Annual Report • Mar 31, 2014
Annual Report
Open in ViewerOpens in native device viewer
Jaarverslag 2013
We zijn een geïntegreerde bank-verzekeraar voor hoofdzakelijk retail-, privatebanking-, kmo- en midcapcliënten. Geografisch concentreren we ons op onze kernmarkten België, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. We zijn ook aanwezig in Ierland en, in beperkte mate, in enkele andere landen ter ondersteuning van onze bedrijfscliënten uit onze kernmarkten.
| Cliënten (schatting) | 10 miljoen |
|---|---|
| Medewerkers (vte) | 36 177 |
| Bankkantoren | 1 616 |
| Verzekeringsnetwerk | 470 agentschappen in België, |
| diverse distributiekanalen in Centraal- en Oost-Europa |
| KBC Bank NV KBC Verzekeringen NV KBC Groep NV |
Fitch A- A- A- |
Moody's A3 – Baa1 |
Standard & Poor's A A A |
|---|---|---|---|
| Onze vaste aandeelhouders KBC Ancora Cera MRBB Andere vaste aandeelhouders |
18,6% 2,7% 12,2% 9,7% |
||
| Meer informatie Website KBC-Telecenter |
www.kbc.com [email protected] |
Gegevens van 31 december 2013, tenzij anders vermeld. Voor definities en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag.
1 Cliënten: schatting voor de vijf kernmarkten en Ierland; bankkantoren: idem, aangevuld met internationale bedrijvenkantoren van de groep. Altijd zonder de maatschappijen die op de balansdatum nog op de desinvesteringslijst stonden.
2 De eventuele outlook/watch/review bij deze ratings vindt u verder in dit verslag.
Balanstotaal 241 miljard euro
Leningen en vorderingen aan cliënten 123 miljard euro
Deposito's van cliënten en schuldpapier 164 miljard euro
Nettoresultaat 1 015 miljoen euro
Koers KBC-aandeel +58%
Tier 1-ratio (Basel II) 15,8%
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerde balans en beheerd vermogen (per einde periode; in miljoenen euro) | |||||
| Balanstotaal | 324 231 | 320 823 | 285 382 | 256 928 | 241 306 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 153 230 | 150 666 | 138 284 | 128 492 | 122 790 |
| Effecten | 98 252 | 89 395 | 65 036 | 67 295 | 65 177 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 193 464 | 197 870 | 165 226 | 159 632 | 164 141 |
| Technische voorzieningen en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen | 29 951 | 29 948 | 26 928 | 30 058 | 30 488 |
| Totaal eigen vermogen | 17 177 | 18 674 | 16 772 | 15 879 | 14 514 |
| Risicogewogen activa (Basel II) | 143 359 | 132 034 | 126 333 | 102 148 | 90 541 |
| Beheerd vermogen | 205 234 | 208 813 | 192 795 | 155 216 | 162 977 |
| Geconsolideerde resultaten (in miljoenen euro) | |||||
| Totale opbrengsten | 4 625 | 8 378 | 7 310 | 7 733 | 7 517 |
| Exploitatiekosten | -4 779 | -4 436 | -4 344 | -4 248 | -3 871 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -2 725 | -1 656 | -2 123 | -2 511 | -1 933 |
| Nettoresultaat, groepsaandeel | -2 466 | 1 860 | 13 | 612 | 1 015 |
| Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) | -7,26 | 3,72 | -1,93 | -1,09 | 1,03 |
| Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) | -7,26 | 3,72 | -1,93 | -1,09 | 1,03 |
| Aangepast nettoresultaat, groepsaandeel | – | – | – | 1 496 | 960 |
| België | – | – | – | 1 360 | 1 570 |
| Tsjechië | – | – | – | 581 | 554 |
| Internationale Markten (Slowakije, Hongarije, Bulgarije, Ierland) | – | – | – | -260 | -853 |
| Groepscenter | – | – | – | -185 | -311 |
| Milieuefficiëntiegegevens voor de KBC-groep in België (per vte) | |||||
| Elektriciteitsverbruik (in GJ) | – | 24,3 | 21,3 | 20,8 | 21,3 |
| Verbruik gas en stookolie (in GJ) | – | 15,0 | 12,6 | 12,6 | 16,0 |
| Vervoer (in km, woon-werkverkeer en dienstritten) | – | 14 836 | 14 563 | 14 440 | 13 646 |
| Papierverbruik (in ton) | – | 0,17 | 0,14 | 0,13 | 0,12 |
| Waterverbruik (in m3 ) |
– | 9,3 | 8,2 | 8,5 | 9,0 |
| Broeikasgasemissie (in ton) | – | 2,4 | 2,2 | 1,8 | 2,5 |
| KBC-aandeel | |||||
| Aantal uitstaande aandelen per einde periode (in duizenden) | 357 918 | 357 938 | 357 980 | 416 967 | 417 364 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, per einde periode (in euro) | 28,4 | 32,8 | 28,7 | 29,0 | 28,3 |
| Gemiddelde koers tijdens het boekjaar (in euro) | 20,9 | 32,6 | 22,3 | 17,3 | 32,8 |
| Slotkoers boekjaar (in euro) | 30,4 | 25,5 | 9,7 | 26,2 | 41,3 |
| Brutodividend per aandeel (in euro) | 0,00 | 0,75 | 0,01 | 1,00 | 0,00 |
| Marktkapitalisatie per einde periode (in miljarden euro) | 10,9 | 9,1 | 3,5 | 10,9 | 17,2 |
| Ratio's | |||||
| Rendement op eigen vermogen | -23% | 12% | -6% | 1% | 9% |
| Rendement op eigen vermogen, gebaseerd op aangepast resultaat1 | 16% | 11% | 5% | 9% | 9% |
| Kosten-inkomstenratio, bankieren, gebaseerd op aangepast resultaat1 | 55% | 56% | 60% | 57% | 52% |
| Gecombineerde ratio, schadeverzekeringen | 101% | 100% | 92% | 95% | 94% |
| Kredietkostenratio, bankieren | 1,11% | 0,91% | 0,82% | 0,71% | 1,19% |
| Tier 1-ratio, groep (Basel II) | 10,8% | 12,6% | 12,3% | 13,8% | 15,8% |
| Common equity ratio, groep (Basel III, fully loaded, inclusief latente winsten en resterende | |||||
| overheidssteun) (Deense compromismethode)2 | – | – | – | 10,5% | 12,8% |
| Net stable funding ratio (NSFR) | – | – | – | 105% | 111% |
| Liquidity coverage ratio (LCR) | – | – | – | 107% | 131% |
| Voor definities en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen, analyses en het Glossarium van gebruikte ratio's verder in dit verslag. Een omschrijving van de aangepaste resultaten vindt u in het hoofd |
stuk Geconsolideerd resultaat in 2013. Dividendvoorstel voor 2013 onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering.
1 Tot en met 2011: gebaseerd op onderliggend resultaat (definitie: zie jaarverslag over 2012).
2 Meer informatie over de common equity ratio volgens de phased-in-methode, de building block-methode en op pro-formabasis (inclusief begin 2014 uitgevoerde terugbetaling aan de Vlaamse overheid en de gete kende maar nog niet afgeronde desinvesteringen) vindt u in het hoofdstuk Waarde- en Risicobeheer.
191 Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
191 Toelichting 16: Belastingen
Naam van de vennootschap Waar we in dit verslag spreken van KBC, we, de groep of de KBC-groep bedoelen we de geconsolideerde entiteit, dus KBC Groep NV inclusief alle in de consolidatiekring opgenomen groepsmaatschappijen. Waar sprake is van KBC Groep NV bedoelen we de niet-geconsolideerde entiteit.
Vertaling Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels, waarbij de Nederlandse versie de originele is en de andere versies officieuze vertalingen zijn. KBC verzekert dat al het redelijkerwijs mogelijke werd gedaan om inhoudelijke verschillen tussen de taalversies te vermijden. Mochten er toch zulke verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang. Disclaimers
De in dit jaarverslag opgenomen verwachtingen, prognoses en verklaringen over toekomstige ontwikkelingen zijn gebaseerd op veronderstellingen en inschattingen die gemaakt zijn bij het opmaken van dit jaarverslag. Toekomstgerichte verklaringen zijn per definitie onzeker. Diverse factoren kunnen ertoe leiden dat de uiteindelijke resultaten en ontwikkelingen afwijken van de initiële verklaringen.
Niets in dit jaarverslag vormt een aanbod tot verkoop van effecten in de Verenigde Staten, Canada, Japan, Australië of een andere jurisdictie.
Verslag van de Raad van Bestuur
130 Verklaring inzake deugdelijk bestuur
220 Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten
Overige informatie
overheid in 2008 en 2009 247 Glossarium van gebruikte ratio's 248 Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen 248 Verklaring van verantwoordelijke personen 248 Contactadressen en financiële kalender
246 Kapitaal- en garantieverrichtingen met de
Jaarverslag van KBC Bank en KBC Verzekeringen KBC is een bank-verzekeraar en de financiële informatie in dit verslag is bijgevolg grotendeels geïntegreerd, d.w.z. bank- en verzekeringsinformatie samen. Als u geïnteresseerd bent in aparte gegevens over de bank- of verzekeringsactiviteiten en -resultaten van KBC, kunt u die vinden in de aparte jaarverslagen van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV.
Artikel 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen Die artikelen leggen vast wat de minimale inhoud is van de door de wet vereiste jaarverslagen over de vennootschappelijke en de geconsolideerde jaarrekening. De betreffende informatie is verwerkt in de diverse hoofdstukken van het hiernavolgende Verslag van de Raad van Bestuur, dat daarnaast bijkomende, niet-verplichte informatie bevat. In bepaalde gevallen wordt in dat deel, om herhaling van informatie te vermijden, verwezen naar informatie die al in de andere delen van deze brochure wordt vermeld. Overeenkomstig artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen combineert KBC Groep NV het jaarverslag over de vennootschappelijke jaarrekening met het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Het Risk Report, het CSR Report en de websites waarnaar wordt verwezen, maken geen deel uit van het jaarverslag. Foto's
Het merendeel van de foto's in dit jaarverslag betreft KBC-cliënten en hun projecten. We danken hen uitdrukkelijk voor hun medewerking.
"Door onze jarenlange ervaring in de zorgsector wilden we een rusthuis bouwen waar we zelf ook oud zouden willen worden.
Samen met KBC en andere externe partners hebben we onze droom kunnen waarmaken: De Vierde Wand is een rusthuis dat zich onderscheidt, niet alleen qua architectuur, maar ook qua aankleding, beleid en samenwerking. We zijn een familiebedrijf, kleinschalig, wat zich uit in een sterke betrokkenheid zowel met het personeel als met onze bewoners. We leggen de lat hoog voor onszelf, maar verwachten diezelfde attitude van onze medewerkers, wat iedereen apprecieert.
Ons open huis is toegankelijk voor externen, wat het contact met de buitenwereld voor onze bewoners vergemakkelijkt. Want daarin willen wij het verschil maken: we willen ze niet afsnijden van de maatschappij, maar integendeel ze er een deel van laten uitmaken. Ons open huis is een schakel tussen de bewoners en de omgeving en laat mensen op een waardige manier oud worden."
www.devierdewand.be
in 1998 als fusie van twee grote Belgische banken (Kredietbank en CERA Bank) en een grote Belgische verzekeringsmaatschappij (ABB Verzekeringen)
geïntegreerd bankverzekeren
circa 10 miljoen cliënten wereldwijd
België, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. In de rest van de wereld aanwezig in Ierland en, in beperkte mate, in enkele andere landen.
circa 1 600 bankkantoren wereldwijd, verkoop van verzekeringen via eigen agenten en andere kanalen, daarnaast diverse elektronische kanalen
circa 36 000 vte wereldwijd, waarvan 45% in België en 51% in Centraal- en Oost-Europa
241 miljard euro; totaal eigen vermogen 14,5 miljard euro
Gegevens op 31 december 2013, tenzij anders vermeld. Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag.
Uitgebreidere informatie over de hierboven opgesomde gebeurtenissen vindt u in de volgende hoofdstukken.
• Terugbetaling van 1,17 miljard euro + 50% premie aan de Vlaamse overheid
Augustus
• Publicatie resultaten tweede kwartaal 2013: geconsolideerde nettowinst van 517 miljoen euro, aangepaste nettowinst van
485 miljoen euro
• Verkoop van een deel van de aandeelhoudersleningen
• Publicatie resultaten derde kwartaal 2013: geconsolideerde nettowinst van 272 miljoen euro, aangepaste nettowinst van 457 miljoen euro
Oktober
• KBC wint prijs voor de Beste Financiële Informatie van de Belgische Vereniging van
Financiële Analisten
In 2013 vierde onze groep zijn vijftiende verjaardag.
Wij zijn in die vijftien jaar uitgegroeid tot een belangrijke speler in Europa, met een stevig bedrijfsmodel en een sterke geografische focus. De financiële crisis ging evenwel ook aan ons niet ongemerkt voorbij, maar we leerden eruit en pasten ons verder aan, waarbij de nadruk nog meer kwam te liggen op onze kernactiviteiten en op risicobeheer.
Het huidige economische klimaat is hoopgevend, maar blijft niettemin een aantal onzekerheden in zich dragen, waartegen we ons terdege hebben bewapend. Dat bewijzen trouwens onze resultaten van het afgelopen boekjaar. Dat streven naar een behoorlijke rentabiliteit gaat ook gepaard met het inbedden van die rentabiliteit in een duurzaam kader.
Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur, en Johan Thijs, CEO, becommentariëren hierna de voornaamste gebeurtenissen van het afgelopen jaar.
Het geconsolideerde nettoresultaat voor 2013 bedroeg ongeveer 1 miljard euro, twee derde meer dan in 2012. Bent u tevreden?
Thomas Leysen: Ik ben vooral tevreden dat KBC in 2013 belangrijke stappen heeft gezet om de nasleep van de financiële crisis achter zich te laten. We zijn nu opnieuw de groep die we willen zijn: cliëntgericht, gefocust en rendabel.
Johan Thijs: Ons nettoresultaat is inderdaad met ruwweg 400 miljoen euro gestegen tegenover vorig jaar, tot 1 015 miljoen euro. Zonder de niet-operationele elementen, zoals de waardering van CDO's en afwaarderingen op de nog overblijvende desinvesteringen, bedroeg ons aangepaste resultaat 960 miljoen euro, tegenover 1 496 miljoen euro in 2012. Die daling is volledig op conto van Ierland te schrijven, waar we in het vierde kwartaal onze kredietportefeuille herbekeken en belangrijke bijkomende kredietvoorzieningen aanlegden.
Specifiek voor 2013 onthouden we daarnaast de stabiele nettorentemarge, de groei van de schadeverzekeringspremies en de goede gecombineerde ratio van 94%, de daling van de verkoop van levensverzekeringen, het herstel van onze nettoprovisie-inkomsten en de volgehouden kostencontrole met een uitstekende kosten-inkomstenratio van 52%.
Thomas Leysen: Het is cruciaal om het vertrouwen volledig te herwinnen, als sector en als instelling. Voor ons betekent duurzaamheid in de financiële sector vier zaken. Ten eerste: het belang van de cliënt staat centraal in alles wat we doen; ten tweede: we focussen op langetermijnprestaties; ten derde: we hebben een stringent risicomanagement; en ten slotte: we houden rekening met de maatschappelijke verwachtingen en gaan de dialoog met onze stakeholders aan.
Johan Thijs: In 2013 hebben we een programma gestart om op termijn naar een geïntegreerde rapportering over te schakelen, waarbij we financiële en niet-financiële informatie binnen een consistent en geïntegreerd kader behandelen. We vinden goede communicatie trouwens in het algemeen uiterst belangrijk. In die optiek doet het ons bijzonder veel plezier dat we in oktober 2013 van de Belgische Vereniging voor Financiële Analisten de prijs mochten ontvangen voor de Beste Financiële Informatie.
Thomas Leysen: In 2013 werkten we de laatste desinvesteringsdossiers af. We verkochten ons aandeel in het Sloveense NLB en het Poolse Bank Zachodni, rondden de verkoop van Absolut Bank in Rusland en KBC Banka in Servië af en tekenden overeenkomsten voor de verkoop van KBC Bank Deutschland en Antwerpse Diamantbank. We hebben dus ons desinvesteringsprogramma in moeilijke marktomstandigheden rigoureus uitgevoerd en moesten met spijt in het hart afscheid nemen van een aantal groepsmaatschappijen. Maar nu zijn we afgeslankt en fit: onze focus en ons werkgebied zijn scherp afgelijnd, onze doelstellingen zijn bepaald en onze structuur is geoptimaliseerd.
Johan Thijs: Ook op andere domeinen verbeterden we ons risicoprofiel: onze CDO-blootstelling bijvoorbeeld zakte in 2013 aanzienlijk dankzij verkopen en andere risicobeperkende maatregelen, waardoor onze nettoblootstelling eind 2013 nog maar 6,3 miljard euro bedraagt. Een groot deel van het overblijvende CDO-risico is bovendien afgedekt door een garantieregeling met de Belgische staat, die dus ook voordeel heeft bij de daling van de nettoblootstelling. Ons risico op overheidsobligaties van GIIPS-landen bouwden we in de voorbije jaren al sterk af. Het bedraagt nu nog maar 1,8 miljard euro voor de vijf landen samen.
Thomas Leysen: Na de volledige terugbetaling van de Belgische staatssteun in 2012 betaalden we aan de Vlaamse overheid in 2013 1,17 miljard euro en begin 2014 nog eens 0,33 miljard euro terug, in beide gevallen plus een premie van 50%. Het is onze intentie het resterende saldo van 2 miljard euro plus premies in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of sneller, mits goedgekeurd door de toezichthouder en uiteraard alleen als onze kapitaalpositie dat mogelijk maakt. Ik blijf het herhalen: we zijn de overheden zeer dankbaar dat ze ons hebben bijgestaan toen we het moeilijk hadden, en we vinden het niet meer dan normaal dat we daar een vergoeding voor betalen. We willen wel het beeld dat alle banken veel geld hebben gekost aan de belastingbetaler bijstellen: in ons geval klopt dat niet, integendeel zelfs. Voor de 7 miljard euro steun en de garantieregeling voor de CDO's samen zullen we aan het eind van de rit ruim 13 miljard euro aan hoofdsom, premies, interesten en CDO-garantievergoeding hebben terugbetaald.
Johan Thijs: Ook na de in 2013 uitgevoerde terugbetaling blijft onze solvabiliteitspositie erg stevig. Eind 2013 bedroeg onze Tier 1-ratio volgens Basel II 15,8%. De common equity ratio volgens Basel III bedraagt 12,8%, fully loaded en inclusief de overblijvende staatssteun en latente winsten. Inclusief de eind 2013 nog af te ronden desinvesteringen en de begin 2014 uitgevoerde terugbetaling aan de Vlaamse overheid is dat 12,5%. Daarmee ligt de common equity ratio zelfs ruim boven onze interne doelstelling van 10%. Ook onze liquiditeitspositie blijft zoals altijd uitstekend, wat tot uiting komt in onze LCR- en NSFR-ratio's, die eind 2013 respectievelijk 131% en 111% bedroegen.
Johan Thijs: De cijfers bewijzen dat die nieuwe strategie en structuur werken. Onze operationele financiële resultaten zijn bevredigend, maar – nog belangrijker – ook de cliënten en ons personeel zijn algemeen gesproken tevreden. Dat blijkt uit diverse enquêtes. We geloven dus meer dan ooit in onze beleidskeuzes, en a fortiori in ons unieke geïntegreerde bankverzekeringsmodel en in de keuze voor onze kernlanden. We komen elke dag dichter bij ons doel om als bank-verzekeraar de referentie te zijn in al onze kernmarkten.
Thomas Leysen: Local embeddedness is een belangrijke pijler in onze nieuwe strategie. Dat betekent dat we sterk ingebed zijn en willen zijn in de maatschappij van elk van onze kernmarkten. Daarbij passen we ons ook continu aan aan de veranderende houding van onze cliënten, en aan de terechte verwachtingen van de hele maatschappij. We zijn ervan overtuigd dat net die lokale verankering de grootste sterkte is van onze strategie en ons bedrijfsmodel.
Johan Thijs: Ook al moet ik dit elk jaar herhalen, toch blijft het zo dat het in het huidige klimaat niet vanzelfsprekend is om een uitspraak te doen over de verwachte economische ontwikkeling. In 2013 keerde een relatieve rust in de eurozone terug en tekende er zich, zeker vanaf het najaar, een conjunctuurherstel af. Dat laatste zal zich waarschijnlijk in 2014 doorzetten. Fundamenteel hebben we dus vertrouwen in de economische ontwikkeling ondanks de vele uitdagingen die de economische en politieke wereld in 2014 te wachten staan. Als KBC kijken we de toekomst met vertrouwen tegemoet. We kunnen ons nu volledig focussen op de verdere groei van onze bankverzekeringsgroep. Alle aandacht kan nu gaan naar onze cliënten, naar het invullen van hun financiële behoeften en het bewerkstellingen van een langetermijnrelatie, gebaseerd op een gezonde balans inzake risico, kostenbewustzijn en winstgevendheid.
Thomas Leysen: We hebben in de voorbije jaren bewezen dat we, ook na bijzonder moeilijke omstandigheden, kunnen opveren dankzij een onderliggend fundamenteel gezond en sterk bedrijfsmodel, dat gedragen wordt door betrokken medewerkers. We danken dan ook al onze medewerkers en alle andere belanghebbenden, in het bijzonder onze cliënten, onze aandeelhouders en de Belgische en Vlaamse overheid, voor het vertrouwen dat ze hebben getoond in onze groep. We blijven ons inzetten om dat vertrouwen te behouden.
Johan Thijs Thomas Leysen Chief Executive Officer voorzitter van de Raad van Bestuur
Thomas Leysen Johan Thijs voorzitter van de Raad van Bestuur Chief Executive Officer
In 2013 hebben we de laatste stappen gezet in ons desinvesteringsprogramma en betaalden we opnieuw een belangrijk deel van de ontvangen staatssteun terug. We vernieuwden onze strategie en gingen van start met een nieuwe managementstructuur. Daarbij bouwden we voort op de in de voorbije jaren gerealiseerde omvorming van onze groep tot een sterk gefocuste, regionale Europese bank-verzekeraar met een lager risicoprofiel en met behoud van de al aanwezige sterktes. De strategische focus blijft dus liggen op geïntegreerd bankverzekeren voor retail-, privatebanking-, kmo- en midcapcliënten in een weloverwogen selectie van vijf kernlanden.
| Geïntegreerd | Vijf geografische | Local | |
|---|---|---|---|
| bankverzekeren | kernmarkten | responsiveness | |
| Samenwerking | Businessgedreven groepsstructuur |
Groepscultuur |
We concretiseren onze nieuwe cultuur in het letterwoord PEARL (parel). Die letters staan voor Performance (we streven naar uitstekende resultaten in alles wat we doen, naar voortdurende verbetering van de kwaliteit van onze producten en diensten), Empowerment (we geven onze medewerkers de ruimte om hun professionele vaardigheden te ontplooien), Accountability (we aanvaarden onze individuele verantwoordelijkheid en communiceren duidelijk over onze resultaten), Responsiveness (we anticiperen en spelen in op vragen en suggesties van cliënten en medewerkers) en Local Embeddedness (we begrijpen en spelen in op de verscheidenheid van onze cliënten in onze kernmarkten). Daarnaast schuiven we drie waarden naar voren voor onze medewerkers: respectful (we tonen respect voor onze interne en externe cliënt), responsive (we luisteren naar cliënten en collega's en proberen een oplossing te vinden voor hun noden) en resultdriven (we leveren wat we beloven).
KBC bevestigt zijn engagement voor het bankverzekeringsmodel, dat gedurende de cyclus uitstekende resultaten heeft opgeleverd. In alle kernmarkten heeft de groep daarom zowel een bank als een verzekeringsmaatschappij.
KBC wil als bank-verzekeraar proactief en geïntegreerd inspelen op de financiële behoeften – in de ruimste zin – van de cliënt. Dat wil zeggen dat de cliënt bij ons terechtkan voor kredieten om zijn dromen te realiseren, verzekeringen om die dromen te beschermen, depositoproducten en assetmanagementdiensten om zijn vermogen te laten aangroeien, enzovoort. Aangezien we ons niet beperken tot één metier (bank of verzekeraar), kunnen we de cliënten een uitgebreid en geoptimaliseerd palet van bank- en verzekeringsproducten aanbieden, waarbij ze de voor hen gunstigste keuze kunnen maken
Een belangrijk kenmerk van ons bankverzekeringsmodel in België is de samenwerking tussen de bankkantoren en de verzekeringsagentschappen in zogenaamde micromarkten. Het bankkantoor focust op bankproducten en standaardverzekeringen en verwijst voor andere verzekeringsproducten door naar het verzekeringsagentschap in dezelfde micromarkt. Het verzekeringsagentschap verkoopt alle verzekeringsproducten en behandelt alle schadegevallen, ook die waarvoor de verzekering door een bankkantoor werd verkocht.
In Centraal- en Oost-Europa focussen de bankkantoren van de groep op bankproducten en in toenemende mate ook op standaardverzekeringen. De verzekeringsagenten verkopen alle verzekeringsproducten. Daarnaast blijft de verkoop via andere kanalen er belangrijk, waarbij voor niet-leven vooral de makelaars belangrijk zijn, en er voor leven waar relevant ook wordt samengewerkt met multi-levelagenten. In die landen lopen initiatieven om de samenwerking tussen bank en verzekeraar verder te optimaliseren en de verzekeringsverkoop via het bankkanaal verder uit te bouwen.
In Ierland heeft de groep alleen een bank, maar werd er recent wel gestart met de verkoop van brand- en levensverzekeringsproducten via de bankkantoren.
Niet alleen in het commerciële netwerk, maar in de gehele organisatie positioneren we ons als geïntegreerde bank-verzekeraar. Concreet betekent dat dat, met uitzondering van de pure bancaire en verzekeringsproductfabrieken, nagenoeg alle diensten (marketing, ICT, aankoopbeleid, enzovoort) op overkoepelend niveau werken (bank en verzekeringen samen), en dat de groep ook geïntegreerd aangestuurd wordt (1 CEO, 1 CFO, enzovoort).
Voor de cliënt biedt ons bankverzekeringsconcept onder meer het voordeel van een uitgebreide one-stop financiële dienstverlening, waarbij zowel bankzaken als vermogensbeheer en verzekeringen aan bod komen. De cliënt kan kiezen uit een breder, complementair en geoptimaliseerd product- en dienstenaanbod, waaruit hij gemakkelijker de voor hem optimale productmix kan kiezen. Dat is dan weer positief voor de loyaliteit van cliënten. Daarnaast biedt de bankverzekeringssamenwerking voor de groep belangrijke voordelen inzake diversificatie van de inkomsten, betere risicospreiding en bijkomend verkooppotentieel door de hefboomwerking van onze uitgebreide bank- en verzekeringsdistributiekanalen. Bovendien levert ze belangrijke kostenbesparingen en synergieën op, onder andere door gemeenschappelijke ondersteunende activiteiten zoals ICT, marketing en productontwikkeling.
KBC definieert zijn kernmarkten als de markten waarin het met bank- en verzekeringsbedrijven aanwezig is, namelijk België, Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Bulgarije.
De keuze van die landen is historisch gegroeid, vanuit België als land van origine. Geleidelijk hebben we onze aanwezigheid versterkt in Centraal- en Oost-Europa, meer specifiek in markten waar we een belangrijke aanwezigheid konden uitbouwen (wat leidt tot schaalvoordelen) en waar de betrokken maatschappijen sterk lokaal ingebed zijn (in overeenstemming met ons concept van relatiebankverzekeren). De huidige vijf kernlanden bevatten zowel ontwikkelde markten als groeimarkten (zie tabel), en maken allemaal deel uit van de Europese Unie.
Alle andere activiteiten die niet tot de ondersteuning van cliëntrelaties in die kernmarkten bijdragen, worden in principe stopgezet.
Ierland blijft een uitzondering: de komende jaren zal de werking van KBC Bank Ireland erop gericht zijn de rentabiliteit te verhogen via de uitbouw van de retailactiviteiten.
| Omvang en maturiteit kernmarkten | België | Tsjechië | Slowakije | Hongarije | Bulgarije |
|---|---|---|---|---|---|
| Bevolking (miljoen) | 11,1 | 10,5 | 5,4 | 9,9 | 7,2 |
| Bbp per inwoner (euro, België = 100) | 100 | 38 | 38 | 27 | 16 |
| Penetratiegraad bankieren (België = 100)1 | 100 | 63 | 60 | 49 | 77 |
| Penetratiegraad verzekeren (België = 100)2 | 100 | 49 | 36 | 36 | 27 |
Gebaseerd op eigen KBC-berekeningen.
1 Gemiddelde van (deposito's / bbp) en (kredieten / bbp), berekeningsbasis: België = 100 (2013)
2 Verzekeringspremies / bbp, berekeningsbasis: België = 100 (2012)
KBC focust op de cliënt en wil duurzame cliëntrelaties met particulieren, kmo's en midcaps opbouwen en verdiepen. Local responsiveness houdt in dat we de lokale cliënten beter begrijpen, alert zijn voor signalen en er proactief op inspelen, en producten en diensten op maat van die lokale behoeften aanbieden. Local responsiveness betekent dus dat we alert reageren op lokale opportuniteiten in elk van onze kernmarkten, waar we diep ingebed zijn (embedded).
Relatiegericht bankverzekeren is de sleutel tot local responsiveness. Dat wil zeggen dat KBC zal focussen op de bank- en verzekeringsactiviteiten die nodig zijn om de cliëntrelatie op een duurzame manier te ondersteunen.
Verder in dit jaarverslag vindt u verschillende voorbeelden van initiatieven en productvernieuwingen die onze focus op local responsiveness weerspiegelen (de lancering van flexibele leningen in Tsjechië, diverse initiatieven om de financiële geletterdheid te verhogen, de talloze mobiele applicaties in verschillende kernmarkten van de groep, enzovoort). In Cˇ SOB (Tsjechië) bestaat zelfs een speciale customer insight-afdeling, die expliciet als doel heeft het bedrijf nog meer customer responsive te maken.
Onze verwevenheid met de lokale economie uit zich ook in enkele opvallende campagnes die we in 2013 lanceerden. Start it @kbc is daar een mooi voorbeeld van. Omdat het aantal startende ondernemingen in Vlaanderen daalt, en de opstartkosten en -moeilijkheden een vaak aangehaalde reden daarvoor zijn, helpt KBC, samen met een aantal partners, starters bij verschillende aspecten van het ondernemerschap, zoals contacten leggen en een netwerk ontwikkelen, en stelt ook een locatie gratis ter beschikking.
KBC bevordert grensoverschrijdende samenwerking en hefboomeffecten op groepsniveau om in de hele groep kostenefficiëntie te bewerkstelligen. Internationale productfabrieken en internationale dienstverleners bieden producten en diensten aan die afgestemd zijn op de distributiestrategie van de verschillende divisies en local responsiveness ondersteunen.
Uitwisseling van kennis, best practices, ervaring, producten en diensten tussen de verschillende divisies en bedrijfsfuncties wordt gestimuleerd via community's. Hun missie bestaat erin om overal waar dat zinvol is binnen de groep synergie, dialoog en uitwisseling te bevorderen. De communitywerking draagt in belangrijke mate bij tot de motivatie van het personeel en dus indirect ook tot de bedrijfsresultaten.
Hierna vindt u enkele voorbeelden van communitywerking in 2013.
Medewerkers van Private Banking in België, Tsjechië, Hongarije en Slowakije werkten in 2013 samen rond de versteviging van het operationeelrisicobeheer, de finetuning van de commerciële aanpak, en het scherpstellen van de waardepropositie. Voortbouwend op de ervaring van de verschillende collega's werden concrete acties ontwikkeld op maat van elk betrokken land.
In de community Directe Kanalen lag de focus op uitwisseling van de recente ontwikkelingen en initiatieven. Op die manier werden lokale initiatieven uit het ene land op een intelligente manier gekopieerd in het andere land. Een mooi voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van diverse mobiele apps.
In Niet-leven (schadeverzekeringen) zetten medewerkers via communitywerking een project op in verband met fraudebestrijding. Wegens het succes van dat project werd er een permanente community voor fraudebestrijding opgericht.
De managementstructuur is afgestemd op de strategische keuzes (local responsiveness, bankverzekeren, cliëntgerichtheid …) en ondersteunt effectieve besluitvorming en individuele verantwoordelijkheid.
Een vereenvoudigd overzicht van de managementstructuur vindt u in het onderstaande schema. De structuur omvatte op 31 december 2013:
De managementstructuur vormt ook de basis voor financiële segmentrapportering. In dat rapporteringsoverzicht zijn de segmenten:
Zoals vermeld, omvat de managementstructuur van de groep ook een divisie Internationale Productfabrieken. De resultaten van de activiteiten van die divisie nemen we op in de resultaten van de andere divisies op geografische basis. De divisie tonen we dus niet als een apart segment in de segmentrapportering.
De belangrijkste verschillen met de vroegere managementstructuur beschrijven we in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.
Informatie over de juridische structuur van de groep vindt u in Toelichting 44 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
Vanaf 1 mei 2014 passen we de managementstructuur en de samenstelling van het Directiecomité aan. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Dit jaarverslag behandelt het boekjaar 2013 en is bijgevolg gestructureerd op basis van de managementstructuur die bestond op 31 december 2013.
KBC engageert zich voor een duidelijk gedefinieerde groepscultuur. De groep verhoogt zijn wendbaarheid en alertheid door de nadruk te leggen op een gestroomlijnd prestatiebeheer en individuele verantwoordelijkheid voor alle medewerkers.
Via prestatie-indicatoren leggen we een duidelijke link tussen de strategische prioriteiten en de individuele verantwoordelijkheid. De strategische prioriteiten betreffen winst, kapitaal en liquiditeit en mensen (cliënten, medewerkers, samenleving). De doelstellingen inzake winst, kapitaal en liquiditeit die de groep op het hoogste niveau moet behalen, zetten we uiteen in de tabel.
Ook voor de dimensie Mensen worden doelstellingen (KPI's) gezet. Het gaat dan onder meer over de tevredenheid van cliënten en medewerkers en de merknaambekendheid, gemeten via net promotor scores, reputatie-indices enzovoort. Momenteel ontwikkelt de groep daarvoor een nieuw rapporterings- en follow-upsysteem.
| Financiële doelstellingen op groepsniveau | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ratio | Definitie | Doelstelling | Vergelijking met huidige prestatie | |||
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten |
[Exploitatiekosten van de bankactivitei ten] / [totale opbrengsten van de bank activiteiten], gebaseerd op aangepaste resultaten. |
Maximaal 55% (tegen 2015) |
Kosten-inkomstenratio (%) doel 2015: maximaal 55 40 70 FY2013: 52 |
|||
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsacti viteiten |
[Verzekeringstechnische lasten, inclusief interne schaderegelingskosten / ver diende verzekeringspremies] + [bedrijfs kosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering). |
Maximaal 95% (tegen 2015) |
Gecombineerde ratio (%) doel 2015: maximaal 95 80 110 FY2013: 94 |
|||
| Common equity ratio, groep (Basel III) |
[Common equity Tier 1-kapitaal] / [totaal ge wogen risicovolume]. Gebaseerd op de laat ste beschikbare Capital Requirement Regula tion en de Capital Requirement Directive. Fully loaded betekent: in de veronderstelling dat Basel III vandaag al 100% van kracht is. Inclusief de resterende staatssteun en de her waarderingsreserve voor voor verkoop be schikbare activa. |
Minimaal 10% (vanaf 2013) |
Common Equity Ratio (Basel III, fully loaded,%) (Deense compromismethode) huidig doel: minimaal 10 15 5 FY2013: 12,8 |
|||
| Net stable funding ratio (NSFR) |
[Beschikbaar bedrag stabiele financie ring] / [Vereist bedrag stabiele financie ring] |
Minimaal 105% (tegen 2015) |
Net stable funding ratio (%) doel 2015: minimaal 105 140 70 FY2013: 111 |
|||
| Liquidity coverage ratio (LCR) |
[Liquide activa van hoge kwaliteit] / [to taal nettokasuitstroom voor de volgen de dertig kalenderdagen] |
Minimaal 100% (tegen 2015) |
Liquidity coverage ratio (%) doel 2015: minimaal 100 140 60 FY2013: 131 |
De minimum- en maximumwaardes in de grafieken hebben geen specifieke betekenis.
RWA van de groep (Basel II, in miljarden euro)
Het herstructureringsplan van de groep bevatte een opsomming van de activiteiten die we moe(s)ten desinvesteren. Eind 2013 was het volledig uitgevoerd. Specifiek in 2013 haalden we de volgende belangrijke mijlpalen:
Eind 2013 hebben we dus alle desinvesteringen uitgevoerd en moeten we alleen nog de al getekende verkopen van Antwerpse Diamantbank en van KBC Bank Deutschland finaal afronden.
De desinvesteringen in de afgelopen jaren maakten van KBC een kleinere, meer gefocuste groep. De grafiek die de daling van de risicogewogen activa (RWA) van de groep laat zien, is daarvan een illustratie.
Net zoals in voorgaande jaren verbeterden we in 2013 ons risicoprofiel nog verder, ook door middel van andere maatregelen. Een belangrijk element daarin is de verdere afbouw van onze historische portefeuille CDO- en ABS-papier. Het risico van de CDO's en ABS'en verminderde in 2013 immers aanzienlijk, tot een netto-exposure van 7,5 miljard euro eind 2013 (6,3 miljard euro voor CDO's en 1,2 miljard euro voor ABS'en). Sinds begin 2010 is dat een afbouw tot een kwart van het oorspronkelijke bedrag. Het resterende bedrag is bovendien voor een aanzienlijk deel gedekt door afwaarderingen en vooral door de overheidsgarantie van de Belgische staat. Die in 2009 getekende garantieovereenkomst ging initieel over een nominaal bedrag van 20 miljard euro, maar door de hierboven vermelde afbouw in de voorbije jaren daalde dat bedrag tot ongeveer 5,9 miljard euro op 31 december 2013.
In 2008 en 2009 verkocht KBC in totaal 7 miljard euro kernkapitaaleffecten aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest (elk 3,5 miljard euro). In 2012 betaalden we al de volledige steun van de Belgische overheid (3,5 miljard euro plus een premie van 15% daarop) terug. In 2013 betaalde KBC van de resterende 3,5 miljard euro steun van de Vlaamse overheid al 1,17 miljard euro terug, plus een premie van 50%. Begin 2014 betaalde KBC bijkomend 0,33 miljard euro steun van de Vlaamse overheid terug, plus een premie van 50%. KBC heeft de intentie om het resterende saldo van 2 miljard euro (plus premies) in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of sneller, mits goedkeuring van de toezichthouder. We zullen er daarbij altijd op toezien dat onze solvabiliteit op een voldoende hoog niveau blijft.
Desinvesteringsplan volledig uitgevoerd
Meer informatie over de CDO-exposure vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.
Meer informatie over de staatssteun vindt u in het deel Overige informatie.
Definiëring en meer uitleg bij de hierboven opgesomde gegevens: zie hoofdstukken per divisie, verder in dit jaarverslag. Kredietportefeuille: zie definitie in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer; deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.
26 Jaarverslag KBC 2013
We nemen onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving ernstig en willen dat laten blijken uit onze dagelijkse activiteiten. We hebben er dan ook bewust voor gekozen om geen aparte CSR-strategie uit te werken. Onze maatschappelijke betrokkenheid en engagementen zitten verweven in onze globale strategie, die enerzijds ons als bedrijf sterker maakt om een nog altijd woelige financiële wereld het hoofd te bieden, maar anderzijds ook focust op de toekomst. Verantwoordelijkheid voor het sociale, economische en milieuaspect wordt in onze bedrijfswaarden geïncorporeerd en naar alle niveaus van ons bedrijf uitgedragen.
We zijn ervan overtuigd dat we door ons betere inzicht in lokale cliënten producten en diensten kunnen aanbieden die perfect zijn afgestemd op hun behoeftes en dat dat ons concurrentievoordeel nog kan vergroten. Daarom krijgt local responsiveness in onze strategie een belangrijke plaats.
Johan Thijs, CEO KBC-groep
Maatschappelijk verantwoord bankverzekeren willen we concreet maken in de langetermijnrelaties met onze cliënten, een win-winsituatie voor beide partijen. Ook zetten we in op de lokale economie, de samenlevingen waarin we dagelijks ons werk verrichten.
We willen ook transparant zijn in onze manier van zaken doen. Duurzaam bankverzekeren betekent voor ons ook dat we als bedrijf denken aan de lange termijn, ten voordele van alle belanghebbenden. We willen daarbij de nodige veerkracht opbouwen om ons tijdig aan te passen aan veranderende behoeftes, eisen, wetten en economisch klimaat.
De Edelman Trust Barometer toont ons dat het vertrouwen in de financiële sector nog altijd op een laag niveau zit. We beseffen maar al te goed dat het vertrouwen opnieuw moet worden opgebouwd: focus op cliënten en de lokale economieën, transparantie, flexibiliteit en ons bedrijf duurzaam uitbouwen, zijn daarvoor de bouwstenen.
Transparantie en dialoog beginnen met luisteren. We willen in gesprek gaan met al onze belanghebbenden. Geen eenrichtingsverkeer, maar een open dialoog die ruimte geeft voor feedback, vragen en kritiek. Daarom zijn we in 2013 gestart met een uitgebreide bevraging van onze belanghebbenden (stakeholders). We vroegen hun bepaalde thema's in te delen naar belangrijkheid en KBC te evalueren op die thema's. We hebben ons dit jaar beperkt tot enkele groepen van belanghebbenden in België.
Voor onze cliënten, leveranciers, en leden van de Raad van Bestuur komen dezelfde items als uitermate belangrijk naar boven: financiële stabiliteit, kwaliteit en transparantie van de aangeboden producten en diensten, korte- en langetermijnstrategie, en een verantwoord risicobeleid.
De resultaten van de bevraging van onze medewerkers zijn niet opgenomen in de matrix. Enerzijds omdat hun bevraging deel uitmaakte van een grotere, algemene, jaarlijkse tevredenheidsenquête, en anderzijds omdat hun antwoorden een ander accent hebben: zij vinden naast de financiële stabiliteit, de werkzekerheid het belangrijkst, gevolgd door loonbeleid en transparantie.
Hieronder vindt u een schematisch overzicht van de belangrijke dimensies die uit de bevraging komen. Meer informatie vindt u in ons Verslag aan de samenleving, op www.kbc.com.
Dit zijn thema's die onze belanghebbenden als belangrijk beschouwen en waarvoor KBC een minder hoge score krijgt.
Dit zijn de thema's die onze belanghebbenden belangrijk vinden en waarvoor KBC een positieve evaluatie krijgt.
Dit zijn thema's die minder belangrijk zijn voor onze belanghebbenden en KBC krijgt daarvoor ook geen hoge score.
Dit zijn de thema's waar KBC goed op scoort, maar die voor onze belanghebbenden minder belangrijk zijn.
Tevredenheid over KBC
KBC wil zo transparant en open mogelijk met zijn belanghebbenden communiceren. We organiseren daartoe diverse contactmogelijkheden tussen het management en onze belanghebbenden. Het gaat dan onder meer over beleggersevents, personeelstevredenheidsenquêtes, cliëntentevredenheidsenquêtes, conferenties, roadshows of Investor Days, waarop telkens specifieke onderwerpen aan bod komen. Onder meer de diensten Corporate Communicatie, Investor Relations, HR, Marketing en het CSR-team begeleiden die contacten, en behartigen de vragen van de verschillende belanghebbenden. KBC verspreidt het hele jaar door informatie, onder meer in de vorm van persberichten en presentaties, en stelt bij de bekendmaking van de resultaten ook kwartaal-, halfjaar- en jaarverslagen ter beschikking. Die informatie vindt u op www.kbc.com, de website die naast diverse wettelijk verplichte meldingen (onder meer over de Algemene Vergaderingen) algemene bedrijfsinformatie en specifieke rapporten bevat, zoals risicorapporten en rapporten over duurzaam ondernemen.
In juni 2013 haalde Investor Relations van KBC bij de Extel Awards for Best Corporate Firm for IR in België de tweede plaats. KBC werd bovendien door de Belgische Vereniging van Financiële Analisten (BVFA) bekroond met de prijs voor de Beste Financiële Informatie, met topscores voor onder meer Investor Relations en voor de bedrijfswebsite www.kbc.com.
In april 2013 organiseerden we een stakeholderdebat, waar we ons Verslag aan de Samenleving voorstelden, en waarbij de aanwezigen kritische vragen konden stellen aan ons management. Het debat leidde tot constructieve feedback waarmee we in ons Verslag aan de Samenleving rekening houden. We zien dat debat niet als een eenmalige gebeurtenis, we zullen ook de volgende jaren een stakeholderdebat blijven organiseren, waar verschillende thema's kunnen worden besproken. Verder organiseren we face-to-face-interviews met ngo's, waar dan dieper op meer specifieke thema's wordt ingegaan. Zo hebben we met veevoerbedrijven en landbouwbedrijven een debat georganiseerd over de rol die KBC speelt en kan spelen in de handel in derivaten op landbouwgrondstoffen.
U vindt de presentatie en de feedback op www.kbc.com/duurzaamondernemen.
Bedrijfsrapportering evolueert geleidelijk aan van een louter financiële focus naar een geïntegreerde focus. Een geïntegreerde rapportering geeft een volledig beeld van de strategie en performance van een bedrijf, waarbij wordt verklaard hoe waarde wordt gecreëerd en behouden, nu en in de toekomst. Een belangrijke drijvende kracht achter die ontwikkeling naar geïntegreerde rapportering is de International Integrated Reporting Council, maar ook in Europa wordt nagedacht over het uitbreiden van de niet-financiële rapportering.
KBC sluit zich aan bij dat streven naar meer geïntegreerde rapportering en transparantie. De groep hecht in zijn communicatie momenteel al veel belang aan het aspect maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zo maken we sinds enkele jaren onze visie en prestaties op het gebied van CSR bekend in een afzonderlijk jaarlijks rapport, het CSR Report (op www.kbc.com). Sinds een tweetal jaren publiceert de groep ook het al hierboven vermelde Verslag aan de Samenleving, waarin we rapporteren over alle maatschappelijk relevante thema's die aan bod zijn gekomen bij de bedrijfsvoering in het afgelopen jaar. Het Verslag aan de Samenleving is geschreven in een heldere en bevattelijke taal, zonder vakjargon, met oog voor wat er in de maatschappij leeft. We streven met de groep in het algemeen ook naar een groter
Eerste plaats voor Financiële Informatie bij BVFA; tweede plaats in België voor Investor Relations bij de Extel Awards
Meer informatie over geïntegreerde rapportering zal beschikbaar zijn op www.kbc.com.
aandeel van niet-financiële en maatschappelijke aspecten van de bedrijfsvoering in onze rapportering. Ook ons jaarverslag zet stappen in die richting. In 2013 hebben we bovendien een programma gestart om de ontwikkeling naar geïntegreerde rapportering verder in goede banen te leiden.
Wanneer we worden aangesproken over maatschappelijk verantwoord ondernemen, gaat de eerste gedachte vaak naar rechtstreekse milieu-impact. Daar maken we zeker werk van: we leveren immers continu inspanningen om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, waarbij de aandacht uitgaat naar zowel de rechtstreekse als de onrechtstreekse impact op het milieu. Verder in dit jaarverslag vindt u diverse tabellen met milieu-efficiëntiegegevens. Milieu heeft bovendien invloed op onze activiteiten. Om maar een voorbeeld te geven: de klimaatverandering (meer stormen, meer extreme weersomstandigheden) kan bijvoorbeeld rechtstreeks, via hogere schadeclaims, onze verzekeringsresultaten negatief beïnvloeden.
Ook de sociale impact wordt spontaan met maatschappelijk verantwoord ondernemen geassocieerd. We blijven uiteraard oog hebben voor de sociale impact die we hebben op onze omgeving, en in het bijzonder in de steden waar we onze activiteiten uitoefenen (waar we hoofdkantoren hebben bijvoorbeeld). In Brussel bijvoorbeeld blijven we de projecten steunen waarmee we al lang een samenwerkingsakkoord hebben, zoals Foyer, Yes en Bonnevie, maar ook nieuwe projecten krijgen de nodige aandacht. Een voorbeeld daarvan is het Toekomst Atelier, dat kinderen wil inspireren door mogelijke toekomstbeelden te tonen. Het Atelier biedt extra lessen en educatieve activiteiten aan gemotiveerde kinderen tussen tien en veertien uit Brusselse aandachtswijken.
Maar onze rol gaat verder dan de steun aan maatschappelijke projecten. Zo bewaren we via ons mecenaat en het Rockoxhuis mee het culturele erfgoed van België, en maken we het toegankelijk voor het grote publiek. In Hongarije bouwt K&H zijn kunstcollectie stelselmatig verder uit (Art For a Better and More Meaningful World), waarbij de kunstwerken de waarden van K&H – dynamiek, verjonging en sociale ontwikkeling – nog meer in de verf zetten. Elke divisie van de groep zet zich in voor lokale maatschappelijke projecten, waarbij de focus afhangt van de lokale prioriteiten en cultuur. In de hoofdstukken over de divisies, verder in dit verslag, halen we diverse voorbeelden en initiatieven aan op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen in 2013.
We zijn er ons echter meer en meer van bewust dat onze maatschappelijke verantwoordelijkheid in de eerste plaats ligt in de wijze waarop we dagelijks zaken doen: welke impact kunnen we hebben op de lokale economieën waarin we werken, hoe nemen we onze verantwoordelijkheid op tegenover de overheden die ons in 2008 en 2009 financieel geruggensteund hebben, en vooral: hoe gaan we om met onze cliënten en medewerkers?
Een duurzame financiële groep zijn betekent eerst en vooral dat we duurzame, respectvolle relaties met onze cliënten hebben.
Als groep moeten we blijven inspelen op de wisselende behoeftes van de cliënt en op de voortdurend veranderende marktomstandigheden. De commerciële relatie met onze cliënten wordt meer en meer bepaald door een stringent wettelijk kader dat de cliënt wil beschermen en zijn belangen verdedigen. Voldoen aan die regelgeving is uiteraard het minimum, maar het vertrouwen in KBC zal vooral worden bepaald door hoe de cliënt de dienstverlening van KBC ervaart.
Daarom verzamelen we in de verschillende markten waarin onze groep actief is informatie over de ervaringen van de cliënten om op basis daarvan onze diensten en producten te verbeteren. De cliëntentevredenheidsenquêtes in onze verschillende entiteiten schetsen allemaal hetzelfde positieve beeld: over het algemeen is de KBC-cliënt tevreden over de service, bereikbaarheid en producten van zijn bank. Meer informatie vindt u in de hoofdstukken over de divisies.
De reputatiemeting die we dit jaar voor het eerst in alle landen hebben uitgevoerd, geeft hetzelfde beeld. Ze leert ons ook dat het vertrouwen in KBC bij niet-cliënten beperkter is. Daar hebben we nog een weg af te leggen.
Naast de dagelijkse dienstverlening hebben we ook oog voor de noden van specifieke cliëntengroepen: zo werken we in elk van onze kernmarkten aan oplossingen voor cliënten die een moeilijke financiële periode moeten overbruggen (met uitstel van betaling, aanpassing van de kredietvoorwaarden, schuldaflossingsplan, enzovoort). De financiële geletterdheid verhogen blijft ook een van onze prioriteiten. Het lessenpakket Een klare kijk op je geld (basisonderwijs) en Een klare kijk op je geld en verzekering (secundair onderwijs) in België en het Financial Literacy Program in Tsjechië zijn daar mooie voorbeelden van.
Circa 10 miljoen cliënten in vijf kernmarkten en Ierland
KBC vindt het belangrijk om als grote speler op de markt een motor te kunnen zijn voor de lokale economieën van onze thuismarkten. Dat doen we onder meer door kredieten te verschaffen en bepaalde projecten te financieren.
Onze kredietportefeuille omvat niet alleen kredieten aan particulieren en bedrijven, maar ook kredieten aan de socialprofitsector (zoals ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, onderwijs, lokale overheden). We financieren ook infrastructuurprojecten met een belangrijke invloed op de binnenlandse economische ontwikkeling (PPS-financiering voor sporthallen in Vlaanderen, financiering van wegenprojecten, enzovoort) en dragen bij aan de ontwikkeling van groeneenergieprojecten (bijvoorbeeld door de financiering van diverse onshore windprojecten). Een mooi voorbeeld van onze lokale verwevenheid is de campagne Het Gat in de Markt, waarbij KBC geïnteresseerde ondernemers wil helpen om het gat in de markt te vinden en zo het juiste project op te starten.
We worden ook door externe partijen aangesproken op onze onrechtstreekse impact op de samenleving: aan wie leveren we financiële diensten en is dat te verantwoorden? We nemen die opmerkingen ter harte, staan open voor dialoog en evalueren onze beleidsprincipes aangaande die thema's. In de debatten kwamen onder meer de volgende onderwerpen aan bod: ons beleid aangaande kernwapens, de UN Global Compact-principes en de handel in landbouwgrondstoffen. In 2013 hebben we al beslist om onze zwarte lijst voor controversiële wapens uit te breiden met bedrijven die de UN Global Compact-principes verregaand schenden. Voor de andere thema's verwachten we de resultaten in 2014.
KBC is niet langer betrokken in wat men – terecht of onterecht – voedselspeculatie noemt. KBC zal dus ook geen beleggingsproducten creëren die gebaseerd zijn op voedselprijzen. KBC blijft evenwel bedrijven die economische risico's lopen wegens schommelende landbouwprijzen, financiële producten aanbieden ter indekking van die risico's.
KBC is ook een grote verzekeraar in België en in de meeste van zijn Centraal- en Oost-Europese thuismarkten. De maatschappelijke relevantie van verzekeringen voor economie en maatschappij behoeft weinig commentaar. Het is het instrument bij uitstek om risico's af te dekken van activiteiten die levensnoodzakelijk zijn: zonder de autoverzekering geen verkeer en transport, zonder aansprakelijkheidsverzekeringen geen exploitatie van bedrijven, zonder brandverzekeringen geen beveiliging van het opgebouwde patrimonium, zonder arbeidsongevallenverzekeringen geen doeltreffende bescherming van de werknemers, zonder inkomens- en gezondheidsverzekeringen geen betaalbare gezondheidszorg. In dat kader hebben we een jarenlange traditie om samen te werken met tal van organisaties die actief zijn op het vlak van verkeersveiligheid, welzijn en begeleiding van slachtoffers.
KBC trekt resoluut de kaart van preventie. Preventie behoort tot het zijn van de verzekeraar. Het voorkomen van menselijk leed en aandacht voor waarden zoals veiligheid, gezondheid en zorg voor slachtoffers zijn enkele van de maatschappelijke doelstellingen die KBC zich oplegt. Als verzekeraar hebben we heel wat kennis en ervaring opgedaan over schadegevallen en hun oorzaken, maar ook over hoe ze kunnen worden voorkomen. We delen die kennis dan ook met onze cliënten met tips in diverse media. Daar waar het ons ontbreekt aan expertise, werken we samen met gespecialiseerde externe partners om aan de noden tegemoet te
komen. Zo lanceerden we in België de campagne Moeders Preventiewinkel (www.moederspreventiewinkel.be), een voor iedereen toegankelijke webwinkel die tips en informatie geeft en preventieproducten te koop aanbiedt die pech kunnen voorkomen. Meer daarover leest u in het hoofdstuk Divisie België.
Ook als werkgever zijn we een belangrijke motor van de economie, met wereldwijd ongeveer 36 000 mensen (in vte) die voor onze groep werken.
We beseffen maar al te goed dat we dankzij de betrokkenheid, tevredenheid en inzet van onze medewerkers sterke onderliggende resultaten neerzetten en onze strategie realiseren. Volgens een extern onderzoek georganiseerd door de Vlerick Business School behoorde KBC in 2013 trouwens opnieuw tot de tien beste grote werkgevers in België.
In de geüpdatete strategie van de groep staat de medewerker centraal in een innovatieve en duidelijk gedefinieerde bedrijfscultuur. KBC ontwikkelde een aantal hulpmiddelen om medewerkers te helpen en aan te moedigen om hun eigen gedrag aan de nieuwe bedrijfscultuur en strategie aan te passen. Er kwam een uniforme meting van de nieuwe bedrijfscultuur om op elk niveau van de groep de sterktes en aandachtspunten in kaart te brengen.
Door het beloningsbeleid permanent te evalueren en bij te sturen, wil de groep groeikansen geven aan zijn medewerkers en hen evenredig met hun prestaties belonen. KBC startte in België enkele jaren geleden al met een grondige actualisering van zijn personeelsbeleid onder de noemer HRinEvolution. Sindsdien hebben we het functieclassificatiesysteem verder geactualiseerd, een beleid over talentontwikkeling uitgewerkt, een groeipad voor nieuwe jonge kaderleden uitgestippeld en verdere alternatieve beloningsformules mogelijk gemaakt. Met de lancering van het nieuwe pensioenplan Safe4Future in België zal ook de opbouw van het aanvullend pensioen aansluiten op de concepten uit het nieuwe beloningsbeleid.
De groep heeft ook oog voor de mobiliteitsproblematiek van zijn medewerkers en lanceerde onder meer projecten voor decentraal en telewerken. Zo krijgen de medewerkers de kans om hun werk en privéleven beter in evenwicht te brengen. Daarnaast biedt KBC gratis pendelbussen tussen de treinstations en de hoofdkantoren en promoot het carpoolen, gebruik van fiets en openbaar vervoer en een groen wagenpark.
De groep maakt in het personeelsstatuut, het selectie- en promotiebeleid en de evaluatiesystemen geen enkel onderscheid wat betreft geslacht, geloofsovertuiging, afkomst of seksuele geaardheid. De gelijke behandeling van personeelsleden is ook opgenomen in de KBC-Gedragslijn en is onderwerp van meerdere niet-discriminatiemanifesten en charters die KBC onderschreef. Als werkgever wil KBC een duidelijk signaal geven aan de maatschappij: we gaan op een duurzame manier om met onze medewerkers, en wederzijds vertrouwen en respect behoren tot onze doelstellingen.
We willen mensen een uitdagende job aanbieden en hun de kans geven om hun talenten verder te ontwikkelen. Dat geldt niet alleen voor de jongere generatie, maar voor alle generaties van ons personeel. Een voorbeeld van dat laatste is hoe we in KBC België omgaan met
de mogelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de inzetbaarheid van oudere werknemers. Oudere werknemers kunnen zelf en in samenspraak met KBC kiezen voor de voor hen meest geschikte manier van werken, om daardoor gemotiveerd veel langer aan het werk te kunnen blijven.
Levenslang leren is ons motto. De groep besteedt dan ook bijzonder veel aandacht aan opleiding en heeft een uitgebreid ontwikkelingsaanbod uitgewerkt. Dat omvat een aantal opleidingsvormen die elkaar aanvullen en versterken, waaronder klassikaal leren, zelfstudie, eleren, werkplekleren en mentoring. Ontwikkelingsnoden zijn ook een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse evaluatie- en ontwikkelingsgesprek tussen de medewerker en zijn leidinggevende. Het ontwikkelingsaanbod voor leidinggevenden hebben we aangepast op basis van de KBC-strategie, de daarbinnen gedefinieerde bedrijfscultuur en het vernieuwde leiderschapsmodel.
In de tabel vindt u een verdeling van het totale personeelsbestand van de groep volgens diverse criteria. De cijfers zijn exclusief de groepsmaatschappijen waarvan de desinvestering nog niet volledig is afgerond. U vindt bijkomende informatie over personeelskosten en het gemiddelde personeelsbestand in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichtingen 12 en 13.
| 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|
| 37 083 | 36 177 |
| 44% | 45% |
| 52% | 51% |
| 4% | 4% |
| – | 35% |
| – | 23% |
| – | 25% |
| 17% | |
| 42% | 43% |
| 58% | 57% |
| 81% | 81% |
| 19% | 19% |
| 41 | 42 |
| 14,1 | 13,6 |
| – | 2,7 |
| – | 10 |
| – |
Sinds eind 2008 heeft de groep voor 7 miljard euro kernkapitaaleffecten uitgegeven, waarop de Belgische staat en het Vlaams Gewest, elk voor 3,5 miljard euro, intekenden. Op die steun betaalt KBC in principe een jaarlijkse coupon van 8,5% (voor zover er ook een dividend wordt betaald aan de aandeelhouders) en, bij terugbetaling, een premie. In mei 2009 ondertekende KBC ook een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's). Vereenvoudigd voorgesteld, gaat dat plan over een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro, dat nu al is gedaald tot 5,9 miljard euro. Ook voor die garantie betaalt de groep een belangrijke premie.
In 2012 betaalden we de volledige 3,5 miljard euro plus 15% premie terug aan de Belgische overheid. Midden 2013 betaalden we bovendien 1,17 miljard euro plus 50% premie terug aan de Vlaamse overheid, en begin 2014 nog eens 0,33 miljard euro plus 50% premie. We hebben de intentie om het resterend saldo van 2 miljard euro, plus premies, in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of eventueel sneller. Terugbetalingen zijn afhankelijk van de gebruikelijke goedkeuring door de Nationale Bank van België en de kapitaalpositie van de groep. Als KBC uiteindelijk alle staatssteun heeft terugbetaald, zal het totale bedrag aan terugbetalingen, couponbetalingen, premies en CDO-garantiepremies zijn opgelopen tot ruim 13 miljard euro.
Onze relatie met de overheid is vanzelfsprekend niet beperkt tot de staatssteun. Naast de kredietverlening aan particulieren en bedrijven, financieren we de economie bijvoorbeeld ook door onze directe en indirecte kredietverlening aan de overheden. Eind 2013 belegden we bijvoorbeeld ruwweg 25 miljard euro in Belgisch overheidspapier. KBC is bovendien al jarenlang betrokken bij het verzekeren van diverse instellingen van de Vlaamse overheid en werkt in Publiek-Private Samenwerkingen, of PPS, samen voor het realiseren van belangrijke maatschappelijke projecten.
Overheidssteun afgebouwd van 7 miljard euro tot 2 miljard euro begin januari 2014
In 2013 steeg onze beurskoers met 58% en op 31 december 2013 bereikte onze marktkapitalisatie daardoor 17,2 miljard euro. Onze langetermijnkredietratings bleven stabiel in 2013 en werden in maart 2014 door Standard & Poor's verhoogd. We lanceerden opnieuw verschillende emissies van gedekte obligaties. Over 2013 keren we geen dividend uit.
De slotkoers van ons aandeel op 31 december 2013 bedroeg 41,25 euro, een stijging van 58% in een jaar tijd (na de stijging van bijna 170% in 2012) en meer dan het dubbele van de stijging van de DJ Euro Stoxx Banks index 2013. Daardoor bedroeg eind 2013 onze marktkapitalisatie 17,2 miljard.
| KBC-aandeel | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Aantal uitstaande aandelen op 31 december (in miljoenen) | 417,0 | 417,4 |
| Wijziging in aantal aandelen in 2013 | Kleine toename met 397 003 aandelen als gevolg van de kapi taalverhoging voor het personeel in december 20131 |
|
| Aantal dividendgerechtigde aandelen op 31 december (in miljoenen) | 417,0 | 417,4 |
| Koersontwikkeling2 | ||
| Hoogste koers van het boekjaar (in euro) | 26,2 | 42,0 |
| Laagste koers van het boekjaar (in euro) | 9,1 | 25,8 |
| Gemiddelde koers van het boekjaar (in euro) | 17,3 | 32,8 |
| Slotkoers van het boekjaar (in euro) | 26,2 | 41,3 |
| Verschil slotkoers einde boekjaar versus einde vorig boekjaar | +169% | +58% |
| Marktkapitalisatie, in miljarden euro, op 31 december | 10,9 | 17,2 |
| Gemiddelde dagelijkse omzet op NYSE Euronext Brussels (bron: Bloomberg) |
||
| Aantal aandelen in miljoenen | 1,72 | 1,14 |
| In miljoenen euro | 30,0 | 36,1 |
| Eigen vermogen per aandeel (in euro) | 29,0 | 28,3 |
1 Meer informatie vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.
Op basis van slotkoersen; afgerond op een cijfer na de komma.
Het overzicht in de tabel is gebaseerd op de recentste transparantiemeldingen of, als ze recenter zijn, meldingen in het kader van de wet inzake openbare overnamebiedingen of andere beschikbare informatie.
| Aandeelhouders KBC Groep NV, volgens kennisgevingen | Aantal aandelen op moment van kennisgeving |
In procenten van huidig aantal aan delen |
|---|---|---|
| KBC Ancora (op 19 november 2013) | 77 516 380 | 18,6% |
| Cera (op 19 november 2013) | 11 127 166 | 2,7% |
| MRBB (eind 2013) | 50 889 864 | 12,2% |
| Andere vaste aandeelhouders (midden 2013) | 40 371 943 | 9,7% |
| Subtotaal vaste aandeelhouders | 179 905 353 | 43,1% |
| Free float* | 237 459 005 | 56,9% |
| Totaal | 417 364 358 | 100,0% |
* Informatie over notificaties van aandeelhouders die hieronder vallen, vindt u in het hoofdstuk Vennootschappelijke jaarrekening; voor 2013 betreft het alleen notificaties van BlackRock Inc.
Een overzicht van de ontvangen transparantiemeldingen en informatie over eigen aandelen bij groepsmaatschappijen vindt u in de hoofdstukken Verklaring inzake deugdelijk bestuur en Vennootschappelijke jaarrekening.
In november 2013 verkochten Cera en KBC Ancora 18,8 miljoen KBC-aandelen, waardoor hun participatie daalde naar 21,3%. Cera en KBC Ancora gebruikten de opbrengst van die verkoop voor de terugbetaling van leningen bij KBC, wat voor KBC leidde tot een positieve impact op de common equity ratio volgens Basel III (fully loaded) met circa 0,7 procentpunt.
In de grafiek vindt u een schatting van de verdeling per land van de institutionele beleggers uit de free float (die tekenen voor meer dan twee derde van de free float), gebaseerd op een onderzoek begin 2014.
Over het boekjaar 2013 (uitkering in 2014) stellen we, zoals al vroeger aangekondigd, geen dividend in het vooruitzicht (onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders). De uitbetaling van een coupon op de overblijvende kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Vlaamse overheid is verbonden aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Over het boekjaar 2013 betalen we bijgevolg in dat kader geen coupon aan de Vlaamse overheid.
Over het boekjaar 2014 heeft KBC Groep de bedoeling een brutodividend van maximaal 2 euro per aandeel uit te betalen op basis van de beschikbare winst die in dat boekjaar wordt gegenereerd (onder voorbehoud van goedkeuring door de betreffende Algemene Vergadering van Aandeelhouders).
Over het boekjaar 2015 heeft de groep de intentie geen dividend uit te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de betreffende Algemene Vergadering van Aandeelhouders), en bijgevolg ook geen coupon op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Vlaamse overheid.
Het is onze bedoeling vanaf het boekjaar 2016 opnieuw normaal dividend uit te betalen. De exacte dividendpolitiek vanaf dan zal worden voorgesteld op de KBC Investor Day in juni 2014.
Elke dividendbetaling moet uiteraard, zoals gebruikelijk, worden goedgekeurd door de regelgever. We zien er ook op toe dat de Vlaamse overheid een gemiddeld rendement op de door haar toegekende steun verkrijgt van meer dan 10% per jaar.
In de tabel vermelden we de langetermijn- en kortetermijnkredietratings van KBC Groep NV, KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. Die ratings bleven stabiel in 2013 en werden op 10 maart 2014 verhoogd door Standard & Poor's.
| Kredietratings*, 10-03-2014 | Langetermijnrating | Outlook/watch/ | review Kortetermijnrating |
|---|---|---|---|
| Fitch | |||
| KBC Bank NV | A- | (Stabiele outlook) | F1 |
| KBC Verzekeringen NV | A- | (Stabiele outlook) | – |
| KBC Groep NV | A- | (Stabiele outlook) | F1 |
| Moody's | |||
| KBC Bank NV | A3 | (Stabiele outlook) | P-2 |
| KBC Groep NV | Baa1 | (Stabiele outlook) | P-2 |
| Standard & Poor's | |||
| KBC Bank NV | A | (Stabiele outlook) | A-1 |
| KBC Verzekeringen NV | A | (Stabiele outlook) | – |
| KBC Groep NV | A- | (Stabiele outlook) | A-2 |
* Voor uitleg bij de verschillende ratings verwijzen we naar de respectievelijke ratingagentschappen.
In november 2012 kondigden we een programma aan voor de uitgifte van Belgische obligaties, gedekt door Belgische hypotheekleningen (pandbrieven of covered bonds) van 10 miljard euro, een kans om onze beleggersbasis en de fundingmix en -bronnen op lange termijn verder te diversifiëren met gedekte obligaties.
In december 2012 lanceerden we met veel succes een eerste uitgifte van gedekte obligaties, voor een bedrag van 1,25 miljard euro, met vijf jaar looptijd. In 2013 volgden een aantal nieuwe emissies, in totaal voor ruwweg 2,7 miljard euro, met verschillende looptijden.
U vindt de financiële kalender en contactgegevens achteraan in het deel Overige informatie.
Nettowinst 1 015 miljoen euro in 2013 • Aangepaste nettowinst 960 miljoen euro in 2013 • Stabiele nettorentemarge • Groei nettoprovisie-inkomsten • Gecombineerde ratio schadeverzekeringen 94% • Uitstekende kosten-inkomenratio van 52% • Hoge waardeverminderingen voor kredieten in Ierland.
| IFRS | Aangepast resultaat | |||
|---|---|---|---|---|
| Geconsolideerde resultaten van de KBC-groep (in miljoenen euro)1 | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 |
| Nettorente-inkomsten | 4 669 | 4 132 | 4 532 | 4 044 |
| Rente-inkomsten | 10 134 | 8 464 | – | – |
| Rentelasten | -5 465 | -4 332 | – | – |
| Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) | 622 | 536 | 622 | 536 |
| Verdiende premies | 1 500 | 1 259 | 1 500 | 1 259 |
| Technische lasten | -878 | -723 | -878 | -723 |
| Verzekeringen Leven (vóór herverzekering)2 | -240 | -242 | -240 | -242 |
| Verdiende premies | 1 475 | 1 132 | 1 475 | 1 132 |
| Technische lasten | -1 714 | -1 373 | -1 714 | -1 373 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -13 | -5 | -13 | -5 |
| Dividendinkomsten | 45 | 47 | 43 | 41 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waar deveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
420 | 1 191 | 789 | 779 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 181 | 252 | 180 | 213 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 1 315 | 1 484 | 1 324 | 1 487 |
| Provisie-inkomsten | 2 005 | 2 286 | – | – |
| Provisielasten | -690 | -802 | – | – |
| Overige netto-inkomsten | 734 | 123 | 252 | 343 |
| Totale opbrengsten | 7 733 | 7 517 | 7 488 | 7 197 |
| Exploitatiekosten | -4 248 | -3 871 | -4 184 | -3 826 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -2 511 | -1 933 | -1 195 | -1 729 |
| Op leningen en vorderingen | -1 072 | -1 719 | -1 072 | -1 638 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -95 | -34 | -37 | -20 |
| Op goodwill | -421 | -7 | 0 | -7 |
| Op overige | -923 | -173 | -86 | -64 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 2 | 1 | -31 | 1 |
| Resultaat vóór belastingen | 976 | 1 714 | 2 078 | 1 643 |
| Belastingen | -362 | -685 | -553 | -668 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 27 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 641 | 1 029 | 1 525 | 974 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 29 | 14 | 29 | 14 |
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moe dermaatschappij (nettoresultaat) |
612 | 1 015 | 1 496 | 960 |
| Aangepast nettoresultaat volgens divisie | ||||
| België | 1 360 | 1 570 | ||
| Tsjechië | 581 | 554 | ||
| Internationale Markten | -260 | -853 | ||
| Groepscenter | -185 | -311 | ||
| Rendement op eigen vermogen | 9% | 9% | ||
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 57% | 52% | ||
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten | 95% | 94% | ||
| Kredietkostenratio, bankieren | 0,71% | 1,19% |
– Niet beschikbaar aangezien de analyse van deze resultaatscomponenten op nettobasis gebeurt in de groep.
1 Definitie van de ratio's: zie Glossarium van gebruikte ratio's. Omschrijving van het aangepaste resultaat: zie verder in dit hoofdstuk. De voorstelling van de posten in verband met verdiende premies en technische lasten van de verzekeringsactiviteiten werd gewijzigd; zie deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichting 1 a.
2 Cijfers m.b.t. de verdiende premies (en technische lasten) bevatten niet de beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, die ruwweg overeenkomen met de tak 23-producten (3,6 miljard euro premies in 2012, 0,9 miljard euro in 2013).
In dit hoofdstuk bespreken we de geconsolideerde resultaten. Een bespreking van de niet-geconsolideerde resultaten en balans vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.
Om nog meer inzicht te verschaffen in de bedrijfsresultaten geven we naast de winst-enverliesrekening volgens IFRS (kolommen IFRS in het overzicht) een aangepaste voorstelling van de winst-en-verliesrekening (kolommen aangepast resultaat in het overzicht), waarin we een beperkt aantal niet-operationele elementen niet opnemen in de gebruikelijke posten, maar samenvatten in drie regels onderaan in het overzicht.
Die elementen, en hun invloed in 2013, zijn:
Daarnaast verplaatsen we de tradingresultaten, die in het IFRS-overzicht zijn opgenomen in verschillende posten, in het aangepaste resultatenoverzicht naar de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde. Vanwege het belang ervan gebeurt dat alleen voor KBC Bank België (Divisie België). De invloed van die verschuivingen op het nettoresultaat is per saldo uiteraard nihil.
Het nettoresultaat zonder de drie bovenvermelde elementen en na de vermelde verschuiving noemen we het aangepaste nettoresultaat.
De informatie per segment (divisie) is gebaseerd op het aangepaste overzicht, en de uitgesloten elementen (legacy-CDO- en desinvesteringsactiviteiten en waardering eigen kredietrisico) wijzen we integraal toe aan Groepscenter. Het aangepaste resultaatsoverzicht is als segmentrapportering ook in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen en is dus conform IFRS 8. IFRS 8 legt op af te wijken van de IFRS-principes als daarmee de management view wordt weergegeven. Dat is het geval aangezien de betreffende resultaten een belangrijk element zijn bij de beoordeling en sturing van de divisies. De commissaris heeft de segmentrapportering, als onderdeel van de geconsolideerde financiële staten, geauditeerd.
| Aansluiting IFRS-resultaat en aangepast resultaat (voor 2013, in miljoenen euro) |
IFRS voorstelling |
Verschuiving tradingresul taten (België) |
Invloed legacy-CDO |
Invloed legacy-desin vesteringen |
Invloed eigen kre dietrisico |
Aangepaste voorstelling |
|---|---|---|---|---|---|---|
| A | B | C | D | E | A+B -C-D-E |
|
| Nettorente-inkomsten | 4 132 | -82 | 5 | 0 | 0 | 4 044 |
| Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) | 536 | 0 | 0 | 0 | 0 | 536 |
| Verdiende premies | 1 259 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 259 |
| Technische lasten | -723 | 0 | 0 | 0 | 0 | -723 |
| Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) | -242 | 0 | 0 | 0 | 0 | -242 |
| Verdiende premies | 1 132 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 132 |
| Technische lasten | -1 373 | 0 | 0 | 0 | 0 | -1 373 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -5 | 0 | 0 | 0 | 0 | -5 |
| Dividendinkomsten | 47 | -4 | 2 | 0 | 0 | 41 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
1 191 | 87 | 559 | 0 | -60 | 779 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschik bare financiële activa |
252 | 2 | 0 | 42 | 0 | 213 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 1 484 | -3 | -7 | 0 | 0 | 1 487 |
| Overige netto-inkomsten | 123 | -1 | -1 | -220 | 0 | 343 |
| Totale opbrengsten | 7 517 | 0 | 559 | -179 | -60 | 7 197 |
| Exploitatiekosten | -3 871 | 0 | -37 | -9 | 0 | -3 826 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -1 933 | 0 | 0 | -204 | 0 | -1 729 |
| Op leningen en vorderingen | -1 719 | 0 | 0 | -82 | 0 | -1 638 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -34 | 0 | 0 | -13 | 0 | -20 |
| Op goodwill | -7 | 0 | 0 | 0 | 0 | -7 |
| Op overige | -173 | 0 | 0 | -109 | 0 | -64 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde onder nemingen |
1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| Resultaat vóór belastingen | 1 714 | 0 | 522 | -391 | -60 | 1 643 |
| Belastingen | -685 | 0 | -77 | 43 | 17 | -668 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfs activiteiten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 1 029 | 0 | 446 | -348 | -43 | 974 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 14 | 0 | 0 | 0 | 0 | 14 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1 015 | 0 | 446 | -348 | -43 | 960 |
| Geselecteerde balans- en solvabiliteitsinformatie, KBC-groep (in miljoenen euro) |
20121 | 2013 |
|---|---|---|
| Balanstotaal | 256 928 | 241 306 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 128 492 | 122 790 |
| Effecten (eigenvermogensinstrumenten en schuldinstrumenten) | 67 295 | 65 177 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 159 632 | 164 141 |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen |
30 058 | 30 488 |
| Risicogewogen activa | 102 148 | 90 541 |
| Totaal eigen vermogen2 | 15 879 | 14 514 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders | 12 017 | 11 826 |
| Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht | 3 500 | 2 333 |
| Belangen van derden | 362 | 354 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, in euro | 29,0 | 28,3 |
| Beheerd vermogen | 155 216 | 162 977 |
| Tier 1-ratio, groep (Basel II) | 13,8% | 15,8% |
| Core Tier 1-ratio, groep (Basel II) | 11,7% | 13,5% |
| Common equity ratio (Basel III, fully loaded, inclusief resterende over heidssteun en latente winsten, Deense compromismethode) |
10,5% | 12,8% (13,2%3 ) |
| Liquidity coverage ratio | 107% | 131% |
| Net stable funding ratio | 105% | 111% |
1 Balanstotaal en eigen vermogen aangepast naar aanleiding van de herziening van IAS 19 op 1 januari 2013.
2 Ontwikkeling van het eigen vermogen: zie deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties.
3 Volgens Building Block-methode.
Tenzij anders vermeld, betreffen de bespreking en de grafieken hierna het aangepaste resultaat, dus na uitsluiting van de invloed van de legacyactiviteiten en de waardering van eigen kredietrisico. Die elementen bespraken we hiervoor al in een aparte paragraaf.
Bijdrage van de in 2012 en 2013 gedesinvesteerde maatschappijen.
De nettorente-inkomsten bedroegen 4 044 miljoen euro in 2013. Zonder consolidatiekringschommelingen ligt dat 4% onder het niveau van 2012, onder meer door de lagere herbeleggingsopbrengsten, terwijl de commerciële marges gezond bleven.
De nettorentemarge van de bankactiviteiten bedroeg daardoor 1,75% in 2013 (1,2% in België, 3,0% in Tsjechië, 2,1% in de Internationale Markten), ruwweg hetzelfde niveau als in 2012.
Op vergelijkbare basis daalden de leningen en voorschotten aan cliënten, zonder reverse repo's (122 miljard euro eind 2013) per saldo met 2% in de loop van 2013, met een daling van 2% in Divisie België (0% als we de portefeuilles van de buitenlandse kantoren en de aandeelhoudersleningen uitsluiten), 6% groei in Divisie Tsjechië en 7% daling in Divisie Internationale Markten (groei in Slowakije en Bulgarije, maar daling in Ierland en Hongarije). Het totale depositovolume (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 153 miljard euro eind 2013) bleef ruwweg gelijk in 2013, op vergelijkbare basis, met stijgingen van 2% in Divisie België, 4% in Divisie Tsjechië en bijna 9% in Divisie Internationale Markten (met een aanzienlijke groei in Ierland, dankzij het succes van de retaildepositowervingscampagnes in dat land) en een daling bij Groepscenter (vooral bij KBC Ifima).
In 2013 bedroegen de verdiende premies van schadeverzekeringen 1 259 miljoen euro, dat is 3% meer dan het jaar daarvoor na correctie voor consolidatiekringschommelingen. De groei in België bedroeg 4%, in Tsjechië 3% en in de drie andere Centraal- en Oost-Europese markten samen -5%. De verzekeringstechnische lasten stegen met 2% in 2013, op vergelijkbare basis, deels door de overstromingen in Tsjechië en stormen in België. Op groepsniveau verbeterde de gecombineerde ratio met 1 basispunt tot een goede 94%.
De verdiende levensverzekeringspremies bedroegen 1 132 miljoen euro in 2013. Daarbij zijn evenwel, conform IFRS, bepaalde types levensverzekeringen uitgesloten (vereenvoudigd: de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen). Als we de premie-inkomsten voor die producten meetellen, bedragen de totale premie-inkomsten uit levensverzekeringen ongeveer 1,8 miljard euro, tegenover een bijzonder hoge 4,8 miljard euro in 2012. In de twee belangrijkste markten, België en Tsjechië, was er een daling, vooral bij de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23-producten). Dat is voor België onder andere een gevolg van de gewijzigde fiscale behandeling van tak 23-levensverzekeringscontracten sinds begin 2013, het lagerenteklimaat en een verschuiving naar beleggingsfondsen. In totaal maakten in 2013 de producten met rentegarantie ongeveer 52% uit van de levensverzekeringspremie-inkomsten en namen de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen 48% voor hun rekening. Op 31 december 2013 bedroegen de Levenreserves 25,4 miljard euro voor Divisie België, 1,1 miljard euro voor Tsjechië en 0,5 miljard euro voor de drie andere Centraal- en Oost-Europese kernmarkten samen.
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 487 miljoen euro in 2013, een stijging met 15% ten opzichte van het jaar daarvoor (zonder consolidatiekringschommelingen). De stijging situeert zich voor het grootste deel in Hongarije en in België. In België is de belangrijkste factor voor die stijging de groei van de instap- en beheersvergoedingen voor beleggingsfondsen.
Eind 2013 bedroeg het totale beheerd vermogen van de groep (beleggingsfondsen en vermogensbeheer voor particuliere en institutionele beleggers) om en bij 163 miljard euro, 5% meer dan eind 2012 op vergelijkbare basis, door een positief prijs- én volume-effect. Het grootste deel van het eind 2013 beheerde vermogen slaat op Divisie België (151 miljard euro) en op Tsjechië (6 miljard euro).
Nettoprovisie-inkomsten (in miljoenen euro)
Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, of kortweg trading- en reëlewaarderesultaat, bedroeg in 2013 779 miljoen euro, tegenover 789 miljoen euro het jaar daarvoor. We herhalen dat een aantal elementen uit deze post zijn uitgesloten (invloed van de legacy-CDO-portefeuille en van de waardering van het eigen kredietrisico) en dat de tradinggerelateerde inkomsten uit Divisie België, die volgens IFRS onder andere opbrengstenposten vallen, bij dat trading- en reëlewaarderesultaat geteld zijn. De positieve ontwikkeling van deze resultaatspost is onder meer te danken aan het zeer positieve resultaat van de marked-to-marketwaardering van bepaalde derivaten die worden gebruikt voor balansbeheer (280 miljoen euro versus -61 miljoen euro in 2012).
De andere inkomsten (dividenden, gerealiseerde meerwaarden en overige netto-inkomsten) bedroegen samen 597 miljoen euro in 2013, 122 miljoen euro meer dan in 2012. Dat verschil is onder meer het gevolg van de hogere overige netto-inkomsten; die post bevatte in 2012 onder meer een positieve 126 miljoen euro recuperatie met betrekking tot een oud fraudegeval bij KBC Lease UK en een bijkomende boeking in verband met het 5-5-5-product, en in 2013 recuperaties van moratoriuminteresten voor enkele succesvol afgesloten dossiers en meerwaarden bij de verkoop van enkele gebouwen.
Resultaat uit financiële instrumenten Andere inkomsten (dividendinkomsten, netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa, overige netto-inkomsten)
De exploitatiekosten bedroegen 3 826 miljoen euro in 2013. Dat is zonder consolidatiekringschommelingen een stijging van 2% ten opzichte van het jaar daarvoor, wat onder meer te maken heeft met de invoering van een heffing op financiële transacties in Hongarije (inclusief een bijkomende daarmee gerelateerde eenmalige heffing), hogere kosten in Ierland (meer personeel) en hogere pensioengerelateerde kosten, die de lagere gewone personeelskosten en het positieve wisselkoerseffect compenseerden. Zonder wisselkoerseffecten en eenmalige elementen bleven de kosten ruwweg op hetzelfde niveau als in 2012.
De kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van de groep bedroeg in 2013 ongeveer 52% (54% na uitsluiting van enkele volatiele elementen), een verbetering ten opzichte van de 57% in 2012. Voor Divisie België bedroeg de kosten-inkomstenratio 47%, voor Divisie Tsjechië 47% en voor Divisie Internationale Markten 69%.
Exploitatiekosten (in miljoenen euro)
Jaarverslag KBC 2013 47
Andere waardeverminderingen (in miljoenen euro)
De waardeverminderingen op leningen en vorderingen, of kredietvoorzieningen, bedroegen 1 638 miljoen euro in 2013, tegenover 1 072 miljoen euro in 2012. Die stijging is nagenoeg volledig op conto van Ierland te schrijven, waar we in het vierde kwartaal onze kredietportefeuille herbekeken en een groot bedrag aan bijkomende kredietvoorzieningen aanlegden. Voor heel 2013 bedroegen de kredietvoorzieningen voor Ierland daardoor 1 059 miljoen euro, tegen 547 miljoen euro in 2012. De andere kredietvoorzieningen bedroegen samen 579 miljoen euro in 2013. Dat is 328 miljoen euro in België, 76 miljoen euro in Hongarije (31 miljoen meer dan in 2012, ook hier voor een groot deel door de kredietportefeuille te herbekijken), 52 miljoen euro in Tsjechië en 123 miljoen euro voor de rest.
Per saldo verslechterde de kredietkostenratio van de groep daardoor van 71 basispunten in 2012 naar 119 basispunten in 2013. Dat was 37 basispunten in Divisie België, 25 basispunten in Divisie Tsjechië en 448 basispunten in Divisie Internationale Markten (Ierland 672 basispunten, Slowakije 60 basispunten, Hongarije 150 basispunten en Bulgarije 119 basispunten). Op 31 december 2013 bedroeg het aandeel van de non-performing kredieten in de totale kredietportefeuille 5,9%, ten opzichte van 5,3% in 2012. Dat is 2,5% in België, 3,0% in Tsjechië en een hoge 19,2% in Internationale Markten (vooral door Ierland, met een non-performing ratio van 26,2%). De non-performing kredieten (zie definitie in het Glossarium) waren eind 2013 voor 49% gedekt door waardeverminderingen voor non-performing kredieten, of 72% wanneer alle waardeverminderingen voor kredieten worden meegeteld. U vindt meer informatie over de samenstelling van de kredietportefeuille in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
De andere waardeverminderingen in 2013 bedroegen samen 91 miljoen euro in 2013 en hadden onder meer betrekking op obligaties en vastgoed.
We wijzen er wel op dat aangezien de grafiek is gebaseerd op het aangepaste nettoresultaat, de waardeverminderingen met betrekking tot desinvesteringen (legacy) niet inbegrepen zijn: die waardeverminderingen waren relatief beperkt in 2013, maar bedroegen in 2012 samen nog 1,2 miljard euro. Dat hoge bedrag sloeg op de toen nog te desinvesteren bedrijven (waardeverminderingen op goodwill en op overige, vooral met betrekking tot Absolut Bank, KBC Banka, NLB, Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland).
Per divisie is het aangepaste nettoresultaat van de groep in 2013 als volgt verdeeld: België 1 570 miljoen euro (stijging met 210 miljoen euro tegenover 2012, vooral wegens sterke nettoprovisie-inkomsten en overige inkomsten), Tsjechië 554 miljoen euro (lichte daling met 27 miljoen euro tegenover 2012, voor het grootste deel door de negatieve wisselkoersimpact), Internationale Markten -853 miljoen euro (daling met 593 miljoen euro tegenover 2012, nagenoeg uitsluitend door de hogere waardeverminderingen in Ierland) en Groepscenter -311 miljoen euro (daling met 126 miljoen euro tegenover 2012).
Een meer gedetailleerde analyse van de resultaten per divisie vindt u in de betreffende hoofdstukken van dit verslag.
Eind 2013 bedroeg het geconsolideerde balanstotaal van de groep 241 miljard euro, 6% lager dan eind 2012. De risicogewogen activa daalden in 2013 zelfs met 11% tot 91 miljard euro.
De belangrijkste producten op de actiefzijde van de balans blijven de Leningen en voorschotten aan cliënten (kredieten) met 122 miljard euro eind 2013 (zonder reverse repo's). Op vergelijkbare basis daalden de Leningen en voorschotten aan cliënten in totaal met 2% (2% daling in Divisie België, 6% stijging in Divisie Tsjechië, en 7% daling bij Internationale Markten). De belangrijkste kredietproducten (cijfers inclusief reverse repo's) blijven de termijnkredieten met 55 miljard euro en de woningkredieten met 54 miljard euro. De effecten bedroegen 65 miljard euro eind 2013, 3% minder dan het jaar voordien. Ze bestonden voor 3% uit aandelen en voor 97% uit obligaties en soortgelijke. Andere belangrijke posten op de actiefzijde van de balans waren de Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (16 miljard euro), Derivaten (9 miljard euro positieve marktwaarde) en de Beleggingscontracten van (tak 23-) verzekeringen (13 miljard euro).
Op vergelijkbare basis bleven de totale cliëntendeposito's (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's) van de groep ongeveer gelijk, op 153 miljard euro. De deposito's groeiden aan in Divisie België met 2%, in Divisie Tsjechië met 4%, in Divisie Internationale Markten met 9% (vooral dankzij de retaildepositocampagne in Ierland), maar daalden met 9% in Groepscenter. De voornaamste depositoproducten (cijfers inclusief repo's) blijven de termijndeposito's met 55 miljard euro, de zichtdeposito's met 39 miljard euro en de depositoboekjes met 35 miljard euro (dat laatste is een status-quo met 2012).
Bij de andere belangrijke posten op de passiefzijde van de balans vermelden we de Technische voorzieningen en de schulden met betrekking tot de beleggingscontracten van de verzekeraar (samen 30 miljard euro), Derivaten (10 miljard euro negatieve marktwaarde) en de Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (14 miljard euro).
Op 31 december 2013 bedroeg het totale eigen vermogen van de groep 14,5 miljard euro. Dat bestond uit 11,8 miljard euro eigen vermogen van de aandeelhouders, 0,4 miljard euro belangen van derden en de overblijvende 2,33 miljard euro niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten verkocht aan de Vlaamse overheid. Het totale eigen vermogen verminderde in 2013 per saldo met 1,4 miljard euro, wat voor het grootste deel te maken heeft met de gedeeltelijke terugbetaling van de Vlaamse overheidssteun (-1,75 miljard euro inclusief de 50% premie), de opname van de jaarwinst (+1 miljard euro), de couponbetaling op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheden met betrekking tot 2012 (-0,5 miljard euro), de uitbetaling van het dividend met betrekking tot 2012 (-0,4 miljard euro) en de wijziging van de AFS- en cashflowreserves (samen +0,2 miljard euro).
Eind 2013 bedroeg de Tier 1-ratio volgens Basel II van de groep 15,8% en de core Tier 1-ratio 13,5%. De common equity ratio volgens Basel III, fully loaded, Deense compromismethode, inclusief de nog overblijvende staatssteun en de herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa, bedroeg 12,8% eind 2013, comfortabel boven de interne doelstelling van 10%. De liquiditeitspositie van de groep bleef uitstekend, wat zich uit in een LCR-ratio van 131% en een NSFR-ratio van 111% eind 2013.
* Percentage na aanpassing voor wisselkoersschommelingen.
Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau
Deense compromismethode)
Jaarverslag KBC 2013 49
50 Jaarverslag KBC 2013
Divisie België omvat, vereenvoudigd voorgesteld, de activiteiten van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV, en hun Belgische dochtervennootschappen, met als belangrijkste CBC Banque, KBC Asset Management, KBC Lease Groep (België), KBC Securities en KBC Group Re.
KBC is altijd in de buurt en bereikbaar. We maken deel uit van de lokale gemeenschap. En onze expertise willen we nog vlotter delen. Zo maken we het verschil.
Daniel Falque, CEO België
2013 was een jaar waarin een matig herstel van de conjunctuur zich aftekende, de inflatie sterk afkoelde en de langetermijnrente – weliswaar met vallen en opstaan, vooral in de VS – een opwaarts pad insloeg. Zeker in vergelijking met voorgaande jaren was het een jaar van relatieve kalmte in de Europese muntunie. Structurele hervormingen begonnen vruchten af te werpen en belangrijke stappen werden gezet naar een bankenunie. Dat vertaalde zich in een verdere ontspanning op de Europese financiële markten, ondanks problemen in enkele kleine landen.
Tegen de achtergrond van de sterke inflatieafkoeling en de uiterst zwakke kredietverlening verlaagde de Europese Centrale Bank nog twee keer haar beleidsrente en gaf ze te kennen dat ze die rente allicht nog geruime tijd laag zal houden. Ook in de VS ligt een verhoging van de beleidsrente niet in het verschiet. De centrale bank zocht er vanaf mei 2013 naar het gepaste moment om de uitzonderlijke versoepeling (quantitative easing) terug te schroeven (tapering), en startte daarmee begin 2014. Die zoektocht was trouwens de belangrijkste drijfkracht achter het stijgingspad van de Amerikaanse langetermijnrente.
In de eurozone wogen de structurele verbeteringen en het vertrouwensherstel uiteindelijk zwaarder door, waardoor de risicopremies verkleinden en de stijging van de langetermijnrente er minder uitgesproken was dan in de VS. Het renteverschil tussen het tienjaarse Belgische en Duitse overheidspapier viel vanaf de zomer terug tot ongeveer 60 basispunten op het einde van het jaar.
Ook de Belgische economie is sinds de lente van 2013 aan de beterhand. Het vertrouwen bij ondernemers en consumenten verbeterde al vroeg in het jaar en vanaf de zomer bleek het herstel ook alsmaar meer uit harde cijfers, zoals die van de bbp-groei en de industriële productie. De gezinsconsumptie leefde op en het schuchtere, maar toch duidelijke groeiherstel in de eurozone gaf steun aan de uitvoer. Naar het jaareinde toe verschenen ook de eerste positieve signalen uit de arbeidsmarkt, met onder meer een toename van het aantal vacatures en van de gepresteerde uren uitzendarbeid. Na al een stijging van 7,2% eind 2011 naar 8,1% eind 2012 piekte de werkloosheidsgraad in de zomer van 2013 op 8,5%.
Ondanks de kentering van de conjunctuur namen ook de faillissementscijfers in 2013 nog sterk toe. Een belangrijke groep bedrijven kon de grote recessie in 2008-2009 alleen maar zonder veel kleerscheuren doorkomen door hun reserves aan te spreken, maar kreeg het daardoor des te zwaarder te verduren tijdens de relatief milde recessie van 2012. Vooral de bouwsector werd zwaar getroffen en bleef dan ook de opvallende achterblijver in het herstel. Toch moet de golf van faillissementen die in 2013 aanhield, worden genuanceerd. Hoewel we de voorbije jaren de ergste economische malaise in de naoorlogse periode hebben meegemaakt, bereikte de jaarstijging van het aantal faillissementen niet de piekcijfers van 1981 en 1992. Een en ander vertaalde zich wel in een zwakkere ontwikkeling van de kredieten, vooral de bedrijfskredieten.
| Macro-economische indicatoren België | 2013 | |
|---|---|---|
| 2012 | (schatting*) | |
| Groei bbp (reëel) | -0,1% | 0,2% |
| Inflatie (gemiddelde jaarstijging consumptieprijzen in %) | 2,8% | 1,1% |
| Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, per einde jaar) | 8,1% | 8,4% |
| Financieringssaldo overheid (in % van het bbp) | -4,0% | -2,7% |
| Overheidsschuld (in % van het bbp) | 99,8% | 99,7% |
* Schatting begin 2014.
In 2013 zakte het begrotingstekort beneden de 3%-drempel en haalde België de aan Europa beloofde één procentpunt structurele sanering.
Na de bijna nulgroei in 2012-2013 ligt voor 2014 nog altijd maar een reële bbp-groei van 1% tot 1,5% in het verschiet. De groei van de Belgische economie zal weliswaar steun vinden in de internationale conjunctuurverbetering, maar ook getemperd blijven door de gezondmaking van de openbare financiën. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2014. Het is dus mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.
* Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen (meestal op 30 september). Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's. Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.
Het netwerk van KBC Bank en CBC Banque biedt een brede waaier aan van krediet-, deposito-, assetmanagement-, verzekerings- en andere financiële producten voor privépersonen, kmo's, vermogende cliënten (samen retail) en grotere bedrijven.
De retailstrategie in België is gebaseerd op een sterke lokale verankering via een fijnmazig netwerk van bankkantoren en verzekeringsagentschappen, ondersteund door complementaire directe kanalen. Eind 2013 bestond ons retailnetwerk in België uit een achthonderdtal retail- en privatebankingkantoren van KBC Bank en CBC Banque en iets minder dan vijfhonderd exclusieve verzekeringsagentschappen van KBC Verzekeringen en CBC Assurances. We leggen expliciet de nadruk op relatiebankverzekeren, op maat van iedere cliënt en met vlot toegankelijke expertise voor iedere cliënt.
De dienstverlening aan grotere bedrijven gebeurt vooral via een netwerk van dertien bedrijvencentra en enkele kantoren van CBC Banque die naast retailcliënten ook bedrijven bedienen. De dienstverlening aan bedrijven omvat een brede waaier van diensten, waaronder kredietverlening, cashmanagement, betalingsverkeer, handelsfinanciering, leasing, geldmarktactiviteiten, kapitaalmarktproducten, aandelenhandel en corporate finance. Tot Divisie België behoort ook het beperkte netwerk van (een tiental) kantoren van KBC Bank in het buitenland, die focussen op activiteiten en cliënten die een link hebben met de (vooral Belgische) kernmarkten van KBC.
Een belangrijk kenmerk van ons model in België is de unieke samenwerking tussen onze bankkantoren en verzekeringsagentschappen in micromarkten, waarover meer in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur. Die samenwerking stelt ons in staat aan onze cliënten een productaanbod te leveren dat op hun behoeften is afgestemd. Enkele cijfers om het succes van ons model te illustreren: eind 2013 hadden bijna de helft van de gezinnen die cliënt zijn bij KBC Bank minstens één bankproduct en één verzekeringsproduct van KBC in portefeuille. Nog een voorbeeld: bij zo'n acht op tien verkochte woningkredieten verkochten we ook een KBC-Woningpolis.
Gezien het belang van cliëntentevredenheid bij relatiebankverzekeren volgen we de tevredenheid van onze cliënten op de voet. De jaarenquête 2013 over de bankkantoren bevestigt de trend van de afgelopen jaren. Dat wil zeggen: een blijvende sterke tevredenheid en loyaliteit van de cliënten. In cijfers: 81% van de cliënten is zeer tevreden (geeft een score van acht of meer op tien); dat is vergelijkbaar met het jaar voordien.
Ook de tevredenheid van de KBC-medewerkers staat op een bijzonder hoog niveau. De recentste rondvraag leverde 96% tevreden medewerkers op, waarvan 51% zich zelfs zeer of uitermate tevreden noemen.
We geloven in de kracht van fysieke aanwezigheid met een kantoren- en agentennetwerk, dicht bij de cliënt, maar we verwachten ook een verdere stijging van het belang van interneten mobiel bankverzekeren. We werken ook continu aan nieuwe applicaties in dat verband, onder meer met de verschillende toepassingen voor mobiel bankieren op smartphones en tablet-pc's, die we voortdurend verbeteren en uitbreiden. KBC-Mobile Banking telt nu al meer dan 160 000 actieve gebruikers. Begin 2013 lanceerden KBC en CBC hun app voor ondernemers: KBC/CBC-Mobile Business Banking.
Ook KBC-Online biedt cliënten almaar meer informatie en mogelijkheden om zelf bank- en/ of verzekeringsverrichtingen te doen en heeft al 1,2 miljoen abonnees, waarvan bijna 900 000 actieve gebruikers. Ook via sociale media als LinkedIn, Facebook, YouTube en Twitter is KBC hoe langer hoe beter bereikbaar. Bovendien lanceerden we in 2013 twee nieuwe websites, specifiek voor bedrijven en voor financiële instellingen: www.kbccorporates.com en www.kbcfi.com.
Unieke en succesvolle bankverzekeringssamenwerking
Cliëntentevredenheid op hoog niveau
Continue ontwikkeling en verdieping van de elektronische kanalen
We passen ons product- en dienstenaanbod uiteraard voortdurend aan aan de veranderende behoeften van de cliënten, nieuwe wetgeving en maatschappelijke trends.
Onze lokale verwevenheid illustreerden we met de campagne Een steentje bijdragen, een opvallend initiatief dat aantoont dat KBC het spaargeld van zijn Belgische cliënten vrijwel integraal opnieuw in de Belgische economie investeert. De campagne maakt duidelijk dat KBC, dankzij zijn sterke lokale aanwezigheid, bruggen kan bouwen tussen de spaarbehoeften van zijn particuliere cliënten enerzijds en de kredietbehoeften van zijn particuliere en bedrijfscliënten anderzijds. Om de betrokkenheid heel concreet te maken, konden de cliënten op de website van KBC hun voorkeur aangeven voor een lokaal project dat KBC financiert en hun sympathie wegdraagt. Daarbij kon de spaarder een boodschap achterlaten die op een echte miniatuurbaksteen werd gegraveerd. Achteraf kregen de zaakvoerders de geproduceerde steentjes overhandigd.
We bieden onze cliënten trouwens een hele waaier aan spaar- en beleggingsproducten aan die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de Belgische economie, waaronder de KBC-Termijnrekening 100% Invest. KBC verbindt er zich toe om iedere euro die via die termijnrekening wordt opgehaald, opnieuw te investeren in kmo-kredietverlening in een door de belegger zelf gekozen Vlaamse provincie. Daarnaast biedt KBC verscheidene specifieke beleggingsfondsen aan die rechtstreeks investeren in Belgische en/of Vlaamse bedrijven, waaronder de fondsen KBC EquiPlus 90 Belgian Economy, KBC Participation Belgian Economy en KBC Equity Fund Flanders.
Een ander voorbeeld van onze local responsiveness in de praktijk: omdat blijkt dat het aantal startende ondernemingen in Vlaanderen daalt, en onder meer de opstartkosten en -moeilijkheden daar een vaak aangehaalde reden voor zijn, lanceerden we Start it @kbc. Daarmee wil KBC, samen met een aantal partners, starters helpen bij verschillende aspecten van het ondernemerschap, zoals contacten leggen en een netwerk uitbouwen. KBC stelt bovendien gratis ruimte ter beschikking in de KBC-Toren in Antwerpen. Het project mikt vooral op ondernemingen die innoverend te werk gaan en bijdragen tot een duurzame lokale economie.
Dankzij ons ruime en aangepaste productaanbod behoren we tot de top van de financiële instellingen in België. Op basis van voorlopige gegevens en eigen schattingen bedroeg ons marktaandeel in België eind 2013 bijna 23% voor kredietverlening en iets meer dan 17% voor deposito's. Het aandeel op de verzekeringsmarkt bedroeg een geschatte 17% voor Leven (tak 21 en tak 23 samen) en bijna 9% voor Schade. Voor beleggingsfondsen scoren we zoals in de voorgaande jaren zeer hoog met een geschat marktaandeel van 33%.
Ondanks onze sterke positie – vooral in Vlaanderen – hebben we de ambitie nog verder te groeien, maar wel op een rendabele en verantwoorde manier. Daarbij denken we onder meer aan resoluut verder inzetten op innovatie, het onderzoeken of er specifieke kansen liggen in bepaalde regio's en productsegmenten en onze sterke directe kanalen (online en mobiel bankieren) verder ontwikkelen.
Diverse opvallende campagnes onderstrepen onze verwevenheid met de lokale economie
Duidelijk en expliciet maatschappelijk engagement
Onze maatschappelijke betrokkenheid en verwevenheid in de Belgische samenleving overstijgt het aanbieden van gepaste producten en diensten en uit zich ook in de verschillende initiatieven die we nemen op het gebied van milieu, preventie en bestrijding van kansarmoede en achterstelling. Enkele voorbeelden:
| Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep in België, per vte | 2012 | 2013* | |
|---|---|---|---|
| Energieverbruik (in GJ)* | Elektriciteit | 20,8 | 21,3 |
| Waarvan elektriciteit afkomstig van groene energie | 100% | 100% | |
| Fossiele brandstoffen (gas en stookolie) | 12,6 | 16,0 | |
| Vervoer (in km) | Woon-werkverkeer | 8 867 | 8 288 |
| Dienstritten | 5 573 | 5 358 | |
| Papier- en waterverbruik, afval | Papier (in ton) | 0,13 | 0,12 |
| Water (in m3 ) |
8,5 | 9,0 | |
| Afval (in ton) | 0,29 | 0,33 | |
| Emissie van broeikasgassen (in ton)* | 1,8 | 2,5 |
Hierna vindt u enkele milieuefficiëntiegegevens voor de KBC-groep in België.
* De stijgingen hebben deels met de weersomstandigheden (strenge winter) te maken, deels met lagere bezetting van ons patrimonium en methodologische verfijningen.
We vinden het niet alleen belangrijk om onze eigen ecologische voetafdruk te verminderen, we proberen ook initiatieven te ondersteunen die streven naar een klimaatneutrale of duurzamere omgeving. Voorbeelden daarvan zijn de innoverende initiatieven Leuven Klimaatneutraal in Leuven en Stadslab 2050 in Antwerpen, waarbij door samenwerking met verschillende partijen van de samenleving manieren gezocht worden om het energieverbruik van onze huizen, steden, bedrijven en de mobiliteit in het algemeen naar beneden te brengen.
Net zoals dat in vorige jaren het geval was, mochten we in België verschillende prijzen in ontvangst nemen die niet alleen onze financiële prestaties, maar ook onze maatschappelijke betrokkenheid belonen. Enkele voorbeelden:
Dankzij ons maatschappelijke engagement genieten we veel krediet bij onze cliënten en daar willen we op voortbouwen. Acties zoals Het Gat in de Markt zijn bovendien een goed voorbeeld van wat we in onze strategie local responsiveness noemen en op die weg willen we zeker voortgaan.
| Resultaten Divisie België* (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettorente-inkomsten | 2 722 | 2 648 |
| Verzekeringen niet-leven (vóór herverzekering) | 375 | 409 |
| Verdiende premies | 916 | 955 |
| Technische lasten | -541 | -546 |
| Verzekeringen leven (vóór herverzekering) | -305 | -274 |
| Verdiende premies | 847 | 831 |
| Technische lasten | -1 153 | -1 105 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -11 | -6 |
| Dividendinkomsten | 40 | 40 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
506 | 544 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 119 | 171 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 948 | 1 061 |
| Overige netto-inkomsten | 107 | 292 |
| Totale opbrengsten | 4 499 | 4 885 |
| Exploitatiekosten | -2 195 | -2 249 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -328 | -363 |
| Op leningen en vorderingen | -246 | -328 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -36 | -7 |
| Op goodwill | 0 | 0 |
| Op overige | -46 | -28 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Resultaat vóór belastingen | 1 976 | 2 273 |
| Belastingen | -619 | -703 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 1 357 | 1 570 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -3 | 0 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (nettoresultaat) | 1 360 | 1 570 |
| Bankactiviteiten | 988 | 1 255 |
| Verzekeringsactiviteiten | 371 | 315 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 52 884 | 49 751 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 5 717 | 5 400 |
| Rendement op toegewezen kapitaal | 23% | 28% |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 51% | 47% |
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten | 95% | 93% |
* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013. Onafhankelijk van de resultaatspost in IFRS bundelen we in dit schema alle tradinggerelateerde opbrengsten in de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (voor de andere divisies is dat niet het geval, aangezien het daar niet belangrijk is).
In 2013 genereerde Divisie België een nettoresultaat van 1 570 miljoen euro, tegenover 1 360 miljoen euro het jaar daarvoor.
In 2013 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 2 648 miljoen euro, 3% minder dan in 2012. Dat is vooral toe te schrijven aan lagere opbrengsten uit de obligatieportefeuille van de verzekeraar (vooral door een lager rendement op de herbeleggingsportefeuille) en de afbouw van activiteiten bij de buitenlandse kantoren, terwijl het commerciële nettorenteresultaat steeg (onder meer dankzij de betere marges op kredieten). De nettorentemarge van KBC Bank daalde licht van 1,26% in 2012 naar 1,24%.
De leningen in voorschotten aan cliënten, zonder reverse repo's (82 miljard euro eind 2013) van de divisie daalden met 2% in 2013, maar dat is deels te wijten aan de bewuste afbouw bij de buitenlandse kantoren van KBC Bank en de afbouw van de aandeelhoudersleningen (zonder de buitenlandse kantoren en de aandeelhoudersleningen blijft de portefeuille ruwweg gelijk). Het depositovolume (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 97 miljard euro eind 2013) groeide aan met 2% in een jaar tijd.
De verdiende verzekeringspremies bedroegen 1 786 miljoen euro, waarvan 831 miljoen euro voor levensverzekeringen en 955 miljoen euro voor schadeverzekeringen.
De schadeverzekeringspremies stegen met ruwweg 4% (vooral in de tak Brand en andere schade aan goederen) en het schadeniveau was maar licht hoger dan in 2012. Bijgevolg bedroeg de gecombineerde ratio een goede 93% in 2013, tegenover 95% in 2012.
De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (ruwweg de tak 23-producten), klokte af op 1,5 miljard euro, opmerkelijk lager dan de zeer hoge 3,9 miljard euro in 2012. Dat is nagenoeg volledig te wijten aan de sterke daling van de verkoop van tak 23-producten, die deels toe te schrijven is aan de gewijzigde fiscale behandeling sinds 2013 en een verschuiving naar beleggingsfondsen. Daardoor tekenden per saldo de producten met rentegarantie voor 55% van de levensverzekeringsverkopen in 2013, en de producten gekoppeld aan beleggingsfondsen voor een relatief lage 45%. Eind 2013 bedroegen de uitstaande Levenreserves van Divisie België 25,4 miljard euro, 1% meer dan eind 2012.
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 061 miljoen euro. Dat is 12% meer dan in 2012, onder meer dankzij de assetmanagementactiviteiten (groei van instap- en beheersvergoedingen voor beleggingsfondsen), voor een deel tenietgedaan door lagere provisie-inkomsten in verband met tak 23-verzekeringsproducten (de marge op die producten wordt onder nettoprovisie-inkomsten geboekt). Het door deze divisie beheerde vermogen steeg op jaarbasis met 5% tot 151 miljard euro, door een combinatie van een licht positief volume-effect en een sterker positief prijseffect.
Nettoresultaat 1 570 miljoen euro in 2013, 15% meer dan in 2012
Groei nettoprovisie-inkomsten uit assetmanagement, stijging overige inkomsten, daling nettorente-inkomsten
Uitstekende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten en goede gecombineerde ratio voor de schadeverzekeringen
De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 171 miljoen euro en betreft voor 42% aandelen en voor 58% obligaties (in 2012 omvatte deze post ook de verliezen in verband met de verkopen van overheidsobligaties van GIIPS-landen). De dividendinkomsten bedroegen 40 miljoen euro en het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 544 miljoen euro, waarbij het lagere tradingresultaat meer dan gecompenseerd wordt door een hogere marked-to-marketwaardering van bepaalde derivaten die gebruikt worden voor balansbeheer. De overige netto-inkomsten bedroegen 292 miljoen euro, tegenover 107 miljoen euro in 2012. Het cijfer voor 2013 bevat onder meer moratoriuminteresten in verband met succesvol afgesloten geschillen, meerwaarden bij de verkoop van vastgoed, enzovoort, terwijl het cijfer voor 2012 negatief was beïnvloed door boekingen in verband met onder meer het 5-5-5-product.
In 2013 bedroegen de exploitatiekosten van deze divisie 2 249 miljoen euro. Dat is per saldo 2% meer dan het jaar daarvoor, waarbij diverse elementen elkaar compenseren (iets hogere ICT-kosten, hogere pensioenkosten, iets lagere gewone personeelskosten, iets hogere bankenbelastingen, enzovoort). De kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten verbeterde daardoor van 51% in 2012 tot een zeer gunstige 47% in 2013 (weliswaar begunstigd door enkele volatiele positieve elementen bij de inkomsten).
De waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de kredietportefeuille van Divisie België bedroegen 328 miljoen euro in 2013, 82 miljoen euro meer dan in 2012. Dat mondt uit in een kredietkostenratio van 37 basispunten in 2013, tegen 28 basispunten in 2012. Eind 2013 was ongeveer 2,5% van de portefeuille van Divisie België geclassificeerd als non-performing (zie definitie in het Glossarium), tegenover 2,3% eind 2012. De 28 miljoen euro overige waardeverminderingen hebben, zoals het jaar voordien, grotendeels betrekking op vastgoed.
60 Jaarverslag KBC 2013
Divisie Tsjechië omvat alle activiteiten van KBC in Tsjechië. Dat zijn vooral de activiteiten van de CˇSOB-groep (via de merknamen CˇSOB Bank, Era, Postal Savings Bank, Hypotecˇni banka en CˇMSS), de verzekeraar CˇSOB Pojišt'ovna, CˇSOB Asset Management en Patria Finance.
In 2013 hebben we ons ook in Tsjechië de nieuwe groepsstrategie eigen gemaakt. Op heel wat vlakken is de aanpak verbeterd: een nieuwe benadering van retailcliënten, een betere aansturing van ons kantorennetwerk en een productontwikkeling die korter op de bal speelt.
Pavel Kavánek, CEO Tsjechië (vanaf mei 2014 opgevolgd door John Hollows)
De Tsjechische economie begon 2013 met een zesde opeenvolgende kwartaal van negatieve groei. De uitvoer leed onder de zwakke conjunctuur in de eurozone en de binnenlandse vraag werd geremd door het restrictieve begrotingsbeleid. Aan die recessie kwam een einde in het tweede kwartaal dankzij de aantrekkende buitenlandse vraag. De private consumptie en de investeringsdynamiek daarentegen bleven ondermaats als gevolg van de aanhoudende begrotingsconsolidatie.
In de loop van 2013 herstelde de economische activiteit mondjesmaat om pas tegen het eind van het jaar echt aan kracht te winnen. Dat voorzichtige herstel ging gepaard met een zwakke inflatiedynamiek, die zich beneden de comfortzone van de Tsjechische centrale bank bevond. Ze achtte het risico op deflatie reëel, maar moest op zoek naar nieuwe beleidsinstrumenten aangezien de beleidsrente al in november 2012 tot een minimum was verminderd. Nadat ze gedurende een jaar had gedreigd met wisselkoersinterventies besliste ze in november een plafondkoers van 27 Tsjechische kronen per euro in te stellen en ongelimiteerd kronen te verkopen om die te handhaven.
De conjunctuur weerspiegelde zich in een zwakke bedrijfskredietverlening. Bedrijven probeerden hun financieringsnoden zoveel mogelijk met interne middelen te voldoen, terwijl ze ook meer een beroep deden op rechtstreekse financiering via de kapitaalmarkt. De kredietverlening aan gezinnen, in het bijzonder voor de aankoop van een woning, bleef daarentegen veel dynamischer.
Voor 2014 verwachten we dat de Tsjechische economie opnieuw zal aanknopen bij groei. Enerzijds zal de uitvoer wellicht profiteren van de door de centrale bank teweeggebrachte wisselkoersverzwakking. Anderzijds zal het budgettaire beleid de binnenlandse vraag minder remmen. Lage inflatie ondersteunt de reële inkomensgroei, wat een duwtje in de rug betekent voor de private consumptie. Op een duurzaam herstel van de investeringscyclus is het wellicht wachten tot de overtollige productiecapaciteit is weggewerkt. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2014. Het is dus mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.
| Macro-economische indicatoren Tsjechië | 2013 | |
|---|---|---|
| 2012 | (schatting*) | |
| Groei bbp (reëel) | -0,9% | -1,1% |
| Inflatie (gemiddelde jaarstijging van de consumptieprijzen in %) | 3,5% | 1,4% |
| Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, per einde jaar) | 7,1% | 6,8% |
| Financieringssaldo overheid (in % van het bbp) | -4,4% | -2,9% |
| Overheidsschuld (in % van het bbp) | 46,2% | 49,0% |
* Schatting begin 2014.
* Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen (meestal op 30 september; voor cliënten rekening gehouden met een ruw geschatte overlapping tussen de verschillende groepsmaatschappijen). Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's. Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.
Net zoals dat in België het geval is, bezit KBC in Tsjechië zowel een bank als een verzekeringsmaatschappij, die nauw samenwerken. Wat bankieren betreft, werkt de groep via de 319 bankkantoren van Cˇ SOB en Era en heeft hij bovendien nog ongeveer 173 vestigingen van andere dochtermaatschappijen (CˇMSS, Hypotecˇni banka, Cˇ SOB Leasing) en zo'n 3 100 PSBvestigingen in kantoren van de Tsjechische post. Daarnaast is er ook een uitgebreid netwerk van agenten, tussenpersonen en brokers.
Ook de verkoop van verzekeringen gebeurt via verschillende distributiekanalen, waaronder een netwerk van exclusieve verzekeringsagenten, kantoren van Cˇ SOB Pojišt'ovna, de Cˇ SOBbankkantoren en multi-agenten en individuele brokers. Net zoals in België wordt het netwerk aangevuld met verschillende elektronische kanalen, zoals Cˇ SOB InternetBanking, Cˇ SOB BusinessBanking en Cˇ SOB SmartBanking.
Onze Tsjechische groepsmaatschappijen bieden een ruim gamma aan van bankproducten (zoals kredieten, deposito's, verschillende gespecialiseerde financiële diensten), verzekeringsproducten (Leven en Schade) en assetmanagementproducten. Net zoals in België ligt de focus op retail/kmo's.
Het productaanbod wordt regelmatig gescreend en aangepast. Een greep uit de nieuwe producten:
Omvangrijk multikanaal bank- en verzekeringsnetwerk in Tsjechië
KBC is via zijn Tsjechische groepsmaatschappijen een zeer belangrijke speler in Tsjechië. In 2013 bedroeg ons marktaandeel naar schatting meer dan 19% voor zowel kredieten als voor deposito's. Voor de belangrijkste bankproducten bezet de Cˇ SOB-groep telkens een topdriepositie inzake marktaandeel in Tsjechië. Net zoals dat in België het geval is, overstijgt in Tsjechië het marktaandeel in beleggingsfondsen dat van de traditionele depositoproducten. Eind 2013 ramen we dat marktaandeel op 28%. We ramen onze marktaandelen op de verzekeringsmarkt op iets meer dan 6% voor zowel schadeverzekeringen als levensverzekeringen.
Als grote financiële speler in Tsjechië behartigen we onze rol in de Tsjechische samenleving. Zo zijn we er een grote werkgever en besteden we in die hoedanigheid bijzonder veel aandacht aan personeelstevredenheid. We nemen bijvoorbeeld diverse initiatieven om onze werknemers een betere werk-levenbalans te verschaffen door flexibele werktijden, thuiswerk en dergelijke. We meten ook zelf om de twee jaar de tevredenheid van onze medewerkers en ondernemen op basis van de resultaten gerichte acties. De recentste enquête leerde dat de werknemerstevredenheid en loyaliteit bij Cˇ SOB hoger is dan het gemiddelde voor Tsjechië en bovendien nog licht is gestegen in vergelijking met twee jaar voordien.
Gezien het belang van cliëntentevredenheid in een concept van relatiebankverzekeren volgen we uiteraard ook de tevredenheid van de cliënten op de voet. We voeren op regelmatige tijdstippen cliëntentevredenheidsonderzoeken uit en lanceren op basis van de resultaten nieuwe campagnes en acties. De tevredenheidsenquêtes in onze bankkantoren in Tsjechië in 2013 geven aan dat meer dan 80% van onze cliënten tevreden is, een bijzonder sterke prestatie. De algemene meting van de cliëntentevredenheid inzake merk en productaanbod vullen we trouwens aan met specifieke, actieve en directe enquêtes, onder meer direct na een kantoorbezoek.
Onze maatschappelijke betrokkenheid in Tsjechië uit zich ook in de initiatieven die onze groepsmaatschappijen nemen voor mecenaat en bestrijding van kansarmoede en achteruitstelling, milieu en productaanbod. De focus ligt op duurzame langetermijnactiviteiten op het vlak van scholing en ontwikkeling, verscheidenheid en milieu. Enkele voorbeelden:
schappij
laat verlopen en tegelijk de kans biedt aan de donors om via Facebook hun ervaringen te delen en anderen aan te zetten hetzelfde te doen.
• De maatschappijen van de KBC-groep hebben ook aandacht voor hun ecologische voetafdruk en nemen diverse initiatieven om die voetafdruk te verkleinen. In dat kader is het hoofdkantoor in Tsjechië een voorbeeld van ecologisch en duurzaam bouwen.
Net zoals dat in vorige jaren het geval was, mochten we in Tsjechië verschillende prijzen in ontvangst nemen. De prijzen belonen niet alleen onze financiële prestaties, maar ook onze maatschappelijke betrokkenheid. Enkele voorbeelden:
Hieronder vindt u een tabel met een selectie van milieuefficiëntie-informatie voor Cˇ SOB in Tsjechië.
| Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep (CˇSOB) in Tsjechië, per vte | 2012 | 2013 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Energieverbruik (in GJ) | Elektriciteit | ||||
| Fossiele brandstoffen (gas en stookolie) | 6,1 | 6,3 | |||
| Papier- en waterverbruik, afval | Papier (in ton) | 0,14 | 0,14 | ||
| Water (in m3 ) |
14,6 | 15,7 | |||
| Afval (in ton) | 0,23 | 0,25 |
Opnieuw diverse prijzen in 2013
| Resultaten Divisie Tsjechië* (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Nettorente-inkomsten | 1 027 | 960 |
| Verzekeringen niet-leven (vóór herverzekering) | 74 | 62 |
| Verdiende premies | 169 | 170 |
| Technische lasten | -95 | -108 |
| Verzekeringen leven (vóór herverzekering) | 31 | 25 |
| Verdiende premies | 369 | 199 |
| Technische lasten | -338 | -173 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -6 | 4 |
| Dividendinkomsten | 1 | 0 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
96 | 82 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 5 | 16 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 180 | 199 |
| Overige netto-inkomsten | 28 | 10 |
| Totale opbrengsten | 1 436 | 1 359 |
| Exploitatiekosten | -689 | -649 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -69 | -56 |
| Op leningen en vorderingen | -63 | -52 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | -1 | 0 |
| Op goodwill | 0 | 0 |
| Op overige | -5 | -3 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Resultaat vóór belastingen | 678 | 654 |
| Belastingen | -97 | -100 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 581 | 554 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 0 | 0 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (nettoresultaat) | 581 | 554 |
| Bankactiviteiten | 557 | 529 |
| Verzekeringsactiviteiten | 25 | 26 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 14 283 | 13 455 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 1 465 | 1 380 |
| Rendement op toegewezen kapitaal | 35% | 35% |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 47% | 47% |
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten | 95% | 96% |
* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013.
.
In 2013 behaalde Tsjechië een nettowinst van 554 miljoen euro, ten opzichte van 581 miljoen euro in 2012. Na uitzuivering van wisselkoersschommelingen is dat een daling met minder dan 2%.
In 2013 bedroegen de nettorente-inkomsten van die divisie 960 miljoen euro, een daling van 7% ten opzichte van 2012. Zonder wisselkoersverschillen (de Tsjechische kroon deprecieerde gemiddeld 3% in 2013) was de daling maar 4%. Naast een technisch element, spelen hier vooral de druk op de depositomarges en algemeen lagere herbeleggingsopbrengsten, die de gestegen rente-inkomsten van de kredietverlening meer dan compenseerden.
De leningen in voorschotten aan cliënten, zonder reverse repo's (18 miljard euro) groeiden in 2013 aan met 6% (na uitzuivering van wisselkoerseffecten), onder meer dankzij een aanhoudend sterke groei van de woningkredieten en de kredieten aan bedrijven. Het depositovolume (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 25 miljard euro eind 2013) steeg met 4% in 2013. De gemiddelde nettorentemarge bedroeg 3,00% in 2013, ten opzichte van 3,2% in 2012 (daling deels door technische factoren, zonder die elementen bedroeg de nettorentemarge 3,03% in 2013).
De verdiende verzekeringspremies bedroegen 369 miljoen euro, waarvan 199 miljoen euro voor levensverzekeringen en 170 miljoen euro voor schadeverzekeringen.
De schadeverzekeringspremies stegen met 3% in 2013 en de technische lasten stegen met 17% (uitgezuiverd voor wisselkoerseffecten), onder meer door het effect van de overstromingen in Tsjechië. De gecombineerde ratio verslechterde lichtjes van 95% in 2012 naar 96% in 2013, onder meer als gevolg van een goede herverzekeringsdekking.
De verdiende levensverzekeringspremies bedroegen 0,2 miljard euro in 2013, bijna de helft lager dan in 2012, wat vooral te wijten was aan een lagere verkoop van tak 23-producten van Maximal Invest. Globaal waren de tak 23-producten in 2013 nog goed voor 67% van de totale verkopen van levensverzekeringen en de producten met rentegarantie voor 33%. De uitstaande Levenreserves bedroegen eind 2013 ongeveer 1,1 miljard euro.
Nettoresultaat 554 miljoen euro in 2013, 5% minder dan in 2012 (-2% uitgezuiverd voor wisselkoerseffecten)
Groei nettoprovisie-inkomsten en gerealiseerde meerwaarden, maar lagere nettorente-inkomsten en overige inkomsten
Uitstekende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten, kleine verslechtering van de gecombineerde ratio voor de schadeverzekeringen
De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 199 miljoen euro in 2013. Dat is een stijging van 11% (zelfs 14% zonder het wisselkoerseffect) tegenover het jaar daarvoor, die onder andere te maken heeft met een groei van de fees in verband met beleggingsfondsen. Het beheerde vermogen van de divisie bedroeg eind 2013 ongeveer 6 miljard euro, een stijging met zo'n 6% in een jaar.
De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 16 miljoen euro (tegenover 5 miljoen euro in 2012), het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 82 miljoen euro (14% lager dan het jaar voordien) en de overige netto-inkomsten bedroegen 10 miljoen euro (onder meer begunstigd door rente in verband met een oud kredietdossier).
De exploitatiekosten bedroegen 649 miljoen euro in 2013. Dat is 6% minder dan in 2012, of -3% na uitzuivering van wisselkoerseffecten, waarbij diverse elementen meespelen, onder andere lagere herstructurerings-, ICT- en marketingkosten. De kosten-inkomstenratio van de Tsjechische bankactiviteiten bedroeg een zeer goede 47% in 2013, hetzelfde niveau als het jaar daarvoor.
In 2013 bedroegen de waardeverminderingen op leningen en vorderingen, of kredietvoorzieningen, 52 miljoen euro, een daling ten opzichte van de 63 miljoen euro in 2012. De kredietkostenratio van de divisie bedroeg bijgevolg 25 basispunten in 2013, tegenover 31 basispunten in 2012. Eind 2013 was ongeveer 3,0% van de Tsjechische kredietportefeuille geclassificeerd als non-performing (zie definitie in het Glossarium), tegenover 3,2% eind 2012. De andere waardeverminderingen bedroegen samen 3 miljoen euro.
68 Jaarverslag KBC 2013
Divisie Internationale Markten omvat de activiteiten in de andere (niet-Tsjechische) Centraalen Oost-Europese kernlanden, meer bepaald CˇSOB Bank en CˇSOB Poist'ovnˇa in Slowakije, K&H Bank en K&H Insurance in Hongarije en CIBank en DZI Insurance in Bulgarije, en ook de activiteiten van KBC Bank Ireland in Ierland.
Internationale Markten werkt met landen die soms erg verschillen. 'Samenwerking in verscheidenheid' is dan ook onze leuze. Door uitwisseling tussen de diverse ondernemingen van de groep tillen we iedereen naar een hoger niveau.
Danny De Raymaeker, CEO Internationale Markten (vanaf mei 2014 wordt Luc Gijsens CEO van deze divisie)
Regionale sterkhouder Slowakije kampte in 2013 met een forse vertraging van de groei. Aan de oorsprong van die groeivertraging lag het remmende effect van het begrotingsbeleid op de binnenlandse vraag. Bovendien woog de zwakke conjunctuur in de eurozone op de uitvoerdynamiek. 2014 belooft beterschap. De zwaarste budgettaire correctie is achter de rug en de uitvoer zal profiteren van de aantrekkende conjunctuur in de eurozone. Voor 2014 verwachten we een reële bbp-groei van ongeveer 2%.
Hongarije begon 2013 in recessie, maar de economische activiteit toonde een fragiel herstel in de loop van het jaar, begeleid door een forse versoepeling van het monetaire beleid. Die versoepeling werd ook mogelijk gemaakt door de gunstige ontwikkeling van de Hongaarse kredietrisicopremie. De noodzakelijke consolidatie van de overheidsfinanciën gebeurde voornamelijk ten nadele van de bedrijven. Daardoor hield de private consumptie relatief goed stand, maar was er een negatieve impact op de investeringsdynamiek. De economie bleef in de greep van de schuldafbouw, maar het programma van de centrale bank om de kredietverlening aan kleine en middelgrote ondernemingen aan te wakkeren, leek enig soelaas te brengen.
Mee onder impuls van de aantrekkende uitvoer verwachten we een sterkere reële bbp-groei van ongeveer 2% in 2014.
In Bulgarije zorgde het ontslag van de regering in februari 2013 voor politieke en sociale onrust, wat een duurzaam conjunctuurherstel fnuikte. Bovendien was het begrotingsbeleid restrictief als gevolg van het wetgevend kader ter verdediging van de muntraad. Naar het einde van het jaar trad een conjunctuurverbetering op en we verwachten dat die zich voortzet in 2014 met een reële bbp-groei van 1,8%.
Ierland ging in 2013 met rasse schreden vooruit met de uitvoering van het ingrijpende hervormingsprogramma. Daardoor stapte het aan het einde van het jaar als eerste eurocrisisland uit het internationale steunprogramma. De concurrentiekracht is grotendeels hersteld, zodat de uitvoer kan profiteren van de conjunctuurherleving op de belangrijkste buitenlandse afzetmarkten (VS, VK en eurozone). Er is vooruitgang in de gezondmaking van de overheidsfinanciën en na de succesvolle herstructurering van de banken wordt werk gemaakt van het verminderen van de achterstallige kredieten en een rendabiliteitsherstel in de sector. Het verminderen van de private schulden weegt nog wel op de kredietverlening, maar de huizenmarkt stabiliseert en de investeringsvraag en werkgelegenheidscreatie beginnen te hernemen.
| Macro-economische | Hongarije | Slowakije | Bulgarije | Ierland | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| indicatoren | 2012 | 2013 * | 2012 | 2013 * | 2012 | 2013 * | 2012 | 2013 * |
| Groei bbp (reëel) | -1,7% | 1,2% | 1,8% | 1,0% | 0,8% | 0,6% | 0,2% | 0,3% |
| Inflatie (gemiddelde jaarstijging consumptieprijzen in %) |
5,7% | 1,7% | 3,7% | 1,5% | 2,4% | 0,4% | 2,0% | 0,4% |
| Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, per einde jaar) |
11,1% | 8,8% | 14,4% | 13,8% | 12,6% | 13,0% | 14,0% | 12,1% |
| Financieringssaldo overheid (in % van het bbp) |
-2,0% | -2,9% | -4,5% | -3,0% | -0,8% | -2,0% | -8,2% | -7,2% |
| Overheidsschuld (in % van het bbp) |
79,8% | 80,7% | 52,2% | 54,3% | 18,5% | 19,4% | 117,4% | 122,3% |
* Schatting begin 2014.
Hoewel de verdere sanering van de overheidsfinanciën en de private schuldafbouw de groei van de binnenlandse vraag nog wat beperkt zullen houden, suggereert de verbetering van het consumenten- en producentenvertrouwen een belangrijk conjunctuurherstel in 2014.
Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2014. Het is dus mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.
| Hongarije | Slowakije | Bulgarije | Ierland | |
|---|---|---|---|---|
| Bankkantoren | 220 | 128 | 104 | 7 |
| Verzekerings netwerk |
Verschillende kanalen |
Verschillende kanalen K&H Bank en K&H Insurance in Hongarije gebruiken hetzelfde logo. |
Verschillende kanalen |
– |
| Cliënten (miljoenen) | 1,6 | 0,6 | 0,5 | 0,2 |
| Kredietportefeuille (miljarden euro) |
5,1 | 4,6 | 0,7 | 15,3 |
| Deposito's en schuldpapier (miljarden euro) |
5,9 | 4,6 | 0,5 | 3,5 |
| Marktaandelen | ||||
| - bankproducten | 9% | 10% | 2% | –2 |
| - beleggingsfondsen | 17% | 7% | – | – |
| - levensverzekeringen | 3% | 5% | 10% | – |
| - schadeverzekeringen | 5% | 3% | 10% | – |
1 Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen (voor cliënten rekening gehouden met een ruw geschatte overlapping tussen de verschillende groepsmaatschappijen in elk land). Voor traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's. Voor levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.
2 Retailmarktaandeel: 10% voor hypothecaire kredieten, 3% voor deposito's
Divisie Internationale Markten omvat de activiteiten van KBC in Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Ierland. In elk van de vermelde Centraal- en Oost-Europese kernmarkten bezitten we een bank en een verzekeringsmaatschappij; in Ierland hebben we alleen een bank, die sinds kort ook verzekeringsproducten aanbiedt. Terwijl bij KBC in België de verzekeringsactiviteiten uitsluitend via exclusieve agenten en bankkantoren verlopen, werken de Centraal- en Oost-Europese verzekeraars van de groep ook samen met andere distributiekanalen, waaronder verzekeringsmakelaars en multi-agenten.
Onze maatschappijen in elk van de Centraal- en Oost-Europese kernmarkten bieden een ruim gamma aan van bankproducten (kredieten, deposito's, verschillende gespecialiseerde financiële diensten), verzekeringsproducten (Leven en Schade) en assetmanagementproducten (die laatste niet in Bulgarije). In de meeste markten bezitten we een ruim en algemeen productaanbod en sterke marktaandelen, maar in sommige markten focussen we op bepaalde deelmarkten en/of producten. Zo leggen bijvoorbeeld onze verzekeraars in Hongarije en Slowakije de klemtoon op producten voor privépersonen en kmo's.
In Hongarije bezit de groep K&H Bank, de op een na grootste bank van het land, maar opereren we in een relatief moeilijke marktomgeving, met opnieuw toegenomen overheidsbelastingen voor de financiële sector. Onze entiteiten in Hongarije zetten sterk in op de samenwerking tussen bank en verzekeraar. Voor 2013 schatten we ons marktaandeel in Hongarije op 8% voor kredieten, 9% voor deposito's, 17% voor beleggingsfondsen, 3% voor levensverzekeringen en 5% voor schadeverzekeringen. In totaal bedienen we er circa 0,9 miljoen bancaire cliënten en 0,8 miljoen verzekeringscliënten.
Onze Slowaakse bank, Cˇ SOB, behoort tot de top vier in dat land en is in de voorbije jaren uitgegroeid tot een belangrijke speler in de markt voor particulieren met onder meer een gestage opbouw van de hypotheekportefeuille. Onze verzekeraar streeft, onder andere door groei via het bankkanaal en professionalisering van het agentennetwerk, naar schaalvergroting in bepaalde segmenten. Voor 2013 schatten we ons marktaandeel in Slowakije op 10% voor kredieten en voor deposito's, 7% voor beleggingsfondsen, 5% voor levensverzekeringen en 3% voor schadeverzekeringen. In totaal bedienen we er circa 0,4 miljoen bancaire cliënten en 0,3 miljoen verzekeringscliënten.
In Bulgarije bezit de groep een grote verzekeraar, zowel in levensverzekeringen als in schadeverzekeringen, terwijl onze Bulgaarse bank nog relatief klein is. Voor 2013 schatten we ons marktaandeel in Bulgarije op 2% tot 3% voor kredieten en voor deposito's, en 10% voor levensverzekeringen en voor schadeverzekeringen. In totaal bedienen we er circa 0,3 miljoen bancaire cliënten en 0,3 miljoen verzekeringscliënten.
In Ierland ten slotte hebben we alleen een bancaire dochtermaatschappij, KBC Bank Ireland. Die bank leed de laatste jaren onder de gevolgen van de vastgoedcrisis. Onze Ierse kredietportefeuille bedroeg eind 2013 ongeveer 15 miljard euro, voor vier vijfde bestaande uit hypothecaire kredieten. De rest is ongeveer gelijk verdeeld tussen kmo- en bedrijfskredieten enerzijds en leningen aan vastgoedmaatschappijen en projectontwikkelaars anderzijds. In 2013 legde de groep voor 1,1 miljard euro kredietvoorzieningen aan voor zijn Ierse portefeuille, aanzienlijk meer dan de 0,5 miljard euro in 2012. De stijging situeerde zich in het vierde kwartaal en resulteerde uit een analyse van de kredietportefeuille. Eind 2013 was ongeveer 26% van de totale Ierse kredietportefeuille non-performing, tegenover 23% eind 2012.
Slowakije, sterke verzekeringspositie in Bulgarije
Sterke bancaire posities in Hongarije en
Ontwikkeling retailactiviteiten in Ierland
Naast het verder beheren van de bestaande vastgoedportefeuille, startten we in 2013 met de omvorming en ontwikkeling van KBC in Ierland tot een belangrijke retailbank. In dat kader openden we nieuwe retailkantoren, verruimden we ons aanbod aan bankproducten en startten we met de verkoop van brand- en levensverzekeringen. Voor 2013 schatten we ons retailmarktaandeel in Ierland op 10% voor hypothecaire kredieten en 3% voor deposito's en bedienen we er circa 0,2 miljoen cliënten.
De maatschappijen die nog moe(s)ten worden gedesinvesteerd, behoren ook tot Divisie Internationale Markten, maar hun resultaten worden opgenomen in Groepscenter. In 2013 finaliseerden of tekenden we een verkoopakkoord voor de laatste desinvesteringsdossiers. Meer daarover vindt u in het hoofdstuk Groepscenter.
Net zoals dat voor België en Tsjechië het geval is, streeft KBC ook in Slowakije, Hongarije, Bulgarije en Ierland naar een maatschappelijk verantwoorde aanpak. Dat uit zich in onze omgang met personeel en cliënten, en in ons engagement tegenover de maatschappij als geheel.
Gezien het belang van cliëntentevredenheid in een concept van relatiebankverzekeren volgen we de tevredenheid van de cliënten op de voet. Op regelmatige basis worden cliëntentevredenheidsenquêtes uitgevoerd en lanceert de betrokken groepsmaatschappij op basis van de resultaten nieuwe campagnes en acties.
Als grote werkgever in die landen besteden we bovendien veel aandacht aan personeelstevredenheid. We meten ook zelf de tevredenheid van onze medewerkers en ondernemen op basis van de resultaten gerichte acties. Voor de KBC-medewerkers in die landen bestaan er verschillende mogelijkheden om de werk-privéverhouding beter in balans te houden. Zo leveren we in Hongarije inspanningen om de werknemers de kans te bieden op gevarieerde jobs en gelijkwaardige doorgroeikansen en het evenwicht tussen werk en privé te bewaren. In Bulgarije werkt CIBank verder aan het ACTIVE-programma, dat erop gericht is de betrokkenheid van de medewerkers te verhogen als onderdeel van een nieuwe bedrijfscultuur en de kloof tussen senior management en alle andere niveaus te verkleinen. In Slowakije ontving Cˇ SOB als bekroning van zijn HR-projecten de Leading HR Organisation 2013 Award van Pwc. Bij KBC Bank Ireland lieten we een personeelstevredenheidsonderzoek uitvoeren, waarvan de resultaten in interactieve workshops worden besproken en een basis vormen voor acties die we in 2014 zullen uitwerken.
Ons ruimer maatschappelijk engagement komt in Hongarije bijvoorbeeld tot uiting via het K&H MediMagic-programma, dat financiële en materiële hulp voor zieke kinderen biedt. Ook promoot K&H financiële educatie door de organisatie van de nationale wedstrijd K&H Ready, Steady, Money, waarin studenten worden getest op hun financiële kennis. Financiële educatie is ook de focus van het Cˇ SOB Head and Heel Programme in Slowakije, waarbij universiteitsstudenten worden aangemoedigd een creatieve aanpak te vinden voor een financieel onderwerp. Cˇ SOB in Slowakije organiseert ook de Cˇ SOB Bratislava Marathon, waaraan diverse liefdadigheidsprojecten zijn verbonden, en steunt via zijn Employee Grant Programme ook diverse ngo's. KBC Bank Ierland organiseerde verschillende events voor liefdadigheidsprojecten, zoals Barretstown – een kamp voor zwaar zieke kinderen – en Barnardos – een initiatief voor kwetsbare kinderen en kinderrechten. CIBank in Bulgarije ten slotte, maakt via zijn Blue Summer-initiatief vakantie mogelijk voor weeskinderen.
Ook in 2013 sleepten de maatschappijen van de divisie diverse prijzen in de wacht. Enkele voorbeelden:
| Resultaten Divisie Internationale Markten1 (in miljoenen euro) | Totaal | |
|---|---|---|
| 2012 | 2013 | |
| Nettorente-inkomsten | 644 | 632 |
| Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) | 81 | 80 |
| Verdiende premies | 164 | 155 |
| Technische lasten | -83 | -75 |
| Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) | 6 | 4 |
| Verdiende premies | 78 | 83 |
| Technische lasten | -73 | -79 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -7 | -9 |
| Dividendinkomsten | 0 | 0 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
108 | 90 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 2 | 13 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 143 | 204 |
| Overige netto-inkomsten | 10 | 20 |
| Totale opbrengsten | 986 | 1 034 |
| Exploitatiekosten | -650 | -715 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -623 | -1 189 |
| Op leningen en vorderingen | -609 | -1 171 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | 0 | -10 |
| Op goodwill | 0 | 0 |
| Op overige | -13 | -8 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 2 | 1 |
| Resultaat vóór belastingen | -285 | -869 |
| Belastingen | 25 | 15 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | -260 | -853 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 0 | 0 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (nettoresultaat) | -260 | -853 |
| Bankactiviteiten | -282 | -863 |
| Verzekeringsactiviteiten | 22 | 10 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 18 224 | 16 693 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 1 844 | 1 691 |
| Rendement op toegewezen kapitaal | -16% | -50% |
| Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten | 66% | 69% |
| Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten | 98% | 95% |
* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013.
| Hongarije Slowakije Bulgarije 2013 2012 2013 2012 2013 2012 2013 2012 632 267 269 173 200 39 40 164 80 31 26 20 22 29 31 0 155 61 59 25 26 79 70 0 -75 -30 -32 -4 -3 -50 -40 0 4 -8 -10 11 10 3 3 0 83 13 14 53 54 12 15 0 -79 -21 -24 -43 -44 -9 -11 0 -9 -2 -3 -2 -2 -2 -4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 90 81 77 25 19 1 1 1 13 1 7 1 3 0 3 0 204 94 159 39 43 2 1 2 20 -1 11 7 10 3 -1 0 1 034 461 536 275 305 76 74 167 -715 -324 -379 -185 -180 -55 -52 -82 -1 189 -50 -78 -18 -30 -8 -22 -547 -1 171 -44 -76 -11 -27 -7 -9 -547 -10 0 0 0 0 0 -10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -8 -5 -2 -7 -3 -1 -3 0 1 2 1 0 0 0 0 0 -869 89 81 71 95 14 1 -462 15 -22 -15 -10 -25 0 1 57 0 0 0 0 0 0 0 0 -853 67 66 61 70 14 2 -405 0 0 0 0 0 0 0 0 -853 67 66 61 70 14 2 -405 -863 61 58 50 60 9 10 -405 10 6 8 11 10 5 -8 0 16 693 5 374 4 679 4 092 3 955 799 852 7 945 1 691 545 475 416 403 88 93 795 -50% 8% 10% 14% 17% 11% 1% -56% 69% 70% 71% 69% 59% 68% 61% 49% 95% |
Waarvan: | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ierland | |||||||
| 2013 | |||||||
| – | 101% | 104% | 76% | 80% | 97% | 96% |
In 2013 bedroeg het nettoresultaat van Divisie Internationale Markten -853 miljoen euro, tegenover -260 miljoen euro in het jaar daarvoor. Dat heeft nagenoeg volledig te maken met de bijkomende aanleg van kredietvoorzieningen in Ierland (zie verder). Per land bedroeg het nettoresultaat 66 miljoen euro voor Hongarije (67 miljoen euro in 2012), 70 miljoen euro voor Slowakije (61 miljoen euro in 2012), 2 miljoen euro voor Bulgarije (14 miljoen euro in 2012) en -992 miljoen euro voor Ierland (-405 miljoen euro in 2012).
De nettorente-inkomsten bedroegen 632 miljoen euro in 2013, wat 2% minder is dan in het jaar daarvoor, waarbij de stijging in Slowakije (onder meer dankzij de groei van kredietportefeuille) de daling in Ierland niet volledig kon compenseren. De leningen in voorschotten aan cliënten van de divisie, zonder reverse repo's (21 miljard euro) daalden met 8% in 2013. Dat is het resultaat van stijgingen in Slowakije en Bulgarije en een daling in Ierland en Hongarije. De deposito's (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 14 miljard euro eind 2013) stegen met bijna 9% in 2013. Dat is voor het grootste deel dankzij de succesvolle retaildepositocampagne in Ierland, maar de deposito's stegen ook in Hongarije en Slowakije.
De verdiende verzekeringspremies slaan alleen op Hongarije, Slowakije en Bulgarije (we hadden tot 2013 geen verzekeringsactiviteiten in Ierland) en bedroegen 238 miljoen euro, waarvan 83 miljoen euro voor levensverzekeringen en 155 miljoen euro voor schadeverzekeringen.
De schadeverzekeringspremies daalden met ruwweg 5%. Het schadeniveau was iets lager, en bijgevolg verbeterde de gecombineerde ratio voor de drie Centraal- en Oost-Europese landen samen tot 95% in 2013, tegenover 98% in 2012.
De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, klokte af op 0,1 miljard euro, ruwweg vergelijkbaar met 2012. De producten met rentegarantie tekenden voor 46% van de levensverzekeringsverkopen in 2013, en de producten gekoppeld aan beleggingsfondsen voor 54%. Eind 2013 bedroegen de uitstaande Levenreserves van deze divisie 0,5 miljard euro.
Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 90 miljoen euro in 2013. Dat is ongeveer 17% minder dan in 2012, onder meer door lagere tradingresultaten in Slowakije. De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 204 miljoen euro, wat een stijging is van 43%, vooral dankzij Hongarije. De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 13 miljoen euro en de overige netto-inkomsten bedroegen 20 miljoen euro, tegenover 10 miljoen euro in 2012, dankzij enkele eenmalige positieve meevallers.
De exploitatiekosten van deze divisie bedroegen 715 miljoen euro. Dat is 10% meer dan in 2012 en vooral afkomstig van Hongarije (onder meer door de invoering van de financial transactions levy) en Ierland (hogere kosten verbonden met de personeelsstijging – afdeling achterstallen – en met de retailcampagne). De kosten-inkomstenratio van deze divisie bedroeg daardoor 69%, tegenover 66% in 2012.
De waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) bedroegen 1 171 miljoen euro in 2013, heel wat hoger dan de 609 miljoen euro in 2012.
Nettoresultaat -853 miljoen euro in 2013, 593 miljoen euro minder dan in 2012
Positieve nettoresultaten in Hongarije, Slowakije en Bulgarije tenietgedaan door Ierland, veroorzaakt door de hoge kredietverliezen in dat land
Die stijging is volledig voor rekening van KBC Bank Ireland, waar we na de analyse van de portefeuille een belangrijk bijkomend bedrag boekten in het vierde kwartaal. Daardoor kwamen de kredietvoorzieningen voor het volledige jaar uit op 1 059 miljoen euro, aanzienlijk hoger dan het jaar voordien (547 miljoen euro). De drie Centraal- en Oost-Europese landen samen namen 112 miljoen euro voor hun rekening, tegenover 62 miljoen euro in 2012, met een relatief sterke stijging in Hongarije (retail) en Slowakije (corporate).
Op het niveau van de divisie bedroeg de kredietkostenratio daardoor 448 basispunten, tegenover 226 basispunten in 2012. Per land was dat 672 basispunten voor Ierland, 150 basispunten voor Hongarije, 60 basispunten voor Slowakije en 119 basispunten voor Bulgarije. Op 31 december 2013 was ongeveer 19% van de kredietportefeuille van de divisie nonperforming (zie definitie in het Glossarium), tegenover 18% het jaar daarvoor. Per land is dat 26% in Ierland, 12,1% in Hongarije, 3,7% in Slowakije en 27% in Bulgarije.
De andere waardeverminderingen van de divisie bedroegen 18 miljoen euro en betroffen onder meer een waardevermindering op een obligatie bij DZI in Bulgarije en afwaarderingen van vastgoed.
78 Jaarverslag KBC 2013
Divisie Internationale Productfabrieken ondersteunt en biedt producten aan voor de andere divisies. De belangrijkste diensten die in 2013 tot deze divisie behoorden, zijn assetmanagement (vermogensbeheer), consumentenkredietverlening, handelsfinanciering, financiële instellingen en markten & effecten.
Internationale Productfabrieken omvat een brede waaier aan activiteiten, verspreid over verschillende landen. Wat ons van elkaar onderscheidt, maakt ons slimmer. En wat ons verenigt, maakt ons sterker.
CEO Internationale Productfabrieken
Divisie Internationale Productfabrieken omvat een brede waaier van activiteiten verspreid over verschillende landen, waaronder geld-, obligatie- en kapitaalmarkten, consumentenkredietverlening, assetmanagement, buitenlandse handel en financiële instellingen.
Gemeenschappelijk aan deze diensten en activiteiten is dat ze geen of nauwelijks rechtstreekse cliënten hebben, maar producten en diensten ontwikkelen die ze leveren aan de andere divisies (België, Tsjechië, Internationale Markten) die zorgen voor de distributie ervan. De betrokken diensten en producten zijn gelijkaardig voor alle geografische markten en leveren schaalvoordelen op. Activiteiten die puur lokaal van aard zijn (zoals leasing) behoren niet tot deze divisie, maar zijn ingebed in de betreffende geografische divisies.
De geografische focus van deze divisie ligt uiteraard in de lijn van de algemene strategie van de groep, dat wil zeggen: focus op België en de vier Centraal- en Oost-Europese kernmarkten. In overeenstemming daarmee hebben we in de voorbije jaren de aanwezigheid van de internationale productfabrieken in andere landen grotendeels afgebouwd of omgevormd. In Polen bijvoorbeeld namen we initiatieven om een nieuw businessmodel voor assetmanagement te ontwikkelen. Dat model bestaat erin dat de producten verdeeld worden door distributeurs die niet tot de KBC-groep behoren. Een recent samenwerkingsakkoord met BNP Paribas is op dat vlak een belangrijke ontwikkeling.
De diensten die tot deze divisie behoren, streven ook in de nieuwe structuur van de groep naar een voortdurende verbetering van de dienstverlening, meer bepaald door synergieën te benutten en best practices te verspreiden. Een goed voorbeeld daarvan zijn de internationale boards die binnen KBC Asset Management per activiteitsdomein georganiseerd worden. Die boards wisselen op hun periodieke meetings best practices uit om de efficiëntie te verhogen, de kwaliteit te verbeteren en de commerciële activiteiten te ondersteunen.
Onder meer bij KBC Asset Management leidde dat opnieuw tot de ontwikkeling van tal van innoverende beleggingsproducten, zoals het Generation Plan, een nieuw product met bewaking van de bodemgrens dat zeer geschikt is voor successieplanning. Met KBC Participation Belgian Economy en CBC Fonds Local Investors ondersteunen beleggers de lokale Belgische economie. KBC Asset Management lanceerde ook verscheidene gestructureerde fondsen met een Timing-structuur waarbij het laagste niveau in de timing-periode het startpunt van de belegging is. Ten slotte werden ook de beheerstechnieken voor de producten met bodembewaking geoptimaliseerd in het licht van de huidige lage rentestand. Die aanpak blijft zeer succesvol, wat zich vertaalt in de blijvend sterke marktpositie van beleggingsfondsen in België, Tsjechië en Hongarije, waar we aanzienlijk hoger scoren dan bij de traditionele krediet- en depositoproducten.
In de sfeer van consumentenkredietverlening (consumer finance) noteerden we in 2013 een aantal belangrijke product- en procesverbeteringen, zoals de lancering van een nieuw assortiment van kredietkaarten en een flexibele lening op afbetaling in Tsjechië en de herpositionering van de lening op afbetaling in KBC België. In een aantal markten werd een begin gemaakt met het beschikbaar stellen van ons productaanbod via pda's en tablet-pc's, om onze cliënten in staat te stellen hun kredietzaken zelf af te wikkelen. In 2013 werd in Ierland
Alignering op de geografische kernlanden van de groep
Bijzondere aandacht voor synergieën en verspreiding van best practices
Diverse procesverbeteringen en productinnovaties
een productfabriek voor consumentenkredietverlening opgezet. In de loop van 2014 zal dat businessmodel verder worden uitgerold. KBC schat zijn marktaandelen inzake consumentenkredietverlening op ruwweg 5% in België (KBC Bank), 9% in Tsjechië, 4% in Slowakije en 2% in Hongarije.
Wat financiële markten betreft, is het jaar 2013 gekenmerkt door het operationeel samenbrengen van Markten en KBC Securities, om de cliënt nog meer centraal te zetten. Door het samenbrengen van onze capaciteiten kunnen we de cliënten immers een complete waaier van financieringsoplossingen aanbieden. Dat geldt ook voor de investeerders, dankzij de synergiëen tussen onze Bond & Equity Sales-teams. We herwerkten ook de organisatie en de strategie van Bolero, het toonaangevende onlinebeleggingsplatform van KBC Groep, door middel van een nieuw prijsbepalingsmodel, een nieuwe website, de ontwikkeling van een mobiel aanbod, een structurele samenwerking met de divisie België en met KBC Asset Management, en een volledige re-branding.
De groep ontwikkelt continu nieuwe producten en diensten om het aanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de marktvraag. Om het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten te ondersteunen, hebben we een specifiek proces in de groep dat ervoor zorgt dat de business op een efficiënte manier een beslissing verkrijgt om een nieuw product of een nieuwe dienst te lanceren. Tegelijkertijd houdt dat ook een grondige analyse in van alle betrokken risico's, en (het voorstellen van) acties om dergelijke risico's te vermijden of te beheersen.
Bovendien herzien we alle producten op regelmatige basis, zodat we bestaande producten kunnen aanpassen aan gewijzigde cliëntenbehoeften en veranderingen in de marktomstandigheden.
Een specifieke documentatietoepassing wordt gebruikt om de bewaking van het proces te ondersteunen en onderzoek efficiënter te laten verlopen.
In dit jaarverslag geven we, naast de in dit hoofdstuk vermelde projecten en producten, ook in de andere hoofdstukken een aantal voorbeelden van nieuwe productontwikkelingen in 2013. Vaak gaat de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten samen met de ontwikkeling van nieuwe software. Gegevens over intern ontwikkelde software vindt u in Toelichting 34 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
Voor deze divisie rapporteren we geen resultaat aangezien we alle opbrengsten en kosten van de betrokken diensten op basis van hun geografische locatie hebben opgenomen in de resultaten van de andere divisies van de groep.
De ouders van de bedrijfsleider richtten in 1990 het Hongaarse familiebedrijf op als handel in onder meer pompoenzaden. De bedrijfsleider zelf breidde de zaak in 2012 uit met een installatie voor het persen van pompoenzaadolie.
"K&H verleende krediet voor 58% van de investering. De aankoop van de machines was voor 120 000 euro gefinancierd door Budapest Bank. In de zomer van 2013 nam K&H het nog uitstaande bedrag over en werd op die manier huisbankier van Peiba. Met de nieuwe installatie op een oppervlakte van 66 m2 produceren we per jaar 40 000 liter pompoenzaadolie, waarvan 37 000 liter voor de exportmarkten. Momenteel bestaat er in Hongarije geen andere installatie van deze omvang en met deze technologie – en is Peiba per definitie marktleider."
www.peiba.hu
Groepscenter bevat de resultaten van de holdingactiviteiten van de groep, een niet aan de andere divisies toegewezen deel van de resultaten (onder meer de financieringskosten van de participaties), de eliminatie van intersegmenttransacties en de resultaten van de overblijvende te desinvesteren maatschappijen en activiteiten die in afbouw zijn.
Groepscenter bevat bovendien de resultaten van de legacyactiviteiten (CDO's en desinvesteringen) en in verband met de waardering van het eigen kredietrisico. Die elementen vermelden we apart om een beter inzicht te geven in de operationele versus niet-operationele resultaten.
| Toelichting bij de recente belangrijke desinvesteringen (akkoord of afronding in 2013) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dossier | Datum akkoord |
Datum afronding* |
Beschrijving (situatie en berekening impact op moment van aankondi ging) |
|||
| Kredyt Bank/Bank Zachodni (bankieren, Polen) |
Februari 2012 | Maart 2013 | In maart 2013 plaatste KBC het belang van 16,17% in de fusiebank Bank Zachodni (resul taat van fusie tussen Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank) met succes in de markt via een secundair aanbod. De verkoop bracht ongeveer 0,9 miljard euro op en versterkte de Tier 1-ratio (Basel II) van KBC met 0,6%. |
|||
| Absolut Bank (bankieren, Rusland) |
December 2012 | Mei 2013 | In mei 2013 rondde KBC de verkoop af van Absolut Bank aan een groep van Russische bedrijven die de activa beheren van het pensioenfonds Blagosostoyanie, voor 0,3 miljard euro. De transactie had een negatieve invloed van -0,1 miljard euro op het geconsolideerde resultaat van KBC voor het tweede kwartaal van 2013 en maakte 0,3 miljard euro aan kapi taal vrij, vooral door een verlaging van de risicogewogen activa met 2 miljard euro. Daardoor steeg de Tier 1-ratio van KBC (Basel II) met ongeveer 0,4%. |
|||
| NLB (bankieren, Slovenië) |
December 2012 | Maart 2013 | In maart 2013 rondde KBC de verkoop af van zijn resterende belang van 22% in NLB aan de Republiek Slovenië voor circa 3 miljoen euro. De invloed daarvan op het kapitaal van KBC is verwaarloosbaar. |
|||
| KBC Banka (bankieren, Servië) |
April 2013 | December 2013 | In december rondde KBC de desinvestering af van KBC Banka (verkoop aan Société Générale Srbija en Telenor Serbia). De invloed op het resultaat van KBC in 2013 was in totaal -64 miljoen euro in 2013 en de kapitaalvrijgave is verwaarloosbaar. |
|||
| KBC Bank Deutschland (bankieren, Duitsland) |
September 2013 | Nog af te ronden | In september 2013 tekende KBC een overeenkomst over de verkoop van KBC Bank Deutsch land aan een groep investeerders bestaande uit Teacher Retirement System of Texas, Apollo Global Management LLC, Apollo Commercial Real Estate Finance Inc. en Grovepoint Capital LLP. Dat zal voor KBC ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrijmaken, voornamelijk door een verlaging van de risicogewogen activa. De transactie leidt tot een verbetering van de solvabiliteitspositie van KBC met ongeveer 15 basispunten (Basel II). De transactie moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouder. |
|||
| Antwerpse Diamantbank (financiering diamanthandel, België) |
December 2013 | Nog af te ronden | In december 2013 bereikte KBC met Yinren Group uit Sjanghai een akkoord over de ver koop van Antwerpse Diamantbank (ADB). De transactie moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouder. Die verkoop maakt ongeveer 0,1 miljard euro kapitaal vrij, voor namelijk door afbouw van risicogewogen activa. Dat zal uiteindelijk de Tier 1-ratio (Basel II) van KBC doen stijgen met bijna 0,2 procentpunt. Vóór de afsluiting wordt een deel van de kredietportefeuille van ADB, voornamelijk de kredieten met een hoger risico en de non performing kredieten met een nettoboekwaarde van 0,4 miljard euro, overgedragen aan KBC Bank voor normale afwikkeling. Na de afsluiting zal KBC nog voor maximaal twee jaar gewaarborgde financiering ter beschikking stellen aan ADB voor 0,2 miljard euro. |
* Situatie bij afsluiting van de redactie van dit jaarverslag.
Ons in 2009 door Europa goedgekeurde herstructureringsplan bevatte een opsomming van de activiteiten die we moesten desinvesteren. Eind 2013 was het volledig uitgevoerd. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste desinvesteringen op basis van het jaar waarin de overeenkomst werd gesloten (niet het jaar van afronding of closing):
In 2013 tekende Groepscenter voor een nettoresultaat van -256 miljoen euro, tegenover -1 069 miljoen euro in het jaar daarvoor. Als we de resultaten in verband met legacyactiviteiten (desinvesteringen en CDO's) en in verband met de waardering van het eigen kredietrisico uitsluiten, bedraagt het aangepaste nettoresultaat -311 miljoen euro, tegenover -185 miljoen euro het jaar voordien.
De invloed van de legacyactiviteiten en het eigen kredietrisico lichten we toe in het hoofdstuk Resultaat in 2013. Na uitsluiting van die elementen bestaat het aangepaste nettoresultaat van Groepscenter (-311 miljoen euro) uit de resultaten van de overblijvende ondernemingen waarvan de verkoop nog finaal moet worden afgerond en activiteiten in afbouw (samen -27 miljoen euro), het resultaat van de holdingactiviteiten van de groep (-145 miljoen euro) en niet aan andere divisies toegewezen kosten (-139 miljoen euro, vooral achterstellingskosten van achtergestelde leningen en de financieringskosten van de participaties).
| Resultaten Groepscenter* (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Aangepast nettoresultaat (d.w.z. exclusief invloed van legacyactiviteiten en waardering eigen kredietrisico) | ||
| Nettorente-inkomsten | 139 | -197 |
| Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) | 93 | -15 |
| Verdiende premies | 251 | -21 |
| Technische lasten | -159 | 6 |
| Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) | 29 | 3 |
| Verdiende premies | 180 | 19 |
| Technische lasten | -151 | -16 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | 11 | 6 |
| Dividendinkomsten | 1 | 0 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde | ||
| met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | 78 | 62 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 55 | 13 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 54 | 23 |
| Overige netto-inkomsten | 107 | 22 |
| Totale opbrengsten | 566 | -82 |
| Exploitatiekosten | -650 | -212 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -175 | -122 |
| Op leningen en vorderingen | -153 | -87 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | 0 | -4 |
| Op goodwill | 0 | -7 |
| Op overige | -22 | -25 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | -33 | 0 |
| Resultaat vóór belastingen | -291 | -417 |
| Belastingen | 138 | 120 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 |
| Resultaat na belastingen | -153 | -297 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 32 | 14 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | -185 | -311 |
| Bankactiviteiten | -161 | -137 |
| Verzekeringsactiviteiten | 15 | -21 |
| Holding | -39 | -153 |
| Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) | 16 758 | 10 642 |
| Toegewezen kapitaal per einde periode | 1 684 | 1 066 |
| Legacyactiviteiten en waardering eigen kredietrisico | ||
| Legacy-CDO's | 425 | 446 |
| Legacy-desinvesteringen | -778 | -348 |
| Waardering eigen kredietrisico | -531 | -43 |
| Nettoresultaat | ||
| Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | -1 069 | -256 |
* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013.
KBC is hoofdzakelijk actief als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder en is daardoor blootgesteld aan een aantal typische risico's en onzekerheden voor de sector, zoals – maar zeker niet uitsluitend – kredietrisico, landenrisico, interestrisico, wisselkoersrisico, liquiditeitsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, operationele risico's, risico ten aanzien van opkomende markten, wijzigingen in regelgeving, betwistingen van cliënten en de economie in het algemeen. De activiteiten van een grote financiële groep als de onze zijn ook inherent blootgesteld aan andere risico's die pas achteraf duidelijk worden.
Het financiële systeem groeit en verandert. De instellingen in dat systeem moeten hun risico- en controleprocessen nog actiever versterken om te beantwoorden aan de toenemende verwachtingen van alle stakeholders.
John Hollows, CRO van de KBC-groep (vanaf mei 2014 opgevolgd door Christine Van Rijsseghem)
In dit hoofdstuk van het jaarverslag concentreren we ons op ons risicobeleidsmodel en op de belangrijkste risico's die we lopen, namelijk het kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico, verzekeringstechnisch risico, operationeel risico en de kapitaaltoereikendheid.
De commissarissen hebben de informatie in dit hoofdstuk die deel uitmaakt van de IFRSjaarrekening geauditeerd. Het betreft de volgende delen:
Tenzij anders vermeld, zijn KBC Bank Deutschland (in 2012 en 2013), Antwerpse Diamantbank (in 2012 en 2013), Absolut Bank (in 2012; verkocht in 2013), KBC Banka (in 2012; verkocht in 2013) en het minderheidsbelang in Nova Ljubljanska banka (in 2012; verkocht in 2013), die volgens IFRS 5 worden beschouwd als Groepen activa die worden afgestoten, niet opgenomen in de verschillende tabellen om consequent te blijven met hun weergave in de balans. Waar dat relevant is, geven we voor die entiteiten afzonderlijk beknopte informatie in de voetnoten bij die tabellen.
Als gevolg van de gewijzigde organisatiestructuur van KBC is op 1 januari 2013 een nieuw risicobeleidsmodel in werking getreden.
Meer informatie over risicobeheer vindt u in onze Risicorapportering op www.kbc.com onder Investor Relations, Risicorapporten.
De belangrijkste kenmerken van dat model zijn:
Relevante risicobeheerorganen en controlefuncties:
men met de risicobereidheid. Nieuwe risicobeleidsstructuur vanaf 2013
Jaarlijks wordt de performantie beoordeeld als onderdeel van de Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding).
Kredietrisico is de potentiële negatieve afwijking ten opzichte van de verwachte waarde van een financieel instrument voortvloeiend uit de wanbetaling of wanprestatie door een contracterende partij (bijvoorbeeld een kredietnemer, garantieverstrekker, verzekeraar of herverzekeraar, tegenpartij in een professionele transactie of emittent van een schuldinstrument), als gevolg van de insolvabiliteit, het onvermogen of de betalings- of performanceonwil van die partij, of als gevolg van maatregelen van politieke of monetaire autoriteiten in een bepaald land (landenrisico). Kredietrisico omvat dus het wanbetalingsrisico en het landenrisico, maar ook het migratierisico, namelijk het risico van nadelige wijzigingen van kredietratings.
We beheren het kredietrisico zowel op transactie- als op portefeuilleniveau. Het beheer op transactieniveau houdt in dat we degelijke procedures, processen en instrumenten ter beschikking hebben om de risico's te identificeren en te meten voor en na de acceptatie van individuele kredietrisico's. Er zijn limieten en machtigingen vastgelegd (op basis van parameters als internerisicoklasse, de aard van de tegenpartij) om het maximaal toegestane kredietrisico te bepalen en het niveau waarop acceptatiebeslissingen worden genomen. Het beheer op portefeuilleniveau omvat onder meer de periodieke meting en analyse van en rapportering over het kredietrisico dat is ingebed in de geconsolideerde krediet- en beleggingsportefeuille, de controle op de naleving van limieten, het stresstesten van kredietrisico in verschillende scenario's, het nemen van risicobeperkende maatregelen en de optimalisering van het algemene kredietrisicoprofiel.
We hebben degelijke acceptatiebeleidslijnen en -procedures voor alle soorten van kredietrisico. We beperken de omschrijving hieronder tot risico's verbonden aan klassieke bedrijfskredieten en aan kredietverlening aan particulieren, omdat die het grootste deel uitmaken van het kredietrisico van de groep.
Kredietverlening aan particulieren (zoals hypothecaire leningen) is onderworpen aan een gestandaardiseerd proces, waarbij de resultaten van scoremodellen een belangrijke rol spelen in de acceptatieprocedure. Kredietverlening aan bedrijven is onderworpen aan een meer geïntegreerd acceptatieproces waarbij rekening wordt gehouden met relatiebeheer, kredietacceptatiecomités en de resultaten van modellen.
Voor de meeste soorten kredietrisico wordt de bewaking in hoofdzaak gestuurd door de risicoklasse, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de Probability of Default (PD), of de kans op een in gebreke blijven, en de Loss Given Default (LGD), of het verwachte verlies in het geval dat een debiteur in gebreke blijft.
Om de risicoklasse te bepalen, hebben we diverse ratingmodellen ontwikkeld. Enerzijds om de kredietwaardigheid van debiteuren te meten en anderzijds om het verwachte verlies van de verschillende types van transacties in te schatten. Een aantal uniforme modellen gebruiken we in de hele groep (de modellen voor overheden, banken, grote ondernemingen, enz.); andere zijn ontwikkeld voor specifieke geografische markten (kmo's, particulieren, enz.) of types van transacties. We gebruiken dezelfde interneratingschaal in de hele groep.
De resultaten van die modellen gebruiken we om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van 1 (laagste risico) tot 9 (hoogste risico) voor de PD. Een debiteur die in gebreke is gebleven, kennen we een interne rating toe van PD 10, PD 11 of PD 12. PD-klasse 12 kennen we toe als een van de kredietfaciliteiten van de debiteur is stopgezet door de bank of als een vonnis de terugneming van de waarborg beveelt. PD-klasse 11 omvat debiteuren die meer dan 90 dagen te laat zijn met hun betaling (achterstal of overschrijding), maar niet beantwoorden aan de criteria van PD 12. PD-klasse 10 kennen we toe aan debiteuren voor wie er reden is om te geloven dat ze niet (op tijd) zullen betalen, maar die niet beantwoorden aan de criteria voor PD 11 of PD 12.
Kredieten aan grote ondernemingen herzien we minstens jaarlijks. Daarbij actualiseren we minstens de interne rating. Als de ratings niet tijdig worden geactualiseerd, wordt een kapitaaltoeslag in rekening gebracht. Kredieten aan kleinere en middelgrote ondernemingen alsook kredieten aan particulieren worden periodiek herzien. Daarbij wordt alle nieuwe informatie die ter beschikking is in rekening gebracht (zoals achterstallige betalingen, financiële informatie, beduidende wijzigingen in de risicoklasse). Die maandelijkse oefening kan resulteren in een uitgebreide herziening of mogelijk ook acties naar de cliënt.
Op kredieten aan debiteuren in gebreke in de PD-klassen 10, 11 en 12 (impaired kredieten) passen we bijzondere waardeverminderingen toe op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Die schatting gebeurt op individuele basis en voor kleinere kredietenfaciliteiten op statistische basis. Daarnaast passen we voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen toe door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen, of op een alternatieve manier als een geschikt IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is.
Om te vermijden dat een debiteur die in financiële moeilijkheden verkeert uiteindelijk in gebreke blijft, kunnen we beslissen om zijn kredieten te herschikken in overeenstemming met de interne beleidslijnen. Herschikte distressed kredieten zijn kredieten waarvan de oorspronkelijke betalingsvoorwaarden gewijzigd zijn naar aanleiding van een verslechtering van de financiële toestand van de debiteur.
Een herschikking kan betekenen dat:
De onderhandelde wijzigingen moeten worden opgenomen in een nieuwe, of aangepaste, en correct ondertekende kredietovereenkomst. Met het oog op identificatie, controle en rapportering wordt het dossier in de kredietsystemen gemerkt als herschikt.
Aan een cliënt met een herschikt distressed krediet wordt in principe een PD-klasse 9 of hoger toegekend.
Als er – op basis van de beoordeling door de bank van de gewijzigde financiële prognoses/ herstructureringsplannen van de cliënt – een redelijke kans bestaat dat de debiteur de gewijzigde voorwaarden van het krediet zal kunnen nakomen, en het verwachte verlies (in ruime zin) voor de bank na de herschikking lager is dan het zou zijn geweest zonder herschikking, zal het kredietcomité PD 9 toekennen/bevestigen. Voor bepaalde retailportefeuilles bestaan er uitzonderingen op het PD 9-principe. In die gevallen wordt de toe te kennen PD-klasse bepaald op basis van de gedragsscore en kan ze lager zijn dan 9. Maar meestal leidt dat tot een hogere PD dan die toegekend aan debiteuren zonder herschikte kredieten, omdat de gedragsscore rekening houdt met elke onregelmatigheid in de betalingen.
Als een herschikt distressed krediet is toegestaan en het kredietcomité meent dat het onwaarschijnlijk is dat de debiteur de gewijzigde voorwaarden zal kunnen nakomen – of als een krediet aan een tegenpartij (gedeeltelijk) is afgeschreven – zal het PD-klasse 10 (of hoger) toekennen. In dat geval moet de debiteur volgens de KBC-regels worden geclassificeerd als in gebreke en moet worden nagegaan of er voorzieningen moeten worden aangelegd. De kans is dan heel groot dat een waardevermindering zal worden geboekt.
Als het kredietcomité na een jaar na de kredietherschikking meent dat de debiteur tekenen van beterschap vertoont en hij de gewijzigde voorwaarden van het krediet waarschijnlijk zal kunnen nakomen, kan – in het geval van een PD 9 – een betere klasse aan de debiteur worden toegekend en kan het etiket herschikt worden verwijderd. Als een debiteur PD-klasse 10 (of hoger) heeft, kan (alleen) PD 9 in principe worden toegekend voor een jaar en blijft het dossier gemerkt als herschikt. Als het kredietcomité beslist dat de bestaande PD-klasse 9 (of hoger) behouden moet worden of er een slechtere score moet worden toegekend, mag het etiket herschikt voorlopig niet worden verwijderd (ten minste tot de volgende herziening). Eind 2013 maakten herschikte distressed kredieten ongeveer 5,5% uit van de totale kredietportefeuille (uitstaand bedrag, exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten). Een uitsplitsing vindt u hieronder.
| Herschikte distressed kredieten op 31-12-2013 |
Totaal | Herschikte distressed kredieten | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | uitstaande portefeuille1 |
Totaal | (% van uit staande porte feuille) |
Verdeling naar PD-klasse | Specifieke waarde verminde ringen |
|||||
| PD 1-8 | PD 9 | PD 10 (impaired, minder dan 90 dagen achterstallig) |
PD 11-12 (impaired, 90 dagen of meer achterstallig) |
|||||||
| Totaal | 136 525 | 7 448 | 5% | 581 | 830 | 4 309 | 1 727 | 1 751 | ||
| Naar divisie | ||||||||||
| Divisie België | 86 913 | 2 207 | 3% | 377 | 446 | 1 074 | 311 | 381 | ||
| Divisie Tsjechië | 20 234 | 378 | 2% | 129 | 25 | 128 | 96 | 83 | ||
| Divisie Internationale Markten | 25 894 | 4 845 | 19% | 75 | 360 | 3 108 | 1 303 | 1 280 | ||
| Waarvan: | ||||||||||
| Ierland | 15 280 | 3 999 | 26% | 28 | 281 | 2 903 | 787 | 1 000 | ||
| Slowakije | 4 635 | 105 | 2% | 23 | 9 | 23 | 49 | 30 | ||
| Hongarije | 5 080 | 507 | 10% | 9 | 57 | 161 | 281 | 164 | ||
| Bulgarije | 747 | 234 | 31% | 15 | 13 | 21 | 185 | 86 | ||
| Groepscenter | 3 483 | 18 | 1% | 0 | 0 | 0 | 18 | 8 | ||
| Naar cliëntensegment | ||||||||||
| Particulieren2 | 59 014 | 3 635 | 6% | 278 | 320 | 2 314 | 722 | 792 | ||
| Kmo's | 32 045 | 474 | 1% | 107 | 166 | 102 | 100 | 78 | ||
| Bedrijven3 | 45 466 | 3 339 | 7% | 196 | 344 | 1 893 | 905 | 881 |
1 Brutobedragen, vóór bijzondere waardeverminderingen (bijgevolg verschillen die bedragen van de boekhoudkundige bedragen in andere hoofdstukken).
2 99% van het totaal aan herschikte kredieten heeft betrekking op hypotheekleningen.
3 49% van het totaal aan herschikte kredieten heeft betrekking op commerciële vastgoedleningen.
In overeenstemming met de nieuwe (ontwerp-)richtlijnen voor geherstructureerde en nonperforming kredieten van de Europese Bankenautoriteit heeft KBC voorbereidingen getroffen om de beleidslijnen aan te passen die van toepassing zijn op herschikte kredieten en op de definitie van wanbetaling, en die het in 2014 moet invoeren. Wanneer een definitieve beslissing is genomen, zullen nieuwe/gewijzigde criteria worden bepaald om achterstallige kredieten te definiëren en om PD 10 te herclassificeren als non-performing (en niet performing, zoals nu het geval is).
We bewaken het kredietrisico ook op portefeuillebasis, onder meer met een maand- en/of kwartaalrapportering over de geconsolideerde kredietportefeuille om te verzekeren dat het kredietbeleid en de limieten worden nageleefd. Daarnaast bewaken we de belangrijkste risicoconcentraties met periodieke en ad-hocrapporten. Er bestaan limieten op debiteur-, garantieverstrekker-, emittent- of tegenpartijniveau, op sectorniveau en voor specifieke activiteiten of geografische zones. Bovendien voeren we stresstests uit op bepaalde soorten kredieten (zoals hypothecaire leningen), maar ook op de volledige kredietrisicoscope.
Terwijl sommige limieten nog zijn uitgedrukt in termen van gecontracteerde bedragen, maken we ook gebruik van concepten als verwacht verlies (Expected Loss) en verlies bij in gebreke blijven (Loss Given Default). Die concepten vormen, samen met de kans op een in gebreke blijven (Probability of Default) en het uitstaande risico bij een in gebreke blijven (Exposure at Default), de bouwstenen voor de berekening van de reglementaire kapitaalvereisten voor kredietrisico, aangezien KBC heeft geopteerd voor de Basel II Internal Rating Based (IRB)-benadering. Na de goedkeuring door de toezichthouders in 2012 hebben de belangrijkste groepsentiteiten de IRB Advanced-benadering toegepast. Een aantal kleinere entiteiten volgden hun voorbeeld in 2013. Andere entiteiten zullen overstappen naar de IRB Advanced- of Foundation-benadering in 2014. De minder belangrijke entiteiten zullen de standaardbenadering van Basel II blijven gebruiken.
Kredietrisico's doen zich voor in zowel de bank- als de verzekeringsactiviteiten van de groep. In aparte delen verderop gaan we dieper in op de kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten, de beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten en overheidsobligaties en de Ierse en Hongaarse portefeuilles van KBC.
Wat de bankactiviteiten betreft, ligt het kredietrisico voornamelijk in de krediet- en beleggingsportefeuille. Die portefeuille is voornamelijk opgebouwd door pure, traditionele kredietactiviteiten. Hij omvat alle kredietverlening aan particulieren, zoals hypotheekleningen en consumentenkredieten, alle kredietverlening aan bedrijven, zoals (bevestigde en niet-bevestigde) bedrijfskapitaalfinancieringen, investeringskredieten, garantiekredieten en kredietderivaten (verkochte protectie) en alle niet-overheidseffecten in de beleggingsportefeuilles van de bankentiteiten van de groep. Andere kredietrisico's, zoals het tradingrisico (emittentenrisico), het tegenpartijrisico verbonden aan professionele transacties, internationale handelsfinanciering (documentair krediet, enz.) en overheidsobligaties zijn niet opgenomen in de tabel. Die elementen beschrijven we verderop apart.
De krediet- en beleggingsportefeuille zoals die in dit hoofdstuk is bepaald, verschilt sterk van Leningen en voorschotten aan cliënten in Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening. Die post omvat bijvoorbeeld niet de leningen en voorschotten aan banken, de garantiekredieten en kredietderivaten of de bedrijfs- en bankobligaties, maar bevat wel repotransacties met niet-banken en is na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Vanaf dit verslag zijn de meeste verdelingen in de tabel gebaseerd op uitstaande bedragen (in vroegere verslagen waren ze gebaseerd op toegestane bedragen).
Kredietkostenratio bedraagt 1,19% en non-performing ratio 5,9%.
| Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten 31-12-20125 |
31-12-20135 |
|---|---|
| Totale kredietportefeuille, in miljarden euro | |
| Toegestaan bedrag 166,6 |
161,8 |
| Uitstaand bedrag 140,7 |
136,5 |
| Kredietportefeuille naar divisie (in % van portefeuille uitstaande kredieten) | |
| België 63% |
64% |
| Tsjechië 15% |
15% |
| Internationale Markten 19% |
19% |
| Groepscenter 3% |
3% |
| Totaal 100% |
100% |
| Kredietportefeuille naar sector van de tegenpartij (in procenten van portefeuille uitstaande kredieten)1 | |
| Particulieren 42% |
43% |
| Financiële en verzekeringsdiensten 6% |
5% |
| Overheden 4% |
4% |
| Bedrijven 48% |
48% |
| Niet-financiële diensten 11% |
11% |
| Vastgoed 8% |
8% |
| Klein- en groothandel 7% |
7% |
| Bouw 4% |
4% |
| Auto-industrie 2% |
2% |
| Overige² 16% |
16% |
| Totaal 100% |
100% |
| Kredietportefeuille naar regio (in procenten van portefeuille uitstaande kredieten)1 | |
| West-Europa 73% |
74% |
| Centraal- en Oost-Europa 22% |
22% |
| Noord-Amerika 2% |
2% |
| Overige 2% |
2% |
| Totaal 100% |
100% |
| Kredietportefeuille naar risicoklasse (deel van de portefeuille, in procenten van portefeuille uitstaande kredieten)1,3 | |
| PD 1 (laagste risico, kans op in gebreke blijven van 0,00% tot 0,10%) 28% |
29% |
| PD 2 (0,10% – 0,20%) 10% |
11% |
| PD 3 (0,20% – 0,40%) 14% |
12% |
| PD 4 (0,40% – 0,80%) 19% |
17% |
| PD 5 (0,80% – 1,60%) 11% |
14% |
| PD 6 (1,60% – 3,20%) 7% |
7% |
| PD 7 (3,20% – 6,40%) 5% |
5% |
| PD 8 (6,40% – 12,80%) 3% |
2% |
| PD 9 (hoogste risico, ≥ 12,80%) 4% |
3% |
| Totaal 100% |
100% |
| Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten (vervolg) | 31-12-20125 | 31-12-20135 |
|---|---|---|
| Impaired kredieten4 (PD 10 + 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten) | ||
| Impaired kredieten | 10 757 | 13 717 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 4 614 | 5 451 |
| Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen (d.i. op basis van PD 1 tot 9) | 244 | 281 |
| Kredietkostenratio | ||
| Divisie België | 0,28% | 0,37% |
| Divisie Tsjechië | 0,31% | 0,25% |
| Divisie Internationale Markten | 2,26% | 4,48% |
| Ierland | 3,34% | 6,72% |
| Slowakije | 0,25% | 0,60% |
| Hongarije | 0,78% | 1,50% |
| Bulgarije | 0,94% | 1,19% |
| Groepscenter | 1,06% | 2,90% |
| Totaal | 0,69% | 1,20% |
| Totaal (inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten) | 0,71% | 1,19% |
| Non-performing kredieten (PD 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten) | ||
| Uitstaand bedrag6 | 7 397 | 7 928 |
| Bijzondere waardeverminderingen voor non-performing kredieten | 3 626 | 3 894 |
| Non-performing ratio | ||
| Divisie België | 2,3% | 2,5% |
| Divisie Tsjechië | 3,2% | 3,0% |
| Divisie Internationale Markten | 17,6% | 19,2% |
| Groepscenter | 1,3% | 5,9% |
| Totaal | 5,3% | 5,8% |
| Totaal (inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten) | 5,3% | 5,9% |
| Dekkingsratio | ||
| [Bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten]/[uitstaande non-performing kredieten] | ||
| Totaal | 49% | 49% |
| Totaal (exclusief hypothecaire leningen) | 63% | 60% |
| [Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten] |
||
| Totaal | 66% | 72% |
| Totaal (exclusief hypothecaire leningen) | 91% | 90% |
Voor een definitie van de ratio's zie het Glossarium van gebruikte ratio's.
1 Cijfers gecontroleerd door de commissaris.
2 Individuele sectoraandelen niet groter dan 3%.
3 Interneratingschaal.
4 Cijfers wijken af van die in Toelichting 21 in het deel Geconsolideerde jaarrekening wegens verschillen in consolidatiekring.
5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2013 waren die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) goed voor 5,8 miljard euro aan toegestane kredieten, waarvan 3,7 miljard euro uitstaand. In 2012 waren de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) goed voor 8,7 miljard euro aan toegestane kredieten, waarvan 6,4 miljard euro uitstaand.
6 Non-performing kredieten omvat ook herschikte distressed kredieten (waarbij de kredietnemer PD-klasse 11 of hoger wordt toegekend). Aansluiting van eindejaarcijfers: het verschil van 531 miljoen euro tussen 2012 en 2013 is het gevolg van een stijging van 130 miljoen euro in Divisie België, een stijging van 321 miljoen euro in Divisie Internationale Markten (waarvan 282 miljoen euro in Ierland), een stijging van 145 miljoen euro in Groepscenter en een daling van -64 miljoen euro in Divisie Tsjechië. De non-performing-gegevens zijn gebaseerd op de huidige definitie (PD 11 + 12). Als PD 10 ook in het non-performing-totaal zou zijn opgenomen, stijgt het totale uitstaande bedrag op 31 december 2013 tot 13 717 miljoen euro, de non-performing ratio tot 10,0% en daalt de dekkingsratio [Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten] tot 42%.
Voor de krediet- en beleggingsportefeuille in Ierland en Hongarije geven we de volgende bijkomende informatie, gezien de specifieke situatie op die markten.
| Details over de Ierse en Hongaarse portefeuilles | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| KBC Bank Ireland (Ierland) – krediet- en beleggingsportefeuille1 | ||
| Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) | 16 | 15 |
| Verdeling naar krediettype | ||
| Woningkredieten | 78% | 79% |
| Kmo- en bedrijfskredieten | 11% | 10% |
| Vastgoedbelegging en vastgoedontwikkeling | 11% | 11% |
| Verdeling naar risicoklasse | ||
| Normaal performing (PD 1-9) | 72% | 52% |
| Impaired, maar nog performing (PD 10) | 5% | 22% |
| Impaired, non-performing (PD 11+12) | 23% | 26% |
| Kredietkostenratio2 | 3,34% | 6,72% |
| Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)]/[uitstaande non performing kredieten] |
46% | 68% |
| K&H Bank (Hongarije) – krediet- en beleggingsportefeuille1 | ||
| Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) | 5 | 5 |
| Verdeling naar krediettype | ||
| Retailkredieten | 49% | 47% |
| Hypothecaire kredieten in vreemde valuta | 29% | 28% |
| Kmo- en bedrijfskredieten | 51% | 53% |
| Verdeling naar risicoklasse | ||
| Normaal performing (PD 1-9) | 88% | 85% |
| Impaired, maar nog performing (PD 10) | 1% | 3% |
| Impaired, non-performing (PD 11+12) | 11% | 12% |
| Kredietkostenratio2 | 0,78% | 1,50% |
| Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)]/[uitstaande non performing kredieten] |
67% | 67% |
1 Een definitie vindt u in Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten (d.i. exclusief onder meer overheidsobligaties).
2 Niet geauditeerd door de commissaris.
We hebben beslist onze kredietportefeuille tegen het licht te houden, met bijzondere aandacht voor de Ierse en Hongaarse kredietportefeuilles. Als gevolg van de herclassificatie van twee miljard euro aan geherstructureerde hypotheekleningen hebben we voor Ierland dan ook bijkomende voorzieningen aangelegd. We hebben ook de voorzieningen voor onze Ierse bedrijfskredietenportefeuille verhoogd. Door het trager dan verwachte herstel van de Ierse kmo-sector zijn we namelijk voorzichtiger met onze vooruitzichten voor de toekomstige kasstromen en dekkingswaarden. Bijgevolg bedroegen de totale waardeverminderingen op kredieten voor Ierland voor het boekjaar 2013 1,1 miljard euro. Voor Hongarije hebben we in het vierde kwartaal bijkomende voorzieningen aangelegd voor geherstructureerde retailkredieten, terwijl voor 131 miljoen euro aan geherstructureerde hypotheekleningen werd geherclassificeerd. Daardoor kwamen de totale voorzieningen voor Hongarije voor het boekjaar 2013 op 76 miljoen euro.
Naast de kredietrisico's verbonden aan de krediet- en beleggingsportefeuille zijn er ook kredietrisico's verbonden aan andere bankactiviteiten. De belangrijkste zijn:
Commerciële transacties op korte termijn. Die activiteit betreft de financiering van export of import (documentaire kredieten, pre-export- en post-importfinancieringen, enz.) en brengt alleen risico's tegenover financiële instellingen met zich mee. De risico's met betrekking tot deze activiteit beheren we op basis van limieten per financiële instelling en per land of landengroep.
Effecten in de tradingportefeuille. Die effecten houden een emittentenrisico in (potentieel verlies als gevolg van wanbetaling door de emittent). De blootstelling aan dat risico meten we op basis van de marktwaarde van de effecten. Het emittentenrisico beperken we door limieten te gebruiken, zowel per emittent als per ratingklasse. De blootstelling aan effecten met activa als onderpand (Asset Backed Securities) en CDO's (Collateralised Debt Obligations) in de tradingportefeuille is niet opgenomen in de cijfers in de tabel, maar wordt afzonderlijk gerapporteerd (zie Positie in gestructureerde kredieten).
Professionele transacties (plaatsingen bij professionele tegenpartijen en verhandeling van derivaten). Die transacties brengen tegenpartijrisico met zich mee. De in de tabel weergegeven bedragen zijn de presettlementrisico's van de groep, gemeten als de som van de (positieve) huidige vervangingswaarde (mark-to-market) van een transactie en de toepasselijke toeslag (add-on). De risico's worden beperkt door het gebruik van limieten per tegenpartij. We maken ook gebruik van close-out netting en zekerheden. Financiële zekerheden nemen we alleen in aanmerking als de betrokken activa worden beschouwd als risicobeperkend voor berekeningen van het reglementaire kapitaal (Basel II).
| Andere kredietrisico's, bankactiviteiten (in miljarden euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| Commerciële transacties op korte termijn | 3,2 | 4,2 |
| Emittentenrisico1 | 0,3 | 0,2 |
| Tegenpartijrisico van professionele transacties2 | 9,0 | 8,2 |
1 Exclusief een nominatieve lijst van centrale overheden, en alle blootstellingen aan EU-instellingen en multilaterale ontwikkelingsbanken.
2 Na aftrek van ontvangen zekerheden en uitkeringen voor netting.
Overheidseffecten in de beleggingsportefeuille van bankentiteiten. De risicopositie ten aanzien van overheden meten we in termen van nominale waarde en boekwaarde. Ze heeft in hoofdzaak betrekking op EU-overheden (in het bijzonder België). We hebben limieten vastgelegd voor posities in overheidsobligaties van zowel niet-kernlanden als kernlanden. Meer informatie over de blootstelling aan overheidsobligaties voor bank- en verzekeringsactiviteiten samen geven we in een aparte paragraaf verderop.
Voor de verzekeringsactiviteiten zijn er vooral kredietrisico's in de beleggingsportefeuille (emittenten van schuldinstrumenten) en ten aanzien van herverzekeraars. We hebben richtlijnen vastgelegd om het kredietrisico in de beleggingsportefeuille te beheersen, bijvoorbeeld met betrekking tot de portefeuillesamenstelling en de ratings.
| Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep (in miljoenen euro, marktwaarde)1 31-12-20125 |
31-12-20135 |
|---|---|
| Per balanspost | |
| Effecten 19 634 |
19 284 |
| Obligaties en soortgelijke effecten 18 983 |
18 003 |
| Tot einde looptijd aangehouden 5 788 |
6 731 |
| Voor verkoop beschikbaar 13 190 |
11 266 |
| Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor handelsdoeleinden 0 |
1 |
| Als leningen en vorderingen 5 |
5 |
| Aandelen en andere niet-vastrentende effecten 633 |
1 262 |
| Voor verkoop beschikbaar 630 |
1 260 |
| Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor handelsdoeleinden 3 |
3 |
| Overige 18 |
19 |
| Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 408 |
354 |
| Beleggingscontracten, tak 232 11 847 |
12 745 |
| Overige 89 |
701 |
| Totaal 31 978 |
33 084 |
| Details over obligaties en soortgelijke effecten | |
| Naar rating3, 4 | |
| Investment grade 95% |
96% |
| Non-investment grade 1% |
3% |
| Zonder rating 4% |
1% |
| Naar sector3 | |
| Overheden 63% |
64% |
| Financieel6 26% |
21% |
| Overige 11% |
15% |
| Naar munt3 | |
| Euro 94% |
94% |
| Andere Europese munten 6% |
6% |
| Amerikaanse dollar 0% |
0% |
| Naar restlooptijd3 | |
| Maximaal 1 jaar 13% |
15% |
| Tussen 1 en 3 jaar 19% |
20% |
| Tussen 3 en 5 jaar 15% |
19% |
| Tussen 5 en 10 jaar 33% |
29% |
| Meer dan 10 jaar 20% |
18% |
1 De totale boekwaarde bedroeg 32 576 miljoen euro eind 2013 en 31 277 miljoen euro eind 2012.
2 Deze post vertegenwoordigt de actiefzijde van tak 23-producten en wordt volledig gespiegeld aan de passiefzijde. Er is geen kredietrisico voor KBC Verzekeringen.
3 Exclusief beleggingen verbonden aan tak 23-levensverzekeringen. In bepaalde gevallen gebaseerd op extrapolaties en schattingen.
4 Externeratingschaal.
5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. Eind 2013 waren daarin geen verzekeringsentiteiten opgenomen. In 2012 bedroeg de beleggingsportefeuille van de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) 0,2 miljard euro.
6 Inclusief gedekte obligaties en financiële bedrijven die geen banken zijn.
We zijn ook blootgesteld aan een kredietrisico ten aanzien van (her)verzekeraars, aangezien die in gebreke zouden kunnen blijven voor hun verplichtingen die voortvloeien uit met ons gesloten (her)verzekeringscontracten. Dat type van kredietrisico meten we onder meer aan de hand van een nominale benadering (het maximale verlies) en het verwachte verlies. Er gelden naamconcentratielimieten. De PD, en bij uitbreiding het verwachte verlies, wordt berekend op basis van de interne of externe ratings. De Exposure at Default bepalen we door de nettoschadereserves en de premies op te tellen, en het Loss Given Default (LGD)-percentage is vastgesteld op 50%.
| Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse1 : |
EAD | EL | EAD | EL |
|---|---|---|---|---|
| Exposure at Default (EaD) en verwacht verlies (EL)2 (in miljoenen euro) | 2012 | 2012 | 2013 | 2013 |
| AAA tot en met A- | 179 | 0,03 | 141 | 0,05 |
| BBB+ tot en met BB- | 111 | 0,10 | 147 | 0,13 |
| Lager dan BB- | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zonder rating | 10 | 0,22 | 3 | 0,07 |
| Totaal | 299 | 0,35 | 291 | 0,24 |
1 Op basis van interne ratings.
2 EAD-gegevens zijn geauditeerd, EL-gegevens zijn niet geauditeerd.
We hebben een belangrijke portefeuille overheidsobligaties, voornamelijk als gevolg van ons aanzienlijke liquiditeitsoverschot en de herbelegging van verzekeringsreserves in vastrentende instrumenten. In de volgende tabel geven we een uitsplitsing per land.
| Overzicht blootstelling aan overheidsobligaties per einde 2013, boekwaarde1 (in miljoenen euro) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal, naar portefeuille | Totaal, naar restlooptijd | ||||||||||
| Voor verkoop beschik baar |
Tot einde looptijd aange houden |
Gewaar deerd te gen reële waarde met ver werking van waar devermin deringen in de winst-en verlies rekening |
Leningen en vorde ringen |
Voor han delsdoel einden aange houden |
Totaal | Ter verge lijking: totaal einde 2012 |
Met ver valdag in 2014 |
Met verval dag in 2015 |
Met vervaldag in 2016 en later |
Econo mische invloed van + 100 basis punten3 |
|
| Zuid-Europa en Ierland | |||||||||||
| Griekenland | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Portugal | 40 | 36 | 0 | 0 | 0 | 77 | 94 | 0 | 10 | 66 | -5 |
| Spanje | 348 | 0 | 0 | 0 | 0 | 348 | 230 | 0 | 0 | 348 | -27 |
| Italië | 783 | 80 | 0 | 0 | 1 | 865 | 911 | 5 | 1 | 859 | -66 |
| Ierland | 153 | 308 | 0 | 0 | 1 | 462 | 451 | 0 | 0 | 462 | -23 |
| KBC-kernlanden | |||||||||||
| België | 8 011 | 15 445 | 213 | 0 | 917 | 24 586 | 27 925 | 3 739 | 2 678 | 18 168 | -1 092 |
| Tsjechië | 2 309 | 5 573 | 66 | 29 | 993 | 8 970 | 9 503 | 976 | 2 318 | 5 676 | -442 |
| Hongarije | 235 | 1 677 | 8 | 88 | 258 | 2 267 | 2 603 | 34 | 448 | 1 785 | -64 |
| Slowakije | 1 053 | 1 269 | 0 | 0 | 73 | 2 395 | 1 751 | 83 | 96 | 2 216 | -125 |
| Bulgarije | 146 | 16 | 0 | 0 | 0 | 162 | 161 | 8 | 7 | 147 | -8 |
| Andere landen | |||||||||||
| Frankrijk | 1 058 | 2 251 | 0 | 0 | 3 | 3 312 | 3 091 | 333 | 263 | 2 716 | -227 |
| Duitsland | 364 | 532 | 16 | 0 | 30 | 942 | 1 206 | 104 | 38 | 800 | -60 |
| Oostenrijk | 243 | 440 | 211 | 0 | 0 | 894 | 553 | 43 | 6 | 845 | -44 |
| Nederland | 239 | 453 | 100 | 0 | 5 | 797 | 530 | 66 | 68 | 663 | -37 |
| Overige2 | 2 918 | 1 623 | 155 | 0 | 102 | 4 798 | 3 180 | 521 | 1 530 | 2 747 | -175 |
| Totale boekwaar de |
17 900 | 29 703 | 771 | 118 | 2 385 | 50 876 | 52 191 | 5 912 | 7 464 | 37 499 | – |
| Totale nominale waarde |
16 691 | 28 065 | 728 | 127 | 2 366 | 47 978 | 48 615 | – | – | – | – |
1 Inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (samen goed voor 0,4 miljard euro per einde 2013 en 0,5 miljard euro per einde 2012). Met uitsluiting van blootstelling aan supranationale entiteiten van geselecteerde landen. Er zijn geen belangrijke waardeverminderingen op de overheidsobligaties in portefeuille.
2 Som van landen met een individuele blootstelling van minder dan 0,5 miljard euro op het einde van 2013 en inclusief 1,3 miljard euro in deposito's bij de Hongaarse nationale bank.
3 Geeft de theoretische economische invloed op de reële waarde weer van een parallelle stijging van de spread met 100 basispunten over de volledige looptijdenstructuur (in miljoenen euro). Die invloed wordt maar gedeeltelijk weerspiegeld in de winst-en-verliesrekening en/of het eigen vermogen.
Belangrijkste veranderingen in 2013:
Netto gerealiseerde meerwaarden op overheidsobligaties in 2013:
• Bedroegen in 2013 in totaal 125 miljoen euro en hadden grotendeels betrekking op Belgische overheidsobligaties (in de categorie Voor verkoop beschikbaar)
Herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa op het einde van 2013:
Portefeuille Belgische overheidsobligaties:
bare activa volgens IFRS: -127 miljoen euro na belastingen.
Sinds 2008 voeren we een strikt beleid met betrekking tot gestructureerde kredietproducten en hebben we geleidelijk een verbod opgelegd op het creëren van en beleggen in CDO's en ABS'en. Daarvoor waren we actief in het domein van gestructureerde krediettransacties en belegden we ook zelf in dergelijke gestructureerde kredietproducten. De resterende CDOen ABS-beleggingen van voor 2008 staan in de onderstaande tabel onder legacyrisico. We onderscheiden drie categorieën van legacybeleggingen:
In 2013 hebben we beslist het strikte verbod op beleggingen in ABS'en op te heffen en thesauriebeleggingen (Risico ten aanzien van treasury-ABS'en in de tabel) toe te staan in liquide niet-synthetische Europese ABS'en van hoge kwaliteit, die ook aanvaard worden als zekerheden die in aanmerking komen voor de ECB. Dat maakt een verdere diversificatie van de beleggingsportefeuilles mogelijk. We wijzen er wel op dat het verbod op CDO's en synthetische securitisaties blijft bestaan.
| Beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten (CDO's en ABS'en) | |
|---|---|
| (in miljarden euro) | 31-12-2013 |
| Totale nettopositie | 7,5 |
| Legacy-CDO-risico gedekt door MBIA | 5,3 |
| Risico ten aanzien van andere legacy-CDO's | 1,1 |
| Risico ten aanzien van legacy-ABS'en | 1,2 |
| Risico ten aanzien van treasury-ABS'en | 0,0 |
| Cumulatieve waardeaanpassingen op legacybeleggingen (medio 2007 tot nu)1 | -0,4 |
| Waardeaanpassingen | -0,3 |
| Voor risico ten aanzien van andere legacy-CDO's | -0,2 |
| Voor risico ten aanzien van legacy-ABS'en | -0,1 |
| Waardeaanpassingen m.b.t. dekking MBIA (voor risico ten aanzien van legacy-CDO's)2 | -0,1 |
| Cumulatieve waardeaanpassingen op treasury-ABS'en | 0,0 |
1 De waardeaanpassingen op de CDO's van KBC worden verwerkt via de winst-en-verliesrekening in plaats van rechtstreeks via het eigen vermogen, omdat de CDO's van de groep grotendeels synthetisch van aard zijn (dat betekent dat de onderliggende activa afgeleide producten zijn, zoals credit default swaps op bedrijven). Het synthetische karakter is ook de reden waarom de CDO's van KBC niet in aanmerking komen voor boekhoudkundige herklassering volgens IFRS om hun invloed op de resultaten te neutraliseren.
2 De voorziening voor MBIA werd midden 2013 verlaagd van 80% tot 60%.
Nettopositie in CDO's en ABS'en gedaald
tot 7,5 miljard euro eind 2013
In de tabel is het CDO- en ABS-risico weergegeven als nettopositie (in plaats van de oorspronkelijke nominale bedragen vermeld in de vroegere verslagen). Bijgevolg zijn alle afgewikkelde (settled) kredietgebeurtenissen en alle posities waarvan de risico's zijn afgebouwd (derisked; die dus geen risico meer inhouden) niet langer opgenomen in de CDO-cijfers.
In 2013 is het totale netto-legacy-CDO- en ABS-risico met 7,3 miljard euro afgebouwd, voornamelijk door de derisking van diverse CDO's (invloed van -6,8 miljard euro) en enkele beperkte aflossingen in de portefeuille andere ABS'en (invloed van -0,5 miljard euro). In het eerste kwartaal van 2014 daalde het netto-legacy-CDO-risico nog eens met ongeveer 2 miljard euro dankzij de verdere collapse van het CDO-risico. In de treasuryportefeuille van KBC werd in (het vierde kwartaal van) 2013 voor een bedrag van 45 miljoen euro belegd in twee RMBS-activa.
Zoals hierboven vermeld, kochten we van MBIA kredietbescherming voor een groot deel van de (super senior-) CDO's waarvoor we als originator optraden. Bovendien is het resterende risico verbonden aan de verzekeringsdekking van MBIA sterk verminderd, omdat het vervat is in de garantieovereenkomst die we op 14 mei 2009 bereikten met de Belgische staat. Op 31 december 2013 had die overeenkomst betrekking op een nominale waarde van 5,9 miljard euro, waarvan 5,3 miljard euro betrekking heeft op het risico verzekerd bij MBIA. De voorziening voor MBIA werd midden 2013 verlaagd van 80% tot 60% op basis van een fundamentele interne analyse.
De resterende 0,7 miljard euro die is vervat in de overeenkomst met de Belgische staat heeft betrekking op het Risico ten aanzien van andere legacy-CDO's. Van die portefeuille (d.w.z. het CDO-risico waarvoor geen kredietbescherming werd gekocht van MBIA) zitten de super senior-activa eveneens vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat. Meer details daarover vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.
| Details over het CDO-risico gedekt door MBIA (in miljarden euro) |
31-12-2013 |
|---|---|
| Totaal door MBIA verzekerde bedrag (nominaal bedrag van super senior-swaps) | 5,3 |
| Details over verzekeringsdekking MBIA: | |
| Reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking (gemodelleerde vervangingswaarde, rekening houdend met de garan tieovereenkomst) |
0,1 |
| Waardeaanpassing m.b.t. tegenpartijrisico, MBIA | -0,1 |
| (in procenten van de reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking) | 60% |
Het beheersproces van structurele marktrisico's (zoals het renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, wisselkoersrisico en inflatierisico) wordt Asset-Liability Management (ALM) genoemd.
Met structurele risico's worden alle risico's bedoeld die inherent deel uitmaken van onze commerciële activiteit of onze langetermijnposities (bank en verzekeringen). De tradingactiviteiten vallen daar dus niet onder. De structurele risico's kunnen ook worden omschreven als de combinatie van:
• onevenwichtigheden in de bankactiviteiten verbonden aan het aantrekken van werkmid-
delen door het kantorennetwerk en de aanwending ervan (via onder meer kredietverlening);
De belangrijkste elementen van het ALM-risicobeheerskader binnen KBC zijn:
| Marktrisico in niet-tradingactiviteiten van de KBC-groep (VaR 99,93%, 1 jaar tijdshorizon) (in miljarden euro)* |
31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| Totaal | 3,81 | 3,83 |
| * Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Er is geen rekening gehouden met cyclische voorafbetalingsopties ingebed in hypothecaire kredieten. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij |
Groepen activa die worden afgestoten. In 2013 bedroeg de invloed van die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) op de ALM-VaR van de groep 6,3 miljoen euro. In 2012 bedroeg de invloed van de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) op de ALM-VaR van de groep 11,2 miljoen euro. Het KBC-Pensioenfonds werd niet opgenomen (de invloed ervan op de ALM-VaR van de groep bedroeg 278 miljoen euro in 2013 en 193 miljoen euro in 2012). Eind 2012 werd de gerapporteerde VaR aangepast van 1,06 miljard euro naar 1,34 miljard euro doordat het betrouwbaarheidsinterval van 99% werd gealigneerd met het betrouwbaarheidsinterval van 99,93%, dat wordt gebruikt in de interne economischkapitaalmodellering, en van 1,34 miljard euro naar 3,81 miljard euro doordat de credit spread mee werd opgenomen in de VaR. De VaR wordt berekend op basis van de VaR-CoVaR-benadering.
We hanteren twee hoofdtechnieken om renterisico's te meten, namelijk 10 BPV en de al vermelde VaR. De 10 BPV geeft de waardeverandering van de portefeuille weer bij een stijging van de rentevoeten over de volledige curve met tien basispunten (negatieve cijfers wijzen op een daling van de waarde van de portefeuille). We bepalen 10 BPV-limieten zodat de renteposities samen met de overige structurele risico's (aandelen, vastgoed, enz.) binnen de totale VaR-limieten blijven. Daarnaast hanteren we ook technieken zoals rentevoetgevoeligheidsanalyse (gap analysis), durationbenadering, scenarioanalyse en stresstesting (zowel vanuit een economischewaardeperspectief als vanuit inkomstenperspectief).
Over de IFRS-gevoeligheid van de hele groep aan schommelingen van rentevoeten brengen we eveneens regelmatig verslag uit, zowel voor de bank- als de verzekeringsactiviteiten. De tabel illustreert de invloed van een stijging van de rentecurve met 100 basispunten op zowel de nettowinst als de waarde.
| Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep1 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Invloed op de nettowinst, IFRS | Invloed op de waarde2 | |||||
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | ||
| Bankactiviteiten | -44 | 87 | -396 | -216 | ||
| Verzekeringsactiviteiten | 10 | 24 | 82 | 105 | ||
| Totaal | -34 | 110 | -314 | -111 |
1 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). In 2013 zou een stijging van de rentecurve met 100 basispunten een invloed van 0,05 miljoen euro hebben gehad op de nettowinst en van -2,2 miljoen euro op de marktwaarde van die entiteiten. In 2012 zou dat respectievelijk 0,7 miljoen euro en -51 miljoen euro geweest zijn.
2 Volledige marktwaarde, ongeacht de boekhoudkundige categorie of waardeverminderingsregels. Exclusief het KBC-Pensioenfonds (invloed van 7 miljoen euro op de nettowinst en 12 miljoen euro op de waarde in 2013).
We beheren de ALM-renteposities van de bankentiteiten op basis van een marktgerichte interne prijsstelling voor looptijdgebonden producten en een replicating portfolio-techniek, op dynamische basis herzien, voor de niet-looptijdgebonden producten (bijvoorbeeld zicht- en spaarrekeningen).
De bank houdt voornamelijk renteposities aan via overheidsobligaties, gericht op het verwerven van rente-inkomsten, zowel in de obligatieportefeuille die dient ter herbelegging van het eigen vermogen als in een op korte termijn gefinancierde obligatieportefeuille. De tabel illustreert het renterisico van de bank op basis van de 10 BPV.
| BPV (10 basispunten) van het ALM-boek, bankactiviteiten* | ||
|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
| Gemiddelde 1kw | -52 | -33 |
| Gemiddelde 2kw | -49 | -27 |
| Gemiddelde 3kw | -49 | -21 |
| Gemiddelde 4kw | -47 | -22 |
| Op 31 december | -39 | -22 |
| Maximum in jaar | -57 | -40 |
| Minimum in jaar | -39 | -21 |
* Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). Als die entiteiten worden meegerekend, zou dat een totale BPV voor de bankactiviteiten geven van -22 miljoen euro per einde 2013 en van -44 miljoen euro per einde 2012.
Conform Basel II voeren we regelmatig een 200 basispunten-stresstest uit. Die zet het gehele renterisico van de bankportefeuille (bij een parallelle beweging van de rente met 2%) af tegen het totale eigen vermogen. Voor de bankportefeuille op KBC-groepsniveau bedroeg dat risico 11,7% van het totale eigen vermogen op 31 december 2013. Dat is ruim onder de drempel van 20%, vanaf waar een bank wordt beschouwd als outlier bank, met een hoger reglementair kapitaalbeslag als mogelijk gevolg.
De volgende tabel toont de renterisicogap van de ALM-bankportefeuille. Om de renterisicogap te bepalen, delen we de boekwaarde van activa (positief bedrag) en passiva (negatief bedrag) in volgens de eerste renteherprijzingsdatum of vervaldag, om de lengte te kennen van de periode waarvoor de rente vast is. Derivaten, hoofdzakelijk om het risico als gevolg van schommelingen van rentevoeten te beperken, nemen we mee op volgens hun nominale bedrag en herprijzingsdatum.
| Renterisicogap ALM-boek (inclusief derivaten), bankactiviteiten* | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | ≤ 1 maand | 1-3 maanden | 3-12 maanden |
1-5 jaar | 5-10 jaar | > 10 jaar | Niet-rente dragend |
Totaal | |
| 31-12-2012 | 3 731 | 3 904 | -1 251 | -7 095 | 4 450 | 2 039 | -5 778 | 0 | |
| 31-12-2013 | 13 665 | 323 | -1 653 | -3 146 | 6 730 | 788 | -16 706 | 0 | |
| * Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (de cijfers voor die entiteiten vermelden we hieron der). In 2013 hebben we contracten zonder looptijd afgezonderd in de categorie Niet-rentedragend. In 2012 waren de betrokken contracten ondergebracht in het segment ≤ 1 maand. |
|||||||||
| 31-12-2012 | 633 | -74 | -220 | 128 | 258 | 258 | -981 | 0 | |
| 31-12-2013 | 182 | -88 | 46 | 41 | 14 | 0 | -196 | 0 |
De renterisicogap toont dat we een algemene longpositie hebben inzake renterisico. Activa hebben typisch een langere looptijd dan passiva, wat betekent dat de nettorente-inkomsten van KBC baat hebben bij een normale rentecurve. De economische waarde van de KBCgroep is voornamelijk gevoelig voor bewegingen aan het langere eind van de rentecurve.
Wat de verzekeringsactiviteiten van de groep betreft, worden de vastrentende beleggingen voor de Niet-levenreserves belegd in overeenstemming met de verwachte uitbetalingspatronen voor claims, op basis van uitgebreide actuariële analyses.
De tak 21-Levenactiviteiten combineren een rentegarantie met een discretionaire, door de verzekeringsmaatschappij te bepalen winstdeling. De belangrijkste risico's waaraan de verzekeraar in dat soort activiteiten is blootgesteld, zijn het lagerenterisico (het risico dat de beleggingsopbrengst beneden het gegarandeerde renteniveau zakt) en het risico dat de beleggingsopbrengst niet volstaat om een concurrerende winstdeling te verzekeren. Het lagerenterisico wordt beheerd via een politiek van cashflow matching, toegepast op het deel van de Levenportefeuilles dat door vastrentende effecten wordt gedekt. Tak 23-beleggingsverzekeringen bespreken we hier niet, omdat die activiteit geen marktrisico's met zich meebrengt voor KBC.
In de tabel geven we een overzicht van het renterisico in het Levenbedrijf van KBC. De activa en passiva met betrekking tot levensverzekeringen met rentegarantie zijn ingedeeld naar het verwachte tijdstip van de kasstromen.
| Verwachte kasstromen, niet-verdisconteerd, Levenbedrijf* | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 0-5 jaar | 5-10 jaar | 10-15 jaar | 15-20 jaar | > 20 jaar | Totaal |
| 31-12-2012 | ||||||
| Vastrentende activa | 10 747 | 5 236 | 1 745 | 1 240 | 810 | 19 778 |
| Verplichtingen volgend uit rentegarantie | 10 131 | 3 409 | 1 742 | 1 209 | 1 584 | 18 075 |
| Verschil in verwachte kasstromen | 616 | 1 828 | 3 | 31 | -774 | 1 703 |
| Gemiddelde duration van activa | 5,29 jaar | |||||
| Gemiddelde duration van passiva | 6,11 jaar | |||||
| 31-12-2013 | ||||||
| Vastrentende activa | 10 725 | 4 098 | 2 310 | 626 | 765 | 18 525 |
| Verplichtingen volgend uit rentegarantie | 10 086 | 3 123 | 1 844 | 1 311 | 1 779 | 18 142 |
| Verschil in verwachte kasstromen | 640 | 975 | 466 | -685 | -1 014 | 383 |
| Gemiddelde duration van activa | 4,90 jaar | |||||
| Gemiddelde duration van passiva | 6,03 jaar |
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen verzekeringsverplichtingen.
Zoals hierboven vermeld, ligt het belangrijkste renterisico voor de verzekeraar in de daling van de rentevoeten. We concentreren ons in onze ALM-benadering op het beperken van het renterisico in overeenstemming met de risicobereidheid van KBC. Voor het resterende renterisico voeren we een beleid dat rekening houdt met de mogelijke negatieve gevolgen van een aanhoudende rentedaling en bouwden we al belangrijke supplementaire reserves op.
| Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten1 | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| 5,00% en hoger2 | 3% | 3% |
| Meer dan 4,25% tot en met 4,99% | 10% | 10% |
| Meer dan 3,50% tot en met 4,25% | 5% | 4% |
| Meer dan 3,00% tot en met 3,50% | 30% | 27% |
| Meer dan 2,50% tot en met 3,00% | 24% | 22% |
| 2,50% en lager | 27% | 32% |
| 0,00% | 2% | 2% |
| Totaal | 100% | 100% |
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen nominaal risico.
2 Betreft contracten in Centraal- en Oost-Europa.
We beheren het creditspreadrisico van de portefeuille door op te volgen in hoeverre de waarde van de overheidsobligaties zou wijzigen als de credit spreads over de hele curve met 100 basispunten zouden stijgen. In het deel Kredietrisico geven we een overzicht van de economische gevoeligheid van de belangrijkste posities in overheidsobligaties ten aanzien van wijzigingen in de spreads.
Het grootste aandelenrisico ligt in het verzekeringsbedrijf, waar de ALM-strategieën gebaseerd zijn op een risico-rendementberekening, rekening houdend met het marktrisico dat verbonden is aan open aandelenposities. Een groot deel van de aandelenportefeuille wordt aangehouden voor de discretionaire winstdeling van verzekeringsverplichtingen (met name winstdeling op de Belgische markt). Naast de verzekeringsentiteiten houden ook andere entiteiten van de groep (zoals KBC Bank en KBC Asset Management) kleinere aandelenportefeuilles aan. De tabellen hieronder geven meer informatie over de totale niet-tradingaandelenposities bij KBC.
| Aandelenportefeuille KBC-groep1 | Bankactiviteiten | Verzekeringsactiviteiten | Groep | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (naar sector, in procenten) | 31-12-2012 | 31-12-2013 | 31-12-2012 | 31-12-2013 | 31-12-2012 | 31-12-2013 | |
| Financiële instellingen | 23% | 60% | 26% | 20% | 25% | 25% | |
| Niet-cyclische consumentensectoren | 11% | 1% | 12% | 10% | 12% | 8% | |
| Communicatie | 0% | 0% | 1% | 0% | 1% | 0% | |
| Energie | 3% | 0% | 7% | 7% | 6% | 6% | |
| Industriële sectoren | 21% | 27% | 9% | 38% | 12% | 37% | |
| Nutsbedrijven | 2% | 0% | 3% | 3% | 3% | 3% | |
| Cyclische consumentensectoren | 4% | 1% | 4% | 15% | 4% | 13% | |
| Basismaterialen | 3% | 0% | 11% | 5% | 9% | 4% | |
| Overige en niet bepaald | 33% | 12% | 27% | 3% | 28% | 4% | |
| Totaal | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | |
| In miljarden euro | 0,2 | 0,2 | 0,5 | 1,3 | 0,7 | 1,42 | |
| Waarvan niet-genoteerd | 0,1 | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 0,2 | 0,0 |
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden de entiteiten ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen aandelenportefeuille. De aandelenportefeuille van het KBC-Pensioenfonds is niet opgenomen (0,7 miljard euro eind 2013 en 0,7 miljard euro eind 2012).
2 De belangrijkste verschillen tussen de 1,4 miljard euro in deze tabel en de 1,9 miljard euro voor Eigenvermogensinstrumenten in de tabel in Toelichting 18 van het deel Geconsolideerde jaarrekening – naast een aantal kleine verschillen in de consolidatiekring – zijn:
(a) Aandelen in de handelsportefeuille (0,3 miljard euro) zijn hierboven uitgesloten maar zijn wel opgenomen in de tabel in Toelichting 18.
(b) Vastgoedparticipaties die niet geconsolideerd zijn, worden in deze tabel geclassificeerd als beleggingen in gebouwen, maar worden in de tabel in Toelichting 18 geclassificeerd als aandelen (omdat ze niet geconsolideerd zijn).
(c) De meeste beleggingen in fondsen worden op look through-basis behandeld (volgens de onderliggende activamix van het fonds en daardoor ook deels geclassificeerd als vastrentende instrumenten), terwijl ze in de tabel in Toelichting 18 geclassificeerd zijn als aandelen.
| Invloed van een 12,5%-daling van de aandelenkoersen* | Invloed op de nettowinst, IFRS | Invloed op de waarde | |||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | |
| Bankactiviteiten | -12 | -11 | -22 | -21 | |
| Verzekeringsactiviteiten | -4 | -1 | -54 | -158 | |
| Totaal | -17 | -12 | -74 | -179 |
* Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). Eind 2012 en 2013 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten geen aandelenpositie. Exclusief de aandelenportefeuille van het KBC-Pensioenfonds (eind 2013: invloed van -1,8 miljoen euro op de nettowinst en -92 miljoen euro
op de waarde). Bij KBC Verzekeringen zijn de aandelenposities gestegen, waardoor de economische gevoeligheid voor aandelenschokken is toegenomen.
| Niet-tradingaandelenpositie1 | Netto gerealiseerde winst (in winst-en-verliesrekening) |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 | 31-12-2012 | 31-12-2013 | |||
| Bankactiviteiten | 11 | 80 | 47 | 73 | |||
| Verzekeringsactiviteiten | 143 | 44 | 160 | 252 | |||
| Totaal2 | 156 | 126 | 215 | 335 |
1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen aandelenpositie.
2 Het totale cijfer omvat winsten van enkele aandelenposities rechtstreeks toe te schrijven aan de KBC-groep. Winsten uit gezamenlijke deelnemingen met bank- en verzekeringsentiteiten van de KBC-groep zijn uitgesloten, omdat die deelnemingen op groepsniveau geconsolideerd worden.
De vastgoedactiviteiten van de groep houden een beperkte vastgoedbeleggingsportefeuille aan met het oog op de realisatie van meerwaarden op lange termijn. KBC Verzekeringen houdt ook een gediversifieerde vastgoedportefeuille aan, als belegging voor zowel Nietlevenreserves als Levenactiviteiten op lange termijn. De vastgoedpositie wordt daarbij gezien als een langetermijnafdekking van inflatierisico's en als een manier om het risico-rendementprofiel van die portefeuilles te optimaliseren. De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de economische waarde voor schommelingen op de vastgoedmarkten.
| Invloed van een 12,5%-daling van de vastgoedprijzen* Invloed op de waarde |
|
|---|---|
| (in miljoenen euro) 2012 |
2013 |
| Bankportefeuilles -66 |
-59 |
| Verzekeringsportefeuilles -37 |
-40 |
| Totaal -102 |
-99 |
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) zijn ook niet opgenomen; ze hadden geen invloed in 2013 en 2012. Exclusief de vastgoedportefeuille van het KBC-Pensioenfonds (eind 2013: invloed van -18 miljoen euro op de waarde, eind 2012: -17 miljoen euro).
Bij het beheer van de structurele wisselposities volgen we een voorzichtig beleid dat er in essentie in bestaat het wisselrisico te vermijden. De wisselposities in de ALM-boeken van de bankentiteiten met een tradingportefeuille worden overgedragen naar de tradingportefeuille, waar ze worden beheerd binnen de toegekende tradinglimieten. De wisselpositie van bankentiteiten zonder tradingportefeuille, van verzekerings- en van andere entiteiten moet worden afgedekt als ze van betekenis is. Aandelen in niet-euromunten die deel uitmaken van de beleggingsportefeuille hoeven niet te worden afgedekt. Participaties in vreemde valuta's worden in principe voor het bedrag van de nettoactiva, exclusief goodwill, gefinancierd door een lening in de desbetreffende vreemde munt.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat een bedrijf niet in staat zal zijn om zijn betalingsverplichtingen tijdig na te komen zonder onaanvaardbare verliezen te lijden.
De voornaamste doelstelling van het liquiditeitsbeheer van KBC is de groep te financieren en ervoor te zorgen dat de kernactiviteiten van de groep zelfs in ongunstige omstandigheden inkomsten blijven voortbrengen. Sinds de financiële crisis is er in de hele sector meer aandacht voor liquiditeitsrisicobeheer en die focus werd nog versterkt door de minimale liquiditeitsvereisten die zijn vastgelegd door het Baselcomité.
We verwerken de ideeën van Basel III in onze liquiditeits- en financieringskaders en in onze financiële planning.
Op KBC-groepsniveau bestaat er een liquiditeitsrisicobeheerskader dat het speelveld inzake liquiditeitsrisico afbakent.
Het liquiditeitsbeheer zelf wordt georganiseerd binnen Treasury Groep, dat optreedt als eerste verdedigingslinie en verantwoordelijk is voor het algemene liquiditeits- en financieringsbeheer van de KBC-groep. Treasury Groep bewaakt en stuurt het liquiditeitsprofiel dagelijks en bepaalt de beleidslijnen en aansturingsmechanismen voor het financieringsbeheer (intragroepsfinanciering, funds transfer pricing). Die beleidslijnen geven het lokale management een drijfveer om te streven naar een gezond financieringsprofiel. Daarnaast bewaakt Treasury Groep actief zijn collateral op groepsniveau en stelt het het liquiditeitscontingencyplan op dat beschrijft hoe liquiditeitstekorten in noodsituaties moeten worden aangepakt.
Als tweede verdedigingslinie bestaat de risicofunctie uit de chief risk officer van de groep (Groeps-CRO), lokale CRO's en groeps- en lokale risicofuncties. Hun taak bestaat onder andere uit de bewaking van risico's op portefeuille-/entiteitsniveau, de ontwikkeling van risicomaatstaven en -kaders en advies geven en rapporteren over kwesties die worden behandeld door de directie- en risicocomités op groeps- en lokaal niveau.
De derde verdedigingslinie bestaat ten slotte uit de auditfunctie. Die controleert de efficiëntie en effectiviteit van het risicobeheerssysteem en de overeenstemming ervan met het risicobeheerskader en de manier waarop het lijnmanagement omgaat met risico's buiten dat formele kader.
Het liquiditeitsbeheerskader en de liquiditeitslimieten voor de groep worden vastgelegd door het Groepsdirectiecomité en de Raad van Bestuur. Met de goedkeuring van dat kader wordt gekozen voor een bepaalde risicobereidheid, aangezien het kader beschrijft welke maatstaven aan beperkingen onderworpen zijn. De beslissing over welke maximum- of minimumwaarden worden bepaald voor de verschillende maatstaven, wordt genomen tijdens het financiëleplanningsproces.
Ons liquiditeitsrisicobeheerskader steunt op de volgende pijlers:
in verdere stimulansen via een systeem van interne prijsstelling voor zover de dochterondernemingen onvoldoende gefinancierd zijn.
Ter illustratie van het structurele liquiditeitsrisico hebben we in de tabel hieronder activa en passiva gegroepeerd naar restlooptijd (tot contractuele vervaldag). Het verschil tussen de kasinstroom en -uitstroom is de nettofinancieringsgap. Eind 2013 had KBC bruto voor 25 miljard euro financiering aangetrokken uit de professionele interbancaire en repomarkt.
• Operationeleliquiditeitsrisico. Het operationeleliquiditeitsbeheer gebeurt in de thesaurieafdelingen en is gebaseerd op ramingen van de financieringsbehoeften. De groepswijde tendensen in financieringsliquiditeit en financieringsbehoeften worden dagelijks gecontroleerd door Treasury Groep, dat ervoor moet zorgen dat er op elk ogenblik een voldoende grote buffer beschikbaar is om het hoofd te bieden aan extreme liquiditeitsgebeurtenissen waarbij wholesalefinanciering niet mogelijk is.
| Liquiditeitsrisico (exclusief intercompanytransacties)* | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| <= 1 | 1-3 | 3-12 | 1-5 | 5-10 | > 10 | Op | Niet | ||
| (in miljarden euro) | maand | maanden | maanden | jaar | jaar | jaar | vraag | bepaald | Totaal |
| 31-12-2012 | |||||||||
| Totale instroom | 29 | 12 | 17 | 50 | 44 | 34 | 0 | 39 | 225 |
| Totale uitstroom | 31 | 20 | 14 | 36 | 5 | 1 | 79 | 39 | 225 |
| Professionele financiering | 13 | 12 | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 29 |
| Cliëntenfinanciering | 13 | 5 | 7 | 15 | 4 | 1 | 79 | 0 | 124 |
| Schuldcertificaten | 1 | 4 | 4 | 20 | 1 | 1 | 0 | 1 | 32 |
| Overige | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 38 | 40 |
| Liquiditeitsgap (exclusief niet-opgenomen verbintenissen) |
-2 | -8 | 2 | 15 | 39 | 33 | -79 | 1 | 0 |
| Niet-opgenomen verbintenissen | – | – | – | – | – | – | – | -28 | – |
| Financiële garanties | – | – | – | – | – | – | – | -11 | – |
| Nettofinancieringsgap (inclusief niet-opge nomen verbintenissen) |
-2 | -8 | 2 | 15 | 39 | 33 | -79 | -38 | -39 |
| 31-12-2013 | |||||||||
| Totale instroom | 17 | 10 | 18 | 53 | 42 | 34 | 0 | 32 | 205 |
| Totale uitstroom | 27 | 11 | 20 | 29 | 7 | 2 | 84 | 25 | 205 |
| Professionele financiering | 17 | 2 | 2 | 1 | 0 | 0 | 1 | 1 | 25 |
| Cliëntenfinanciering | 7 | 6 | 12 | 13 | 3 | 1 | 83 | 0 | 126 |
| Schuldcertificaten | 0 | 4 | 6 | 15 | 3 | 1 | 0 | 0 | 29 |
| Overige | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 23 | 25 |
| Liquiditeitsgap (exclusief niet-opgenomen verbintenissen) |
-10 | -2 | -2 | 24 | 35 | 32 | -84 | 7 | 0 |
| Niet-opgenomen verbintenissen | – | – | – | – | – | – | – | -25 | – |
| Financiële garanties | – | – | – | – | – | – | – | -10 | – |
| Nettofinancieringsgap (inclusief niet-op genomen verbintenissen) |
-10 | -2 | -2 | 24 | 35 | 32 | -84 | -28 | -35 |
* Kasstromen zijn exclusief rentestromen conform de interne en reglementaire liquiditeitsrapportering. In- en uitgaande bewegingen als gevolg van margin calls voor/van MtM-posities in derivaten worden vermeld in het segment Niet bepaald. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) zijn niet opgenomen (balanstotaal van 3,9 miljard euro voor 2013). Professionele financiering omvat alle deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, alsook alle repo's. In de tabel zijn de instrumenten ingedeeld volgens de datum waarop ze voor het eerst opvraagbaar zijn. Sommige instrumenten worden gerapporteerd tegen reële waarde (op geactualiseerde basis), terwijl andere instrumenten worden gerapporteerd op niet-geactualiseerde basis (om ze te kunnen aansluiten met Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening). Door het onzekere karakter van de vervaldagstructuur van niet-opgenomen verbintenissen en financiële garanties worden die instrumenten vermeld in het segment Niet bepaald. De categorie Overige onder Totale uitstroom omvat eigen vermogen, baisseposities, voorzieningen voor risico's en kosten, belastingverplichtingen en overige verplichtingen.
Ongedekte kortetermijnfinanciering t.o.v. liquide middelen
Beschikbare liquide middelen Nettofinanciering op korte termijn
* Exclusief niet-afgeronde desinvesteringen. De cijfers van de beschikbare liquide middelen zijn afkomstig van het treasury management report.
Financieringsmix,
per type 75% 73% 3% 2% 8% 10% 2% 3% 9% 8% 0% 6% 31-12-2012 31-12-2013 100%
Typisch voor een bankgroep hebben financieringsbronnen meestal een kortere looptijd dan de activa die ze financieren. Dat leidt tot een negatieve nettoliquiditeitsgap in de korteretermijnbuckets en een positieve nettoliquiditeitsgap in de langeretermijnbuckets. Dat creëert een liquiditeitsrisico als KBC niet in staat zou zijn om zijn kortetermijnfinanciering te vernieuwen. Ons liquiditeitskader voorziet in een financieringsstrategie die ervoor zorgt dat het liquiditeitsrisico binnen de risicobereidheid van de groep blijft.
KBC Bank heeft een stevige liquiditeitspositie en heeft altijd al een aanzienlijke hoeveelheid liquide middelen gehad. Eind 2013 had KBC Bank (op geconsolideerd niveau) voor 57,1 miljard euro aan bij de centrale bank beleenbare niet-bezwaarde activa, waarvan 33,5 miljard euro in de vorm van liquide overheidsobligaties (59%). De resterende beschikbare liquide middelen per einde 2013 hebben betrekking op overige bij de ECB/Fed beleenbare obligaties (29%) en verpandbare kredietvorderingen (12%). De meeste liquide middelen zijn uitgedrukt in euro, Tsjechische kroon en Hongaarse forint (allemaal munten van thuismarkten).
De niet-bezwaarde liquide middelen waren meer dan vier keer zo groot als het nettogebruik van wholesalefinanciering op korte termijn. De financiering uit de niet-wholesalemarkten was afkomstig van een stabiele financiering door kerncliëntsegmenten in onze kernmarkten. De grafiek toont de liquiditeitsbuffer op het einde van het jaar.
KBC heeft een sterke depositobasis van particulieren en midcaps in zijn kernmarkten, wat leidt tot een stabiele financieringsmix. Een belangrijk deel van die financiering is afkomstig uit de kerncliëntsegmenten en de kernmarkten.
We kunnen de financieringsmix van de KBC-groep opsplitsen als volgt (cijfers van 31 december 2013):
In 2013 maakte KBC Bank gebruik van het EMTN-programma om 1,1 miljard euro financiering op lange termijn op te halen, waarvan 0,75 miljard euro via benchmarkuitgiftes.
In november 2012 kondigden we de uitgifte aan van gedekte obligaties (covered bonds), gedekt door Belgische hypotheekleningen. Dat programma – ter waarde van tien miljard euro – kwam er na de inwerkingtreding van de wet van 3 augustus 2012, die een regelgevend kader creëerde voor Belgische gedekte obligaties. Het obligatieprogramma geeft KBC toegang tot de markt van gedekte obligaties, waardoor het zijn financieringsstructuur kan diversifiëren en de kosten verbonden aan langetermijnfinanciering kan verlagen. Begin december 2012 lanceerden we een eerste uitgifte van gedekte obligaties voor een bedrag van 1,25 miljard euro. In 2013 volgden er nog meer uitgiftes voor een totaal van 2,67 miljard euro.
Zowel de Liquidity Coverage Ratio (LCR) als de Net Stable Funding Ratio (NSFR) worden omschreven in het Glossarium van gebruikte ratio's. Eind 2013 bedroeg onze NSFR 111% en onze LCR 131%, beide berekend op basis van onze interpretatie van de huidige richtlijnen van het Baselcomité. Dat is ruim boven de minimale reglementaire vereisten en de eigen doelstellingen van KBC van respectievelijk 105% en 100% voor 2015.
Het marktrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte waarde van een financieel instrument (of portefeuille van dergelijke instrumenten) veroorzaakt door wijzigingen van (de volatiliteit van) de rente, wisselkoersen, aandelen- of grondstoffenprijzen. Het risico van prijsschommelingen van verhandelbare effecten als gevolg van kredietrisico, landenrisico en liquiditeitsrisico maakt eveneens deel uit van het marktrisico. De rente-, valuta- en aandelenrisico's van de bancaire niet-tradingposities en van de posities van de verzekeraar zijn integraal bij de marktrisico's in niet-tradingactiviteiten opgenomen.
Het doel van marktrisicobeheer is het marktrisico van de gehele tradingpositie op groepsniveau te meten, te rapporteren en er advies over te geven, rekening houdend met de voornaamste risicofactoren en specifieke risico's.
We zijn blootgesteld aan marktrisico via de tradingportefeuilles van onze dealingrooms in West-Europa, Centraal- en Oost-Europa en Azië. De klassieke dealingrooms, waarbij de dealingroom in Brussel het leeuwendeel van de limieten en risico's voor zijn rekening neemt, richten zich vooral op de handel in rente-instrumenten. De activiteit op de wisselmarkten daarentegen is traditiegetrouw beperkt. Alle dealingrooms concentreren zich op de bediening van hun cliënten voor wat betreft geld- en kapitaalmarktproducten en op de financiering van de bankactiviteiten.
Meer informatie over gedekte obligaties vindt u in onze Debt Investor Presentation op www.kbc.com.
De enige resterende activiteit bij KBC Financial Products, Europese aandelenderivaten, wordt sinds maart 2012 rechtstreeks vanuit Brussel beheerd. Het marktrisico van de legacy-CDOportefeuille wordt strikt beheerd. Zo zijn in de loop van het jaar een aantal derisking-transacties uitgevoerd. Daardoor is de gevoeligheid van de winst-en-verliesrekening voor schommelingen van de credit spreads aanzienlijk gedaald.
NSFR van 111% en LCR van 131%
Speciale teams houden zich verder bezig met de afbouw van de resterende legacy-bedrijfsactiviteiten bij KBC Financial Products, namelijk fondsderivaten, omgekeerde hypotheken en verzekeringsderivaten, die minder dan 2% van het reglementaire kapitaalbeslag voor marktrisico in tradingactiviteiten vertegenwoordigen.
Het belangrijkste instrument voor de berekening en bewaking van marktrisico's in de tradingportefeuille is de Historical Value-at-Risk-methode (HVaR). VaR beoogt binnen een bepaald betrouwbaarheidsinterval een raming te geven van de economische waarde die een bepaalde portefeuille over een bepaalde houdperiode kan verliezen door marktrisico. De meting houdt rekening met het marktrisico van de huidige portefeuille. We gebruiken de historische simulatiemethode (HVaR), conform de Basel II-standaarden ter zake (99% eenzijdig betrouwbaarheidsinterval, 10 dagen houdperiode, historische gegevens van minstens 250 werkdagen), en werken met een gegevensoverzicht van 500 werkdagen. De HVaR-methodiek maakt geen veronderstellingen wat de verdeling van koerssprongen of onderlinge correlaties betreft, maar gaat uit van het historische ervaringspatroon van de twee voorgaande jaren. Zoals bij elk model zijn er wel een aantal onzekerheden/onvolkomenheden. Het model wordt evenwel regelmatig herzien en verbeterd. Zo werd in 2013 de spreadrisicomodellering verbeterd en werd de optionaliteitscomponent toegevoegd aan de inflatieposities in de portefeuille. Hoewel dat de nauwkeurigheid van de berekeningen volgens het HVaR-model verbeterde, had het nauwelijks invloed op het gemiddelde HVaR-gebruik. Complexe en/of illiquide instrumenten die niet in een HVaR-model passen, zijn onderworpen aan nominale en/ of scenariolimieten.
Risicoconcentraties bewaken we met een reeks van secundaire limieten, zoals concentratielimieten voor aandelen en valuta's en Basis-Point-Value-limieten voor het renterisico en basisrisico. Er gelden ook concentratielimieten voor het specifieke risico van een bepaalde emittent of een bepaald land. Daarnaast hebben we scenarioanalyselimieten met meerdere verschuivingen van onderliggende risicofactoren. Bovendien bestaan er secundaire limieten om de risico's te bewaken die verbonden zijn aan opties (de Greeks).
Naast de dagelijkse HVaR-berekeningen voeren we uitgebreide stresstests uit. Terwijl het HVaR-model mogelijke verliezen in normale marktomstandigheden berekent, tonen stresstests de invloed van bijzondere omstandigheden en gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid. De historische en hypothetische stresstestscenario's omvatten zowel het marktrisico als de liquiditeitsaspecten van marktverstoringen.
Een van de elementen van een gezond risicobeheer is een voorzichtige waardering. Dagelijks voeren we in de midoffice een onafhankelijke waardering van frontofficeposities uit. Kan het onafhankelijke karakter of de betrouwbaarheid van het waarderingsproces niet worden gegarandeerd, dan voeren we een parameterherziening uit. Waar nodig passen we de reële waarde aan om rekening te houden met close-outkosten, aanpassingen gekoppeld aan mark-to-modelwaarderingen, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en exploitatiekosten. Naast de parameterherziening voeren we ook periodiek risicocontroles uit. Die omvatten alle controles waarbij geen parameters of resultaten worden getoetst (dat gebeurt bij de parameterherziening), maar die nodig zijn voor een goed risicobeheer. Bovendien starten we voor elk nieuw product en elke nieuwe activiteit een businesscase op om de risico's te analyseren en na te gaan hoe we die zullen beheren.
We berekenen een globale VaR voor elke gespecialiseerde dochtermaatschappij en voor alle tradingentiteiten over de hele wereld op basis van een houdperiode van tien dagen.
In de tabel omvat de VaR voor KBC Bank zowel de lineaire als de niet-lineaire posities van de klassieke dealingrooms, en ook KBC Securities (vanaf april 2013). De HVaR van KBC Financial Products, die de portefeuille single name kredietderivaten en de resterende correlatieportefeuille omvat, wordt ook in de tabel weergegeven tot het derde kwartaal van 2013. Vanaf oktober 2013 bedroeg de HVaR voor de kredietderivaten van KBC Financial Products nul. Dat was het gevolg van een reeks transacties met een externe tegenpartij waardoor de elkaar compenserende posities in de scope van het VaR-model van KBC Financial Products precies gelijk waren (perfect match, back-to-back). Bijgevolg, en omdat KBC Securities zoals vermeld is opgenomen in de HVaR voor KBC Bank, is vanaf dan alle tradingactiviteit voor de groep gemeten door de HVaR opgenomen in de 10 dagen HVaR voor KBC Bank.
| Marktrisico (VaR) | 10 dagen HVaR voor KBC Bank | 10 dagen HVaR voor KBC Financial Products | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 | ||
| Houdperiode: 10 dagen | ||||||
| Gemiddelde 1kw | 30 | 37 | 12 | 1 | ||
| Gemiddelde 2kw | 341,2 | 37 | 23 | 1 | ||
| Gemiddelde 3kw | 30 | 34 | 2 | 1 | ||
| Gemiddelde 4kw | 30 | 29 | 1 | – | ||
| Op 31 december | 37 | 28 | 2 | – | ||
| Maximum in jaar | 39 | 50 | 18 | 5 | ||
| Minimum in jaar | 23 | 26 | 1 | 0 |
1 Gewijzigde scope sinds 1 maart 2012: Europese aandelenderivaten zijn verschoven van KBC Financial Products naar KBC Bank.
2 KBL EPB inbegrepen tot het tweede kwartaal van 2012.
3 Sterke daling van het gebruik van gemiddelde HVaR bij KBC Financial Products door vereenvoudiging van de afwikkelingsprocedure voor kredietgebeurtenissen.
In de tabel hieronder vindt u een uitsplitsing van de risicofactoren (gemiddeld) in het HVaRmodel van KBC Bank voor de periode van 1 maart 2012 (toen de scope is gewijzigd en de Europese aandelenderivaten mee zijn opgenomen) tot 31 december 2012 en voor het volledige boekjaar 2013. Het aandelenrisico is afkomstig uit de handel in Europese aandelen en uit KBC Securities (vanaf april 2013).
| Indeling naar risicofactor van de trading-HVaR voor KBC Bank (in miljoenen euro) |
Gemiddelde voor de laatste 10 maanden van 2012 |
Gemiddelde voor 2013 |
|---|---|---|
| Renterisico | 31,0 | 33,3 |
| Wisselkoersrisico | 2,2 | 2,9 |
| Valutaoptierisico | 2,0 | 1,8 |
| Aandelenrisico | 1,6 | 1,9 |
| Invloed van diversificatie | -5,7 | -5,6 |
| Totale HVaR | 31,1 | 34,3 |
De betrouwbaarheid van het VaR-model testen we dagelijks met een backtest, waarbij het eendaagse VaR-cijfer wordt vergeleken met de no-action P&L (dat wil zeggen dat de posities ongewijzigd blijven maar de marktgegevens veranderen in die van de volgende dag). Dat gebeurt zowel op het topniveau als op het niveau van de verschillende entiteiten en desks. Een overzicht van de derivaten vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 29.
KBC Bank en KBC Financial Products hebben de toestemming verkregen van de Belgische regelgever om hun respectieve VaR-model te gebruiken voor de bepaling van de reglementairkapitaalvereisten voor een deel van hun marktactiviteiten. Cˇ SOB (Tsjechië) heeft ook de goedkeuring gekregen van de lokale regelgever om zijn VaR-model te gebruiken voor de bepaling van de kapitaalvereisten. Die modellen worden ook gebruikt voor de berekening van de Stressed VaR (SVaR), een van de reglementairkapitaalvereisten volgens CRD III die gelden sinds eind 2011. De berekening van een SVaR-maatstaf is gebaseerd op de normale VaR-berekeningen en gaat uit van dezelfde methodologische assumpties, maar is samengesteld alsof de relevante marktfactoren werden blootgesteld aan een periode van stress. De stressperiode is gebaseerd op het recente verleden en wordt regelmatig aangepast.
Daarnaast heeft KBC Financial Products modellen geïmplementeerd (in overeenstemming met CRD III) om een Incremental Risk Charge (IRC) te berekenen en te rapporteren voor de kredietposities die een wanbetalings- en migratierisico inhouden (d.w.z. de single name-CDS van bedrijven) en een Comprehensive Risk Measure die alle prijsrisico's in de op maat gemaakte CDO-tranches dekt. Maar omdat de elkaar compenserende posities in de scope van het VaR-model van KBC Financial Products vanaf oktober 2013 precies gelijk waren, zakten de IRC en CRM tot nul. Het risico dat vervat is in ABS'en en behouden CDO-posities volgt het kader voor (her-)securitisaties.
De betreffende kapitaalvereisten voor tradingrisico's vindt u in de tabel hieronder. De reglementairkapitaalvereisten voor de tradingrisico's van lokale KBC-entiteiten die van hun respectieve toezichthouder geen goedkeuring hebben gekregen om voor de kapitaalberekeningen een intern model te gebruiken, en de bedrijfsactiviteiten die niet zijn opgenomen in de HVaR-berekeningen worden gemeten volgens de standaardbenadering. Die benadering bepaalt algemene en specifieke risicowegingen per type van marktrisico (renterisico, aandelenrisico, wisselkoersrisico en grondstoffenrisico).
| Reglementairkapitaalvereisten trading, naar risicotype | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Renterisico | Aandelen risico |
Wissel koersrisico |
Grondstof fenrisico |
Incremental Risk Charge |
Comprehen sive Risk Measure |
Her securiti satie |
Totaal | |
| 31-12-2012 | |||||||||
| Marktrisico's ingeschat door intern model |
HVaR SVaR |
88 114 |
3 4 |
10 20 |
– – |
1 | 34 | – | 274 |
| Marktrisico's ingeschat door de standaardbenadering |
60 | 12 | 11 | 2 | – | – | 340 | 425 | |
| Totaal | 263 | 18 | 42 | 2 | 1 | 34 | 340 | 698 | |
| 31-12-2013 | |||||||||
| Marktrisico's ingeschat door intern model |
HVaR SVaR |
83 100 |
2 6 |
13 22 |
– – |
– | – | – | 226 |
| Marktrisico's ingeschat door de standaardbenadering |
39 | 7 | 12 | 2 | – | – | 59* | 119 | |
| Totaal | 222 | 15 | 47 | 2 | – | – | 59 | 345 |
* De scope van dit cijfer is anders dan in 2012 omdat de behouden CDO-posities in de bankportefeuille in 2013 zijn opgenomen onder kredietrisico en niet meer onder marktrisico (zoals dat tot 2012 het geval was). Als de scope dezelfde was gebleven, zouden de reglementairkapitaalvereisten voor hersecuritisatie gedaald zijn van 340 miljoen euro in 2012 naar 274 miljoen euro in 2013.
Verzekeringstechnische risico's vloeien voort uit de onzekerheid over de frequentie van het zich voordoen van verzekerde schadegevallen en over de schadegrootte. Al die risico's worden onder controle gehouden door een gepast acceptatie-, tariferings-, schadereserverings-, herverzekerings- en schaderegelingsbeleid van het lijnmanagement enerzijds en een onafhankelijk verzekeringsrisicobeheer anderzijds.
De Groepsrisicofunctie zorgt voor de ontwikkeling en uitrol van een groepskader voor het beheer van verzekeringsrisico's. Ze is verantwoordelijk voor het ondersteunen van de lokale implementatie en het functioneel aansturen van het verzekeringsrisicobeheer van de verzekeringsdochtermaatschappijen.
Het verzekeringsrisicobeheerskader is hoofdzakelijk opgebouwd rond de volgende bouwstenen:
We ontwikkelen modellen voor alle belangrijke verzekeringsverplichtingen van de groep, te weten (i) de toekomstige schadegevallen die zich binnen een vooraf bepaalde tijdshorizon zullen voordoen, inclusief hun schadeafwikkelingspatroon; (ii) de toekomstige afwikkeling van schadegevallen (al dan niet al aangegeven aan de verzekeraar) die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar nog niet volledig zijn geregeld en (iii) de impact van het herverzekeringsprogramma op voormelde schadegevallen. Die modellen gebruiken we om de verzekeringsinstellingen van de groep te sturen in de richting van de creatie van meer aandeelhouderswaarde met behulp van toepassingen om het economisch kapitaal te berekenen, beslissingen met betrekking tot herverzekeringsprogramma's te onderbouwen, de ex-postwinstgevendheid van specifieke deelportefeuilles te berekenen en de economischkapitaalvereisten te verrekenen in de tarifering van de verzekeringspolissen.
In 2012 hebben we deelgenomen aan de IMF-stresstest voor verzekeringsmaatschappijen (een belangrijk onderdeel van het IMF Financial Sector Assessment Programme 2012). Het doel was na te gaan hoe veerkrachtig het beschikbare kapitaal is in stressscenario's. Naast de reglementair vereiste stresstests voeren we ook interne stresstests uit.
Voor Schadeverzekeringen kan KBC aan de hand van de interne natuurrampmodellen de verwachte schadelast ramen, mochten natuurrampen uit het verleden zich vandaag opnieuw voordoen. Daarnaast bieden die modellen de mogelijkheid om de impact op de netto economische winst te bepalen van natuurrampen die zich gemiddeld maar één keer binnen een bepaald tijdsbestek (van bijvoorbeeld 100 of 250 jaar) voordoen.
In het Levenbedrijf wordt typisch een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd binnen het kader van de jaarlijkse berekening van de market consistent embedded value.
De verzekeringsportefeuilles worden via herverzekering beschermd tegen de invloed van zware schadegevallen of de accumulatie van verliezen (bijvoorbeeld door een concentratie van verzekerde risico's). We splitsen die herverzekeringsprogramma's op in drie grote blokken, namelijk zaakschade-, aansprakelijkheids- en personenverzekeringen, en we evalueren en onderhandelen ze elk jaar opnieuw.
Het overgrote deel van onze herverzekeringscontracten is op niet-proportionele basis afgesloten, waardoor de impact van heel zware schadegevallen of schadegebeurtenissen wordt afgedekt. Het is ook de opdracht van het onafhankelijke verzekeringsrisicobeheer om te adviseren over de hervorming van de herverzekeringsprogramma's, vooral vanuit het oogpunt van de creatie van aandeelhouderswaarde. Die benadering leidde tot een optimalisering van het eigen behoud van de KBC-groep, in het bijzonder met betrekking tot zijn blootstelling aan natuurrampenrisico's. Om de volatiliteit van de winst-en-verliesrekening te verlagen, heeft KBC Verzekeringen België een meerjarige multiline herverzekeringsovereenkomst gesloten die gedurende drie jaar de belangrijkste schadeverzekeringsactiviteiten dekt.
In het kader van de onafhankelijke bewaking van de verzekeringsrisico's voert de Groepsrisicofunctie regelmatig diepgaande onderzoeken uit. Die bevestigen dat de aangelegde technische voorzieningen Niet-leven van de groepsmaatschappijen met een hoge graad van waarschijnlijkheid toereikend zijn. De toereikendheid wordt gecontroleerd per productgroep op het niveau van de groepsmaatschappij en de algemene toereikendheid wordt beoordeeld op het niveau van de groepsmaatschappij voor alle productgroepen samen.
Daarnaast voeren de verschillende groepsmaatschappijen ook voor de technische voorzieningen Leven toereikendheidstesten (liability adequacy tests) uit die in overeenstemming zijn met de lokale en IFRS-vereisten. Onze berekeningen zijn gebaseerd op prospectieve methodes (kasstroomprojecties rekening houdend met mogelijke afkopen en een verdisconteringsvoet die per verzekeringsentiteit is bepaald en waarbij de lokale macro-economische toestand en regelgeving in acht zijn genomen). Daarbij bouwen we extra marktwaardemarges in om met de onzekerheid in een aantal berekeningsparameters rekening te houden. Omdat er eind 2013 geen tekorten werden vastgesteld, hoefde er geen ontoereikendheidsreserve te worden opzijgezet binnen de KBC-groep.
De tabel toont de schadeafwikkelingsgegevens in Niet-leven over de laatste jaren en omvat KBC Verzekeringen NV, Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië), Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije, sinds boekjaar 2008), DZI Insurance (sinds boekjaar 2008), K&H Insurance en KBC Group Re (sinds boekjaar 2005). Alle voorzieningen voor te betalen schadevergoedingen aan het einde van 2013 zijn opgenomen. In de schadeafwikkelingsgegevens werden alle bedragen meegenomen die aan individuele schadegevallen kunnen worden toegewezen, inclusief de incurred but not reported (IBNR)- en incurred but not enough reserved (IBNER)-voorzieningen en de bedragen voor externe beheerskosten voor het regelen van schadegevallen, maar niet de bedragen in verband met interne schaderegelingskosten en de voorzieningen voor verwachte recuperaties. De opgenomen cijfers zijn vóór herverzekering en zijn niet gezuiverd voor intercompanybedragen.
De eerste rij in de tabel geeft de totale schadelast (uitkeringen plus voorzieningen) weer voor de schadegevallen die plaatshadden tijdens een bepaald jaar, zoals geraamd aan het einde van het voorvalsjaar. De volgende rijen geven de situatie aan het einde van de volgende kalenderjaren weer. We hebben de bedragen herberekend tegen de wisselkoersen op 31 december 2013.
| Schadeafwikkelingsdriehoeken, KBC Verzekeringen | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Voorvals jaar 2004 |
Voorvals jaar 20051 |
Voorvals jaar 2006 |
Voorvals jaar 2007 |
Voorvals jaar 20082 |
Voorvals jaar 2009 |
Voorvals jaar 2010 |
Voorvals jaar 2011 |
Voorvals jaar 2012 |
Voorvals jaar 2013 |
| Raming aan het einde van het voorvalsjaar |
547 | 578 | 631 | 686 | 793 | 824 | 871 | 806 | 849 | 917 |
| 1 jaar later | 483 | 506 | 537 | 621 | 757 | 724 | 773 | 714 | 743 | – |
| 2 jaar later | 454 | 484 | 511 | 588 | 728 | 668 | 725 | 656 | – | – |
| 3 jaar later | 448 | 483 | 500 | 567 | 714 | 652 | 720 | – | – | – |
| 4 jaar later | 444 | 474 | 486 | 561 | 710 | 635 | – | – | – | – |
| 5 jaar later | 445 | 461 | 478 | 557 | 702 | – | – | – | – | – |
| 6 jaar later | 441 | 462 | 464 | 550 | – | – | – | – | – | – |
| 7 jaar later | 433 | 458 | 458 | – | – | – | – | – | – | – |
| 8 jaar later | 431 | 454 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| 9 jaar later | 427 | – | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Huidige raming | 427 | 454 | 458 | 550 | 702 | 635 | 720 | 656 | 743 | 917 |
| Cumulatieve betalingen | 376 | 377 | 398 | 464 | 589 | 515 | 588 | 495 | 484 | 347 |
| Huidige voorzieningen | 51 | 77 | 60 | 86 | 113 | 119 | 133 | 161 | 259 | 570 |
1 Sinds boekjaar 2005 worden de cijfers van KBC Group Re opgenomen. Exclusief die gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2005 (bedrag en voorvalsjaar): 455 voor 2004.
2 Sinds boekjaar 2008 worden de cijfers van Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije) en DZI Insurance (Bulgarije) opgenomen. Exclusief die gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2008 (bedrag en voorvalsjaar): 432 voor 2004, 453 voor 2005, 485 voor 2006 en 573 voor 2007.
Specifieke informatie over de verzekeringsactiviteiten van de groep vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening in Toelichtingen 9, 10, 11 en 35. Een verdeling van de verdiende premies en technische lasten naar divisie vindt u in de toelichtingen met betrekking tot de gesegmenteerde informatie.
Het operationeel risico is de kans op schade als gevolg van ontoereikendheden of tekortkomingen in de werkwijzen en systemen, menselijke fouten of externe gebeurtenissen. Operationele risico's omvatten ook fraude-, juridische, compliance- en fiscale risico's.
Informatie over juridische geschillen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 36.
We hebben één globaal kader voor het beheer van het operationeel risico op groepsniveau. Dat bestaat uit een uniform taalgebruik ingebed in controlemechanismen voor de hele groep, één methodologie, één pakket centraal ontwikkelde ICT-applicaties, en centrale en decentrale rapportering.
De Groepsrisicofunctie is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het uitwerken van het kader voor het beheren van de operationele risico's in de hele KBC-groep. De ontwikkeling en implementatie van dat kader worden ondersteund door een uitgebreid beleidsmodel dat geldt voor alle entiteiten van de groep. Het werd in 2012 hertekend in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC en zal geleidelijk worden ingevoerd tegen 2014.
De Groepsrisicofunctie creëert een omgeving waarin risicospecialisten (in verschillende domeinen, waaronder informatierisicobeheer, bedrijfscontinuïteit en disaster recovery, compliance, fraudebestrijding, juridische en fiscale zaken en boekhouding) kunnen samenwerken (prioriteiten stellen, dezelfde taal en instrumenten gebruiken, uniforme rapportering, enz.). Ze wordt bijgestaan door de lokale waarde- en risicobeheersafdelingen, die eveneens onafhankelijk zijn van de business.
Om operationele risico's te beheren, gebruiken we een aantal bouwstenen die alle aspecten van het operationeelrisicobeheer dekken.
Tussen 2011 en 2015 schenken we bijzondere aandacht aan de gestructureerde opmaak van procesgestuurde controlemechanismen op groepsniveau (Group Key Controls), die de voormalige Groepsstandaarden geleidelijk zullen vervangen. Group Key Controls zijn opgelegde controledoelstellingen die worden gebruikt om belangrijke (key and killer) risico's die inherent zijn aan de processen van KBC-entiteiten te beperken. Ze vormen dan ook een essentiële bouwsteen van het operationeelrisicobeheerskader en van het internecontrolesysteem.
De business en (lokale) controlefuncties beoordelen die Group Key Controls. De interne beoordelingen van risico's worden geconsolideerd door de Groepsrisicofunctie en verzekeren dat er een consistente relatie is tussen (i) processen, (ii) risico's, (iii) controleactiviteiten en (iv) beoordelingsscores. KBC creëerde zo een objectief beheersinstrument om zijn internecontroleomgeving te evalueren en de aanpak in alle entiteiten af te toetsen. Elk jaar rapporteren we de resultaten van de beoordelingen aan de Nationale Bank van België in onze Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding).
Naast de Group Key Controls zijn er nog een aantal andere bouwstenen:
De kwaliteit van de internecontroleomgeving en de daarmee gepaard gaande risicoblootstelling die aan de hand van de bouwstenen wordt geïdentificeerd, beoordeeld en beheerd, worden gemeld aan het senior management van KBC via een managementdashboard en aan de Nationale Bank van België en de FSMA via de jaarlijkse Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding). Informatie over de systemen voor interne controle en risicobeheer vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
KBC berekent het operationeelrisicokapitaal in het kader van Basel II volgens de Standaardbenadering. Eind 2013 bedroeg het operationeelrisicokapitaal voor KBC Bank op geconsolideerd niveau 847 miljoen euro, tegenover 884 miljoen euro eind 2012.
Reputatierisico is het risico dat het gevolg is van de negatieve perceptie van cliënten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers, schuldhouders, marktanalisten, andere betrokken partijen of toezichthouders die een ongunstige invloed kan hebben op de mogelijkheid van een financiële instelling om bestaande zakelijke relaties te behouden of er nieuwe op te bouwen en om voortdurende toegang tot financieringsbronnen te hebben (bijvoorbeeld via de interbancaire of de effectiseringsmarkt). Het reputatierisico is een secundair of afgeleid risico omdat het meestal verbonden is aan en zich alleen voordoet samen met een ander risico.
We hebben het reputatierisicobeheerskader in 2012 herschreven in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC. De business is verantwoordelijk voor het proactieve en reactieve beheer van het reputatierisico en wordt daarin bijgestaan door heel wat gespecialiseerde afdelingen (Communicatie Groep, Investor Relations, enz.).
Volgens de pijler 2-benadering van kapitaaltoereikendheid wordt de invloed van het reputatierisico op de huidige activiteiten in de eerste plaats gedekt door het kapitaalbeslag voor primaire risico's (zoals krediet- of operationeel risico). Het wordt ook gedekt door het kapitaal dat is gereserveerd voor bedrijfsrisico's.
Het bedrijfsrisico is het risico dat het gevolg is van veranderingen in externe factoren die de vraag naar en/of de winstgevendheid van onze producten en diensten beïnvloeden.
We houden onder meer rekening met risicofactoren als macro-economische omstandigheden, regelgeving, gedrag van cliënten, concurrentielandschap en sociodemografisch klimaat. Het bedrijfsrisico beoordelen we op basis van gestructureerde risicoscans.
KBC reserveert een pijler 2-kapitaalbeslag speciaal voor bedrijfsrisico's. Het bedrijfsrisicokapitaal is afhankelijk van de exploitatiekosten van de verschillende KBC-groepsentiteiten. Het deel van de exploitatiekosten dat moet worden gereserveerd als economisch kapitaal voor bedrijfsrisico's varieert naargelang van het risiconiveau van de activiteiten van elke entiteit. Dat niveau bepalen we op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de activiteiten van alle KBC-groepsentiteiten.
Het kapitaaltoereikendheidsrisico (of solvabiliteitsrisico) is het risico dat de kapitaalbasis van de groep, de bank of de verzekeraar beneden een aanvaardbaar niveau valt. In de praktijk wordt dat vertaald in een toetsing van de solvabiliteit aan de minimale reglementaire en interne solvabiliteitsratio's. We benaderen kapitaaltoereikendheid zowel vanuit reglementair oogpunt als vanuit intern (economisch) oogpunt.
We rapporteren de solvabiliteit van de groep, van het bank- en het verzekeringsbedrijf, berekend op basis van IFRS-gegevens en volgens de door de Belgische toezichthouder opgestelde richtlijnen ter zake.
Volgens Basel II gebruiken we voor de solvabiliteit van de groep de zogenaamde building block-methode. Die omvat een vergelijking van het reglementair kapitaal van de groep (het eigen vermogen van aandeelhouders gezuiverd voor een aantal posten (zie tabel)) met de som van elk van de minimale reglementaire solvabiliteitsvereisten voor KBC Bank en de holdingmaatschappij (na aftrek van transacties tussen die entiteiten) en KBC Verzekeringen. Het totaal gewogen risicovolume van verzekeringsmaatschappijen wordt berekend als de vereiste solvabiliteitsmarge volgens Solvency I gedeeld door 8%. De reglementaire minimale solvabiliteitsdoelstellingen werden in 2013 ruim overtroffen, niet alleen op het einde van het jaar maar ook gedurende het volledige boekjaar.
Volgens Basel III (CRDIV/CRR) moet voor de solvabiliteit van de groep de verzekeringsparticipatie worden afgetrokken van het common equity op KBC-groepsniveau, tenzij de bevoegde toezichthouder de toelating geeft om een risicoweging toe te passen. KBC heeft die toelating gekregen van de NBB en kent een weging van 370% toe aan de posities in eigenvermogensinstrumenten van de verzekeringsmaatschappij, na KBC Verzekeringen uit de geconsoli-
Common equity ratio op groepsniveau (Basel III, fully loaded, Deense compromismethode)
deerde cijfers van de KBC-groep te hebben gehaald. Naast die berekeningsmethode moet KBC ook de solvabiliteitsratio bekendmaken volgens de voormelde building block-methode.
In overeenstemming met Basel II, pijler 2, heeft KBC een Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Naast de reglementairkapitaalvereisten maakt dat proces gebruik van een economischkapitaalmodel (zie verder) om de kapitaalvereisten te meten op basis van alle groepswijde risico's en om die vereisten te vergelijken met het voor risicodekking beschikbare kapitaal. Het ICAAP beoordeelt zowel de huidige als de toekomstige kapitaaltoestand. Voor die laatste beoordeling wordt een driejarenraming opgesteld van vereist en beschikbaar kapitaal, zowel reglementair als economisch, volgens een basisscenario dat rekening houdt met de verwachte interne en externe groei, en volgens verschillende alternatieve scenario's en een recessiescenario.
In 2008 en 2009 namen we een aantal kapitaalversterkende maatregelen. Zo gaven we kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid en ondertekenden we een garantieovereenkomst met de Belgische staat voor de CDO-risico's (meer informatie hierover vindt u in het deel Overige informatie). De Belgische toezichthouder heeft bevestigd dat de niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten tot 2018 volledig zijn toegelaten (grandfathered) als kernkapitaal ingevolge CRD IV/CRR.
| Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, volgens Basel II) (in miljoenen euro) |
31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling | 16 113 | 17 169 |
| Tier 1-kapitaal1 | 14 062 | 14 286 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders | 12 099 | 11 826 |
| Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | 3 500 | 2 333 |
| Immateriële vaste activa (-) | -356 | -341 |
| Consolidatieverschillen (-) | -987 | -950 |
| Innovatieve hybride Tier 1-instrumenten | 419 | 409 |
| Niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten | 1 692 | 1 693 |
| Directe en indirecte financiering van beleggingen in eigen aandelen | -250 | 0 |
| Belangen van derden | -5 | -3 |
| Aandelengarantie (Belgische staat) | 276 | 22 |
| Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa (-)6 | -1 263 | -1 094 |
| Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-)6 | 834 | 497 |
| Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-)6 | -22 | 25 |
| Belang van derden in voor verkoop beschikbare reserve en afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-)6 | 0 | 0 |
| Egalisatievoorzieningen (-)6 | -111 | -131 |
| Dividenduitkering (-)2 | -960 | 0 |
| IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 | 0 | 0 |
| Beperking van belastinglatenties | -227 | 0 |
| Aftrekposten (-)4 | -577 | 0 |
| Tier 2- en Tier 3-kapitaal | 2 051 | 2 883 |
| Perpetuele leningen, inclusief hybride Tier 1-instrumenten niet opgenomen in Tier 1-kapitaal | 0 | 0 |
| Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) | 185 | 290 |
| Belangen van derden in herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) | 0 | 0 |
| IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 | 0 | 0 |
| IRB-voorzieningsoverschot (+)3 | 130 | 342 |
| Achtergestelde schulden | 2 268 | 2 237 |
| Tier 3-kapitaal | 44 | 15 |
| Aftrekposten (-)4 | -577 | 0 |
| Totaal gewogen risico's | 102 148 | 90 541 |
| Bankactiviteiten7 | 89 532 | 78 486 |
| Verzekeringsactiviteiten5 | 12 386 | 12 096 |
| Holdingactiviteiten | 304 | 72 |
| Eliminatie van transacties tussen bank- en holdingactiviteiten | -74 | -113 |
| Solvabiliteitsratio's | ||
| Tier 1-ratio | 13,8% | 15,8% |
| Core Tier 1-ratio | 11,7% | 13,5% |
| CAD-ratio | 15,8% | 19,0% |
1 Cijfers geauditeerd door de commissaris (met uitzondering van IRB-voorzieningstekort/-overschot).
2 Omvat het dividend op gewone aandelen en de coupon op niet-stemgerechtigde kernkapitaaleffecten uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid.
3 Overschot/tekort wordt gedefinieerd als het (positieve/negatieve) verschil tussen de effectief geboekte waardeverminderingen op kredieten en het berekende verwachte verlies (expected loss).
4 Aftrekposten, die in tweeën verdeeld zijn over Tier 1- en Tier 2-kapitaal, omvatten hoofdzakelijk participaties in en achtergestelde vorderingen op financiële instellingen waarin KBC een belang tussen 10% en 50% heeft (eind 2012 was dat voornamelijk het minderheidsbelang in Bank Zachodni in Polen).
5 Gewogen risico's voor verzekeringen worden berekend door het kapitaal volgens Solvency I te vermenigvuldigen met 12,5 (8%-regel vergelijkbaar met de relatie tussen RWA en kapitaal voor bankactiviteiten).
6 Heeft betrekking op het filteren van die posten uit het eigen vermogen. Een negatief bedrag in de post Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa betekent bijvoorbeeld dat een positieve herwaarderingsreserve (deel van het geconsolideerd eigen vermogen) uit de solvabiliteitsberekeningstabel is gefilterd.
7 Tot eind 2014 omvatten de gewogen risico's een bedrag dat jaarlijks afneemt voor de resterende operationele risico's met betrekking tot KBL EPB (verkocht in 2012).
In de loop van 2013:
Rekening houdend met de terugbetaling van 0,5 miljard euro staatssteun aan de Vlaamse overheid begin 2014 en de getekende maar nog niet afgeronde overblijvende desinvesteringen zou de pro forma Tier 1-ratio op 31 december 2013 15,6% bedragen.
De tabel hieronder toont de Tier 1- en de CAD-ratio voor KBC Bank, berekend volgens Basel II, en de solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen. Uitgebreidere informatie over de solvabiliteit van KBC Bank en KBC Verzekeringen vindt u in hun geconsolideerde jaarrekening en in het Risk Report van KBC, dat beschikbaar is op www.kbc.com (het Risk Report werd niet geauditeerd door de commissaris).
| Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| KBC Bank (geconsolideerd, Basel II) | ||
| Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling | 14 390 | 15 537 |
| Waarvan Tier 1-kapitaal* | 12 235 | 12 631 |
| Totaal gewogen risico's | 88 927 | 78 120 |
| Tier 1-ratio | 13,8% | 16,2% |
| Waarvan core Tier 1-ratio | 11,4% | 13,5% |
| CAD-ratio | 16,2% | 19,9% |
| KBC Verzekeringen (geconsolideerd, Solvency I) | ||
| Beschikbaar kapitaal* | 3 190 | 2 721 |
| Vereiste solvabiliteitsmarge | 991 | 968 |
| Solvabiliteitsratio, in procenten | 322% | 281% |
| Solvabiliteitssurplus | 2 199 | 1 753 |
* Cijfers geauditeerd door de commissaris. De daling van het beschikbare kapitaal van KBC Verzekeringen is hoofdzakelijk het gevolg van strengere regels opgelegd door de toezichthouder voor het opnemen van de latente winsten in het beschikbare kapitaal.
De voorstellen voor Basel III en de in overeenstemming daarmee opgestelde Europese richtlijn inzake kapitaalvereisten (CRD IV/CRR) leggen nieuwe, strengere kapitaalvereisten op aan de financiële instellingen. De nieuwe reglementering zal geleidelijk worden ingevoerd vanaf 1 januari 2014 en volledig van kracht zijn op 1 januari 2022.
Het wettelijke minimum voor de Tier 1-ratio zal worden verhoogd van 4% volgens Basel II tot
6% volgens CRD IV/CRR. Die Tier 1-ratio zal voor ten minste 4,5 procentpunten moeten bestaan uit kernkapitaal (Tier 1-kernkapitaal of common equity). De minimumvereiste voor dat kernkapitaal wordt bovendien nog uitgebreid met een aantal buffers, waaronder een capital conservation buffer van 2,5%, een countercyclical buffer in periodes van kredietgroei (tussen 0% en 2,5%, te bepalen door de toezichthouder) en een systemic risk buffer (ook te bepalen door de toezichthouder). Bovendien neemt de kwaliteit van de bestanddelen van het beschikbare kapitaal toe, aangezien strengere criteria zijn vastgelegd voor instrumenten die in aanmerking komen voor de berekening van het reglementaire kapitaal.
De belangrijkste gevolgen van de overgang van Basel II naar CRD IV/CRR voor KBC zijn de behandeling van uitgestelde belastingvorderingen en het wegvallen van de filter voor nietgerealiseerde meer- en minderwaarden op voor verkoop beschikbare instrumenten. Daarnaast zal de building block-methode vervangen worden door de zogenaamde Deense compromismethode. (De algemene regel in CRD IV/CRR met betrekking tot verzekeringsparticipaties voor (gemengde) financiële holdings en conglomeraten is aftrek van eigen vermogen in die entiteit van het common equity Tier 1-kapitaal. De nationale toezichthouders kunnen evenwel een waiver verlenen waardoor de instellingen een weging van 370% mogen gebruiken (Deens compromis).) KBC heeft een waiver gekregen van de Nationale Bank van België, maar het is niet duidelijk of die behouden blijft wanneer de ECB de verantwoordelijke toezichthouder wordt.
KBC stelt intern een minimale common equity ratio van 10% voorop (fully loaded, d.w.z. dat ervan wordt uitgegaan dat alle CRD IV/CRR-regels volledig van toepassing zijn en inclusief de resterende Vlaamse overheidssteun tot 2018). Op 31 december 2013 bedroeg de fully loaded common equity ratio (Deense compromismethode) 12,8% (13,2% bij gefaseerde toepassing), ruim boven onze eigen doelstelling. Rekening houdend met de terugbetaling van 0,5 miljard euro staatssteun aan de Vlaamse overheid begin 2014 en de getekende maar nog niet afgeronde overblijvende desinvesteringen zou de pro forma fully loaded common equity ratio op 31 december 2013 12,5% bedragen.
De toezichthouders, met de Nationale Bank van België als consoliderende toezichthouder, hebben hun gezamenlijke home-host kapitaalbeslissing (Joint Capital Decision) voor KBC Groep genomen: KBC Groep wordt gevraagd een permanente minimale fully loaded common equity ratio, exclusief latente winsten, van 9,25% aan te houden. Volgens die berekening bedroeg de fully loaded common equity ratio exclusief latente winsten 12,5% op het einde van 2013, ruim boven het reglementaire minimum dus.
Solvency II is het nieuwe gereguleerde solvabiliteitsregime voor alle verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen van de EU. Terwijl de huidige solvabiliteitsvereisten voor verzekeringen (Solvency I) gebaseerd zijn op volume, gaat Solvency II uit van de risico's. Het wil solvabiliteitsvereisten invoeren die de risico's van ondernemingen beter weerspiegelen en een toezichtsysteem introduceren dat voor alle EU-lidstaten consistent is. Oorspronkelijk zou Solvency II in werking treden in januari 2013, maar ondertussen is bevestigd dat dat januari 2016 wordt. Op basis van de meest recente versie van de Solvency II-voorschriften ligt de Solvency II-ratio van de KBC-verzekeringsgroep in 2013 ruim boven de minimumvereiste. In 2011 investeerde KBC in een Solvency II-oplossing. Daarmee kunnen we op regelmatige basis onze kerncijfers nagaan dankzij een centrale Solvency II-oplossing die de berekeningen uitvoert voor alle verzekeringsentiteiten.
| Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 16 258 Tier 1-kapitaal 11 711 Kernkapitaal (common equity) 11 711 Eigen vermogen van de aandeelhouders (exclusief niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten en minderheidsbelangen) 11 361 Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 2 333 Immateriële vaste activa (-) -341 Consolidatieverschillen (-) -950 Belangen van derden -3 Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) 497 Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-) -6 Egalisatiereserve (-) -131 Dividenduitkering (-) 0 Vergoeding van overheidseffecten (-) 0 Aftrek m.b.t. financiering verstrekt aan aandeelhouders (-) -176 IRB-voorzieningstekort (-) -225 Uitgestelde belastingvorderingen op overgedragen verliezen (-) -648 Beperking op uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit verschillen in de tijd en aanzienlijke deelnemingen in entiteiten uit de financiële sector (-) 0 Aanvullend going concern-kapitaal 0 Toegelaten (grandfathered) innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 0 Toegelaten (grandfathered) niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 0 AT1-instrumenten die voldoen aan CRR 0 Minderheidsbelangen op te nemen in aanvullend going concern-kapitaal 0 Tier 2-kapitaal 4 547 IRB-voorzieningsoverschot (+) 342 Achtergestelde schulden 4 206 Achtergestelde leningen niet-geconsolideerde entiteiten uit de financiële sector (-) 0 Minderheidsbelangen op te nemen in Tier 2-kapitaal 0 Totaal gewogen risicovolume 91 426 Bankactiviteiten 80 399 Verzekeringsactiviteiten 11 068 Holdingactiviteiten 72 Eliminatie van intercompanytransacties -113 Solvabiliteitsratio's Common equity ratio 12,8% Tier 1-ratio 12,8% CAD-ratio 17,8% Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, volgens CRD IV/CRR (Basel III), building block-methode) 31-12-2013 Fully loaded Common equity ratio 13,2% Tier 1-ratio 13,2% CAD-ratio 18,1% |
Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, volgens CRD IV/CRR (Basel III), Deense compromismethode) (in miljoenen euro) |
31-12-2013 Fully loaded |
|---|---|---|
We gebruiken een economischkapitaalmodel om het totale risico te berekenen dat KBC loopt als gevolg van zijn verschillende activiteiten, rekening houdend met de verschillende risicofactoren. De ramingen van dat economischkapitaalmodel bezorgen we elk kwartaal aan het Groepsdirectiecomité, het ARCC en de Raad van Bestuur.
We definiëren economisch kapitaal als het vereiste kapitaal om heel zware verliezen op te vangen, uitgedrukt in de potentiële daling van de economische waarde van de groep (d.w.z. het verschil tussen de huidige economische waarde en de ongunstigste economische waarde over een tijdshorizon van één jaar en met een bepaald betrouwbaarheidsniveau), in overeenstemming met de risicobereidheid die de Raad van Bestuur heeft bepaald. We berekenen het economisch kapitaal per risicocategorie volgens een gemeenschappelijke noemer (dezelfde tijdshorizon van één jaar en hetzelfde betrouwbaarheidsinterval) en tellen die dan bijeen. Omdat het uiterst onwaarschijnlijk is dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen, houden we rekening met diversificatievoordelen bij het optellen van de individuele risico's.
Zoals eerder vermeld, vormt economisch kapitaal een belangrijke bouwsteen voor ICAAP (Basel II, pijler 2). Bovendien biedt het essentiële input voor het meten van risicogewogen prestaties.
In de tabel wordt het economisch kapitaal van KBC uitgesplitst per risicosoort.
| Verdeling economisch kapitaal KBC-groep* 2012 |
2013 |
|---|---|
| Kredietrisico 56% |
55% |
| Marktrisico in niet-tradingactiviteiten 25% |
28% |
| Marktrisico in tradingactiviteiten 1% |
1% |
| Bedrijfsrisico 8% |
8% |
| Operationeel risico 6% |
5% |
| Verzekeringstechnisch risico 3% |
3% |
| Financieringskosten en bied-laatspreadrisico 0% |
0% |
| Totaal 100% |
100% |
* Alle percentages hebben betrekking op de cijfers van eind december. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) en waarvan de bijdrage tot het economisch kapitaal van KBC rond 3% lag in 2013 en 6% in 2012. De cijfers van eind december 2012 verschillen sterk van die van eind september 2012 die zijn opgenomen in het verslag van vorig jaar (het marktrisico in niet-tradingactiviteiten steeg aanzienlijk terwijl het kredietrisico daalde, dankzij modelverbeteringen).
In 2011 ontwikkelde KBC een beleid voor de risicogewogen prestatiebeoordeling (Risk-Adjusted Performance Measurement (RAPM)). Daarbij werden gegevens over de risicogewogen prestaties gebruikt voor de toewijzing van kapitaal en de bepaling van de variabele vergoeding. Het onderdeel kapitaaltoewijzing in dat beleid zit vervat in het strategische planningproces. Het vergoedingsbeleid bevat ook risicogewogen elementen op basis van RAPM-cijfers.
Risicogewogen maatstaven berekenen de winstgevendheid met behulp van verwachte verliezen, d.w.z. de verliezen die men verwacht rekening houdend met het risicoprofiel van de portefeuille. Het gebruik van verwachte verliezen en dus een langeretermijnvisie voor de winstgevendheid van de portefeuille garandeert niet alleen dat het management zich bewust is van de risico's wanneer het goed gaat, maar vermijdt ook onevenredige beslissingen en acties in periodes dat het economisch minder goed gaat.
Het basisidee achter de risicocorrectie van de kapitaalbasis bij RAPM is dat het reglementaire kapitaal een beperkte dekking heeft in termen van risicotypes en maar gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC weerspiegelt. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes en weerspiegelt de eigen inschatting van het risicoprofiel van KBC.
KBC Groep NV gebruikt de Belgische Corporate Governance Code 2009 (Code) als referentiecode. U kunt die Code raadplegen op www.corporategovernancecommittee.be. De Code streeft naar transparantie op het gebied van corporate governance door informatie in het Corporate Governance Charter (Charter) en de Verklaring inzake deugdelijk bestuur of de Corporategovernanceverklaring (Verklaring) in het jaarverslag bekend te maken.
Het Charter licht de voornaamste aspecten van het beleid van de vennootschap op het vlak van corporate governance toe, zoals de bestuursstructuur, de interne reglementen van de Raad van Bestuur, zijn comités en het Directiecomité, en andere belangrijke onderwerpen. KBC publiceert zijn Charter op www.kbc.com.
De Verklaring wordt in het jaarverslag opgenomen en bevat meer feitelijke informatie over de corporate governance van de vennootschap, zoals een beschrijving van de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur, relevante gebeurtenissen tijdens het boekjaar, eventuele afwijkingen van de Code, het remuneratieverslag en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen.
De beschouwde periode loopt, tenzij anders vermeld, van 1 januari tot 31 december 2013.
In de Verklaring zijn ook enkele andere wettelijke bepalingen opgenomen.
In dit hoofdstuk korten we de volgende termen als volgt af:
In de tabel vindt u een overzicht van de samenstelling van de Raad en zijn comités op 31 december 2013. De externe mandaten van de leden van de Raad vindt u op www.kbc.com. Daar vindt u ook een kort curriculum vitae van elke bestuurder. In de kolommen over de comités geven we het aantal bijgewoonde vergaderingen.
| Samenstelling van de Raad op 31-12-2013 | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam | Hoofdfunctie | Periode in de Raad in 2013 | Einde huidig mandaat | Bijgewoonde raadsverga deringen |
Niet-uitvoerende bestuur ders |
Vertegenwoordigers kern aandeelhouders |
Onafhankelijke bestuurders | Overheidsbestuurders | Leden DC | ARCC | Benoemingscomité2 | Vergoedingscomité |
| Aantal vergaderingen in 2013 | 11 | 7 | 5 | 6 | ||||||||
| Thomas Leysen | Voorzitter van de Raad | Volledig jaar | 2015 | 11 | n | 51 | ||||||
| Philippe Vlerick | Ondervoorzitter van de Raad CEO Vlerick Group |
Volledig jaar | 2017 | 11 | n | n | 5 | |||||
| Johan Thijs | Voorzitter DC en gedelegeerd bestuurder |
Volledig jaar | 2016 | 11 | n1 | 5 | ||||||
| Alain Bostoen | Gedelegeerd bestuurder Christeyns NV | Volledig jaar | 2014 | 11 | n | n | ||||||
| Jo Cornu | Voorzitter Directiecomité NMBS | Volledig jaar | 2016 | 11 | n | n | 5 | 61 | ||||
| Marc De Ceuster | Hoogleraar Departement Accounting en Financiering Universiteit Antwerpen |
Volledig jaar | 2014 | 10 | n | n | 7 | |||||
| Tom Dechaene | Bestuurder van diverse vennootschap pen |
Volledig jaar | 2016 | 11 | n | n | 6 | 5 | ||||
| Franky Depickere | Gedelegeerd bestuurder Cera Beheers maatschappij NV en Almancora Beheers maatschappij NV, voorzitter Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA |
Volledig jaar | 2015 | 10 | n | n | 71 | 5 | 6 | |||
| Luc Discry | Gedelegeerd bestuurder Cera Be heersmaatschappij NV en Almancora Beheersmaatschappij NV, lid Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA |
Volledig jaar | 2015 | 11 | n | n | ||||||
| Frank Donck | Gedelegeerd bestuurder 3D NV | Volledig jaar | 2015 | 10 | n | n | 6 | |||||
| John Hollows | Gedelegeerd bestuurder | Volledig jaar | 2015 | 10 | n | |||||||
| Júlia Király | Departementshoofd aan de Internatio nal Business School van Boedapest |
3 maanden | 2014 | 2 | n | n | 1 | 0 | ||||
| Lode Morlion | Burgemeester van Lo-Reninge en voor zitter Raad van Bestuur Cera Beheers maatschappij NV |
Volledig jaar | 2016 | 11 | n | n | ||||||
| Vladimira Papirnik | Partner, Squire Sanders (US) LLP | Volledig jaar | 2016 | 11 | n | n | 7 | |||||
| Luc Popelier | Gedelegeerd bestuurder | Volledig jaar | 2015 | 11 | n | |||||||
| Theodoros Roussis | CEO Ravago Plastics NV | Volledig jaar | 2016 | 7 | n | n | ||||||
| Alain Tytgadt | Gedelegeerd bestuurder Metalunion CVBA |
Volledig jaar | 2017 | 10 | n | n | ||||||
| Ghislaine Van Kerckhove | Advocaat en ondervoorzitter Raad van Bestuur Cera Beheersmaatschappij NV |
Volledig jaar | 2016 | 11 | n | n | ||||||
| Piet Vanthemsche | Voorzitter Boerenbond en MRBB CVBA | Volledig jaar | 2014 | 9 | n | n | 5 | |||||
| Marc Wittemans | Gedelegeerd bestuurder MRBB CVBA | Volledig jaar | 2014 | 11 | n | n | 7 |
Commissaris: Ernst & Young, Bedrijfsrevisoren BCVBA, vertegenwoordigd door Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. Secretaris van de Raad: Johan Tyteca.
1 Voorzitter van dit comité.
2 Koenraad Debackere, onafhankelijk bestuurder van KBC Verzekeringen NV, is in overeenstemming met de bepalingen van de Code benoemd als lid van het Benoemingscomité van KBC Groep NV, met ingang van 8 oktober 2013.
Júlia Király is geboren in Boedapest (Hongarije) in 1957. Ze studeerde af aan de University of Economics (1980, Boedapest), behaalde een doctoraat aan diezelfde University of Economics (1984, Boedapest) en een Ph.D in economie aan de Hongaarse Academy of Sciences. Mevrouw Király begon haar loopbaan als onderzoekseconoom bij het Centraal Bureau voor
Meer informatie over corporate governance vindt u in ons Charter, op www.kbc.com, onder corporate governance.
Statistiek (1980-1982) en oefende daarna dezelfde functie uit bij het Nationaal Planbureau (1982- 1989). In 1989 werd ze CEO en decaan (Bankstrategie, Monetaire economie, Risicobeheer in financiële instellingen) van ITCB Consulting & Training, een privétraining- en consultingbedrijf in de financiële sector (1989-2007). Daarna werd mevrouw Király vicegouverneur bij de centrale bank van Hongarije (MNB) (2007-2013), waar ze verantwoordelijk was voor de financiële stabiliteit. Ze was lid van de raad van bestuur van de Hongaarse Credit Bank Ltd. (1995-1996), lid van de adviescommissie van de toezichthouder (1997-2000) en lid van de raad van bestuur van K&H Bank (1999-2000). Ze was voorzitter van de Postbank en de Savings Bank Corporation (2002- 2003). Ze was professor Financiële Wetenschappen aan de Corvinus University in Boedapest (1993-2012) en sinds 2012 is ze professor Economie aan de Eötvös Loránd University in Boedapest. Op 1 oktober 2013 werd ze benoemd tot afdelingshoofd van de International Business School in Boedapest.
Christine Van Rijsseghem werd geboren in 1962, en studeerde in 1985 af aan de faculteit Rechten van de universiteit in Gent. Nadien behaalde ze een MBA Financiële Wetenschappen aan de Vlerick Management School in Gent. Mevrouw Van Rijsseghem begon haar loopbaan bij KBC (voordien Kredietbank) in 1987 in de centrale afdeling Buitenlandse Vestigingen. Eerst was ze er verantwoordelijk voor risicobeheer en controle en de internationale overnamestrategie. Later werd ze hoofd van die afdeling. In 1994 werd ze benoemd tot hoofd van de afdeling Kredieten van Irish Intercontinental Bank, de Ierse dochter van KBC. In 1996 werd ze CEO van KBC France en in 1999 van de branch in Londen. Van 2000 tot 2003 was ze algemeen directeur van de afdeling Verwerking Effecten en Derivaten van KBC Groep. Sinds 2003 was ze algemeen directeur Finance Groep.
De agenda van de Algemene Vergadering is beschikbaar op www.kbc.com.
Hierna volgt een overzicht van de samenstelling van het DC eind 2013. Meer informatie, waaronder cv's, vindt u op www.kbc.com. Er waren geen wijzigingen in de samenstelling van het DC tijdens 2013.
John Hollows 1956
Brit
Licentiaat Rechten en Economie (Universiteit Cambridge)
In dienst sinds* 1996
CRO (chief risk officer)
Pavel Kavánek 1948
Tsjech
Licentiaat in de Economie (Universiteit van Praag en Georgetown)
In dienst sinds* 1972
CEO Divisie Tsjechië
Daniel Falque 1963 Belg Licentiaat in Internationale Betrekkingen (UCL)
In dienst sinds* 2009 CEO Divisie België
Luc Popelier 1964
Belg
Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (UFSIA)
In dienst sinds* 1988
CFO (chief financial officer)
Luc Gijsens 1953
Belg
Licentiaat in de Rechten (KU Leuven)
In dienst sinds* 1977
CEO Divisie Internationale Productfabrieken
Marko Voljcˇ 1949
Sloveen
Licentiaat in de Economie (Universiteit van Ljubljana en Belgrado)
In dienst sinds* 2004
CCO (chief change officer)
* In dienst sinds: bij KBC Groep NV, zijn groepsmaatschappijen of entiteiten van voor de fusie (Kredietbank, Cera, ABB, enz.)
Vanaf 1 mei 2014 wordt de organisatiestructuur van KBC vereenvoudigd en aangepast aan de kleinere omvang van de groep:
Als gevolg daarvan verandert ook de samenstelling van het DC. Het DC telt vanaf 1 mei 2014 bijgevolg zes in plaats van acht leden:
| Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2013 | |
|---|---|
| Samenstelling, vergaderingen, aanwezigheden |
Zie tabel vooraan in dit hoofdstuk |
| Raad | Naast het vervullen van de taken die door het Wetboek van Vennootschappen zijn opgelegd, het vast stellen van de kwartaalresultaten en de kennisname van de werkzaamheden van het ARCC, het Benoe mingscomité en het Vergoedingscomité, en de behandeling en beslissing van de door die comités voorgelegde dossiers, behandelde de Raad onder meer de volgende onderwerpen: • maandelijkse evaluatie van de status van de uitvoering van het Europese herstructureringsplan • de implementatie van de strategie • benoemingen en ontslagen in de Raad en de samenstelling van zijn comités • terugbetaling van 1,17 miljard euro (plus premie van 0,58 miljard euro) aan de Vlaamse overheid in juli 2013 • de verkoop door KBC Bank NV van de leningen die ze had toegekend aan Cera en KBC Ancora • Integrated Group Risk Report (maandelijks) • verslaggeving effectieve leiding inzake beoordeling van het interne controlesysteem • jaarlijkse evaluatie werking van de Raad • jaarlijkse evaluatie interactie met het DC • het Risk Governance Charter • Risk Appetite Statement • jaarverslag Group Value and Risk Management • het beleggingsbeleid • jaarverslag Business Continuity Management • Recovery Plan • jaarverslag Compliance • het Compliance Charter • de Integrity Policy • de Remuneration Policy • training m.b.t. verzekeringen en rapportering over de verzekeringsactiviteit Maandelijks bracht het DC ook verslag uit over de resultaatsontwikkeling en de algemene gang van zaken bij de verschillende divisies van de groep. Ook besteedde het regelmatig aandacht aan de strate gie en de specifieke uitdagingen van de verschillende activiteitsgebieden. |
| Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2013 | |
|---|---|
| ARCC | Het ARCC vergaderde in aanwezigheid van de voorzitter van het DC, de groeps-CRO, de groeps-CFO, de interne auditor en de compliance officer. Ook de erkende revisoren woonden de vergaderingen bij. Het verslag van de interne auditor, het verslag van de compliance officer en het verslag van de risico functie vormden vaste agendapunten. De periodieke rapportering van de risicofunctie omvatte voorna melijk een toelichting over de ontwikkeling op het gebied van het ALM- en liquiditeitsrisico, marktrisico, kredietrisico, operationeel risico, verzekeringsrisico en de kapitaalvereisten van de KBC-groep. Het ver slag van de interne auditor verstrekte telkens een overzicht van de recente auditverslagen, inclusief de belangrijkste auditverslagen van de onderliggende groepsentiteiten. Het ARCC nam ook kennis van de uitvoering van de auditplanning voor 2013 en keurde de auditplanning voor 2014 goed. Het ARCC werd periodiek geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de auditaanbevelingen. De perio dieke rapportering van de compliancefunctie informeerde de ARCC-leden onder meer over de voor naamste wetgevende en regulatoire ontwikkelingen alsook over de belangrijkste vaststellingen en pro jecten in de compliancedomeinen. Het ARCC nam ook kennis van de uitvoering van de complianceplanning 2013 en keurde de complianceplanning 2014 goed. Op 13 februari 2013 nam het ARCC kennis van de inhoud van de vennootschappelijke en geconsoli deerde jaarrekening van 31 december 2012 en keurde het persbericht goed. De revisor verstrekte toe lichting bij zijn belangrijkste controlebevindingen. Op 15 mei, 7 augustus en 13 november 2013 lichtten |
| de revisoren hun belangrijkste bevindingen toe naar aanleiding van hun controle van de kwartaalafslui ting op respectievelijk 31 maart, 30 juni en 30 september. Ook keurde het ARCC telkens het persbericht goed. Belangrijkste behandelde bijzondere rapporteringen: • verklaring van de effectieve leiding over de beoordeling van de interne controle in toepassing van de circulaire NBB 2011_9 en de opvolging van de actieplannen die daaruit voortvloeiden • jaarverslag waarde- en risicobeheer • jaarverslag Anti-Money Laundering • ICAAP rapport 2013 • Risk Governance Charter |
|
| Benoemingscomité | Opmerking: het Benoemingscomité van KBC Groep NV vervult die rol ook voor KBC Verzekeringen en KBC Bank. Belangrijkste behandelde onderwerpen: • benoemingen en herbenoemingen in de Raad en de diverse comités van KBC Groep NV, KBC Bank en KBC Verzekeringen • benoeming van onafhankelijke bestuurders van KBC Groep NV, KBC Bank en KBC Verzekeringen • de implementatie van de circulaire van de NBB over de standaarden van deskundigheid en professio nele betrouwbaarheid voor leden van het directiecomité, bestuurders, verantwoordelijken van indivi duele controlefuncties en effectieve leiders van financiële instellingen (fit & proper) |
| Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2013 | |
|---|---|
| Vergoedingscomité | Het Vergoedingscomité vergaderde veelal in aanwezigheid van de voorzitter van de Raad, de voorzitter van het DC en de vertegenwoordiger van de Vlaamse Overheid. Ook de algemeen directeur van HR Groep nam regelmatig deel aan de vergaderingen. Opmerking: het Vergoedingscomité van KBC Groep NV vervult die rol ook ten aanzien van KBC Verze keringen en KBC Bank. Belangrijkste behandelde onderwerpen: • de toepassing van het risk alignment framework m.b.t. de resultaten over 2012 • aanpassing van het vergoedingsregime voor de leden van het DC • het jaarlijks remuneratieverslag • de jaarlijkse remuneration review • retentie- en incentivationprogramma's voor personeel van sommige te desinvesteren maatschappijen • evaluatie van de prestaties van het DC over 2012 • de doelstellingen voor het DC voor 2013 • aanpassingen aan de Remuneration Policy |
| Meer informatie | Voor een algemene beschrijving van de werking van de Raad en zijn comités, zie hoofdstuk 5 en 6 van het Charter van KBC Groep NV op www.kbc.com. |
Op 31 december 2013 zetelen in het ARCC van KBC Groep NV twee onafhankelijke bestuurders in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Code:
Tot 8 oktober 2013 was Dirk Heremans lid van het ARCC. Dirk Heremans is doctor in de Rechten, licentiaat in het Notariaat en licentiaat in de Economische Wetenschappen van de KU Leuven. Hij behaalde het diploma in de Etudes supérieures, Sciences économiques aan de Faculté de Droit et des Sciences Economiques van de Université de Paris (Sorbonne) en werd Master of Arts, C.Phil. en Ph.D in Economie aan de University of California (UCLA). Hij is professor emeritus aan de Faculteit Economische en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven. Hij was adviseur bij het kabinet van de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën en voerde expertopdrachten uit bij de Europese Commissie. Hij is erelid van de raad van bestuur van de toenmalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Hij werd onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV in 2005 en bleef dat tot 8 oktober 2013.
Op basis van voorgaande gegevens kan worden besloten dat deze onafhankelijke bestuurders als lid van het ARCC voldoen aan de in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen gestelde onafhankelijkheid en deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.
De Raad werkte een regeling uit betreffende transacties en andere contractuele banden tussen de vennootschap (met inbegrip van met haar verbonden vennootschappen) en haar bestuurders die niet onder de belangenconflictenregeling van artikel 523 of 524ter van het Wetboek van Vennootschappen vallen. Die regeling werd opgenomen in het Charter van KBC Groep NV.
In toepassing van die regel onthielden de bestuurders die Cera en KBC Ancora vertegenwoordigen in de Raad zich van deelname aan de beraadslaging en de stemming met betrekking tot de verkoop door KBC Bank NV van de leningen die KBC Bank NV had toegekend aan Cera en KBC Ancora.
De Raad heeft een Dealing Code opgesteld die onder meer voorziet in de opstelling van een lijst van sleutelmedewerkers, de bepaling van jaarlijkse sperperiodes en de kennisgeving aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van verhandelingen door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door met hen verbonden personen. De principes van die Dealing Code zijn opgenomen als bijlage bij het Charter. Het reglement trad in werking op 10 mei 2006. De Raad keurde een bijgewerkte versie goed op 8 augustus 2011.
De Raad streeft permanent naar een optimalisering van zijn werking en evalueert zijn werking daarom jaarlijks onder leiding van zijn voorzitter. Daarbij komen de volgende aspecten aan bod: samenstelling van de Raad, selectie, benoeming en vorming van de leden, praktische werking (agenda, vergaderingen, voorzitterschap, secretariaat), informatie aan de Raad, cultuur binnen de Raad, taakvervulling, vergoeding, relaties met het DC en met de aandeelhouders en andere stakeholders, comités van de Raad, de behandelde onderwerpen en de voorstellen voor training.
Op initiatief van de voorzitter heeft in het kader van de hernieuwing van de mandaten een individuele evaluatie van de betrokken bestuurders plaats, waarbij de nadruk wordt gelegd op hun inzet en effectiviteit binnen de Raad. In voorkomend geval wordt ook gelet op hun functioneren als voorzitter of lid van een comité van de Raad. De voorzitter staat in voor die individuele beoordeling. De individuele beoordeling van de voorzitter gebeurt, in zijn afwezigheid, door de Raad.
De niet-uitvoerende bestuurders beoordelen eens per jaar hun interactie met het uitvoerende management. Met dat doel komen de niet-uitvoerende bestuurders ten minste een keer per jaar samen in afwezigheid van de uitvoerende bestuurders.
Periodiek evalueert ieder comité van de Raad zijn eigen samenstelling en werking. Het brengt daarover verslag uit bij de Raad en doet indien nodig voorstellen. Bij die gelegenheid worden onder andere de vereiste bekwaamheden en ervaring van het comité als geheel voor zijn specifieke domein geanalyseerd.
Naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder worden de voorzitters en de leden van de comités individueel geëvalueerd.
Op initiatief van de voorzitter van het DC gaat het voltallige DC eens per jaar over tot het bespreken van zijn doelstellingen en het beoordelen van zijn prestaties. Jaarlijks gaat de voorzitter van het DC over tot de individuele beoordeling van de leden van het DC. De individuele beoordeling van de voorzitter van het DC gebeurt door de voorzitter.
Het vergoedingsbeleid voor de Raad en het DC stoelt op de toepasselijke wetgeving, de Code en marktgegevens. Het wordt door het Vergoedingscomité – bijgestaan door in deze materie gespecialiseerde medewerkers – bewaakt en regelmatig getoetst aan de ontwikkelingen in de wetgeving, de Code en de courante marktpraktijken en -tendensen. De voorzitter van het Vergoedingscomité informeert de Raad over de werkzaamheden van het comité en adviseert hem over aanpassingen van het vergoedingsbeleid en de concrete uitvoering ervan. De Raad kan ook op eigen initiatief of op voorstel van het DC het Vergoedingscomité opdracht geven mogelijke aanpassingen van het vergoedingsbeleid te onderzoeken en de Raad daarover te adviseren. Indien wettelijk vereist, legt de Raad op zijn beurt aanpassingen van het vergoedingsbeleid ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.
Op advies van het Vergoedingscomité beslist de Raad over het vergoedingsregime van de leden van de Raad. Als dat nodig is, vraagt de Raad ook een beslissing van de Algemene Vergadering.
Op advies van het Vergoedingscomité en op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid bepaalt de Raad de vergoeding van de leden van het DC en evalueert ze op geregelde tijdstippen. Die vergoeding wordt opgedeeld in een vaste component en een resultaats-/prestatiegebonden component.
Het Vergoedingscomité verklaart het volgende:
Zowel voor niet-uitvoerende bestuurders als voor uitvoerende bestuurders en andere leden van het DC geldt als basisbeginsel dat ze recht hebben op een billijke vergoeding die in verhouding staat tot de door hen geleverde bijdrage aan het beleid en de groei van de groep.
Voor niet-uitvoerende bestuurders geldt het volgende:
Voor de uitvoerende bestuurders en andere leden van het DC geldt het volgende:
een jaarlijkse individuele variabele vergoeding op basis van de geleverde prestaties van elk lid van het DC afzonderlijk (vanaf 2014 geëvalueerd op basis van vooraf afgesproken criteria),
de eventuele vergoeding van mandaten die worden uitgeoefend in opdracht van KBC Groep NV (uitzonderlijk).
Het Vergoedingscomité evalueert de uitvoering van die criteria, formuleert op basis daarvan en binnen de limieten van het contractueel afgesproken stelsel een voorstel voor de omvang van de prestatiegebonden variabele vergoeding en geeft daarover een advies aan de Raad, die ten slotte een beslissing neemt. Het Vergoedingscomité geeft ook een advies aan de Raad over de omvang van de individuele variabele vergoeding op basis van een evaluatie van de prestaties van elk lid van het DC afzonderlijk. Het Vergoedingscomité houdt daarbij rekening met de evaluatie door de voorzitter van het DC.
• De leden genieten verder een stelsel van rust- en overlevingspensioen dat voorziet in een aanvullend ouderdomspensioen of – als de verzekerde overlijdt in actieve dienst en een echtgenoot achterlaat – een overlevingspensioen, alsook een invaliditeitsdekking.
Op basis van een vergelijking met zowel de BEL 20-bedrijven als met een groep van twaalf vergelijkbare financiële instellingen (Raiffeisen Bank International, Aegon, Bâloise Group, Danske Bank, Rabobank, UniCredit Group, ING Group, Commerzbank, Svenska Handelsbanken, Erste Group, DNB Group en Bank of Ireland) is het Vergoedingscomité in de eerste helft van 2013 tot de bevinding gekomen dat een aanpassing van het vergoedingsstatuut van de voorzitter en de leden van het DC wenselijk was. De Raad volgde het advies van het Vergoedingscomité op om de vaste component van de vergoeding op te trekken en het relatieve belang van de variabele vergoeding te verminderen. De variabele component van de vergoeding werd opgedeeld in een prestatiegebonden variabele vergoeding en een individuele variabele vergoeding. Voor de voorzitter van het DC situeert de prestatiegebonden variabele vergoeding zich tussen 0 en 300 000 euro en de individuele variabele vergoeding tussen 0 en 100 000 euro. Voor de leden van het DC gaat het om respectievelijk maximaal 200 000 en maximaal 70 000 euro. Het uiteindelijke bedrag wordt bepaald door de Raad op advies van het Vergoedingscomité gebaseerd op een evaluatie van de individuele en collectieve prestaties van het afgelopen boekjaar, waarbij de uitvoering van het Europese herstructureringsplan primordiaal is. Het aandeel van de variabele vergoeding in het totale vergoedingspakket is aldus in elk geval lager dan 30%.
De betaling van de totale jaarlijkse (prestatiegebonden en individuele) variabele vergoeding van de leden van het DC wordt gespreid over vier jaar: 50% het eerste jaar en de rest gelijkmatig gespreid over de volgende drie jaren.
Bovendien wordt 50% van de totale jaarlijkse variabele vergoeding toegekend in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten, meer bepaald phantom stocks waarvan de waarde gekoppeld is aan de koers van het aandeel van KBC Groep NV. De phantom stocks hebben een retentieperiode van een jaar vanaf toekenning. Net zoals voor het cashgedeelte van de variabele vergoeding wordt ook de toekenning daarvan gespreid over een periode van vier jaar. Voor de berekening van het aantal phantom stocks waarop elk lid van het DC recht heeft, wordt de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van het jaar gebruikt. Een jaar later worden de phantom stocks dan omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van dat jaar. De phantom stocks zijn onderhevig aan de toekennings- en verwervingsvoorwaarden die hierna beschreven worden onder Terugvorderingsbepalingen.
Het is niet de bedoeling iets te veranderen aan de vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders. Het kan evenwel niet uitgesloten worden dat de governancebepalingen in het ontwerp van de nieuwe bankenwet (en meer bepaald de splitsing in een Audit- en een Risicocomité) een impact zullen hebben op de vergoeding van de leden van het ARCC.
Het vergoedingsbeleid voor de leden van het management wordt beschreven in de Remuneration Policy. Daarin worden vooral met betrekking tot het variabele loon een aantal principes vastgelegd voor de hele groep. De belangrijkste zijn:
Een aantal van die elementen zal wellicht op korte termijn moeten worden herbekeken in het licht van de bepalingen over het beloningsbeleid zoals die opgenomen zijn in het ontwerp van de nieuwe Belgische bankenwet die in de loop van 2014 van kracht zal worden.
Voor de bepaling van de resultaatsgebonden variabele vergoeding voor de prestaties vanaf boekjaar 2012 werd naast de risk gateway een Risk-Adjusted Performance Measurement Framework-beleid geïntroduceerd. Het basisidee van dat beleid, dat gebruikt wordt voor de toewijzing van kapitaal, is dat noch het economische kapitaal, noch het reglementaire kapitaal geschikt is als de enige drijfveer voor kapitaaltoewijzing. Reglementair kapitaal heeft een beperkte dekking in termen van risicotypes en weerspiegelt maar gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes en weerspiegelt de eigen inschatting van KBC van zijn risicoprofiel, maar is momenteel niet op hetzelfde gedetailleerde niveau beschikbaar. Gezien die beperkingen, werd gekozen om kapitaal toe te wijzen op basis van een RWA (risicogewogen activa)-coëfficiënt die de inzichten van economisch kapitaal reflecteert.
Dat beleid introduceert het begrip RAP (Risk-Adjusted Profit) als (absolute) maatstaf van de winstgevendheid van een bedrijf, maar met een intrinsieke correctie voor kapitaal- en risico-elementen. Voor bepaalde categorieën van key identified staff waarvoor de RAP als risicoaanpassingsmechanisme als ontoereikend werd beoordeeld door de bevoegde controlefunctie, wordt dit kader aangevuld met extra prestatie-indicatoren die een betere risicomaatstaf zijn.
Zoals hiervoor al toegelicht, wordt de betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding niet alleen gespreid in de tijd, maar wordt de helft ervan ook uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar.
De variabele vergoeding, inclusief het uitgestelde gedeelte ervan, wordt maar verworven wanneer dat met de financiële toestand van de instelling in haar geheel te verenigen is en door de prestaties van KBC Groep en de prestaties van het DC gerechtvaardigd wordt.
In de volgende omstandigheden kan er worden ingegrepen op de betaling van de uitgestelde maar nog niet verworven bedragen (malus):
De Raad neemt daarover een beslissing op advies van het Vergoedingscomité.
In de volgende omstandigheden wordt de al verworven variabele vergoeding uitzonderlijk teruggevorderd (claw back):
Overeenkomstig het geldende remuneratiesysteem ontvingen de niet-uitvoerende bestuurders een vaste vergoeding en presentiegeld in verhouding tot het aantal door hen bijgewoonde vergaderingen van de Raad van KBC Groep NV en, in voorkomend geval, van andere vennootschappen van de KBC-groep in België of in het buitenland. Zoals hierboven al vermeld, ontving de voorzitter van de Raad alleen een bijzondere vaste vergoeding en de voorzitter van het ARCC een bijkomende vaste vergoeding. Ook de ondervoorzitter van de Raad ontving een bijkomende vaste vergoeding.
| Vergoeding per individuele bestuurder (op geconsolideerde basis, in euro) |
Vergoeding (m.b.t. boekjaar 2013) |
Vergoeding ARCC (m.b.t. boekjaar 2013) |
Presentiegeld (m.b.t. boekjaar 2013) |
|---|---|---|---|
| Thomas Leysen | 500 000 | 0 | 0 |
| Alain Bostoen | 40 000 | 0 | 60 000 |
| Jozef Cornu | 20 000 | 0 | 60 000 |
| Marc De Ceuster | 20 000 | 35 000 | 55 000 |
| Tom Dechaene | 20 000 | 30 000 | 60 000 |
| Franky Depickere | 65 000 | 135 000 | 61 250 |
| Luc Discry | 40 000 | 0 | 60 000 |
| Frank Donck | 50 929 | 30 000 | 50 000 |
| Júlia Király | 5 000 | 5 000 | 5 000 |
| Lode Morlion | 40 000 | 0 | 60 000 |
| Vladimira Papirnik | 20 000 | 35 000 | 60 000 |
| Theodoros Roussis | 40 000 | 0 | 35 000 |
| Alain Tytgadt | 40 000 | 0 | 55 000 |
| Ghislaine Van Kerckhove | 40 000 | 0 | 60 000 |
| Piet Vanthemsche | 40 000 | 0 | 50 000 |
| Philippe Vlerick | 70 000 | 0 | 60 000 |
| Marc Wittemans | 40 000 | 35 000 | 60 000 |
Er werd noch een vaste vergoeding noch presentiegeld uitgekeerd aan de leden van het DC die als gedelegeerd bestuurder lid zijn van de Raad.
De individuele variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald op basis van een evaluatie van de prestaties van het betrokken lid van het DC. Vanaf 2014 zal dat gebeuren op basis van vooraf afgesproken criteria. De prestatiegebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald op basis van een evaluatie van enkele vooraf afgesproken criteria die betrekking hebben op de geleverde prestaties zowel van het DC zelf als van het bedrijf. Het resultaat van die evaluaties is een percentage tussen 0% en 100% dat toegepast wordt op het maximale bedrag van de variabele vergoeding. Voor het jaar 2013 besliste de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, om aan de leden van het DC een prestatiegebonden variabele vergoeding toe te kennen van 83%.
Het DC van KBC Groep NV is een collegiaal en solidair orgaan waarvan de voorzitter primus inter pares is en geen CEO in de zin van enige operationele en verantwoordelijke vertegenwoordiger van het bedrijf. Niettemin worden in de tabel, ter uitvoering van de vennootschapswetgeving en de Code, de vergoedingen van de voorzitter van het DC individueel weergegeven.
In de tabel worden bovendien de gezamenlijke vergoedingen vermeld die KBC Groep NV en zijn directe en indirecte dochtervennootschappen voor het boekjaar 2013 uitkeerden aan andere leden van het DC van KBC Groep NV. Sinds 1 januari 2013 bestaat het DC uit acht leden (inclusief de voorzitter). Die samenstelling is in de loop van 2013 niet veranderd.
| Voorzitter: Johan Thijs1 |
Andere leden van het DC (samen)2 |
|||
|---|---|---|---|---|
| Vergoeding van het DC van KBC Groep NV (uitbetaald bedrag in euro) | 2012 | 2013 | 2012 | 2013 |
| Statuut | zelfstandige | zelfstandige | zelfstandigen | zelfstandigen |
| Vaste basisvergoeding | 700 693 | 879 005 | 3 122 156 | 4 403 393 |
| Individuele variabele vergoeding voor het boekjaar 20133 | – | 0 | – | 0 |
| Prestatiegebonden variabele vergoeding voor het boekjaar 20133 | – | 0 | – | 0 |
| Resultaatsgebonden variabele vergoeding voor het boekjaar 2012 | 30 590 | – | 131 539 | – |
| Prestatiegebonden variabele vergoeding voor het boekjaar 2012 | 42 229 | – | 180 683 | – |
| Resultaatsgebonden variabele vergoeding voor voorgaande boekjaren4 | 18 603 | 28 800 | 107 484 | 118 258 |
| Prestatiegebonden variabele vergoeding voor voorgaande boekjaren4 | 5 600 | 19 676 | 31 467 | 82 286 |
| Totaal | 797 715 | 927 481 | 3 573 329 | 4 603 937 |
| Pensioen5 | ||||
| Aanvullend pensioenplan type vaste prestaties (service cost) | 100 404 | 94 106 | 695 068 | 651 468 |
| Aanvullend pensioenplan met vaste bijdragen (aan het pensioenfonds overgemaakte toelage) |
15 295 | 25 373 | 45 885 | 98 935 |
| Andere voordelen6 | 16 160 | 16 218 | 262 439 | 201 955 |
1 In 2012 was Johan Thijs vier maanden lid en acht maanden voorzitter van het DC.
2 In 2012 telde het DC zes leden, in 2013 telde het zeven leden, telkens buiten de voorzitter.
3 Zie de bemerking onder Toekenning hierna:
4 Aangezien er voor 2011 geen enkele variabele vergoeding werd toegekend, gaat het hier om een uitgesteld gedeelte van de variabele vergoeding voor de jaren 2010 en 2012. Het gaat telkens om 16,66% van het cashgedeelte van de totale vergoeding.
5 Het pensioenstelsel van de leden van het DC (behalve Pavel Kavánek) bestaat uit twee delen: een klein gedeelte in de vorm van het type vaste bijdragen en het belangrijkste gedeelte in de vorm van het type vaste prestaties. Het vastebijdragenplan is van toepassing op alle leden van het DC vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de betrokkene gedurende drie jaar deel uitmaakt van het DC. Dat plan wordt door KBC gefinancierd d.m.v. een jaarlijkse toelage (aan het pensioenfonds van KBC) waarvan de omvang uitgedrukt wordt als een percentage van de geconsolideerde nettowinst van KBC Groep. Dat percentage is afhankelijk van de ontwikkeling van de winst per aandeel. Het vasteprestatiesplan is van toepassing voor elk lid van het DC vanaf het ogenblik van opname in het DC. Een volledig aanvullend rustpensioen wordt verworven na 25 jaar dienst in de KBC-groep, waarvan minstens zes jaar als lid van het DC. Elk aanvullend pensioen (tenzij het werd opgebouwd met persoonlijke bijdragen) dat in welke hoedanigheid ook (zelfstandige of werknemer) elders in de groep werd verworven, wordt bij de berekening van dat rustpensioen in rekening gebracht. Cumuleren is dus niet mogelijk. Pavel Kavánek is in Tsjechië aangesloten bij een vastebijdragenplan.
6 Elk lid van het DC ontvangt een maandelijkse representatievergoeding van 400 euro. Aangezien het hier om een forfaitaire terugbetaling van kosten gaat, werd dat bedrag niet in de tabel opgenomen. Elk lid van het DC heeft ook een bedrijfswagen. Op het privégebruik werden de leden van het DC belast op basis van een forfait van 7 500 km per jaar. Voordelen die de leden van het DC verder nog genieten, zijn een hospitalisatie-, een bijstands- en een ongevallenverzekering. De twee leden van het DC met een buitenlandse nationaliteit die geëxpatrieerd zijn, genieten bovendien huisvesting en een ziektekostenverzekering.
Toekenning: Het ontwerp van de nieuwe bankenwet bevat enkele specifieke bepalingen voor instellingen die 'uitzonderlijke overheidssteun' genieten. Met het oog daarop besliste de Raad van Bestuur om de over 2013 aan de leden van het DC toegekende variabele vergoeding niet uit te betalen, zolang KBC beantwoordt aan de omschrijving van een instelling met uitzonderlijke overheidssteun, zoals die in het ontwerp van de nieuwe bankenwet is opgenomen.
In het financiële statuut van de leden van het DC is in geen langetermijncashbonus voorzien.
Zoals hierboven beschreven, wordt de helft van de totale jaarlijkse variabele vergoeding uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar. De hierboven vermelde beslissing van de Raad om aan de leden van het DC over 2013 vooralsnog geen variabele vergoeding uit te betalen, wordt ook onverkort toegepast op de uitbetaling in de vorm van phantom stocks.
Andere aandelen, aandelenopties of rechten om aandelen te verwerven, werden niet toegekend.
De phantom stocks die in 2011 voor het boekjaar 2010 werden toegekend, werden in april 2013 omgezet in cash tegen een koers van 28,24 euro. De volgende bedragen werden uitbetaald (in euro):
| Johan Thijs | 24 286 |
|---|---|
| Danny De Raymaeker | 32 052 |
| Luc Popelier | 24 286 |
| John Hollows | 24 286 |
| Marko Voljcˇ | 16 125 |
Als gevolg van de door de federale en de Vlaamse overheid bedongen voorwaarden naar aanleiding van de kernkapitaaltransacties in 2008 en 2009 werd de vertrekvergoeding (betaalbaar bij vertrek op initiatief van het bedrijf) voor uitvoerende bestuurders en leden van het DC vanaf eind oktober 2008 beperkt tot 12 maanden vaste vergoeding.
Hierna geven we in toepassing van bepalingen in het Wetboek van Vennootschappen en de Belgische Code een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC (Deel 1 in het algemeen, Deel 2 toegespitst op het financiële rapporteringsproces).
We bespreken de strategie en de organisatiestructuur van de KBC-groep in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur van dit jaarverslag.
KBC wil een efficiënte bank-verzekeraar en vermogensbeheerder zijn met een sterke affiniteit met zijn cliënten en ruime aandacht voor zijn medewerkers. KBC focust op particulieren, zelfstandigen, vrije beroepen, kleine en middelgrote ondernemingen en midcaps in geselecteerde Europese landen. De groep streeft daarbij door efficiëntie, cliëntgerichtheid, werknemerstevredenheid en gezond risicobeheer verantwoorde rendementsdoelstellingen na.
KBC probeert ook zich te identificeren met de verschillende gemeenschappen waarin het bedrijf werkzaam is door lokale bedrijfsmerken te hanteren, lokaal management in dienst te nemen en aan te sluiten bij het sociaal verantwoord ondernemen volgens de normen van de betreffende landen.
De beleidsstructuur binnen de KBC-groep is op een functioneel duale structuur naar Belgisch model geschoeid:
Het Charter van KBC beschrijft voor beide beleidsorganen hun onderlinge bevoegdheden, hun samenstelling en werking, en de kwalificatievereisten van hun leden. Concrete informatie over samenstelling en werking is opgenomen in andere delen van deze Verklaring.
KBC oefent zijn activiteiten uit met respect voor de geldende wetten en reglementen en past die zowel naar de letter als naar de geest toe. KBC houdt daarbij ook rekening met het evoluerende normbesef van de maatschappij en wil met zijn activiteiten bijdragen tot de economische, sociale en ecologische vooruitgang van zijn werkgebieden. KBC schenkt prioritaire aandacht aan de behoeften en de belangen van zijn cliënten, aandeelhouders, personeel en maatschappelijke omgeving. In zijn relatie met hen legt KBC zichzelf regels op inzake billijkheid en redelijkheid, openheid en transparantie, discretie en zorg voor privacy.
Die principes zijn onder andere vervat in het integriteitsbeleid en in specifieke codes, onderrichtingen en gedragslijnen. De belangrijkste richtlijnen en beleidsnota's in verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen vindt u op www.kbc.com, onder Duurzaam ondernemen.
Het Integriteitsbeleid van KBC richt zich in de eerste plaats op volgende domeinen, waarvoor naargelang het geval specifieke groepswijde complianceregels zijn uitgevaardigd:
Het Integriteitsbeleid heeft ook specifieke en uitgebreide aandacht voor deontologie en fraudebestrijding:
De KBC-Gedragslijn is een algemeen document gebaseerd op de waarden van de groep dat aan alle medewerkers een gedrag voorschrijft dat daarmee in overeenstemming is. Het vormt de basis voor de ontwikkeling van gespecialiseerde gedragslijnen voor specifieke doelgroepen en beleidslijnen op groepsniveau.
Het document KBC-Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen beschrijft de visie van KBC inzake Corporate Social Responsibility en is beschikbaar op www.kbc.com.
Om zijn strategische opdracht te ondersteunen en zich te wapenen tegen de risico's die het realiseren van die opdracht kunnen verhinderen, heeft het DC, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van de Raad, een gelaagd intern controlesysteem geïmplementeerd. Dat systeem is algemeen bekend als het drielijnsverdedigingsmodel (Three Lines of Defense-model).
3.1 De business draagt de verantwoordelijkheid voor de beheersing van zijn risico's
De business moet – in eerste lijn – zelf de risico's van zijn activiteitsdomein kennen en zorgen voor aangepaste en effectieve controles. Het gaat daarbij om alle risicotypes, inclusief fraude en de naleving van de reglementaire of wettelijke voorschriften. De business kan daarbij een beroep doen op eigen ondersteunende diensten. Voorbeelden van die ondersteunende diensten zijn Inspectie, Personeel en Boekhouding. Naast die eerstelijnsexpertise kan de business ook een beroep doen op de adviesverlening van de onafhankelijke tweedelijnsfuncties.
3.2 De risicofunctie, Compliance, en voor bepaalde zaken, Boekhouding, Juridische en Fiscale Zaken en Informatierisicobeveiliging vormen als onafhankelijke controlefuncties de tweede verdedigingslijn
Onafhankelijk van business en conform specifieke regelgeving en geavanceerde industriestandaarden hebben de tweedelijnscontrolefuncties als doel een groepswijd kader uit te tekenen voor alle relevante risicotypes. De functies ondersteunen elk voor hun werkdomein de implementatie van dat raamwerk en zien toe op het gebruik ervan. Naast die ondersteunende en toezichtfunctie hebben de tweedelijnsfuncties ook een adviserende functie als ze assistentie verlenen aan het businessmanagement bij het gebruik van waarde-, risico- en kapitaalbeheerinstrumenten en -technieken. Meer informatie over waarde- en risicobeheer vindt u in het betreffende hoofdstuk van dit jaarverslag.
De compliancefunctie is een onafhankelijke functie binnen de KBC-groep, wat wordt gevrijwaard door het aangepaste statuut van die functie (zoals opgenomen in het Compliance Charter), de plaats in het organogram (hiërarchisch onder de CRO met een functionele rapporteringslijn naar de voorzitter van het DC) en de rapporteringslijnen (rapportering aan het ARCC als hoogste orgaan en in bepaalde gevallen zelfs de Raad). Haar hoofddoel is te voorkomen dat KBC een compliancerisico loopt of schade lijdt, van welke aard ook, als gevolg van het niet-naleven van de toepasselijke wetten, regelgeving of interne regels die tot het toepassingsgebied van de compliancefunctie behoren of binnen de domeinen vallen die het Directiecomité haar heeft toegewezen. Daarom besteedt de compliancefunctie bijzondere aandacht aan de naleving van het Integriteitsbeleid.
3.3 Interne Audit ondersteunt, als onafhankelijke derdelijnscontrole, het DC en het ARCC bij de bewaking van de effectiviteit en efficiëntie van het interne controle- en risicobeheersysteem Interne Audit gaat na of de risico's in de KBC-groep op een adequate manier worden beheerst, en waar mogelijk worden beperkt of geëlimineerd. Zij ziet er ook op toe dat de bedrijfsprocessen en de samenwerking tussen de verschillende geledingen van de instelling op een efficiënte en doelmatige manier verlopen, en dat de continuïteit van de activiteiten verzekerd is. Het werkgebied van Interne Audit bestrijkt alle wettelijke entiteiten, activiteiten en divisies binnen de KBCgroep, inclusief de verschillende controlefuncties.
Verantwoordelijkheden, kenmerken, organisatiestructuur en rapporteringslijnen, toepassingsgebied, auditmethodologie, samenwerking tussen interne auditafdelingen van de KBC-groep en uitbesteding van interne auditactiviteiten worden beschreven en toegelicht in het Auditcharter van KBC Groep NV. Dat charter beantwoordt aan de bepalingen van de Circulaire D1 97/4 (banken) en PPB-2006-8-CPA (verzekeringen) van de CBFA (de huidige FSMA).
Conform internationale professionele auditstandaarden licht een externe derde partij de auditfunctie op regelmatige tijdstippen door. Dat gebeurde voor het laatst in 2009. De resultaten van die oefening werden aan het DC en het ARCC gerapporteerd in het kader van hun toezicht op en evaluatie van Interne Audit.
Het DC beoordeelt jaarlijks de aangepastheid van het interne controle- en risicobeheersysteem en rapporteert daarover aan het ARCC.
Het ARCC houdt namens de Raad toezicht op de integriteit en doeltreffendheid van de interne controlemaatregelen en van het risicobeheer zoals dat onder de verantwoordelijkheid van het DC is opgezet, met specifieke aandacht voor een correcte financiële verslaggeving. Het comité bekijkt ook of de door de vennootschap opgezette procedures aan de wet en andere reglementeringen voldoen.
De rol, samenstelling, werking en kwalificatie van zijn leden zijn vastgelegd in het ARCC-charter waarvan de Raad op 23 september 2010 de recentste versie goedkeurde. In andere paragrafen vindt u bijkomende informatie over het ARCC.
Het is van cruciaal belang dat de financiële verslaggeving tijdig, accuraat en inzichtelijk is, zowel voor interne als externe stakeholders. Daarom moet het onderliggende proces voldoende robuust zijn.
De periodieke rapportering op vennootschappelijk niveau resulteert uit een gedocumenteerd boekhoudkundig proces. Er is een handleiding beschikbaar voor de boekhoudprocedures en het financiële verslaggevingsproces. De periodieke financiële staten worden rechtstreeks aangemaakt vanuit het grootboek. De boekhoudkundige rekeningen worden aangesloten met de achterliggende inventarissen. Het resultaat van die controles kan worden aangetoond.
De periodieke financiële staten worden opgesteld conform de lokale waarderingsregels. De periodieke rapportering over het eigen vermogen wordt opgesteld conform het Besluit van de Nationale Bank van België (NBB) van 15 november 2011.
De belangrijkste verbonden ondernemingen beschikken over een aangepaste boekhoudkundige en administratieve organisatie en hebben procedures voor financiële interne controles. Een beschrijvend document over het consolidatieproces is beschikbaar. Het consolidatiesysteem en het consolidatieproces zijn al geruime tijd operationeel en bevatten talrijke consistentiecontroles.
De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld conform de IFRS-waarderingsregels, die van toepassing zijn voor alle in de consolidatie opgenomen vennootschappen. De verantwoordelijke financiële directies (CFO's) van de dochterondernemingen certifiëren de juistheid en de volledigheid van de gerapporteerde financiële cijfers, conform de groepswaarderingsregels. Het fiatteringscomité (approval commission), dat wordt voorgezeten door de algemeen directeur van Finance Groep, controleert de naleving van de IFRS-waarderingsregels.
Conform de Wet van 22 maart 1993 (bankwet) heeft het DC van KBC Groep NV een evaluatie gemaakt van het interne controlesysteem met betrekking tot het financiële verslaggevingsproces en daarover een verslag opgesteld.
De groepswijde uitrol van procedures voor versnelde afsluiting (Fast Close), de opvolging van verrichtingen tussen groepsmaatschappijen (Intercompanies) en de permanente follow-up van een aantal risico-, prestatie- en kwaliteitsindicatoren (Key Risk Indicators / Key Performance Indicators) dragen continu bij tot de verhoging van de kwaliteit van het boekhoudkundige proces en het financiële verslaggevingsproces.
Het bestaan (sinds 2006) en de opvolging van de groepswijde standaarden inzake boekhoudkundige controles (Group Key Control Accounting and External Financial Reporting) is de sterke pijler van de interne controle van het boekhoudkundige proces. De Group Key Control Accounting and External Financial Reporting zijn regels om de voornaamste risico's van het boekhoudkundige proces te beheersen en hebben betrekking tot het opzetten en onderhouden van de architectuur van het boekhoudkundige proces: het opstellen en onderhouden van waarderingsregels en boekhoudschema's, het naleven van regels inzake autorisatie en functiescheiding bij de boekhoudkundige registratie van verrichtingen en het opzetten van een gepast eerstelijns- en tweedelijnsrekeningbeheer.
Het Reporting Framework (2011) en het Challenger Framework (2012) definiëren een degelijk beheer en beschrijven duidelijk de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren binnen het financiële verslaggevingsproces. Het doel is de rapporteringsrisico's drastisch te verminderen door de inputdata te challengen en de analyse, en dus het inzicht in de gerapporteerde cijfers, te verbeteren.
Jaarlijks (sinds 2012) moeten de juridische entiteiten, ter voorbereiding van de Internal Control Statement aan de toezichthouders, zelf beoordelen of ze voldoen aan de Group Key Control Accounting and External Financial Reporting. Het resultaat van die zelfbeoordeling wordt geregistreerd in de Group Risk assessment tool van de risicofunctie. Het omvat ook het opsommen van alle verantwoordelijkheden (Entity Accountability Excel) voor accounting en voor externe financiële rapportering samen met de onderliggende Departemental Reference Documents (RACI's) die onderbouwd aantonen hoe de verantwoordelijkheden worden opgenomen.
Daarmee bevestigen de CFO's formeel en onderbouwd dat binnen hun entiteit alle gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het end-to-endproces van de externe financiële verslaggeving adequaat worden genomen. De waarheidsgetrouwheid van die bevestiging kan te allen tijde worden geverifieerd door alle betrokken interne en externe stakeholders.
Interne Audit van KBC Groep NV auditeert end-to-end het boekhoudkundige proces en het externe financiële verslaggevingsproces, zowel statutair als geconsolideerd.
Voor het toezicht dat het ARCC uitoefent, verwijzen we naar de tweede paragraaf onder punt 4 van Deel 1.
De Verklaring inzake deugdelijk bestuur in het jaarverslag moet eveneens een opsomming en uitleg geven van de bepalingen van de Code waarvan wordt afgeweken (comply or explainprincipe). Hierna volgt dat overzicht:
Bepaling 2.1. van de Belgische Code stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit. Zie verder in de paragraaf over Genderdiversiteit.
Bepaling 5.2./1 van Bijlage C bij de Code schrijft voor dat de Raad een Auditcomité opricht dat uitsluitend bestaat uit niet-uitvoerende bestuurders. Bepaling 5.2./4 van dezelfde Bijlage C stelt dat op zijn minst een meerderheid van de leden van dat comité onafhankelijk is. Bepaling 5.3./1 van Bijlage D bij de Code schrijft voor dat de Raad een Benoemingscomité opricht dat bestaat uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders.
Op 31 december 2013 was het ARCC samengesteld uit zeven niet-uitvoerende bestuurders van wie twee onafhankelijke, twee die door de Vlaamse overheid werden aangewezen en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders maakten dus niet de meerderheid uit in het Auditcomité. Het Benoemingscomité was op dezelfde datum samengesteld uit acht bestuurders: de voorzitter van de Raad, twee onafhankelijke bestuurders (een onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV en een onafhankelijk bestuurder van KBC Verzekeringen NV), een bestuurder aangewezen door de Vlaamse overheid, een uitvoerend bestuurder en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders vormden in dat comité dus niet de meerderheid.
De bestuurders die door de overheid werden aangewezen, zorgen mee voor een onafhankelijke kijk op de activiteiten van KBC.
Zowel bij de samenstelling van het ARCC als bij die van het Benoemingscomité houdt de groep rekening – zoals voor de Raad – met de specificiteit van de aandeelhoudersstructuur en in het bijzonder met de aanwezigheid van de kernaandeelhouders Cera, KBC Ancora, MRBB en de andere vaste aandeelhouders. Op die manier wordt een evenwicht in stand gehouden dat heilzaam is voor de stabiliteit en de continuïteit van de groep. Bovendien kunnen de kernaandeelhouders door de aanwezigheid van hun vertegenwoordigers in de comités van de Raad de operationele verslaggeving (ARCC) en de rekruterings- en benoemingsdossiers (Benoemingscomité) met kennis van zaken volgen. Dat komt evenwicht, kwaliteit en efficiëntie van het beslissingsproces binnen de Raad ten goede.
Sinds 2011 is in de vennootschapswetgeving een bepaling opgenomen waardoor de Raad op termijn ten minste een derde leden moet bevatten van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Bepaling 2.1 van de Code stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit.
De Raad telde op 31 december 2013 drie vrouwen en zeventien mannen. De Raad streeft een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in zijn midden na. Er worden voorbereidingen getroffen om in de komende jaren stelselmatig het aantal vrouwelijke bestuurders te verhogen en ten laatste in 2017 het vereiste quotum te behalen. Met ingang van de Algemene Vergadering van 30 april 2014 zal de Raad vier vrouwen en vijftien mannen tellen.
In de loop van het boekjaar 2013 kwamen geen belangenconflicten voor die een toepassing van artikel 523, 524 of 524ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vereisten.
De Algemene Vergadering van KBC Groep NV van 2 mei 2013 hernieuwde het mandaat van de commissaris Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA voor een periode van drie jaar, met als vertegenwoordigers Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders.
De bezoldiging van de commissaris vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichting 43 (volledige groep – geconsolideerde cijfers) en in het deel Vennootschappelijke jaarrekening, in Toelichting 6 (KBC Groep NV).
Bekendmaking ter uitvoering van artikel 34 van het Belgische KB van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
Het maatschappelijk kapitaal is volgestort en wordt vertegenwoordigd door 417 364 358 maatschappelijke aandelen zonder nominale waarde. Meer informatie over het kapitaal van de groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.
Jaarlijks voert KBC Groep NV een kapitaalverhoging door waarbij de inschrijving is gereserveerd voor het personeel van KBC Groep NV en bepaalde van zijn Belgische dochtervennootschappen. Als de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen een korting vertoont ten opzichte van de in de uitgiftevoorwaarden bepaalde referentiekoers, kunnen die nieuwe aandelen door het personeelslid niet worden overgedragen gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de betaaldatum, tenzij in geval van overlijden van het personeelslid. De aandelen waarop werd ingetekend door het personeel in het kader van de kapitaalverhoging waartoe de Raad van Bestuur op 13 november 2013 heeft beslist, zijn geblokkeerd tot en met 15 december 2015.
De opties op aandelen KBC Groep NV die in handen zijn van medewerkers van diverse vennootschappen van de KBC-groep en die in het kader van op verschillende tijdstippen opgezette aandelenoptieplannen aan die medewerkers werden toegekend, zijn niet overdraagbaar onder levenden. Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel vindt u in Toelichting 12 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden
Nihil.
Nihil.
De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen zijn geschorst. Op 31 december 2013 betrof het 802 aandelen (0,00% van het aantal aandelen die op dat ogenblik in omloop waren).
Een groep rechtspersonen en natuurlijke personen treden in onderling overleg op en vormen de vaste aandeelhouderskern van KBC Groep NV. Volgens de door hen ingestuurde kennisgevingen beschikken zij over de volgende aantallen stemrechten in onderling overleg:
In totaal zijn dat 128 514 902 stemrechten of 30,79% van het totale aantal stemrechten op 31 december 2013.
Tussen die partijen werd een aandeelhoudersovereenkomst gesloten om het algemene beleid van KBC Groep NV te ondersteunen en te coördineren, en op de toepassing van dat beleid toe te zien. De overeenkomst voorziet in een contractueel aandeelhouderssyndicaat. In de aandeelhoudersovereenkomst zijn bepalingen over de overdracht van effecten en de uitoefening van het stemrecht binnen het kader van het syndicaat opgenomen.
In het kader van de kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro door KBC Groep NV waarop midden juli 2009 door het Vlaams Gewest werd ingeschreven (en waarvan in 2013 1,17 miljard euro werd terugbetaald), zijn de kernaandeelhouders van KBC Groep NV onder meer de volgende formele verbintenis aangegaan. Zij zullen hun aandelen niet aanbieden in geval van een vrijwillig of verplicht openbaar overnamebod op alle KBC-aandelen of, naargelang het geval, geen KBC-aandelen in die mate verkopen dat daardoor een verplicht bod zou ontstaan of, naargelang het geval, hun aandelen vóór de aanvang, gedurende of na afloop van een openbaar overnamebod niet overdragen aan (een) (aanstaande) bieder(s) of verwante partij noch enig recht daartoe verlenen, zonder de formele verbintenis van de (aanstaande) bieder(s) dat die na afloop van het bod KBC zal (zullen) verplichten alle uitstaande kernkapitaaleffecten terug te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de NBB) of zelf alle uitstaande kernkapitaaleffecten zal (zullen) inkopen, in beide gevallen tegen een prijs gelijk aan 44,25 euro per effect.
Benoeming en vervanging van leden van de Raad:
De benoeming van kandidaat-bestuurders en de herbenoeming van bestuurders worden door de Raad na advies van de NBB ter goedkeuring voorgesteld aan de Algemene Vergadering. Elk voorstel wordt vergezeld van een gedocumenteerde aanbeveling door de Raad, gebaseerd op het advies van het Benoemingscomité.
Onverminderd de toepasselijke wettelijke voorschriften worden de voorstellen tot benoeming ten minste dertig dagen vóór de Algemene Vergadering meegedeeld als een afzonderlijk punt in de agenda van de Algemene Vergadering.
In geval van benoeming van een onafhankelijk bestuurder geeft de Raad aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het Wetboek van Vennootschappen.
De Algemene Vergadering benoemt de bestuurders bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
De Raad kiest onder zijn niet-uitvoerende leden een voorzitter en eventueel een of meer ondervoorzitters.
Aftredende bestuurders zijn altijd herbenoembaar.
Als in de loop van een boekjaar een plaats van bestuurder openvalt wegens overlijden, ontslag of door een andere oorzaak, kunnen de overige bestuurders voorlopig in de vacature voorzien en een nieuwe bestuurder benoemen. In dat geval zal de Algemene Vergadering tijdens haar eerstvolgende bijeenkomst tot een definitieve benoeming overgaan. Een bestuurder die wordt benoemd ter vervanging van een bestuurder wiens mandaat niet was voltooid, beëindigt dat mandaat, tenzij de Algemene Vergadering bij de definitieve benoeming een andere duur voor het mandaat bepaalt.
Wijziging van de statuten:
Tenzij anders is bepaald, heeft de Algemene Vergadering het recht om wijzigingen aan te brengen in de statuten. De Algemene Vergadering kan over wijzigingen in de statuten alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten, als de voorgestelde wijzigingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping en als de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. Is de laatste voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig, en de nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van het kapitaal. Een wijziging is alleen dan aangenomen, als zij drie vierden van de stemmen heeft verkregen (art. 558 van het Wetboek van Vennootschappen).
Als de statutenwijziging betrekking heeft op het doel van de vennootschap, moet de Raad de voorgestelde wijziging omstandig verantwoorden in een verslag dat in de agenda wordt vermeld. Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd die niet méér dan drie maanden voordien is vastgesteld. De commissarissen brengen afzonderlijk verslag uit over die staat. Een exemplaar van die verslagen kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535 van het Wetboek van Vennootschappen. Het ontbreken van die verslagen heeft de nietigheid van de beslissing van de Algemene Vergadering tot gevolg. De Algemene Vergadering kan alleen dan op geldige wijze over een wijziging van het doel van de vennootschap beraadslagen en besluiten, als de aanwezigen niet alleen de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen (…). Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een tweede bijeenroeping nodig. Opdat de tweede vergadering op geldige wijze kan beraadslagen en besluiten, is het voldoende dat enig deel van het kapitaal er vertegenwoordigd is. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij ten minste vier vijfden van de stemmen heeft verkregen (…) (uittreksel uit art. 559 van het Wetboek van Vennootschappen).
De Algemene Vergadering heeft de Raad tot en met 21 mei 2018 gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in een of meer keren te verhogen met in totaal 700 miljoen euro, in geld of in natura, door uitgifte zowel van aandelen als van al dan niet achtergestelde, converteerbare obligaties of van warrants die al dan niet verbonden zijn aan al dan niet achtergestelde obligaties. In dat kader kan de Raad het voorkeurrecht opheffen of beperken binnen de wettelijke en statutaire grenzen.
De Algemene Vergadering heeft de Raad tot 27 april 2014 gemachtigd om, onder de voorwaarden en binnen de grenzen van het Wetboek van Vennootschappen, ook na de datum van ontvangst van de mededeling van de FSMA dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap, gebruik te maken van deze machtiging.
Op 31 december 2013 bedroeg het toegestane kapitaal 698 618 429,56 euro. Daarmee kunnen – rekening houdend met het boekhoudkundige pari van het aandeel op 31 december 2013 – nog maximaal 200 752 422 nieuwe aandelen worden uitgegeven, dat is 48,12% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.
Op 13 november 2013 besliste de Raad gebruik te maken van het toegestane kapitaal om een kapitaalverhoging met uitsluiting van het voorkeurrecht door te voeren ten gunste van het personeel. Tegen een intekenprijs per aandeel van 33,49 euro en een maximum van 104 aandelen per personeelslid werd het geplaatste maatschappelijk kapitaal op 19 december 2013 verhoogd met 1 381 570,44 euro, vertegenwoordigd door 397 003 nieuwe aandelen.
De Algemene Vergadering van 2 mei 2013 heeft aan de Raad, met mogelijkheid tot subdelegatie, de bevoegdheid verleend om gedurende een termijn van 5 jaar maximaal 250 000 aandelen te verwerven. De verwerving kan gebeuren tegen een vergoeding per aandeel die niet hoger mag zijn dan de laatste slotkoers op Euronext Brussels voorafgaand aan de datum van verwerving vermeerderd met 10%, en niet lager dan 1 euro. Binnen de wettelijke voorwaarden geldt deze machtiging voor alle verwervingen onder bezwarende titel in de meest ruime betekenis, op of buiten de beurs.
De Raden van KBC Groep NV en de rechtstreekse dochtervennootschappen zijn tot 29 mei 2015 gemachtigd om eigen aandelen KBC Groep NV te verkrijgen of te vervreemden als de verkrijging of de vervreemding ervan noodzakelijk is om te voorkomen dat KBC Groep NV een dreigend, ernstig nadeel zou lijden.
Deze Raden zijn gemachtigd om de aandelen KBC Groep NV in hun bezit te vervreemden op de beurs of buiten de beurs, in het laatste geval tegen een vergoeding die niet lager mag zijn dan de op het ogenblik van de vervreemding geldende beurskoers verminderd met 10%. Op 31 december 2013 hadden KBC Groep NV en zijn rechtstreekse dochtervennootschappen 802 aandelen KBC Groep NV in bezit (inclusief twee aandelen met tradingdoeleinden).
9 Belangrijke overeenkomsten waarbij KBC Groep NV partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over KBC Groep NV na een openbaar overnamebod
Nihil.
10 Tussen KBC en zijn bestuurders of werknemers gesloten overeenkomsten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt Nihil.
158 Jaarverslag KBC 2013
Meldingen in verband met aandeelhouderschap gebeuren:
In het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders vindt u een synthese met de meest recente meldingen.
We wijzen erop dat de hierna onder A) en B) vermelde gegevens kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.
A) Aandeelhoudersstructuur zoals die blijkt uit ontvangen kennisgevingen in het kader van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert die ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com. In de tabel volgt een overzicht van het aandeelhouderschap van eind 2013, resulterend uit alle kennisgevingen ontvangen tot en met 31 december 2013. In het deel Vennootschappelijke jaarrekening vindt u eveneens een overzicht van de ontvangen kennisgevingen in 2012 en 2013.
| Aandeelhouderschap op 31-12-2013, volgens de meest recente kennisgevingen overeenkomstig de Wet van 2 mei 2007 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Adres | Aantal KBC-aandelen (tegenover het huidige aantal aandelen) |
Kennisgeving betreft situatie op |
||||
| KBC Ancora Comm.VA | Mgr. Ladeuzeplein 15, 3000 Leuven, België | 77 516 380 (18,57%) | 19 november 2013 | |||
| Cera CVBA | Mgr. Ladeuzeplein 15, 3000 Leuven, België | 11 127 166 (2,67%) | 19 november 2013 | |||
| MRBB CVBA | Diestsevest 40, 3000 Leuven, België | 42 562 675 (10,20%) | 1 september 2008 | |||
| Andere vaste aandeelhouders | P.a. Ph. Vlerick, Ronsevaalstraat 2, 8510 Bellegem, België |
39 867 989 (9,55%) | 1 september 2008 | |||
| Vennootschappen behorend tot de KBC-groep |
Havenlaan 2, 1080 Brussel, België | 300 (0,00%) | 16 oktober 2012 | |||
| Blackrock Inc. | Throgmorton Avenue 12, EC2N 2DL Londen, Verenigd Koninkrijk |
20 714 324 (4,97%) | 9 december 2013 |
In het kader van de vermelde wet ontving KBC Groep NV op 28 augustus 2013 een geactualiseerde mededeling. De vermelde personen treden op in onderling overleg.
| A Mededelingen door a rechtspersonen, b natuurlijke personen die 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1 |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandeelhouder | Participatie, aantal |
In procenten2 | Aandeelhouder | Participatie, aantal |
In procenten2 | |
| KBC Ancora Comm.VA | 51 625 808 | 12,37% Konings Invest BM | 305 816 | 0,07% | ||
| MRBB | 26 436 213 | 6,33% Rodep Comm. VA | 304 000 | 0,07% | ||
| Cera CVBA | 16 115 972 | 3,86% SAK Berkenstede | 268 970 | 0,06% | ||
| SAK AGEV | 11 320 933 | 2,71% Robor NV | 238 988 | 0,06% | ||
| Plastiche NV | 3 855 915 | 0,92% Efiga Invest SPRL | 233 806 | 0,06% | ||
| VIM CVBA | 3 834 500 | 0,92% Ibervest | 200 028 | 0,05% | ||
| 3D NV | 2 768 085 | 0,66% Promark International NV | 189 008 | 0,05% | ||
| Setas SA | 1 626 401 | 0,39% | SAK Hermes controle en beheersmaatschappij |
148 527 | 0,04% | |
| De Berk BVBA | 1 138 208 | 0,27% Niramore International SA | 135 700 | 0,03% | ||
| Cecan NV | 1 031 002 | 0,25% SAK Iberanfra | 120 107 | 0,03% | ||
| SAK PULA | 1 016 450 | 0,24% Sinfonia Investments NV | 115 839 | 0,03% | ||
| Rainyve SA | 941 958 | 0,23% I.B.P. Ravaga Pensioenfonds | 115 833 | 0,03% | ||
| Stichting Amici Almae Matris | 912 731 | 0,22% Inkao-Invest BVBA | 113 679 | 0,03% | ||
| Van Holsbeeck NV | 910 322 | 0,22% Alia SA | 83 702 | 0,02% | ||
| Creatio Invest NV | 749 486 | 0,18% Edilu NV | 64 800 | 0,02% | ||
| Regidor SA | 620 000 | 0,15% Isarick NV | 45 056 | 0,01% | ||
| Ceco c.v.a. | 568 849 | 0,14% MTV NV | 45 056 | 0,01% | ||
| Nascar Finance SA | 560 000 | 0,13% Wilig NV | 40 406 | 0,01% | ||
| Partapar SA | 559 818 | 0,13% Filax Stichting | 38 529 | 0,01% | ||
| Cordalia SA | 425 250 | 0,10% Agrobos | 37 016 | 0,01% | ||
| Mapicius SA | 425 250 | 0,10% Lycol NV | 31 939 | 0,01% | ||
| Algimo NV | 414 022 | 0,10% Van Vuchelen en Co BVBA | 27 785 | 0,01% | ||
| Cecan Invest NV | 397 563 | 0,10% Asphalia NV | 14 241 | 0,00% | ||
| Bareldam SA | 384 544 | 0,09% Kristo Van Holsbeeck BVBA | 7 700 | 0,00% | ||
| Sereno SA | 333 408 | 0,08% Vobis Finance NV | 685 | 0,00% | ||
| Colver NV | 322 099 | 0,08% |
| B Mededelingen door natuurlijke personen die minder dan 3% van de effecten met stemrecht houden (deze mededelingen hoeven geen melding te maken van de identiteit van de betrokken natuurlijke personen) |
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Participatie, aantal |
In procenten2 | Participatie, aantal |
(In procenten2 | Participatie, aantal |
In procenten2 | Participatie, aantal |
In procenten2 | |
| 226 301 | 0,05% | 46 200 | 0,01% | 16 733 | 0,00% | 3 375 | 0,00% | |
| 155 320 | 0,04% | 45 700 | 0,01% | 16 666 | 0,00% | 3 375 | 0,00% | |
| 155 000 | 0,04% | 45 056 | 0,01% | 13 905 | 0,00% | 3 375 | 0,00% | |
| 85 000 | 0,02% | 45 000 | 0,01% | 13 905 | 0,00% | 3 375 | 0,00% | |
| 73 750 | 0,02% | 42 500 | 0,01% | 12 645 | 0,00% | 2 800 | 0,00% | |
| 73 750 | 0,02% | 40 500 | 0,01% | 11 918 | 0,00% | 2 349 | 0,00% | |
| 73 750 | 0,02% | 35 613 | 0,01% | 11 039 | 0,00% | 2 295 | 0,00% | |
| 67 500 | 0,02% | 34 155 | 0,01% | 10 542 | 0,00% | 1 694 | 0,00% | |
| 67 500 | 0,02% | 34 155 | 0,01% | 9 172 | 0,00% | 1 350 | 0,00% | |
| 65 000 | 0,02% | 30 514 | 0,01% | 8 316 | 0,00% | 1 269 | 0,00% | |
| 64 800 | 0,02% | 30 395 | 0,01% | 8 316 | 0,00% | 837 | 0,00% | |
| 57 750 | 0,01% | 24 975 | 0,01% | 8 316 | 0,00% | 513 | 0,00% | |
| 56 345 | 0,01% | 24 120 | 0,01% | 7 500 | 0,00% | 500 | 0,00% | |
| 52 499 | 0,01% | 23 006 | 0,01% | 6 784 | 0,00% | 324 | 0,00% | |
| 50 000 | 0,01% | 22 706 | 0,01% | 6 682 | 0,00% | 270 | 0,00% | |
| 49 600 | 0,01% | 22 221 | 0,01% | 6 330 | 0,00% | 243 | 0,00% | |
| 48 300 | 0,01% | 19 546 | 0,00% | 3 500 | 0,00% | 228 | 0,00% | |
| 48 141 | 0,01% | 19 522 | 0,00% | 3 431 | 0,00% | |||
| 46 441 | 0,01% | 18 055 | 0,00% | 3 375 | 0,00% |
1 Er werden geen dergelijke mededelingen ontvangen.
2 Totaal aantal bestaande aandelen op 31 december 2013: 417 364 358.
162 Jaarverslag KBC 2013
Afgelopen zomer ging studente Sarah aan de slag in een restaurant in Dublin – en op zoek naar een bank die bij haar past.
"Ik werk soms wel 50 uur per week, en wil in mijn vrije tijd graag leuke dingen doen: vrienden zien, naar de film gaan en zo. Een bankrekening moest dus makkelijk te openen, te beheren en te snappen zijn op het vlak van kosten. Bij KBC Bank Ireland bevestigde ik mijn identiteit en vulde ik een eenvoudig formulier in. Een paar dagen later kreeg ik de bevestiging dat mijn rekening geopend was, mijn bankkaart en een digitale sleutel voor online bankieren. Mijn inkomen varieert nogal en ik spaar zoveel ik kan. Ja, deze rekening past bij mij."
| (in miljoenen euro) | Toelichting | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|
| Nettorente-inkomsten | 3 | 4 669 | 4 132 |
| Rente-inkomsten | 3 | 10 134 | 8 464 |
| Rentelasten | 3 | -5 465 | -4 332 |
| Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) | 9, 11 | 622 | 536 |
| Verdiende premies | 9 ,11 | 1 500 | 1 259 |
| Technische lasten | 9, 11 | -878 | -723 |
| Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) | 9, 10 | -240 | -242 |
| Verdiende premies | 9, 10 | 1 475 | 1 132 |
| Technische lasten | 9, 10 | -1 714 | -1 373 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | 9 | -13 | -5 |
| Dividendinkomsten | 4 | 45 | 47 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
5 | 420 | 1 191 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 6 | 181 | 252 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 7 | 1 315 | 1 484 |
| Provisie-inkomsten | 7 | 2 005 | 2 286 |
| Provisielasten | 7 | -690 | -802 |
| Overige netto-inkomsten | 8 | 734 | 123 |
| TOTALE OPBRENGSTEN | 7 733 | 7 517 | |
| Exploitatiekosten | 12 | -4 248 | -3 871 |
| Personeelskosten | 12 | -2 543 | -2 324 |
| Algemene beheerskosten | 12 | -1 396 | -1 276 |
| Afschrijvingen vaste activa | 12 | -310 | -272 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 14 | -2 511 | -1 933 |
| Op leningen en vorderingen | 14 | -1 072 | -1 719 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa | 14 | -95 | -34 |
| Op goodwill | 14 | -421 | -7 |
| Op overige | 14 | -923 | -173 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 15 | 2 | 1 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 976 | 1 714 | |
| Belastingen | 16 | -362 | -685 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 46 | 27 | 0 |
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 641 | 1 029 | |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 29 | 14 | |
| Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 612 | 1 015 | |
| Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten | 27 | 0 | |
| Winst per aandeel (in euro) | |||
| Gewoon | 17 | -1,09 | 1,03 |
| Verwaterd | 17 | -1,09 | 1,03 |
verkocht aan de Vlaamse overheid (zie deel Overige informatie) is verbonden aan de uitkering van een dividend op aandelen, wordt ook daar geen coupon voorzien. Merk op dat een eventuele coupon in rekening wordt gebracht bij de berekening van de winst per aandeel (Toelichting 17).
• We lichten de belangrijkste bestanddelen van de resultatenrekening toe in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder het hoofdstuk Geconsolideerd resultaat in 2013 en de hoofdstukken over de divisies. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd.
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 641 | 1 029 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 29 | 14 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 612 | 1 015 |
| NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN ERKEND IN EIGEN VERMOGEN | ||
| a) Verwerkt in de winst-en-verliesrekening | ||
| Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor aandelen | -25 | 117 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | 33 | 171 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | 7 | -6 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | -64 | -48 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 22 | 4 |
| Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding | -87 | -54 |
| Uitgestelde belastingen | 1 | 2 |
| Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor obligaties | 1 465 | -287 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | 1 785 | -328 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | -527 | 107 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | 207 | -66 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 32 | 0 |
| Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding | 157 | -121 |
| Proratering en bijzondere waardevermindering op herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa naar aanleiding van herklassering naar leningen en vorderingen |
180 | 24 |
| Uitgestelde belastingen | -162 | 31 |
| Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor andere activa | 0 | 0 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | 0 | 0 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | 0 | 0 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | 0 | 0 |
| Bijzondere waardeverminderingen | 0 | 0 |
| Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding | 0 | 0 |
| Uitgestelde belastingen | 0 | 0 |
| Nettowijziging van de afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) | -235 | 338 |
| Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen | -398 | 533 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde | 156 | -185 |
| Overboeking van reserve naar nettoresultaat | 7 | -11 |
| Brutobedrag | 9 | -13 |
| Uitgestelde belastingen | -2 | 3 |
| Nettowijziging van de omrekeningsverschillen | 59 | -116 |
| Brutobedrag | 22 | 0 |
| Uitgestelde belastingen | 37 | -116 |
| Overige mutaties | -2 | 0 |
| b) Niet verwerkt in de winst-en-verliesrekening | ||
| Nettowijziging van de toegezegdpensioenregelingen | -134 | 136 |
| Wijzigingen, IAS 19 | -198 | 206 |
| Uitgestelde belastingen op wijzigingen, IAS 19 | 64 | -69 |
| TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN | 1 769 | 1 218 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 30 | 14 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 740 | 1 203 |
| ACTIVA (in miljoenen euro) |
Toelichting | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|---|
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken | 4 426 | 4 378 | |
| Financiële activa | 18–29 | 236 898 | 225 570 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 18–29 | 21 159 | 16 885 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde | |||
| met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening Voor verkoop beschikbaar |
18–29 18–29 |
16 295 30 622 |
16 441 27 581 |
| Leningen en vorderingen | 18–29 | 139 225 | 132 562 |
| Tot einde looptijd aangehouden | 18–29 | 28 510 | 31 323 |
| Afdekkingsderivaten | 18–29 | 1 088 | 777 |
| Deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen, verzekeringen | 35 | 137 | 146 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille | – | 204 | 120 |
| Belastingvorderingen | 31 | 2 188 | 1 726 |
| Actuele belastingvorderingen | 31 | 174 | 245 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 31 | 2 014 | 1 481 |
| Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten Investeringen in geassocieerde ondernemingen |
46 32 |
7 138 8 |
3 769 7 |
| Vastgoedbeleggingen | 33 | 638 | 598 |
| Materiële vaste activa | 33 | 2 581 | 2 465 |
| Goodwill en andere immateriële vaste activa | 34 | 1 328 | 1 289 |
| Overige activa TOTAAL ACTIVA |
30 | 1 383 256 928 |
1 237 241 306 |
| VERPLICHTINGEN EN EIGEN VERMOGEN (in miljoenen euro) |
Toelichting | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
| Financiële verplichtingen | 18–29 | 213 265 | 201 994 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 18–29 | 19 459 | 13 119 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
18–29 | 20 563 | 24 931 |
| Tegen geamortiseerde kostprijs | 18–29 | 170 813 | 162 266 |
| Afdekkingsderivaten | 18–29 | 2 430 | 1 678 |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering | 35 | 19 205 | 18 701 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille | – | 69 | -2 |
| Belastingverplichtingen | 31 | 647 | 524 |
| Actuele belastingverplichtingen | 31 | 192 | 109 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 31 | 455 | 415 |
| Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | 46 | 3 739 | 2 027 |
| Voorziening voor risico's en kosten | 36 | 526 | 523 |
| Overige verplichtingen | 37 | 3 598 | 3 025 |
| TOTAAL VERPLICHTINGEN | 241 048 | 226 792 | |
| Totaal eigen vermogen | 39 | 15 879 | 14 514 |
| Eigen vermogen van de aandeelhouders | 39 | 12 017 | 11 826 |
| Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten Belangen van derden |
39 | 3 500 362 |
2 333 354 |
• Desinvesteringen: we hebben de activa en verplichtingen van de nog overblijvende desinvesteringsdossiers gebundeld in Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten. Eind 2013 betrof het KBC Bank Deutschland en Antwerpse Diamantbank en eind 2012 betrof het Absolut Bank, KBC Banka, KBC Bank Deutschland, Antwerpse Diamantbank en NLB. U vindt meer informatie in Toelichting 46.
• Retroactieve aanpassing van 2012 door wijzigingen aan IAS 19 (posten Overige activa, Overige verplichtingen en Eigen vermogen van de aandeelhouders en de gerelateerde subtotalen en totalen); zie Toelichting 1a.
| (in miljoenen euro) | Geplaatst en volgestort aandelenkapitaal |
Uitgiftepremie | aandelen Eigen |
Herwaarderingsreserve (voor verkoop beschik bare financiële activa) |
(kasstroomafdekkingen) Afdekkingsreserve |
Wijziging in toegezegd pensioenregelingen |
Reserves | Omrekeningsverschillen | Eigen vermogen van aandeelhouders |
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten |
Belangen van derden | Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 Saldo aan het begin van het jaar |
1 245 | 4 341 | -1 529 | -117 | -594 | 0 | 6 831 | -422 | 9 756 | 6 500 | 516 16 772 | |
| Eerste toepassing IAS 19 gereviseerd | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 63 | -11 | 0 | 52 | 0 | 0 | 52 |
| Aangepast saldo aan het begin van het jaar | 1 245 | 4 341 | -1 529 | -117 | -594 | 63 | 6 821 | -422 | 9 809 | 6 500 | 516 16 824 | |
| Nettoresultaat over de periode | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 612 | 0 | 612 | 0 | 29 | 641 |
| Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 1 440 | -235 | -134 | -2 | 59 | 1 128 | 0 | 0 | 1 128 |
| Subtotaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 0 | 0 | 0 | 1 440 | -235 | -134 | 610 | 59 | 1 740 | 0 | 30 | 1 769 |
| Dividenden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -599 | 0 | -599 | 0 | 0 | -599 |
| Kapitaalverhoging | 205 | 1 048 | 0 | 0 | 0 | 0 | -14 | 0 | 1 239 | 0 | 0 | 1 239 |
| Terugbetaling niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -450 | 0 | -450 | -3 000 | 0 | -3 450 |
| Verkoop van eigen aandelen | 0 | 0 | 1 527 | 0 | 0 | 0 | -1 179 | 0 | 349 | 0 | 0 | 349 |
| Invloed van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -6 | 0 | -6 | 0 | 0 | -6 |
| Wijzigingen in belangen van derden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -36 | -36 |
| Wijzigingen in scope | 0 | 0 | 0 | -60 | -6 | 0 | 0 | 3 | -63 | 0 | -147 | -210 |
| Totaal wijzigingen | 205 | 1 048 | 1 527 | 1 380 | -241 | -134 | -1 639 | 62 | 2 209 | -3 000 | -154 | -945 |
| Saldo aan het einde van de periode | 1 450 | 5 388 | -1 | 1 263 | -834 | -71 | 5 182 | -360 12 017 | 3 500 | 362 15 879 | ||
| Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen | – | – | – | 206 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties | – | – | – | 1 057 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa dan obligaties en aandelen |
– | – | – | 0 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
– | – | – | 6 | 1 | – | – | -142 | -135 | – | – | -135 |
| 2013 | ||||||||||||
| Saldo aan het begin van het jaar | 1 450 | 5 388 | -1 | 1 263 | -834 | 0 | 5 192 | -360 12 099 | 3 500 | 362 15 961 | ||
| Eerste toepassing IAS 19 gereviseerd | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -71 | -11 | 0 | -82 | 0 | 0 | -82 |
| Aangepast saldo aan het begin van het jaar | 1 450 | 5 388 | -1 | 1 263 | -834 | -71 | 5 182 | -360 12 017 | 3 500 | 362 15 879 | ||
| Nettoresultaat over de periode | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 015 | 0 | 1 015 | 0 | 14 | 1 029 |
| Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen | 0 | 1 | 0 | -170 | 338 | 136 | -1 | -116 | 189 | 0 | 0 | 189 |
| Subtotaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten | 0 | 1 | 0 | -170 | 338 | 136 | 1 014 | -116 | 1 203 | 0 | 14 | 1 218 |
| Dividenden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -961 | 0 | -961 | 0 | 0 | -961 |
| Kapitaalverhoging | 1 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 16 | 0 | 0 | 16 |
| Terugbetaling niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -583 | 0 | -583 | -1 167 | 0 -1 750 | |
| Verkoop van eigen aandelen | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Invloed van bedrijfscombinaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -3 | 0 | -3 | 0 | 0 | -3 |
| Wijzigingen in belangen van derden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -18 | -18 |
| Wijzigingen in scope | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 136 | 136 | 0 | -4 | 132 |
| Totaal wijzigingen | 1 | 16 | 1 | -170 | 338 | 136 | -533 | 20 | -191 | -1 167 | -8 -1 365 | |
| Saldo aan het einde van de periode | 1 452 | 5 404 | 0 | 1 094 | -497 | 65 | 4 648 | -340 11 826 | 2 333 | 354 14 514 | ||
| Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen | – | – | – | 323 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties | – | – | – | 771 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa dan obligaties en aandelen |
– | – | – | 0 | – | – | – | – | – | – | – | – |
| Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
– | – | – | 4 | 1 | – | – | -3 | 1 | – | – | 1 |
2014 werd niet in de cijfers per eind 2013 verwerkt. Meer informatie over de kapitaalversterkende transacties afgesloten met de Belgische en de Vlaamse overheid vindt u in het deel Overige informatie.
• Eigen aandelen: KBC verkocht in 2012 18,2 miljoen eigen aandelen in handen van KBC Bank NV en KBC Groep NV, wat leidde tot een stijging van het eigen vermogen van 349 miljoen euro. Eind 2013 had de KBC-groep 802 eigen aandelen in bezit.
nam gedurende 2013 af met 170 miljoen euro door de invloed van de gestegen langetermijnrente op de marktwaarde van de obligaties en het naderen van de vervaldag van obligaties met een positieve herwaarderingsreserve, deels gecompenseerd door hogere herwaarderingsreserves op aandelen dankzij de gestegen beurskoersen. De afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) werd daarentegen minder negatief in 2013 met 338 miljoen euro onder invloed van de gestegen langetermijnrente in combinatie met het overboeken van die reserve naar nettowinst naar rato van de gerealiseerde kasstromen van de afdekkingsinstrumenten.
| (in miljoenen euro) | Verwijzing1 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|
| Bedrijfsactiviteiten | |||
| Resultaat vóór belastingen | Gecons. w-&-v | ||
| rekening | 976 | 1 714 | |
| Aanpassingen voor | |||
| Resultaat vóór belastingen m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten | Gecons. w-&-v | ||
| rekening | 15 | 0 | |
| Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen van (im)materiële activa, vastgoedbeleggingen en effecten | 21, 33, 34 | 1 774 | 512 |
| Winst of verlies uit de vervreemding van beleggingen | – | -579 | 35 |
| Wijziging in bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten | 14 | 1 072 | 1 719 |
| Wijziging in technische voorzieningen vóór herverzekering | 35 | 121 | 28 |
| Wijziging in deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen | 35 | 21 | -11 |
| Wijzigingen in overige voorzieningen | 36 | -350 | 14 |
| Overige niet-gerealiseerde winst of verlies | – | -59 | 86 |
| Opbrengsten van geassocieerde ondernemingen | 15 | -2 | -1 |
| Kasstromen uit bedrijfswinst vóór belastingen en vóór wijzigingen in bedrijfsactiva en -verplichtingen | – | 2 988 | 4 096 |
| Wijzigingen in bedrijfsactiva (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) | – | 8 391 | 12 438 |
| Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden | 18 | 4 823 | 5 574 |
| Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen | |||
| in de winst-en-verliesrekening | 18 | -1 845 | -904 |
| Voor verkoop beschikbare financiële activa | 18 | 8 701 | 2 866 |
| Leningen en vorderingen | 18 | 2 959 | 3 647 |
| Afdekkingsderivaten | 18 | -722 | 844 |
| Bedrijfsactiva in verband met groepen activa die worden afgestoten en overige activa | 46 | -5 527 | 412 |
| Wijzigingen in bedrijfsverplichtingen (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) | – | -4 758 | -2 927 |
| Deposito's tegen geamortiseerde kostprijs | 18 | 5 687 | 2 784 |
| In schuldbewijzen belichaamde schulden tegen geamortiseerde kostprijs | 18 | 1 477 | -3 619 |
| Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden | 18 | -7 528 | -6 239 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
18 | -8 034 | 5 357 |
| Afdekkingsderivaten | 18 | 498 | -752 |
| Bedrijfsverplichtingen in verband met groepen activa die worden afgestoten en overige verplichtingen | 46 | 3 142 | -458 |
| Betaalde belastingen | 16 | -337 | -378 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten | 6 284 | 13 230 | |
| Investeringsactiviteiten | |||
| Aankoop van tot einde looptijd aangehouden effecten | 18 | -16 417 | -3 892 |
| Opbrengst van de terugbetaling van tot einde looptijd aangehouden effecten op de eindvervaldag | 18 | 2 304 | 1 277 |
| Overname van een dochteronderneming of een bedrijfsonderdeel zonder de overgenomen geldmiddelen (inclusief stijgingen in participatiepercentages) |
Volg. tabel | 0 | 0 |
| Opbrengst van de afstoting van een dochteronderneming of bedrijfsonderdeel zonder de afgestoten geldmiddelen (inclusief dalingen in participatiepercentages) |
Volg. tabel | -941 | -260 |
| Aankoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen | 32 | 0 | 0 |
| Opbrengst van de verkoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen | 32 | 0 | 0 |
| Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen | 32 | 0 | 0 |
| Aankoop van vastgoedbeleggingen | 33 | -55 | -21 |
| Opbrengst van de verkoop van vastgoedbeleggingen | 33 | 8 | 36 |
| Aankoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 34 | -136 | -126 |
| Opbrengst van de verkoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) | 34 | 60 | 24 |
| Aankoop van materiële vaste activa | 33 | -632 | -453 |
| Opbrengst van de verkoop van materiële vaste activa | 33 | 363 | 194 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten | -15 444 | -3 219 | |
| (in miljoenen euro) | Verwijzing1 | 2012 | 2013 |
|---|---|---|---|
| Financieringsactiviteiten | |||
| Inkoop of verkoop van eigen aandelen | Geconsol. vermogensmut. |
349 | 0 |
| Uitgifte of terugbetaling van promessen en andere schuldbewijzen | 18 | 136 | 1 113 |
| Opbrengst van of terugbetaling van achtergestelde schulden | 18 | -1 662 | -184 |
| Kapitaalaflossingen van financiële leasing | – | 0 | 0 |
| Opbrengst van de uitgifte van aandelenkapitaal | Geconsol. vermogensmut. |
1 239 | 16 |
| Terugbetaling van niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | Geconsol. vermogensmut. |
-3 450 | -1 750 |
| Opbrengst van de uitgifte van bevoorrechte aandelen | Geconsol. vermogensmut. |
0 | 0 |
| Uitgekeerde dividenden | Geconsol. vermogensmut. |
-599 | -961 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten | -3 988 | -1 766 | |
| Mutatie geldmiddelen en kasequivalenten | |||
| Nettotoename of -afname van geldmiddelen en kasequivalenten | – | -13 149 | 8 244 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het boekjaar | – | 13 997 | 982 |
| Gevolgen van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten | – | 133 | -423 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode | – | 982 | 8 803 |
| Overige informatie | |||
| Betaalde rente2 | 3 | -5 465 | -4 332 |
| Ontvangen rente2 | 3 | 10 134 | 8 464 |
| Ontvangen dividenden (inclusief vermogensmutatiemethode) | 4,32 | 45 | 47 |
| Componenten van geldmiddelen en kasequivalenten | |||
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken | Cons. balans | 4 426 | 4 378 |
| Leningen en voorschotten aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken in minder dan drie maanden |
18 | 8 994 | 8 123 |
| Deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar | 18 | -12 658 | -3 307 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten inbegrepen in groepen activa die worden afgestoten | 46 | 220 | -391 |
| Totaal | – | 982 | 8 803 |
| Waarvan niet beschikbaar | – | 0 | 0 |
1 De toelichtingen waarnaar wordt verwezen, bevatten niet altijd de exacte bedragen zoals opgenomen in de kasstroomtabel. Op die bedragen worden immers onder meer correcties aangebracht in het kader van overnames/ afstotingen van dochters zoals bepaald in IAS 7.
2 De betaalde en de ontvangen rente worden in dit overzicht gelijkgesteld met de rentelasten en -inkomsten zoals vermeld in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening. Gezien de veelheid van onderliggende contracten aan de basis van de rentelasten en -inkomsten zou een exacte bepaling van de effectieve kasstromen een zeer belangrijke administratieve inspanning vragen. Bovendien is het redelijk te veronderstellen dat voor een bank-verzekeraar de effectieve kasstromen niet in belangrijke mate afwijken van de geprorateerde rentelasten en -inkomsten, omdat de meeste renteproducten een periodieke rentebetaling inhouden binnen het jaar.
• KBC brengt verslag uit over kasstromen van bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode.
teiten toe. Alle belangrijke overnames en verkopen van groepsondernemingen of activiteiten werden in geld voldaan, met uitzondering van Kredyt Bank in 2012 (fusie met Bank Zachodni WBK). In 2013 verkocht KBC Bank vervolgens zijn belang in Bank Zachodni WBK. Die verkoop werd wel in geld voldaan en heeft een positieve invloed op nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten van ongeveer +0,8 miljard euro.
• Meer informatie over de belangrijkste desinvesteringen vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Groepscenter (niet geauditeerd door de commissaris).
| Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaar | 2012 | 2012 | 2012 | 2012 | 2013 | 2013 |
| (in miljoenen euro) | WARTA | Fidea | KBL EPB | Kredyt Bank |
Absolut Bank |
KBC Banka |
| Verkoop (fusie met Bank |
||||||
| Aankoop of verkoop | Verkoop | Verkoop | Verkoop | Zachodni) | Verkoop | Verkoop |
| Percentage aandelen gekocht of verkocht in het betrokken jaar | 100% | 100% | 100% | 80% | 100% | 100% |
| Totaal percentage aandelen aan het einde van het betrokken jaar Betreffende divisie/segment |
0% Groeps center |
0% Groeps center |
0% Groeps center |
0% Groeps center |
0% Groeps center |
0% Groeps center |
| Datum sluiting transactie, maand en jaar | juni 2012 |
maart 2012 |
juli 2012 |
december 2012 |
mei 2013 |
december 2013 |
| Resultaten van betreffende maatschappij opgenomen in resultaat van de groep tot en met: |
30 juni 2012 |
31 december 2011 |
30 juni 2012 |
31 december 2012 |
31 maart 2013 |
midden 2013 |
| Aankoopprijs of verkoopprijs | 842 | 182 | 1 002 | 840* | 295 | 12 |
| Kasstroom voor de aankoop of verkoop van bedrijven min aangekochte of verkochte geldmiddelen en kasequivalenten |
737 | 150 | -1 903 | 916 | -245 | -15 |
| Activa en verplichtingen gekocht of verkocht | ||||||
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken | 0 | 0 | 479 | 188 | 237 | 25 |
| Financiële activa | 1 511 | 3 097 | 11 822 | 10 248 | 2 276 | 37 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 3 | 0 | 558 | 173 | 47 | 0 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
266 | 48 | 1 887 | 16 | 0 | 0 |
| Voor verkoop beschikbaar | 761 | 2 635 | 3 583 | 1 836 | 169 | 0 |
| Leningen en vorderingen | 364 | 51 | 5 740 | 7 438 | 2 061 | 37 |
| Tot einde looptijd aangehouden | 117 | 363 | 52 | 769 | 0 | 0 |
| Afdekkingsderivaten | 0 | 0 | 2 | 16 | 0 | 0 |
| Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten | 105 | 32 | 3 730 | 275 | 540 | 26 |
| Financiële verplichtingen | 145 | 45 | 11 283 | 8 064 | 2 063 | 47 |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | 3 | 0 | 307 | 241 | 1 | 0 |
| Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
0 | 45 | 1 871 | 0 | 0 | 0 |
| Tegen geamortiseerde kostprijs | 141 | 0 | 9 057 | 7 823 | 2 061 | 47 |
| Afdekkingsderivaten | 0 | 0 | 48 | 0 | 0 | 0 |
| Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten | 0 | 0 | 824 | 351 | 0 | 0 |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering | 1 213 | 3 011 | 400 | 0 | 0 | 0 |
* Niet in geld voldaan.
De Raad van Bestuur van KBC Groep NV keurde de geconsolideerde jaarrekening, inclusief alle toelichtingen, op 17 maart 2014 goed voor publicatie. De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld volgens de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs) en bevat vergelijkende informatie over een jaar. Alle bedragen zijn uitgedrukt in miljoenen euro en afgerond op het miljoental.
De volgende IFRS-normen werden van kracht op 1 januari 2013 en KBC paste ze toe in deze rapportering.
tiva en verplichtingen te berekenen volgens IFRS. Die nieuwe standaard had geen belangrijke invloed op de bepaling van de reële waarden van de activa en verplichtingen. Het belangrijkste gevolg voor KBC bestaat uit een uitbreiding van de toelichtingen.
Aangezien de aanpassing van IAS 36 (Bijzondere waardevermindering van activa) met betrekking tot de recupereerbare bedragen van niet-financiële activa de ongewilde gevolgen van IFRS 13 beperkt, heeft KBC geopteerd om die aanpassing van IAS 36 vervroegd toe te passen vanaf 1 januari 2013. Bijgevolg verschaft KBC alleen toelichting bij de recupereerbare bedragen van de impaired niet-financiële activa.
Afhankelijk van het moment waarop de EU IFRIC 21 (heffingen) goedkeurt (verwacht in 2014), kan het als gevolg van de retroactieve toepassing van IFRIC 21 noodzakelijk zijn om de vergelijkbare kwartaalcijfers te herwerken (dat impliceert alleen verschuivingen tussen kwartalen zonder invloed op jaarcijfers).
De volgende IFRS-normen werden gepubliceerd, maar waren voor de KBCgroep nog niet van kracht op 31 december 2013. KBC zal die standaarden toepassen vanaf het moment dat ze voor de KBC-groep verplicht toepasbaar zijn.
Vanaf 2013 stellen we de voorstellingswijze van de verdiende verzekeringspremies en verzekeringstechnische lasten in de winst-en-verliesrekening anders voor om een apart en beter beeld te geven van de Leven- en Nietlevenactiviteiten.
De vroegere indeling was:
De nieuwe indeling is:
We wijzigden ook de structuur van de tabel in Toelichting 9.
De methode van integrale consolidatie wordt toegepast voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief special purpose entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent.
(Belangrijke) Ondernemingen waarover direct of indirect een gezamenlijke controle wordt uitgeoefend, worden geconsolideerd volgens de methode van de proportionele consolidatie.
De vermogensmutatiemethode wordt gehanteerd voor (belangrijke) investeringen in geassocieerde ondernemingen (dat zijn ondernemingen waarin KBC een invloed van betekenis op het beleid uitoefent).
Zoals volgens IAS 28 (Investeringen in geassocieerde ondernemingen) en IAS 31 (Belangen in joint ventures) is toegestaan, worden investeringen aangehouden door risicokapitaalondernemingen, geklasseerd als gehouden voor handelsdoeleinden (gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening).
Veranderingen in zeggenschap in een deelneming (die niet resulteren in een verlies van controle) worden verwerkt als een mutatie in eigen vermogen en hebben geen invloed op goodwill en resultaat.
Monetaire activa en verplichtingen, uitgedrukt in vreemde munt, worden omgerekend in hun tegenwaarde in de functionele munt tegen de contantkoers op de balansdatum.
Negatieve en positieve waarderingsverschillen, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de financiering van aandelen en deelnemingen van geconsolideerde ondernemingen in vreemde munt, worden opgenomen in het resultaat.
De niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd op basis van hun historische kostprijs, worden omgerekend in de functionele munt tegen de wisselkoers van de transactiedatum.
Niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd tegen reële waarde, worden omgerekend op basis van de contantkoers van de dag waarop de reële waarde werd bepaald.
Omrekeningsverschillen worden samen met schommelingen in reële waarde gerapporteerd.
In vreemde munt uitgedrukte opbrengsten en kosten worden in het resultaat verwerkt tegen de koers die gold op het tijdstip van hun opname.
De balansen van de buitenlandse dochterondernemingen worden omgerekend in de presentatiemunt (euro) tegen de contantkoers op de balansdatum (uitgezonderd het eigen vermogen, dat tegen de historische koers wordt omgezet). De winst-en-verliesrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde koers van het boekjaar, als beste benadering van de wisselkoers op de transactiedatum.
De verschillen die voortvloeien uit het gebruik van een verschillende koers voor de activa en verplichtingen enerzijds en de elementen van het eigen vermogen anderzijds worden (samen met de koersverschillen – na uitgestelde belastingen – op de leningen die werden afgesloten ter financiering van de deelnemingen in vreemde munt) voor het aandeel van KBC opgenomen onder het eigen vermogen.
Een financieel actief of een financiële verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat KBC een betrokken partij wordt met betrekking tot de contractuele voorzieningen van de instrumenten. Aan- en verkopen van alle financiële activa die volgens standaardmarktconventies worden afgewikkeld, worden in de balans verwerkt op de afwikkelingsdatum.
Alle financiële activa en verplichtingen – inclusief derivaten – moeten worden opgenomen in de balans op basis van de door IAS 39 bepaalde classificaties. Elke classificatie vereist een specifieke waardering.
IAS 39 onderscheidt de volgende classificaties:
• Financiële verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening (RW): die financiële verplichtingen worden op dezelfde manier gewaardeerd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden. De optie van de reële waarde kan onder dezelfde omstandigheden worden gebruikt als bij de RW-activa. Bovendien kan die categorie worden gebruikt voor de boekhoudkundige verwerking van (afgesplitste) depositocomponenten (dat wil zeggen financiële verplichtingen zonder discretionaire winstdeling) zoals bepaald in IFRS 4.
• Andere financiële verplichtingen: dat zijn alle andere niet-afgeleide financiële schulden die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Die verplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Financiële instrumenten worden voorgesteld tegen dirty price. Dat wil zeggen dat de geprorateerde rente in dezelfde post gepresenteerd wordt als de financiële instrumenten waarvoor die rente werd geprorateerd.
KBC past de volgende algemene regels toe:
• Vorderingen: die werden geklasseerd als Leningen en vorderingen. Ze worden bij verwerving gewaardeerd tegen reële waarde inclusief transactiekosten. Leningen met vaste vervaldag worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentevoet; dat is de rentevoet die exact alle toekomstige verwachte kasstromen van de vordering verdisconteert tot de nettoboekwaarde. Die rentevoet houdt rekening met alle gerelateerde vergoedingen en transactiekosten. Leningen zonder vaste vervaldag worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen voor vorderingen waarvoor – hetzij individueel, hetzij op portefeuillebasis – een indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat op de balansdatum. Die indicatie wordt bepaald aan de hand van de Probability of Default (PD). Karakteristieken van kredieten zoals het type krediet, de bedrijfstak waartoe de kredietnemer behoort, de geografische locatie van de kredietnemer en andere karakteristieken die belangrijk zijn voor het risicoprofiel van een kredietnemer, worden gebruikt voor het bepalen van de PD. Kredieten die dezelfde PD hebben, hebben bijgevolg een gelijksoortig kredietrisicoprofiel.
geboekte waardevermindering verhoogd of verlaagd door aanpassing van de specifieke rekening voor waardeverminderingen. Leningen en de gerelateerde bedragen opgenomen op de specifieke rekeningen voor waardeverminderingen worden afgeschreven als er geen realistisch vooruitzicht op toekomstige recuperatie bestaat of als de lening wordt kwijtgescholden. Een gehernegotieerde lening blijft getest worden op bijzondere waardeverminderingen, berekend op basis van de originele effectieve rentevoet van de lening.
Voor buitenbalansverplichtingen (verbinteniskredieten) die geklasseerd worden als onzeker of oninbaar en dubieus, worden voorzieningen opgenomen als aan de algemene voorwaarden van IAS 37 is voldaan en als aan het meer dan waarschijnlijk-criterium is voldaan. Die voorzieningen worden erkend tegen hun actuele waarde.
Rente op kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden toegepast, wordt berekend aan de hand van de contractuele rentevoet die werd gebruikt om de waardevermindering te berekenen.
• Effecten: naargelang ze al dan niet worden verhandeld op een actieve markt en afhankelijk van de intentie bij verwerving, worden effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen, Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, RW-activa of als Voor verkoop beschikbare financiële activa.
Effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen of Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde wordt over de resterende looptijd van de effecten als rente in het resultaat opgenomen. De opname gebeurt op actuariële basis, uitgaande van de effectieve rentevoet bij aankoop. Individuele bijzondere waardeverminderingen van effecten die geklasseerd zijn als Leningen en vorderingen of als Tot einde looptijd aangehouden effecten worden – volgens dezelfde methode als voor de bovenvermelde vorderingen – opgenomen als er bewijs is van de bijzondere waardevermindering op de balansdatum.
Effecten geklasseerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (exclusief transactiekosten) en daarna tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar.
Effecten geklasseerd als RW die niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden op dezelfde wijze gewaardeerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.
Effecten geklasseerd als Voor verkoop beschikbare financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en worden daarna gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen tot de verkoop van de effecten of tot het moment dat ze een bijzondere waardevermindering ondergaan. In dat geval wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt van het eigen vermogen naar het resultaat van het boekjaar. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt als daarvoor een indicatie bestaat. Voor genoteerde aandelen en andere niet-vastrentende effecten wordt een indicatie van bijzondere waardevermindering bepaald aan de hand van een aanzienlijke (meer dan 30%) of langdurige (meer dan een jaar) daling van de reële waarde. Voor vastrentende effecten wordt de bijzondere waardevermindering bepaald op basis van de recupereerbaarheid van de aanschaffingswaarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar. Voor aandelen en andere niet-vastrentende effecten gebeuren terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen via een aparte post van het eigen vermogen. Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op vastrentende effecten gebeuren via het resultaat van het boekjaar. Als evenwel niet op een objectieve manier kan worden aangetoond dat de aanleiding tot duurzame waardevermindering niet langer bestaat (de gebeurtenis die aan de oorsprong ligt van de waardevermindering is niet volledig verdwenen), wordt elke stijging in reële waarde opgenomen in het eigen vermogen. De erkenning in eigen vermogen stopt als de indicatie voor waardevermindering niet langer bestaat. Op dat moment wordt de waardevermindering volledig teruggenomen in het resultaat met erkenning in eigen vermogen van elk verschil in reële waarde.
Bij reëlewaardeafdekkingen worden zowel de derivaten ter afdekking van het risico als de afgedekte posities gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties of als het afdekkingsinstrument vervalt of wordt verkocht. In dat geval wordt het herwaarderingsresultaat van de afgedekte positie (in het geval van vastrentende financiële instrumenten) op een pro-ratabasis in het resultaat van het boekjaar opgenomen tot de eindvervaldag.
KBC maakt gebruik van reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille om het renterisico van een portefeuille leningen en spaardeposito's af te dekken met renteswaps. De renteswaps worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening. De geprorateerde rente van die renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het afgedekte bedrag aan leningen wordt eveneens gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening. De reële waarde van het afgedekte bedrag wordt als een aparte post bij de activa opgenomen in de balans. KBC past de carve-outversie van IAS 39 toe, zodat er geen ineffectiviteit ontstaat als gevolg van vervroegde terugbetalingen, zolang er sprake is van een underhedging. In geval van een niet-effectieve afdekking zal de cumulatieve reëlewaardeschommeling van het afgedekte bedrag worden afgeschreven in de winst-en-verliesrekening, en wel over de resterende levensduur van de afgedekte activa, of onmiddellijk worden weggeboekt uit de balans als de ineffectiviteit is ontstaan als gevolg van het feit dat de betreffende leningen niet langer worden erkend.
Bij kasstroomafdekkingen worden de derivaten ter afdekking van de risico's gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde toe te wijzen aan het effectieve deel van de afdekking worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het niet-effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in het resultaat van het boekjaar. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties. In dat geval worden de derivaten beschouwd als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en als zodanig gewaardeerd.
Vreemdemuntfinanciering van het nettoactief van een buitenlandse participatie wordt verwerkt als een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit. Die vorm van hedge accounting wordt toegepast voor participaties die niet zijn uitgedrukt in euro. Omrekeningsverschillen (rekening houdend met uitgestelde belastingen) op de financiering worden opgenomen in het eigen vermogen, samen met omrekeningsverschillen op het nettoactief.
• Een financiëlegarantiecontract: is een contract op grond waarvan de emittent verplicht is bepaalde betalingen te verrichten om de houder te compenseren voor een door hem geleden verlies, omdat een bepaalde debiteur zijn betalingsverplichting uit hoofde van de oorspronkelijke of herziene voorwaarden van een schuldbewijs niet nakomt. Een financiëlegarantiecontract wordt initieel gewaardeerd tegen reële waarde; daarna wordt het gewaardeerd tegen het hoogste van de volgende bedragen:
1 het bedrag dat overeenkomstig IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa is bepaald, en
2 het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen, verminderd met, in voorkomend geval, de cumulatieve amortisatie die is opgenomen in overeenstemming met IAS 18 Opbrengsten.
• Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments): aanpassingen van de reële waarde worden opgenomen op alle financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Die aanpassingen van de reële waarde bevatten alle afwikkelingskosten, correcties voor minder liquide instrumenten of markten, correcties verbonden aan mark-to-modelwaarderingen en correcties ingevolge tegenpartijrisico.
Goodwill wordt beschouwd als het deel van de aanschaffingskosten boven op de reële waarde van de aangekochte identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, zoals verondersteld op de datum van de aankoop. Hij wordt opgenomen als een immaterieel vast actief en wordt gewaardeerd tegen kostprijs min bijzondere waardeverminderingen. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt getest op bijzondere waardeverminderingen en dat minstens jaarlijks ofwel als daartoe interne of externe indicaties bestaan. Die worden toegepast als de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden waartoe de goodwill behoort, hoger is dan zijn realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill kunnen niet worden teruggenomen. Voor elke nieuwe bedrijfscombinatie moet KBC een keuze maken inzake de waardering van de minderheidsbelangen, hetzij tegen reële waarde, hetzij volgens hun evenredige deel in het eigen vermogen. De te maken keuze bepaalt het bedrag van de goodwill.
Software wordt – als de voorwaarden voor opname als actief zijn vervuld – opgenomen onder de immateriële vaste activa. Systeemsoftware wordt als actief opgenomen en volgt het afschrijvingstempo van de hardware (namelijk drie jaar) vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Standaardsoftware en door een derde partij ontwikkelde maatsoftware worden als een actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Interne en externe ontwikkelingskosten van intern gegenereerde software van investeringsprojecten worden als actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar. Investeringsprojecten zijn grootschalige projecten die een belangrijk bedrijfsdoel of -model introduceren of vervangen. Interne en externe onderzoekskosten verbonden aan die projecten en alle kosten van overige ICT-projecten aangaande intern gegenereerde software (andere dan investeringsprojecten) worden onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen.
Alle materiële vaste activa worden opgenomen tegen aanschaffingswaarde (inclusief direct toewijsbare kosten van aanschaffing), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingspercentages zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur en worden lineair toegepast zodra de activa gebruiksklaar zijn. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt als de boekwaarde van de activa hoger is dan hun realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de bedrijfswaarde en de verkoopprijs min verkoopkosten). Geboekte bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Bij verkoop van materiële vaste activa worden gerealiseerde winsten of verliezen onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen. Bij vernietiging wordt het resterende af te schrijven bedrag onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
De boekhoudkundige regels voor materiële vaste activa gelden ook voor vastgoedbeleggingen.
Externe financieringskosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het verwerven van een actief worden bij de activa opgenomen als onderdeel van de kosten van dat actief. Alle andere financieringskosten worden opgenomen als kosten tijdens de periode waarin ze werden gemaakt. Zodra er kosten worden gemaakt voor een actief, financieringskosten ontstaan en activiteiten aan de gang zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop, worden die kosten bij de activa opgenomen. Als het proces onderbroken wordt, worden de financieringskosten niet meer geactiveerd. De activering van financieringskosten stopt als alle activiteiten om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop achter de rug zijn.
Voor het rechtstreekse bedrijf wordt de voorziening voor niet-verdiende premies in principe dagelijks berekend op basis van de brutopremies.
Voor de ontvangen herverzekering wordt de voorziening voor niet-verdiende premies voor elke overeenkomst afzonderlijk bepaald op basis van de door de cedent meegedeelde informatie, en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.
De voorziening voor niet-verdiende premies voor de activiteit Leven wordt opgenomen onder de voorziening voor de activiteitsgroep Leven.
Die voorziening wordt, met uitzondering van de tak 23-producten, berekend volgens de geldende actuariële principes waarbij rekening wordt gehouden met de voorziening voor niet-verdiende premies, de vergrijzingsvoorziening, de voorziening voor nog uit te keren maar niet vervallen rente, en andere.
In principe wordt die voorziening voor elke verzekeringsovereenkomst afzonderlijk berekend.
Voor geaccepteerde zaken wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk een voorziening aangelegd op basis van de door de cedent meegedeelde informatie en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzichten.
Als aanvulling bij de onderstaande regels wordt er conform de wettelijke bepalingen een aanvullende voorziening aangelegd.
Voor de aangegeven schaden wordt de voorziening in principe per schadegeval berekend, op basis van de bekende elementen van het dossier, ten belope van de nog verschuldigde sommen aan de slachtoffers of begunstigden en verhoogd met de externe kosten nodig voor de afhandeling van de schadegevallen. Als een schadevergoeding in de vorm van een periodieke betaling moet worden uitgekeerd, worden de daartoe te reserveren bedragen op basis van erkende actuariële methoden berekend.
Voor schadegevallen claims incurred but not reported (IBNR) op de balansdatum wordt een IBNR-voorziening aangelegd. Voor het rechtstreekse bedrijf is die IBNR-voorziening gebaseerd op een forfaitaire som per verzekeringstak, afhankelijk van opgedane ervaringen en de ontwikkeling van de verzekerde portefeuille. Voor buitengewone gebeurtenissen wordt de IBNR-voorziening verhoogd met extra bedragen.
Voor schadegevallen claims incurred but not enough reserved (IBNER) op de balansdatum wordt een IBNER-voorziening aangelegd, als de procedures aantonen dat de andere schadevoorzieningen niet toereikend zijn voor de toekomstige verplichtingen. Die voorziening bevat bedragen voor schadegevallen die wel al gemeld zijn, maar die om technische redenen nog niet konden worden opgenomen in het schadedossier. Waar passend wordt, op voorzichtige basis, een voorziening aangelegd voor mogelijke verplichtingen uit al afgesloten schadedossiers.
Er wordt een voorziening voor de interne schaderegelingskosten berekend
waarvan het toegepaste percentage wordt bepaald op basis van opgedane ervaringen uit het verleden.
Verder worden op basis van wettelijke bepalingen ook aanvullende voorzieningen aangelegd, zoals voor arbeidsongevallen.
In die post wordt de voorziening opgenomen die betrekking heeft op de verdeelde maar nog niet toegekende winstdeling bij het afsluiten van het boekjaar, zowel voor de activiteitsgroep Leven als Niet-leven.
Er wordt een toereikendheidstoets (liability adequacy test) uitgevoerd om de geldende verplichtingen te evalueren, mogelijke tekorten op te sporen en ze te erkennen als winst of verlies.
Het effect van afgestane herverzekeringen en retrocessies wordt als actief opgenomen, berekend voor elke overeenkomst afzonderlijk en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.
De regels voor deposit accounting gelden voor financiële instrumenten zonder discretionaire winstdeling en voor de depositocomponent van tak 23-verzekeringscontracten. Dat betekent dat de depositocomponent en de verzekeringscomponent apart worden gewaardeerd. Via deposit accounting wordt het deel van de premies dat gerelateerd is aan de depositocomponent – net als de resulterende boeking van de verplichting – niet opgenomen in het resultaat. Beheerskosten en commissielonen worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bij latere koerswijzigingen van de tak 23-beleggingen wordt zowel de schommeling van het actief als de resulterende schommeling van de verplichting onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Daarom wordt de depositocomponent, na de eerste opname, gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening. Die reële waarde wordt bepaald door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de waarde van de eenheid die gebaseerd is op de reële waarde van de onderliggende financiële instrumenten. Uitkeringen met betrekking tot de depositocomponent worden niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening, maar resulteren in een afboeking van de verplichting.
Financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling en de verzekeringscomponent van tak 23-verzekeringscontracten (gekoppeld aan een beleggingsfonds) worden gewaardeerd als verzekeringscontracten die niet aan een beleggingsfonds zijn verbonden (zie f Technische voorzieningen). De depositocomponent van de financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling wordt dus niet afgesplitst van de verzekeringscomponent. Op de balansdatum wordt aan de hand van de toereikendheidstoets (liability adequacy test) beoordeeld of de verplichtingen voortkomend uit die financiële instrumenten of verzekeringscontracten adequaat zijn. Als het bedrag van die verplichtingen lager is dan hun verwachte toekomstige verdisconteerde kasstromen, dan wordt het tekort in de winst-en-verliesrekening opgenomen tegenover een verhoging van de verplichting.
De pensioenverplichtingen zijn opgenomen onder Overige verplichtingen en hebben betrekking op verplichtingen voor rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijksoortige pensioenen of renten.
Toegezegdpensioenregelingen zijn plannen waarbij KBC een wettelijke of constructieve verplichting heeft om extra bijdragen te betalen aan het pensioenfonds als dat fonds onvoldoende activa bezit om alle verplichtingen tegenover het personeel te betalen die ontstaan zijn uit huidige dienstprestaties en dienstprestaties in het verleden.
De pensioenverplichtingen voortvloeiend uit die plannen voor het personeel worden berekend volgens IAS 19 aan de hand van de Projected Unit Credit Method, waarbij elke dienstprestatieperiode aanleiding geeft tot een aanvullend recht op pensioen.
Bewegingen in activa of verplichtingen inzake toegezegdpensioenregelingen worden verwerkt in de exploitatiekosten (aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten), de rentelasten (netto-interestlasten) en in de nietgerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen (herberekeningen).
Die post bevat de actuele én de latente belastingverplichtingen.
Actuele belastingverplichtingen worden bepaald aan de hand van het verwachte te betalen bedrag, berekend op basis van de belastingvoeten die geldig zijn op de balansdatum.
Latente belastingverplichtingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen. Ze worden berekend aan de hand van de belastingvoeten die geldig zijn op het moment van realisatie van de activa of de verplichtingen waarop ze betrekking hebben. Latente belastingvorderingen worden geboekt voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waardoor die aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden gebruikt.
Voorzieningen worden opgenomen in de balans als:
Het eigen vermogen is het nettoactief na aftrek van alle verplichtingen. Eigenvermogensinstrumenten worden onderscheiden van financiële instrumenten volgens de regels van IAS 32:
Putopties op minderheidsbelangen (en, indien van toepassing, combinaties van put- en callopties in forwardcontracten) worden erkend als financiële verplichtingen tegen de actuele waarde van hun uitoefenprijs. Het overeenstemmende minderheidsbelang wordt uit het eigen vermogen gehaald. Het verschil tussen beide wordt ofwel als een actief erkend (goodwill) ofwel opgenomen in de winst-en-verliesrekening (negatieve goodwill).
| Wisselkoers op 31-12-2013 | Wisselkoersgemiddelde in 2013 | |||
|---|---|---|---|---|
| 1 EUR = … … vreemde munt |
Wijziging ten opzichte van 31-12-2012 Positief: appreciatie tegenover EUR Negatief: depreciatie tegenover EUR |
1 EUR = … … vreemde munt |
Wijziging ten opzichte van gemiddelde in 2012 Positief: appreciatie tegenover EUR Negatief: depreciatie tegenover EUR |
|
| CZK | 27,427 | -8% | 25,932 | -3% |
| GBP | 0,8337 | -2% | 0,8493 | -4% |
| HUF | 297,04 | -2% | 297,74 | -3% |
| USD | 1,3791 | -4% | 1,3283 | -3% |
* Afgeronde cijfers.
Er waren geen belangrijke wijzigingen in de waarderingsregels in 2013, met uitzondering van de in Toelichting 1a vermelde aanpassing met betrekking tot IAS 19.
Begin 2013 heeft KBC een nieuwe managementstructuur ingevoerd die de vernieuwde strategie van de groep weerspiegelt. Meer informatie daarover vindt u in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur (de commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd). Op basis daarvan heeft de groep ook de presentatie van zijn financiële segmentrapportering herwerkt.
Tot eind 2012 bestonden de segmenten uit de divisies België (retailbankverzekeren), Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Bulgarije), Merchantbanking (bedrijfsbankieren en marktactiviteiten in België en het buitenland, en KBC Bank Ireland) en Groepscenter (de resultaten van de holding, elementen die niet aan de andere divisies zijn toegewezen en de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen).
In het nieuwe rapporteringsoverzicht zijn de segmenten (vereenvoudigd):
Een uitgebreidere definitie vindt u in de hoofdstukken die aan de afzonderlijke divisies zijn gewijd.
De belangrijkste verschillen met de vroegere divisies zijn:
De nieuwe managementstructuur van de groep omvat ook Divisie Internationale Productfabrieken. De resultaten van de activiteiten van die divisie worden opgenomen in de resultaten van de andere divisies op geografische basis. De divisie wordt dus niet als een apart segment getoond in de rapportering over de segmentresultaten.
De gegevens van de segmentrapportering werden opgesteld volgens de algemene KBC-boekhoudmethodologie (zie Toelichting 1) en zijn dus in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRS).
In de vroegere rapportering werd de winst-en-verliesrekening volgens IFRS aangevuld met een onderliggende winst-en-verliesrekening (exclusief nietoperationele en uitzonderlijke elementen). Dat is nu niet meer het geval. Maar naast de cijfers volgens IFRS verschaft KBC nog altijd cijfers die meer inzicht verschaffen in de bedrijfsresultaten. Dat betekent dat we, naast de winst-en-verliesrekening volgens IFRS, een aangepaste winst-en-verliesrekening geven waarin een beperkt aantal niet-operationele elementen niet is opgenomen, maar worden samengevat in drie regels onderaan in het overzicht. Dat overzicht noemen we de aangepaste winst-en-verliesrekening en het resultaat zonder de niet-operationele elementen noemen we het aangepaste nettoresultaat.
De gesegmenteerde informatie is gebaseerd op dat herwerkte overzicht.
De niet-operationele elementen zijn:
In de gesegmenteerde informatie zijn die elementen toegewezen aan Groepscenter.
Daarnaast worden de tradingresultaten, die in het overzicht volgens IFRS zijn opgenomen in diverse posten, verplaatst naar de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde. Dat gebeurt alleen voor KBC Bank België (Divisie België), gezien het belang ervan.
We bespreken de resultaten per divisie in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd. De volgende tabel geeft de aansluiting weer op groepsniveau.
| Elementen die uit het aangepaste nettoresultaat worden gehaald (in miljoenen euro) |
Voetnoot | Belangrijkste betrokken post(en) in de winst-en-verliesrekening |
2012 | 2013 |
|---|---|---|---|---|
| Legacyactiviteiten: Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's, inclusief vergoeding voor de CDO-garantieregeling |
1 | Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Belastingen |
425 | 446 |
| Legacyactiviteiten: Desinvesteringen | 2 | Overige netto-inkomsten, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa, Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, Bijzondere waardeverminderingen, Belastingen |
-778 | -348 |
| Eigen kredietrisico: Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten |
3 | Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Belastingen |
-531 | -43 |
1 Zowel in 2012 als in 2013 verbeterde de marktprijs voor bedrijfskredieten, wat zich weerspiegelt in een ingekomen credit default swap spread en zorgde voor een positieve waardeaanpassing van de CDO-risico's van KBC. De bedragen bevatten ook de invloed van de overheidsgarantieregeling en de daaraan gerelateerde vergoedingen, de winsten of verliezen gerelateerd aan de-risking van CDO's en de dekking van het CDO-gerelateerde tegenpartijrisico met betrekking tot MBIA, de Amerikaanse monolineverzekeraar (die dekking werd in 2012 verhoogd van 70% naar 80%, maar in de loop van 2013 verlaagd van 80% naar 60%).
2 In 2013 hadden de verkoop van KBC Banka (Servië), de verkoop van Absolut Bank (Rusland), de verkoop van het minderheidsbelang in NLB (Slovenië), de verkoop van aandeelhoudersleningen, de voorziening van de achtergestelde lening op NLB en de waardevermindering op Antwerpse Diamantbank een negatieve impact, terwijl de plaatsing via een secundair aanbod van het minderheidsbelang in Bank Zachodni (Polen) resulteerde in een positieve impact. In totaal tekenden die elementen, samen met enkele kleinere dossiers, voor een resultaatsimpact van -348 miljoen euro na belastingen. In 2012 gaat het vooral over de positieve impact van de verkoop van WARTA (Polen), Fidea (België) en de fusie van Kredyt Bank (Polen), samen 0,5 miljard euro, en de negatieve impact van de waardeverminderingen voor Absolut Bank (Rusland), Antwerpse Diamantbank (België), KBC Bank Deutschland (Duitsland), KBC Banka (Servië) en NLB (Slovenië), samen -1,2 miljard euro.
3 De negatieve resultaatsimpact in 2012 en 2013 wordt verklaard door afgenomen senior en achtergestelde credit spreads van KBC over de periode, wat zich uit in een hogere marktwaardering van het schuldpapier in de Financiële verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.
| Divisie België |
Divisie Tsjechië |
Divisie Interna tionale |
Markten Waarvan: | Groeps center (excl. elimina ties tussen segmen ten) |
Elimina ties tussen segmen ten |
KBC groep |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Hongarije Slowakije | Bulgarije | Ierland | |||||||
| AANGEPASTE WINST-EN-VERLIESREKENING 2012 | ||||||||||
| Nettorente-inkomsten | 2 722 | 1 027 | 644 | 267 | 173 | 39 | 164 | 138 | 0 | 4 532 |
| Verzekeringen Niet-leven | ||||||||||
| (vóór herverzekering) | 375 | 74 | 81 | 31 | 20 | 29 | 0 | 113 | -20 | 622 |
| Verdiende premies | 916 | 169 | 164 | 61 | 25 | 79 | 0 | 272 | -21 | 1 500 |
| Technische lasten | -541 | -95 | -83 | -30 | -4 | -50 | 0 | -159 | 1 | -878 |
| Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) | -305 | 31 | 6 | -8 | 11 | 3 | 0 | 31 | -2 | -240 |
| Verdiende premies | 847 | 369 | 78 | 13 | 53 | 12 | 0 | 182 | -2 | 1 475 |
| Technische lasten | -1 153 | -338 | -73 | -21 | -43 | -9 | 0 | -151 | 0 | -1 714 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -11 | -6 | -7 | -2 | -2 | -2 | 0 | 11 | 0 | -13 |
| Dividendinkomsten | 40 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 43 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en verliesrekening |
506 | 96 | 108 | 81 | 25 | 1 | 1 | 78 | 0 | 789 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor | ||||||||||
| verkoop beschikbare financiële activa | 119 | 5 | 2 | 1 | 1 | 0 | 0 | 55 | 0 | 180 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 948 | 180 | 143 | 94 | 39 | 2 | 2 | 53 | 1 | 1 324 |
| Overige netto-inkomsten | 107 | 28 | 10 | -1 | 7 | 3 | 0 | 99 | 8 | 252 |
| TOTALE OPBRENGSTEN | 4 499 | 1 436 | 986 | 461 | 275 | 76 | 167 | 579 | -13 | 7 488 |
| Exploitatiekostena | -2 195 | -689 | -650 | -324 | -185 | -55 | -82 | -663 | 13 | -4 184 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -328 | -69 | -623 | -50 | -18 | -8 | -547 | -175 | 0 | -1 195 |
| Op leningen en vorderingen | -246 | -63 | -609 | -44 | -11 | -7 | -547 | -153 | 0 | -1 072 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa |
-36 | -1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -37 |
| Op goodwill | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Op overige | -46 | -5 | -13 | -5 | -7 | -1 | 0 | -22 | 0 | -86 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen |
0 | 0 | 2 | 2 | 0 | 0 | 0 | -33 | 0 | -31 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 1 976 | 678 | -285 | 89 | 71 | 14 | -462 | -291 | 0 | 2 078 |
| Belastingen | -619 | -97 | 25 | -22 | -10 | 0 | 57 | 138 | 0 | -553 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëin | ||||||||||
| digde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| AANGEPAST NETTORESULTAAT | 1 357 | 581 | -260 | 67 | 61 | 14 | -405 | -153 | 0 | 1 525 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | -3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 32 | 0 | 29 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1 360 | 581 | -260 | 67 | 61 | 14 | -405 | -185 | 0 | 1 496 |
| Netto-impact legacyactiviteiten CDO's | – | – | – | – | – | – | – | 425 | – | 425 |
| Netto-impact legacyactiviteiten desinvesteringen |
– | – | – | – | – | – | – | -778 | – | -778 |
| Netto-impact eigen kredietrisico | – | – | – | – | – | – | – | -531 | – | -531 |
| NETTORESULTAAT Toerekenbaar aan de aandeelhou ders van de moedermaatschappij |
1 360 | 581 | -260 | 67 | 61 | 14 | -405 | -1 069 | 0 | 612 |
| a Waarvan niet-kaskosten | -66 | -43 | -49 | -27 | -14 | -4 | -4 | -153 | – | -311 |
| Afschrijvingen vaste activa | -59 | -36 | -47 | -27 | -12 | -4 | -4 | -165 | – | -306 |
| Overige | -7 | -6 | -2 | 0 | -2 | 0 | 0 | 11 | – | -5 |
| Aanschaffing vaste activa* | 494 | 63 | 109 | 38 | 40 | 17 | 13 | 158 | – | 823 |
* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill en andere immateriële vaste activa.
| Divisie | Divisie | Divisie Interna tionale |
Groeps center (excl. elimina ties tussen segmen |
Elimina ties tussen segmen |
KBC | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België | Tsjechië | Markten Waarvan: | Ierland | ten) | ten | groep | ||||
| (in miljoenen euro) | Hongarije Slowakije | Bulgarije | ||||||||
| AANGEPASTE WINST-EN-VERLIESREKENING 2013 Nettorente-inkomsten |
2 648 | 960 | 632 | 269 | 200 | 40 | 123 | -194 | -2 | 4 044 |
| Verzekeringen Niet-leven | ||||||||||
| (vóór herverzekering) | 409 | 62 | 80 | 26 | 22 | 31 | 0 | 5 | -20 | 536 |
| Verdiende premies | 955 | 170 | 155 | 59 | 26 | 70 | 0 | -1 | -21 | 1 259 |
| Technische lasten | -546 | -108 | -75 | -32 | -3 | -40 | 0 | 6 | 0 | -723 |
| Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) | -274 | 25 | 4 | -10 | 10 | 3 | 0 | 5 | -2 | -242 |
| Verdiende premies | 831 | 199 | 83 | 14 | 54 | 15 | 0 | 21 | -2 | 1 132 |
| Technische lasten | -1 105 | -173 | -79 | -24 | -44 | -11 | 0 | -16 | 0 | -1 373 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -6 | 4 | -9 | -3 | -2 | -4 | 0 | 6 | 0 | -5 |
| Dividendinkomsten | 40 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 41 |
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en verliesrekening |
544 | 82 | 90 | 77 | 19 | 1 | -7 | 62 | 0 | 779 |
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa |
171 | 16 | 13 | 7 | 3 | 3 | 1 | 13 | 0 | 213 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 1 061 | 199 | 204 | 159 | 43 | 1 | -4 | 19 | 5 | 1 487 |
| Overige netto-inkomsten | 292 | 10 | 20 | 11 | 10 | -1 | 0 | 15 | 7 | 343 |
| TOTALE OPBRENGSTEN | 4 885 | 1 359 | 1 034 | 536 | 305 | 74 | 114 | -69 | -13 | 7 197 |
| Exploitatiekostena | -2 249 | -649 | -715 | -379 | -180 | -52 | -102 | -225 | 13 | -3 826 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -363 | -56 | -1 189 | -78 | -30 | -22 | -1 059 | -122 | 0 | -1 729 |
| Op leningen en vorderingen | -328 | -52 | -1 171 | -76 | -27 | -9 | -1 059 | -87 | 0 | -1 638 |
| Op voor verkoop beschikbare financiële activa |
-7 | 0 | -10 | 0 | 0 | -10 | 0 | -4 | 0 | -20 |
| Op goodwill | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -7 | 0 | -7 |
| Op overige | -28 | -3 | -8 | -2 | -3 | -3 | 0 | -25 | 0 | -64 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen |
0 | 0 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 2 273 | 654 | -869 | 81 | 95 | 1 | -1 047 | -417 | 0 | 1 643 |
| Belastingen | -703 | -100 | 15 | -15 | -25 | 1 | 55 | 120 | 0 | -668 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëin | ||||||||||
| digde bedrijfsactiviteiten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| AANGEPAST NETTORESULTAAT | 1 570 | 554 | -853 | 66 | 70 | 2 | -992 | -297 | 0 | 974 |
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 14 | 0 | 14 |
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1 570 | 554 | -853 | 66 | 70 | 2 | -992 | -311 | 0 | 960 |
| Netto-impact legacyactiviteiten CDO's | – | – | – | – | – | – | – | 446 | – | 446 |
| Netto-impact legacyactiviteiten desinvester ingen |
– | – | – | – | – | – | – | -348 | – | -348 |
| Netto-impact eigen kredietrisico | – | – | – | – | – | – | – | -43 | – | -43 |
| NETTORESULTAAT Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij |
1 570 | 554 | -853 | 66 | 70 | 2 | -992 | -256 | 0 | 1 015 |
| a Waarvan niet-kaskosten | -61 | -31 | -48 | -26 | -11 | -3 | -7 | -124 | – | -264 |
| Afschrijvingen vaste activa | -59 | -34 | -49 | -27 | -11 | -3 | -7 | -129 | – | -271 |
| Overige | -1 | 4 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 4 | – | 7 |
| Aanschaffing vaste activa* | 337 | 66 | 79 | 25 | 22 | 3 | 29 | 97 | – | 578 |
* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill en andere immateriële vaste activa.
De onderstaande tabel geeft een segmentindeling van enkele belangrijke producten uit de balans.
| Divisie | Divisie | Divisie Internatio nale |
Groeps | KBC | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| België | Tsjechië | Markten Waarvan: | center | groep | |||||
| (in miljoenen euro) | Hongarije | Slowakije | Bulgarije | Ierland | |||||
| BALANS 31-12-2012 | |||||||||
| Deposito's van cliënten en schuldpapier, exclusief repo's |
95 073 | 26 228 | 13 426 | 5 749 | 4 389 | 601 | 2 687 | 18 728 | 153 454 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten, exclusief reverse repo's |
83 332 | 18 581 | 23 103 | 4 057 | 4 129 | 557 | 14 360 | 1 495 | 126 510 |
| Termijnkredieten exclusief reverse repo's |
42 151 | 7 590 | 6 217 | 1 719 | 1 615 | 175 | 2 708 | 1 468 | 57 426 |
| Hypotheekleningen | 30 847 | 7 919 | 15 069 | 1 701 | 1 519 | 255 | 11 594 | 27 | 53 862 |
| Voorschotten in rekening courant |
2 623 | 15 | 653 | 291 | 349 | 0 | 12 | 0 | 3 291 |
| Financiële leasing | 3 224 | 373 | 512 | 104 | 363 | 0 | 46 | 0 | 4 110 |
| Afbetalingskredieten | 1 282 | 1 561 | 520 | 152 | 241 | 127 | 0 | 0 | 3 364 |
| Overige leningen en voorschotten |
3 204 | 1 122 | 131 | 90 | 41 | 0 | 0 | 0 | 4 458 |
| BALANS 31-12-2013 | |||||||||
| Deposito's van cliënten en schuldpapier, exclusief repo's |
97 051 | 24 840 | 14 472 | 5 878 | 4 583 | 544 | 3 466 | 17 123 | 153 487 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten, exclusief reverse repo's |
81 673 | 18 103 | 21 261 | 3 864 | 4 248 | 612 | 12 537 | 1 080 | 122 117 |
| Termijnkredieten exclusief reverse repo's |
40 566 | 6 848 | 5 612 | 1 772 | 1 488 | 242 | 2 111 | 1 048 | 54 074 |
| Hypotheekleningen | 31 146 | 8 373 | 13 925 | 1 548 | 1 722 | 236 | 10 419 | 24 | 53 468 |
| Voorschotten in rekening courant |
1 847 | 19 | 586 | 262 | 324 | 0 | 0 | 0 | 2 451 |
| Financiële leasing | 3 200 | 359 | 484 | 92 | 385 | 0 | 7 | 0 | 4 044 |
| Afbetalingskredieten | 1 251 | 1 538 | 533 | 112 | 287 | 134 | 0 | 0 | 3 322 |
| Overige leningen en voorschotten |
3 663 | 967 | 121 | 80 | 41 | 0 | 0 | 8 | 4 758 |
| (in miljoenen euro) 2012 |
2013 |
|---|---|
| Totaal 4 669 |
4 132 |
| Rente-inkomsten 10 134 |
8 464 |
| Voor verkoop beschikbare activa 1 203 |
836 |
| Leningen en vorderingen 6 047 |
4 997 |
| Tot einde looptijd aangehouden activa 941 |
1 054 |
| Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde 28 |
14 |
| Subtotaal rente-inkomsten uit financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 8 218 |
6 901 |
| Waarvan rente-inkomsten op financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen werden aangelegd 95 |
123 |
| Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 1 185 |
916 |
| Afdekkingsderivaten 569 |
467 |
| Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 162 |
179 |
| Rentelasten -5 465 |
-4 332 |
| Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs -3 058 |
-2 323 |
| Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde -10 |
-5 |
| Subtotaal rentelasten uit financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -3 068 |
-2 328 |
| Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden -1 419 |
-1 097 |
| Afdekkingsderivaten -799 |
-679 |
| Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -179 |
-217 |
| Nettorentelasten m.b.t. toegezegdpensioenregelingen 0 |
-12 |
• Naar aanleiding van de aanpassing van IAS 19 (Personeelsbeloningen – zie ook Toelichting 1a) worden nettorentelasten m.b.t. toegezegdpensioenregelingen opgenomen in de nettorente-inkomsten (voorheen bij Exploitatiekosten – personeelskosten); dat bestaat uit de verwachte rente-inkomsten op de fondsbeleggingen (berekend tegen de rentevoet waartegen de brutoverplichtingen berekend zijn) en de rentekosten met betrekking tot de brutoverplichting uit hoofde van de toegezegde pensioenrechten.
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal | 45 | 47 |
| Aandelen aangehouden voor handelsdoeleinden | 2 | 6 |
| Aandelen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de | ||
| winst-en-verliesrekening | 1 | 4 |
| Voor verkoop beschikbare aandelen | 41 | 37 |
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal | 420 | 1 191 |
| Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (inclusief rente en marktwaardeveranderingen van derivaten aange houden voor handelsdoeleinden) |
496 | 962 |
| Andere financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waarde veranderingen in de winst-en-verliesrekening |
386 | -236 |
| Waarvan: winst/verlies eigen kredietrisico | -709 | -62 |
| Wisselbedrijf | -445 | 462 |
| Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties | -18 | 3 |
| Microhedging | 0 | -2 |
| Reëlewaardeafdekkingen | -1 | -1 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten | 120 | 92 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging | -121 | -93 |
| Kasstroomafdekkingen | 1 | -1 |
| Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel | 1 | -1 |
| Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, niet-effectieve deel | 0 | 0 |
| Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille | -1 | 0 |
| Reëlewaardeafdekkingen van renterisico | -1 | 0 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten | -30 | -78 |
| Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging | 29 | 78 |
| Kasstroomafdekkingen van renterisico | 0 | 0 |
| Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel | 0 | 0 |
| Stopzetting van hedge accounting in geval van kasstroomafdekking | -16 | 5 |
een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Details daarover vindt u in het deel Overige informatie. Initieel bedroeg de totale door KBC aan de Belgische staat te betalen garantieprovisie voor de derde schijf (cashgarantie) ongeveer 1,1 miljard euro (actuele waarde bij start van de garantieregeling; in 2009 upfront geboekt). Er was eveneens een positief effect op de mark-to-market van de gegarandeerde posities. Daarnaast betaalt KBC een bereidstellingsprovisie van ongeveer 60 miljoen euro per halfjaar voor de tweede schijf (equitygarantie). Het contract, inclusief de te betalen provisie, wordt tegen zijn reële waarde opgenomen in het resultaat. We beschrijven het reëlewaardemodel in Toelichting 26. In 2012 werd de overheidsgarantieregeling wat aangepast. In de herziene overeenkomst werden bijkomende afspraken gemaakt die KBC een voorwaardelijke korting geven op de uitstaande premiebetalingen (onder bepaalde strikte voorwaarden en bovendien begrensd tot een bepaald maximumbedrag).
| Invloed op winst-en-verliesrekening van kostprijs van CDO-garantieregeling met de Belgische staat | ||
|---|---|---|
| (in miljoenen euro, vóór belastingen) | 2012 | 2013 |
| Cashgarantie (voor de derde schijf) – reëlewaardeverandering | -15 | 85 |
| Equitygarantie (voor de tweede schijf) | -282 | -92 |
| Totaal in winst-en-verliesrekening | -297 | -6 |
Voor microhedge-kasstroomafdekkingen vergelijken we het aangegeven afdekkingsinstrument met een perfect hedge van de afgedekte kasstromen. Die vergelijking gebeurt prospectief (via BPV-meting) en retrospectief (via vergelijking van de reële waarde van het aangegeven afdekkingsinstrument met de perfect hedge). De effectiviteit van beide tests moet zich in een range van 80%–125% bevinden. Dat is momenteel het geval.
Voor reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille beoordelen we de effectiviteit volgens de regels voorgeschreven in de Europese versie van IAS 39 (carve out). IFRS staat niet toe om nettoposities aan te geven als afgedekte posities, maar staat wel toe om de afdekkingsinstrumenten toe te wijzen aan de brutopositie van activa (of eventueel de brutopositie van verplichtingen). Concreet zorgen we ervoor dat het volume activa (of verplichtingen) in elk looptijdsegment groter is dan het volume afdekkingsinstrumenten dat aan hetzelfde segment wordt toegewezen.
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal | 181 | 252 |
| Vastrentende effecten | 22 | 126 |
| Aandelen | 160 | 126 |
• Het cijfer voor 2013 bevat onder meer een meerwaarde op de verkoop van de aandelen in Bank Zachodni WBK (50 miljoen euro) en op de verkoop van Belgische overheidsobligaties. Het cijfer voor 2012 bevat onder meer de invloed van de afronding van de gebeurtenissen met betrekking tot Griekenland in het eerste kwartaal, en de invloed van de verdere afbouw van overheidsobligaties van andere GIIPS-landen gedurende het jaar (in totaal -115 miljoen euro).
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal | 1 315 | 1 484 |
| Ontvangen provisies | 2 005 | 2 286 |
| Effecten en assetmanagement | 847 | 1 091 |
| Provisies i.v.m. beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (deposit accounting) | 124 | 103 |
| Verbinteniskredieten | 291 | 246 |
| Betalingsverkeer | 570 | 539 |
| Overige | 173 | 307 |
| Betaalde provisies | -690 | -802 |
| Provisies betaald aan tussenpersonen | -361 | -307 |
| Overige | -329 | -495 |
• Het overgrote deel van de provisies gerelateerd aan kredietverlening is opgenomen onder Nettorente-inkomsten, in het kader van de effectieve rentevoetberekening.
| (in miljoenen euro) 2012 |
2013 | |
|---|---|---|
| Totaal | 734 | 123 |
| Waarvan meer- of minderwaarden als gevolg van: | ||
| Verkoop van leningen en vorderingen | -96 | -157 |
| Verkoop van tot einde looptijd aangehouden activa | -7 | 8 |
| Terugkoop van financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs | -1 | -1 |
| Andere, waaronder: | 837 | 273 |
| Inkomsten uit (voornamelijk operationele) leasingactiviteiten, KBC Lease-groep | 86 | 93 |
| Inkomsten van geconsolideerde private-equityparticipaties | 15 | 0 |
| Inkomsten van Groep VAB | 63 | 65 |
| Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen | 562 | -78 |
| Onregelmatigheden bij KBC Lease UK | 126 | 0 |
| 5-5-5-product | -56 | 0 |
| Moratoriuminteresten | 0 | 71 |
maximale nettobedrag dat de onregelmatigheden zouden kunnen kosten. KBC Lease UK heeft diverse acties ondernomen om bedragen te recupereren van diverse bronnen en recupereerde in 2012 zo voor in totaal 126 miljoen euro (met 10 miljoen euro eigen risico bij de herverzekeraar KBC Group Re, opgenomen onder de post Verzekeringstechnische lasten Niet-leven).
| Niet-technische | ||||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Leven | Niet-leven | rekening | Totaal |
| 2012 | ||||
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 1 477 | 1 521 | 0 | 2 998 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -1 710 | -887 | 0 | -2 597 |
| Nettoprovisie-inkomsten | -85 | -267 | 77 | -274 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -1 | -12 | 0 | -13 |
| Algemene beheerskosten | -137 | -287 | -5 | -429 |
| Interne schaderegelingskosten | -8 | -68 | 0 | -76 |
| Indirecte acquisitiekosten | -39 | -82 | 0 | -121 |
| Administratiekosten | -90 | -137 | 0 | -227 |
| Beheerskosten voor beleggingen | 0 | 0 | -5 | -5 |
| Technisch resultaat | -457 | 68 | 73 | -316 |
| Nettorente-inkomsten | 834 | 834 | ||
| Netto dividendinkomsten | 31 | 31 | ||
| Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening |
381 | 381 | ||
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 93 | 93 | ||
| Overige netto-inkomsten | 381 | 381 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen | -166 | -166 | ||
| Toewijzing aan de technische rekeningen | 739 | 141 | -880 | 0 |
| Technisch-financieel resultaat | 739 | 141 | 674 | 1 554 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 | ||
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 282 | 210 | 747 | 1 238 |
| Belastingen | -236 | |||
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | |||
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 1 003 | |||
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 1 | |||
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 1 001 | |||
| 2013 | ||||
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 1 134 | 1 279 | 0 | 2 413 |
| Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering | -1 373 | -723 | 0 | -2 096 |
| Nettoprovisie-inkomsten | -63 | -229 | 75 | -217 |
| Nettoresultaat uit afgestane herverzekering | -2 | -3 | 0 | -5 |
| Algemene beheerskosten | -128 | -242 | 0 | -370 |
| Interne schaderegelingskosten | -8 | -59 | 0 | -67 |
| Indirecte acquisitiekosten | -30 | -76 | 0 | -106 |
| Administratiekosten | -91 | -107 | 0 | -198 |
| Beheerskosten voor beleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Technisch resultaat | -432 | 81 | 75 | -276 |
| Nettorente-inkomsten | 703 | 703 | ||
| Nettodividendinkomsten Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde |
29 | 29 | ||
| met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening | 308 | 308 | ||
| Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa | 53 | 53 | ||
| Overige netto-inkomsten | -46 | -46 | ||
| Bijzondere waardeverminderingen | -81 | -81 | ||
| Toewijzing aan de technische rekeningen | 702 | 99 | -801 | 0 |
| Technisch-financieel resultaat | 702 | 99 | 165 | 966 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 | ||
| RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN | 270 | 180 | 240 | 690 |
| Belastingen | -227 | |||
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 0 | |||
| RESULTAAT NA BELASTINGEN | 463 | |||
| Toerekenbaar aan minderheidsbelangen | 0 | |||
| Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij | 462 |
en KBC Verzekeringen. Toelichting 9 geeft alvast informatie over de verzekeringsresultaten apart. De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (resultaten betreffende verzekeringen die werden gesloten tussen de bankentiteiten en verzekeringsentiteiten binnen de groep, rente die de verzekeringsondernemingen ontvangen op de bij de bankentiteiten geplaatste deposito's, betaalde provisies van de verzekeringsentiteiten aan de bankkantoren voor de verkoop van verzekeringen, enz.) om een juister beeld te geven van de rentabiliteit van de verzekeringsactiviteiten. Bijkomende informatie over de verzekeringsactiviteiten afzonderlijk vindt u in Toelichting 10, 11, 35, 44 (deel KBC Verzekeringen) en in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten, Renterisico, Aandelenrisico en Vastgoedrisico verzekeringsactiviteiten, Verzekeringstechnisch risico en Solvabiliteit KBC Verzekeringen).
| 2012 (in miljoenen euro) |
2013 | |||
|---|---|---|---|---|
| Totaal 1 477 |
1 134 | |||
| Opdeling per IFRS-categorie | ||||
| Verzekeringscontracten 1 067 |
776 | |||
| Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 410 |
357 | |||
| Opdeling per type | ||||
| Aangenomen herverzekering 0 |
1 | |||
| Rechtstreekse zaken 1 477 |
1 133 | |||
| Opdeling van de rechtstreekse zaken | ||||
| Individuele premies 1 204 |
876 | |||
| Koopsommen 625 |
285 | |||
| Periodieke premies 579 |
592 | |||
| Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten 273 |
257 | |||
| Koopsommen 44 |
46 | |||
| Periodieke premies 229 |
210 | |||
| Totale verkoop levensverzekeringen, inclusief beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling | ||||
| Tak 23 3 583 |
887 | |||
| Tak 21 1 220 |
957 |
• Deposit accounting: conform IFRS passen we voor beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling deposit accounting toe. Dat betekent dat we de premie-inkomsten (en technische lasten) van die contracten niet tonen onder de post Verdiende verzekeringspremies (en Technische lasten) vóór herverzekering, maar dat we de marge erop vermelden onder Nettoprovisie-inkomsten. Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling komen ruwweg overeen met tak 23-contracten die goed waren voor een premie-inkomen van 0,9 miljard euro in 2013 en 3,6 miljard euro in 2012.
• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep
| Verdiende premies (vóór herverzeke |
Schaden (vóór herverzeke |
Bedrijfs kosten (vóór herverzeke |
Afgestane herverzeke |
||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | ring) | ring) | ring) | ring | Totaal |
| 2012 | |||||
| Totaal | 1 521 | -881 | -486 | -12 | 142 |
| Aangenomen herverzekering | 14 | -26 | -7 | 8 | -11 |
| Rechtstreekse zaken | 1 507 | -855 | -479 | -20 | 153 |
| Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen | 135 | -65 | -36 | 2 | 36 |
| Arbeidsongevallen, tak 1 | 68 | -57 | -12 | -2 | -2 |
| Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 | 435 | -272 | -141 | 0 | 23 |
| Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 | 253 | -156 | -84 | 0 | 12 |
| Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 | 23 | -13 | -8 | 0 | 2 |
| Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 | 419 | -195 | -145 | -18 | 61 |
| Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 | 107 | -71 | -34 | 0 | 2 |
| Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Diverse geldelijke verliezen, tak 16 | 8 | 0 | -2 | -1 | 5 |
| Rechtsbijstand, tak 17 | 41 | -20 | -11 | 0 | 10 |
| Hulpverlening, tak 18 | 15 | -6 | -6 | 0 | 3 |
| 2013 | |||||
| Totaal | 1 279 | -723 | -472 | -3 | 81 |
| Aangenomen herverzekering | 25 | -10 | -5 | 1 | 11 |
| Rechtstreekse zaken | 1 254 | -713 | -467 | -4 | 70 |
| Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen | 118 | -61 | -39 | 0 | 18 |
| Arbeidsongevallen, tak 1 | 75 | -90 | -19 | -1 | -35 |
| Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 | 341 | -188 | -120 | -2 | 31 |
| Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 | 182 | -105 | -72 | -1 | 4 |
| Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 | 3 | -1 | -1 | -1 | 0 |
| Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 | 379 | -166 | -153 | 0 | 61 |
| Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 | 86 | -59 | -35 | -1 | -9 |
| Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 |
| Diverse geldelijke verliezen, tak 16 | 9 | -12 | -3 | 1 | -5 |
| Rechtsbijstand, tak 17 | 43 | -25 | -18 | 0 | 0 |
| Hulpverlening, tak 18 | 15 | -6 | -7 | 0 | 3 |
• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep.
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal | -4 248 | -3 871 |
| Personeelskosten | -2 543 | -2 324 |
| Algemene beheerskosten | -1 396 | -1 276 |
| Waarvan bankenheffingen | -248 | -327 |
| Afschrijvingen van vaste activa | -310 | -272 |
• Algemene beheerskosten: omvatten herstel- en onderhoudskosten, reclamekosten, huur, professionele vergoedingen, verschillende (nietinkomsten)belastingen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Het omvat ook de kosten gerelateerd aan de bijzondere bankenheffing voor financiële instellingen in verschillende landen, in totaal 248 miljoen euro in 2012 en 327 miljoen euro in 2013. Dat laatste is als volgt samengesteld: 127 miljoen euro in België, 34 miljoen euro in Tsjechië, 21 miljoen euro in Slowakije, 3 miljoen euro in Bulgarije en 139 miljoen euro in Hongarije (omvat naast de bankenheffing van 61 miljoen euro ook de in 2013 ingevoerde financial transactions levy van 51 miljoen euro en een eenmalige op de financial transactions levy gebaseerde heffing van 27 miljoen euro, berekend als 208% van de door K&H betaalde belasting op financiële transacties voor de periode januari tot en met april 2013).
• Op eigen aandelen gebaseerde personeelsvoordelen zijn opgenomen onder Personeelskosten.
• Informatie over de belangrijkste overeenkomsten afgewikkeld met eigen aandelen:
Sinds 2000 heeft KBC verschillende aandelenoptieplannen opgezet.
De aandelenopties werden toegekend aan alle of bepaalde personeelsleden van de vennootschap en diverse dochterondernemingen. De aandelenopties werden gratis toegekend aan het personeel, dat alleen op het moment van de toekenning de belastingen op de gratis verstrekking moest betalen. De aandelenopties hebben een looptijd van zeven tot tien jaar na de datum van uitgifte en kunnen – in de jaren waarin ze uitoefenbaar zijn – alleen in juni, september en december worden uitgeoefend. De aandelenopties kunnen ook gedeeltelijk worden uitgeoefend. Een personeelslid kan bij het uitoefenen ofwel de aandelen bewaren op zijn effectenrekening, ofwel ze onmiddellijk verkopen op NYSE Euronext Brussels.
IFRS 2 werd niet toegepast op de met eigen aandelen afgewikkelde optieplannen die dateren van vóór 7 november 2002, aangezien die buiten het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen. De optieplannen die dateren van na 7 november 2002 waren beperkt in omvang. De grootste aandelenoptieplannen zijn ondertussen verlopen.
Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel geven we in de tabel.
| 2012 | 2013 | |||
|---|---|---|---|---|
| Opties | Aantal opties1 | Gemiddelde uitoefenprijs |
Aantal opties1 | Gemiddelde uitoefenprijs |
| Uitstaand aan het begin van de periode | 630 996 | 50,34 | 184 326 | 72,53 |
| Toegekend tijdens de periode | 0 | – | 0 | – |
| Uitgeoefend tijdens de periode | 0 | – | -800 | 34,91 |
| Vervallen tijdens de periode | -446 670 | 41,18 | 0 | – |
| Uitstaand aan het einde van de periode2 | 184 326 | 72,53 | 183 526 | 72,69 |
| Uitoefenbaar aan het einde van de periode | 177 026 | 72,43 | 176 226 | 72,60 |
1 In equivalenten van aandelen.
2 2013: uitoefenprijzen tussen 46,45–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 20 maanden.
2012: uitoefenprijzen tussen 34,91–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 33 maanden.
• Kapitaalverhoging voorbehouden aan personeelsleden van de KBCgroep: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening. Dat leidde in 2013 tot het boeken van een beperkt personeelsvoordeel (3 miljoen euro), omdat de uitgifteprijs een korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers. Informatie over de (hoogste, laagste, gemiddelde, enz.) koers van het KBC-aandeel vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders.
• Belangrijkste overeenkomsten op basis van eigen aandelen afgewikkeld met geldmiddelen: de personeelskosten over 2012 omvatten kosten van minder dan 1 miljoen euro voor een phantomaandelenplan; voor 2013 was dat 5 miljoen euro.
| 2012 | 2013 |
|---|---|
| 48 026 | 38 167 |
| 35 938 | 27 964 |
| 5 997 | 4 638 |
| 6 091 | 5 565 |
| 752 | 440 |
| 46 951 | 37 436 |
| 323 | 291 |
• Berekening: de cijfers vermeld in de tabel betreffen jaargemiddelden, die inzake scope kunnen afwijken van de eindejaarcijfers die we elders in dit jaarverslag vermelden (die eindejaarcijfers zijn daarenboven exclusief maatschappijen die onder IFRS 5 vielen, en zonder medewerksters met zwangerschapsverlof, niet-actieven, enz.).
| (in miljoenen euro) 2012 |
2013 |
|---|---|
| Totaal -2 511 |
-1 933 |
| Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen -1 072 |
-1 719 |
| Indeling naar type | |
| Bijzondere waardeverminderingen voor kredieten op balans -1 113 |
-1 679 |
| Voorzieningen voor verbinteniskredieten buiten balans -39 |
1 |
| Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen 81 |
-42 |
| Indeling naar divisie | |
| België -246 |
-328 |
| Tsjechië -63 |
-52 |
| Internationale Markten -609 |
-1 171 |
| Groepscenter -154 |
-169 |
| Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa -95 |
-34 |
| Indeling naar type | |
| Aandelen -45 |
-24 |
| Andere -50 |
-10 |
| Bijzondere waardeverminderingen op goodwill -421 |
-7 |
| Bijzondere waardeverminderingen op overige -923 |
-173 |
| Immateriële vaste activa (zonder goodwill) 0 |
-2 |
| Materiële vaste activa, inclusief vastgoedbeleggingen -62 |
-39 |
| Tot einde looptijd aangehouden financiële activa -2 |
0 |
| Geassocieerde ondernemingen, goodwill -433 |
0 |
| Overige -425 |
-132 |
jard euro kredietvoorzieningen aan voor zijn Ierse portefeuille, aanzienlijk meer dan de 0,5 miljard euro in 2012. De stijging situeerde zich in het vierde kwartaal en resulteerde uit een analyse van de kredietportefeuille.
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal | 2 | 1 |
| Waarvan Nova Ljubljanska banka | 1 | 0 |
• Bijzondere waardeverminderingen van (goodwill op) geassocieerde ondernemingen zijn inbegrepen bij Bijzondere waardeverminderingen (zie Toelichting 14). Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen houdt bijgevolg geen rekening met die bijzondere waardeverminderingen.
• Opmerking: in december 2012 tekende KBC een overeenkomst voor de verkoop van zijn aandeel in NLB (Slovenië). Die overeenkomst werd in maart 2013 gefinaliseerd.
| (in miljoenen euro) | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal | -362 | -685 |
| Indeling naar type | ||
| Actuele belastingen | -337 | -378 |
| Uitgestelde belastingen | -25 | -307 |
| Componenten van de belastingberekening | ||
| Resultaat vóór belastingen | 976 | 1 714 |
| Winstbelastingen tegen het Belgische statutaire tarief | 33,99% | 33,99% |
| Berekende winstbelastingen | -332 | -583 |
| Plus of min belastinggevolgen toe te schrijven aan | ||
| Verschillen in belastingtarieven, België–buitenland | 79 | -25 |
| Belastingvrije winst | 520 | 182 |
| Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren | 43 | 18 |
| Aanpassingen beginsaldo uitgestelde belastingen toe te schrijven aan wijziging belastingtarief | 24 | -1 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden aangewend om de huidige belastingkosten te verminderen |
68 | 59 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden aangewend om de uitgestelde belastingkosten te verminderen |
54 | 1 |
| Terugboeking van vroeger erkende uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van fiscale verliezen | -1 | 0 |
| Overige, hoofdzakelijk niet-aftrekbare uitgaven | -818 | -335 |
| Het totaalbedrag van tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, filialen, geasso cieerde ondernemingen en belangen in joint ventures, waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen zijn opgenomen* |
507 | 201 |
* Bestaat uit de reserves van (al dan niet) gezamenlijke dochtermaatschappijen, geassocieerde ondernemingen en kantoren die bij uitkering voor sommige entiteiten volledig belast zullen worden (voor 100% opgenomen) en waarbij voor een belangrijk aantal entiteiten de DBI-regeling van toepassing is (voor 5% opgenomen, aangezien 95% definitief belast is).
• Belastingvorderingen en belastingverplichtingen: zie Toelichting 31.
• Uitsplitsing van de belastingen per land in 2013: zie tabel hierna.
cale verliezen, enz.
• De belastingen worden uitgesplitst in Actuele belastingen en Uitgestelde belastingen (zie ook Toelichting 1b). Actuele belastingen worden geboekt op basis van het verwachte te betalen bedrag (waarvan al een gedeelte effectief via voorafbetalingen werd gestort aan de fiscale autoriteiten). Uitgestelde belastingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van de activa en verplichtingen (ten gevolge van onder meer waarderingsverschillen tussen IFRS en de fiscale waarde, overgedragen fis• De belastingen worden uitgesplitst in Actuele belastingen en Uitgestelde belastingen (zie ook Toelichting 1b). Actuele belastingen worden geboekt op basis van het verwachte te betalen bedrag (waarvan al een gedeelte effectief via voorafbetalingen werd gestort aan de fiscale autoriteiten). Uitgestelde belastingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van de activa en verplichtingen (ten gevolge van onder meer waarderingsverschillen tussen IFRS en de fiscale waarde, overgedragen fiscale verliezen, enz.
| 2013 | ||
|---|---|---|
| Actuele | Uitgestelde | |
| (in miljoenen euro) | belastingen | belastingen |
| KBC-kernmarkten en Ierland | ||
| België | -206 | -244 |
| Tsjechië | -101 | 1 |
| Hongarije | -18 | 3 |
| Slowakije | -26 | 0 |
| Bulgarije | 0 | 1 |
| Ierland | 0 | 19 |
| Andere landen | ||
| VK | 0 | -2 |
| VS | -1 | 2 |
| Frankrijk | -4 | 0 |
| Nederland | -5 | 10 |
| Luxemburg | -13 | -97 |
| Rest | -3 | -1 |
| Totaal | -378 | -307 |
| (in miljoenen euro) 2012 |
2013 |
|---|---|
| Gewone winst per aandeel | |
| Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 612 |
1 015 |
| Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid -993 |
-583 |
| Nettoresultaat voor de berekening van gewone winst per aandeel -381 |
432 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) 349 456 |
417 017 |
| Gewone winst per aandeel (in euro) -1,09 |
1,03 |
| Verwaterde winst per aandeel | |
| Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 612 |
1 015 |
| Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid -993 |
-583 |
| Nettoresultaat voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel -381 |
432 |
| Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden) 349 456 |
417 017 |
| Potentieel aantal aandelen die tot verwatering kunnen leiden (in duizenden eenheden)* 0 |
1 |
| Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen voor verwaterde winst (in duizenden eenheden) 349 456 |
417 017 |
| Verwaterde winst per aandeel (in euro) -1,09 |
1,03 |
* Er wordt alleen rekening gehouden met de nog uitstaande personeelsopties die een verwaterende invloed kunnen hebben (waarbij de uitoefenprijs onder de marktprijs ligt en als daarvoor eigen aandelen werden aangekocht (800 eind 2013 en 0 eind 2012)).
• Definitie van gewone winst per aandeel en verwaterde winst per aandeel: zie Glossarium van gebruikte ratio's.
We delen financiële instrumenten op in categorieën of portefeuilles. U vindt meer informatie in Toelichting 1b, onder Financiële activa en verplichtingen (IAS 39).
Wanneer in dit deel sprake is van de categorie Gewaardeerd tegen reële waarde, dan bedoelen we daarmee Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (reëlewaardeoptie).
We hebben de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46), verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten).
| (in miljoenen euro) | Aange houden voor han delsdoel einden |
Gewaar deerd tegen reële waarde1 |
Voor verkoop beschik baar |
Lenin gen en vorderin gen |
Tot einde loop tijd aange houden |
Afdek kingsderi vaten |
Tegen geamor tiseerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012 | ||||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en | ||||||||
| beleggingsondernemingena | 3 802 | 916 | 0 | 11 363 | – | – | – | 16 081c |
| Leningen en voorschotten aan cliëntenb | 600 | 2 197 | 0 | 125 695 | – | – | – | 128 492 |
| Disconto- en acceptkredieten | 0 | 0 | 0 | 131 | – | – | – | 131 |
| Afbetalingskredieten | 0 | 0 | 0 | 3 364 | – | – | – | 3 364 |
| Hypotheekleningen | 0 | 184 | 0 | 53 678 | – | – | – | 53 862 |
| Termijnkredieten | 600 | 2 013 | 0 | 56 795 | – | – | – | 59 407 |
| Financiële leasing | 0 | 0 | 0 | 4 110 | – | – | – | 4 110 |
| Voorschotten in rekening-courant | 0 | 0 | 0 | 3 291 | – | – | – | 3 291 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 4 327 | – | – | – | 4 327 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 451 | 53 | 1 931 | – | – | – | – | 2 435 |
| Beleggingscontracten, verzekeringen | – | 11 847 | – | – | – | – | – | 11 847 |
| Schuldinstrumenten van | 4 210 | 1 282 | 28 691 | 2 167 | 28 510 | – | – | 64 860 |
| Publiekrechtelijke emittenten | 3 390 | 811 | 19 929 | 190 | 27 346 | – | – | 51 666 |
| Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen | 361 | 199 | 3 335 | 158 | 670 | – | – | 4 724 |
| Ondernemingen | 459 | 272 | 5 427 | 1 819 | 494 | – | – | 8 471 |
| Derivaten | 12 095 | – | – | – | – | 1 088 | – | 13 183 |
| Totaal | 21 159 | 16 295 | 30 622 | 139 225 | 28 510 | 1 088 | – | 236 898 |
| a Waarvan reverse repo's2 | 5 160 | |||||||
| b Waarvan reverse repo's2 | 1 981 | |||||||
| c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden | 8 994 | |||||||
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013 | ||||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en | ||||||||
| beleggingsondernemingena | 5 100 | 1 596 | 0 | 9 562 | – | – | – | 16 257c |
| Leningen en voorschotten aan cliëntenb | 706 | 774 | 0 | 121 311 | – | – | – | 122 790 |
| Disconto- en acceptkredieten | 0 | 0 | 0 | 605 | – | – | – | 605 |
| Afbetalingskredieten | 0 | 0 | 0 | 3 322 | – | – | – | 3 322 |
| Hypotheekleningen | 0 | 34 | 0 | 53 434 | – | – | – | 53 468 |
| Termijnkredieten | 696 | 697 | 0 | 53 355 | – | – | – | 54 747 |
| Financiële leasing | 0 | 0 | 0 | 4 044 | – | – | – | 4 044 |
| Voorschotten in rekening-courant | 0 | 0 | 0 | 2 451 | – | – | – | 2 451 |
| Overige | 10 | 43 | 0 | 4 101 | – | – | – | 4 154 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 283 | 8 | 1 579 | – | – | – | – | 1 870 |
| Beleggingscontracten, verzekeringen | – | 12 745 | – | – | – | – | – | 12 745 |
| Schuldinstrumenten van | 2 974 | 1 319 | 26 002 | 1 690 | 31 323 | – | – | 63 307 |
| Publiekrechtelijke emittenten | 2 385 | 771 | 17 570 | 118 | 29 630 | – | – | 50 473 |
| Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen | 268 | 195 | 3 330 | 154 | 1 040 | – | – | 4 986 |
| Ondernemingen | 321 | 353 | 5 102 | 1 418 | 654 | – | – | 7 848 |
| Derivaten | 7 823 | – | – | – | – | 777 | – | 8 600 |
| Totaal | 16 885 | 16 441 | 27 581 | 132 562 | 31 323 | 777 | – | 225 570 |
| a Waarvan reverse repo's2 | 8 483 | |||||||
| b Waarvan reverse repo's2 | 673 | |||||||
| c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden | 8 123 |
1 De leningen en voorschotten in de kolom Gewaardeerd tegen reële waarde betreffen overwegend reverserepotransacties en een beperkte portefeuille van woningkredieten. Telkens benadert de boekwaarde het maximale kredietrisico.
2 Een reverserepotransactie is een transactie waarbij een partij (KBC) effecten koopt van een andere partij en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de reverserepoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde reverserepotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk ontlenen van obligaties. Bij die ontlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij de tegenpartij. Het bedrag van de reverse repo's is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (uitgeleende) activa.
| Aange houden voor han delsdoel |
Gewaar deerd tegen reële |
Voor verkoop beschik |
Lenin gen en vorderin |
Tot einde loop tijd aange |
Afdek kingsderi |
Tegen geamor tiseerde |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | einden | waarde | baar | gen | houden | vaten | kostprijs | Totaal |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012 | ||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en | ||||||||
| beleggingsondernemingena | 375 | 884 | – | – | – | – | 21 660 | 22 919c |
| Deposito's van cliënten en schuldpapierb | 4 161 | 8 782 | – | – | – | – | 146 689 | 159 632 |
| Zichtdeposito's | 0 | 0 | – | – | – | – | 37 477 | 37 477 |
| Termijndeposito's | 3 776 | 3 336 | – | – | – | – | 43 491 | 50 602 |
| Depositoboekjes | 0 | 0 | – | – | – | – | 34 904 | 34 904 |
| Deposito's van bijzondere aard | 0 | 0 | – | – | – | – | 3 941 | 3 941 |
| Overige deposito's | 0 | 84 | – | – | – | – | 1 250 | 1 334 |
| Depositocertificaten | 0 | 27 | – | – | – | – | 6 209 | 6 236 |
| Kasbons | 0 | 0 | – | – | – | – | 522 | 522 |
| Converteerbare obligaties | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 |
| Niet-converteerbare obligaties | 385 | 4 705 | – | – | – | – | 12 914 | 18 003 |
| Converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 |
| Niet-converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 630 | – | – | – | – | 5 982 | 6 612 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | 10 853 | – | – | – | – | 0 | 10 853 |
| Derivaten | 14 432 | – | – | – | – | 2 430 | – | 16 861 |
| Baisseposities | 491 | – | – | – | – | – | – | 491 |
| In eigenvermogensinstrumenten | 17 | – | – | – | – | – | – | 17 |
| In schuldinstrumenten | 475 | – | – | – | – | – | – | 475 |
| Overige2 | 0 | 44 | – | – | – | – | 2 465 | 2 509 |
| Totaal | 19 459 | 20 563 | – | – | – | 2 430 | 170 813 | 213 265 |
| a Waarvan repo's1 | 1 589 | |||||||
| b Waarvan repo's1 | 6 178 | |||||||
| c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar | 12 658 | |||||||
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013 | ||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsonder nemingena |
939 | 896 | - | – | – | – | 12 440 | 14 275c |
| Deposito's van cliënten en schuldpapierb | 3 634 | 12 248 | – | – | – | – | 148 260 | 164 141 |
| Zichtdeposito's | 0 | 50 | – | – | – | – | 38 999 | 39 049 |
| Termijndeposito's | 3 347 | 7 786 | – | – | – | – | 43 837 | 54 970 |
| Depositoboekjes | 0 | 0 | – | – | – | – | 34 990 | 34 990 |
| Deposito's van bijzondere aard | 0 | 0 | – | – | – | – | 4 370 | 4 370 |
| Overige deposito's | 0 | 0 | – | – | – | – | 1 380 | 1 380 |
| Depositocertificaten | 0 | 6 | – | – | – | – | 3 540 | 3 546 |
| Kasbons | 0 | 0 | – | – | – | – | 473 | 473 |
| Converteerbare obligaties | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 |
| Niet-converteerbare obligaties | 286 | 3 763 | – | – | – | – | 14 839 | 18 889 |
| Converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 0 | – | – | – | – | 0 | 0 |
| Niet-converteerbare achtergestelde schulden | 0 | 643 | – | – | – | – | 5 832 | 6 475 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | 11 787 | – | – | – | – | 0 | 11 787 |
| Derivaten | 8 161 | – | – | – | – | 1 678 | – | 9 838 |
| Baisseposities | 386 | – | – | – | – | – | – | 386 |
| In eigenvermogensinstrumenten | 40 | – | – | – | – | – | – | 40 |
| In schuldinstrumenten | 345 | – | – | – | – | – | – | 345 |
| Overige2 | 0 | 0 | – | – | – | – | 1 566 | 1 566 |
| Totaal | 13 119 | 24 931 | – | – | – | 1 678 | 162 266 | 201 994 |
| a Waarvan repo's1 | 1 672 | |||||||
| b Waarvan repo's1 | 10 655 | |||||||
| c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar | 3 307 | |||||||
1 Een repotransactie is een transactie waarbij een partij effecten koopt van een andere partij (KBC) en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de repoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde repotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk uitlenen van obligaties. Bij die uitlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij KBC. Het bedrag van de repo's is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (ontleende) activa.
2 Het betreft financiële verplichtingen die doelbewust niet werden opgenomen bij de deposito's van cliënten om die post niet te flatteren met posten die geen rechtstreeks verband houden met de commerciële depositowerving.
1 911 miljoen euro, als Tot einde looptijd aangehouden: 4 445 miljoen euro) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 6 864 miljoen euro (respectievelijk gerelateerd aan Aangehouden voor handelsdoeleinden: 569 miljoen euro, Gewaardeerd tegen reële waarde: 103 miljoen euro, Voor verkoop beschikbaar: 1 889 miljoen euro en Tot einde looptijd aangehouden: 4 304 miljoen euro). Noteer: KBC had einde 2013 minder getransfereerde effecten die op balans staan dan uitstaande repotransacties. De reden is dat uit reverse repo's verkregen effecten vaak gebruikt worden voor repotransacties. Die effecten staan niet op de balans en vallen dus ook niet in de scope van de in deze paragraaf vermelde disclosure.
Eind 2012 had KBC overgedragen activa die erkend worden in hun geheel in de vorm van:
a) repotransacties met een boekwaarde van 3 173 miljoen euro (schuldinstrumenten gecategoriseerd als Aangehouden voor handelsdoeleinden: 296 miljoen euro, als Gewaardeerd tegen reële waarde: 195 miljoen euro, als Voor verkoop beschikbaar: 780 miljoen euro, als Tot einde looptijd aangehouden: 1 904 miljoen euro) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 3 254 miljoen euro (respectievelijk gerelateerd aan Aangehouden voor handelsdoeleinden: 293 miljoen euro, Gewaardeerd tegen reële waarde: 192 miljoen euro, Voor verkoop beschikbaar: 770 miljoen euro en Tot einde looptijd aangehouden: 1 998 miljoen euro) en
b) uitgeleende effecten met een boekwaarde van 14 miljoen euro (Voor verkoop beschikbare eigenvermogensinstrumenten) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 15 miljoen euro.
| (in miljoenen euro) | Aange houden voor han delsdoel einden |
Gewaar deerd tegen reële waarde |
Voor verkoop beschik baar |
Leningen en vorde ringen |
Tot einde looptijd aangehou den |
Afdek kingsderi vaten |
Tegen geamor tiseerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012 | ||||||||
| België | 2 377 | 2 021 | 12 947 | 75 695 | 14 635 | 810 | – | 108 485 |
| Centraal- en Oost-Europa | 7 419 | 715 | 5 863 | 30 649 | 8 840 | 278 | – | 53 765 |
| Rest | 11 362 | 13 559 | 11 812 | 32 881 | 5 034 | 0 | – | 74 648 |
| Totaal | 21 159 | 16 295 | 30 622 | 139 225 | 28 510 | 1 088 | – | 236 898 |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013 | ||||||||
| België | 2 143 | 1 027 | 8 584 | 74 759 | 15 445 | 45 | – | 102 004 |
| Centraal- en Oost-Europa | 7 907 | 645 | 6 783 | 30 369 | 8 774 | 293 | – | 54 771 |
| Rest | 6 835 | 14 768 | 12 213 | 27 434 | 7 104 | 439 | – | 68 794 |
| Totaal | 16 885 | 16 441 | 27 581 | 132 562 | 31 323 | 777 | 225 570 | |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012 | ||||||||
| België | 567 | 11 556 | – | – | – | 2 190 | 87 796 | 102 109 |
| Centraal- en Oost-Europa | 5 356 | 961 | – | – | – | 143 | 38 775 | 45 235 |
| Rest | 13 535 | 8 046 | – | – | – | 97 | 44 242 | 65 921 |
| Totaal | 19 459 | 20 563 | – | – | – | 2 430 | 170 813 | 213 265 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013 | ||||||||
| België | 1 815 | 11 979 | – | – | – | 94 | 86 316 | 100 204 |
| Centraal- en Oost-Europa | 5 141 | 942 | – | – | – | 464 | 38 024 | 44 572 |
| Rest | 6 163 | 12 010 | – | – | – | 1 119 | 37 926 | 57 218 |
| Totaal | 13 119 | 24 931 | – | – | – | 1 678 | 162 266 | 201 994 |
| (in miljoenen euro) | Aangehou den voor handels doeleinden |
Gewaar deerd tegen reële waarde |
Voor verkoop beschik baar |
Leningen en vorde ringen |
Tot einde looptijd aangehou den |
Afdek kingsderi vaten |
Tegen geamor tiseerde kostprijs |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 6 230 | 2 978 | 5 938 | 46 217 | 1 581 | – | – | 62 945 |
| Meer dan 1 jaar | 2 368 | 7 490 | 22 617 | 86 435 | 26 928 | – | – | 145 839 |
| Niet bepaald* | 12 561 | 5 827 | 2 067 | 6 572 | 0 | 1 088 | – | 28 114 |
| Totaal | 21 159 | 16 295 | 30 622 | 139 225 | 28 510 | 1 088 | – | 236 898 |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 7 368 | 2 525 | 6 218 | 43 401 | 1 662 | – | – | 61 174 |
| Meer dan 1 jaar | 1 412 | 7 839 | 19 651 | 80 671 | 29 662 | – | – | 139 233 |
| Niet bepaald* | 8 105 | 6 077 | 1 713 | 8 491 | 0 | 777 | – | 25 163 |
| Totaal | 16 885 | 16 441 | 27 581 | 132 562 | 31 323 | 777 | – | 225 570 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 4 854 | 4 112 | – | – | – | – | 91 995 | 100 961 |
| Meer dan 1 jaar | 162 | 11 750 | – | – | – | – | 41 841 | 53 753 |
| Niet bepaald* | 14 443 | 4 701 | – | – | – | 2 430 | 36 978 | 58 551 |
| Totaal | 19 459 | 20 563 | – | – | – | 2 430 | 170 813 | 213 265 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013 | ||||||||
| Tot 1 jaar | 4 803 | 10 784 | – | – | – | – | 94 500 | 110 087 |
| Meer dan 1 jaar | 119 | 9 649 | – | – | – | – | 30 450 | 40 218 |
| Niet bepaald* | 8 197 | 4 498 | – | – | – | 1 678 | 37 317 | 51 689 |
| Totaal | 13 119 | 24 931 | – | – | – | 1 678 | 162 266 | 201 994 |
* Met Niet bepaald bedoelen we dat de vervaldag onbepaald is of dat het niet zinvol is het financiële instrument volgens vervaldag te klasseren. De financiële activa met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten en tradingaandelen (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden), een groot deel van de beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde), aandelen voor verkoop beschikbaar (kolom Voor verkoop beschikbaar) en voorschotten in rekening-courant en oninbare/dubieuze vorderingen (kolom Leningen en vorderingen). De financiële verplichtingen met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de depositoboekjes (kolom Tegen geamortiseerde kostprijs), de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden) en een groot deel van de schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde).
• Het verschil tussen de financiële activa op korte termijn en de financiële verplichtingen op korte termijn is onder meer een weerspiegeling van de basisactiviteit van een bank, namelijk het omzetten van deposito's op kortere termijn naar kredieten op langere termijn. Dat leidt tot een groter volume van deposito's op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële verplichtingen) dan kredieten op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële activa). Die verhouding geeft aanleiding tot een liquiditeitsrisico. Meer informatie over het liquiditeitsrisico en de bewaking ervan vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
| (in miljoenen euro) | Aange houden voor handels doelein den |
Gewaar deerd tegen reële waarde |
Voor verkoop beschik baar |
Lenin gen en vorderin gen |
Tot einde looptijd aangehou den |
Afdek kingsderi vaten |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012 | |||||||
| Activa waarvoor geen bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt (unimpaired) |
21 159 | 16 295 | 30 478 | 133 549 | 28 508 | 1 088 | 231 076 |
| Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt (impaired) |
– | – | 293 | 10 420 | 9 | – | 10 723 |
| Bijzondere waardeverminderingen | – | – | -149 | -4 745 | -8 | – | -4 902 |
| Totaal | 21 159 | 16 295 | 30 622 | 139 225 | 28 510 | 1 088 | 236 898 |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013 | |||||||
| Activa waarvoor geen bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt (unimpaired) |
16 885 | 16 441 | 27 367 | 124 877 | 31 322 | 777 | 217 670 |
| Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt (impaired) |
– | – | 331 | 13 296 | 9 | – | 13 636 |
| Bijzondere waardeverminderingen | – | – | -117 | -5 610 | -8 | – | -5 735 |
| Totaal | 16 885 | 16 441 | 27 581 | 132 562 | 31 323 | 777 | 225 570 |
• Bijzondere waardevermindering (impairment): dat begrip is relevant voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Vastrentende financiële activa zijn impaired wanneer er een individuele indicatie van een bijzondere waardevermindering bestaat. Voor leningen is dat het geval als de lening een Probability of Defaultrating (PD, zie verder) van 10, 11 of 12 heeft. De bijzondere waardevermindering wordt vastgesteld op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen (IBNR) toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de expected loss (EL) berekend op basis van intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen en emergence period (of op een alternatieve manier wanneer een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).
• PD-klasse: om de PD-klasse te bepalen, ontwikkelde KBC diverse ratingmodellen. De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van PD 1 (laagste risico) tot PD 9 (hoogste risico). Meer informatie over PD vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.
| (in miljoenen euro) | Voor verkoop beschikbaar | Tot einde looptijd aangehouden |
Leningen en vorderingen | Voorzieningen voor verbin teniskredie ten buiten balans* |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vastrentende activa |
Aandelen | Vastrentende activa |
Met individu ele bijzondere waardever mindering |
Met op por tefeuillebasis berekende bijzondere waardever mindering |
||
| BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2012 | ||||||
| Beginsaldo | 267 | 173 | 56 | 4 795 | 354 | 89 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Aangelegd | 50 | 45 | 2 | 2 227 | 256 | 157 |
| Teruggenomen | -1 | 0 | 0 | -1 114 | -340 | -114 |
| Mutaties zonder resultaatsimpact | ||||||
| Afschrijvingen | -262 | -86 | -22 | -486 | 0 | -4 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -3 | -10 | 0 | -352 | -32 | -9 |
| Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | -18 | -424 | -24 | -7 |
| Overige | -52 | 26 | -10 | -132 | 17 | -20 |
| Eindsaldo | 0 | 148 | 8 | 4 515 | 230 | 92 |
| BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2013 | ||||||
| Beginsaldo | 0 | 148 | 8 | 4 515 | 230 | 92 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Aangelegd | 10 | 24 | 0 | 2 317 | 144 | 63 |
| Teruggenomen | 0 | 0 | 0 | -638 | -108 | -59 |
| Mutaties zonder resultaatsimpact | ||||||
| Afschrijvingen | 0 | -6 | 0 | -601 | 0 | -9 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -10 | -40 | 0 | -16 | 1 | 0 |
| Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | -10 | 0 | -231 | -3 | 25 |
| Eindsaldo | 0 | 117 | 8 | 5 347 | 264 | 114 |
* Deze voorzieningen staan op de passiefzijde van de balans. Wijzigingen in dergelijke voorzieningen worden opgenomen bij de bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de winst-en-verliesrekening.
• Invloed van wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op de winst-en-verliesrekening: zie Toelichting 14.
• Bijkomende informatie over de bijzondere waardeverminderingen i.v.m. de kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.
| (in miljoenen euro) | Minder dan 30 dagen achter stallig |
30 of meer, maar minder dan 90 dagen achterstallig |
|---|---|---|
| 31-12-2012 | ||
| Leningen en voorschotten | 3 482 | 1 469 |
| Schuldinstrumenten | 0 | 0 |
| Derivaten | 0 | 0 |
| Totaal | 3 482 | 1 469 |
| 31-12-2013 | ||
| Leningen en voorschotten | 3 216 | 1 201 |
| Schuldinstrumenten | 0 | 0 |
| Derivaten | 0 | 0 |
| Totaal | 3 216 | 1 201 |
• Achterstallig: financiële activa zijn achterstallig (past due) wanneer een tegenpartij nalaat een betaling te doen op het contractueel afgesproken tijdstip. Het begrip achterstallig geldt per contract en niet per tegenpartij. Als bijvoorbeeld een tegenpartij nalaat haar maandelijkse aflossing te betalen, wordt de volledige lening als achterstallig beschouwd, maar dat betekent niet dat andere leningen aan die tegenpartij als achterstallig worden beschouwd. Financiële activa die 90 dagen of meer achterstallig zijn, worden altijd als impaired beschouwd.
• Zie Toelichting 22 en 40.
• Zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.
| 31-12-2012 | 31-12-2013 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Bruto | Ontvangen waarborgen/ collateral |
Netto | Bruto | Ontvangen waarborgen/ collateral |
Netto |
| Maximaal kredietrisico | ||||||
| Eigenvermogensinstrumenten | 2 435 | 0 | 2 435 | 1 870 | 0 | 1 870 |
| Schuldinstrumenten | 64 860 | 54 | 64 806 | 63 307 | 76 | 63 231 |
| Leningen en voorschotten | 144 573 | 72 246 | 72 327 | 139 047 | 76 090 | 62 957 |
| Waarvan gewaardeerd tegen reële waarde | 3 113 | 3 013 | 100 | 2 369 | 2 238 | 131 |
| Derivaten | 13 183 | 2 039 | 11 144 | 8 600 | 2 027 | 6 573 |
| Overige (inclusief geprorateerde rente) | 27 608 | 5 141 | 22 467 | 26 545 | 4 409 | 22 136 |
| Totaal | 252 660 | 79 480 | 173 180 | 239 370 | 82 603 | 156 767 |
activa. Op basis van interne managementrapportering lichten we in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (onder Kredietrisico) de samenstelling en kwaliteit van de kredietportefeuille toe. De door de commissaris geauditeerde delen uit dat hoofdstuk sommen we vooraan in dat hoofdstuk op.
• Ontvangen waarborgen/collateral: worden opgenomen tegen marktwaarde en beperkt tot het uitstaande bedrag van de betreffende leningen.
| Financiële instrumen Kas Effecten ten waarborgen waarborgen (in miljoenen euro) FINANCIELE ACTIVA, 31-12-2012 Derivaten 13 183 0 13 183 7 705 1 852 0 3 626 Reverse repo, geleende effecten en soortgelijke overeenkomsten 7 141 0 7 141 1 830 0 5 286 25 Reverse repo 7 141 0 7 141 1 830 0 5 286 25 Geleende effecten 0 0 0 0 0 0 0 Andere financiële instrumenten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 20 325 0 20 325 9 535 1 852 5 286 3 651 FINANCIELE ACTIVA, 31-12-2013 Derivaten 9 054 454 8 600 4 992 1 813 0 1 795 Reverse repo, geleende effecten en soortgelijke overeenkomsten 9 156 0 9 156 539 0 8 608 8 Reverse repo 9 156 0 9 156 539 0 8 608 8 Geleende effecten 0 0 0 0 0 0 0 Andere financiële instrumenten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 18 210 454 17 756 5 531 1 813 8 608 1 804 FINANCIELE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012 Derivaten 16 861 0 16 861 7 705 5 249 0 3 907 Repo, uitgeleende effecten en soortgelijke overeenkomsten 7 712 0 7 712 1 830 15 5 859 8 Repo 7 697 0 7 697 1 830 0 5 859 8 Uitgeleende effecten 15 0 15 0 15 0 0 Andere financiële instrumenten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 24 573 0 24 573 9 536 5 264 5 859 3 915 FINANCIELE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013 Derivaten 10 293 454 9 838 4 992 2 626 0 2 220 Repo, uitgeleende effecten en soortgelijke overeenkomsten 12 327 0 12 327 539 0 11 778 9 Repo 12 327 0 12 327 539 0 11 778 9 Uitgeleende effecten 0 0 0 0 0 0 0 Andere financiële instrumenten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 22 619 454 22 165 5 531 2 626 11 778 2 230 |
Financiële instrumenten onderhevig aan netting, afdwingbare nettingraamovereenkomsten en soort gelijke overeenkomsten |
Brutobedrag van erkende financiële in strumenten |
Brutobe drag van erkende financiële in strumenten die genet worden |
Nettobe drag van financiële in strumenten gepresen teerd op de balans |
Bedragen die niet genet worden op de balans |
Netto bedrag |
|---|---|---|---|---|---|---|
• Criteria om te netten zijn vervuld als KBC momenteel een wettelijk afdwingbaar recht heeft om de erkende financiële activa en financiële passiva te netten en de intentie heeft om de transacties af te wikkelen op een nettobasis, of het financieel actief en het financieel passief simultaan te realiseren. Financiële activa en financiële passiva, die genet worden, zijn gerelateerd aan financiële instrumenten die verhandeld werden via (centrale) clearinghuizen.
• Onder de kolom financiële instrumenten (in kolom Bedragen die niet genet worden op de balans, Financiële instrumenten) worden de bedragen van financiële instrumenten weergegeven die afgesloten worden onder een afdwingbaar nettingraamakkoord of een gelijkaardig akkoord dat niet aan de criteria voldoet zoals gedefinieerd onder IAS 32. De vermelde bedragen refereren aan die situaties waar netting alleen kan worden toegepast in het geval van verzuim, insolventie of bankroet van een van de tegenpartijen. Hetzelfde principe is van toepassing voor financiële instrumenten die gegeven of ontvangen worden als waarborg. Voor waarborgen ontvangen in de vorm van nietcontanten (in kolom Bedragen die niet genet worden op de balans, Effectenwaarborgen) zal de waarde in de tabel die zijn die overeenstemt met de marktwaarde en het is die waarde die gebruikt wordt in het geval van verzuim, insolventie of bankroet van een van de tegenpartijen.
instrumenten rekening te houden met de kredietwaardigheid van de tegenpartij. Daarbij worden zowel de huidige vervangingswaarde van het contract (mark-to-market) als een potentiële toekomstige toename ervan (add-on) in rekening genomen. Die waarderingen worden gewogen op basis van de kredietwaardigheid van de tegenpartij, die bepaald wordt door middel van een gequoteerde Credit Default Swap (CDS)-spread, of, in afwezigheid daarvan, afgeleid wordt uit een index van obligaties waarvan de emittenten gelijkaardige karakteristieken vertonen met de tegenpartij van het financiële instrument (rating, sector, geografische ligging). Voor contracten waarbij de tegenpartij een risico heeft op KBC (in plaats van KBC op de tegenpartij) wordt een DVA (Debt Value Adjustment) bepaald. Die is gelijkaardig aan de CVA, maar altijd gebaseerd op de gequoteerde CDS-spread van KBC.
| Reële waarde van financiële instrumenten die niet tegen reële waarde op de balans zijn opgenomen |
Leningen en vorderingen | Financiële activa tot einde looptijd aangehouden |
tegen geamortiseerde kostprijs | Financiële verplichtingen | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012 | ||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
11 363 | 11 104 | – | – | – | – |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 125 695 | 132 018 | – | – | – | – |
| Schuldinstrumenten | 2 167 | 2 084 | 28 510 | 31 426 | – | – |
| Totaal | 139 225 | 145 205 | 28 510 | 31 426 | – | – |
| FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013 | ||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
9 562 | 9 828 | – | – | – | – |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 121 311 | 123 346 | – | – | – | – |
| Schuldinstrumenten | 1 690 | 1 646 | 31 323 | 32 657 | – | – |
| Totaal | 132 562 | 134 819 | 31 323 | 32 657 | – | – |
| Niveau 1 | – | 1 416 | – | 30 193 | – | – |
| Niveau 2 | – | 25 692 | – | 1 789 | – | – |
| Niveau 3 | – | 107 771 | – | 675 | – | – |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012 | ||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
– | – | – | – | 21 660 | 21 542 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | – | – | – | – | 146 689 | 151 435 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | – | – | – | 0 | 0 |
| Overige | – | – | – | – | 2 465 | 2 465 |
| Totaal | – | – | – | – | 170 813 | 175 441 |
| FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013 | ||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
– | – | – | – | 12 440 | 13 722 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | – | – | – | – | 148 260 | 151 203 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | – | – | – | – | 0 | 0 |
| Overige | – | – | – | – | 1 566 | 1 581 |
| Totaal | – | – | – | – | 162 266 | 166 505 |
| Niveau 1 | – | – | – | – | – | 1 122 |
| Niveau 2 | – | – | – | – | – | 84 651 |
| Niveau 3 | – | – | – | – | – | 80 733 |
| – waarderingshiërarchie | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 | ||||||
| Waarderingshiërarchie | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en | ||||||||
| beleggingsondernemingen | 0 | 3 802 | 0 | 3 802 | 0 | 5 100 | 0 | 5 100 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 0 | 600 | 0 | 600 | 0 | 706 | 0 | 706 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 220 | 34 | 197 | 451 | 265 | 18 | 1 | 283 |
| Schuldinstrumenten* | 2 033 | 1 654 | 523 | 4 210 | 2 290 | 341 | 342 | 2 974 |
| Derivaten | 31 | 9 023 | 3 041 | 12 095 | 1 | 5 681 | 2 141 | 7 823 |
| Gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
1 | 915 | 0 | 916 | 0 | 1 595 | 0 | 1 596 |
| Leningen en voorschotten aan cliënten | 0 | 2 170 | 27 | 2 197 | 0 | 749 | 24 | 774 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 2 | 0 | 50 | 53 | 2 | 0 | 5 | 8 |
| Beleggingscontracten, verzekeringen | 11 822 | 25 | 0 | 11 847 | 12 605 | 140 | 0 | 12 745 |
| Schuldinstrumenten* | 836 | 177 | 269 | 1 282 | 836 | 131 | 352 | 1 319 |
| Voor verkoop beschikbaar | ||||||||
| Eigenvermogensinstrumenten | 705 | 109 | 1 117 | 1 931 | 1 226 | 53 | 300 | 1 579 |
| Schuldinstrumenten* | 23 709 | 3 322 | 1 660 | 28 691 | 20 451 | 4 079 | 1 472 | 26 002 |
| Afdekkingsderivaten | ||||||||
| Derivaten | 0 | 1 088 | 0 | 1 088 | 0 | 777 | 0 | 777 |
| Totaal | 39 360 | 22 919 | 6 885 | 69 163 | 37 677 | 19 370 | 4 637 | 61 684 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | ||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen |
0 | 375 | 0 | 375 | 0 | 939 | 0 | 939 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 0 | 3 979 | 181 | 4 161 | 0 | 3 532 | 102 | 3 634 |
| Derivaten | 14 | 9 438 | 4 979 | 14 432 | 1 | 5 617 | 2 542 | 8 161 |
| Baisseposities | 483 | 8 | 0 | 491 | 373 | 0 | 13 | 386 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gewaardeerd tegen reële waarde | ||||||||
| Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen | 0 | 884 | 0 | 884 | 0 | 896 | 0 | 896 |
| Deposito's van cliënten en schuldpapier | 0 | 7 416 | 1 366 | 8 782 | 0 | 11 704 | 543 | 12 248 |
| Schulden m.b.t. beleggingscontracten | 10 853 | 0 | 0 | 10 853 | 11 787 | 0 | 0 | 11 787 |
| Overige | 0 | 0 | 44 | 44 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afdekkingsderivaten | ||||||||
| Derivaten | 0 | 2 430 | 0 | 2 430 | 0 | 1 678 | 0 | 1 678 |
| Totaal | 11 351 | 24 531 | 6 570 | 42 451 | 12 161 | 24 365 | 3 201 | 39 728 |
* Waarvan overheidsobligaties in 2013 (in miljoenen euro): Aangehouden voor handelsdoeleinden: 2 068 in niveau 1, 261 in niveau 2, 55 in niveau 3; Gewaardeerd tegen reële waarde: 716 in niveau 1, 23 in niveau 2, 32 in niveau 3; Voor verkoop beschikbaar: 15 107 in niveau 1, 1 999 in niveau 2, 465 in niveau 3.
• IAS 39-waarderingshiërarchie: verdeelt de waarderingstechnieken, samen met de respectieve waarderingsparameters waarop die gebaseerd zijn, op basis van prioriteit in drie niveaus:
De waarderingshiërarchie kent de hoogste prioriteit toe aan parameters van niveau 1.
Dat betekent dat, als er een actieve markt bestaat, gepubliceerde prijsnoteringen moeten worden gebruikt om het financiële actief of passief tegen reële waarde te waarderen. Parameters van niveau 1 zijn gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, een handelaar, een makelaar, een sectorgroep, een waarderingsdienst (pricing service) of een regelgevende instantie. Die prijzen zijn op een eenvoudige wijze en op regelmatige basis beschikbaar en zijn ontleend aan huidige en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen op actieve markten die voor KBC toegankelijk zijn. Het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten die beschikken over gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, is gebaseerd op de marktwaarde die wordt afgeleid van de huidige beschikbare transactieprijzen. Er wordt geen waarderingstechniek (model) gebruikt.
Als er geen prijsnoteringen beschikbaar zijn, bepaalt de entiteit de reële waarde met behulp van een waarderingstechniek (model) op basis van waarneembare of niet-waarneembare parameters. Het gebruik van waarneembare parameters moet worden gemaximaliseerd, terwijl het gebruik van niet-waarneembare parameters moet worden geminimaliseerd.
Waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 2 genoemd en weerspiegelen alle factoren die marktdeelnemers in beschouwing zouden nemen bij de waardering van het actief of de verplichting tegen reële waarde, op basis van marktgegevens afkomstig van bronnen die onafhankelijk zijn van de rapporterende entiteit. Daarnaast weerspiegelen waarneembare parameters een actieve markt. Waarneembare waarderingsparameters zijn bijvoorbeeld de risicovrije rente, wisselkoersen van vreemde valuta, aandelenkoersen en de impliciete volatiliteit. Waarderingstechnieken op basis van waarneembare parameters zijn onder andere: de verdiscontering van toekomstige kasstromen, de vergelijking met de huidige of recente reële waarde van een ander soortgelijk instrument, en prijsstelling door derden, op voorwaarde dat die prijs in de lijn ligt van alternatieve observeerbare marktgegevens.
Niet-waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 3 genoemd en weerspiegelen de eigen veronderstellingen van de entiteit omtrent de assumpties die marktpartijen zouden gebruiken in de waardering van het actief of de verplichting (inclusief assumpties over de betrokken risico's). Niet-waarneembare parameters weerspiegelen een markt die niet actief is. Waarderingsparameters die benaderingen zijn voor niet-waarneembare parameters (proxy) en correlatiefactoren kunnen worden beschouwd als niet-waarneembaar op de markt.
| Soort instrument | Producten | Type waardering | |
|---|---|---|---|
| Niveau 1 | Liquide financiële instrumenten waarvoor genoteerde koersen regelmatig beschikbaar zijn |
Valutacontantcontracten, Beursgenoteerde financiële futures, Beursgenoteerde opties, Beursgenoteerde aandelen, Beursgenoteerde fondsen (ETF), Liquide overheidsobligaties, Andere liquide obligaties, Liquide Asset Backed Securities op actieve markten |
Mark-to-market (gepubliceerde prijsnoteringen op een actieve markt) |
| (Cross-Currency) Renteswaps (IRS), Valutaswaps, Valutatermijncontracten, Rentetermijncontracten (FRA), Inflatieswaps, Dividendswaps, Commodityswaps, Reverse floaters, Opties op obligatiefutures, Opties op rentefutures, Overnight Index Swaps, FX Reset |
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op basis van verdisconterings- en inschattingscurves (op basis van gepubliceerde depositoquoteringen, FX swaps en (CC)IRS) |
||
| Plain vanilla / liquide derivaten | Caps en Floors, Renteopties, Europese en Amerikaanse aandelenopties, Europese en Amerikaanse valutaopties, Forward start-opties, Digitale valutaopties, FX Strips van Eenvoudige opties, Europese swaptions, Constant Maturity Swaps (CMS), European Cancelable IRS |
Waarderingsmodel voor opties op basis van waarneembare parameters (bv. volatiliteit) |
|
| Credit Default Swaps (CDS) | CDS-model op basis van credit spreads | ||
| Niveau 2 | Lineaire financiële activa (zonder optionele kenmerken) – cashinstrumenten |
Deposito's, Eenvoudige kasstromen, Transacties in het kader van repo's |
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op basis van verdisconterings- en inschattingscurves (op basis van gepubliceerde depositoquoteringen, FX swaps en (CC)IRS) |
| Asset Backed Securities | Halfliquide Asset Backed Securities | Prijsstelling door derden (bv. leadmanager); prijscontrole a.d.h.v. alternatieve observeerbare marktgegevens, of via vergelijkbare spreadmethode |
|
| Schuldinstrumenten | Eigen uitgiftes door KBC Ifima (passiva), Hypotheekobligaties op het actief van CˇSOB |
Verdiscontering van toekomstige kasstromen en waardering van gerelateerde derivaten op basis van observeerbare parameters |
|
| Lineaire financiële passiva (cashinstrumenten) | Leningen, Thesauriebewijzen | Verdiscontering van toekomstige kasstromen op basis van verdisconterings- en inschattingscurves (op basis van gepubliceerde depositoquoteringen, FX swaps en (CC)IRS) |
|
| Niveau 3 | Exotische derivaten | Target Profit Forward, Target Strike Forward, Bermudan Swaptions, Digitale renteopties, Quanto renteopties, Digitale aandelenopties, Aziatische aandelenopties, Barrieropties op aandelen, Quanto Digital FX Options, FX Asian Options, FX European Barrier Options, FX Simple Digital Barrier Options, FX Touch Rebate, Double Average Rate Options, Inflatieopties, Cancelable Reverse Floaters, American and Bermudan Cancelable IRS, CMS Spread Options, CMS Interest Rate Caps/Floors, (Callable) Range Accruals, Outperformance-opties, Autocallable-opties |
Waarderingsmodel voor opties op basis van niet waarneembare parameters (bv. correlatie) |
| Illiquide instrumenten met kredietkoppeling | Collateralised Debt Obligations (CDO's, notes en super senior-tranches, inclusief de gerelateerde garantie van de Belgische staat) |
Waarderingsmodel op basis van de correlatie tussen de respectieve defaultkansen van de onderliggende activa |
|
| Private Equity Investments | Private equity en niet-genoteerde deelnemingen | Op basis van de waarderingsrichtlijnen van de EVCA (European Private Equity & Venture Capital Association) |
|
| Illiquide bonds / ABS | Illiquide bonds / Asset Backed Securities die indicatief worden geprijsd door één prijsleverancier op een niet-actieve markt |
Prijsstelling door derden (bv. leadmanager), geen prijscontrole mogelijk ten gevolge van gebrek aan beschikbare/betrouwbare alternatieve marktgegevens |
|
| Schuldinstrumenten | Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) | Verdiscontering van toekomstige kasstromen en waardering van gerelateerde derivaten op basis van niet-observeerbare parameters (indicatieve prijsstelling door derden voor de derivaten) |
Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2012 (in miljoenen euro)
| Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3 | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Afdek | ||||||||||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | Voor verkoop beschikbaar |
kingsde rivaten |
|||||||||
| voorschotten Leningen en |
Eigenvermogens instrumenten |
Beleggingscontrac ten, verzekeringen |
Schuldinstrumenten | Derivaten | Leningen en voor schotten |
Eigenvermogens instrumenten |
Beleggingscontrac ten, verzekeringen |
Schuldinstrumenten | Eigenvermogens instrumenten |
Schuldinstrumenten | Derivaten | |
| Beginsaldo | 0 | 749 | 0 | 198 | 4 991 | 27 | 8 | 0 | 136 | 259 | 498 | 0 |
| Winsten en verliezen | 0 | -230 | 0 | -77 | -1 315 | 0 | 35 | 0 | 141 | -9 | 8 | 0 |
| In winst-en-verliesrekening1 | 0 | -230 | 0 | -77 | -1 315 | 0 | 35 | 0 | 141 | 4 | 0 | 0 |
| In eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -13 | 8 | 0 |
| Aanschaffingen | 0 | 0 | 0 | 7 | 204 | 0 | 0 | 0 | 0 | 102 | 724 | 0 |
| Vervreemdingen | 0 | -367 | 0 | -14 | -604 | 0 | 0 | 0 | -55 | -75 | -55 | 0 |
| Afwikkelingen | 0 | 0 | 0 | 0 | -296 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht naar niveau 3 | 0 | 55 | 0 | 411 | 77 | 0 | 8 | 0 | 51 | 0 | 524 | 0 |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | -1 | -7 | 0 | 0 | 0 | 0 | -5 | -40 | 0 |
| Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop2 |
0 | -6 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 840 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | -3 | 0 | -2 | -16 | -1 | -1 | 0 | -4 | 5 | 1 | 0 |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 6 | |||||||
| Overige2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eindsaldo | 0 | 197 | 0 | 523 | 3 041 | 27 | 50 | 0 | 269 | 1 117 | 1 660 | 0 |
| Totale winsten (positieve cijfers) en verliezen (negatieve cijfers) opgenomen in winst-en-verlies rekening voor activa aan het einde van de periode |
0 | -130 | 0 | -81 | -1 300 | 0 | -2 | 0 | 141 | -1 | 0 | 0 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3 | ||||||||||||
| Afdek kingsde |
||||||||||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | rivaten | ||||||||||
| kredietinstellingen Deposito's van |
Deposito's van schuldpapier cliënten en |
beleggingscontracten Schulden m.b.t. |
kredietinstellingen | beleggingscontracten | ||||||||
| Beginsaldo | Derivaten | Baisseposities | Overige | Deposito's van | Deposito's van schuldpapier cliënten en |
Schulden m.b.t. | Overige | Derivaten | ||||
| Winsten en verliezen | 0 | 4 | 0 | 9 442 | 0 | 0 | 0 | 1 352 | 0 | 173 | 0 | |
| In winst-en-verliesrekening1 | 0 | 40 | 0 | -3 192 | 0 | 0 | 0 | 365 | 0 | -129 | 0 | |
| In eigen vermogen | 0 | 40 | 0 | -3 192 | 0 | 0 | 0 | 365 | 0 | -129 | 0 | |
| 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Uitgiften | 0 | 0 | 0 | 244 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Terugkopen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Afwikkelingen | 0 | -145 | 0 | -1 727 | 0 | 0 | 0 | -349 | 0 | 0 | 0 | |
| Overdracht naar niveau 3 | 0 | 286 | 0 | 213 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden |
||||||||||||
| afgestoten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Omrekeningsverschillen | 0 | -4 | 0 | -34 | 0 | 0 | 0 | -2 | 0 | 0 | 0 | |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 32 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Eindsaldo Totale winsten (negatieve cijfers) en verliezen (positieve cijfers) op genomen in winst-en-verliesreke ning voor verplichtingen aan het einde van de periode |
0 0 |
181 17 |
0 0 |
4 979 -3 083 |
0 0 |
0 0 |
0 0 |
1 366 243 |
0 0 |
44 0 |
0 0 |
1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.
2 Het bedrag onder de post Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop in de kolom Voor verkoop beschikbaar – Eigenvermogensinstrumenten betreft grotendeels de participatie in Bank Zachodni WBK na de fusie met Kredyt Bank.
| Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3 |
|---|
| ------------------------------------------------ |
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | Voor verkoop beschikbaar |
Afdek kingsde rivaten |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| voorschotten Leningen en |
Eigenvermogens instrumenten |
Beleggingscontrac ten, verzekeringen |
Schuldinstrumenten | Derivaten | voorschotten Leningen en |
Eigenvermogens instrumenten |
Beleggingscontrac ten, verzekeringen |
Schuldinstrumenten | Eigenvermogens instrumenten |
Schuldinstrumenten | Derivaten | |
| Beginsaldo | 0 | 197 | 0 | 523 | 3 041 | 27 | 50 | 0 | 269 | 1 117 | 1 660 | 0 |
| Winsten en verliezen | 0 | -7 | 0 | 31 | -186 | 3 | -11 | 0 | 161 | 8 | -100 | 0 |
| In winst-en-verliesrekening1 | 0 | -7 | 0 | 31 | -186 | 3 | -11 | 0 | 161 | 3 | 1 | 0 |
| In eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5 | -101 | 0 |
| Aanschaffingen | 0 | 0 | 0 | 183 | 287 | 0 | 0 | 0 | 0 | 14 | 743 | 0 |
| Vervreemdingen | 0 | 0 | 0 | -219 | -21 | 0 | -7 | 0 | -49 | -840 | -179 | 0 |
| Afwikkelingen | 0 | -170 | 0 | -19 | -664 | -4 | 0 | 0 | 0 | 0 | -498 | 0 |
| Overdracht naar niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 25 | 102 | 0 | 0 | 0 | 23 | 3 | 107 | 0 |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | -153 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -223 | 0 |
| Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -26 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | 0 | -1 | 0 | -16 | -13 | -1 | -1 | 0 | -14 | -1 | -15 | 0 |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | -19 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | -13 | -406 | 0 | 0 | 0 | -38 | 0 | -24 | 0 |
| Eindsaldo | 0 | 1 | 0 | 342 | 2 141 | 24 | 5 | 0 | 352 | 300 | 1 472 | 0 |
| Totale winsten (positieve cijfers) en verliezen (negatieve cijfers) opgenomen in winst-en-verlies rekening voor activa aan het einde van de periode |
0 | 0 | 0 | 37 | -205 | 3 | -10 | 0 | 157 | 0 | 37 | 0 |
| Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3 | ||||||||||||
| Afdek kingsde |
||||||||||||
| Aangehouden voor handelsdoeleinden | Gewaardeerd tegen reële waarde | rivaten | ||||||||||
| kredietinstellingen Deposito's van |
Deposito's van schuldpapier cliënten en |
beleggingscontracten Schulden m.b.t. |
Derivaten | Baisseposities | Overige | kredietinstellingen Deposito's van Deposito's van |
schuldpapier cliënten en |
beleggingscontracten Schulden m.b.t. |
Overige | Derivaten | ||
| Beginsaldo | 0 | 181 | 0 | 4 979 | 0 | 0 | 0 | 1 366 | 0 | 44 | 0 | |
| Winsten en verliezen | 0 | 36 | 0 | -1 267 | 0 | 0 | 0 | 41 | 0 | 0 | 0 | |
| In winst-en-verliesrekening1 | 0 | 36 | 0 | -1 267 | 0 | 0 | 0 | 41 | 0 | 0 | 0 | |
| In eigen vermogen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Uitgiften | 0 | 0 | 0 | 250 | 13 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Terugkopen | 0 | 0 | 0 | -1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Afwikkelingen | 0 | -97 | 0 | -829 | 0 | 0 | 0 | -368 | 0 | -44 | 0 | |
| Overdracht naar niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Overdracht vanuit niveau 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Omrekeningsverschillen | 0 | -5 | 0 | -23 | 0 | 0 | 0 | -8 | 0 | 0 | 0 | |
| Wijziging in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Overige | 0 | -13 | 0 | -567 | 0 | 0 | 0 | -488 | 0 | 0 | 0 | |
| Eindsaldo Totale winsten (negatieve cijfers) en verliezen (positieve cijfers) op genomen in winst-en-verliesreke ning voor verplichtingen aan het einde van de periode |
0 0 |
102 34 |
0 0 |
2 542 -1 214 |
13 0 |
0 0 |
0 0 |
543 39 |
0 0 |
0 0 |
0 0 |
1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.
de hand van Gaussian Copula's en wordt dus gesimuleerd. De waarde van een CDO-tranche wordt bepaald door de kasstromen te verdisconteren die samenhangen met de verschillende defaultcurven. Het model verzekert ook dat de inner tranches marktconform worden gewaardeerd via een kalibratie met CDX- en iTraxx-credit spread-indices. Meer informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's en andere ABS'en) vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste nietobserveerbare parameters die gebruikt worden als input voor het Gaussian Copula Mixture-model.
| Scenario | Beschrijving | Model input | Basis input in GM |
Scenario input in GM |
Wijziging | Posities |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Outer correl. (GM 50%/50%) | Wijzig correlatie van outer tranches |
Outer tranche correlaties |
60%/95% | 50%/50% | -10%/-45% | Alle posities |
| Inner correl. (p(t) +25% schok) | Wijzig inner tranche Vasicek-kali bratie met p(t) +25% schok |
Gemiddelde VK-correlatie per positie |
[37,3%; 63,8%] | [42,5%; 80,9%] | [5,3%; 23,4%] | Alle posities |
| Amortisatie (halvering prepay ment) |
Genereer nieuw Intex ABS-amor tisatieschema met gehalveerde CPR rate |
CPR rate in Intex | 11,90% | 5,95% | -5,9% | Gemiddelde CPR rate over alle RMBS |
| Direct pool-kalib. (27%-100% tranche) |
Wijzig kalibratie van direct pool van 35-100%-tranche naar 27-100%-tranche |
DP gekalibreerde VK-correlatie |
[26,0%; 55,3%] | [22,1%; 52,4%] | [-11,6%; -2,8%] | Alle posities |
| CDO modelrisico (BC-extrapo latie naar 0%) |
Wijzig basis 0% detach van cor relatie curve |
Itraxx/CDX correlatie |
37,38% | 74,76% | 37,38% | iTraxx 7Y 0% detach |
| 38,34% | 76,68% | 38,34% | iTraxx 10Y 0% detach |
|||
| 23,15% | 46,29% | 23,15% | CDX 7Y 0% detach |
|||
| 22,40% | 44,80% | 22,40% | CDX 10Y 0% detach |
0-100%-tranche kan niet worden gebruikt omdat die tranche geen correlatiegevoeligheid bezit. De range van de resulterende direct pool VK-correlatieparameters wordt in de tabel weergegeven.
| Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en (in miljarden euro) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Spreads -50% |
Spreads -20% |
Spreads -10% |
Spreads +10% |
Spreads +20% |
Spreads +50% |
|
| 31-12-2012 | 0,34 | 0,14 | 0,07 | -0,06 | -0,12 | -0,28 |
| 31-12-2013 | 0,09 | 0,04 | 0,02 | -0,02 | -0,04 | -0,09 |
• In de bovenstaande winst-en-verliesgevoeligheidstoets lieten we wijzigingen in correlatie buiten beschouwing. Aangezien de correlatie (voor zowel de inner als outer tranches) een belangrijke parameter in het Gaussian Copula Mixture-model is, voerden we ook een analyse uit waarin de gecombineerde invloed van wijzigingen in de correlatie en creditspreadparameters van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products wordt berekend. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 60% voor MBIA in beschouwing (80% in 2012). De scope van die analyse is dezelfde als in de bovenstaande tabel. Als de credit spreads toenemen met 50% en er ook een stijging van de correlaties plaatsvindt, dan zou dat leiden tot een bijkomend verlies van 0,07 miljard euro (2012: 0,18 miljard euro). Als de credit spreads afnemen met 50% en er zich ook een daling van de correlaties voordoet, dan zou dat aanleiding geven tot een bijkomende winst van 0,09 miljard euro (2012: 0,34 miljard euro).
• De volgende tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen op de voorziening voor het MBIA-tegenpartijrisico, waarbij niet alleen de credit spreads van de onderliggende activa van KBC FP CDO's veranderen, maar tegelijk ook de voorziening voor MBIA-tegenpartijrisico. De huidige voorziening bedraagt 60% (80% in 2012). De draagwijdte omvat alleen het door MBIA verzekerde deel van de door KBC Financial Products gestructureerde CDO's. De invloed van creditspreadbewegingen op de door KBC Groep aangehouden of verzekerde CDO-posities (gestructureerd door KBC Financial Products) rekenen we niet mee.
Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en en gebaseerd op wijzigingen in de voorziening voor tegenpartijrisico voor MBIA (in miljarden euro) Spreads -50% Spreads -20% Spreads -10% Spreads +10% Spreads +20% Spreads +50% 31-12-2012 MBIA 70% 0,19 0,11 0,09 0,04 0,02 -0,05 MBIA 80% 0,16 0,07 0,03 -0,03 -0,06 -0,14 MBIA 90% 0,14 0,02 -0,02 -0,10 -0,13 -0,23 MBIA 100% 0,12 -0,03 -0,08 -0,17 -0,21 -0,32 31-12-2013 MBIA 30% 0,05 0,04 0,03 0,02 0,02 0,01 MBIA 40% 0,05 0,03 0,02 0,01 0,01 -0,01 MBIA 60% 0,04 0,02 0,01 -0,01 -0,02 -0,04 MBIA 80% 0,04 0,00 -0,01 -0,03 -0,04 -0,07 MBIA 90% 0,03 -0,00 -0,02 -0,04 -0,05 -0,09 MBIA 100% 0,03 -0,01 -0,02 -0,05 -0,06 -0,11
weging van KBC tegenover de start van het garantiecontract en met de reëlewaardebeweging van het gedekte super senior-risico tegenover de start van het garantiecontract. Als we de reële waarde van de super senior-posities per 31 december 2013 respectievelijk 31 december 2012 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 0,4 miljoen euro en 7 miljoen euro. Als we de achtergestelde credit spread van KBC per 31 december 2013 respectievelijk 31 december 2012 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 1,2 miljoen euro en 8 miljoen euro.
| Eigen schulduitgiften gewaardeerd tegen reële waarde (in miljoenen euro) (+: winst, -: verlies, bedragen vóór belastingen) |
31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening* | -709 | -62 |
| Totale gecumuleerde invloed op balansdatum | 33 | -32 |
* Verschilt licht van de in Toelichting 2 vermelde bedragen omdat in die toelichting de groepsvennootschappen met zeer beperkte bedragen niet zijn opgenomen.
• De reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houdt rekening met het eigen kredietrisico. Het grootste deel van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening betreft KBC Ifima-uitgiften. Voor de waardering van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houden we rekening met het eigen kredietrisico door het gebruik van de effectieve financieringsspread van KBC. De totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg ongeveer 4,1 miljard euro op 31 december 2013, rekening houdend met het eigen kredietrisico van KBC. Resultaten van gevoeligheidstoetsen op de totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften waarbij de effectieve financieringsspread verschoven wordt, worden weergegeven in de onderstaande tabel.
| Winst-en-verliesgevoeligheid gebaseerd op een relatieve verschuiving van de financieringsspread (in miljarden euro) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Spreads -50% |
Spreads -20% |
Spreads -10% |
Spreads +10% |
Spreads +20% |
Spreads +50% |
|
| 31-12-2012 | -0,06 | -0,02 | -0,01 | +0,01 | +0,02 | +0,06 |
| 31-12-2013 | -0,02 | -0,01 | -0,00 | +0,00 | +0,01 | +0,02 |
• Als we geen rekening houden met de invloed van veranderingen in het eigen kredietrisico, is het verschil tussen de boekwaarde en de terugbetalingsprijs van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële
waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening beperkt (minder dan 0,2 miljard euro).
| Financiële activa beschikbaar voor verkoop geherklasseerd naar Leningen en vorderingen (in miljoenen euro, situatie op 31 december 2013) | |||
|---|---|---|---|
| Boekwaarde | 1 110 | ||
| Reële waarde | 1 134 | ||
| Indien niet geherklasseerd (voor verkoop beschikbaar) |
Na herclassificatie (leningen en vorderingen) |
Invloed | |
| Invloed op uitstaande herwaarderingsreserve (voor verkoop beschikbare financiële activa), vóór belastingen |
-138 | -158 | -20 |
| Invloed op winst-en-verliesrekening, vóór belastingen | 1 | 2 | 1 |
• Herclassificaties: in oktober 2008 publiceerde de IAS Board aanpassingen van IAS 39 en IFRS 7 onder de noemer herclassificatie van financiële activa. Naar aanleiding van die aanpassingen heeft de KBCgroep een aantal activa geherklasseerd van de categorie Voor verkoop beschikbaar naar de categorie Leningen en vorderingen, omdat die activa minder liquide waren geworden. Die activa voldeden op de datum van de herclassificatie aan de definitie van Leningen en vorderingen en de groep heeft de intentie en de mogelijkheid om die activa aan te houden voor de voorzienbare toekomst of tot op de vervaldag. KBC heeft ervoor gekozen om die herclassificaties door te voeren op 31 december 2008. Op de datum van de herclassificatie (31 december 2008) bedroeg de verwachte recupereerbare kasstroom voor die activa 5 miljard euro en varieerde de effectieve rentevoet tussen 5,88% en 16,77%. Bovengenoemde herclassificaties resulteerden in een negatief effect van 20 miljoen euro op het eigen vermogen en in een positieve invloed van 1 miljoen euro op de winst-en-verliesrekening (waarvan naast specifieke bijzondere waardeverminderingen ook een terugname van 1 miljoen euro werd geboekt op op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen).
| Voor handelsdoeleinden | Microhedging: reëlewaardeafdekkingen | Microhedging: kasstroomafdekkingen* | Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een |
portefeuille | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
|||||||||
| (in miljoenen euro) | Activa | Verplich tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
kocht Aange- |
Verkocht | Activa | Verplich- tingen |
Aange- kocht |
Verkocht |
| 31-12-2012 | ||||||||||||||||
| Totaal | 12 095 | 14 432 | 460 444 | 427 628 | 400 | 341 | 12 552 | 12 537 | 672 | 1 856 | 26 034 | 26 082 | 15 | 232 | 3 535 | 3 535 |
| Indeling naar type | ||||||||||||||||
| Rentecontracten | 7 739 | 8 613 | 258 424 | 237 310 | 400 | 341 | 12 552 | 12 537 | 650 | 1 787 | 25 390 | 25 390 | 15 | 232 | 3 535 | 3 535 |
| Renteswaps | 6 549 | 8 035 | 188 305 | 188 774 | 400 | 341 | 12 552 | 12 537 | 650 | 1 787 | 25 390 | 25 390 | 15 | 232 | 3 535 | 3 535 |
| Rentetermijncontracten | 3 | 4 | 2 609 | 4 829 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 2 | 0 | 6 090 | 4 698 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 1 185 | 480 | 61 172 | 38 733 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 0 | 93 | 247 | 276 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutacontracten | 944 | 736 | 136 981 | 137 350 | 0 | 0 | 0 | 0 | 22 | 69 | 644 | 692 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutatermijncontracten | 162 | 152 | 78 047 | 78 002 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 51 | 51 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valuta- en renteswaps | 720 | 525 | 44 162 | 43 997 | 0 | 0 | 0 | 0 | 22 | 69 | 593 | 641 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 155 | 155 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 61 | 59 | 14 616 | 15 195 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelencontracten | 1 815 | 2 173 | 35 654 | 33 577 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelenswaps | 1 322 | 1 411 | 30 289 | 30 288 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 493 | 761 | 5 365 | 3 289 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Warrants | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kredietcontracten | 1 576 | 2 891 | 29 017 | 19 025 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Creditdefaultswaps | 1 576 | 2 891 | 29 017 | 19 025 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Creditspreadopties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totalreturnswaps | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Grondstoffen- en andere contracten |
20 | 20 | 368 | 366 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.
| 212 Jaarverslag KBC 2013 | Voor handelsdoeleinden | Microhedging: reëlewaardeafdekkingen | Microhedging: kasstroomafdekkingen* | Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een |
portefeuille | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
Boekwaarde | Gecontracteerde bedragen |
|||||||||
| Verplich- | Verplich- | Verplich- | Verplich- | |||||||||||||
| (in miljoenen euro) | Activa | tingen | Aangekocht | Verkocht | Activa | tingen | Aangekocht | Verkocht | Activa | tingen | Aangekocht | Verkocht | Activa | tingen | Aangekocht | Verkocht |
| 31-12-2013 | ||||||||||||||||
| Totaal | 7 823 | 8 161 | 373 075 | 358 437 | 218 | 239 | 19 286 | 19 286 | 553 | 1 303 | 26 234 | 26 189 | 6 | 136 | 2 782 | 2 782 |
| Indeling naar type | ||||||||||||||||
| Rentecontracten | 4 734 | 4 912 | 226 742 | 215 826 | 218 | 239 | 19 286 | 19 286 | 532 | 1 238 | 25 962 | 25 962 | 6 | 136 | 2 782 | 2 782 |
| Renteswaps | 3 760 | 4 495 | 162 160 | 162 265 | 218 | 239 | 19 286 | 19 286 | 532 | 1 238 | 25 962 | 25 962 | 6 | 136 | 2 782 | 2 782 |
| Rentetermijncontracten | 1 | 0 | 2 202 | 2 717 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 2 | 2 | 10 948 | 5 410 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 970 | 414 | 51 432 | 45 433 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutacontracten | 930 | 667 | 96 048 | 97 102 | 0 | 0 | 0 | 0 | 21 | 64 | 271 | 226 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valutatermijncontracten | 148 | 87 | 13 105 | 13 037 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Valuta- en renteswaps | 698 | 517 | 75 200 | 75 250 | 0 | 0 | 0 | 0 | 21 | 64 | 271 | 226 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 190 | 190 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 84 | 63 | 7 553 | 8 626 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelencontracten | 1 763 | 1 895 | 32 755 | 31 857 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aandelenswaps | 1 420 | 1 439 | 29 180 | 29 176 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Forwards | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Futures | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opties | 344 | 456 | 3 575 | 2 681 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Warrants | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kredietcontracten | 365 | 657 | 16 961 | 13 084 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Creditdefaultswaps | 365 | 657 | 16 961 | 13 084 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Creditspreadopties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totalreturnswaps | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Grondstoffen- en andere contracten |
30 | 30 | 570 | 568 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.
marktwaardeschommeling van het derivaat in eigen vermogen worden geboekt in een cash flow hedge reserve.
| Verwachte kasstromen van kasstroomafdekkingsderivaten (in miljoenen euro) | Instroom | Uitstroom |
|---|---|---|
| Maximaal 3 maanden | 25 | -31 |
| Meer dan 3 maanden en maximaal 6 maanden | 55 | -82 |
| Meer dan 6 maanden en maximaal 1 jaar | 106 | -138 |
| Meer dan 1 jaar en maximaal 2 jaar | 210 | -394 |
| Meer dan 2 jaar en maximaal 5 jaar | 695 | -1 130 |
| Meer dan 5 jaar | 2 466 | -2 718 |
We hebben de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46), verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten).
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| Totaal | 1 383 | 1 237 |
| Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen | 125 | 322 |
| Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen | 36 | 30 |
| Overige vorderingen en opgevraagd, niet-gestort kapitaal | 0 | 0 |
| Deposito's bij cederende ondernemingen | 12 | 13 |
| Te ontvangen opbrengsten (andere dan renteopbrengsten uit financiële activa) | 429 | 372 |
| Overige | 781 | 499 |
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| ACTUELE BELASTINGEN | ||
| Actuele belastingvorderingen | 174 | 245 |
| Actuele belastingverplichtingen | 192 | 109 |
| UITGESTELDE BELASTINGEN | 1 558 | 1 067 |
| Uitgestelde belastingvorderingen, per type van tijdelijk verschil | 2 941 | 1 856 |
| Personeelsbeloningen | 182 | 117 |
| Fiscaal overgedragen verliezen | 922 | 660 |
| Materiële en immateriële vaste activa | 34 | 45 |
| Voorziening voor risico's en kosten | 170 | 25 |
| Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten | 382 | 309 |
| Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen |
433 | 296 |
| Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten |
711 | 342 |
| Technische voorzieningen | 41 | 36 |
| Overige | 67 | 26 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen, per type van tijdelijk verschil | 1 383 | 789 |
| Personeelsbeloningen | 33 | 6 |
| Fiscaal overgedragen verliezen | 0 | 0 |
| Materiële en immateriële vaste activa | 106 | 103 |
| Voorziening voor risico's en kosten | 38 | 0 |
| Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten | 126 | 17 |
| Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen |
230 | 45 |
| Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten |
669 | 456 |
| Technische voorzieningen | 30 | 87 |
| Overige | 151 | 76 |
| Netto opgenomen in de balans als volgt | ||
| Uitgestelde belastingvorderingen | 2 014 | 1 481 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 455 | 415 |
| Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden | 1 183 | 1 022 |
herwaarderingsreserve voor afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten: -84 miljoen euro (voornamelijk als gevolg van de depreciatie van de Tsjechische kroon).
provisies: +57 miljoen euro; personeelsbeloningen: -22 miljoen euro; overige -70 miljoen euro;
| (in miljoenen euro) 31-12-2012 |
31-12-2013 |
|---|---|
| Totaal 8 |
7 |
| Overzicht van investeringen inclusief goodwill | |
| Nova Ljubljanska banka 0 |
0 |
| 8 Overige |
7 |
| Goodwill op geassocieerde ondernemingen | |
| Brutobedrag 210 |
0 |
| Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen -210 |
0 |
| Indeling naar type | |
| Niet-beursgenoteerd 8 |
7 |
| Beursgenoteerd 0 |
0 |
| Reële waarde van investeringen in beursgenoteerde geassocieerde ondernemingen 0 |
0 |
| MUTATIETABEL 2012 |
2013 |
| Beginsaldo, 1 januari 431 |
8 |
| Overnames 0 |
0 |
| Boekwaarde overboekingen 0 |
0 |
| Aandeel in het resultaat voor de periode 2 |
0 |
| Kapitaalverhoging 0 |
0 |
| Uitgekeerde dividenden 0 |
-1 |
| Aandeel in de winsten en verliezen niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening 7 |
1 |
| Omrekeningsverschillen -2 |
0 |
| Wijzigingen in goodwill -179 |
0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten -3 |
0 |
| Overige mutaties -249 |
0 |
| Eindsaldo, 31 december 8 |
7 |
• Geassocieerde ondernemingen: ondernemingen waarbij KBC een belangrijke invloed uitoefent op het management, maar zonder directe of indirecte, volledige of gezamenlijke controle. KBC heeft over het algemeen een aandeelhouderschap van 20% tot 50% in dergelijke ondernemingen. Na de verkoop van het belang in Nova Ljubljanska banka (NLB, Slovenië), getekend in 2012 en afgerond in 2013, zijn er geen belangrijke geassocieerde ondernemingen meer. De overige mutaties in 2012 zijn trouwens voor het grootste deel gerelateerd aan de bijzondere waardevermindering op NLB met betrekking tot de prijs onder de boekwaarde.
• Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen: is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. We voerden een waardeverminderingstoets uit en boekten de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill (zie tabel).
| Toelichting 33: Materiële vaste activa – inclusief vastgoedbeleggingen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 | |||
| Materiële vaste activa | 2 581 | 2 465 | |||
| Vastgoedbeleggingen | 638 | 598 | |||
| Huurinkomsten | 69 | 74 | |||
| Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die huurinkomsten hebben gegenereerd | 58 | 39 | |||
| Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die geen huurinkomsten hebben gegenereerd | 3 | 1 | |||
| Totaal ma | |||||
| MUTATIETABEL | Terreinen en gebouwen |
IT-appa ratuur |
Overige uitrusting |
teriële vaste activa |
Vastgoed beleggingen |
| 2012 | |||||
| Beginsaldo | 1 516 | 150 | 985 | 2 651 | 758 |
| Aanschaffingen | 150 | 92 | 390 | 632 | 55 |
| Vervreemdingen | -13 | -8 | -167 | -188 | -6 |
| Afschrijvingen | -88 | -76 | -35 | -199 | -25 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | -9 | -1 | -1 | -11 | -52 |
| Teruggenomen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen | |||||
| activa die worden afgestoten | -82 | -4 | -6 | -91 | -31 |
| Omrekeningsverschillen | 23 | 1 | 7 | 31 | 4 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | -25 | -3 | -53 | -80 | -59 |
| Overige mutaties | -10 | 1 | -155 | -164 | -7 |
| Eindsaldo | 1 462 | 152 | 966 | 2 581 | 638 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen |
1 052 | 335 | 619 | 2 006 | 330 |
| Waarvan kosten van activa in opbouw | 2 | 0 | 0 | 2 | – |
| Waarvan financiële leasing als leasingnemer | 0 | 0 | 0 | 0 | – |
| Reële waarde 31-12-2012 | – | – | – | – | 777 |
| 2013 | |||||
| Beginsaldo | 1 462 | 152 | 966 | 2 581 | 638 |
| Aanschaffingen | 20 | 48 | 385 | 453 | 21 |
| Vervreemdingen | -5 | -1 | -162 | -168 | -18 |
| Afschrijvingen | -76 | -65 | -29 | -170 | -27 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | -23 | 0 | 0 | -23 | -24 |
| Teruggenomen | 7 | 0 | 1 | 8 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
-4 | 0 | 0 | -5 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -25 | 0 | -8 | -33 | -1 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 14 | 1 | 0 | 15 | -11 |
| Overige mutaties | -1 | -2 | -190 | -192 | 20 |
| Eindsaldo | 1 369 | 134 | 963 | 2 465 | 598 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en | |||||
| bijzondere waardeverminderingen | 1 137 | 343 | 598 | 2 077 | 310 |
| Waarvan kosten van activa in opbouw | 25 | 8 | 22 | 55 | – |
| Waarvan financiële leasing als leasingnemer | 0 | 0 | 0 | 0 | – |
| Reële waarde 31-12-2013 | – | – | – | – | 711 |
Die waardering is hoofdzakelijk gebaseerd op:
| Intern ontwikkelde |
Extern ontwikkelde |
||||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | Goodwill | software | software | Overige | Totaal |
| 2012 | |||||
| Beginsaldo | 1 502 | 222 | 134 | 40 | 1 898 |
| Aanschaffingen | 1 | 60 | 58 | 17 | 137 |
| Vervreemdingen | -132 | -34 | -12 | -13 | -191 |
| Wijzigingen uit latere identificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen | 0 | -53 | -48 | -11 | -111 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | -421 | 0 | 0 | 0 | -422 |
| Teruggenomen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
0 | -5 | 0 | -5 | -10 |
| Omrekeningsverschillen | 35 | 0 | 2 | 2 | 40 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | -3 | -10 | -12 |
| Overige mutaties | 2 | 0 | -8 | 7 | 1 |
| Eindsaldo | 987 | 191 | 124 | 27 | 1 328 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | 1 195 | 208 | 542 | 0 | 1 945 |
| 2013 | |||||
| Beginsaldo | 987 | 191 | 124 | 27 | 1 328 |
| Aanschaffingen | 0 | 56 | 66 | 4 | 126 |
| Vervreemdingen | 0 | -17 | -5 | -1 | -24 |
| Wijzigingen uit latere identificaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afschrijvingen | 0 | -51 | -46 | -4 | -101 |
| Bijzondere waardeverminderingen | |||||
| Opgenomen | -7 | 0 | 0 | -1 | -9 |
| Teruggenomen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Omrekeningsverschillen | -24 | 0 | -2 | -1 | -27 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | -6 | 2 | 14 | -14 | -4 |
| Eindsaldo | 950 | 180 | 150 | 10 | 1 289 |
| Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen | 1 202 | 420 | 595 | 53 | 1 954 |
markten en de globale macro-economische omgeving. Voor de bepaling van de terminale groeivoet gebruiken we een langetermijngemiddelde van de groei van de markt. De huidige waarde van die toekomstige kasstromen berekenen we door een samengestelde discontovoet na belastingen toe te passen. We bepalen de samengestelde discontovoet aan de hand van de CAPM-theorie (Capital Asset Pricing Model) en gebruiken daarbij een risicovrije rente, samen met een marktrisicopremie (vermenigvuldigd met een activiteitsafhankelijke bèta). We voegen ook een landenrisicopremie toe om de invloed van de economische toestand van het land waarin KBC activiteiten uitoefent in rekening te brengen. Binnen KBC hebben we twee specifieke Discounted Cash Flow-modellen ontwikkeld: een bankmodel en een verzekeringsmodel. In beide gevallen beschouwen we als vrije kasstromen: de dividenden die kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van het bedrijf, rekening houdend met de reglementaire vereisten voor het minimumkapitaal.
| Discontovoeten over de expliciete periode van kasstroomprognose heen |
||||
|---|---|---|---|---|
| Uitstaande goodwill (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
| K&H Bank | 236 | 232 | 17,4%-9,5% | 13,9%-10,2% |
| CˇSOB (Tsjechië) | 252 | 232 | 10,1%-9,8% | 8,9%-8,6% |
| CˇSOB (Slowakije) | 191 | 191 | 11,6%-9,8% | 9,9%-9,1% |
| CIBank | 117 | 117 | 11,1%-9,4% | 11,1%-9,4% |
| DZI Insurance | 115 | 108 | 11,1%-9,4% | 10,6%-8,9% |
| Rest | 76 | 70 | – | – |
| Totaal | 987 | 950 | – | – |
• We voerden geen sensitiviteitsanalyse uit voor de entiteiten waarvoor het overschot van de realiseerbare waarde op de boekwaarde zo aanzienlijk is dat geen redelijke verandering in de hoofdparameters ervoor zou zorgen dat de realiseerbare waarde gelijk is aan of kleiner wordt dan de boekwaarde. In de tabel vindt u voor Cˇ SOB in Slowakije en voor CIBank in Bulgarije een indicatie van de verandering in hoofdparameters die ervoor zou zorgen dat hun realiseerbare waarde hun boekwaarde evenaart. Aangezien de realiseerbare waarde van DZI Insurance in Bulgarije niet veel verschilt van de boekwaarde, toont de tabel voor DZI Insurance de mate waarin de hoofdparameters moeten veranderen om de realiseerbare waarde aanzienlijk lager (zie voetnoot bij tabel) dan de boekwaarde te laten uitvallen.
| Verandering in hoofdparameters1 | Toename in discontovoet 2 |
Afname in terminale groeivoet3 |
Toename in beoogde solvabiliteits ratio4 |
Afname van de jaarlijkse nettowinst |
|---|---|---|---|---|
| CˇSOB (Slowakije) | 0,4% | 1,3% | 0,35% | 1,7% |
| CIBank | 0,9% | – | 1,05% | 4,4% |
| DZI Insurance5 | 1,4% | 0,8% | 12,7% | 2,7% |
1 Uiteraard moet er rekening worden gehouden met het feit dat een verandering in de parameters effect kan hebben op andere parameters in de berekening van de realiseerbare waarde.
2 De discontovoet van het eerste jaar verhoogden we absoluut met het getoonde percentage. Volgend uit de manier waarop de (ontwikkeling van) discontovoeten (is) zijn gemodelleerd, dragen we de toename in de discontovoet van het eerste jaar gradueel afnemend over als (verhoogde) discontovoeten voor de komende jaren.
3 Absolute afname. Niet relevant voor CIBank, omdat dat zou betekenen dat de terminale groeivoet negatief wordt. Noteer dat de waardering van de bancaire entiteiten minder gevoelig is voor wijzigingen in deze groeivoet dan die van verzekeringsinstellingen (gewicht van terminale groeivoet is minder bij bankenmodel).
4 Voor de bancaire entiteiten voorgesteld als de absolute toename van de Tier 1-kapitaalratio; voor de verzekeringsentiteit als de relatieve toename van de intern beoogde solvabiliteitsratio.
5 Toont de mate waarin de parameters moeten wijzigen om ervoor te zorgen dat de realiseerbare waarde van DZI Insurance 5 miljoen euro lager ligt dan de boekwaarde.
| (in miljoenen euro) Technische voorzieningen vóór herverzekering (= bruto) |
31-12-2012 19 205 |
31-12-2013 18 701 |
||
|---|---|---|---|---|
| Verzekeringscontracten | 8 811 | 9 183 | ||
| Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's | 358 | 561 | ||
| Voorziening voor Leven | 5 711 | 5 788 | ||
| Voorziening voor te betalen schade | 2 232 | 2 324 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 20 | 22 | ||
| Andere technische voorzieningen | 490 | 487 | ||
| Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling | 10 394 | 9 518 | ||
| Voorziening voor Leven | 10 295 | 9 421 | ||
| Voorziening voor Niet-leven | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 99 | 97 | ||
| Aandeel herverzekeraar | 137 | 146 | ||
| Verzekeringscontracten | 137 | 146 | ||
| Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's | 1 | 1 | ||
| Voorziening voor Leven | 1 | 1 | ||
| Voorziening voor te betalen schade | 135 | 144 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 0 | 0 | ||
| Andere technische voorzieningen | 0 | 0 | ||
| Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor Leven | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor Niet-leven | 0 | 0 | ||
| Voorziening voor winstdeling en restorno's | 0 | 0 | ||
| 0 | 0 | |||
| MUTATIETABEL | Bruto 2012 | Herverzekeringen 2012 |
Bruto 2013 | Herverzekeringen 2013 |
| VERZEKERINGSCONTRACTEN, LEVEN | ||||
| Beginsaldo | 5 623 | 3 | 6 177 | 2 |
| Stortingen exclusief commissies | 753 | 0 | 629 | 0 |
| Uitbetaalde voorzieningen | -573 | 0 | -517 | 0 |
| Gecrediteerde interest | 91 | 0 | 197 | 0 |
| Kosten van winstdeling | 3 | 0 | 4 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 30 | 0 | -109 | 0 |
| Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijziging in consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | 250 | -1 | -120 | 0 |
| Eindsaldo | 6 177 | 2 | 6 261 | 2 |
| VERZEKERINGSCONTRACTEN, NIET-LEVEN | ||||
| Beginsaldo | 2 533 | 147 | 2 633 | 135 |
| Wijziging in de voorziening voor niet-verdiende premies* | -4 | 0 | 200 | 0 |
| Uitkeringen schadegevallen vorige boekjaren | -246 | -23 | -214 | -10 |
| Overschot en/of tekort voorziening voor schadegevallen vorige boekjaren | -93 | 13 | -99 | -1 |
| Voorziening voor nieuwe schadegevallen | 298 | 6 | 325 | 9 |
| Wisselkoersverschillen | 10 | 1 | -16 | -1 |
| Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijziging in consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | 134 | -8 | 94 | 13 |
| Eindsaldo | 2 633 | 135 | 2 922 | 144 |
| BELEGGINGSCONTRACTEN MET DISCRETIONAIRE WINSTDELING, LEVEN | ||||
| Beginsaldo | 11 758 | 0 | 10 394 | 0 |
| Stortingen exclusief commissies | 391 | 0 | 433 | 0 |
| Uitbetaalde voorzieningen | -1 035 | 0 | -948 | 0 |
| Gecrediteerde interest | 336 | 0 | 195 | 0 |
| Kosten van winstdeling | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wisselkoersverschillen | 1 | 0 | -4 | 0 |
| Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijziging in consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | -1 057 | 0 | -551 | 0 |
| Eindsaldo | 10 394 | 0 | 9 518 | 0 |
* De wijziging in de voorziening voor niet-verdiende premies in 2013 betreft de erkenning van de premies over de volledige contractuele looptijd van het contract versus de eerste vervaldag. Dat betreft alleen een aanpassing in presentatie ten opzichte van het vorige boekjaar met tegenpost in Overige activa, zonder resultaatsimpact.
• Technische voorzieningen: houden verband met verzekeringscontracten en met beleggingscontracten met een discretionaire winstdeling. • Verplichtingen uit beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling: worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het gaat daarbij meestal om tak 23-contracten. Die nemen we op bij de financiële verplichtingen (zie Toelichting 18).
tract, en wordt in een aantal gevallen gecorrigeerd voor wettelijke bepalingen en interne beleidsbeslissingen.
| (in miljoenen euro) | Voorzie ningen voor herstructu rering |
Voorzienin gen voor belastingen en lopende rechts geschillen |
Overige | Subtotaal | Voorzieningen voor verbin teniskredieten buiten balans |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2012 | ||||||
| Beginsaldo | 27 | 695 | 78 | 800 | 89 | 889 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Bedragen aangelegd | 20 | 32 | 18 | 70 | 157 | 227 |
| Bedragen gebruikt | -8 | -379 | -7 | -394 | -4 | -398 |
| Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid |
-7 | -21 | -2 | -31 | -114 | -145 |
| Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige mutaties | -9 | -21 | 19 | -12 | -36 | -47 |
| Eindsaldo | 23 | 305 | 105 | 433 | 92 | 526 |
| 2013 | ||||||
| Beginsaldo | 23 | 305 | 105 | 433 | 92 | 526 |
| Mutaties met resultaatsimpact | ||||||
| Bedragen aangelegd | 5 | 17 | 22 | 44 | 63 | 107 |
| Bedragen gebruikt | -9 | -13 | -2 | -24 | -9 | -33 |
| Bedragen teruggenomen wegens overtolligheid |
0 | -2 | -4 | -7 | -59 | -66 |
| Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten |
0 | 0 | ||||
| Wijzigingen in de consolidatiekring | 0 | 0 | -6 | -7 | 0 | -6 |
| Overige mutaties | 1 | -14 | -17 | -31 | 25 | -5 |
| Eindsaldo | 20 | 292 | 98 | 409 | 114 | 523 |
gelijk of onwaarschijnlijk). Voor de dossiers met risico-inschatting waarschijnlijk verlies leggen we voorzieningen aan (zie Toelichtingen bij de grondslagen voor financiële verslaggeving). Als de vordering maar als mogelijk wordt ingeschat (de dossiers met risico-inschatting mogelijk verlies), leggen we geen voorzieningen aan, maar geven we een toelichting in de jaarrekening als ze een betekenisvolle invloed zouden kunnen hebben op de balans (dat is als de vordering kan leiden tot een mogelijke uitstroom van meer dan 25 miljoen euro). Alle andere vorderingen (met risico-inschatting onwaarschijnlijk verlies), ongeacht hun orde van grootte, die maar een gering of geen risico vertonen, hoeven niet te worden vermeld. De belangrijkste dossiers sommen we hierna op. We houden de informatie beperkt om de positie van de groep in lopende rechtszaken niet te hinderen.
van alle uitstaande derivatentransacties. LBF betwist daarbij onder meer de waarderingsmethodologie die KBC Bank toepaste en beweert in een ingebrekestelling van 21 december 2012 dat het verschuldigde nettobedrag onder de ISDA-kaderovereenkomst 58,1 miljoen dollar bedraagt, te betalen aan LBF, plus interest ten bedrage van 52,8 miljoen dollar vanaf september 2008. KBC Bank is van oordeel dat het over verschillende argumenten beschikt om de gehanteerde waarderingsmethode te verdedigen en betwist daarnaast met klem de door LBF gehanteerde interestvoet. Op 25 september 2013 werd KBC gedagvaard door LBF in London, waarbij LBF de vordering van 58,1 miljoen dollar instelde, verhoogd met 57 miljoen dollar interesten, zoals berekend tot eind maart 2013. KBC heeft een beknopt schriftelijk verweer neergelegd bij de rechtbank en daarop zou LBF medio maart moeten repliceren. LBF verkreeg daarvoor inmiddels uitstel. De procedure in het VK voorziet erin dat er tussentijds stukken worden uitgewisseld en dat de rechter een case management conference (CMC) organiseert. Die procedurestappen zijn nog niet bepaald. Het eigenlijke proces zal ten vroegste een jaar na de CMC plaatsvinden. Er is een gepaste voorziening aangelegd voor dit risico.
rechtbank voor gemeenrechtelijke valsheid in geschriften, gemeenrechtelijk en fiscaal gebruik van valse stukken. De Belgische staat heeft beroep aangetekend bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Er is nog altijd geen rechtsdag vastgesteld. Een voorziening van 31,4 miljoen euro is aangelegd om de mogelijke invloed van eisen tot schadevergoeding in dat verband op te vangen. De overdracht van een kasgeldvennootschap is op zichzelf een volledig wettelijke transactie. Desondanks is achteraf gebleken dat sommige kopers te kwader trouw handelden, aangezien ze helemaal niet investeerden en geen belastingaangiften indienden voor de kasgeldvennootschappen die ze hadden aangekocht. KBC Bank en KB Consult namen onmiddellijk de nodige maatregelen om verder zakendoen met die partijen stop te zetten. Een verwijzing naar de correctionele rechtbank houdt geen enkele veroordeling in van een KBC-entiteit en KBC voert zijn verdediging ten volle in die zaken, onder meer op grond van de wettelijke niet-strafbaarheid van de rechtspersoon in de betrokken periode van de feiten, maar vooral omdat ieder strafrechtelijk opzet door KBC volledig ontbrak.
maar goedgekeurd in de loop van september 2013. Daar de overeenkomst van dading voorziet in een aantal voorafgaand te vervullen opschortende voorwaarden, en partijen een termijn toegekend krijgen van zes maanden om die te vervullen, zal de betaling in uitvoering van de dading pas in 2014 plaatsvinden. De bestaande voorziening werd voor 2013 dan ook gehandhaafd.
| (in miljoenen euro) 31-12-2012 |
31-12-2013 |
|---|---|
| Totaal 3 598 |
3 025 |
| Indeling naar type | |
| Werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen 913 |
398 |
| Deposito's van herverzekeraars 71 |
80 |
| Toe te rekenen kosten (andere dan van rente-uitgaven i.v.m. financiële verplichtingen) 530 |
405 |
| Overige 2 083 |
2 143 |
• Meer informatie over pensioenverplichtingen: zie Toelichting 38 (noteer dat het in Toelichting 37 opgenomen bedrag van werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen een ruimere scope betreft dan de in Toelichting 38 opgenomen bedragen).
| TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN Aansluiting van brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen Brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het begin van het jaar 1 823 2 191 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 94 108 Rentekosten 74 53 Wijziging in de pensioenregeling Actuariële winst of verlies ten gevolge van wijzigingen in demografische veronderstellingen 4 -93 Actuariële winst of verlies ten gevolge van wijzigingen in financiële veronderstellingen 347 -110 Pensioenkosten toegerekend aan verstreken dienstjaren 0 -2 Betaalde uitkeringen -127 -119 Wisselkoersverschillen 4 0 Inperkingen -6 0 Overdracht i.v.m. IFRS 5 -16 0 Veranderingen in de consolidatiekring 0 0 Overige -4 5 Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het einde van het jaar 2 191 2 034 Aansluiting van de reële waarde van fondsbeleggingen Reële waarde van fondsbeleggingen aan het begin van het jaar 1 557 1 765 Feitelijk rendement op fondsbeleggingen 218 60 61 43 Verwacht rendement op fondsbeleggingen 113 85 Bijdragen van de werkgever Bijdragen van de deelnemers aan de regeling 20 23 Betaalde uitkeringen -127 -119 Wisselkoersverschillen 3 1 Afwikkelingen -2 1 Overdracht i.v.m. IFRS 5 -13 0 Veranderingen in de consolidatiekring 0 0 Overige -3 1 Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde van het jaar 1 765 1 818 Waarvan financiële instrumenten uitgegeven door de groep 0 10 Waarvan vastgoed in eigendom van KBC 11 11 Financieringsstatus -425 -216 Fondsbeleggingen meer dan brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen Restitutierecht 0 0 Begrenzing van het financieringsplafond 0 0 Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -425 -216 Mutatie in de nettoverplichting of het nettoactief -265 -425 Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het begin van het jaar In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen -80 -94 Niet in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen -198 206 113 85 Bijdragen van de werkgever Wisselkoersverschillen 0 -1 Overdracht i.v.m. IFRS 5 1 0 Veranderingen in de consolidatiekring -4 0 Overige 8 14 Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het einde van het jaar -425 -216 In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen 82 94 94 108 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten Pensioenkosten toegerekend aan verstreken dienstjaren 0 -3 Rentekosten 12 11 Bijdragen van de bij het plan aangesloten werknemers -20 -22 Inperkingen -5 0 Afwikkelingen 2 0 Veranderingen in de consolidatiekring -1 0 |
(in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) 31-12-2012 |
31-12-2013 | |
|---|---|---|
| Wijzigingen van de niet in winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen | 198 | -206 |
| Actuariële winst of actuarieel verlies ten gevolge van wijzigingen in demografische veronderstellingen | 4 | -93 |
| Actuariële winst of actuarieel verlies ten gevolge van wijzigingen in financiële veronderstellingen | 347 | -110 |
| Actuariële resultaten op fondsbeleggingen | -160 | -17 |
| Ervaringsaanpassingen | 0 | -5 |
| Overige | 7 | 19 |
| Voornaamste gehanteerde actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden) | ||
| Disconteringsvoet | 2,3% | 3,0% |
| Verwacht percentage van loonsverhoging | 3,1% | 3,1% |
| Verwacht percentage inflatie | 2,0% | 2,0% |
| TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN | ||
| Kosten voor toegezegdebijdrageregelingen | 1 | 1 |
risstijgingen van de aangeslotenen (dynamisch beheer). De activa van het pensioenplan worden afgezonderd van de activa van de bank. Werknemers van KBC Finance Ireland en KBC Bank Dublin zijn eveneens aangesloten bij dit pensioenplan. De pensioenprestatie wordt berekend op basis van een wiskundige formule die rekening houdt met de leeftijd, het salaris en de periode van aansluiting.
• Verwacht rendement op beleggingen: bepalen we op basis van de rente van specifieke investeringen, rekening houdend met een gedetailleerde nieuwe strategische assetallocatie voor de beheerde vermogens.
ROA = (W x LDI-rente T) + (X x corp-rente T) + (Y x (gov-rente T + 3%)) + (Z x (gov-rente T +1,75%)), waarbij:
LDI-rente = 2 x euroswaprente T - 1 x zesmaandelijkse euroswaprente gov-rente = OLO-rente T
corp-rente = euroswaprente T + corporate spread
De risicopremies, respectievelijk 3% en 1,75%, zijn gebaseerd op het verwachte langetermijnrendement van aandelen en vastgoed.
| Bijkomende informatie pensioenverplichtingen (in miljoenen euro) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Ontwikkeling belangrijkste elementen uit hoofdtabel | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
| Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen | 1 997 | 1 645 | 1 823 | 2 191 | 2 034 |
| Reële waarde van fondsbeleggingen | 1 529 | 1 439 | 1 557 | 1 765 | 1 818 |
| Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten | -512 | -437 | -372 | -425 | -216 |
| Invloed wijziging gebruikte veronderstellingen voor actuariële bereke ning van planactiva en brutoverplichtingen* |
2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |
| Invloed op planactiva | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Invloed op brutoverplichtingen | -18 | -84 | -76 | 213 | -85 |
* Uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen. Plus bij een positieve invloed, min bij een negatieve invloed; betreft de in het bovenstaande deel vermelde pensioenregelingen samen.
| Bijkomende informatie pensioenverplichtingen | |||
|---|---|---|---|
| KBC Pensioenfonds | Groepsverzekering KBC Verzekeringen |
Pensioenplan KBC Bank Ireland |
|
| Samenstelling 31-12-2012 | |||
| aandelen | 36% | 4% | 64% |
| obligaties | 48% | 96% | 6% |
| vastgoed | 10% | 0% | 2% |
| liquiditeiten | 6% | 0% | 28% |
| Samenstelling 31-12-2013 | |||
| aandelen | 40% | 10% | 57% |
| obligaties | 44% | 90% | 32% |
| vastgoed | 12% | 0% | 2% |
| liquiditeiten | 4% | 0% | 9% |
| Waarvan illiquide activa | 12% | 0% | 2% |
| Verwachte bijdragen in 2014 | |||
| (in miljoenen euro) | 98 | 3 | 1 |
| Aard van de voordelen van het pensioenplan | Kapitaal op pensioenleeftijd. Overlijdenskapitaal ingevolge overlijden tijdens actieve dienst. |
Kapitaal op pensioenleeftijd. | Levenslange annuïteit op pensioenleeftijd. Pensioenfonds is afgesloten op 30 |
| Maandelijkse rente ingevolge arbeidsongeschiktheid. |
augustus 2012. Verworven prestaties worden dynamisch beheerd. |
||
| Wetgevend kader | Pensioenplannen zijn opgenomen in de CAO's en worden omgezet in een pensioenreglement. Jaarlijkse rapportering van de financieringsniveaus aan de controleautoriteiten (FSMA/NBB). In geval van onderfinanciering rappor tering aan controleautoriteiten. |
Gereguleerd door Ierse Pensions Board. Jaarlijkse berekening van financieringsniveau, driejaarlijkse certificatie van financieringsniveau. In geval van onderfinanciering rap portering aan Ierse Pensions Board. |
|
| Verantwoordelijkheden van KBC | Adequate bijdragen betalen conform financieringsovereenkomst van het plan. Verantwoordelijk voor de financiering van het pensioenplan. Jaarlijks pensioenfiche bezorgen aan aangeslotenen. |
Adequate bijdragen betalen conform financieringsovereenkomst van het plan. |
|
| Risico's voor KBC | Investeringsrisico en inflatierisico | Investeringsrisico | |
| Asset liability-beleid | Hedgingportefeuille dekt renterisico en inflatierisico af d.m.v. renteswaps. Returnportefeuille beoogt extra opbrengst te genereren. |
Investeringen in leveraged LDI pooled-fondsen en grotere diversifi catie met afbouw van blootstelling aan aandelen. |
|
| Planwijzigingen | Het pensioenplan Gevaert is samengevoegd met het KBC Main Fund Plan. Verdisconteringsmethodologie is gewijzigd van yield-curve naar zero coupon-curve. |
De beheerders beslisten de pen sioenprestaties van de aangesloten werknemers te verminderen met 0,6% voor de jaren 2011-2013 ter verrekening van de heffing op de pensioenprestatie ingevoerd door de Ierse overheid. |
|
| Financiering | Bijdragen aan het plan berekend volgens de Projected Unit-methode. | Bijdragen aan het plan worden bere kend volgens Projected Unit-me thode. Pensioenfonds is afgesloten op 30 augustus 2012. Geen verdere opbouw van toekomstige dienstjaren. |
|
| Inperkingen en afwikkelingen | Fidea is sedert 1 januari 2014 niet langer aangesloten bij het KBC Pensioen geïntegreerd in KBC Bank. Op 1 juli 2013 werd KBC Global Services geliqui |
fonds. Alle pensioenrechten en -verplichtingen zijn overgedragen naar het Delta Lloyd-pensioenfonds. Sedert 1 maart 2013 is KBC Private Equity geen deelnemer meer van het KBC Pensioenfonds, omdat op die datum alle werknemers van KBC Private Equity hetzij uit dienst gegaan hetzij ge transfereerd zijn naar KBC Securities. In de loop van 2013 is KBC Vastgoed deerd. Alle werknemers evenals hun pensioenrechten zijn overgedragen naar KBC Groep. |
Niet van toepassing. |
| Verdisconteringsmethodologie | een zero coupon-curve. Vanaf jaar 16 wordt extrapolatie toegepast en vanaf | Vertrekpunt zijn Iboxx-noteringen van diverse tijdsbuckets van bedrijfs obligaties met AA-rating. De bekomen yield-curve wordt omgevormd tot 20 jaar krijgen we een vlakke curve. |
De Mercer-methodologie vertrekt van een eigen samengestelde korf van bedrijfsobligaties met AAA- en AA en A-ratings. Van de noteringen van bedrijfsobligaties met A-rating wordt een spread afgetrokken om tot een soort equivalente bedrijfsobligatie met AA-rating te komen. Na omzet ting naar zero coupon-formaat met extrapolatie voor lange looptijden wordt finaal de equivalente verdis conteringsvoet bepaald. |
| Bijkomende informatie pensioenverplichtingen | |||
|---|---|---|---|
| KBC Pensioenfonds | Groepsverzekering KBC Verzekeringen |
Pensioenplan KBC Bank Ireland |
|
| Voornaamste actuariële veronderstellingen | |||
| Gemiddelde verdisconteringsvoet | 2,98% | 2,68% | 4,00% |
| Verwachte salarisstijging | 3,10% | 3,02% | 2,90% |
| Verwachte inflatie | 2,00% | 2,00% | 1,90% |
| Verwachte stijging van de pensioenen | – | – | 1,90% |
| Gemiddelde looptijd van de verplichtingen | 14,1 jaar | 12,92 jaar | 18 jaar |
| Gewogen gemiddelde duration verplichtingen | 10,99 jaar | 12,47 jaar | 24 jaar |
| Invloed wijziging gebruikte veronderstellingen voor actuariële berekening brutoverplichtingen |
|||
| Stijging van de brutoverplichting op 31-12-2013 als gevolg van: |
|||
| 1% daling in de verdisconteringsvoet | 11,46% | 10,22% | 27,75% |
| 1% stijging in de verwachte inflatie | 9,95% | 8,87% | 23,77% |
| 1% hoger dan verwachte salarisstijging bovenop inflatie |
12,24% | 12,98% | 9,90% |
| Pensioenleeftijd 65 jaar (i.p.v. 63 jaar) voor alle actieven |
1,88% | -3,40% | – |
| Stijging levensverwachting met 1 jaar | – | – | 2,37% |
| De sensitiviteit van de volgende veronderstellingen is niet berekend: |
betaalt altijd een kapitaal uit, langlevenrisico is immaterieel. Impact van personeelsverloop: het verwachte personeelsverloop situeert zich op een |
Impact van dalende sterftecijfers: pensioenfonds zeer laag niveau. |
Niet van toepassing. |
| Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten | |
|---|---|
| 31-12-2012 | 31-12-2013 |
| 416 967 355 | 417 364 358 |
| 416 967 355 | 417 364 358 |
| 302 | 802 |
| 0 | 0 |
| 118 644 067 | 79 096 044 |
| 3,48 | 3,48 |
| 0 | 0 |
| Niet-stemrechtverlenende | |
| Gewone aandelen | kernkapitaaleffecten |
| 357 980 313 | 220 338 982 |
| 58 987 042 | – |
| – | -101 694 915 |
| 416 967 355 | 118 644 067 |
| 416 967 355 | 118 644 067 |
Terugbetaling kernkapitaaleffecten – -39 548 023 Eindsaldo 417 364 358 79 096 044
gekocht. De begunstigden van die trust preferred securities zijn institutionele beleggers. De trust preferred securities zijn niet opgenomen onder Eigen vermogen van de aandeelhouders, maar onder Belangen van derden: ze voldoen aan de IAS 32-definitie van een eigenvermogensinstrument, maar aangezien die instrumenten geen eigendom zijn van de aandeelhouders, werden ze als belangen van derden voorgesteld. De structuur en voorwaarden vindt u in de relevante offering memoranda, die beschikbaar zijn op www.kbc.com.
• Kernkapitaalinstrumenten: sinds eind 2008 gaf KBC Groep NV 7 miljard euro aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit waarop de Belgische en de Vlaamse overheid (elk voor 3,5 miljard euro) intekenden. De overige kenmerken van de transacties vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaal- en garantieoperaties met de overheid in 2008 en 2009. Op 2 januari 2012 betaalde KBC 0,5 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische overheid (op de balans op 31 december 2011). Op 17 december 2012 betaalde KBC 3 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische overheid (op de balans op 31 december 2012). Op 3 juli 2013 betaalde KBC 1,17 miljard euro plus een premie van 50% terug aan de Vlaamse overheid (op de balans op 31 december 2013). KBC streeft ernaar om het resterend saldo van 2,33 miljard euro (+ premies) in zeven gelijke bedragen van 0,33 miljard euro (+ premies) terug te betalen tussen 2014 en 2020, of vroeger (onderworpen aan de gebruikelijke goedkeuring van de toezichthouder). Begin januari 2014 betaalde de groep daarvan alvast 0,33 miljard euro plus een premie van 50% terug.
| (in miljoenen euro) 31-12-2012 |
31-12-2013 |
|---|---|
| Niet-opgenomen deel van committed kredietlijnen | |
| Verstrekt 27 802 |
24 514 |
| Onherroepelijk 16 440 |
16 141 |
| Herroepelijk 11 362 |
8 373 |
| Ontvangen 53 |
91 |
| Financiële garanties | |
| Verstrekt 11 053 |
10 397 |
| Ontvangen garanties en zekerheden 37 607 |
36 954 |
| Voor impaired of achterstallige activa 2 716 |
2 807 |
| Voor activa die niet impaired noch achterstallig zijn 34 891 |
34 147 |
| Andere verbintenissen | |
| Verstrekt 116 |
7 |
| Onherroepelijk 116 |
7 |
| Herroepelijk 0 |
0 |
| Ontvangen 0 |
0 |
| Boekwaarde van financiële activa door KBC als waarborg gegeven | |
| Voor verplichtingen* 20 811 |
25 655 |
| Voor eventuele verplichtingen 5 413 |
2 657 |
* Eind 2013 waren ongeveer 8,1 miljard euro woningkredieten en cashcollecties ingeschreven in het register van de dekkingswaarden van het bijzonder vermogen van het covered bond-programma (eind 2012: 3,5 miljard euro). Meer informatie over covered bonds vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, bij Liquiditeitsrisico.
nomen.
• Voor de aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar – zie tabel) bestaat de verplichting die terug te geven in hun oorspronkelijke vorm, of eventueel in geldmiddelen. Waarborgen kunnen worden opgeëist als kredieten worden beëindigd om verschillende redenen, zoals wanbetaling en faillissement. Bij faillissement verkoopt de curator de waarborgen. In de andere gevallen regelt de bank zelf de uitwinning of neemt ze de waarborgen in eigendom. Ontvangen waarborgen met betrekking tot OTC-derivaten betreffen vooral geldmiddelen die door KBC worden erkend op de balans (en niet in de tabel zijn opgenomen). Meer informatie vindt u in Toelichting 22.
| Aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar) (in miljoenen euro) |
Reële waarde van ontvangen waarborgen |
Reële waarde van verkochte of doorverpande waarborgen |
||
|---|---|---|---|---|
| 31-12-2012 | 31-12-2013 | 31-12-2012 | 31-12-2013 | |
| Financiële activa | 8 248 | 8 818 | 4 755 | 6 603 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 7 | 2 | 0 | 0 |
| Schuldinstrumenten | 8 046 | 8 630 | 4 755 | 6 603 |
| Leningen en voorschotten | 195 | 185 | 0 | 0 |
| Liquiditeiten | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere activa | 3 | 2 | 0 | 0 |
| Materiële vaste activa | 3 | 2 | 0 | 0 |
| Vastgoedbeleggingen | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarborgen in eigendom genomen (in miljoenen euro) 31-12-2012 |
31-12-2013 |
|---|---|
| Vaste activa aangehouden voor verkoop 0 |
2 |
| Materiële vaste activa 0 |
0 |
| Vastgoedbeleggingen 2 |
1 |
| Eigenvermogensinstrumenten en schuldpapier 0 |
0 |
| Geldmiddelen 167 |
173 |
| Overige 29 |
25 |
| Totaal 197 |
201 |
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
|---|---|---|
| Vorderingen financiële leasing | ||
| Bruto-investering in financiële leasing, vordering | 4 791 | 4 652 |
| Tot 1 jaar | 1 208 | 1 119 |
| Meer dan 1 jaar tot 5 jaar | 2 342 | 2 320 |
| Meer dan 5 jaar | 1 241 | 1 213 |
| Niet-verdiende toekomstige financieringsinkomsten met betrekking tot financiële leasing | 678 | 651 |
| Netto-investering in financiële leasing | 4 110 | 4 044 |
| Tot 1 jaar | 1 054 | 978 |
| Meer dan 1 jaar tot 5 jaar | 2 060 | 2 046 |
| Meer dan 5 jaar | 996 | 1 020 |
| Waarvan niet-gegarandeerde restwaarden voor de leasinggever | 33 | 22 |
| Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen voor oninbare leasingvorderingen | 174 | 137 |
| Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening | 119 | 105 |
| Vorderingen operationele leasing | ||
| Toekomstige minimaal te ontvangen leasingbetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leasing | 428 | 429 |
| Tot 1 jaar | 136 | 135 |
| Meer dan 1 jaar tot 5 jaar | 271 | 277 |
| Meer dan 5 jaar | 21 | 17 |
| Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening | 0 | 1 |
• Er zijn geen belangrijke gevallen waarin KBC optreedt als leasingnemer in operationele en financiële leasing.
van leasing van uitrusting en voertuigen tot vastgoedleasing. Financiële leasing wordt in België typisch door het kantorennetwerk van de KBCgroep aangeboden. Ook in Centraal-Europa wordt dat model steeds belangrijker.
• Operationele leasing: betreft hoofdzakelijk fullserviceverhuur van auto's. Die service bieden we aan zowel via het kantorennetwerk van KBC Bank en CBC Banque als via een intern verkoopteam. Ook in Centraal-Europa ontwikkelen we de fullserviceverhuur verder.
| 2012 | 2013 | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Transacties met verbonden partijen, exclusief key management (in miljoenen euro) 230 Jaarverslag KBC 2013 |
tschappijen Dochtermaa |
appijen de maatsch Geassocieer |
es Joint ventur |
Belgische st aat |
west Vlaams Ge |
Overige | Totaal | tschappijen Dochtermaa |
appijen de maatsch Geassocieer |
es Joint ventur |
west Vlaams Ge |
Overige | Totaal |
| Activa | 248 | 183 | 123 | 29 263 | 750 | 1 229 | 31 796 | 299 | 118 | 28 | 852 | 44 | 1 341 |
| Leningen en voorschotten | 98 | 132 | 83 | 0 | 0 | 1 227 | 1 541 | 85 | 55 | 18 | 0 | 41 | 199 |
| Voorschotten in rekening-courant | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 440 | 441 | 0 | 0 | 0 | 0 | 8 | 8 |
| Termijnkredieten | 97 | 131 | 83 | 0 | 0 | 787 | 1 099 | 85 | 55 | 18 | 0 | 33 | 190 |
| Financiële leasing | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Afbetalingskredieten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Hypotheekleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eigenvermogensinstrumenten | 96 | 32 | 26 | 0 | 0 | 0 | 155 | 131 | 39 | 5 | 0 | 0 | 176 |
| Voor handelsdoeleinden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Voor beleggingsdoeleinden | 96 | 32 | 26 | 0 | 0 | 0 | 155 | 131 | 39 | 5 | 0 | 0 | 175 |
| Overige vorderingen | 53 | 19 | 14 | 29 263 | 750 | 2 | 30 100 | 83 | 24 | 5 | 852 | 3 | 967 |
| Verplichtingen | 657 | 134 | 35 | 426 | 0 | 85 | 1 337 | 535 | 124 | 15 | 0 | 146 | 820 |
| Deposito's | 656 | 126 | 35 | 0 | 0 | 83 | 900 | 531 | 14 | 15 | 0 | 142 | 702 |
| Deposito's | 656 | 126 | 35 | 0 | 0 | 83 | 900 | 528 | 14 | 15 | 0 | 142 | 700 |
| Overige | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 |
| Andere financiële verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Schuldbewijzen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Achtergestelde schulden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Share-based payments, toegestaan | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Share-based payments, uitgeoefend | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige verplichtingen | 1 | 8 | 0 | 426 | 0 | 2 | 437 | 4 | 110 | 0 | 0 | 4 | 118 |
| Winst-en-verliesrekening | -8 | -5 | 6 | 950 | 35 | 36 | 1 013 | 11 | -4 | 6 | 25 | 26 | 64 |
| Nettorente-inkomsten | 0 | -1 | 2 | 950 | 35 | 42 | 1 028 | 5 | -1 | 0 | 25 | 31 | 60 |
| Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dividendinkomsten | 1 | 3 | 4 | 0 | 0 | 0 | 7 | 0 | 2 | 6 | 0 | 0 | 8 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 1 | -2 | 0 | 0 | 0 | -1 | -3 | 2 | -1 | 0 | 0 | 0 | 2 |
| Overige netto-inkomsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 22 | 0 | 0 | 0 | 0 | 22 |
| Algemene beheerskosten | -11 | -4 | 0 | 0 | 0 | -4 | -19 | -18 | -4 | 0 | 0 | -5 | - 27 |
| Garanties | |||||||||||||
| Garanties gegeven door de groep | 0 | 0 | |||||||||||
| Garanties ontvangen door de groep | 0 | 0 | |||||||||||
| Transacties met key management (leden Raad van Bestuur en Directiecomité van KBC Groep NV) (in miljoenen euro)* | 2012 | 2013 |
|---|---|---|
| Totaal* | 11 | 10 |
| Indeling naar type bezoldiging | ||
| Kortetermijnpersoneelsbeloningen | 9 | 9 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 2 | 1 |
| Toegezegdpensioenregelingen | 2 | 1 |
| Toegezegdebijdrageregelingen | 0 | 0 |
| Andere langetermijnpersoneelsbeloningen | 0 | 0 |
| Vergoedingen bij uitdiensttreding | 0 | 0 |
| Betalingen in aandelen | 0 | 0 |
| Aandelenopties, in eenheden | ||
| Aan het begin van het jaar | 20 300 | 0 |
| Toegestaan | 0 | 0 |
| Uitgeoefend | -3 000 | 0 |
| Verandering samenstelling | -17 300 | 0 |
| Aan het einde van het jaar | 0 | 0 |
| Voorschotten en leningen toegestaan aan key management en partners | 1 | 3 |
* Bedragen van de bezoldiging van bestuurders of partners van de consoliderende onderneming, op grond van hun werkzaamheden in de consoliderende onderneming, haar dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, met inbegrip van het bedrag van aan gewezen bestuurders of zaakvoerders op die grond toegekende rustpensioenen.
en Vlaamse overheid: zie deel Overige informatie. Noteer:
KBC Groep NV en zijn dochtervennootschappen samen betaalden in 2013 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 10 228 937 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten (in 2012: 13 114 829 euro). Voor de overige diensten werd in 2013 een vergoeding betaald van 1 108 435 euro (in 2012: 2 580 042 euro), verdeeld als volgt: andere controleopdrachten: 843 664 euro; belastingadviesopdrachten: 50 994 euro; andere opdrachten buiten de revisoraatsopdrachten: 213 777 (in 2012 respectievelijk 1 214 912, 183 927 en 1 181 203 euro).
De juridische structuur van de groep bestaat in essentie uit KBC Groep NV (inclusief het voormalige KBC Global Services) die twee grote vennootschappen controleert: KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. Elk van die vennootschappen bezit een aantal dochter- en kleindochtermaatschappijen. De belangrijkste daarvan sommen we op in de tabel.
| Geregistreerde | Percentage aan deelhouderschap |
Divisie (voor resultaats |
||
|---|---|---|---|---|
| Onderneming | zetel | op groepsniveau | intelling)* | Activiteit |
| KBC BANK | ||||
| Integraal geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| Antwerpse Diamantbank NV (verkoopovereenkomst getekend) | Antwerpen – BE | 100,00 | GR | Kredietinstelling |
| CBC Banque SA | Brussel – BE | 100,00 | B | Kredietinstelling |
| CIBANK EAD | Sofia – BG | 100,00 | IM | Kredietinstelling |
| CˇSOB a.s. (Tsjechië) | Praag – CZ | 100,00 | CR | Kredietinstelling |
| CˇSOB a.s. (Slowakije) | Bratislava – SK | 100,00 | IM | Kredietinstelling |
| KBC Asset Management NV | Brussel – BE | 100,00 | B | Assetmanagement |
| KBC Bank NV | Brussel – BE | 100,00 | B/GR | Kredietinstelling |
| KBC Bank Deutschland AG (verkoopovereenkomst getekend) | Bremen – DE | 100,00 | GR | Kredietinstelling |
| KBC Bank Funding LLC & Trust (groep) | New York – US | 100,00 | GR | Uitgifte van preferente aandelen |
| KBC Bank Ireland Plc | Dublin – IE | 100,00 | IM | Kredietinstelling |
| KBC Commercial Finance NV | Brussel – BE | 100,00 | B | Factoring |
| KBC Credit Investments NV | Brussel – BE | 100,00 | B/GR | Investeringen in kredietgerelateerde effecten |
| KBC Finance Ireland | Dublin – IE | 100,00 | GR | Kredietverlening |
| KBC Financial Products (groep) | Diverse locaties | 100,00 | GR | Aandelen- en derivatenhandel |
| KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV | Rotterdam – NL | 100,00 | GR | Uitgifte van obligaties |
| KBC Lease (groep) | Diverse locaties | 100,00 | B/GR | Leasing |
| KBC Securities NV | Brussel – BE | 100,00 | B | Beursmakelaar, corporate finance |
| K&H Bank Rt. | Boedapest – HU | 100,00 | IM | Kredietinstelling |
| KBC VERZEKERINGEN | ||||
| Integraal geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| ADD NV | Heverlee – BE | 100,00 | B | Verzekeringsmaatschappij |
| CˇSOB Pojišt'ovna, Tsjechië | Pardubice – CZ | 100,00 | CR | Verzekeringsmaatschappij |
| CˇSOB Poist'ovnˇ a a.s., Slowakije | Bratislava – SK | 100,00 | IM | Verzekeringsmaatschappij |
| DZI Insurance | Sofia – BG | 100,00 | IM | Verzekeringsmaatschappij |
| Groep VAB | Zwijndrecht – BE | 95,00 | B | Autobijstand |
| K&H Insurance Rt. | Boedapest – HU | 100,00 | IM | Verzekeringsmaatschappij |
| KBC Group Re SA | Luxemburg – LU | 100,00 | B/GR | Verzekeringsmaatschappij |
| KBC Verzekeringen NV | Leuven – BE | 100,00 | B/GR | Verzekeringsmaatschappij |
| Evenredig geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| NLB Vita d.d. | Ljubljana – SI | 50,00 | GR | Verzekeringsmaatschappij |
| KBC GROEP NV (overige directe dochterondernemingen) | ||||
| Integraal geconsolideerde dochterondernemingen | ||||
| KBC Groep NV | Brussel – BE | 100,00 | GR | Holding en kostendelende structuur |
* Divisie waar resultaat wordt ingeteld. B= België; CR= Tsjechië, IM=Internationale Markten, GR=Groepscenter
• Zoals bepaald in de grondslagen voor financiële verslaggeving passen we de methode van integrale consolidatie toe voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent. Voor de beoordeling of SPV's al dan niet moeten worden geconsolideerd, hanteert KBC de principes zoals uiteengezet in SIC12. Bovendien hanteert KBC materialiteitsdrempels voor opname in consolidatie. Een onderneming die in aanmerking komt voor consolidatie nemen we ook werkelijk in consolidatie op als twee van de volgende criteria worden overschreden: (a) het deel van de groep in het eigen vermogen > 2,5 miljoen euro, (b) het deel van de groep in het resultaat > 1 miljoen euro, (c) het balanstotaal > 100 miljoen euro. Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal. Voor een aantal SPV's is maar een van die drie criteria overschreden, waardoor (zolang het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen niet meer bedraagt dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal) ze de facto niet worden geconsolideerd. Het betreft voornamelijk SPV's opgericht in het kader van de CDO-activiteiten. Noteer dat die SPV's maar een materialiteitsdrempel overschrijden (balanstotaal), aangezien ze altijd een zeer beperkt eigen vermogen en nettoresultaat hebben. De CDO-gerelateerde resultaten zitten bij KBC Financial Products, dat uiteraard wel wordt geconsolideerd. Niet-consolidatie van die SPV's heeft dan ook alleen een invloed op de geconsolideerde balanspresentatie en niet op het eigen vermogen, het resultaat of de solvabiliteit.
• Volledige lijst van de vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen: zie www.kbc.com.
| Directe moeder | Consolidatie | Percentage aandeelhouderschap op | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Onderneming | maatschappij | methode | groepsniveau | Commentaar | |
| 31-12-2012 | 31-12-2013 | ||||
| Toevoegingen | |||||
| Geen | |||||
| Afstotingen | |||||
| Gedeconsolideerd op 30 juni 2012 als | |||||
| TUIR WARTA SA | KBC Verzekeringen NV | Integraal | – | – | gevolg van verkoop |
| KBL EPB (groep) | KBC Groep NV | Integraal | – | – | Gedeconsolideerd op 30 juni 2012 als gevolg van verkoop |
| Kredyt Bank SA | KBC Bank NV | Integraal | – | – | Gedeconsolideerd op 31 december 2012 als gevolg van fusie met Bank Zachodni |
| KBC Private Equity NV | KBC Bank NV | Integraal | 100,00% | – | Gedeconsolideerd in 1kw2013 wegens immaterialiteit |
| Nova Ljubljanska banka d.d. | KBC Bank NV | Vermogensmutatie | 22,04% | – | Gedeconsolideerd op 31 december 2012 wegens verkoop in 1kw2013 |
| Absolut Bank | KBC Bank | Integraal | 99,00% | – | Gedeconsolideerd op 31 maart 2013 wegens verkoop in 2kw2013 |
| KBC Banka A.D. | KBC Verzekeringen NV | Integraal | 100,00% | – | Gedeconsolideerd midden december 2013 wegens verkoop in 4kw2013 |
| Naamsveranderingen | |||||
| Geen | |||||
| Wijzigingen in percentage aandeelhouderschap en interne fusies | |||||
| Groep VAB NV | KBC Verzekeringen NV | Integraal | 79,81% | 95,00% | Verhoging participatie in 2kw2013 |
| KBC Real Estate NV | KBC Bank NV | Integraal | 100,00% | – | Fusie met KBC Bank op 1 juli 2012 |
| KBC Global Services NV | KBC Groep NV | Integraal | 100,00% | – | Fusie met KBC Groep NV op 1 juli 2013 |
Als aan alle vijf bovenstaande criteria is voldaan, worden de activa en verplichtingen van die desinvesteringen onder een aparte post van de balans getoond (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten (de referentiecijfers worden, zoals toegestaan door IFRS, niet aangepast)). Als de groepen activa die worden afgestoten bovendien gekwalificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteit, worden de resultaten ervan (ook voor de referentiecijfers) onder één post in de winst-en-verliesrekening getoond (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten).
| Onderneming | Commentaar |
|---|---|
| KBC Bank Deutschland | In september 2013 tekende KBC een overeenkomst over de verkoop van KBC Bank Deutschland aan een groep investeerders bestaande uit Teacher Retirement System of Texas, Apollo Global Management LLC, Apollo Commercial Real Estate Finance Inc. en Grovepoint Capital LLP. Dat zal voor KBC ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrijmaken, voornamelijk door een verlaging van de risicogewogen activa. De transactie leidt tot een verbetering van de solvabiliteitspositie van KBC (Tier 1 onder Basel II) met ongeveer 15 basispunten. De transactie moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouders. |
| Antwerpse Diamantbank | In december 2013 bereikte KBC met Yinren Group uit Sjanghai een akkoord over de verkoop van Antwerpse Diamantbank (ADB). De transactie moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouder. Door die deal maakt KBC ongeveer 0,1 miljard euro kapitaal vrij, voornamelijk door de afbouw van risicogewogen activa. Dat zal uiteindelijk de Tier 1-ratio (Basel II) van KBC doen stijgen met bijna 0,2%. Vóór de afsluiting wordt een deel van de kredietportefeuille van ADB, voornamelijk de kredieten met een hoger risico en de non performing kredieten met een nettoboekwaarde van 0,4 miljard euro, overgedragen aan KBC Bank NV voor normale afwikkeling. Na de afsluiting zal KBC nog voor maximaal twee jaar gewaarborgde financiering ter beschikking stellen aan ADB voor een totaal bedrag van 0,2 miljard euro. |
• Hierna volgt informatie over de invloed van de onder IFRS 5 gekwalificeerde activiteiten.
| (in miljoenen euro) | ||
|---|---|---|
| A BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN | ||
| Winst-en-verliesrekening | 2012 | 2013 |
| Winst-en-verliesrekening KBL EPB | ||
| Nettorente-inkomsten | 55 | 0 |
| Nettoprovisie-inkomsten | 167 | 0 |
| Andere netto-inkomsten | 34 | 0 |
| Totale opbrengsten | 257 | 0 |
| Exploitatiekosten | -220 | 0 |
| Bijzondere waardeverminderingen | -22 | 0 |
| Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen | 0 | 0 |
| Resultaat vóór belastingen | 15 | 0 |
| Belastingen | -8 | 0 |
| Resultaat na belastingen | 7 | 0 |
| Resultaat van verkoopovereenkomst m.b.t. KBL EPB | ||
| Bijzondere waardeverminderingen n.a.v. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten | 25 | 0 |
| Belastingen m.b.t. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten (uitgestelde belastingen) | 0 | 0 |
| Resultaat van verkoop, na belastingen | 25 | 0 |
| Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten | 32 | 0 |
| Kasstroomoverzicht KBL EPB | 2012 | 2013 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten | -1 612 | 0 |
| Nettokassstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten | 8 | 0 |
| Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten | 6 | 0 |
| Nettokasuitstroom/-instroom | -1 597 | 0 |
| Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten KBL EPB | 2012 | 2013 |
| Gewoon | 0,09 | 0,00 |
| Verwaterd | 0,09 | 0,00 |
| Verbintenissen KBL EPB | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
| Nihil (KBL EPB werd midden 2012 gedeconsolideerd) | – | – |
| Derivaten – gecontracteerde bedragen KBL EPB | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
| Nihil (KBL EPB werd midden 2012 gedeconsolideerd) | – | – |
| B VASTE ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN EN VERPLICHTINGEN I.V.M. GROEPEN ACTIVA DIE | ||
| WORDEN AFGESTOTEN (tussen haakjes: waarvan beëindigde bedrijfsactiviteiten) | ||
| Balans | 31-12-2012 | 31-12-2013 |
| Activa | ||
| Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken | 484 (0) | 57 (0) |
| Financiële activa | 6 407 (0) | 3 627 (0) |
| Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille | 0 (0) | 0 (0) |
| Belastingvorderingen | 83 (0) | 49 (0) |
| Investeringen in geassocieerde ondernemingen | 3 (0) | 0 (0) |
| Vastgoedbeleggingen en andere materiële vaste activa | 113 (0) | 22 (0) |
| Goodwill en andere immateriële vaste activa | 14 (0) | 2 (0) |
| Overige activa | 35 (0) | 13 (0) |
| Totaal activa | 7 138 (0) | 3 769 (0) |
| Verplichtingen | ||
| Financiële verplichtingen | 3 657 (0) | 1 977 (0) |
| Technische voorzieningen vóór herverzekering | 0 (0) | 0 (0) |
| Belastingverplichtingen | 12 (0) | 11 (0) |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 9 (0) | 10 (0) |
| Overige verplichtingen | 61 (0) | 28 (0) |
| Totaal verplichtingen | 3 739 (0) | 2 027 (0) |
| Niet-gerealiseerde resultaten | 2012 | 2013 |
| Herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa | 101 (78) | -3 (0) |
| Uitgestelde belastingen op bovenstaande | -27 (-22) | 0 (0) |
| Afdekkingsreserve kasstroomafdekkingen | 7 (0) | 0 (0) |
| Omrekeningsverschillen Totaal |
55 (-4) 136 (52) |
0 (0) -4 (0) |
De vereiste informatie in verband met risico's (IFRS 4 en IFRS 7) en kapitaal (IAS 1) nemen we op in de door de commissaris geauditeerde delen van het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Dat hoofdstuk omvat – bij de informatie over kredietrisico – ook gegevens over het risico inzake overheidsobligaties en informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten.
Gebeurtenissen na balansdatum zijn (positieve of negatieve) gebeurtenissen die voorkomen tussen de balansdatum (31 december 2013) en de datum van goedkeuring tot publicatie van de jaarrekeningen door de Raad van Bestuur en omvatten zowel gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die bewijs leveren van de bestaande toestand op de balansdatum) waardoor in de jaarrekening opgenomen bedragen moesten worden aangepast als gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die wijzen op een toestand die ontstond na de balansdatum), waardoor geen aanpassingen van opgenomen bedragen vereist waren. De eerste soort van gebeurtenissen leidt in principe tot een aanpassing van de jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de gebeurtenis, terwijl de tweede soort in principe alleen de jaarrekening van de volgende periode beïnvloedt.
De belangrijkste gebeurtenissen na balansdatum die niet hebben geleid tot aanpassingen, waren:
• 8 januari 2014: terugbetaling van een tweede schijf staatssteun (0,33 miljard euro + 50% premie) aan de Vlaamse overheid. Bovendien heb-
ben de bevoegde toezichthouders, met de Nationale Bank van België als overkoepelende toezichthouder, hun gezamenlijke Home-Host Capital-besluit genomen voor KBC Groep. KBC Groep werd op de hoogte gebracht van hun verzoek om een permanente minimale (fully loaded) Basel III-kapitaalratio (zonder latente winsten) van 9,25% te respecteren.
Zij kan ook door middel van inschrijving, inbreng, participatie of in welke andere vorm ook deelnemen in alle vennootschappen, bedrijven of instellingen die een gelijkaardige, verwante of aanvullende activiteit uitoefenen. In het algemeen kan zij, zowel in het binnen- als buitenland, alle verrichtingen stellen die tot de realisatie van haar doel kunnen bijdragen (artikel 2 van de statuten, die beschikbaar zijn op www.kbc.com).
Tsjechië – zó sterk dat hij zelf een van de gezichten van die campagne
woonkrediet krijgen. Een andere bank liet me verstaan dat ik in mijn situatie een lening maar beter uit het hoofd kon zetten. Ik was zo ontmoedigd dat ik zelfs nergens anders meer aanklopte. Toen ik later hulpvaardigheid verrasten mij na mijn vorige ervaring. Ik wist niet waar ik het had toen ik in 2004-2005 zonder meer een lening kreeg, hoewel er maar één inkomen was om die af te betalen. Dat is de belangrijkste reden dat ik bij Cˇ SOB ben. Ze hielpen me toen ik het nodig had en keken me niet met de nek aan omdat ik mijn kinderen alleen opvoed."
We stellen de vennootschappelijke (of enkelvoudige) jaarrekening van KBC Groep NV hier voor in een verkorte versie. De volledige vennootschappelijke jaarrekening wordt op 30 april 2014 ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering.
Conform de wettelijke voorschriften worden de vennootschappelijke jaarrekening, het verslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris neergelegd bij de Nationale Bank van België. U kunt die documenten gratis opvragen bij KBC Groep NV, Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België. Na de neerlegging zijn ze ook beschikbaar op www.kbc.com.
Door de fusie met KBC Global Services NV in 2013 zijn de cijfers van KBC Groep NV op 31 december 2013 weinig vergelijkbaar met die van de referentiedatum 31 december 2012. Daarom vullen we, waar relevant, de cijfers voor het boekjaar 2012 aan met een bijkomende kolom met pro-formacijfers. Die pro-formacijfers verkrijgen we door samenvoeging van de cijfers van KBC Groep NV met de cijfers van KBC Global Services NV op 31 december 2012, en waarbij we het eigen vermogen van KBC Global Services NV elimineren ten opzichte van de participatie KBC Global Services NV in de boeken van KBC Groep NV.
De commissaris heeft over de vennootschappelijke jaarrekening van KBC Groep NV een verklaring zonder voorbehoud afgegeven.
De vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld rekening houdend met de Belgische boekhoudnormen (B-GAAP) en is bijgevolg niet vergelijkbaar met de volgens IFRS opgestelde gegevens uit de andere hoofdstukken van dit verslag.
| 31-12-2012 | |||
|---|---|---|---|
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | pro forma | 31-12-2013 |
| Vaste activa | 15 068 | 15 278 | 15 215 |
| Immateriële vaste activa | 0 | 261 | 230 |
| Materiële vaste activa | 0 | 177 | 152 |
| Terreinen en gebouwen | 0 | 37 | 34 |
| Installaties, machines en uitrusting | 0 | 116 | 94 |
| Meubilair en rollend materieel | 0 | 12 | 13 |
| Overige materiële vaste activa | 0 | 1 | 1 |
| Activa in aanbouw en vooruitbetalingen | 0 | 10 | 11 |
| Financiële vaste activa | 15 068 | 14 841 | 14 833 |
| Verbonden ondernemingen | 15 068 | 14 840 | 14 832 |
| Deelnemingen | 14 818 | 14 590 | 14 582 |
| Vorderingen | 250 | 250 | 250 |
| Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 1 | 1 | 1 |
| Deelnemingen | 1 | 1 | 1 |
| Vorderingen | 0 | 0 | 0 |
| Vlottende activa | 817 | 1 010 | 221 |
| Vorderingen op meer dan 1 jaar | 0 | 5 | 2 |
| Handelsvorderingen | 0 | 5 | 2 |
| Overige vorderingen | 0 | 0 | 0 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 0 | 1 | 1 |
| Voorraden | 0 | 1 | 1 |
| Handelsgoederen | 0 | 1 | 1 |
| Vorderingen op ten hoogste 1 jaar | 20 | 168 | 68 |
| Handelsvorderingen | 0 | 137 | 33 |
| Overige vorderingen | 20 | 31 | 35 |
| Geldbeleggingen | 375 | 375 | 0 |
| Eigen aandelen | 0 | 0 | 0 |
| Overige beleggingen | 375 | 375 | 0 |
| Liquide middelen | 415 | 434 | 114 |
| Overlopende rekeningen | 6 | 27 | 36 |
| Totaal activa | 15 885 | 16 289 | 15 436 |
| Eigen vermogen | 10 857 | 10 857 | 11 241 |
| Kapitaal | 1 450 | 1 450 | 1 452 |
| Geplaatst kapitaal | 1 450 | 1 450 | 1 452 |
| Uitgiftepremies | 5 385 | 5 385 | 5 397 |
| Reserves | 1 447 | 1 447 | 1 466 |
| Wettelijke reserves | 127 | 127 | 145 |
| Onbeschikbare reserves | 1 | 1 | 1 |
| Belastingvrije reserves | 190 | 190 | 190 |
| Beschikbare reserves | 1 129 | 1 129 | 1 129 |
| Overgedragen winst (verlies (-)) | 2 575 | 2 575 | 2 927 |
| Voorzieningen en uitgestelde belastingen | 0 | 21 | 20 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 0 | 21 | 20 |
| Pensioenen en soortgelijke verplichtingen | 0 | 18 | 18 |
| Overige risico's en kosten | 0 | 2 | 3 |
| Schulden | 5 028 | 5 411 | 4 175 |
| Schulden op meer dan 1 jaar | 3 600 | 3 670 | 2 970 |
| Financiële schulden | 3 600 | 3 670 | 2 970 |
| Achtergestelde leningen | 3 500 | 3 500 | 2 333 |
| Niet-achtergestelde obligatieleningen | 100 | 100 | 581 |
| Kredietinstellingen | 0 | 69 | 56 |
| Schulden op ten hoogste 1 jaar | 1 416 | 1 717 | 1 157 |
| Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen | 0 | 13 | 14 |
| Financiële schulden | 400 | 555 | 971 |
| Kredietinstellingen | 0 | 155 | 75 |
| Overige leningen | 400 | 400 | 896 |
| Handelsschulden | 5 | 42 | 34 |
| Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten | 1 | 83 | 81 |
| Belastingen | 0 | 4 | 2 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 1 | 79 | 80 |
| Overige schulden | 1 010 | 1 024 | 58 |
| Overlopende rekeningen | 12 | 24 | 48 |
| Totaal passiva | 15 885 | 16 289 | 15 436 |
| (in miljoenen euro) 31-12-2012 pro forma 31-12-2013 Bedrijfsopbrengsten 7 1 178 1 093 Omzet 0 1 081 1 017 Voorraad goederen in bewerking en gereed product, en bestellingen in uitvoering: toename / afname (-) 0 5 0 Geproduceerde vaste activa 0 59 41 Andere bedrijfsopbrengsten 7 34 35 Bedrijfskosten 100 1 278 1 166 Diensten en diverse goederen 94 620 556 Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 6 476 463 Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa 0 131 124 Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen / bestedingen en terugnemingen (-) 0 -6 -2 Andere bedrijfskosten 0 56 25 Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies (-)) -93 -99 -73 Financiële opbrengsten 1 171 1 178 1 103 Opbrengsten uit financiële vaste activa 913 913 1 093 Opbrengsten uit vlottende activa 10 10 5 Andere financiële opbrengsten 249 255 5 Financiële kosten 1 120 1 135 614 Kosten van schulden 1 004 1 007 608 Waardeverminderingen op vlottende activa: toevoegingen (terugnemingen (-)) -120 -120 0 Andere financiële kosten 236 247 6 Winst (Verlies (-)) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting -42 -57 416 Uitzonderlijke opbrengsten 92 92 0 Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa 92 92 0 Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa 0 0 0 Uitzonderlijke kosten 6 12 31 Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële activa en materiële activa 0 0 2 Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten 0 0 1 Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa 6 6 28 Andere uitzonderlijke kosten 0 6 0 Winst (Verlies (-)) van het boekjaar vóór belasting 44 23 385 Onttrekking aan de uitgestelde belastingen 0 0 3 Overboeking naar de uitgestelde belastingen 0 -2 0 Belastingen op het resultaat -2 2 3 Winst (Verlies (-)) van het boekjaar 46 23 384 Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar 46 23 384 |
31-12-2012 | ||
|---|---|---|---|
In dit schema worden kosten ook met een positief teken vermeld (in tegenstelling tot de voorstellingswijze van de geconsolideerde winst-en-verliesrekening).
| (in miljoenen euro) 31-12-2012 |
31-12-2013 |
|---|---|
| Te bestemmen winst (verlies (-)) 3 034 |
2 959 |
| Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar 46 |
384 |
| Overgedragen winst (verlies (-)) van het vorige boekjaar 2 989 |
2 575 |
| Toevoeging aan het eigen vermogen 2 |
18 |
| Aan de wettelijke reserve 2 |
18 |
| Aan de overige reserves 0 |
0 |
| Over te dragen winst (verlies (-)) 2 575 |
2 927 |
| Uit te keren winst 457 |
14 |
| Vergoeding van het kapitaal 417 |
0 |
| Bestuurders of zaakvoerders 0 |
0 |
| Andere rechthebbenden, werknemersparticipatie 40 |
14 |
Aan de Algemene Vergadering wordt voorgesteld het te bestemmen winstsaldo voor 2013 te verdelen zoals in de tabel is aangegeven. Als dat voorstel wordt goedgekeurd, wordt voor 2013 geen dividend betaald.
| (in miljoenen euro) | Deelnemingen in verbonden ondernemingen |
Vorderingen op verbonden ondernemingen |
Deelnemingen in ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat |
Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemings verhouding bestaat |
|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde 31-12-2012 | 14 818 | 250 | 1 | 0 |
| Aanschaffingen in 2013 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vervreemdingen in 2013 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Andere wijzigingen in 2013 | -235 | 0 | 0 | 0 |
| Boekwaarde 31-12-2013 | 14 582 | 250 | 1 | 0 |
De deelnemingen in verbonden ondernemingen van KBC Groep NV betreffen voornamelijk de participatie in:
De voornaamste wijziging in 2013 is de overname door fusie van de dochtervennootschap KBC Global Services NV op 1 juli 2013 (met dien verstande dat alle verrichtingen van de overgenomen vennootschap KBC Global Services NV vanaf 1 januari 2013, boekhoudkundig en fiscaal, worden geacht te zijn verricht voor rekening van de overnemende vennootschap KBC Groep NV). De -235 miljoen euro in kolom Deelnemingen in verbonden ondernemingen betreft de boekwaarde van KBC Global Services voor de fusie.
De vorderingen op verbonden ondernemingen betreffen een achtergestelde perpetuele lening aan KBC Bank NV van 250 miljoen euro.
| (in miljoenen euro) | 31-12-2012 | Kapitaalverhoging voor het personeel |
Resultaats aanwending |
31-12-2013 |
|---|---|---|---|---|
| Kapitaal | 1 450 | 1 | – | 1 452 |
| Uitgiftepremies | 5 385 | 12 | – | 5 397 |
| Reserves | 1 447 | 0 | 18 | 1 466 |
| Overgedragen resultaat | 2 575 | 0 | 352 | 2 927 |
| Eigen vermogen | 10 857 | 13 | 370 | 11 241 |
Op 31 december 2013 bedroeg het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 1 451 783 018,35 euro, verdeeld in 417 364 358 aandelen. De uitgiftepremies bedroegen 5 396 555 524,69 euro. Het maatschappelijk kapitaal is volgestort.
Wijziging in 2013: door een kapitaalverhoging op 19 december 2013 waarop alleen de personeelsleden van KBC Groep NV en sommige van zijn Belgische dochterondernemingen konden intekenen, werden 397 003 aandelen uitgegeven tegen 33,49 euro per aandeel. Die aandelen zijn gedurende twee jaar geblokkeerd, aangezien de uitgifteprijs een korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers van het KBC-aandeel op 12 november 2013. Het kapitaal verhoogde met 1 381 570,44 euro en de uitgiftepremies stegen met 11 914 060,03 euro. Met die kapitaalverhoging wil KBC Groep NV de band met zijn personeel en met het personeel van de Belgische dochterondernemingen nauwer aanhalen. Door de geringe omvang van de kapitaalverhoging zijn de financiële gevolgen voor de bestaande aandeelhouders uiterst beperkt.
Alle aandelen die in de loop van 2013 werden uitgegeven, zijn ook dividendgerechtigd vanaf boekjaar 2013.
De machtiging voor het toegestane kapitaal kan nog tot en met 20 mei 2018 worden gebruikt voor een bedrag van 698 618 429,56 euro. Gerekend tegen een fractiewaarde van 3,48 euro per aandeel kunnen dus nog maximaal 200 752 422 nieuwe aandelen van KBC Groep NV worden uitgegeven in het kader van die machtiging.
Hierna volgt een overzicht van de in 2012, 2013 en de eerste twee maanden van 2014 ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert de ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com.
We vestigen er de aandacht op dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.
| Kennisgevingen* | Kennisgeving betreft situatie op: |
Uitleg | Aantal aangehouden KBC-aandelen (= stem rechten) op betref fende datum |
% van totale stemrechten op betreffende datum |
|---|---|---|---|---|
| KBC Groep NV | 16 oktober 2012 | Daling tot onder de rapporteringsdrempels van 5% en 3% (door verkoop van alle eigen aandelen aangehouden door KBC Groep en KBC Bank) |
300 | 0,00% |
| BlackRock Inc. | 6 december 2012 | Overschrijding van 3%-rapporteringsdrempel | 11 026 587 | 3,08% |
| Cera CVBA en KBC Ancora Comm.VA (gemeenschappelijk) |
13 december 2012 | Verhoging van het aantal aangehouden aandelen (bij Cera, geen wijziging bij KBC Ancora) in combinatie met verhoging van het totale aantal KBC-aandelen (als gevolg van de kapi taalverhoging). Daardoor zitten Cera CVBA en KBC Ancora Comm.VA samen onder de rapporteringsdrempel van 30%. |
111 443 546 | 26,74% |
| BlackRock Inc. | 23 juli 2013 | Overschrijding van de 5%-rapporteringsdrempel | 20 852 545 | 5,00% |
| Cera CVBA en KBC Ancora Comm.VA (gemeenschappelijk) |
19 november 2013 | Verlaging van het aantal aangehouden aandelen bij Cera en bij KBC Ancora met 18,8 miljoen als gevolg van verkoop. Daardoor zitten Cera en KBC Ancora samen onder de rapporteringsdrempel van 25%. |
88 643 546 | 21,26% |
| BlackRock Inc. | 9 december 2013 | Daling tot onder de 5%-rapporteringsdrempel | 20 714 324 | 4,97% |
| BlackRock Inc. | 7 januari 2014 | Overschrijding van de 5%-rapporteringsdrempel | 20 885 509 | 5,00% |
| BlackRock Inc. | 10 januari 2014 | Daling tot onder de 5%-rapporteringsdrempel | 20 700 804 | 4,96% |
| BlackRock Inc. | 13 februari 2014 | Overschrijding van de 5%-rapporteringsdrempel | 20 979 496 | 5,03% |
* Details vindt u in de respectieve kennisgevingsformulieren op www.kbc.com.
In het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur geven we een overzicht van het aandeelhouderschap op het einde van 2013, zoals dat blijkt uit alle ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007.
| KBC-aandelen bij KBC-groepsmaatschappijen | Adres | Aantal KBC aandelen op 31 december 2012 |
Aantal KBC aandelen op 31 december 2013 |
|---|---|---|---|
| Bij KBC Group Re SA (Assurisk) | Place de la Gare 5, 1616 Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg | 300 | 0 |
| Bij KBC Securities NV | Havenlaan 12, 1080 Brussel, België | 2 | 2 |
| Totaal | 302 | 2 | |
| In procent van het totale aantal aandelen | 0,0% | 0,0% | |
| Bij KBC Groep NV zelf | Havenlaan 2, 1080 Brussel, België | 0 | 800 |
| Totaal, inclusief bij KBC Groep NV zelf | 302 | 802 | |
| In procent van het totale aantal aandelen | 0,0% | 0,0% |
De gemiddelde fractiewaarde van het KBC-aandeel in 2013 bedroeg 3,48 euro. Eind 2013 kocht KBC 800 eigen aandelen aan (op de beurs; voor 30 860 euro) met het oog op de levering (in 2014) aan personeelsleden die eind 2013 hun opties uitoefenden.
We vestigen er de aandacht op dat de in de tabel opgenomen aantallen aandelen kunnen afwijken van de aantallen die worden vermeld in de kennisgevingen conform de Belgische Wet van 2 mei 2007, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.
KBC Groep NV betaalde in 2013 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 162 406 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten.
Door de fusie met KBC Global Services NV heeft KBC Groep NV op 31 december 2013 drie bijkantoren (in Tsjechië, Slowakije en Hongarije). De
De vereiste wettelijke informatie volgens artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, die hierboven nog niet werd vermeld,
ling van de doorgerekende kosten.
Voor speciale auditdiensten werd een vergoeding betaald van 124 570 euro.
fusie met KBC Groep heeft voor die bijkantoren geen verdere gevolgen.
vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. Dat Verslag omvat ook de vereiste Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
"In 2003, als pasafgestudeerde, had ik het ambitieuze idee om een project op te starten dat werkelijk het verschil maakte.
Nu, 10 jaar later, kan ik toch met enige trots zeggen dat het mij samen met mijn team en onze verschillende partners, waaronder KBC, gelukt is.
Want Close the Gap dicht echt de digitale kloof! Sinds 2003 heeft Close The Gap al meer dan 280 000 computeronderdelen ontvangen en daarmee meer dan 2 500 projecten wereldwijd gesteund. De projecten die wij mee ondersteunen hebben het doel om zowel het individu als de gemeenschap op sociaal-economisch vlak te laten groeien. Want toegang tot informatica en informatica-opleiding bestrijdt extreme armoede en honger, geeft kinderen de mogelijkheid tot betere opleiding, verhoogt kennis, waardoor de algemene gezondheid en levensstandaard verbeteren.
Dit is duurzaam ondernemen voor mij, dit is mijn levensvisie: een ketting opstarten, waardoor op een duurzame, respectvolle manier meerwaarde gecreëerd wordt voor die groep mensen die vergeten wordt, die door de mazen van het net glipt."
In 2008 en 2009 heeft KBC Groep NV in totaal voor 7 miljard euro uitgegeven aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, waarop werd ingetekend door de Belgische staat (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest, elk voor 3,5 miljard euro. KBC gebruikte de opbrengst van die transacties om het kernkapitaal van zijn bankactiviteiten te versterken met 5,5 miljard euro door een gewone kapitaalverhoging van KBC Bank NV en om de solvabiliteitsmarge van zijn verzekeringsactiviteiten te verhogen met 1,5 miljard euro door een gewone kapitaalverhoging van KBC Verzekeringen NV.
In 2012 betaalde KBC 3,5 miljard euro terug aan de Belgische federale overheid, plus een premie van 15%. In 2013 betaalde KBC 1,17 miljard euro terug aan de Vlaamse overheid, plus een premie van 50% en begin 2014 0,33 miljard euro, plus een premie van 50%. KBC streeft ernaar het nog uitstaande saldo van 2 miljard euro (plus premies) in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of sneller, als de kapitaalpositie dat mogelijk maakt en de Nationale Bank haar goedkeuring geeft.
De belangrijkste kenmerken van de overblijvende kernkapitaaleffecten zijn, vereenvoudigd:
In mei 2009 ondertekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Het plan gaat over een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro (nu 5,9 miljard euro, zie verder) en omvatte bij aanvang 5,5 miljard euro aan niet-afgedekte super senior CDO-beleggingen en 14,4 miljard euro aan tegenpartijrisico op MBIA.
De transactie is als volgt gestructureerd (de CDO-portefeuille bestaat uit verschillende CDO's; de garantiestructuur geldt per CDO; de hierna vermelde cijfers betreffen de som van alle CDO's die onder het plan vallen).
Aangezien de CDO-blootstelling ondertussen aanzienlijk is gedaald, zijn de oorspronkelijke bedragen gewijzigd. Hierna geven we telkens de bedragen voor 31 december 2013 en het oorspronkelijke bedrag:
Door die overeenkomst wordt de mogelijke negatieve invloed van de betreffende MBIA- en CDO-risico's voor een aanzienlijk deel uitgeschakeld. KBC moet voor die garantieregeling een premie betalen. Meer informatie over de invloed daarvan op de winst-en-verliesrekening vindt u in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.
[reglementair eigen vermogen] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.
[common equity Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. De berekening is gebaseerd op de door Europa goedgekeurde en gepubliceerde Capital Requirement Regulation (CRR) en Capital Requirement Directive (CRD IV) en houdt in de teller rekening met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheid waarin de regelgever in uitzonderingsbepalingen heeft voorzien (grandfathered) en latente winsten (herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare activa).
De door de toezichthouder opgelegde minimale common equity ratio houdt geen rekening met de vermelde latente winsten.
[bijzondere waardeverminderingen op kredieten] / [uitstaande nonperforming kredieten]. Voor een definitie van non-performing, zie Non-performing ratio. De teller kan in voorkomend geval worden beperkt tot de individuele bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten.
[eigen vermogen van de aandeelhouders] / [aantal gewone aandelen, min eigen aandelen (per einde periode)].
[verzekeringstechnische lasten, inclusief interne schaderegelingskosten / verdiende verzekeringspremies] + [bedrijfskosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering).
[exploitatiekosten van de bankactiviteiten] / [totale opbrengsten van de bankactiviteiten].
[nettowijziging in de bijzondere waardeverminderingen voor kredietrisico's] / [gemiddelde uitstaande kredietportefeuille]. De kredietportefeuille wordt gedefinieerd in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (overheidsobligaties zijn bijvoorbeeld niet inbegrepen).
[liquide activa van hoge kwaliteit] / [totaal nettokasuitstroom voor de volgende dertig kalenderdagen]
[slotkoers KBC-aandeel] x [aantal gewone aandelen].
[beschikbaar bedrag stabiele financiering] / [Vereist bedrag stabiele financiering]
[nettorente-inkomsten (aangepast resultaat) van de bankactiviteiten] / [gemiddelde rentedragende activa van de bankactiviteiten].
[uitstaand bedrag van non-performing kredieten (leningen waarvan rente- of hoofdsombetalingen meer dan 90 dagen achterstallig of in overschrijding zijn)] / [totale uitstaande kredietportefeuille]. In overeenstemming met de nieuwe EBA-richtlijnen zal in KBC vanaf 2014 de definitie van non-performing mogelijk veranderen, waarbij ook kredieten met PD10, die momenteel nog geklasseerd zijn als performing, deel zullen uitmaken van de non-performing kredieten.
[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddeld eigen vermogen van de aandeelhouders, exclusief de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa]. Als er een coupon wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.
[resultaat na belastingen (inclusief belangen van derden) van een divisie, aangepast om rekening te houden met toegewezen in plaats van werkelijk eigen vermogen] / [gemiddeld toegewezen eigen vermogen van de divisie]. Het resultaat van een divisie is de som van het nettoresultaat van alle ondernemingen toegewezen aan die divisie. Het aan een divisie toegewezen kapitaal is gebaseerd op de risicogewogen activa voor bankactiviteiten en risicogewogen-activa-equivalenten voor verzekeringsactiviteiten.
[beschikbaar solvabiliteitskapitaal] / [vereist solvabiliteitskapitaal].
[Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Voor de berekening van de core Tier 1-ratio wordt in de teller geen rekening gehouden met hybride instrumenten (wel met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid).
[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van het aantal gewone aandelen min eigen aandelen]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.
[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van het aantal gewone aandelen min eigen aandelen]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken. Als uitstaande personeelsopties op KBC-aandelen in the money zijn, worden ze aan de noemer toegevoegd.
De lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen op 31 december 2013 is beschikbaar op www.kbc.com.
Een verkorte lijst van de belangrijkste groepsmaatschappijen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichting 44.
"Ik, Luc Popelier, chief financial officer van de KBC-groep, verklaar namens het Directiecomité van KBC Groep NV dat, voor zover mij bekend, de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden."
(voor informatie over producten, diensten en publicaties van de KBC-groep; op werkdagen van 8 tot 22 uur, op zaterdag en banksluitingsdagen van 9 tot 17 uur) +32 78 152 153 (Nederlands), +32 78 152 154 (Frans, Engels, Duits)
| [email protected] | |
|---|---|
| Investor Relations Office | |
| [email protected] | |
| www.kbc.com | |
| KBC Groep NV, Investor Relations Office – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België | |
| Pers | |
| Viviane Huybrecht (directeur Corporate Communicatie, woordvoerster) |
www.kbc.com
KBC Groep NV, Corporate Communicatie – GCM, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
De meest actuele versie van de financiële kalender is beschikbaar op www.kbc.com.
| Publicatie resultaten 4kw 2013 en volledig jaar 2013 | 13 februari 2014 |
|---|---|
| Publicatie Jaarverslag 2013 en Risk Report 2013 | 31 maart 2014 |
| Publicatie Verslag aan de samenleving | 31 maart 2014 |
| Algemene Vergadering (agenda op www.kbc.com) | 30 april 2014 |
| Publicatie resultaten 1kw2014 | 15 mei 2014 |
| Publicatie resultaten 2kw2014 | 7 augustus 2014 |
| Publicatie resultaten 3kw 2014 | 13 november 2014 |
| Publicatie resultaten 4kw 2014 | 12 februari 2015 |
Hoofdredactie: Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België Eindredactie, vertaling, concept en vormgeving: Marketing en Communicatie, Brusselsesteenweg 100, 3000 Leuven, België Druk: Van der Poorten, Diestsesteenweg 624, 3010 Leuven, België Verantwoordelijk uitgever: KBC Groep NV, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
Dit jaarverslag is gedrukt op milieuvriendelijk papier.
We danken de cliënten die hun verhaal lieten optekenen en zo een mooie bijdrage leverden aan dit verslag.
Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.