegezegd-pensioenregelingen – actuariële verliezen en asset ceiling | (0,1) | (3,3) |
| Effectieve deel van veranderingen in de reële waarde van | ||
| kasstroomafdekkingen | (16,0) | (32,7) |
| Wijziging in de reële waarde van investeringen in aandelen | 2,7 | 1,4 |
| Winstbelastingen op direct in het eigen vermogen opgenomen baten en | ||
| lasten | 5,1 | 10,8 |
| Overige totale inkomsten voor de periode, na belastingen | 21,1 | 44,7 |
| Winst over de periode | 72,2 | 10,4 |
| Totale inkomsten voor de periode | 93,3 | 55,1 |
| Toerekenbaar aan: | ||
| Houders van eigenvermogensinstrumenten van de moedermaatschappij | 93,3 | 54,7 |
| Minderheidsbelang | - | 0,4 |
| Totale inkomsten voor de periode | 93,3 | 55,1 |
| In miljoen € | 31 december 2010 |
31 december 2009 * |
|---|---|---|
| ACTIVA | ||
| Vaste activa | ||
| Materiële vaste activa | 758,8 | 611,3 |
| Immateriële activa | 18,7 | 12,4 |
| Investeringen in volgens de 'equity'-methode verwerkte | ||
| deelnemingen | 50,9 | 26,8 |
| Investeringen in aandelen Zinkaankooprechten |
9,8 | 5,5 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 247,3 13,5 |
- 37,0 |
| Overige financiële activa | 23,7 | 53,9 |
| 1.122,7 | 746,9 | |
| Vlottende activa | ||
| Voorraden | 556,6 | 480,5 |
| Handels- en overige vorderingen | 209,6 | 160,1 |
| Vooruitbetalingen | 9,5 | 3,7 |
| Actuele belastingvorderingen | 7,2 | 5,8 |
| Overige financiële activa | 36,8 | 35,6 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 160,6 | 84,0 |
| 980,3 | 769,7 | |
| Totale activa | 2.103,0 | 1.516,6 |
| Eigen vermogen toerekenbaar aan houders van eigendomsinstrumenten van de moedermaatschappij Aandelenkapitaal en uitgiftepremies Reserves Overgedragen winst |
1.255,4 (258,3) (169,0) |
1.255,4 (230,0) (252,0) |
| 828,1 | 773,4 | |
| Minderheidsbelang | 4,2 | 5,3 |
| Totaal eigen vermogen | 832,3 | 778,7 |
| VERPLICHTINGEN Langlopende verplichtingen |
||
| Leningen en opgenomen gelden | 443,4 | 110,0 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 54,2 | 48,6 |
| Voorzieningen Personeelsbeloningen |
115,3 52,2 |
124,0 50,2 |
| Overige financiële verplichtingen | - | 0,2 |
| Overige verplichtingen | 12,1 | 23,9 |
| 677,2 | 356,9 | |
| Kortlopende verplichtingen | ||
| Handelsschulden en overige schulden | 314,0 | 248,6 |
| Actuele belastingverplichtingen | 13,9 | 4,0 |
| Leningen en opgenomen gelden | 13,4 | 12,0 |
| Voorzieningen | 42,7 | 33,4 |
| Personeelsbeloningen | 44,7 | 38,2 |
| Overige financiële verplichtingen Uitgestelde inkomsten |
30,2 107,0 |
17,3 - |
| Overige verplichtingen | 27,6 | 27,5 |
| 593,5 | 381,0 | |
| Totale verplichtingen | 1.270,7 | 737,9 |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 2.103,0 | 1.516,6 |
* Aangepast voor de wijziging van de voorlopige boeking voor de overname van de Coricanchamijn
| Totaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| bedrag | Totaal | ||||||
| Aan | Overge | toerekenb | Minder | eigen | |||
| delen | Uitgifte | dragen | aar aan | heids | vermo | ||
| In miljoen € | kapitaal | pre-mies | Reser-ves | winst | eigenaars | belang-en | gen |
| Saldo op 1 januari 2010 | 1.176,9 | 78,5 | (230,0) | (252,0) | 773,4 | 5,3 | 778,7 |
| Winst of verlies | - | - | - | 72,2 | 72,2 | - | 72,2 |
| Overige totale inkomsten | - | - | 21,2 | (0,1) | 21,1 | - | 21,1 |
| Eigen aandelen | - | - | (49,5) | 20,2 | (29,3) | - | (29,3) |
| Converteerbare obligatie | - | - | - | - | - | - | - |
| Nettomutatie van minderheids | |||||||
| belangen als resultaat van | |||||||
| verwerving/afstoting van dochter | |||||||
| ondernemingen | - | - | (2,7) | (2,7) | (1,1) | (3,8) | |
| Dividenden | - | - | (10,0) | (10,0) | (10,0) | ||
| Op aandelen gebaseerde | |||||||
| betalingen | - | - | 3,4 | 3,4 | - | 3,4 | |
| Saldo op 31 december 2010 | 1.176,9 | 78,5 | (258,3) | (169,0) | 828,1 | 4,2 | 832,3 |
| Totaal | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| bedrag | |||||||
| Uitgifte | Overge | toerekenba | Minder | Totaal | |||
| Aan-delen | pre | dragen | ar aan | heids | eigen | ||
| In miljoen € | kapitaal | Mies | Reser-ves | winst | eigenaars | belangen | vermogen |
| Saldo op 1 januari 2009 | 1.176,9 | 78,5 | (285,9) | (262,9) | 706,6 | 4,5 | 711,1 |
| Winst of verlies | - | - | - | 10,0 | 10,0 | 0,4 | 10,4 |
| Overige totale inkomsten | - | - | 47,1 | (2,4) | 44,7 | - | 44,7 |
| Converteerbare obligatie | - | - | 8,8 | - | 8,8 | - | 8,8 |
| Nettomutatie van minderheids | |||||||
| belangen als resultaat van | |||||||
| verwerving/afstoting van | |||||||
| dochter- ondernemingen | - | - | - | - | - | 0,4 | 0,4 |
| Op aandelen gebaseerde | |||||||
| betalingen | - | - | - | 3,3 | 3,3 | - | 3,3 |
| Saldo op 31 december 2009 | 1.176,9 | 78,5 | (230,0) | (252,0) | 773,4 | 5,3 | 778,7 |
| Voor het jaar eindigend op 31 december, in miljoen € | 2010 | 2009 |
|---|---|---|
| Kasstromen uit operationele activiteiten | ||
| Winst over de periode | 72,2 | 10,4 |
| Gecorrigeerd voor: | ||
| Afschrijvingskosten en waardeverminderingen | 81,7 | 50,2 |
| (Winstbelastingsvoordeel)/lasten uit hoofde van winstbelastingen Netto financieringslasten (-baten) |
16,6 12,5 |
3,3 6,8 |
| Aandeel in de winst van volgens de 'equity'-methode verwerkte | ||
| deelnemingen | (3,1) | (4,0) |
| Waardevermindering/(terugname van waardevermindering) | 0,9 | (2,4) |
| In eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde | ||
| betalingstransacties | 3,4 | 3,2 |
| Overige niet-monetaire elementen | (3,8) | - |
| (Winst)/Verlies op de verkoop van deelnemingen | - | (6,0) |
| (Winst)/Verlies op de verkoop van materiële vaste activa | (3,2) | 0,1 |
| 177,2 | 61,6 | |
| Voorraadwijzigingen | (51,3) | (185,4) |
| Wijzigingen in handels- en overige vorderingen | (30,6) | 50,7 |
| Wijzigingen in vooruitbetalingen | (5,1) | 2,8 |
| Wijzigingen in overige financiële activa en verplichtingen | 47,0 | (57,7) |
| Wijzigingen in handelsschulden en overige schulden en latente inkomsten | 135,1 | 85,3 |
| Wijzigingen in overige verplichtingen | (11,7) | 51,4 |
| Wijziging in voorzieningen en personeelsbeloningen | (24,8) | (20,2) |
| Betaalde rente | (21,1) | (2,7) |
| Betaalde winstbelastingen | (4,2) | (4,8) |
| Netto-instroom (-uitstroom) van kasmiddelen uit operationele | ||
| activiteiten | 210,5 | (19,0) |
| Kasstromen uit investeringsactiviteiten | ||
| Verwerving van materiële vaste activa | (145,3) | (67,9) |
| Verwerving van immateriële vaste activa Opbrengsten uit de verkoop van materiële vaste activa |
(1,7) 7,7 |
- 0,3 |
| Verwerving van zinkaankooprechten | (242,6) | - |
| Overname van dochteronderneming na aftrek van verworven geldmiddelen | (29,5) | (104,0) |
| Investeringen in aandelen | (5,7) | (4,1) |
| Verwerving van investeringen in volgens de 'equity'-methode verwerkte | ||
| deelnemingen | (10,5) | (0,2) |
| Uitkeringen van geassocieerde deelnemingen | - | 12,7 |
| Opbrengsten uit de verkoop van een dochterondernem | - | 5,1 |
| Ontvangen rente | 0,8 | 2,8 |
| Netto-instroom (-uitstroom) van kasmiddelen uit | ||
| investeringsactiviteiten | (426,8) | (155,3) |
| Kasstromen uit financieringsactiviteiten | ||
| Terugkoop van eigen aandelen | (29,3) | - |
| Opbrengsten uit leningen | 333,7 | 121,4 |
| Aflossingen van leningen Uitkeringen van aandeelhouders |
(3,0) (10,0) |
(158,4) - |
| Netto-instroom (-uitstroom) van kasmiddelen uit | ||
| financieringsactiviteiten | 291,4 | (37,0) |
| Netto toename (afname) van geldmiddelen | 75,1 | (211,3) |
| Geldmiddelen aan het begin van de verslagperiode | 84,0 | 297,0 |
| Valutaschommelingen | 1,5 | (1,7) |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het eind van de verslagperiode | 160,6 | 84,0 |
in miljoen €
| Totaal |
|---|
| 2.696,1 |
| - |
| 2.696,1 |
| (1.727,6) |
| (43,1) |
| 925,4 |
| (262,2) |
| (269,1) |
| (202,8) |
| (81,7) |
| 109,6 |
| (10,5) |
| (0,9) |
| 98,2 |
| 0,8 |
| (37,6) |
| 24,3 |
| (12,5) |
| 3,1 |
| 88,8 |
| (16,6) |
| 72,2 |
| (147,0) |
| in miljoen € | Smelting | Mijnbouw | Overige & Eliminaties |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Externe opbrengsten | 1.627,9 | - | 36,0 | 1.663,9 |
| Opbrengsten tussen segmenten | - | - | - | - |
| Totale opbrengsten van de segmenten | 1.627,9 | - | 36,0 | 1.663,9 |
| Grondstoffen | (1.009,1) | - | (15,8) | (1.024,9) |
| Transportkosten | (43,8) | - | (0,9) | (44,7) |
| Bruto winst | 575,0 | - | 19,3 | 594,3 |
| Lasten uit hoofde van personeelsbeloningen | (164,1) | (1,4) | (43,4) | (208,9) |
| Energiekosten | (186,0) | (0,6) | (6,6) | (193,2) |
| Overige baten / (lasten) | (132,9) | (0,9) | 23,9 | (109,9) |
| Afschrijvingskosten en waardeverminderingen | (45,9) | (0,4) | (3,9) | (50,2) |
| Resultaat uit operationele activiteiten vóór uitzonderlijke elelementen |
46,1 | (3,3) | (10,7) | 32,1 |
| Reorganisatiekosten | (24,0) | |||
| Waardevermindering (toevoeging)/terugneming | 2,4 | |||
| Winst op de verkoop van dochterondernemingen | 6,0 | |||
| Resultaat uit operationele activiteiten | 16,5 | |||
| Financieringsbaten | 1,8 | |||
| Financieringslasten | (11,6) | |||
| Netto winst / (verlies) uit wisselkoersverschillen | 3,0 | |||
| Net financieringsbaten /(-lasten) | (6,8) | |||
| Aandeel in de winst / (het verlies) van volgens de 'equity'-methode verwerkte deelnemingen |
4,0 | |||
| Winst / (verlies) vóór winstbelasting | 13,7 | |||
| Winstbelastingvoordeel / (last uit hoofde van winstbelastingen) |
(3,3) | |||
| Winst / (verlies) over de periode | 10,4 | |||
| Investeringsuitgaven | (61,5) | (3,7) | (2,8) | (68,0) |
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.