AI Terminal

MODULE: AI_ANALYST
Interactive Q&A, Risk Assessment, Summarization
MODULE: DATA_EXTRACT
Excel Export, XBRL Parsing, Table Digitization
MODULE: PEER_COMP
Sector Benchmarking, Sentiment Analysis
SYSTEM ACCESS LOCKED
Authenticate / Register Log In

KBC Groupe NV

Annual Report Apr 2, 2013

3968_10-k_2013-04-02_7f79f3e7-426f-4ece-bb32-0241da99b711.pdf

Annual Report

Open in Viewer

Opens in native device viewer

KBC Groep

Ons werkgebied

De KBC-groep is een geïntegreerde bank-verzekeraar voor hoofdzakelijk retail-, privatebanking-, kmo- en midcapcliënten. Geografisch concentreren we ons op onze kernmarkten België, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. Buiten Ierland hebben we in de rest van de wereld een beperkte aanwezigheid, voornamelijk ter ondersteuning van onze bedrijfscliënten uit onze kernmarkten.

Onze vaste aandeelhouders

KBC Ancora 19,7%
Cera 7,0%
MRBB 12,8%
Andere vaste aandeelhouders 9,5%*
* Situatie midden 2012, vóór de kapitaalverhoging (afgezet tegen het totaal aantal aandelen op 31 december 2012). Zie verder
bij het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders.

Onze cliënten, medewerkers en netwerk1

Cliënten (schatting) 9 miljoen
Personeel (vte) 37 083
Bankkantoren 1 648
Verzekeringsnetwerk 481 agentschappen in België,
diverse distributiekanalen in Centraal- en Oost-Europa

Onze langetermijnkredietratings2, 28-02-2013

Fitch Moody's Standard & Poor's
KBC Bank NV A- A3 A
KBC Verzekeringen NV A- A
KBC Groep NV A- Baa1 BBB+

Meer informatie

Website www.kbc.com
KBC-Telecenter [email protected]

Gegevens op 31 december 2012, tenzij anders vermeld. Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen en analyses verder in dit verslag.

1 Cliënten: België en de vier kernmarkten in Centraal- en Oost-Europa; bankkantoren: idem, aangevuld met internationale bedrijvenkantoren van de groep. In alle gevallen: zonder maatschappijen die op de balansdatum onder IFRS 5 vielen (Absolut Bank, KBC Banka, NLB, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland) of gedeconsolideerd zijn (bv. Kredyt Bank).

2 De eventuele outlook/watch/review bij deze ratings vindt u verder in dit verslag.

Surf naar www.kbc.com

Resultaatsontwikkeling (in miljoenen euro)

Verdeling onderliggend nettoresultaat naar divisie (2012, in miljoenen euro)

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)

Kerncijfers

2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Geconsolideerde balans en beheerd vermogen per einde periode (in miljoenen euro)
Balanstotaal 285 163 325 801 325 400 355 597 355 317 324 231 320 823 285 382 256 886
Leningen en voorschotten aan cliënten 111 177 119 475 127 152 147 051 157 296 153 230 150 666 138 284 128 492
Effecten 98 862 125 810 111 959 105 023 94 897 98 252 89 395 65 036 67 295
Deposito's van cliënten en schuldpapier 157 712 171 572 179 488 192 135 196 733 193 464 197 870 165 226 159 632
Technische voorzieningen en schulden m.b.t. beleggingscontracten,
verzekeringen 17 190 22 394 25 121 26 833 26 724 29 951 29 948 26 928 30 058
Totaal eigen vermogen 14 099 17 466 18 453 18 487 15 376 17 177 18 674 16 772 15 961
Risicogewogen activa op groepsniveau (Basel II vanaf 2007) 114 795 128 680 140 016 146 998 155 291 143 359 132 034 126 333 102 148
Beheerd vermogen 156 677 196 358 208 560 230 890 206 842 205 234 208 813 192 795 155 079
Geconsolideerde resultaten volgens IFRS (in miljoenen euro)
Totale opbrengsten 7 632 8 370 9 650 9 802 4 827 4 625 8 378 7 310 7 733
Exploitatiekosten -4 944 -4 914 -4 925 -5 219 -5 600 -4 779 -4 436 -4 344 -4 248
Bijzondere waardeverminderingen -365 -103 -175 -267 -2 234 -2 725 -1 656 -2 123 -2 511
Nettoresultaat, groepsaandeel 1 615 2 249 3 430 3 281 -2 484 -2 466 1 860 13 612
Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) 4,48 6,26 9,68 9,46 -7,31 -7,26 3,72 -1,93 -1,09
Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) 4,39 6,15 9,59 9,42 -7,28 -7,26 3,72 -1,93 -1,09
Geconsolideerde onderliggende resultaten (in miljoenen euro)
Totale opbrengsten (onderliggend) 8 323 8 738 9 481 9 172 9 111 8 744 8 182 7 549
Exploitatiekosten (onderliggend) -4 794 -4 976 -5 164 -5 591 -4 888 -4 832 -4 686 -4 184
Bijzondere waardeverminderingen (onderliggend) -54 -175 -191 -743 -1 913 -1 525 -1 909 -1 195
Nettoresultaat, groepsaandeel (onderliggend) 2 306 2 548 3 143 2 270 1 724 1 710 1 098 1 542
Nettowinst per aandeel, gewoon (in euro) (onderliggend) 6,42 7,19 9,06 6,68 5,08 3,28 1,26 1,57
Nettowinst per aandeel, verwaterd (in euro) (onderliggend) 6,27 7,13 9,02 6,66 5,08 3,28 1,26 1,57
Nettoresultaat per divisie (onderliggend)
België 1 051 802 1 019
Centraal- en Oost-Europa (vier kernmarkten) 570 327 621
Merchantbanking 133 -110 -19
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) -44 79 -78
Milieuefficiëntiegegevens voor de KBC-groep in België (per vte)
Elektriciteitsverbruik (in GJ) 24,3 21,3 20,8
Verbruik gas en stookolie (in GJ) 15,0 12,6 12,6
Vervoer (in km, woon-werkverkeer en dienstritten) 14 836 14 563 14 440
Papierverbruik (in ton) 0,17 0,14 0,13
Waterverbruik (in m3
)
9,3 8,2 8,5
Broeikasgasemissie (in ton) 3,3 3,0 2,5
KBC-aandeel
Aantal uitstaande aandelen per einde periode (in duizenden) 310 849 366 567 363 217 355 115 357 753 357 918 357 938 357 980 416 967
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel,
per einde periode (in euro)
33,6 43,8 49,2 50,7 31,5 28,4 32,8 28,7 29,0
Hoogste koers tijdens het boekjaar (in euro) 59,8 79,0 93,3 106,2 95,0 39,4 38,0 32,6 26,2
Laagste koers tijdens het boekjaar (in euro) 37,3 56,0 76,2 85,9 18,2 5,5 25,5 7,7 9,1
Gemiddelde koers tijdens het boekjaar (in euro) 49,2 66,4 85,9 95,8 65,2 20,9 32,6 22,3 17,3
Slotkoers boekjaar (in euro) 56,5 78,7 92,9 96,2 21,5 30,4 25,5 9,7 26,2
Brutodividend per aandeel (in euro) 1,84 2,51 3,31 3,78 0,00 0,00 0,75 0,01 1,00
Marktkapitalisatie per einde periode (in miljarden euro) 17,6 28,8 33,7 34,2 7,7 10,9 9,1 3,5 10,9
Ratio's
Rendement op eigen vermogen 14% 18% 24% 21% -18% -23% 12% -6% 1%
Rendement op eigen vermogen, gebaseerd op onderliggend resultaat 18% 18% 20% 16% 16% 11% 5% 10%
Kosten-inkomstenratio, bankieren, gebaseerd op onderliggend resultaat 58% 58% 57% 64% 55% 56% 60% 57%
Gecombineerde ratio, schadeverzekeringen 95% 96% 96% 96% 95% 101% 100% 92% 95%
Kredietkostenratio, bankieren 0,20% 0,01% 0,13% 0,13% 0,70% 1,11% 0,91% 0,82% 0,71%
Tier 1-ratio, groep (Basel II vanaf 2007) 10,8% 10,2% 9,8% 8,8% 8,9% 10,8% 12,6% 12,3% 13,8%

Voor definiëring en opmerkingen verwijzen we naar de gedetailleerde tabellen, analyses en het Glossarium van gebruikte ratio's verder in dit verslag. Een omschrijving van de onderliggende resultaten vindt u in het hoofdstuk Geconsolideerd resultaat in 2012 (2004 is niet volledig vergelijkbaar met de daaropvolgende jaren, onder meer omdat de IAS 32-, IAS 39- en IFRS 4-standaarden nog niet werden toegepast, en de gegevens over aantal aandelen, marktkapitalisatie en Tier 1-ratio KBC Bankverzekeringsholding betreffen). Bovendien kunnen historische vergelijkingen beïnvloed zijn door (kleinere) methodologische wijzigingen, waardoor de vergelijkbaarheid niet 100% perfect is. Dividend voor 2012 onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering.

balanstotaal nettoresultaat onderliggend
nettoresultaat
koers
KBC-aandeel
Tier-1 ratio nieuwe
doelstellingen
2012 257 miljard euro 612 miljoen euro 1 542 miljoen euro +169% 13,8% Zie hoofdstuk
Strategie, bedrijfs
profiel en structuur

Inhoud van dit verslag

Verslag van de Raad van Bestuur

  • Belangrijkste gebeurtenissen in 2012
  • Voorwoord
  • Strategie, bedrijfsprofiel en structuur
  • KBC in de maatschappij
  • Informatie voor aandeel- en obligatiehouders
  • Geconsolideerd resultaat in 2012
  • Divisie België
  • Divisie Centraal- en Oost-Europa
  • Divisie Merchantbanking
  • Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties
  • Groepscenter
  • Waarde- en risicobeheer
  • Verklaring inzake deugdelijk bestuur

Geconsolideerde jaarrekening

  • Verslag van de commissaris
  • Geconsolideerde winst-en-verliesrekening
  • Geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (comprehensive income)
  • Geconsolideerde balans
  • Geconsolideerde vermogensmutaties
  • Geconsolideerd kasstroomoverzicht
  • Toelichtingen in verband met de grondslagen voor financiële verslaggeving
  • Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming
  • Toelichting 1 b: Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving
  • Toelichtingen in verband met segmentinformatie
  • Toelichting 2 a: Segmentering volgens de managementstructuur
  • Toelichting 2 b: Segmentering volgens geografisch gebied
  • Toelichtingen bij de winst-en-verliesrekening
  • Toelichting 3: Nettorente-inkomsten
  • Toelichting 4: Dividendinkomsten

  • Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening

  • Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa
  • Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten
  • Toelichting 8: Overige netto-inkomsten
  • Toelichting 9: Verzekeringsresultaten
  • Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies
  • Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak
  • Toelichting 12: Exploitatiekosten
  • Toelichting 13: Personeel
  • Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen winst-enverliesrekening
  • Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen
  • Toelichting 16: Belastingen
  • Toelichting 17: Winst per aandeel

Toelichtingen bij de financiële instrumenten op de balans

  • Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product
  • Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land
  • Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd
  • Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit
  • Toelichting 22: Maximaal kredietrisico
  • Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten algemeen
  • Toelichting 24: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – waarderingshiërarchie
  • Toelichting 25: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – overdrachten tussen niveau 1 en 2

Opmerkingen voor de lezer

Naam van de vennootschap Waar we in dit verslag spreken van KBC, we, de groep of de KBC-groep bedoelen we de geconsolideerde entiteit, dus KBC Groep NV inclusief alle in de consolidatiekring opgenomen groepsmaatschappijen. Waar sprake is van KBC Groep NV bedoelen we de niet-geconsolideerde entiteit. KBL European Private Bankers korten we af als KBL EPB. Vertaling Dit jaarverslag is verkrijgbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels, waarbij de Nederlandse versie de originele is en de andere versies officieuze vertalingen zijn. KBC verzekert dat al het redelijkerwijs mogelijke werd gedaan om inhoudelijke verschillen tussen de taalversies te vermijden. Mochten er toch zulke verschillen zijn, dan heeft de Nederlandse versie voorrang. Disclaimers

  • De in dit jaarverslag opgenomen verwachtingen, prognoses en verklaringen over toekomstige ontwikkelingen zijn gebaseerd op veronderstellingen en inschattingen. Toekomstgerichte verklaringen zijn uit hun aard risicovol en onzeker, omdat ze betrekking hebben op toekomstige gebeurtenissen en afhangen van toekomstige omstandigheden. Diverse factoren, met inbegrip van maar niet beperkt tot de factoren beschreven in dit jaarverslag in het kader van dergelijke toekomstgerichte verklaringen, kunnen ertoe leiden dat de uiteindelijke werkelijke resultaten en ontwikkelingen sterk afwijken van de degene die impliciet of expliciet vervat liggen in dergelijke toekomstgerichte verklaringen.

  • Niets in dit jaarverslag vormt een aanbod tot verkoop van effecten in de Verenigde Staten, Canada, Japan, Australië of enige andere jurisdictie.

  • 154 Toelichting 26: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – focus op niveau 3

  • 157 Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico
  • 157 Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten
  • 158 Toelichting 29: Derivaten
  • 161 Toelichtingen bij de andere posten op de balans
  • 161 Toelichting 30: Overige activa
  • 161 Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen
  • 162 Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen
  • 163 Toelichting 33: Materiële vaste activa inclusief vastgoedbeleggingen
  • 164 Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa
  • 166 Toelichting 35: Technische voorzieningen verzekeringen
  • 168 Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten
  • 169 Toelichting 37: Overige verplichtingen
  • 170 Toelichting 38: Pensioenverplichtingen
  • 172 Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en nietstemrechtverlenende kernkapitaaleffecten

173 Andere toelichtingen

  • 173 Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties
  • 174 Toelichting 41: Leasing
  • 175 Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen
  • 176 Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris
  • 177 Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen
  • 178 Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring
  • 178 Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)
  • 180 Toelichting 47: Risicobeheer
  • 180 Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum
  • 181 Toelichting 49: Algemene informatie

Vennootschappelijke jaarrekening

  • 184 Balans, resultaten en resultaatsverwerking
  • 187 Toelichtingen bij de vennootschappelijke jaarrekening
  • 187 Toelichting 1: Financiële vaste activa (B-GAAP, vennootschappelijk)
  • 187 Toelichting 2: Mutatietabel eigen vermogen en ontwikkeling van het kapitaal (B-GAAP, vennootschappelijk)
  • 188 Toelichting 3: Aandeelhouders
  • 189 Toelichting 4: Balans
  • 189 Toelichting 5: Resultaten
  • 189 Toelichting 6: Vergoeding van de commissaris
  • 189 Toelichting 7: Bijkantoren
  • 189 Toelichting 8: Overige informatie

Overige informatie

  • 192 Kapitaal- en garantieverrichtingen met de overheid in 2008 en 2009
  • 193 Glossarium van gebruikte ratio's
  • 194 Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie, en geassocieerde ondernemingen
  • 194 Verklaring van verantwoordelijke personen
  • 194 Contactadressen en financiële kalender

Jaarverslag van KBC Bank en KBC Verzekeringen KBC is een bank-verzekeraar en de financiële informatie in dit verslag is bijgevolg grotendeels geïntegreerd, d.w.z. bank- en verzekeringsinformatie samen. Als u geïnteresseerd bent in aparte gegevens over de bank- of verzekeringsactiviteiten en -resultaten van KBC, kunt u dat vinden in de aparte jaarverslagen van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV.

Artikel 96 en 119 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen Die artikelen leggen vast wat de minimale inhoud is van de door de wet vereiste jaarverslagen over de vennootschappelijke en de geconsolideerde jaarrekening. De betreffende informatie is verwerkt in de diverse hoofdstukken van het hiernavolgende Verslag van de Raad van Bestuur, dat daarnaast bijkomende, niet-verplichte informatie bevat. In bepaalde gevallen wordt in dat deel, om herhaling van informatie te vermijden, verwezen naar informatie die al in de andere delen van deze brochure wordt vermeld. Overeenkomstig artikel 119 van het Wetboek van vennootschappen combineert KBC Groep NV het jaarverslag over de vennootschappelijke jaarrekening met het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Het Risk Report, het CSR Report en de website www.kbc.com, waarnaar sporadisch wordt verwezen, maken geen deel uit van het jaarverslag.

1Verslag van de Raad van Bestuur

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

Belangrijkste gebeurtenissen in 2012

Januari

  • • Terugbetaling van 0,5 miljard euro kernkapitaaleffecten, plus 15% premie, aan de Belgische overheid.
  • • Overeenkomst met Talanx voor de verkoop van WARTA, de Poolse verzekeringsmaatschappij van KBC, afgerond midden 2012.

Februari

  • • Overeenkomst tussen Banco Santander S.A. en KBC over de fusie van hun Poolse bankdochters, Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank. De Poolse toezichthouder keurde die fusie in december 2012 goed. De meest recente ontwikkelingen vindt u in Toelichting 48 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.
  • • KBC-Mobile Banking-app wint publieksprijs Accenture Innovation Award in de categorie Financial Services.

Maart

  • • Overeenkomst met Value Partners Ltd. over de verkoop van het belang in KBC Goldstate in China.
  • • Uitvoering akkoord over Griekse schuld.
  • • Afronding verkoop Fidea aan J.C. Flowers & Co.

Mei

  • • Publicatie van eerste Verslag aan de Samenleving.
  • • Opvolging van Jan Vanhevel door Johan Thijs als CEO van de KBC-groep. Daniel Falque wordt nieuwe CEO van Divisie België.
  • • Publicatie resultaten eerste kwartaal 2012: geconsolideerde nettowinst bedraagt 380 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst van het kwartaal 455 miljoen euro.
  • • Overeenkomst met Business Lease Group over de verkoop van KBC Autolease Polska.
  • • Afronding van de verkoop van de verzekeraar WARTA

Juli

  • • Afronding van de verkoop van de privatebankinggroep KBL EPB.
  • • Verkoop van consumentenkredietafdeling Z˙agiel aan Banco Santander S.A.

Augustus

• Publicatie resultaten tweede kwartaal 2012: geconsolideerd nettoverlies bedraagt -539 miljoen euro. De belangrijkste uitzonderlijke post is de boeking van belangrijke waardeverminderingen voor de resterende desinvesteringsdossiers. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst 372 miljoen euro.

September

• Managementbuy-out van KBC Lease Deutschland.

Oktober

  • • Aankondiging dat KBC Bank voldoet aan de norm van een core Tier 1-ratio van 9% met inbegrip van de buffer voor blootstelling op overheden zoals aanbevolen door de EBA.
  • • Aankondiging van de aangepaste strategie, managementstructuur en financiële aspiraties. De nieuwe structuur gaat in vanaf 1 januari 2013.
  • • Verkoop 18,2 miljoen eigen KBC-aandelen voor 350 miljoen euro.

November

• Publicatie resultaten derde kwartaal 2012: geconsolideerde nettowinst bedraagt 531 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst 406 miljoen euro.

December

  • • Succesvolle eerste emissie van Belgische gedekte obligaties (covered bonds) voor een bedrag van 1,25 miljard euro.
  • • Overeenkomst over verkoop van het merendeel van de overblijvende portefeuille van KBC Private Equity.
  • • Terugbetaling van 3 miljard euro, plus 15% premie, aan de Belgische overheid. Aankondiging van intentie tot versnelde terugbetaling van 1,17 miljard euro, plus 50% premie, aan de Vlaamse overheid in de eerste helft van 2013.
  • • Uitgifte van 58,8 miljoen nieuwe aandelen voor 1,25 miljard euro; aankondiging toekomstige uitgifte van contingent capital notes voor ongeveer 0,75 miljard euro.
  • • Akkoord met Belgische overheid over herziening van de waarborgregeling m.b.t. CDO's.
  • • Overeenkomsten over de verkoop van Absolut Bank in Rusland en het minderheidsbelang in NLB in Slovenië.

Begin 2013

  • • Januari 2013: succesvolle plaatsing van 1 miljard USD contingent capital notes door KBC Bank.
  • • Januari 2013: beslissing om LTRO ad 8,3 miljard euro in het eerste kwartaal van 2013 terug te betalen aan de ECB.
  • • Februari 2013: publicatie resultaten vierde kwartaal 2012: geconsolideerde nettowinst bedraagt 240 miljoen euro. Zonder uitzonderlijke factoren bedraagt de onderliggende nettowinst 309 miljoen euro. Het volledige jaarresultaat komt daardoor op 612 miljoen euro, of 1 542 miljoen euro op onderliggende basis.

Uitgebreidere informatie over de hierboven opgesomde gebeurtenissen vindt u in de volgende hoofdstukken.

2012 was het jaar waarin het nieuwe KBC meer en meer vorm kreeg. We voerden al het grootste deel van ons desinvesteringsplan uit, betaalden een belangrijk bedrag aan staatssteun terug, haalden het risico op CDO's en Zuid-Europese overheidsobligaties verder naar beneden en verhoogden ons kapitaal. We pasten ook onze strategie en structuur aan, rekening houdend met de vernieuwde, afgeslankte en meer gefocuste groep die we nu zijn. De wereldwijde economische toestand bleef echter onzeker. Dat, samen met ons desinvesteringsprogramma, beïnvloedde uiteraard ook onze resultaten, maar dankzij onze sterke onderliggende bedrijfsprestaties eindigden we het jaar met een positief nettoresultaat van 0,6 miljard euro.

Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur, en Johan Thijs, voorzitter van het Directiecomité, becommentariëren hierna de voornaamste gebeurtenissen van het afgelopen jaar.

Voorwoord

Het geconsolideerde nettoresultaat voor 2012 bedroeg 0,6 miljard euro. Bent u tevreden?

Thomas Leysen: Ons nettoresultaat is weliswaar heel wat hoger dan in 2011, maar wordt nog altijd beïnvloed door een aantal belangrijke niet-operationele elementen, zoals de belangrijke afwaarderingen die we uitvoerden op de nog overblijvende desinvesteringen. Als we de belangrijkste niet-operationele factoren buiten beschouwing laten, haalden we een bevredigende onderliggende nettowinst van meer dan 1,5 miljard euro in 2012, wat ongeveer 40% meer is dan in 2011. Dat betekent een behoorlijk rendement op ons kapitaal.

Johan Thijs: Dat goede onderliggende resultaat behaalden we dankzij solide technische verzekeringsresultaten, een geleidelijk herstel van onze nettoprovisie-inkomsten, goede dealingroominkomsten, de volgehouden kostencontrole, en de per saldo lagere waardeverminderingen op kredieten, ondanks het nog altijd belangrijke bedrag voor Ierland. Ook het feit dat belangrijke negatieve elementen uit 2011, zoals de impact van Griekenland, zich niet herhaalden in 2012, kwam ons onderliggende resultaat uiteraard ten goede.

Hoe staat het met het desinvesteringsprogramma?

Johan Thijs: We kunnen stellen dat het desinvesteringsprogramma voor het grootste deel is uitgevoerd. Zo verkochten we in 2012 onze Poolse verzekeraar WARTA, Fidea in België en de privatebankinggroep KBL EPB in Luxemburg. We tekenden een overeenkomst met Banco Santander over de fusie van onze dochtermaatschappijen in Polen en we bereikten een akkoord over de verkopen van Absolut Bank in Rusland en ons minderheidsbelang in NLB in Slovenië. Voor de nog overblijvende desinvesteringen – in essentie gaat het alleen nog over KBC Bank Deutschland, KBC Banka en Antwerpse Diamantbank – hebben we al voorbereidend werk verricht en boekten we, zoals Thomas Leysen aanhaalde, al waardeverminderingen in 2012.

Thomas Leysen: Het was een uitzonderlijke prestatie van het Directiecomité om al die transacties tot een goed einde te brengen, ondanks de turbulentie op de markten. Net zoals het jaar voordien werkten we bovendien verder aan andere risicoverminderende maatregelen. Zo bouwden we ons risico op overheidsobligaties van GIIPS-landen verder af tot 1,7 miljard euro. Dat is een afbouw van niet minder dan 90% in drie jaar tijd. We haalden ook onze CDO- en ABS-exposure verder naar beneden.

KBC gaf nieuwe aandelen uit en betaalde al een belangrijk deel van de ontvangen staatssteun terug.

Thomas Leysen: Inderdaad, we voerden eind 2012 een kapitaalverhoging door van 1,25 miljard euro en verstevigden in januari 2013 ons kapitaal verder door de uitgifte van contingent capital notes ter waarde van 1 miljard USD. Ik vermeld ook nog de verkoop van onze 18,2 miljoen eigen aandelen in portefeuille, waardoor we onze kapitaalpositie bijkomend hebben versterkt. Die elementen – samen met onder meer onze winst en het kapitaal dat vrijkwam als gevolg van de desinvesteringen – stelde ons in staat om in 2012 alvast in totaal 3,5 miljard euro, plus een premie van 15%, terug te betalen aan de Belgische overheid. Daarmee hebben we alle kernkapitaaleffecten terugbetaald waarop de Belgische staat in 2008 intekende. We concentreren ons nu op de terugbetaling van de overblijvende 3,5 miljard euro aan de Vlaamse overheid. Het geeft ons een goed gevoel dat de steun aan KBC de belastingbetaler uiteindelijk niets zal kosten, en zelfs winst oplevert voor de overheid.

Johan Thijs: We blijven er tegelijkertijd over waken dat onze solvabiliteitspositie stevig blijft, wat onder meer geïllustreerd wordt door onze stevige Tier 1-ratio. We verbeterden bovendien onze al sterke liquiditeitspositie nog verder, wat leidde tot een uitstekende loan-to-deposit ratio van 78% op 31 december 2012. We lanceerden eind 2012 ook met veel succes onze eerste emissie van gedekte obligaties of pandbrieven, waardoor we onze financieringsmix geleidelijk aan verder kunnen diversifiëren.

KBC heeft ook zijn strategie en managementstructuur aangepast. Waarom?

Johan Thijs: De macro-economische omstandigheden, de concurrentieomgeving, de regelgeving en de vooruitzichten blijven uitdagend. Iedereen moet zich aanpassen. De sterktes van de KBC-groep zijn ons geïntegreerde bankverzekeringsmodel, dat het de hele cyclus goed bleef doen, onze competente en professionele medewerkers en de sterke band met onze cliënten. Daarop bouwden we voort en pasten we onze strategie verder aan door duidelijke keuzes te maken, de organisatiestructuur van de groep te optimaliseren en ons te engageren voor een duidelijk gedefinieerde bedrijfscultuur. We willen wendbaarder, efficiënter en dus competitiever worden, met als uiteindelijk doel als bank-verzekeraar de referentie te zijn in al onze kernmarkten.

Thomas Leysen: We zullen ons daarbij niet alleen aanpassen aan de veranderende houding van onze cliënten, maar ook tegemoetkomen aan de terechte verwachtingen van de hele maatschappij. We zijn sterk ingebed in de samenleving waarin we actief zijn, en net die lokale verankering is de kern en de sterkte van onze strategie en ons bedrijfsmodel.

Inderdaad, KBC is diep ingebed in de maatschappij. Kunt u daarover iets meer vertellen?

Thomas Leysen: We streven uiteraard naar een behoorlijke winst om onze aandeelhouders te vergoeden en om onze onafhankelijkheid te vrijwaren. Maar we willen vooral een duurzaam bedrijfsmodel. Dat vereist duurzame relaties met onze cliënten op lange termijn. En daarvoor moeten we het maatschappelijke vertrouwen verdienen. Dat vergt een aangepaste bedrijfscultuur en engagement voor de samenleving waarin we werken. Meer concrete informatie over onze talrijke initiatieven in dat verband vindt u in dit jaarverslag, in ons Verslag aan de Samenleving en in onze Corporate Social Responsability-rapportering op onze website.

Johan Thijs: We hebben ons bovendien voorgenomen om in onze rapporten, naast financiële informatie, geleidelijk aan meer niet-financiële elementen op te nemen. Dat betekent dat we naast duiding bij onze resultaten bijvoorbeeld nog meer informatie zullen geven over onze ecologische voetafdruk, onze rol in de maatschappij als grote werkgever en als intermediair tussen depositoverstrekkers en kredietaanvragers, onze bijdrage als verzekeraar, en last but not least als ontvanger van overheidssteun. In dit jaarverslag zetten we alvast een belangrijke stap in die richting.

Hoe ziet u de toekomst?

Johan Thijs: In het huidige klimaat is het niet vanzelfsprekend om een uitspraak te doen over de verwachte economische ontwikkeling. De ontwikkeling van de wereldeconomie blijft immers moeilijk voorspelbaar. In de aanpak van de eurocrisis zijn wel belangrijke stappen gezet, maar de crisis is nog niet volledig bezworen. Toch denken we dat die stappen voldoende zijn om het vertrouwen te doen weerkeren, wat trouwens al tot uiting komt in een aantal vooruitlopende conjunctuurindicatoren. Ook van buiten Europa komen bemoedigende signalen, zoals de verbetering van de huizenmarkt in de VS. We mogen dus voorzichtig optimistisch zijn. Meer nog, het is onze plicht om dat te zijn. Bovendien meen ik te mogen stellen dat we in de voorbije jaren bewezen hebben dat we, dankzij de inzet van onze medewerkers, er opnieuw en meer gefocust dan ooit staan. We danken dan ook onze medewerkers en al onze andere belanghebbenden, in het bijzonder onze cliënten, onze aandeelhouders en de Belgische en Vlaamse overheid, voor het vertrouwen dat zij hebben getoond in onze groep.

Thomas Leysen: Een bijzonder woord van dank reserveer ik voor Jan Vanhevel, die in mei 2012 met pensioen ging en als CEO van de KBC-groep in de laatste jaren met onvoorwaardelijke toewijding werkte aan de implementatie van ons verregaande herstructureringsplan. Nu dat desinvesteringsprogramma voor het grootste deel is voltooid, ligt de focus meer dan ooit op ons kernmetier, bankverzekeren in een aantal welbepaalde landen. En daar gaan we de volle 100% voor.

Johan Thijs voorzitter van het Directiecomité

Thomas Leysen voorzitter van de Raad van Bestuur

Strategie, bedrijfsprofiel en structuur

Eind 2012 hebben we ons desinvesteringsplan dat de Europese Commissie in november 2009 had goedgekeurd, al voor het grootste deel uitgevoerd. We vormden onze groep om tot een meer gefocuste, regionale Europese bank-verzekeraar met een lager risicoprofiel en met behoud van onze sterktes. Bovendien betaalden we een belangrijk deel van de ontvangen staatssteun terug. De bijna-voltooiing van het desinvesteringsplan vormde de aanleiding om de strategie van de groep verder scherp te stellen en de managementstructuur daaraan aan te passen.

"Wat je samen doet, doe je beter." Jo David relatiebeheerder Private Banking België

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

Desinvesteringsprogramma al voor het grootste deel uitgevoerd

Het herstructureringsplan van de groep bevat een opsomming van de activiteiten die we moe(s)ten desinvesteren, en is eind 2012 al voor het grootste deel uitgevoerd. Een vereenvoudigd overzicht van de stand van zaken vindt u in het onderstaande schema en meer details vindt u in de hoofdstukken over de divisies.

Uitvoering desinvesteringsprogramma (vereenvoudigd)
Project Stand van zaken (tot begin maart 2013)
Verkoop complementaire distributie
kanalen in België
Volledig uitgevoerd. Centea verkocht midden 2011. Fidea verkocht in maart 2012.
Verkoop, stopzetting of afbouw
diverse (vooral investmentbank-)
niet-kernactiviteiten
Verkocht: Secura, KBC Peel Hunt, KBC Securities Baltic Investment Company, Britse en Ierse activi
teiten van KBC Asset Management, KBC Business Capital, verschillende activiteiten van KBC
Financial Products, participatie in KBC Concord Asset Management (Taiwan), Roemeense en
Servische activiteiten van KBC Securities, participatie in KBC Goldstate (China), KBC Autolease
Polska, KBC Lease Deutschland, participaties van KBC Private Equity. Nog in voorbereiding: desin
vestering van KBC Bank Deutschland en Antwerpse Diamantbank.
Afbouw
belangrijk
deel
van
kredietportefeuilles
buiten
de
kernmarkten
De risicogewogen activa van de bedrijfsbankieractiviteiten van Divisie Merchantbanking daalden
met 10 miljard euro in drie jaar tijd.
Verkoop Europees privatebanking
netwerk
Volledig uitgevoerd. KBL EPB verkocht eind juli 2012.
Desinvestering Kredyt Bank en
WARTA in Polen
WARTA verkocht midden 2012. Eind februari 2012 aankondiging van overeenkomst met Banco
Santander over fusie van Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank, waarbij het de uiteindelijke bedoeling
is dat KBC zijn resulterende deelneming in de fusiebank desinvesteert (zie Toelichting 48 in het deel
Geconsolideerde jaarrekening). De Poolse toezichthouder keurde die fusie in december goed. Eind
juli verkocht KBC ook zijn Poolse consumentenkredietafdeling Z˙agiel.
Verkoop activiteiten in Rusland,
Servië en Slovenië
Akkoord bereikt over verkoop van Absolut Bank in Rusland (nog niet afgerond) en het minderheids
aandeel in NLB in Slovenië. Desinvestering van KBC Banka in Servië nog in voorbereiding.
Verkoop/afbouw bepaalde CDO
en ABS-activa
CDO- en ABS-exposure sterker gedaald dan in plan bepaalde afbouw (zie de volgende sectie).

Overheidsobligaties van Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje

eind 2009 eind 2010 eind 2011 eind 2012 Kolom eind 2009 betreft 31 maart 2010.

Verdere verbetering risicoprofiel en belangrijke afbouw overheidssteun

De desinvesteringen in de afgelopen jaren maakten van KBC een kleinere, meer gefocuste groep.

De eerste grafiek, die de daling van de risicogewogen activa (RWA) van de groep laat zien, is daarvan een illustratie. Hoewel ook andere elementen die ontwikkeling beïnvloeden, zoals wijzigingen in de te behouden activiteiten en nieuwe regelgeving, is de daling vooral een reflectie van de al beschreven uitgevoerde desinvesteringen en activiteitenafbouw.

Bovendien verminderden we in de voorbije jaren ons risicoprofiel ook door middel van andere maatregelen. Daarbij denken we aan de verlaging van de portefeuille overheidsobligaties op de meer risicovolle Zuid-Europese landen en Ierland, de zogenaamde GIIPS-landen, met 90% in drie jaar tijd tot minder dan 2 miljard eind 2012.

We bouwden ook onze historische portefeuille CDO- en ABS-papier verder af, sterker dan de in het Europese plan beschreven afbouw. Het nominale bedrag van de CDO's en ABS'en verminderde met ruwweg 13 miljard euro in drie jaar tijd, dat is een afbouw van 42% van het oorspronkelijke bedrag.

In 2009 tekende KBC met de Belgische overheid een garantieovereenkomst met betrekking tot een groot deel van de CDO-exposure. Initieel ging dat over een nominaal bedrag van 20 miljard euro, maar door de afbouw in de voorbije jaren daalde dat bedrag tot ongeveer 12,2 miljard euro op 31 december 2012.

In 2008 en 2009 verkocht KBC in totaal 7 miljard euro kernkapitaaleffecten aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest (elk 3,5 miljard euro). Sindsdien betaalden we de volgende bedragen terug aan de Belgische staat: 0,5 miljard euro en 15% premie daarop in januari 2012 (al verwerkt in de cijfers per eind 2011 in de grafiek) en 3 miljard euro en 15% premie daarop in december 2012. Op 31 december 2012 bevatte de kapitaalbasis van de groep bijgevolg nog 3,5 miljard euro aan overblijvende kernkapitaaleffecten waarop de Vlaamse overheid intekende. KBC neemt zich voor die resterende kernkapitaaleffecten binnen een redelijke termijn terug te betalen. Dat wil zeggen dat we de intentie hebben om daarvan alvast 1,17 miljard euro plus premies terug te betalen in de eerste helft van 2013.

We zullen er altijd op toezien dat onze solvabiliteit op een hoog niveau blijft. De kapitaalverhoging die we eind december 2012 uitvoerden en de uitgifte van contingent capital notes door KBC Bank begin 2013 (zie verder), zijn daarvan een bewijs.

Meer details over de portefeuille overheidsobligaties en CDO's vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico. Meer informatie over de CDO-garantieregeling en de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische overheden vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.

van het CDO-risico afgedekt door de garantieregeling met de Belgische staat.

Focus op de toekomst: vernieuwde strategie en structuur

Johan Thijs, groeps-CEO

"Het is onze passie om als bank-verzekeraar de referentie te zijn in onze kernmarkten. We hebben daarom onze strategie aangepast. Daarbij hielden we rekening met de sterktes van de groep, namelijk ons geïntegreerde bankverzekeringsmodel en onze competente en professionele medewerkers. We maakten vervolgens duidelijke businesskeuzes, optimaliseerden de organisatiestructuur van de groep en engageerden ons voor een duidelijk gedefinieerde bedrijfscultuur. Het is onze bedoeling wendbaarder, efficiënter en dus competitiever te worden. KBC zal zich daarbij niet alleen aanpassen aan de veranderende houding van onze cliënten, maar ook tegemoetkomen aan de terechte verwachtingen van de hele maatschappij."

Net als de andere spelers in de financiële sector worden we geconfronteerd met een veranderende attitude van de cliënt, andere verwachtingen bij de andere belanghebbenden, een strengere regelgeving, een uitdagend macro-economisch klimaat, het feit dat de verschillende Europese landen telkens een specifieke aanpak vergen en een veranderd financieel landschap.

In de afgelopen jaren ging een belangrijk deel van onze inspanningen naar de uitvoering van het desinvesteringsplan dat we in 2009 zijn overeengekomen met de Europese Commissie. We zijn intussen bijzonder goed opgeschoten met de uitvoering daarvan. Dat leidde tot een belangrijke vermindering van ons balanstotaal en onze risicogewogen activa.

Geconsolideerde balans en risicogewogen activa van de groep
(in miljarden euro)
eind
2008
eind
2012
verschil
Balanstotaal 355 257 -28%
Risicogewogen activa op groepsniveau 155 102 -34%

De vernieuwde strategie, waarvan we de hoofdlijnen weergeven in het schema op de volgende pagina, biedt een kader voor de kleinere, meer gefocuste groep die we nu – na de desinvesteringsfase – zijn en plaatst ons tegelijkertijd in een ideale positie om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. Tegelijk met de vernieuwde strategie maakten we ook onze financiële aspiraties voor 2015 bekend. Die doelstellingen, aangevuld met de later bekendgemaakte bijkomende doelstellingen, vindt u in de tabel. De definitie van de ratio's vindt u in het deel Overige informatie. We stemden ook de organisatiestructuur van de groep af op de nieuwe strategie. Die nieuwe structuur omvat onder andere een nieuwe, afzonderlijke Divisie Tsjechië en een herverdeling van de merchantbankactiviteiten. Meer informatie daarover vindt u verder in dit verslag.

Financiële doelstellingen op groepsniveau, tegen 2015
Onderliggende kosten-inkomstenratio, bankactiviteiten maximaal 55%
Gecombineerde ratio, schadeverzekeringsactiviteiten maximaal 95%
Common equity solvabiliteitsratio, groep (Basel III, fully loaded*) 10% (vanaf 2013)
Net stable funding ratio (NSFR) minimaal 105%
Liquidity coverage ratio (LCR) minimaal 100%

* En inclusief de resterende staatssteun.

Binnen de groep concretiseren we de nieuwe cultuur en waarden met het letterwoord PEARL (parel). Die letters staan voor Performance (we streven naar uitstekende resultaten in alles wat we doen, naar voortdurende verbetering van de kwaliteit van onze producten en diensten), Empowerment (we geven onze medewerkers de ruimte om hun professionele vaardigheden te ontplooien), Accountability (we aanvaarden onze individuele verantwoordelijkheid en communiceren duidelijk over onze resultaten), Responsiveness (we anticiperen en spelen in op vragen en suggesties van cliënten en medewerkers) en Local Embeddedness (we begrijpen en spelen in op de verscheidenheid van onze cliënten in onze kernmarkten). Daarnaast schuiven we drie waarden naar voren voor al onze medewerkers, namelijk: respectful (we tonen respect voor onze interne en externe cliënt), responsive (we luisteren naar cliënten en collega's en trachten een oplossing te vinden voor hun noden) en result-driven (we leveren wat we beloven).

Hoofdlijnen van de vernieuwde strategie

1. Geïntegreerd bankverzekeren

KBC bevestigt zijn engagement voor het bankverzekeringsmodel, dat doorheen de cyclus uitstekende resultaten heeft opgeleverd. Het bankverzekeringsmodel van KBC is een volledig geïntegreerd businessmodel. Het levert kostensynergieën op door overlapping van ondersteunde entiteiten te vermijden en biedt voor de cliënten duidelijke toegevoegde waarde dankzij een complementair en geoptimaliseerd aanbod van bank- en verzekeringsproducten en -diensten.

2 Kernmarkten

KBC definieert kernmarkten als markten waarin het met bank- en verzekeringsbedrijven aanwezig is, dus België, Tsjechië, Hongarije, Slowakije en Bulgarije. De groep is er goed ingebed in de lokale economieën. Alle andere activiteiten die niet bijdragen tot de ondersteuning van cliëntrelaties in die kernmarkten zullen in principe worden stopgezet. Ierland blijft een uitzondering: de komende jaren zal de werking van KBC Bank Ireland erop gericht zijn de rendabiliteit te verhogen via de bankactiviteiten voor particulieren.

3 Local responsiveness

Local responsiveness betekent dat we alert reageren op lokale opportuniteiten. KBC focust op de cliënt en wil duurzame cliëntrelaties met particulieren, kmo's en midcaps opbouwen en verdiepen. Local responsiveness houdt in dat we de lokale cliënten beter begrijpen, alert zijn voor signalen en er proactief op inspelen, en producten en diensten op maat van die lokale behoeften aanbieden. Relatiegericht bankverzekeren is de sleutel tot local responsiveness. Dat wil zeggen dat KBC zal focussen op de banken verzekeringsactiviteiten die nodig zijn om de cliëntrelatie op een duurzame manier te ondersteunen.

4 Samenwerking

KBC bevordert grensoverschrijdende samenwerking en hefboomeffecten op groepsniveau om in de hele groep kostenefficiëntie te bewerkstelligen. Internationale productfabrieken en internationale dienstverleners richten zich op het aanbieden van producten en diensten die afgestemd zijn op de distributiestrategie van de verschillende divisies en local responsiveness ondersteunen. Uitwisseling van kennis, best practices, ervaring, producten en diensten tussen de verschillende divisies en bedrijfsfuncties wordt gestimuleerd via communities. Hun missie bestaat erin om overal waar dat zinvol is binnen de groep synergie, dialoog en uitwisseling te bevorderen.

5 Divisiestructuur

KBC implementeert vanaf 2013 een nieuwe businessgedreven organisatie- of managementstructuur die afgestemd is op de strategische keuzes (local responsiveness, bankverzekeren, cliëntgerichtheid, enz.) en die effectieve besluitvorming en individuele verantwoordelijkheid ondersteunt. De nieuwe structuur omvat onder andere een nieuwe, afzonderlijke divisie in Tsjechië en de toekomstige rol van activiteiten van de vroegere Divisie Merchantbanking wordt duidelijker gesteld. Meer uitleg vindt u in de volgende sectie.

6 Groepscultuur

KBC engageert zich voor een duidelijk gedefinieerde groepscultuur. De groep verhoogt zijn wendbaarheid en alertheid door de nadruk te leggen op een gestroomlijnd prestatiebeheer en individuele verantwoordelijkheid voor alle medewerkers. Via prestatieindicatoren leggen we een duidelijke link tussen de strategische prioriteiten en individuele verantwoordelijkheid.

Nieuwe managementstructuur

Tot eind 2012 was de managementstructuur van de groep opgebouwd rond de divisies België, Centraal- en Oost-Europa, Merchantbanking en Gemeenschappelijke Diensten en Operaties. Die opdeling is gebaseerd op geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa, de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies.

De segment- of divisieresultaten die we in dit jaarverslag bespreken, zijn gebaseerd op de tot en met eind 2012 geldige managementstructuur. We delen de groepsresultaten bijgevolg op volgens de oude divisies, met twee uitzonderingen:

  • • Aan Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties wijzen we geen resultaat toe, aangezien alle opbrengsten en kosten van die divisie aan de andere divisies worden toegerekend en in hun resultaten zijn vervat. We tonen die divisie dus niet als een apart segment in de rapportering over de segmentresultaten.
  • • De groepsmaatschappijen die volgens het strategische plan worden verkocht, nemen we op in Groepscenter. Daarnaast bevat Groepscenter nog de resultaten van de holdingmaatschappij en bepaalde centrale diensten en niet-toewijsbare kosten.

Elke divisie wordt geleid door een managementcomité dat wordt voorgezeten door een CEO en, in het geval van Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties, door de chief operating officer. De divisie-CEO's, de chief operating officer, de groeps-CEO, de chief financial officer en de chief risk officer vormen het Directiecomité van de groep.

Sinds 2013 geldt een nieuwe managementstructuur. De eerste financiële rapportering volgens die structuur gebeurt bij de resultaatsbekendmaking over het eerste kwartaal van 2013. Dit jaarverslag bespreekt dus nog de resultaten en activiteiten volgens de oude indeling. Verder in dit jaarverslag, bij de hoofdstukken over de divisies, gaan we dieper in op de belangrijkste verschillen tussen de oude en de nieuwe structuur.

De nieuwe structuur van de groep omvat drie bouwblokken en acht zuilen, die zich elk concentreren op hun bijdrage tot de groep:

De bouwsteen genereren bestaat uit de vier nieuwe divisies. Ze focussen op de lokale business en moeten bijdragen tot een duurzame winst en groei. • Divisie België en Divisie Tsjechië moeten zorgen voor een toenemende stabiele rendabiliteit op hoog niveau.

  • • Divisie Internationale Markten: omvat de andere kernlanden in Centraal- en Oost-Europa (Slowakije, Hongarije en Bulgarije), die we zien als groeigeneratoren voor de groep. KBC Bank Ireland behoort ook tot de divisie, evenals de overblijvende niet-kernentiteiten die zullen worden gedesinvesteerd, zoals Absolut Bank en Antwerpse Diamantbank.
  • • Divisie Internationale Productfabrieken: omvat onder meer Asset Management, Trade Finance, Consumer Finance en Markten en KBC Securities.

Bouwsteen verbeteren bestaat uit de ondersteunende pijlers Corporate Change & Support, CRO-diensten en CFO-diensten. Die treden op als interne regelgever, maar moeten bovenal de divisies ondersteunen.

Bouwsteen ontwikkelen bestaat uit de pijler Corporate Staff. Dat is een competentiecentrum voor strategische knowhow en best practices voor bedrijfsorganisatie en communicatie. Die zuil ondersteunt het Groepsdirectiecomité en de divisies, en moet de samenwerking binnen de onderneming stimuleren.

Juridische structuur

In essentie bestaat de juridische structuur van de groep uit een holdingmaatschappij – KBC Groep NV – die twee grote vennootschappen controleert: KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. Elk van die vennootschappen bezit een aantal dochter- en kleindochtermaatschappijen. We lichten de juridische structuur van de groep op 31 december 2012 toe in Toelichting 44 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

Meer informatie over de leden van het directiecomité en de veranderingen als gevolg van de nieuwe managementstructuur vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur. Hieronder stellen we de leden van het directiecomité voor met hun functie in de oude en de nieuwe organisatiestructuur.

CRO (chief risk officer) CFO (chief financial officer) Functie tot eind 2012: CEO Divisie Centraal- en Oost-Europa Functie in nieuwe structuur: CCO (chief change officer, Corporate Change & Support)

In 2012 nog geen lid van het Groeps-DC Functie in nieuwe structuur: CEO Divisie Tsjechië

KBC in de maatschappij

KBC neemt zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de hele samenleving ernstig, en integreerde dat ook in zijn aangepaste strategie. Die strategie gaat ervan uit dat, om op duurzame wijze waarde te creëren, er in eerste instantie duurzame cliëntenrelaties moeten zijn, gedragen door competente en gemotiveerde medewerkers. Maar ook de verwachtingen van de andere belanghebbenden moeten in rekening worden gebracht. Daarvoor stelt KBC zich langs tal van kanalen luisterend op, en investeert in communicatie en dialoog.

Paolina Bocheva hoofd Corporate Center Bulgarije

Thomas Leysen, voorzitter van de Raad van Bestuur

"Nu we onze schulden aan de overheid versneld aflossen (en dat met winst voor de belastingbetaler), willen we ook op een nieuwe manier weer in de maatschappij staan: ten dienste van de economie, transparant en gericht op duurzame waardecreatie."

Onze cliënten

Een duurzame financiële groep zijn betekent eerst en vooral dat we duurzame, respectvolle relaties met onze cliënten hebben. Zij vormen immers de kern van onze business. We vinden het als groep dan ook belangrijk om te blijven inspelen op de wisselende behoeftes van de cliënten en op de steeds veranderende markomstandigheden. We nemen dan ook deel aan het initiatief van Febelfin in België waarbij we voor cliënten met een woningkrediet of investeringskrediet aangepaste kredietvoorwaarden (op hun maat) uitwerken bij de sluiting van een bedrijf. Zo geven we onze cliënten de mogelijkheid om een moeilijke periode te overbruggen. Ook in onze andere kernmarkten lanceerden we verschillende initiatieven om de cliënten extra ademruimte te geven in tijden van crisis. In Hongarije bijvoorbeeld kregen de cliënten een waaier van mogelijkheden aangeboden om financiële lasten draaglijker te maken, zoals uitstel van betaling, aanpassing van de kredietvoorwaarden en een schuldaflossingsplan. Ook in Ierland helpen we, als maatschappelijk verantwoorde speler, naar oplossingen te zoeken voor cliënten in financiële moeilijkheden.

Verder werken we er voortdurend aan om de algemene financiële geletterdheid te helpen verhogen. Het lessenpakket Een klare kijk op je geld (basisonderwijs) en Een klare kijk op je geld en verzekering (secundair onderwijs) in België en het Financial Literacy Program in Tsjechië zijn daar mooie voorbeelden van. KBC ziet erop toe dat het juiste product aan de juiste cliënt wordt aangeboden, en helpt de cliënt zijn financiële risico beter in te schatten door transparante en duidelijke informatie te verschaffen.

De cliëntentevredenheidsenquêtes in onze verschillende entiteiten schetsen allemaal hetzelfde positieve beeld: over het algemeen is de KBCcliënt tevreden over de service, bereikbaarheid en producten van zijn bank. In België toont de recentste enquête een hoge tevredenheidsgraad van 95%, waarbij 80% zelfs heel tevreden is (aantal cliënten dat het bankkantoor 8 of meer op 10 geeft). In Centraal- en Oost-Europa is ruwweg 80% van de bankcliënten tevreden. Voor meer gedetailleerde informatie over de individuele resultaten verwijzen we naar ons CSR Report 2012.

Johan Thijs, groeps-CEO

"Onze cliënten moeten het middelpunt zijn van ons doen en denken. Ze verdienen al onze energie en aandacht. Het vertrouwen van onze cliënt verdienen we alleen als we ons concentreren op zijn tevredenheid en hem op de eerste plaats stellen. Met onze vernieuwde strategie blijven we eerst en vooral focussen op de cliënt. We zijn ervan overtuigd dat we door ons betere inzicht in lokale cliënten, producten en diensten kunnen aanbieden die perfect zijn afgestemd op hun lokale behoeftes en dat dat ons concurrentievoordeel nog kan vergroten. Daarom krijgt local responsiveness in de nieuwe strategie een belangrijke plaats."

Onze medewerkers

KBC Groep is een van de grootste werkgevers in zijn thuismarkten en we willen ervoor zorgen dat onze medewerkers zich betrokken blijven voelen bij de groep. We beseffen maar al te goed dat onze medewerkers ervoor zorgen dat KBC sterke onderliggende resultaten neerzet. KBC meet zelf jaarlijks de tevredenheid van zijn medewerkers en onderneemt op basis van de resultaten gerichte acties. Uit de laatste ondervraging bleek dat een hoge 95% van de ondervraagde medewerkers in België tevreden is. Volgens een extern onderzoek georganiseerd door de Vlerick Leuven Gent Management School en Great Place to Work® Institute behoorde KBC in 2012 trouwens opnieuw (voor de zevende keer op rij) tot de tien beste grote werkgevers in België.

Enkele KBC-medewerkers die deelnamen aan het IGNITE Graduate Programme in Ierland.

Door het beloningsbeleid, afhankelijk van de nieuwe arbeidsmarktontwikkelingen, permanent te evalueren en bij te sturen, wil de groep de groeikansen van zijn medewerkers verbeteren en hen evenredig met hun prestaties belonen.

KBC startte in 2011 in België met een grondige actualisering van zijn personeelsbeleid onder de noemer HRinEvolution. Sindsdien hebben we het functieclassificatiesysteem verder geactualiseerd, een beleid over talentontwikkeling uitgewerkt, een groeipad voor nieuwe jonge kaderleden uitgestippeld en verdere alternatieve beloningsformules mogelijk gemaakt. Een voorbeeld van dat laatste is het cafetariaplan: medewerkers krijgen de keuze tussen een pakket dat volledig uit loon bestaat of uit loon aangevuld met door de medewerker gekozen voordelen zoals een bedrijfswagen of extra vakantiedagen.

De groep heeft ook oog voor de mobiliteitsproblematiek van zijn medewerkers en lanceerde onder meer projecten voor decentraal en thuiswerken, gratis pendelbussen tussen de treinstations en de hoofdkantoren, carpoolen, gebruik van fiets en openbaar vervoer en een groen wagenpark. Zo krijgen de medewerkers de kans om hun werk en privéleven beter in evenwicht te brengen.

De groep maakt in het personeelsstatuut, het selectie- en promotiebeleid en de evaluatiesystemen geen enkel onderscheid tussen geslacht, geloofsovertuiging, afkomst of seksuele geaardheid. De gelijke behandeling van personeelsleden is ook opgenomen in de KBC-Gedragslijn en is onderwerp van meerdere niet-discriminatiemanifesten en charters die KBC onderschreef. Als werkgever wil KBC een duidelijk signaal geven aan de maatschappij: we gaan op een duurzame manier om met onze medewerkers, en wederzijds vertrouwen en respect is een van onze doelstellingen.

We willen mensen een uitdagende job aanbieden en hen de kans geven om hun talenten verder te ontwikkelen. Dat geldt niet alleen voor de jongere generatie, maar voor alle generaties van ons personeel. Levenslang leren is ons motto. De groep besteedt dan ook bijzonder veel aandacht aan opleiding en heeft een uitgebreid ontwikkelingsaanbod uitgewerkt. Dat omvat een aantal opleidingsvormen die elkaar aanvullen en versterken, waaronder klassikaal leren, zelfstudie, e-leren, werkplekleren en mentoring. Ontwikkelingsnoden zijn ook een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse evaluatiegesprek tussen de medewerker en zijn leidinggevende. In 2012 volgden KBC-medewerkers gemiddeld zo'n zes dagen opleiding per vte.

In de tabel op de volgende pagina vindt u een verdeling van het totale personeelsbestand van de groep volgens diverse criteria. In 2012 daalde het totale personeelsbestand van de groep, wat nagenoeg volledig te verklaren is door de verkoop van groepsmaatschappijen in lijn met het desinvesteringsplan van de groep en door het feit dat in de totalen de maatschappijen die per einde boekjaar onder IFRS 5 vielen (per eind 2012: Absolut Bank, KBC Banka, NLB, Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland, per eind 2011: KBL EPB, Fidea en WARTA) uitgesloten zijn uit de cijfers. U vindt bijkomende informatie over personeelskosten en het gemiddelde personeelsbestand in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichtingen 12 en 13.

Personeelsbestand van de KBC-groep
(exclusief entiteiten die op de respectievelijke rapporteringdatum onder IFRS 5 vielen) 31-12-2011 31-12-2012
In vte 47 530 37 083*
In procenten
België 35% 44%
Centraal- en Oost-Europa en Rusland 60% 52%
Rest van de wereld 4% 4%
Divisie België 24% 31%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 33% 42%
Divisie Merchantbanking 6% 8%
Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties en groepsfuncties 18% 19%
Groepscenter 18% 0%
Mannen 41% 42%
Vrouwen 59% 58%
Voltijders 84% 81%
Deeltijders 16% 19%
Gemiddelde leeftijd (in jaren) 40 41
Gemiddelde anciënniteit (in jaren) 11,6 14,1

* De sterke daling is nagenoeg volledig het gevolg van de effectieve desinvesteringen in 2012 (Kredyt Bank, Z˙agiel, KBC Concord Asset Management) en bedrijven die eind 2012 onder IFRS 5 vielen (Absolut Bank, KBC Banka, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland).

Onze plaats in het economische weefsel

KBC vindt het belangrijk om als grote speler op de markt een motor te kunnen zijn voor de lokale economieën van onze thuismarkten. Dat doen we onder meer door kredieten te verschaffen en daardoor bepaalde projecten te financieren. Terwijl we, conform het desinvesteringsplan, onze kredietverlening buiten de thuismarkten verminderden, bleef de kredietverlening in onze thuismarkten groeien (zie tabel).

Groei kredietverlening in de thuismarkten* In de laatste twee jaar
(sinds 31-12-2010)
België (Divisie België plus corporate banking België) +11%
Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Bulgarije) +5%

* Uitstaande kredietportefeuille zoals gedefinieerd in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Onze kredietportefeuille omvat niet alleen kredieten aan particulieren en bedrijven, maar ook kredieten aan de socialprofitsector (zoals ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, onderwijs, lokale overheden). Verder financieren we infrastructuurprojecten met een belangrijke invloed op de binnenlandse economische ontwikkeling (PPS-financiering voor sporthallen in Vlaanderen, financiering van wegenprojecten, enz.) en dragen we bij aan de ontwikkeling van groene-energieprojecten (bijvoorbeeld door de financiering van diverse onshore windprojecten).

KBC is ook een grote verzekeraar in België en de meeste van zijn Centraal- en Oost-Europese thuismarkten. De maatschappelijke relevantie van verzekeringen voor economie en maatschappij behoeft weinig commentaar. Het is het instrument bij uitstek om risico's af te dekken van activiteiten die levensnoodzakelijk zijn: zonder de autoverzekering geen verkeer en transport, zonder aansprakelijkheidsverzekeringen geen exploitatie van bedrijven, zonder brandverzekeringen geen beveiliging van het opgebouwde patrimonium, zonder arbeidsongevallenverzekeringen geen doeltreffende bescherming van de werknemers, zonder inkomens- en gezondheidsverzekeringen geen betaalbare gezondheidszorg. In dat kader hebben we een jarenlange traditie om samen te werken met tal van organisaties die actief zijn op vlak van verkeersveiligheid, welzijn en begeleiding van slachtoffers.

Ten slotte zijn we ook als werkgever een belangrijke motor van de economie, met, zoals al vermeld, wereldwijd ongeveer 37 000 mensen (in vte) die voor onze groep werken.

Onze relatie met de overheden

Sinds eind 2008 heeft de groep voor 7 miljard euro kernkapitaaleffecten uitgegeven, waarop de Belgische staat en het Vlaams Gewest, elk voor 3,5 miljard euro, intekenden. Op die steun betaalt KBC in principe een jaarlijkse coupon van 8,5% (voor zover er ook een dividend wordt betaald aan de aandeelhouders) en, bij terugbetaling, een premie. In mei 2009 ondertekende KBC ook een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's). Dat plan gaat vereenvoudigd over een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro, dat nu al is gedaald tot 12,2 miljard euro. Ook voor die garantie betaalt de groep een belangrijke premie. Meer daarover vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaal- en garantieverrichtingen met de overheid in 2008 en 2009.

Na jaren van hard werken, met de loyale steun van onze medewerkers, onze cliënten en onze aandeelhouders, betaalden we op 17 december 2012 3 miljard euro staatssteun plus 15% premie terug aan de Belgische federale overheid, bovenop de 0,5 miljard euro plus 15% premie die we bij het begin van het jaar terugbetaalden. Dat brengt het gecumuleerde totaal van terugbetalingen, premies, couponbetalingen en CDOgarantiepremies op 6,4 miljard euro eind 2012. Als KBC uiteindelijk alle staatssteun heeft terugbetaald, zal het totale bedrag aan terugbetalingen, couponbetalingen, premies en CDO-garantiepremies zijn opgelopen tot minimaal 13 miljard euro.

We zijn bijzonder blij dat we de 3,5 miljard euro kapitaalinjectie van de federale overheid eerder dan voorzien volledig konden terugbetalen en we willen op dat elan doorgaan voor ons engagement ten aanzien van de 3,5 miljard euro steun van de Vlaamse overheid. Dat wil zeggen dat we alvast de intentie hebben om daarvan alvast 1,17 miljard euro plus 50% premie terug te betalen in de eerste helft van 2013 (afhankelijk van de gebruikelijke goedkeuring door de Nationale Bank van België).

Onze relatie met de overheid is vanzelfsprekend niet beperkt tot de staatssteun. Naast de kredietverlening aan particulieren en bedrijven, financieren we de economie bijvoorbeeld ook door onze directe en indirecte kredietverlening aan de overheden. Eind 2012 belegden we bijvoorbeeld ruwweg 25 miljard euro in Belgisch overheidspapier. KBC is bovendien al jarenlang betrokken bij het verzekeren van diverse instellingen van de Vlaamse overheid en werkt in Publiek-Private Samenwerkingen (PPS) samen voor het realiseren van belangrijke maatschappelijke projecten.

Onze maatschappelijke impact

KBC heeft oog voor de sociale impact die het kan hebben op zijn omgeving, en in het bijzonder in die steden waar we onze activiteiten uitoefenen (waar we hoofdkantoren hebben, bijvoorbeeld). Door in België verschillende projecten in Brussel, Gent en Antwerpen te steunen, probeert KBC zijn maatschappelijke rol te vervullen. In de Brusselse gemeente Sint-Jans-Molenbeek bijvoorbeeld, waar het Belgische hoofdkantoor is gevestigd, draagt KBC de projecten van Foyer, Yes en Bonnevie een warm hart toe. Foyer is een integratiecentrum dat zich bezighoudt met de integratieproblematiek van allochtone bevolkingsgroepen. Foyer probeert jongeren extra begeleiding te geven bij hun huiswerk en hen zo te stimuleren om beter te presteren op school. Dankzij Foyer is het aantal voortijdige schoolverlaters de laatste jaren aanzienlijk verminderd. KBC sponsort onder andere de BIS Award, een initiatief waarbij vijftien jongeren tussen 14 en 22 jaar gestimuleerd worden om hun grenzen te verleggen. Gespreid over drie jaar moeten de deelnemers een op hun maat samengesteld takenpakket tot een succesvol einde brengen. Het takenpakket omvat een uitdaging of engagement in vier domeinen: sport, studie, sociaal vrijwilligerswerk en expeditie.

Onze rol gaat evenwel verder dan de steun aan maatschappelijke projecten. Zo bewaren we via het mecenaat en het Rockoxhuis in Antwerpen het culturele erfgoed van België, en maken we het toegankelijk voor het grote publiek. In Hongarije bouwt K&H zijn kunstcollectie stelselmatig verder uit (Art for a better and more meaningful World), waarbij de kunstwerken de waarden van K&H – dynamiek, verjonging en sociale ontwikkeling – nog meer in de verf zetten. Elke divisie van de groep zet zich in voor lokale maatschappelijke projecten, waarbij de focus afhangt van de lokale prioriteiten en cultuur. In de hoofdstukken over de divisies, verder in dit verslag, halen we diverse voorbeelden en initiatieven aan op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen in 2012.

Onze ecologische voetafdruk

KBC levert continu inspanningen om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen, waarbij de aandacht uitgaat naar zowel de rechtstreekse als de onrechtstreekse impact op het milieu. Verder in dit jaarverslag vindt u tabellen met milieuefficiëntiegegevens voor zowel België als Tsjechië.

Slechts enkele voorbeelden uit de acties die we recent ondernamen:

  • • K&H Bank in Hongarije lanceerde bewustmakingscampagnes in de kantoren en in het nieuwe hoofdkantoor, onder meer over het sorteren van afval. Door het centraliseren van alle diensten van hoofdkantoor in één gebouw kon het aantal printers met de helft worden verminderd en konden dienstverplaatsingen tussen diverse hoofdkantoren worden vermeden.
  • • In KBC Bank Ireland leidde de interne bevraging Travel to work tot een verbetering van de faciliteiten voor medewerkers die met de fiets naar het werk komen. Op die manier hopen we meer medewerkers te stimuleren om zich op een gezondere en milieuvriendelijkere manier van en naar het werk te verplaatsen.

  • • Cˇ SOB in Tsjechië wil minder afval produceren, beter sorteren, minder kilometers afleggen door dienstverplaatsingen, het papierverbruik verminderen en zo veel mogelijk verlichting vervangen door ledverlichting.

  • • KBC voerde in België een digitaal archiefsysteem in voor de commerciële kredieten. Per kredietdossier levert dat 30% tot 50% papierbesparing op. Bijkomend voordeel daarvan is dat er minder archiefkasten nodig zijn in de kantoren.
  • • KBC in België besliste in maart 2012 om het niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel (NRRV) van 2012 te koppelen aan milieudoelstellingen en behaalde die doelstellingen ook. Ook voor de volgende jaren blijft een dergelijk systeem bestaan. Eind 2012 haalden we ook het EMAS-cerficicaat binnen voor ons milieubeheersysteem in België.

Open communicatie met onze belanghebbenden

KBC wil zo transparant en open mogelijk met zijn belanghebbenden communiceren. We organiseren daartoe diverse contactmogelijkheden tussen het management en onze belanghebbenden. Het gaat dan onder meer over beleggersevents, personeelstevredenheidsenquêtes, cliëntentevredenheidsenquêtes, conferenties, roadshows of Investor Days, waarop telkens specifieke onderwerpen aan bod komen. Onder meer de diensten Groepscommunicatie, Investor Relations, Group HR, Marketing en het CSR-team begeleiden die contacten, en behartigen de vragen van de verschillende belanghebbenden. KBC verspreidt doorheen het hele jaar informatie via onder meer persberichten en presentaties, en stelt bij de bekendmaking van de resultaten ook kwartaal-, halfjaar- en jaarverslagen ter beschikking. Die informatie vindt u op www.kbc.com, de website die naast diverse wettelijk verplichte meldingen (onder meer over de Algemene Vergaderingen), algemene bedrijfsinformatie en specifieke rapporten bevat, zoals risicorapporten en rapporten over duurzaam ondernemen.

De groep hecht in zijn communicatie veel belang aan het aspect maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zo maken we sinds enkele jaren onze visie en prestaties op het gebied van CSR bekend in een afzonderlijk jaarlijks rapport, het CSR Report (op www.kbc.com). Begin 2012 heeft de groep ook beslist om een breder Verslag aan de Samenleving te publiceren, waarin we rapporteren over alle maatschappelijk relevante thema's die aan bod zijn gekomen bij de bedrijfsvoering in het afgelopen jaar. Het Verslag aan de Samenleving is geschreven in een heldere en bevattelijke taal, zonder vakjargon, met oog voor wat er in de maatschappij leeft. We streven met de groep in het algemeen ook naar een groter aandeel van niet-financiële en maatschappelijke aspecten van de bedrijfsvoering in onze rapportering. Dit jaarverslag zet alvast een stap in die richting.

In een studie van Transparency International Belgium van december 2012, waarin de grootste beursgenoteerde ondernemingen worden geëvalueerd op basis van hun publieke inzet voor transparantie, behaalde KBC de hoogste score van de onderzochte Belgische bedrijven.

[ Jaarverslag KBC 2012 ] Informatie voor aandeel- en obligatiehouders

In 2012 steeg onze beurskoers met bijna 170%. In het kader van ons strategische plan verkochten we nagenoeg alle eigen aandelen in portefeuille voor 350 miljoen euro. Eind 2012 voerden we met succes een kapitaalverhoging van 1,25 miljard euro door. We lanceerden ook met succes onze eerste emissie van gedekte obligaties, en, begin 2013, een contingent capital emissie. Over 2012 stellen we een brutodividend van 1,00 euro per dividendgerechtigd aandeel voor.

"Ik ga er elke dag weer met volle goesting tegenaan."

Laura Lumingu applicatiebeheerder België

Aandeelhoudersstructuur

Het overzicht in de tabel is gebaseerd op de recentste transparantiemeldingen of, als ze recenter zijn, meldingen in het kader van de wet inzake openbare overnamebiedingen of andere beschikbare informatie. Voor de KBC-groepsmaatschappijen betreft het 31 december 2012. Een overzicht van de ontvangen transparantiemeldingen en informatie over eigen aandelen bij groepsmaatschappijen vindt u in de hoofdstukken Verklaring inzake deugdelijk bestuur en Vennootschappelijke jaarrekening.

Aandeelhouders KBC Groep NV, volgens kennisgevingen Aantal
aandelen op
moment van
kennisgeving
In procenten
van het
huidige aantal
aandelen
KBC Ancora (op 13 december 2012) 82 216 380 19,7%
Cera (op 13 december 2012) 29 227 166 7,0%
MRBB (begin 2013) 53 539 864 12,8%
Andere vaste aandeelhouders (midden 2012) 39 738 518* 9,5%
KBC-groepsmaatschappijen (31 december 2012) 302 0,0%
BlackRock Inc. (op 6 december 2012*) 11 026 587 3,1%

* Deze gegevens dateren van vóór de hierna beschreven kapitaalverhoging. De Andere vaste aandeelhouders doen midden 2013 een nieuwe mededeling in het kader van artikel 74 van de Belgische Wet op openbare overnamebiedingen. Globaal hebben ze ingetekend op ongeveer 3 miljoen nieuwe aandelen.

In 2012 waren er twee belangrijke gebeurtenissen met een invloed op de aandeelhoudersstructuur:

  • • Het aantal KBC-aandelen bij eigen KBC-groepsmaatschappijen daalde met 18,2 miljoen tot bijna nihil als gevolg van de verkoop van alle KBC-aandelen in handen van KBC Groep en KBC Bank. Dat gebeurde in het kader van het strategische plan dat we overeenkwamen met de Europese Commissie.
  • • Eind 2012 voerden we een kapitaalverhoging uit van 1,25 miljard euro door de uitgifte van ongeveer 58,8 miljoen nieuwe gewone aandelen tegen 21,25 euro per aandeel. De uitgifte bestond uit ongeveer 35,8 miljoen nieuwe gewone aandelen die onmiddellijk op de beurs genoteerd werden en 23 miljoen later genoteerde aandelen. Die kapitaalverhoging, samen met de in januari 2013 door KBC Bank uitgegeven niet-verwaterende contingent capital notes van 1 miljard USD, kaderen in de versterking van het kapitaal en de terugbetaling van de overheidssteun.

Kredietratings

In de tabel vermelden we de langetermijn- en kortetermijnkredietratings van KBC Groep NV, KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. Sinds begin 2012 veranderden die ratings als volgt:

  • • Januari 2012: Fitch verlaagde de langetermijnratings van KBC Bank, KBC Verzekeringen en KBC Groep van A naar A-, met stabiele outlook.
  • • Juni 2012: Moody's verlaagde de langetermijnratings van KBC Bank en KBC Groep van respectievelijk A1 en A2 naar A3 en Baa1, en de kortetermijnratings van P-1 naar P-2. De outlook werd op stabiel geplaatst.
  • • December 2012: Standard & Poor's verhoogde de outlook van de ratings van stabiel naar positief.
Kredietratings*, 28-02-2013 Langetermijnrating Outlook/watch/review Kortetermijnrating
Fitch
KBC Bank NV A- (Stabiele outlook) F1
KBC Verzekeringen NV A- (Stabiele outlook)
KBC Groep NV A- (Stabiele outlook) F1
Moody's
KBC Bank NV A3 (Stabiele outlook) P-2
KBC Groep NV Baa1 (Stabiele outlook) P-2
Standard & Poor's
KBC Bank NV A- (Positieve outlook) A-2
KBC Verzekeringen NV A- (Positieve outlook)
KBC Groep NV BBB+ (Positieve outlook) A-2

* Voor uitleg bij de verschillende ratings verwijzen we naar de respectieve ratingagentschappen.

Financiële kalender en contactgegevens

U vindt de financiële kalender en contactgegevens achteraan in het deel Overige informatie. De recentste versie van de financiële kalender vindt u op www.kbc.com/InvestorRelations.

Het KBC-aandeel in 2012

KBC-aandeel 2011 2012
Aantal uitstaande aandelen op 31 december (in miljoenen) 358,0 417,0
Wijziging in aantal aandelen in 2012 Toename met ongeveer 59 miljoen aandelen,
als gevolg van de kapitaalverhoging1
in december 2012
Aantal dividendgerechtigde aandelen op 31 december (in miljoenen) 344,6 417,0
Koersontwikkeling2
Hoogste koers van het boekjaar (in euro) 32,6 26,2
Laagste koers van het boekjaar (in euro) 7,7 9,1
Gemiddelde koers van het boekjaar (in euro) 22,3 17,3
Slotkoers van het boekjaar (in euro) 9,7 26,2
Verschil koers einde boekjaar versus begin boekjaar -62% +169%
Marktkapitalisatie, in miljarden euro, op 31 december 3,5 10,93
Gemiddelde dagelijkse omzet (NYSE Euronext Brussels – bron: Bloomberg)
Aantal miljoenen aandelen 0,89 1,72
In miljoenen euro 19,3 30,0
Eigen vermogen per aandeel (in euro) 28,7 29,0
1 Kapitaalverhoging zoals aangekondigd op 10 december en de (veel beperktere) kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel. Meer informatie vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

2 Op basis van slotkoersen; afgerond op een cijfer na de komma.

3 Op basis van totaal aantal aandelen, inclusief de aandelen die pas na 31 december 2012 worden genoteerd.

Dividend op aandelen en coupon op kernkapitaaleffecten

Over het boekjaar 2012 (uitkering in 2013) stellen we een dividend in het vooruitzicht van bruto 1,00 euro per dividendgerechtigd aandeel, onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het is onze intentie om over het boekjaar 2013 (uitkering in 2014) geen dividend uit te betalen.

De uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid is verbonden aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Met betrekking tot het boekjaar 2012 betalen we in dit kader bijgevolg in 2013 in totaal ongeveer 543 miljoen euro aan de betrokken overheden. De boekhoudkundige verwerking daarvan in IFRS is vergelijkbaar met die van dividenden.

Eerste emissie van gedekte obligaties (covered bonds)

In november kondigden we een programma aan voor de uitgifte van Belgische obligaties, gedekt door Belgische hypotheekleningen (pandbrieven of covered bonds) van 10 miljard euro. Dat programma komt er na de inwerkingtreding van de Belgische wet van 3 augustus 2012, die een regelgevend kader creëert voor Belgische gedekte obligaties. We verwelkomen die kans om onze beleggersbasis en de fundingmix en -bronnen op lange termijn verder te diversifiëren met gedekte obligaties.

In december 2012 lanceerden we met veel succes een eerste uitgifte van gedekte obligaties, voor een bedrag van 1,25 miljard euro, met vervaldag op 11 december 2017 en met een jaarlijkse betaalbare coupon van 1,125% op jaarbasis. In januari 2013 volgde een nieuwe emissie van 750 miljoen euro.

[ Jaarverslag KBC 2012 ] Geconsolideerd resultaat in 2012

  • • IFRS-nettoresultaat 0,6 miljard euro
  • • Onderliggend nettoresultaat 1,5 miljard euro, tegenover 1,1 miljard euro in 2011
  • • Onderliggende nettorente-inkomsten -10% op vergelijkbare basis
  • • Goede prestatie schadeverzekeringen, met gecombineerde ratio van 95%
  • • Aanzienlijke stijging verkoop levensverzekeringen met niet minder dan 44% op vergelijkbare basis
  • • Goede dealingroominkomsten, lagere gerealiseerde meerwaarden en significant hogere overige opbrengsten
  • • Lichte stijging nettoprovisie-inkomsten op vergelijkbare basis
  • • Onderliggende kosten-inkomstenratio bankactiviteiten op goede 57%
  • • Waardeverminderingen op leningen en vorderingen een vijfde lager, maar nog altijd aanzienlijk bedrag voor Ierland
  • • Aanzienlijke waardeverminderingen met betrekking tot de overblijvende nog te desinvesteren bedrijven
  • • Tier 1-solvabiliteitsratio op uitstekende 13,8% (Basel II)
  • • Totaal eigen vermogen 16 miljard euro

Overzicht van de winst-en-verliesrekening

IFRS Onderliggend resultaat
Geconsolideerde resultaten van de KBC-groep (in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Nettorente-inkomsten 5 479 4 669 5 404 4 534
Rente-inkomsten 11 883 10 134 * *
Rentelasten -6 404 -5 465 * *
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 4 119 2 975 4 122 2 975
Niet-leven 1 861 1 500 1 861 1 500
Leven 2 258 1 475 2 261 1 475
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -3 541 -2 593 -3 556 -2 593
Niet-leven -996 -878 -996 -878
Leven -2 545 -1 714 -2 560 -1 714
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -44 -13 -44 -13
Dividendinkomsten 85 45 74 41
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-178 420 509 917
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 169 181 191 150
Nettoprovisie-inkomsten 1 164 1 315 1 535 1 328
Provisie-inkomsten 2 043 2 005 * *
Provisielasten -878 -690 * *
Overige netto-inkomsten 56 734 -52 209
Totale opbrengsten 7 310 7 733 8 182 7 549
Exploitatiekosten -4 344 -4 248 -4 686 -4 184
Bijzondere waardeverminderingen -2 123 -2 511 -1 909 -1 195
Op leningen en vorderingen -1 333 -1 072 -1 335 -1 072
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -417 -95 -453 -37
Op goodwill -120 -421 0 0
Op overige -253 -923 -121 -86
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen -58 2 -57 -31
Resultaat vóór belastingen 786 976 1 530 2 139
Belastingen -320 -362 -397 -567
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -419 27 0 0
Resultaat na belastingen 47 641 1 133 1 572
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan minderheidsbelangen 34 29 35 30
Resultaat na belastingen,
toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
13 612 1 098 1 542
Opdeling naar divisie
Divisie België 421 1 300 802 1 019
Divisie Centraal- en Oost-Europa 289 591 327 621
Divisie Merchantbanking -208 -114 -110 -19
Groepscenter -489 -1 165 79 -78
Rendement op eigen vermogen -6% 1% 5% 10%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 61% 63% 60% 57%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 92% 95% 92% 95%
Kredietkostenratio, bankieren 0,82% 0,71% 0,82% 0,71%

Definitie van de ratio's: zie Glossarium van gebruikte ratio's. Omschrijving van onderliggend resultaat: zie verder in dit hoofdstuk.

* Niet beschikbaar, aangezien de analyse van deze onderliggenderesultaatscomponenten op nettobasis gebeurt in de groep.

In dit hoofdstuk bespreken we de geconsolideerde resultaten. Een bespreking van de niet-geconsolideerde resultaten en balans vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

IFRS-resultaat versus onderliggend resultaat

Naast resultaten opgesteld in overeenstemming met IFRS zoals goedgekeurd voor toepassing binnen de EU (resultaten volgens IFRS in dit jaarverslag), verstrekken we ook resultaten waarbij we bepaalde uitzonderlijke en niet-operationele elementen uitsluiten en bepaalde elementen herschikken om de resultaten van de gewone bedrijfsontwikkeling duidelijker te maken (onderliggende resultaten).

Die onderliggende resultaten zijn als segmentrapportering in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen en zijn dus conform IFRS 8. IFRS 8 legt op af te wijken van de IFRS-principes als daarmee de management view wordt weergegeven. Dat is effectief het geval, aangezien de onderliggende resultaten een belangrijk element zijn bij beoordeling en sturing van de divisies. De commissaris heeft de segmentrapportering, als onderdeel van de geconsolideerde financiële staten, geauditeerd.

Een beschrijving van de verschillen tussen de resultaten volgens IFRS en de onderliggende resultaten vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie. Hieronder vindt u een samenvatting en een overzicht van de uit het onderliggende resultaat uitgesloten elementen met invloed op het nettoresultaat.

Vereenvoudigd overzicht
van de verschillen tussen de resultaten
volgens IFRS en de onderliggende resultaten
Resultaten volgens IFRS Onderliggende resultaten
Onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten* tegen reële waarde Uitgesloten
Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten Inbegrepen Uitgesloten
Uitzonderlijke elementen (waaronder resultaten bij effectieve
desinvesteringen, waardeveranderingen van CDO's,
waardevermindering op goodwill, enz.)
Inbegrepen Uitgesloten
Opbrengsten van professionele tradingactiviteiten Verdeeld over verschillende componenten Samengebracht onder Nettoresultaat uit
financiële instrumenten tegen reële waarde
Resultaatsbijdrage van beëindigde bedrijfsactiviteiten Onder Nettoresultaat na belastingen uit
beëindigde bedrijfsactiviteiten
Bij de verschillende resultaatscomponenten

* Meer uitleg bij de Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

Aansluiting van het nettoresultaat volgens IFRS en de onderliggende resultaten (in miljoenen euro) 2011 2012
Onderliggend nettoresultaat 1 098 1 542
Uitzonderlijke en niet-operationele elementen
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -273 -46
Winsten of verliezen gerelateerd aan CDO's, inclusief vergoeding voor de CDO-garantieregeling -468 431
Waardeverminderingen op goodwill -115 -24
Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten 50 -6
Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten 359 -531
Desinvesteringen -640 -754
Nettoresultaat volgens IFRS 13 612

De belangrijkste uitzonderlijke en niet-operationele elementen in 2012 waren de resultaten en waardeverminderingen geboekt met betrekking tot desinvesteringen. Het gaat daarbij vooral over de positieve impact van de verkoop van WARTA (+0,4 miljard euro na belastingen) en de fusie van Kredyt Bank (+0,1 miljard euro na belastingen), en de negatieve impact van waardeverminderingen op Absolut Bank, KBC Bank Deutschland, Antwerpse Diamantbank, KBC Banka en NLB (samen -1,2 miljard euro na belastingen). Andere belangrijke uitzonderlijke en niet-operationele elementen in 2012 waren de resultaten gerelateerd aan CDO's (voornamelijk het gevolg van de vernauwing van de kredietrisicopremie op bedrijfsobligaties en ABS'en) en de waardering van eigen schuldinstrumenten (de verbetering van de kredietrisicopremie van KBC leidde tot een negatieve impact).

Kerncijfers geconsolideerde balans en solvabiliteit

Geselecteerde balans- en solvabiliteitsinformatie, KBC-groep (in miljoenen euro) 2011 2012
Balanstotaal 285 382 256 886
Leningen en voorschotten aan cliënten 138 284 128 492
Effecten (eigenvermogensinstrumenten en schuldinstrumenten) 65 036 67 295
Deposito's van cliënten en schuldpapier 165 226 159 632
Technische voorzieningen vóór herverzekering en schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen 26 928 30 058
Risicogewogen activa 126 333 102 148
Totaal eigen vermogen* 16 772 15 961
Eigen vermogen van de aandeelhouders 9 756 12 099
Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht 6 500 3 500
Belangen van derden 516 362
Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel, in euro 28,7 29,0
Tier 1-ratio, groep (Basel II) 12,3% 13,8%
Core Tier 1-ratio, groep (Basel II) 10,6% 11,7%

* Ontwikkeling van het eigen vermogen: zie deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Geconsolideerde vermogensmutaties.

Bijkomende informatie

  • • Het lopende desinvesteringsprogramma beïnvloedt uiteraard de resultaatsvergelijking tussen 2011 en 2012:
  • Gerealiseerde meer- en minderwaarden en waardeverminderingen in verband met desinvesteringen beschouwen we als uitzonderlijke elementen; we sluiten ze bijgevolg uit in de onderliggende resultaatsgegevens.
  • De resultaten van verkochte groepsmaatschappijen zitten in principe tot op het moment van de verkoop in de IFRS- en onderliggende groepsresultaten vervat. In het deel Geconsolideerde jaarrekening, in de tabel Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten, vindt u voor de belangrijkste desinvesteringen een indicatie van de periode waarvoor hun resultaten in het groepsresultaat zijn opgenomen. In de grafieken op de volgende pagina's tonen we, naast de effectieve cijfers, ook telkens het bedrag zonder de belangrijkste tijdens 2011 en 2012 in de resultaten gedeconsolideerde maatschappijen (Centea, Fidea, WARTA, KBL EPB) om de veranderingspercentages zo veel mogelijk te zuiveren voor kringschommelingen.
  • KBL EPB beschouwen we als beëindigde bedrijfsactiviteit. Bijgevolg bundelden we in de IFRS-cijfers alle betreffende resultaatsposten samen in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsresultaten tot op het moment van de verkoop midden 2012. In de onderliggende resultaten blijven de resultaten van KBL EPB nog onder alle relevante resultaatsposten geboekt in 2011, maar worden ze uitgesloten in 2012.
  • Uiteraard komen de activa en verplichtingen van verkochte/gedeconsolideerde maatschappijen niet meer voor op de balans. Op 31 december 2012 vielen bovendien enkele te desinvesteren groepsmaatschappijen onder IFRS 5 (het betreft Absolut Bank, KBC Banka, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en NLB). Dat betekent dat hun activa en verplichtingen op de balans worden gebundeld onder Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten, zonder aanpassing van de gegevens van de referentieperiode. Vergelijkbare pro-formacijfers vindt u in Toelichting 18 van de geconsolideerde jaarrekening.
  • • De totale invloed op het nettoresultaat van wisselkoersverschillen van de belangrijkste niet-euromunten samen was zeer beperkt (in de orde van grootte van 10 miljoen euro).
  • • Informatie over het gebruik van financiële instrumenten en hedge accounting vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder meer Toelichting 1b, 5 en 18–29, en in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Nettorente-inkomsten

De nettorente-inkomsten bedroegen 4 669 miljoen euro in 2012. Op onderliggende basis is dat 4 534 miljoen euro; zonder consolidatiekringschommelingen ligt dat 10% onder het niveau van 2011, onder meer door lagere herbeleggingsrentes (afbouw van de hoogrentende GIIPS-overheidsobligatieportefeuille en algemeen dalende interesten) en hogere senior debt-kosten. De onderliggende nettorentemarge van de bankactiviteiten bedroeg daardoor 1,81% in 2012, ruwweg 16 basispunten lager dan in 2011. Op vergelijkbare basis steeg het totale uitstaande kredietvolume van de groep per saldo met 1% in de loop van 2012, met 5% groei in Divisie België en 4% in Divisie Centraal- en Oost-Europa (waarbij de daling in Hongarije ruimschoots werd goedgemaakt door een aangroei in de andere landen), en een 6% daling bij Merchantbanking (zie ook afbouw kredieten in niet-kernlanden). Het totale depositovolume groeide in 2012, op vergelijkbare basis, per saldo met bijna 9%, met stijgingen van 5% in Divisie België en 2% in Divisie Centraal- en Oost-Europa. In Divisie Merchantbanking, die eind 2011 een sterke daling liet zien van deposito's van bedrijven en institutionelen buiten de kernmarkten, stegen de deposito's opnieuw met 23%.

Verzekeringspremies

In 2012 bedroegen de verdiende premies van schadeverzekeringen 1 500 miljoen euro, dat is 4% meer dan het jaar daarvoor met uitsluiting van consolidatiekringschommelingen. De groei in België bedroeg 5%, terwijl in de vier kernmarkten in Centraal- en Oost-Europa samen er nagenoeg een status-quo was.

De verzekeringstechnische lasten lagen wat hoger in 2012, op vergelijkbare basis, deels door technische factoren. Op groepsniveau bedraagt daardoor de gecombineerde ratio (een nog altijd goede) 95%, een verslechtering met 3% tegenover 92% in 2011.

De verdiende levensverzekeringspremies bedroegen 1 475 miljoen euro in 2012. Daarbij zijn evenwel, conform IFRS, bepaalde types levensverzekeringen uitgesloten (vereenvoudigd: de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen). Als we de premie-inkomsten voor die producten meetellen, bedragen de totale premieinkomsten uit levensverzekeringen ongeveer 4,8 miljard euro, dat is 44% meer dan in 2011 (veranderingspercentage zonder consolidatiekringschommelingen).

Zowel in België als in Centraal- en Oost-Europa was er een stijging, en in beide gevallen werd de gedaalde verkoop van producten met rentegarantie (tak 21-producten) meer dan gecompenseerd door de sterk gestegen verkoop van levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen (tak 23-producten). In totaal maakten in 2012 de producten met rentegarantie ongeveer een kwart uit van de levensverzekeringspremie-inkomsten, en namen de levensverzekeringen gekoppeld aan beleggingsfondsen drie vierden voor hun rekening.

Op 31 december 2012 bedroegen de Levenreserves 25,1 miljard euro voor Divisie België en 1,7 miljard euro voor Divisie Centraal- en Oost-Europa.

Verdiende schadeverzekeringspremies (onderliggend, in miljoenen euro)

Verkoop levensverzekeringen (in miljoenen euro, niet-IFRS-cijfers)

Nettoprovisie-inkomsten

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 1 315 miljoen euro in 2012. Onderliggend is dat 1 328 miljoen euro, een lichte stijging met 2% ten opzichte van het jaar daarvoor (zonder consolidatiekringschommelingen), die onder meer toe te wijzen is aan de positieve invloed van de sterk gestegen verkoop van tak 23-beleggingsverzekeringen (de marge daarop valt onder nettoprovisie-inkomsten), en in mindere mate ook aan wat hogere provisie-inkomsten gerelateerd aan beleggingsfondsen. Eind 2012 bedroeg het totale beheerd vermogen van de groep (beleggingsfondsen en vermogensbeheer voor particuliere en institutionele beleggers) om en bij 155 miljard euro, 4% meer dan eind 2011 op vergelijkbare basis, vooral door een positief prijseffect. Het grootste deel van het beheerd vermogen per eind 2012 slaat op Divisie België (144 miljard euro). Divisie Centraal- en Oost-Europa nam eind 2012 ruwweg al bijna 11 miljard beheerd vermogen voor haar rekening.

Nettoprovisie-inkomsten (onderliggend, in miljoenen euro)

Trading- en reëlewaarderesultaten

Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, of kortweg trading- en reëlewaarderesultaat, bedroeg in 2012 420 miljoen euro, tegenover -178 miljoen euro het jaar daarvoor. Verschillende uitzonderlijke en niet-operationele elementen beïnvloeden die post (zie tabel Aansluiting van het nettoresultaat volgens IFRS en de onderliggende resultaten), waaronder vooral de waardeaanpassingen op CDO's en de reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten. Als we alle uitzonderlijke elementen uitsluiten en de tradinggerelateerde inkomsten die volgens IFRS onder andere opbrengstenposten vallen bij dat trading- en reëlewaarderesultaat tellen, dan bedraagt het onderliggende trading- en reëlewaarderesultaat een positieve 917 miljoen euro in 2012, een sterke stijging ten opzichte van 509 miljoen euro het jaar daarvoor, door onder meer de sterkere dealingroomresultaten en een positieve ontwikkeling van credit value adjustments (aanpassingen aan de reële waarde om rekening te houden met het kredietrisico voor afgeleide financiële instrumenten).

Trading- en reëlewaarderesultaten (onderliggend, in miljoenen euro)

Andere inkomsten

De dividenden, gerealiseerde meerwaarden en overige netto-inkomsten bedroegen samen 960 miljoen euro in 2012. Op onderliggende basis (zonder onder meer de gerealiseerde meerwaarden bij de verkoop van WARTA en de desinvestering van Kredyt Bank) is dat 400 miljoen euro, 187 miljoen euro meer dan in 2011. Dat verschil is vooral het gevolg van de significant hogere overige netto-inkomsten. Die post bevatte in 2011 immers een negatieve 334 miljoen euro gerelateerd aan het 5-5-5-beleggingsproduct, ten opzichte van een negatieve 56 miljoen euro in 2012 (meer uitleg over dat product bij Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening), en in 2012 bovendien een positieve 126 miljoen euro recuperatie met betrekking tot een oud fraudegeval bij KBC Lease UK.

Andere inkomstenposten (onderliggend, in miljoenen euro)

Exploitatiekosten

De exploitatiekosten bedroegen 4 248 miljoen euro in 2012, of 4 184 miljoen euro op onderliggende basis. Dat laatste is zonder consolidatiekringschommelingen een 2%-stijging in vergelijking met het jaar daarvoor, wat onder meer te maken heeft met wat hogere personeelskosten, wisselkoerseffecten en hogere speciale bankenbelastingen. Dat geldt in bijzondere mate voor Hongarije (speciale bankenheffing 54 miljoen euro in 2012, tegenover maar 6 miljoen euro in 2011) waar de cijfers van 2011 werden begunstigd door een gedeeltelijke compensatie van de verliezen gerelateerd aan de wetgeving op hypotheekleningen in vreemde valuta.

De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van de groep bedroeg in 2012 ongeveer 57%, een duidelijke verbetering ten opzichte van de 60% in 2011. Voor Divisie België bedroeg de onderliggende kosten-inkomstenratio 59%, voor Divisie Centraal- en Oost-Europa 59% en voor Divisie Merchantbanking 42%.

Waardeverminderingen op leningen en vorderingen

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen, of kredietvoorzieningen, bedroegen 1 072 miljoen euro in 2012, tegenover 1 335 miljoen euro in 2011 (onderliggend). Die daling is vooral het resultaat van aanzienlijk lagere kredietvoorzieningen in Hongarije en Bulgarije, die de stijging bij Groepscenter (onder meer bij KBC Finance Ireland) meer dan goedmaakt. De kredietvoorzieningen voor Ierland bleven op een hoog niveau (547 miljoen euro in 2012, 510 miljoen euro in 2011).

Per saldo verbeterde de kredietkostenratio van de groep van 82 basispunten in 2011 naar 71 basispunten in 2012. Dat was 142 basispunten in Divisie Merchantbanking, 40 basispunten in Divisie Centraal- en Oost-Europa en opnieuw een bijzonder gunstige 11 basispunten in Divisie België. Op 31 december 2012 bedroeg het aandeel van de non-performing kredieten in de totale kredietportefeuille 5,3%, ten opzichte van 4,9% in 2011.

Andere waardeverminderingen

De andere waardeverminderingen in 2012, samen 1 439 miljoen euro, betreffen vooral de overblijvende te desinvesteren bedrijven (waardeverminderingen op goodwill en op overige, vooral met betrekking tot Absolut Bank, KBC Banka, NLB, Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland, samen -1,2 miljard euro nettoimpact in 2012). In 2011 betrof het vooral de boeking van 0,4 miljard euro voor Griekse overheidsobligaties en 0,1 miljard euro voor aandelen. Waardeverminderingen met betrekking tot de te desinvesteren bedrijven worden als uitzonderlijk element geklasseerd en zijn dus geëlimineerd uit de onderliggende resultaten in de grafiek.

Waardeverminderingen op

2011 2012 Bijdrage van in 2011 en 2012 gedesinvesteerde maatschappijen

(KBL EPB, Centea, Fidea,WARTA).

Andere waardeverminderingen (onderliggend, in miljoenen euro)

123

Nettoresultaat per divisie

Per divisie bedraagt het IFRS-nettoresultaat van de groep in 2012 als volgt: België 1 300 miljoen euro, Centraal- en Oost-Europa 591 miljoen euro, Merchantbanking -114 miljoen euro en Groepscenter, dat ook de resultaten in verband met desinvesteringen omvat, -1 165 miljoen euro. Na correctie voor uitzonderlijke elementen bedraagt het onderliggende resultaat 1 019 miljoen euro voor Divisie België, een stijging van 27% tegenover 2011, dat sterk negatief was beïnvloed door de voorziening voor het 5-5-5-beleggingsproduct en de waardeverminderingen met betrekking tot Griekenland. Het onderliggende resultaat van Divisie Centraal- en Oost-Europa bedroeg 621 miljoen euro, 90% meer dan in 2011, dat negatief was beïnvloed door hoge waardeverminderingen in Hongarije en Bulgarije en voor Griekenland. Het onderliggende resultaat van Divisie Merchantbanking bedroeg -19 miljoen euro, 91 miljoen euro meer dan in 2011, dat negatief was beïnvloed door de impact van het 5-5-5-beleggingsproduct, terwijl 2012 positief is beïnvloed door recuperaties met betrekking tot een oud fraudegeval. Groepscenter, ten slotte, tekent voor een onderliggend resultaat van -78 miljoen euro in 2012. Een analyse van de resultaten per divisie vindt u in de betreffende hoofdstukken van dit verslag. Zoals vermeld, is sinds 2013 een nieuwe divisiestructuur in werking getreden.

Balans en solvabiliteit

Eind 2012 bedroeg het geconsolideerde balanstotaal van de groep 257 miljard euro, 10% lager dan per einde 2011. De risicogewogen activa daalden in 2012 met 19% tot 102 miljard euro. Dat heeft vooral te maken met de desinvesteringen.

De belangrijkste producten op de actiefzijde van de balans blijven de Leningen en voorschotten aan cliënten (kredieten) met 127 miljard euro per einde 2012 (zonder reverse repos) en Effecten met 67 miljard euro, waarvan 96% schuldinstrumenten. Op vergelijkbare basis (zonder desinvesteringen en ondernemingen onder IFRS 5) stegen de kredieten met 1%, vooral als gevolg van de 5%-stijging in Divisie België en de 4%-stijging in Divisie Centraal- en Oost-Europa, en een 6%-daling bij Merchantbanking. De belangrijkste kredietproducten (cijfers inclusief reverse repos) blijven de termijnkredieten met 59 miljard euro en de woningkredieten met 54 miljard euro. Op vergelijkbare basis stegen de totale cliëntendeposito's (zonder repos) van de groep met 9% tot 153 miljard euro. De deposito's groeiden aan in Divisie België met 5%, in Divisie Centraal- en Oost-Europa met 2% en in Divisie Merchantbanking met 23% (na de 45%-daling in 2011). De voornaamste depositoproducten (cijfers inclusief repos) blijven de termijndeposito's met 51 miljard euro, de zichtdeposito's met 37 miljard euro en de depositoboekjes met 35 miljard euro. De technische voorzieningen en de schulden met betrekking tot de beleggingscontracten van de verzekeraar bedroegen samen 30 miljard euro per eind 2012.

Op 31 december 2012 bedroeg het totale eigen vermogen van de groep 16 miljard euro. Dat bestond uit 12,1 miljard euro eigen vermogen van de aandeelhouders, 0,4 miljard euro belangen van derden en de resterende 3,5 miljard euro niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten verkocht aan de Vlaamse overheid. Het totale eigen vermogen verminderde in 2012 per saldo met 0,8 miljard euro, wat voor het grootste deel te maken heeft met de terugbetaling van de Belgische overheidssteun (-3 miljard euro en -0,45 miljard euro premie, toegerekend aan 2012; de andere 0,5 miljard euro terugbetaling plus premie begin januari werd toegerekend aan 2011), de opname van de jaarwinst (+0,6 miljard euro), de couponbetaling op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheden met betrekking tot 2011 (-0,6 miljard euro), de wijziging van de AFS- en cashflowreserves (+1,2 miljard euro), de verkoop van eigen aandelen (+0,35 miljard euro) en de kapitaalverhoging eind 2012 (+1,25 miljard euro). Eind 2012 bedroeg de Tier 1-ratio (Basel II) van de groep 13,8% en de core Tier 1-ratio 11,7%.

Tier 1-kapitaalratio op groepsniveau (Basel II)

[ Jaarverslag KBC 2012 ] Divisie België

034

Divisie België omvat de retail- en privatebankverzekeringsactiviteiten van de groep in België. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2012 tot deze divisie behoorden, zijn ADD, CBC Banque, KBC Asset Management, de Belgische retail- en privatebankingactiviteiten van KBC Bank, KBC Verzekeringen, KBC Lease (retail België), KBC Group Re, KBC Consumer Finance en Groep VAB. Centea en Fidea hebben we ondertussen verkocht en hun resultaten zijn tot op het moment van de verkoop opgenomen in Groepscenter.

In 2012 tekende deze divisie voor een resultaatsbijdrage van 1 300 miljoen euro. Onderliggend is dat 1 019 miljoen euro, of 66% van het groepsresultaat in 2012.

"Voor mij is elke cliënt uniek."

Erwin Spiessens verzekeringsagent België

Marktpositie, 2012*

  • • 820 retail- en privatebankingkantoren, 481 verzekeringsagentschappen
  • • 20% geschat marktaandeel voor traditionele bankproducten, 35% voor beleggingsfondsen, 17% voor levensverzekeringen en 9% voor schadeverzekeringen
  • • 3,4 miljoen cliënten
  • • 58 miljard euro kredietportefeuille, 75 miljard euro deposito's
  • * Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen (meestal 30 september 2012). Marktaandeel traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en deposito's (retail + grotere bedrijven). Marktaandeel levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen. Kredietportefeuille: leningen en voorschotten aan cliënten, opgenomen bedrag, zonder reverse repos. Deposito's: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repos. Aantal kantoren omvat ook de kantoren van CBC Banque die naast retailcliënten ook bedrijvencliënten bedienen en de socialprofit- en openbaresectorkantoren van de groep.

Vanaf 2013 treedt een nieuwe managementstructuur en divisie-indeling in voege. Meer daarover achteraan in dit hoofdstuk.

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Resultaten Divisie België1 (in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Nettorente-inkomsten 2 320 2 219 2 320 2 219
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 135 1 763 2 135 1 763
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 025 -1 694 -2 025 -1 694
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -24 -11 -24 -11
Dividendinkomsten 52 33 52 33
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-512 445 45 55
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 98 101 98 101
Nettoprovisie-inkomsten 700 782 700 782
Overige netto-inkomsten -31 84 -39 83
Totale opbrengsten 2 712 3 721 3 260 3 330
Exploitatiekosten -1 790 -1 768 -1 790 -1 768
Bijzondere waardeverminderingen -316 -102 -312 -102
Op leningen en vorderingen -59 -67 -59 -67
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -230 -35 -230 -35
Op goodwill -4 0 0 0
Op overige -22 0 -22 0
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0 0 0
Resultaat vóór belastingen 607 1 851 1 159 1 460
Belastingen -183 -550 -355 -440
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 423 1 301 804 1 020
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 2 1 2 1
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 421 1 300 802 1 019
Bankactiviteiten 297 664 534 647
Verzekeringsactiviteiten 124 636 268 372
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 28 929 25 660 28 929 25 660
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 746 2 483 2 746 2 483
Rendement op toegewezen kapitaal 13% 48% 27% 37%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 74% 58% 63% 59%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 90% 96% 90% 96%
Aansluiting IFRS – onderliggend2 (in miljoenen euro)
2011
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend
802
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten
-251
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's (inclusief vergoeding voor CDO-garantieregeling3
)
-127
Waardeverminderingen op goodwill
-4
Resultaten bij desinvesteringen 0 2
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS
421

1 De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie aansluitingstabel.

2 Meer uitleg in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

3 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

In 2012 genereerde Divisie België een nettoresultaat van 1 300 miljoen euro, tegen 421 miljoen euro het jaar daarvoor. Op onderliggende basis was dat 1 019 miljoen euro, 217 miljoen euro hoger dan het jaar daarvoor, dat sterk negatief was beïnvloed door waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties en de boeking van een provisie voor het 5-5-5-beleggingsproduct.

In 2012 bedroegen de nettorente-inkomsten van deze divisie 2 219 miljoen euro. Dat is 4% minder dan in 2011. De nettorentemarge van KBC Bank daalde met 16 basispunten tot 1,26%, wat onder meer te maken heeft met de afbouw van de portefeuille hoogrentende overheidsobligaties van zogenaamde GIIPS-landen. De krediet- en depositovolumes namen opnieuw toe, beide met 5% in een jaar tijd. De stijging van de kredietvolumes heeft onder andere te maken met de aangroei van de portefeuille hypothecaire kredieten, met 5% in een jaar tijd.

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 1 763 miljoen euro, waarvan 847 miljoen euro voor levensverzekeringen en 916 miljoen euro voor schadeverzekeringen. De schadeverzekeringspremies stegen met ruwweg 5%. Het schadeniveau was wat hoger, wat deels te maken heeft met technische aanpassingen (o.a. invoering van nieuwe indicatieve tabellen met betrekking tot claims voor lichamelijke schade) tijdens 2012 en bijgevolg bedroeg de gecombineerde ratio 96% in 2012 tegen 90% in 2011. De verkoop van levensverzekeringen, inclusief de niet in de IFRS-cijfers vervatte beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (ruwweg de tak 23-producten), klokte af op 3,9 miljard euro. Dat is 50% hoger dan in 2011, dankzij de sterk gestegen verkoop van tak 23-producten, die de daling bij de tak 21-producten meer dan compenseerde. Daardoor tekenden per saldo de producten met rentegarantie voor 22% van de levensverzekeringsverkopen in 2012, en de producten gekoppeld aan beleggingsfondsen voor niet minder dan 78%. Eind 2012 bedroegen de uitstaande Levenreserves van deze divisie 25,1 miljard euro, 13% meer dan eind 2011.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 782 miljoen euro. Dat is 12% meer dan in 2011 en heeft vooral te maken met de gestegen verkoop van tak 23-verzekeringsproducten (aangezien de marge daarop onder nettoprovisie-inkomsten wordt geboekt) en in mindere mate ook met gestegen provisie-inkomsten uit beleggingsfondsen. Het door deze divisie beheerde vermogen steeg op jaarbasis met 5% tot 144 miljard euro, door een combinatie van een licht negatief volume-effect en een sterker positief prijseffect.

De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 101 miljoen euro. Dat is in de lijn van het jaar voordien, waarbij de belangrijke meerwaarden bij de verkoop van aandelen en Belgische overheidsobligaties gedeeltelijk werd afgeroomd door verliezen op de verkoop van Griekse, Italiaanse en Spaanse obligaties. De dividendinkomsten bedroegen 33 miljoen euro en het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winsten-verliesrekening bedroeg 445 miljoen euro. Onderliggend, dus onder meer na aftrek van uitzonderlijke en niet-operationele elementen (zoals de CDO-impact), en na verschuiving van alle tradinggerelateerde elementen naar die post, bedroeg die laatste post 55 miljoen euro. De overige netto-inkomsten bedroegen 84 miljoen euro, 115 miljoen euro meer dan in 2011, dat erg negatief was beïnvloed door de boeking van -167 miljoen euro met betrekking tot het 5-5-5-beleggingsproduct. Meer uitleg over het 5-5-5-beleggingsproduct vindt u in Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

In 2012 bedroegen de exploitatiekosten van deze divisie 1 768 miljoen euro. Dat is 1% minder dan het jaar daarvoor, waarbij diverse elementen elkaar compenseren (iets lagere ICT-kosten, iets hogere personeelskosten, enzovoort). De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten bedroeg daardoor een gunstige 59%, tegenover 63% in 2011.

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de kredietportefeuille van divisie België bedroegen maar 67 miljoen euro in 2012. Dat mondt uit in een bijzonder gunstige kredietkostenratio van 11 basispunten in 2012, tegen 10 basispunten in 2011. Eind 2012 was ongeveer 1,6% van de portefeuille Belgische retailkredieten geclassificeerd als non-performing, ruwweg status-quo ten opzichte van eind 2011. De 35 miljoen euro andere waardeverminderingen hebben betrekking op aandelen. In 2011 omvatte het, naast aandelen, ook -156 miljoen euro waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties.

Macro-economische ontwikkeling

In 2012 was onze belangrijkste thuismarkt België, als kleine open economie, niet immuun voor de instabiele internationale conjunctuur. In het begin van het jaar was een gematigd optimisme gewettigd. De vooroplopende indicatoren stelden toen voor de belangrijkste regio's in de wereldeconomie een conjunctuurverbetering voorop. Door de banken ongelimiteerde financiering op lange termijn (LTRO) te verschaffen, leek de Europese Centrale Bank de eurocrisis te bezweren. Tegen de zomer versomberde de wereldwijde conjunctuur en laaide de eurocrisis opnieuw op, onder meer door de Spaanse bankencrisis. De conjunctuurverzwakking bleek veeleer kortstondig in de Verenigde Staten en China, maar was hardnekkiger in de eurozone, waar de begrotingssanering in verschillende landen doorwoog. Met de aankondiging van een ongelimiteerd aankoopprogramma van overheidsobligaties (OMT) en een verlaging van de interventierente kon de Europese Centrale Bank de spanning op de financiële markten doen afnemen, waardoor de langerenteverschillen tussen de overheidsobligaties van de meeste eurolanden enerzijds en Duits overheidspapier anderzijds afnamen, en de meeste andere risicopremies vernauwden.

Tegen die achtergrond bleef de Belgische economie in 2012 per saldo ter plaatse trappelen. De uitvoergroei leed uiteraard onder de verzwakking van de afzetmarkten, maar ook de particuliere consumptie liet het wat afweten, terwijl de investeringsvraag werd teruggeschroefd. De stijging van de werkloosheid bleef relatief beperkt. Het vertrouwen in Belgisch overheidspapier keerde terug, waardoor eind 2012 de opstoot van het renteverschil met Duitsland van een jaar tevoren helemaal was weggewerkt.

Ook 2013 blijft een jaar met economische onzekerheid. We gaan ervan uit dat in de Verenigde Staten de werkgelegenheidsgroei en het herstel van de huizenmarkt voldoende weerwerk zullen bieden tegen de negatieve conjunctuurinvloed van de begrotingsmaatregelen naar aanleiding van de fiscal cliff, wat samen met een versteviging van de Chinese economie de wereldeconomie uit de greep van een recessie zou moeten houden. In Europa zou de versterking van de economische en monetaire unie, met stappen naar een bankenunie, het vertrouwen moeten doen terugkeren, met een groeiversteviging in het tweede halfjaar als gevolg. Voor de Belgische economie worden de vooruitzichten voor 2013 daarnaast sterk bepaald door de mate waarin ontslagen werknemers snel weer aan de slag zullen gaan in de nog altijd relatief talrijke openstaande vacatures. We gaan ervan uit dat de stijging van de werkloosheid beperkt kan worden, wat de koopkracht en het consumentenvertrouwen zal ondersteunen. De uitvoer zal steun vinden in een verbeterende conjunctuur, en een – weliswaar vooralsnog eerder beperkte – verbetering van het concurrentievermogen. De regeringsmaatregelen naar aanleiding van de opmaak van de begroting 2013 en de inflatieafkoeling zullen dat in de hand werken. In totaal moet dat een licht positieve economische groei mogelijk maken. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2013. Het is dus mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Activiteit in 2012

Het retailnetwerk van KBC Bank en CBC Banque biedt een brede waaier aan van krediet-, deposito-, assetmanagement-, verzekerings- en andere financiële producten voor privépersonen en kleinere kmo's. De privatebankingkantoren bieden daarnaast aan vermogende cliënten een brede waaier van specifieke privatebankingdiensten aan, waaronder adviserend en discretionair vermogensbeheer op maat van iedere cliënt.

De retailstrategie van KBC in België is en blijft gebaseerd op een sterke lokale verankering via een fijnmazig netwerk van bankkantoren en verzekeringsagentschappen, ondersteund door een complementair internetkanaal. Eind 2012 bestond ons netwerk in België uit een 800-tal retail- en privatebankingkantoren van KBC Bank en CBC Banque en een 500-tal exclusieve verzekeringsagentschappen van KBC Verzekeringen en CBC Assurances. We leggen expliciet de nadruk op relatiebankverzekeren, op maat van iedere cliënt en met vlot toegankelijke expertise voor iedere cliënt.

Een paar jaar geleden startten we met een programma om de structuur van het commerciële netwerk in België verder te optimaliseren. Voor Vlaanderen en Brussel draagt dat project de naam Net 3.0. We rolden dat programma stapsgewijs uit vanaf begin 2011. In 2012 rondden we de implementatie af van de nieuwe structuur in het commerciële netwerk en de invulling van de daarin vastgelegde functies en functieteams.

We passen ons product- en dienstenaanbod uiteraard voortdurend aan aan de veranderende behoeften van de cliënten, nieuwe wetgeving en maatschappelijke trends. Enkele voorbeelden van nieuwe producten zijn Start2Save, een formule die beginnende spaarders onder meer de mogelijkheid geeft om door regelmatig kleine bedragen te sparen risicovrij een hoger rendement te krijgen dan op een klassieke spaarrekening; Start2Enjoy, een tak 23-beleggingsverzekering waarmee de belegger, door toepassing van fondsenwissels op juiste momenten, op vaste tijdstippen bedragen kan opvragen, en de in april 2012 gelanceerde KBC-Uitvaartverzekering.

Daniel Falque, CEO Divisie België

"Een zeer belangrijk kenmerk van ons model in België is de unieke samenwerking tussen onze bankkantoren en verzekeringsagentschappen in micromarkten. Die samenwerking stelt ons in staat aan onze cliënten een productaanbod te leveren dat op hun behoeften is afgestemd. Enkele cijfers om het succes van ons model te illustreren: eind 2012 hadden niet minder dan 47% van de gezinnen die cliënt zijn bij KBC Bank ook minstens één verzekeringsproduct van KBC Verzekeringen. Bijna 20% had zelfs minimaal drie bank- en drie verzekeringsproducten van KBC in portefeuille. Nog een voorbeeld: bij zo'n 8 op 10 verkochte woningkredieten verkochten we ook een KBC-Woningpolis. En hetzelfde geldt voor woningkredieten en schuldsaldoverzekeringen."

We investeren ook actief in mobiel bankverzekeren. Via de toepassingen van KBC voor mobiel bankieren op onder meer smartphones en tablet-pc's kunnen cliënten met een KBC-Online-abonnement hun rekeningsaldo ook op hun smartphone en tablet-pc raadplegen, geld overschrijven en dergelijke. In februari 2012 won die KBC-Mobile Banking-app trouwens de publieksprijs Accenture Innovation Award in de categorie Financial Services en in januari 2013 behaalde de app de vierde plaats in de categorie Apps van eigen bodem in de Site van het jaar-wedstrijd van het computerblad Clickx. Begin januari 2013 lanceerden we bovendien een speciale app voor ondernemers. In 2012 kreeg ook de KBC-website voor particulieren een volledige facelift. Zo werd de homepagina opgevat als een dashboard met onder meer berichten over rekeningen en persoonlijke informatie. We gingen ook van start met een nieuwe jongerensite en nieuwe agentensites. Vooral voor de actieve online- en mobiele gebruiker lanceerden we Doelsparen. Daarmee kunnen cliënten op een unieke, eenvoudige en visueel aantrekkelijke manier sparen voor een specifiek doel in hun leven. De cliënt opent een KBC-Spaarrekening en kan daaraan heel eenvoudig een doel, een doelbedrag en een zelfgekozen foto koppelen. Zijn spaarinspanningen kan hij opvolgen dankzij een spaarmeter. Het spaardoel kan hij bovendien met vrienden en familie op Facebook delen via de KBC-Mobile Banking-app.

KBC-Online biedt cliënten almaar meer informatie en mogelijkheden om zelf bank- en/of verzekeringsverrichtingen uit te voeren en heeft al meer dan een miljoen abonnees, waarvan 850 000 actieve gebruikers. KBC-Mobile Banking telt nu al meer dan 50 000 actieve gebruikers. Ook via sociale media als LinkedIn, Facebook, YouTube en Twitter is KBC almaar beter bereikbaar. We verbeterden ook KBC-Online for Business: zo kunnen zelfstandigen en vrije beroepers nu hun privé- en professionele rekeningen met dezelfde e-bankingtoepassing beheren en hebben we voor bedrijven de aanvraag van een KBC-betaalknop voor hun website eenvoudiger gemaakt.

Dankzij ons ruime en aangepaste productaanbod behoren we tot de top van de financiële instellingen in België. Op basis van voorlopige gegevens en eigen schattingen bedroeg ons marktaandeel in België eind 2012 ruwweg 23% voor kredietverlening en 17% voor deposito's. Het aandeel op de verzekeringsmarkt bedroeg een geschatte 17% voor Leven (tak 21 en tak 23 samen) en tussen 8% en 9% voor Schade. Voor beleggingsfondsen scoren we zoals in de voorgaande jaren zeer hoog met een geschat marktaandeel van 35%. Algemeen gesproken was er in 2012 wel een verschuiving van beleggingsfondsen en tak 21-levensverzekeringen naar tak 23-levensverzekeringen.

Het desinvesteringsplan van de groep omvatte voor Divisie België de verkoop van Centea en Fidea. In juli 2011 hebben we de verkoop van Centea aan Landbouwkrediet afgerond en in maart 2012 wikkelden we de verkoop van Fidea aan J.C. Flowers & Co af. Daardoor is het volledige desinvesteringsprogramma voor die divisie voltooid.

KBC in de maatschappij

Als grote financiële instelling in België hecht KBC bijzonder veel belang aan zijn plaats in en bijdrage aan de maatschappij in het algemeen.

Zo zijn we een van de grootste werkgevers van het land en besteden we in die hoedanigheid bijzonder veel aandacht aan personeelstevredenheid. We meten zelf jaarlijks de tevredenheid van onze medewerkers en ondernemen op basis van die resultaten gerichte acties. Volgens een extern onderzoek georganiseerd door de Vlerick Leuven Gent Management School en Great Place to Work® Institute behoorde KBC in 2012 trouwens opnieuw, voor de zevende opeenvolgende keer, tot de tien beste grote werkgevers in België.

Gezien het belang van cliëntentevredenheid bij relatiebankverzekeren volgen we ook de tevredenheid van onze cliënten op de voet. De jaarenquête 2012 over de bankkantoren bevestigt de trend van de afgelopen jaren. Dat wil zeggen: een blijvende sterke tevredenheid van het cliënteel. In cijfers: 95% van de cliënten is tevreden, ruwweg vergelijkbaar met het jaar voordien.

Onze maatschappelijke betrokkenheid uit zich bovendien in verschillende initiatieven op het gebied van bestrijding van kansarmoede en achteruitstelling, milieu en productaanbod. Met onze maatschappelijke sponsoring kiezen we voor projecten die inzetten op gezondheid en verkeersveiligheid, met focus op preventie. Enkele voorbeelden: we zijn in België al jaren partner van de verkeersveiligheidscampagnes van Levenslijn en Mobiel 21. We organiseren op regelmatige basis bloedinzamelingen in de hoofdkantoren in samenwerking met het Rode Kruis. We werken ook al jarenlang samen met Kom Op Tegen Kanker, waarbij niet alleen financiële donaties worden gedaan, maar waar ook infrastructuur ter beschikking wordt gesteld. Via het KBC4Society-project kunnen de diensten en kantoren van KBC in België hun jaarlijkse budget voor een HR-teamactiviteit invullen met een project met een sociale, culturele of ecologische meerwaarde. We steunen ook de Belgische Raiffeisen Stichting (BRS), een non-profitorganisatie die de oprichting van spaar-, krediet- en verzekeringsmaatschappijen in bepaalde landen in het zuidelijk halfrond ondersteunt. We zijn tot slot ook sponsor van talrijke culturele en sportevenementen zoals de Ronde van Vlaanderen, de KBC-Nacht van de Atletiek en een aantal zomerfestivals.

Ook bij de jongerenbenadering is maatschappelijke betrokkenheid manifest aanwezig. Met de gangmakers-acties haalt KBC regelmatig de pers. De actie Rock Werchter in je bloed moedigt studenten aan om bloed of plasma te geven. Met de actie Spaar CO2 met KBC schenken we per geopende jongerenrekening één euro aan het project Boom doet Leven van ARGUS, een bebossingsproject in België en Afrika. De animatiestand op de festivals leverde bijna 7 000 bomen op voor een ander project, de aanplanting van het Hopperbos. Tot slot engageerde KBC zich om een zes hectare groot Alles digitaal-bos aan te planten, afhankelijk van de al dan niet bereikte doelstellingen inzake het aantal cliënten dat digitaal bankiert en verzekert bij KBC. Dat kadert in een campagne die zo veel mogelijk cliënten wil overtuigen om voor digitale communicatie te kiezen. We breiden trouwens het aanbod digitaal beschikbare documenten stelselmatig uit. Een voorbeeld daarvan is de mogelijkheid voor KBC-Online- en CBC-Online-cliënten om hun rekeninginformatie en bepaalde briefwisseling digitaal op te vragen. Op die manier helpen we het papierverbruik voor externe communicatie terug te dringen.

Onze maatschappelijke betrokkenheid is ook zichtbaar in ons productaanbod. Zo vulden we in 2012 de KBC/CBC-Gezinspolis tijdelijk gratis aan met een extra waarborg tegen natuurrampen voor inwonende kinderen die zomerfestivals bezoeken, naar aanleiding van de noodlottige gebeurtenissen tijdens Pukkelpop in 2011. In 2012 schonk KBC ook tijdens de traditionele spaar- en beleggingscampagne in oktober en november 250 000 euro aan drie goede doelen: mantelzorg, pleegzorg en zorgnetwerken. De cliënt-spaarder kon (vanaf een bepaald bedrag) meebeslissen over de verdeling van die som over de projecten, die telkens voldoen aan reële maatschappelijke behoeften en een duurzaam effect hebben op de samenleving.

We hechten veel belang aan onze ecologische voetafdruk en we volgen die systematisch op. In dat kader maakten we bij KBC in België het niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel (NRRV) van de medewerkers voor het eerst afhankelijk van het bereiken van groene, duurzame doelstellingen, onder meer met betrekking tot elektriciteitsverbruik, CO2 -uitstoot van leasewagens en papierverbruik.

Een van de maatregelen die we in 2012 in dat kader namen, is virtuele vergaderingen als alternatief voor dienstritten stimuleren. Dat gebeurt onder meer met op het intranet aangekondigde tips over webmeetings, video- en audioconferenties. De concrete doelstelling is om minstens een op de vijf vergaderingen waarvoor dienstritten nodig zijn virtueel te doen.

Bovendien krijgen collega's die de fiets als vervoermiddel gebruiken een extra financiële stimulans, treinreizigers krijgen hun abonnement volledig terugbetaald, carpoolers krij-

gen parkeergaranties en het leasewagenaanbod bevat nu ook hybride wagens. KBC neemt ook deel aan initiatieven zoals Bike to Work en de Week van de Mobiliteit.

In december 2012 ten slotte opende de groep zijn eerste lage-energiekantoor in Gooik-Leerbeek. Het energieprestatiecertificaat kende het gebouw een E-peil van 1 toe (de wettelijke norm op 1 januari 2012 is E 70) en een K-waarde (staaft de globale warmte-isolatie) van 25 (de wettelijke norm is K 40). De bouw van dat kantoor toont hoe duurzaamheid en een modern bankkantoor kunnen samengaan.

In de tabel op de volgende pagina vindt u enkele milieuefficiëntiegegevens voor de KBC-groep in België.

Milieuefficiëntiegegevens van de KBC-groep in België, per vte
2011
2012
Energieverbruik (in GJ)
Elektriciteit
21,3
20,8
Waarvan elektriciteit afkomstig van groene energie
100%
100%
Fossiele brandstoffen (gas en stookolie)
12,6
12,6
Vervoer (in km)
Woon-werkverkeer
9 175
8 867
Dienstritten
5 388
5 573
Papier- en waterverbruik, afval
Papier (in ton)
0,14
0,13
Water (in m3
)
8,2
8,5
Afval (in ton)
0,30
0,29
Emissie van broeikasgassen (in ton)
3,0
2,5

België in de nieuwe groepsstructuur vanaf 2013

In oktober 2012 kondigde de groep een vernieuwde strategie aan. We lichten die strategie en de bijbehorende nieuwe managementstructuur van de groep toe in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur.

In die nieuwe structuur breiden we Divisie België uit met Corporate Banking België, dat vroeger in Divisie Merchantbanking was ondergebracht.

Divisie Centraal- en Oost-Europa

Divisie Centraal- en Oost-Europa (CEE) omvat alle activiteiten in de Centraal- en Oost-Europese regio. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2012 tot deze divisie behoorden, zijn CIBANK en DZI Insurance in Bulgarije, CˇSOB en CˇSOB Poist'ovnˇa in Slowakije, Cˇ SOB en Cˇ SOB Pojišt'ovna in Tsjechië, en K&H Bank en K&H Insurance in Hongarije. Absolut Bank in Rusland, KBC Banka in Servië, het belang in de NLB-groep in Slovenië, en Kredyt Bank en WARTA in Polen, die werden of worden gedesinvesteerd, behoren ook tot de divisie, maar hun resultaten nemen we tot op het moment van de verkoop op in Groepscenter.

In 2012 tekende deze divisie voor een resultaatsbijdrage van 591 miljoen euro. Onderliggend is dat 621 miljoen euro, of 40% van het groepsresultaat in 2012.

"Ik werk voor KBC. En KBC voor mij."

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

041

Gabriela Suchancová Operational Excellence Tsjechië

Marktpositie in de kernmarkten (Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Bulgarije), 2012*

  • • 799 bankkantoren; verkoop verzekeringen via verschillende kanalen
  • • 6 miljoen cliënten
  • • 27 miljard euro kredietportefeuille, 37 miljard euro deposito's
  • • Marktaandeel
bankproducten beleggings
fondsen
levens
verzekeringen
schade
verzekeringen
Tsjechië 20% 30% 8% 6%
Slowakije 10% 8% 5% 3%
Hongarije 8% 20% 3% 4%
Bulgarije 2% 13% 11%

* Marktaandelen en cliënten: gebaseerd op eigen schattingen. Voor traditionele bankproducten: gemiddelde van geschat marktaandeel in kredieten en in deposito's. Voor levensverzekeringen: tak 21 en tak 23 samen (voor Tsjechië rekening houdend met een gewijzigde berekening). Kredietportefeuille: leningen en voorschotten aan cliënten, opgenomen bedrag, zonder reverse repos. Deposito's: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repos. Verdeling per land van bankkantoren: Tsjechië 322 (CˇSOB Bank + PSB), Slowakije 132, Hongarije 236, Bulgarije 109. Verdeling per land van kredietportefeuille (in miljarden euro): Tsjechië 19, Slowakije 4, Hongarije 4, Bulgarije 0,6.

Bijdrage tot het groepsresultaat

Resultaten Divisie Centraal- en Oost-Europa1 IFRS Onderliggend
(in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Nettorente-inkomsten 1 524 1 389 1 524 1 389
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 745 778 745 778
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -548 -588 -548 -588
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -21 -13 -21 -13
Dividendinkomsten 2 1 2 1
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
131 208 74 214
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 32 7 32 7
Nettoprovisie-inkomsten 329 298 329 298
Overige netto-inkomsten 32 42 38 42
Totale opbrengsten 2 226 2 123 2 175 2 129
Exploitatiekosten -1 192 -1 278 -1 192 -1 278
Bijzondere waardeverminderingen -694 -165 -619 -142
Op leningen en vorderingen -477 -123 -477 -123
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -127 -1 -127 -1
Op goodwill -75 -23 0 0
Op overige -14 -18 -14 -18
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 1 2 1 2
Resultaat vóór belastingen 341 681 365 710
Belastingen -53 -90 -38 -89
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen 289 591 327 621
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 0 0 0 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 289 591 327 621
Bankactiviteiten 266 570 291 585
Verzekeringsactiviteiten 23 21 36 36
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 26 128 24 468 26 128 24 468
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 184 2 048 2 184 2 048
Rendement op toegewezen kapitaal 9% 23% 11% 25%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 52% 59% 54% 59%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 93% 96% 93% 96%
Aansluiting IFRS – onderliggend2 (in miljoenen euro) 2011 2012
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend 327 621
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten 43 -7
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's -1 0
Waardeverminderingen op goodwill en geassocieerde ondernemingen -75 -23
Resultaten bij desinvesteringen -5 0
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 289 591
Onderliggende resultaten per land Tsjechië Slowakije Hongarije Bulgarije Overige3
(in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012 2011 2012 2011 2012 2011 2012
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de
aandeelhouders van de moedermaatschappij
481 581 78 70 -19 74 2 15 -215 -119
Bankactiviteiten 452 556 66 59 -26 68 -3 10 -198 -108
Verzekeringsactiviteiten 28 25 12 11 7 6 5 5 -17 -11
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 14 869 14 145 4 261 4 092 6 123 5 301 848 804
Toegewezen kapitaal per einde periode 1 241 1 186 352 338 507 438 82 76
Rendement op toegewezen kapitaal 33% 40% 18% 16% -9% 8% -22% 4%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 46% 47% 62% 66% 48% 69% 76% 67%
Gecombineerde ratio schadeverzekeringsactiviteiten 90% 95% 81% 80% 96% 96% 100% 104%

1 De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie aansluitingstabel.

2 Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

3 Overige omvat vooral de financieringskosten van de goodwill betaald voor de ondernemingen uit die divisie en enkele niet aan de individuele landen / maatschappijen toegewezen elementen.

In 2012 behaalde Divisie Centraal- en Oost-Europa een nettowinst van 591 miljoen euro, ten opzichte van 289 miljoen euro in 2011. Op onderliggende basis was dat 621 miljoen euro, 90% meer dan in 2011, vooral door lagere waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties, een sterk tradingresultaat en een sterke daling van de kredietvoorzieningen in Hongarije en Bulgarije.

In 2012 bedroegen de nettorente-inkomsten van die divisie 1 389 miljoen euro, een daling van 9% ten opzichte van 2011 (7% zonder wisselkoersverschillen). Naast lagere herbeleggingsrentes (vooral in Tsjechië) is een belangrijke oorzaak van die daling de 15%-inkrimping van de kredietportefeuille in Hongarije, onder meer als gevolg van de in 2011 genomen maatregelen voor hypothecaire kredieten in vreemde munt in dat land. Die daling werd evenwel gecompenseerd door groei in de andere landen, waardoor de kredietportefeuille van de divisie in 2012 in totaal nog met 4% toenam (gezuiverd voor wisselkoerseffecten). Het depositovolume in de regio steeg met 2% in 2012 en ook hier compenseren de stijgingen in Tsjechië en vooral Slowakije de daling in Hongarije. De gemiddelde nettorentemarge bedroeg 3,03% in 2012, ten opzichte van 3,29% in 2011.

De verdiende verzekeringspremies bedroegen 778 miljoen euro, waarvan 447 miljoen euro voor levensverzekeringen en 331 miljoen euro voor schadeverzekeringen. De schadeverzekeringspremies bleven in 2012 ongeveer status-quo, en werden, zoals in de vorige jaren, voor het grootste gedeelte (51%) gerealiseerd in Tsjechië. De gecombineerde ratio verslechterde van 93% in 2011 naar 96% in 2012. De verdiende levensverzekeringspremies, inclusief de premies voor bepaalde levensverzekeringen die conform IFRS niet inbegrepen zijn in de verdiende premies, bedroegen 0,5 miljard euro in 2012, 5% hoger dan in 2011. Het totale premie-inkomen uit levensverzekeringen werd voor meer dan drie vierden gerealiseerd in Tsjechië. Voor de regio als geheel was er een sterke groei bij de tak 23-producten, die de daling bij de tak 21-producten meer dan compenseerde. Als gevolg daarvan tekenden de tak 23-producten in 2012 al voor 73% van de totale verkopen van levensverzekeringen. De uitstaande Levenreserves voor de vier kernmarkten samen bedroegen eind 2012 ongeveer 1,7 miljard euro, 8% meer dan eind 2011.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 298 miljoen euro in 2012. Dat is een daling van 9% tegenover het jaar daarvoor, die zich vooral in Tsjechië voordoet. Het beheerde vermogen van de divisie bedroeg eind 2012 ongeveer 10,9 miljard euro, zo'n 3% stijging in een jaar, door prijseffecten. De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerde resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 7 miljoen euro, de dividendinkomsten bedroegen 1 miljoen euro, het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 208 miljoen euro (aanzienlijk beter dan het jaar voordien) en de overige netto-inkomsten bedroegen 42 miljoen euro.

De exploitatiekosten bedroegen 1 278 miljoen euro. Dat is 7% meer dan in 2011, waarbij diverse elementen meespelen, waaronder herstructureringskosten in het laatste kwartaal, wat hogere personeels- en ICT-kosten en vooral hogere speciale bankenheffingen. Inbegrepen in dat laatste is ook de speciale bankenheffing in Hongarije. De invloed daarvan bedroeg 54 miljoen euro in 2012 en maar 6 miljoen euro in 2011. Dat laatste is laag omdat in dat jaar een deel van de kosten van de kredietvoorzieningen in verband met hypothecaire kredieten in vreemde munt kon worden afgezet tegen de speciale bankenheffing. De onderliggende kosten-inkomstenratio van de bankactiviteiten van de divisie bedroeg 59% in 2012, ten opzichte van 54% het jaar daarvoor.

In 2012 bedroegen de waardeverminderingen op leningen en vorderingen, of kredietvoorzieningen, 123 miljoen euro, een belangrijke verbetering ten opzichte van 477 miljoen euro in 2011. De daling had onder meer te maken met de aanzienlijk lagere kredietvoorzieningen in Hongarije. In 2011 waren die relatief hoog als gevolg van een nieuwe wet die het mogelijk maakt leningen in vreemde valuta terug te betalen in lokale munt tegen een voordelige wisselkoers, waarbij de banken het verschil moesten dragen. Bovendien daalden ook de kredietvoorzieningen voor Bulgarije, na de relatief grote aanleg in 2011. Per saldo verbeterde de kredietkostenratio van de divisie bijgevolg van 159 basispunten in 2011 tot 40 basispunten in 2012. Eind 2012 was ongeveer 5,2% van de kredietportefeuille van de vier kernmarkten samen geclassificeerd als non-performing, tegenover 5,6% eind 2011. De andere waardeverminderingen bedroegen samen 42 miljoen euro, aanzienlijk lager dan in 2011, toen er 129 miljoen euro moest worden geboekt op Griekse overheidsobligaties en 75 miljoen op goodwill, grotendeels met betrekking tot Bulgarije.

Macro-economische ontwikkeling

Net als België leden ook de meeste van onze Centraal- en Oost-Europese kernmarkten onder de zwakke conjunctuur in de eurozone. In Tsjechië en Hongarije woog bovendien de verzwakkende binnenlandse vraag op de economische groei. Een strak begrotingsbeleid en toenemend voorzorgsparen tegen de achtergrond van oplopende werkloosheid fnuikten de consumptievraag. Hongarije lijdt bovendien onder een zwakke investeringsdynamiek. Uiteindelijk kromp de economie in beide landen in 2012 met ruim 1%. Ook in Bulgarije koelde de uitvoer af. De binnenlandse vraag hield beter stand, zodat de economische groei er per saldo licht positief bleef. In die context presteerde de Slowaakse economie opvallend sterk. Onder impuls van een bijzonder dynamische productie in de auto-industrie groeide ze nog met 2,5%, al is doorheen het jaar ook daar het groeitempo vertraagd.

Het hoofdkantoor van K&H in Hongarije

2013 zal waarschijnlijk een moeilijk economisch jaar blijven. Voor Tsjechië gaan we grosso modo uit van een nulgroei van de economie, terwijl de economische groei in Hongarije licht positief zou worden, en in Bulgarije tot ongeveer 1,5% zou aantrekken. In Slowakije zou de groei vertragen tot ongeveer 1%. Het betreft hier prognoses opgemaakt begin 2013. Het is vanzelfsprekend mogelijk dat de werkelijkheid daar (sterk) van afwijkt.

Update van de situatie in Hongarije: als gevolg van de nieuwe wetgeving in 2011 met betrekking tot hypotheekleningen in vreemde valuta boekte K&H Bank in dat jaar belangrijke bijkomende waardeverminderingen op de hypotheekportefeuille, wat de totale kredietkostenratio op 438 basispunten bracht in 2011. In 2012 daalde de kredietkostenratio opnieuw tot 78 basispunten. Eind 2012 was ruwweg 11,4% van de kredietportefeuille geklasseerd als non-performing, tegenover 10,5% eind 2011. Een overzicht van de kredietportefeuille van K&H Bank vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Activiteit in 2012

Zoals vermeld, focussen we ons in Centraal- en Oost-Europa op de kernmarkten Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije. Dat blijft ook zo in de nieuwe strategie vanaf 2013. In elk van die vier landen bezitten we een bank en een verzekeraar die nauw samenwerken. Terwijl KBC in België uitsluitend werkt met een netwerk van exclusieve agenten, werken de Centraal- en Oost-Europese verzekeraars van de groep ook samen met andere distributiekanalen, waaronder verzekeringsmakelaars en multi-agenten.

Zoals bepaald in het strategische plan van de groep moeten we de aanwezigheid in de andere markten uit de regio desinvesteren. Met de verkoop van de Poolse verzekeraar WARTA maakten we daarmee in 2012 een aanvang. Eind februari 2012 kondigden we bovendien aan dat we met Banco Santander S.A. een overeenkomst hadden gesloten voor een fusie van onze respectieve Poolse bankdochters Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A. Meer informatie vindt u bij Groepscenter.

Naast de verkoop van de Poolse activiteiten moeten ook Absolut Bank in Rusland, KBC Banka in Servië, en het aandeel in de NLB-groep in Slovenië gedesinvesteerd worden. Eind december 2012 sloten we alvast verkoopovereenkomsten voor Absolut Bank en voor het minderheidsbelang in NLB. De groep plant in de komende jaren geen belangrijke overnames in de regio.

De maatschappijen van de KBC-groep in Centraal- en Oost-Europa hebben ook aandacht voor hun ecologische voetafdruk en nemen diverse initiatieven om die voetafdruk te verkleinen. In dat kader zijn de nieuwe hoofdkantoren in Tsjechië en Hongarije voorbeelden van ecologisch en duurzaam bouwen.

Net zoals dat voor België het geval is, bieden onze groepsmaatschappijen in elk van de vier Centraal- en Oost-Europese kernmarkten een ruim gamma aan van bankproducten (zoals kredieten, deposito's, verschillende gespecialiseerde financiële diensten), verzekeringsproducten (Leven en Schade) en assetmanagementproducten (dat laatste met uitzondering van Bulgarije).

We screenen en passen dat gamma continu aan. Een greep uit de nieuwe producten: in Hongarije lanceerde K&H Bank een CPPI-fonds, een actief beheerd fonds, als aanvulling op de bestaande open en kapitaalbeschermde fondsen, en voerde voor zijn bedrijfscliënten ook enkele verbeteringen door inzake betalingsverkeer (nieuw intraday-clearingsysteem voor lokale munt, nieuwe oplossingen voor grensoverschrijdende cashpooling, enz.). CIBANK in Bulgarije lanceerde nieuwe producten voor elk cliëntensegment, gaande van consumentenkredieten gekoppeld aan energiesubsidies voor particulieren, over nieuwe producten voor vrije beroepen, tot een uitbreiding van het gamma handelsfinancieringsproducten voor kmo's en bedrijfscliënten. Ook Cˇ SOB Bank in Slowakije lanceerde tal van nieuwe producten en productvarianten, onder meer voor hypotheken, beleggingen en betaalcomfort.

We zijn een belangrijke speler in de regio. In Tsjechië bedroeg ons marktaandeel in traditionele bankproducten (gemiddelde van kredieten en deposito's) naar schatting 20% in 2012, in Slowakije meer dan 10%, in Hongarije meer dan 8% en in Bulgarije iets meer dan 2%. Net zoals dat in België het geval is, overstijgt in Tsjechië en Hongarije het marktaandeel in beleggingsfondsen dat van de traditionele depositoproducten. Eind 2012 ramen we dat marktaandeel op 30% in Tsjechië, op 20% in Hongarije en op 8% in Slowakije. We ramen onze marktaandelen op de verzekeringsmarkt (telkens voor Leven en Schade) op 8% en 6% in Tsjechië, 5% en 3% in Slowakije, 3% en 4% in Hongarije en 13% en 11% in Bulgarije.

KBC in de maatschappij

Als grote financiële speler in de Centraal- en Oost-Europese regio behartigen we, net als in België, onze rol in de maatschappij van die kernmarkten van de groep.

Zo zijn we niet alleen in België, maar ook in de kernmarkten in Centraal- en Oost-Europa een grote werkgever en besteden we in die hoedanigheid bijzonder veel aandacht aan personeelstevredenheid. We meten ook zelf de tevredenheid van onze medewerkers en ondernemen op basis van de resultaten gerichte acties.

Ook voor de Centraal- en Oost-Europese medewerkers van de groep bestaan er verschillende mogelijkheden om de werk-privéverhouding beter in balans te houden. We denken daarbijaan de mogelijkheid om parttime te werken, ouderschapsverlof, borstvoedingsverlof, de mogelijkheid om tijdelijk onbetaald verlof te nemen om persoonlijke of familiale redenen en dergelijke. We houden ook rekening met de veranderende behoeftes en werkritmes van de oudere werknemers, met bijvoorbeeld de mogelijkheid om geleidelijk over te schakelen naar hun pensioen door het aantal werkuren geleidelijk aan te verminderen.

Gezien het belang van cliëntentevredenheid in een concept van relatiebankverzekeren volgen we ook de tevredenheid van de cliënten op de voet. Ieder jaar voert elke belangrijke Centraal- en Oost-Europese groepsmaatschappij een cliëntentevredenheidsenquête uit en lanceert op basis van de resultaten nieuwe campagnes en/of acties. De tevredenheidsenquêtes in onze bankkantoren in Centraal- en Oost-Europa tonen dat ruwweg 80% van onze cliënten tevreden is.

Marko Voljcˇ, CEO Divisie Centraal- en Oost-Europa tot eind 2012

Onze Centraal- en Oost-Europese groepsmaatschappijen namen in 2012 opnieuw verschillende prijzen in ontvangst. Zo werd DZI in Bulgarije Superbrand in de categorie Financial Services, Insurance. K&H Insurance in Hongarije ontving de titel Consumer-friendly Insurer of the Year en de CEO van K&H Bank behoorde tot de winnaars van de MasterCard Banker of the Year 2012. In het onderzoek van International Service Check met betrekking tot bankkantoren in Centraal- en Oost-Europa haalden diverse KBC-groepsmaatschappijen topscores: in de categorie Service, Assistance and Advice bekleedde Cˇ SOB in Tsjechië de leidersplaats, en behaalde CIBANK in Bulgarije een topdrieplaats bij alle onderzochte banken in de regio. In de categorie Appearance stond K&H Bank in Hongarije op de eerste plaats.

Onze maatschappelijke betrokkenheid in de Centraal- en Oost-Europese regio uit zich ook in de initiatieven die onze groepsmaatschappijen nemen voor mecenaat en bestrijding van kansarmoede en achteruitstelling, milieu en productaanbod. Zo stelt K&H in Hongarije met zijn K&H MediMagic-programma financiële en materiële hulp voor zieke kinderen ter beschikking en promoot het financiële educatie door de organisatie van de nationale wedstrijd K&H Ready, Steady, Money, waarin studenten worden getest op hun financiële kennis. Financiële educatie is ook de focus van het Cˇ SOB Head and Heel Programme in Slowakije, waarbij universiteitsstudenten worden aangemoedigd een creatieve aanpak te vinden voor een financieel onderwerp. Cˇ SOB in Slowakije organiseert ook de Cˇ SOB Bratislava Marathon, waaraan diverse liefdadigheidsprojecten zijn verbonden, en steunt via zijn Employee Grant Programme diverse ngo's. Cˇ SOB in Slowakije publiceerde in 2012 ook voor het eerst een eigen duurzaamheidsverslag.

In Tsjechië bevordert Cˇ SOB via zijn Cˇ SOB Education Fund Program de financiële geletterdheid, waarbij ook daadwerkelijk geld wordt verdeeld onder de ingediende projecten. Het Cˇ SOB Helping Together Programme is een vrijwilligersproject, waarbij Cˇ SOB-medewerkers de kans krijgen om aan vrijwilligerswerk te doen in verschillende non-profitorganisaties.

Voorbeelden van initiatieven voor milieu- en gemeenschapsbetrokkenheid in Centraal- en Oost-Europa leest u in ons CSR Report op www.kbc.com. Op de volgende pagina vindt u een tabel met milieuefficiëntie-informatie voor Cˇ SOB in Tsjechië.

Milieuefficiëntiegegevens Tsjechië (CˇSOB) in 2012, per vte*
Energieverbruik (in GJ)
Elektriciteit 16,9
Waarvan elektriciteit afkomstig van groene energie 2,0
Fossiele brandstoffen (gas en stookolie) 6,1
Papier- en waterverbruik
Papier (in ton) 0,14
Water (in m3
)
14,6

* Vanaf volgend jaar worden vergelijkbare referentiecijfers toegevoegd.

Centraal- en Oost-Europa in de nieuwe groepsstructuur vanaf 2013

In oktober 2012 kondigde de groep een vernieuwde strategie aan. We lichten die strategie en de bijbehorende nieuwe managementstructuur van de groep toe in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur.

In die nieuwe managementstructuur wordt, vereenvoudigd gesteld, Divisie Centraal- en Oost-Europa opgedeeld in een Divisie Tsjechië, wegens het bijzonder grote belang van dit land in het geheel van de Centraal- en Oost-Europese activiteiten van de groep, terwijl de activiteiten van de andere kernlanden Hongarije, Slowakije en Bulgarije worden ondergebracht in Divisie Internationale Markten.

Divisie Merchantbanking

Divisie Merchantbanking omvat het bedrijfsbankieren en de marktactiviteiten in België en het buitenland, met uitzondering van Centraalen Oost-Europa. De belangrijkste groepsmaatschappijen die in 2012 tot deze divisie behoorden, zijn KBC Bank (merchantbankactiviteiten), KBC Commercial Finance, KBC Bank Ireland, KBC Credit Investments, KBC Lease (corporate), KBC Internationale Financieringsmaatschappij en KBC Securities. Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en KBC Financial Products, die werden of worden gedesinvesteerd, behoren ook tot deze divisie, maar hun resultaten nemen we tot op het moment van de verkoop op in Groepscenter.

In 2012 tekende deze divisie voor een resultaatsbijdrage van -114 miljoen euro. Onderliggend is dat -19 miljoen euro, of -1% van het groepsresultaat in 2012.

"Goede ideeën ontstaan op plaatsen waar je het niet verwacht."

Marina Van Dyck bedrijfsjournalist België

Marktpositie, 2012*

  • • 13 bedrijvenkantoren in België; 16 kantoren buiten België
  • • 26% geschat marktaandeel in bedrijfskredietenmarkt in België
  • • 40 miljard euro kredietportefeuille, 41 miljard euro deposito's
  • * Marktaandelen: gebaseerd op eigen schattingen. Kredietportefeuille: leningen en voorschotten aan cliënten, opgenomen bedrag, zonder reverse repos. Deposito's: deposito's van cliënten en schuldpapier, zonder repos. Aantal bedrijvencentra in België is zonder de kantoren van CBC Banque die naast retailcliënten ook bedrijven bedienen. Kantoren buiten België betreft bankkantoren en vertegenwoordigingskantoren van KBC Bank en KBC Bank Ireland (zonder KBC Bank Deutschland).

Vanaf 2013 treedt een nieuwe managementstructuur en divisie-indeling in voege. Meer daarover achteraan in dit hoofdstuk.

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Resultaten Divisie Merchantbanking1 (in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Nettorente-inkomsten 944 678 663 542
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 0 0 0 0
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering 0 0 0 0
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 0 0 0 0
Dividendinkomsten 18 10 7 6
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-3 308 405 579
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 31 45 35 13
Nettoprovisie-inkomsten 194 183 202 199
Overige netto-inkomsten -36 78 -76 65
Totale opbrengsten 1 148 1 301 1 236 1 405
Exploitatiekosten -576 -581 -569 -581
Bijzondere waardeverminderingen -785 -765 -768 -751
Op leningen en vorderingen -725 -704 -725 -704
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -6 -8 -6 -1
Op goodwill -17 -1 0 0
Op overige -37 -52 -37 -46
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0 0 0
Resultaat vóór belastingen -214 -46 -101 72
Belastingen 20 -56 6 -79
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0
Resultaat na belastingen -194 -101 -95 -7
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 14 12 15 13
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -208 -114 -110 -19
Bankactiviteiten -212 -118 -114 -23
Verzekeringsactiviteiten 4 4 4 4
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 42 126 36 970 42 126 36 970
Toegewezen kapitaal per einde periode 3 370 2 958 3 370 2 958
Rendement op toegewezen kapitaal -6% -2% -3% 1%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 50% 45% 46% 42%
Aansluiting IFRS – onderliggend2 (in miljoenen euro) 2011 2012
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend -110 -19
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten -58 -48
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's -7 0
Waardeverminderingen op goodwill -17 -1
Resultaten bij desinvesteringen -17 -46
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS -208 -114
Bedrijfsbankieren
(cijfer tussen haakjes:
Onderliggende resultaten Divisie Merchantbanking, per activiteit zonder Ierland) Marktactiviteiten
(in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Resultaat na belastingen, -229 [93] -195 [193] 119 176
toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
Bankactiviteiten -233 [89] -199 [189] 119 176
Verzekeringsactiviteiten 4 [4] 4 [4] 0 0
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 31 065 30 528 11 061 6 441
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 485 2 442 885 515
Rendement op toegewezen kapitaal -9% -7% 12% 27%
Kosten-inkomstenratio bankactiviteiten 41% 41% 58% 43%

1 De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen worden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie aansluitingstabel.

2 Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

In 2012 bedroeg het nettoresultaat van Divisie Merchantbanking -114 miljoen euro, tegenover -208 miljoen euro in het jaar daarvoor. Op onderliggende basis was dat -19 miljoen euro, een verbetering ten opzichte van -110 miljoen euro in 2011, die onder meer te maken heeft met de boeking van een belangrijk bedrag voor het 5-5-5-beleggingsproduct in België in 2011, en betere dealingroomresultaten en een belangrijke recuperatie op een oude fraudezaak in 2012. In 2012 boekten we opnieuw belangrijke kredietvoorzieningen voor Ierland. Zonder Ierland zou het onderliggende nettoresultaat van de divisie een positieve 369 miljoen zijn geweest in 2012.

De totale opbrengsten van deze divisie bedroegen 1 301 miljoen euro in 2012. Op onderliggende basis is dat 1 405 miljoen euro, 14% meer dan in 2011.

De nettorente-inkomsten bedroegen 678 miljoen euro in 2012, wat op onderliggende basis 18% minder is dan in het jaar daarvoor en onder meer te maken heeft met de ingekrompen activiteiten, en een lagere herbeleggingsopbrengst. Dat laatste heeft onder andere te maken met de daling van de GIIPS-overheidsobligatieportefeuille. De kredietportefeuille daalde met 6% in 2012. De daling van de kredietportefeuille in de afgelopen jaren heeft te maken met de focus van de groep op zijn kernmarkten, wat leidde tot een geleidelijke afbouw van de nietkernmarktgebonden internationale kredietportefeuilles. Na de daling in 2011 als gevolg van de belangrijke uitstroom van kortetermijndeposito's op het einde van het jaar steeg het depositovolume van deze divisie opnieuw met 23% in 2012.

Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg 308 miljoen euro in 2012. Na verschuiving van alle tradinggerelateerde inkomsten die in de IFRS-cijfers bij andere inkomstenposten zijn geteld, en na uitsluiting van de als uitzonderlijk aangemerkte elementen, bedraagt dat onderliggend 579 miljoen euro in 2012. Dat is ongeveer 43% meer dan in 2011 door sterkere dealingroomresultaten en positieve credit value adjustments (CVA) voor derivaten in 2012, versus negatieve CVA in 2011.

De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 183 miljoen euro, wat op onderliggende basis een lichte daling is van 2% (deels door deconsolidatie van enkele kleinere maatschappijen). De andere inkomstenposten waren als volgt: het netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare activa bedroeg 45 miljoen euro, de dividendinkomsten bedroegen 10 miljoen euro en de overige netto-inkomsten bedroegen een positieve 78 miljoen euro, tegenover een negatieve 36 miljoen euro in 2011. Die post bevatte in 2011 een boeking van -167 miljoen met betrekking tot het 5-5-5-beleggingsproduct (zie Toelichting 8 in het deel Geconsolideerde jaarrekening). 2012 was bovendien gunstig beïnvloed door 126 miljoen euro aan recuperaties met betrekking tot een vroegere fraudezaak bij KBC Lease UK.

De exploitatiekosten van deze divisie bedroegen 581 miljoen euro. Op onderliggende basis is dat 2% meer dan in 2011, waarbij de impact van de activiteitenafbouw, hogere speciale bankenheffingen en enkele andere elementen elkaar deels compenseerden. De onderliggende kosten-inkomstenratio van deze divisie bedroeg 42%, tegenover 46% in 2011.

De waardeverminderingen op leningen en vorderingen bedroegen 704 miljoen euro in 2012, iets lager dan de 725 miljoen euro in 2011. Bij KBC Bank Ireland boekten we opnieuw een relatief hoog bedrag aan waardeverminderingen (547 miljoen euro tegenover 510 miljoen euro in 2011). Op het niveau van de divisie bedroeg de kredietkostenratio 142 basispunten, tegenover 136 basispunten in 2011; zonder Ierland was dat 48 basispunten in 2012 en 59 basispunten in 2011. Op 31 december 2012 was ongeveer 9,8% van de kredietportefeuille van de divisie non-performing, tegenover 7,8% het jaar daarvoor. De andere waardeverminderingen bedroegen 61 miljoen euro en betroffen vooral investment property. Het jaar voordien was dat 60 miljoen euro, en betrof, naast investment property, ook onder meer Griekse overheidsobligaties.

In het onderste deel van de tabel op de vorige pagina vindt u een opdeling van het onderliggende nettoresultaat van de divisie in bedrijfsbankieren (de dienstverlening aan kmo's en grotere ondernemingen) en marktactiviteiten (zoals valutahandel, effectenhandel en corporate finance).

Activiteit in 2012

Divisie Merchantbanking focust op marktactiviteiten en bedrijfsbankieren voor cliënten in België en in het buitenland zolang er een link is met de kernmarkten van KBC in België of Centraal-Europa. Onze merchantbankactiviteiten omvatten een brede waaier van diensten, waaronder kredietverlening, cashmanagement, betalingsverkeer, handelsfinanciering, leasing, geldmarktactiviteiten, kapitaalmarktproducten, aandelenhandel en corporate finance. In de nieuwe divisie-indeling worden die activiteiten verspreid over een aantal divisies (zie verder).

In België zijn we een van de grootste bedrijfsbankiers, en we schatten het marktaandeel voor bedrijfskredieten op ruwweg 26% in 2012. We bieden onze diensten aan via een netwerk van dertien bedrijvencentra van KBC Bank en een aantal kantoren van CBC Banque die naast retailook bedrijvencliënten bedienen, en via verschillende gespecialiseerde diensten en dochtermaatschappijen. In de rest van de wereld bezitten we bovendien een beperkt aantal vestigingen en dochtermaatschappijen, waaronder bijvoorbeeld KBC Bank Ireland, dat we hierna afzonderlijk toelichten.

In overeenstemming met de strategische focus van de groep heroriënteerden we onze internationale activiteiten in de voorbije jaren maximaal naar de ondersteuning van cliënten uit de kernmarkten. De andere activiteiten bouwden we af. Zo desinvesteerden we in de afgelopen drie jaar onder meer KBC Peel Hunt, een aantal dochtermaatschappijen van KBC Securities, verschillende activiteiten van KBC Financial Products, KBC Business Capital en de portefeuille van KBC Private Equity. De resultaten van de belangrijkste te desinvesteren maatschappijen tellen we bij Groepscenter en becommentariëren we in dat hoofdstuk. We sloten in de voorbije jaren ook een aantal buitenlandse kantoren. In de tekening vindt u een overzicht van de resterende buitenlandse bedrijvenkantoren van KBC Bank, inclusief KBC Bank Deutschland en KBC Bank Ireland, eind 2012.

De totale opgenomen kredietportefeuille van Divisie Merchantbanking bedroeg eind 2012 49 miljard euro. Daarvan heeft 43% betrekking op Belgische ondernemingen, 33% op Ierland (zie verder) en de rest vooral op de VS, het VK, de rest van Europa en Zuidoost-Azië. De Ierse kredietportefeuille bedroeg eind 2012 ongeveer 16 miljard euro, waarvan iets meer dan drie vierden slaat op hypothecaire kredieten. De rest is ongeveer gelijk verdeeld tussen kmo- en bedrijfskredieten enerzijds en leningen aan vastgoedmaatschappijen en projectontwikkelaars anderzijds. In 2012 legde de groep opnieuw voor 0,5 miljard euro kredietvoorzieningen aan voor zijn Ierse portefeuille, na de 0,5 miljard euro geboekt in 2011. Eind 2012 was ongeveer 23% van de totale Ierse kredietportefeuille non-performing, tegenover 18% eind 2011. In 2012 bedroeg de kredietkostenratio er 334 basispunten en de dekkingsgraad van de Ierse portefeuille (alle kredietvoorzieningen ten opzichte van de non-performing kredietportefeuille) zo'n 46%. De Ierse economie lijkt zich op een matig, zij het oneffen, groeipad te bevinden. De export doet het goed en de binnenlandse activiteit lijkt zich meer en meer te stabiliseren. Tegelijk is het marktsentiment verbeterd. Maar gezien het moeilijke wereldwijde klimaat en de voortdurende besparingen, zal de Ierse economie zich maar geleidelijk herstellen. De hogere belastinginkomsten, een lichte daling van de werkloosheid en algemeen bemoedigende onderzoeksgegevens wijzen er wel op dat de binnenlandse activiteit een keer-

Ook KBC Securities behoorde tot eind 2012 tot divisie Merchantbanking. KBC Securities is gespecialiseerd in aandelenhandel, professionele aanverwante diensten en corporate finance. Naast België ontwikkelt KBC Securities zijn activiteiten ook in een aantal Centraal-Europese kernlanden van KBC via eigen vestigingen, waar het streeft naar een belangrijke marktpositie als lokale speler. Via zijn geïntegreerde executieplatform verschaft KBC Securities diverse marktspelers toegang tot een wereldwijd netwerk van beurzen en custodians. Begin 2013 ontving KBC Securities bij de NYSE Brussels Awards 2012 de prijs voor No1 Brokerage House Derivatives Market en No1 Brokerage House Mid&Small Caps.

punt bereikt. Ook de recente cijfers over de transacties en prijzen op de huizenmarkt lijken erop te wijzen dat die de bodem heeft bereikt.

Luc Gijsens, CEO Divisie Merchantbanking (tot eind 2012)

"Als Belgische grootbank zijn we ook betrokken bij Publiek-Private Samenwerkingen of PPSprojecten. Een mooi voorbeeld is de financiering door KBC van de bouw van negen gemeentelijke sporthallen in Vlaanderen in het kader van het Vlaams Sportinfrastructuurplan. KBC verstrekt als enige bank de volledige schuldfinanciering. De bouw van de sporthallen gebeurt door een PPS met de projectvennootschap Sport in Vlaanderen nv. Een belangrijke factor om dat project te kunnen binnenhalen, was de goede samenwerking tussen verschillende KBCentiteiten: projectfinancieringen, bedrijvencentrum Limburg, Juridische Zaken en de Swapdesk van de Dealingroom."

Merchantbanking in de nieuwe groepsstructuur vanaf 2013

In oktober 2012 kondigde de groep een vernieuwde strategie aan. We lichten die strategie en de bijbehorende nieuwe managementstructuur van de groep toe in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur. In die nieuwe structuur splitsen we Divisie Merchantbanking op. De voornaamste entiteiten die zo ontstaan, zijn:

  • • Corporate Banking België, dat we volgens het principe local responsiveness onderbrengen in Divisie België. De corporatebankingactiviteiten buiten onze thuismarkten krijgen ook een plaats in Divisie België.
  • • Activiteiten zoals Markten en KBC Securities, die we toewijzen aan Divisie Internationale Productfabrieken.
  • • KBC Bank Ireland, dat we onderbrengen in Divisie Internationale Markten.

[ Jaarverslag KBC 2012 ] Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties ondersteunt en biedt producten aan voor de andere divisies. De belangrijkste diensten die in 2012 tot deze divisie behoorden, zijn assetmanagement (vermogensbeheer), betalingsverkeer, consumentenkredietverlening, handelsfinanciering, ICT, leasing en organisatie.

Voor deze divisie rapporteren we geen resultaat, aangezien we alle opbrengsten en kosten ervan doorrekenen aan de andere divisies van de groep.

"Ik heb net een nieuw project voorgesteld. Het is fijn dat er bij KBC naar je wordt geluisterd."

Kristof Huysecom hoofd Debiteurenbeheer & Remarketing België

Marktaandeel, 20121

  • • Beleggingsfondsen: 35% in België, 30% in Tsjechië, 8% in Slowakije en 20% in Hongarije.
  • • Documentaire kredieten: 35% in België, 31% in Tsjechië, 20% in Slowakije en 16% in Hongarije.
  • • Leasing: 14%2 / 21%3 in België, 13% in Tsjechië, 18% in Slowakije en 4% in Hongarije.
  • • Consumentenkredieten: 6% in België, 9% in Tsjechië, 4% in Slowakije, 2% in Hongarije.
  • 1 Marktaandelen zijn eigen schattingen en dus veeleer indicaties.
  • 2 Fullserviceautoleasing.
  • 3 Algemene leasing.

Vanaf 2013 treedt een nieuwe managementstructuur en divisie-indeling in voege. Meer daarover achteraan in dit hoofdstuk.

Activiteit in 2012

Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties levert een gepaste dienstverlening tegen een competitieve prijs aan haar interne cliënten (zoals de distributiekanalen van de groep) en externe cliënten.

Daarom nemen we voortdurend initiatieven om de efficiëntie en de dienstverlening naar een hoger niveau te tillen en de kosten te drukken. Met die doelen in het achterhoofd startten we het Lean-project op. De inbedding van Lean in de bedrijfscultuur leidde tot een focus op continue verbetering. Door de eigen verantwoordelijkheid van alle medewerkers te stimuleren voor het identificeren en wegwerken van verspilling, creëren we maximaal waarde voor de cliënten. Eind 2012 werkten alle betrokken diensten al volgens de Lean-principes. In de nieuwe structuur vanaf 2013 verdelen we de activiteiten van deze divisie over de andere divisies en diensten (zie verder).

De geografische focus van deze divisie lag op de kernmarkten in België en Centraal- en Oost-Europa. De andere activiteiten hebben we de voorbije jaren afgebouwd. Voorbeelden daarvan zijn de verkoop van de Ierse en Britse activiteiten van KBC Asset Management, de verkoop van het aandeel dat KBC Asset Management aanhield in KBC Concord in Taiwan en in KBC Goldstate in China, de verkoop van Roemeense, Spaanse, Italiaanse en Poolse activiteiten van KBC Lease en de managementbuy-out van KBC Lease Deutschland.

In Polen namen we initiatieven om een nieuw businessmodel voor assetmanagement te ontwikkelen. Dat model bestaat erin dat KBC TFI producten van KBC Asset Management verkoopt via meerdere distributeurs in Polen (en niet alleen via Kredyt Bank).

De diensten die tot deze divisie behoren, streven ook in de nieuwe structuur van de groep naar een voortdurende verbetering van de dienstverlening, meer bepaald door synergieën uit te buiten en best practices te verspreiden. Een goed voorbeeld daarvan is de uitrol van een uniform verwerkingsplatform voor handelsfinanciering in onze kernmarkten. Dat unieke backofficeplatform, samen met het al jaren gebruikte en eveneens unieke front-endsysteem Flexims, zorgt effectief voor een aanzienlijke productiviteitswinst en maakt het uitwisselen van specialisten en best practices tussen de verschillende landen bijzonder eenvoudig. Een ander voorbeeld is, voor betalingsverkeer, de aansluiting van Cˇ SOB in Tsjechië en in Slowakije op ons groepsplatform voor buitenlands betalingsverkeer. Voor assetmanagement is een mooi voorbeeld de samenwerking met en ondersteuning vanuit België voor het uitrollen van fondsen met bewaking van de bodemgrens in Slowakije, Hongarije en Tsjechië.

We screenen en optimaliseren ook regelmatig het productaanbod. Onder meer bij KBC Asset Management leidde dat opnieuw tot de ontwikkeling van tal van innoverende beleggingsproducten, zoals Comfort4Life Defensive, een fonds met bewaking van de bodemgrens waarop beleggers kunnen intekenen via een systematische spaaropdracht. Met Start2Enjoy lanceerden we het eerste longevity-product. Ook beleggingsproducten die hun instapmomenten spreiden over een vooraf bepaald aantal tijdstippen waren in trek. Die aanpak leidt tot succes, en dat vertaalt zich ook in de blijvend sterke marktaandelen voor beleggingsfondsen in vooral België, Tsjechië en Hongarije, waar we aanzienlijk hoger scoren dan bij de traditionele krediet- en depositoproducten.

In de sfeer van Consumer Finance (consumentenkredietverlening) noteerden we in 2012 sterke verkoopresultaten in Tsjechië onder impuls van verschillende productverbeteringen. In Hongarije lanceerden we in moeilijke marktomstandigheden met succes een nieuwe kredietkaart. 2012 betekende ook de geslaagde start van een consumerfinanceproductfabriek in Slowakije.

Danny De Raymaeker, CEO Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties (tot eind 2012)

"In 2012 mochten we weer diverse onderscheidingen in ontvangst nemen. Zo ontving KBC Bank opnieuw de titel Best Trade Finance Provider in Belgium van het magazine Global Finance, net als Cˇ SOB in Tsjechië. Beide banken waren trouwens opnieuw ook algemeen Best bank in hun land. Ook de fondsen van KBC Asset Management zijn een vaste waarde bij binnen- en buitenlandse Fund Award-uitreikingen. Zo kaapte KBC Asset Management in het voorjaar van 2012 de prijs weg voor Beste Groot Fondsenhuis voor Obligatiefondsen van Morningstar."

Andrea Halcinova, directeur KBC Asset Management, Slowakije

Onderzoek en ontwikkeling

De groep ontwikkelt continu nieuwe producten en diensten om het aanbod zo goed mogelijk af te stemmen op de marktvraag. Om het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten te ondersteunen, hebben we een specifiek proces in de groep dat ervoor zorgt dat de business op een efficiënte manier een beslissing verkrijgt om een nieuw product of een nieuwe dienst te lanceren. Tegelijkertijd houdt dat ook een grondige analyse in van alle betrokken risico's, en het voorstellen van acties om dergelijke risico's te vermijden of te beheersen.

Bovendien herzien we alle producten op regelmatige basis, zodat we bestaande producten kunnen aanpassen aan gewijzigde cliëntenbehoeften en veranderingen in de marktomstandigheden. Het afgelopen jaar optimaliseerden we dit proces verder in overeenstemming met de Lean-concepten. Ook rolden we een documentatieapplicatie uit met de bedoeling de bewaking van het proces beter te ondersteunen en onderzoek efficiënter te laten verlopen.

In dit jaarverslag geven we, naast de in dit hoofdstuk vermelde projecten en producten, ook in de andere hoofdstukken een aantal voorbeelden van nieuwe productontwikkelingen in 2012. Vaak gaat de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten samen met de ontwikkeling van nieuwe software. Gegevens over intern ontwikkelde software vindt u in Toelichting 34 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

De activiteiten van de divisie in de nieuwe groepsstructuur vanaf 2013

In oktober 2012 kondigde de groep een vernieuwde strategie aan. We lichten die strategie en de bijbehorende nieuwe managementstructuur van de groep toe in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur. In die nieuwe structuur splitsen we Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties op in de volgende entiteiten:

  • • Productfabrieken per land en internationale productfabrieken: de echt internationale productfabrieken zoals Asset Management, Markten en KBC Securities, Trade Finance, Consumer Finance, en Financial Institutions nemen we op in Divisie Internationale Productfabrieken. Andere, niet echt internationale productfabrieken, zoals leasing, verdelen we over verschillende divisies als (ingebedde) productfabrieken per land.
  • • Internationale dienstverleners zoals ICT nemen we op in Corporate Change & Support.

Groepscenter

"Kiwi, banaan, clementine ... mijn dagelijkse portie vitamine KBC!"

Sophie Shamim Interne Audit

Groepscenter omvat de resultaten van de holdingmaatschappij KBC Groep NV, KBC Global Services, een beperkt, niet aan de andere divisies toewijsbaar deel van de resultaten en de eliminatie van intersegmenttransacties. Het bevat ook de resultaten van de te desinvesteren maatschappijen. De belangrijkste daarvan zijn Centea, Fidea, Absolut Bank, KBC Banka, de NLB-groep, Kredyt Bank, WARTA, KBC Financial Products, KBC Peel Hunt, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en de KBL EPB-groep. We verkochten al het grootste deel daarvan.

In 2012 tekende Groepscenter voor een resultaatsbijdrage van -1 165 miljoen euro. Onderliggend is dat -78 miljoen euro, of -5% van het groepsresultaat in 2012.

Vanaf 2013 treedt een nieuwe managementstructuur en divisie-indeling in voege.

Belangrijkste al getekende of afgeronde desinvesteringen

• KBC Financial Products (diverse activiteiten)

Bijdrage tot het groepsresultaat

IFRS Onderliggend
Resultaten Groepscenter1 (in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Nettorente-inkomsten 691 383 897 384
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 1 239 434 1 241 434
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -969 -311 -984 -311
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 1 11 0 11
Dividendinkomsten 13 1 13 1
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
206 -541 -15 68
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 8 28 26 28
Nettoprovisie-inkomsten -57 53 304 50
Overige netto-inkomsten 92 530 26 20
Totale opbrengsten 1 224 588 1 510 685
Exploitatiekosten -786 -621 -1 135 -556
Bijzondere waardeverminderingen -328 -1 479 -210 -200
Op leningen en vorderingen -71 -178 -73 -177
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -54 -51 -90 0
Op goodwill -24 -398 0 0
Op overige -180 -853 -47 -22
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen -59 1 -58 -33
Resultaat vóór belastingen 51 -1 510 106 -103
Belastingen -104 334 -10 41
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -419 27 0 0
Resultaat na belastingen -471 -1 150 97 -62
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 18 16 18 16
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
Bankactiviteiten
-489
139
-1 165
-1 460
79
96
-78
-68
Verzekeringsactiviteiten -127 341 38 29
Holdingactiviteiten -501 -46 -55 -39
Risicogewogen activa per einde periode (Basel II) 29 149 15 091 29 149 15 091
Toegewezen kapitaal per einde periode 2 491 1 214 2 491 1 214
Aansluiting IFRS – onderliggend2 (in miljoenen euro)
2011 2012
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten
79
-7
-78
-1
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's (inclusief vergoeding voor CDO-garantieregeling3 ) -333 160
Waardeverminderingen op goodwill -19 0
Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten (KBC Financial Products) 50 -6
Reëlewaardeveranderingen eigen schuldinstrumenten 359 -531
Resultaten bij desinvesteringen -618 -710
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS -489 -1 165
Opdeling onderliggend resultaat na belastingen, toegewezen aan de aandeelhouders
van de moedermaatschappij (in miljoenen euro), Groepscenter
2011
Resultaat van groepsmaatschappijen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd
148
Ex-Divisie België4
39
Ex-Divisie Centraal- en Oost-Europa5
111
Ex-Divisie Merchantbanking6
18
Ex-Divisie Europese Private Banking7
54
Overige (onder meer financiering van goodwill met betrekking tot te desinvesteren bedrijven) -74
-102
Overige resultaten8 -69 -51
Totaal
79

1 De resultaten van de te desinvesteren maatschappijen werden verplaatst naar Groepscenter. Berekening van de onderliggende cijfers: zie aansluitingstabel.

2 Meer uitleg volgt in het deel Geconsolideerde jaarrekening, onder Toelichtingen in verband met segmentinformatie.

3 Meer uitleg in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

4 In 2011: Centea (6 maanden) en Fidea (12 maanden); in 2012: nihil.

5 Vooral Absolut Bank, KBC Banka, NLB-groep (in 2012: 9 maanden), Kredyt Bank en WARTA (in 2012: 6 maanden).

6 Vooral Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en KBC Finance Ireland.

7 In 2011: KBL EPB; in 2012: nihil.

8 Omvat onder meer de resultaten van de holdingmaatschappij KBC Groep NV en van KBC Global Services, en enkele resultaten die niet toewijsbaar zijn aan andere divisies.

In 2012 tekende Groepscenter voor een nettoresultaat van -1 165 miljoen euro, tegenover -489 miljoen euro in het jaar daarvoor. Als we alle als uitzonderlijk aangemerkte elementen uitsluiten, bedraagt het onderliggende nettoresultaat -78 miljoen euro, tegenover 79 miljoen euro in 2011.

De invloed van de uitzonderlijke elementen sommen we op in de tabel. Het gaat vooral over de CDO-gerelateerde waardeaanpassingen en kosten, de invloed van de desinvesteringen (zowel afgeronde desinvesteringen als het boeken van waardeverminderingen op overblijvende belangrijke desinvesteringsdossiers; meer informatie vindt u in het hoofdstuk Geconsolideerd resultaat in 2012) en de invloed van de waardering van het eigen kredietrisico.

Na uitsluiting van die uitzonderlijke elementen bestaat een groot deel van het overblijvende onderliggende nettoresultaat van Groepscenter uit resultaten van ondernemingen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd. In 2012 namen die samen een onderliggend resultaat van -27 miljoen euro voor hun rekening, een sterke daling tegenover 148 miljoen euro in 2011. Dat heeft vooral te maken met de deconsolidatie van Centea, Fidea, WARTA en KBL EPB als gevolg van de afgeronde verkoop van die maatschappijen. Bovendien omvat 2012 ook een hoger bedrag aan waardeverminderingen op kredieten (onder meer bij KBC Finance Ireland), lagere nettorente-inkomsten (onder meer bij Kredyt Bank) en een wat hoger tradingresultaat.

Desinvesteringen

De belangrijkste desinvesteringen sinds 2010, op basis van het jaar waarin de overeenkomst werd gesloten (niet het jaar van afronding of closing), zijn:

  • • 2010: KBC Peel Hunt, verschillende gespecialiseerde merchantbankactiviteiten van KBC Financial Products, Secura, de Britse en Ierse activiteiten van KBC Asset Management, KBC Securities Baltic Investment Company, KBC Business Capital.
  • • 2011: Centea, KBC Concord Asset Management, Servische en Roemeense activiteiten van KBC Securities, Fidea, KBL EPB.
  • • 2012: KBC Goldstate, WARTA, Z˙agiel, Kredyt Bank (via fusie met Bank Zachodni WBK), KBC Autolease Polska, KBC Lease Deutschland, participaties van KBC Private Equity, Absolut Bank (nog niet afgerond), minderheidsbelang in NLB.

In de tabel op de volgende pagina vindt u meer uitleg over de al getekende desinvesteringen waarvan de closing in 2012 gebeurde of later zal gebeuren.

Begin 2013 is ons desinvesteringsprogramma bijgevolg voor het grootste deel voltooid. De enige belangrijke nog uit te voeren desinvesteringen zijn KBC Banka in Servië, Antwerpse Diamantbank en KBC Bank Deutschland. Voor de meeste van die projecten hebben we al voorbereidend werk verricht en boekten we bovendien in 2012 een waardevermindering. KBC zet zijn open en constructieve dialoog met de Europese Commissie voort. KBC heeft met de Europese Commissie bepaalde tijdstippen en procedures afgesproken voor het afsluiten van enkele resterende desinvesteringsprojecten.

Luc Popelier, groeps-CFO

"Begin 2013 kunnen we effectief stellen dat ons desinvesteringsprogramma, dat eind 2009 startte, voor het grootste deel is voltooid. We hielden ons woord en hebben dat programma in moeilijke marktomstandigheden rigoureus uitgevoerd. Daarbij moesten we met spijt in het hart afscheid nemen van enkele groepsmaatschappijen, waarvan sommige al heel wat jaren in onze groep ingebed waren. Nu kijken we vooruit: onze focus en ons werkgebied zijn scherp afgelijnd, onze doelstellingen zijn bepaald en onze structuur is geoptimaliseerd."

057
Toelichting bij de recentste desinvesteringen
Dossier Datum
akkoord
Datum
closing*
Beschrijving (situatie en berekening impact op moment van aan
kondiging)
KBL EPB
(private banking,
Luxemburg)
Oktober 2011 Juli 2012 Akkoord met Precision Capital voor de verkoop van KBL EPB voor ruwweg
1 miljard euro. De transactie maakte voor KBC ongeveer 0,7 miljard euro
aan kapitaal vrij.
Fidea
(verzekeringen,
België)
Oktober 2011 Maart 2012 Overeenkomst met J.C. Flowers & Co. over de verkoop van Fidea voor on
geveer 0,2 miljard euro. De transactie maakte ongeveer 0,1 miljard euro
aan kapitaal vrij, voornamelijk door een vermindering van risicogewogen ac
tiva met 1,8 miljard euro.
WARTA (verzekerin
gen, Polen)
Januari 2012 Juni 2012 Verkoopovereenkomst met Talanx International AG voor WARTA, voor 0,8
miljard euro. De transactie maakte ruwweg 0,7 miljard euro aan kapitaal
vrij.
Kredyt Bank
(bankieren, Polen)
Februari 2012 Zie
Toelichting 48
in het deel
Geconsolideer
de jaarrekening
Overeenkomst met Banco Santander S.A. over de fusie van de dochtermaat
schappijen Bank Zachodni WBK S.A. en Kredyt Bank S.A in Polen. Op de
datum van de fusie en tegen de marktwaardering begin december 2012
maakt dat voor KBC ongeveer 0,5 miljard euro aan kapitaal vrij. De Poolse
financiële toezichthouder keurde de fusie begin december 2012 goed. Zie
verder bij Toelichting 48 in het deel Geconsolideerde jaarrekening
Absolut Bank
(bankieren,
Rusland)
December 2012 Nog niet
afgerond
Akkoord over verkoop van Absolut Bank aan groep van Russische bedrijven
die de activa beheren van het pensioenfonds BLAGOSOSTOYANIE. Die
transactie – voor een bedrag van 0,3 miljard euro en terugbetaling van de
integrale KBC-funding die bij Absolut Bank geplaatst is – maakt voor KBC
ongeveer 0,3 miljard euro aan kapitaal vrij, voornamelijk door een vermin
dering van risicogewogen activa met 2 miljard euro. De transactie zal bij
afronding naar verwachting circa -0,1 miljard euro invloed op de nettowinst
hebben. De toezichthouder moet de transactie nog goedkeuren.
NLB
(bankieren,
Slovenië)
December 2012 Maart 2013 Akkoord met de Republiek Slovenië over de verkoop van het belang van 22%
in NLB voor ongeveer 2,8 miljoen euro. Die transactie heeft een negatieve in
vloed van -0,1 miljard euro op de winst van 2012, en een verwaarloosbare in
vloed op het kapitaal.
Kleinere dossiers KBC tekende in maart 2012 met Value Partners Ltd. een overeenkomst over
de verkoop van het 49%-belang in KBC Goldstate in China. In mei 2012
tekende KBC een overeenkomst met Business Lease Group voor de verkoop
van KBC Autolease Polska. In juli rondde de groep de verkoop van Z˙agiel
aan Banco Santander af. In september 2012 werd de managementbuy-out
van KBC Lease Deutschland afgerond. In december tekende KBC Private
Equity een overeenkomst over de verkoop van het grootste deel van zijn
resterende portefeuille aan het private-equityfonds KeBeK I.

* Situatie bij afronden redactie jaarverslag.

[ Jaarverslag KBC 2012 ] Waarde- en risicobeheer

"Leidinggeven is een vak, maar iedereen kan het leren."

Hans Van den Stock opleidingsconsulent België

We zijn hoofdzakelijk actief als bank-verzekeraar en vermogensbeheerder en zijn daardoor blootgesteld aan een aantal typische risico's en onzekerheden voor de sector, zoals – maar zeker niet uitsluitend – kredietrisico, landenrisico, interestrisico, wisselkoersrisico, liquiditeitsrisico, risico van aangegane verzekeringsverplichtingen, operationele risico's, risico ten aanzien van opkomende markten, wijzigingen in regelgeving, betwistingen van cliënten en de economie in het algemeen. Dat zowel de macro-economische omstandigheden als de lopende herstructureringsplannen een negatieve invloed kunnen hebben op de waarde van activa of bijkomende kosten kunnen genereren boven de verwachte niveaus maakt deel uit van het bedrijfsrisico. De activiteiten van een grote financiële groep als de onze zijn ook inherent blootgesteld aan andere risico's die pas achteraf duidelijk worden.

In dit hoofdstuk van het jaarverslag concentreren we ons op ons risicobeleidsmodel en op de belangrijkste risico's die we lopen, namelijk het kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico, verzekeringstechnisch risico, operationeel risico en de kapitaaltoereikendheid.

John Hollows, chief risk officer van de groep

"Risico hoort bij ons vak. We creëren immers waarde voor onze cliënten door risico's te nemen op cliënten (bijvoorbeeld wanneer we geld lenen aan cliënten) of voor rekening van cliënten (bijvoorbeeld wanneer we verzekeringen aanbieden). Daarom moeten we de financiële en andere risico's grondig begrijpen. Pas dan kunnen we er echt zeker van zijn dat we goede oplossingen bieden aan de juiste cliënten."

De commissarissen hebben de informatie in dit hoofdstuk die deel uitmaakt van de IFRS-jaarrekening geauditeerd. Het betreft de volgende delen:

  • • Risicobeleid: volledig;
  • • Kredietrisico: de inleiding, Beheer van het kredietrisico, de tabel Krediet- en beleggingsportefeuille bankactiviteiten (geauditeerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij de tabel), de tabellen betreffende de krediet- en beleggingsportefeuille van KBC Bank Ireland en K&H Bank, de tabel Andere kredietrisico's bankactiviteiten, de tabel Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBCgroep, de tabel Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse en het deel Overzicht van blootstelling aan overheidsobligaties (bank- en verzekeringsportefeuille samen);
  • • Marktrisico in niet-tradingactiviteiten: de inleiding, de delen Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten, Renterisico (met uitzondering van de tabellen Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep en Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten) en Wisselkoersrisico;
  • • Liquiditeitsrisico, Marktrisico in tradingactiviteiten en Verzekeringstechnisch risico: volledig;
  • • Kapitaaltoereikendheid: de inleiding, Beheer van de solvabiliteit, de tabellen Solvabiliteit op groepsniveau en Solvabiliteit KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (geauditeerde delen zijn aangegeven in de voetnoot bij die tabellen) en Economisch kapitaal (met uitzondering van de tabel).

Opmerking:

Tenzij anders vermeld, zijn KBL EPB, Fidea en WARTA in 2011 en Absolut Bank, KBC Banka, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland (en het minderheidsbelang in Nova Ljubljanska banka) in 2012, die volgens IFRS 5 worden beschouwd als Groepen activa die worden afgestoten, niet opgenomen in de verschillende tabellen om consequent te blijven met hun weergave in de balans. Voor die entiteiten geven we afzonderlijk beknopte informatie in de voetnoten bij die tabellen.

Risicobeleid

Voor het boekjaar 2012 waren de belangrijkste kenmerken van ons risicobeleidsmodel:

  • • de Raad van Bestuur (bijgestaan door het Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC)) die jaarlijks de risicobereidheid bepaalt, de risico's bewaakt en indien nodig acties voorstelt. Meer informatie over de Raad van Bestuur en het ARCC vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur;
  • • een geïntegreerde architectuur rond het Directiecomité die risicobereidheid, strategie en het bepalen van performancedoelstellingen via kapitaalallocatie koppelt aan limieten en doelstellingen. Aangevuld met een bewakingsproces creëert dat de parameters voor de business om risico's te nemen binnen de algemene strategische keuzes en risicobereidheid van de groep;
  • • het Risico- en Kapitaaltoezichtcomité Groep (Group Risk and Capital Oversight Committee), het activiteitgebonden Asset/Liability Management Committee (ALCO), het Risicobeheercomité Groep (Group Risk Management Committee) en activiteitgebonden risicosubcomités die ervoor zorgen dat het Directiecomité zijn tijd optimaal kan benutten;
  • • één enkele, onafhankelijke, voor de hele groep bevoegde risicofunctie die de chief risk officer van de groep (CRO), lokale CRO's en groepsen lokale risicofuncties omvat;
  • • risicobewuste commerciële managers die optreden als eerste verdedigingslinie voor een gezond risicobeheer binnen de groep. Risico en Compliance vormen de tweede verdedigingslinie en Interne Audit de derde.

Als gevolg van de gewijzigde organisatiestructuur van KBC treedt vanaf 2013 een nieuw risicobeleidsmodel in werking.

Risicobeleidsmodel sinds 1 januari 2013

De belangrijkste kenmerken van het nieuwe risicobeleidsmodel van KBC zijn:

  • • de Raad van Bestuur bijgestaan door het Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC) die jaarlijks de risicobereidheid bepaalt, de risico's bewaakt en indien nodig acties voorstelt;
  • • een geïntegreerde architectuur rond het Directiecomité die risicobereidheid, strategie en het bepalen van performancedoelstellingen aan elkaar koppelt;
  • • het Managementcomité CRO-Diensten en activiteitsgebonden risicocomités gemandateerd door het Groepsdirectiecomité;
  • • risicobewuste commerciële managers die optreden als eerste verdedigingslinie voor een gezond risicobeheer binnen de groep;
  • • één enkele, onafhankelijke risicofunctie die de chief risk officer van de groep (CRO), lokale CRO's en risicofuncties en de groepsrisicofuncties omvat; de risicofunctie vormt (samen met Compliance) de tweede verdedigingslinie. Interne Audit vormt de derde verdedigingslinie.

Relevante risicobeheerorganen en controlefuncties:

  • • Groepsdirectiecomité:
  • doet voorstellen aan de Raad van Bestuur over de risico- en kapitaalstrategie, de risicobereidheid en het algemene concept van het risicobeheerskader van KBC;
  • beslist over de niet-strategiegebonden bouwstenen van het risicobeheerskader van KBC en ziet toe op de implementatie ervan in de hele groep;
  • wijst kapitaal toe aan activiteiten om het risicogewogen rendement te maximaliseren;
  • treedt op als het belangrijkste risicocomité en behandelt essentiële onderwerpen die de specifieke risicocomités of het Groeps-Asset/ Liability Management Committee (Groeps-ALCO) doorsturen;
  • bewaakt de voornaamste risicoblootstelling van de groep zodat die blijft overeenstemmen met de risicobereidheid.

• Groeps-ALCO:

  • is een businesscomité dat het Groepsdirectiecomité bijstaat op het vlak van (geïntegreerd) balansbeheer op groepsniveau. Het comité behandelt onderwerpen die betrekking hebben op ALM en liquiditeitsrisico.

• Risicocomités:

  • Het Managementcomité CRO-Diensten ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij de beoordeling van de toereikendheid en de naleving van het risicobeheerskader van KBC en bepaalt en implementeert de visie, missie en strategie voor de CRO-Diensten van de KBC-groep.
  • Het Groepscomité Kredietverlening (GLC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij het vaststellen, bewaken en opvolgen van limieten voor kredietverlening (financierings-, liquiditeits- en ALM-kwesties met betrekking tot kredietverlening blijven de verantwoordelijkheid van het Groeps-DC/Groeps-ALCO).
  • Het Groepscomité Markten (GMC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij het vaststellen, bewaken en opvolgen van limieten met betrekking tot marktactiviteiten (tradingactiviteiten, met daarin niet alleen het marktrisico maar ook het operationele en tegenpartijrisico).
  • Het Groepscomité Verzekeringen (GIC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité bij het vaststellen, bewaken en opvolgen van limieten met betrekking tot de verzekeringsactiviteiten op groepsniveau.
  • Het Groepscomité Interne Controle (GICC) ondersteunt het Groepsdirectiecomité op het vlak van bewaking en versterking van de kwaliteit en effectiviteit van het internecontrolesysteem van KBC.
  • • In de hele groep zijn lokale chief risk officers (LCRO's) aanwezig volgens een logische segmentatie op basis van entiteit en/of divisie. Een nauwe samenwerking met de business is verzekerd omdat ze deelnemen aan het lokale beslissingsproces. De onafhankelijkheid van de LCRO's is verzekerd door hun rechtstreekse rapportering aan de groeps-CRO.
  • • Risico-integratie en -ondersteuning Groep en Kredietrisico Groep (samen de groepsrisicofunctie) hebben een aantal taken, waaronder de bewaking van risico's op overkoepelend groepsniveau, de ontwikkeling van risico- en kapitaalmodellen (terwijl de businessmodellen worden ontwikkeld door de business), onafhankelijke waarderingen van alle risico- en kapitaalmodellen, de ontwikkeling van risicokaders en advies geven en rapporteren over kwesties die worden behandeld door het Groepsdirectiecomité en de risicocomités.

De algemene structuur van het risicobeheerskader van KBC werd vastgelegd in 2011. In 2012 werd de ontwerpfase in alle kaders beëindigd. Jaarlijks wordt de performantie beoordeeld via de Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding).

Alle processen die we in de volgende hoofdstukken beschrijven, verwijzen naar het risicobeleid dat in werking was tijdens de verslagperiode 2012.

Kredietrisico

Kredietrisico is de potentiële negatieve afwijking ten opzichte van de verwachte waarde van een financieel instrument voortvloeiend uit de wanbetaling of wanprestatie door een contracterende partij (bijvoorbeeld een kredietnemer, garantieverstrekker, verzekeraar of herverzekeraar, tegenpartij in een professionele transactie of emittent van een schuldinstrument), als gevolg van de insolvabiliteit, het onvermogen of de betalings- of performanceonwil van die partij, of als gevolg van maatregelen van politieke of monetaire autoriteiten in een bepaald land (landenrisico). Kredietrisico omvat dus het wanbetalingsrisico en het landenrisico, maar ook het migratierisico, namelijk het risico van nadelige wijzigingen van kredietratings.

Beheer van het kredietrisico

We beheren het kredietrisico zowel op transactie- als op portefeuilleniveau. Het beheer op transactieniveau houdt in dat we degelijke procedures, processen en instrumenten ter beschikking hebben om de risico's te identificeren en te meten voor en na de acceptatie van individuele kredietrisico's. Er zijn limieten en machtigingen vastgelegd (op basis van parameters als internerisicoklasse, de aard van de tegenpartij) om het maximaal toegestane kredietrisico te bepalen en het niveau waarop acceptatiebeslissingen worden genomen. Het beheer op portefeuilleniveau omvat onder meer de periodieke meting en analyse van en rapportering over het kredietrisico dat is ingebed in de geconsolideerde krediet- en beleggingsportefeuille, de controle op de naleving van limieten, het stresstesten van kredietrisico in verschillende scenario's, het nemen van risicobeperkende maatregelen en de optimalisering van het algemene kredietrisicoprofiel.

Kredietrisicobeheer op transactieniveau

We hebben degelijke acceptatiebeleidslijnen en -procedures voor alle soorten van kredietrisico. We beperken de omschrijving hier tot risico's verbonden aan klassieke bedrijfskredieten en aan kredietverlening aan particulieren, omdat die het grootste deel uitmaken van het kredietrisico van de groep.

Kredietverlening aan particulieren (zoals hypothecaire leningen) is onderworpen aan een gestandaardiseerd proces, waarbij de resultaten van scoremodellen een belangrijke rol spelen in de acceptatieprocedure. Kredietverlening aan bedrijven is onderworpen aan een meer geïntegreerd acceptatieproces waarbij rekening wordt gehouden met relatiebeheer, kredietacceptatiecomités en de resultaten van modellen.

Voor de meeste soorten kredietrisico wordt de bewaking in hoofdzaak gestuurd door de risicoklasse, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de Probability of Default (PD), of de kans op een in gebreke blijven, en de Loss Given Default (LGD), of het verwachte verlies in het geval dat een debiteur in gebreke blijft.

Svetlana Maerkova, hoofd Kaarten, Analyse en Risico, Bulgarije

Om de risicoklasse te bepalen, hebben we diverse ratingmodellen ontwikkeld. Enerzijds om de kredietwaardigheid van debiteuren te meten en anderzijds om het verwachte verlies van de verschillende types van transacties in te schatten. Een aantal uniforme modellen gebruiken we in de hele groep (de modellen voor overheden, banken, grote ondernemingen, enz.), andere zijn ontwikkeld voor specifieke geografische markten (kmo's, particulieren, enz.) of types van transacties. We gebruiken dezelfde interneratingschaal in de hele groep.

De resultaten van die modellen gebruiken we om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van 1 (laagste risico) tot 9 (hoogste risico) voor de PD. Een debiteur die in gebreke is gebleven, kennen we een interne rating toe van PD 10, PD 11 of PD 12. PDklasse 12 kennen we toe als een van de kredietfaciliteiten van de debiteur is stopgezet door de bank of als een vonnis de terugneming van de waarborg beveelt. PD-klasse 11 omvat debiteuren die meer dan 90 dagen te laat zijn met hun betaling (achterstal of overschrijding), maar niet be-

antwoorden aan de criteria van PD 12. PD-klasse 10 kennen we toe aan debiteuren voor wie er reden is om te geloven dat ze niet (op tijd) zullen betalen, maar die nog performing zijn en niet beantwoorden aan de criteria voor PD 11 of PD 12.

Kredieten aan grote ondernemingen herzien we minstens jaarlijks. Daarbij actualiseren we minstens de interne rating. Als de ratings niet tijdig worden geactualiseerd, wordt een kapitaalstoeslag in rekening gebracht. Kredieten aan kleinere en middelgrote ondernemingen herzien we vooral op basis van risicosignalen (bijvoorbeeld een beduidende wijziging van de risicoklasse). Kredieten aan particulieren herzien we gezamenlijk tijdens periodieke screenings.

Op kredieten aan debiteuren in gebreke in de PD-klassen 10, 11 en 12 (impaired kredieten) passen we bijzondere waardeverminderingen toe op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Die schatting gebeurt op individuele basis en voor kleinere kredietenfaciliteiten op statistische basis. Daarnaast passen we voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen toe door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen, of op een alternatieve manier als een geschikt IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is.

Om te vermijden dat een debiteur die in financiële moeilijkheden verkeert uiteindelijk in gebreke blijft, kunnen we beslissen om zijn kredieten te herschikken in overeenstemming met de interne beleidslijnen. Herschikte kredieten zijn kredieten waarvan de oorspronkelijke betalingsvoorwaarden gewijzigd zijn naar aanleiding van een verslechtering van de financiële toestand van de debiteur. Een herschikking kan betekenen dat het contractuele aflossingsplan wordt gewijzigd, de rente- of provisiebetalingen worden verlaagd of uitgesteld of het krediet gedeeltelijk als oninbaar wordt afgeschreven. De onderhandelde wijzigingen moeten worden opgenomen in een nieuwe, of aangepaste, en correct ondertekende kredietovereenkomst.

Aan een cliënt met een herschikt krediet wordt in principe een PD-klasse 9 of hoger toegekend.

Als er – op basis van de beoordeling door de bank van de gewijzigde financiële prognoses/herstructureringsplannen van de cliënt – een redelijke kans bestaat dat de debiteur de gewijzigde voorwaarden van het krediet zal kunnen nakomen, en het verwachte verlies (in ruime zin) voor de bank na de herschikking lager is dan het zou zijn geweest zonder herschikking, zal het kredietcomité PD 9 toekennen/bevestigen. Maar als een kredietherschikking is toegestaan en het kredietcomité meent dat het onwaarschijnlijk is dat de debiteur de gewijzigde voorwaarden zal kunnen nakomen – of als een krediet aan een tegenpartij (gedeeltelijk) is afgeschreven – zal het PD-klasse 10 (of hoger) toekennen. In dat geval is de kans heel groot dat een waardevermindering zal worden geboekt. Een debiteur die zich in die situatie bevindt, moet volgens de KBC-regels worden geclassificeerd als in gebreke. Met het oog op identificatie en rapportering wordt het dossier in de kredietsystemen gemerkt als herschikt.

Als het kredietcomité na een jaar meent dat de debiteur tekenen van beterschap vertoont en hij de gewijzigde voorwaarden van het krediet waarschijnlijk wel zal kunnen nakomen, kan – in het geval van een PD 9 – een betere klasse aan de debiteur worden toegekend en kan het etiket herschikt worden verwijderd. Als een debiteur PD-klasse 10 (of hoger) heeft, kan (alleen) PD 9 in principe worden toegekend voor een jaar en blijft het dossier gemerkt als herschikt. Als het kredietcomité beslist dat de bestaande PD-klasse 9 (of hoger) behouden moet worden of er een slechtere score moet worden toegekend, mag het etiket herschikt voorlopig niet worden verwijderd (ten minste tot de volgende herziening). Voor bepaalde retailportefeuilles bestaan er uitzonderingen op het PD9-principe. In die gevallen wordt de PD-klasse bepaald op basis van de gedragscode en dat kan leiden tot een PD lager dan 9.

Eind 2012 maakten herschikte kredieten 2,7% uit van de totale kredietportefeuille (uitstaand bedrag, inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten), tegenover 2,6% eind 2011. Een uitsplitsing per divisie vindt u hieronder.

Herschikte kredieten waardoor bijzondere waardeverminderingen werden vermeden
(in procenten van de totale portefeuille herschikte kredieten) 31-12-2011 31-12-2012
Divisie België 20% 12%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 19% 18%
Tsjechië 5% 5%
Slowakije 1% 1%
Hongarije 11% 11%
Bulgarije 2% 2%
Divisie Merchantbanking 57% 66%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 4% 4%
Totaal 100% 100%
In miljarden euro 4,0 4,0

Kredietrisicobeheer op portefeuilleniveau

We bewaken het kredietrisico ook op portefeuillebasis, onder meer met een maand- en/of kwartaalrapportering over de geconsolideerde kredietportefeuille om te verzekeren dat het kredietbeleid en de limieten worden nageleefd. Daarnaast bewaken we de belangrijkste risicoconcentraties met periodieke en ad-hocrapporten. Er bestaan limieten op debiteur-, garantieverstrekker-, emittent- of tegenpartijniveau, op sectorniveau en voor specifieke activiteiten of geografische zones. Bovendien voeren we stresstests uit op bepaalde soorten kredieten (zoals hypothecaire leningen), maar ook op de volledige kredietrisicoscope.

Terwijl sommige limieten nog zijn uitgedrukt in termen van gecontracteerde bedragen, maken we ook gebruik van concepten als verwacht verlies (Expected Loss) en verlies bij in gebreke blijven (Loss Given Default). Die concepten vormen, samen met de kans op een in gebreke blijven (Probability of Default) en het uitstaande risico bij een in gebreke blijven (Exposure at Default), de bouwstenen voor de berekening van de reglementaire kapitaalvereisten voor kredietrisico, aangezien KBC heeft geopteerd voor de Basel II Internal Rating Based (IRB)-benadering. Na de goedkeuring door de toezichthouders in 2012 hebben de belangrijkste groepsentiteiten de IRB Advanced-benadering toegepast. Andere entiteiten zullen overstappen naar de IRB Advanced- of Foundation-benadering in 2013. De kleinere entiteiten zullen de standaardbenadering van Basel II blijven gebruiken. De entiteiten op de desinvesteringslijst zullen hun huidige Basel II-benadering blijven toepassen.

Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten

Kredietrisico's doen zich voor in zowel de bank- als de verzekeringsactiviteiten van de groep. In aparte delen verderop gaan we dieper in op de kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten, de beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten en in overheidsobligaties en de Ierse en Hongaarse portefeuilles van KBC.

Wat de bankactiviteiten betreft, ligt het kredietrisico voornamelijk in de krediet- en beleggingsportefeuille. Die portefeuille is voornamelijk het resultaat van pure, traditionele kredietactiviteiten. Hij omvat alle kredietverlening aan particulieren, zoals hypotheekleningen en consumentenkredieten, alle kredietverlening aan bedrijven, zoals (bevestigde en niet-bevestigde) bedrijfskapitaalfinancieringen, investeringskredieten, garantiekredieten en kredietderivaten (verkochte protectie) en alle niet-overheidseffecten in de beleggingsportefeuilles van de bankentiteiten van de groep. Andere kredietrisico's, zoals het tradingrisico (emittentenrisico), het tegenpartijrisico verbonden aan professionele transacties, internationale handelsfinanciering (documentair krediet, enz.) en overheidsobligaties zijn niet opgenomen in de tabel. Die elementen beschrijven we verderop apart.

De krediet- en beleggingsportefeuille zoals die in dit hoofdstuk is bepaald, verschilt sterk van Leningen en voorschotten aan cliënten in Toelichting 18 van de Geconsolideerde jaarrekening. Die post omvat bijvoorbeeld niet de leningen en voorschotten aan banken, de garantiekredieten en kredietderivaten, het niet-opgenomen gedeelte van kredieten of de bedrijfs- en bankobligaties, maar bevat wel repotransacties met niet-banken.

31-12-2011
Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten 31-12-20115 pro forma5 31-12-20125
Totale kredietportefeuille (in miljarden euro)
Toegestaan bedrag 186,1 169,2 166,6
Uitstaand bedrag 155,9 142,2 140,7
Kredietportefeuille naar divisie (in % van portefeuille toegestane kredieten)
België 34% 37% 39%
CEE 19% 21% 22%
Merchantbanking 37% 40% 37%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 10% 1% 1%
Totaal 100% 100% 100%
Kredietportefeuille naar sector van de tegenpartij
(in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1
Particulieren 36% 36% 37%
Financiële en verzekeringsdiensten 6% 7% 6%
Overheden 4% 4% 3%
Bedrijven 54% 53% 53%
Niet-financiële diensten 10% 11% 11%
Klein- en groothandel 8% 7% 8%
Vastgoed 7% 7% 7%
Bouw 5% 5% 5%
Overige2 23% 23% 22%
Totaal 100% 100% 100%
Kredietportefeuille naar regio (in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1
West-Europa 68% 72% 72%
Centraal- en Oost-Europa 25% 21% 22%
Noord-Amerika 4% 4% 3%
Overige 3% 3% 3%
Totaal 100% 100% 100%
Kredietportefeuille naar risicoklasse
(deel van de portefeuille, in procenten van portefeuille toegestane kredieten)1, 3
PD 1 (laagste risico, kans op in gebreke blijven van 0,00% tot 0,10%) 27% 29% 27%
PD 2 (0,10%–0,20%) 12% 12% 12%
PD 3 (0,20%–0,40%) 17% 18% 15%
PD 4 (0,40%–0,80%) 15% 15% 18%
PD 5 (0,80%–1,60%) 11% 11% 12%
PD 6 (1,60%–3,20%) 7% 6% 7%
PD 7 (3,20%–6,40%) 5% 4% 4%
PD 8 (6,40%–12,80%) 2% 2% 2%
PD 9 (hoogste risico, ≥ 12,80%) 3% 3% 4%
Totaal 100% 100% 100%
Impaired kredieten4
(PD 10 + 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten)
Impaired kredieten 11 234 9 992 10 757
Bijzondere waardeverminderingen 4 870 4 152 4 614
Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen (d.i. op basis van PD 1 tot 9) 371 317 244
Kredietkostenratio
Divisie België 0,10% 0,10% 0,11%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 1,59% 1,59% 0,40%
Tsjechië 0,37% 0,37% 0,31%
Slowakije 0,25% 0,25% 0,25%
Hongarije 4,38% 4,38% 0,78%
Bulgarije 14,73% 14,73% 0,94%
Divisie Merchantbanking 1,36% 1,36% 1,42%
Groepscenter (inclusief geplande desinvesteringen) 0,36% 0,36%6 1,44%6
Totaal 0,83% 0,83%6 0,71%6
Non-performing (NP) kredieten (PD 11 + 12; in miljoenen euro of in procenten)
Uitstaand bedrag 7 580 6 754 7 397
Bijzondere waardeverminderingen voor non-performing kredieten 3 875 3 263 3 626
065
Krediet- en beleggingsportefeuille, bankactiviteiten (vervolg) 31-12-20115 31-12-2011
pro forma5
31-12-20125
Non-performing ratio
Divisie België 1,5% 1,5% 1,6%
Divisie Centraal- en Oost-Europa 5,6% 5,6% 5,2%
Divisie Merchantbanking 7,8% 7,8% 9,8%
Groepscenter 5,5% 2,2% 6,1%
Totaal 4,9% 4,8% 5,3%
Dekkingsratio
[Bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten]
Totaal 51% 48% 49%
Totaal exclusief hypothecaire leningen 62% 60% 63%
[Bijzondere en op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen op performing en non-performing
kredieten] / [uitstaande non-performing kredieten]
Totaal 69% 66% 66%
Totaal exclusief hypothecaire leningen 89% 88% 91%

Voor een definitie van de ratio's zie het Glossarium van gebruikte ratio's.

1 Cijfers geauditeerd door de commissaris.

2 Individuele sectoraandelen niet groter dan 3%.

3 Interneratingschaal.

4 Cijfers wijken af van die in Toelichting 21 in het deel Geconsolideerde jaarrekening wegens verschillen in consolidatiekring.

5 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 waren die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) goed voor 3,1 miljard euro aan toegestane kredieten, waarvan 2,9 miljard euro uitstaand. In 2012 waren de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) goed voor 8,7 miljard euro aan toegestane kredieten, waarvan 6,4 miljard euro uitstaand. De cijfers in de kolom 31-12-2011 pro forma zijn exclusief de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten per einde 2012 en Kredyt Bank (eind 2012 gedeconsolideerd) zodat de cijfers voor 2012 en 2011 op dezelfde basis met elkaar kunnen worden vergeleken.

6 Kredietkostenratio inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. Zonder die entiteiten zou de kredietkostenratio per 31 december 2012 3,42% bedragen voor het Groepscenter en 0,69% voor het Totaal.

Voor de krediet- en beleggingsportefeuille in Ierland en Hongarije geven we de volgende bijkomende informatie, gezien de specifieke situatie op die markten.

Details over de Ierse en Hongaarse portefeuilles 31-12-2011 31-12-2012
KBC Bank Ireland (Ierland) – krediet- en beleggingsportefeuille1
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 17 16
Indeling naar krediettype
Woningkredieten 77% 78%
Kmo- en bedrijfskredieten 12% 11%
Vastgoedbelegging en vastgoedontwikkeling 11% 11%
Verdeling naar risicoklasse
Normaal performing (PD 1–9) 78% 72%
Impaired, maar nog performing (PD 10) 4% 5%
Impaired, non-performing (PD 11 + 12) 18% 23%
Kredietkostenratio2 3,01% 3,34%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)] / [uitstaande non
performing kredieten]
42% 46%
Herschikte distressed kredieten 9% 14%
K&H Bank (Hongarije) – krediet- en beleggingsportefeuille1
Totale portefeuille (uitstaand, in miljarden euro) 6 5
Indeling naar krediettype
Retailkredieten 50% 49%
Hypothecaire kredieten in vreemde valuta 33% 29%
Kmo- en bedrijfskredieten 50% 51%
Verdeling naar risicoklasse
Normaal performing (PD 1–9) 88% 88%
Impaired, maar nog performing (PD 10) 2% 1%
Impaired, non-performing (PD 11 + 12) 10% 11%
Kredietkostenratio2 4,38% 0,78%
Dekkingsratio [totaal bijzondere waardeverminderingen (op performing en non-performing kredieten)] / [uitstaande non
performing kredieten]
77% 67%
Herschikte distressed kredieten 8% 8%

1 Een definitie vindt u in Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de bankactiviteiten (d.i. exclusief onder meer overheidsobligaties).

2 Niet geauditeerd door de commissaris.

Naast de kredietrisico's verbonden aan de krediet- en beleggingsportefeuille zijn er ook kredietrisico's verbonden aan andere bankactiviteiten. De belangrijkste zijn:

Commerciële transacties op korte termijn. Deze activiteit betreft de financiering van export of import (documentaire kredieten, pre-export- en post-importfinancieringen, enz.) en brengt alleen risico's tegenover financiële instellingen met zich mee. De risico's met betrekking tot deze activiteit beheren we op basis van limieten per financiële instelling en per land of landengroep.

Effecten in de tradingportefeuille. Deze effecten houden een emittentenrisico in (potentieel verlies als gevolg van wanbetaling door de emittent). De blootstelling aan dat risico meten we op basis van de marktwaarde van het effect. Het emittentenrisico wordt beperkt door het gebruik van limieten, zowel per emittent als per ratingklasse. De blootstelling aan effecten met activa als onderpand (Asset Backed Securities) en CDO's (Collateralised Debt Obligations) in de tradingportefeuille is niet opgenomen in de cijfers in de tabel, maar wordt afzonderlijk gerapporteerd (zie Overzicht van de uitstaande positie in gestructureerde kredieten).

Professionele transacties (plaatsingen bij professionele tegenpartijen en verhandeling van derivaten). Die transacties brengen tegenpartijrisico met zich mee. De in de tabel weergegeven bedragen zijn de presettlementrisico's van de groep, gemeten als de som van de (positieve) huidige vervangingswaarde (mark-to-market) van een transactie en de toepasselijke toeslag (add-on). De risico's worden beperkt door het gebruik van limieten per tegenpartij. We maken ook gebruik van close-out netting en zekerheden. Financiële zekerheden nemen we alleen in aanmerking als de betrokken activa worden beschouwd als risicobeperkend voor berekeningen van het reglementaire kapitaal (Basel II).

Overheidseffecten in de beleggingsportefeuille van bankentiteiten. De risicopositie ten aanzien van overheden meten we in termen van nominale en boekwaarde. Ze heeft in hoofdzaak betrekking op EU-overheden (in het bijzonder België). We hebben limieten vastgelegd voor posities in overheidsobligaties van zowel niet-kernlanden als kernlanden. Meer informatie over de blootstelling aan overheidsobligaties voor bank- en verzekeringsactiviteiten samen geven we in een aparte paragraaf verderop.

Andere kredietrisico's, bankactiviteiten
(in miljarden euro)1
31-12-2011 31-12-2012
Commerciële transacties op korte termijn 2,8 3,2
Emittentenrisico2 0,3 0,3
Tegenpartijrisico van professionele transacties3 11,6 9,0
Overheidsobligaties in de beleggingsportefeuille (nominaal) 34,1 31,9

1 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 bedroeg de blootstelling van die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) aan het emittentenrisico 0,8 miljard euro, hun tegenpartijrisico bedroeg 1,6 miljard euro en ze hadden voor 1,9 miljard euro overheidsobligaties in portefeuille. In 2012 was het emittentenrisico van de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) verwaarloosbaar, het tegenpartijrisico bedroeg 0,1 miljard euro en het risico ten aanzien van overheidsobligaties bedroeg 0,5 miljard euro.

2 Exclusief een nominatieve lijst van centrale overheden, en alle blootstellingen aan EU-instellingen en multilaterale ontwikkelingsbanken.

3 Na aftrek van ontvangen zekerheden en uitkeringen voor netting.

Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten

Voor de verzekeringsactiviteiten zijn er vooral kredietrisico's in de beleggingsportefeuille (emittenten van schuldinstrumenten) en ten aanzien van herverzekeraars. We hebben richtlijnen vastgelegd om het kredietrisico in de beleggingsportefeuille te beheersen, bijvoorbeeld met betrekking tot de portefeuillesamenstelling en de ratings.

Samenstelling beleggingsportefeuille van de verzekeringsentiteiten van de KBC-groep
(in miljoenen euro, marktwaarde)1
31-12-20112 31-12-20122
Per balanspost
Effecten 18 447 19 634
Obligaties en soortgelijke effecten 17 490 18 983
Aangehouden tot einde looptijd 3 518 5 788
Voor verkoop beschikbaar 13 912 13 190
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening
en aangehouden voor handelsdoeleinden
49 0
Als leningen en vorderingen 9 5
Aandelen en soortgelijke 948 633
Voor verkoop beschikbaar 946 630
Tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening
en aangehouden voor handelsdoeleinden
2 3
Overige 8 18
Materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen 381 408
Beleggingscontracten, tak 233 7 652 11 847
Overige 346 89
Totaal 26 824 31 978
Details over obligaties en soortgelijke effecten
Naar rating4, 5
Investment grade 98% 95%
Non-investment grade 1% 1%
Zonder rating 1% 4%
Naar sector4
Overheden 66% 63%
Financieel6 23% 26%
Overige 11% 11%
Naar munt4
Euro 94% 94%
Andere Europese munten 5% 6%
Amerikaanse dollar 0% 0%
Naar restlooptijd4
Maximaal 1 jaar 8% 13%
Tussen 1 en 3 jaar 22% 19%
Tussen 3 en 5 jaar 14% 15%
Tussen 5 en 10 jaar 34% 33%
Meer dan 10 jaar 21% 20%

1 De totale boekwaarde bedroeg 26 613 miljoen euro eind 2011 en 31 277 miljoen euro eind 2012.

2 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 hadden die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) een beleggingsportefeuille van 6,5 miljard euro. In 2012 bedroeg de beleggingsportefeuille van de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) 0,2 miljard euro.

3 Deze post vertegenwoordigt de actiefzijde van tak 23-producten en wordt volledig gespiegeld aan de passiefzijde. Er is geen kredietrisico voor KBC Verzekeringen.

4 Exclusief beleggingen verbonden aan tak 23-levensverzekeringen. In bepaalde gevallen gebaseerd op extrapolaties en schattingen.

5 Externeratingschaal.

6 Inclusief gedekte obligaties en financiële bedrijven die geen banken zijn.

We zijn ook blootgesteld aan een kredietrisico ten aanzien van (her)verzekeraars, aangezien die in gebreke zouden kunnen blijven voor hun verplichtingen die voortvloeien uit met ons gesloten (her)verzekeringscontracten. Dat type van kredietrisico meten we onder meer aan de hand van een nominale benadering (het maximale verlies) en het verwachte verlies. Er gelden naamconcentratielimieten. De PD, en bij uitbreiding het verwachte verlies, wordt berekend op basis van de interne of externe ratings. De Exposure at Default bepalen we door de nettoschadereserves en de premies op te tellen, en het Loss Given Default (LGD)-percentage is vastgesteld op 50%.

Kredietrisico op (her)verzekeraars, per risicoklasse1
:
EAD EL EAD EL
Exposure at Default (EAD) en verwacht verlies (EL)2 (in miljoenen euro) 2011 2011 2012 2012
AAA tot en met A- 309 0,06 179 0,03
BBB+ tot en met BB- 150 0,17 111 0,10
Lager dan BB- 0 0 0 0
Zonder rating 5 0,10 10 0,22
Totaal 463 0,33 299 0,35

1 Op basis van interne ratings, indien beschikbaar. Anders op basis van externe ratings.

2 EAD-gegevens zijn geauditeerd, EL-gegevens zijn niet geauditeerd.

Overzicht van blootstelling aan overheidsobligaties (bank- en verzekeringsportefeuille samen)

We hebben een belangrijke portefeuille overheidsobligaties, voornamelijk als gevolg van ons aanzienlijke liquiditeitsoverschot en de herbelegging van verzekeringsreserves in vastrentende instrumenten. In de volgende tabel geven we een uitsplitsing per land.

Overzicht blootstelling aan overheidsobligaties per einde 2012, boekwaarde1 (in miljoenen euro)
Totaal, naar portefeuille Totaal, naar restlooptijd
Voor
verkoop
beschik
baar
Aange
houden
tot einde
looptijd
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde3
Leningen
en vorde
ringen
Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Totaal Ter
vergelijking:
totaal per
einde 2011
Met
vervaldag
in 2013
Met
vervaldag
in 2014
Met
vervaldag
in 2015 en
later
Zuid-Europa en Ierland
Griekenland 0 0 0 0 0 0 197 0 0 0
Portugal 38 56 0 0 0 94 133 0 0 94
Spanje 229 0 0 0 1 230 1 939 12 0 218
Italië 732 152 0 0 27 911 2 076 62 13 837
Ierland 137 314 0 0 0 452 413 0 0 452
KBC-kernlanden
België 11 607 14 674 602 0 1 043 27 925 22 889 3 871 3 002 21 053
Tsjechië 2 551 5 735 68 0 1 149 9 503 8 596 987 748 7 769
Hongarije 295 1 830 63 190 225 2 603 2 243 835 252 1 516
Slowakije 483 1 034 20 0 214 1 751 1 317 83 175 1 493
Bulgarije 161 0 0 0 0 161 100 15 8 138
Andere landen
Frankrijk 1 253 1 836 0 0 3 3 091 3 428 115 322 2 655
Polen 172 75 0 0 3 250 2 847 31 20 199
Duitsland 344 510 16 0 336 1 206 2 107 136 125 946
Oostenrijk 111 442 0 0 0 553 818 51 39 464
Nederland 311 208 0 0 12 530 724 22 55 453
Finland 162 132 0 0 1 296 319 22 26 248
Overige2 1 751 464 42 0 377 2 634 3 340 1 283 374 978
Totaal 20 336 27 463 811 190 3 390 52 191 53 487 7 522 5 158 39 510

1 Inclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (samen goed voor 4 miljard euro per einde 2011 en 0,5 miljard euro per einde 2012). Met uitsluiting van blootstelling aan supranationale entiteiten van geselecteerde landen.

2 Som van landen met een individuele blootstelling van minder dan 0,5 miljard euro per einde 2012 en inclusief 0,9 miljard euro in deposito's bij de Hongaarse nationale bank.

3 Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verlies-rekening.

Voor het boekjaar 2011 boekte KBC voor 401 miljoen euro waardeverminderingen op Griekse overheidsobligaties. In het eerste kwartaal van 2012 nam KBC deel aan de ruiloperatie voor Griekse overheidsobligaties. De nieuwe obligaties die we ontvingen in ruil voor de oude obligaties (31,5% van de nominale waarde van de oude obligaties) werden gewaardeerd tegen ongeveer 20% van de oude nominale waarde per einde maart 2012. Dat leidde tot een gerealiseerd verlies op Voor verkoop beschikbaar en Aangehouden tot einde looptijd (boven de waardeverminderingen geboekt in 2011) van ongeveer 42 miljoen euro. In het laatste kwartaal van 2012 heeft KBC die nieuwe Griekse overheidsobligaties (ondergebracht in niveau 1, terwijl de vorige obligaties waren ondergebracht in niveau 2) verkocht. Dat zorgde voor een netto gerealiseerde meerwaarde van ongeveer 10 miljoen euro.

De boekwaarde van de blootstelling aan België is gestegen met 5 miljard euro tegenover 2011. Dat was voornamelijk het gevolg van aankopen in de drie eerste kwartalen van 2012 (deels ter compensatie van de verkoop van verschillende obligaties van GIIPS-landen). In nominale bedragen is de stijging minder uitgesproken (hoewel nog altijd aanzienlijk met +3,1 miljard euro) omdat een aantal tot einde looptijd aangehouden obligaties werd gekocht boven pari en de marked-to-marketwaarde van voor verkoop beschikbare obligaties steeg.

Voor het boekjaar 2012 boekte KBC voor de GIIPS-landen een gerealiseerd resultaat van -115 miljoen euro op de verkoop van voor verkoop beschikbare overheidsobligaties en -8 miljoen euro op de verkoop van tot einde looptijd aangehouden overheidsobligaties.

Op 31 december 2012 omvatte de boekwaarde van de totale portefeuille voor verkoop beschikbare overheidsobligaties een positieve herwaardering van 1 569 miljoen euro vóór belastingen. Daarin zat -11 miljoen euro voor Italië, -3 miljoen euro voor Portugal, -27 miljoen euro voor Spanje, +3 miljoen euro voor Ierland, -14 miljoen euro voor Hongarije, en +893 miljoen euro voor België.

Overzicht van de uitstaande positie in gestructureerde kredieten (bank- en verzekeringsportefeuille samen)

In het verleden was KBC actief in het domein van gestructureerde krediettransacties en investeerde het ook zelf in dergelijke gestructureerde kredietproducten.

  • • KBC trad (via KBC Financial Products) op als originator door het structureren van CDO-transacties (op basis van activa van derden) voor zichzelf of voor derde beleggers. Voor verscheidene transacties kocht het bescherming van de Amerikaanse monolineverzekeraar MBIA (CDO-risico gedekt door MBIA in de tabel).
  • • KBC belegde in gestructureerde kredietproducten, zowel in CDO's (notes en super senior-tranches) grotendeels door KBC zelf uitgegeven (Risico ten aanzien van andere CDO's in de tabel) als in andere ABS'en (Risico ten aanzien van andere ABS'en in de tabel). Het voornaamste doel toen was de spreiding van het risico en de verbetering van het rendement van de herbelegging van de verzekeringsreserves en bankdeposito's die het niet aanwendde voor kredietverlening.

Cijfers exclusief de vervallen, afgewikkelde en stopgezette CDO's.

Beleggingen van KBC in gestructureerde kredietproducten (CDO's en andere ABS'en) (in miljarden euro) 31-12-2011 31-12-2012
Totaal nominaal bedrag 20,4 17,1
Waarvan CDO-risico gedekt door MBIA 10,9 10,1
Waarvan risico ten aanzien van andere CDO's
6,4
5,4
Waarvan risico ten aanzien van andere ABS'en 3,1 1,6
Cumulatieve waardeaanpassingen (medio 2007 tot nu)* -5,5 -4,1
Waarvan waardeaanpassingen -4,5 -3,6
Voor risico ten aanzien van andere CDO's -4,1 -3,4
Voor risico ten aanzien van andere ABS'en -0,4 -0,1
Waarvan waardeaanpassingen m.b.t. dekking MBIA -1,0 -0,5

* De waardeaanpassingen op de CDO's van KBC worden verwerkt via de winst-en-verliesrekening in plaats van rechtstreeks via het eigen vermogen, omdat de CDO's van de groep grotendeels synthetisch van aard zijn (dat betekent dat de onderliggende activa afgeleide producten zijn, zoals credit default swaps op bedrijven). Het synthetische karakter is ook de reden waarom de CDO's van KBC niet in aanmerking komen voor boekhoudkundige herklassering volgens IFRS om hun invloed op de resultaten te neutraliseren.

In 2012 was er een daling van de totale nominale bedragen van het CDO- en ABS-risico met 3,3 miljard euro. Dat was voornamelijk het gevolg van:

  • • de ontbinding (collapse) van twee CDO's, waardoor het uitstaande nominale bedrag daalde met 1,7 miljard euro;
  • • een daling van het risico ten aanzien van andere ABS'en met 0,4 miljard euro door de afronding van de verkoop van KBL EPB in het derde kwartaal van 2012;
  • • een daling met 1,2 miljard euro door de verkoop en afschrijvingen van ABS-activa die de KBC-groep in portefeuille had.

Sinds hun aanvang tot 7 januari 2013 ondergingen de uitstaande risico's ten aanzien van andere CDO's die KBC in portefeuille heeft een nettoverlies als gevolg van geclaimde kredietgebeurtenissen een nettoverlies in de lagere tranches van de CDO-structuur voor een totaal bedrag van -2,2 miljard euro. Daarvan werd voor -2,1 miljard euro aan kredietgebeurtenissen afgewikkeld (settled credit events). Die hebben geen verdere invloed gehad op de winst-en-verliesrekening, omdat voor die CDO-tranches in het verleden al een volledige afwaardering in de winst-en-verliesrekening werd geboekt.

Zoals hierboven vermeld, kochten we van MBIA kredietbescherming voor een groot deel van de (super senior-) CDO's waarvoor we als originator optraden.

Bovendien is het resterende risico verbonden aan de verzekeringsdekking van MBIA sterk verminderd, omdat het vervat is in de garantieovereenkomst die we op 14 mei 2009 bereikten met de Belgische staat. Op 31 december 2012 had die overeenkomst betrekking op een nominale waarde van 12,2 miljard euro, waarvan 10,1 miljard euro betrekking heeft op het risico verzekerd door MBIA. De resterende 2,1 miljard euro die is vervat in de overeenkomst met de Belgische staat heeft betrekking op het risico ten aanzien van andere CDO's. Van die portefeuille (d.w.z. het CDO-risico waarvoor geen kredietbescherming werd gekocht van MBIA) zitten de super senior-activa eveneens vervat in de garantieovereenkomst met de Belgische staat. Meer details daarover vindt u in het deel Overige informatie van dit verslag.

Details over het CDO-risico gedekt door MBIA
(in miljarden euro) 31-12-2011 31-12-2012
Totaal door MBIA verzekerde bedrag (nominaal bedrag van super senior-swaps) 10,9 10,1
Details over verzekeringsdekking MBIA
Reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking
(gemodelleerde vervangingswaarde, rekening houdend met de garantieovereenkomst)
1,4 0,6
Waardeaanpassing m.b.t. tegenpartijrisico, MBIA -1,0 -0,5
(in procenten van de reële waarde van de ontvangen verzekeringsdekking) 70% 80%

Details over de onderliggende activa van de CDO's en ABS'en vindt u in het Risk Report 2012 (beschikbaar op www.kbc.com).

Marktrisico in niet-tradingactiviteiten

Het beheersproces van structurele marktrisico's (zoals het renterisico, aandelenrisico, vastgoedrisico, wisselkoersrisico en inflatierisico) wordt Asset-Liability Management (ALM) genoemd.

Met structurele risico's worden alle risico's bedoeld die inherent deel uitmaken van onze commerciële activiteit of onze langetermijnposities (bank en verzekeringen). De tradingactiviteiten vallen daar dus niet onder. De structurele risico's kunnen ook worden omschreven als de combinatie van:

  • • onevenwichtigheden in de bankactiviteiten verbonden aan het aantrekken van werkmiddelen door het kantorennetwerk en de aanwending ervan (via onder meer kredietverlening);
  • • onevenwichtigheden in de verzekeringsactiviteiten tussen de verplichtingen in het Leven- en Niet-levenbedrijf en de ter afdekking daarvan aangehouden beleggingsportefeuilles;
  • • de risico's verbonden aan het aanhouden van een beleggingsportefeuille ter herbelegging van het eigen vermogen;
  • • de structurele wisselkoerspositie die voortvloeit uit de activiteiten in het buitenland (participaties in vreemde valuta's, geboekte resultaten van buitenlandse vestigingen, wisselrisico gekoppeld aan de valutaonevenwichtigheid tussen verplichtingen en beleggingen bij de verzekeraar).

Beheer van het marktrisico in niet-tradingactiviteiten

De belangrijkste elementen van het ALM-risicobeheerskader binnen KBC zijn:

  • • de focus op economische waarde als hoeksteen van het ALM-beleid, met daarnaast aandacht voor maatstaven als inkomsten, solvabiliteit en liquiditeit;
  • • het gebruik van een uniforme ALM-methodologie voor bank- en verzekeringsactiviteiten in de hele groep, gebaseerd op reëlewaardemodellen die een raming bieden van de waarde van een productgroep in verschillende marktscenario's en die worden vertaald in replicating portfolios (combinaties van marktinstrumenten die het mogelijk maken de betrokken productgroepen af te dekken met het minste risico);
  • • het gebruik van een Value-at-Risk (VaR)-meetmethode voor de verschillende risicocategorieën binnen de hele groep in het kader van de risicobudgettering en -begrenzing. Die VaR meet het maximale verlies dat kan optreden over een tijdshorizon van een jaar met een bepaald betrouwbaarheidsniveau als gevolg van rentebewegingen en andere marktwaardeschommelingen. De VaR-verliezen worden geschat op basis van een periode van twintig jaar voor de belangrijkste risicofactoren;
  • • de bepaling van een ALM-VaR-limiet op groepsniveau en de verdeling van die limiet in verschillende risicosoorten en entiteiten;
  • • het gebruik van de VaR, die berekend wordt op basis van reëlewaardemodellen voor niet-looptijdgebonden producten, rekening houdend met verschillende in de portefeuille ingebedde opties en garanties;
  • • VaR wordt aangevuld met andere risicomeetmethodes, zoals Basis-Point-Value (BPV), nominale bedragen, enz.
Marktrisico in niet-tradingactiviteiten van de KBC-groep, verdeling naar risicocategorie
(VaR 99%, 1 jaar tijdshorizon, marginale contributie van verschillende risicosoorten in de VaR)
(in miljarden euro)1
31-12-2011
31-12-2012
Renterisico2
0,67
0,08
Aandelenrisico3
0,19
0,88
Vastgoedrisico
0,06
0,14
Andere risico's4
0,05
-0,04
Totaal gediversifieerde VaR (groep)
0,96
1,06

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Er is geen rekening gehouden met cyclische voorafbetalingsopties ingebed in hypothecaire kredieten en met het spreadrisico. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 bedroeg de invloed van die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) op de ALM-VaR van de groep 89 miljoen euro. In 2012 bedroeg de invloed van de betreffende entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) op de ALM-VaR van de groep 85 miljoen euro.

2 De VaR op renterisico is aanzienlijk gedaald door een gewijzigde modellering van het looptijdprofiel van spaar- en zichtrekeningen.

3 Aandelenbelegging in BZ (verworven als onderdeel van de desinvesteringsovereenkomst voor Kredyt Bank) is opgenomen in de aandelen-VaR, wat leidde tot een stijging van dat cijfer.

4 Wisselkoersrisico en inflatierisico.

Renterisico

We hanteren twee hoofdtechnieken om renterisico's te meten, namelijk 10 BPV en de al vermelde VaR. De 10 BPV geeft de waardeverandering van de portefeuille weer bij een stijging van de rentevoeten over de volledige curve met tien basispunten (negatieve cijfers wijzen op een daling van de waarde van de portefeuille). We bepalen 10 BPV-limieten zodat de renteposities samen met de overige structurele risico's (aandelen, vastgoed, enz.) binnen de totale VaR-limieten blijven. Daarnaast hanteren we ook technieken zoals rentevoetgevoeligheidsanalyse (gap analysis), durationbenadering, scenarioanalyse en stresstesting (zowel vanuit een economischewaardeperspectief als vanuit inkomstenperspectief).

Over de IFRS-gevoeligheid van de hele groep aan schommelingen van rentevoeten brengen we eveneens regelmatig verslag uit, zowel voor de bank- als de verzekeringsactiviteiten. De tabel op de volgende pagina illustreert de invloed van een stijging van de rentecurve met 100 basispunten op zowel de nettowinst als de waarde.

Invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten voor de KBC-groep1
Invloed op de waarde2
(in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Verzekeringsactiviteiten -8 10 55 82
Bankactiviteiten -27 -44 -315 -396
Totaal -35 -34 -260 -224

1 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). In 2011 zou een stijging van de rentecurve met 100 basispunten een

invloed van -0,6 miljoen euro hebben gehad op de nettowinst en van -25 miljoen euro op de marktwaarde van die entiteiten. In 2012 zou dat respectievelijk 0,7 miljoen euro en -51 miljoen euro geweest zijn. 2 Volledige marktwaarde, ongeacht de boekhoudkundige categorie of waardeverminderingsregels. Voor 2012 werd het KBC-Pensioenfonds opgenomen onder Totaal en niet onder Verzekeringsactiviteiten of Bankactiviteiten.

We beheren de ALM-renteposities van de bankentiteiten op basis van een marktgerichte interne prijsstelling voor looptijdgebonden producten en een replicating portfolio-techniek, op dynamische basis herzien, voor de niet-looptijdgebonden producten (bijvoorbeeld zicht- en spaarrekeningen).

De bank houdt voornamelijk renteposities aan via overheidsobligaties, gericht op het verwerven van rente-inkomsten, zowel in de obligatieportefeuille die dient ter herbelegging van het eigen vermogen als in een op korte termijn gefinancierde obligatieportefeuille.

De tabel illustreert het renterisico van de bank op basis van de 10 BPV.

BPV (10 basispunten) van het ALM-boek, bankactiviteiten*
(in miljoenen euro) 2011 2012
Gemiddelde 1kw -61 -52
Gemiddelde 2kw -62 -49
Gemiddelde 3kw -58 -49
Gemiddelde 4kw -45 -47
Op 31 december -40 -39
Maximum in jaar -65 -57
Minimum in jaar -40 -39

* Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). Als die entiteiten worden meegerekend, zou dat een totale BPV voor de bankactiviteiten geven van -42 miljoen euro per einde 2011 en van -44 miljoen euro per einde 2012.

Conform Basel II voeren we regelmatig een 200 basispunten-stresstest uit. Die zet het gehele renterisico van de bankportefeuille (bij een parallelle beweging van de rente met 2%) af tegen het totale eigen vermogen. Voor de bankportefeuille op KBC-groepsniveau bedroeg dat risico 11,19% van het totale eigen vermogen op 31 december 2012. Dat is ruim onder de drempel van 20%, vanaf waar een bank wordt beschouwd als outlier bank, met een hoger reglementair kapitaalbeslag als mogelijk gevolg.

De volgende tabel toont de renterisicogap van de ALM-bankportefeuille. Om de renterisicogap te bepalen, delen we de boekwaarde van activa (positief bedrag) en passiva (negatief bedrag) in volgens de eerste renteherprijzingsdatum of vervaldag, om de lengte te kennen van de periode waarvoor de rente vast is. Derivaten, hoofdzakelijk om het risico als gevolg van schommelingen van rentevoeten te beperken, nemen we mee op volgens hun nominale bedrag en herprijzingsdatum.

Renterisicogap ALM-boek (inclusief derivaten), bankactiviteiten*
(in miljoenen euro) ≤ 1 maand 1–3
maanden
3–12
maanden
1–5 jaar 5–10 jaar > 10 jaar Niet
rentedragend
Totaal
31-12-2011 -8 138 3 220 2 563 7 107 2 822 2 900 -10 474 0
31-12-2012 3 731 3 904 -1 251 -7 095 4 450 2 039 -5 778 0
* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (de cijfers voor die entiteiten vermelden we hieronder).
31-12-2011 -114 43 125 580 129 15 -777 0
31-12-2012 633 -74 -220 128 258 258 -981 0

De renterisicogap toont dat we een algemene longpositie hebben inzake renterisico. Activa hebben typisch een langere looptijd dan passiva, wat betekent dat de nettorente-inkomsten van KBC baat hebben bij een normale rentecurve. De economische waarde van de KBC-groep is voornamelijk gevoelig voor bewegingen aan het langere eind van de rentecurve.

Wat de verzekeringsactiviteiten van de groep betreft, worden de vastrentende beleggingen voor de Niet-levenreserves belegd in overeenstemming met de verwachte uitbetalingspatronen voor claims, op basis van uitgebreide actuariële analyses.

De tak 21-Levenactiviteiten combineren een rentegarantie met een discretionaire, door de verzekeringsmaatschappij te bepalen winstdeling. De belangrijkste risico's waaraan de verzekeraar in dat soort activiteiten is blootgesteld, zijn het lagerenterisico (het risico dat de beleggingsopbrengst beneden het gegarandeerde renteniveau zakt) en het risico dat de beleggingsopbrengst niet volstaat om een concurrerende winstdeling te verzekeren. Het lagerenterisico wordt beheerd via een politiek van cashflow matching, toegepast op het deel van de Levenportefeuilles dat door vastrentende effecten wordt gedekt.

Tak 23-beleggingsverzekeringen bespreken we hier niet, omdat die activiteit geen marktrisico's met zich meebrengt voor KBC.

In de tabel geven we een overzicht van het renterisico in het Levenbedrijf van KBC. De activa en passiva met betrekking tot levensverzekeringen met rentegarantie zijn ingedeeld naar het verwachte tijdstip van de kasstromen.

Verwachte kasstromen, niet-verdisconteerd, Levenbedrijf*
(in miljoenen euro) 0–5 jaar 5–10 jaar 10–15 jaar 15–20 jaar > 20 jaar Totaal
31-12-2011
Vastrentende activa 12 408 6 197 1 842 1 333 753 22 534
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 10 020 4 330 1 751 1 341 1 945 19 387
Verschil in verwachte kasstromen 2 388 1 867 91 -7 -1 192 3 147
Gemiddelde duration van activa 5,44 jaar
Gemiddelde duration van passiva 6,03 jaar
31-12-2012
Vastrentende activa 10 747 5 236 1 745 1 240 810 19 778
Verplichtingen volgend uit rentegarantie 10 131 3 409 1 742 1 209 1 584 18 075
Verschil in verwachte kasstromen 616 1 828 3 31 -774 1 703
Gemiddelde duration van activa 5,29 jaar
Gemiddelde duration van passiva 6,11 jaar

* Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 hadden die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) 3,6 miljard euro aan vastrentende activa die 3,6 miljard euro aan gegarandeerde verplichtingen dekten. In 2012 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen verzekeringverplichtingen.

Zoals hierboven vermeld, ligt het belangrijkste renterisico voor de verzekeraar in de daling van de rentevoeten. We concentreren ons in onze ALM-benadering op het beperken van het renterisico in overeenstemming met de risicobereidheid van KBC. Voor het resterende renterisico voeren we een beleid dat rekening houdt met de mogelijke negatieve gevolgen van een aanhoudende rentedaling en bouwden we al belangrijke supplementaire reserves op.

Indeling van de reserves voor tak 21 naar rentegarantie, verzekeringsactiviteiten1
31-12-2011
31-12-2012
5,00% en hoger2
3%
3%
Meer dan 4,25% tot en met 4,99%
6%
6%
Meer dan 3,50% tot en met 4,25%
11%
10%
Meer dan 3,00% tot en met 3,50%
33%
30%
Meer dan 2,50% tot en met 3,00%
24%
24%
2,50% en lager
22%
27%
0,00%
2%
2%
Totaal
100%
100%

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 waren die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) goed voor 15,2% van het totale nominale risico (waarvan 19% in de categorie Meer dan 2,50% tot en met 3,00%). In 2012 hadden de entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen nominaal risico.

2 Betreft contracten in Centraal- en Oost-Europa.

Aandelenrisico

Het grootste aandelenrisico ligt in het verzekeringsbedrijf, waar de ALM-strategieën gebaseerd zijn op een risico-rendementberekening, rekening houdend met het marktrisico dat verbonden is aan open aandelenposities. Een groot deel van de aandelenportefeuille wordt aangehouden voor de discretionaire winstdeling van verzekeringsverplichtingen (met name winstdeling op de Belgische markt). Naast de verzekeringsentiteiten houden ook andere entiteiten van de groep (zoals KBC Bank en KBC Asset Management) kleinere aandelenportefeuilles aan.

De tabellen op de volgende pagina geven meer informatie over de totale niet-tradingaandelenposities bij KBC.

Aandelenportefeuille KBC-groep1 Bankactiviteiten2 Verzekeringsactiviteiten Groep
(naar sector, in procenten) 31-12-2011 31-12-2012 31-12-2011 31-12-2012 31-12-2011 31-12-2012
Financiële instellingen 32% 23% 19% 26% 21% 29%
Niet-cyclische consumentensectoren 9% 11% 14% 12% 11% 10%
Communicatie 2% 0% 3% 1% 3% 1%
Energie 0% 3% 10% 7% 8% 6%
Industriële sectoren 28% 21% 18% 9% 18% 11%
Nutsbedrijven 3% 2% 3% 3% 4% 4%
Cyclische consumentensectoren 3% 4% 8% 4% 7% 4%
Basismaterialen 13% 3% 8% 11% 8% 9%
Overige en niet bepaald 10% 33% 15% 27% 21% 26%
Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100%
In miljarden euro 0,2 0,2 0,9 0,5 1,6 1,4
Waarvan niet-genoteerd 0,1 0,1 0,0 0,1 0,2 0,2

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 hadden de entiteiten ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) een aandelenportefeuille van 0,39 miljard euro. 28% daarvan was belegd in niet-genoteerde aandelen. In 2012 hadden die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen aandelenportefeuille. De aandelenportefeuille van het KBC-Pensioenfonds (0,7 miljard euro) werd alleen opgenomen in de kolom Groep en niet in de kolommen Bankactiviteiten of Verzekeringsactiviteiten.

2 De fusie van Kredyt Bank en Bank Zachodni is niet verwerkt in de tabel. Die resulteerde in een aandelenpositie in de fusie-entiteit (geschatte marktwaarde op 31 december 2012 is 0,9 miljard euro).

Invloed van een 12,5%-daling van de aandelenkoersen1 Invloed op de nettowinst, IFRS Invloed op de waarde
(in miljoenen euro) 2011 2012 2011 2012
Verzekeringsactiviteiten -36 -4 -57 -54
Bankactiviteiten -28 -12 -26 -22
Totaal2 -67 -18 -145 -159

1 Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). Een daling van de aandelenkoeren met 12,5% per einde 2011 zou een invloed hebben van -6 miljoen euro op de nettowinst van die entiteiten en een invloed van -37 miljoen euro op de economische waarde. Eind 2012 hadden de entiteiten die volgens IFRS worden ingedeeld bij Groepen

activiteiten die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen aandelenpositie.

2 Het KBC-Pensioenfonds werd alleen opgenomen onder Totaal en niet onder Bankactiviteiten of Verzekeringsactiviteiten.

Niet-tradingaandelenpositie1
(in miljoenen euro)
Netto gerealiseerde
winst (in winst-en
verliesrekening)
31-12-2011
Netto niet-gerealiseerde
winst op posities per
einde jaar (in eigen
vermogen)
Netto gerealiseerde
winst (in winst-en
verliesrekening)
31-12-2012
Netto niet-gerealiseer
de winst op posities
per einde jaar (in
eigen vermogen)
Totaal2 106 202 156 215
Bankentiteiten 31 29 11 47
Verzekeringsentiteiten 74 171 143 160

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen en entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten. In 2011 bedroegen de netto niet-gerealiseerde winsten voor de entiteiten ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) 71 miljoen euro (opgenomen in het eigen vermogen) en de verliezen op posities per einde jaar bedroegen 4 miljoen euro (opgenomen in de winst-en-verliesrekening). In 2012 hadden die entiteiten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk) geen aandelenpositie.

2 Het totale cijfer omvat winsten van enkele aandelenposities rechtstreeks toe te schrijven aan de KBC-groep. Winsten uit gezamenlijke deelnemingen met bank- en verzekeringsentiteiten van de KBC-groep zijn uitgesloten, omdat die deelnemingen op groepsniveau geconsolideerd worden. De gerealiseerde en niet-gerealiseerde meerwaarden op de positie in KredietCorp bedroegen respectievelijk 1,9 miljoen euro en 5,1 miljoen euro.

Vastgoedrisico

De vastgoedactiviteiten van de groep houden een beperkte vastgoedbeleggingsportefeuille aan met het oog op de realisatie van meerwaarden op lange termijn. KBC Verzekeringen houdt ook een gediversifieerde vastgoedportefeuille aan, als belegging voor zowel Niet-levenreserves als Levenactiviteiten op lange termijn. De vastgoedpositie wordt daarbij gezien als een langetermijnafdekking van inflatierisico's en als een manier om het risico-rendementprofiel van deze portefeuilles te optimaliseren.

De tabel geeft een overzicht van de gevoeligheid van de economische waarde voor schommelingen op de vastgoedmarkten.

Invloed van een 12,5%-daling van de vastgoedprijzen1 Invloed op de waarde
(in miljoenen euro) 2011 2012
Bankportefeuilles -68 -66
Verzekeringsportefeuilles -43 -37
Totaal2 -124 -120

1 Exclusief een aantal kleine groepsmaatschappijen. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten zijn ook niet opgenomen (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk). In 2011 zouden die entiteiten een bijkomende invloed van -8 miljoen euro hebben gehad. In 2012 hadden ze geen invloed.

2 Het KBC-Pensioenfonds werd alleen opgenomen in dit cijfer en niet in de cijfers voor Bankportefeuilles of Verzekeringsportefeuilles.

Wisselkoersrisico

Bij het beheer van de structurele wisselposities volgen we een voorzichtig beleid dat er in essentie in bestaat het wisselrisico te vermijden. De wisselposities in de ALM-boeken van de bankentiteiten met een tradingportefeuille worden overgedragen naar de tradingportefeuille, waar ze worden beheerd binnen de toegekende tradinglimieten. De wisselpositie van bankentiteiten zonder tradingportefeuille, van verzekeringsen van andere entiteiten moet worden afgedekt als ze van betekenis is. Aandelen in niet-euromunten die deel uitmaken van de beleggingsportefeuille hoeven niet te worden afgedekt. Participaties in vreemde valuta's worden in principe voor het bedrag van de nettoactiva, exclusief goodwill, gefinancierd door een lening in de desbetreffende vreemde munt.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat een bedrijf niet in staat zal zijn om zijn betalingsverplichtingen tijdig na te komen zonder onaanvaardbare verliezen te lijden.

Het liquiditeitsrisicobeheerskader van de KBC-groep is alleen van toepassing op de bankentiteiten. Bankactiviteiten hebben meestal betrekking op activa met een langere looptijd dan de overeenstemmende passiva, waardoor een liquiditeitsrisico ontstaat. Verzekeringsentiteiten hebben doorgaans stabielere passiva. De liquiditeit van een verzekeringsentiteit wordt beheerd door de kasstromen op elkaar af te stemmen (cashflow matching) en erop toe te zien dat er voldoende wordt belegd in liquide activa, zodat onverwacht hoge afkopen gedekt kunnen worden door het verkopen of repoing van liquide activa.

De voornaamste doelstelling van het liquiditeitsbeheer van KBC is de groep te financieren en ervoor te zorgen dat de kernactiviteiten van de groep zelfs in ongunstige omstandigheden inkomsten blijven voortbrengen. Sinds de financiële crisis is er in de hele sector meer aandacht voor liquiditeitsrisicobeheer en die focus werd nog versterkt door de minimale liquiditeitsvereisten die zijn vastgelegd door het Baselcomité.

We bereiden ons voor op Basel III door de ideeën van Basel III te verwerken in onze liquiditeits- en financieringskaders en in onze financiële planning.

Beheer van het liquiditeitsrisico

De Raad van Bestuur legt het liquiditeitsbeheerskader en de liquiditeitslimieten voor de groep vast. Het liquiditeitsbeheer wordt georganiseerd binnen Treasury Groep, dat verantwoordelijk is voor het algemene liquiditeits- en financieringsbeheer van de KBC-groep. Treasury Groep bewaakt en stuurt het liquiditeitsprofiel dagelijks en bepaalt de beleidslijnen en aansturingsmechanismen voor het financieringsbeheer (intragroepsfinanciering, funds transfer pricing). Die beleidslijnen geven het lokale management een drijfveer om te streven naar een gezond financieringsprofiel. De lokale treasury-afdelingen in de dochterondernemingen implementeren die beleidslijnen en rapporteren aan Treasury Groep, dat op zijn beurt de collateralmanagementactiviteiten en het aantrekken van langetermijnfinanciering centraliseert. De lokale treasuryafdelingen zijn rechtstreeks verantwoordelijk voor het liquiditeitsbeheer in hun respectieve entiteiten. Het liquiditeitscontingencyplan voorziet evenwel in een escalatie naar het groepsniveau voor alle belangrijke lokale liquiditeitsproblemen.

Ons liquiditeitsrisicobeheerskader steunt op de volgende pijlers:

  • • Contingencyliquiditeitsrisico. Dit risico wordt beoordeeld op basis van liquiditeitsstresstests die meten hoe de liquiditeitsbuffer van de bankentiteiten van de groep verandert in extreme stresssituaties. De liquiditeitsbuffer is gebaseerd op veronderstellingen inzake liquiditeitsuitstroom (zoals het gedrag van de retail- en professionele cliënten en kredietopnames van bevestigde kredietlijnen) en inzake instromen uit liquiditeitsverhogende acties (zoals het belenen van de obligatieportefeuille en het verminderen van ongedekte interbancaire kredietverlening). De liquiditeitsbuffer moet volstaan om de liquiditeitsbehoeften te dekken (nettokas- en collateraluitstromen) over (i) de periode die nodig is om het vertrouwen van de markt in de groep te herstellen na een KBC-gebonden gebeurtenis, (ii) de periode die de markten nodig hebben om te herstellen van een algemene marktgebeurtenis, en (iii) een gecombineerd scenario, waarbij rekening wordt gehouden met zowel een KBC-gebonden gebeurtenis als een algemene marktgebeurtenis. Het algemene doel van het liquiditeitskader is voldoende liquiditeit te behouden in noodsituaties, zonder toevlucht te nemen tot liquiditeitsverhogende acties die aanzienlijke kosten met zich meebrengen of de kernactiviteiten van de bankgroep verstoren.
  • • Structureel liquiditeitsrisico. We beheren onze financieringsstructuur zo dat er een substantiële diversificatie wordt behouden, dat financieringsconcentraties in tijdsperiodes worden geminimaliseerd en dat de mate van afhankelijkheid van wholesalefinanciering op korte termijn beperkt blijft. We beheren de structurele financieringspositie als onderdeel van het geïntegreerde strategische planningproces, waarin financiering – naast kapitaal, winst en risico's – een van de belangrijke factoren is. Momenteel is onze strategie voor de komende jaren erop gericht een voldoende buffer op te bouwen met betrekking tot de LCR- en NSFR-vereisten in het kader van Basel III. We willen dat doen via een financieringsbeheerskader, dat duidelijke financieringsdoelstellingen bepaalt voor de dochterondernemingen (eigen financiering, afhankelijkheid van financiering binnen de groep) en voorziet in verdere stimulansen via een systeem van interne prijsstelling voor zover de dochterondernemingen onvoldoende gefinancierd zijn.

Ter illustratie van het structurele liquiditeitsrisico hebben we in de tabel hieronder activa en passiva gegroepeerd naar restlooptijd (tot contractuele vervaldag). Het verschil tussen de kasinstroom en -uitstroom is de nettoliquiditeitsgap (net liquidity gap). Per einde 2012 trok KBC voor 29 miljard euro financiering aan uit de professionele interbancaire en repomarkt. De financiering in USD aangetrokken uit de professionele interbancaire en repomarkt bedroeg eind december ongeveer 3 miljard euro (op een totaal financieringsbedrag in USD van 8 miljard euro).

• Operationeleliquiditeitsrisico. Het operationeleliquiditeitsbeheer gebeurt in de thesaurieafdelingen en is gebaseerd op ramingen van de financieringsbehoeften. De groepswijde tendensen in financieringsliquiditeit en -behoeften worden dagelijks gecontroleerd door Treasury Groep, dat ervoor moet zorgen dat er op elk ogenblik een voldoende grote buffer beschikbaar is om het hoofd te bieden aan extreme liquiditeitsgebeurtenissen waarbij wholesalefinanciering niet mogelijk is.

Structureel liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico op 31 december 2012 (exclusief intercompanytransacties)*
1–3 3–12 Niet
(in miljarden euro) <= 1 maand maanden maanden 1–5 jaar 5–10 jaar > 10 jaar bepaald Totaal
31-12-2011
Totale instroom 32 11 17 55 40 36 50 241
Totale uitstroom 51 17 12 36 5 2 118 241
Professionele financiering 28 10 1 4 0 0 0 43
Cliëntenfinanciering 17 6 8 11 3 1 77 123
Schuldcertificaten 3 2 3 20 2 1 1 31
Overige 3 0 0 0 0 0 40 43
Liquiditeitsgap
(exclusief niet-opgenomen verbintenissen)
-20 -6 5 19 36 34 -68 0
Niet-opgenomen verbintenissen -34
Financiële garanties -12
Nettoliquiditeitsgap
(inclusief niet-opgenomen verbintenissen)
-20 -6 5 19 36 34 -114 -46
31-12-2012
Totale instroom 29 12 17 50 44 34 39 225
Totale uitstroom 31 20 14 36 5 1 118 225
Professionele financiering 13 12 2 1 0 0 0 29
Cliëntenfinanciering 13 5 7 15 4 1 79 124
Schuldcertificaten 1 4 4 20 1 1 1 32
Overige 3 0 0 0 0 0 38 40
Liquiditeitsgap
(exclusief niet-opgenomen verbintenissen)
-2 -8 2 15 39 33 -79 0
Niet-opgenomen verbintenissen -28
Financiële garanties -11
Nettoliquiditeitsgap
(inclusief niet-opgenomen verbintenissen)
-2 -8 2 15 39 33 -118 -39

* Kasstromen zijn exclusief rentestromen conform de interne en reglementaire liquiditeitsrapportering. In- en uitgaande bewegingen als gevolg van margin calls voor/van MtM-posities in derivaten worden vermeld in het segment Niet bepaald. Entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerking in het begin van dit hoofdstuk), zijn niet opgenomen (balanstotaal van 7,1 miljard euro voor 2012). Professionele financiering omvat alle deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, alsook alle repos.

Typisch voor een bankgroep hebben financieringsbronnen meestal een kortere looptijd dan de activa die ze financieren. Dat leidt tot een negatieve nettoliquiditeitsgap in de korteretermijnbuckets een positieve nettoliquiditeitsgap in de langeretermijnbuckets. Dat creëert een liquiditeitsrisico als KBC niet in staat zou zijn om zijn kortetermijnfinanciering te vernieuwen. Ons liquiditeitskader voorziet in een financieringsstrategie die ervoor zorgt dat het liquiditeitsrisico binnen de risicobereidheid van de groep blijft.

KBC heeft een stevige liquiditeitspositie. We hebben altijd al een aanzienlijke hoeveelheid liquide middelen gehad. Per einde 2012 had KBC Bank (op geconsolideerd niveau) voor 54 miljard euro aan beleenbare activa, waarvan 37 miljard euro in de vorm van liquide overheidsobligaties.

In 2012 maakte KBC Bank gebruik van het EMTN-programma om 3,95 miljard euro financiering op lange termijn op te halen, waarvan 2,75 miljard euro via benchmarkuitgiftes. We noteerden ook een aanhoudende stevige groei van de cliëntendeposito's in verschillende entiteiten, in het bijzonder in Ierland, waar de inspanningen om een depositobasis van particulieren op te bouwen, hebben geholpen om de financieringsonafhankelijkheid van KBC Bank Ireland te verhogen.

In november 2012 kondigden we de uitgifte aan van gedekte obligaties (covered bonds), gedekt door Belgische hypotheekleningen. Dat programma – ter waarde van tien miljard euro – komt er na de inwerkingtreding van de wet van 3 augustus 2012, die een regelgevend kader creëerde voor Belgische gedekte obligaties. Het obligatieprogramma geeft KBC toegang tot de markt van gedekte obligaties, waardoor het zijn financieringsstructuur kan diversifiëren en de kosten verbonden aan langetermijnfinanciering kan verlagen. We zijn van plan de komende jaren voor twee tot drie miljard euro obligaties per jaar uit te geven. Begin december 2012 lanceerden we een eerste uitgifte van gedekte obligaties voor een bedrag van 1,25 miljard euro. Dat werd bijzonder goed ontvangen door de markt. In januari 2013 volgde een tweede uitgifte voor 0,75 miljard euro.

We maakten ook onze intentie bekend om 8,3 miljard euro terug te betalen van onze deelname aan de langetermijnfinancieringen (LTRO) van de Europese Centrale Bank in december 2011 en februari 2012 voor een totaal bedrag van 8,67 miljard euro. De resterende LTRO wordt gebruikt bij te desinvesteren ondernemingen.

Marktrisico in tradingactiviteiten

Het marktrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte waarde van een financieel instrument (of portefeuille van dergelijke instrumenten) veroorzaakt door wijzigingen van (de volatiliteit van) de rente, wisselkoersen, aandelen- of grondstoffenprijzen. Het risico van prijsschommelingen van verhandelbare effecten als gevolg van kredietrisico, landenrisico en liquiditeitsrisico maakt eveneens deel uit van het marktrisico. De rente-, valuta- en aandelenrisico's van de bancaire niet-tradingposities en van de posities van de verzekeraar zijn integraal bij de marktrisico's in niet-tradingactiviteiten opgenomen.

Het doel van marktrisicobeheer is het marktrisico van de gehele tradingpositie op groepsniveau te meten, te rapporteren en er advies over te geven, rekening houdend met de voornaamste risicofactoren en specifieke risico's.

We zijn blootgesteld aan marktrisico via de tradingportefeuilles van onze dealingrooms in West-Europa, Centraal- en Oost-Europa, de Verenigde Staten en Azië. De klassieke dealingrooms, waarbij de dealingroom in Brussel het leeuwendeel van de limieten en risico's voor zijn rekening neemt, richten zich vooral op de handel in rente-instrumenten. De activiteit op de wisselmarkten daarentegen is traditiegetrouw beperkt. Die handel betreft cliëntgerelateerde transacties. De dealingrooms buiten België concentreren zich hoofdzakelijk op de bediening van de cliënten met geld- en kapitaalmarktproducten, op de financiering van de lokale bankactiviteit, en voeren, in lokale niches, een beperkte handel voor eigen rekening.

De enige resterende activiteit bij KBC Financial Products, Europese aandelenderivaten, wordt sinds maart 2012 rechtstreeks vanuit Brussel beheerd. Het marktrisico van de legacy CDO-portefeuille wordt strikt beheerd. Zo zijn in de loop van het jaar een aantal derisking-transacties uitgevoerd. Daardoor is de gevoeligheid van de winst-en-verliesrekening voor schommelingen van de creditspreads aanzienlijk gedaald.

Speciale teams houden zich verder bezig met de afbouw van de resterende legacy bedrijfsactiviteiten bij KBC Financial Products, die minder dan 2% van het reglementaire kapitaalbeslag voor marktrisico in tradingactiviteiten vertegenwoordigen.

Beheer van het marktrisico

Het belangrijkste instrument voor de berekening en bewaking van marktrisico's in de tradingportefeuille is de Historical Value-at-Riskmethode (HVaR). VaR beoogt binnen een bepaald betrouwbaarheidsinterval een raming te geven van de economische waarde die een bepaalde portefeuille over een bepaalde houdperiode kan verliezen door marktrisico. De meting houdt rekening met het marktrisico van de huidige portefeuille. We gebruiken de historische simulatiemethode (HVaR), conform de Basel II-standaarden ter zake (99% eenzijdig betrouwbaarheidsinterval, 10 dagen houdperiode, historische gegevens van minstens 250 werkdagen), en werken met een gegevensoverzicht van 500 werkdagen. De HVaR-methodiek maakt geen veronderstellingen wat de verdeling van koerssprongen of onderlinge correlaties betreft, maar gaat uit van het historische ervaringspatroon van de twee voorgaande jaren. Complexe en/of illiquide instrumenten die niet in een HVaR-model passen, zijn onderworpen aan nominale en/of scenariolimieten.

Risicoconcentraties bewaken we met een reeks van secundaire limieten, zoals concentratielimieten voor aandelen en valuta's en Basis-Point-Value-limieten voor het renterisico en basisrisico. Er gelden ook concentratielimieten voor het specifieke risico van een bepaalde emittent of een bepaald land. Daarnaast hebben we scenarioanalyselimieten met meerdere verschuivingen van onderliggende risicofactoren. Bovendien bestaan er secundaire limieten om de risico's te bewaken die verbonden zijn aan opties (de zogenaamde Greeks).

Naast de dagelijkse HVaR-berekeningen voeren we uitgebreide stresstests uit. Terwijl het HVaR-model mogelijke verliezen in normale marktomstandigheden berekent, tonen stresstests de invloed van bijzondere omstandigheden en gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid. De historische en hypothetische stresstestscenario's omvatten zowel het marktrisico als de liquiditeitsaspecten van marktverstoringen.

Een van de elementen van een gezond risicobeheer is een voorzichtige waardering. Dagelijks voeren we in de midoffice een onafhankelijke waardering van frontofficeposities uit. Kan het onafhankelijke karakter of de betrouwbaarheid van het waarderingsproces niet worden gegarandeerd, dan voeren we een parameterherziening uit. Waar nodig passen we de reële waarde aan om rekening te houden met closeoutkosten, aanpassingen gekoppeld aan mark-to-modelwaarderingen, tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico en exploitatiekosten.

Naast de parameterherziening voeren we ook periodiek risicocontroles uit. Die omvatten alle controles waarbij geen parameters of resultaten worden getoetst (dat gebeurt bij de parameterherziening), maar die nodig zijn voor een goed risicobeheer. Bovendien starten we voor elk nieuw product en elke nieuwe activiteit een businesscase op om de risico's te analyseren en na te gaan hoe we die zullen beheren.

Risicoanalyse en -kwantificering

We berekenen een globale VaR voor elke gespecialiseerde dochtermaatschappij en voor alle tradingentiteiten over de hele wereld. Voor die laatste (zie KBC Bank in de tabel) omvat de VaR zowel de lineaire als de niet-lineaire posities van de klassieke dealingrooms. De HVaR van KBC Financial Products, die de portefeuille single name kredietderivaten en de resterende correlatieportefeuille omvat, wordt ook in de tabel weergegeven. Per einde 2012 bedroeg de HVaR voor KBC Securities 0,46 miljoen euro (niet opgenomen in de tabel omdat de handel bij KBC Securities heel beperkt is). De berekening is gebaseerd op een tiendaagse houdperiode.

HVaR
Marktrisico (VaR)1
(in miljoenen euro)
2011
KBC Bank
2011
KBC Financial Products
2012
KBC Bank
2012
KBC Financial Products
Houdperiode 10 dagen
Gemiddelde 1kw 13 16 30 12
Gemiddelde 2kw2, 3 13 16 34 24
Gemiddelde 3kw 14 22 30 2
Gemiddelde 4kw 26 8 30 1
Op 31 december 28 18 37 2
Maximum in jaar 33 29 39 18
Minimum in jaar 10 4 23 1

1 KBC Bank: Exclusief specifiek renterisico, dat wordt berekend met behulp van andere technieken. Het swapbasisrisico wordt pas opgenomen sinds eind oktober 2011 voor de dealingrooms van Brussel en de buitenlandse kantoren (aanzienlijke opwaartse invloed, zoals blijkt uit de tabel) en is sinds maart 2012 uitgebreid naar de resterende dochtermaatschappijen (beperkte invloed). KBC Financial Products: exclusief de CDO Avebury en de fondsderivatenactiviteiten.

2 KBL EPB inbegrepen tot het tweede kwartaal van 2012.

3 Gewijzigde scope sinds 1 maart 2012: Europese aandelenderivaten is verschoven van KBC Financial Products naar KBC Bank.

4 Sterke daling van gemiddeld HVaR-gebruik voor KBC Financial Products door vereenvoudiging van de afwikkelingsprocedure voor kredietgebeurtenissen.

Zoals blijkt uit de tabel is het relatieve belang van de HVaR-cijfers voor KBC Bank ten opzichte van die voor KBC Financial Products in 2012 veranderd. Die voor KBC Bank zijn veruit de belangrijkste geworden. In de tabel hieronder vindt u een uitsplitsing van de risicofactoren in het HVaRmodel van KBC Bank voor het gemiddelde over de periode van 1 maart 2012 (de datum waarop de scope is gewijzigd) tot 31 december 2012. Het aandelenrisico is afkomstig uit de handel in Europese aandelen (de andere aandelenposities worden aangehouden bij KBC Securities).

Indeling naar risicofactor van de trading-HVaR voor KBC Bank (in miljoenen euro)
Renterisico 31,0
Wisselkoersrisico 2,2
Valutaoptierisico 2,0
Aandelenrisico 1,6
Invloed van diversificatie -5,7
Totale HVaR 31,1

De betrouwbaarheid van het VaR-model testen we dagelijks met een backtest, waarbij het eendaagse VaR-cijfer wordt vergeleken met de no-action P&L (dat wil zeggen dat de posities ongewijzigd blijven, maar de marktgegevens wijzigen in die van de volgende dag). Dat gebeurt zowel op het topniveau als op het niveau van de verschillende entiteiten en desks.

Een overzicht van de derivaten vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 29.

Activiteiten die meer illiquide zijn en eerder de vorm van een krediet hebben, zoals fondsderivaten, zijn niet geschikt voor VaR-modellering en zijn daarom niet opgenomen in de HVaR. De handel in fondsderivaten wordt beschouwd als een legacy business (er wordt dus geen nieuwe tradingactiviteit uitgevoerd) en wordt bewaakt op basis van Key Performance Indicators die betrekking hebben op bijvoorbeeld de ontwikkeling van de uitoefenprijs en de aflossingen.

KBC Bank en KBC Financial Products hebben de toestemming verkregen van de Belgische regelgever om hun respectieve VaR-model te gebruiken voor de bepaling van de reglementairekapitaalvereisten voor een deel van hun marktactiviteiten. CˇSOB (Tsjechië) heeft ook de goedkeuring gekregen van de lokale regelgever om zijn VaR-model te gebruiken voor de bepaling van de kapitaalvereisten. Die modellen worden ook gebruikt voor de berekening van de Stressed VaR (SVaR), een van de nieuwe reglementairekapitaalvereisten volgens CRD III die gelden sinds eind 2011. De berekening van een SVaR-maatstaf is gebaseerd op de normale VaR-berekeningen en gaat uit van dezelfde

methodologische assumpties, maar is samengesteld alsof de relevante marktfactoren werden blootgesteld aan een periode van stress. De stressperiode is gebaseerd op het recente verleden en wordt regelmatig aangepast.

Daarnaast heeft KBC Financial Products modellen geïmplementeerd (in overeenstemming met CRD III) om een Incremental Risk Charge (IRC) te berekenen en te rapporteren voor de kredietposities die een wanbetalings- en migratierisico inhouden (d.w.z. de single name-CDS van bedrijven). Het risico wordt gemeten als een verlies van 99,9% over een eenjaarse houdperiode voor een constant risiconiveau (constante positie). De liquiditeitshorizon voor de beoogde portefeuille is vastgesteld op een jaar. Verder wordt een Comprehensive Risk Measure berekend om alle prijsrisico's in de op maat gemaakte CDO-tranches te dekken. Het risico dat vervat is in ABS'en en behouden CDO-posities volgt het kader voor (her-)securitisaties.

De daaruit voortvloeiende kapitaalvereisten voor tradingrisico's per einde 2011 en einde 2012 vindt u in de tabel hieronder. De reglementairkapitaalvereisten voor tradingrisico's van lokale KBC-entiteiten die van hun respectieve toezichthouder geen goedkeuring hebben gekregen om voor de kapitaalberekeningen een intern model te gebruiken en de bedrijfsactiviteiten die niet in de HVaR-berekeningen zijn opgenomen, worden gemeten volgens de standaardbenadering. Die benadering bepaalt algemene en specifieke risicowegingen per type van marktrisico (renterisico, aandelenrisico, wisselkoersrisico en grondstoffenrisico).

Reglementairkapitaalvereisten trading, naar risicotype (in miljoenen euro)
Renterisico Aandelen
risico
Wissel
koersrisico
Grondstof
fenrisico
Incremental
Risk Charge
Compre
hensive
Risk
Measure
Hersecuriti
satie
Totaal
31-12-2011
Marktrisico's ingeschat
door intern model
HVaR 109 4 18
SVaR 159 6 43 5
101
445
Marktrisico's ingeschat door
de standaardbenadering
76 18 18 1 216 329
Totaal 344 28 78 1 5 101 216 773
31-12-2012
Marktrisico's ingeschat HVaR 88 3 10
door intern model SVaR 114 4 20
1
34 274
Marktrisico's ingeschat door
de standaardbenadering
60 12 11 2 340 425
Totaal 263 18 42 2 1 34 340 698

Verzekeringstechnisch risico

Verzekeringstechnische risico's vloeien voort uit de onzekerheid over de frequentie van het zich voordoen van verzekerde schadegevallen en over de schadegrootte. Al die risico's worden onder controle gehouden door een gepast acceptatie-, tariferings-, schadereserverings-, herverzekerings- en schaderegelingsbeleid van het lijnmanagement enerzijds en een onafhankelijk verzekeringsrisicobeheer anderzijds.

Beheer van het verzekeringstechnisch risico

De Groepsrisicofunctie zorgt voor de ontwikkeling en uitrol van een groepskader voor het beheer van verzekeringsrisico's. Ze is verantwoordelijk voor het ondersteunen van de lokale implementatie en het functioneel aansturen van het verzekeringsrisicobeheer van de verzekeringsdochtermaatschappijen.

Het verzekeringsrisicobeheerskader is hoofdzakelijk opgebouwd rond de volgende bouwstenen:

  • • de identificatie en analyse van belangrijke verzekeringrisico's door, onder andere, de analyse van nieuw opduikende risico's, concentratieof accumulatierisico's en de ontwikkeling van vroege waarschuwingssignalen.
  • • de juiste risicomaatstaven en het gebruik ervan om toepassingen te ontwikkelen die het bedrijf moeten helpen om maximale aandeelhouderswaarde te creëren. Voorbeelden daarvan zijn best estimate-waarderingen van verzekeringsverplichtingen, ex-postwinstgevendheidsanalyses, de modellering van natuurrampen en andere Leven-, Niet-leven- en gezondheidsrisico's, stresstests en berekeningen van het vereiste economisch kapitaal.
  • • Het bepalen van verzekeringsrisicolimieten en controleren of die worden nageleefd, alsook het geven van advies over herverzekeringsprogramma's.

Risicomodellering

We ontwikkelen modellen voor alle belangrijke verzekeringsverplichtingen van de groep, te weten (i) de toekomstige schadegevallen die zich binnen een vooraf bepaalde tijdshorizon zullen voordoen, inclusief hun schadeafwikkelingspatroon; (ii) de toekomstige afwikkeling van schadegevallen (al dan niet al aangegeven aan de verzekeraar) die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar nog niet volledig zijn geregeld en (iii) de impact van het herverzekeringsprogramma op voormelde schadegevallen. Die modellen gebruiken we om de verzekeringsinstellingen van de groep te sturen in de richting van de creatie van meer aandeelhouderswaarde met behulp van toepassingen om het economisch kapitaal te berekenen, beslissingen met betrekking tot herverzekeringsprogramma's te onderbouwen, de ex-postwinstgevendheid van specifieke deelportefeuilles te berekenen en de economischekapitaalvereisten te verrekenen in de tarifering van de verzekeringspolissen.

Stresstesting

In 2012 hebben we deelgenomen aan de IMF-stresstest voor verzekeringsmaatschappijen (een belangrijk onderdeel van het IMF Financial Sector Assessment Programme 2012). Het doel was na te gaan hoe veerkrachtig het beschikbare kapitaal is in stressscenario's. Naast de reglementair vereiste stresstests voeren we ook interne stresstests uit.

Voor Schadeverzekeringen kan KBC aan de hand van de interne natuurrampmodellen de verwachte schadelast ramen, mochten natuurrampen uit het verleden zich vandaag opnieuw voordoen. Daarnaast bieden die modellen de mogelijkheid om de impact op de netto economische winst te bepalen van natuurrampen die zich gemiddeld maar één keer binnen een bepaald tijdsbestek (van bijvoorbeeld 100 of 250 jaar) voordoen. In 2012 hielden we ook een interne stresstest met betrekking tot rampen met een menselijke oorzaak.

In het Levenbedrijf wordt typisch een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd binnen het kader van de jaarlijkse berekening van de market consistent embedded value.

Herverzekering

De verzekeringsportefeuilles worden via herverzekering beschermd tegen de invloed van zware schadegevallen of de accumulatie van verliezen (bijvoorbeeld door een concentratie van verzekerde risico's). We splitsen die herverzekeringsprogramma's op in drie grote blokken, namelijk zaakschade-, aansprakelijkheids- en personenverzekeringen, en we evalueren en onderhandelen ze elk jaar opnieuw.

Het overgrote deel van onze herverzekeringscontracten is op niet-proportionele basis afgesloten, waardoor de impact van heel zware schadegevallen of schadegebeurtenissen wordt afgedekt. Het is ook de opdracht van het onafhankelijke verzekeringsrisicobeheer om te adviseren over de hervorming van de herverzekeringsprogramma's, vooral vanuit het oogpunt van de creatie van aandeelhouderswaarde. Die benadering leidde tot een optimalisering van het eigen behoud van de KBC-groep, in het bijzonder met betrekking tot zijn blootstelling aan natuurrampenrisico's.

Toereikendheid technische voorzieningen

In het kader van de onafhankelijke bewaking van de verzekeringsrisico's voert de Groepsrisicofunctie regelmatig gedetailleerde studies uit. Die bevestigen dat de aangelegde technische voorzieningen Niet-leven van de groepsmaatschappijen met een hoge graad van waarschijnlijkheid toereikend zijn. De toereikendheid wordt gecontroleerd per productgroep op het niveau van de groepsmaatschappij en de algemene toereikendheid wordt beoordeeld op het niveau van de groepsmaatschappij voor alle productgroepen samen.

Daarnaast voeren de verschillende groepsmaatschappijen ook voor de technische voorzieningen Leven toereikendheidstesten (liability adequacy tests) uit die in overeenstemming zijn met de lokale en IFRS-vereisten. Onze berekeningen zijn gebaseerd op prospectieve methodes (kasstroomprojecties rekening houdend met mogelijke afkopen en een verdisconteringsvoet die per verzekeringsentiteit is bepaald en waarbij de lokale macro-economische toestand en regelgeving in acht zijn genomen). Daarbij bouwen we extra marktwaardemarges in om met de onzekerheid in een aantal berekeningsparameters rekening te houden. Omdat er eind 2012 geen tekorten werden vastgesteld, hoefde er geen ontoereikendheidsreserve te worden opzijgezet binnen de KBC-groep.

De tabel op de volgende pagina toont de schadeafwikkelingsgegevens in Niet-leven over de laatste jaren en omvat KBC Verzekeringen NV, Fidea (tot en met boekjaar 2010), CˇSOB Pojišt'ovna (Tsjechië), CˇSOB Poist'ovnˇ a (Slowakije, sinds boekjaar 2008), DZI Insurance (sinds boekjaar 2008), K&H Insurance, Secura (tot en met boekjaar 2009), KBC Group Re (sinds boekjaar 2005) en WARTA (sinds boekjaar 2004 tot en met boekjaar 2010). Alle voorzieningen voor te betalen schadevergoedingen aan het einde van 2012 zijn opgenomen. In de schadeafwikkelingsgegevens werden alle bedragen meegenomen die aan individuele schadegevallen kunnen worden toegewezen, inclusief de incurred but not reported (IBNR)- en incurred but not enough reserved (IBNER)-voorzieningen en de bedragen voor externe beheerskosten voor het regelen van schadegevallen, maar niet de bedragen in verband met interne schaderegelingskosten en de voorzieningen voor verwachte recuperaties. De opgenomen cijfers zijn vóór herverzekering en zijn niet gezuiverd voor intercompanybedragen.

De eerste rij in de tabel geeft de totale schadelast (uitkeringen plus voorzieningen) weer voor de schadegevallen die plaatshadden tijdens een bepaald jaar, zoals geraamd aan het einde van het voorvalsjaar. De volgende rijen geven de situatie aan het einde van de volgende kalenderjaren weer. We hebben de bedragen herberekend tegen de wisselkoersen op 31 december 2012.

Schadeafwikkelingsdriehoeken, KBC Verzekeringen
(in miljoenen euro) Voorvals
jaar 2003
Voorvals
jaar 20041
Voorvals
jaar 2005²
Voorvals
jaar 2006
Voorvals
jaar 2007
Voorvals
jaar 20083
Voorvals
jaar 2009
Voorvals
jaar 2010
Voorvals
jaar 20114
Voorvals
jaar 2012
Raming aan het einde
van het voorvalsjaar
778 1 079 1 119 1 200 1 270 1 391 1 470 1 464 814 859
1 jaar later 798 983 1 026 1 090 1 171 1 335 1 176 1 058 722
2 jaar later 766 939 992 1 056 1 129 1 171 1 013 1 009
3 jaar later 747 926 983 1 042 997 1 075 992
4 jaar later 731 916 963 908 919 1 066
5 jaar later 702 912 876 852 915
6 jaar later 694 853 838 837
7 jaar later 655 808 834
8 jaar later 626 806
9 jaar later 623
Huidige raming 623 806 834 837 915 1 066 992 1 009 722 859
Cumulatieve betalingen -575 -748 -748 -766 -813 -932 -843 -852 -469 -342
Huidige voorzieningen 48 58 85 71 101 134 149 158 253 517

1 Sinds boekjaar 2004 worden de cijfers van WARTA opgenomen. Exclusief die maatschappij zouden we de volgende bedragen hebben verkregen voor boekjaar 2004 (bedrag en voorvalsjaar): 696 voor 2003.

2 Sinds boekjaar 2005 worden de cijfers van KBC Group Re opgenomen. Exclusief deze gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2005 (bedrag en voorvalsjaar): 765 voor 2003 en 955 voor 2004. 3 Sinds boekjaar 2008 worden de cijfers van CˇSOB Poist'ovnˇ a (Slowakije) en DZI Insurance (Bulgarije) opgenomen. Exclusief die gegevens verkrijgen we de volgende bedragen voor boekjaar 2008 (bedrag en voorvalsjaar): 692 voor 2003, 905 voor 2004, 953 voor 2005, 1 031 voor 2006 en 1 124 voor 2007.

4 Voor boekjaar 2011 zijn WARTA en Fidea niet opgenomen.

Specifieke informatie over de verzekeringsactiviteiten van de groep vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening in Toelichtingen 9, 10, 11 en 35. Een verdeling van de verdiende premies en technische lasten naar divisie vindt u in de toelichtingen met betrekking tot de gesegmenteerde informatie.

Operationeel risico en andere niet-financiële risico's

Het operationeel risico is de kans op schade als gevolg van ontoereikendheden of tekortkomingen in de werkwijzen en systemen, menselijke fouten of externe gebeurtenissen. Operationele risico's omvatten ook fraude-, juridische, compliance- en fiscale risico's.

Informatie over juridische geschillen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening onder Toelichting 36.

Beheer van het operationeel risico

We hebben één globaal kader voor het beheer van het operationeel risico op groepsniveau. Dat bestaat uit een uniform taalgebruik ingebed in controlemechanismen voor de hele groep, één methodologie, één pakket centraal ontwikkelde ICT-applicaties, en centrale en decentrale rapportering.

De Groepsrisicofunctie is in de eerste plaats verantwoordelijk voor het uitwerken van het kader voor het beheren van de operationele risico's in de hele KBC-groep. De ontwikkeling en implementatie van dat kader worden ondersteund door een uitgebreid beleidsmodel dat geldt voor alle entiteiten van de groep. Het werd in 2012 hertekend in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC en zal geleidelijk worden ingevoerd tegen 2014.

De Groepsrisicofunctie creëert een omgeving waarin risicospecialisten (in verschillende domeinen, waaronder informatierisicobeheer, bedrijfscontinuïteit en disaster recovery, compliance, fraudebestrijding, juridische en fiscale zaken en boekhouding) kunnen samenwerken (prioriteiten stellen, dezelfde taal en dezelfde instrumenten gebruiken, uniforme rapportering, enz.). Ze wordt bijgestaan door de lokale waarde- en risicobeheersafdelingen, die eveneens onafhankelijk zijn van de business.

Bouwstenen voor het operationeelrisicobeheer

Om operationele risico's te beheren, gebruiken we een aantal bouwstenen die alle aspecten van het operationeelrisicobeheer dekken.

Tussen 2011 en 2015 schenken we bijzondere aandacht aan de gestructureerde opmaak van procesgestuurde controlemechanismen op groepsniveau (Group Key Controls), die de voormalige Groepsstandaarden geleidelijk zullen vervangen. Group Key Controls zijn opgelegde controledoelstellingen die worden gebruikt om belangrijke (key and killer) risico's die inherent zijn aan de processen van KBC-entiteiten te beperken. Ze vormen dan ook een essentiële bouwsteen van het operationeelrisicobeheerskader en van het internecontrolesysteem van KBC.

  • • Een eerste reeks controleobjectieven werd in 2011 goedgekeurd voor de processen van Kredieten, Leven, Niet-leven, Persoonlijk Financieel Advies, Juridische Zaken, Fiscale Zaken, Bedrijfscontinuïteitsbeheer en Risico- en Kapitaalbeheer.
  • • Een tweede reeks werd goedgekeurd in 2012 voor de processen Cash, Zichtrekeningen, Spaarrekeningen, Lease, Trading en Verkoop (deel 1), Portefeuillebeheer, Cliëntenadministratie, Personeel, Bedrijfscommunicatie en Boekhouding en Externe Financiële Rapportering.

De business en (lokale) controlefuncties beoordelen die Group Key Controls. De interne beoordelingen van risico's worden geconsolideerd door de Groepsrisicofunctie en verzekeren dat er een consistente relatie is tussen (i) processen, (ii) risico's, (iii) controleactiviteiten en (iv) beoordelingsscores. KBC creëerde zo een objectief beheersinstrument om zijn internecontroleomgeving te evalueren en de aanpak in alle entiteiten af te toetsen. Elk jaar rapporteren we de resultaten van de beoordelingen aan de NBB in onze Verklaring Effectieve Leiding.

Naast de Group Key Controls zijn er nog een aantal andere bouwstenen:

  • • De Loss Event Database: alle operationele verliezen van 1 000 euro en meer worden sinds 2004 geregistreerd in een centrale gegevensbank. Die gegevensbank omvat ook alle juridische vorderingen ingesteld tegen vennootschappen van de groep. Op regelmatige basis wordt een rapport over de geconsolideerde schade voorgelegd aan het Groepscomité Interne Controle, het Groepsdirectiecomité en het ARCC.
  • • Risicoscans (bottom-up en top-down): deze interne beoordelingen zijn gericht op de identificatie van belangrijke operationele risico's op kritieke punten in het proces of de organisatie die nog niet volledig zijn verholpen en op de nieuwe of opduikende operationele risico's die relevant zijn op het (sub)niveau van de groep.
  • • Beoordeling aan de hand van Praktijkgevallen (Case-Study Assessments): die wordt gebruikt om de effectiviteit te testen van de bescherming die bestaande controles verlenen tegen grote operationele risico's die elders in de financiële sector daadwerkelijk tot verliesgebeurtenissen hebben geleid. Een dergelijke beoordeling werd onder meer gebruikt voor het testen van de interne controles ter voorkoming en vaststelling van rogue trading.
  • • Belangrijkste Risico-indicatoren (Key Risk Indicators, KRI): een beperkte reeks KRI's wordt gebruikt om de blootstelling aan bepaalde operationele risico's te bewaken en het bestaan en de effectiviteit van de interne controles te onderzoeken.

De kwaliteit van de internecontroleomgeving en de daarmee gepaard gaande risicoblootstelling die aan de hand van de bouwstenen wordt geïdentificeerd, beoordeeld en beheerd, worden gemeld aan het senior management van KBC via een management dashboard en aan de Nationale Bank van België en de FSMA via de jaarlijkse Internal Control Statement (Verklaring Effectieve Leiding). Informatie over de systemen voor interne controle en risicobeheer vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

Operationeel risico en reglementairkapitaalvereisten

KBC berekent het operationeelrisicokapitaal in het kader van Basel II volgens de Standaardbenadering. Eind 2012 bedroeg het operationeelrisicokapitaal voor KBC Bank op geconsolideerd niveau 884 miljoen euro, tegenover 862 miljoen euro eind 2011.

Andere niet-financiële risico's

Reputatierisico

Reputatierisico is het risico dat het gevolg is van de negatieve perceptie van cliënten, tegenpartijen, aandeelhouders, beleggers, schuldhouders, marktanalisten, andere betrokken partijen of toezichthouders die een ongunstige invloed kan hebben op de mogelijkheid van een financiële instelling om bestaande zakelijke relaties te behouden of er nieuwe op te bouwen en om voortdurende toegang tot financieringsbronnen te hebben (bijvoorbeeld via de interbancaire of de effectiseringsmarkt). Het reputatierisico is een secundair of afgeleid risico omdat het meestal verbonden is aan en zich alleen voordoet samen met een ander risico.

We hebben het reputatierisicobeheerskader in 2012 herschreven in overeenstemming met het risicobeheerskader van KBC. De business is verantwoordelijk voor het proactieve en reactieve beheer van het reputatierisico en wordt daarin bijgestaan door heel wat gespecialiseerde afdelingen (Communicatie Groep, Investor Relations, enz.).

Volgens de pijler 2-benadering van kapitaaltoereikendheid wordt de invloed van het reputatierisico op de huidige activiteiten in de eerste plaats gedekt door het kapitaalbeslag voor primaire risico's (zoals krediet- of operationeel risico). Het wordt ook gedekt door het kapitaal dat is gereserveerd voor bedrijfsrisico's.

Bedrijfsrisico

Het bedrijfsrisico is de mogelijke negatieve afwijking van de verwachte economische waarde als gevolg van wijzigingen in de macro-economische omgeving, de financiëledienstensector en/of de markt voor producten en diensten, en van de ontoereikendheid van bedrijfsmiddelen die een invloed hebben op het potentieel van het bedrijf.

We houden onder meer rekening met risicofactoren als macro-economische omstandigheden, wijzigingen in de wet of reglementen, acties van concurrenten, wijzigingen in de distributiekanalen of -modellen, gewijzigde cliëntenbehoeften, personeelszaken en ICT-middelen. Het bedrijfsrisico beoordelen we op basis van gestructureerde risicoscans.

KBC reserveert een pijler 2-kapitaalbeslag speciaal voor bedrijfsrisico's. Het bedrijfsrisicokapitaal is afhankelijk van de exploitatiekosten van de verschillende KBC-groepsentiteiten. Het deel van de exploitatiekosten dat moet worden gereserveerd als economisch kapitaal voor bedrijfsrisico's varieert naargelang van het risiconiveau van de activiteiten van elke entiteit. Dat niveau bepalen we op basis van kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de activiteiten van alle KBC-groepsentiteiten.

Kapitaaltoereikendheid

Het kapitaaltoereikendheidsrisico (of solvabiliteitsrisico) is het risico dat de kapitaalbasis van de groep, de bank of de verzekeraar beneden een aanvaardbaar niveau valt. In de praktijk wordt dat vertaald in een toetsing van de solvabiliteit aan de minimale reglementaire en interne solvabiliteitsratio's. We benaderen kapitaaltoereikendheid zowel vanuit reglementair oogpunt als vanuit intern (economisch) oogpunt.

Beheer van de solvabiliteit

We rapporteren de solvabiliteit van de groep, van het bank- en het verzekeringsbedrijf, berekend op basis van IFRS-gegevens en volgens de door de Belgische toezichthouder opgestelde richtlijnen ter zake.

Voor de solvabiliteit van de groep gebruiken we de zogenaamde building block-methode. Die omvat een vergelijking van het reglementair kapitaal van de groep (het eigen vermogen van aandeelhouders gezuiverd voor een aantal posten (zie tabel)) met de som van elk van de minimale reglementaire solvabiliteitsvereisten voor KBC Bank en de holdingmaatschappij (na aftrek van transacties tussen die entiteiten) en KBC Verzekeringen. Het totaal gewogen risicovolume van verzekeringsmaatschappijen wordt berekend als de vereiste solvabiliteitsmarge volgens Solvency I gedeeld door 8%.

De reglementaire minimale solvabiliteitsdoelstellingen werden in 2012 ruim overtroffen, niet alleen per einde jaar maar ook gedurende het volledige boekjaar.

In overeenstemming met Basel II, pijler 2, heeft KBC een Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP). Naast de reglementairkapitaalvereisten maakt dat proces gebruik van een economischkapitaalmodel (zie verder) om de kapitaalvereisten te meten op basis van alle groepswijde risico's en om die vereisten te vergelijken met het voor risicodekking beschikbare kapitaal. Het ICAAP beoordeelt zowel de huidige als de toekomstige kapitaaltoestand. Voor die laatste beoordeling wordt een driejarenraming opgesteld van vereist en beschikbaar kapitaal, zowel reglementair als economisch, volgens een basisscenario dat rekening houdt met de verwachte interne en externe groei, en volgens verschillende waarschijnlijke alternatieve scenario's en een recessiescenario.

In 2008 en 2009 namen we een aantal kapitaalversterkende maatregelen. Zo gaven we kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid en ondertekenden we een garantieovereenkomst met de Belgische staat voor de CDO-risico's (meer informatie hierover vindt u in het deel Overige informatie). De Belgische toezichthouder heeft bevestigd dat de niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten volledig zullen worden toegelaten (grandfathered) als kernkapitaal ingevolge het huidige CRD IV-voorstel.

Solvabiliteit op groepsniveau

Solvabiliteit op groepsniveau (geconsolideerd, volgens Basel II)
(in miljoenen euro)
31-12-2011 31-12-2012
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 19 687 16 113
Tier 1-kapitaal1 15 523 14 062
Eigen vermogen van de aandeelhouders 9 756 12 099
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 6 500 3 500
Immateriële vaste activa (-) -446 -356
Consolidatieverschillen (-) -1 804 -987
Innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 420 419
Niet-innovatieve hybride Tier 1-instrumenten 1 690 1 692
Directe en indirecte financiering van beleggingen in eigen aandelen -250
Belangen van derden 145 -5
Aandelengarantie (Belgische staat) 564 276
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare financiële activa (-) 117 -1 263
Afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) 594 834
Waarderingsverschillen in financiële verplichtingen tegen reële waarde – eigen kredietrisico (-) -550 -22
Belang van derden in voor verkoop beschikbare reserve en afdekkingsreserve, kasstroomafdekkingen (-) -3 0
Egalisatievoorziening (-) -139 -111
Dividenduitkering (-)2 -598 -960
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 0 0
Beperking van belastinglatenties -384 -227
Aftrekposten (-)4 -338 -577
Tier 2- en Tier 3-kapitaal 4 164 2 051
Perpetuele leningen, inclusief hybride Tier 1-instrumenten niet opgenomen in Tier 1-kapitaal 30 0
Herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 246 185
Belangen van derden in herwaarderingsreserve, voor verkoop beschikbare aandelen (tegen 90%) 0 0
IRB-voorzieningstekort (50%) (-)3 0 0
IRB-voorzieningsoverschot (+)3 403 130
Achtergestelde schulden 3 778 2 268
Tier 3-kapitaal 45 44
Aftrekposten (-)4 -338 -577
Totaal gewogen risico's 126 333 102 148
Bankactiviteiten 110 355 89 532
Verzekeringsactiviteiten5 15 791 12 386
Holdingactiviteiten 286 304
Eliminatie van transacties tussen bank- en holdingactiviteiten -100 -74
Solvabiliteitsratio's
Tier 1-ratio 12,3% 13,8%
Core Tier 1-ratio 10,6% 11,7%
CAD-ratio 15,6% 15,8%

1 Cijfers geauditeerd door de commissaris (met uitzondering van IRB-voorzieningstekort/-overschot).

2 Omvat het dividend op gewone aandelen en de coupon op niet-stemgerechtigde kernkapitaaleffecten uitgegeven aan de Belgische staat en de Vlaamse overheid.

3 Overschot/tekort wordt gedefinieerd als het (positieve/negatieve) verschil tussen de effectief geboekte waardeverminderingen op kredieten en het berekende verwachte verlies (expected loss).

4 Aftrekposten, die in tweeën verdeeld zijn over Tier 1- en Tier 2-kapitaal, omvatten hoofdzakelijk participaties in en achtergestelde vorderingen op financiële instellingen waarin KBC een belang tussen 10% en 50% heeft (eind 2012 voornamelijk het minderheidsbelang in Bank Zachodni in Polen).

5 Gewogen risico's voor verzekeringen worden berekend door het kapitaal volgens Solvency I te vermenigvuldigen met 12,5 (8%-regel vergelijkbaar met de relatie tussen RWA en kapitaal voor bankactiviteiten).

In de loop van 2012:

  • • betaalden we 3,5 miljard euro terug aan de Belgische staat (en betaalden daarop een premie van 15%). Als gevolg daarvan bedroeg het totaal van de resterende kernkapitaaleffecten eind 2012 3,5 miljard euro. Meer informatie daarover vindt u in het deel Overige informatie onder Kapitaal- en Garantieverrichtingen met de overheid in 2008 en 2009;
  • • hebben we voor 1,25 miljard euro nieuwe aandelen uitgegeven door een kapitaalverhoging in december 2012. We kondigden ook een uitgifte aan van contingent capital notes voor ongeveer 0,75 miljard euro, die we hebben uitgevoerd in januari 2013;
  • • desinvesteerden we een aantal entiteiten, waaronder KBL EPB, WARTA en Kredyt Bank. Dat had een positieve invloed op onze solvabiliteitsratio's.

Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk

De tabel hieronder toont de Tier 1- en de CAD-ratio voor KBC Bank, berekend volgens Basel II, en de solvabiliteitsratio van KBC Verzekeringen. Uitgebreidere informatie over de solvabiliteit van KBC Bank en KBC Verzekeringen vindt u in hun geconsolideerde jaarrekening en in het Risk Report van KBC dat beschikbaar is op www.kbc.com (het Risk Report werd niet geauditeerd door de commissaris).

Solvabiliteit, KBC Bank en KBC Verzekeringen afzonderlijk (in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
KBC Bank (geconsolideerd, Basel II)
Totaal reglementair eigen vermogen, na winstverdeling 16 364 14 390
Waarvan Tier 1-kapitaal* 12 346 12 235
Totaal gewogen risico's 106 256 88 927
Tier 1-ratio 11,6% 13,8%
Waarvan core Tier 1-ratio 9,6% 11,4%
CAD-ratio 15,4% 16,2%
KBC Verzekeringen (geconsolideerd, Solvency I)
Beschikbaar kapitaal* 2 533 3 190
Vereiste solvabiliteitsmarge 1 263 991
Solvabiliteitsratio (in procenten) 201% 322%
Solvabiliteitssurplus 1 270 2 199

* Cijfers geauditeerd door de commissaris.

EBA-kapitaaltoetsing in oktober 2012

Begin oktober 2012 maakten de EBA (European Banking Authority) en de Nationale Bank van België hun eindbeoordeling van de kapitaaltoetsing en de naleving van het advies van de EBA van december 2011 bekend. Daaruit bleek dat KBC Bank voldoet aan de core Tier 1-ratio van 9%, met inbegrip van de kapitaalbuffer voor overheidsschuldposities, zoals vooropgesteld in het advies van de EBA van december 2011.

Basel 2.5 en Basel III, Solvency II

Basel 2.5, dat in juli 2009 werd overeengekomen, verbeterde de meting van risico's verbonden aan securitisatie- en tradingportefeuilleposities en voerde hogere kapitaalvereisten in voor dat type van posities. Basel 2.5 werd van kracht per einde 2011.

Het Basel III-akkoord en de in overeenstemming daarmee opgestelde Europese richtlijn inzake kapitaalvereisten (CRD IV) leggen nieuwe, strengere kapitaalvereisten op aan de financiële instellingen. Volgens die voorstellen zal het wettelijke minimum voor de Tier 1-ratio, dat onder Basel II 4% bedroeg, verhoogd worden tot 4,5% in 2013 en geleidelijk verder worden opgetrokken tot 6% in 2015 (met een common equity ratio van 4,5%). Daarbovenop zullen een zogenaamde conservation buffer (0% in 2013, wordt geleidelijk opgetrokken tot 2,5% in 2019), een countercyclical buffer (tussen 0% en 2,5%, te bepalen door de nationale regelgever) en een extra vergoeding voor wereldwijde systemische banken worden toegepast. Bepaalde elementen die worden gebruikt bij de berekening van het reglementair kapitaal worden geleidelijk afgebouwd of gewijzigd. Volgens het huidige CRD IV-ontwerp worden de kapitaalinjecties ontvangen van de overheid geclassificeerd als Tier 1-kernkapitaal toegelaten (grandfathered) tot 2018. Basel III zou in werking treden op 1 januari 2013, maar zal meer dan waarschijnlijk met twaalf maanden worden uitgesteld.

Solvency II is het nieuwe gereguleerde solvabiliteitsregime voor alle verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen van de EU. Terwijl de huidige solvabiliteitsvereisten voor verzekeringen (Solvency I) gebaseerd zijn op volume, gaat Solvency II uit van de risico's. Het wil solvabiliteitsvereisten invoeren die de risico's van ondernemingen beter weerspiegelen en een toezichtsysteem introduceren dat voor alle EU-lidstaten consistent is. Oorspronkelijk zou Solvency II in werking treden in januari 2013. Dat is ondertussen januari 2014 geworden. Maar door de vertragingen in de ontwikkeling en goedkeuring van het nieuwe regelgevende kader is een verder uitstel tot 2015 of zelfs 2016 mogelijk. Op basis van de meest recente versie van de Solvency II-voorschriften ligt de Solvency II-ratio van de KBC-verzekeringsgroep in 2012 ruim boven de minimumvereiste.

In 2011 investeerde KBC in een Solvency II-oplossing. In de loop van 2013 zal het zijn kerncijfers op regelmatige basis kunnen opvolgen dankzij die centrale Solvency II-oplossing die de berekeningen uitvoert voor alle verzekeringsentiteiten.

Economisch kapitaal

We gebruiken een economischkapitaalmodel om het totale risico te berekenen dat KBC loopt als gevolg van zijn verschillende activiteiten, rekening houdend met de verschillende risicofactoren. De ramingen van dat economischkapitaalmodel bezorgen we elk kwartaal aan het Groepsdirectiecomité, het ARCC en de Raad van Bestuur.

We definiëren economisch kapitaal als het vereiste kapitaal om heel zware verliezen op te vangen, uitgedrukt in de potentiële daling van de economische waarde van de groep (d.w.z. het verschil tussen de huidige economische waarde en de ongunstigste economische waarde over een tijdshorizon van één jaar en met een bepaald betrouwbaarheidsniveau), in overeenstemming met de risicobereidheid die de Raad van Bestuur heeft bepaald. We berekenen het economisch kapitaal per risicocategorie volgens een gemeenschappelijke noemer (dezelfde tijdshorizon van één jaar en hetzelfde betrouwbaarheidsinterval) en tellen die dan bijeen. Omdat het uiterst onwaarschijnlijk is dat alle risico's zich gelijktijdig voordoen, houden we rekening met diversificatievoordelen bij het optellen van de individuele risico's.

Zoals eerder vermeld, vormt economisch kapitaal een belangrijke bouwsteen voor ICAAP (Basel II, pijler 2). Bovendien biedt het essentiële input voor het meten van risicogewogen prestaties en internewaarderingsmodellen zoals de Market Consistent Embedded Value-methodiek.

In de tabel wordt het economisch kapitaal van KBC uitgesplitst per risicosoort. De wijziging in de verdeling van het economisch kapitaal over de verschillende risicosoorten houdt maar gedeeltelijk verband met de wijzigingen in de risico's. Verschillen kunnen ook het resultaat zijn van wijzigingen in het economischkapitaalmodel. Dat model is immers het resultaat van een interne beoordeling en wordt regelmatig herzien.

Verdeling economisch kapitaal KBC-groep* 2011 2012
Kredietrisico 68% 67%
Marktrisico in niet-tradingactiviteiten 12% 10%
Marktrisico in tradingactiviteiten 2% 4%
Bedrijfsrisico 8% 9%
Operationeel risico 6% 6%
Verzekeringstechnisch risico 3% 3%
Financieringskosten en bied-laatspreadrisico 1% 1%
Totaal 100% 100%

* Alle percentages hebben betrekking op de cijfers van eind september. Exclusief entiteiten die volgens IFRS 5 worden ingedeeld bij Groepen activa die worden afgestoten (zie Opmerkingen in het begin van dit hoofdstuk). Hun bijdrage tot het economisch kapitaal van KBC lag rond 5% in 2011 en 6% in 2012.

Risicogewogen prestatiebeoordeling

In 2011 ontwikkelde KBC een beleid voor de risicogewogen prestatiebeoordeling (Risk-Adjusted Performance Measurement (RAPM)). Daarbij werden gegevens over de risicogewogen prestaties gebruikt voor de toewijzing van kapitaal en de bepaling van de variabele vergoeding. Het onderdeel kapitaaltoewijzing in dat beleid zit volledig vervat in het strategische planningproces. Onder meer op basis van de relatieve risicogewogen winstgevendheid van verschillende activiteiten kan worden beslist om meer of minder kapitaal toe te wijzen aan de respectieve entiteiten. Het nieuwe vergoedingsbeleid bevat risicogewogen elementen op basis van RAPM-cijfers en werd in 2012 voor het eerst toegepast. RAPM voert twee risicogebaseerde maatstaven in: Risk Adjusted Profit (Risicogewogen winst), een absolute maatstaf van winstgevendheid, uitgedrukt in euro, en Risk Adjusted Return on Capital (Risicogewogen rendement op kapitaal), een relatieve maatstaf voor winstgevendheid, uitgedrukt als een percentage.

Risicocorrectie heeft betrekking op zowel de gegenereerde inkomsten als de kapitaalbasis. Wat de gegenereerde inkomsten betreft, berekenen risicogewogen maatstaven de winstgevendheid niet aan de hand van de reële boekhoudkundige verliezen in de verslagperiode maar met behulp van verwachte verliezen, d.w.z. de verliezen die men mag verwachten rekening houdend met het risicoprofiel van de portefeuille. Het gebruik van verwachte verliezen en dus een langeretermijnvisie op de winstgevendheid van de portefeuille garandeert niet alleen dat het management zich bewust is van de risico's wanneer het goed gaat, maar vermijdt ook onevenredige beslissingen en acties in periodes dat het economisch minder goed gaat.

Het basisidee achter de risicocorrectie van de kapitaalbasis is dat noch het economische kapitaal, noch het reglementaire kapitaal geschikt is als enige drijfveer voor kapitaaltoewijzing. Reglementair kapitaal heeft een beperkte dekking in termen van risicotypes en weerspiegelt maar gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes dekt en weerspiegelt de eigen inschatting van KBC van zijn risicoprofiel, maar is momenteel niet op hetzelfde gedetailleerde niveau beschikbaar. Gegeven die beperkingen werd beslist om kapitaal toe te wijzen op basis van RWA-coëfficiënten die de inzichten van economisch kapitaal reflecteren, door de kapitaalvereisten van een activiteit af te leiden van haar gebruik van economisch kapitaal. Als een activiteit veel economisch kapitaal verbruikt, zal ze ook een groot deel van het reglementaire kapitaal toegewezen krijgen, en omgekeerd.

[ Jaarverslag KBC 2012 ] Verklaring inzake deugdelijk bestuur

KBC Groep NV gebruikt de Belgische Corporate Governance Code 2009 (Code) als referentiecode. U kunt die code raadplegen op www.corporategovernancecommittee.be.

De Code streeft naar transparantie op het gebied van corporate governance door het bekendmaken van informatie in het Corporate Governance Charter (Charter) en de Verklaring inzake deugdelijk bestuur of Corporate Governance Verklaring (Verklaring) in het jaarverslag.

087

"Ik adviseer mijn cliënten altijd met de glimlach."

Dorien Debelva cliëntenadviseur België

Het Charter licht de voornaamste aspecten van het beleid van de vennootschap op het vlak van corporate governance toe, zoals de bestuursstructuur, de interne reglementen van de Raad van Bestuur, zijn comités en het Directiecomité, en andere belangrijke onderwerpen. KBC publiceert zijn Charter op www.kbc.com.

De Verklaring wordt in het jaarverslag opgenomen en bevat meer feitelijke informatie over de corporate governance van de vennootschap, zoals een beschrijving van de samenstelling en de werking van de Raad van Bestuur, relevante gebeurtenissen tijdens het boekjaar, bepalingen van de Code waarvan eventueel wordt afgeweken, het remuneratieverslag en een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen.

De beschouwde periode loopt, tenzij anders is vermeld, van 1 januari tot 31 december 2012.

In de Verklaring zijn ook enkele andere wettelijke bepalingen opgenomen.

In dit hoofdstuk korten we de volgende termen als volgt af:
Raad van bestuur van KBC Groep NV Raad
Directiecomité van KBC Groep NV DC
Audit-, Risico- en Compliancecomité van KBC Groep NV ARCC

Samenstelling van de Raad en zijn comités

In de tabel vindt u een overzicht van de samenstelling van de Raad en zijn comités op 31 december 2012. Een lijst van de externe mandaten van alle leden van de Raad vindt u op www.kbc.com. Daar vindt u eveneens een kort curriculum vitae van elke bestuurder. In de kolommen over de comités wordt het aantal bijgewoonde vergaderingen weergegeven.

Samenstelling van de Raad op 31-12-2012
Naam Hoofdfunctie Periode in de Raad in 2012 Einde huidig mandaat raadsvergaderingen
Bijgewoonde
Niet-uitvoerend bestuurders Vertegenwoordigers
kernaandeelhouders
Onafhankelijke bestuurders Overheidsbestuurders Leden DC ARCC Benoemingscomité Vergoedingscomité
Aantal vergaderingen in 2012 13 6 6 11
Thomas Leysen Voorzitter van de Raad Volledig jaar 2015 13 n 61
Philippe Vlerick Ondervoorzitter van de Raad
CEO Vlerick Group
Volledig jaar 2013 13 n n 6
Johan Thijs Voorzitter DC
en gedelegeerd bestuurder
8 maanden 2016 8 n1 3
Alain Bostoen Gedelegeerd bestuurder Christeyns NV Volledig jaar 2014 12 n n
Jo Cornu Bestuurder van diverse
vennootschappen
Volledig jaar 2016 13 n n 5 111
Marc De Ceuster2 Hoogleraar Departement Accounting en
Financiering Universiteit Antwerpen
Volledig jaar 2014 13 n n 6
Tom Dechaene3 Bestuurder van diverse
vennootschappen
Volledig jaar 2016 12 n n 6 0
Franky Depickere Gedelegeerd bestuurder Cera Beheers
maatschappij NV en Almancora
Beheersmaatschappij NV, voorzitter
Comité van Dagelijks Bestuur Cera CVBA
Volledig jaar 2015 13 n n 61 5 11
Luc Discry Gedelegeerd bestuurder Cera Beheers
maatschappij NV en Almancora
Beheersmaatschappij NV, lid Comité van
Dagelijks Bestuur Cera CVBA
Volledig jaar 2015 13 n n
Frank Donck Gedelegeerd bestuurder 3D NV Volledig jaar 2015 10 n n 24
Dirk Heremans Professor em. aan de Faculteit
Economische en Bedrijfswetenschappen,
Katholieke Universiteit Leuven
Volledig jaar 2013 12 n n 6 3 11
John Hollows Gedelegeerd bestuurder Volledig jaar 2015 13 n
Lode Morlion Burgemeester van Lo-Reninge en
voorzitter Raad van Bestuur
Cera Beheersmaatschappij NV
Volledig jaar 2016 13 n n
Vladimira Papirnik Partner, Squire Sanders (US) LLP 8 maanden 2016 8 n n 35
Luc Popelier Gedelegeerd bestuurder Volledig jaar 2015 13 n
Theodoros Roussis CEO Ravago Plastics NV Volledig jaar 2016 10 n n 36
Alain Tytgadt Gedelegeerd bestuurder
Metalunion CVBA
Volledig jaar 2013 13 n n
Ghislaine Van Kerckhove Advocaat en ondervoorzitter Raad van
Bestuur Cera Beheersmaatschappij NV
Volledig jaar 2016 11 n n
Piet Vanthemsche Voorzitter Boerenbond en MRBB CVBA Volledig jaar 2014 11 n n 6
Marc Wittemans Gedelegeerd bestuurder MRBB CVBA Volledig jaar 2014 13 n n 6

Commissaris: Ernst & Young, Bedrijfsrevisoren BCVBA, vertegenwoordigd door Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. Groepssecretaris: Johan Tyteca.

1 Voorzitter van dit comité.

2 Waarnemend lid van het Vergoedingscomité vanaf 20 december 2012. Marc De Ceuster volgde Eric Stroobants op die lid was van het Vergoedingscomité tot 20 december 2012. Eric Stroobants nam deel aan tien vergaderingen. Ook Philippe Naert was lid van het Vergoedingscomité, tot 3 mei 2012. Hij nam deel aan vier vergaderingen.

3 Benoemd als lid van het Benoemingscomité op 20 december 2012. Hij volgde Jean-Pierre Hansen op die aan drie vergaderingen heeft deelgenomen.

4 Benoemd als lid op 21 juni 2012. Hij volgde Theodoros Roussis op.

5 Vladimira Papirnik werd lid van het ARCC vanaf 3 mei 2012. Zij volgde Philippe Naert op die aan drie vergaderingen heeft deelgenomen.

6 Lid tot 21 juni 2012. Hij werd opgevolgd door Franck Donck.

Wijzigingen in de Raad en zijn comités in 2012

  • • Jan Vanhevel, gedelegeerd bestuurder en voorzitter van het DC, gaf op de jaarvergadering in 2012 zijn wens te kennen met pensioen te gaan en stelde zijn mandaat ter beschikking. Johan Thijs, lid van het DC en CEO van Divisie België, werd op advies van het Benoemingscomité benoemd tot bestuurder, als opvolger van Jan Vanhevel. Als lid van het DC verkreeg hij daarbij de hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder. Hij werd ook lid van het Benoemingscomité.
  • • Tom Dechaene werd op advies van het Benoemingscomité definitief benoemd tot bestuurder voor een periode van vier jaar.
  • • Lode Morlion, Theodoros Roussis en Ghislaine Van Kerckhove werden op advies van het Benoemingscomité herbenoemd als bestuurder voor een periode van vier jaar.
  • • Jo Cornu, onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code, werd op advies van het Benoemingscomité herbenoemd als onafhankelijk bestuurder volgens dezelfde criteria voor een periode van vier jaar.
  • • Paul Borghgraef, Philippe Naert, Hendrik Soete en Charles Van Wymeersch traden op vrijwillige basis en in het uitsluitend belang van de KBC-groep een jaar eerder dan de vervaldag van hun lopende mandaat af als bestuurder.
  • • Vladimira Papirnik werd op 3 mei 2012 op advies van het Benoemingscomité door de Algemene Vergadering benoemd als onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code voor een periode van vier jaar. Ze werd ook lid van het Auditcomité als opvolgster van Philippe Naert.
  • • Dirk Heremans, onafhankelijk bestuurder, werd op 19 maart 2012 op advies van het Benoemingscomité door de Raad aangesteld als lid van het Benoemingscomité.
  • • Franck Donck werd op 21 juni 2012 op advies van het Benoemingscomité door de Raad aangesteld als lid van het ARCC ter vervanging van Theodoros Roussis.
  • • Eric Stroobants en Jean-Pierre Hansen namen, na de integrale terugbetaling van de federale overheidssteun, ontslag als bestuurder.
  • • Tom Dechaene werd op 20 december 2012 op advies van het Benoemingscomité door de Raad aangesteld als lid van het Benoemingscomité. Marc De Ceuster werd op 20 december 2012, op advies van het Benoemingscomité en in overleg met de Vlaamse overheid, door de Raad aangesteld als waarnemer van het Vergoedingscomité.

Wijzigingen in de Raad, voorgesteld aan de Algemene Vergadering van 2 mei 2013

  • • Philippe Vlerick en Alain Tytgadt worden door de Raad voorgedragen voor herbenoeming voor een nieuw mandaat van vier jaar.
  • • Dirk Heremans, thans onafhankelijk bestuurder in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code, wordt door de Raad voorgedragen voor herbenoeming in dezelfde hoedanigheid voor een periode van een jaar. Hij zal dit mandaat vervullen totdat een nieuwe onafhankelijke bestuurder wordt benoemd. De Raad stelt deze herbenoeming voor ondanks het feit dat Dirk Heremans de leeftijdsgrens heeft bereikt. De Raad dankt Dirk Heremans voor zijn bereidheid om er op die manier voor te zorgen dat de Raad blijvend over drie onafhankelijke bestuurders beschikt.

Agenda van de Algemene Vergadering van 2 mei 2013

De agenda van de Algemene Vergadering en van de Buitengewone Algemene Vergadering is beschikbaar op www.kbc.com.

Samenstelling van het DC

Het schema geeft een overzicht van de samenstelling van het DC in 2012 en in de nieuwe groepsstructuur die in voege trad vanaf 1 januari 2013 (meer informatie daarover vindt u in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur). Meer informatie, waaronder cv's, vindt u ook op www.kbc.com.

Johan Thijs Danny

1965 1959 1963 1953

Licentiaat Wetenschappen (Toegepaste Wiskunde) en Actuariële Wetenschappen (KU Leuven)

Functie tot eind 2012: groeps-CEO (chief executive officer)

Functie in de nieuwe structuur: groeps-CEO (chief executive officer)

De Raymaeker

Belg Belg Belg Belg

Handels- en Bedrijfseconomisch Ingenieur (KU Leuven), Master Interne Audit (Universiteit Antwerpen)

Functie tot eind 2012: COO (chief operating officer)

Functie in de nieuwe structuur: CEO Divisie Internationale Markten

Daniel Falque Luc Gijsens

Licentiaat in Internationale Betrekkingen (UCL)

Functie tot eind 2012: CEO Divisie België

Functie in de nieuwe structuur: CEO Divisie België

Licentiaat in de Rechten (KU Leuven)

In dienst sinds 1988* In dienst sinds 1984* In dienst sinds 2009* In dienst sinds 1977*

Functie tot eind 2012: CEO Divisie Merchantbanking

Functie in de nieuwe structuur: CEO Divisie Internationale Productfabrieken

Licentiaat Rechten en Economie (Universiteit Cambridge)

Functie tot eind 2012: CRO (chief risk officer)

Functie in de nieuwe structuur: CRO (chief risk officer)

Licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (UFSIA)

Functie tot eind 2012: CFO (chief financial officer)

Functie in de nieuwe structuur: CFO (chief financial officer)

Brit Belg Sloveen Tsjech

Licentiaat in de Economie (Universiteit van Ljubljana en Belgrado)

In dienst sinds 1996* In dienst sinds 1988* In dienst sinds 2004* In dienst sinds 1972*

Functie tot eind 2012: CEO Divisie Centraal- en Oost-Europa Functie in de nieuwe structuur: CCO (chief change officer)

John Hollows Luc Popelier Marko Voljcˇ Pavel Kavánek

1956 1964 1949 1948

Licentiaat in de Economie (Universiteit van Praag en Georgetown)

In 2012 nog geen lid van het Groeps-DC

Functie in de nieuwe structuur: CEO Divisie Tsjechië

* In dienst sinds: bij KBC Groep NV, zijn groepsmaatschappijen of entiteiten voor de fusie (Kredietbank, Cera, ABB, enz.)

Wijzigingen in het DC in 2012

  • • Johan Thijs volgde Jan Vanhevel op als voorzitter van het DC en CEO van de KBC-groep.
  • • Daniel Falque volgde Johan Thijs op als CEO van Divisie België en werd benoemd tot lid van het DC. Een kort cv van Daniel Falque vindt u in het vorige jaarverslag.
  • • Vanaf 2013 geldt een nieuwe managementstructuur in de groep, waarover meer in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur. Daardoor veranderden ook de samenstelling en functies binnen het Groeps-DC. U vindt de vroegere (tot en met eind 2012) en nieuwe (vanaf 2013) functieverdeling in de tabel. In die nieuwe samenstelling werd het DC uitgebreid met Pavel Kavánek. U vindt zijn cv hierna.

Curriculum vitae:

Pavel Kavánek

Geboren in 1948 in Praag (Tsjechië)

Opleiding: University of Economics (Praag) en The Pew Economic Freedom Fellowship (Georgetown University)

Loopbaan: trad in 1972 in dienst van Cˇ SOB waar hij verschillende functies uitoefende. Vanaf 1990 werd hij lid van de Raad van Bestuur van Cˇ SOB en in 1993 werd hij voorzitter van die Raad en CEO. Vanaf 2013 werd hij CEO van Divisie Tsjechië van de KBC-groep en lid van het DC.

Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités

Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2012
Samenstelling, vergaderingen,
aanwezigheden
Zie tabel vooraan in dit hoofdstuk
Raad Naast het vervullen van de taken die door het Wetboek van Vennootschappen zijn opgelegd, het vast
stellen van de kwartaalresultaten en de kennisname van de werkzaamheden van het ARCC, het Benoe
mingscomité en het Vergoedingscomité, en de behandeling en beslissing van de door die comités
voorgelegde dossiers, behandelde de Raad onder meer de volgende onderwerpen:
• strategische planning en goedkeuring van de nieuwe strategie van de KBC-groep (PEARL)
• maandelijkse evaluatie van de status van de uitvoering van het Europese herstructureringsplan
• beslissing tot kapitaalverhoging van 1,25 miljard euro
• beslissing tot uitgifte van Contingent Capital van 750 miljoen euro in eerste kwartaal 2013
• verkoop van de eigen aandelen
• benoemingen en ontslagen in de Raad
• opvolging van de groeps-CEO
• samenstelling van en benoeming in het DC
• terugbetaling van 3 miljard euro aan de Belgische federale overheid in 2012 en 1,1 miljard euro aan
de Vlaamse overheid in eerste helft van 2013
• Integrated Group Risk Report (maandelijks)
• verslaggeving effectieve leiding inzake beoordeling van het interne controlesysteem
• jaarlijkse evaluatie werking van de Raad
• jaarlijkse evaluatie interactie met het DC
• Risk Appetite Statement
• jaarverslag Group Value and Risk Management
• goedkeuring van het Risk Governance Charter
• goedkeuring van het Corporate Governance Charter
• jaarverslag Business Continuity Management
• Recovery Plan
• jaarverslag Compliance
• impact van de Joint Capital Decision
• liquiditeit en funding
Maandelijks bracht het DC ook verslag uit over de resultaatsontwikkeling en de algemene gang van
zaken bij de verschillende divisies van de groep. Ook besteedden ze regelmatig aandacht aan de strate
gie en de specifieke uitdagingen van de verschillende activiteitsgebieden.

Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2012

Service Service
Service Service
Service Service
----------------------------------------------------------------------------

ARCC Het ARCC vergaderde in aanwezigheid van de voorzitter van het DC, de groeps-CRO, de groeps-CFO, de interne auditor en de compliance officer. Ook de erkende revisoren woonden de vergaderingen bij.

Het verslag van de interne auditor, het verslag van de compliance officer en het verslag van de risicofunctie vormden vaste agendapunten. De periodieke rapportering van de risicofunctie omvatte voornamelijk een toelichting over de ontwikkeling op het gebied van het ALM- en liquiditeitsrisico, marktrisico, kredietrisico, operationeel risico, verzekeringsrisico en de kapitaalvereisten van de KBC-groep. Het verslag van de interne auditor verstrekte telkens een overzicht van de recente auditverslagen, inclusief de belangrijkste auditverslagen van de onderliggende groepsentiteiten. Het ARCC nam ook kennis van de uitvoering van de auditplanning 2012 en keurde de auditplanning 2013 goed. Het ARCC werd periodiek geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van de auditaanbevelingen.

Op 8 februari 2012 nam het ARCC kennis van de inhoud van de vennootschappelijke en geconsolideerde jaarrekening per 31 december 2011 en keurde het persbericht goed. De revisor verstrekte toelichting bij zijn belangrijkste controlebevindingen. Op 9 mei, 6 augustus en 7 november 2012 lichtten de revisoren hun belangrijkste bevindingen toe naar aanleiding van hun controle van de kwartaalafsluiting respectievelijk per 31 maart, 30 juni en 30 september. Ook keurde het ARCC telkens het persbericht goed.

Belangrijkste behandelde bijzondere rapporteringen:

Belangrijkste behandelde bijzondere rapporteringen:
• verklaring van de effectieve leiding over de beoordeling van de interne controle in toepassing van de
circulaire NBB 2011_9
• jaarverslag waarde- en risicobeheer
• jaarverslag Anti-Money Laundering
• Risk Governance Charter
• Solvency II
• liquiditeitsbeheer in KBC
Benoemingscomité Opmerking: het Benoemingscomité van KBC Groep NV vervult die rol ook ten aanzien van KBC Verze
keringen en KBC Bank.
Belangrijkste behandelde onderwerpen:
• corporate governance van KBC Groep NV, KBC Bank en KBC Verzekeringen: samenstelling van de
raden van bestuur en van de comités
• benoemingen en herbenoemingen in de Raad en de diverse comités
• opvolging van de groeps-CEO
• opvolging van de CEO van Divisie België
• impact van de nieuwe strategie op de organisatie van KBC en de samenstelling van het DC van KBC
Groep NV, KBC Bank en KBC Verzekeringen

• benoeming van onafhankelijke bestuurders van KBC Groep NV, KBC Bank en KBC Verzekeringen

Activiteitsverslag van de Raad en zijn comités in 2012

Vergoedingscomité Het Vergoedingscomité vergaderde veelal in aanwezigheid van de voorzitter van de Raad en de voor
zitter van het DC. Ook het hoofd van HR Groep nam regelmatig deel aan de vergaderingen.
Opmerking: het Vergoedingscomité van KBC Groep NV vervult die rol ook ten aanzien van KBC Verze
keringen en KBC Bank.
Belangrijkste behandelde onderwerpen:
• retentie- en incentivationprogramma's voor het personeel van een aantal te desinvesteren maatschappijen
• toepassing risk alignment framework m.b.t. de resultaten over 2011
• aanpassing vergoedingsstructuur directieleden in België
• vergoedingsstructuur leden van het DC
• jaarlijks remuneratieverslag
• vergoedingsstatuut nieuwe CEO en nieuw lid DC
• jaarlijks remuneration review
• aanpassing vergoedingsstructuur voor niet-uitvoerende bestuurders, vergoedingsbeleid, in het bij
zonder de afbakening van het begrip key identified staff en de toepassing van de malus-clausule
• beoordelingscriteria DC over 2012
Meer informatie Voor een algemene beschrijving van de werking van de Raad en zijn comités, zie hoofdstuk 5 en 6 van
het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV, op www.kbc.com.

ARCC: toepassing artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen

Op 31 december 2012 zetelen in het ARCC van KBC Groep NV twee onafhankelijke bestuurders in de zin van en beantwoordend aan de criteria vastgelegd in artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen en in de Corporate Governance Code:

  • • Dirk Heremans is doctor in de Rechten, licentiaat in het Notariaat en licentiaat in de Economische Wetenschappen van de KU Leuven. Hij behaalde het diploma in de Etudes supérieures sciences économiques aan de Faculté de Droit et des Sciences Economiques van de Université de Paris (Sorbonne) en werd Master of Arts, C. Phil. en Ph. D. in Economics aan de University of California (UCLA). Hij is professor emeritus aan de Faculteit Economische en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven. Hij was adviseur bij het kabinet van de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën en voerde expertopdrachten uit bij de Europese Commissie. Hij is erelid van de Raad van Bestuur van de toenmalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen. Hij werd onafhankelijk bestuurder van KBC Groep NV in 2005.
  • • Vladimira Papirnik is doctor juris (1982 Northwestern University USA) en gecombineerde bachelor en master in de Duitse taal en Duitse literatuur (1978, Northwestern University USA). Ze startte haar loopbaan in het advocatenkantoor Hopkins & Sutter in Chicago, als advocaat gespecialiseerd in financieel recht (1982–1989). Ze werd er partner (1989–1995). In 1995 trad ze toe als partner in het advocatenkantoor Squire Sanders. Na de verhuizing naar Praag (1995) werd ze daar office managing partner van het kantoor (1996–2011). Sinds 2011 is ze werkzaam voor Squire Sanders, zowel in Praag als in Chicago, met specialisatie in internationaal bankrecht, projectfinanciering en vennootschapsrecht (fusies en overnames, corporate governance). Ze was lid van de Raad van Bestuur van de American Chamber of Commerce in Tsjechië en lid van het Directiecomité ervan (1999–2008). Verder is ze lid van de Board of Trustees in de International School of Prague als hoofd van het corporate governance-comité van de Trustees gedurende vier jaar en lid van de Board of Trustees van de CMC School of Business gedurende drie jaar. Ze volgde in mei Philippe Naert op, die zoals vermeld ontslag nam als bestuurder.

Op basis van voorgaande gegevens kan worden besloten dat deze onafhankelijke bestuurders als lid van het ARCC voldoen aan de in artikel 96 § 1 9° van het Wetboek van Vennootschappen gestelde onafhankelijkheid en deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit.

Beleid inzake transacties tussen de vennootschap en haar bestuurders die niet onder de wettelijke belangenconflicten vallen

De Raad werkte een regeling uit betreffende transacties en andere contractuele banden tussen de vennootschap (met inbegrip van met haar verbonden vennootschappen) en haar bestuurders die niet onder de belangenconflictenregeling van artikel 523 of 524ter van het Wetboek van Vennootschappen vallen. Die regeling werd opgenomen in het Corporate Governance Charter van KBC Groep NV (op www.kbc.com). In de loop van 2012 hoefde geen beroep te worden gedaan op de regeling.

Maatregelen in verband met misbruik van voorkennis en marktmisbruik

In het kader van de Richtlijn 2003/6/EC betreffende misbruik van voorkennis en marktmisbruik en na de publicatie van het Koninklijk Besluit van 24 augustus 2005 tot wijziging, wat de bepalingen inzake marktmisbruik betreft, van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, heeft de Raad van KBC Groep NV een Dealing Code opgesteld die onder meer voorziet in de opstelling van een lijst van sleutelmedewerkers, de bepaling van jaarlijkse sperperiodes en de kennisgeving aan de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) van verhandelingen door personen met leidinggevende verantwoordelijkheid en door met hen verbonden personen. De principes van die Code zijn opgenomen als bijlage bij het Corporate Governance Charter. Het reglement trad in werking op 10 mei 2006. De Raad keurde een bijgewerkte versie goed op 8 augustus 2011.

Belangrijkste kenmerken van het evaluatieproces van de Raad, zijn comités en zijn individuele leden

De Raad streeft op permanente wijze naar een optimalisering van zijn werking. Met het oog daarop evalueert hij jaarlijks onder leiding van zijn voorzitter zijn werking. Daarbij komen met name de volgende aspecten aan bod: samenstelling van de Raad, selectie, benoeming en vorming van de leden, praktische werking (agenda, vergaderingen, voorzitterschap, secretariaat), informatie aan de Raad, cultuur binnen de Raad, taakvervulling, vergoeding, relaties met het DC en met de aandeelhouders en andere stakeholders, comités van de Raad en betrokkenheid van de Raad bij een aantal specifieke domeinen.

Op initiatief van de voorzitter heeft in het kader van de hernieuwing van de mandaten een individuele evaluatie van de betrokken bestuurders plaats, waarbij de nadruk wordt gelegd op hun inzet en effectiviteit binnen de Raad en waarbij in voorkomend geval wordt gelet op hun functioneren als voorzitter of lid van een comité van de Raad. Die individuele beoordeling gebeurt door de voorzitter. De individuele beoordeling van de voorzitter gebeurt, in zijn afwezigheid, door de Raad.

De niet-uitvoerende bestuurders beoordelen eens per jaar hun interactie met het uitvoerende management. Met dat doel komen de nietuitvoerende bestuurders ten minste een keer per jaar samen in afwezigheid van de uitvoerende bestuurders.

Periodiek evalueert ieder comité van de Raad zijn eigen samenstelling en werking en brengt daarover verslag uit bij de Raad, waarbij indien nodig voorstellen worden gedaan. Bij die gelegenheid worden onder andere de vereiste bekwaamheden en ervaring van het comité als geheel voor het specifieke domein waarvoor het comité verantwoordelijk is, geanalyseerd.

Naar aanleiding van de hernieuwing van hun mandaat van bestuurder worden de voorzitters en de leden van de comités individueel geëvalueerd.

Op initiatief van de voorzitter van het DC gaat het voltallige DC eens per jaar over tot het bespreken van zijn doelstellingen en het beoordelen van zijn prestaties. Jaarlijks gaat de voorzitter van het DC over tot de individuele beoordeling van de leden van het DC. De individuele beoordeling van de voorzitter van het DC gebeurt door de voorzitter.

Remuneratieverslag over boekjaar 2012

Beschrijving van de procedures om het vergoedingsbeleid te ontwikkelen en de vergoeding te bepalen van individuele bestuurders en leden van het DC

Algemeen

Het vergoedingsbeleid wat betreft Raad en DC stoelt op de toepasselijke wetgeving, de Corporate Governance Code en marktgegevens. Het wordt door het Vergoedingscomité – daarin bijgestaan door in deze materie gespecialiseerde medewerkers – bewaakt en regelmatig getoetst aan de ontwikkelingen in de wetgeving, de voornoemde code en de courante marktpraktijken en -tendensen. De voorzitter van het Vergoedingscomité informeert de Raad over de werkzaamheden van het comité en adviseert hem over aanpassingen van het vergoedingsbeleid en de concrete uitvoering daarvan. De Raad kan ook op eigen initiatief of op voorstel van het DC het Vergoedingscomité opdracht geven mogelijke aanpassingen van het vergoedingsbeleid te onderzoeken en de Raad daarover te adviseren. Indien wettelijk vereist, legt de Raad op zijn beurt aanpassingen van het vergoedingsbeleid ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.

Raad

De Raad beslist, op advies van het Vergoedingscomité, over het vergoedingsregime van de leden van de Raad. Als dat nodig is, vraagt de Raad ook een beslissing van de Algemene Vergadering. Begin 2012 besliste de Raad op advies van het Vergoedingscomité om het vroegere stelsel (betaling van een vaste vergoeding uit de winstverdeling en een beperkte zitpenning) te vervangen door een vaste vergoeding en een belangrijke zitpenning. De Algemene Vergadering van mei 2012 ging akkoord met de aanpassing van de zitpenning.

DC

De Raad, op advies van het Vergoedingscomité, bepaalt, op basis van het vastgelegde vergoedingsbeleid, de vergoeding van de leden van het DC en evalueert deze op geregelde tijdstippen. Die vergoeding wordt opgedeeld in een vaste component en in een resultaats- en prestatiegebonden component.

Verklaring over het tijdens het door het jaarverslag behandelde boekjaar gehanteerde vergoedingsbeleid ten aanzien van de leden van de Raad en van het DC

Het Vergoedingscomité verklaart het volgende:

Principes van het vergoedingsbeleid met inachtneming van de relatie tussen vergoeding en prestaties

Zowel voor niet-uitvoerend bestuurders als voor uitvoerend bestuurders en andere leden van het DC geldt als basisbeginsel dat zij recht hebben op een billijke vergoeding die in verhouding staat met de door hen geleverde bijdrage aan het beleid en de groei van de groep.

Voor niet-uitvoerend bestuurders geldt:

  • • Hun vergoeding bestaat uitsluitend uit een jaarlijkse, vaste vergoeding die noch prestatiegebonden, noch resultaatsgebonden is, en het presentiegeld per bijgewoonde vergadering. Het zwaartepunt van de vergoeding ligt in de presentiegelden. Het presentiegeld wordt, in geval van vergaderingen die samen met de Raad van Bestuur van KBC Bank en/of KBC Verzekeringen plaatsvinden, maar eenmaal uitgekeerd aan de bestuurders die in meerdere van die Raden zetelen. Gelet op zijn taak ontvangt de ondervoorzitter een verhoogde vaste vergoeding.
  • • Gelet op zijn ruime tijdsbesteding als verantwoordelijke voor het permanente toezicht op de zaken van de KBC-groep, geniet de voorzitter van de Raad een afzonderlijk vergoedingsregime dat uitsluitend bestaat uit een vaste vergoeding. Die vergoeding wordt afzonderlijk vastgelegd door het Vergoedingscomité en goedgekeurd door de Raad.
  • • De bestuurders die in het ARCC zitting hebben, ontvangen een extra vergoeding (presentiegeld) voor de prestaties die ze in dat kader leveren. Ook daar geldt de regel dat voor vergaderingen die samen met het ARCC van KBC Bank en/of KBC Verzekeringen plaatsvinden, het presentiegeld maar eenmaal wordt uitgekeerd aan de bestuurders die in verschillende ARCC's zitting hebben. De voorzitter van het ARCC ontvangt een extra vaste vergoeding. Bestuurders die in het Benoemingscomité of het Vergoedingscomité zitting hebben, ontvangen daarvoor geen extra vergoedingen.
  • • KBC Groep NV staat geen kredieten noch waarborgen toe aan bestuurders. Dergelijke kredieten of waarborgen kunnen evenwel worden toegestaan door de bankdochtermaatschappijen van KBC Groep NV overeenkomstig artikel 28 van de Bankwet, wat betekent dat kredieten kunnen worden verleend tegen cliëntvoorwaarden.

Voor de uitvoerend bestuurders en andere leden van het DC geldt:

  • • De Raad bepaalt hun vergoeding op basis van het advies van het Vergoedingscomité en van de voorzitter van het DC (voor de voorzitter van het DC op advies van het Vergoedingscomité).
  • • Overeenkomstig het vergoedingsbeleid van de KBC-groep is de individuele vergoeding van de leden van het DC samengesteld uit de volgende componenten:
  • een vaste maandvergoeding;
  • een jaarlijkse variabele vergoeding die afhankelijk is van het geconsolideerde resultaat van KBC Groep NV;
  • een jaarlijkse variabele vergoeding op basis van de geleverde prestaties (geëvalueerd op basis van vooraf afgesproken criteria);
  • de eventuele vergoeding van mandaten die worden uitgeoefend in opdracht van KBC Groep NV (uitzonderlijk).
  • • Voor de bepaling van de resultaatsgebonden variabele vergoeding wordt bovendien een kwantitatief risicoaanpassingsmechanisme gehanteerd, de zogenaamde risk gateway. Dat mechanisme bevat een aantal parameters die gericht zijn op kapitaal en liquiditeit die bereikt moeten worden alvorens enige resultaatsgebonden variabele vergoeding kan worden toegekend. De concrete parameters worden jaarlijks vastgelegd door de Raad. Als (een van) de opgelegde parameters niet wordt bereikt, wordt er niet alleen geen resultaatsgebonden variabele vergoeding toegekend, maar vervalt bovendien de uitbetaling van in relatie tot voorgaande jaren uitgestelde bedragen.
  • • De bepaling van de prestatiegebonden variabele vergoeding gebeurt door de Raad op advies van het Vergoedingscomité aan de hand van de evaluatie van een aantal vooraf afgesproken criteria. Voor 2012:
  • het Europese herstructureringsplan uitvoeren;
  • een aangepaste strategie 2012–2016 uitwerken;
  • de financiële planning uitvoeren;
  • risicocontroleomgeving versterken (aantal auditaanbevelingen terugbrengen);
  • financieringsplan voor 2012;
  • vastleggen risicolimieten, de nodige gegevens aan NBB bezorgen;
  • zorgen voor behoud of verbetering van de tevredenheid van personeel, cliënten en aandeelhouders.

Het Remuneratiecomité evalueert de uitvoering van die criteria en formuleert op basis daarvan en binnen de limieten van het contractueel afgesproken stelsel een voorstel voor de omvang van de prestatiegebonden variabele vergoeding en geeft daarover een advies aan de Raad die finaal een beslissing neemt.

  • • Het totale bedrag van de op deze manier samengestelde vergoeding van de voorzitter van het DC bedroeg ten hoogste 25% meer dan het bedrag dat aan de andere leden van het DC wordt toegekend.
  • • De leden genoten verder een stelsel van rust- en overlevingspensioen dat voorziet in een aanvullend ouderdomspensioen of als de verzekerde overlijdt in actieve dienst en een echtgenoot achterlaat – een overlevingspensioen, alsook een invaliditeitsdekking.

Relatief belang van de verschillende componenten van de vergoeding

Over het boekjaar 2012 kregen de leden van het DC een vaste en een variabele vergoeding toegekend. Conform het geldende vergoedingsbeleid is de variabele vergoeding in de regel niet groter dan de vaste vergoeding en geldt een nominaal plafond van 750 000 euro. De prestatiegebonden variabele vergoeding situeert zich tussen 0 en 30% van de vaste vergoeding. Het uiteindelijke percentage wordt bepaald door de Raad op advies van het Vergoedingscomité gebaseerd op een evaluatie van de prestaties van het afgelopen boekjaar, waarbij de uitvoering van het Europese herstructureringsplan primordiaal is. Voor de leden van het DC bedroeg de totale variabele vergoeding over 2012 ongeveer 38% van de vaste vergoeding (22,5% prestatiegebonden en de rest resultaatsgebonden).

De kenmerken van prestatiepremies in aandelen, opties of andere rechten om aandelen te verwerven

De betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding (zowel de resultaatsgebonden als de prestatiegebonden variabele vergoeding) van de leden van het DC wordt gespreid over vier jaar: 50% het eerste jaar en de rest gelijkmatig gespreid over de volgende drie jaar. Bovendien wordt 50% van de totale jaarlijkse variabele vergoeding toegekend in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten, meer

bepaald phantom stocks waarvan de waarde gekoppeld is aan de koers van het aandeel van KBC Groep NV. De phantom stocks zijn onderworpen aan een retentieperiode van één jaar vanaf toekenning. Net zoals voor het cashgedeelte van de variabele vergoeding wordt ook de toekenning daarvan gespreid over een periode van vier jaar. Voor de berekening van het aantal phantom stocks waarop elk lid van het DC recht heeft, wordt de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van het jaar gebruikt. Een jaar later worden de phantom stocks dan omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van dat jaar. Concreet worden in 2013 aan de leden van het DC ten belope van 25% van hun totale jaarlijkse variabele vergoeding over 2012 phantom stocks toegekend op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van 2013. De phantom stocks worden in april 2014 omgezet in cash op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van 2014. De phantom stocks zijn onderhevig aan de toekennings- en verwervingsvoorwaarden die hierna beschreven worden onder Terugvorderingsbepalingen.

Informatie over het vergoedingsbeleid voor de komende twee boekjaren

Wat de vergoeding van de niet-uitvoerend bestuurders betreft, is het niet de bedoeling om wijzigingen door te voeren. De vergoeding van de voorzitter van de Raad werd op zijn vraag met ingang van 2013 verminderd van 550 000 euro tot 500 000 euro per jaar.

Wat de leden van het management betreft, werd het vergoedingsbeleid door de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, goedgekeurd. Het wordt beschreven in de zogenaamde Remuneration Policy. Daarin werden vooral met betrekking tot het variabele loon een aantal principes vastgelegd die in de hele groep van toepassing zijn. De belangrijkste zijn:

  • • Het variabele loon moet altijd bestaan uit een resultaatsgebonden deel (waarvan ten minste 10% gebaseerd is op de resultaten van de KBC-groep) en een prestatiegebonden deel;
  • • Ten minste 50% van het variabele loon voor het topmanagement, de Key Identified Staff (KIS), wordt niet onmiddellijk uitbetaald en de betaling daarvan wordt gespreid over drie jaar;
  • • Voor deze KIS wordt de helft van de totale variabele vergoeding uitgekeerd in de vorm van aandelengerelateerde instrumenten;
  • • Er worden geen voorschotten op het variabele loon uitgekeerd en er wordt in een clawback/holdback-mogelijkheid voorzien;
  • • De verhouding tussen vast en variabel loon wordt voor het overgrote deel van de groep bepaald op maximaal een op een;
  • • Voor het variabele loon geldt een plafond van 750 000 euro.

Naast de risk gateway werd, voor de bepaling van de resultaatsgebonden variabele vergoeding voor de prestaties vanaf boekjaar 2012, eveneens een Risk-Adjusted Performance Measurement Framework-beleid geïntroduceerd. Het basisidee van dat beleid dat gebruikt wordt voor de toewijzing van kapitaal, is dat noch het economische kapitaal, noch het reglementaire kapitaal geschikt is als de enige drijfveer voor kapitaaltoewijzing. Reglementair kapitaal heeft een beperkte dekking in termen van risicotypes en weerspiegelt maar gedeeltelijk de specifieke kenmerken van KBC. Economisch kapitaal omvat meer risicotypes en weerspiegelt de eigen inschatting van KBC van zijn risicoprofiel, maar is momenteel niet op hetzelfde gedetailleerde niveau beschikbaar. Gegeven die beperkingen, werd gekozen om kapitaal toe te wijzen op basis van een RWA (risicogewogen activa)-coëfficiënt die de inzichten van economisch kapitaal reflecteert.

Dit beleid introduceert het begrip RAP (Risk-Adjusted Profit) als (absolute) maatstaf van de winstgevendheid van een bedrijf, maar met een intrinsieke correctie voor kapitaal- en risico-elementen. Voor bepaalde categorieën van key identified staff waarvoor de RAP als risicoaanpassingsmechanisme als ontoereikend werd beoordeeld door de bevoegde controlefunctie, wordt dit framework aangevuld met extra prestatieindicatoren die een betere risicomaatstaf zijn.

Gelet op de onzekerheden over de toekenning van een variabele vergoeding aan de leden van het DC werd beslist om een aanpassing van hun vergoedingssysteem nog niet in 2012 door te voeren. Dat betekent dat voor hen de RAP nog niet als basis werd gebruikt. Het is de bedoeling om in de loop van 2013 het vergoedingssysteem van de leden van het DC te herbekijken. Zo zal onder meer de vaste vergoeding

worden getoetst op basis van een objectieve marktvergelijking. Verder zal ook onderzocht worden hoe het streven naar langetermijnwaardecreatie in het vergoedingssysteem kan worden aangemoedigd.

Terugvorderingsbepalingen

Zoals hiervoor al toegelicht, wordt de betaling van de totale jaarlijkse variabele vergoeding niet alleen gespreid in tijd, maar wordt de helft ervan ook uitgekeerd in de vorm van phantom stocks met een retentieperiode van één jaar.

De variabele vergoeding, inclusief het uitgestelde gedeelte ervan, wordt maar verworven als dat met de financiële toestand van de instelling in haar geheel te verenigen is en door de prestaties van KBC Groep en door de prestaties van het DC wordt gerechtvaardigd.

  • In de volgende omstandigheden kan er worden ingegrepen op de betaling van de uitgestelde, maar nog niet verworven bedragen (malus):
  • • bewijs van wangedrag of grove fout van de medewerker (bijvoorbeeld schending van de gedragscode en andere interne regels, in het bijzonder met betrekking tot risico's);
  • • een belangrijke terugval in de financiële prestaties van KBC Groep te wijten aan beslissingen genomen in het jaar van toekenning van de variabele vergoeding;
  • • vaststelling van belangrijke tekortkomingen in het risicobeheer van KBC Groep;
  • • belangrijke wijzigingen in de economische of regulatoire kapitaalbasis van de instelling.

De Raad neemt daarover een beslissing op advies van het Vergoedingscomité.

In de volgende omstandigheden wordt de al verworven variabele vergoeding uitzonderlijk teruggevorderd (claw back):

  • • bewijs van fraude;
  • • (gebruik van) misleidende informatie.

Vergoedingen op individuele basis die aan de niet-uitvoerende bestuurders van KBC Groep NV werden toegekend

Overeenkomstig het nieuwe remuneratiesysteem dat met ingang van 1 januari 2012 werd ingevoerd, ontvingen de niet-uitvoerend bestuurders een vaste vergoeding en presentiegeld in verhouding tot het aantal door hen bijgewoonde vergaderingen van de Raad van KBC Groep NV en, in voorkomend geval, van andere vennootschappen van de KBC-groep in België of in het buitenland. Zoals hierboven al vermeld, ontving de voorzitter van de Raad alleen een bijzondere vaste vergoeding en de voorzitter van het ARCC een bijkomende vaste vergoeding. Ook de ondervoorzitter van de Raad ontving een bijkomende vaste vergoeding.

Vergoeding per individuele bestuurder
(op geconsolideerde basis, in euro)
Vergoeding
(m.b.t. boekjaar 2012)
Vergoeding ARCC
(m.b.t. boekjaar 2012)
Presentiegeld
(m.b.t. boekjaar 2012)
Thomas Leysen 550 000 0 0
Alain Bostoen 40 000 0 45 000
Jo Cornu 20 000 0 50 000
Marc De Ceuster 20 000 30 000 50 000
Tom Dechaene 20 000 30 000 45 000
Franky Depickere 65 000 130 000 67 500
Luc Discry 40 000 0 55 000
Frank Donck 40 000 10 000 45 000
Dirk Heremans 20 000 30 000 50 000
Lode Morlion 40 000 0 50 000
Vladimira Papirnik 13 333 15 000 25 000
Theodoros Roussis 40 000 15 000 40 000
Alain Tytgadt 40 000 0 50 000
Ghislaine Van Kerckhove 40 000 0 45 000
Piet Vanthemsche 40 000 0 50 000
Philippe Vlerick 70 000 0 50 000
Marc Wittemans 40 000 30 000 60 000

Informatie over het bedrag van de vergoeding die leden van het DC van KBC Groep NV die ook lid zijn van de Raad, in die hoedanigheid zouden hebben ontvangen

Er werd noch een vaste vergoeding noch presentiegeld uitgekeerd aan de leden van het DC die als gedelegeerd bestuurder lid zijn van de Raad.

Evaluatiecriteria gebaseerd op de prestaties van KBC Groep NV en/of van de betrokkene(n) bij de toekenning van variabele vergoedingen

De resultaatsgebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald als een percentage van het nettoresultaat van KBC Groep NV (geconsolideerd). De prestatiegebonden variabele vergoeding van de leden van het DC wordt bepaald als een percentage van de vaste vergoeding (tussen 0% en 30%) na een evaluatie van de geleverde prestaties op grond van enkele vooraf afgesproken criteria. Over het jaar 2012 besliste de Raad, op advies van het Vergoedingscomité, om aan de leden van het DC een prestatiegebonden variabele vergoeding toe te kennen van 22,5% van de vaste vergoeding.

Vergoeding van de voorzitter en de andere leden van het DC van KBC Groep NV

Het DC van KBC Groep NV is een collegiaal en solidair orgaan waarvan de voorzitter primus inter pares is en geen CEO in de zin van enige operationele en verantwoordelijke vertegenwoordiger van het bedrijf. Niettemin worden in de tabel, ter uitvoering van de vennootschapswetgeving en de Code, op individuele basis de vergoedingen van de voorzitter van het DC weergegeven.

In de tabel wordt bovendien opgave gedaan van de gezamenlijke vergoedingen die KBC Groep NV en zijn directe en indirecte dochtervennootschappen uitkeerden aan andere leden van het DC van KBC Groep NV dan de voorzitter van het comité met betrekking tot boekjaar 2012. De samenstelling van het DC in de loop van 2012 onderging een aantal wijzigingen waarvan sommige een weerslag hadden op het vergoedingstotaal. In de totaalbedragen werden dan ook de volgende vergoedingen opgenomen:

  • • Johan Thijs: over 12 maanden, waarvan 8 maanden als CEO
  • • Jan Vanhevel: over 4 maanden
  • • Daniel Falque: over 8 maanden
  • • Andere leden: over 12 maanden
Vergoeding van het DC van KBC Groep NV over 2012
(uitbetaald bedrag in euro)
Jan Vanhevel
(voorzitter tot
3 mei 2012)
Johan Thijs
(gewoon lid DC tot
3 mei 2012;
voorzitter vanaf
3 mei 2012)
Andere leden van
het DC (samen)
Statuut zelfstandige zelfstandige zelfstandige
Vaste basisvergoeding 250 247 700 693 3 122 156
Resultaatsgebonden variabele vergoeding over het boekjaar 20121 10 197 30 590 131 539
Prestatiegebonden variabele vergoeding over het boekjaar 20121 14 076 42 229 180 683
Resultaatsgebonden variabele vergoeding over voorgaande boekjaren2 0 18 603 107 484
Prestatiegebonden variabele vergoeding over voorgaande boekjaren2 0 5 600 31 467
Totaal 274 520 797 715 3 573 329
Pensioen3
Aanvullend pensioenplan type vaste prestaties (service cost) 0 100 404 695 068
Aanvullend pensioenplan met vaste bijdragen
(aan het pensioenfonds overgemaakte toelage) over 2012
0 15 295 45 885
Andere voordelen4 5 414 16 160 262 439

1 De helft van de variabele vergoeding wordt uitbetaald in de vorm van phantom stocks en de uitbetaling van de variabele vergoeding wordt gespreid over vier jaar (het eerste jaar 50% en de rest gelijkmatig gespreid over de volgende drie jaar). Het hier weergegeven bedrag betreft dan ook uitsluitend het in 2013 in cash uitbetaalbare gedeelte van de totale variabele vergoeding (25% van het totaal toegekende bedrag).

2 Aangezien er over 2011 geen enkele variabele vergoeding werd toegekend, gaat het hier enkel om een uitgesteld gedeelte van de variabele vergoeding over het jaar 2010. Het gaat om 16,66% van het cashgedeelte van de totale vergoeding. Zoals vorig jaar al vermeld, besliste Jan Vanhevel om de uitbetaling van de hem over het boekjaar 2010 toekomende variabele vergoeding verder uit te stellen.

3 Het pensioenstelsel van de leden van het DC bestaat uit twee delen: een klein gedeelte in de vorm van het type vaste bijdragen en het belangrijkste gedeelte in de vorm van het type vaste prestaties. Het vastebijdragenplan is van toepassing op alle leden van het DC vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de betrokkene gedurende drie jaar deel uitmaakt van het DC. Dat plan wordt door KBC gefinancierd d.m.v. een jaarlijkse toelage (aan het pensioenfonds van KBC) waarvan de omvang uitgedrukt wordt als een percentage van de geconsolideerde nettowinst van KBC Groep. Dat percentage is afhankelijk van de ontwikkeling van de winst per aandeel. Het vasteprestatiesplan is van toepassing voor elk lid van het DC vanaf het ogenblik van opname in het DC. Een volledig aanvullend rustpensioen wordt verworven na 25 jaar dienst in de KBC-groep, waarvan minstens zes jaar als lid van het DC. Elk aanvullend pensioen (tenzij het werd opgebouwd met persoonlijke bijdragen) dat in welke hoedanigheid ook (zelfstandige of werknemer) elders in de groep werd verworven, wordt in rekening gebracht bij de berekening van dit rustpensioen. Er is dus geen cumul mogelijk.

4 Elk lid van het DC ontvangt een maandelijkse representatievergoeding van 400 euro. Aangezien het hier om een forfaitaire terugbetaling van kosten gaat, werd dat bedrag niet in de tabel opgenomen. Elk lid van het DC heeft ook een bedrijfswagen. Op het privégebruik werden de leden van het DC belast op basis van een forfait van 7 500 km per jaar. Voordelen die de leden van het DC verder nog genieten, zijn een hospitalisatie-, een bijstands- en een ongevallenverzekering. De twee leden van het DC met een buitenlandse nationaliteit die geëxpatrieerd zijn, genieten bovendien huisvesting en een ziektekostenverzekering.

Betaalde langetermijncashbonus

In het financiële statuut van de leden van het DC is geen langetermijncashbonus voorzien.

Aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen KBC Groep NV te verwerven, toegekend in de loop van het boekjaar, op individuele basis

Zoals hierboven beschreven, wordt de helft van de totale jaarlijkse variabele vergoeding uitgekeerd onder vorm van phantom stocks met een retentieperiode van één jaar. Over 2012 worden volgende bedragen toegekend in de vorm van phantom stocks (het aantal phantom stocks wordt bepaald op basis van de gemiddelde koers van het KBC-aandeel over de eerste drie maanden van het jaar van vesting).

Bedragen toegekend in de vorm van phantom stocks Totaal Vesting 2013 Vesting 2014 Vesting 2015 Vesting 2016
Jan Vanhevel 48 546 24 273 8 253 8 253 7 767
Johan Thijs 145 640 72 820 24 758 24 758 23 302
Danny De Raymaeker 116 511 58 256 19 807 19 807 18 641
Luc Popelier 116 511 58 256 19 807 19 807 18 641
John Hollows 116 511 58 256 19 807 19 807 18 641
Marko Voljcˇ 116 511 58 256 19 807 19 807 18 641
Luc Gijsens 99 725 49 863 16 953 16 953 15 956
Daniel Falque 47 272 23 636 8 036 8 036 7 564

Andere aandelen, aandelenopties of rechten om aandelen te verwerven, werden niet toegekend.

Aandelen, aandelenopties en andere rechten om aandelen KBC Groep NV te verwerven, uitgeoefend of vervallen in de loop van het boekjaar, op individuele basis

De eerste phantom stocks die werden toegekend (in 2011 over het boekjaar 2010) werden in april 2012 omgezet in cash aan een koers van 15,87 euro. Volgende bedragen werden uitbetaald (in euro):

Jan Vanhevel 66 241
Johan Thijs 40 166
Danny De Raymaeker 52 989
Luc Popelier 40 166
John Hollows 40 166
Marko Voljcˇ 26 661

Bepalingen over vertrekvergoedingen voor uitvoerend bestuurders en leden van het DC van KBC Groep NV op individuele basis

Als gevolg van de door de federale en de Vlaamse overheid bedongen voorwaarden naar aanleiding van de kernkapitaaltransacties in 2008 en 2009, werd de vertrekvergoeding (betaalbaar bij vertrek op initiatief van het bedrijf) voor uitvoerend bestuurders en leden DC sinds eind oktober 2008 beperkt tot 12 maanden vaste vergoeding.

Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen

Hierna geven we in toepassing van bepalingen in het Wetboek van Vennootschappen en de Belgische Corporate Governance Code een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC (Deel 1 in het algemeen, Deel 2 verbijzonderd tot het financiële rapporteringsproces).

Deel 1: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen binnen KBC

1 Een duidelijke strategie, organisatiestructuur en bevoegdheidsverdeling zetten het kader voor een deugdelijke bedrijfsvoering We bespreken de strategie en de organisatiestructuur van de KBC-groep in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur van dit jaarverslag.

KBC wil een efficiënte bank-verzekeraar en vermogensbeheerder zijn met een sterke affiniteit met zijn cliënten en ruime aandacht voor zijn medewerkers. Daarbij focust KBC op particulieren, zelfstandigen, vrije beroepen, kleine en middelgrote ondernemingen en midcaps in geselecteerde Europese landen, waarbij de groep door efficiëntie, cliëntgerichtheid, werknemerstevredenheid en gezond risicobeheer verantwoorde rendementsdoelstellingen nastreeft.

KBC probeert ook om zich te identificeren met de verschillende gemeenschappen waarin het bedrijf werkzaam is door lokale bedrijfsmerken te hanteren, lokaal management in dienst te nemen en aan te sluiten bij het sociaal verantwoord ondernemen volgens de normen van de betreffende landen.

De beleidsstructuur binnen de KBC-groep is op een functioneel duale structuur naar Belgisch model geschoeid:

  • • De Raad van Bestuur (Raad) tekent de strategie en het algemene beleid uit. Hij oefent alle verantwoordelijkheden en handelingen uit die hem krachtens het Wetboek van Vennootschappen zijn voorbehouden. De Raad beslist, op voorstel van het DC, over het niveau van te nemen risico's (risk appetite).
  • • Het Directiecomité (DC) is belast met het operationele bestuur van de vennootschap binnen de door de Raad goedgekeurde algemene strategie en het algemene beleid. Om zijn specifieke verantwoordelijkheden inzake financieel beleid en risicobeheer waar te nemen, heeft het DC in zijn midden een chief financial officer (CFO) en een chief risk officer (CRO) aangesteld.

Het Corporate Governance Charter van KBC beschrijft voor beide beleidsorganen hun onderlinge bevoegdheden, hun samenstelling en werking, en de kwalificatievereisten van hun leden. Concrete informatie over samenstelling en werking is opgenomen in andere delen van deze Verklaring.

2 Bedrijfscultuur en integriteitsbeleid

KBC oefent zijn activiteiten uit met respect voor de geldende wetten en reglementen en past die zowel naar de letter als naar de geest toe. KBC houdt daarbij ook rekening met het evoluerende normbesef van de maatschappij en wil met zijn activiteiten bijdragen tot de economische, sociale en ecologische vooruitgang van zijn werkgebieden. KBC schenkt prioritaire aandacht aan de behoeften en de belangen van zijn cliënten, aandeelhouders, personeel en maatschappelijke omgeving. In zijn relatie met hen legt KBC zichzelf regels op inzake billijkheid en redelijkheid, openheid en transparantie, discretie en zorg voor privacy.

Die principes zijn onder andere vervat in het integriteitsbeleid en in specifieke codes, onderrichtingen en gedragslijnen. De belangrijkste richtlijnen en beleidsnota's in verband met maatschappelijk verantwoord ondernemen vindt u op www.kbc.com, onder Duurzaam ondernemen.

De belangrijkste richtlijnen inzake het integriteitsbeleid zijn:

  • • de KBC-Gedragslijn, een algemeen document dat gebaseerd is op de waarden van de groep en aan al zijn medewerkers een gedrag voorschrijft dat daarmee in overeenstemming is. Het vormt de basis voor de ontwikkeling van gespecialiseerde gedragslijnen voor specifieke doelgroepen en beleidslijnen op groepsniveau;
  • • bijzondere groepswijde complianceregels met betrekking tot:
  • bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme en het naleven van embargo's;
  • fiscaal preventiebeleid waaronder de bijzondere mechanismen van belastingontduiking;
  • bescherming van de belegger en voorkoming van belangenconflicten (MiFID);
  • marktmisbruik, waaronder misbruik van voorkennis;
  • bescherming van het privéleven, vertrouwelijkheid van informatie en professionele discretieplicht.
  • • deontologie en fraudebestrijding:
  • de deontologie van de medewerker zit verweven in de gedragslijn en diverse andere beleidslijnen die in dit onderdeel al werden aangegeven;
  • verschillende diensten, zoals Compliance, Inspectie, Interne Audit en ook de business zijn actief bezig met de preventie en het opsporen van fraude. Voor externe productgerelateerde fraude ligt het hoofdaccent bij de business. Voor fraude en deontologische inbreuken door personeelsleden voeren diensten die los van de business staan controles en onderzoeken uit. Voor complexe fraudedossiers en/of zaken met een invloed op groepsniveau voert en/of coördineert Compliance Groep het onderzoek, in haar hoedanigheid van groepscompetentiecentrum voor fraude;
  • het Beleid voor de bescherming van klokkenluiders in de KBC-groep biedt bescherming aan de medewerkers die te goeder trouw tekenen van fraude en ernstige wanpraktijken signaleren;
  • het Anticorruptiebeleid bevestigt de houding van KBC in de strijd tegen en de voorkoming van corruptie bij de uitoefening van zijn werkzaamheden en bevat een omschrijving van de daartoe genomen en te nemen maatregelen. Een onderdeel daarvan is het beleid inzake geschenken, giften en sponsoring: KBC wil zowel zijn medewerkers als zijn tegenpartijen beschermen door criteria op te stellen voor transparant en redelijk gedrag.

Het document KBC-Principes voor maatschappelijk verantwoord ondernemen beschrijft de visie van KBC inzake Corporate Social Responsibility en is beschikbaar op www.kbc.com.

3 Het drielijnsverdedigingsmodel wapent KBC tegen risico's die het behalen van de bepaalde doelstellingen in het gedrang kunnen brengen

Om zijn strategische opdracht te ondersteunen en zich te wapenen tegen de risico's die het realiseren van die opdracht kunnen verhinderen, heeft het DC, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van de Raad, een gelaagd intern controlesysteem geïmplementeerd. Dat systeem is algemeen bekend als het drielijnsverdedigingsmodel (Three Lines of Defense-model).

3.1 De business draagt de verantwoordelijkheid voor de beheersing van zijn risico's

Business is er eerstelijns verantwoordelijk voor de risico's binnen zijn domein te kennen en over aangepaste en effectieve controles te beschikken. Die verantwoordelijkheid strekt zich uit over alle risicotypes, inclusief fraude en de naleving van de reglementaire of wettelijke voorschriften. Zij kan daarbij een beroep doen op een aantal ondersteunende diensten gesitueerd binnen de eerste lijn zelf. Voorbeelden van die ondersteunende diensten zijn Inspectie, Personeel en Boekhouding. Naast die eerstelijnsexpertise kan de business ook een beroep doen op de adviesverlening van de onafhankelijke tweedelijnsfuncties.

3.2 De risicofunctie, Compliance, en voor bepaalde zaken, Boekhouding, Juridische en Fiscale Zaken en Informatierisicobeveiliging vormen als onafhankelijke controlefuncties de tweedelijnscontrole

Onafhankelijk van business en conform geavanceerde industriestandaarden hebben de tweedelijnscontrolefuncties als doel een groepswijd kader uit te tekenen voor alle relevante risicotypes. De functies ondersteunen elk voor hun werkdomein de implementatie van dat raamwerk en zien toe op het gebruik ervan. Naast die ondersteunende en toezichtfunctie hebben de tweedelijnsfuncties ook een adviserende functie als ze assistentie verlenen aan het businessmanagement bij het gebruik van waarde-, risico- en kapitaalbeheerinstrumenten en -technieken. Meer informatie over waarde- en risicobeheer vindt u in het betreffende hoofdstuk van dit jaarverslag.

De Compliancefunctie is een onafhankelijke functie binnen de KBC-groep, wat wordt gevrijwaard door het aangepaste statuut van die functie (zoals opgenomen in het Compliance Charter), de plaats in het organogram (hiërarchisch onder de voorzitter van het DC) en de rapporteringslijnen (rapportering aan het ARCC als hoogste orgaan). De doelstelling van Compliance is te voorkomen dat de KBC-groep enige financiële, juridische, reputatie- of sanctieschade zou oplopen als gevolg van de niet-naleving van toepasselijke wetten, besluiten en interne normen of als gevolg van het niet-beantwoorden aan de wettige verwachtingen van het cliënteel, het personeel en de samenleving in haar geheel en wel in de domeinen haar toebedeeld in het integriteitsbeleid.

3.3 Interne Audit ondersteunt, als onafhankelijke derdelijnscontrole, het DC en het ARCC bij de bewaking van de effectiviteit en efficiëntie van het interne controle- en risicobeheersysteem

Interne Audit gaat na of de risico's in de KBC-groep op een adequate manier worden beheerst, en waar mogelijk worden beperkt of geëlimineerd. Zij ziet er ook op toe dat de bedrijfsprocessen en de samenwerking tussen de verschillende geledingen van de instelling op een efficiënte en doelmatige manier verlopen, en dat de continuïteit van de activiteiten is verzekerd.

Het werkgebied van Interne Audit bestrijkt alle wettelijke entiteiten, activiteiten en divisies binnen de KBC-groep, inclusief de verschillende controlefuncties.

Verantwoordelijkheden, kenmerken, organisatiestructuur en rapporteringslijnen, toepassingsgebied, auditmethodologie, samenwerking tussen interne auditafdelingen van de KBC-groep en uitbesteding van interne auditactiviteiten worden beschreven en toegelicht in het Auditcharter van KBC Groep NV. Dat charter beantwoordt aan de bepalingen van de Circulaire D1 97/4 (banken) en PPB-2006-8-CPA (verzekeringen) van de CBFA (de huidige FSMA).

Conform internationale professionele auditstandaarden licht een externe derde partij de auditfunctie op regelmatige tijdstippen door. Dat gebeurde voor het laatst in 2009. De resultaten van die oefening werden aan het DC en het ARCC gerapporteerd in het kader van hun toezicht op en evaluatie van Interne Audit.

4 Het KBC-Audit-, Risico- en Compliancecomité (ARCC) speelt een centrale rol in de monitoring van het interne controle- en risicobeheersysteem

Het Directiecomité beoordeelt jaarlijks de aangepastheid van het interne controle- en risicobeheersysteem en rapporteert daarover aan het ARCC.

Het ARCC houdt namens de Raad toezicht op de integriteit en doeltreffendheid van de interne controlemaatregelen en van het opgezette risicobeheer zoals dat onder de verantwoordelijkheid van het DC is opgezet, met specifieke aandacht voor een correcte financiële verslaggeving. Het comité volgt ook de door de vennootschap opgezette procedures op om aan de wet en andere reglementeringen te voldoen.

De rol, samenstelling, werking en kwalificatie van zijn leden zijn vastgelegd in het ARCC-charter waarvan de Raad op 23 september 2010 de recentste versie goedkeurde. In andere paragrafen vindt u bijkomende informatie over het ARCC.

Deel 2: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen in verband met het proces van financiële verslaggeving

Het is van cruciaal belang dat de financiële verslaggeving tijdig, accuraat en inzichtelijk is, zowel voor interne als externe stakeholders. Daarom moet het onderliggende proces voldoende robuust zijn.

De periodieke rapportering op vennootschappelijk niveau resulteert uit een gedocumenteerd boekhoudkundig proces. Een handleiding over boekhoudprocedures en het financiële verslaggevingsproces is beschikbaar. De periodieke financiële staten worden rechtstreeks aangemaakt vanuit het grootboek. De boekhoudkundige rekeningen worden aangesloten met de achterliggende inventarissen. Het resultaat van die controles kan worden aangetoond. De periodieke financiële staten worden opgesteld conform de lokale waarderingsregels. De periodieke rapportering over het eigen vermogen wordt opgesteld conform het Besluit van de toenmalige Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA, nu FSMA) van 17 oktober 2006.

De belangrijkste verbonden ondernemingen beschikken over een aangepaste boekhoudkundige en administratieve organisatie en hebben procedures voor financiële interne controles. Een beschrijvend document over het consolidatieproces is beschikbaar. Het consolidatiesysteem en het consolidatieproces zijn al geruime tijd operationeel en bevatten talrijke consistentiecontroles.

De geconsolideerde financiële staten worden opgesteld conform de IFRS-waarderingsregels, die van toepassing zijn voor alle vennootschappen opgenomen in de consolidatieperimeter. De verantwoordelijke financiële directies (CFO's) van de dochterondernemingen certifiëren de juistheid en de volledigheid van de gerapporteerde financiële cijfers, conform de groepswaarderingsregels. Het fiatteringscomité (approval commission), dat wordt voorgezeten door de algemeen directeur van Group Finance, controleert de naleving van de IFRS-waarderingsregels.

Conform de Wet van 15 mei 2007 heeft het DC van KBC Groep NV een evaluatie gemaakt van het interne controlesysteem met betrekking tot het financiële verslaggevingsproces en daarover een verslag opgesteld.

Het bestaan (sinds 2006) en de opvolging van de groepswijde standaarden inzake boekhoudkundige controles (Mandatory Accounting Controls) is de sterke pijler van de interne controle van het boekhoudkundige proces. De Mandatory Accounting Controls zijn regels om de voornaamste risico's van het boekhoudkundige proces te beheersen en hebben betrekking op het opzetten en onderhouden van de architectuur van het boekhoudkundige proces: het opstellen en onderhouden van waarderingsregels en boekhoudschema's, het naleven van regels inzake autorisatie en functiescheiding bij de boekhoudkundige registratie van verrichtingen en het opzetten van een gepast eerstelijns- en tweedelijnsrekeningbeheer.

De groepswijde uitrol van procedures voor versnelde afsluiting (Fast Close), de opvolging van verrichtingen tussen groepsmaatschappijen (Intercompanies) en de permanente follow-up van een aantal risico-, prestatie- en kwaliteitsindicatoren (Key Risk Indicators / Key Performance Indicators) dragen continu bij tot de verhoging van de kwaliteit van het boekhoudkundige proces en het financiële verslaggevingsproces. Het Reporting Framework (2011) en het Challenger Framework (2012) definiëren een solide governance en beschrijven duidelijk de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren binnen het financiële verslaggevingsproces. Het doel is de rapporteringsrisico's drastisch te verminderen door de input data te challengen en de analyse, en dus het inzicht in de gerapporteerde cijfers, te verbeteren.

De Mandatory Accounting Controls, het Reporting Framework en het Challenger Framework werden in 2012 geïntegreerd in een lijst van de belangrijkste controles met betrekking tot het boekhoudkundige en het externe financiële verslaggevingsproces (Group Key Control Accounting and External Financial Reporting). De implementatie van die controles resulteert in het oplijsten van alle verantwoordelijkheden (Entity Accountability Excel), het onderbouwd aantonen hoe al die verantwoordelijkheden worden opgenomen (Departmental Reference Documents), het opvolgen van Key Risk Indicators / Key Performance Indicators en de beantwoording door de CFO van een CFO-vragenlijst. Daardoor is het onder controle houden van de risico's van het boekhoudkundige proces en het externe financiële verslaggevingsproces gegarandeerd.

Jaarlijks, ter voorbereiding van de Internal Control Statement aan de toezichthouders, moeten de juridische entiteiten zelf beoordelen of ze voldoen aan de Group Key Control Accounting and External Financial Reporting. Het resultaat van die zelfbeoordeling moet worden geregistreerd in de ARe-assessmenttool van de risicofunctie. Daarmee bevestigen de CFO's formeel en onderbouwd dat binnen hun entiteit alle gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het end-to-endproces van de externe financiële verslaggeving adequaat worden genomen. De waarheidsgetrouwheid van die bevestiging kan te allen tijde worden geverifieerd door alle betrokken interne en externe stakeholders.

Interne Audit van KBC Groep NV auditeert end-to-end het boekhoudkundige proces en het externe financiële verslaggevingsproces, zowel statutair als geconsolideerd.

Voor het toezicht dat het ARCC uitoefent, verwijzen we naar de tweede paragraaf onder punt 4 van Deel 1.

Afwijkingen van de Code

De Verklaring inzake deugdelijk bestuur in het jaarverslag moet eveneens een opsomming en uitleg geven van de bepalingen van de Code waarvan wordt afgeweken (comply or explain-principe). Hierna volgt dat overzicht:

Bepaling 2.1. van de Belgische Corporate Governance Code (Code) stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit. Zie verder in de paragraaf over Genderdiversiteit.

Bepaling 5.2./1 van Bijlage C bij de Code schrijft voor dat de Raad een Auditcomité opricht dat uitsluitend bestaat uit niet-uitvoerend bestuurders. Bepaling 5.2./4 van dezelfde Bijlage C stelt dat op zijn minst een meerderheid van de leden van dat comité onafhankelijk is. Bepaling 5.3./1 van Bijlage D bij de Code schrijft voor dat de Raad een Benoemingscomité opricht dat bestaat uit een meerderheid van onafhankelijke niet-uitvoerend bestuurders.

Op 31 december 2012 was het ARCC samengesteld uit zeven niet-uitvoerend bestuurders van wie twee onafhankelijke, twee die door de Vlaamse overheid werden aangewezen en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders maakten dus niet de meerderheid uit in het Auditcomité. Het Benoemingscomité was op dezelfde datum samengesteld uit acht bestuurders, van wie de voorzitter van de Raad, twee onafhankelijke bestuurders, een overheidsbestuurder, een uitvoerend bestuurder en drie vertegenwoordigers van de vaste aandeelhouders. De onafhankelijke bestuurders vormden in dat comité dus niet de meerderheid. De bestuurders die de overheid heeft aangewezen, zorgen mee voor een onafhankelijke kijk op de activiteiten van KBC.

Zowel bij de samenstelling van het ARCC als bij die van het Benoemingscomité houdt de groep rekening – zoals voor de Raad – met de specificiteit van de aandeelhoudersstructuur en in het bijzonder met de aanwezigheid van de kernaandeelhouders Cera, KBC Ancora, MRBB en de andere vaste aandeelhouders. Op die manier wordt een evenwicht in stand gehouden dat heilzaam is voor de stabiliteit en de continuïteit van de groep. Bovendien kunnen de kernaandeelhouders door de aanwezigheid van hun vertegenwoordigers in de comités van de Raad de operationele verslaggeving (ARCC) en de rekruterings- en benoemingsdossiers (Benoemingscomité) met kennis van zaken opvolgen. Dat komt evenwicht, kwaliteit en efficiëntie van het beslissingsproces binnen de Raad ten goede.

Genderdiversiteit

Sinds 2011 is in de vennootschapswetgeving een bepaling opgenomen waardoor de Raad op termijn ten minste een derde leden moet bevatten van een ander geslacht dan dat van de overige leden. Bepaling 2.1 van de Code stelt dat de samenstelling van de Raad onder meer wordt bepaald op basis van genderdiversiteit.

De Raad telde op 31 december 2012 twee vrouwen en achttien mannen. De Raad streeft een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in zijn midden na. Momenteel worden voorbereidingen getroffen om in de komende jaren stelselmatig het aantal vrouwelijke bestuurders te verhogen en ten laatste in 2017 het vereiste quotum te behalen.

Belangenconflicten die onder artikel 523, 524 of 524ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vallen

In de loop van het boekjaar 2012 kwamen geen belangenconflicten voor die een toepassing van artikel 523, 524 of 524ter van het Belgische Wetboek van Vennootschappen vereisten.

Commissaris

De Algemene Vergadering van KBC Groep NV van 29 april 2010 hernieuwde het mandaat van de commissaris van Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA voor een periode van drie jaar, met als vertegenwoordigers Pierre Vanderbeek en/of Peter Telders. Aan de algemene vergadering in 2013 zal worden voorgesteld het mandaat van de commissaris voor een nieuwe periode van drie jaar te verlengen. De bezoldiging van de commissaris vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, in Toelichting 43 (volledige groep – geconsolideerde cijfers) en in het deel Vennootschappelijke jaarrekening, in Toelichting 6 (KBC Groep NV).

Aandeelhoudersstructuur per 31 december 2012 zoals die blijkt uit ontvangen kennisgevingen in het kader van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert die ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com. In de tabel volgt een overzicht van het aandeelhouderschap per einde 2012, resulterend uit alle kennisgevingen ontvangen tot en met 31 december 2012. In het deel Vennootschappelijke jaarrekening vindt u eveneens een overzicht van de ontvangen kennisgevingen in 2011 en 2012.

We wijzen erop dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Aandeelhouderschap 31-12-2012, volgens meest recente kennisgevingen overeenkomstig de Wet van 2 mei 2007
Adres
Aantal KBC-aandelen
(tegenover de som van het op
het moment van kennisgeving
bestaande aantal aandelen)
Kennisgeving betreft
situatie per
KBC Ancora Comm.VA* Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 82 216 380 (19,72%) 13 december 2012
Cera CVBA* Philipssite 5 bus 10, 3001 Leuven, België 29 227 166 (7,01%) 13 december 2012
MRBB CVBA* Diestsevest 40, 3000 Leuven, België 42 562 675 (11,99%) 1 september 2008
Andere vaste aandeelhouders* P.a. Ph. Vlerick, Ronsevaalstraat 2,
8510 Bellegem, België
39 867 989 (11,23%) 1 september 2008
Vennootschappen
behorend tot de KBC-groep
Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 300 (0,00%) 16 oktober 2012
BlackRock Inc. Throgmorton Avenue 12, EC2N 2DL Londen,
Verenigd Koninkrijk
11 026 587 (3,08%) 6 december 2012

* Hiervan werden volgens de kennisgeving van 1 september 2008 de volgende aantallen aandelen in onderling overleg ingebracht: 32 634 899 door KBC Ancora Comm.VA, 10 080 938 door Cera CVBA, 26 436 213 aandelen door MRBB CVBA en alle 39 867 989 aandelen door Andere vaste aandeelhouders.

Meldingen in verband met aandeelhouderschap gebeuren naar aanleiding van de (hierboven vermelde) Wet van 2 mei 2007, naar aanleiding van de Belgische Wet op openbare overnamebiedingen (zie verder) of op vrijwillige basis. In het hoofdstuk Informatie voor aandeel en obligatiehouders vindt u een synthese, waarbij de meest recente meldingen zijn opgenomen.

Bekendmaking ter uitvoering van artikel 34 van het Belgische KB van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

1 Kapitaalstructuur op 31 december 2012

Het maatschappelijk kapitaal is volgestort en wordt vertegenwoordigd door 416 967 355 maatschappelijke aandelen zonder nominale waarde. Meer informatie over het kapitaal van de groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.

2 Wettelijke of statutaire beperking van overdracht van effecten

Jaarlijks voert KBC Groep NV een kapitaalverhoging door waarbij de inschrijving is gereserveerd voor het personeel van KBC Groep NV en bepaalde van zijn Belgische dochtervennootschappen. Als de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen een korting vertoont ten opzichte van de in de uitgiftevoorwaarden bepaalde referentiekoers, kunnen die nieuwe aandelen door het personeelslid niet worden overgedragen gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de betaaldatum, tenzij in geval van overlijden van het personeelslid. De aandelen waarop werd ingetekend door het personeel in het kader van de kapitaalverhoging waartoe de Raad van Bestuur op 7 november heeft beslist, zijn geblokkeerd tot en met 12 december 2014.

De opties op aandelen KBC Groep NV die in handen zijn van medewerkers van diverse vennootschappen van de KBC-groep en die in het kader van op verschillende tijdstippen opgezette aandelenoptieplannen aan die medewerkers werden toegekend, zijn niet overdraagbaar onder levenden. Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel vindt u in Toelichting 12 in het deel Geconsolideerde jaarrekening.

3 Houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden Nihil.

4 Mechanisme voor de controle van enig aandelenplan voor werknemers wanneer de zeggenschapsrechten niet rechtstreeks door de werknemers worden uitgeoefend Nihil

5 Wettelijke of statutaire beperking van de uitoefening van het stemrecht

De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen, zijn geschorst. Op 31 december 2012 betrof het 302 aandelen (dat is 0,00% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was).

6 Aan KBC Groep NV bekende aandeelhoudersovereenkomsten die aanleiding kunnen geven tot beperking van de overdracht van effecten en/of van de uitoefening van het stemrecht

Een groep rechtspersonen en natuurlijke personen treden in onderling overleg op en vormen de vaste aandeelhouderskern van KBC Groep NV. Volgens de door hen ingestuurde kennisgeving beschikten zij op 1 september 2008 over de volgende aantallen stemrechten in onderling overleg:

  • • KBC Ancora Comm.VA: 32 634 899
  • • Cera CVBA: 10 080 938
  • • MRBB CVBA: 26 436 213
  • • Andere Vaste Aandeelhouders: 39 867 989.

In totaal zijn dat 109 020 039 stemrechten of 30,70% van het totaal aantal stemrechten (inclusief de op deze datum geschorste aandelen: zie hierboven) op 1 september 2008 (355 122 707). Vergeleken met het totale aantal stemrechten op 31 december 2012 zou dat neerkomen op 26,15% (inclusief de momenteel geschorste aandelen). Tussen die partijen werd een aandeelhoudersovereenkomst gesloten om het algemene beleid van KBC Groep NV te ondersteunen en te coördineren, en op de toepassing van dat beleid toe te zien. De overeenkomst voorziet in een contractueel aandeelhouderssyndicaat. In de aandeelhoudersovereenkomst zijn bepalingen over de overdracht van effecten en de uitoefening van het stemrecht binnen het kader van het syndicaat opgenomen.

In het kader van de kernkapitaaluitgifte van 3,5 miljard euro door KBC Groep NV waarop midden juli 2009 door het Vlaams Gewest werd ingeschreven, zijn de kernaandeelhouders van KBC Groep NV onder meer de volgende formele verbintenis aangegaan. Zij zullen hun aandelen niet aanbieden in geval van een vrijwillig of verplicht openbaar overnamebod op alle KBC-aandelen of, naargelang het geval, geen KBC-aandelen in die mate verkopen dat daardoor een verplicht bod zou ontstaan of, naargelang het geval, hun aandelen vóór de aanvang, gedurende of na afloop van een openbaar overnamebod niet overdragen aan (een) (aanstaande) bieder(s) of verwante partij noch enig recht daartoe verlenen, zonder de formele verbintenis van de (aanstaande) bieder(s) dat die na afloop van het bod KBC zal (zullen) verplichten alle uitstaande kernkapitaaleffecten terug te betalen (onder voorbehoud van goedkeuring door de NBB) of zelf alle uitstaande kernkapitaaleffecten zal (zullen) inkopen, in beide gevallen tegen een prijs gelijk aan 44,25 euro per effect.

7 De regels voor de benoeming en vervanging van leden van het bestuursorgaan en voor de wijziging van de statuten van KBC Groep NV

Benoeming en vervanging van leden van de Raad:

De benoeming van kandidaat-bestuurders en de herbenoeming van bestuurders worden door de Raad na advies van de NBB ter goedkeuring voorgesteld aan de Algemene Vergadering. Elk voorstel wordt vergezeld van een gedocumenteerde aanbeveling door de Raad, gebaseerd op het advies van het Benoemingscomité.

Onverminderd de toepasselijke wettelijke voorschriften worden de voorstellen tot benoeming ten minste dertig dagen vóór de Algemene Vergadering meegedeeld als een afzonderlijk punt in de agenda van de Algemene Vergadering.

In geval van benoeming van een onafhankelijk bestuurder geeft de Raad aan of de kandidaat voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria van het Wetboek van Vennootschappen.

De Algemene Vergadering benoemt de bestuurders bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

De Raad kiest onder zijn niet-uitvoerende leden een voorzitter en eventueel een of meer ondervoorzitters.

Aftredende bestuurders zijn altijd herbenoembaar.

Als in de loop van een boekjaar een plaats van bestuurder openvalt wegens overlijden, ontslag of door een andere oorzaak, kunnen de overige bestuurders voorlopig in de vacature voorzien en een nieuwe bestuurder benoemen. In dat geval zal de Algemene Vergadering tijdens haar eerstvolgende bijeenkomst tot een definitieve benoeming overgaan. Een bestuurder die wordt benoemd ter vervanging van een bestuurder wiens mandaat niet was voltooid, beëindigt dat mandaat, tenzij de Algemene Vergadering bij de definitieve benoeming een andere duur voor het mandaat bepaalt.

Wijziging van de statuten:

Tenzij anders is bepaald, heeft de Algemene Vergadering het recht om wijzigingen aan te brengen in de statuten. De Algemene Vergadering kan over wijzigingen in de statuten alleen dan op geldige wijze beraadslagen en besluiten, als de voorgestelde wijzigingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping en als de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. Is de laatste voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig, en de nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit op geldige wijze ongeacht het door de aanwezige aandeelhouders vertegenwoordigde deel van het kapitaal. Een wijziging is alleen dan aangenomen, als zij drie vierden van de stemmen heeft verkregen (art. 558 Wetboek Venn.).

Als de statutenwijziging betrekking heeft op het doel van de vennootschap, moet de Raad de voorgestelde wijziging omstandig verantwoorden in een verslag dat in de agenda wordt vermeld. Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva gevoegd die niet méér dan drie maanden voordien is vastgesteld. De commissarissen brengen afzonderlijk verslag uit over die staat. Een exemplaar van die verslagen kan worden verkregen overeenkomstig artikel 535 van het Wetboek van Vennootschappen. Het ontbreken van die verslagen heeft de nietigheid van de beslissing van de Algemene Vergadering tot gevolg. De Algemene Vergadering kan alleen dan op geldige wijze over een wijziging van het doel van de vennootschap beraadslagen en besluiten, als de aanwezigen niet alleen de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen (…). Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een tweede bijeenroeping nodig. Opdat de tweede vergadering op geldige wijze kan beraadslagen en besluiten, is het voldoende dat enig deel van het kapitaal er vertegenwoordigd is. Een wijziging is alleen dan aangenomen, wanneer zij ten minste vier vijfden van de stemmen heeft verkregen. (…) (uittreksel uit art. 559 Wetboek Venn.)

8 Bevoegdheden van de Raad met betrekking tot uitgifte of inkoop van eigen aandelen

De Algemene Vergadering heeft de Raad tot en met 21 mei 2014 gemachtigd om het maatschappelijk kapitaal in één of meer keren te verhogen met in totaal 900 miljoen euro, in geld of in natura, en zowel door uitgifte van aandelen als van al dan niet achtergestelde, converteerbare obligaties of van warrants die al dan niet verbonden zijn aan al dan niet achtergestelde obligaties. In dat kader kan de Raad het voorkeurrecht opheffen of beperken binnen de wettelijke en statutaire grenzen. De Raad kan die machtiging gebruiken onder de voorwaarden en binnen de grenzen van het Wetboek van Vennootschappen, ook na de datum van ontvangst van de mededeling van de FSMA dat haar kennis is gegeven van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap. Die bijzondere machtiging geldt tot 28 april 2014. Op 31 december 2012 bedroeg het toegestane kapitaal 693 933 425,16 euro. Daarmee kunnen – rekening houdend met het boekhoudkundige pari van het aandeel op 31 december 2012 – nog maximaal 199 406 156 nieuwe aandelen worden uitgegeven, dat is 47,82% van het aantal aandelen dat op dat ogenblik in omloop was.

Op 7 november 2012 besliste de Raad gebruik te maken van het toegestane kapitaal om een kapitaalverhoging met uitsluiting van het voorkeurrecht door te voeren ten gunste van het personeel. Tegen een intekenprijs per aandeel van 18,71 euro en een maximum van 40 aandelen per personeelslid kon het geplaatste maatschappelijk kapitaal op 19 december 2012 worden verhoogd met 528 083,04 euro, vertegenwoordigd door 151 748 nieuwe aandelen.

Op 9 december 2012 besliste de Raad gebruik te maken van het toegestane kapitaal om een kapitaalverhoging met uitsluiting van het voorkeurrecht door te voeren via de Accelerated Book Building-methode. Tegen een intekenprijs van 21,25 euro kon het geplaatste maatschappelijk kapitaal op 13 december 2012 worden verhoogd met 204 746 823,12 euro, vertegenwoordigd door 58 835 294 aandelen.

De door de Algemene Vergadering aan de Raden van KBC Groep NV en van zijn rechtstreekse dochtervennootschappen verleende machtigingen om eigen aandelen KBC Groep NV onder bepaalde voorwaarden te verwerven en in pand te nemen, verviel op 23 oktober 2009 en werd niet hernieuwd.

Wel zijn de Raden van KBC Groep NV en de rechtstreekse dochtervennootschappen tot 29 mei 2015 gemachtigd om eigen aandelen KBC Groep NV te verkrijgen of te vervreemden als de verkrijging of de vervreemding ervan noodzakelijk is om te voorkomen dat KBC Groep NV een dreigend, ernstig nadeel zou lijden.

Ten slotte werden voornoemde Raden gemachtigd om de aandelen KBC Groep NV in hun bezit te vervreemden op de beurs of buiten de beurs, dit laatste tegen een vergoeding die niet lager mag zijn dan de op het ogenblik van de vervreemding geldende beurskoers verminderd met 10%. Op 31 december 2012 hadden KBC Groep NV en zijn rechtstreekse dochtervennootschappen geen aandelen KBC Groep NV in bezit.

9 Belangrijke overeenkomsten waarbij KBC Groep NV partij is en die in werking treden, wijzigingen ondergaan of aflopen in geval van een wijziging van controle over KBC Groep NV na een openbaar overnamebod

Nihil.

10 Tussen KBC en zijn bestuurders of werknemers gesloten overeenkomsten die in vergoedingen voorzien wanneer, naar aanleiding van een openbaar overnamebod, de bestuurders ontslag nemen of zonder geldige reden moeten afvloeien of de tewerkstelling van de werknemers beëindigd wordt Nihil.

Mededelingen in het kader van artikel 74 van de Belgische Wet op openbare overnamebiedingen

In het kader van vermelde wet ontving KBC Groep NV in 2012 een aantal geactualiseerde mededelingen. Op basis daarvan wordt hierna een bijgewerkte tabel van de ontvangen mededelingen weergegeven. De vermelde personen treden op in onderling overleg. De opgegeven aantallen aandelen zijn evenwel niet noodzakelijk allemaal ingebracht in onderling overleg: sommige aantallen kunnen ook vrije aandelen bevatten.

,

  • A Mededelingen door
  • a rechtspersonen,
  • b natuurlijke personen die 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1 c rechtspersonen die de controle hebben over rechtspersonen onder a,
  • d natuurlijke personen die via controle over rechtspersonen onder a indirect 3% of meer van de effecten met stemrecht houden1
Participatie, Controlerende Participatie, Controlerende
Aandeelhouder aantal In procenten2 persoon Aandeelhouder aantal In procenten2 persoon
KBC Ancora Comm.VA 82 216 3803 22,97% Cera CVBA SAK Berkenstede 268 9703 0,08%
Natuurlijke
MRBB 46 289 8643 12,93% HBB vzw Robor NV 238 9883 0,07% perso(o)n(en)
Cera CVBA 26 127 1663 7,30% – Efiga Invest sprl 233 8063 0,07% Moulins de Klein
bettingen SA
SAK AGEV 11 486 0373 3,21% – La Pérégrina 220 5884 0,06% ING Trust
Plastiche NV 4 780 9153 1,34% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Promark
International NV
189 0083 0,05% Natuurlijke
perso(o)n(en)
3D NV 2 323 0853 0,65% SAK Iberanfra Hermes Invest NV 180 2253 0,05%
Setas SA 1 626 4013 0,45% SAK Setas SAK Hermes Controle
en Beheersmij
148 5273 0,04%
SAK Pula 1 434 2503 0,40% – Lineago Trust 148 4003 0,04%
Vrij en Vrank CVBA 1 335 2583 0,37% SAK Prof. Vlerick Tradisud NV 146 5004 0,04%
De Berk BVBA 1 138 2083 0,32% Natuurlijke perso(o)n(en) SAK Iberanfra 120 1073 0,03%
De Lelie GCV 1 000 0003 0,28% – Sinfonia Investments NV 115 8393 0,03% SAK Hermes
Controle en
Beheersmaat
schappij
Rainyve SA 941 9583 0,26% I.B.P. Ravago
Pensioenfonds
115 8333 0,03%
Stichting
Amici Almae Matris
912 7313 0,26% – Inkao-Invest bvba 113 6793 0,03% Robor NV
Van Holsbeeck nv 910 3223 0,25% Natuurlijke
perso(o)n(en) Edilu NV
70 0004 0,02%
Basil Finance SA 860 0003 0,24% – Ansico NV 54 9013 0,02%
Ceco c.v.a. 568 8493 0,16% Natuurlijke
perso(o)n(en) Wilig NV
42 4724 0,01%
Nascar Finance SA 560 0003 0,16% – Mercurius Invest NV 40 2303 0,01%
Partapar SA 559 8183 0,16% Natuurlijke perso(o)n(en) Bevek Vlam 21 39 0064 0,01% ABN Amro
Cordalia SA 425 2503 0,12% Natuurlijke perso(o)n(en) Filax Stichting 38 5293 0,01% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Mapicius SA 425 2503 0,12% Natuurlijke
perso(o)n(en) Agrobos NV
37 0163 0,01%
Cecan Invest NV 397 5633 0,11% SAK Prof. Vlerick Lycol NV 31 9394 0,01%
Mercator NV 366 4273 0,10% Bâloise-holding Van Vuchelen
en Co CVA
27 7854 0,01%
VIM CVBA 361 5623 0,10% Natuurlijke
perso(o)n(en) Asphalia NV
14 2413 0,00% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Algimo NV 352 0223 0,10% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Kristo Van Holsbeeck
bvba
7 7003 0,00% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Sereno SA 333 4083 0,09% Natuurlijke
perso(o)n(en) Ibervest NV
1 1663 0,00%
Colver NV 322 0994 0,09% – Lutherick NV 6853 0,00%
Rodep Comm.VA 304 0003 0,08% Natuurlijke
perso(o)n(en)
Participatie, (deze mededelingen hoeven geen melding te maken van de identiteit van de betrokken natuurlijke personen)5 Participatie, Participatie, Participatie,
aantal In procenten2 aantal In procenten2 aantal In procenten2 aantal In procenten2
330 8033 0,09% 46 2003 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
274 8393 0,08% 45 4413 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%
235 0003 0,07% 43 2003 0,01% 14 5223 0,00% 3 3754 0,00%
141 4663 0,04% 39 2644 0,01% 13 9054 0,00% 3 3754 0,00%
107 5003 0,03% 37 3704 0,01% 13 9054 0,00% 3 2404 0,00%
96 9033 0,03% 33 0694 0,01% 12 6454 0,00% 2 8003 0,00%
96 9033 0,03% 32 9943 0,01% 12 5904 0,00% 2 2954 0,00%
96 9033 0,03% 32 9943 0,01% 12 5394 0,00% 2 1944 0,00%
84 0783 0,02% 32 9783 0,01% 12 3184 0,00% 2 1944 0,00%
75 0003 0,02% 32 9783 0,01% 12 1254 0,00% 2 1944 0,00%
69 5003 0,02% 32 2854 0,01% 11 0424 0,00% 2 1944 0,00%
67 5003 0,02% 25 5004 0,01% 11 0394 0,00% 2 0253 0,00%
67 5003 0,02% 22 7064 0,01% 10 9924 0,00% 1 3504 0,00%
64 5503 0,02% 22 6114 0,01% 9 7614 0,00% 1 2694 0,00%
63 5994 0,02% 22 3434 0,01% 8 8504 0,00% 1 0003 0,00%
57 8413 0,02% 22 3434 0,01% 8 5564 0,00% 8774 0,00%
56 9503 0,02% 22 3424 0,01% 8 3164 0,00% 7744 0,00%
55 4064 0,02% 21 8973 0,01% 7 8843 0,00% 5134 0,00%
54 9864 0,02% 20 0074 0,01% 7 0003 0,00% 5003 0,00%
52 4993 0,01% 19 5464 0,01% 6 7844 0,00% 3244 0,00%
52 0003 0,01% 16 7334 0,00% 6 5404 0,00% 2434 0,00%
49 6003 0,01% 16 0003 0,00% 4 5494 0,00% 2284 0,00%
48 8003 0,01% 15 1323 0,00% 3 7594 0,00% 273 0,00%
48 1413 0,01% 15 1323 0,00% 3 4313 0,00% 243 0,00%
46 4413 0,01% 15 0003 0,00% 3 3754 0,00%

1 Er werden geen dergelijke mededelingen ontvangen.

2 Totaal aantal bestaande aandelen op 30 juni en 1 september 2012: 357 980 313.

3 Toestand per 30 juni 2012.

4 Toestand per 1 september 2012.

5 Sommige van deze participaties werden in blote eigendom zonder stemrecht aangegeven en andere in vruchtgebruik met stemrecht.

Meldingen in verband met aandeelhouderschap gebeuren naar aanleiding van de Wet van 2 mei 2007, naar aanleiding van de (hierboven vermelde) Belgische Wet op openbare overnamebiedingen of op vrijwillige basis. In het hoofdstuk Informatie voor aandeel en obligatiehouders vindt u een synthese, waarbij de meest recente meldingen zijn opgenomen.

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro) Toelichting 2011 2012
Nettorente-inkomsten 3 5 479 4 669
Rente-inkomsten 3 11 883 10 134
Rentelasten 3 -6 404 -5 465
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 9 4 119 2 975
Niet-leven 11 1 861 1 500
Leven 10 2 258 1 475
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering 9 -3 541 -2 593
Niet-leven 9 -996 -878
Leven 9 -2 545 -1 714
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering 9 -44 -13
Dividendinkomsten 4 85 45
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 5 -178 420
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 6 169 181
Nettoprovisie-inkomsten 7 1 164 1 315
Provisie-inkomsten 7 2 043 2 005
Provisielasten 7 -878 -690
Overige netto-inkomsten 8 56 734
TOTALE OPBRENGSTEN 7 310 7 733
Exploitatiekosten 12 -4 344 -4 248
Personeelskosten 12 -2 569 -2 543
Algemene beheerskosten 12 -1 449 -1 396
Afschrijvingen vaste activa 12 -326 -310
Bijzondere waardeverminderingen 14 -2 123 -2 511
Op leningen en vorderingen 14 -1 333 -1 072
Op voor verkoop beschikbare financiële activa 14 -417 -95
Op goodwill 14 -120 -421
Op overige 14 -253 -923
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 15 -58 2
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 786 976
Belastingen 16 -320 -362
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 46 -419 27
RESULTAAT NA BELASTINGEN 47 641
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 34 29
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 13 612
Waarvan m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten -419 27
Winst per aandeel (in euro)
Gewoon 17 -1,93 -1,09
Verwaterd 17 -1,93 -1,09
  • • Eind 2009 kondigde de groep een strategisch plan aan, inclusief een lijst te desinvesteren maatschappijen en activiteiten. De Europese Commissie keurde dat plan eind november 2009 goed. Midden 2011 heeft de groep enkele aanpassingen aan dat plan doorgevoerd. U vindt meer informatie over het desinvesteringsplan in het hoofdstuk Strategie, bedrijfsprofiel en structuur. De commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd.
  • • De groep kwalificeert KBL EPB sinds 2010 als een beëindigde bedrijfsactiviteit. Bijgevolg vindt u de resultaten van KBL EPB (tot op het moment van de afronding van de verkoop – zie verder) in overeenstemming met IFRS 5, niet meer onder de verschillende posten van de winst-en-verliesrekening, maar samengebundeld in de post Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten.
  • • Dividendvoorstel over het boekjaar 2012: onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering bedraagt het brutodividend 1,00 euro per dividendgerechtigd aandeel over het boekjaar 2012. Het totale te betalen dividend bedraagt dan 417 miljoen euro. De uitbetaling van een coupon op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en Vlaamse overheid (zie deel Overige informatie) is verbonden aan de uitkering van een dividend op gewone aandelen. Voor het boekjaar 2012 betaalt KBC in dat kader in 2013 een coupon van 543 miljoen euro aan de betrokken overheden. De boekhoud-

kundige verwerking daarvan in IFRS is vergelijkbaar met die van gewone dividenden (in aftrek van het eigen vermogen in het jaar van betaling). Merk op dat die coupon in rekening wordt gebracht bij de berekening van de winst per aandeel (Toelichting 17).

• We lichten de belangrijkste bestanddelen van de resultatenrekening toe in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder het hoofdstuk Geconsolideerd resultaat in 2012 en de hoofdstukken over de divisies. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd.

Geconsolideerde gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (comprehensive income)

(in miljoenen euro) 2011 2012
RESULTAAT NA BELASTINGEN 47 641
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 34 29
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 13 612
NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN ERKEND IN EIGEN VERMOGEN
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor aandelen -162 -25
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen -171 33
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 12 7
Overboeking van reserve naar nettoresultaat -3 -64
Bijzondere waardeverminderingen 40 22
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding -43 -87
Uitgestelde belastingen 0 1
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor obligaties -32 1 465
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen -251 1 785
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 48 -527
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 171 207
Bijzondere waardeverminderingen 158 32
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding -22 157
Proratering en bijzondere waardevermindering op herwaarderingsreserve voor verkoop beschikbare financiële activa
naar aanleiding van herklassering naar leningen en vorderingen
81 180
Uitgestelde belastingen -46 -162
Nettowijziging van de herwaarderingsreserve voor andere activa -1 0
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen 0 0
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 0 0
Overboeking van reserve naar nettoresultaat -1 0
Bijzondere waardeverminderingen 0 0
Nettowinsten of -verliezen bij vervreemding -1 0
Uitgestelde belastingen 0 0
Nettowijziging van de afdekkingsreserve (kasstroomafdekkingen) -150 -235
Aanpassingen van de reële waarde vóór belastingen -336 -398
Uitgestelde belastingen op wijzigingen reële waarde 127 156
Overboeking van reserve naar nettoresultaat 58 7
Brutobedrag 89 9
Uitgestelde belastingen -32 -2
Nettowijziging van de omrekeningsverschillen -154 59
Brutobedrag -40 22
Uitgestelde belastingen -114 37
Overige mutaties 1 -2
TOTAAL GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN -451 1 903
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 21 30
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij -471 1 874

Geconsolideerde balans

ACTIVA
(in miljoenen euro)
Toelichting 31-12-2011 31-12-2012
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 6 218 4 426
Financiële activa 18–29 249 439 236 898
Aangehouden voor handelsdoeleinden 18–29 26 936 21 159
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 18–29 13 940 16 295
Voor verkoop beschikbaar 18–29 39 491 30 622
Leningen en vorderingen 18–29 153 894 139 225
Tot einde looptijd aangehouden 18–29 14 396 28 510
Afdekkingsderivaten 18–29 782 1 088
Deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen, verzekeringen 35 150 137
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 197 204
Belastingvorderingen 31 2 646 2 188
Actuele belastingvorderingen 31 201 174
Uitgestelde belastingvorderingen 31 2 445 2 014
Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten 46 19 123 7 138
Investeringen in geassocieerde ondernemingen 32 431 8
Vastgoedbeleggingen 33 758 638
Materiële vaste activa 33 2 651 2 581
Goodwill en andere immateriële vaste activa 34 1 898 1 328
Overige activa 30 1 871 1 341
TOTAAL ACTIVA 285 382 256 886
VERPLICHTINGEN EN EIGEN VERMOGEN
(in miljoenen euro)
Toelichting 31-12-2011 31-12-2012
Financiële verplichtingen 18–29 225 804 213 265
Aangehouden voor handelsdoeleinden 18–29 27 355 19 459
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
18–29 28 678 20 563
Tegen geamortiseerde kostprijs 18–29 167 842 170 813
Afdekkingsderivaten 18–29 1 929 2 430
Technische voorzieningen vóór herverzekering 35 19 914 19 205
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille 4 69
Belastingverplichtingen 545 647
31
Actuele belastingverplichtingen 31 255 192
Uitgestelde belastingverplichtingen 31 290 455
Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten 46 18 132 3 739
Voorziening voor risico's en kosten 36 889 526
Overige verplichtingen 37 3 322 3 474
TOTAAL VERPLICHTINGEN 268 611 240 925
Totaal eigen vermogen 39 16 772 15 961
Eigen vermogen van de aandeelhouders 39 9 756 12 099
Niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten 39 6 500 3 500
Belangen van derden 516 362

• In overeenstemming met IFRS 5 hebben we de activa en verplichtingen van het grootste deel van de nog overblijvende desinvesteringsdossiers niet meer opgenomen onder de verschillende posten van de balans, maar hebben we ze gebundeld in Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten. Eind 2011 betrof het KBL EPB, Fidea en WARTA en eind 2012 betrof het Absolut Bank, KBC Banka, KBC Bank Deutschland, Antwerpse Diamantbank en NLB. U vindt meer informatie in Toelichting 46.

  • • Gedeeltelijke terugbetaling van niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten: zie verder onder Geconsolideerde vermogensmutaties.
  • • Kapitaalverhoging eind december 2012: zie Toelichting 39.

Geconsolideerde vermogensmutaties

(in miljoenen euro) Geplaatst en volgestort
aandelenkapitaal
Uitgiftepremie aandelen
Eigen
Herwaarderingsreserve
(voor verkoop beschik
bare financiële activa)
(kasstroomafdekkingen)
Afdekkingsreserve
Reserves Omrekeningsverschillen Eigen vermogen van
aandeelhouders
Niet-stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
Belangen van derden Totaal eigen vermogen
2011
Saldo aan het begin van het jaar 1 245 4 340 -1 529 66 -443 7 749 -281 11 147 7 000 527 18 674
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 13 0 13 0 34 47
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 0 0 -194 -151 1 -141 -484 0 -13 -498
Subtotaal 0 0 0 -194 -151 14 -141 -471 0 21 -451
Dividenden 0 0 0 0 0 -851 0 -851 0 0 -851
Kapitaalverhoging 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 1
Terugbetaling niet-stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
0 0 0 0 0 -75 0 -75 -500 0 -575
Inkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Invloed van bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 -6 0 -6 0 0 -6
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -32 -32
Wijzigingen in scope 0 0 0 11 0 0 0 11 0 0 11
Totaal wijzigingen 0 0 0 -183 -151 -917 -141 -1 391 -500 -11 -1 902
Saldo aan het einde van de periode 1 245 4 341 -1 529 -117 -594 6 831 -422 9 756 6 500 516 16 772
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 274
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties -391
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa
dan obligaties en aandelen
0
Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 7 7 0 7
2012
Saldo aan het begin van het jaar 1 245 4 341 -1 529 -117 -594 6 831 -422 9 756 6 500 516 16 772
Nettoresultaat over de periode 0 0 0 0 0 612 0 612 0 29 641
Niet-gerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen 0 0 0 1 440 -235 -2 59 1 262 0 0 1 262
Subtotaal 0 0 0 1 440 -235 610 59 1 874 0 30 1 903
Dividenden 0 0 0 0 0 -599 0 -599 0 0 -599
Kapitaalverhoging 205 1 048 0 0 0 -14 0 1 239 0 0 1 239
Terugbetaling niet-stemrechtverlenende
kernkapitaaleffecten
0 0 0 0 0 -450 0 -450 -3 000 0 -3 450
Inkoop van eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Verkoop van eigen aandelen 0 0 1 527 0 0 -1 179 0 349 0 0 349
Resultaten van (derivaten van) eigen aandelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Invloed van bedrijfscombinaties 0 0 0 0 0 -6 0 -6 0 0 -6
Wijzigingen in belangen van derden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -36 -36
Wijzigingen in scope 0 0 0 -60 -6 0 3 -63 0 -147 -210
Totaal wijzigingen 205 1 048 1 527 1 380 -241 -1 639 62 2 343 -3 000 -154 -811
Saldo aan het einde van de periode 1 450 5 388 -1 1 263 -834 5 192 -360 12 099 3 500 362 15 961
Waarvan herwaarderingsreserve voor aandelen 206
Waarvan herwaarderingsreserve voor obligaties 1 057
Waarvan herwaarderingsreserve voor andere activa
dan obligaties en aandelen
0
Waarvan gerelateerd aan vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
6 1 -142 -135 0 -135
  • • Informatie over de kapitaalverhoging in december 2012 en het aantal aandelen: zie Toelichting 39. Van het eigen vermogen van de aandeelhouders werd in de post Reserves de kosten met betrekking tot die kapitaalverhoging afgetrokken (bruto 22 miljoen euro en een belastingbesparing van 8 miljoen).
  • • Informatie over de structuur van het aandeelhouderschap: zie deel Vennootschappelijke jaarrekening, onder Toelichting 3, en deel Verslag van de Raad van Bestuur, onder het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
  • • Op 2 januari 2012 betaalde KBC Groep 0,5 miljard euro (+ premie van 15%) aan niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten terug aan de

Belgische overheid. Dat werd in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011. Op 17 december 2012 betaalde KBC Groep 3 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische overheid. Dat werd in rekening gebracht op de balans op 31 december 2012. Meer informatie over de kapitaalversterkende transacties afgesloten met de Belgische federale overheid en het Vlaams Gewest vindt u in het deel Overige informatie.

  • • KBC verkocht in 2012 alle (18,2 miljoen) eigen aandelen in handen van KBC Bank NV en KBC Groep NV, wat leidde tot een stijging van het eigen vermogen van 349 miljoen euro.
  • • De post Dividenden in 2012 omvat naast de boeking van het bruto-

dividend van 4 miljoen euro (0,01 euro per dividendgerechtigd aandeel) over het boekjaar 2011 ook de uitbetaling van een coupon van 595 miljoen euro op de bovengenoemde kernkapitaaleffecten die werden verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in miljoenen euro) 2011 2012
Bedrijfsactiviteiten
Resultaat vóór belastingen 786 976
Aanpassingen voor
Resultaat vóór belastingen m.b.t. beëindigde bedrijfsactiviteiten 19 15
Bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen van (im)materiële activa, vastgoedbeleggingen en effecten 1 274 1 774
Winst of verlies uit de vervreemding van beleggingen -130 -579
Wijziging in bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 1 335 1 072
Wijziging in technische voorzieningen vóór herverzekering 1 038 121
Wijziging in deel van de herverzekeraar in technische voorzieningen -4 21
Wijzigingen in overige voorzieningen 352 -350
Overige niet-gerealiseerde winst of verlies 30 -59
Opbrengsten van geassocieerde ondernemingen 57 -2
Kasstromen uit bedrijfswinst vóór belastingen en vóór wijzigingen in bedrijfsactiva en -verplichtingen 4 756 2 988
Wijzigingen in bedrijfsactiva (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) 21 133 8 391
Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden 7 255 4 823
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 10 659 -1 845
Voor verkoop beschikbare financiële activa 12 345 8 701
Leningen en vorderingen -4 964 2 959
Afdekkingsderivaten -734 -722
Bedrijfsactiva in verband met groepen activa die worden afgestoten en overige activa -3 427 -5 527
Wijzigingen in bedrijfsverplichtingen (exclusief geldmiddelen en kasequivalenten) -26 858 -4 758
Deposito's tegen geamortiseerde kostprijs -14 922 5 687
In schuldbewijzen belichaamde schulden tegen geamortiseerde kostprijs -10 548 1 477
Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden 3 352 -7 528
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -5 937 -8 034
Afdekkingsderivaten 806 498
Bedrijfsverplichtingen in verband met groepen activa die worden afgestoten en overige verplichtingen 390 3 142
Betaalde belastingen -328 -337
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten -1 296 6 284
Investeringsactiviteiten
Aankoop van tot einde looptijd aangehouden effecten -2 913 -16 417
Opbrengst van de terugbetaling van tot einde looptijd aangehouden effecten op de eindvervaldag 1 521 2 304
Overname van een dochteronderneming of een bedrijfsonderdeel zonder de overgenomen geldmiddelen
(inclusief stijgingen in participatiepercentages) 0 0
Opbrengst van de afstoting van een dochteronderneming of bedrijfsonderdeel zonder de afgestoten geldmiddelen
(inclusief dalingen in participatiepercentages)
498 -941
Aankoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 0 0
Opbrengst van de verkoop van aandelen in geassocieerde ondernemingen 0 0
Dividenden ontvangen van geassocieerde ondernemingen 1 0
Aankoop van vastgoedbeleggingen -31 -55
Opbrengst van de verkoop van vastgoedbeleggingen 26 8
Aankoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) -145 -136
Opbrengst van de verkoop van immateriële vaste activa (exclusief goodwill) 10 60
Aankoop van materiële vaste activa -634 -632
Opbrengst van de verkoop van materiële vaste activa 244 363
Nettokasstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten -1 423 -15 444
Financieringsactiviteiten
Inkoop of verkoop van eigen aandelen 0 349
Uitgifte of terugbetaling van promessen en andere schuldbewijzen -964 136
Opbrengst van of terugbetaling van achtergestelde schulden -1 460 -1 662
Kapitaalaflossingen van financiële leasing 0 0
Opbrengst van de uitgifte van aandelenkapitaal 0 1 239
Terugbetaling van niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten
Opbrengst van de uitgifte van bevoorrechte aandelen
-575
0
-3 450
0
Uitgekeerde dividenden -851 -599
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten -3 850 -3 988
Mutatie geldmiddelen en kasequivalenten
Nettotoename of -afname van geldmiddelen en kasequivalenten -6 568 -13 149
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het begin van het boekjaar 20 557 13 997
Gevolgen van wisselkoerswijzigingen op geldmiddelen en kasequivalenten 9 133
Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van de periode 13 997 982

Geconsolideerd kasstroomoverzicht (vervolg)

(in miljoenen euro) 2011 2012
Overige informatie
Betaalde rente -6 533 -5 465
Ontvangen rente 12 163 10 134
Ontvangen dividenden (inclusief vermogensmutatiemethode) 90 45
Componenten van geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 6 217 4 426
Leningen en voorschotten aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan drie maanden 11 721 8 994
Deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar -8 472 -12 658
Geldmiddelen en kasequivalenten inbegrepen in groepen activa die worden afgestoten 4 532 220
Totaal 13 997 982
Waarvan niet beschikbaar 0 0
  • • KBC brengt verslag uit over kasstromen van bedrijfsactiviteiten volgens de indirecte methode.
  • • Zoals in Toelichting 46 vermeld, klasseert KBC eind 2012 diverse te desinvesteren groepsmaatschappijen als groepen activa die worden afgestoten. Voor twee dossiers daarvan (Absolut Bank en NLB) sloot de groep eind 2012 alvast een verkoopovereenkomst (nog niet afgerond op 31 december 2012). Het afronden van die verkopen zal voornamelijk de volgende invloed hebben op de kasstromen met betrekking tot investeringsactiviteiten: ontvangst van de verkoopprijs: ruwweg 0,3 miljard euro voor Absolut Bank en 2,8 miljoen euro voor NLB. Vermindering van geldmiddelen en kasequivalenten die behoren tot de groepen activa die worden afgestoten: 0,4 miljard euro voor Absolut Bank (bedragen per 31 december 2012). Wat Kredyt Bank

betreft (zie uitleg bij Toelichting 8), zal de in 2013 geplande verkoop van de participatie in de gefuseerde entiteit een positieve invloed op de nettokasstromen uit bedrijfsactiviteiten hebben van ongeveer 0,8 miljard euro.

  • • Hierna lichten we de belangrijkste al gerealiseerde overnames en vervreemdingen van geconsolideerde dochterondernemingen en activiteiten toe. Alle belangrijke overnames en verkopen van groepsondernemingen of activiteiten werden in geld voldaan, met uitzondering van Kredyt Bank (fusie met Bank Zachodni WBK, zie uitleg bij Toelichting 8).
  • • Meer informatie over de belangrijkste desinvesteringen vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Groepscenter (niet geauditeerd door de commissaris).
Belangrijkste overnames, vervreemdingen of wijzigingen in participatiepercentage van geconsolideerde dochterondernemingen of bedrijfsactiviteiten
2011 2012 2012 2012 2012
(in miljoenen euro) Centea WARTA Fidea KBL EPB Kredyt Bank
Aankoop of verkoop Verkoop Verkoop Verkoop Verkoop Verkoop (fusie)
Percentage aandelen gekocht of verkocht in het betrokken jaar 100% 100% 100% 100% 80%
Totaal percentage aandelen aan het einde van het betrokken jaar 0% 0% 0% 0% 0%
Betreffende divisie/segment Groepscenter Groepscenter Groepscenter Groepscenter Groepscenter
Datum sluiting transactie, maand en jaar juli 2011 juni 2012 maart 2012 juli 2012 december 2012
Resultaten van betreffende maatschappij
opgenomen in resultaat van de groep tot en met
30 juni 2011 30 juni 2012 31 december
2011
30 juni 2012 31 december
2012
Aankoopprijs of verkoopprijs 527 842 182 1 002 840
Kasstroom voor de aankoop of verkoop van bedrijven
min aangekochte of verkochte geldmiddelen en kasequivalenten
498 737 150 -1 903 916
Activa en verplichtingen gekocht of verkocht
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken 23 0 0 479 188
Financiële activa 9 856 1 511 3 097 11 822 10 248
Aangehouden voor handelsdoeleinden 0 3 0 558 173
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
1 233 266 48 1 887 16
Voor verkoop beschikbaar 1 200 761 2 635 3 583 1 836
Leningen en vorderingen 7 424 364 51 5 740 7 438
Tot einde looptijd aangehouden 0 117 363 52 769
Afdekkingsderivaten 0 0 0 2 16
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 30 105 32 3 730 275
Financiële verplichtingen 8 637 145 45 11 283 8 064
Aangehouden voor handelsdoeleinden 0 3 0 307 241
Vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
0 0 45 1 871 0
Tegen geamortiseerde kostprijs 8 637 141 0 9 057 7 823
Afdekkingsderivaten 0 0 0 48 0
Waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 0 0 0 824 351
Technische voorzieningen vóór herverzekering 0 1 213 3 011 400 0

Toelichtingen in verband met de grondslagen voor financiële verslaggeving

Toelichting 1 a: Verklaring van overeenstemming

De Raad van Bestuur van KBC Groep NV keurde de geconsolideerde jaarrekening, inclusief alle toelichtingen, op 18 maart 2013 goed voor publicatie. De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld volgens de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs) en bevat vergelijkende informatie over een jaar. Alle bedragen zijn uitgedrukt in miljoenen euro en afgerond op het miljoental.

De volgende IFRS-normen werden van kracht op 1 januari 2012 en KBC paste ze toe in deze rapportering. Die aanpassingen hebben geen belangrijke impact.

• Aanpassing van IFRS 7 (Financiële instrumenten: informatieverschaffing – overdracht van financiële activa). In voege vanaf 1 januari 2012. Meer gedetailleerde toelichting is vereist voor overgedragen activa waarvoor nog verplichtingen bestaan (bijvoorbeeld gegeven garantie met betrekking tot overgedragen activa) of die niet volledig zijn overgedragen. We voegden de betreffende informatie toe aan het commentaar bij Toelichting 18.

De volgende IFRS-normen en IFRIC-interpretaties werden gepubliceerd, maar waren voor de KBC-groep nog niet van kracht op 31 december 2012. KBC zal die standaarden en interpretaties toepassen vanaf het moment dat ze voor de KBC-groep verplicht toepasbaar zijn.

  • • In november 2009 publiceerde het IASB IFRS 9 (Financiële instrumenten) met betrekking tot de classificatie en de waardering van financiële instrumenten ter vervanging van de desbetreffende vereisten in de huidige IAS 39 (Financiële instrumenten: opname en waardering). De ingangsdatum van de nieuwe norm werd recentelijk uitgesteld naar 1 januari 2015. De EU heeft de norm evenwel nog niet goedgekeurd voor toepassing in de EU. De impactstudie maakt deel uit van het momenteel lopende IFRS 9-programma in KBC.
  • • Aanpassing van IAS 12 (Winstbelastingen uitgestelde belastingen: inbaarheid van onderliggende activa). Er is geen impact omdat KBC vastgoedbeleggingen waardeert tegen kostprijs.
  • • IFRS 10, 11 en 12 zijn de nieuwe consolidatienormen die van kracht worden vanaf 1 januari 2014 in de EU. IFRS 10 bepaalt een nieuwe definitie van controle met eventuele wijzigingen van de consolidatiekring tot gevolg. Onder IFRS 11 mogen gemeenschappelijke ondernemingen niet meer worden geconsolideerd volgens de proportionele methode, maar alleen volgens de vermogensmutatiemethode. IFRS 12 bundelt alle toelichtingsvereisten inzake dochterondernemingen, gemeenschappelijke en geaffilieerde ondernemingen alsook inzake structured entities (= de nieuwe naam voor Special Purpose Entities). Naar verwachting leidt dat niet tot belangrijke wijzigingen van de consolidatiekring van KBC.
  • • IFRS 13 (Reële waardering) bepaalt de methode om de reële waarde te berekenen als een IFRS-standaard de reële waardering van een actief of passief voorschrijft of oplegt. De norm wordt van kracht op 1 januari 2013. KBC verwacht dat de manier waarop reële waarden worden bepaald slechts beperkt zal veranderen. Het belangrijkste gevolg voor KBC bestaat uit een uitbreiding van de toelichtingen.
  • • Aanpassing van IAS 19 (Personeelsbeloningen), die in voege treedt vanaf 1 januari 2013. De belangrijkste wijziging betreft de afschaffing van de corridor die in de huidige norm toelaat om de actuariële winsten en verliezen te spreiden over meerdere jaren. De actuariële winsten en

verliezen zullen vanaf dan als niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen erkend moeten worden en zullen nooit meer als resultaatscomponent in winst- en verliesrekening worden geboekt. Ook zijn de vereiste toelichtingen gewijzigd en uitgebreid. Op 1 januari 2013 bedraagt de eenmalige negatieve impact op het IFRS-eigen vermogen 81 miljoen euro (na uitgestelde belastingen).

  • • Aanpassing van IFRS 7 en IAS 32 (netting van financiële activa en passiva), die in voege treedt vanaf 1 januari 2013, respectievelijk 1 januari 2014. Het belangrijkste gevolg voor KBC bestaat uit een uitbreiding van de toelichtingen.
  • • Aanpassing van IAS 1 (presentatie), die in voege treedt vanaf 1 januari 2013. De belangrijkste wijziging betreft een uitsplitsing van de nietgerealiseerde resultaten erkend in eigen vermogen naargelang herklasseerbaarheid naar de resultatenrekening.

a Criteria voor consolidatie en voor opname in de geconsolideerde rekeningen volgens de vermogensmutatiemethode

De methode van integrale consolidatie wordt toegepast voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent.

(Belangrijke) Ondernemingen waarover direct of indirect een gezamenlijke controle wordt uitgeoefend, worden geconsolideerd volgens de methode van de proportionele consolidatie.

De vermogensmutatiemethode wordt gehanteerd voor (belangrijke) investeringen in geassocieerde ondernemingen (dat zijn ondernemingen waarin KBC een invloed van betekenis op het beleid uitoefent).

Zoals volgens IAS 28 (Investeringen in geassocieerde ondernemingen) en IAS 31 (Belangen in joint ventures) is toegestaan, worden investeringen aangehouden door risicokapitaalondernemingen, geklasseerd als gehouden voor handelsdoeleinden (gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening).

Veranderingen in zeggenschap in een deelneming (die niet resulteren in een verlies van controle) worden verwerkt als een mutatie in eigen vermogen en hebben geen invloed op goodwill en resultaat.

b Effecten van wijzigingen in wisselkoersen

Monetaire activa en verplichtingen, uitgedrukt in vreemde munt, worden omgerekend in hun tegenwaarde in de functionele munt tegen de contantkoers op de balansdatum.

Negatieve en positieve waarderingsverschillen, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de financiering van aandelen en deelnemingen van geconsolideerde ondernemingen in vreemde munt, worden opgenomen in het resultaat.

De niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd op basis van hun historische kostprijs, worden omgerekend in de functionele munt tegen de wisselkoers van de transactiedatum.

Niet-monetaire bestanddelen, gewaardeerd tegen reële waarde, worden omgerekend op basis van de contantkoers van de dag waarop de reële waarde werd bepaald.

Omrekeningsverschillen worden samen met schommelingen in reële waarde gerapporteerd.

In vreemde munt uitgedrukte opbrengsten en kosten worden in het resultaat verwerkt tegen de koers die gold op het tijdstip van hun opname.

De balansen van de buitenlandse dochterondernemingen worden omgerekend in de presentatiemunt (euro) tegen de contantkoers op de balansdatum (uitgezonderd het eigen vermogen, dat tegen de historische koers wordt omgezet). De winst-en-verliesrekening wordt omgerekend tegen de gemiddelde koers van het boekjaar, als beste benadering van de wisselkoers op de transactiedatum.

De verschillen die voortvloeien uit het gebruik van een verschillende koers voor de activa en verplichtingen enerzijds en de elementen van het eigen vermogen anderzijds worden (samen met de koersverschillen – na uitgestelde belastingen – op de leningen die werden afgesloten ter financiering van de deelnemingen in vreemde munt) voor het aandeel van KBC opgenomen onder het eigen vermogen.

c Financiële activa en verplichtingen (IAS 39)

Een financieel actief of een financiële verplichting wordt in de balans opgenomen op het moment dat KBC een betrokken partij wordt met betrekking tot de contractuele voorzieningen van de instrumenten. Aanen verkopen van alle financiële activa die volgens standaardmarktconventies worden afgewikkeld, worden in de balans verwerkt op de afwikkelingsdatum.

Alle financiële activa en verplichtingen – inclusief derivaten – moeten worden opgenomen in de balans op basis van de door IAS 39 bepaalde classificaties. Elke classificatie vereist een specifieke waardering.

IAS 39 onderscheidt de volgende classificaties:

  • • Leningen en vorderingen: alle niet-afgeleide financiële activa met vaste of bepaalbare betalingen die niet genoteerd zijn op een actieve markt.
  • • Tot einde looptijd aangehouden beleggingen: alle niet-afgeleide financiële activa met een vaste eindvervaldag en vaste of bepaalbare betalingen, waarbij KBC stellig voornemens en in staat is deze aan te houden tot het einde van de looptijd.
  • • Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: deze categorie bevat de financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden én enig ander financieel actief vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (RW). Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden zijn financiële activa die worden aangehouden met de bedoeling om ze op korte termijn te verkopen of die deel uitmaken van een portefeuille van dergelijke activa. Alle derivaten met een positieve vervangingswaarde worden beschouwd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsinstrumenten. RW-activa worden op dezelfde wijze gewaardeerd als financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden. KBC kan de optie van de reële waarde toepassen als dat meer relevante informatie oplevert. Dat kan immers de waarderingsof opname-inconsistentie (soms ook boekhoudkundige mismatch genoemd) elimineren of aanzienlijk beperken die anders zou ontstaan bij het waarderen op verschillende basis van activa of verplichtingen of bij het opnemen van de winsten of verliezen erop. De optie van de reële waarde kan ook worden toegepast op financiële activa met besloten derivaten.
  • • Voor verkoop beschikbare financiële activa: dat zijn alle niet-afgeleide financiële activa die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Die activa worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het eigen vermogen tot realisatie van de activa of tot het moment dat zich een bijzondere waardevermindering voordoet. In dat geval worden de cumulatieve herwaarderingsresultaten opgenomen in het resultaat van het boekjaar.
  • • Financiële verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden zijn schulden aangehouden met het oog op terugkoop op korte termijn. Alle derivaten met een negatieve vervangingswaarde worden beschouwd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Deze verplichtingen worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening.
  • • Financiële verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (RW): die financiële verplichtingen worden op dezelfde manier gewaardeerd als verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden. De optie van de reële waarde kan onder dezelfde omstandigheden worden gebruikt als bij de RW-activa. Bovendien kan die categorie worden gebruikt voor de boekhoudkundige verwerking

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

124

van (afgesplitste) depositocomponenten (dat wil zeggen financiële verplichtingen zonder discretionaire winstdeling) zoals bepaald in IFRS 4.

  • • Andere financiële verplichtingen: dat zijn alle andere niet-afgeleide financiële schulden die niet onder een van de vorige categorieën thuishoren. Die verplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
  • • Afdekkingsderivaten: dat zijn derivaten gebruikt als afdekkingsinstrument.

Financiële instrumenten worden voorgesteld tegen dirty price. Dat wil zeggen dat de geprorateerde rente in dezelfde post wordt gepresenteerd als de financiële instrumenten waarvoor die rente werd geprorateerd.

KBC past de volgende algemene regels toe:

• Vorderingen: die werden geklasseerd als Leningen en vorderingen. Ze worden bij verwerving gewaardeerd tegen reële waarde inclusief transactiekosten. Leningen met vaste vervaldag worden daarna gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentevoet; dat is de rentevoet die exact alle toekomstige verwachte kasstromen van de vordering verdisconteert tot de nettoboekwaarde. Die rentevoet houdt rekening met alle gerelateerde vergoedingen en transactiekosten. Leningen zonder vaste vervaldag worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen voor vorderingen waarvoor – hetzij individueel, hetzij op portefeuillebasis – een indicatie van bijzondere waardevermindering bestaat op de balansdatum. Die indicatie wordt bepaald aan de hand van de Probability of Default (PD). Karakteristieken van kredieten zoals het type krediet, de bedrijfstak waartoe de kredietnemer behoort, de geografische locatie van de kredietnemer en andere karakteristieken die belangrijk zijn voor het risicoprofiel van een kredietnemer, worden gebruikt voor het bepalen van de PD. Kredieten die dezelfde PD hebben, hebben bijgevolg een gelijksoortig kredietrisicoprofiel.

  • Leningen en vorderingen met een PD van 12 (individuele probleemkredieten met de hoogste PD) worden individueel getest op een waardevermindering (en eventueel individueel afgeschreven). Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun actuele waarde.
  • Leningen en vorderingen met een PD van 10 of 11 worden ook als individuele probleemkredieten beschouwd. Belangrijke leningen worden individueel getest. Het bedrag van de waardevermindering wordt bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van de leningen en hun actuele waarde. Minder belangrijke leningen worden getest op statistische basis. Het bedrag van de waardevermindering volgens de statistische methode is gebaseerd op de IRB Advancedmodellen (PD x LGD x EAD).
  • Leningen en vorderingen met een PD lager dan 10 worden beschouwd als normale kredieten. Incurred but not reported (IBNR) verliezen worden opgenomen voor kredieten met een PD van 1 tot en met 9. Die IBNR-verliezen zijn gebaseerd op de IRB Advancedmodellen (PD x LGD x EAD) met correcties van alle parameters om het point in time-karakter van de IBNR-verliezen te weerspiegelen. De voornaamste correctie heeft betrekking op de PD: de tijdshorizon van de PD wordt ingekort op basis van de emergenceperiode. De emergenceperiode is de periode tussen het zich voordoen van een gebeurtenis die zal leiden tot een waardevermindering en het moment dat KBC die gebeurtenis ontdekt en is afhankelijk van de reviewfrequentie, de locatie en de betrokkenheid met de tegenpartijen.
  • • In geval van een waardevermindering wordt de boekwaarde van de lening verminderd via een specifieke rekening voor waardeverminde-

ringen en het verlies wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als in een daaropvolgende periode het bedrag aan geschatte waardeverminderingen stijgt of daalt door een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan nadat de bijzondere waardevermindering was erkend, dan wordt de voorheen geboekte waardevermindering verhoogd of verlaagd door aanpassing van de specifieke rekening voor waardeverminderingen. Leningen en de gerelateerde bedragen opgenomen op de specifieke rekeningen voor waardeverminderingen worden afgeschreven als er geen realistisch vooruitzicht op toekomstige recuperatie bestaat of als de lening wordt kwijtgescholden. Een gehernegotieerde lening blijft getest worden op bijzondere waardeverminderingen, berekend op basis van de originele effectieve rentevoet van de lening. Voor buitenbalansverplichtingen (verbinteniskredieten) die geklasseerd worden als onzeker of oninbaar en dubieus, worden voorzieningen opgenomen als aan de algemene voorwaarden van IAS 37 is voldaan en als aan het meer dan waarschijnlijk-criterium is voldaan. Die voorzieningen worden erkend tegen hun actuele waarde.

Rente op kredieten waarop bijzondere waardeverminderingen werden toegepast, wordt berekend aan de hand van de contractuele rentevoet die werd gebruikt om de waardevermindering te berekenen.

• Effecten: naargelang ze al dan niet worden verhandeld op een actieve markt en afhankelijk van de intentie bij verwerving, worden effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen, Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, RW-activa of als Voor verkoop beschikbare financiële activa.

Effecten geklasseerd als Leningen en vorderingen of Tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde, inclusief transactiekosten. Daarna worden ze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde wordt over de resterende looptijd van de effecten als rente in het resultaat opgenomen. De opname gebeurt op actuariële basis, uitgaande van de effectieve rentevoet bij aankoop. Individuele bijzondere waardeverminderingen van effecten die geklasseerd zijn als Leningen en vorderingen of als Tot einde looptijd aangehouden effecten worden – volgens dezelfde methode als voor de bovenvermelde vorderingen – opgenomen als er bewijs is van de bijzondere waardevermindering op de balansdatum.

Effecten geklasseerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (exclusief transactiekosten) en daarna tegen reële waarde, waarbij alle schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar.

Effecten geklasseerd als RW die niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden worden op dezelfde wijze gewaardeerd als Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden.

Effecten geklasseerd als Voor verkoop beschikbare financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde (inclusief transactiekosten) en worden daarna gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen tot de verkoop van de effecten of tot het moment dat ze een bijzondere waardevermindering ondergaan. In dat geval wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt van het eigen vermogen naar het resultaat van het boekjaar. Bijzondere waardeverminderingen worden geboekt als daarvoor een indicatie bestaat. Voor genoteerde aandelen en andere niet-vastrentende effecten wordt een indicatie van bijzondere waardevermindering bepaald aan de hand van een aanzienlijke (meer dan 30%) of langdurige (meer dan een jaar) daling van de reële waarde. Voor vastrentende effecten wordt de bijzondere waardevermindering bepaald op basis van de recupereerbaarheid van de aanschaffingswaarde. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in het resultaat van het boekjaar. Voor aandelen en andere niet-vastrentende effecten gebeuren terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen via een aparte post van het eigen vermogen. Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen op vastrentende effecten gebeuren via het resultaat van het boekjaar. Als evenwel niet op een objectieve manier kan worden aangetoond dat de aanleiding tot duurzame waardevermindering niet langer bestaat (de gebeurtenis die aan de oorsprong ligt van de waardevermindering is niet volledig verdwenen), wordt elke stijging in reële waarde opgenomen in het eigen vermogen. De erkenning in eigen vermogen stopt als de indicatie voor waardevermindering niet langer bestaat. Op dat moment wordt de waardevermindering volledig teruggenomen in het resultaat met erkenning in eigen vermogen van elk verschil in reële waarde.

  • • Derivaten: alle derivaten worden geklasseerd als financiële activa of verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden, tenzij ze werden aangemerkt als effectieve afdekkingsderivaten. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen. Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden met een positieve vervangingswaarde worden op de actiefzijde van de balans getoond, die met een negatieve vervangingswaarde op de passiefzijde.
  • • Verschuldigde bedragen: schulden uit ontvangen voorschotten of gelddeposito's worden in de balans opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs. Het verschil tussen de ter beschikking gestelde gelden en de nominale waarde wordt pro rata temporis verwerkt in de winst-enverliesrekening. De opname gebeurt op geactualiseerde basis, rekening houdend met het reële rentepercentage.
  • • In contracten besloten derivaten: derivaten die besloten zitten in contracten die op een pro-ratabasis worden gewaardeerd (Tot einde looptijd aangehouden beleggingen, Leningen en vorderingen, Andere financiële verplichtingen) of die tegen reële waarde worden gewaardeerd met schommelingen van de reële waarde in het eigen vermogen (Voor verkoop beschikbare financiële activa), worden afgescheiden van het contract en tegen reële waarde gewaardeerd (waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen) als op het moment dat KBC het contract verwerft, geoordeeld wordt dat het risico van het besloten derivaat niet nauw verbonden is met het risico van het basiscontract. Achteraf mag er geen herbeoordeling gebeuren van het risico, behalve bij gewijzigde contractvoorwaarden die een substantiële invloed hebben op de kasstromen van het contract. Contracten met besloten derivaten worden evenwel voornamelijk geklasseerd als RW, zodat een afscheiding van het besloten derivaat onnodig wordt, omdat het volledige financiële instrument tegen reële waarde wordt gewaardeerd, waarbij schommelingen van de reële waarde in het resultaat van het boekjaar worden opgenomen.
  • • Afdekkingstransacties (hedge accounting): KBC maakt gebruik van afdekkingstransacties als aan alle daartoe vereiste voorwaarden is voldaan (volgens de vereisten voor hedge accounting die niet zijn geschrapt in de versie van IAS 39 zoals goedgekeurd door de EU, de zogenaamde carveoutversie). Die voorwaarden zijn de aanwezigheid van formele documentatie van de afdekkingsrelatie aan het begin van de afdekking, de verwachting dat de afdekking zeer effectief zal zijn, de mogelijkheid om de afdekkingseffectiviteit op betrouwbare wijze te meten en de continue meting tijdens de gerapporteerde periode waarin de afdekking als effectief kan worden bestempeld.

Bij reëlewaardeafdekkingen worden zowel de derivaten ter afdekking van het risico als de afgedekte posities gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties of als het afdekkingsinstrument vervalt of wordt verkocht. In dat geval wordt het herwaarderingsresultaat van de afgedekte positie (in het geval van vastrentende financiële instrumenten) op een pro-ratabasis in het resultaat van het boekjaar opgenomen tot de eindvervaldag.

KBC maakt gebruik van reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille om het renterisico van een portefeuille leningen en spaardeposito's af te dekken met renteswaps. De renteswaps worden gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening. De geprorateerde rente van die renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het afgedekte bedrag aan leningen wordt eveneens gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde worden opgenomen in de winsten-verliesrekening. De reële waarde van het afgedekte bedrag wordt als een aparte post bij de activa opgenomen in de balans. KBC past de carve-outversie van IAS 39 toe, zodat er geen ineffectiviteit ontstaat als gevolg van vervroegde terugbetalingen, zolang er sprake is van een underhedging. In geval van een niet-effectieve afdekking zal de cumulatieve reëlewaardeschommeling van het afgedekte bedrag worden afgeschreven in de winst-en-verliesrekening, en wel over de resterende levensduur van de afgedekte activa, of onmiddellijk worden weggeboekt uit de balans als de ineffectiviteit is ontstaan als gevolg van het feit dat de betreffende leningen niet langer worden erkend.

Bij kasstroomafdekkingen worden de derivaten ter afdekking van de risico's gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij de schommelingen van de reële waarde toe te wijzen aan het effectieve deel van de afdekking worden opgenomen in een aparte post van het eigen vermogen. De geprorateerde rente van renteswaps wordt opgenomen in de nettorenteopbrengsten. Het niet-effectieve deel van de afdekking wordt opgenomen in het resultaat van het boekjaar. De afdekkingstransactie wordt gestopt als niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor afdekkingstransacties. In dat geval worden de derivaten beschouwd als derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en als zodanig gewaardeerd.

Vreemdemuntfinanciering van het nettoactief van een buitenlandse participatie wordt verwerkt als een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit. Die vorm van hedge accounting wordt toegepast voor participaties die niet zijn uitgedrukt in euro. Omrekeningsverschillen (rekening houdend met uitgestelde belastingen) op de financiering worden opgenomen in het eigen vermogen, samen met omrekeningsverschillen op het nettoactief.

• Een financiëlegarantiecontract: is een contract op grond waarvan de emittent verplicht is bepaalde betalingen te verrichten om de houder te compenseren voor een door hem geleden verlies, omdat een bepaalde debiteur zijn betalingsverplichting uit hoofde van de oorspronkelijke of herziene voorwaarden van een schuldbewijs niet nakomt. Een financiëlegarantiecontract wordt initieel gewaardeerd tegen reële waarde, daarna wordt het gewaardeerd tegen het hoogste van de volgende bedragen:

1 het bedrag dat overeenkomstig IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa is bepaald, en

2 het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen, verminderd met, in voorkomend geval, de cumulatieve amortisatie die is opgenomen in overeenstemming met IAS 18 Opbrengsten.

• Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments): aanpassingen van de reële waarde worden opgenomen op alle financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Die aanpassingen van de reële waarde bevatten alle afwikkelingskosten, correcties voor minder liquide instrumenten of markten, correcties verbonden aan mark-to-modelwaarderingen en correcties ingevolge tegenpartijrisico.

d Goodwill en andere immateriële vaste activa

Goodwill wordt beschouwd als het deel van de aanschaffingskosten boven op de reële waarde van de aangekochte identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen, zoals verondersteld op de datum van de aankoop. Hij wordt opgenomen als een immaterieel vast actief en wordt gewaardeerd tegen kostprijs min bijzondere waardeverminderingen. Goodwill wordt niet afgeschreven, maar wordt getest op bijzondere waardeverminderingen en dat minstens jaarlijks ofwel als daartoe interne of externe indicaties bestaan. Die worden toegepast als de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden waartoe de goodwill behoort, hoger is dan zijn realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen op goodwill kunnen niet worden teruggenomen. Voor elke nieuwe bedrijfscombinatie moet KBC een keuze maken inzake de waardering van de minderheidsbelangen, hetzij tegen reële waarde, hetzij volgens hun evenredige deel in het eigen vermogen. De te maken keuze bepaalt het bedrag van de goodwill.

Software wordt – als de voorwaarden voor opname als actief zijn vervuld – opgenomen onder de immateriële vaste activa. Systeemsoftware wordt als actief opgenomen en volgt het afschrijvingstempo van de hardware (namelijk drie jaar) vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Standaardsoftware en door een derde partij ontwikkelde maatsoftware worden als een actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar vanaf het moment dat de software beschikbaar is voor gebruik. Interne en externe ontwikkelingskosten van intern gegenereerde software van investeringsprojecten worden als actief opgenomen en lineair afgeschreven over vijf jaar. Investeringsprojecten zijn grootschalige projecten die een belangrijk bedrijfsdoel of -model introduceren of vervangen. Interne en externe onderzoekskosten verbonden aan die projecten en alle kosten van overige ICT-projecten aangaande intern gegenereerde software (andere dan investeringsprojecten) worden onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen.

e Materiële vaste activa (inclusief vastgoedbeleggingen)

Alle materiële vaste activa worden opgenomen tegen aanschaffingswaarde (inclusief direct toewijsbare kosten van aanschaffing), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingspercentages zijn bepaald op basis van de verwachte economische levensduur en worden lineair toegepast zodra de activa gebruiksklaar zijn. Een bijzondere waardevermindering wordt geboekt als de boekwaarde van de activa hoger is dan hun realiseerbare waarde (zijnde het hoogste van de bedrijfswaarde en de verkoopprijs min verkoopkosten). Geboekte bijzondere waardeverminderingen kunnen worden teruggenomen via de winst-en-verliesrekening. Bij verkoop van materiële vaste activa worden gerealiseerde winsten of verliezen onmiddellijk in het resultaat van het boekjaar opgenomen. Bij vernietiging wordt het resterende af te schrijven bedrag onmiddellijk in de winst-enverliesrekening opgenomen.

De boekhoudkundige regels voor materiële vaste activa gelden ook voor vastgoedbeleggingen.

Externe financieringskosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het verwerven van een actief worden bij de activa opgenomen als onderdeel van de kosten van dat actief. Alle andere financieringskosten worden opgenomen als kosten tijdens de periode waarin ze werden gemaakt. Zodra er kosten worden gemaakt voor een actief, financieringskosten ontstaan en activiteiten aan de gang zijn om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop, worden die kosten bij de activa opgenomen. Als het proces onderbroken wordt, worden de financieringskosten niet meer geactiveerd. De activering van financieringskosten stopt als alle activiteiten om het actief klaar te maken voor het bedoelde gebruik of de verkoop achter de rug zijn.

f Technische voorzieningen

Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's

Voor het rechtstreekse bedrijf wordt de voorziening voor niet-verdiende premies in principe dagelijks berekend op basis van de brutopremies.

Voor de ontvangen herverzekering wordt de voorziening voor niet-verdiende premies voor elke overeenkomst afzonderlijk bepaald op basis van de door de cedent meegedeelde informatie, en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

De voorziening voor niet-verdiende premies voor de activiteit Leven wordt opgenomen onder de voorziening voor de activiteitsgroep Leven.

Voorziening voor verzekeringen Leven

Die voorziening wordt, met uitzondering van de tak 23-producten, berekend volgens de geldende actuariële principes waarbij rekening wordt gehouden met de voorziening voor niet-verdiende premies, de vergrijzingsvoorziening, de voorziening voor nog uit te keren maar niet vervallen rente, en andere.

In principe wordt die voorziening voor elke verzekeringsovereenkomst afzonderlijk berekend.

Voor geaccepteerde zaken wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk een voorziening aangelegd op basis van de door de cedent meegedeelde informatie en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzichten.

Als aanvulling bij de onderstaande regels wordt er conform de wettelijke bepalingen een aanvullende voorziening aangelegd.

Daarbij geldt het volgende:

  • • Waardering volgens de prospectieve methode: die methode wordt toegepast voor de voorzieningen van klassieke tak 21-levensverzekeringen, moderne tak 21-levensverzekeringen met gegarandeerde rente op toekomstige premies en voor de voorziening voor aanvullende voordelen voor personeelsleden wat de geldende rente betreft. De berekening volgens prospectieve actuariële formules steunt op de technische bepalingen van de contracten.
  • • Waardering volgens de retrospectieve methode: die methode wordt toegepast voor de voorziening voor moderne tak 21-levensverzekeringen en voor de voorziening voor aanvullende personeelsvoordelen om nieuwe aanvullende premies te betalen. De berekeningen volgens retrospectieve actuariële formules steunen op de technische bepalingen van de contracten, zij het dan zonder rekening te houden met toekomstige stortingen.

Voorziening voor te betalen schaden

Voor de aangegeven schaden wordt de voorziening in principe per schadegeval berekend, op basis van de bekende elementen van het dossier, tot beloop van de nog verschuldigde sommen aan de slachtoffers of begunstigden en verhoogd met de externe kosten nodig voor de afhandeling van de schadegevallen. Als een schadevergoeding in de vorm van een periodieke betaling moet worden uitgekeerd, worden de daartoe te reserveren bedragen op basis van erkende actuariële methoden berekend.

Voor schadegevallen claims incurred but not reported (IBNR) op de balansdatum wordt een IBNR-voorziening aangelegd. Voor het rechtstreekse bedrijf is die IBNR-voorziening gebaseerd op een forfaitaire som per verzekeringstak, afhankelijk van opgedane ervaringen en de ontwikkeling van de verzekerde portefeuille. Voor buitengewone gebeurtenissen wordt de IBNR-voorziening verhoogd met extra bedragen.

Voor schadegevallen claims incurred but not enough reserved (IBNER) op de balansdatum wordt een IBNER-voorziening aangelegd, als de procedures aantonen dat de andere schadevoorzieningen niet toereikend zijn voor de toekomstige verplichtingen. Die voorziening bevat bedragen Er wordt een voorziening voor de interne schaderegelingskosten berekend waarvan het toegepaste percentage wordt bepaald op basis van opgedane ervaringen uit het verleden.

Verder worden op basis van wettelijke bepalingen ook aanvullende voorzieningen aangelegd, zoals voor arbeidsongevallen.

Voorziening voor winstdeling en restorno's

In die post wordt de voorziening opgenomen die betrekking heeft op de verdeelde maar nog niet toegekende winstdeling bij het afsluiten van het boekjaar, zowel voor de activiteitsgroep Leven als Niet-leven.

Toereikendheidstoets met betrekking tot verplichtingen

Er wordt een toereikendheidstoets (liability adequacy test) uitgevoerd om de geldende verplichtingen te evalueren, mogelijke tekorten op te sporen en ze te erkennen als winst of verlies.

Afgestane herverzekering en retrocessie

Het effect van afgestane herverzekeringen en retrocessies wordt als actief opgenomen, berekend voor elke overeenkomst afzonderlijk en waar nodig aangevuld op basis van eigen inzicht van het risico in de tijd.

g Verzekeringscontracten gewaardeerd volgens IFRS 4 – fase 1

De regels voor deposit accounting gelden voor financiële instrumenten zonder discretionaire winstdeling en voor de depositocomponent van tak 23-verzekeringscontracten. Dat betekent dat de depositocomponent en de verzekeringscomponent apart worden gewaardeerd. Via deposit accounting wordt het deel van de premies dat gerelateerd is aan de depositocomponent – net als de resulterende boeking van de verplichting – niet opgenomen in het resultaat. Beheerskosten en commissielonen worden onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bij latere koerswijzigingen van de tak 23-beleggingen wordt zowel de schommeling van het actief als de resulterende schommeling van de verplichting onmiddellijk opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Daarom wordt de depositocomponent, na de eerste opname, gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening. Die reële waarde wordt bepaald door het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de waarde van de eenheid die gebaseerd is op de reële waarde van de onderliggende financiële instrumenten. Uitkeringen met betrekking tot de depositocomponent worden niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening, maar resulteren in een afboeking van de verplichting.

Financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling en de verzekeringscomponent van tak 23-verzekeringscontracten (gekoppeld aan een beleggingsfonds) worden gewaardeerd als verzekeringscontracten die niet aan een beleggingsfonds zijn verbonden (zie f Technische voorzieningen). De depositocomponent van de financiële instrumenten met een discretionaire winstdeling wordt dus niet afgesplitst van de verzekeringscomponent. Op de balansdatum wordt aan de hand van de toereikendheidstoets (liability adequacy test) beoordeeld of de verplichtingen voortkomend uit die financiële instrumenten of verzekeringscontracten adequaat zijn. Als het bedrag van die verplichtingen lager is dan hun verwachte toekomstige verdisconteerde kasstromen, dan wordt het tekort in de winst-en-verliesrekening opgenomen tegenover een verhoging van de verplichting.

h Pensioenverplichtingen

De pensioenverplichtingen zijn opgenomen onder Overige verplichtingen en hebben betrekking op verplichtingen voor rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijksoortige pensioenen of renten.

Toegezegdpensioenregelingen zijn plannen waarbij KBC een wettelijke of constructieve verplichting heeft om extra bijdragen te betalen aan het pensioenfonds als dat fonds onvoldoende activa bezit om alle verplichtingen tegenover het personeel te betalen die ontstaan zijn uit huidige dienstprestaties en dienstprestaties in het verleden.

De pensioenverplichtingen voortvloeiend uit die plannen voor het personeel worden berekend volgens IAS 19 aan de hand van de Projected Unit Credit Method, waarbij elke dienstprestatieperiode aanleiding geeft tot een aanvullend recht op pensioen.

Actuariële winsten en verliezen worden verwerkt aan de hand van de zogenaamde corridor approach. Het excedent aan actuariële winsten of verliezen wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen over de gemiddelde verwachte looptijd van elke loopbaan.

i Belastingverplichtingen

Die post bevat de actuele én de latente belastingverplichtingen.

Actuele belastingverplichtingen worden bepaald aan de hand van het verwachte te betalen bedrag, berekend op basis van de belastingvoeten die geldig zijn op de balansdatum.

Latente belastingverplichtingen worden geboekt voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen. Ze worden berekend aan de hand van de belastingvoeten die geldig zijn op het moment van realisatie van de activa of de verplichtingen waarop ze betrekking hebben. Latente belastingvorderingen worden geboekt voor alle aftrekbare tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde en de fiscale waarde van de activa en de verplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waardoor die aftrekbare tijdelijke verschillen kunnen worden gebruikt.

j Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen in de balans als:

  • • er een (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting bestaat op de balansdatum, als gevolg van een gebeurtenis in het verleden; en
  • • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om de verplichtingen af te wikkelen; en
  • • het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden geschat.

k Eigen vermogen

Het eigen vermogen is het nettoactief na aftrek van alle verplichtingen. Eigenvermogensinstrumenten worden onderscheiden van financiële instrumenten volgens de regels van IAS 32:

  • • De kernkapitaaleffecten zonder stemrecht (ook Yield Enhanced Securities of YES'en genaamd) waarop werd ingetekend door de Belgische en de Vlaamse overheid worden beschouwd als eigenvermogensinstrumenten waarbij de coupon rechtstreeks in het eigen vermogen wordt verwerkt. Aangezien de uitbetaling van de coupon op de YES'en afhankelijk is van het uitkeren van een dividend op gewone aandelen, worden de coupons op hetzelfde tijdstip geboekt als het dividend op gewone aandelen (dus geen proratering van de coupon in het eigen vermogen).
  • • De aanschaffingskosten van de eigen aandelen van KBC Groep NV worden afgetrokken van het eigen vermogen. Resultaten van verkoop, uitgifte of vernietiging van eigen aandelen worden rechtstreeks opge-

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

128

nomen in het eigen vermogen.

  • • Transacties met derivaten van KBC-aandelen worden eveneens gerapporteerd in het eigen vermogen, tenzij ze netto werden afgewikkeld in geldmiddelen.
  • • Aandelenopties op KBC-aandelen die onder het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen, worden gewaardeerd tegen reële waarde op de toekenningsdatum. Die reële waarde wordt gespreid over de dienstprestatieperiode in de winst-en-verliesrekening opgenomen als personeelskosten met als tegenpost een aparte post van het eigen vermogen. De aandelenoptieplannen van 2000–2002 vallen buiten het toepassingsgebied van IFRS 2.
  • • De herwaarderingsresultaten op voor verkoop beschikbare financiële

activa worden opgenomen in het eigen vermogen tot de verkoop van de activa of tot wanneer zich een bijzondere waardevermindering voordoet. Dan wordt het cumulatieve herwaarderingsresultaat overgeboekt naar het resultaat van het boekjaar.

Putopties op minderheidsbelangen (en, indien van toepassing, combinaties van put- en callopties in forwardcontracten) worden erkend als financiële verplichtingen tegen de actuele waarde van hun uitoefenprijs. Het overeenstemmende minderheidsbelang wordt uit het eigen vermogen gehaald. Het verschil tussen beide wordt ofwel als een actief erkend (goodwill) ofwel opgenomen in de winst-en-verliesrekening (negatieve goodwill).

l Gebruikte wisselkoersen*

Wisselkoers op 31-12-2012 Wisselkoersgemiddelde in 2012
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van 31-12-2011
positief: appreciatie tegenover EUR
negatief: depreciatie tegenover EUR
1 EUR = …
… vreemde munt
Wijziging ten opzichte van gemiddelde in 2011
positief: appreciatie tegenover EUR
negatief: depreciatie tegenover EUR
CZK 25,15 3% 25,17 -2%
GBP 0,816 2% 0,813 7%
HUF 292,3 8% 289,1 -3%
PLN 4,074 9% 4,184 -2%
USD 1,319 -2% 1,292 8%

* Afgeronde cijfers.

m Wijzigingen in de waarderingsregels tijdens 2012

Er waren geen belangrijke wijzigingen in de waarderingsregels tegenover 2011.

Toelichtingen in verband met segmentinformatie

Toelichting 2 a: segmentering volgens de managementstructuur

De segmenten of divisies van de groep, situatie tot en met 2012

De managementstructuur van de KBC-groep was, tot en met eind 2012, opgebouwd rond enkele segmenten of divisies, namelijk België, Centraal- en Oost-Europa, Merchantbanking en Gemeenschappelijke Diensten en Operaties. Die opdeling is gebaseerd op een combinatie van geografische criteria (België en Centraal- en Oost-Europa als de twee kernmarkten van de groep) en activiteitscriteria (retailbankverzekeren versus merchantbanking). Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties omvat een aantal diensten die fungeren als ondersteuning en productaanbieder voor de andere divisies (ICT, leasing, enz.).

De segmentinformatie is daarop gebaseerd, maar:

  • • We tonen Divisie Gemeenschappelijke Diensten en Operaties niet als een apart segment, aangezien alle opbrengsten en kosten van die divisie aan de andere divisies worden toegerekend en in hun resultaten zijn vervat.
  • • We vullen de divisies aan met een segment Groepscenter, dat naast enkele niet-toewijsbare resultaten ook alle groepsmaatschappijen bundelt die volgens het strategische plan worden verkocht. Op die manier verschaffen we een duidelijk inzicht in de resultaten van toekomstige desinvesteringen versus de langetermijnactiviteiten.

Voor rapporteringsdoeleinden zijn de segmenten of divisies tot en met eind 2012 dus:

  • • België: retailbankverzekeren, assetmanagement en private banking in België; ondernemingen die volgens het strategische plan worden gedesinvesteerd, nemen we op onder Groepscenter.
  • • Centraal- en Oost-Europa: retailbankverzekeren, assetmanagement, private banking en merchantbanking in Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Bulgarije; ondernemingen in andere landen die zullen worden gedesinvesteerd, nemen we op onder Groepscenter.
  • • Merchantbanking: bedrijfsbankieren en marktactiviteiten in België en een selectie van landen in Europa, Amerika en Zuidoost-Azië; ondernemingen die zullen worden gedesinvesteerd, nemen we op onder Groepscenter.
  • • Groepscenter: alle bedrijven die worden gedesinvesteerd, KBC Groep NV, KBC Global Services NV en enkele resultaten van KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV die we niet op een betrouwbare manier kunnen toewijzen aan de segmenten.

Noteer:

  • • We wijzen een groepsmaatschappij in principe volledig toe aan hetzelfde segment (zie Toelichting 44). Belangrijke uitzonderingen maken we alleen voor kosten die we niet op een eenduidige manier aan een bepaald segment kunnen toewijzen (vermeld onder Groepscenter) en voor KBC Bank (toegewezen aan verschillende segmenten en Groepscenter door middel van toewijzingsregels).
  • • We wijzen de financieringskosten van de goodwill gerelateerd aan participaties van KBC Bank en KBC Verzekeringen toe aan het segment waartoe de betrokken participatie behoort. De eventuele financieringskosten met betrekking tot de leverage op het niveau van KBC Groep NV zijn vervat in Groepscenter en wijzen we niet verder toe.
  • • Transacties tussen de segmenten onderling worden voorgesteld at arm's length.
  • • In de segmentinformatie vermelden we de nettorente-inkomsten zonder opdeling in renteopbrengsten en rentelasten, wat toegestaan is door IFRS. Het merendeel van de opbrengsten van de segmenten bestaat immers uit rente en het management baseert zich vooral op

nettorente-inkomsten bij de beoordeling en sturing van de divisies.

• We verstrekken geen informatie over opbrengsten uit verkoop aan externe cliënten per groep van producten of diensten, omdat we de informatie op geconsolideerd niveau vooral per divisie, en niet per cliëntgroep of productgroep, opmaken.

Situatie vanaf 2013

Vanaf 2013 is een nieuwe managementstructuur in voege getreden. De eerste financiële rapportering volgens die indeling gebeurt bij de resultaatsbekendmaking over het eerste kwartaal van 2013. Dit jaarverslag bespreekt dus nog de resultaten en activiteiten volgens de oude indeling.

De nieuwe structuur van de groep omvat drie bouwstenen en acht pijlers:

De bouwsteen genereren bestaat uit vier divisies.

  • • Divisie België en Divisie Tsjechië: moeten zorgen voor een toenemende stabiele rendabiliteit op hoog niveau.
  • • Divisie Internationale Markten: omvat de andere kernlanden in Centraal- en Oost-Europa (Slowakije, Hongarije en Bulgarije) die groeigeneratoren voor de groep moeten zijn. KBC Bank Ireland behoort ook tot de divisie, evenals de resterende niet-kernentiteiten die zullen worden gedesinvesteerd.
  • • Divisie Internationale Productfabrieken: omvat onder meer Asset Management, Trade Finance, Consumer Finance, Markten en KBC Securities.

De bouwsteen verbeteren bestaat uit de pijlers Corporate Change & Support, CRO-diensten en CFO-diensten. Die treden op als interne regelgever, maar moeten bovenal de divisies ondersteunen.

De bouwsteen ontwikkelen bestaat uit de pijler Corporate Staff. Dat is een competentiecentrum voor strategische knowhow en best practices voor bedrijfsorganisatie en communicatie. Die zuil ondersteunt het Groepsdirectiecomité en de divisies en moet de samenwerking binnen de onderneming stimuleren.

In het deel Verslag van de Raad van Bestuur, bij de hoofdstukken over de divisies, vindt u uitleg over de belangrijkste verschillen tussen de oude en de nieuwe divisiestructuur.

De onderliggende resultaten per segment (situatie tot en met 2012)

De gegevens van de segmentrapportering werden opgesteld volgens de algemene KBC-boekhoudmethodologie (zie Toelichting 1) en zijn dus in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards, zoals goedgekeurd voor toepassing in de EU (endorsed IFRSs). We brachten enkele wijzigingen aan aan die methodologie, om een beter inzicht te verschaffen in de onderliggende bedrijfsuitoefening en de daaruit resulterende cijfers noemen we onderliggende resultaten. Die onderliggende resultaten zijn een belangrijk element voor de interne beoordeling en sturing van de divisies.

De verschillen tussen de gewone IFRS-cijfers (verder cijfers volgens IFRS) en de onderliggende resultaten zijn:

• In de onderliggende resultaten laten we de uitzonderlijke factoren die niet regelmatig voorkomen in de normale gang van zaken buiten beschouwing. Het gaat onder meer over verliezen en winsten met betrekking tot beleggingen in CDO's en resultaten (gerealiseerde meer- of minderwaarden en bijzondere waardeverminderingen) met betrekking tot desinvesteringen. Gezien hun uitzonderlijke aard en omvang is het belangrijk die factoren af te zonderen voor een goed begrip van de resultaatstrend.

  • • De reëlewaardeveranderingen (als gevolg van mark-to-market) van een groot deel van de ALM-afdekkingsinstrumenten (die als tradinginstrumenten worden behandeld) worden vermeld onder Nettoresultaat op financiële instrumenten tegen reële waarde, terwijl de meeste gerelateerde activa niet tegen reële waarde worden geboekt. De volatiliteit van de reëlewaardeveranderingen in de betreffende ALMafdekkingsderivaten wordt uit de onderliggende resultaten geëlimineerd.
  • • In de IFRS-cijfers zijn de opbrengsten van de professionele marktactiviteiten verdeeld over verschillende componenten. Terwijl tradingwinsten worden opgenomen onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, worden de financieringskosten en de provisies betaald om die winsten te realiseren respectievelijk opgenomen onder Nettorente-inkomsten en Nettoprovisie-inkomsten. Bovendien is een deel van de andere inkomstenposten evenzeer gerelateerd aan marktactiviteiten. In de onderliggende cijfers verschuiven we alle aan marktactiviteiten gerelateerde componenten naar Nettoresultaat op financiële instrumenten tegen reële waarde.
  • • In de IFRS-cijfers wordt rekening gehouden met de invloed van veranderingen in het eigen kredietrisico om de reële waarde te bepalen van de verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeverminderingen in de winst- en-verliesrekening, wat leidt tot waardever-

anderingen met een invloed op het nettoresultaat. Aangezien dat een niet-operationeel element betreft, elimineren we die invloed uit de onderliggende cijfers.

• In de IFRS-cijfers worden beëindigde bedrijfsactiviteiten (KBL EPB) tot het moment van de verkoop geboekt volgens IFRS 5. Dat betekent dat we alle resultaten met betrekking tot een dergelijke beëindigde bedrijfsactiviteit verplaatsen van de verschillende resultaatsposten naar één post (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten). In de onderliggende cijfers krijgen beëindigde bedrijfsactiviteiten dezelfde behandeling als de andere ondernemingen die zullen worden gedesinvesteerd. Dat betekent dat ze vervat blijven in alle verschillende resultaatsposten, uiteraard na correctie voor de hierboven opgesomde elementen. Vanaf 2012 hebben we KBL EPB volledig geëlimineerd uit de onderliggende resultaten.

We bespreken de resultaten per divisie in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. Daar geven we ook voor elke divisie een aansluitingstabel tussen IFRS-resultaat en onderliggend resultaat. De commissaris heeft die hoofdstukken niet geauditeerd. De volgende tabel geeft de aansluiting weer op groepsniveau.

Aansluiting van het resultaat volgens IFRS
en het onderliggende resultaat
Belangrijkste betrokken post(en)
(in miljoenen euro) Voetnoot in de winst-en-verliesrekening 2011 2012
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, onderliggend
Reëlewaardeveranderingen van ALM-afdekkingsinstrumenten 1 Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
-273 -46
Winsten/verliezen gerelateerd aan CDO's,
inclusief vergoeding voor de CDO-garantieregeling
2 Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
-468 431
Waardeverminderingen op goodwill (exclusief
waardeverminderingen op goodwill m.b.t. desinvesteringen)
3 Bijzondere waardeverminderingen
op goodwill en op overige
-115 -24
Resultaat m.b.t. legacy gestructureerde derivatenactiviteiten
(KBC Financial Products)
Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
50 -6
Reëlewaardeveranderingen van eigen schuldinstrumenten
(ten gevolge van eigen kredietrisico)
4 Nettoresultaat uit financiële instrumenten
tegen reële waarde, Belastingen
359 -531
Resultaten bij desinvesteringen (inclusief waardeverminderingen op
goodwill m.b.t. desinvesteringen)
5 Overige netto-inkomsten, Nettoresultaat
na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten,
Bijzondere waardeverminderingen
-640 -754
Resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, IFRS 13 612

Aansluiting IFRS-resultaat en onderliggend resultaat

1 Zie uitleg in de bovenstaande tekst, tweede punt.

2 Omvat vooral reëlewaardeschommelingen van de CDO-risico's (zie Toelichting 5 en Toelichting 26), wijzigingen in voorzieningen en schade-uitkeringen voor CDO-gerelateerde claims, en de vergoeding gerelateerd aan de met de Belgische staat afgesloten CDO-garantieregeling in 2009 (zie deel Overige informatie).

3 In 2011 betrof het onder meer Bulgarije.

4 Het positieve bedrag in 2011 heeft te maken met de verhoogde risicoaversie ten opzichte van Europese banken (dus ook KBC), wat leidde tot een lagere marktwaarde van de eigen schuldinstrumenten geklasseerd als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. In 2012 verbeterde de credit spread van KBC, wat leidde tot een negatief bedrag.

5 Bevat in 2011 -0,4 miljard euro voor KBL EPB en per saldo -0,2 miljard euro met betrekking tot andere desinvesteringen. Bevat in 2012 vooral de positieve impact van de verkoop van WARTA (Polen) en de fusie van Kredyt Bank (Polen), samen 0,5 miljard euro, en de negatieve impact van de waardeverminderingen voor Absolut Bank (Rusland), Antwerpse Diamantbank (België), KBC Bank Deutschland (Duitsland), KBC Banka (Servië) en NLB (Slovenië), samen -1,2 miljard euro.

Onderliggende resultaten per segment (divisie)

Divisie Divisie
Centraal- en
Divisie
Merchant
Groeps
center (excl.
eliminaties
tussen
Eliminaties
tussen
(in miljoenen euro) België Oost-Europa banking segmenten) segmenten KBC-groep
ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2011
Nettorente-inkomsten 2 320 1 524 663 897 0 5 404
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 135 745 0 1 301 -60 4 122
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 025 -548 0 -1 028 44 -3 556
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -24 -21 0 -11 12 -44
Dividendinkomsten 52 2 7 13 0 74
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
45 74 405 -15 0 509
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 98 32 35 26 0 191
Nettoprovisie-inkomsten 700 329 202 304 0 1 535
Overige netto-inkomsten -39 38 -76 33 -8 -52
TOTALE OPBRENGSTEN 3 260 2 175 1 236 1 521 -11 8 182
Exploitatiekostena -1 790 -1 192 -569 -1 146 11 -4 686
Bijzondere waardeverminderingen -312 -619 -768 -210 0 -1 909
Op leningen en vorderingen -59 -477 -725 -73 0 -1 335
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -230 -127 -6 -90 0 -453
Op goodwill 0 0 0 0 0 0
Op overige -22 -14 -37 -47 0 -121
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 1 0 -58 0 -57
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 1 159 365 -101 106 0 1 530
Belastingen -355 -38 6 -10 0 -397
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 804 327 -95 97 0 1 133
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 2 0 15 18 0 35
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 802 327 -110 79 0 1 098
a Waarvan niet-kaskosten -54 -86 -25 -200 0 -365
Afschrijvingen vaste activa -54 -79 -18 -198 0 -348
Overige 0 -7 -8 -2 0 -18
Aanschaffing vaste activa* 64 205 343 200 0 812
ONDERLIGGENDE WINST-EN-VERLIESREKENING 2012
Nettorente-inkomsten 2 219 1 389 542 384 0 4 534
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 1 763 778 0 460 -27 2 975
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -1 694 -588 0 -318 7 -2 593
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -11 -13 0 1 10 -13
Dividendinkomsten 33 1 6 1 0 41
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
55 214 579 68 0 917
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 101 7 13 28 0 150
Nettoprovisie-inkomsten 782 298 199 50 0 1 328
Overige netto-inkomsten 83 42 65 19 1 209
TOTALE OPBRENGSTEN 3 330 2 129 1 405 694 -8 7 549
Exploitatiekostena -1 768 -1 278 -581 -565 8 -4 184
Bijzondere waardeverminderingen -102 -142 -751 -200 0 -1 195
Op leningen en vorderingen -67 -123 -704 -177 0 -1 072
Op voor verkoop beschikbare financiële activa -35 -1 -1 0 0 -37
Op goodwill 0 0 0 0 0 0
Op overige 0 -18 -46 -22 0 -86
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 2 0 -33 0 -31
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 1 460 710 72 -103 0 2 139
Belastingen -440 -89 -79 41 0 -567
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0 0 0 0 0 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 020 621 -7 -62 0 1 572
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1 0 13 16 0 30
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 019 621 -19 -78 0 1 542
a Waarvan niet-kaskosten -52 -87 -21 -152 0 -311
Afschrijvingen vaste activa -50 -78 -15 -163 0 -306
Overige -1 -8 -6 11 0 -5
Aanschaffing vaste activa* 153 158 355 158 0 823

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen en goodwill en andere immateriële vaste activa.

Balansinformatie per segment (divisie)

De onderstaande tabel geeft een segmentindeling van enkele belangrijke producten uit de balans.

(in miljoenen euro) Divisie
België
Divisie
Centraal- en
Oost-Europa
Divisie
Merchant
banking
Groeps
center
KBC-groep
BALANS 31-12-2011
Totaal leningen aan cliënten 55 254 25 648 43 832 13 550 138 284
Waarvan hypotheekleningen 29 417 10 533 12 288 5 194 57 431
Waarvan reverse repos 0 16 1 413 0 1 429
Deposito's van cliënten 71 156 38 216 46 168 9 687 165 226
Waarvan repos 0 3 209 12 633 0 15 841
BALANS 31-12-2012
Totaal leningen aan cliënten 58 080 27 365 41 522 1 525 128 492
Waarvan hypotheekleningen 30 847 11 394 11 594 27 53 862
Waarvan reverse repos 53 54 1 874 0 1 981
Deposito's van cliënten 74 770 40 532 43 527 804 159 632
Waarvan repos 0 3 741 2 437 0 6 178

Toelichting 2 b: Segmentering volgens geografisch gebied

De geografische segmentering is gebaseerd op de gebieden die de focus van KBC weerspiegelen op zijn kernmarkten – België en Centraal- en Oost-Europa – en zijn selectieve aanwezigheid in de rest van de wereld (hoofdzakelijk de Verenigde Staten, Zuidoost-Azië en West-Europa met uitzondering van België).

De geografische segmentering is gebaseerd op de locatie van de geleverde diensten. Aangezien ten minste 95% van de cliënten lokale cliënten betreft, wordt zowel voor de balans als voor de winst-en-verliesrekening het geografische segment bepaald door de locatie van het kantoor of de dochteronderneming.

De geografische segmentering verschilt aanzienlijk van de segmentering volgens divisie, onder meer door een andere toewijzingsmethodologie en door het feit dat het geografische segment België niet alleen Divisie België, maar ook de Belgische activiteiten van Divisie Merchantbanking omvat.

Centraal
(in miljoenen euro) België en Oost
Europa
Rest
van de wereld
KBC-groep
2011
Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) 3 576 3 091 1 515 8 182
Totaal activa, per einde periode 181 036 60 898 43 448 285 382
Totaal verplichtingen, per einde periode 171 262 55 189 42 159 268 611
Aanschaffing vaste activa*, per einde periode 525 251 35 812
2012
Totale opbrengsten van externe cliënten (onderliggend) 4 279 2 442 827 7 549
Totaal activa, per einde periode 177 578 55 396 23 912 256 886
Totaal verplichtingen, per einde periode 169 543 49 895 21 486 240 925
Aanschaffing vaste activa*, per einde periode 611 159 53 823

* Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten, vastgoedbeleggingen, materiële vaste activa, investeringen in geassocieerde ondernemingen, goodwill en andere immateriële vaste activa.

Toelichtingen bij de winst-en-verliesrekening

Toelichting 3: Nettorente-inkomsten

(in miljoenen euro) 2011 2012
Totaal 5 479 4 669
Rente-inkomsten 11 883 10 134
Voor verkoop beschikbare activa 1 791 1 203
Leningen en vorderingen 6 600 6 047
Tot einde looptijd aangehouden activa 633 941
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde 34 28
Subtotaal rente-inkomsten uit financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
9 059 8 218
Waarvan rente-inkomsten op financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen werden aangelegd 84 95
Activa aangehouden voor handelsdoeleinden 1 779 1 185
Afdekkingsderivaten 528 569
Financiële activa tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 517 162
Rentelasten -6 404 -5 465
Verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs -3 235 -3 058
Overige, niet gewaardeerd tegen reële waarde -12 -10
Beleggingscontracten tegen geamortiseerde kostprijs 0 0
Subtotaal rentelasten uit financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-3 247 -3 068
Verplichtingen aangehouden voor handelsdoeleinden -2 026 -1 419
Afdekkingsderivaten -788 -799
Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening -344 -179

Toelichting 4: Dividendinkomsten

(in miljoenen euro)
2011
2012
Totaal
85
45
Aandelen aangehouden voor handelsdoeleinden
13
2
Aandelen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 2 1
Voor verkoop beschikbare aandelen
70
41

Toelichting 5: Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro)
2011
2012
Totaal
-178
420
Financiële instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden
(inclusief rente en marktwaardeveranderingen van derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden)
-478
496
Andere financiële instrumenten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
15
386
Waarvan winst/verlies eigen kredietrisico
484
-709
Wisselbedrijf
365
-445
Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties
-80
-18
Microhedging 3
0
Reëlewaardeafdekkingen 0
-1
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten
-117
120
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging
117
-121
Kasstroomafdekkingen 3
1
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel 3
1
Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit, niet-effectieve deel 0
0
Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille 0
-1
Reëlewaardeafdekkingen van renterisico 0
-1
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte instrumenten
-25
-30
Reëlewaardeveranderingen van de afdekkingsderivaten, met inbegrip van beëindiging
25
29
Kasstroomafdekkingen van renterisico 0
0
Reëlewaardeveranderingen van afdekkingsinstrumenten, niet-effectieve deel 0
0
Stopzetting van hedge accounting in geval van kasstroomafdekking
-82
-16
  • • Waardeveranderingen CDO's: het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde bevat ook de invloed van de waardeveranderingen van CDO's in portefeuille. In 2012 verbeterde de marktprijs voor bedrijfskredieten, gereflecteerd in de credit default swap spreads, en verhoogden we de voorziening voor tegenpartijrisico op MBIA van 70% naar 80%. Dat zorgde per saldo voor een positieve aanpassing van ongeveer 0,8 miljard euro. In het voorgaande jaar was er een verslechtering van de marktprijs voor bedrijfskredieten, met een negatieve waardeaanpassing tot gevolg van ongeveer -0,4 miljard euro.
  • • CDO-garantieregeling met Belgische staat: in mei 2009 tekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Details daarover vindt u in het deel Overige informatie. De totale door KBC aan de

Belgische staat te betalen garantieprovisie voor de derde schijf (cashgarantie) bedraagt ongeveer 1,1 miljard euro (actuele waarde bij start van de garantieregeling; in 2009 upfront geboekt). Er was eveneens een positief effect op de mark-to-market van de gegarandeerde posities. Daarnaast betaalt KBC een bereidstellingsprovisie van ongeveer 60 miljoen euro per halfjaar voor de tweede schijf (equitygarantie). Het contract, inclusief de te betalen provisie, wordt tegen zijn reële waarde opgenomen in het resultaat. Het reëlewaardemodel wordt in Toelichting 26 beschreven. De stijging van de kosten van de equitygarantie in 2012 wordt onder meer verklaard door de sterke daling van de achtergestelde CDS-spread van KBC en de verbeterde reële waarde van het gedekte super senior-risico tijdens 2012.

Invloed op winst-en-verliesrekening van kostprijs van CDO-garantieregeling met de Belgische staat
2009 2010 2011 2012
-1 121
-126 -36 -25 -15
-162 -67 -53 -282
-1 409 -103 -79 -297
  • • Informatie over de invloed van de reëlewaardeveranderingen van overheidsobligaties van geselecteerde Europese landen vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, bij Kredietrisico.
  • • Resultaten van Wisselbedrijf in de tabel: betreffen de totale wisselkoersverschillen, exclusief die welke werden geboekt op financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening.
  • • Invloed wijzigingen in eigen kredietrisico: zie Toelichting 27.
  • • ALM-derivaten: het rentegedeelte van de ALM-derivaten wordt weergegeven onder Nettorente-inkomsten. De reëlewaardeveranderingen van de ALM-derivaten, met uitzondering van diegene waarvoor een effectieve kasstroomafdekkingsrelatie geldt, worden weergegeven onder Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Let wel dat ook de reëlewaardeveranderingen van de afgedekte activa in een reëlewaardeafdekkingstransactie in diezelfde post worden weergegeven, en hier een opheffing gebeurt voor zover het een effectieve afdekking betreft.
  • • Effectiviteit van afdekkingen: we bepalen de effectiviteit aan de hand van de volgende methodes:
  • Voor microhedge-reëlewaardeafdekkingen gebruiken we op kwartaalbasis de dollaroffsetmethode, waarbij reëlewaardeschommelingen van de afgedekte positie en reëlewaardeschommelingen van het afdekkingsinstrument elkaar moeten compenseren binnen een range van 80%–125%. Dat is momenteel het geval.
  • Voor microhedge-kasstroomafdekkingen vergelijken we het aangegeven afdekkingsinstrument met een perfect hedge van de afge-

dekte kasstromen. Die vergelijking gebeurt prospectief (via BPVmeting) en retrospectief (via vergelijking van de reële waarde van het aangegeven afdekkingsinstrument met de perfect hedge). De effectiviteit van beide tests moet zich in een range van 80%–125% bevinden. Dat is momenteel het geval.

  • Voor reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille beoordelen we de effectiviteit volgens de regels voorgeschreven in de Europese versie van IAS 39 (carve out). IFRS staat niet toe om nettoposities aan te geven als afgedekte posities, maar staat wel toe om de afdekkingsinstrumenten toe te wijzen aan de brutopositie van activa (of eventueel de brutopositie van verplichtingen). Concreet zorgen we ervoor dat het volume activa (of verplichtingen) in elk looptijdsegment groter is dan het volume afdekkingsinstrumenten dat aan hetzelfde segment wordt toegewezen.
  • • Dag 1-winsten: wanneer de transactieprijs op een niet-actieve markt verschillend is van de reële waarde van andere observeerbare markttransacties in hetzelfde instrument of van de reële waarde gebaseerd op een waarderingstechniek waarvan de variabelen alleen data van observeerbare markten bevatten, dan wordt het verschil tussen de transactieprijs en de reële waarde (een dag 1-winst) opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Als dat niet het geval is (als de variabelen dus niet alleen data van observeerbare markten bevatten), wordt de dag 1-winst gereserveerd en opgenomen in de winst-en-verliesrekening tijdens de looptijd en uiterlijk op de eindvervaldag van het financiële instrument. De invloed daarvan is voor KBC evenwel verwaarloosbaar.

Toelichting 6: Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa

(in miljoenen euro) 2011 2012
Totaal 169 181
Vastrentende effecten 59 22
Aandelen 110 160

• Het cijfer voor 2012 bevat onder meer de invloed van de afronding van de gebeurtenissen met betrekking tot Griekenland in het eerste kwartaal, en de invloed van de verdere afbouw van overheidsobligaties van andere GIIPS-landen gedurende het jaar, in totaal -115 miljoen euro. Informatie over het risico van KBC op overheidsobligaties vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Toelichting 7: Nettoprovisie-inkomsten

(in miljoenen euro) 2011 2012
Totaal 1 164 1 315
Ontvangen provisies 2 043 2 005
Effecten en assetmanagement 898 847
Provisies i.v.m. beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling (deposit accounting) 50 124
Verbinteniskredieten 302 291
Betalingsverkeer 577 570
Overige 215 173
Betaalde provisies -878 -690
Provisies betaald aan tussenpersonen -470 -361
Overige -408 -329

• Het overgrote deel van de provisies gerelateerd aan kredietverlening is opgenomen onder Nettorente-inkomsten, in het kader van de effectieve rentevoetberekening.

Toelichting 8: Overige netto-inkomsten

(in miljoenen euro)
2011
2012
Totaal
56
734
Waarvan meer- of minderwaarden als gevolg van
Verkoop van leningen en vorderingen
-29
-96
Verkoop van tot einde looptijd aangehouden activa
-14
-7
Terugkoop van financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs
-3
-1
Andere, waaronder
102
837
Inkomsten uit (voornamelijk operationele) leasingactiviteiten, KBC Lease-groep
96
86
Inkomsten van geconsolideerde private-equityparticipaties
48
15
Inkomsten van Groep VAB
65
63
Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen
68
562
Onregelmatigheden bij KBC Lease UK
15
126
5-5-5-product
-334
-56
  • • De post Verkoop van leningen en vorderingen bevat in 2012 onder meer -59 miljoen euro gerelateerd aan de verkoop van activa voordien toegeschreven aan Atomium, wat leidde tot een vermindering van de risicogewogen activa met ongeveer 2 miljard euro.
  • • De post Verkoop van tot einde looptijd aangehouden activa bevat in 2012 vooral de impact van de transactie met betrekking tot Griekse obligaties.
  • • De post Meer- of minderwaarden bij desinvesteringen betreft in 2011 vooral Centea (63 miljoen euro meerwaarde) en in 2012 vooral WARTA (0,3 miljard euro), Fidea (51 miljoen euro), Dynaco (participatie van KBC Private Equity, 21 miljoen euro) en Kredyt Bank (136 miljoen euro). Details over de desinvesteringen van Fidea, WARTA en Kredyt Bank vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Groepscenter. De commissaris heeft dat hoofdstuk niet geauditeerd.
  • • De post Onregelmatigheden bij KBL Lease UK betreft recuperaties gerelateerd aan de fraudezaak bij KBC Lease UK. In 2010 brachten interne controles bij KBC Lease UK onregelmatigheden aan het licht in een belangrijk gedeelte van de contracten die via een bepaalde makelaar werden aangebracht. KBC boekte het maximale nettobedrag dat de onregelmatigheden zouden kunnen kosten. KBC Lease UK heeft diverse acties ondernomen om bedragen te recupereren van diverse bronnen en recupereerde in 2012 zo voor in totaal 126 miljoen euro (met 10 miljoen euro eigen risico bij de herverzekeraar KBC Group Re,

opgenomen onder de post Verzekeringstechnische lasten Niet-leven).

• De post 5-5-5-product betreft de vrijwillige commerciële tegemoetkoming voor gestructureerde 5-5-5-obligaties, die KBC Bank en zijn Belgische dochtermaatschappijen in april en mei 2008 verkochten aan cliënten. Die obligaties hadden een looptijd van vijf jaar, een coupon van 5% en waren gekoppeld aan de kredietwaardigheid van vijf landen (België, Frankrijk, Spanje, Italië en Griekenland). Alle retailcliënten die houder waren van die obligaties werden in maart 2011 op de hoogte gebracht van de intentie van KBC om een vrijwillige tegemoetkoming te voorzien mocht zich een credit event met betrekking tot een van die landen voordoen. Het ISDA Determination Committee besliste dat er zich voor Griekenland een relevant CDS credit event voordeed op 9 maart 2012. Als resultaat daarvan werden de obligaties afgehandeld zoals beschreven in de prospectus. Naast de waarde na afhandeling heeft KBC voorzien in de commerciële regeling voor de retailobligatiehouders op basis van de prijs gelijk aan het belegde kapitaal verminderd met de door de uitgever betaalde brutocoupons. KBC legde daarvoor in 2011 voor 334 miljoen euro voorzieningen aan. Het uiteindelijk aldus uit te betalen bedrag kon maar berekend worden, nadat ISDA de veiling die de uiteindelijke waarde bepaalde, afsloot op 19 maart 2012. Dat leidde in het eerste kwartaal van 2012 tot een bijkomende verdere negatieve impact van 56 miljoen euro.

Toelichting 9: Verzekeringsresultaten

(in miljoenen euro) Leven Niet-leven Niet
technische
rekening
Totaal
2011
Technisch resultaat -401 499 42 140
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 2 262 1 880 0 4 142
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -2 548 -1 007 0 -3 555
Nettoprovisie-inkomsten -112 -333 42 -403
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -2 -42 0 -44
Financieel resultaat 690 137 152 979
Nettorente-inkomsten 1 019 1 019
Dividendinkomsten 55 55
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening
-178 -178
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 83 83
Toewijzing aan de technische rekeningen* 690 137 -827 0
Exploitatiekosten -150 -376 -1 -527
Interne schaderegelingskosten -10 -81 0 -92
Indirecte acquisitiekosten -53 -108 0 -161
Administratiekosten -87 -187 0 -274
Beheerskosten voor beleggingen 0 0 -1 -1
Overige netto-inkomsten 10 10
Bijzondere waardeverminderingen -473 -473
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 139 260 -270 129
Belastingen -85
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -17
RESULTAAT NA BELASTINGEN 27
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 2
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 25
2012
Technisch resultaat -319 355 77 113
Verdiende verzekeringspremies vóór herverzekering 1 477 1 521 0 2 998
Verzekeringstechnische lasten vóór herverzekering -1 710 -887 0 -2 597
Nettoprovisie-inkomsten -85 -267 77 -274
Nettoresultaat uit afgestane herverzekering -1 -12 0 -13
Financieel resultaat 739 141 459 1 339
Nettorente-inkomsten 834 834
Dividendinkomsten
Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde
31 31
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening 381 381
Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa 93 93
Toewijzing aan de technische rekeningen* 739 141 -880 0
Exploitatiekosten -137 -287 -5 -429
Interne schaderegelingskosten -8 -68 0 -76
Indirecte acquisitiekosten -39 -82 0 -121
Administratiekosten -90 -137 0 -227
Beheerskosten voor beleggingen -5 -5
Overige netto-inkomsten 381 381
Bijzondere waardeverminderingen -166 -166
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 0 0
RESULTAAT VÓÓR BELASTINGEN 282 210 747 1 238
Belastingen -236
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten 0
RESULTAAT NA BELASTINGEN 1 003
Toerekenbaar aan minderheidsbelangen 1
Toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij 1 001

* Bevat ook de toewijzing van de bijzondere waardeverminderingen.

  • • Cijfers over de verdiende premies bevatten niet de beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling, die ruwweg overeenkomen met de tak 23-producten.
  • • Als bank-verzekeraar presenteert KBC zijn financiële informatie op een geïntegreerde manier, dat wil zeggen bank- en verzekeringsactiviteiten samen. Meer informatie over de bankactiviteiten en verzekeringsactiviteiten afzonderlijk vindt u in de respectieve jaarverslagen van KBC Bank en KBC Verzekeringen. De bovenstaande toelichting geeft alvast informatie over de verzekeringsresultaten apart. De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (resultaten betreffende verzekeringen die werden gesloten tussen de bankentiteiten en verzekeringsentiteiten binnen de groep, rente die de verzekeringsondernemingen ontvangen op de bij de bankentiteiten geplaatste deposito's, betaalde provisies van de verzekeringsentiteiten aan de bankkantoren voor de verkoop van verzekeringen, enz.), om een juister beeld te geven van de rentabiliteit van de verzekeringsactiviteiten.
  • • Bijkomende informatie over de verzekeringsactiviteiten afzonderlijk, die is opgenomen in dit jaarverslag, vindt u in de volgende toelichtingen:
  • Verdiende levensverzekeringspremies (Toelichting 10)
  • Verzekeringen Niet-leven per tak (Toelichting 11)
  • Technische voorzieningen, Verzekeringen (Toelichting 35)
  • Lijst van voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen (Toelichting 44, deel KBC Verzekeringen)
  • Overzicht van kredietrisico's verbonden aan de verzekeringsactiviteiten (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico)
  • Renterisico, aandelenrisico en vastgoedrisico verzekeringsactiviteiten (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Marktrisico in niettradingactiviteiten)
  • Verzekeringstechnisch risico (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Verzekeringstechnisch risico)
  • Solvabiliteit KBC Verzekeringen (hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kapitaaltoereikendheid).

Toelichting 10: Verdiende levensverzekeringspremies

(in miljoenen euro)
2011
Totaal
2 258
Opdeling per IFRS-categorie
2012
1 475
1 065
Verzekeringscontracten
1 223
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling
1 035
410
Opdeling per type
Aangenomen herverzekering
1
0
Rechtstreekse zaken
2 258
1 474
Opdeling van de rechtstreekse zaken
Individuele premies
1 938
1 204
Koopsommen
1 257
625
Periodieke premies
680
579
Premies betreffende groepsverzekeringsovereenkomsten
320
271
Koopsommen
56
44
Periodieke premies
264
227
Totale verkoop levensverzekeringen, inclusief beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling
Tak 23
2 046
3 583
Tak 21
2 099
1 220

• Conform IFRS passen we voor beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling deposit accounting toe. Dat betekent dat de premieinkomsten (en technische lasten) van die contracten niet worden getoond onder de post Verdiende verzekeringspremies (en Technische lasten) vóór herverzekering, maar dat we de marge erop vermelden onder Nettoprovisie-inkomsten. Beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling komen ruwweg overeen met tak 23-contracten die goed waren voor een premie-inkomen van 2,0 miljard euro in 2011 (VITIS Life inbegrepen) en 3,6 miljard euro in 2012 (zonder VITIS Life).

Toelichting 11: Verzekeringen Niet-leven per tak

Verdiende
premies
(vóór herver
Schaden
(vóór herver
Bedrijfskos
ten (vóór
herverzeke
Afgestane
herverzeke
(in miljoenen euro) zekering) zekering) ring) ring Totaal
2011
Totaal 1 880 -1 039 -637 -42 163
Aangenomen herverzekering 37 6 -7 -10 26
Rechtstreekse zaken 1 843 -1 046 -629 -32 136
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 146 -61 -51 0 33
Arbeidsongevallen, tak 1 72 -52 -17 0 3
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 549 -370 -172 -3 4
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 328 -196 -103 0 28
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 42 -32 -10 9 8
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 505 -224 -204 -29 49
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 118 -65 -44 -4 5
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 5 0 -2 -1 1
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 16 -9 -7 -3 -3
Rechtsbijstand, tak 17 45 -26 -13 0 7
Hulpverlening, tak 18 19 -10 -7 0 2
2012
Totaal 1 500 -862 -405 -12 222
Aangenomen herverzekering 14 -37 -7 8 -21
Rechtstreekse zaken 1 486 -825 -398 -20 243
Ongevallen en ziekte, takken 1, 2, exclusief arbeidsongevallen 135 -65 -32 2 39
Arbeidsongevallen, tak 1 68 -57 -12 -2 -2
Motorrijtuigen burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 10 435 -272 -137 0 26
Motorrijtuigen andere takken, takken 3, 7 252 -156 -83 0 13
Scheepvaart, luchtvaart, transport, takken 4, 5, 6, 7, 11, 12 23 -13 -8 0 2
Brand en andere schade aan goederen, takken 8, 9 400 -165 -72 -18 144
Algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, tak 13 107 -71 -34 0 2
Kredieten en borgtochten, takken 14, 15 1 0 0 0 0
Diverse geldelijke verliezen, tak 16 8 0 -2 -1 5
Rechtsbijstand, tak 17 41 -20 -11 0 10
Hulpverlening, tak 18 15 -6 -6 0 3

• De cijfers zijn vóór eliminatie van transacties tussen de bank- en verzekeringsentiteiten van de groep (zie Toelichting 9).

Toelichting 12: Exploitatiekosten

(in miljoenen euro) 2011 2012
Totaal -4 344 -4 248
Personeelskosten -2 569 -2 543
Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met eigen aandelen 0 0
Personeelsvoordelen op basis van eigen aandelen, afgewikkeld met geldmiddelen -4 -1
Algemene beheerskosten -1 449 -1 396
Afschrijvingen van vaste activa -326 -310
  • • De algemene beheerskosten omvatten herstel- en onderhoudskosten, reclamekosten, huur, professionele vergoedingen, verschillende (nietinkomsten)belastingen, nutsvoorzieningen en dergelijke. Het omvat ook de kosten gerelateerd aan de bijzondere bankenheffing voor financiële instellingen in Hongarije (respectievelijk 6 en 54 miljoen euro voor 2011 en 2012; het bedrag in 2011 is lager omdat een deel van de verliezen die de groep leed door de nieuwe wetgeving inzake hypothecaire leningen in vreemde valuta in Hongarije kon worden afgezet tegen de verschuldigde bankenheffing – zie verder).
  • • Op eigen aandelen gebaseerde personeelsvoordelen zijn opgenomen onder Personeelskosten. Informatie over de belangrijkste overeenkomsten afgewikkeld met eigen aandelen.

Sinds 2000 heeft KBC verschillende aandelenoptieplannen opgezet. De aandelenopties werden toegekend aan alle of bepaalde personeelsleden van de vennootschap en diverse dochterondernemingen. De aandelenopties werden gratis toegekend aan het personeel, dat alleen op het moment van de toekenning de belastingen op de gratis verstrekking moest betalen. De aandelenopties hebben een looptijd van zeven tot tien jaar na de datum van uitgifte en kunnen, in de jaren waarin ze uitoefenbaar zijn, alleen in juni, september en december worden uitgeoefend. De aandelenopties kunnen ook gedeeltelijk worden uitgeoefend. Een personeelslid kan bij het uitoefenen ofwel de aandelen bewaren op zijn effectenrekening, ofwel ze onmiddellijk verkopen op NYSE Euronext Brussels.

IFRS 2 werd niet toegepast op de met eigen aandelen afgewikkelde optieplannen die dateren van vóór 7 november 2002, aangezien die buiten het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen. De optieplannen die dateren van na 7 november 2002 waren beperkt in omvang. De grootste aandelenoptieplannen zijn ondertussen verlopen.

Een overzicht van het aantal aandelenopties voor het personeel geven we in de tabel.

2011 2012
Opties Aantal
opties1
Gemiddelde
uitoefenprijs
Aantal
opties1
Gemiddelde
uitoefenprijs
Uitstaand aan het begin van de periode 666 596 49,89 630 996 50,34
Toegekend tijdens de periode 0 0
Uitgeoefend tijdens de periode 0 0
Vervallen tijdens de periode -35 600 41,98 -446 670 41,18
Uitstaand aan het einde van de periode2 630 996 50,34 184 326 72,53
Uitoefenbaar aan het einde van de periode 623 696 50,05 177 026 72,43

1 In equivalenten van aandelen.

2 2011: uitoefenprijzen tussen 27,8–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 14 maanden.

2012: uitoefenprijzen tussen 34,91–97,94 euro, gewogen gemiddelde van de overblijvende contractuele looptijden: 33 maanden.

• Informatie over de kapitaalverhoging voorbehouden aan personeelsleden van de KBC-groep vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening. Dat leidde in 2012 tot het boeken van een beperkt personeelsvoordeel (kleiner dan 0,5 miljoen euro), omdat de uitgifteprijs korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers. Informatie over de (hoogste, laagste, gemiddelde, enz.) koers van het KBC-aandeel vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur, in het hoofdstuk Informatie voor aandeel- en obligatiehouders.

• Informatie over de belangrijkste overeenkomsten op basis van eigen aandelen afgewikkeld met geldmiddelen: de personeelskosten over 2011 omvatten kosten van 4 miljoen euro voor een phantomaandelenplan; voor 2012 was dat minder dan 1 miljoen euro.

Toelichting 13: Personeel

(in aantal) 2011 2012
Gemiddeld personeelsbestand, in vte 51 127 48 026
Indeling volgens juridische structuur
KBC Bank 37 663 35 938
KBC Verzekeringen 7 377 5 997
KBC Groep NV (de holding) 6 087 6 091
Indeling volgens statuut
Arbeiders 928 752
Bedienden 49 835 46 951
Directieleden (senior management) 364 323
  • • KBL EPB (verkocht midden 2012) is niet in de cijfers van 2012 noch in de cijfers van 2011 vervat.
  • • De cijfers vermeld in de tabel betreffen jaargemiddelden, die ook inzake scope kunnen afwijken van de eindejaarcijfers die elders in dit

jaarverslag worden vermeld (eindejaarcijfers zijn bijvoorbeeld zonder maatschappijen die op 31 december 2012 onder IFRS 5 vielen, en zonder medewerkers met zwangerschapsverlof, niet-actieven, enz.).

Toelichting 14: Bijzondere waardeverminderingen (impairments) – winst-en-verliesrekening

(in miljoenen euro)
2011
2012
Totaal
-2 123
-2 511
Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen
-1 333
-1 072
Indeling naar type
Bijzondere waardeverminderingen voor kredieten op balans
-1 316
-1 113
Voorzieningen voor verbinteniskredieten buiten balans
17
-39
Op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen
-33
81
Indeling naar divisie
België
-59
-67
Centraal- en Oost-Europa
-477
-123
Merchantbanking
-725
-704
Groepscenter
-71
-177
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa
-417
-95
Indeling naar type
Aandelen
-114
-45
Andere
-303
-50
Bijzondere waardeverminderingen op goodwill
-120
-421
Bijzondere waardeverminderingen op overige
-253
-923
Immateriële vaste activa (zonder goodwill)
-7
0
Materiële vaste activa, inclusief vastgoedbeleggingen
-30
-62
Tot einde looptijd aangehouden financiële activa
-66
-2
Geassocieerde ondernemingen, goodwill
0
-433
Overige
-150
-425

• Bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen: betreffen vooral leningen en voorschotten aan cliënten. De bijzondere waardeverminderingen in Divisie Merchantbanking omvatten onder andere de waardeverminderingen voor kredieten in Ierland als gevolg van de economische toestand in dat land en meer in het bijzonder de vastgoedmarkt (0,5 miljard euro in 2011, 0,5 miljard euro in 2012). De bijzondere waardeverminderingen in Divisie Centraal- en Oost-Europa zijn als volgt verdeeld: Tsjechië 63 miljoen euro (2011: 72 miljoen euro), Slowakije 11 miljoen euro (2011: 10 miljoen euro), Hongarije 44 miljoen euro (2011: 288 miljoen euro; cijfer negatief beïnvloed door de wetgeving inzake hypothecaire kredieten in vreemde munt), Bulgarije 7 miljoen euro (2011: 106 miljoen euro; cijfer negatief beïnvloed door bijkomende aanleg voor de legacy portefeuille). De bijzondere waardeverminderingen in Groepscenter omvatten onder meer een nettoterugname van 18 miljoen euro bij Absolut Bank (2011: 41 miljoen euro nettoterugname), en nettotoevoegingen van 38 miljoen euro bij Kredyt Bank (2011: 39 miljoen euro), 47 miljoen euro bij KBC Bank Deutschland (2011: 31 miljoen euro), 22 miljoen euro bij Antwerpse Diamantbank (2011: 25 miljoen euro) en 79 miljoen euro bij KBC Finance Ireland (2011: 15 miljoen euro).

• Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare finan-

ciële activa en tot einde looptijd aangehouden financiële activa: in 2011 bevatten die posten vooral de waardevermindering op aandelen (114 miljoen euro, gerelateerd aan de ontwikkeling van het beursklimaat) en op Griekse overheidsobligaties (401 miljoen euro, waarvan 30 miljoen euro (gerelateerd aan KBL EPB) geboekt onder Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsresultaten). In 2012 bevatten die posten vooral de waardevermindering op aandelen (45 miljoen euro) en in verband met het minderheidsaandeel in Nova Ljubjanska banka (50 miljoen euro op de achtergestelde obligaties van NLB).

• Bijzondere waardeverminderingen op goodwill, geassocieerde ondernemingen en op overige: in 2011 bevatte dat onder meer 68 miljoen euro met betrekking tot Bulgarije (cf. verslechterde economische situatie en verminderde verwachte kasstromen van de Bulgaarse activiteiten verdisconteerd tegen een hogere discontovoet) en 138 miljoen euro met betrekking tot de verkoopovereenkomst voor Fidea, tegen een prijs onder de boekwaarde. In 2012 bevatte dat onder meer 1,2 miljard euro met betrekking tot maatschappijen die (bij publicatie van de tweedekwartaalresultaten) onder IFRS 5 vielen (Absolut Bank, KBC Banka, KBC Bank Deutschland, Antwerpse Diamantbank en NLB). De waardevermindering weerspiegelt het verschil tussen de boekwaarde vóór de bijzondere waardevermindering en de gebruikswaarde, met uitzondering van de maatschappijen die onder IFRS 5 vielen (daar: geschatte verkoopwaarde min kosten). Meer informatie over goodwill: zie Toelichting 34.

• Informatie over de totale bijzondere waardeverminderingen op balans vindt u in Toelichting 21.

Toelichting 15: Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen

2011
(in miljoenen euro) 2012
Totaal -58 2
Waarvan Nova Ljubljanska banka -59 1
  • • Bijzondere waardeverminderingen van (goodwill op) geassocieerde ondernemingen zijn inbegrepen bij Bijzondere waardeverminderingen (zie Toelichting 14). Het aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen houdt bijgevolg geen rekening met die bijzondere waardeverminderingen.
  • • Opmerking: In december 2012 tekende KBC een overeenkomst voor de verkoop van zijn aandeel in NLB (zie verder onder Toelichting 46 – NLB werd in 2012 enkel voor de eerste negen maanden in de winst-enverliesrekening opgenomen).

Toelichting 16: Belastingen

(in miljoenen euro)
2011
2012
Totaal
-320
-362
Indeling naar type
Actuele belastingen
-328
-337
Uitgestelde belastingen 7
-25
Componenten van de belastingberekening
Resultaat vóór belastingen
786
976
Winstbelastingen tegen het Belgische statutaire tarief
33,99%
33,99%
Berekende winstbelastingen
-267
-332
Plus of min belastinggevolgen toe te schrijven aan
Verschillen in belastingtarieven, België–buitenland
104
79
Belastingvrije winst
466
520
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren 9
43
Aanpassingen beginsaldo uitgestelde belastingen toe te schrijven aan wijziging belastingtarief
-5
24
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden
aangewend om de huidige belastingkosten te verminderen
11
68
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden
aangewend om de uitgestelde belastingkosten te verminderen
72
54
Terugboeking van vroeger erkende uitgestelde belastingvorderingen als gevolg van fiscale verliezen
-37
-1
Overige, hoofdzakelijk niet-aftrekbare uitgaven
-672
-818
Het totaalbedrag van tijdelijke verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen, filialen,
692
geassocieerde ondernemingen en belangen in joint ventures, waarvoor geen uitgestelde belastingverplichtingen zijn opgenomen*
507

* Bestaat uit de reserves van (al dan niet) gezamenlijke dochtermaatschappijen, geassocieerde ondernemingen en kantoren die bij uitkering voor sommige entiteiten volledig belast zullen worden (voor 100% opgenomen) en waarbij voor een belangrijk aantal entiteiten de DBI-regeling van toepassing is (voor 5% opgenomen, aangezien 95% definitief is belast).

• Informatie over belastingvorderingen en belastingverplichtingen vindt u in Toelichting 31.

vloed (voor 43 miljoen euro) door een wijziging van de wetgeving inzake de notionele interest in België.

• De belastingen werden in het vierde kwartaal van 2012 negatief beïn-

Toelichting 17: Winst per aandeel

(in miljoenen euro)
2011
2012
Gewone winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
13
612
Coupon/premie op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid
-670
-993
Nettoresultaat voor de berekening van gewone winst per aandeel
-657
-381
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden)
339 774
349 456
Gewone winst per aandeel (in euro)
-1,93
-1,09
Verwaterde winst per aandeel
Resultaat na belastingen toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij
13
612
Coupon/premie op kernkapitaaleffecten verkocht aan Belgische en Vlaamse overheid
-670
-993
Nettoresultaat voor de berekening van de verwaterde winst per aandeel
-657
-381
Gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen (in duizenden eenheden)
339 774
349 456
Potentieel aantal aandelen die tot verwatering kunnen leiden (in duizenden eenheden)*
0
0
Gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen voor verwaterde winst (in duizenden eenheden)
339 774
349 456
Verwaterde winst per aandeel (in euro)
-1,93
-1,09

* Er wordt geen rekening gehouden met (630 996 in 2011 en 184 326 in 2012) nog uitstaande personeelsopties die een verwaterende invloed kunnen hebben als de beurskoers de uitoefenprijs overstijgt.

• Een definitie van gewone winst per aandeel en verwaterde winst per aandeel vindt u in het glossarium van gebruikte ratio's.

Toelichtingen bij de financiële instrumenten op de balans

We delen financiële instrumenten op in categorieën of portefeuilles. U vindt meer informatie over die portefeuilles en de waardering in Toelichting 1 b, onder Financiële activa en verplichtingen (IAS 39).

Wanneer in dit deel sprake is van de categorie Gewaardeerd tegen reële waarde, dan bedoelen we daarmee Gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (reëlewaardeoptie).

We hebben de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46), verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten), zonder aanpassing van de referentiecijfers, wat de vergelijkbaarheid van de cijfers licht aantast. Voor 2012 betreft het Absolut Bank, KBC Banka, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en NLB; voor 2011 betrof het KBL EPB, Fidea en WARTA. Omwille van de vergelijkbaarheid voegen we in Toelichting 18 een aparte kolom toe, waarin, voor de referentiedatum 31 december 2011, de in 2012 afgeronde desinvesteringen en de desinvesteringen die op 31 december 2012 onder IFRS 5 vallen, uitgesloten zijn.

Toelichting 18: Financiële instrumenten volgens portefeuille en product

(in miljoenen euro) Aange
houden
voor han
delsdoel
einden
Gewaar
deerd
tegen
reële
waarde1
Voor
verkoop
beschik
baar
Leningen
en vorde
ringen
Tot einde
looptijd
aange
houden
Afdek
kingsderi
vaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal Totaal,
zonder
desinves
teringen
in 20122
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingena 4 600 305 0 14 253 19 158c 18 700
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 203 1 879 0 136 201 138 284 126 323
Disconto- en acceptkredieten 0 0 0 137 137 136
Afbetalingskredieten 0 0 0 3 910 3 910 3 268
Hypotheekleningen 0 178 0 57 253 57 431 52 265
Termijnkredieten 203 1 531 0 61 880 63 614 59 340
Financiële leasing 0 11 0 4 647 4 658 4 173
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 4 876 4 876 3 598
Overige 0 159 0 3 499 3 659 3 543
Eigenvermogensinstrumenten 1 028 28 1 446 2 501 2 491
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 652 7 652 7 652
Schuldinstrumenten van 4 286 3 997 37 299 2 890 14 063 62 535 59 822
Publiekrechtelijke emittenten 3 101 3 594 29 183 224 13 365 49 467 47 122
Kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
647 204 3 862 211 491 5 415 5 078
Ondernemingen 538 199 4 255 2 455 207 7 653 7 621
Derivaten 16 750 624 17 375 17 096
Geprorateerde rente 69 79 746 549 334 158 1 934 1 824
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439 233 907
a Waarvan reverse repos3 5 982 5 982
b Waarvan reverse repos3 1 429 1 429
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden 11 721 11 330
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Leningen en voorschotten aan krediet
instellingen en beleggingsondernemingena
3 802 916 0 11 363 16 081c
Leningen en voorschotten aan cliëntenb 600 2 197 0 125 695 128 492
Disconto- en acceptkredieten 0 0 0 131 131
Afbetalingskredieten 0 0 0 3 364 3 364
Hypotheekleningen 0 184 0 53 678 53 862
Termijnkredieten 600 2 013 0 56 794 59 407
Financiële leasing 0 0 0 4 110 4 110
Voorschotten in rekening-courant 0 0 0 3 291 3 291
Overige 0 0 0 4 327 4 327
Eigenvermogensinstrumenten 451 53 1 931 2 435
Beleggingscontracten, verzekeringen 11 847 11 847
Schuldinstrumenten van 4 210 1 282 28 691 2 167 28 510 64 860
Publiekrechtelijke emittenten 3 390 811 19 929 190 27 346 51 666
Kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
361 199 3 335 158 670 4 724
Ondernemingen 459 272 5 427 1 819 494 8 471
Derivaten 12 095 1 088 13 183
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898
a Waarvan reverse repos3 5 160
b Waarvan reverse repos3 1 981
c Waarvan leningen en vorderingen aan banken terugbetaalbaar op verzoek en termijnleningen aan banken op minder dan 3 maanden 8 994

1 De leningen en voorschotten in de kolom Gewaardeerd tegen reële waarde betreffen overwegend reverserepotransacties en een beperkte portefeuille van woningkredieten. Telkens benadert de boekwaarde het maximale kredietrisico.

2 Totaal zonder in 2012 afgeronde desinvesteringen en aangekondigde desinvesteringen die al in 2012 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2011). 3 Een reverserepotransactie is een transactie waarbij een partij (KBC) effecten koopt van een andere partij en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs.

In de meeste gevallen wordt de reverserepoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde reverserepotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk ontlenen van obligaties. Bij die ontlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij de tegenpartij. Het bedrag van de reverse repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (uitgeleende) activa.

(in miljoenen euro)
einden
waarde
baar
ringen
houden
vaten
kostprijs
Totaal
in 20121
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingena
843
3 831




21 259
25 934c
24 828
Deposito's van cliënten en schuldpapierb
4 288
17 565




143 373
165 226
156 810
Zichtdeposito's
0
0




37 472
37 472
32 909
Termijndeposito's
3 774
13 277




42 010
59 061
55 520
Depositoboekjes
0
0




32 624
32 624
32 624
Deposito's van bijzondere aard
0
0




3 887
3 887
3 886
Overige deposito's
0
0




1 417
1 417
1 180
Depositocertificaten
0
20




4 597
4 617
4 617
Kasbons
0
0




710
710
710
Converteerbare obligaties
0
0




0
0
0
Niet-converteerbare obligaties
514
4 167




12 694
17 375
17 316
Converteerbare achtergestelde schulden
0
0




0
0
0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden
0
101




7 961
8 063
8 048
Schulden m.b.t. beleggingscontracten

7 014




0
7 014
7 014
Derivaten
21 699




1 601

23 300
23 060
Baisseposities
497






497
497
In eigenvermogensinstrumenten
4






4
4
In schuldinstrumenten
493






493
493
Overige
0
173




2 408
2 581
2 581
Geprorateerde rente
27
94



328
801
1 251
1 222
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente
27 355
28 678



1 929
167 842
225 804
216 013
a Waarvan repos2
6 574
6 563
b Waarvan repos2
15 841
15 841
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar
8 472
8 147
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingena
375
884




21 660
22 919c
Deposito's van cliënten en schuldpapierb
4 161
8 782




146 689
159 632
Zichtdeposito's
0
0




37 477
37 477
Termijndeposito's
3 776
3 336




43 491
50 602
Depositoboekjes
0
0




34 904
34 904
Deposito's van bijzondere aard
0
0




3 941
3 941
Overige deposito's
0
84




1 250
1 334
Depositocertificaten
0
27




6 209
6 236
Kasbons
0
0




522
522
Converteerbare obligaties
0
0




0
0
Niet-converteerbare obligaties
385
4 705




12 914
18 003
Converteerbare achtergestelde schulden
0
0




0
0
Niet-converteerbare achtergestelde schulden
0
630




5 982
6 612
Schulden m.b.t. beleggingscontracten

10 853




0
10 853
Derivaten
14 432




2 430

16 861
Baisseposities
491






491
In eigenvermogensinstrumenten
17






17
In schuldinstrumenten
475






475
Overige
0
44




2 465
2 509
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente
19 459
20 563



2 430
170 813
213 265
a Waarvan repos2
1 589
b Waarvan repos2
6 178
Aange
houden
voor han
delsdoel
Gewaar
deerd te
gen reële
Voor
verkoop
beschik
Leningen
en vorde
Tot einde
looptijd
aange
Afdek
kingsderi
Tegen
geamor
tiseerde
Totaal,
zonder
desinves
teringen
c Waarvan deposito's van banken terugbetaalbaar op verzoek en onmiddellijk terugbetaalbaar 12 658

1 Totaal zonder in 2012 afgeronde desinvesteringen en aangekondigde desinvesteringen die al in 2012 onder IFRS 5 vallen (ter vergelijking met de cijfers voor 31 december 2011).

2 Een repotransactie is een transactie waarbij een partij effecten koopt van een andere partij (KBC) en zich ertoe verbindt om die effecten opnieuw te verkopen op een bepaald tijdstip in de toekomst tegen een bepaalde prijs. In de meeste gevallen wordt de repoactiviteit geregeld in een bilateraal overeengekomen raamcontract (meestal de Global Master Repo Agreement), waarin ook de uitwisseling van de waarborgen op periodieke basis wordt beschreven. De in de tabel vermelde repotransacties betreffen voornamelijk het tijdelijk uitlenen van obligaties. Bij die uitlening blijven het risico en de opbrengst van de obligaties bij KBC. Het bedrag van de repos is nagenoeg gelijk aan het bedrag van de onderliggende (ontleende) activa.

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

146

  • • In tegenstelling tot vorige jaren, toen we geprorateerde rentebaten en geprorateerde rentelasten apart weergaven in Toelichting 18, nemen we ze vanaf 2012 mee op in de desbetreffende producten bij de uitsplitsing van financiële activa en financiële passiva. We hebben de referentiecijfers niet aangepast.
  • • Herclassificaties: zie Toelichting 28.
  • • Overgedragen activa die blijvend erkend worden in hun geheel: KBC leent op regelmatige basis effecten uit en/of verkoopt effecten met de verbintenis om die op een latere datum terug te kopen (repotransacties). De effecten die uitgeleend of verkocht worden met de verbintenis om ze op latere datum terug te kopen, worden overgedragen aan de tegenpartij, waarvoor KBC in ruil cash ontvangt of andere financiële activa. KBC behoudt evenwel de voornaamste risico's en opbrengsten met betrekking tot die effecten en blijft bijgevolg die effecten opnemen in zijn balans. Bovendien wordt er een financiële schuld erkend ten belope van de ontvangen cashwaarborg.
  • • Per eind 2012 heeft KBC overgedragen activa die blijvend erkend worden in hun geheel in de vorm van:
  • a) repotransacties met een boekwaarde van 3 173 miljoen euro (schuldinstrumenten gecategoriseerd als Aangehouden voor handelsdoeleinden: 296 miljoen euro, als Gewaardeerd tegen reële waarde: 195 miljoen euro, als Voor verkoop beschikbaar: 780 miljoen euro, als Tot einde looptijd aangehouden: 1 904 miljoen euro) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 3 254 miljoen euro (respectievelijk gerelateerd aan Aangehouden voor handelsdoeleinden: 293 miljoen euro, Gewaardeerd tegen reële waarde: 192 miljoen euro, Voor verkoop beschikbaar: 770 miljoen euro en Tot einde looptijd aangehouden: 1 998 miljoen euro)
  • b) uitgeleende effecten met een boekwaarde van 14 miljoen euro (voor verkoop beschikbare eigenvermogensinstrumenten) en een gerelateerde financiële schuld met een boekwaarde van 15 miljoen euro.

Toelichting 19: Financiële instrumenten volgens portefeuille en land

Aangehou
den voor
handels
Gewaar
deerd
tegen reële
Voor
verkoop
Leningen en Tot einde
looptijd
aangehou
Afdekkings Tegen
geamor
tiseerde
(in miljoenen euro) doeleinden waarde beschikbaar vorderingen den derivaten kostprijs Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
België 2 798 4 841 17 527 72 705 1 626 556 100 052
Centraal- en Oost-Europa 7 907 808 7 213 37 562 8 575 226 62 290
Rest van de wereld 16 232 8 292 14 751 43 626 4 196 0 87 097
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
België 2 377 2 021 12 947 75 695 14 635 810 108 485
Centraal- en Oost-Europa 7 419 715 5 863 30 649 8 840 278 53 765
Rest van de wereld 11 362 13 559 11 812 32 881 5 034 0 74 648
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
België 1 301 9 455 1 750 78 407 90 913
Centraal- en Oost-Europa 5 880 955 128 43 265 50 227
Rest van de wereld 20 174 18 268 52 46 170 84 663
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 27 355 28 678 1 929 167 842 225 804
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
België 567 11 556 2 190 87 796 102 109
Centraal- en Oost-Europa 5 356 961 143 38 775 45 235
Rest van de wereld 13 535 8 046 97 44 242 65 921
Boekwaarde inclusief geprorateerde rente 19 459 20 563 2 430 170 813 213 265

Toelichting 20: Financiële instrumenten volgens portefeuille en restlooptijd

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handels
doeleinden
Gewaar
deerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschikbaar
Leningen en
vorderingen
Tot einde
looptijd
aangehou
den
Afdekkings
derivaten
Tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Tot 1 jaar 6 768 2 064 5 165 52 631 1 345 67 971
Meer dan 1 jaar 2 390 4 228 32 709 97 330 13 052 149 709
Niet bepaald* 17 779 7 648 1 617 3 933 0 782 31 759
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Tot 1 jaar 6 230 2 978 5 938 46 217 1 581 62 945
Meer dan 1 jaar 2 368 7 490 22 617 86 435 26 928 145 839
Niet bepaald* 12 561 5 827 2 067 6 572 0 1 088 28 114
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
Tot 1 jaar 5 369 16 857 100 403 122 629
Meer dan 1 jaar 284 7 089 32 439 39 812
Niet bepaald* 21 702 4 732 1 929 35 000 63 363
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 27 355 28 678 1 929 167 842 225 804
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
Tot 1 jaar 4 854 4 112 91 995 100 961
Meer dan 1 jaar 162 11 750 41 841 53 753
Niet bepaald* 14 443 4 701 2 430 36 978 58 551
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 19 459 20 563 2 430 170 813 213 265

* Met Niet bepaald bedoelen we dat de vervaldag onbepaald is of dat het niet zinvol is het financiële instrument volgens vervaldag te klasseren. De financiële activa met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten en tradingaandelen (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden), een groot deel van de beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde), aandelen voor verkoop beschikbaar (kolom Voor verkoop beschikbaar) en voorschotten in rekening-courant en oninbare/dubieuze vorderingen (kolom Leningen en vorderingen). De financiële verplichtingen met niet-bepaalde vervaldag betreffen vooral de depositoboekjes (kolom Tegen geamortiseerde kostprijs), de afdekkingsderivaten (kolom Afdekkingsderivaten), de tradingderivaten (kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden) en een groot deel van de schulden m.b.t. beleggingscontracten, verzekeringen (kolom Gewaardeerd tegen reële waarde).

• Het verschil tussen de financiële activa op korte termijn en de financiële verplichtingen op korte termijn is onder meer een reflectie van de basisactiviteit van een bank, namelijk het omzetten van deposito's op kortere termijn naar kredieten op langere termijn. Dat leidt tot een groter volume van deposito's op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële verplichtingen) dan kredieten op minder dan één jaar (opgenomen onder de financiële activa). Die verhouding geeft aanleiding tot een liquiditeitsrisico. Meer informatie over het liquiditeitsrisico en de bewaking ervan vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Toelichting 21: Financiële activa volgens portefeuille en kwaliteit

Financiële activa waarvoor bijzondere waardeverminderingen zijn geboekt

(in miljoenen euro) Aangehou
den voor
handelsdoel
einden
Gewaardeerd
tegen reële
waarde
Voor
verkoop
beschikbaar
Leningen en
vorderingen
Tot einde
looptijd aan
gehouden
Afdekkings
derivaten
Totaal
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Activa waarvoor geen bijzondere
waardeverminderingen zijn geboekt (unimpaired)
26 936 13 940 39 196 148 229 14 377 782 243 461
Activa waarvoor bijzondere
waardeverminderingen zijn geboekt (impaired)
735 10 814 75 11 623
Bijzondere waardeverminderingen -440 -5 149 -56 -5 645
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 26 936 13 940 39 491 153 894 14 396 782 249 439
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Activa waarvoor geen bijzondere
waardeverminderingen zijn geboekt (unimpaired)
21 159 16 295 30 478 133 549 28 508 1 088 231 076
Activa waarvoor bijzondere
waardeverminderingen zijn geboekt (impaired)
293 10 420 9 10 723
Bijzondere waardeverminderingen -149 -4 745 -8 -4 902
Totale boekwaarde incl. geprorateerde rente 21 159 16 295 30 622 139 225 28 510 1 088 236 898

• Het begrip bijzondere waardevermindering (impairment) is relevant voor alle financiële activa die niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden geboekt. Vastrentende financiële activa zijn impaired wanneer er een individuele indicatie van een bijzondere waardevermindering bestaat. Voor leningen is dat het geval als de lening een Probability of Defaultrating (PD, zie verder) van 10, 11 of 12 heeft. De bijzondere waardevermindering wordt vastgesteld op basis van een schatting van de netto actuele waarde van het recupereerbare bedrag. Daarnaast worden voor kredieten in de PD-klassen 1 tot 9 op portefeuillebasis berekende waardeverminderingen toegepast door middel van een formule die rekening houdt met de intern gebruikte IRB (Internal Rating Based) Advanced-modellen (of op een alternatieve manier wanneer een IRB Advanced-model nog niet beschikbaar is).

• Om de PD-klasse te bepalen, ontwikkelde KBC diverse ratingmodellen. De resultaten van die modellen worden gebruikt om de normale kredietportefeuille in te delen in interneratingklassen gaande van PD 1 (laagste risico) tot PD 9 (hoogste risico). Meer informatie over PD vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

(in miljoenen euro) Voor verkoop beschikbaar Tot einde
looptijd
aangehouden
Leningen en vorderingen Voorzieningen
voor verbinte
niskredieten
buiten balans*
Vastrentende
activa
Aandelen Vastrentende
activa
Met individu
ele bijzondere
waardevermin
dering
Met op por
tefeuillebasis
berekende
bijzondere
waardevermin
dering
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2011
Beginsaldo 9 245 0 4 594 327 116
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 305 114 66 2 495 354 91
Teruggenomen -1 0 0 -1 179 -311 -117
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen 0 -40 0 -642 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring -3 -8 0 -75 -3 0
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-42 -34 -10 0 0 0
Overige -1 -104 0 -399 -12 -1
Eindsaldo 267 173 56 4 795 354 89
BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN, 31-12-2012
Beginsaldo 267 173 56 4 795 354 89
Mutaties met resultaatsimpact
Aangelegd 50 45 2 2 227 256 157
Teruggenomen -1 0 0 -1 114 -340 -114
Mutaties zonder resultaatsimpact
Afschrijvingen -262 -86 -22 -486 0 -4
Wijzigingen in de consolidatiekring -3 -10 0 -352 -32 -9
Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0 0 -18 -424 -24 -7
Overige -52 26 -10 -132 17 -20
Eindsaldo 0 148 8 4 515 230 92

Details over bijzondere waardeverminderingen

* Deze voorzieningen staan op de passiefzijde van de balans. Wijzigingen in dergelijke voorzieningen worden opgenomen bij de bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de winst-en-verliesrekening.

  • • Invloed van wijzigingen in bijzondere waardeverminderingen op de winst-en-verliesrekening: zie Toelichting 14.
  • • Bijkomende informatie over de bijzondere waardeverminderingen

i.v.m. de kredietportefeuille: zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Achterstallige activa die niet impaired zijn

Minder dan
30 dagen
30 of meer, maar
minder dan 90 dagen
(in miljoenen euro) achterstallig achterstallig
31-12-2011
Leningen en vorderingen 3 643 2 039
Schuldinstrumenten 0 0
Derivaten 0 0
Totaal 3 643 2 039
31-12-2012
Leningen en vorderingen 3 482 1 469
Schuldinstrumenten 0 0
Derivaten 0 0
Totaal 3 482 1 469

• Financiële activa zijn achterstallig (past due) wanneer een tegenpartij nalaat een betaling te doen op het contractueel afgesproken tijdstip. Het begrip achterstallig geldt per contract en niet per tegenpartij. Als bijvoorbeeld een tegenpartij nalaat haar maandelijkse aflossing te betalen, wordt de volledige lening als achterstallig beschouwd, maar dat betekent niet dat andere leningen aan die tegenpartij als achterstallig worden beschouwd.

• Financiële activa die 90 dagen of meer achterstallig zijn, worden altijd als impaired beschouwd.

Ontvangen garanties

• Zie Toelichting 22 en 40.

Informatie over het risico van KBC inzake gestructureerde kredieten en overheidsobligaties

• Zie hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, onder Kredietrisico.

Toelichting 22: Maximaal kredietrisico

(in miljoenen euro) 31-12-2011
Bruto Ontvangen
waarborgen/
collateral
Netto Bruto Ontvangen
waarborgen/
collateral
Netto
Maximaal kredietrisico
Eigenvermogensinstrumenten 2 501 0 2 501 2 435 0 2 435
Schuldinstrumenten 62 535 0 62 535 64 860 54 64 806
Leningen en voorschotten 157 442 78 303 79 139 144 573 72 246 72 327
Waarvan gewaardeerd tegen reële waarde 2 185 1 904 281 3 113 3 013 100
Derivaten 17 375 1 485 15 889 13 183 2 039 11 144
Overige (inclusief geprorateerde rente) 35 824 7 936 27 889 27 608 5 141 22 467
Totaal 275 678 87 724 187 954 252 660 79 480 173 180
  • • Het maximale kredietrisico van een financieel actief is meestal de brutoboekwaarde, na aftrek van de bijzondere waardeverminderingen in overeenstemming met IAS 39. Het maximale kredietrisico bevat, naast de bedragen op balans, ook het niet-opgenomen deel van de onherroepelijk verstrekte kredietlijnen, de verstrekte financiële garanties en de andere onherroepelijk verstrekte verbintenissen. Die zijn opgenomen onder de post Overige in de tabel.
  • • De kredietportefeuille omvat het belangrijkste deel van de financiële

activa. Op basis van interne managementrapportering wordt in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (onder Kredietrisico) uitgebreide uitleg gegeven over de samenstelling en kwaliteit van de kredietportefeuille. De door de commissaris geauditeerde delen uit dat hoofdstuk sommen we vooraan in dat hoofdstuk op.

• De ontvangen waarborgen/collateral worden opgenomen tegen marktwaarde en beperkt tot het uitstaande bedrag van de betreffende leningen.

Toelichting 23: Reële waarde van financiële instrumenten – algemeen

  • • KBC definieert reële waarde als het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed ingelichte, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn. Die definitie ligt in de lijn van de IFRS-definitie. De reële waarde is niet het bedrag dat een entiteit zou ontvangen of betalen op grond van een gedwongen transactie, een onvrijwillige liquidatie of een gedwongen verkoop. Een verstoring van het evenwicht tussen vraag en aanbod (bijvoorbeeld minder kopers dan verkopers, waardoor de prijs moet zakken) is niet hetzelfde als een gedwongen transactie of een gedwongen verkoop. Gedwongen verkopen of onvrijwillige transacties zijn occasionele transacties als gevolg van, bijvoorbeeld, wijzigingen in de regelgevende omgeving of transacties die niet marktgestuurd, maar ondernemingsspecifiek (cliëntspecifiek) gestuurd zijn.
  • • Aanpassingen van de reële waarde (market value adjustments) worden geboekt op alle posten die tegen reële waarde zijn gewaardeerd, waarbij wijzigingen van de reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening of in het eigen vermogen. Ze omvatten closeoutkosten, aanpassingen voor minder liquide posities of markten, aanpassingen verbonden aan waarderingen gebaseerd op een waarderingsmodel, tegenpartijrisico, en exploitatiekosten. Bij de berekening van market value adjustments met betrekking tot het tegenpartijrisico (exclusief MBIA) op derivaten neemt de groep ook zijn eigen kredietrisico in rekening voor derivaten waarvan de reële waarde negatief is.

  • • Conform de vereisten van IFRS werd er bij de bepaling van de reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde rekening gehouden met de invloed van veranderingen in de eigen financieringsspreads. Bij de opgave van de reële waarde van de financiële instrumenten die niet tegen reële waarde op de balans zijn opgenomen (zie tabel), houden we geen rekening met ontwikkelingen in credit spreads of prepayment risks.

  • • De reële waarde van zichtdeposito's en depositoboekjes (beide onmiddellijk opvraagbaar) wordt verondersteld gelijk te zijn aan de boekwaarde.
  • • Het grootste deel van de wijzigingen in de marktwaarde van de leningen en voorschotten vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde wordt verklaard door bewegingen van de rente. Het effect van veranderingen in kredietrisico is verwaarloosbaar.
  • • Financiële activa en verplichtingen die tegen reële waarde worden gewaardeerd, zijn de volgende: voor verkoop beschikbaar, aangehouden voor handelsdoeleinden, aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (gewaardeerd tegen reële waarde in de tabellen) en afdekkingsderivaten. De andere financiële activa en verplichtingen (leningen en vorderingen, financiële activa tot einde looptijd aangehouden, financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs) worden op de balans niet tegen reële waarde gewaardeerd, maar in de tabel vermelden we ter informatie hun reële waarde.
Reële waarde van financiële instrumenten die niet tegen reële Leningen en vorderingen Financiële activa tot einde
looptijd aangehouden
Financiële verplichtingen
tegen geamortiseerde
kostprijs
waarde op de balans zijn opgenomen
(in miljoenen euro)
Boek
waarde
Reële
waarde
Boek
waarde
Reële
waarde
Boek
waarde
Reële
waarde
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2011
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
14 253 14 503
Leningen en voorschotten aan cliënten 136 201 140 897
Schuldinstrumenten 2 890 2 868 14 063 14 347
Geprorateerde rente 549 549 334 334
Totaal, inclusief geprorateerde rente 153 894 158 818 14 396 14 681
FINANCIËLE ACTIVA, 31-12-2012
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
11 363 11 104
Leningen en voorschotten aan cliënten 125 695 132 018
Schuldinstrumenten 2 167 2 084 28 510 31 426
Totaal, inclusief geprorateerde rente 139 225 145 205 28 510 31 426
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2011
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 21 259 21 206
Deposito's van cliënten en schuldpapier 143 373 149 337
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 0 0
Overige 2 408 2 408
Geprorateerde rente 801 801
Totaal, inclusief geprorateerde rente 167 842 173 752
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN, 31-12-2012
Deposito's van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen 21 660 21 542
Deposito's van cliënten en schuldpapier 146 689 151 435
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 0 0
Overige 2 465 2 465
Totaal, inclusief geprorateerde rente 170 813 175 441

Toelichting 24: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – waarderingshiërarchie

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
Waarderingshiërarchie Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 4 600 0 4 600 0 3 802 0 3 802
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 203 0 203 0 600 0 600
Eigenvermogensinstrumenten 170 108 749 1 028 220 34 197 451
Schuldinstrumenten 2 981 1 108 198 4 286 2 033 1 654 523 4 210
Derivaten 22 11 737 4 991 16 750 31 9 023 3 041 12 095
Geprorateerde rente 69
Gewaardeerd tegen reële waarde
Leningen en voorschotten aan kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 305 0 305 1 915 0 916
Leningen en voorschotten aan cliënten 0 1 852 27 1 879 0 2 170 27 2 197
Eigenvermogensinstrumenten 2 18 8 28 2 0 50 53
Beleggingscontracten, verzekeringen 7 636 16 0 7 652 11 822 25 0 11 847
Schuldinstrumenten 3 642 218 136 3 997 836 177 269 1 282
Geprorateerde rente 79
Voor verkoop beschikbaar
Eigenvermogensinstrumenten 1 111 76 259 1 446 705 109 1 117 1 931
Schuldinstrumenten 33 595 3 207 498 37 299 23 709 3 322 1 660 28 691
Geprorateerde rente 746
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 624 0 624 0 1 088 0 1 088
Geprorateerde rente 158
Totaal, inclusief geprorateerde rente 49 160 24 072 6 866 81 149 39 360 22 919 6 885 69 163
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Aangehouden voor handelsdoeleinden
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 843 0 843 0 375 0 375
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 4 285 4 4 288 0 3 979 181 4 161
Derivaten 56 12 201 9 442 21 699 14 9 438 4 979 14 432
Baisseposities 493 4 0 497 483 8 0 491
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0
Geprorateerde rente 27
Gewaardeerd tegen reële waarde
Deposito's van kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen
0 3 831 0 3 831 0 884 0 884
Deposito's van cliënten en schuldpapier 0 16 213 1 352 17 565 0 7 416 1 366 8 782
Schulden m.b.t. beleggingscontracten 7 014 0 0 7 014 10 853 0 0 10 853
Overige 0 0 173 173 0 0 44 44
Geprorateerde rente 94
Afdekkingsderivaten
Derivaten 0 1 601 0 1 601 0 2 430 0 2 430
Geprorateerde rente 328
Totaal, inclusief geprorateerde rente 7 563 38 979 10 970 57 962 11 351 24 531 6 570 42 451

• De IAS 39-waarderingshiërarchie verdeelt de waarderingstechnieken, samen met de respectieve waarderingsparameters waarop die gebaseerd zijn, op basis van prioriteit in drie niveaus:

De waarderingshiërarchie kent de hoogste prioriteit toe aan parameters van niveau 1.

Dat betekent dat, als er een actieve markt bestaat, gepubliceerde prijsnoteringen moeten worden gebruikt om het financiële actief of passief tegen reële waarde te waarderen. Parameters van niveau 1 zijn gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, een handelaar, een makelaar, een sectorgroep, een waarderingsdienst (pricing service) of een regelgevende instantie. Die prijzen zijn op een eenvoudige wijze en op regelmatige basis beschikbaar en zijn ontleend aan huidige en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen op actieve markten die voor KBC toegankelijk zijn. Het bepalen van de reële waarde van financiële instrumenten die beschikken over gepubliceerde (genoteerde) prijzen afkomstig van een beurs, is gebaseerd op de marktwaarde die wordt afgeleid van de huidige beschikbare transactieprijzen. Er wordt geen waarderingstechniek (model) gebruikt.

Als er geen prijsnoteringen beschikbaar zijn, bepaalt de entiteit de reële waarde met behulp van een waarderingstechniek (model) op basis van waarneembare of niet-waarneembare parameters. Het gebruik van waarneembare parameters moet worden gemaximaliseerd, terwijl het gebruik van niet-waarneembare parameters moet worden geminimaliseerd.

Waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 2 genoemd en weerspiegelen alle factoren die marktdeelnemers in beschouwing zouden nemen bij de waardering van het actief of de verplichting tegen reële waarde, op basis van marktgegevens afkomstig van bronnen die onafhankelijk zijn van de rapporterende entiteit. Daarnaast weerspiegelen waarneembare parameters een actieve markt. Waarneembare waarderingsparameters zijn bijvoorbeeld de risicovrije rente, wisselkoersen van vreemde valuta, aandelenkoersen en de impliciete volatiliteit. Waarderingstechnieken op basis van waarneembare parameters zijn onder andere: de verdiscontering van toekomstige kasstromen, de vergelijking met de huidige of recente reële waarde van een ander soortgelijk instrument, en prijsstelling door derden, op voorwaarde dat die prijs in de lijn ligt van alternatieve observeerbare marktgegevens.

Niet-waarneembare parameters worden ook parameters van niveau 3 genoemd en weerspiegelen de eigen veronderstellingen van de entiteit omtrent de assumpties die marktpartijen zouden gebruiken in de waardering van het actief of de verplichting (inclusief assumpties over de betrokken risico's). Niet-waarneembare parameters weerspiegelen een markt die niet actief is. Waarderingsparameters die benaderingen zijn voor niet-waarneembare parameters (proxy) en correlatiefactoren kunnen worden beschouwd als niet-waarneembaar op de markt.

• Als de parameters, gebruikt om de reële waarde van een actief of passief te bepalen, in verscheidene niveaus van de waarderingshiërarchie kunnen worden ondergebracht, dan wordt de reële waarde van het gehele actief of passief geklasseerd volgens het laagste niveau van de desbetreffende toepasselijke parameter, die een belangrijke invloed heeft op de totale reële waarde van het actief of passief. Bijvoorbeeld: als de berekening van de reële waarde gebaseerd is op waarneembare parameters, waarbij belangrijke aanpassingen van die waarde nodig zijn, gestoeld op niet-waarneembare parameters, dan valt deze waarderingsmethode onder niveau 3 van de waarderingshiërarchie.

  • • De waarderingshiërarchie en overeenkomstige classificatie in de waarderingshiërarchie van de meest gebruikte financiële instrumenten vindt u in de tabel. De tabel geeft een overzicht van het niveau waaronder financiële instrumenten doorgaans worden geklasseerd, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Met andere woorden: hoewel de meerderheid van een bepaald type financiële instrumenten geklasseerd wordt onder het in de tabel vermelde niveau, kan een klein deel van die instrumenten geklasseerd zijn onder een ander niveau.
  • • Overdrachten tussen de verschillende niveaus: zie verder.
  • • De belangrijke toename van het bedrag onder de post Voor verkoop beschikbaar – Eigenvermogensinstrumenten in niveau 3 is te wijten aan de participatie in Bank Zachodni WBK na de fusie met Kredyt Bank. KBC is van mening dat de markt voor die aandelen op de rapporteringsdatum onvoldoende actief was (zoals blijkt uit het zeer beperkte volume aan verhandelde aandelen) om de waardering te baseren op de meeste recente marktprijs. In plaats daarvan wordt een historische prijs gebruikt die een betere inschatting van de werkelijke waarde van de participatie oplevert. Aangezien die historische prijs onvoldoende recent is, wordt hij conform de IFRS-principes beschouwd als een niveau 3-waardering
Soort instrument Producten Type waardering
Niveau 1 Liquide financiële instrumenten waarvoor
genoteerde koersen regelmatig beschikbaar zijn
Valutacontantcontracten, Beursgenoteerde
financiële futures, Beursgenoteerde opties,
Beursgenoteerde aandelen, Beursgenoteerde
fondsen (ETF), Liquide overheidsobligaties, Andere
liquide obligaties, Liquide Asset Backed Securities
op actieve markten
Mark-to-market (gepubliceerde prijsnoteringen op
een actieve markt)
Niveau 2 Plain vanilla / liquide derivaten (Cross-Currency) Renteswaps (IRS), Valutaswaps,
Valutatermijncontracten, Rentetermijncontracten
(FRA), Inflatieswaps, Dividendswaps,
Commodityswaps, Reverse floaters, Opties op
obligatiefutures, Opties op rentefutures, Overnight
Index Swaps, FX Reset
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Caps en Floors, Renteopties, Europese en
Amerikaanse aandelenopties, Europese en
Amerikaanse valutaopties, Forward start-opties,
Digitale valutaopties, FX Strips van Eenvoudige
opties, Europese swaptions, Constant Maturity
Swaps (CMS), European Cancelable IRS
Waarderingsmodel voor opties op basis van
waarneembare parameters (bv. volatiliteit)
Credit Default Swaps (CDS) CDS-model op basis van credit spreads
Lineaire financiële activa (zonder optionele
kenmerken) – cashinstrumenten
Deposito's, Eenvoudige kasstromen,
Transacties in het kader van repos
Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Asset Backed Securities Halfliquide Asset Backed Securities Prijsstelling door derden (bv. leadmanager),
prijscontrole a.d.h.v. alternatieve
observeerbare marktgegevens, of via
vergelijkbare spreadmethode
Schuldinstrumenten Eigen uitgiftes door KBC Ifima (passiva),
Hypotheekobligaties op het actief van Cˇ SOB
Verdiscontering van toekomstige kasstromen en
waardering van gerelateerde derivaten op basis
van observeerbare parameters
Lineaire financiële passiva (cashinstrumenten) Leningen, Thesauriebewijzen Verdiscontering van toekomstige kasstromen op
basis van verdisconterings- en inschattingscurves
(op basis van gepubliceerde depositoquoteringen,
FX swaps en (CC)IRS)
Niveau 3 Exotische derivaten Target Profit Forward, Target Strike Forward,
Bermudan Swaptions, Digitale renteopties,
Digitale aandelenopties, Aziatische
aandelenopties, Barrieropties op aandelen,
Quanto Digital FX Options, FX Asian Options, FX
European Barrier Options, FX Simple Digital Barrier
Options, FX Touch Rebate, Double Average Rate
Option, Inflatieopties, Cancelable Reverse Floaters,
American and Bermudan Cancelable IRS, CMS
Spread Options, CMS Interest Rate Caps/Floors,
(Callable) Range Accruals
Waarderingsmodel voor opties op basis van
niet-waarneembare parameters (bv. correlatie)
Illiquide instrumenten met kredietkoppeling Collateralised Debt Obligations (CDO's, notes en
super senior-tranches, inclusief de gerelateerde
garantie van de Belgische staat)
Waarderingsmodel op basis van de correlatie
tussen de respectieve defaultkansen van de
onderliggende activa
Private Equity Investments Private equity en niet-genoteerde deelnemingen Op basis van de waarderingsrichtlijnen van de
EVCA (European Private Equity & Venture Capital
Association)
Illiquide bonds / ABS Illiquide bonds / Asset Backed Securities die
indicatief worden geprijsd door één
prijsleverancier op een niet-actieve markt
Prijsstelling door derden (bv. leadmanager), geen
prijscontrole mogelijk ten gevolge van gebrek
aan beschikbare/betrouwbare
alternatieve marktgegevens
Schuldinstrumenten Eigen uitgiftes door KBC (KBC Ifima) Verdiscontering van toekomstige kasstromen en
waardering van gerelateerde derivaten op basis
van niet-observeerbare parameters (indicatieve
prijsstelling door derden voor de derivaten)

Toelichting 25: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – overdrachten tussen niveau 1 en 2

In 2011 besliste KBC om een aantal obligatieposities te herklasseren van niveau 1 naar niveau 2 als gevolg van de vermindering in de verhandelde volumes. Het ging in totaal over 1,2 miljard euro, waarvan 0,2 miljard euro met betrekking tot Griekse obligaties (cijfers exclusief groepen activa die worden afgestoten). Volgens KBC kon de reële waarde van Griekse overheidsobligaties nog altijd worden bepaald op basis van waarneembare parameters. Meer in het bijzonder werden prijzen nog altijd opgemaakt door verschillende marktpartijen en die prijzen lagen in dezelfde lijn. Bovendien werden de prijzen regelmatig geactualiseerd, en werden bied- en laathoeveelheden ook gequoteerd. Daarnaast transfereerde de groep een beperkt volume obligaties van niveau 2 naar niveau 1 (voor ongeveer 0,1 miljard euro).

Ook in 2012 heeft KBC een belangrijk bedrag (waarvan de overgrote meerderheid geklasseerd als Voor verkoop beschikbaar) aan schuldinstrumenten geherklasseerd van niveau 1 naar niveau 2. Concreet vonden er voor zo'n 1,2 miljard euro verschuivingen van niveau 1 naar niveau 2 plaats wegens een afname in marktactiviteit voor verschillende types schuldinstrumenten. KBC herklasseerde ook voor ongeveer 0,2 miljard euro aan obligaties van niveau 2 naar niveau 1 omdat de markt voor die instrumenten actiever werd in 2012.

(in miljoenen euro)

Toelichting 26: Financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd – focus op niveau 3

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2011

Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3

Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Voor verkoop
beschikbaar
Afdek
kingsde
rivaten
en voorschotten
Leningen
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Derivaten en voorschotten
Leningen
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Eigenvermogens
instrumenten
instrumenten
Schuld
Derivaten
Beginsaldo 10 993 0 614 2 073 26 1 0 373 398 497 0
Winsten en verliezen 0 -183 0 47 1 694 3 -1 0 -90 -7 -1 0
In winst-en-verliesrekening1 0 -183 0 47 1 694 3 -1 0 -90 0 5 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -7 -5 0
Aanschaffingen 0 9 0 3 309 0 0 0 58 22 57 0
Vervreemdingen -10 -72 0 -321 -428 -2 0 0 -1 -99 0 0
Afwikkelingen 0 0 0 -132 -1 245 0 0 0 -224 0 -28 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 0 14 0 0 0 68 41 172 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 -43 0 -14 0
Overdracht van/naar vaste activa
aangehouden voor verkoop
0 -8 0 0 0 0 8 0 -10 -75 -20 0
Omrekeningsverschillen 0 10 0 -14 74 1 1 0 5 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige2 0 0 0 0 2 500 0 0 0 0 -21 -166 0
Eindsaldo 0 749 0 198 4 991 27 8 0 136 259 498 0
Totale winsten (positieve cijfers) en
verliezen (negatieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor activa
aan het einde van de periode
0 -127 0 -46 2 041 3 -1 0 0 0 0 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Afdek
kingsde
rivaten
kredietinstellingen
Deposito's van
en schuldpapier
van cliënten
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Derivaten Baisseposities Overige kredietinstellingen
Deposito's van
van cliënten en
schuldpapier
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Overige Derivaten
Beginsaldo 21 24 0 6 406 0 0 0 3 806 0 145 0
Winsten en verliezen 0 -14 0 520 0 0 0 -237 0 28 0
In winst-en-verliesrekening1 0 -14 0 520 0 0 0 -237 0 28 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 0 0 1 087 0 0 0 856 0 0 0
Terugkopen 0 0 0 -1 527 0 0 0 0 0 0 0
Afwikkelingen -20 -6 0 -405 0 0 0 -267 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 -2 806 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen
activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen -1 -1 0 150 0 0 0 0 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige2 0 0 0 3 211 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 0 4 0 9 442 0 0 0 1 352 0 173 0
Totale winsten (negatieve cijfers) en
verliezen (positieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor verplichtingen
aan het einde van de periode
0 -1 0 834 0 0 0 0 0 28 0

1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

2 De bedragen onder de post Overige in de kolom Aangehouden voor handelsdoeleinden – Derivaten betreffen een aanpassing n.a.v. een verfijning van de doorstroming van derivaten op de balans naar de niveau 3-mutatietabel.

Mutatietabel met betrekking tot activa en verplichtingen in niveau 3 van de waarderingshiërarchie, 2012

(in miljoenen euro)

Financiële activa gewaardeerd volgens niveau 3
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Voor verkoop
beschikbaar
Afdek
kingsde
rivaten
voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Derivaten voorschotten
Leningen en
Eigenvermogens
instrumenten
verzekeringen
contracten,
Beleggings
instrumenten
Schuld
Eigenvermogens
instrumenten
instrumenten
Schuld
Derivaten
Beginsaldo 0 749 0 198 4 991 27 8 0 136 259 498 0
Winsten en verliezen 0 -230 0 -77 -1 315 0 35 0 141 -9 8 0
In winst-en-verliesrekening1 0 -230 0 -77 -1 315 0 35 0 141 4 0 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -13 8 0
Aanschaffingen 0 0 0 7 204 0 0 0 0 102 724 0
Vervreemdingen 0 -367 0 -14 -604 0 0 0 -55 -75 -55 0
Afwikkelingen 0 0 0 0 -296 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 55 0 411 77 0 8 0 51 0 524 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 -1 -7 0 0 0 0 -5 -40 0
Overdracht van/naar vaste activa
aangehouden voor verkoop2
0 -6 0 0 0 0 0 0 0 840 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -3 0 -2 -16 -1 -1 0 -4 5 1 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 6
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 0 197 0 523 3 041 27 50 0 269 1 117 1 660 0
Totale winsten (positieve cijfers) en
verliezen (negatieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor activa
aan het einde van de periode
0 -130 0 -81 -1 300 0 -2 0 141 -1 0 0
Financiële verplichtingen gewaardeerd volgens niveau 3
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde Afdek
kingsde
rivaten
kredietinstellingen
Deposito's van
van cliënten en
schuldpapier
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Derivaten Baisseposities Overige kredietinstellingen
Deposito's van
van cliënten en
schuldpapier
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Overige Derivaten
Beginsaldo 0 4 0 9 442 0 0 0 1 352 0 173 0
Winsten en verliezen 0 40 0 -3 192 0 0 0 365 0 -129 0
In winst-en-verliesrekening* 0 40 0 -3 192 0 0 0 365 0 -129 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aangehouden voor handelsdoeleinden Gewaardeerd tegen reële waarde rivaten
kredietinstellingen
Deposito's van
van cliënten en
schuldpapier
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Derivaten Baisseposities Overige kredietinstellingen
Deposito's van
van cliënten en
schuldpapier
Deposito's
Schulden m.b.t.
beleggings
contracten
Overige Derivaten
Beginsaldo 0 4 0 9 442 0 0 0 1 352 0 173 0
Winsten en verliezen 0 40 0 -3 192 0 0 0 365 0 -129 0
In winst-en-verliesrekening* 0 40 0 -3 192 0 0 0 365 0 -129 0
In eigen vermogen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Uitgiften 0 0 0 244 0 0 0 0 0 0 0
Terugkopen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Afwikkelingen 0 -145 0 -1 727 0 0 0 -349 0 0 0
Overdracht naar niveau 3 0 286 0 213 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht vanuit niveau 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overdracht van/naar verplichtingen i.v.m. groepen
activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Omrekeningsverschillen 0 -4 0 -34 0 0 0 -2 0 0 0
Wijziging in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 32 0 0 0 0 0 0 0
Eindsaldo 0 181 0 4 979 0 0 0 1 366 0 44 0
Totale winsten (negatieve cijfers) en
verliezen (positieve cijfers) opgenomen
in winst-en-verliesrekening voor verplichtingen
aan het einde van de periode
0 17 0 -3 083 0 0 0 243 0 0 0

1 Voornamelijk opgenomen in het Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde, Netto gerealiseerd resultaat uit voor verkoop beschikbare financiële activa en Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa.

2 Het bedrag onder de post Overdracht van/naar vaste activa aangehouden voor verkoop in de kolom Voor verkoop beschikbaar – Eigenvermogensinstrumenten betreft grotendeels de participatie in Bank Zachodni WBK na de fusie met Kredyt Bank. In Toelichting 24 geven we meer uitleg over de reden waarom die participatie als niveau 3 wordt geklasseerd

  • • Sommige niveau 3-activa zijn geassocieerd of economisch gehedged door identieke niveau 3-verplichtingen, waardoor de blootstelling van KBC aan niet-observeerbare parameters lager is dan uit de brutocijfers in de tabel zou kunnen blijken.
  • • KBC gebruikt een Gaussian Copula Mixture-model voor de waardering van alle resterende CDO's en CDO-notes van KBC Financial Products. Het Gaussian Copula-model modelleert een distributie van defaultmomenten en -kansen bij de onderliggende bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en. De bepaling van het in gebreke blijven van activa gebeurt op basis van credit default swap spreads op de markt. De correlatie tussen defaults wordt bepaald aan de hand van Gaussian Copulas en wordt dus gesimuleerd. De waarde van een CDO-tranche wordt bepaald door de kasstromen te verdisconteren die samenhangen met de verschillende defaultcurven. Het model verzekert ook dat de inner tranches marktconform worden gewaardeerd via een kalibratie met CDX- en iTraxx-credit spread-indices.
  • • De onderstaande tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products. De gevoeligheid wordt berekend door wijzigingen in de credit spreads van de onderliggende activa. Wijzigingen in correlatie werden niet meegenomen. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 80% voor MBIA in beschouwing (in 2011 was dat 70%). De draagwijdte omvat de volledige resterende portefeuille (gedekt en nietgedekt) van door KBC Financial Products gestructureerde CDO's. Vervallen, verkochte of unwound CDO's nemen we niet mee.
Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices
van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en (in miljarden euro)
Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2011 0,78 0,27 0,13 -0,12 -0,22 -0,51
31-12-2012 0,34 0,14 0,07 -0,06 -0,12 -0,28
  • • In de bovenstaande winst-en-verliesgevoeligheidstoets lieten we wijzigingen in correlatie buiten beschouwing. Aangezien de correlatie (voor zowel de inner als outer tranches) een belangrijke parameter in het Gaussian Copula Mixture-model is, voerden we ook een analyse uit waarin de gecombineerde invloed van wijzigingen in de correlatie en creditspreadparameters van het huidige waarderingsmodel op CDO's uitgegeven door KBC Financial Products wordt berekend. De gevoeligheidstoets neemt de volledige garantieovereenkomst met de Belgische staat (zie verder) en een voorziening voor tegenpartijrisico van 80% voor MBIA (70% in 2011) in beschouwing. De scope van die analyse is dezelfde als in de bovenstaande tabel. Als de credit spreads toenemen met 50% en er ook een stijging van de correlaties plaatsvindt, dan zou dat leiden tot een bijkomend verlies van 0,18 miljard euro (2011: 0,32 miljard euro). Als de credit spreads afnemen met 50% en er zich ook een daling van de correlaties voordoet, dan zou dat aanleiding geven tot een bijkomende winst van 0,34 miljard euro (2011: 0,84 miljard euro).
  • • De volgende tabel geeft de resultaten weer van winst-en-verliesgevoeligheidstoetsen op de voorziening voor het MBIA-tegenpartijrisico, waarbij niet alleen de credit spreads van de onderliggende activa van KBC FP CDO's veranderen, maar ook de voorziening voor MBIA-tegenpartijrisico. De huidige voorziening bedraagt 80% (in 2011: 70%). De draagwijdte omvat enkel het door MBIA verzekerde deel van de door KBC Financial Products gestructureerde CDO's. De invloed van creditspreadbewegingen op de door KBC Groep aangehouden of verzekerde CDO-posities (gestructureerd door KBC Financial Products) is niet meegerekend.

Winst-en-verliesgevoeligheidstoets gebaseerd op creditspreadindices van bedrijvendebiteuren en emittenten van ABS'en en gebaseerd op wijzigingen in de voorziening voor tegenpartijrisico voor MBIA (in miljarden euro)

Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2011
MBIA 70% 0,45 0,15 0,07 -0,07 -0,13 -0,29
MBIA 80% 0,38 0,04 -0,05 -0,21 -0,28 -0,46
MBIA 90% 0,31 -0,07 -0,18 -0,36 -0,44 -0,64
MBIA 100% 0,24 -0,19 -0,30 -0,51 -0,59 -0,82
31-12-2012
MBIA 70% 0,19 0,11 0,09 0,04 0,02 -0,05
MBIA 80% 0,16 0,07 0,03 -0,03 -0,06 -0,14
MBIA 90% 0,14 0,02 -0,02 -0,10 -0,13 -0,23
MBIA 100% 0,12 -0,03 -0,08 -0,17 -0,21 -0,32

• Meer informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten (CDO's en andere ABS'en) vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

• In het deel Overige informatie vindt u informatie over de garantieovereenkomst met de Belgische staat aangaande de CDO-risico's. De bepaling van de reële waarde van de equitygarantie met de Belgische overheid (en de corresponderende bereidstellingsprovisie) gebeurt aan de hand van een niveau 3-model dat onder meer rekening houdt met de achtergestelde CDS-spreadbeweging van KBC tegenover de start van het garantiecontract en met de reëlewaardebeweging van het gedekte super senior-risico tegenover de start van het garantiecontract. Als we de reële waarde van de super senior-posities per 31 december 2012 respectievelijk 31 december 2011 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 7 miljoen euro en 2 miljoen euro. Als we de achtergestelde credit spread van KBC per 31 december 2012 respectievelijk 31 december 2011 zouden verbeteren met 10%, zou dat aanleiding geven tot bijkomende kosten van respectievelijk 8 miljoen euro en 6 miljoen euro.

Toelichting 27: Wijzigingen in eigen kredietrisico

(in miljoenen euro) (+: winst, -: verlies, bedragen vóór belastingen)
EIGEN SCHULDUITGIFTEN GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE, 31-12-2011
Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening 484
Totale gecumuleerde invloed op balansdatum 742
EIGEN SCHULDUITGIFTEN GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE, 31-12-2012
Invloed van de verandering in eigen credit spreads op de winst-en-verliesrekening -709
Totale gecumuleerde invloed op balansdatum 33

• De reële waarde van financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening houdt rekening met het eigen kredietrisico. Het grootste deel van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening betreft KBC Ifima-uitgiften. Voor de waardering van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening houden we rekening met het eigen kredietrisico door het gebruik van de effectieve financieringsspread van KBC. De totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening bedroeg ongeveer 3,7 miljard euro per 31 december 2012, rekening houdend met het eigen kredietrisico van KBC. Resultaten van gevoeligheidstoetsen op de totale reële waarde van KBC Ifima-uitgiften waarbij de effectieve financieringsspread verschoven wordt, worden weergegeven in de tabel.

Winst-en-verliesgevoeligheid gebaseerd op een relatieve verschuiving
van de financieringsspread (in miljarden euro)
Spreads
-50%
Spreads
-20%
Spreads
-10%
Spreads
+10%
Spreads
+20%
Spreads
+50%
31-12-2011 -0,38 -0,15 -0,08 +0,08 +0,15 +0,38
31-12-2012 -0,06 -0,02 -0,01 +0,01 +0,02 +0,06
  • • Het grote verschil in winst- en verliesgevoeligheid tussen eind 2011 en eind 2012 is te verklaren door het niveau van de spreads. Op 31 december 2011 was de senior spread gemiddeld 480 basispunten, op 31 december 2012 ongeveer 110 basispunten. Als we die spreads met een bepaald percentage verhogen of verlagen, is de invloed in 2012 dus ook veel kleiner dan in 2011.
  • • Als we geen rekening houden met de invloed van veranderingen in eigen kredietrisico, is het verschil tussen de boekwaarde en de terugbetalingsprijs van de financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening beperkt (minder dan 0,1 miljard euro).

Toelichting 28: Herclassificatie van financiële instrumenten

Financiële activa beschikbaar voor verkoop geherklasseerd naar Leningen en vorderingen (in miljoenen euro) situatie op 31 december 2012
Boekwaarde 1 622
Reële waarde 1 576
Indien
niet geherklasseerd
(voor verkoop beschikbaar)
Na
herclassificatie
(leningen en vorderingen)
Invloed
Invloed op uitstaande herwaarderingsreserve
(voor verkoop beschikbare financiële activa), vóór belastingen
-261 -216 45
Invloed op winst-en-verliesrekening, vóór belastingen 0 2 2
  • • In oktober 2008 publiceerde de IAS Board aanpassingen van IAS 39 en IFRS 7 onder de noemer herclassificatie van financiële activa. Naar aanleiding van die aanpassingen heeft de KBC-groep een aantal activa geherklasseerd van de categorie Voor verkoop beschikbaar naar de categorie Leningen en vorderingen, omdat die activa minder liquide waren geworden. Die activa voldeden op datum van herclassificatie aan de definitie van Leningen en vorderingen en de groep heeft de intentie en de mogelijkheid om die activa aan te houden voor de voorzienbare toekomst of tot op de vervaldag. KBC heeft ervoor gekozen om die herclassificaties door te voeren op 31 december 2008. Op de datum van de herclassificatie (31 december 2008) bedroeg de verwachte recupereerbare kasstroom voor die activa 5 miljard euro en varieerde de effectieve rentevoet tussen 5,88% en 16,77%.
  • • In 2011 herklasseerden we voor 0,2 miljard euro aan Hongaarse

gemeentelijke obligaties van Voor verkoop beschikbaar naar Leningen en vorderingen.

  • • Beide bovengenoemde herclassificaties resulteerden in een positief effect ad 45 miljoen euro op het eigen vermogen en in een positieve invloed ad 2 miljoen euro op de winst-en-verliesrekening (waarvan naast specifieke bijzondere waardeverminderingen ook een terugname van 7 miljoen euro werd geboekt op op portefeuillebasis berekende bijzondere waardeverminderingen op leningen en vorderingen).
  • • Overige herclassificaties (niet inbegrepen in de tabel):
  • in 2011 herklasseerden we voor 1,9 miljard euro aan overheidsobligaties met een hoge rating van Voor verkoop beschikbaar naar Tot einde looptijd aangehouden.
  • In 2012 herklasseerden we voor 4,6 miljard euro van Voor verkoop beschikbaar (AFS) naar Tot einde looptijd aangehouden (HTM).
[ Jaarverslag KBC 2012
]

Toelichting 29: Derivaten

Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek-
king van het renterisico van een portefeuille
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
(in miljoenen euro) Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht
31-12-2011
Totaal 16 750 21 699 593 601 572 961 212 350 6 209 6 209 406 1 058 24 495 24 490 6 194 4 497 4 497
Indeling naar type
Rentecontracten 8 964 9 581 365 443 349 721 212 350 6 209 6 209 380 1 054 24 244 24 259 6 194 4 497 4 497
Renteswaps 7 865 8 998 285 443 285 526 212 350 6 209 6 209 380 1 054 24 244 24 259 6 194 4 497 4 497
Rentetermijncontracten 8 11 8 681 12 644 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 13 0 10 179 7 676 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 078 521 61 140 43 504 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 51 0 370 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 1 676 1 429 151 987 153 820 0 0 0 0 25 4 251 232 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 415 314 72 576 72 570 0 0 0 0 2 0 25 25 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 1 005 883 61 121 61 664 0 0 0 0 23 4 226 206 0 0 0 0
Futures 0 0 170 170 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 255 233 18 120 19 416 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelencontracten 2 629 3 507 40 708 43 277 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 400 1 856 35 074 35 445 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 4 1 4 4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 224 1 639 5 630 7 336 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 1 12 1 492 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 3 453 7 162 34 956 25 639 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Credit default swaps 3 453 7 162 34 956 25 639 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Total return swaps 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
en andere contracten
Grondstoffen
28 19 507 504 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

Voor handelsdoeleinden Microhedging: reëlewaardeafdekkingen Microhedging: kasstroomafdekkingen* Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdek
king van het renterisico van een portefeuille
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
Boekwaarde Gecontracteerde
bedragen
(in miljoenen euro) Activa Verplich
tingen
kocht
Aange-
Verkocht Activa Verplich-
tingen
kocht
Aange-
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht Activa Verplich-
tingen
Aange-
kocht
Verkocht
31-12-2012
Totaal 12 095 14 432 460 444 427 628 400 341 12 552 12 537 672 1 856 26 034 26 082 15 232 3 535 3 535
Indeling naar type
Rentecontracten 7 739 8 613 258 424 237 310 400 341 12 552 12 537 650 1 787 25 390 25 390 15 232 3 535 3 535
Renteswaps 6 549 8 035 188 305 188 774 400 341 12 552 12 537 650 1 787 25 390 25 390 15 232 3 535 3 535
Rentetermijncontracten 3 4 2 609 4 829 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 2 0 6 090 4 698 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 1 185 480 61 172 38 733 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 93 247 276 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Valutacontracten 944 736 136 981 137 350 0 0 0 0 22 69 644 692 0 0 0 0
Valutatermijncontracten 162 152 78 047 78 002 0 0 0 0 0 0 51 51 0 0 0 0
Valuta- en renteswaps 720 525 44 162 43 997 0 0 0 0 22 69 593 641 0 0 0 0
Futures 0 0 155 155 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 61 59 14 616 15 195 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelencontracten 1 815 2 173 35 654 33 577 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Aandelenswaps 1 322 1 411 30 289 30 288 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Forwards 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Futures 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Opties 493 761 5 365 3 289 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Warrants 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Kredietcontracten 1 576 2 891 29 017 19 025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Credit default swaps 1 576 2 891 29 017 19 025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Creditspreadopties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Total return swaps 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Grondstoffen- en andere
contracten
20 20 368 366 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

* Inclusief afdekking van een netto-investering in een buitenlandse entiteit.

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

  • • De boekwaarde in de tabellen betreft in 2012 een dirty price voor alle derivaten, en voor 2011 een dirty price voor derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden en een clean price voor afdekkingsderivaten (voor die laatste categorie bedragen de geprorateerde rente-inkomsten 158 miljoen euro en de geprorateerde rentelasten 328 miljoen euro in 2011).
  • • De gecontracteerde bedragen zijn (net als de boekwaarde) exclusief de onder IFRS 5 vallende entiteiten. Meer informatie in Toelichting 46.
  • • De Asset-Liability Management (ALM)-dienst van de groep beheert het renterisico onder meer door middel van derivaten. De boekhoudkundig asymmetrische waardering te wijten aan die afdekkingsactiviteiten (derivaten tegenover activa of verplichtingen) wordt opgevangen op twee manieren:
  • door reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille; die techniek gebruiken we om het renterisico op een bepaalde kredietportefeuille (termijnkredieten, woningkredieten, leningen op afbetaling en vaste voorschotten) af te dekken met behulp van renteswaps; de afdekkingen worden opgezet volgens de vereisten van de carve-outversie van IAS 39;
  • door het gebruik van de classificatie Financiële activa of verplichtingen vanaf eerste opname aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening (de optie van de reële waarde); die techniek gebruiken we om de waarderings- of opname-inconsistentie (boekhoudkundig asymmetrische waarderingen die zouden ontstaan als gevolg van het op een verschillende basis waarderen van activa of verplichtingen, of de erkenning van winsten en verliezen daarop) te beperken. Die methode gebruiken we meer specifiek om de resterende asymmetrische waardering met betrekking tot de kredietportefeuille (gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs) en de renteswaps (gewaardeerd tegen reële waarde) in het ALM te vermijden. Daartoe merkten we een portefeuille (overheids)obligaties aan als financieel actief tegen reële waarde door winst of verlies. In de loop van 2012 bouwden we die portefeuille af. De optie van de reële waarde passen we ook toe voor bepaalde financiële verplichtingen met besloten derivaten met een nauw verband qua economische kenmerken en risico's met het basiscontract (sommige emissies van KBC IFIMA), die anders aanleiding zouden geven tot een boekhoudkundige mismatch met de afdekkingsinstrumenten.

  • • KBC gebruikt eveneens de volgende microhedgeafdekkingstechnieken conform de principes van IAS 39 om de volatiliteit van het resultaat te beperken:

  • reëlewaardeafdekking: passen we toe in bepaalde assetswapconstructies, waarbij KBC een obligatie koopt ter wille van de credit spread. Het renterisico van de obligatie wordt afgedekt door een renteswap. Die techniek passen we bovendien toe voor bepaalde schuldbewijzen met een vaste looptijd uitgegeven door KBC Bank;
  • kasstroomafdekking: gebruiken we voornamelijk om passiva met variabele rente (floating rate liabilities) te swappen naar vaste looptijden;
  • afdekking van een netto-investering in buitenlandse entiteiten: het wisselrisico verbonden aan de participaties in vreemde munt dekken we af door financieringsmiddelen in vreemde munt aan te trekken op het niveau van de entiteit die de participatie heeft.
  • • Voor individuele, grote, duidelijk afzonderbare transacties passen we meestal een van de individueel te documenteren microhedgetechnieken toe. Voor het ALM-beheer (per definitie een macrobeheer) kiezen we voor de specifiek daarvoor verschafte mogelijkheden binnen IAS 39, te weten de optie van de reële waarde en reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille volgens de carve-outversie.
  • • Voor de verhouding tussen risicobeheer en boekhoudkundig afdekkingsbeleid geldt dat het economische beheer prioritair is en de risico's moeten worden afgedekt volgens het algemene ALM-kader. Vervolgens oordelen we wat de meest efficiënte mogelijkheid is om de (eventuele) boekhoudkundige mismatch die daardoor ontstaat te beperken via een van de bovengenoemde afdekkingstechnieken.
  • • Resultaten uit de verwerking van afdekkingstransacties: zie Toelichting 5.
  • • De opdeling van verwachte kasstromen van kasstroomafdekkingsderivaten per tijdskorf volgt in de tabel.
Verwachte kasstromen van kasstroom
afdekkingsderivaten (in miljoenen euro)
Instroom Uitstroom
Maximaal 3 maanden 20 -22
Meer dan 3 maanden en maximaal 6 maanden 45 -71
Meer dan 6 maanden en maximaal 1 jaar 99 -154
Meer dan 1 jaar en maximaal 2 jaar 300 -462
Meer dan 2 jaar en maximaal 5 jaar 630 -1 048
Meer dan 5 jaar 2 124 -2 701

Toelichtingen bij de andere posten op de balans

We hebben de verschillende balansposten van ondernemingen waarvoor IFRS 5 van toepassing is (zie Toelichting 46), verschoven naar de daarvoor voorziene posten op de balans (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten), zonder aanpassing van de referentiecijfers, wat de vergelijkbaarheid van de cijfers licht aantast.

Toelichting 30: Overige activa

(in miljoenen euro)
31-12-2011
31-12-2012
Totaal
1 871
1 341
Vorderingen uit hoofde van rechtstreekse verzekeringsverrichtingen
123
125
Vorderingen uit hoofde van herverzekeringsverrichtingen
18
36
Overige vorderingen en opgevraagd, niet-gestort kapitaal
0
0
Deposito's bij cederende ondernemingen
10
12
Te ontvangen opbrengsten (andere dan renteopbrengsten uit financiële activa)
694
429
Overige
1 026
738

Toelichting 31: Belastingvorderingen en belastingverplichtingen

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
ACTUELE BELASTINGEN
Actuele belastingvorderingen 201 174
Actuele belastingverplichtingen 255 192
UITGESTELDE BELASTINGEN 2 155 1 558
Uitgestelde belastingvorderingen, per type van tijdelijk verschil 3 653 2 941
Personeelsbeloningen 205 182
Fiscaal overgedragen verliezen 982 922
Materiële en immateriële vaste activa 82 34
Voorziening voor risico's en kosten 175 170
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 395 382
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen
811 433
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen
en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
897 711
Technische voorzieningen 45 41
Overige 61 67
Uitgestelde belastingverplichtingen, per type van tijdelijk verschil 1 498 1 383
Personeelsbeloningen 36 33
Fiscaal overgedragen verliezen 0 0
Materiële en immateriële vaste activa 116 106
Voorziening voor risico's en kosten 36 38
Bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten 116 126
Financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen
in de winst-en-verliesrekening en reëlewaardeafdekkingen
615 230
Reëlewaardeveranderingen, voor verkoop beschikbare financiële activa, kasstroomafdekkingen
en afdekkingen van netto-investeringen in buitenlandse entiteiten
423 669
Technische voorzieningen 10 30
Overige 146 151
Netto opgenomen in de balans als volgt
Uitgestelde belastingvorderingen 2 445 2 014
Uitgestelde belastingverplichtingen 290 455
Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden 1 441 1 183
  • • Niet-gecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden hebben betrekking op fiscale verliezen van de groepsmaatschappijen die niet werden geactiveerd wegens onvoldoende bewijs van toekomstige belastbare winst. De meeste nietgecompenseerde fiscale verliezen en ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden zijn overdraagbaar gedurende twintig jaar of meer.
  • • Uitgestelde belastingvorderingen m.b.t. fiscaal overgedragen verliezen worden verantwoord door de aanwezigheid van voldoende belastbare winsten in een redelijk nabije toekomst gebaseerd op macro-economische voorspellingen en rekening houdend met conservatieve scenario's.
  • • De nettowijziging van de uitgestelde belastingen (-597 miljoen euro in

2012) is als volgt verdeeld:

  • afname van uitgestelde belastingvorderingen: -712 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingverplichtingen: -115 miljoen euro.
  • • De wijziging van de uitgestelde belastingvorderingen heeft te maken met:
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen via resultaat: -223 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: fiscaal overgedragen verliezen: -23 miljoen euro; bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten: +42 miljoen euro; financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening: -212 miljoen euro; perso-

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

neelsbeloningen: -21 miljoen euro;

  • afname van uitgestelde belastingvorderingen door wijzigingen in de herwaarderingsreserve voor Voor verkoop beschikbare financiële activa: -355 miljoen euro;
  • toename van uitgestelde belastingvorderingen door consolidatiekringwijzigingen: +173 miljoen euro;
  • toename van uitgestelde belastingvorderingen door de afname van de marktwaarde van kasstroomafdekkingen: +173 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingvorderingen door consolidatiekringwijzigingen: -300 miljoen euro;
  • • De wijziging van de uitgestelde belastingverplichtingen heeft te maken met:
  • afname van de uitgestelde belastingverplichtingen via resultaat: -198 miljoen euro (hoofdzakelijk als volgt verklaard: financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in

de winst- en verliesrekening: -226 miljoen euro; technische voorzieningen: +20 miljoen euro; bijzondere waardeverminderingen voor verliezen op leningen en voorschotten: +12 miljoen euro);

  • toename van uitgestelde belastingverplichtingen door de toename van de marktwaarde van voor verkoop beschikbare effecten: +313 miljoen euro;
  • toename van uitgestelde belastingverplichtingen door de toename van de marktwaarde van kasstroomafdekkingen: +18 miljoen euro;
  • afname van uitgestelde belastingverplichtingen door consolidatiekringwijzigingen: -185 miljoen euro.
  • afname van uitgestelde belastingverplichtingen door andere: -56 miljoen euro.
  • • De uitgestelde belastingvorderingen zoals opgenomen in de balans bevinden zich grotendeels bij KBC Bank en KBC Credit Investments.

Toelichting 32: Investeringen in geassocieerde ondernemingen

(in miljoenen euro)
31-12-2011
31-12-2012
Totaal
431
8
Overzicht van investeringen inclusief goodwill
Nova Ljubljanska banka
424
0
Overige
7
8
Goodwill op geassocieerde ondernemingen
Brutobedrag
210
210
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen
-31
-210
Indeling naar type
Niet-beursgenoteerd
431
8
Beursgenoteerd
0
0
Reële waarde van investeringen in beursgenoteerde geassocieerde ondernemingen
0
0
MUTATIETABEL
2011
2012
Beginsaldo, 1 januari
496
431
Overnames
0
0
Boekwaarde overboekingen
0
0
Aandeel in het resultaat voor de periode
-58
2
Kapitaalverhoging
5
0
Uitgekeerde dividenden
-1
0
Aandeel in de winsten en verliezen niet opgenomen in de winst-en-verliesrekening
-12
7
Omrekeningsverschillen
2
-2
Wijzigingen in goodwill
0
-179
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
0
-3
Overige mutaties
0
-249
Eindsaldo, 31 december
431
8
  • • Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarbij KBC een belangrijke invloed uitoefent op het management, maar zonder directe of indirecte, volledige of gezamenlijke controle. KBC heeft over het algemeen een aandeelhouderschap van 20% tot 50% in dergelijke ondernemingen. De geassocieerde vennootschappen betroffen in 2011 hoofdzakelijk Nova Ljubljanska banka (NLB). Voor NLB werd in december 2012 een verkoopovereenkomst gesloten en bijgevolg werd NLB op 31 december 2012 opgenomen onder de post Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten (zie verder onder Toelichting 46). De verkoop werd afgerond op 11 maart 2013.
  • • Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans. We voerden een waardeverminderingstoets uit en boekten de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill (zie tabel).
  • • De overige mutaties in 2012 zijn voor het grootste deel gerelateerd aan de bijzondere waardevermindering op NLB met betrekking tot de prijs onder de boekwaarde.

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

163

Toelichting 33: Materiële vaste activa – inclusief vastgoedbeleggingen

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
Materiële vaste activa 2 651 2 581
Vastgoedbeleggingen 758 638
Huurinkomsten 63 69
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die huurinkomsten hebben gegenereerd 56 58
Directe exploitatiekosten die voortvloeien uit vastgoedbeleggingen die geen huurinkomsten hebben gegenereerd 4 3
Totaal
MUTATIETABEL Terreinen en
gebouwen
IT
apparatuur
Overige
uitrusting
materiële
vaste activa
Vastgoed
beleggingen
2011
Beginsaldo 1 579 160 954 2 693 704
Aanschaffingen 126 80 429 634 31
Vervreemdingen -33 -1 -151 -185 -16
Afschrijvingen -84 -81 -43 -207 -28
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen 0 0 0 0 -30
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten -11 -3 -2 -17 -29
Omrekeningsverschillen -25 -2 -11 -38 -7
Wijzigingen in de consolidatiekring -16 0 -25 -41 113
Overige mutaties -20 -2 -166 -187 20
Eindsaldo 1 516 150 985 2 651 758
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 995 621 704 2 320 222
Waarvan kosten van activa in opbouw 46 0 7 53
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 0 0
Reële waarde 31-12-2011 892
2012
Beginsaldo 1 516 150 985 2 651 758
Aanschaffingen 150 92 390 632 55
Vervreemdingen -13 -8 -167 -188 -6
Afschrijvingen -88 -76 -35 -199 -25
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -9 -1 -1 -11 -52
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden
voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten
-82 -4 -6 -91 -31
Omrekeningsverschillen 23 1 7 31 4
Wijzigingen in de consolidatiekring -25 -3 -53 -80 -59
Overige mutaties -10 1 -155 -164 -7
Eindsaldo 1 462 152 966 2 581 638
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 1 052 335 619 2 006 330
Waarvan kosten van activa in opbouw 2 0 0 2
Waarvan financiële leasing als leasingnemer 0 0 0 0
Reële waarde 31-12-2012 777
  • • Voor materiële activa en vastgoedbeleggingen hanteert KBC de volgende jaarlijkse afschrijvingspercentages: hoofdzakelijk 3% voor gebouwen (inclusief vastgoedbeleggingen), 33% voor IT-apparatuur, tussen 5% en 33% voor overige uitrusting. Op terreinen wordt geen afschrijving toegepast.
  • • Er bestaan geen materiële verplichtingen voor de verwerving van materiële vaste activa. Er bestaan evenmin materiële beperkingen op eigendom en materiële vaste activa die als zekerheid dienen voor verplichtingen.
  • • De meeste vastgoedbeleggingen worden periodiek gewaardeerd door een onafhankelijke expert en jaarlijks door eigen materiespecialisten.

Die waardering is hoofdzakelijk gebaseerd op:

  • de kapitalisatie van de geschatte huurwaarde,
  • eenheidsprijzen van soortgelijke onroerende goederen; daarbij houden we rekening met alle marktparameters die beschikbaar zijn op de datum van de schatting (onder meer ligging en marktsituatie, bouwwijze en constructie, staat van onderhoud en bestemming).
  • • Eigen specialisten waarderen jaarlijks een aantal andere vastgoedbeleggingen en baseren zich daarbij op:
  • de actuele jaarhuur per gebouw en de verwachte ontwikkeling ervan;
  • een geïndividualiseerde kapitalisatievoet per gebouw.

Toelichting 34: Goodwill en andere immateriële vaste activa

Intern
ontwikkelde
Extern
ontwikkelde
(in miljoenen euro) Goodwill software software Overige Totaal
2011
Beginsaldo 1 861 208 140 47 2 256
Aanschaffingen 2 69 58 17 147
Vervreemdingen 0 -1 -1 -7 -10
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -55 -52 -12 -119
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -120 0 -3 -4 -127
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten -160 0 -1 -1 -162
Omrekeningsverschillen -41 0 -4 -3 -48
Wijzigingen in de consolidatiekring -2 0 0 0 -2
Overige mutaties -38 1 -3 3 -37
Eindsaldo 1 502 222 134 40 1 898
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 754 189 584 0 1 527
2012
Beginsaldo 1 502 222 134 40 1 898
Aanschaffingen 1 60 58 17 137
Vervreemdingen -132 -34 -12 -13 -191
Wijzigingen uit latere identificaties 0 0 0 0 0
Afschrijvingen 0 -53 -48 -11 -111
Bijzondere waardeverminderingen
Opgenomen -421 0 0 0 -422
Teruggenomen 0 0 0 0 0
Overdracht van of naar vaste activa aangehouden voor
verkoop en groepen activa die worden afgestoten 0 -5 0 -5 -10
Omrekeningsverschillen 35 0 2 2 40
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 -3 -10 -12
Overige mutaties 2 0 -8 7 1
Eindsaldo 987 191 124 27 1 328
Waarvan geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen 1 195 208 542 0 1 945

• De kolom Goodwill omvat de goodwill betaald op ondernemingen uit de consolidatiekring en betaald bij de overname van activiteiten. Goodwill betaald op geassocieerde ondernemingen is opgenomen in het nominale bedrag van Investeringen in geassocieerde ondernemingen in de balans.

  • • We voerden een waardeverminderingstoets uit en boekten de vereiste bijzondere waardeverminderingen op goodwill (zie tabel en Toelichting 14). We voeren de waardeverminderingstoets minstens jaarlijks uit, en op kwartaalbasis voor participaties waarvoor een indicatie van impairment bestaat. In die toets beschouwen we elke entiteit als een aparte kasstroomgenererende eenheid (KGE). De entiteiten op zich hebben een specifiek risicoprofiel en binnen de entiteiten zelf komen in veel mindere mate verschillende profielen voor.
  • • Bijzondere waardeverminderingen op goodwill als gevolg van de toepassing van IAS 36 nemen we in het resultaat op als het realiseerbare bedrag van een investering lager is dan de boekwaarde ervan. Het realiseerbare bedrag bepalen we als het hoogste van de bedrijfswaarde (bepaald op basis van de Discounted Cash Flow-methode) en de reële waarde (via multiple analyse en dergelijke) min directe verkoopkosten.
  • • Bij de Discounted Cash Flow-methode berekenen we het realiseerbare bedrag van een investering als de huidige waarde van alle toekomstige vrije kasstromen van het bedrijf. Daarbij gaan we uit van langetermijnprognoses over de activiteit van de onderneming en de daaruit resulterende kasstromen (enerzijds gaat het om voorspellingen voor een aantal jaren in de toekomst (meestal twintig jaar), anderzijds om de terminale waarde van het bedrijf na die expliciete voorspellingsperiode). Deze langetermijnprognoses zijn het resultaat van een combinatie van een beoordeling van de vroegere en huidige prestaties, en externe informatiebronnen inzake toekomstige evoluties in de respec-

tieve markten en de globale macro-economische omgeving. Voor de bepaling van de terminale groeivoet gebruiken we een langetermijngemiddelde van de groei van de markt. De huidige waarde van die toekomstige kasstromen berekenen we door een samengestelde discontovoet na belastingen toe te passen. We bepalen de samengestelde discontovoet aan de hand van de CAPM-theorie (Capital Asset Pricing Model) en gebruiken daarbij een risicovrije rente, samen met een marktrisicopremie (vermenigvuldigd met een activiteitsafhankelijke bèta). We voegen ook een landenrisicopremie toe om de invloed van de economische toestand van het land waarin KBC activiteiten uitoefent in rekening te brengen. Binnen KBC hebben we twee specifieke Discounted Cash Flow-modellen ontwikkeld: een bankmodel en een verzekeringsmodel. In beide gevallen beschouwen we als vrije kasstromen: de dividenden die kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van het bedrijf, rekening houdend met de reglementaire vereisten voor het minimumkapitaal.

  • • Bij de multiple analyse berekenen we het realiseerbare bedrag van een investering in verhouding tot de waarde van vergelijkbare bedrijven. Daarbij bepalen we de waarde op basis van relevante verhoudingen tussen de waarde van het vergelijkbare bedrijf en bijvoorbeeld de boekwaarde of de winst van dat bedrijf. Ter vergelijking wordt zowel rekening gehouden met beursgenoteerde bedrijven (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de marktkapitalisatie) als met bedrijven betrokken in fusies of overnametransacties (waarbij de waarde wordt gelijkgesteld aan de verkoopwaarde).
  • • De voornaamste groepsmaatschappijen waarop de goodwill betrekking heeft, vindt u in de tabel (het betreft telkens de geconsolideerde entiteit, d.i. inclusief dochtermaatschappijen).
Discontovoeten over de expliciete periode
van kasstroomprognose heen
Uitstaande goodwill (in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012 31-12-2011 31-12-2012
Absolut Bank 362 16,9%–10,3%
K&H Bank 219 236 16,6%–10,3% 17,4%–9,5%
Cˇ SOB (Tsjechië) 254 252 * 10,1%–9,8%
Cˇ SOB (Slowakije) 191 191 12,2%–10,1% 11,6%–9,8%
CIBANK 117 117 14,4%–10,3% 11,1%–9,4%
DZI Insurance 130 115 14,4%–10,5% 11,1%–9,4%
Kredyt Bank 66 *
Rest 163 76
Totaal 1 502 987

* Via reëlewaardeanalyse.

  • • De periode waarop de kasstroombudgetten en prognoses betrekking hebben, is in de meeste gevallen 20 jaar. We gebruiken die langere periode om de ontwikkelingsdynamiek van de Centraal- en Oost-Europese economieën te kunnen weergeven.
  • • Het gebruikte groeipercentage voor de extrapolatie van de kasstroomprognoses na de periode van 20 jaar bedraagt 2%, wat gelijk is aan de op dat ogenblik verwachte inflatie. Dat percentage bleef ongewijzigd ten opzichte van 2011.

• We voerden geen sensitiviteitsanalyse uit voor die entiteiten waarvoor het overschot van de realiseerbare waarde op de boekwaarde zo aanzienlijk is dat geen redelijke verandering in de hoofdparameters ervoor zou zorgen dat de realiseerbare waarde gelijk is of kleiner wordt dan de boekwaarde. De volgende verandering in hoofdparameters zou ervoor zorgen dat de realiseerbare waarde van Cˇ SOB in Slowakije, CIBANK en DZI Insurance in Bulgarije de boekwaarde evenaart (zie tabel):

Verandering in hoofdparameters1 Toename in
discontovoet2
Afname in
terminale
groeivoet3
Toename
in beoogde
solvabiliteitsratio4
Afname van
de jaarlijkse
nettowinst
Cˇ SOB (Slowakije) 1,9% 2,3% -9,0%
CIBANK 2,2% 3,2% -11,6%
DZI Insurance 0,4% 0,2% 5,5% -0,6%

1 Uiteraard moet er rekening worden gehouden met het feit dat een verandering in de parameters effect kan hebben op andere parameters in de berekening van de realiseerbare waarde.

2 De discontovoet van het eerste jaar verhoogden we absoluut met het getoonde percentage. Volgend uit de manier waarop de (ontwikkeling van) discontovoeten (is) zijn gemodelleerd, dragen we de toename in de discontovoet van het eerste jaar dan gradueel afnemend over als (verhoogde) discontovoeten voor de komende jaren.

3 Absolute afname, alleen voor de verzekeringsentiteit van belang, aangezien de waardering van de bancaire entiteiten weinig gevoelig is voor wijzigingen in deze groeivoet.

4 Voor de bancaire entiteiten gepresenteerd als de absolute toename van de Tier 1-kapitaalsratio; voor de verzekeringsentiteit als de relatieve toename van de intern beoogde solvabiliteitsratio.

Toelichting 35: Technische voorzieningen – verzekeringen

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
Technische voorzieningen vóór herverzekering (= bruto) 19 914 19 205
Verzekeringscontracten 8 156 8 811
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 342 358
Voorziening voor Leven 5 194 5 711
Voorziening voor te betalen schade 2 163 2 232
Voorziening voor winstdeling en restorno's 10 20
Andere technische voorzieningen 447 490
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 11 758 10 394
Voorziening voor Leven 11 674 10 295
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 83 99
Aandeel herverzekeraar 150 137
Verzekeringscontracten 150 137
Voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's 1 1
Voorziening voor Leven 0 1
Voorziening voor te betalen schade 148 135
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
Andere technische voorzieningen 0 0
Beleggingscontracten met discretionaire winstdeling 0 0
Voorziening voor Leven 0 0
Voorziening voor Niet-leven 0 0
Voorziening voor winstdeling en restorno's 0 0
Bruto Herverzekeringen Bruto Herverzekeringen
MUTATIETABEL 2011 2011 2012 2012
VERZEKERINGSCONTRACTEN, LEVEN
Beginsaldo 6 678 4 5 623 3
Stortingen exclusief commissies 686 0 753 0
Uitbetaalde voorzieningen -431 0 -573 0
Gecrediteerde interest 167 0 91 0
Kosten van winstdeling 7 0 3 0
Wisselkoersverschillen -50 0 30 0
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
-1 344 -1 0 0
Wijziging in consolidatiekring 0 0 0 0
Overige mutaties -91 0 250 -1
Eindsaldo 5 623 3 6 177 2
VERZEKERINGSCONTRACTEN, NIET-LEVEN
Beginsaldo 3 746 276 2 533 147
Wijziging in de voorziening voor niet-verdiende premies 8 0 -4 0
Uitkeringen schadegevallen vorige boekjaren -262 -9 -246 -23
Overschot en/of tekort voorziening voor
schadegevallen vorige boekjaren -174 -10 -93 13
Voorziening voor nieuwe schadegevallen 281 15 298 6
Overboekingen 0 0 0 0
Wisselkoersverschillen -41 -4 10 1
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
-1 234 -121 0 0
Wijziging in consolidatiekring 0 0 0 0
Overige mutaties 209 0 134 -8
Eindsaldo 2 533 147 2 633 135
BELEGGINGSCONTRACTEN MET DISCRETIONAIRE WINSTDELING, LEVEN
Beginsaldo 12 830 0 11 758 0
Stortingen exclusief commissies 782 0 391 0
Uitbetaalde voorzieningen -649 0 -1 035 0
Gecrediteerde interest 344 0 336 0
Kosten van winstdeling 1 0 0 0
Wisselkoersverschillen -2 0 1 0
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten -1 297 0 0 0
Wijziging in consolidatiekring -251 0 0 0
Overige mutaties 0 0 -1 057 0
Eindsaldo 11 758 0 10 394 0
  • • Technische voorzieningen houden verband met verzekeringscontracten en met beleggingscontracten met een discretionaire winstdeling.
  • • Verplichtingen uit beleggingscontracten zonder discretionaire winstdeling worden gewaardeerd aan reële waarde. Het gaat daarbij meestal om tak 23-contracten. Die nemen we op bij de financiële verplichtingen (zie Toelichting 18).
  • • De technische voorzieningen voor verzekeringen Leven berekenen we op basis van verschillende assumpties, die op een oordeelkundige manier worden geschat. Daarbij gebruiken we diverse interne en externe informatiebronnen. Wat betreft de erkenning van technische voorzieningen verwijst IFRS 4 momenteel in grote mate naar de lokale boekhoudstandaarden. Technische voorzieningen worden vaak berekend op basis van de technische parameters geldend op het moment van initiatie van het contract en zijn onderhevig aan de toereikendheidstoets (liability adequacy test). De belangrijkste parameters zijn:
  • de ziekte- en sterftecijfers: die zijn gebaseerd op de standaardsterftetabellen en worden waar nodig aangepast op basis van opgedane ervaringen;
  • assumpties m.b.t. kosten: die zijn gebaseerd op huidige kostenniveaus en kostenopslagen;

  • de discontovoet: die wordt doorgaans gelijkgesteld aan de technische rentevoet, blijft constant gedurende de looptijd van het contract, en wordt in een aantal gevallen gecorrigeerd voor wettelijke bepalingen en interne beleidsbeslissingen.

  • • De assumpties voor de technische voorzieningen voor te betalen schade zijn gebaseerd op opgedane ervaringen (inclusief een aantal assumpties met betrekking tot het aantal schadegevallen, de schadevergoedingen, de schaderegelingskosten), gecorrigeerd voor factoren als de verwachte marktontwikkeling, inflatie in schadegevallen, en externe factoren zoals gerechtelijke beslissingen en wetgeving. De technische voorzieningen voor verzekeringen Niet-leven worden niet verdisconteerd, behalve in het geval van langetermijnverplichtingen en/of schadevergoedingen in de vorm van een periodieke betaling (ziekenhuisopname, arbeidsongevallen, enz.).
  • • Er waren in 2012 geen belangrijke wijzigingen in assumpties die de waardering van de verzekeringsactiva en -verplichtingen in belangrijke mate wijzigen, met uitzondering van de toepassing van de nieuwe indicatieve tabellen waardoor de reserves voor lichamelijke letsels werden aangepast.

Toelichting 36: Voorzieningen voor risico's en kosten

Voorzienin
gen voor
herstructure
Voorzienin
gen voor
belastingen
en lopende
rechtsge
Voorzienin
gen voor
verbintenis
kredieten
buiten
(in miljoenen euro) ring schillen Overige Subtotaal balans Totaal
2011
Beginsaldo 27 387 70 484 116 600
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 24 382 21 427 91 518
Bedragen gebruikt -20 -39 -2 -61 0 -61
Bedragen teruggenomen
wegens overtolligheid
-3 -9 -3 -15 -117 -132
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
0 -1 -7 -8 0 -8
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties -1 -26 -1 -28 -1 -29
Eindsaldo 27 695 78 800 89 889
2012
Beginsaldo 27 695 78 800 89 889
Mutaties met resultaatsimpact
Bedragen aangelegd 20 32 18 70 157 227
Bedragen gebruikt -8 -379 -7 -394 -4 -398
Bedragen teruggenomen
wegens overtolligheid
-7 -21 -2 -31 -114 -145
Overdracht van of naar verplichtingen
i.v.m. groepen activa die worden afgestoten
0 0 0 0 0 0
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0 0 0 0 0
Overige mutaties -9 -21 19 -12 -36 -47
Eindsaldo 23 305 105 433 92 526
  • • Voor het grootste deel van de aangelegde voorzieningen kunnen we redelijkerwijs niet inschatten wanneer ze zullen worden gebruikt.
  • • De voorzieningen voor herstructurering hadden in hoofdzaak betrekking op (in miljoenen euro): KBC Bank (2012: 3; 2011: 1), KBC Financial Products (2012: 4; 2011: 16), de Centraal- en Oost-Europese dochtermaatschappijen van KBC Bank (samen: 2012: 10; 2011: 1) en KBC Lease Deutschland (2012: 0; 2011: 6).
  • • Voorzieningen voor belastingen en rechtsgeschillen:
  • CDO's: het resterende bedrag in de voorziening voor commerciële betwistingen in verband met CDO's bedraagt 0,04 miljard euro per einde 2012;
  • 5-5-5-product: daarvoor verwijzen we naar de uitleg bij Toelichting 8;
  • informatie over rechtsgeschillen: zie verder.
  • • Overige voorzieningen: omvatten voorzieningen voor diverse risico's en toekomstige uitgaven.
  • • Toelichting met betrekking tot de belangrijkste hangende rechtsgeschillen: vorderingen ingesteld tegen maatschappijen van de KBCgroep waarderen we overeenkomstig de IFRS-regels naargelang van hun risico-inschatting (waarschijnlijk, mogelijk of onwaarschijnlijk). Voor de dossiers met risico-inschatting waarschijnlijk verlies leggen we voorzieningen aan (zie Toelichtingen bij de grondslagen voor financiële verslaggeving). Als de vordering maar als mogelijk wordt ingeschat (de dossiers met risico-inschatting mogelijk verlies), leggen we geen voorzieningen aan, maar geven we wel een toelichting in de jaarrekening als ze een betekenisvolle invloed zouden kunnen hebben op de balans (dat is als de vordering kan leiden tot een mogelijke uitstroom van meer dan 25 miljoen euro). Alle andere vorderingen (met risico-inschatting onwaarschijnlijk verlies), ongeacht hun orde van grootte, die maar een gering of geen risico vertonen, hoeven niet te worden vermeld. Toch licht KBC, om redenen van transparantie, ook de actuele status van de belangrijkste dossiers in die categorie toe. De belangrijkste dossiers sommen we hierna op. We houden de informatie beperkt om de positie van de groep in lopende rechtszaken niet te hinderen.

• Mogelijk verlies:

  • Ten tijde van het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 had KBC Bank derivatentransacties uitstaan met Lehman Brothers Finance AG (LBF) onder een ISDA-kaderovereenkomst. Het faillissement gold als een wanprestatie en leidde tot de vervroegde beëindiging van alle uitstaande derivatentransacties. LBF betwist daarbij onder meer de waarderingsmethodologie die KBC Bank toepaste en beweert, in een ingebrekestelling van 21 december 2012, dat het verschuldigde nettobedrag onder de ISDA-kaderovereenkomst 58,1 miljoen USD bedraagt, te betalen aan LBF, plus interest ten bedrage van 52,8 miljoen USD vanaf september 2008. KBC Bank is van oordeel dat het over verschillende argumenten beschikt om de gehanteerde waarderingsmethode te verdedigen en betwist daarnaast met klem de door LBF gehanteerde interestvoet. KBC legde daar geen voorziening voor aan. KBC Bank zal zijn positie bepalen op basis van de bevindingen van nader onderzoek van de waardering van de beëindigde transacties en een juridische analyse.
  • • Waarschijnlijk verlies:
  • KBC Diversified Fund, een afgescheiden portfolio van KBC AIM Master Fund spc, diende een vordering in met betrekking tot derivaten ten bedrage van 44,3 miljoen USD tegen Lehman Brothers International Europe (LBIE). Voor dat bedrag werden voorzieningen aangelegd. KBC onderhandelt met de curator van LBIE over de waardering van een aantal beëindigde transacties. KBC Bank berekende een ISDA-close-outbedrag van 29,2 miljoen USD betaalbaar door Lehman Brothers Special Financing Inc. (LBSF) aan KBC. Voor dat bedrag werden voorzieningen aangelegd. De curator van LBSF betwist de waardering van een aantal derivatentransacties. Een eerste vergadering om, op vertrouwelijke basis, het waarderingsgeschil te bespreken, vond plaats op 17 december 2012. De curator heeft nadere informatie gevraagd over het waarderingsproces van KBC.
  • In 2003 kwam een belangrijke fraudezaak bij K&H Equities Hongarije aan het licht. Tal van cliënten leden aanzienlijke verliezen op hun effectenportefeuille als gevolg van niet-toegestane speculatie en mogelijk gepleegde verduisteringen. Opdrachten en portefeuille-

overzichten werden vervalst. In augustus 2008 werden strafrechtelijke veroordelingen uitgesproken. Een beroepsprocedure is aanhangig. Nagenoeg alle eisen werden al geregeld, hetzij bij minnelijke schikking hetzij ingevolge scheidsrechterlijke uitspraak of vonnis. Voor de nog openstaande vorderingen werden gepaste voorzieningen aangelegd, rekening houdend met de tussenkomst van een externe verzekeraar.

  • Van eind 1995 tot begin 1997 waren KBC Bank en KB Consult betrokken bij de overdracht van kasgeldvennootschappen. KBC Bank en/of KB Consult zijn betrokken in meerdere burgerlijke procedures aanhangig voor de rechtbank. Daarnaast werd KB Consult samen met KBC Bank en KBC Groep NV opgeroepen voor de regeling van de procedure voor de Raadkamer in Brugge. Bij beschikking van de Raadkamer van 9 november 2011 werd KBC Groep NV buiten vervolging gesteld, maar werden KB Consult en KBC Bank verwezen naar de correctionele rechtbank. De Belgische staat heeft inmiddels evenwel beroep aangetekend bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Een voorziening ad 30,8 miljoen euro staat uit op 31 december 2012 om de mogelijke invloed van eisen tot schadevergoeding in dat verband op te vangen. De overdracht van een kasgeldvennootschap is op zichzelf een volledig wettelijke transactie. Desondanks is achteraf gebleken dat sommige kopers te kwader trouw handelden, aangezien ze helemaal niet investeerden en geen belastingaangiften indienden voor de kasgeldvennootschappen die ze hadden aangekocht. KBC Bank en KB Consult namen onmiddellijk de nodige maatregelen om verder zakendoen met die partijen stop te zetten.
  • In maart 2000 werden Rebeo en Trustimmo, twee dochtervennootschappen van Almafin (een dochtervennootschap van KBC Bank), samen met vier voormalige bestuursleden van Broeckdal Vastgoedmaatschappij, voor de burgerlijke rechtbank in Brussel gedagvaard door het Ministerie van Financiën van de Belgische staat met het oog op de betaling van 16,7 miljoen euro belastingen verschuldigd

door voornoemde. Broeckdal heeft die fiscale vorderingen evenwel betwist en is in december 2002 zelf gestart met een procedure tegen het Ministerie van Financiën van de Belgische staat voor de burgerlijke rechtbank in Antwerpen. De burgerlijke rechtszaak hangende voor de Brusselse rechtbank wordt geschorst totdat een einduitspraak wordt geveld in de fiscale procedure hangende voor de rechtbank in Antwerpen. Broeckdal werd bij vonnis van 2 november 2010 gerechtelijk ontbonden en de sluiting van de vereffening werd bij vonnis van 13 september 2011 uitgesproken. Er werd een voorziening van 29,6 miljoen euro aangelegd om het mogelijke risico af te dekken.

  • In 1991 herfinancierde een syndicaat van banken (inclusief KBC Bank NV (London Branch) Bell Group. Sommige Bell Groupvennootschappen kenden zekerheden toe. Bij de ineenstorting van Bell Group in april 1991 hebben de banken de uitstaande bedragen teruggevorderd via uitwinning van hun zekerheden. De vereffenaars van Bell Group, die alle gerecupereerde bedragen van de banken terugvorderden, startten gerechtelijke procedures en argumenteerden daarbij dat de zekerheden ten voordele van de banken onrechtmatig tot stand gekomen waren. De Australische rechtbank van eerste aanleg heeft bij vonnis van 28 oktober 2008 de banken veroordeeld tot terugbetaling van alle gerecupereerde bedragen, vermeerderd met gekapitaliseerde rente. Het syndicaat van banken ging daartegen in beroep. De Supreme Court of Western Australia heeft bij arrest van 17 augustus 2012 de banken zelfs veroordeeld tot een hoger bedrag ingevolge interestberekeningen. Dat arrest in acht genomen en anticiperend op een beslissing van de High Court of Australia, heeft KBC Bank een voorziening van circa 64 miljoen euro geboekt. Zelfs al wordt het verzoek van de banken in hoger beroep toegestaan, dan nog zal het voorwerp van procedure voor the High Court beperkt blijven tot de samenstelling van de interesten die de banken verschuldigd zijn.
(in miljoenen euro)
31-12-2011
31-12-2012
Totaal
3 322
3 474
Indeling naar type
Werknemerspensioenverplichtingen of andere personeelsvoordelen
886
790
Deposito's van herverzekeraars
69
71
Toe te rekenen kosten (andere dan van rente-uitgaven i.v.m. financiële verplichtingen)
727
530
Overige
1 640
2 083

Toelichting 37: Overige verplichtingen

• Voor meer informatie over pensioenverplichtingen: zie Toelichting 38.

Toelichting 38: Pensioenverplichtingen

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN
Aansluiting van brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen
Brutoverplichtingen uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het begin van het jaar 1 645 1 823
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 88 94
Rentekosten 80 74
Wijzigingen in de pensioenregeling 0 0
Actuariële winst of actuarieel verlies 129 350
Betaalde uitkeringen -117 -127
Wisselkoersverschillen 4 4
Inperkingen -2 -6
Overdracht i.v.m. IFRS 5 -11 -16
Wijzigingen in de consolidatiekring -2 0
Overige 9 -4
Brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen aan het einde van het jaar 1 823 2 191
Aansluiting van de reële waarde van fondsbeleggingen
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het begin van het jaar 1 439 1 557
Feitelijk rendement op fondsbeleggingen 95 218
Bijdragen van de werkgever 125 113
Bijdragen van de deelnemers aan de regeling 18 20
Betaalde uitkeringen -117 -127
Wisselkoersverschillen 1 3
Afwikkelingen -2 -2
Overdracht i.v.m. IFRS 5 -7 -13
Wijzigingen in de consolidatiekring -1 0
Overige 6 -3
Reële waarde van fondsbeleggingen aan het einde van het jaar 1 557 1 765
Waarvan financiële instrumenten uitgegeven door de groep 4 0
Financieringsstatus
Fondsbeleggingen meer dan brutoverplichting uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen -265 -425
Niet-erkende netto actuariële winst -104 109
Niet-erkend transactiebedrag 0 0
Niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd 0 0
Niet-erkende activa 0 -5
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -372 -321
Mutatie in de nettoverplichting of het nettoactief
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het begin van het jaar -437 -372
Netto periodieke pensioenkosten -51 -64
Bijdragen van de werkgever 125 113
Wisselkoersverschillen 0 0
Overdracht i.v.m. IFRS 5 1 1
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Overige -11 1
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten aan het einde van het jaar -372 -321
In de balans opgenomen bedragen
Vooruitbetaalde pensioenkosten 80 83
Te betalen pensioenverplichting -452 -403
Niet-gefinancierde te betalen of vooruitbetaalde pensioenkosten -372 -321
In de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen
Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 88 94
Rentekosten 80 74
Verwacht rendement op fondsbeleggingen -80 -79
Aanpassingen ingevolge limiet vooruitbetaalde pensioenkosten -1 2
Afschrijving van niet-erkende pensioenkosten van verstreken diensttijd 0 0
Afschrijving van niet-erkende nettowinst of niet-erkend nettoverlies -16 -3
Bijdragen van werknemers -18 -20
Inperkingen -2 -5
Afwikkelingen -1 2
Wijzigingen in de consolidatiekring 0 0
Actuariële netto periodieke pensioenkosten* 51 64
Feitelijk rendement op fondsbeleggingen 6,6% 14,0%
(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
Voornaamste gehanteerde actuariële veronderstellingen (gewogen gemiddelden)
Disconteringsvoet (gedurende het jaar) 4,6% 4,0%
Disconteringsvoet (einde het het jaar) 4,0% 2,3%
Verwacht rendement op fondsbeleggingen 5,5% 5,0%
Verwacht percentage van loonsverhoging 3,1% 3,1%
Percentage van pensioenverhoging 0,4% 0,4%
TOEGEZEGDEBIJDRAGEREGELINGEN
Kosten voor toegezegdebijdrageregelingen 0 1

* Deze kosten worden opgenomen onder Personeelskosten (zie Toelichting 12).

  • • De pensioenaanspraken van de personeelsleden van de verschillende vennootschappen van de KBC-groep zijn afgedekt door pensioenfondsen en groepsverzekeringen, waarvan de belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn. De belangrijkste toegezegdpensioenregelingen zijn de plannen beheerd door het OFP Pensioenfonds KBC en het OFP Pensioenfonds Senior Management KBC, waarbij KBC Bank, KBC Verzekeringen (sinds 2007) en het grootste deel van hun Belgische dochterondernemingen zijn aangesloten, en de groepsverzekering van KBC Verzekeringen (diensttijd voor 1 januari 2007). Het vermogen van de twee eerstgenoemde pensioenplannen wordt hoofdzakelijk beheerd door KBC Asset Management. De voordelen zijn onder meer afhankelijk van de anciënniteit van de medewerker en van zijn loon in de jaren voorafgaand aan zijn pensionering. We bepalen de jaarlijkse financieringsbehoeften voor die plannen volgens gebruikelijke actuariële financieringsmethoden.
  • • Het verwachte rendement op beleggingen bepalen we op basis van de

rente van specifieke investeringen, rekening houdend met een gedetailleerde nieuwe strategische assetallocatie voor de beheerde vermogens.

ROA = (W x LDI-rente T) + (X x corp-rente T) + (Y x (gov-rente T + 3%)) + (Z x (gov-rente T +1,75%)), waarbij:

LDI-rente = 2 x euroswaprente T - 1 x zesmaandelijkse euroswaprente gov-rente = OLO-rente T

corp-rente = euroswaprente T + corporate spread

T = gemiddelde duration van de verplichtingen,

  • W = percentage liability driven investments,
  • X = percentage corporate obligaties,
  • Y = percentage aandelen,
  • Z = percentage vastgoed.

De risicopremies, respectievelijk 3% en 1,75%, zijn gebaseerd op het verwachte langetermijnrendement van aandelen en vastgoed.

2008 2009 2010 2011 2012
1 884 1 997 1 645 1 823 2 191
1 293 1 529 1 439 1 557 1 765
-512 -512 -437 -372 -321
Aandelen Obligaties Vastgoed Liquiditeiten
33% 52% 9% 6%
32% 51% 9% 8%
36% 48% 10% 6%
35% 51% 8% 6%
2008 2009 2010 2011 2012
0 0 0 0 0
-88 -18 -84 -76 213
95
1

* Uit hoofde van toegezegdpensioenregelingen. Plus bij een positieve invloed, min bij een negatieve invloed; betreft de in het bovenstaande deel vermelde pensioenregelingen samen.

Toelichting 39: Eigen vermogen van de aandeelhouders en niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten

In aantal 31-12-2011 31-12-2012
Gewone aandelen 357 980 313 416 967 355
Waarvan gewone aandelen die de houder recht geven op een dividenduitkering 344 619 736 416 967 355
Waarvan eigen aandelen 18 169 054 302
Verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht 220 338 982 118 644 067
Overige informatie
Fractiewaarde per aandeel (in euro) 3,48 3,48
Aantal uitgegeven maar niet-volgestorte aandelen 0 0
Niet
MUTATIETABEL stemrechtverlenende
In aantal Gewone aandelen kernkapitaaleffecten
2011
Beginsaldo 357 938 193 237 288 134
Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten 42 120 -16 949 152
Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Overige mutaties 0 0
Eindsaldo 357 980 313 220 338 982
2012
Beginsaldo 357 980 313 220 338 982
Uitgifte van aandelen/kernkapitaaleffecten 58 987 042 -101 694 915
Conversie van verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties 0 0
Overige mutaties 0 0
Eindsaldo 416 967 355 118 644 067
  • • Gewone aandelen: het aandelenkapitaal van KBC Groep NV bestaat uit gewone aandelen zonder nominale waarde. Alle gewone aandelen dragen stemrecht en elk aandeel vertegenwoordigt één stem. Er zijn geen winstbewijzen of aandelen zonder stemrecht uitgegeven.
  • • In december 2012 verhoogde de groep zijn eigen vermogen met ongeveer 1,25 miljard euro door de uitgifte van ongeveer 59 miljoen nieuwe aandelen als gevolg van de kapitaalverhoging aangekondigd op 10 december 2012 (+58 835 294 nieuwe aandelen) en de kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel (+151 748 nieuwe aandelen). Meer informatie vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening.
  • • Eigen aandelen: op 31 december 2012 hadden de vennootschappen van de KBC-groep nog 302 gewone KBC-aandelen in portefeuille, een daling van 18 168 752 tegenover eind 2011, nagenoeg volledig te wijten aan de verkoop op 16 oktober 2012 van alle KBC-aandelen in handen van KBC Groep NV en KBC Bank NV, in het kader van de uitvoering van het Europese plan. Meer informatie over de verkoop van eigen aandelen in 2012 vindt u in het deel Vennootschappelijke jaarrekening. De stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van KBC Groep NV en zijn rechtstreekse en onrechtstreekse dochtervennootschappen zijn geschorst.
  • • Voor informatie over aandelenoptieplannen, zie Toelichting 12; voor informatie over de machtiging voor het toegestane kapitaal, zie deel Vennootschappelijke jaarrekening.

  • • Preferente aandelen (367 miljoen euro eind 2012, 370 miljoen euro eind 2011) zijn niet opgenomen onder Eigen vermogen van de aandeelhouders, maar onder Belangen van derden. Die instrumenten voldoen aan de IAS 32-definitie van een eigenvermogensinstrument. Aangezien die instrumenten geen eigendom zijn van de aandeelhouders, werden ze als belangen van derden voorgesteld.

  • • Kernkapitaalinstrumenten zonder stemrecht: sinds eind 2008 gaf KBC Groep NV 7 miljard euro aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht uit, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, en waarop werd ingetekend door de Belgische staat (de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest (elk voor 3,5 miljard euro). De overige kenmerken van de transacties vindt u in het deel Overige informatie, onder Kapitaal- en garantieoperaties met de overheid in 2008 en 2009. Op 2 januari 2012 betaalde KBC 0,5 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische staat (in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011). Op 17 december 2012 betaalde KBC 3 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische staat (in rekening gebracht op de balans op 31 december 2012). KBC streeft ernaar om in de eerste helft van 2013 1,17 miljard euro steun terug te betalen aan de Vlaamse overheid, plus de premie van 50%. Die terugbetaling is onderworpen aan de gebruikelijke goedkeuring van de Nationale Bank van België.

Andere toelichtingen

Toelichting 40: Verstrekte en ontvangen verbintenissen en garanties

(in miljoenen euro)
31-12-2011
31-12-2012
Niet-opgenomen deel van committed kredietlijnen
Verstrekt
33 218
27 802
Onherroepelijk
21 291
16 440
Herroepelijk
11 927
11 362
Ontvangen
1 090
53
Financiële garanties
Verstrekt
12 456
11 053
Ontvangen garanties en zekerheden
47 790
37 607
Voor impaired of achterstallige activa
3 981
2 716
Voor activa die niet impaired noch achterstallig zijn
43 809
34 891
Andere verbintenissen
Verstrekt
147
116
Onherroepelijk
143
116
Herroepelijk
4
0
Ontvangen
93
0
Boekwaarde van financiële activa door KBC als waarborg gegeven
Voor verplichtingen*
46 963
20 811
Voor eventuele verplichtingen
4 682
5 413

* Eind 2012 waren ongeveer 3,5 miljard euro woningkredieten en cashcollecties ingeschreven in het register van de dekkingswaarden van het bijzonder vermogen van het covered bond-programma (meer informatie over covered bonds vindt u in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer, bij Liquiditeitsrisico).

  • • De reële waarde van de financiële garanties is gebaseerd op de beschikbare marktwaarde.
  • • KBC Groep NV garandeert onherroepelijk en onvoorwaardelijk alle op 31 december 2012 bestaande verplichtingen en schulden zoals gedefinieerd in Section 5 (c) van de Ierse Companies (Amendment) Act, van de hierna vermelde Ierse vennootschappen. Die garantie wordt gesteld zodat die vennootschappen in aanmerking kunnen komen voor ontheffing van bepaalde publicatieverplichtingen zoals vermeld in Section 17 van de Ierse Companies (Amendment) Act 1986: - KBC Financial Services (Ireland) Limited,
  • KBC Fund Management Limited.

Omdat die vennootschappen in de consolidatie zijn opgenomen, betreft dat een intragroepstransactie en wordt die garantie niet in de bovenstaande tabel opgenomen.

• Voor de aangehouden waarborgen (die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar – zie tabel) bestaat de verplichting die terug te geven in hun oorspronkelijke vorm, of eventueel in geldmiddelen. Waarborgen kunnen worden opgeëist als kredieten worden beëindigd om verschillende redenen, zoals wanbetaling en faillissement. Bij faillissement worden de waarborgen verkocht door de curator. In de andere gevallen regelt de bank zelf de uitwinning of neemt ze de waarborgen in eigendom. Ontvangen waarborgen met betrekking tot OTC-derivaten betreffen vooral geldmiddelen die door KBC worden erkend op de balans (en niet in de tabel zijn opgenomen).

Aangehouden waarborgen
(die mogen worden verkocht of doorverpand zonder in gebreke blijven van de eigenaar)
(in miljoenen euro)
Reële waarde van
ontvangen waarborgen
doorverpande waarborgen Reële waarde
van verkochte of
31-12-2011 31-12-2012 31-12-2011 31-12-2012
Financiële activa 10 470 8 248 7 018 4 755
Eigenvermogensinstrumenten 12 7 0 0
Schuldinstrumenten 10 255 8 046 7 018 4 755
Leningen en voorschotten 202 195 0 0
Liquiditeiten 1 0 0 0
Andere activa 4 3 0 0
Materiële vaste activa 4 3 0 0
Vastgoedbeleggingen 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0
Waarborgen in eigendom genomen (in miljoenen euro)
31-12-2011
31-12-2012
Vaste activa aangehouden voor verkoop
0
0
Materiële vaste activa
0
0
Vastgoedbeleggingen
170
2
Eigenvermogensinstrumenten en schuldpapier
0
0
Geldmiddelen
237
167
Overige
8
29
Totaal
414
197

Toelichting 41: Leasing

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
Vorderingen financiële leasing
Bruto-investering in financiële leasing, vordering 5 489 4 791
Tot 1 jaar 1 464 1 208
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 2 690 2 342
Meer dan 5 jaar 1 335 1 241
Niet-verdiende toekomstige financieringsinkomsten met betrekking tot financiële leasing 826 678
Netto-investering in financiële leasing 4 659 4 110
Tot 1 jaar 1 277 1 054
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 2 340 2 060
Meer dan 5 jaar 1 043 996
Waarvan niet-gegarandeerde restwaarden voor de leasinggever 10 33
Geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen voor oninbare leasingvorderingen 191 174
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 104 119
Vorderingen operationele leasing
Toekomstige minimaal te ontvangen leasingbetalingen uit hoofde van niet-opzegbare leasing 430 428
Tot 1 jaar 146 136
Meer dan 1 jaar tot 5 jaar 260 271
Meer dan 5 jaar 23 21
Voorwaardelijke huurinkomsten opgenomen in de winst-en-verliesrekening 0 0

• Er zijn geen belangrijke gevallen waarin KBC optreedt als leasingnemer in operationele en financiële leasing.

• Conform de bepalingen van IFRIC 4 stelden we geen operationele noch financiële leasingcontracten vast die besloten zijn in andere contracten

• Financiële leasing: KBC verstrekt het merendeel van de financiële leasing via aparte maatschappijen die hoofdzakelijk in België en Centraal-Europa actief zijn. KBC biedt financiëleleasingproducten aan, gaande van leasing van uitrusting en voertuigen tot vastgoedleasing. Financiële leasing wordt in België typisch door het kantorennetwerk van de KBCgroep aangeboden. Ook in Centraal-Europa wordt dat model steeds belangrijker.

• Operationele leasing betreft hoofdzakelijk fullserviceverhuur van auto's. Die service bieden we aan zowel via het kantorennetwerk van KBC Bank en CBC Banque als via een intern verkoopteam. Ook in Centraal-Europa ontwikkelen we de fullserviceverhuur verder.

Transacties met verbonden partijen, exclusief key management (in miljoenen euro) 2011 2012
tschappijen
Dochtermaa
ijen
maatschapp
de
Geassocieer
es
Joint ventur
Belgische st
aat
west
Vlaams Ge
Overige Totaal tschappijen
Dochtermaa
ijen
maatschapp
de
Geassocieer
es
Joint ventur
Belgische st
aat
west
Vlaams Ge
Overige Totaal
Activa 263 268 122 23 142 1 280 1 164 26 238 248 183 123 29 263 750 1 229 31 796
Leningen en voorschotten 58 154 85 762 0 1 137 2 196 98 132 83 0 0 1 227 1 541
Voorschotten in rekening-courant 2 1 0 0 0 379 381 1 1 0 0 0 440 441
Termijnkredieten 56 153 85 762 0 759 1 815 97 131 83 0 0 787 1 099
Financiële leasing 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Afbetalingskredieten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Hypotheekleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Eigenvermogensinstrumenten 115 36 28 0 0 0 178 96 32 26 0 0 0 155
Voor handelsdoeleinden 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Voor beleggingsdoeleinden 115 36 28 0 0 0 178 96 32 26 0 0 0 155
Overige vorderingen 91 78 9 22 380 1 280 26 23 864 53 19 14 29 263 750 2 30 100
Verplichtingen 741 146 30 166 0 25 1 109 657 134 35 426 0 85 1 337
Deposito's 733 134 30 0 0 25 922 656 126 35 0 0 83 900
Deposito's 732 133 30 0 0 25 920 656 126 35 0 0 83 900
Overige 1 1 0 0 0 0 2 0 1 0 0 0 0 0
Andere financiële verplichtingen 5 0 0 0 0 0 5 0 0 0 0 0 0 0
Schuldbewijzen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Achtergestelde schulden 5 0 0 0 0 0 5 0 0 0 0 0 0 0
Share-based payments, toegestaan 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Share-based payments, uitgeoefend 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overige verplichtingen 3 12 0 166 0 0 182 1 8 0 426 0 2 437
Winst-en-verliesrekening 12 0 4 957 42 42 1 056 -8 -5 6 950 35 36 1 013
Nettorente-inkomsten 16 0 2 957 42 43 1 061 0 -1 2 950 35 42 1 028
Verdiende verzekeringspremies
vóór herverzekering
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Dividendinkomsten 3 4 1 0 0 0 9 1 3 4 0 0 0 7
Nettoprovisie-inkomsten 0 -1 0 0 0 -2 -3 1 -2 0 0 0 -1 -3
Overige netto-inkomsten 4 0 0 0 0 1 6 0 0 0 0 0 0 0
Algemene beheerskosten -12 -3 0 0 0 -2 -17 -11 -4 0 0 0 -4 -19
Garanties
Garanties gegeven door de groep 0 0

Toelichting 42: Transacties met verbonden partijen

Garanties ontvangen door de groep 0 0

Transacties met key management (leden Raad van Bestuur en Directiecomité van KBC Groep NV)*
(in miljoenen euro)
2011
2012
Totaal*
12
11
Indeling naar type bezoldiging
Kortetermijnpersoneelsbeloningen 6
9
Vergoedingen na uitdiensttreding 6
2
Toegezegdpensioenregelingen 6
2
Toegezegdebijdrageregelingen 0
0
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen 0
0
Vergoedingen bij uitdiensttreding 0
0
Betalingen in aandelen 0
0
Aandelenopties, in eenheden
Aan het begin van het jaar
35 100
20 300
Toegestaan 0
0
Uitgeoefend 0
-3 000
Verandering samenstelling
-14 800
-17 300
Aan het einde van het jaar
20 300
0
Voorschotten en leningen toegestaan aan key management en partners 1
1

* Bedragen van de bezoldiging van bestuurders of partners van de consoliderende onderneming, op grond van hun werkzaamheden in de consoliderende onderneming, haar dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, met inbegrip van het bedrag van aan gewezen bestuurders of zaakvoerders op die grond toegekende rustpensioenen.

  • • Overige in de eerste tabel omvat vooral KBC Ancora, Cera en MRBB. De inbaarheid van de vorderingen die uitstaan ten opzichte van Cera en KBC Ancora is in zekere mate afhankelijk van de ontwikkelingen bij de KBC-groep.
  • • Alle transacties met verbonden partijen gebeuren at arm's length.
  • • Belgische staat en Vlaams Gewest: beschouwen we stricto sensu, m.a.w. exclusief ondernemingen gecontroleerd door die partijen.
  • • Er waren geen belangrijke andere niet in de tabel inbegrepen transacties met geassocieerde ondernemingen.
  • • Het key management zijn de leden van de Raad van Bestuur en het Groeps-Directiecomité. Meer informatie over de vergoedingen van het topmanagement vindt u in het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur.
  • • Informatie over de kapitaal- en garantieverrichtingen met de Belgische en Vlaamse overheid vindt u in het deel Overige informatie. Noteer:
  • Op 2 januari 2012 betaalde KBC Groep NV 0,5 miljard euro (+ premie van 15%) aan niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten terug

aan de Belgische overheid. Dat werd in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011. Op 17 december 2012 betaalde KBC Groep NV 3 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische overheid. Dat werd in rekening gebracht op de balans op 31 december 2012.

  • KBC ging in 2009 een garantieovereenkomst aan met de Belgische staat die het mogelijke neerwaartse risico met betrekking tot zijn CDO exposure voor een groot deel dekt. De resultaten van 2012 bevatten de boeking van daarmee verwante kosten in Nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. De garantieregeling werd eind 2012 herzien; u vindt meer daarover in het deel Overige informatie.
  • In 2011 en 2012 betaalde KBC een coupon op de niet-stemrechtverlenende kernkapitaaleffecten die in 2008 en 2009 waren uitgegeven aan de Belgische en Vlaamse overheden (telkens 595 miljoen euro).

Toelichting 43: Bezoldiging van de commissaris

KBC Groep NV en zijn dochtervennootschappen samen betaalden in 2012 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 13 114 829 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten (in 2011: 15 530 397 euro). Voor de overige diensten werd in 2012 een vergoeding betaald van 2 580 042 euro (in 2011: 4 105 087 euro), verdeeld als volgt: andere controleopdrachten: 1 214 912 euro; belastingadviesopdrachten: 183 927 euro; andere opdrachten buiten de revisoraatsopdrachten: 1 181 203 (in 2011 respectievelijk 1 282 382, 174 338 en 2 648 367 euro).

Toelichting 44: Voornaamste dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2012

We geven hierna een vereenvoudigd beeld van de juridische structuur van de groep. Die bestaat in essentie uit een holdingmaatschappij – KBC Groep NV – die twee grote vennootschappen controleert: KBC Bank NV en KBC Verzekeringen NV. Elk van die vennootschappen bezit een aantal dochteren kleindochtermaatschappijen. De belangrijkste daarvan sommen we op in de tabel.

Geregistreerde Percentage aan
deelhouderschap
Onderneming zetel op groepsniveau Divisie1 Activiteit
KBC BANK
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
Absolut Bank2 Moskou – RU 99,00 GR Kredietinstelling
Antwerpse Diamantbank NV2 Antwerpen – BE 100,00 GR Kredietinstelling
CBC Banque SA Brussel – BE 100,00 B Kredietinstelling
CIBANK EAD Sofia – BG 100,00 CEE Kredietinstelling
Cˇ SOB a.s. (Tsjechië) Praag – CZ 100,00 CEE Kredietinstelling
Cˇ SOB a.s. (Slowakije) Bratislava – SK 100,00 CEE Kredietinstelling
KBC Asset Management NV Brussel – BE 100,00 B Assetmanagement
KBC Bank NV Brussel – BE 100,00 B/MB/GR Kredietinstelling
KBC Bank Deutschland AG2 Bremen – DE 100,00 GR Kredietinstelling
KBC Bank Funding LLC & Trust (groep) New York – US 100,00 MB Uitgifte van preferente aandelen
KBC Bank Ireland Plc Dublin – IE 100,00 MB Kredietinstelling
KBC Commercial Finance NV Brussel – BE 100,00 MB Factoring
KBC Credit Investments NV Brussel – BE 100,00 MB Investeringen in kredietgerelateerde effecten
KBC Finance Ireland Dublin – IE 100,00 GR Kredietverlening
KBC Financial Products (groep) Diverse locaties 100,00 GR Aandelen- en derivatenhandel
KBC Internationale Financieringsmaatschappij NV Rotterdam – NL 100,00 MB Uitgifte van obligaties
KBC Lease (groep) Diverse locaties 100,00 MB/CEE/B Leasing
KBC Securities NV Brussel – BE 100,00 MB Beursmakelaar, corporate finance
K&H Bank Rt. Boedapest – HU 100,00 CEE Kredietinstelling
Geassocieerde ondernemingen
Nova Ljubljanska banka d.d. (groep)2 Ljubljana – SI 22,04 GR Kredietinstelling
KBC VERZEKERINGEN
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
ADD NV Heverlee – BE 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
Cˇ SOB Pojišt'ovna, Tsjechië Pardubice – CZ 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
Cˇ SOB Poist'ovnˇa a.s., Slowakije Bratislava – SK 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
DZI Insurance Sofia – BG 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
Groep VAB Zwijndrecht – BE 79,81 B Autobijstand
K&H Insurance Rt. Boedapest – HU 100,00 CEE Verzekeringsmaatschappij
KBC Banka A.D.2 Belgrado – RS 100,00 GR Kredietinstelling
KBC Groep Re SA Luxemburg – LU 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
KBC Verzekeringen NV Leuven – BE 100,00 B Verzekeringsmaatschappij
Evenredig geconsolideerde dochterondernemingen
NLB Vita d.d. Ljubljana – SI 50,00 GR Verzekeringsmaatschappij
KBC GROEP NV (overige directe dochterondernemingen)
Integraal geconsolideerde dochterondernemingen
KBC Global Services NV Brussel – BE 100,00 GR Diensten aan de groep
KBC Groep NV Brussel – BE 100,00 GR Holding

1 Divisie (voor opname in resultaat): Afkortingen: B = België; CEE = Centraal- en Oost-Europa; MB = Merchantbanking; GR = Groepscenter.

2 Vallen onder IFRS 5.

• Zoals bepaald in de grondslagen voor financiële verslaggeving passen we de methode van integrale consolidatie toe voor alle (belangrijke) entiteiten (inclusief Special Purpose Entities) waarover de consoliderende vennootschap, direct of indirect, een exclusieve zeggenschap uitoefent. Voor de beoordeling of SPV's al dan niet moeten worden geconsolideerd, hanteert KBC de principes zoals uiteengezet in SIC12. Bovendien hanteert KBC materialiteitsdrempels voor opname in consolidatie. Een onderneming die in aanmerking komt voor consolidatie nemen we ook werkelijk in consolidatie op als twee van de volgende criteria worden overschreden: (a) het deel van de groep in het eigen vermogen > 2,5 miljoen euro (b) het deel van de groep in het resultaat > 1 miljoen euro (c) het balanstotaal > 100 miljoen euro. Het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen mag niet meer bedragen dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal. Voor een aantal SPV's is maar een van die drie criteria overschreden, waardoor (zolang het gezamenlijke balanstotaal van de uitgesloten vennootschappen niet meer bedraagt dan 1% van het geconsolideerde balanstotaal) ze de facto niet worden geconsolideerd. Het betreft voornamelijk SPV's opgericht in het kader van de CDO-activiteiten. Noteer dat die SPV's maar een materialiteitsdrempel overschrijden (balanstotaal), aangezien ze altijd een zeer beperkt eigen vermogen en nettoresultaat hebben. De CDO-gerelateerde resultaten zitten bij KBC Financial Products, dat uiteraard wel wordt geconsolideerd. Niet-consolidatie van die SPV's heeft dan ook alleen een invloed op de geconsolideerde balanspresentatie en niet op het eigen vermogen, het resultaat of de solvabiliteit.

• Een volledige lijst van de vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen vindt u op www.kbc.com.

Toelichting 45: Belangrijkste wijzigingen in de consolidatiekring

Onderneming Directe
moedermaatschappij
Consolidatie
methode
Percentage aandeelhouderschap
op groepsniveau
Commentaar
31-12-2011 31-12-2012
Toevoegingen
Geen
Afstotingen
Fidea NV KBC Verzekeringen NV Integraal 100,00% Verkocht
(in 1kw2012)
KBC Clearing NV KBC Bank NV Integraal 100,00% Deconsolidatie wegens
immaterialiteit (2kw2012)
TUiR WARTA SA KBC Verzekeringen NV Integraal 100,00% Deconsolidatie op 30 juni
2012 als gevolg van verkoop
KBL EPB (groep) KBC Groep NV Integraal 100,00% Verkocht
(in 3kw2012)
Kredyt Bank SA KBC Bank NV Integraal 80,00% Deconsolidatie op
31 december 2012
wegens fusie met BZ
Centea NV KBC Bank NV Integraal Verkocht in 3kw2011
(nog 6 maanden in de
resultaten van 2011)
Naamsveranderingen
Geen
Wijzigingen in percentage aandeelhouderschap en interne fusies
Groep VAB KBC Verzekeringen NV Integraal 74,81% 79,81% Participatieverhoging
(in 2kw2012)
KBC Real Estate NV KBC Bank NV Integraal 100,00% Fusie met KBC Bank
(1 juli 2012)
Nova Ljubjanska banka d.d. KBC Bank NV Vermogensmutatie 25,00% 22,04% Participatieverlaging
(in 3kw2012)

Toelichting 46: Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten (IFRS 5)

  • • IFRS 5 bepaalt dat een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) moet worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop als de boekwaarde ervan hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd in een verkooptransactie en niet door het voortgezette gebruik ervan. Wil daarvan sprake zijn, dan moet het actief (of de groep activa die wordt afgestoten) in zijn huidige staat onmiddellijk beschikbaar zijn voor verkoop. Bovendien moet de verkoop zeer waarschijnlijk zijn. Om te beoordelen of een verkoop zeer waarschijnlijk is, somt IFRS 5 een aantal voorwaarden op waaraan voldaan moet zijn alvorens IFRS 5 van toepassing is:
  • 1 Verbintenis van het management voor een verkoopplan.
  • 2 Opstart van een operationeel plan om een koper te vinden en het plan te voltooien.
  • 3 Gewenste prijs die redelijk is ten opzichte van de actuele reële waarde.
  • 4 Verkoop binnen één jaar na datum van classificatie.
  • 5 Onwaarschijnlijk dat belangrijke wijzigingen aan het plan zullen worden aangebracht of dat het plan zal worden ingetrokken.
  • • Als aan alle vijf bovenstaande criteria is voldaan, worden de activa en verplichtingen van die desinvesteringen onder een aparte post van de

balans getoond (bij de activa op Vaste activa aangehouden voor verkoop en groepen activa die worden afgestoten en bij de verplichtingen op Verplichtingen i.v.m. groepen activa die worden afgestoten (de referentiecijfers worden, zoals toegestaan door IFRS, niet aangepast)). Als de groepen activa die worden afgestoten bovendien gekwalificeerd worden als beëindigde bedrijfsactiviteit, worden de resultaten ervan (ook voor de referentiecijfers) onder één post in de winst-enverliesrekening getoond (Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten).

  • • Vielen onder IFRS 5:
  • Per 31 december 2012: voornamelijk Absolut Bank, Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland, KBC Banka en NLB. Geen enkele van die entiteiten is als beëindigde bedrijfsactiviteit gekwalificeerd. Voor Absolut Bank and NLB sloten we eind december 2012 alvast een verkoopovereenkomst. Antwerpse Diamantbank, KBC Bank Deutschland en KBC Banka werden in het tweede kwartaal van 2012 toegevoegd aan de lijst van entiteiten onder IFRS 5 op basis van de lopende gesprekken en het bereiken van specifieke vooruit-

gang in het verkoopproces (met nieuw verworven inzichten in de prijzen), het naderen van de uiterste verkoopdatum onder het EUherstructureringsplan en de intentie van het KBC-management om de desinvesteringen zo snel mogelijk uit te voeren.

  • Per 31 december 2011: KBL EPB, Fidea, WARTA. Alleen KBL EPB werd als een beëindigde bedrijfsactiviteit gekwalificeerd.
  • • Hierna volgt informatie over de desinvesteringsdossiers die per 31 december 2012 al werden ondertekend, maar nog niet zijn afgerond.
Onderneming
(activiteit, land)
Commentaar
Absolut Bank (bankieren, Rusland) Op 24 december 2012 sloot KBC een akkoord over de verkoop van Absolut Bank aan een groep van Russi
sche bedrijven die de activa beheren van het pensioenfonds Blagosostoyanie. Die transactie – voor een be
drag van 0,3 miljard euro en de terugbetaling van de integrale KBC-funding die bij Absolut Bank is geplaatst
voor een bedrag van 0,7 miljard euro – maakt voor KBC ongeveer 0,3 miljard euro aan kapitaal vrij, voorna
melijk door een vermindering van de risicogewogen activa met 2 miljard euro. De transactie zal bij de afron
ding naar verwachting ongeveer -0,1 miljard euro invloed hebben op de nettowinst. De transactie moet nog
worden goedgekeurd door de toezichthouder.
NLB (bankieren, Slovenië) Op 27 december 2012 sloot LBC een akkoord met de Republiek Slovenië over de verkoop van het belang van
22% in NLB voor ongeveer 2,8 miljoen euro. Die transactie heeft een negatieve invloed van -0,1 miljard euro
op de winst van 2012, en een verwaarloosbare invloed op het kapitaal. De verkoop werd afgerond op
11 maart 2013.

• Hierna volgt informatie over de invloed van de onder IFRS 5 gekwalificeerde activiteiten.

(in miljoenen euro) 2011 2012
A BEËINDIGDE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Winst-en-verliesrekening
Winst-en-verliesrekening KBL EPB
Nettorente-inkomsten 151 55
Nettoprovisie-inkomsten 349 167
Andere netto-inkomsten 63 34
Totale opbrengsten 563 257
Exploitatiekosten -437 -220
Bijzondere waardeverminderingen -107 -22
Aandeel in het resultaat van geassocieerde ondernemingen 1 0
Resultaat vóór belastingen 19 15
Belastingen 6 -8
Resultaat na belastingen 25 7
Resultaat van verkoopovereenkomst m.b.t. KBL EPB
Bijzondere waardeverminderingen n.a.v. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten -444 25
Belastingen m.b.t. waardering naar marktwaarde min verkoopkosten (uitgestelde belastingen) 0 0
Resultaat van verkoop, na belastingen -444 25
Nettoresultaat na belastingen uit beëindigde bedrijfsactiviteiten -419 32
Kasstroomoverzicht KBL EPB 2011 2012
Nettokasstromen uit of aangewend bij bedrijfsactiviteiten 2 200 -1 612
Nettokassstromen uit of aangewend bij investeringsactiviteiten -8 8
Nettokasstromen uit of aangewend bij financieringsactiviteiten -569 6
Nettokasuitstroom/-instroom 1 623 -1 597
Winst per aandeel uit beëindigde bedrijfsactiviteiten KBL EPB 2011 2012
Gewoon -1,23 0,09
Verwaterd -1,23 0,09
Verbintenissen KBL EPB 31-12-2011 31-12-2012
Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – verstrekt 3 053
Niet-opgenomen deel van kredietlijnen – ontvangen 2 682
Financiële garanties – verstrekt 3 378
Financiële garanties – ontvangen 5 218
Andere verbintenissen – verstrekt 39
Andere verbintenissen – ontvangen 0
31-12-2011
31-12-2012
activa /
activa /
Derivaten – gecontracteerde bedragen KBL EPB
verplichtingen
verplichtingen
Voor handelsdoeleinden
Rentecontracten
12 810 / 12 810

Valutacontracten
8 392 / 8 326

Aandelencontracten
2 597 / 2 597

Kredietcontracten
2 / 2

Grondstoffen- en andere contracten
19 / 19

Microhedging: reëlewaardeafdekkingen
Rentecontracten
1 235 / 1 235

Valutacontracten
7 / 10

Aandelencontracten
0 / 0

Reëlewaardeafdekkingstransacties ter afdekking van het renterisico van een portefeuille
Rentecontracten
171 / 171

B VASTE ACTIVA AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP EN GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN EN
VERPLICHTINGEN I.V.M. GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN (tussen haakjes: waarvan beëindigde bedrijfsactiviteiten)
Balans
31-12-2011
31-12-2012
Activa
Geldmiddelen en tegoeden bij centrale banken
1 076 (1 076)
484 (0)
Financiële activa
16 797 (12 523)
6 407 (0)
Reëlewaardeveranderingen van de afgedekte posities bij reëlewaardeafdekking van het renterisico van een portefeuille
12 (12)
0 (0)
Belastingvorderingen
110 (95)
83 (0)
Investeringen in geassocieerde ondernemingen
13 (13)
3 (0)
Vastgoedbeleggingen en andere materiële vaste activa
278 (224)
113 (0)
Goodwill en andere immateriële vaste activa
352 (196)
14 (0)
Overige activa
485 (103)
35 (0)
Totaal activa
19 123 (14 242)
7 138 (0)
Verplichtingen
Financiële verplichtingen
12 901 (12 710)
3 657 (0)
Technische voorzieningen vóór herverzekering
4 533 (424)
0 (0)
Belastingverplichtingen
38 (6)
12 (0)
Voorzieningen voor risico's en kosten
30 (22)
9 (0)
Overige verplichtingen
631 (304)
61 (0)
Totaal verplichtingen
18 132 (13 466)
3 739 (0)
Niet-gerealiseerde resultaten
2011
2012
Herwaarderingsreserve van voor verkoop beschikbare activa
-81 (-72)
101 (78)
Uitgestelde belastingen op bovenstaande
29 (20)
-27 (-22)
Afdekkingsreserve kasstroomafdekkingen
0 (0)
7 (0)
Omrekeningsverschillen
7 (7)
55 (-4)
(in miljoenen euro) 2011 2012
Totaal -45 (-46) 136 (52)

Toelichting 47: Risicobeheer

De vereiste informatie in verband met aard en bedrag van risico's (volgens IFRS 4 en IFRS 7) en de informatie in verband met kapitaal (volgens IAS 1) nemen we op in de door de commissaris geauditeerde delen van het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Dat hoofdstuk omvat – bij de

Toelichting 48: Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen na balansdatum zijn (positieve of negatieve) gebeurtenissen die voorkomen tussen de balansdatum (31 december 2012) en de datum van goedkeuring tot publicatie van de jaarrekeningen door de Raad van Bestuur en omvatten zowel gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die bewijs leveren van de bestaande toestand op de balansdatum) waardoor in de jaarrekening opgenomen bedragen moesten worden aangepast als gebeurtenissen na balansdatum (gebeurtenissen die wijzen op een toestand die ontstond na de balansdatum), waardoor geen aanpassingen van opgenomen bedragen vereist waren. De eerste soort van gebeurtenissen leidt in principe tot een aanpassing van de jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de gebeurtenis, terwijl de tweede soort in principe alleen de jaarrekening van de volgende periode beïnvloedt.

De belangrijkste gebeurtenissen na balansdatum die niet hebben geleid tot aanpassingen, waren:

informatie over kredietrisico – ook gegevens over het risico inzake overheidsobligaties van een selectie van landen en informatie over de portefeuille gestructureerde kredieten.

  • • 18 januari 2013: succesvolle plaatsing van 1 miljard USD contingent capital notes. De emissie was voorbehouden aan institutionele beleggers en vermogenden. De notes komen in aanmerking als Tier 2-kapitaal volgens de Basel III-normen en hebben een looptijd van tien jaar, met een optionele call op vijf jaar.
  • • 25 januari 2013: KBC Groep NV beslist zijn driejarige herfinancieringsoperatie op langere termijn, of LTRO, in het eerste kwartaal van 2013 terug te betalen aan de Europese Centrale Bank. Het betreft een totaal bedrag van 8,3 miljard euro.
  • • 18 maart 2013: in het kader van de desinvestering van Kredyt Bank was het de uiteindelijke bedoeling dat KBC, na de fusie van Bank Zachodni WBK en Kredyt Bank, zijn deelneming in de fusiebank desinvesteerde. Op 18 maart 2013 startte de verkoop, via een secundaire aanbieding, van de door KBC aangehouden aandelen in Bank Zachodni (zie het persbericht van 18 maart 2013 en de disclaimer in dat persbericht).

Toelichting 49: Algemene informatie (IAS 1)

  • • Naam: KBC Groep
  • • Oprichting: 9 februari 1935 als Kredietbank; huidige naam sinds 2 maart 2005
  • • Oprichtingsland: België
  • • Zetel van de vennootschap: Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
  • • Btw: BE 0403.227.515
  • • RPR: Brussel
  • • Juridische vorm: naamloze vennootschap naar Belgisch recht die een publiek beroep doet of heeft gedaan op het spaarwezen; de vennootschap is een financiële holding die onder het prudentieel toezicht valt van de Nationale Bank van België.
  • • Duur van de vennootschap: Onbepaald
  • • Doel: de vennootschap is een financiële holding die tot doel heeft het rechtstreeks of onrechtstreeks houden en beheren van participaties in andere ondernemingen, waaronder – maar niet beperkt tot – kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en andere financiële instellingen. De vennootschap heeft tevens tot doel ondersteunende diensten te verlenen ten behoeve van derden, als lasthebber of anderszins, in het bijzonder ten behoeve van ondernemingen waarin de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een participatie heeft. De vennootschap mag alles doen wat rechtstreeks of onrechtstreeks kan bijdragen tot de verwezenlijking van haar doel in de ruimste zin (artikel 2 van de statuten).
  • • Plaatsen waar de voor het publiek toegankelijke documenten kunnen worden ingezien: de statuten van de vennootschap liggen ter inzage op de griffie van de Rechtbank van Koophandel van Brussel en worden bekendgemaakt op www.kbc.com. De jaarrekeningen en het jaarverslag worden bij de Nationale Bank van België neergelegd. Die documenten zijn ook verkrijgbaar op de zetel van de vennootschap en op www.kbc.com. De beslissingen aangaande de benoeming en de beëindiging van de mandaten van leden van het Directiecomité en de Raad van Bestuur worden bij uittreksel in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De financiële berichten over de vennootschap verschijnen in de financiële dagbladen en/of op www.kbc.com. De oproepingen tot de Algemene Vergaderingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, in financiële dagbladen, in de media en op www.kbc.com.
  • • Algemene Vergadering van Aandeelhouders: jaarlijks wordt op de zetel van de vennootschap of op een andere in de oproeping vermelde plaats een Algemene Vergadering gehouden op de eerste donderdag van mei om 10 uur of, als die dag een wettelijke feestdag of een banksluitingsdag is, op de laatste daaraan voorafgaande bankwerkdag, om 10 uur.
  • • Het recht van een aandeelhouder om deel te nemen aan de Algemene Vergadering en om er het stemrecht uit te oefenen, wordt alleen verleend op grond van de boekhoudkundige registratie van de aandelen op naam van de aandeelhouder op de registratiedatum, dat is op de veertiende dag voor de Algemene Vergadering om vierentwintig uur Belgische tijd, hetzij door hun inschrijving in het register van de aandelen op naam, hetzij door hun inschrijving op de rekeningen van een erkende rekeninghouder of van een vereffeningsinstelling, hetzij door voorlegging van de aandelen aan toonder aan een financiële tussenpersoon, ongeacht het aantal aandelen dat de aandeelhouder bezit op de dag van de Algemene Vergadering. Het recht van een houder van obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap werden uitgegeven om deel te nemen aan de Algemene Vergadering wordt op dezelfde wijze alleen verleend op grond van de boekhoudkundige registratie van die effecten op zijn naam, op de registratiedatum. Iedere aandeelhouder en iedere houder van obligaties, warrants of certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven die aan de Algemene Vergadering wil deelnemen, moet dat uiterlijk op de zesde dag voor de datum van de

Algemene Vergadering melden aan de vennootschap of aan een daartoe door de vennootschap aangestelde persoon met opgave van het aantal effecten waarmee hij wil deelnemen. Wil hij aan de Algemene Vergadering deelnemen met effecten aan toonder of in gedematerialiseerde vorm, dan moet hij er ook voor zorgen dat de vennootschap of een daartoe door de vennootschap aangestelde persoon uiterlijk op dezelfde dag in het bezit wordt gesteld van een attest, afgeleverd door de financiële tussenpersoon, de erkende rekeninghouder of de vereffeningsinstelling, waaruit blijkt met hoeveel effecten aan toonder of gedematerialiseerde effecten die zijn voorgelegd of die op zijn naam op zijn rekeningen zijn ingeschreven op de registratiedatum, hij heeft aangegeven te willen deelnemen aan de Algemene Vergadering. De voorschriften van dit artikel gelden eveneens voor de houders van winstbewijzen, naargelang zij op naam dan wel gedematerialiseerd zijn, in die gevallen waar zij het recht hebben om de Algemene Vergadering bij te wonen.

3Vennootschappelijke jaarrekening

We stellen de vennootschappelijke (of enkelvoudige) jaarrekening van KBC Groep NV hier voor in een verkorte versie. De volledige vennootschappelijke jaarrekening wordt aan de Algemene Vergadering van 2 mei 2013 voorgelegd ter goedkeuring.

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

Conform de wettelijke voorschriften worden de vennootschappelijke jaarrekening, het verslag van de Raad van Bestuur en het verslag van de commissaris neergelegd bij de Nationale Bank van België. U kunt die documenten gratis opvragen bij KBC Groep NV, Investor Relations – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België, en na neerlegging zijn ze beschikbaar op www.kbc.com.

De commissaris heeft over de vennootschappelijke jaarrekening van KBC Groep NV een verklaring zonder voorbehoud afgegeven.

De vennootschappelijke jaarrekening is opgesteld rekening houdend met de Belgische boekhoudnormen (B-GAAP) en is bijgevolg niet vergelijkbaar met de volgens IFRS opgestelde gegevens uit de andere hoofdstukken van dit verslag.

Balans, resultaten en resultaatsverwerking

Balans na winstverdeling (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
Vaste activa 16 493 15 068
Financiële vaste activa 16 493 15 068
Verbonden ondernemingen 16 482 15 068
Deelnemingen 16 232 14 818
Vorderingen 250 250
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 11 1
Deelnemingen 1 1
Vorderingen 10 0
Vlottende activa 1 907 817
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar 21 20
Handelsvorderingen 0 0
Overige vorderingen 20 20
Geldbeleggingen 1 849 375
Eigen aandelen 154 0
Overige beleggingen 1 695 375
Liquide middelen 28 415
Overlopende rekeningen 9 6
Totaal activa 18 400 15 885
Eigen vermogen 10 016 10 857
Kapitaal 1 245 1 450
Geplaatst kapitaal 1 245 1 450
Uitgiftepremies 4 337 5 385
Reserves 1 445 1 447
Wettelijke reserves 125 127
Onbeschikbare reserves 156 1
Belastingvrije reserves 190 190
Beschikbare reserves 975 1 129
Overgedragen winst (verlies (-)) 2 989 2 575
Schulden 8 384 5 028
Schulden op meer dan 1 jaar 6 901 3 600
Financiële schulden 6 901 3 600
Achtergestelde leningen 6 500 3 500
Niet-achtergestelde obligatieleningen 401 100
Schulden op ten hoogste 1 jaar 1 457 1 416
Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen 730 0
Financiële schulden 113 400
Kredietinstellingen 0 0
Overige leningen 113 400
Handelsschulden 6 5
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1 1
Bezoldigingen en sociale lasten 1 1
Overige schulden 607 1 010
Overlopende rekeningen 26 12
Totaal passiva 18 400 15 885

Resultaten (B-GAAP, vennootschappelijk)*

(in miljoenen euro) 31-12-2011 31-12-2012
Bedrijfsopbrengsten 2 7
Andere bedrijfsopbrengsten 2 7
Bedrijfskosten 57 100
Diensten en diverse goederen 52 94
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 5 6
Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies (-)) -56 -93
Financiële opbrengsten 3 226 1 171
Opbrengsten uit financiële vaste activa 3 216 913
Opbrengsten uit vlottende activa 8 10
Andere financiële opbrengsten 3 249
Financiële kosten 921 1 120
Kosten van schulden 706 1 004
Waardeverminderingen op vlottende activa: toevoegingen (terugnemingen (-)) 215 -120
Andere financiële kosten 1 236
Winst (Verlies (-)) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting 2 249 -42
Uitzonderlijke opbrengsten 6 92
Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa 0 92
Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa 6 0
Uitzonderlijke kosten 434 6
Waardeverminderingen op financiële vaste activa 434 0
Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa 0 6
Winst (Verlies (-)) van het boekjaar vóór belasting 1 821 44
Belastingen op het resultaat 0 -2
Winst (Verlies (-)) van het boekjaar 1 821 46
Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar 1 821 46

* In dit schema worden kosten ook met een positief teken vermeld (in tegenstelling tot de voorstellingswijze van de geconsolideerde winst-en-verliesrekening).

Resultaatsverwerking (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro)
31-12-2011
31-12-2012
Te bestemmen winst (verlies (-))
2 992
3 034
Te bestemmen winst (verlies (-)) van het boekjaar
1 821
46
Overgedragen winst (verlies (-)) van het vorige boekjaar
1 171
2 989
Toevoeging aan het eigen vermogen
0
2
Aan de wettelijke reserve
0
2
Aan de overige reserves
0
0
Over te dragen winst (verlies (-))
2 989
2 575
Uit te keren winst
3
457
Vergoeding van het kapitaal
3
417
Bestuurders of zaakvoerders
0
0
Andere rechthebbenden, werknemersparticipatie
0
40

Aan de Algemene Vergadering wordt voorgesteld het te bestemmen winstsaldo voor 2012 te verdelen zoals in de tabel is aangegeven. Als dat voorstel wordt goedgekeurd, bedraagt het brutodividend 1,00 euro per aandeel over het boekjaar 2012. Alle aandelen zijn dividendgerechtigd.

Toelichtingen bij de vennootschappelijke jaarrekening

Toelichting 1: Financiële vaste activa (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) Deelnemingen
in verbonden
ondernemingen
Vorderingen
op verbonden
ondernemingen
Deelnemingen in
ondernemingen
waarmee een
deelnemingsverhouding
bestaat
Vorderingen op
ondernemingen
waarmee een
deelnemingsverhouding
bestaat
Boekwaarde 31-12-2011 16 232 250 1 10
Aanschaffingen in 2012 0 0 0 0
Vervreemdingen in 2012 -910 0 0 -10
Andere wijzigingen in 2012 -504 0 0 0
Boekwaarde 31-12-2012 14 818 250 1 0

De deelnemingen in verbonden ondernemingen van KBC Groep NV betreffen voornamelijk de participatie in:

  • • KBC Bank NV (99,99%)
  • • KBC Verzekeringen NV (99,99%)
  • • KBC Asset Management NV (48,14%)
  • • KBC Global Services NV (99,99%).

De voornaamste wijziging in 2012 is de afronding van de verkoop van de participatie KBL EPB (-910 miljoen euro) en de terugbetaling van een deel van de uitgiftepremie door KBC Verzekeringen (-500 miljoen euro)

De vorderingen op verbonden ondernemingen betreffen een achtergestelde perpetuele lening aan KBC Bank NV van 250 miljoen euro. De vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat (obligaties van Nova Ljubljanska banka) werden in 2012 verkocht aan KBC Bank.

Toelichting 2: Mutatietabel eigen vermogen en ontwikkeling van het kapitaal (B-GAAP, vennootschappelijk)

(in miljoenen euro) 31-12-2011 Kapitaalverhoging
private plaatsing
Kapitaalverhoging
voor het personeel
Resultaats
aanwending
31-12-2012
Kapitaal 1 245 205 1 0 1 450
Uitgiftepremies 4 337 1 046 2 0 5 385
Reserves 1 445 0 0 2 1 447
Overgedragen resultaat 2 989 0 0 -414 2 575
Eigen vermogen 10 016 1 251 3 -412 10 857

Op 31 december 2012 bereikte het geplaatste maatschappelijk kapitaal van de vennootschap 1 450 401 447,91 euro, verdeeld in 416 967 355 aandelen. De uitgiftepremies bedroegen 5 384 641 464,66 euro. Het maatschappelijk kapitaal is volgestort. In 2012 steeg het maatschappelijk kapitaal met 205 274 906,16 euro, en het aantal aandelen met 58 987 042. De uitgiftepremies stegen met 1 047 814 296,42 euro. Die nieuwe aandelen werden uitgegeven naar aanleiding van twee kapitaalverhogingen waartoe de Raad van Bestuur besliste in het kader van het toegestaan kapitaal, met opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders:

  • • Bij een eerste kapitaalverhoging op 13 december 2012 die in het kader van een private plaatsing werd voorbehouden voor institutionele en professionele beleggers, werden 58 835 294 nieuwe aandelen (zonder VV-strip) uitgegeven tegen 21,25 euro per aandeel. Het kapitaal werd verhoogd met 204 746 823,12 euro en de uitgiftepremies stegen met 1 045 503 174, 38 euro. Die verrichting kadert in de intentie van de vennootschap om een common equity ratio volgens Basel III aan te houden van 10% (fully loaded, inclusief overblijvende staatssteun) vanaf 1 januari 2013. Die kapitaalverhoging leidde voor de bestaande aandeelhouders op het vlak van de nettoactiefwaarde per aandeel tot een verwatering van 4,34% en op het vlak van stemrechten en deelname in de winst tot een verwatering van 14,12%.
  • • Bij een tweede kapitaalverhoging op 19 december 2012 waarop alleen de personeelsleden van KBC Groep NV en sommige van zijn Belgische dochterondernemingen konden intekenen, werden 151 748 aandelen

(met VV-strip) uitgegeven tegen 18,71 euro per aandeel. Die aandelen zijn gedurende twee jaar geblokkeerd, aangezien de uitgifteprijs een korting vertoonde ten opzichte van de beurskoers van het KBCaandeel. Het kapitaal werd verhoogd met 528 083,04 euro en de uitgiftepremies stegen met 2 311 122,04 euro. Met die kapitaalverhoging wil KBC Groep NV de band met zijn personeel en met het personeel van de Belgische dochterondernemingen nauwer aanhalen. Door de geringe omvang van de kapitaalverhoging zijn de financiële gevolgen voor de bestaande aandeelhouders uiterst beperkt.

Alle aandelen die in de loop van 2012 werden uitgegeven, zijn ook dividendgerechtigd vanaf boekjaar 2012 (voor uitbetaling dividend in 2013).

Eind 2012 waren er 58 498 373 uitgegeven VV-strips. Sinds 1 januari 2013 is het tarief van de roerende voorheffing op de meeste inkomsten uit kapitaal opgetrokken naar 25 procent, zodat de VV-strips niet langer recht geven op een verminderde roerende voorheffing op dividenden die vanaf die datum betaalbaar worden gesteld (Wet van 27 december 2012, BS 31 december 2012).

De machtiging voor het toegestaan kapitaal kan nog tot en met 21 mei 2014 worden gebruikt voor een bedrag van 693 933 425,16 euro. Gerekend tegen een fractiewaarde van 3,48 euro per aandeel, kunnen dus nog maximaal 199 406 156 nieuwe aandelen KBC Groep NV ingevolge die machtiging worden uitgegeven.

Toelichting 3: Aandeelhouders

Ontvangen kennisgevingen

Hierna volgt een overzicht van de in 2011 en 2012 ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Artikel 10bis van de statuten van KBC Groep NV legt vast vanaf welke grens een persoon zijn deelneming moet bekendmaken. KBC publiceert de ontvangen kennisgevingen op www.kbc.com.

We vestigen er de aandacht op dat de in de kennisgevingen opgenomen aantallen kunnen afwijken van de huidige aantallen in bezit, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Kennisgevingen* Kennisgeving betreft
situatie per
Uitleg Aantal aangehouden
KBC-aandelen
(= stemrechten) op
betreffende datum
% van totale
stemrechten op
betreffende
datum
BlackRock Inc. 2 maart 2011 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 701 448 2,99%
BlackRock Inc. 6 juni 2011 Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 833 173 3,03%
BlackRock Inc. 23 juni 2011 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 392 675 2,90%
BlackRock Inc. 11 juli 2011 Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 840 797 3,03%
BlackRock Inc. 2 december 2011 Neerwaarts overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 10 518 102 2,94%
KBC Groep NV 16 oktober 2012 Neerwaarts overschrijden van 5%- en 3%-rapporterings
drempel (door verkoop van alle eigen aandelen
aangehouden door KBC Groep en KBC Bank)
300 0,00%
BlackRock Inc. 6 december 2012 Overschrijden van 3%-rapporteringsdrempel 11 026 587 3,08%
Cera CVBA en Verhoging aantal aangehouden aandelen (bij Cera,
geen wijziging bij KBC Ancora), in combinatie met
verhoging van totaal aantal KBC-aandelen (als gevolg van
de kapitaalverhoging). Daardoor onderschrijden Cera CVBA
en KBC Ancora Comm. VA gezamenlijk de 30%-rapporte
KBC Ancora Comm. VA
(gemeenschappelijk)
13 december 2012 ringsdrempel. Bovendien onderschrijdt KBC Ancora
Comm. VA individueel de rapporteringsdrempel van 20%.
111 443 546 26,74%

* Details vindt u in de respectieve kennisgevingsformulieren die beschikbaar zijn op www.kbc.com.

Aandeelhouderstructuur

In het hoofdstuk Verklaring inzake deugdelijk bestuur geven we een overzicht van het aandeelhouderschap per eind 2012, resulterend uit alle ontvangen kennisgevingen in het kader van de Belgische Wet van 2 mei 2007.

Eigen aandelen in bezit van vennootschappen behorend tot de KBC-groep

KBC-aandelen bij KBC-groepsmaatschappijen Adres Aantal
KBC-aandelen op
31-12-2011
Aantal
KBC-aandelen op
31-12-2012
Bij KBC Group Re SA (Assurisk) Place de la Gare 5, 1616 Luxemburg, Groothertogdom Luxemburg 300 300
Bij KBC Bank NV* Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 3 919 045 0
Bij KBC Securities NV Havenlaan 12, 1080 Brussel, België 2 2
Totaal 3 919 347 302
In procent van het totale aantal aandelen 1,1% 0,0%
Bij KBC Groep NV zelf Havenlaan 2, 1080 Brussel, België 14 249 707 0
Totaal, inclusief bij KBC Groep NV zelf 18 169 054 302
In procent van het totale aantal aandelen 5,1% 0,0%

* Rechtstreekse dochteronderneming.

De gemiddelde fractiewaarde van het KBC-aandeel in 2012 bedroeg 3,48 euro.

Het strategische plan van KBC, dat werd goedgekeurd door de Europese Commissie in november 2009, omvat ook de verkoop van de eigen aandelen die KBC op zijn balans geboekt heeft. In overeenstemming met die afspraak maakten KBC Groep NV en KBC Bank NV op 16 oktober 2012 de succesvolle afronding bekend van de onderhandse plaatsing van 18,2 miljoen KBC-aandelen (5,1% van het toenmalige geplaatst kapitaal). De bruto-opbrengst van die transactie bedroeg 350 miljoen euro.

We vestigen er de aandacht op dat de in de tabel opgenomen aantallen aandelen kunnen afwijken van de aantallen die worden vermeld in de kennisgevingen conform de Belgische Wet van 2 mei 2007, aangezien een wijziging van het aantal aangehouden aandelen niet altijd aanleiding geeft tot een nieuwe kennisgeving.

Toelichting 4: Balans

Op 31 december 2012 bedraagt het balanstotaal 15 885 miljoen euro. We bespreken de financiële vaste activa in Toelichting 1. Bij de vlottende activa bedragen de geldbeleggingen 375 miljoen euro op 31 december 2012. De afname ten opzichte van 2011 heeft te maken met de belegging op korte termijn van het ontvangen interimdividend van KBC Bank in december 2011 (1 500 miljoen euro). We bespreken het eigen vermogen in Toelichting 2. De Schulden bedragen 5 028 miljoen euro op 31 december 2012, een daling van 3 356 miljoen euro tegenover 31 december 2011. Binnen de schulden zijn de belangrijkste veranderingen de 3,5 miljard euro terugbetaling van kernkapitaaleffecten aan de Belgische federale overheid (0,5 miljard euro in januari 2012 en 3 miljard euro in december 2012), een terugbetaling van 530 miljoen euro van leningen die op hun vervaldag zijn gekomen, de uitgifte van nieuw commercieel papier voor 400 miljoen euro en de schulden uit de winstverdeling van het boekjaar 2012 van 457 miljoen euro.

Toelichting 5: Resultaten

In 2012 bedraagt de nettowinst van KBC Groep NV 46 miljoen euro, tegenover een nettowinst van 1 821 miljoen in 2011. De belangrijkste financiële opbrengsten en kosten in 2012 zijn:

  • • de dividendontvangsten uit financiële vaste activa van 913 miljoen euro (tegenover 3 210 miljoen euro het jaar voordien);
  • • de terugneming van de waardevermindering (120 miljoen euro) ten gevolge van de verkoop van de eigen aandelen in portefeuille;
  • • de couponbetaling op de aan de Belgische en Vlaamse overheid uitge-

Toelichting 6: Vergoeding van de commissaris

KBC Groep NV betaalde in 2012 aan Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA 83 823 euro in het kader van de standaardcontroleopdrachten.

Toelichting 7: Bijkantoren

KBC Groep NV heeft geen bijkantoren (noch in België, noch in het buitenland).

Toelichting 8: Overige informatie

De vereiste wettelijke informatie volgens artikel 96 van het Belgische Wetboek van Vennootschappen, die hierboven nog niet werd vermeld, geven kernkapitaaleffecten (543 miljoen euro);

• de 15% premie (450 miljoen euro), betaald aan de Belgische overheid, met betrekking tot de terugbetaling van 3 miljard euro aan kernkapitaaleffecten in december 2012.

De belangrijkste uitzonderlijke opbrengsten in 2012 betreffen een terugneming van waardeverminderingen van 92 miljoen euro bij de verkoop van KBL EPB.

Voor speciale auditdiensten werd een vergoeding betaald van 115 393 euro.

vindt u in het deel Verslag van de Raad van Bestuur. Dat Verslag omvat ook de vereiste Verklaring inzake deugdelijk bestuur.

Overige informatie

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

[ Jaarverslag KBC 2012 ]

Kapitaal- en garantieverrichtingen met de overheid in 2008 en 2009

Kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische staat en het Vlaams Gewest

Sinds eind 2008 heeft KBC Groep NV in totaal voor 7 miljard euro uitgegeven aan perpetuele, niet-overdraagbare kernkapitaaleffecten zonder stemrecht, pari passu met gewone aandelen bij liquidatie, waarop werd ingetekend door de Belgische staat (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) en het Vlaams Gewest, elk voor 3,5 miljard euro. De transactie met de Belgische staat werd gesloten in december 2008, terwijl de overeenkomst met het Vlaams Gewest werd afgerond in juli 2009. KBC gebruikte de opbrengst van die transacties om het kernkapitaal van zijn bankactiviteiten te versterken met 5,5 miljard euro via een gewone kapitaalverhoging van KBC Bank NV en om de solvabiliteitsmarge van zijn verzekeringsactiviteiten te verhogen met 1,5 miljard euro via een gewone kapitaalverhoging van KBC Verzekeringen NV. De overige kenmerken van de transacties zijn, vereenvoudigd:

  • • uitgifteprijs: 29,50 euro per effect;
  • • couponrente: hoogste van (i) 2,51 euro per effect (wat overeenstemt met een interest van 8,5%) en (ii) 120% van het uitgekeerde dividend op gewone aandelen voor 2009 (voor de interestbetaling in 2010) en 125% voor 2010 en de volgende jaren (voor de interestbetaling in 2011 en later); er is geen coupon verschuldigd als er geen dividend wordt uitgekeerd;
  • • terugkoopoptie: KBC Groep NV heeft op ieder ogenblik het recht om alle of een deel van de effecten terug te kopen (onder voorbehoud van goedkeuring door de financiële toezichthouder) tegen 150% van de uitgifteprijs (44,25 euro), contant te betalen;
  • • omruilingsoptie (alleen geldig voor de transactie met de Belgische staat): na afloop van drie jaar (dus vanaf december 2011) heeft KBC Groep NV op ieder ogenblik het recht om alle of een deel van de effecten te ruilen in gewone aandelen op een een-voor-eenbasis; als KBC Groep NV daarvoor kiest, kan de staat opteren voor contante terugbetaling van de effecten. Het contante bedrag zal 115% (i.e. 15% premie) van de uitgifteprijs bedragen vanaf het vierde jaar en zal elk volgend jaar met 5 procentpunten worden verhoogd tot maximaal 150%.

Op 2 januari 2012 betaalde KBC een eerste tranche van 500 miljoen euro terug aan de Belgische federale overheid, plus een premie van 15% (zie hierboven bij omruilingsoptie; in rekening gebracht op de balans op 31 december 2011). Op 17 december 2012 betaalde KBC 3 miljard euro plus een premie van 15% terug aan de Belgische federale overheid (in rekening gebracht op de balans op 31 december 2012). Wat de resterende 3,5 miljard euro bij de Vlaamse overheid betreft, streeft KBC ernaar om in de eerste helft van 2013 alvast 1,17 miljard euro terug te betalen aan de Vlaamse overheid, plus de premie van 50%. Die terugbetaling is onderworpen aan de gebruikelijke goedkeuring van de Nationale Bank van België.

Garantieovereenkomst voor CDO- en MBIA-gerelateerd risico

In mei 2009 ondertekende KBC een akkoord met de Belgische staat over de garantie voor een groot deel van zijn portefeuille gestructureerde kredieten. Het plan gaat vereenvoudigd over een notioneel bedrag van bij aanvang in totaal 20 miljard euro (nu 12,2 miljard euro, zie verder) en omvat 5,5 miljard euro aan niet-afgedekte super senior CDO-beleggingen en 14,4 miljard euro aan tegenpartijrisico op MBIA. De transactie is als volgt gestructureerd (de CDO-portefeuille bestaat uit verschillende CDO's; de garantiestructuur geldt per CDO; de hierna vermelde cijfers betreffen de som van alle CDO's die onder het plan vallen).

Aangezien de CDO-blootstelling ondertussen aanzienlijk is gedaald, zijn de oorspronkelijke bedragen gewijzigd. Hierna geven we telkens bedragen voor 31 december 2012 en het oorspronkelijke bedrag:

  • • eerste tranche ad 1,7 miljard euro (oorspronkelijk 3,2 miljard euro): KBC draagt alle kredietverliezen;
  • • tweede tranche ad 1,5 miljard euro (oorspronkelijk 2,0 miljard euro): KBC draagt kredietverliezen en heeft de optie om aan de Belgische staat te vragen in te schrijven op nieuw uitgegeven KBC-aandelen tegen marktwaarde voor 90% van het verlies in deze tranche (KBC behoudt 10% eigen risico);
  • • derde tranche ad 9,0 miljard euro (oorspronkelijk 14,8 miljard euro): de Belgische staat compenseert 90% van de kredietverliezen in contanten (KBC behoudt 10% risico).

Door die overeenkomst wordt de mogelijke negatieve invloed van de betreffende MBIA- en CDO-risico's voor een aanzienlijk deel uitgeschakeld. Er blijft niettemin resultaatsvolatiliteit in de toekomst, aangezien bijvoorbeeld stijgende of dalende marktwaarden ertoe kunnen leiden dat bestaande waardeverliezen worden teruggeboekt of vermeerderd. In elk geval wordt het gecumuleerde totaal van waardeverliezen afgetopt door de garantieovereenkomst (waarbij KBC, zoals vermeld, wel een eigenrisicodeel moet dragen). KBC moet voor die garantieregeling een premie betalen. Meer informatie over de invloed daarvan op de winsten-verliesrekening vindt u in Toelichting 5 van de Geconsolideerde jaarrekening.

In december 2012 bereikten KBC en de Belgische federale overheid een akkoord over een herziening van de garantieregeling. In de herziene overeenkomst werden bijkomende afspraken gemaakt die KBC een voorwaardelijke korting geven op de uitstaande premiebetalingen (onder bepaalde strikte voorwaarden en begrensd tot een bepaald maximumbedrag). M.a.w. de Belgische federale overheid geeft KBC een incentive als KBC erin slaagt om de risico's voor de overheid substantieel af te bouwen. De impact daarvan zal afhangen van de toekomstige marktomstandigheden en opportuniteiten die zich aandienen.

Glossarium van gebruikte ratio's

CAD-ratio

[reglementair eigen vermogen] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer.

Common equity ratio (Basel III)

[Common Equity Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. De berekening is gebaseerd op de laatste beschikbare Capital Requirement Regulation en Capital Requirement Directive (CRD IV) en houdt in de teller rekening met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de overheid waarvoor de regelgever in uitzonderingsbepalingen heeft voorzien (grandfathered).

Dekkingsratio

[bijzondere waardeverminderingen op kredieten] / [uitstaande nonperforming kredieten]. Voor een definitie van non-performing, zie Non-performing ratio. De teller kan in voorkomend geval worden beperkt tot de individuele bijzondere waardeverminderingen op non-performing kredieten.

Eigen vermogen van de aandeelhouders per aandeel

[eigen vermogen van de aandeelhouders] / [aantal gewone aandelen min eigen aandelen (per einde periode)].

Gecombineerde ratio (schadeverzekeringen)

[verzekeringstechnische lasten, inclusief interne schaderegelingskosten / verdiende verzekeringspremies] + [bedrijfskosten / geboekte verzekeringspremies] (telkens na herverzekering).

Kosten-inkomstenratio

[exploitatiekosten van de bankactiviteiten] / [totale opbrengsten van de bankactiviteiten].

Kredietkostenratio

[nettowijziging in de bijzondere waardeverminderingen voor kredietrisico's] / [gemiddelde uitstaande kredietportefeuille]. De kredietportefeuille wordt gedefinieerd in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer (overheidsobligaties zijn bijvoorbeeld niet inbegrepen).

Liquiditeitsdekkingsratio (Liquidity coverage ratio, LCR)

[liquide activa van hoge kwaliteit] / [totaal nettokasuitstroom voor de volgende dertig kalenderdagen].

Marktkapitalisatie

[slotkoers KBC-aandeel] x [aantal gewone aandelen].

Netto stabiele financieringsratio (Net stable funding ratio, NSFR)

[beschikbaar bedrag stabiele financiering] / [vereist bedrag stabiele financiering].

Nettorentemarge van de groep

[onderliggende nettorente-inkomsten van de bankactiviteiten] / [gemiddelde rentedragende activa van de bankactiviteiten].

Non-performing ratio

[uitstaand bedrag van non-performing kredieten (leningen waarvan rente- of hoofdsombetalingen meer dan 90 dagen achterstallig of in overschrijding zijn)] / [totale uitstaande kredietportefeuille].

Rendement op eigen vermogen

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddeld eigen vermogen van de aandeelhouders, exclusief de herwaarderingsreserve voor voor verkoop beschikbare financiële activa]. Als er een coupon wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Rendement op toegewezen eigen vermogen, van een divisie

[resultaat na belastingen (inclusief belangen van derden) van een divisie, aangepast om rekening te houden met toegewezen in plaats van effectief eigen vermogen] / [gemiddeld toegewezen eigen vermogen van de divisie]. Het resultaat van een divisie is de som van het nettoresultaat van alle ondernemingen die tot die divisie behoren, aangepast voor toegewezen centrale overheadkosten en de financieringskosten op betaalde goodwill. Het aan een divisie toegewezen kapitaal is gebaseerd op de risicogewogen activa voor bankactiviteiten en risicogewogen-activa-equivalenten voor verzekeringsactiviteiten.

Solvabiliteitsratio, verzekeringsactiviteiten

[beschikbaar solvabiliteitskapitaal] / [vereist solvabiliteitskapitaal].

(Core) Tier 1-ratio

[Tier 1-kapitaal] / [totaal gewogen risicovolume]. Gedetailleerde berekening in het hoofdstuk Waarde- en risicobeheer. Voor de berekening van de core Tier 1-ratio wordt in de teller geen rekening gehouden met hybride instrumenten (wel met de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid).

Winst per aandeel, gewoon

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen min eigen aandelen]. Als er een coupon (en/of premie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Winst per aandeel, verwaterd

[resultaat na belastingen, toerekenbaar aan de aandeelhouders van de moedermaatschappij, gecorrigeerd voor rente-uitgaven (na belastingen) op niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties] / [gemiddelde van aantal gewone aandelen, min eigen aandelen en niet-verplicht in aandelen terugbetaalbare obligaties]. Als er een coupon (en/of premie) wordt betaald op de kernkapitaaleffecten verkocht aan de Belgische en de Vlaamse overheid, dan wordt die van de teller afgetrokken.

Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen, 31-12-2012

Lijst van vennootschappen opgenomen in of uitgesloten van de consolidatie en geassocieerde ondernemingen op 31 december 2012 is beschikbaar op www.kbc.com.

Een verkorte lijst van de belangrijkste groepsmaatschappijen vindt u in het deel Geconsolideerde jaarrekening, Toelichting 44.

Verklaring van verantwoordelijke personen

"Ik, Luc Popelier, chief financial officer van de KBC-groep, verklaar namens het Directiecomité van KBC Groep NV dat, voor zover mij bekend, de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, en dat het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van KBC Groep NV en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsook een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden."

Contactadressen en financiële kalender

Contactgegevens

KBC-Telecenter

(voor informatie over producten, diensten en publicaties van de KBC-groep; op werkdagen van 8 tot 22 uur, op zaterdag en banksluitingsdagen van 9 tot 17 uur) +32 78 152 153 (Nederlands), +32 78 152 154 (Frans, Engels, Duits)

[email protected]
Investor Relations Office
[email protected]
www.kbc.com
KBC Groep NV, Investor Relations Office – IRO, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België
Pers
Viviane Huybrecht (directeur Communicatie Groep, woordvoerster)
[email protected]
www.kbc.com
KBC Groep NV, Communicatie Groep – GCM, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België

Financiële kalender

De meest actuele versie van de financiële kalender is beschikbaar op www.kbc.com.

Publicatie resultaten 4kw 2012 en volledig jaar 2012 14 februari 2013
Publicatie Verslag aan de Samenleving april 2013
Publicatie Jaarverslag 2012 en Risk Report 2012 2 april 2013
Publicatie CSR Report 2012 2 april 2013
Algemene Vergadering (agenda op www.kbc.com) 2 mei 2013
Ex-coupon / record date / betaalbaarstelling dividend 13 / 15 / 16 mei 2013
Publicatie resultaten 1kw2013 16 mei 2013
Publicatie resultaten 2kw2013 8 augustus 2013
Publicatie resultaten 3kw2013 14 november 2013
Publicatie resultaten 4kw2013 13 februari 2014

[ Jaarverslag KBC 2012 ] 196

Talk to a Data Expert

Have a question? We'll get back to you promptly.