AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

KBC Groupe NV

Annual Report Mar 31, 2014

3968_10-k_2014-03-31_99f479f7-472e-4256-949c-30a50c588c90.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

KBC Groep

Jaarverslag 2013

Paspoort van de KBC-groep

Ons werkgebied

We zijn een geïntegreerde bank-verzekeraar voor hoofdzakelijk retail-, privatebanking-, kmo- en midcapcliënten. Geografisch concentreren we ons op onze kernmarkten België, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. We zijn ook aanwezig in Ierland en, in beperkte mate, in enkele andere landen ter ondersteuning van onze bedrijfscliënten uit onze kernmarkten.

Onze cliënten, medewerkers en netwerk1

Cliënten (schatting) 10 miljoen
Medewerkers (vte) 36 177
Bankkantoren 1 616
Verzekeringsnetwerk 470 agentschappen in België,
diverse distributiekanalen in Centraal- en Oost-Europa

Onze langetermijnkredietratings2, 10-03-2014

KBC Bank NV
KBC Verzekeringen NV
KBC Groep NV
Fitch
A-
A-
A-
Moody's
A3

Baa1
Standard & Poor's
A
A
A
Onze vaste aandeelhouders
KBC Ancora
Cera
MRBB
Andere vaste aandeelhouders
18,6%
2,7%
12,2%
9,7%
Meer informatie
Website
KBC-Telecenter
www.kbc.com
[email protected]

Gegevens van 31 december 2013, tenzij anders vermeld. Voor definities en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag.

1 Cliënten: schatting voor de vijf kernmarkten en Ierland; bankkantoren: idem, aangevuld met internationale bedrijvenkantoren van de groep. Altijd zonder de maatschappijen die op de balansdatum nog op de desinvesteringslijst stonden.

2 De eventuele outlook/watch/review bij deze ratings vindt u verder in dit verslag.

Resultaatsontwikkeling (in miljoenen euro)

Verdeling aangepast nettoresultaat naar divisie

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)

Balanstotaal 241 miljard euro

Leningen en vorderingen aan cliënten 123 miljard euro

Deposito's van cliënten en schuldpapier 164 miljard euro

Nettoresultaat 1 015 miljoen euro

Koers KBC-aandeel +58%

Tier 1-ratio (Basel II) 15,8%

Kerncijfers

2009 2010 2011 2012 2013
Geconsolideerde balans en beheerd vermogen (per einde periode; in miljoenen euro)
Balanstotaal 324 231 320 823 285 382 256 928 241 306
Leningen en voorschotten aan cliënten 153 230 150 666 138 284 128 492 122 790
Effecten 98 252 89 395 65 036 67 295 65 177
Deposito's van cliënten en schuldpapier 193 464 197 870 165 226 159 632 164 141
Technische voorzieningen en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen 29 951 29 948 26 928 30 058 30 488
Totaal eigen vermogen 17 177 18 674 16 772 15 879 14 514
Risicogewogen activa (Basel II) 143 359 132 034 126 333 102 148 90 541
Beheerd vermogen 205 234 208 813 192 795 155 216 162 977
Geconsolideerde resultaten (in miljoenen euro)
Totale opbrengsten 4 625 8 378 7 310 7 733 7 517
Exploitatiekosten -4 779 -4 436 -4 344 -4 248 -3 871
Bijzondere waardeverminderingen -2 725 -1 656 -2 123 -2 511 -1 933
Nettoresultaat, groepsaandeel -2 466 1 860 13 612 1 015
Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) -7,26 3,72 -1,93 -1,09 1,03
Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) -7,26 3,72 -1,93 -1,09 1,03
Aangepast nettoresultaat, groepsaandeel 1 496 960
België 1 360 1 570
Tsjechië 581 554
Internationale Markten (Slowakije, Hongarije, Bulgarije, Ierland) -260 -853
Groepscenter -185 -311
Milieuefficiëntiegegevens voor de KBC-groep in België (per vte)
Elektriciteitsverbruik (in GJ) 24,3 21,3 20,8 21,3
Verbruik gas en stookolie (in GJ) 15,0 12,6 12,6 16,0
Vervoer (in km, woon-werkverkeer en dienstritten) 14 836 14 563 14 440 13 646
Papierverbruik (in ton) 0,17 0,14 0,13 0,12
Waterverbruik (in m3
)
9,3 8,2 8,5 9,0
Broeikasgasemissie (in ton) 2,4 2,2 1,8 2,5
KBC-aandeel
Aantal uitstaande aandelen per einde periode (in duizenden) 357 918 357 938 357 980 416 967 417 364
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, per einde periode (in euro) 28,4 32,8 28,7 29,0 28,3
Gemiddelde koers tijdens het boekjaar (in euro) 20,9 32,6 22,3 17,3 32,8
Slotkoers boekjaar (in euro) 30,4 25,5 9,7 26,2 41,3
Brutodividend per aandeel (in euro) 0,00 0,75 0,01 1,00 0,00
Marktkapitalisatie per einde periode (in miljarden euro) 10,9 9,1 3,5 10,9 17,2
Ratio's
Rendement op eigen vermogen -23% 12% -6% 1% 9%
Rendement op eigen vermogen, gebaseerd op aangepast resultaat1 16% 11% 5% 9% 9%
Kosten-inkomstenratio, bankieren, gebaseerd op aangepast resultaat1 55% 56% 60% 57% 52%
Gecombineerde ratio, schadeverzekeringen 101% 100% 92% 95% 94%
Kredietkostenratio, bankieren 1,11% 0,91% 0,82% 0,71% 1,19%
Tier 1-ratio, groep (Basel II) 10,8% 12,6% 12,3% 13,8% 15,8%
Common equity ratio, groep (Basel III, fully loaded, inclusief latente winsten en resterende
overheidssteun) (Deense compromismethode)2 10,5% 12,8%
Net stable funding ratio (NSFR) 105% 111%
Liquidity coverage ratio (LCR) 107% 131%
Voor definities en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen, analyses en het Glossarium van gebruikte ratio's verder in dit verslag. Een omschrijving van de aangepaste resultaten vindt u in het hoofd

stuk Geconsolideerd resultaat in 2013. Dividendvoorstel voor 2013 onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering.

1 Tot en met 2011: gebaseerd op onderliggend resultaat (definitie: zie jaarverslag over 2012).

2 Meer informatie over de common equity ratio volgens de phased-in-methode, de building block-methode en op pro-formabasis (inclusief begin 2014 uitgevoerde terugbetaling aan de Vlaamse overheid en de gete kende maar nog niet afgeronde desinvesteringen) vindt u in het hoofdstuk Waarde- en Risicobeheer.

1.0

Inhoud van dit verslag

Geconsolideerde jaarrekening

  • 164 Verslag van de commissaris
  • 166 Geconsolideerde winst-en-verliesrekening 167 Geconsolideerde gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten
  • 168 Geconsolideerde balans
  • 169 Geconsolideerde vermogensmutaties
  • 170 Geconsolideerd kasstroomoverzicht
  • 172 Toelichtingen in verband met de grondslagen voor financiële verslaggeving
  • 172 Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming
  • 173 Toelichting 1 b: Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
  • 178 Toelichtingen in verband met segmentinformatie
  • 178 Toelichting 2: Segmentering volgens de managementstructuur
  • 183 Toelichtingen bij de winst-enverliesrekening
  • 183 Toelichting 3: Nettorente-inkomsten
  • 183 Toelichting 4: Dividendinkomsten
  • 183 Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
  • 184 Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa
  • 185 Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten
  • 185 Toelichting 8: Overige netto-inkomsten
  • 186 Toelichting 9: Verzekeringsresultaten
  • 187 Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies
  • 188 Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak
  • 189 Toelichting 12: Exploitatiekosten
  • 190 Toelichting 13: Personeel
  • 190 Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen – winst-enverliesrekening
  • 191 Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen

  • 191 Toelichting 16: Belastingen

  • 192 Toelichting 17: Winst per aandeel
  • 193 Toelichtingen bij de financiële instrumenten op de balans
  • 194 Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product
  • 196 Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land
  • 197 Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd
  • 197 Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit
  • 199 Toelichting 22: Maximaal kredietrisico en offsetting
  • 201 Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten – algemeen
  • 203 Toelichting 24: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – waarderingshiërarchie
  • 205 Toelichting 25: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – overdrachten tussen niveau 1 en 2
  • 206 Toelichting 26: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – focus op niveau 3
  • 209 Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico
  • 210 Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten
  • 211 Toelichting 29: Derivaten

214 Toelichtingen bij de andere posten op de balans

  • 214 Toelichting 30: Overige activa
  • 214 Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen
  • 215 Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen
  • 216 Toelichting 33: Materiële vaste activa inclusief vastgoedbeleggingen
  • 217 Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa
  • 219 Toelichting 35: Technische voorzieningen verzekeringen

Opmerkingen voor de lezer

Naam van de vennootschap Waar we in dit verslag spreken van KBC, we, de groep of de KBC-groep bedoelen we de geconsolideerde entiteit, dus KBC Groep NV inclusief alle in de consolidatiekring opgenomen groepsmaatschappijen. Waar sprake is van KBC Groep NV bedoelen we de niet-geconsolideerde entiteit.

Vertaling Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels, waarbij de Nederlandse versie de originele is en de andere versies officieuze vertalingen zijn. KBC verzekert dat al het redelijkerwijs mogelijke werd gedaan om inhoudelijke verschillen tussen de taalversies te vermijden. Mochten er toch zulke verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang. Disclaimers

  • De in dit jaarverslag opgenomen verwachtingen, prognoses en verklaringen over toekomstige ontwikkelingen zijn gebaseerd op veronderstellingen en inschattingen die gemaakt zijn bij het opmaken van dit jaarverslag. Toekomstgerichte verklaringen zijn per definitie onzeker. Diverse factoren kunnen ertoe leiden dat de uiteindelijke resultaten en ontwikkelingen afwijken van de initiële verklaringen.

  • Niets in dit jaarverslag vormt een aanbod tot verkoop van effecten in de Verenigde Staten, Canada, Japan, Australië of een andere jurisdictie.

  • Verslag van de Raad van Bestuur

  • 6 KBC in een oogopslag
  • 10 Voorwoord
  • 14 Strategie, bedrijfsprofiel en structuur
  • 26 KBC in de maatschappij
  • 36 Informatie voor aandeel- en obligatiehouders
  • 40 Geconsolideerd resultaat in 2013
  • 50 België
  • 60 Tsjechië
  • 68 Internationale Markten
  • 78 Internationale Productfabrieken
  • 82 Groepscenter
  • 86 Waarde- en risicobeheer
  • 130 Verklaring inzake deugdelijk bestuur

  • 220 Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten

  • 222 Toelichting 37: Overige verplichtingen
  • 223 Toelichting 38: Pensioenverplichtingen
  • 227 Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten

228 Andere toelichtingen

  • 228 Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties
  • 229 Toelichting 41: Leasing
  • 230 Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen
  • 231 Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris
  • 231 Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen
  • 233 Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring
  • 233 Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)
  • 235 Toelichting 47: Risicobeheer
  • 235 Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum
  • 235 Toelichting 49: Algemene informatie

Vennootschappelijke jaarrekening

  • 239 Balans, resultaten en resultaatsverwerking
  • 241 Toelichtingen bij de vennootschappelijke jaarrekening

Overige informatie

overheid in 2008 en 2009 247 Glossarium van gebruikte ratio's 248 Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen 248 Verklaring van verantwoordelijke personen 248 Contactadressen en financiële kalender

246 Kapitaal- en garantieverrichtingen met de

Jaarverslag van KBC Bank en KBC Verzekeringen KBC is een bank-verzekeraar en de financiële informatie in dit verslag is bijgevolg grotendeels geïntegreerd, d.w.z. bank- en verzekeringsinformatie samen. Als u geïnteresseerd bent in aparte gegevens over de bank- of verzekeringsactiviteiten en -resultaten van KBC, kunt u die vinden in de aparte jaarverslagen van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV.

Artikel 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen Die artikelen leggen vast wat de minimale inhoud is van de door de wet vereiste jaarverslagen over de vennootschappelijke en de geconsolideerde jaarrekening. De betreffende informatie is verwerkt in de diverse hoofdstukken van het hiernavolgende Verslag van de Raad van Bestuur, dat daarnaast bijkomende, niet-verplichte informatie bevat. In bepaalde gevallen wordt in dat deel, om herhaling van informatie te vermijden, verwezen naar informatie die al in de andere delen van deze brochure wordt vermeld. Overeenkomstig artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen combineert KBC Groep NV het jaarverslag over de vennootschappelijke jaarrekening met het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Het Risk Report, het CSR Report en de websites waarnaar wordt verwezen, maken geen deel uit van het jaarverslag. Foto's

Het merendeel van de foto's in dit jaarverslag betreft KBC-cliënten en hun projecten. We danken hen uitdrukkelijk voor hun medewerking.

Wij maakten onze droom waar.

Geertje Vandevenne en Bart Houbregs eigenaars van rusthuis De Vierde Wand

"Door onze jarenlange ervaring in de zorgsector wilden we een rusthuis bouwen waar we zelf ook oud zouden willen worden.

Samen met KBC en andere externe partners hebben we onze droom kunnen waarmaken: De Vierde Wand is een rusthuis dat zich onderscheidt, niet alleen qua architectuur, maar ook qua aankleding, beleid en samenwerking. We zijn een familiebedrijf, kleinschalig, wat zich uit in een sterke betrokkenheid zowel met het personeel als met onze bewoners. We leggen de lat hoog voor onszelf, maar verwachten diezelfde attitude van onze medewerkers, wat iedereen apprecieert.

Ons open huis is toegankelijk voor externen, wat het contact met de buitenwereld voor onze bewoners vergemakkelijkt. Want daarin willen wij het verschil maken: we willen ze niet afsnijden van de maatschappij, maar integendeel ze er een deel van laten uitmaken. Ons open huis is een schakel tussen de bewoners en de omgeving en laat mensen op een waardige manier oud worden."

www.devierdewand.be

Verslag van de Raad van Bestuur 1.0

KBC in een oogopslag

Wie zijn we?

Ontstaan:

in 1998 als fusie van twee grote Belgische banken (Kredietbank en CERA Bank) en een grote Belgische verzekeringsmaatschappij (ABB Verzekeringen)

Hoofdactiviteit:

geïntegreerd bankverzekeren

Cliënteel:

circa 10 miljoen cliënten wereldwijd

Kernmarkten:

België, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. In de rest van de wereld aanwezig in Ierland en, in beperkte mate, in enkele andere landen.

Belangrijkste merknamen en geschat marktaandeel in de kernmarkten:

  • België: KBC en CBC (20% in bankieren, 17% in levensverzekeringen, 9% in schadeverzekeringen)
  • Tsjechië: CˇSOB (19% in bankieren, 6% in levensverzekeringen, 6% in schadeverzekeringen)
  • Slowakije: CˇSOB (10% in bankieren, 5% in levensverzekeringen, 3% in schadeverzekeringen)
  • Hongarije: K&H (9% in bankieren, 3% in levensverzekeringen, 5% in schadeverzekeringen)
  • Bulgarije: CIBank en DZI (2% in bankieren, 10% in levensverzekeringen, 10% in schadeverzekeringen)

Netwerk:

circa 1 600 bankkantoren wereldwijd, verkoop van verzekeringen via eigen agenten en andere kanalen, daarnaast diverse elektronische kanalen

Medewerkers:

circa 36 000 vte wereldwijd, waarvan 45% in België en 51% in Centraal- en Oost-Europa

Balanstotaal:

241 miljard euro; totaal eigen vermogen 14,5 miljard euro

Gegevens op 31 december 2013, tenzij anders vermeld. Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag.

Wat zijn onze doelstellingen?

  • Blijvende focus op bankverzekeren voor retail-, privatebanking-, kmo- en midcapcliënten in een selectie van weloverwogen kernlanden
  • Verder bouwen aan een duurzaam bedrijfsmodel, met respect voor alle stakeholders
  • Resterende staatssteun terugbetalen
  • Efficiëntie: kosten-inkomstenratio maximaal 55% en gecombineerde ratio maximaal 95% in 2015
  • Behoud sterke solvabiliteit: common equity ratio onder Basel III (fully loaded en inclusief resterende staatssteun en latente winsten) op minimaal 10%
  • Behoud historisch sterke liquiditeit: NSFR minimaal 105% en LCR minimaal 100% in 2015

Mijlpalen in 2013

  • Nieuwe bedrijfsstructuur operationeel, met een meer businessgedreven indeling in divisies.
  • Aanhoudend sterke operationele winst, maar hoge kredietvoorzieningen in Ierland. Het aangepaste resultaat voor 2013 bedraagt bijna 1 miljard euro.
  • Desinvesteringsplan afgerond.
  • Na volledige terugbetaling van de Belgische overheidssteun nu ook gedeeltelijke terugbetaling van de Vlaamse overheidssteun, waardoor per saldo begin 2014 al 5 van de 7 miljard euro overheidssteun terugbetaald is.
  • Verdere afbouw van het resterende historische CDO-risico.

Belangrijkste gebeurtenissen in 2013

Uitgebreidere informatie over de hierboven opgesomde gebeurtenissen vindt u in de volgende hoofdstukken.

Begin 2014

  • Januari 2014: terugbetaling van 0,33 miljard euro + 50% premie aan de Vlaamse overheid
  • Februari 2014: publicatie resultaten vierde kwartaal 2013: geconsolideerd nettoverlies van 294 miljoen euro, aangepast nettoverlies van 340 miljoen euro, vooral door de bijkomende kredietvoorzieningen in Ierland. De volledige jaarwinst komt op 1 015 miljoen euro, of 960 miljoen euro op aangepaste basis
  • Februari 2014: aankondiging van een vereenvoudiging van de managementstructuur en wijzigingen in het Directiecomité
  • Maart 2014: plaatsing van 1,4 miljard euro CRD IV-conforme AT1-instrumenten

2014

Juli

• Terugbetaling van 1,17 miljard euro + 50% premie aan de Vlaamse overheid

Augustus

• Publicatie resultaten tweede kwartaal 2013: geconsolideerde nettowinst van 517 miljoen euro, aangepaste nettowinst van

485 miljoen euro

• Verkoop van een deel van de aandeelhoudersleningen

September

  • Overeenkomst over de verkoop KBC Bank Deutschland
  • Campagne Een steentje bijdragen in België stimuleert betrokkenheid van de lokale spaarder bij financiering van de eigen economie

November

• Publicatie resultaten derde kwartaal 2013: geconsolideerde nettowinst van 272 miljoen euro, aangepaste nettowinst van 457 miljoen euro

Oktober

• KBC wint prijs voor de Beste Financiële Informatie van de Belgische Vereniging van

Financiële Analisten

  • Verkoop van 18,8 miljoen KBC-aandelen door Cera en KBC Ancora, die met de opbrengst daarvan leningen bij KBC terugbetalen
  • Met het initiatief Start it @kbc wil KBC startende ondernemingen in Vlaanderen helpen

December

  • Afronding van de verkoop van KBC Banka
  • Akkoord over verkoop van Antwerpse Diamantbank

In 2013 vierde onze groep zijn vijftiende verjaardag.

Wij zijn in die vijftien jaar uitgegroeid tot een belangrijke speler in Europa, met een stevig bedrijfsmodel en een sterke geografische focus. De financiële crisis ging evenwel ook aan ons niet ongemerkt voorbij, maar we leerden eruit en pasten ons verder aan, waarbij de nadruk nog meer kwam te liggen op onze kernactiviteiten en op risicobeheer.

Het huidige economische klimaat is hoopgevend, maar blijft niettemin een aantal onzekerheden in zich dragen, waartegen we ons terdege hebben bewapend. Dat bewijzen trouwens onze resultaten van het afgelopen boekjaar. Dat streven naar een behoorlijke rentabiliteit gaat ook gepaard met het inbedden van die rentabiliteit in een duurzaam kader.

Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur, en Johan Thijs, CEO, becommentariëren hierna de voornaamste gebeurtenissen van het afgelopen jaar.

Het geconsolideerde nettoresultaat voor 2013 bedroeg ongeveer 1 miljard euro, twee derde meer dan in 2012. Bent u tevreden?

Thomas Leysen: Ik ben vooral tevreden dat KBC in 2013 belangrijke stappen heeft gezet om de nasleep van de financiële crisis achter zich te laten. We zijn nu opnieuw de groep die we willen zijn: cliëntgericht, gefocust en rendabel.

Johan Thijs: Ons nettoresultaat is inderdaad met ruwweg 400 miljoen euro gestegen tegenover vorig jaar, tot 1 015 miljoen euro. Zonder de niet-operationele elementen, zoals de waardering van CDO's en afwaarderingen op de nog overblijvende desinvesteringen, bedroeg ons aangepaste resultaat 960 miljoen euro, tegenover 1 496 miljoen euro in 2012. Die daling is volledig op conto van Ierland te schrijven, waar we in het vierde kwartaal onze kredietportefeuille herbekeken en belangrijke bijkomende kredietvoorzieningen aanlegden.

Specifiek voor 2013 onthouden we daarnaast de stabiele nettorentemarge, de groei van de schadeverzekeringspremies en de goede gecombineerde ratio van 94%, de daling van de verkoop van levensverzekeringen, het herstel van onze nettoprovisie-inkomsten en de volgehouden kostencontrole met een uitstekende kosten-inkomstenratio van 52%.

Duurzaamheid is meer dan een modewoord voor KBC. Kunt u daarover iets meer vertellen?

Thomas Leysen: Het is cruciaal om het vertrouwen volledig te herwinnen, als sector en als instelling. Voor ons betekent duurzaamheid in de financiële sector vier zaken. Ten eerste: het belang van de cliënt staat centraal in alles wat we doen; ten tweede: we focussen op langetermijnprestaties; ten derde: we hebben een stringent risicomanagement; en ten slotte: we houden rekening met de maatschappelijke verwachtingen en gaan de dialoog met onze stakeholders aan.

Johan Thijs: In 2013 hebben we een programma gestart om op termijn naar een geïntegreerde rapportering over te schakelen, waarbij we financiële en niet-financiële informatie binnen een consistent en geïntegreerd kader behandelen. We vinden goede communicatie trouwens in het algemeen uiterst belangrijk. In die optiek doet het ons bijzonder veel plezier dat we in oktober 2013 van de Belgische Vereniging voor Financiële Analisten de prijs mochten ontvangen voor de Beste Financiële Informatie.

Is de fase van de desinvesteringen nu definitief voorbij?

Thomas Leysen: In 2013 werkten we de laatste desinvesteringsdossiers af. We verkochten ons aandeel in het Sloveense NLB en het Poolse Bank Zachodni, rondden de verkoop van Absolut Bank in Rusland en KBC Banka in Servië af en tekenden overeenkomsten voor de verkoop van KBC Bank Deutschland en Antwerpse Diamantbank. We hebben dus ons desinvesteringsprogramma in moeilijke marktomstandigheden rigoureus uitgevoerd en moesten met spijt in het hart afscheid nemen van een aantal groepsmaatschappijen. Maar nu zijn we afgeslankt en fit: onze focus en ons werkgebied zijn scherp afgelijnd, onze doelstellingen zijn bepaald en onze structuur is geoptimaliseerd.

Johan Thijs: Ook op andere domeinen verbeterden we ons risicoprofiel: onze CDO-blootstelling bijvoorbeeld zakte in 2013 aanzienlijk dankzij verkopen en andere risicobeperkende maatregelen, waardoor onze nettoblootstelling eind 2013 nog maar 6,3 miljard euro bedraagt. Een groot deel van het overblijvende CDO-risico is bovendien afgedekt door een garantieregeling met de Belgische staat, die dus ook voordeel heeft bij de daling van de nettoblootstelling. Ons risico op overheidsobligaties van GIIPS-landen bouwden we in de voorbije jaren al sterk af. Het bedraagt nu nog maar 1,8 miljard euro voor de vijf landen samen.

KBC heeft ondertussen al 5 van de 7 miljard euro staatssteun terugbetaald.

Thomas Leysen: Na de volledige terugbetaling van de Belgische staatssteun in 2012 betaalden we aan de Vlaamse overheid in 2013 1,17 miljard euro en begin 2014 nog eens 0,33 miljard euro terug, in beide gevallen plus een premie van 50%. Het is onze intentie het resterende saldo van 2 miljard euro plus premies in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of sneller, mits goedgekeurd door de toezichthouder en uiteraard alleen als onze kapitaalpositie dat mogelijk maakt. Ik blijf het herhalen: we zijn de overheden zeer dankbaar dat ze ons hebben bijgestaan toen we het moeilijk hadden, en we vinden het niet meer dan normaal dat we daar een vergoeding voor betalen. We willen wel het beeld dat alle banken veel geld hebben gekost aan de belastingbetaler bijstellen: in ons geval klopt dat niet, integendeel zelfs. Voor de 7 miljard euro steun en de garantieregeling voor de CDO's samen zullen we aan het eind van de rit ruim 13 miljard euro aan hoofdsom, premies, interesten en CDO-garantievergoeding hebben terugbetaald.

Johan Thijs: Ook na de in 2013 uitgevoerde terugbetaling blijft onze solvabiliteitspositie erg stevig. Eind 2013 bedroeg onze Tier 1-ratio volgens Basel II 15,8%. De common equity ratio volgens Basel III bedraagt 12,8%, fully loaded en inclusief de overblijvende staatssteun en latente winsten. Inclusief de eind 2013 nog af te ronden desinvesteringen en de begin 2014 uitgevoerde terugbetaling aan de Vlaamse overheid is dat 12,5%. Daarmee ligt de common equity ratio zelfs ruim boven onze interne doelstelling van 10%. Ook onze liquiditeitspositie blijft zoals altijd uitstekend, wat tot uiting komt in onze LCR- en NSFR-ratio's, die eind 2013 respectievelijk 131% en 111% bedroegen.

De nieuwe KBC-strategie is nu iets meer dan een jaar oud. Enige reflecties?

Johan Thijs: De cijfers bewijzen dat die nieuwe strategie en structuur werken. Onze operationele financiële resultaten zijn bevredigend, maar – nog belangrijker – ook de cliënten en ons personeel zijn algemeen gesproken tevreden. Dat blijkt uit diverse enquêtes. We geloven dus meer dan ooit in onze beleidskeuzes, en a fortiori in ons unieke geïntegreerde bankverzekeringsmodel en in de keuze voor onze kernlanden. We komen elke dag dichter bij ons doel om als bank-verzekeraar de referentie te zijn in al onze kernmarkten.

Thomas Leysen: Local embeddedness is een belangrijke pijler in onze nieuwe strategie. Dat betekent dat we sterk ingebed zijn en willen zijn in de maatschappij van elk van onze kernmarkten. Daarbij passen we ons ook continu aan aan de veranderende houding van onze cliënten, en aan de terechte verwachtingen van de hele maatschappij. We zijn ervan overtuigd dat net die lokale verankering de grootste sterkte is van onze strategie en ons bedrijfsmodel.

Hoe ziet u de toekomst?

Johan Thijs: Ook al moet ik dit elk jaar herhalen, toch blijft het zo dat het in het huidige klimaat niet vanzelfsprekend is om een uitspraak te doen over de verwachte economische ontwikkeling. In 2013 keerde een relatieve rust in de eurozone terug en tekende er zich, zeker vanaf het najaar, een conjunctuurherstel af. Dat laatste zal zich waarschijnlijk in 2014 doorzetten. Fundamenteel hebben we dus vertrouwen in de economische ontwikkeling ondanks de vele uitdagingen die de economische en politieke wereld in 2014 te wachten staan. Als KBC kijken we de toekomst met vertrouwen tegemoet. We kunnen ons nu volledig focussen op de verdere groei van onze bankverzekeringsgroep. Alle aandacht kan nu gaan naar onze cliënten, naar het invullen van hun financiële behoeften en het bewerkstellingen van een langetermijnrelatie, gebaseerd op een gezonde balans inzake risico, kostenbewustzijn en winstgevendheid.

Thomas Leysen: We hebben in de voorbije jaren bewezen dat we, ook na bijzonder moeilijke omstandigheden, kunnen opveren dankzij een onderliggend fundamenteel gezond en sterk bedrijfsmodel, dat gedragen wordt door betrokken medewerkers. We danken dan ook al onze medewerkers en alle andere belanghebbenden, in het bijzonder onze cliënten, onze aandeelhouders en de Belgische en Vlaamse overheid, voor het vertrouwen dat ze hebben getoond in onze groep. We blijven ons inzetten om dat vertrouwen te behouden.

Johan Thijs Thomas Leysen Chief Executive Officer voorzitter van de Raad van Bestuur

Thomas Leysen Johan Thijs voorzitter van de Raad van Bestuur Chief Executive Officer

Strategie, bedrijfsprofiel en structuur

In 2013 hebben we de laatste stappen gezet in ons desinvesteringsprogramma en betaalden we opnieuw een belangrijk deel van de ontvangen staatssteun terug. We vernieuwden onze strategie en gingen van start met een nieuwe managementstructuur. Daarbij bouwden we voort op de in de voorbije jaren gerealiseerde omvorming van onze groep tot een sterk gefocuste, regionale Europese bank-verzekeraar met een lager risicoprofiel en met behoud van de al aanwezige sterktes. De strategische focus blijft dus liggen op geïntegreerd bankverzekeren voor retail-, privatebanking-, kmo- en midcapcliënten in een weloverwogen selectie van vijf kernlanden.

Hoofdlijnen van de strategie

Geïntegreerd Vijf geografische Local
bankverzekeren kernmarkten responsiveness
Samenwerking Businessgedreven
groepsstructuur
Groepscultuur

We concretiseren onze nieuwe cultuur in het letterwoord PEARL (parel). Die letters staan voor Performance (we streven naar uitstekende resultaten in alles wat we doen, naar voortdurende verbetering van de kwaliteit van onze producten en diensten), Empowerment (we geven onze medewerkers de ruimte om hun professionele vaardigheden te ontplooien), Accountability (we aanvaarden onze individuele verantwoordelijkheid en communiceren duidelijk over onze resultaten), Responsiveness (we anticiperen en spelen in op vragen en suggesties van cliënten en medewerkers) en Local Embeddedness (we begrijpen en spelen in op de verscheidenheid van onze cliënten in onze kernmarkten). Daarnaast schuiven we drie waarden naar voren voor onze medewerkers: respectful (we tonen respect voor onze interne en externe cliënt), responsive (we luisteren naar cliënten en collega's en proberen een oplossing te vinden voor hun noden) en resultdriven (we leveren wat we beloven).

Geïntegreerd bankverzekeren

KBC bevestigt zijn engagement voor het bankverzekeringsmodel, dat gedurende de cyclus uitstekende resultaten heeft opgeleverd. In alle kernmarkten heeft de groep daarom zowel een bank als een verzekeringsmaatschappij.

KBC wil als bank-verzekeraar proactief en geïntegreerd inspelen op de financiële behoeften – in de ruimste zin – van de cliënt. Dat wil zeggen dat de cliënt bij ons terechtkan voor kredieten om zijn dromen te realiseren, verzekeringen om die dromen te beschermen, depositoproducten en assetmanagementdiensten om zijn vermogen te laten aangroeien, enzovoort. Aangezien we ons niet beperken tot één metier (bank of verzekeraar), kunnen we de cliënten een uitgebreid en geoptimaliseerd palet van bank- en verzekeringsproducten aanbieden, waarbij ze de voor hen gunstigste keuze kunnen maken

Een belangrijk kenmerk van ons bankverzekeringsmodel in België is de samenwerking tussen de bankkantoren en de verzekeringsagentschappen in zogenaamde micromarkten. Het bankkantoor focust op bankproducten en standaardverzekeringen en verwijst voor andere verzekeringsproducten door naar het verzekeringsagentschap in dezelfde micromarkt. Het verzekeringsagentschap verkoopt alle verzekeringsproducten en behandelt alle schadegevallen, ook die waarvoor de verzekering door een bankkantoor werd verkocht.

In Centraal- en Oost-Europa focussen de bankkantoren van de groep op bankproducten en in toenemende mate ook op standaardverzekeringen. De verzekeringsagenten verkopen alle verzekeringsproducten. Daarnaast blijft de verkoop via andere kanalen er belangrijk, waarbij voor niet-leven vooral de makelaars belangrijk zijn, en er voor leven waar relevant ook wordt samengewerkt met multi-levelagenten. In die landen lopen initiatieven om de samenwerking tussen bank en verzekeraar verder te optimaliseren en de verzekeringsverkoop via het bankkanaal verder uit te bouwen.

In Ierland heeft de groep alleen een bank, maar werd er recent wel gestart met de verkoop van brand- en levensverzekeringsproducten via de bankkantoren.

Niet alleen in het commerciële netwerk, maar in de gehele organisatie positioneren we ons als geïntegreerde bank-verzekeraar. Concreet betekent dat dat, met uitzondering van de pure bancaire en verzekeringsproductfabrieken, nagenoeg alle diensten (marketing, ICT, aankoopbeleid, enzovoort) op overkoepelend niveau werken (bank en verzekeringen samen), en dat de groep ook geïntegreerd aangestuurd wordt (1 CEO, 1 CFO, enzovoort).

Voor de cliënt biedt ons bankverzekeringsconcept onder meer het voordeel van een uitgebreide one-stop financiële dienstverlening, waarbij zowel bankzaken als vermogensbeheer en verzekeringen aan bod komen. De cliënt kan kiezen uit een breder, complementair en geoptimaliseerd product- en dienstenaanbod, waaruit hij gemakkelijker de voor hem optimale productmix kan kiezen. Dat is dan weer positief voor de loyaliteit van cliënten. Daarnaast biedt de bankverzekeringssamenwerking voor de groep belangrijke voordelen inzake diversificatie van de inkomsten, betere risicospreiding en bijkomend verkooppotentieel door de hefboomwerking van onze uitgebreide bank- en verzekeringsdistributiekanalen. Bovendien levert ze belangrijke kostenbesparingen en synergieën op, onder andere door gemeenschappelijke ondersteunende activiteiten zoals ICT, marketing en productontwikkeling.

Geografische focus op vijf kernmarkten

KBC definieert zijn kernmarkten als de markten waarin het met bank- en verzekeringsbedrijven aanwezig is, namelijk België, Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Bulgarije.

De keuze van die landen is historisch gegroeid, vanuit België als land van origine. Geleidelijk hebben we onze aanwezigheid versterkt in Centraal- en Oost-Europa, meer specifiek in markten waar we een belangrijke aanwezigheid konden uitbouwen (wat leidt tot schaalvoordelen) en waar de betrokken maatschappijen sterk lokaal ingebed zijn (in overeenstemming met ons concept van relatiebankverzekeren). De huidige vijf kernlanden bevatten zowel ontwikkelde markten als groeimarkten (zie tabel), en maken allemaal deel uit van de Europese Unie.

Alle andere activiteiten die niet tot de ondersteuning van cliëntrelaties in die kernmarkten bijdragen, worden in principe stopgezet.

Ierland blijft een uitzondering: de komende jaren zal de werking van KBC Bank Ireland erop gericht zijn de rentabiliteit te verhogen via de uitbouw van de retailactiviteiten.

Omvang en maturiteit kernmarkten België Tsjechië Slowakije Hongarije Bulgarije
Bevolking (miljoen) 11,1 10,5 5,4 9,9 7,2
Bbp per inwoner (euro, België = 100) 100 38 38 27 16
Penetratiegraad bankieren (België = 100)1 100 63 60 49 77
Penetratiegraad verzekeren (België = 100)2 100 49 36 36 27

Gebaseerd op eigen KBC-berekeningen.

1 Gemiddelde van (deposito's / bbp) en (kredieten / bbp), berekeningsbasis: België = 100 (2013)

2 Verzekeringspremies / bbp, berekeningsbasis: België = 100 (2012)

Local responsiveness

KBC focust op de cliënt en wil duurzame cliëntrelaties met particulieren, kmo's en midcaps opbouwen en verdiepen. Local responsiveness houdt in dat we de lokale cliënten beter begrijpen, alert zijn voor signalen en er proactief op inspelen, en producten en diensten op maat van die lokale behoeften aanbieden. Local responsiveness betekent dus dat we alert reageren op lokale opportuniteiten in elk van onze kernmarkten, waar we diep ingebed zijn (embedded).

Relatiegericht bankverzekeren is de sleutel tot local responsiveness. Dat wil zeggen dat KBC zal focussen op de bank- en verzekeringsactiviteiten die nodig zijn om de cliëntrelatie op een duurzame manier te ondersteunen.

Verder in dit jaarverslag vindt u verschillende voorbeelden van initiatieven en productvernieuwingen die onze focus op local responsiveness weerspiegelen (de lancering van flexibele leningen in Tsjechië, diverse initiatieven om de financiële geletterdheid te verhogen, de talloze mobiele applicaties in verschillende kernmarkten van de groep, enzovoort). In Cˇ SOB (Tsjechië) bestaat zelfs een speciale customer insight-afdeling, die expliciet als doel heeft het bedrijf nog meer customer responsive te maken.

Onze verwevenheid met de lokale economie uit zich ook in enkele opvallende campagnes die we in 2013 lanceerden. Start it @kbc is daar een mooi voorbeeld van. Omdat het aantal startende ondernemingen in Vlaanderen daalt, en de opstartkosten en -moeilijkheden een vaak aangehaalde reden daarvoor zijn, helpt KBC, samen met een aantal partners, starters bij verschillende aspecten van het ondernemerschap, zoals contacten leggen en een netwerk ontwikkelen, en stelt ook een locatie gratis ter beschikking.

Samenwerking

KBC bevordert grensoverschrijdende samenwerking en hefboomeffecten op groepsniveau om in de hele groep kostenefficiëntie te bewerkstelligen. Internationale productfabrieken en internationale dienstverleners bieden producten en diensten aan die afgestemd zijn op de distributiestrategie van de verschillende divisies en local responsiveness ondersteunen.

Uitwisseling van kennis, best practices, ervaring, producten en diensten tussen de verschillende divisies en bedrijfsfuncties wordt gestimuleerd via community's. Hun missie bestaat erin om overal waar dat zinvol is binnen de groep synergie, dialoog en uitwisseling te bevorderen. De communitywerking draagt in belangrijke mate bij tot de motivatie van het personeel en dus indirect ook tot de bedrijfsresultaten.

Hierna vindt u enkele voorbeelden van communitywerking in 2013.

Voorbeelden van synergie-initiatieven of bestpracticeverspreiding via communitywerking

Medewerkers van Private Banking in België, Tsjechië, Hongarije en Slowakije werkten in 2013 samen rond de versteviging van het operationeelrisicobeheer, de finetuning van de commerciële aanpak, en het scherpstellen van de waardepropositie. Voortbouwend op de ervaring van de verschillende collega's werden concrete acties ontwikkeld op maat van elk betrokken land.

In de community Directe Kanalen lag de focus op uitwisseling van de recente ontwikkelingen en initiatieven. Op die manier werden lokale initiatieven uit het ene land op een intelligente manier gekopieerd in het andere land. Een mooi voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van diverse mobiele apps.

In Niet-leven (schadeverzekeringen) zetten medewerkers via communitywerking een project op in verband met fraudebestrijding. Wegens het succes van dat project werd er een permanente community voor fraudebestrijding opgericht.

Businessgedreven divisiestructuur

De managementstructuur is afgestemd op de strategische keuzes (local responsiveness, bankverzekeren, cliëntgerichtheid …) en ondersteunt effectieve besluitvorming en individuele verantwoordelijkheid.

Een vereenvoudigd overzicht van de managementstructuur vindt u in het onderstaande schema. De structuur omvatte op 31 december 2013:

  • de vier divisies, die focussen op de lokale business en moeten bijdragen tot een duurzame winst en groei:
  • België
  • Tsjechië
  • Internationale Markten: de andere kernlanden in Centraal- en Oost-Europa (Slowakije, Hongarije en Bulgarije), KBC Bank Ireland, en de overblijvende niet-kernentiteiten waarvan de verkoop nog moet worden afgerond
  • Internationale Productfabrieken: groepswijde productfabrieken zoals Asset Management, Trade Finance, Consumer Finance en Markets en KBC Securities;
  • de ondersteunende pijlers Corporate Change & Support, CRO-diensten en CFO-diensten, die optreden als interne regelgever, en vooral de divisies ondersteunen;
  • de pijler Corporate Staff, een competentiecentrum voor strategische knowhow en best practices voor bedrijfsorganisatie en communicatie. Corporate Staff ondersteunt het groepsdirectiecomité en de divisies, en stimuleert de samenwerking binnen de onderneming.

De managementstructuur vormt ook de basis voor financiële segmentrapportering. In dat rapporteringsoverzicht zijn de segmenten:

  • Divisie België (alle activiteiten in België)
  • Divisie Tsjechië (alle activiteiten in Tsjechië)
  • Divisie Internationale Markten (activiteiten in Ierland, Hongarije, Slowakije en Bulgarije)
  • Groepscenter (resultaten van de holding, elementen die niet aan de andere divisies zijn toegewezen, resultaten van de nog te desinvesteren maatschappijen en de invloed van de legacy en het eigen kredietrisico (zie verder)).

Zoals vermeld, omvat de managementstructuur van de groep ook een divisie Internationale Productfabrieken. De resultaten van de activiteiten van die divisie nemen we op in de resultaten van de andere divisies op geografische basis. De divisie tonen we dus niet als een apart segment in de segmentrapportering.

De belangrijkste verschillen met de vroegere managementstructuur beschrijven we in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

Informatie over de juridische structuur van de groep vindt u in Toelichting 44 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Vanaf 1 mei 2014 passen we de managementstructuur en de samenstelling van het Directiecomité aan. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • de fusie van de divisies Internationale Markten en Internationale Productfabrieken;
  • het opheffen van de Corporate Change & Support-pijler (de betreffende diensten worden ondergebracht in de andere entiteiten);
  • het herleiden van het Directiecomité tot zes leden, met de volgende functies:
  • Johan Thijs: groeps-CEO
  • Daniel Falque: CEO Divisie België
  • John Hollows: CEO Divisie Tsjechië
  • Luc Gijsens: CEO Divisie Internationale Markten
  • Luc Popelier: CFO
  • Christine Van Rijsseghem: CRO.

Dit jaarverslag behandelt het boekjaar 2013 en is bijgevolg gestructureerd op basis van de managementstructuur die bestond op 31 december 2013.

Groepscultuur en doelstellingen

KBC engageert zich voor een duidelijk gedefinieerde groepscultuur. De groep verhoogt zijn wendbaarheid en alertheid door de nadruk te leggen op een gestroomlijnd prestatiebeheer en individuele verantwoordelijkheid voor alle medewerkers.

Via prestatie-indicatoren leggen we een duidelijke link tussen de strategische prioriteiten en de individuele verantwoordelijkheid. De strategische prioriteiten betreffen winst, kapitaal en liquiditeit en mensen (cliënten, medewerkers, samenleving). De doelstellingen inzake winst, kapitaal en liquiditeit die de groep op het hoogste niveau moet behalen, zetten we uiteen in de tabel.

Ook voor de dimensie Mensen worden doelstellingen (KPI's) gezet. Het gaat dan onder meer over de tevredenheid van cliënten en medewerkers en de merknaambekendheid, gemeten via net promotor scores, reputatie-indices enzovoort. Momenteel ontwikkelt de groep daarvoor een nieuw rapporterings- en follow-upsysteem.

Financiële doelstellingen op groepsniveau
Ratio Definitie Doelstelling Vergelijking met huidige prestatie
Kosten-inkomstenratio
bankactiviteiten
[Exploitatiekosten van de bankactivitei
ten] / [totale opbrengsten van de bank
activiteiten], gebaseerd op aangepaste
resultaten.
Maximaal 55%
(tegen 2015)
Kosten-inkomstenratio (%)
doel 2015: maximaal
55
40
70
FY2013: 52
Gecombineerde
ratio
schadeverzekeringsacti
viteiten
[Verzekeringstechnische lasten, inclusief
interne schaderegelingskosten / ver
diende verzekeringspremies] + [bedrijfs
kosten / geboekte verzekeringspremies]
(telkens na herverzekering).
Maximaal 95%
(tegen 2015)
Gecombineerde ratio (%)
doel 2015: maximaal
95
80
110
FY2013: 94
Common equity ratio,
groep
(Basel III)
[Common equity Tier 1-kapitaal] / [totaal ge
wogen risicovolume]. Gebaseerd op de laat
ste beschikbare Capital Requirement Regula
tion en de Capital Requirement Directive.
Fully loaded betekent: in de veronderstelling
dat Basel III vandaag al 100% van kracht is.
Inclusief de resterende staatssteun en de her
waarderingsreserve voor voor verkoop be
schikbare activa.
Minimaal 10%
(vanaf 2013)
Common Equity Ratio (Basel III, fully loaded,%)
(Deense compromismethode)
huidig doel: minimaal
10
15
5
FY2013: 12,8
Net stable funding ratio
(NSFR)
[Beschikbaar bedrag stabiele financie
ring] / [Vereist bedrag stabiele financie
ring]
Minimaal 105%
(tegen 2015)
Net stable funding ratio (%)
doel 2015: minimaal
105
140
70
FY2013: 111
Liquidity coverage ratio
(LCR)
[Liquide activa van hoge kwaliteit] / [to
taal nettokasuitstroom voor de volgen
de dertig kalenderdagen]
Minimaal 100%
(tegen 2015)
Liquidity coverage ratio (%)
doel 2015: minimaal
100
140
60
FY2013: 131

De minimum- en maximumwaardes in de grafieken hebben geen specifieke betekenis.

RWA van de groep (Basel II, in miljarden euro)

Desinvesteringsprogramma volledig uitgevoerd, CDO-risico aanzienlijk verminderd en overheidssteun opnieuw sterk afgebouwd

Het herstructureringsplan van de groep bevatte een opsomming van de activiteiten die we moe(s)ten desinvesteren. Eind 2013 was het volledig uitgevoerd. Specifiek in 2013 haalden we de volgende belangrijke mijlpalen:

  • maart: verkoop van het minderheidsbelang van 22% in NLB in Slovenië en van het minderheidsbelang van 16,17% in Bank Zachodni in Polen;
  • mei: afronding van de verkoop van Absolut Bank in Rusland;
  • september: overeenkomst over de verkoop van KBC Bank Deutschland;
  • december: afronding van de verkoop van KBC Banka in Servië en overeenkomst over de verkoop van Antwerpse Diamantbank.

Eind 2013 hebben we dus alle desinvesteringen uitgevoerd en moeten we alleen nog de al getekende verkopen van Antwerpse Diamantbank en van KBC Bank Deutschland finaal afronden.

De desinvesteringen in de afgelopen jaren maakten van KBC een kleinere, meer gefocuste groep. De grafiek die de daling van de risicogewogen activa (RWA) van de groep laat zien, is daarvan een illustratie.

Net zoals in voorgaande jaren verbeterden we in 2013 ons risicoprofiel nog verder, ook door middel van andere maatregelen. Een belangrijk element daarin is de verdere afbouw van onze historische portefeuille CDO- en ABS-papier. Het risico van de CDO's en ABS'en verminderde in 2013 immers aanzienlijk, tot een netto-exposure van 7,5 miljard euro eind 2013 (6,3 miljard euro voor CDO's en 1,2 miljard euro voor ABS'en). Sinds begin 2010 is dat een afbouw tot een kwart van het oorspronkelijke bedrag. Het resterende bedrag is bovendien voor een aanzienlijk deel gedekt door afwaarderingen en vooral door de overheidsgarantie van de Belgische staat. Die in 2009 getekende garantieovereenkomst ging initieel over een nominaal bedrag van 20 miljard euro, maar door de hierboven vermelde afbouw in de voorbije jaren daalde dat bedrag tot ongeveer 5,9 miljard euro op 31 december 2013.

In 2008 en 2009 verkocht KBC in totaal 7 miljard euro kernkapitaaleffecten aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest (elk 3,5 miljard euro). In 2012 betaalden we al de volledige steun van de Belgische overheid (3,5 miljard euro plus een premie van 15% daarop) terug. In 2013 betaalde KBC van de resterende 3,5 miljard euro steun van de Vlaamse overheid al 1,17 miljard euro terug, plus een premie van 50%. Begin 2014 betaalde KBC bijkomend 0,33 miljard euro steun van de Vlaamse overheid terug, plus een premie van 50%. KBC heeft de intentie om het resterende saldo van 2 miljard euro (plus premies) in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of sneller, mits goedkeuring van de toezichthouder. We zullen er daarbij altijd op toezien dat onze solvabiliteit op een voldoende hoog niveau blijft.

Desinvesteringsplan volledig uitgevoerd

Meer informatie over de CDO-exposure vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Meer informatie over de staatssteun vindt u in het deel Overige informatie.

Samenvatting per land

België

  • Belangrijkste merknamen: KBC en CBC
  • 827 bankkantoren, 470 verzekeringsagentschappen, diverse elektronische kanalen
  • 20% marktaandeel voor traditionele bankproducten, 33% voor beleggingsfondsen, 17% voor levensverzekeringen en 9% voor schadeverzekeringen
  • 3,5 miljoen cliënten
  • 87 miljard euro kredietportefeuille, 97 miljard euro deposito's en schuldpapier
  • Bijdrage in de aangepaste nettowinst 2013: 1 570 miljoen euro.

Tsjechië

  • Belangrijkste merknaam: Cˇ SOB
  • 319 bankkantoren, diverse distributiekanalen voor verzekeringen, diverse elektronische kanalen
  • 19% marktaandeel voor traditionele bankproducten, 28% voor beleggingsfondsen, 6% voor levensverzekeringen en 6% voor schadeverzekeringen
  • 4 miljoen cliënten
  • 20 miljard euro kredietportefeuille, 25 miljard euro deposito's en schuldpapier
  • Bijdrage in de aangepaste nettowinst 2013: 554 miljoen euro.

Slowakije

  • Belangrijkste merknaam: Cˇ SOB
  • 128 bankkantoren, diverse distributiekanalen voor verzekeringen, diverse elektronische kanalen
  • 10% marktaandeel voor traditionele bankproducten, 7% voor beleggingsfondsen, 5% voor levensverzekeringen en 3% voor schadeverzekeringen
  • 0,6 miljoen cliënten
  • 5 miljard euro kredietportefeuille, 5 miljard euro deposito's en schuldpapier
  • Bijdrage in de aangepaste nettowinst 2013: 70 miljoen euro.

Hongarije

  • Belangrijkste merknaam: K&H
  • 220 bankkantoren, diverse distributiekanalen voor verzekeringen, diverse elektronische kanalen
  • 9% marktaandeel voor traditionele bankproducten, 17% voor beleggingsfondsen, 3% voor levensverzekeringen en 5% voor schadeverzekeringen
  • 1,6 miljoen cliënten
  • 5 miljard euro kredietportefeuille, 6 miljard euro deposito's en schuldpapier
  • Bijdrage in de aangepaste nettowinst 2013: 66 miljoen euro

Bulgarije

  • Belangrijkste merknamen: CIBank en DZI Insurance
  • 104 bankkantoren, diverse distributiekanalen voor verzekeringen, diverse elektronische kanalen
  • 2% marktaandeel voor traditionele bankproducten, 10% voor levensverzekeringen en 10% voor schadeverzekeringen
  • 0,5 miljoen cliënten
  • 0,7 miljard euro kredietportefeuille, 0,5 miljard euro deposito's en schuldpapier
  • Bijdrage in de aangepaste nettowinst 2013: 2 miljoen euro.

Ierland

  • Belangrijkste merknaam: KBC Bank Ireland
  • 7 bankantoren, diverse elektronische kanalen
  • 10% marktaandeel voor hypothecaire retailkredieten, 3% voor retaildeposito's
  • 0,2 miljoen cliënten
  • 15 miljard euro kredietportefeuille, 3,5 miljard euro deposito's en schuldpapier
  • Bijdrage in de aangepaste nettowinst 2013: -992 miljoen euro.

Definiëring en meer uitleg bij de hierboven opgesomde gegevens: zie hoofdstukken per divisie, verder in dit jaarverslag. Kredietportefeuille: zie definitie in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer; deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.

26 Jaarverslag KBC 2013

KBC in de maatschappij

We nemen onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving ernstig en willen dat laten blijken uit onze dagelijkse activiteiten. We hebben er dan ook bewust voor gekozen om geen aparte CSR-strategie uit te werken. Onze maatschappelijke betrokkenheid en engagementen zitten verweven in onze globale strategie, die enerzijds ons als bedrijf sterker maakt om een nog altijd woelige financiële wereld het hoofd te bieden, maar anderzijds ook focust op de toekomst. Verantwoordelijkheid voor het sociale, economische en milieuaspect wordt in onze bedrijfswaarden geïncorporeerd en naar alle niveaus van ons bedrijf uitgedragen.

We zijn ervan overtuigd dat we door ons betere inzicht in lokale cliënten producten en diensten kunnen aanbieden die perfect zijn afgestemd op hun behoeftes en dat dat ons concurrentievoordeel nog kan vergroten. Daarom krijgt local responsiveness in onze strategie een belangrijke plaats.

Johan Thijs, CEO KBC-groep

Maatschappelijk verantwoord bankverzekeren willen we concreet maken in de langetermijnrelaties met onze cliënten, een win-winsituatie voor beide partijen. Ook zetten we in op de lokale economie, de samenlevingen waarin we dagelijks ons werk verrichten.

We willen ook transparant zijn in onze manier van zaken doen. Duurzaam bankverzekeren betekent voor ons ook dat we als bedrijf denken aan de lange termijn, ten voordele van alle belanghebbenden. We willen daarbij de nodige veerkracht opbouwen om ons tijdig aan te passen aan veranderende behoeftes, eisen, wetten en economisch klimaat.

De Edelman Trust Barometer toont ons dat het vertrouwen in de financiële sector nog altijd op een laag niveau zit. We beseffen maar al te goed dat het vertrouwen opnieuw moet worden opgebouwd: focus op cliënten en de lokale economieën, transparantie, flexibiliteit en ons bedrijf duurzaam uitbouwen, zijn daarvoor de bouwstenen.

Rondvraag bij belanghebbenden

Transparantie en dialoog beginnen met luisteren. We willen in gesprek gaan met al onze belanghebbenden. Geen eenrichtingsverkeer, maar een open dialoog die ruimte geeft voor feedback, vragen en kritiek. Daarom zijn we in 2013 gestart met een uitgebreide bevraging van onze belanghebbenden (stakeholders). We vroegen hun bepaalde thema's in te delen naar belangrijkheid en KBC te evalueren op die thema's. We hebben ons dit jaar beperkt tot enkele groepen van belanghebbenden in België.

Voor onze cliënten, leveranciers, en leden van de Raad van Bestuur komen dezelfde items als uitermate belangrijk naar boven: financiële stabiliteit, kwaliteit en transparantie van de aangeboden producten en diensten, korte- en langetermijnstrategie, en een verantwoord risicobeleid.

De resultaten van de bevraging van onze medewerkers zijn niet opgenomen in de matrix. Enerzijds omdat hun bevraging deel uitmaakte van een grotere, algemene, jaarlijkse tevredenheidsenquête, en anderzijds omdat hun antwoorden een ander accent hebben: zij vinden naast de financiële stabiliteit, de werkzekerheid het belangrijkst, gevolgd door loonbeleid en transparantie.

Hieronder vindt u een schematisch overzicht van de belangrijke dimensies die uit de bevraging komen. Meer informatie vindt u in ons Verslag aan de samenleving, op www.kbc.com.

Te verbeteren

Dit zijn thema's die onze belanghebbenden als belangrijk beschouwen en waarvoor KBC een minder hoge score krijgt.

Te koesteren

Dit zijn de thema's die onze belanghebbenden belangrijk vinden en waarvoor KBC een positieve evaluatie krijgt.

Op te volgen

Dit zijn thema's die minder belangrijk zijn voor onze belanghebbenden en KBC krijgt daarvoor ook geen hoge score.

Te behouden

Dit zijn de thema's waar KBC goed op scoort, maar die voor onze belanghebbenden minder belangrijk zijn.

Tevredenheid over KBC

Open communicatie en stappen naar geïntegreerde rapportering

KBC wil zo transparant en open mogelijk met zijn belanghebbenden communiceren. We organiseren daartoe diverse contactmogelijkheden tussen het management en onze belanghebbenden. Het gaat dan onder meer over beleggersevents, personeelstevredenheidsenquêtes, cliëntentevredenheidsenquêtes, conferenties, roadshows of Investor Days, waarop telkens specifieke onderwerpen aan bod komen. Onder meer de diensten Corporate Communicatie, Investor Relations, HR, Marketing en het CSR-team begeleiden die contacten, en behartigen de vragen van de verschillende belanghebbenden. KBC verspreidt het hele jaar door informatie, onder meer in de vorm van persberichten en presentaties, en stelt bij de bekendmaking van de resultaten ook kwartaal-, halfjaar- en jaarverslagen ter beschikking. Die informatie vindt u op www.kbc.com, de website die naast diverse wettelijk verplichte meldingen (onder meer over de Algemene Vergaderingen) algemene bedrijfsinformatie en specifieke rapporten bevat, zoals risicorapporten en rapporten over duurzaam ondernemen.

In juni 2013 haalde Investor Relations van KBC bij de Extel Awards for Best Corporate Firm for IR in België de tweede plaats. KBC werd bovendien door de Belgische Vereniging van Financiële Analisten (BVFA) bekroond met de prijs voor de Beste Financiële Informatie, met topscores voor onder meer Investor Relations en voor de bedrijfswebsite www.kbc.com.

In april 2013 organiseerden we een stakeholderdebat, waar we ons Verslag aan de Samenleving voorstelden, en waarbij de aanwezigen kritische vragen konden stellen aan ons management. Het debat leidde tot constructieve feedback waarmee we in ons Verslag aan de Samenleving rekening houden. We zien dat debat niet als een eenmalige gebeurtenis, we zullen ook de volgende jaren een stakeholderdebat blijven organiseren, waar verschillende thema's kunnen worden besproken. Verder organiseren we face-to-face-interviews met ngo's, waar dan dieper op meer specifieke thema's wordt ingegaan. Zo hebben we met veevoerbedrijven en landbouwbedrijven een debat georganiseerd over de rol die KBC speelt en kan spelen in de handel in derivaten op landbouwgrondstoffen.

U vindt de presentatie en de feedback op www.kbc.com/duurzaamondernemen.

Bedrijfsrapportering evolueert geleidelijk aan van een louter financiële focus naar een geïntegreerde focus. Een geïntegreerde rapportering geeft een volledig beeld van de strategie en performance van een bedrijf, waarbij wordt verklaard hoe waarde wordt gecreëerd en behouden, nu en in de toekomst. Een belangrijke drijvende kracht achter die ontwikkeling naar geïntegreerde rapportering is de International Integrated Reporting Council, maar ook in Europa wordt nagedacht over het uitbreiden van de niet-financiële rapportering.

KBC sluit zich aan bij dat streven naar meer geïntegreerde rapportering en transparantie. De groep hecht in zijn communicatie momenteel al veel belang aan het aspect maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zo maken we sinds enkele jaren onze visie en prestaties op het gebied van CSR bekend in een afzonderlijk jaarlijks rapport, het CSR Report (op www.kbc.com). Sinds een tweetal jaren publiceert de groep ook het al hierboven vermelde Verslag aan de Samenleving, waarin we rapporteren over alle maatschappelijk relevante thema's die aan bod zijn gekomen bij de bedrijfsvoering in het afgelopen jaar. Het Verslag aan de Samenleving is geschreven in een heldere en bevattelijke taal, zonder vakjargon, met oog voor wat er in de maatschappij leeft. We streven met de groep in het algemeen ook naar een groter

Eerste plaats voor Financiële Informatie bij BVFA; tweede plaats in België voor Investor Relations bij de Extel Awards

Meer informatie over geïntegreerde rapportering zal beschikbaar zijn op www.kbc.com.

aandeel van niet-financiële en maatschappelijke aspecten van de bedrijfsvoering in onze rapportering. Ook ons jaarverslag zet stappen in die richting. In 2013 hebben we bovendien een programma gestart om de ontwikkeling naar geïntegreerde rapportering verder in goede banen te leiden.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid, een vlag met vele ladingen

Wanneer we worden aangesproken over maatschappelijk verantwoord ondernemen, gaat de eerste gedachte vaak naar rechtstreekse milieu-impact. Daar maken we zeker werk van: we leveren immers continu inspanningen om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, waarbij de aandacht uitgaat naar zowel de rechtstreekse als de onrechtstreekse impact op het milieu. Verder in dit jaarverslag vindt u diverse tabellen met milieu-efficiëntiegegevens. Milieu heeft bovendien invloed op onze activiteiten. Om maar een voorbeeld te geven: de klimaatverandering (meer stormen, meer extreme weersomstandigheden) kan bijvoorbeeld rechtstreeks, via hogere schadeclaims, onze verzekeringsresultaten negatief beïnvloeden.

Ook de sociale impact wordt spontaan met maatschappelijk verantwoord ondernemen geassocieerd. We blijven uiteraard oog hebben voor de sociale impact die we hebben op onze omgeving, en in het bijzonder in de steden waar we onze activiteiten uitoefenen (waar we hoofdkantoren hebben bijvoorbeeld). In Brussel bijvoorbeeld blijven we de projecten steunen waarmee we al lang een samenwerkingsakkoord hebben, zoals Foyer, Yes en Bonnevie, maar ook nieuwe projecten krijgen de nodige aandacht. Een voorbeeld daarvan is het Toekomst Atelier, dat kinderen wil inspireren door mogelijke toekomstbeelden te tonen. Het Atelier biedt extra lessen en educatieve activiteiten aan gemotiveerde kinderen tussen tien en veertien uit Brusselse aandachtswijken.

Maar onze rol gaat verder dan de steun aan maatschappelijke projecten. Zo bewaren we via ons mecenaat en het Rockoxhuis mee het culturele erfgoed van België, en maken we het toegankelijk voor het grote publiek. In Hongarije bouwt K&H zijn kunstcollectie stelselmatig verder uit (Art For a Better and More Meaningful World), waarbij de kunstwerken de waarden van K&H – dynamiek, verjonging en sociale ontwikkeling – nog meer in de verf zetten. Elke divisie van de groep zet zich in voor lokale maatschappelijke projecten, waarbij de focus afhangt van de lokale prioriteiten en cultuur. In de hoofdstukken over de divisies, verder in dit verslag, halen we diverse voorbeelden en initiatieven aan op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen in 2013.

We zijn er ons echter meer en meer van bewust dat onze maatschappelijke verantwoordelijkheid in de eerste plaats ligt in de wijze waarop we dagelijks zaken doen: welke impact kunnen we hebben op de lokale economieën waarin we werken, hoe nemen we onze verantwoordelijkheid op tegenover de overheden die ons in 2008 en 2009 financieel geruggensteund hebben, en vooral: hoe gaan we om met onze cliënten en medewerkers?

Maatschappelijk verantwoord ondernemen en onze cliënten

Een duurzame financiële groep zijn betekent eerst en vooral dat we duurzame, respectvolle relaties met onze cliënten hebben.

Als groep moeten we blijven inspelen op de wisselende behoeftes van de cliënt en op de voortdurend veranderende marktomstandigheden. De commerciële relatie met onze cliënten wordt meer en meer bepaald door een stringent wettelijk kader dat de cliënt wil beschermen en zijn belangen verdedigen. Voldoen aan die regelgeving is uiteraard het minimum, maar het vertrouwen in KBC zal vooral worden bepaald door hoe de cliënt de dienstverlening van KBC ervaart.

Daarom verzamelen we in de verschillende markten waarin onze groep actief is informatie over de ervaringen van de cliënten om op basis daarvan onze diensten en producten te verbeteren. De cliëntentevredenheidsenquêtes in onze verschillende entiteiten schetsen allemaal hetzelfde positieve beeld: over het algemeen is de KBC-cliënt tevreden over de service, bereikbaarheid en producten van zijn bank. Meer informatie vindt u in de hoofdstukken over de divisies.

De reputatiemeting die we dit jaar voor het eerst in alle landen hebben uitgevoerd, geeft hetzelfde beeld. Ze leert ons ook dat het vertrouwen in KBC bij niet-cliënten beperkter is. Daar hebben we nog een weg af te leggen.

Naast de dagelijkse dienstverlening hebben we ook oog voor de noden van specifieke cliëntengroepen: zo werken we in elk van onze kernmarkten aan oplossingen voor cliënten die een moeilijke financiële periode moeten overbruggen (met uitstel van betaling, aanpassing van de kredietvoorwaarden, schuldaflossingsplan, enzovoort). De financiële geletterdheid verhogen blijft ook een van onze prioriteiten. Het lessenpakket Een klare kijk op je geld (basisonderwijs) en Een klare kijk op je geld en verzekering (secundair onderwijs) in België en het Financial Literacy Program in Tsjechië zijn daar mooie voorbeelden van.

Circa 10 miljoen cliënten in vijf kernmarkten en Ierland

Maatschappelijk verantwoord ondernemen in het economische weefsel

KBC vindt het belangrijk om als grote speler op de markt een motor te kunnen zijn voor de lokale economieën van onze thuismarkten. Dat doen we onder meer door kredieten te verschaffen en bepaalde projecten te financieren.

Onze kredietportefeuille omvat niet alleen kredieten aan particulieren en bedrijven, maar ook kredieten aan de socialprofitsector (zoals ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, onderwijs, lokale overheden). We financieren ook infrastructuurprojecten met een belangrijke invloed op de binnenlandse economische ontwikkeling (PPS-financiering voor sporthallen in Vlaanderen, financiering van wegenprojecten, enzovoort) en dragen bij aan de ontwikkeling van groeneenergieprojecten (bijvoorbeeld door de financiering van diverse onshore windprojecten). Een mooi voorbeeld van onze lokale verwevenheid is de campagne Het Gat in de Markt, waarbij KBC geïnteresseerde ondernemers wil helpen om het gat in de markt te vinden en zo het juiste project op te starten.

We worden ook door externe partijen aangesproken op onze onrechtstreekse impact op de samenleving: aan wie leveren we financiële diensten en is dat te verantwoorden? We nemen die opmerkingen ter harte, staan open voor dialoog en evalueren onze beleidsprincipes aangaande die thema's. In de debatten kwamen onder meer de volgende onderwerpen aan bod: ons beleid aangaande kernwapens, de UN Global Compact-principes en de handel in landbouwgrondstoffen. In 2013 hebben we al beslist om onze zwarte lijst voor controversiële wapens uit te breiden met bedrijven die de UN Global Compact-principes verregaand schenden. Voor de andere thema's verwachten we de resultaten in 2014.

KBC is niet langer betrokken in wat men – terecht of onterecht – voedselspeculatie noemt. KBC zal dus ook geen beleggingsproducten creëren die gebaseerd zijn op voedselprijzen. KBC blijft evenwel bedrijven die economische risico's lopen wegens schommelende landbouwprijzen, financiële producten aanbieden ter indekking van die risico's.

KBC is ook een grote verzekeraar in België en in de meeste van zijn Centraal- en Oost-Europese thuismarkten. De maatschappelijke relevantie van verzekeringen voor economie en maatschappij behoeft weinig commentaar. Het is het instrument bij uitstek om risico's af te dekken van activiteiten die levensnoodzakelijk zijn: zonder de autoverzekering geen verkeer en transport, zonder aansprakelijkheidsverzekeringen geen exploitatie van bedrijven, zonder brandverzekeringen geen beveiliging van het opgebouwde patrimonium, zonder arbeidsongevallenverzekeringen geen doeltreffende bescherming van de werknemers, zonder inkomens- en gezondheidsverzekeringen geen betaalbare gezondheidszorg. In dat kader hebben we een jarenlange traditie om samen te werken met tal van organisaties die actief zijn op het vlak van verkeersveiligheid, welzijn en begeleiding van slachtoffers.

KBC trekt resoluut de kaart van preventie. Preventie behoort tot het zijn van de verzekeraar. Het voorkomen van menselijk leed en aandacht voor waarden zoals veiligheid, gezondheid en zorg voor slachtoffers zijn enkele van de maatschappelijke doelstellingen die KBC zich oplegt. Als verzekeraar hebben we heel wat kennis en ervaring opgedaan over schadegevallen en hun oorzaken, maar ook over hoe ze kunnen worden voorkomen. We delen die kennis dan ook met onze cliënten met tips in diverse media. Daar waar het ons ontbreekt aan expertise, werken we samen met gespecialiseerde externe partners om aan de noden tegemoet te

komen. Zo lanceerden we in België de campagne Moeders Preventiewinkel (www.moederspreventiewinkel.be), een voor iedereen toegankelijke webwinkel die tips en informatie geeft en preventieproducten te koop aanbiedt die pech kunnen voorkomen. Meer daarover leest u in het hoofdstuk Divisie België.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen en onze medewerkers

Ook als werkgever zijn we een belangrijke motor van de economie, met wereldwijd ongeveer 36 000 mensen (in vte) die voor onze groep werken.

We beseffen maar al te goed dat we dankzij de betrokkenheid, tevredenheid en inzet van onze medewerkers sterke onderliggende resultaten neerzetten en onze strategie realiseren. Volgens een extern onderzoek georganiseerd door de Vlerick Business School behoorde KBC in 2013 trouwens opnieuw tot de tien beste grote werkgevers in België.

In de geüpdatete strategie van de groep staat de medewerker centraal in een innovatieve en duidelijk gedefinieerde bedrijfscultuur. KBC ontwikkelde een aantal hulpmiddelen om medewerkers te helpen en aan te moedigen om hun eigen gedrag aan de nieuwe bedrijfscultuur en strategie aan te passen. Er kwam een uniforme meting van de nieuwe bedrijfscultuur om op elk niveau van de groep de sterktes en aandachtspunten in kaart te brengen.

Door het beloningsbeleid permanent te evalueren en bij te sturen, wil de groep groeikansen geven aan zijn medewerkers en hen evenredig met hun prestaties belonen. KBC startte in België enkele jaren geleden al met een grondige actualisering van zijn personeelsbeleid onder de noemer HRinEvolution. Sindsdien hebben we het functieclassificatiesysteem verder geactualiseerd, een beleid over talentontwikkeling uitgewerkt, een groeipad voor nieuwe jonge kaderleden uitgestippeld en verdere alternatieve beloningsformules mogelijk gemaakt. Met de lancering van het nieuwe pensioenplan Safe4Future in België zal ook de opbouw van het aanvullend pensioen aansluiten op de concepten uit het nieuwe beloningsbeleid.

De groep heeft ook oog voor de mobiliteitsproblematiek van zijn medewerkers en lanceerde onder meer projecten voor decentraal en telewerken. Zo krijgen de medewerkers de kans om hun werk en privéleven beter in evenwicht te brengen. Daarnaast biedt KBC gratis pendelbussen tussen de treinstations en de hoofdkantoren en promoot het carpoolen, gebruik van fiets en openbaar vervoer en een groen wagenpark.

De groep maakt in het personeelsstatuut, het selectie- en promotiebeleid en de evaluatiesystemen geen enkel onderscheid wat betreft geslacht, geloofsovertuiging, afkomst of seksuele geaardheid. De gelijke behandeling van personeelsleden is ook opgenomen in de KBC-Gedragslijn en is onderwerp van meerdere niet-discriminatiemanifesten en charters die KBC onderschreef. Als werkgever wil KBC een duidelijk signaal geven aan de maatschappij: we gaan op een duurzame manier om met onze medewerkers, en wederzijds vertrouwen en respect behoren tot onze doelstellingen.

We willen mensen een uitdagende job aanbieden en hun de kans geven om hun talenten verder te ontwikkelen. Dat geldt niet alleen voor de jongere generatie, maar voor alle generaties van ons personeel. Een voorbeeld van dat laatste is hoe we in KBC België omgaan met

de mogelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de inzetbaarheid van oudere werknemers. Oudere werknemers kunnen zelf en in samenspraak met KBC kiezen voor de voor hen meest geschikte manier van werken, om daardoor gemotiveerd veel langer aan het werk te kunnen blijven.

Levenslang leren is ons motto. De groep besteedt dan ook bijzonder veel aandacht aan opleiding en heeft een uitgebreid ontwikkelingsaanbod uitgewerkt. Dat omvat een aantal opleidingsvormen die elkaar aanvullen en versterken, waaronder klassikaal leren, zelfstudie, eleren, werkplekleren en mentoring. Ontwikkelingsnoden zijn ook een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse evaluatie- en ontwikkelingsgesprek tussen de medewerker en zijn leidinggevende. Het ontwikkelingsaanbod voor leidinggevenden hebben we aangepast op basis van de KBC-strategie, de daarbinnen gedefinieerde bedrijfscultuur en het vernieuwde leiderschapsmodel.

In de tabel vindt u een verdeling van het totale personeelsbestand van de groep volgens diverse criteria. De cijfers zijn exclusief de groepsmaatschappijen waarvan de desinvestering nog niet volledig is afgerond. U vindt bijkomende informatie over personeelskosten en het gemiddelde personeelsbestand in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichtingen 12 en 13.

31-12-2012 31-12-2013
37 083 36 177
44% 45%
52% 51%
4% 4%
35%
23%
25%
17%
42% 43%
58% 57%
81% 81%
19% 19%
41 42
14,1 13,6
2,7
10

Maatschappelijk verantwoord ondernemen en de overheden

Sinds eind 2008 heeft de groep voor 7 miljard euro kernkapitaaleffecten uitgegeven, waarop de Belgische staat en het Vlaams Gewest, elk voor 3,5 miljard euro, intekenden. Op die steun betaalt KBC in principe een jaarlijkse coupon van 8,5% (voor zover er ook een dividend wordt betaald aan de aandeelhouders) en, bij terugbetaling, een premie. In mei 2009 ondertekende KBC ook een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's). Vereenvoudigd voorgesteld, gaat dat plan over een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro, dat nu al is gedaald tot 5,9 miljard euro. Ook voor die garantie betaalt de groep een belangrijke premie.

In 2012 betaalden we de volledige 3,5 miljard euro plus 15% premie terug aan de Belgische overheid. Midden 2013 betaalden we bovendien 1,17 miljard euro plus 50% premie terug aan de Vlaamse overheid, en begin 2014 nog eens 0,33 miljard euro plus 50% premie. We hebben de intentie om het resterend saldo van 2 miljard euro, plus premies, in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of eventueel sneller. Terugbetalingen zijn afhankelijk van de gebruikelijke goedkeuring door de Nationale Bank van België en de kapitaalpositie van de groep. Als KBC uiteindelijk alle staatssteun heeft terugbetaald, zal het totale bedrag aan terugbetalingen, couponbetalingen, premies en CDO-garantiepremies zijn opgelopen tot ruim 13 miljard euro.

Onze relatie met de overheid is vanzelfsprekend niet beperkt tot de staatssteun. Naast de kredietverlening aan particulieren en bedrijven, financieren we de economie bijvoorbeeld ook door onze directe en indirecte kredietverlening aan de overheden. Eind 2013 belegden we bijvoorbeeld ruwweg 25 miljard euro in Belgisch overheidspapier. KBC is bovendien al jarenlang betrokken bij het verzekeren van diverse instellingen van de Vlaamse overheid en werkt in Publiek-Private Samenwerkingen, of PPS, samen voor het realiseren van belangrijke maatschappelijke projecten.

Overheidssteun afgebouwd van 7 miljard euro tot 2 miljard euro begin januari 2014

Informatie voor aandeel- en obligatiehouders

In 2013 steeg onze beurskoers met 58% en op 31 december 2013 bereikte onze marktkapitalisatie daardoor 17,2 miljard euro. Onze langetermijnkredietratings bleven stabiel in 2013 en werden in maart 2014 door Standard & Poor's verhoogd. We lanceerden opnieuw verschillende emissies van gedekte obligaties. Over 2013 keren we geen dividend uit.

Het KBC-aandeel in 2013

De slotkoers van ons aandeel op 31 december 2013 bedroeg 41,25 euro, een stijging van 58% in een jaar tijd (na de stijging van bijna 170% in 2012) en meer dan het dubbele van de stijging van de DJ Euro Stoxx Banks index 2013. Daardoor bedroeg eind 2013 onze marktkapitalisatie 17,2 miljard.

KBC-aandeel 2012 2013
Aantal uitstaande aandelen op 31 december (in miljoenen) 417,0 417,4
Wijziging in aantal aandelen in 2013 Kleine toename met 397 003
aandelen als gevolg van de kapi
taalverhoging voor het personeel
in december 20131
Aantal dividendgerechtigde aandelen op 31 december (in miljoenen) 417,0 417,4
Koersontwikkeling2
Hoogste koers van het boekjaar (in euro) 26,2 42,0
Laagste koers van het boekjaar (in euro) 9,1 25,8
Gemiddelde koers van het boekjaar (in euro) 17,3 32,8
Slotkoers van het boekjaar (in euro) 26,2 41,3
Verschil slotkoers einde boekjaar versus einde vorig boekjaar +169% +58%
Marktkapitalisatie, in miljarden euro, op 31 december 10,9 17,2
Gemiddelde dagelijkse omzet op NYSE Euronext Brussels (bron:
Bloomberg)
Aantal aandelen in miljoenen 1,72 1,14
In miljoenen euro 30,0 36,1
Eigen vermogen per aandeel (in euro) 29,0 28,3

1 Meer informatie vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

Op basis van slotkoersen; afgerond op een cijfer na de komma.

Aandeelhoudersstructuur

Het overzicht in de tabel is gebaseerd op de recentste transparantiemeldingen of, als ze recenter zijn, meldingen in het kader van de wet inzake openbare overnamebiedingen of andere beschikbare informatie.

Aandeelhouders KBC Groep NV, volgens kennisgevingen Aantal
aandelen op
moment van
kennisgeving
In procenten
van huidig
aantal aan
delen
KBC Ancora (op 19 november 2013) 77 516 380 18,6%
Cera (op 19 november 2013) 11 127 166 2,7%
MRBB (eind 2013) 50 889 864 12,2%
Andere vaste aandeelhouders (midden 2013) 40 371 943 9,7%
Subtotaal vaste aandeelhouders 179 905 353 43,1%
Free float* 237 459 005 56,9%
Totaal 417 364 358 100,0%

* Informatie over notificaties van aandeelhouders die hieronder vallen, vindt u in het hoofdstuk Vennootschappelijke jaarrekening; voor 2013 betreft het alleen notificaties van BlackRock Inc.

  • Noord-Amerika
  • VK en Ierland
  • België
  • Rest van Europa
  • Rest van de wereld

Een overzicht van de ontvangen transparantiemeldingen en informatie over eigen aandelen bij groepsmaatschappijen vindt u in de hoofdstukken Verklaring inzake deugdelijk bestuur en Vennootschappelijke jaarrekening.

In november 2013 verkochten Cera en KBC Ancora 18,8 miljoen KBC-aandelen, waardoor hun participatie daalde naar 21,3%. Cera en KBC Ancora gebruikten de opbrengst van die verkoop voor de terugbetaling van leningen bij KBC, wat voor KBC leidde tot een positieve impact op de common equity ratio volgens Basel III (fully loaded) met circa 0,7 procentpunt.

In de grafiek vindt u een schatting van de verdeling per land van de institutionele beleggers uit de free float (die tekenen voor meer dan twee derde van de free float), gebaseerd op een onderzoek begin 2014.

Dividend op aandelen en coupon op kernkapitaaleffecten

Over het boekjaar 2013 (uitkering in 2014) stellen we, zoals al vroeger aangekondigd, geen dividend in het vooruitzicht (onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders). De uitbetaling van een coupon op de overblijvende kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Vlaamse overheid is verbonden aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Over het boekjaar 2013 betalen we bijgevolg in dat kader geen coupon aan de Vlaamse overheid.

Over het boekjaar 2014 heeft KBC Groep de bedoeling een brutodividend van maximaal 2 euro per aandeel uit te betalen op basis van de beschikbare winst die in dat boekjaar wordt gegenereerd (onder voorbehoud van goedkeuring door de betreffende Algemene Vergadering van Aandeelhouders).

Over het boekjaar 2015 heeft de groep de intentie geen dividend uit te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de betreffende Algemene Vergadering van Aandeelhouders), en bijgevolg ook geen coupon op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Vlaamse overheid.

Het is onze bedoeling vanaf het boekjaar 2016 opnieuw normaal dividend uit te betalen. De exacte dividendpolitiek vanaf dan zal worden voorgesteld op de KBC Investor Day in juni 2014.

Elke dividendbetaling moet uiteraard, zoals gebruikelijk, worden goedgekeurd door de regelgever. We zien er ook op toe dat de Vlaamse overheid een gemiddeld rendement op de door haar toegekende steun verkrijgt van meer dan 10% per jaar.

Kredietratings

In de tabel vermelden we de langetermijn- en kortetermijnkredietratings van KBC Groep NV, KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. Die ratings bleven stabiel in 2013 en werden op 10 maart 2014 verhoogd door Standard & Poor's.

Kredietratings*, 10-03-2014 Langetermijnrating Outlook/watch/ review Kortetermijnrating
Fitch
KBC Bank NV A- (Stabiele outlook) F1
KBC Verzekeringen NV A- (Stabiele outlook)
KBC Groep NV A- (Stabiele outlook) F1
Moody's
KBC Bank NV A3 (Stabiele outlook) P-2
KBC Groep NV Baa1 (Stabiele outlook) P-2
Standard & Poor's
KBC Bank NV A (Stabiele outlook) A-1
KBC Verzekeringen NV A (Stabiele outlook)
KBC Groep NV A- (Stabiele outlook) A-2

* Voor uitleg bij de verschillende ratings verwijzen we naar de respectievelijke ratingagentschappen.

Nieuwe emissies van gedekte obligaties (covered bonds)

In november 2012 kondigden we een programma aan voor de uitgifte van Belgische obligaties, gedekt door Belgische hypotheekleningen (pandbrieven of covered bonds) van 10 miljard euro, een kans om onze beleggersbasis en de fundingmix en -bronnen op lange termijn verder te diversifiëren met gedekte obligaties.

In december 2012 lanceerden we met veel succes een eerste uitgifte van gedekte obligaties, voor een bedrag van 1,25 miljard euro, met vijf jaar looptijd. In 2013 volgden een aantal nieuwe emissies, in totaal voor ruwweg 2,7 miljard euro, met verschillende looptijden.

Financiële kalender en contactgegevens

U vindt de financiële kalender en contactgegevens achteraan in het deel Overige informatie.

Geconsolideerd resultaat in 2013

Nettowinst 1 015 miljoen euro in 2013 • Aangepaste nettowinst 960 miljoen euro in 2013 • Stabiele nettorentemarge • Groei nettoprovisie-inkomsten • Gecombineerde ratio schadeverzekeringen 94% • Uitstekende kosten-inkomenratio van 52% • Hoge waardeverminderingen voor kredieten in Ierland.

Overzicht van de winst-en-verliesrekening

IFRS Aangepast resultaat
Geconsolideerde resultaten van de KBC-groep (in miljoenen euro)1 2012 2013 2012 2013
Nettorente-inkomsten 4 669 4 132 4 532 4 044
Rente-inkomsten 10 134 8 464
Rentelasten -5 465 -4 332
Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) 622 536 622 536
Verdiende premies 1 500 1 259 1 500 1 259
Technische lasten -878 -723 -878 -723
Verzekeringen Leven (vóór herverzekering)2 -240 -242 -240 -242
Verdiende premies 1 475 1 132 1 475 1 132
Technische lasten -1 714 -1 373 -1 714 -1 373
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -13 -5 -13 -5
Dividendinkomsten 45 47 43 41
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waar
deveranderingen in de winst-en-verliesrekening
420 1 191 789 779
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 181 252 180 213
Nettoprovisie-inkomsten 1 315 1 484 1 324 1 487
Provisie-inkomsten 2 005 2 286
Provisielasten -690 -802
Overige netto-inkomsten 734 123 252 343
Totale opbrengsten 7 733 7 517 7 488 7 197
Exploitatiekosten -4 248 -3 871 -4 184 -3 826
Bijzondere waardeverminderingen -2 511 -1 933 -1 195 -1 729
Op leningen en vorderingen -1 072 -1 719 -1 072 -1 638
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -95 -34 -37 -20
Op goodwill -421 -7 0 -7
Op overige -923 -173 -86 -64
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 2 1 -31 1
Resultaat vóór belastingen 976 1 714 2 078 1 643
Belastingen -362 -685 -553 -668
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 27 0 0 0
Resultaat na belastingen 641 1 029 1 525 974
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan minderheidsbelangen 29 14 29 14
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moe
dermaatschappij (nettoresultaat)
612 1 015 1 496 960
Aangepast nettoresultaat volgens divisie
België 1 360 1 570
Tsjechië 581 554
Internationale Markten -260 -853
Groepscenter -185 -311
Rendement op eigen vermogen 9% 9%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 57% 52%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 95% 94%
Kredietkostenratio, bankieren 0,71% 1,19%

– Niet beschikbaar aangezien de analyse van deze resultaatscomponenten op nettobasis gebeurt in de groep.

1 Definitie van de ratio's: zie Glossarium van gebruikte ratio's. Omschrijving van het aangepaste resultaat: zie verder in dit hoofdstuk. De voorstelling van de posten in verband met verdiende premies en technische lasten van de verzekeringsactiviteiten werd gewijzigd; zie deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichting 1 a.

2 Cijfers m.b.t. de verdiende premies (en technische lasten) bevatten niet de beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, die ruwweg overeenkomen met de tak 23-producten (3,6 miljard euro premies in 2012, 0,9 miljard euro in 2013).

In dit hoofdstuk bespreken we de geconsolideerde resultaten. Een bespreking van de niet-geconsolideerde resultaten en balans vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

Berekening van het aangepaste resultaat

Om nog meer inzicht te verschaffen in de bedrijfsresultaten geven we naast de winst-enverliesrekening volgens IFRS (kolommen IFRS in het overzicht) een aangepaste voorstelling van de winst-en-verliesrekening (kolommen aangepast resultaat in het overzicht), waarin we een beperkt aantal niet-operationele elementen niet opnemen in de gebruikelijke posten, maar samenvatten in drie regels onderaan in het overzicht.

Die elementen, en hun invloed in 2013, zijn:

  • • Legacy-CDO-activiteiten: omvat de waardeveranderingen van de CDO's in onze portefeuille (positief in 2013, vooral dankzij de vernauwing van de credit spreads op bedrijfsobligaties en ABS-kredieten); de vergoeding voor de CDO-garantieregeling met de Belgische overheid, de kosten en baten gerelateerd aan de afbouw van het CDO-risico en de invloed van de dekking voor MBIA (positief in 2013, door de verbeterde credit value adjustment op MBIA). In totaal had dat voor 2013 een positieve invloed van 446 miljoen euro na belastingen.
  • • Legacy-desinvesteringsactiviteiten: omvat de meer- en minderwaarden en waardeverminderingen in verband met groepsondernemingen die op de desinvesteringslijst staan. In 2013 betreft het vooral KBC Banka in Servië, Absolut Bank in Rusland, Antwerpse Diamantbank in België, het minderheidsaandeel in NLB in Slovenië, het minderheidsaandeel in Bank Zachodni in Polen en de invloed van de daling van de aandeelhoudersleningen. Dat leidde in 2013 per saldo tot een negatieve invloed van 348 miljoen euro na belastingen.
  • Waardering eigen kredietrisico: omvat de invloed van reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten ten gevolge van eigen kredietrisico. In 2013 leidde de verbetering van de credit spread van KBC tot een negatieve aanpassing van 43 miljoen euro na belastingen.

Daarnaast verplaatsen we de tradingresultaten, die in het IFRS-overzicht zijn opgenomen in verschillende posten, in het aangepaste resultatenoverzicht naar de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde. Vanwege het belang ervan gebeurt dat alleen voor KBC Bank België (Divisie België). De invloed van die verschuivingen op het nettoresultaat is per saldo uiteraard nihil.

Het nettoresultaat zonder de drie bovenvermelde elementen en na de vermelde verschuiving noemen we het aangepaste nettoresultaat.

De informatie per segment (divisie) is gebaseerd op het aangepaste overzicht, en de uitgesloten elementen (legacy-CDO- en desinvesteringsactiviteiten en waardering eigen kredietrisico) wijzen we integraal toe aan Groepscenter. Het aangepaste resultaatsoverzicht is als segmentrapportering ook in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen en is dus conform IFRS 8. IFRS 8 legt op af te wijken van de IFRS-principes als daarmee de management view wordt weergegeven. Dat is het geval aangezien de betreffende resultaten een belangrijk element zijn bij de beoordeling en sturing van de divisies. De commissaris heeft de segmentrapportering, als onderdeel van de geconsolideerde financiële staten, geauditeerd.

Aansluiting IFRS-resultaat en aangepast
resultaat
(voor 2013, in miljoenen euro)
IFRS
voorstelling
Verschuiving
tradingresul
taten (België)
Invloed
legacy-CDO
Invloed
legacy-desin
vesteringen
Invloed
eigen kre
dietrisico
Aangepaste
voorstelling
A B C D E A+B
-C-D-E
Nettorente-inkomsten 4 132 -82 5 0 0 4 044
Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) 536 0 0 0 0 536
Verdiende premies 1 259 0 0 0 0 1 259
Technische lasten -723 0 0 0 0 -723
Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) -242 0 0 0 0 -242
Verdiende premies 1 132 0 0 0 0 1 132
Technische lasten -1 373 0 0 0 0 -1 373
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -5 0 0 0 0 -5
Dividendinkomsten 47 -4 2 0 0 41
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële
waarde met verwerking van waardeveranderingen in
de winst-en-verliesrekening
1 191 87 559 0 -60 779
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschik
bare financiële activa
252 2 0 42 0 213
Nettoprovisie-inkomsten 1 484 -3 -7 0 0 1 487
Overige netto-inkomsten 123 -1 -1 -220 0 343
Totale opbrengsten 7 517 0 559 -179 -60 7 197
Exploitatiekosten -3 871 0 -37 -9 0 -3 826
Bijzondere waardeverminderingen -1 933 0 0 -204 0 -1 729
Op leningen en vorderingen -1 719 0 0 -82 0 -1 638
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -34 0 0 -13 0 -20
Op goodwill -7 0 0 0 0 -7
Op overige -173 0 0 -109 0 -64
Aandeel in het resultaat van geassocieerde onder
nemingen
1 0 0 0 0 1
Resultaat vóór belastingen 1 714 0 522 -391 -60 1 643
Belastingen -685 0 -77 43 17 -668
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfs
activiteiten
0 0 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 1 029 0 446 -348 -43 974
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 14 0 0 0 0 14
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de
moedermaatschappij
1 015 0 446 -348 -43 960

Kerncijfers geconsolideerde balans, beheerd vermogen, solvabiliteit en liquiditeit

Geselecteerde balans- en solvabiliteitsinformatie, KBC-groep
(in miljoenen euro)
20121 2013
Balanstotaal 256 928 241 306
Leningen en voorschotten aan cliënten 128 492 122 790
Effecten (eigenvermogensinstrumenten en schuldinstrumenten) 67 295 65 177
Deposito's van cliënten en schuldpapier 159 632 164 141
Technische voorzieningen vóór herverzekering en schulden m.b.t.
beleggingscontracten, verzekeringen
30 058 30 488
Risicogewogen activa 102 148 90 541
Totaal eigen vermogen2 15 879 14 514
Eigen vermogen van de aandeelhouders 12 017 11 826
Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht 3 500 2 333
Belangen van derden 362 354
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, in euro 29,0 28,3
Beheerd vermogen 155 216 162 977
Tier 1-ratio, groep (Basel II) 13,8% 15,8%
Core Tier 1-ratio, groep (Basel II) 11,7% 13,5%
Common equity ratio (Basel III, fully loaded, inclusief resterende over
heidssteun en latente winsten, Deense compromismethode)
10,5% 12,8%
(13,2%3
)
Liquidity coverage ratio 107% 131%
Net stable funding ratio 105% 111%

1 Balanstotaal en eigen vermogen aangepast naar aanleiding van de herziening van IAS 19 op 1 januari 2013.

2 Ontwikkeling van het eigen vermogen: zie deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties.

3 Volgens Building Block-methode.

Bijkomende informatie

  • Het (nu nagenoeg afgeronde) desinvesteringsprogramma beïnvloedt uiteraard de resultaatsvergelijking tussen 2012 en 2013:
  • Gerealiseerde meer- en minderwaarden en waardeverminderingen in verband met desinvesteringen beschouwen we als uitzonderlijke elementen; we sluiten ze bijgevolg uit in de aangepaste resultaatsgegevens.
  • De door de verkochte groepsmaatschappijen geboekte resultaten zitten in principe tot op het moment van de verkoop in de groepsresultaten vervat. In het deel Geconsolideerde jaarrekening, in de tabel Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten, vindt u voor de belangrijkste desinvesteringen een indicatie van de periode waarvoor hun resultaten in het groepsresultaat zijn opgenomen. In de grafieken op de volgende pagina's tonen we, naast de effectieve cijfers, telkens het bedrag zonder de belangrijkste tijdens 2012 en 2013 gedeconsolideerde maatschappijen (vooral Absolut Bank, Kredyt Bank, NLB en WARTA), om de veranderingspercentages zo veel mogelijk te zuiveren voor kringschommelingen.
  • Uiteraard komen de activa en verplichtingen van gedeconsolideerde maatschappijen niet meer voor op de balans. Op 31 december 2013 vielen bovendien enkele nog te desinvesteren groepsmaatschappijen onder IFRS 5 (het betreft KBC Bank Deutschland en Antwerpse Diamantbank, waarvoor een verkoopovereenkomst is getekend die op 31 december 2013 nog niet afgerond was). Dat betekent dat hun activa en verplichtingen op de balans worden gebundeld onder Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten.
  • De totale invloed op het nettoresultaat van wisselkoersverschillen van de belangrijkste niet-euromunten samen was zeer beperkt (in de orde van grootte van -25 miljoen euro).
  • Informatie over het gebruik van financiële instrumenten en hedge accounting vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder meer Toelichting 1 b, 5 en 18–29, en in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Bespreking van de voornaamste resultaats- en balansposten

Tenzij anders vermeld, betreffen de bespreking en de grafieken hierna het aangepaste resultaat, dus na uitsluiting van de invloed van de legacyactiviteiten en de waardering van eigen kredietrisico. Die elementen bespraken we hiervoor al in een aparte paragraaf.

Bijdrage van de in 2012 en 2013 gedesinvesteerde maatschappijen.

Nettorente-inkomsten

De nettorente-inkomsten bedroegen 4 044 miljoen euro in 2013. Zonder consolidatiekringschommelingen ligt dat 4% onder het niveau van 2012, onder meer door de lagere herbeleggingsopbrengsten, terwijl de commerciële marges gezond bleven.

De nettorentemarge van de bankactiviteiten bedroeg daardoor 1,75% in 2013 (1,2% in België, 3,0% in Tsjechië, 2,1% in de Internationale Markten), ruwweg hetzelfde niveau als in 2012.

Op vergelijkbare basis daalden de leningen en voorschotten aan cliënten, zonder reverse repo's (122 miljard euro eind 2013) per saldo met 2% in de loop van 2013, met een daling van 2% in Divisie België (0% als we de portefeuilles van de buitenlandse kantoren en de aandeelhoudersleningen uitsluiten), 6% groei in Divisie Tsjechië en 7% daling in Divisie Internationale Markten (groei in Slowakije en Bulgarije, maar daling in Ierland en Hongarije). Het totale depositovolume (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 153 miljard euro eind 2013) bleef ruwweg gelijk in 2013, op vergelijkbare basis, met stijgingen van 2% in Divisie België, 4% in Divisie Tsjechië en bijna 9% in Divisie Internationale Markten (met een aanzienlijke groei in Ierland, dankzij het succes van de retaildepositowervingscampagnes in dat land) en een daling bij Groepscenter (vooral bij KBC Ifima).

Verzekeringspremies en technische lasten

In 2013 bedroegen de verdiende premies van schadeverzekeringen 1 259 miljoen euro, dat is 3% meer dan het jaar daarvoor na correctie voor consolidatiekringschommelingen. De groei in België bedroeg 4%, in Tsjechië 3% en in de drie andere Centraal- en Oost-Europese markten samen -5%. De verzekeringstechnische lasten stegen met 2% in 2013, op vergelijkbare basis, deels door de overstromingen in Tsjechië en stormen in België. Op groepsniveau verbeterde de gecombineerde ratio met 1 basispunt tot een goede 94%.

De verdiende levensverzekeringspremies bedroegen 1 132 miljoen euro in 2013. Daarbij zijn evenwel, conform IFRS, bepaalde types levensverzekeringen uitgesloten (vereenvoudigd: de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen). Als we de premie-inkomsten voor die producten meetellen, bedragen de totale premie-inkomsten uit levensverzekeringen ongeveer 1,8 miljard euro, tegenover een bijzonder hoge 4,8 miljard euro in 2012. In de twee belangrijkste markten, België en Tsjechië, was er een daling, vooral bij de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23-producten). Dat is voor België onder andere een gevolg van de gewijzigde fiscale behandeling van tak 23-levensverzekeringscontracten sinds begin 2013, het lagerenteklimaat en een verschuiving naar beleggingsfondsen. In totaal maakten in 2013 de producten met rentegarantie ongeveer 52% uit van de levensverzekeringspremie-inkomsten en namen de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen 48% voor hun rekening. Op 31 december 2013 bedroegen de Levenreserves 25,4 miljard euro voor Divisie België, 1,1 miljard euro voor Tsjechië en 0,5 miljard euro voor de drie andere Centraal- en Oost-Europese kernmarkten samen.

Nettoprovisie-inkomsten

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 487 miljoen euro in 2013, een stijging met 15% ten opzichte van het jaar daarvoor (zonder consolidatiekringschommelingen). De stijging situeert zich voor het grootste deel in Hongarije en in België. In België is de belangrijkste factor voor die stijging de groei van de instap- en beheersvergoedingen voor beleggingsfondsen.

Eind 2013 bedroeg het totale beheerd vermogen van de groep (beleggingsfondsen en vermogensbeheer voor particuliere en institutionele beleggers) om en bij 163 miljard euro, 5% meer dan eind 2012 op vergelijkbare basis, door een positief prijs- én volume-effect. Het grootste deel van het eind 2013 beheerde vermogen slaat op Divisie België (151 miljard euro) en op Tsjechië (6 miljard euro).

Nettoprovisie-inkomsten (in miljoenen euro)

Andere inkomsten

Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, of kortweg trading- en reëlewaarderesultaat, bedroeg in 2013 779 miljoen euro, tegenover 789 miljoen euro het jaar daarvoor. We herhalen dat een aantal elementen uit deze post zijn uitgesloten (invloed van de legacy-CDO-portefeuille en van de waardering van het eigen kredietrisico) en dat de tradinggerelateerde inkomsten uit Divisie België, die volgens IFRS onder andere opbrengstenposten vallen, bij dat trading- en reëlewaarderesultaat geteld zijn. De positieve ontwikkeling van deze resultaatspost is onder meer te danken aan het zeer positieve resultaat van de marked-to-marketwaardering van bepaalde derivaten die worden gebruikt voor balansbeheer (280 miljoen euro versus -61 miljoen euro in 2012).

De andere inkomsten (dividenden, gerealiseerde meerwaarden en overige netto-inkomsten) bedroegen samen 597 miljoen euro in 2013, 122 miljoen euro meer dan in 2012. Dat verschil is onder meer het gevolg van de hogere overige netto-inkomsten; die post bevatte in 2012 onder meer een positieve 126 miljoen euro recuperatie met betrekking tot een oud fraudegeval bij KBC Lease UK en een bijkomende boeking in verband met het 5-5-5-product, en in 2013 recuperaties van moratoriuminteresten voor enkele succesvol afgesloten dossiers en meerwaarden bij de verkoop van enkele gebouwen.

Andere inkomstenposten (in miljoenen euro)

Resultaat uit financiële instrumenten Andere inkomsten (dividendinkomsten, netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa, overige netto-inkomsten)

Exploitatiekosten

De exploitatiekosten bedroegen 3 826 miljoen euro in 2013. Dat is zonder consolidatiekringschommelingen een stijging van 2% ten opzichte van het jaar daarvoor, wat onder meer te maken heeft met de invoering van een heffing op financiële transacties in Hongarije (inclusief een bijkomende daarmee gerelateerde eenmalige heffing), hogere kosten in Ierland (meer personeel) en hogere pensioengerelateerde kosten, die de lagere gewone personeelskosten en het positieve wisselkoerseffect compenseerden. Zonder wisselkoerseffecten en eenmalige elementen bleven de kosten ruwweg op hetzelfde niveau als in 2012.

De kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van de groep bedroeg in 2013 ongeveer 52% (54% na uitsluiting van enkele volatiele elementen), een verbetering ten opzichte van de 57% in 2012. Voor Divisie België bedroeg de kosten-inkomstenratio 47%, voor Divisie Tsjechië 47% en voor Divisie Internationale Markten 69%.

Exploitatiekosten (in miljoenen euro)

Jaarverslag KBC 2013 47

Andere waardeverminderingen (in miljoenen euro)

Waardeverminderingen

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen, of kredietvoorzieningen, bedroegen 1 638 miljoen euro in 2013, tegenover 1 072 miljoen euro in 2012. Die stijging is nagenoeg volledig op conto van Ierland te schrijven, waar we in het vierde kwartaal onze kredietportefeuille herbekeken en een groot bedrag aan bijkomende kredietvoorzieningen aanlegden. Voor heel 2013 bedroegen de kredietvoorzieningen voor Ierland daardoor 1 059 miljoen euro, tegen 547 miljoen euro in 2012. De andere kredietvoorzieningen bedroegen samen 579 miljoen euro in 2013. Dat is 328 miljoen euro in België, 76 miljoen euro in Hongarije (31 miljoen meer dan in 2012, ook hier voor een groot deel door de kredietportefeuille te herbekijken), 52 miljoen euro in Tsjechië en 123 miljoen euro voor de rest.

Per saldo verslechterde de kredietkostenratio van de groep daardoor van 71 basispunten in 2012 naar 119 basispunten in 2013. Dat was 37 basispunten in Divisie België, 25 basispunten in Divisie Tsjechië en 448 basispunten in Divisie Internationale Markten (Ierland 672 basispunten, Slowakije 60 basispunten, Hongarije 150 basispunten en Bulgarije 119 basispunten). Op 31 december 2013 bedroeg het aandeel van de non-performing kredieten in de totale kredietportefeuille 5,9%, ten opzichte van 5,3% in 2012. Dat is 2,5% in België, 3,0% in Tsjechië en een hoge 19,2% in Internationale Markten (vooral door Ierland, met een non-performing ratio van 26,2%). De non-performing kredieten (zie definitie in het Glossarium) waren eind 2013 voor 49% gedekt door waardeverminderingen voor non-performing kredieten, of 72% wanneer alle waardeverminderingen voor kredieten worden meegeteld. U vindt meer informatie over de samenstelling van de kredietportefeuille in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

De andere waardeverminderingen in 2013 bedroegen samen 91 miljoen euro in 2013 en hadden onder meer betrekking op obligaties en vastgoed.

We wijzen er wel op dat aangezien de grafiek is gebaseerd op het aangepaste nettoresultaat, de waardeverminderingen met betrekking tot desinvesteringen (legacy) niet inbegrepen zijn: die waardeverminderingen waren relatief beperkt in 2013, maar bedroegen in 2012 samen nog 1,2 miljard euro. Dat hoge bedrag sloeg op de toen nog te desinvesteren bedrijven (waardeverminderingen op goodwill en op overige, vooral met betrekking tot Absolut Bank, KBC Banka, NLB, Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland).

Nettoresultaat per divisie

Per divisie is het aangepaste nettoresultaat van de groep in 2013 als volgt verdeeld: België 1 570 miljoen euro (stijging met 210 miljoen euro tegenover 2012, vooral wegens sterke nettoprovisie-inkomsten en overige inkomsten), Tsjechië 554 miljoen euro (lichte daling met 27 miljoen euro tegenover 2012, voor het grootste deel door de negatieve wisselkoersimpact), Internationale Markten -853 miljoen euro (daling met 593 miljoen euro tegenover 2012, nagenoeg uitsluitend door de hogere waardeverminderingen in Ierland) en Groepscenter -311 miljoen euro (daling met 126 miljoen euro tegenover 2012).

Een meer gedetailleerde analyse van de resultaten per divisie vindt u in de betreffende hoofdstukken van dit verslag.

Balans, solvabiliteit, liquiditeit

Eind 2013 bedroeg het geconsolideerde balanstotaal van de groep 241 miljard euro, 6% lager dan eind 2012. De risicogewogen activa daalden in 2013 zelfs met 11% tot 91 miljard euro.

De belangrijkste producten op de actiefzijde van de balans blijven de Leningen en voorschotten aan cliënten (kredieten) met 122 miljard euro eind 2013 (zonder reverse repo's). Op vergelijkbare basis daalden de Leningen en voorschotten aan cliënten in totaal met 2% (2% daling in Divisie België, 6% stijging in Divisie Tsjechië, en 7% daling bij Internationale Markten). De belangrijkste kredietproducten (cijfers inclusief reverse repo's) blijven de termijnkredieten met 55 miljard euro en de woningkredieten met 54 miljard euro. De effecten bedroegen 65 miljard euro eind 2013, 3% minder dan het jaar voordien. Ze bestonden voor 3% uit aandelen en voor 97% uit obligaties en soortgelijke. Andere belangrijke posten op de actiefzijde van de balans waren de Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (16 miljard euro), Derivaten (9 miljard euro positieve marktwaarde) en de Beleggingscontracten van (tak 23-) verzekeringen (13 miljard euro).

Op vergelijkbare basis bleven de totale cliëntendeposito's (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's) van de groep ongeveer gelijk, op 153 miljard euro. De deposito's groeiden aan in Divisie België met 2%, in Divisie Tsjechië met 4%, in Divisie Internationale Markten met 9% (vooral dankzij de retaildepositocampagne in Ierland), maar daalden met 9% in Groepscenter. De voornaamste depositoproducten (cijfers inclusief repo's) blijven de termijndeposito's met 55 miljard euro, de zichtdeposito's met 39 miljard euro en de depositoboekjes met 35 miljard euro (dat laatste is een status-quo met 2012).

Bij de andere belangrijke posten op de passiefzijde van de balans vermelden we de Technische voorzieningen en de schulden met betrekking tot de beleggingscontracten van de verzekeraar (samen 30 miljard euro), Derivaten (10 miljard euro negatieve marktwaarde) en de Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (14 miljard euro).

Op 31 december 2013 bedroeg het totale eigen vermogen van de groep 14,5 miljard euro. Dat bestond uit 11,8 miljard euro eigen vermogen van de aandeelhouders, 0,4 miljard euro belangen van derden en de overblijvende 2,33 miljard euro niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten verkocht aan de Vlaamse overheid. Het totale eigen vermogen verminderde in 2013 per saldo met 1,4 miljard euro, wat voor het grootste deel te maken heeft met de gedeeltelijke terugbetaling van de Vlaamse overheidssteun (-1,75 miljard euro inclusief de 50% premie), de opname van de jaarwinst (+1 miljard euro), de couponbetaling op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheden met betrekking tot 2012 (-0,5 miljard euro), de uitbetaling van het dividend met betrekking tot 2012 (-0,4 miljard euro) en de wijziging van de AFS- en cashflowreserves (samen +0,2 miljard euro).

Eind 2013 bedroeg de Tier 1-ratio volgens Basel II van de groep 15,8% en de core Tier 1-ratio 13,5%. De common equity ratio volgens Basel III, fully loaded, Deense compromismethode, inclusief de nog overblijvende staatssteun en de herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa, bedroeg 12,8% eind 2013, comfortabel boven de interne doelstelling van 10%. De liquiditeitspositie van de groep bleef uitstekend, wat zich uit in een LCR-ratio van 131% en een NSFR-ratio van 111% eind 2013.

* Percentage na aanpassing voor wisselkoersschommelingen.

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau

Common equity ratio op groepsniveau (Basel III, fully loaded,

Deense compromismethode)

Jaarverslag KBC 2013 49

België

50 Jaarverslag KBC 2013

Divisie België omvat, vereenvoudigd voorgesteld, de activiteiten van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV, en hun Belgische dochtervennootschappen, met als belangrijkste CBC Banque, KBC Asset Management, KBC Lease Groep (België), KBC Securities en KBC Group Re.

KBC is altijd in de buurt en bereikbaar. We maken deel uit van de lokale gemeenschap. En onze expertise willen we nog vlotter delen. Zo maken we het verschil.

Daniel Falque, CEO België

De economische context in België

2013 was een jaar waarin een matig herstel van de conjunctuur zich aftekende, de inflatie sterk afkoelde en de langetermijnrente – weliswaar met vallen en opstaan, vooral in de VS – een opwaarts pad insloeg. Zeker in vergelijking met voorgaande jaren was het een jaar van relatieve kalmte in de Europese muntunie. Structurele hervormingen begonnen vruchten af te werpen en belangrijke stappen werden gezet naar een bankenunie. Dat vertaalde zich in een verdere ontspanning op de Europese financiële markten, ondanks problemen in enkele kleine landen.

Tegen de achtergrond van de sterke inflatieafkoeling en de uiterst zwakke kredietverlening verlaagde de Europese Centrale Bank nog twee keer haar beleidsrente en gaf ze te kennen dat ze die rente allicht nog geruime tijd laag zal houden. Ook in de VS ligt een verhoging van de beleidsrente niet in het verschiet. De centrale bank zocht er vanaf mei 2013 naar het gepaste moment om de uitzonderlijke versoepeling (quantitative easing) terug te schroeven (tapering), en startte daarmee begin 2014. Die zoektocht was trouwens de belangrijkste drijfkracht achter het stijgingspad van de Amerikaanse langetermijnrente.

In de eurozone wogen de structurele verbeteringen en het vertrouwensherstel uiteindelijk zwaarder door, waardoor de risicopremies verkleinden en de stijging van de langetermijnrente er minder uitgesproken was dan in de VS. Het renteverschil tussen het tienjaarse Belgische en Duitse overheidspapier viel vanaf de zomer terug tot ongeveer 60 basispunten op het einde van het jaar.

Ook de Belgische economie is sinds de lente van 2013 aan de beterhand. Het vertrouwen bij ondernemers en consumenten verbeterde al vroeg in het jaar en vanaf de zomer bleek het herstel ook alsmaar meer uit harde cijfers, zoals die van de bbp-groei en de industriële productie. De gezinsconsumptie leefde op en het schuchtere, maar toch duidelijke groeiherstel in de eurozone gaf steun aan de uitvoer. Naar het jaareinde toe verschenen ook de eerste positieve signalen uit de arbeidsmarkt, met onder meer een toename van het aantal vacatures en van de gepresteerde uren uitzendarbeid. Na al een stijging van 7,2% eind 2011 naar 8,1% eind 2012 piekte de werkloosheidsgraad in de zomer van 2013 op 8,5%.

Ondanks de kentering van de conjunctuur namen ook de faillissementscijfers in 2013 nog sterk toe. Een belangrijke groep bedrijven kon de grote recessie in 2008-2009 alleen maar zonder veel kleerscheuren doorkomen door hun reserves aan te spreken, maar kreeg het daardoor des te zwaarder te verduren tijdens de relatief milde recessie van 2012. Vooral de bouwsector werd zwaar getroffen en bleef dan ook de opvallende achterblijver in het herstel. Toch moet de golf van faillissementen die in 2013 aanhield, worden genuanceerd. Hoewel we de voorbije jaren de ergste economische malaise in de naoorlogse periode hebben meegemaakt, bereikte de jaarstijging van het aantal faillissementen niet de piekcijfers van 1981 en 1992. Een en ander vertaalde zich wel in een zwakkere ontwikkeling van de kredieten, vooral de bedrijfskredieten.

Macro-economische indicatoren België 2013
2012 (schatting*)
Groei bbp (reëel) -0,1% 0,2%
Inflatie (gemiddelde jaarstijging consumptieprijzen in %) 2,8% 1,1%
Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, per einde jaar) 8,1% 8,4%
Financieringssaldo overheid (in % van het bbp) -4,0% -2,7%
Overheidsschuld (in % van het bbp) 99,8% 99,7%

* Schatting begin 2014.

In 2013 zakte het begrotingstekort beneden de 3%-drempel en haalde België de aan Europa beloofde één procentpunt structurele sanering.

Na de bijna nulgroei in 2012-2013 ligt voor 2014 nog altijd maar een reële bbp-groei van 1% tot 1,5% in het verschiet. De groei van de Belgische economie zal weliswaar steun vinden in de internationale conjunctuurverbetering, maar ook getemperd blijven door de gezondmaking van de openbare financiën. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2014. Het is dus mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Onze activiteiten in België

Positie op de Belgische markt, 2013*

  • 827 bankkantoren
  • 470 verzekeringsagentschappen
  • 20% geschat marktaandeel voor traditionele bankproducten, 33% voor beleggingsfondsen, 17% voor levensverzekeringen en 9% voor schadeverzekeringen
  • Circa 3,5 miljoen cliënten
  • 87 miljard euro kredietportefeuille, 97 miljard euro deposito's en schuldpapier

* Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen (meestal op 30 september). Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's. Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.

Het netwerk van KBC Bank en CBC Banque biedt een brede waaier aan van krediet-, deposito-, assetmanagement-, verzekerings- en andere financiële producten voor privépersonen, kmo's, vermogende cliënten (samen retail) en grotere bedrijven.

De retailstrategie in België is gebaseerd op een sterke lokale verankering via een fijnmazig netwerk van bankkantoren en verzekeringsagentschappen, ondersteund door complementaire directe kanalen. Eind 2013 bestond ons retailnetwerk in België uit een achthonderdtal retail- en privatebankingkantoren van KBC Bank en CBC Banque en iets minder dan vijfhonderd exclusieve verzekeringsagentschappen van KBC Verzekeringen en CBC Assurances. We leggen expliciet de nadruk op relatiebankverzekeren, op maat van iedere cliënt en met vlot toegankelijke expertise voor iedere cliënt.

De dienstverlening aan grotere bedrijven gebeurt vooral via een netwerk van dertien bedrijvencentra en enkele kantoren van CBC Banque die naast retailcliënten ook bedrijven bedienen. De dienstverlening aan bedrijven omvat een brede waaier van diensten, waaronder kredietverlening, cashmanagement, betalingsverkeer, handelsfinanciering, leasing, geldmarktactiviteiten, kapitaalmarktproducten, aandelenhandel en corporate finance. Tot Divisie België behoort ook het beperkte netwerk van (een tiental) kantoren van KBC Bank in het buitenland, die focussen op activiteiten en cliënten die een link hebben met de (vooral Belgische) kernmarkten van KBC.

Een belangrijk kenmerk van ons model in België is de unieke samenwerking tussen onze bankkantoren en verzekeringsagentschappen in micromarkten, waarover meer in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur. Die samenwerking stelt ons in staat aan onze cliënten een productaanbod te leveren dat op hun behoeften is afgestemd. Enkele cijfers om het succes van ons model te illustreren: eind 2013 hadden bijna de helft van de gezinnen die cliënt zijn bij KBC Bank minstens één bankproduct en één verzekeringsproduct van KBC in portefeuille. Nog een voorbeeld: bij zo'n acht op tien verkochte woningkredieten verkochten we ook een KBC-Woningpolis.

Gezien het belang van cliëntentevredenheid bij relatiebankverzekeren volgen we de tevredenheid van onze cliënten op de voet. De jaarenquête 2013 over de bankkantoren bevestigt de trend van de afgelopen jaren. Dat wil zeggen: een blijvende sterke tevredenheid en loyaliteit van de cliënten. In cijfers: 81% van de cliënten is zeer tevreden (geeft een score van acht of meer op tien); dat is vergelijkbaar met het jaar voordien.

Ook de tevredenheid van de KBC-medewerkers staat op een bijzonder hoog niveau. De recentste rondvraag leverde 96% tevreden medewerkers op, waarvan 51% zich zelfs zeer of uitermate tevreden noemen.

We geloven in de kracht van fysieke aanwezigheid met een kantoren- en agentennetwerk, dicht bij de cliënt, maar we verwachten ook een verdere stijging van het belang van interneten mobiel bankverzekeren. We werken ook continu aan nieuwe applicaties in dat verband, onder meer met de verschillende toepassingen voor mobiel bankieren op smartphones en tablet-pc's, die we voortdurend verbeteren en uitbreiden. KBC-Mobile Banking telt nu al meer dan 160 000 actieve gebruikers. Begin 2013 lanceerden KBC en CBC hun app voor ondernemers: KBC/CBC-Mobile Business Banking.

Ook KBC-Online biedt cliënten almaar meer informatie en mogelijkheden om zelf bank- en/ of verzekeringsverrichtingen te doen en heeft al 1,2 miljoen abonnees, waarvan bijna 900 000 actieve gebruikers. Ook via sociale media als LinkedIn, Facebook, YouTube en Twitter is KBC hoe langer hoe beter bereikbaar. Bovendien lanceerden we in 2013 twee nieuwe websites, specifiek voor bedrijven en voor financiële instellingen: www.kbccorporates.com en www.kbcfi.com.

Unieke en succesvolle bankverzekeringssamenwerking

Cliëntentevredenheid op hoog niveau

Continue ontwikkeling en verdieping van de elektronische kanalen

We passen ons product- en dienstenaanbod uiteraard voortdurend aan aan de veranderende behoeften van de cliënten, nieuwe wetgeving en maatschappelijke trends.

Onze lokale verwevenheid illustreerden we met de campagne Een steentje bijdragen, een opvallend initiatief dat aantoont dat KBC het spaargeld van zijn Belgische cliënten vrijwel integraal opnieuw in de Belgische economie investeert. De campagne maakt duidelijk dat KBC, dankzij zijn sterke lokale aanwezigheid, bruggen kan bouwen tussen de spaarbehoeften van zijn particuliere cliënten enerzijds en de kredietbehoeften van zijn particuliere en bedrijfscliënten anderzijds. Om de betrokkenheid heel concreet te maken, konden de cliënten op de website van KBC hun voorkeur aangeven voor een lokaal project dat KBC financiert en hun sympathie wegdraagt. Daarbij kon de spaarder een boodschap achterlaten die op een echte miniatuurbaksteen werd gegraveerd. Achteraf kregen de zaakvoerders de geproduceerde steentjes overhandigd.

We bieden onze cliënten trouwens een hele waaier aan spaar- en beleggingsproducten aan die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de Belgische economie, waaronder de KBC-Termijnrekening 100% Invest. KBC verbindt er zich toe om iedere euro die via die termijnrekening wordt opgehaald, opnieuw te investeren in kmo-kredietverlening in een door de belegger zelf gekozen Vlaamse provincie. Daarnaast biedt KBC verscheidene specifieke beleggingsfondsen aan die rechtstreeks investeren in Belgische en/of Vlaamse bedrijven, waaronder de fondsen KBC EquiPlus 90 Belgian Economy, KBC Participation Belgian Economy en KBC Equity Fund Flanders.

Een ander voorbeeld van onze local responsiveness in de praktijk: omdat blijkt dat het aantal startende ondernemingen in Vlaanderen daalt, en onder meer de opstartkosten en -moeilijkheden daar een vaak aangehaalde reden voor zijn, lanceerden we Start it @kbc. Daarmee wil KBC, samen met een aantal partners, starters helpen bij verschillende aspecten van het ondernemerschap, zoals contacten leggen en een netwerk uitbouwen. KBC stelt bovendien gratis ruimte ter beschikking in de KBC-Toren in Antwerpen. Het project mikt vooral op ondernemingen die innoverend te werk gaan en bijdragen tot een duurzame lokale economie.

Dankzij ons ruime en aangepaste productaanbod behoren we tot de top van de financiële instellingen in België. Op basis van voorlopige gegevens en eigen schattingen bedroeg ons marktaandeel in België eind 2013 bijna 23% voor kredietverlening en iets meer dan 17% voor deposito's. Het aandeel op de verzekeringsmarkt bedroeg een geschatte 17% voor Leven (tak 21 en tak 23 samen) en bijna 9% voor Schade. Voor beleggingsfondsen scoren we zoals in de voorgaande jaren zeer hoog met een geschat marktaandeel van 33%.

Ondanks onze sterke positie – vooral in Vlaanderen – hebben we de ambitie nog verder te groeien, maar wel op een rendabele en verantwoorde manier. Daarbij denken we onder meer aan resoluut verder inzetten op innovatie, het onderzoeken of er specifieke kansen liggen in bepaalde regio's en productsegmenten en onze sterke directe kanalen (online en mobiel bankieren) verder ontwikkelen.

Diverse opvallende campagnes onderstrepen onze verwevenheid met de lokale economie

Duidelijk en expliciet maatschappelijk engagement

Onze maatschappelijke betrokkenheid en verwevenheid in de Belgische samenleving overstijgt het aanbieden van gepaste producten en diensten en uit zich ook in de verschillende initiatieven die we nemen op het gebied van milieu, preventie en bestrijding van kansarmoede en achterstelling. Enkele voorbeelden:

  • Met onze maatschappelijke sponsoring kiezen we voor projecten die inzetten op gezondheid en verkeersveiligheid, met focus op preventie. Zo zijn we in België al jaren partner van de verkeersveiligheidscampagnes van Levenslijn en Mobiel 21. We organiseren op regelmatige basis bloedinzamelingen in de hoofdkantoren in samenwerking met het Rode Kruis en werken ook al jarenlang samen met Kom Op Tegen Kanker. We zijn ook sponsor van talrijke culturele en sportevenementen zoals de Ronde van Vlaanderen, de KBC-Nacht van de Atletiek en een aantal zomerfestivals.
  • We zien preventie als een logische aanvulling van verzekeringen, waardoor het eigenlijk deel uitmaakt van het DNA van onze onderneming. Daarom lanceerden we bijvoorbeeld Moeders Preventiewinkel, een webwinkel die tips en informatie geeft en preventieproducten te koop aanbiedt die pech kunnen voorkomen. Thema's die aan bod komen in de winkel zijn brand, waterschade, veiligheid in en rond het huis en verkeersveiligheid.
  • We streven ernaar onze ecologische voetafdruk te verminderen. Zo startten we bijvoorbeeld in 2013 met de vervanging van de tl-verlichtingsarmaturen in het hoofdkantoor in Brussel door energiezuinige led-armaturen, die maar een derde van de tl-verlichting verbruiken en een veel langere levensduur hebben. Milieubewustzijn is trouwens een zaak van alle KBC-medewerkers: in dat kader maken we bij KBC in België sinds twee jaar het niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel (NRRV) van de medewerkers afhankelijk van het bereiken van groene, duurzame doelstellingen met betrekking tot elektriciteitsverbruik, CO2 -uitstoot van het KBC-wagenpark, gereden kilometers en papierverbruik.
  • In juni 2013 openden we een gloednieuw kantoor op een nieuwe locatie in Gent. Het nieuwe kantoorconcept is volledig gericht op de cliënt en de gemeenschap en we willen in de toekomst meer gelijkaardige kantoren openen (eind 2012 openden we het kantoor in Mol). Die nieuwe kantoren zijn kleiner qua oppervlakte en ecologischer en gaan uit van het concept van een cash- en papierloos kantoor.
Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep in België, per vte 2012 2013*
Energieverbruik (in GJ)* Elektriciteit 20,8 21,3
Waarvan elektriciteit afkomstig van groene energie 100% 100%
Fossiele brandstoffen (gas en stookolie) 12,6 16,0
Vervoer (in km) Woon-werkverkeer 8 867 8 288
Dienstritten 5 573 5 358
Papier- en waterverbruik, afval Papier (in ton) 0,13 0,12
Water (in m3
)
8,5 9,0
Afval (in ton) 0,29 0,33
Emissie van broeikasgassen (in ton)* 1,8 2,5

Hierna vindt u enkele milieuefficiëntiegegevens voor de KBC-groep in België.

* De stijgingen hebben deels met de weersomstandigheden (strenge winter) te maken, deels met lagere bezetting van ons patrimonium en methodologische verfijningen.

We vinden het niet alleen belangrijk om onze eigen ecologische voetafdruk te verminderen, we proberen ook initiatieven te ondersteunen die streven naar een klimaatneutrale of duurzamere omgeving. Voorbeelden daarvan zijn de innoverende initiatieven Leuven Klimaatneutraal in Leuven en Stadslab 2050 in Antwerpen, waarbij door samenwerking met verschillende partijen van de samenleving manieren gezocht worden om het energieverbruik van onze huizen, steden, bedrijven en de mobiliteit in het algemeen naar beneden te brengen.

Net zoals dat in vorige jaren het geval was, mochten we in België verschillende prijzen in ontvangst nemen die niet alleen onze financiële prestaties, maar ook onze maatschappelijke betrokkenheid belonen. Enkele voorbeelden:

  • KBC werd begin 2013, nu al voor de achtste keer op rij, verkozen in de Great Place to Work®-enquête als een van de beste werkgevers van België. Bij de bedrijven met meer dan 500 werknemers behaalden we de zesde plaats.
  • In april 2013 ontving KBC de hoogste score voor mobiliteit van Business & Society Belgium, een bedrijvennetwerk met meer dan 85 ondernemingen en beroepsfederaties uit verschillende sectoren die als doel heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen te integreren in hun beheer en activiteiten.
  • Vanaf januari 2013 mag KBC in België zich voor zijn ondersteunende diensten laten registreren voor EMAS.
  • In februari 2013 riep Euromoney KBC Private Banking uit tot beste private banker in België voor 2013. Voor 2012 werd KBC Private Banking al genomineerd als een highly commended private banker door de Financial Times/The Banker.
  • KBC won in juni 2013 op het reclamefestival Cannes Lions een gouden leeuw voor de campagne Het Gat in de Markt. In die campagne ging KBC op zoek naar beroepen, diensten of winkels die ontbreken in een dorp of stad, met als doel op die manier het ondernemerschap te stimuleren. De campagne ontving nadien nog verschillende andere prijzen.
  • In juni 2013 bevestigde Ethibel de opname van KBC in het Ethibel Excellence Investment Register. Daarmee geeft het aan dat KBC het op het vlak van CSR beter doet dan het gemiddelde van zijn sector.
  • In juli 2013 werd KBC opgenomen in de Euronext Vigeo Benelux 20 Index, samengesteld uit de twintig meest vooruitstrevende bedrijven van de Benelux op het vlak van milieu, maatschappelijke betrokkenheid en deugdelijk bestuur.

Dankzij ons maatschappelijke engagement genieten we veel krediet bij onze cliënten en daar willen we op voortbouwen. Acties zoals Het Gat in de Markt zijn bovendien een goed voorbeeld van wat we in onze strategie local responsiveness noemen en op die weg willen we zeker voortgaan.

Bijdrage van België tot het groepsresultaat

Resultaten Divisie België* (in miljoenen euro) 2012 2013
Nettorente-inkomsten 2 722 2 648
Verzekeringen niet-leven (vóór herverzekering) 375 409
Verdiende premies 916 955
Technische lasten -541 -546
Verzekeringen leven (vóór herverzekering) -305 -274
Verdiende premies 847 831
Technische lasten -1 153 -1 105
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -11 -6
Dividendinkomsten 40 40
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
506 544
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 119 171
Nettoprovisie-inkomsten 948 1 061
Overige netto-inkomsten 107 292
Totale opbrengsten 4 499 4 885
Exploitatiekosten -2 195 -2 249
Bijzondere waardeverminderingen -328 -363
Op leningen en vorderingen -246 -328
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -36 -7
Op goodwill 0 0
Op overige -46 -28
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
Resultaat vóór belastingen 1 976 2 273
Belastingen -619 -703
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Resultaat na belastingen 1 357 1 570
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -3 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (nettoresultaat) 1 360 1 570
Bankactiviteiten 988 1 255
Verzekeringsactiviteiten 371 315
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 52 884 49 751
Toegewezen kapitaal per einde periode 5 717 5 400
Rendement op toegewezen kapitaal 23% 28%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 51% 47%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 95% 93%

* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013. Onafhankelijk van de resultaatspost in IFRS bundelen we in dit schema alle tradinggerelateerde opbrengsten in de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (voor de andere divisies is dat niet het geval, aangezien het daar niet belangrijk is).

In 2013 genereerde Divisie België een nettoresultaat van 1 570 miljoen euro, tegenover 1 360 miljoen euro het jaar daarvoor.

In 2013 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 2 648 miljoen euro, 3% minder dan in 2012. Dat is vooral toe te schrijven aan lagere opbrengsten uit de obligatieportefeuille van de verzekeraar (vooral door een lager rendement op de herbeleggingsportefeuille) en de afbouw van activiteiten bij de buitenlandse kantoren, terwijl het commerciële nettorenteresultaat steeg (onder meer dankzij de betere marges op kredieten). De nettorentemarge van KBC Bank daalde licht van 1,26% in 2012 naar 1,24%.

De leningen in voorschotten aan cliënten, zonder reverse repo's (82 miljard euro eind 2013) van de divisie daalden met 2% in 2013, maar dat is deels te wijten aan de bewuste afbouw bij de buitenlandse kantoren van KBC Bank en de afbouw van de aandeelhoudersleningen (zonder de buitenlandse kantoren en de aandeelhoudersleningen blijft de portefeuille ruwweg gelijk). Het depositovolume (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 97 miljard euro eind 2013) groeide aan met 2% in een jaar tijd.

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 1 786 miljoen euro, waarvan 831 miljoen euro voor levensverzekeringen en 955 miljoen euro voor schadeverzekeringen.

De schadeverzekeringspremies stegen met ruwweg 4% (vooral in de tak Brand en andere schade aan goederen) en het schadeniveau was maar licht hoger dan in 2012. Bijgevolg bedroeg de gecombineerde ratio een goede 93% in 2013, tegenover 95% in 2012.

De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (ruwweg de tak 23-producten), klokte af op 1,5 miljard euro, opmerkelijk lager dan de zeer hoge 3,9 miljard euro in 2012. Dat is nagenoeg volledig te wijten aan de sterke daling van de verkoop van tak 23-producten, die deels toe te schrijven is aan de gewijzigde fiscale behandeling sinds 2013 en een verschuiving naar beleggingsfondsen. Daardoor tekenden per saldo de producten met rentegarantie voor 55% van de levensverzekeringsverkopen in 2013, en de producten gekoppeld aan beleggingsfondsen voor een relatief lage 45%. Eind 2013 bedroegen de uitstaande Levenreserves van Divisie België 25,4 miljard euro, 1% meer dan eind 2012.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 061 miljoen euro. Dat is 12% meer dan in 2012, onder meer dankzij de assetmanagementactiviteiten (groei van instap- en beheersvergoedingen voor beleggingsfondsen), voor een deel tenietgedaan door lagere provisie-inkomsten in verband met tak 23-verzekeringsproducten (de marge op die producten wordt onder nettoprovisie-inkomsten geboekt). Het door deze divisie beheerde vermogen steeg op jaarbasis met 5% tot 151 miljard euro, door een combinatie van een licht positief volume-effect en een sterker positief prijseffect.

Nettoresultaat 1 570 miljoen euro in 2013, 15% meer dan in 2012

Groei nettoprovisie-inkomsten uit assetmanagement, stijging overige inkomsten, daling nettorente-inkomsten

Uitstekende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten en goede gecombineerde ratio voor de schadeverzekeringen

De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 171 miljoen euro en betreft voor 42% aandelen en voor 58% obligaties (in 2012 omvatte deze post ook de verliezen in verband met de verkopen van overheidsobligaties van GIIPS-landen). De dividendinkomsten bedroegen 40 miljoen euro en het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 544 miljoen euro, waarbij het lagere tradingresultaat meer dan gecompenseerd wordt door een hogere marked-to-marketwaardering van bepaalde derivaten die gebruikt worden voor balansbeheer. De overige netto-inkomsten bedroegen 292 miljoen euro, tegenover 107 miljoen euro in 2012. Het cijfer voor 2013 bevat onder meer moratoriuminteresten in verband met succesvol afgesloten geschillen, meerwaarden bij de verkoop van vastgoed, enzovoort, terwijl het cijfer voor 2012 negatief was beïnvloed door boekingen in verband met onder meer het 5-5-5-product.

In 2013 bedroegen de exploitatiekosten van deze divisie 2 249 miljoen euro. Dat is per saldo 2% meer dan het jaar daarvoor, waarbij diverse elementen elkaar compenseren (iets hogere ICT-kosten, hogere pensioenkosten, iets lagere gewone personeelskosten, iets hogere bankenbelastingen, enzovoort). De kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten verbeterde daardoor van 51% in 2012 tot een zeer gunstige 47% in 2013 (weliswaar begunstigd door enkele volatiele positieve elementen bij de inkomsten).

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de kredietportefeuille van Divisie België bedroegen 328 miljoen euro in 2013, 82 miljoen euro meer dan in 2012. Dat mondt uit in een kredietkostenratio van 37 basispunten in 2013, tegen 28 basispunten in 2012. Eind 2013 was ongeveer 2,5% van de portefeuille van Divisie België geclassificeerd als non-performing (zie definitie in het Glossarium), tegenover 2,3% eind 2012. De 28 miljoen euro overige waardeverminderingen hebben, zoals het jaar voordien, grotendeels betrekking op vastgoed.

Tsjechië

60 Jaarverslag KBC 2013

Divisie Tsjechië omvat alle activiteiten van KBC in Tsjechië. Dat zijn vooral de activiteiten van de CˇSOB-groep (via de merknamen CˇSOB Bank, Era, Postal Savings Bank, Hypotecˇni banka en CˇMSS), de verzekeraar CˇSOB Pojišt'ovna, CˇSOB Asset Management en Patria Finance.

In 2013 hebben we ons ook in Tsjechië de nieuwe groepsstrategie eigen gemaakt. Op heel wat vlakken is de aanpak verbeterd: een nieuwe benadering van retailcliënten, een betere aansturing van ons kantorennetwerk en een productontwikkeling die korter op de bal speelt.

Pavel Kavánek, CEO Tsjechië (vanaf mei 2014 opgevolgd door John Hollows)

De economische context in Tsjechië

De Tsjechische economie begon 2013 met een zesde opeenvolgende kwartaal van negatieve groei. De uitvoer leed onder de zwakke conjunctuur in de eurozone en de binnenlandse vraag werd geremd door het restrictieve begrotingsbeleid. Aan die recessie kwam een einde in het tweede kwartaal dankzij de aantrekkende buitenlandse vraag. De private consumptie en de investeringsdynamiek daarentegen bleven ondermaats als gevolg van de aanhoudende begrotingsconsolidatie.

In de loop van 2013 herstelde de economische activiteit mondjesmaat om pas tegen het eind van het jaar echt aan kracht te winnen. Dat voorzichtige herstel ging gepaard met een zwakke inflatiedynamiek, die zich beneden de comfortzone van de Tsjechische centrale bank bevond. Ze achtte het risico op deflatie reëel, maar moest op zoek naar nieuwe beleidsinstrumenten aangezien de beleidsrente al in november 2012 tot een minimum was verminderd. Nadat ze gedurende een jaar had gedreigd met wisselkoersinterventies besliste ze in november een plafondkoers van 27 Tsjechische kronen per euro in te stellen en ongelimiteerd kronen te verkopen om die te handhaven.

De conjunctuur weerspiegelde zich in een zwakke bedrijfskredietverlening. Bedrijven probeerden hun financieringsnoden zoveel mogelijk met interne middelen te voldoen, terwijl ze ook meer een beroep deden op rechtstreekse financiering via de kapitaalmarkt. De kredietverlening aan gezinnen, in het bijzonder voor de aankoop van een woning, bleef daarentegen veel dynamischer.

Voor 2014 verwachten we dat de Tsjechische economie opnieuw zal aanknopen bij groei. Enerzijds zal de uitvoer wellicht profiteren van de door de centrale bank teweeggebrachte wisselkoersverzwakking. Anderzijds zal het budgettaire beleid de binnenlandse vraag minder remmen. Lage inflatie ondersteunt de reële inkomensgroei, wat een duwtje in de rug betekent voor de private consumptie. Op een duurzaam herstel van de investeringscyclus is het wellicht wachten tot de overtollige productiecapaciteit is weggewerkt. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2014. Het is dus mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Macro-economische indicatoren Tsjechië 2013
2012 (schatting*)
Groei bbp (reëel) -0,9% -1,1%
Inflatie (gemiddelde jaarstijging van de consumptieprijzen in %) 3,5% 1,4%
Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, per einde jaar) 7,1% 6,8%
Financieringssaldo overheid (in % van het bbp) -4,4% -2,9%
Overheidsschuld (in % van het bbp) 46,2% 49,0%

* Schatting begin 2014.

Onze activiteiten in Tsjechië

Positie op de Tsjechische markt, 2013*

  • 319 bankkantoren (Cˇ SOB Bank + Era)
  • Verzekeringsnetwerk bestaande uit onder meer exclusieve verzekeringsagentschappen, multi-agenten en brokers
  • 19% geschat marktaandeel voor traditionele bankproducten, 28% voor beleggingsfondsen, 6% voor levensverzekeringen en 6% voor schadeverzekeringen
  • Circa 4 miljoen cliënten
  • 20 miljard euro kredietportefeuille, 25 miljard euro deposito's en schuldpapier

* Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen (meestal op 30 september; voor cliënten rekening gehouden met een ruw geschatte overlapping tussen de verschillende groepsmaatschappijen). Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's. Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.

Net zoals dat in België het geval is, bezit KBC in Tsjechië zowel een bank als een verzekeringsmaatschappij, die nauw samenwerken. Wat bankieren betreft, werkt de groep via de 319 bankkantoren van Cˇ SOB en Era en heeft hij bovendien nog ongeveer 173 vestigingen van andere dochtermaatschappijen (CˇMSS, Hypotecˇni banka, Cˇ SOB Leasing) en zo'n 3 100 PSBvestigingen in kantoren van de Tsjechische post. Daarnaast is er ook een uitgebreid netwerk van agenten, tussenpersonen en brokers.

Ook de verkoop van verzekeringen gebeurt via verschillende distributiekanalen, waaronder een netwerk van exclusieve verzekeringsagenten, kantoren van Cˇ SOB Pojišt'ovna, de Cˇ SOBbankkantoren en multi-agenten en individuele brokers. Net zoals in België wordt het netwerk aangevuld met verschillende elektronische kanalen, zoals Cˇ SOB InternetBanking, Cˇ SOB BusinessBanking en Cˇ SOB SmartBanking.

Onze Tsjechische groepsmaatschappijen bieden een ruim gamma aan van bankproducten (zoals kredieten, deposito's, verschillende gespecialiseerde financiële diensten), verzekeringsproducten (Leven en Schade) en assetmanagementproducten. Net zoals in België ligt de focus op retail/kmo's.

Het productaanbod wordt regelmatig gescreend en aangepast. Een greep uit de nieuwe producten:

  • lancering van een nieuw programma speciaal voor de landbouwsector, met meer flexibele terugbetalingsvoorwaarden en de mogelijkheid om een overheidssubsidie aan te vragen;
  • belangrijke verbeteringen bij de smartbankingtoepassingen. Sinds oktober 2013 loopt er een testproject in samenwerking met T-Mobile voor NFC (near field communications)-betalingen voor betalingen in winkels met een smartphone;

Omvangrijk multikanaal bank- en verzekeringsnetwerk in Tsjechië

  • lancering van de flexibele leningen van Cˇ SOB, waarbij het mogelijk is de maandelijkse aflossing te verhogen of te verlagen, aflossingen voor een periode tot drie maanden te onderbreken en eenmalige terugbetalingen te doen;
  • lancering van zo'n 58 nieuwe uitgiften van beleggingsfondsen in 2013, waarvan 23 met kapitaalbescherming. In 2013 was er in dat verband een verschuiving van de voorkeur van cliënten van 100% bescherming naar iets lagere beschermingsgraden.

KBC is via zijn Tsjechische groepsmaatschappijen een zeer belangrijke speler in Tsjechië. In 2013 bedroeg ons marktaandeel naar schatting meer dan 19% voor zowel kredieten als voor deposito's. Voor de belangrijkste bankproducten bezet de Cˇ SOB-groep telkens een topdriepositie inzake marktaandeel in Tsjechië. Net zoals dat in België het geval is, overstijgt in Tsjechië het marktaandeel in beleggingsfondsen dat van de traditionele depositoproducten. Eind 2013 ramen we dat marktaandeel op 28%. We ramen onze marktaandelen op de verzekeringsmarkt op iets meer dan 6% voor zowel schadeverzekeringen als levensverzekeringen.

Als grote financiële speler in Tsjechië behartigen we onze rol in de Tsjechische samenleving. Zo zijn we er een grote werkgever en besteden we in die hoedanigheid bijzonder veel aandacht aan personeelstevredenheid. We nemen bijvoorbeeld diverse initiatieven om onze werknemers een betere werk-levenbalans te verschaffen door flexibele werktijden, thuiswerk en dergelijke. We meten ook zelf om de twee jaar de tevredenheid van onze medewerkers en ondernemen op basis van de resultaten gerichte acties. De recentste enquête leerde dat de werknemerstevredenheid en loyaliteit bij Cˇ SOB hoger is dan het gemiddelde voor Tsjechië en bovendien nog licht is gestegen in vergelijking met twee jaar voordien.

Gezien het belang van cliëntentevredenheid in een concept van relatiebankverzekeren volgen we uiteraard ook de tevredenheid van de cliënten op de voet. We voeren op regelmatige tijdstippen cliëntentevredenheidsonderzoeken uit en lanceren op basis van de resultaten nieuwe campagnes en acties. De tevredenheidsenquêtes in onze bankkantoren in Tsjechië in 2013 geven aan dat meer dan 80% van onze cliënten tevreden is, een bijzonder sterke prestatie. De algemene meting van de cliëntentevredenheid inzake merk en productaanbod vullen we trouwens aan met specifieke, actieve en directe enquêtes, onder meer direct na een kantoorbezoek.

Onze maatschappelijke betrokkenheid in Tsjechië uit zich ook in de initiatieven die onze groepsmaatschappijen nemen voor mecenaat en bestrijding van kansarmoede en achteruitstelling, milieu en productaanbod. De focus ligt op duurzame langetermijnactiviteiten op het vlak van scholing en ontwikkeling, verscheidenheid en milieu. Enkele voorbeelden:

  • Cˇ SOB bevordert via zijn Cˇ SOB Education Fund Program de financiële geletterdheid, waarbij ook daadwerkelijk geld wordt verdeeld onder de ingediende projecten. In 2013 werden elf projecten gesteund, met de nadruk op senioren, kinderen en mindervalide personen.
  • Het Cˇ SOB Helping Together Programme is een vrijwilligersproject, waarbij Cˇ SOBmedewerkers de kans krijgen om aan vrijwilligerswerk te doen in verschillende non-profitorganisaties. Na de ernstige overstromingen midden 2013 informeerde Cˇ SOB zijn medewerkers over de mogelijke manieren om steun te bieden aan ngo's die slachtoffers van de natuurramp hielpen. Aan diverse instellingen werd geld geschonken.
  • Cˇ SOB probeert individuele initiatieven voor maatschappelijk zwakkeren te stimuleren. Zo werd in 2013 een nieuw onlineportaal opgezet dat individuele donaties aan ngo's vlotter Sterke aandacht voor de rol in de maat-

schappij

laat verlopen en tegelijk de kans biedt aan de donors om via Facebook hun ervaringen te delen en anderen aan te zetten hetzelfde te doen.

• De maatschappijen van de KBC-groep hebben ook aandacht voor hun ecologische voetafdruk en nemen diverse initiatieven om die voetafdruk te verkleinen. In dat kader is het hoofdkantoor in Tsjechië een voorbeeld van ecologisch en duurzaam bouwen.

Net zoals dat in vorige jaren het geval was, mochten we in Tsjechië verschillende prijzen in ontvangst nemen. De prijzen belonen niet alleen onze financiële prestaties, maar ook onze maatschappelijke betrokkenheid. Enkele voorbeelden:

  • EMEA Finance riep Cˇ SOB voor de derde keer in vier jaar uit tot Beste Bank in Tsjechië. Ook The Banker verkoos Cˇ SOB als Bank of the Year 2013.
  • Euromoney riep Cˇ SOB Private Banking uit tot beste private bank in Tsjechië.
  • Voor de derde keer op rij werd Cˇ SOB verkozen tot meest toegankelijke bank voor mensen met een fysieke handicap (Bank without Barrier).
  • Cˇ SOB werd door de Employers Club & Sodexo verkozen als de op een na beste werkgever in Tsjechië bij de bedrijven met meer dan 5 000 werknemers.
  • Cˇ SOB ontving van The Czech Network of Mother Centers het certificaat van Family Friendly Company 2013 dankzij zijn beleid inzake de balans werk-leven, contacten met werknemers met zwangerschaps- of ouderschapsverlof en dergelijke.

Hieronder vindt u een tabel met een selectie van milieuefficiëntie-informatie voor Cˇ SOB in Tsjechië.

Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep (CˇSOB) in Tsjechië, per vte 2012 2013
Energieverbruik (in GJ) Elektriciteit
Fossiele brandstoffen (gas en stookolie) 6,1 6,3
Papier- en waterverbruik, afval Papier (in ton) 0,14 0,14
Water (in m3
)
14,6 15,7
Afval (in ton) 0,23 0,25

Opnieuw diverse prijzen in 2013

Bijdrage van Tsjechië tot het groepsresultaat

Resultaten Divisie Tsjechië* (in miljoenen euro) 2012 2013
Nettorente-inkomsten 1 027 960
Verzekeringen niet-leven (vóór herverzekering) 74 62
Verdiende premies 169 170
Technische lasten -95 -108
Verzekeringen leven (vóór herverzekering) 31 25
Verdiende premies 369 199
Technische lasten -338 -173
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -6 4
Dividendinkomsten 1 0
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
96 82
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 5 16
Nettoprovisie-inkomsten 180 199
Overige netto-inkomsten 28 10
Totale opbrengsten 1 436 1 359
Exploitatiekosten -689 -649
Bijzondere waardeverminderingen -69 -56
Op leningen en vorderingen -63 -52
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -1 0
Op goodwill 0 0
Op overige -5 -3
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
Resultaat vóór belastingen 678 654
Belastingen -97 -100
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Resultaat na belastingen 581 554
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 0 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (nettoresultaat) 581 554
Bankactiviteiten 557 529
Verzekeringsactiviteiten 25 26
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 14 283 13 455
Toegewezen kapitaal per einde periode 1 465 1 380
Rendement op toegewezen kapitaal 35% 35%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 47% 47%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 95% 96%

* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013.

.

In 2013 behaalde Tsjechië een nettowinst van 554 miljoen euro, ten opzichte van 581 miljoen euro in 2012. Na uitzuivering van wisselkoersschommelingen is dat een daling met minder dan 2%.

In 2013 bedroegen de nettorente-inkomsten van die divisie 960 miljoen euro, een daling van 7% ten opzichte van 2012. Zonder wisselkoersverschillen (de Tsjechische kroon deprecieerde gemiddeld 3% in 2013) was de daling maar 4%. Naast een technisch element, spelen hier vooral de druk op de depositomarges en algemeen lagere herbeleggingsopbrengsten, die de gestegen rente-inkomsten van de kredietverlening meer dan compenseerden.

De leningen in voorschotten aan cliënten, zonder reverse repo's (18 miljard euro) groeiden in 2013 aan met 6% (na uitzuivering van wisselkoerseffecten), onder meer dankzij een aanhoudend sterke groei van de woningkredieten en de kredieten aan bedrijven. Het depositovolume (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 25 miljard euro eind 2013) steeg met 4% in 2013. De gemiddelde nettorentemarge bedroeg 3,00% in 2013, ten opzichte van 3,2% in 2012 (daling deels door technische factoren, zonder die elementen bedroeg de nettorentemarge 3,03% in 2013).

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 369 miljoen euro, waarvan 199 miljoen euro voor levensverzekeringen en 170 miljoen euro voor schadeverzekeringen.

De schadeverzekeringspremies stegen met 3% in 2013 en de technische lasten stegen met 17% (uitgezuiverd voor wisselkoerseffecten), onder meer door het effect van de overstromingen in Tsjechië. De gecombineerde ratio verslechterde lichtjes van 95% in 2012 naar 96% in 2013, onder meer als gevolg van een goede herverzekeringsdekking.

De verdiende levensverzekeringspremies bedroegen 0,2 miljard euro in 2013, bijna de helft lager dan in 2012, wat vooral te wijten was aan een lagere verkoop van tak 23-producten van Maximal Invest. Globaal waren de tak 23-producten in 2013 nog goed voor 67% van de totale verkopen van levensverzekeringen en de producten met rentegarantie voor 33%. De uitstaande Levenreserves bedroegen eind 2013 ongeveer 1,1 miljard euro.

Nettoresultaat 554 miljoen euro in 2013, 5% minder dan in 2012 (-2% uitgezuiverd voor wisselkoerseffecten)

Groei nettoprovisie-inkomsten en gerealiseerde meerwaarden, maar lagere nettorente-inkomsten en overige inkomsten

Uitstekende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten, kleine verslechtering van de gecombineerde ratio voor de schadeverzekeringen

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 199 miljoen euro in 2013. Dat is een stijging van 11% (zelfs 14% zonder het wisselkoerseffect) tegenover het jaar daarvoor, die onder andere te maken heeft met een groei van de fees in verband met beleggingsfondsen. Het beheerde vermogen van de divisie bedroeg eind 2013 ongeveer 6 miljard euro, een stijging met zo'n 6% in een jaar.

De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 16 miljoen euro (tegenover 5 miljoen euro in 2012), het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 82 miljoen euro (14% lager dan het jaar voordien) en de overige netto-inkomsten bedroegen 10 miljoen euro (onder meer begunstigd door rente in verband met een oud kredietdossier).

De exploitatiekosten bedroegen 649 miljoen euro in 2013. Dat is 6% minder dan in 2012, of -3% na uitzuivering van wisselkoerseffecten, waarbij diverse elementen meespelen, onder andere lagere herstructurerings-, ICT- en marketingkosten. De kosten-inkomstenratio van de Tsjechische bankactiviteiten bedroeg een zeer goede 47% in 2013, hetzelfde niveau als het jaar daarvoor.

In 2013 bedroegen de waardeverminderingen op leningen en vorderingen, of kredietvoorzieningen, 52 miljoen euro, een daling ten opzichte van de 63 miljoen euro in 2012. De kredietkostenratio van de divisie bedroeg bijgevolg 25 basispunten in 2013, tegenover 31 basispunten in 2012. Eind 2013 was ongeveer 3,0% van de Tsjechische kredietportefeuille geclassificeerd als non-performing (zie definitie in het Glossarium), tegenover 3,2% eind 2012. De andere waardeverminderingen bedroegen samen 3 miljoen euro.

68 Jaarverslag KBC 2013

Internationale Markten

Divisie Internationale Markten omvat de activiteiten in de andere (niet-Tsjechische) Centraalen Oost-Europese kernlanden, meer bepaald CˇSOB Bank en CˇSOB Poist'ovnˇa in Slowakije, K&H Bank en K&H Insurance in Hongarije en CIBank en DZI Insurance in Bulgarije, en ook de activiteiten van KBC Bank Ireland in Ierland.

Internationale Markten werkt met landen die soms erg verschillen. 'Samenwerking in verscheidenheid' is dan ook onze leuze. Door uitwisseling tussen de diverse ondernemingen van de groep tillen we iedereen naar een hoger niveau.

Danny De Raymaeker, CEO Internationale Markten (vanaf mei 2014 wordt Luc Gijsens CEO van deze divisie)

De economische context in Slowakije, Hongarije, Bulgarije en Ierland

Regionale sterkhouder Slowakije kampte in 2013 met een forse vertraging van de groei. Aan de oorsprong van die groeivertraging lag het remmende effect van het begrotingsbeleid op de binnenlandse vraag. Bovendien woog de zwakke conjunctuur in de eurozone op de uitvoerdynamiek. 2014 belooft beterschap. De zwaarste budgettaire correctie is achter de rug en de uitvoer zal profiteren van de aantrekkende conjunctuur in de eurozone. Voor 2014 verwachten we een reële bbp-groei van ongeveer 2%.

Hongarije begon 2013 in recessie, maar de economische activiteit toonde een fragiel herstel in de loop van het jaar, begeleid door een forse versoepeling van het monetaire beleid. Die versoepeling werd ook mogelijk gemaakt door de gunstige ontwikkeling van de Hongaarse kredietrisicopremie. De noodzakelijke consolidatie van de overheidsfinanciën gebeurde voornamelijk ten nadele van de bedrijven. Daardoor hield de private consumptie relatief goed stand, maar was er een negatieve impact op de investeringsdynamiek. De economie bleef in de greep van de schuldafbouw, maar het programma van de centrale bank om de kredietverlening aan kleine en middelgrote ondernemingen aan te wakkeren, leek enig soelaas te brengen.

Mee onder impuls van de aantrekkende uitvoer verwachten we een sterkere reële bbp-groei van ongeveer 2% in 2014.

In Bulgarije zorgde het ontslag van de regering in februari 2013 voor politieke en sociale onrust, wat een duurzaam conjunctuurherstel fnuikte. Bovendien was het begrotingsbeleid restrictief als gevolg van het wetgevend kader ter verdediging van de muntraad. Naar het einde van het jaar trad een conjunctuurverbetering op en we verwachten dat die zich voortzet in 2014 met een reële bbp-groei van 1,8%.

Ierland ging in 2013 met rasse schreden vooruit met de uitvoering van het ingrijpende hervormingsprogramma. Daardoor stapte het aan het einde van het jaar als eerste eurocrisisland uit het internationale steunprogramma. De concurrentiekracht is grotendeels hersteld, zodat de uitvoer kan profiteren van de conjunctuurherleving op de belangrijkste buitenlandse afzetmarkten (VS, VK en eurozone). Er is vooruitgang in de gezondmaking van de overheidsfinanciën en na de succesvolle herstructurering van de banken wordt werk gemaakt van het verminderen van de achterstallige kredieten en een rendabiliteitsherstel in de sector. Het verminderen van de private schulden weegt nog wel op de kredietverlening, maar de huizenmarkt stabiliseert en de investeringsvraag en werkgelegenheidscreatie beginnen te hernemen.

Macro-economische Hongarije Slowakije Bulgarije Ierland
indicatoren 2012 2013 * 2012 2013 * 2012 2013 * 2012 2013 *
Groei bbp (reëel) -1,7% 1,2% 1,8% 1,0% 0,8% 0,6% 0,2% 0,3%
Inflatie (gemiddelde jaarstijging
consumptieprijzen in %)
5,7% 1,7% 3,7% 1,5% 2,4% 0,4% 2,0% 0,4%
Werkloosheidsgraad (in %
van de beroepsbevolking, per
einde jaar)
11,1% 8,8% 14,4% 13,8% 12,6% 13,0% 14,0% 12,1%
Financieringssaldo overheid (in
% van het bbp)
-2,0% -2,9% -4,5% -3,0% -0,8% -2,0% -8,2% -7,2%
Overheidsschuld (in % van
het bbp)
79,8% 80,7% 52,2% 54,3% 18,5% 19,4% 117,4% 122,3%

* Schatting begin 2014.

Hoewel de verdere sanering van de overheidsfinanciën en de private schuldafbouw de groei van de binnenlandse vraag nog wat beperkt zullen houden, suggereert de verbetering van het consumenten- en producentenvertrouwen een belangrijk conjunctuurherstel in 2014.

Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2014. Het is dus mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Onze activiteiten in Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Ierland

Marktpositie, 20131

Hongarije Slowakije Bulgarije Ierland
Bankkantoren 220 128 104 7
Verzekerings
netwerk
Verschillende
kanalen
Verschillende
kanalen
K&H Bank en K&H Insurance in Hongarije gebruiken hetzelfde logo.
Verschillende
kanalen
Cliënten (miljoenen) 1,6 0,6 0,5 0,2
Kredietportefeuille
(miljarden euro)
5,1 4,6 0,7 15,3
Deposito's en schuldpapier
(miljarden euro)
5,9 4,6 0,5 3,5
Marktaandelen
- bankproducten 9% 10% 2% –2
- beleggingsfondsen 17% 7%
- levensverzekeringen 3% 5% 10%
- schadeverzekeringen 5% 3% 10%

1 Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen (voor cliënten rekening gehouden met een ruw geschatte overlapping tussen de verschillende groepsmaatschappijen in elk land). Voor traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's. Voor levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Deposito's en schuldpapier: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's.

2 Retailmarktaandeel: 10% voor hypothecaire kredieten, 3% voor deposito's

Divisie Internationale Markten omvat de activiteiten van KBC in Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Ierland. In elk van de vermelde Centraal- en Oost-Europese kernmarkten bezitten we een bank en een verzekeringsmaatschappij; in Ierland hebben we alleen een bank, die sinds kort ook verzekeringsproducten aanbiedt. Terwijl bij KBC in België de verzekeringsactiviteiten uitsluitend via exclusieve agenten en bankkantoren verlopen, werken de Centraal- en Oost-Europese verzekeraars van de groep ook samen met andere distributiekanalen, waaronder verzekeringsmakelaars en multi-agenten.

Onze maatschappijen in elk van de Centraal- en Oost-Europese kernmarkten bieden een ruim gamma aan van bankproducten (kredieten, deposito's, verschillende gespecialiseerde financiële diensten), verzekeringsproducten (Leven en Schade) en assetmanagementproducten (die laatste niet in Bulgarije). In de meeste markten bezitten we een ruim en algemeen productaanbod en sterke marktaandelen, maar in sommige markten focussen we op bepaalde deelmarkten en/of producten. Zo leggen bijvoorbeeld onze verzekeraars in Hongarije en Slowakije de klemtoon op producten voor privépersonen en kmo's.

In Hongarije bezit de groep K&H Bank, de op een na grootste bank van het land, maar opereren we in een relatief moeilijke marktomgeving, met opnieuw toegenomen overheidsbelastingen voor de financiële sector. Onze entiteiten in Hongarije zetten sterk in op de samenwerking tussen bank en verzekeraar. Voor 2013 schatten we ons marktaandeel in Hongarije op 8% voor kredieten, 9% voor deposito's, 17% voor beleggingsfondsen, 3% voor levensverzekeringen en 5% voor schadeverzekeringen. In totaal bedienen we er circa 0,9 miljoen bancaire cliënten en 0,8 miljoen verzekeringscliënten.

Onze Slowaakse bank, Cˇ SOB, behoort tot de top vier in dat land en is in de voorbije jaren uitgegroeid tot een belangrijke speler in de markt voor particulieren met onder meer een gestage opbouw van de hypotheekportefeuille. Onze verzekeraar streeft, onder andere door groei via het bankkanaal en professionalisering van het agentennetwerk, naar schaalvergroting in bepaalde segmenten. Voor 2013 schatten we ons marktaandeel in Slowakije op 10% voor kredieten en voor deposito's, 7% voor beleggingsfondsen, 5% voor levensverzekeringen en 3% voor schadeverzekeringen. In totaal bedienen we er circa 0,4 miljoen bancaire cliënten en 0,3 miljoen verzekeringscliënten.

In Bulgarije bezit de groep een grote verzekeraar, zowel in levensverzekeringen als in schadeverzekeringen, terwijl onze Bulgaarse bank nog relatief klein is. Voor 2013 schatten we ons marktaandeel in Bulgarije op 2% tot 3% voor kredieten en voor deposito's, en 10% voor levensverzekeringen en voor schadeverzekeringen. In totaal bedienen we er circa 0,3 miljoen bancaire cliënten en 0,3 miljoen verzekeringscliënten.

In Ierland ten slotte hebben we alleen een bancaire dochtermaatschappij, KBC Bank Ireland. Die bank leed de laatste jaren onder de gevolgen van de vastgoedcrisis. Onze Ierse kredietportefeuille bedroeg eind 2013 ongeveer 15 miljard euro, voor vier vijfde bestaande uit hypothecaire kredieten. De rest is ongeveer gelijk verdeeld tussen kmo- en bedrijfskredieten enerzijds en leningen aan vastgoedmaatschappijen en projectontwikkelaars anderzijds. In 2013 legde de groep voor 1,1 miljard euro kredietvoorzieningen aan voor zijn Ierse portefeuille, aanzienlijk meer dan de 0,5 miljard euro in 2012. De stijging situeerde zich in het vierde kwartaal en resulteerde uit een analyse van de kredietportefeuille. Eind 2013 was ongeveer 26% van de totale Ierse kredietportefeuille non-performing, tegenover 23% eind 2012.

Slowakije, sterke verzekeringspositie in Bulgarije

Sterke bancaire posities in Hongarije en

Ontwikkeling retailactiviteiten in Ierland

Naast het verder beheren van de bestaande vastgoedportefeuille, startten we in 2013 met de omvorming en ontwikkeling van KBC in Ierland tot een belangrijke retailbank. In dat kader openden we nieuwe retailkantoren, verruimden we ons aanbod aan bankproducten en startten we met de verkoop van brand- en levensverzekeringen. Voor 2013 schatten we ons retailmarktaandeel in Ierland op 10% voor hypothecaire kredieten en 3% voor deposito's en bedienen we er circa 0,2 miljoen cliënten.

De maatschappijen die nog moe(s)ten worden gedesinvesteerd, behoren ook tot Divisie Internationale Markten, maar hun resultaten worden opgenomen in Groepscenter. In 2013 finaliseerden of tekenden we een verkoopakkoord voor de laatste desinvesteringsdossiers. Meer daarover vindt u in het hoofdstuk Groepscenter.

Net zoals dat voor België en Tsjechië het geval is, streeft KBC ook in Slowakije, Hongarije, Bulgarije en Ierland naar een maatschappelijk verantwoorde aanpak. Dat uit zich in onze omgang met personeel en cliënten, en in ons engagement tegenover de maatschappij als geheel.

Gezien het belang van cliëntentevredenheid in een concept van relatiebankverzekeren volgen we de tevredenheid van de cliënten op de voet. Op regelmatige basis worden cliëntentevredenheidsenquêtes uitgevoerd en lanceert de betrokken groepsmaatschappij op basis van de resultaten nieuwe campagnes en acties.

Als grote werkgever in die landen besteden we bovendien veel aandacht aan personeelstevredenheid. We meten ook zelf de tevredenheid van onze medewerkers en ondernemen op basis van de resultaten gerichte acties. Voor de KBC-medewerkers in die landen bestaan er verschillende mogelijkheden om de werk-privéverhouding beter in balans te houden. Zo leveren we in Hongarije inspanningen om de werknemers de kans te bieden op gevarieerde jobs en gelijkwaardige doorgroeikansen en het evenwicht tussen werk en privé te bewaren. In Bulgarije werkt CIBank verder aan het ACTIVE-programma, dat erop gericht is de betrokkenheid van de medewerkers te verhogen als onderdeel van een nieuwe bedrijfscultuur en de kloof tussen senior management en alle andere niveaus te verkleinen. In Slowakije ontving Cˇ SOB als bekroning van zijn HR-projecten de Leading HR Organisation 2013 Award van Pwc. Bij KBC Bank Ireland lieten we een personeelstevredenheidsonderzoek uitvoeren, waarvan de resultaten in interactieve workshops worden besproken en een basis vormen voor acties die we in 2014 zullen uitwerken.

Ons ruimer maatschappelijk engagement komt in Hongarije bijvoorbeeld tot uiting via het K&H MediMagic-programma, dat financiële en materiële hulp voor zieke kinderen biedt. Ook promoot K&H financiële educatie door de organisatie van de nationale wedstrijd K&H Ready, Steady, Money, waarin studenten worden getest op hun financiële kennis. Financiële educatie is ook de focus van het Cˇ SOB Head and Heel Programme in Slowakije, waarbij universiteitsstudenten worden aangemoedigd een creatieve aanpak te vinden voor een financieel onderwerp. Cˇ SOB in Slowakije organiseert ook de Cˇ SOB Bratislava Marathon, waaraan diverse liefdadigheidsprojecten zijn verbonden, en steunt via zijn Employee Grant Programme ook diverse ngo's. KBC Bank Ierland organiseerde verschillende events voor liefdadigheidsprojecten, zoals Barretstown – een kamp voor zwaar zieke kinderen – en Barnardos – een initiatief voor kwetsbare kinderen en kinderrechten. CIBank in Bulgarije ten slotte, maakt via zijn Blue Summer-initiatief vakantie mogelijk voor weeskinderen.

Ook in 2013 sleepten de maatschappijen van de divisie diverse prijzen in de wacht. Enkele voorbeelden:

  • In Hongarije werd K&H zowel door Euromoney als door The Banker uitgeroepen tot Beste Bank in 2013. Het nieuwe hoofdkantoor van K&H verkreeg het LEED© Gold-certificaat als erkenning voor zijn duurzaamheid.
  • In Slowakije erkende de jaarlijkse Euromoney Private Banking and Wealth Management Survey 2013 Cˇ SOB als bank met de beste dienstverlening op het vlak van private banking.
  • In Bulgarije ontving CIBank de Grapevine Awards 2013 voor zijn betrokkenheidsprogramma ACTIVE. CIBank won de Apeiron Academy Grapevine Award in de categorie programma of campagne ter bevordering van de betrokkenheid bij de medewerkers. Eveneens in Bulgarije werd DZI uitgeroepen als General Insurer of the Year 2013.
  • In Ierland werd KBC in het Rep Trak-onderzoek erkend als de bank met de beste reputatie in Ierland.

Bijdrage van Divisie Internationale Markten tot het groepsresultaat

Resultaten Divisie Internationale Markten1 (in miljoenen euro) Totaal
2012 2013
Nettorente-inkomsten 644 632
Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) 81 80
Verdiende premies 164 155
Technische lasten -83 -75
Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) 6 4
Verdiende premies 78 83
Technische lasten -73 -79
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -7 -9
Dividendinkomsten 0 0
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
108 90
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 2 13
Nettoprovisie-inkomsten 143 204
Overige netto-inkomsten 10 20
Totale opbrengsten 986 1 034
Exploitatiekosten -650 -715
Bijzondere waardeverminderingen -623 -1 189
Op leningen en vorderingen -609 -1 171
Op voor verkoop beschikbare financiële activa 0 -10
Op goodwill 0 0
Op overige -13 -8
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 2 1
Resultaat vóór belastingen -285 -869
Belastingen 25 15
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Resultaat na belastingen -260 -853
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 0 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij (nettoresultaat) -260 -853
Bankactiviteiten -282 -863
Verzekeringsactiviteiten 22 10
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 18 224 16 693
Toegewezen kapitaal per einde periode 1 844 1 691
Rendement op toegewezen kapitaal -16% -50%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 66% 69%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 98% 95%

* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013.

Hongarije
Slowakije
Bulgarije
2013
2012
2013
2012
2013
2012
2013
2012
632
267
269
173
200
39
40
164
80
31
26
20
22
29
31
0
155
61
59
25
26
79
70
0
-75
-30
-32
-4
-3
-50
-40
0
4
-8
-10
11
10
3
3
0
83
13
14
53
54
12
15
0
-79
-21
-24
-43
-44
-9
-11
0
-9
-2
-3
-2
-2
-2
-4
0
0
0
0
0
0
0
0
0
90
81
77
25
19
1
1
1
13
1
7
1
3
0
3
0
204
94
159
39
43
2
1
2
20
-1
11
7
10
3
-1
0
1 034
461
536
275
305
76
74
167
-715
-324
-379
-185
-180
-55
-52
-82
-1 189
-50
-78
-18
-30
-8
-22
-547
-1 171
-44
-76
-11
-27
-7
-9
-547
-10
0
0
0
0
0
-10
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-8
-5
-2
-7
-3
-1
-3
0
1
2
1
0
0
0
0
0
-869
89
81
71
95
14
1
-462
15
-22
-15
-10
-25
0
1
57
0
0
0
0
0
0
0
0
-853
67
66
61
70
14
2
-405
0
0
0
0
0
0
0
0
-853
67
66
61
70
14
2
-405
-863
61
58
50
60
9
10
-405
10
6
8
11
10
5
-8
0
16 693
5 374
4 679
4 092
3 955
799
852
7 945
1 691
545
475
416
403
88
93
795
-50%
8%
10%
14%
17%
11%
1%
-56%
69%
70%
71%
69%
59%
68%
61%
49%
95%
Waarvan:
Ierland
2013
101% 104% 76% 80% 97% 96%

In 2013 bedroeg het nettoresultaat van Divisie Internationale Markten -853 miljoen euro, tegenover -260 miljoen euro in het jaar daarvoor. Dat heeft nagenoeg volledig te maken met de bijkomende aanleg van kredietvoorzieningen in Ierland (zie verder). Per land bedroeg het nettoresultaat 66 miljoen euro voor Hongarije (67 miljoen euro in 2012), 70 miljoen euro voor Slowakije (61 miljoen euro in 2012), 2 miljoen euro voor Bulgarije (14 miljoen euro in 2012) en -992 miljoen euro voor Ierland (-405 miljoen euro in 2012).

De nettorente-inkomsten bedroegen 632 miljoen euro in 2013, wat 2% minder is dan in het jaar daarvoor, waarbij de stijging in Slowakije (onder meer dankzij de groei van kredietportefeuille) de daling in Ierland niet volledig kon compenseren. De leningen in voorschotten aan cliënten van de divisie, zonder reverse repo's (21 miljard euro) daalden met 8% in 2013. Dat is het resultaat van stijgingen in Slowakije en Bulgarije en een daling in Ierland en Hongarije. De deposito's (deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repo's, 14 miljard euro eind 2013) stegen met bijna 9% in 2013. Dat is voor het grootste deel dankzij de succesvolle retaildepositocampagne in Ierland, maar de deposito's stegen ook in Hongarije en Slowakije.

De verdiende verzekeringspremies slaan alleen op Hongarije, Slowakije en Bulgarije (we hadden tot 2013 geen verzekeringsactiviteiten in Ierland) en bedroegen 238 miljoen euro, waarvan 83 miljoen euro voor levensverzekeringen en 155 miljoen euro voor schadeverzekeringen.

De schadeverzekeringspremies daalden met ruwweg 5%. Het schadeniveau was iets lager, en bijgevolg verbeterde de gecombineerde ratio voor de drie Centraal- en Oost-Europese landen samen tot 95% in 2013, tegenover 98% in 2012.

De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, klokte af op 0,1 miljard euro, ruwweg vergelijkbaar met 2012. De producten met rentegarantie tekenden voor 46% van de levensverzekeringsverkopen in 2013, en de producten gekoppeld aan beleggingsfondsen voor 54%. Eind 2013 bedroegen de uitstaande Levenreserves van deze divisie 0,5 miljard euro.

Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 90 miljoen euro in 2013. Dat is ongeveer 17% minder dan in 2012, onder meer door lagere tradingresultaten in Slowakije. De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 204 miljoen euro, wat een stijging is van 43%, vooral dankzij Hongarije. De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 13 miljoen euro en de overige netto-inkomsten bedroegen 20 miljoen euro, tegenover 10 miljoen euro in 2012, dankzij enkele eenmalige positieve meevallers.

De exploitatiekosten van deze divisie bedroegen 715 miljoen euro. Dat is 10% meer dan in 2012 en vooral afkomstig van Hongarije (onder meer door de invoering van de financial transactions levy) en Ierland (hogere kosten verbonden met de personeelsstijging – afdeling achterstallen – en met de retailcampagne). De kosten-inkomstenratio van deze divisie bedroeg daardoor 69%, tegenover 66% in 2012.

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen (kredietvoorzieningen) bedroegen 1 171 miljoen euro in 2013, heel wat hoger dan de 609 miljoen euro in 2012.

Nettoresultaat -853 miljoen euro in 2013, 593 miljoen euro minder dan in 2012

Positieve nettoresultaten in Hongarije, Slowakije en Bulgarije tenietgedaan door Ierland, veroorzaakt door de hoge kredietverliezen in dat land

Die stijging is volledig voor rekening van KBC Bank Ireland, waar we na de analyse van de portefeuille een belangrijk bijkomend bedrag boekten in het vierde kwartaal. Daardoor kwamen de kredietvoorzieningen voor het volledige jaar uit op 1 059 miljoen euro, aanzienlijk hoger dan het jaar voordien (547 miljoen euro). De drie Centraal- en Oost-Europese landen samen namen 112 miljoen euro voor hun rekening, tegenover 62 miljoen euro in 2012, met een relatief sterke stijging in Hongarije (retail) en Slowakije (corporate).

Op het niveau van de divisie bedroeg de kredietkostenratio daardoor 448 basispunten, tegenover 226 basispunten in 2012. Per land was dat 672 basispunten voor Ierland, 150 basispunten voor Hongarije, 60 basispunten voor Slowakije en 119 basispunten voor Bulgarije. Op 31 december 2013 was ongeveer 19% van de kredietportefeuille van de divisie nonperforming (zie definitie in het Glossarium), tegenover 18% het jaar daarvoor. Per land is dat 26% in Ierland, 12,1% in Hongarije, 3,7% in Slowakije en 27% in Bulgarije.

De andere waardeverminderingen van de divisie bedroegen 18 miljoen euro en betroffen onder meer een waardevermindering op een obligatie bij DZI in Bulgarije en afwaarderingen van vastgoed.

78 Jaarverslag KBC 2013

Internationale Productfabrieken

Divisie Internationale Productfabrieken ondersteunt en biedt producten aan voor de andere divisies. De belangrijkste diensten die in 2013 tot deze divisie behoorden, zijn assetmanagement (vermogensbeheer), consumentenkredietverlening, handelsfinanciering, financiële instellingen en markten & effecten.

Internationale Productfabrieken omvat een brede waaier aan activiteiten, verspreid over verschillende landen. Wat ons van elkaar onderscheidt, maakt ons slimmer. En wat ons verenigt, maakt ons sterker.

CEO Internationale Productfabrieken

Activiteiten van Divisie Internationale Productfabrieken

Divisie Internationale Productfabrieken omvat een brede waaier van activiteiten verspreid over verschillende landen, waaronder geld-, obligatie- en kapitaalmarkten, consumentenkredietverlening, assetmanagement, buitenlandse handel en financiële instellingen.

Gemeenschappelijk aan deze diensten en activiteiten is dat ze geen of nauwelijks rechtstreekse cliënten hebben, maar producten en diensten ontwikkelen die ze leveren aan de andere divisies (België, Tsjechië, Internationale Markten) die zorgen voor de distributie ervan. De betrokken diensten en producten zijn gelijkaardig voor alle geografische markten en leveren schaalvoordelen op. Activiteiten die puur lokaal van aard zijn (zoals leasing) behoren niet tot deze divisie, maar zijn ingebed in de betreffende geografische divisies.

De geografische focus van deze divisie ligt uiteraard in de lijn van de algemene strategie van de groep, dat wil zeggen: focus op België en de vier Centraal- en Oost-Europese kernmarkten. In overeenstemming daarmee hebben we in de voorbije jaren de aanwezigheid van de internationale productfabrieken in andere landen grotendeels afgebouwd of omgevormd. In Polen bijvoorbeeld namen we initiatieven om een nieuw businessmodel voor assetmanagement te ontwikkelen. Dat model bestaat erin dat de producten verdeeld worden door distributeurs die niet tot de KBC-groep behoren. Een recent samenwerkingsakkoord met BNP Paribas is op dat vlak een belangrijke ontwikkeling.

De diensten die tot deze divisie behoren, streven ook in de nieuwe structuur van de groep naar een voortdurende verbetering van de dienstverlening, meer bepaald door synergieën te benutten en best practices te verspreiden. Een goed voorbeeld daarvan zijn de internationale boards die binnen KBC Asset Management per activiteitsdomein georganiseerd worden. Die boards wisselen op hun periodieke meetings best practices uit om de efficiëntie te verhogen, de kwaliteit te verbeteren en de commerciële activiteiten te ondersteunen.

We screenen en optimaliseren ook regelmatig het productaanbod.

Onder meer bij KBC Asset Management leidde dat opnieuw tot de ontwikkeling van tal van innoverende beleggingsproducten, zoals het Generation Plan, een nieuw product met bewaking van de bodemgrens dat zeer geschikt is voor successieplanning. Met KBC Participation Belgian Economy en CBC Fonds Local Investors ondersteunen beleggers de lokale Belgische economie. KBC Asset Management lanceerde ook verscheidene gestructureerde fondsen met een Timing-structuur waarbij het laagste niveau in de timing-periode het startpunt van de belegging is. Ten slotte werden ook de beheerstechnieken voor de producten met bodembewaking geoptimaliseerd in het licht van de huidige lage rentestand. Die aanpak blijft zeer succesvol, wat zich vertaalt in de blijvend sterke marktpositie van beleggingsfondsen in België, Tsjechië en Hongarije, waar we aanzienlijk hoger scoren dan bij de traditionele krediet- en depositoproducten.

In de sfeer van consumentenkredietverlening (consumer finance) noteerden we in 2013 een aantal belangrijke product- en procesverbeteringen, zoals de lancering van een nieuw assortiment van kredietkaarten en een flexibele lening op afbetaling in Tsjechië en de herpositionering van de lening op afbetaling in KBC België. In een aantal markten werd een begin gemaakt met het beschikbaar stellen van ons productaanbod via pda's en tablet-pc's, om onze cliënten in staat te stellen hun kredietzaken zelf af te wikkelen. In 2013 werd in Ierland

Alignering op de geografische kernlanden van de groep

Bijzondere aandacht voor synergieën en verspreiding van best practices

Diverse procesverbeteringen en productinnovaties

een productfabriek voor consumentenkredietverlening opgezet. In de loop van 2014 zal dat businessmodel verder worden uitgerold. KBC schat zijn marktaandelen inzake consumentenkredietverlening op ruwweg 5% in België (KBC Bank), 9% in Tsjechië, 4% in Slowakije en 2% in Hongarije.

Wat financiële markten betreft, is het jaar 2013 gekenmerkt door het operationeel samenbrengen van Markten en KBC Securities, om de cliënt nog meer centraal te zetten. Door het samenbrengen van onze capaciteiten kunnen we de cliënten immers een complete waaier van financieringsoplossingen aanbieden. Dat geldt ook voor de investeerders, dankzij de synergiëen tussen onze Bond & Equity Sales-teams. We herwerkten ook de organisatie en de strategie van Bolero, het toonaangevende onlinebeleggingsplatform van KBC Groep, door middel van een nieuw prijsbepalingsmodel, een nieuwe website, de ontwikkeling van een mobiel aanbod, een structurele samenwerking met de divisie België en met KBC Asset Management, en een volledige re-branding.

Onderzoek en ontwikkeling

De groep ontwikkelt continu nieuwe producten en diensten om het aanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de marktvraag. Om het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten te ondersteunen, hebben we een specifiek proces in de groep dat ervoor zorgt dat de business op een efficiënte manier een beslissing verkrijgt om een nieuw product of een nieuwe dienst te lanceren. Tegelijkertijd houdt dat ook een grondige analyse in van alle betrokken risico's, en (het voorstellen van) acties om dergelijke risico's te vermijden of te beheersen.

Bovendien herzien we alle producten op regelmatige basis, zodat we bestaande producten kunnen aanpassen aan gewijzigde cliëntenbehoeften en veranderingen in de marktomstandigheden.

Een specifieke documentatietoepassing wordt gebruikt om de bewaking van het proces te ondersteunen en onderzoek efficiënter te laten verlopen.

In dit jaarverslag geven we, naast de in dit hoofdstuk vermelde projecten en producten, ook in de andere hoofdstukken een aantal voorbeelden van nieuwe productontwikkelingen in 2013. Vaak gaat de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten samen met de ontwikkeling van nieuwe software. Gegevens over intern ontwikkelde software vindt u in Toelichting 34 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Bijdrage tot het groepsresultaat

Voor deze divisie rapporteren we geen resultaat aangezien we alle opbrengsten en kosten van de betrokken diensten op basis van hun geografische locatie hebben opgenomen in de resultaten van de andere divisies van de groep.

Peiba zaait voor de toekomst

De ouders van de bedrijfsleider richtten in 1990 het Hongaarse familiebedrijf op als handel in onder meer pompoenzaden. De bedrijfsleider zelf breidde de zaak in 2012 uit met een installatie voor het persen van pompoenzaadolie.

"K&H verleende krediet voor 58% van de investering. De aankoop van de machines was voor 120 000 euro gefinancierd door Budapest Bank. In de zomer van 2013 nam K&H het nog uitstaande bedrag over en werd op die manier huisbankier van Peiba. Met de nieuwe installatie op een oppervlakte van 66 m2 produceren we per jaar 40 000 liter pompoenzaadolie, waarvan 37 000 liter voor de exportmarkten. Momenteel bestaat er in Hongarije geen andere installatie van deze omvang en met deze technologie – en is Peiba per definitie marktleider."

www.peiba.hu

Groepscenter

Groepscenter bevat de resultaten van de holdingactiviteiten van de groep, een niet aan de andere divisies toegewezen deel van de resultaten (onder meer de financieringskosten van de participaties), de eliminatie van intersegmenttransacties en de resultaten van de overblijvende te desinvesteren maatschappijen en activiteiten die in afbouw zijn.

Groepscenter bevat bovendien de resultaten van de legacyactiviteiten (CDO's en desinvesteringen) en in verband met de waardering van het eigen kredietrisico. Die elementen vermelden we apart om een beter inzicht te geven in de operationele versus niet-operationele resultaten.

Desinvesteringsplan nagenoeg voltooid

Toelichting bij de recente belangrijke desinvesteringen (akkoord of afronding in 2013)
Dossier Datum
akkoord
Datum
afronding*
Beschrijving (situatie en berekening impact op moment van aankondi
ging)
Kredyt Bank/Bank
Zachodni
(bankieren, Polen)
Februari 2012 Maart 2013 In maart 2013 plaatste KBC het belang van 16,17% in de fusiebank Bank Zachodni (resul
taat van fusie tussen Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank) met succes in de markt via een
secundair aanbod. De verkoop bracht ongeveer 0,9 miljard euro op en versterkte de Tier
1-ratio (Basel II) van KBC met 0,6%.
Absolut Bank
(bankieren,
Rusland)
December 2012 Mei 2013 In mei 2013 rondde KBC de verkoop af van Absolut Bank aan een groep van Russische
bedrijven die de activa beheren van het pensioenfonds Blagosostoyanie, voor 0,3 miljard
euro. De transactie had een negatieve invloed van -0,1 miljard euro op het geconsolideerde
resultaat van KBC voor het tweede kwartaal van 2013 en maakte 0,3 miljard euro aan kapi
taal vrij, vooral door een verlaging van de risicogewogen activa met 2 miljard euro. Daardoor
steeg de Tier 1-ratio van KBC (Basel II) met ongeveer 0,4%.
NLB
(bankieren,
Slovenië)
December 2012 Maart 2013 In maart 2013 rondde KBC de verkoop af van zijn resterende belang van 22% in NLB aan
de Republiek Slovenië voor circa 3 miljoen euro. De invloed daarvan op het kapitaal van KBC
is verwaarloosbaar.
KBC Banka
(bankieren, Servië)
April 2013 December 2013 In december rondde KBC de desinvestering af van KBC Banka (verkoop aan Société
Générale Srbija en Telenor Serbia). De invloed op het resultaat van KBC in 2013 was in
totaal -64 miljoen euro in 2013 en de kapitaalvrijgave is verwaarloosbaar.
KBC Bank
Deutschland
(bankieren,
Duitsland)
September 2013 Nog af te ronden In september 2013 tekende KBC een overeenkomst over de verkoop van KBC Bank Deutsch
land aan een groep investeerders bestaande uit Teacher Retirement System of Texas, Apollo
Global Management LLC, Apollo Commercial Real Estate Finance Inc. en Grovepoint Capital
LLP. Dat zal voor KBC ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrijmaken, voornamelijk door
een verlaging van de risicogewogen activa. De transactie leidt tot een verbetering van de
solvabiliteitspositie van KBC met ongeveer 15 basispunten (Basel II). De transactie moet nog
worden goedgekeurd door de toezichthouder.
Antwerpse
Diamantbank
(financiering
diamanthandel,
België)
December 2013 Nog af te ronden In december 2013 bereikte KBC met Yinren Group uit Sjanghai een akkoord over de ver
koop van Antwerpse Diamantbank (ADB). De transactie moet nog worden goedgekeurd
door de toezichthouder. Die verkoop maakt ongeveer 0,1 miljard euro kapitaal vrij, voor
namelijk door afbouw van risicogewogen activa. Dat zal uiteindelijk de Tier 1-ratio (Basel
II) van KBC doen stijgen met bijna 0,2 procentpunt. Vóór de afsluiting wordt een deel van
de kredietportefeuille van ADB, voornamelijk de kredieten met een hoger risico en de non
performing kredieten met een nettoboekwaarde van 0,4 miljard euro, overgedragen aan
KBC Bank voor normale afwikkeling. Na de afsluiting zal KBC nog voor maximaal twee
jaar gewaarborgde financiering ter beschikking stellen aan ADB voor 0,2 miljard euro.

* Situatie bij afsluiting van de redactie van dit jaarverslag.

Ons in 2009 door Europa goedgekeurde herstructureringsplan bevatte een opsomming van de activiteiten die we moesten desinvesteren. Eind 2013 was het volledig uitgevoerd. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste desinvesteringen op basis van het jaar waarin de overeenkomst werd gesloten (niet het jaar van afronding of closing):

  • 2010: KBC Peel Hunt, verschillende gespecialiseerde merchantbankactiviteiten van KBC Financial Products, Secura, de Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management, KBC Securities Baltic Investment Company, KBC Business Capital;
  • 2011: Centea, KBC Concord Asset Management, Servische en Roemeense activiteiten van KBC Securities, Fidea, KBL EPB;
  • 2012: KBC Goldstate, WARTA, Z˙agiel, Kredyt Bank (via fusie met Bank Zachodni WBK), KBC Autolease Polska, KBC Lease Deutschland, participaties van KBC Private Equity, Absolut Bank, minderheidsbelang in NLB;
  • 2013: minderheidsbelang in Bank Zachodni, KBC Banka, deel van KBC Securities in Polen, pensioenfondsactiviteiten van WARTA, KBC Bank Deutschland (nog te finaliseren) en Antwerpse Diamantbank (nog te finaliseren).

In 2013 tekende Groepscenter voor een nettoresultaat van -256 miljoen euro, tegenover -1 069 miljoen euro in het jaar daarvoor. Als we de resultaten in verband met legacyactiviteiten (desinvesteringen en CDO's) en in verband met de waardering van het eigen kredietrisico uitsluiten, bedraagt het aangepaste nettoresultaat -311 miljoen euro, tegenover -185 miljoen euro het jaar voordien.

De invloed van de legacyactiviteiten en het eigen kredietrisico lichten we toe in het hoofdstuk Resultaat in 2013. Na uitsluiting van die elementen bestaat het aangepaste nettoresultaat van Groepscenter (-311 miljoen euro) uit de resultaten van de overblijvende ondernemingen waarvan de verkoop nog finaal moet worden afgerond en activiteiten in afbouw (samen -27 miljoen euro), het resultaat van de holdingactiviteiten van de groep (-145 miljoen euro) en niet aan andere divisies toegewezen kosten (-139 miljoen euro, vooral achterstellingskosten van achtergestelde leningen en de financieringskosten van de participaties).

Bijdrage van Groepscenter tot het groepsresultaat

Resultaten Groepscenter* (in miljoenen euro) 2012 2013
Aangepast nettoresultaat (d.w.z. exclusief invloed van legacyactiviteiten en waardering eigen kredietrisico)
Nettorente-inkomsten 139 -197
Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) 93 -15
Verdiende premies 251 -21
Technische lasten -159 6
Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) 29 3
Verdiende premies 180 19
Technische lasten -151 -16
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 11 6
Dividendinkomsten 1 0
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 78 62
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 55 13
Nettoprovisie-inkomsten 54 23
Overige netto-inkomsten 107 22
Totale opbrengsten 566 -82
Exploitatiekosten -650 -212
Bijzondere waardeverminderingen -175 -122
Op leningen en vorderingen -153 -87
Op voor verkoop beschikbare financiële activa 0 -4
Op goodwill 0 -7
Op overige -22 -25
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen -33 0
Resultaat vóór belastingen -291 -417
Belastingen 138 120
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Resultaat na belastingen -153 -297
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 32 14
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -185 -311
Bankactiviteiten -161 -137
Verzekeringsactiviteiten 15 -21
Holding -39 -153
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 16 758 10 642
Toegewezen kapitaal per einde periode 1 684 1 066
Legacyactiviteiten en waardering eigen kredietrisico
Legacy-CDO's 425 446
Legacy-desinvesteringen -778 -348
Waardering eigen kredietrisico -531 -43
Nettoresultaat
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -1 069 -256

* We pasten de referentiecijfers aan om rekening te houden met de nieuwe divisie-indeling vanaf 2013.

Waarde- en risicobeheer

KBC is hoofdzakelijk actief als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder en is daardoor blootgesteld aan een aantal typische risico's en onzekerheden voor de sector, zoals – maar zeker niet uitsluitend – kredietrisico, landenrisico, interestrisico, wisselkoersrisico, liquiditeitsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, operationele risico's, risico ten aanzien van opkomende markten, wijzigingen in regelgeving, betwistingen van cliënten en de economie in het algemeen. De activiteiten van een grote financiële groep als de onze zijn ook inherent blootgesteld aan andere risico's die pas achteraf duidelijk worden.

Het financiële systeem groeit en verandert. De instellingen in dat systeem moeten hun risico- en controleprocessen nog actiever versterken om te beantwoorden aan de toenemende verwachtingen van alle stakeholders.

John Hollows, CRO van de KBC-groep (vanaf mei 2014 opgevolgd door Christine Van Rijsseghem)

In dit hoofdstuk van het jaarverslag concentreren we ons op ons risicobeleidsmodel en op de belangrijkste risico's die we lopen, namelijk het kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico, verzekeringstechnisch risico, operationeel risico en de kapitaaltoereikendheid.

De commissarissen hebben de informatie in dit hoofdstuk die deel uitmaakt van de IFRSjaarrekening geauditeerd. Het betreft de volgende delen:

  • Risicobeleid: volledig;
  • Kredietrisico: de inleiding, Kredietrisicobeheer op transactieniveau (exclusief de tabel Herschikte distressed kredieten), Kredietrisicobeheer op portefeuilleniveau, de tabel Kredieten beleggingsportefeuille bankactiviteiten (geauditeerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij de tabel), de tabellen betreffende de krediet- en beleggingsportefeuille van KBC Bank Ireland en K&H Bank, de tabel Andere kredietrisico's bankactiviteiten, de tabel Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep, de tabel Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse en de tabel Positie in overheidsobligaties;
  • Marktrisico in niet-tradingactiviteiten: de inleiding, de delen Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten, Renterisico (met uitzondering van de tabellen Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep en Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten) en Wisselkoersrisico;
  • Liquiditeitsrisico: de inleiding, Beheer van het liquiditeitsrisico en Looptijdanalyse;
  • Marktrisico in tradingactiviteiten: de inleiding, Beheer van het marktrisico en Risicoanalyse en -kwantificering;
  • Verzekeringstechnisch risico: volledig;
  • Kapitaaltoereikendheid: de inleiding, Beheer van de solvabiliteit (met uitzondering van de grafieken), de tabellen onder Solvabiliteit op groepsniveau, Basel II (geauditeerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij die tabellen) en Economisch kapitaal (met uitzondering van de tabel).

Opmerking:

Tenzij anders vermeld, zijn KBC Bank Deutschland (in 2012 en 2013), Antwerpse Diamantbank (in 2012 en 2013), Absolut Bank (in 2012; verkocht in 2013), KBC Banka (in 2012; verkocht in 2013) en het minderheidsbelang in Nova Ljubljanska banka (in 2012; verkocht in 2013), die volgens IFRS 5 worden beschouwd als Groepen activa die worden afgestoten, niet opgenomen in de verschillende tabellen om consequent te blijven met hun weergave in de balans. Waar dat relevant is, geven we voor die entiteiten afzonderlijk beknopte informatie in de voetnoten bij die tabellen.

Risicobeleid

Als gevolg van de gewijzigde organisatiestructuur van KBC is op 1 januari 2013 een nieuw risicobeleidsmodel in werking getreden.

Meer informatie over risicobeheer vindt u in onze Risicorapportering op www.kbc.com onder Investor Relations, Risicorapporten.

Risicobeleidsmodel sinds 1 januari 2013

De belangrijkste kenmerken van dat model zijn:

  • de Raad van Bestuur, bijgestaan door het Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC), die jaarlijks de risicobereidheid bepaalt, de risico's bewaakt en indien nodig acties voorstelt;
  • een geïntegreerde architectuur rond het Directiecomité die risicobereidheid, strategie en het bepalen van performancedoelstellingen aan elkaar koppelt;
  • het Managementcomité CRO-Diensten en activiteitgebonden risicocomités gemandateerd door het Groepsdirectiecomité;
  • risicobewuste commerciële managers die optreden als eerste verdedigingslinie voor een gezond risicobeheer binnen de groep;
  • één enkele, onafhankelijke risicofunctie die de chief risk officer (CRO) van de groep, lokale CRO's en risicofuncties en de groepsrisicofunctie omvat. De risicofunctie vormt (samen met Compliance) de tweede verdedigingslinie en Interne Audit vormt de derde verdedigingslinie.

Relevante risicobeheerorganen en controlefuncties:

  • Groepsdirectiecomité:
  • doet voorstellen aan de Raad van Bestuur over de risico- en kapitaalstrategie, de risicobereidheid en het algemene concept van het risicobeheerskader van KBC;
  • beslist over de niet-strategiegebonden bouwstenen van het risicobeheerskader van KBC en ziet toe op de implementatie ervan in de hele groep;
  • wijst kapitaal toe aan activiteiten om het risicogewogen rendement te maximaliseren;
  • treedt op als het belangrijkste risicocomité en behandelt essentiële onderwerpen die de specifieke risicocomités of het Groeps-Asset/Liability Management Committee (Groeps-ALCO) doorsturen;
  • bewaakt de voornaamste risicoblootstelling van de groep zodat die blijft overeenstem-

men met de risicobereidheid. Nieuwe risicobeleidsstructuur vanaf 2013

  • Groeps-ALCO:
  • is een businesscomité dat het Groepsdirectiecomité bijstaat op het vlak van (geïntegreerd) balansbeheer op groepsniveau. Het comité behandelt onderwerpen die betrekking hebben op ALM en liquiditeitsrisico.
  • Risicocomités:
  • Het Managementcomité CRO-Diensten ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij de beoordeling van de toereikendheid en de naleving van het risicobeheerskader van KBC en bepaalt en implementeert de visie, missie en strategie voor de CRO-Diensten van de KBC-groep.
  • Het Groepscomité Kredietverlening (GLC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij het vaststellen, bewaken en opvolgen van limieten voor kredietverlening (financierings-, liquiditeits- en ALM-kwesties met betrekking tot kredietverlening blijven de verantwoordelijkheid van het Groeps-DC/Groeps-ALCO).
  • Het Groepscomité Markten (GMC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij het vaststellen, bewaken en opvolgen van limieten met betrekking tot marktactiviteiten (tradingactiviteiten, met daarin niet alleen het marktrisico maar ook het operationele en tegenpartijrisico).
  • Het Groepscomité Verzekeringen (GIC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij het vaststellen, bewaken en opvolgen van limieten met betrekking tot de verzekeringsactiviteiten op groepsniveau.
  • Het Groepscomité Interne Controle (GICC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité op het vlak van bewaking en versterking van de kwaliteit en effectiviteit van het internecontrolesysteem van KBC.
  • In de hele groep zijn lokale chief risk officers (LCRO's) aanwezig volgens een logische segmentatie op basis van entiteit en/of divisie. Een nauwe samenwerking met de business is verzekerd omdat ze deelnemen aan het lokale beslissingsproces. De onafhankelijkheid van de LCRO's is verzekerd door hun rechtstreekse rapportering aan de Groeps-CRO.
  • Risico-integratie en -ondersteuning Groep en Kredietrisico Groep (samen de groepsrisicofunctie) hebben een aantal taken, waaronder de bewaking van risico's op overkoepelend groepsniveau, de ontwikkeling van risico- en kapitaalmodellen (terwijl de businessmodellen worden ontwikkeld door de business), onafhankelijke waarderingen van alle risico- en kapitaalmodellen, de ontwikkeling van risicokaders en advies geven en rapporteren over kwesties die worden behandeld door het Groepsdirectiecomité en de risicocomités.

Jaarlijks wordt de performantie beoordeeld als onderdeel van de Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding).

Kredietrisico

Kredietrisico is de potentiële negatieve afwijking ten opzichte van de verwachte waarde van een financieel instrument voortvloeiend uit de wanbetaling of wanprestatie door een contracterende partij (bijvoorbeeld een kredietnemer, garantieverstrekker, verzekeraar of herverzekeraar, tegenpartij in een professionele transactie of emittent van een schuldinstrument), als gevolg van de insolvabiliteit, het onvermogen of de betalings- of performanceonwil van die partij, of als gevolg van maatregelen van politieke of monetaire autoriteiten in een bepaald land (landenrisico). Kredietrisico omvat dus het wanbetalingsrisico en het landenrisico, maar ook het migratierisico, namelijk het risico van nadelige wijzigingen van kredietratings.

We beheren het kredietrisico zowel op transactie- als op portefeuilleniveau. Het beheer op transactieniveau houdt in dat we degelijke procedures, processen en instrumenten ter beschikking hebben om de risico's te identificeren en te meten voor en na de acceptatie van individuele kredietrisico's. Er zijn limieten en machtigingen vastgelegd (op basis van parameters als internerisicoklasse, de aard van de tegenpartij) om het maximaal toegestane kredietrisico te bepalen en het niveau waarop acceptatiebeslissingen worden genomen. Het beheer op portefeuilleniveau omvat onder meer de periodieke meting en analyse van en rapportering over het kredietrisico dat is ingebed in de geconsolideerde krediet- en beleggingsportefeuille, de controle op de naleving van limieten, het stresstesten van kredietrisico in verschillende scenario's, het nemen van risicobeperkende maatregelen en de optimalisering van het algemene kredietrisicoprofiel.

Kredietrisicobeheer op transactieniveau

We hebben degelijke acceptatiebeleidslijnen en -procedures voor alle soorten van kredietrisico. We beperken de omschrijving hieronder tot risico's verbonden aan klassieke bedrijfskredieten en aan kredietverlening aan particulieren, omdat die het grootste deel uitmaken van het kredietrisico van de groep.

Kredietverlening aan particulieren (zoals hypothecaire leningen) is onderworpen aan een gestandaardiseerd proces, waarbij de resultaten van scoremodellen een belangrijke rol spelen in de acceptatieprocedure. Kredietverlening aan bedrijven is onderworpen aan een meer geïntegreerd acceptatieproces waarbij rekening wordt gehouden met relatiebeheer, kredietacceptatiecomités en de resultaten van modellen.

Voor de meeste soorten kredietrisico wordt de bewaking in hoofdzaak gestuurd door de risicoklasse, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de Probability of Default (PD), of de kans op een in gebreke blijven, en de Loss Given Default (LGD), of het verwachte verlies in het geval dat een debiteur in gebreke blijft.

Om de risicoklasse te bepalen, hebben we diverse ratingmodellen ontwikkeld. Enerzijds om de kredietwaardigheid van debiteuren te meten en anderzijds om het verwachte verlies van de verschillende types van transacties in te schatten. Een aantal uniforme modellen gebruiken we in de hele groep (de modellen voor overheden, banken, grote ondernemingen, enz.); andere zijn ontwikkeld voor specifieke geografische markten (kmo's, particulieren, enz.) of types van transacties. We gebruiken dezelfde interneratingschaal in de hele groep.

De resultaten van die modellen gebruiken we om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van 1 (laagste risico) tot 9 (hoogste risico) voor de PD. Een debiteur die in gebreke is gebleven, kennen we een interne rating toe van PD 10, PD 11 of PD 12. PD-klasse 12 kennen we toe als een van de kredietfaciliteiten van de debiteur is stopgezet door de bank of als een vonnis de terugneming van de waarborg beveelt. PD-klasse 11 omvat debiteuren die meer dan 90 dagen te laat zijn met hun betaling (achterstal of overschrijding), maar niet beantwoorden aan de criteria van PD 12. PD-klasse 10 kennen we toe aan debiteuren voor wie er reden is om te geloven dat ze niet (op tijd) zullen betalen, maar die niet beantwoorden aan de criteria voor PD 11 of PD 12.

Kredieten aan grote ondernemingen herzien we minstens jaarlijks. Daarbij actualiseren we minstens de interne rating. Als de ratings niet tijdig worden geactualiseerd, wordt een kapitaaltoeslag in rekening gebracht. Kredieten aan kleinere en middelgrote ondernemingen alsook kredieten aan particulieren worden periodiek herzien. Daarbij wordt alle nieuwe informatie die ter beschikking is in rekening gebracht (zoals achterstallige betalingen, financiële informatie, beduidende wijzigingen in de risicoklasse). Die maandelijkse oefening kan resulteren in een uitgebreide herziening of mogelijk ook acties naar de cliënt.

Op kredieten aan debiteuren in gebreke in de PD-klassen 10, 11 en 12 (impaired kredieten) passen we bijzondere waardeverminderingen toe op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Die schatting gebeurt op individuele basis en voor kleinere kredietenfaciliteiten op statistische basis. Daarnaast passen we voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen toe door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen, of op een alternatieve manier als een geschikt IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is.

Om te vermijden dat een debiteur die in financiële moeilijkheden verkeert uiteindelijk in gebreke blijft, kunnen we beslissen om zijn kredieten te herschikken in overeenstemming met de interne beleidslijnen. Herschikte distressed kredieten zijn kredieten waarvan de oorspronkelijke betalingsvoorwaarden gewijzigd zijn naar aanleiding van een verslechtering van de financiële toestand van de debiteur.

Een herschikking kan betekenen dat:

  • een uitstel van betaling wordt toegestaan (tijdelijke vrijstelling van kapitaal- en/of rentebetaling);
  • rente- of provisiebetalingen worden verlaagd of uitgesteld;
  • de krediettermijn wordt verlengd om het aflossingsplan te versoepelen;
  • achterstallen worden gekapitaliseerd;
  • een deel van de schulden wordt afgeschreven of kwijtgescholden.

De onderhandelde wijzigingen moeten worden opgenomen in een nieuwe, of aangepaste, en correct ondertekende kredietovereenkomst. Met het oog op identificatie, controle en rapportering wordt het dossier in de kredietsystemen gemerkt als herschikt.

Aan een cliënt met een herschikt distressed krediet wordt in principe een PD-klasse 9 of hoger toegekend.

Als er – op basis van de beoordeling door de bank van de gewijzigde financiële prognoses/ herstructureringsplannen van de cliënt – een redelijke kans bestaat dat de debiteur de gewijzigde voorwaarden van het krediet zal kunnen nakomen, en het verwachte verlies (in ruime zin) voor de bank na de herschikking lager is dan het zou zijn geweest zonder herschikking, zal het kredietcomité PD 9 toekennen/bevestigen. Voor bepaalde retailportefeuilles bestaan er uitzonderingen op het PD 9-principe. In die gevallen wordt de toe te kennen PD-klasse bepaald op basis van de gedragsscore en kan ze lager zijn dan 9. Maar meestal leidt dat tot een hogere PD dan die toegekend aan debiteuren zonder herschikte kredieten, omdat de gedragsscore rekening houdt met elke onregelmatigheid in de betalingen.

Als een herschikt distressed krediet is toegestaan en het kredietcomité meent dat het onwaarschijnlijk is dat de debiteur de gewijzigde voorwaarden zal kunnen nakomen – of als een krediet aan een tegenpartij (gedeeltelijk) is afgeschreven – zal het PD-klasse 10 (of hoger) toekennen. In dat geval moet de debiteur volgens de KBC-regels worden geclassificeerd als in gebreke en moet worden nagegaan of er voorzieningen moeten worden aangelegd. De kans is dan heel groot dat een waardevermindering zal worden geboekt.

Als het kredietcomité na een jaar na de kredietherschikking meent dat de debiteur tekenen van beterschap vertoont en hij de gewijzigde voorwaarden van het krediet waarschijnlijk zal kunnen nakomen, kan – in het geval van een PD 9 – een betere klasse aan de debiteur worden toegekend en kan het etiket herschikt worden verwijderd. Als een debiteur PD-klasse 10 (of hoger) heeft, kan (alleen) PD 9 in principe worden toegekend voor een jaar en blijft het dossier gemerkt als herschikt. Als het kredietcomité beslist dat de bestaande PD-klasse 9 (of hoger) behouden moet worden of er een slechtere score moet worden toegekend, mag het etiket herschikt voorlopig niet worden verwijderd (ten minste tot de volgende herziening). Eind 2013 maakten herschikte distressed kredieten ongeveer 5,5% uit van de totale kredietportefeuille (uitstaand bedrag, exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten). Een uitsplitsing vindt u hieronder.

Herschikte distressed kredieten
op 31-12-2013
Totaal Herschikte distressed kredieten
(in miljoenen euro) uitstaande
portefeuille1
Totaal (% van
uit
staande
porte
feuille)
Verdeling naar PD-klasse Specifieke
waarde
verminde
ringen
PD 1-8 PD 9 PD 10
(impaired,
minder dan
90 dagen
achterstallig)
PD 11-12
(impaired,
90 dagen
of meer
achterstallig)
Totaal 136 525 7 448 5% 581 830 4 309 1 727 1 751
Naar divisie
Divisie België 86 913 2 207 3% 377 446 1 074 311 381
Divisie Tsjechië 20 234 378 2% 129 25 128 96 83
Divisie Internationale Markten 25 894 4 845 19% 75 360 3 108 1 303 1 280
Waarvan:
Ierland 15 280 3 999 26% 28 281 2 903 787 1 000
Slowakije 4 635 105 2% 23 9 23 49 30
Hongarije 5 080 507 10% 9 57 161 281 164
Bulgarije 747 234 31% 15 13 21 185 86
Groepscenter 3 483 18 1% 0 0 0 18 8
Naar cliëntensegment
Particulieren2 59 014 3 635 6% 278 320 2 314 722 792
Kmo's 32 045 474 1% 107 166 102 100 78
Bedrijven3 45 466 3 339 7% 196 344 1 893 905 881

1 Brutobedragen, vóór bijzondere waardeverminderingen (bijgevolg verschillen die bedragen van de boekhoudkundige bedragen in andere hoofdstukken).

2 99% van het totaal aan herschikte kredieten heeft betrekking op hypotheekleningen.

3 49% van het totaal aan herschikte kredieten heeft betrekking op commerciële vastgoedleningen.

In overeenstemming met de nieuwe (ontwerp-)richtlijnen voor geherstructureerde en nonperforming kredieten van de Europese Bankenautoriteit heeft KBC voorbereidingen getroffen om de beleidslijnen aan te passen die van toepassing zijn op herschikte kredieten en op de definitie van wanbetaling, en die het in 2014 moet invoeren. Wanneer een definitieve beslissing is genomen, zullen nieuwe/gewijzigde criteria worden bepaald om achterstallige kredieten te definiëren en om PD 10 te herclassificeren als non-performing (en niet performing, zoals nu het geval is).

Kredietrisicobeheer op portefeuilleniveau

We bewaken het kredietrisico ook op portefeuillebasis, onder meer met een maand- en/of kwartaalrapportering over de geconsolideerde kredietportefeuille om te verzekeren dat het kredietbeleid en de limieten worden nageleefd. Daarnaast bewaken we de belangrijkste risicoconcentraties met periodieke en ad-hocrapporten. Er bestaan limieten op debiteur-, garantieverstrekker-, emittent- of tegenpartijniveau, op sectorniveau en voor specifieke activiteiten of geografische zones. Bovendien voeren we stresstests uit op bepaalde soorten kredieten (zoals hypothecaire leningen), maar ook op de volledige kredietrisicoscope.

Terwijl sommige limieten nog zijn uitgedrukt in termen van gecontracteerde bedragen, maken we ook gebruik van concepten als verwacht verlies (Expected Loss) en verlies bij in gebreke blijven (Loss Given Default). Die concepten vormen, samen met de kans op een in gebreke blijven (Probability of Default) en het uitstaande risico bij een in gebreke blijven (Exposure at Default), de bouwstenen voor de berekening van de reglementaire kapitaalvereisten voor kredietrisico, aangezien KBC heeft geopteerd voor de Basel II Internal Rating Based (IRB)-benadering. Na de goedkeuring door de toezichthouders in 2012 hebben de belangrijkste groepsentiteiten de IRB Advanced-benadering toegepast. Een aantal kleinere entiteiten volgden hun voorbeeld in 2013. Andere entiteiten zullen overstappen naar de IRB Advanced- of Foundation-benadering in 2014. De minder belangrijke entiteiten zullen de standaardbenadering van Basel II blijven gebruiken.

Kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten

Kredietrisico's doen zich voor in zowel de bank- als de verzekeringsactiviteiten van de groep. In aparte delen verderop gaan we dieper in op de kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten, de beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten en overheidsobligaties en de Ierse en Hongaarse portefeuilles van KBC.

Wat de bankactiviteiten betreft, ligt het kredietrisico voornamelijk in de krediet- en beleggingsportefeuille. Die portefeuille is voornamelijk opgebouwd door pure, traditionele kredietactiviteiten. Hij omvat alle kredietverlening aan particulieren, zoals hypotheekleningen en consumentenkredieten, alle kredietverlening aan bedrijven, zoals (bevestigde en niet-bevestigde) bedrijfskapitaalfinancieringen, investeringskredieten, garantiekredieten en kredietderivaten (verkochte protectie) en alle niet-overheidseffecten in de beleggingsportefeuilles van de bankentiteiten van de groep. Andere kredietrisico's, zoals het tradingrisico (emittentenrisico), het tegenpartijrisico verbonden aan professionele transacties, internationale handelsfinanciering (documentair krediet, enz.) en overheidsobligaties zijn niet opgenomen in de tabel. Die elementen beschrijven we verderop apart.

De krediet- en beleggingsportefeuille zoals die in dit hoofdstuk is bepaald, verschilt sterk van Leningen en voorschotten aan cliënten in Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening. Die post omvat bijvoorbeeld niet de leningen en voorschotten aan banken, de garantiekredieten en kredietderivaten of de bedrijfs- en bankobligaties, maar bevat wel repotransacties met niet-banken en is na aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Vanaf dit verslag zijn de meeste verdelingen in de tabel gebaseerd op uitstaande bedragen (in vroegere verslagen waren ze gebaseerd op toegestane bedragen).

Kredietkostenratio bedraagt 1,19% en non-performing ratio 5,9%.

Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten
31-12-20125
31-12-20135
Totale kredietportefeuille, in miljarden euro
Toegestaan bedrag
166,6
161,8
Uitstaand bedrag
140,7
136,5
Kredietportefeuille naar divisie (in % van portefeuille uitstaande kredieten)
België
63%
64%
Tsjechië
15%
15%
Internationale Markten
19%
19%
Groepscenter
3%
3%
Totaal
100%
100%
Kredietportefeuille naar sector van de tegenpartij (in procenten van portefeuille uitstaande kredieten)1
Particulieren
42%
43%
Financiële en verzekeringsdiensten
6%
5%
Overheden
4%
4%
Bedrijven
48%
48%
Niet-financiële diensten
11%
11%
Vastgoed
8%
8%
Klein- en groothandel
7%
7%
Bouw
4%
4%
Auto-industrie
2%
2%
Overige²
16%
16%
Totaal
100%
100%
Kredietportefeuille naar regio (in procenten van portefeuille uitstaande kredieten)1
West-Europa
73%
74%
Centraal- en Oost-Europa
22%
22%
Noord-Amerika
2%
2%
Overige
2%
2%
Totaal
100%
100%
Kredietportefeuille naar risicoklasse (deel van de portefeuille, in procenten van portefeuille uitstaande kredieten)1,3
PD 1 (laagste risico, kans op in gebreke blijven van 0,00% tot 0,10%)
28%
29%
PD 2 (0,10% – 0,20%)
10%
11%
PD 3 (0,20% – 0,40%)
14%
12%
PD 4 (0,40% – 0,80%)
19%
17%
PD 5 (0,80% – 1,60%)
11%
14%
PD 6 (1,60% – 3,20%)
7%
7%
PD 7 (3,20% – 6,40%)
5%
5%
PD 8 (6,40% – 12,80%)
3%
2%
PD 9 (hoogste risico, ≥ 12,80%)
4%
3%
Totaal
100%
100%
Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten (vervolg) 31-12-20125 31-12-20135
Impaired kredieten4 (PD 10 + 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten)
Impaired kredieten 10 757 13 717
Bijzondere waardeverminderingen 4 614 5 451
Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen (d.i. op basis van PD 1 tot 9) 244 281
Kredietkostenratio
Divisie België 0,28% 0,37%
Divisie Tsjechië 0,31% 0,25%
Divisie Internationale Markten 2,26% 4,48%
Ierland 3,34% 6,72%
Slowakije 0,25% 0,60%
Hongarije 0,78% 1,50%
Bulgarije 0,94% 1,19%
Groepscenter 1,06% 2,90%
Totaal 0,69% 1,20%
Totaal (inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten) 0,71% 1,19%
Non-performing kredieten (PD 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten)
Uitstaand bedrag6 7 397 7 928
Bijzondere waardeverminderingen voor non-performing kredieten 3 626 3 894
Non-performing ratio
Divisie België 2,3% 2,5%
Divisie Tsjechië 3,2% 3,0%
Divisie Internationale Markten 17,6% 19,2%
Groepscenter 1,3% 5,9%
Totaal 5,3% 5,8%
Totaal (inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten) 5,3% 5,9%
Dekkingsratio
[Bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten]/[uitstaande non-performing kredieten]
Totaal 49% 49%
Totaal (exclusief hypothecaire leningen) 63% 60%
[Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing kredieten] / [uitstaande
non-performing kredieten]
Totaal 66% 72%
Totaal (exclusief hypothecaire leningen) 91% 90%

Voor een definitie van de ratio's zie het Glossarium van gebruikte ratio's.

1 Cijfers gecontroleerd door de commissaris.

2 Individuele sectoraandelen niet groter dan 3%.

3 Interneratingschaal.

4 Cijfers wijken af van die in Toelichting 21 in het deel Geconsolideerde jaarrekening wegens verschillen in consolidatiekring.

5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2013 waren die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) goed voor 5,8 miljard euro aan toegestane kredieten, waarvan 3,7 miljard euro uitstaand. In 2012 waren de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) goed voor 8,7 miljard euro aan toegestane kredieten, waarvan 6,4 miljard euro uitstaand.

6 Non-performing kredieten omvat ook herschikte distressed kredieten (waarbij de kredietnemer PD-klasse 11 of hoger wordt toegekend). Aansluiting van eindejaarcijfers: het verschil van 531 miljoen euro tussen 2012 en 2013 is het gevolg van een stijging van 130 miljoen euro in Divisie België, een stijging van 321 miljoen euro in Divisie Internationale Markten (waarvan 282 miljoen euro in Ierland), een stijging van 145 miljoen euro in Groepscenter en een daling van -64 miljoen euro in Divisie Tsjechië. De non-performing-gegevens zijn gebaseerd op de huidige definitie (PD 11 + 12). Als PD 10 ook in het non-performing-totaal zou zijn opgenomen, stijgt het totale uitstaande bedrag op 31 december 2013 tot 13 717 miljoen euro, de non-performing ratio tot 10,0% en daalt de dekkingsratio [Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten] tot 42%.

Voor de krediet- en beleggingsportefeuille in Ierland en Hongarije geven we de volgende bijkomende informatie, gezien de specifieke situatie op die markten.

Details over de Ierse en Hongaarse portefeuilles 31-12-2012 31-12-2013
KBC Bank Ireland (Ierland) – krediet- en beleggingsportefeuille1
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 16 15
Verdeling naar krediettype
Woningkredieten 78% 79%
Kmo- en bedrijfskredieten 11% 10%
Vastgoedbelegging en vastgoedontwikkeling 11% 11%
Verdeling naar risicoklasse
Normaal performing (PD 1-9) 72% 52%
Impaired, maar nog performing (PD 10) 5% 22%
Impaired, non-performing (PD 11+12) 23% 26%
Kredietkostenratio2 3,34% 6,72%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)]/[uitstaande non
performing kredieten]
46% 68%
K&H Bank (Hongarije) – krediet- en beleggingsportefeuille1
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 5 5
Verdeling naar krediettype
Retailkredieten 49% 47%
Hypothecaire kredieten in vreemde valuta 29% 28%
Kmo- en bedrijfskredieten 51% 53%
Verdeling naar risicoklasse
Normaal performing (PD 1-9) 88% 85%
Impaired, maar nog performing (PD 10) 1% 3%
Impaired, non-performing (PD 11+12) 11% 12%
Kredietkostenratio2 0,78% 1,50%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)]/[uitstaande non
performing kredieten]
67% 67%

1 Een definitie vindt u in Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten (d.i. exclusief onder meer overheidsobligaties).

2 Niet geauditeerd door de commissaris.

We hebben beslist onze kredietportefeuille tegen het licht te houden, met bijzondere aandacht voor de Ierse en Hongaarse kredietportefeuilles. Als gevolg van de herclassificatie van twee miljard euro aan geherstructureerde hypotheekleningen hebben we voor Ierland dan ook bijkomende voorzieningen aangelegd. We hebben ook de voorzieningen voor onze Ierse bedrijfskredietenportefeuille verhoogd. Door het trager dan verwachte herstel van de Ierse kmo-sector zijn we namelijk voorzichtiger met onze vooruitzichten voor de toekomstige kasstromen en dekkingswaarden. Bijgevolg bedroegen de totale waardeverminderingen op kredieten voor Ierland voor het boekjaar 2013 1,1 miljard euro. Voor Hongarije hebben we in het vierde kwartaal bijkomende voorzieningen aangelegd voor geherstructureerde retailkredieten, terwijl voor 131 miljoen euro aan geherstructureerde hypotheekleningen werd geherclassificeerd. Daardoor kwamen de totale voorzieningen voor Hongarije voor het boekjaar 2013 op 76 miljoen euro.

Naast de kredietrisico's verbonden aan de krediet- en beleggingsportefeuille zijn er ook kredietrisico's verbonden aan andere bankactiviteiten. De belangrijkste zijn:

Commerciële transacties op korte termijn. Die activiteit betreft de financiering van export of import (documentaire kredieten, pre-export- en post-importfinancieringen, enz.) en brengt alleen risico's tegenover financiële instellingen met zich mee. De risico's met betrekking tot deze activiteit beheren we op basis van limieten per financiële instelling en per land of landengroep.

Effecten in de tradingportefeuille. Die effecten houden een emittentenrisico in (potentieel verlies als gevolg van wanbetaling door de emittent). De blootstelling aan dat risico meten we op basis van de marktwaarde van de effecten. Het emittentenrisico beperken we door limieten te gebruiken, zowel per emittent als per ratingklasse. De blootstelling aan effecten met activa als onderpand (Asset Backed Securities) en CDO's (Collateralised Debt Obligations) in de tradingportefeuille is niet opgenomen in de cijfers in de tabel, maar wordt afzonderlijk gerapporteerd (zie Positie in gestructureerde kredieten).

Professionele transacties (plaatsingen bij professionele tegenpartijen en verhandeling van derivaten). Die transacties brengen tegenpartijrisico met zich mee. De in de tabel weergegeven bedragen zijn de presettlementrisico's van de groep, gemeten als de som van de (positieve) huidige vervangingswaarde (mark-to-market) van een transactie en de toepasselijke toeslag (add-on). De risico's worden beperkt door het gebruik van limieten per tegenpartij. We maken ook gebruik van close-out netting en zekerheden. Financiële zekerheden nemen we alleen in aanmerking als de betrokken activa worden beschouwd als risicobeperkend voor berekeningen van het reglementaire kapitaal (Basel II).

Andere kredietrisico's, bankactiviteiten (in miljarden euro) 31-12-2012 31-12-2013
Commerciële transacties op korte termijn 3,2 4,2
Emittentenrisico1 0,3 0,2
Tegenpartijrisico van professionele transacties2 9,0 8,2

1 Exclusief een nominatieve lijst van centrale overheden, en alle blootstellingen aan EU-instellingen en multilaterale ontwikkelingsbanken.

2 Na aftrek van ontvangen zekerheden en uitkeringen voor netting.

Overheidseffecten in de beleggingsportefeuille van bankentiteiten. De risicopositie ten aanzien van overheden meten we in termen van nominale waarde en boekwaarde. Ze heeft in hoofdzaak betrekking op EU-overheden (in het bijzonder België). We hebben limieten vastgelegd voor posities in overheidsobligaties van zowel niet-kernlanden als kernlanden. Meer informatie over de blootstelling aan overheidsobligaties voor bank- en verzekeringsactiviteiten samen geven we in een aparte paragraaf verderop.

Kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten

Voor de verzekeringsactiviteiten zijn er vooral kredietrisico's in de beleggingsportefeuille (emittenten van schuldinstrumenten) en ten aanzien van herverzekeraars. We hebben richtlijnen vastgelegd om het kredietrisico in de beleggingsportefeuille te beheersen, bijvoorbeeld met betrekking tot de portefeuillesamenstelling en de ratings.

Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep
(in miljoenen euro, marktwaarde)1
31-12-20125
31-12-20135
Per balanspost
Effecten
19 634
19 284
Obligaties en soortgelijke effecten
18 983
18 003
Tot einde looptijd aangehouden
5 788
6 731
Voor verkoop beschikbaar
13 190
11 266
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor
handelsdoeleinden
0
1
Als leningen en vorderingen
5
5
Aandelen en andere niet-vastrentende effecten
633
1 262
Voor verkoop beschikbaar
630
1 260
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening en aangehouden voor
handelsdoeleinden
3
3
Overige
18
19
Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
408
354
Beleggingscontracten, tak 232
11 847
12 745
Overige
89
701
Totaal
31 978
33 084
Details over obligaties en soortgelijke effecten
Naar rating3, 4
Investment grade
95%
96%
Non-investment grade
1%
3%
Zonder rating
4%
1%
Naar sector3
Overheden
63%
64%
Financieel6
26%
21%
Overige
11%
15%
Naar munt3
Euro
94%
94%
Andere Europese munten
6%
6%
Amerikaanse dollar
0%
0%
Naar restlooptijd3
Maximaal 1 jaar
13%
15%
Tussen 1 en 3 jaar
19%
20%
Tussen 3 en 5 jaar
15%
19%
Tussen 5 en 10 jaar
33%
29%
Meer dan 10 jaar
20%
18%

1 De totale boekwaarde bedroeg 32 576 miljoen euro eind 2013 en 31 277 miljoen euro eind 2012.

2 Deze post vertegenwoordigt de actiefzijde van tak 23-producten en wordt volledig gespiegeld aan de passiefzijde. Er is geen kredietrisico voor KBC Verzekeringen.

3 Exclusief beleggingen verbonden aan tak 23-levensverzekeringen. In bepaalde gevallen gebaseerd op extrapolaties en schattingen.

4 Externeratingschaal.

5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. Eind 2013 waren daarin geen verzekeringsentiteiten opgenomen. In 2012 bedroeg de beleggingsportefeuille van de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) 0,2 miljard euro.

6 Inclusief gedekte obligaties en financiële bedrijven die geen banken zijn.

We zijn ook blootgesteld aan een kredietrisico ten aanzien van (her)verzekeraars, aangezien die in gebreke zouden kunnen blijven voor hun verplichtingen die voortvloeien uit met ons gesloten (her)verzekeringscontracten. Dat type van kredietrisico meten we onder meer aan de hand van een nominale benadering (het maximale verlies) en het verwachte verlies. Er gelden naamconcentratielimieten. De PD, en bij uitbreiding het verwachte verlies, wordt berekend op basis van de interne of externe ratings. De Exposure at Default bepalen we door de nettoschadereserves en de premies op te tellen, en het Loss Given Default (LGD)-percentage is vastgesteld op 50%.

Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse1
:
EAD EL EAD EL
Exposure at Default (EaD) en verwacht verlies (EL)2 (in miljoenen euro) 2012 2012 2013 2013
AAA tot en met A- 179 0,03 141 0,05
BBB+ tot en met BB- 111 0,10 147 0,13
Lager dan BB- 0 0 0 0
Zonder rating 10 0,22 3 0,07
Totaal 299 0,35 291 0,24

1 Op basis van interne ratings.

2 EAD-gegevens zijn geauditeerd, EL-gegevens zijn niet geauditeerd.

Positie in overheidsobligaties (bank- en verzekeringsportefeuille samen)

We hebben een belangrijke portefeuille overheidsobligaties, voornamelijk als gevolg van ons aanzienlijke liquiditeitsoverschot en de herbelegging van verzekeringsreserves in vastrentende instrumenten. In de volgende tabel geven we een uitsplitsing per land.

Overzicht blootstelling aan overheidsobligaties per einde 2013, boekwaarde1 (in miljoenen euro)
Totaal, naar portefeuille Totaal, naar restlooptijd
Voor
verkoop
beschik
baar
Tot einde
looptijd
aange
houden
Gewaar
deerd te
gen reële
waarde
met ver
werking
van waar
devermin
deringen
in de
winst-en
verlies
rekening
Leningen
en vorde
ringen
Voor han
delsdoel
einden
aange
houden
Totaal Ter verge
lijking:
totaal
einde 2012
Met ver
valdag in
2014
Met
verval
dag
in 2015
Met
vervaldag
in 2016 en
later
Econo
mische
invloed
van
+ 100
basis
punten3
Zuid-Europa en Ierland
Griekenland 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Portugal 40 36 0 0 0 77 94 0 10 66 -5
Spanje 348 0 0 0 0 348 230 0 0 348 -27
Italië 783 80 0 0 1 865 911 5 1 859 -66
Ierland 153 308 0 0 1 462 451 0 0 462 -23
KBC-kernlanden
België 8 011 15 445 213 0 917 24 586 27 925 3 739 2 678 18 168 -1 092
Tsjechië 2 309 5 573 66 29 993 8 970 9 503 976 2 318 5 676 -442
Hongarije 235 1 677 8 88 258 2 267 2 603 34 448 1 785 -64
Slowakije 1 053 1 269 0 0 73 2 395 1 751 83 96 2 216 -125
Bulgarije 146 16 0 0 0 162 161 8 7 147 -8
Andere landen
Frankrijk 1 058 2 251 0 0 3 3 312 3 091 333 263 2 716 -227
Duitsland 364 532 16 0 30 942 1 206 104 38 800 -60
Oostenrijk 243 440 211 0 0 894 553 43 6 845 -44
Nederland 239 453 100 0 5 797 530 66 68 663 -37
Overige2 2 918 1 623 155 0 102 4 798 3 180 521 1 530 2 747 -175
Totale
boekwaar
de
17 900 29 703 771 118 2 385 50 876 52 191 5 912 7 464 37 499
Totale
nominale
waarde
16 691 28 065 728 127 2 366 47 978 48 615

1 Inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (samen goed voor 0,4 miljard euro per einde 2013 en 0,5 miljard euro per einde 2012). Met uitsluiting van blootstelling aan supranationale entiteiten van geselecteerde landen. Er zijn geen belangrijke waardeverminderingen op de overheidsobligaties in portefeuille.

2 Som van landen met een individuele blootstelling van minder dan 0,5 miljard euro op het einde van 2013 en inclusief 1,3 miljard euro in deposito's bij de Hongaarse nationale bank.

3 Geeft de theoretische economische invloed op de reële waarde weer van een parallelle stijging van de spread met 100 basispunten over de volledige looptijdenstructuur (in miljoenen euro). Die invloed wordt maar gedeeltelijk weerspiegeld in de winst-en-verliesrekening en/of het eigen vermogen.

Belangrijkste veranderingen in 2013:

  • De boekwaarde van de totale portefeuille overheidsobligaties daalde met 1,3 miljard euro. Dat komt voornamelijk door de kleinere positie in Belgische overheidsobligaties (-3,3 miljard euro, voornamelijk door verkochte en vervallen OLO's), deels gecompenseerd door een stijging in Slowakije (+0,6 miljard euro) en de andere landen (Overige in de tabel; omvat ook een stijging van de deposito's bij de Hongaarse nationale bank van 0,5 miljard euro).
  • De voorbije jaren is KBC erin geslaagd zijn positie in overheidsobligaties van de GIIPS-landen (Griekenland, Italië, Ierland, Portugal en Spanje, zie grafiek) aanzienlijk te verlagen. Eind 2013 bedroeg de gezamenlijke blootstelling aan die obligaties 1,8 miljard euro.

Netto gerealiseerde meerwaarden op overheidsobligaties in 2013:

• Bedroegen in 2013 in totaal 125 miljoen euro en hadden grotendeels betrekking op Belgische overheidsobligaties (in de categorie Voor verkoop beschikbaar)

Herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa op het einde van 2013:

  • Op 31 december 2013 omvatte de boekwaarde van de totale portefeuille voor verkoop beschikbare overheidsobligaties een herwaarderingsreserve van 871 miljoen euro vóór belastingen.
  • Die bevatte 519 miljoen euro voor België, 91 miljoen euro voor Tsjechië, 63 miljoen euro voor Frankrijk, 46 miljoen euro voor Duitsland, 42 miljoen euro voor Slowakije, 20 miljoen euro voor Nederland, 20 miljoen euro voor Italië en 71 miljoen euro voor de andere landen samen.
  • KBC ziet geen belangrijke bronnen van schattingsonzekerheid (estimation uncertainty) die een ernstig risico inhouden om het volgende boekjaar te resulteren in een belangrijke aanpassing van de boekwaarde van overheidsobligaties.

Portefeuille Belgische overheidsobligaties:

  • Belgische overheidsobligaties waren eind 2013 goed voor 48% van de totale overheidsobligatieportefeuille. Dat geeft aan hoe belangrijk België voor KBC is als voornaamste kernmarkt van de groep. Het belang van België in het algemeen blijkt ook in de tabel Krediet- en beleggingsportefeuille aan het begin van dit hoofdstuk, in de bijdrage van België aan de groepswinst (zie hoofdstuk België) en in de diverse resultaatscomponenten (zie Toelichtingen in verband met segmentinformatie in het deel Geconsolideerde jaarrekening).
  • Eind 2013 had België bij de drie grootste internationale ratingbureaus de volgende kredietratings: Aa3 (negatieve outlook) bij Moody's, AA (negatieve outlook – gewijzigd in stabiele outlook in februari 2014) bij S&P en AA (stabiele outlook) bij Fitch. Meer informatie over de macro-economische prestatie van België vindt u in het aparte hoofdstuk over België.
  • Het grootste risico voor onze positie in Belgische overheidsobligaties is een verbreding van de credit spread. De mogelijk gevolgen van een stijging van de spread met 100 basispunten (voor 31 december 2013) zijn:
  • Theoretische volledige economische invloed: zie tabel
    • ° waarvan invloed op de resultaten volgens IFRS: die was heel beperkt omdat het overgrote deel van de portefeuille Belgische overheidsobligaties geklasseerd was als Voor verkoop beschikbaar (33%) en Tot einde looptijd aangehouden (63%).
    • ° waarvan invloed op de niet-gerealiseerde meerwaarden van voor verkoop beschik-

bare activa volgens IFRS: -127 miljoen euro na belastingen.

  • de invloed op de liquiditeit: een verbreding van de credit spread beïnvloedt de liquidity coverage ratio (LCR), maar de groep beschikt over een voldoende grote liquiditeitsbuffer.

Positie in gestructureerde kredieten (bank- en verzekeringsportefeuille)

Sinds 2008 voeren we een strikt beleid met betrekking tot gestructureerde kredietproducten en hebben we geleidelijk een verbod opgelegd op het creëren van en beleggen in CDO's en ABS'en. Daarvoor waren we actief in het domein van gestructureerde krediettransacties en belegden we ook zelf in dergelijke gestructureerde kredietproducten. De resterende CDOen ABS-beleggingen van voor 2008 staan in de onderstaande tabel onder legacyrisico. We onderscheiden drie categorieën van legacybeleggingen:

  • We traden (via KBC Financial Products) op als originator door CDO-transacties (op basis van activa van derden) voor onszelf of voor derde beleggers te structureren. Voor verscheidene transacties kochten we bescherming van de Amerikaanse monolineverzekeraar MBIA (zie Legacy-CDO-risico gedekt door MBIA in de tabel).
  • We belegden in gestructureerde kredietproducten, zowel in CDO's (notes en super seniortranches), grotendeels door onszelf uitgegeven maar ook enkele andere CDO's (Risico ten aanzien van andere legacy-CDO's in de tabel), als in ABS'en (Risico ten aanzien van legacy-ABS'en in de tabel).

In 2013 hebben we beslist het strikte verbod op beleggingen in ABS'en op te heffen en thesauriebeleggingen (Risico ten aanzien van treasury-ABS'en in de tabel) toe te staan in liquide niet-synthetische Europese ABS'en van hoge kwaliteit, die ook aanvaard worden als zekerheden die in aanmerking komen voor de ECB. Dat maakt een verdere diversificatie van de beleggingsportefeuilles mogelijk. We wijzen er wel op dat het verbod op CDO's en synthetische securitisaties blijft bestaan.

Beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten (CDO's en ABS'en)
(in miljarden euro) 31-12-2013
Totale nettopositie 7,5
Legacy-CDO-risico gedekt door MBIA 5,3
Risico ten aanzien van andere legacy-CDO's 1,1
Risico ten aanzien van legacy-ABS'en 1,2
Risico ten aanzien van treasury-ABS'en 0,0
Cumulatieve waardeaanpassingen op legacybeleggingen (medio 2007 tot nu)1 -0,4
Waardeaanpassingen -0,3
Voor risico ten aanzien van andere legacy-CDO's -0,2
Voor risico ten aanzien van legacy-ABS'en -0,1
Waardeaanpassingen m.b.t. dekking MBIA (voor risico ten aanzien van legacy-CDO's)2 -0,1
Cumulatieve waardeaanpassingen op treasury-ABS'en 0,0

1 De waardeaanpassingen op de CDO's van KBC worden verwerkt via de winst-en-verliesrekening in plaats van rechtstreeks via het eigen vermogen, omdat de CDO's van de groep grotendeels synthetisch van aard zijn (dat betekent dat de onderliggende activa afgeleide producten zijn, zoals credit default swaps op bedrijven). Het synthetische karakter is ook de reden waarom de CDO's van KBC niet in aanmerking komen voor boekhoudkundige herklassering volgens IFRS om hun invloed op de resultaten te neutraliseren.

2 De voorziening voor MBIA werd midden 2013 verlaagd van 80% tot 60%.

Nettopositie in CDO's en ABS'en gedaald

tot 7,5 miljard euro eind 2013

In de tabel is het CDO- en ABS-risico weergegeven als nettopositie (in plaats van de oorspronkelijke nominale bedragen vermeld in de vroegere verslagen). Bijgevolg zijn alle afgewikkelde (settled) kredietgebeurtenissen en alle posities waarvan de risico's zijn afgebouwd (derisked; die dus geen risico meer inhouden) niet langer opgenomen in de CDO-cijfers.

In 2013 is het totale netto-legacy-CDO- en ABS-risico met 7,3 miljard euro afgebouwd, voornamelijk door de derisking van diverse CDO's (invloed van -6,8 miljard euro) en enkele beperkte aflossingen in de portefeuille andere ABS'en (invloed van -0,5 miljard euro). In het eerste kwartaal van 2014 daalde het netto-legacy-CDO-risico nog eens met ongeveer 2 miljard euro dankzij de verdere collapse van het CDO-risico. In de treasuryportefeuille van KBC werd in (het vierde kwartaal van) 2013 voor een bedrag van 45 miljoen euro belegd in twee RMBS-activa.

Zoals hierboven vermeld, kochten we van MBIA kredietbescherming voor een groot deel van de (super senior-) CDO's waarvoor we als originator optraden. Bovendien is het resterende risico verbonden aan de verzekeringsdekking van MBIA sterk verminderd, omdat het vervat is in de garantieovereenkomst die we op 14 mei 2009 bereikten met de Belgische staat. Op 31 december 2013 had die overeenkomst betrekking op een nominale waarde van 5,9 miljard euro, waarvan 5,3 miljard euro betrekking heeft op het risico verzekerd bij MBIA. De voorziening voor MBIA werd midden 2013 verlaagd van 80% tot 60% op basis van een fundamentele interne analyse.

De resterende 0,7 miljard euro die is vervat in de overeenkomst met de Belgische staat heeft betrekking op het Risico ten aanzien van andere legacy-CDO's. Van die portefeuille (d.w.z. het CDO-risico waarvoor geen kredietbescherming werd gekocht van MBIA) zitten de super senior-activa eveneens vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat. Meer details daarover vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.

Details over het CDO-risico gedekt door MBIA
(in miljarden euro)
31-12-2013
Totaal door MBIA verzekerde bedrag (nominaal bedrag van super senior-swaps) 5,3
Details over verzekeringsdekking MBIA:
Reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking (gemodelleerde vervangingswaarde, rekening houdend met de garan
tieovereenkomst)
0,1
Waardeaanpassing m.b.t. tegenpartijrisico, MBIA -0,1
(in procenten van de reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking) 60%

Marktrisico in niet-tradingactiviteiten

Het beheersproces van structurele marktrisico's (zoals het renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, wisselkoersrisico en inflatierisico) wordt Asset-Liability Management (ALM) genoemd.

Met structurele risico's worden alle risico's bedoeld die inherent deel uitmaken van onze commerciële activiteit of onze langetermijnposities (bank en verzekeringen). De tradingactiviteiten vallen daar dus niet onder. De structurele risico's kunnen ook worden omschreven als de combinatie van:

• onevenwichtigheden in de bankactiviteiten verbonden aan het aantrekken van werkmid-

delen door het kantorennetwerk en de aanwending ervan (via onder meer kredietverlening);

  • onevenwichtigheden in de verzekeringsactiviteiten tussen de verplichtingen in het Levenen Niet-levenbedrijf en de ter afdekking daarvan aangehouden beleggingsportefeuilles;
  • de risico's verbonden aan het aanhouden van een beleggingsportefeuille ter herbelegging van het eigen vermogen;
  • de structurele wisselkoerspositie die voortvloeit uit de activiteiten in het buitenland (participaties in vreemde valuta's, geboekte resultaten van buitenlandse vestigingen, wisselrisico gekoppeld aan de valutaonevenwichtigheid tussen verplichtingen en beleggingen bij de verzekeraar).

Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten

De belangrijkste elementen van het ALM-risicobeheerskader binnen KBC zijn:

  • de focus op economische waarde als hoeksteen van het ALM-beleid, met daarnaast aandacht voor maatstaven als inkomsten, solvabiliteit en liquiditeit;
  • het gebruik van een uniforme ALM-methodologie voor bank- en verzekeringsactiviteiten in de hele groep, gebaseerd op reëlewaardemodellen die een raming bieden van de waarde van een productgroep in verschillende marktscenario's en die worden vertaald in replicating portfolios (combinaties van marktinstrumenten die het mogelijk maken de betrokken productgroepen af te dekken met het minste risico);
  • het gebruik van een Value-at-Risk (VaR)-meetmethode voor de verschillende risicocategorieën binnen de hele groep in het kader van de risicobudgettering en -begrenzing. Die VaR meet het maximale verlies dat kan optreden over een tijdshorizon van een jaar met een bepaald betrouwbaarheidsniveau als gevolg van rentebewegingen en andere marktwaardeschommelingen;
  • de bepaling van een ALM-VaR-limiet op groepsniveau en de verdeling van die limiet in verschillende risicosoorten en entiteiten;
  • het gebruik van de VaR, die berekend wordt op basis van reëlewaardemodellen voor nietlooptijdgebonden producten, rekening houdend met verschillende in de portefeuille ingebedde opties en garanties;
  • de VaR wordt aangevuld met andere risicomeetmethodes, zoals Basis-Point-Value (BPV), nominale bedragen, enz.
Marktrisico in niet-tradingactiviteiten van de KBC-groep (VaR 99,93%, 1 jaar tijdshorizon)
(in miljarden euro)*
31-12-2012 31-12-2013
Totaal 3,81 3,83
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Er is geen rekening gehouden met cyclische voorafbetalingsopties ingebed in hypothecaire kredieten. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij

Groepen activa die worden afgestoten. In 2013 bedroeg de invloed van die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) op de ALM-VaR van de groep 6,3 miljoen euro. In 2012 bedroeg de invloed van de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) op de ALM-VaR van de groep 11,2 miljoen euro. Het KBC-Pensioenfonds werd niet opgenomen (de invloed ervan op de ALM-VaR van de groep bedroeg 278 miljoen euro in 2013 en 193 miljoen euro in 2012). Eind 2012 werd de gerapporteerde VaR aangepast van 1,06 miljard euro naar 1,34 miljard euro doordat het betrouwbaarheidsinterval van 99% werd gealigneerd met het betrouwbaarheidsinterval van 99,93%, dat wordt gebruikt in de interne economischkapitaalmodellering, en van 1,34 miljard euro naar 3,81 miljard euro doordat de credit spread mee werd opgenomen in de VaR. De VaR wordt berekend op basis van de VaR-CoVaR-benadering.

Renterisico

We hanteren twee hoofdtechnieken om renterisico's te meten, namelijk 10 BPV en de al vermelde VaR. De 10 BPV geeft de waardeverandering van de portefeuille weer bij een stijging van de rentevoeten over de volledige curve met tien basispunten (negatieve cijfers wijzen op een daling van de waarde van de portefeuille). We bepalen 10 BPV-limieten zodat de renteposities samen met de overige structurele risico's (aandelen, vastgoed, enz.) binnen de totale VaR-limieten blijven. Daarnaast hanteren we ook technieken zoals rentevoetgevoeligheidsanalyse (gap analysis), durationbenadering, scenarioanalyse en stresstesting (zowel vanuit een economischewaardeperspectief als vanuit inkomstenperspectief).

Over de IFRS-gevoeligheid van de hele groep aan schommelingen van rentevoeten brengen we eveneens regelmatig verslag uit, zowel voor de bank- als de verzekeringsactiviteiten. De tabel illustreert de invloed van een stijging van de rentecurve met 100 basispunten op zowel de nettowinst als de waarde.

Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep1
Invloed op de nettowinst, IFRS Invloed op de waarde2
(in miljoenen euro) 2012 2013 2012 2013
Bankactiviteiten -44 87 -396 -216
Verzekeringsactiviteiten 10 24 82 105
Totaal -34 110 -314 -111

1 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). In 2013 zou een stijging van de rentecurve met 100 basispunten een invloed van 0,05 miljoen euro hebben gehad op de nettowinst en van -2,2 miljoen euro op de marktwaarde van die entiteiten. In 2012 zou dat respectievelijk 0,7 miljoen euro en -51 miljoen euro geweest zijn.

2 Volledige marktwaarde, ongeacht de boekhoudkundige categorie of waardeverminderingsregels. Exclusief het KBC-Pensioenfonds (invloed van 7 miljoen euro op de nettowinst en 12 miljoen euro op de waarde in 2013).

We beheren de ALM-renteposities van de bankentiteiten op basis van een marktgerichte interne prijsstelling voor looptijdgebonden producten en een replicating portfolio-techniek, op dynamische basis herzien, voor de niet-looptijdgebonden producten (bijvoorbeeld zicht- en spaarrekeningen).

De bank houdt voornamelijk renteposities aan via overheidsobligaties, gericht op het verwerven van rente-inkomsten, zowel in de obligatieportefeuille die dient ter herbelegging van het eigen vermogen als in een op korte termijn gefinancierde obligatieportefeuille. De tabel illustreert het renterisico van de bank op basis van de 10 BPV.

BPV (10 basispunten) van het ALM-boek, bankactiviteiten*
(in miljoenen euro) 2012 2013
Gemiddelde 1kw -52 -33
Gemiddelde 2kw -49 -27
Gemiddelde 3kw -49 -21
Gemiddelde 4kw -47 -22
Op 31 december -39 -22
Maximum in jaar -57 -40
Minimum in jaar -39 -21

* Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). Als die entiteiten worden meegerekend, zou dat een totale BPV voor de bankactiviteiten geven van -22 miljoen euro per einde 2013 en van -44 miljoen euro per einde 2012.

Conform Basel II voeren we regelmatig een 200 basispunten-stresstest uit. Die zet het gehele renterisico van de bankportefeuille (bij een parallelle beweging van de rente met 2%) af tegen het totale eigen vermogen. Voor de bankportefeuille op KBC-groepsniveau bedroeg dat risico 11,7% van het totale eigen vermogen op 31 december 2013. Dat is ruim onder de drempel van 20%, vanaf waar een bank wordt beschouwd als outlier bank, met een hoger reglementair kapitaalbeslag als mogelijk gevolg.

De volgende tabel toont de renterisicogap van de ALM-bankportefeuille. Om de renterisicogap te bepalen, delen we de boekwaarde van activa (positief bedrag) en passiva (negatief bedrag) in volgens de eerste renteherprijzingsdatum of vervaldag, om de lengte te kennen van de periode waarvoor de rente vast is. Derivaten, hoofdzakelijk om het risico als gevolg van schommelingen van rentevoeten te beperken, nemen we mee op volgens hun nominale bedrag en herprijzingsdatum.

Renterisicogap ALM-boek (inclusief derivaten), bankactiviteiten*
(in miljoenen euro) ≤ 1 maand 1-3 maanden 3-12
maanden
1-5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar Niet-rente
dragend
Totaal
31-12-2012 3 731 3 904 -1 251 -7 095 4 450 2 039 -5 778 0
31-12-2013 13 665 323 -1 653 -3 146 6 730 788 -16 706 0
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (de cijfers voor die entiteiten vermelden we hieron
der). In 2013 hebben we contracten zonder looptijd afgezonderd in de categorie Niet-rentedragend. In 2012 waren de betrokken contracten ondergebracht in het segment ≤ 1 maand.
31-12-2012 633 -74 -220 128 258 258 -981 0
31-12-2013 182 -88 46 41 14 0 -196 0

De renterisicogap toont dat we een algemene longpositie hebben inzake renterisico. Activa hebben typisch een langere looptijd dan passiva, wat betekent dat de nettorente-inkomsten van KBC baat hebben bij een normale rentecurve. De economische waarde van de KBCgroep is voornamelijk gevoelig voor bewegingen aan het langere eind van de rentecurve.

Wat de verzekeringsactiviteiten van de groep betreft, worden de vastrentende beleggingen voor de Niet-levenreserves belegd in overeenstemming met de verwachte uitbetalingspatronen voor claims, op basis van uitgebreide actuariële analyses.

De tak 21-Levenactiviteiten combineren een rentegarantie met een discretionaire, door de verzekeringsmaatschappij te bepalen winstdeling. De belangrijkste risico's waaraan de verzekeraar in dat soort activiteiten is blootgesteld, zijn het lagerenterisico (het risico dat de beleggingsopbrengst beneden het gegarandeerde renteniveau zakt) en het risico dat de beleggingsopbrengst niet volstaat om een concurrerende winstdeling te verzekeren. Het lagerenterisico wordt beheerd via een politiek van cashflow matching, toegepast op het deel van de Levenportefeuilles dat door vastrentende effecten wordt gedekt. Tak 23-beleggingsverzekeringen bespreken we hier niet, omdat die activiteit geen marktrisico's met zich meebrengt voor KBC.

In de tabel geven we een overzicht van het renterisico in het Levenbedrijf van KBC. De activa en passiva met betrekking tot levensverzekeringen met rentegarantie zijn ingedeeld naar het verwachte tijdstip van de kasstromen.

Verwachte kasstromen, niet-verdisconteerd, Levenbedrijf*
(in miljoenen euro) 0-5 jaar 5-10 jaar 10-15 jaar 15-20 jaar > 20 jaar Totaal
31-12-2012
Vastrentende activa 10 747 5 236 1 745 1 240 810 19 778
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 10 131 3 409 1 742 1 209 1 584 18 075
Verschil in verwachte kasstromen 616 1 828 3 31 -774 1 703
Gemiddelde duration van activa 5,29 jaar
Gemiddelde duration van passiva 6,11 jaar
31-12-2013
Vastrentende activa 10 725 4 098 2 310 626 765 18 525
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 10 086 3 123 1 844 1 311 1 779 18 142
Verschil in verwachte kasstromen 640 975 466 -685 -1 014 383
Gemiddelde duration van activa 4,90 jaar
Gemiddelde duration van passiva 6,03 jaar

* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen verzekeringsverplichtingen.

Zoals hierboven vermeld, ligt het belangrijkste renterisico voor de verzekeraar in de daling van de rentevoeten. We concentreren ons in onze ALM-benadering op het beperken van het renterisico in overeenstemming met de risicobereidheid van KBC. Voor het resterende renterisico voeren we een beleid dat rekening houdt met de mogelijke negatieve gevolgen van een aanhoudende rentedaling en bouwden we al belangrijke supplementaire reserves op.

Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten1 31-12-2012 31-12-2013
5,00% en hoger2 3% 3%
Meer dan 4,25% tot en met 4,99% 10% 10%
Meer dan 3,50% tot en met 4,25% 5% 4%
Meer dan 3,00% tot en met 3,50% 30% 27%
Meer dan 2,50% tot en met 3,00% 24% 22%
2,50% en lager 27% 32%
0,00% 2% 2%
Totaal 100% 100%

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen nominaal risico.

2 Betreft contracten in Centraal- en Oost-Europa.

Creditspreadrisico

We beheren het creditspreadrisico van de portefeuille door op te volgen in hoeverre de waarde van de overheidsobligaties zou wijzigen als de credit spreads over de hele curve met 100 basispunten zouden stijgen. In het deel Kredietrisico geven we een overzicht van de economische gevoeligheid van de belangrijkste posities in overheidsobligaties ten aanzien van wijzigingen in de spreads.

Aandelenrisico

Het grootste aandelenrisico ligt in het verzekeringsbedrijf, waar de ALM-strategieën gebaseerd zijn op een risico-rendementberekening, rekening houdend met het marktrisico dat verbonden is aan open aandelenposities. Een groot deel van de aandelenportefeuille wordt aangehouden voor de discretionaire winstdeling van verzekeringsverplichtingen (met name winstdeling op de Belgische markt). Naast de verzekeringsentiteiten houden ook andere entiteiten van de groep (zoals KBC Bank en KBC Asset Management) kleinere aandelenportefeuilles aan. De tabellen hieronder geven meer informatie over de totale niet-tradingaandelenposities bij KBC.

Aandelenportefeuille KBC-groep1 Bankactiviteiten Verzekeringsactiviteiten Groep
(naar sector, in procenten) 31-12-2012 31-12-2013 31-12-2012 31-12-2013 31-12-2012 31-12-2013
Financiële instellingen 23% 60% 26% 20% 25% 25%
Niet-cyclische consumentensectoren 11% 1% 12% 10% 12% 8%
Communicatie 0% 0% 1% 0% 1% 0%
Energie 3% 0% 7% 7% 6% 6%
Industriële sectoren 21% 27% 9% 38% 12% 37%
Nutsbedrijven 2% 0% 3% 3% 3% 3%
Cyclische consumentensectoren 4% 1% 4% 15% 4% 13%
Basismaterialen 3% 0% 11% 5% 9% 4%
Overige en niet bepaald 33% 12% 27% 3% 28% 4%
Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100%
In miljarden euro 0,2 0,2 0,5 1,3 0,7 1,42
Waarvan niet-genoteerd 0,1 0,0 0,1 0,0 0,2 0,0

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden de entiteiten ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen aandelenportefeuille. De aandelenportefeuille van het KBC-Pensioenfonds is niet opgenomen (0,7 miljard euro eind 2013 en 0,7 miljard euro eind 2012).

2 De belangrijkste verschillen tussen de 1,4 miljard euro in deze tabel en de 1,9 miljard euro voor Eigenvermogensinstrumenten in de tabel in Toelichting 18 van het deel Geconsolideerde jaarrekening – naast een aantal kleine verschillen in de consolidatiekring – zijn:

(a) Aandelen in de handelsportefeuille (0,3 miljard euro) zijn hierboven uitgesloten maar zijn wel opgenomen in de tabel in Toelichting 18.

(b) Vastgoedparticipaties die niet geconsolideerd zijn, worden in deze tabel geclassificeerd als beleggingen in gebouwen, maar worden in de tabel in Toelichting 18 geclassificeerd als aandelen (omdat ze niet geconsolideerd zijn).

(c) De meeste beleggingen in fondsen worden op look through-basis behandeld (volgens de onderliggende activamix van het fonds en daardoor ook deels geclassificeerd als vastrentende instrumenten), terwijl ze in de tabel in Toelichting 18 geclassificeerd zijn als aandelen.

Invloed van een 12,5%-daling van de aandelenkoersen* Invloed op de nettowinst, IFRS Invloed op de waarde
(in miljoenen euro) 2012 2013 2012 2013
Bankactiviteiten -12 -11 -22 -21
Verzekeringsactiviteiten -4 -1 -54 -158
Totaal -17 -12 -74 -179

* Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). Eind 2012 en 2013 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten geen aandelenpositie. Exclusief de aandelenportefeuille van het KBC-Pensioenfonds (eind 2013: invloed van -1,8 miljoen euro op de nettowinst en -92 miljoen euro

op de waarde). Bij KBC Verzekeringen zijn de aandelenposities gestegen, waardoor de economische gevoeligheid voor aandelenschokken is toegenomen.

Niet-tradingaandelenpositie1 Netto gerealiseerde winst
(in winst-en-verliesrekening)
(in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013 31-12-2012 31-12-2013
Bankactiviteiten 11 80 47 73
Verzekeringsactiviteiten 143 44 160 252
Totaal2 156 126 215 335

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2012 en 2013 hadden die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen aandelenpositie.

2 Het totale cijfer omvat winsten van enkele aandelenposities rechtstreeks toe te schrijven aan de KBC-groep. Winsten uit gezamenlijke deelnemingen met bank- en verzekeringsentiteiten van de KBC-groep zijn uitgesloten, omdat die deelnemingen op groepsniveau geconsolideerd worden.

Vastgoedrisico

De vastgoedactiviteiten van de groep houden een beperkte vastgoedbeleggingsportefeuille aan met het oog op de realisatie van meerwaarden op lange termijn. KBC Verzekeringen houdt ook een gediversifieerde vastgoedportefeuille aan, als belegging voor zowel Nietlevenreserves als Levenactiviteiten op lange termijn. De vastgoedpositie wordt daarbij gezien als een langetermijnafdekking van inflatierisico's en als een manier om het risico-rendementprofiel van die portefeuilles te optimaliseren. De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de economische waarde voor schommelingen op de vastgoedmarkten.

Invloed van een 12,5%-daling van de vastgoedprijzen*
Invloed op de waarde
(in miljoenen euro)
2012
2013
Bankportefeuilles
-66
-59
Verzekeringsportefeuilles
-37
-40
Totaal
-102
-99

* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) zijn ook niet opgenomen; ze hadden geen invloed in 2013 en 2012. Exclusief de vastgoedportefeuille van het KBC-Pensioenfonds (eind 2013: invloed van -18 miljoen euro op de waarde, eind 2012: -17 miljoen euro).

Wisselkoersrisico

Bij het beheer van de structurele wisselposities volgen we een voorzichtig beleid dat er in essentie in bestaat het wisselrisico te vermijden. De wisselposities in de ALM-boeken van de bankentiteiten met een tradingportefeuille worden overgedragen naar de tradingportefeuille, waar ze worden beheerd binnen de toegekende tradinglimieten. De wisselpositie van bankentiteiten zonder tradingportefeuille, van verzekerings- en van andere entiteiten moet worden afgedekt als ze van betekenis is. Aandelen in niet-euromunten die deel uitmaken van de beleggingsportefeuille hoeven niet te worden afgedekt. Participaties in vreemde valuta's worden in principe voor het bedrag van de nettoactiva, exclusief goodwill, gefinancierd door een lening in de desbetreffende vreemde munt.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat een bedrijf niet in staat zal zijn om zijn betalingsverplichtingen tijdig na te komen zonder onaanvaardbare verliezen te lijden.

De voornaamste doelstelling van het liquiditeitsbeheer van KBC is de groep te financieren en ervoor te zorgen dat de kernactiviteiten van de groep zelfs in ongunstige omstandigheden inkomsten blijven voortbrengen. Sinds de financiële crisis is er in de hele sector meer aandacht voor liquiditeitsrisicobeheer en die focus werd nog versterkt door de minimale liquiditeitsvereisten die zijn vastgelegd door het Baselcomité.

We verwerken de ideeën van Basel III in onze liquiditeits- en financieringskaders en in onze financiële planning.

Beheer van het liquiditeitsrisico

Op KBC-groepsniveau bestaat er een liquiditeitsrisicobeheerskader dat het speelveld inzake liquiditeitsrisico afbakent.

Het liquiditeitsbeheer zelf wordt georganiseerd binnen Treasury Groep, dat optreedt als eerste verdedigingslinie en verantwoordelijk is voor het algemene liquiditeits- en financieringsbeheer van de KBC-groep. Treasury Groep bewaakt en stuurt het liquiditeitsprofiel dagelijks en bepaalt de beleidslijnen en aansturingsmechanismen voor het financieringsbeheer (intragroepsfinanciering, funds transfer pricing). Die beleidslijnen geven het lokale management een drijfveer om te streven naar een gezond financieringsprofiel. Daarnaast bewaakt Treasury Groep actief zijn collateral op groepsniveau en stelt het het liquiditeitscontingencyplan op dat beschrijft hoe liquiditeitstekorten in noodsituaties moeten worden aangepakt.

Als tweede verdedigingslinie bestaat de risicofunctie uit de chief risk officer van de groep (Groeps-CRO), lokale CRO's en groeps- en lokale risicofuncties. Hun taak bestaat onder andere uit de bewaking van risico's op portefeuille-/entiteitsniveau, de ontwikkeling van risicomaatstaven en -kaders en advies geven en rapporteren over kwesties die worden behandeld door de directie- en risicocomités op groeps- en lokaal niveau.

De derde verdedigingslinie bestaat ten slotte uit de auditfunctie. Die controleert de efficiëntie en effectiviteit van het risicobeheerssysteem en de overeenstemming ervan met het risicobeheerskader en de manier waarop het lijnmanagement omgaat met risico's buiten dat formele kader.

Het liquiditeitsbeheerskader en de liquiditeitslimieten voor de groep worden vastgelegd door het Groepsdirectiecomité en de Raad van Bestuur. Met de goedkeuring van dat kader wordt gekozen voor een bepaalde risicobereidheid, aangezien het kader beschrijft welke maatstaven aan beperkingen onderworpen zijn. De beslissing over welke maximum- of minimumwaarden worden bepaald voor de verschillende maatstaven, wordt genomen tijdens het financiëleplanningsproces.

Ons liquiditeitsrisicobeheerskader steunt op de volgende pijlers:

  • • Contingencyliquiditeitsrisico. Dit risico wordt beoordeeld op basis van liquiditeitsstresstests die meten hoe de liquiditeitsbuffer van de bankentiteiten van de groep verandert in extreme stresssituaties. De liquiditeitsbuffer is gebaseerd op veronderstellingen inzake liquiditeitsuitstroom (zoals het gedrag van de retail- en professionele cliënten en kredietopnames van bevestigde kredietlijnen) en inzake instromen uit liquiditeitsverhogende acties (zoals het belenen van de obligatieportefeuille en het verminderen van ongedekte interbancaire kredietverlening). De liquiditeitsbuffer moet volstaan om de liquiditeitsbehoeften te dekken (nettokas- en collateraluitstromen) over (i) de periode die nodig is om het vertrouwen van de markt in de groep te herstellen na een KBC-gebonden gebeurtenis, (ii) de periode die de markten nodig hebben om te herstellen van een algemene marktgebeurtenis, en (iii) een gecombineerd scenario, waarbij rekening wordt gehouden met zowel een KBC-gebonden gebeurtenis als een algemene marktgebeurtenis. Het algemene doel van het liquiditeitskader is voldoende liquiditeit te behouden in noodsituaties, zonder toevlucht te nemen tot liquiditeitsverhogende acties die aanzienlijke kosten met zich meebrengen of de kernactiviteiten van de bankgroep verstoren.
  • • Structureel liquiditeitsrisico. We beheren onze financieringsstructuur zo dat er een substantiële diversificatie wordt behouden, dat financieringsconcentraties in tijdsperiodes worden geminimaliseerd en dat de mate van afhankelijkheid van wholesalefinanciering op korte termijn beperkt blijft. We beheren de structurele financieringspositie als onderdeel van het geïntegreerde strategische planningproces, waarin financiering – naast kapitaal, winst en risico's – een van de belangrijke factoren is. Momenteel is onze strategie voor de komende jaren erop gericht een voldoende buffer op te bouwen met betrekking tot de LCR- en NSFR-vereisten in het kader van Basel III. We willen dat doen via een financieringsbeheerskader dat duidelijke financieringsdoelstellingen bepaalt voor de dochterondernemingen (eigen financiering, afhankelijkheid van financiering binnen de groep) en voorziet

in verdere stimulansen via een systeem van interne prijsstelling voor zover de dochterondernemingen onvoldoende gefinancierd zijn.

Ter illustratie van het structurele liquiditeitsrisico hebben we in de tabel hieronder activa en passiva gegroepeerd naar restlooptijd (tot contractuele vervaldag). Het verschil tussen de kasinstroom en -uitstroom is de nettofinancieringsgap. Eind 2013 had KBC bruto voor 25 miljard euro financiering aangetrokken uit de professionele interbancaire en repomarkt.

• Operationeleliquiditeitsrisico. Het operationeleliquiditeitsbeheer gebeurt in de thesaurieafdelingen en is gebaseerd op ramingen van de financieringsbehoeften. De groepswijde tendensen in financieringsliquiditeit en financieringsbehoeften worden dagelijks gecontroleerd door Treasury Groep, dat ervoor moet zorgen dat er op elk ogenblik een voldoende grote buffer beschikbaar is om het hoofd te bieden aan extreme liquiditeitsgebeurtenissen waarbij wholesalefinanciering niet mogelijk is.

Looptijdanalyse

Liquiditeitsrisico (exclusief intercompanytransacties)*
<= 1 1-3 3-12 1-5 5-10 > 10 Op Niet
(in miljarden euro) maand maanden maanden jaar jaar jaar vraag bepaald Totaal
31-12-2012
Totale instroom 29 12 17 50 44 34 0 39 225
Totale uitstroom 31 20 14 36 5 1 79 39 225
Professionele financiering 13 12 2 1 0 0 0 0 29
Cliëntenfinanciering 13 5 7 15 4 1 79 0 124
Schuldcertificaten 1 4 4 20 1 1 0 1 32
Overige 3 0 0 0 0 0 0 38 40
Liquiditeitsgap (exclusief niet-opgenomen
verbintenissen)
-2 -8 2 15 39 33 -79 1 0
Niet-opgenomen verbintenissen -28
Financiële garanties -11
Nettofinancieringsgap (inclusief niet-opge
nomen verbintenissen)
-2 -8 2 15 39 33 -79 -38 -39
31-12-2013
Totale instroom 17 10 18 53 42 34 0 32 205
Totale uitstroom 27 11 20 29 7 2 84 25 205
Professionele financiering 17 2 2 1 0 0 1 1 25
Cliëntenfinanciering 7 6 12 13 3 1 83 0 126
Schuldcertificaten 0 4 6 15 3 1 0 0 29
Overige 2 0 0 0 0 0 0 23 25
Liquiditeitsgap (exclusief niet-opgenomen
verbintenissen)
-10 -2 -2 24 35 32 -84 7 0
Niet-opgenomen verbintenissen -25
Financiële garanties -10
Nettofinancieringsgap (inclusief niet-op
genomen verbintenissen)
-10 -2 -2 24 35 32 -84 -28 -35

* Kasstromen zijn exclusief rentestromen conform de interne en reglementaire liquiditeitsrapportering. In- en uitgaande bewegingen als gevolg van margin calls voor/van MtM-posities in derivaten worden vermeld in het segment Niet bepaald. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) zijn niet opgenomen (balanstotaal van 3,9 miljard euro voor 2013). Professionele financiering omvat alle deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, alsook alle repo's. In de tabel zijn de instrumenten ingedeeld volgens de datum waarop ze voor het eerst opvraagbaar zijn. Sommige instrumenten worden gerapporteerd tegen reële waarde (op geactualiseerde basis), terwijl andere instrumenten worden gerapporteerd op niet-geactualiseerde basis (om ze te kunnen aansluiten met Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening). Door het onzekere karakter van de vervaldagstructuur van niet-opgenomen verbintenissen en financiële garanties worden die instrumenten vermeld in het segment Niet bepaald. De categorie Overige onder Totale uitstroom omvat eigen vermogen, baisseposities, voorzieningen voor risico's en kosten, belastingverplichtingen en overige verplichtingen.

Ongedekte kortetermijnfinanciering t.o.v. liquide middelen

Beschikbare liquide middelen Nettofinanciering op korte termijn

* Exclusief niet-afgeronde desinvesteringen. De cijfers van de beschikbare liquide middelen zijn afkomstig van het treasury management report.

Financieringsmix,

per type 75% 73% 3% 2% 8% 10% 2% 3% 9% 8% 0% 6% 31-12-2012 31-12-2013 100%

  • Financiering van cliënten
  • Depositocertificaten
  • Totaal eigen vermogen
  • Schulduitgiften geplaatst bij institutionele beleggers
  • Netto gedekte financiering
  • Netto ongedekte interbancaire financiering

Typisch voor een bankgroep hebben financieringsbronnen meestal een kortere looptijd dan de activa die ze financieren. Dat leidt tot een negatieve nettoliquiditeitsgap in de korteretermijnbuckets en een positieve nettoliquiditeitsgap in de langeretermijnbuckets. Dat creëert een liquiditeitsrisico als KBC niet in staat zou zijn om zijn kortetermijnfinanciering te vernieuwen. Ons liquiditeitskader voorziet in een financieringsstrategie die ervoor zorgt dat het liquiditeitsrisico binnen de risicobereidheid van de groep blijft.

Liquiditeitsbuffer

KBC Bank heeft een stevige liquiditeitspositie en heeft altijd al een aanzienlijke hoeveelheid liquide middelen gehad. Eind 2013 had KBC Bank (op geconsolideerd niveau) voor 57,1 miljard euro aan bij de centrale bank beleenbare niet-bezwaarde activa, waarvan 33,5 miljard euro in de vorm van liquide overheidsobligaties (59%). De resterende beschikbare liquide middelen per einde 2013 hebben betrekking op overige bij de ECB/Fed beleenbare obligaties (29%) en verpandbare kredietvorderingen (12%). De meeste liquide middelen zijn uitgedrukt in euro, Tsjechische kroon en Hongaarse forint (allemaal munten van thuismarkten).

De niet-bezwaarde liquide middelen waren meer dan vier keer zo groot als het nettogebruik van wholesalefinanciering op korte termijn. De financiering uit de niet-wholesalemarkten was afkomstig van een stabiele financiering door kerncliëntsegmenten in onze kernmarkten. De grafiek toont de liquiditeitsbuffer op het einde van het jaar.

Informatie over financiering (funding)

KBC heeft een sterke depositobasis van particulieren en midcaps in zijn kernmarkten, wat leidt tot een stabiele financieringsmix. Een belangrijk deel van die financiering is afkomstig uit de kerncliëntsegmenten en de kernmarkten.

We kunnen de financieringsmix van de KBC-groep opsplitsen als volgt (cijfers van 31 december 2013):

  • Financiering van cliënten (132,9 miljard euro, 75% van het totale cijfer), bestaande uit zichtdeposito's, termijndeposito's, spaardeposito's, overige deposito's, kasbons en schulduitgiften geplaatst in het netwerk. Ongeveer 63% van de financiering van cliënten is afkomstig van particulieren en kmo's.
  • Schulduitgiften geplaatst bij institutionele beleggers (17,1 miljard euro, 10% van het totaal), voornamelijk bestaande uit IFIMA-obligaties (12,4 miljard euro), gedekte obligaties (3,9 miljard euro) en de contingent capital notes uitgegeven in januari 2013 (0,75 miljard euro).
  • Netto ongedekte interbancaire financiering (4,8 miljard euro, 3% van het totaal).
  • Netto gedekte financiering (repofinanciering; 3,2 miljard euro, 2% van het totaal) en depositocertificaten (3,5 miljard euro, 2% van het totaal).
  • Totaal eigen vermogen (14,5 miljard euro, 8% van het totaal).

Opmerking:

  • We noteerden een aanhoudende stevige groei van de cliëntendeposito's in verschillende entiteiten, in het bijzonder in Ierland, waar de gezamenlijke inspanningen om een depositobasis van particulieren op te bouwen, hebben geholpen om de financieringsonafhankelijkheid van KBC Bank Ireland te verhogen. De deposito's van cliënten in KBC Ireland stegen van 2,7 miljard euro eind 2012 tot 3,5 miljard euro eind 2013.
  • In 2013 maakte KBC Bank gebruik van het EMTN-programma om 1,1 miljard euro financiering op lange termijn op te halen, waarvan 0,75 miljard euro via benchmarkuitgiftes.

  • In november 2012 kondigden we de uitgifte aan van gedekte obligaties (covered bonds), gedekt door Belgische hypotheekleningen. Dat programma – ter waarde van tien miljard euro – kwam er na de inwerkingtreding van de wet van 3 augustus 2012, die een regelgevend kader creëerde voor Belgische gedekte obligaties. Het obligatieprogramma geeft KBC toegang tot de markt van gedekte obligaties, waardoor het zijn financieringsstructuur kan diversifiëren en de kosten verbonden aan langetermijnfinanciering kan verlagen. Begin december 2012 lanceerden we een eerste uitgifte van gedekte obligaties voor een bedrag van 1,25 miljard euro. In 2013 volgden er nog meer uitgiftes voor een totaal van 2,67 miljard euro.

  • In 2013 betaalden we ook 8,3 miljard euro terug van onze deelname aan de langetermijnfinancieringen (LTRO) van de Europese Centrale Bank, omdat de voorwaarden op de wholesalefinancieringsmarkt aanzienlijk verbeterd waren en de liquiditeitspositie van KBC erg solide was.

LCR en NSFR

Zowel de Liquidity Coverage Ratio (LCR) als de Net Stable Funding Ratio (NSFR) worden omschreven in het Glossarium van gebruikte ratio's. Eind 2013 bedroeg onze NSFR 111% en onze LCR 131%, beide berekend op basis van onze interpretatie van de huidige richtlijnen van het Baselcomité. Dat is ruim boven de minimale reglementaire vereisten en de eigen doelstellingen van KBC van respectievelijk 105% en 100% voor 2015.

Marktrisico in tradingactiviteiten

Het marktrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte waarde van een financieel instrument (of portefeuille van dergelijke instrumenten) veroorzaakt door wijzigingen van (de volatiliteit van) de rente, wisselkoersen, aandelen- of grondstoffenprijzen. Het risico van prijsschommelingen van verhandelbare effecten als gevolg van kredietrisico, landenrisico en liquiditeitsrisico maakt eveneens deel uit van het marktrisico. De rente-, valuta- en aandelenrisico's van de bancaire niet-tradingposities en van de posities van de verzekeraar zijn integraal bij de marktrisico's in niet-tradingactiviteiten opgenomen.

Het doel van marktrisicobeheer is het marktrisico van de gehele tradingpositie op groepsniveau te meten, te rapporteren en er advies over te geven, rekening houdend met de voornaamste risicofactoren en specifieke risico's.

We zijn blootgesteld aan marktrisico via de tradingportefeuilles van onze dealingrooms in West-Europa, Centraal- en Oost-Europa en Azië. De klassieke dealingrooms, waarbij de dealingroom in Brussel het leeuwendeel van de limieten en risico's voor zijn rekening neemt, richten zich vooral op de handel in rente-instrumenten. De activiteit op de wisselmarkten daarentegen is traditiegetrouw beperkt. Alle dealingrooms concentreren zich op de bediening van hun cliënten voor wat betreft geld- en kapitaalmarktproducten en op de financiering van de bankactiviteiten.

Meer informatie over gedekte obligaties vindt u in onze Debt Investor Presentation op www.kbc.com.

De enige resterende activiteit bij KBC Financial Products, Europese aandelenderivaten, wordt sinds maart 2012 rechtstreeks vanuit Brussel beheerd. Het marktrisico van de legacy-CDOportefeuille wordt strikt beheerd. Zo zijn in de loop van het jaar een aantal derisking-transacties uitgevoerd. Daardoor is de gevoeligheid van de winst-en-verliesrekening voor schommelingen van de credit spreads aanzienlijk gedaald.

NSFR van 111% en LCR van 131%

Speciale teams houden zich verder bezig met de afbouw van de resterende legacy-bedrijfsactiviteiten bij KBC Financial Products, namelijk fondsderivaten, omgekeerde hypotheken en verzekeringsderivaten, die minder dan 2% van het reglementaire kapitaalbeslag voor marktrisico in tradingactiviteiten vertegenwoordigen.

Beheer van het marktrisico

Het belangrijkste instrument voor de berekening en bewaking van marktrisico's in de tradingportefeuille is de Historical Value-at-Risk-methode (HVaR). VaR beoogt binnen een bepaald betrouwbaarheidsinterval een raming te geven van de economische waarde die een bepaalde portefeuille over een bepaalde houdperiode kan verliezen door marktrisico. De meting houdt rekening met het marktrisico van de huidige portefeuille. We gebruiken de historische simulatiemethode (HVaR), conform de Basel II-standaarden ter zake (99% eenzijdig betrouwbaarheidsinterval, 10 dagen houdperiode, historische gegevens van minstens 250 werkdagen), en werken met een gegevensoverzicht van 500 werkdagen. De HVaR-methodiek maakt geen veronderstellingen wat de verdeling van koerssprongen of onderlinge correlaties betreft, maar gaat uit van het historische ervaringspatroon van de twee voorgaande jaren. Zoals bij elk model zijn er wel een aantal onzekerheden/onvolkomenheden. Het model wordt evenwel regelmatig herzien en verbeterd. Zo werd in 2013 de spreadrisicomodellering verbeterd en werd de optionaliteitscomponent toegevoegd aan de inflatieposities in de portefeuille. Hoewel dat de nauwkeurigheid van de berekeningen volgens het HVaR-model verbeterde, had het nauwelijks invloed op het gemiddelde HVaR-gebruik. Complexe en/of illiquide instrumenten die niet in een HVaR-model passen, zijn onderworpen aan nominale en/ of scenariolimieten.

Risicoconcentraties bewaken we met een reeks van secundaire limieten, zoals concentratielimieten voor aandelen en valuta's en Basis-Point-Value-limieten voor het renterisico en basisrisico. Er gelden ook concentratielimieten voor het specifieke risico van een bepaalde emittent of een bepaald land. Daarnaast hebben we scenarioanalyselimieten met meerdere verschuivingen van onderliggende risicofactoren. Bovendien bestaan er secundaire limieten om de risico's te bewaken die verbonden zijn aan opties (de Greeks).

Naast de dagelijkse HVaR-berekeningen voeren we uitgebreide stresstests uit. Terwijl het HVaR-model mogelijke verliezen in normale marktomstandigheden berekent, tonen stresstests de invloed van bijzondere omstandigheden en gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid. De historische en hypothetische stresstestscenario's omvatten zowel het marktrisico als de liquiditeitsaspecten van marktverstoringen.

Een van de elementen van een gezond risicobeheer is een voorzichtige waardering. Dagelijks voeren we in de midoffice een onafhankelijke waardering van frontofficeposities uit. Kan het onafhankelijke karakter of de betrouwbaarheid van het waarderingsproces niet worden gegarandeerd, dan voeren we een parameterherziening uit. Waar nodig passen we de reële waarde aan om rekening te houden met close-outkosten, aanpassingen gekoppeld aan mark-to-modelwaarderingen, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en exploitatiekosten. Naast de parameterherziening voeren we ook periodiek risicocontroles uit. Die omvatten alle controles waarbij geen parameters of resultaten worden getoetst (dat gebeurt bij de parameterherziening), maar die nodig zijn voor een goed risicobeheer. Bovendien starten we voor elk nieuw product en elke nieuwe activiteit een businesscase op om de risico's te analyseren en na te gaan hoe we die zullen beheren.

Risicoanalyse en -kwantificering

We berekenen een globale VaR voor elke gespecialiseerde dochtermaatschappij en voor alle tradingentiteiten over de hele wereld op basis van een houdperiode van tien dagen.

In de tabel omvat de VaR voor KBC Bank zowel de lineaire als de niet-lineaire posities van de klassieke dealingrooms, en ook KBC Securities (vanaf april 2013). De HVaR van KBC Financial Products, die de portefeuille single name kredietderivaten en de resterende correlatieportefeuille omvat, wordt ook in de tabel weergegeven tot het derde kwartaal van 2013. Vanaf oktober 2013 bedroeg de HVaR voor de kredietderivaten van KBC Financial Products nul. Dat was het gevolg van een reeks transacties met een externe tegenpartij waardoor de elkaar compenserende posities in de scope van het VaR-model van KBC Financial Products precies gelijk waren (perfect match, back-to-back). Bijgevolg, en omdat KBC Securities zoals vermeld is opgenomen in de HVaR voor KBC Bank, is vanaf dan alle tradingactiviteit voor de groep gemeten door de HVaR opgenomen in de 10 dagen HVaR voor KBC Bank.

Marktrisico (VaR) 10 dagen HVaR voor KBC Bank 10 dagen HVaR voor KBC Financial Products
(in miljoenen euro) 2012 2013 2012 2013
Houdperiode: 10 dagen
Gemiddelde 1kw 30 37 12 1
Gemiddelde 2kw 341,2 37 23 1
Gemiddelde 3kw 30 34 2 1
Gemiddelde 4kw 30 29 1
Op 31 december 37 28 2
Maximum in jaar 39 50 18 5
Minimum in jaar 23 26 1 0

1 Gewijzigde scope sinds 1 maart 2012: Europese aandelenderivaten zijn verschoven van KBC Financial Products naar KBC Bank.

2 KBL EPB inbegrepen tot het tweede kwartaal van 2012.

3 Sterke daling van het gebruik van gemiddelde HVaR bij KBC Financial Products door vereenvoudiging van de afwikkelingsprocedure voor kredietgebeurtenissen.

In de tabel hieronder vindt u een uitsplitsing van de risicofactoren (gemiddeld) in het HVaRmodel van KBC Bank voor de periode van 1 maart 2012 (toen de scope is gewijzigd en de Europese aandelenderivaten mee zijn opgenomen) tot 31 december 2012 en voor het volledige boekjaar 2013. Het aandelenrisico is afkomstig uit de handel in Europese aandelen en uit KBC Securities (vanaf april 2013).

Indeling naar risicofactor van de trading-HVaR voor KBC Bank
(in miljoenen euro)
Gemiddelde voor de laatste
10 maanden van 2012
Gemiddelde
voor 2013
Renterisico 31,0 33,3
Wisselkoersrisico 2,2 2,9
Valutaoptierisico 2,0 1,8
Aandelenrisico 1,6 1,9
Invloed van diversificatie -5,7 -5,6
Totale HVaR 31,1 34,3

De betrouwbaarheid van het VaR-model testen we dagelijks met een backtest, waarbij het eendaagse VaR-cijfer wordt vergeleken met de no-action P&L (dat wil zeggen dat de posities ongewijzigd blijven maar de marktgegevens veranderen in die van de volgende dag). Dat gebeurt zowel op het topniveau als op het niveau van de verschillende entiteiten en desks. Een overzicht van de derivaten vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 29.

Reglementair kapitaal

KBC Bank en KBC Financial Products hebben de toestemming verkregen van de Belgische regelgever om hun respectieve VaR-model te gebruiken voor de bepaling van de reglementairkapitaalvereisten voor een deel van hun marktactiviteiten. Cˇ SOB (Tsjechië) heeft ook de goedkeuring gekregen van de lokale regelgever om zijn VaR-model te gebruiken voor de bepaling van de kapitaalvereisten. Die modellen worden ook gebruikt voor de berekening van de Stressed VaR (SVaR), een van de reglementairkapitaalvereisten volgens CRD III die gelden sinds eind 2011. De berekening van een SVaR-maatstaf is gebaseerd op de normale VaR-berekeningen en gaat uit van dezelfde methodologische assumpties, maar is samengesteld alsof de relevante marktfactoren werden blootgesteld aan een periode van stress. De stressperiode is gebaseerd op het recente verleden en wordt regelmatig aangepast.

Daarnaast heeft KBC Financial Products modellen geïmplementeerd (in overeenstemming met CRD III) om een Incremental Risk Charge (IRC) te berekenen en te rapporteren voor de kredietposities die een wanbetalings- en migratierisico inhouden (d.w.z. de single name-CDS van bedrijven) en een Comprehensive Risk Measure die alle prijsrisico's in de op maat gemaakte CDO-tranches dekt. Maar omdat de elkaar compenserende posities in de scope van het VaR-model van KBC Financial Products vanaf oktober 2013 precies gelijk waren, zakten de IRC en CRM tot nul. Het risico dat vervat is in ABS'en en behouden CDO-posities volgt het kader voor (her-)securitisaties.

De betreffende kapitaalvereisten voor tradingrisico's vindt u in de tabel hieronder. De reglementairkapitaalvereisten voor de tradingrisico's van lokale KBC-entiteiten die van hun respectieve toezichthouder geen goedkeuring hebben gekregen om voor de kapitaalberekeningen een intern model te gebruiken, en de bedrijfsactiviteiten die niet zijn opgenomen in de HVaR-berekeningen worden gemeten volgens de standaardbenadering. Die benadering bepaalt algemene en specifieke risicowegingen per type van marktrisico (renterisico, aandelenrisico, wisselkoersrisico en grondstoffenrisico).

Reglementairkapitaalvereisten trading, naar risicotype
(in miljoenen euro) Renterisico Aandelen
risico
Wissel
koersrisico
Grondstof
fenrisico
Incremental
Risk Charge
Comprehen
sive Risk
Measure
Her
securiti
satie
Totaal
31-12-2012
Marktrisico's ingeschat door
intern model
HVaR
SVaR
88
114
3
4
10
20

1 34 274
Marktrisico's ingeschat door
de standaardbenadering
60 12 11 2 340 425
Totaal 263 18 42 2 1 34 340 698
31-12-2013
Marktrisico's ingeschat door
intern model
HVaR
SVaR
83
100
2
6
13
22

226
Marktrisico's ingeschat door
de standaardbenadering
39 7 12 2 59* 119
Totaal 222 15 47 2 59 345

* De scope van dit cijfer is anders dan in 2012 omdat de behouden CDO-posities in de bankportefeuille in 2013 zijn opgenomen onder kredietrisico en niet meer onder marktrisico (zoals dat tot 2012 het geval was). Als de scope dezelfde was gebleven, zouden de reglementairkapitaalvereisten voor hersecuritisatie gedaald zijn van 340 miljoen euro in 2012 naar 274 miljoen euro in 2013.

Verzekeringstechnisch risico

Verzekeringstechnische risico's vloeien voort uit de onzekerheid over de frequentie van het zich voordoen van verzekerde schadegevallen en over de schadegrootte. Al die risico's worden onder controle gehouden door een gepast acceptatie-, tariferings-, schadereserverings-, herverzekerings- en schaderegelingsbeleid van het lijnmanagement enerzijds en een onafhankelijk verzekeringsrisicobeheer anderzijds.

Beheer van het verzekeringstechnisch risico

De Groepsrisicofunctie zorgt voor de ontwikkeling en uitrol van een groepskader voor het beheer van verzekeringsrisico's. Ze is verantwoordelijk voor het ondersteunen van de lokale implementatie en het functioneel aansturen van het verzekeringsrisicobeheer van de verzekeringsdochtermaatschappijen.

Het verzekeringsrisicobeheerskader is hoofdzakelijk opgebouwd rond de volgende bouwstenen:

  • de identificatie en analyse van belangrijke verzekeringrisico's door, onder andere, de analyse van nieuw opduikende risico's, concentratie- of accumulatierisico's en de ontwikkeling van vroege waarschuwingssignalen.
  • gepaste risicomaatstaven en het gebruik ervan om toepassingen te ontwikkelen die het bedrijf moeten helpen om maximale aandeelhouderswaarde te creëren. Voorbeelden daarvan zijn best estimate-waarderingen van verzekeringsverplichtingen, ex-postwinstgevendheidsanalyses, de modellering van natuurrampen en andere Leven-, Niet-leven- en gezondheidsrisico's, stresstests en berekeningen van het vereiste economisch kapitaal.
  • het bepalen van verzekeringsrisicolimieten en controleren of die worden nageleefd, alsook het geven van advies over herverzekeringsprogramma's.

Risicomodellering

We ontwikkelen modellen voor alle belangrijke verzekeringsverplichtingen van de groep, te weten (i) de toekomstige schadegevallen die zich binnen een vooraf bepaalde tijdshorizon zullen voordoen, inclusief hun schadeafwikkelingspatroon; (ii) de toekomstige afwikkeling van schadegevallen (al dan niet al aangegeven aan de verzekeraar) die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar nog niet volledig zijn geregeld en (iii) de impact van het herverzekeringsprogramma op voormelde schadegevallen. Die modellen gebruiken we om de verzekeringsinstellingen van de groep te sturen in de richting van de creatie van meer aandeelhouderswaarde met behulp van toepassingen om het economisch kapitaal te berekenen, beslissingen met betrekking tot herverzekeringsprogramma's te onderbouwen, de ex-postwinstgevendheid van specifieke deelportefeuilles te berekenen en de economischkapitaalvereisten te verrekenen in de tarifering van de verzekeringspolissen.

Stresstesting

In 2012 hebben we deelgenomen aan de IMF-stresstest voor verzekeringsmaatschappijen (een belangrijk onderdeel van het IMF Financial Sector Assessment Programme 2012). Het doel was na te gaan hoe veerkrachtig het beschikbare kapitaal is in stressscenario's. Naast de reglementair vereiste stresstests voeren we ook interne stresstests uit.

Voor Schadeverzekeringen kan KBC aan de hand van de interne natuurrampmodellen de verwachte schadelast ramen, mochten natuurrampen uit het verleden zich vandaag opnieuw voordoen. Daarnaast bieden die modellen de mogelijkheid om de impact op de netto economische winst te bepalen van natuurrampen die zich gemiddeld maar één keer binnen een bepaald tijdsbestek (van bijvoorbeeld 100 of 250 jaar) voordoen.

In het Levenbedrijf wordt typisch een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd binnen het kader van de jaarlijkse berekening van de market consistent embedded value.

Herverzekering

De verzekeringsportefeuilles worden via herverzekering beschermd tegen de invloed van zware schadegevallen of de accumulatie van verliezen (bijvoorbeeld door een concentratie van verzekerde risico's). We splitsen die herverzekeringsprogramma's op in drie grote blokken, namelijk zaakschade-, aansprakelijkheids- en personenverzekeringen, en we evalueren en onderhandelen ze elk jaar opnieuw.

Het overgrote deel van onze herverzekeringscontracten is op niet-proportionele basis afgesloten, waardoor de impact van heel zware schadegevallen of schadegebeurtenissen wordt afgedekt. Het is ook de opdracht van het onafhankelijke verzekeringsrisicobeheer om te adviseren over de hervorming van de herverzekeringsprogramma's, vooral vanuit het oogpunt van de creatie van aandeelhouderswaarde. Die benadering leidde tot een optimalisering van het eigen behoud van de KBC-groep, in het bijzonder met betrekking tot zijn blootstelling aan natuurrampenrisico's. Om de volatiliteit van de winst-en-verliesrekening te verlagen, heeft KBC Verzekeringen België een meerjarige multiline herverzekeringsovereenkomst gesloten die gedurende drie jaar de belangrijkste schadeverzekeringsactiviteiten dekt.

Toereikendheid technische voorzieningen

In het kader van de onafhankelijke bewaking van de verzekeringsrisico's voert de Groepsrisicofunctie regelmatig diepgaande onderzoeken uit. Die bevestigen dat de aangelegde technische voorzieningen Niet-leven van de groepsmaatschappijen met een hoge graad van waarschijnlijkheid toereikend zijn. De toereikendheid wordt gecontroleerd per productgroep op het niveau van de groepsmaatschappij en de algemene toereikendheid wordt beoordeeld op het niveau van de groepsmaatschappij voor alle productgroepen samen.

Daarnaast voeren de verschillende groepsmaatschappijen ook voor de technische voorzieningen Leven toereikendheidstesten (liability adequacy tests) uit die in overeenstemming zijn met de lokale en IFRS-vereisten. Onze berekeningen zijn gebaseerd op prospectieve methodes (kasstroomprojecties rekening houdend met mogelijke afkopen en een verdisconteringsvoet die per verzekeringsentiteit is bepaald en waarbij de lokale macro-economische toestand en regelgeving in acht zijn genomen). Daarbij bouwen we extra marktwaardemarges in om met de onzekerheid in een aantal berekeningsparameters rekening te houden. Omdat er eind 2013 geen tekorten werden vastgesteld, hoefde er geen ontoereikendheidsreserve te worden opzijgezet binnen de KBC-groep.

De tabel toont de schadeafwikkelingsgegevens in Niet-leven over de laatste jaren en omvat KBC Verzekeringen NV, Cˇ SOB Pojišt'ovna (Tsjechië), Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije, sinds boekjaar 2008), DZI Insurance (sinds boekjaar 2008), K&H Insurance en KBC Group Re (sinds boekjaar 2005). Alle voorzieningen voor te betalen schadevergoedingen aan het einde van 2013 zijn opgenomen. In de schadeafwikkelingsgegevens werden alle bedragen meegenomen die aan individuele schadegevallen kunnen worden toegewezen, inclusief de incurred but not reported (IBNR)- en incurred but not enough reserved (IBNER)-voorzieningen en de bedragen voor externe beheerskosten voor het regelen van schadegevallen, maar niet de bedragen in verband met interne schaderegelingskosten en de voorzieningen voor verwachte recuperaties. De opgenomen cijfers zijn vóór herverzekering en zijn niet gezuiverd voor intercompanybedragen.

De eerste rij in de tabel geeft de totale schadelast (uitkeringen plus voorzieningen) weer voor de schadegevallen die plaatshadden tijdens een bepaald jaar, zoals geraamd aan het einde van het voorvalsjaar. De volgende rijen geven de situatie aan het einde van de volgende kalenderjaren weer. We hebben de bedragen herberekend tegen de wisselkoersen op 31 december 2013.

Schadeafwikkelingsdriehoeken, KBC Verzekeringen
(in miljoenen euro) Voorvals
jaar 2004
Voorvals
jaar 20051
Voorvals
jaar 2006
Voorvals
jaar 2007
Voorvals
jaar 20082
Voorvals
jaar 2009
Voorvals
jaar 2010
Voorvals
jaar 2011
Voorvals
jaar 2012
Voorvals
jaar 2013
Raming aan het einde
van het voorvalsjaar
547 578 631 686 793 824 871 806 849 917
1 jaar later 483 506 537 621 757 724 773 714 743
2 jaar later 454 484 511 588 728 668 725 656
3 jaar later 448 483 500 567 714 652 720
4 jaar later 444 474 486 561 710 635
5 jaar later 445 461 478 557 702
6 jaar later 441 462 464 550
7 jaar later 433 458 458
8 jaar later 431 454
9 jaar later 427
Huidige raming 427 454 458 550 702 635 720 656 743 917
Cumulatieve betalingen 376 377 398 464 589 515 588 495 484 347
Huidige voorzieningen 51 77 60 86 113 119 133 161 259 570

1 Sinds boekjaar 2005 worden de cijfers van KBC Group Re opgenomen. Exclusief die gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2005 (bedrag en voorvalsjaar): 455 voor 2004.

2 Sinds boekjaar 2008 worden de cijfers van Cˇ SOB Poist'ovnˇ a (Slowakije) en DZI Insurance (Bulgarije) opgenomen. Exclusief die gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2008 (bedrag en voorvalsjaar): 432 voor 2004, 453 voor 2005, 485 voor 2006 en 573 voor 2007.

Specifieke informatie over de verzekeringsactiviteiten van de groep vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening in Toelichtingen 9, 10, 11 en 35. Een verdeling van de verdiende premies en technische lasten naar divisie vindt u in de toelichtingen met betrekking tot de gesegmenteerde informatie.

Operationeel risico en andere niet-financiële risico's

Het operationeel risico is de kans op schade als gevolg van ontoereikendheden of tekortkomingen in de werkwijzen en systemen, menselijke fouten of externe gebeurtenissen. Operationele risico's omvatten ook fraude-, juridische, compliance- en fiscale risico's.

Informatie over juridische geschillen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 36.

Beheer van het operationeel risico

We hebben één globaal kader voor het beheer van het operationeel risico op groepsniveau. Dat bestaat uit een uniform taalgebruik ingebed in controlemechanismen voor de hele groep, één methodologie, één pakket centraal ontwikkelde ICT-applicaties, en centrale en decentrale rapportering.

De Groepsrisicofunctie is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het uitwerken van het kader voor het beheren van de operationele risico's in de hele KBC-groep. De ontwikkeling en implementatie van dat kader worden ondersteund door een uitgebreid beleidsmodel dat geldt voor alle entiteiten van de groep. Het werd in 2012 hertekend in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC en zal geleidelijk worden ingevoerd tegen 2014.

De Groepsrisicofunctie creëert een omgeving waarin risicospecialisten (in verschillende domeinen, waaronder informatierisicobeheer, bedrijfscontinuïteit en disaster recovery, compliance, fraudebestrijding, juridische en fiscale zaken en boekhouding) kunnen samenwerken (prioriteiten stellen, dezelfde taal en instrumenten gebruiken, uniforme rapportering, enz.). Ze wordt bijgestaan door de lokale waarde- en risicobeheersafdelingen, die eveneens onafhankelijk zijn van de business.

Bouwstenen voor het operationeelrisicobeheer

Om operationele risico's te beheren, gebruiken we een aantal bouwstenen die alle aspecten van het operationeelrisicobeheer dekken.

Tussen 2011 en 2015 schenken we bijzondere aandacht aan de gestructureerde opmaak van procesgestuurde controlemechanismen op groepsniveau (Group Key Controls), die de voormalige Groepsstandaarden geleidelijk zullen vervangen. Group Key Controls zijn opgelegde controledoelstellingen die worden gebruikt om belangrijke (key and killer) risico's die inherent zijn aan de processen van KBC-entiteiten te beperken. Ze vormen dan ook een essentiële bouwsteen van het operationeelrisicobeheerskader en van het internecontrolesysteem.

  • Een eerste reeks Group Key Controls werd in 2011 goedgekeurd voor de processen van Kredieten, Leven, Niet-leven, Persoonlijk Financieel Advies, Juridische Zaken, Fiscale Zaken, Bedrijfscontinuïteitsbeheer en Risico- en Kapitaalbeheer.
  • Een tweede reeks werd goedgekeurd in 2012 voor de processen Cash, Zichtrekeningen, Spaarrekeningen, Lease, Trading en Verkoop (deel 1), Portefeuillebeheer, Cliëntenadministratie, Personeel, Bedrijfscommunicatie en Boekhouding en Externe Financiële Rapportering.
  • Een derde reeks werd goedgekeurd in 2013 voor de processen Balansbeheer, Inningen (Cheque en Domiciliëringen), Corporate Governance, Bewaargeving, Verdeling van informatie aan cliënten, Fondsenoverdracht, Informatiebeveiliging, Marketing: Commerciële communicatie, Marketing: New and Active Product Process, Herverzekering, Spaarproducten met een vaste looptijd, Retail Brokerage en Informatietechnologie.

De business en (lokale) controlefuncties beoordelen die Group Key Controls. De interne beoordelingen van risico's worden geconsolideerd door de Groepsrisicofunctie en verzekeren dat er een consistente relatie is tussen (i) processen, (ii) risico's, (iii) controleactiviteiten en (iv) beoordelingsscores. KBC creëerde zo een objectief beheersinstrument om zijn internecontroleomgeving te evalueren en de aanpak in alle entiteiten af te toetsen. Elk jaar rapporteren we de resultaten van de beoordelingen aan de Nationale Bank van België in onze Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding).

Naast de Group Key Controls zijn er nog een aantal andere bouwstenen:

  • • de Loss Event Database: alle operationele verliezen van 1 000 euro en meer worden sinds 2004 geregistreerd in een centrale gegevensbank. Die gegevensbank omvat ook alle juridische vorderingen ingesteld tegen vennootschappen van de groep. Op regelmatige basis wordt een rapport over de geconsolideerde schade voorgelegd aan het Groepscomité Interne Controle, het Groepsdirectiecomité en het ARCC.
  • • risicoscans (bottom-up en top-down): deze interne beoordelingen zijn gericht op de identificatie van belangrijke operationele risico's op kritieke punten in het proces of de organisatie die nog niet volledig zijn verholpen en op de nieuwe of opduikende operationele risico's die relevant zijn op het (sub)niveau van de groep.
  • • Beoordeling aan de hand van Praktijkgevallen (Case-Study Assessments): die wordt gebruikt om de effectiviteit te testen van de bescherming die bestaande controles verlenen tegen grote operationele risico's die elders in de financiële sector daadwerkelijk tot verliesgebeurtenissen hebben geleid. Praktijkgevallen worden driemaandelijks besproken in het Groepscomité Interne Controle.
  • • Belangrijkste Risico-indicatoren (Key Risk Indicators, KRI): een beperkte reeks KRI's wordt gebruikt om de blootstelling aan bepaalde operationele risico's te bewaken en het bestaan en de effectiviteit van de interne controles te onderzoeken.

De kwaliteit van de internecontroleomgeving en de daarmee gepaard gaande risicoblootstelling die aan de hand van de bouwstenen wordt geïdentificeerd, beoordeeld en beheerd, worden gemeld aan het senior management van KBC via een managementdashboard en aan de Nationale Bank van België en de FSMA via de jaarlijkse Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding). Informatie over de systemen voor interne controle en risicobeheer vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

Operationeel risico en reglementairkapitaalvereisten

KBC berekent het operationeelrisicokapitaal in het kader van Basel II volgens de Standaardbenadering. Eind 2013 bedroeg het operationeelrisicokapitaal voor KBC Bank op geconsolideerd niveau 847 miljoen euro, tegenover 884 miljoen euro eind 2012.

Andere niet-financiële risico's

Reputatierisico

Reputatierisico is het risico dat het gevolg is van de negatieve perceptie van cliënten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers, schuldhouders, marktanalisten, andere betrokken partijen of toezichthouders die een ongunstige invloed kan hebben op de mogelijkheid van een financiële instelling om bestaande zakelijke relaties te behouden of er nieuwe op te bouwen en om voortdurende toegang tot financieringsbronnen te hebben (bijvoorbeeld via de interbancaire of de effectiseringsmarkt). Het reputatierisico is een secundair of afgeleid risico omdat het meestal verbonden is aan en zich alleen voordoet samen met een ander risico.

We hebben het reputatierisicobeheerskader in 2012 herschreven in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC. De business is verantwoordelijk voor het proactieve en reactieve beheer van het reputatierisico en wordt daarin bijgestaan door heel wat gespecialiseerde afdelingen (Communicatie Groep, Investor Relations, enz.).

Volgens de pijler 2-benadering van kapitaaltoereikendheid wordt de invloed van het reputatierisico op de huidige activiteiten in de eerste plaats gedekt door het kapitaalbeslag voor primaire risico's (zoals krediet- of operationeel risico). Het wordt ook gedekt door het kapitaal dat is gereserveerd voor bedrijfsrisico's.

Bedrijfsrisico

Het bedrijfsrisico is het risico dat het gevolg is van veranderingen in externe factoren die de vraag naar en/of de winstgevendheid van onze producten en diensten beïnvloeden.

We houden onder meer rekening met risicofactoren als macro-economische omstandigheden, regelgeving, gedrag van cliënten, concurrentielandschap en sociodemografisch klimaat. Het bedrijfsrisico beoordelen we op basis van gestructureerde risicoscans.

KBC reserveert een pijler 2-kapitaalbeslag speciaal voor bedrijfsrisico's. Het bedrijfsrisicokapitaal is afhankelijk van de exploitatiekosten van de verschillende KBC-groepsentiteiten. Het deel van de exploitatiekosten dat moet worden gereserveerd als economisch kapitaal voor bedrijfsrisico's varieert naargelang van het risiconiveau van de activiteiten van elke entiteit. Dat niveau bepalen we op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de activiteiten van alle KBC-groepsentiteiten.

Kapitaaltoereikendheid

Het kapitaaltoereikendheidsrisico (of solvabiliteitsrisico) is het risico dat de kapitaalbasis van de groep, de bank of de verzekeraar beneden een aanvaardbaar niveau valt. In de praktijk wordt dat vertaald in een toetsing van de solvabiliteit aan de minimale reglementaire en interne solvabiliteitsratio's. We benaderen kapitaaltoereikendheid zowel vanuit reglementair oogpunt als vanuit intern (economisch) oogpunt.

Beheer van de solvabiliteit

We rapporteren de solvabiliteit van de groep, van het bank- en het verzekeringsbedrijf, berekend op basis van IFRS-gegevens en volgens de door de Belgische toezichthouder opgestelde richtlijnen ter zake.

Volgens Basel II gebruiken we voor de solvabiliteit van de groep de zogenaamde building block-methode. Die omvat een vergelijking van het reglementair kapitaal van de groep (het eigen vermogen van aandeelhouders gezuiverd voor een aantal posten (zie tabel)) met de som van elk van de minimale reglementaire solvabiliteitsvereisten voor KBC Bank en de holdingmaatschappij (na aftrek van transacties tussen die entiteiten) en KBC Verzekeringen. Het totaal gewogen risicovolume van verzekeringsmaatschappijen wordt berekend als de vereiste solvabiliteitsmarge volgens Solvency I gedeeld door 8%. De reglementaire minimale solvabiliteitsdoelstellingen werden in 2013 ruim overtroffen, niet alleen op het einde van het jaar maar ook gedurende het volledige boekjaar.

Volgens Basel III (CRDIV/CRR) moet voor de solvabiliteit van de groep de verzekeringsparticipatie worden afgetrokken van het common equity op KBC-groepsniveau, tenzij de bevoegde toezichthouder de toelating geeft om een risicoweging toe te passen. KBC heeft die toelating gekregen van de NBB en kent een weging van 370% toe aan de posities in eigenvermogensinstrumenten van de verzekeringsmaatschappij, na KBC Verzekeringen uit de geconsoli-

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)

Common equity ratio op groepsniveau (Basel III, fully loaded, Deense compromismethode)

deerde cijfers van de KBC-groep te hebben gehaald. Naast die berekeningsmethode moet KBC ook de solvabiliteitsratio bekendmaken volgens de voormelde building block-methode.

In overeenstemming met Basel II, pijler 2, heeft KBC een Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Naast de reglementairkapitaalvereisten maakt dat proces gebruik van een economischkapitaalmodel (zie verder) om de kapitaalvereisten te meten op basis van alle groepswijde risico's en om die vereisten te vergelijken met het voor risicodekking beschikbare kapitaal. Het ICAAP beoordeelt zowel de huidige als de toekomstige kapitaaltoestand. Voor die laatste beoordeling wordt een driejarenraming opgesteld van vereist en beschikbaar kapitaal, zowel reglementair als economisch, volgens een basisscenario dat rekening houdt met de verwachte interne en externe groei, en volgens verschillende alternatieve scenario's en een recessiescenario.

In 2008 en 2009 namen we een aantal kapitaalversterkende maatregelen. Zo gaven we kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid en ondertekenden we een garantieovereenkomst met de Belgische staat voor de CDO-risico's (meer informatie hierover vindt u in het deel Overige informatie). De Belgische toezichthouder heeft bevestigd dat de niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten tot 2018 volledig zijn toegelaten (grandfathered) als kernkapitaal ingevolge CRD IV/CRR.

Solvabiliteit op groepsniveau, Basel II

Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, volgens Basel II)
(in miljoenen euro)
31-12-2012 31-12-2013
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 16 113 17 169
Tier 1-kapitaal1 14 062 14 286
Eigen vermogen van de aandeelhouders 12 099 11 826
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 3 500 2 333
Immateriële vaste activa (-) -356 -341
Consolidatieverschillen (-) -987 -950
Innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 419 409
Niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 1 692 1 693
Directe en indirecte financiering van beleggingen in eigen aandelen -250 0
Belangen van derden -5 -3
Aandelengarantie (Belgische staat) 276 22
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa (-)6 -1 263 -1 094
Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-)6 834 497
Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-)6 -22 25
Belang van derden in voor verkoop beschikbare reserve en afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-)6 0 0
Egalisatievoorzieningen (-)6 -111 -131
Dividenduitkering (-)2 -960 0
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 0 0
Beperking van belastinglatenties -227 0
Aftrekposten (-)4 -577 0
Tier 2- en Tier 3-kapitaal 2 051 2 883
Perpetuele leningen, inclusief hybride Tier 1-instrumenten niet opgenomen in Tier 1-kapitaal 0 0
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 185 290
Belangen van derden in herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 0 0
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 0 0
IRB-voorzieningsoverschot (+)3 130 342
Achtergestelde schulden 2 268 2 237
Tier 3-kapitaal 44 15
Aftrekposten (-)4 -577 0
Totaal gewogen risico's 102 148 90 541
Bankactiviteiten7 89 532 78 486
Verzekeringsactiviteiten5 12 386 12 096
Holdingactiviteiten 304 72
Eliminatie van transacties tussen bank- en holdingactiviteiten -74 -113
Solvabiliteitsratio's
Tier 1-ratio 13,8% 15,8%
Core Tier 1-ratio 11,7% 13,5%
CAD-ratio 15,8% 19,0%

1 Cijfers geauditeerd door de commissaris (met uitzondering van IRB-voorzieningstekort/-overschot).

2 Omvat het dividend op gewone aandelen en de coupon op niet-stemgerechtigde kernkapitaaleffecten uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid.

3 Overschot/tekort wordt gedefinieerd als het (positieve/negatieve) verschil tussen de effectief geboekte waardeverminderingen op kredieten en het berekende verwachte verlies (expected loss).

4 Aftrekposten, die in tweeën verdeeld zijn over Tier 1- en Tier 2-kapitaal, omvatten hoofdzakelijk participaties in en achtergestelde vorderingen op financiële instellingen waarin KBC een belang tussen 10% en 50% heeft (eind 2012 was dat voornamelijk het minderheidsbelang in Bank Zachodni in Polen).

5 Gewogen risico's voor verzekeringen worden berekend door het kapitaal volgens Solvency I te vermenigvuldigen met 12,5 (8%-regel vergelijkbaar met de relatie tussen RWA en kapitaal voor bankactiviteiten).

6 Heeft betrekking op het filteren van die posten uit het eigen vermogen. Een negatief bedrag in de post Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa betekent bijvoorbeeld dat een positieve herwaarderingsreserve (deel van het geconsolideerd eigen vermogen) uit de solvabiliteitsberekeningstabel is gefilterd.

7 Tot eind 2014 omvatten de gewogen risico's een bedrag dat jaarlijks afneemt voor de resterende operationele risico's met betrekking tot KBL EPB (verkocht in 2012).

In de loop van 2013:

  • betaalden we 1,17 miljard euro terug aan de Vlaamse overheid (en betaalden daarop een premie van 15%). Als gevolg daarvan daalden de resterende kernkapitaaleffecten tot 2,33 miljard euro eind 2013 (de bijkomende terugbetaling van 0,33 miljard euro van begin 2014 is daarin nog niet verrekend). Meer informatie daarover vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaal- en garantieoperaties met de overheid in 2008 en 2009;
  • hebben we in januari voor 1 miljard Amerikaanse dollar contingent capital notes uitgegeven (opgenomen in het Tier 2-kapitaal).
  • desinvesteerden we nog een aantal entiteiten, waaronder Absolut Bank, het resterende belang in de gefuseerde Bank Zachodni-Kredyt Bank, NLB en KBC Banka. Dat had een positieve invloed op de solvabiliteitsratio's;
  • werden de aandeelhoudersleningen (aan Cera en KBC Ancora) aanzienlijk afgebouwd (met 1 miljard euro);
  • hebben we ons CDO-risico verder afgebouwd (zie hoofdstuk Kredietrisico).

Rekening houdend met de terugbetaling van 0,5 miljard euro staatssteun aan de Vlaamse overheid begin 2014 en de getekende maar nog niet afgeronde overblijvende desinvesteringen zou de pro forma Tier 1-ratio op 31 december 2013 15,6% bedragen.

De tabel hieronder toont de Tier 1- en de CAD-ratio voor KBC Bank, berekend volgens Basel II, en de solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen. Uitgebreidere informatie over de solvabiliteit van KBC Bank en KBC Verzekeringen vindt u in hun geconsolideerde jaarrekening en in het Risk Report van KBC, dat beschikbaar is op www.kbc.com (het Risk Report werd niet geauditeerd door de commissaris).

Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013
KBC Bank (geconsolideerd, Basel II)
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 14 390 15 537
Waarvan Tier 1-kapitaal* 12 235 12 631
Totaal gewogen risico's 88 927 78 120
Tier 1-ratio 13,8% 16,2%
Waarvan core Tier 1-ratio 11,4% 13,5%
CAD-ratio 16,2% 19,9%
KBC Verzekeringen (geconsolideerd, Solvency I)
Beschikbaar kapitaal* 3 190 2 721
Vereiste solvabiliteitsmarge 991 968
Solvabiliteitsratio, in procenten 322% 281%
Solvabiliteitssurplus 2 199 1 753

* Cijfers geauditeerd door de commissaris. De daling van het beschikbare kapitaal van KBC Verzekeringen is hoofdzakelijk het gevolg van strengere regels opgelegd door de toezichthouder voor het opnemen van de latente winsten in het beschikbare kapitaal.

Basel III en Solvency II

De voorstellen voor Basel III en de in overeenstemming daarmee opgestelde Europese richtlijn inzake kapitaalvereisten (CRD IV/CRR) leggen nieuwe, strengere kapitaalvereisten op aan de financiële instellingen. De nieuwe reglementering zal geleidelijk worden ingevoerd vanaf 1 januari 2014 en volledig van kracht zijn op 1 januari 2022.

Het wettelijke minimum voor de Tier 1-ratio zal worden verhoogd van 4% volgens Basel II tot

6% volgens CRD IV/CRR. Die Tier 1-ratio zal voor ten minste 4,5 procentpunten moeten bestaan uit kernkapitaal (Tier 1-kernkapitaal of common equity). De minimumvereiste voor dat kernkapitaal wordt bovendien nog uitgebreid met een aantal buffers, waaronder een capital conservation buffer van 2,5%, een countercyclical buffer in periodes van kredietgroei (tussen 0% en 2,5%, te bepalen door de toezichthouder) en een systemic risk buffer (ook te bepalen door de toezichthouder). Bovendien neemt de kwaliteit van de bestanddelen van het beschikbare kapitaal toe, aangezien strengere criteria zijn vastgelegd voor instrumenten die in aanmerking komen voor de berekening van het reglementaire kapitaal.

De belangrijkste gevolgen van de overgang van Basel II naar CRD IV/CRR voor KBC zijn de behandeling van uitgestelde belastingvorderingen en het wegvallen van de filter voor nietgerealiseerde meer- en minderwaarden op voor verkoop beschikbare instrumenten. Daarnaast zal de building block-methode vervangen worden door de zogenaamde Deense compromismethode. (De algemene regel in CRD IV/CRR met betrekking tot verzekeringsparticipaties voor (gemengde) financiële holdings en conglomeraten is aftrek van eigen vermogen in die entiteit van het common equity Tier 1-kapitaal. De nationale toezichthouders kunnen evenwel een waiver verlenen waardoor de instellingen een weging van 370% mogen gebruiken (Deens compromis).) KBC heeft een waiver gekregen van de Nationale Bank van België, maar het is niet duidelijk of die behouden blijft wanneer de ECB de verantwoordelijke toezichthouder wordt.

KBC stelt intern een minimale common equity ratio van 10% voorop (fully loaded, d.w.z. dat ervan wordt uitgegaan dat alle CRD IV/CRR-regels volledig van toepassing zijn en inclusief de resterende Vlaamse overheidssteun tot 2018). Op 31 december 2013 bedroeg de fully loaded common equity ratio (Deense compromismethode) 12,8% (13,2% bij gefaseerde toepassing), ruim boven onze eigen doelstelling. Rekening houdend met de terugbetaling van 0,5 miljard euro staatssteun aan de Vlaamse overheid begin 2014 en de getekende maar nog niet afgeronde overblijvende desinvesteringen zou de pro forma fully loaded common equity ratio op 31 december 2013 12,5% bedragen.

De toezichthouders, met de Nationale Bank van België als consoliderende toezichthouder, hebben hun gezamenlijke home-host kapitaalbeslissing (Joint Capital Decision) voor KBC Groep genomen: KBC Groep wordt gevraagd een permanente minimale fully loaded common equity ratio, exclusief latente winsten, van 9,25% aan te houden. Volgens die berekening bedroeg de fully loaded common equity ratio exclusief latente winsten 12,5% op het einde van 2013, ruim boven het reglementaire minimum dus.

Solvency II is het nieuwe gereguleerde solvabiliteitsregime voor alle verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen van de EU. Terwijl de huidige solvabiliteitsvereisten voor verzekeringen (Solvency I) gebaseerd zijn op volume, gaat Solvency II uit van de risico's. Het wil solvabiliteitsvereisten invoeren die de risico's van ondernemingen beter weerspiegelen en een toezichtsysteem introduceren dat voor alle EU-lidstaten consistent is. Oorspronkelijk zou Solvency II in werking treden in januari 2013, maar ondertussen is bevestigd dat dat januari 2016 wordt. Op basis van de meest recente versie van de Solvency II-voorschriften ligt de Solvency II-ratio van de KBC-verzekeringsgroep in 2013 ruim boven de minimumvereiste. In 2011 investeerde KBC in een Solvency II-oplossing. Daarmee kunnen we op regelmatige basis onze kerncijfers nagaan dankzij een centrale Solvency II-oplossing die de berekeningen uitvoert voor alle verzekeringsentiteiten.

Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling
16 258
Tier 1-kapitaal
11 711
Kernkapitaal (common equity)
11 711
Eigen vermogen van de aandeelhouders (exclusief niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten en minderheidsbelangen)
11 361
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten
2 333
Immateriële vaste activa (-)
-341
Consolidatieverschillen (-)
-950
Belangen van derden
-3
Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-)
497
Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-)
-6
Egalisatiereserve (-)
-131
Dividenduitkering (-)
0
Vergoeding van overheidseffecten (-)
0
Aftrek m.b.t. financiering verstrekt aan aandeelhouders (-)
-176
IRB-voorzieningstekort (-)
-225
Uitgestelde belastingvorderingen op overgedragen verliezen (-)
-648
Beperking op uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit verschillen in de tijd en
aanzienlijke deelnemingen in entiteiten uit de financiële sector (-)
0
Aanvullend going concern-kapitaal
0
Toegelaten (grandfathered) innovatieve hybride Tier 1-instrumenten
0
Toegelaten (grandfathered) niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten
0
AT1-instrumenten die voldoen aan CRR
0
Minderheidsbelangen op te nemen in aanvullend going concern-kapitaal
0
Tier 2-kapitaal
4 547
IRB-voorzieningsoverschot (+)
342
Achtergestelde schulden
4 206
Achtergestelde leningen niet-geconsolideerde entiteiten uit de financiële sector (-)
0
Minderheidsbelangen op te nemen in Tier 2-kapitaal
0
Totaal gewogen risicovolume
91 426
Bankactiviteiten
80 399
Verzekeringsactiviteiten
11 068
Holdingactiviteiten
72
Eliminatie van intercompanytransacties
-113
Solvabiliteitsratio's
Common equity ratio
12,8%
Tier 1-ratio
12,8%
CAD-ratio
17,8%
Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, volgens CRD IV/CRR (Basel III), building block-methode)
31-12-2013
Fully loaded
Common equity ratio
13,2%
Tier 1-ratio
13,2%
CAD-ratio
18,1%
Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, volgens CRD IV/CRR (Basel III), Deense compromismethode)
(in miljoenen euro)
31-12-2013
Fully loaded

Economisch kapitaal

We gebruiken een economischkapitaalmodel om het totale risico te berekenen dat KBC loopt als gevolg van zijn verschillende activiteiten, rekening houdend met de verschillende risicofactoren. De ramingen van dat economischkapitaalmodel bezorgen we elk kwartaal aan het Groepsdirectiecomité, het ARCC en de Raad van Bestuur.

We definiëren economisch kapitaal als het vereiste kapitaal om heel zware verliezen op te vangen, uitgedrukt in de potentiële daling van de economische waarde van de groep (d.w.z. het verschil tussen de huidige economische waarde en de ongunstigste economische waarde over een tijdshorizon van één jaar en met een bepaald betrouwbaarheidsniveau), in overeenstemming met de risicobereidheid die de Raad van Bestuur heeft bepaald. We berekenen het economisch kapitaal per risicocategorie volgens een gemeenschappelijke noemer (dezelfde tijdshorizon van één jaar en hetzelfde betrouwbaarheidsinterval) en tellen die dan bijeen. Omdat het uiterst onwaarschijnlijk is dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen, houden we rekening met diversificatievoordelen bij het optellen van de individuele risico's.

Zoals eerder vermeld, vormt economisch kapitaal een belangrijke bouwsteen voor ICAAP (Basel II, pijler 2). Bovendien biedt het essentiële input voor het meten van risicogewogen prestaties.

In de tabel wordt het economisch kapitaal van KBC uitgesplitst per risicosoort.

Verdeling economisch kapitaal KBC-groep*
2012
2013
Kredietrisico
56%
55%
Marktrisico in niet-tradingactiviteiten
25%
28%
Marktrisico in tradingactiviteiten
1%
1%
Bedrijfsrisico
8%
8%
Operationeel risico
6%
5%
Verzekeringstechnisch risico
3%
3%
Financieringskosten en bied-laatspreadrisico
0%
0%
Totaal
100%
100%

* Alle percentages hebben betrekking op de cijfers van eind december. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) en waarvan de bijdrage tot het economisch kapitaal van KBC rond 3% lag in 2013 en 6% in 2012. De cijfers van eind december 2012 verschillen sterk van die van eind september 2012 die zijn opgenomen in het verslag van vorig jaar (het marktrisico in niet-tradingactiviteiten steeg aanzienlijk terwijl het kredietrisico daalde, dankzij modelverbeteringen).

Risicogewogen prestatiebeoordeling

In 2011 ontwikkelde KBC een beleid voor de risicogewogen prestatiebeoordeling (Risk-Adjusted Performance Measurement (RAPM)). Daarbij werden gegevens over de risicogewogen prestaties gebruikt voor de toewijzing van kapitaal en de bepaling van de variabele vergoeding. Het onderdeel kapitaaltoewijzing in dat beleid zit vervat in het strategische planningproces. Het vergoedingsbeleid bevat ook risicogewogen elementen op basis van RAPM-cijfers.

Risicogewogen maatstaven berekenen de winstgevendheid met behulp van verwachte verliezen, d.w.z. de verliezen die men verwacht rekening houdend met het risicoprofiel van de portefeuille. Het gebruik van verwachte verliezen en dus een langeretermijnvisie voor de winstgevendheid van de portefeuille garandeert niet alleen dat het management zich bewust is van de risico's wanneer het goed gaat, maar vermijdt ook onevenredige beslissingen en acties in periodes dat het economisch minder goed gaat.

Het basisidee achter de risicocorrectie van de kapitaalbasis bij RAPM is dat het reglementaire kapitaal een beperkte dekking heeft in termen van risicotypes en maar gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC weerspiegelt. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes en weerspiegelt de eigen inschatting van het risicoprofiel van KBC.

Verklaring inzake deugdelijk bestuur

KBC Groep NV gebruikt de Belgische Corporate Governance Code 2009 (Code) als referentiecode. U kunt die Code raadplegen op www.corporategovernancecommittee.be. De Code streeft naar transparantie op het gebied van corporate governance door informatie in het Corporate Governance Charter (Charter) en de Verklaring inzake deugdelijk bestuur of de Corporategovernanceverklaring (Verklaring) in het jaarverslag bekend te maken.

Het Charter licht de voornaamste aspecten van het beleid van de vennootschap op het vlak van corporate governance toe, zoals de bestuursstructuur, de interne reglementen van de Raad van Bestuur, zijn comités en het Directiecomité, en andere belangrijke onderwerpen. KBC publiceert zijn Charter op www.kbc.com.

De Verklaring wordt in het jaarverslag opgenomen en bevat meer feitelijke informatie over de corporate governance van de vennootschap, zoals een beschrijving van de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur, relevante gebeurtenissen tijdens het boekjaar, eventuele afwijkingen van de Code, het remuneratieverslag en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen.

De beschouwde periode loopt, tenzij anders vermeld, van 1 januari tot 31 december 2013.

In de Verklaring zijn ook enkele andere wettelijke bepalingen opgenomen.

In dit hoofdstuk korten we de volgende termen als volgt af:

  • Raad van bestuur van KBC Groep NV: Raad
  • Directiecomité van KBC Groep NV: DC
  • Audit-, Risico- en Compliancecomité van KBC Groep NV: ARCC

Samenstelling van de Raad en zijn comités

In de tabel vindt u een overzicht van de samenstelling van de Raad en zijn comités op 31 december 2013. De externe mandaten van de leden van de Raad vindt u op www.kbc.com. Daar vindt u ook een kort curriculum vitae van elke bestuurder. In de kolommen over de comités geven we het aantal bijgewoonde vergaderingen.

Samenstelling van de Raad op 31-12-2013
Naam Hoofdfunctie Periode in de Raad in 2013 Einde huidig mandaat Bijgewoonde raadsverga
deringen
Niet-uitvoerende bestuur
ders
Vertegenwoordigers kern
aandeelhouders
Onafhankelijke bestuurders Overheidsbestuurders Leden DC ARCC Benoemingscomité2 Vergoedingscomité
Aantal vergaderingen in 2013 11 7 5 6
Thomas Leysen Voorzitter van de Raad Volledig jaar 2015 11 n 51
Philippe Vlerick Ondervoorzitter van de Raad
CEO Vlerick Group
Volledig jaar 2017 11 n n 5
Johan Thijs Voorzitter DC
en gedelegeerd bestuurder
Volledig jaar 2016 11 n1 5
Alain Bostoen Gedelegeerd bestuurder Christeyns NV Volledig jaar 2014 11 n n
Jo Cornu Voorzitter Directiecomité NMBS Volledig jaar 2016 11 n n 5 61
Marc De Ceuster Hoogleraar Departement Accounting en
Financiering Universiteit Antwerpen
Volledig jaar 2014 10 n n 7
Tom Dechaene Bestuurder van diverse vennootschap
pen
Volledig jaar 2016 11 n n 6 5
Franky Depickere Gedelegeerd bestuurder Cera Beheers
maatschappij NV en Almancora Beheers
maatschappij NV, voorzitter Comité van
Dagelijks Bestuur Cera CVBA
Volledig jaar 2015 10 n n 71 5 6
Luc Discry Gedelegeerd bestuurder Cera Be
heersmaatschappij NV en Almancora
Beheersmaatschappij NV, lid Comité van
Dagelijks Bestuur Cera CVBA
Volledig jaar 2015 11 n n
Frank Donck Gedelegeerd bestuurder 3D NV Volledig jaar 2015 10 n n 6
John Hollows Gedelegeerd bestuurder Volledig jaar 2015 10 n
Júlia Király Departementshoofd aan de Internatio
nal Business School van Boedapest
3 maanden 2014 2 n n 1 0
Lode Morlion Burgemeester van Lo-Reninge en voor
zitter Raad van Bestuur Cera Beheers
maatschappij NV
Volledig jaar 2016 11 n n
Vladimira Papirnik Partner, Squire Sanders (US) LLP Volledig jaar 2016 11 n n 7
Luc Popelier Gedelegeerd bestuurder Volledig jaar 2015 11 n
Theodoros Roussis CEO Ravago Plastics NV Volledig jaar 2016 7 n n
Alain Tytgadt Gedelegeerd bestuurder Metalunion
CVBA
Volledig jaar 2017 10 n n
Ghislaine Van Kerckhove Advocaat en ondervoorzitter Raad van
Bestuur Cera Beheersmaatschappij NV
Volledig jaar 2016 11 n n
Piet Vanthemsche Voorzitter Boerenbond en MRBB CVBA Volledig jaar 2014 9 n n 5
Marc Wittemans Gedelegeerd bestuurder MRBB CVBA Volledig jaar 2014 11 n n 7

Commissaris: Ernst & Young, Bedrijfsrevisoren BCVBA, vertegenwoordigd door Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. Secretaris van de Raad: Johan Tyteca.

1 Voorzitter van dit comité.

2 Koenraad Debackere, onafhankelijk bestuurder van KBC Verzekeringen NV, is in overeenstemming met de bepalingen van de Code benoemd als lid van het Benoemingscomité van KBC Groep NV, met ingang van 8 oktober 2013.

Wijzigingen in de Raad in 2013

  • Philippe Vlerick en Alain Tytgadt werden, op advies van het Benoemingscomité, door de Algemene Vergadering herbenoemd voor een nieuw mandaat van vier jaar.
  • Dirk Heremans werd, op advies van het Benoemingscomité, herbenoemd als onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en in de Code voor een periode van een jaar. Hij nam ontslag op 8 oktober 2013.
  • Júlia Király werd op advies van het Benoemingscomité op 18 september 2013 door de Raad gecoöpteerd als onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en in de Code, met ingang van 8 oktober 2013.

Wijzigingen in de comités van de Raad in 2013

  • Júlia Király werd lid van het ARCC en van het Vergoedingscomité op 8 oktober 2013, in opvolging van Dirk Heremans die met ingang van dezelfde datum ontslag heeft genomen als bestuurder.
  • Koenraad Debackere, onafhankelijk bestuurder van KBC Verzekeringen NV, is in overeenstemming met de bepalingen van de Code benoemd als lid van het Benoemingscomité van KBC Groep NV met ingang van 8 oktober 2013, in opvolging van Dirk Heremans, die met ingang van dezelfde datum ontslag heeft genomen als bestuurder van KBC Groep NV.

Wijzigingen in de Raad, voorgesteld aan de Algemene Vergadering op 30 april 2014

  • Júlia Király, nu onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen en in de Code, wordt door de Raad voorgedragen voor een benoeming in die hoedanigheid voor een periode van vier jaar.
  • Marc De Ceuster, Piet Vanthemsche en Marc Wittemans, niet-uitvoerende bestuurders, worden door de Raad van Bestuur, op advies van het Benoemingscomité, voorgedragen voor herbenoeming voor een nieuw mandaat van vier jaar.
  • Christine Van Rijsseghem wordt door de Raad, op advies van het Benoemingscomité, voorgedragen voor een benoeming als bestuurder voor een periode van vier jaar. Zij wordt lid van het DC en verkrijgt de hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder, in vervanging van John Hollows die ontslag neemt als bestuurder.
  • Het mandaat van Alain Bostoen wordt niet hernieuwd, in overeenstemming met de bedoeling om het aantal leden van de Raad verder te reduceren, zoals werd toegelicht in het Jaarverslag 2011. De Raad zal vanaf de Algemene Vergadering van 30 april 2014 nog 19 leden tellen.
  • Thomas Leysen krijgt, voor de resterende duur van zijn mandaat, dit is tot na afloop van de Jaarvergadering van 2015, de hoedanigheid toegekend van onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen.

Curriculum vitae van de nieuwe bestuurders

• Júlia Király

Júlia Király is geboren in Boedapest (Hongarije) in 1957. Ze studeerde af aan de University of Economics (1980, Boedapest), behaalde een doctoraat aan diezelfde University of Economics (1984, Boedapest) en een Ph.D in economie aan de Hongaarse Academy of Sciences. Mevrouw Király begon haar loopbaan als onderzoekseconoom bij het Centraal Bureau voor

Meer informatie over corporate governance vindt u in ons Charter, op www.kbc.com, onder corporate governance.

Statistiek (1980-1982) en oefende daarna dezelfde functie uit bij het Nationaal Planbureau (1982- 1989). In 1989 werd ze CEO en decaan (Bankstrategie, Monetaire economie, Risicobeheer in financiële instellingen) van ITCB Consulting & Training, een privétraining- en consultingbedrijf in de financiële sector (1989-2007). Daarna werd mevrouw Király vicegouverneur bij de centrale bank van Hongarije (MNB) (2007-2013), waar ze verantwoordelijk was voor de financiële stabiliteit. Ze was lid van de raad van bestuur van de Hongaarse Credit Bank Ltd. (1995-1996), lid van de adviescommissie van de toezichthouder (1997-2000) en lid van de raad van bestuur van K&H Bank (1999-2000). Ze was voorzitter van de Postbank en de Savings Bank Corporation (2002- 2003). Ze was professor Financiële Wetenschappen aan de Corvinus University in Boedapest (1993-2012) en sinds 2012 is ze professor Economie aan de Eötvös Loránd University in Boedapest. Op 1 oktober 2013 werd ze benoemd tot afdelingshoofd van de International Business School in Boedapest.

• Christine Van Rijsseghem

Christine Van Rijsseghem werd geboren in 1962, en studeerde in 1985 af aan de faculteit Rechten van de universiteit in Gent. Nadien behaalde ze een MBA Financiële Wetenschappen aan de Vlerick Management School in Gent. Mevrouw Van Rijsseghem begon haar loopbaan bij KBC (voordien Kredietbank) in 1987 in de centrale afdeling Buitenlandse Vestigingen. Eerst was ze er verantwoordelijk voor risicobeheer en controle en de internationale overnamestrategie. Later werd ze hoofd van die afdeling. In 1994 werd ze benoemd tot hoofd van de afdeling Kredieten van Irish Intercontinental Bank, de Ierse dochter van KBC. In 1996 werd ze CEO van KBC France en in 1999 van de branch in Londen. Van 2000 tot 2003 was ze algemeen directeur van de afdeling Verwerking Effecten en Derivaten van KBC Groep. Sinds 2003 was ze algemeen directeur Finance Groep.

Agenda van de Algemene Vergadering van 30 april 2014

De agenda van de Algemene Vergadering is beschikbaar op www.kbc.com.

Samenstelling van het DC

Hierna volgt een overzicht van de samenstelling van het DC eind 2013. Meer informatie, waaronder cv's, vindt u op www.kbc.com. Er waren geen wijzigingen in de samenstelling van het DC tijdens 2013.

John Hollows 1956

Brit

Licentiaat Rechten en Economie (Universiteit Cambridge)

In dienst sinds* 1996

CRO (chief risk officer)

Pavel Kavánek 1948

Tsjech

Licentiaat in de Economie (Universiteit van Praag en Georgetown)

In dienst sinds* 1972

CEO Divisie Tsjechië

Daniel Falque 1963 Belg Licentiaat in Internationale Betrekkingen (UCL)

In dienst sinds* 2009 CEO Divisie België

Luc Popelier 1964

Belg

Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (UFSIA)

In dienst sinds* 1988

CFO (chief financial officer)

Luc Gijsens 1953

Belg

Licentiaat in de Rechten (KU Leuven)

In dienst sinds* 1977

CEO Divisie Internationale Productfabrieken

Marko Voljcˇ 1949

Sloveen

Licentiaat in de Economie (Universiteit van Ljubljana en Belgrado)

In dienst sinds* 2004

CCO (chief change officer)

* In dienst sinds: bij KBC Groep NV, zijn groepsmaatschappijen of entiteiten van voor de fusie (Kredietbank, Cera, ABB, enz.)

Vanaf 1 mei 2014 wordt de organisatiestructuur van KBC vereenvoudigd en aangepast aan de kleinere omvang van de groep:

  • De divisies Internationale Markten en Internationale Productfabrieken fuseren tot één divisie Internationale Markten.
  • De divisie Corporate Change & Support houdt op te bestaan en de entiteiten ervan worden geïntegreerd in de bestaande organisatie: Corporate HR zal voortaan aan Johan Thijs rapporteren; ICT en Shared Services & Operations aan Luc Popelier en de community's rond bankieren en verzekeren aan Luc Gijsens.

Als gevolg daarvan verandert ook de samenstelling van het DC. Het DC telt vanaf 1 mei 2014 bijgevolg zes in plaats van acht leden:

  • Johan Thijs, CEO
  • Luc Popelier, CFO
  • Christine Van Rijsseghem, CRO
  • Daniël Falque, CEO Divisie België
  • John Hollows, CEO Divisie Tsjechië
  • Luc Gijsens, CEO Divisie Internationale Markten

Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités

Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2013
Samenstelling, vergaderingen,
aanwezigheden
Zie tabel vooraan in dit hoofdstuk
Raad Naast het vervullen van de taken die door het Wetboek van Vennootschappen zijn opgelegd, het vast
stellen van de kwartaalresultaten en de kennisname van de werkzaamheden van het ARCC, het Benoe
mingscomité en het Vergoedingscomité, en de behandeling en beslissing van de door die comités
voorgelegde dossiers, behandelde de Raad onder meer de volgende onderwerpen:
• maandelijkse evaluatie van de status van de uitvoering van het Europese herstructureringsplan
• de implementatie van de strategie
• benoemingen en ontslagen in de Raad en de samenstelling van zijn comités
• terugbetaling van 1,17 miljard euro (plus premie van 0,58 miljard euro) aan de Vlaamse overheid in
juli 2013
• de verkoop door KBC Bank NV van de leningen die ze had toegekend aan Cera en KBC Ancora
• Integrated Group Risk Report (maandelijks)
• verslaggeving effectieve leiding inzake beoordeling van het interne controlesysteem
• jaarlijkse evaluatie werking van de Raad
• jaarlijkse evaluatie interactie met het DC
• het Risk Governance Charter
• Risk Appetite Statement
• jaarverslag Group Value and Risk Management
• het beleggingsbeleid
• jaarverslag Business Continuity Management
• Recovery Plan
• jaarverslag Compliance
• het Compliance Charter
• de Integrity Policy
• de Remuneration Policy
• training m.b.t. verzekeringen en rapportering over de verzekeringsactiviteit
Maandelijks bracht het DC ook verslag uit over de resultaatsontwikkeling en de algemene gang van
zaken bij de verschillende divisies van de groep. Ook besteedde het regelmatig aandacht aan de strate
gie en de specifieke uitdagingen van de verschillende activiteitsgebieden.
Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2013
ARCC Het ARCC vergaderde in aanwezigheid van de voorzitter van het DC, de groeps-CRO, de groeps-CFO,
de interne auditor en de compliance officer. Ook de erkende revisoren woonden de vergaderingen bij.
Het verslag van de interne auditor, het verslag van de compliance officer en het verslag van de risico
functie vormden vaste agendapunten. De periodieke rapportering van de risicofunctie omvatte voorna
melijk een toelichting over de ontwikkeling op het gebied van het ALM- en liquiditeitsrisico, marktrisico,
kredietrisico, operationeel risico, verzekeringsrisico en de kapitaalvereisten van de KBC-groep. Het ver
slag van de interne auditor verstrekte telkens een overzicht van de recente auditverslagen, inclusief de
belangrijkste auditverslagen van de onderliggende groepsentiteiten. Het ARCC nam ook kennis van de
uitvoering van de auditplanning voor 2013 en keurde de auditplanning voor 2014 goed. Het ARCC werd
periodiek geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de auditaanbevelingen. De perio
dieke rapportering van de compliancefunctie informeerde de ARCC-leden onder meer over de voor
naamste wetgevende en regulatoire ontwikkelingen alsook over de belangrijkste vaststellingen en pro
jecten in de compliancedomeinen. Het ARCC nam ook kennis van de uitvoering van de
complianceplanning 2013 en keurde de complianceplanning 2014 goed.
Op 13 februari 2013 nam het ARCC kennis van de inhoud van de vennootschappelijke en geconsoli
deerde jaarrekening van 31 december 2012 en keurde het persbericht goed. De revisor verstrekte toe
lichting bij zijn belangrijkste controlebevindingen. Op 15 mei, 7 augustus en 13 november 2013 lichtten
de revisoren hun belangrijkste bevindingen toe naar aanleiding van hun controle van de kwartaalafslui
ting op respectievelijk 31 maart, 30 juni en 30 september. Ook keurde het ARCC telkens het persbericht
goed.
Belangrijkste behandelde bijzondere rapporteringen:
• verklaring van de effectieve leiding over de beoordeling van de interne controle in toepassing van de
circulaire NBB 2011_9 en de opvolging van de actieplannen die daaruit voortvloeiden
• jaarverslag waarde- en risicobeheer
• jaarverslag Anti-Money Laundering
• ICAAP rapport 2013
• Risk Governance Charter
Benoemingscomité Opmerking: het Benoemingscomité van KBC Groep NV vervult die rol ook voor KBC Verzekeringen en
KBC Bank.
Belangrijkste behandelde onderwerpen:
• benoemingen en herbenoemingen in de Raad en de diverse comités van KBC Groep NV, KBC Bank
en KBC Verzekeringen
• benoeming van onafhankelijke bestuurders van KBC Groep NV, KBC Bank en KBC Verzekeringen
• de implementatie van de circulaire van de NBB over de standaarden van deskundigheid en professio
nele betrouwbaarheid voor leden van het directiecomité, bestuurders, verantwoordelijken van indivi
duele controlefuncties en effectieve leiders van financiële instellingen (fit & proper)
Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2013
Vergoedingscomité Het Vergoedingscomité vergaderde veelal in aanwezigheid van de voorzitter van de Raad, de voorzitter
van het DC en de vertegenwoordiger van de Vlaamse Overheid. Ook de algemeen directeur van HR
Groep nam regelmatig deel aan de vergaderingen.
Opmerking: het Vergoedingscomité van KBC Groep NV vervult die rol ook ten aanzien van KBC Verze
keringen en KBC Bank.
Belangrijkste behandelde onderwerpen:
• de toepassing van het risk alignment framework m.b.t. de resultaten over 2012
• aanpassing van het vergoedingsregime voor de leden van het DC
• het jaarlijks remuneratieverslag
• de jaarlijkse remuneration review
• retentie- en incentivationprogramma's voor personeel van sommige te desinvesteren maatschappijen
• evaluatie van de prestaties van het DC over 2012
• de doelstellingen voor het DC voor 2013
• aanpassingen aan de Remuneration Policy
Meer informatie Voor een algemene beschrijving van de werking van de Raad en zijn comités, zie hoofdstuk 5 en 6 van
het Charter van KBC Groep NV op www.kbc.com.

ARCC: toepassing artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen

Op 31 december 2013 zetelen in het ARCC van KBC Groep NV twee onafhankelijke bestuurders in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Code:

  • Vladimira Papirnik is doctor juris (1982 Northwestern University USA) en gecombineerde bachelor en master in de Duitse taal en Duitse literatuur (1978, Northwestern University USA). Ze startte haar loopbaan in het advocatenkantoor Hopkins & Sutter in Chicago, als advocaat gespecialiseerd in financieel recht (1982-1989). Ze werd er partner (1989-1995). In 1995 trad ze toe als partner in het advocatenkantoor Squire Sanders. Na de verhuizing naar Praag (1995) werd ze daar office managing partner van het kantoor (1996-2011). Sinds 2011 is ze werkzaam voor Squire Sanders, zowel in Praag als in Chicago, met specialisatie in internationaal bankrecht, projectfinanciering en vennootschapsrecht (fusies en overnames, corporate governance). Ze was lid van de raad van bestuur van de American Chamber of Commerce in Tsjechië en lid van het directiecomité ervan (1999-2008). Verder is ze lid van de Board of Trustees in de International School of Prague als hoofd van het corporate governance-comité van de Trustees gedurende vier jaar en lid van de Board of Trustees van de CMC School of Business gedurende drie jaar.
  • Júlia Király. Het curriculum vitae van Júlia Király werd hoger vermeld. Ze is lid van het ARCC sinds 8 oktober 2013.

Tot 8 oktober 2013 was Dirk Heremans lid van het ARCC. Dirk Heremans is doctor in de Rechten, licentiaat in het Notariaat en licentiaat in de Economische Wetenschappen van de KU Leuven. Hij behaalde het diploma in de Etudes supérieures, Sciences économiques aan de Faculté de Droit et des Sciences Economiques van de Université de Paris (Sorbonne) en werd Master of Arts, C.Phil. en Ph.D in Economie aan de University of California (UCLA). Hij is professor emeritus aan de Faculteit Economische en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven. Hij was adviseur bij het kabinet van de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën en voerde expertopdrachten uit bij de Europese Commissie. Hij is erelid van de raad van bestuur van de toenmalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Hij werd onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV in 2005 en bleef dat tot 8 oktober 2013.

Op basis van voorgaande gegevens kan worden besloten dat deze onafhankelijke bestuurders als lid van het ARCC voldoen aan de in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen gestelde onafhankelijkheid en deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.

Beleid inzake transacties tussen de vennootschap en haar bestuurders die niet onder de wettelijke belangenconflicten vallen

De Raad werkte een regeling uit betreffende transacties en andere contractuele banden tussen de vennootschap (met inbegrip van met haar verbonden vennootschappen) en haar bestuurders die niet onder de belangenconflictenregeling van artikel 523 of 524ter van het Wetboek van Vennootschappen vallen. Die regeling werd opgenomen in het Charter van KBC Groep NV.

In toepassing van die regel onthielden de bestuurders die Cera en KBC Ancora vertegenwoordigen in de Raad zich van deelname aan de beraadslaging en de stemming met betrekking tot de verkoop door KBC Bank NV van de leningen die KBC Bank NV had toegekend aan Cera en KBC Ancora.

Maatregelen in verband met misbruik van voorkennis en marktmisbruik

De Raad heeft een Dealing Code opgesteld die onder meer voorziet in de opstelling van een lijst van sleutelmedewerkers, de bepaling van jaarlijkse sperperiodes en de kennisgeving aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van verhandelingen door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door met hen verbonden personen. De principes van die Dealing Code zijn opgenomen als bijlage bij het Charter. Het reglement trad in werking op 10 mei 2006. De Raad keurde een bijgewerkte versie goed op 8 augustus 2011.

Belangrijkste kenmerken van het evaluatieproces van de Raad, zijn comités en zijn leden

De Raad streeft permanent naar een optimalisering van zijn werking en evalueert zijn werking daarom jaarlijks onder leiding van zijn voorzitter. Daarbij komen de volgende aspecten aan bod: samenstelling van de Raad, selectie, benoeming en vorming van de leden, praktische werking (agenda, vergaderingen, voorzitterschap, secretariaat), informatie aan de Raad, cultuur binnen de Raad, taakvervulling, vergoeding, relaties met het DC en met de aandeelhouders en andere stakeholders, comités van de Raad, de behandelde onderwerpen en de voorstellen voor training.

Op initiatief van de voorzitter heeft in het kader van de hernieuwing van de mandaten een individuele evaluatie van de betrokken bestuurders plaats, waarbij de nadruk wordt gelegd op hun inzet en effectiviteit binnen de Raad. In voorkomend geval wordt ook gelet op hun functioneren als voorzitter of lid van een comité van de Raad. De voorzitter staat in voor die individuele beoordeling. De individuele beoordeling van de voorzitter gebeurt, in zijn afwezigheid, door de Raad.

De niet-uitvoerende bestuurders beoordelen eens per jaar hun interactie met het uitvoerende management. Met dat doel komen de niet-uitvoerende bestuurders ten minste een keer per jaar samen in afwezigheid van de uitvoerende bestuurders.

Periodiek evalueert ieder comité van de Raad zijn eigen samenstelling en werking. Het brengt daarover verslag uit bij de Raad en doet indien nodig voorstellen. Bij die gelegenheid worden onder andere de vereiste bekwaamheden en ervaring van het comité als geheel voor zijn specifieke domein geanalyseerd.

Naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder worden de voorzitters en de leden van de comités individueel geëvalueerd.

Op initiatief van de voorzitter van het DC gaat het voltallige DC eens per jaar over tot het bespreken van zijn doelstellingen en het beoordelen van zijn prestaties. Jaarlijks gaat de voorzitter van het DC over tot de individuele beoordeling van de leden van het DC. De individuele beoordeling van de voorzitter van het DC gebeurt door de voorzitter.

Remuneratieverslag over het boekjaar 2013

Beschrijving van de procedures om het vergoedingsbeleid te ontwikkelen en de vergoeding te bepalen van individuele bestuurders en leden van het DC

Algemeen

Het vergoedingsbeleid voor de Raad en het DC stoelt op de toepasselijke wetgeving, de Code en marktgegevens. Het wordt door het Vergoedingscomité – bijgestaan door in deze materie gespecialiseerde medewerkers – bewaakt en regelmatig getoetst aan de ontwikkelingen in de wetgeving, de Code en de courante marktpraktijken en -tendensen. De voorzitter van het Vergoedingscomité informeert de Raad over de werkzaamheden van het comité en adviseert hem over aanpassingen van het vergoedingsbeleid en de concrete uitvoering ervan. De Raad kan ook op eigen initiatief of op voorstel van het DC het Vergoedingscomité opdracht geven mogelijke aanpassingen van het vergoedingsbeleid te onderzoeken en de Raad daarover te adviseren. Indien wettelijk vereist, legt de Raad op zijn beurt aanpassingen van het vergoedingsbeleid ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.

Raad

Op advies van het Vergoedingscomité beslist de Raad over het vergoedingsregime van de leden van de Raad. Als dat nodig is, vraagt de Raad ook een beslissing van de Algemene Vergadering.

DC

Op advies van het Vergoedingscomité en op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid bepaalt de Raad de vergoeding van de leden van het DC en evalueert ze op geregelde tijdstippen. Die vergoeding wordt opgedeeld in een vaste component en een resultaats-/prestatiegebonden component.

Verklaring over het tijdens het door het jaarverslag behandelde boekjaar gehanteerde vergoedingsbeleid ten aanzien van de leden van de Raad en van het DC

Het Vergoedingscomité verklaart het volgende:

Principes van het vergoedingsbeleid met inachtneming van de relatie tussen vergoeding en prestaties

Zowel voor niet-uitvoerende bestuurders als voor uitvoerende bestuurders en andere leden van het DC geldt als basisbeginsel dat ze recht hebben op een billijke vergoeding die in verhouding staat tot de door hen geleverde bijdrage aan het beleid en de groei van de groep.

Voor niet-uitvoerende bestuurders geldt het volgende:

  • Hun vergoeding bestaat uitsluitend uit een jaarlijkse, vaste vergoeding die noch prestatiegebonden, noch resultaatsgebonden is, en het presentiegeld per bijgewoonde vergadering. Het zwaartepunt van de vergoeding ligt bij de presentiegelden. Het presentiegeld wordt bij vergaderingen die samen met de Raad van Bestuur van KBC Bank en/of KBC Verzekeringen plaatsvinden maar eenmaal uitgekeerd aan de bestuurders die in meerdere van die Raden zetelen. Gelet op zijn taak ontvangt de ondervoorzitter een verhoogde vaste vergoeding.
  • Gezien zijn ruime tijdsbesteding als verantwoordelijke voor het permanente toezicht op de zaken van de KBC-groep geniet de voorzitter van de Raad een afzonderlijk vergoedingsregime dat uitsluitend bestaat uit een vaste vergoeding. Die vergoeding wordt afzonderlijk vastgelegd door het Vergoedingscomité en goedgekeurd door de Raad.
  • De bestuurders die in het ARCC zitting hebben, ontvangen een extra vergoeding (presentiegeld) voor de prestaties die ze in dat kader leveren. Ook daar geldt de regel dat voor vergaderingen die samen met het ARCC van KBC Bank en/of KBC Verzekeringen plaatsvinden het presentiegeld maar eenmaal wordt uitgekeerd aan de bestuurders die in verschillende ARCC's zitting hebben. De voorzitter van het ARCC ontvangt een extra vaste vergoeding. Bestuurders die in het Benoemingscomité of het Vergoedingscomité zitting hebben, ontvangen daarvoor geen extra vergoedingen.
  • KBC Groep NV verleent noch kredieten noch waarborgen aan bestuurders. Dergelijke kredieten of waarborgen kunnen wel worden verleend door de bankdochtermaatschappijen van KBC Groep NV overeenkomstig artikel 28 van de Bankwet. Dat betekent dat die kredieten kunnen worden verleend tegen cliëntvoorwaarden.

Voor de uitvoerende bestuurders en andere leden van het DC geldt het volgende:

  • De Raad bepaalt hun vergoeding op basis van het advies van het Vergoedingscomité en van de voorzitter van het DC (voor de voorzitter van het DC op advies van het Vergoedingscomité).
  • In overeenstemming met het vergoedingsbeleid van de KBC-groep is de individuele vergoeding van de leden van het DC samengesteld uit de volgende componenten:
  • een vaste maandvergoeding,
  • een jaarlijkse prestatiegebonden variabele vergoeding die afhankelijk is van de prestaties van het DC als geheel en van de instelling (geëvalueerd op basis van vooraf afgesproken criteria),
  • een jaarlijkse individuele variabele vergoeding op basis van de geleverde prestaties van elk lid van het DC afzonderlijk (vanaf 2014 geëvalueerd op basis van vooraf afgesproken criteria),

  • de eventuele vergoeding van mandaten die worden uitgeoefend in opdracht van KBC Groep NV (uitzonderlijk).

  • Voor de bepaling van de variabele vergoeding wordt een kwantitatief risicoaanpassingsmechanisme gehanteerd, de zogenaamde risk gateway. Dat bevat een aantal parameters in verband met kapitaal en liquiditeit die bereikt moeten worden alvorens een variabele vergoeding kan worden toegekend. De parameters worden jaarlijks vastgelegd door de Raad. Als (een van) de opgelegde parameters niet wordt bereikt, wordt er niet alleen geen variabele vergoeding toegekend, maar vervalt ook de uitbetaling van uitgestelde bedragen voor voorgaande jaren.
  • De Raad bepaalt op advies van het Vergoedingscomité de prestatiegebonden variabele vergoeding aan de hand van de evaluatie van een aantal vooraf afgesproken criteria. Voor 2014:
  • de strategie implementeren (inclusief de uitvoering van het Europese herstructureringsplan);
  • de voorstellen voor een aangepaste strategie 2014-2016 uitwerken;
  • de financiële planning uitvoeren;
  • de risicocontrole-omgeving versterken (inclusief het terugbrengen van audit- en complianceaanbevelingen)
  • de tevredenheid van personeel, cliënteel en aandeelhouders verbeteren;
  • het financieringsplan 2014 vastleggen en uitvoeren.

Het Vergoedingscomité evalueert de uitvoering van die criteria, formuleert op basis daarvan en binnen de limieten van het contractueel afgesproken stelsel een voorstel voor de omvang van de prestatiegebonden variabele vergoeding en geeft daarover een advies aan de Raad, die ten slotte een beslissing neemt. Het Vergoedingscomité geeft ook een advies aan de Raad over de omvang van de individuele variabele vergoeding op basis van een evaluatie van de prestaties van elk lid van het DC afzonderlijk. Het Vergoedingscomité houdt daarbij rekening met de evaluatie door de voorzitter van het DC.

• De leden genieten verder een stelsel van rust- en overlevingspensioen dat voorziet in een aanvullend ouderdomspensioen of – als de verzekerde overlijdt in actieve dienst en een echtgenoot achterlaat – een overlevingspensioen, alsook een invaliditeitsdekking.

Relatief belang van de verschillende componenten van de vergoeding

Op basis van een vergelijking met zowel de BEL 20-bedrijven als met een groep van twaalf vergelijkbare financiële instellingen (Raiffeisen Bank International, Aegon, Bâloise Group, Danske Bank, Rabobank, UniCredit Group, ING Group, Commerzbank, Svenska Handelsbanken, Erste Group, DNB Group en Bank of Ireland) is het Vergoedingscomité in de eerste helft van 2013 tot de bevinding gekomen dat een aanpassing van het vergoedingsstatuut van de voorzitter en de leden van het DC wenselijk was. De Raad volgde het advies van het Vergoedingscomité op om de vaste component van de vergoeding op te trekken en het relatieve belang van de variabele vergoeding te verminderen. De variabele component van de vergoeding werd opgedeeld in een prestatiegebonden variabele vergoeding en een individuele variabele vergoeding. Voor de voorzitter van het DC situeert de prestatiegebonden variabele vergoeding zich tussen 0 en 300 000 euro en de individuele variabele vergoeding tussen 0 en 100 000 euro. Voor de leden van het DC gaat het om respectievelijk maximaal 200 000 en maximaal 70 000 euro. Het uiteindelijke bedrag wordt bepaald door de Raad op advies van het Vergoedingscomité gebaseerd op een evaluatie van de individuele en collectieve prestaties van het afgelopen boekjaar, waarbij de uitvoering van het Europese herstructureringsplan primordiaal is. Het aandeel van de variabele vergoeding in het totale vergoedingspakket is aldus in elk geval lager dan 30%.

De kenmerken van prestatiepremies in aandelen, opties of andere rechten om aandelen te verwerven

De betaling van de totale jaarlijkse (prestatiegebonden en individuele) variabele vergoeding van de leden van het DC wordt gespreid over vier jaar: 50% het eerste jaar en de rest gelijkmatig gespreid over de volgende drie jaren.

Bovendien wordt 50% van de totale jaarlijkse variabele vergoeding toegekend in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten, meer bepaald phantom stocks waarvan de waarde gekoppeld is aan de koers van het aandeel van KBC Groep NV. De phantom stocks hebben een retentieperiode van een jaar vanaf toekenning. Net zoals voor het cashgedeelte van de variabele vergoeding wordt ook de toekenning daarvan gespreid over een periode van vier jaar. Voor de berekening van het aantal phantom stocks waarop elk lid van het DC recht heeft, wordt de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van het jaar gebruikt. Een jaar later worden de phantom stocks dan omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van dat jaar. De phantom stocks zijn onderhevig aan de toekennings- en verwervingsvoorwaarden die hierna beschreven worden onder Terugvorderingsbepalingen.

Informatie over het vergoedingsbeleid voor de komende twee boekjaren

Het is niet de bedoeling iets te veranderen aan de vergoeding van de niet-uitvoerende bestuurders. Het kan evenwel niet uitgesloten worden dat de governancebepalingen in het ontwerp van de nieuwe bankenwet (en meer bepaald de splitsing in een Audit- en een Risicocomité) een impact zullen hebben op de vergoeding van de leden van het ARCC.

Het vergoedingsbeleid voor de leden van het management wordt beschreven in de Remuneration Policy. Daarin worden vooral met betrekking tot het variabele loon een aantal principes vastgelegd voor de hele groep. De belangrijkste zijn:

  • Het variabele loon moet altijd bestaan uit een resultaatsgebonden deel (waarvan ten minste 10% gebaseerd is op de resultaten van de KBC-groep) en een prestatiegebonden deel.
  • Ten minste 50% van het variabele loon voor het topmanagement, de Key Identified Staff (KIS), wordt niet onmiddellijk uitbetaald, maar de betaling daarvan wordt gespreid over drie jaar.
  • Voor de KIS wordt de helft van de totale variabele vergoeding uitgekeerd in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten.
  • Er worden geen voorschotten op het variabele loon uitgekeerd en er wordt in een clawback/ holdback-mogelijkheid voorzien.
  • De verhouding tussen vast en variabel loon wordt bepaald op maximaal een op een.
  • Voor het variabele loon geldt een plafond van 750 000 euro.

Een aantal van die elementen zal wellicht op korte termijn moeten worden herbekeken in het licht van de bepalingen over het beloningsbeleid zoals die opgenomen zijn in het ontwerp van de nieuwe Belgische bankenwet die in de loop van 2014 van kracht zal worden.

Voor de bepaling van de resultaatsgebonden variabele vergoeding voor de prestaties vanaf boekjaar 2012 werd naast de risk gateway een Risk-Adjusted Performance Measurement Framework-beleid geïntroduceerd. Het basisidee van dat beleid, dat gebruikt wordt voor de toewijzing van kapitaal, is dat noch het economische kapitaal, noch het reglementaire kapitaal geschikt is als de enige drijfveer voor kapitaaltoewijzing. Reglementair kapitaal heeft een beperkte dekking in termen van risicotypes en weerspiegelt maar gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes en weerspiegelt de eigen inschatting van KBC van zijn risicoprofiel, maar is momenteel niet op hetzelfde gedetailleerde niveau beschikbaar. Gezien die beperkingen, werd gekozen om kapitaal toe te wijzen op basis van een RWA (risicogewogen activa)-coëfficiënt die de inzichten van economisch kapitaal reflecteert.

Dat beleid introduceert het begrip RAP (Risk-Adjusted Profit) als (absolute) maatstaf van de winstgevendheid van een bedrijf, maar met een intrinsieke correctie voor kapitaal- en risico-elementen. Voor bepaalde categorieën van key identified staff waarvoor de RAP als risicoaanpassingsmechanisme als ontoereikend werd beoordeeld door de bevoegde controlefunctie, wordt dit kader aangevuld met extra prestatie-indicatoren die een betere risicomaatstaf zijn.

Terugvorderingsbepalingen

Zoals hiervoor al toegelicht, wordt de betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding niet alleen gespreid in de tijd, maar wordt de helft ervan ook uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar.

De variabele vergoeding, inclusief het uitgestelde gedeelte ervan, wordt maar verworven wanneer dat met de financiële toestand van de instelling in haar geheel te verenigen is en door de prestaties van KBC Groep en de prestaties van het DC gerechtvaardigd wordt.

In de volgende omstandigheden kan er worden ingegrepen op de betaling van de uitgestelde maar nog niet verworven bedragen (malus):

  • Er is een bewijs van wangedrag of grove fout van de medewerker (bijvoorbeeld schending van de gedragscode en andere interne regels, in het bijzonder met betrekking tot risico's).
  • In geval van een daling met ten minste 50% van ofwel het nettoresultaat exclusief de nietrecurrente winst ofwel de (onderliggende) winst aangepast voor risico van de KBC-groep en/ of de onderliggende KBC-entiteit in het jaar voorafgaand aan het jaar van verwerving ten opzichte van het jaar van toekenning, zal een malus worden toegepast op de uitgestelde maar nog niet verworven bedragen die betrekking hebben op het jaar van toekenning, tenzij het Vergoedingscomité van de KBC-groep een gemotiveerd advies geeft aan de Raad waarin het voorstelt geen malus toe te passen om welbepaalde redenen. Het Vergoedingscomité van de KBC-groep zal ook een advies geven over de malusgraad (het toe te passen percentage). De eindbeslissing ligt bij de Raad.
  • In het geval dat het nettoresultaat exclusief de niet-recurrente winst of de voor risico aangepaste winst van de KBC-groep in het jaar voorafgaand aan het jaar van verwerving negatief is, zullen alle uitgestelde maar nog niet verworven bedragen die normaal gezien verworven zouden zijn in het jaar volgend op het jaar met het negatieve resultaat, niet verworven en dus verloren zijn.

De Raad neemt daarover een beslissing op advies van het Vergoedingscomité.

In de volgende omstandigheden wordt de al verworven variabele vergoeding uitzonderlijk teruggevorderd (claw back):

  • bewijs van fraude,
  • (gebruik van) misleidende informatie.

Vergoedingen op individuele basis die aan de niet-uitvoerende bestuurders van KBC Groep NV werden toegekend

Overeenkomstig het geldende remuneratiesysteem ontvingen de niet-uitvoerende bestuurders een vaste vergoeding en presentiegeld in verhouding tot het aantal door hen bijgewoonde vergaderingen van de Raad van KBC Groep NV en, in voorkomend geval, van andere vennootschappen van de KBC-groep in België of in het buitenland. Zoals hierboven al vermeld, ontving de voorzitter van de Raad alleen een bijzondere vaste vergoeding en de voorzitter van het ARCC een bijkomende vaste vergoeding. Ook de ondervoorzitter van de Raad ontving een bijkomende vaste vergoeding.

Vergoeding per individuele bestuurder
(op geconsolideerde basis, in euro)
Vergoeding
(m.b.t. boekjaar 2013)
Vergoeding ARCC
(m.b.t. boekjaar 2013)
Presentiegeld
(m.b.t. boekjaar 2013)
Thomas Leysen 500 000 0 0
Alain Bostoen 40 000 0 60 000
Jozef Cornu 20 000 0 60 000
Marc De Ceuster 20 000 35 000 55 000
Tom Dechaene 20 000 30 000 60 000
Franky Depickere 65 000 135 000 61 250
Luc Discry 40 000 0 60 000
Frank Donck 50 929 30 000 50 000
Júlia Király 5 000 5 000 5 000
Lode Morlion 40 000 0 60 000
Vladimira Papirnik 20 000 35 000 60 000
Theodoros Roussis 40 000 0 35 000
Alain Tytgadt 40 000 0 55 000
Ghislaine Van Kerckhove 40 000 0 60 000
Piet Vanthemsche 40 000 0 50 000
Philippe Vlerick 70 000 0 60 000
Marc Wittemans 40 000 35 000 60 000

Informatie over het bedrag van de vergoeding die leden van het DC van KBC Groep NV die ook lid zijn van de Raad in die hoedanigheid zouden hebben ontvangen

Er werd noch een vaste vergoeding noch presentiegeld uitgekeerd aan de leden van het DC die als gedelegeerd bestuurder lid zijn van de Raad.

Evaluatiecriteria gebaseerd op de prestaties van KBC Groep NV en/of van de betrokkene(n) bij de toekenning van variabele vergoedingen

De individuele variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald op basis van een evaluatie van de prestaties van het betrokken lid van het DC. Vanaf 2014 zal dat gebeuren op basis van vooraf afgesproken criteria. De prestatiegebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald op basis van een evaluatie van enkele vooraf afgesproken criteria die betrekking hebben op de geleverde prestaties zowel van het DC zelf als van het bedrijf. Het resultaat van die evaluaties is een percentage tussen 0% en 100% dat toegepast wordt op het maximale bedrag van de variabele vergoeding. Voor het jaar 2013 besliste de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, om aan de leden van het DC een prestatiegebonden variabele vergoeding toe te kennen van 83%.

Vergoeding van de voorzitter en de andere leden van het DC van KBC Groep NV

Het DC van KBC Groep NV is een collegiaal en solidair orgaan waarvan de voorzitter primus inter pares is en geen CEO in de zin van enige operationele en verantwoordelijke vertegenwoordiger van het bedrijf. Niettemin worden in de tabel, ter uitvoering van de vennootschapswetgeving en de Code, de vergoedingen van de voorzitter van het DC individueel weergegeven.

In de tabel worden bovendien de gezamenlijke vergoedingen vermeld die KBC Groep NV en zijn directe en indirecte dochtervennootschappen voor het boekjaar 2013 uitkeerden aan andere leden van het DC van KBC Groep NV. Sinds 1 januari 2013 bestaat het DC uit acht leden (inclusief de voorzitter). Die samenstelling is in de loop van 2013 niet veranderd.

Voorzitter:
Johan Thijs1
Andere leden van het
DC (samen)2
Vergoeding van het DC van KBC Groep NV (uitbetaald bedrag in euro) 2012 2013 2012 2013
Statuut zelfstandige zelfstandige zelfstandigen zelfstandigen
Vaste basisvergoeding 700 693 879 005 3 122 156 4 403 393
Individuele variabele vergoeding voor het boekjaar 20133 0 0
Prestatiegebonden variabele vergoeding voor het boekjaar 20133 0 0
Resultaatsgebonden variabele vergoeding voor het boekjaar 2012 30 590 131 539
Prestatiegebonden variabele vergoeding voor het boekjaar 2012 42 229 180 683
Resultaatsgebonden variabele vergoeding voor voorgaande boekjaren4 18 603 28 800 107 484 118 258
Prestatiegebonden variabele vergoeding voor voorgaande boekjaren4 5 600 19 676 31 467 82 286
Totaal 797 715 927 481 3 573 329 4 603 937
Pensioen5
Aanvullend pensioenplan type vaste prestaties (service cost) 100 404 94 106 695 068 651 468
Aanvullend pensioenplan met vaste bijdragen (aan het pensioenfonds overgemaakte
toelage)
15 295 25 373 45 885 98 935
Andere voordelen6 16 160 16 218 262 439 201 955

1 In 2012 was Johan Thijs vier maanden lid en acht maanden voorzitter van het DC.

2 In 2012 telde het DC zes leden, in 2013 telde het zeven leden, telkens buiten de voorzitter.

3 Zie de bemerking onder Toekenning hierna:

4 Aangezien er voor 2011 geen enkele variabele vergoeding werd toegekend, gaat het hier om een uitgesteld gedeelte van de variabele vergoeding voor de jaren 2010 en 2012. Het gaat telkens om 16,66% van het cashgedeelte van de totale vergoeding.

5 Het pensioenstelsel van de leden van het DC (behalve Pavel Kavánek) bestaat uit twee delen: een klein gedeelte in de vorm van het type vaste bijdragen en het belangrijkste gedeelte in de vorm van het type vaste prestaties. Het vastebijdragenplan is van toepassing op alle leden van het DC vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de betrokkene gedurende drie jaar deel uitmaakt van het DC. Dat plan wordt door KBC gefinancierd d.m.v. een jaarlijkse toelage (aan het pensioenfonds van KBC) waarvan de omvang uitgedrukt wordt als een percentage van de geconsolideerde nettowinst van KBC Groep. Dat percentage is afhankelijk van de ontwikkeling van de winst per aandeel. Het vasteprestatiesplan is van toepassing voor elk lid van het DC vanaf het ogenblik van opname in het DC. Een volledig aanvullend rustpensioen wordt verworven na 25 jaar dienst in de KBC-groep, waarvan minstens zes jaar als lid van het DC. Elk aanvullend pensioen (tenzij het werd opgebouwd met persoonlijke bijdragen) dat in welke hoedanigheid ook (zelfstandige of werknemer) elders in de groep werd verworven, wordt bij de berekening van dat rustpensioen in rekening gebracht. Cumuleren is dus niet mogelijk. Pavel Kavánek is in Tsjechië aangesloten bij een vastebijdragenplan.

6 Elk lid van het DC ontvangt een maandelijkse representatievergoeding van 400 euro. Aangezien het hier om een forfaitaire terugbetaling van kosten gaat, werd dat bedrag niet in de tabel opgenomen. Elk lid van het DC heeft ook een bedrijfswagen. Op het privégebruik werden de leden van het DC belast op basis van een forfait van 7 500 km per jaar. Voordelen die de leden van het DC verder nog genieten, zijn een hospitalisatie-, een bijstands- en een ongevallenverzekering. De twee leden van het DC met een buitenlandse nationaliteit die geëxpatrieerd zijn, genieten bovendien huisvesting en een ziektekostenverzekering.

Toekenning: Het ontwerp van de nieuwe bankenwet bevat enkele specifieke bepalingen voor instellingen die 'uitzonderlijke overheidssteun' genieten. Met het oog daarop besliste de Raad van Bestuur om de over 2013 aan de leden van het DC toegekende variabele vergoeding niet uit te betalen, zolang KBC beantwoordt aan de omschrijving van een instelling met uitzonderlijke overheidssteun, zoals die in het ontwerp van de nieuwe bankenwet is opgenomen.

Betaalde langetermijncashbonus

In het financiële statuut van de leden van het DC is in geen langetermijncashbonus voorzien.

Aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen van KBC Groep NV te verwerven, toegekend in de loop van het boekjaar, op individuele basis

Zoals hierboven beschreven, wordt de helft van de totale jaarlijkse variabele vergoeding uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van een jaar. De hierboven vermelde beslissing van de Raad om aan de leden van het DC over 2013 vooralsnog geen variabele vergoeding uit te betalen, wordt ook onverkort toegepast op de uitbetaling in de vorm van phantom stocks.

Andere aandelen, aandelenopties of rechten om aandelen te verwerven, werden niet toegekend.

Aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen van KBC Groep NV te verwerven, uitgeoefend of vervallen in de loop van het boekjaar, op individuele basis

De phantom stocks die in 2011 voor het boekjaar 2010 werden toegekend, werden in april 2013 omgezet in cash tegen een koers van 28,24 euro. De volgende bedragen werden uitbetaald (in euro):

Johan Thijs 24 286
Danny De Raymaeker 32 052
Luc Popelier 24 286
John Hollows 24 286
Marko Voljcˇ 16 125

Bepalingen over vertrekvergoedingen voor uitvoerende bestuurders en leden van het DC van KBC Groep NV op individuele basis

Als gevolg van de door de federale en de Vlaamse overheid bedongen voorwaarden naar aanleiding van de kernkapitaaltransacties in 2008 en 2009 werd de vertrekvergoeding (betaalbaar bij vertrek op initiatief van het bedrijf) voor uitvoerende bestuurders en leden van het DC vanaf eind oktober 2008 beperkt tot 12 maanden vaste vergoeding.

Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen

Hierna geven we in toepassing van bepalingen in het Wetboek van Vennootschappen en de Belgische Code een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC (Deel 1 in het algemeen, Deel 2 toegespitst op het financiële rapporteringsproces).

Deel 1: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC

1 Een duidelijke strategie, organisatiestructuur en bevoegdheidsverdeling vormen het kader voor een deugdelijke bedrijfsvoering

We bespreken de strategie en de organisatiestructuur van de KBC-groep in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur van dit jaarverslag.

KBC wil een efficiënte bank-verzekeraar en vermogensbeheerder zijn met een sterke affiniteit met zijn cliënten en ruime aandacht voor zijn medewerkers. KBC focust op particulieren, zelfstandigen, vrije beroepen, kleine en middelgrote ondernemingen en midcaps in geselecteerde Europese landen. De groep streeft daarbij door efficiëntie, cliëntgerichtheid, werknemerstevredenheid en gezond risicobeheer verantwoorde rendementsdoelstellingen na.

KBC probeert ook zich te identificeren met de verschillende gemeenschappen waarin het bedrijf werkzaam is door lokale bedrijfsmerken te hanteren, lokaal management in dienst te nemen en aan te sluiten bij het sociaal verantwoord ondernemen volgens de normen van de betreffende landen.

De beleidsstructuur binnen de KBC-groep is op een functioneel duale structuur naar Belgisch model geschoeid:

  • De Raad van Bestuur (Raad) tekent de strategie en het algemene beleid uit. Hij oefent alle verantwoordelijkheden en handelingen uit die hem krachtens het Wetboek van Vennootschappen zijn voorbehouden. De Raad beslist, op voorstel van het DC, over het niveau van te nemen risico's (risk appetite).
  • Het Directiecomité (DC) is belast met het operationele bestuur van de vennootschap binnen de door de Raad goedgekeurde algemene strategie en het algemene beleid. Om zijn specifieke verantwoordelijkheden inzake financieel beleid en risicobeheer waar te nemen, heeft het DC in zijn midden een chief financial officer (CFO) en een chief risk officer (CRO) aangesteld.

Het Charter van KBC beschrijft voor beide beleidsorganen hun onderlinge bevoegdheden, hun samenstelling en werking, en de kwalificatievereisten van hun leden. Concrete informatie over samenstelling en werking is opgenomen in andere delen van deze Verklaring.

2 Bedrijfscultuur en integriteitsbeleid

KBC oefent zijn activiteiten uit met respect voor de geldende wetten en reglementen en past die zowel naar de letter als naar de geest toe. KBC houdt daarbij ook rekening met het evoluerende normbesef van de maatschappij en wil met zijn activiteiten bijdragen tot de economische, sociale en ecologische vooruitgang van zijn werkgebieden. KBC schenkt prioritaire aandacht aan de behoeften en de belangen van zijn cliënten, aandeelhouders, personeel en maatschappelijke omgeving. In zijn relatie met hen legt KBC zichzelf regels op inzake billijkheid en redelijkheid, openheid en transparantie, discretie en zorg voor privacy.

Die principes zijn onder andere vervat in het integriteitsbeleid en in specifieke codes, onderrichtingen en gedragslijnen. De belangrijkste richtlijnen en beleidsnota's in verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen vindt u op www.kbc.com, onder Duurzaam ondernemen.

Het Integriteitsbeleid van KBC richt zich in de eerste plaats op volgende domeinen, waarvoor naargelang het geval specifieke groepswijde complianceregels zijn uitgevaardigd:

  • bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme en het naleven van embargo's;
  • fiscaal preventiebeleid waaronder de bijzondere mechanismen van belastingontduiking;
  • bescherming van de belegger inclusief voorkoming van belangenconflicten (MiFID);
  • gedragsregels voor beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
  • marktmisbruik, waaronder misbruik van voorkennis;
  • bescherming van het privéleven, vertrouwelijkheid van informatie en professionele discretieplicht;
  • bescherming van kredietnemers in consumentenkredieten en hypotheekleningen;
  • naleving van de antidiscriminatiewet;
  • regels betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.

Het Integriteitsbeleid heeft ook specifieke en uitgebreide aandacht voor deontologie en fraudebestrijding:

  • De deontologie van de medewerker zit verweven in de gedragslijn en diverse andere beleidslijnen die in dit onderdeel worden aangegeven.
  • Verschillende diensten, zoals Compliance, Inspectie, Interne Audit en ook de business zijn actief bezig met de preventie en het opsporen van fraude. Voor externe productgerelateerde fraude ligt het hoofdaccent bij de business. Voor fraude en deontologische inbreuken door personeelsleden voeren onafhankelijke diensten die los van de business staan controles en onderzoeken uit. Voor complexe fraudedossiers en/of zaken met een invloed op groepsniveau voert en/of coördineert Compliance Groep het onderzoek, in haar hoedanigheid van groepscompetentiecentrum voor fraude.
  • Het Beleid voor de bescherming van klokkenluiders in de KBC-groep biedt bescherming aan de medewerkers die te goeder trouw tekenen van fraude en ernstige wanpraktijken signaleren.
  • Het Anticorruptiebeleid bevestigt de houding van KBC in de strijd tegen en de voorkoming van corruptie bij de uitoefening van zijn werkzaamheden en bevat een omschrijving van de daartoe genomen en te nemen maatregelen. Een onderdeel daarvan is het beleid inzake geschenken, giften en sponsoring: KBC wil zowel zijn medewerkers als zijn tegenpartijen beschermen door criteria op te stellen voor transparant en redelijk gedrag.

De KBC-Gedragslijn is een algemeen document gebaseerd op de waarden van de groep dat aan alle medewerkers een gedrag voorschrijft dat daarmee in overeenstemming is. Het vormt de basis voor de ontwikkeling van gespecialiseerde gedragslijnen voor specifieke doelgroepen en beleidslijnen op groepsniveau.

Het document KBC-Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen beschrijft de visie van KBC inzake Corporate Social Responsibility en is beschikbaar op www.kbc.com.

3 Het drielijnsverdedigingsmodel wapent KBC tegen risico's die het behalen van de doelstellingen in het gedrang kunnen brengen

Om zijn strategische opdracht te ondersteunen en zich te wapenen tegen de risico's die het realiseren van die opdracht kunnen verhinderen, heeft het DC, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van de Raad, een gelaagd intern controlesysteem geïmplementeerd. Dat systeem is algemeen bekend als het drielijnsverdedigingsmodel (Three Lines of Defense-model).

3.1 De business draagt de verantwoordelijkheid voor de beheersing van zijn risico's

De business moet – in eerste lijn – zelf de risico's van zijn activiteitsdomein kennen en zorgen voor aangepaste en effectieve controles. Het gaat daarbij om alle risicotypes, inclusief fraude en de naleving van de reglementaire of wettelijke voorschriften. De business kan daarbij een beroep doen op eigen ondersteunende diensten. Voorbeelden van die ondersteunende diensten zijn Inspectie, Personeel en Boekhouding. Naast die eerstelijnsexpertise kan de business ook een beroep doen op de adviesverlening van de onafhankelijke tweedelijnsfuncties.

3.2 De risicofunctie, Compliance, en voor bepaalde zaken, Boekhouding, Juridische en Fiscale Zaken en Informatierisicobeveiliging vormen als onafhankelijke controlefuncties de tweede verdedigingslijn

Onafhankelijk van business en conform specifieke regelgeving en geavanceerde industriestandaarden hebben de tweedelijnscontrolefuncties als doel een groepswijd kader uit te tekenen voor alle relevante risicotypes. De functies ondersteunen elk voor hun werkdomein de implementatie van dat raamwerk en zien toe op het gebruik ervan. Naast die ondersteunende en toezichtfunctie hebben de tweedelijnsfuncties ook een adviserende functie als ze assistentie verlenen aan het businessmanagement bij het gebruik van waarde-, risico- en kapitaalbeheerinstrumenten en -technieken. Meer informatie over waarde- en risicobeheer vindt u in het betreffende hoofdstuk van dit jaarverslag.

De compliancefunctie is een onafhankelijke functie binnen de KBC-groep, wat wordt gevrijwaard door het aangepaste statuut van die functie (zoals opgenomen in het Compliance Charter), de plaats in het organogram (hiërarchisch onder de CRO met een functionele rapporteringslijn naar de voorzitter van het DC) en de rapporteringslijnen (rapportering aan het ARCC als hoogste orgaan en in bepaalde gevallen zelfs de Raad). Haar hoofddoel is te voorkomen dat KBC een compliancerisico loopt of schade lijdt, van welke aard ook, als gevolg van het niet-naleven van de toepasselijke wetten, regelgeving of interne regels die tot het toepassingsgebied van de compliancefunctie behoren of binnen de domeinen vallen die het Directiecomité haar heeft toegewezen. Daarom besteedt de compliancefunctie bijzondere aandacht aan de naleving van het Integriteitsbeleid.

3.3 Interne Audit ondersteunt, als onafhankelijke derdelijnscontrole, het DC en het ARCC bij de bewaking van de effectiviteit en efficiëntie van het interne controle- en risicobeheersysteem Interne Audit gaat na of de risico's in de KBC-groep op een adequate manier worden beheerst, en waar mogelijk worden beperkt of geëlimineerd. Zij ziet er ook op toe dat de bedrijfsprocessen en de samenwerking tussen de verschillende geledingen van de instelling op een efficiënte en doelmatige manier verlopen, en dat de continuïteit van de activiteiten verzekerd is. Het werkgebied van Interne Audit bestrijkt alle wettelijke entiteiten, activiteiten en divisies binnen de KBCgroep, inclusief de verschillende controlefuncties.

Verantwoordelijkheden, kenmerken, organisatiestructuur en rapporteringslijnen, toepassingsgebied, auditmethodologie, samenwerking tussen interne auditafdelingen van de KBC-groep en uitbesteding van interne auditactiviteiten worden beschreven en toegelicht in het Auditcharter van KBC Groep NV. Dat charter beantwoordt aan de bepalingen van de Circulaire D1 97/4 (banken) en PPB-2006-8-CPA (verzekeringen) van de CBFA (de huidige FSMA).

Conform internationale professionele auditstandaarden licht een externe derde partij de auditfunctie op regelmatige tijdstippen door. Dat gebeurde voor het laatst in 2009. De resultaten van die oefening werden aan het DC en het ARCC gerapporteerd in het kader van hun toezicht op en evaluatie van Interne Audit.

4 Het KBC-Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC) speelt een centrale rol in de monitoring van het interne controle- en risicobeheersysteem

Het DC beoordeelt jaarlijks de aangepastheid van het interne controle- en risicobeheersysteem en rapporteert daarover aan het ARCC.

Het ARCC houdt namens de Raad toezicht op de integriteit en doeltreffendheid van de interne controlemaatregelen en van het risicobeheer zoals dat onder de verantwoordelijkheid van het DC is opgezet, met specifieke aandacht voor een correcte financiële verslaggeving. Het comité bekijkt ook of de door de vennootschap opgezette procedures aan de wet en andere reglementeringen voldoen.

De rol, samenstelling, werking en kwalificatie van zijn leden zijn vastgelegd in het ARCC-charter waarvan de Raad op 23 september 2010 de recentste versie goedkeurde. In andere paragrafen vindt u bijkomende informatie over het ARCC.

Deel 2: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen in verband met het proces van financiële verslaggeving

Het is van cruciaal belang dat de financiële verslaggeving tijdig, accuraat en inzichtelijk is, zowel voor interne als externe stakeholders. Daarom moet het onderliggende proces voldoende robuust zijn.

De periodieke rapportering op vennootschappelijk niveau resulteert uit een gedocumenteerd boekhoudkundig proces. Er is een handleiding beschikbaar voor de boekhoudprocedures en het financiële verslaggevingsproces. De periodieke financiële staten worden rechtstreeks aangemaakt vanuit het grootboek. De boekhoudkundige rekeningen worden aangesloten met de achterliggende inventarissen. Het resultaat van die controles kan worden aangetoond.

De periodieke financiële staten worden opgesteld conform de lokale waarderingsregels. De periodieke rapportering over het eigen vermogen wordt opgesteld conform het Besluit van de Nationale Bank van België (NBB) van 15 november 2011.

De belangrijkste verbonden ondernemingen beschikken over een aangepaste boekhoudkundige en administratieve organisatie en hebben procedures voor financiële interne controles. Een beschrijvend document over het consolidatieproces is beschikbaar. Het consolidatiesysteem en het consolidatieproces zijn al geruime tijd operationeel en bevatten talrijke consistentiecontroles.

De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld conform de IFRS-waarderingsregels, die van toepassing zijn voor alle in de consolidatie opgenomen vennootschappen. De verantwoordelijke financiële directies (CFO's) van de dochterondernemingen certifiëren de juistheid en de volledigheid van de gerapporteerde financiële cijfers, conform de groepswaarderingsregels. Het fiatteringscomité (approval commission), dat wordt voorgezeten door de algemeen directeur van Finance Groep, controleert de naleving van de IFRS-waarderingsregels.

Conform de Wet van 22 maart 1993 (bankwet) heeft het DC van KBC Groep NV een evaluatie gemaakt van het interne controlesysteem met betrekking tot het financiële verslaggevingsproces en daarover een verslag opgesteld.

De groepswijde uitrol van procedures voor versnelde afsluiting (Fast Close), de opvolging van verrichtingen tussen groepsmaatschappijen (Intercompanies) en de permanente follow-up van een aantal risico-, prestatie- en kwaliteitsindicatoren (Key Risk Indicators / Key Performance Indicators) dragen continu bij tot de verhoging van de kwaliteit van het boekhoudkundige proces en het financiële verslaggevingsproces.

Het bestaan (sinds 2006) en de opvolging van de groepswijde standaarden inzake boekhoudkundige controles (Group Key Control Accounting and External Financial Reporting) is de sterke pijler van de interne controle van het boekhoudkundige proces. De Group Key Control Accounting and External Financial Reporting zijn regels om de voornaamste risico's van het boekhoudkundige proces te beheersen en hebben betrekking tot het opzetten en onderhouden van de architectuur van het boekhoudkundige proces: het opstellen en onderhouden van waarderingsregels en boekhoudschema's, het naleven van regels inzake autorisatie en functiescheiding bij de boekhoudkundige registratie van verrichtingen en het opzetten van een gepast eerstelijns- en tweedelijnsrekeningbeheer.

Het Reporting Framework (2011) en het Challenger Framework (2012) definiëren een degelijk beheer en beschrijven duidelijk de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren binnen het financiële verslaggevingsproces. Het doel is de rapporteringsrisico's drastisch te verminderen door de inputdata te challengen en de analyse, en dus het inzicht in de gerapporteerde cijfers, te verbeteren.

Jaarlijks (sinds 2012) moeten de juridische entiteiten, ter voorbereiding van de Internal Control Statement aan de toezichthouders, zelf beoordelen of ze voldoen aan de Group Key Control Accounting and External Financial Reporting. Het resultaat van die zelfbeoordeling wordt geregistreerd in de Group Risk assessment tool van de risicofunctie. Het omvat ook het opsommen van alle verantwoordelijkheden (Entity Accountability Excel) voor accounting en voor externe financiële rapportering samen met de onderliggende Departemental Reference Documents (RACI's) die onderbouwd aantonen hoe de verantwoordelijkheden worden opgenomen.

Daarmee bevestigen de CFO's formeel en onderbouwd dat binnen hun entiteit alle gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het end-to-endproces van de externe financiële verslaggeving adequaat worden genomen. De waarheidsgetrouwheid van die bevestiging kan te allen tijde worden geverifieerd door alle betrokken interne en externe stakeholders.

Interne Audit van KBC Groep NV auditeert end-to-end het boekhoudkundige proces en het externe financiële verslaggevingsproces, zowel statutair als geconsolideerd.

Voor het toezicht dat het ARCC uitoefent, verwijzen we naar de tweede paragraaf onder punt 4 van Deel 1.

Afwijkingen van de Code

De Verklaring inzake deugdelijk bestuur in het jaarverslag moet eveneens een opsomming en uitleg geven van de bepalingen van de Code waarvan wordt afgeweken (comply or explainprincipe). Hierna volgt dat overzicht:

Bepaling 2.1. van de Belgische Code stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit. Zie verder in de paragraaf over Genderdiversiteit.

Bepaling 5.2./1 van Bijlage C bij de Code schrijft voor dat de Raad een Auditcomité opricht dat uitsluitend bestaat uit niet-uitvoerende bestuurders. Bepaling 5.2./4 van dezelfde Bijlage C stelt dat op zijn minst een meerderheid van de leden van dat comité onafhankelijk is. Bepaling 5.3./1 van Bijlage D bij de Code schrijft voor dat de Raad een Benoemingscomité opricht dat bestaat uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders.

Op 31 december 2013 was het ARCC samengesteld uit zeven niet-uitvoerende bestuurders van wie twee onafhankelijke, twee die door de Vlaamse overheid werden aangewezen en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders maakten dus niet de meerderheid uit in het Auditcomité. Het Benoemingscomité was op dezelfde datum samengesteld uit acht bestuurders: de voorzitter van de Raad, twee onafhankelijke bestuurders (een onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV en een onafhankelijk bestuurder van KBC Verzekeringen NV), een bestuurder aangewezen door de Vlaamse overheid, een uitvoerend bestuurder en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders vormden in dat comité dus niet de meerderheid.

De bestuurders die door de overheid werden aangewezen, zorgen mee voor een onafhankelijke kijk op de activiteiten van KBC.

Zowel bij de samenstelling van het ARCC als bij die van het Benoemingscomité houdt de groep rekening – zoals voor de Raad – met de specificiteit van de aandeelhoudersstructuur en in het bijzonder met de aanwezigheid van de kernaandeelhouders Cera, KBC Ancora, MRBB en de andere vaste aandeelhouders. Op die manier wordt een evenwicht in stand gehouden dat heilzaam is voor de stabiliteit en de continuïteit van de groep. Bovendien kunnen de kernaandeelhouders door de aanwezigheid van hun vertegenwoordigers in de comités van de Raad de operationele verslaggeving (ARCC) en de rekruterings- en benoemingsdossiers (Benoemingscomité) met kennis van zaken volgen. Dat komt evenwicht, kwaliteit en efficiëntie van het beslissingsproces binnen de Raad ten goede.

Genderdiversiteit

Sinds 2011 is in de vennootschapswetgeving een bepaling opgenomen waardoor de Raad op termijn ten minste een derde leden moet bevatten van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Bepaling 2.1 van de Code stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit.

De Raad telde op 31 december 2013 drie vrouwen en zeventien mannen. De Raad streeft een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in zijn midden na. Er worden voorbereidingen getroffen om in de komende jaren stelselmatig het aantal vrouwelijke bestuurders te verhogen en ten laatste in 2017 het vereiste quotum te behalen. Met ingang van de Algemene Vergadering van 30 april 2014 zal de Raad vier vrouwen en vijftien mannen tellen.

Belangenconflicten die onder artikel 523, 524 of 524ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vallen

In de loop van het boekjaar 2013 kwamen geen belangenconflicten voor die een toepassing van artikel 523, 524 of 524ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vereisten.

Commissaris

De Algemene Vergadering van KBC Groep NV van 2 mei 2013 hernieuwde het mandaat van de commissaris Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA voor een periode van drie jaar, met als vertegenwoordigers Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders.

De bezoldiging van de commissaris vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichting 43 (volledige groep – geconsolideerde cijfers) en in het deel Vennootschappelijke jaarrekening, in Toelichting 6 (KBC Groep NV).

Bekendmaking ter uitvoering van artikel 34 van het Belgische KB van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

1 Kapitaalstructuur op 31 december 2013

Het maatschappelijk kapitaal is volgestort en wordt vertegenwoordigd door 417 364 358 maatschappelijke aandelen zonder nominale waarde. Meer informatie over het kapitaal van de groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

2 Wettelijke of statutaire beperking van overdracht van effecten

Jaarlijks voert KBC Groep NV een kapitaalverhoging door waarbij de inschrijving is gereserveerd voor het personeel van KBC Groep NV en bepaalde van zijn Belgische dochtervennootschappen. Als de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen een korting vertoont ten opzichte van de in de uitgiftevoorwaarden bepaalde referentiekoers, kunnen die nieuwe aandelen door het personeelslid niet worden overgedragen gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de betaaldatum, tenzij in geval van overlijden van het personeelslid. De aandelen waarop werd ingetekend door het personeel in het kader van de kapitaalverhoging waartoe de Raad van Bestuur op 13 november 2013 heeft beslist, zijn geblokkeerd tot en met 15 december 2015.

De opties op aandelen KBC Groep NV die in handen zijn van medewerkers van diverse vennootschappen van de KBC-groep en die in het kader van op verschillende tijdstippen opgezette aandelenoptieplannen aan die medewerkers werden toegekend, zijn niet overdraagbaar onder levenden. Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel vindt u in Toelichting 12 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden

Nihil.

4 Mechanisme voor de controle van aandelenplannen voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend

Nihil.

5 Wettelijke of statutaire beperking van de uitoefening van het stemrecht

De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen zijn geschorst. Op 31 december 2013 betrof het 802 aandelen (0,00% van het aantal aandelen die op dat ogenblik in omloop waren).

6 Aan KBC Groep NV bekende aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht

Een groep rechtspersonen en natuurlijke personen treden in onderling overleg op en vormen de vaste aandeelhouderskern van KBC Groep NV. Volgens de door hen ingestuurde kennisgevingen beschikken zij over de volgende aantallen stemrechten in onderling overleg:

  • KBC Ancora Comm.VA: 51 625 808
  • Cera CVBA: 10 080 938
  • MRBB CVBA: 26 436 213
  • Andere Vaste Aandeelhouders: 40 371 943.

In totaal zijn dat 128 514 902 stemrechten of 30,79% van het totale aantal stemrechten op 31 december 2013.

Tussen die partijen werd een aandeelhoudersovereenkomst gesloten om het algemene beleid van KBC Groep NV te ondersteunen en te coördineren, en op de toepassing van dat beleid toe te zien. De overeenkomst voorziet in een contractueel aandeelhouderssyndicaat. In de aandeelhoudersovereenkomst zijn bepalingen over de overdracht van effecten en de uitoefening van het stemrecht binnen het kader van het syndicaat opgenomen.

In het kader van de kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro door KBC Groep NV waarop midden juli 2009 door het Vlaams Gewest werd ingeschreven (en waarvan in 2013 1,17 miljard euro werd terugbetaald), zijn de kernaandeelhouders van KBC Groep NV onder meer de volgende formele verbintenis aangegaan. Zij zullen hun aandelen niet aanbieden in geval van een vrijwillig of verplicht openbaar overnamebod op alle KBC-aandelen of, naargelang het geval, geen KBC-aandelen in die mate verkopen dat daardoor een verplicht bod zou ontstaan of, naargelang het geval, hun aandelen vóór de aanvang, gedurende of na afloop van een openbaar overnamebod niet overdragen aan (een) (aanstaande) bieder(s) of verwante partij noch enig recht daartoe verlenen, zonder de formele verbintenis van de (aanstaande) bieder(s) dat die na afloop van het bod KBC zal (zullen) verplichten alle uitstaande kernkapitaaleffecten terug te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de NBB) of zelf alle uitstaande kernkapitaaleffecten zal (zullen) inkopen, in beide gevallen tegen een prijs gelijk aan 44,25 euro per effect.

7 De regels voor de benoeming en vervanging van leden van het bestuursorgaan en voor de wijziging van de statuten van KBC Groep NV

Benoeming en vervanging van leden van de Raad:

De benoeming van kandidaat-bestuurders en de herbenoeming van bestuurders worden door de Raad na advies van de NBB ter goedkeuring voorgesteld aan de Algemene Vergadering. Elk voorstel wordt vergezeld van een gedocumenteerde aanbeveling door de Raad, gebaseerd op het advies van het Benoemingscomité.

Onverminderd de toepasselijke wettelijke voorschriften worden de voorstellen tot benoeming ten minste dertig dagen vóór de Algemene Vergadering meegedeeld als een afzonderlijk punt in de agenda van de Algemene Vergadering.

In geval van benoeming van een onafhankelijk bestuurder geeft de Raad aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het Wetboek van Vennootschappen.

De Algemene Vergadering benoemt de bestuurders bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

De Raad kiest onder zijn niet-uitvoerende leden een voorzitter en eventueel een of meer ondervoorzitters.

Aftredende bestuurders zijn altijd herbenoembaar.

Als in de loop van een boekjaar een plaats van bestuurder openvalt wegens overlijden, ontslag of door een andere oorzaak, kunnen de overige bestuurders voorlopig in de vacature voorzien en een nieuwe bestuurder benoemen. In dat geval zal de Algemene Vergadering tijdens haar eerstvolgende bijeenkomst tot een definitieve benoeming overgaan. Een bestuurder die wordt benoemd ter vervanging van een bestuurder wiens mandaat niet was voltooid, beëindigt dat mandaat, tenzij de Algemene Vergadering bij de definitieve benoeming een andere duur voor het mandaat bepaalt.

Wijziging van de statuten:

Tenzij anders is bepaald, heeft de Algemene Vergadering het recht om wijzigingen aan te brengen in de statuten. De Algemene Vergadering kan over wijzigingen in de statuten alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten, als de voorgestelde wijzigingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping en als de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. Is de laatste voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig, en de nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van het kapitaal. Een wijziging is alleen dan aangenomen, als zij drie vierden van de stemmen heeft verkregen (art. 558 van het Wetboek van Vennootschappen).

Als de statutenwijziging betrekking heeft op het doel van de vennootschap, moet de Raad de voorgestelde wijziging omstandig verantwoorden in een verslag dat in de agenda wordt vermeld. Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd die niet méér dan drie maanden voordien is vastgesteld. De commissarissen brengen afzonderlijk verslag uit over die staat. Een exemplaar van die verslagen kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535 van het Wetboek van Vennootschappen. Het ontbreken van die verslagen heeft de nietigheid van de beslissing van de Algemene Vergadering tot gevolg. De Algemene Vergadering kan alleen dan op geldige wijze over een wijziging van het doel van de vennootschap beraadslagen en besluiten, als de aanwezigen niet alleen de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen (…). Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een tweede bijeenroeping nodig. Opdat de tweede vergadering op geldige wijze kan beraadslagen en besluiten, is het voldoende dat enig deel van het kapitaal er vertegenwoordigd is. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij ten minste vier vijfden van de stemmen heeft verkregen (…) (uittreksel uit art. 559 van het Wetboek van Vennootschappen).

8 Bevoegdheden van de Raad met betrekking tot uitgifte of inkoop van eigen aandelen

De Algemene Vergadering heeft de Raad tot en met 21 mei 2018 gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in een of meer keren te verhogen met in totaal 700 miljoen euro, in geld of in natura, door uitgifte zowel van aandelen als van al dan niet achtergestelde, converteerbare obligaties of van warrants die al dan niet verbonden zijn aan al dan niet achtergestelde obligaties. In dat kader kan de Raad het voorkeurrecht opheffen of beperken binnen de wettelijke en statutaire grenzen.

De Algemene Vergadering heeft de Raad tot 27 april 2014 gemachtigd om, onder de voorwaarden en binnen de grenzen van het Wetboek van Vennootschappen, ook na de datum van ontvangst van de mededeling van de FSMA dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap, gebruik te maken van deze machtiging.

Op 31 december 2013 bedroeg het toegestane kapitaal 698 618 429,56 euro. Daarmee kunnen – rekening houdend met het boekhoudkundige pari van het aandeel op 31 december 2013 – nog maximaal 200 752 422 nieuwe aandelen worden uitgegeven, dat is 48,12% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.

Op 13 november 2013 besliste de Raad gebruik te maken van het toegestane kapitaal om een kapitaalverhoging met uitsluiting van het voorkeurrecht door te voeren ten gunste van het personeel. Tegen een intekenprijs per aandeel van 33,49 euro en een maximum van 104 aandelen per personeelslid werd het geplaatste maatschappelijk kapitaal op 19 december 2013 verhoogd met 1 381 570,44 euro, vertegenwoordigd door 397 003 nieuwe aandelen.

De Algemene Vergadering van 2 mei 2013 heeft aan de Raad, met mogelijkheid tot subdelegatie, de bevoegdheid verleend om gedurende een termijn van 5 jaar maximaal 250 000 aandelen te verwerven. De verwerving kan gebeuren tegen een vergoeding per aandeel die niet hoger mag zijn dan de laatste slotkoers op Euronext Brussels voorafgaand aan de datum van verwerving vermeerderd met 10%, en niet lager dan 1 euro. Binnen de wettelijke voorwaarden geldt deze machtiging voor alle verwervingen onder bezwarende titel in de meest ruime betekenis, op of buiten de beurs.

De Raden van KBC Groep NV en de rechtstreekse dochtervennootschappen zijn tot 29 mei 2015 gemachtigd om eigen aandelen KBC Groep NV te verkrijgen of te vervreemden als de verkrijging of de vervreemding ervan noodzakelijk is om te voorkomen dat KBC Groep NV een dreigend, ernstig nadeel zou lijden.

Deze Raden zijn gemachtigd om de aandelen KBC Groep NV in hun bezit te vervreemden op de beurs of buiten de beurs, in het laatste geval tegen een vergoeding die niet lager mag zijn dan de op het ogenblik van de vervreemding geldende beurskoers verminderd met 10%. Op 31 december 2013 hadden KBC Groep NV en zijn rechtstreekse dochtervennootschappen 802 aandelen KBC Groep NV in bezit (inclusief twee aandelen met tradingdoeleinden).

9 Belangrijke overeenkomsten waarbij KBC Groep NV partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over KBC Groep NV na een openbaar overnamebod

Nihil.

10 Tussen KBC en zijn bestuurders of werknemers gesloten overeenkomsten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt Nihil.

158 Jaarverslag KBC 2013

Aandeelhoudersstructuur op 31 december 2013

Meldingen in verband met aandeelhouderschap gebeuren:

  • naar aanleiding van de wet van 2 mei 2007 (zie A hierna)
  • naar aanleiding van de wet op de openbare overnamebiedingen (zie B hierna)
  • op vrijwillige basis

In het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders vindt u een synthese met de meest recente meldingen.

We wijzen erop dat de hierna onder A) en B) vermelde gegevens kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

A) Aandeelhoudersstructuur zoals die blijkt uit ontvangen kennisgevingen in het kader van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert die ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com. In de tabel volgt een overzicht van het aandeelhouderschap van eind 2013, resulterend uit alle kennisgevingen ontvangen tot en met 31 december 2013. In het deel Vennootschappelijke jaarrekening vindt u eveneens een overzicht van de ontvangen kennisgevingen in 2012 en 2013.

Aandeelhouderschap op 31-12-2013, volgens de meest recente kennisgevingen overeenkomstig de Wet van 2 mei 2007
Adres Aantal KBC-aandelen (tegenover
het huidige aantal aandelen)
Kennisgeving betreft
situatie op
KBC Ancora Comm.VA Mgr. Ladeuzeplein 15, 3000 Leuven, België 77 516 380 (18,57%) 19 november 2013
Cera CVBA Mgr. Ladeuzeplein 15, 3000 Leuven, België 11 127 166 (2,67%) 19 november 2013
MRBB CVBA Diestsevest 40, 3000 Leuven, België 42 562 675 (10,20%) 1 september 2008
Andere vaste aandeelhouders P.a. Ph. Vlerick, Ronsevaalstraat 2,
8510 Bellegem, België
39 867 989 (9,55%) 1 september 2008
Vennootschappen behorend tot de
KBC-groep
Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 300 (0,00%) 16 oktober 2012
Blackrock Inc. Throgmorton Avenue 12, EC2N 2DL Londen,
Verenigd Koninkrijk
20 714 324 (4,97%) 9 december 2013

B) Mededelingen in het kader van artikel 74 van de Belgische Wet op openbare overnamebiedingen

In het kader van de vermelde wet ontving KBC Groep NV op 28 augustus 2013 een geactualiseerde mededeling. De vermelde personen treden op in onderling overleg.

A Mededelingen door
a rechtspersonen,
b natuurlijke personen die 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1
Aandeelhouder Participatie,
aantal
In procenten2 Aandeelhouder Participatie,
aantal
In procenten2
KBC Ancora Comm.VA 51 625 808 12,37% Konings Invest BM 305 816 0,07%
MRBB 26 436 213 6,33% Rodep Comm. VA 304 000 0,07%
Cera CVBA 16 115 972 3,86% SAK Berkenstede 268 970 0,06%
SAK AGEV 11 320 933 2,71% Robor NV 238 988 0,06%
Plastiche NV 3 855 915 0,92% Efiga Invest SPRL 233 806 0,06%
VIM CVBA 3 834 500 0,92% Ibervest 200 028 0,05%
3D NV 2 768 085 0,66% Promark International NV 189 008 0,05%
Setas SA 1 626 401 0,39% SAK Hermes controle en
beheersmaatschappij
148 527 0,04%
De Berk BVBA 1 138 208 0,27% Niramore International SA 135 700 0,03%
Cecan NV 1 031 002 0,25% SAK Iberanfra 120 107 0,03%
SAK PULA 1 016 450 0,24% Sinfonia Investments NV 115 839 0,03%
Rainyve SA 941 958 0,23% I.B.P. Ravaga Pensioenfonds 115 833 0,03%
Stichting Amici Almae Matris 912 731 0,22% Inkao-Invest BVBA 113 679 0,03%
Van Holsbeeck NV 910 322 0,22% Alia SA 83 702 0,02%
Creatio Invest NV 749 486 0,18% Edilu NV 64 800 0,02%
Regidor SA 620 000 0,15% Isarick NV 45 056 0,01%
Ceco c.v.a. 568 849 0,14% MTV NV 45 056 0,01%
Nascar Finance SA 560 000 0,13% Wilig NV 40 406 0,01%
Partapar SA 559 818 0,13% Filax Stichting 38 529 0,01%
Cordalia SA 425 250 0,10% Agrobos 37 016 0,01%
Mapicius SA 425 250 0,10% Lycol NV 31 939 0,01%
Algimo NV 414 022 0,10% Van Vuchelen en Co BVBA 27 785 0,01%
Cecan Invest NV 397 563 0,10% Asphalia NV 14 241 0,00%
Bareldam SA 384 544 0,09% Kristo Van Holsbeeck BVBA 7 700 0,00%
Sereno SA 333 408 0,08% Vobis Finance NV 685 0,00%
Colver NV 322 099 0,08%
B Mededelingen door natuurlijke personen die minder dan 3% van de effecten met stemrecht houden
(deze mededelingen hoeven geen melding te maken van de identiteit van de betrokken natuurlijke personen)
Participatie,
aantal
In procenten2 Participatie,
aantal
(In procenten2 Participatie,
aantal
In procenten2 Participatie,
aantal
In procenten2
226 301 0,05% 46 200 0,01% 16 733 0,00% 3 375 0,00%
155 320 0,04% 45 700 0,01% 16 666 0,00% 3 375 0,00%
155 000 0,04% 45 056 0,01% 13 905 0,00% 3 375 0,00%
85 000 0,02% 45 000 0,01% 13 905 0,00% 3 375 0,00%
73 750 0,02% 42 500 0,01% 12 645 0,00% 2 800 0,00%
73 750 0,02% 40 500 0,01% 11 918 0,00% 2 349 0,00%
73 750 0,02% 35 613 0,01% 11 039 0,00% 2 295 0,00%
67 500 0,02% 34 155 0,01% 10 542 0,00% 1 694 0,00%
67 500 0,02% 34 155 0,01% 9 172 0,00% 1 350 0,00%
65 000 0,02% 30 514 0,01% 8 316 0,00% 1 269 0,00%
64 800 0,02% 30 395 0,01% 8 316 0,00% 837 0,00%
57 750 0,01% 24 975 0,01% 8 316 0,00% 513 0,00%
56 345 0,01% 24 120 0,01% 7 500 0,00% 500 0,00%
52 499 0,01% 23 006 0,01% 6 784 0,00% 324 0,00%
50 000 0,01% 22 706 0,01% 6 682 0,00% 270 0,00%
49 600 0,01% 22 221 0,01% 6 330 0,00% 243 0,00%
48 300 0,01% 19 546 0,00% 3 500 0,00% 228 0,00%
48 141 0,01% 19 522 0,00% 3 431 0,00%
46 441 0,01% 18 055 0,00% 3 375 0,00%

1 Er werden geen dergelijke mededelingen ontvangen.

2 Totaal aantal bestaande aandelen op 31 december 2013: 417 364 358.

Ik ga digitaal.

162 Jaarverslag KBC 2013

Geconsolideerde jaarrekening 2.0

Sarah Lavelle

Afgelopen zomer ging studente Sarah aan de slag in een restaurant in Dublin – en op zoek naar een bank die bij haar past.

"Ik werk soms wel 50 uur per week, en wil in mijn vrije tijd graag leuke dingen doen: vrienden zien, naar de film gaan en zo. Een bankrekening moest dus makkelijk te openen, te beheren en te snappen zijn op het vlak van kosten. Bij KBC Bank Ireland bevestigde ik mijn identiteit en vulde ik een eenvoudig formulier in. Een paar dagen later kreeg ik de bevestiging dat mijn rekening geopend was, mijn bankkaart en een digitale sleutel voor online bankieren. Mijn inkomen varieert nogal en ik spaar zoveel ik kan. Ja, deze rekening past bij mij."

Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro) Toelichting 2012 2013
Nettorente-inkomsten 3 4 669 4 132
Rente-inkomsten 3 10 134 8 464
Rentelasten 3 -5 465 -4 332
Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering) 9, 11 622 536
Verdiende premies 9 ,11 1 500 1 259
Technische lasten 9, 11 -878 -723
Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) 9, 10 -240 -242
Verdiende premies 9, 10 1 475 1 132
Technische lasten 9, 10 -1 714 -1 373
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 9 -13 -5
Dividendinkomsten 4 45 47
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de
winst-en-verliesrekening
5 420 1 191
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 6 181 252
Nettoprovisie-inkomsten 7 1 315 1 484
Provisie-inkomsten 7 2 005 2 286
Provisielasten 7 -690 -802
Overige netto-inkomsten 8 734 123
TOTALE OPBRENGSTEN 7 733 7 517
Exploitatiekosten 12 -4 248 -3 871
Personeelskosten 12 -2 543 -2 324
Algemene beheerskosten 12 -1 396 -1 276
Afschrijvingen vaste activa 12 -310 -272
Bijzondere waardeverminderingen 14 -2 511 -1 933
Op leningen en vorderingen 14 -1 072 -1 719
Op voor verkoop beschikbare financiële activa 14 -95 -34
Op goodwill 14 -421 -7
Op overige 14 -923 -173
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 15 2 1
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 976 1 714
Belastingen 16 -362 -685
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 46 27 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 641 1 029
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 29 14
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 612 1 015
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 27 0
Winst per aandeel (in euro)
Gewoon 17 -1,09 1,03
Verwaterd 17 -1,09 1,03
  • Eind 2009 kondigde de groep een strategisch plan aan, inclusief een lijst van te desinvesteren maatschappijen. Dat desinvesteringsplan is ondertussen nagenoeg volledig uitgevoerd. U vindt meer informatie daarover in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur. De commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd.
  • Dividendvoorstel over het boekjaar 2013: onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering betaalt de groep, zoals vroeger al aangekondigd, geen dividend uit over het boekjaar 2013. Aangezien de uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten

verkocht aan de Vlaamse overheid (zie deel Overige informatie) is verbonden aan de uitkering van een dividend op aandelen, wordt ook daar geen coupon voorzien. Merk op dat een eventuele coupon in rekening wordt gebracht bij de berekening van de winst per aandeel (Toelichting 17).

• We lichten de belangrijkste bestanddelen van de resultatenrekening toe in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder het hoofdstuk Geconsolideerd resultaat in 2013 en de hoofdstukken over de divisies. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd.

Geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (comprehensive income)

(in miljoenen euro) 2012 2013
RESULTAAT NA BELASTINGEN 641 1 029
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 29 14
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 612 1 015
NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN ERKEND IN EIGEN VERMOGEN
a) Verwerkt in de winst-en-verliesrekening
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor aandelen -25 117
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 33 171
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 7 -6
Overboeking van reserve naar nettoresultaat -64 -48
Bijzondere waardeverminderingen 22 4
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding -87 -54
Uitgestelde belastingen 1 2
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor obligaties 1 465 -287
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 1 785 -328
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde -527 107
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 207 -66
Bijzondere waardeverminderingen 32 0
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding 157 -121
Proratering en bijzondere waardevermindering op herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa naar
aanleiding van herklassering naar leningen en vorderingen
180 24
Uitgestelde belastingen -162 31
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor andere activa 0 0
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 0 0
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 0 0
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 0 0
Bijzondere waardeverminderingen 0 0
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding 0 0
Uitgestelde belastingen 0 0
Nettowijziging van de afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) -235 338
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen -398 533
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 156 -185
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 7 -11
Brutobedrag 9 -13
Uitgestelde belastingen -2 3
Nettowijziging van de omrekeningsverschillen 59 -116
Brutobedrag 22 0
Uitgestelde belastingen 37 -116
Overige mutaties -2 0
b) Niet verwerkt in de winst-en-verliesrekening
Nettowijziging van de toegezegdpensioenregelingen -134 136
Wijzigingen, IAS 19 -198 206
Uitgestelde belastingen op wijzigingen, IAS 19 64 -69
TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN 1 769 1 218
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 30 14
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 740 1 203

Geconsolideerde balans

ACTIVA
(in miljoenen euro)
Toelichting 31-12-2012 31-12-2013
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 4 426 4 378
Financiële activa 18–29 236 898 225 570
Aangehouden voor handelsdoeleinden 18–29 21 159 16 885
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
Voor verkoop beschikbaar
18–29
18–29
16 295
30 622
16 441
27 581
Leningen en vorderingen 18–29 139 225 132 562
Tot einde looptijd aangehouden 18–29 28 510 31 323
Afdekkingsderivaten 18–29 1 088 777
Deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen, verzekeringen 35 137 146
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 204 120
Belastingvorderingen 31 2 188 1 726
Actuele belastingvorderingen 31 174 245
Uitgestelde belastingvorderingen 31 2 014 1 481
Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
Investeringen in geassocieerde ondernemingen
46
32
7 138
8
3 769
7
Vastgoedbeleggingen 33 638 598
Materiële vaste activa 33 2 581 2 465
Goodwill en andere immateriële vaste activa 34 1 328 1 289
Overige activa
TOTAAL ACTIVA
30 1 383
256 928
1 237
241 306
VERPLICHTINGEN EN EIGEN VERMOGEN
(in miljoenen euro)
Toelichting 31-12-2012 31-12-2013
Financiële verplichtingen 18–29 213 265 201 994
Aangehouden voor handelsdoeleinden 18–29 19 459 13 119
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
18–29 20 563 24 931
Tegen geamortiseerde kostprijs 18–29 170 813 162 266
Afdekkingsderivaten 18–29 2 430 1 678
Technische voorzieningen vóór herverzekering 35 19 205 18 701
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 69 -2
Belastingverplichtingen 31 647 524
Actuele belastingverplichtingen 31 192 109
Uitgestelde belastingverplichtingen 31 455 415
Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 46 3 739 2 027
Voorziening voor risico's en kosten 36 526 523
Overige verplichtingen 37 3 598 3 025
TOTAAL VERPLICHTINGEN 241 048 226 792
Totaal eigen vermogen 39 15 879 14 514
Eigen vermogen van de aandeelhouders 39 12 017 11 826
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten
Belangen van derden
39 3 500
362
2 333
354

• Desinvesteringen: we hebben de activa en verplichtingen van de nog overblijvende desinvesteringsdossiers gebundeld in Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten. Eind 2013 betrof het KBC Bank Deutschland en Antwerpse Diamantbank en eind 2012 betrof het Absolut Bank, KBC Banka, KBC Bank Deutschland, Antwerpse Diamantbank en NLB. U vindt meer informatie in Toelichting 46.

• Retroactieve aanpassing van 2012 door wijzigingen aan IAS 19 (posten Overige activa, Overige verplichtingen en Eigen vermogen van de aandeelhouders en de gerelateerde subtotalen en totalen); zie Toelichting 1a.

Geconsolideerde vermogensmutaties

(in miljoenen euro) Geplaatst en volgestort
aandelenkapitaal
Uitgiftepremie aandelen
Eigen
Herwaarderingsreserve
(voor verkoop beschik
bare financiële activa)
(kasstroomafdekkingen)
Afdekkingsreserve
Wijziging in toegezegd
pensioenregelingen
Reserves Omrekeningsverschillen Eigen vermogen van
aandeelhouders
Niet-stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
Belangen van derden Totaal eigen vermogen
2012
Saldo aan het begin van het jaar
1 245 4 341 -1 529 -117 -594 0 6 831 -422 9 756 6 500 516 16 772
Eerste toepassing IAS 19 gereviseerd 0 0 0 0 0 63 -11 0 52 0 0 52
Aangepast saldo aan het begin van het jaar 1 245 4 341 -1 529 -117 -594 63 6 821 -422 9 809 6 500 516 16 824
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 0 612 0 612 0 29 641
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 0 0 1 440 -235 -134 -2 59 1 128 0 0 1 128
Subtotaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 0 0 0 1 440 -235 -134 610 59 1 740 0 30 1 769
Dividenden 0 0 0 0 0 0 -599 0 -599 0 0 -599
Kapitaalverhoging 205 1 048 0 0 0 0 -14 0 1 239 0 0 1 239
Terugbetaling niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 0 0 0 0 0 0 -450 0 -450 -3 000 0 -3 450
Verkoop van eigen aandelen 0 0 1 527 0 0 0 -1 179 0 349 0 0 349
Invloed van bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 0 -6 0 -6 0 0 -6
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -36 -36
Wijzigingen in scope 0 0 0 -60 -6 0 0 3 -63 0 -147 -210
Totaal wijzigingen 205 1 048 1 527 1 380 -241 -134 -1 639 62 2 209 -3 000 -154 -945
Saldo aan het einde van de periode 1 450 5 388 -1 1 263 -834 -71 5 182 -360 12 017 3 500 362 15 879
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 206
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties 1 057
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa dan
obligaties en aandelen
0
Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
6 1 -142 -135 -135
2013
Saldo aan het begin van het jaar 1 450 5 388 -1 1 263 -834 0 5 192 -360 12 099 3 500 362 15 961
Eerste toepassing IAS 19 gereviseerd 0 0 0 0 0 -71 -11 0 -82 0 0 -82
Aangepast saldo aan het begin van het jaar 1 450 5 388 -1 1 263 -834 -71 5 182 -360 12 017 3 500 362 15 879
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 0 1 015 0 1 015 0 14 1 029
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 1 0 -170 338 136 -1 -116 189 0 0 189
Subtotaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 0 1 0 -170 338 136 1 014 -116 1 203 0 14 1 218
Dividenden 0 0 0 0 0 0 -961 0 -961 0 0 -961
Kapitaalverhoging 1 15 0 0 0 0 0 0 16 0 0 16
Terugbetaling niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 0 0 0 0 0 0 -583 0 -583 -1 167 0 -1 750
Verkoop van eigen aandelen 0 0 1 0 0 0 0 0 1 0 0 1
Invloed van bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 0 -3 0 -3 0 0 -3
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -18 -18
Wijzigingen in scope 0 0 0 0 0 0 0 136 136 0 -4 132
Totaal wijzigingen 1 16 1 -170 338 136 -533 20 -191 -1 167 -8 -1 365
Saldo aan het einde van de periode 1 452 5 404 0 1 094 -497 65 4 648 -340 11 826 2 333 354 14 514
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 323
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties 771
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa dan
obligaties en aandelen
0
Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
4 1 -3 1 1
  • Kapitaalverhoging eind 2012 en aantal aandelen: zie Toelichting 39.
  • Structuur van het aandeelhouderschap: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening, onder Toelichting 3, en deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
  • Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten: begin 2012 betaalde KBC Groep 0,5 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische overheid (in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011), in december 2012 3 miljard euro plus een premie van 15% aan de Belgische overheid (op de balans op 31 december 2012) en midden 2013 1,17 miljard euro plus een premie van 50% aan de Vlaamse overheid (op de balans op 31 december 2013). De terugbetaling van 0,33 miljard euro plus een premie van 50% aan de Vlaamse overheid begin

2014 werd niet in de cijfers per eind 2013 verwerkt. Meer informatie over de kapitaalversterkende transacties afgesloten met de Belgische en de Vlaamse overheid vindt u in het deel Overige informatie.

• Eigen aandelen: KBC verkocht in 2012 18,2 miljoen eigen aandelen in handen van KBC Bank NV en KBC Groep NV, wat leidde tot een stijging van het eigen vermogen van 349 miljoen euro. Eind 2013 had de KBC-groep 802 eigen aandelen in bezit.

  • Dividend: de post Dividenden in 2013 omvat naast de boeking van het brutodividend van 417 miljoen euro (1 euro per dividendgerechtigd aandeel) over het boekjaar 2012 ook de uitbetaling van een coupon van 543 miljoen euro op de bovengenoemde kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid.
  • Retroactieve aanpassing met betrekking tot wijzigingen aan IAS 19: zie Toelichting 1a.
  • De kolom Belangen van derden omvat ook de zogenaamde trust preferred securities. Meer uitleg daarover vindt u in Toelichting 39.
  • De herwaarderingsreserve (voor verkoop beschikbare financiële activa)

nam gedurende 2013 af met 170 miljoen euro door de invloed van de gestegen langetermijnrente op de marktwaarde van de obligaties en het naderen van de vervaldag van obligaties met een positieve herwaarderingsreserve, deels gecompenseerd door hogere herwaarderingsreserves op aandelen dankzij de gestegen beurskoersen. De afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) werd daarentegen minder negatief in 2013 met 338 miljoen euro onder invloed van de gestegen langetermijnrente in combinatie met het overboeken van die reserve naar nettowinst naar rato van de gerealiseerde kasstromen van de afdekkingsinstrumenten.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in miljoenen euro) Verwijzing1 2012 2013
Bedrijfsactiviteiten
Resultaat vóór belastingen Gecons. w-&-v
rekening 976 1 714
Aanpassingen voor
Resultaat vóór belastingen m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten Gecons. w-&-v
rekening 15 0
Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen van (im)materiële activa, vastgoedbeleggingen en effecten 21, 33, 34 1 774 512
Winst of verlies uit de vervreemding van beleggingen -579 35
Wijziging in bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 14 1 072 1 719
Wijziging in technische voorzieningen vóór herverzekering 35 121 28
Wijziging in deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen 35 21 -11
Wijzigingen in overige voorzieningen 36 -350 14
Overige niet-gerealiseerde winst of verlies -59 86
Opbrengsten van geassocieerde ondernemingen 15 -2 -1
Kasstromen uit bedrijfswinst vóór belastingen en vóór wijzigingen in bedrijfsactiva en -verplichtingen 2 988 4 096
Wijzigingen in bedrijfsactiva (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) 8 391 12 438
Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden 18 4 823 5 574
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening 18 -1 845 -904
Voor verkoop beschikbare financiële activa 18 8 701 2 866
Leningen en vorderingen 18 2 959 3 647
Afdekkingsderivaten 18 -722 844
Bedrijfsactiva in verband met groepen activa die worden afgestoten en overige activa 46 -5 527 412
Wijzigingen in bedrijfsverplichtingen (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) -4 758 -2 927
Deposito's tegen geamortiseerde kostprijs 18 5 687 2 784
In schuldbewijzen belichaamde schulden tegen geamortiseerde kostprijs 18 1 477 -3 619
Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 18 -7 528 -6 239
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening
18 -8 034 5 357
Afdekkingsderivaten 18 498 -752
Bedrijfsverplichtingen in verband met groepen activa die worden afgestoten en overige verplichtingen 46 3 142 -458
Betaalde belastingen 16 -337 -378
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten 6 284 13 230
Investeringsactiviteiten
Aankoop van tot einde looptijd aangehouden effecten 18 -16 417 -3 892
Opbrengst van de terugbetaling van tot einde looptijd aangehouden effecten op de eindvervaldag 18 2 304 1 277
Overname van een dochteronderneming of een bedrijfsonderdeel zonder de overgenomen geldmiddelen
(inclusief stijgingen in participatiepercentages)
Volg. tabel 0 0
Opbrengst van de afstoting van een dochteronderneming of bedrijfsonderdeel zonder de afgestoten geldmiddelen
(inclusief dalingen in participatiepercentages)
Volg. tabel -941 -260
Aankoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 32 0 0
Opbrengst van de verkoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 32 0 0
Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen 32 0 0
Aankoop van vastgoedbeleggingen 33 -55 -21
Opbrengst van de verkoop van vastgoedbeleggingen 33 8 36
Aankoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 34 -136 -126
Opbrengst van de verkoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 34 60 24
Aankoop van materiële vaste activa 33 -632 -453
Opbrengst van de verkoop van materiële vaste activa 33 363 194
Nettokasstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten -15 444 -3 219

Geconsolideerd kasstroomoverzicht (vervolg)

(in miljoenen euro) Verwijzing1 2012 2013
Financieringsactiviteiten
Inkoop of verkoop van eigen aandelen Geconsol.
vermogensmut.
349 0
Uitgifte of terugbetaling van promessen en andere schuldbewijzen 18 136 1 113
Opbrengst van of terugbetaling van achtergestelde schulden 18 -1 662 -184
Kapitaalaflossingen van financiële leasing 0 0
Opbrengst van de uitgifte van aandelenkapitaal Geconsol.
vermogensmut.
1 239 16
Terugbetaling van niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten Geconsol.
vermogensmut.
-3 450 -1 750
Opbrengst van de uitgifte van bevoorrechte aandelen Geconsol.
vermogensmut.
0 0
Uitgekeerde dividenden Geconsol.
vermogensmut.
-599 -961
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten -3 988 -1 766
Mutatie geldmiddelen en kasequivalenten
Nettotoename of -afname van geldmiddelen en kasequivalenten -13 149 8 244
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het boekjaar 13 997 982
Gevolgen van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten 133 -423
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode 982 8 803
Overige informatie
Betaalde rente2 3 -5 465 -4 332
Ontvangen rente2 3 10 134 8 464
Ontvangen dividenden (inclusief vermogensmutatiemethode) 4,32 45 47
Componenten van geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken Cons. balans 4 426 4 378
Leningen en voorschotten aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken in minder dan drie
maanden
18 8 994 8 123
Deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 18 -12 658 -3 307
Geldmiddelen en kasequivalenten inbegrepen in groepen activa die worden afgestoten 46 220 -391
Totaal 982 8 803
Waarvan niet beschikbaar 0 0

1 De toelichtingen waarnaar wordt verwezen, bevatten niet altijd de exacte bedragen zoals opgenomen in de kasstroomtabel. Op die bedragen worden immers onder meer correcties aangebracht in het kader van overnames/ afstotingen van dochters zoals bepaald in IAS 7.

2 De betaalde en de ontvangen rente worden in dit overzicht gelijkgesteld met de rentelasten en -inkomsten zoals vermeld in de geconsolideerde winst-en-verliesrekening. Gezien de veelheid van onderliggende contracten aan de basis van de rentelasten en -inkomsten zou een exacte bepaling van de effectieve kasstromen een zeer belangrijke administratieve inspanning vragen. Bovendien is het redelijk te veronderstellen dat voor een bank-verzekeraar de effectieve kasstromen niet in belangrijke mate afwijken van de geprorateerde rentelasten en -inkomsten, omdat de meeste renteproducten een periodieke rentebetaling inhouden binnen het jaar.

• KBC brengt verslag uit over kasstromen van bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode.

  • Zoals in Toelichting 46 vermeld, klasseert KBC eind 2013 enkele nog te desinvesteren groepsmaatschappijen als groepen activa die worden afgestoten. Het betreft KBC Bank Deutschland en Antwerpse Diamantbank (daarvoor sloot de groep verkoopovereenkomsten, die nog niet waren afgerond op 31 december 2013). Die verkopen zullen geen belangrijke invloed hebben op de kasstromen van de groep.
  • Hierna lichten we de belangrijkste al gerealiseerde overnames en vervreemdingen van geconsolideerde dochterondernemingen en activi-

teiten toe. Alle belangrijke overnames en verkopen van groepsondernemingen of activiteiten werden in geld voldaan, met uitzondering van Kredyt Bank in 2012 (fusie met Bank Zachodni WBK). In 2013 verkocht KBC Bank vervolgens zijn belang in Bank Zachodni WBK. Die verkoop werd wel in geld voldaan en heeft een positieve invloed op nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten van ongeveer +0,8 miljard euro.

• Meer informatie over de belangrijkste desinvesteringen vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Groepscenter (niet geauditeerd door de commissaris).

Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten
Jaar 2012 2012 2012 2012 2013 2013
(in miljoenen euro) WARTA Fidea KBL EPB Kredyt
Bank
Absolut
Bank
KBC
Banka
Verkoop
(fusie met
Bank
Aankoop of verkoop Verkoop Verkoop Verkoop Zachodni) Verkoop Verkoop
Percentage aandelen gekocht of verkocht in het betrokken jaar 100% 100% 100% 80% 100% 100%
Totaal percentage aandelen aan het einde van het betrokken jaar
Betreffende divisie/segment
0%
Groeps
center
0%
Groeps
center
0%
Groeps
center
0%
Groeps
center
0%
Groeps
center
0%
Groeps
center
Datum sluiting transactie, maand en jaar juni
2012
maart
2012
juli
2012
december
2012
mei
2013
december
2013
Resultaten van betreffende maatschappij opgenomen in resultaat van de groep
tot en met:
30 juni
2012
31 december
2011
30 juni
2012
31 december
2012
31 maart
2013
midden
2013
Aankoopprijs of verkoopprijs 842 182 1 002 840* 295 12
Kasstroom voor de aankoop of verkoop van bedrijven min aangekochte of
verkochte geldmiddelen en kasequivalenten
737 150 -1 903 916 -245 -15
Activa en verplichtingen gekocht of verkocht
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 0 0 479 188 237 25
Financiële activa 1 511 3 097 11 822 10 248 2 276 37
Aangehouden voor handelsdoeleinden 3 0 558 173 47 0
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met
verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
266 48 1 887 16 0 0
Voor verkoop beschikbaar 761 2 635 3 583 1 836 169 0
Leningen en vorderingen 364 51 5 740 7 438 2 061 37
Tot einde looptijd aangehouden 117 363 52 769 0 0
Afdekkingsderivaten 0 0 2 16 0 0
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 105 32 3 730 275 540 26
Financiële verplichtingen 145 45 11 283 8 064 2 063 47
Aangehouden voor handelsdoeleinden 3 0 307 241 1 0
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met
verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
0 45 1 871 0 0 0
Tegen geamortiseerde kostprijs 141 0 9 057 7 823 2 061 47
Afdekkingsderivaten 0 0 48 0 0 0
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 0 0 824 351 0 0
Technische voorzieningen vóór herverzekering 1 213 3 011 400 0 0 0

* Niet in geld voldaan.

Toelichtingen in verband met de grondslagen voor financiële verslaggeving

Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming

De Raad van Bestuur van KBC Groep NV keurde de geconsolideerde jaarrekening, inclusief alle toelichtingen, op 17 maart 2014 goed voor publicatie. De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld volgens de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs) en bevat vergelijkende informatie over een jaar. Alle bedragen zijn uitgedrukt in miljoenen euro en afgerond op het miljoental.

De volgende IFRS-normen werden van kracht op 1 januari 2013 en KBC paste ze toe in deze rapportering.

  • Aanpassing van IAS 19 (Personeelsbeloningen): de belangrijkste wijziging betreft de afschaffing van de corridor die het in de vroegere norm mogelijk maakte om de actuariële winsten en verliezen te spreiden over meerdere jaren. Vanaf 1 januari 2013 worden de actuariële winsten en verliezen als niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen erkend en worden ze nooit meer als resultaatscomponent in de winst-en-verliesrekening geboekt. De vereiste toelichtingen werden gewijzigd en uitgebreid. Op 1 januari 2013 bedraagt de eenmalige negatieve impact op het IFRS-eigen vermogen 82 miljoen euro (na uitgestelde belastingen). In overeenstemming met IFRS werden de cijfers van 2012 daarvoor aangepast (de aangepaste balans per einde 2011 wordt niet bijkomend opgenomen gezien de beperkte impact). Ook Toelichting 1b, 3 en 38 werden aangepast conform de gewijzigde IAS 19-standaard.
  • IFRS 13 (Reële waardering) geeft richtlijnen om de reële waarde van ac-

tiva en verplichtingen te berekenen volgens IFRS. Die nieuwe standaard had geen belangrijke invloed op de bepaling van de reële waarden van de activa en verplichtingen. Het belangrijkste gevolg voor KBC bestaat uit een uitbreiding van de toelichtingen.

  • De aanpassing van IFRS 7 heeft betrekking op de netting van financiële activa en verplichtingen. Het belangrijkste gevolg voor KBC bestaat uit een uitbreiding van de toelichtingen (zie Toelichting 22). De aanpassing van IFRS 7 is toegepast samen met de aanpassing van IAS 32, waarbij de nettingcriteria verduidelijkt werden over wanneer een entiteit in het heden een wettelijk afdwingbaar recht heeft om te netten en wanneer een brutoafwikkeling gelijk is aan een nettoafwikkeling.
  • Aanpassing van IAS 1 (presentatie): de belangrijkste wijziging betreft een uitsplitsing van de niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen naargelang herklasseerbaarheid naar de resultatenrekening. De wijzigingen hebben alleen met presentatie te maken.

Aangezien de aanpassing van IAS 36 (Bijzondere waardevermindering van activa) met betrekking tot de recupereerbare bedragen van niet-financiële activa de ongewilde gevolgen van IFRS 13 beperkt, heeft KBC geopteerd om die aanpassing van IAS 36 vervroegd toe te passen vanaf 1 januari 2013. Bijgevolg verschaft KBC alleen toelichting bij de recupereerbare bedragen van de impaired niet-financiële activa.

Afhankelijk van het moment waarop de EU IFRIC 21 (heffingen) goedkeurt (verwacht in 2014), kan het als gevolg van de retroactieve toepassing van IFRIC 21 noodzakelijk zijn om de vergelijkbare kwartaalcijfers te herwerken (dat impliceert alleen verschuivingen tussen kwartalen zonder invloed op jaarcijfers).

De volgende IFRS-normen werden gepubliceerd, maar waren voor de KBCgroep nog niet van kracht op 31 december 2013. KBC zal die standaarden toepassen vanaf het moment dat ze voor de KBC-groep verplicht toepasbaar zijn.

  • In november 2009 en oktober 2010 publiceerde de IASB IFRS 9 (Financiële instrumenten) met betrekking tot de classificatie en de waardering van financiële instrumenten ter vervanging van de desbetreffende vereisten in de huidige IAS 39 (Financiële instrumenten: opname en waardering). De IASB bekijkt momenteel de eerste fase van dat project. Ook de tweede fase (waardeverminderingen op financiële instrumenten) wordt door de IASB bekeken. In 2013 publiceerde de IASB nieuwe voorwaarden inzake hedge accounting die werden toegevoegd aan IFRS 9 als de derde fase van het project. De ingangsdatum van de volledige IFRS 9-norm is januari 2018. De impactstudie maakt deel uit van het momenteel lopende IFRS 9-programma in KBC.
  • IFRS 10, 11 en 12 zijn de nieuwe consolidatienormen die in de EU vanaf 1 januari 2014 van kracht worden. IFRS 10 bepaalt een nieuwe definitie van controle met eventuele wijzigingen van de consolidatiekring tot gevolg. Onder IFRS 11 mogen gemeenschappelijke ondernemingen niet meer worden geconsolideerd volgens de proportionele methode, maar alleen volgens de vermogensmutatiemethode. IFRS 12 bundelt alle toelichtingsvereisten inzake dochterondernemingen, gemeenschappelijke en geaffilieerde ondernemingen, alsook inzake structured entities (= de nieuwe naam voor Special Purpose Entities). De belangrijkste wijziging voor KBC is de toepassing van de vermogensmutatiemethode in plaats van de proportionele methode voor Cˇeskomoravská Stavební Sporˇitelna (CMSS, een gemeenschappelijke dochteronderneming van Cˇeskoslovenská Obchodní Banka a.s.). Die wijziging heeft geen invloed op het resultaat na belastingen of op het eigen vermogen van de aandeelhouders, maar wel op verschillende posten van de geconsolideerde winst-en-verliesrekening en balans.

Gewijzigde voorstelling van verzekeringsresultaten in de winsten-verliesrekening

Vanaf 2013 stellen we de voorstellingswijze van de verdiende verzekeringspremies en verzekeringstechnische lasten in de winst-en-verliesrekening anders voor om een apart en beter beeld te geven van de Leven- en Nietlevenactiviteiten.

De vroegere indeling was:

  • Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering
  • Niet-leven
  • Leven
  • Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering
  • Niet-leven
  • Leven

De nieuwe indeling is:

  • Verzekeringen Niet-leven (vóór herverzekering)
  • Verdiende premies
  • Technische lasten
  • Verzekeringen Leven (vóór herverzekering)
  • Verdiende premies
  • Technische lasten

We wijzigden ook de structuur van de tabel in Toelichting 9.

Nieuwe segmentering

Toelichting 1 b: Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving

a Criteria voor consolidatie en voor opname in de geconsolideerde rekeningen volgens de vermogensmutatiemethode

De methode van integrale consolidatie wordt toegepast voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief special purpose entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent.

(Belangrijke) Ondernemingen waarover direct of indirect een gezamenlijke controle wordt uitgeoefend, worden geconsolideerd volgens de methode van de proportionele consolidatie.

De vermogensmutatiemethode wordt gehanteerd voor (belangrijke) investeringen in geassocieerde ondernemingen (dat zijn ondernemingen waarin KBC een invloed van betekenis op het beleid uitoefent).

Zoals volgens IAS 28 (Investeringen in geassocieerde ondernemingen) en IAS 31 (Belangen in joint ventures) is toegestaan, worden investeringen aangehouden door risicokapitaalondernemingen, geklasseerd als gehouden voor handelsdoeleinden (gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening).

Veranderingen in zeggenschap in een deelneming (die niet resulteren in een verlies van controle) worden verwerkt als een mutatie in eigen vermogen en hebben geen invloed op goodwill en resultaat.

b Effecten van wijzigingen in wisselkoersen

Monetaire activa en verplichtingen, uitgedrukt in vreemde munt, worden omgerekend in hun tegenwaarde in de functionele munt tegen de contantkoers op de balansdatum.

Negatieve en positieve waarderingsverschillen, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de financiering van aandelen en deelnemingen van geconsolideerde ondernemingen in vreemde munt, worden opgenomen in het resultaat.

De niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd op basis van hun historische kostprijs, worden omgerekend in de functionele munt tegen de wisselkoers van de transactiedatum.

Niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd tegen reële waarde, worden omgerekend op basis van de contantkoers van de dag waarop de reële waarde werd bepaald.

Omrekeningsverschillen worden samen met schommelingen in reële waarde gerapporteerd.

In vreemde munt uitgedrukte opbrengsten en kosten worden in het resultaat verwerkt tegen de koers die gold op het tijdstip van hun opname.

De balansen van de buitenlandse dochterondernemingen worden omgerekend in de presentatiemunt (euro) tegen de contantkoers op de balansdatum (uitgezonderd het eigen vermogen, dat tegen de historische koers wordt omgezet). De winst-en-verliesrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde koers van het boekjaar, als beste benadering van de wisselkoers op de transactiedatum.

De verschillen die voortvloeien uit het gebruik van een verschillende koers voor de activa en verplichtingen enerzijds en de elementen van het eigen vermogen anderzijds worden (samen met de koersverschillen – na uitgestelde belastingen – op de leningen die werden afgesloten ter financiering van de deelnemingen in vreemde munt) voor het aandeel van KBC opgenomen onder het eigen vermogen.

c Financiële activa en verplichtingen (IAS 39)

Een financieel actief of een financiële verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat KBC een betrokken partij wordt met betrekking tot de contractuele voorzieningen van de instrumenten. Aan- en verkopen van alle financiële activa die volgens standaardmarktconventies worden afgewikkeld, worden in de balans verwerkt op de afwikkelingsdatum.

Alle financiële activa en verplichtingen – inclusief derivaten – moeten worden opgenomen in de balans op basis van de door IAS 39 bepaalde classificaties. Elke classificatie vereist een specifieke waardering.

IAS 39 onderscheidt de volgende classificaties:

  • • Leningen en vorderingen: alle niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet genoteerd zijn op een actieve markt.
  • • Tot einde looptijd aangehouden beleggingen: alle niet-afgeleide financiële activa met een vaste eindvervaldag en vaste of bepaalbare betalingen, waarbij KBC stellig voornemens en in staat is deze aan te houden tot het einde van de looptijd.
  • • Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: deze categorie bevat de financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden én enig ander financieel actief vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening (RW). Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden zijn financiële activa die worden aangehouden om ze op korte termijn te verkopen of die deel uitmaken van een portefeuille van dergelijke activa. Alle derivaten met een positieve vervangingswaarde worden beschouwd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsinstrumenten. RW-activa worden op dezelfde wijze gewaardeerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden. KBC kan de optie van de reële waarde toepassen als dat meer relevante informatie oplevert. Dat kan immers de waarderings- of opname-inconsistentie (soms ook boekhoudkundige mismatch genoemd) elimineren of aanzienlijk beperken die anders zou ontstaan bij het waarderen op verschillende basis van activa of verplichtingen of bij het opnemen van de winsten of verliezen erop. De optie van de reële waarde kan ook worden toegepast op financiële activa met besloten derivaten.
  • • Voor verkoop beschikbare financiële activa: dat zijn alle niet-afgeleide financiële activa die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Die activa worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het eigen vermogen tot realisatie van de activa of tot het moment dat zich een bijzondere waardevermindering voordoet. In dat geval worden de cumulatieve herwaarderingsresultaten opgenomen in het resultaat van het boekjaar.
  • • Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden zijn schulden aangehouden met het oog op terugkoop op korte termijn. Alle derivaten met een negatieve vervangingswaarde worden beschouwd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Deze verplichtingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
  • • Financiële verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening (RW): die financiële verplichtingen worden op dezelfde manier gewaardeerd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden. De optie van de reële waarde kan onder dezelfde omstandigheden worden gebruikt als bij de RW-activa. Bovendien kan die categorie worden gebruikt voor de boekhoudkundige verwerking van (afgesplitste) depositocomponenten (dat wil zeggen financiële verplichtingen zonder discretionaire winstdeling) zoals bepaald in IFRS 4.

  • • Andere financiële verplichtingen: dat zijn alle andere niet-afgeleide financiële schulden die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Die verplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

  • Afdekkingsderivaten: dat zijn derivaten gebruikt als afdekkingsinstrument.

Financiële instrumenten worden voorgesteld tegen dirty price. Dat wil zeggen dat de geprorateerde rente in dezelfde post gepresenteerd wordt als de financiële instrumenten waarvoor die rente werd geprorateerd.

KBC past de volgende algemene regels toe:

• Vorderingen: die werden geklasseerd als Leningen en vorderingen. Ze worden bij verwerving gewaardeerd tegen reële waarde inclusief transactiekosten. Leningen met vaste vervaldag worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentevoet; dat is de rentevoet die exact alle toekomstige verwachte kasstromen van de vordering verdisconteert tot de nettoboekwaarde. Die rentevoet houdt rekening met alle gerelateerde vergoedingen en transactiekosten. Leningen zonder vaste vervaldag worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen voor vorderingen waarvoor – hetzij individueel, hetzij op portefeuillebasis – een indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat op de balansdatum. Die indicatie wordt bepaald aan de hand van de Probability of Default (PD). Karakteristieken van kredieten zoals het type krediet, de bedrijfstak waartoe de kredietnemer behoort, de geografische locatie van de kredietnemer en andere karakteristieken die belangrijk zijn voor het risicoprofiel van een kredietnemer, worden gebruikt voor het bepalen van de PD. Kredieten die dezelfde PD hebben, hebben bijgevolg een gelijksoortig kredietrisicoprofiel.

  • Leningen en vorderingen met een PD van 12 (individuele probleemkredieten met de hoogste PD) worden individueel getest op een waardevermindering (en eventueel individueel afgeschreven). Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun actuele waarde.
  • Leningen en vorderingen met een PD van 10 of 11 worden ook als individuele probleemkredieten beschouwd. Belangrijke leningen worden individueel getest. Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun actuele waarde. Minder belangrijke leningen worden getest op statistische basis. Het bedrag van de waardevermindering volgens de statistische methode is gebaseerd op de IRB Advancedmodellen (PD x LGD x EAD).
  • Leningen en vorderingen met een PD lager dan 10 worden beschouwd als normale kredieten. Incurred but not reported (IBNR) verliezen worden opgenomen voor kredieten met een PD van 1 tot en met 9. Die IBNR-verliezen zijn voornamelijk gebaseerd op de IRB Advanced-modellen (PD x LGD x EAD) met correcties van alle parameters om het point in time-karakter van de IBNR-verliezen te weerspiegelen. De voornaamste correctie heeft betrekking op de PD: de tijdshorizon van de PD wordt ingekort op basis van de emergenceperiode. De emergenceperiode is de periode tussen het zich voordoen van een gebeurtenis die zal leiden tot een waardevermindering en het moment dat KBC die gebeurtenis ontdekt en is afhankelijk van de reviewfrequentie, de locatie en de betrokkenheid met de tegenpartijen.
  • In geval van een waardevermindering wordt de boekwaarde van de lening verminderd via een specifieke rekening voor waardeverminderingen en het verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als in een daaropvolgende periode het bedrag aan geschatte waardeverminderingen stijgt of daalt door een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan nadat de bijzondere waardevermindering was erkend, dan wordt de voorheen

geboekte waardevermindering verhoogd of verlaagd door aanpassing van de specifieke rekening voor waardeverminderingen. Leningen en de gerelateerde bedragen opgenomen op de specifieke rekeningen voor waardeverminderingen worden afgeschreven als er geen realistisch vooruitzicht op toekomstige recuperatie bestaat of als de lening wordt kwijtgescholden. Een gehernegotieerde lening blijft getest worden op bijzondere waardeverminderingen, berekend op basis van de originele effectieve rentevoet van de lening.

Voor buitenbalansverplichtingen (verbinteniskredieten) die geklasseerd worden als onzeker of oninbaar en dubieus, worden voorzieningen opgenomen als aan de algemene voorwaarden van IAS 37 is voldaan en als aan het meer dan waarschijnlijk-criterium is voldaan. Die voorzieningen worden erkend tegen hun actuele waarde.

Rente op kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden toegepast, wordt berekend aan de hand van de contractuele rentevoet die werd gebruikt om de waardevermindering te berekenen.

• Effecten: naargelang ze al dan niet worden verhandeld op een actieve markt en afhankelijk van de intentie bij verwerving, worden effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen, Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, RW-activa of als Voor verkoop beschikbare financiële activa.

Effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen of Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde wordt over de resterende looptijd van de effecten als rente in het resultaat opgenomen. De opname gebeurt op actuariële basis, uitgaande van de effectieve rentevoet bij aankoop. Individuele bijzondere waardeverminderingen van effecten die geklasseerd zijn als Leningen en vorderingen of als Tot einde looptijd aangehouden effecten worden – volgens dezelfde methode als voor de bovenvermelde vorderingen – opgenomen als er bewijs is van de bijzondere waardevermindering op de balansdatum.

Effecten geklasseerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (exclusief transactiekosten) en daarna tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar.

Effecten geklasseerd als RW die niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden op dezelfde wijze gewaardeerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.

Effecten geklasseerd als Voor verkoop beschikbare financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en worden daarna gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen tot de verkoop van de effecten of tot het moment dat ze een bijzondere waardevermindering ondergaan. In dat geval wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt van het eigen vermogen naar het resultaat van het boekjaar. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt als daarvoor een indicatie bestaat. Voor genoteerde aandelen en andere niet-vastrentende effecten wordt een indicatie van bijzondere waardevermindering bepaald aan de hand van een aanzienlijke (meer dan 30%) of langdurige (meer dan een jaar) daling van de reële waarde. Voor vastrentende effecten wordt de bijzondere waardevermindering bepaald op basis van de recupereerbaarheid van de aanschaffingswaarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar. Voor aandelen en andere niet-vastrentende effecten gebeuren terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen via een aparte post van het eigen vermogen. Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op vastrentende effecten gebeuren via het resultaat van het boekjaar. Als evenwel niet op een objectieve manier kan worden aangetoond dat de aanleiding tot duurzame waardevermindering niet langer bestaat (de gebeurtenis die aan de oorsprong ligt van de waardevermindering is niet volledig verdwenen), wordt elke stijging in reële waarde opgenomen in het eigen vermogen. De erkenning in eigen vermogen stopt als de indicatie voor waardevermindering niet langer bestaat. Op dat moment wordt de waardevermindering volledig teruggenomen in het resultaat met erkenning in eigen vermogen van elk verschil in reële waarde.

  • • Derivaten: alle derivaten worden geklasseerd als Financiële activa of verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden met een positieve vervangingswaarde worden op de actiefzijde van de balans getoond, die met een negatieve vervangingswaarde op de passiefzijde.
  • • Verschuldigde bedragen: schulden uit ontvangen voorschotten of gelddeposito's worden in de balans opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de ter beschikking gestelde gelden en de nominale waarde wordt pro rata temporis verwerkt in de winst-en-verliesrekening. De opname gebeurt op geactualiseerde basis, rekening houdend met het reële rentepercentage.
  • • In contracten besloten derivaten: derivaten die besloten zitten in contracten die op een pro-ratabasis worden gewaardeerd (Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Leningen en vorderingen, Andere financiële verplichtingen) of die tegen reële waarde worden gewaardeerd met schommelingen van de reële waarde in het eigen vermogen (Voor verkoop beschikbare financiële activa), worden afgescheiden van het contract en tegen reële waarde gewaardeerd (waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen) als op het moment dat KBC het contract verwerft, geoordeeld wordt dat het risico van het besloten derivaat niet nauw verbonden is met het risico van het basiscontract. Achteraf mag er geen herbeoordeling gebeuren van het risico, behalve bij gewijzigde contractvoorwaarden die een substantiële invloed hebben op de kasstromen van het contract. Contracten met besloten derivaten worden evenwel voornamelijk geklasseerd als RW, zodat een afscheiding van het besloten derivaat onnodig wordt, omdat het volledige financiële instrument tegen reële waarde wordt gewaardeerd, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen.
  • • Afdekkingstransacties (hedge accounting): KBC maakt gebruik van afdekkingstransacties als aan alle daartoe vereiste voorwaarden is voldaan (volgens de vereisten voor hedge accounting die niet zijn geschrapt in de versie van IAS 39 zoals goedgekeurd door de EU, de carve-outversie). Die voorwaarden zijn de aanwezigheid van formele documentatie van de afdekkingsrelatie aan het begin van de afdekking, de verwachting dat de afdekking zeer effectief zal zijn, de mogelijkheid om de afdekkingseffectiviteit op betrouwbare wijze te meten en de continue meting tijdens de gerapporteerde periode waarin de afdekking als effectief kan worden bestempeld.

Bij reëlewaardeafdekkingen worden zowel de derivaten ter afdekking van het risico als de afgedekte posities gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties of als het afdekkingsinstrument vervalt of wordt verkocht. In dat geval wordt het herwaarderingsresultaat van de afgedekte positie (in het geval van vastrentende financiële instrumenten) op een pro-ratabasis in het resultaat van het boekjaar opgenomen tot de eindvervaldag.

KBC maakt gebruik van reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille om het renterisico van een portefeuille leningen en spaardeposito's af te dekken met renteswaps. De renteswaps worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening. De geprorateerde rente van die renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het afgedekte bedrag aan leningen wordt eveneens gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening. De reële waarde van het afgedekte bedrag wordt als een aparte post bij de activa opgenomen in de balans. KBC past de carve-outversie van IAS 39 toe, zodat er geen ineffectiviteit ontstaat als gevolg van vervroegde terugbetalingen, zolang er sprake is van een underhedging. In geval van een niet-effectieve afdekking zal de cumulatieve reëlewaardeschommeling van het afgedekte bedrag worden afgeschreven in de winst-en-verliesrekening, en wel over de resterende levensduur van de afgedekte activa, of onmiddellijk worden weggeboekt uit de balans als de ineffectiviteit is ontstaan als gevolg van het feit dat de betreffende leningen niet langer worden erkend.

Bij kasstroomafdekkingen worden de derivaten ter afdekking van de risico's gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde toe te wijzen aan het effectieve deel van de afdekking worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het niet-effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in het resultaat van het boekjaar. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties. In dat geval worden de derivaten beschouwd als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en als zodanig gewaardeerd.

Vreemdemuntfinanciering van het nettoactief van een buitenlandse participatie wordt verwerkt als een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit. Die vorm van hedge accounting wordt toegepast voor participaties die niet zijn uitgedrukt in euro. Omrekeningsverschillen (rekening houdend met uitgestelde belastingen) op de financiering worden opgenomen in het eigen vermogen, samen met omrekeningsverschillen op het nettoactief.

• Een financiëlegarantiecontract: is een contract op grond waarvan de emittent verplicht is bepaalde betalingen te verrichten om de houder te compenseren voor een door hem geleden verlies, omdat een bepaalde debiteur zijn betalingsverplichting uit hoofde van de oorspronkelijke of herziene voorwaarden van een schuldbewijs niet nakomt. Een financiëlegarantiecontract wordt initieel gewaardeerd tegen reële waarde; daarna wordt het gewaardeerd tegen het hoogste van de volgende bedragen:

1 het bedrag dat overeenkomstig IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa is bepaald, en

2 het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen, verminderd met, in voorkomend geval, de cumulatieve amortisatie die is opgenomen in overeenstemming met IAS 18 Opbrengsten.

• Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments): aanpassingen van de reële waarde worden opgenomen op alle financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Die aanpassingen van de reële waarde bevatten alle afwikkelingskosten, correcties voor minder liquide instrumenten of markten, correcties verbonden aan mark-to-modelwaarderingen en correcties ingevolge tegenpartijrisico.

d Goodwill en andere immateriële vaste activa

Goodwill wordt beschouwd als het deel van de aanschaffingskosten boven op de reële waarde van de aangekochte identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, zoals verondersteld op de datum van de aankoop. Hij wordt opgenomen als een immaterieel vast actief en wordt gewaardeerd tegen kostprijs min bijzondere waardeverminderingen. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt getest op bijzondere waardeverminderingen en dat minstens jaarlijks ofwel als daartoe interne of externe indicaties bestaan. Die worden toegepast als de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden waartoe de goodwill behoort, hoger is dan zijn realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill kunnen niet worden teruggenomen. Voor elke nieuwe bedrijfscombinatie moet KBC een keuze maken inzake de waardering van de minderheidsbelangen, hetzij tegen reële waarde, hetzij volgens hun evenredige deel in het eigen vermogen. De te maken keuze bepaalt het bedrag van de goodwill.

Software wordt – als de voorwaarden voor opname als actief zijn vervuld – opgenomen onder de immateriële vaste activa. Systeemsoftware wordt als actief opgenomen en volgt het afschrijvingstempo van de hardware (namelijk drie jaar) vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Standaardsoftware en door een derde partij ontwikkelde maatsoftware worden als een actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Interne en externe ontwikkelingskosten van intern gegenereerde software van investeringsprojecten worden als actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar. Investeringsprojecten zijn grootschalige projecten die een belangrijk bedrijfsdoel of -model introduceren of vervangen. Interne en externe onderzoekskosten verbonden aan die projecten en alle kosten van overige ICT-projecten aangaande intern gegenereerde software (andere dan investeringsprojecten) worden onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen.

e Materiële vaste activa (inclusief vastgoedbeleggingen)

Alle materiële vaste activa worden opgenomen tegen aanschaffingswaarde (inclusief direct toewijsbare kosten van aanschaffing), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingspercentages zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur en worden lineair toegepast zodra de activa gebruiksklaar zijn. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt als de boekwaarde van de activa hoger is dan hun realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de bedrijfswaarde en de verkoopprijs min verkoopkosten). Geboekte bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Bij verkoop van materiële vaste activa worden gerealiseerde winsten of verliezen onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen. Bij vernietiging wordt het resterende af te schrijven bedrag onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

De boekhoudkundige regels voor materiële vaste activa gelden ook voor vastgoedbeleggingen.

Externe financieringskosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het verwerven van een actief worden bij de activa opgenomen als onderdeel van de kosten van dat actief. Alle andere financieringskosten worden opgenomen als kosten tijdens de periode waarin ze werden gemaakt. Zodra er kosten worden gemaakt voor een actief, financieringskosten ontstaan en activiteiten aan de gang zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop, worden die kosten bij de activa opgenomen. Als het proces onderbroken wordt, worden de financieringskosten niet meer geactiveerd. De activering van financieringskosten stopt als alle activiteiten om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop achter de rug zijn.

f Technische voorzieningen

Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's

Voor het rechtstreekse bedrijf wordt de voorziening voor niet-verdiende premies in principe dagelijks berekend op basis van de brutopremies.

Voor de ontvangen herverzekering wordt de voorziening voor niet-verdiende premies voor elke overeenkomst afzonderlijk bepaald op basis van de door de cedent meegedeelde informatie, en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

De voorziening voor niet-verdiende premies voor de activiteit Leven wordt opgenomen onder de voorziening voor de activiteitsgroep Leven.

Voorziening voor verzekeringen Leven

Die voorziening wordt, met uitzondering van de tak 23-producten, berekend volgens de geldende actuariële principes waarbij rekening wordt gehouden met de voorziening voor niet-verdiende premies, de vergrijzingsvoorziening, de voorziening voor nog uit te keren maar niet vervallen rente, en andere.

In principe wordt die voorziening voor elke verzekeringsovereenkomst afzonderlijk berekend.

Voor geaccepteerde zaken wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk een voorziening aangelegd op basis van de door de cedent meegedeelde informatie en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzichten.

Als aanvulling bij de onderstaande regels wordt er conform de wettelijke bepalingen een aanvullende voorziening aangelegd.

Daarbij geldt het volgende:

  • • Waardering volgens de prospectieve methode: die methode wordt toegepast voor de voorzieningen van klassieke tak 21-levensverzekeringen, moderne tak 21-levensverzekeringen met gegarandeerde rente op toekomstige premies en voor de voorziening voor aanvullende voordelen voor personeelsleden wat de geldende rente betreft. De berekening volgens prospectieve actuariële formules steunt op de technische bepalingen van de contracten.
  • • Waardering volgens de retrospectieve methode: die methode wordt toegepast voor de voorziening voor moderne tak 21-levensverzekeringen en voor de voorziening voor aanvullende personeelsvoordelen om nieuwe aanvullende premies te betalen. De berekeningen volgens retrospectieve actuariële formules steunen op de technische bepalingen van de contracten, zij het dan zonder rekening te houden met toekomstige stortingen.

Voorziening voor te betalen schaden

Voor de aangegeven schaden wordt de voorziening in principe per schadegeval berekend, op basis van de bekende elementen van het dossier, ten belope van de nog verschuldigde sommen aan de slachtoffers of begunstigden en verhoogd met de externe kosten nodig voor de afhandeling van de schadegevallen. Als een schadevergoeding in de vorm van een periodieke betaling moet worden uitgekeerd, worden de daartoe te reserveren bedragen op basis van erkende actuariële methoden berekend.

Voor schadegevallen claims incurred but not reported (IBNR) op de balansdatum wordt een IBNR-voorziening aangelegd. Voor het rechtstreekse bedrijf is die IBNR-voorziening gebaseerd op een forfaitaire som per verzekeringstak, afhankelijk van opgedane ervaringen en de ontwikkeling van de verzekerde portefeuille. Voor buitengewone gebeurtenissen wordt de IBNR-voorziening verhoogd met extra bedragen.

Voor schadegevallen claims incurred but not enough reserved (IBNER) op de balansdatum wordt een IBNER-voorziening aangelegd, als de procedures aantonen dat de andere schadevoorzieningen niet toereikend zijn voor de toekomstige verplichtingen. Die voorziening bevat bedragen voor schadegevallen die wel al gemeld zijn, maar die om technische redenen nog niet konden worden opgenomen in het schadedossier. Waar passend wordt, op voorzichtige basis, een voorziening aangelegd voor mogelijke verplichtingen uit al afgesloten schadedossiers.

Er wordt een voorziening voor de interne schaderegelingskosten berekend

waarvan het toegepaste percentage wordt bepaald op basis van opgedane ervaringen uit het verleden.

Verder worden op basis van wettelijke bepalingen ook aanvullende voorzieningen aangelegd, zoals voor arbeidsongevallen.

Voorziening voor winstdeling en restorno's

In die post wordt de voorziening opgenomen die betrekking heeft op de verdeelde maar nog niet toegekende winstdeling bij het afsluiten van het boekjaar, zowel voor de activiteitsgroep Leven als Niet-leven.

Toereikendheidstoets met betrekking tot verplichtingen

Er wordt een toereikendheidstoets (liability adequacy test) uitgevoerd om de geldende verplichtingen te evalueren, mogelijke tekorten op te sporen en ze te erkennen als winst of verlies.

Afgestane herverzekering en retrocessie

Het effect van afgestane herverzekeringen en retrocessies wordt als actief opgenomen, berekend voor elke overeenkomst afzonderlijk en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

g Verzekeringscontracten gewaardeerd volgens IFRS 4 – fase 1

De regels voor deposit accounting gelden voor financiële instrumenten zonder discretionaire winstdeling en voor de depositocomponent van tak 23-verzekeringscontracten. Dat betekent dat de depositocomponent en de verzekeringscomponent apart worden gewaardeerd. Via deposit accounting wordt het deel van de premies dat gerelateerd is aan de depositocomponent – net als de resulterende boeking van de verplichting – niet opgenomen in het resultaat. Beheerskosten en commissielonen worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bij latere koerswijzigingen van de tak 23-beleggingen wordt zowel de schommeling van het actief als de resulterende schommeling van de verplichting onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Daarom wordt de depositocomponent, na de eerste opname, gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening. Die reële waarde wordt bepaald door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de waarde van de eenheid die gebaseerd is op de reële waarde van de onderliggende financiële instrumenten. Uitkeringen met betrekking tot de depositocomponent worden niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening, maar resulteren in een afboeking van de verplichting.

Financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling en de verzekeringscomponent van tak 23-verzekeringscontracten (gekoppeld aan een beleggingsfonds) worden gewaardeerd als verzekeringscontracten die niet aan een beleggingsfonds zijn verbonden (zie f Technische voorzieningen). De depositocomponent van de financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling wordt dus niet afgesplitst van de verzekeringscomponent. Op de balansdatum wordt aan de hand van de toereikendheidstoets (liability adequacy test) beoordeeld of de verplichtingen voortkomend uit die financiële instrumenten of verzekeringscontracten adequaat zijn. Als het bedrag van die verplichtingen lager is dan hun verwachte toekomstige verdisconteerde kasstromen, dan wordt het tekort in de winst-en-verliesrekening opgenomen tegenover een verhoging van de verplichting.

h Pensioenverplichtingen

De pensioenverplichtingen zijn opgenomen onder Overige verplichtingen en hebben betrekking op verplichtingen voor rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijksoortige pensioenen of renten.

Toegezegdpensioenregelingen zijn plannen waarbij KBC een wettelijke of constructieve verplichting heeft om extra bijdragen te betalen aan het pensioenfonds als dat fonds onvoldoende activa bezit om alle verplichtingen tegenover het personeel te betalen die ontstaan zijn uit huidige dienstprestaties en dienstprestaties in het verleden.

De pensioenverplichtingen voortvloeiend uit die plannen voor het personeel worden berekend volgens IAS 19 aan de hand van de Projected Unit Credit Method, waarbij elke dienstprestatieperiode aanleiding geeft tot een aanvullend recht op pensioen.

Bewegingen in activa of verplichtingen inzake toegezegdpensioenregelingen worden verwerkt in de exploitatiekosten (aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten), de rentelasten (netto-interestlasten) en in de nietgerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen (herberekeningen).

i Belastingverplichtingen

Die post bevat de actuele én de latente belastingverplichtingen.

Actuele belastingverplichtingen worden bepaald aan de hand van het verwachte te betalen bedrag, berekend op basis van de belastingvoeten die geldig zijn op de balansdatum.

Latente belastingverplichtingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen. Ze worden berekend aan de hand van de belastingvoeten die geldig zijn op het moment van realisatie van de activa of de verplichtingen waarop ze betrekking hebben. Latente belastingvorderingen worden geboekt voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waardoor die aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden gebruikt.

j Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen in de balans als:

  • er een (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting bestaat op de balansdatum, als gevolg van een gebeurtenis in het verleden; en
  • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om de verplichtingen af te wikkelen; en
  • het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.

k Eigen vermogen

Het eigen vermogen is het nettoactief na aftrek van alle verplichtingen. Eigenvermogensinstrumenten worden onderscheiden van financiële instrumenten volgens de regels van IAS 32:

  • De kernkapitaaleffecten zonder stemrecht (ook Yield Enhanced Securities of YES'en genaamd) waarop werd ingetekend door de overheden, worden beschouwd als eigenvermogensinstrumenten waarbij de coupon rechtstreeks in het eigen vermogen wordt verwerkt. Aangezien de uitbetaling van de coupon op de YES'en afhankelijk is van het uitkeren van een dividend op gewone aandelen, worden de coupons op hetzelfde tijdstip geboekt als het dividend op gewone aandelen (dus geen proratering van de coupon in het eigen vermogen).
  • De aanschaffingskosten van de eigen aandelen van KBC Groep NV worden afgetrokken van het eigen vermogen. Resultaten van verkoop, uitgifte of vernietiging van eigen aandelen worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen.
  • Transacties met derivaten van KBC-aandelen worden eveneens gerapporteerd in het eigen vermogen, tenzij ze netto werden afgewikkeld in geldmiddelen.
  • Aandelenopties op KBC-aandelen die onder het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen, worden gewaardeerd tegen reële waarde op de toekenningsdatum. Die reële waarde wordt gespreid over de dienstprestatieperiode in de winst-en-verliesrekening opgenomen als personeelskosten met als tegenpost een aparte post van het eigen vermogen. De aandelenoptieplannen van 2000-2002 vallen buiten het toepassingsgebied van IFRS 2.
  • De herwaarderingsresultaten op voor verkoop beschikbare financiële activa worden opgenomen in het eigen vermogen tot de verkoop van de activa of tot wanneer zich een bijzondere waardevermindering voordoet. Dan wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt naar het resultaat van het boekjaar.

Putopties op minderheidsbelangen (en, indien van toepassing, combinaties van put- en callopties in forwardcontracten) worden erkend als financiële verplichtingen tegen de actuele waarde van hun uitoefenprijs. Het overeenstemmende minderheidsbelang wordt uit het eigen vermogen gehaald. Het verschil tussen beide wordt ofwel als een actief erkend (goodwill) ofwel opgenomen in de winst-en-verliesrekening (negatieve goodwill).

Wisselkoers op 31-12-2013 Wisselkoersgemiddelde in 2013
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van 31-12-2012
Positief: appreciatie tegenover EUR
Negatief: depreciatie tegenover EUR
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van gemiddelde in 2012
Positief: appreciatie tegenover EUR
Negatief: depreciatie tegenover EUR
CZK 27,427 -8% 25,932 -3%
GBP 0,8337 -2% 0,8493 -4%
HUF 297,04 -2% 297,74 -3%
USD 1,3791 -4% 1,3283 -3%

* Afgeronde cijfers.

m Wijzigingen in de waarderingsregels tijdens 2013

Er waren geen belangrijke wijzigingen in de waarderingsregels in 2013, met uitzondering van de in Toelichting 1a vermelde aanpassing met betrekking tot IAS 19.

Toelichtingen in verband met segmentinformatie

Toelichting 2: segmentering volgens de managementstructuur

De segmenten of divisies van de groep

Begin 2013 heeft KBC een nieuwe managementstructuur ingevoerd die de vernieuwde strategie van de groep weerspiegelt. Meer informatie daarover vindt u in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur (de commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd). Op basis daarvan heeft de groep ook de presentatie van zijn financiële segmentrapportering herwerkt.

Tot eind 2012 bestonden de segmenten uit de divisies België (retailbankverzekeren), Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Bulgarije), Merchantbanking (bedrijfsbankieren en marktactiviteiten in België en het buitenland, en KBC Bank Ireland) en Groepscenter (de resultaten van de holding, elementen die niet aan de andere divisies zijn toegewezen en de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen).

In het nieuwe rapporteringsoverzicht zijn de segmenten (vereenvoudigd):

  • Divisie België (alle activiteiten in België)
  • Divisie Tsjechië (alle activiteiten in Tsjechië)

l Gebruikte wisselkoersen*

  • Divisie Internationale Markten (activiteiten in Ierland, Hongarije, Slowakije en Bulgarije)
  • Groepscenter (resultaten van de holding, elementen die niet aan de andere divisies zijn toegewezen, resultaten van de te desinvesteren maatschappijen en de invloed van legacy en eigen kredietrisico (zie verder)).

Een uitgebreidere definitie vindt u in de hoofdstukken die aan de afzonderlijke divisies zijn gewijd.

De belangrijkste verschillen met de vroegere divisies zijn:

  • De vroegere Divisie België is uitgebreid met de Belgische merchantbankingactiviteiten (bedrijfsbankieren en marktactiviteiten), met inbegrip van de buitenlandse vestigingen van KBC Bank (die vroeger deel uitmaakten van Divisie Merchantbanking).
  • De voormalige Divisie Centraal- en Oost-Europa is opgesplitst in de afzonderlijke Divisie Tsjechië, wat wijst op het belang van dat land binnen de activiteiten van de groep, en in de activiteiten in de andere kernlanden – Hongarije, Slowakije en Bulgarije – die zijn ondergebracht in Divisie Internationale Markten.
  • KBC Bank Ireland, dat vroeger tot Divisie Merchantbanking behoorde, maakt nu deel uit van Divisie Internationale Markten.

De nieuwe managementstructuur van de groep omvat ook Divisie Internationale Productfabrieken. De resultaten van de activiteiten van die divisie worden opgenomen in de resultaten van de andere divisies op geografische basis. De divisie wordt dus niet als een apart segment getoond in de rapportering over de segmentresultaten.

Segmentrapportering gebaseerd op het aangepaste nettoresultaat

De gegevens van de segmentrapportering werden opgesteld volgens de algemene KBC-boekhoudmethodologie (zie Toelichting 1) en zijn dus in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRS).

In de vroegere rapportering werd de winst-en-verliesrekening volgens IFRS aangevuld met een onderliggende winst-en-verliesrekening (exclusief nietoperationele en uitzonderlijke elementen). Dat is nu niet meer het geval. Maar naast de cijfers volgens IFRS verschaft KBC nog altijd cijfers die meer inzicht verschaffen in de bedrijfsresultaten. Dat betekent dat we, naast de winst-en-verliesrekening volgens IFRS, een aangepaste winst-en-verliesrekening geven waarin een beperkt aantal niet-operationele elementen niet is opgenomen, maar worden samengevat in drie regels onderaan in het overzicht. Dat overzicht noemen we de aangepaste winst-en-verliesrekening en het resultaat zonder de niet-operationele elementen noemen we het aangepaste nettoresultaat.

De gesegmenteerde informatie is gebaseerd op dat herwerkte overzicht.

De niet-operationele elementen zijn:

  • Legacy-CDO-activiteiten (voornamelijk veranderingen in de waardering van CDO's en vergoedingen voor de CDO-garantieregeling),
  • Legacy-desinvesteringsactiviteiten (waardeverminderingen en meer-/ minderwaarden op desinvesteringen),
  • De invloed van reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten ten gevolge van eigen kredietrisico.

In de gesegmenteerde informatie zijn die elementen toegewezen aan Groepscenter.

Daarnaast worden de tradingresultaten, die in het overzicht volgens IFRS zijn opgenomen in diverse posten, verplaatst naar de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde. Dat gebeurt alleen voor KBC Bank België (Divisie België), gezien het belang ervan.

Noteer:

  • We wijzen een groepsmaatschappij in principe volledig toe aan hetzelfde segment (zie Toelichting 44). Belangrijke uitzonderingen maken we alleen voor elementen die we niet op een eenduidige manier aan een bepaald segment kunnen toewijzen, zoals de achterstellingskosten van achtergestelde leningen (vermeld onder Groepscenter).
  • We wijzen de financieringskosten van de participaties toe aan Groepscenter. Ook de eventuele financieringskosten met betrekking tot de leverage op het niveau van KBC Groep NV zijn vervat in Groepscenter.
  • Transacties tussen de segmenten onderling worden voorgesteld at arm's length.
  • In de segmentinformatie vermelden we de nettorente-inkomsten zonder opdeling in renteopbrengsten en rentelasten, wat toegestaan is door IFRS. Het merendeel van de opbrengsten van de segmenten bestaat immers uit rente en het management baseert zich vooral op de nettorente-inkomsten bij de beoordeling en sturing van de divisies.
  • We verstrekken geen informatie over opbrengsten uit verkoop aan externe cliënten per groep van producten of diensten, omdat we de informatie op geconsolideerd niveau vooral per divisie, en niet per cliëntgroep of productgroep, opmaken.

We bespreken de resultaten per divisie in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd. De volgende tabel geeft de aansluiting weer op groepsniveau.

Uitleg bij de afzonderlijk vermelde elementen

Elementen die uit het aangepaste nettoresultaat
worden gehaald (in miljoenen euro)
Voetnoot Belangrijkste betrokken post(en)
in de winst-en-verliesrekening
2012 2013
Legacyactiviteiten: Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's,
inclusief vergoeding voor de CDO-garantieregeling
1 Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde,
Belastingen
425 446
Legacyactiviteiten: Desinvesteringen 2 Overige netto-inkomsten, Netto gerealiseerd resultaat uit
voor verkoop beschikbare financiële activa, Nettoresultaat
na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten, Bijzondere
waardeverminderingen, Belastingen
-778 -348
Eigen kredietrisico: Reëlewaardeveranderingen van eigen
schuldinstrumenten
3 Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde,
Belastingen
-531 -43

1 Zowel in 2012 als in 2013 verbeterde de marktprijs voor bedrijfskredieten, wat zich weerspiegelt in een ingekomen credit default swap spread en zorgde voor een positieve waardeaanpassing van de CDO-risico's van KBC. De bedragen bevatten ook de invloed van de overheidsgarantieregeling en de daaraan gerelateerde vergoedingen, de winsten of verliezen gerelateerd aan de-risking van CDO's en de dekking van het CDO-gerelateerde tegenpartijrisico met betrekking tot MBIA, de Amerikaanse monolineverzekeraar (die dekking werd in 2012 verhoogd van 70% naar 80%, maar in de loop van 2013 verlaagd van 80% naar 60%).

2 In 2013 hadden de verkoop van KBC Banka (Servië), de verkoop van Absolut Bank (Rusland), de verkoop van het minderheidsbelang in NLB (Slovenië), de verkoop van aandeelhoudersleningen, de voorziening van de achtergestelde lening op NLB en de waardevermindering op Antwerpse Diamantbank een negatieve impact, terwijl de plaatsing via een secundair aanbod van het minderheidsbelang in Bank Zachodni (Polen) resulteerde in een positieve impact. In totaal tekenden die elementen, samen met enkele kleinere dossiers, voor een resultaatsimpact van -348 miljoen euro na belastingen. In 2012 gaat het vooral over de positieve impact van de verkoop van WARTA (Polen), Fidea (België) en de fusie van Kredyt Bank (Polen), samen 0,5 miljard euro, en de negatieve impact van de waardeverminderingen voor Absolut Bank (Rusland), Antwerpse Diamantbank (België), KBC Bank Deutschland (Duitsland), KBC Banka (Servië) en NLB (Slovenië), samen -1,2 miljard euro.

3 De negatieve resultaatsimpact in 2012 en 2013 wordt verklaard door afgenomen senior en achtergestelde credit spreads van KBC over de periode, wat zich uit in een hogere marktwaardering van het schuldpapier in de Financiële verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.

Onderliggende resultaten per segment (divisie)

Divisie
België
Divisie
Tsjechië
Divisie
Interna
tionale
Markten Waarvan: Groeps
center
(excl.
elimina
ties tussen
segmen
ten)
Elimina
ties tussen
segmen
ten
KBC
groep
(in miljoenen euro) Hongarije Slowakije Bulgarije Ierland
AANGEPASTE WINST-EN-VERLIESREKENING 2012
Nettorente-inkomsten 2 722 1 027 644 267 173 39 164 138 0 4 532
Verzekeringen Niet-leven
(vóór herverzekering) 375 74 81 31 20 29 0 113 -20 622
Verdiende premies 916 169 164 61 25 79 0 272 -21 1 500
Technische lasten -541 -95 -83 -30 -4 -50 0 -159 1 -878
Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) -305 31 6 -8 11 3 0 31 -2 -240
Verdiende premies 847 369 78 13 53 12 0 182 -2 1 475
Technische lasten -1 153 -338 -73 -21 -43 -9 0 -151 0 -1 714
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -11 -6 -7 -2 -2 -2 0 11 0 -13
Dividendinkomsten 40 1 0 0 0 0 0 1 0 43
Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst-en
verliesrekening
506 96 108 81 25 1 1 78 0 789
Netto gerealiseerd resultaat uit voor
verkoop beschikbare financiële activa 119 5 2 1 1 0 0 55 0 180
Nettoprovisie-inkomsten 948 180 143 94 39 2 2 53 1 1 324
Overige netto-inkomsten 107 28 10 -1 7 3 0 99 8 252
TOTALE OPBRENGSTEN 4 499 1 436 986 461 275 76 167 579 -13 7 488
Exploitatiekostena -2 195 -689 -650 -324 -185 -55 -82 -663 13 -4 184
Bijzondere waardeverminderingen -328 -69 -623 -50 -18 -8 -547 -175 0 -1 195
Op leningen en vorderingen -246 -63 -609 -44 -11 -7 -547 -153 0 -1 072
Op voor verkoop beschikbare financiële
activa
-36 -1 0 0 0 0 0 0 0 -37
Op goodwill 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Op overige -46 -5 -13 -5 -7 -1 0 -22 0 -86
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
ondernemingen
0 0 2 2 0 0 0 -33 0 -31
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 1 976 678 -285 89 71 14 -462 -291 0 2 078
Belastingen -619 -97 25 -22 -10 0 57 138 0 -553
Nettoresultaat na belastingen uit beëin
digde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
AANGEPAST NETTORESULTAAT 1 357 581 -260 67 61 14 -405 -153 0 1 525
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen -3 0 0 0 0 0 0 32 0 29
Toerekenbaar aan de aandeelhouders
van de moedermaatschappij
1 360 581 -260 67 61 14 -405 -185 0 1 496
Netto-impact legacyactiviteiten CDO's 425 425
Netto-impact legacyactiviteiten
desinvesteringen
-778 -778
Netto-impact eigen kredietrisico -531 -531
NETTORESULTAAT
Toerekenbaar aan de aandeelhou
ders van de moedermaatschappij
1 360 581 -260 67 61 14 -405 -1 069 0 612
a Waarvan niet-kaskosten -66 -43 -49 -27 -14 -4 -4 -153 -311
Afschrijvingen vaste activa -59 -36 -47 -27 -12 -4 -4 -165 -306
Overige -7 -6 -2 0 -2 0 0 11 -5
Aanschaffing vaste activa* 494 63 109 38 40 17 13 158 823

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill en andere immateriële vaste activa.

Divisie Divisie Divisie
Interna
tionale
Groeps
center
(excl.
elimina
ties tussen
segmen
Elimina
ties tussen
segmen
KBC
België Tsjechië Markten Waarvan: Ierland ten) ten groep
(in miljoenen euro) Hongarije Slowakije Bulgarije
AANGEPASTE WINST-EN-VERLIESREKENING 2013
Nettorente-inkomsten
2 648 960 632 269 200 40 123 -194 -2 4 044
Verzekeringen Niet-leven
(vóór herverzekering) 409 62 80 26 22 31 0 5 -20 536
Verdiende premies 955 170 155 59 26 70 0 -1 -21 1 259
Technische lasten -546 -108 -75 -32 -3 -40 0 6 0 -723
Verzekeringen Leven (vóór herverzekering) -274 25 4 -10 10 3 0 5 -2 -242
Verdiende premies 831 199 83 14 54 15 0 21 -2 1 132
Technische lasten -1 105 -173 -79 -24 -44 -11 0 -16 0 -1 373
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -6 4 -9 -3 -2 -4 0 6 0 -5
Dividendinkomsten 40 0 0 0 0 0 0 0 0 41
Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst-en
verliesrekening
544 82 90 77 19 1 -7 62 0 779
Netto gerealiseerd resultaat uit voor
verkoop beschikbare financiële activa
171 16 13 7 3 3 1 13 0 213
Nettoprovisie-inkomsten 1 061 199 204 159 43 1 -4 19 5 1 487
Overige netto-inkomsten 292 10 20 11 10 -1 0 15 7 343
TOTALE OPBRENGSTEN 4 885 1 359 1 034 536 305 74 114 -69 -13 7 197
Exploitatiekostena -2 249 -649 -715 -379 -180 -52 -102 -225 13 -3 826
Bijzondere waardeverminderingen -363 -56 -1 189 -78 -30 -22 -1 059 -122 0 -1 729
Op leningen en vorderingen -328 -52 -1 171 -76 -27 -9 -1 059 -87 0 -1 638
Op voor verkoop beschikbare
financiële activa
-7 0 -10 0 0 -10 0 -4 0 -20
Op goodwill 0 0 0 0 0 0 0 -7 0 -7
Op overige -28 -3 -8 -2 -3 -3 0 -25 0 -64
Aandeel in het resultaat van geassocieerde
ondernemingen
0 0 1 1 0 0 0 0 0 1
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 2 273 654 -869 81 95 1 -1 047 -417 0 1 643
Belastingen -703 -100 15 -15 -25 1 55 120 0 -668
Nettoresultaat na belastingen uit beëin
digde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
AANGEPAST NETTORESULTAAT 1 570 554 -853 66 70 2 -992 -297 0 974
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 0 0 0 0 0 0 0 14 0 14
Toerekenbaar aan de aandeelhouders
van de moedermaatschappij
1 570 554 -853 66 70 2 -992 -311 0 960
Netto-impact legacyactiviteiten CDO's 446 446
Netto-impact legacyactiviteiten desinvester
ingen
-348 -348
Netto-impact eigen kredietrisico -43 -43
NETTORESULTAAT
Toerekenbaar aan de aandeelhouders
van de moedermaatschappij
1 570 554 -853 66 70 2 -992 -256 0 1 015
a Waarvan niet-kaskosten -61 -31 -48 -26 -11 -3 -7 -124 -264
Afschrijvingen vaste activa -59 -34 -49 -27 -11 -3 -7 -129 -271
Overige -1 4 1 1 0 0 0 4 7
Aanschaffing vaste activa* 337 66 79 25 22 3 29 97 578

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill en andere immateriële vaste activa.

Balansinformatie per segment (divisie)

De onderstaande tabel geeft een segmentindeling van enkele belangrijke producten uit de balans.

Divisie Divisie Divisie
Internatio
nale
Groeps KBC
België Tsjechië Markten Waarvan: center groep
(in miljoenen euro) Hongarije Slowakije Bulgarije Ierland
BALANS 31-12-2012
Deposito's van cliënten en schuldpapier,
exclusief repo's
95 073 26 228 13 426 5 749 4 389 601 2 687 18 728 153 454
Leningen en voorschotten aan cliënten,
exclusief reverse repo's
83 332 18 581 23 103 4 057 4 129 557 14 360 1 495 126 510
Termijnkredieten exclusief
reverse repo's
42 151 7 590 6 217 1 719 1 615 175 2 708 1 468 57 426
Hypotheekleningen 30 847 7 919 15 069 1 701 1 519 255 11 594 27 53 862
Voorschotten in rekening
courant
2 623 15 653 291 349 0 12 0 3 291
Financiële leasing 3 224 373 512 104 363 0 46 0 4 110
Afbetalingskredieten 1 282 1 561 520 152 241 127 0 0 3 364
Overige leningen en
voorschotten
3 204 1 122 131 90 41 0 0 0 4 458
BALANS 31-12-2013
Deposito's van cliënten en schuldpapier,
exclusief repo's
97 051 24 840 14 472 5 878 4 583 544 3 466 17 123 153 487
Leningen en voorschotten aan cliënten,
exclusief reverse repo's
81 673 18 103 21 261 3 864 4 248 612 12 537 1 080 122 117
Termijnkredieten exclusief
reverse repo's
40 566 6 848 5 612 1 772 1 488 242 2 111 1 048 54 074
Hypotheekleningen 31 146 8 373 13 925 1 548 1 722 236 10 419 24 53 468
Voorschotten in rekening
courant
1 847 19 586 262 324 0 0 0 2 451
Financiële leasing 3 200 359 484 92 385 0 7 0 4 044
Afbetalingskredieten 1 251 1 538 533 112 287 134 0 0 3 322
Overige leningen en
voorschotten
3 663 967 121 80 41 0 0 8 4 758

Toelichting 3: Nettorente-inkomsten

(in miljoenen euro)
2012
2013
Totaal
4 669
4 132
Rente-inkomsten
10 134
8 464
Voor verkoop beschikbare activa
1 203
836
Leningen en vorderingen
6 047
4 997
Tot einde looptijd aangehouden activa
941
1 054
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde
28
14
Subtotaal rente-inkomsten uit financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
8 218
6 901
Waarvan rente-inkomsten op financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen werden aangelegd
95
123
Activa aangehouden voor handelsdoeleinden
1 185
916
Afdekkingsderivaten
569
467
Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
162
179
Rentelasten
-5 465
-4 332
Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs
-3 058
-2 323
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde
-10
-5
Subtotaal rentelasten uit financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-3 068
-2 328
Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden
-1 419
-1 097
Afdekkingsderivaten
-799
-679
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening
-179
-217
Nettorentelasten m.b.t. toegezegdpensioenregelingen
0
-12

• Naar aanleiding van de aanpassing van IAS 19 (Personeelsbeloningen – zie ook Toelichting 1a) worden nettorentelasten m.b.t. toegezegdpensioenregelingen opgenomen in de nettorente-inkomsten (voorheen bij Exploitatiekosten – personeelskosten); dat bestaat uit de verwachte rente-inkomsten op de fondsbeleggingen (berekend tegen de rentevoet waartegen de brutoverplichtingen berekend zijn) en de rentekosten met betrekking tot de brutoverplichting uit hoofde van de toegezegde pensioenrechten.

Toelichting 4: Dividendinkomsten

(in miljoenen euro) 2012 2013
Totaal 45 47
Aandelen aangehouden voor handelsdoeleinden 2 6
Aandelen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de
winst-en-verliesrekening 1 4
Voor verkoop beschikbare aandelen 41 37

Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro) 2012 2013
Totaal 420 1 191
Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden (inclusief rente en marktwaardeveranderingen van derivaten aange
houden voor handelsdoeleinden)
496 962
Andere financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waarde
veranderingen in de winst-en-verliesrekening
386 -236
Waarvan: winst/verlies eigen kredietrisico -709 -62
Wisselbedrijf -445 462
Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties -18 3
Microhedging 0 -2
Reëlewaardeafdekkingen -1 -1
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten 120 92
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging -121 -93
Kasstroomafdekkingen 1 -1
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel 1 -1
Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, niet-effectieve deel 0 0
Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille -1 0
Reëlewaardeafdekkingen van renterisico -1 0
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten -30 -78
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging 29 78
Kasstroomafdekkingen van renterisico 0 0
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel 0 0
Stopzetting van hedge accounting in geval van kasstroomafdekking -16 5
  • Waardeveranderingen CDO's: het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde bevat ook de invloed van de waardeveranderingen van CDO's in portefeuille. In 2012 verbeterde de marktprijs voor bedrijfskredieten, weerspiegeld in de credit default swap spreads, en verhoogden we de voorziening voor tegenpartijrisico op MBIA van 70% naar 80%. Dat zorgde per saldo voor een positieve aanpassing van ongeveer 0,8 miljard euro. In 2013 verbeterde de marktprijs voor bedrijfskredieten opnieuw, was er een effect gerelateerd aan de derisking en verlaagden we de voorziening voor tegenpartijrisico op MBIA van 80% naar 60% gebaseerd op een interne fundamentele analyse (dat laatste heeft ceteris paribus een impact van 40 miljoen euro). Dat zorgde per saldo voor een positieve aanpassing van ongeveer 0,6 miljard euro. De invloed van de CDO-garantieregeling en de daaraan gerelateerde vergoeding wordt eveneens in deze post geboekt (zie volgend punt);
  • CDO-garantieregeling met Belgische staat: in mei 2009 tekende KBC

een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Details daarover vindt u in het deel Overige informatie. Initieel bedroeg de totale door KBC aan de Belgische staat te betalen garantieprovisie voor de derde schijf (cashgarantie) ongeveer 1,1 miljard euro (actuele waarde bij start van de garantieregeling; in 2009 upfront geboekt). Er was eveneens een positief effect op de mark-to-market van de gegarandeerde posities. Daarnaast betaalt KBC een bereidstellingsprovisie van ongeveer 60 miljoen euro per halfjaar voor de tweede schijf (equitygarantie). Het contract, inclusief de te betalen provisie, wordt tegen zijn reële waarde opgenomen in het resultaat. We beschrijven het reëlewaardemodel in Toelichting 26. In 2012 werd de overheidsgarantieregeling wat aangepast. In de herziene overeenkomst werden bijkomende afspraken gemaakt die KBC een voorwaardelijke korting geven op de uitstaande premiebetalingen (onder bepaalde strikte voorwaarden en bovendien begrensd tot een bepaald maximumbedrag).

Invloed op winst-en-verliesrekening van kostprijs van CDO-garantieregeling met de Belgische staat
(in miljoenen euro, vóór belastingen) 2012 2013
Cashgarantie (voor de derde schijf) – reëlewaardeverandering -15 85
Equitygarantie (voor de tweede schijf) -282 -92
Totaal in winst-en-verliesrekening -297 -6
  • Resultaten van Wisselbedrijf: betreffen de totale wisselkoersverschillen, exclusief die welke werden geboekt op financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.
  • Invloed wijzigingen in eigen kredietrisico: zie Toelichting 27.
  • ALM-derivaten: het rentegedeelte van de ALM-derivaten wordt weergegeven onder Nettorente-inkomsten. De reëlewaardeveranderingen van de ALM-derivaten, met uitzondering van diegene waarvoor een effectieve kasstroomafdekkingsrelatie geldt, worden weergegeven onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Let wel dat ook de reëlewaardeveranderingen van de afgedekte activa in een reëlewaardeafdekkingstransactie in diezelfde post worden weergegeven, en hier een opheffing gebeurt voor zover het een effectieve afdekking betreft.
  • Effectiviteit van afdekkingen: we bepalen de effectiviteit aan de hand van de volgende methodes:
  • Voor microhedge-reëlewaardeafdekkingen gebruiken we op kwartaalbasis de dollaroffsetmethode, waarbij reëlewaardeschommelingen van de afgedekte positie en reëlewaardeschommelingen van het afdekkingsinstrument elkaar moeten compenseren binnen een range van 80%–125%. Dat is momenteel het geval.
  • Voor microhedge-kasstroomafdekkingen vergelijken we het aangegeven afdekkingsinstrument met een perfect hedge van de afgedekte kasstromen. Die vergelijking gebeurt prospectief (via BPV-meting) en retrospectief (via vergelijking van de reële waarde van het aangegeven afdekkingsinstrument met de perfect hedge). De effectiviteit van beide tests moet zich in een range van 80%–125% bevinden. Dat is momenteel het geval.

  • Voor reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille beoordelen we de effectiviteit volgens de regels voorgeschreven in de Europese versie van IAS 39 (carve out). IFRS staat niet toe om nettoposities aan te geven als afgedekte posities, maar staat wel toe om de afdekkingsinstrumenten toe te wijzen aan de brutopositie van activa (of eventueel de brutopositie van verplichtingen). Concreet zorgen we ervoor dat het volume activa (of verplichtingen) in elk looptijdsegment groter is dan het volume afdekkingsinstrumenten dat aan hetzelfde segment wordt toegewezen.

  • Dag 1-winsten: wanneer de transactieprijs op een niet-actieve markt verschillend is van de reële waarde van andere observeerbare markttransacties in hetzelfde instrument of van de reële waarde gebaseerd op een waarderingstechniek waarvan de variabelen alleen data van observeerbare markten bevatten, dan wordt het verschil tussen de transactieprijs en de reële waarde (een dag 1-winst) opgenomen in de winst-enverliesrekening. Als dat niet het geval is (als de variabelen dus niet alleen data van observeerbare markten bevatten), wordt de dag 1-winst gereserveerd en opgenomen in de winst-en-verliesrekening tijdens de looptijd en uiterlijk op de eindvervaldag van het financiële instrument. De invloed daarvan is voor KBC evenwel verwaarloosbaar.
  • Reëlewaardeveranderingen (als gevolg van marking-to-market) van een groot deel van de ALM-afdekkingsinstrumenten (die als tradinginstrumenten worden behandeld) worden ook vermeld onder nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de meeste gerelateerde activa niet tegen reële waarde worden geboekt (d.i. niet marked-to-market). Het nettoresultaat van deze financiële instrumenten bedroeg +280 miljoen euro voor belastingen in 2013 en -60 miljoen euro in 2012.

Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa

(in miljoenen euro) 2012 2013
Totaal 181 252
Vastrentende effecten 22 126
Aandelen 160 126

• Het cijfer voor 2013 bevat onder meer een meerwaarde op de verkoop van de aandelen in Bank Zachodni WBK (50 miljoen euro) en op de verkoop van Belgische overheidsobligaties. Het cijfer voor 2012 bevat onder meer de invloed van de afronding van de gebeurtenissen met betrekking tot Griekenland in het eerste kwartaal, en de invloed van de verdere afbouw van overheidsobligaties van andere GIIPS-landen gedurende het jaar (in totaal -115 miljoen euro).

Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten

(in miljoenen euro) 2012 2013
Totaal 1 315 1 484
Ontvangen provisies 2 005 2 286
Effecten en assetmanagement 847 1 091
Provisies i.v.m. beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (deposit accounting) 124 103
Verbinteniskredieten 291 246
Betalingsverkeer 570 539
Overige 173 307
Betaalde provisies -690 -802
Provisies betaald aan tussenpersonen -361 -307
Overige -329 -495

• Het overgrote deel van de provisies gerelateerd aan kredietverlening is opgenomen onder Nettorente-inkomsten, in het kader van de effectieve rentevoetberekening.

Toelichting 8: Overige netto-inkomsten

(in miljoenen euro)
2012
2013
Totaal 734 123
Waarvan meer- of minderwaarden als gevolg van:
Verkoop van leningen en vorderingen -96 -157
Verkoop van tot einde looptijd aangehouden activa -7 8
Terugkoop van financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs -1 -1
Andere, waaronder: 837 273
Inkomsten uit (voornamelijk operationele) leasingactiviteiten, KBC Lease-groep 86 93
Inkomsten van geconsolideerde private-equityparticipaties 15 0
Inkomsten van Groep VAB 63 65
Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen 562 -78
Onregelmatigheden bij KBC Lease UK 126 0
5-5-5-product -56 0
Moratoriuminteresten 0 71
  • Verkoop van leningen en vorderingen: bevat in 2013 onder meer de negatieve invloed van het herfinancieren van 0,3 miljard euro aan leningen aan aandeelhouders via een derde partij en de terugbetaling van aandeelhoudersleningen door Cera en KBC Ancora zelf, en de negatieve invloed van de verkoop van leningen en vorderingen als deel van het desinvesteringsproces van KBC Banka. In 2012 ging het onder meer om -59 miljoen euro gerelateerd aan de verkoop van activa voordien toegeschreven aan Atomium.
  • Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen: betreft in 2013 vooral de verkoop van Absolut Bank (-91 miljoen euro). In 2012 ging het om WARTA (0,3 miljard euro), Fidea (51 miljoen euro), Dynaco (participatie van KBC Private Equity, 21 miljoen euro) en Kredyt Bank (136 miljoen euro). Informatie over de recentste desinvesteringen vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Groepscenter. De commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd.
  • Onregelmatigheden bij KBC Lease UK in 2012: betreft de recuperatie gerelateerd aan de fraudezaak bij KBC Lease UK. KBC boekte het

maximale nettobedrag dat de onregelmatigheden zouden kunnen kosten. KBC Lease UK heeft diverse acties ondernomen om bedragen te recupereren van diverse bronnen en recupereerde in 2012 zo voor in totaal 126 miljoen euro (met 10 miljoen euro eigen risico bij de herverzekeraar KBC Group Re, opgenomen onder de post Verzekeringstechnische lasten Niet-leven).

  • 5-5-5-product in 2012: betreft de vrijwillige commerciële tegemoetkoming voor gestructureerde 5-5-5-obligaties, die KBC Bank en zijn Belgische dochtermaatschappijen in april en mei 2008 verkochten aan cliënten. KBC legde daarvoor in 2011 voor 334 miljoen euro voorzieningen aan. Het uiteindelijk aldus uit te betalen bedrag kon maar berekend worden nadat ISDA de veiling die de uiteindelijke waarde bepaalde, afsloot op 19 maart 2012. Dat leidde in het eerste kwartaal van 2012 tot een bijkomende negatieve impact van 56 miljoen euro.
  • Moratoriuminteresten: in 2013 was er een positieve invloed van ontvangen verschuldigde moratoriuminteresten van 71 miljoen euro voor belastingen.

Toelichting 9: Verzekeringsresultaten

Niet-technische
(in miljoenen euro) Leven Niet-leven rekening Totaal
2012
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 1 477 1 521 0 2 998
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -1 710 -887 0 -2 597
Nettoprovisie-inkomsten -85 -267 77 -274
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -1 -12 0 -13
Algemene beheerskosten -137 -287 -5 -429
Interne schaderegelingskosten -8 -68 0 -76
Indirecte acquisitiekosten -39 -82 0 -121
Administratiekosten -90 -137 0 -227
Beheerskosten voor beleggingen 0 0 -5 -5
Technisch resultaat -457 68 73 -316
Nettorente-inkomsten 834 834
Netto dividendinkomsten 31 31
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
381 381
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 93 93
Overige netto-inkomsten 381 381
Bijzondere waardeverminderingen -166 -166
Toewijzing aan de technische rekeningen 739 141 -880 0
Technisch-financieel resultaat 739 141 674 1 554
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 282 210 747 1 238
Belastingen -236
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 003
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 001
2013
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 1 134 1 279 0 2 413
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -1 373 -723 0 -2 096
Nettoprovisie-inkomsten -63 -229 75 -217
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -2 -3 0 -5
Algemene beheerskosten -128 -242 0 -370
Interne schaderegelingskosten -8 -59 0 -67
Indirecte acquisitiekosten -30 -76 0 -106
Administratiekosten -91 -107 0 -198
Beheerskosten voor beleggingen 0 0 0 0
Technisch resultaat -432 81 75 -276
Nettorente-inkomsten 703 703
Nettodividendinkomsten
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
29 29
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 308 308
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 53 53
Overige netto-inkomsten -46 -46
Bijzondere waardeverminderingen -81 -81
Toewijzing aan de technische rekeningen 702 99 -801 0
Technisch-financieel resultaat 702 99 165 966
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 270 180 240 690
Belastingen -227
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 463
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 462
  • We wijzigden de structuur van de tabel om een beter inzicht te verschaffen in de samenstelling van het verzekeringsresultaat (met retroactieve herwerking van de cijfers van 2012).
  • Cijfers over de verdiende premies bevatten niet de beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, die ruwweg overeenkomen met de tak 23-producten.
  • Het relatief grote bedrag bij Overige netto-inkomsten in 2012 heeft vooral te maken met de gerealiseerde meerwaarden in verband met de verkoop van WARTA (Polen) en Fidea (België). De verkoop van WARTA tekent ook voor het grootste deel van de daling van verdiende verzekeringspremies tussen 2012 en 2013.
  • Als bank-verzekeraar presenteert KBC zijn financiële informatie op een geïntegreerde manier, dus bank- en verzekeringsactiviteiten samen. Meer informatie over de afzonderlijke bankactiviteiten en verzekeringsactiviteiten vindt u in de respectieve jaarverslagen van KBC Bank

en KBC Verzekeringen. Toelichting 9 geeft alvast informatie over de verzekeringsresultaten apart. De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (resultaten betreffende verzekeringen die werden gesloten tussen de bankentiteiten en verzekeringsentiteiten binnen de groep, rente die de verzekeringsondernemingen ontvangen op de bij de bankentiteiten geplaatste deposito's, betaalde provisies van de verzekeringsentiteiten aan de bankkantoren voor de verkoop van verzekeringen, enz.) om een juister beeld te geven van de rentabiliteit van de verzekeringsactiviteiten. Bijkomende informatie over de verzekeringsactiviteiten afzonderlijk vindt u in Toelichting 10, 11, 35, 44 (deel KBC Verzekeringen) en in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten, Renterisico, Aandelenrisico en Vastgoedrisico verzekeringsactiviteiten, Verzekeringstechnisch risico en Solvabiliteit KBC Verzekeringen).

Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies

2012
(in miljoenen euro)
2013
Totaal
1 477
1 134
Opdeling per IFRS-categorie
Verzekeringscontracten
1 067
776
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling
410
357
Opdeling per type
Aangenomen herverzekering
0
1
Rechtstreekse zaken
1 477
1 133
Opdeling van de rechtstreekse zaken
Individuele premies
1 204
876
Koopsommen
625
285
Periodieke premies
579
592
Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten
273
257
Koopsommen
44
46
Periodieke premies
229
210
Totale verkoop levensverzekeringen, inclusief beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling
Tak 23
3 583
887
Tak 21
1 220
957

• Deposit accounting: conform IFRS passen we voor beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling deposit accounting toe. Dat betekent dat we de premie-inkomsten (en technische lasten) van die contracten niet tonen onder de post Verdiende verzekeringspremies (en Technische lasten) vóór herverzekering, maar dat we de marge erop vermelden onder Nettoprovisie-inkomsten. Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling komen ruwweg overeen met tak 23-contracten die goed waren voor een premie-inkomen van 0,9 miljard euro in 2013 en 3,6 miljard euro in 2012.

• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep

Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak

Verdiende
premies (vóór
herverzeke
Schaden (vóór
herverzeke
Bedrijfs
kosten (vóór
herverzeke
Afgestane
herverzeke
(in miljoenen euro) ring) ring) ring) ring Totaal
2012
Totaal 1 521 -881 -486 -12 142
Aangenomen herverzekering 14 -26 -7 8 -11
Rechtstreekse zaken 1 507 -855 -479 -20 153
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 135 -65 -36 2 36
Arbeidsongevallen, tak 1 68 -57 -12 -2 -2
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 435 -272 -141 0 23
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 253 -156 -84 0 12
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 23 -13 -8 0 2
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 419 -195 -145 -18 61
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 107 -71 -34 0 2
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 1 0 0 0 0
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 8 0 -2 -1 5
Rechtsbijstand, tak 17 41 -20 -11 0 10
Hulpverlening, tak 18 15 -6 -6 0 3
2013
Totaal 1 279 -723 -472 -3 81
Aangenomen herverzekering 25 -10 -5 1 11
Rechtstreekse zaken 1 254 -713 -467 -4 70
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 118 -61 -39 0 18
Arbeidsongevallen, tak 1 75 -90 -19 -1 -35
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 341 -188 -120 -2 31
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 182 -105 -72 -1 4
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 3 -1 -1 -1 0
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 379 -166 -153 0 61
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 86 -59 -35 -1 -9
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 1 0 0 0 1
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 9 -12 -3 1 -5
Rechtsbijstand, tak 17 43 -25 -18 0 0
Hulpverlening, tak 18 15 -6 -7 0 3

• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep.

Toelichting 12: Exploitatiekosten

(in miljoenen euro) 2012 2013
Totaal -4 248 -3 871
Personeelskosten -2 543 -2 324
Algemene beheerskosten -1 396 -1 276
Waarvan bankenheffingen -248 -327
Afschrijvingen van vaste activa -310 -272

• Algemene beheerskosten: omvatten herstel- en onderhoudskosten, reclamekosten, huur, professionele vergoedingen, verschillende (nietinkomsten)belastingen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Het omvat ook de kosten gerelateerd aan de bijzondere bankenheffing voor financiële instellingen in verschillende landen, in totaal 248 miljoen euro in 2012 en 327 miljoen euro in 2013. Dat laatste is als volgt samengesteld: 127 miljoen euro in België, 34 miljoen euro in Tsjechië, 21 miljoen euro in Slowakije, 3 miljoen euro in Bulgarije en 139 miljoen euro in Hongarije (omvat naast de bankenheffing van 61 miljoen euro ook de in 2013 ingevoerde financial transactions levy van 51 miljoen euro en een eenmalige op de financial transactions levy gebaseerde heffing van 27 miljoen euro, berekend als 208% van de door K&H betaalde belasting op financiële transacties voor de periode januari tot en met april 2013).

• Op eigen aandelen gebaseerde personeelsvoordelen zijn opgenomen onder Personeelskosten.

• Informatie over de belangrijkste overeenkomsten afgewikkeld met eigen aandelen:

Sinds 2000 heeft KBC verschillende aandelenoptieplannen opgezet.

De aandelenopties werden toegekend aan alle of bepaalde personeelsleden van de vennootschap en diverse dochterondernemingen. De aandelenopties werden gratis toegekend aan het personeel, dat alleen op het moment van de toekenning de belastingen op de gratis verstrekking moest betalen. De aandelenopties hebben een looptijd van zeven tot tien jaar na de datum van uitgifte en kunnen – in de jaren waarin ze uitoefenbaar zijn – alleen in juni, september en december worden uitgeoefend. De aandelenopties kunnen ook gedeeltelijk worden uitgeoefend. Een personeelslid kan bij het uitoefenen ofwel de aandelen bewaren op zijn effectenrekening, ofwel ze onmiddellijk verkopen op NYSE Euronext Brussels.

IFRS 2 werd niet toegepast op de met eigen aandelen afgewikkelde optieplannen die dateren van vóór 7 november 2002, aangezien die buiten het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen. De optieplannen die dateren van na 7 november 2002 waren beperkt in omvang. De grootste aandelenoptieplannen zijn ondertussen verlopen.

Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel geven we in de tabel.

2012 2013
Opties Aantal opties1 Gemiddelde
uitoefenprijs
Aantal opties1 Gemiddelde
uitoefenprijs
Uitstaand aan het begin van de periode 630 996 50,34 184 326 72,53
Toegekend tijdens de periode 0 0
Uitgeoefend tijdens de periode 0 -800 34,91
Vervallen tijdens de periode -446 670 41,18 0
Uitstaand aan het einde van de periode2 184 326 72,53 183 526 72,69
Uitoefenbaar aan het einde van de periode 177 026 72,43 176 226 72,60

1 In equivalenten van aandelen.

2 2013: uitoefenprijzen tussen 46,45–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 20 maanden.

2012: uitoefenprijzen tussen 34,91–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 33 maanden.

• Kapitaalverhoging voorbehouden aan personeelsleden van de KBCgroep: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening. Dat leidde in 2013 tot het boeken van een beperkt personeelsvoordeel (3 miljoen euro), omdat de uitgifteprijs een korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers. Informatie over de (hoogste, laagste, gemiddelde, enz.) koers van het KBC-aandeel vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders.

• Belangrijkste overeenkomsten op basis van eigen aandelen afgewikkeld met geldmiddelen: de personeelskosten over 2012 omvatten kosten van minder dan 1 miljoen euro voor een phantomaandelenplan; voor 2013 was dat 5 miljoen euro.

Toelichting 13: Personeel

2012 2013
48 026 38 167
35 938 27 964
5 997 4 638
6 091 5 565
752 440
46 951 37 436
323 291

• Berekening: de cijfers vermeld in de tabel betreffen jaargemiddelden, die inzake scope kunnen afwijken van de eindejaarcijfers die we elders in dit jaarverslag vermelden (die eindejaarcijfers zijn daarenboven exclusief maatschappijen die onder IFRS 5 vielen, en zonder medewerksters met zwangerschapsverlof, niet-actieven, enz.).

Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen (impairments) – winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro)
2012
2013
Totaal
-2 511
-1 933
Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen
-1 072
-1 719
Indeling naar type
Bijzondere waardeverminderingen voor kredieten op balans
-1 113
-1 679
Voorzieningen voor verbinteniskredieten buiten balans
-39
1
Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen
81
-42
Indeling naar divisie
België
-246
-328
Tsjechië
-63
-52
Internationale Markten
-609
-1 171
Groepscenter
-154
-169
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa
-95
-34
Indeling naar type
Aandelen
-45
-24
Andere
-50
-10
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill
-421
-7
Bijzondere waardeverminderingen op overige
-923
-173
Immateriële vaste activa (zonder goodwill)
0
-2
Materiële vaste activa, inclusief vastgoedbeleggingen
-62
-39
Tot einde looptijd aangehouden financiële activa
-2
0
Geassocieerde ondernemingen, goodwill
-433
0
Overige
-425
-132
  • Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen: betreffen vooral leningen en voorschotten aan cliënten. De bijzondere waardeverminderingen in Divisie Internationale Markten omvatten onder andere de waardeverminderingen voor kredieten in Ierland (als gevolg van de economische toestand aldaar en meer in het bijzonder de vastgoedmarkt; 1 059 miljoen euro in 2013, 547 miljoen euro in 2012, zie aparte paragraaf), voor Hongarije (76 miljoen euro in 2013, 44 miljoen euro in 2012; stijging heeft deels te maken met een analyse van de kredietportefeuille), voor Slowakije (27 miljoen euro in 2013, 11 miljoen euro in 2012) en voor Bulgarije (9 miljoen euro in 2013, 7 miljoen euro in 2012). De bijzondere waardeverminderingen in Groepscenter omvatten in 2013 onder meer 75 miljoen met betrekking tot een achtergestelde lening aan NLB, 32 miljoen euro bij KBC Bank Deutschland en 39 miljoen euro bij KBC Finance Ireland, en in 2012 onder meer 38 miljoen euro bij Kredyt Bank, 47 miljoen euro bij KBC Bank Deutschland, 22 miljoen euro bij Antwerpse Diamantbank, 79 miljoen euro bij KBC Finance Ireland en een nettoterugname van 18 miljoen euro bij Absoluut Bank.
  • KBC Bank Ireland: in Ierland leed de kredietportefeuille de laatste jaren onder de gevolgen van de vastgoedcrisis, gezien de relatief grote portefeuille aan woning- en vastgoedkredieten. De Ierse kredietportefeuille bedroeg eind 2013 ongeveer 15 miljard euro, waarvan vier vijfde slaat op hypothecaire kredieten. De rest is ongeveer gelijk verdeeld tussen kmoen bedrijfskredieten enerzijds en leningen aan vastgoedmaatschappijen en projectontwikkelaars anderzijds. In 2013 legde de groep voor 1,1 mil-

jard euro kredietvoorzieningen aan voor zijn Ierse portefeuille, aanzienlijk meer dan de 0,5 miljard euro in 2012. De stijging situeerde zich in het vierde kwartaal en resulteerde uit een analyse van de kredietportefeuille.

  • Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa: in 2013 bevatte die post vooral de waardevermindering op aandelen (24 miljoen euro) en op obligaties (10 miljoen euro). In 2012 bevatte die post vooral de waardevermindering op aandelen (45 miljoen euro) en de waardevermindering in verband met het minderheidsaandeel in Nova Ljubljanska banka (50 miljoen euro op de achtergestelde obligaties van NLB).
  • Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, geassocieerde ondernemingen en overige: in 2013 bevatte dat onder meer 29 miljoen met betrekking tot de verkoopovereenkomst voor KBC Banka en 69 miljoen euro in verband met het desinvesteringsdossier van Antwerpse Diamantbank. In 2012 bevatte dat onder meer 1,2 miljard euro met betrekking tot maatschappijen die (bij publicatie van de tweedekwartaalresultaten) onder IFRS 5 vielen (Absolut Bank, KBC Banka, KBC Bank Deutschland, Antwerpse Diamantbank en NLB). De waardevermindering weerspiegelt het verschil tussen de boekwaarde vóór de bijzondere waardevermindering en de gebruikswaarde, met uitzondering van de maatschappijen die onder IFRS 5 vielen (daar: geschatte verkoopwaarde min kosten). Meer informatie over goodwill: zie Toelichting 34.
  • Informatie over de totale bijzondere waardeverminderingen op balans: zie Toelichting 21.

Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen

(in miljoenen euro) 2012 2013
Totaal 2 1
Waarvan Nova Ljubljanska banka 1 0

• Bijzondere waardeverminderingen van (goodwill op) geassocieerde ondernemingen zijn inbegrepen bij Bijzondere waardeverminderingen (zie Toelichting 14). Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen houdt bijgevolg geen rekening met die bijzondere waardeverminderingen.

• Opmerking: in december 2012 tekende KBC een overeenkomst voor de verkoop van zijn aandeel in NLB (Slovenië). Die overeenkomst werd in maart 2013 gefinaliseerd.

Toelichting 16: Belastingen

(in miljoenen euro) 2012 2013
Totaal -362 -685
Indeling naar type
Actuele belastingen -337 -378
Uitgestelde belastingen -25 -307
Componenten van de belastingberekening
Resultaat vóór belastingen 976 1 714
Winstbelastingen tegen het Belgische statutaire tarief 33,99% 33,99%
Berekende winstbelastingen -332 -583
Plus of min belastinggevolgen toe te schrijven aan
Verschillen in belastingtarieven, België–buitenland 79 -25
Belastingvrije winst 520 182
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren 43 18
Aanpassingen beginsaldo uitgestelde belastingen toe te schrijven aan wijziging belastingtarief 24 -1
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden aangewend om de huidige belastingkosten
te verminderen
68 59
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden aangewend om de uitgestelde belastingkosten
te verminderen
54 1
Terugboeking van vroeger erkende uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van fiscale verliezen -1 0
Overige, hoofdzakelijk niet-aftrekbare uitgaven -818 -335
Het totaalbedrag van tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, filialen, geasso
cieerde ondernemingen en belangen in joint ventures, waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen zijn opgenomen*
507 201

* Bestaat uit de reserves van (al dan niet) gezamenlijke dochtermaatschappijen, geassocieerde ondernemingen en kantoren die bij uitkering voor sommige entiteiten volledig belast zullen worden (voor 100% opgenomen) en waarbij voor een belangrijk aantal entiteiten de DBI-regeling van toepassing is (voor 5% opgenomen, aangezien 95% definitief belast is).

• Belastingvorderingen en belastingverplichtingen: zie Toelichting 31.

• Uitsplitsing van de belastingen per land in 2013: zie tabel hierna.

cale verliezen, enz.

• De belastingen worden uitgesplitst in Actuele belastingen en Uitgestelde belastingen (zie ook Toelichting 1b). Actuele belastingen worden geboekt op basis van het verwachte te betalen bedrag (waarvan al een gedeelte effectief via voorafbetalingen werd gestort aan de fiscale autoriteiten). Uitgestelde belastingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van de activa en verplichtingen (ten gevolge van onder meer waarderingsverschillen tussen IFRS en de fiscale waarde, overgedragen fis• De belastingen worden uitgesplitst in Actuele belastingen en Uitgestelde belastingen (zie ook Toelichting 1b). Actuele belastingen worden geboekt op basis van het verwachte te betalen bedrag (waarvan al een gedeelte effectief via voorafbetalingen werd gestort aan de fiscale autoriteiten). Uitgestelde belastingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en fiscale waarde van de activa en verplichtingen (ten gevolge van onder meer waarderingsverschillen tussen IFRS en de fiscale waarde, overgedragen fiscale verliezen, enz.

2013
Actuele Uitgestelde
(in miljoenen euro) belastingen belastingen
KBC-kernmarkten en Ierland
België -206 -244
Tsjechië -101 1
Hongarije -18 3
Slowakije -26 0
Bulgarije 0 1
Ierland 0 19
Andere landen
VK 0 -2
VS -1 2
Frankrijk -4 0
Nederland -5 10
Luxemburg -13 -97
Rest -3 -1
Totaal -378 -307
(in miljoenen euro)
2012
2013
Gewone winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
612
1 015
Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid
-993
-583
Nettoresultaat voor de berekening van gewone winst per aandeel
-381
432
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden)
349 456
417 017
Gewone winst per aandeel (in euro)
-1,09
1,03
Verwaterde winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
612
1 015
Coupon/penaltypremie op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid
-993
-583
Nettoresultaat voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel
-381
432
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden)
349 456
417 017
Potentieel aantal aandelen die tot verwatering kunnen leiden (in duizenden eenheden)*
0
1
Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen voor verwaterde winst (in duizenden eenheden)
349 456
417 017
Verwaterde winst per aandeel (in euro)
-1,09
1,03

* Er wordt alleen rekening gehouden met de nog uitstaande personeelsopties die een verwaterende invloed kunnen hebben (waarbij de uitoefenprijs onder de marktprijs ligt en als daarvoor eigen aandelen werden aangekocht (800 eind 2013 en 0 eind 2012)).

• Definitie van gewone winst per aandeel en verwaterde winst per aandeel: zie Glossarium van gebruikte ratio's.

Toelichtingen bij de financiële instrumenten op de balans

We delen financiële instrumenten op in categorieën of portefeuilles. U vindt meer informatie in Toelichting 1b, onder Financiële activa en verplichtingen (IAS 39).

Wanneer in dit deel sprake is van de categorie Gewaardeerd tegen reële waarde, dan bedoelen we daarmee Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (reëlewaardeoptie).

We hebben de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46), verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten).

Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product

(in miljoenen euro) Aange
houden
voor han
delsdoel
einden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde1
Voor
verkoop
beschik
baar
Lenin
gen en
vorderin
gen
Tot einde
loop
tijd aange
houden
Afdek
kingsderi
vaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingena 3 802 916 0 11 363 16 081c
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 600 2 197 0 125 695 128 492
Disconto- en acceptkredieten 0 0 0 131 131
Afbetalingskredieten 0 0 0 3 364 3 364
Hypotheekleningen 0 184 0 53 678 53 862
Termijnkredieten 600 2 013 0 56 795 59 407
Financiële leasing 0 0 0 4 110 4 110
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 3 291 3 291
Overige 0 0 0 4 327 4 327
Eigenvermogensinstrumenten 451 53 1 931 2 435
Beleggingscontracten, verzekeringen 11 847 11 847
Schuldinstrumenten van 4 210 1 282 28 691 2 167 28 510 64 860
Publiekrechtelijke emittenten 3 390 811 19 929 190 27 346 51 666
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 361 199 3 335 158 670 4 724
Ondernemingen 459 272 5 427 1 819 494 8 471
Derivaten 12 095 1 088 13 183
Totaal 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898
a Waarvan reverse repo's2 5 160
b Waarvan reverse repo's2 1 981
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden 8 994
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingena 5 100 1 596 0 9 562 16 257c
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 706 774 0 121 311 122 790
Disconto- en acceptkredieten 0 0 0 605 605
Afbetalingskredieten 0 0 0 3 322 3 322
Hypotheekleningen 0 34 0 53 434 53 468
Termijnkredieten 696 697 0 53 355 54 747
Financiële leasing 0 0 0 4 044 4 044
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 2 451 2 451
Overige 10 43 0 4 101 4 154
Eigenvermogensinstrumenten 283 8 1 579 1 870
Beleggingscontracten, verzekeringen 12 745 12 745
Schuldinstrumenten van 2 974 1 319 26 002 1 690 31 323 63 307
Publiekrechtelijke emittenten 2 385 771 17 570 118 29 630 50 473
Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 268 195 3 330 154 1 040 4 986
Ondernemingen 321 353 5 102 1 418 654 7 848
Derivaten 7 823 777 8 600
Totaal 16 885 16 441 27 581 132 562 31 323 777 225 570
a Waarvan reverse repo's2 8 483
b Waarvan reverse repo's2 673
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden 8 123

1 De leningen en voorschotten in de kolom Gewaardeerd tegen reële waarde betreffen overwegend reverserepotransacties en een beperkte portefeuille van woningkredieten. Telkens benadert de boekwaarde het maximale kredietrisico.

2 Een reverserepotransactie is een transactie waarbij een partij (KBC) effecten koopt van een andere partij en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de reverserepoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde reverserepotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk ontlenen van obligaties. Bij die ontlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij de tegenpartij. Het bedrag van de reverse repo's is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (uitgeleende) activa.

Aange
houden
voor han
delsdoel
Gewaar
deerd
tegen reële
Voor
verkoop
beschik
Lenin
gen en
vorderin
Tot einde
loop
tijd aange
Afdek
kingsderi
Tegen
geamor
tiseerde
(in miljoenen euro) einden waarde baar gen houden vaten kostprijs Totaal
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingena 375 884 21 660 22 919c
Deposito's van cliënten en schuldpapierb 4 161 8 782 146 689 159 632
Zichtdeposito's 0 0 37 477 37 477
Termijndeposito's 3 776 3 336 43 491 50 602
Depositoboekjes 0 0 34 904 34 904
Deposito's van bijzondere aard 0 0 3 941 3 941
Overige deposito's 0 84 1 250 1 334
Depositocertificaten 0 27 6 209 6 236
Kasbons 0 0 522 522
Converteerbare obligaties 0 0 0 0
Niet-converteerbare obligaties 385 4 705 12 914 18 003
Converteerbare achtergestelde schulden 0 0 0 0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden 0 630 5 982 6 612
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 10 853 0 10 853
Derivaten 14 432 2 430 16 861
Baisseposities 491 491
In eigenvermogensinstrumenten 17 17
In schuldinstrumenten 475 475
Overige2 0 44 2 465 2 509
Totaal 19 459 20 563 2 430 170 813 213 265
a Waarvan repo's1 1 589
b Waarvan repo's1 6 178
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 12 658
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsonder
nemingena
939 896 - 12 440 14 275c
Deposito's van cliënten en schuldpapierb 3 634 12 248 148 260 164 141
Zichtdeposito's 0 50 38 999 39 049
Termijndeposito's 3 347 7 786 43 837 54 970
Depositoboekjes 0 0 34 990 34 990
Deposito's van bijzondere aard 0 0 4 370 4 370
Overige deposito's 0 0 1 380 1 380
Depositocertificaten 0 6 3 540 3 546
Kasbons 0 0 473 473
Converteerbare obligaties 0 0 0 0
Niet-converteerbare obligaties 286 3 763 14 839 18 889
Converteerbare achtergestelde schulden 0 0 0 0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden 0 643 5 832 6 475
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 11 787 0 11 787
Derivaten 8 161 1 678 9 838
Baisseposities 386 386
In eigenvermogensinstrumenten 40 40
In schuldinstrumenten 345 345
Overige2 0 0 1 566 1 566
Totaal 13 119 24 931 1 678 162 266 201 994
a Waarvan repo's1 1 672
b Waarvan repo's1 10 655
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 3 307

1 Een repotransactie is een transactie waarbij een partij effecten koopt van een andere partij (KBC) en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de repoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde repotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk uitlenen van obligaties. Bij die uitlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij KBC. Het bedrag van de repo's is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (ontleende) activa.

2 Het betreft financiële verplichtingen die doelbewust niet werden opgenomen bij de deposito's van cliënten om die post niet te flatteren met posten die geen rechtstreeks verband houden met de commerciële depositowerving.

  • Herclassificaties: zie Toelichting 28.
  • Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen: de daling is voor een deel toe te wijzen aan de terugbetaling van de LTRO voor een bedrag van 8,3 miljard euro in het eerste kwartaal van 2013.
  • Niet-converteerbare obligaties: betreffen hoofdzakelijk uitgiften van KBC IFIMA. Die worden gewoonlijk geboekt tegen geamortiseerde kostprijs, maar wanneer ze closely related embedded-derivaten bevatten, worden ze geboekt in de categorie Geboekt tegen reële waarde (cf. waarderingsregels).
  • Niet-converteerbare achtergestelde schulden: bevat onder meer ook de in januari 2013 uitgegeven contingent capital note voor een bedrag van 1 miljard Amerikaanse dollar.
  • Overgedragen activa die blijvend erkend worden in hun geheel: KBC leent op regelmatige basis effecten uit en/of verkoopt effecten met de verbintenis die op een latere datum terug te kopen (repotransacties). De effecten die uitgeleend of verkocht worden met de verbintenis ze op latere datum terug te kopen, worden overgedragen aan de tegenpartij, waarbij KBC in ruil cash of andere financiële activa ontvangt. KBC behoudt evenwel de voornaamste risico's en opbrengsten met betrekking tot die effecten en blijft bijgevolg die effecten opnemen in zijn balans. Bovendien wordt er een financiële schuld erkend ten belope van de ontvangen cash.
  • Eind 2013 heeft KBC overgedragen activa die blijvend erkend worden in hun geheel in de vorm van repotransacties met een boekwaarde van 7 086 miljoen euro (schuldinstrumenten gecategoriseerd als Aangehouden voor handelsdoeleinden: 630 miljoen euro, als Gewaardeerd tegen reële waarde: 101 miljoen euro, als Voor verkoop beschikbaar:

1 911 miljoen euro, als Tot einde looptijd aangehouden: 4 445 miljoen euro) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 6 864 miljoen euro (respectievelijk gerelateerd aan Aangehouden voor handelsdoeleinden: 569 miljoen euro, Gewaardeerd tegen reële waarde: 103 miljoen euro, Voor verkoop beschikbaar: 1 889 miljoen euro en Tot einde looptijd aangehouden: 4 304 miljoen euro). Noteer: KBC had einde 2013 minder getransfereerde effecten die op balans staan dan uitstaande repotransacties. De reden is dat uit reverse repo's verkregen effecten vaak gebruikt worden voor repotransacties. Die effecten staan niet op de balans en vallen dus ook niet in de scope van de in deze paragraaf vermelde disclosure.

Eind 2012 had KBC overgedragen activa die erkend worden in hun geheel in de vorm van:

a) repotransacties met een boekwaarde van 3 173 miljoen euro (schuldinstrumenten gecategoriseerd als Aangehouden voor handelsdoeleinden: 296 miljoen euro, als Gewaardeerd tegen reële waarde: 195 miljoen euro, als Voor verkoop beschikbaar: 780 miljoen euro, als Tot einde looptijd aangehouden: 1 904 miljoen euro) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 3 254 miljoen euro (respectievelijk gerelateerd aan Aangehouden voor handelsdoeleinden: 293 miljoen euro, Gewaardeerd tegen reële waarde: 192 miljoen euro, Voor verkoop beschikbaar: 770 miljoen euro en Tot einde looptijd aangehouden: 1 998 miljoen euro) en

b) uitgeleende effecten met een boekwaarde van 14 miljoen euro (Voor verkoop beschikbare eigenvermogensinstrumenten) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 15 miljoen euro.

Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land

(in miljoenen euro) Aange
houden
voor han
delsdoel
einden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aangehou
den
Afdek
kingsderi
vaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
België 2 377 2 021 12 947 75 695 14 635 810 108 485
Centraal- en Oost-Europa 7 419 715 5 863 30 649 8 840 278 53 765
Rest 11 362 13 559 11 812 32 881 5 034 0 74 648
Totaal 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013
België 2 143 1 027 8 584 74 759 15 445 45 102 004
Centraal- en Oost-Europa 7 907 645 6 783 30 369 8 774 293 54 771
Rest 6 835 14 768 12 213 27 434 7 104 439 68 794
Totaal 16 885 16 441 27 581 132 562 31 323 777 225 570
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
België 567 11 556 2 190 87 796 102 109
Centraal- en Oost-Europa 5 356 961 143 38 775 45 235
Rest 13 535 8 046 97 44 242 65 921
Totaal 19 459 20 563 2 430 170 813 213 265
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013
België 1 815 11 979 94 86 316 100 204
Centraal- en Oost-Europa 5 141 942 464 38 024 44 572
Rest 6 163 12 010 1 119 37 926 57 218
Totaal 13 119 24 931 1 678 162 266 201 994

Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aangehou
den
Afdek
kingsderi
vaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Tot 1 jaar 6 230 2 978 5 938 46 217 1 581 62 945
Meer dan 1 jaar 2 368 7 490 22 617 86 435 26 928 145 839
Niet bepaald* 12 561 5 827 2 067 6 572 0 1 088 28 114
Totaal 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013
Tot 1 jaar 7 368 2 525 6 218 43 401 1 662 61 174
Meer dan 1 jaar 1 412 7 839 19 651 80 671 29 662 139 233
Niet bepaald* 8 105 6 077 1 713 8 491 0 777 25 163
Totaal 16 885 16 441 27 581 132 562 31 323 777 225 570
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
Tot 1 jaar 4 854 4 112 91 995 100 961
Meer dan 1 jaar 162 11 750 41 841 53 753
Niet bepaald* 14 443 4 701 2 430 36 978 58 551
Totaal 19 459 20 563 2 430 170 813 213 265
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013
Tot 1 jaar 4 803 10 784 94 500 110 087
Meer dan 1 jaar 119 9 649 30 450 40 218
Niet bepaald* 8 197 4 498 1 678 37 317 51 689
Totaal 13 119 24 931 1 678 162 266 201 994

* Met Niet bepaald bedoelen we dat de vervaldag onbepaald is of dat het niet zinvol is het financiële instrument volgens vervaldag te klasseren. De financiële activa met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten en tradingaandelen (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden), een groot deel van de beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde), aandelen voor verkoop beschikbaar (kolom Voor verkoop beschikbaar) en voorschotten in rekening-courant en oninbare/dubieuze vorderingen (kolom Leningen en vorderingen). De financiële verplichtingen met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de depositoboekjes (kolom Tegen geamortiseerde kostprijs), de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden) en een groot deel van de schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde).

• Het verschil tussen de financiële activa op korte termijn en de financiële verplichtingen op korte termijn is onder meer een weerspiegeling van de basisactiviteit van een bank, namelijk het omzetten van deposito's op kortere termijn naar kredieten op langere termijn. Dat leidt tot een groter volume van deposito's op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële verplichtingen) dan kredieten op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële activa). Die verhouding geeft aanleiding tot een liquiditeitsrisico. Meer informatie over het liquiditeitsrisico en de bewaking ervan vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit

Financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt

(in miljoenen euro) Aange
houden
voor
handels
doelein
den
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschik
baar
Lenin
gen en
vorderin
gen
Tot einde
looptijd
aangehou
den
Afdek
kingsderi
vaten
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Activa waarvoor geen bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt
(unimpaired)
21 159 16 295 30 478 133 549 28 508 1 088 231 076
Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt
(impaired)
293 10 420 9 10 723
Bijzondere waardeverminderingen -149 -4 745 -8 -4 902
Totaal 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013
Activa waarvoor geen bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt
(unimpaired)
16 885 16 441 27 367 124 877 31 322 777 217 670
Activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt
(impaired)
331 13 296 9 13 636
Bijzondere waardeverminderingen -117 -5 610 -8 -5 735
Totaal 16 885 16 441 27 581 132 562 31 323 777 225 570

• Bijzondere waardevermindering (impairment): dat begrip is relevant voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Vastrentende financiële activa zijn impaired wanneer er een individuele indicatie van een bijzondere waardevermindering bestaat. Voor leningen is dat het geval als de lening een Probability of Defaultrating (PD, zie verder) van 10, 11 of 12 heeft. De bijzondere waardevermindering wordt vastgesteld op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen (IBNR) toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de expected loss (EL) berekend op basis van intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen en emergence period (of op een alternatieve manier wanneer een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).

• PD-klasse: om de PD-klasse te bepalen, ontwikkelde KBC diverse ratingmodellen. De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van PD 1 (laagste risico) tot PD 9 (hoogste risico). Meer informatie over PD vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Details over bijzondere waardeverminderingen

(in miljoenen euro) Voor verkoop beschikbaar Tot einde
looptijd
aangehouden
Leningen en vorderingen Voorzieningen
voor verbin
teniskredie
ten buiten
balans*
Vastrentende
activa
Aandelen Vastrentende
activa
Met individu
ele bijzondere
waardever
mindering
Met op por
tefeuillebasis
berekende
bijzondere
waardever
mindering
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2012
Beginsaldo 267 173 56 4 795 354 89
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 50 45 2 2 227 256 157
Teruggenomen -1 0 0 -1 114 -340 -114
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen -262 -86 -22 -486 0 -4
Wijzigingen in de consolidatiekring -3 -10 0 -352 -32 -9
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 -18 -424 -24 -7
Overige -52 26 -10 -132 17 -20
Eindsaldo 0 148 8 4 515 230 92
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2013
Beginsaldo 0 148 8 4 515 230 92
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 10 24 0 2 317 144 63
Teruggenomen 0 0 0 -638 -108 -59
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen 0 -6 0 -601 0 -9
Wijzigingen in de consolidatiekring -10 -40 0 -16 1 0
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0
Overige 0 -10 0 -231 -3 25
Eindsaldo 0 117 8 5 347 264 114

* Deze voorzieningen staan op de passiefzijde van de balans. Wijzigingen in dergelijke voorzieningen worden opgenomen bij de bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de winst-en-verliesrekening.

• Invloed van wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op de winst-en-verliesrekening: zie Toelichting 14.

• Bijkomende informatie over de bijzondere waardeverminderingen i.v.m. de kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Achterstallige activa die niet impaired zijn

(in miljoenen euro) Minder dan 30
dagen achter
stallig
30 of meer,
maar minder
dan 90 dagen
achterstallig
31-12-2012
Leningen en voorschotten 3 482 1 469
Schuldinstrumenten 0 0
Derivaten 0 0
Totaal 3 482 1 469
31-12-2013
Leningen en voorschotten 3 216 1 201
Schuldinstrumenten 0 0
Derivaten 0 0
Totaal 3 216 1 201

• Achterstallig: financiële activa zijn achterstallig (past due) wanneer een tegenpartij nalaat een betaling te doen op het contractueel afgesproken tijdstip. Het begrip achterstallig geldt per contract en niet per tegenpartij. Als bijvoorbeeld een tegenpartij nalaat haar maandelijkse aflossing te betalen, wordt de volledige lening als achterstallig beschouwd, maar dat betekent niet dat andere leningen aan die tegenpartij als achterstallig worden beschouwd. Financiële activa die 90 dagen of meer achterstallig zijn, worden altijd als impaired beschouwd.

Ontvangen garanties

• Zie Toelichting 22 en 40.

Informatie over het risico van KBC inzake gestructureerde kredieten en overheidsobligaties

• Zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Toelichting 22: Maximaal kredietrisico en offsetting

31-12-2012 31-12-2013
(in miljoenen euro) Bruto Ontvangen
waarborgen/
collateral
Netto Bruto Ontvangen
waarborgen/
collateral
Netto
Maximaal kredietrisico
Eigenvermogensinstrumenten 2 435 0 2 435 1 870 0 1 870
Schuldinstrumenten 64 860 54 64 806 63 307 76 63 231
Leningen en voorschotten 144 573 72 246 72 327 139 047 76 090 62 957
Waarvan gewaardeerd tegen reële waarde 3 113 3 013 100 2 369 2 238 131
Derivaten 13 183 2 039 11 144 8 600 2 027 6 573
Overige (inclusief geprorateerde rente) 27 608 5 141 22 467 26 545 4 409 22 136
Totaal 252 660 79 480 173 180 239 370 82 603 156 767
  • Maximaal kredietrisico van een financieel actief: dat is meestal de brutoboekwaarde na aftrek van de bijzondere waardeverminderingen. Het maximale kredietrisico bevat, naast de bedragen op balans, ook het niet-opgenomen deel van de onherroepelijk verstrekte kredietlijnen, de verstrekte financiële garanties en de andere onherroepelijk verstrekte verbintenissen. Die zijn opgenomen onder de post Overige in de tabel.
  • De kredietportefeuille omvat het belangrijkste deel van de financiële

activa. Op basis van interne managementrapportering lichten we in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (onder Kredietrisico) de samenstelling en kwaliteit van de kredietportefeuille toe. De door de commissaris geauditeerde delen uit dat hoofdstuk sommen we vooraan in dat hoofdstuk op.

• Ontvangen waarborgen/collateral: worden opgenomen tegen marktwaarde en beperkt tot het uitstaande bedrag van de betreffende leningen.

Financiële
instrumen
Kas
Effecten
ten
waarborgen
waarborgen
(in miljoenen euro)
FINANCIELE ACTIVA, 31-12-2012
Derivaten
13 183
0
13 183
7 705
1 852
0
3 626
Reverse repo, geleende effecten en soortgelijke
overeenkomsten
7 141
0
7 141
1 830
0
5 286
25
Reverse repo
7 141
0
7 141
1 830
0
5 286
25
Geleende effecten
0
0
0
0
0
0
0
Andere financiële instrumenten
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
20 325
0
20 325
9 535
1 852
5 286
3 651
FINANCIELE ACTIVA, 31-12-2013
Derivaten
9 054
454
8 600
4 992
1 813
0
1 795
Reverse repo, geleende effecten en soortgelijke
overeenkomsten
9 156
0
9 156
539
0
8 608
8
Reverse repo
9 156
0
9 156
539
0
8 608
8
Geleende effecten
0
0
0
0
0
0
0
Andere financiële instrumenten
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
18 210
454
17 756
5 531
1 813
8 608
1 804
FINANCIELE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
Derivaten
16 861
0
16 861
7 705
5 249
0
3 907
Repo, uitgeleende effecten en soortgelijke
overeenkomsten
7 712
0
7 712
1 830
15
5 859
8
Repo
7 697
0
7 697
1 830
0
5 859
8
Uitgeleende effecten
15
0
15
0
15
0
0
Andere financiële instrumenten
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
24 573
0
24 573
9 536
5 264
5 859
3 915
FINANCIELE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013
Derivaten
10 293
454
9 838
4 992
2 626
0
2 220
Repo, uitgeleende effecten en soortgelijke
overeenkomsten
12 327
0
12 327
539
0
11 778
9
Repo
12 327
0
12 327
539
0
11 778
9
Uitgeleende effecten
0
0
0
0
0
0
0
Andere financiële instrumenten
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
22 619
454
22 165
5 531
2 626
11 778
2 230
Financiële instrumenten onderhevig aan netting,
afdwingbare nettingraamovereenkomsten en soort
gelijke overeenkomsten
Brutobedrag
van erkende
financiële in
strumenten
Brutobe
drag van
erkende
financiële in
strumenten
die genet
worden
Nettobe
drag van
financiële in
strumenten
gepresen
teerd op de
balans
Bedragen die niet genet worden op
de balans
Netto
bedrag

• Criteria om te netten zijn vervuld als KBC momenteel een wettelijk afdwingbaar recht heeft om de erkende financiële activa en financiële passiva te netten en de intentie heeft om de transacties af te wikkelen op een nettobasis, of het financieel actief en het financieel passief simultaan te realiseren. Financiële activa en financiële passiva, die genet worden, zijn gerelateerd aan financiële instrumenten die verhandeld werden via (centrale) clearinghuizen.

• Onder de kolom financiële instrumenten (in kolom Bedragen die niet genet worden op de balans, Financiële instrumenten) worden de bedragen van financiële instrumenten weergegeven die afgesloten worden onder een afdwingbaar nettingraamakkoord of een gelijkaardig akkoord dat niet aan de criteria voldoet zoals gedefinieerd onder IAS 32. De vermelde bedragen refereren aan die situaties waar netting alleen kan worden toegepast in het geval van verzuim, insolventie of bankroet van een van de tegenpartijen. Hetzelfde principe is van toepassing voor financiële instrumenten die gegeven of ontvangen worden als waarborg. Voor waarborgen ontvangen in de vorm van nietcontanten (in kolom Bedragen die niet genet worden op de balans, Effectenwaarborgen) zal de waarde in de tabel die zijn die overeenstemt met de marktwaarde en het is die waarde die gebruikt wordt in het geval van verzuim, insolventie of bankroet van een van de tegenpartijen.

Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten – algemeen

  • Reële waarde: KBC definieert reële waarde als de prijs die zou worden verkregen voor de verkoop van een actief of die zou worden betaald voor de overdracht van een verplichting in een regelmatige transactie tussen marktpartijen op het tijdstip van de waardebepaling. Die definitie ligt in de lijn van de IFRS-definitie. De reële waarde is niet het bedrag dat een entiteit zou ontvangen of betalen op grond van een gedwongen transactie, een onvrijwillige liquidatie of een gedwongen verkoop. Een verstoring van het evenwicht tussen vraag en aanbod (bijvoorbeeld minder kopers dan verkopers, waardoor de prijs moet zakken) is niet hetzelfde als een gedwongen transactie of een gedwongen verkoop. Gedwongen verkopen of onvrijwillige transacties zijn occasionele transacties als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen in de regelgevende omgeving of transacties die niet markt- maar onderneming- (cliënt-) gestuurd zijn.
  • In KBC worden alle interne waarderingsmodellen door een onafhankelijke Risk Validation Unit gevalideerd. Bovendien heeft het Directiecomité een Group Valuation Committee (GVC) aangesteld om ervoor te zorgen dat KBC en zijn entiteiten voldoen aan alle wettelijke bepalingen over de waardering van financiële instrumenten die gewaardeerd worden tegen reële waarde. Het GVC bewaakt de consistente implementatie van het KBC Valuation Framework, dat bestaat uit verschillende richtlijnen (waaronder de CDO Revaluation Policy, de Group Market Value Adjustments Policy en de Group Parameter Review Policy). Het GVC komt minstens tweemaal per kwartaal samen om belangrijke wijzigingen in waarderingsmethoden (inclusief, maar niet beperkt tot, modellen, marktdata, inputparameters) of afwijkingen van Group Policies voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde goed te keuren. Het GVC bestaat uit leden van Finance, Risicobeheer en Middle Office. Elk kwartaal worden er valuation uncertainty measurements uitgevoerd en gerapporteerd aan het GVC. Ten slotte neemt een speciaal daaraan gewijd team selectief reële waarden, die het resultaat zijn van een waarderingsmodel, onder de loep.
  • Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments): worden geboekt op alle posten die tegen reële waarde zijn gewaardeerd, waarbij wijzigingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Ze omvatten closeoutkosten, aanpassingen voor minder liquide posities of markten, aanpassingen verbonden aan waarderingen gebaseerd op een waarderingsmodel, exploitatiekosten en tegenpartijrisico. CVA (Credit Value Adjustment) is een aanpassing van de marktwaarde van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), om bij de waardering van dergelijke

instrumenten rekening te houden met de kredietwaardigheid van de tegenpartij. Daarbij worden zowel de huidige vervangingswaarde van het contract (mark-to-market) als een potentiële toekomstige toename ervan (add-on) in rekening genomen. Die waarderingen worden gewogen op basis van de kredietwaardigheid van de tegenpartij, die bepaald wordt door middel van een gequoteerde Credit Default Swap (CDS)-spread, of, in afwezigheid daarvan, afgeleid wordt uit een index van obligaties waarvan de emittenten gelijkaardige karakteristieken vertonen met de tegenpartij van het financiële instrument (rating, sector, geografische ligging). Voor contracten waarbij de tegenpartij een risico heeft op KBC (in plaats van KBC op de tegenpartij) wordt een DVA (Debt Value Adjustment) bepaald. Die is gelijkaardig aan de CVA, maar altijd gebaseerd op de gequoteerde CDS-spread van KBC.

  • Bij de bepaling van de reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde wordt rekening gehouden met de invloed van veranderingen in de eigen financieringsspreads.
  • De reële waarde van hypothecaire kredieten en termijnkredieten die niet tegen reële waarde op de balans zijn opgenomen (zie tabel), wordt bepaald door contractuele kasstromen tegen de risicovrije rentevoet te verdisconteren. Die berekening wordt dan gecorrigeerd voor kredietrisico door rekening te houden met marges verkregen op gelijkaardige, maar recent uitgegeven, kredieten. De reële waarde houdt voor de belangrijkste portefeuilles rekening met prepayment risks en cap-opties.
  • De reële waarde van zichtdeposito's en depositoboekjes (beide onmiddellijk opvraagbaar) wordt verondersteld gelijk te zijn aan de boekwaarde.
  • Het grootste deel van de wijzigingen in de marktwaarde van de leningen en voorschotten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde wordt verklaard door bewegingen van de rente. Het effect van veranderingen in kredietrisico is verwaarloosbaar.
  • Financiële activa en verplichtingen die tegen reële waarde worden gewaardeerd: voor verkoop beschikbaar, aangehouden voor handelsdoeleinden, aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (gewaardeerd tegen reële waarde in de tabellen) en afdekkingsderivaten. De andere financiële activa en verplichtingen (leningen en vorderingen, financiële activa tot einde looptijd aangehouden, financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs) worden op de balans niet tegen reële waarde gewaardeerd, maar in de tabel vermelden we ter informatie hun reële waarde.
Reële waarde van financiële instrumenten die niet
tegen reële waarde op de balans zijn opgenomen
Leningen en vorderingen Financiële activa tot einde
looptijd aangehouden
tegen geamortiseerde kostprijs Financiële verplichtingen
(in miljoenen euro) Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
11 363 11 104
Leningen en voorschotten aan cliënten 125 695 132 018
Schuldinstrumenten 2 167 2 084 28 510 31 426
Totaal 139 225 145 205 28 510 31 426
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2013
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
9 562 9 828
Leningen en voorschotten aan cliënten 121 311 123 346
Schuldinstrumenten 1 690 1 646 31 323 32 657
Totaal 132 562 134 819 31 323 32 657
Niveau 1 1 416 30 193
Niveau 2 25 692 1 789
Niveau 3 107 771 675
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
21 660 21 542
Deposito's van cliënten en schuldpapier 146 689 151 435
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 0 0
Overige 2 465 2 465
Totaal 170 813 175 441
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2013
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
12 440 13 722
Deposito's van cliënten en schuldpapier 148 260 151 203
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 0 0
Overige 1 566 1 581
Totaal 162 266 166 505
Niveau 1 1 122
Niveau 2 84 651
Niveau 3 80 733

Toelichting 24: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd

– waarderingshiërarchie
(in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013
Waarderingshiërarchie Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen 0 3 802 0 3 802 0 5 100 0 5 100
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 600 0 600 0 706 0 706
Eigenvermogensinstrumenten 220 34 197 451 265 18 1 283
Schuldinstrumenten* 2 033 1 654 523 4 210 2 290 341 342 2 974
Derivaten 31 9 023 3 041 12 095 1 5 681 2 141 7 823
Gewaardeerd tegen reële waarde
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
1 915 0 916 0 1 595 0 1 596
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 2 170 27 2 197 0 749 24 774
Eigenvermogensinstrumenten 2 0 50 53 2 0 5 8
Beleggingscontracten, verzekeringen 11 822 25 0 11 847 12 605 140 0 12 745
Schuldinstrumenten* 836 177 269 1 282 836 131 352 1 319
Voor verkoop beschikbaar
Eigenvermogensinstrumenten 705 109 1 117 1 931 1 226 53 300 1 579
Schuldinstrumenten* 23 709 3 322 1 660 28 691 20 451 4 079 1 472 26 002
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 1 088 0 1 088 0 777 0 777
Totaal 39 360 22 919 6 885 69 163 37 677 19 370 4 637 61 684
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 375 0 375 0 939 0 939
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 3 979 181 4 161 0 3 532 102 3 634
Derivaten 14 9 438 4 979 14 432 1 5 617 2 542 8 161
Baisseposities 483 8 0 491 373 0 13 386
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0
Gewaardeerd tegen reële waarde
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 0 884 0 884 0 896 0 896
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 7 416 1 366 8 782 0 11 704 543 12 248
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 10 853 0 0 10 853 11 787 0 0 11 787
Overige 0 0 44 44 0 0 0 0
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 2 430 0 2 430 0 1 678 0 1 678
Totaal 11 351 24 531 6 570 42 451 12 161 24 365 3 201 39 728

* Waarvan overheidsobligaties in 2013 (in miljoenen euro): Aangehouden voor handelsdoeleinden: 2 068 in niveau 1, 261 in niveau 2, 55 in niveau 3; Gewaardeerd tegen reële waarde: 716 in niveau 1, 23 in niveau 2, 32 in niveau 3; Voor verkoop beschikbaar: 15 107 in niveau 1, 1 999 in niveau 2, 465 in niveau 3.

• IAS 39-waarderingshiërarchie: verdeelt de waarderingstechnieken, samen met de respectieve waarderingsparameters waarop die gebaseerd zijn, op basis van prioriteit in drie niveaus:

De waarderingshiërarchie kent de hoogste prioriteit toe aan parameters van niveau 1.

Dat betekent dat, als er een actieve markt bestaat, gepubliceerde prijsnoteringen moeten worden gebruikt om het financiële actief of passief tegen reële waarde te waarderen. Parameters van niveau 1 zijn gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, een handelaar, een makelaar, een sectorgroep, een waarderingsdienst (pricing service) of een regelgevende instantie. Die prijzen zijn op een eenvoudige wijze en op regelmatige basis beschikbaar en zijn ontleend aan huidige en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen op actieve markten die voor KBC toegankelijk zijn. Het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten die beschikken over gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, is gebaseerd op de marktwaarde die wordt afgeleid van de huidige beschikbare transactieprijzen. Er wordt geen waarderingstechniek (model) gebruikt.

Als er geen prijsnoteringen beschikbaar zijn, bepaalt de entiteit de reële waarde met behulp van een waarderingstechniek (model) op basis van waarneembare of niet-waarneembare parameters. Het gebruik van waarneembare parameters moet worden gemaximaliseerd, terwijl het gebruik van niet-waarneembare parameters moet worden geminimaliseerd.

Waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 2 genoemd en weerspiegelen alle factoren die marktdeelnemers in beschouwing zouden nemen bij de waardering van het actief of de verplichting tegen reële waarde, op basis van marktgegevens afkomstig van bronnen die onafhankelijk zijn van de rapporterende entiteit. Daarnaast weerspiegelen waarneembare parameters een actieve markt. Waarneembare waarderingsparameters zijn bijvoorbeeld de risicovrije rente, wisselkoersen van vreemde valuta, aandelenkoersen en de impliciete volatiliteit. Waarderingstechnieken op basis van waarneembare parameters zijn onder andere: de verdiscontering van toekomstige kasstromen, de vergelijking met de huidige of recente reële waarde van een ander soortgelijk instrument, en prijsstelling door derden, op voorwaarde dat die prijs in de lijn ligt van alternatieve observeerbare marktgegevens.

Niet-waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 3 genoemd en weerspiegelen de eigen veronderstellingen van de entiteit omtrent de assumpties die marktpartijen zouden gebruiken in de waardering van het actief of de verplichting (inclusief assumpties over de betrokken risico's). Niet-waarneembare parameters weerspiegelen een markt die niet actief is. Waarderingsparameters die benaderingen zijn voor niet-waarneembare parameters (proxy) en correlatiefactoren kunnen worden beschouwd als niet-waarneembaar op de markt.

  • Als de parameters, gebruikt om de reële waarde van een actief of passief te bepalen, in verscheidene niveaus van de waarderingshiërarchie kunnen worden ondergebracht, dan wordt de reële waarde van het gehele actief of passief geklasseerd volgens het laagste niveau van de desbetreffende toepasselijke parameter, die een belangrijke invloed heeft op de totale reële waarde van het actief of passief. Bijvoorbeeld: als de berekening van de reële waarde gebaseerd is op waarneembare parameters, waarbij belangrijke aanpassingen van die waarde nodig zijn, gestoeld op niet-waarneembare parameters, dan valt deze waarderingsmethode onder niveau 3 van de waarderingshiërarchie.
  • De waarderingshiërarchie en overeenkomstige classificatie in de waarderingshiërarchie van de meest gebruikte financiële instrumenten vindt u in de tabel. De tabel geeft een overzicht van het niveau waaronder financiële instrumenten doorgaans worden geklasseerd, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Met andere woorden: hoewel de meerderheid van een bepaald type financiële instrumenten geklasseerd wordt onder het in de tabel vermelde niveau, kan een klein deel van die instrumenten geklasseerd zijn onder een ander niveau.
  • Wat betreft overdrachten tussen verschillende niveaus hanteert KBC het principe dat overdrachten in en overdrachten uit niveaus van de waarderingshiërarchie plaatsvinden aan het einde van de rapporteringsperiode. Voor meer details over overdrachten tussen de verschillende niveaus: zie Toelichting 25.
  • De belangrijke daling op de post Voor verkoop beschikbaar Eigenvermogensinstrumenten in niveau 3 is te wijten aan de verkoop van de participatie in Bank Zachodni WBK in 2013.
Soort instrument Producten Type waardering
Niveau 1 Liquide financiële instrumenten waarvoor
genoteerde koersen regelmatig beschikbaar zijn
Valutacontantcontracten, Beursgenoteerde
financiële futures, Beursgenoteerde opties,
Beursgenoteerde aandelen, Beursgenoteerde
fondsen (ETF), Liquide overheidsobligaties, Andere
liquide obligaties, Liquide Asset Backed Securities
op actieve markten
Mark-to-market (gepubliceerde prijsnoteringen op
een actieve markt)
(Cross-Currency) Renteswaps (IRS), Valutaswaps,
Valutatermijncontracten, Rentetermijncontracten
(FRA), Inflatieswaps, Dividendswaps,
Commodityswaps, Reverse floaters, Opties op
obligatiefutures, Opties op rentefutures, Overnight
Index Swaps, FX Reset
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Plain vanilla / liquide derivaten Caps en Floors, Renteopties, Europese en
Amerikaanse aandelenopties, Europese en
Amerikaanse valutaopties, Forward start-opties,
Digitale valutaopties, FX Strips van Eenvoudige
opties, Europese swaptions, Constant Maturity
Swaps (CMS), European Cancelable IRS
Waarderingsmodel voor opties op basis van
waarneembare parameters (bv. volatiliteit)
Credit Default Swaps (CDS) CDS-model op basis van credit spreads
Niveau 2 Lineaire financiële activa (zonder optionele
kenmerken) – cashinstrumenten
Deposito's, Eenvoudige kasstromen, Transacties in
het kader van repo's
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Asset Backed Securities Halfliquide Asset Backed Securities Prijsstelling door derden (bv. leadmanager);
prijscontrole a.d.h.v. alternatieve observeerbare
marktgegevens, of via vergelijkbare spreadmethode
Schuldinstrumenten Eigen uitgiftes door KBC Ifima (passiva),
Hypotheekobligaties op het actief van CˇSOB
Verdiscontering van toekomstige kasstromen en
waardering van gerelateerde derivaten op basis van
observeerbare parameters
Lineaire financiële passiva (cashinstrumenten) Leningen, Thesauriebewijzen Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Niveau 3 Exotische derivaten Target Profit Forward, Target Strike Forward,
Bermudan Swaptions, Digitale renteopties, Quanto
renteopties, Digitale aandelenopties, Aziatische
aandelenopties, Barrieropties op aandelen,
Quanto Digital FX Options, FX Asian Options, FX
European Barrier Options, FX Simple Digital Barrier
Options, FX Touch Rebate, Double Average Rate
Options, Inflatieopties, Cancelable Reverse Floaters,
American and Bermudan Cancelable IRS, CMS
Spread Options, CMS Interest Rate Caps/Floors,
(Callable) Range Accruals, Outperformance-opties,
Autocallable-opties
Waarderingsmodel voor opties op basis van niet
waarneembare parameters (bv. correlatie)
Illiquide instrumenten met kredietkoppeling Collateralised Debt Obligations (CDO's, notes en
super senior-tranches, inclusief de gerelateerde
garantie van de Belgische staat)
Waarderingsmodel op basis van de correlatie
tussen de respectieve defaultkansen van de
onderliggende activa
Private Equity Investments Private equity en niet-genoteerde deelnemingen Op basis van de waarderingsrichtlijnen van de
EVCA (European Private Equity & Venture Capital
Association)
Illiquide bonds / ABS Illiquide bonds / Asset Backed Securities die
indicatief worden geprijsd door één prijsleverancier
op een niet-actieve markt
Prijsstelling door derden (bv. leadmanager), geen
prijscontrole mogelijk ten gevolge van gebrek
aan beschikbare/betrouwbare alternatieve
marktgegevens
Schuldinstrumenten Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) Verdiscontering van toekomstige kasstromen en
waardering van gerelateerde derivaten op basis
van niet-observeerbare parameters (indicatieve
prijsstelling door derden voor de derivaten)

Toelichting 25: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – overdrachten tussen niveau 1 en 2

  • Overdrachten in 2012: KBC herklasseerde voor 1,2 miljard euro aan schuldinstrumenten (vooral geklasseerd als Voor verkoop beschikbaar) van niveau 1 naar niveau 2 wegens een afname in marktactiviteit voor verschillende types schuldinstrumenten. KBC herklasseerde ook voor ongeveer 0,2 miljard euro aan obligaties van niveau 2 naar niveau 1 omdat de markt voor die instrumenten actiever werd in 2012.
  • Overdrachten in 2013: KBC herklasseerde voor 0,3 miljard euro aan schuldinstrumenten (vooral geklasseerd als Voor verkoop beschikbaar) van niveau 1 naar niveau 2, wegens een afname van marktactiviteit voor bepaalde obligaties. KBC herklasseerde ook voor ongeveer 0,7 miljard euro aan schuldinstrumenten van niveau 2 naar niveau 1 omdat de markt voor die instrumenten actiever werd in 2013.

Toelichting 26: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – focus op niveau 3

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2012 (in miljoenen euro)

Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3
Afdek
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Voor verkoop
beschikbaar
kingsde
rivaten
voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
Beleggingscontrac
ten, verzekeringen
Schuldinstrumenten Derivaten Leningen en voor
schotten
Eigenvermogens
instrumenten
Beleggingscontrac
ten, verzekeringen
Schuldinstrumenten Eigenvermogens
instrumenten
Schuldinstrumenten Derivaten
Beginsaldo 0 749 0 198 4 991 27 8 0 136 259 498 0
Winsten en verliezen 0 -230 0 -77 -1 315 0 35 0 141 -9 8 0
In winst-en-verliesrekening1 0 -230 0 -77 -1 315 0 35 0 141 4 0 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -13 8 0
Aanschaffingen 0 0 0 7 204 0 0 0 0 102 724 0
Vervreemdingen 0 -367 0 -14 -604 0 0 0 -55 -75 -55 0
Afwikkelingen 0 0 0 0 -296 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 55 0 411 77 0 8 0 51 0 524 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 -1 -7 0 0 0 0 -5 -40 0
Overdracht van/naar vaste activa
aangehouden voor verkoop2
0 -6 0 0 0 0 0 0 0 840 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -3 0 -2 -16 -1 -1 0 -4 5 1 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 6
Overige2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 0 197 0 523 3 041 27 50 0 269 1 117 1 660 0
Totale winsten (positieve cijfers)
en verliezen (negatieve cijfers)
opgenomen in winst-en-verlies
rekening voor activa aan het einde
van de periode
0 -130 0 -81 -1 300 0 -2 0 141 -1 0 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Afdek
kingsde
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde rivaten
kredietinstellingen
Deposito's van
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
beleggingscontracten
Schulden m.b.t.
kredietinstellingen beleggingscontracten
Beginsaldo Derivaten Baisseposities Overige Deposito's van Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
Schulden m.b.t. Overige Derivaten
Winsten en verliezen 0 4 0 9 442 0 0 0 1 352 0 173 0
In winst-en-verliesrekening1 0 40 0 -3 192 0 0 0 365 0 -129 0
In eigen vermogen 0 40 0 -3 192 0 0 0 365 0 -129 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 0 0 244 0 0 0 0 0 0 0
Terugkopen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Afwikkelingen 0 -145 0 -1 727 0 0 0 -349 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 286 0 213 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden
afgestoten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -4 0 -34 0 0 0 -2 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 32 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo
Totale winsten (negatieve cijfers)
en verliezen (positieve cijfers) op
genomen in winst-en-verliesreke
ning voor verplichtingen aan het
einde van de periode
0
0
181
17
0
0
4 979
-3 083
0
0
0
0
0
0
1 366
243
0
0
44
0
0
0

1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

2 Het bedrag onder de post Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop in de kolom Voor verkoop beschikbaar – Eigenvermogensinstrumenten betreft grotendeels de participatie in Bank Zachodni WBK na de fusie met Kredyt Bank.

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2013 (in miljoenen euro)

Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3
------------------------------------------------
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Voor verkoop
beschikbaar
Afdek
kingsde
rivaten
voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
Beleggingscontrac
ten, verzekeringen
Schuldinstrumenten Derivaten voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
Beleggingscontrac
ten, verzekeringen
Schuldinstrumenten Eigenvermogens
instrumenten
Schuldinstrumenten Derivaten
Beginsaldo 0 197 0 523 3 041 27 50 0 269 1 117 1 660 0
Winsten en verliezen 0 -7 0 31 -186 3 -11 0 161 8 -100 0
In winst-en-verliesrekening1 0 -7 0 31 -186 3 -11 0 161 3 1 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5 -101 0
Aanschaffingen 0 0 0 183 287 0 0 0 0 14 743 0
Vervreemdingen 0 0 0 -219 -21 0 -7 0 -49 -840 -179 0
Afwikkelingen 0 -170 0 -19 -664 -4 0 0 0 0 -498 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 25 102 0 0 0 23 3 107 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 -153 0 0 0 0 0 0 -223 0
Overdracht van/naar vaste activa
aangehouden voor verkoop
0 0 0 0 0 0 -26 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -1 0 -16 -13 -1 -1 0 -14 -1 -15 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 -19 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 -13 -406 0 0 0 -38 0 -24 0
Eindsaldo 0 1 0 342 2 141 24 5 0 352 300 1 472 0
Totale winsten (positieve cijfers)
en verliezen (negatieve cijfers)
opgenomen in winst-en-verlies
rekening voor activa aan het einde
van de periode
0 0 0 37 -205 3 -10 0 157 0 37 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Afdek
kingsde
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde rivaten
kredietinstellingen
Deposito's van
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
beleggingscontracten
Schulden m.b.t.
Derivaten Baisseposities Overige kredietinstellingen
Deposito's van
Deposito's van
schuldpapier
cliënten en
beleggingscontracten
Schulden m.b.t.
Overige Derivaten
Beginsaldo 0 181 0 4 979 0 0 0 1 366 0 44 0
Winsten en verliezen 0 36 0 -1 267 0 0 0 41 0 0 0
In winst-en-verliesrekening1 0 36 0 -1 267 0 0 0 41 0 0 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 0 0 250 13 0 0 0 0 0 0
Terugkopen 0 0 0 -1 0 0 0 0 0 0 0
Afwikkelingen 0 -97 0 -829 0 0 0 -368 0 -44 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden
afgestoten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -5 0 -23 0 0 0 -8 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 -13 0 -567 0 0 0 -488 0 0 0
Eindsaldo
Totale winsten (negatieve cijfers)
en verliezen (positieve cijfers) op
genomen in winst-en-verliesreke
ning voor verplichtingen aan het
einde van de periode
0
0
102
34
0
0
2 542
-1 214
13
0
0
0
0
0
543
39
0
0
0
0
0
0

1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

  • Sommige niveau 3-activa zijn geassocieerd of economisch gehedged door identieke niveau 3-verplichtingen, waardoor de blootstelling van KBC aan niet-observeerbare parameters lager is dan uit de brutocijfers in de tabel zou kunnen blijken.
  • Waardering CDO's: KBC gebruikt een Gaussian Copula Mixture-model voor de waardering van alle resterende CDO's en CDO-notes van KBC Financial Products. Het Gaussian Copula-model modelleert een distributie van defaultmomenten en -kansen bij de onderliggende bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en. De bepaling van het in gebreke blijven van activa gebeurt op basis van credit default swap spreads op de markt. De correlatie tussen defaults wordt bepaald aan

de hand van Gaussian Copula's en wordt dus gesimuleerd. De waarde van een CDO-tranche wordt bepaald door de kasstromen te verdisconteren die samenhangen met de verschillende defaultcurven. Het model verzekert ook dat de inner tranches marktconform worden gewaardeerd via een kalibratie met CDX- en iTraxx-credit spread-indices. Meer informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's en andere ABS'en) vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste nietobserveerbare parameters die gebruikt worden als input voor het Gaussian Copula Mixture-model.

Scenario Beschrijving Model input Basis input
in GM
Scenario input
in GM
Wijziging Posities
Outer correl. (GM 50%/50%) Wijzig correlatie van outer
tranches
Outer tranche
correlaties
60%/95% 50%/50% -10%/-45% Alle posities
Inner correl. (p(t) +25% schok) Wijzig inner tranche Vasicek-kali
bratie met p(t) +25% schok
Gemiddelde
VK-correlatie per
positie
[37,3%; 63,8%] [42,5%; 80,9%] [5,3%; 23,4%] Alle posities
Amortisatie (halvering prepay
ment)
Genereer nieuw Intex ABS-amor
tisatieschema met gehalveerde
CPR rate
CPR rate in Intex 11,90% 5,95% -5,9% Gemiddelde CPR
rate over alle
RMBS
Direct pool-kalib. (27%-100%
tranche)
Wijzig kalibratie van direct pool
van 35-100%-tranche naar
27-100%-tranche
DP gekalibreerde
VK-correlatie
[26,0%; 55,3%] [22,1%; 52,4%] [-11,6%; -2,8%] Alle posities
CDO modelrisico (BC-extrapo
latie naar 0%)
Wijzig basis 0% detach van cor
relatie curve
Itraxx/CDX
correlatie
37,38% 74,76% 37,38% iTraxx 7Y 0%
detach
38,34% 76,68% 38,34% iTraxx 10Y 0%
detach
23,15% 46,29% 23,15% CDX 7Y 0%
detach
22,40% 44,80% 22,40% CDX 10Y 0%
detach
  • Het Gaussian Copula Mixture (GM)-model waardeert CDO squared tranches uitgegeven door KBC Financial Products. Het GM-model gebruikt evenwel een aantal modelparameters die niet volledig observeerbaar zijn in de markt. Dat resulteert in een GM-modelrisico waarmee KBC rekening houdt door een GM-onzekerheidsreserve te boeken. De GM-onzekerheidsreserve is gebaseerd op het resultaat van de GM-posities, geherwaardeerd onder vijf alternatieve scenario's. De bovenstaande tabel verduidelijkt die vijf scenario's. In elk scenario wordt een specifiek element van het modelrisico behandeld.
  • Het eerste scenario verlaagt de outer tranche-correlatieparameters van 60%/95% naar 50%/50%. Die outer tranche-correlatie herverdeelt de verliezen over de kapitaalstructuur.
  • Het tweede scenario wijzigt de inner tranche Vasicek (VK)-kalibratie met een opwaartse schok van 25% in de p(t)-parameter. De range van de resulterende gemiddelde VK-correlatieparameters wordt in de tabel weergegeven.
  • Het derde scenario schat het modelrisico afkomstig van de amortisatiecurves in de direct pool door de constant prepayment rate (CPR) te halveren. De resulterende nieuwe verzameling van amortisatiecurves wordt dan als input gebruikt in het GM-model.
  • Het vierde scenario onderzoekt de veronderstelling om de direct pool Vasicek-kalibratie te baseren op de 35-100%-tranche door gebruik te maken van een alternatieve tranche (27%-100%). De

0-100%-tranche kan niet worden gebruikt omdat die tranche geen correlatiegevoeligheid bezit. De range van de resulterende direct pool VK-correlatieparameters wordt in de tabel weergegeven.

  • Het vijfde scenario is gerelateerd aan het modelrisico van het CDOmodel. Aangezien het CDO-model gebruikt wordt om de inner tranche Vasicek-verdelingen in de GM-waardering te bepalen, worden de modelrisico's gedeeltelijk doorgegeven. In het bijzonder wordt er een alternatief scenario toegepast om de onzekerheid van de extrapolatie van de basiscorrelatie te meten. In het alternatieve scenario wordt de basiscorrelatie op 0% detach gewijzigd naar het dubbele van de basiscorrelatie op 3% detach.
  • Winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen: de onderstaande tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products. De gevoeligheid wordt berekend door wijzigingen in de credit spreads van de onderliggende activa. Wijzigingen in correlatie werden niet meegenomen. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 60% voor MBIA in beschouwing (80% in 2012). De draagwijdte omvat de volledige resterende portefeuille (gedekt en niet-gedekt) van door KBC Financial Products gestructureerde CDO's. Vervallen, verkochte of unwound CDO's nemen we niet mee.
Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en (in miljarden euro)
Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2012 0,34 0,14 0,07 -0,06 -0,12 -0,28
31-12-2013 0,09 0,04 0,02 -0,02 -0,04 -0,09

• In de bovenstaande winst-en-verliesgevoeligheidstoets lieten we wijzigingen in correlatie buiten beschouwing. Aangezien de correlatie (voor zowel de inner als outer tranches) een belangrijke parameter in het Gaussian Copula Mixture-model is, voerden we ook een analyse uit waarin de gecombineerde invloed van wijzigingen in de correlatie en creditspreadparameters van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products wordt berekend. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 60% voor MBIA in beschouwing (80% in 2012). De scope van die analyse is dezelfde als in de bovenstaande tabel. Als de credit spreads toenemen met 50% en er ook een stijging van de correlaties plaatsvindt, dan zou dat leiden tot een bijkomend verlies van 0,07 miljard euro (2012: 0,18 miljard euro). Als de credit spreads afnemen met 50% en er zich ook een daling van de correlaties voordoet, dan zou dat aanleiding geven tot een bijkomende winst van 0,09 miljard euro (2012: 0,34 miljard euro).

• De volgende tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen op de voorziening voor het MBIA-tegenpartijrisico, waarbij niet alleen de credit spreads van de onderliggende activa van KBC FP CDO's veranderen, maar tegelijk ook de voorziening voor MBIA-tegenpartijrisico. De huidige voorziening bedraagt 60% (80% in 2012). De draagwijdte omvat alleen het door MBIA verzekerde deel van de door KBC Financial Products gestructureerde CDO's. De invloed van creditspreadbewegingen op de door KBC Groep aangehouden of verzekerde CDO-posities (gestructureerd door KBC Financial Products) rekenen we niet mee.

Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en en gebaseerd op wijzigingen in de voorziening voor tegenpartijrisico voor MBIA (in miljarden euro) Spreads -50% Spreads -20% Spreads -10% Spreads +10% Spreads +20% Spreads +50% 31-12-2012 MBIA 70% 0,19 0,11 0,09 0,04 0,02 -0,05 MBIA 80% 0,16 0,07 0,03 -0,03 -0,06 -0,14 MBIA 90% 0,14 0,02 -0,02 -0,10 -0,13 -0,23 MBIA 100% 0,12 -0,03 -0,08 -0,17 -0,21 -0,32 31-12-2013 MBIA 30% 0,05 0,04 0,03 0,02 0,02 0,01 MBIA 40% 0,05 0,03 0,02 0,01 0,01 -0,01 MBIA 60% 0,04 0,02 0,01 -0,01 -0,02 -0,04 MBIA 80% 0,04 0,00 -0,01 -0,03 -0,04 -0,07 MBIA 90% 0,03 -0,00 -0,02 -0,04 -0,05 -0,09 MBIA 100% 0,03 -0,01 -0,02 -0,05 -0,06 -0,11

  • Het grote verschil in winst- en verliesgevoeligheid tussen eind 2012 en eind 2013 is te verklaren door een sterke daling van de credit spreads van de onderliggende activa van de door KBC FP gestructureerde CDO's en door de de-riskings uitgevoerd in 2013.
  • Garantieovereenkomst voor de CDO's: in het deel Overige informatie vindt u informatie over de garantieovereenkomst met de Belgische staat aangaande de CDO-risico's. De bepaling van de reële waarde van de equitygarantie met de Belgische overheid (en de corresponderende bereidstellingsprovisie) gebeurt aan de hand van een niveau 3-model dat onder meer rekening houdt met de achtergestelde CDS-spreadbe-

weging van KBC tegenover de start van het garantiecontract en met de reëlewaardebeweging van het gedekte super senior-risico tegenover de start van het garantiecontract. Als we de reële waarde van de super senior-posities per 31 december 2013 respectievelijk 31 december 2012 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 0,4 miljoen euro en 7 miljoen euro. Als we de achtergestelde credit spread van KBC per 31 december 2013 respectievelijk 31 december 2012 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 1,2 miljoen euro en 8 miljoen euro.

Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico

Eigen schulduitgiften gewaardeerd tegen reële waarde
(in miljoenen euro) (+: winst, -: verlies, bedragen vóór belastingen)
31-12-2012 31-12-2013
Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening* -709 -62
Totale gecumuleerde invloed op balansdatum 33 -32

* Verschilt licht van de in Toelichting 2 vermelde bedragen omdat in die toelichting de groepsvennootschappen met zeer beperkte bedragen niet zijn opgenomen.

• De reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houdt rekening met het eigen kredietrisico. Het grootste deel van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening betreft KBC Ifima-uitgiften. Voor de waardering van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houden we rekening met het eigen kredietrisico door het gebruik van de effectieve financieringsspread van KBC. De totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg ongeveer 4,1 miljard euro op 31 december 2013, rekening houdend met het eigen kredietrisico van KBC. Resultaten van gevoeligheidstoetsen op de totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften waarbij de effectieve financieringsspread verschoven wordt, worden weergegeven in de onderstaande tabel.

Winst-en-verliesgevoeligheid gebaseerd op een relatieve verschuiving van de financieringsspread (in miljarden euro)
Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2012 -0,06 -0,02 -0,01 +0,01 +0,02 +0,06
31-12-2013 -0,02 -0,01 -0,00 +0,00 +0,01 +0,02

• Als we geen rekening houden met de invloed van veranderingen in het eigen kredietrisico, is het verschil tussen de boekwaarde en de terugbetalingsprijs van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële

waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening beperkt (minder dan 0,2 miljard euro).

Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten

Financiële activa beschikbaar voor verkoop geherklasseerd naar Leningen en vorderingen (in miljoenen euro, situatie op 31 december 2013)
Boekwaarde 1 110
Reële waarde 1 134
Indien
niet geherklasseerd
(voor verkoop beschikbaar)
Na
herclassificatie
(leningen en vorderingen)
Invloed
Invloed op uitstaande herwaarderingsreserve (voor verkoop beschikbare financiële activa),
vóór belastingen
-138 -158 -20
Invloed op winst-en-verliesrekening, vóór belastingen 1 2 1

• Herclassificaties: in oktober 2008 publiceerde de IAS Board aanpassingen van IAS 39 en IFRS 7 onder de noemer herclassificatie van financiële activa. Naar aanleiding van die aanpassingen heeft de KBCgroep een aantal activa geherklasseerd van de categorie Voor verkoop beschikbaar naar de categorie Leningen en vorderingen, omdat die activa minder liquide waren geworden. Die activa voldeden op de datum van de herclassificatie aan de definitie van Leningen en vorderingen en de groep heeft de intentie en de mogelijkheid om die activa aan te houden voor de voorzienbare toekomst of tot op de vervaldag. KBC heeft ervoor gekozen om die herclassificaties door te voeren op 31 december 2008. Op de datum van de herclassificatie (31 december 2008) bedroeg de verwachte recupereerbare kasstroom voor die activa 5 miljard euro en varieerde de effectieve rentevoet tussen 5,88% en 16,77%. Bovengenoemde herclassificaties resulteerden in een negatief effect van 20 miljoen euro op het eigen vermogen en in een positieve invloed van 1 miljoen euro op de winst-en-verliesrekening (waarvan naast specifieke bijzondere waardeverminderingen ook een terugname van 1 miljoen euro werd geboekt op op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen).

  • Overige herclassificaties (niet inbegrepen in de tabel):
  • In 2013 herklasseerden we voor 1,8 miljard euro schuldinstrumenten van Voor verkoop beschikbaar (AFS) naar Tot einde looptijd aangehouden (HTM).
  • In 2012 herklasseerden we voor 4,6 miljard euro van Voor verkoop beschikbaar (AFS) naar Tot einde looptijd aangehouden (HTM).
  • Het gevolg van die herclassificaties is dat de betrokken AFS-reserve niet langer wordt blootgesteld aan de wijziging van de marktrente. Ze wordt bevroren en pro rata temporis afgeboekt. Aangezien ook het betrokken HTM-effect wordt afgeboekt, is er netto geen resultaatsimpact.
Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter
afdekking van het renterisico van een
portefeuille
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
(in miljoenen euro) Activa Verplich
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
kocht
Aange-
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht
31-12-2012
Totaal 12 095 14 432 460 444 427 628 400 341 12 552 12 537 672 1 856 26 034 26 082 15 232 3 535 3 535
Indeling naar type
Rentecontracten 7 739 8 613 258 424 237 310 400 341 12 552 12 537 650 1 787 25 390 25 390 15 232 3 535 3 535
Renteswaps 6 549 8 035 188 305 188 774 400 341 12 552 12 537 650 1 787 25 390 25 390 15 232 3 535 3 535
Rentetermijncontracten 3 4 2 609 4 829 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 2 0 6 090 4 698 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 185 480 61 172 38 733 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 93 247 276 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 944 736 136 981 137 350 0 0 0 0 22 69 644 692 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 162 152 78 047 78 002 0 0 0 0 0 0 51 51 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 720 525 44 162 43 997 0 0 0 0 22 69 593 641 0 0 0 0
Futures 0 0 155 155 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 61 59 14 616 15 195 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelencontracten 1 815 2 173 35 654 33 577 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 322 1 411 30 289 30 288 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 493 761 5 365 3 289 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 1 576 2 891 29 017 19 025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditdefaultswaps 1 576 2 891 29 017 19 025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totalreturnswaps 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grondstoffen- en andere
contracten
20 20 368 366 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

Toelichting 29: Derivaten

212 Jaarverslag KBC 2013 Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter
afdekking van het renterisico van een
portefeuille
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Verplich- Verplich- Verplich- Verplich-
(in miljoenen euro) Activa tingen Aangekocht Verkocht Activa tingen Aangekocht Verkocht Activa tingen Aangekocht Verkocht Activa tingen Aangekocht Verkocht
31-12-2013
Totaal 7 823 8 161 373 075 358 437 218 239 19 286 19 286 553 1 303 26 234 26 189 6 136 2 782 2 782
Indeling naar type
Rentecontracten 4 734 4 912 226 742 215 826 218 239 19 286 19 286 532 1 238 25 962 25 962 6 136 2 782 2 782
Renteswaps 3 760 4 495 162 160 162 265 218 239 19 286 19 286 532 1 238 25 962 25 962 6 136 2 782 2 782
Rentetermijncontracten 1 0 2 202 2 717 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 2 2 10 948 5 410 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 970 414 51 432 45 433 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 930 667 96 048 97 102 0 0 0 0 21 64 271 226 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 148 87 13 105 13 037 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 698 517 75 200 75 250 0 0 0 0 21 64 271 226 0 0 0 0
Futures 0 0 190 190 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 84 63 7 553 8 626 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelencontracten 1 763 1 895 32 755 31 857 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 420 1 439 29 180 29 176 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 344 456 3 575 2 681 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 365 657 16 961 13 084 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditdefaultswaps 365 657 16 961 13 084 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totalreturnswaps 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grondstoffen- en andere
contracten
30 30 570 568 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

  • De gecontracteerde bedragen zijn (net als de boekwaarde) exclusief de onder IFRS 5 vallende entiteiten. Meer informatie in Toelichting 46.
  • De Treasury-departementen van de verschillende entiteiten beheren het renterisico. Om de negatieve impact van renteschommelingen te vermijden, worden de looptijden van activa en passiva op de balans aangepast door middel van interest rate swaps en andere derivaten.
  • De boekhoudkundige asymmetrische waardering van deze derivaten ten overstaan van de ingedekte activa en passiva creëert schommelingen in de winst-en-verliesrekening. Die schommelingen worden opgevangen met de verschillende technieken waarin IAS 39 voorziet in het kader van hedge accounting. KBC gebruikt de volgende technieken:
  • Fair value portfolio hedge of interest rate risk (reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille). Die techniek wenden we binnen het renterisicobeheer aan om een portefeuille van kredieten (termijnkredieten, woningkredieten, leningen op afbetaling, vaste voorschotten) in te dekken met renteswaps. De constructie wordt opgezet volgens de regels van de EUcarve-outversie van IAS 39. Die techniek maakt het mogelijk de marktwaardeschommelingen van de derivaten te compenseren met de marktwaardeschommelingen van de ingedekte activa en passiva.
  • Verschillende microhedge-indekkingstechnieken conform de principes van IAS 39 om de volatiliteit te beperken:
    • º Cash flow hedges (kassstroomafdekkingen): die hedges worden aangewend om activa en passiva met variabele rente te swappen naar de gewenste vaste looptijden. Met die techniek kan de

marktwaardeschommeling van het derivaat in eigen vermogen worden geboekt in een cash flow hedge reserve.

  • º Fair value hedges (reëlewaardeafdekkingen): worden toegepast in bepaalde assetswapconstructies. Daarbij wordt het renterisico van een obligatie ingedekt voor investeringen die louter gedaan werden omwille van de credit spread. Die techniek wordt ook toegepast bij de uitgifte van bepaalde schuldbewijzen met vaste looptijden door de bank (senior debt issues).
  • º Indekking van het wisselrisico op het nettoactief van een buitenlandse investering: het wisselrisico verbonden aan de participaties in vreemde munt dekken we af door financieringsmiddelen in vreemde munt aan te trekken op het niveau van de entiteit die de participatie heeft. Die maakt het mogelijk om de omrekeningsverschillen op de indekking te boeken in het eigen vermogen.
  • Wat de verhouding tussen risicobeheer en boekhoudkundige vertaling ervan betreft, is het economische beheer prioritair en worden de risico's afgedekt volgens het algemene ALM-kader. Pas daarna wordt gezocht naar de mogelijkheden om de eventuele boekhoudkundige mismatch die daardoor ontstaat te beperken via een van de bovengenoemde indekkingstechnieken.
  • Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties: zie Toelichting 5.
  • De opdeling van verwachte kasstromen van kasstroomafdekkingsderivaten per tijdskorf: zie tabel.
Verwachte kasstromen van kasstroomafdekkingsderivaten (in miljoenen euro) Instroom Uitstroom
Maximaal 3 maanden 25 -31
Meer dan 3 maanden en maximaal 6 maanden 55 -82
Meer dan 6 maanden en maximaal 1 jaar 106 -138
Meer dan 1 jaar en maximaal 2 jaar 210 -394
Meer dan 2 jaar en maximaal 5 jaar 695 -1 130
Meer dan 5 jaar 2 466 -2 718

Toelichtingen bij de andere posten op de balans

We hebben de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46), verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten).

Toelichting 30: Overige activa

(in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013
Totaal 1 383 1 237
Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen 125 322
Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen 36 30
Overige vorderingen en opgevraagd, niet-gestort kapitaal 0 0
Deposito's bij cederende ondernemingen 12 13
Te ontvangen opbrengsten (andere dan renteopbrengsten uit financiële activa) 429 372
Overige 781 499

Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen

(in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013
ACTUELE BELASTINGEN
Actuele belastingvorderingen 174 245
Actuele belastingverplichtingen 192 109
UITGESTELDE BELASTINGEN 1 558 1 067
Uitgestelde belastingvorderingen, per type van tijdelijk verschil 2 941 1 856
Personeelsbeloningen 182 117
Fiscaal overgedragen verliezen 922 660
Materiële en immateriële vaste activa 34 45
Voorziening voor risico's en kosten 170 25
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 382 309
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
en reëlewaardeafdekkingen
433 296
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van
netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
711 342
Technische voorzieningen 41 36
Overige 67 26
Uitgestelde belastingverplichtingen, per type van tijdelijk verschil 1 383 789
Personeelsbeloningen 33 6
Fiscaal overgedragen verliezen 0 0
Materiële en immateriële vaste activa 106 103
Voorziening voor risico's en kosten 38 0
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 126 17
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
en reëlewaardeafdekkingen
230 45
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van
netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
669 456
Technische voorzieningen 30 87
Overige 151 76
Netto opgenomen in de balans als volgt
Uitgestelde belastingvorderingen 2 014 1 481
Uitgestelde belastingverplichtingen 455 415
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden 1 183 1 022
  • Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden: hebben betrekking op fiscale verliezen van de groepsmaatschappijen die niet werden geactiveerd wegens onvoldoende bewijs van toekomstige belastbare winst. De meeste niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden zijn overdraagbaar gedurende twintig jaar of meer.
  • Uitgestelde belastingvorderingen m.b.t. fiscaal overgedragen verliezen: worden verantwoord door de aanwezigheid van voldoende belastbare winsten in een redelijk nabije toekomst gebaseerd op macro-economische voorspellingen en rekening houdend met conservatieve scenario's.
  • De nettowijziging van de uitgestelde belastingen (-492 miljoen euro in 2013) is als volgt verdeeld:
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen: -1 085 miljoen euro; - afname van uitgestelde belastingverplichtingen: -594 miljoen euro.
  • De wijziging van de uitgestelde belastingvorderingen heeft voornamelijk te maken met:
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen via resultaat: -436 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: fiscaal overgedragen verliezen: -277 miljoen euro; bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten: +34 miljoen euro; financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: -146 miljoen euro; personeelsbeloningen: -17 miljoen euro);
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen door wijzigingen in de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa: -108 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen door de toename van de marktwaarde van kasstroomafdekkingen: -198 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen gerelateerd tot wijzigingen toegezegdpensioenregelingen: -67 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen door wijzigingen in de

herwaarderingsreserve voor afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten: -84 miljoen euro (voornamelijk als gevolg van de depreciatie van de Tsjechische kroon).

  • De wijziging van de uitgestelde belastingverplichtingen heeft voornamelijk te maken met:
  • afname van de uitgestelde belastingverplichtingen via resultaat: -128 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en-verliesrekening: -69 miljoen euro; technische

provisies: +57 miljoen euro; personeelsbeloningen: -22 miljoen euro; overige -70 miljoen euro;

  • afname van uitgestelde belastingverplichtingen door de toename van de marktwaarde van voor verkoop beschikbare effecten: -231 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingverplichtingen door de toename van de marktwaarde van kasstroomafdekkingen: -8 miljoen euro.
  • De uitgestelde belastingvorderingen zoals opgenomen in de balans bevinden zich grotendeels bij KBC Bank en KBC Credit Investments.

Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen

(in miljoenen euro)
31-12-2012
31-12-2013
Totaal
8
7
Overzicht van investeringen inclusief goodwill
Nova Ljubljanska banka
0
0
8
Overige
7
Goodwill op geassocieerde ondernemingen
Brutobedrag
210
0
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen
-210
0
Indeling naar type
Niet-beursgenoteerd
8
7
Beursgenoteerd
0
0
Reële waarde van investeringen in beursgenoteerde geassocieerde ondernemingen
0
0
MUTATIETABEL
2012
2013
Beginsaldo, 1 januari
431
8
Overnames
0
0
Boekwaarde overboekingen
0
0
Aandeel in het resultaat voor de periode
2
0
Kapitaalverhoging
0
0
Uitgekeerde dividenden
0
-1
Aandeel in de winsten en verliezen niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening
7
1
Omrekeningsverschillen
-2
0
Wijzigingen in goodwill
-179
0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-3
0
Overige mutaties
-249
0
Eindsaldo, 31 december
8
7

• Geassocieerde ondernemingen: ondernemingen waarbij KBC een belangrijke invloed uitoefent op het management, maar zonder directe of indirecte, volledige of gezamenlijke controle. KBC heeft over het algemeen een aandeelhouderschap van 20% tot 50% in dergelijke ondernemingen. Na de verkoop van het belang in Nova Ljubljanska banka (NLB, Slovenië), getekend in 2012 en afgerond in 2013, zijn er geen belangrijke geassocieerde ondernemingen meer. De overige mutaties in 2012 zijn trouwens voor het grootste deel gerelateerd aan de bijzondere waardevermindering op NLB met betrekking tot de prijs onder de boekwaarde.

• Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen: is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. We voerden een waardeverminderingstoets uit en boekten de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill (zie tabel).

Toelichting 33: Materiële vaste activa – inclusief vastgoedbeleggingen

Toelichting 33: Materiële vaste activa – inclusief vastgoedbeleggingen
(in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013
Materiële vaste activa 2 581 2 465
Vastgoedbeleggingen 638 598
Huurinkomsten 69 74
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die huurinkomsten hebben gegenereerd 58 39
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die geen huurinkomsten hebben gegenereerd 3 1
Totaal ma
MUTATIETABEL Terreinen en
gebouwen
IT-appa
ratuur
Overige
uitrusting
teriële vaste
activa
Vastgoed
beleggingen
2012
Beginsaldo 1 516 150 985 2 651 758
Aanschaffingen 150 92 390 632 55
Vervreemdingen -13 -8 -167 -188 -6
Afschrijvingen -88 -76 -35 -199 -25
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -9 -1 -1 -11 -52
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen
activa die worden afgestoten -82 -4 -6 -91 -31
Omrekeningsverschillen 23 1 7 31 4
Wijzigingen in de consolidatiekring -25 -3 -53 -80 -59
Overige mutaties -10 1 -155 -164 -7
Eindsaldo 1 462 152 966 2 581 638
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen
1 052 335 619 2 006 330
Waarvan kosten van activa in opbouw 2 0 0 2
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 0 0
Reële waarde 31-12-2012 777
2013
Beginsaldo 1 462 152 966 2 581 638
Aanschaffingen 20 48 385 453 21
Vervreemdingen -5 -1 -162 -168 -18
Afschrijvingen -76 -65 -29 -170 -27
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -23 0 0 -23 -24
Teruggenomen 7 0 1 8 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen
activa die worden afgestoten
-4 0 0 -5 0
Omrekeningsverschillen -25 0 -8 -33 -1
Wijzigingen in de consolidatiekring 14 1 0 15 -11
Overige mutaties -1 -2 -190 -192 20
Eindsaldo 1 369 134 963 2 465 598
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en
bijzondere waardeverminderingen 1 137 343 598 2 077 310
Waarvan kosten van activa in opbouw 25 8 22 55
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 0 0
Reële waarde 31-12-2013 711
  • Jaarlijkse afschrijvingspercentages: hoofdzakelijk 3% voor gebouwen (inclusief vastgoedbeleggingen), 33% voor IT-apparatuur, tussen 5% en 33% voor overige uitrusting. Op terreinen wordt geen afschrijving toegepast.
  • Er bestaan geen materiële verplichtingen voor de verwerving van materiële vaste activa. Er bestaan evenmin materiële beperkingen op eigendom en materiële vaste activa die als zekerheid dienen voor verplichtingen.
  • De meeste vastgoedbeleggingen worden periodiek gewaardeerd door een onafhankelijke expert en jaarlijks door eigen materiespecialisten.

Die waardering is hoofdzakelijk gebaseerd op:

  • de kapitalisatie van de geschatte huurwaarde;
  • eenheidsprijzen van soortgelijke onroerende goederen; daarbij houden we rekening met alle marktparameters die beschikbaar zijn op de datum van de schatting (onder meer ligging en marktsituatie, bouwwijze en constructie, staat van onderhoud en bestemming).
  • Eigen specialisten waarderen jaarlijks een aantal andere vastgoedbeleggingen en baseren zich daarbij op:
  • de actuele jaarhuur per gebouw en de verwachte ontwikkeling ervan;
  • een geïndividualiseerde kapitalisatievoet per gebouw.

Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa

Intern
ontwikkelde
Extern
ontwikkelde
(in miljoenen euro) Goodwill software software Overige Totaal
2012
Beginsaldo 1 502 222 134 40 1 898
Aanschaffingen 1 60 58 17 137
Vervreemdingen -132 -34 -12 -13 -191
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -53 -48 -11 -111
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -421 0 0 0 -422
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 -5 0 -5 -10
Omrekeningsverschillen 35 0 2 2 40
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 -3 -10 -12
Overige mutaties 2 0 -8 7 1
Eindsaldo 987 191 124 27 1 328
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 1 195 208 542 0 1 945
2013
Beginsaldo 987 191 124 27 1 328
Aanschaffingen 0 56 66 4 126
Vervreemdingen 0 -17 -5 -1 -24
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -51 -46 -4 -101
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -7 0 0 -1 -9
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen -24 0 -2 -1 -27
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0
Overige mutaties -6 2 14 -14 -4
Eindsaldo 950 180 150 10 1 289
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 1 202 420 595 53 1 954
  • Goodwill: omvat de goodwill betaald op ondernemingen uit de consolidatiekring en betaald bij de overname van activiteiten. Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans.
  • Waardeverminderingstoets: we voerden die waardeverminderingstoets uit om na te gaan of er waardeverminderingen op goodwill moesten worden geboekt (zie tabel en Toelichting 14). We voeren de waardeverminderingstoets minstens jaarlijks uit, en op kwartaalbasis voor participaties waarvoor een indicatie van impairment bestaat. In die toets beschouwen we elke entiteit als een aparte kasstroomgenererende eenheid (KGE). De entiteiten op zich hebben een specifiek risicoprofiel en binnen de entiteiten zelf komen in veel mindere mate verschillende profielen voor.
  • Bijzondere waardeverminderingen op goodwill als gevolg van de toepassing van IAS 36: nemen we in het resultaat op, als het realiseerbare bedrag van een investering lager is dan de boekwaarde ervan. Het realiseerbare bedrag bepalen we als het hoogste van de bedrijfswaarde (bepaald op basis van de Discounted Cash Flow-methode) en de reële waarde (via multiple analyse en dergelijke) min directe verkoopkosten.
  • Discounted Cash Flow-methode: het realiseerbare bedrag van een investering wordt berekend als de huidige waarde van alle toekomstige vrije kasstromen van het bedrijf. Daarbij gaan we uit van langetermijnprognoses over de activiteit van de onderneming en de daaruit resulterende kasstromen (enerzijds gaat het om voorspellingen voor een aantal jaren in de toekomst (meestal twintig jaar), anderzijds om de restwaarde van het bedrijf na die expliciete voorspellingsperiode). Die langetermijnprognoses zijn het resultaat van een combinatie van een beoordeling van de vroegere en huidige prestaties, en externe informatiebronnen inzake toekomstige ontwikkelingen in de respectieve

markten en de globale macro-economische omgeving. Voor de bepaling van de terminale groeivoet gebruiken we een langetermijngemiddelde van de groei van de markt. De huidige waarde van die toekomstige kasstromen berekenen we door een samengestelde discontovoet na belastingen toe te passen. We bepalen de samengestelde discontovoet aan de hand van de CAPM-theorie (Capital Asset Pricing Model) en gebruiken daarbij een risicovrije rente, samen met een marktrisicopremie (vermenigvuldigd met een activiteitsafhankelijke bèta). We voegen ook een landenrisicopremie toe om de invloed van de economische toestand van het land waarin KBC activiteiten uitoefent in rekening te brengen. Binnen KBC hebben we twee specifieke Discounted Cash Flow-modellen ontwikkeld: een bankmodel en een verzekeringsmodel. In beide gevallen beschouwen we als vrije kasstromen: de dividenden die kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van het bedrijf, rekening houdend met de reglementaire vereisten voor het minimumkapitaal.

  • Multiple analyse: we berekenen het realiseerbare bedrag van een investering in verhouding tot de waarde van vergelijkbare bedrijven. Daarbij bepalen we de waarde op basis van relevante verhoudingen tussen de waarde van het vergelijkbare bedrijf en bijvoorbeeld de boekwaarde of de winst van dat bedrijf. Ter vergelijking wordt zowel rekening gehouden met beursgenoteerde bedrijven (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de marktkapitalisatie) als met bedrijven betrokken in fusies of overnametransacties (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de verkoopwaarde).
  • De voornaamste groepsmaatschappijen waarop de goodwill betrekking heeft, vindt u in de tabel (het betreft telkens de geconsolideerde entiteit, d.i. inclusief dochtermaatschappijen). Ze werden alle gewaardeerd op basis van de Discounted Cash Flow-methode.
Discontovoeten over de
expliciete periode van
kasstroomprognose heen
Uitstaande goodwill (in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013 31-12-2012 31-12-2013
K&H Bank 236 232 17,4%-9,5% 13,9%-10,2%
CˇSOB (Tsjechië) 252 232 10,1%-9,8% 8,9%-8,6%
CˇSOB (Slowakije) 191 191 11,6%-9,8% 9,9%-9,1%
CIBank 117 117 11,1%-9,4% 11,1%-9,4%
DZI Insurance 115 108 11,1%-9,4% 10,6%-8,9%
Rest 76 70
Totaal 987 950
  • De periode waarop de kasstroombudgetten en prognoses betrekking hebben, is in de meeste gevallen twintig jaar. We gebruiken die langere periode om de verwachte economische convergentie te vatten van de Centraal- en Oost-Europese economieën naar een niveau van West-Europese economieën. Die belangrijke assumptie maakt deel uit van het model om het dynamisme te reflecteren van de Centraal- en Oost-Europese economieën.
  • Het gebruikte groeipercentage voor de extrapolatie van de kasstroomprognoses na de periode van twintig jaar bedraagt 2%, wat gelijk is aan de op dat ogenblik verwachte inflatie. Dat percentage bleef ongewijzigd ten opzichte van 2012.

• We voerden geen sensitiviteitsanalyse uit voor de entiteiten waarvoor het overschot van de realiseerbare waarde op de boekwaarde zo aanzienlijk is dat geen redelijke verandering in de hoofdparameters ervoor zou zorgen dat de realiseerbare waarde gelijk is aan of kleiner wordt dan de boekwaarde. In de tabel vindt u voor Cˇ SOB in Slowakije en voor CIBank in Bulgarije een indicatie van de verandering in hoofdparameters die ervoor zou zorgen dat hun realiseerbare waarde hun boekwaarde evenaart. Aangezien de realiseerbare waarde van DZI Insurance in Bulgarije niet veel verschilt van de boekwaarde, toont de tabel voor DZI Insurance de mate waarin de hoofdparameters moeten veranderen om de realiseerbare waarde aanzienlijk lager (zie voetnoot bij tabel) dan de boekwaarde te laten uitvallen.

Verandering in hoofdparameters1 Toename in
discontovoet 2
Afname in
terminale
groeivoet3
Toename
in beoogde
solvabiliteits
ratio4
Afname van
de jaarlijkse
nettowinst
CˇSOB (Slowakije) 0,4% 1,3% 0,35% 1,7%
CIBank 0,9% 1,05% 4,4%
DZI Insurance5 1,4% 0,8% 12,7% 2,7%

1 Uiteraard moet er rekening worden gehouden met het feit dat een verandering in de parameters effect kan hebben op andere parameters in de berekening van de realiseerbare waarde.

2 De discontovoet van het eerste jaar verhoogden we absoluut met het getoonde percentage. Volgend uit de manier waarop de (ontwikkeling van) discontovoeten (is) zijn gemodelleerd, dragen we de toename in de discontovoet van het eerste jaar gradueel afnemend over als (verhoogde) discontovoeten voor de komende jaren.

3 Absolute afname. Niet relevant voor CIBank, omdat dat zou betekenen dat de terminale groeivoet negatief wordt. Noteer dat de waardering van de bancaire entiteiten minder gevoelig is voor wijzigingen in deze groeivoet dan die van verzekeringsinstellingen (gewicht van terminale groeivoet is minder bij bankenmodel).

4 Voor de bancaire entiteiten voorgesteld als de absolute toename van de Tier 1-kapitaalratio; voor de verzekeringsentiteit als de relatieve toename van de intern beoogde solvabiliteitsratio.

5 Toont de mate waarin de parameters moeten wijzigen om ervoor te zorgen dat de realiseerbare waarde van DZI Insurance 5 miljoen euro lager ligt dan de boekwaarde.

Toelichting 35: Technische voorzieningen – verzekeringen

(in miljoenen euro)
Technische voorzieningen vóór herverzekering (= bruto)
31-12-2012
19 205
31-12-2013
18 701
Verzekeringscontracten 8 811 9 183
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 358 561
Voorziening voor Leven 5 711 5 788
Voorziening voor te betalen schade 2 232 2 324
Voorziening voor winstdeling en restorno's 20 22
Andere technische voorzieningen 490 487
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 10 394 9 518
Voorziening voor Leven 10 295 9 421
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 99 97
Aandeel herverzekeraar 137 146
Verzekeringscontracten 137 146
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 1 1
Voorziening voor Leven 1 1
Voorziening voor te betalen schade 135 144
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
Andere technische voorzieningen 0 0
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 0 0
Voorziening voor Leven 0 0
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
0 0
MUTATIETABEL Bruto 2012 Herverzekeringen
2012
Bruto 2013 Herverzekeringen
2013
VERZEKERINGSCONTRACTEN, LEVEN
Beginsaldo 5 623 3 6 177 2
Stortingen exclusief commissies 753 0 629 0
Uitbetaalde voorzieningen -573 0 -517 0
Gecrediteerde interest 91 0 197 0
Kosten van winstdeling 3 0 4 0
Wisselkoersverschillen 30 0 -109 0
Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 0 0 0 0
Wijziging in consolidatiekring 0 0 0 0
Overige mutaties 250 -1 -120 0
Eindsaldo 6 177 2 6 261 2
VERZEKERINGSCONTRACTEN, NIET-LEVEN
Beginsaldo 2 533 147 2 633 135
Wijziging in de voorziening voor niet-verdiende premies* -4 0 200 0
Uitkeringen schadegevallen vorige boekjaren -246 -23 -214 -10
Overschot en/of tekort voorziening voor schadegevallen vorige boekjaren -93 13 -99 -1
Voorziening voor nieuwe schadegevallen 298 6 325 9
Wisselkoersverschillen 10 1 -16 -1
Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 0 0 0 0
Wijziging in consolidatiekring 0 0 0 0
Overige mutaties 134 -8 94 13
Eindsaldo 2 633 135 2 922 144
BELEGGINGSCONTRACTEN MET DISCRETIONAIRE WINSTDELING, LEVEN
Beginsaldo 11 758 0 10 394 0
Stortingen exclusief commissies 391 0 433 0
Uitbetaalde voorzieningen -1 035 0 -948 0
Gecrediteerde interest 336 0 195 0
Kosten van winstdeling 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen 1 0 -4 0
Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 0 0 0 0
Wijziging in consolidatiekring 0 0 0 0
Overige mutaties -1 057 0 -551 0
Eindsaldo 10 394 0 9 518 0

* De wijziging in de voorziening voor niet-verdiende premies in 2013 betreft de erkenning van de premies over de volledige contractuele looptijd van het contract versus de eerste vervaldag. Dat betreft alleen een aanpassing in presentatie ten opzichte van het vorige boekjaar met tegenpost in Overige activa, zonder resultaatsimpact.

• Technische voorzieningen: houden verband met verzekeringscontracten en met beleggingscontracten met een discretionaire winstdeling. • Verplichtingen uit beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling: worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het gaat daarbij meestal om tak 23-contracten. Die nemen we op bij de financiële verplichtingen (zie Toelichting 18).

  • Technische voorzieningen voor verzekeringen Leven: worden berekend op basis van verschillende assumpties, die op een oordeelkundige manier worden geschat. Daarbij gebruiken we diverse interne en externe informatiebronnen. Wat betreft de erkenning van technische voorzieningen verwijst IFRS 4 momenteel in grote mate naar de lokale boekhoudstandaarden. Technische voorzieningen worden vaak berekend op basis van de technische parameters geldend op het moment van initiatie van het contract en zijn onderhevig aan de toereikendheidstoets (liability adequacy test). De belangrijkste parameters zijn:
  • de ziekte- en sterftecijfers: die zijn gebaseerd op de standaardsterftetabellen en worden waar nodig aangepast op basis van opgedane ervaringen;
  • assumpties m.b.t. kosten: die zijn gebaseerd op huidige kostenniveaus en kostenopslagen;
  • de discontovoet: die wordt doorgaans gelijkgesteld aan de technische rentevoet, blijft constant gedurende de looptijd van het con-

tract, en wordt in een aantal gevallen gecorrigeerd voor wettelijke bepalingen en interne beleidsbeslissingen.

  • Assumpties voor de technische voorzieningen voor te betalen schade: gebaseerd op opgedane ervaringen (inclusief een aantal assumpties met betrekking tot het aantal schadegevallen, de schadevergoedingen, de schaderegelingskosten), gecorrigeerd voor factoren als de verwachte marktontwikkeling, inflatie in schadegevallen, en externe factoren zoals gerechtelijke beslissingen en wetgeving. De technische voorzieningen voor verzekeringen Niet-leven worden niet verdisconteerd, behalve in het geval van langetermijnverplichtingen en/of schadevergoedingen in de vorm van een periodieke betaling (ziekenhuisopname, arbeidsongevallen, enz.).
  • Er waren in 2013 geen belangrijke wijzigingen in assumpties die de waardering van de verzekeringsactiva en -verplichtingen in belangrijke mate wijzigen.

Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten

(in miljoenen euro) Voorzie
ningen voor
herstructu
rering
Voorzienin
gen voor
belastingen
en lopende
rechts
geschillen
Overige Subtotaal Voorzieningen
voor verbin
teniskredieten
buiten balans
Totaal
2012
Beginsaldo 27 695 78 800 89 889
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 20 32 18 70 157 227
Bedragen gebruikt -8 -379 -7 -394 -4 -398
Bedragen teruggenomen
wegens overtolligheid
-7 -21 -2 -31 -114 -145
Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa
die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties -9 -21 19 -12 -36 -47
Eindsaldo 23 305 105 433 92 526
2013
Beginsaldo 23 305 105 433 92 526
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 5 17 22 44 63 107
Bedragen gebruikt -9 -13 -2 -24 -9 -33
Bedragen teruggenomen
wegens overtolligheid
0 -2 -4 -7 -59 -66
Overdracht van of naar verplichtingen i.v.m. groepen activa
die worden afgestoten
0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 -6 -7 0 -6
Overige mutaties 1 -14 -17 -31 25 -5
Eindsaldo 20 292 98 409 114 523
  • Voor het grootste deel van de aangelegde voorzieningen kunnen we redelijkerwijs niet inschatten wanneer ze zullen worden gebruikt.
  • Voorzieningen voor herstructurering: hadden in hoofdzaak betrekking op (in miljoenen euro):
  • KBC Bank (2013: 5; 2012: 3)
  • KBC Financial Products (2013: 5; 2012: 4)
  • de Centraal- en Oost-Europese dochtermaatschappijen van KBC Bank (samen: 2013: 6; 2012: 10)
  • Voorzieningen voor belastingen en rechtsgeschillen:
  • CDO's: het resterende bedrag in de voorziening voor commerciële betwistingen in verband met CDO's bedraagt 0,036 miljard euro einde 2013;
  • Informatie over rechtsgeschillen: zie verder.
  • Overige voorzieningen: omvatten voorzieningen voor diverse risico's en toekomstige uitgaven.
  • Belangrijkste hangende rechtsgeschillen: vorderingen ingesteld tegen maatschappijen van de KBC-groep waarderen we overeenkomstig de IFRS-regels naargelang van hun risico-inschatting (waarschijnlijk, mo-

gelijk of onwaarschijnlijk). Voor de dossiers met risico-inschatting waarschijnlijk verlies leggen we voorzieningen aan (zie Toelichtingen bij de grondslagen voor financiële verslaggeving). Als de vordering maar als mogelijk wordt ingeschat (de dossiers met risico-inschatting mogelijk verlies), leggen we geen voorzieningen aan, maar geven we een toelichting in de jaarrekening als ze een betekenisvolle invloed zouden kunnen hebben op de balans (dat is als de vordering kan leiden tot een mogelijke uitstroom van meer dan 25 miljoen euro). Alle andere vorderingen (met risico-inschatting onwaarschijnlijk verlies), ongeacht hun orde van grootte, die maar een gering of geen risico vertonen, hoeven niet te worden vermeld. De belangrijkste dossiers sommen we hierna op. We houden de informatie beperkt om de positie van de groep in lopende rechtszaken niet te hinderen.

  • Waarschijnlijk verlies:
  • Bij het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 had KBC Bank derivatentransacties uitstaan met Lehman Brothers Finance AG (LBF) onder een ISDA-kaderovereenkomst. Het faillissement gold als een wanprestatie en leidde tot de vervroegde beëindiging

van alle uitstaande derivatentransacties. LBF betwist daarbij onder meer de waarderingsmethodologie die KBC Bank toepaste en beweert in een ingebrekestelling van 21 december 2012 dat het verschuldigde nettobedrag onder de ISDA-kaderovereenkomst 58,1 miljoen dollar bedraagt, te betalen aan LBF, plus interest ten bedrage van 52,8 miljoen dollar vanaf september 2008. KBC Bank is van oordeel dat het over verschillende argumenten beschikt om de gehanteerde waarderingsmethode te verdedigen en betwist daarnaast met klem de door LBF gehanteerde interestvoet. Op 25 september 2013 werd KBC gedagvaard door LBF in London, waarbij LBF de vordering van 58,1 miljoen dollar instelde, verhoogd met 57 miljoen dollar interesten, zoals berekend tot eind maart 2013. KBC heeft een beknopt schriftelijk verweer neergelegd bij de rechtbank en daarop zou LBF medio maart moeten repliceren. LBF verkreeg daarvoor inmiddels uitstel. De procedure in het VK voorziet erin dat er tussentijds stukken worden uitgewisseld en dat de rechter een case management conference (CMC) organiseert. Die procedurestappen zijn nog niet bepaald. Het eigenlijke proces zal ten vroegste een jaar na de CMC plaatsvinden. Er is een gepaste voorziening aangelegd voor dit risico.

  • KBC Diversified Fund, een afgescheiden portfolio van KBC AIM Master Fund spc, diende een vordering in met betrekking tot derivaten ten bedrage van 44,3 miljoen dollar tegen Lehman Brothers International Europe (LBIE). Dat bedrag was het resultaat van een set off (netting) tussen de claims van de verschillende KBC-entiteiten en LBIE. Die berekening en de toepassing van de set off worden betwist door LBIE. KBC legde dan ook een voorziening aan voor die claim. Er vinden onderhandelingen plaats tussen KBC en de curator van LBIE over de waardering van een aantal beëindigde transacties.
  • KBC Bank berekende een ISDA-close-outbedrag van 29,2 miljoen dollar betaalbaar door Lehman Brothers Special Financing Inc. (LBSF) aan KBC. De curator van LBSF betwist de waardering van een aantal derivatentransacties. LBSF en KBC zijn tot een vergelijk gekomen in die zin dat KBC een claim van 22,7 miljoen dollar mag indienen. Gezien de geringe recuperatiekansen werd daarvoor een voorziening aangelegd.
  • In 2003 kwam een belangrijke fraudezaak bij K&H Equities Hongarije aan het licht. Tal van cliënten leden aanzienlijke verliezen op hun effectenportefeuille als gevolg van niet-toegestane speculatie en mogelijk gepleegde verduisteringen. Opdrachten en portefeuilleoverzichten werden vervalst. In augustus 2008 werden strafrechtelijke veroordelingen uitgesproken. Alle schadevorderingen ten laste van K&H Equities, op één na, werden al geregeld, hetzij bij minnelijke schikking hetzij ingevolge scheidsrechterlijke uitspraak of vonnis. Voor de enige nog openstaande aansprakelijkheidsvordering is er een procedure lopende voor de burgerlijke rechtbank waarvoor een gepaste voorziening werd aangelegd, rekening houdend met de tussenkomst van een externe verzekeraar.
  • Van eind 1995 tot begin 1997 waren KBC Bank en KB Consult betrokken bij de overdracht van kasgeldvennootschappen. Een kasgeldvennootschap wordt gekenmerkt door het feit dat de actiefzijde van de balans hoofdzakelijk uit vorderingen en kasgelden bestaat naast andere liquide activa. KB Consult trad in de periode 1995- 1997 meermaals op als tussenpersoon tussen de verkopers en de kopers van dergelijke vennootschappen. De bank kon op verschillende manieren betrokken zijn, maar meestal betrof het betalingsverkeer of kredietverlening. KBC Bank en/of KB Consult zijn betrokken in meerdere burgerlijke procedures aanhangig voor de rechtbank. Daarnaast werd KB Consult in 2004 in verdenking gesteld door de onderzoeksrechter, en samen met KBC Bank en KBC Groep NV opgeroepen voor de regeling van de procedure voor de Raadkamer in Brugge. Bij beschikking van de Raadkamer van 9 november 2011 werd KBC Groep NV buiten vervolging gesteld, maar werden KB Consult en KBC Bank verwezen naar de correctionele

rechtbank voor gemeenrechtelijke valsheid in geschriften, gemeenrechtelijk en fiscaal gebruik van valse stukken. De Belgische staat heeft beroep aangetekend bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Er is nog altijd geen rechtsdag vastgesteld. Een voorziening van 31,4 miljoen euro is aangelegd om de mogelijke invloed van eisen tot schadevergoeding in dat verband op te vangen. De overdracht van een kasgeldvennootschap is op zichzelf een volledig wettelijke transactie. Desondanks is achteraf gebleken dat sommige kopers te kwader trouw handelden, aangezien ze helemaal niet investeerden en geen belastingaangiften indienden voor de kasgeldvennootschappen die ze hadden aangekocht. KBC Bank en KB Consult namen onmiddellijk de nodige maatregelen om verder zakendoen met die partijen stop te zetten. Een verwijzing naar de correctionele rechtbank houdt geen enkele veroordeling in van een KBC-entiteit en KBC voert zijn verdediging ten volle in die zaken, onder meer op grond van de wettelijke niet-strafbaarheid van de rechtspersoon in de betrokken periode van de feiten, maar vooral omdat ieder strafrechtelijk opzet door KBC volledig ontbrak.

  • In maart 2000 werden Rebeo en Trustimmo, twee dochtervennootschappen van Almafin (een dochtervennootschap van KBC Bank), samen met vier voormalige bestuursleden van Broeckdal Vastgoedmaatschappij, voor de burgerlijke rechtbank in Brussel gedagvaard door het ministerie van Financiën van de Belgische staat met het oog op de betaling van 16,7 miljoen euro belastingen verschuldigd door voornoemde. Broeckdal heeft die fiscale vorderingen evenwel betwist en is in december 2002 zelf gestart met een procedure tegen het ministerie van Financiën van de Belgische staat voor de burgerlijke rechtbank in Antwerpen. De burgerlijke rechtszaak hangende voor de Brusselse rechtbank wordt geschorst totdat een einduitspraak wordt geveld in de fiscale procedure hangende voor de rechtbank in Antwerpen. Broeckdal werd bij vonnis van 2 november 2010 gerechtelijk ontbonden en de sluiting van de vereffening werd bij vonnis van 13 september 2011 uitgesproken. Er werd een voorziening van 30 miljoen euro aangelegd om het mogelijke risico af te dekken.
  • In 1991 herfinancierde een syndicaat van banken (inclusief KBC Bank NV (London branch)) Bell Group. Sommige Bell Group-vennootschappen kenden zekerheden toe. Bij de ineenstorting van Bell Group in april 1991 hebben de banken de uitstaande bedragen teruggevorderd via uitwinning van hun zekerheden. De vereffenaars van Bell Group, die alle gerecupereerde bedragen van de banken terugvorderden, startten gerechtelijke procedures en argumenteerden daarbij dat de zekerheden ten voordele van de banken onrechtmatig tot stand gekomen waren. De Australische rechtbank van eerste aanleg heeft bij vonnis van 28 oktober 2008 de banken veroordeeld tot terugbetaling van alle gerecupereerde bedragen, vermeerderd met gekapitaliseerde rente. Het syndicaat van banken ging daartegen in beroep. De Supreme Court of Western Australia heeft bij arrest van 17 augustus 2012 de banken zelfs veroordeeld tot een hoger bedrag ingevolge interestberekeningen. Dat arrest in acht genomen en anticiperend op een beslissing van de High Court of Australia, heeft KBC Bank een voorziening van circa 64 miljoen euro geboekt. Zelfs al wordt het verzoek van de banken in hoger beroep toegestaan, dan nog zal het voorwerp van procedure voor the High Court beperkt blijven tot de samenstelling van de interesten die de banken verschuldigd zijn. Op 15 maart 2013 verleende de High Court de banken zijn toestemming om de beroepsprocedure voor zijn Hof op te starten. Het succes behaald voor die beroepsinstantie heeft voor de banken de mogelijkheid geschapen onderhandelingen op te starten om een dading tussen alle betrokken partijen te sluiten. Die onderhandelingen hebben in de maand juni 2013 geleid tot een princiepsakkoord tussen alle betrokken partijen om te schikken voor een bedrag van 1,7 miljard Australische dollar. De finale en uitvoerbare versie van de overeenkomst van dading werd

maar goedgekeurd in de loop van september 2013. Daar de overeenkomst van dading voorziet in een aantal voorafgaand te vervullen opschortende voorwaarden, en partijen een termijn toegekend krijgen van zes maanden om die te vervullen, zal de betaling in uitvoering van de dading pas in 2014 plaatsvinden. De bestaande voorziening werd voor 2013 dan ook gehandhaafd.

Toelichting 37: Overige verplichtingen

(in miljoenen euro)
31-12-2012
31-12-2013
Totaal
3 598
3 025
Indeling naar type
Werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen
913
398
Deposito's van herverzekeraars
71
80
Toe te rekenen kosten (andere dan van rente-uitgaven i.v.m. financiële verplichtingen)
530
405
Overige
2 083
2 143

• Meer informatie over pensioenverplichtingen: zie Toelichting 38 (noteer dat het in Toelichting 37 opgenomen bedrag van werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen een ruimere scope betreft dan de in Toelichting 38 opgenomen bedragen).

Toelichting 38: Pensioenverplichtingen

TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN
Aansluiting van brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen
Brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het begin van het jaar
1 823
2 191
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten
94
108
Rentekosten
74
53
Wijziging in de pensioenregeling
Actuariële winst of verlies ten gevolge van wijzigingen in demografische veronderstellingen
4
-93
Actuariële winst of verlies ten gevolge van wijzigingen in financiële veronderstellingen
347
-110
Pensioenkosten toegerekend aan verstreken dienstjaren
0
-2
Betaalde uitkeringen
-127
-119
Wisselkoersverschillen
4
0
Inperkingen
-6
0
Overdracht i.v.m. IFRS 5
-16
0
Veranderingen in de consolidatiekring
0
0
Overige
-4
5
Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het einde van het jaar
2 191
2 034
Aansluiting van de reële waarde van fondsbeleggingen
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het begin van het jaar
1 557
1 765
Feitelijk rendement op fondsbeleggingen
218
60
61
43
Verwacht rendement op fondsbeleggingen
113
85
Bijdragen van de werkgever
Bijdragen van de deelnemers aan de regeling
20
23
Betaalde uitkeringen
-127
-119
Wisselkoersverschillen
3
1
Afwikkelingen
-2
1
Overdracht i.v.m. IFRS 5
-13
0
Veranderingen in de consolidatiekring
0
0
Overige
-3
1
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde van het jaar
1 765
1 818
Waarvan financiële instrumenten uitgegeven door de groep
0
10
Waarvan vastgoed in eigendom van KBC
11
11
Financieringsstatus
-425
-216
Fondsbeleggingen meer dan brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen
Restitutierecht
0
0
Begrenzing van het financieringsplafond
0
0
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten
-425
-216
Mutatie in de nettoverplichting of het nettoactief
-265
-425
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het begin van het jaar
In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen
-80
-94
Niet in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen
-198
206
113
85
Bijdragen van de werkgever
Wisselkoersverschillen
0
-1
Overdracht i.v.m. IFRS 5
1
0
Veranderingen in de consolidatiekring
-4
0
Overige
8
14
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het einde van het jaar
-425
-216
In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen
82
94
94
108
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten
Pensioenkosten toegerekend aan verstreken dienstjaren
0
-3
Rentekosten
12
11
Bijdragen van de bij het plan aangesloten werknemers
-20
-22
Inperkingen
-5
0
Afwikkelingen
2
0
Veranderingen in de consolidatiekring
-1
0
(in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013
(in miljoenen euro)
31-12-2012
31-12-2013
Wijzigingen van de niet in winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen 198 -206
Actuariële winst of actuarieel verlies ten gevolge van wijzigingen in demografische veronderstellingen 4 -93
Actuariële winst of actuarieel verlies ten gevolge van wijzigingen in financiële veronderstellingen 347 -110
Actuariële resultaten op fondsbeleggingen -160 -17
Ervaringsaanpassingen 0 -5
Overige 7 19
Voornaamste gehanteerde actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden)
Disconteringsvoet 2,3% 3,0%
Verwacht percentage van loonsverhoging 3,1% 3,1%
Verwacht percentage inflatie 2,0% 2,0%
TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN
Kosten voor toegezegdebijdrageregelingen 1 1
  • De pensioenaanspraken van de Belgische personeelsleden van de verschillende vennootschappen van de KBC-groep zijn afgedekt door pensioenfondsen en groepsverzekeringen, waarvan de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn. In 2013 werd een vastebijdrageregeling ingevoerd voor alle toekomstige indiensttredingen (vanaf 1 januari 2014). De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn de plannen beheerd door het OFP Pensioenfonds KBC en het OFP Pensioenfonds Senior Management KBC, waarbij KBC Bank, KBC Verzekeringen (sinds 2007) en het grootste deel van hun Belgische dochterondernemingen zijn aangesloten, en de groepsverzekering van KBC Verzekeringen (diensttijd voor 1 januari 2007). Het vermogen van de twee eerstgenoemde pensioenplannen wordt hoofdzakelijk beheerd door het Pensioenfonds dat daarvoor een beroep doet op KBC Asset Management. De pensioenprestatie wordt berekend op basis van het loon voorafgaand aan de pensionering, de periode van aansluiting en een wiskundige formule die in een progressief percentage voorziet naarmate het loon toeneemt.
  • KBC Bank Ireland was deelnemer van een volledig gefinancierde toegezegdpensioenregeling tot 31 augustus 2012. Vanaf die datum worden er geen bijkomende pensioenrechten voor toekomstige dienstjaren meer opgebouwd in het pensioenplan. De verworven pensioenprestaties in het plan houden rekening met toekomstige sala-

risstijgingen van de aangeslotenen (dynamisch beheer). De activa van het pensioenplan worden afgezonderd van de activa van de bank. Werknemers van KBC Finance Ireland en KBC Bank Dublin zijn eveneens aangesloten bij dit pensioenplan. De pensioenprestatie wordt berekend op basis van een wiskundige formule die rekening houdt met de leeftijd, het salaris en de periode van aansluiting.

• Verwacht rendement op beleggingen: bepalen we op basis van de rente van specifieke investeringen, rekening houdend met een gedetailleerde nieuwe strategische assetallocatie voor de beheerde vermogens.

ROA = (W x LDI-rente T) + (X x corp-rente T) + (Y x (gov-rente T + 3%)) + (Z x (gov-rente T +1,75%)), waarbij:

LDI-rente = 2 x euroswaprente T - 1 x zesmaandelijkse euroswaprente gov-rente = OLO-rente T

corp-rente = euroswaprente T + corporate spread

  • T = gemiddelde duration van de verplichtingen,
  • W = percentage liability driven investments (LDI),
  • X = percentage corporate obligaties,
  • Y = percentage aandelen,
  • Z = percentage vastgoed.

De risicopremies, respectievelijk 3% en 1,75%, zijn gebaseerd op het verwachte langetermijnrendement van aandelen en vastgoed.

Bijkomende informatie pensioenverplichtingen (in miljoenen euro)
Ontwikkeling belangrijkste elementen uit hoofdtabel 2009 2010 2011 2012 2013
Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen 1 997 1 645 1 823 2 191 2 034
Reële waarde van fondsbeleggingen 1 529 1 439 1 557 1 765 1 818
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -512 -437 -372 -425 -216
Invloed wijziging gebruikte veronderstellingen voor actuariële bereke
ning van planactiva en brutoverplichtingen*
2009 2010 2011 2012 2013
Invloed op planactiva 0 0 0 0 0
Invloed op brutoverplichtingen -18 -84 -76 213 -85

* Uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen. Plus bij een positieve invloed, min bij een negatieve invloed; betreft de in het bovenstaande deel vermelde pensioenregelingen samen.

Bijkomende informatie pensioenverplichtingen
KBC Pensioenfonds Groepsverzekering
KBC Verzekeringen
Pensioenplan
KBC Bank Ireland
Samenstelling 31-12-2012
aandelen 36% 4% 64%
obligaties 48% 96% 6%
vastgoed 10% 0% 2%
liquiditeiten 6% 0% 28%
Samenstelling 31-12-2013
aandelen 40% 10% 57%
obligaties 44% 90% 32%
vastgoed 12% 0% 2%
liquiditeiten 4% 0% 9%
Waarvan illiquide activa 12% 0% 2%
Verwachte bijdragen in 2014
(in miljoenen euro) 98 3 1
Aard van de voordelen van het pensioenplan Kapitaal op pensioenleeftijd.
Overlijdenskapitaal ingevolge
overlijden tijdens actieve dienst.
Kapitaal op pensioenleeftijd. Levenslange annuïteit op
pensioenleeftijd.
Pensioenfonds is afgesloten op 30
Maandelijkse rente ingevolge
arbeidsongeschiktheid.
augustus 2012.
Verworven prestaties worden
dynamisch beheerd.
Wetgevend kader Pensioenplannen zijn opgenomen in de CAO's en worden omgezet in een
pensioenreglement. Jaarlijkse rapportering van de financieringsniveaus aan
de controleautoriteiten (FSMA/NBB). In geval van onderfinanciering rappor
tering aan controleautoriteiten.
Gereguleerd door Ierse Pensions
Board. Jaarlijkse berekening van
financieringsniveau, driejaarlijkse
certificatie van financieringsniveau.
In geval van onderfinanciering rap
portering aan Ierse Pensions Board.
Verantwoordelijkheden van KBC Adequate bijdragen betalen conform financieringsovereenkomst van het
plan. Verantwoordelijk voor de financiering van het pensioenplan. Jaarlijks
pensioenfiche bezorgen aan aangeslotenen.
Adequate bijdragen betalen conform
financieringsovereenkomst van het
plan.
Risico's voor KBC Investeringsrisico en inflatierisico Investeringsrisico
Asset liability-beleid Hedgingportefeuille dekt renterisico en inflatierisico af d.m.v. renteswaps.
Returnportefeuille beoogt extra opbrengst te genereren.
Investeringen in leveraged LDI
pooled-fondsen en grotere diversifi
catie met afbouw van blootstelling
aan aandelen.
Planwijzigingen Het pensioenplan Gevaert is samengevoegd met het KBC Main Fund Plan.
Verdisconteringsmethodologie is gewijzigd van yield-curve naar zero
coupon-curve.
De beheerders beslisten de pen
sioenprestaties van de aangesloten
werknemers te verminderen met
0,6% voor de jaren 2011-2013 ter
verrekening van de heffing op de
pensioenprestatie ingevoerd door de
Ierse overheid.
Financiering Bijdragen aan het plan berekend volgens de Projected Unit-methode. Bijdragen aan het plan worden bere
kend volgens Projected Unit-me
thode. Pensioenfonds is afgesloten
op 30 augustus 2012. Geen verdere
opbouw van toekomstige dienstjaren.
Inperkingen en afwikkelingen Fidea is sedert 1 januari 2014 niet langer aangesloten bij het KBC Pensioen
geïntegreerd in KBC Bank. Op 1 juli 2013 werd KBC Global Services geliqui
fonds. Alle pensioenrechten en -verplichtingen zijn overgedragen naar
het Delta Lloyd-pensioenfonds. Sedert 1 maart 2013 is KBC Private Equity
geen deelnemer meer van het KBC Pensioenfonds, omdat op die datum
alle werknemers van KBC Private Equity hetzij uit dienst gegaan hetzij ge
transfereerd zijn naar KBC Securities. In de loop van 2013 is KBC Vastgoed
deerd. Alle werknemers evenals hun pensioenrechten zijn overgedragen
naar KBC Groep.
Niet van toepassing.
Verdisconteringsmethodologie een zero coupon-curve. Vanaf jaar 16 wordt extrapolatie toegepast en vanaf Vertrekpunt zijn Iboxx-noteringen van diverse tijdsbuckets van bedrijfs
obligaties met AA-rating. De bekomen yield-curve wordt omgevormd tot
20 jaar krijgen we een vlakke curve.
De Mercer-methodologie vertrekt van
een eigen samengestelde korf van
bedrijfsobligaties met AAA- en AA
en A-ratings. Van de noteringen van
bedrijfsobligaties met A-rating wordt
een spread afgetrokken om tot een
soort equivalente bedrijfsobligatie
met AA-rating te komen. Na omzet
ting naar zero coupon-formaat met
extrapolatie voor lange looptijden
wordt finaal de equivalente verdis
conteringsvoet bepaald.
Bijkomende informatie pensioenverplichtingen
KBC Pensioenfonds Groepsverzekering
KBC Verzekeringen
Pensioenplan
KBC Bank Ireland
Voornaamste actuariële veronderstellingen
Gemiddelde verdisconteringsvoet 2,98% 2,68% 4,00%
Verwachte salarisstijging 3,10% 3,02% 2,90%
Verwachte inflatie 2,00% 2,00% 1,90%
Verwachte stijging van de pensioenen 1,90%
Gemiddelde looptijd van de verplichtingen 14,1 jaar 12,92 jaar 18 jaar
Gewogen gemiddelde duration verplichtingen 10,99 jaar 12,47 jaar 24 jaar
Invloed wijziging gebruikte veronderstellingen voor
actuariële berekening brutoverplichtingen
Stijging van de brutoverplichting op 31-12-2013 als
gevolg van:
1% daling in de verdisconteringsvoet 11,46% 10,22% 27,75%
1% stijging in de verwachte inflatie 9,95% 8,87% 23,77%
1% hoger dan verwachte salarisstijging bovenop
inflatie
12,24% 12,98% 9,90%
Pensioenleeftijd 65 jaar (i.p.v. 63 jaar) voor alle
actieven
1,88% -3,40%
Stijging levensverwachting met 1 jaar 2,37%
De sensitiviteit van de volgende veronderstellingen is
niet berekend:
betaalt altijd een kapitaal uit, langlevenrisico is immaterieel. Impact van
personeelsverloop: het verwachte personeelsverloop situeert zich op een
Impact van dalende sterftecijfers: pensioenfonds
zeer laag niveau.
Niet van toepassing.
Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten
31-12-2012 31-12-2013
416 967 355 417 364 358
416 967 355 417 364 358
302 802
0 0
118 644 067 79 096 044
3,48 3,48
0 0
Niet-stemrechtverlenende
Gewone aandelen kernkapitaaleffecten
357 980 313 220 338 982
58 987 042
-101 694 915
416 967 355 118 644 067
416 967 355 118 644 067

Terugbetaling kernkapitaaleffecten – -39 548 023 Eindsaldo 417 364 358 79 096 044

  • Gewone aandelen: het aandelenkapitaal van KBC Groep NV bestaat uit gewone aandelen zonder nominale waarde. Alle gewone aandelen dragen stemrecht en elk aandeel vertegenwoordigt één stem. Er zijn geen winstbewijzen of aandelen zonder stemrecht uitgegeven. De aandelen zijn genoteerd op NYSE Euronext Brussel en op de Luxemburgse beurs.
  • Kapitaalverhogingen: in december 2012 verhoogde de groep zijn eigen vermogen met ongeveer 1,25 miljard euro door de uitgifte van ongeveer 59 miljoen nieuwe aandelen als gevolg van de kapitaalverhoging in december 2012 (+58 835 294 aandelen) en de kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel (+151 748 aandelen). In december 2013 verhoogde de groep zijn eigen vermogen met 13 miljoen euro door de uitgifte van 397 003 nieuwe aandelen als gevolg van de kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel. Meer informatie vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.
  • Eigen aandelen: op 31 december 2013 hadden de vennootschappen van de KBC-groep 802 KBC-aandelen in portefeuille.
  • Aandelenoptieplannen, zie Toelichting 12; voor informatie over de machtiging voor het toegestane kapitaal, zie deel Vennootschappelijke jaarrekening.
  • • Trust preferred securities: 358 miljoen euro eind 2013 en 367 miljoen euro eind 2012. Het betreft in 1999 door KBC Funding Trust(s) uitgegeven trust preferred securities voor een initiële totale tegenwaarde van 1,5 miljard euro. Het betreft perpetuele hybride schuldinstrumenten die meetellen als innovatieve hybride Tier 1-instrumenten. Een groot bedrag aan trust preferred securities werd in het verleden al in-

gekocht. De begunstigden van die trust preferred securities zijn institutionele beleggers. De trust preferred securities zijn niet opgenomen onder Eigen vermogen van de aandeelhouders, maar onder Belangen van derden: ze voldoen aan de IAS 32-definitie van een eigenvermogensinstrument, maar aangezien die instrumenten geen eigendom zijn van de aandeelhouders, werden ze als belangen van derden voorgesteld. De structuur en voorwaarden vindt u in de relevante offering memoranda, die beschikbaar zijn op www.kbc.com.

• Kernkapitaalinstrumenten: sinds eind 2008 gaf KBC Groep NV 7 miljard euro aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit waarop de Belgische en de Vlaamse overheid (elk voor 3,5 miljard euro) intekenden. De overige kenmerken van de transacties vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaal- en garantieoperaties met de overheid in 2008 en 2009. Op 2 januari 2012 betaalde KBC 0,5 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische overheid (op de balans op 31 december 2011). Op 17 december 2012 betaalde KBC 3 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische overheid (op de balans op 31 december 2012). Op 3 juli 2013 betaalde KBC 1,17 miljard euro plus een premie van 50% terug aan de Vlaamse overheid (op de balans op 31 december 2013). KBC streeft ernaar om het resterend saldo van 2,33 miljard euro (+ premies) in zeven gelijke bedragen van 0,33 miljard euro (+ premies) terug te betalen tussen 2014 en 2020, of vroeger (onderworpen aan de gebruikelijke goedkeuring van de toezichthouder). Begin januari 2014 betaalde de groep daarvan alvast 0,33 miljard euro plus een premie van 50% terug.

Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties

(in miljoenen euro)
31-12-2012
31-12-2013
Niet-opgenomen deel van committed kredietlijnen
Verstrekt
27 802
24 514
Onherroepelijk
16 440
16 141
Herroepelijk
11 362
8 373
Ontvangen
53
91
Financiële garanties
Verstrekt
11 053
10 397
Ontvangen garanties en zekerheden
37 607
36 954
Voor impaired of achterstallige activa
2 716
2 807
Voor activa die niet impaired noch achterstallig zijn
34 891
34 147
Andere verbintenissen
Verstrekt
116
7
Onherroepelijk
116
7
Herroepelijk
0
0
Ontvangen
0
0
Boekwaarde van financiële activa door KBC als waarborg gegeven
Voor verplichtingen*
20 811
25 655
Voor eventuele verplichtingen
5 413
2 657

* Eind 2013 waren ongeveer 8,1 miljard euro woningkredieten en cashcollecties ingeschreven in het register van de dekkingswaarden van het bijzonder vermogen van het covered bond-programma (eind 2012: 3,5 miljard euro). Meer informatie over covered bonds vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, bij Liquiditeitsrisico.

  • Reële waarde van financiële garanties: gebaseerd op de beschikbare marktwaarde.
  • KBC Groep NV garandeert onherroepelijk en onvoorwaardelijk alle op 31 december 2013 bestaande verplichtingen en schulden zoals gedefinieerd in Section 5 (c) van de Ierse Companies (Amendment) Act, van de Ierse vennootschappen KBC Financial Services (Ireland) Limited, en KBC Fund Management Limited. Die garantie wordt gesteld zodat die vennootschappen in aanmerking kunnen komen voor ontheffing van bepaalde publicatieverplichtingen zoals vermeld in Section 17 van de Ierse Companies (Amendment) Act 1986. Omdat die vennootschappen in de consolidatie zijn opgenomen, betreft dat een intragroeptransactie en wordt die garantie niet in de bovenstaande tabel opge-

nomen.

• Voor de aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar – zie tabel) bestaat de verplichting die terug te geven in hun oorspronkelijke vorm, of eventueel in geldmiddelen. Waarborgen kunnen worden opgeëist als kredieten worden beëindigd om verschillende redenen, zoals wanbetaling en faillissement. Bij faillissement verkoopt de curator de waarborgen. In de andere gevallen regelt de bank zelf de uitwinning of neemt ze de waarborgen in eigendom. Ontvangen waarborgen met betrekking tot OTC-derivaten betreffen vooral geldmiddelen die door KBC worden erkend op de balans (en niet in de tabel zijn opgenomen). Meer informatie vindt u in Toelichting 22.

Aangehouden waarborgen
(die mogen worden verkocht of doorverpand
zonder in gebreke blijven van de eigenaar) (in miljoenen euro)
Reële waarde van ontvangen
waarborgen
Reële waarde van verkochte of
doorverpande waarborgen
31-12-2012 31-12-2013 31-12-2012 31-12-2013
Financiële activa 8 248 8 818 4 755 6 603
Eigenvermogensinstrumenten 7 2 0 0
Schuldinstrumenten 8 046 8 630 4 755 6 603
Leningen en voorschotten 195 185 0 0
Liquiditeiten 0 0 0 0
Andere activa 3 2 0 0
Materiële vaste activa 3 2 0 0
Vastgoedbeleggingen 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0
Waarborgen in eigendom genomen (in miljoenen euro)
31-12-2012
31-12-2013
Vaste activa aangehouden voor verkoop
0
2
Materiële vaste activa
0
0
Vastgoedbeleggingen
2
1
Eigenvermogensinstrumenten en schuldpapier
0
0
Geldmiddelen
167
173
Overige
29
25
Totaal
197
201

Toelichting 41: Leasing

(in miljoenen euro) 31-12-2012 31-12-2013
Vorderingen financiële leasing
Bruto-investering in financiële leasing, vordering 4 791 4 652
Tot 1 jaar 1 208 1 119
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 2 342 2 320
Meer dan 5 jaar 1 241 1 213
Niet-verdiende toekomstige financieringsinkomsten met betrekking tot financiële leasing 678 651
Netto-investering in financiële leasing 4 110 4 044
Tot 1 jaar 1 054 978
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 2 060 2 046
Meer dan 5 jaar 996 1 020
Waarvan niet-gegarandeerde restwaarden voor de leasinggever 33 22
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen voor oninbare leasingvorderingen 174 137
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 119 105
Vorderingen operationele leasing
Toekomstige minimaal te ontvangen leasingbetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leasing 428 429
Tot 1 jaar 136 135
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 271 277
Meer dan 5 jaar 21 17
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 0 1

• Er zijn geen belangrijke gevallen waarin KBC optreedt als leasingnemer in operationele en financiële leasing.

  • Conform de bepalingen van IFRIC 4 stelden we geen operationele noch financiële leasingcontracten vast die besloten zijn in andere contracten.
  • Financiële leasing: KBC verstrekt het merendeel van de financiële leasing via aparte maatschappijen die hoofdzakelijk in België en Centraal-Europa actief zijn. KBC biedt financiëleleasingproducten aan, gaande

van leasing van uitrusting en voertuigen tot vastgoedleasing. Financiële leasing wordt in België typisch door het kantorennetwerk van de KBCgroep aangeboden. Ook in Centraal-Europa wordt dat model steeds belangrijker.

• Operationele leasing: betreft hoofdzakelijk fullserviceverhuur van auto's. Die service bieden we aan zowel via het kantorennetwerk van KBC Bank en CBC Banque als via een intern verkoopteam. Ook in Centraal-Europa ontwikkelen we de fullserviceverhuur verder.

Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen

2012 2013
Transacties met verbonden partijen, exclusief
key management (in miljoenen euro)
230 Jaarverslag KBC 2013
tschappijen
Dochtermaa
appijen
de maatsch
Geassocieer
es
Joint ventur
Belgische st
aat
west
Vlaams Ge
Overige Totaal tschappijen
Dochtermaa
appijen
de maatsch
Geassocieer
es
Joint ventur
west
Vlaams Ge
Overige Totaal
Activa 248 183 123 29 263 750 1 229 31 796 299 118 28 852 44 1 341
Leningen en voorschotten 98 132 83 0 0 1 227 1 541 85 55 18 0 41 199
Voorschotten in rekening-courant 1 1 0 0 0 440 441 0 0 0 0 8 8
Termijnkredieten 97 131 83 0 0 787 1 099 85 55 18 0 33 190
Financiële leasing 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Afbetalingskredieten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Hypotheekleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eigenvermogensinstrumenten 96 32 26 0 0 0 155 131 39 5 0 0 176
Voor handelsdoeleinden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Voor beleggingsdoeleinden 96 32 26 0 0 0 155 131 39 5 0 0 175
Overige vorderingen 53 19 14 29 263 750 2 30 100 83 24 5 852 3 967
Verplichtingen 657 134 35 426 0 85 1 337 535 124 15 0 146 820
Deposito's 656 126 35 0 0 83 900 531 14 15 0 142 702
Deposito's 656 126 35 0 0 83 900 528 14 15 0 142 700
Overige 0 1 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 2
Andere financiële verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Schuldbewijzen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Achtergestelde schulden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Share-based payments, toegestaan 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Share-based payments, uitgeoefend 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige verplichtingen 1 8 0 426 0 2 437 4 110 0 0 4 118
Winst-en-verliesrekening -8 -5 6 950 35 36 1 013 11 -4 6 25 26 64
Nettorente-inkomsten 0 -1 2 950 35 42 1 028 5 -1 0 25 31 60
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Dividendinkomsten 1 3 4 0 0 0 7 0 2 6 0 0 8
Nettoprovisie-inkomsten 1 -2 0 0 0 -1 -3 2 -1 0 0 0 2
Overige netto-inkomsten 0 0 0 0 0 0 0 22 0 0 0 0 22
Algemene beheerskosten -11 -4 0 0 0 -4 -19 -18 -4 0 0 -5 - 27
Garanties
Garanties gegeven door de groep 0 0
Garanties ontvangen door de groep 0 0
Transacties met key management (leden Raad van Bestuur en Directiecomité van KBC Groep NV) (in miljoenen euro)* 2012 2013
Totaal* 11 10
Indeling naar type bezoldiging
Kortetermijnpersoneelsbeloningen 9 9
Vergoedingen na uitdiensttreding 2 1
Toegezegdpensioenregelingen 2 1
Toegezegdebijdrageregelingen 0 0
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen 0 0
Vergoedingen bij uitdiensttreding 0 0
Betalingen in aandelen 0 0
Aandelenopties, in eenheden
Aan het begin van het jaar 20 300 0
Toegestaan 0 0
Uitgeoefend -3 000 0
Verandering samenstelling -17 300 0
Aan het einde van het jaar 0 0
Voorschotten en leningen toegestaan aan key management en partners 1 3

* Bedragen van de bezoldiging van bestuurders of partners van de consoliderende onderneming, op grond van hun werkzaamheden in de consoliderende onderneming, haar dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, met inbegrip van het bedrag van aan gewezen bestuurders of zaakvoerders op die grond toegekende rustpensioenen.

  • Overige in de eerste tabel: omvat vooral KBC Ancora, Cera en MRBB. De inbaarheid van de vorderingen die uitstaan ten opzichte van Cera en KBC Ancora is in zekere mate afhankelijk van de ontwikkelingen bij de KBCgroep. Midden 2013 bereikte KBC een akkoord over de overdracht aan een andere financiële instelling van 0,3 miljard euro kredieten verleend aan KBC Ancora. Bovendien verkochten Cera en KBC Ancora in november 2013 in totaal 18,8 miljoen KBC-aandelen en gebruikten de opbrengst van die verkoop om leningen uitstaand bij KBC terug te betalen. Per saldo verminderden de zogenaamde aandeelhoudersleningen bijgevolg van 1,2 miljard euro eind 2012 naar 0,04 miljard euro eind 2013.
  • Alle transacties met verbonden partijen gebeuren at arm's length.
  • Belgische staat en Vlaams Gewest: beschouwen we stricto sensu, m.a.w. exclusief ondernemingen gecontroleerd door die partijen. Door de integrale terugbetaling in 2012 van de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische staat beschouwen we de Belgische staat vanaf 2013 niet meer als verbonden partij.
  • Er waren geen belangrijke andere niet in de tabel opgenomen transacties met geassocieerde ondernemingen.
  • • Key management: zijn de leden van de Raad van Bestuur en het Groeps-Directiecomité. Meer informatie over de vergoedingen van het topmanagement vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
  • Informatie over de kapitaal- en garantieverrichtingen met de Belgische

Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris

en Vlaamse overheid: zie deel Overige informatie. Noteer:

  • Op 2 januari 2012 betaalde KBC Groep NV 0,5 miljard euro (+ penaltypremie van 15%) aan niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten terug aan de Belgische overheid (op de balans op 31 december 2011). Op 17 december 2012 betaalde KBC Groep NV 3 miljard euro plus een penaltypremie van 15% terug aan de Belgische overheid (op de balans op 31 december 2012). Op 3 juli 2013 betaalde KBC Groep NV 1,17 miljard euro plus een penaltypremie van 50% terug aan de Vlaamse overheid (op de balans op 31 december 2013) en begin 2014 0,33 miljard euro plus een premie van 50%.
  • KBC ging in 2009 een garantieovereenkomst aan met de Belgische staat die het mogelijke neerwaartse risico met betrekking tot zijn CDO exposure voor een groot deel dekt. De resultaten bevatten de boeking van daarmee verwante kosten in de post Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. De garantieregeling werd eind 2012 herzien; u vindt meer daarover in het deel Overige informatie.
  • In 2012 en 2013 betaalde KBC een coupon op de niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten die in 2008 en 2009 waren uitgegeven aan de Belgische en de Vlaamse overheid (respectievelijk 595 miljoen euro en 543 miljoen euro).

KBC Groep NV en zijn dochtervennootschappen samen betaalden in 2013 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 10 228 937 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten (in 2012: 13 114 829 euro). Voor de overige diensten werd in 2013 een vergoeding betaald van 1 108 435 euro (in 2012: 2 580 042 euro), verdeeld als volgt: andere controleopdrachten: 843 664 euro; belastingadviesopdrachten: 50 994 euro; andere opdrachten buiten de revisoraatsopdrachten: 213 777 (in 2012 respectievelijk 1 214 912, 183 927 en 1 181 203 euro).

Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2013

De juridische structuur van de groep bestaat in essentie uit KBC Groep NV (inclusief het voormalige KBC Global Services) die twee grote vennootschappen controleert: KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. Elk van die vennootschappen bezit een aantal dochter- en kleindochtermaatschappijen. De belangrijkste daarvan sommen we op in de tabel.

Geregistreerde Percentage aan
deelhouderschap
Divisie
(voor resultaats
Onderneming zetel op groepsniveau intelling)* Activiteit
KBC BANK
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
Antwerpse Diamantbank NV (verkoopovereenkomst getekend) Antwerpen – BE 100,00 GR Kredietinstelling
CBC Banque SA Brussel – BE 100,00 B Kredietinstelling
CIBANK EAD Sofia – BG 100,00 IM Kredietinstelling
CˇSOB a.s. (Tsjechië) Praag – CZ 100,00 CR Kredietinstelling
CˇSOB a.s. (Slowakije) Bratislava – SK 100,00 IM Kredietinstelling
KBC Asset Management NV Brussel – BE 100,00 B Assetmanagement
KBC Bank NV Brussel – BE 100,00 B/GR Kredietinstelling
KBC Bank Deutschland AG (verkoopovereenkomst getekend) Bremen – DE 100,00 GR Kredietinstelling
KBC Bank Funding LLC & Trust (groep) New York – US 100,00 GR Uitgifte van preferente aandelen
KBC Bank Ireland Plc Dublin – IE 100,00 IM Kredietinstelling
KBC Commercial Finance NV Brussel – BE 100,00 B Factoring
KBC Credit Investments NV Brussel – BE 100,00 B/GR Investeringen in kredietgerelateerde
effecten
KBC Finance Ireland Dublin – IE 100,00 GR Kredietverlening
KBC Financial Products (groep) Diverse locaties 100,00 GR Aandelen- en derivatenhandel
KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV Rotterdam – NL 100,00 GR Uitgifte van obligaties
KBC Lease (groep) Diverse locaties 100,00 B/GR Leasing
KBC Securities NV Brussel – BE 100,00 B Beursmakelaar, corporate finance
K&H Bank Rt. Boedapest – HU 100,00 IM Kredietinstelling
KBC VERZEKERINGEN
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
ADD NV Heverlee – BE 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
CˇSOB Pojišt'ovna, Tsjechië Pardubice – CZ 100,00 CR Verzekeringsmaatschappij
CˇSOB Poist'ovnˇ a a.s., Slowakije Bratislava – SK 100,00 IM Verzekeringsmaatschappij
DZI Insurance Sofia – BG 100,00 IM Verzekeringsmaatschappij
Groep VAB Zwijndrecht – BE 95,00 B Autobijstand
K&H Insurance Rt. Boedapest – HU 100,00 IM Verzekeringsmaatschappij
KBC Group Re SA Luxemburg – LU 100,00 B/GR Verzekeringsmaatschappij
KBC Verzekeringen NV Leuven – BE 100,00 B/GR Verzekeringsmaatschappij
Evenredig geconsolideerde dochterondernemingen
NLB Vita d.d. Ljubljana – SI 50,00 GR Verzekeringsmaatschappij
KBC GROEP NV (overige directe dochterondernemingen)
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
KBC Groep NV Brussel – BE 100,00 GR Holding en kostendelende structuur

* Divisie waar resultaat wordt ingeteld. B= België; CR= Tsjechië, IM=Internationale Markten, GR=Groepscenter

• Zoals bepaald in de grondslagen voor financiële verslaggeving passen we de methode van integrale consolidatie toe voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent. Voor de beoordeling of SPV's al dan niet moeten worden geconsolideerd, hanteert KBC de principes zoals uiteengezet in SIC12. Bovendien hanteert KBC materialiteitsdrempels voor opname in consolidatie. Een onderneming die in aanmerking komt voor consolidatie nemen we ook werkelijk in consolidatie op als twee van de volgende criteria worden overschreden: (a) het deel van de groep in het eigen vermogen > 2,5 miljoen euro, (b) het deel van de groep in het resultaat > 1 miljoen euro, (c) het balanstotaal > 100 miljoen euro. Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal. Voor een aantal SPV's is maar een van die drie criteria overschreden, waardoor (zolang het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen niet meer bedraagt dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal) ze de facto niet worden geconsolideerd. Het betreft voornamelijk SPV's opgericht in het kader van de CDO-activiteiten. Noteer dat die SPV's maar een materialiteitsdrempel overschrijden (balanstotaal), aangezien ze altijd een zeer beperkt eigen vermogen en nettoresultaat hebben. De CDO-gerelateerde resultaten zitten bij KBC Financial Products, dat uiteraard wel wordt geconsolideerd. Niet-consolidatie van die SPV's heeft dan ook alleen een invloed op de geconsolideerde balanspresentatie en niet op het eigen vermogen, het resultaat of de solvabiliteit.

• Volledige lijst van de vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen: zie www.kbc.com.

Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring

Directe moeder Consolidatie Percentage aandeelhouderschap op
Onderneming maatschappij methode groepsniveau Commentaar
31-12-2012 31-12-2013
Toevoegingen
Geen
Afstotingen
Gedeconsolideerd op 30 juni 2012 als
TUIR WARTA SA KBC Verzekeringen NV Integraal gevolg van verkoop
KBL EPB (groep) KBC Groep NV Integraal Gedeconsolideerd op 30 juni 2012 als
gevolg van verkoop
Kredyt Bank SA KBC Bank NV Integraal Gedeconsolideerd op 31 december 2012
als gevolg van fusie met Bank Zachodni
KBC Private Equity NV KBC Bank NV Integraal 100,00% Gedeconsolideerd in 1kw2013 wegens
immaterialiteit
Nova Ljubljanska banka d.d. KBC Bank NV Vermogensmutatie 22,04% Gedeconsolideerd op 31 december 2012
wegens verkoop in 1kw2013
Absolut Bank KBC Bank Integraal 99,00% Gedeconsolideerd op 31 maart 2013
wegens verkoop in 2kw2013
KBC Banka A.D. KBC Verzekeringen NV Integraal 100,00% Gedeconsolideerd midden december 2013
wegens verkoop in 4kw2013
Naamsveranderingen
Geen
Wijzigingen in percentage aandeelhouderschap en interne fusies
Groep VAB NV KBC Verzekeringen NV Integraal 79,81% 95,00% Verhoging participatie in 2kw2013
KBC Real Estate NV KBC Bank NV Integraal 100,00% Fusie met KBC Bank op 1 juli 2012
KBC Global Services NV KBC Groep NV Integraal 100,00% Fusie met KBC Groep NV op 1 juli 2013

Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)

  • IFRS 5 bepaalt dat een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) moet worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop als de boekwaarde ervan hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Wil daarvan sprake zijn, dan moet het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop. Bovendien moet de verkoop zeer waarschijnlijk zijn. Om te beoordelen of een verkoop zeer waarschijnlijk is, somt IFRS 5 een aantal voorwaarden op waaraan voldaan moet zijn alvorens IFRS 5 van toepassing is:
  • 1 verbintenis van het management voor een verkoopplan;
  • 2 opstart van een operationeel plan om een koper te vinden en het plan te voltooien;
  • 3 gewenste prijs die redelijk is ten opzichte van de actuele reële waarde;
  • 4 verkoop binnen één jaar na datum van classificatie;
  • 5 onwaarschijnlijk dat belangrijke wijzigingen aan het plan zullen worden aangebracht of dat het plan zal worden ingetrokken.

Als aan alle vijf bovenstaande criteria is voldaan, worden de activa en verplichtingen van die desinvesteringen onder een aparte post van de balans getoond (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten (de referentiecijfers worden, zoals toegestaan door IFRS, niet aangepast)). Als de groepen activa die worden afgestoten bovendien gekwalificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteit, worden de resultaten ervan (ook voor de referentiecijfers) onder één post in de winst-en-verliesrekening getoond (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten).

  • Belangrijkste maatschappijen die onder IFRS 5 vallen:
  • Per 31 december 2012: Absolut Bank, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, KBC Banka en NLB.
  • In 2013 werden alvast Absolut Bank, KBC Banka en NLB verkocht en tekenden we een verkoopovereenkomst voor Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland. Resterend onder IFRS 5 per 31 december 2013: Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland.
  • Geen enkele van die entiteiten is als beëindigde bedrijfsactiviteit gekwalificeerd. Ze vertegenwoordigen immers geen afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of belangrijk geografisch bedrijfsgebied binnen het geheel van KBC.
  • Hierna volgt informatie over de desinvesteringsdossiers die op 31 december 2013 al waren ondertekend, maar nog niet zijn afgerond.
Onderneming Commentaar
KBC Bank Deutschland In september 2013 tekende KBC een overeenkomst over de verkoop van KBC Bank Deutschland aan een groep investeerders bestaande
uit Teacher Retirement System of Texas, Apollo Global Management LLC, Apollo Commercial Real Estate Finance Inc. en Grovepoint
Capital LLP. Dat zal voor KBC ongeveer 0,1 miljard euro aan kapitaal vrijmaken, voornamelijk door een verlaging van de risicogewogen
activa. De transactie leidt tot een verbetering van de solvabiliteitspositie van KBC (Tier 1 onder Basel II) met ongeveer 15 basispunten.
De transactie moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouders.
Antwerpse Diamantbank In december 2013 bereikte KBC met Yinren Group uit Sjanghai een akkoord over de verkoop van Antwerpse Diamantbank (ADB). De
transactie moet nog worden goedgekeurd door de toezichthouder. Door die deal maakt KBC ongeveer 0,1 miljard euro kapitaal vrij,
voornamelijk door de afbouw van risicogewogen activa. Dat zal uiteindelijk de Tier 1-ratio (Basel II) van KBC doen stijgen met bijna
0,2%. Vóór de afsluiting wordt een deel van de kredietportefeuille van ADB, voornamelijk de kredieten met een hoger risico en de non
performing kredieten met een nettoboekwaarde van 0,4 miljard euro, overgedragen aan KBC Bank NV voor normale afwikkeling. Na
de afsluiting zal KBC nog voor maximaal twee jaar gewaarborgde financiering ter beschikking stellen aan ADB voor een totaal bedrag
van 0,2 miljard euro.

• Hierna volgt informatie over de invloed van de onder IFRS 5 gekwalificeerde activiteiten.

(in miljoenen euro)
A BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst-en-verliesrekening 2012 2013
Winst-en-verliesrekening KBL EPB
Nettorente-inkomsten 55 0
Nettoprovisie-inkomsten 167 0
Andere netto-inkomsten 34 0
Totale opbrengsten 257 0
Exploitatiekosten -220 0
Bijzondere waardeverminderingen -22 0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
Resultaat vóór belastingen 15 0
Belastingen -8 0
Resultaat na belastingen 7 0
Resultaat van verkoopovereenkomst m.b.t. KBL EPB
Bijzondere waardeverminderingen n.a.v. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten 25 0
Belastingen m.b.t. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten (uitgestelde belastingen) 0 0
Resultaat van verkoop, na belastingen 25 0
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 32 0
Kasstroomoverzicht KBL EPB 2012 2013
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten -1 612 0
Nettokassstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten 8 0
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten 6 0
Nettokasuitstroom/-instroom -1 597 0
Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten KBL EPB 2012 2013
Gewoon 0,09 0,00
Verwaterd 0,09 0,00
Verbintenissen KBL EPB 31-12-2012 31-12-2013
Nihil (KBL EPB werd midden 2012 gedeconsolideerd)
Derivaten – gecontracteerde bedragen KBL EPB 31-12-2012 31-12-2013
Nihil (KBL EPB werd midden 2012 gedeconsolideerd)
B VASTE ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN EN VERPLICHTINGEN I.V.M. GROEPEN ACTIVA DIE
WORDEN AFGESTOTEN (tussen haakjes: waarvan beëindigde bedrijfsactiviteiten)
Balans 31-12-2012 31-12-2013
Activa
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 484 (0) 57 (0)
Financiële activa 6 407 (0) 3 627 (0)
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 0 (0) 0 (0)
Belastingvorderingen 83 (0) 49 (0)
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 3 (0) 0 (0)
Vastgoedbeleggingen en andere materiële vaste activa 113 (0) 22 (0)
Goodwill en andere immateriële vaste activa 14 (0) 2 (0)
Overige activa 35 (0) 13 (0)
Totaal activa 7 138 (0) 3 769 (0)
Verplichtingen
Financiële verplichtingen 3 657 (0) 1 977 (0)
Technische voorzieningen vóór herverzekering 0 (0) 0 (0)
Belastingverplichtingen 12 (0) 11 (0)
Voorzieningen voor risico's en kosten 9 (0) 10 (0)
Overige verplichtingen 61 (0) 28 (0)
Totaal verplichtingen 3 739 (0) 2 027 (0)
Niet-gerealiseerde resultaten 2012 2013
Herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa 101 (78) -3 (0)
Uitgestelde belastingen op bovenstaande -27 (-22) 0 (0)
Afdekkingsreserve kasstroomafdekkingen 7 (0) 0 (0)
Omrekeningsverschillen
Totaal
55 (-4)
136 (52)
0 (0)
-4 (0)

Toelichting 47: Risicobeheer

De vereiste informatie in verband met risico's (IFRS 4 en IFRS 7) en kapitaal (IAS 1) nemen we op in de door de commissaris geauditeerde delen van het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Dat hoofdstuk omvat – bij de informatie over kredietrisico – ook gegevens over het risico inzake overheidsobligaties en informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten.

Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum zijn (positieve of negatieve) gebeurtenissen die voorkomen tussen de balansdatum (31 december 2013) en de datum van goedkeuring tot publicatie van de jaarrekeningen door de Raad van Bestuur en omvatten zowel gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die bewijs leveren van de bestaande toestand op de balansdatum) waardoor in de jaarrekening opgenomen bedragen moesten worden aangepast als gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die wijzen op een toestand die ontstond na de balansdatum), waardoor geen aanpassingen van opgenomen bedragen vereist waren. De eerste soort van gebeurtenissen leidt in principe tot een aanpassing van de jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de gebeurtenis, terwijl de tweede soort in principe alleen de jaarrekening van de volgende periode beïnvloedt.

De belangrijkste gebeurtenissen na balansdatum die niet hebben geleid tot aanpassingen, waren:

• 8 januari 2014: terugbetaling van een tweede schijf staatssteun (0,33 miljard euro + 50% premie) aan de Vlaamse overheid. Bovendien heb-

Toelichting 49: Algemene gegevens betreffende de vennootschap

  • Naam: KBC Groep
  • Oprichting: 9 februari 1935 als Kredietbank; huidige naam sinds 2 maart 2005
  • Oprichtingsland: België
  • Zetel van de vennootschap: Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
  • Btw: BE 0403.227.515
  • RPR: Brussel
  • Juridische vorm: naamloze vennootschap naar Belgisch recht die een publiek beroep doet of heeft gedaan op het spaarwezen; de vennootschap is een financiële holding die onder het prudentieel toezicht valt van de Nationale Bank van België.
  • Duur van de vennootschap: Onbepaald
  • Doel: de vennootschap is een financiële holding die tot doel heeft het rechtstreeks of onrechtstreeks houden en beheren van participaties in andere ondernemingen, waaronder – maar niet beperkt tot – kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en anderen financiële instellingen. De vennootschap heeft ook tot doel ondersteunende diensten te verlenen ten behoeve van derden, als lasthebber of anderszins, in het bijzonder ten behoeve van ondernemingen waarin de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een participatie heeft. Verder heeft de venootschap tot doel de verwerving in de meest ruime zin van het woord (onder meer door middel van aankoop, huur en leasing), het onderhoud en de exploitatie van werkingsmiddelen, en de terbeschikkingstelling in de meest ruime zin van het woord (onder meer verhuur, verlenen van een recht van gebruik) van die middelen ten behoeve van de begunstigden, vermeld in de tweede zin. Voorts kan de vennootschap fungeren als een intellectual property-vennootschap, die onder meer instaat voor de ontwikkeling, de verwerving, het beheer, de bescherming en het onderhoud van intellectuele eigendomsrechten evenals voor de terbeschikkingstelling van deze rechten en/of het verstrekken van gebruiksrechten over deze rechten aan de begunstigden vermeld in de tweede zin. De vennootschap kan verder alle commerciële, financiële en industriële verrichtingen doen die nuttig of dienstig kunnen zijn ter verwezenlijking van haar maatschappelijk doel en die er rechtstreeks of onrechtstreeks verband mee houden.

ben de bevoegde toezichthouders, met de Nationale Bank van België als overkoepelende toezichthouder, hun gezamenlijke Home-Host Capital-besluit genomen voor KBC Groep. KBC Groep werd op de hoogte gebracht van hun verzoek om een permanente minimale (fully loaded) Basel III-kapitaalratio (zonder latente winsten) van 9,25% te respecteren.

  • In het eerste kwartaal van 2014 werd opnieuw een deel van de resterende CDO-portefeuille gecollapsed. De invloed op het resultaat is verwaarloosbaar.
  • 4 maart 2014: aankondiging dat KBC een CDR IV-conform, niet verwaterend AT1-instrument (additional Tier 1 capital instrument) van representatieve benchmarkgrootte in euro wil uitbrengen. Voor dat perpetuele AT1-instrument kan tijdens de eerste vijf jaar geen call worden uitgeoefend. Het beschikt over een tijdelijke afschrijvingsmogelijkheid op een common equity Tier 1-niveau van 5,125%. Na de beleggersroadshow in Europa en Azië op 10, 11 en 12 maart 2014 plaatste KBC een bedrag van 1,4 miljard euro. Meer informatie vindt u in het persbericht van 13 maart 2014, beschikbaar op www.kbc.com.

Zij kan ook door middel van inschrijving, inbreng, participatie of in welke andere vorm ook deelnemen in alle vennootschappen, bedrijven of instellingen die een gelijkaardige, verwante of aanvullende activiteit uitoefenen. In het algemeen kan zij, zowel in het binnen- als buitenland, alle verrichtingen stellen die tot de realisatie van haar doel kunnen bijdragen (artikel 2 van de statuten, die beschikbaar zijn op www.kbc.com).

  • Plaatsen waar de voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden ingezien: de statuten van de vennootschap liggen ter inzage op de griffie van de Rechtbank van Koophandel van Brussel en worden bekendgemaakt op www.kbc.com. De jaarrekeningen en het jaarverslag worden bij de Nationale Bank van België neergelegd. Die documenten zijn ook verkrijgbaar op de zetel van de vennootschap en op www.kbc.com. De beslissingen aangaande de benoeming en de beëindiging van de mandaten van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur worden bij uittreksel in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De financiële berichten over de vennootschap verschijnen in de financiële dagbladen en/of op www.kbc.com. De oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, in financiële dagbladen, in de media en op www.kbc.com.
  • Voor informatie over de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en het recht van een aandeelhouder om deel te nemen aan de Algemene Vergadering verwijzen we naar artikel 23 e.v. van de statuten, die beschikbaar zijn op www.kbc.com.

Tomás Slavata

Tsjechië – zó sterk dat hij zelf een van de gezichten van die campagne

woonkrediet krijgen. Een andere bank liet me verstaan dat ik in mijn situatie een lening maar beter uit het hoofd kon zetten. Ik was zo ontmoedigd dat ik zelfs nergens anders meer aanklopte. Toen ik later hulpvaardigheid verrasten mij na mijn vorige ervaring. Ik wist niet waar ik het had toen ik in 2004-2005 zonder meer een lening kreeg, hoewel er maar één inkomen was om die af te betalen. Dat is de belangrijkste reden dat ik bij Cˇ SOB ben. Ze hielpen me toen ik het nodig had en keken me niet met de nek aan omdat ik mijn kinderen alleen opvoed."

Ik red het alleen.

Vennootschappelijke jaarrekening 3.0

We stellen de vennootschappelijke (of enkelvoudige) jaarrekening van KBC Groep NV hier voor in een verkorte versie. De volledige vennootschappelijke jaarrekening wordt op 30 april 2014 ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering.

Conform de wettelijke voorschriften worden de vennootschappelijke jaarrekening, het verslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris neergelegd bij de Nationale Bank van België. U kunt die documenten gratis opvragen bij KBC Groep NV, Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België. Na de neerlegging zijn ze ook beschikbaar op www.kbc.com.

Door de fusie met KBC Global Services NV in 2013 zijn de cijfers van KBC Groep NV op 31 december 2013 weinig vergelijkbaar met die van de referentiedatum 31 december 2012. Daarom vullen we, waar relevant, de cijfers voor het boekjaar 2012 aan met een bijkomende kolom met pro-formacijfers. Die pro-formacijfers verkrijgen we door samenvoeging van de cijfers van KBC Groep NV met de cijfers van KBC Global Services NV op 31 december 2012, en waarbij we het eigen vermogen van KBC Global Services NV elimineren ten opzichte van de participatie KBC Global Services NV in de boeken van KBC Groep NV.

De commissaris heeft over de vennootschappelijke jaarrekening van KBC Groep NV een verklaring zonder voorbehoud afgegeven.

De vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld rekening houdend met de Belgische boekhoudnormen (B-GAAP) en is bijgevolg niet vergelijkbaar met de volgens IFRS opgestelde gegevens uit de andere hoofdstukken van dit verslag.

Balans na winstverdeling (B-GAAP, vennootschappelijk)

31-12-2012
(in miljoenen euro) 31-12-2012 pro forma 31-12-2013
Vaste activa 15 068 15 278 15 215
Immateriële vaste activa 0 261 230
Materiële vaste activa 0 177 152
Terreinen en gebouwen 0 37 34
Installaties, machines en uitrusting 0 116 94
Meubilair en rollend materieel 0 12 13
Overige materiële vaste activa 0 1 1
Activa in aanbouw en vooruitbetalingen 0 10 11
Financiële vaste activa 15 068 14 841 14 833
Verbonden ondernemingen 15 068 14 840 14 832
Deelnemingen 14 818 14 590 14 582
Vorderingen 250 250 250
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 1 1 1
Deelnemingen 1 1 1
Vorderingen 0 0 0
Vlottende activa 817 1 010 221
Vorderingen op meer dan 1 jaar 0 5 2
Handelsvorderingen 0 5 2
Overige vorderingen 0 0 0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 0 1 1
Voorraden 0 1 1
Handelsgoederen 0 1 1
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 20 168 68
Handelsvorderingen 0 137 33
Overige vorderingen 20 31 35
Geldbeleggingen 375 375 0
Eigen aandelen 0 0 0
Overige beleggingen 375 375 0
Liquide middelen 415 434 114
Overlopende rekeningen 6 27 36
Totaal activa 15 885 16 289 15 436
Eigen vermogen 10 857 10 857 11 241
Kapitaal 1 450 1 450 1 452
Geplaatst kapitaal 1 450 1 450 1 452
Uitgiftepremies 5 385 5 385 5 397
Reserves 1 447 1 447 1 466
Wettelijke reserves 127 127 145
Onbeschikbare reserves 1 1 1
Belastingvrije reserves 190 190 190
Beschikbare reserves 1 129 1 129 1 129
Overgedragen winst (verlies (-)) 2 575 2 575 2 927
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 0 21 20
Voorzieningen voor risico's en kosten 0 21 20
Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 0 18 18
Overige risico's en kosten 0 2 3
Schulden 5 028 5 411 4 175
Schulden op meer dan 1 jaar 3 600 3 670 2 970
Financiële schulden 3 600 3 670 2 970
Achtergestelde leningen 3 500 3 500 2 333
Niet-achtergestelde obligatieleningen 100 100 581
Kredietinstellingen 0 69 56
Schulden op ten hoogste 1 jaar 1 416 1 717 1 157
Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen 0 13 14
Financiële schulden 400 555 971
Kredietinstellingen 0 155 75
Overige leningen 400 400 896
Handelsschulden 5 42 34
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1 83 81
Belastingen 0 4 2
Bezoldigingen en sociale lasten 1 79 80
Overige schulden 1 010 1 024 58
Overlopende rekeningen 12 24 48
Totaal passiva 15 885 16 289 15 436

Resultaten (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro)
31-12-2012
pro forma
31-12-2013
Bedrijfsopbrengsten
7
1 178
1 093
Omzet
0
1 081
1 017
Voorraad goederen in bewerking en gereed product, en bestellingen in uitvoering: toename / afname (-)
0
5
0
Geproduceerde vaste activa
0
59
41
Andere bedrijfsopbrengsten
7
34
35
Bedrijfskosten
100
1 278
1 166
Diensten en diverse goederen
94
620
556
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
6
476
463
Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
0
131
124
Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen / bestedingen en terugnemingen (-)
0
-6
-2
Andere bedrijfskosten
0
56
25
Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies (-))
-93
-99
-73
Financiële opbrengsten
1 171
1 178
1 103
Opbrengsten uit financiële vaste activa
913
913
1 093
Opbrengsten uit vlottende activa
10
10
5
Andere financiële opbrengsten
249
255
5
Financiële kosten
1 120
1 135
614
Kosten van schulden
1 004
1 007
608
Waardeverminderingen op vlottende activa: toevoegingen (terugnemingen (-))
-120
-120
0
Andere financiële kosten
236
247
6
Winst (Verlies (-)) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting
-42
-57
416
Uitzonderlijke opbrengsten
92
92
0
Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa
92
92
0
Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa
0
0
0
Uitzonderlijke kosten
6
12
31
Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële activa en materiële activa
0
0
2
Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten
0
0
1
Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa
6
6
28
Andere uitzonderlijke kosten
0
6
0
Winst (Verlies (-)) van het boekjaar vóór belasting
44
23
385
Onttrekking aan de uitgestelde belastingen
0
0
3
Overboeking naar de uitgestelde belastingen
0
-2
0
Belastingen op het resultaat
-2
2
3
Winst (Verlies (-)) van het boekjaar
46
23
384
Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar
46
23
384
31-12-2012

In dit schema worden kosten ook met een positief teken vermeld (in tegenstelling tot de voorstellingswijze van de geconsolideerde winst-en-verliesrekening).

Resultaatsverwerking (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro)
31-12-2012
31-12-2013
Te bestemmen winst (verlies (-))
3 034
2 959
Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar
46
384
Overgedragen winst (verlies (-)) van het vorige boekjaar
2 989
2 575
Toevoeging aan het eigen vermogen
2
18
Aan de wettelijke reserve
2
18
Aan de overige reserves
0
0
Over te dragen winst (verlies (-))
2 575
2 927
Uit te keren winst
457
14
Vergoeding van het kapitaal
417
0
Bestuurders of zaakvoerders
0
0
Andere rechthebbenden, werknemersparticipatie
40
14

Aan de Algemene Vergadering wordt voorgesteld het te bestemmen winstsaldo voor 2013 te verdelen zoals in de tabel is aangegeven. Als dat voorstel wordt goedgekeurd, wordt voor 2013 geen dividend betaald.

Toelichting 1: Financiële vaste activa (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) Deelnemingen
in verbonden
ondernemingen
Vorderingen
op verbonden
ondernemingen
Deelnemingen in
ondernemingen
waarmee een
deelnemingsverhouding
bestaat
Vorderingen op
ondernemingen
waarmee een
deelnemings
verhouding bestaat
Boekwaarde 31-12-2012 14 818 250 1 0
Aanschaffingen in 2013 0 0 0 0
Vervreemdingen in 2013 0 0 0 0
Andere wijzigingen in 2013 -235 0 0 0
Boekwaarde 31-12-2013 14 582 250 1 0

De deelnemingen in verbonden ondernemingen van KBC Groep NV betreffen voornamelijk de participatie in:

  • KBC Bank NV (99,99%)
  • KBC Verzekeringen NV (99,99%)
  • KBC Asset Management NV (48,14%)

De voornaamste wijziging in 2013 is de overname door fusie van de dochtervennootschap KBC Global Services NV op 1 juli 2013 (met dien verstande dat alle verrichtingen van de overgenomen vennootschap KBC Global Services NV vanaf 1 januari 2013, boekhoudkundig en fiscaal, worden geacht te zijn verricht voor rekening van de overnemende vennootschap KBC Groep NV). De -235 miljoen euro in kolom Deelnemingen in verbonden ondernemingen betreft de boekwaarde van KBC Global Services voor de fusie.

De vorderingen op verbonden ondernemingen betreffen een achtergestelde perpetuele lening aan KBC Bank NV van 250 miljoen euro.

Toelichting 2: Mutatietabel eigen vermogen en ontwikkeling van het kapitaal (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2012 Kapitaalverhoging
voor het personeel
Resultaats
aanwending
31-12-2013
Kapitaal 1 450 1 1 452
Uitgiftepremies 5 385 12 5 397
Reserves 1 447 0 18 1 466
Overgedragen resultaat 2 575 0 352 2 927
Eigen vermogen 10 857 13 370 11 241

Op 31 december 2013 bedroeg het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 1 451 783 018,35 euro, verdeeld in 417 364 358 aandelen. De uitgiftepremies bedroegen 5 396 555 524,69 euro. Het maatschappelijk kapitaal is volgestort.

Wijziging in 2013: door een kapitaalverhoging op 19 december 2013 waarop alleen de personeelsleden van KBC Groep NV en sommige van zijn Belgische dochterondernemingen konden intekenen, werden 397 003 aandelen uitgegeven tegen 33,49 euro per aandeel. Die aandelen zijn gedurende twee jaar geblokkeerd, aangezien de uitgifteprijs een korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers van het KBC-aandeel op 12 november 2013. Het kapitaal verhoogde met 1 381 570,44 euro en de uitgiftepremies stegen met 11 914 060,03 euro. Met die kapitaalverhoging wil KBC Groep NV de band met zijn personeel en met het personeel van de Belgische dochterondernemingen nauwer aanhalen. Door de geringe omvang van de kapitaalverhoging zijn de financiële gevolgen voor de bestaande aandeelhouders uiterst beperkt.

Alle aandelen die in de loop van 2013 werden uitgegeven, zijn ook dividendgerechtigd vanaf boekjaar 2013.

De machtiging voor het toegestane kapitaal kan nog tot en met 20 mei 2018 worden gebruikt voor een bedrag van 698 618 429,56 euro. Gerekend tegen een fractiewaarde van 3,48 euro per aandeel kunnen dus nog maximaal 200 752 422 nieuwe aandelen van KBC Groep NV worden uitgegeven in het kader van die machtiging.

Toelichting 3: Aandeelhouders

Ontvangen kennisgevingen

Hierna volgt een overzicht van de in 2012, 2013 en de eerste twee maanden van 2014 ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert de ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com.

We vestigen er de aandacht op dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Kennisgevingen* Kennisgeving betreft
situatie op:
Uitleg Aantal aangehouden
KBC-aandelen (= stem
rechten) op betref
fende datum
% van totale
stemrechten op
betreffende
datum
KBC Groep NV 16 oktober 2012 Daling tot onder de rapporteringsdrempels van 5% en 3%
(door verkoop van alle eigen aandelen aangehouden door
KBC Groep en KBC Bank)
300 0,00%
BlackRock Inc. 6 december 2012 Overschrijding van 3%-rapporteringsdrempel 11 026 587 3,08%
Cera CVBA en KBC Ancora
Comm.VA (gemeenschappelijk)
13 december 2012 Verhoging van het aantal aangehouden aandelen (bij Cera,
geen wijziging bij KBC Ancora) in combinatie met verhoging
van het totale aantal KBC-aandelen (als gevolg van de kapi
taalverhoging). Daardoor zitten Cera CVBA en KBC Ancora
Comm.VA samen onder de rapporteringsdrempel van 30%.
111 443 546 26,74%
BlackRock Inc. 23 juli 2013 Overschrijding van de 5%-rapporteringsdrempel 20 852 545 5,00%
Cera CVBA en KBC Ancora
Comm.VA (gemeenschappelijk)
19 november 2013 Verlaging van het aantal aangehouden aandelen bij Cera en
bij KBC Ancora met 18,8 miljoen als gevolg van verkoop.
Daardoor zitten Cera en KBC Ancora samen onder de
rapporteringsdrempel van 25%.
88 643 546 21,26%
BlackRock Inc. 9 december 2013 Daling tot onder de 5%-rapporteringsdrempel 20 714 324 4,97%
BlackRock Inc. 7 januari 2014 Overschrijding van de 5%-rapporteringsdrempel 20 885 509 5,00%
BlackRock Inc. 10 januari 2014 Daling tot onder de 5%-rapporteringsdrempel 20 700 804 4,96%
BlackRock Inc. 13 februari 2014 Overschrijding van de 5%-rapporteringsdrempel 20 979 496 5,03%

* Details vindt u in de respectieve kennisgevingsformulieren op www.kbc.com.

Aandeelhoudersstructuur

In het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur geven we een overzicht van het aandeelhouderschap op het einde van 2013, zoals dat blijkt uit alle ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007.

Eigen aandelen in bezit van vennootschappen behorend tot de KBC-groep

KBC-aandelen bij KBC-groepsmaatschappijen Adres Aantal KBC
aandelen op 31
december 2012
Aantal KBC
aandelen op 31
december 2013
Bij KBC Group Re SA (Assurisk) Place de la Gare 5, 1616 Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg 300 0
Bij KBC Securities NV Havenlaan 12, 1080 Brussel, België 2 2
Totaal 302 2
In procent van het totale aantal aandelen 0,0% 0,0%
Bij KBC Groep NV zelf Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 0 800
Totaal, inclusief bij KBC Groep NV zelf 302 802
In procent van het totale aantal aandelen 0,0% 0,0%

De gemiddelde fractiewaarde van het KBC-aandeel in 2013 bedroeg 3,48 euro. Eind 2013 kocht KBC 800 eigen aandelen aan (op de beurs; voor 30 860 euro) met het oog op de levering (in 2014) aan personeelsleden die eind 2013 hun opties uitoefenden.

We vestigen er de aandacht op dat de in de tabel opgenomen aantallen aandelen kunnen afwijken van de aantallen die worden vermeld in de kennisgevingen conform de Belgische Wet van 2 mei 2007, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Toelichting 4: Balans

  • De bespreking is gebaseerd op een vergelijking tussen 31 december 2013 en de pro-formacijfers voor 31 december 2012.
  • Op 31 december 2013 bedraagt het balanstotaal 15 436 miljoen euro, tegenover 16 289 miljoen euro (pro forma) het jaar voordien.
  • We bespreken de financiële vaste activa in Toelichting 1.
  • De vlottende activa bedragen 221 miljoen euro, tegenover 1 010 miljoen euro (pro forma) het jaar voordien. Die daling is voor een groot deel het gevolg van de aanwending van liquide middelen en overige beleggingen (termijnrekeningen) voor de gedeeltelijke terugbetaling van de kernkapitaaleffecten aan de Vlaamse overheid.

Toelichting 5: Resultaten

  • De bespreking is gebaseerd op een vergelijking tussen 31 december 2013 en de pro-formacijfers voor 31 december 2012.
  • In 2013 bedraagt de nettowinst van KBC Groep NV 384 miljoen euro, tegenover een nettowinst van 23 miljoen (pro forma) in 2012.
  • De bedrijfskosten daalden met 9% ten opzichte van 2012. Dat was vooral een gevolg van:
  • daling bij Diensten en diverse goederen (-64 miljoen euro), onder meer door verminderde ICT-kosten, consultancykosten en kosten van facilitaire diensten;
  • daling bij Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (-13 miljoen euro) vooral door het iets lagere aantal vte;
  • daling bij Andere bedrijfskosten (-31 miljoen euro) door lagere waardeverminderingen, vooral op immateriële vaste activa.
  • De bedrijfsopbrengsten daalden met 7% ten opzichte van 2012. Dat was vooral een gevolg van het desinvesteringsprogramma en een da-

Toelichting 6: Vergoeding van de commissaris

KBC Groep NV betaalde in 2013 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 162 406 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten.

Toelichting 7: Bijkantoren

Door de fusie met KBC Global Services NV heeft KBC Groep NV op 31 december 2013 drie bijkantoren (in Tsjechië, Slowakije en Hongarije). De

Toelichting 8: Overige informatie

De vereiste wettelijke informatie volgens artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, die hierboven nog niet werd vermeld,

  • We bespreken het eigen vermogen in Toelichting 2.
  • De schulden bedragen 4 175 miljoen euro op 31 december 2013, tegenover 5 411 miljoen euro (pro forma) het jaar voordien. Binnen de schulden zijn de belangrijkste wijzigingen de uitbetaling van het dividend op aandelen en een coupon op de kernkapitaaleffecten met betrekking tot boekjaar 2012 (in 2013) (in Overige schulden), en de gedeeltelijke terugbetaling van de kernkapitaaleffecten aan de Vlaamse overheid (post Achtergestelde leningen). Daarnaast is er een stijging bij de Financiële schulden op ten hoogste een jaar en bij de Niet-achtergestelde obligatieleningen op meer dan een jaar.

ling van de doorgerekende kosten.

  • De belangrijkste wijzigingen in financiële opbrengsten en kosten in 2013 zijn:
  • De dividendontvangsten stegen met 180 miljoen euro tot 1 093 miljoen euro.
  • Er is geen couponbetaling met betrekking tot boekjaar 2013 met betrekking tot de kernkapitaaleffecten, versus 543 miljoen euro in 2012.
  • De betaalde premie met betrekking tot de terugbetaling van kernkapitaaleffecten bedroeg 583 miljoen euro in 2013 tegenover 450 miljoen euro in 2012.
  • De belangrijkste uitzonderlijke kosten in 2013 betreffen de minderwaarde op KBC Global Services van 28 miljoen euro, die gerealiseerd werd bij de fusie begin juli 2013.

Voor speciale auditdiensten werd een vergoeding betaald van 124 570 euro.

fusie met KBC Groep heeft voor die bijkantoren geen verdere gevolgen.

vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. Dat Verslag omvat ook de vereiste Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

Ik probeer altijd mijn grenzen te verleggen.

Olivier Van den Eynde algemeen directeur Close The Gap

"In 2003, als pasafgestudeerde, had ik het ambitieuze idee om een project op te starten dat werkelijk het verschil maakte.

Nu, 10 jaar later, kan ik toch met enige trots zeggen dat het mij samen met mijn team en onze verschillende partners, waaronder KBC, gelukt is.

Want Close the Gap dicht echt de digitale kloof! Sinds 2003 heeft Close The Gap al meer dan 280 000 computeronderdelen ontvangen en daarmee meer dan 2 500 projecten wereldwijd gesteund. De projecten die wij mee ondersteunen hebben het doel om zowel het individu als de gemeenschap op sociaal-economisch vlak te laten groeien. Want toegang tot informatica en informatica-opleiding bestrijdt extreme armoede en honger, geeft kinderen de mogelijkheid tot betere opleiding, verhoogt kennis, waardoor de algemene gezondheid en levensstandaard verbeteren.

Dit is duurzaam ondernemen voor mij, dit is mijn levensvisie: een ketting opstarten, waardoor op een duurzame, respectvolle manier meerwaarde gecreëerd wordt voor die groep mensen die vergeten wordt, die door de mazen van het net glipt."

Overige informatie 4.0

Kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest

In 2008 en 2009 heeft KBC Groep NV in totaal voor 7 miljard euro uitgegeven aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, waarop werd ingetekend door de Belgische staat (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest, elk voor 3,5 miljard euro. KBC gebruikte de opbrengst van die transacties om het kernkapitaal van zijn bankactiviteiten te versterken met 5,5 miljard euro door een gewone kapitaalverhoging van KBC Bank NV en om de solvabiliteitsmarge van zijn verzekeringsactiviteiten te verhogen met 1,5 miljard euro door een gewone kapitaalverhoging van KBC Verzekeringen NV.

In 2012 betaalde KBC 3,5 miljard euro terug aan de Belgische federale overheid, plus een premie van 15%. In 2013 betaalde KBC 1,17 miljard euro terug aan de Vlaamse overheid, plus een premie van 50% en begin 2014 0,33 miljard euro, plus een premie van 50%. KBC streeft ernaar het nog uitstaande saldo van 2 miljard euro (plus premies) in schijven terug te betalen, met de laatste schijf in 2020, of sneller, als de kapitaalpositie dat mogelijk maakt en de Nationale Bank haar goedkeuring geeft.

De belangrijkste kenmerken van de overblijvende kernkapitaaleffecten zijn, vereenvoudigd:

  • uitgifteprijs: 29,50 euro per effect;
  • couponrente: hoogste van (i) 2,51 euro per effect (wat overeenstemt met een interest van 8,5%) en (ii) 125% van het uitgekeerde dividend op gewone aandelen; er is geen coupon verschuldigd als er geen dividend wordt uitgekeerd;
  • terugkoopoptie: KBC Groep NV heeft op ieder ogenblik het recht om alle of een deel van de effecten terug te kopen (onder voorbehoud van goedkeuring door de financiële toezichthouder) tegen 150% van de uitgifteprijs (44,25 euro), contant te betalen.

Garantieovereenkomst voor CDO- en MBIA-gerelateerd risico

In mei 2009 ondertekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Het plan gaat over een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro (nu 5,9 miljard euro, zie verder) en omvatte bij aanvang 5,5 miljard euro aan niet-afgedekte super senior CDO-beleggingen en 14,4 miljard euro aan tegenpartijrisico op MBIA.

De transactie is als volgt gestructureerd (de CDO-portefeuille bestaat uit verschillende CDO's; de garantiestructuur geldt per CDO; de hierna vermelde cijfers betreffen de som van alle CDO's die onder het plan vallen).

Aangezien de CDO-blootstelling ondertussen aanzienlijk is gedaald, zijn de oorspronkelijke bedragen gewijzigd. Hierna geven we telkens de bedragen voor 31 december 2013 en het oorspronkelijke bedrag:

  • eerste tranche van 0,8 miljard euro (oorspronkelijk 3,2 miljard euro): KBC draagt alle kredietverliezen;
  • tweede tranche van 0,7 miljard euro (oorspronkelijk 2,0 miljard euro): KBC draagt kredietverliezen en heeft de optie om aan de Belgische staat te vragen in te schrijven op nieuw uitgegeven KBC-aandelen tegen marktwaarde voor 90% van het verlies in deze tranche (KBC behoudt 10% eigen risico);
  • derde tranche van 4,4 miljard euro (oorspronkelijk 14,8 miljard euro): de Belgische staat compenseert 90% van de kredietverliezen in contanten (KBC behoudt 10% risico).

Door die overeenkomst wordt de mogelijke negatieve invloed van de betreffende MBIA- en CDO-risico's voor een aanzienlijk deel uitgeschakeld. KBC moet voor die garantieregeling een premie betalen. Meer informatie over de invloed daarvan op de winst-en-verliesrekening vindt u in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

CAD-ratio

[reglementair eigen vermogen] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Common equity ratio (CRR / CRD IV / Basel III)

[common equity Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. De berekening is gebaseerd op de door Europa goedgekeurde en gepubliceerde Capital Requirement Regulation (CRR) en Capital Requirement Directive (CRD IV) en houdt in de teller rekening met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheid waarin de regelgever in uitzonderingsbepalingen heeft voorzien (grandfathered) en latente winsten (herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare activa).

De door de toezichthouder opgelegde minimale common equity ratio houdt geen rekening met de vermelde latente winsten.

Dekkingsratio

[bijzondere waardeverminderingen op kredieten] / [uitstaande nonperforming kredieten]. Voor een definitie van non-performing, zie Non-performing ratio. De teller kan in voorkomend geval worden beperkt tot de individuele bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten.

Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel

[eigen vermogen van de aandeelhouders] / [aantal gewone aandelen, min eigen aandelen (per einde periode)].

Gecombineerde ratio (schadeverzekeringen)

[verzekeringstechnische lasten, inclusief interne schaderegelingskosten / verdiende verzekeringspremies] + [bedrijfskosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering).

Kosten-inkomstenratio

[exploitatiekosten van de bankactiviteiten] / [totale opbrengsten van de bankactiviteiten].

Kredietkostenratio

[nettowijziging in de bijzondere waardeverminderingen voor kredietrisico's] / [gemiddelde uitstaande kredietportefeuille]. De kredietportefeuille wordt gedefinieerd in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (overheidsobligaties zijn bijvoorbeeld niet inbegrepen).

Liquiditeitsdekkingsratio (Liquidity coverage ratio, LCR)

[liquide activa van hoge kwaliteit] / [totaal nettokasuitstroom voor de volgende dertig kalenderdagen]

Marktkapitalisatie

[slotkoers KBC-aandeel] x [aantal gewone aandelen].

Netto stabiele financieringsratio (Net stable funding ratio, NSFR)

[beschikbaar bedrag stabiele financiering] / [Vereist bedrag stabiele financiering]

Nettorentemarge van de groep

[nettorente-inkomsten (aangepast resultaat) van de bankactiviteiten] / [gemiddelde rentedragende activa van de bankactiviteiten].

Non-performing ratio

[uitstaand bedrag van non-performing kredieten (leningen waarvan rente- of hoofdsombetalingen meer dan 90 dagen achterstallig of in overschrijding zijn)] / [totale uitstaande kredietportefeuille]. In overeenstemming met de nieuwe EBA-richtlijnen zal in KBC vanaf 2014 de definitie van non-performing mogelijk veranderen, waarbij ook kredieten met PD10, die momenteel nog geklasseerd zijn als performing, deel zullen uitmaken van de non-performing kredieten.

Rendement op eigen vermogen

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddeld eigen vermogen van de aandeelhouders, exclusief de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa]. Als er een coupon wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Rendement op toegewezen eigen vermogen van een divisie

[resultaat na belastingen (inclusief belangen van derden) van een divisie, aangepast om rekening te houden met toegewezen in plaats van werkelijk eigen vermogen] / [gemiddeld toegewezen eigen vermogen van de divisie]. Het resultaat van een divisie is de som van het nettoresultaat van alle ondernemingen toegewezen aan die divisie. Het aan een divisie toegewezen kapitaal is gebaseerd op de risicogewogen activa voor bankactiviteiten en risicogewogen-activa-equivalenten voor verzekeringsactiviteiten.

Solvabiliteitsratio, verzekeringsactiviteiten

[beschikbaar solvabiliteitskapitaal] / [vereist solvabiliteitskapitaal].

(Core) Tier 1-ratio

[Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Voor de berekening van de core Tier 1-ratio wordt in de teller geen rekening gehouden met hybride instrumenten (wel met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid).

Winst per aandeel, gewoon

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van het aantal gewone aandelen min eigen aandelen]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Winst per aandeel, verwaterd

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van het aantal gewone aandelen min eigen aandelen]. Als er een coupon (en/of penaltypremie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken. Als uitstaande personeelsopties op KBC-aandelen in the money zijn, worden ze aan de noemer toegevoegd.

Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2013

De lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen op 31 december 2013 is beschikbaar op www.kbc.com.

Een verkorte lijst van de belangrijkste groepsmaatschappijen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichting 44.

Verklaring van verantwoordelijke personen

"Ik, Luc Popelier, chief financial officer van de KBC-groep, verklaar namens het Directiecomité van KBC Groep NV dat, voor zover mij bekend, de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden."

Contactadressen en financiële kalender

Contactgegevens

KBC-Telecenter

(voor informatie over producten, diensten en publicaties van de KBC-groep; op werkdagen van 8 tot 22 uur, op zaterdag en banksluitingsdagen van 9 tot 17 uur) +32 78 152 153 (Nederlands), +32 78 152 154 (Frans, Engels, Duits)

[email protected]
Investor Relations Office
[email protected]
www.kbc.com
KBC Groep NV, Investor Relations Office – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
Pers
Viviane Huybrecht (directeur Corporate Communicatie, woordvoerster)

[email protected]

www.kbc.com

KBC Groep NV, Corporate Communicatie – GCM, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België

Financiële kalender

De meest actuele versie van de financiële kalender is beschikbaar op www.kbc.com.

Publicatie resultaten 4kw 2013 en volledig jaar 2013 13 februari 2014
Publicatie Jaarverslag 2013 en Risk Report 2013 31 maart 2014
Publicatie Verslag aan de samenleving 31 maart 2014
Algemene Vergadering (agenda op www.kbc.com) 30 april 2014
Publicatie resultaten 1kw2014 15 mei 2014
Publicatie resultaten 2kw2014 7 augustus 2014
Publicatie resultaten 3kw 2014 13 november 2014
Publicatie resultaten 4kw 2014 12 februari 2015

Hoofdredactie: Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België Eindredactie, vertaling, concept en vormgeving: Marketing en Communicatie, Brusselsesteenweg 100, 3000 Leuven, België Druk: Van der Poorten, Diestsesteenweg 624, 3010 Leuven, België Verantwoordelijk uitgever: KBC Groep NV, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België

Dit jaarverslag is gedrukt op milieuvriendelijk papier.

We danken de cliënten die hun verhaal lieten optekenen en zo een mooie bijdrage leverden aan dit verslag.

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.