Environmental & Social Information • Apr 2, 2025
Environmental & Social Information
Open in ViewerOpens in native device viewer
JAARVERSLAG 2024 -VOLUME 2 DUURZAAMHEIDSVERKLARING


| 7.1 | Grondslag voor het opstellen van de informatie |
4 |
|---|---|---|
| 7.2 | Deel I – GBL holding | 9 |
| 7.3 | Deel II – GBL geconsolideerd | 48 |
| 7.4 | Appendix | |
| Appendix I - Affidea Appendix II - Sanoptis Appendix III - Canyon Appendix IV - Sienna IM Appendix V - Imerys |
80 185 226 338 447 |
|
| 7.5 | Verslag van de Commissaris | 615 |
Overeenkomstig met de Richtlijn (EU) 2013/34, zoals gewijzigd, onder meer door de Corporate Sustainability Reporting Directive (EU) 2022/2664 ("CSRD") zoals omgezet in Belgisch recht op grond van de wet van 2 december 2024 betreffende de verschaffing van duurzaamheidsinformatie door bepaalde bedrijven en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie en die diverse bepalingen bevat, en de European Sustainability Reporting Standards ("ESRS") die zijn goedgekeurd op grond van de Commission Delegated Regulation (EU) 2023/2772, heeft Groupe Bruxelles Lambert NV ("GBL") haar eerste geconsolideerde duurzaamheidsverklaring opgesteld met betrekking tot het boekjaar dat start op 1 januari 2024 en eindigt op 31 december 2024. In dit duurzaamheidsverslag worden GBL en haar geconsolideerde dochterondernemingen de "groep" genoemd.
Rekening houdend met de bepalingen van ESRS 1 §54, §55 en §110, heeft GBL beslist om haar geconsolideerde duurzaamheidsverklaring te structureren op een uitgesplitste basis van de gerapporteerde informatie om een goed inzicht te garanderen in de impact van de groep op duurzaamheidskwesties en hoe duurzaamheidskwesties de groei, prestaties en positie van de groep beïnvloeden betreffende risico's en opportuniteiten. Dit wordt hieronder verder toegelicht.
De marktpraktijk voor de toepassing en interpretatie van bepaalde begrippen in de CSRD, de uitvoeringswetgeving daarvan en de ESRS is nog niet vastgesteld, aangezien deze regels pas onlangs zijn ingevoerd. Het kan dus zijn dat naarmate de marktpraktijk zich daaromheen ontwikkelt en de CSRD, de uitvoeringswetgeving en de ESRS verder worden ontwikkeld, onze rapportering zich kan ontwikkelen.
Ondanks enkele onzekerheden rond de toepassing in de praktijk van de CSRD, de uitvoeringswetgeving en de ESRS, heeft GBL al het mogelijke gedaan om betrouwbare gegevens te verzamelen die zijn voorgeschreven door de toepasselijke regels. De door de CSRD gepresenteerde informatie in deze duurzaamheidsverklaring gebeurt op basis van GBL's beste inzicht in de begrippen en concepten gebruikt onder de CSRD, haar uitvoeringswetgeving en de ESRS (zoals verduidelijkt door onder meer de Europese Commissie, de EFRAG en de bevoegde Belgische autoriteiten).
Overeenkomstig met ESRS 1, §105 en §106 en ESRS 2 §5(d) wordt geen informatie verschaft over: (i) geclassificeerde of gevoelige informatie, en (ii) informatie die intellectueel eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie vormt, indien deze (a) geheim is in die zin dat deze, als geheel of in de precieze samenstelling en samenstelling van de bestanddelen ervan, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met het betrokken soort informatie, (b) commerciële waarde heeft omdat deze geheim is, en (c) onderworpen is aan redelijke maatregelen om deze geheim te houden. In dat geval bevat het duurzaamheidsverslag echter alle andere vereiste informatie over de relevante rapporteringsvereisten (overeenkomstig met ESRS 1, §107) en heeft GBL alle redelijke inspanningen geleverd om ervoor te zorgen dat, afgezien van de weglating van de geclassificeerde of gevoelige informatie of van het specifieke informatie-element dat intellectueel eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie vormt, de algemene relevantie van de betreffende openbaarmaking niet in het gedrang komt (overeenkomstig met ESRS 1, §108).
Ten slotte, overeenkomstig met artikel 29a(3), van de Accounting Directive en Artikel 3:32/3, §5 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, wordt geen informatie verschaft over naderende ontwikkelingen en kwesties waarover wordt onderhandeld wanneer, het naar behoren gemotiveerde advies van de Raad van Bestuur van GBL, de verschaffing van die informatie ernstig afbreuk zou doen aan de commerciële positie van de groep, rekening houdend met het feit dat een dergelijk verzuim geen belemmering kan vormen voor een eerlijk en evenwichtig inzicht in de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de groep en de impact van haar activiteit.
GBL is een gevestigde investeringsholding die al meer dan zeventig jaar beursgenoteerd is. Als toonaangevende investeerder in Europa, die zich richt op duurzame waardecreatie op lange termijn en die steunt op een stabiel en ondersteunend familiaal aandeelhouderschap, streeft GBL naar het aanhouden van een gediversifieerde portefeuille van topkwaliteit, samengesteld uit globale ondernemingen die leiders zijn in hun sector, waarin de holding als betrokken professionele investeerder kan bijdragen tot de waardecreatie.
Als investeringsholding heeft GBL een tweeledige benadering gevolgd bij het structureren van haar geconsolideerde duurzaamheidsverklaring op een uitgesplitste basis, die rechtstreeks voortvloeit uit haar tweeledige verantwoordelijkheid en aanpak van investeren:
GBL's aanpak op gebied van verantwoord beheer is dus gestructureerd op elk hierboven vermeld niveau van verantwoordelijkheid, met telkens: (i) de identificatie van de meest relevante stakeholders en (ii) de dubbele materialiteitsanalyse (hierna de "DMA" genoemd) uitgevoerd volgens de ESRS.
Overeenkomstig met ESRS 1 §102 en ESRS 2 §5(b) bevestigt GBL dat de consolidatie van GBL's geconsolideerde duurzaamheidsverklaring is afgestemd op die van GBL's geconsolideerde financiële staten. De vereiste rapportering op geconsolideerd niveau voor de geconsolideerde groep wordt weergegeven in Deel II van deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring.
Tabel 01 hieronder geeft een overzicht van de ondernemingen en activa die onder de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring van GBL vallen en zowel de geconsolideerde groep als de waardeketen omvatten.
| GBL als verantwoorde onderneming | GBL als verantwoorde investeerder |
|---|---|
| GBL en haar directe en indirecte 100%- dochterondernemingen met als hoofdactiviteit het beheer van de investeringen | Geconsolideerde activa |
| – Moederonderneming: GBL SA – Directe en indirecte 100%-dochterondernemingen met betrekking tot het holdingsegment1 : GBL Verwaltung (LUX), GBL Advisors (UK), RPCE (FR), GBL Advisors (IT), GBL Advisor DE2 |
– Genoteerd: Imerys – Private activa: Affidea, Canyon, Sanoptis – Sienna Investment Managers ("SIM") |
| – Directe en indirecte dochterondernemingen gerelateerd aan GBL Capital3: GBL Capital (UK), Sienna Private Equity (FR), Sienna Venture Capital (FR) |
Niet-geconsolideerde activa – Genoteerd: adidas, Concentrix, Ontex, Pernod Ricard, SGS, Umicore – Private activa: Parques Reunidos, Voodoo – GBL Capital's portfolio |
Op de datum van dit duurzaamheidsverslag doet geen van de dochterondernemingen van GBL die onder de rapporteringsverplichtingen van de CSRD vallen, een beroep op een vrijstelling van rapportering voor het boekjaar dat op of na 1 januari 2024 start, omdat deze onder dit geconsolideerde duurzaamheidsverslag vallen.
Het toepassingsgebied van de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring omvat de dochterondernemingen van GBL (inclusief die in de investeringsportefeuille vermeld onder "GBL als verantwoorde investeerder") en bevat, overeenkomstig met ESRS 1 §63, informatie over de materiële impacts, risico's en opportuniteiten verbonden aan GBL via haar zakelijke relaties in de waardeketen (inclusief met betrekking tot haar niet-gecontroleerde deelnemingen). Overeenkomstig met ESRS 2 §5(c) omvat de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring ook de upstream- en downstreamwaardeketen van de groep, met uitzondering van de niet-gecontroleerde deelnemingen.
Overeenkomstig met de bepalingen van ESRS 1 §103 en §104 en EFRAG IG 14§130 en in lijn met de hierboven gepresenteerde aanpak van een tweeledig verantwoord beheer, heeft GBL bij de uitvoering van haar DMA-oefening gekozen voor een hybride en uitgesplitste benadering: de eerste benadering dient tot het definiëren van de impacts, risico's & opportuniteiten ("IRO's") die materieel zijn voor GBL als Verantwoorde Onderneming rekening houdend met haar investeringsactiviteiten en de tweede benadering die GBL toepast als Verantwoorde Investeerder voor IRO's die specifiek zijn voor de gecontroleerde participaties en die dus niet wijdverspreid zijn binnen de groep.
Verwijzend naar de vereisten van ESRS 1 §115 en ESRS 1 Appendix B KK19 heeft GBL haar geconsolideerde duurzaamheidsverklaring gestructureerd volgens deze hybride aanpak en als een samenhangend geheel in twee hoofdonderdelen:
Deel I van de duurzaamheidsverklaring van GBL behandelt GBL als Verantwoorde Onderneming (GBL holding en directe en indirecte 100%-dochterondernemingen) en is onderverdeeld in vier secties:
Elke hierboven vermelde ESG-sectie is gearticuleerd rond algemene toelichtingen, materiële IRO's en maatstaven en doelen.
Deel II van de duurzaamheidsverklaring van GBL is gewijd aan de (gecontroleerde en niet-gecontroleerde) participaties in de portefeuille van GBL die de missie van GBL als Verantwoorde Investeerder behandelen en is onderverdeeld in drie secties:
Deel II Sectie 1 is gewijd aan ESG integratie5 en de rol van GBL holding in het toezicht op entiteitspecifieke duurzaamheidsthema's. Als langetermijninvesteerder stelt het inzicht in de ESG-problematiek GBL in staat om negatieve impacts en risico's in te beperken en positieve impacts of opportuniteiten van de huidige en nieuwe investeringen in de portefeuille te identificeren. De ESG-integratie vertegenwoordigt de harmonisatie tussen de geaggregeerde aanpak op geconsolideerd niveau en de uitgesplitste aanpak toegepast op het niveau van elke gecontroleerde participatie. Zij vormt ook de interface tussen de geaggregeerde aanpak met betrekking tot de niet-gecontroleerde participaties.
1 Een volledige lijst van de geconsolideerde dochterondernemingen van GBL (met "holding" als hoofdactiviteit) die onder de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring vallen, is beschikbaar in toelichting 6.1.7 van de geconsolideerde financiële staten
2 GBL Advisors DE is een adviesorganisatie zonder activiteit en zonder omzet op de datum van dit duurzaamheidsverslag
3 Een volledige lijst van de geconsolideerde dochterondernemingen van GBL (met "GBL Capital en Sienna Investment Managers" als hoofdactiviteit) die onder de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring vallen, is beschikbaar in toelichting 6.1.7 van de geconsolideerde financiële staten
4 Implementatiegids van EFRAG voor de materialiteitsanalyse
5 De Principles for Responsible Investment (PRI) definieert ESG-integratie als "het expliciet en systematisch opnemen van ESG kwesties in investeringsanalyse en investeringsbeslissingen"
Deel II Sectie 2 en Deel II Sectie 3 zijn gewijd aan de duurzaamheidsinformatie met betrekking tot de participaties van GBL. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de gecontroleerde en de niet-gecontroleerde participaties op basis van de toepasselijke rapporteringsvereisten van de ESRS.
Deel II Sectie 2 behandelt gecontroleerde deelnemingen alsook de vereiste duurzaamheidsinformatie die op geconsolideerde basis wordt opgesteld (in lijn met de scope van de geconsolideerde financiële staten van GBL). Beschouwd als dochterondernemingen die informatieverschaffing op geconsolideerde basis vereisen overeenkomstig met ESRS 1 §62 en ESRS 2 §5(b), zijn gecontroleerde deelnemingen samen met GBL en haar andere dochterondernemingen opgenomen in de omtrek van GBL's geconsolideerde duurzaamheidsverklaring. Vanuit dat perspectief is Deel II Sectie 2 onderverdeeld in drie onderafdelingen:
De duurzaamheidsverklaringen van deze ondernemingen in gecontroleerde portefeuille, zoals gepresenteerd in de Appendix bij deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring, maken integraal deel uit van de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring. Op de datum van dit duurzaamheidsverslag zijn deze portefeuillebedrijven: Imerys (genoteerde activa) en Affidea, Canyon, Sanoptis (private activa) en Sienna Investment Managers.
Deel II Sectie 3 behandelt de rapporteringsvereisten voor niet-gecontroleerde portefeuillebedrijven. Overeenkomstig met ESRS 1 §63, EFRAG IG 21 §28, §66 en §67 worden niet-gecontroleerde portefeuilleparticipaties (hetzij genoteerde of private portefeuillebedrijven, inclusief de portefeuille van GBL Capital) beschouwd als de zakelijke relaties van GBL. Niet-gecontroleerde portefeuilleparticipaties zijn dus opgenomen in de waardeketen van GBL als investeringen en zijn dus onderworpen aan verplichte specifieke informatieverschaffing, met name wat betreft scope 3 BKG-emissies. Deze sectie behandelt ook de rapporteringsvereisten met betrekking tot de upstream- en downstreamwaardeketen van de groep buiten de niet-gecontroleerde portefeuillebedrijven.
1 Implementatiegids van EFRAG voor de waardeketen
Tabel 01 hieronder geeft een samenvatting van de structuur van GBL's geconsolideerde duurzaamheidsverklaring en de overeenstemming met de ESRS-vereisten.
| Duurzaamheidsverklaring (ESRS 1 §115) | Algemene informatie |
Milieu Informatie |
Sociale informatie |
Governance informatie |
Entiteitspeci fieke informatie |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
| Behandelde ESRS | ESRS 2 | ESRS E1 | ESRS S1 | ESRS G1 | ES | |
| 7.1 | Grondslag voor het opstellen van de informatie | pagina 4 | ||||
| 7.2 | Deel I – GBL holding | pagina 9 | ||||
| 7.2.1 | Algemene informatie | pagina 9 | ||||
| 7.2.1.8 | Dubbele materialiteitsanalyse | pagina 13 | ||||
| 7.2.2 | Milieu informatie | pagina 25 | ||||
| 7.2.3 | Sociale informatie | pagina 35 | ||||
| 7.2.4 | Governance informatie | pagina 44 | ||||
| 7.2.5 | Filantropie | pagina 46 | ||||
| 7.3 | Deel II – GBL geconsolideerd | pagina 48 | ||||
| 7.3.1 | ESG Integratie | pagina 48 | ||||
| 7.3.2 | Gecontroleerde deelnames | pagina 54 | ||||
| 7.3.2.1 | Algemene informatie | pagina 54 | ||||
| 7.3.2.2 | Geconsolideerde dubbele materialiteitsanalyse | pagina 54 | ||||
| 7.3.2.3 | Geconsolideerde milieu informatie (inc.Taxonomie) | pagina 64 | ||||
| 7.3.2.4 | Geconsolideerde sociale informatie | pagina 76 | ||||
| 7.3.2.5 | Geconsolideerde governance informatie | pagina 77 | ||||
| 7.3.2.6 | Duurzaamhweidsverklaringen van gecontroleerde deelnemingen |
pagina 77 | ||||
| 7.3.3 | Niet-gecontroleerde deelnemingen | pagina 78 | ||||
| 7.3.3.1 | BKG informatie | pagina 78 | ||||
| 7.3.3.2 | SBTi-dekking | pagina 79 | ||||
| 7.4 | APPENDIX | Algemene informatie |
Milieu informatie | Sociale informatie |
Governance informatie |
Entiteitspecifieke informatie |
| Behandelde ESRS (indien relevant) | ESRS 2 | ESRS E1, E2, E3, E4, E5 |
ESRS S1, S2, S3, S4 |
ESRS G1 | ES | |
| 7.4.1 | Appendix I – Affidea | pagina 80 | pagina 104 | pagina 122 | pagina 173 | - |
| 7.4.2 | Appendix II – Sanoptis | pagina 185 | - | pagina 205 | - | pagina 223 |
| 7.4.3 | Appendix III – Canyon | pagina 226 | pagina 255 | pagina 292 | pagina 226 | - |
| 7.4.4 | Appendix IV – Sienna IM | pagina 338 | pagina 369 | pagina 400 | pagina 433 | pagina 442 |
| 7.4.5 | Appendix V – Imerys | pagina 447 | pagina 475 | pagina 531 | pagina 573 | |
| 7.5 | Verslag van de Commissaris | pagina 615 |
Tabel 02 – Geconsolideerde duurzaamheidsverklaring van GBL & ESRS vereisten
Er is geen rekening gehouden met specifieke omstandigheden, tenzij deze zijn vermeld samen met de in deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring opgenomen informatie. In het algemeen definieert GBL korte, middellange en lange termijn horizonten overeenkomstig met ESRS 1, §77.
Voor GBL omvat "personeel" zowel werknemers als medewerkers niet in loondienst (deze laatste bestaan voornamelijk uit adviseurs of deskundigen op een specifiek gebied), terwijl "eigen personeel" beperkt is tot enkel werknemers.
Zie §7.2.2.7 BKG-emissies, pagina 32 voor GBL holding en de relevante toelichtingen in §7.4 Appendix, pagina 80 voor de verschillende geconsolideerde entiteiten.
Om haar duurzaamheidsverklaring te versterken en tegelijk te voldoen aan de ESRS-bepalingen en specifieke rapporteringsvereisten, heeft GBL gebruik gemaakt van inzichten uit de volgende leidende kaders om de interpretaties en toelichtingen in overeenstemming met de ESRS-normen te ondersteunen:
Ten behoeve van haar geconsolideerde duurzaamheidsverklaring en overeenkomstig met ESRS 1, Appendix C, heeft GBL de infaseringsbepalingen toegepast met betrekking tot ESRS 2 SBM-3 §48(e) infaseringbepaling op beoogde financiële effecten van de materiële IRO's en de interactie met de strategie en het business model, en ESRS E1 E1-9 gerelateerd aan de beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatgerelateerde opportuniteiten, waarbij deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring dergelijke informatie niet bevat voor de rapportering van dit jaar.
Zie de informatieverschaffingen van de geconsolideerde entiteiten (§7.4 Appendix, pagina 80) voor specifieke informatie over infaseringsbepalingen die zijn toegepast in overeenstemming met ESRS 1, Appendix C.
Deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring kan, in overeenstemming met de vereisten van het ESRS, verklaringen bevatten die "prospectieve verklaringen" zijn, of geacht worden te zijn, die toekomstgericht van aard zijn. Alle uitspraken anders dan historische feiten zijn prospectieve verklaringen. Ze zijn gebaseerd op huidige verwachtingen en projecties over toekomstige gebeurtenissen en zijn daarom onderhevig aan risico's en onzekerheden die ertoe kunnen leiden dat de werkelijke resultaten afwijken van de toekomstige resultaten die worden uitgedrukt of geïmpliceerd door de prospectieve verklaringen. Dergelijke prospectieve verklaringen zijn geen garantie voor toekomstige prestaties en de werkelijke resultaten kunnen als gevolg van verschillende factoren wezenlijk verschillen van die in de prospectieve verklaringen. Er wordt geen garantie gegeven met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het behalen of de redelijkheid van dergelijke uitspraken en er wordt geen verplichting aangegaan om dergelijke uitspraken te herzien of bij te werken om gebeurtenissen of omstandigheden weer te geven die zich voordoen of die bestaan na de datum van deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring.
De samenstelling van de Raad van Bestuur van GBL weerspiegelt het aandeelhouderschap van de Vennootschap. GBL wordt gecontroleerd door Pargesa SA, een onderneming gecontroleerd door Zwitsers recht, zelf onder de controle van Parjointco SA, een onderneming naar Belgisch recht die gezamenlijk gecontroleerd wordt door de groepen Frère en Power Corporation of Canada, op grond van een overeenkomst die in 1990 door beide groepen werd ondertekend. Deze overeenkomst heeft tot doel een gelijke controle te handhaven tussen de groep Power Corporation of Canada en de groep Frère in Pargesa SA, GBL en hun respectievelijke aangewezen dochterondernemingen. Het is verlengd op 16 december 2012 en loopt af in 2029 indien niet verlengd.
Op 31 december 2024 telde de Raad van Bestuur van GBL op een totaal van elf leden, zes vertegenwoordigers voorgesteld door de controlerende aandeelhouder, Pargesa SA. De structuur van het aandeelhouderschap bepaalt de samenstelling van de Raad van Bestuur. Ze wijkt af van Artikel 3.7 van de 2020 Belgische Corporate Governance Code die een samenstelling van de Raad van Bestuur voorstelt zodat geen enkele Bestuurder of groep van Bestuurders de besluitvorming kan controleren. Deze controlestructuur verklaart ook de aanwezigheid, per 31 december 2024, van vertegenwoordigers voorgesteld door de controleaandeelhouder, Pargesa SA, in het Auditcomité (twee van de vier leden) en in het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité (één van de drie leden).
Het is ook in dit kader dat GBL een diversiteitsbeleid ontwikkelde voor haar Raad van Bestuur overeenkomstig met de wet van 3 september 2017 betreffende de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde vennootschappen en groepen. In de loop der jaren heeft GBL het aantal vrouwen in de Raad van Bestuur en in de Comités geleidelijk verhoogd, overeenkomstig met de wet van 28 juli 2011, die streeft de aanwezigheid van vrouwen in de Raad van Bestuur van genoteerde vennootschappen te garanderen. Op de datum van deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring verwelkomde de Raad van Bestuur van GBL op een totaal van elf leden vier vrouwelijke Bestuurders (36%).
Op 31 december 2024 telde de Raad van Bestuur van GBL tien niet-uitvoerende Bestuurders (91%) en één uitvoerende Bestuurder (de Chief Executive Officer) op een totaal van elf leden. De Vennootschap zorgt voor de aanwezigheid en bijdrage van Bestuurders met verschillende achtergronden en vaardigheden, alsook voor een voldoende aantal onafhankelijke Bestuurders (vier onafhankelijke Bestuurders (36%) op de in totaal elf leden), waardoor de belangen van alle shareholders van de Vennootschap worden gerespecteerd. Deze opzet wordt beschouwd om GBL een flexibele governance te bieden die beter is aangepast aan de strategische uitdagingen.
Werknemers en andere personeelsleden van GBL zijn op de datum van deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring niet vertegenwoordigd in de Raad van Bestuur van GBL.
Het uitvoerend management ("C-niveau") van GBL bestaat uit drie senior leden: de CEO, de CFO en de Secretaris-Generaal en Juridisch Directeur.
Zie het hoofdstuk Deugdelijk Bestuur van het Jaarverslag 2024 (§2.2 Raad van Bestuur en Comités, pagina 28).
De Raad van Bestuur van GBL overziet de IRO-gerelateerde strategische richtingen, het beleid, de projecten, de middelen, de prestaties, de rapportering en de betrokken processen.
In dat kader besteedt de Raad van Bestuur van GBL een aanzienlijk deel van haar activiteit aan de ontwikkeling van de strategische plannen van de groep en meer bepaald aan het onderzoek van investerings- en desinvesteringsprojecten. De Raad van Bestuur evalueert ook jaarlijks met de CEO en de Head of ESG de strategie, het beleid, de maatregelen en de prestaties die zijn uitgevoerd om materiële IRO's aan te pakken die zowel GBL als "verantwoorde onderneming" als GBL als "verantwoorde investeerder" omvatten. Daarnaast wordt de Raad van Bestuur tijdens elke vergadering op de hoogte gehouden van de recentste belangrijke ontwikkelingen wat betreft materiële IRO's via een toegewijde sectie in de CEO-brief. Bovendien en rekening houdend met het ESG-integratieproces dat bij GBL wordt uitgevoerd, bevat elke investeringsmemo die door de CEO aan de Raad van Bestuur wordt voorgelegd, standaard de belangrijkste materiële IRO-bevindingen en implicaties voor het betrokken investeringsscenario. Het onderzoek van de investerings- en desinvesteringsprojecten en de materialiteitsanalyse van de IRO's zijn met name gebaseerd op de lijst van duurzaamheidskwesties vermeld in het Toepassingsvoorschrift in Bijlage A bij ESRS 1 en alle andere kwesties die zijn geïdentificeerd op basis van de specifieke omstandigheden van de groep. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de onderstaande beschrijving van het proces voor stakeholder betrokkenheid.
Het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité evalueert en beoordeelt de IRO's met betrekking tot GBL handelend in haar hoedanigheid van "verantwoorde onderneming". De conclusies van elke vergadering van het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité worden door de Voorzitster aan de Raad van Bestuur meegedeeld.
In het kader van de ESG integratieaanpak bekijkt en beoordeelt het Auditcomité jaarlijks de risico's inherent aan het optreden van GBL als "verantwoorde investeerder", inclusief een IRO-specifieke risicobeoordeling uitgevoerd in het kader van het monitoringsproces van de portefeuille (zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48).
In overeenstemming met de CSRD-vereisten zoals omgezet in de Belgische wetgeving, zijn de taken van het Auditcomité in 2024 uitgebreid tot het monitoren van de duurzaamheidsrapportering: (i) het informeren van de Raad van Bestuur over het resultaat van de assurance van duurzaamheidsrapportering en hoe de assurance heeft bijgedragen aan de integriteit van de duurzaamheidsrapportering, inclusief wat de rol was van het Auditcomité in het proces; (ii) het monitoren van het duurzaamheidsrapporteringsproces; (iii) het monitoren van de interne controle en risicomanagementsystemen met betrekking tot duurzaamheidsrapportering; (iv) het monitoren van de assurance van de duurzaamheidsrapportering en; (v) het bewaken van de onafhankelijkheid van de onafhankelijke assurance provider. Het Auditcomité heeft deze taken doorlopend uitgevoerd door het jaar 2024. De conclusies van elke vergadering van het Auditcomité worden door de Voorzitster aan de Raad van Bestuur meegedeeld.
De CEO is verantwoordelijk voor het toezicht op de bepaling en uitvoering van de IRO-strategie. Hij doet een beroep op de expertise van de CFO, de Secretaris-Generaal en Juridisch Directeur en de Head of ESG.
GBL is evenwel van mening dat, naast het zetten van de toon aan de top, een goede ESG-integratie een verregaande betrokkenheid van het personeel vergt, aangezien de bedrijfscultuur van essentieel belang is om de naleving van de GBL-strategie te garanderen. Alle bedrijfsfuncties zijn daarom betrokken, voornamelijk: (i) het investeringsteam dat belast is met het overwegen van een geschikte ESG-integratieaanpak van GBL als een "verantwoorde investeerder" in elke fase van de investeringscyclus; (ii) de CFO die belast is met het algemene risicokader van GBL; (iii) de Secretaris-Generaal en de juridische en personeelsdiensten die belast zijn met sociale en governanceaangelegenheden; (iv) de Head of ESG die belast is met milieuaangelegenheden en; (v) de Communicatieverantwoordelijke belast met de interne en externe communicatie.
De Raad van Bestuur van GBL ziet erop toe dat de nodige mechanismen voor de opvolging van de prestaties voorhanden zijn via verschillende belangrijke acties: (i) de Raad van Bestuur wordt bijgestaan door zijn Comités (Auditcomité, Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité) om strategische beslissingen, financiële en duurzaamheidsrapportering, risicobeheer en naleving, en prestaties te overzien; (ii) er worden regelmatig vergaderingen gehouden om strategische initiatieven, investeringsactiviteiten, operationele activiteiten, financiële en duurzaamheidsprestaties alsook interne controles te evalueren; (iii) GBL verwijst naar verschillende prestatiemaatstaven en kritische prestatie-indicatoren ("KPI's") om de prestaties over de verschillende dimensies van materiële IRO's op te volgen en te beoordelen zoals weergegeven in haar remuneratiebeleid (het "Remuneratiebeleid"); en (iv) GBL voert op regelmatige basis overleg met stakeholders zoals bijvoorbeeld Algemene Vergaderingen en andere fora om de prestaties van de onderneming af te stemmen op de verwachtingen van stakeholders.
Zie de hoofdstukken Deugdelijk Bestuur en Risicobeheer van het Jaarverslag 2024 (§2.2 Raad van Bestuur en Comités, pagina 28; §2.3 Remuneratiebeleid, pagina 40; §3.1 Risicobeheer en interne controle, pagina 54).
GBL heeft voor de CEO een duurzaamheidsgerelateerde beloningsregeling ingevoerd. Raadpleeg het hoofdstuk Deugdelijk Bestuur van het Jaarverslag 2024 voor meer informatie (§2.3 Remuneratiebeleid, pagina 40).
Het due-diligenceproces van GBL ondersteunt de informatieverschaffing voor de duurzaamheidsverklaringen van GBL in elke fase van de bepaling en uitvoering van haar strategie met betrekking tot duurzame IRO's. Raadpleeg de onderstaande tabel voor meer informatie en de desbetreffende thematische ESRS.
Zie de onderstaande tabel en de gerelateerde thematische ESRS en toelichtingen in de Appendix (zie §7.4 Appendix, pagina 80).
| Rapportering | Pagina's | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Bijdrage van due diligence aan governance, strategie en businessmodel | |||||
| ESRS 2 GOV-2 | Informatie verschaft aan de Raad van Bestuur van GBL | pagina 9, pagina 49 | |||
| ESRS 2 GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | pagina 40, vol. I | |||
| ESRS 2 SBM-3 | Materiële IRO's en de wisselwerking daarvan met de strategie en het bedrijfsmodel | pagina 14, pagina 49 | |||
| Bijdrage van de betrokkenheid van stakeholders | |||||
| ESRS 2 GOV-2 | Informatie verschaft aan de Raad van Bestuur van GBL | pagina 13 | |||
| ESRS 2 SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | pagina 13 | |||
| ESRS 2 IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële IRO's in kaart te brengen en te beoordelen | pagina 13, pagina 49 | |||
| ESRS 2 MDR-P | Beleid aangenomen voor het beheer van materiële duurzaamheidskwesties | pagina 14 | |||
| Bijdrage aan de identificatie en beoordeling van negatieve impacts | |||||
| ESRS 2 IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële IRO's in kaart te brengen en te beoordelen | pagina 13, pagina 49 | |||
| ESRS 2 SBM-3 | Materiële IRO's en de wisselwerking daarvan met de strategie en het bedrijfsmodel | pagina 14, pagina 49 | |||
| Ondersteuning bij de bepaling van het scala aan maatregelen (inclusief transitieplan) | |||||
| ESRS 2 MDR-A | Maatregelen en middelen wat betreft materiële duurzaamheidskwesties | pagina 9 | |||
| ESRS 2 MDR-M | Maatstaven wat betreft materiële duurzaamheidskwesties | pagina 9 | |||
| ESRS 2 MDR-T | Effectiviteit van beleid en maatregelen monitoren aan de hand van doelen | pagina 9 |
Tabel 03 – GBL due diligence verklaring
Voor informatie over het proces van interne controle over het duurzaamheidsrapporteringsproces, zie hoofdstuk Risicobeheer van het Jaarverslag 2024 (§3.2.3 Risicobeheer en interne controles, pagina 64 en §3.2.4 Controleactiviteiten opgezet door GBL, pagina 65).
GBL is een gevestigde investeringsholding die al meer dan zeventig jaar beursgenoteerd is. Als toonaangevende investeerder in Europa, die zich richt op duurzame waardecreatie op lange termijn en die steunt op een stabiel en ondersteunend familiaal aandeelhouderschap, streeft GBL naar het aanhouden van een gediversifieerde portefeuille van topkwaliteit, samengesteld uit globale ondernemingen die leiders zijn in hun sector, waarin de holding als betrokken professionele investeerder kan bijdragen tot de waardecreatie.
Als investeringsholding hanteert GBL een dubbele aanpak bij het structureren van haar duurzaamheidsstrategie die rechtstreeks voortvloeit uit haar tweeledige verantwoordelijkheid en aanpak van investeren:
De kernprocessen van GBL hebben dus betrekking op: (i) de fase vóór de investering (oorsprong, due diligence) en de fase na de investering (waardecreatie en opvolging, desinvestering); en (ii) de ondersteunende activiteiten.
Intrinsiek aan de aard van haar investeringsholdingactiviteit is GBL vrij beperkt blootgesteld aan de upstreamwaardeketen, voornamelijk via de zakelijke relaties die ze onderhoudt met een potentiële grote groep financiële dienstverleners (bv. auditors, financieel adviseurs en consultants, advocaten), haar verhuurders (kantoren) en haar leveranciers van mobiliteitsdiensten (bv. mobiliteitshulpmiddelen die GBL aan haar eigen personeel ter beschikking stelt). In overeenstemming met de Deontologische Code van GBL (de "Code") en de Gedragscode voor Leveranciers van GBL (de "Leverancierscode"), onderhoudt GBL met deze leveranciers contractuele en commerciële relaties die marktconform zijn om haar activiteiten uitvoeren. In overeenstemming met de toepasselijke servicevoorwaarden kunnen dergelijke zakelijke relaties niet worden geadverteerd.
Overeenkomstig met ESRS 1 §63, EFRAG IG 2 §26, §66 en §67 maken de niet-gecontroleerde portefeuilleparticipaties van GBL (hetzij genoteerde of private portefeuillebedrijven, inclusief de portefeuille van GBL Capital) deel uit van de zakelijke relaties van GBL die als investeringen in de waardeketen van GBL worden beschouwd. De portefeuille van GBL's deelnemingen wordt toegelicht in het Overzicht van de portefeuille van het Jaarverslag 2024 (Hoofdstuk 4, Overzicht van de portefeuille, pagina 69).
Als investeringsholding die permanent kapitaal investeert, heeft GBL geen klanten.
Het doel van GBL's stakeholderbetrokkenheidsproces is GBL in staat te stellen de potentiële belangen en zorgen van de belangrijkste stakeholders te identificeren op basis van een voortdurende interactie en dialoog tussen GBL en de belangrijkste geïdentificeerde stakeholders. Het ondersteunt het identificeren en definiëren van duurzaamheidskwesties en gerelateerde IRO's waarop GBL criteria zal toepassen om potentiële impact en financiële materialiteit te analyseren, en ondersteunt het formuleren van strategieën, beleid, actieplannen en doelen om materiële impacts en risico's te mitigeren. Zij ziet erop toe dat GBL deze ontwikkelingen en prestaties op regelmatige basis deelt met de belangrijkste geïdentificeerde shareholders. In 2024 heeft GBL haar DMA-proces voor het eerst uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten van ESRS 1 sectie 3 en EFRAG IG 1.
Overeenkomstig met ESRS 1 sectie 3.1 zijn de door GBL geïdentificeerde stakeholders verdeeld over de volgende categorieën:
Overeenkomstig met ESRS 1 sectie 3.1 en rekening houdend met het feit dat ingevolge ESRS 1 §24 en §45 en EFRAG IG 1 FAQ 5.4 de impactmaterialiteit wordt geïnformeerd door het due diligence proces, de volgende categorieën stakeholders als belangrijkste stakeholders voor GBL worden beschouwd:
Gezien de aard van de contractuele en commerciële relaties tussen GBL en de hierboven vermelde stakeholders in de financiële dienstensector en verhuurders en facilitaire opdrachtnemers (zie ESRS 2, SBM-1 §42 en ESRS 1, Appendix A, TV 14), is GBL van mening dat duurzaamheidsthema's en bijbehorende IRO's voor deze groepen niet relevant zijn voor haar eigen stakeholderbetrokkenheidsstrategie en dat ze dus niet zijn opgenomen in de lijst van belangrijkste stakeholders.
De natuur als 'stille' stakeholder heeft GBL ook meegenomen in haar mapping van de waardeketen en de mapping van de stakeholders. Gezien de kenmerken van de activiteiten van GBL, hoofdzakelijk een kantooractiviteit, werd de 'natuur' als niet relevant voor GBL beschouwd en werd ze dus niet opgenomen in de lijst van belangrijkste stakeholders.
Overeenkomstig met ESRS 1 §24 en §45 en EFRAG IG 1 FAQ 5.4 en voor de opstelling van de DMA en de identificatie en validatie van de materiële IRO's werden de belangrijkste stakeholders van GBL op een gestructureerde manier betrokken in de vier belangrijkste fasen van het engagementproces om de lijst van materiële IRO's te valideren:
In 2024 werd het stakeholder engagement van GBL uitgevoerd via rechtstreekse interviews met de vertegenwoordigers van de verschillende hierboven vermelde categorieën stakeholders. De interviews met de interne en externe stakeholders zijn gebaseerd op scripts die ingaan op een reeks vragen op basis van het profiel en de deskundigheid van de stakeholders en de uitkomsten daarvan worden gedocumenteerd via de opstelling van notulen.
De Raad van Bestuur en het Auditcomité van GBL worden jaarlijks geïnformeerd over de standpunten en belangen van getroffen stakeholders wat betreft duurzaamheidsimpacts. Het resultaat van de betrokkenheid van de stakeholders van GBL ondersteunt de identificatie, definitie en validatie van belangrijke IRO's die door GBL worden geselecteerd als onderdeel van de DMA-oefening. De belangrijkste stakeholders die betrokken zijn bij het engagementproces van GBL in 2024 zijn rechtstreeks betrokken bij de formulering en uitvoering van de strategie van GBL alsook bij de uitvoering van het businessmodel van GBL.
Voor GBL als "verantwoorde onderneming" is de DMA-methodologie gebaseerd op vier belangrijke stappen: (i) het identificeren van het duurzaamheidslandschap; (ii) het identificeren van een initiële lijst van IRO's ondersteund door stakeholderbetrokkenheid; (iii) de analyse van de impact en de financiële materialiteit, en (iv) het in kaart brengen van de lijst van ESG-thema's en materiële IRO's.
De eerste stap van de DMA is gericht op het schetsen van het duurzaamheidslandschap specifiek voor GBL en haar primaire activiteiten, alsook het identificeren van de belangrijkste stakeholders die impact ondervinden en hun respectieve bijdragen.
Deze stap ondersteunt het onderzoek naar potentiële materiële ESG-thema's om in een volgende fase de potentiële IRO's te beoordelen. In overeenstemming met de uiteenzetting in het kader van de Grondslag voor het opstellen van informatie en de beschrijving van het Scope (zie §7.1 Grondslag voor het opstellen van informatie, pagina 4), bestaat de eerste stap erin de activiteiten van de groep, haar zakelijke relaties en de context van de activiteiten van GBL grondig te analyseren.
Tijdens deze stap worden de volgende taken uitgevoerd: (i) de analyse van de strategie, de financiële staten en de ESG-rapportering van GBL over de voorgaande perioden; (ii) een evaluatie van de economische activiteiten en hun geografische locaties; (iii) het in kaart brengen van de zakelijke relaties in de upstream- en (of) downstreamwaardeketen, inclusief soort en aard van de zakelijke relaties; (iv) inzicht in de getroffen stakeholders en hun potentiële belangen; (v) het raadplegen van gepubliceerde informatie van sectorgenoten; en (vi) de analyse van het relevante wet- en regelgevingslandschap van GBL.
Stakeholderbetrokkenheid ondersteunt het identificeren en vastleggen van de lijst van duurzaamheidsthema's en gerelateerde IRO's waarop GBL criteria zal toepassen om de potentiële impact en financiële materialiteit te analyseren en de te verschaffen materiële informatie te bepalen. Op basis van de stakeholdermapping die GBL uitvoert, wordt via interviews met een selectie van verschillende interne en externe stakeholders een dialoog opgestart om potentiële materiële ESG-thema's en thema's in verband met de bedrijfsactiviteiten van GBL in kaart te brengen en te evalueren.
Om ervoor te zorgen dat de standpunten en belangen van stakeholders in de verschillende stadia van de DMA worden verzameld, kunnen sommige stakeholders meerdere malen bij de verschillende stadia van het proces worden betrokken, d.w.z. (i) identificatie en validatie van potentiële ESG-thema's en daarmee samenhangende IRO's; (ii) validatie van de beoordeling en scores die zijn uitgevoerd tijdens de fase van de impact-materialiteit; en (of) (iii) validatie van de beoordeling en scores die zijn uitgevoerd tijdens financiële materialiteit fase.
Gezien de activiteiten en de waardeketen van GBL en onder voorbehoud van volledigheid en samenhang, wordt de ontwikkeling van de lange lijst van ESG-thema's en gerelateerde IRO's ondersteund door een diepgaande evaluatie en analyse van verschillende informatiebronnen: (i) de lijst van de duurzaamheidsthema's in overeenkomst met ESRS 1 TV.16 wordt als uitgangspunt gebruikt; (ii) ESG-thema's en gerelateerde IRO's die via het gebruik van de Equintel AI DMA-oplossing zijn geïdentificeerd, worden aan de initiële lijst toegevoegd; (iii) er wordt een cross-check van potentiële ESG-thema's uitgevoerd via een sectorgenoten benchmarking beoordeling. Duurzaamheidsthema's en IRO's geïdentificeerd met behulp van de Equintel AI DMA-oplossing worden gebruikt als uitgangspunt voor de sectorgenoten benchmarking. Openbare informatie via jaarverslagen, duurzaamheidsverslagen, institutionele communicatie over duurzaamheid, bedrijfswebsites, sectorspecifieke communicatie, enz. ondersteunen de peer benchmark beoordeling; en (iv) tot slot wordt de lijst aangevuld door entiteitspecifieke onderwerpen die relevant zijn voor GBL als "verantwoorde onderneming".
De lange lijst van ESG-thema's en aanverwante IRO's wordt herzien om een tussenlijst van de ESG-thema's en IRO's op te stellen die gebruikt zal worden voor de impact- en financiële materialiteitsanalyse: i) elk element van de lange lijst wordt onderworpen aan een grondige analyse vanuit een relevantie standpunt, rekening houdend met de zakelijke overwegingen en de daarmee samenhangende opvattingen en belangen van de betrokken stakeholders; ii) vanuit een getrouwe vertegenwoordiging en verstaanbaarheid wordt bijzondere aandacht besteed aan de definitie van elk ESG-thema en elke IRO; iii) de stakeholderbetrokkenheidsstrategie ondersteunt de validatie van de tussenlijst met een focus op het begrijpen van de vraag wat de impact van GBL kan zijn op en (of) kan zijn op een specifiek ESG-thema en aanverwante IRO's of op het inschatten van de tijdshorizon en de waarschijnlijkheid van duurzaamheidsimpacts; en iv) drie categorieën stakeholders zijn betrokken om de volledigheid van de tussenlijst en de materialiteitsanalyse te identificeren, te beoordelen, te valideren en te waarborgen (een vertegenwoordiger de controlerende families, een vertegenwoordiger van het senior management van GBL en een vertegenwoordiger van het eigen personeel).
In overeenstemming met ESRS 1, Appendix A, TV 10 en TV 11, en EFRAG IG 1, §3.6, worden alle potentiële materiële ESG-thema's en daarmee samenhangende IRO's die in de tussenlijst zijn geïdentificeerd, gescoord op basis van de schaal (1 "minimaal" tot 5 "maximaal"), de reikwijdte (1 "beperkt" tot 5 "globaal"), de mate van onomkeerbaarheid (0 "zeer gemakkelijk te verhelpen" tot 5 "onomkeerbaar") en de waarschijnlijkheid (1 "zeer laag" tot 4 "zeer hoog") van de impact. GBL heeft als impact-materialiteitsdrempel "Gelijk aan of hoger dan 8" aangehouden.
De beoordeling van materiële impacts op basis van de hierboven beschreven criteria wordt uitgevoerd voor elke duurzaamheidskwestie dat op de tussenlijst is geïdentificeerd: i) aan elk criterium wordt een score toegekend, waarbij criteria ertoe kunnen leiden dat een thema als materieel wordt beschouwd: schaal, impact, onomkeerbaarheid (voor de negatieve impacts) en waarschijnlijkheid (voor de potentiële impacts); ii) er wordt een berekening gemaakt in toepassing van de passende berekeningsmethode met inachtneming van a) de positieve en negatieve impact gecombineerd met b) het potentiële en feitelijke kenmerk van deze impact; en iii) elk effect met een score gelijk aan of hoger dan acht wordt als materieel beschouwd.
De vaststelling van de drempelwaarden en de berekening van de scores voor elk duurzaamheidsthema dat op de tussenlijst wordt aangehouden, werden in eerste instantie uitgevoerd door de Head of ESG van GBL. De impact-materialiteitsdrempel werd aanvankelijk bepaald door de Head of ESG van GBL op basis van de input van de Equintel AI DMA tool. De drempels zijn gevalideerd door verschillende stakeholders tijdens de workshopsessies, in het bijzonder de CFO van GBL en de General Counsel en General Secretary van GBL.
Bovendien werd de shortlist besproken met stakeholders geïdentificeerd door de Head of ESG van GBL, waaronder de Raad van Bestuur van GBL die de controlerende families vertegenwoordigt, de Head of HR van GBL en de bankrelaties van GBL. De analyse van de impact-materialiteit werd afgerond met de validatie van de lijst van de materiële impacts door verschillende stakeholders en het senior management van GBL (CFO en General Counsel en General Secretary).
Wat de financiële materialiteit betreft, is het doel van het scannen van ESG-risico's en -opportuniteiten om een tussentijdse lijst op te stellen van ESG-thema's die voortkomen uit de risico- en opportuniteitsanalyse die volgens de onderstaande stappen wordt uitgevoerd: (i) elk element wordt onderworpen aan een grondige analyse vanuit een relevantieperspectief, rekening houdend met zakelijke overwegingen en opvattingen en standpunten van de verschillende stakeholders die bij het proces betrokken zijn; er wordt bijzondere aandacht besteed aan de definitie van elk risico of elke kans vanuit een getrouwe weergave en begrijpelijkheidsvereiste; (ii) stakeholderbetrokkenheid ondersteunt de beoordeling, validatie en volledigheid van de lijst van materiële risico's en opportuniteiten, en de evaluatie van de financiële effecten en de waarschijnlijkheid van de thema's in overeenstemming met de ESRS-criteria; (iii) de vergelijking wordt gemaakt tussen de lijst van daadwerkelijke en potentiële IRO's die is opgesteld in het kader van het hierboven beschreven proces voor de beoordeling van impactmaterialiteit, en de lijst die wordt gebruikt in GBL's risicobeheerproces met betrekking tot duurzaamheidskwesties (Enterprise Risk Management). Deze mapping heeft tot doel een schatting te maken van de waarschijnlijkheid van risico's en opportuniteiten en de daarmee samenhangende financiële impacts om de volledigheid van de lijst te garanderen; iv) de analyse van de impact-materialiteit en de financiële materialiteit houden verband met elkaar, en er wordt ook rekening gehouden met onderlinge afhankelijkheden tussen de twee dimensies door de financiële effecten van de eerder vastgestelde impacts in kaart te brengen; en v) de analyse van afhankelijkheden en de identificatie van specifieke zakelijke relaties die bijdragen aan het overwegen van aanvullende risico's of opportuniteiten wordt uitgevoerd om de tussenlijst aan te vullen. De potentiële afhankelijkheid van GBL van natuurlijke, menselijke en (of) sociale middelen wordt beoordeeld op basis van de bedrijfsprocessen en potentiële specifieke zakelijke relaties. ESG-thema's die in de tussenlijst zijn geïdentificeerd, worden vervolgens ingedeeld in risico- en opportuniteitcategorieën.
In overeenstemming met ESRS 1, Appendix A, TV 15 en EFRAG IG 1 §3.7 worden alle potentiële risico's en opportuniteiten die in de tussenlijst zijn geïdentificeerd, gescoord, met name rekening houdend met de potentiële omvang van het financiële effect (1 "zeer laag" tot 4 "zeer hoog") en de waarschijnlijkheid dat deze risico's en opportuniteiten zich op korte, middellange en lange termijn zullen voordoen (1 "zeer laag" tot 4 "zeer hoog"). "Gelijk aan of hoger dan 0,5" wordt door GBL als financiële materialiteitsdrempel aangehouden voor GBL "als verantwoorde onderneming". De financiële materialiteitsanalyse op basis van de hierboven beschreven criteria wordt uitgevoerd voor elk duurzaamheidsthema dat op de tussenlijst is geïdentificeerd: (i) aan elk criterium (omvang en waarschijnlijkheid) wordt een score toegekend; (ii) er wordt een berekening gemaakt in toepassing van de passende berekeningsmethode met inachtneming van de risico- of opportuniteitkwalificatie; en (iii) elk risico en elke opportuniteit met een score "gelijk of hoger dan 0,5" wordt als financieel materieel beschouwd.
De vaststelling van de drempelwaarden en de berekening van de scores voor elk duurzaamheidsthema dat in de tussenlijst werd opgenomen, werden in eerste instantie uitgevoerd door de Head of ESG van GBL. De drempels werden gevalideerd door verschillende stakeholders tijdens de workshopsessies, in het bijzonder de CFO van GBL en de Group Risk Controller van GBL.
Bovendien werd de shortlist besproken met stakeholders die in het kader van het engagementproces werden geïdentificeerd, waaronder het senior management van GBL, vertegenwoordigers van portefeuillebedrijven en het investeringsteam. De analyse van de financiële materialiteit werd afgerond met de validatie van de lijst van de materiële risico's en opportuniteiten door verschillende stakeholders en het senior management van GBL.
Op basis van de lijsten van ESG-thema's en gerelateerde IRO's werd een geconsolideerde lijst van materiële ESG-thema's en gerelateerde IRO's voor GBL als "verantwoorde onderneming" opgesteld. Deze lijst vormt de basis voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring en ondersteunt de productie van de DMA-matrix. De lijst van materiële ESG-thema's, gerelateerde IRO's en de DMA-matrix werd gevalideerd door het senior management van GBL, het Auditcomité van GBL en de Raad van Bestuur van GBL. Deze lijst zal jaarlijks worden herzien.
In het kader van het DMA-proces heeft GBL de volgende impacts als materieel geïdentificeerd:
GBL versterkt, het vermogen van GBL ondersteunt om kandidaten van een hoger kaliber aan te trekken, het een gezonde werkomgeving bevordert en de tevredenheid en productiviteit verhoogt;
Via het DMA-proces heeft GBL de volgende risico's en opportuniteiten als materieel geïdentificeerd:
Volgens het boekhoudbeleid van GBL worden GBL financiële staten geacht de actuele effecten van de eerder geïdentificeerde materiële risico's en opportuniteiten weer te geven. Zoals hierboven vermeld, moet voor de volledigheid worden opgemerkt dat GBL ten behoeve van haar geconsolideerde duurzaamheidsverklaring en overeenkomstig met ESRS 1, Appendix C, de infaseringsbepalingen met betrekking tot ESRS E1-9 heeft toegepast met betrekking tot de beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatgerelateerde opportuniteiten.
GBL streeft ernaar de weerbaarheid van haar strategie en businessmodel te waarborgen door te zorgen voor de permanente identificatie en mitigatie van materiële IRO's in het kader van het hierboven beschreven proces (zie §7.2.1.8 Proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren, pagina 13).
Tabel 04 hieronder geeft een samenvatting van de lijst van datapunten afgeleid van andere EU-wetgeving.
| Rapporterings vereisten |
Datapunt | Duurzaamheidsverklaring onderwerp |
SFDR referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie Bench markregulatie |
Referentie EU Klimaatwet |
Sectie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (d) | Genderdiversiteit in de Raad van Bestuur |
Indicator nr.13 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816 van de Commissie (27), Bijlage II |
pagina 9 | ||
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (e) | Percentage onafhankelijke Bestuurders |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
pagina 9 | |||
| ESRS 2 GOV-4 | 30 | Due diligence verklaring | Indicator nr.10 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 10 |
| Rapporterings vereisten |
Datapunt | Duurzaamheidsverklaring onderwerp |
SFDR referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie Bench markregulatie |
Referentie EU Klimaatwet |
Sectie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) i | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen |
Indicator nr.4 van Tabel 1 van Bijlage I |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 (28) van de Commissie Tabel 1: Kwalitatieve informatie over Milieurisico en Tabel 2: Kwalitatieve informatie over Sociaal risico |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
pagina 64 | |
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) ii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie |
Indicator nr.9 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | ||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens |
Indicator nr.14 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 (29), Art. 12(1); Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | ||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iv | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-1 | 14 | Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken |
Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
pagina 25 | |||
| ESRS E1-1 | 16 (g) | Ondernemingen uitgesloten van de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1, punten d) t/m g), en art. 12, lid 2 |
pagina 25 | ||
| ESRS E1-4 | 34 | Doelen voor BKG-emissiereductie | Indicator nr.4 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 6 |
pagina 29 | |
| ESRS E1-5 | 38 | Energieverbruik uit fossiele bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) |
Indicator nr.5 van tabel 1 en indicator nr. 5 Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-5 | 37 | Energieverbruik en energiemix | Indicator nr.5 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
pagina 31 | |||
| ESRS E1-5 | 40-43 | Energie-intensiteit m.b.t. activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact |
Indicator nr.6 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant |
| Rapporterings vereisten |
Datapunt | Duurzaamheidsverklaring onderwerp |
SFDR referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie Bench markregulatie |
Referentie EU Klimaatwet |
Sectie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-6 | 44 | Bruto scope 1-, 2- en 3-emissies en totale BKG-emissies |
Indicatoren nrs.1 en 2 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Artikel 449 bis; Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 5, lid 1, art. 6 en art. 8, lid 1 |
pagina 32 | |
| ESRS E1-6 | 53-55 | Bruto-BKG-emissie-intensiteit | Indicator nr.3 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Artikel 449 bis; Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 8, lid 1 |
pagina 32 | |
| ESRS E1-7 | 56 | BKG verwijderingen en carbon credits |
Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
pagina 34 | |||
| ESRS E1-9 | 66 | Blootstelling benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, Bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
pagina 27 | |||
| ESRS E1-9 | 66 (a); 66 (c) | Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico; Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen |
Artikel 449 bis; Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie alinea's 46 en 47; Template 5: Banking book - Klimaatverandering fysiek risico: Aan fysiek risico onderhevige blootstellingen. |
pagina 27 | |||
| ESRS E1-9 | 67 (c) | Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie efficiëntieklasse |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie alinea 34; Template 2: Banking book - Transitierisico's in verband met klimaatverandering: Leningen gedekt door zekerheden in de vorm van onroerend goed – Energie- efficiëntie van de zekerheid |
Niet materieel | |||
| ESRS E1-9 | 69 | Mate blootstelling portefeuille aan klimaatgerelateerde opportuniteiten |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II |
pagina 79 |
| Rapporterings vereisten |
Datapunt | Duurzaamheidsverklaring onderwerp |
SFDR referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie Bench markregulatie |
Referentie EU Klimaatwet |
Sectie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E2-4 | 28 | Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in Bijlage II bij E-PRTR- verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) |
Indicator nr.8 van tabel 1 van bijlage I Indicator nr.2 van tabel 2 van bijlage I Indicator nr.1 van tabel 2 van bijlage I Indicator nr.3 van tabel 2 van bijlage I |
Niet materieel | |||
| ESRS E3-1 | 9 | Water en mariene hulpbronnen | Indicator nr.7 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E3-1 | 13 | Speciaal beleid | Indicator nr.8 van Tabel 2 Van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E3-4 | 14 | Duurzame oceanen en zeeën | Indicator nr.12 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E3-4 | 28 c | De totale hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water |
Indicator nr.6.2 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E3-4 | 29 | Totaal waterverbruik in m3 per netto-opbrengst eigen activiteiten |
Indicator nr.6.1 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (a) | Indicator nr.7 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet materieel | ||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (b) | Indicator nr.10 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | ||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (c) | Indicator nr.14 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | ||||
| ESRS E4-2 | 24 (b) | Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / duurzame landbouw |
Indicator nr.11 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E4-2 | 24 (c) | Praktijken of beleid voor duurzame oceanen/ zeeën |
Indicator nr.12 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E4-2 | 24 (d) | Beleid tegen ontbossing | Indicator nr.15 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E5-5 | 37 (d) | Niet-gerecycleerd afval | Indicator nr.13 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS E5-5 | 39 | Gevaarlijk afval en radioactief afval | Indicator nr.9 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS 2- SBM3 - S1 | 14 (f) | Risico op incidenten gedwongen arbeid |
Indicator nr.13 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 36 | |||
| ESRS 2- SBM3 - S1 | 14 (g) | Risico op incidenten kinderarbeid | Indicator nr.12 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 36 | |||
| ESRS S1-1 | 20 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 van Tabel 3 en indicator nr.11 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
pagina 36 | |||
| ESRS S1-1 | 21 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
pagina 36 | |||
| ESRS S1-1 | 22 | Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel |
Indicator nr.11 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 37 | |||
| ESRS S1-1 | 23 | Beleid of beheersysteem ter preventie van arbeidsongevallen |
Indicator nr.1 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 36 | |||
| ESRS S1-3 | 32 (c) | Klachtenregeling | Indicator nr.5 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 38 | |||
| ESRS S1-14 | 88(b) en (c) | Aantal sterfgevallen en aantal en percentage werkgerelateerde ongevallen |
Indicator nr.2 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
pagina 43 | ||
| ESRS S1-14 | 88 (e) | Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte |
Indicator nr.3 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 43 |
| Rapporterings vereisten |
Datapunt | Duurzaamheidsverklaring onderwerp |
SFDR referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie Bench markregulatie |
Referentie EU Klimaatwet |
Sectie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS S1-16 | 97 (a) | Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen |
Indicator nr.12 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
pagina 44 | ||
| ESRS S1-16 | 97 (b) | Ratio buitensporige beloning CEO | Indicator nr.8 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 44 | |||
| ESRS S1-17 | 103 (a) | Gevallen van discriminatie | Indicator nr.7 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 44 | |||
| ESRS S1-17 | 104 (a) | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 van Tabel 1 en indicator nr.14 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
pagina 44 | ||
| ESRS 2-SBM3-S2 | 11 (b) | Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen |
Indicatoren nrs. 12 en 13 Tabel 3 van Bijlage I |
Niet materieel | |||
| ESRS S2-1 | 17 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 van Tabel 3 en indicator nr.11 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS S2-1 | 18 | Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen |
Indicatoren nrs. 11 en 4 Tabel 3 van Bijlage I |
Niet materieel | |||
| ESRS S2-1 | 19 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
Niet materieel | ||
| ESRS S2-1 | 19 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet materieel | |||
| ESRS S2-4 | 36 | Mensenrechten-problemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream-waardeketen |
Indicator nr.14 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS S3-1 | 16 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 van Tabel 3 van Bijlage 1 en indicator nr.11 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS S3-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights, ILO-beginselen en (of) OECD richtlijnen |
Indicator nr.10 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
Niet materieel | ||
| ESRS S3-4 | 36 | Mensenrechten-problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS S4-1 | 16 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers |
Indicator nr.9 van Tabel 3 en indicator nr.11 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS S4-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
Niet materieel | ||
| ESRS S4-1 | 35 | Mensenrechten-problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet materieel | |||
| ESRS G1-1 | 10 (b) | VN-Verdrag tegen corruptie | Indicator nr.15 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 44 | |||
| ESRS G1-1 | 10 (d) | Bescherming klokkenluiders | Indicator nr.6 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 38 | |||
| ESRS G1-4 | 24 (a) | Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegen corruptie en omkoping |
Indicator nr.17 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II |
pagina 45 | ||
| ESRS G1-4 | 24 (b) | Normen bestrijding corruptie en omkoping |
Indicator nr.16 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 44 |
Tabel 04 Lijst van datapunten afgeleid van andere EU-wetgeving
De materiële informatie die moet worden verschaft met betrekking tot materiële IRO's, is bepaald volgens het hierboven beschreven DMAproces. Naar aanleiding van de resultaten van het DMA-proces heeft GBL zich gehouden aan de lijst van ESRS rapporteringsvereisten die in de onderstaande tabellen zijn samengevat.
| Rapportering | ESRS E1 – Klimaatverandering | Pagina | |
|---|---|---|---|
| Governance | |||
| ESRS 2, GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | pagina 40, vol. I | |
| Strategie | |||
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | pagina 25 | |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | pagina 27 | |
| IRO | |||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
pagina 27 | |
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | pagina 29 | |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft klimaatbeleid | pagina 29 | |
| Maatstaven en doelen | |||
| E1-4 | Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | pagina 29 | |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | pagina 31 | |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies | pagina 32 | |
| E1-7 | Uit carbon credits gefinancierde BKG verwijderingen en mitigatieprojecten | pagina 34 | |
| E1-8 | Interne koolstofprijs | pagina 34 | |
| E1-9 | Beoogde financiële impacts van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatopportuniteiten | pagina 27 |
Tabel 05 – ESRS Informatieverschaffing – ESRS E1
| Rapportering | ESRS S1 – Eigen personeel | Pagina |
|---|---|---|
| Strategie | ||
| ESRS S1, SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | pagina 35 |
| ESRS S1, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | pagina 35 |
| IRO | ||
| S1-1 | Beleid inzake eigen personeel | pagina 36 |
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | pagina 37 |
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | pagina 38 |
| S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen |
pagina 38 |
| Maatstaven en doelen | ||
| S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
pagina 39 |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | pagina 40 |
| S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | pagina 40 |
| S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | pagina 41 |
| S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | pagina 41 |
| S1-10 | Leefbaar loon | pagina 42 |
| S1-11 | Sociale bescherming | pagina 42 |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | pagina 42 |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | pagina 43 |
| S1-15 | Maatstaven voor werk-privébalans | pagina 43 |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | pagina 43 |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | pagina 44 |
Tabel 06 – ESRS Informatieverschaffing – ESRS S1
| Rapportering | ESRS G1 - Zakelijk gedrag | Pagina |
|---|---|---|
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-1 | De rol van de bestuurs-, toezichthoudende en leidinggevende organen | pagina 44 |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | pagina 44 |
| G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | pagina 44 |
| G1-2 | Beheer van relaties met leveranciers | pagina 11 |
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | pagina 44 |
| Maatstaven en doelen | ||
| G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | pagina 45 |
| G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten | pagina 44 |
| G1-6 | Betalingspraktijken | pagina 44 |
Tabel 07 – ESRS Informatieverschaffing – ESRS G1
De volgende lijst van ESRS rapporteringsvereisten is opgenomen door middel van verwijzing.
| Rapportering | ESRS 2 – Algemene informatie – Opname door middel van verwijzing | Pagina |
|---|---|---|
| Grondslag voor het opstellen van de informatie | ||
| BP-1 | Algemene basis voor het opstellen van duurzaamheidsverslagen - |
|
| BP-2 | rapportering over specifieke omstandigheden - |
|
| BP-2 | Datapunten die voortkomen uit andere wetgevingen - |
|
| Governance | ||
| GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | pagina 27, vol. I |
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema's door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming |
- |
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | pagina 40, vol. I |
| GOV-4 | Verklaring over duurzaamheid due diligence | - |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportering | pagina 64, vol. I pagina 65, vol. I |
| Strategie | ||
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen | pagina 70, vol. I |
| SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | - |
| SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | - |
| IRO | ||
| IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | - |
| IRO-2 | Rapporteringsvereisten in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverslagen van de onderneming | - |
Tabel 08 – ESRS rapporteringsvereisten – ESRS 2 – Opname door middel van verwijzing
| Rapportering | ESRS E1 – Klimaatverandering – Opname door middel van verwijzing | Pagina |
|---|---|---|
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen pagina 27, vol. I |
|
| Strategie | ||
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | - |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | - |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
- |
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | - |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft klimaatbeleid | - |
| Maatstaven en doelen | ||
| E1-4 | Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | - |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | - |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies | - |
| E1-7 | Uit carbon credits gefinancierde BKG verwijderingen en mitigatieprojecten | - |
| E1-8 | Interne koolstofprijs | - |
| E1-9 | Beoogde financiële impacts van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatopportuniteiten | - |
Tabel 09 – ESRS rapporteringsvereisten – ESRS E1 – Opname door middel van verwijzing
| Rapportering | ESRS S1 – Eigen personeel – Opname door middel van verwijzing | Pagina |
|---|---|---|
| Strategie | ||
| ESRS S1, SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | - |
| ESRS S1, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | - |
| IRO | ||
| S1-1 | Beleid inzake eigen personeel | - |
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | - |
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | - |
| S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen |
- |
| Maatstaven en doelen | ||
| S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
- |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | - |
| S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | - |
| S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | - |
| S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | - |
| S1-10 | Leefbaar loon | -- |
| S1-11 | Sociale bescherming | - |
| S1-12 | Mensen met een beperking | - |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | - |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | - |
| S1-15 | Maatstaven voor werk-privébalans | - |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | - |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | - |
Tabel 10 – ESRS rapporteringsvereisten – ESRS S1 – Opname door middel van verwijzing
| Rapportering | ESRS G1 – Zakelijk gedrag – Opname door middel van verwijzing | Pagina | |
|---|---|---|---|
| Governance | |||
| ESRS 2, GOV-1 | De rol van de bestuurs-, toezichthoudende en leidinggevende organen pagina 26, vol. I |
||
| IRO | |||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren - |
||
| G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur - |
||
| G1-2 | Beheer van relaties met leveranciers - |
||
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie of omkoping - |
||
| Maatstaven en doelen | |||
| G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | - | |
| G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten | - | |
| G1-6 | Betalingspraktijken | - |
Tabel 11 – ESRS rapporteringsvereisten – ESRS G1 – Opname door middel van verwijzing
Tenzij anders aangegeven, maakt de informatie op de in deze duurzaamheidsverklaring vermelde websites geen deel uit van en is zij niet opgenomen door middel van verwijzing in deze duurzaamheidsverklaring.
| Rapporteringsvereisten | Duurzaamheidsverklaring onderwerp |
Referentie | Pagina |
|---|---|---|---|
| ESRS E1-5 | Energieverbruik en energiemix | - CDP geïntegreerde vragenlijst - PAI (5) - Tabel I - Bijlage I - CDR (EU) 2022/1288 |
pagina 31 |
| ESRS S1-1 | Beleid ten aanzien van eigen personeel (Diversiteitsbeleid) |
Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 36 |
| ESRS S1-6 | Kenmerken werknemers (aantal VTE's (gemiddelde), aantal werknemers (gemiddelde), functies) |
Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 40 |
| ESRS S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog |
Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 24 |
| ESRS S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 41 |
| ESRS S1-11 | Sociale bescherming | Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 42 |
| ESRS S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven |
Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 43 |
| ESRS S1-15 | Maatstaven voor werk-privébalans | Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 43 |
| ESRS S1-16 | Beloningsmaatstaven | Verzoek van investeerders (SFDR Art. 8 fondsen) | pagina 44 |
| ESRS G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten |
CDP geïntegreerde vragenlijst | pagina 35 |
De volgende lijst van ESRS rapporteringsvereisten wordt op vrijwillige basis gepubliceerd.
Tabel 12 – Vrijwillige rapportering
Rekening houdend met de activiteit van GBL (GBL als verantwoorde onderneming d.w.z. als investeringsholding), de aard van de activiteiten van GBL (kantooractiviteit), de omvang (83 werknemers binnen het eigen personeel op het einde van boekjaar 2024), en het feit dat GBL geen klantgerichte activiteiten heeft, werden ESRS E2 Verontreiniging, ESRS E3 Water en mariene hulpbronnen, ESRS E4 Biodiversiteit, ESRS E5 Circulaire economie, ESRS S2 Werknemers in de waardeketen, ESRS S3 Getroffen gemeenschappen en ESRS S4 Consumenten en eindgebruikers niet opgenomen in de longlist die GBL aanvankelijk met de steun van Equintel opstelde. Deze thema's werden als niet materieel voor GBL beoordeeld. Dit werd bevestigd door de resultaten van de Equintel DMA tool voor GBL. Merk op dat GBL haar sites en activiteiten niet heeft gescreend op E2-E5 gerelateerde IRO's.
GBL heeft voor de CEO duurzaamheidsgerelateerde beloningen ingevoerd. Raadpleeg het hoofdstuk Deugdelijk Bestuur van het Jaarverslag 2024 voor meer informatie (§2.3 Remuneratiebeleid, pagina 40).
GBL ontwikkelde een uitgebreid klimaattransitieplan. Rekening houdend met de ESRS E1-1 informatieverschaffing, de inhoud van het EFRAGontwerp van IG over het Transitieplan voor Klimaatmitigatie en de specifieke aard van de activiteit van GBL als investeringsholding, worden de belangrijkste kenmerken van het transitieplan van GBL hierna samengevat. Details over de verschillende onderdelen van het transitieplan van GBL vindt u in de volgende secties.
Gezien de uitdagingen en de gevaren van klimaatverandering, onderschrijft GBL publiekelijk het Akkoord van Parijs in het kader van het United Nations Framework Convention on Climate Change ("UNFCCC") en ondersteunt het de ontwikkeling van lange termijn mitigatie- en adaptatiestrategieën voor GBL en de portfoliobedrijven.
De Raad van Bestuur van GBL is actief betrokken bij de beoordeling en begeleiding van de klimaatstrategieën, het risicobeheer en de prestatiedoelstellingen van de groep. Het beheer van klimaatrisico en het klimaatbeleid van GBL worden hierna toegelicht (zie §7.2.2.3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten van klimaatverandering, pagina 27).
Voor GBL, als investeringsholding die permanent kapitaal investeert, liggen de klimaatuitdagingen en -opportuniteiten vooral in het vermogen om de bestaande portefeuille van participaties af te stemmen op de langetermijnkoolstoftrajecten die door het Akkoord van Parijs worden geïnduceerd en in de investering in activa die van deze structurele verschuiving profiteren.
In 2012 startte GBL een structurele herbalancering van haar portefeuille met als doel diversificatie, versterking van de groei en weerbaarheid en optimalisering van het potentieel om op lange termijn waarde te creëren. In het afgelopen decennium heeft GBL haar blootstelling aan fossiele industrieën (bv. energie, utilities of cement) afgebouwd om zich te concentreren op sectoren die profiteren van megatrends die de economie vormgeven (bv. consumentenervaring, gezondheid, technologie, duurzaamheid of digitalisering). Deze herbalancering heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de decarbonisatie van de portefeuille, waarbij de koolstofintensiteit van de portefeuille van GBL (GBL BKG emissiescope 3 cat. 15 "Investeringen" 1 / Netto Activawaarde ("NAW")) van GBL gedeeld door een factor 30 tussen boekjaar 2012 en boekjaar 2024.
De ESG-verbintenissen en het klimaattransitieplan 2025-2030 van GBL zijn op deze trend verankerd en behandelen zowel GBL als een "verantwoorde onderneming" als GBL als een "verantwoorde investeerder" om verdere vooruitgang te boeken. Als "verantwoorde onderneming" engageert GBL zich om de koolstofvoetafdruk tot een minimum te beperken in lijn met de 1,5 °C vereisten als onderdeel van het algemene klimaattransitieplan. Als "verantwoordelijke investeerder" wil GBL haar invloed op haar portefeuillemaatschappijen uitoefenen om ervoor te zorgen dat ze strategieën en doelstellingen aannemen die afgestemd zijn op de 1,5°C-klimaatdoelstelling Deze verbintenis maakt deel uit van het ruimere klimaattransitieplan van GBL om de koolstofvoetafdruk van de portefeuille verder te verminderen. De ESG-verbintenissen en het klimaattransitieplan 2025-2030 van GBL werden geëvalueerd en gevalideerd door de Raad van Bestuur van GBL.
In het kader van haar ESG-verbintenissen voor 2025-2030 heeft GBL zich in mei 2021 aangesloten bij het Science Based Target initiative2 ("SBTi"). In januari 2022 werd GBL de eerste investeringsholding wereldwijd met klimaatdoelstellingen volgens een 1,5°C-traject dat door SBTi werd goedgekeurd voor zowel haar eigen activiteiten als haar in aanmerking komende deelnemingen. In 2023, als gevolg van de evolutie van het bestuur van GBL Capital en de sneller dan verwachte vooruitgang in de richting van de intermediaire doelstelling van 2025, heeft GBL de nulmeting ter validatie opnieuw aan SBTi voorgelegd en om een verhoging van de intermediaire doelstellingen verzocht. Herziene doelen zijn gevalideerd in november 2023.
Voor haar eigen activiteiten heeft GBL het volgende doel aangehouden: "SBTi doel nr.1: 52% reductie van de broeikasgasemissies scope 1 (directe emissies) en scope 2 (elektriciteitsgerelateerde emissies) tegen 2030 ten opzichte van een nulmeting in 2019". GBL's scope 1 (directe) en scope 2 (indirecte elektriciteitsgerelateerde, marktgerelateerde methodologie) broeikasgasemissies bedroegen 236 ton CO2 e in boekjaar 2019 (de nulmeting profiteerde van de beperkte zekerheid van PwC Bedrijfsrevisoren SRL in GBL haar jaarverslag in boekjaar 2022 en 2023).
De promotie van toonaangevende energie-efficiëntie in de verschillende kantoren, de overschakeling naar 100% hernieuwbare elektriciteit in de energievoorziening en de uitvoering van een ambitieus beleid voor schone mobiliteit voor het eigen personeel van GBL ondersteunen het vermogen van GBL om dit doel voor de eigen activiteiten te verwezenlijken (SBTi doel nr.1).
2 Ambitieuze klimaatactie voor bedrijven - Science Based Target initiative (https://sciencebasedtargets.org)
1 BKG Protocol (2012): BKG emissies scope 3 categorie 15 "Investeringen" op basis van de equity-share methode en BKG emissies scope 1 + scope 2 (marktgebaseerd)
De respectievelijke bijdrage van deze verschillende decarbonisatiehefbomen aan het behalen van GBL's 2030 SBTi doel nr.1 wordt in de onderstaande tabel samengevat.
| Decarbonisatiehefbomen(t. CO2e) | Boekjaar 2019 (basisjaar) | Boekjaar 2030 (doel) |
|---|---|---|
| BKG-emissies – Scope 1 en 2 | 236 | 113 |
| Activiteitsgroei | +13 | |
| Gebruik hernieuwbare energie | -76 | |
| Schone mobiliteit | -55 | |
| Energie-efficiëntie en reductie verbruik | -5 |
Tabel 13 – Decarbonisatiehefbomen
Als "verantwoorde investeerder", die indirect de emissies uit haar investeringsportefeuille (waardeketen) omvat, heeft GBL de volgende doelstelling behouden: "SBTi doel nr.2: 100% van de in aanmerking komende portefeuilleposities met klimaatstrategie en doelen afgestemd op een 1,5°C-pad dat is goedgekeurd door SBTi tegen 2030 vanuit een nulmeting van 2020. Voor dit doel wordt een intermediair doel van 66% dekking (vs. aanvankelijk 50%) tegen 2025 aangehouden. De dekking bedroeg 0% in boekjaar 2020 (de nulmeting profiteerde van de beperkte zekerheid van PwC Bedrijfsrevisoren SRL in GBL haar jaarverslag in boekjaar 2022 en 2023).
De ESG-integratieaanpak ondersteunt het vermogen van GBL om dit doel te behalen (SBTi doel nr.2). Zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48 voor meer informatie.
Vanaf boekjaar 2024 ligt GBL op koers met de uitvoering van haar klimaattransitieplan. In boekjaar 2024 heeft GBL haar broeikasgasemissies scope 1 en scope 2 met 53% verminderd ten opzichte van de nulmeting voor boekjaar 2019, voornamelijk door de voortdurende renovatie van het hoofdkantoor van GBL en de tijdelijke verhuizing van het GBL-team naar een aanzienlijk kleiner kantoor. Met 78% van de in aanmerking komende NAW van GBL gedekt door SBTi-gevalideerde doelen van 1,5 °C in boekjaar 2024, heeft GBL haar tussentijdse dekkingsdoelstelling (66% in aanmerking komende NAW-dekking tegen 2025) een jaar op voorhand behaald.
Op het niveau van de holding van GBL dekken de operationele uitgaven (OpEx) die nodig zijn voor de uitvoering van het klimaattransitieplan van GBL voornamelijk de wagenpark leasing en de levering van schone elektriciteit. In boekjaar 2024 bedroegen de financiële middelen die waren toegewezen voor de uitvoering van het transitieplan (OpEx) 410.889 euro.
Op holdingniveau is er, gezien de aard van haar activiteit als investeringsholding, geen CapEx vereist voor de uitvoering van het klimaattransitieplan van GBL.
CapEx en OpEx met betrekking tot ESG-integratie worden gerapporteerd als onderdeel van ESRS entiteitspecifiek ESG-integratie informatie.
GBL heeft geen significante locked-in broeikasgasemissies van haar participatieportefeuille. Als investeringsholding is het bedrijfsmodel van GBL voornamelijk gericht op het inzetten van eigen kapitaal, wat inherent leidt tot een lagere directe koolstofvoetafdruk in vergelijking met sectoren met aanzienlijke fysieke activa.
Zie §7.3.2.2 Geconsolideerde milieu informatie - BKG, pagina 64.
Gedurende de rapporteringsperiode is geen CapEx besteed aan economische activiteiten in verband met steenkool, olie of gas.
Overeenkomstig met de Gedelegeerde Verordening van de Commissie (EU) 2020/1818 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft minimumnormen voor EU-klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks en op basis van haar eigen beoordeling voorziet GBL ("Groupe Bruxelles Lambert NV") als genoteerde entiteit geen significante uitdagingen om niet in aanmerking te komen voor opname in EU-klimaattransitiebenchmarks en de op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks.
Via het DMA-proces heeft GBL het subsubthema "Klimaatverandering – Klimaatmitigatie" geïdentificeerd als een feitelijke negatieve materiële impact op lange termijn. Het heeft betrekking op de emissies van de groep en hun impact op de klimaatverandering en omvat de inspanningen van GBL om bij te dragen aan het algemene proces om de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur te beperken tot 1,5 °C boven het preindustriële niveau in lijn met de Overeenkomst van Parijs, de eigen activiteiten van GBL inzake broeikasgasemissies zoals gedefinieerd in het BKG Protocol en de daarmee samenhangende transitierisico's.
Rekening houdend met de kenmerken van de activiteiten van GBL, die voornamelijk een kantooractiviteit zijn, en haar beperkte personeelsbestand (83 werknemers* op het einde van boekjaar 2024), blijft de negatieve impact in verband met de beperking van de klimaatverandering op het niveau van de onderneming ("holdingsegment") in absolute termen verwaarloosbaar door de beperkte directe en indirecte elektriciteitsgerelateerde broeikasgasemissies in vergelijking met de scope 3 cat. 15 'Investeringen' van de broeikasgasemissies van GBL. GBL verwacht geen opmerkelijke verandering in de potentiële impact van klimaatrisico's en -opportuniteiten op haar eigen activiteiten op middellange tot lange termijn.
Voor GBL wordt de feitelijke negatieve materiële impact wat betreft klimaatmitigatie hoofdzakelijk indirect gestuurd door de portefeuille emissies van GBL. GBL's ESG integratieaanpak ondersteunt GBL's vermogen om potentiële blootstelling aan klimaatmitigatie en klimaatadaptatie in haar portefeuille van deelnemingen te identificeren, te beoordelen en te mitigeren (zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48).
Van de pre-investeringsfase tot de post-investeringsfase spelen klimaat-IRO's een cruciale rol in de algehele IRO beoordeling en investeringsbeslissing. In de pre-investeringsfase worden de risico's en opportuniteiten van klimaatverandering als standaardrisico beoordeeld door naleving van het uitsluitingsbeleid van GBL en het due diligenceproces en de ontwikkeling van businesscases. In de post-investeringsfase worden de risico's en opportuniteiten op het gebied van klimaatverandering gemonitord als onderdeel van de implementatie van de klimaatstrategie en het klimaatbeleid van de activa. Sinds 2020 voert GBL een diepgaande analyse uit van de potentiële blootstelling van GBL aan klimaattransitie- en fysieke risico's in de portefeuille. Deze evaluatie heeft met name tot doel: (i) de impact op het klimaat in kaart te brengen; (ii) de maturiteit van de portefeuille op dit vlak en de blootstelling aan koolstofprijsmechanismen te identificeren; (iii) inzicht te krijgen in de blootstelling van de portefeuille aan fysieke risico's en risico's in verband met de klimaatverandering; (iv) het duurzame IRO-beheerproces van GBL (in het bijzonder de jaarlijkse duurzame IRO-beoordeling) en de investeringsstrategieën en uiteindelijk; en (v) de ontwikkeling en de implementatie van strategieën op lange termijn te ondersteunen om de impact op GBL en haar portefeuille van participaties te beperken. Ten slotte ondersteunen de risico- en opportuniteitsanalyse van klimaatverandering en de resultaten van de betrokkenheid van GBL bij klimaatkwesties beslissingen over stemgedrag, stewardship, transparantievereisten en (of) uitstap.
De Raad van Bestuur van GBL is voortdurend betrokken bij de evaluatie van de blootstelling van GBL en haar portefeuille van deelnemingen aan klimaat-IRO's. De Raad van Bestuur van GBL neemt klimaat-IRO's op als integraal onderdeel van haar algemene beoordeling van de rotatiestrategie van de portefeuille. Het Auditcomité begeleidt het beoordelingsproces voor IRO's (het jaarlijkse ESG-risicobeoordelingsproces) met betrekking tot klimaatrisico's, klimaatafhankelijkheden en het audit- en verificatieproces voor klimaatrapportering. Het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité legt zich toe op de vaststelling en opvolging van ESG KPI's voor het managementteam van GBL, inclusief klimaat KPI's.
In de loop van de vergaderingen en gesteund door de werkzaamheden van het Auditcomité en het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité, onderzoekt en begeleidt de Raad van Bestuur van GBL bijgevolg:
Om de kwaliteit van de jaarlijkse klimaatrisicoanalyse te waarborgen, verzamelt GBL geolokalisatiegegevens en belangrijke cijfers van al haar portefeuillebedrijven voor zowel hun operationele en kantoorlocaties als voor haar bedrijfslocaties. Tijdshorizonten worden bepaald overeenkomstig met ESRS 1, §77. Dit niveau van granulariteit ondersteunt het in kaart brengen van het klimaattransitie en fysieke risico van de portefeuille van GBL.
Voor de analyse van de klimaattransitierisico's en opportuniteiten is het modelleren van toekomstige koolstofprijzen gebaseerd op twee verschillende scenario's die door het Internationaal Energieagentschap (IEA) zijn ontwikkeld: het scenario voor verklaard beleid ("STEPS") en het scenario voor netto nulemissies ("NZE"). Het STEPS-scenario is ontworpen om een idee te geven van de overheersende richting van de ontwikkeling van het energiesysteem op basis van een gedetailleerde beoordeling van het huidige beleidslandschap. Het NZE-scenario is een normatief scenario dat een route aangeeft om tegen 2050 een CO2 -uitstoot van nul procent te bereiken die consistent is met een beperking van de wereldwijde temperatuurstijging tot 1,5°C met een waarschijnlijkheid van minstens 50%. De decarbonisatie-inspanningen van het bedrijf zijn gemodelleerd volgens twee trajecten: het "business-as-usual"-traject ("BAU"), waar de emissies doorgaan op hun huidige traject, en het "sciencebased targets pathway" ("SBT"), waar het bedrijf zich engageert aan het significant verminderen van de emissies in lijn met de wereldwijde klimaatdoelstellingen.
GBL berekent de koolstofkosten door de prijs per ton koolstof in een bepaald gebied te vermenigvuldigen met de voorspelde totale emissies van de onderneming. In deze berekening wordt rekening gehouden met zowel de inspanningen van het bedrijf om emissies te verminderen als externe factoren zoals het koolstofvrij maken van nationale energiemixen. De analyse van deze vier scenario's biedt GBL een volledig overzicht van de potentiële risico's en opportuniteiten in verband met de klimaatverandering, rekening houdend met de aard van haar investeringsholdingactiviteit. Tegen 2030 zal volgens GBL het STEPS/SBT-scenario de belangrijkste zijn. Na 2030 blijft er een hoge mate van onzekerheid en methodologische uitdagingen bestaan om betekenisvol inzicht in de portefeuille en specifieke activa-allocatie te ondersteunen.
Voor de analyse van fysieke klimaatrisico's worden klimaatgerelateerde gevaren eerst geïdentificeerd aan de hand van scenario's met hoge emissies zoals SSP 5-8.5 (Share Socioeconomic Pathways "Fossil-fueled Development") en SSP2-4.5 (Share Socioeconomic Pathways "Middle of the Road"), ontwikkeld door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). SSP 5-8.5 gaat uit van een hoge economische groei, snelle technologische vooruitgang en een sterke afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, met hoge broeikasgasemissies en een aanzienlijke stijging van de globale temperatuur, ernstige klimaat impacts en aanzienlijke risico's voor ecosystemen en menselijke samenlevingen tot gevolg. SSP2-4.5 gaat uit van een matige economische groei, een evenwichtige benadering van energiebronnen en geleidelijke technische vooruitgang die een tussenliggend emissieniveau ondersteunt en leidt tot een matige stijging van de mondiale temperatuur, beheersbare klimaatrisico's en potentieel voor adaptatieen mitigatie onder aanzienlijke beleidsinspanningen.
Op basis van de gegevens over de geolokalisatie die bij de ondernemingen in portefeuille werden verzameld, beoordeelt GBL hoe de activa en bedrijfsactiviteiten aan deze gevaren blootgesteld en kwetsbaar kunnen zijn. Deze blootstellingsscore combineert toekomstige veranderingen, op basis van verschillen tussen historische en geprojecteerde data, en actuele gevaren, geëvalueerd aan de hand van historische absolute waarden, waarbij elke component een score heeft van 1 tot 5. Elk risico heeft zijn eigen specifieke drempels voor historische absolute en geprojecteerde verandering, op basis van literatuuronderzoek en beste praktijken. De kwetsbaarheid van elke bedrijfslocatie wordt bepaald door de gevoeligheid voor klimaatrisico's en het adaptieve vermogen. De gevoeligheid wordt beoordeeld op zowel geografisch als activa specifiek niveau. Het adaptieve vermogen wordt geëvalueerd op basis van het vermogen van het land of de activa om de effecten te beperken of het gevaar het hoofd te bieden. GBL gebruikt een gecombineerde score om zowel blootstelling als kwetsbaarheid te consolideren in één maatstaf.
Tegen 2023 zijn alle participaties opgenomen in het initiële toepassingsgebied van het in 2020 gelanceerde programma voor klimaatrisicoanalyse alsook de participaties verworven sinds 2021. In 2024 evalueerde GBL, in het kader van de jaarlijkse update, de klimaattransitierisico's en de fysieke risico's voor alle deelnemingen in de portefeuille (exclusief GBL Capital en Sienna Investment Managers).
Het ESG integratieproces van GBL (zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48) omvat deze diepgaande klimaat fysieke- en transitierisicoanalyse. Opkomende ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en verschillende waarschijnlijkheid, omvang en duur van potentiële transitiegebeurtenissen worden doorlopend beoordeeld en meegenomen in de beoordeling van het transitierisico en de vooruitzichten voor groeivooruitzichten en winstgevendheid op lange termijn van potentiële investeringen of bestaande portefeuilleparticipaties. In dat proces heeft GBL geen deelnemingen in haar portefeuille geïdentificeerd die incompatibel zijn met of aanzienlijke inspanningen vereisen om compatibel te zijn met een overgang naar een klimaatneutrale economie.
In de verschillende klimaatscenario's die op middellange en lange termijn in aanmerking worden genomen (zoals gedefinieerd in ESRS 2) en zelfs in scenario's met grote impact, is het gewogen percentage van de EBITDA dat risico loopt (klimaattransitie) voor GBL en haar portefeuille zeer laag, net als haar gewogen blootstelling aan fysieke klimaatrisico's dankzij (i) geen significante transitie- en fysieke risicokosten voor haar eigen activiteiten, (ii) een goed gediversifieerde portefeuille, (iii) de voortdurende structurele vermindering van haar blootstelling aan koolstofactiva en (iv) onderliggende ondernemingen die blijk geven van een sterke klimaatkracht (potentiële niet-geprijsde koolstofkosten uitgedrukt in percentage van de EBITDA dat risico loopt van elke portefeuille variërend van 0,07% tot 7,68% ten opzichte van hun respectieve EBITDA in 2030 in het STEPS/SBT-scenario).
Het resultaat van deze beoordeling wordt jaarlijks gerapporteerd aan de Raad van Bestuur van GBL. In het geval van materiële klimaatrisico's die in deze beoordeling worden geïdentificeerd, worden deze opgevolgd door de vertegenwoordigers van GBL in de bestuursorganen van de ondernemingen. Het resultaat van deze beoordelingen wordt ook met de portefeuillebedrijven besproken via speciale klimaatvergaderingen. Sinds 2024 geeft GBL de portefeuillebedrijven toegang tot het klimaatdasboard van GBL, zodat ze alle onderliggende fysieke en transitiegegevens kunnen bekijken die de klimaatrisicoanalyse ondersteunen.
Omwille van de beperkte blootstelling aan klimaatrisico's en het vermogen voor GBL om die risico's te mitigeren via een herbalancering van de portefeuille, zijn de verschillende gebruikte klimaatscenario's compatibel met de financiële staten van GBL.
Het ESG Beleid weerspiegelt de kernwaarden waardoor GBL zich laat leiden op het gebied van milieu-, sociale en governance kwesties. Het presenteert de verbintenissen en de implementatierichtlijnen voor GBL. Het behandelt het beheer van materiële IRO's wat betreft klimaatverandering en behandelt de adaptatie aan klimaatverandering, mitigatie van klimaatverandering, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.
Het toepassingsgebied van het ESG Beleid ("ESG toepassingsgebied") is van toepassing op GBL en haar directe en indirecte 100%-dochterondernemingen ("GBL als "verantwoorde onderneming"). De ondernemingen binnen de portefeuille van GBL zijn opgenomen in het ESG-toepassingsgebied volgens de aanpak GBL als een "verantwoorde investeerder". Deze ondernemingen identificeren en beheren hun duurzame IRO's binnen het kader van hun eigen interne controles en bestuur.
Het ESG Beleid werd geëvalueerd en goedgekeurd door de Raad van Bestuur van GBL. De CEO is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van het ESG Beleid (inclusief, maar niet beperkt tot het klimaatcomponent ervan) en wordt daarin bijgestaan door de Head of ESG. De Raad van Bestuur van GBL evalueert jaarlijks de uitvoering van het ESG Beleid.
In het kader van de uitvoering van het ESG Beleid promoot GBL transparantie. Wat de klimaatrapportering betreft, steunt GBL in het bijzonder de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosures ("TCFD") en de bekendmaking van klimaatgegevens aan de CDP1 via haar voortdurende betrokkenheid bij de portefeuillebedrijven. GBL ondersteunt ook de portefeuillebedrijven op hun nalevingstraject van de recentste vereisten van de Europese Unie inzake duurzame financiële regelgeving en in het bijzonder Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële dienstverleningssector (de "SFDR verordening"), Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad (de "Taxonomieverordening") en de Corporate Sustainability Reporting Directive (EU) 2022/2664 ("CSRD").
Het ESG Beleid is openbaar beschikbaar op de website van GBL.
GBL's aanpak van klimaatrisico's, GBL's ESG Beleid en GBL's ESG verplichtingen 2025-2030 vormen de leidraad voor de uitvoering van het klimaattransitieplan van GBL, waarbij zowel GBL als "verantwoorde onderneming" als GBL als "verantwoorde investeerder" aan bod komen bij het realiseren van vooruitgang op klimaatgebied.
Als "verantwoorde onderneming" engageert GBL zich om de koolstofvoetafdruk tot een minimum te beperken in lijn met de 1,5 °C vereisten als onderdeel van het algemene klimaattransitieplan. Als "verantwoordelijke investeerder" wil GBL haar invloed op haar portefeuillemaatschappijen uitoefenen om ervoor te zorgen dat ze strategieën en doelstellingen aannemen die afgestemd zijn op de 1,5°C-klimaatdoelstelling Deze verbintenis maakt deel uit van het ruimere klimaattransitieplan van GBL om de koolstofvoetafdruk van de portefeuille verder te verminderen.
De ESG-verbintenissen en het klimaattransitieplan 2025-2030 van GBL werden geëvalueerd en gevalideerd door de Raad van Bestuur van GBL.
In het kader van haar ESG verbintenissen van 2025-2030 heeft GBL zich in mei 2021 verbonden aan SBTi. In januari 2022 werd GBL de eerste investeringsholding wereldwijd met klimaatdoelstellingen volgens een 1,5°C-traject dat door SBTi werd goedgekeurd voor zowel haar eigen activiteiten als haar in aanmerking komende deelnemingen. In 2023, als gevolg van de evolutie van het bestuur van GBL Capital en sneller dan voorziene vooruitgang in de richting van de tussentijdse doelstelling voor 2025, heeft GBL de nulmeting opnieuw aan SBTi ter validering voorgelegd en een verhoging van de tussentijdse doelstellingen aangevraagd. Herziene doelen zijn gevalideerd in november 2023. In het kader van het SBTi-indieningsproces werden de doelen voor broeikasgasreductie van GBL bepaald volgens de BKG Protocol Equity Share methodologie om consistentie met de broeikasgasinventaris te waarborgen.
Voor haar eigen activiteiten heeft GBL het volgende doel aangehouden: "SBTi doel nr.1: 52% reductie van de broeikasgasemissies scope 1 (directe emissies) en scope 2 (elektriciteitsgerelateerde emissies) tegen 2030 ten opzichte van een nulmeting in 2019". GBL's scope 1 (directe) en scope 2 (indirecte elektriciteitsgerelateerde, marktgerelateerde methodologie) broeikasgasemissies bedroegen 236 ton CO2 e in boekjaar 2019 Deze nulmeting is representatief voor de activiteiten van GBL met beperkte invloeden van externe factoren en geniet van de beperkte zekerheid van PwC Bedrijfsrevisoren SRL in GBL haar jaarverslag in boekjaar 2022 en 2023.
GBL wil dit doel bereiken door gebruik te maken van de volgende decarbonisatiehefbomen: (i) waarborgen van toonaangevende energieefficiëntiepraktijken in de kantoren; (ii) overschakelen op 100% hernieuwbare elektriciteit in de energievoorziening en (iii) implementatie van een ambitieus beleid voor schone mobiliteit. Deze initiatieven worden hieronder toegelicht.
GBL promoot in de kantoren, waarvan er geen eigendom zijn van GBL, toonaangevende initiatieven op het gebied van energie-efficiëntie. Daarom werkt GBL regelmatig samen met de eigenaars van de gebouwen die ze in gebruik heeft. In 2024 concentreerde dit engagement zich op het hoofdkantoor van GBL in Brussel en het nieuwe hoofdkantoor van GBL Capital in Londen. Het hoofdkantoor van GBL wordt momenteel gerenoveerd met als doel het behalen van HQE ("Haute Qualité Environnementale"), BREEAM Outstanding en CO2 Neutral certificaten. De renovatiewerken zijn gestart in 2023 en zullen naar verwachting in de loop van 2025 worden afgerond. Het nieuwe hoofdkantoor van GBL Capital in Londen werd geselecteerd vanwege de locatie en het geavanceerde duurzaamheidsbeheer van het gebouw. Het Suffolk Street gebouw is ontworpen in overeenstemming met de BREEAM en Greycoats net-zero carbon principes en beschikt over geavanceerde praktijken voor energie- en grondstofbesparing: Habitatplan ter verbetering van de biodiversiteit en de groene ruimten rondom het gebouw, chemische reiniging, waterconversatie en energie-efficiëntie, waarbij de ecologische voetafdruk en het energieverbruik verder worden verminderd. In de periode van 2019 (SBTi-nulmeting) tot en met 2030 zou een energie-efficiëntie van 10% in alle gebouwen leiden tot een vermindering van 5 ton CO2 e (scope 1). Er zijn geen CapEx-uitgaven verbonden aan dit initiatief voor GBL. OpEx heeft betrekking op de huurkosten van de kantoren en bedroeg 1,5 miljoen euro in 2024.
1 Home - CDP (https://www.cdp.net/en/)
GBL streeft ernaar om tegen eind 2025 100% van haar elektriciteitsvoorziening uit hernieuwbare bronnen te halen. In de periode van 2019 (nulmeting van de SBTi) tot en met 2030 moet de overschakeling op hernieuwbare elektriciteit de vermindering van 76 ton CO2 e ondersteunen. (scope 2). In 2024 profiteerden GBL's kantoren in Brussel, Luxemburg, Londen en Milaan al van schone en hernieuwbare elektriciteit en bedroeg de uitstoot van scope 2 6,7 ton CO2 e (-91% ten opzichte van 2019 nulmeting). Gezien de huidige prijs van elektriciteit op alle locaties van GBL, kan toegang tot hernieuwbare bronnen worden geleverd tegen een marginaal te verwaarlozen kostprijs in vergelijking met conventionele bronnen. Er zijn geen CapEx-uitgaven verbonden aan dit initiatief voor GBL. OpEx-uitgaven hebben betrekking op de elektriciteitskosten van de kantoren die schone en (of) hernieuwbare elektriciteit ontvangen en bedroegen in 2024 77.604 euro.
Ten slotte heeft GBL in 2021 in het kader van haar ESG Beleid een ambitieus beleid voor een schone mobiliteit aangenomen dat voertuigen met verbrandingsmotoren uitsluit van het nieuw verworven wagenpark van werknemers ten gunste van hybride of elektrische voertuigen. Tot nu toe zijn 19 van de 37 voertuigen omgezet van thermische naar hybride of elektrische motoren. Het eigen personeel van GBL geniet in de eerste plaats van dit aspect van het transitieplan van GBL, aangezien GBL werknemers die van het mobiliteitsbeleid van GBL genieten, de keuze biedt om hun gewenste schone vervoersmiddelen (bv. auto-, fiets- of openbaar vervoer) aan te bieden tegen een bepaalde vergoeding. Het in aanmerking komend eigen personeel van GBL heeft ook de mogelijkheid om te kiezen voor meerdere mobiliteitshulpmiddelen binnen de vastgestelde limiet. Leasecontracten worden rechtstreeks door GBL onderhandeld en GBL kan ook specifieke ondersteuning bieden aan haar personeel voor de installatie bij werknemers thuis van geschikte laadstations. In de periode van 2019 (SBTi-nulmeting) tot 2030 zal de uitvoering van het beleid inzake schone mobiliteit van GBL naar verwachting leiden tot een vermindering van 55 ton CO2 e (scope 1). In boekjaar 2024 bedroeg scope 1 BKG emissies met betrekking tot "eigen en geleasede wagenpark" 69,2 ton CO2 e (-37% ten opzichte van de nulmeting van 2019). Leasingcontracten voor wagenparken leiden tot een OpEx van 333.285 euro voor de financiële staten van GBL in boekjaar 2024.
GBL zit op schema met de uitvoering van de doelstellingen uit haar klimaattransitieplan. In boekjaar 2024 heeft GBL haar broeikasgasemissies scope 1 en scope 2 met 53% verminderd ten opzichte van de nulmeting voor boekjaar 2019, voornamelijk door de voortdurende renovatie van het hoofdkantoor van GBL en de tijdelijke verhuizing van het GBL-team naar een aanzienlijk kleiner kantoor.
Het vermogen van GBL om haar klimaattransitieplan verder uit te voeren, hangt in de eerste plaats af van haar vermogen om toegang te krijgen tot hernieuwbare energiebronnen.
Als "verantwoorde investeerder" behoudt GBL het volgende doel: "SBTi doel nr.2: 100% van de in aanmerking komende portefeuilleposities met klimaatstrategie en doelen afgestemd op een 1,5°C-pad dat is goedgekeurd door SBTi tegen 2030 vanuit een nulmeting van 2020. Voor dit doel wordt een intermediair doel van 66% dekking (vs. aanvankelijk 50%) tegen 2025 aangehouden. De dekking bedroeg 0% in boekjaar 2020 (de nulmeting profiteerde van de beperkte zekerheid van PwC Bedrijfsrevisoren SRL in GBL haar jaarverslag in boekjaar 2022 en 2023). De ESGintegratieaanpak ondersteunt het vermogen van GBL om dit doel te behalen (SBTi doel nr.2). Met 78% van de in aanmerking komende NAW van GBL gedekt door SBTi-gevalideerde doelen van 1,5 °C in boekjaar 2024, heeft GBL haar tussentijdse dekkingsdoelstelling (66% in aanmerking komende NAW-dekking tegen 2025) een jaar op voorhand behaald. Zie §7.3.3.2 SBTi-dekking, pagina 30 voor details over de individuele verwezenlijkingen van de portefeuillebedrijven. CapEx en OpEx-uitgaven, huidige of toekomstige, worden administratief verwerkt onder de ESGintegratiekosten van GBL. Zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48.
GBL verwacht dat de toekomstige financiële middelen die aan het transitieplan (CapEx en OpEx) worden toegewezen, in de toekomst stabiel zullen blijven. Gelieve op te merken dat, rekening houdend met de aard van de activiteit van GBL (als investeringsholding), de manier waarop GBL haar activiteiten uitvoert (bv. kantoren die worden gehuurd) en de in overweging genomen decarbonisatiehefbomen, er een zeer beperkt tot geen verband bestaat tussen de aanzienlijke CapEx en OpEx die vereist zijn en het kader dat wordt geboden in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het energieverbruik van GBL.
| Categorieën (MWh) | Boekjaar 2024 |
|---|---|
| Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten | 0 |
| Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten | 333 |
| Brandstofverbruik uit aardgas | 187 |
| Brandstofverbruik uit andere niet-hernieuwbare bronnen | 0 |
| Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen | 76 |
| Totaal verbruik fossiele energie | 595 |
| Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik (%) | 72% |
| Energieverbruik uit nucleaire bronnen | 33 |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totale energieverbruik (%) | 4% |
| Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa | 0 |
| Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen | 231 |
| Verbruik van zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof ("non-fuel") | 0 |
| Totaal verbruik hernieuwbare energie | 231 |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik | 28% |
| Totaal energieverbruik | 827 |
Tabel 14 – Energieverbruik
Als investeringsholding die actief is in kantoren, is GBL niet actief in sectoren met een grote impact op het klimaat.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de broeikasgasemissies van GBL.
| GBL - t. CO2e | Basisjaar (Boekjaar 2019) |
Boekjaar 2023 |
Boekjaar 2024 |
% N/N-1 | 2025 | 2030 | (2050) | Jaarlijks doel (%) / Basisjaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Scope 1 BKG-emissies | ||||||||
| Directe emissies | 160 | 162 | 103 | -36% | 77 | -4,7% | ||
| Percentage scope 1 emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) |
0% | 0% | 0% | - | - | |||
| Scope 2 BKG-emissies | ||||||||
| Indirecte elektriciteitsemissies – Locatiegebaseerd | 76 | 34 | 42 | 23% | - | |||
| Indirecte elektriciteitsemissies – Marktgebaseerd | 76 | 5 | 7 | 43% | 37 | -4,7% | ||
| Scope 3 BKG-emissies | ||||||||
| Totale Scope 3 BKG-emissies (ESRS) | 18.106.888 | 13.407.673 | 17.071.460 | 27% | ||||
| Cat. 1 – Gekochte goederen en diensten | ns 1 | ns | 78 | - | ||||
| Cat. 2 – Kapitaalgoederen | ns | 6 | 9 | 49% | ||||
| Cat. 3 – Upstream van scope 1 & scope 2 | 41 | 42 | 36 | -14% | ||||
| Cat. 4 – Upstreamvervoer en -distributie | ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 5 – Afval | ns | 1 | 1 | 81% | ||||
| Cat. 6 – Zakelijk reisverkeer | 601 | 641 | 594 | -7% | ||||
| Cat. 7 – Woon-werkverkeer werknemers | 3 | 19 | 22 | 18% | ||||
| Cat. 8 – Upstream geleasede activa | ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 9 – Downstreamvervoer en -distributie | ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 10 – Verwerking van verkochte producten | ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 11 – Gebruik van verkochte producten | ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 12 – End-of-life verwerking van verkochte producten |
ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 13 – Downstream geleasede activa | ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 14 – Franchises | ns | ns | ns | - | ||||
| Cat. 15a – Investeringen (BKG Protocol, methodologie voor aandelen op basis van scope 1 + scope 2)2 |
11.515.146 | 1.393.587 | 1.320.192 | -5% | ||||
| Cat. 15b – Investeringen (ESRS E1 46h(iii), scope 3)2 |
6.591.097 | 12.013.377 | 15.750.528 | 31% | ||||
| Totale broeikasgasemissies – ESRS | ||||||||
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) - ESRS |
18.107.124 | 13.407.869 | 17.071.605 | 27% | ||||
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) - ESRS |
18.107.124 | 13.407.839 | 17.071.570 | 27% | ||||
| Totale broeikasgasemissies - BKG Protocol | ||||||||
| Scope 1 + scope 2 (marktgebaseerd) | 236 | 167 | 110 | -34% | ||||
| Scope 1 + scope 2 (marktgebaseerd) + scope 3 (ex-inv.) |
881 | 875 | 851 | -3% | ||||
| Scope 3 | 11.515.791 | 1.394.295 | 1.320.932 | -5% | ||||
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) | 11.516.027 | 1.394.491 | 1.321.077 | -5% | ||||
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) | 11.516.027 | 1.394.462 | 1.321.042 | -5% | ||||
| Intensiteitsratio | ||||||||
| Omzet | - 3 |
- 2 |
- 2 |
1 Niet significant
2 Zie de tabel GBL BKG emissies - Portfolio niveau (boekjaar 2024) (§7.3.3.1 BKG-emissies van niet-gecontroleerde investeringen, pagina 78)
3 Geen omzet opgenomen voor GBL holding. Vgl. Toelichting 8 bij de Geconsolideerde Financiële overzichten "Omzet"
| GBL - t. CO2e | Basisjaar (Boekjaar 2019) |
Boekjaar 2023 |
Boekjaar 2024 |
% N/N-1 | 2025 | 2030 | (2050) | Jaarlijks doel (%) / Basisjaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Intensiteitsratio: Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) / Netto-omzet |
- 1 |
- 2 |
- 2 |
|||||
| Intensiteitsratio: Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) / Netto-omzet |
- 2 |
- 2 |
- 2 |
|||||
| Aantal VTE's | 42,7 | 78,3 | 81,3 | 4% | ||||
| Intensiteitsratio: (scope 1 + scope 2 (marktgebaseerd)) / aantal VTE's ( CO2 e/VTE) |
5,5 | 2,1 | 1,4 | -37% | ||||
| Intensiteitsratio: (alle scopes (marktgebaseerd) ex-inv.) / aantal VTE's ( CO2 e/VTE) |
20,6 | 11,2 | 10,5 | -6% | ||||
| NAW (miljoen euro) | 20.627 | 17.488 | 15.290 | -13% | ||||
| Intensiteitsratio: scope 3 investeringen (BKG Protocol) / NAW (t. CO2 e/ miljoen euro) |
558 | 80 | 86 | 8% |
Tabel 15 – Totale broeikasgasemissies - BKG Protocol
De onderstaande tabel geeft een samenvatting van de belangrijkste aannames en bronnen die bij het opstellen van de broeikasgasrapportering zijn gebruikt.
| Scope | Categorieën | Emissie-inventaris | Aannames | Bronnen |
|---|---|---|---|---|
| Scope 1 | Energie | Inbegrepen, volledig gedekt | Geen specifieke aanname | Ademe |
| Scope 1 | Bedrijfswagens | Inbegrepen, volledig gedekt | De wagens van GBL op brandstof | Ademe |
| Scope 1 | Lekkage van koelmiddelen | Inbegrepen, volledig gedekt | Geen specifieke aanname | Ademe |
| Scope 2 | Elektriciteit | Inbegrepen, volledig gedekt | Inclusief de elektrische wagens van GBL | Ademe |
| Scope 3 | Cat. 1 – Gekochte goederen en diensten | Inbegrepen | Gedeeltelijke dekking op basis van Sienna VC en Sienna PE boekjaar 2023 cijfers |
Ademe |
| Scope 3 | Cat. 2 – Kapitaalgoederen | Inbegrepen | Berekeningen op basis van kantoorvloeroppervlak | Ademe |
| Scope 3 | Cat. 3 – Upstream van scope 1 & scope 2 | Inbegrepen | Geen specifieke aanname, berekeningen op basis van verbruiken gemeten voor scope 1- en 2-berekeningen |
IEA |
| Scope 3 | Cat. 4 – Upstreamvervoer en -distributie | Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 5 – Afval | Inbegrepen | Geen specifieke aanname, berekeningen gebaseerd op aantal werknemers |
Ademe |
| Scope 3 | Cat. 6 – Zakelijk reisverkeer | Inbegrepen | Geen specifieke aanname | DEFRA |
| Scope 3 | Cat. 7 – Woon-werkverkeer werknemers | Geen specifieke aanname | Geen specifieke aanname | Ademe |
| Scope 3 | Cat. 8 – Upstream geleasede activa | Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 9 – Downstreamvervoer en -distributie | Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 10 – Verwerking van verkochte producten | Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 11 – Gebruik van verkochte producten | Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 12 – End-of-life verwerking van verkochte producten |
Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 13 – Downstream geleasede activa | Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 14 – Franchises | Niet inbegrepen. Niet significant voor GBL | / | / |
| Scope 3 | Cat. 15 – Investeringen | Inbegrepen | Niet-geconsolideerde activa BKG-emissies: Boekjaar 2023 gebruikt indien boekjaar 2024 niet beschikbaar is op het tijdstip van de opstelling van het verslag |
Bloomberg, CDP |
| GBL Capital BKG emissies: extrapolatie op basis van GICS-codes en geografische spreiding van fondsen |
voor 6,4% van GBL NAW
Tabel 16 – BKG rapportering belangrijkste aannames en bronnen
De scope 3 broeikasgasemissies van GBL in categorie 15 "investeringen" vertegenwoordigen 99,99% van de totale broeikasgasemissies van GBL. Kwantitatieve maatstaven die gebruikt worden voor BKG scope 3 berekeningen kunnen onderhevig zijn aan een hoge mate van meetonzekerheid. We verwijzen naar bovenstaande tabel en naar de daaropvolgende toelichtingen van de geconsolideerde entiteiten van GBL over het gebruik van de schattingen van de waardeketen (zie §7.4 Appendix, pagina 80).
1 Voor een investeringsholding is een intensiteitsratio op basis van de omzet niet relevant. Intensiteitsratio op basis van VTE's om de eigen activiteiten te beoordelen of op basis van NAW om de koolstofintensiteit
van de portefeuille te beoordelen wordt overwogen (zie specifieke toelichtingen hieronder in de tabel) 2 Zie de tabel GBL BKG emissies - Portfolio niveau (boekjaar 2024) (§7.3.3.1 BKG-emissies van niet-gecontroleerde investeringen, pagina 78)
Op het moment van voltooiing van het Jaarverslag zijn de broeikasgasemissies voor boekjaar 2024 niet openbaar gemaakt door portefeuilleparticipaties van GBL die 86% van de BKG-emissies van GBL en 78% van de NAW van GBL vertegenwoordigen. Voor zover nog niet beschikbaar, zijn de scope 1-, 2- en 3-emissiegegevens voor boekjaar 2024 rechtstreeks overgedragen van boekjaar 2023 zonder enige opwaartse of neerwaartse extrapolatie. Deze aanpak zorgt ervoor dat de emissieberekening gebaseerd blijft op feitelijke, gerapporteerde gegevens en niet op speculatieve schattingen. Aangezien emissies kunnen fluctueren als gevolg van verschillende factoren — zoals operationele veranderingen, marktomstandigheden of methodologische aanpassingen — kan elke extrapolatie in dit stadium onnodige verstoringen veroorzaken. In plaats daarvan zullen in de loop van het jaar geleidelijk verfijningen worden aangebracht naarmate preciezere gegevens beschikbaar komen, zodat de berekeningen voor 2026 gebaseerd zijn op de meest nauwkeurige en bijgewerkte informatie.
Op het ogenblik van de opstelling van het Jaarverslag werden de broeikasgasemissies voor boekjaar 2023 noch voor boekjaar 2024 openbaar gemaakt door enkele van de investeringen van GBL Capital die 6,4% van de NAW van GBL vertegenwoordigen. Voor deze investeringen is gebruikgemaakt van emissiefactorintensiteit voor scope 1, 2 en 3 gekoppeld aan geografische regio's en codes van de Global Industry Classification Standard (GICS). Voor sommige alternatieve investeringsfondsen waaraan GBL Capital kan zijn blootgesteld, weerspiegelt het broeikasgasprofiel de onderliggende blootstelling van het alternatieve fonds en is het activiteitsgebaseerd, wat resulteert in een samengestelde emissiefactor.
In het kader van haar ESG verbintenissen voor 2025-2030 wil GBL investeren in projecten om haar koolstofvoetafdruk van haar directe en indirecte emissies in evenwicht te brengen, exclusief de emissies van haar portefeuille (BKG Protocol, Scope 3 – Categorie 15 Investeringen, equity-share accounting methode). GBL bereikt dit door het verkrijgen en annuleren van vrijwillige koolstofcertificaten verbonden aan specifieke projecten en uitgegeven door erkende organisaties.
In lijn met de geselecteerde gebieden van GBL ACT (zie §7.2.5 Entiteitspecifiek – Filantropie, pagina 34), werd één project (100% vermindering, 0% verwijdering), momenteel actief en gerelateerd aan de promotie en implementatie van schone waterfilters in Kenia geselecteerd om koolstofcertificaten te verkrijgen.
Geverifieerde emissiereductie credits (gecertificeerde Gold Standard credits) werden verworven in boekjaar 2024 om 761 ton CO2 e te compenseren overeenkomend met GBL's resterende koolstofvoetafdruk boekjaar 2023 (directe en indirecte emissies exclusief emissies in portefeuille). Deze credits zijn in de loop van het jaar opgezegd.
GBL verwijst naar haar interne koolstofprijsregeling, een schaduwprijs, om koolstofarme investeringen te stimuleren, om financieringsopportuniteiten te identificeren en te evalueren, om koolstofarme opportuniteiten te identificeren en te benutten, om door wet- en regelgeving te navigeren en om investeringen te stresstesten. Omwille van de spreiding van de broeikasgasemissies bij GBL met scope 3-categorie 15 die meer dan 99,9% van de totale emissies van GBL vertegenwoordigt, worden interne koolstofprijzingsschema's voornamelijk gebruikt om emissies van scope 3-categorieën te dekken, terwijl de andere categorieën niet-significant zijn.
Bij het bepalen van de interne koolstofprijs wordt rekening gehouden met verschillende factoren: (i) de afstemming op wetenschappelijke richtsnoeren en het 1,5°C-traject beschreven in de Overeenkomst van Parijs; (ii) de afstemming op de prijs van emissierechten in het kader van een emissiehandelssysteem; (iii) de kosten van vereiste maatregelen om klimaatgerelateerde doelen te behalen; en (iv) scenarioanalyse.
De methodologie en aannames die zijn gehanteerd voor het opzetten van een schaduwkoolstofprijs op basis van het EU ETS zijn hoofdzakelijk opgebouwd rond de volgende componenten: (i) het bijhouden van een database met publiek beschikbare informatie over de actuele koolstofprijzen in meerdere geografische dimensies; (ii) het ontwikkelen van koolstofprijsscenario's op basis van verschillende trajecten, onderbouwd door modellering van klimaatverandering en gepubliceerd onderzoek door organisaties zoals de OECD, het IEA, Climate Action Tracker, Climate Analytics en New Climate; en (iii) het modelleren van koolstofkostendoorberekening.
De door GBL gehanteerde interne koolstofprijs kan dus gedifferentieerd worden naargelang de nationale of regionale koolstofmarkten die in aanmerking worden genomen. Gezien de huidige dynamiek van de koolstofmarkt en de voortdurende ontwikkeling van de nationale of regionale koolstofmarkten in verschillende delen van de wereld, gaat GBL uit van een gemiddelde van 100 euro/ton CO2 e tot 2025. Voor de periode 2025- 2030 verwacht GBL dat de koolstofprijzen een opwaartse trend vertonen met het potentieel om tegen 2030 80-120 euro/ton CO2 e te bereiken. GBL verwacht ook dat de koolstofprijzen in Europa hoger zullen blijven dan in de VS of opkomend Azië.
Als actieve en geëngageerde institutionele investeerder draagt GBL actief bij tot de uitwerking van de klimaatstrategie en de programma's voor het beheer van de klimaatrisico's van haar portefeuillebedrijven via haar betrokkenheid bij hun Raad van Bestuur, hun Auditcomité, hun Strategiecomité of hun Benoemings- en Remuneratiecomité. Interne koolstofprijsinstrumenten worden dan gebruikt om de voorstellen van het management van deze ondernemingen inzake klimaatstrategie en risicobeheerprogramma's te beoordelen, alsook de kosten op middellange en lange termijn en de impact op de EBITDA van bijvoorbeeld koolstofcompensatieregelingen of de vorming van koolstofcompensatiereserves door de portfoliobedrijven.
Na de desinvestering van GBL uit Holcim zijn de portefeuillebedrijven van GBL die het meest blootgesteld zijn aan klimaattransitierisico, actief in de materiaalindustrie. Met name voor deze industrieën worden historische koolstofemissies, toekomstige koolstofemissietrajecten en toewijzingen van emissiereductie-eenheden geanalyseerd om het potentiële verschil in koolstofrechten en de toekomstige impact op kosten en winstgevendheid op basis van interne koolstofprijzen en koolstof naleving te bepalen.
Vanwege de onzekerheid met betrekking tot de ontwikkeling van koolstofmarkten buiten Europa (bv. Azië en China) en het potentieel voor Europa om een koolstofgrensbelasting op te leggen, wordt een conservatieve interne koolstofprijs van 100 euro/ton CO2 e gehanteerd, onafhankelijk van de geografische locatie van de activa in de portefeuille van GBL. Op basis van de interne koolstofprijzen zullen de vertegenwoordigers van GBL in de governance organen van de deelnemingen: (i) de winstgevendheid van de investerings- en CapEx plannen voorgesteld door het management, en
(ii) de implicaties in termen van koolstofbudget en koolstofpositievooruitzichten (algemene long/short positie en koolstof nalevingsstrategie) voor deze deelneming op de proef stellen. Dit zal van invloed zijn op de beslissing die wordt genomen over de ontwikkeling van bepaalde producten of bedrijfsonderdelen in de portefeuillebedrijven van GBL of de locatie van dergelijke investeringen.
Aangezien de interne koolstofprijzingsschema's van GBL voornamelijk worden gebruikt in het kader van de in §7.3.1 beschreven ESG integratieaanpak (§7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48), zijn de koolstofprijzen die in de interne koolstofprijzingsschema's worden gebruikt consistent met die in de financiële staten.
Naast de niet-financiële informatieverschaffing in reglementaire documenten en in het Jaarverslag, rapporteert GBL ook haar klimaatprestaties in het kader van het CDP-jaarverslaggevingsproces. In de laatste CDP-beoordeling (2024 rapporteringscyclus gepubliceerd in februari 2025) is GBL behouden in de "CDP Klimaat A-lijst".
GBL, als investeringsholding die op lange termijn permanent kapitaal investeert, maakt gebruik van ervaren en hoogopgeleide investeringswerknemers. Het familie-erfgoed van GBL geeft een uniek perspectief en de tijdshorizon is over meerdere generaties. De bedrijfscultuur van GBL speelt dus een belangrijke rol in de motivatie en de retentie van werknemers. Om haar missieverklaring "Delivering meaningful growth" waar te maken, streeft GBL ernaar om de toegang tot de juiste pool van talenten te verzekeren in de markten waar GBL actief is. Dit vereist dat GBL het eigen personeel voorziet van competitieve remuneratiepakketten en een aantrekkelijk groeitraject.
In het kader van het DMA-proces en zoals hierboven beschreven, identificeerde GBL haar eigen personeel als een belangrijke stakeholder. Gezien de omvang van GBL beschouwt GBL het eigen personeel als een homogene groep om de beoordeling van potentiële materiële risico's en opportuniteiten voortkomend uit impacts en afhankelijkheden van personen binnen haar eigen personeel te ondersteunen.
Alle personen binnen het eigen personeel van GBL die materiële impact van de onderneming kunnen ondervinden, zijn opgenomen in de scope van de informatieverschaffing in deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring.
De verplichtingen van GBL om te rapporteren of en hoe de daadwerkelijke en potentiële impacts op haar eigen personeel (i) terug te voeren zijn op of verband houden met de strategie en businessmodellen van GBL, en (ii) de aanpassing van de strategie en businessmodellen van GBL onderbouwen en daaraan bijdragen, zijn beschikbaar hierboven (zie §7.2.1 Algemene informatie, pagina 35)
GBL had op het einde van boekjaar 2024 83 werknemers in dienst en verwelkomde 5 medewerkers niet in loondienst binnen haar eigen personeel. De medewerkers niet in loondienst van GBL binnen haar eigen personeel zijn voornamelijk adviseurs of deskundigen op een specifiek gebied (bv. investeringen, IT/AI). 4% van het eigen personeel van GBL is tewerkgesteld op C-niveau (bv. CEO, CFO, COO), 40% in niet-uitvoerende senior of investeringsgerelateerde functies (bv. investeringsprofessionals, afdelingshoofden of senior managers) en 56% in ondersteunende functies (bv. professionals, assistenten of ondersteuning van kantooractiviteiten).
Via het DMA-proces heeft GBL geen materiële negatieve impact geïdentificeerd wat betreft het eigen personeel (feitelijk of potentieel).
In het kader van het DMA-proces heeft GBL het subsubthema "Eigen personeel – Gelijke behandeling en opportuniteiten voor iedereen – Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden" geïdentificeerd als een positieve, daadwerkelijke materiële impact op middellange termijn voor de eigen activiteiten van GBL. Gebruikmakend van de resultaten van het jaarlijkse evaluatieproces of op ad-hocbasis, heeft het betrekking op geïndividualiseerde coaching-, mentoring- en opleidingsprogramma's zoals leiderschapscursussen of opleidingen op maat. Zulke programma's ondersteunen GBL's eigen personeel positief in haar algemene expertise, vaardigheden, kennis en productiviteit en verbeteren de tevredenheid en de retentie van werknemers.
Het betreft geïndividualiseerde coaching, mentoring en opleidingsprogramma's zoals leiderschapscursussen en opleidingen op maat. Zulke programma's ondersteunen GBL's eigen personeel positief in haar algemene expertise, vaardigheden, kennis en productiviteit en verbeteren de tevredenheid en de retentie van werknemers;
In het kader van het DMA-proces identificeerde GBL "Filantropie" als entiteitspecifiek sub-sub-thema verbonden aan een positieve daadwerkelijke materiële impact op middellange termijn. De filantropische activiteiten van GBL worden uitgevoerd in het kader van het initiatief GBL ACT en in verband met de eigen activiteiten van GBL. Ze gebeuren vanuit een echt filantropische filosofie en benadering die een lokale positieve impact nastreeft in welomschreven domeinen van interventie, zoals onderwijs, gezondheidszorg, milieubescherming of sociale rechtvaardigheid. Naast de positieve lokale bijdrage aan milieu en samenleving, ondersteunt GBL ACT de motivatie en de retentie van werknemers.
Via het DMA-proces heeft GBL het sub-sub-thema "Eigen personeel – Arbeidsvoorwaarden – Leefbaar loon" geïdentificeerd als een risico op middellange termijn. Om GBL in staat te stellen toegang te krijgen tot de juiste pool van talenten in de financiële sector in continentaal Europa, moet GBL de werknemers marktconforme remuneratiepakketten aanbieden om het aantrekken en behouden van talent te garanderen. Het onvermogen van GBL om dergelijke marktconforme beloningspakketten aan te bieden, kan de mogelijkheid om de strategie correct uit te voeren, belemmeren. Het Remuneratiebeleid van GBL speelt op dit risico in.
Gezien de omvang van GBL (83 werknemers in eigen personeel op het einde van boekjaar 2024), de concentratie van de activiteit op welbepaalde locaties (54% van het eigen personeel is werkzaam in het hoofdkantoor van GBL in Brussel, België) en het vermogen van het managementteam van GBL om het juiste inzicht te krijgen door deze nabijheid, is er geen specifieke situatie geïdentificeerd met een groot risico op gedwongen arbeid, verplichte arbeid of kinderarbeid. Als investeringsholding met hoogopgeleid personeel en een robuust aanwervingsproces acht GBL het risico op gedwongen arbeid, verplichte arbeid of kinderarbeid voor GBL in haar eigen activiteiten zeer beperkt.
De stakeholders van GBL die actief zijn in de waardeketen zijn in de eerste plaats externe hulpverleners (bv. auditors, advocaten, financieel adviseurs) of verhuurders en facilitaire aannemers (aangezien alle kantoren van GBL gehuurd zijn). Gezien de aard van de contractuele en commerciële relaties tussen GBL en deze stakeholders en de lopende engagementpraktijken van GBL, heeft GBL geen reden om aan te nemen, op de datum van deze geconsolideerde duurzaamheidsverklaring, dat deze relaties materieel zijn op basis van praktijken uit het verleden. GBL is dan ook van mening dat, zoals op dit moment, duurzaamheidsthema's en gerelateerde IRO's voor deze groepen niet relevant zijn voor haar eigen stakeholder engagement strategie.
De Raad van Bestuur van GBL overziet de IRO-gerelateerde strategische richtingen, het beleid, de projecten, de middelen, de prestaties, de rapportering en de betrokken processen.
Het Governance- en Duurzame Ontwikkelingscomité bekijkt en beoordeelt de IRO's met betrekking tot GBL handelend in haar hoedanigheid als "verantwoorde onderneming" (zie §7.2.1 Algemene informatie, pagina 35). De conclusies van elke vergadering van het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité worden door de voorzitster aan de Raad van Bestuur gerapporteerd.
In het kader van de ESG integratieaanpak bekijkt en beoordeelt het Auditcomité jaarlijks de risico's inherent aan het optreden van GBL als "verantwoorde investeerder", inclusief een IRO-specifieke risicobeoordeling uitgevoerd in het kader van het monitoringsproces van de portefeuille (zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48).
In overeenstemming met de vereisten van de CSRD zoals omgezet in de Belgische wetgeving, zijn de taken van het Auditcomité in 2024 uitgebreid tot het monitoren van de duurzaamheidsrapportering inclusief: (i) de Raad van Bestuur informeren over het resultaat van de assurance van de duurzaamheidsrapportering, en hoe de assurance bijdroeg tot de integriteit van de duurzaamheidsrapportering, inclusief de rol die het Auditcomité in het proces speelde; (ii) het monitoren van het duurzaamheidsrapporteringsproces; (iii) het monitoren van de interne controle- en risicobeheersystemen met betrekking tot duurzaamheidsrapportering; (iv) het monitoren van de assurance van duurzaamheidsrapportering en; (v) het monitoren van de onafhankelijkheid van de onafhankelijke verlener van assurancediensten. Het Auditcomité voerde deze taken doorlopend uit in het jaar 2024. De conclusies van elke vergadering van het Auditcomité worden door de Voorzitster aan de Raad van Bestuur meegedeeld.
De CEO is verantwoordelijk voor het toezicht op de bepaling en uitvoering van de personeelsstrategie van GBL. Hij doet een beroep op de expertise van de Head of HR. GBL is echter van mening dat, naast het zetten van de toon aan de top, een effectieve bedrijfscultuur een verregaande betrokkenheid van het personeel vergt om de afstemming op de strategie van GBL te waarborgen. Alle bedrijfsfuncties zijn daarom betrokken, voornamelijk: (i) het investeringsteam dat belast is met de implementatie van de ESG-integratieaanpak van GBL als een "verantwoorde investeerder" in elke fase van de investeringscyclus; (ii) de CFO die belast is met het algemene risicokader van GBL; (iii) de Secretaris-Generaal en de juridische en personeelsdiensten die belast zijn met sociale en governanceaangelegenheden; (iv) de Head of ESG die belast is met milieuaangelegenheden en; (v) de Communicatieverantwoordelijke belast met de interne en externe communicatie.
Het beleid van GBL ten aanzien van het beheersen van de impacts op het eigen personeel is uitgewerkt in GBL's Arbeidsreglement (het "Arbeidsreglement"), GBL's Diversiteit & Inclusie Beleid (de "D&I Beleid"), het Remuneratiebeleid, het ESG Beleid en de Code. De belangrijkste inhoud van dit beleid wordt hierna samengevat:
Het Arbeidsreglement, het D&I-Beleid, het Remuneratiebeleid, het ESG-Beleid en de Code zijn van toepassing op GBL als een "verantwoorde onderneming", d.w.z. de moederonderneming GBL SA en haar directe en indirecte 100%-dochterondernemingen (zie §7.1 Grondslag voor het opstellen van informatie, pagina 36).
De Code, het ESG Beleid, het Remuneratiebeleid en het D&I-Beleid werden formeel herzien en goedgekeurd door de Raad van Bestuur van GBL met de steun van het Governance- en Duurzaamheidscomité. Het Arbeidsreglement en de daarmee samenhangende lokale afwijkingen, die van nature operationeler zijn, werden geëvalueerd en goedgekeurd door het Operationeel Managementcomité van GBL, waarin vertegenwoordigers
van het hoger management van GBL en verschillende operationele departementen zetelen (bv. Financiële afdeling, Secretaris-Generaal, Human Resources, Communicatieafdeling, IT-afdeling).
De Code, het ESG Beleid en het D&I-Beleid zijn openbaar beschikbaar op de website van GBL. Het Remuneratiebeleid wordt aan het publiek bekendgemaakt via de publicatie van het Jaarverslag van GBL. Het Arbeidsreglement wordt gedeeld met elke nieuwe werknemer en het personeel van GBL kan het inzien in de gebouwen van GBL.
Door dit beleid verbindt GBL zich ertoe activiteiten in overeenstemming met alle ethische regels en toepasselijke wetten uit te oefenen.
Sinds 2018 ondersteunt GBL formeel het Global Compact initiatief van de Verenigde Naties ("UNGC"). Door het onderschrijven van de UNGC en de 10 beginselen (die betrekking hebben op mensenrechten, arbeid, milieu en corruptiebestrijding) omvat GBL alle domeinen die door de activiteiten beïnvloed kunnen worden. In het kader van haar verbintenis ten aanzien van de UNGC en haar ESG Beleid erkent GBL in het bijzonder de bepalingen van de UN Guiding Principles on Human Rights en de Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen van de Organisation of Economic Co-operation and Development ("OECD").
GBL is van mening dat het respecteren en beschermen van de mensenrechten essentieel is voor het creëren van duurzame waarde op lange termijn. Bij de uitvoeringsinspanningen op het niveau van GBL gaat het onder meer om het sensibiliseren van het eigen personeel voor bedrijfswaarden en aanverwante mensenrechten, inclusief de vrijheid van meningsuiting en denkbeeld, toegang tot een eerlijke vergoeding en de afwezigheid van discriminatie. De potentiële directe en indirecte impacts van mensenrechten worden in aanmerking genomen in de omgang met zakenpartners, indien deze materieel en relevant zijn. Door het DMA-proces en rekening houdend met de omvang van GBL, het hooggeschoold personeel, het aanwervingsproces en het vermogen van het managementteam van GBL om het juiste inzicht te krijgen door de nabijheid van het personeel, is er, zoals op dit moment, geen specifieke situatie van potentieel mensenrechten risico geïdentificeerd in de context van de DMA.
GBL verbindt zich ertoe de bepalingen inzake deugdelijk bestuur correct toe te passen. Zoals vermeld in het Corporate Governance Charter (het "Charter"), streeft GBL naar diversiteit in de samenstelling van haar bestuursorganen en dit niettegenstaande de aanwezigheid van een controlerende aandeelhouder. Daarom past GBL voor de selectie van nieuwe Bestuurders en Management (bv. C-posities) diversiteitscriteria toe terwijl er beleid en maatregelen zijn om discriminatie te bestrijden.
Als werkgever is GBL van mening dat waardecreatie met name voortvloeit uit haar vermogen om getalenteerde werknemers met diverse opleidingsachtergronden, met aanvullende vaardigheden en ervaring en met een solide morele en ethische basis aan te trekken en te behouden. GBL ondersteunt actief een cultuur van ontwikkeling en prestaties en streeft naar het creëren van flexibele, evenwichtige werkplekken zonder discriminatie, met bijzondere aandacht voor de waarde van diversiteit en persoonlijk welzijn. Deze aanpak die streeft naar een diverse werkomgeving, is opgenomen in het D&I-Beleid en de Code.
De Code, het Arbeidsreglement en maatregelen zijn van kracht om discriminatie te bestrijden, op basis van leeftijd, etniciteit of verondersteld ras, gezinssituatie, genderidentiteit, beperking, gezondheidstoestand, fysieke verschijning, woonplaats, politieke of religieuze opvattingen, seksueel gedrag of geaardheid of enig ander waarneembaar verschil. Het is werknemers verboden een van hun stakeholders ongunstiger te behandelen op basis van de eerder vastgestelde discriminerende criteria en deze criteria te gebruiken om een beslissing ten gunste van of tegen een stakeholder te rechtvaardigen. Elke werknemer moet aandringen op respect voor zichzelf als persoon en voor zijn collega's, hetzij rechtstreeks, hetzij door de Head of HR te raadplegen, zodat deze alle maatregelen kan nemen die een einde kunnen maken aan discriminerend gedrag. Elke Bestuurder of werknemer van GBL die van mening is dat ze onrechtmatig werd gediscrimineerd in aangelegenheden die onder het D&I-Beleid vallen, kan een klacht indienen bij de Compliance Officer van GBL. Jaarlijks zullen het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité en het Uitvoerend Management de prestaties evalueren in het licht van GBL's doelstellingen en verbintenissen inzake diversiteit.
In het kader van het DMA-proces identificeerde GBL haar eigen personeel als een belangrijke stakeholder. Gezien de omvang van GBL is GBL van mening dat het eigen personeel een homogene groep vormt om de beoordeling van potentiële materiële risico's en opportuniteiten als gevolg van impacts en afhankelijkheden van personen binnen haar eigen personeel te ondersteunen. Bij gebrek aan specifieke groepen of risicogroepen binnen het eigen personeel is er dus geen basis voor specifieke beleidstoezeggingen die op specifieke groepen zijn gericht.
GBL wil een omgeving creëren waar mensen gewaardeerd, ondersteund en gesterkt worden om zowel persoonlijk als professioneel succesvol te zijn. Terwijl de Raad van Bestuur van GBL, met de steun van het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité en het Auditcomité het engagementproces met het eigen personeel van GBL overziet, is de CEO verantwoordelijk voor de uitvoering van de engagementstrategie en doet hij hiervoor een beroep op de expertise van de Head of HR.
Op het einde van boekjaar 2024 telde GBL 83 werknemers binnen haar eigen personeel. Hierdoor is tussen het management en de werknemers een dialoog mogelijk die gebaseerd is op nabijheid en vertrouwen. Als werkgever erkent GBL dat waardecreatie onder meer voortvloeit uit het vermogen om een pool van bekwame talenten op te bouwen die de ethische waarden van GBL naleven zonder gender- of achtergrondvooringenomenheid. Deze talenten zijn een grote troef voor GBL als investeringsmaatschappij. GBL verbindt zich ertoe de volgende principes toe te passen: (i) een positieve en langdurige werkrelatie met de werknemers tot stand brengen; (ii) een diverse en inclusieve arbeidsplaats te bieden waar mensen met respect, waardigheid en gelijkheid worden behandeld; (iii) gelijke opportuniteiten op het gebied van tewerkstelling, benoeming en promotie op basis van passende kwalificaties, vereisten en prestaties mogelijk maken; en (iv) zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving. GBL's Code en D&I Beleid stippelt deze principes verder uit en geeft aan tot wie alle werknemers zich kunnen wenden indien er vragen of onzekerheden zijn.
Naast deze nabijheid maakt GBL, om een goede samenwerking met haar eigen personeel te garanderen, gebruik van een aantal verschillende processen (bv. DMA, halfjaarlijkse en jaarlijkse evaluatie), instanties (bv. Operationeel Managementcomité, O2 Comité, Investment Offsite (elk hieronder beschreven)) en instrumenten (bv. engagement survey) om standpunten van haar eigen personeel op een gestructureerde manier te verzamelen om beslissingen te onderbouwen die gericht zijn op het beheersen van de feitelijke en potentiële impacts. De via deze verschillende processen, instanties en instrumenten verzamelde standpunten worden door het management van GBL geanalyseerd en gerapporteerd aan de Raad van Bestuur van GBL en het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité van GBL om de feitelijke en potentiële impacts te beheersen.
Overeenkomstig met de CSRD en vanaf boekjaar 2024 wordt het DMA-proces jaarlijks uitgevoerd en ondersteunt GBL bij het beheer van de materiële duurzaamheid IRO's verbonden aan haar eigen personeel (zie §7.2.1.8 Proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren, pagina 13). In het kader van de DMA-procedure van GBL werden het eigen personeel van GBL geïdentificeerd als betrokken stakeholders en nam een speciaal daartoe aangewezen werknemersvertegenwoordiger deel aan de IRO-identificatieprocedure. De resultaten van het DMA-proces van GBL werden aan het eigen personeel van GBL voorgesteld.
De Investment Offsite, voorgezeten door de CEO, brengt jaarlijks de investeringsprofessionals van GBL samen om zich te buigen over de investeringsstrategie van GBL, het businessmodel van GBL en de bijbehorende middelen en ontwikkelingsplannen. Het ondersteunt het in kaart brengen van potentiële IRO's en het verband tussen de IRO's en het businessmodel. Het biedt een actieplan voor het aanpakken en mitigeren van potentiële IRO's.
Het Operationeel Managementcomité bestaat uit vertegenwoordigers van het senior management van GBL en van verschillende operationele departementen (bv. financiële afdeling, Secretaris-Generaal, personeelsdienst, communicatieafdeling, IT-afdeling). Het Operationeel Managementcomité komt om de twee weken samen en zorgt voor een goed beheer en opvolging van de samenwerking met het eigen personeel van GBL.
Het O2Comité, voorgezeten door de Secretaris-Generaal met de steun van de Head of HR, verzamelt tweewekelijks alle werknemers in de ondersteunende functies. Het maakt een directe samenwerking met deze specifieke categorie werknemers bij de dagelijkse activiteiten mogelijk en ondersteunt het identificeren van potentiële maatregelen die nodig zijn als reactie op specifieke feitelijke of potentiële impacts op het eigen personeel.
Het beoordelingsproces speelt een belangrijke rol in het vermogen van het management om met het eigen personeel van GBL te overleggen. Gestructureerd rond de halfjaarlijkse beoordelingsvergadering en de jaarlijkse beoordelingsvergadering, biedt het de mogelijkheid om de ontwikkelings- en loopbaandoelstellingen van elke werknemer te bespreken en te evalueren.
Ten slotte voert GBL ook doorlopend een evaluatie uit van de tevredenheidsgraad en het engagement van haar eigen personeel. GBL zorgt ervoor dat de tevredenheid en betrokkenheid van elke werknemer minstens maandelijks wordt gemeten via specifieke en gerichte enquêtes.
De omvang van GBL maakt een constante dialoog mogelijk op basis van nabijheid en vertrouwen tussen het management en het personeel. Naast deze nabijheid ondersteunen de engagementactiviteiten die GBL met haar personeel uitvoert via met name het Operationeel Managementcomité of het Comité O2, de vroegtijdige identificatie van potentiële impacts op de personen binnen haar personeel en bieden ze de mogelijkheid om hun oplossing en de effectiviteit van de verschillende kanalen op te volgen. De maandelijkse engagementenquête van GBL ondersteunt op permanente basis ook de beoordeling door het management van GBL van het engagementniveau van haar werknemers en de effectiviteit van de structuren en processen die zijn opgezet om de bezwaren kenbaar te maken en daarvoor een oplossing te krijgen.
Er wordt medewerking en betrokkenheid van alle werknemers verwacht om naleving van het D&I-Beleid, de Code en het Arbeidsreglement te waarborgen, hetzij direct door voorbeeldig gedrag, hetzij indirect door het benaderen van de Head of HR, de Compliance Officer of uiteindelijk door elke inbreuk vertrouwelijk te melden via de Klokkenluidersprocedure.
Ongenoegen of klachtenbehandelingsmechanismen met betrekking tot werknemersaangelegenheden bij GBL zijn geformaliseerd volgens de Code en de Klokkenluidersprocedure. Alle personen binnen het eigen personeel kunnen hun recht uitoefenen om op een veilige manier een feitelijke of potentiële overtreding van de Code of elke andere overtreding die onder de Klokkenluidersprocedure valt, te melden. Melding via de procedure is vertrouwelijk en de werknemer die te goeder trouw en in overeenstemming met de regels van de Klokkenluidersprocedure handelt, zal niet worden onderworpen aan represailles.
De Code, het D&I-Beleid en het Arbeidsreglement worden verspreid onder alle werknemers en zijn toegankelijk op de website van GBL of op de interne gedeelde map. GBL streeft ernaar om ervoor te zorgen dat alle personen binnen het eigen personeel worden opgeleid in de Code, het D&I-Beleid en het Arbeidsreglement zodat ze best practices aannemen in de context van hun activiteiten. GBL zet zich in het bijzonder in om haar werknemers bewust te maken van de waarden en praktijken van GBL en organiseert jaarlijks een verplichte opleiding voor haar volledige personeel.
Uiteindelijk wordt de effectiviteit van het kanaal aangeboden doordat de Klokkenluidersprocedure jaarlijks geëvalueerd wordt door het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité van GBL.
In het kader van het DMA-proces heeft GBL het subsubthema "Eigen personeel – Gelijke behandeling en opportuniteiten voor iedereen – Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden" geïdentificeerd als een positieve, daadwerkelijke materiële impact op middellange termijn voor de eigen activiteiten van GBL. Gebruikmakend van de resultaten van het jaarlijkse evaluatieproces of op ad-hocbasis, heeft het betrekking op geïndividualiseerde coaching-, mentoring- en opleidingsprogramma's zoals leiderschapscursussen of opleidingen op maat die aansluiten bij de specifieke behoeften van de eigen werknemerspopulatie van GBL en haar intrinsieke kenmerken in termen van anciënniteit, expertise en groeitraject met als doel positieve voordelen op middellange termijn te behalen.
Het jaarlijkse evaluatieproces en de daaropvolgende formalisering van het opleidingsontwikkelingsplan spelen een cruciale rol in het vermogen van GBL om positieve impact te leveren in dit sub-subsubthema. Het ontwikkelingsplan dat wordt besproken en gevalideerd door de leidinggevenden en het Head of HR wordt geïmplementeerd binnen een tijdshorizon van 12 maanden na de relevante eindejaarsdiscussie. Dankzij de halfjaarlijkse evaluatie kan de tussentijdse voortgang bij de uitvoering van het ontwikkelingsplan worden gevolgd. Het eigen personeel van GBL profiteert ervan.
Via het DMA-proces heeft GBL het sub-sub-thema "Eigen personeel – Arbeidsvoorwaarden – Adequaat loon" geïdentificeerd als een risico op middellange termijn. Om GBL in staat te stellen toegang te krijgen tot de juiste pool van talenten in de competitieve financiële sector en private equity in continentaal Europa, moet het haar eigen personeel marktconcurrerende remuneratiepakketten aanbieden om het aantrekken en behouden van talenten te waarborgen. Het onvermogen van GBL om dergelijke marktconforme beloningspakketten aan te bieden, kan de mogelijkheid om de strategie correct uit te voeren, belemmeren. Het remuneratiebeleid van GBL speelt op dit risico in.
Een competitief incentiveplan - gestructureerd rond een incentiveplan op korte termijn ("STIP"), een incentiveplan op lange termijn ("LTIP") en een carry plan - speelt een sleutelrol in het vermogen van GBL om het risico verbonden aan een "leefbaar loon" te mitigeren. Elke werknemer binnen het eigen personeel van GBL kan gebruik maken van de STIP en het LTIP dat GBL implementeert, terwijl het carry plan beperkt is tot specifieke personen. Het STIP-programma wordt uitgevoerd binnen een tijdshorizon van 12 maanden. Het LTIP-programma is gestructureerd op een tijdshorizon van 10 jaar met een vestingperiode van 3 tot 4 jaar. Carry plan hanteert doorgaans een tijdshorizon van 10 jaar. GBL volgt jaarlijks de remuneratietrends in de financiële en private equity sector in continentaal Europa op het om ervoor te zorgen dat de verschillende aangeboden incentives effectief zijn. Zie hiervoor §2.2 Remuneratiebeleid pagina 28.
In het kader van het DMA-proces identificeerde GBL "Filantropie" als een entiteitspecifiek sub-sub-thema dat verband houdt met een positieve, daadwerkelijke materiële impact op middellange termijn. De filantropische activiteiten van GBL worden uitgevoerd in het kader van het initiatief GBL ACT en in verband met de eigen activiteiten van GBL. Ze gebeuren vanuit een echt filantropische filosofie en benadering die een lokale positieve impact nastreeft in welomschreven domeinen van interventie, zoals onderwijs, gezondheidszorg, milieubescherming of sociale rechtvaardigheid. Naast de positieve lokale bijdrage aan milieu en samenleving, ondersteunt GBL ACT de motivatie en de retentie van werknemers. Zie §7.2.5 Entiteitspecifiek - Filantropie, pagina 46.
Gezien de aard van de activiteit van GBL is er geen CapEx betrokken bij de uitvoering van actieplannen inzake eigen personeel (huidige of toekomstige middelen). OpEx gerelateerde uitgaven voor de actieplannen voor eigen personeel dekken opleidingskosten, totale beloning en de kosten van het carry plan. In boekjaar 2024 bedroegen de OpEx-uitgaven voor de actieplannen voor eigen personeel 62,9 miljoen euro. Zie toelichting 5.2 Geconsolideerde financiële staten "Details werknemersuitgaven". GBL verwacht dat de OpEx-gerelateerde bedragen op korte termijn stabiel zullen blijven.
Het beheer van de materiële IRO's van GBL met betrekking tot het eigen personeel maakt integraal deel uit van het algemene risicobeheer proces. Zie hoofdstuk Risicobeheer van het Jaarverslag (§3.2.3 Risico's eigen aan GBL, pagina 64).
De Raad van Bestuur van GBL met de steun van het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité evalueert en keurt de doelen voor het eigen personeel goed. GBL heeft geen vertegenwoordiger van het personeel en merkt op dat in het kader van het DMA-proces van GBL een werknemersvertegenwoordiger specifiek werd aangesteld die deelnam aan het identificatieproces van de IRO. Het eigen personeel van GBL hield zich niet bezig met het bepalen van doelen of het monitoren van de prestaties ten opzichte van die doelen. Jaarlijkse verwezenlijkingen worden door de bestuursvertegenwoordigers van GBL op regelmatige basis meegedeeld. Ze bieden het eigen personeel de gelegenheid om eventuele lessen of verbeteringen te bespreken.
GBL behoudt het doel om 100% dekking van haar eigen personeel te behouden door een jaarlijkse evaluatie (scope: holdingsegment; periode: boekjaar 2024 – 2030; nulmeting boekjaar 2023; nulmeting: 100%; dekking berekend als het aantal werknemers binnen het eigen personeel van GBL dat een jaarlijkse evaluatie genoot gedeeld door het totale aantal werknemers binnen het eigen personeel van GBL). In boekjaar 2024 heeft 100% van het eigen personeel van GBL geprofiteerd van een jaarlijkse evaluatie.
GBL behoudt zich het doel voor om het personeelsverloop over de periode boekjaar 2024 – 2030 op een redelijk niveau te houden. De scope van doel nr.2 van het eigen personeel wordt gedefinieerd als eigen personeel van het holdingsegment. Over de 5 jaar tussen boekjaar 2019 en 2023 bedroeg het personeelsverloop van GBL gemiddeld 9,6% (nulmeting 5J: 9,6%, basiswaarde: 9,6%). Het verloop wordt berekend op basis van het aantal vaste werknemers dat de onderneming gedurende het jaar verlaat (vrijwillig, ontslag, pensionering of overlijden tijdens dienstverband), gedeeld door het gemiddelde aantal vaste werknemers gedurende het jaar. Gezien concentratie van het eigen personeel van GBL en de specifieke kenmerken van bepaalde functies bij GBL, beoordeelt GBL deze doelstelling en de redelijke verwezenlijking ervan op kwalitatieve basis, lijn per lijn. In boekjaar 2024 bedroeg het personeelsverloop van GBL (scope holdingsegment) 17,4%.
GBL behoudt het doel om een score voor werknemersbetrokkenheid van meer dan 65% te handhaven voor de periode boekjaar 2024 – 2030. De scope van doel nr.3 van het eigen personeel wordt gedefinieerd als eigen personeel van het holdingsegment. In boekjaar 2023 (basisjaar) bedraagt de score voor werknemersbetrokkenheid van GBL 69%. In boekjaar 2024 bedroeg de score voor werknemersbetrokkenheid van GBL 75%.
Alle data van werknemers worden gerapporteerd in headcount aan het einde van de rapporteringsperiode, tenzij uitdrukkelijk vermeld. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de personeelskenmerken van GBL.
| Personeel | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
|---|---|---|---|
| Aantal werknemers | 72 | 80 | 83 |
| Aantal werknemers (Mannen) | 40 | 48 | 50 |
| Aantal werknemers (Vrouwen) | 32 | 32 | 33 |
| Aantal werknemers (Overig) | / | / | / |
| Aantal werknemers (Niet gerapporteerd) | / | / | / |
| Aantal werknemers (gemiddelde) | 63,0 | 76,0 | 81,5 |
| Aantal VTE's | 62,7 | 78,3 | 81,3 |
| Aantal VTE's (gemiddelde) | 58,4 | 70,5 | 79,8 |
| Geografie-uitsplitsing | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
|---|---|---|---|
| België | 51 | 52 | 54 |
| Rest van de EER | 11 | 10 | 24 |
| VK | 2 | 6 | 5 |
| Totaal | 72 | 80 | 83 |
| Positie | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
| C-niveau | 4 | 3 | 3 |
| Niet-uitvoerend | 32 | 37 | 33 |
| Personeel | 36 | 40 | 47 |
| Totaal | 72 | 80 | 83 |
| C-niveau | 6% | 4% | 4% |
| Niet-uitvoerend | 44% | 46% | 40% |
| Personeel | 50% | 50% | 56% |
| Medewerkers niet in loondienst | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
| Aantal medewerkers niet in loondienst binnen het personeel | 1 | 3 | 5 |
| Zelfstandigen | 1 | 3 | 4 |
| Interim | 0 | 0 | 1 |
| Oproepkrachten | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
| Oproepkrachten | / | / | / |
| Oproepkrachten – Mannen | / | / | / |
| Oproepkrachten – Vrouwen | / | / | / |
| Oproepkrachten – Overige | / | / | / |
| Oproepkrachten – Niet gerapporteerd | / | / | / |
| Personeelsverloop | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
| Aantal werknemers dat in de loop van het jaar is vertrokken | 5 | 6 | 13 |
| Personeelsverloop (aantal werknemers dat tijdens het jaar is | 8,3% | 8,3% | 17,4% |
vertrokken / gemiddeld aantal werknemers binnen het eigen
personeel tijdens het jaar)
Tabel 17 – Kenmerken personeel
Als investeringsholding heeft GBL voornamelijk investeringsprofessionals of professionals in dienst in ondersteunende functies (financieel, juridisch, communicatie, HR, ESG, IT). Voor GBL zijn medewerkers niet in loondienst professionelen met een contract met de onderneming om arbeid te leveren of personen die worden geleverd door ondernemingen die zich voornamelijk bezighouden met personeelswerk (NACE-code N78). Voor GBL zijn medewerkers niet in loondienst meestal zelfstandigen zoals adviseurs (bv. IT/AI, investeringen) of werknemers die voor GBL werken met een interim-contract.
Omwille van de omvang van de activiteiten van GBL en de specifieke kenmerken van de taken en rollen die door medewerkers niet in loondienst bij GBL worden uitgevoerd, is het aantal medewerkers niet in loondienst geen geschat aantal, maar een exact aantal. Omwille van de specifieke kenmerken van de Belgische regulatie heeft de CEO een onafhankelijk statuut, maar rekening houdend met de rol en de volledige toewijding aan GBL, wordt de CEO-functie opgenomen onder het aantal werknemers van GBL.
Voor GBL verwijst het "senior/hoger management" (of "C-niveau") naar de functie van uitvoerend management en omvat het uitvoerend personeel en de hoge ambtenaren die beleid plannen, aansturen en formuleren, de strategie bepalen en de algemene richting geven voor de ontwikkeling van de onderneming binnen de parameters die zijn goedgekeurd door de Raad van Bestuur en andere bestuursorganen. Deze leidinggevenden bevinden zich op de hoogste niveaus van de organisatie en plannen, sturen en coördineren activiteiten met de steun van ondergeschikte leidinggevende en stafmanagers. Bij GBL worden drie functies gekwalificeerd als "top management": de functie van CEO, de functie van CFO en de functie van Secretaris-Generaal en COO.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de dekking van GBL's eigen personeel via cao's.
| Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 | |
|---|---|---|---|
| Percentage werknemers dat door cao's is gedekt | 100% | 100% | 100% |
Tabel 18 – Cao-dekking
Het eigen personeel van GBL valt volledig onder een cao. Vanwege de omvang van GBL en het gebrek aan werknemersvertegenwoordiging is er geen overeenkomst met werknemers om te worden vertegenwoordigd door de Europese arbeidsraad (EAR), de arbeidsraad van de Societas Europaea (SE) of de arbeidsraad van de Societas Cooperativa Europaea (SCE).
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de diversiteit van het personeel en de kenmerken van de arbeidsovereenkomsten van GBL.
| Uitsplitsing naar gender en contracttype | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Mannen | Permanent | 39 | 44 | 44 |
| Tijdelijk | 1 | 4 | 6 | |
| Vrouwen | Permanent | 30 | 31 | 29 |
| Tijdelijk | 2 | 1 | 4 | |
| Mannen | Permanent | 54% | 55% | 53% |
| Tijdelijk | 1% | 5% | 7% | |
| Vrouwen | Permanent | 42% | 39% | 35% |
| Tijdelijk | 3% | 1% | 5% |
Tabel 19 – Diversiteit van personeel en werkgelegenheidskenmerken
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de genderverdeling van GBL in het senior management (C-niveau).
| C-niveau | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
|---|---|---|---|
| Mannen | 3 | 2 | 2 |
| Vrouwen | 1 | 1 | 1 |
| Totaal | 4 | 3 | 3 |
| Mannen | 75% | 67% | 67% |
| Vrouwen | 25% | 33% | 33% |
Tabel 20 – Genderverdeling – C-niveau
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de leeftijdsverdeling van het personeel van GBL.
| Leeftijdsverdeling werknemers | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 12 | 19 | 21 |
| 30 tot 50 jaar | 43 | 43 | 45 |
| Ouder dan 50 jaar | 17 | 18 | 17 |
| Jonger dan 30 jaar | 17% | 24% | 25% |
| 30 tot 50 jaar | 60% | 54% | 54% |
| Ouder dan 50 jaar | 23% | 22% | 21% |
Tabel 21 – Verdeling per leeftijd
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de toereikende loonmaatstaven van GBL.
| Leefbaar loon | Boekjaar 2024 |
|---|---|
| Percentage eigen werknemers dat het lokale verplichte minimumloon of meer betaald wordt | 100% |
| Percentage medewerkers niet in loondienst dat het lokale verplichte minimumloon of meer betaald wordt | 100% |
Tabel 22 – Leefbaar loon
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de dekking van het eigen personeel van GBL door de sociale bescherming.
| Sociale bescherming | Boekjaar 2022 | Boekjaar 2023 | Boekjaar 2024 |
|---|---|---|---|
| Percentage werknemers dat sociale bescherming geniet | 100% | 100% | 100% |
Tabel 23 – Sociale bescherming
Alle werknemers binnen het eigen personeel van GBL genieten sociale bescherming via overheidsprogramma's of aanvullende regelingen aangeboden door GBL: (i) inkomensverlies door ziekte; (ii) inkomensverlies door werkloosheid vanaf wanneer de betrokken eigen werknemer voor GBL werkt; (iii) inkomensverlies door arbeidsongevallen en verworven beperkingen; (iv) inkomensverlies door ouderschapsverlof; (v) inkomensverlies door pensionering. GBL is niet actief in landen waar werknemers geen sociale bescherming genieten voor één of meerdere van de hierboven vermelde soorten gebeurtenissen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de eigen personeelsparticipatie van GBL in de prestatiebeoordeling.
| Prestatiebeoordeling | Boekjaar 2024 |
|---|---|
| Deelname eigen werknemers aan prestatiebeoordeling | 100% |
| Deelname eigen werknemers aan prestatiebeoordeling – Mannen | 100% |
| Deelname eigen werknemers aan prestatiebeoordeling – Vrouwen | 100% |
Tabel 24 – Prestatiebeoordeling
Zoals hierboven vermeld (zie §7.2.3.6 Maatregelen en middelen wat betreft eigen personeel, pagina 38), profiteren werknemers van een jaarlijkse en halfjaarlijkse evaluatievergadering (d.w.z. 2 bijeenkomsten per jaar). 100% van de in 2024 geplande bijeenkomsten zijn gehouden.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van GBL's eigen personeel voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden.
| Boekjaar 2024 |
|---|
| 9,4 |
| 7,4 |
| 12,6 |
Tabel 25 – Opleidingsinspanningen
De onderstaande tabel geeft een overzicht van GBL's maatstaven inzake gezondheid en veiligheid van het personeel.
| Veiligheid en gezondheid | Boekjaar 2024 |
|---|---|
| Aantal sterfgevallen onder eigen personeel | 0 |
| Aantal sterfgevallen bij andere werknemers die op de bedrijfslocaties van de onderneming werken | 0 |
| Aantal ongevallen binnen het eigen personeel | 0 |
| Registreerbaar percentage arbeidsgerelateerde ongevallen | 0 |
| Aantal te registreren beroepsziekten van werknemers | 0 |
| Aantal verzuimdagen als gevolg van arbeidsongevallen, sterfgevallen en beroepsziekten | 0 |
Tabel 26 – Gezondheid en veiligheid
Alle werknemers bij GBL vallen onder het Arbeidsreglement die ongevallen op weg naar het werk dekt. Er zijn echter geen formele H&Sbeheersystemen, aangezien dit niet van toepassing is op de sector waarin GBL actief is aangezien de aard van het werk doorgaans een lager fysiek risico inhoudt in vergelijking met zwaardere industrieën.
Alle werknemers van GBL hebben recht op gezinsverlof via sociaal beleid en collectieve arbeidsovereenkomsten.
| Werk-privébalans | Boekjaar 2024 |
|---|---|
| Percentage werknemers dat recht heeft op gezinsverlof | 100% |
| Percentage rechthebbenden dat gezinsverlof heeft opgenomen | Niet relevant |
| Percentage rechthebbenden dat gezinsverlof heeft opgenomen – Mannen | Niet relevant |
| Percentage rechthebbenden dat gezinsverlof heeft opgenomen – Vrouwen | Niet relevant |
Tabel 27 – Gezinsverlof
In boekjaar 2024 was niemand van de werknemers van GBL in de positie om gezinsverlof op te nemen (geen geboorte of vergelijkbaar kwalificerend evenement).
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de maatstaven voor de beloning van GBL eigen personeel.
In overeenstemming met ESRS S1 §97 wordt de loonkloof tussen mannen en vrouwen gedefinieerd als het verschil in gemiddeld bruto jaarsalaris tussen vrouwelijke en mannelijke werknemers voor werknemers in de onderneming op 31 december 2024. Loongegevens exclusief stagiairs en werknemers van GBL Capital, de hoogst en laagst betaalde werknemers werden uit de gegevensreeks verwijderd.
Opgelet: de generieke maatstaf "Loonkloof tussen mannen en vrouwen (alle werknemers)" kan sterk vertekend zijn en onderworpen zijn aan statistische uitdagingen als gevolg van (i) een zeer geconcentreerd personeelsbestand (ii) de aard van de private equity sector en de daarmee samenhangende remuneratieregelingen die GBL aanbiedt om sleutelpersonen aan te trekken en te behouden; en (iii) de functies die niet worden verdubbeld en dus geen vergelijkbaarheid ondersteunen.
Overeenkomstig met ESRS S1 §98 wordt de generieke maatstaf "Loonkloof tussen mannen en vrouwen (alle werknemers)" aangevuld met maatstaven voor de Loonkloof tussen mannen en vrouwen voor specifieke relevante en homogenere groepen binnen het eigen personeel van GBL: (i) C-niveau en niet-uitvoerend niveau; en (ii) personeelsniveau.
| Compensatie | Boekjaar 2024 |
|---|---|
| Loonkloof tussen mannen en vrouwen (alle werknemers) | 41% |
| Loonkloof tussen mannen en vrouwen (C-niveau & Niet-uitvoerend niveau) | 12% |
| Loonkloof tussen mannen en vrouwen (personeelsniveau) | 12% |
| Jaarlijkse totale remuneratieratio | 13,7 |
Tabel 28 – Compensatie
In boekjaar 2024 werd geen enkel incident op het werk geregistreerd van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, nationaliteit, religie of overtuiging, beperking, leeftijd, seksuele geaardheid of andere relevante vorm van discriminatie waarbij interne en (of) externe stakeholders binnen de eigen activiteiten van GBL betrokken waren tijdens de rapporteringsperiode, met inbegrip van incidenten van intimidatie als specifieke vorm van discriminatie (incident van discriminatie, werkgerelateerde klachten, incidenten en klachten in verband met sociale en mensenrechtenkwesties zoals gerapporteerd in het kader van de Klokkenluidersregeling of via andere wettelijke kanalen).
Gedurende de rapporteringsperiode zijn (i) geen ernstige mensenrechten kwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel geregistreerd; (ii) geen materiële geldboeten, sancties en schadevergoedingen voor ernstige mensenrechten kwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel opgelegd; en (iii) geen materiële geldboeten, sancties en schadevergoedingen als gevolg van schendingen van sociale en mensenrechten factoren geregistreerd.
De Raad van Bestuur van GBL overziet de IRO-gerelateerde strategische oriëntaties, het beleid, de projecten, de middelen, de prestaties, de rapportering en de betrokken processen, inclusief maar niet beperkt tot het zakelijk gedrag.
Het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité bekijkt en beoordeelt de IRO's met betrekking tot GBL handelend in haar hoedanigheid als "verantwoorde onderneming" (zie Deel I van de duurzaamheidsverklaring). De conclusies van elke vergadering van het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité worden door de voorzitster aan de Raad van Bestuur gerapporteerd.
In het kader van de ESG integratieaanpak bekijkt en beoordeelt het Auditcomité jaarlijks de risico's inherent aan het optreden van GBL als "verantwoorde investeerder", inclusief een IRO-specifieke risicobeoordeling uitgevoerd in het kader van het monitoringsproces van de portefeuille (zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48). De beoordeling van het zakelijk gedrag van deelnemingsondernemingen in portefeuille is een standaarditem in deze risicobeoordeling.
In overeenstemming met de vereisten van de CSRD zoals omgezet in de Belgische wetgeving, zijn de taken van het Auditcomité in 2024 uitgebreid tot het monitoren van de duurzaamheidsrapportering inclusief: (i) de Raad van Bestuur informeren over het resultaat van de assurance van de duurzaamheidsrapportering, en hoe de assurance bijdroeg tot de integriteit van de duurzaamheidsrapportering, inclusief de rol die het Auditcomité in het proces speelde; (ii) het monitoren van het duurzaamheidsrapporteringsproces; (iii) het monitoren van de interne controle- en risicobeheersystemen met betrekking tot duurzaamheidsrapportering; (iv) het monitoren van de assurance van duurzaamheidsrapportering en; (v) het monitoren van de onafhankelijkheid van de onafhankelijke verlener van assurancediensten. Het Auditcomité voerde deze taken doorlopend uit in het jaar 2024. De conclusies van elke vergadering van het Auditcomité worden door de Voorzitster aan de Raad van Bestuur meegedeeld.
De CEO is verantwoordelijk voor het toezicht op het zakelijk gedrag van GBL en de rechtstreekse verantwoordelijkheid voor het zakelijk gedrag is gedelegeerd aan de Secretaris-Generaal en de Juridisch Directeur. GBL is echter van mening dat, naast het zetten van de toon aan de top, een effectieve bedrijfscultuur een verregaande betrokkenheid van het personeel vergt om de afstemming op de strategie van GBL te waarborgen. Alle bedrijfsfuncties zijn dus betrokken, in de eerste plaats: (i) het investeringsteam dat instaat voor de uitrol van de ESG-integratieaanpak van GBL als een "verantwoorde investeerder" in elke fase van de investeringscyclus; (ii) de CFO die verantwoordelijk is voor het algemene risicokader van GBL; (iii) de juridische en human resources departementen die verantwoordelijk zijn voor sociale en governancekwesties; (iv) de Head of ESG die verantwoordelijk is voor milieukwesties en; (v) de Communicatieverantwoordelijke voor de interne en externe communicatie.
Zie het hoofdstuk Deugdelijk Bestuur van het Jaarverslag 2024 (§2.2 Raad van Bestuur en Comités, pagina 28).
De bedrijfscultuur uit zich in doelen via gedeelde waarden en overtuigingen. Ze begeleidt de activiteiten van GBL via gedeelde aannames en normen zoals waarden of missieverklaringen. Voor GBL is het subsubthema "Bedrijfscultuur" een positieve materiële impact op lange termijn. Gelet op de familie-eigendom en -controle van GBL, zijn de waarden en bedrijfscultuur van GBL, zoals gedetailleerd in de Gedragscode en Ethische Code (de "Code"), een belangrijke factor die bijdraagt tot de motivatie en het behoud van het eigen personeel. Evenzo is het subsubthema "Bedrijfscultuur" ook een risico op lange termijn voor GBL. Het onvermogen van GBL om een strikte naleving van de waarden van GBL en de verschillende codes, beleidslijnen en processen die aan de basis liggen van de investeringen en de dagelijkse activiteiten van GBL te garanderen, kan een impact hebben op de reputatie en betrouwbaarheid van GBL. De waarden van GBL en de Code gaan op dit risico in.
De Code van GBL legt de waarden en principes vast die het beheer van haar activiteiten regelen en is vastgelegd als regels inzake goed gedrag. Met de Code en de updates van de Code toont het management haar rol als bewaarder van de ethische waarden van GBL. Zij is van plan een sleutelrol te spelen bij het verspreiden van een sterke bedrijfscultuur op elk niveau en zo de coördinatie tussen de verschillende bedrijfsonderdelen van de groep aan te moedigen.
De Code wordt verspreid onder het personeel van GBL en is toegankelijk op de website van GBL. Er wordt medewerking en betrokkenheid van alle werknemers verwacht om naleving van de Code te waarborgen, hetzij direct door voorbeeldig gedrag, hetzij indirect door de Compliance Officer te benaderen of door elke inbreuk vertrouwelijk te melden via de Klokkenluidersprocedure.
Op grond van de Klokkenluidersprocedure zoals beschreven in de Code, kunnen alle werknemers hun recht uitoefenen om op een veilige manier een daadwerkelijke of potentiële schending van de Code of elke andere schending die onder de procedure valt, te melden. Rapportering via de regeling door de compliance officer te benaderen, is vertrouwelijk en de werknemer mag, wanneer hij te goeder trouw en met inachtneming van
de regels van de Klokkenluidersprocedure handelt, niet worden onderworpen aan represailles. GBL verbindt zich ertoe om elk incident inzake zakelijk gedrag onmiddellijk, onafhankelijk en objectief te onderzoeken.
Als investeringsholding verbindt GBL zich ertoe de integriteit en transparantie van de markten te beschermen door elke vorm van marktmisbruik (handel met voorkennis, verspreiding van valse informatie en prijsmanipulatie) met betrekking tot GBL securities of die van haar dochterondernemingen te bestrijden. Daartoe heeft de Raad van Bestuur van GBL een reeks regels opgesteld in de Dealing Code om het beleid ter voorkoming van marktmisbruik vast te stellen, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 596/2014 inzake marktmisbruik van het Europees Parlement en de Raad en de Europese en Belgische uitvoeringsbepalingen ervan. De Dealing Code maakt deel uit van het Charter en is toegankelijk op de website van GBL. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan "Relevante Personen" zoals gedefinieerd in de Dealing Code met betrekking tot de naleving van deze verplichtingen. GBL geeft immers prioriteit aan de naleving van het beginsel van gelijke informatie tussen investeerders. Niet-naleving van dit beginsel zou GBL en al haar werknemers blootstellen aan disciplinaire, civiele en strafrechtelijke sancties.
Integriteit in de bedrijfsvoering is binnen GBL een fundamentele waarde, zowel ten aanzien van het vertrouwen van haar stakeholders als ten aanzien van de juridische risico's die kunnen voortvloeien uit het plegen van corruptie of andere daarmee samenhangende misdrijven. GBL erkent corruptie en beïnvloedingshandel als een obstakel voor de vrije concurrentie en de economische ontwikkeling van onze bedrijven. GBL hanteert een zerotolerancebenadering ten aanzien van handelingen van haar werknemers die op de een of andere manier in verband kunnen worden gebracht met daden van corruptie of politieke beïnvloeding.
GBL is uitsluitend van plan haar investeringsdoel uit te oefenen en niet in gevaar te brengen met enige directe of indirecte betrokkenheid bij de ontwikkeling van beleid, wet- en regelgeving of lobbyactiviteiten. Op grond van de Code levert GBL geen politieke bijdragen en is GBL niet betrokken bij lobbyactiviteiten, aangezien dit haar onafhankelijkheid en mogelijkheden om haar investeringsactiviteit uit te oefenen, gekenmerkt door een investeringshorizon op lange termijn, in gevaar zou brengen.
GBL verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat haar eigen personeel opgeleid wordt in de Code en de Dealing Code zodat alle werknemers beste praktijken aannemen in het kader van hun activiteiten. GBL zet zich in het bijzonder in om haar personeel bewust te maken van de waarden en praktijken van GBL op het gebied van corruptiebestrijding en zakelijk gedrag. Jaarlijks worden opleidingen georganiseerd voor haar personeel om (i) hen bewust te maken van de bedrijfswaarden en de daarmee samenhangende praktijken inzake zakelijk gedrag en (ii) hen te verplichten dit beleid en deze procedures na te leven. In boekjaar 2024 waren de opleidingsinspanningen toegespitst op marktmisbruik en naleving van de portefeuille.
GBL heeft vastgehouden aan het doel om 100% van haar personeel jaarlijks op te leiden in de Code voor de periode boekjaar 2025 – boekjaar 2030. In boekjaar 2024 is 100% van de eigen werknemers opgeleid op de Code.
Gezien de aard van de activiteiten van GBL is er geen CapEx betrokken om de hierboven vermelde maatregelen te ondersteunen. De OpEx ter ondersteuning van het actieplan zakelijk gedrag omvatten de diensten in verband met het beheer van de jaarlijkse nalevingsvragenlijst. In boekjaar 2024 bedraagt dit 35.214 euro.
GBL verwacht dat de toekomstige financiële middelen toegewezen aan maatregelen inzake zakelijk gedrag stabiel zullen blijven ten opzichte van boekjaar 2024.
De Code en de uitvoering ervan worden jaarlijks geëvalueerd door het Governance en Duurzame Ontwikkelingscomité van GBL en de Raad van Bestuur van GBL.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de maatstaven voor zakelijk gedrag van GBL.
| Maatstaven voor zakelijk gedrag | Boekjaar 2024 |
|---|---|
| Percentage risicovolle functies dat door opleidingsprogramma's wordt bestreken | 100% |
| Aantal veroordelingen voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten | 0 |
| Geldboeten voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten (in euro) | 0 |
| Aantal bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | 0 |
| Aantal bevestigde incidenten waarbij eigen werknemers werden ontslagen of disciplinaire maatregelen kregen opgelegd voor incidenten van corruptie of omkoping |
0 |
| Aantal bevestigde incidenten gerelateerd aan contracten met zakenpartners die werden stopgezet of niet verlengd vanwege inbreuken op het gebied van corruptie of omkoping |
0 |
Tabel 29 – Zakelijk gedrag
De Raad van Bestuur van GBL overziet de IRO-gerelateerde strategische oriëntaties, het beleid, de projecten, de middelen, de prestaties, de rapportering en de betrokken processen, inclusief maar niet beperkt tot filantropische activiteiten.
Het Mecenaatcomité van GBL is belast met het toezicht en de rechtstreekse verantwoordelijkheid voor de filantropische activiteiten van GBL. Het Mecenaatcomité van GBL bestaat uit vertegenwoordigers van de Raad van Bestuur, de Secretaris-Generaal en Juridisch Directeur van GBL, de Communicatiedirecteur van GBL, de Head of ESG van GBL, de werknemers van GBL en wordt bijgestaan door externe adviseurs.
De activiteiten van het Mecenaatcomité van GBL worden jaarlijks gerapporteerd aan de Raad van Bestuur van GBL.
In het kader van het DMA-proces identificeerde GBL "Filantropie" als een entiteitspecifiek sub-sub-thema dat verband houdt met een positieve, daadwerkelijke materiële impact op middellange termijn. De filantropische activiteiten van GBL worden uitgevoerd in het kader van het initiatief GBL ACT en in verband met de eigen activiteiten van GBL. Ze gebeuren vanuit een echt filantropische filosofie en benadering die een lokale positieve impact nastreeft in welomschreven domeinen van interventie, zoals onderwijs, gezondheidszorg, milieubescherming of sociale rechtvaardigheid. Naast de positieve lokale bijdrage aan milieu en samenleving, ondersteunt GBL ACT de motivatie en de retentie van werknemers.
Zin geven aan groei en deze doorzetten zijn belangrijke onderdelen van GBL's DNA en benadering van filantropie. Deze waarden liggen ook aan de basis van de maatschappelijke betrokkenheid van GBL en vormen de leidraad bij haar sponsoring en filantropische beslissingen.
Door een aantal projecten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg & wetenschappelijk onderzoek, maatschappelijke impact en milieu actief te begeleiden en te ondersteunen, wil GBL impact maken en bijdragen aan een betere wereld voor toekomstige generaties.
Het filantropiebeleid van GBL is opgebouwd rond vier hoofdthema's, die zowel de keuze van de projecten als de ondersteuning ervan door GBL bepalen.
Rekening houdend met de hierboven beschreven beleidslijnen, worden GBL ACT-programma's uitgevoerd langs de vier belangrijke domeinen van interventies die in het kader van het Filantropiebeleid worden behouden: (i) onderwijs, (ii) gezondheidszorg en wetenschappelijk onderzoek, (iii) sociale impact en (iv) milieu. Om bij te dragen aan de motivatie en het engagement van GBL, worden GBL ACT-programma's beheerd door toegewijde interne teams die gebruikmaken van hun sterke betrokkenheid en bereidheid om impact te hebben.
Het Mecenaatcomité van GBL komt om de drie maanden samen om bestaande projecten op te volgen alsook om potentiële nieuwe projecten te evalueren en te beslissen.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de filantropie maatstaven van GBL.
| GBL ACT | Boekjaar 20241 |
|---|---|
| Totale bijdrage (in miljoen euro) | 2,45 |
| Aantal gesteunde projecten | 40 |
Tabel 30 – Zakelijk gedrag
De financiële middelen die aan GBL ACT worden toegewezen, zullen naar verwachting in de nabije toekomst stabiel blijven.
1 Tenzij anders vermeld, zijn de cijfers voor boekjaar 2020 in deze tabel niet gevalideerd door een externe instantie, met uitzondering van de verstrekte assurance
Als langetermijninvesteerder zet GBL zich in om, door inzicht in materiële duurzaamheids-IRO's, de risico's te beperken, opportuniteiten te benutten in het portefeuillebeheer en de investeringsprestaties van GBL op lange termijn te verbeteren. GBL is dan ook van mening dat ESGintegratie gedefinieerd als de integratie van materiële duurzaamheids-IRO's in de investeringsanalyse en het beheer van haar participaties, bijdraagt tot een beter risicogecorrigeerd rendement voor haar portefeuille.
De Raad van Bestuur van GBL is belast met het toezicht op de strategische oriëntaties, het beleid, de projecten, de middelen, de prestaties, de rapportering en de betrokken processen wat betreft ESG-integratie. Het Auditcomité evalueert en beoordeelt jaarlijks de IRO-specifieke risicobeoordeling die in het kader van de monitoring van de portefeuille wordt uitgevoerd. De CEO is verantwoordelijk voor de uitvoering van de ESG-integratieaanpak en de directe verantwoordelijkheid voor IRO-kwesties is gedelegeerd aan de Head of ESG. GBL is evenwel van mening dat, naast het zetten van de toon aan de top, een behoorlijke ESG-integratie een verregaande betrokkenheid van het personeel vergt, aangezien de bedrijfscultuur van essentieel belang is om de naleving van de strategie van GBL te garanderen. Alle bedrijfsfuncties zijn dus betrokken, in de eerste plaats: (i) het investeringsteam dat belast is met de uitrol van de ESG-integratieaanpak van GBL als een "verantwoorde investeerder" in elke fase van de investeringscyclus; (ii) de CFO die belast is met het algemene risicokader van GBL; (iii) de Secretaris-Generaal en de juridische en human resources departementen die belast zijn met sociale en governancekwesties op GBL-niveau en (iv) de Communicatieverantwoordelijke voor de interne en externe communicatie.
Via het DMA-proces heeft GBL entiteitspecifiek thema "ESG-integratie" geïdentificeerd als een daadwerkelijke positieve materiële impact op korte tot middellange termijn en als een risico op lange termijn. ESG-integratie, gedefinieerd door de Principles for Responsible Investment als "het expliciet en systematisch opnemen van ESG-kwesties in de investeringsanalyse en de investeringsbeslissing", genereert een positieve impact op de duurzaamheidstrajecten en verwezenlijkingen van GBL's portefeuilleparticipaties via een systematisch engagement op materieel IRO-niveau op het niveau van de Raad van Bestuur en met de relevante senior managementvertegenwoordigers van de portefeuilleparticipaties. Het onvermogen van GBL om een correcte integratie van ESG-factoren af te dwingen in de cyclus vóór de investering (uitsluitingsbeleid, eigen ESG-ratingtool, ESG due diligence) en na de investering (ESG-strategisch plan, ESG-engagement, ESG-risicoopvolging, stewardship, exit) kan de reputatie van GBL en de prestaties van haar investeringsactiviteiten beïnvloeden. Het ESG-Beleid van GBL pakt dit risico aan en geeft details over strategie, bestuur, beleid en processen om ESG-overwegingen in de kernactiviteit van GBL te integreren.
Het ESG-Beleid van GBL weerspiegelt de kernwaarden die GBL sturen voor milieu-, sociale en governancekwesties en hun integratie in investeringsactiviteiten. Het presenteert de verbintenissen en de implementatierichtlijnen voor GBL. Het behandelt het beheer van materiële IRO's met betrekking tot ESG-integratie en behandelt ESG-integratievereisten in de pre- en post-investeringsfase.
Het toepassingsgebied van het ESG Beleid ("ESG toepassingsgebied") is van toepassing op GBL en haar directe en indirecte 100%-dochterondernemingen ("GBL als verantwoorde onderneming"). De bedrijven binnen de portefeuille van GBL zijn opgenomen in het ESG toepassingsgebied volgens de aanpak "GBL als verantwoorde investeerder" in lijn met het Deel II van GBL's duurzaamheidsverklaring (zie §7.3 Deel II – GBL geconsolideerd). Deze ondernemingen identificeren en beheren hun duurzame IRO's binnen het kader van hun eigen interne controles en bestuur.
Het ESG Beleid van GBL werd herzien en goedgekeurd door de Raad van Bestuur van GBL. De CEO is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van het ESG Beleid (inclusief, maar niet beperkt tot de ESG-integratiecomponent ervan) en wordt daarin bijgestaan door de Head of ESG en de Investment Partners. De Raad van Bestuur van GBL evalueert jaarlijks de uitvoering van het ESG Beleid.
Het ESG Beleid is openbaar beschikbaar op de website van GBL.
GBL streeft ernaar om kernposities op te bouwen in het aandeelhouderschap, met een adequaat bestuur. Het potentieel om hoofdaandeelhouder te worden en invloed uit te oefenen, het potentieel om in de Raad van Bestuur vertegenwoordigd te zijn en het vermogen om een beroep te doen op een sterk managementteam zijn voor GBL duidelijke en onbetwiste investeringscriteria die haar vermogen om samen met haar ondernemingen in portefeuille op een unieke manier aan materiële duurzame IRO's te werken, rechtstreeks ondersteunen. ESG-integratie heeft dus tot doel om voor elke onderneming in portefeuille duurzaamheids-IRO's te identificeren en, indien als materieel beoordeeld: (i) deze te vertalen naar potentiële aanpassingen van de investeringsscripties; (ii) deze te rapporteren aan het Auditcomité van GBL en uiteindelijk aan de Raad van Bestuur van GBL; en (iii) de opvolging ervan door de vertegenwoordigers van GBL via de bestuursorganen van de ondernemingen in portefeuille te verzekeren.
Het ESG-integratieproces van GBL wordt systematisch toegepast, onafhankelijk van de eigendomskenmerken van de potentiële transactie en (of) investering (bv. gecontroleerde of niet-gecontroleerde positie).
Gezien de aard van haar kernactiviteit en haar investeringshorizon op lange termijn, omvat het integratieproces voor ESG van GBL alle volgende belangrijke stappen in het investeringsproces: (i) bepaling van het investeringsuniversum; (ii) due diligence vóór de investeringsfase; (iii) ESGintegratie na de investering en doorlopende monitoring van de portefeuille; (iv) stemmen en stewardship en; (v) uitstapbeslissing.
Het ESG integratieproces van GBL wordt voortdurend geëvalueerd. In 2024 is het ESG integratieproces van GBL aangepast om de CSRD/ESRSvereisten te integreren.
Tijdens de pre-investeringsfase worden potentiële investeringen gescreend in drie stappen: (i) naleving van het Uitsluitingsbeleid van GBL; (ii) beoordeling van de blootstelling van IRO op basis van het eigen ESG-ratingkader van GBL; en (iii) bevestiging van de blootstelling van IRO's via een diepgaande due diligence en een duurzame IRO-beoordeling.
De eerste stap bestaat in de beoordeling en eventuele uitsluiting van potentiële investeringen overeenkomstig het Uitsluitingsbeleid van GBL. De volgende criteria worden in acht genomen (raadpleeg het ESG Beleid van GBL dat beschikbaar is op de website van GBL voor de volledige details van het Uitsluitingsbeleid van GBL):
De naleving van het GBL-uitsluitingsbeleid door de bestaande ondernemingen in portefeuille wordt jaarlijks geëvalueerd.
Het eigen ESG-ratingkader van GBL ondersteunt de vroege fase van de ESG-integratie. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een geautomatiseerde methodologie voor de bepaling van de ESG-rating om de relevantie van een investeringsopportuniteit en een mogelijke verdere toewijzing van middelen te valideren. Dit opent de weg naar constructieve gesprekken, intern en met de beoogde ondernemingen in de tweede fase van de duurzame IRO-beoordeling en het due diligence proces.
De eigen rating van GBL is opgebouwd rond vier dimensies om de verschillende inzichten te vatten die de ESG-analyse biedt: (i) publiek beschikbare externe ESG-ratings; (ii) trends in externe ESG-ratings die publiek beschikbaar zijn: extern ESG-ratingmomentum (verandering in 3 jaar); (iii) ESG-controverses: beoordeling van blootstelling aan ESG-controverses in absoluut aantal en ernstniveau, potentiële identificatie met rode vlag; en (iv) ESG-materialiteit (absolute en peer-group relatieve prestatiebeoordeling op basis van sectorspecifieke materiële ESG-gebieden geïdentificeerd in de SASB Materiality Map® General Issue Categories).
Het eigen ESG-ratingtool van GBL geeft rechtstreeks toegang tot belangrijke IRO's en -prestaties in het meest kritieke deel van het ESG-spectrum, zoals deugdelijk bestuur, controverses, klimaat- en sociale risico's of indicatoren specifiek aan de SASB Materiality Map® General Issue Categories. Het biedt het investeringsteam een eigen ESG-rating op een schaal van AAA (hoogste rating) tot CCC (laagste rating). Ondernemingen met een ESG-rating van B tot CCC worden uit het investeringsuniversum uitgesloten.
De initiële ESG-risicobeoordeling wordt intern uitgevoerd. potentieel geïdentificeerde ESG-controverses zullen een cruciale rol spelen bij het bepalen van de reikwijdte van de diepgaande due diligence en IRO-beoordeling.
Op basis van de hierboven belichte initiële bevindingen kan de CEO beslissen om middelen verder toe te wijzen en een diepgaande due diligence en IRO-beoordeling uit te voeren van een potentiële investering. Diepgaande due diligence en IRO-beoordeling ondersteunen daarom de vaststelling en erkenning van materiële duurzaamheids-IRO's in een vroeg stadium van het investeringsproces aan de hand van de ESRS. De reikwijdte van de due diligence en de aard van de werkzaamheden zullen in eerste instantie worden gedefinieerd aan de hand van de lijst van de duurzaamheidsthema's die in thematische ESRS aan bod komen, overeenkomstig ESRS 1 TV.16. Dit wordt gecontroleerd met de hieronder vermelde informatiebron om materiële IRO's specifiek voor de overwogen investering te identificeren en te beoordelen: (i) de resultaten van de eigen ratingstool van GBL; (ii) peer benchmarking review; (iii) potentiële DMA uitgevoerd door de overwogen investering wanneer beschikbaar; en (iv) gebruik van de AI DMA-oplossing van Equintel.
In het kader van de due diligence wordt deze analyse intern uitgevoerd door het investeringsteam van GBL en de Head of ESG van GBL met de mogelijke steun van externe ESG-specialisten. Afhankelijk van de aard van de betrokken zakelijke transactie kan overleg met getroffen stakeholders worden opgenomen.
De resultaten van de diepgaande due diligence en de IRO-beoordeling worden geïntegreerd in de investeringsanalyse, de financiële modellering en het proces voor de waardering van de activa. De CEO legt de investeringsnota, die zijn aanbeveling samenvat en de materiële IRO-beoordeling omvat, ter beslissing voor aan de Raad van Bestuur van GBL.
GBL treedt op als een betrokken aandeelhouder in de ondernemingen waarin ze investeert en ziet er via een rechtstreekse interactie met haar bestuursorganen (bv. Raad van Bestuur, Strategisch Comité, Auditcomité, Nominatie- en Remuneratiecomité of Duurzaamheidscomité) op toe dat ze worden geleid op een manier die in overeenstemming is met haar verantwoorde beheerfilosofie, waaronder haar Code en ESG Beleid.
Als zich een incident voordoet op het niveau van een onderneming in portefeuille en het incident aan GBL wordt gemeld via haar bestuursorganen, wordt de opvolging verzekerd door de vertegenwoordiger(s) van GBL binnen het betrokken bestuursorgaan, daarin bijgestaan door relevante adviseurs. Elk belangrijk incident wordt besproken, beoordeeld en opgevolgd door de relevante rapporteringniveaus bij GBL (inclusief de CEO, Juridisch Directeur, Investment Partners en de Head of ESG).
Om haar portefeuille op een gepaste manier op te volgen vanuit een ESG-perspectief, voert GBL jaarlijks een diepgaande IRO-beoordeling uit van haar portefeuillebedrijven. Deze beoordeling, waarvan het proces wordt beschreven in figuur 01 hieronder, werd door GBL gestructureerd om bedrijfs- en marktinformatie te combineren met eigen gegevens die afkomstig zijn van: (i) de interne nalevingsvragenlijst die jaarlijks door GBL wordt beheerd en opgesteld in overeenstemming met ESRS 1 TV.16; (ii) de conclusies van de initiële due diligence en IRO-beoordeling en het bijbehorende actieplan; (iii) de DMA (indien beschikbaar); (iv) de peer benchmarking; (v) de AI-DMA-oplossing van Equintel; (vi) de governanceentiteiten (bv. Raad van Bestuur, Auditcomité, Nominatie- en Remuneratiecomité, enz.); en (vii) de kennis en expertise van het investeringsteam van GBL inzake de portefeuillebedrijven en, meer algemeen, hun sectoren.
| Stap 1: Verzamelen van gegevens | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedrijfsgegevens | Eigen gegevens | Marktgegevens | |||||
| Openbare informatie beschikbaar gesteld door de ondernemingen in portefeuille (jaarverslagen, duurzaamheidsverslagen, CDP klimaat vragenlijst, enz.); |
Interne nalevingsvragenlijst verstuurd door de GBL vertegenwoordiger in de governance organen naar portefeuillebedrijven (de "nalevingsevaluatie"), SASB interne rapportering, AI-gebaseerde controverse monitoring tool (Equintel), Raad / Auditcomité pakket samenstelling (bv. DMA) |
Statistieken en analyses verzameld door de externe ESG expert van GBL (de "ESG Expert") over impacts van de risico's geïdentificeerd tijdens de herziening van bedrijfs- en eigen gegevens |
|||||
| Stap 2: Initiële IRO analyse | |||||||
| Analyse van de IRO-blootstelling | Impact op GBL beoordeling | Risicobeheer beoordeling | |||||
| IRO's blootstellingsbeoordelingskader kalibratie op basis van ESRS- en SASB-kaders, ESG-rapporten, specifieke risico's geïdentificeerd door Equintel AI-gebaseerde monitoringtool en DMA indien beschikbaar |
Analyse door de ESG Expert van de IRO's impacts op GBL op basis van de volgende impactcategorieën: financieel, naleving / juridisch, reputatie, bedrijfsgerelateerd |
Beoordeling risicobeheer uitgevoerd door GBL en de ESG Expert op basis van eigen gegevens (nalevingsevaluatie), ESG rapporten, marktgegevens |
|||||
| Waarschijnlijkheidsscore | Inherente impact | Mitigatiefactor | |||||
| Stap 3: Aangepaste IRO analyse | |||||||
| Input van het investeringsteam van GBL | |||||||
| Evaluatie en aanpassingen op basis van interne kennis van de portefeuillebedrijven en hun sectoren | |||||||
| Aangepaste inherente impact | Aangepaste mitigerende factor | ||||||
| Waarschijnlijkheidsscore | Restimpactscore | ||||||
| Duurzame IRO mapping In kaart brengen van materiële duurzame IRO's voor elke onderneming in portefeuille (op basis van de waarschijnlijkheid dat ze zich voordoen en de impactbeoordeling) |
|||||||
| Stap 4: Rapportering | |||||||
| Auditcomité GBL Overzicht van de duurzame IRO mapping per portefeuillebedrijf |
|||||||
| Raad van Bestuur GBL Presentatie van de belangrijkste IRO's in het kader van de evaluatie van de ESG doelstellingen voor de middellange termijn |
|||||||
| Portefeuillebedrijven Voornaamste IRO's waarop de GBL-vertegenwoordigers toezicht moeten houden in de governance organen van de portefeuillebedrijven |
Figuur 01 – Duurzaam IRO jaarlijks beoordelingsproces
Deze beoordeling heeft tot doel om voor elke onderneming in portefeuille de belangrijkste duurzaamheids-IRO's te identificeren en, indien als materieel beoordeeld: (i) deze te vertalen naar potentiële aanpassingen van de investeringsscripties; (ii) deze te rapporteren aan het Auditcomité van GBL en uiteindelijk aan de Raad van Bestuur van GBL; en (iii) de opvolging ervan door de vertegenwoordigers van GBL via de bestuursorganen van de ondernemingen in portefeuille te verzekeren.
Als professionele aandeelhouder op lange termijn is GBL van mening dat het bevorderen van goede normen voor deugdelijk bestuur, maatschappelijke verantwoordelijkheid en milieubeheer een essentieel onderdeel is van haar verantwoordelijkheid. GBL verwacht dan ook dat al haar deelnemingen voldoen aan hoge normen voor deugdelijk bestuur. Stemmen op de Algemene Vergadering maakt integraal deel uit van deze inspanning en GBL is dan ook van plan om de stemmen verbonden aan al onze investeringen uit te oefenen. De analyse van de ter stemming voorgelegde resoluties wordt uitgevoerd door het investeringsteam, rekening houdend met de investeringsstrategie voor de onderneming in portefeuille. Gezien onze invloed op de ondernemingen in onze portefeuille vanwege de relatieve omvang van ons aandeelhouderschap en onze betrokkenheid bij de verschillende bestuursorganen, heeft GBL de mogelijkheid om de inhoud van de ter stemming voorgelegde resoluties preventief te evalueren, te wijzigen, aan te passen en te valideren en zullen we deze steunen.
Het management van GBL is van plan om fysiek deel te nemen aan de aandeelhoudersvergaderingen. Afhankelijk van de omstandigheden kan GBL haar stem echter ook per post, volmacht of in eender welk elektronisch formaat uitoefenen in overeenstemming met de lokale regelgeving en wettelijke bepalingen.
De ESG risicoanalyse en het jaarlijkse duurzame IRO beoordelingsproces maken integraal deel uit van de benadering van de portefeuillerisicobeoordeling beschreven in Hoofdstuk 3 (zie §3.2.3 Risico's eigen aan GBL, pagina 64).
GBL zorgt voor een adequaat niveau van opleiding en competentieontwikkeling van de verschillende functies die bij de uitvoering van haar ESG Beleid betrokken zijn. Naast de regelmatige interactie met de Raad van Bestuur over ESG-onderwerpen in het kader van de CEO-brief, wordt jaarlijks een ESG-sessie georganiseerd voor de Raad van Bestuur over de resultaten van het ESG-integratieproces. Het management en het personeel van GBL genieten van periodieke opleidingssessies en presentaties tijdens hun wekelijkse vergaderingen. In 2024 lag de focus bij de opleiding rond ESG-integratie op CSRD en de impact ervan voor het investeringsteam.
De Raad van Bestuur van GBL met de steun van het Auditcomité evalueert en keurt de doelen rond ESG-integratie goed.
GBL handhaaft de doelstelling om 100% van de NAW van GBL gedekt te houden door ESG-integratie (beschouwde periode: boekjaar 2020- 2030; nulmeting boekjaar 2020 op 100%). In boekjaar 2024 werd 100% van de NAW van GBL gedekt door ESG-integratie.
GBL behoudt ook het doel om ervoor te zorgen dat 100% van de portefeuille van GBL jaarlijks door de duurzame IRO's-beoordeling wordt gedekt (beschouwde periode: boekjaar 2020- 2030; nulmeting boekjaar 2020 op 100%). In boekjaar 2024 heeft 100% van de portefeuille van GBL geprofiteerd van de jaarlijkse evaluatie van de duurzame IRO's.
Gezien de aard van de activiteiten van GBL, hoofdzakelijk een kantooractiviteit, werden door GBL geen CapEx-uitgaven geïdentificeerd die werden veroorzaakt door de ESG-integratie. OpEx-uitgaven voor ESG-integratie bij GBL dekken de operationele kosten van haar ESG-afdeling (salariskosten, administratieve ondersteuningskosten) alsook de kosten van ESG-gerelateerde diensten (bv. ESG-adviesdiensten, ESG-data, ESGlidmaatschappen, ESG due diligence). In boekjaar 2024 bedroeg ESG integratie OpEx 1.4 miljoen euro.
Naast de bekendmaking van niet-financiële informatie in reglementaire documenten en in haar Jaarverslag, rapporteert GBL ook haar verwezenlijkingen inzake verantwoord investeren in het kader van het PRI-jaarverslaggevingsproces. In de laatste PRI-beoordeling (2023 rapporteringscyclus gepubliceerd in november 2024) behaalde GBL 5-sterrenbeoordelingen in elke beoordeelde dimensie: (i) 94/100 "Beleidsgovernance en -strategie"; (ii) 100/100 "Indirect – Private equity", (iii) 100/100 "Direct – Genoteerde equity – Actief fundamenteel"; (iv) 100/100 "Direct – Private equity"; en (v) 100/100 "Vertrouwenwekkende maatregelen".
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de ESG integratie inspanningen en verwezenlijkingen van GBL.
| ESG Integratie | Maatstaven1,2 | Boekjaar 2024 |
|---|---|---|
| Dekking | Beheerde activa, per activaklasse, waarin ESG-kwesties, investeringen op basis van duurzaamheidsthema's en screening zijn geïntegreerd |
100% |
| Opleiding | Regelmatige ESG opleidingssessie(s) georganiseerd voor het investeringsteam gedurende het jaar | Ja |
| Pre-investering | 100% | |
| Percentage nieuwe investeringen in private activa gedekt door GBL's ESG rating tool en ESG due diligence tijdens de pre-investeringsfase |
- 3 |
|
| Percentage nieuwe investeringen in genoteerde activa gedekt door GBL's ESG rating tool en ESG due diligence tijdens de pre-investeringsfase |
- 4 |
|
| Percentage nieuwe investeringen in alternatieve activa gedekt door GBL Capital's ESG due diligence tijdens de pre-investeringsfase |
100% | |
| Post-investering | Percentage bedrijven in portefeuille onderworpen aan een jaarlijkse IRO-beoordeling | 100% |
| Percentage antwoorden ontvangen van de portefeuillebedrijven met betrekking tot de nalevingsvragenlijst | 100% | |
| Percentage van het ESG toepassingsgebied gedekt door een klimaatrisicoanalyse door een derde partij (excl. SIM / GBL Capital) |
100% | |
| Percentage GBL BKG emissiescope 3 cat. 15 "Investeringen" opgenomen in de fysieke klimaat- en transitierisicoanalyse (excl. SIM / GBL Capital) |
100% |
Tabel 31 – ESG integratie maatstaven
1 Tenzij anders vermeld, zijn de cijfers voor boekjaar 2020 in deze tabel niet gevalideerd door een externe instantie, met uitzondering van de verstrekte assurance
Voor GBL als geconsolideerde entiteit zijn de volgende lijst van ESRS 2 rapporteringsvereisten opgenomen door middel van verwijzing1 .
| Rapportering | ESRS 2 – Algemene informatie – Opname door middel van verwijzing | Pagina |
|---|---|---|
| Grondslag voor het opstellen van de informatie | ||
| BP-1 | Algemene basis voor het opstellen van duurzaamheidsverslagen | pagina 4 |
| BP-2 | rapportering over specifieke omstandigheden | pagina 7 |
| BP-2 | Datapunten die voortkomen uit andere wetgevingen | - |
| Governance | ||
| GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | pagina 27, vol. I |
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema's door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming |
pagina 9 pagina 48 |
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | pagina 40, vol. I |
| GOV-4 | Verklaring over duurzaamheid due diligence | pagina 9 |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportering | pagina 64, vol. I |
| Strategie | ||
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen | pagina 70, vol. I pagina 9 pagina 80 |
| SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | pagina 9 pagina 48 |
| SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | pagina 9 pagina 48 pagina 80 |
| IRO | ||
| IRO-1 | Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | pagina 9 pagina 48 |
| IRO-2 | Rapporteringsvereisten in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverslagen van de onderneming | - |
Tabel 32 – GBL als geconsolideerde entiteit - ESRS rapporteringsvereisten – ESRS 2 – Opname door middel van verwijzing
De financiële geconsolideerde rapporteringsomtrek van GBL wordt beschreven in Hoofdstuk 6 van het Jaarverslag (zie §6.1.7 Consolidatiebereik, geassocieerde deelnemingen en joint ventures en wijzigingen in de groepsstructuur, pagina 160). Het bestaat voornamelijk uit GBL (holdingsegment en GBL Capital), Imerys (genoteerde activa) en Affidea, Sanoptis, Canyon en Sienna Investment Managers (private activa).
Deze activa zijn actief in fundamenteel verschillende industrieën. Rekening houdend met de bepalingen vermeld in ESRS 1 §56 & §103 en EFRAG IG 1 §189, heeft GBL gekozen voor een hybride aanpak om de volledigheid van het geconsolideerde DMA-proces en vervolgens de volledigheid van haar duurzaamheidsverklaring en de transparantie van haar rapportering te waarborgen.
De hierboven beschreven ESG integratieaanpak van GBL (zie §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48) en in het bijzonder het periodieke evaluatieproces van materiële duurzame IRO's ondersteunen de identificatie van potentiële materiële IRO's op groepsniveau in een topdownperspectief.
Rekening houdend met (i) de IRO's geïdentificeerd in het kader van het jaarlijkse IRO-evaluatieproces; (ii) het gewicht van elke activa in de totale portefeuille van GBL; en (iii) de financiële materialiteitsdrempel die GBL hanteert in het kader van de monitoring van haar portefeuille (d.w.z. het financiële risico dat als "materieel" wordt aangemerkt indien de financiële impact op de NAW van GBL groter is dan 500 miljoen euro), bereikt geen van de geïdentificeerde risico's een financiële materialiteitsstatus.
Gezien (i) ESRS 1 Appendix B KK19 en EFRAG IG 1 §192; (ii) de fundamenteel verschillende aard van de sectoren waarin GBL actief is en de daarmee samenhangende potentiële impacts; (iii) het gebrek aan gemeenschappelijk gedeelde thema's / subsubthema's / sub-subsubthema's die uit de analyse blijken; en (iv) het gebrek aan methodologische gronden om impacts die van aard verschillen op een zinvolle manier te meten en te consolideren; GBL is van mening dat, afgezien van ESRS E1 subsubthema "klimaatmitigatie" (geconsolideerde informatie over de totale emissies van GBL), ESRS S1 subsubthema "eigen personeel" (geconsolideerde informatie over het aantal werknemers) en ESRS G1 "corruptie en omkoping" (klokkenluidersregeling aanwezig), de consolidatie van impacts voor geconsolideerde activa in portefeuille volgens de top-downaanpak
1 GBL holding maakt als geconsolideerde entiteit deel uit van GBL. De activiteiten van GBL holding omvatten echter het toezicht op governance, strategie en IRO beheer. Daarom zijn deze referenties opgenomen omdat ze relevant zijn voor zowel GBL als geconsolideerde entiteit als GBL holdings governance, strategie en IRO beheer
de productie van betekenisvolle en relevante informatie die de beheeractiviteiten van haar intrinsieke investeringsholding weerspiegelt. Dergelijke geconsolideerde informatie wordt hierna gepresenteerd.
Om de volledigheid van de geconsolideerde DMA, de volledigheid van het duurzaamheidsverslag en rekening houdend met de bepalingen van ESRS 1 §103 en ESRS 1 Appendix B KK19 alsook haar ESG integratieaanpak (vgl. §7.3.1 Entiteitspecifiek - ESG integratie, pagina 48) te verzekeren, heeft GBL elke geconsolideerde activa verzocht hun eigen DMA uit te voeren.
De onderstaande tabellen geven een overzicht van de resultaten van de DMA van elke gecontroleerde deelneming van GBL.
| Impact materialiteit - Thema's & subsubthema's | GBL | Imerys | Affidea | Sanoptis | Canyon | SIM |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1 | X | X | X | X | X | |
| Klimaatadaptatie | X | X | X | |||
| Klimaatmitigatie | X | X | X | X | ||
| Energie | X | |||||
| ESRS E2 | X | |||||
| Luchtverontreiniging | X | |||||
| Waterverontreiniging | X | |||||
| ESRS E3 | X | |||||
| Water | X | |||||
| ESRS E4 | X | X | ||||
| Directe drukfactoren biodiversiteitsverlies | X | |||||
| Impacts op en afhankelijkheden van ecosysteemdiensten | X | |||||
| Impact op omvang en toestand ecosystemen | X | |||||
| Impact op toestand soorten | X | |||||
| ESRS E5 | X | X | ||||
| Materiaaluitstromen m.b.t. producten en diensten | X | |||||
| Materiaalinstromen, incl. materiaalgebruik | X | X | ||||
| Afval | X | |||||
| ESRS S1 | X | X | X | X | X | X |
| Gelijke behandeling en gelijke opportuniteiten voor iedereen | X | X | X | X | ||
| Andere arbeidsrechten | X | X | X | |||
| Arbeidsvoorwaarden | X | X | X | X | X | |
| ESRS S2 | X | X | ||||
| Gelijke behandeling en gelijke opportuniteiten voor iedereen | X | |||||
| Andere arbeidsrechten | X | |||||
| Arbeidsvoorwaarden | X | X | ||||
| ESRS S3 | X | |||||
| Burger- en politieke rechten van gemeenschappen | X | |||||
| Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen | X | |||||
| Rechten inheemse volken | X | |||||
| ESRS S4 | X | X | X | |||
| Impact op informatie voor consumenten en (of) eindgebruikers | X | X | ||||
| Persoonlijke veiligheid consumenten en (of) eindgebruikers | X | X | X | |||
| Sociale inclusie consumenten en (of) eindgebruikers | X | |||||
| ESRS G1 | X | X | X | X | ||
| Bedrijfscultuur | X | X | X | |||
| Corruptie en omkoping | X | X | ||||
| Beheer relaties met leveranciers, incl. betalingspraktijken | X | |||||
| Verhouding met de politiek en lobbyactiviteiten | X | |||||
| Bescherming klokkenluiders | X | X | X | |||
| Specifieke sector-/entiteitsthema's | X | X | X | |||
| Filantropie | X | |||||
| ESG integratie | X | X | ||||
| Dokter successie | X | |||||
| Regulatie | X | |||||
| IT / Cyber security | X |
Tabel 33 – DMA geconsolideerde activa – Impact materialiteit
| Financiële materialiteit - Thema's & subsubthema's | GBL | Imerys | Affidea | Sanoptis | Canyon | SIM |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1 | X | X | X | X | ||
| Klimaatadaptatie | X | X | X | |||
| Klimaatmitigatie | X | X | X | X | ||
| Energie | X | |||||
| ESRS E2 | X | |||||
| Waterverontreiniging | X | |||||
| ESRS E3 | ||||||
| ESRS E4 | X | |||||
| Directe drukfactoren biodiversiteitsverlies | X | |||||
| Impacts op het bestaan en de toestand van ecosystemen | X | |||||
| Impact op toestand soorten | X | |||||
| ESRS E5 | X | X | ||||
| Materiaaluitstromen m.b.t. producten en diensten | X | |||||
| Materiaalinstromen, incl. materiaalgebruik | X | X | ||||
| ESRS S1 | X | X | X | |||
| Gelijke behandeling en gelijke opportuniteiten voor iedereen | X | |||||
| Andere arbeidsrechten | X | X | ||||
| Arbeidsvoorwaarden | X | X | X | |||
| ESRS S2 | ||||||
| ESRS S3 | ||||||
| ESRS S4 | X | X | ||||
| Impact op informatie voor consumenten en (of) eindgebruikers | X | X | X | |||
| Persoonlijke veiligheid consumenten en (of) eindgebruikers | X | X | ||||
| Sociale inclusie consumenten en (of) eindgebruikers | X | X | ||||
| ESRS G1 | X | X | ||||
| Bedrijfscultuur | X | X | ||||
| Corruptie en omkoping | X | X | ||||
| Bescherming klokkenluiders | X | |||||
| Rapportering over niet-financiële informatie | X | |||||
| IT (security & cybersecurity) | X | X | ||||
| Specifieke sector-/entiteitsthema's | X | X | X | |||
| ESG integratie | X | X | ||||
| Dokter successie | X | |||||
| AI | X | |||||
| Regulatie | X |
Tabel 34 – DMA geconsolideerde activa – Financiële materialiteit
Omwille van de heterogene activiteiten van de gecontroleerde participaties van GBL wordt elk duurzaamheidsthema dat als materieel werd geïdentificeerd op het niveau van de gecontroleerde participatie op zich maar niet op het niveau van de groep nadien gerapporteerd op het niveau van de betrokken participatie.
De duurzaamheidsverklaringen van deze gecontroleerde participaties opgesteld op basis van ESRS-vereisten zijn opgenomen door middel van verwijzing overeenkomstig met sectie 9.1 van ESRS 1 in de Appendix bij deze duurzaamheidsverklaring (zie §7.3.2.6 Duurzaamheidsverklaringen van gecontroleerde deelnemingen, pagina 77).
Zoals hierboven vermeld, aangezien (i) ESRS 1 Appendix B KK19 en EFRAG IG 1 §192; (ii) de fundamenteel verschillende aard van de sectoren waarin GBL actief is en de daarmee samenhangende potentiële impacts; (iii) het gebrek aan gemeenschappelijk gedeelde thema's / subsubthema's / sub-subsubthema's die uit de analyse blijken; en (iv) het gebrek aan methodologische gronden om impacts die van aard verschillen op een zinvolle manier te meten en te consolideren; GBL is van mening dat, afgezien van ESRS E1 subsubthema "klimaatmitigatie" (geconsolideerde informatie over de totale emissies van GBL), ESRS S1 subsubthema "eigen personeel" (geconsolideerde informatie over het aantal werknemers) en ESRS G1 "corruptie en omkoping" (klokkenluidersregeling aanwezig), de consolidatie van impacts voor geconsolideerde activa in portefeuille volgens de top-downaanpak de productie van betekenisvolle en relevante informatie die de beheeractiviteiten van haar intrinsieke investeringsholding weerspiegelt. In dat verband geeft de onderstaande tabel een samenvatting van de lijst van datapunten afgeleid van andere EU-wetgeving.
| Rapporterings vereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring |
SFDR referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie Benchmar kregulatie |
Referentie EU Klimaatwet |
Sectie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (d) | Genderdiversiteit in de Raad van Bestuur |
Indicator nr.13 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816 van de Commissie (27), Bijlage II |
Niet relevant | ||
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (e) | Percentage onafhankelijke Bestuurders |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | |||
| ESRS 2 GOV-4 | 30 | Due diligence verklaring | Indicator nr.10 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) i | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen |
Indicator nr.4 van Tabel 1 van Bijlage I |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 (28) van de Commissie Tabel 1: Kwalitatieve informatie over Milieurisico en Tabel 2: Kwalitatieve informatie over Sociaal risico |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
pagina 64 | |
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) ii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie |
Indicator nr.9 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | ||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens |
Indicator nr.14 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 (29), Art. 12(1); Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | ||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iv | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-1 | 14 | Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken |
Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-1 | 16 (g) | Ondernemingen uitgesloten van de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1, punten d) t/m g), en art. 12, lid 2 |
Niet relevant | ||
| ESRS E1-4 | 34 | Doelen voor BKG-emissiereductie |
Indicator nr.4 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 6 |
Niet relevant | |
| ESRS E1-5 | 38 | Energieverbruik uit fossiele bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) |
Indicator nr.5 van tabel 1 en indicator nr. 5 Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-5 | 37 | Energieverbruik en energiemix |
Indicator nr.5 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-5 | 40-43 | Energie-intensiteit m.b.t. activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact |
Indicator nr.6 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant |
| Rapporterings vereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring |
SFDR referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie Benchmar kregulatie |
Referentie EU Klimaatwet |
Sectie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-6 | 44 | Bruto scope 1-, 2- en 3-emissies en totale BKG-emissies |
Indicatoren nrs.1 en 2 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Artikel 449 bis; Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 5, lid 1, art. 6 en art. 8, lid 1 |
pagina 54 | |
| ESRS E1-6 | 53-55 | Bruto-BKG-emissie intensiteit |
Indicator nr.3 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Artikel 449 bis; Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 8, lid 1 |
pagina 54 | |
| ESRS E1-7 | 56 | BKG verwijderingen en carbon credits |
Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-9 | 66 | Blootstelling benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, Bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-9 | 66 (a); 66 (c) | Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico; Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen |
Artikel 449 bis; Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie alinea's 46 en 47; Template 5: Banking book - Klimaatverandering fysiek risico: Aan fysiek risico onderhevige blootstellingen. |
Niet relevant | |||
| ESRS E1-9 | 67 (c) | Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse |
Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie alinea 34; Template 2: Banking book - Transitierisico's in verband met klimaatverandering: Leningen gedekt door zekerheden in de vorm van onroerend goed – Energie efficiëntie van de zekerheid |
Niet materieel | |||
| ESRS E1-9 | 69 | Mate blootstelling portefeuille aan klimaatgerelateerde opportuniteiten |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II |
Niet relevant | |||
| ESRS E2-4 | 28 | Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in Bijlage II bij E-PRTR verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) |
Indicator nr.8 van tabel 1 van bijlage I Indicator nr.2 van tabel 2 van bijlage I Indicator nr.1 van tabel 2 van bijlage I Indicator nr.3 van tabel 2 van bijlage I |
Niet materieel | |||
| ESRS E3-1 | 9 | Water en mariene hulpbronnen |
Indicator nr.7 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant |
| Rapporterings | Duurzaamheids | SFDR | Pijler 3 | Referentie Benchmar | Referentie EU |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| vereisten | Datapunt | verklaring | referentie | referentie | kregulatie | Klimaatwet | Sectie |
| ESRS E3-1 | 13 | Speciaal beleid | Indicator nr.8 van Tabel 2 Van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E3-4 | 14 | Duurzame oceanen en zeeën |
Indicator nr.12 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E3-4 | 28 c | De totale hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water |
Indicator nr.6.2 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E3-4 | 29 | Totaal waterverbruik in m3 per netto-opbrengst eigen activiteiten |
Indicator nr.6.1 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (a) | Indicator nr.7 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant | ||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (b) | Indicator nr.10 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | ||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (c) | Indicator nr.14 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | ||||
| ESRS E4-2 | 24 (b) | Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / duurzame landbouw |
Indicator nr.11 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E4-2 | 24 (c) | Praktijken of beleid voor duurzame oceanen/ zeeën |
Indicator nr.12 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E4-2 | 24 (d) | Beleid tegen ontbossing | Indicator nr.15 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E5-5 | 37 (d) | Niet-gerecycleerd afval | Indicator nr.13 van Tabel 2 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS E5-5 | 39 | Gevaarlijk afval en radioactief afval |
Indicator nr.9 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS 2- SBM3 - S1 | 14 (f) | Risico op incidenten gedwongen arbeid |
Indicator nr.13 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS 2- SBM3 - S1 | 14 (g) | Risico op incidenten kinderarbeid |
Indicator nr.12 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-1 | 20 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 van Tabel 3 en indicator nr.11 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-1 | 21 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-1 | 22 | Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel |
Indicator nr.11 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-1 | 23 | Beleid of beheersysteem ter preventie van arbeidsongevallen |
Indicator nr.1 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-3 | 32 (c) | Klachtenregeling | Indicator nr.5 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-14 | 88(b) en (c) | Aantal sterfgevallen en aantal en percentage werkgerelateerde ongevallen |
Indicator nr.2 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | ||
| ESRS S1-14 | 88 (e) | Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte |
Indicator nr.3 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-16 | 97 (a) | Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen |
Indicator nr.12 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant |
| Rapporterings | Duurzaamheids | SFDR | Pijler 3 | Referentie Benchmar | Referentie EU |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| vereisten | Datapunt | verklaring | referentie | referentie | kregulatie | Klimaatwet | Sectie |
| ESRS S1-16 | 97 (b) | Ratio buitensporige beloning CEO |
Indicator nr.8 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-17 | 103 (a) | Gevallen van discriminatie |
Indicator nr.7 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S1-17 | 104 (a) | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 en indicator nr.14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
Niet relevant | ||
| ESRS 2-SBM3-S2 | 11 (b) | Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen |
Indicatoren nrs. 12 en 13 Tabel #3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S2-1 | 17 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 Tabel #3 en indicator nr.11 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S2-1 | 18 | Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen |
Indicator nrs. 11 en 4 Tabel #3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S2-1 | 19 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
Niet relevant | ||
| ESRS S2-1 | 19 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
Niet relevant | |||
| ESRS S2-4 | 36 | Mensenrechten problemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream waardeketen |
Indicator nr.14 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S3-1 | 16 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 van Tabel 3 van Bijlage 1 en indicator nr.11 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S3-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights, ILO-beginselen en (of) OECD- richtlijnen |
Indicator nr.10 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
Niet relevant | ||
| ESRS S3-4 | 36 | Mensenrechten problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S4-1 | 16 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers |
Indicator nr.9 van Tabel 3 en indicator nr.11 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS S4-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
Niet relevant | ||
| ESRS S4-1 | 35 | Mensenrechten problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS G1-1 | 10 (b) | VN-Verdrag tegen corruptie |
Indicator nr.15 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant | |||
| ESRS G1-1 | 10 (d) | Bescherming klokkenluiders |
Indicator nr.6 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
pagina 38 | |||
| ESRS G1-4 | 24 (a) | Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegen corruptie en omkoping |
Indicator nr.17 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II |
Niet relevant | ||
| ESRS G1-4 | 24 (b) | Normen bestrijding corruptie en omkoping |
Indicator nr.16 van Tabel 3 van Bijlage 1 |
Niet relevant |
Tabel 35 – GBL als geconsolideerde entiteit – Lijst van datapunten afgeleid van andere EU-wetgeving
Gezien (i) ESRS 1 Appendix B KK19 en EFRAG IG 1 §192; (ii) de fundamenteel verschillende aard van de sectoren waarin GBL actief is en de daarmee samenhangende potentiële impacts; (iii) het gebrek aan gemeenschappelijk gedeelde thema's / subsubthema's / sub-subsubthema's die uit de analyse blijken; en (iv) het gebrek aan methodologische gronden om impacts die van aard verschillen op een zinvolle manier te meten en te consolideren; GBL is van mening dat, afgezien van ESRS E1 subsubthema "klimaatmitigatie" (geconsolideerde informatie over de totale emissies van GBL), ESRS S1 subsubthema "eigen personeel" (geconsolideerde informatie over het aantal werknemers) en ESRS G1 "corruptie en omkoping" (klokkenluidersregeling aanwezig), de consolidatie van impacts voor geconsolideerde activa in portefeuille volgens de top-downaanpak de productie van betekenisvolle en relevante informatie die de beheeractiviteiten van haar intrinsieke investeringsholding weerspiegelt.
In dit verband geeft de onderstaande tabel een overzicht van de lijst van ESRS rapporteringsvereisten die van toepassing zijn op GBL als geconsolideerde entiteit.
| Rapportering | ESRS E1 – Klimaatverandering | Pagina |
|---|---|---|
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | pagina 40, vol. I |
| Strategie | ||
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | pagina 64 |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | pagina 64 |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
pagina 64 |
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | pagina 64 |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft klimaatbeleid | pagina 64 |
| Maatstaven en doelen | ||
| E1-4 | Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | pagina 64 |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | - |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies | pagina 64 |
| E1-7 | Uit carbon credits gefinancierde BKG verwijderingen en mitigatieprojecten | Niet van toepassing |
| E1-8 | Interne koolstofprijs | Niet van toepassing |
| E1-9 | Beoogde financiële impacts van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatopportuniteiten | pagina 64 |
Tabel 36 – GBL als geconsolideerde entiteit - ESRS rapporteringsvereisten – ESRS E1
| Rapportering | ESRS S1 – Eigen personeel | Pagina |
|---|---|---|
| Strategie | ||
| ESRS S1, SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | pagina 76 |
| ESRS S1, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | pagina 76 |
| IRO | ||
| S1-1 | Beleid inzake eigen personeel | pagina 76 |
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | pagina 76 |
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | pagina 76 |
| S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen |
pagina 76 |
| Maatstaven en doelen | ||
| S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
pagina 76 |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | pagina 76 |
| S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | Niet van toepassing |
| S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | Niet van toepassing |
| S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | Niet van toepassing |
| S1-10 | Leefbaar loon | Niet van toepassing |
| S1-11 | Sociale bescherming | Niet van toepassing |
| S1-12 | Mensen met een beperking | Niet van toepassing |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | Niet van toepassing |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | Niet van toepassing |
| S1-15 | Maatstaven voor werk-privébalans | Niet van toepassing |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | Niet van toepassing |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | Niet van toepassing |
| Rapportering | ESRS G1 - Zakelijk gedrag | Pagina |
|---|---|---|
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-1 | De rol van de bestuurs-, toezichthoudende en leidinggevende organen | pagina 77 |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
pagina 77 |
| G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | pagina 77 |
| G1-2 | Beheer van relaties met leveranciers | Niet van toepassing |
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | Niet van toepassing |
| Maatstaven en doelen | ||
| G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | Niet van toepassing |
| G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten | Niet van toepassing |
| G1-6 | Betalingspraktijken | Niet van toepassing |
Tabel 38 – GBL als geconsolideerde entiteit - ESRS rapporteringsvereisten – ESRS G1
Zie de daaropvolgende lijst van ESRS informatievereisten voor GBL holding (§7.2.1.11 Rapportering van de lijst van ESRS rapporteringsvereisten die bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring in acht zijn genomen na de uitkomst van de materialiteitsanalyse, pagina 20) en haar geconsolideerde entiteiten (§7.4 Appendix, pagina 80) voor de relevante rapportering.
De individuele verklaringen van geconsolideerde entiteiten die beschikbaar zijn in de Appendix (zie §7.4 Appendix, pagina 80), waar de informatie geen betrekking heeft op geconsolideerde materiële onderwerpen van de DMA, zijn vrijwillige toelichtingen op basis van ESRS-normen. Voor materiële thema's op het niveau van de uitgesplitste gecontroleerde participatie, verwijzen wij naar de DMA geconsolideerde activa – Impact materialiteit en DMA geconsolideerde activa – Financiële materialiteit tabellen hierboven in deze sectie.
Rapportering met betrekking tot niet-gecontroleerde participaties (zie §7.3.3 Niet-gecontroleerde deelnames, pagina 78) vertegenwoordigt ook vrijwillige informatie inclusief (i) om aan verzoeken van investeerders te voldoen (SFDR Art. 8 fondsen); (ii) om te voldoen aan de vereisten inzake geïntegreerde informatievereisten van de CDP-vragenlijst; en (iii) om transparantie over de klimaatprestaties en verwezenlijkingen van GBL te waarborgen.
Omwille van de heterogene activiteiten van de gecontroleerde participaties van GBL wordt elk duurzaamheidsthema dat als materieel werd geïdentificeerd op het niveau van de gecontroleerde participatie nadien gerapporteerd op het niveau van de relevante participatie.
De duurzaamheidsverklaring van GBL als holding wordt opgesteld in overeenstemming met de ESRS-vereisten en is opgenomen door middel van verwijzing overeenkomstig met sectie 9.1 van ESRS 1 in Deel I van dit duurzaamheidsverklaring (zie §7.2 Deel I – GBL holding, pagina 9).
De duurzaamheidverklaringen van de gecontroleerde deelnames worden opgesteld op basis van ESRS vereisten en zijn opgenomen door middel van verwijzing overeenkomstig met sectie 9.1 van ESRS 1 in de Appendix bij deze duurzaamheidsverklaring (zie §7.3.2.6 Duurzaamheidsverklaringen van de gecontroleerde deelnemingen, pagina 77 en §7.4 Appendix, pagina 80).
Voor GBL als geconsolideerde entiteit wordt de lijst van ESRS 2 informatievereisten opgenomen door middel van verwijzing hierboven beschreven (zie §7.3.2.1 Algemene informatie, pagina 54).
Voor GBL als geconsolideerde entiteit wordt de lijst van ESRS E1 informatievereisten opgenomen door middel van verwijzing hieronder beschreven (zie §7.3.2.3 Geconsolideerde milieu informatie, pagina 64).
Voor GBL als geconsolideerde entiteit wordt de lijst van ESRS S1 informatievereisten opgenomen door middel van verwijzing hieronder beschreven (zie §7.3.2.4 Geconsolideerde sociale informatie, pagina 76).
Voor GBL als geconsolideerde entiteit wordt de lijst van ESRS G1 informatievereisten opgenomen door middel van verwijzing hieronder beschreven (zie §7.3.2.5 Geconsolideerde governance informatie, pagina 78).
Gezien GBL als een geconsolideerde entiteit kwamen ESRS E2 Verontreiniging, ESRS E3 Water en mariene hulpbronnen, ESRS E4 Biodiversiteit, ESRS E5 Circulaire economie, ESRS S2 Werknemers in de waardeketen, ESRS S3 Getroffen gemeenschappen en ESRS S4 Consumenten en eindgebruikers niet voor op de longlist die GBL aanvankelijk met de steun van Equintel opstelde. Deze thema's werden als niet materieel voor GBL beoordeeld. Dit werd bevestigd door de resultaten van de Equintel DMA tool voor GBL. Merk op dat GBL als geconsolideerde entiteit haar sites en bedrijfsactiviteiten niet heeft gescreend op E2-E5 gerelateerde IRO's. Zie de Appendix en Deel I voor de details van de DMA-processen van elke gecontroleerde deelneming (§7.2.1.8 Proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren, pagina 13 en §7.4 Appendix, pagina 80)
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de ESRS E1 informatievereisten die van toepassing zijn op GBL als geconsolideerde entiteit, opgenomen door middel van verwijzing.
| Rapportering | ESRS E1 – Klimaatverandering – Opname door middel van verwijzing | Pagina |
|---|---|---|
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | pagina 40, vol. I |
| Strategie | ||
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | pagina 25 pagina 80 |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | pagina 27 pagina 80 |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
pagina 27 pagina 80 |
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | pagina 29 pagina 80 |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft klimaatbeleid | pagina 29 pagina 80 |
| Maatstaven en doelen | ||
| E1-4 | Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | pagina 29 pagina 80 |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | Niet van toepassing |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies | - |
| E1-7 | Uit carbon credits gefinancierde BKG verwijderingen en mitigatieprojecten | Niet van toepassing |
| E1-8 | Interne koolstofprijs | Niet van toepassing |
| E1-9 | Beoogde financiële impacts van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatopportuniteiten | pagina 27 pagina 80 |
Tabel 39 – GBL als geconsolideerde entiteit - ESRS rapporteringsvereisten – ESRS E1 – Opname door middel van verwijzing
De broeikasgasemissies van GBL worden berekend volgens het BKG Protocol (2012) volgens de equity-share methode. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de broeikasgasemissies in de geconsolideerde entiteiten van GBL.
| Boekjaar 2024 - t. CO2e | GBL | Imerys | Affidea | Sanoptis | Canyon | Sienna IM | GBL Geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NAW (% NAW GBL) | 100% | 8,6% | 9,7% | 6,3% | 1,7% | 0,9% | 27,2% |
| Eigendom (%) | 100% | 54,72% | 99,04% | 83,23% | 48,78% | 100% | |
| Scope 1 BKG-emissies | |||||||
| Directe emissies | 103 | 1.281.067 | 4.558 | 2.111 | 524 | 63 | 1.288.425 |
| Percentage scope 1 emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) |
0% | 34% | 0% | 0% | 0% | 0% | - |
| Scope 2 BKG-emissies | |||||||
| Indirecte elektriciteitsgerelateerde emissies – Locatiegebaseerd |
42 | 600.795 | 12.995 | 2.994 | 939 | 50 | 617.815 |
| Indirecte elektriciteitsgerelateerde emissies – Marktgebaseerd |
7 | 501.699 | 12.995 | 2.994 | 98 | 38 | 517.831 |
| Significante scope 3 BKG emissies | |||||||
| Totale Scope 3 BKG-emissies (ESRS) | 17.071.460 | 4.400.448 | 79.807 | 33.160 | 97.839 | 8.675.953 | 18.122.843 |
| Cat. 1 – Gekochte goederen en diensten | 78 | 1.660.082 | 51.953 | 11.434 | 58.055 | 3.596 | 1.785.198 |
| Cat. 2 – Kapitaalgoederen | 9 | 263.015 | 3.650 | 15.455 | 976 | 83 | 283.188 |
| Cat. 3 – Upstream van scope 1 & scope 2 | 36 | 354.965 | 5.225 | 880 | 151 | 25 | 361.282 |
| Cat. 4 – Upstreamvervoer en -distributie | ns1 | 354.658 | Inc. cat. 1 & 2 | ns | 30.860 | ns | 385.518 |
| Cat. 5 – Afval | 1 | 41.985 | 688 | 1.209 | 85 | 8 | 43.977 |
| Cat. 6 – Zakelijk reisverkeer | 594 | 6.318 | 667 | 298 | 761 | 135 | 8.773 |
| Cat. 7 – Woon-werkverkeer werknemers | 22 | 10.033 | 8.528 | 3.884 | 2.069 | 60 | 24.596 |
| Cat. 8 – Upstream geleasede activa | ns | ns | Inc. cat. 2 | ns | ns | ns | ns |
| Cat. 9 – Downstreamvervoer en -distributie | ns | 772.790 | 9.097 | ns | ns | ns | 781.887 |
| Cat. 10 – Verwerking van verkochte producten | ns | 593.486 | ns | ns | ns | ns | 593.486 |
| Cat. 11 – Gebruik van verkochte producten | ns | 0 | ns | ns | 3.469 | ns | 3.469 |
| Cat. 12 – End-of-life verwerking van verkochte producten |
ns | 169.670 | ns | ns | 1.413 | ns | 171.083 |
| Cat. 13 – Downstream geleasede activa | ns | ns | ns | ns | ns | ns | ns |
| Cat. 14 – Franchises | ns | ns | ns | ns | ns | ns | ns |
| Cat. 15a – Investeringen (BKG Protocol, equity-share methode op basis van scope 1 + scope 2)2 |
1.320.192 | - | - | - | - | - | 322.621 |
| Cat. 15b – Investeringen (ESRS E1 46h(iii), scope 3)2 | 15.750.528 | 173.446 | ns | ns | ns | 8.672.046 | 13.357.766 |
| Totale BKG-emissies | |||||||
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) | 17.071.605 | 6.282.310 | 97.360 | 38.265 | 99.302 | 8.676.066 | 20.029.084 |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) | 17.071.570 | 6.183.214 | 97.360 | 38.265 | 98.461 | 8.676.053 | 19.929.099 |
| Intensiteitsratio | |||||||
| Omzet (miljoen euro) | - 3 |
3.604,9 | 784,1 | 1.037,6 | 665,7 | 105,8 | 6.198,0 |
| Intensiteitsratio: Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) / Netto-omzet |
- 4 |
1.742,7 | 124,2 | 36,9 | 149,2 | 82.004,4 | - 4 |
| Intensiteitsratio: Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) / Netto-omzet |
- 4 |
1.715,2 | 124,2 | 36,9 | 147,9 | 82.004,3 | - 4 |
Tabel 40 – GBL als geconsolideerde entiteit – Geconsolideerde broeikasgasemissies
1 Niet significant
2 Zie de tabel GBL BKG emissies - Portfolio niveau (boekjaar 2024) (§7.3.3.1 BKG-emissies van niet-gecontroleerde investeringen, pagina 78)
GBL ondersteunt de ambities die op EU-niveau worden nagestreefd door de oprichting van de EU Taxonomie in het kader van de Taxonomie Verordening.
De EU-Taxonomie heeft tot doel een classificatiesysteem te creëren om te bepalen of een economische activiteit als ecologisch duurzaam kan worden aangemerkt. Overeenkomstig met artikel 8 van de Taxonomieverordening heeft GBL beoordeeld hoe en in welke mate haar eigen activiteiten en de activiteiten van haar geconsolideerde ondernemingen verband houden met economische activiteiten die als ecologisch duurzaam worden beschouwd in de zin van de EU-Taxonomie. De inhoud en presentatie van deze informatie is gespecificeerd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie van 6 juli 2021 (zoals gewijzigd, de "Disclosures Delegated Act").
Op grond van de Taxonomie Verordening en de rapporteringwet moet GBL in dit Duurzaamheidsverslag (i) het aandeel van de omzet van de geconsolideerde activiteiten van GBL rapporteren dat afkomstig is van producten en diensten die verband houden met ecologisch duurzame economische activiteiten in de zin van de EU-Taxonomie en (ii) het aandeel van de kapitaaluitgaven (CapEx) en operationele uitgaven (OpEx) van de geconsolideerde activiteiten van GBL die verband houden met activa of processen die verband houden met ecologisch duurzame economische activiteiten in de zin van de EU-Taxonomie.
De in deze rubriek gepresenteerde informatieverschaffing over de Taxonomie bestrijkt het volledige gamma van de geconsolideerde activiteiten van GBL in het boekjaar 2024. In dit duurzaamheidsverslag werd de afstemming van de geconsolideerde activiteiten van GBL op de EU-Taxonomie beoordeeld aan de hand van de milieudoelstellingen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie zoals voorgeschreven door Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 (zoals gewijzigd, de "Climate Delegated Act") en de milieudoelstellingen inzake het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, de transitie naar een circulaire economie, het voorkomen en bestrijden van verontreiniging en het beschermen en herstellen van de biodiversiteit en ecosystemen zoals voorgeschreven door Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2486 (de "Environmental Delegated Act").
GBL heeft echter binnen de groep geen activiteiten geïdentificeerd die in de Environmental Delegated Act worden vermeld. Daarom wordt in dit verband geen informatie verschaft. Merk op dat de informatieverschaffing van Sienna IM in het kader van de Disclosures Delegated Act, de Climate Delegated Act en de Environmental Delegated Act niet in aanmerking werd genomen in de geconsolideerde informatieverschaffing door GBL in deze sectie van haar duurzaamheidsverslag, maar in de specifieke Appendix van Sienna IM (zie §7.4 Appendix, pagina 80).
De omzet, CapEx en OpEx die voortkomen uit of verband houden met economische activiteiten die in aanmerking komen voor Taxonomie, zijn bepaald volgens de Disclosures Delegated Act, de Climate Delegated Act en de Environmental Delegated Act.
Deze financiële gegevens worden uit de financiële staten geëxtraheerd, zodat de in deze afdeling vermelde omzet- en uitgavencijfers aansluiten bij de geconsolideerde financiële staten (zie toelichting 8, 11 & 6 bij de geconsolideerde financiële staten, Jaarverslag 2024 en Imerys' toelichting in §7.4 Appendix, pagina 80):
Omzet opgenomen overeenkomstig IFRS-standaard (IAS 1).
Op 31 december 2024 zijn geen andere individuele kapitaaluitgaven geïdentificeerd, dan die in verband met de hierboven gerapporteerde economische activiteiten, die in aanmerking komen voor Taxonomie.
De marktpraktijk voor de toepassing en uitlegging van bepaalde termen in het kader van de Taxonomieverordening en de gedelegeerde handelingen daarvan is nog niet volledig geregeld, aangezien de wetgeving pas onlangs is ingevoerd. Het kan dus zijn dat naarmate de marktpraktijk zich daaromheen ontwikkelt en de EU Taxonomie verder wordt ontwikkeld, onze rapportering kan veranderen.
Ondanks enkele onzekerheden rond de toepassing in de praktijk van de Taxonomieverordening en de gedelegeerde handelingen ervan, heeft GBL al het mogelijke gedaan om betrouwbare gegevens te verzamelen over de geschiktheid van de Taxonomie en de afstemming van haar geconsolideerde activiteiten op de EU-Taxonomie. De informatieverschaffing over de Taxonomie die in deze rubriek wordt voorgesteld, gebeurt op basis van GBL's beste inzicht in de termen en concepten gebruikt in de Taxonomieverordening en haar gedelegeerde handelingen (zoals verduidelijkt door de Europese Commissie).
De onderstaande tabel toont de blootstelling van GBL aan nucleaire energie en fossiele gassen in overeenstemming met de Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214.
| Kernenergiegerelateerde activiteiten | |
|---|---|
| (1) De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. |
Nee |
| (2) De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. |
Nee |
| (3) De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. |
Nee |
| Activiteiten in verband met fossiel gas | |
| (4) De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. |
Nee |
| (5) De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/ koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
Nee |
| (6) De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/ koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
Nee |
Tabel 41 – GBL als geconsolideerde entiteit – Bijlage XII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214
De analyse van het in aanmerking komen van de geconsolideerde activiteiten van GBL werd uitgevoerd in het licht van de Taxonomieverordening, de Disclosures Delegated Act, de Climate Delegated Act en de Environmental Delegated Act.
Volgens deze regels heeft de groep vastgesteld dat bepaalde van haar economische activiteiten in aanmerking komen voor de Taxonomy. Binnen de groep:
(i) Imerys produceert carbon black (NACE-code C20.13), dat in aanmerking komt op grond van sectie 3.11 van Annex I bij de Climate Delegated Act en dat het een transitieactiviteit is met betrekking tot de milieudoelstelling inzake mitigatie van de klimaatverandering indien het voldoet aan de relevante technische screeningcriteria die in de Climate Delegated Act zijn vastgesteld (de "Technical Screening Criteria").
De productie van carbon black is inderdaad een essentieel onderdeel van de waardeketen voor de transitie naar elektrische voertuigen voor de mobiele energiemarkt. De transitie naar elektrische voertuigen is een topprioriteit in de strijd tegen klimaatverandering. Imerys is een toonaangevende leverancier van zeer geleidende koolstofoplossingen voor lithium-ionbatterijen die in elektrische voertuigen worden gebruikt. Deze oplossingen dragen bij aan de transitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energie door cruciale materialen te leveren die de energiedichtheid stimuleren en de oplaadtijden van lithium-ionbatterijen verkorten.
Op grond van sectie 3.11 van Annex II bij de Climate Delegated Act kan de productie van carbon black ook in aanmerking komen voor de milieudoelstelling inzake adaptatie aan klimaatverandering. Gezien de intrinsieke substantiële bijdrage van deze activiteit aan de mitigatie van klimaatverandering en de praktijken van de sector, is echter niet vastgehouden aan de vraag of deze activiteit in aanmerking komt voor de milieudoelstelling inzake adaptatie aan klimaatverandering.
(ii) Imerys produceert Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen (NACE-code C23.51), die in aanmerking komen op grond van sectie 3.7 van Annex I bij de Climate Delegated Act en een transitieactiviteit is met betrekking tot de milieudoelstelling inzake beperking van de klimaatverandering indien zij voldoet aan de relevante technische screeningcriteria.
De productie van deze producten maakt deel uit van Imerys' bedrijfsactiviteit op het gebied van vuurvaste materialen, schuur- en constructiematerialen. Ze ondersteunen de transitie naar duurzaam bouwen door oplossingen voor bouwchemicaliën te bieden. Bouwchemicaliën maken een sterke groei door, omdat ze de koolstofvoetafdruk van calciumaluminaatcement en beton verminderen. Imerys produceert calciumaluminaten voor de bouwsector, waar deze additieven de productiviteit van beton verbeteren, met name door het versnellen van de uitharding. Imerys produceert ook mortel op basis van calciumaluminaat om rioolstelsels te beschermen tegen biogene corrosie, met een verlengde levensduur en bijgevolg een daling van het verbruik van grondstoffen, een vermindering van de behoeften aan arbeid en vrachtwagens, waardoor de broeikasgasemissies van de nutsbedrijven worden verminderd en de stilstandtijd van activa wordt verminderd, waardoor de productiviteit toeneemt en het risico wordt verminderd dat onbehandeld water in het milieu komt.
Op grond van Sectie 3.7 van Annex II bij de Climate Delegated Act kan de Portlandklinker, het cement of andere bindmiddelen van Imerys ook in aanmerking komen voor de milieudoelstelling van adaptatie aan klimaatverandering. Gezien de intrinsieke substantiële bijdrage van deze activiteit aan de mitigatie van klimaatverandering en de praktijken van de sector, is echter niet vastgehouden aan de vraag of deze activiteit in aanmerking komt voor de milieudoelstelling inzake adaptatie aan klimaatverandering.
(iii) Canyon produceert fietsen (NACE-code C30.9.2), die in aanmerking komen op grond van sectie 3.3 van Annex I bij de Climate Delegated Act en een faciliterende activiteit is met betrekking tot de milieudoelstelling inzake beperking van de klimaatverandering indien zij voldoet aan de relevante technische screeningcriteria.
Mobiliteit is een essentieel onderdeel van ontwikkelingsstrategieën die gericht zijn op duurzame ontwikkeling en tegemoetkomen aan de behoeften van mensen die fietsen, is een cruciaal onderdeel van de mobiliteitsoplossing om steden te helpen de bevolkingsgroei los te koppelen van toegenomen emissies en zo de luchtkwaliteit en verkeersveiligheid te verbeteren. Daarnaast zorgt fietsen voor een gezonde en niet-luchtvervuilende levensstijl.
Op grond van sectie 3.3 van Annex II bij de Climate Delegated Act kan de fietsproductieactiviteit van Canyon ook in aanmerking komen voor de milieudoelstelling inzake adaptatie aan klimaatverandering. Gezien de intrinsieke substantiële bijdrage van deze activiteit aan de mitigatie van klimaatverandering en de praktijken van de sector, is echter niet vastgehouden aan de vraag of deze activiteit in aanmerking komt voor de milieudoelstelling inzake adaptatie aan klimaatverandering.
Uit de analyse van de groepsentiteiten zoals hierboven uiteengezet, blijkt dat GBL de hierboven vermelde economische activiteiten niet behoudt met betrekking tot de milieudoelstelling inzake adaptatie aan klimaatverandering, die GBL toepast om de consistentie met de rapportering van haar groepsentiteiten te waarborgen, en aangezien deze activiteiten allemaal onafhankelijk van elkaar worden uitgevoerd, bestaat er geen risico op dubbeltelling over de milieudoelstellingen die in de EU-Taxonomie zijn vastgesteld of in de toerekening van omzet, CapEx en OpEx over de economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de activiteiten van GBL die in aanmerking komen voor de Taxonomie in verband met de milieudoelstelling inzake klimaatmitigatie. In 2024 vertegenwoordigden de voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten van GBL 22% van de inkomsten, 16% van CapEx en 4% van OpEx, zoals weergegeven in de onderstaande samenvattende tabel.
| 2024 | 2023 | 2022 | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| In miljoen euro en in % |
Omzet | CapEx | OpEx | Omzet | CapEx | OpEx | Omzet | CapEx | OpEx | |||||||||
| Taxonomie niet in aanmerking komende activiteiten |
4.810 | 78% | 489 | 84% | 1.317 | 96% | 4.754 | 77% | 566 | 86% | 1.319 | 96% | 6.897 | 85% | 541 | 85% | 1.776 | 98% |
| Taxonomie In aanmerking komende activiteiten |
1.388 | 22% | 93 | 16% | 50 | 4% | 1.383 | 23% | 91 | 14% | 48 | 4% | 1.212 | 15% | 94 | 15% | 42 | 2% |
| Totaal alle activiteiten |
6.198 | 100% | 582 | 100% | 1.367 | 100% | 6.137 | 100% | 656 | 100% | 1.367 | 100% | 8.109 | 100% | 635 | 100% | 1.818 | 100% |
Tabel 42 – GBL als geconsolideerde entiteit - Samenvattingstabel EU Taxonomie GBL
De omzet die in aanmerking komt voor Taxonomie is in 2024 iets gestegen ten opzichte van 2023 (0,4% j-o-j), voornamelijk als gevolg van een iets hogere bijdrage van de activiteiten van Imerys. De stijging van CapEx in 2024 in verband met economische activiteiten die in aanmerking komen voor Taxonomie ten opzichte van 2023 (1.8 miljoen euro of +2% j-o-j) is voornamelijk te verklaren door een toename van Canyon's investeringen in de eigen assemblagefabriek en magazijn. Economische activiteiten die in aanmerking komen voor OpEx Taxonomie zijn in 2024 iets toegenomen ten opzichte van 2023 (+3% j-o-j), voornamelijk als gevolg van een stijging van de uitgaven van Imerys voor zijn verschillende economische activiteiten die in aanmerking komen voor Taxonomie.
De afstemming van de geconsolideerde activiteiten van GBL op de EU-Taxonomie werd beoordeeld aan de hand van de technische screeningcriteria die zijn vastgesteld voor de milieudoelstelling inzake beperking van de klimaatverandering.
De volgende tabellen tonen de resultaten van de beoordeling van de geschiktheid voor de Taxonomie en de afstemming van de geconsolideerde activiteiten van GBL op de Taxonomie. De formaten ervan komen overeen met die van de templates voor KPI's die door niet-financiële ondernemingen moeten worden verschaft, zoals opgenomen in Annex II bij de Disclosures Delegated Act.
| Aandeel op de Taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) omzet, jaar N-1 (18) Categorie transitieondersteunende activiteit (20) Categorie faciliterende activiteit (19) Aandeel Omzet, jaar N (4) Circulaire economie (15) Circulaire economie (9) Minimumgaranties (17) Klimaatadaptatie (12) Klimaatadaptatie (6) Klimaatmitigatie (11) Klimaatmitigatie (5) Verontreiniging (14) Verontreiniging (8) Biodiversiteit (10) Biodiversiteit (16) Omzet (3) Water (13) Water (7) Code (2) Economische activiteiten (1) J; N; niak J; N; niak J; N; niak J; N; niak J; N; niak J; N; niak M€ J/N J/N J/N J/N J/N J/N J/N % % T F A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) De fabricage van CCM 428,7 6,9% J N niak niak niak niak J J J J J J J 6,9% T Portlandklinker, 3.7 cement of andere bindmiddelen. Omzet ecologisch 428,7 6,9% 6,9% 0% 0% 0% 0% 0% J J J J J J J 6,9% duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) Waarvan faciliterend 0,0 0,0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0,0% F Waarvan 428,7 6,9% 6,9% J J J J J J J 6,9% T transitieondersteunend |
|---|
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) |
| iak; iak; iak; iak; iak; iak; |
| niak niak niak niak niak niak De fabricage van CCM 43,9 0,7% iak iak niak niak niak niak 0,7% Portlandklinker, 3.7 cement of andere bindmiddelen. |
| Vervaardiging van CCM 127,9 2,1% iak iak niak niak niak niak 1,8% carbon black 3.11 |
| Fabricage van CCM 787,5 12,7% iak niak niak niak niak niak 13,1%1 koolstofarme 3.3 technologieën voor vervoer |
| Omzet van voor de 959,3 15,5% 15,5% 0% 0% 0% 0% 0% 15,6% taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) |
| Omzet van voor de 1388,0 22,4% 22,4% 0% 0% 0% 0% 0% 22,5% Taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1+A.2) |
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN |
| Omzet niet voor de 4810,0 77,6% taxonomie in aanmerking komende activiteiten |
| TOTAAL 6198,0 100% |
Tabel 43 – GBL als geconsolideerde entiteit - EU Taxonomie GBL - Omzet
1 In boekjaar 2023 ingedeeld onder op de taxonomie afgestemde activiteit
| Boekjaar 2024 | 2024 | Criteria inzake substantiële bijdrage | GEAD-criteria ("geen ernstige afbreuk doen aan") |
||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) |
Code (2) | CapEx (3) | Aandeel CapEx, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) CapEx, jaar N-1 (18) |
Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitieondersteunende activiteit (20) |
| M€ | % | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | % | F | T | ||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
26,6 | 4,6% | J | N | niak | niak | niak | niak | J | J | J | J | J | J | J | 4,9% | T | |
| Vervaardiging van carbon black |
CCM 3.11 |
3,4 | 0,6% | J | N | niak | niak | niak | niak | J | J | J | J | J | J | J | 0,3% | T | |
| CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) |
30,0 | 5,2% | 5,2% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 5,2% | |||
| Waarvan faciliterend | 0,0 | 0,0 | 0,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0,0% | F | ||||||||
| Waarvan transitieondersteunend |
30,0 | 30,0 | 5,2% | 5,2% | J | J | J | J | J | J | J | 5,2% | T | ||||||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||||||||||||||
| iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | ||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
3,7 | 0,6% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0,2% | |||||||||
| Vervaardiging van carbon black |
CCM 3.11 |
29,4 | 5,0% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 7,7% | |||||||||
| Fabricage van koolstofarme technologieën voor vervoer |
CCM 3.3 |
29,7 | 5,1% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 0,8%1 | |||||||||
| CapEx voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) |
62,8 | 10,8% | 10,8% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 8,6% | ||||||||||
| CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1+A.2) |
92,8 | 15,9% | 15,9% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 13,9% | ||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| CapEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten |
489,4 | 84,1% | |||||||||||||||||
| TOTAAL | 582,2 | 100% |
Tabel 44 – GBL als geconsolideerde entiteit - EU Taxonomie GBL - CapEx
1 In boekjaar 2023 ingedeeld onder op de taxonomie afgestemde activiteit
| Boekjaar 2024 | 2024 | Criteria inzake substantiële bijdrage | afbreuk doen aan") | GEAD-criteria ("geen ernstige | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) |
Code (2) | OpEx (3) | Aandeel OpEx, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel van op taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) OpEx, jaar N-1 (18) |
Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitieondersteunende activiteit (20) |
| M€ | % | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | % | F | T | ||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
26,7 | 2,0% | J | N | niak | niak | niak | niak | J | J | J | J | J | J | J | 1,8% | T | |
| OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) |
26,7 | 2,0% | 2,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 1,8% | |||
| Waarvan faciliterend | 0,0 | 0,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0,0% | F | |||||||||
| transitieondersteunend | Waarvan | 26,7 | 2% | 2% | J | J | J | J | J | J | J | 1,8% | T | ||||||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||||||||||||||
| iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | ||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
0,7 | 0,1% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0,1% | |||||||||
| Vervaardiging van carbon black |
CCM 3.11 |
5,6 | 0,4% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0,3% | |||||||||
| Fabricage van koolstofarme technologieën voor vervoer |
CCM 3.3 |
16,6 | 1,2% | iak | niak | niak | niak | niak | niak | 1,3% | |||||||||
| OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) |
22,9 | 1,7% | 1,7% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 1,7% | ||||||||||
| OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1+A.2) |
49,6 | 3,6% | 3,6% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 3,5% | ||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| OpEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten |
1317,1 | 96,4% |
Tabel 45 – GBL als geconsolideerde entiteit - EU Taxonomie GBL - OpEx
Uit de bovenstaande tabellen blijkt dat de meeste economische activiteiten die in aanmerking komen voor de Taxonomie van GBL ook op de Taxonomie zijn afgestemd:
In de onderstaande tabellen wordt een overzicht gegeven van de geschiktheid en afstemming per milieudoelstelling.
| Aandeel omzet / Totale omzet | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomie afgestemd per doelstelling | Taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | |||||
| Klimaatmitigatie | 6,9% | 22,4% | ||||
| Klimaatadaptatie | - | - | ||||
| Water | - | - | ||||
| Verontreiniging | - | - | ||||
| Circulaire economie | - | - | ||||
| Biodiversiteit | - | - |
Tabel 46 – GBL als geconsolideerde entiteit – In aanmerking komende omzet en afstemming per milieudoelstelling
| Aandeel CapEx / Totale CapEx | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomie afgestemd per doelstelling | Taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | ||||||
| Klimaatmitigatie | 5,2% | 15,9% | |||||
| Klimaatadaptatie | - | - | |||||
| Water | - | - | |||||
| Verontreiniging | - | - | |||||
| Circulaire economie | - | - | |||||
| Biodiversiteit | - | - |
Tabel 47 – GBL als geconsolideerde entiteit – In aanmerking komen voor CapEx en afstemming per milieudoelstelling
| Aandeel OpEx / Totale OpEx | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomie afgestemd per doelstelling | Taxonomie in aanmerking komend per doelstelling | |||||
| Klimaatmitigatie | 2,0% | 3,6% | ||||
| Klimaatadaptatie | - | - | ||||
| Water | - | - | ||||
| Verontreiniging | - | - | ||||
| Circulaire economie | - | - | ||||
| Biodiversiteit | - | - |
Tabel 48 – GBL als geconsolideerde entiteit – In aanmerking komen voor CapEx en afstemming per milieudoelstelling
Interne rapporteringssystemen en -gegevens werden gebruikt om na te gaan of de overeenkomstige grenswaarden op bedrijfsniveau in overeenstemming zijn met de criteria die bepalen of er een substantiële bijdrage is aan de milieudoelstelling inzake beperking van de klimaatverandering, zoals vastgelegd in de Climate Delegated Act.
Activiteiten van calciumaluminaatcement
Carbon black activiteiten
Canyon's fietsproductieactiviteiten die 100% van de fietsopbrengsten vertegenwoordigen, dragen substantieel bij aan de milieudoelstelling van beperking van de klimaatverandering dankzij de producten die worden vervaardigd volgens de technische screeningcriteria: persoonlijke vervoersmiddelen die worden aangedreven door de fysieke activiteit van de gebruiker ("duwfietsen") of een combinatie van een emissievrije motor en fysieke activiteit ("elektrische fietsen").
Wat betreft de "Geen ernstige afbreuk doen aan"-criteria (DNSH) van Artikel 3 van Verordening (EU) 2020/852 voor de toepasselijke milieudoelstellingen, heeft Imerys geverifieerd en gevalideerd dat al zijn in aanmerking komende activiteiten voldoen aan de DNSH-criteria en de lokale en interne vereisten voor de volgende milieudoelstellingen: (i) klimaatadaptatie; (ii) duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen; (iii) preventie en bestrijding van verontreiniging; en (iv) bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen. In de onderstaande tabel wordt de methodologie van Imerys toegelicht om die DSNH-criteria voor de activiteiten van calciumaluminaatcement te valideren.
| DNSH | Beschrijving van de valideringsprocedures voor activiteiten op het gebied van calciumaluminaatcement |
|---|---|
| Klimaatadaptatie | Er is een fysieke klimaatrisicoanalyse uitgevoerd van alle bedrijfslocaties van de Groep voor de huidige situatie en de tijdshorizon van 2050, aangevuld met een analyse van de risico's die de wereldwijde verzekeringsgroep van de Groep heeft gemaakt. |
| Op basis van de aanbevelingen van de wereldwijde verzekeringsmaatschappij van de Groep werd een adaptatieplan opgesteld om elk relevant risico dat in 2024 werd geïdentificeerd (overstromingen, orkanen en waterschaarste) te mitigeren, met de uitvoering van maatregelen op voortschrijdende basis. |
|
| Duurzaam gebruik en bescherming van water |
Op alle betrokken bedrijfslocaties is een beoordeling uitgevoerd op basis van de jaarlijks uitgevoerde milieuanalyses en van de naleving van de in de verschillende landen geldende milieuregelgeving. |
| en mariene hulpbronnen | Om bijvoorbeeld het risico op waterverbruik tijdens droogteperiodes te beperken, heeft de site van Le Teil in Frankrijk de afgelopen jaren het klinkerkoelingsproces aanzienlijk geoptimaliseerd en het bijbehorende waterverbruik aanzienlijk verminderd. |
| Preventie en bestrijding van verontreiniging |
Voor de preventie van verontreiniging in de hele waardeketen: het productbeheerteam heeft gecontroleerd of activiteiten met betrekking tot de productie van calciumaluminaatcement niet leiden tot de productie, het in de handel brengen of het gebruik van grondstoffen die stoffen bevatten die zijn vermeld in de regelgeving met betrekking tot de preventie van DSNH-verontreiniging. |
| Voor emissiebeheersing: de in aanmerking komende bedrijfslocaties zijn actief met een geldige vergunning en worden regelmatig door de autoriteiten geïnspecteerd op emissiebeheersing. Tot op heden valt geen van de in aanmerking komende bedrijfslocaties in Europa binnen het beheerbereik van de Europese BBT (beste beschikbare technieken) voor de beheersing van luchtemissies. Indien nodig investeren de in aanmerking komende bedrijfslocaties in het onderhoud of de modernisering van de emissiebeheersfaciliteiten voor naleving. |
|
| Transitie naar een circulaire economie | Het DNSH-criterium met betrekking tot de doelstelling "Transitie naar een circulaire economie" is niet van toepassing op de productie van calciumaluminaatcement overeenkomstig met de Disclosure Delegated Act. |
| Bescherming en herstel van de | Imerys heeft dit criterium gevalideerd voor al zijn in aanmerking komende activiteiten door |
| biodiversiteit en ecosystemen |
ervoor te zorgen dat de vergunningen voor elke bedrijfslocatie werden afgeleverd en dat de in aanmerking komende bedrijfslocaties niet in de buurt van biodiversiteitsgevoelige gebieden liggen, volgens de mapping van de IUCN-categorieën. |
Tabel 49 – Imerys DNSH-criteria
Met betrekking tot de in artikel 3 van de Taxonomieverordening genoemde DNSH-criteria voor de toepasselijke milieudoelstellingen heeft Canyon gecontroleerd of de voor de taxonomie in aanmerking komende economische activiteiten met betrekking tot de milieudoelstelling klimaatmitigatie voldoen aan de DNSH-criteria (zoals beschreven in de Climate Delegated Act) voor de milieudoelstelling "klimaatadaptatie". Om de naleving van de doelstelling inzake klimaatadaptatie te beoordelen, heeft Canyon een fysieke klimaatrisico en -kwetsbaarheidsbeoordeling uitgevoerd die zowel haar activiteiten als de waardeketen omvat, overeenkomstig met de vereisten van Bijlage 1 bij de Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie. Het kader dat is gebruikt voor de beoordeling van fysieke risico's is gebaseerd op het 6e IPCC Assessment Report (AR6) en omvat 4 IPCC-scenario's (Hoog: SSP5-RCP8.5, Matig-Hoog: SSP3-RCP7.0, Matig: SSP2-RVP4.5, Laag: SSP1-RCP2.6). Elk scenario werd jaarlijks beoordeeld per decennium van 2020 tot 2090, om zowel risico's op korte als lange termijn in kaart te brengen. Wanneer klimaatgerelateerde gevaren in kaart zijn gebracht, zijn adaptatiemaatregelen vastgesteld en worden deze uitgevoerd
Canyon heeft de naleving van de doelstelling 'bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen' geverifieerd. Om de naleving van deze doelstelling te verifiëren, is in voorkomend geval een Environmental Impact Assessment (EIA) of screening overeenkomstig met Richtlijn 2011/92/ EU (of de desbetreffende nationale uitvoering) vereist. Overeenkomstig met bijlage I van de federale wet inzake milieuimpactrapportering is een dergelijke beoordeling niet van toepassing op activiteiten die door Canyon worden uitgevoerd. Daarnaast moet een beoordeling worden uitgevoerd van activiteiten in of nabij gebieden met een gevoelige biodiversiteit (waaronder het Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden, Unescowerelderfgoedsites en prioritaire gebieden voor biodiversiteit en andere beschermde gebieden). In de buurt van dergelijke gebieden wordt geen activiteit verricht.
De doelstelling "transitie naar een circulaire economie" is gedeeltelijk gehaald. De in aanmerking komende economische activiteit omvat de beoordeling van de beschikbaarheid en, waar mogelijk, de toepassing van procedures ter ondersteuning van a) het hergebruik en gebruik van secundaire grondstoffen en hergebruikte onderdelen van vervaardigde producten, en b) het ontwerp voor hoge duurzaamheid, recycleerbaarheid, demonteerbaarheid en aanpasbaarheid van vervaardigde producten. De naleving van de subdoelstellingen c) afvalbeheer waarbij prioriteit wordt gegeven aan recycling boven verwijdering in het productieproces, en d) informatie over zorgwekkende stoffen en traceerbaarheid van deze stoffen gedurende de levenscyclus van de gefabriceerde producten, kon niet volledig worden geverifieerd.
De naleving van de DNSH-criteria van de onderstaande doelstellingen kon niet worden geverifieerd.
Als gedefinieerd in Artikel 3 van de Taxonomieverordening wordt een activiteit alleen als milieuvriendelijk aangemerkt indien zij wordt uitgevoerd met naleving van de in de regulatie vastgestelde specifieke minimumgaranties. In het eindverslag over minimumgaranties van het platform voor Sustainable Finance worden vier kernthema's vastgesteld waarvoor naleving van minimumgaranties moet worden gedefinieerd, namelijk mensenrechten (met inbegrip van werknemersrechten), omkoping, belastingen en eerlijke concurrentie.
Bovendien zijn er in het rapporteringsjaar geen veroordelingen of schendingen geregistreerd, wat de naleving van de minimumgaranties in twijfel kan trekken.
Wat betreft de criteria van "Minimumgaranties" geschetst in de Canyon Ethische Code en ESG Beleid, verbindt Canyon zich ertoe de lokale wetgeving na te leven die van kracht is in de landen waar het actief is enom internationaal erkende mensenrechten en -normen te respecteren. Canyon erkent in het bijzonder de bepalingen van de UN Guiding Principles on Human Rights en de Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen van de OECD. Canyon voert jaarlijks ESG risicobeoordelingen en, indien nodig, ad-hoc beoordelingen uit.
Er zijn verbeteringsmogelijkheden geïdentificeerd met betrekking tot managementopleiding, de formalisering van bestaande preventieve maatregelen in verband met omkoping en corruptie en eerlijke concurrentie, alsmede de verbetering van de effectiviteitsbeoordeling van fiscale risicomanagementsystemen. Met betrekking tot de Mededeling van de Commissie over de interpretatie en uitvoering van enkele bepalingen van de EU Taxonomie Verordening en over de verbanden met de Verordening betreffende duurzaamheidgerelateerde openbaarmakingsvereisten Duurzaamheidsindicatoren voor negatieve effecten volgens bijlage I van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288 ("SFDR") werden verdere verbetermogelijkheden geïdentificeerd. Canyon voldoet niet volledig aan de vereisten voor "minimumgaranties".
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de ESRS S1 informatievereisten die van toepassing zijn op GBL als geconsolideerde entiteit, opgenomen door middel van verwijzing.
| Rapportering | ESRS S1 – Eigen personeel – Opname door middel van verwijzing | Pagina |
|---|---|---|
| Strategie | ||
| ESRS S1, SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | pagina 35 |
| pagina 80 | ||
| ESRS S1, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | pagina 35 |
| pagina 80 | ||
| IRO | ||
| S1-1 | Beleid inzake eigen personeel | pagina 36 |
| pagina 80 | ||
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | pagina 37 |
| pagina 80 | ||
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | pagina 38 |
| pagina 80 | ||
| S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële | pagina 38 |
| risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | pagina 80 | |
| Maatstaven en doelen | ||
| S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het | pagina 39 |
| beheersen van materiële risico's en opportuniteiten | pagina 80 | |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | Niet van toepassing |
| S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | Niet van toepassing |
| S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | Niet van toepassing |
| S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | Niet van toepassing |
| S1-10 | Leefbaar loon | Niet van toepassing |
| S1-11 | Sociale bescherming | Niet van toepassing |
| S1-12 | Mensen met een beperking | Niet van toepassing |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | Niet van toepassing |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | Niet van toepassing |
| S1-15 | Maatstaven voor werk-privébalans | Niet van toepassing |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | Niet van toepassing |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | Niet van toepassing |
Tabel 50 – GBL als geconsolideerde entiteit - ESRS rapporteringsvereisten – ESRS S1 – Opname door middel van verwijzing
De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal werknemers in de geconsolideerde entiteiten van GBL.
| Boekjaar 2024 | GBL | Imerys | Affidea | Sanoptis | Canyon | Sienna IM | GBL Geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers | 83 | 12.392 | 9.233 | 4.692 | 1.659 | 271 | 28.330 |
Tabel 51 – GBL als geconsolideerde entiteit - Aantal werknemers
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de ESRS G1 informatievereisten die van toepassing zijn op GBL als geconsolideerde entiteit, opgenomen door middel van verwijzing.
| Rapportering | ESRS G1 – Zakelijk gedrag – Opname door middel van verwijzing | Pagina |
|---|---|---|
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-1 | De rol van de bestuurs-, toezichthoudende en leidinggevende organen | pagina 44 pagina 80 |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
pagina 44 pagina 80 |
| G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | pagina 44 pagina 80 |
| G1-2 | Beheer van relaties met leveranciers | Niet van toepassing |
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | Niet van toepassing |
| Maatstaven en doelen | ||
| G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | Niet van toepassing |
| G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten | Niet van toepassing |
| G1-6 | Betalingspraktijken | Niet van toepassing |
Tabel 52 – GBL als geconsolideerde entiteit - ESRS rapporteringsvereisten – ESRS G1 – Opname door middel van verwijzing
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de dekking van de geconsolideerde entiteiten van GBL door een Gedragscode inclusief klokkenluidersregeling.
| Boekjaar 2024 | GBL | Imerys | Affidea | Sanoptis | Canyon | Sienna IM | GBL Geconsoli deerd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Activiteit die onder de Code valt, inclusief klokkenluidersprocedure |
Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | 100% |
Tabel 53 – GBL als geconsolideerde entiteit – Gedragscode & klokkenluidersregeling
Zoals hierboven vermeld (zie §7.3.2.1 Geconsolideerde dubbele materialiteit, pagina 54), zijn de duurzaamheidsverklaringen van GBL's gecontroleerde participaties opgesteld in overeenstemming met de ESRS vereisten opgenomen door middel van verwijzing overeenkomstig met sectie 9.1 van ESRS 1 in de Appendix bij deze duurzaamheidsverklaring. Raadpleeg de onderstaande tabel.
| Boekjaar 2024 | GBL Geconsolideerd |
|---|---|
| Appendix I - Affidea | pagina 80 |
| Appendix II - Sanoptis | pagina 185 |
| Appendix III - Canyon | pagina 226 |
| Appendix IV - Sienna IM | pagina 338 |
| Appendix V – Imerys | [§7.4.5] |
Tabel 54 – GBL als geconsolideerde entiteit – Duurzaamheidsverklaringen van geconsolideerde entiteiten
De broeikasgasemissies van GBL worden berekend volgens het BKG Protocol (2012) volgens de equity-share methode. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de broeikasgasemissies in de geconsolideerde en niet-geconsolideerde entiteiten van GBL.
| Entiteiten | Status | NAW | NAW | Detentie | Rapporterings periode |
Scope 1 | Scope 2 | Scope 3 | Scope 1+2 | Scope 1+2+3 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| miljoen euro | % | % | Boekjaar | t. CO2 e |
t. CO2 e |
t. CO2 e |
t. CO2 e |
t. CO2 e |
||
| Genoteerde activa: | ||||||||||
| adidas | Niet geconsolideerd |
1.496 | 9,8% | 3,5% | Boekjaar 2024 | 20.844 | 114.970 | 6.243.471 | 4.765 | 223.831 |
| SGS | Niet geconsolideerd |
3.501 | 22,9% | 19,1% | Boekjaar 2024 | 101.320 | 8.117 | 794.582 | 20.939 | 172.965 |
| Pernod Ricard | Niet geconsolideerd |
1.879 | 12,3% | 6,8% | Boekjaar 2023/24 | 215.330 | 22.659 | 4.366.856 | 16.261 | 314.637 |
| Umicore | Niet geconsolideerd |
391 | 2,6% | 15,9% | Boekjaar 2024 | 277.717 | 286.349 | 6.467.283 | 89.816 | 1.119.596 |
| Imerys | Geconsolideerd | 1.311 | 8,6% | 54,7% | Boekjaar 2024 | 1.281.067 | 501.699 | 4.400.448 | 975.534 | 3.383.469 |
| Ontex | Niet geconsolideerd |
138 | 0,9% | 20,0% | Boekjaar 2024 | 12.748 | 20.049 | 2.437.459 | 6.553 | 493.602 |
| Concentrix | Niet geconsolideerd |
371 | 2,4% | 13,5% | Boekjaar 2023 | 10.708 | 149.365 | 467.315 | 21.667 | 84.921 |
| Private activa | ||||||||||
| Parques Reunidos |
Niet geconsolideerd |
296 | 1,9% | 23,0% | Boekjaar 2024 | 10.494 | 0 | 253.069 | 2.414 | 60.619 |
| Canyon | Geconsolideerd | 261 | 1,7% | 48,8% | Boekjaar 2024 | 524 | 98 | 97.839 | 303 | 48.029 |
| Voodoo | Niet geconsolideerd |
302 | 2,0% | 15,6% | Boekjaar 2023 | 31 | 13 | 45.371 | 7 | 7.071 |
| Affidea | Geconsolideerd | 1.477 | 9,7% | 99,0% | Boekjaar 2024 | 4.558 | 12.995 | 79.807 | 17.384 | 96.425 |
| Sanoptis | Geconsolideerd | 969 | 6,3% | 83,2% | Boekjaar 2024 | 2.111 | 2.994 | 33.160 | 4.249 | 31.848 |
| Alternatieve activa | ||||||||||
| GBL Capital | Niet geconsolideerd |
2.743 | 17,9% | 100,0% | Boekjaar 2023 | 120.648 | 39.551 | 2.197.453 | 160.199 | 2.357.652 |
| Sienna IM | Geconsolideerd | 137 | 0,9% | 100,0% | Boekjaar 2024 | 63 | 38 | 8.675.953 | 101 | 8.676.053 |
| NAW (ESG) | 15.270 | |||||||||
| Overige | Niet geconsolideerd |
20 | 0,1% | - | - | - | - | - | - | - |
| Scope 1 | Scope 2 | Scope 3 ex-Inv. |
Scope 3 - Cat. 15 (BKGP)1 |
Scope 3 - Cat. 15 (ESRS) |
||||||
| Totaal | GBL | 15.290 | 100% | Boekjaar 2024 | 103 | 7 | 741 | 1.320.192 | 17.070.720 |
Tabel 55 – GBL BKG emissies – Portfolio niveau (boekjaar 2024)
1 Broeikasgasprotocol (2012)
Zoals hierboven beschreven (zie §7.2.2.5 Maatregelen, middelen en doelen wat betreft klimaatverandering, pagina 29), heeft GBL als "verantwoorde investeerder" de volgende doelstelling behouden: "SBTi doel nr.2: 100% van de in aanmerking komende portefeuilleposities met klimaatstrategie en doelen afgestemd op een 1,5°C-pad dat is goedgekeurd door SBTi tegen 2030 vanuit een nulmeting van 2020. Voor dit doel wordt een intermediair doel van 66% dekking (vs. aanvankelijk 50%) tegen 2025 aangehouden. Met 78% van de in aanmerking komende NAW van GBL gedekt door SBTi-gevalideerde doelen van 1,5 °C in boekjaar 2024, heeft GBL haar tussentijdse dekkingsdoelstelling (66% in aanmerking komende NAW-dekking tegen 2025) een jaar op voorhand behaald. Zie de onderstaande tabel voor een gedetailleerde beschrijving van de bijdrage van ondernemingen in portefeuille aan deze doelstelling.
| Entiteiten | CDP-score1 | Fysieke risicobeoordeling |
SBTi Jaar van verbintenis |
SBTi ambitie | SBTi Volgende herziening |
GBL SBTi nulmeting boekjaar 2022 |
GBL SBTi 2030 doel |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| GBL | A | 100% | 2021 | 1,5°C | 2028 | 84%2 | 78%3 |
| Genoteerde activa: | |||||||
| SGS | C | 100% | 2022 | 1,5°C | 2027 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Pernod Ricard | A | 100% | 2024 | 1,5°C | 2029 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| adidas | A | 100% | 2021 | 1,5°C | 2026 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Imerys | A | 100% | 2023 | 1,5°C | 2028 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Umicore | B | 100% | 2022 | 1,5°C | 2027 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Concentrix | A- | 100% | 2023 | 1,5°C | 2028 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Ontex | A | 100% | 2022 | 1,5°C | 2027 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Holcim | 2022 | 1,5°C | 2027 | Binnen de scope | Uitgang in 1H2023 | ||
| GEA | 2021 | 1,5°C | 2026 | Binnen de scope | Uitstap in 4Q2023 | ||
| Mowi | 2024 | 1,5°C | 2029 | Binnen de scope | Uitstap in 1Q2023 | ||
| Private activa | |||||||
| Affidea | Geen Informatieverschaffing |
100% | - | - | - | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Sanoptis | Geen Informatieverschaffing |
100% | - | - | - | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Canyon | B | 100% | 2024 | 1,5°C | 2029 | Binnen de scope | Binnen de scope |
| Parques Reunidos |
A- | 100% | 2023 | 1,5°C | 2028 | Optioneel4 | Buiten de scope5 |
| Voodoo | Geen Informatieverschaffing |
100% | - | - | - | Optioneel4 | Buiten de scope 5 |
| Alternatieve activa | |||||||
| GBL Capital | GBL | - | - | - | - | Optioneel4 | Buiten de scope6 |
| Sienna IM | Geen Informatieverschaffing |
- | 2025 | 1,5°C | 2029 | Binnen de scope | Binnen de scope |
Tabel 56 – GBL's SBTi-doelstelling voor dekking van de portefeuille
2 SBTi hoofddoel update november 2023: "De portefeuilledoelstellingen van GBL bestrijken in 2022 84% van haar totale investeringen en kredietverlening uitgesplitst naar activawaarde. Dat jaar vertegenwoordigden de vereiste activiteiten 84% van de totale investeringen en kredieten van GBL naar waarde van de activa, terwijl de optionele activiteiten 16% uitmaakten
6 LP-posities van GBL Capital niet behouden in toepassingsgebied (SBTi-richtlijnen)
1 CDP Klimaatverandering score 2024
Ja, we geven inzicht in de wijze waarop Affidea zijn duurzaamheidsverklaring heeft opgesteld, met inbegrip van de consolidatiekring, de informatie over de upstream en downstream waardeketen en, indien relevant, of we gebruik hebben gemaakt van een van de opties om informatie weg te laten in de volgende paragrafen.
Affidea's duurzaamheidsverklaring wordt op geconsolideerde basis opgesteld, inclusief alle landen waarin we actief zijn, alle entiteiten en locaties onder onze corporate holding Affidea B.V., net als in onze financiële rapporteringsparameter voor 2024.
Affidea's duurzaamheidsverklaring wordt op geconsolideerde basis opgesteld.
Ja, de consolidatiekring is dezelfde als voor de financiële staten.
Geen enkele dochteronderneming werd vrijgesteld of uitgesloten van rapportering.
Onze dubbele materialiteitsanalyse omvat IRO's met betrekking tot onze upstream, downstream en eigen activiteiten gerelateerde waardeketen spelers.
Rapportering van onze scope 3 BKG-emissies omvat primaire en secundaire data van onze upstream waardeketen spelers (belangrijkste wereldwijde leveranciers), en ook ons downstream transport (woon-werkverkeer van patiënten voor bezoeken aan onze klinieken). Onze rapportering over consumenten en eindgebruikers (ESRS S4) bevat ook data over onze downstream waardeketen.
Affidea's beleid, maatregelen, doelen en maatstaven strekken zich uitsluitend uit tot Affidea, deze worden (nog) niet toegepast of omvatten alle spelers in de waardeketen.
Geen dergelijke weglatingen.
Geen dergelijke weglatingen.
Ja, specifieke omstandigheden, indien van toepassing, worden in de volgende alinea's vermeld.
Zie specifieke toelichtingen in de volgende alinea's.
Geen afwijking, onze definitie van media en lange termijn horizon is dezelfde als in ESRS 1.
We hanteren de volgende tijdshorizonten vanaf het einde van de rapporteringsperiode:
Geen afwijking, onze definitie van media en lange termijn horizon is dezelfde als in ESRS 1.
Ja, sommige maatstaven worden geschat aan de hand van indirecte data. De details staan in de volgende paragrafen.
Dit zal verder worden bevestigd in het kader van gekwantificeerde gegevensrapportering, maar over het algemeen worden de volgende gegevens geschat aan de hand van indirecte bronnen:
De basis voor het opstellen van IRO's met betrekking tot leveranciers en betalers & commissarissen is gebaseerd op informele gesprekken en bijeenkomsten met hun vertegenwoordigers en Affidea vertegenwoordigers. Externe bronnen, zoals een strategie consultingbedrijf, verschaften informatie over belangrijke trends in de gezondheidszorg en de behoeften van de waardeketen.
Voor scope 3-emissies van de categorieën 1 en 2 werd aan mogelijke leveranciers gevraagd hun product carbon footprint (PCF) te verschaffen en, indien van toepassing, werd een schatting op basis van uitgaven gemaakt aan de hand van de sector-/productcategoriespecifieke koolstofemissiefactor.
Voor scope 3-emissies van categorie 9 werd het gemiddelde aantal patiëntbezoeken en de afstand tot huis gebruikt om emissies te berekenen met betrekking tot hun woon-werkverkeer naar onze klinieken.
Aangezien een deel van de gegevens voor scope 3-emissies via indirecte bronnen wordt verstrekt, is de nauwkeurigheid niet 100%, maar zijn de gebruikte bronnen in grotere mate betrouwbaar (bv. op uitgaven gebaseerde emissiefactor, gegevens van de levenscyclusanalyse van producten van leveranciers).
Affidea zal al zijn grote leveranciers vragen om een product carbon footprint te verstrekken voor hun producten. Waar nodig zullen we ook een koolstofvoetafdruk calculator abonneren om de daadwerkelijke emissies in de logistiek en supply chain in te schatten.
Voornamelijk de scope 3-emissieberekeningen met betrekking tot categorie 1, 2 en 9.
Er is geen meetonzekerheid vastgesteld voor kwalitatieve maatstaven, behalve de nauwkeurigheid van indirecte gegevensbronnen voor de berekening van scope 3-emissies.
Er is geen meetonzekerheid vastgesteld voor kwalitatieve maatstaven, behalve de nauwkeurigheid van indirecte gegevensbronnen voor de berekening van scope 3-emissies.
Geen wijzigingen, dit is het eerste verslag van Affidea.
Geen wijzigingen, dit is het eerste verslag van Affidea.
Geen wijzigingen, dit is het eerste verslag van Affidea.
Geen wijzigingen, dit is het eerste verslag van Affidea.
Geen wijzigingen, dit is het eerste verslag van Affidea.
Geen wijzigingen, dit is het eerste verslag van Affidea.
ESRS is de basis, geen andere wetgeving toegepast.
ESRS is de basis, geen andere wetgeving toegepast.
ESRS is de basis, geen andere wetgeving toegepast.
Ons beleid inzake klinische governance en kwaliteitsmanagementsystemen wordt regelmatig gecontroleerd door externe ISO 9001-auditors voor kwaliteitsmanagement.
Aangezien Affidea een private onderneming is, is het niet verplicht om openbare bestuurs- of financiële verslagen te publiceren, dus er zijn geen rapporteringsvereisten of datapunten verplicht door een bestaande informatieverschaffing die zijn opgenomen door middel van verwijzing.
Tijdens onze materialiteitsanalyse werden de thematische standaarden ESRS E1, S1, S4 en G1 als materieel geïdentificeerd.
In ESRS S1 wordt de rapportering over gecontracteerde personeelsleden als materieel beoordeeld (infasering), die in 2025 zal worden gerapporteerd.
Als een bedrijf in de gezondheidszorg, berust Affidea's strategie en bedrijfsmodel op de beschikbaarheid van gekwalificeerd medisch personeel, wat schaars is op de Europese markt. Het aantrekken en behouden van talent is een van de topprioriteiten van het bedrijf en wordt ook als een risico beschouwd.
Daarom biedt het bedrijf verschillende mogelijkheden aan klinisch personeel, zoals het betalen van niet alleen voldoende, maar meestal boven het marktloon, opportuniteiten om te werken aan de nieuwste technologische vooruitgang in de diagnostische beeldvormingsindustrie, het verstrekken van trainingen en persoonlijke ontwikkelingscursussen, zowel binnen als buiten het bedrijf, mogelijkheden om van thuis uit te werken om een gezonde werk-privébalans te behouden, en afhankelijk van de rol en het land, medische verzekeringen en andere soorten voordelen, waardoor een positieve impact op dat personeel wordt gecreëerd.
Er worden geen specifieke doelen gesteld voor infaseringskwesties, deze zullen in 2025 in overweging worden genomen.
Alle beleidsregels die gelden voor medewerkers van Affidea, zijn ook van toepassing op gecontracteerde medewerkers (infasering), indien en wanneer zij werken vanuit het pand van Affidea of gebruikmaken van Affidea-apparatuur.
Geen andere specifieke maatregelen of materiële impacts wat betreft rapportering over infasering dan de eerder beschreven maatregelen.
Geen specifieke maatstaf voor infaseringsrapportering.
Ja, informatie over Affidea's raad van toezicht, management board en senior management team is te vinden in de volgende paragrafen.
De Raad van Toezicht van Affidea (RvT) telt 5 leden, waarvan 4 vertegenwoordigers van de hoofdaandeelhouder (GBL); elk met een ruime ervaring op financieel, administratief en zakelijk gebied in het beheren/begeleiden van multinationale ondernemingen sinds enkele jaren. Van deze 4, 3 hebben de Belgische nationaliteit, en 1 de Poolse nationaliteit.
Eén onafhankelijk RvT-lid is een Nederlander, die tot voor kort CEO was van een wereldwijde gezondheidszorg en consumentengoederenonderneming. Hij heeft brede ervaring in het leiden van multiculturele, hoogwaardige teams, met praktische expertise op het gebied van financieel en administratief beheer, inclusief kwesties met betrekking tot naleving en zakelijk gedrag.
Drie leden van de raad van toezicht maken deel uit van het audit-, risico- en naleving (ARN) dat toezicht houdt op eventuele zorgen over zakelijk gedrag. Twee zijn lid van het remuneratiecomité en allen zijn lid van het investeringscomité.
De Management Board (MB) van Affidea bestaat uit de CEO (Britse nationaliteit) en CFO (Nederlandse nationaliteit), bijgestaan door de General Counsel (Zwitserse nationaliteit), die optreedt als de secretaris van zowel de raad van toezicht als de Management Board. De CEO en CFO hebben ruime ervaring in het leiden van grote gezondheidszorg bedrijven, waaronder het begeleiden en controleren van kwesties van financieel en zakelijk gedrag.
Affidea's Senior Leadership Team (SLT) bestaande uit de CEO, CFO, Country Managers en Corporate Function leiders bestaat uit 20 leden, waaronder 4 vrouwen en 16 mannen, die 18 nationaliteiten vertegenwoordigen, woonachtig in 15 landen.
Aantal management bestuursleden: 2
Aantal leden raad van toezicht: 5
Aantal senior leidinggevende teamleden (hoger management): 20
Niet-uitvoerende leden raad van toezicht: 5
Het management board en het senior leiderschapsteam van Affidea bestaat uit werknemers, die de belangen van bredere werknemers in hun functionele domein vertegenwoordigen.
Naast de eerder beschreven RvT en RvB-expertise zijn alle leden van het senior leiderschapsteam materiedeskundigen van hun respectievelijke werkgebied.
Country Managers hebben meerjarige ervaring in het managen van gezondheidszorg bedrijven in hun respectievelijke landen. Voor meer informatie verwijzen we naar onze wereldwijde website: https://www.affidea.com/who-we-are/ownership-leadership?v=1
Percentage vrouwelijke management bestuursleden: 0%
Percentage vrouwelijke raad van toezichtleden: 0%
Percentage vrouwelijke senior leidinggevende teamleden (hoger management): 20%
20% (1 van de 5 leden is volledig onafhankelijk, anderen zijn vertegenwoordigers van de hoofdaandeelhouder).
De Raad van Toezicht van Affidea is verantwoordelijk voor monitoren van en het toezicht houden op, evenals het leveren van input en advies aan het management board en de Affidea Groep in bredere zin; maar het heeft niet de bevoegdheid om Affidea B.V. (of enig ander lid van de Affidea Groep) te binden en te vertegenwoordigen.
Het management board van Affidea is verantwoordelijk voor het beheer van Affidea B.V. en dus voor het dagelijkse bestuur van haar dochterondernemingen die de ruimere Affidea Groep vormen, onderworpen aan het algemene toezicht van, en de relevante goedkeuringen vereist door, de Raad van Toezicht en de Aandeelhoudersbelangen van GBL (zoals van toepassing en gedefinieerd in de Governancebepalingen).
De CEO van de Affidea Group is over het algemeen verantwoordelijk voor het identificeren en beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten met betrekking tot alle stakeholders van Affidea.
De dagelijkse verantwoordelijkheden worden gedelegeerd aan de respectievelijke functionele leiders, zoals Governance & Business Conduct gerelateerde verantwoordelijkheid wordt gedelegeerd aan de Country Managers en General Counsel, Staff gerelateerde verantwoordelijkheden worden gedelegeerd aan Chief HR Officer, Lenders, Investors & Shareholder engagement verantwoordelijkheid wordt gedelegeerd aan de CFO, Consumenten & eindgebruikers gerelateerde verantwoordelijkheden worden gedelegeerd aan Senior Vice President (SVP), Marketing & Communicatie.
De verantwoordelijkheid voor ESG rapportering op groepsniveau en de coördinatie van alle ESG kwesties is gedelegeerd aan de Director of Risk, Assurance en ESG, die een directe rapporteringslijn heeft naar het management board en de raad van toezicht. Hij heeft meerdere jaren duurzaamheidsrapportering ervaring in Affidea en in zijn vorige baan.
Bij de uitvoering van hun respectieve taken en verantwoordelijkheden zal de Raad van Toezicht:
Bij de uitvoering van zijn taak en verantwoordelijkheden zal het management board:
Senior leiderschapsteam en functioneel management leiders vermeld in eerdere rapporteringseisen zijn verantwoordelijk voor het identificeren en beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten met betrekking tot hun respectievelijke functie of land.
De opvolging van de risico's en controles gebeurt in het algemeen via de Interne Audits aan de hand van interne controle kaders voor bedrijfs- en klinische risico's, beheerd door de klinische governance en kwaliteit, alsook het Interne Audit team.
De raad van toezicht heeft een speciale Audit, Risk & Naleving (ARC) comité, bestaande uit de geselecteerde leden van de raad van toezicht, General Counsel en de directeur Risk & Assurance zijn vaste genodigden. Het comité evalueert periodiek alle zakelijke zorgen, risico's of auditbevindingen.
De raad van toezicht heeft een speciale Audit, Risk & Naleving (ARC) comité, bestaande uit de geselecteerde leden van de raad van toezicht, General Counsel en de directeur Risk & Assurance zijn vaste genodigden. Het comité wordt periodiek geïnformeerd over zakelijke zorgen, risico's of auditbevindingen.
General Counsel en de Director Risk & Assurance brengen ook regelmatig verslag uit aan het management board over audit, risico's en naleving (bestuursvergaderingen) en hebben toegang tot alle operationele gegevens en informatie uit alle functies van de onderneming.
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot corporate governance, risicobeheer en naleving, inclusief medische kwaliteits- en veiligheidsnormen, die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de groepsnormen. Dit beleid, deze procedures en deze normen zijn fundamenteel voor de manier waarop we onze klinieken beheren en de patiënten bedienen, bedrijfs- en operationele risico's, opportuniteiten en impacts beheersen, om diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit te waarborgen.
Bedrijfsrisico's en -opportuniteiten worden periodiek geëvalueerd door de raden van toezicht en het management. Bestuurder van Risk, Assurance en ESG informeert over alle materiële wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming en de effectiviteit van interne controles op basis van interne audits.
Materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft duurzaamheidsthema's zijn ook een vast onderdeel geworden van de bestuurs- en toezichtsvergadering. In 2024 heeft de raad van toezicht het voorstel van het management board om ESG doelen voor 2025 vast te stellen, die gebaseerd zijn op geïdentificeerde materiële onderwerpen in 2024, geëvalueerd en goedgekeurd. De voortgang bij deze doelen zal in 2025 worden gemonitord en gerapporteerd.
Voor 2024 werden geen doelen bepaald, aangezien Affidea in 2024 voor het eerst met formele ESG rapportering start.
De meeste van de geïdentificeerde materiële duurzaamheidskwesties hebben betrekking op de strategie, het bedrijfsmodel, operationele bedrijfsprocessen en personele procedures, die allemaal worden beheerd door de respectievelijke functionele / procesleiders, die allemaal materiedeskundigen zijn in hun bedrijfsdomein.
Voor de algemene coördinatie van duurzaamheidskwesties en rapportering wordt de directeur Risk, Assurance en ESG aangesteld, die over meerdere jaren duurzaamheidsrapportering ervaring beschikt. Hij monitort en rapporteert de voortgang op duurzaamheidskwesties en rapporteert non-conformiteiten direct aan de raad van toezicht.
Bestaande functionele kennis en expertise van betrokken bedrijfsfunctie-/proceseigenaren wordt benut om materiële duurzaamheidskwesties te identificeren en te beheersen.
De belangrijkste functies / processen die als relevant en belangrijk zijn geïdentificeerd voor Affidea's duurzaamheidskwesties zijn de volgende:
Andere functionele experts, zoals Strategie, IT, Cyber security werden op basis van behoeften betrokken, onder toezicht en leiding van Director of Risk, Assurance en ESG.
2024 is het eerste jaar van formele ESG rapportering, maar Affidea is sinds 2023 begonnen met het verzamelen van gegevens en het voorbereiden van ESG rapportering. De Directeur Risk & Assurance werd begin 2023 aangesteld als ESG coördinator en rapporteert sindsdien regelmatig over de voortgang op ESG gebied aan de Raad van Bestuur en Toezicht.
Verschillende bestuursvergaderingen in 2024 hebben specifieke gesprekken gevoerd over geïdentificeerde materiële impacts, risico's en opportuniteiten, de uitkomst van deze vergaderingen is gedocumenteerd in de notulen.
Het formele ESG due diligence proces is ingebed in nieuwe overnames vanaf oktober 2024 (ESG overwegingen in nieuwe investeringen). De effectiviteit van dit proces wordt in 2025 gemeten (te vroeg om nu te meten).
Als doelgericht bedrijf geloven we dat het onze verantwoordelijkheid is om duurzame waarde te creëren voor onze patiënten, werknemers, onze partners, de gemeenschappen waar we deel van uitmaken en onze aandeelhouders. We investeren in innovatieve en digitale oplossingen om onze operationele efficiëntie en medische uitkomsten te verbeteren en tegelijkertijd een uitstekende patiëntervaring te bieden. Affidea's toewijding aan verantwoorde en duurzame bedrijfspraktijken is ingebed in onze dagelijkse activiteiten en diep geworteld in onze cultuur en zakelijke Gedragscode. In een formeel ESG toezeggingsdocument dat in 2024 werd opgesteld, heeft het management board zich ertoe verbonden de volgende verbintenissen na te leven:
We streven ernaar onze impact op de planeet te minimaliseren door klimaatactie te ondernemen, energiebesparende maatregelen te implementeren, processen te digitaliseren om het papierverbruik te verminderen, initiatieven voor afvalrecycling te implementeren en samen te werken met leveranciers die zich richten op het verminderen van hun en onze ecologische voetafdruk.
We creëren positieve maatschappelijke impact door het leveren van best-in-class diensten, het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden voor onze werknemers en het betrekken van onze leveranciers en gemeenschappen buiten de gezondheidszorg. We stimuleren maatschappelijke ontwikkeling en ondersteunen de gemeenschappen waar we deel van uitmaken.
Bij Affidea houden we ons aan de hoogste ethische normen in alles wat we doen. Onze governance structuur, operationeel model, ethisch kader en robuuste risicobeheer en interne controle processen ondersteunen deze toewijding.
In 2024 heeft Affidea ook ESG principes ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder een ESG overwegingenskader voor nieuwe CapEx / OpEx uitgaven, wat vereist dat grote aankopen boven de beheerdrempel moeten worden beoordeeld aan de hand van de ESG principes, waaronder specifieke milieucriteria.
De lijst van materiële impacts, risico's en opportuniteiten werd midden 2024 opgesteld als onderdeel van een dubbele materialiteitsanalyse. Op basis van geïdentificeerde materiële thema's worden doelen bepaald voor monitoring & rapportering in 2025. Verder zijn er in 2024 geen andere onderwerpen aan bod gekomen.
Ja, informatie over hoe de raad van toezicht, het management board en het senior managementteam worden geïnformeerd, wordt in de volgende alinea's gerapporteerd.
Het management board en het Senior Leiderschapsteam hebben van de Raad van Toezicht de taak om ESG doelen te implementeren, alsmede om ervoor te zorgen dat Affidea een mechanisme heeft om de voortgang te monitoren en te rapporteren over materiële impacts, risico's en opportuniteiten. De voortgang op deze en andere onderwerpen wordt gemonitord in periodieke bestuursvergaderingen.
Nee, informatie over duurzaamheidsgerelateerde prestatiebeloningen wordt niet bekendgemaakt omdat er geen ESG doelen zijn bepaald voor 2024. Deze worden momenteel besproken met het remuneratiecomité van de raad van toezicht en zullen in 2025 worden gerapporteerd. Over het algemeen zijn het management en de raad van toezicht van Affidea volledig afgestemd op en geïnformeerd over de voortgang die Affidea sinds 2023 heeft gemaakt op duurzaamheidskwesties, maar aangezien Affidea nog 1 jaar heeft om formeel te voldoen aan de CSRD, wordt het passend geacht om prestatiebeloningen in 2025 af te stemmen op ESG doelen.
Geen doelen of prestatiebeloning gedefinieerd voor 2024.
Geen doelen of prestatiebeloning gedefinieerd voor 2024.
Geen doelen of prestatiebeloning gedefinieerd voor 2024.
Geen doelen of prestatiebeloning gedefinieerd voor 2024.
0,00%
Geen doelen of prestatiebeloning gedefinieerd voor 2024.
Ja, de belangrijkste aspecten en stappen van het due diligenceproces waarvan sprake in ESRS 1 hoofdstuk 4 Due diligence houden verband met een aantal dwarsdoorsnijdende en thematische rapporteringseisen in het kader van de ESRS. Affidea gebruikte die informatie tijdens de dubbele materialiteitsanalyse om zijn belangrijkste stakeholders, bedrijfsactiviteiten in kaart te brengen met de ESRS-thema's die relevant werden geacht, en prioriteerde deze vervolgens om tot de lijst van materiële onderwerpen te komen.
Voor details, zie onderstaande tabel.
Een gedetailleerde mapping van de Affidea waardeketen, belangrijke bedrijfsactiviteiten, en materiële stakeholders werd opgesteld als onderdeel van een dubbele materialiteitsanalyse. Input van de belangrijkste stakeholders en input van het management werd samengesteld om alle thematische duurzaamheidsthema's te beoordelen die in TV 16 van de ESRS zijn vermeld. Op basis van de resultaten van de impact-, risico- en opportuniteitenbeoordeling heeft het management board een drempelwaarde bepaald om materiële thema's te bepalen.
| KERNELEMENTEN VAN DUE DILIGENCE | ALINEA'S IN DE DUURZAAMHEIDSVERKLARING | |||
|---|---|---|---|---|
| a) | Due diligence integreren in governance, strategie en businessmodel | ESRS2.GOV-1, 22a, 22b, [7.4.1.1.12] ESRS2.GOV-2, 26a, [7.4.1.1.14] ESRS2.SBM-3, [7.4.1.1.23] |
||
| b) | Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van de due diligence |
ESRS2.GOV-1, 22d, 23, [7.4.1.1.12] ESRS 2 SBM-2, [7.4.1.1.22] ESRS 2 IRO-1, [7.4.1.1.24] |
||
| c) | Negatieve impacts in kaart brengen en beoordelen | ESRS2.GOV-1, 23b, [7.4.1.1.12] ESRS2.GOV-5, 36a, 36b, [7.4.1.1.17] ESRS2.SBM-3, 48a, [7.4.1.1.23] ESRS 2 IRO-1, [7.4.1.1.24] |
||
| d) | Maatregelen nemen om die negatieve impacts aan te pakken | ESRS2.GOV-2, 26b, [7.4.1.1.14] ESRS2.GOV-5, 36d, [7.4.1.1.17] |
||
| e) | De effectiviteit van deze inspanningen monitoren en daarover communiceren |
ESRS2.GOV-2, 26a, [7.4.1.1.14] |
Ja, de belangrijkste kenmerken van het systeem voor risicobeheer en interne controle worden in de volgende paragrafen beschreven.
Affidea heeft een voltijdse Risk & Assurance (R&A) functie onder leiding van een Bestuurder, die een directe rapporteringslijn heeft naar de Raad van Toezicht en het management board. De R&A functie organiseert jaarlijks een business risicoanalyse proces, waarin alle Country Managers vragen worden gesteld over vroegere, potentiële en bestaande risico's. De resultaten van de risicobeoordeling worden aan de raad van toezicht gepresenteerd in een risicokaart voor de groep.
Duurzaamheidsrapportering is een specifiek risico in de risicokaart van de groep, en andere materiële duurzaamheidsimpacts, risico's en opportuniteiten zijn ingebed in verschillende andere risico's, zoals risico's met betrekking tot:
Interne controles van duurzaamheidsrapportering komen als volgt aan bod:
Alle vereiste kwantificeerbare gegevens worden bottom-up verzameld, d.w.z. op kliniekniveau, die vervolgens worden beoordeeld / geverifieerd door een landen ESG coördinator, die ofwel een land kwaliteitsmanager of land aangewezen vertegenwoordiger, zoals HR-manager is. Alle gegevens op landniveau worden vervolgens verzonden naar HR-groepering voor consistentie controle, of geüpload in een systeem voor consolidatie, dat centraal wordt beheerd.
Risico's op groepsniveau worden door alle landen beoordeeld op een schaal van waarschijnlijkheid, impact en effectiviteit van de huidige controles. De factor waarschijnlijkheid en impact bepaalt de prioriteit/volgorde van inherente bedrijfsrisico's (de zogenaamde brutorisico's), en het factoriseren van de brutorisico's met de huidige controle-effectiviteit resulteert in resterende risico's (de zogenaamde nettorisico's) in de risicokaart. De risico's worden jaarlijks in detail beoordeeld en elk kwartaal wordt een analyse op hoog niveau uitgevoerd.
De volgende zijn top-3 Affidea-activiteiten, zoals beoordeeld in de jaarlijkse risicobeoordeling 2024.
In 2024 zijn er drie nieuwe risico's bijgekomen en dit jaar is er één (Covid-19) geschrapt. Van het nieuwe wordt 'Klimaatadaptatie' beoordeeld als nummer 9 in de top-10 netto risico's, wat aangeeft dat het een opkomend breder thema is dat mitigatie nodig heeft in Affidea.
Alle risico's en de effectiviteit van de huidige mitigerende maatregelen zijn besproken in de raad van toezicht vergadering. Interne Audit voert periodieke audits uit van de bedrijfsprocessen van de landen en rapporteert over de doeltreffendheid en de voortgang bij de uitvoering van de controle.
Duurzaamheidsrapportering is een specifiek risico in de risicokaart van de groep, en andere materiële duurzaamheidsimpacts, risico's en opportuniteiten zijn ingebed in verschillende andere risico's, zoals risico's met betrekking tot:
De meeste van de geïdentificeerde materiële duurzaamheidskwesties hebben betrekking op de strategie, het bedrijfsmodel, operationele bedrijfsprocessen en personele procedures, die allemaal worden beheerd door de respectievelijke functionele / procesleiders, die allemaal materiedeskundigen zijn in hun bedrijfsdomein. Zo wordt het tekort aan medisch personeel, dat als een toprisico wordt beschouwd, regelmatig beoordeeld in de vergaderingen van het management board van het land, en worden er maatregelen gepland door de HR-groep en het HR-team van het land om een gestage pijplijn van voltijdse en deeltijdse artsen te handhaven, die voor Affidea zouden willen werken.
Bedrijfsrisico's en -opportuniteiten worden periodiek geëvalueerd door de raden van toezicht en het management. Bestuurder van Risk, Assurance en ESG informeert over alle materiële wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming en de effectiviteit van interne controles op basis van interne audits. Materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft duurzaamheidskwesties zijn ook een vast onderdeel geworden van de bestuurs- en toezichtsvergadering.
Ja, de belangrijkste elementen van de Affidea strategie worden toegelicht in de volgende paragrafen.
Affidea loopt voorop in het combineren van toegang tot klinische uitmuntendheid met een sterke toewijding aan ethische en duurzame praktijken. Door toegang te bieden tot hoogwaardige zorg in een omgeving buiten het ziekenhuis, dragen we actief bij aan het welzijn van de gemeenschappen die we bedienen. De holistische benadering waarop we ons richten, weerspiegelt onze toewijding aan het bevorderen van een gezondere, meer mondige samenleving.
Centraal in de ethos van Affidea staan de ESG principes, die zijn vastgelegd binnen vijf fundamentele pijlers:
Deze 5 pijlers zijn niet alleen de basis van onze ESG Strategie, maar zijn ook de leidraden die ons pad naar continue verbetering van onze nietfinanciële prestaties verlichten. Ze stellen ons in staat om onze ESG uitkomsten te meten, ambitieuze doelen en benchmarks te bepalen die ons helpen onze impact als gewetensvolle bedrijfsentiteit te evalueren. De input van stakeholders is geclusterd in deze 5 materiële onderwerpen.
Affidea heeft 380 medische centra in 15 landen en ontvangt jaarlijks ongeveer 13 miljoen patiënten, die op een gemakkelijke en toegankelijke manier zorg van hoge kwaliteit bieden.
Bij Affidea vinden we dat iedereen betere toegang verdient tot hoogwaardige zorg.
Onze missie is om patiënten in staat te stellen weloverwogen keuzes te maken voor hun gezondheid en welzijn, waardoor ze snel toegang hebben tot een volledig geïntegreerd zorgtraject van consultatie, laboratoriumanalyse en diagnostische diensten, in een omgeving buiten het ziekenhuis, dicht bij huis. Deze diensten worden steeds meer aangevuld met behandelingen buiten het ziekenhuis.
In 2024 zijn er geen nieuwe producten / diensten ingevoerd of verwijderd.
Onze bestaande kern van poliklinische activiteiten in 15 verschillende markten (namelijk in: Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Tsjechië, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, Zwitserland, Turkije en het Verenigd Koninkrijk) netwerkvoordelen, relatie met betalers en merkpositionering stellen ons in staat om ervaring uit andere regio's naar alle markten te exporteren.
Veel van onze markten bieden geïntegreerde leveringsmodellen in drie hoofdcategorieën:
Geen nieuwe markt ingevoerd of verwijderd in 2024.
Nee, Affidea is een gezondheidszorg dienstverlener, die wettelijk diensten levert die zijn toegestaan in elk rechtsgebied.
1.037.643.000,00 €
Niet van toepassing
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
De volgende duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen worden door Affidea geïdentificeerd voor 2025, in termen van significante groepen van producten en diensten, klanten categorieën, geografische gebieden en relaties met stakeholders:
Aangezien de duurzaamheidsgerelateerde doelen recent zijn opgesteld, zal vanaf 2025 een analyse van de voortgang en uitdagingen worden bekendgemaakt.
Aangezien de duurzaamheidsgerelateerde doelen recent zijn opgesteld, zal vanaf 2025 een analyse van de voortgang en uitdagingen worden bekendgemaakt.
Affidea's business model is gebaseerd op drie belangrijke soorten klanten / betalers:
Om onze diensten te leveren, hebben we de volgende groep stakeholders geïdentificeerd als onderdeel van onze upstream-, downstreamwaardeketen en eigen activiteiten:
Als onderdeel van onze jaarlijkse bedrijfsrisicobeoordeling in 2023 en als voorbereiding op de dubbele materialiteitsanalyse hebben we de identificatie en betrokkenheid met onze belangrijkste stakeholders geformaliseerd om hun belangen en verwachtingen van Affidea te analyseren. Dit gebeurde op een collectieve manier, waarbij zowel het management board als het country management betrokken waren.
De eerste stap in onze aanpak voor dubbele materialiteitsanalyse was om onze waardeketen in kaart te brengen en de belangrijkste actoren ervan te identificeren, om de 'belangrijkste' stakeholders af te leiden. Van de eerder bekendgemaakte belangrijkste spelers in onze upstream- en downstream waardeketen worden de volgende beschouwd als belangrijkste stakeholders, wiens input het bedrijfsmodel of de strategie van Affidea ondersteunt:
Input van deze belangrijkste stakeholders werd verzameld via bestaande kanalen, zoals periodieke patiënttevredenheidsenquête in onze klinieken, jaarlijkse verwijzende artsen enquête, tweejaarlijkse werknemersbetrokkenheid enquête, periodieke bijeenkomsten met betalers en commissarissen en regelmatige bijeenkomsten met het management board, de raad van toezicht (die ook de aandeelhouders vertegenwoordigt).
De belangrijkste output of uitkomst van de beoordeling van de waardeketen was om zich te concentreren op de materiële thema's die het belangrijkst zijn voor de geïdentificeerde belangrijkste stakeholders. Dit zijn precies de thema's die vanaf 2025 als duurzaamheidsgerelateerde doelen (eerder bekendgemaakt) worden geïdentificeerd.
Hieronder volgen de groepen stakeholders in de upstream-, downstreamwaardeketen en eigen activiteiten van Affidea, en hun relatie:
Ja, de volgende rapportering beschrijft hoe input van stakeholders wordt meegenomen in onze strategie en business model.
Als onderdeel van onze jaarlijkse bedrijfsrisicobeoordeling in 2024 en als voorbereiding op de dubbele materialiteitsanalyse hebben we de identificatie en betrokkenheid met onze belangrijkste stakeholders geformaliseerd om hun belangen en verwachtingen van Affidea te analyseren. Dit gebeurde op een collectieve manier, waarbij zowel het management board als het country management betrokken waren.
De eerste stap in onze aanpak voor dubbele materialiteitsanalyse was om onze waardeketen in kaart te brengen en de belangrijkste actoren ervan te identificeren, om de 'belangrijkste' stakeholders af te leiden. Van de eerder bekendgemaakte belangrijkste spelers in onze upstream- en downstream waardeketen worden de volgende beschouwd als belangrijkste stakeholders, wiens input het bedrijfsmodel of de strategie van Affidea ondersteunt:
Input van deze belangrijkste stakeholders werd verzameld via bestaande kanalen, zoals periodieke patiënttevredenheid enquête in onze klinieken, jaarlijkse verwijzende artsen enquête, tweejaarlijkse werknemersbetrokkenheid enquête, periodieke bijeenkomsten met betalers en commissarissen en regelmatige bijeenkomsten met het management board, de raad van toezicht (die ook de aandeelhouders vertegenwoordigt).
Van de eerder bekendgemaakte belangrijkste spelers in onze upstream- en downstream waardeketen worden de volgende beschouwd als belangrijkste stakeholders, wiens input het bedrijfsmodel of de strategie van Affidea ondersteunt:
Categorieën stakeholders waarbij betrokkenheid plaatsvindt:
Input van de belangrijkste stakeholders werd georganiseerd en verzameld via bestaande kanalen, zoals periodieke patiënttevredenheidsenquête in onze klinieken, jaarlijkse verwijzende artsen enquête, tweejaarlijkse werknemersbetrokkenheid enquête, periodieke bijeenkomsten met betalers en commissarissen en regelmatige bijeenkomsten met het management board, de raad van toezicht (die ook de aandeelhouders vertegenwoordigt).
Het belangrijkste doel van de stakeholderbetrokkenheid was het verzamelen van input, die het identificeren en analyseren van materiële impacts, risico's en opportuniteiten met betrekking tot duurzaamheidskwesties onderbouwt.
De uitkomst werd geanalyseerd en geclusterd in vijf ESG pijlers, die de fundamenten vormen van de Affidea ESG strategie, en alle materiële duurzaamheidskwesties zijn geclusterd in een van deze vijf pijlers:
Een gedetailleerde mapping van de Affidea waardeketen, belangrijke bedrijfsactiviteiten, en materiële stakeholders werd opgesteld als onderdeel van een dubbele materialiteitsanalyse. Input van de belangrijkste stakeholders en input van het management werd samengesteld om alle thematische duurzaamheidsthema's te beoordelen die in TV 16 van de ESRS zijn vermeld. Op basis van de resultaten van de impact-, risico- en opportuniteitenbeoordeling heeft het management board een drempelwaarde bepaald om materiële thema's te bepalen.
Begin 2023 heeft Affidea een volledige strategische evaluatie uitgevoerd met de hulp van een extern adviesbureau (LEK), dat een grondige analyse heeft uitgevoerd van de gezondheidszorg markten waarin Affidea actief is, hun consumententrends, patiëntbehoeften en sectorale uitdagingen.
Deze gedetailleerde strategische evaluatie gaf inzicht in waar en hoe Affidea momenteel een rol speelt en waar het een verschil kan maken in het leven van miljoenen gezondheidszorg patiënten en hun verwijzende artsen (voornaamste consumenten en eindgebruiker van Affidea zijn de patiënten en hun familie, evenals verwijzende artsen, die patiënten naar Affidea verwijzen en onze diagnostische rapporten gebruiken voor verdere analyse en behandelingen).
Samen met maandelijkse patiënttevredenheid enquêtes die regelmatig worden uitgevoerd in al onze klinieken en jaarlijkse verwijzende artsenenquêtes, heeft Affidea de belangrijkste uitdagingen geïdentificeerd waarmee onze patiënten in onze werkomgeving worden geconfronteerd en het business model aangepast om in 2024 effectievere OOH (out of hospital) patiëntenzorgmodellen te bieden in meerdere Affidea landen.
Periodieke klantenonderzoeken / feedback verzameld van klinieken, callcenters en sociale media onderbouwen de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten die inspelen op de behoeften van patiënten en helpen bij het identificeren van gebieden voor groei in verschillende regio's. Deze aanpak zorgt ervoor dat de inspanningen van Affidea aansluiten bij haar doel om gezondheidszorg toegankelijker en inclusiever te maken.
Hetzelfde als de vorige informatieverschaffing.
De eerste stap was het definiëren van duurzaamheidsgerelateerde doelen, die vanaf 2025 zullen worden uitgevoerd en gemonitord.
De eerste stap was het definiëren van duurzaamheidsgerelateerde doelen, die vanaf 2025 zullen worden uitgevoerd en gemonitord. De resultaten van de eerste doelen bepalen de verdere stappen.
Bedrijfsrisico's en -opportuniteiten worden periodiek geëvalueerd door de raden van toezicht en het management. Bestuurder van Risk, Assurance en ESG informeert over alle materiële wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming en de effectiviteit van interne controles op basis van interne audits.
Materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft duurzaamheidsthema's zijn ook een vast onderdeel geworden van de bestuurs- en toezichtsvergadering. In 2024 heeft de raad van toezicht het voorstel van het management board om ESG doelen voor 2025 vast te stellen, die gebaseerd zijn op geïdentificeerde materiële onderwerpen in 2024, geëvalueerd en goedgekeurd. De voortgang bij deze doelen zal in 2025 worden gemonitord en gerapporteerd.
Ja, de details van de dubbele materialiteitsanalyse worden in de volgende paragrafen vermeld.
Samenvatting van Affidea's geïdentificeerde materiële impacts hebben betrekking op de volgende onderwerpen, meer details in het dubbele materialiteitsdocument:
Samenvatting van Affidea's materiële duurzaamheidsgerelateerde risico's en opportuniteiten hebben betrekking op de volgende onderwerpen, meer details in het dubbele materialiteitsdocument:
Management board en gedelegeerde functionele proceseigenaren beschikken over processen om hun respectieve functionele risico's, opportuniteiten en impacts te beheersen. Er zijn geen significante impacts of veranderingen nodig in het business model of de strategie van Affidea als gevolg van geïdentificeerde impacts, risico's of opportuniteiten. Als er zich nieuwe risico's voordoen, worden deze regelmatig gemonitord in de dagelijkse gang van zaken en wordt de effectiviteit van controles gecontroleerd tijdens interne en externe audits.
Samenvatting van Affidea's geïdentificeerde materiële impacts hebben betrekking op de volgende onderwerpen, meer details in het dubbele materialiteitsdocument:
De meeste van de geïdentificeerde materiële duurzaamheidskwesties hebben betrekking op de strategie, het bedrijfsmodel, operationele bedrijfsprocessen en personele procedures, die allemaal worden beheerd door de respectievelijke functionele / procesleiders, die allemaal materiedeskundigen zijn in hun bedrijfsdomein. Zo wordt het tekort aan medisch personeel, dat als een toprisico wordt beschouwd, regelmatig beoordeeld in de vergaderingen van het management board van het land, en worden er maatregelen gepland door de HR-groep en het HR-team van het land om een gestage pijplijn van voltijdse en deeltijdse artsen te handhaven, die voor Affidea zouden willen werken.
Sommige impacts zullen naar verwachting op korte termijn optreden, en andere op middellange termijn.
Aard van de activiteiten of zakelijke relaties waardoor materiële impact optreedt of zou kunnen optreden zijn:
Informatie over de actuele financiële impacts van de materiële risico's en opportuniteiten op de financiële positie, financiële prestaties en kasstromen en de materiële risico's en opportuniteiten waarvoor er een significant risico bestaat op een materiële aanpassing in de volgende jaarlijkse verslagperiode van de in de betrokken jaarrekening gerapporteerde boekwaarde van activa en verplichtingen
Er zijn geen significante financiële impacts of veranderingen in de financiële positie van de onderneming als gevolg van vastgestelde impacts, risico's of opportuniteiten. Als er zich nieuwe risico's voordoen, worden deze regelmatig gemonitord in de dagelijkse gang van zaken en wordt de effectiviteit van de beheerscontroles gecontroleerd tijdens interne en externe financiële audits.
Er worden geen significante financiële impacts of veranderingen in de financiële positie van de onderneming verwacht als gevolg van geïdentificeerde impacts, risico's of opportuniteiten. Als er zich nieuwe risico's voordoen, worden deze regelmatig gemonitord in de dagelijkse gang van zaken en wordt de effectiviteit van de beheerscontroles gecontroleerd tijdens interne en externe financiële audits.
Affidea heeft een robuuste managementstructuur waarin diverse materiedeskundigen uit de gezondheidszorg opereren en inzichten uit de sector delen. De strategie en het business model werden oorspronkelijk opgenomen en opnieuw gevalideerd in 2023 via een extern consultancybedrijf, dat nieuwe inzichten bracht en managementaannames opnieuw bevestigde.
Het management board en de respectievelijke functionele leiders volgen de ontwikkelingen in de markt op en passen waar nodig strategische veranderingen aan. De raad van toezicht wordt altijd geraadpleegd alvorens significante strategische wijzigingen aan te brengen.
Dit is het eerste jaar van de rapportering.
Geen andere informatieverschaffing, alleen ESRS.
Ja, de details van het proces voor de beoordeling van dubbele materialiteit worden vermeld in de volgende paragrafen.
In overeenstemming met de ESRS criteria (TV16) heeft Affidea een impact, risk & opportunity (IRO) beoordeling uitgevoerd voor elk ESRS duurzaamheidsthema en (sub) subsubthema.
Op basis van een interne lange lijst van Affidea-thema's werden de ESRS-thema's eerst beoordeeld op 'relevantie voor Affidea' en vervolgens werden voor elk relevant thema IRO's bepaald op basis van i) de schaal, ii) de scope, iii) de mate van onomkeerbaarheid en iv) de waarschijnlijkheid van de impact. De geconsolideerde impactscore werd berekend door alle factoren te combineren op een schaal van 1 tot 5.
Evenzo werd de financiële materialiteit (op basis van risico of opportuniteit) van relevante onderwerpen beoordeeld op een schaal van 1 tot 5, op basis van de omvang en waarschijnlijkheid van risico of opportuniteit.
Het management board van Affidea heeft, in overleg met de Raad van Toezicht, besloten om onderwerpen met een score van 3 en hoger op impact of financiële materialiteit op te nemen, om materieel te zijn voor Affidea.
De eerste stap in onze aanpak voor dubbele materialiteitsanalyse was om onze waardeketen in kaart te brengen en de belangrijkste actoren ervan te identificeren, om de 'belangrijkste' stakeholders af te leiden. Van de eerder bekendgemaakte belangrijkste spelers in onze upstream- en downstream waardeketen worden de volgende beschouwd als belangrijkste stakeholders, wiens input het bedrijfsmodel of de strategie van Affidea ondersteunt:
Input van deze belangrijkste stakeholders werd verzameld via bestaande kanalen, zoals periodieke patiënttevredenheid enquête in onze klinieken, jaarlijkse verwijzende artsen enquête, tweejaarlijkse werknemersbetrokkenheid enquête, periodieke bijeenkomsten met betalers en commissarissen en regelmatige bijeenkomsten met het management board, de raad van toezicht (die ook de aandeelhouders vertegenwoordigt).
De belangrijkste focus van onze beoordeling lag op eigen activiteiten en downstreamactiviteiten, omdat de aard van deze activiteiten of zakelijke relaties cruciaal zijn voor ons business model en ze aanleiding kunnen geven tot een verhoogd risico op negatieve impacts op de volgende stakeholders:
Hetzelfde als de vorige informatieverschaffing.
Input van de belangrijkste stakeholders werd georganiseerd en verzameld via bestaande kanalen, zoals periodieke patiënttevredenheidsenquête in onze klinieken, jaarlijkse verwijzende artsen enquête, tweejaarlijkse werknemersbetrokkenheid enquête, periodieke bijeenkomsten met betalers en commissarissen en regelmatige bijeenkomsten met het management board, de raad van toezicht (die ook de aandeelhouders vertegenwoordigt).
In overeenstemming met de ESRS criteria (TV16) heeft Affidea een impact, risk & opportunity (IRO) beoordeling uitgevoerd voor elk ESRS duurzaamheidsthema en (sub) subsubthema.
Op basis van een interne lange lijst van Affidea-thema's werden de ESRS-thema's eerst beoordeeld op 'relevantie voor Affidea' en vervolgens werden voor elk relevant thema IRO's bepaald op basis van i) de schaal, ii) de scope, iii) de mate van onomkeerbaarheid en iv) de waarschijnlijkheid van de impact. De geconsolideerde impactscore werd berekend door alle factoren te combineren op een schaal van 1 tot 5.
Evenzo werd de financiële materialiteit (op basis van risico of opportuniteit) van relevante onderwerpen beoordeeld op een schaal van 1 tot 5, op basis van de omvang en waarschijnlijkheid van risico of opportuniteit.
Het management board van Affidea heeft, in overleg met de Raad van Toezicht, besloten om onderwerpen met een score van 3 en hoger op impact of financiële materialiteit op te nemen, om materieel te zijn voor Affidea.
Hetzelfde als de vorige informatieverschaffing.
Impacts en risico's houden over het algemeen verband met elkaar, dit werd aangetoond in de dubbele materialiteitsanalyse met een uniek impactnummer en een gerelateerd/overeenkomstig risico op opportuniteitennummer.
Bijvoorbeeld: Een impact van klimaatverandering in sommige van onze regio's is dat klinieken moeten worden gesloten voor de duur van een groot klimaatevenement. Dit resulteert in negatieve impacts op patiënten en gezondheidszorg in het algemeen. Het risico voor het bedrijf en de stakeholders is minder inkomen door de sluiting van klinieken, hogere operationele kosten om de klimaatverandering te verzachten of zich eraan aan te passen, wat een domino-effect kan hebben in de hele waardeketen: hogere zorgkosten, minder vraag naar medische materialen, minder opportuniteiten voor werknemers in de waardeketen, enz.
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
Affidea enterprise risicobeheer drempels werden ook toegepast op de duurzaamheidsrisico's en opportuniteiten. Deze worden hieronder beschreven:
KRITIEK - Bedrijfsvoortzetting of reputatie beïnvloed voor de hele Affidea-groep, of potentiële financiële impact van meer dan euro 2 miljoen. 3. ERNSTIG – Bedrijfsvoortzetting of reputatie in meer dan één Affidea-land, of potentiële financiële impact tussen de 1-2 miljoen euro. 2. GEMATIGD – Bedrijfsvoortzetting of reputatie die impact heeft in een van de Affidea-landen, of potentiële financiële impact tussen de 0-1 miljoen euro.
KLEIN - Verstoring van de bedrijfsvoortzetting in één Affidea-land, maar geen of beperkte financiële impact.
GEEN - Op dit moment is er geen of beperkte controle om dit risico te mitigeren
INEFFECTIEF – Controles informeel en niet effectief (of effectiviteit niet getest)
GEDEELTELIJK EFFECTIEF – Controles die formeel zijn opgezet, maar gedeeltelijk effectief zijn of niet regelmatig worden getest 1. EFFECTIEF – Controles formeel ingesteld, hun effectiviteit wordt regelmatig getest en effectief bevonden
Duurzaamheidsrapportering is een specifiek risico in de risicokaart van de groep, en andere materiële duurzaamheidsimpacts, risico's en opportuniteiten zijn ingebed in verschillende andere risico's, zoals risico's met betrekking tot:
De risico's worden geprioriteerd op basis van hun impact op het bedrijf en relevantie voor duurzaamheid, bijvoorbeeld een van de belangrijkste inherente en nettorisico's die door het management worden geïdentificeerd, is "tekort aan gekwalificeerd medisch personeel", wat zowel een bedrijfsrisico (minder inkomen) als duurzaamheidsrisico's (impact op de gezondheid van de bevolking in Europa) is.
Bedrijfsrisico's en -opportuniteiten worden periodiek geëvalueerd door de raden van toezicht en het management. Bestuurder van Risk, Assurance en ESG informeert over alle materiële wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming en de effectiviteit van interne controles op basis van interne audits. Als er vanwege materiële onderwerpen wijzigingen in de strategie of het business model nodig zijn, worden beslissingen genomen op het niveau van de raad van toezicht. Materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft duurzaamheidsthema's zijn een vast onderdeel geworden van de bestuurs- en toezichtsvergadering.
In overeenstemming met de ESRS criteria (TV16) heeft Affidea een impact, risk & opportunity (IRO) beoordeling uitgevoerd voor elk ESRS duurzaamheidsthema en (sub) subsubthema.
Op basis van een interne lange lijst van Affidea-thema's werden de ESRS-thema's eerst beoordeeld op 'relevantie voor Affidea' en vervolgens werden voor elk relevant thema IRO's bepaald op basis van i) de schaal, ii) de scope, iii) de mate van onomkeerbaarheid en iv) de waarschijnlijkheid van de impact. De geconsolideerde impactscore werd berekend door alle factoren te combineren op een schaal van 1 tot 5.
Evenzo werd de financiële materialiteit (op basis van risico of opportuniteit) van relevante onderwerpen beoordeeld op een schaal van 1 tot 5, op basis van de omvang en waarschijnlijkheid van risico of opportuniteit.
Het management board van Affidea heeft, in overleg met de Raad van Toezicht, besloten om onderwerpen met een score van 3 en hoger op impact of financiële materialiteit op te nemen, om materieel te zijn voor Affidea.
Affidea heeft een voltijdse Risk & Assurance (R&A) functie onder leiding van een Bestuurder, die een directe rapporteringslijn heeft naar de Raad van Toezicht en het management board. De R&A functie organiseert jaarlijks een business risicoanalyse proces, waarin alle Country Managers vragen worden gesteld over vroegere, potentiële en bestaande risico's. De resultaten van de risicobeoordeling worden aan de raad van toezicht gepresenteerd in een risicokaart voor de groep.
Duurzaamheidsrapportering is een specifiek risico in de risicokaart van de groep, en andere materiële duurzaamheidsimpacts, risico's en opportuniteiten zijn ingebed in verschillende andere risico's, zoals risico's met betrekking tot:
Bedrijfsrisico's en -opportuniteiten worden periodiek geëvalueerd door de raden van toezicht en het management. Bestuurder van Risk, Assurance en ESG informeert over alle materiële wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming en de effectiviteit van interne controles op basis van interne audits. Materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft duurzaamheidsthema's zijn ook een vast onderdeel geworden van de bestuurs- en toezichtsvergadering.
Begin 2023 heeft Affidea een volledige strategische evaluatie uitgevoerd met de hulp van een extern adviesbureau (LEK), dat een grondige analyse heeft uitgevoerd van de gezondheidszorg markten waarin Affidea actief is, hun consumententrends, patiëntbehoeften en sectorale uitdagingen.
Deze gedetailleerde strategische evaluatie gaf inzicht in waar en hoe Affidea momenteel een rol speelt en waar het een verschil kan maken in het leven van miljoenen gezondheidszorg patiënten en hun verwijzende artsen (voornaamste consumenten en eindgebruiker van Affidea zijn de patiënten en hun familie, evenals verwijzende artsen, die patiënten naar Affidea verwijzen en onze diagnostische rapporten gebruiken voor verdere analyse en behandelingen).
Een gedetailleerde mapping van de Affidea waardeketen, belangrijke bedrijfsactiviteiten, en materiële stakeholders werd opgesteld als onderdeel van een dubbele materialiteitsanalyse. Input van de belangrijkste stakeholders en input van het management werd samengesteld om alle thematische duurzaamheidsthema's te beoordelen die in TV 16 van de ESRS zijn vermeld. Op basis van de resultaten van de impact-, risico- en opportuniteitenbeoordeling heeft het management board een drempelwaarde bepaald om materiële thema's te bepalen.
Samen met maandelijkse patiënttevredenheidsenquêtes die regelmatig in al onze klinieken worden uitgevoerd en jaarlijks een verwijzende artsenenquêtes, heeft Affidea de belangrijkste uitdagingen geïdentificeerd waarmee onze patiënten in onze werkomgeving worden geconfronteerd. De uitkomst werd geanalyseerd en geclusterd in vijf ESG pijlers, die de fundamenten vormen van de Affidea ESG strategie, en alle materiële duurzaamheidskwesties zijn geclusterd in een van deze vijf pijlers:
Dit is het eerste jaar van de rapportering.
Ja, alle informatievereisten met betrekking tot de algemene en thematische standaarden ESRS 2, ESRS E1, S1, S4 en G1 wordt gerapporteerd overeenkomstig met de resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse.
Geen andere EU duurzaamheid wetgeving gebruikt, alleen ESRS
Ja, in de volgende alinea's wordt beschreven welke thematische ESRS-standaarden als materieel worden beschouwd en welke niet.
Affidea is een dienstverlenend bedrijf in de gezondheidszorg, en tijdens zijn activiteiten of als gevolg van zijn activiteiten, is er geen significante / materiële verontreiniging, zoals gedefinieerd in de thematische ESRS normen veroorzaakt.
Affidea is een dienstverlenend bedrijf in de gezondheidszorg, en tijdens zijn activiteiten of als gevolg van zijn activiteiten wordt er geen gebruik gemaakt van significante/materiële water- of mariene hulpbronnen, zoals gedefinieerd in de thematische ESRS standaarden.
Affidea is een dienstverlenend bedrijf in de gezondheidszorg, en tijdens zijn activiteiten of als gevolg van zijn activiteiten is er geen significante biodiversiteit of ecosysteem beschadigd.
Affidea is een dienstverlenend bedrijf in de gezondheidszorg, dat geen fysieke producten produceert of fabriceert. De beginselen van circulaire economie, zoals gedefinieerd in thematische ESRS-standaarden, zijn niet direct relevant voor zijn activiteiten.
Affidea is een dienstverlenend bedrijf in de gezondheidszorg, dat geen fysieke producten produceert of fabriceert. De beginselen van werknemers in de waardeketen, zoals gedefinieerd in thematische ESRS-standaarden, zijn niet direct relevant voor zijn activiteiten.
Affidea is een dienstverlenend bedrijf in de gezondheidszorg, dat geen fysieke producten produceert of fabriceert. De beginselen van getroffen gemeenschappen, zoals gedefinieerd in thematische ESRS-standaarden, zijn niet direct relevant voor zijn activiteiten.
In overeenstemming met de ESRS criteria (TV16) heeft Affidea een impact, risk & opportuniteit (IRO) beoordeling uitgevoerd voor elk ESRS duurzaamheidsthema en (sub) subsubthema.
Op basis van een interne lange lijst van Affidea-thema's werden de ESRS-thema's eerst beoordeeld op 'relevantie voor Affidea' en vervolgens werden voor elk relevant thema IRO's bepaald op basis van i) de schaal, ii) de scope, iii) de mate van onomkeerbaarheid en iv) de waarschijnlijkheid van de impact. De geconsolideerde impactscore werd berekend door alle factoren te combineren op een schaal van 1 tot 5.
Evenzo werd de financiële materialiteit (op basis van risico of opportuniteit) van relevante onderwerpen beoordeeld op een schaal van 1 tot 5, op basis van de omvang en waarschijnlijkheid van risico of opportuniteit.
Het management board van Affidea heeft, in overleg met de Raad van Toezicht, besloten om onderwerpen met een score van 3 en hoger op impact of financiële materialiteit op te nemen, om materieel te zijn voor Affidea.
Affidea is zijn ESG reis onlangs begonnen met het registreren en rapporteren van de operationele broeikasgasemissies aan de belangrijkste stakeholders. In 2024 hebben we nieuwe scope 3-categorieën toegevoegd die nog niet zijn geregistreerd of gerapporteerd, dus hebben we onze rapporteringsscope uitgebreid.
De doelen voor broeikasgasreductie en het verband daarvan met de beloning van het management zijn echter nog niet geformaliseerd. Het management board stelt momenteel de doelen voor 2025 vast en deze komen aan bod in de rapportering van volgend jaar (2025). Omdat Affidea in 2024 formeel niet hoeft te voldoen aan de CSRD, werkt het management aan een transitieplan, dat naar verwachting midden 2025 klaar zal zijn.
Informatie over duurzaamheidsgerelateerde prestatie incentives wordt niet bekendgemaakt omdat er geen ESG doelen zijn bepaald voor 2024. Deze worden momenteel besproken met de raad van toezicht en zullen in 2025 worden gerapporteerd. Over het algemeen zijn het management en de raad van toezicht van Affidea volledig afgestemd en geïnformeerd over de voortgang die Affidea sinds 2023 heeft gemaakt op duurzaamheidskwesties.
Zoals aangegeven in de vorige informatieverschaffing, zijn in 2024 geen klimaatgerelateerde incentives opgenomen in de beloning voor leidinggevenden. Dit zal gebeuren in 2025 rapportering.
Zoals aangegeven in de vorige informatieverschaffing, zijn in 2024 geen klimaatgerelateerde incentives opgenomen in de beloning voor leidinggevenden. Dit zal gebeuren in 2025 rapportering.
Affidea werkt aan een transitieplan, dat naar verwachting in het midden van 2025 klaar zal zijn. Over het algemeen zijn Affidea's strategie en business model flexibel om marktdynamiek of plotselinge veranderingen in een locatie als gevolg van extreme weersomstandigheden aan te nemen. Deze worden verder afgestemd en vastgelegd in het transitieplan.
Affidea werkt aan een transitieplan, dat naar verwachting in het midden van 2025 klaar zal zijn. Er wordt een beoordeling van de Overeenkomst van Parijs uitgevoerd en vastgelegd in het transitieplan.
Affidea werkt aan een transitieplan, dat naar verwachting in het midden van 2025 klaar zal zijn. Over het algemeen zijn Affidea's strategie en business model flexibel om marktdynamiek of plotselinge veranderingen in een locatie als gevolg van extreme weersomstandigheden aan te nemen. impacts zullen verder worden afgestemd en mitigerende maatregelen zullen in het transitieplan worden vastgesteld.
Dit is het eerste jaar van formele rapportering, dus er zijn geen broeikasgasdoelstellingen gedefinieerd.
Dit is het eerste jaar, dus geen decarbonisatiehefbomen of belangrijke maatregelen geïdentificeerd in voorgaande jaren.
Dit is het eerste jaar van rapportering, opex en capex die nodig zijn zullen worden uitgewerkt in het transitieplan, dat momenteel wordt ontwikkeld.
Dit is het eerste jaar van formele rapportering, dus er zijn geen broeikasgasdoelen of locked-in emissies geanalyseerd.
Dit is het eerste jaar van rapportering, opex en capex die nodig zijn zullen worden uitgewerkt in het transitieplan, dat momenteel wordt ontwikkeld.
De operationele sector van Affidea (Gezondheidszorg) is niet uitgesloten van de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks.
Affidea werkt aan een transitieplan, dat naar verwachting in het midden van 2025 klaar zal zijn. Over het algemeen zijn Affidea's strategie en business model flexibel om marktdynamiek of plotselinge veranderingen in een locatie als gevolg van extreme weersomstandigheden aan te nemen. impacts zullen verder worden afgestemd en mitigerende maatregelen zullen in het transitieplan worden vastgesteld.
Zodra het transitieplan van Affidea is voltooid, zal het worden goedgekeurd door het management board van de onderneming en bekrachtigd door de raad van toezicht.
Affidea werkt aan een transitieplan, dat naar verwachting in het midden van 2025 klaar zal zijn.
Van Affidea werd formeel niet verwacht dat het in 2024 zou voldoen aan de CSRD, maar het heeft aanzienlijke inspanningen geleverd om af te stemmen op de nalevingsvereisten van zijn hoofdaandeelhouder. Het management werkt aan een transitieplan, dat naar verwachting midden 2025 klaar zal zijn.
Ja, er wordt jaarlijks een klimaatrisicoanalyse uitgevoerd met behulp van een extern bedrijf, maar ook intern als onderdeel van de bedrijfsrisicoanalyse, die inzicht geeft in locaties die aan fysieke klimaatrisico's zijn blootgesteld. Deze landen / locaties wordt vervolgens gevraagd om periodiek hun mitigatieplan / weerbaarheid te actualiseren en dit te rapporteren tijdens de vergaderingen van de country management board.
Naast een externe fysieke klimaatrisicoanalyse nemen alle Affidea-landen jaarlijks deel aan een bedrijfsrisicobeoordeling, waarin naast andere onderwerpen ook weerbaarheids/mitigerende maatregelen tegen diverse klimaatrisico's op landniveau worden beoordeeld. Elke country manager geeft aan welke klimaatrisico's relevant zijn voor zijn activiteiten/locaties, de waarschijnlijkheid en potentiële impact van toepasselijke risico's en de mate van beheersingsvolwassenheid/mitigerende maatregelen voor elk klimaatrisico, wat de weerbaarheid van ons bedrijf aangeeft.
Zoals uitgelegd in de vorige informatieverschaffing zijn alle landen en locaties waarin Affidea actief is, opgenomen in de externe fysieke klimaatrisicoanalyse en in het uitvoeren van de interne bedrijfsweerbaarheidsanalyse.
De methodologie die voor de veerkrachtbeoordeling wordt toegepast, omvat het volgende:
De resultaten van deze klimaatweerbaarheidsanalyse worden aan de raad van bestuur gepresenteerd en ook met landen besproken tijdens periodieke managementgesprekken.
De weerbaarheidsanalyse van Affidea werd uitgevoerd in november 2024 als onderdeel van de jaarlijkse bedrijfsrisicobeoordeling. De methodologie die voor de veerkrachtbeoordeling wordt toegepast, omvat het volgende:
Hoewel de weerbaarheidsanalyse alleen op korte termijn en op jaarbasis wordt uitgevoerd, blijft Affidea werken aan zijn weerbaarheidsanalyse, naast zijn klimaatrisicoanalyses (waarbij de laatste de 'input' zijn voor de weerbaarheidsanalyse).
Dat wil zeggen, en tot slot, de details van de weerbaarheidsanalyse en de tijdshorizon die voor de meeste risico's in de weerbaarheidsanalyse worden toegepast, zijn van korte termijn (horizon van één jaar), aangezien de analyse jaarlijks wordt uitgevoerd en de waarschijnlijkheid van deze risico's op korte termijn (bv. overstromingen van rivieren of hittegolven) op korte termijn snel kan veranderen.
Het fysieke klimaatrisico 2024 geeft aan dat op een totaal van 411 locaties, 49 mogelijk in hoge mate blootgesteld zijn aan waterschaarsterisico's tegen het jaar 2050, 40 mogelijk aan hittestress, 10 mogelijk aan overstromingen aan de kust, 8 mogelijk aan zware regenval en 3 mogelijk aan windstormen, allemaal tegen het jaar 2050. De meeste van de locaties lopen een zeer laag risico.
In essentie zijn het businessmodel en de strategie flexibel om veranderingen in verband met klimaatverandering aan te passen waar en wanneer dat nodig is. De resultaten van de klimaatrisicoanalyse worden geëvalueerd op het niveau van de raad van toezicht. Materiële risico's of veranderingen die nodig zijn als gevolg van risico's worden vervolgens gedelegeerd aan het management board en het landenmanagement, die de veranderingen vervolgens uitvoeren. Het businessmodel en de strategie van het getroffen land worden aangepast om de vereiste veranderingen te weerspiegelen / op te nemen.
Het proces voor de beoordeling van klimaatgerelateerde impact, risico's en opportuniteiten was als volgt: Als onderdeel van Affidea's jaarlijkse bedrijfsrisicobeoordeling in 2024 en als voorbereiding op de dubbele materialiteitsanalyse hebben we de identificatie en betrokkenheid met onze belangrijkste stakeholders geformaliseerd om hun belangen en verwachtingen van Affidea te analyseren. Dit gebeurde op een collectieve manier, waarbij zowel het management board als het country management betrokken waren. Een gedetailleerde mapping van de Affidea waardeketen, belangrijke bedrijfsactiviteiten, en materiële stakeholders werd opgesteld als onderdeel van een dubbele materialiteitsanalyse. Input van de belangrijkste stakeholders en input van het management werd samengesteld om alle thematische duurzaamheidsthema's te beoordelen die in TV 16 van de ESRS zijn vermeld.
Voor de klimaatbeoordeling werd elk van de 15 country managers gevraagd een klimaat impact, risico- en opportuniteitsbeoordeling uit te voeren in hun respectieve landen, die op groepsniveau werd geconsolideerd. Samen met de externe klimaatrisicoanalyse werden de resultaten gepresenteerd aan het management board, die een drempel vastlegde om materiële onderwerpen te beslissen. Samenvatting van Affidea's materiële klimaatimpacts, risico's en opportuniteiten hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
De materiële klimaatimpact van Affidea heeft betrekking op de volgende onderwerpen:
Analyse van broeikasgasemissies: Een grote meerderheid van de broeikasgasemissies van Affidea heeft betrekking op scope 3: categorie 1, gekochte goederen. Hoewel deze emissies worden geschat op basis van de totale uitgaven, vertegenwoordigen ze een categorie waarbij Affidea een beroep doet op de derde partijen (zijn leveranciers) waarmee het zaken doet. Deze categorie zal in 2025 verder worden geanalyseerd om hefbomen te identificeren voor verdere emissiereductie, om onze milieuimpacts te verminderen. De andere twee categorieën die de meeste broeikasgasemissies veroorzaken, zijn gerelateerd aan het woon-werkverkeer van werknemers (categorie 7) en het woon-werkverkeer van onze patiënten (categorie 9). Affidea zal onze medewerkers voorstellen en waar mogelijk middelen bieden om meer met het openbaar vervoer te reizen in plaats van met eigen vervoer, waardoor de totale uitstoot wordt verminderd. Woon-werkverkeer door patiënten wordt berekend op basis van een geschatte afstand en woon-werkverkeer met eigen vervoer, we zullen deze categorie in 2025 nader analyseren.
In 2024 heeft de raad van toezicht het voorstel van het management board om broeikasgasemissiedoelstellingen voor 2025 vast te stellen, dat in 2024 als materieel thema is aangemerkt, geëvalueerd en goedgekeurd. De voortgang bij deze doelen zal in 2025 worden gemonitord en gerapporteerd.
Klimaatrisicoanalyse wordt jaarlijks uitgevoerd met behulp van een extern bedrijf, maar ook intern als onderdeel van de bedrijfsrisicoanalyse, die inzicht geeft in locaties die aan fysieke klimaatrisico's zijn blootgesteld.
Fysieke klimaatrisico's die voor sommige Affidea locaties / landen als een risico worden beschouwd, zijn onder meer: kustoverstromingen, hittestress, zware regenval, waterschaarste en windstormen. Voor elke locatie is een gedetailleerde beoordeling van de blootstelling aan klimaatrisico's beschikbaar. De beoordeling omvatte alleen de eigen activiteiten van Affidea, nog niet de totale waardeketen.
Een gedetailleerd overzicht van welke risico's bij de analyse van fysieke klimaatrisico's zijn beoordeeld (of uitgesloten), vindt u in de tabel klimaatrisico's hieronder.
| Classificatie van klimaatgerelateerde gevaren | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (Bron: Gedelegeerde Verordening van de Commissie (EU) 2021/2139) | |||||||
| Gerelateerd aan de temperatuur Gerelateerd aan de wind Gerelateerd aan het water Vaste massa |
|||||||
| Chronisch | Veranderende temperatuur (lucht, zoet water, zeewater) |
Veranderende windpatronen Veranderende neerslagpatronen en -soorten (regen, hagel, sneeuw/ijs) |
Kusterosie | ||||
| Warmtestress | Neerslag en (of) hydrologische variabiliteit |
Bodemaantasting | |||||
| Temperatuurvariabiliteit | Oceaanverzuring | Bodemerosie | |||||
| Wegsmelten van de permafrost | Zoutintrusie | Bodemvloeiing | |||||
| Zeespiegelstijging | |||||||
| Waterstress | |||||||
| Acuut | Hittegolf | Cyclonen, orkanen, tyfoons | Droogte | Lawine | |||
| Koudegolf/vorst | Storm (incl. sneeuwstormen, stof- en zandstormen) |
Zware neerslag (regen, hagel, sneeuw/ijs) |
Aardverschuiving | ||||
| Natuurbrand | Tornado | Overstroming (kust, rivieren, regenwater, grondwater) |
Verzakking | ||||
| Doorbraak van gletsjermeer | |||||||
| Legenda: | |
|---|---|
| Risico relevant voor Affidea, en beoordeeld tijdens fysieke klimaatrisico analyse. | |
| Risico kan relevant zijn voor Affidea, maar niet beoordeeld tijdens de fysieke klimaatrisico analyse. | |
| Risico is niet relevant en niet beoordeeld. | |
Ja, het fysieke klimaatrisico 2024 geeft aan dat op een totaal van 411 locaties, 49 mogelijk in hoge mate blootgesteld zijn aan waterschaarsterisico's tegen het jaar 2050, 40 mogelijk aan hittestress, 10 mogelijk aan overstromingen aan de kust, 8 mogelijk aan zware regenval en 3 mogelijk aan windstormen, allemaal tegen het jaar 2050. De meeste van de locaties lopen een zeer laag risico.
De tijdshorizon die voor de meeste risico's in de fysieke klimaatrisico's wordt toegepast, is middellange tot lange termijn (3-5 jaar of langere horizon), aangezien de potentiële waarschijnlijkheid dat fysieke risico's van invloed zijn op onze klinieken niet onmiddellijk is en ook niet alle locaties op korte termijn aan fysieke risico's zijn blootgesteld.
De resultaten van de fysieke klimaatrisico's en ook de interne weerbaarheidsanalyse worden met het management besproken en op basis van blootstelling aan bepaalde risico's wordt een gedetailleerd actieplan gevraagd aan het relevante landenmanagement. Het belangrijkste fysieke risico waar Affidea op korte termijn een actieplan / weerbaarheidsplan nodig heeft, is gerelateerd aan rivieroverstromingen, als gevolg van de aanwezigheid van onze medische centra in grote Europese steden met rivieren.
Ja, het fysieke klimaatrisico 2024 geeft aan dat op een totaal van 411 locaties, 49 mogelijk in hoge mate blootgesteld zijn aan waterschaarsterisico's tegen het jaar 2050, 40 mogelijk aan hittestress, 10 mogelijk aan overstromingen aan de kust, 8 mogelijk aan zware regenval en 3 mogelijk aan windstormen, allemaal tegen het jaar 2050. De meeste van de locaties lopen een zeer laag risico.
Affidea zal blijven werken aan het benadrukken van meer risico's in deanalyses en het evalueren van alle tijdshorizonten, aangezien de analyse vanaf nu op middellange tot lange termijn is.
Het belangrijkste fysieke risico waar Affidea op korte termijn een actieplan / weerbaarheidsplan nodig heeft, is gerelateerd aan rivieroverstromingen, als gevolg van de aanwezigheid van onze medische centra in grote Europese steden met rivieren.
Zoals uitgelegd in de vorige informatieverschaffing zijn alle landen en locaties waarin Affidea actief is, opgenomen in de externe fysieke klimaatrisicoanalyse en in het uitvoeren van de interne bedrijfsweerbaarheidsanalyse.
Tot slot heeft Affidea een voorbereidende oefening gedaan, rekening houdend met verschillende klimaatscenario's en met een tijdshorizon die meer gericht is op de lange en middellange termijn. Daarnaast houdt deze analyse rekening met klimaatgerelateerde gevaren voor de eigen activiteiten en al de activa. Affidea zal zich blijven richten op het verder ontwikkelen van deze analyse met verschillende scenario's en ook rekening houdend met de korte termijn.
Affidea's klimaatrisicoanalyse is uitgevoerd in juni 2024. Een externe onderneming heeft de beoordeling uitgevoerd op basis van de volgende methodologie, zoals uitgelegd in hun verslag:
De Shared Socioeconomic Pathways (SSP's) zijn een reeks scenario's die in klimaatmodellering worden gebruikt om toekomstige sociaaleconomische ontwikkelingen en de impacts daarvan op broeikasgasemissies en klimaatverandering te verkennen. SSP's zijn ontwikkeld door de wetenschappelijke gemeenschap van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en bieden een kader om te analyseren hoe verschillende trajecten van economische groei, technologische ontwikkeling, bevolkingsdynamiek en politieke factoren de klimaatuitkomsten kunnen beïnvloeden. Ze worden algemeen erkend en gebruikt door het IPCC om hun beoordelingsrapporten te ondersteunen en internationale discussies over klimaatbeleid te faciliteren.
In het Affidea-rapport is de fysieke risicobeoordeling gebaseerd op de volgende SSP's:
SSP 5-8.5 ("Fossil-fueled Development"): Hoge economische groei, snelle technologische vooruitgang en grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Hoge broeikasgasemissies, wat leidt tot een aanzienlijke stijging van de globale temperatuur (in het ergste geval). Ernstige klimaat impacts, met aanzienlijke risico's voor ecosystemen en menselijke samenlevingen.
SSP2-4.5 ("Middle of the Road"): Matige economische groei, evenwichtige benadering van energiebronnen en geleidelijke technologische vooruitgang. Beperkt emissieniveau, met een matige stijging van de globale temperatuur tot gevolg. Beheersbare klimaatrisico's met adaptatie- en mitigatiepotentieel, maar vereisen aanzienlijke beleidsinspanningen.
In de externe klimaatrisicoanalyse combineert de berekening van de blootstelling aan klimaatrisico zowel toekomstige verandering als actueel gevaar. Toekomstige verandering wordt beoordeeld op basis van het verschil tussen historische en geprojecteerde toekomstige data, terwijl het huidige gevaar wordt geëvalueerd aan de hand van historische absolute waarden. Elk van deze componenten wordt onafhankelijk beoordeeld op een schaal van 1 tot 5, specifiek voor het risico in kwestie. Deze tweeledige aanpak zorgt voor een alomvattende beoordeling van zowel de huidige als potentiële toekomstige klimaatrisico's. Zie het gedetailleerde verslag voor meer informatie over de methodologie.
Naast een externe fysieke klimaatrisicoanalyse nemen alle Affidea-landen jaarlijks deel aan een bedrijfsrisicobeoordeling, waarin naast andere onderwerpen ook weerbaarheids/mitigerende maatregelen tegen diverse klimaatrisico's op landniveau worden beoordeeld. Elke country manager geeft aan welke klimaatrisico's relevant zijn voor zijn activiteiten/locaties, de waarschijnlijkheid en potentiële impact van toepasselijke risico's en de mate van beheersingsvolwassenheid/mitigerende maatregelen voor elk klimaatrisico, wat de weerbaarheid van ons bedrijf aangeeft.
Een extern bedrijf heeft de transitierisicobeoordeling van Affidea in 2024 uitgevoerd aan de hand van twee belangrijke scenario's (zoals uitgelegd in hun rapport): het Stated Policies Scenario (STEPS) en het Net Zero Emissions scenario (NZE), van het International Energy Agency.
STEPS-scenario – Bestaande en geplande CO2 prijzingsregelingen komen in de STEPS tot uiting, met betrekking tot elektriciteitsopwekking, industrie, energieproductiesectoren en andere sectoren voor eindgebruik, bv. luchtvaart, wegvervoer en gebouwen, indien van toepassing.
NZE-scenario – In het NZE-scenario bestrijken de CO2 -prijzen alle regio's en stijgen ze snel in alle geavanceerde economieën en in prominente opkomende markteconomieën met netto zero emissie toezeggingen, waaronder China, India, Indonesië, Brazilië en Zuid-Afrika. De CO2 -prijzen zijn lager, maar stijgen niettemin in andere opkomende markten en ontwikkelingslanden zoals Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Rusland en Zuidoost-Azië (met uitzondering van Indonesië). De CO2 -prijzen zijn lager in de resterende ontwikkelingseconomieën, aangezien wordt aangenomen dat zij een directer beleid voeren om hun energiesystemen aan te passen en te transformeren.
Het Net Zero Emissions by 2050 Scenario (NZE Scenario) is een normatief scenario dat een traject laat zien voor de wereldwijde energiesector om tegen 2050 net zero CO2 emissies te bereiken, waarbij geavanceerde economieën net zero emissies bereiken vóór andere. Dit scenario voldoet ook aan de belangrijkste energiegerelateerde Sustainable Development Goals (SDG's), met name universele toegang tot energie tegen 2030 en aanzienlijke verbeteringen van de luchtkwaliteit. Dit sluit aan bij het beperken van de mondiale temperatuurstijging tot 1,5°C (met ten minste 50% waarschijnlijkheid), in lijn met de emissiereducties die in het zesde beoordelingsverslag van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zijn beoordeeld. Bron: https://www.iea.org/reports/global-energy-and-climate-model/ Netto-nul emissie-tegen-2050-scenario-nze
Ja, transitierisico's worden geïdentificeerd op een tijdshorizon van 2030 tot 2050 met intervallen van vijf jaar.
Tijdshorizon voor transitierisico's: middellange en lange termijn.
Ja, transitiegebeurtenissen worden zowel op landniveau als op activaniveau geïdentificeerd, vooral gericht op potentiële stijging van koolstofkosten. Andere transitiegebeurtenissen worden niet in detail beoordeeld.
De beoordeling is voornamelijk gericht op koolstofkosten op landniveau, op basis van verschillende scenario's. Een meer gedetailleerde transitierisicobeoordeling wordt nog niet uitgevoerd.
De beoordeling is voornamelijk gericht op koolstofkosten op landniveau, op basis van verschillende scenario's.
Er wordt een hoog niveau van beoordeling van het transitierisico uitgevoerd, gedetailleerde activiteiten zijn nog niet vastgesteld.
Affidea's klimaatrisicoanalyse is uitgevoerd in juni 2024. Een externe onderneming heeft de beoordeling uitgevoerd op basis van de volgende methodologie, zoals uitgelegd in hun verslag:
De Shared Socioeconomic Pathways (SSP's) zijn een reeks scenario's die in klimaatmodellering worden gebruikt om toekomstige sociaaleconomische ontwikkelingen en de impacts daarvan op broeikasgasemissies en klimaatverandering te verkennen. SSP's zijn ontwikkeld door de wetenschappelijke gemeenschap van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en bieden een kader om te analyseren hoe verschillende trajecten van economische groei, technologische ontwikkeling, bevolkingsdynamiek en politieke factoren de klimaatuitkomsten kunnen beïnvloeden. Ze worden algemeen erkend en gebruikt door het IPCC om hun beoordelingsrapporten te ondersteunen en internationale discussies over klimaatbeleid te faciliteren.
In het Affidea-rapport is de fysieke risicobeoordeling gebaseerd op de volgende SSP's:
SSP 5-8.5 ("Fossil-fueled Development"): Hoge economische groei, snelle technologische vooruitgang en grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Hoge broeikasgasemissies, wat leidt tot een aanzienlijke stijging van de globale temperatuur (in het ergste geval). Ernstige klimaat impacts, met aanzienlijke risico's voor ecosystemen en menselijke samenlevingen.
SSP2-4.5 ("Middle of the Road"): Matige economische groei, evenwichtige benadering van energiebronnen en geleidelijke technologische vooruitgang. Beperkt emissieniveau, met een matige stijging van de globale temperatuur tot gevolg. Beheersbare klimaatrisico's met adaptatie- en mitigatiepotentieel, maar vereisen aanzienlijke beleidsinspanningen.
De weerbaarheidsanalyse van Affidea werd in november 2024 uitgevoerd op basis van de methodologie beschreven in de vorige informatieverschaffing.
Affidea's klimaatrisicoanalyse is uitgevoerd in juni 2024. Een externe onderneming heeft de beoordeling uitgevoerd volgens de onderstaande methodologie, zoals uitgelegd in hun verslag. Tot dusver is er geen financiële impactanalyse uitgevoerd en in de loop van 2024 zijn geen implicaties voor de financiële staten vastgesteld.
De Shared Socioeconomic Pathways (SSP's) zijn een reeks scenario's die in klimaatmodellering worden gebruikt om toekomstige sociaaleconomische ontwikkelingen en de impacts daarvan op broeikasgasemissies en klimaatverandering te verkennen. SSP's zijn ontwikkeld door de wetenschappelijke gemeenschap van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en bieden een kader om te analyseren hoe verschillende trajecten van economische groei, technologische ontwikkeling, bevolkingsdynamiek en politieke factoren de klimaatuitkomsten kunnen beïnvloeden. Ze worden algemeen erkend en gebruikt door het IPCC om hun beoordelingsrapporten te ondersteunen en internationale discussies over klimaatbeleid te faciliteren.
In het Affidea-rapport is de fysieke risicobeoordeling gebaseerd op de volgende SSP's:
SSP 5-8.5 ("Fossil-fueled Development"): Hoge economische groei, snelle technologische vooruitgang en grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Hoge broeikasgasemissies, wat leidt tot een aanzienlijke stijging van de globale temperatuur (in het ergste geval). Ernstige klimaat impacts, met aanzienlijke risico's voor ecosystemen en menselijke samenlevingen.
SSP2-4.5 ("Middle of the Road"): Matige economische groei, evenwichtige benadering van energiebronnen en geleidelijke technologische vooruitgang. Beperkt emissieniveau, met een matige stijging van de globale temperatuur tot gevolg. Beheersbare klimaatrisico's met adaptatie- en mitigatiepotentieel, maar vereisen aanzienlijke beleidsinspanningen.
De weerbaarheidsanalyse van Affidea werd in november 2024 uitgevoerd op basis van de methodologie beschreven in de vorige informatieverschaffing.
Affidea heeft ESG principes op hoog niveau en een formele toewijding aan klimaatverandering is daarin opgenomen (later toegelicht), maar er is nog geen formeel CCA of CCM beleid. Het zal ontwikkeld worden in 2025.
Affidea heeft ESG principes op hoog niveau en een formele toewijding aan klimaatverandering is daarin opgenomen (zie hieronder), maar er is nog geen formeel CCA- of CCM-beleid. Het zal ontwikkeld worden in 2025.
Affidea heeft in 2024 via een extern bureau een formele klimaatrisico analyse uitgevoerd en maatregelen genomen (bijvoorbeeld een weerbaarheidsanalyse), maar heeft nog geen klimaatmitigatie-/transitieplan en daarmee samenhangend beleid geformaliseerd. Er zijn echter enkele andere formele documenten die als ons tussenbeleid kunnen worden beschouwd, deze zijn: Formele ESG toezeggingen, ESG leidende principes en ESG overwegingen bij nieuwe investeringen.
Affidea's toewijding aan verantwoorde en duurzame bedrijfspraktijken is ingebed in onze dagelijkse activiteiten en diep geworteld in onze cultuur en zakelijke Gedragscode. In een formeel ESG toezeggingsdocument dat in 2024 werd opgesteld, heeft het management board zich ertoe verbonden de volgende verbintenissen na te leven, die van toepassing zijn op alle landen en alle personen die bij Affidea werken:
We streven ernaar onze impact op de planeet te minimaliseren door klimaatactie te ondernemen, energiebesparende maatregelen te implementeren, processen te digitaliseren om het papierverbruik te verminderen, initiatieven voor afvalrecycling te implementeren en samen te werken met leveranciers die zich richten op het verminderen van hun en onze ecologische voetafdruk.
We creëren positieve maatschappelijke impact door het leveren van best-in-class diensten, het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden voor onze werknemers en het betrekken van onze leveranciers en gemeenschappen buiten de gezondheidszorg. We stimuleren maatschappelijke ontwikkeling en ondersteunen de gemeenschappen waar we deel van uitmaken.
Bij Affidea houden we ons aan de hoogste ethische normen in alles wat we doen. Onze governance structuur, operationeel model, ethisch kader en robuuste risicobeheer en interne controle processen ondersteunen deze toewijding.
In 2024 heeft Affidea ook ESG principes ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder een ESG overwegingenskader voor nieuwe CapEx / OpEx uitgaven, wat vereist dat grote aankopen boven de beheerdrempel moeten worden beoordeeld aan de hand van de ESG principes, waaronder specifieke milieucriteria.
De verbintenissen, leidende beginselen en overwegingen van Affidea gelden voor alle landen en alle rechtspersonen.
CEO van de Groep, CFO (Management Board), met een gedelegeerde verantwoordelijkheid naar het senior leadership team (SLT).
De leidende principes van Affidea zijn geïnspireerd op de ESG toezeggingen en doelen van andere bedrijven in de gezondheidszorg van vergelijkbare grootte.
Alle verbintenissen en leidende principes worden gedefinieerd rekening houdend met de belangen en verwachtingen van de belangrijkste stakeholders van Affidea.
Beleid en procedures relevant voor het management, de medewerkers en aandeelhouders van Affidea zijn beschikbaar op intranet. Beleid dat van toepassing is op externe stakeholders (bv. Gedragscode) wordt ook gepubliceerd op de bedrijfswebsite.
Als doelgericht bedrijf geloven we dat het onze verantwoordelijkheid is om duurzame waarde te creëren voor onze patiënten, werknemers, onze partners, de gemeenschappen waar we deel van uitmaken en onze aandeelhouders. We investeren in innovatieve en digitale oplossingen om onze operationele efficiëntie en medische uitkomsten te verbeteren en tegelijkertijd een uitstekende patiëntervaring te bieden. Affidea's toewijding aan verantwoorde en duurzame bedrijfspraktijken is ingebed in onze dagelijkse activiteiten en diep geworteld in onze cultuur en zakelijke Gedragscode. In een formeel ESG toezeggingsdocument dat in 2024 werd opgesteld, heeft het management board zich ertoe verbonden de volgende verbintenissen na te leven, die van toepassing zijn op alle landen en alle personen die bij Affidea werken:
We streven ernaar onze impact op de planeet te minimaliseren door klimaatactie te ondernemen, energiebesparende maatregelen te implementeren, processen te digitaliseren om het papierverbruik te verminderen, initiatieven voor afvalrecycling te implementeren en samen te werken met leveranciers die zich richten op het verminderen van hun en onze ecologische voetafdruk.
We creëren positieve maatschappelijke impact door het leveren van best-in-class diensten, het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden voor onze werknemers en het betrekken van onze leveranciers en gemeenschappen buiten de gezondheidszorg. We stimuleren maatschappelijke ontwikkeling en ondersteunen de gemeenschappen waar we deel van uitmaken.
Bij Affidea houden we ons aan de hoogste ethische normen in alles wat we doen. Onze governance structuur, operationeel model, ethisch kader en robuuste risicobeheer en interne controle processen ondersteunen deze toewijding.
In 2024 heeft Affidea ook ESG principes ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder een ESG overwegingenskader voor nieuwe CapEx / OpEx uitgaven, wat vereist dat grote aankopen boven de beheerdrempel moeten worden beoordeeld aan de hand van de ESG principes, waaronder specifieke milieucriteria.
Klimaatverandering is in 2024 als materieel thema geïdentificeerd en het management is al begonnen met het nemen van maatregelen, zoals het vastleggen van Affidea ESG toezeggingen, belangrijke ESG principes, ESG gerelateerde investeringsoverwegingen en het uitvoeren van een gedetailleerde klimaatrisico en weerbaarheidsanalyse. In 2025 wordt een specifieker beleid uitgewerkt.
Belangrijke maatregelen die in 2024 zijn genomen, zijn: een grondige klimaatrisico analyse en bijbehorende weerbaarheidsanalyse.
Alle Affidea-landen en -locaties zijn beoordeeld op fysieke klimaatrisico's en de weerbaarheidsanalyse is op landniveau uitgevoerd.
Weerbaarheidsanalyses zullen jaarlijks worden uitgevoerd, dus de volgende zal eind 2025 zijn.
Zoals uitgelegd in de vorige informatieverschaffing zijn alle landen en locaties waarin Affidea actief is, opgenomen in de externe fysieke klimaatrisicoanalyse en in het uitvoeren van de interne bedrijfsweerbaarheidsanalyse.
De methodologie die voor de veerkrachtbeoordeling wordt toegepast, omvat het volgende:
De resultaten van deze klimaatweerbaarheidsanalyse worden aan de raad van bestuur gepresenteerd en ook met landen besproken tijdens periodieke managementgesprekken.
Dit wordt in 2025 uitgewerkt, als onderdeel van het formaliseren van het transitieplan.
Dit wordt in 2025 uitgewerkt, als onderdeel van het formaliseren van het transitieplan.
Deze worden in 2025 bekendgemaakt, nadat het transitieplan is geformaliseerd.
Deze worden in 2025 bekendgemaakt, nadat het transitieplan is geformaliseerd.
Klimaatverandering is in 2024 als materieel thema geïdentificeerd en het management is al begonnen met het nemen van maatregelen, zoals het vastleggen van Affidea ESG toezeggingen, belangrijke ESG principes, ESG gerelateerde investeringsoverwegingen en het uitvoeren van een gedetailleerde klimaatrisico en weerbaarheidsanalyse. In 2025 wordt een specifieker beleid en daarmee samenhangende meetbare maatregelen uitgewerkt.
Deze worden in 2025 bekendgemaakt, nadat het transitieplan is geformaliseerd.
Klimaatverandering is in 2024 als materieel thema geïdentificeerd en het management is al begonnen met het nemen van maatregelen, zoals het vastleggen van Affidea ESG toezeggingen, belangrijke ESG principes, ESG gerelateerde investeringsoverwegingen en het uitvoeren van een gedetailleerde klimaatrisico en weerbaarheidsanalyse. In 2025 wordt een specifieker beleid en daarmee samenhangende meetbare maatregelen uitgewerkt.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Klimaatverandering is in 2024 als materieel thema geïdentificeerd en het management is al begonnen met het nemen van maatregelen, zoals het vastleggen van Affidea ESG toezeggingen, belangrijke ESG principes, ESG gerelateerde investeringsoverwegingen en het uitvoeren van een gedetailleerde klimaatrisico en weerbaarheidsanalyse. In 2025 wordt een specifieker beleid en daarmee samenhangende meetbare maatregelen uitgewerkt.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Doelen worden vanaf 2025 bepaald op basis van de emissies die voor 2024 worden gerapporteerd, dus geen rapportering van doelen voor 2024.
Het totale energieverbruik en de energie-intensiteit worden gerapporteerd als onderdeel van de broeikasgasemissies, en in 2025 zal een nadere gedetailleerde analyse van de energie-efficiëntie en het aandeel hernieuwbare energie worden uitgevoerd.
83.320 MWh
| Energiebron | Totale hoeveelheid verbruikte energie uit energiebron (MWh) | Percentage van het totale energieverbruik |
|---|---|---|
| Fossiele bronnen | 83.320 | 100 |
| Nucleaire bronnen | Nog niet alle locaties hebben inzicht in hun energiemix | Nog niet alle locaties hebben inzicht in hun energiemix |
| Hernieuwbare bronnen | Nog niet alle locaties hebben inzicht in hun energiemix | Nog niet alle locaties hebben inzicht in hun energiemix |
Geen bedrijfsactiviteiten in sectoren met een grote klimaatimpact.
| Brandstofbron | Totale door de organisatie verbruikte brandstof (MWh) | |||
|---|---|---|---|---|
| Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen | 0 | |||
| Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen | 62.763 | |||
| Brandstofverbruik uit steenkool en steenkolenproducten | Nog niet alle locaties hebben inzicht in hun brandstofbron |
Ja, de totale broeikasgasemissies worden hieronder in de Tabel vermeld.
| Retrospectief | Mijlpalen en doeljaren | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Basisjaar (2024) |
Vergelijkende informatie |
N | % N / N-1 | 2025 | 2030 | 2050 | Jaarlijks doel (%) / Basisjaar |
||
| Scope 1 BKG-emissies | |||||||||
| Bruto scope 1-emissies (ton CO2 | -eq) | 4.557,59 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | |
| Percentage scope 1 emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) |
0 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| Scope 2 BKG-emissies | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | |||
| Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO2 -eq) |
12.995,15 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (ton CO2 -eq) |
12.995,15 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| Significante scope 3 BKG emissies | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | |||
| Totaal bruto indirecte (scope 3) emissies (ton CO2 -eq) |
79.807,40 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 1. Gekochte goederen en diensten | 51.953,12 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 2. Kapitaalgoederen | 3.649,82 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen in scope 1 of scope 2) |
5.224,64 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 4. Upstreamvervoer en -distributie | Inbegrepen in 1 & 2 |
N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 5. Afval geproduceerd bij activiteiten | 688,41 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 6. Zakelijk reizen | 666,82 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 7. Woon-werkverkeer werknemers | 8.527,87 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 8. Upstream geleasede activa | inbegrepen in 2 |
N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 9. Downstreamvervoer | 9.096,73 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 10.Verwerking van verkochte producten | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 11. Gebruik verkochte producten | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 12. End-of-life-verwerking verkochte producten | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 13. Downstream geleasede activa | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 14. Franchises | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| 15. Investeringen | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| Totale BKG-emissies | 97.360,14 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2 -eq) |
97.360,14 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen | ||
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2 -eq) |
97.360,14 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Te bepalen | Te bepalen | Te bepalen |
Affidea heeft geen deelnemingen zoals geassocieerde deelnemingen, joint ventures, niet-geconsolideerde dochterondernemingen die niet volledig zijn geconsolideerd in de financiële staten van de groep, alsmede contractuele overeenkomsten in gezamenlijke overeenkomsten die niet als een entiteit zijn gestructureerd (d.w.z. activiteiten en activa onder gezamenlijke zeggenschap), waarover hij operationele zeggenschap heeft. Alle emissies hebben betrekking op geconsolideerde groepsentiteiten en alle locaties waar Affidea in 2024 actief was/volledige zeggenschap had, zijn opgenomen in emissieberekeningen.
De methode die voor de berekening van broeikasgasemissies wordt toegepast, is als volgt:
Gegevens worden verzameld uit eigen operationele bronnen, zoals brandstofverbruik, gasverbruik en elektriciteitsverbruik. Elke Affidea-locatie verzamelt en levert de vereiste data per indicator in een vooraf gedefinieerde excel template, die wordt geüpload in een consolidatiesysteem. Dit systeem "consolideert" voornamelijk alle locatienummers in een geconsolideerd landnummer, en past ook een DEFRA-emissiefactor per indicator toe/vermenigvuldigt deze met een DEFRA-emissiefactor om te komen tot emissies voor elke indicator op land- en groepsniveau.
Data wordt deels verzameld uit eigen operationele bronnen, zoals zakenreizen, afval en woon-werkverkeer van werknemers. De betrokken emissiefactoren werden vermenigvuldigd met de totale meeteenheden om de totale emissies te berekenen, Voor de overige scope 3 zijn DEFRA WTT-emissiefactoren gebruikt, of wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn, wordt een schatting gemaakt, bijvoorbeeld de totale emissies van gekochte goederen, kapitaalgoederen, woon-werkverkeer van consumenten (stroomafwaarts vervoer) wordt berekend volgens de bestedingsmethode of het geschatte aantal patiënten, vermenigvuldigd met de gemiddelde afstand thuis aan de hand van emissiefactoren van een middelgroot privévoertuig.
Categorie 1: Ingekochte Goederen Dit is een bestedingsgebaseerde berekening, die is afgeleid van het bedrag dat Affidea in 2024 heeft besteed aan diverse medische/farmaceutische materialen/goederen. Voor de berekening van de emissies hebben we een DEFRA/Climatiq emissiefactor gebruikt voor verschillende soorten farmaceutische producten of diensten. Indien relevant hebben we Affidea-uitgaven eerst omgezet van euro naar Britse pond of naar Canadese dollar en vervolgens vermenigvuldigd met de emissiefactor. Het bestedingsbedrag is alleen beschikbaar op groepsniveau.
Categorie 2: Kapitaalgoederen Dit is gebaseerd op het daadwerkelijke aantal kapitaalgoederen (medische apparatuur) dat Affidea in 2024 heeft verworven of geleased en het emissienummer dat de leveranciers hebben verstrekt tijdens het produceren, verpakken en leveren/vervoeren ervan. We gebruikten de lijst van apparatuur gekocht of geleased van onze belangrijkste leveranciers: GE, Philips en Siemens, die emissies per apparatuur leverden. We hebben de gemiddelde emissies van alle soorten apparatuur genomen en vermenigvuldigd met het totale aantal apparatuur om te komen tot de totale emissies van kapitaalgoederen en upstream geleasede activa (categorie 8).
Categorie 3: Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten die niet onder scope 1 en 2 vallen We hebben emissiefactoren van DEFRA WTT (well to tank) en T&D (transmissie en distributie) gebruikt en vermenigvuldigd met het daadwerkelijke brandstof-, energie- en gasverbruik.
Categorie 4: Upstreamvervoer Dit is al opgenomen in de emissies van categorie 1 en 2.
Deze zijn ook gebaseerd op daadwerkelijke data ontvangen van onze eigen activiteiten, vermenigvuldigd met relevante DEFRA emissiefactoren.
Categorie 8: Upstream geleasede activa Dit is al opgenomen in de emissies van categorie 2, omdat een deel van de grote medische apparatuur is geleased.
Categorie 9 Downstreamvervoer Dit is het geschatte vervoer van onze patiënten (ongeveer 10,8 miljoen), die de klinieken bezoeken van een gemiddelde afstand van 5 km (schatting), met hun eigen voertuig (ook een schatting, maar aan de hoge kant, aangezien veel patiënten ook met het openbaar vervoer komen). We hebben de DEFRA private mid-size auto emissiefactoren gebruikt om tot de totale emissies te komen, rekening houdend met het feit dat de meerderheid van de patiënten uit middenklasse families komen.
Geen biogene emissies.
Geen contractuele instrumenten.
19%
Categorie 10: Verwerking van Verkochte Producten is niet relevant omdat Affidea een dienstverlenend bedrijf is, dus alleen emissies zijn consumentenreizen, geen andere verwerking van diensten.
Categorie 11: Gebruik van Verkochte Producten is niet relevant omdat Affidea een dienstverlenend bedrijf is, er worden geen producten vervaardigd of verkocht.
Categorie 12: End-of-Life Behandeling van Verkochte Producten is niet relevant omdat er geen producten worden vervaardigd of verkocht, wij zijn een dienstverlenend bedrijf.
Categorie 13: Downstream Leased Assets is niet relevant omdat er geen producten aan consumenten worden geleased.
Categorie 14: Franchises zijn ook niet relevant omdat Affidea geen franchises runt.
Categorie 15: Investeringen zijn ook niet relevant omdat Affidea geen investeringen in eigen vermogen doet.
Categorie 1: Gekochte goederen en diensten
Categorie 6: Zakelijk reizen
Categorie 7: Werknemers woon-werkverkeer
Categorie 8: Upstream geleasede activa
Categorie 9: Downstreamvervoer en distributie
Rapporteringsgrenzen voor eigen activiteiten waren beperkt tot entiteiten die volledig eigendom waren van de Affidea-groep en werden beheerd en geconsolideerd in de resultaten. Scope 3-categorieën 1 en 2 worden berekend op basis van uitgavenanalyse. DEFRA-emissiefactoren worden gebruikt voor de berekening van de resterende categorieën.
Dit is het eerste jaar van formele rapportering dus geen vergelijking met vorig jaar.
0,093
0,093
Netto-omzet is dezelfde als gebruikt in de financiële staten.
Netto-omzet is dezelfde als gebruikt in de financiële staten.
1.037.643.000,00 EUR
1.037.643.000,00 EUR
Geen andere omzet dan die welke worden gebruikt voor de berekening van de broeikasgasemissies.
Informatie over broeikasgasemissiereducties of -verwijderingen afkomstig van klimaatmitigatieprojecten buiten de waardeketen die hij heeft gefinancierd of voornemens is te financieren via aankopen van carbon credits
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Toelichting bij de wijze waarop publieke claims over broeikasgasneutraliteit die het gebruik van carbon credits inhouden, vergezeld gaan van doelen voor broeikasgasemissiereductie
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Ingefaseerde informatieverschaffing.
Ingefaseerde informatieverschaffing.
Ingefaseerde informatieverschaffing.
Ingefaseerde informatieverschaffing.
Ingefaseerde informatieverschaffing.
Ingefaseerde informatieverschaffing.
Ingefaseerde informatieverschaffing.
Ingefaseerde informatieverschaffing
Als een bedrijf in de gezondheidszorg, berust Affidea's strategie en bedrijfsmodel op de beschikbaarheid van gekwalificeerd medisch personeel, wat schaars is op de Europese markt. Het aantrekken en behouden van talent is een van de topprioriteiten van het bedrijf en wordt ook als een risico beschouwd. Daarom biedt het bedrijf verschillende mogelijkheden aan klinisch personeel, zoals het betalen van niet alleen voldoende, maar meestal boven het marktloon, opportuniteiten om te werken aan de nieuwste technologische vooruitgang in de diagnostische beeldvormingsindustrie, het verstrekken van trainingen en persoonlijke ontwikkelingscursussen, zowel binnen als buiten het bedrijf, mogelijkheden om van thuis uit te werken om een gezonde werk-privébalans te behouden en afhankelijk van de rol en het land, medische verzekeringen en andere soorten voordelen, enz.
Afhankelijk van het land en soort dienstverband worden de werknemers van Affidea geconsulteerd over arbeidsvoorwaarden, lonen, arbeidstijden enz. in overeenstemming met de lokale arbeidsregelgeving en, indien van toepassing, via hun arbeidsraad, waardoor ze empowerment krijgen en de mogelijkheid krijgen om inspraak te hebben in hun dienstverband en een positieve impact op de arbeidsvoorwaarden creëren.
Toegang hebben tot gezondheidszorg is een fundamenteel mensenrecht, wat de belangrijkste reden is waarom Affidea bestaat. Daarom staat toewijding aan de rechten van de mens centraal in de activiteiten van Affidea, waarbij eerlijke toegang tot gezondheidszorg wordt gegarandeerd, de privacy van patiënten wordt beschermd en de individuele waardigheid wordt gehandhaafd. Dit principe is niet alleen leidend voor de wijze waarop Affidea zorg levert, maar ook voor het soort diensten dat hij in verschillende regio's aan de portfolio toevoegt.
Affidea's strategie en business model berusten in belangrijke mate op de beschikbaarheid van gekwalificeerd medisch personeel en hun gezondheid, veiligheid en welzijn tijdens het werken bij Affidea. De meeste van onze impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft personeel draaien om deze thema's.
Als doelgericht en mensgedreven bedrijf geloven we bij Affidea dat het onze verantwoordelijkheid is om duurzame waarde te creëren voor onze patiënten, werknemers, onze partners, de gemeenschappen waar we deel van uitmaken en onze aandeelhouders. We investeren in innovatieve en digitale oplossingen om onze operationele efficiëntie en medische uitkomsten te verbeteren en tegelijkertijd een uitstekende patiëntervaring te bieden. Ons management heeft zich aangesloten bij de volgende ESG toezeggingen, waaronder de zorg voor de mensen / het personeel die Affidea drijft:
We streven ernaar onze impact op de planeet te minimaliseren door klimaatactie te ondernemen, energiebesparende maatregelen te implementeren, processen te digitaliseren om het papierverbruik te verminderen, initiatieven voor afvalrecycling te implementeren en samen te werken met leveranciers die zich richten op het verminderen van hun en onze ecologische voetafdruk.
We creëren positieve maatschappelijke impact door het leveren van best-in-class diensten, het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden voor onze werknemers en het betrekken van onze leveranciers en gemeenschappen buiten de gezondheidszorg. We stimuleren maatschappelijke ontwikkeling en ondersteunen de gemeenschappen waar we deel van uitmaken.
Bij Affidea houden we ons aan de hoogste ethische normen in alles wat we doen. Onze governance structuur, operationeel model, ethisch kader en robuuste risicobeheer en interne controle processen ondersteunen deze toewijding.
Zoals geïdentificeerd in de dubbele materialiteitsanalyse, houden de materiële risico's en opportuniteiten van Affidea rechtstreeks verband met de geïdentificeerde impacts en afhankelijkheden van de beschikbaarheid en behandeling van het personeel. Enkele voorbeelden van onderlinge relaties tussen IRO's worden hier gepresenteerd, meer details zijn te vinden in de dubbele materialiteitsanalyse:
Affidea heeft een groot aantal medewerkers in dienst op eigen loonlijst, veelal met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde/lange termijn, en daarnaast een aanzienlijk aantal medewerkers op interim/contractbasis, die diensten aanbieden vanuit het pand van Affidea. We creëren veilige werkgelegenheid voor een groot aantal mensen, waardoor we een positieve impact creëren. Het risico voor het bedrijf is dat de beschikbaarheid van gekwalificeerde medische professionals in Europa beperkt is en als we niet over voldoende personeel beschikken, kan dit leiden tot langere rapporteringstijden voor onze patiënten, een verslechtering van de kwaliteit van medische rapporten en dus potentiële financiële verliezen voor het bedrijf.
Affidea biedt alle medewerkers mogelijkheden voor individuele en groepscoaching, mentoring en opleidingsprogramma's, zoals leiderschapscursussen en functiegerelateerde opleidingen op maat voor verdere ontwikkeling van hun carrière, waardoor een positieve impact wordt gecreëerd. Risico op hoger personeelsverloop, verslechtering van vaardigheden/kennis van het personeel en tevredenheid van verwijzende artsen als het bedrijf stopt met het regelmatig verstrekken van opleiding en ontwikkeling van vaardigheden voor zijn personeel.
Affidea werkt met medische hulpmiddelen, waarvan sommige onder stressvolle omstandigheden hoge precisie vereisen. Onjuist of langdurig gebruik van dergelijke uitrusting kan de gezondheid en veiligheid van het personeel aantasten, waardoor een potentieel negatief effect ontstaat. Risico op gezondheids- en veiligheidsincidenten met reputatie- en financiële schade voor de onderneming tot gevolg.
Affidea heeft een gestructureerd governance model, tweeledige bestuursstructuur, gedocumenteerde Code of Conduct en een open cultuur met betrekking tot communicatie en naleving van onze bedrijfswaarden (onze bedrijfsnaam zelf betekent onze drie waarden, Affinity, Fidelity, en Idea). Ons personeel wordt aangemoedigd om zorgen of klachten in te dienen over het niet naleven van waarden of de Code of Conduct, waardoor ze empowerment krijgen en een positieve impact op het eigen personeel creëren. Het daarmee samenhangende risico is dat sommige werknemers zich mogelijk niet houden aan onze waarden en gedragscode en betrokken kunnen raken bij omkoping of corruptie of potentiële andere incidenten op wet- en regelgevingsgebied (bv. datalek), met reputatie- en (of) financiële schade voor het bedrijf tot gevolg.
Affidea houdt zich aan de wettelijke arbeidstijden voor medische professionals in overeenstemming met de regelgeving in het land van activiteiten. We hebben het recht om los te koppelen beleid dat mensen aanmoedigt om niet te reageren op e-mails na werktijd. Risico's verbonden aan het niet waarborgen van de work-life balance voor ons personeel zijn burn-outs van personeel en dus het risico op hogere kosten voor het bedrijf als gevolg van de noodzaak om vervanging / reorganisatie van het werk te vinden.
Ja, alle personen binnen het personeel van Affidea (voltijdwerknemers, deeltijdwerknemers, interimwerknemers en opdrachtnemers) zijn opgenomen in de scope van informatieverschaffing volgens ESRS2.
Tijdens de dubbele materialiteitsanalyse van Affidea hebben we rekening gehouden met alle soorten werknemers en medewerkers niet in loondienst (voltijds, deeltijds, tijdelijk, vast, gecontracteerd of eigen payroll) voor elke potentiële impact, elk risico of elke opportuniteit in verband met hun relatie met Affidea. Kenmerken van ons personeel, waaronder aantallen per type werknemer, worden verderop in dit document toegelicht in de betrokken datapunten of afzonderlijk in een tabel.
Hieronder volgen voorbeelden van potentiële negatieve impacts die tijdens de dubbele materialiteitsanalyse zijn geïdentificeerd. Zoals voorgeschreven in deze informatieverschaffing hebben we aangegeven welke daarvan (i) wijdverbreid of systematisch zijn in situaties waarin de onderneming actief is, of (ii) verband houden met individuele incidenten.
Affidea werkt met medische hulpmiddelen, waarvan sommige onder stressvolle omstandigheden hoge precisie vereisen. Onjuist of langdurig gebruik van dergelijke uitrusting kan de gezondheid en veiligheid van het personeel aantasten, waardoor een potentieel negatief effect ontstaat. Het optreden van deze negatieve impact wordt als een individueel incident beschouwd omdat Affidea hoge kwaliteitsnormen heeft voor de werking van medische hulpmiddelen, waarvan de effectiviteit regelmatig wordt getest door de klinische governance en kwaliteitsfunctie. In geval van een negatieve impact wordt deze als incident geregistreerd in het Affidea Incident Management System (AIMS). Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
Affidea gedragscode biedt gelijkheid onder het personeel. Er is een integriteitslijn en -procedure om inbreuken op de gedragscode anoniem te melden, waaronder incidenten van discriminatie, intimidatie of geweld op de werkvloer. Elk dergelijk incident kan een negatieve impact hebben op het personeel en de reputatie van het bedrijf. Het optreden van deze negatieve impact wordt ook als een individueel incident beschouwd
omdat Affidea periodieke nalevingstrainingen en interne controles beoordelingen door de interne audit functie heeft. In geval van deze negatieve impact wordt deze geregistreerd als een incident met de Country HR Director of Legal Counsel. Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
Affidea verzamelt en verwerkt een groot aantal persoonlijke gegevens van het personeel in elk land, zoals bankrekeningnummers van het personeel, huisadressen, salaris- en uitkeringsgegevens, gezinssituatie enz. Deze informatie is onderworpen aan de regelgeving inzake gegevensbescherming die van toepassing is in het land van activiteiten, en Affidea heeft de verantwoordelijkheid om deze informatie te beschermen, anders kan dit leiden tot potentiële negatieve impact op het personeel. Dit soort negatieve impact is ook een individueel incident. Verwante controle-/mitigerende maatregel: Alle persoonlijke informatie over medewerkers die niet geacht wordt deel uit te maken van de arbeidsrelatie wordt niet verzameld en medewerkers hebben recht op volledige privacy. Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
In 2024 heeft Affidea twee uitzonderlijke incidenten meegemaakt met betrekking tot extreem klimaat, die niet alleen impact hadden op onze klinieken en kantoren, maar ook impact hadden op het personeel, dit zijn:
In november 2024 werd de regio Valencia in Spanje getroffen door het zware weer en de overstromingen veroorzaakt door het DANA-fenomeen. Valencia is een belangrijk gebied voor ons en de thuisbasis van bijna 750 Affidea collega's in 7 centra. Minstens 40 van onze collega's hebben aanzienlijke materiële verliezen geleden en verschillende centra in Valencia hebben aanzienlijke schade geleden. Vanaf dag één was onze belangrijkste zorg om de veiligheid van onze teamleden en hun families te waarborgen. Hoewel velen aanzienlijke persoonlijke verliezen hebben geleden, zijn al onze collega's en hun familie gelukkig veilig. Affidea biedt financiële en emotionele hulp aan alle getroffen medewerkers.
In mei 2024 troffen zware overstromingen het gebied van Milaan in Italië. Dit veroorzaakte aanzienlijke schade aan meer dan één faciliteit. Een van de zwaarst getroffenen was het Affidea Martesana Centre in Gessate: de zware regenval raakte de afdeling Radiologie in de kelder en de kliniek moest een paar weken sluiten.
Negatieve impacts wat betreft eigen activiteiten zijn systematisch, terwijl de klimaatincidenten individuele incidenten zijn.
Naast de positieve impacts vermeld in de dubbele materialiteitsanalyse, zijn een paar praktische voorbeelden van activiteiten die in 2024 een positieve impact hebben gehad op alle soorten werknemers:
Materiële risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel zijn de volgende, meer details in de dubbele materialiteitsanalyse:
Affidea werkt aan een transitieplan om de impact op het milieu te verminderen en te komen tot groenere en klimaatneutrale activiteiten. Tot nu toe wordt geen materiële impact op de werknemers verwacht, en als er al een potentiële negatieve impact zal zijn, zal deze worden gerapporteerd in de volgende rapporteringscyclus (2025).
Bij Affidea zijn we niet actief in landen of geografische gebieden met activiteiten die geacht worden een significant risico te lopen op incidenten van gedwongen of verplichte arbeid.
Bij Affidea zijn we niet actief in landen of geografische gebieden met activiteiten die geacht worden een significant risico te lopen op incidenten van gedwongen of verplichte arbeid.
Bij Affidea hebben we geen activiteiten met een significant risico op incidenten van kinderarbeid.
Bij Affidea zijn we niet actief in landen met een significant risico op kinderarbeid.
Als servicegerichte organisatie is ons klinisch en niet klinisch personeel een van de belangrijkste stakeholders die alles aanstuurt wat we doen voor onze patiënten en andere stakeholders. Daarom voeren we periodiek personeelsbetrokkenheidsonderzoek uit. In 2023 gaven onze medewerkers de volgende input (d.w.z. onderwerpen die zij belangrijk vinden en die Affidea verder moet ontwikkelen vanuit ESG oogpunt):
Bovendien werkt Affidea als onderdeel van diagnostische beeldvormingsdiensten met medische hulpmiddelen, waarvan sommige onder stressvolle omstandigheden een hoge precisie vereisen. Ongepast of langdurig gebruik van dergelijke apparatuur kan de gezondheid en veiligheid van het personeel aantasten, waardoor een potentiële negatieve impact ontstaat, met name op ons klinisch personeel dat regelmatig met deze medische hulpmiddelen te maken heeft. Dit zijn het soort personeelsleden die geacht worden een hoger risico te lopen om schade te ondervinden van bedrijfsactiviteiten. Om dit risico te beperken, heeft Affidea een aantal klinische standaarden en procedures die beschikbaar zijn voor het personeel in elk land, en de effectiviteit van dergelijke procedures wordt regelmatig getest door het kwaliteitsteam van het land en de groep.
Ons klinisch personeel dat regelmatig met medische hulpmiddelen te maken heeft. Dit zijn het soort personeelsleden die geacht worden een hoger risico te lopen om schade te ondervinden van bedrijfsactiviteiten. Om dit risico te beperken, heeft Affidea een aantal klinische standaarden en procedures die beschikbaar zijn voor het personeel in elk land, en de effectiviteit van dergelijke procedures wordt regelmatig getest door het kwaliteitsteam van het land en de groep.
Zoals geïdentificeerd in de dubbele materialiteitsanalyse, houden de materiële risico's en opportuniteiten van Affidea rechtstreeks verband met de geïdentificeerde impacts en afhankelijkheden van de beschikbaarheid en behandeling van het personeel. Enkele voorbeelden van onderlinge relaties tussen IRO's worden hier gepresenteerd, meer details zijn te vinden in de dubbele materialiteitsanalyse:
Affidea heeft een groot aantal medewerkers in dienst op eigen loonlijst, veelal met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde/lange termijn, en daarnaast een aanzienlijk aantal medewerkers op interim/contractbasis, die diensten aanbieden vanuit het pand van Affidea. We creëren veilige werkgelegenheid voor een groot aantal mensen, waardoor we een positieve impact creëren. Het risico voor het bedrijf is dat de beschikbaarheid van gekwalificeerde medische professionals in Europa beperkt is en als we niet over voldoende personeel beschikken, kan dit leiden tot langere rapporteringstijden voor onze patiënten, een verslechtering van de kwaliteit van medische rapporten en dus potentiële financiële verliezen voor het bedrijf.
Affidea biedt alle medewerkers mogelijkheden voor individuele en groepscoaching, mentoring en opleidingsprogramma's, zoals leiderschapscursussen en functiegerelateerde opleidingen op maat voor verdere ontwikkeling van hun carrière, waardoor een positieve impact wordt gecreëerd. Risico op hoger personeelsverloop, verslechtering van vaardigheden/kennis van het personeel en tevredenheid van verwijzende artsen als het bedrijf stopt met het regelmatig verstrekken van opleiding en ontwikkeling van vaardigheden voor zijn personeel.
Affidea werkt met medische hulpmiddelen, waarvan sommige onder stressvolle omstandigheden hoge precisie vereisen. Onjuist of langdurig gebruik van dergelijke uitrusting kan de gezondheid en veiligheid van het personeel aantasten, waardoor een potentieel negatief effect ontstaat. Risico op gezondheids- en veiligheidsincidenten met reputatie- en financiële schade voor de onderneming tot gevolg.
Affidea heeft een gestructureerd governance model, tweeledige bestuursstructuur, gedocumenteerde Code of Conduct en een open cultuur met betrekking tot communicatie en naleving van onze bedrijfswaarden (onze bedrijfsnaam zelf betekent onze drie waarden, Affinity, Fidelity, en Idea). Ons personeel wordt aangemoedigd om zorgen of klachten in te dienen over het niet naleven van waarden of de Code of Conduct, waardoor ze empowerment krijgen en een positieve impact op het eigen personeel creëren. Het daarmee samenhangende risico is dat sommige werknemers zich mogelijk niet houden aan onze waarden en gedragscode en betrokken kunnen raken bij omkoping of corruptie of potentiële andere incidenten op wet- en regelgevingsgebied (bv. datalek), met reputatie- en (of) financiële schade voor het bedrijf tot gevolg.
Affidea houdt zich aan de wettelijke arbeidstijden voor medische professionals in overeenstemming met de regelgeving in het land van activiteiten. We hebben het recht om los te koppelen beleid dat mensen aanmoedigt om niet te reageren op e-mails na werktijd. Risico's verbonden aan het niet waarborgen van de work-life balance voor ons personeel zijn burn-outs van personeel en dus het risico op hogere kosten voor het bedrijf als gevolg van de noodzaak om vervanging / reorganisatie van het werk te vinden.
Ja, er bestaan verschillende beleidslijnen voor personeel en deze worden later beschreven in de respectievelijke datapunten.
Ja, materiële risico's en opportuniteiten wat betreft personeel worden beschreven in de dubbele materialiteitsanalyse en in de respectievelijke datapunten in dit document.
Gerapporteerd in de respectievelijke datapunten.
Affidea heeft verschillende beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance, die relevant zijn voor het beheersen van IRO's met betrekking tot personeel en andere stakeholders. Enkele voorbeelden zijn:
Daarnaast zijn er ondersteunende beleidslijnen om de gedragscode, gegevensbescherming, IT / cyberbeveiliging enz. van werknemers te waarborgen, die op grote schaal worden verspreid en waarvan wordt verwacht dat elke werknemer die in Affidea werkt zich daaraan houdt.
Er zijn ook specifieke beleidslijnen om de gezondheid, veiligheid en het welzijn van het personeel te waarborgen, zoals:
Elk beleid heeft een gedetailleerde inhoudstafel, die op zijn minst doelstellingen van het beleid, de beoogde doelgroep en het belangrijkste principe bevat dat van toepassing is op de beoogde volgers van het beleid.
Alle beleidslijnen van Affidea zijn van toepassing op alle medewerkers die bij het bedrijf in dienst zijn.
Chief HR Officer voor al het personeelsbeleid.
Affidea erkent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een gemeenschappelijke norm voor alle mensen en alle naties, met als doel dat ieder individu en ieder orgaan van de samenleving, deze Verklaring voortdurend voor ogen houdend, er door onderwijs en opvoeding naar zal streven het respect voor deze rechten en vrijheden te bevorderen en door vooruitstrevende maatregelen, nationaal en internationaal, hun universele en daadwerkelijke erkenning en naleving te verzekeren (tekst ontleend aan het Affidea Code of Conduct document).
Hoewel Affidea geen specifieke verklaring heeft die is afgestemd op de 3 genoemde standaarden in de CSRD, impliceert de erkenning door Affidea van de UDHR ook dat haar Gedragscode is geïnformeerd door de beginselen die daar worden geschetst. Dit bewijst Affidea's toewijding aan het afstemmen op internationaal erkende Mensenrechten standaarden. In 2025 zullen we ons beleid verder ontwikkelen om het af te stemmen op de genoemde standaarden.
Afhankelijk van het land en soort dienstverband worden de werknemers van Affidea geconsulteerd over arbeidsvoorwaarden, lonen, arbeidstijden enz. in overeenstemming met de lokale arbeidsregelgeving en indien van toepassing via hun arbeidsraad.
Als servicegerichte organisatie is ons klinisch en niet klinisch personeel een van de belangrijkste stakeholders die alles aanstuurt wat we doen voor onze patiënten en andere stakeholders. Daarom voeren we periodiek personeelsbetrokkenheidsonderzoek uit. In 2023 gaven onze medewerkers de volgende input (d.w.z. onderwerpen die zij belangrijk vinden en die Affidea verder moet ontwikkelen vanuit ESG oogpunt):
Alle polissen zijn beschikbaar voor alle medewerkers via een online document management systeem, dat overal toegankelijk is voor alle medewerkers die zijn aangesloten op het Affidea netwerk.
Geen significante wijzigingen in het personeelsbeleid in de loop van 2024.
Affidea erkent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een gemeenschappelijke norm voor alle mensen en alle naties, met als doel dat ieder individu en ieder orgaan van de samenleving, deze Verklaring voortdurend voor ogen houdend, er door onderwijs en opvoeding
naar zal streven het respect voor deze rechten en vrijheden te bevorderen en door vooruitstrevende maatregelen, nationaal en internationaal, hun universele en daadwerkelijke erkenning en naleving te verzekeren (tekst ontleend aan het Affidea Code of Conduct document).
Hoewel Affidea geen specifieke verklaring heeft die is afgestemd op de 3 genoemde standaarden in de CSRD, impliceert de erkenning door Affidea van de UDHR ook dat haar Gedragscode is geïnformeerd door de beginselen die daar worden geschetst. Dit bewijst Affidea's toewijding aan het afstemmen op internationaal erkende Mensenrechten standaarden. In 2025 zullen we ons beleid verder ontwikkelen om het af te stemmen op de genoemde standaarden.
Affidea neemt routinematig deel aan internationale kwaliteitscontroleprogramma's en zijn Europese centra hebben in sommige landen ISO- , UEMS/EBNM- en JCI-accreditaties ontvangen, die het hoogste niveau van kwaliteitsnormen in diagnostische beeldvorming en nucleaire geneeskunde erkennen. 90% van onze medische centra die CT- of röntgenonderzoeken uitvoeren, bevinden zich op de Eurosafe Wall of stars, geaccrediteerd met 5* door de European Society of Radiology voor hun hoge kwaliteitsnormen op het gebied van stralingsbescherming en patiëntveiligheid.
Het bedrijf beschikt over een sterk governance model dat ondersteund wordt door zijn gedragscode en klinische normen en procedures die de standaardveiligheidsnormen van de European Society of Radiology en de International Patiëntveiligheid Goals volgen.
Affidea erkent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een gemeenschappelijke norm voor alle mensen en alle naties, met als doel dat ieder individu en ieder orgaan van de samenleving, deze Verklaring voortdurend voor ogen houdend, er door onderwijs en opvoeding naar zal streven het respect voor deze rechten en vrijheden te bevorderen en door vooruitstrevende maatregelen, nationaal en internationaal, hun universele en daadwerkelijke erkenning en naleving te verzekeren (tekst ontleend aan het Affidea Code of Conduct document).
Affidea heeft een gestructureerd governance model, tweeledige bestuursstructuur, gedocumenteerde Code of Conduct en een open cultuur met betrekking tot communicatie en naleving van onze bedrijfswaarden (onze bedrijfsnaam zelf betekent onze drie waarden, Affinity, Fidelity, en Idea). Ons personeel wordt aangemoedigd om zorgen of klachten in te dienen over het niet naleven van waarden of de Code of Conduct, waardoor ze empowerment krijgen en een positieve impact op het eigen personeel creëren.
Als servicegerichte organisatie is ons klinisch en niet klinisch personeel een van de belangrijkste stakeholders die alles aanstuurt wat we doen voor onze patiënten en andere stakeholders. Daarom voeren we periodiek personeelsbetrokkenheidsonderzoek uit. In 2023 gaven onze medewerkers de volgende input (d.w.z. onderwerpen die zij belangrijk vinden en die Affidea verder moet ontwikkelen vanuit ESG oogpunt):
Affidea heeft een gestructureerd governance model, tweeledige bestuursstructuur, gedocumenteerde Code of Conduct en een open cultuur met betrekking tot communicatie en naleving van onze bedrijfswaarden (onze bedrijfsnaam zelf betekent onze drie waarden, Affinity, Fidelity, en Idea). Ons personeel wordt aangemoedigd om zorgen of klachten in te dienen over het niet naleven van waarden of de Code of Conduct, waardoor ze empowerment krijgen en een positieve impact op het eigen personeel creëren.
Affidea heeft verschillende nalevingsbeleidslijnen om materiële mensenrechten impacts van het personeel te beheersen: Gedragscode, Anti-Omkoping, Selectie van Zakelijke Partijen, Belangenverstrengeling, Geschenken en Gastvrijheid, Klokkenluiders. Zorgen of incidenten met betrekking tot naleving kunnen worden gemeld in overeenstemming met Klokkenluidersregeling. Het aanspreekpunt is de ethicsline of General Counsel en CEO en corporate HR. De Klokkenluidersregeling behandelt alle onderwerpen die met naleving te maken hebben.
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance (d.w.z. medische standaarden), die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de medische standaarden van de groep. Deze klinische normen zijn fundamenteel voor de manier waarop van ons personeel wordt verwacht dat het onze klinieken beheert, hun eigen gezondheid en welzijn beschermt en tegelijkertijd de patiënten dient, en zorgt voor diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit.
Affidea neemt routinematig deel aan internationale kwaliteitscontroleprogramma's en zijn Europese centra hebben in sommige landen ISO- , UEMS/EBNM- en JCI-accreditaties ontvangen, die het hoogste niveau van kwaliteitsnormen in diagnostische beeldvorming en nucleaire geneeskunde erkennen. 90% van onze medische centra die CT- of röntgenonderzoeken uitvoeren, bevinden zich op de Eurosafe Wall of stars, geaccrediteerd met 5* door de European Society of Radiology voor hun hoge kwaliteitsnormen op het gebied van stralingsbescherming en patiëntveiligheid.
Hoewel Affidea geen specifieke verklaring heeft die is afgestemd op de 3 genoemde standaarden in de CSRD, impliceert de erkenning door Affidea van de UDHR ook dat haar Gedragscode is geïnformeerd door de beginselen die daar worden geschetst. Dit bewijst Affidea's toewijding aan het afstemmen op internationaal erkende Mensenrechten standaarden. In 2025 zullen we ons beleid verder ontwikkelen om het af te stemmen op de genoemde standaarden.
Affidea heeft een Gedragscode.
Bij Affidea zijn we niet actief in landen of geografische gebieden waar een significant risico bestaat op incidenten van dwangarbeid of verplichte arbeid
Bij Affidea hebben we geen activiteiten waar een significant risico bestaat op incidenten van kinderarbeid
Bij Affidea zijn we niet actief in landen waar een significant risico bestaat op incidenten van kinderarbeid
Affidea heeft een gedecentraliseerd bedrijfsmodel, waarin alle landen opereren volgens lokaal geldende regels en voorschriften. Gezondheids- en veiligheidsbeleid wordt ook in elk land ontworpen en uitgevoerd volgens lokale regelgeving en de effectiviteit ervan wordt periodiek beoordeeld door het kwaliteitsteam van het land. Incidenten en inbreuken wat betreft gezondheid en veiligheid van personeel of patiënten worden echter geregistreerd in een gecentraliseerde database voor incidentbeheer (AIMS) en de follow-up van ernstige incidenten wordt op groepsniveau uitgevoerd door het klinische en kwaliteitsteam van de groep.
Naast de gedragscode van Affidea is er een specifiek Non-Discriminatiebeleid en in elke vacature voorzien we een disclaimer die eerlijkheid en gelijkheid in het wervingsproces promoot. Er is ook een Klokkenluidersbeleid en procedure, die kan worden gebruikt om anoniem melding te maken van gerelateerde incidenten.
Naast de gedragscode van Affidea is er een specifiek Non-Discriminatiebeleid en in elke vacature voorzien we een disclaimer die eerlijkheid en gelijkheid in het wervingsproces promoot. Er is ook een Klokkenluidersbeleid en procedure, die kan worden gebruikt om anoniem melding te maken van gerelateerde incidenten.
Non-discriminatiebeleid en in sommige landen reguleert de overheid dit (beperkingen, leeftijd...) met economische hulpmiddelen voor het bedrijf en die gebruiken we.
Naast de Affidea Gedragscode is er een specifiek Non-Discriminatiebeleid, dat beschikbaar is in het documentbeheersysteem. Elke vacature heeft een disclaimer die rechtvaardigheid en gelijkheid in het aanwervingsproces promoot. Er is ook een Klokkenluidersbeleid en procedure, die kan worden gebruikt om anoniem melding te maken van gerelateerde incidenten.
De afdeling Groep Kwaliteit beheert een documentmanagementsysteem dat alle relevante en meest recente beleidslijnen bevat. Voor specifiek HRbeleid stuurt het HR-team een aankondigingsmail naar de betrokken medewerkers (bv. Verjaardagsverlofbeleid, Prestatiebeoordelingsproces enz.)
Er is groepsbeleid voor werving en selectie, dat momenteel wordt beoordeeld op mogelijke updates.
De Chief Human Resource Officer (CHRO) van Affidea is lid van het Uitvoerend Comité (top management) om het management te begeleiden en naleving van het beleid en de procedures van de betrokken personen te waarborgen.
Affidea heeft een specifiek nalevingstrainingsplatform, genaamd Cognito, dat beschikbaar is voor alle eigen personeelsleden, voor trainingen over naleving gerelateerd beleid, zoals de gedragscode, cyberbeveiliging, privacy van gegevens enz. Jaarlijks moeten alle betrokken medewerkers een online informatieverschaffing ondertekenen dat ze de wereldwijde gedragscode en het bijbehorende beleid hebben gelezen en begrepen.
Affidea heeft een gedecentraliseerd bedrijfsmodel, waarin alle landen opereren volgens lokaal geldende regels en voorschriften. Gezondheids- en veiligheidsbeleid wordt ook in elk land ontworpen en uitgevoerd volgens lokale regelgeving en de effectiviteit ervan wordt periodiek beoordeeld door het kwaliteitsteam van het land. Indien van toepassing, op kliniekniveau of kantoorniveau, worden aanpassingen gedaan om tegemoet te komen aan speciale behoeften van personeel of patiënten om toegang te krijgen tot ons pand (bv. een rolstoelhelling, lift of badkamers met leuningen).
Bij het definiëren van vacatures wordt rekening gehouden met de specifieke behoeften van de functie/rol, zonder vooroordelen of oneerlijkheden. Afhankelijk van het soort rol en de vereiste fysieke inspanning (bv. de baan van verpleegkundige of medisch begeleider vereist soms fysiek tillen van patiënten of materiaal), zijn sommige banen mogelijk niet van toepassing op kandidaten met een speciale behoefte.
Al onze vacatures worden geplaatst op onze websites (groep en lokaal) en soms versterkt met interne aankondigingen. Trainingen worden door HRteams (bv. Spanje) en Clinical Education Team (klinische trainingen) aangekondigd aan de relevante populatie. Ten aanzien van promoties worden intern aangekondigd voor erkenning en transparante communicatie.
Affidea heeft een gestructureerd governance model, tweeledige bestuursstructuur, gedocumenteerde Code of Conduct en een open cultuur met betrekking tot communicatie en naleving van onze bedrijfswaarden (onze bedrijfsnaam zelf betekent onze drie waarden, Affinity, Fidelity, en Idea). Ons personeel wordt aangemoedigd om zorgen of klachten in te dienen over het niet naleven van waarden of de Code of Conduct, waardoor ze empowerment krijgen en een positieve impact op het eigen personeel creëren.
Zorgen of incidenten met betrekking tot naleving kunnen worden gemeld in overeenstemming met Klokkenluidersregeling. Het aanspreekpunt is de ethicsline of General Counsel en CEO en corporate HR. De Klokkenluidersregeling behandelt alle onderwerpen die met naleving te maken hebben. Daarnaast heeft Affidea een specifiek rapporteringsinstrument voor klinische incidenten opgezet, genaamd AIMS. We hebben ook verschillende, speciale rapporteringslijnen met betrekking tot klinische incidenten, PDB's, claims & rechtszaken enz.
We hebben groepsbrede en landspecifieke opleidings- en ontwikkelingsplannen. Juridische en Klinische Onderwijsteams hebben een speciaal platform voor training. Hard skills worden beheerd door de eigen functie en soft skills worden voorgesteld en geregeld door HR, waarbij verschillende initiatieven in verschillende landen zich richten op verschillende soft skills (analytisch denken, teammanagement, enz.)
Ja, personeelsbetrokkenheidsenquête wordt periodiek georganiseerd om inzicht te krijgen in de behoeften en uitdagingen van het personeel en omvat het opstellen van gezamenlijke actieplannen tussen corporate HR en HR op landniveau.
Personeelsbetrokkenheidsenquête is ontworpen om feedback van medewerkers te verzamelen over verschillende onderwerpen / vragen. Voorbeeld van onderwerpen: Diversiteit en inclusie, Carrière en ontwikkeling, Engagement, Prestaties, Erkenning en Werk-privébalans
Betrokkenheid gebeurt rechtstreeks met het personeel via een periodieke en anonieme enquête, gefaciliteerd door een onafhankelijk en extern consultancybedrijf.
Engagement gebeurt op alle niveaus/fasen van werknemers en alle soorten medewerkers (klinisch / niet-klinisch), rechtstreeks met het personeel via een periodieke (eens in de twee jaar) en anonieme enquête, gefaciliteerd door een onafhankelijk en extern consultancybedrijf, wat ons ook een benchmark geeft over hoe ons engagement is ten opzichte van andere bedrijven in dezelfde sector.
Group Chief HR Officer (CHRO) is verantwoordelijk. Hij is lid van het uitvoerend comité (top management), dat ervoor zorgt dat overleg periodiek plaatsvindt en input van de overlegresultaten wordt aangepakt met corrigerende maatregelen, waar nodig.
Affidea heeft een gedecentraliseerd operationeel model. Alle beleidslijnen / procedures en arbeidsovereenkomsten zijn afgestemd op landspecifieke regelgeving en arbeidsrechtelijke vereisten. Er is dus geen wereldwijde kaderovereenkomst, behalve de globale gedragscode en het daarmee samenhangende beleid.
De effectiviteit van betrokkenheid van eigen personeel wordt beoordeeld op basis van het participatiepercentage in het engagementonderzoek, de algemene engagementscore, het aantal positieve opmerkingen en het aantal suggesties voor verbeteringen.
De resultaten van het engagementonderzoek worden gedeeld met de verantwoordelijke functie/afdelingshoofd om de resultaten met zijn/haar team te bespreken en potentiële remedies / oplossingen voor uitdagingen / maatregelen te bespreken die in het onderzoek worden voorgesteld.
Over het algemeen hebben we met deze specifieke groepen geen stappen gezet. We registreren geen specifieke maatregelen om discriminatie of de perceptie daarvan bij potentieel kwetsbare groepen te voorkomen. In sommige landen is het niet eens wettelijk om werknemers te vragen te verklaren of zij tot een van de genoemde kwetsbare groepen behoren.
In elk geval is onze gedragscode van toepassing op alle werknemers en elke vorm van discriminatie tussen elk type werknemer is ten strengste verboden.
Niet van toepassing, aangezien we een engagementproces hebben.
Niet van toepassing, aangezien we een engagementproces hebben.
Niet van toepassing, aangezien we een gemeenschappelijk engagementproces hebben voor alle soorten personeel.
Engagement verloopt elektronisch via een engagement survey, zodat alle soorten medewerkers hun zorg formeel en anoniem kunnen vastleggen. Maar werknemers hebben ook de mogelijkheid om hun zorgen mondeling of via e-mail te delen met hun respectievelijke functiemanager, HRdirecteur of groep Legal Counsel voor klokkenluiderskwesties.
Affidea beschikt over een document management systeem (beheerd door het kwaliteitsteam), dat alle relevante beleidslijnen, procedures en werkgerelateerde instructies / standaarden bevat. Regelmatig delen de communicatie- en HR-afdelingen een nieuwsbrief om het personeel te informeren over de laatste ontwikkelingen binnen het bedrijf.
Affidea heeft geen tegenstrijdige belangen onder het personeel geïdentificeerd met betrekking tot het engagementproces.
Affidea's gedragscode en de toezegging om te voldoen aan de VN-resolutie over de rechten van de mens is het belangrijkste kader om mensenrechten van alle personeelsstakeholders te respecteren.
Het proces is hetzelfde gebleven bij de engagementevaluatie van vorig jaar: De effectiviteit van betrokkenheid van eigen personeel wordt beoordeeld op basis van het participatiepercentage in het engagementonderzoek, de algemene engagementscore, het aantal positieve opmerkingen en het aantal suggesties voor verbeteringen.
De resultaten van het engagementonderzoek worden gedeeld met de verantwoordelijke functie/afdelingshoofd om de resultaten met zijn/haar team te bespreken en potentiële remedies / oplossingen voor uitdagingen / maatregelen te bespreken die in het onderzoek worden voorgesteld.
Ja, waar van toepassing en indien nodig, heeft Affidea volledig meegewerkt en helpt zij de getroffen stakeholders bij het herstellen van negatieve impacts.
Affidea heeft een gestructureerd governance model, tweeledige bestuursstructuur, gedocumenteerde Code of Conduct en een open cultuur met betrekking tot communicatie en naleving van onze bedrijfswaarden (onze bedrijfsnaam zelf betekent onze drie waarden, Affinity, Fidelity, en Idea). Ons personeel wordt aangemoedigd om zorgen of klachten in te dienen over het niet naleven van waarden of de Code of Conduct, waardoor ze empowerment krijgen en een positieve impact op het eigen personeel creëren.
Affidea beheerst materiële impacts en risico's wat betreft eigen personeel op de volgende manieren: Potentiële negatieve impacts met betrekking tot privacy van gegevens en beveiliging worden aangepakt in het Beleid inzake Gegevensbescherming en Identiteits-, Toegangs- en Informatiebeveiliging.
Negatieve impacts wat betreft gezondheid, veiligheid en beveiliging worden ook beheerst via het Klinische Incident Management beleid.
Andere kwesties wat betreft naleving en non-discriminatie worden beheerd via de Gedragscode.
Al het Klinisch personeel dat tijdens het uitvoeren van specifieke diagnostische activiteiten aan straling kan worden blootgesteld, wordt beschermd door specifieke preventieve methoden die in overeenstemming zijn met de regelgeving op Europees en nationaal niveau (bv. normen voor de preventie van beroepsrisico's). Er zijn specifieke beleidslijnen en procedures voor stralingsbescherming en veiligheid en gezondheid op het werk van al het personeel.
Zorgen of incidenten met betrekking tot naleving kunnen worden gemeld in overeenstemming met Klokkenluidersregeling. Het aanspreekpunt is de ethicsline of General Counsel en CEO en corporate HR. De Klokkenluidersregeling behandelt alle onderwerpen die met naleving te maken hebben. Daarnaast heeft Affidea een specifiek rapporteringsinstrument voor klinische incidenten opgezet, genaamd AIMS. We hebben ook verschillende, speciale rapporteringslijnen met betrekking tot klinische incidenten, PDB's, claims & rechtszaken enz.
Ja, de gedragscode en klokkenluidersregeling zijn beschikbaar voor alle medewerkers via het Affidea Document Management Systeem (ADMS) en in het naleving trainingsplatform (Cognito).
Er zijn geen andere mechanismen van derden.
Klokkenluidersregeling is toegankelijk via Cognito. Al ons beleid wordt gepubliceerd in ons ADMS (Affidea Document Management System), een online SharePoint-gebaseerde tool, toegankelijk voor alle medewerkers die zijn aangesloten bij het Affidea-netwerk.
Het specifieke mechanisme uitgelegd in onze klokkenluidersregeling is onze Ethical lijn. Bovendien zijn de HRBP's van de Groep en alle lokale HR-vertegenwoordigers verantwoordelijk voor het luisteren en (of) behandelen van de potentiële klachten.
Het onboardingproces omvat het delen van de Gedragscode en het ADMS. Bovendien hebben de bedrijfslocaties van de Groep en de Lokale werknemers directe toegang tot die middelen. Wanneer een nieuw kanaal of beleid beschikbaar is, stuurt het HR-team een e-mail van [email protected] naar de betrokken medewerkers.
Zorgen met betrekking tot de klokkenluidersregeling worden behandeld via een zakelijke e-mail ([email protected]). Group CHRO en Legal Counsel zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het ontvangen en aanpakken van dergelijke zorgen. Dit wordt gewaarborgd in de Klokkenluidersprocedure en de bijbehorende SOP volgens welke zodra een personeelslid van Affidea een probleem heeft gemeld, de Affidea Group de ontvangst ervan binnen 7 dagen na ontvangst zal bevestigen, een eerste beoordeling zal uitvoeren om de reikwijdte van elk onderzoek te bepalen en de Klokkenluider op de hoogte zal stellen van de uitkomst van de beoordeling. In sommige gevallen kan de Affidea Groep een onderzoeker of team van onderzoekers aanwijzen (dat kan ander geschikt Affidea-personeel zijn met relevante onderzoekservaring of specialistische kennis van het onderwerp). De onderzoeker(s) kan/kunnen aanbevelingen doen voor veranderingen om de Affidea Group in staat te stellen het risico op toekomstige misstanden tot een minimum te beperken.
Wat het discriminatiebeleid betreft, zijn de HR-vertegenwoordigers van de verschillende landen verantwoordelijk voor het monitoren van de wijze waarop aan de orde gestelde en aangepakte kwesties worden gevolgd.
Alle zorgen of klachten van werknemers worden geregistreerd in een landspecifiek register, dat onafhankelijk wordt beoordeeld door de land HR teamleden, en gericht voor actie / herstel naar de betrokken functie- of afdelingsmanager.
Jaarlijkse Gedragscode opleiding om mensen te herinneren aan toepasselijke mechanismen om zorgen kenbaar te maken, en het aantal van dergelijke gerapporteerde zorgen is een maatstaf om de effectiviteit van dergelijke kanalen te beoordelen.
Klokkenluidersregeling heeft een specifieke alinea die bescherming tegen represailles beschrijft. Er wordt voor gezorgd in de Klokkenluidersprocedure dat het de vertrouwelijkheid, geen represaille en ondersteuning voor klokkenluiders garandeert. Volgens de Affidea Klokkenluidersregeling erkent Affidea Group dat de beslissing van Affidea Personeel om een zorg te melden moeilijk kan zijn om te maken. Op voorwaarde dat alle informatie te goeder trouw wordt verstrekt, hoeft het personeel van Affidea niet te vrezen, omdat ze in het belang van de Affidea Group handelen.
Niet van toepassing, aangezien we een proces hebben.
Niet van toepassing, aangezien we een proces hebben.
Op basis van de resultaten van de enquête over personeelsbetrokkenheid zijn enkele concrete maatregelen vastgesteld die in 2024 zijn uitgevoerd of worden uitgerold:
Carrière & ontwikkeling: Center Manager Academy wordt gelanceerd om de carrièrebehoeften te begrijpen en een carrièrevoortgangstraject voor de centermedewerkers te bepalen.
Diversiteit & inclusie: Een formeel Discriminatiebeleid wordt gedefinieerd en gepubliceerd, om in aanvulling op de formele Gedragscode in te gaan op kwesties die specifiek voor discriminatie zijn geïdentificeerd.
Managementopleiding: Lanceerde een trainingsprogramma voor leiderschapsvaardigheden ontworpen voor de middlemanagers die rechtstreeks rapporteren aan de leden van het uitvoerend comité.
Prestatiebeheer: In 2024 lanceerden we een enquête om feedback van werknemers te verzamelen over ons prestatiebeoordelingsproces. Op basis van deze feedback hebben we specifieke verbeteringen en wijzigingen doorgevoerd. Zo hebben we de optie voor stakeholderbeoordeling van alleen Corporate niveau uitgebreid naar alle landen. We hebben de werknemers vóór de evaluatievergadering toegang gegeven tot de evaluatiefeedback van hun manager.
Leiderschap: We hebben een specifieke training over de Leadership Circle Methodologie uitgerold voor het Uitvoerend Comité en Country CEO's. Werk-privébalans: We hebben een Verjaardagsverlofbeleid gelanceerd.
Alle acties zijn van toepassing op alle medewerkers die bij Affidea in dienst zijn.
In de loop van 2025.
De belangrijkste maatregelen worden eerder beschreven. Er zijn specifieke beleidslijnen om de gezondheid, veiligheid en het welzijn van het personeel te waarborgen, die potentiële of daadwerkelijke materiële impacts voorkomen, opsporen of corrigeren, zoals:
Geen formeel actieplan in voorgaande perioden.
Geen specifieke middelen, maatregelen maken deel uit van bestaande HR-initiatieven waarvoor budget beschikbaar wordt gesteld uit het algemene HR-budget van het bedrijf.
Geen specifieke middelen, maatregelen maken deel uit van bestaande HR-initiatieven waarvoor budget beschikbaar wordt gesteld uit het algemene HR-budget van het bedrijf.
Geen specifieke middelen, maatregelen maken deel uit van bestaande HR-initiatieven waarvoor budget beschikbaar wordt gesteld uit het algemene HR-budget van het bedrijf.
Geen specifieke middelen, maatregelen maken deel uit van bestaande HR-initiatieven waarvoor budget beschikbaar wordt gesteld uit het algemene HR-budget van het bedrijf.
Geen specifieke middelen, maatregelen maken deel uit van bestaande HR-initiatieven waarvoor budget beschikbaar wordt gesteld uit het algemene HR-budget van het bedrijf.
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance (d.w.z. medische standaarden), die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de medische standaarden van de groep. Deze klinische normen zijn fundamenteel voor de manier waarop van ons personeel wordt verwacht dat het onze klinieken beheert, hun eigen gezondheid en welzijn beschermt en tegelijkertijd de patiënten dient, en zorgt voor diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit.
Daarnaast zijn er ondersteunende beleidslijnen om de gedragscode, gegevensbescherming, IT / cyberbeveiliging enz. van werknemers te waarborgen, die op grote schaal worden verspreid en waarvan wordt verwacht dat elke werknemer die in Affidea werkt zich daaraan houdt.
Er zijn ook specifieke beleidslijnen om de gezondheid, veiligheid en het welzijn van het personeel te waarborgen, zoals:
Op basis van de resultaten van het SES voor 2023 zijn de volgende maatregelen gepland voor komend jaar:
| Voorbeeld 1 | CARRIÈRE & ONTWIKKELING We werken aan de Center Manager Academy, |
|---|---|
| Voorbeeld 2 | DIVERSITEIT & INCLUSIE We staan op het punt een nieuw Discriminatiebeleid te publiceren |
| Voorbeeld 3 | MANAGER We lanceerden een trainingsactie voor leiderschapsvaardigheden, ontworpen voor de middlemanagers die rechtstreeks rapporteren aan de EXCO-leden, Zie bijgevoegde e-mail als bewijs. Doelpopulatie: minder dan 50. |
| Voorbeeld 4 | PERFORMANCE MANAGEMENT In 2024 lanceerden we een enquête om feedback van werknemers te verzamelen over ons Performance Appraisal proces, Op basis van deze feedback hebben we specifieke verbeteringen en wijzigingen doorgevoerd. We hebben de stakeholderbeoordelingsoptie van Corporate niveau uitgebreid naar alle landen. We hebben de werknemers vóór de evaluatievergadering toegang gegeven tot de evaluatiefeedback van hun manager. |
| Voorbeeld 5 | BELONINGEN & ERKENNING In 2024 lanceerden we werknemer van de maand, Kwartaalnieuwsbrief en Cultuurprijzen, |
| Voorbeeld 6 | LEIDERSCHAP We hebben een specifieke training over de Leadership Circle Methodologie uitgerold voor het Uitvoerend Comité en CEO's, |
| Voorbeeld 7 | WERK-PRIVÉBALANS We hebben een verjaardagsverlofbeleid gelanceerd |
Ja, er zijn verschillende processen en procedures om potentieel materiële negatieve impacts te beheersen/remediëren, zoals:
Klinische governance standaarden en beleid, onderhouden en gemonitord door het wereldwijde en nationale medische en kwaliteitsteam.
Wereldwijd gegevensbeschermingsbeleid en -programma, onder leiding van een wereldwijde functionaris voor gegevensbescherming (G-DPO) en nationale functionarissen voor gegevensbescherming (C-DPO's), die verantwoordelijk zijn voor het veilig en met naleving van de voorschriften inzake gegevensbescherming beheren van patiëntgegevens.
Cyberbeveiligingsbeleid, beheerd door de wereldwijde CISO (corporate information security officer).
Hieronder volgen voorbeelden van potentiële negatieve impacts die tijdens de dubbele materialiteitsanalyse zijn geïdentificeerd.
Negatieve Impact 11: Affidea werkt met medische hulpmiddelen, waarvan sommige onder stressvolle omstandigheden hoge precisie vereisen. Onjuist of langdurig gebruik van dergelijke uitrusting kan de gezondheid en veiligheid van het personeel aantasten, waardoor een potentieel negatief effect ontstaat. Het optreden van deze negatieve impact wordt als een individueel incident beschouwd omdat Affidea hoge kwaliteitsnormen heeft voor de werking van medische hulpmiddelen, waarvan de effectiviteit regelmatig wordt getest door de klinische governance en kwaliteitsfunctie. In geval van een negatieve impact wordt deze als incident geregistreerd in het Affidea Incident Management System (AIMS). Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
Negatieve Impact 12: Affidea gedragscode biedt gelijkheid onder het personeel. Er is een integriteitslijn en -procedure om inbreuken op de gedragscode anoniem te melden, waaronder incidenten van discriminatie, intimidatie of geweld op de werkvloer. Elk dergelijk incident kan een negatieve impact hebben op het personeel en de reputatie van het bedrijf. Het optreden van deze negatieve impact wordt ook als een individueel incident beschouwd omdat Affidea periodieke nalevingstrainingen en interne controles beoordelingen door de interne audit functie heeft. In geval van deze negatieve impact wordt deze geregistreerd als een incident met de Country HR Director of Legal Counsel. Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
Negatieve Impact 13: Affidea verzamelt en verwerkt een groot aantal persoonlijke gegevens van het personeel in elk land, zoals bankrekeningnummers van het personeel, huisadressen, salaris- en uitkeringsgegevens, gezinssituatie enz. Deze informatie is onderworpen aan de regelgeving inzake gegevensbescherming die van toepassing is in het land van activiteiten, en Affidea heeft de verantwoordelijkheid om deze informatie te beschermen, anders kan dit leiden tot potentiële negatieve impact op het personeel. Dit soort negatieve impact is ook een
individueel incident. Verwante controle-/mitigerende maatregel: Alle persoonlijke informatie over medewerkers die niet geacht wordt deel uit te maken van de arbeidsrelatie wordt niet verzameld en medewerkers hebben recht op volledige privacy. Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
In 2024 heeft Affidea twee uitzonderlijke incidenten meegemaakt met betrekking tot extreem klimaat, die niet alleen impact hadden op onze klinieken en kantoren, maar ook impact hadden op het personeel, dit zijn:
In november 2024 werd de regio Valencia in Spanje getroffen door het zware weer en de overstromingen veroorzaakt door het DANA-fenomeen. Valencia is een belangrijk gebied voor ons en de thuisbasis van bijna 750 Affidea collega's in 7 centra. Minstens 40 van onze collega's hebben aanzienlijke materiële verliezen geleden en verschillende centra in Valencia hebben aanzienlijke schade geleden. Vanaf dag één was onze belangrijkste zorg om de veiligheid van onze teamleden en hun families te waarborgen. Hoewel velen aanzienlijke persoonlijke verliezen hebben geleden, zijn al onze collega's en hun familie gelukkig veilig. Affidea biedt financiële en emotionele hulp aan alle getroffen medewerkers.
In mei 2024 troffen zware overstromingen het gebied van Milaan in Italië. Dit veroorzaakte aanzienlijke schade aan meer dan één faciliteit. Een van de zwaarst getroffenen was het Affidea Martesana Centre in Gessate: de zware regenval raakte de afdeling Radiologie in de kelder en de kliniek moest een paar weken sluiten.
Korting op gezondheidszorg verzekeringen voor onze werknemers. In Hongarije krijgen ze korting op brillen en hulpmiddelen voor het openbaar vervoer en de sportschool.
Om het gevoel erbij te horen te bevorderen: huwelijksbonus in Hongarije, baby cadeau in Spanje, Vrouwenbonus in Roemenië, terug naar school vergoeding (1 keer betaald in september).
De effectiviteit van maatregelen en initiatieven op het gebied van eigen personeel wordt beoordeeld op basis van het deelnamepercentage aan het overlegonderzoek, de algemene betrokkenheidsscore, het aantal positieve opmerkingen en het aantal suggesties voor verbeteringen, die kunnen worden verstrekt via het formele overlegonderzoek of via periodieke interactie van het management met het personeel, of tijdens het jaarlijkse prestatiebeoordelingsproces.
Maatregelen en initiatieven om potentiële negatieve impacts aan te pakken, worden gepland op basis van feedback van werknemers, die kan worden verstrekt via de formele betrokkenheidsenquête of via periodieke managementinteractie met het personeel, of tijdens het jaarlijkse prestatiebeoordelingsproces.
Affidea heeft een enterprise risicobeheerkader, dat wordt beheerd op groepsniveau, het identificeren van de belangrijkste risico's en controles met betrekking tot het algemene business model en de strategie. Het groepsrisicoregister wordt jaarlijks bijgewerkt via een wereldwijde risico-enquête, waaraan alle landenmanagers deelnemen en de belangrijkste risico's en controles beoordelen. Dit geeft een ruimer inzicht in potentiële impacts, risico's en opportuniteiten ook wat betreft eigen personeel. Zo is het gebrek aan beschikbaarheid van geschoold personeel een van de top-10 risico's.
Daarnaast worden functionele risicoregisters ook bijgehouden door: het klinische governance en kwaliteitsteam (om potentiële impacts of risico's in verband met klinische processen aan te pakken). Het cyberbeveiligingsteam houdt een risicoregister bij voor IT- en cyberrisico's en het gegevensbeveiligingsteam houdt een risicooverzicht bij van potentiële impacts, risico's en opportuniteiten op het gebied van gegevensbescherming.
Afhankelijk van het type impact, risico of opportuniteit worden maatregelen gepland of genomen door het respectievelijke functionele team. Op basis van de SES-resultaten voor 2023 is de HR-afdeling bijvoorbeeld gefocust op de volgende belangrijke maatregelen wat betreft eigen personeel:
| Voorbeeld 1 | CARRIÈRE & ONTWIKKELING We werken aan de Center Manager Academy. |
|---|---|
| Voorbeeld 2 | DIVERSITEIT & INCLUSIE We staan op het punt een nieuw Discriminatiebeleid te publiceren |
| Voorbeeld 3 | MANAGER We lanceerden een trainingsactie voor leiderschapsvaardigheden, ontworpen voor de middlemanagers die rechtstreeks rapporteren aan de EXCO-leden. Zie bijgevoegde e-mail als bewijs. Doelpopulatie: minder dan 50. |
| Voorbeeld 4 | PERFORMANCE MANAGEMENT In 2024 lanceerden we een enquête om feedback van werknemers te verzamelen over ons Performance Appraisal proces. Op basis van deze feedback hebben we specifieke verbeteringen en wijzigingen doorgevoerd. We hebben de stakeholderbeoordelingsoptie van Corporate niveau uitgebreid naar alle landen. We hebben de werknemers vóór de evaluatievergadering toegang gegeven tot de evaluatiefeedback van hun manager. |
|---|---|
| Voorbeeld 5 | BELONINGEN & ERKENNING In 2024 lanceerden we werknemer van de maand, Kwartaalnieuwsbrief en Cultuurprijzen. |
| Voorbeeld 6 | LEIDERSCHAP We hebben een specifieke training over de Leadership Circle Methodologie uitgerold voor het Uitvoerend Comité en CEO's. |
Voorbeeld 7 WERK-PRIVÉBALANS We hebben een verjaardagsverlofbeleid gelanceerd
Een kans voor Affidea is om de ESG principes te gebruiken en potentiële werkgelegenheidsopportuniteiten te creëren voor mensen met een beperking, waardoor de pool van geschoolde arbeidskrachten wordt verbreed en de reputatie van het bedrijf wordt verbeterd. Een andere mogelijkheid is om beleid en procedures te maken die zijn voorgeschreven in de ESRS, maar die nog niet beschikbaar zijn in Affidea.
Maatregelen om potentiële materiële negatieve impacts op eigen personeel te voorkomen, te verlichten of daarvoor herstel te bieden, zijn onder meer:
Daarnaast beschrijft de Affidea gedragscode wat er wordt verwacht van ons personeel en potentiële zakenpartners, en ondanks dat we niet zwaar zijn blootgesteld aan risico's van de productie- of supply chain, hebben we specifiek beleid voor leveranciersselectie en due diligence, waardoor al onze leveranciers worden beoordeeld op hun toewijding aan mensenrechten, gezondheids-, veiligheids- en milieuwetten enz. Onze belangrijkste leveranciers van apparatuur zijn grote genoteerde bedrijven, die zelf zeer gevestigde duty of care procedures hebben.
Van derden zoals adviseurs en opdrachtnemers wordt ook verwacht dat zij dezelfde ethische normen naleven en de gedragscode Affidea naleven. De betrokken contracten (agentschap, samenwerking, levering, joint venture enz.) bevatten expliciete verplichtingen voor de derde om relevante nalevingsregelgeving na te leven.
De middelen in HR voor het beheersen van materiële impacts zijn: 2 HRBP's van de Groep en 1 HR vertegenwoordiger per land. HR-budget op groepsniveau heeft belangrijke items / gebieden zoals: talentaantrekking, talentontwikkeling en talentbetrokkenheid. Wat betreft specifieke begrotingslijnen voor de specifieke maatregelen: Te bevestigen
Hieronder volgen voorbeelden van potentiële negatieve impacts die tijdens de dubbele materialiteitsanalyse zijn geïdentificeerd.
Negatieve Impact 11: Affidea werkt met medische hulpmiddelen, waarvan sommige onder stressvolle omstandigheden hoge precisie vereisen. Onjuist of langdurig gebruik van dergelijke uitrusting kan de gezondheid en veiligheid van het personeel aantasten, waardoor een potentieel negatief effect ontstaat. Het optreden van deze negatieve impact wordt als een individueel incident beschouwd omdat Affidea hoge kwaliteitsnormen heeft voor de werking van medische hulpmiddelen, waarvan de effectiviteit regelmatig wordt getest door de klinische governance en kwaliteitsfunctie. In geval van een negatieve impact wordt deze als incident geregistreerd in het Affidea Incident Management System (AIMS). Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
Negatieve Impact 12: Affidea gedragscode biedt gelijkheid onder het personeel. Er is een integriteitslijn en -procedure om inbreuken op de gedragscode anoniem te melden, waaronder incidenten van discriminatie, intimidatie of geweld op de werkvloer. Elk dergelijk incident kan een negatieve impact hebben op het personeel en de reputatie van het bedrijf. Het optreden van deze negatieve impact wordt ook als een individueel incident beschouwd omdat Affidea periodieke nalevingstrainingen en interne controles beoordelingen door de interne audit functie heeft. In geval van deze negatieve impact wordt deze geregistreerd als een incident met de Country HR Director of Legal Counsel. Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
Negatieve Impact 13: Affidea verzamelt en verwerkt een groot aantal persoonlijke gegevens van het personeel in elk land, zoals bankrekeningnummers van het personeel, huisadressen, salaris- en uitkeringsgegevens, gezinssituatie enz. Deze informatie is onderworpen aan de regelgeving inzake gegevensbescherming die van toepassing is in het land van activiteiten, en Affidea heeft de verantwoordelijkheid om deze informatie te beschermen, anders kan dit leiden tot potentiële negatieve impact op het personeel. Dit soort negatieve impact is ook een individueel incident. Verwante controle-/mitigerende maatregel: Alle persoonlijke informatie over medewerkers die niet geacht wordt deel uit te maken van de arbeidsrelatie wordt niet verzameld en medewerkers hebben recht op volledige privacy. Een telling van dergelijke incidenten wordt elders weergegeven als onderdeel van de relevante rapporteringsvereiste.
Naast de positieve impacts vermeld in de dubbele materialiteitsanalyse, zijn een paar praktische voorbeelden van activiteiten die in 2024 een positieve impact hebben gehad op alle soorten werknemers:
Dit is het eerste jaar van de rapportering, dus de voortgang zal worden gevolgd vanaf de volgende rapporteringscyclus.
Dit is het eerste jaar van de rapportering, dus de voortgang zal worden gevolgd vanaf de volgende rapporteringscyclus.
Affidea neemt periodiek deel aan industrieconferenties en seminars van internationaal formaat, zoals de Radiological Society of North America (RSNA) conferentie, waar veel kennisuitwisseling plaatsvindt met sectorgenoten.
Wanneer en waar nodig betrekt Affidea materiedeskundigen in een specifieke tak van de geneeskunde voor een peer review, om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de diagnostiek of analyse niet in het gedrang komt en het eigen oordeel van het personeel wordt onderbouwd om de beste patiëntenzorg te garanderen, evenals het comfort van het personeel voordat het rapporteert over een complexe medische procedure.
Naast de positieve impacts vermeld in de dubbele materialiteitsanalyse, zijn een paar praktische voorbeelden van activiteiten die in 2024 een positieve impact hebben gehad op alle soorten werknemers:
Deze initiatieven zijn opgezet in overleg met een kleine groep werknemers, die hun ideeën deelden over hoe werknemersbetrokkenheid verder kan worden verbeterd.
Verbeterde werknemersbetrokkenheid, productiviteitsboost en verbeterde financiële resultaten.
De belangrijkste SDG's die Affidea via de personeelsgerelateerde activiteiten ondersteunt, zijn: zorgen voor 'Goede gezondheid en welzijn', 'Gendergelijkheid' en 'Fatsoenlijk werk en economische groei'. Deze worden ondersteund door het verstrekken van gezondheidszorg met korting bij Affidea klinieken, het veiligstellen van werkgelegenheid door het verstrekken van lange termijn contracten aan de meeste medewerkers en het waarborgen van geen discriminatie tussen medewerkers.
Affidea werkt aan een transitieplan om de impact op het milieu te verminderen en te komen tot groenere en klimaatneutrale activiteiten. Tot nu toe wordt geen materiële impact op de werknemers verwacht, en als er al een potentiële negatieve impact zal zijn, zal deze worden gerapporteerd in de volgende rapporteringscyclus (2025).
Globaal HR team, Globaal Klinisch en Kwaliteitsteam, Groep Risk & Assurance functie en Globaal Legal team.
Affidea heeft een enterprise risicobeheerkader, dat wordt beheerd op groepsniveau, het identificeren van de belangrijkste risico's en controles met betrekking tot het algemene business model en de strategie. Het groepsrisicoregister wordt jaarlijks bijgewerkt via een wereldwijde risico-enquête, waaraan alle landenmanagers deelnemen en de belangrijkste risico's en controles beoordelen. Dit geeft een ruimer inzicht in potentiële impacts, risico's en opportuniteiten ook wat betreft eigen personeel. Zo is het gebrek aan beschikbaarheid van geschoold personeel een van de top-10 risico's.
Daarnaast worden functionele risicoregisters ook bijgehouden door: het klinische governance en kwaliteitsteam (om potentiële impacts of risico's in verband met klinische processen aan te pakken). Het cyberbeveiligingsteam houdt een risicoregister bij voor IT- en cyberrisico's en het gegevensbeveiligingsteam houdt een risicooverzicht bij van potentiële impacts, risico's en opportuniteiten op het gebied van gegevensbescherming. Afhankelijk van het type impact, risico of opportuniteit worden maatregelen gepland of genomen door het respectievelijke functionele team.
Ja, Affidea heeft ESG doelen gedefinieerd voor 2025 en daarna, waarvan sommige specifiek maatstaven voor personeel zullen monitoren, zoals de score voor werknemersbetrokkenheid, het percentage voltooide nalevingsopleidingen, het aantal incidenten met betrekking tot gezondheid, veiligheid en privacy van gegevens.
Affidea heeft ESG doelen gedefinieerd voor 2025 en daarna, waarvan sommige specifiek personeelsgerelateerde maatstaven zullen monitoren, zoals werknemersbetrokkenheid score, percentage voltooide nalevingsopleidingen, aantal incidenten met betrekking tot gezondheid, veiligheid en privacy van gegevens. Deze worden structureel gemonitord en gerapporteerd vanaf de volgende rapporteringscyclus.
Doelen zijn in grote lijnen gekoppeld aan Affidea's ESG principes en toezeggingen op het gebied van sociaal en governance (in detail hierboven beschreven).
Werknemersbetrokkenheid boven 50%, percentage nalevingsopleidingen: 85%
Engagement en Naleving.
Alle medewerkers van Affidea bevinden zich binnen de scope van het doel.
2024 is het eerste jaar, dus de nulmetingwaarde wordt 2024.
2024
Vanaf 2025
Verbeterde werknemersbetrokkenheid, productiviteitsverhoging en verbeterde financiële resultaten voor de onderneming, die ook de continuïteit van de werkgelegenheid voor al het personeel zullen verbeteren en voor in aanmerking komende werknemers een eenmalige prestatiegebonden incentive (STIP).
De belangrijkste reden om de score voor personeelsbetrokkenheid en nalevingsopleidingen te definiëren als twee meetbare doelen is dat beide thema's materieel zijn voor de positieve impact op het personeel en het financiële succes van de onderneming.
Nee, er is geen milieudoelstelling gedefinieerd voor het personeel.
De meeste van de eerder beschreven initiatieven / doelen waren het resultaat van een analyse van de medewerkersbetrokkenheid, die inzichten gaf in wat de stakeholders (werknemers) zouden willen verbeteren.
Dit is het eerste jaar, dus er zijn geen wijzigingen aangebracht.
Dit is het eerste jaar, dus de prestaties worden vanaf volgend jaar gemeten.
Enkele praktijkvoorbeelden van activiteiten die in 2024 een positieve impact hebben gehad op alle soorten werknemers zijn:
Het senior management van Affidea was als vertegenwoordiger van het personeel betrokken bij het bepalen van doelen.
Doelen moeten nog worden gelanceerd, dus de prestatietracking ervan is van toepassing vanaf de volgende rapporteringscyclus.
Doelen moeten nog worden gelanceerd, dus de prestatietracking ervan is van toepassing vanaf de volgende rapporteringscyclus.
Verbeterde werknemersbetrokkenheid, productiviteitsverhoging en verbeterde financiële resultaten voor de onderneming, die ook de continuïteit van de werkgelegenheid voor al het personeel zullen verbeteren en voor in aanmerking komende werknemers een eenmalige prestatiegebonden incentive (STIP).
Doelen moeten nog worden gelanceerd, dus de prestatietracking ervan is van toepassing vanaf de volgende rapporteringscyclus.
Benchmarking met andere gezondheidszorg bedrijven.
| Gender | # werknemers |
|---|---|
| Vrouwen | 7.253 |
| Mannen | 1.980 |
| Overig | 0 |
| Niet vermeld | 0 |
| Totaal | 9.233 |
Aantal management bestuursleden: 2
Aantal leden raad van toezicht: 5
Aantal senior leidinggevende teamleden (hoger management): 20
Niet-uitvoerende leden raad van toezicht: 5
| Vrouwen | Mannen | Overig | Niet vermeld | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers | 7.253 | 1.980 | 0 | 0 | 9.233 |
| Aantal vaste werknemers | 6.619 | 1.716 | 0 | 0 | 8.335 |
| Aantal tijdelijke werknemers | 672 | 226 | 0 | 0 | 898 |
| Aantal oproepkrachten | 243 | 103 | 0 | 0 | 346 |
| Aantal voltijdse werknemers | 5.443 | 1.354 | 0 | 0 | 6.797 |
| Aantal deeltijdwerknemers | 1.810 | 626 | 0 | 0 | 2.436 |
| Aantal werknemers |
Aantal vaste werknemers |
Aantal tijdelijke werknemers |
Aantal oproepkrachten |
Aantal voltijdse werknemers |
Aantal deeltijdwerknemers | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bosnië | 41 | 39 | 2 | 0 | 41 | 0 |
| Kroatië | 139 | 136 | 3 | 0 | 112 | 27 |
| Tsjechië | 179 | 105 | 74 | 74 | 105 | 74 |
| Griekenland | 884 | 853 | 31 | 0 | 810 | 74 |
| Hongarije | 360 | 360 | 0 | 16 | 309 | 51 |
| Ierland | 364 | 356 | 8 | 0 | 323 | 41 |
| Italië: | 931 | 840 | 91 | 0 | 754 | 177 |
| Litouwen | 1.227 | 1.227 | 0 | 0 | 467 | 760 |
| Polen | 361 | 305 | 56 | 0 | 336 | 25 |
| Portugal | 987 | 873 | 114 | 0 | 892 | 95 |
| Roemenië | 1.506 | 1.458 | 48 | 0 | 1.223 | 283 |
| Spanje | 954 | 841 | 113 | 0 | 451 | 503 |
| Zwitserland | 371 | 369 | 2 | 21 | 134 | 237 |
| Turkije | 530 | 176 | 354 | 0 | 496 | 34 |
| Verenigd Koninkrijk | 279 | 278 | 1 | 235 | 241 | 38 |
| Corporate | 120 | 119 | 1 | 0 | 103 | 17 |
| Land met 50 of meer werknemers | # werknemers | ||
|---|---|---|---|
| Bosnië | 41 | ||
| Kroatië | 139 | ||
| Tsjechië | 179 | ||
| Griekenland | 884 | ||
| Hongarije | 360 | ||
| Ierland | 364 | ||
| Italië: | 931 | ||
| Litouwen | 1.227 | ||
| Polen | 361 | ||
| Portugal | 987 | ||
| Roemenië | 1.506 | ||
| Spanje | 954 | ||
| Zwitserland | 371 | ||
| Turkije | 530 | ||
| Verenigd Koninkrijk | 279 | ||
| Corporate | 120 |
9.233
577,06
1.632
18,40%
Om alle gegevens te consolideren, heeft het Corporate HR-team de gegevens van de landen beoordeeld om consistentie te waarborgen. Methodologieën die op landniveau worden gebruikt, werden op groepsniveau gedefinieerd via een gemeenschappelijk template voor gegevensverzameling dat werd verstrekt aan de landen waar zij hun gegevens konden rapporteren. Dit werd vervolgens geconsolideerd met behulp van een tool voor groepsrapportering.
Ja, beide nummers worden maandelijks gerapporteerd aan het finance team.
Ja, als onderdeel van de eindejaarsrapportering
Dit is het eerste jaar van rapportering, vanaf de volgende rapporteringscyclus worden eventuele sterke fluctuaties gerapporteerd.
Dit wordt aan het einde van het jaar bekendgemaakt bij de publicatie van de definitieve cijfers.
Ja, een groot deel van ons personeel bestaat uit klinisch personeel met een contract, dat ofwel zelfstandig werkt ofwel via een bureau werkt.
Affidea heeft besloten om vanaf 2025 te rapporteren over medewerkers niet in loondienst, dus dit zal een ingefaseerde informatieverschaffing zijn.
De meest voorkomende soort medewerkers niet in loondienst binnen ons personeel zijn gecontracteerde artsen, die radiologische diensten verlenen aan Affidea. Ze kunnen fysiek in een van onze klinieken zijn om een radiologiedienst uit te voeren en aan de patiënt te rapporteren of ze bieden tele-radiologiediensten aan vanuit hun eigen klinieken. Er zijn ook artsen die klinische consultatiediensten verlenen.
Affidea heeft besloten om vanaf 2025 te rapporteren over medewerkers niet in loondienst, dus dit zal een ingefaseerde informatieverschaffing zijn.
Affidea heeft besloten om dit vanaf 2025 te melden, dus dit zal een ingefaseerde informatieverschaffing zijn.
Alle aantallen worden gerapporteerd in headcount.
Ja, ze worden ook opgenomen in de periodieke rapportering van landen naar het hoofdkantoor, en ook aan het einde van de ESG rapporteringsperiode.
Dit is het eerste jaar van rapportering, vanaf de volgende rapporteringscyclus worden eventuele sterke fluctuaties gerapporteerd.
Dit verschilt in de verschillende Affidea-landen, in sommige landen worden gecontracteerde artsen aangeworven en hun administratie wordt deels beheerd door HR en deels door operations, en in andere landen wordt het volledig beheerd door het operations team, dus de betrokkenheid van het HR-team is beperkt, maar de informatie over opdrachtnemers is beschikbaar op elk landniveau.
Ja, elk land heeft het aantal werknemers gerapporteerd dat door cao's is gedekt, op basis waarvan een tabel wordt opgesteld met percentages, overeenkomstig met de betrokken TV70. Op globaal niveau valt ongeveer 39% van het eigen personeel onder collectieve arbeidsovereenkomsten.
| Cao-dekkingsgraad | Sociale dialoog | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Dekkingsgraad | Werknemers - EER | Werknemers – niet-EER | Personeelsvertegenwoordiging (alleen EER) | ||
| 0-19% | Kroatië, Tsjechië, Hongarije, Ierland, Litouwen, Polen, Roemenië |
Bosnië, Zwitserland, Verenigd Koninkrijk |
Kroatië, Tsjechië, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, Zwitserland, Türkiye, Verenigd Koninkrijk, Corporate |
||
| 20-39% | Corporate | ||||
| 40-59% | Griekenland | ||||
| 60-79% | Turkije | ||||
| 80-100% | Italië, Portugal, Spanje |
| Aantal werknemers dat door cao's is gedekt |
Percentage totale werknemers dat door cao's is gedekt |
Aantal werknemers gedekt door / lid van een werknemersvertegen woordiger |
Percentage werknemers met werknemersvertegenwoordi ging |
|
|---|---|---|---|---|
| Bosnië | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Kroatië | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Tsjechië | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Griekenland | 380 | 42,99% | 0 | 0% |
| Hongarije | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Ierland | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Italië: | 931 | 100% | 80 | 8,59% |
| Litouwen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Polen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Portugal | 987 | 100% | 20 | 2,03% |
| Roemenië | 0 | 0% | 12 | 0,8% |
| Spanje | 954 | 100% | 14 | 1,47% |
| Zwitserland | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Turkije | 353 | 66,60% | 0 | 0% |
| Verenigd Koninkrijk | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Corporate | 27 | 22,050% | 0 | 0% |
| Totaal | 3.632 | 39,34% | 126 | 1,36% |
Affidea heeft besloten om dit vanaf 2025 te melden, dus dit zal een ingefaseerde informatieverschaffing zijn.
Affidea heeft besloten om dit vanaf 2025 te melden, dus dit zal een ingefaseerde informatieverschaffing zijn.
Informatie over het bestaan van overeenkomsten met de werknemers over vertegenwoordiging door een European Works Council (EWC), Societas Europaea (SE) Works Council, of Societas Cooperativa Europaea (SCE) Works Council
Dit is afhankelijk van de nationale wetgeving en moet op landniveau worden gecontroleerd.
| Werknemerscategorie | Gender | # werknemers | % werknemers |
|---|---|---|---|
| Topmanagement | Vrouwen | 4 | 20 |
| Topmanagement | Mannen | 16 | 80 |
| Topmanagement | Totaal | 20 | 100 |
Het topmanagement van Affidea bestaat uit de bestuursleden, het uitvoerend comité en het senior leiderschapsteam (SLT). Sommige mensen in deze drie comités zijn gemeenschappelijk.
| Land | Werknemers jonger dan 30 jaar | Werknemers tussen 30 en 50 jaar | Werknemers ouder dan 50 jaar | Totaal | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal | % | Aantal | % | Aantal | % | Aantal | % | |
| Bosnië | 6 | 14,6 | 25 | 61,0 | 10 | 24,4 | 41 | 100 |
| Kroatië | 19 | 13,7 | 67 | 48,2 | 53 | 38,1 | 139 | 100 |
| Tsjechië | 17 | 9,5 | 65 | 36,3 | 97 | 54,2 | 179 | 100 |
| Griekenland | 216 | 24,4 | 520 | 58,8 | 148 | 16,7 | 884 | 100 |
| Hongarije | 80 | 22,2 | 182 | 50,6 | 98 | 27,2 | 360 | 100 |
| Ierland | 89 | 24,5 | 203 | 55,8 | 72 | 19,8 | 364 | 100 |
| Italië: | 154 | 16,5 | 544 | 58,4 | 233 | 25,1 | 931 | 100 |
| Litouwen | 204 | 16,6 | 646 | 52,6 | 377 | 30,7 | 1.227 | 100 |
| Polen | 68 | 18,8 | 250 | 69,3 | 43 | 11,9 | 361 | 100 |
| Portugal | 165 | 16,7 | 578 | 58,6 | 244 | 24,7 | 987 | 100 |
| Roemenië | 315 | 20,9 | 901 | 59,8 | 290 | 19,2 | 1.506 | 100 |
| Spanje | 210 | 22,0 | 550 | 57,7 | 194 | 20,4 | 954 | 100 |
| Zwitserland | 76 | 20,5 | 189 | 50,9 | 106 | 28,6 | 371 | 100 |
| Turkije | 268 | 50,6 | 216 | 40,8 | 46 | 8,7 | 530 | 100 |
| Verenigd Koninkrijk |
82 | 29,4 | 140 | 50,2 | 57 | 20,4 | 279 | 100 |
| Corporate | 14 | 11,7 | 93 | 77,5 | 13 | 10,8 | 120 | 100 |
| Totaal | 1.983 | 21,5 | 5.169 | 56,0 | 2.081 | 22,5 | 9.233 | 100 |
Ja, alle medewerkers van Affidea krijgen een leefbaar loon volgens landenbenchmarks.
Ja, alle medewerkers van Affidea krijgen een leefbaar loon volgens landenbenchmarks. We hebben een overeenkomst met Willis Towers Watson om jaarlijkse salarisbenchmarks te hanteren voor niet-klinisch personeel. De meeste klinische medewerkers zijn opdrachtnemers en we stellen ad-hochonoraria vast die zijn afgestemd op de markt op landniveau.
0
Affidea heeft besloten om vanaf 2025 te rapporteren over medewerkers niet in loondienst, dus dit zal een ingefaseerde informatieverschaffing zijn.
Maakt de onderneming bekend in hoeverre het eigen personeel wordt gedekt door sociale bescherming tegen inkomensverlies als gevolg van ingrijpende gebeurtenissen in het leven? (a) ziekte; b) werkloosheid vanaf het moment dat de eigen werknemer voor de onderneming werkt; c) arbeidsletsel en verworven arbeidsongeschiktheid; d) zwangerschapsverlof; en e) pensionering
Ja, we hebben het aantal werknemers gerapporteerd dat sociale bescherming geniet tegen inkomensverlies als gevolg van grote levensgebeurtenissen, waaronder ziekte en gezinsverlof, maar niet alle details over het soort gebeurtenissen worden bekendgemaakt.
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
We hebben het aantal werknemers gerapporteerd dat sociale bescherming geniet tegen inkomensverlies als gevolg van belangrijke levensgebeurtenissen, waaronder ziekte en gezinsverlof, maar nog niet alle details over het soort gebeurtenissen worden bekendgemaakt.
We hebben het aantal werknemers gerapporteerd dat sociale bescherming geniet tegen inkomensverlies als gevolg van belangrijke levensgebeurtenissen, waaronder ziekte en gezinsverlof, maar nog niet alle details over het soort gebeurtenissen worden bekendgemaakt.
We hebben het aantal werknemers gerapporteerd dat sociale bescherming geniet tegen inkomensverlies als gevolg van belangrijke levensgebeurtenissen, waaronder ziekte en gezinsverlof, maar nog niet alle details over het soort gebeurtenissen worden bekendgemaakt.
We hebben het aantal werknemers gerapporteerd dat sociale bescherming geniet tegen inkomensverlies als gevolg van belangrijke levensgebeurtenissen, waaronder ziekte en gezinsverlof, maar nog niet alle details over het soort gebeurtenissen worden bekendgemaakt.
We hebben het aantal werknemers gerapporteerd dat sociale bescherming geniet tegen inkomensverlies als gevolg van belangrijke levensgebeurtenissen, waaronder ziekte en gezinsverlof, maar nog niet alle details over het soort gebeurtenissen worden bekendgemaakt.
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
Informatie over soorten werknemers die geen sociale bescherming genieten, via overheidsprogramma's of via aangeboden uitkeringen, tegen inkomensverlies als gevolg van arbeidsongevallen en verworven beperkingen
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
Informatie over soorten werknemers die geen sociale bescherming genieten, via overheidsprogramma's of via aangeboden uitkeringen, tegen inkomensverlies als gevolg van zwangerschapsverlof
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
| Land | Aantal | Aantal werknemers dat sociale bescherming geniet |
Percentage werknemers dat sociale bescherming geniet |
|---|---|---|---|
| Bosnië | 41 | 41 | 100 |
| Kroatië | 139 | 139 | 100 |
| Tsjechië | 179 | 179 | 100 |
| Griekenland | 884 | 884 | 100 |
| Hongarije | 360 | 360 | 100 |
| Ierland | 364 | 364 | 100 |
| Italië: | 931 | 931 | 100 |
| Litouwen | 1.227 | 1.227 | 100 |
| Polen | 361 | 361 | 100 |
| Portugal | 987 | 987 | 100 |
| Roemenië | 1.506 | 1.506 | 100 |
| Spanje | 954 | 954 | 100 |
| Zwitserland | 371 | 371 | 100 |
| Turkije | 530 | 0 | 0 |
| Verenigd Koninkrijk | 279 | 279 | 100 |
| Corporate | 120 | 120 | 100 |
| Totaal | 9.233 | 8.703 | 94,26 |
1,43%
Ja, er is een rapport per land beschikbaar. Zo moeten zij in Spanje voor de retentieregeling rapporteren of en hoeveel beperkingen zij hebben.
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
| Land | Prestaties en loopbaanontwikkeling | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal gedekte werknemers |
Percentage werknemers dat heeft deelgenomen |
Aantal gedekte mannelijke werknemers |
Percentage mannelijke werknemers dat heeft deelgenomen |
Aantal gedekte vrouwelijke werknemers |
Percentage vrouwelijke werknemers dat heeft deelgenomen |
Aantal/aandeel prestatiebeoordelingen per werknemer |
Aantal beoordelingen in verhouding tot het door het management overeengekomen aantal beoordelingen |
|
| Bosnië | 5 | 12,20 | 2 | 8,70 | 3 | 16,67 | 0,12 | 100 |
| Kroatië | 10 | 7,19 | 3 | 11,54 | 7 | 6,19 | 0,07 | 100 |
| Tsjechië | 3 | 1,68 | 3 | 5,45 | 0 | 0 | 0,02 | 100 |
| Griekenland | 833 | 94,23 | 135 | 87,66 | 698 | 95,62 | 0,94 | 100 |
| Hongarije | 48 | 13,33 | 16 | 31,37 | 32 | 10,36 | 0,13 | 100 |
| Ierland | 364 | 100 | 114 | 100 | 250 | 100 | 1,00 | 100 |
| Italië: | 42 | 4,51 | 14 | 8,64 | 28 | 3,64 | 0,05 | 100 |
| Litouwen | 50 | 4,07 | 5 | 1,76 | 45 | 4,77 | 0,04 | 100 |
| Polen | 107 | 29,64 | 28 | 60,87 | 79 | 25,08 | 0,30 | 100 |
| Portugal | 94 | 9,52 | 24 | 18,18 | 70 | 8,19 | 0,10 | 100 |
| Roemenië | 113 | 7,50 | 23 | 9,43 | 90 | 7,13 | 0,08 | 100 |
| Spanje | 88 | 9,22 | 29 | 11,69 | 59 | 8,36 | 0,09 | 100 |
| Zwitserland | 350 | 94,34 | 77 | 90,59 | 273 | 95,45 | 0,94 | 100 |
| Turkije | 84 | 15,85 | 45 | 25,00 | 39 | 11,14 | 0,16 | 100 |
| Verenigd Koninkrijk |
279 | 100 | 105 | 100 | 174 | 100 | 1,00 | 100 |
| Corporate | 112 | 93,33 | 68 | 95,77 | 44 | 89,80 | 0,93 | 100 |
| Totaal | 2.582 | 27,96 | 691 | 34,90 | 1.891 | 26,07 | 0,28 | 100 |
| Land | Opleiding | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal uren opleiding dat het totale personeel heeft gevolgd |
Gemiddelde aantal uren opleiding per werknemer |
Totaal aantal opleidingsuren van mannelijke werknemers |
Gemiddeld aantal uren opleiding van mannelijke werknemers |
Totaal aantal opleidingsuren van vrouwelijke werknemers |
Gemiddeld aantal uren opleiding vrouwelijke werknemers |
|
| Bosnië | 336 | 8,20 | 224 | 9,74 | 112 | 6,22 |
| Kroatië | 1.192 | 8,58 | 152 | 5,85 | 1.040 | 9,20 |
| Tsjechië | 721 | 4,03 | 336 | 6,11 | 385 | 3,10 |
| Griekenland | 809,5 | 0,92 | 213 | 1,38 | 596,5 | 0,82 |
| Hongarije | 12.237,87 | 33,99 | 1.978,02 | 38,78 | 10.259,85 | 33,20 |
| Ierland | 9.814 | 26,96 | 3.502,5 | 30,72 | 6.311,5 | 25,25 |
| Italië | 9.993,2 | 10,73 | 1.419,45 | 8,76 | 8.573,75 | 11,15 |
| Litouwen | 4.768 | 3,89 | 216 | 0,76 | 4.552 | 4,83 |
| Polen | 2.062 | 5,71 | 517 | 11,24 | 1.545 | 4,90 |
| Portugal | 1.5768,7 | 15,98 | 1.958,7 | 14,84 | 13.810 | 16,15 |
| Roemenië | 14.563 | 9,67 | 2.278 | 9,34 | 12.285 | 9,73 |
| Spanje | 9.809 | 10,28 | 1.986 | 8,01 | 7.823 | 11,08 |
| Zwitserland | 4.033 | 10,87 | 1.590 | 18,71 | 2.443 | 8,54 |
| Turkije | 13.780 | 26,00 | 4.680 | 26,00 | 9.100 | 26,00 |
| Verenigd Koninkrijk | 192 | 0,69 | 60 | 0,57 | 132 | 0,76 |
| Corporate | 409 | 3,41 | 273 | 3,85 | 136 | 2,78 |
| Totaal | 100.488,3 | 10,88 | 21.383,67 | 10,80 | 79.104,6 | 10,91 |
Percentage van het eigen personeel dat onder een gezondheids- en veiligheidsbeheersysteem valt dat gebaseerd is op wettelijke vereisten en (of) erkende normen of richtlijnen
100%. Alle werknemers van Affidea vallen onder het beheersysteem voor gezondheid en veiligheid.
0
Affidea heeft besloten om vanaf 2025 te rapporteren over medewerkers niet in loondienst, dus dit zal een ingefaseerde informatieverschaffing zijn.
95
7,42
8
1.508
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance (d.w.z. medische standaarden), die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de medische standaarden van de groep. Deze klinische normen zijn fundamenteel voor de manier waarop van ons personeel wordt verwacht dat het onze klinieken beheert, hun eigen gezondheid, veiligheid en welzijn beschermt en tegelijkertijd de patiënten dient, en zorgt voor diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit.
Affidea neemt routinematig deel aan internationale kwaliteitscontroleprogramma's en zijn Europese centra hebben in sommige landen ISO- , UEMS/EBNM- en JCI-accreditaties ontvangen, die het hoogste niveau van kwaliteitsnormen in diagnostische beeldvorming en nucleaire geneeskunde erkennen. 90% van onze medische centra die CT- of röntgenonderzoeken uitvoeren, bevinden zich op de Eurosafe Wall of stars, geaccrediteerd met 5* door de European Society of Radiology voor hun hoge kwaliteitsnormen op het gebied van stralingsbescherming en patiëntveiligheid.
De effectiviteit van klinische governance processen en de kwaliteit van klinische procesuitkomsten worden door de medische raad beoordeeld via periodieke peer reviews onder verschillende leden van de medische raad en via interne klinische governance & kwaliteitsaudits om ervoor te zorgen dat alle toepasselijke processen en standaarden correct worden opgevolgd door het klinisch personeel.
De effectiviteit van gegevensbeschermingsprocessen wordt door de DPO's op land- en groepsniveau gemonitord en periodieke audits van gegevensbescherming worden uitgevoerd door een kwaliteits- en intern auditteam tijdens hun kliniekbezoeken.
De effectiviteit van personeelsveiligheid en beveiligingsprocedures wordt gemonitord door de operationele en IT / cybersecurity teams, om de fysieke veiligheid en cyberbeveiliging van de patiëntgegevens te waarborgen.
De effectiviteit van andere ondersteunende bedrijfsprocessen (order to cash, purchase to pay, record to report, hire to pension) en nalevingsopleidingen wordt door de interne audit afdeling gecontroleerd in hun periodieke audits per land.
0
0
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
| Land | Aantal werknemers dat recht heeft op gezinsverlof |
Percentage werknemers dat recht heeft om gezinsverlof op te nemen |
Percentage rechthebbenden op gezinsverlof tijdens de rapporteringspe riode |
Aantal mannelijke werknemers die gezinsverlof hebben opgenomen tijdens de rapporteringsperi ode |
Percentage mannelijke werknemers dat gezinsverlof heeft opgenomen tijdens de rapporterings periode |
Aantal vrouwelijke werknemers dat gezinsverlof heeft opgenomen tijdens de rapporterings periode |
Percentage vrouwelijke werknemers dat gezinsverlof heeft opgenomen tijdens de rapporterings periode |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bosnië | 41 | 100,00 | 2,44 | 0 | 0 | 1,00 | 5,56 |
| Kroatië | 139 | 100,00 | 4,32 | 0 | 0 | 6,00 | 5,31 |
| Tsjechië | 179 | 100,00 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Griekenland | 884 | 100,00 | 11,09 | 4,00 | 2,60 | 94,00 | 12,88 |
| Hongarije | 360 | 100,00 | 11,67 | 1,00 | 1,96 | 41,00 | 13,27 |
| Ierland | 364 | 100,00 | 8,24 | 7,00 | 6,14 | 23,00 | 9,20 |
| Italië | 931 | 100,00 | 17,51 | 20,00 | 12,35 | 143,00 | 18,60 |
| Litouwen | 1.227 | 100,00 | 7,33 | 6,00 | 2,11 | 84,00 | 8,91 |
| Polen | 361 | 100,00 | 63,99 | 37,00 | 80,43 | 194,00 | 61,59 |
| Portugal | 987 | 100,00 | 13,68 | 9,00 | 6,82 | 126,00 | 14,74 |
| Roemenië | 1.506 | 100,00 | 4,25 | 0 | 0 | 64,00 | 5,07 |
| Spanje | 954 | 100,00 | 3,88 | 10,00 | 4,03 | 27,00 | 3,82 |
| Zwitserland | 371 | 100,00 | 2,16 | 0 | 0 | 8,00 | 2,80 |
| Turkije | 530 | 100,00 | 8 | 10,00 | 5,56 | 34,00 | 9,71 |
| Verenigd Koninkrijk |
279 | 100,00 | 4,66 | 2,00 | 1,90 | 11,00 | 6,32 |
| Corporate | 120 | 100,00 | 7,50 | 4,00 | 5,63 | 5,00 | 10,20 |
| Totaal | 9.233 | 100,00 | 10,52 | 110,00 | 5,56 | 861,00 | 11,87 |
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
31,58%
84,44
Informatie over contextinformatie die nodig is om inzicht te krijgen in de data, de wijze waarop de data zijn samengesteld en andere veranderingen in de onderliggende data waarmee rekening moet worden gehouden
Ja, er is een rapport per land beschikbaar.
Informatie van werkgerelateerde gevallen van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, nationaliteit, godsdienst of overtuiging, beperking, leeftijd, seksuele geaardheid of andere relevante vormen van discriminatie waarbij interne en (of) externe belanghebbenden betrokken waren in de activiteiten tijdens de verslagperiode, met inbegrip van gevallen van intimidatie als een specifieke vorm van discriminatie
2
Totaal aantal incidenten van discriminatie tijdens de rapporteringsperiode
2
Aantal klachten dat is ingediend via kanalen voor personen binnen het eigen personeel van de onderneming om zorgen aan de orde de stellen
0
Aantal klachten ingediend bij nationale contactpunten voor multinationale OECD-ondernemingen 0
Bedrag materiële geldboeten, straffen en schadevergoedingen als gevolg van schendingen van sociale en mensenrechten kwesties
0
Informatie over de aansluiting van materiële geldboeten, straffen en schadevergoedingen als gevolg van schendingen van sociale en mensenrechten kwesties met het meest relevante bedrag gepresenteerd in de financiële staten
Dit wordt aan het einde van het jaar bekendgemaakt bij de publicatie van de definitieve cijfers.
Informatie over context die nodig is om inzicht te krijgen in data en de wijze waarop data zijn samengesteld (arbeidsgerelateerde klachten, incidenten en klachten over sociale en mensenrechten kwesties)
Dit wordt aan het einde van het jaar bekendgemaakt bij de publicatie van de definitieve cijfers.
0
Aantal ernstige mensenrechten kwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel die gevallen zijn van niet-naleving van UN Guiding Principles (UNGP's) en OECD-richtlijnen voor Multinationale ondernemingen
0
Geen ernstige mensenrechten kwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel hebben plaatsgevonden
Dit wordt aan het einde van het jaar bekendgemaakt bij de publicatie van de definitieve cijfers.
0
Dit wordt aan het einde van het jaar bekendgemaakt bij de publicatie van de definitieve cijfers.
Informatie over de status van (a) incidenten die door de onderneming zijn beoordeeld; (b) herstelplannen die worden uitgevoerd; (c) herstelplannen die zijn uitgevoerd, waarbij de resultaten zijn beoordeeld door middel van routinematige interne managementbeoordelingsprocessen; en (d) incidenten waarvoor geen actie meer hoeft te worden ondernomen
Dit wordt aan het einde van het jaar bekendgemaakt bij de publicatie van de definitieve cijfers.
0
Toegang hebben tot gezondheidszorg is een fundamenteel mensenrecht, wat de belangrijkste reden is waarom Affidea bestaat. Daarom staat toewijding aan de rechten van de mens centraal in de activiteiten van Affidea, waarbij eerlijke toegang tot gezondheidszorg wordt gegarandeerd, de privacy van patiënten wordt beschermd en de individuele waardigheid wordt gehandhaafd. Dit principe is niet alleen leidend voor de wijze waarop Affidea zorg levert, maar ook voor het soort diensten dat hij in verschillende regio's aan de portfolio toevoegt. Affidea erkent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een gemeenschappelijke norm voor alle mensen en alle naties, met als doel dat ieder individu en ieder orgaan van de samenleving, deze Verklaring voortdurend voor ogen houdend, er door onderwijs en opvoeding naar zal streven het respect voor deze rechten en vrijheden te bevorderen en door vooruitstrevende maatregelen, nationaal en internationaal, hun universele en daadwerkelijke erkenning en naleving te verzekeren (tekst ontleend aan het Affidea Code of Conduct document).
Begin 2023 heeft Affidea een volledige strategische evaluatie uitgevoerd met de hulp van een extern adviesbureau (LEK), dat een grondige analyse heeft uitgevoerd van de gezondheidszorg markten waarin Affidea actief is, hun consumententrends, patiëntbehoeften en sectorale uitdagingen.
Deze gedetailleerde strategische evaluatie gaf inzicht in waar en hoe Affidea momenteel een rol speelt en waar het een verschil kan maken in het leven van miljoenen gezondheidszorg patiënten en hun verwijzende artsen (voornaamste consumenten en eindgebruiker van Affidea zijn de patiënten en hun familie, evenals verwijzende artsen, die patiënten naar Affidea verwijzen en onze diagnostische rapporten gebruiken voor verdere analyse en behandelingen).
Samen met maandelijkse patiënttevredenheid enquêtes die regelmatig worden uitgevoerd in al onze klinieken en jaarlijkse verwijzende artsenenquêtes, heeft Affidea de belangrijkste uitdagingen geïdentificeerd waarmee onze patiënten in onze werkomgeving worden geconfronteerd en het business model aangepast om in 2024 effectievere OOH (out of hospital) patiëntenzorgmodellen te bieden in meerdere Affidea landen. Voor details over de bevindingen van LEK en ons businessmodel verwijzen we naar slides 'Affidea Strategie overzicht', die werden gedeeld met PwC.
Periodieke klantenonderzoeken / feedback verzameld van klinieken, callcenters en sociale media onderbouwen de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten die inspelen op de behoeften van patiënten en helpen bij het identificeren van gebieden voor groei in verschillende regio's. Deze aanpak zorgt ervoor dat de inspanningen van Affidea aansluiten bij haar doel om gezondheidszorg toegankelijker en inclusiever te maken.
Landspecifiek onderzoek ondersteunt deze missie verder. In Litouwen onthulde marktonderzoek dat deze zomer werd uitgevoerd, de perceptie van consumenten over de diensten van Affidea, de belangrijkste beslissingsfactoren en verwachtingen. Deze inzichten hebben onze marketing en branding strategie in het land bepaald, gericht op het uitbreiden van ons dienstenpakket en de manier waarop we onze patiënten bereiken. Evenzo hebben focusgroepen over de gezondheid van vrouwen de ontwikkeling begeleid van een specifieke branding voor de gezondheid van vrouwen en een duidelijke positionering.
Tijdens de DMA (dubbele materialiteitsanalyse) van Affidea werden een aantal consumenten- en eindgebruikersgerelateerde IRO's geïdentificeerd. Deze IRO's waren deels gebaseerd op de LEK strategie evaluatie waarnaar hierboven werd verwezen, en deels op onze interne patiënttevredenheid enquêtes, die belangrijke inzichten geven over i) wat onze consumenten / patiënten nodig hebben, ii) hoe Affidea aan die behoeften voldoet, en iii) waar we gaten hebben (d.w.z. klachten). De meeste van deze IRO's komen structureel al aan bod in ons business model (bv. patiënttoegang, veiligheid, beveiliging, privacy, kwaliteit van klinische uitkomsten, non-discriminatie enz.), en sommige ervan zullen regelmatiger worden gemonitord en gerapporteerd als onderdeel van de ESG doelen, die vanaf 2025 zullen worden gerapporteerd.
Ja, de materiële risico's en opportuniteiten van Affidea met betrekking tot consumenten en eindgebruikers zijn direct gekoppeld aan ons business model en de strategie. De meeste materiële risico's en opportuniteiten komen structureel al aan bod in ons business model (bv. verbeteren van de toegang van patiënten, veiligheid, beveiliging, privacy, kwaliteit van klinische uitkomsten, non-discriminatie enz.), en sommige hiervan zullen regelmatiger worden gemonitord en gerapporteerd als onderdeel van de ESG doelen, die vanaf 2025 zullen worden gerapporteerd.
Ja, de materiële impact van Affidea's 'consumenten en eindgebruikers' zijn de patiënten en hun familie, evenals verwijzende artsen, die patiënten naar Affidea verwijzen en onze diagnostische rapporten gebruiken voor verdere analyse en behandelingen. Beide stakeholdergroepen zijn opgenomen in onze IRO-analyse (onderdeel van de DMA) en in rapporteringsvereisten met betrekking tot S4, alsook in ESRS2.
De materiële impact van Affidea op consumenten en eindgebruikers zijn de patiënten en hun familie, evenals verwijzende artsen, die patiënten naar Affidea verwijzen en onze diagnostische rapporten gebruiken voor verdere analyse en behandelingen.
Bij de activiteiten en de waardeketen van Affidea zijn een breed scala aan stakeholders betrokken, waarbij de materiële impact vanuit het perspectief van de consument en eindgebruiker het belangrijkst is voor patiënten en verwijzende artsen. Specifieke overwegingen met betrekking tot consumenten en eindgebruikers worden hieronder geschetst:
Patiënten: Deze stakeholdergroep wordt direct beïnvloed door de kwaliteit, nauwkeurigheid en toegankelijkheid van de diensten van Affidea. Kwetsbare groepen, zoals ouderen, mensen met chronische ziekten of personen in achtergestelde regio's, kunnen te maken krijgen met unieke gezondheidsrisico's als ze geen toegang kunnen krijgen tot primaire gezondheidszorg die wordt geboden door Affidea en andere vergelijkbare bedrijven. Patiënten zijn inherent afhankelijk van nauwkeurige, toegankelijke informatie over diensten om weloverwogen beslissingen over hun gezondheidszorg te nemen. Affidea verwerkt ook persoonsgegevens van patiënten, die indien niet goed beschermd tot negatieve impact op de patiënten kunnen leiden. Marketing van Affidea-diensten wordt in de eerste plaats gedaan met het doel het bewustzijn van de gezondheidszorg te verbeteren, maar als de respectieve landregelgeving niet wordt nageleefd of de privacy van patiënten wordt geschonden, kan dit ook leiden tot negatieve impact op patiënten.
Verwijzende artsen: Klinische beslissingen genomen door verwijzende artsen zijn afhankelijk van de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van diagnostische resultaten van Affidea. Verkeerde diagnoses of vertragingen kunnen een negatieve impact hebben op de uitkomsten van patiënten, waardoor precisie en tijdigheid van cruciaal belang zijn.
Betalers en commissarissen: Deze entiteiten zijn afhankelijk van Affidea om kosteneffectieve, nauwkeurige gezondheidszorgdiensten te leveren. Marketing- en communicatiestrategieën moeten discriminerende praktijken of misleidende beweringen vermijden.
Farmaceutische Bedrijven voor Klinische Studies: Samenwerkingen met farmaceutische bedrijven zijn afhankelijk van de integriteit en veiligheid van klinische gegevens. Elk compromis over privacy van gegevens of onderzoeksethiek kan een negatieve impact hebben op de rechten en het vertrouwen van deelnemers.
Private bedrijven (Gezondheid op het werk): De bedrijfsgezondheidsdiensten van Affidea moeten de gezondheid en veiligheid waarborgen van de werknemers van de bedrijven die wij deze diensten verlenen. Gegevens over werknemers worden verantwoord verwerkt, waarbij risico's voor hun privacy of mogelijk misbruik van gezondheidsinformatie worden vermeden.
Potentiële materiële negatieve impacts op consumenten en eindgebruikers zijn onder meer:
Diagnostische fouten of vertragingen: Dit kan leiden tot mishandeling, verslechtering van de gezondheid van patiënten of zelfs levensbedreigende situaties.
Data Privacy Breaches: Gevoelige gezondheidsinformatie kan worden blootgesteld, waarbij de Vertrouwelijkheid van patiënten in gevaar komt.
Toegangsbarrières: Bepaalde geografische gebieden hebben mogelijk beperkte toegang tot de medische diensten van Affidea vanwege lange wachtlijsten en geen vertegenwoordiging in dat geografische gebied, wat leidt tot ongelijkheden in de gezondheidszorg.
Klantontevredenheid: Negatieve ervaringen (bv. lange wachttijden, onduidelijke resultaten) kunnen het vertrouwen in de gezondheidszorg verminderen.
Dit zijn allemaal potentiële negatieve impacts, en niet wijdverbreid of systematisch. Bij negatieve incidenten zijn deze beperkt tot specifieke regio's, landen of individuele patiënten.
Positieve impacts van de activiteiten van Affidea zijn onder meer:
Tijdige en nauwkeurige diagnose: Wat leidt tot betere behandelresultaten en patiënttevredenheid.
Toepassing van innovatieve technologieën: Op AI gebaseerde diagnostische oplossingen die de precisie en snelheid verbeteren, evenals een bredere implementatie van tele-radiologiediensten om tegemoet te komen aan de behoeften van patiënten op afstand.
Toegang Gezondheidszorg uitbreiden: Nieuwe medische centra in achtergestelde regio's verbeteren de toegankelijkheid tot gezondheidszorg.
Digitalisering: tijdens het hele patiëntentraject ondersteunt het ook een betere toegang tot hoogwaardige zorg, omdat patiënten met één klik hun afspraak kunnen maken en hun medische resultaten veilig online kunnen ontvangen, zodat ze deze kunnen delen met hun arts, wat de toegang tot snellere behandeling verbetert.
Maatschappelijke betrokkenheid: Door lokale gemeenschappen en initiatieven op het gebied van volksgezondheid te ondersteunen, bevordert Affidea gezondheidseducatie en betere toegang tot medische diensten.
Positief getroffen groepen zijn onder meer:
Patiënten: Snellere zorg en betere behandelresultaten.
Verwijzende artsen: Profiteer van nauwkeurige, tijdige resultaten als houvast voor medische beslissingen.
Betalers/commissarissen: Verbeter de efficiëntie van de gezondheidszorg door vertrouwde medische diensten.
Materiële risico's en opportuniteiten wat betreft consumenten en eindgebruikers zijn onder meer:
Financieel: Risico op inkomstenverlies indien de onderneming de feedback van patiënten niet verzamelt en geen passende maatregelen neemt. Risico op gezondheids- en veiligheidsincidenten met reputatie- en financiële schade voor de onderneming tot gevolg. Dienstonderbrekingen: Storingen of tekorten aan apparatuur kunnen de diagnostiek vertragen, waardoor patiënten en artsen worden getroffen. Datalekken: De privacy van patiënten in gevaar brengen en het vertrouwen schaden. Risico op sancties, beschadigde reputatie als gevolg van potentiële schendingen van de privacywetgeving en potentiële privacy-incidenten met betrekking tot patiënten en eindgebruikers.
Reputatierisico's: Servicefouten of wanbeheer van klachten van klanten kunnen de relaties met verwijzende artsen, patiënten en betalers schaden. Daarnaast risico op reputatie- en financiële schade als het bedrijf geen passende maatregelen tegen discriminatie, intimidatie of geweld implementeert bij Affidea-klinieken.
Naleving van regelgeving: Niet-naleving van gezondheids- en veiligheidsnormen of privacy van gegevens kan leiden tot boetes en verlies van vertrouwen.
Financieel: verbeterde financiële resultaten voor Affidea wanneer haar diensten worden gewaardeerd door de patiënten. Dit kan zijn in de vorm van nieuwe contracten met overheidsinstanties voor volksgezondheid, verzekeringsmaatschappijen of patiënten uit eigen zak.
Betere gezondheidszorg: Kans voor Affidea om de sociale inclusie van hun consumenten en eindgebruikers positief te beïnvloeden via hun sociale betrokkenheid, wat leidt tot dialoog en bewustzijn rond onuitgesproken kwesties, waardoor bredere klantengroepen worden aangeboord en het vertrouwen en de loyaliteit van klanten wordt verhoogd, wat uiteindelijk leidt tot een stijging van de omzet. Toegang tot groeikapitaal: Meer vertrouwen in de diensten van Affidea betekent een verbetering van de marktreputatie, wat leidt tot nieuwe
groeimogelijkheden en toegang tot groeikapitaal.
Affidea's benadering om consumenten en eindgebruikers met bijzondere kenmerken te identificeren, omvat:
Kwetsbaarheidsbeoordelingen: Het identificeren van specifieke groepen, zoals oudere patiënten, patiënten met chronische aandoeningen of patiënten in achtergestelde regio's, die kwetsbaarder kunnen zijn voor uitdagingen op het gebied van toegang tot gezondheidszorg of diagnostische fouten.
Klinische richtlijnen: Zorgprocessen op maat voor patiënten met een hoog risico, zodat veilig en effectief aan hun diagnostische en behandelingsbehoeften wordt voldaan. Zo gebruikten we in Affidea Ierland een gele identificatiearmband die effectief is bij het identificeren van patiënten met een hoog risico op mogelijke valpartijen.
Gegevensanalyse: Patiëntfeedback gebruiken om trends in toegang tot diensten, kwaliteit en uitkomsten te identificeren.
Patiëntrisicoprofiel: Kwetsbare patiënten (bv. ouderen, mensen met chronische ziekten, plattelandsbevolking) identificeren en diensten daarop afstemmen door middel van een CRM (voorlopig is het CRM geïmplementeerd in Roemenië en Litouwen, om verder uitgerold te worden in andere landen).
Opleiding van het personeel: Specifieke opleiding voor het communiceren met en het behandelen van kwetsbare groepen met uiterste zorg.
Samenwerking met maatschappelijke organisaties: In voorkomend geval betrekken van lokale ngo's om inzicht te krijgen in specifieke regionale of demografische gezondheidszorg behoeften.
Affidea heeft ook beleid, procedures en richtlijnen op groepsniveau voor bepaalde consumentengroepen die een groter risico lopen, d.w.z. "Beleid voor zorg voor hoogrisicopatiënten" of "Verantwoording van blootstelling van vrouwen in de vruchtbare leeftijd aan ioniserende straling", "Beheer van patiënten met hartimplanteerbare elektronische apparaten tijdens radiotherapie", "Richtlijn voor valrisicoreductie", enz.
Affidea erkent dat bepaalde groepen meer significante impacts kunnen ervaren, waaronder:
Oudere patiënten: Hoger risico door toegenomen gezondheidszorg noden en kwetsbaarheid voor verkeerde diagnoses.
Patiënten in landelijke of afgelegen gebieden: Beperkte toegang tot geavanceerde gezondheidszorg.
Patiënten met een laag inkomen: Financiële beperkingen die van invloed zijn op de toegang tot medische zorg, zonder lang te hoeven wachten op toegang voor het publiek.
Personen met een beperking: Toegankelijkheidsbarrières voor fysieke medische centra.
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance (d.w.z. medische standaarden), die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de medische standaarden van de groep. Deze klinische normen zijn fundamenteel voor de manier waarop we onze klinieken beheren en de patiënten bedienen, en om diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit te waarborgen.
Daarnaast zijn er ondersteunende beleidslijnen om de bescherming van patiëntgegevens, cyberbeveiliging en de gedragscode van werknemers te waarborgen die op grote schaal worden verspreid en waarvan wordt verwacht dat elke werknemer die in Affidea werkt zich daaraan zal houden.
Ja, materiële risico's en opportuniteiten wat betreft consumenten en eindgebruikers maakten deel uit van onze DMA, en werden ook vermeld in eerdere narratieven.
Ja, de belangrijkste inhoud van belangrijke beleidslijnen wordt hieronder toegelicht.
Alle beleidslijnen worden verspreid naar alle werknemers via het interne documentbeheersysteem, dat wordt beheerd door de kwaliteitsfunctie van het desbetreffende land en wordt beoordeeld door een wereldwijd kwaliteitsteam. Ook worden specifieke afdelingen getraind in het nieuw uitgegeven beleid. Bovendien geven we regelmatig online trainingen over specifieke onderwerpen aan alle medewerkers via ons Cognito platform.
Al onze bedrijfs- en nalevingsbeleidslijnen zijn van toepassing op alle soorten consumenten en eindgebruikers, er is geen onderscheid of discriminatie in termen van soorten consumenten.
We hebben echter ook groepsbeleid, procedures en richtlijnen voor bepaalde consumentengroepen die een groter risico lopen, d.w.z. "Beleid voor zorg voor hoogrisicopatiënten" of "Verantwoording van blootstelling van vrouwen in de vruchtbare leeftijd aan ioniserende straling", "Beheer van patiënten met hartimplanteerbare elektronische apparaten tijdens radiotherapie", "Richtlijn voor valrisicoreductie", enz.
Voor specifieke impacts of risico's, zoals het beheer van persoonsgegevens, hebben we beleid inzake gegevensbescherming en identiteits-, toegangs- en informatiebeveiligingsbeleid, dat de bijbehorende IRO's beheert.
Evenzo hebben we voor impacts of risico's met betrekking tot gezondheid, veiligheid en beveiliging van patiënten een Klinisch Incident Management beleid, dat gerelateerde IRO's beheert
Ten slotte hebben we voor het beheersen van impacts of risico's wat betreft non-discriminatie de Gedragscode en het non-discriminatiebeleid.
Alle beleidslijnen en procedures van Affidea op landniveau zijn van toepassing op alle patiënten, inclusief patiënten die als risicogevoelig of kwetsbaar worden beschouwd.
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance (d.w.z. medische standaarden), die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de medische standaarden van de groep. Deze klinische normen zijn fundamenteel voor de manier waarop we onze klinieken beheren en de patiënten bedienen, en om diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit te waarborgen.
Daarnaast zijn er ondersteunende beleidslijnen om de bescherming van patiëntgegevens, cyberbeveiliging en de gedragscode van werknemers te waarborgen die op grote schaal worden verspreid en waarvan wordt verwacht dat elke werknemer die in Affidea werkt zich daaraan zal houden.In een formeel ESG toezeggingsdocument dat in 2024 werd opgesteld, heeft het management board zich ertoe verbonden de volgende verbintenissen na te leven, die ook toezeggingen ten aanzien van consumenten en eindgebruikers omvatten.
De inhoud van de Gedragscode en ander beleid wordt beschreven in ESRS 2, ESRS S4 en ESRS G1.
Hieronder volgen onze ESG toezeggingen, die ook gelden voor consumenten & eindgebruikers:
We streven ernaar onze impact op de planeet te minimaliseren door klimaatactie te ondernemen, energiebesparende maatregelen te implementeren, processen te digitaliseren om het papierverbruik te verminderen, initiatieven voor afvalrecycling te implementeren en samen te werken met leveranciers die zich richten op het verminderen van hun en onze ecologische voetafdruk.
We creëren positieve maatschappelijke impact door het leveren van best-in-class diensten, het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden voor onze werknemers en het betrekken van onze leveranciers en gemeenschappen buiten de gezondheidszorg. We stimuleren maatschappelijke ontwikkeling en ondersteunen de gemeenschappen waar we deel van uitmaken.
Bij Affidea houden we ons aan de hoogste ethische normen in alles wat we doen. Onze governance structuur, operationeel model, ethisch kader en robuuste risicobeheer en interne controle processen ondersteunen deze toewijding.
In 2024 heeft Affidea ook ESG principes ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder een ESG overwegingenskader voor nieuwe CapEx / OpEx uitgaven, wat vereist dat grote aankopen boven de beheerdrempel moeten worden beoordeeld aan de hand van de ESG principes, waaronder specifieke milieucriteria.
Affidea beleid, ESG toezeggingen, leidende principes en overwegingen zijn van toepassing op alle landen en alle rechtspersonen.
CEO van de Groep, CFO (Management Board), met een gedelegeerde verantwoordelijkheid naar het senior leadership team (SLT).
De leidende principes van Affidea zijn geïnspireerd op de ESG toezeggingen en doelen van andere bedrijven in de gezondheidszorg van vergelijkbare grootte.
Alle verbintenissen en leidende principes worden gedefinieerd rekening houdend met de belangen en verwachtingen van de belangrijkste stakeholders van Affidea.
Beleid en procedures relevant voor het management, de medewerkers en aandeelhouders van Affidea zijn beschikbaar op intranet. Beleid dat van toepassing is op externe stakeholders (bv. Gedragscode) wordt ook gepubliceerd op de bedrijfswebsite.
Affidea erkent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een gemeenschappelijke norm voor alle mensen en alle naties, met als doel dat ieder individu en ieder orgaan van de samenleving, deze Verklaring voortdurend voor ogen houdend, er door onderwijs en opvoeding naar zal streven het respect voor deze rechten en vrijheden te bevorderen en door vooruitstrevende maatregelen, nationaal en internationaal, hun universele en daadwerkelijke erkenning en naleving te verzekeren (tekst ontleend aan het Affidea Code of Conduct document).
Zoals vermeld in een vorige informatieverschaffing, zet Affidea zich in om eerlijke toegang tot medische diensten van hoge kwaliteit te garanderen voor alle patiënten, ongeacht hun bron van vergoeding – openbaar of particulier. Wij geloven in echte medische toegang voor iedereen, waarbij we het beginsel handhaven dat de kwaliteit van zorg consistent en niet-discriminerend moet blijven in alle patiëntengroepen.
Er is geen differentiatie in de zorgverlening op basis van geslacht, inkomen of enige andere factor. Deze toewijding aan gelijkheid wordt weerspiegeld in onze naleving van internationale kwaliteitsnormen en accreditaties. Ons sterke governance model, ondersteund door een uitgebreide Gedragscode en Klinische standaarden en procedures, is afgestemd op de European Society of Radiology Safety Standards en Internationale Patiëntveiligheid Doelen. Deze kaders zorgen ervoor dat onze activiteiten de rechten van alle patiënten respecteren en beschermen, waarbij inclusiviteit, veiligheid en de hoogste zorgstandaarden worden bevorderd.
Affidea erkent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een gemeenschappelijke norm voor alle mensen en alle naties, met als doel dat ieder individu en ieder orgaan van de samenleving, deze Verklaring voortdurend voor ogen houdend, er door onderwijs en opvoeding naar zal streven het respect voor deze rechten en vrijheden te bevorderen en door vooruitstrevende maatregelen, nationaal en internationaal, hun universele en daadwerkelijke erkenning en naleving te verzekeren (tekst ontleend aan het Affidea Code of Conduct document).
Hoewel Affidea geen specifieke verklaring heeft die is afgestemd op de 3 genoemde standaarden in de CSRD, impliceert de erkenning door Affidea van de UDHR ook dat haar Gedragscode is geïnformeerd door de beginselen die daar worden geschetst. Dit bewijst Affidea's toewijding aan het afstemmen op internationaal erkende Mensenrechten standaarden. In 2025 zullen we ons beleid verder ontwikkelen om het af te stemmen op de genoemde standaarden.
Betrokkenheid met consumenten en eindgebruikers vindt plaats op meerdere lagen van de organisatie en op meerdere manieren, bijvoorbeeld:
Op kliniekniveau begint overleg met onze callcentermedewerkers (telefonisch, voorafgaand aan het bezoek), en met onze receptionisten, laboranten, röntgenologen of artsen die de behoeften van de patiënten tijdens hun bezoek verzorgen.
Engagement vindt ook plaats in de vorm van feedback van patiënten, die kan worden achtergelaten bij het verlaten van de kliniek (online formulier) of in de vorm van een e-mail of beoordeling op sociale mediaplatforms. Soms wordt feedback ook via de telefoon gegeven. Daarnaast betrekken we onze patiënten en potentiële patiënten via onze online kanalen, bieden we educatieve informatie aan op onze landenwebsites, sociale mediakanalen, YouTube via video's met onze artsen of gerichte nieuwsbrieven aan de klanten die hun ondertekende toestemming hebben gegeven om informatie van Affidea te ontvangen.
Op landniveau worden verwijzende artsen periodiek bezocht door het verkoopteam van Affidea of medische vertegenwoordigers om te informeren over onze servicemogelijkheden en de nieuwste technologische ontwikkelingen.
Het overleg met verwijzende artsen gebeurt ook jaarlijks in de vorm van een tevredenheidsonderzoek, dat centraal wordt georganiseerd door het groepsmarketingteam en ondersteund door het country management.
Engagement met betalers en commissarissen: Gebeurt voornamelijk via ons verkoopteam in elk land, dat ernaar streeft om hun behoeften te begrijpen, contracten op te stellen en hen de relevante rapportering / facturering te verstrekken.
Affidea erkent de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een gemeenschappelijke norm voor alle mensen en alle naties, met als doel dat ieder individu en ieder orgaan van de samenleving, deze Verklaring voortdurend voor ogen houdend, er door onderwijs en opvoeding naar zal streven het respect voor deze rechten en vrijheden te bevorderen en door vooruitstrevende maatregelen, nationaal en internationaal, hun universele en daadwerkelijke erkenning en naleving te verzekeren (tekst ontleend aan het Affidea Code of Conduct document).
Affidea heeft verschillende nalevingsbeleidslijnen om materiële impacts op consumenten en eindgebruikers te beheersen: Gedragscode, Anti-Omkoping, Selectie van Zakelijke Partijen, Belangenverstrengeling, Geschenken en Gastvrijheid, Klokkenluiders. Zij omvatten een goede definitie van strafbare feiten, geven praktische voorbeelden en geven rode vlaggen aan. Zie bijgevoegde voorbeelden: Gedragscode, Anti-Omkoping, Klokkenluidersbeleid.
Zorgen of incidenten met betrekking tot naleving kunnen worden gemeld in overeenstemming met Klokkenluidersregeling. Het aanspreekpunt is de ethicsline of General Counsel en CEO en corporate HR. De Klokkenluidersregeling behandelt alle onderwerpen die met naleving te maken hebben. Daarnaast heeft Affidea een specifiek rapporteringsinstrument voor klinische incidenten opgezet, genaamd AIMS. We hebben ook verschillende, speciale rapporteringslijnen met betrekking tot klinische incidenten, PDB's, claims & rechtszaken enz.
Affidea heeft zich aangesloten bij internationale verplichtingen of standaarden (ICC en ISO). Affidea neemt routinematig deel aan internationale kwaliteitscontroleprogramma's en zijn Europese centra hebben in sommige landen ISO-, UEMS/EBNM- en JCI-accreditaties ontvangen, die het hoogste niveau van kwaliteitsnormen in diagnostische beeldvorming en nucleaire geneeskunde erkennen.
Het bedrijf beschikt over een sterk governance model dat ondersteund wordt door zijn gedragscode en klinische normen en procedures die de standaardveiligheidsnormen van de European Society of Radiology en de International Patiëntveiligheid Goals volgen.
Als er gevallen worden waargenomen, zullen deze aan het einde van het jaar worden gerapporteerd.
Geen specifieke wijzigingen in de benadering of het beleid van consumenten en eindgebruikers in 2024.
Het beleid kan de vorm aannemen van op zichzelf staand beleid ten aanzien van consumenten en (of) eindgebruikers, of zijn opgenomen in een ruimer document zoals een ethische code of een algemeen duurzaamheidsbeleid waarover de onderneming al heeft gerapporteerd in het kader van andere ESRS. In die gevallen verschaft de onderneming nauwkeurige kruisverwijzingen om de aspecten van het beleid te identificeren die aan de voorwaarden van deze rapporteringseis voldoen
Affidea heeft verschillende nalevingsbeleidslijnen om materiële impacts op consumenten en eindgebruikers te beheersen: Gedragscode, Anti-Omkoping, Privacy, Belangenverstrengeling, Geschenken en Gastvrijheid, Klokkenluiders. Zij omvatten een goede definitie van strafbare feiten, geven praktische voorbeelden en geven rode vlaggen aan. Zie bijgevoegde voorbeelden: Gedragscode, Anti-Omkoping, Klokkenluidersbeleid.
Affidea heeft zich aangesloten bij internationale verplichtingen of standaarden (ICC en ISO). Affidea neemt routinematig deel aan internationale kwaliteitscontroleprogramma's en zijn Europese centra hebben in sommige landen ISO-, UEMS/EBNM- en JCI-accreditaties ontvangen, die het hoogste niveau van kwaliteitsnormen in diagnostische beeldvorming en nucleaire geneeskunde erkennen.
Het bedrijf beschikt over een sterk governance model dat ondersteund wordt door zijn gedragscode en klinische normen en procedures die de standaardveiligheidsnormen van de European Society of Radiology en de International Patiëntveiligheid Goals volgen.
Affidea heeft verschillende nalevingsbeleidslijnen om materiële impacts op consumenten en eindgebruikers te beheersen: Gedragscode, Anti-Omkoping, Privacy, Belangenverstrengeling, Geschenken en Gastvrijheid, Klokkenluiders. Zij omvatten een goede definitie van strafbare feiten, geven praktische voorbeelden en geven rode vlaggen aan. Zie bijgevoegde voorbeelden: Gedragscode, Anti-Omkoping, Klokkenluidersbeleid.
Vrijwillige informatieverschaffing, te rapporteren in 2025.
Ja, het engagement vindt plaats op verschillende niveaus en op meerdere manieren zoals eerder vermeld.
Naast de door LEK uitgevoerde strategische evaluatie, die resulteerde in een herzien business model en strategie, ontvangen onze klinieken periodiek feedback van patiënten of verwijzende artsen. Dergelijke feedback, positief of negatief, wordt geregistreerd in een formeel complimenten- en klachtenregister, en het kwaliteitsteam van het land beoordeelt onafhankelijk elke klacht en wijst maatregelen toe aan de respectieve functionele eigenaar om de feedback te verhelpen.
De meeste klachten hebben bijvoorbeeld betrekking op wachttijden in onze klinieken nadat de patiënt is aangekomen, die met het operatieteam worden besproken om te begrijpen waarom een bepaalde patiënt (indien geïdentificeerd) een klacht heeft ingediend en hoe we het boekingsproces van de afspraak verder kunnen verbeteren, zodat patiënten niet langer hoeven te wachten dan nodig. Wachttijden zullen ook een ESG doel zijn dat in 2025 zal worden gemonitord en gerapporteerd.
Betrokkenheid gebeurt meestal rechtstreeks met de consumenten en eindgebruikers om inzicht te krijgen in onze eigen operationele prestaties, maar voor strategische besluitvorming, bijvoorbeeld marktdynamiek, gezondheidszorg trends etc. wordt betrokkenheid uitgevoerd door een onafhankelijke derde partij, die gegevens verzamelt van geloofwaardige vertegenwoordigers, zoals consumentenfocusgroepen, andere gezondheidszorg dienstverleners en betalers & commissarissen.
Betrokkenheid met consumenten en eindgebruikers vindt plaats op meerdere niveaus en fasen van het patiëntentraject binnen de organisatie en op verschillende manieren, bijvoorbeeld:
Op kliniekniveau begint overleg met onze callcentermedewerkers (telefonisch, voorafgaand aan het bezoek), en met onze receptionisten, laboranten, röntgenologen of artsen die de behoeften van de patiënten tijdens hun bezoek verzorgen.
Engagement vindt ook plaats in de vorm van feedback van patiënten, die kan worden achtergelaten bij het verlaten van de kliniek (online formulier) of in de vorm van een e-mail of beoordeling op sociale mediaplatforms. Soms wordt feedback ook via de telefoon gegeven. Daarnaast houden we dagelijks contact met onze patiënten en potentiële patiënten via onze online kanalen, bieden we educatieve informatie aan op onze landenwebsites, sociale mediakanalen, YouTube via video's met onze artsen of gerichte nieuwsbrieven aan de klanten die hun ondertekende toestemming hebben gegeven om informatie van Affidea te ontvangen.
Engagement met verwijzende artsen: Op landniveau worden verwijzende artsen periodiek bezocht door het verkoopteam van Affidea of medische vertegenwoordigers om hen te informeren over onze servicemogelijkheden en de nieuwste technologische ontwikkelingen. Het overleg met verwijzende artsen gebeurt ook jaarlijks in de vorm van een tevredenheidsonderzoek, dat centraal wordt georganiseerd door het groepsmarketingteam en ondersteund door het country management.
Engagement met betalers en commissarissen: Gebeurt voornamelijk via ons verkoopteam in elk land, dat ernaar streeft om hun behoeften te begrijpen, contracten op te stellen en hen de relevante rapportering / facturering te verstrekken.
De meeste senior executives om betrokkenheid bij patiënten te garanderen, doen het volgende: Senior Vice President Marketing & Communicatie. Op landenniveau is dit de country CEO samen met de Country Marketing Director en Country Operational Director.
De meeste senior executives om ervoor te zorgen dat de resultaten van de betrokkenheid de strategie en aanpak van de onderneming ondersteunen: Senior Vice President van Strategische Bedrijfsprojecten en de Clusters CEO's.
Algemeen verantwoordelijk: Groep CEO
De effectiviteit van betrokkenheid en daarmee samenhangende maatregelen wordt op twee manieren beoordeeld:
Financiële resultaten van een nieuwe bedrijfsaanpak (geïnformeerd door strategische bedrijfsevaluatie), en
Verbetering van de NPS-score (nettopromoterscore), die is gebaseerd op enquêtes over patiënttevredenheid en resultaten van enquêtes onder verwijzende artsen.
Op de online kanalen volgen we bepaalde KPI's die ons het engagementniveau laten zien: Aantal volgers per land op sociale media kanalen, engagement rate, Click through Rate (CTR), op onze websites - aantal gebruikers per maand en jaar over jaar, Bounce Rate, tijd doorgebracht op de website, het aantal pagina's dat de gebruiker bezocht; op de nieuwsbrieven kijken we naar Open Rate, CTR.
Affidea's benadering om behoeften / perspectieven van consumenten en eindgebruikers met bijzondere kenmerken in kaart te brengen, omvat:
Kwetsbaarheidsbeoordelingen: Affidea zet zich in om medische diensten van hoge kwaliteit te leveren aan alle patiënten, ongeacht hun herkomst of bron van vergoeding. Elk jaar worden in de meeste landen waar we actief zijn nationale rapporten over gezondheidszorg gepubliceerd. Deze rapporten, die vaak door nationale autoriteiten worden verstrekt, geven een gedetailleerd overzicht van de prevalentie van co- morbiditeiten op basis van factoren zoals ziektetype, geografische regio en inkomensniveau. Dergelijke gegevens zijn zeer relevant voor Affidea omdat ze ons in staat stellen om specifieke kwetsbare groepen te identificeren – zoals oudere patiënten, personen met chronische aandoeningen of personen die in achtergestelde gebieden wonen – die te maken kunnen krijgen met uitdagingen bij de toegang tot gezondheidszorg of het ontvangen van nauwkeurige diagnoses. In Roemenië publiceert het Nationaal Instituut voor de Statistiek bijvoorbeeld jaarverslagen die waardevolle inzichten bieden in trends en kwetsbaarheden in de gezondheidszorg. Evenzo bieden data van organisaties zoals de OECD een bredere context, waardoor we verschillen in gezondheidszorg in verschillende regio's kunnen benchmarken en beter begrijpen. Deze inzichten vormen de basis voor onze strategieën om de toegankelijkheid te verbeteren en te zorgen voor rechtvaardige zorg voor alle patiëntendemografieën.
Klinische richtlijnen: Zorgprocessen op maat voor patiënten met een hoog risico, zodat veilig en effectief aan hun diagnostische en behandelingsbehoeften wordt voldaan. Zo gebruikten we in Affidea Ierland een gele identificatiearmband die effectief is in het identificeren van potentiële valpartijen bij hoogrisicopatiënten.
Gegevensanalyse: Patiëntfeedback gebruiken om trends in toegang tot diensten, kwaliteit en uitkomsten te identificeren
Personalisatie: We hebben specifieke klinische patiëntentrajecten gecreëerd voor verschillende specialisaties (borst, neurologie, gastro-, kankerzorg enz.) die inspelen op de specifieke medische behoeften en het klinische traject dat voor elk gebied wordt aanbevolen. Bovendien zijn we in sommige van onze landen (namelijk Roemenië en Litouwen) begonnen met het personaliseren van onze marketingbenaderingen, waarbij we patiënten profileren die hun marketingtoestemming hebben gegeven en hen gepersonaliseerde en relevante informatie verstrekken voor hen en hun medische behoeften.
Opleiding van het personeel: Specifieke opleiding om kwetsbare groepen met uiterste zorg te communiceren en te behandelen.
Samenwerking met maatschappelijke organisaties: In voorkomend geval betrekken van lokale ngo's om inzicht te krijgen in specifieke regionale of demografische gezondheidszorg behoeften.
Niet van toepassing aangezien Affidea het proces al heeft vastgesteld.
Ja, er zijn verschillende processen en procedures om potentieel materiële negatieve impacts te beheersen/remediëren, zoals:
Klinische governance standaarden en beleid, onderhouden en gemonitord door het wereldwijde en nationale medische en kwaliteitsteam.
Wereldwijd gegevensbeschermingsbeleid en -programma, onder leiding van een wereldwijde functionaris voor gegevensbescherming (G-DPO) en nationale functionarissen voor gegevensbescherming (C-DPO's), die verantwoordelijk zijn voor het veilig en met naleving van de voorschriften inzake gegevensbescherming beheren van patiëntgegevens.
Cyberbeveiligingsbeleid, beheerd door de wereldwijde CISO (corporate information security officer).
Ja, consumenten en eindgebruikers kunnen hun zorgen op de volgende manieren kenbaar maken:
Bel ons anoniem of met identiteit op onze callcenters;
Een probleem aankaarten bij de receptie van de kliniek;
Melding via anoniem of met geïdentificeerd e-mailadres, speciale e-mail toegankelijk voor het kwaliteitsteam in elk land;
Een e-mail schrijven naar onze integriteits-/ethische lijn, indien gerelateerd aan de klokkenluidersregeling;
Ten slotte kunnen ze hun zorgen publiekelijk kenbaar maken via sociale mediaplatforms, zoals de googlepagina van ons bedrijf, Facebook of Instagram of via het patiënttevredenheids onderzoek dat ze na hun bezoek kunnen invullen.
De hierboven vermelde relevante standaarden en beleidslijnen voor klinische, gegevensbescherming en cyberbeveiliging bevatten benaderingen en processen om materiële negatieve impacts te verhelpen.
Alle zorgen of klachten van consumenten en eindgebruikers worden geregistreerd in een landspecifiek klachtenregister, dat onafhankelijk wordt beoordeeld door de leden van het landkwaliteitsteam, en voor actie / herstel naar de betrokken functie- of afdelingsmanager wordt geleid. Indien nodig wordt de rapporterende consument geval per geval geïnformeerd over de maatregelen die de onderneming neemt om zijn zorgen weg te nemen.
Consumenten en eindgebruikers kunnen hun zorgen op de volgende manieren kenbaar maken:
Bel ons anoniem of met identiteit op onze callcenters;
Een probleem aankaarten bij de receptie van de kliniek;
Melding via anoniem of met geïdentificeerd e-mailadres, speciale e-mail toegankelijk voor het kwaliteitsteam in elk land;
Een e-mail schrijven naar onze integriteits-/ethische lijn, indien gerelateerd aan de klokkenluidersregeling;
Ten slotte kunnen ze hun zorgen publiekelijk kenbaar maken via sociale mediaplatforms, zoals de googlepagina van ons bedrijf, Facebook of Instagram of via het patiënttevredenheids onderzoek dat ze na hun bezoek kunnen invullen.
Zoals in de vorige Informatieverschaffing is uiteengezet, zijn er verschillende kanalen beschikbaar om de zorgen van consumenten te melden en aan te pakken.
Alle zorgen of klachten van consumenten en eindgebruikers worden geregistreerd in een landspecifiek klachtenregister, dat onafhankelijk wordt beoordeeld door de leden van het landkwaliteitsteam, en voor actie / herstel naar de betrokken functie- of afdelingsmanager wordt geleid. Indien nodig wordt de rapporterende consument geval per geval geïnformeerd over de maatregelen die de onderneming neemt om zijn zorgen weg te nemen.
De doeltreffendheid van dergelijke kanalen wordt gewaarborgd door alle klachten, de status ervan en de maatregelen die zijn genomen in het maandelijkse management verslag van het landenmanagement, en aan de management board in tweemaandelijkse vergaderingen van de landenraden te rapporteren.
Elke kliniek beschikt over een feedbackmechanisme (online formulier of papieren formulier), dat zichtbaar is bij de receptie, zodat consumenten algemene feedback kunnen geven of een klacht kunnen indienen. Sociale media pagina's (op Google, Facebook) zijn open voor het grote publiek, iedereen kan feedback schrijven naar Affidea.
Wanneer een formele klacht wordt ontvangen (bv. via e-mail), wordt deze bevestigd door te reageren op de klager en wanneer een herstelmaatregel wordt genomen voor die specifieke klacht, wordt de klager op de hoogte gebracht van de maatregel.
Niet-represailleprocedure is voornamelijk van toepassing op klokkenluiders of anonieme ernstige zorgen, deze worden aangepakt in overeenstemming met de procedures voor klokkenluiders, die geen represailles garanderen. Het beleid is van toepassing op zowel interne als externe stakeholders.
Niet van toepassing aangezien Affidea het proces al heeft aangenomen.
Niet van toepassing aangezien Affidea het proces al heeft aangenomen.
Verschillende kanalen waarover consumenten beschikken om hun zorgen kenbaar te maken, zoals uitgelegd in een vorige informatieverschaffing.
Verschillende kanalen waarover consumenten beschikken om hun zorgen kenbaar te maken, zoals uitgelegd in een vorige informatieverschaffing.
Aantal zal aan het einde van het jaar worden gerapporteerd.
Ja, er is periodieke monitoring en maatregelen om potentiële positieve en negatieve impacts op consumenten en eindgebruikers te beheersen en te verlichten, zoals het waarborgen van: de kwaliteit van diagnostische beeldvorming en klinische uitkomsten, de privacy van medische en persoonlijke gegevens, de veiligheid en beveiliging van patiënten tijdens een bezoek aan onze klinieken, het bieden van betrouwbare en kwaliteitsvolle zorg aan gemeenschappen waarin we actief zijn, het verstrekken van feedbackkanalen aan consumenten en eindgebruikers en het nemen van actie op hun feedback.
Ja, de effectiviteit van maatregelen wordt gevolgd via interne en externe audits en de resultaten worden gerapporteerd aan het landenmanagement en de toezichtcomités van de groep.
Maatregelen om potentiële materiële negatieve impacts op consumenten en eindgebruikers te voorkomen, te verlichten of daarvoor herstel te bieden, zijn onder meer:
Alle medische apparatuur wordt periodiek onderhouden en gecertificeerd in overeenstemming met de medische en klinische normen van het land, om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de klinische uitkomsten niet in het gedrang komt als gevolg van een defect aan de apparatuur.
Regelmatige opleiding van het personeel om diagnostische fouten of vertragingen bij de rapportering te voorkomen. Wanneer er toch een fout optreedt, wordt deze geregistreerd in het Affidea incident management systeem (AIMS), gerapporteerd aan het senior management en worden corrigerende maatregelen genomen.
Regelmatige opleidings- en bewustmakingscampagnes over de bescherming van persoonlijke en gevoelige gegevens en maandelijkse monitoring, op groepsniveau en op landniveau, van alle inbreuken op de privacy van gegevens. In voorkomend geval worden datalekken onderzocht en gerapporteerd aan de gegevensbeschermingsautoriteiten in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke drempels.
Regelmatige monitoring van de feedback van patiënten en verwijzende artsen, en maatregelen gepland en uitgevoerd om op hun opmerkingen te reageren voor een betere ervaring.
Voortdurend investeren in nieuwe digitale instrumenten voor het digitale patiëntentraject (online boeken, online resultaten, online inchecken) om hun digitale ervaring te verbeteren, alsook in nieuwe AI-oplossingen om de diagnostische nauwkeurigheid of operationele efficiëntie te verbeteren.
Een voorbeeld van een daadwerkelijke negatieve impact is 'verkeerde afgifte van een diagnostisch rapport van een patiënt', wat betekent dat een receptiemedewerker bij Affidea-klinieken per ongeluk het medische rapport van de ene patiënt aan een andere patiënt heeft overhandigd, wat indien gelezen door de andere patiënt kan leiden tot een potentieel datalek. In dergelijke gevallen is de corrigerende maatregel om de juiste patiënt in kennis te stellen van een potentieel datalek, de landen-DPO (dataprotectie officier) in kennis te stellen, die op zijn beurt de wereldwijde DPO in kennis stelt en gezamenlijk beslist of een dergelijk incident een kennisgeving van de gegevensbeschermingsautoriteit vereist. Al deze incidenten worden geregistreerd en gerapporteerd in het wereldwijde PDB (Personal Databreach) register.
Periodiek patiënttevredenheidsonderzoek, en tijdig inspelen op klachten van patiënten.
Alle patiënten die Affidea klinieken bezoeken.
Een maand nadat een klacht is ontvangen.
Wanneer een klacht wordt ontvangen, wordt deze geanalyseerd door de kwaliteitsfunctie, het medisch team en de administratieve medewerkers en worden de resultaten teruggecommuniceerd naar de patiënt.
2024 is het eerste jaar.
Er worden geen specifieke middelen, budget voor patiënttevredenheid enquêtes voor verwijzende artsen en het aanpakken van patiëntklachten beheerd binnen het algemene budget voor landen/klinieken.
Er worden geen specifieke middelen, budget voor patiënttevredenheid enquêtes voor verwijzende artsen en het aanpakken van patiëntklachten beheerd binnen het algemene budget voor landen/klinieken.
Er worden geen specifieke middelen, budget voor patiënttevredenheid enquêtes voor verwijzende artsen en het aanpakken van patiëntklachten beheerd binnen het algemene budget voor landen/klinieken.
Er worden geen specifieke middelen, budget voor patiënttevredenheid enquêtes voor verwijzende artsen en het aanpakken van patiëntklachten beheerd binnen het algemene budget voor landen/klinieken.
Er worden geen specifieke middelen, budget voor patiënttevredenheid enquêtes voor verwijzende artsen en het aanpakken van patiëntklachten beheerd binnen het algemene budget voor landen/klinieken.
Positieve impacts van de activiteiten van Affidea zijn onder meer:
Positief getroffen groepen zijn onder meer:
De effectiviteit van maatregelen wordt op verschillende manieren gemonitord en beoordeeld:
De effectiviteit van klinische governance processen en de kwaliteit van klinische procesuitkomsten worden door de medische raad beoordeeld via periodieke peer reviews onder verschillende leden van de medische raad en via interne klinische governance & kwaliteitsaudits om ervoor te zorgen dat alle toepasselijke processen en standaarden correct worden opgevolgd door het klinisch personeel.
De effectiviteit van gegevensbeschermingsprocessen wordt door de DPO's op land- en groepsniveau gemonitord en periodieke audits van gegevensbescherming worden uitgevoerd door een kwaliteits- en intern auditteam tijdens hun kliniekbezoeken.
De effectiviteit van veiligheids- en beveiligingsprocedures wordt gemonitord door de operationele en IT-teams om de fysieke veiligheid en cyberbeveiliging van de patiëntgegevens te waarborgen.
De effectiviteit van andere ondersteunende bedrijfsprocessen (order to cash, purchase to pay, record to report, hire to pension) en nalevingsopleidingen wordt door de interne audit afdeling gecontroleerd in hun periodieke audits per land.
Affidea heeft een enterprise risicobeheerkader, dat wordt beheerd op groepsniveau, het identificeren van de belangrijkste risico's en controles met betrekking tot het algemene business model en de strategie. Het groepsrisicoregister wordt jaarlijks bijgewerkt via een wereldwijde risico-enquête, waaraan alle landenmanagers deelnemen en de belangrijkste risico's en controles beoordelen. Dit geeft een ruimer inzicht in potentiële impact, risico's en opportuniteiten om onze consumenten en eindgebruikers te bedienen.
Daarnaast worden functionele risicoregisters ook bijgehouden door: het klinische governance en kwaliteitsteam (om potentiële impacts of risico's in verband met klinische processen aan te pakken). Het cyberbeveiligingsteam houdt een risicoregister bij voor IT- en cyberrisico's en het gegevensbeveiligingsteam houdt een risicooverzicht bij van potentiële impacts, risico's en opportuniteiten op het gebied van gegevensbescherming.
Afhankelijk van het type impact, risico of opportuniteit worden maatregelen gepland of genomen door het respectievelijke functionele team.
Transparantie: Al het marketingmateriaal is duidelijk, beknopt en vrij van misleidende claims, waardoor consumenten inzicht krijgen in de medische diensten, de potentiële voordelen of risico's ervan.
Toegankelijkheid van informatie:
We hebben onze websites opnieuw ontworpen om de toegankelijkheid te verbeteren, met lettertypeopties voor gebruikers met leesbaarheidsproblemen, zoals dyslexie.
Daarnaast werken we aan audiofunctionaliteit om onze website toegankelijk te maken voor visueel beperkte gebruikers, zodat iedereen een inclusieve ervaring heeft.
Consumenteneducatie: Onze marketingcampagnes informeren consumenten over het belang van preventie, vroegtijdige diagnose en hoe ze effectief en verantwoord voor hun gezondheid en welzijn kunnen zorgen, waardoor ze weloverwogen beslissingen kunnen nemen. Duurzaamheidsintegratie: In verschillende landen hebben we fysieke cd's vervangen door online resultaten en middelen, waardoor het plasticgebruik aanzienlijk is verminderd en we bijdragen aan een duurzamer consumptiemodel. Deze verschuiving komt zowel het milieu als de consument ten goede doordat ze gemakkelijke, digitale toegang biedt tot de resultaten.
De hierboven vermelde relevante normen en beleidslijnen op het gebied van klinische bescherming, gegevensbescherming, klokkenluiders en cyberbeveiliging bevatten benaderingen en processen om materiële negatieve impacts te verhelpen. Alle zorgen of klachten van consumenten en eindgebruikers worden geregistreerd in een landspecifiek klachtenregister, dat onafhankelijk wordt beoordeeld door de leden van het landkwaliteitsteam, en voor actie / herstel naar de betrokken functie- of afdelingsmanager wordt geleid. Indien nodig wordt de rapporterende consument geval per geval geïnformeerd over de maatregelen die de onderneming neemt om zijn zorgen weg te nemen.
Zoals eerder vermeld worden afhankelijk van het type impact, risico of opportuniteit maatregelen gepland of genomen door het respectievelijke functionele team.
De effectiviteit van maatregelen wordt op verschillende manieren gemonitord en beoordeeld:
Zoals eerder vermeld worden afhankelijk van het type impact, risico of opportuniteit maatregelen gepland of genomen door het respectievelijke functionele team. De effectiviteit van maatregelen wordt op verschillende manieren gemonitord en beoordeeld:
Consumenten- en eindgebruikers gerelateerde opportuniteiten die tijdens de dubbele materialiteitsanalyse in kaart zijn gebracht, hebben voornamelijk betrekking op de volgende onderwerpen. Affidea analyseert deze opportuniteiten in elk van zijn markten en implementeert relevante maatregelen, indien van toepassing:
Financieel: verbeterde financiële resultaten voor Affidea wanneer haar diensten worden gewaardeerd door de patiënten. Dit kan zijn in de vorm van nieuwe contracten met overheidsinstanties voor volksgezondheid, verzekeringsmaatschappijen of patiënten uit eigen zak.
Betere gezondheidszorg: Kans voor Affidea om de sociale inclusie van hun consumenten en eindgebruikers positief te beïnvloeden via hun sociale betrokkenheid, wat leidt tot dialoog en bewustzijn rond onuitgesproken kwesties, waardoor bredere klantengroepen worden aangeboord en het vertrouwen en de loyaliteit van klanten wordt verhoogd, wat uiteindelijk leidt tot een stijging van de omzet.
Toegang tot groeikapitaal: Meer vertrouwen in de diensten van Affidea betekent een verbetering van de marktreputatie, wat leidt tot nieuwe groeimogelijkheden en toegang tot groeikapitaal.
Enkele voorbeelden van potentiële maatregelen, die opportuniteiten bieden om verdere positieve impacts van de activiteiten van Affidea te creëren, zijn:
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance (d.w.z. medische standaarden), die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de medische standaarden van de groep. Deze klinische normen zijn fundamenteel voor de manier waarop we onze klinieken beheren en de patiënten bedienen, en om diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit te garanderen, zonder negatieve impact op consumenten en eindgebruikers.
Daarnaast zijn er ondersteunende beleidslijnen om de bescherming van patiëntgegevens, cyberbeveiliging en de gedragscode van werknemers te waarborgen die op grote schaal worden verspreid en waarvan wordt verwacht dat elke werknemer die in Affidea werkt zich daaraan zal houden.
Affidea neemt routinematig deel aan internationale kwaliteitscontroleprogramma's en zijn Europese centra hebben in sommige landen ISO- , UEMS/EBNM- en JCI-accreditaties ontvangen, die het hoogste niveau van kwaliteitsnormen in diagnostische beeldvorming en nucleaire geneeskunde erkennen.
Eventuele incidenten worden aan het einde van het jaar gerapporteerd.
De belangrijkste middelen om materiële impacts te beheersen waren tot dusver het waarborgen van voldoende personeel in klinische governance en kwaliteitsteams. Elk land heeft ten minste een kwaliteitsmanager, die soms ook optreedt als functionaris voor gegevensbescherming. Zij monitoren/mitigeren potentiële impacts op consumenten wat betreft kwaliteit van klinische uitkomsten en gegevensbescherming. De daadwerkelijke servicekwaliteit wordt geleverd en gemonitord door een toegewijd operationeel team om onafhankelijkheid van de acties van het kwaliteitsteam te waarborgen.
Het kwaliteitsteam organiseert ook periodieke trainingen en interne audits om ervoor te zorgen dat de processen bekend zijn en worden gevolgd door het personeel.
Er worden ook middelen geïnvesteerd in verkoop- en marketingteams in elk land, die de primaire contactpersonen zijn voor het beheren en monitoren van de behoeften en servicetevredenheid van verwijzende artsen, evenals het periodiek evalueren van de resultaten van de patiënttevredenheid en het nemen van de nodige maatregelen. De marketingteams op landniveau zijn ook degenen die zorgen voor de betrokkenheid van patiënten op onze online kanalen (website, sociale media, CRM, nieuwsbrieven).
Affidea heeft een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot klinische governance (d.w.z. medische standaarden), die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de medische standaarden van de groep. Deze klinische normen zijn fundamenteel voor de manier waarop we onze klinieken beheren en de patiënten bedienen, en om diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit te garanderen, zonder negatieve impact op consumenten en eindgebruikers.
Daarnaast zijn er ondersteunende beleidslijnen om de bescherming van patiëntgegevens, cyberbeveiliging en de gedragscode van werknemers te waarborgen die op grote schaal worden verspreid en waarvan wordt verwacht dat elke werknemer die in Affidea werkt zich daaraan zal houden.
Affidea neemt routinematig deel aan internationale kwaliteitscontroleprogramma's en zijn Europese centra hebben in sommige landen ISO- , UEMS/EBNM- en JCI-accreditaties ontvangen, die het hoogste niveau van kwaliteitsnormen in diagnostische beeldvorming en nucleaire geneeskunde erkennen.
Voor specifieke impacts of risico's, zoals het beheer van persoonsgegevens, hebben we beleid inzake gegevensbescherming en identiteits-, toegangs- en informatiebeveiligingsbeleid, dat de bijbehorende IRO's beheert. Evenzo hebben we voor impacts of risico's met betrekking tot gezondheid, veiligheid en beveiliging van patiënten een Klinisch Incident Management beleid dat gerelateerde IRO's beheert. Ten slotte hebben we voor het beheersen van impacts of risico's wat betreft non-discriminatie de Gedragscode en het non-discriminatiebeleid.
De belangrijkste bijdrage van Affidea aan de samenleving in het algemeen en onze patiënten in het bijzonder is ons inzicht in wat de patiënten nodig hebben en of Affidea aan die behoeften voldoet, is belangrijk voor ons om een naadloze consumentenervaring te kunnen leveren. Daarom bieden alle Affidea-klinieken de mogelijkheid om feedback van patiënten te delen via een mechanisme voor tevredenheidsenquêtes, zowel online als offline, waardoor een potentiële positieve impact op de gezondheid van patiënten wordt gecreëerd.
Affidea biedt ook gezondheidsseminars en informatiesessies aan voor zowel patiënten als verwijzende artsen om de nieuwste trends en positief gezondheidsgedrag te delen. Medische informatie gediagnosticeerd door Affidea is cruciaal vanuit het oogpunt van de gezondheidstoestand van de patiënt, en stelt verwijzende arts in staat om een beter geïnformeerde beslissing te nemen, waardoor een positieve impact wordt gecreëerd voor de verwijzende artsen en voor de patiënten.
Affidea behandelt alle patiënten gelijk. Er is een integriteitslijn en procedure om inbreuken op de gedragscode anoniem te melden, waaronder incidenten van discriminatie, intimidatie of geweld in de Affidea-klinieken. Door de patiënten gelijke opportuniteiten te bieden, ontstaat een positieve impact op de consumenten en de reputatie van het bedrijf.
Het beheersen van onze consumenten en eindgebruikers en het voorkomen van materiële negatieve impacts is een doorlopende activiteit, die deel uitmaakt van verschillende zakelijke procedures. Dit blijft een continue activiteit.
Als doelgericht bedrijf geloven we dat het onze verantwoordelijkheid is om duurzame waarde te creëren voor onze patiënten, werknemers, onze partners, de gemeenschappen waar we deel van uitmaken en onze aandeelhouders. We zullen blijven investeren in innovatieve en digitale oplossingen om onze operationele efficiëntie de medische uitkomsten te verbeteren terwijl we een uitstekende patiëntervaring bieden. Verder heeft ons management zich ertoe verbonden om de volgende toezeggingen te doen:
MilieutoezeggingWe streven ernaar onze impact op de planeet tot een minimum te beperken door klimaatactie te ondernemen, energiebesparende maatregelen te implementeren, processen te digitaliseren om het papierverbruik te verminderen, initiatieven voor afvalrecycling te implementeren en samen te werken met leveranciers die zich richten op het verminderen van hun en onze ecologische voetafdruk.
Sociale toezegging We creëren positieve maatschappelijke impact door het leveren van best-in-class diensten, het creëren van ontwikkelingsmogelijkheden voor onze werknemers en het betrekken van onze leveranciers en gemeenschappen buiten de gezondheidszorg. We stimuleren maatschappelijke ontwikkeling en ondersteunen de gemeenschappen waar we deel van uitmaken.
Governance toezegging Bij Affidea houden we ons aan de hoogste ethische normen in alles wat we doen. Onze governance structuur, operationeel model, ethisch kader en robuuste risicobeheer en interne controle processen ondersteunen deze toewijding.
Ja, Affidea heeft ESG-doelstellingen gedefinieerd voor de periode vanaf 2025, waarvan sommige specifiek betrekking hebben op consumenten en eindgebruikers, zoals wachttijden, het aantal incidenten met betrekking tot gegevensprivacy en de veiligheid van patiënten.
Affidea heeft ESG-doelstellingen gedefinieerd voor de periode vanaf 2025, waarvan sommige specifiek betrekking hebben op consumenten en eindgebruikers, zoals wachttijden, het aantal incidenten met betrekking tot gegevensprivacy en de veiligheid van patiënten. Deze worden structureel gemonitord en gerapporteerd vanaf de volgende rapporteringscyclus. We hebben een proces om met patiënten te overleggen en artsen door te verwijzen om te begrijpen wat en waar we kunnen verbeteren.
Bovendien verzamelen we via ons Patiënten- en Verwijzingstevredenheidsonderzoek gedetailleerde feedback van zowel patiënten als zorgverleners die in sommige gevallen de patiënten vanaf de eerste stap begeleiden, evenals van verwijzende artsen, eenmaal per jaar.
We hechten evenveel belang aan feedback van patiënten als van zorgverleners, omdat we beseffen dat zorgverleners patiënten vaak begeleiden en ondersteunen tijdens hun hele reis. Deze inzichten worden voortdurend geanalyseerd om bruikbare verbeteringen in onze diensten te identificeren. Deze holistische aanpak zorgt ervoor dat de behoeften van alle stakeholders in onze doelen worden weerspiegeld.
Afgestemd op Affidea ESG toezeggingen.
Jaarlijkse patiënttevredenheidsscore, en verwijzende artsen tevredenheidsscore.
Kwalitatief en kwantitatief.
Alle Affidea klinieken nemen deel aan een tevredenheidsonderzoek.
Dit is het eerste jaar, dus de nulmeting zal 2024 zijn.
2024
Jaarlijkse patiënttevredenheidsscore, en verwijzende artsen tevredenheidsscore.
Dit is het eerste jaar, dus de nulmeting zal 2024 zijn.
Affidea heeft ESG-doelstellingen gedefinieerd voor de periode vanaf 2025, waarvan sommige specifiek betrekking hebben op consumenten en eindgebruikers, zoals wachttijden, het aantal incidenten met betrekking tot gegevensprivacy en de veiligheid van patiënten. Deze worden structureel gemonitord en gerapporteerd vanaf de volgende rapporteringscyclus. We hebben een proces om met patiënten te overleggen en artsen door te verwijzen om te begrijpen wat en waar we kunnen verbeteren.
Bovendien verzamelen we via ons Patiënten- en Verwijzingstevredenheidsonderzoek gedetailleerde feedback van zowel patiënten als zorgverleners die in sommige gevallen de patiënten vanaf de eerste stap begeleiden, evenals van verwijzende artsen, eenmaal per jaar.
We hechten evenveel belang aan feedback van patiënten als van zorgverleners, omdat we beseffen dat zorgverleners patiënten vaak begeleiden en ondersteunen tijdens hun hele reis. Deze inzichten worden voortdurend geanalyseerd om bruikbare verbeteringen in onze diensten te identificeren. Deze holistische aanpak zorgt ervoor dat de behoeften van alle stakeholders in onze doelen worden weerspiegeld.
Milieudoelstellingen zullen voornamelijk verband houden met vermindering van BKG-emissies, die inderdaad gebaseerd zijn op wetenschappelijke broeikasgasprotocollen.
Patiënttevredenheid en patiëntklachten zijn de belangrijkste bron van inzicht in wat de patiënten nodig hebben en hoe zij onze dienstverlening ervaren. Dit geeft ons de indicatie welke doelen we moeten bepalen en welke maatstaven we voortdurend moeten verbeteren.
Ook de resultaten van de tevredenheidsenquête bij verwijzende artsen bieden ons opportuniteiten om onze dienstverlening aan hen verder te verbeteren.
Geen veranderingen in 2024.
Dit is het eerste jaar, dus de prestaties worden volgend jaar gemonitord.
Patiënttevredenheid en patiëntklachten zijn de belangrijkste bron van inzicht in wat de patiënten nodig hebben en hoe zij onze dienstverlening ervaren. Dit gaf ons de indicatie welke doelen we moesten bepalen en welke maatstaven we voortdurend moeten verbeteren.
Ook de resultaten van de tevredenheidsenquête bij verwijzende artsen bieden ons opportuniteiten om onze dienstverlening aan hen verder te verbeteren.
Tevredenheidsonderzoeken georganiseerd op kliniekniveau en mondelinge feedback ontvangen in het callcenter of de receptie van de kliniek.
Affidea betrekt consumenten en eindgebruikers actief bij het identificeren van lessen en het stimuleren van verbeteringen in zijn diensten. Onze doorlopende tevredenheidsenquêtes worden wekelijks geanalyseerd en maken deel uit van de gesprekken over landenmanagementvergaderingen, waar het management de pijnpunten van onze patiënten kan identificeren en kunnen beslissen over de vereiste verbeteringen. Hetzelfde geldt voor het tevredenheidsonderzoek onder verwijzende artsen dat we eens per jaar uitvoeren en waaruit we kunnen opmaken waar we onze diensten kunnen verbeteren op basis van de feedback van artsen en welke nieuwe diensten we moeten introduceren op basis van hun suggesties.
Affidea heeft ESG-doelstellingen gedefinieerd voor de periode vanaf 2025, waarvan sommige specifiek betrekking hebben op consumenten en eindgebruikers, zoals wachttijden, het aantal incidenten met betrekking tot gegevensprivacy en de veiligheid van patiënten. Deze worden structureel gemonitord en gerapporteerd vanaf de volgende rapporteringscyclus.
De groeps-CEO van Affidea, die ook de voorzitter is van het Management/de Uitvoerende Raad, is algemeen verantwoordelijk voor het zakelijke gedrag. Specifieke administratieve en nalevingsgerelateerde verantwoordelijkheden worden gedelegeerd aan Country Managers, General Counsel, CFO, Operationeel Directeur, CFO, Medisch Directeur, Data Protectie Officier, Directeur Risk, Assurance & ESG en Klinische Governance & Kwaliteit functie binnen de groep en in de landen.
Affidea's bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen zijn toegewijd aan het beleid inzake zakelijk gedrag dat van toepassing is op de Affidea Group en de promotie daarvan bij werknemers en opdrachtnemers.
Het management board, bestaande uit de CEO en de CFO, ondersteund door het senior leadership team (SLT), stelt maatregelen voor met betrekking tot zakelijk gedrag en voert deze uit, waarop wordt toegezien door de raad van toezicht. Beide verbinden zich ertoe naleving van toepasselijke regelgeving en intern beleid te waarborgen.
De raad van toezicht heeft een speciale Audit, Risk & Naleving (ARC) comité, bestaande uit de geselecteerde leden van de raad van toezicht, General Counsel en de directeur Risk & Assurance zijn vaste genodigden. Het comité evalueert periodiek alle zakelijke zorgen, risico's of auditbevindingen.
De Raad van Toezicht van Affidea (RvT) telt 5 leden, waarvan 4 vertegenwoordigers van de hoofdaandeelhouder (GBL); elk met een ruime ervaring op financieel, administratief en zakelijk gebied in het beheren/begeleiden van multinationale ondernemingen sinds enkele jaren. Eén onafhankelijk bestuurslid was tot voor kort CEO van een globaal bedrijf in de gezondheidszorg en consumptiegoederen. Hij heeft brede ervaring in het leiden van multiculturele, hoogwaardige teams, met praktische expertise op het gebied van financieel en administratief beheer, inclusief kwesties met betrekking tot naleving en zakelijk gedrag. Drie leden van de raad van toezicht maken deel uit van het audit-, risico- en naleving (ARN) dat toezicht houdt op eventuele zorgen over zakelijk gedrag. Twee zijn lid van het remuneratiecomité en allen zijn lid van het investeringscomité.
Het Management Board (MB) van Affidea bestaat uit de CEO en CFO, bijgestaan door de General Counsel, die optreedt als secretaris van zowel de raad van toezicht als het management board. De CEO en CFO hebben ruime ervaring in het leiden van grote gezondheidszorg bedrijven, waaronder het begeleiden en controleren van kwesties van financieel en zakelijk gedrag. De algemeen directeur adviseert het management board periodiek over aangelegenheden die verband houden met zakelijk gedrag en naleving en schakelt indien nodig externe juridische ondersteuning in.
Affidea's Senior Leadership Team (SLT) bestaande uit Country Managers en bedrijfsfunctieleiders die eerder zijn beschreven, treedt op als bewakers van hun respectievelijke land en functionele nalevingskwesties, waarbij het algemene zakelijke gedrag van Affidea wordt gewaarborgd.
Ja, dit maakte deel uit van de dubbele materialiteitsanalyse, die was gebaseerd op de richtlijnen van de ESRS. Bijvoorbeeld, bij het identificeren en analyseren van de impacts, risico's en opportuniteiten in de waardeketen van Affidea om de materialiteit ervan te bepalen, hebben we ons eerst gericht op gebieden waar impacts, risico's en opportuniteiten zich het meest waarschijnlijk zullen voordoen, op basis van de aard van de activiteiten, zakelijke relaties, geografische dimensies en andere betrokken factoren van Affidea, zoals het business model van het bedrijf, de belangrijkste bronnen van inkomsten en groeikapitaal, governance structuur en processen, inclusief de gedragscodes enz.
Het identificeren van upstream, downstream en eigen activiteiten gerelateerde Affidea stakeholders gebeurde op een collectieve manier, waarbij zowel de management board als het landenmanagement betrokken waren. De volgende groepen stakeholders werden als belangrijkste stakeholders geïdentificeerd:
Upstream: i) Wereldwijde fabrikanten van apparatuur of leveranciers van gerelateerde medische systemen of reserveonderdelen of onderhoudsdiensten, ii) leveranciers van medisch materiaal, iii) Leners of schuldhouders.
Downstream: i) patiënten en hun familie, ii) verwijzende artsen, iii) betalers en commissarissen, iv) farmaceutische bedrijven voor klinische studies, v) private bedrijven voor gezondheid op het werk, vi) afvalinzamelingsbedrijven, vii) openbare infrastructuurbedrijven voor woon-werkverkeer van werknemers en patiënten.
Op basis van hun betrokkenheid bij en invloed op het business model, de besluitvorming en het bereik van Affidea werden de belangrijkste stakeholders, wiens input significant is voor de dubbele materialiteitsanalyse, geïdentificeerd en hun input werd beoordeeld om tot de IRO's te komen. De gedetailleerde impact, risico's en opportuniteiten worden beschreven in het dubbele-materialiteitsanalysedocument. Enkele voorbeelden van IRO's gerelateerd aan zakelijk gedrag zijn:
Bij Affidea houden we ons aan de hoogste ethische normen in alles wat we doen. Zo tonen we onze cultuur om zorg te dragen voor onze patiënten, collega's, partners, stakeholders en de samenleving. We streven ernaar transparant te communiceren, eerlijk en verantwoord te handelen en een veilige en diverse werkomgeving te bevorderen. We delen onze visie en processen openlijk - omdat we geloven dat mensen het verdienen om te weten wat we doen om hun leven te verbeteren.
Er is een uitgebreide Gedragscode document, dat op grote schaal wordt verspreid en waarvan verwacht wordt dat alle werknemers zich eraan houden. Onze Gedragscode vertegenwoordigt onze belofte om altijd de juiste dingen te doen. Het is van vitaal belang voor ons voortdurende succes en wordt ondersteund door ander beleid, zoals de bestrijding van omkoping; geschenken en gastvrijheid; belangenconflicten; het selectieproces voor zakenpartners; klokkenluiders; schademeldingen.
Affidea heeft een klokkenluidersregeling opgezet ([email protected]); deze biedt ruimte aan meldingen van zowel interne als externe stakeholders. Medewerkers worden getraind in nalevingsgerelateerd beleid via een speciaal platform volgens het Naleving Training (Cognito) Beleid. Nalevingsgerelateerd beleid en het ethicsline kanaal is gemakkelijk beschikbaar voor werknemers via een speciaal documentbeheersysteem (ADMS en Cognito), en de gedragscode is ook gepubliceerd op de wereldwijde website van Affidea. Vergelding tegen klokkenluiders is ten strengste verboden (Klokkenluidersregeling). General Counsel moet worden geïnformeerd over vergeldingsmaatregelen en moet zorgen voor de relevante bescherming van een klokkenluider. Periodieke interne audits worden uitgevoerd om naleving van de gedragscode en ander zakelijk beleid en procedures te waarborgen.
Landenmanagement en lijnmanagement is in principe verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat Affidea zijn activiteiten uitvoert in overeenstemming met intern en extern beleid, procedures en toepasselijke regelgeving.
In geval van inbreuken op zakelijk gedrag die niet via het management worden geïdentificeerd of gemeld, is anonieme klokkenluider / ethische lijn ontworpen om kwesties van zorg te melden. Zorgen kunnen ook worden gemeld via een jaarlijkse vragenlijst over naleving of rechtstreeks aan de General Counsel of Supervisor. Interne en externe audits zijn ook gericht op het identificeren van daadwerkelijke of potentieel onrechtmatig gedrag. Incidenten met betrekking tot naleving kunnen worden gemeld in overeenstemming met de Klokkenluidersregeling en procedure. Het aanspreekpunt is de ethicsline of General Counsel en CEO en corporate HR.
De Klokkenluidersregeling behandelt alle onderwerpen die met naleving te maken hebben. Daarnaast heeft Affidea een specifiek rapporteringsinstrument voor klinische incidenten opgezet, genaamd AIMS. We hebben ook verschillende, speciale rapporteringslijnen met betrekking tot klinische incidenten, inbreuken op persoonsgegevens, claims en rechtszaken enz., onder afzonderlijk beleid.
Wanneer dit is vastgesteld en gerapporteerd, start het onderzoek onder leiding van de General Counsel en HR-functie volgens de Klokkenluidersprocedure. Eerst wordt een initiële beoordeling gedaan om de reikwijdte van een onderzoek te bepalen en zal de Klokkenluider worden geïnformeerd over de uitkomst van de beoordeling. Van de verslaggever kan worden verlangd dat hij aanvullende vergaderingen bijwoont om nadere informatie te verstrekken. In sommige gevallen kan Affidea een onderzoeker of team van onderzoekers aanstellen (dat kan ander geschikt personeel van Affidea zijn met relevante onderzoekservaring of specialistische kennis van het onderwerp). De onderzoeker(s) kan/ kunnen aanbevelingen doen voor veranderingen om de Affidea Group in staat te stellen het risico op toekomstige misstanden tot een minimum te beperken. De Affidea Group houdt Klokkenluiders op de hoogte van de voortgang van elk onderzoek en de waarschijnlijke tijdspanne.
Affidea zet zich in voor het leveren van zorg van hoge kwaliteit en uitzonderlijke patiëntervaringen om de uitkomsten te bereiken die belangrijk zijn voor patiënten en tegelijkertijd opportuniteiten te creëren voor onze werknemers en duurzame aandeelhouderswaarde te genereren. Bij Affidea vinden we dat iedereen betere toegang verdient tot hoogwaardige zorg. Onze missie is om patiënten in staat te stellen weloverwogen keuzes te maken voor hun gezondheid en welzijn, waardoor ze snel toegang hebben tot een volledig geïntegreerd zorgtraject van consultatie, laboratoriumanalyse en diagnostische diensten, in een omgeving buiten het ziekenhuis, dicht bij huis.
We hebben een grote reeks beleidslijnen en procedures met betrekking tot zakelijke governance, risicobeheer en naleving, inclusief medische normen, die zijn afgestemd op de medische regelgeving van het land en de groepsnormen. Dit beleid, deze procedures en deze normen zijn van fundamenteel belang voor de manier waarop we onze klinieken beheren en de patiënten bedienen, en om diagnostiek en patiëntenzorg van hoge kwaliteit te waarborgen.
Ons engagement voor verantwoorde en duurzame bedrijfspraktijken is verankerd in onze dagelijkse activiteiten en diep verankerd in onze cultuur en zakelijke gedragscode. Ons gestructureerde governance model, tweeledige bestuursstructuur, gedocumenteerde gedragscode en open cultuur met betrekking tot communicatie en naleving van onze bedrijfswaarden (onze bedrijfsnaam zelf symboliseert onze drie waarden, Affiniteit, Fideliteit en Idea) moedigen medewerkers aan om zich comfortabel en vol vertrouwen te voelen over hun werk en waar nodig zorgen of klachten kenbaar te maken over het niet naleven van de waarden of de gedragscode.
De raad van toezicht heeft een speciale Audit, Risk & Naleving (ARC) comité, bestaande uit de geselecteerde leden van de raad van toezicht, General Counsel en de directeur Risk & Assurance zijn vaste genodigden. Het comité wordt periodiek geïnformeerd over zakelijke zorgen, risico's of auditbevindingen. General Counsel en de Director Risk & Assurance rapporteren regelmatig aan de management board over audit, risico's en nalevingskwesties (bestuursvergaderingen) en hebben toegang tot alle operationele gegevens en informatie uit alle functies van de onderneming.
Hieronder volgen andere maatregelen ter bevordering en evaluatie van de bedrijfscultuur:
Affidea heeft relevant beleid op het gebied van anti-corruptie en anti-omkoping, dat in overeenstemming is met de Conventie tegen Corruptie van de Verenigde Naties.
Al uitgevoerd.
Affidea heeft een klokkenluidersrapporteringsmechanisme ([email protected]) opgezet; dat zowel interne als externe stakeholders de mogelijkheid biedt en waarborgt om wangedrag te melden. Alle medewerkers worden periodiek getraind in de gedragscode, die verwijzingen bevat naar het klokkenluidersbeleid. In het Klokkenluidersbeleid wordt specifiek vermeld dat: het Klokkenluidersbeleid van toepassing is op alle werknemers, rechtspersonen en bedrijfsonderdelen die direct of indirect tot de Affidea Groep behoren. Bescherming op grond van dit Klokkenluidersbeleid wordt ook verleend aan natuurlijke personen zoals kandidaten voor een baan; personen van wie de werkrelatie is beëindigd; personen die diensten voor Affidea Group willen verlenen; vrijwilligers en betaalde of onbetaalde stagiairs; aandeelhouders en personen die behoren tot de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen; adviseurs en zelfstandigen die hun diensten voor Affidea Group verlenen; zelfstandigen, opdrachtnemers, onderaannemers en leveranciers, alsmede alle personen die werken onder toezicht en leiding van opdrachtnemers, onderaannemers en leveranciers.
Vergelding tegen klokkenluiders is ten strengste verboden (Klokkenluidersregeling). General Counsel moet worden geïnformeerd over vergeldingsmaatregelen en moet zorgen voor de relevante bescherming van een klokkenluider. Periodieke interne audits worden uitgevoerd om naleving van de gedragscode en ander zakelijk beleid en procedures te waarborgen.
Er is relevant beleid voor de bescherming van klokkenluiders (Klokkenluidersbeleid en procedures).
Al uitgevoerd.
Ja, ons klokkenluidersbeleid heeft de volgende doelstelling/toezeggingen:
Wanneer dit is vastgesteld en gerapporteerd, begint het onderzoek onder leiding van de General Counsel en HR-functie volgens de Klokkenluidersprocedure, als volgt:
Stap 1: Er wordt een initiële beoordeling gedaan om de reikwijdte te bepalen en of een onafhankelijk onderzoek nodig is.
Stap 2: De Klokkenluider wordt geïnformeerd over de uitkomst van de initiële beoordeling.
Stap 3: Indien een onderzoek vereist is, kan van de melder worden verlangd dat hij/zij aanvullende vergaderingen bijwoont om nadere informatie te verstrekken.
Stap 4: Indien nodig kan Affidea een onderzoeker of een team van onderzoekers aanwijzen (dat andere geschikte Affidea-medewerkers kan omvatten met relevante onderzoekservaring of specialistische kennis van het onderwerp). Het onderzoeksteam houdt de Klokkenluiders op de hoogte van de voortgang van elk onderzoek en de waarschijnlijke termijn.
Stap 5: De onderzoeker(s) kan/kunnen aanbevelingen doen voor veranderingen om de Affidea Group in staat te stellen het risico op toekomstige misstanden tot een minimum te beperken.
Hoewel er geen specifiek beleid is ten aanzien van dierenwelzijn, is het de verbintenis van Affidea om zaken te doen met naleving van de toepasselijke wetgeving en algemeen aanvaarde normen van eerlijkheid en menselijk fatsoen, en we eisen dat onze leveranciers hetzelfde doen. Geen dieren worden direct of indirect geschaad door onze bedrijfsvoering.
Het beleid van Affidea definieert de waarden, standaarden en regels waaraan ons nalevingsprogramma voldoet. Cognito is ons nalevingstrainingsprogramma, dat is ontworpen om alle medewerkers van Affidea duidelijk inzicht te geven in hun taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot het nalevingstrainingsprogramma van de Affidea Groep.
We hebben een specifiek beleid voor het Cognito-trainingsplatform, waarmee Affidea periodiek trainingscampagnes lanceert om alle medewerkers die bij Affidea werken, uit te rusten met de kennis die nodig is om de beste praktijken te handhaven binnen de grenzen van een goede ethiek en wettelijke naleving.
Er zijn zowel groeps- als lokale bewustmakingstrainingen en -campagnes in het Cognito-platform. Elk jaar organiseren we globale nalevingscampagnes in het Cognito platform (minimaal 4x per jaar). Eén keer per jaar worden onze werknemers en opdrachtnemers ook gevraagd om een gedragscode nalevingscertificaat in te vullen.
De werknemers die het grootste risico lopen op niet-naleving van wettelijke voorschriften en interne nalevingsprocedures, waaronder corruptie en omkoping, zijn:
Al deze medewerkers zijn verplicht om halfjaarlijkse gedragscode / nalevingstrainingen te volgen en hun naleving te verklaren via een jaarlijks nalevingscertificaat.
Ja, de relevante wettelijke vereisten op het niveau van de Europese Unie en de landen worden nageleefd.
Deze worden gerapporteerd in de informatie over klimaatverandering.
Deze worden gerapporteerd in de informatie over klimaatverandering.
Deze worden gerapporteerd in de informatie over klimaatverandering.
Deze worden gerapporteerd in de informatie over klimaatverandering.
Deze worden gerapporteerd in de informatie over klimaatverandering.
Deze worden gerapporteerd in de informatie over klimaatverandering.
Affidea heeft een wereldwijd inkoopbeleid voor groot materiaal. Wij kopen alleen hoogwaardige, gecertificeerde apparatuur van grote bedrijven (bv. GE, Siemens, Philips) die evenveel, zo niet meer aandacht besteden aan ESG zaken. De via deze leveranciers aangeschafte apparatuur levert betrouwbare diagnostische beelden of andere soorten gezondheidsanalyses op, waardoor een positieve impact wordt gecreëerd op de patiënten, het eigen personeel en verwijzende artsen.
Affidea heeft lokale / landniveau inkoopprocedures voor het aankopen van medische materialen en diensten. Deze medische materialen of diensten, hoewel van hoge kwaliteit en zeer betrouwbaar, worden meestal gekocht van lokale / landelijke leveranciers, waardoor opportuniteiten, banen en over het algemeen een positieve impact op lokale gemeenschappen worden gecreëerd.
De betalingstermijnen voor leveranciers zijn in overeenstemming met wereldwijd aanvaardbare betalingstermijnen en contractueel overeengekomen termijnen met de leveranciers. Dit kan een positieve impact hebben op de leveranciers en bij alle upstream spelers/in de gehele supply chain omdat het risico op schuldenketens wordt verminderd.
Risico's in verband met de supply chain:
Indien niet goed gepland, bestaat het risico dat medische apparatuur en reserveonderdelen van hoge kwaliteit beperkt of niet beschikbaar zijn – wat kan leiden tot een belemmerd vermogen om inkomsten te genereren (hetzij door slecht beheer van leveranciersrelaties, hetzij door problemen in de mondiale supply chain).
Er bestaat ook een risico op beperkte of geen beschikbaarheid van medisch materiaal van hoge kwaliteit (met inbegrip van contrastmateriaal en radioactieve stoffen die nodig zijn om onderzoeken uit te voeren) – wat kan leiden tot belemmerd vermogen om inkomsten te genereren (hetzij door slecht beheer van leveranciersrelaties, hetzij door problemen in de mondiale supply chain).
Risico op problemen in de supply chain indien leveranciers hun werknemers niet eerlijk behandelen of niet voldoen aan alle toepasselijke mensenrechten, zakelijke governance en andere regelgeving, met operationele ontwrichtingen en financiële problemen tot gevolg, en niet in staat zijn om aan Affidea te leveren.
Risico op schuldenketen in de supply chain indien de betalingstermijnen voor leveranciers niet in overeenstemming zijn met lokaal aanvaardbare betalingstermijnen en met de contractueel met de leverancier overeengekomen termijn.
Het inkoopbeleid van Affidea vereist dat het personeel van Affidea professioneel, ethisch en eerlijk met leveranciers omgaat. Dit geldt ook voor de omgang met kmo's.
De gedragscode verplicht alle werknemers en opdrachtnemers om zaken te doen met naleving van de wet en algemeen aanvaarde normen van eerlijkheid en menselijk fatsoen, en we eisen dat onze leveranciers op dezelfde manier handelen.
Het is het beleid van Affidea om zaken te doen met naleving van de wet en algemeen aanvaarde normen van eerlijkheid en menselijk fatsoen, en we eisen dat onze leveranciers hetzelfde handelen. Als voorwaarde om zaken te doen met Affidea verwachten we dat leveranciers zich aan deze vereisten houden en dat hun bronnen in de supply chain dit ook doen. We beoordelen de conformiteit met deze vereisten en houden rekening met de voortgang van een leverancier bij het voldoen aan deze vereisten en hun voortdurende prestaties bij het nemen van inkoopbeslissingen.
We voeren een due diligence procedure uit tijdens de selectie van zakenpartners of leveranciers om potentiële zorgen of risico's met betrekking tot de supply chain of de leverancier zelf in te schatten en deze in overleg met de inkoopafdeling aan te pakken. In het Selectieprocesdocument van Affidea voor Zakenpartners staat dat: Affidea streeft naar samenwerking met Zakenpartners die:
immigrantenarbeid zoals gedefinieerd door de Internationale Labor Organization (ILO), of mentale of fysieke dwang gebruiken.
Onze gedragscode beschrijft wat er wordt verwacht van ons personeel en potentiële zakenpartners, en ondanks dat we niet zwaar zijn blootgesteld aan risico's van de productie- of supply chain, hebben we specifiek beleid voor leveranciersselectie en due diligence, waardoor al onze leveranciers worden beoordeeld op hun toewijding aan de mensenrechten, gezondheids-, veiligheids- en milieuwetten enz. Onze belangrijkste leveranciers van apparatuur zijn grote genoteerde bedrijven, die zelf zeer gevestigde duty of care procedures hebben.
In 2024 heeft Affidea ESG principes ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder een ESG overwegingenskader voor nieuwe CapEx / OpEx uitgaven, die grote aankopen boven de beheerdrempel vereisen, moeten worden beoordeeld aan de hand van de ESG principes, inclusief specifieke milieucriteria.
Verder staat in het document van Affidea's Selectieproces voor Zakenpartners dat: Affidea streeft naar samenwerking met Zakenpartners die:
Affidea's ESG principes vereisen in het algemeen een eerlijke behandeling van alle betrokken stakeholders, er is een specifieke tekst in het CapEx / OpEx spend gerelateerde ESG overwegingskader dat, waar van toepassing, kleine / kwetsbare leveranciers tijdig worden geselecteerd en betaald, om onze ondersteuning aan hen uit te breiden.
De organisatie heeft het juiste nalevingsbeleid uitgevaardigd: Gedragscode, Anti-Omkoping, Selectie van Zakelijke Partijen,
Belangenverstrengeling, Geschenken en Gastvrijheid, Klokkenluiders. Zij omvatten een goede definitie van strafbare feiten, geven praktische voorbeelden en geven rode vlaggen aan.
Het beleid bevat bepalingen over geschenken en gastvrijheid, belangenconflicten, faciliterende betalingen. Landen voeren ook lokaal beleid uit ten aanzien van reiskosten.
Sponsorovereenkomsten en eventuele liefdadigheidsbijdragen staan onder streng toezicht in overeenstemming met de delegatie van autoriteit.
Ja, eventuele onderzoeken worden voornamelijk geleid door de General Counsel, die onafhankelijk is van de managementketen, met ondersteuning van externe adviseurs en deskundigen indien nodig.
De raad van toezicht heeft een speciale Audit, Risk & Naleving (ARC) comité, bestaande uit de geselecteerde leden van de raad van toezicht, General Counsel en de directeur Risk & Assurance zijn vaste genodigden. Het comité evalueert periodiek alle zakelijke zorgen, risico's of auditbevindingen.
Het General Counsel rapporteert regelmatig aan het hoger management over nalevingskwesties (bestuursvergaderingen) en heeft toegang tot operationele gegevens en informatie uit alle functies van de onderneming. General Counsel is een hoofdcontactpersoon voor vragen gerelateerd aan naleving en is verantwoordelijk voor de ethische lijn. Medewerkers worden geïnstrueerd om contact op te nemen met de General Counsel in geval van vragen over naleving.
Klokkenluidersbeleid dat al van kracht is met als doel:
Alle beleidslijnen en procedures zijn beschikbaar voor elke werknemer en gecontracteerde medewerkers in een SharePoint-gebaseerd documentbeheersysteem (ADMS). Relevante opleiding over dit beleid maakt deel uit van het onboardingsproces. Elk jaar minstens 4 nalevingsopleidingen gewijd aan verschillende beleidslijnen en procedures.
De boodschap om nalevingsbeleid te promoten wordt ook gecommuniceerd op ons platform voor nalevingstrainingen genaamd Cognito. De boodschap wordt regelmatig bevestigd tijdens wereldwijde nalevingscampagnes. Elk jaar vragen we ons personeel om een certificaat van naleving te verstrekken dat wordt vereist door de Gedragscode. Het belang van Naleving wordt ook bevestigd in onze Gedragscode, die deel uitmaakt van het onboardingsprogramma.
Het opleidingsprogramma voor het tegengaan van corruptie en omkoping bestaat uit: 1) Cognitotraining inclusief videomateriaal, interactieve oefeningen, voorbeelden en kennistest, 2) Certificaat van Naleving waarin werknemers worden gevraagd naleving te bevestigen of niet-naleving van het Affidea Anti-Omkopingsbeleid te melden.
100%
Affidea's bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen zijn toegewijd aan het beleid inzake zakelijk gedrag dat van toepassing is op de Affidea Group en de promotie daarvan bij werknemers en opdrachtnemers.
Leden van bestuurs-, toezichthoudende en leidinggevende organen zijn ook ingeschreven in het Cognito-platform en worden verzocht relevante trainingen te volgen, ze promoten ook het belang van Cognito-trainingen bij alle werknemers.
Dit is vrijwillig (mag openbaar worden gemaakt), vandaar dat er dit jaar geen specifieke analyse is uitgevoerd. Over het algemeen gelden alle trainingen voor alle regio's en zijn er geen verschillen.
| Resultaten van Affidea's jaarlijkse online certificatietraining "Gedragscode" - februari 2024 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Landen | Totaal gebruikers die de opleiding hebben voltooid |
Onvolledige gebruikers | Totaal aantal gebruikers uitgenodigd voor opleiding |
Totale voltooiingsratio | Voltooiingspercentage topmanagement |
|||
| Bosnië-Herzegovina | 34 | 2 | 36 | 94% | 100% | |||
| Bedrijfshoofdkantoor | 82 | 14 | 96 | 85% | 100% | |||
| Kroatië | 64 | 39 | 103 | 62% | 100% | |||
| Tsjechië | 120 | 11 | 131 | 92% | 100% | |||
| Griekenland | 438 | 123 | 561 | 78% | 100% | |||
| Hongarije | 303 | 147 | 450 | 67% | 100% | |||
| Ierland | 305 | 81 | 386 | 79% | 100% | |||
| Italië: | 744 | 48 | 792 | 94% | 100% | |||
| Litouwen | 364 | 90 | 454 | 80% | 100% | |||
| Polen | 823 | 67 | 890 | 92% | 100% | |||
| Portugal | 719 | 109 | 828 | 87% | 100% | |||
| Roemenië | 315 | 279 | 594 | 53% | 100% | |||
| Spanje | 384 | 32 | 416 | 92% | 100% | |||
| Zwitserland | 171 | 21 | 192 | 89% | 100% | |||
| Turkije | 270 | 204 | 474 | 57% | 100% | |||
| VK | 76 | 42 | 118 | 64% | 100% | |||
| Totaal | 5.212 | 1.309 | 6.521 | 80% | 100% |
Ja, incidenten worden gerapporteerd in de kwantitatieve data.
Geen
Geen
Geen
Geen
Tot aan het schrijven van dit verslag zijn dergelijke incidenten niet gemeld, zodat er geen maatregelen nodig waren. Affidea heeft echter een globaal anti-omkopingsbeleid, dat stelt dat: Elke schending van het anti-omkopingsbeleid wordt uiterst serieus behandeld en kan leiden tot disciplinaire maatregelen tot en met de beëindiging van het dienstverband en (of) de beëindiging van het contract. Affidea Personeel kan ook strafrechtelijk vervolgd worden. Elke persoon die een mogelijke schending van dit Beleid kent of vermoedt, moet dit onmiddellijk melden aan de General Counsel en (of) zijn Verantwoordelijke Manager.
In geval van beschuldigingen van een schending van de gedragscode of het anti-omkopingsbeleid, zal de management board hiervan in kennis worden gesteld en zal binnen een redelijke termijn een onderzoek intern of via een externe partij worden uitgevoerd. Als de beschuldigingen waar worden bevonden, zullen de betrokken partijen worden onderworpen aan disciplinaire maatregelen, volgens intern beleid of lokale wetgeving.
Geen
Tot aan het schrijven van dit verslag zijn dergelijke incidenten niet gemeld.
Geen
Geen
Tot aan het schrijven van dit verslag zijn dergelijke incidenten niet gemeld.
Tot aan het schrijven van dit verslag zijn dergelijke incidenten niet gemeld.
Periodiek patiënttevredenheidsonderzoek, en tijdig inspelen op klachten van patiënten.
Alle patiënten die Affidea klinieken bezoeken.
Een maand nadat een klacht is ontvangen.
Wanneer een klacht wordt ontvangen, wordt deze geanalyseerd door de kwaliteitsfunctie, het medisch team en de administratieve medewerkers en worden de resultaten teruggecommuniceerd naar de patiënt.
2024 is het eerste jaar.
Geen specifieke middelen, budget voor het aanpakken van klachten van patiënten wordt beheerd binnen het algemene budget voor landen / klinieken.
Geen specifieke middelen, budget voor het aanpakken van klachten van patiënten wordt beheerd binnen het algemene budget voor landen / klinieken.
Geen specifieke middelen, budget voor het aanpakken van klachten van patiënten wordt beheerd binnen het algemene budget voor landen / klinieken.
Geen specifieke middelen, budget voor het aanpakken van klachten van patiënten wordt beheerd binnen het algemene budget voor landen / klinieken.
Geen specifieke middelen, budget voor het aanpakken van klachten van patiënten wordt beheerd binnen het algemene budget voor landen / klinieken.
Affidea houdt zich niet bezig met lobbyen of politieke activiteiten. Het beleid inzake geschenken en gastvrijheid regelt dit strikt.
Affidea houdt zich niet bezig met lobbyen of politieke activiteiten. Het beleid inzake geschenken en gastvrijheid regelt dit strikt.
Affidea houdt zich niet bezig met lobbyen of politieke activiteiten. Geen politieke bijdragen (financieel of in natura).
Affidea houdt zich niet bezig met lobbyen of politieke activiteiten. Geen politieke bijdragen (financieel of in natura).
Affidea houdt zich niet bezig met lobbyen of politieke activiteiten. Geen politieke bijdragen (financieel of in natura).
Affidea is niet geregistreerd in het EU Transparantie register. Affidea houdt zich niet bezig met lobbyen of politieke activiteiten. Geen politieke bijdragen (financieel of in natura).
Ja, in elk land waar Affidea actief is, zijn alle rechtspersonen die Affidea klinieken beheersen, geregistreerd in het desbetreffende register van de Kamer van Koophandel.
Geen dergelijke benoemingen.
De standaard betalingstermijnen van Affidea zijn betaling na ontvangst van de factuur voor medische materialen, wat over het algemeen binnen de 30 dagen is. Voor grotere aankopen voor wereldwijde / grote leveranciers liggen de betalingen tussen de 45-60 dagen.
71,25
Grote wereldwijde leveranciers: 45-60 dagen. Contrastmedia is 90 dagen. Kleine lokale leveranciers: tot 30 dagen.
Gegevens niet in detail beschikbaar voor 2024, zullen in 2024 worden verzameld.
Geen
Affidea heeft wereldwijd inkoopbeleid voor groter apparatuur, zoals MRI-machine, CT-scanners. Wij kopen alleen hoogwaardige, gecertificeerde apparatuur van grote bedrijven (bv. GE, Siemens, Philips) die evenveel, zo niet meer aandacht besteden aan ESG zaken. De betalingstermijnen voor dergelijke wereldwijde leveranciers zijn in overeenstemming met wereldwijd aanvaardbare betalingstermijnen.
Affidea heeft lokale/landelijke inkoopprocedures voor het aankopen van medische materialen en diensten (bv. algemene geneesmiddelen, handschoenen, persoonlijke beschermingsmiddelen). Deze medische materialen of diensten, hoewel van hoge kwaliteit en zeer betrouwbaar, worden meestal gekocht van lokale / landelijke leveranciers, waardoor opportuniteiten, banen en over het algemeen een positieve impact op lokale gemeenschappen worden gecreëerd. De betalingstermijnen voor dergelijke lokale leveranciers zijn in overeenstemming met contractueel overeengekomen termijnen met de leveranciers of bij ontvangst van de factuur.
Deze Duurzaamheidsverklaring is opgesteld overeenkomstig met de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) die zijn uitgegeven door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG).
Sanoptis S.à.r.l is een volledig geconsolideerde dochteronderneming van Groupe Bruxelles Lambert SA. Het toepassingsgebied van de consolidatie van deze duurzaamheidsverklaring is dezelfde als voor de jaarrekening.
Tenzij anders vermeld, omvat deze duurzaamheidsverklaring de volledige upstream en downstream waardeketen van Sanoptis.
In sociale informatie: Consumenten en eindgebruikers Actie 2 "Verbeteren van Patiëntenzorg en Welzijn door Gerichte Investeringen", benadrukt Sanoptis zijn investeringen in "RetinAI", ondersteund door een aanzienlijke toewijzing van OPEX/CAPEX om dit initiatief te bevorderen, Omwille van confidentialiteit worden specifieke geïnvesteerde eurobedragen niet bekendgemaakt.
In overeenstemming met ESRS 1, §77, wordt de tijdshorizon voor de korte termijn gedefinieerd als een periode tot en met 12 maanden.
In overeenstemming met ESRS 1, §77, wordt de tijdshorizon voor de middellange termijn gedefinieerd als de periode die loopt van het einde van de hierboven gedefinieerde korte termijnperiode tot en met vijf jaar.
In overeenstemming met ESRS 1, §77, wordt de tijdshorizon voor de lange termijn gedefinieerd als elke periode langer dan vijf jaar.
Niet van toepassing, aangezien de tijdshorizonten zijn toegepast overeenkomstig met de ESRS.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke maatstaven niet zullen worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke maatstaven niet zullen worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke maatstaven niet zullen worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke maatstaven niet zullen worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke maatstaven niet zullen worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke maatstaven niet zullen worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke maatstaven niet zullen worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dit Sanoptis' eerste duurzaamheidsverklaring is, zonder voorafgaande wijzigingen in de opstelling of presentatie van de te verschaffen duurzaamheidsinformatie.
Niet van toepassing, aangezien dit Sanoptis' eerste duurzaamheidsverklaring is, zonder voorafgaande wijzigingen in de opstelling of presentatie van de te verschaffen duurzaamheidsinformatie.
Niet van toepassing, aangezien dit Sanoptis' eerste duurzaamheidsverklaring is, zonder voorafgaande wijzigingen in de opstelling of presentatie van de te verschaffen duurzaamheidsinformatie.
Niet van toepassing, aangezien dit de eerste duurzaamheidsverklaring van Sanoptis is en er geen materiële fouten uit een eerdere periode bekend te maken zijn.
Niet van toepassing, aangezien dit de eerste duurzaamheidsverklaring van Sanoptis is en er geen materiële fouten uit een eerdere periode bekend te maken zijn.
Niet van toepassing, aangezien dit de eerste duurzaamheidsverklaring van Sanoptis is en er geen materiële fouten uit een eerdere periode bekend te maken zijn.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke informatie niet zal worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke informatie niet zal worden vermeld.
Niet van toepassing, aangezien dergelijke informatie niet is opgenomen door middel van verwijzing.
Sanoptis past de infaseringsbepalingen niet toe, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis past de infaseringsbepalingen niet toe, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis past de infaseringsbepalingen niet toe, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis past de infaseringsbepalingen niet toe, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis past de infaseringsbepalingen niet toe, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis past de infaseringsbepalingen niet toe, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis past de infaseringsbepalingen niet toe, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Op 31 december 2024 bestond geen van de organen uit werknemers- of andere medewerkersvertegenwoordigers.
Het managementteam van Sanoptis bestaat uit vijf professionals met expertise in de Europese gezondheidszorg. De Raad van Bestuur bestaat uit de Gedelegeerd Bestuurder, die 25 jaar ervaring in de Europese gezondheidszorg meebrengt, drie vertegenwoordigers van de meerderheidsaandeelhouder, Groupe Bruxelles Lambert SA, met een achtergrond in Europees investeringsbeheer, en een onafhankelijk lid met ervaring in zowel de farmaceutische industrie als de gezondheidszorg.
| Gender | Aantal Bestuursleden | Percentage van het Bestuur |
|---|---|---|
| Vrouwen | 0 | 0 |
| Mannen | 5 | 100,00 |
| Type Bestuurslid | Aantal | Percentage |
|---|---|---|
| Onafhankelijke | 1 | 20,00 |
| Uitvoerend | 1 | 20,00 |
| Niet-uitvoerend | 3 | 60,00 |
Elke lokale Commercieel Directeur van de Netwerkpartners van Sanoptis (bv. dochterondernemingen in meerderheidsbezit van Sanoptis) is verantwoordelijk voor materiële impacts wat betreft S1 – Eigen Personeel en S4 – Patiëntveiligheid in de klinieken of praktijken die zij overzien. ES1 – De dokter successie wordt overzien door de Gedelegeerd Bestuurder, in samenwerking met de Group Chief of Staff. De Raad van Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk voor het toezicht op de onderneming zijn algemene governance, strategische richting, en voor het waarborgen dat alle materiële risico's en opportuniteiten, met inbegrip van die met betrekking tot duurzaamheid en ESG, doeltreffend worden beheerst.
De Raad van Bestuur is belast met het toezicht op de strategie van de onderneming, inclusief de identificatie, het beheer en de opvolging van impacts, risico's en opportuniteiten. De verantwoordelijkheid voor ESG kwesties is gedelegeerd aan de Chief Services Officer, die deze op het niveau van het hoger management overziet.
De Gedelegeerd Bestuurder van de Groep houdt toezicht op de Group Chief Services Officer, die verantwoordelijk is voor alle ESG onderwerpen op het niveau van het hoger management. De Raad van Bestuur ontvangt updates over deze ontwikkelingen tijdens de Business Update en de Raadsvergaderingen, die doorgaans acht keer per jaar plaatsvinden.
Dokter successie (een entiteitspecifiek thema) wordt rechtstreeks gecontroleerd door de Gedelegeerd Bestuurder van de Groep in samenwerking met de Group Chief of Staff.
In overeenstemming met het gedecentraliseerde business model van Sanoptis overziet elke lokale Commercieel Directeur materiële impacts met betrekking tot S1 – Eigen Personeel en S4 – Patiëntveiligheid voor de klinieken en praktijken die zij overzien, rapporterend aan het respectieve
Landhoofd. De Landenhoofden van de belangrijkste markten van Sanoptis, Duitsland en Zwitserland, rapporteren aan de Chief Operating Officer van de Groep, terwijl de Landenhoofden van Italië, Spanje, Oostenrijk en Griekenland rechtstreeks rapporteren aan de Gedelegeerd Bestuurder van de groep.
Het bestuursorgaan van Sanoptis verantwoordelijk voor ESG onderwerpen, houdt wekelijks vergaderingen met de Group Chief Services Officer, die op zijn beurt wekelijks een-op-een met de Gedelegeerd Bestuurder van de Groep vergadert. De Raad van Bestuur wordt elk kwartaal of op ad-hocbasis bijgewerkt indien nodig. Daarnaast ontvangt het managementteam minstens één formele update per jaar over ESG kwesties. Het bestuursorgaan houdt tweewekelijkse vergaderingen met het ESG team van de meerderheidsaandeelhouder van Sanoptis, Groupe Bruxelles Lambert SA, met updates en vergadernotulen gedeeld met de Raad van Bestuur wanneer dit noodzakelijk wordt geacht.
Sanoptis heeft in 2024 zijn eerste dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd, wat een belangrijke stap is om ESG praktijken op de activiteiten af te stemmen. Sanoptis streeft ernaar om in de komende jaren specifieke controles en procedures te integreren met andere interne functies.
Sanoptis heeft nog geen formele doelen vastgesteld voor materiële impacts, risico's en opportuniteiten. Elk potentieel toekomstig doel zal worden voorgesteld, besproken en uiteindelijk goedgekeurd door het Uitvoerend Team en de Raad van Bestuur.
Jaarlijkse prestatiebeoordelingen worden uitgevoerd voor het bestuurs- en leidinggevend orgaan dat toezicht houdt op ESG kwesties. De Raad van Bestuur (toezichthoudend orgaan) ziet toe op de prestaties en de voortgang wat betreft duurzaamheidskwesties.
De bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen putten uit een breed scala aan inzichten en middelen om duurzaamheidsgerelateerde kwesties effectief aan te pakken. Daarbij gaat het onder meer om interne deskundigheid, zoals de begeleiding van het People Team bij materiële impacts geschetst in ESRS S1 en het Operations Team, met inbegrip van lokale Commercieel Directeurs, die operationele diepgang bieden voor ESRS S4. De Raad van Bestuur, bestaande uit ervaren professionals met ervaring in niet-financiële rapportering, biedt strategisch toezicht. Daarnaast wordt de interne expertise voortdurend ontwikkeld om de interne capaciteiten te versterken. Indien nodig schakelt Sanoptis ook externe deskundigen in op verschillende domeinen, waaronder duurzaamheid en ESG, om toegang te garanderen tot gespecialiseerde kennis.
Zie Informatie over duurzaamheidsgerelateerde deskundigheid die organen ofwel direct bezitten ofwel waarop deze invloed kunnen uitoefenen
De Raad van Bestuur en het Senior Managementteam van Sanoptis ontvangen updates over duurzaamheidskwesties op ad-hocbasis of wanneer ontwikkelingen dergelijke communicatie noodzakelijk of nuttig maken; minstens één keer per jaar. Deze updates worden geleverd door de Group Chief Services Officer.
Het bestuursorgaan is tot dusver niet op de hoogte gebracht van duurzaamheidskwesties.
In overeenstemming met de Duitse Supply Chain Act wordt de Raad van Bestuur geïnformeerd over de risico-inschattingen van leveranciers indien significante risico's in de supply chain worden geïdentificeerd. In 2024 werden dergelijke risico's niet vastgesteld en daarom werden er geen updates verstrekt.
Zie Informatie over hoe de verantwoordelijkheden van elk orgaan of elke persoon voor impacts, risico's en opportuniteiten weergegeven worden in het referentiekader, het mandaat voor de Raad en ander gerelateerd beleid van de onderneming.
Zie Informatie over de identiteit van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen of de persoon (personen) binnen een orgaan die belast is (zijn) met het toezicht op impacts, risico's en opportuniteiten.
Niet van toepassing, aangezien momenteel geen duurzaamheid gerelateerde performantie is geïntegreerd in de beloningsregeling.
Momenteel worden dergelijke doelen niet gebruikt om de prestaties van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen te beoordelen.
Momenteel worden dergelijke doelen niet omvat in in het beloningsbeleid.
0,00%
Niet van toepassing, aangezien momenteel geen duurzaamheid gerelateerde performantie is geïntegreerd in de beloningsregeling.
Risico's verbonden aan interne controle processen voor duurzaamheidsrapportering kunnen voortkomen uit de gedecentraliseerde structuur van Sanoptis, waar een strikte vermijding van een top-down bedrijfscultuur de autonomie tussen de individuele Netwerkpartners ondersteunt. Deze benadering betekent dat het verstrekken van uitgebreide verklaringen over het hele Sanoptis-Netwerk zorgvuldig moet worden overwogen, waarbij de focus moet liggen op het verstrekken van alleen informatie die van toepassing is op alle Netwerkpartners.
Daarnaast biedt de hoge mate van detail en specificiteit die de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) vereisen, uitdagingen, met name wat betreft het afstemmen van processen voor gegevensverzameling en -rapportering in een gedecentraliseerd Netwerk. Als een private entiteit met beperkte ervaring in niet-financiële rapportering, voldoet Sanoptis aan deze nieuwe vereisten door interne expertise te benutten, externe adviseurs in te schakelen voor gespecialiseerde begeleiding en de samenwerking binnen het Netwerk verder te versterken.
Sanoptis behoort tot de eerste groep bedrijven die onder de CSRD moeten rapporteren. Het ontbreken van gevestigde benchmarks of CSRDconforme rapporten die als leidraad kunnen dienen, maakt het rapporteringsproces nog ingewikkelder.
De belangrijkste risico's en mitigerende maatregelen die Sanoptis heeft geïdentificeerd:
Zie Beschrijving van de reikwijdte, belangrijkste kenmerken en onderdelen van het risicobeheer en de interne controle processen en systemen wat betreft duurzaamheidsrapportering.
Zie Beschrijving van de reikwijdte, belangrijkste kenmerken en onderdelen van het risicobeheer en de interne controle processen en systemen wat betreft duurzaamheidsrapportering.
Zie Beschrijving van de reikwijdte, belangrijkste kenmerken en onderdelen van het risicobeheer en de interne controle processen en systemen wat betreft duurzaamheidsrapportering.
Zie Beschrijving van de reikwijdte, belangrijkste kenmerken en onderdelen van het risicobeheer en de interne controle processen en systemen wat betreft duurzaamheidsrapportering.
Op het moment van het schrijven van deze duurzaamheidsverklaring zijn er geen sectorspecifieke European Sustainability Reporting Standards (ESRS) gepubliceerd. Daarom zijn sectorspecifieke standaarden momenteel niet van toepassing.
Nee
Nee
Nee
Nee
Sanoptis is een Europese leider in oogheelkundige diensten, met een netwerk van meer dan 400 oogheelkundige praktijken en klinieken in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Italië, Griekenland en Spanje. De missie van Sanoptis is duidelijk: eersteklas oogheelkunde voor iedereen – samenwerkend binnen een sterk netwerk. Sanoptis zet zich in om de kwaliteit van leven en de visuele prestaties van patiënten te verbeteren. Dit wordt bereikt door artsen uit te rusten met geavanceerde technologie, hun professionele ontwikkeling te stimuleren en nauwe samenwerking binnen het Netwerk aan te moedigen. Door middel van meerderheidsparticipatie werkt Sanoptis samen met ondernemende oogartsen om de groei binnen hun regio te stimuleren.
Federalisme en operationele onafhankelijkheid staan centraal in het businessmodel van Sanoptis. Sanoptis richt zijn invloed uitsluitend op gebieden waar echte waarde kan worden toegevoegd, waardoor Netwerkpartners hun operationele autonomie kunnen behouden en tegelijkertijd gebruik kunnen maken van de middelen, deskundigheid en schaalvoordelen van een grotere organisatie. Dit partnerschap van gelijken plaatst patiënten in het middelpunt van elke activiteit.
Waardeketen: Zie Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de upstream- en downstreamwaardeketen en de positie van de onderneming in de waardeketen.
Sanoptis' Netwerkpartners leveren medische apparatuur, diagnostische machines, geneesmiddelen, medische verbruiksgoederen en intellectuele diensten. Netwerkpartners verzamelen onafhankelijk input op basis van hun specifieke behoeften. Voor bepaalde apparatuur (machines en lenzen) zijn er kaderovereenkomsten met OEM's om de toegang tot producten van hoge kwaliteit tegen concurrerende prijzen te garanderen.
Op het moment van publicatie van deze duurzaamheidsverklaring werkt Sanoptis samen met oogartsen in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Griekenland, Italië en Spanje. De Netwerkpartners van Sanoptis verwelkomen alle personen die oogheelkundige zorg nodig hebben.
Geen van de diensten die door de Netwerkpartners van Sanoptis worden aangeboden, zijn verboden op welke markt dan ook.
De patiënten van Sanoptis profiteren van een verbeterd zicht en een algehele ooggezondheid dankzij de zorg van de Netwerkpartners van Sanoptis. Toegang tot moderne apparatuur tegen concurrerende voorwaarden en de deskundigheid van ervaren medische professionals bevordert hoge normen voor oogheelkundige behandeling.
Investeerders profiteren van Sanoptis zijn stabiele groei en sterke aanwezigheid op de markt in momenteel zes landen.
Sanoptis is actief binnen de gezondheidszorg waardeketen als aanbieder van oogheelkundige diensten.
Sanoptis levert medische apparatuur, diagnostische machines, geneesmiddelen, intellectuele diensten en medische verbruiksgoederen. Elke chirurg kiest zelfstandig de apparatuur die hij gebruikt, omdat hij uiteindelijk verantwoordelijk is voor het welzijn van de patiënt. Sanoptis' Netwerkpartners zijn verplicht om uitsluitend geneesmiddelen te gebruiken die zijn goedgekeurd door de relevante regelgevende instanties.
De downstreamactiviteiten van Sanoptis omvatten patiëntennazorg (indien uitgevoerd buiten het Sanoptis-netwerk), follow-upconsultaties (indien uitgevoerd buiten het Sanoptis-netwerk) en afvalbeheer, in overeenstemming met de wettelijke normen.
De rol van Sanoptis in de waardeketen is het leveren van oogheelkundige diensten via een gedecentraliseerd netwerk van klinieken en praktijken.
665.711.396,00 EUR
Niet van toepassing, aangezien er momenteel geen specifieke duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen zijn goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
Niet van toepassing, aangezien er momenteel geen specifieke duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen zijn goedgekeurd door de Raad van Bestuur.
De strategie van Sanoptis is gericht op het leveren van oogzorg van hoge kwaliteit door gebruik te maken van geavanceerde technologie en gepersonaliseerde behandeling via lokaal geleide teams. Medisch personeel profiteert van voorspelbare werktijden, moderne apparatuur en een veilige werkomgeving. Door operationele onafhankelijkheid met gedeelde middelen te combineren, wil Sanoptis bijdragen aan een duurzaam businessmodel dat rekening houdt met de behoeften van zowel patiënten (ESRS S4) als werknemers (ESRS S1 en ES1).
De belangrijkste stakeholders van Sanoptis zijn patiënten, Netwerkpartners, werknemers, leveranciers en investeerders. Patiënten vertrouwen op Sanoptis voor oogheelkundige zorg van hoge kwaliteit. Netwerkpartners leveren medische diensten binnen het gedecentraliseerde netwerk. Medewerkers dragen bij aan de levering van gezondheidszorg. Leveranciers leveren medische apparatuur, verbruiksgoederen en geneesmiddelen, terwijl investeerders de groei en aanwezigheid van Sanoptis op de markt ondersteunen.
Patiënten: Gedurende het hele zorgproces vindt persoonlijke betrokkenheid plaats, waardoor directe feedback mogelijk is.
De samenwerking met Netwerkpartners wordt onderhouden door regelmatige samenwerking met lokale commercieel directeuren, aangevuld met ad-hoc interacties indien nodig. Er wordt jaarlijks een persoonlijke vergadering gehouden in de Medische Raad van Sanoptis, waar toonaangevende artsen van alle Sanoptis Network Partners bijeenkomen.
Werknemers: Engagement vindt direct op Netwerkpartnerniveau plaats via open communicatiekanalen. Vergaderingen kunnen op verzoek van werknemers ad-hoc worden gepland. Werknemersbetrokkenheid binnen het Sanoptis-Netwerk is op maat van elke Netwerkpartner, met individuele benaderingen in plaats van een gestandaardiseerd, universeel proces.
Investeerders: Bijeenkomsten van de Raad van Bestuur en het bedrijfsleven worden doorgaans acht keer per jaar gehouden, aangevuld met tweewekelijkse gesprekken en ad-hocvergaderingen.
Leveranciers: Het betrekken van leveranciers gebeurt vaak tijdens congressen, zoals DOG en ESCRS, maar ook tijdens gesprekken over contractverlenging of wanneer er zich andere samenwerkingsmogelijkheden voordoen.
Zie Beschrijving van categorieën stakeholders waarbij betrokkenheid plaatsvindt.
Het doel van stakeholderbetrokkenheid is om open communicatie aan te moedigen, specifieke behoeften of zorgen aan de orde te stellen en te zorgen dat alle betrokken partijen op één lijn zitten. Engagement richt zich op transparantie, weloverwogen besluitvorming en samenwerking om de uitkomsten te verbeteren, voor patiënten, werknemers, Netwerkpartners, investeerders of leveranciers.
De uitkomsten van stakeholderbetrokkenheid worden gedeeld met relevante partijen, waaronder de verantwoordelijken of direct geïnteresseerden, waardoor integratie in de besluitvorming en operationele verbeteringen wordt gewaarborgd.
Patiënten geven prioriteit aan hoogwaardige zorg, transparantie, veiligheid en toegang tot behandeling. Dankzij de gedecentraliseerde structuur van Sanoptis kunnen netwerkpartners zich aanpassen aan de specifieke behoeften van hun lokale patiëntenbestand. Het identificeren van de relevantie van S4-consumenten en -eindgebruikers voor de patiëntenzorg was een duidelijk proces, en interviews met stakeholders bevestigden deze beoordeling verder.
Netwerkpartners waarderen professionele onafhankelijkheid, toegang tot een netwerk van sectorgenoten, moderne apparatuur tegen concurrerende voorwaarden om de patiëntenzorg verder te verbeteren, mogelijkheden voor permanente professionele ontwikkeling en toegang tot kapitaal om de groei en uitbreiding van hun klinieken of praktijken te ondersteunen.
Werknemers hechten veel belang aan stabiliteit en voorspelbaarheid. Sanoptis en zijn Netwerkpartners streven naar een veilige tewerkstelling met gestructureerde werktijden. Er werden interviews afgenomen met stakeholders die werknemers vertegenwoordigden en hun feedback werd opgenomen in de Dubbele Materialiteitsanalyse van Sanoptis.
Investeerders geven prioriteit aan financiële stabiliteit en groei op lange termijn. Er werden interviews met investeerders gehouden en hun feedback werd meegenomen in de Dubbele Materialiteitsanalyse van Sanoptis.
Sanoptis acht momenteel geen aanpassingen aan het businessmodel nodig.
Sanoptis zal de komende jaren prioriteit geven aan het verbeteren van zijn duurzaamheidsgerelateerde informatie, met een focus op kwantitatieve data. Specifieke stappen zullen worden bepaald en binnen passende termijnen worden uitgevoerd om de afstemming op wettelijke vereisten en rapporteringsstandaarden te verbeteren.
Sanoptis verwacht momenteel geen toekomstige maatregelen om zijn relatie met stakeholders te wijzigen.
Zie Beschrijving van de belangrijkste stakeholders en Verdere stappen die gepland staan, zullen waarschijnlijk de relatie met en opvattingen van stakeholders wijzigen.
Potentiële negatieve impact: Als de opvolgingsplanning en de aanwerving van artsen niet voldoende worden geprioriteerd, bestaat het risico dat opvolgers te laat of helemaal niet worden geïdentificeerd. Dit kan leiden tot een (tijdelijke) vermindering van de capaciteit van de bedrijfslocatie om diensten te leveren. Bij gebrek aan voldoende gekwalificeerde artsen kan de Netwerkpartner operationele verstoringen ondervinden, wat mogelijk leidt tot een verminderde beschikbaarheid van diensten, langere wachttijden of waardoor patiënten grotere afstanden moeten afleggen voor de zorg die zij nodig hebben.
Negatieve impact: Mentale stress of ziekten bij werknemers (bv. door werkdruk, tijdsdruk, deadlines).
Als opvolgers te laat of helemaal niet worden geïdentificeerd, kan het vermogen van Netwerkpartners om voldoende inkomstengenererende diensten te leveren worden beperkt.
Momenteel wordt geen significant effect op businessmodel, waardeketen, strategie of besluitvorming verwacht.
Milieu: Er zijn geen materiële impacts die het milieu hebben of waarschijnlijk zullen beïnvloeden.
Mensen: impacts en potentiële impacts op de mens worden uitvoerig gerapporteerd in de volgende paragrafen van deze duurzaamheidsverklaring.
Als verleners van gezondheidszorg zijn de in ESRS S1 en ESRS S4 geïdentificeerde materiële impacts terug te voeren op het businessmodel. De entiteitspecifieke, potentiële materiële impact die in kaart is gebracht, is terug te voeren op de strategie van Sanoptis.
ESRS S1: Middellange-termijn ESRS S4: Lange-termijn ES1: Lange-termijn
De Netwerkpartners van Sanoptis bieden gespecialiseerde oogheelkundige diensten aan. Deze kernactiviteit heeft een potentieel effect op patiëntveiligheid (S4), aangezien alle chirurgische ingrepen inherent een zekere mate van risico inhouden.
Dokter Successie is essentieel om een continue kwaliteitszorg te garanderen. Sanoptis werkt samen met Netwerkpartners om de opvolging proactief te beheren, potentiële verstoringen van de dienstverlening te beperken en te vermijden en de toegang van patiënten tot gekwalificeerde artsen te behouden.
Sanoptis heeft meer dan 400 locaties, elk met zijn eigen personeel. Volgens een gedecentraliseerd business model is elke Commercieel Directeur verantwoordelijk voor het toezicht op het welzijn van het personeel, met ondersteuning van het People-team van Sanoptis Groep voor kaderovereenkomsten en initiatieven.
Dokter Successie is geïdentificeerd als een materieel financieel risico voor Sanoptis. Er wordt echter geen significant risico verwacht op materiële aanpassingen van de boekwaarden van activa of verplichtingen binnen de volgende verslagperiode. Sanoptis verwacht evenmin materiële impacts op zijn financiële positie, prestaties of kasstromen wat betreft de dokter successie.
Sanoptis handhaaft gestroomlijnde besluitvormingsprocessen, waardoor aanpassingsvermogen en een snelle reactie op opkomende impacts, risico's en opportuniteiten mogelijk zijn.
Niet van toepassing, aangezien dit Sanoptis' eerste duurzaamheidsverklaring is, zonder voorafgaande wijzigingen in de opstelling of presentatie van de te verschaffen duurzaamheidsinformatie.
Sanoptis behandelt S4 – Patiëntveiligheid en S1 – Eigen Personeel in overeenstemming met de ESRS rapporteringsvereisten. Daarnaast wordt Dokter Successie (ES1) gerapporteerd als entiteitspecifiek thema vanwege het belang ervan voor het behoud van de continuïteit van de dienstverlening. Hoewel de ESRS-standaarden als leidraad dienen voor onze primaire rapportering, weerspiegelt deze specifieke focus de risico's en potentiële impacts uniek voor Sanoptis.
In de eerste fase van de Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA) ligt de focus op het definiëren van Sanoptis' duurzaamheidslandschap en de relevantie ervan voor de kernactiviteiten, alsook het identificeren van de belangrijkste stakeholders en hun rol. Deze stap legt de basis voor het bepalen van potentiële materiële ESG onderwerpen die in de volgende fasen moeten worden beoordeeld. Kernactiviteiten zijn:
Deze gestructureerde aanpak zorgt voor een alomvattend begrip van Sanoptis' duurzaamheidscontext en stakeholder dynamiek, wat de weg vrijmaakt voor een effectieve prioritering van materiële onderwerpen.
Stakeholderbetrokkenheid is essentieel voor het identificeren en definiëren van duurzaamheidsgerelateerde thema's en IRO's voor Sanoptis, het toepassen van criteria om impacts, financiële materialiteit en het bepalen van materiële rapporteringsvereisten te analyseren. Dit proces omvatte directe samenwerking met interne stakeholders, terwijl interne vertegenwoordigers werden gebruikt om de standpunten van externe stakeholders te integreren.
Er werden interviews afgenomen met interne stakeholders om inzichten te verzamelen rechtstreeks bij de betrokkenen in de bedrijfsactiviteiten van Sanoptis. Interne vertegenwoordigers werden ingeschakeld om de standpunten van externe stakeholders te integreren, die mogelijk door specifieke duurzaamheidskwesties worden getroffen.
Deze stakeholders werden in verschillende fasen betrokken, waaronder:
De belangrijkste aannames zijn onder meer dat de standpunten van de geïnterviewde stakeholders de meningen van het bredere stakeholderlandschap voldoende weergeven.
Sanoptis zal zijn IRO's jaarlijks monitoren en zijn dubbele materialiteitsanalyse bijwerken in overeenstemming met de ESRS.
In overeenstemming met de vereisten van de CSRD en EFRAG IG 1 worden alle potentiële materiële ESG thema's en gerelateerde IRO's geïdentificeerd op basis van schaal (1 "minimaal" tot 5 "maximaal"), reikwijdte (1 "beperkt" tot 5 "globaal"), mate van onomkeerbaar (0 "gemakkelijk te verhelpen" tot 5 "onomkeerbaar") en waarschijnlijkheid (0,05 "zeer onwaarschijnlijk" tot 0,95 "zeer waarschijnlijk") van de impact.
Een geaggregeerde score wordt dan berekend door de ernst (de ernst van de impact wordt bepaald door de scores voor schaal, reikwijdte en onomkeerbaarheid op te tellen en vervolgens het gemiddelde te berekenen) te vermenigvuldigen met de waarschijnlijkheid van de impact. Sanoptis heeft als impact-materialiteitsdrempel "Gelijk aan of hoger dan 3,5" aangehouden.
De beoordeling van materiële impacts op basis van de bovenstaande criteria wordt uitgevoerd voor elke impact die is geïdentificeerd binnen de duurzaamheidskwesties:
Om risico's en opportuniteiten binnen de duurzaamheid thema's in kaart te brengen, is rekening gehouden met de volgende factoren:
In overeenstemming met de vereisten van de CSRD worden alle potentiële materiële ESG thema's en daarmee samenhangende IRO's gescoord op basis van de omvang van het financiële effect (1 "onbeduidend" tot 5 "kritisch") en de waarschijnlijkheid (0,05 "zeer waarschijnlijk" tot 0,95 "zeer waarschijnlijk") van de impact binnen de afgebakende tijdshorizonten. In lijn met de uitvoeringsrichtsnoeren voor EFRAG IG 1 Materialiteitsanalyse is "gelijk aan of hoger dan 3,5" als financiële materialiteitsdrempel aangehouden.
De financiële materialiteitsanalyse op basis van de hierboven beschreven criteria wordt uitgevoerd voor elke duurzaamheidskwestie die in kaart is gebracht:
Op basis van de lijsten van ESG thema's en gerelateerde IRO's werd een geconsolideerde lijst van materiële ESG thema's en gerelateerde IRO's voor Sanoptis opgesteld. Deze lijst vormt de basis voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring en ondersteunt de productie van de DMAmatrix. De lijst van materiële ESG thema's, gerelateerde IRO's en DMA matrix werd gevalideerd door het hoger management van Sanoptis en vertegenwoordigers van de meerderheidsaandeelhouders, Groupe Bruxelles Lambert SA.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Externe stakeholders werden niet rechtstreeks bij het beoordelingsproces betrokken, maar hun standpunten werden via interne vertegenwoordigers vertegenwoordigd. Vertegenwoordigers van de grootste Netwerkpartners van Sanoptis namen deel om ervoor te zorgen dat hun realiteit nauwkeurig werd weergegeven in de Dubbele Materialiteitsanalyse (DMA).
Om de ESRS-bepaling dat "één van de drie kenmerken (schaal, reikwijdte en onomkeerbaarheid) een negatieve impact ernstig kan maken" (ESRS 1 – 3.4) te integreren in beslissingen over impact-materialiteit, heeft Sanoptis een ernstanalyse uitgevoerd. Negatieve impacts die aan de hoogste categorie voor een van deze kenmerken voldoen, maar de materialiteitsdrempel niet overschrijden, zijn afzonderlijk vermeld en geëvalueerd om te beoordelen of zij op basis van alleen de ernst als materieel moeten worden beschouwd. Om te voldoen aan ESRS 1 Alinea 45, waarin "de ernst van de impact primeert op de waarschijnlijkheid ervan" voor potentiële negatieve mensenrechten impacts, werd de waarschijnlijkheid voor dergelijke impacts vastgesteld op "1", waarbij deze werden behandeld als daadwerkelijke impacts om de ernst te prioriteren. Definities van mensenrechten sluiten aan bij de Universal Declaration of Human Rights (UDHR).
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
In 2024 zijn geen materiële opportuniteiten geïdentificeerd die relevant zijn voor het ESRS Kader, waardoor deze informatieverschaffing niet van toepassing is.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten.
Niet van toepassing, aangezien dit Sanoptis' eerste duurzaamheidsverklaring is, zonder voorafgaande wijzigingen in de opstelling of presentatie van de te verschaffen duurzaamheidsinformatie.
| Rapporte ringsvereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring Appendix |
SFRD -referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie benchmarkregula tie |
Referentie klimaatwet EU |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (d) | Genderdiversiteit in de Raad van Bestuur |
Indicator nr.13 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816 van de Commissie (27), Bijlage II |
materieel | 188 | ||
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (e) | Percentage onafhankelijke Bestuurders |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
materieel | 188 | |||
| ESRS 2 GOV-4 | 30 | Due diligence verklaring | Indicator nr.10 Tabel #3 van Bijlage 1 |
materieel | ||||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) i | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen |
Indicator nr.4 Tabel #1 van Bijlage 1 |
– Artikel 449a van Verordening (EU) nr. 575/2013; – Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie ( 28 ) – Tabel 1: Kwalitatieve informatie over Milieurisico's en Tabel 2: Kwalitatieve informatie over Sociaal risico |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
materieel | 191 | |
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) ii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie |
Indicator nr.9 Tabel #2 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
materieel | 191 |
| Rapporte ringsvereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring Appendix |
SFRD -referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie benchmarkregula tie |
Referentie klimaatwet EU |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens |
Indicator nr.14 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 (29), Art. 12(1); Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
materieel | 191 | ||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iv | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
materieel | 191 | |||
| ESRS E1-1 | 14 | Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken |
Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
niet materieel |
||||
| ESRS E1-1 | 16 (g) | Ondernemingen uitgesloten van de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks |
– Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr, 575/2013; – Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1, punten d) t/m g), en art. 12, lid 2 |
niet materieel |
|||
| ESRS E1-4 | 34 | Doelen voor BKG emissiereductie |
Indicator nr.4 Tabel #2 van Bijlage 1 |
– Artikel 449a – Verordening (EU) 575/2013; – Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 6 |
niet materieel |
||
| ESRS E1-5 | 38 | Energieverbruik uit fossiele bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) |
Indicator nr.5 van tabel 1 en indicator nr. 5 Tabel 2 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS E1-5 | 37 | Energieverbruik en energiemix |
Indicator nr.5 Tabel #1 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS E1-5 | 40-43 | Energie-intensiteit m.b.t. activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact |
Indicator nr.6 Tabel #1 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS E1-6 | 44 | Bruto scope 1-, 2- en 3-emissies en totale BKG-emissies |
Indicatoren nrs.1 en 2 Tabel #1 van Bijlage 1 |
– Artikel 449a; – Verordening (EU) 575/2013; – Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 5, lid 1, art. 6 en art. 8, lid 1 |
niet materieel |
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
| Rapporte ringsvereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring Appendix |
SFRD -referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie benchmarkregula tie |
Referentie klimaatwet EU |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-6 | 53-55 | Bruto-BKG-emissie intensiteit |
Indicator nr.3 Tabel #1 van Bijlage 1 |
– Artikel 449a – Verordening (EU) 575/2013; – Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 8, lid 1 |
niet materieel |
||
| ESRS E1-7 | 56 | BKG verwijderingen en carbon credits |
– | Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
niet materieel |
|||
| ESRS E1-9 | 66 | Blootstelling benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's |
– | – Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II – Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet materieel |
|||
| ESRS E1-9 | 66 (a); 66 (c) | Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico; Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen |
– Artikel 449a – Verordening (EU) 575/2013; – Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, alinea's 46 en 47; Template 5: Banking book - Klimaatverandering fysiek risico: Aan fysiek risico onderhevige blootstellingen. |
niet materieel |
||||
| ESRS E1-9 | 67 (c) | Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse |
– Artikel 449a – Verordening (EU) 575/2013; – Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie alinea 34; Template 2: Banking book - Transitierisico's in verband met klimaatverandering: Leningen gedekt door zekerheden in de vorm van onroerend goed – Energie-efficiëntie van de zekerheid |
niet materieel |
||||
| ESRS E1-9 | 69 | Mate blootstelling portefeuille aan klimaatgerelateerde opportuniteiten |
– | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II |
niet materieel |
|||
| ESRS E2-4 | 28 | Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in Bijlage II bij E-PRTR verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) |
Indicator nr.8 Tabel #1 van Bijlage 1 Indicator nr.2 Tabel #2 van Bijlage 1 Indicator nr.1 Tabel #2 van Bijlage 1 Indicator nr.3 Tabel #2 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS E3-1 | 9 | Water en mariene hulpbronnen |
Indicator nr.7 Tabel #2 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
| Rapporte ringsvereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring Appendix |
SFRD -referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie benchmarkregula tie |
Referentie klimaatwet EU |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E3-1 | 13 | Speciaal beleid | Indicator nr.8 Tabel 2 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS E3-4 | 14 | Duurzame oceanen en zeeën | Indicator nr.12 | – | niet | |||
| Tabel #2 van Bijlage 1 |
materieel | |||||||
| ESRS E3-4 | 28 c | De totale hoeveelheid | Indicator nr.6.2 | – | niet | |||
| gerecycleerd en hergebruikt water |
Tabel #2 van Bijlage 1 |
materieel | ||||||
| ESRS E3-4 | 29 | Totaal waterverbruik in m3 per netto-opbrengst eigen |
Indicator nr.6.1 | – | niet materieel |
|||
| activiteiten | Tabel #2 van Bijlage 1 |
|||||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (a) | Indicator nr.7 | – | niet materieel |
||||
| Tabel #1 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (b) | Indicator nr.10 | – | niet materieel |
||||
| Tabel #2 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 | 16 (c) | Indicator nr.14 | – | niet materieel |
||||
| Tabel #2 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS E4-2 | 24 (b) | Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / |
Indicator nr.11 | – | niet materieel |
|||
| duurzame landbouw | Tabel #2 van Bijlage 1 |
|||||||
| ESRS E4-2 | 24 (c) | Praktijken of beleid voor duurzame oceanen/ zeeën |
Indicator nr.12 | – | niet materieel |
|||
| Tabel #2 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS E4-2 | 24 (d) | Beleid tegen ontbossing | Indicator nr.15 | – | niet materieel |
|||
| Tabel #2 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS E5-5 | 37 (d) | Niet-gerecycleerd afval | Indicator nr.13 | – | niet materieel |
|||
| Tabel #2 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS E5-5 | 39 | Gevaarlijk afval en radioactief afval |
Indicator nr.9 | – | niet materieel |
|||
| Tabel #1 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS 2- SBM3 - S1 | 14 (f) | Risico op incidenten gedwongen arbeid |
Indicator nr.13 | – | materieel | 205 | ||
| Tabel #3 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS 2- SBM3 - S1 | 14 (g) | Risico op incidenten kinderarbeid |
Indicator nr.12 | – | materieel | 205 | ||
| Tabel #3 van Bijlage 1 |
||||||||
| ESRS S1-1 | 20 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 | – | materieel | 207 | ||
| Tabel #3 en indicator nr.11 |
||||||||
| Tabel #1 van Bijlage I |
||||||||
| ESRS S1-1 | 21 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
– | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
materieel | 207 | ||
| ESRS S1-1 | 22 | Procedures en maatregelen | Indicator nr.11 | – | materieel | 207 | ||
| ter voorkoming van mensenhandel |
Tabel #3 van Bijlage 1 |
| Rapporte ringsvereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring Appendix |
SFRD -referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie benchmarkregula tie |
Referentie klimaatwet EU |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS S1-1 | 23 | Beleid of beheersysteem ter preventie van arbeidsongevallen |
Indicator nr.1 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | materieel | 207 | ||
| ESRS S1-3 | 32 (c) | Klachtenregeling | Indicator nr.5 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | materieel | 209 | ||
| ESRS S1-14 | 88(b) en (c) | Aantal sterfgevallen en aantal en percentage werkgerelateerde ongevallen |
Indicator nr.2 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet materieel |
||
| ESRS S1-14 | 88 (e) | Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte |
Indicator nr.3 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS S1-16 | 97 (a) | Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen |
Indicator nr.12 Tabel #1 van Bijlage I |
– | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet materieel |
||
| ESRS S1-16 | 97 (b) | Ratio buitensporige beloning CEO |
Indicator nr.8 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS S1-17 | 103 (a) | Gevallen van discriminatie | Indicator nr.7 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | materieel | 213 | ||
| ESRS S1-17 | 104 (a) | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 en indicator nr, 14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
materieel | [7.4.2.2.15] | |
| ESRS 2-SBM3-S2 | 11 (b) | Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen |
Indicatoren nrs.12 en 13 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS S2-1 | 17 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 Tabel #3 en indicator nr, 11 Tabel #1 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS S2-1 | 18 | Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen |
Indicator nrs.11 en 4 Tabel #3 van Bijlage 1 |
– | niet materieel |
|||
| ESRS S2-1 | 19 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 van Bijlage 1 |
– | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, Art. 12(1) |
niet materieel |
||
| ESRS S2-1 | 19 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet materieel |
||||
| ESRS S2-4 | 36 | Mensenrechten-problemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream waardeketen |
Indicator nr.14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet materieel |
| Rapporte ringsvereisten |
Datapunt | Duurzaamheids verklaring Appendix |
SFRD -referentie |
Pijler 3 referentie |
Referentie benchmarkregula tie |
Referentie klimaatwet EU |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS S3-1 | 16 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 Indicator nr.3 van Tabel 1 van bijlage I en indicator nr.11 Tabel #1 van Bijlage 1 |
niet materieel |
||||
| ESRS S3-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights, ILO-beginselen en (of) OECD- richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 van Bijlage I |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, Art. 12(1) |
niet materieel |
|||
| ESRS S3-4 | 36 | Mensenrechten-problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet materieel |
||||
| ESRS S4-1 | 16 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers |
Indicator nr.9 Tabel #3 en indicator nr.11 Tabel #1 van Bijlage 1 |
materieel | 216 | |||
| ESRS S4-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, Art. 12(1) |
materieel | 216 | ||
| ESRS S4-1 | 35 | Mensenrechten-problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
materieel | 216 | |||
| ESRS G1-1 | 10 (b) | VN-Verdrag tegen corruptie | Indicator nr.15 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet materieel |
||||
| ESRS G1-1 | 10 (d) | Bescherming klokkenluiders | Indicator nr.6 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet materieel |
||||
| ESRS G1-4 | 24 (a) | Geldboeten voor overtredingen wetgeving tegen corruptie en omkoping |
Indicator nr.17 Tabel #3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II |
niet materieel |
|||
| ESRS G1-4 | 24 (b) | Normen bestrijding corruptie en omkoping |
Indicator nr.16 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet materieel |
Sanoptis heeft een Dubbele Materialiteitsanalyse uitgevoerd in overeenstemming met de ESRS, waarbij het tot de conclusie kwam dat ESRS E1 – Klimaatverandering niet materieel is voor boekjaar 2024. Sanoptis meet zijn koolstofvoetafdruk sinds 2022 (inside-out perspectief) en zal dit vrijwillig blijven doen. Stakeholderinterviews bevestigden unaniem dat E1 niet materialistisch is, een conclusie die verder wordt ondersteund door een externe analyse van het fysieke klimaatrisico uitgevoerd met klimaatadviesbureau South Pole (outside-in perspectief). De Dubbele Materialiteitsanalyse zal periodiek worden bijgewerkt overeenkomstig met de ESRS-vereisten.
Zie Beschrijving van methodologieën en aannames toegepast bij het in kaart brengen van impacts, risico's en opportuniteiten
Het personeel van Sanoptis en zijn Netwerkpartners (werknemers) omvat oogartsen, opticiens, optometristen, orthoptisten, chirurgisch technologen, medisch personeel en administratief en ondersteunend personeel.
Sanoptis definieert medewerkers niet in loondienst als personen die bijdragen aan de activiteiten, maar niet in dienst zijn bij Sanoptis of de Netwerkpartners. Dit omvat, maar is niet beperkt tot, onafhankelijke opdrachtnemers, adviseurs, aangesloten artsen (zelfstandige artsen die binnen het Netwerk werken), en extern personeel zoals anesthesisten die via externe dienstverleners worden ingeschakeld.
Op holdingniveau biedt Sanoptis zijn Netwerkpartners ondersteuning op belangrijke gebieden zoals Finance, People (HR), Marketing en M&A.
De materiële negatieve impact blijft beperkt tot individuele incidenten.
Er zijn geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd onder S1 – Eigen Personeel, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Er zijn geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd onder S1 – Eigen Personeel, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis verwacht geen materiële impacts op zijn eigen personeel wat betreft inspanningen om milieu impacts te verminderen en groenere, klimaatneutrale activiteiten te realiseren.
De Netwerkpartners van Sanoptis bieden oogheelkundige diensten in Centraal-Europa aan, waar het risico op gevallen van dwangarbeid of verplichte arbeid niet groot is.
De Netwerkpartners van Sanoptis bieden oogheelkundige diensten in Centraal-Europa aan, waar het risico op gevallen van dwangarbeid of verplichte arbeid niet groot is.
De Netwerkpartners van Sanoptis bieden oogheelkundige diensten aan in Centraal-Europa, waar het risico op kinderarbeid niet groot is.
De Netwerkpartners van Sanoptis bieden oogheelkundige diensten aan in Centraal-Europa, waar het risico op kinderarbeid niet groot is.
Er is geen specifieke groep werknemers geïdentificeerd die een groter risico loopt.
Niet van toepassing, aangezien er geen materiële risico's of opportuniteiten zijn geïdentificeerd op grond van ESRS S1 – Eigen personeel.
Sanoptis erkent dat alle werknemers binnen het personeel mogelijks te maken kunnen krijgen met uitdagingen op het gebied van mentale gezondheid, zoals stress en angst, voortkomend uit factoren zoals hoge werk, tijds en deadlinedruk. Deze uitdagingen kunnen terug te voeren zijn op de eigen activiteiten van Sanoptis of op impacts in de hele waardeketen, met inbegrip van bijbehorende diensten en zakelijke relaties. Ongeacht de bron zet Sanoptis zich in voor de ondersteuning van de mentale gezondheid door maatregelen te nemen om deze risico's te beperken, de werkomgeving te verbeteren en stressfactoren te verminderen.
Sanoptis heeft geen specifiek beleid vastgesteld om deze negatieve impact aan te pakken. Mentale gezondheid is een zeer individueel onderwerp, met verschillende factoren die de ervaring van elke persoon beïnvloeden. Sanoptis is dan ook van mening dat één gestandaardiseerd beleid deze uitdagingen niet effectief zou aanpakken. In plaats daarvan biedt Sanoptis ondersteuning via maatregelen ( Zie Beschrijving van de maatregelen die zijn genomen, gepland staan of lopen om negatieve impacts op het eigen personeel te voorkomen of te mitigeren) met praktische middelen en oplossingen om zijn personeel te helpen.
Op dit moment is er nog geen beleid ingevoerd, waardoor deze toelichting niet van toepassing is.
Zie Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Zie Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Zie Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Zie Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Zie Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Op het moment van het schrijven van deze duurzaamheidsverklaring heeft Sanoptis geen formele mensenrechten beleidstoezeggingen gedaan specifiek voor het eigen personeel.
Niet van toepassing, aangezien Sanoptis geen formele mensenrechten beleidstoezeggingen heeft gedaan specifiek voor het eigen personeel.
Zie Verklaring indien de onderneming geen algemeen proces heeft vastgesteld om met het eigen personeel te overleggen.
Sanoptis is niet op de hoogte van enige impact op de mensenrechten binnen het eigen personeel in 2024. Bijgevolg is er op het moment van het schrijven van deze duurzaamheidsverklaring geen specifieke algemene benadering vastgesteld om oplossingen te bieden of mogelijk te maken.
Niet van toepassing, aangezien dit beleid niet is ontwikkeld op het moment van het schrijven van deze duurzaamheidsverklaring.
Sanoptis' Gedragscode behandelt expliciet gedwongen arbeid en kinderarbeid; mensenhandel en verplichte arbeid komen echter niet specifiek aan bod als op zichzelf staande onderwerpen.
Sanoptis en zijn Netwerkpartners streven ernaar om te voldoen aan de wettelijke vereisten, waaronder die met betrekking tot veiligheid op de werkvloer, die wettelijk verplicht zijn in alle landen waar Sanoptis actief is. Hoewel Sanoptis geen netwerkbreed beleid ter voorkoming van arbeidsongevallen heeft uitgerold, bepalen zijn Netwerkpartners onafhankelijk de gepaste maatregelen om aan deze wettelijke verplichtingen te voldoen. Om hun inspanningen te ondersteunen, biedt de Sanoptis Academy een opleiding aan over veiligheid en ongevallenpreventie op het werk, waarvan Netwerkpartners gebruik kunnen maken in het kader van hun aanpak om aan deze vereisten te voldoen.
Bovendien stelt de gedragscode van Sanoptis dat "duurzaam ondernemen een van onze hoogste prioriteiten is". We houden ons consequent aan de regelgeving rond milieu, veiligheid en gezondheid en proberen waar mogelijk de geldende normen te overtreffen. Certificeringen zoals ISO 45001 voor gezond en veilig werken worden aangemoedigd en ondersteund. We gaan zorgvuldig om met natuurlijke grondstoffen en streven ernaar onze diensten zo duurzaam mogelijk aan te bieden. Door te voldoen aan de regelgeving en praktijken op het gebied van gezond en veilig werken, zorgen we ervoor dat de veiligheid, gezondheid en persoonlijke integriteit van onze werknemers, onze patiënten en het grote publiek niet in gevaar komen.
Sanoptis' Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie Beleid is erop gericht om ware diversiteit, gelijkheid en inclusie in het hele Sanoptis Netwerk te bevorderen.
De gronden voor discriminatie worden uitdrukkelijk behandeld in het Beleid van Sanoptis inzake Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (D&I).
Er zijn geen specifieke beleidstoezeggingen opgenomen in het Beleid van Sanoptis inzake Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie.
Sanoptis deelde zijn beleid voor Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (D&I) met de Netwerkpartners via e-mail en presenteerde de inhoud ervan tijdens vergaderingen over zakelijke updates. Het beleid bevat contactinformatie voor de Compliance Manager en werknemers kunnen voor gerelateerde vragen terecht bij de afdelingen People (HR) en Compliance.
Zie Verklaring indien de onderneming geen algemeen proces heeft vastgesteld om met het eigen personeel te overleggen.
Zie Verklaring indien de onderneming geen algemeen proces heeft vastgesteld om met het eigen personeel te overleggen.
Zie Verklaring indien de onderneming geen algemeen proces heeft vastgesteld om met het eigen personeel te overleggen.
Zie Verklaring indien de onderneming geen algemeen proces heeft vastgesteld om met het eigen personeel te overleggen.
Zie Verklaring indien de onderneming geen algemeen proces heeft vastgesteld om met het eigen personeel te overleggen.
Zie Verklaring indien de onderneming geen algemeen proces heeft vastgesteld om met het eigen personeel te overleggen.
Het Sanoptis-Netwerk omvat meer dan 400 locaties, elk met een eigen personeelsbestand en een eigen werkplekcultuur. Sanoptis hanteert een gedecentraliseerde aanpak en beperkt doelbewust zijn betrokkenheid bij de dagelijkse activiteiten om deze diversiteit te eren en lokaal leiderschap te versterken. Bijgevolg is er geen gecentraliseerd, netwerkbreed proces voor de betrokkenheid van het personeel vastgesteld.
In plaats daarvan zijn lokale commercieel directeuren verantwoordelijk voor het ontwikkelen van engagementpraktijken op maat van de specifieke behoeften van hun teams.
Sanoptis erkent het potentieel voor werknemers om uitdagingen op het gebied van mentale gezondheid, zoals stress en angst, voortkomend uit factoren zoals hoge werk, tijds en deadlinedruk. Op grond van de General Data Protection Regulation (GDPR), met name Artikel 9, is het verwerken van gezondheidsgerelateerde gegevens verboden. Aangezien gezondheidsgegevens als gevoelig worden beschouwd, verzamelt of raadpleegt Sanoptis dergelijke informatie niet en heeft Sanoptis daarom geen kennis of informatie te verstrekken over materiële negatieve gevolgen voor de mentale gezondheid van werknemers.
Sanoptis heeft een Klokkenluidershotline ingesteld die toegankelijk is via vier kanalen: e-mail, telefoon, post en anoniem via een online tool. Deze kanalen zijn beschikbaar voor alle werknemers in het hele Sanoptis-Netwerk en bieden veilige en vertrouwelijke opties om zorgen kenbaar te maken.
Daarnaast biedt Sanoptis op zijn website een speciaal formulier waarmee mensen gevallen van onmenselijke werkomstandigheden, wangedrag op milieugebied of ander wangedrag kunnen melden.
Zie Informatie over de specifieke kanalen voor het personeel om hun zorgen of behoeften rechtstreeks aan de onderneming kenbaar te maken en te laten aanpakken.
Sanoptis streeft ernaar de beschikbaarheid en bekendheid van zijn klokkenluiderskanalen te bevorderen door duidelijke communicatie en regelmatige versterking. Elke lokale commercieel directeur werd via e-mail geïnformeerd over de klokkenluiderskanalen en deze informatie wordt herhaald tijdens uitwisselingen met lokale commercieel directeuren of tijdens andere zakelijke evenementen om de bewustwording en toegankelijkheid te behouden.
Sanoptis monitort kwesties die aan de orde worden gesteld via zijn klokkenluiderskanalen. De ESG & Compliance Manager overzien de verslagen die zijn ingediend via e-mail, telefoon, post, de anonieme online tool en de website.
Meldingen die via de anonieme tool zijn ingediend, krijgen een uniek zaaknummer, zodat de melder kan inloggen en de status van zijn of haar inzending kan volgen. Toegang tot deze rapporten is strikt beperkt tot de ESG & Compliance Manager om confidentialiteit te waarborgen.
Sanoptis streeft ernaar ervoor te zorgen dat zijn personeel vertrouwt op de structuren en processen die voorhanden zijn om zorgen of behoeften kenbaar te maken door de mogelijkheid te bieden om anoniem te rapporteren. Deze bewustwording wordt versterkt door communicatie met lokale commerciële directeuren via e-mail en regelmatig herhaald door het People-team van Sanoptis tijdens HR-rondetafelgesprekken, die elk kwartaal plaatsvinden.
Niet van toepassing, aangezien er kanalen zijn om zorgen kenbaar te maken.
Sanoptis heeft nog geen zelfstandig klokkenluidersbeleid. In de landen waar Sanoptis actief is, zijn klokkenluiders echter beschermd tegen vergelding onder verschillende nationale regelgevingen:
Hoewel er in Zwitserland geen op zichzelf staande klokkenluidersregeling bestaat, wordt bescherming tegen ongerechtvaardigd ontslag geboden door Artikel 336 van het Zwitserse wetboek van verplichtingen, dat ontslagen verbiedt die de goede trouw of grondwettelijke rechten schenden.
Om het materiaal dat IRO heeft geïdentificeerd aan te pakken, werkt Sanoptis samen met "OpenUp" om gratis toegang te bieden tot mentale welzijnsmiddelen. Dit omvat één-op-één sessies met professionele psychologen, regelmatige mentale gezondheid check-ins, live en on-demand mastercursussen, mindfulness oefeningen en een samengestelde bibliotheek van professionele artikelen en instrumenten. Daarnaast werkt het People Team van Sanoptis actief aan een kaderovereenkomst met "OpenUp" om deze voordelen uit te breiden naar de Netwerkpartners van Sanoptis tegen aantrekkelijke voorwaarden.
Vanaf 31 december 2024 is dit aanbod uitsluitend beschikbaar voor werknemers van Sanoptis Holdings.
Lopende (Lange-termijn).
Zie Informatie over de algemene benadering van en processen voor het bieden van of bijdragen aan herstel wanneer een onderneming een materieel negatieve impact op mensen in het personeel heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.
Niet van toepassing, aangezien er geen voorgaande perioden zijn.
Zie Informatie over de algemene benadering van en processen voor het bieden van of bijdragen aan herstel wanneer een onderneming een materieel negatieve impact op mensen in het personeel heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.
Elk van de Netwerkpartners van Sanoptis beheert onafhankelijk de extralegale voordelen voor zijn personeel, op maat van hun specifieke behoeften.
Zie Informatie over de algemene benadering van en processen voor het bieden van of bijdragen aan herstel wanneer een onderneming een materieel negatieve impact op mensen in het personeel heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.
Sanoptis' People Team identificeert de nodige maatregelen op basis van feedback van werknemers en marktonderzoek. mentale gezondheid werd een belangrijk aandachtsgebied, wat resulteerde in een overeenkomst met 'OpenUp' om middelen te verstrekken aan de werknemers van Sanoptis Holding. Naar aanleiding van de conclusies van de Dubbele Materialiteitsanalyse in 2024 ontwikkelt Sanoptis een kaderovereenkomst om deze middelen tegen gunstige voorwaarden beschikbaar te stellen aan Netwerkpartners.
Sanoptis heeft geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd met betrekking tot zijn eigen personeel, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Sanoptis heeft geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd met betrekking tot zijn eigen personeel, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel, ook voor specifieke groepen binnen het personeel of al het eigen personeel.
Sanoptis heeft vastgesteld dat de middelen die voor het beheersen van materiële impacts worden bestemd, niet materieel zijn. Bijgevolg is informatie over deze toewijzingen niet gerechtvaardigd.
Niet van toepassing, aangezien er geen doelen zijn gesteld.
Niet van toepassing, aangezien er geen doelen zijn gesteld.
Niet van toepassing, aangezien er geen doelen zijn gesteld.
Sanoptis is niet in staat om de effectiviteit van zijn actie met betrekking tot deze materiële impact te volgen vanwege GDPR-beperkingen, in het bijzonder met betrekking tot de verwerking van gevoelige gezondheidsgegevens zoals gedefinieerd in Artikel 9 van de GDPR. Sanoptis wil in 2025 een kader formaliseren met "OpenUp" om de toegang tot diensten voor mentale gezondheidszorg voor de netwerkpartners te vergemakkelijken.
Zie De effectiviteit van beleid en maatregelen wordt gemonitord wat betreft materiële duurzaamheidsgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten.
Zie De effectiviteit van beleid en maatregelen wordt gemonitord wat betreft materiële duurzaamheidsgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten.
| Gender | # werknemers |
|---|---|
| Vrouwen | 3.888 |
| Mannen | 804 |
| Overig | 0 |
| Niet vermeld | 0 |
| Totaal | 4.692 |
| Type | Gender | # werknemers | |
|---|---|---|---|
| Vaste werknemers | Vrouwen | 3.596 | |
| Vaste werknemers | Mannen | 728 | |
| Vaste werknemers | Overig | 0 | |
| Vaste werknemers | Niet vermeld | 0 | |
| Tijdelijke werknemers | Vrouwen | 155 | |
| Tijdelijke werknemers | Mannen | 32 | |
| Tijdelijke werknemers | Overig | 0 | |
| Tijdelijke werknemers | Niet vermeld | 0 | |
| Oproepkrachten | Vrouwen | 137 | |
| Oproepkrachten | Mannen | 44 | |
| Oproepkrachten | Overig | 0 | |
| Oproepkrachten | Niet vermeld | 0 |
| Geografisch gebied | # werknemers |
|---|---|
| Duitsland | 3.828 |
| Zwitserland | 511 |
| Spanje | 167 |
| Griekenland | 98 |
| Italië | 66 |
| Oostenrijk | 22 |
Aantallen worden geregistreerd als aantal personeelsleden op 31 december 2024.
4.692
938
20%
5
0
Niet van toepassing.
0 EUR
Niet van toepassing.
Aantal ernstige mensenrechten kwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel die gevallen zijn van niet-naleving van UN Guiding Principles (UNGP's) en OECD-richtlijnen voor Multinationale ondernemingen
0
Geen ernstige mensenrechten kwesties en incidenten met betrekking tot eigen personeel hebben plaatsgevonden
Sanoptis heeft geen kennis van ernstige mensenrechten kwesties of incidenten die zich voordoen in 2024.
0 EUR
Informatie over aansluiting van het bedrag van materiële boetes, straffen en compensatie voor ernstige mensenrechtenkwesties en -incidenten in verband met het eigen personeel met het meest relevante bedrag in de financiële staten
Niet van toepassing.
Alle patiënten die een operatie bij een Sanoptis-Netwerkpartner ondergaan, kunnen theoretisch worden beïnvloed door de potentiële materiële negatieve impact, aangezien alle operaties een bepaalde mate van risico inhouden. Alle patiënten profiteren van de positieve impact van hoogwaardige zorg in het hele Netwerk.
Geen van de in ESRS S4 10a) i-iv vermelde categorieën consumenten en eindgebruikers geeft een accuraat beeld van de soorten consumenten en eindgebruikers die de vastgestelde materiële impact ondervinden.
Potentiële materiële negatieve impact houdt verband met individuele incidenten.
De Netwerkpartners van Sanoptis richten zich op de behandeling van oogaandoeningen en het verbeteren van het gezichtsvermogen, of het voorkomen van verdere verslechtering, wat positief bijdraagt aan het verbeteren van de levenskwaliteit van patiënten.
Elke patiënt wordt individueel beoordeeld door gespecialiseerde artsen, op basis van medische documentatie verstrekt door hun huisarts of zorgverlener. Dankzij deze aanpak kunnen de Netwerkpartners van Sanoptis bepalen welke patiënten gevoeliger zijn voor negatieve uitkomsten op basis van hun unieke kenmerken of medische voorgeschiedenis, zodat de medische teams gerichte voorzorgsmaatregelen kunnen toepassen.
Het bieden van de best mogelijke zorg voor patiënten onderbouwt natuurlijk het businessmodel en de strategie van Sanoptis. Sanoptis' Netwerkpartners streven ernaar patiënttevredenheid te prioriteren, omdat het langdurige relaties ondersteunt en aansluit bij de bredere doelstelling van duurzaam financieel succes.
De geïdentificeerde materiële impacts houden verband met het businessmodel van Sanoptis, aangezien ze rechtstreeks verband houden met de kernactiviteiten van Sanoptis (oogheelkundige diensten verlenen). Deze activiteiten onderbouwen uiteraard de strategie en het businessmodel van Sanoptis.
Consumenten en eindgebruikers zijn patiënten die oogheelkundige zorg zoeken bij een praktijk of kliniek van een Sanoptis-Netwerkpartner.
In de Dubbele Materialiteitsanalyse van Sanoptis werden geen materiële risico's of opportuniteiten geïdentificeerd wat betreft afhankelijkheden van consumenten of eindgebruikers, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Volgens het gedecentraliseerde businessmodel van Sanoptis is er geen geharmoniseerd, netwerkbreed beleid voor patiëntveiligheid. Als aanbieders van oogheelkundige diensten in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Italië, Spanje en Griekenland zijn alle aspecten van de activiteiten van de Netwerkpartners van Sanoptis onderworpen aan regelgeving, inclusief deze gerelateerd aan patiëntveiligheid en kwaliteitsbeheer. Elke Netwerkpartner is verantwoordelijk voor de naleving van de wettelijke vereisten in hun respectieve jurisdicties. Deze structuur stelt Netwerkpartners in staat om patiëntenzorg aan te pakken op een manier die aansluit bij hun specifieke operationele behoeften en lokale standaarden.
Op dit moment is er nog geen geharmoniseerd, gestandaardiseerd beleid, waardoor deze informatie niet van toepassing is.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft getroffen gemeenschappen, met inbegrip van specifieke groepen of alle consumenten/eindgebruikers.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft getroffen gemeenschappen, met inbegrip van specifieke groepen of alle consumenten/eindgebruikers.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft getroffen gemeenschappen, met inbegrip van specifieke groepen of alle consumenten/eindgebruikers.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft getroffen gemeenschappen, met inbegrip van specifieke groepen of alle consumenten/eindgebruikers.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft getroffen gemeenschappen, met inbegrip van specifieke groepen of alle consumenten/eindgebruikers.
Sanoptis beschikt momenteel niet over een op zichzelf staand, gestandaardiseerd beleid voor patiëntveiligheid, maar heeft bepaalde mensenrechten, zoals die betrekking hebben op patiëntveiligheid, opgenomen in zijn Gedragscode:
Het recht op vrijwaring van foltering wordt weerspiegeld in de toewijding van Sanoptis om elke vorm van beperking voor patiënten te verbieden. Daarnaast wordt geen behandeling toegediend zonder de geïnformeerde toestemming van de patiënt.
Het recht op vrijheid van meningsuiting weerspiegelt zich in het recht van de patiënt op vrije keuze. Hoewel dit mensenrecht misschien niet direct kan worden vertaald naar de context van de gezondheidszorg, is het vermogen van patiënten om vrij hun gezondheidszorg of -faciliteit te kiezen een belangrijk aspect van hun autonomie. Bij ambulante behandelingen hebben patiënten het recht om te beslissen waar en door wie zij behandeld willen worden.
Het recht op onderwijs omvat verschillende belangrijke aspecten van patiëntenrechten, die er alle op gericht zijn patiënten volledig te informeren en mondig te maken bij hun beslissingen over gezondheidszorg:
Sanoptis streeft ernaar het Recht op Privacy te handhaven door een sterke nadruk te leggen op confidentialiteit van patiënten. Professionals in de gezondheidszorg zijn verplicht om het beroepsgeheim te bewaren, ook wel het medisch beroepsgeheim genoemd. Informatie verkregen tijdens professionele activiteiten wordt met strikte confidentialiteit behandeld en wordt niet gedeeld zonder toestemming van de patiënt, tenzij wettelijk vereist. Deze verplichting geldt ook voor communicatie tussen gezondheidswerkers.
Sanoptis heeft geen kennis van mensenrechten impacts met betrekking tot consumenten of eindgebruikers.
Patiënten worden tijdens het hele zorgproces persoonlijk betrokken.
Sanoptis heeft geen kennis van mensenrechten impacts met betrekking tot consumenten of eindgebruikers en kan daarom geen algemene benadering bekendmaken om herstel te bieden of mogelijk te maken voor potentiële toekomstige impacts.
De Gedragscode van Sanoptis integreert belangrijke elementen van relevante internationaal erkende instrumenten, zoals de Universele Verklaring van de Mensenrechten, met de focus op de secties die het meest relevant zijn voor de activiteiten van Sanoptis.
Zie Informatie over de algemene aanpak met betrekking tot het respect voor de mensenrechten van consumenten en eindgebruikers
Sanoptis heeft geen kennis van niet-naleving van mensenrechten met betrekking tot consumenten of eindgebruikers die optreden in zijn downstream waardeketen.
Zie Engagement vindt plaats met consumenten en eindgebruikers of hun officiële vertegenwoordigers direct, of met erkende vertegenwoordigers en Informatie over de wijze waarop de effectiviteit van de samenwerking met consumenten en eindgebruikers wordt beoordeeld.
Zie informatie over de algemene aanpak wat betreft het betrekken van consumenten en (of) eindgebruikers.
Als leveranciers van oogheelkundige diensten is de belangrijkste manier van betrokkenheid face-to-face gedurende het hele zorgproces, vanaf het eerste bezoek, gedurende de hele behandeling en, voor patiënten die een operatie ondergaan, wordt de nazorg gepland op de dag na de ingreep. De frequentie van interacties hangt af van de complexiteit van de behandeling, waarbij complexere gevallen vaker overleg en communicatie vereisen.
Binnen het gedecentraliseerde Netwerk van Sanoptis nemen lokale managementteams, waaronder commercieel directeuren en leidinggevende artsen, de verantwoordelijkheid voor de betrokkenheid van patiënten in hun respectieve klinieken en praktijken. Dankzij deze aanpak kan elke Netwerkpartner strategieën voor patiëntenzorg ontwikkelen die zijn afgestemd op de specifieke behoeften en feedback van zijn patiënten.
Elke Netwerkpartner binnen het gedecentraliseerde Netwerk van Sanoptis heeft zijn eigen benadering om consumenten en eindgebruikers te betrekken. Dit betekent dat er geen algemene benadering voor het beoordelen van de effectiviteit van overleg kan worden verschaft.
Zie Informatie over de wijze waarop inzicht ontwikkeld is over consumenten en eindgebruikers met bepaalde kenmerken, die in een bepaalde context werken of bepaalde activiteiten uitvoeren, een groter risico op schade kunnen lopen.
Zie Informatie over de wijze waarop de effectiviteit van de samenwerking met consumenten en eindgebruikers wordt beoordeeld.
Sanoptis' Netwerkpartners bieden of dragen bij aan herstel op individuele basis, geleid door de bevindingen van hun medische teams. Er is geen algemene benadering, aangezien elke situatie uniek is en de maatregelen worden bepaald op basis van de specifieke omstandigheden en het professionele oordeel van de betrokken medische personeel.
Elke Netwerkpartner binnen het gedecentraliseerde Netwerk van Sanoptis onderhoudt zijn eigen kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen of behoeften kenbaar te maken. Daarbij gaat het om persoonlijke interactie tijdens het hele zorgproces, maar ook om e-mail, telefoon en, indien beschikbaar, online kanalen.
Zie Informatie over specifieke kanalen voor consumenten en eindgebruikers om hun zorgen of behoeften rechtstreeks aan de onderneming kenbaar te maken en te behandelen.
Binnen het gedecentraliseerde Netwerk van Sanoptis zijn lokale managementteams, waaronder commercieel directeuren en hoofdartsen, verantwoordelijk voor het aanpakken en opvolgen van de kwesties die aan de orde worden gesteld en het waarborgen van de effectiviteit van de kanalen die zijn opgezet. Deze inspanningen worden ondersteund door de functies van de Sanoptis Groep, die maandelijks online evaluaties uitvoert.
Sanoptis beschikt niet over een geformaliseerd proces om te beoordelen of consumenten en eindgebruikers bekend zijn met en vertrouwen hebben in de structuren of processen die beschikbaar zijn om zorgen of behoeften kenbaar te maken. Aangezien patiënten echter tijdens het hele zorgproces direct met Netwerkpartners communiceren, wordt ervan uitgegaan dat zij van nature op de hoogte zijn van de beschikbare communicatiekanalen. Daarbij gaat het doorgaans om e-mail, telefoon, persoonlijke interactie tijdens het zorgproces en, indien beschikbaar, online platformen.
Sanoptis heeft geen netwerkbreed beleid dat vergelding verbiedt tegen personen die kanalen gebruiken om hun zorgen of behoeften kenbaar te maken.
Zie Informatie over de wijze waarop de effectiviteit van de samenwerking met consumenten en eindgebruikers wordt beoordeeld.
Sanoptis streeft naar een selectief acquisitieproces waarbij potentiële Netwerkpartners worden geëvalueerd om hun afstemming op de normen en waarden van Sanoptis te beoordelen. Als onderdeel van dit proces wordt juridische due diligence uitgevoerd door advocaten gespecialiseerd in gezondheidszorg om de juridische status en reputatieachtergrond van de potentiële partner te evalueren voordat een bindende overeenkomst wordt ondertekend. Als er zorgen zijn over zakelijke praktijken, gaat de transactie misschien niet door.
Sanoptis verwacht dat deze maatregel ertoe zal bijdragen dat alleen partners die in overeenstemming zijn met zijn normen en waarden in het Netwerk worden geïntegreerd, waardoor potentiële juridische en reputatierisico's worden verminderd.
| Tijdshorizon | Scope |
|---|---|
| Lopende (Lange-termijn) | Sanoptis Holding Bedrijven |
Sanoptis richt zich op het bevorderen van de patiëntenzorg door strategische investeringen te doen. Met kaderovereenkomsten met fabrikanten van oogheelkundige apparatuur wordt beoogd Netwerkpartners toegang te bieden tot geavanceerde technologie tegen concurrerende voorwaarden. Investeringen in faciliteiten verbeteren de patiëntenomgeving verder en ondersteunen tegelijkertijd de operationele efficiëntie.
In 2024 ging Sanoptis een partnerschap aan met RetinAI, een leverancier van AI- en datamanagementoplossingen die de diagnostische mogelijkheden willen verbeteren. Dit partnerschap heeft tot doel de diagnostische nauwkeurigheid te verbeteren voor aandoeningen zoals leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD), diabetische retinopathie en occlusie van de netvliesader door middel van artificiële intelligentie (AI) en geavanceerde optische coherentietomografie (OCT) -beeldvorming. Deze instrumenten zijn bedoeld om Netwerkpartners te helpen bij het opsporen van vroege tekenen van ziekteprogressie en het ondersteunen van tijdige behandelingsbeslissingen.
In 2024 werd RetinAI geïntroduceerd op twee locaties in Hamburg en Augsburg, met plannen voor een netwerkbrede uitrol vanaf 2025.
Deze investeringen zijn erop gericht de diagnostische nauwkeurigheid te verbeteren en vroegtijdige opsporing van aandoeningen te ondersteunen, zodat tijdiger behandelingsbeslissingen kunnen worden genomen.
| Tijdshorizon | Scope | Significante OPEX/CAPEX-allocatie |
|---|---|---|
| Lopende (Lange-termijn) | Kaderovereenkomsten: Sanoptis meerderheidsnetwerkpartners | Ja (geen publieke kennis, verklaring opgenomen in Algemene informatie) |
| RetinAI Software toegang: Zoals hierboven beschreven |
Als verlener van oogheelkundige diensten in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Griekenland, Italië en Spanje, opereert Sanoptis in het kader van strenge regelgevende normen voor alle aspecten van zijn activiteiten. Sanoptis' Netwerkpartners streven ernaar om te voldoen aan alle toepasselijke vereisten binnen hun jurisdicties.
Om deze inspanningen te ondersteunen, biedt Sanoptis Netwerkpartners toegang tot de "Sanoptis Academy", een e-learning platform met cursussen over anatomie, medische beeldvorming, gebruik van apparatuur, praktijkprocedures en interactie met patiënten. Daarnaast is er voor alle Netwerkpartners verplichte training beschikbaar, zoals GDPR, IT-beveiliging, gezondheid en veiligheid op het werk, eerste hulp bij medische noodgevallen en hygiëne en infectiebeheersing.
In lijn met het gedecentraliseerde businessmodel van Sanoptis zijn deze trainingsprogramma's momenteel optioneel. Veel Netwerkpartners hebben hun eigen opleidingsinitiatieven ontwikkeld, vaak in samenwerking met externe aanbieders, om aan de wettelijke vereisten te voldoen. Sanoptis biedt deze middelen aan als een aanvullende optie voor Netwerkpartners die aanvullende ondersteuning zoeken om de inspanningen op het gebied van naleving te stroomlijnen.
Deze maatregelen zijn bedoeld om Netwerkpartners te helpen bij de naleving van wettelijke verplichtingen, consistente opleidingsstandaarden te waarborgen en de algehele naleving te ondersteunen.
| Tijdshorizon | Scope | |
|---|---|---|
| Lopende (Lange-termijn) | Sanoptis meerderheidsnetwerkpartners |
Sanoptis' Netwerkpartners streven ernaar om alle patiëntgerichte functies in te vullen met gekwalificeerde medische professionals die een grondige selectieprocedure doorlopen. Voor chirurgen evalueert de hoofdarts de kwalificaties en ervaring van elke kandidaat om de geschiktheid ervan te beoordelen. Sanoptis ondersteunt zijn artsen door betaald verlof aan te bieden voor permanente medische scholing, zodat ze op de hoogte blijven van medische vooruitgang en beste praktijken.
Deze maatregelen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat patiënten zorg ontvangen van gekwalificeerde professionals die op de hoogte blijven van de medische vooruitgang en beste praktijken.
| Tijdshorizon | Scope |
|---|---|
| Lopende (Lange-termijn) | Sanoptis meerderheidsnetwerkpartners |
Zie Informatie over de algemene aanpak en processen om te voorzien in of bij te dragen aan herstel wanneer ondernemingen hebben geconstateerd dat zij verband houden met een materiële negatieve impact op consumenten en eindgebruikers.
Hoewel de hierboven beschreven kernacties de belangrijke bestaande maatregelen vertegenwoordigen, omvatten ze niet alle inspanningen van de Netwerkpartners van Sanoptis om de patiëntveiligheid te ondersteunen. Rapportering over elke afzonderlijke operationele procedure zou niet praktisch of doelgericht zijn. In plaats daarvan weerspiegelen deze uitgelichte acties enkele van de kernpraktijken en -normen die de leidraad vormen voor de allesomvattende benadering van patiëntveiligheid door de Netwerkpartners van Sanoptis.
Elke lokale commercieel directeur is, in samenwerking met de hoofdarts, verantwoordelijk voor de handhaving van de maatregelen inzake patiëntveiligheid binnen hun respectieve praktijken en klinieken. Hoewel de aanpak voor het meten van effectiviteit binnen het Netwerk verschilt, worden patiënttevredenheidsvragenlijsten en persoonlijke feedback vaak gebruikt door de Netwerkpartners van Sanoptis. Op groepsniveau voert Sanoptis Holding online evaluatieanalyses uit om aanzienlijke dalingen in de kwaliteit van de dienstverlening vast te stellen en zo nodig gerichte maatregelen uit te voeren.
Zie Informatie over de algemene aanpak en processen om te voorzien in of bij te dragen aan herstel wanneer ondernemingen hebben geconstateerd dat zij verband houden met een materiële negatieve impact op consumenten en eindgebruikers
Gezien de geïdentificeerde materiële impacts acht Sanoptis geen maatregelen nodig wat betreft productontwerp, marketing, verkoop of bredere industriesamenwerking met relevante partijen.
De Netwerkpartners van Sanoptis bemannen operatiekamers met ervaren, gespecialiseerde medische professionals die bereid zijn om negatieve impacts te identificeren en aan te pakken wanneer deze zich voordoen, en er zo voor te zorgen dat er remediërende processen beschikbaar zijn en effectief worden geïmplementeerd.
In de dubbele materialiteitsanalyse van Sanoptis werden geen materiële risico's met betrekking tot consumenten en eindgebruikers vastgesteld, waardoor deze informatieverschaffing niet van toepassing is.
In de dubbele materialiteitsanalyse van Sanoptis werden geen materiële risico's met betrekking tot consumenten en eindgebruikers vastgesteld, waardoor deze informatieverschaffing niet van toepassing is.
Sanoptis streeft ernaar oogheelkundige zorg van de hoogste kwaliteit te bieden aan zijn patiënten, met praktijken die inherent zijn ontworpen om te vermijden dat ze materiële potentiële negatieve impact veroorzaken of daaraan bijdragen.
Sanoptis heeft geen kennis van ernstige mensenrechtenkwesties of incidenten waarbij consumenten en (of) eindgebruikers betrokken zijn tijdens de rapporteringsperiode.
Zie Beschrijving van geplande of lopende acties om materiële negatieve impact op consumenten en eindgebruikers te voorkomen, te beperken of te verhelpen
Voor boekjaar 2024 is Sanoptis begonnen met de rapportering volgens de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en heeft het nog niet de capaciteit gehad om duurzaamheidsdoelen voor te stellen en goedgekeurd te krijgen.
Sanoptis volgt momenteel niet elke actie met betrekking tot patiëntveiligheid op individuele basis.
Niet van toepassing, aangezien er op het moment van het schrijven van deze duurzaamheidsverklaring geen doelen zijn gesteld.
Niet van toepassing, aangezien er op het moment van het schrijven van deze duurzaamheidsverklaring geen doelen zijn gesteld.
Niet van toepassing, aangezien er op het moment van het schrijven van deze duurzaamheidsverklaring geen doelen zijn gesteld.
Sanoptis heeft de dokter successie geïdentificeerd als een materieel, entiteitspecifiek onderwerp uit oogpunt van zowel potentiële negatieve impact als financieel risico. Aangezien de bestaande ESRS-kaders niet specifiek ingaan op de nuances van de opvolging van artsen in gespecialiseerde gezondheidszorg, heeft Sanoptis de noodzaak bepaald om uitgebreid over dit onderwerp te rapporteren als een entiteitspecifiek probleem.
Sanoptis erkent dat het vertrek van artsen – door pensionering, loopbaanveranderingen of onvoorziene omstandigheden – risico's kan inhouden voor zowel de kwaliteit van de zorg als de financiële prestaties van Netwerkpartners indien ze niet proactief worden beheerd. Om deze risico's te beperken, heeft Sanoptis een kader voor opvolgingsplanning en werving ontwikkeld om aan de behoeften van het Netwerk te voldoen. Het doel van dit kader is om Netwerkpartners uitgebreide ondersteuning bij de aanwerving te bieden en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden te creëren die helpen bij een consistent en voldoende personeelsbestand van artsen op alle locaties.
Daarnaast ondersteunt Sanoptis Netwerkpartners bij het behalen van erkenning als erkende medische opleidingsinstellingen. Eenmaal erkend bieden Netwerkpartners niet alleen ondersteuning aan assistent-artsen tijdens hun residentie, maar streven ze er ook naar om hen als waardevolle leden van het Netwerk te behouden na het voltooien van hun specialist opleiding.
Netwerkpartners waarin Sanoptis een meerderheidsbelang heeft.
Group Chief Executive Officer.
Lokale commercieel directeuren zijn regelmatig over dit kader geïnformeerd tijdens business update vergaderingen en via e-mail. Normaal gesproken vinden er 4 keer per jaar HR-rondetafelgesprekken plaats, waar updates over wervings- en werkgeversdiensten rechtstreeks naar de lokale teams worden gecommuniceerd. Daarnaast hebben de lokale commerciële directeuren rechtstreeks toegang tot de Group Chief of Staff, die nauw samenwerkt met de Group Chief Executive Officer bij het toezicht op dit kader.
Sanoptis bevestigde zijn engagement om de centrale diensten voor zijn Netwerkpartners te verbeteren met de benoeming van een Group Chief Services Officer eind 2023. Deze rol is gericht op de uitbreiding en diversificatie van het dienstenpakket dat de holding bedrijven aan hun Netwerkpartners aanbieden. In het kader van dit initiatief werd een interne aanwervingsafdeling opgericht. Na de succesvolle aanwerving van een Senior Manager van Recruiting & Employer Branding is het team uitgegroeid tot drie leden, met plannen om in 2025 en daarna verder uit te breiden.
Het wervingsteam biedt gespecialiseerde opleidingen aan de wervingsmanagers van de Netwerkpartners van Sanoptis, waardoor hun vaardigheden om topmedische professionals effectief te beoordelen en aan te werven, worden verbeterd. Daarnaast biedt het team advies op maat van de lokale behoeften, waarbij specifieke uitdagingen worden aangepakt, zoals de implementatie van managementsystemen voor sollicitanten en het aanbieden van op maat gemaakte interviewrichtlijnen. Het team biedt ook begeleiding bij het ontwikkelen van effectieve employer brandingstrategieën.
Naast haar interne wervingsdiensten heeft Sanoptis ook contractuele kaderovereenkomsten afgesloten met zes toonaangevende bureaus die gespecialiseerd zijn in werving van medisch personeel en doctoraten, in eerste instantie gericht op de belangrijkste markten Duitsland en Zwitserland. Er zijn plannen om soortgelijke overeenkomsten uit te breiden tot andere landen waar de onderneming actief is.
| Tijdshorizon | Scope |
|---|---|
| Lopende (Lange-termijn) | Sanoptis meerderheidsnetwerkpartners (tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven) |
Sanoptis streeft ernaar getalenteerde artsen aan te trekken door concurrerende arbeidsvoorwaarden aan te bieden. Door zich aan te sluiten bij het Pan-Europees Netwerk van Sanoptis krijgen artsen toegang tot een gemeenschap van senior professionals, die jongere artsen de kans biedt om te leren van en samen te werken met gerespecteerde oogartsen uit heel Europa. Verdere voordelen omvatten, maar zijn niet beperkt tot:
Elk jaar ontmoeten toonaangevende artsen van alle Sanoptis-Netwerkpartners elkaar persoonlijk voor de Sanoptis Medical Board. Dit evenement biedt artsen een forum om beste praktijken uit te wisselen, de nieuwste medische ontwikkelingen te bespreken en belangrijke inzichten van het afgelopen jaar te delen. De geleerde lessen en besproken innovaties worden meegenomen naar elke praktijk of kliniek, om ervoor te zorgen dat alle artsen profiteren van de gedeelde kennis en verbeteringen in de patiëntenzorg.
Sanoptis zet zich in om een omgeving te bieden waar artsen kunnen gedijen, innoveren en hun carrière kunnen bevorderen in een ondersteunende en samenwerkende sfeer. Sanoptis beperkt zijn betrokkenheid bij de dagelijkse activiteiten bewust tot sectoren waar het waarde toevoegt, waardoor artsen de vrijheid hebben om hun professionele oordeel uit te oefenen en zich te concentreren op het leveren van de best mogelijke zorg aan hun patiënten.
| Tijdshorizon | Scope |
|---|---|
| Lopende (Lange-termijn) | Sanoptis meerderheidsnetwerkpartners |
61% van de Netwerkpartners van Sanoptis zijn erkend als medische opleidingsinstellingen, waardoor assistent-artsen die hun algemene medische opleiding hebben voltooid, zich kunnen specialiseren op het gebied van oogheelkunde. Via deze erkende programma's doen assistent-artsen praktijkervaring op en nemen ze deel aan gestructureerde, meerjarige trainingen die alle gebieden van de oogheelkunde bestrijken.
De aanvraag- en erkenningsprocedure verschilt tussen staten en landen. Meestal gaat het om een formele aanvraag bij het betrokken bestuursorgaan, zoals de State Medical Associations, samen met documentatie over opleidingsbronnen, beschikbaarheid van gekwalificeerde supervisors en bewijs van naleving van lokale opleidingsvoorschriften. Om dit proces te ondersteunen, maakt Sanoptis gebruik van zijn Netwerk door uitwisselingen te faciliteren tussen erkende partners en mensen die erkenning aanvragen, door beste praktijken, geleerde lessen en blauwdrukken van succesvolle trainingsprogramma's te delen om hen door het proces te begeleiden.
Daarnaast heeft Sanoptis op het 2024-DOG Congress in Berlijn een netwerkevenement georganiseerd, specifiek gericht op assistent-artsen. Het doel van het evenement is om Sanoptis bewust te maken van de aantrekkelijkheid van Sanoptis als werkgever en de opportuniteiten en voordelen van toetreding tot het Netwerk te benadrukken.
| Tijdshorizon | Scope |
|---|---|
| Lopende (Lange-termijn) | Zoals geschetst in bovenstaande tekst (61% van de Netwerkpartners van Sanoptis) |
Zoals hierboven beschreven
Zoals hierboven beschreven
Nettoverandering in aantal werkende artsen in 2024: 26
Geen andere externe instantie dan de assurance provider heeft deze maatstaf gevalideerd.
In lijn met Sanoptis' ambitie om de centrale dienstverlening aan zijn netwerkpartners verder te verbeteren en uit te breiden, heeft Sanoptis nog geen meetbare doelstellingen vastgesteld voor zijn opvolgings- en wervingskader voor artsen. De op overnames gerichte groeistrategie van Sanoptis brengt uitdagingen met zich mee bij het vaststellen van specifieke doelen en nulmetings in dit stadium. Sanoptis komt de komende jaren op deze beslissing terug.
Sanoptis monitort momenteel niet de effectiviteit van elke individuele maatregel of elk individueel beleid afzonderlijk. In plaats daarvan worden deze geëvalueerd op het niveau van de Netwerkpartners aan de hand van Key Performance Indicators (KPI's) die helpen bepalen of er voldoende doctoraatspersoneel wordt aangesteld. De precieze factoren bepalen die een arts ertoe aanzetten om zich bij het Sanoptis-netwerk aan te sluiten, is inherent complex, omdat dit vaak het gevolg is van een combinatie van meerdere, met elkaar verweven redenen in plaats van een enkele oorzaak of actie.
Niet van toepassing, aangezien er momenteel geen doelen zijn gedefinieerd.
Canyon's duurzaamheidsverklaring is geconsolideerd en geldt daarom voor de gehele GoForGold Holding GmbH.
Overeenkomstig met ESRS 1 §102 en ESRS 2 §5(b) bevestigt Canyon dat de consolidatiekring van de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring is afgestemd op de geconsolideerde financiële staten.
Geen enkele dochteronderneming van Canyon opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsverklaring is vrijgesteld van individuele of geconsolideerde duurzaamheidsrapportering.
Canyon's duurzaamheidsverklaring bevat informatie over de materiële impacts, risico's en opportuniteiten verbonden aan de onderneming via de directe en indirecte zakelijke relaties in de upstream en (of) downstream waardeketen.
Canyon heeft duidelijke rapporteringsgrenzen vastgesteld voor de niet-financiële informatieverschaffing in overeenstemming met de principes van relevantie en materialiteit. Deze grenzen omvatten alle activiteiten die rechtstreeks onder de controle van Canyon vallen, inclusief productie-, distributie- en retailactiviteiten. Canyon neemt kritieke aspecten van de upstream- en downstream waardeketen op in het rapporteringskader. Dit zorgt ervoor dat de belangrijkste milieu en sociale impacts buiten de directe activiteiten, zoals die waarbij leveranciers, externe fabrikanten en logistieke partners betrokken zijn, worden aangepakt.
De focus voor de waardeketen rapportering betreft de thema's die in de Dubbele Materialiteitsanalyse als materieel zijn geïdentificeerd. Dankzij deze analyse kan Canyon zich concentreren op de belangrijkste milieu- en sociale kwesties en de risico's en opportuniteiten die tijdens de levenscyclus van producten en diensten zijn geïdentificeerd, zodat verbeteringsinspanningen worden geprioriteerd waar ze de meeste impact kunnen hebben.
Upstream werkt Canyon actief samen met leveranciers om materiële zorgen aan te pakken met betrekking tot koolstofemissies, efficiënt materiaalgebruik, arbeidsomstandigheden en ethische inkoop van materialen zoals aluminium. Canyon's Mensenrechten Programma is afgestemd op internationale normen zoals het Global Compact van de Verenigde Naties en de OECD-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en geeft prioriteit aan samenwerking bij het aanpakken van materiële onderwerpen, zoals het verminderen van de koolstofvoetafdruk van materialen en het verbeteren van sociale normen in de supply chain.
Downstream richt Canyon zich op het optimaliseren van logistieke netwerken om emissies te verminderen. Door maatregelen te implementeren die een circulaire economie ondersteunen, streeft de onderneming naar vermindering van afval en een verbetering van efficiënt materiaalgebruik, in overeenstemming met de duurzaamheidsdoelen voor de lange termijn.
In ESRS 1, §105 en §106 en ESRS 2, §5(d) wordt gespecificeerd dat de rapporterende entiteit geen informatieverschaffing mag verstrekken indien deze geclassificeerde of gevoelige informatie bevat, ook al wordt die informatie als materieel beschouwd. Ook kan de onderneming, wanneer het informatie rapporteert over de strategie, plannen en maatregelen, wanneer een specifiek informatie-element dat intellectueel eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie vormt, relevant is om de doelstelling van een informatieverschaffing te behalen, dat specifieke informatie-element niettemin weglaten onder omstandigheden die in ESRS 1 §106 worden geschetst. Canyon past beschermingsmaatregelen toe ter bescherming van commercieel gevoelige informatie, intellectuele eigendommen of wanneer openbaarmaking de lopende contractuele relaties in gevaar zou kunnen brengen, indien naar het gerechtvaardigde oordeel van de Raad van Bestuur van Canyon de openbaarmaking van dergelijke informatie ernstige schade zou berokkenen. Overeenkomstig met ESRS 1, §108, heeft Canyon al het redelijke gedaan om ervoor te zorgen dat, afgezien van het weglaten van geclassificeerde of gevoelige informatie of van specifieke informatie-elementen die intellectueel eigendom, knowhow of de resultaten van innovatie vertegenwoordigen, de algemene relevantie van de informatieverschaffing in kwestie niet wordt aangetast.
Zie Informatie over definities van middellange of lange termijn
In overeenstemming met ESRS 1, §77, is de tijdshorizon voor de korte termijn afgestemd op de periode van 12 maanden die Canyon heeft aangenomen voor de rapporteringsperiode of de jaarrekening.
In overeenstemming met ESRS 1, §77, wordt de tijdshorizon voor de middellange termijn gedefinieerd als de periode die loopt van het einde van de hierboven gedefinieerde korte termijnperiode tot en met vijf jaar.
In overeenstemming met ESRS 1, §77, wordt de tijdshorizon voor de lange termijn gedefinieerd als elke periode langer dan vijf jaar.
Niet van toepassing aangezien Canyon niet is afgeweken van de middellange of lange tijdshorizonten bepaald door ESRS 1, sectie 6.4.
Zie Informatie over maatstaven die data over de waardeketen bevatten bepaald uit indirecte bronnen.
Om de milieu impacts en sociale risico's binnen de waardeketen volledig te analyseren, gebruikt Canyon een combinatie van directe leveranciersdata en schattingen op basis van indirecte databronnen. Voor maatstaven die niet rechtstreeks door leveranciers worden verstrekt, maken we gebruik van benchmarkgegevens van toonaangevende instellingen, nationale en internationale databases en sectorspecifieke informatie. Maatstaven die data over de geschatte waardeketen bevatten, omvatten data gerapporteerd in ESRS E1 en ESRS E5. De scope 3-berekening omvat de categorieën 1-7, 11 en 12, die relevant zijn voor Canyon en hierover worden gerapporteerd. In bepaalde gevallen werden waarden geëxtrapoleerd of gebaseerd op aannames. Emissiefactoren uit de ecoinvent-database worden gebruikt om emissies te berekenen voor alle gerapporteerde scope 3-categorieën. Voor categorie 2 worden aanvullende monetaire emissiefactoren uit de Amerikaanse EPA gebruikt. Schattingen van de waardeketen, die in scope 3 worden gebruikt, zijn ook van toepassing op maatstaven voor inkomende hulpbronnen van E5 (Zie Beschrijving van de methodologieën gebruikt voor het berekenen van data en belangrijkste aannames). Om het aandeel biologisch materiaal in banden en binnenbanden, en met name natuurrubber, te bepalen, wordt gebruikgemaakt van de publicatie van de Europese vereniging van banden- en rubberfabrikanten.
Canyon's benadering van maatstaven omvat het opnemen van data over de waardeketen en combineert directe data van leveranciers met schattingen uit indirecte bronnen. Wanneer leveranciers geen specifieke gegevens kunnen verstrekken, wordt gebruikgemaakt van sectorbenchmarks, sectorspecifieke emissies en materiaalcoëfficiënten en gegevens uit gezaghebbende wereldwijde databases.
Hoewel Canyon streeft naar het hoogste niveau van nauwkeurigheid van gegevens, houden maatstaven afgeleid van indirecte bronnen een zekere mate van schatting in en bereiken ze dus mogelijk niet de precisie van direct afkomstige gegevens. Volgens de beoordelingen varieert de nauwkeurigheid van de gegevens van hoge nauwkeurigheid (voor maatstaven die grotendeels gebaseerd zijn op directe gegevens van leveranciers), matige nauwkeurigheid (voor maatstaven die directe gegevens combineren met significante indirecte schattingen) tot lage nauwkeurigheid (voor maatstaven die voornamelijk gebaseerd zijn op sectorale gemiddelden of algemene sectorale gegevens).
Om de nauwkeurigheid van de maatstaven van onze waardeketen te verbeteren, zetten we ons in om de inspanningen voor gegevensverzameling met onze leveranciers uit te breiden en te investeren in verbeterde systemen voor gegevensintegratie. Geplande maatregelen zijn onder meer het verhogen van het aantal leveranciers dat directe emissies en gegevens over materiaalgebruik rapporteert, het implementeren van digitale instrumenten en het deelnemen aan sectorale samenwerkingen om de rapportering over de supply chain te standaardiseren.
Sommige kwantitatieve maatstaven en geldbedragen die in Canyon's duurzaamheidsverslag worden gerapporteerd, zijn onderhevig aan een zekere mate van onzekerheid omdat ze gebaseerd zijn op schattingstechnieken zoals extrapolatie en indirecte gegevensbronnen. De details worden in het desbetreffende hoofdstuk bekendgemaakt samen met de thematische ESRS-standaarden.
De belangrijkste bronnen van meetonzekerheid bij Canyon-rapportering komen van drie hoofdgebieden: 1) het ontbreken van directe gegevens van bepaalde leveranciers, wat het gebruik van sectorale gemiddelden en benchmarks van derden vereist; 2) regionale variabiliteit in nauwkeurigheid van gegevens, met name voor milieu en sociale maatstaven in risicovolle of ondergerapporteerde regio's; en 3) de inherente variabiliteit in schattingsmodellen en aannames die worden gebruikt voor complexe berekeningen, zoals broeikasgasemissies.
Bij het afleiden van bepaalde maatstaven heeft Canyon aannames, benaderingen en professionele oordelen toegepast om een balans te bereiken tussen volledigheid en dataprecisie. Wanneer bijvoorbeeld directe emissiegegevens van leveranciers niet beschikbaar waren, benaderde Canyon emissies op basis van vergelijkbare industrieprofielen, gecorrigeerd voor regionale productiefactoren. Er werden ook oordelen geveld bij het selecteren van de meest toepasselijke benchmarkgegevens voor indirecte maatstaven, waarbij prioriteit werd gegeven aan bronnen die de geografische en operationele context van leveranciers het beste weergeven. Meer informatie over de belangrijkste schattingen, oordelen en aannames worden in het specifieke hoofdstuk geschetst. Uitgebreide informatie met betrekking tot elke scope 3-categorie is te vinden in "Informatie over de in aanmerking genomen rapporteringsbegrenzingen en berekeningsmethoden voor het schatten van scope 3 BKG-emissies". Aangezien de gegevens die voor de berekening van de koolstofvoetafdruk van de onderneming worden gebruikt, ook belangrijke maatstaven over inkomende middelen bevatten, worden de desbetreffende aannames en bronnen bovendien beschreven in "Beschrijving van de methodologieën gebruikt voor het berekenen van data en belangrijkste aannames". Om het aandeel biologisch materiaal in banden en binnenbanden, en met name natuurrubber, te bepalen, wordt gebruikgemaakt van de publicatie van de Europese vereniging van banden- en rubberfabrikanten.
Canyon heeft rekening gehouden met de volgende wetgeving of algemeen aanvaarde duurzaamheidsrapporteringsstandaarden en -kaders:
De volgende verwijzingen naar alinea's van standaarden of kaders maken deel uit van het duurzaamheidsverslag.
Zie Thema's (E4, S1, S2, S3, S4) zijn als materieel beoordeeld.
Lijst van rapporteringsvereisten of datapunten die onder de informatievereisten vallen:
Voor de door alinea ESRS S1-6 50a en f voorgeschreven informatie wordt in de bijlage bij de financiële staten een kruisverwijzing opgenomen onder "F Overige rapportering / gemiddeld aantal werknemers (VTE's)". Alle infaseringsbepalingen die van toepassing zijn op Canyon zijn gebruikt.
N.v.t.
Informatie over de wijze waarop het businessmodel en de strategie rekening houden met materieel beoordeelde impacts van duurzaamheidskwesties (infasering)
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Werknemersvertegenwoordigers waren per 31 december 2024 niet opgenomen in de organen.
Alle leden van Canyon's bestuursorgaan hebben een internationale staat van dienst op het gebied van leiderschap en management. Hun diverse expertise op mondiaal niveau heeft betrekking op verschillende industrieën, die het spectrum van Canyon's activiteiten en aanbod van producten en diensten weergeven. Leden bekleden functies zoals CFO van Zevia, VP en GM bij Google, Oprichter van Canyon, Voorzitter van CNP en oprichter van Carlyle Europe.
| Type Bestuurslid | Aantal | Percentage |
|---|---|---|
| Onafhankelijke | 7,00 | 80,00 |
| Uitvoerend | 2,00 | 20,00 |
| Gender | Aantal Bestuursleden | Percentage van het Bestuur |
|---|---|---|
| Vrouwen | 0 | 0 |
| Mannen | 9,00 | 100,00 |

P=permanente gast
Canyon erkent het belang van een governance structuur en de handhaving van wet- en regelgeving en heeft duidelijke taken en verantwoordelijkheden toegewezen aan de respectievelijke bestuursorganen. Canyon's governance structuur bestaat uit een Adviesraad, een Auditcomité en de Raad van Bestuur. (Voor meer informatie, zie Governance informatie: Zakelijk gedrag).
De taken en verantwoordelijkheden van het Auditcomité zijn geformaliseerd in het "Reglement van het Auditcomité van de Raad van Bestuur". Het Auditcomité heeft in de eerste plaats tot taak de Raad van Bestuur bij te staan in zijn verantwoordelijkheid voor het toezicht op de integriteit van de financiële staten, de naleving van de wettelijke en reglementaire vereisten, de benoeming, de kwalificaties, de onafhankelijkheid en de prestaties van de onafhankelijke auditors en het interne auditpersoneel van de onderneming. Het Comité monitort ook het risicobeheer en de veiligheidsprogramma's van de onderneming, met inbegrip van die met betrekking tot milieu, sociale, financiële en governance thema's. De hoofdverantwoordelijkheid van het Comité is toezicht, met inbegrip van het toezicht op de niet-financiële rapportering van de onderneming, met inbegrip van de impacts, risico's en opportuniteiten. De taken van het Comité zijn uitsluitend van adviserende aard. Het Comité brengt op gezette tijden verslag uit aan de Raad van Advies. Voor duurzaamheidskwesties werken de leden ook samen met externe duurzaamheidsdeskundigen en consultants, afhankelijk van het onderwerp.
De rol van de Raad van Advies is geformaliseerd in de "Aandeelhouders Overeenkomst". De hoofdfunctie van de Raad van Advies is het overzien van en adviseren over de strategische koers van de onderneming. Dit omvat ESG onderwerpen; de verantwoordelijkheid voor de strategische aansturing, goedkeuring en herziening van de ESG codes en het beleid is toegewezen aan de Raad van Advies.
De Raad van Bestuur bestaat uit twee General Manager-posities, bekleed door de CEO en de CFO (CFO), die de verantwoordelijkheid delen voor de uitvoerende beslissingen, de richting van de onderneming bepalen, toezicht houden op andere uitvoerende organen en de groei- en strategie plannen overzien. De Global Director ESG rapporteert regelmatig aan de Raad van Bestuur over ESG kwesties die relevant zijn voor Canyon. Daarnaast vraagt de Raad van Bestuur, afhankelijk van het onderwerp, indien nodig advies aan interne ESG deskundigen en externe adviseurs. Interne belangrijke deskundigen zijn onder meer, maar zijn niet beperkt tot de Milieumanager, Chemische Nalevingsingenieur, Mensenrechten Manager, ESG Informatieverschaffing & Transformatie Manager en de Team Manager Gezondheid en Veiligheid.
De ESG afdeling bij Canyon werd in 2021 opgericht met de Global Director ESG en bestond aan het einde van het rapporteringsjaar in totaal uit 5 leden, waaronder een Milieumanager, een Mensenrechten Manager, een Junior Mensenrechten Manager, een ESG Informatieverschaffing & Transformatie Manager en een Chemische Nalevingsingenieur. De afdeling wordt toegewezen in het gebied van de Chief Group Development Officer (CGDO) vanwege het holistische karakter van het onderwerp en om een procesgerichte integratie van ESG onderwerpen op globaal niveau te garanderen, evenals directe toegang tot de Raad van Bestuur. Het vergroten van de volwassenheid van de ESG afdeling en het inbedden van ESG processen op mondiaal bedrijfsniveau is een sleutelfunctie van de CGDO. De ESG-afdeling centraliseert ook ESG-gerelateerde informatie over risico's, impact en opportuniteiten, die vervolgens ten minste jaarlijks en indien nodig ad hoc wordt gedeeld met de leden van het Auditcomité, waarna de hierboven beschreven informatie via de governancestructuur wordt verspreid.
Zie Informatie over hoe de verantwoordelijkheden van elk orgaan of elke persoon voor impacts, risico's en opportuniteiten weergegeven worden in het referentiekader, het mandaat voor de Raad en ander gerelateerd beleid van de onderneming. Zie Informatie over de vraag of, door wie en hoe vaak bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden geïnformeerd over materiële impacts, risico's en opportuniteiten, de due diligence implementatie en de resultaten en effectiviteit van beleid, maatregelen, maatstaven en doelen die zijn vastgesteld om daarop te reageren. Zie Informatie over de wijze waarop bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen impacts, risico's en opportuniteiten in aanmerking nemen bij het overzien van de strategie, beslissingen over belangrijke transacties en risicobeheer.
Zie Informatie over hoe de verantwoordelijkheden van elk orgaan of elke persoon voor impacts, risico's en opportuniteiten weergegeven worden in het referentiekader, het mandaat voor de Raad en ander gerelateerd beleid van de onderneming. Zie Informatie over de vraag of, door wie en hoe vaak bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden geïnformeerd over materiële impacts, risico's en opportuniteiten, de due diligence implementatie en de resultaten en effectiviteit van beleid, maatregelen, maatstaven en doelen die zijn vastgesteld om daarop te reageren.
Zie Informatie over hoe de verantwoordelijkheden van elk orgaan of elke persoon voor impacts, risico's en opportuniteiten weergegeven worden in het referentiekader, het mandaat voor de Raad en ander gerelateerd beleid van de onderneming. Zie Informatie over de vraag of, door wie en hoe vaak bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden geïnformeerd over materiële impacts, risico's en opportuniteiten, de due diligence implementatie en de resultaten en effectiviteit van beleid, maatregelen, maatstaven en doelen die zijn vastgesteld om daarop te reageren. Zie Informatie over de wijze waarop bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen impacts, risico's en opportuniteiten in aanmerking nemen bij het overzien van de strategie, beslissingen over belangrijke transacties en risicobeheer.
De duurzaamheidsverklaring is geschreven onder toezicht van de ESG afdeling met bijdragen van interne deskundigen. De verklaring werd beoordeeld en goedgekeurd door de CFO (CFO). Het Auditcomité is belast met het toezicht op de duurzaamheidsverklaring.
Zie Informatie over hoe de verantwoordelijkheden van elk orgaan of elke persoon voor impacts, risico's en opportuniteiten weergegeven worden in het referentiekader, het mandaat voor de Raad en ander gerelateerd beleid van de onderneming. Zie Informatie over de vraag of, door wie en hoe vaak bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden geïnformeerd over materiële impacts, risico's en opportuniteiten, de due diligence implementatie en de resultaten en effectiviteit van beleid, maatregelen, maatstaven en doelen die zijn vastgesteld om daarop te reageren.
De bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van Canyon vragen, afhankelijk van het duurzaamheidsthema, indien nodig advies aan interne ESG experts en externe consultants. Interne belangrijke deskundigen zijn onder meer, maar zijn niet beperkt tot de Milieumanager, Chemische Nalevingsingenieur, Mensenrechten Manager, ESG Informatieverschaffing & Transformatie Manager en de Team Manager Gezondheid en Veiligheid. De duurzaamheidsgerelateerde vaardigheden van de leden van de organen worden voortdurend verbeterd door de implementatie van de Canyon governance structuur, waar interne ESG experts kennis delen en updates geven over nieuwe ontwikkelingen, met een bijzondere, maar niet exclusieve focus op materiële onderwerpen. Voorts bevorderen de voortdurende uitwisselingen tussen de leden van de organen een cultuur van kennisdeling, onder meer over duurzaamheidskwesties.
Zie Informatie over hoe de verantwoordelijkheden van elk orgaan of elke persoon voor impacts, risico's en opportuniteiten weergegeven worden in het referentiekader, het mandaat voor de Raad en ander gerelateerd beleid van de onderneming.
Zie Informatie over hoe de verantwoordelijkheden van elk orgaan of elke persoon voor impacts, risico's en opportuniteiten weergegeven worden in het referentiekader, het mandaat voor de Raad en ander gerelateerd beleid van de onderneming.
Het Auditcomité en de Raad van Bestuur worden minstens één keer per jaar geïnformeerd over materiële impacts, risico's en opportuniteiten, de toepassing van due diligence en de resultaten en effectiviteit van beleid, maatregelen, maatstaven en doelen door de Global Director ESG. Indien zich nieuwe impacts, risico's en opportuniteiten voordoen, wordt de Raad van Bestuur daarvan op de hoogte gebracht. De Auditcomité geeft relevante informatie ter overweging door aan de Raad van Toezicht.
Het Audit Committee houdt jaarlijks toezicht op de risico's die inherent zijn aan Canyon, inclusief een IRO-specifieke risicobeoordeling, en adviseert de Canyon Board of Directors hierover. IRO (Impact Risico Opportuniteit) – specifieke thema's worden door het Auditcomité onder de aandacht van de Raad van Toezicht gebracht en worden behandeld binnen de adviesfunctie van de raad. De Raad van Bestuur besteedt een aanzienlijk deel van zijn activiteit aan de ontwikkeling van Canyon's bedrijfsstrategie. ESG, en met name het in aanmerking nemen van materiële IRO's, wordt geïntegreerd in het ontwikkelingsproces van de bedrijfsstrategie. Canyon's bestuursorganen hebben rekening gehouden met de afwegingen die gepaard gaan met impacts, risico's en opportuniteiten bij het overzien van de strategie en het nemen van strategische beslissingen, bij het nemen van beslissingen over belangrijke transacties en tijdens risicobeheerprocessen.
Na een discussie over geïdentificeerde ESG risico's binnen een bedrijfsbrede holistische risicobeheer aanpak in 2023 werden het Auditcomité en de Raad van Bestuur geïnformeerd over geïdentificeerde materiële IRO's in 2024. De due diligence procedure voor Mensenrechten werd voorgesteld en besproken in het Auditcomité en de Raad van Bestuur.
Canyon heeft geen beloningsregelingen en beloningsbeleid in verband met duurzaamheidskwesties toegepast voor leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming. Canyon erkent echter het belang van dergelijke regelingen en streeft ernaar dergelijke stimulansen op middellange termijn in bestaande regelingen te integreren.
Zie Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van beloningsregelingen.
0,00%
Zie Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van beloningsregelingen.
Kernelementen van Canyon's due diligence, voor impacts op mens en milieu, worden toegelicht in de duurzaamheidsverklaring, zoals hieronder uiteengezet.
| Kernelementen van de due diligence | Secties in de duurzaamheidsver klaringen |
|---|---|
| a) Due diligence integreren in governance, de strategie en het business model | Algemeen |
| b) Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van de due diligence | Algemeen Sociaal Governance |
| c) Identificeren en beoordelen van negatieve impacts | Sociaal Governance |
| d) Maatregelen nemen om die negatieve impacts aan te pakken | Sociaal Governance |
| e) De effectiviteit van deze inspanningen monitoren en communiceren | Sociaal Governance |
Risico's in verband met de interne controle over duurzaamheidsrapportering kunnen voortkomen uit de volledigheid en integriteit van de gegevens, de nauwkeurigheid van de schattingsresultaten, de beschikbaarheid van gegevens over de upstream- en (of) downstream waardeketen en het tijdstip waarop de informatie beschikbaar komt.
Het risicobeoordelingsproces met betrekking tot de interne controle van de duurzaamheidsrapportering omvat de identificatie van risico's, de analyse en evaluatie van vastgestelde risico's, de implementatie van mitigerende maatregelen en monitoring.
Tijdens het identificeren van materiële thema's via de dubbele materialiteitsanalyse werden risico's geïdentificeerd en intern besproken. Tijdens het rapporteringsproces werd een dieper inzicht in de belangrijkste risico's ontwikkeld en risico's werden geprioriteerd op basis van impact en waarschijnlijkheid. Canyon identificeerde de volgende belangrijke risico's en implementeerde de desbetreffende mitigerende maatregelen.
De bevindingen van de risicobeoordeling en interne controles worden geïntegreerd in de relevante interne functies en processen zodra deze zich voordoen door de geschetste mitigerende maatregelen toe te passen.
De duurzaamheidsverklaring is geschreven onder toezicht van de ESG afdeling met bijdragen van interne deskundigen. De verklaring werd beoordeeld en goedgekeurd door de CFO (CFO). Het Auditcomité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslag.
Zie Beschrijving van de reikwijdte, belangrijkste kenmerken en onderdelen van het risicobeheer en de interne controle processen en systemen wat betreft duurzaamheidsrapportering
Zie Beschrijving van de reikwijdte, belangrijkste kenmerken en onderdelen van het risicobeheer en de interne controle processen en systemen wat betreft duurzaamheidsrapportering
De bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden geïnformeerd over risico's verbonden aan de interne controleprocessen over de duurzaamheidsrapportering door zich te houden aan de Canyon governance structuur geschetst in deze standaard.
Canyon is een Direct-to-Consumer fabrikant van premium fietsen met belangrijke klanten zoals atleten, ambassadeurs en dagelijkse fietsers. Het bedrijf biedt een verscheidenheid aan fietsen voor verschillende doelgroepen, afhankelijk van hun interesses en voorkeuren. De fietsen zijn ingedeeld in vier segmenten: Road, Gravel, Mountainbikes en Urban.
Canyon heeft zijn hoofdkantoor in Koblenz, Duitsland, met dochterondernemingen en externe partners over de hele wereld. De Canyon dochterondernemingen voeren lokaal marktbeheer uit en bieden klantgerichte diensten. Productonderzoek en -ontwikkeling, engineering, beheer van de supply chain, inkoop en andere administratieve en ondersteunende functies zijn voornamelijk gevestigd in Duitsland. Canyon producten worden wereldwijd in meer dan 50 landen verkocht.
Een aanzienlijk deel van de Canyon fietsen wordt geassembleerd in de fabriek in Koblenz. Verdere assemblagepartners zijn in Portugal, Tsjechië, Cambodja en Taiwan. Onderdelen voor Canyon fietsen en accessoires worden ingekocht via lokale agenten en een wereldwijd partnernetwerk van onafhankelijke merken en leveranciers, met productielocaties in 30 landen.
Verdere details over Canyon's waardeketen worden toegelicht in de volgende sectie van dit rapport: Beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de upstream- en downstreamwaardeketen en de positie van de onderneming in de waardeketen
Canyon's missie "Inspire to ride" vormt de drijvende kracht achter de strategische aanpak van de onderneming. Verantwoord ondernemen is ingebed in de wereldwijde strategie.
Het behalen van gestelde doelen en het omarmen van verantwoordelijkheid zijn diep geïntegreerd in Canyon's zakelijke strategie door het systematisch beoordelen, prioriteren, mitigeren en monitoren van materiële impacts, risico's en opportuniteiten (IRO's).
De succesvolle implementatie van Canyon's strategische pijlers is fundamenteel gekoppeld aan het bereiken van uitmuntendheid in activiteiten en digitale transformatie, het bevorderen van diepe klantenbetrokkenheid en het handhaven van kernwaarden met een sterk gevoel van doelgerichtheid en transparantie. Centraal in deze aanpak staan de ontwikkeling en empowerment van Canyon's werknemers, nauwe en samenwerkingspartnerschappen in de hele waardeketen en een robuuste combinatie van technische expertise, innovatief onderzoek en ontwikkeling. Deze elementen dienen gezamenlijk als de essentiële drukfactoren die de onderneming in staat stellen de strategische doelstellingen te verwezenlijken.
Zie Beschrijving van businessmodel en waardeketen.
Zie Beschrijving van businessmodel en waardeketen.
Canyon's innovatieve producten zijn ontwikkeld met een diep inzicht in diverse behoeften van klanten, waaronder die met betrekking tot duurzaamheid. Werknemers worden erkend als kritieke bijdragers aan het succes van het bedrijf en profiteren van carrièremogelijkheden en persoonlijke groeimogelijkheden. Het wereldwijde leveranciersnetwerk krijgt toegang tot kennisuitwisselings- en opleidingsprogramma's die verantwoord ondernemen stimuleren en innovatie bevorderen. Investeerders en aandeelhouders profiteren van een stabiel risicogewogen rendement.
Canyon's toewijding aan continu leren en innovatie positioneert het bedrijf om zich aan te passen aan de veranderende verwachtingen van klanten en tegelijkertijd verantwoorde bedrijfspraktijken in te bedden in zijn strategie. Werknemers genieten de voordelen van economische groei en een sterke organisatorische nadruk op levenslang leren. Door langdurige partnerschappen bevordert Canyon verantwoord ondernemen, ondersteunt het de transitie naar koolstofarme en klimaatveerkrachtige economieën en bevordert het respect voor de rechten van de mens. Investeerders en aandeelhouders profiteren van een aanhoudende, winstgevende groei, ondersteund door financiële en operationele veerkracht.
Canyon's waardeketen strekt zich uit van de winning van grondstoffen, de verwerking van gewonnen materialen en de omzetting ervan in producten, en de assemblage van componenten tot fietsen tot de verkoop en het gebruik van afgewerkte producten. Het transport van materialen, goederen en afgewerkte producten van de ene productiestap naar de volgende en naar eindklanten maakt de waardeketen compleet.
De upstream waardeketen is een netwerk van vele spelers die voornamelijk in Azië, maar ook in Europa en de VS gevestigd zijn. Canyon heeft langdurige zakelijke relaties met de meeste van zijn upstream leveranciers en activiteiten in Azië worden al vele jaren ondersteund door een agent in Taiwan. Canyon koopt kant-en-klare componenten en Canyon-engineered onderdelen van het leveranciersnetwerk.
Canyon's eigen activiteiten omvatten het ontwerpen en ontwikkelen van fietsen, assemblage, opslag en verpakking van commerciële goederen en verkoop aan eindklanten.
Verkoop en distributie via logistieke partners, de gebruiksfase en de einde-levensfase van producten zijn belangrijke elementen van de downstream waardeketen.
784.057.390,11 EURO
Als vervoermiddel kan de fiets een belangrijke rol spelen bij de transitie naar een koolstofarme economie en het ondersteunen van een gezonde levensstijl. De productie van fietsen heeft echter impacts op milieu en mens, zoals in dit verslag wordt geschetst. Een van Canyon's belangrijkste duurzaamheidsdoelen is het verminderen van de algehele boeikasgasemissies in lijn met een wetenschappelijk onderbouwde aanpak. In 2024 werden Canyon's doelen voor broeikasgasreductie op korte en lange termijn goedgekeurd door het science-based targets initiative en begon het bedrijf met het implementeren van reductiemaatregelen om de gestelde doelen te bereiken. De voortgang ten opzichte van de doelen wordt jaarlijks gemonitord en via het CDP gecommuniceerd. De laatst bekende rating voor het CDP was een B, voor het rapport 2023.
Er worden maatregelen genomen om niet alleen impacts te mitigeren, maar ook om de daarmee samenhangende risico's te beheersen.
De vermindering van broeikasgasemissies houdt ook verband met het gebruik van hulpbronnen en een aanpak van de circulaire economie.
Om impacts op de mens en respect voor mensenrechten aan te pakken, volgt Canyon een diligence procedure voor Mensenrechten die is afgestemd op vereisten van regelgevers en internationale normen en kaders. Jaarlijkse en ad-hoc risicobeoordelingen, monitoring van leveranciers, mitigatie en herstel van potentiële en daadwerkelijke impacts zijn belangrijke elementen van deze aanpak en vullen Canyon's inkoopstrategie aan. De focus van deze aanpak ligt op productielocaties die zijn geïdentificeerd als locaties met een hoog risico vanwege bijvoorbeeld hun geografische locatie of vanwege de grondstoffen die zij betrekken. Zowel werknemers in de waardeketen als Canyon's eigen personeel vallen onder deze aanpak.
Gegevensbescherming is cruciaal voor gegevens in het algemeen, maar in een direct-to-consumer business model gaat het ook specifiek om klantgegevens. Canyon heeft relevante beleidslijnen en waarborgen geïmplementeerd. Vanwege de voortdurende vooruitgang op het gebied van internetbeveiliging, verbetert Canyon voortdurend zijn beveiligingen en processen om kritieke gegevens te beschermen.
Verdere details over doelen die zijn bepaald met betrekking tot geïdentificeerde materiële thema's, worden verschaft in de betrokken thematische ESRS-standaarden.
De geschetste duurzaamheidsdoelstellingen zijn niet gebonden aan een specifiek product, dienst, klantengroep of markt. In plaats daarvan weerspiegelen ze een holistische benadering die is geïntegreerd in Canyon's algemene business model.
Zie Beschrijving van de duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen in termen van significante groepen van producten en diensten, klanten categorieën, geografische gebieden en relaties met stakeholders.
Canyon betrekt de stakeholders op verschillende niveaus van de organisatie. Door middel van een regelmatige en gestructureerde dialoog probeert het bedrijf inzicht te krijgen in de standpunten, zorgen en verwachtingen van stakeholders wat betreft financiële prestaties en operationele strategieën. Deze interactie is belangrijk voor het onderbouwen van zakelijke beslissingen en initiatieven en sluit aan bij de belangen van stakeholders.
Inzichten verkregen uit deze gesprekken worden meegenomen in de due diligence procedure en dubbele materialiteitsanalyse, wat helpt inzicht te geven in hoe stakeholdermeningen zich verhouden tot Canyon's strategie en business model.
Feedback van stakeholders wordt gecommuniceerd als belangrijke kwesties zich voordoen bij de Raad van Bestuur of via de jaarlijkse IROinformatie aan de bestuursorganen van Canyon. Dit zorgt ervoor dat de standpunten en belangen van stakeholders worden meegenomen in relatie tot Canyon's duurzaamheidsgerelateerde impacts, waardoor weloverwogen besluitvorming op alle managementniveaus wordt vergemakkelijkt.
Canyon's stakeholder management proces is gedecentraliseerd en geschetst in de volgende tabel:
| Stakeholder | Hoe engagement wordt georganiseerd |
Doel van stakeholderbetrokkenheid | Voorbeelden van uitkomsten van de engagementen |
|---|---|---|---|
| Adviesraad | – Driemaandelijkse vergaderingen – Interne rapporteringsstructuur volgens het governance beleid |
– De expertise en inzichten van de leden van de Adviesraad gebruiken om het strategische besluitvormingsproces te begeleiden; – Input helpt ons om markttrends voor te blijven, nieuwe technologieën toe te passen en ons productaanbod te verbeteren (bron van innovatieve ideeën en best practices uit verschillende sectoren); – Identificeer potentiële risico's en uitdagingen; – Onze organisatorische prestaties en voortgang in de richting van strategische doelstellingen evalueren; – Een langetermijnperspectief behouden en ervoor zorgen dat onze strategieën aansluiten bij onze toekomstvisie |
– Nieuwe productideeën en innovatieve oplossingen; – Proactieve strategieën die risico's mitigeren en de weerbaarheid van de onderneming vergroten; – Verbeterde merkreputatie als thought leader in de fietsindustrie; – Betrokkenheid met andere stakeholders, waaronder investeerders |
| Autoriteiten en toezichthouders |
– Regelmatige rapportering over naleving van de milieuregelgeving – Actief lidmaatschap van fietsindustrieverenigingen voor regelgevende advocacy |
– Naleving van veiligheids- en milieunormen waarborgen; – Transparantie in productiepraktijken handhaven |
– Aangepaste productieprocessen om in overeenstemming te zijn met bijgewerkte wettelijke vereisten; – Verbeterde interne praktijken op basis van feedback van regelgevende instanties |
| Klanten | – Directe communicatiekanalen – Feedbackmechanismen (bv. enquêtes, beoordelingen, feedbackformulieren, enz.) – Maatschappelijke betrokkenheid en evenementen – Betrokkenheid bij klantenservice en productontwikkeling – Social media engagement |
– Zie S4 Klanten & Eindgebruikers | – Productverbeteringen |
| Werknemers | – Interne communicatie via verschillende kanalen (Medewerkersportaal, nieuwsbrieven, enz.) – Leiderschapsbezoeken ter plaatse en town hall vergaderingen – Persoonlijke ontwikkelingsdialogen – Enquêtes en beoordelingen van de werkplek – Interne rapporteringsstructuren |
– Verbeter de tevredenheid van werknemers door actief te luisteren naar en werknemers te betrekken bij besluitvormingsprocessen; – Verbeter de retentie en loyaliteit van werknemers; – Prestaties en productiviteit stimuleren; – Focus op het welzijn van onze werknemers, inspelend op hun behoeften en zorgen; – Een cultuur van respect, inclusiviteit en samenwerking versterken |
– Interne beleidsupdates; – Meer transparantie, zodat werknemers zich geïnformeerd en betrokken voelen bij beslissingen en beleid van de onderneming; – Globale initiatieven onder het personeel |
| Financiële instellingen | Driemaandelijkse financiële verslaglegging – Jaarlijkse bijeenkomsten met banken en kredietverstrekkers om financiële prestaties en groeiplannen te bespreken – Ad-hoccommunicatie indien nodig (bv. Grote impact op afwijkingen van het budget) |
– Toegang tot kapitaal verzekeren voor uitbreiding en operationele behoeften; – Gunstige kredietvoorwaarden handhaven; – Transparantie waarborgen over financiële stabiliteit en groeivooruitzichten; – Sterke, langdurige relaties opbouwen met belangrijke financiële partners |
– Aangepaste financieringsstructuren afgestemd op de marktomstandigheden; – Beveiligde kredietlijnen ter ondersteuning van groei en operationele stabiliteit; – Beter inzicht in de marktverwachtingen voor financiële prestaties |
| Stakeholder | Hoe engagement wordt georganiseerd |
Doel van stakeholderbetrokkenheid | Voorbeelden van uitkomsten van de engagementen |
|---|---|---|---|
| Industrie organisaties | – Lidmaatschap en netwerken – Workshops en kennisdeling |
– Deelnemen aan de ontwikkeling en promotie van industriestandaarden en beste praktijken; – Waardevolle netwerkmogelijkheden met andere bedrijven, stakeholders en leiders; – Inzicht krijgen in opkomende trends, marktontwikkelingen en veranderingen in wet- en regelgeving; – Aandeel kennis en beste praktijken onder leden van industrie organisaties |
– Het netwerk van de onderneming vergroten en opportuniteiten creëren voor gezamenlijke initiatieven; – Canyon binnen de industrie profileren en de aandacht trekken van media, consumenten en potentiële medewerkers; |
| Investeerders | – Ad-hoc telefoontjes, vragenlijsten en e-mails van investeerders – Periodieke updates voor investeerders (bv. Liquiditeit, hedging, enz.) – Driemaandelijkse vergaderingen van investeerders (vergaderingen van de Raad) |
– Een relatie bevorderen op basis van vertrouwen en transparantie door regelmatig updates te verstrekken over onze financiële prestaties, strategische initiatieven en operationele ontwikkelingen; – Verzamel waardevolle inzichten en perspectieven die onze strategische besluitvorming kunnen beïnvloeden; – Onze inzet voor duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen communiceren |
– Afstemming op het ondersteunen van groei initiatieven en uitbreidingsprojecten; – Meer nadruk leggen op duurzaamheid en ecologische, sociale en governance (ESG) praktijken |
| Ngo's | – Samenwerking met geselecteerde NGO's – Gezamenlijke projecten en initiatieven – Capaciteitsopbouw, sponsoring en ondersteuning |
– Sensibiliseren over belangrijke sociale en milieukwesties binnen de fietsgemeenschap en daarbuiten; – Ontwikkeling van langetermijnpartnerschappen op basis van gedeelde waarden en doelstellingen; – Verbeteren van de merkreputatie als maatschappelijk verantwoord bedrijf; – Mogelijkheden creëren voor onze werknemers om deel te nemen aan vrijwilligersactiviteiten |
– Toegang tot gespecialiseerde kennis en middelen om effectieve programma's en initiatieven uit te voeren die sociale en milieu-uitdagingen aanpakken; – Meer werknemersbetrokkenheid via vrijwilligersprogramma's; – Innovatieve duurzaamheidsinitiatieven die de ecologische voetafdruk van de onderneming verminderen en milieuvriendelijke praktijken promoten |
| Leveranciers | – Leverancier due diligence – Mensenrechten en beoordelingen ter plaatse – Leveranciersdagen |
– Sterke partnerships aangaan die de constante kwaliteit en betrouwbaarheid van onze materialen en componenten waarborgen; – Uitwisseling van ideeën en innovaties die ons productaanbod kunnen verbeteren; – Duurzame praktijken in onze supply chain bevorderen; – Ervoor zorgen dat ze voldoen aan onze ethische normen en nalevingsvereisten |
– Leveranciers Gedragscode; – Sterke relatie die zorgt voor een betrouwbaardere supply chain en het verminderen van het risico op ontwrichtingen bij de inkoop van materialen en componenten; – Verbeterde kwaliteitsnormen voor materialen, wat leidt tot een betere algemene productkwaliteit en klanttevredenheid |
| Vakbonden | – Vergaderingen – Collectieve onderhandelingen – Gemengde comités met vakbondsvertegenwoordigers |
– Zorg ervoor dat de stemmen en zorgen van werknemers worden vertegenwoordigd in gesprekken met het management; – Conflicten en klachten op de werkvloer aanpakken en oplossen; – Bevorderen van een cultuur van betrokkenheid en participatie onder werknemers; – Het proces van collectieve onderhandelingen vergemakkelijken |
– Collectieve onderhandelingen, resulterend in eerlijke lonen, voordelen en arbeidsvoorwaarden die de behoeften en verwachtingen van werknemers weerspiegelen; – Naleving van arbeidswet- en regelgeving, het verminderen van het risico op juridische problemen en het bevorderen van een eerlijke werkplek; |
| Arbeidsraden | – Regelmatige vergaderingen en gemengde comités – Jaarlijkse evaluaties en verslagen |
– Zorgen dat de belangen en zorgen van werknemers worden behartigd in besluitvormingsprocessen; – Samenwerken aan de ontwikkeling en uitvoering van beleid en praktijken op de werkvloer; – Initiatieven ontwikkelen gericht op gezondheid, veiligheid en werk-privébalans |
– Ontwikkeling van beleid op de werkvloer dat de behoeften en standpunten van werknemers weerspiegelt (bv. arbeidsovereenkomsten); – Belangen en zorgen worden effectief gecommuniceerd naar het management; |
Zie Beschrijving van stakeholderbetrokkenheid.
Zie Beschrijving van stakeholderbetrokkenheid.
Zie Beschrijving van stakeholderbetrokkenheid.
Zie Beschrijving van stakeholderbetrokkenheid.
Zie Beschrijving van stakeholderbetrokkenheid.
Zie Beschrijving van stakeholderbetrokkenheid.
Beschrijving van de vraag of en hoe de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden geïnformeerd over de opvattingen en belangen van getroffen stakeholders wat betreft de duurzaamheidsgerelateerde impacts
Zie Beschrijving van stakeholderbetrokkenheid.
De onderneming rapporteert de beschrijvende informatie voorgeschreven door SBM-3 §46 samen met de rapportering verschaft op grond van de overeenkomstige thematische ESRS overeenkomstig met ESRS 2 SBM-3 §49 met de onderstaande verklaring van de materiële impacts, risico's en opportuniteiten, samen met de rapportering opgesteld op grond van dit hoofdstuk van ESRS 2.
De volgende impacts werden als materieel beoordeeld in Canyon's materialiteitsanalyse 2024 (zie voor meer informatie Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren).
Zie onderstaande tabel:
| Impact ID | Beschrijving | Allocatie in de waardeketen | Tijdshorizon | Impactcate gorie |
Toegewezen materieel thema |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Bijdrage aan klimaatverandering, waarbij het grootste aandeel broeikasgasemissies in Scope 3 wordt toegewezen (bv. productie in fabrieken van leveranciers, verbranding van fossiele brandstoffen ter plaatse, vervoer van producten, aankoop van grondstoffen en brandstoffen). |
De belangrijkste impact wordt toegewezen in de upstream waardeketen en vindt plaats op productielocaties van directe leveranciers en indirecte leveranciers in de diepere waardeketen. |
Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, negatief |
E1 Klimaatverandering |
| 2 | Afval ontstaat door materialen die niet kunnen worden gerecycleerd of die mogelijk niet op de juiste manier worden verwijderd. |
De belangrijkste impact wordt toegewezen over de hele waardeketen (upstream, downstream en eigen activiteiten) tijdens de productie van fietsen die een leverancier heeft gevestigd en kan ook optreden in de end-of-life fase. |
Niet van Daadwerkelijk, toepassing negatief |
E5 Afval | |
| 3 | Toename van niet-recycleerbaar afval, voornamelijk tijdens de productie en de end-of-life fase. |
De impact wordt verdeeld over de hele waardeketen tijdens de productie van fietsen die een leverancier heeft gevestigd en kan ook optreden in de end-of-life fase. |
Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, negatief |
E5 Afval en hulpbronnen |
| 4 | Verbruik van primaire hulpbronnen voor de productie van fietsen. |
Het effect wordt in de upstream waardeketen toegerekend aan productielocaties van directe zakenpartners en indirecte leveranciers. |
Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, negatief |
E5 Grondstoffen |
| 5 | Een circulaire economie ondersteunen door bijvoorbeeld meer gerecycleerde materialen in verpakkingen te gebruiken en dus minder primaire hulpbronnen. |
Het effect wordt in de upstream waardeketen toegewezen aan directe zakenpartners. |
Korte termijn | Potentieel, positief |
E5 Grondstoffen |
| 6 | Mentale gezondheid van werknemers beschermen via het Canyons mentale gezondheid programma met Fürstenberg Institute GmbH, dat het welzijn van werknemers kan beïnvloeden. |
Het effect wordt toegewezen in de eigen activiteiten. | Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, positief |
S1 Gezondheid en veiligheid |
| 7 | Impacts op veiligheid en gezondheid op het werk in productielocaties kunnen de gezondheid van werknemers beïnvloeden. (Mensenrechten) |
De impact wordt over de hele waardeketen toegerekend aan directe zakenpartners en potentieel in de diepere waardeketen zijn geïdentificeerd. |
Korte termijn (potentiële impact) |
Daadwerkelijke (directe zakenpartners) en potentieel (diepere waardeketen), negatief |
S2 Gezondheid en veiligheid |
| Impact ID | Beschrijving | Allocatie in de waardeketen | Tijdshorizon | Impactcate gorie |
Toegewezen materieel thema |
|---|---|---|---|---|---|
| 8 | Regelmatige werktijden en overwerkvereisten waaraan in productielocaties niet wordt voldaan, kunnen een impact hebben op de gezondheid en veiligheid van werknemers. (Mensenrechten) |
De impact wordt in de upstream waardeketen toegewezen aan directe zakenpartners en kan potentieel ook in de diepere waardeketen optreden. |
Korte termijn (potentiële impact) |
Daadwerkelijke (directe zakenpartners) en potentieel (diepere waardeketen), negatief |
S2 Werktijden |
| 9 | Gedwongen arbeid en kinderarbeid. (Mensenrechten) |
De impact wordt toegewezen in de upstream waardeketen en kan potentieel optreden in de diepere waardeketen. |
Korte termijn | Potentieel, negatief |
S2 Gedwongen arbeid en kinderarbeid |
| 10 | Er werden indicatoren voor moderne slavernij geïdentificeerd, zoals wervingsvergoedingen, terwijl er geen daadwerkelijk incident van moderne slavernij werd vastgesteld. (Mensenrechten) |
Het effect wordt in de upstream waardeketen toegewezen aan directe zakenpartners. |
Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, negatief |
S2 Gedwongen arbeid |
| 11 | Schending van klantenrechten als gevolg van het potentiële verlies van persoonsgegevens bij een cyberincident, wat van invloed kan zijn op het vertrouwen en de loyaliteit van klanten. |
De impact wordt toegewezen in de eigen activiteiten/ downstream waardeketen en heeft betrekking op Canyons DTC business model en strategie. |
Korte termijn | Potentieel, negatief |
S4 Consumentenin formatie |
| 12 | Klanten werden minder afhankelijk van werkplaatsen door kwalitatieve informatie aan te bieden voor montage, onderhoud en andere onderwerpen. |
De impact wordt toegewezen in de downstream waardeketen en heeft betrekking op Canyons DTC business model en strategie. |
Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, positief |
S4 Consumentenin formatie |
| 13 | Bied een betere klantenservice door traceerbaarheid van informatie over elk specifiek onderdeel op de fiets van elke klant. |
De impact wordt toegewezen in de downstream waardeketen en heeft betrekking op Canyon's DTC business model en strategie. |
Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, positief |
S4 Consumentenin formatie |
| 14 | Fietsen verbetert de gezondheid van de fietser. | De impact wordt toegewezen in de downstream waardeketen en heeft betrekking op Canyon's kern business model en activiteiten. |
Niet van toepassing |
Daadwerkelijk, positief |
S4 Consumentenveili gheid |
| 15 | Potentiële klokkenluiders kunnen een positieve impact hebben omdat zij een cruciale rol spelen bij het blootleggen van misstanden in een organisatie. |
De impact die over de hele Waardeketen wordt verdeeld, heeft betrekking op Canyon's eigen activiteiten, maar ook op impacts toegewezen op locaties van zakenpartners en de diepere waardeketen. |
Korte termijn | Potentieel, positief |
G1 Klokkenluider |
De onderneming rapporteert de beschrijvende informatie voorgeschreven door SBM-3 §46 samen met de rapportering verschaft op grond van de overeenkomstige thematische ESRS overeenkomstig met ESRS 2 SBM-3 §49 met de onderstaande verklaring van de materiële impacts, risico's en opportuniteiten, samen met de rapportering opgesteld op grond van dit hoofdstuk van ESRS 2.
De volgende risico's werden als materieel beoordeeld uit financieel oogpunt in Canyon's materialiteitsanalyse 2024 (zie voor meer informatie Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren).
| Risico ID | Beschrijving | Allocatie in de waardeketen |
Tijdshorizon | Risicocatego rie |
Toegewezen materieel thema |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Toegenomen kosten van grondstoffen als gevolg van de transitie naar technologie en producten met lagere broeikasgasemissies. |
N.v.t. | Middellange termijn |
Transitierisico | E1 Klimaatverandering |
| 2 | Hogere productiekosten door stijgende grondstofkosten als gevolg van een cascade-effect van de mijnbouwkosten. |
N.v.t. | Middellange termijn |
Transitierisico | E5 Grondstoffen |
Canyon erkent het belang van het aanpassen van zijn business model, waardeketen, strategie en besluitvormingsprocessen om materiële impacts en risico's te mitigeren en opportuniteiten te benutten. Het bedrijf begon zich eind 2021 te concentreren op het belang van duurzaamheidskwesties door de ESG afdeling op te richten, die fungeert als kennishub en adviseur voor verschillende Canyon-afdelingen en de bestuursorganen van het bedrijf. Vandaag telt de afdeling zes medewerkers met een verscheidenheid aan expertise en ondersteunt ze de integratie van duurzaamheidskwesties in de algemene strategie van de onderneming. Zoals in dit rapport geschetst, heeft Canyon duurzaamheid al geïntegreerd in zijn algemene strategie om materiële onderwerpen aan te pakken.
Zie Beschrijving van de materiële impacts volgens de materialiteitsanalyse.
Zie Beschrijving van de materiële impacts volgens de materialiteitsanalyse.
Zie Beschrijving van de materiële impacts volgens de materialiteitsanalyse.
Zie Beschrijving van de materiële impacts volgens de materialiteitsanalyse.
Omdat geïdentificeerde materiële risico's een middellange tijdshorizon hebben en mitigerende maatregelen worden beoordeeld en uitgevoerd, verwacht Canyon geen financiële impacts op korte termijn van materiële risico's en opportuniteiten op zijn financiële positie, financiële prestaties en kasstromen. Er is geen significant risico vastgesteld op materiële aanpassingen in de volgende jaarlijkse rapporteringsperiode van de boekwaarde van activa en verplichtingen en deze zullen dus naar verwachting niet in de betrokken financiële staten worden gerapporteerd.
Canyon's strategie speelt in op geïdentificeerde IRO's met mitigerende maatregelen gedreven door maatregelen en doelen (zie voor meer informatie de thematische standaarden E1, E5, S1, S2, S4 en G1). Duurzaamheidskwesties zijn ingebed in de strategie en worden aangepakt via potentiële evoluties van het huidige business model, diepgaande due diligence processen en een organisatie die kan anticiperen op materiële veranderingen in de operationele omgeving. Als lerende organisatie, gericht op innovatie, werkt Canyon continu en waarborgt het zijn veerkracht in een snel veranderende omgeving. Canyon wijst middelen toe aan het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten door bijvoorbeeld een toegewijd ESG team in te bedden in de bedrijfsstructuur en een duidelijke governance structuur te hebben. Canyon beschouwt zijn strategie met betrekking tot de materiële IRO's die in dit rapport worden geschetst als veerkrachtig.
In de dubbele materialiteitsanalyse heeft Canyon materiële informatie geïdentificeerd over duurzaamheid IRO's en daarmee samenhangende materiële thema's en materiële informatie die moet worden gerapporteerd. Bij de toepassing van de objectieve criteria is gebruikgemaakt van oordeelsvorming, en van de betrokken toelichtingen wordt verwacht dat zij de transparantie van de onderneming verschaffen aan de gebruikers van de duurzaamheidsverklaring. Canyon's dubbele materialiteitsanalyse is gebaseerd op de respectieve methodologie geschetst in ESRS 1. Het grove perspectief werd gehanteerd (industriële/juridische normen als nulmeting zonder mitigerende maatregelen vormen de basis voor de evaluatie).
De toegepaste dubbele materialiteitsanalysemethode omvat vier belangrijke stappen, waaronder (i) het identificeren van het duurzaamheidslandschap door ook rekening te houden met de eerder uitgevoerde enkelvoudige materialiteitsanalyse in de dubbele materialiteitsanalyse die in 2024 is uitgevoerd; (ii) stakeholderbetrokkenheid op basis van aanvullend geïdentificeerde stakeholders, die niet zijn opgenomen in de enkelvoudige materialiteitsanalyse van 2022; (iii) het opstellen van een longlist van potentieel materiële onderwerpen; (iv) het identificeren en evalueren van IRO's in materialiteitsworkshops waarbij interne stakeholders via een begeleid proces worden betrokken.
Er zijn zeven workshops met de verantwoordelijke interne stakeholders gehouden om daadwerkelijke en potentiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen. Deze workshops werden afzonderlijk gehouden voor de volgende standaarden: E1-E3, E4-E5, S1, S2, S3, S4, G1. Bij het in kaart brengen van de impacts, risico's en opportuniteiten is voor elke beoordeling de hele waardeketen eenmaal in aanmerking genomen. Om te bepalen welke duurzaamheidsaspecten materieel zijn, heeft Canyon schalen van één tot vijf gebruikt en de drempelwaarde op 3,5 gezet. Dit betekent dat de bovenste 30% van de geïdentificeerde impacts, risico's en opportuniteiten aan bod komen en behandeld moeten worden zoals ze materieel zijn. De materialiteitsdrempel voor impacts is op hetzelfde niveau vastgesteld als voor financiële impacts op > 3,5.
Canyon heeft in 2022 een individuele materialiteitsanalyse uitgevoerd. Wereldwijd relevante ESG onderwerpen werden gebruikt om een longlist te maken voor deze beoordeling. De geselecteerde thema's waren gebaseerd op een peer benchmarking oefening, interne en externe expertise, GRI Kader en potentiële impacts die optreden in verschillende fasen van de levenscyclus van een fiets.
De initiële longlist voor de dubbele materialiteitsanalyse in 2024 was gebaseerd op de thema's gebruikt voor de vorige enkelvoudige materialiteitsanalyse. In een voorlopige beoordeling is een shortlist van potentiële ESRS-thema's/subsubthema's/sub-subsubthema's geïdentificeerd en als basis gebruikt voor de ontwikkeling van de longlist. De definitieve longlist voor de dubbele materialiteitsanalyse 2024 bevat onderwerpen die Canyon al in aanmerking had genomen in zijn individuele materialiteitsanalyse 2022 plus de aanvullende onderwerpen / subsubthema's / sub-subsubthema's die door de ESRS worden vereist. Om ervoor te zorgen dat de belangrijkste materiële thema's van de industrie in aanmerking werden genomen, werd een peer-analyse uitgevoerd, die niet tot verdere aanvullingen leidde.
Bovendien konden geen bedrijfs- of sectorspecifieke duurzaamheidsaspecten (naast de in ESRS 1 TV 16 vermelde aspecten) van Canyon's eigen bedrijfsactiviteiten worden geïdentificeerd, aangezien de onderwerpen ofwel onder de lijst in ESRS 1 TV 16 vielen, ofwel relevant waren voor sectorgenoten, maar niet voor het business model van Canyon.
In de volgende stap werden alle geïdentificeerde onderwerpen in materialiteitsworkshops toegewezen aan het meest gedetailleerde niveau van de ESRS, wat de sub-subsubthema's zijn, volgens ESRS 1, TV 16. Door de thema's te matchen met de bijbehorende standaarden, kon worden beoordeeld welke van de ESRS-thema's/subsubthema's/sub-subsubthema's nog niet aan bod waren gekomen in de enkelvoudige materialiteitsanalyse die Canyon in 2022 heeft uitgevoerd.
De longlist vormde de basis voor de ontwikkeling van templates gebruikt voor de kwantitatieve IRO beoordeling gebruikt in de zeven workshops. De templates zijn gestructureerd in lijn met de thema's die voor Canyon in kaart zijn gebracht en door verschillende hiërarchieniveaus voor de desbetreffende ESRS toe te passen – sommige werden beoordeeld op een geaggregeerd themaniveau en sommige op een meer gedetailleerd subof sub-subsubthemaniveau (zoals geschetst in ESRS 1 Sectie 3 en bijbehorende Appendix A).
Tijdens de workshops werden zowel materiële positieve en negatieve als potentiële en daadwerkelijke impacts geïdentificeerd door het onderstaande proces te volgen.
Het grove perspectief werd tijdens het hele proces toegepast door rekening te houden met sectorale en wettelijke normen zonder mitigerende maatregelen als basis voor de evaluatie.
Er werd een geaggregeerde impactwaarde berekend. Indien de impact een vastgestelde drempelwaarde overschrijdt, wordt de impact als materieel beoordeeld. Overeenkomstig met ESRS 1 TV 11 voor ESRS S2 werd geen rekening gehouden met waarschijnlijkheid, maar werd de impact als materieel beoordeeld indien de schaal, reikwijdte of omkeerbaarheid de drempelwaarde zou overschrijden.
Er werden aannames gedaan voor de begrenzing van de scope en de eenmaking, om een consistente evaluatie van de scope mogelijk te maken. Om bias te voorkomen en vergelijkbaarheid mogelijk te maken, werden negatieve impacts en positieve impacts bovendien gestandaardiseerd in hun respectieve totaalscores. Bij de beoordeling is gekeken naar impacts uit het verleden, heden en toekomst van gebeurtenissen uit het verleden, heden of toekomst.
Canyon heeft een holistische dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd die betrekking heeft op alle regio's, de hele waardeketen en alle zakelijke relaties.
Door rekening te houden met de hele waardeketen, die ook de eigen activiteiten van Canyon omvat, en de implementatie van de due diligence processen die zijn afgestemd op internationale normen en kaders, houdt het hierboven beschreven proces ook rekening met impacts waarbij Canyon betrokken is via de eigen activiteiten of als gevolg van zakelijke relaties.
In het kader van deze enkelvoudige materialiteitsanalyse heeft Canyon interne en externe belangrijke stakeholders geïdentificeerd. Canyon verzamelde de verwachtingen en opvattingen van de stakeholders over potentiële materiële onderwerpen door middel van niet-directieve interviews.
Tijdens het proces van de dubbele materialiteitsanalyse 2024 werden aanvullende stakeholders geïdentificeerd. Om aan te sluiten bij de richtlijnen voor regelgeving, werden deze stakeholders ingedeeld in getroffen stakeholders en gebruikers van het duurzaamheidsverslag. Alle standpunten en belangen van stakeholders werden in aanmerking genomen binnen de IRO Analyse als onderdeel van de dubbele materialiteitsanalyse. In dit verband zijn de resultaten van de enkelvoudige materialiteits- en stakeholderanalyse voor 2022, met name de longlist en de antwoorden van stakeholders, opgenomen in de huidige beoordeling van de ESRS-thema's. Externe stakeholders die geen deel uitmaakten van de in 2022 uitgevoerde enkelvoudige materialiteitsanalyse en de validatie van de bevindingen van 2022 werden tijdens de materialiteitsworkshops opnieuw beoordeeld en gevalideerd door representatieve interne stakeholders.
In het proces werd prioriteit gegeven aan negatieve impacts op basis van hun relatieve ernst en waarschijnlijkheid, en positieve impacts op basis van hun relatieve schaal, reikwijdte en waarschijnlijkheid, en werd bepaald welke duurzaamheidsthema's materieel zijn voor rapporteringsdoeleinden in overeenstemming met de methodologie geschetst in ESRS 1 - 3.4 (§43-46).
Om de bepaling van ESRS 1 – 3.4 op te nemen dat "Elk van de drie kenmerken (schaal, reikwijdte en onomkeerbaar karakter) een negatieve impact ernstig kan maken" in het besluitvormingsproces voor de materialiteit van impacts, heeft Canyon een ernstanalyse uitgevoerd.
Impacts waarvoor de hoogste waarde van de schaal voor een van de bovengenoemde kenmerken werd toegekend, maar die de totale materialiteitsdrempel niet overschreden, werden in de IRO-beoordeling afzonderlijk vermeld. Deze impacts werden geëvalueerd om te bepalen of zij vanwege hun ernst als materiële impacts moeten worden beoordeeld, ondanks het feit dat de algemene materialiteitsdrempel niet is bereikt. Op basis van deze herbeoordeling werd geen van de thema's als materieel beoordeeld.
Om te voldoen aan alinea 45 van ESRS 1, "In het geval van een potentieel negatieve impact op de rechten van de mens heeft de ernst van de impact voorrang op de waarschijnlijkheid ervan", is de waarschijnlijkheid voor potentiële negatieve mensenrechten impacts uit de berekening van de gezamenlijke waarde gehaald om de ernst van het effect te prioriteren. Bovendien bepaalt voor dit soort impact de hoogste waarde van een van de drie kenmerken (schaal, reikwijdte en onomkeerbaar karakter) de waarde van de geaggregeerde score.
Financiële materialiteit werd beoordeeld volgens ESRS 1 - 3.5 (§47-51). Geschikte schalen om IRO's te evalueren volgens de ESRS-vereisten waren gebaseerd op de bestaande schalen voor risicobeheer bij Canyon. Deze hebben een invloed op de waarschijnlijkheid en de financiële effectschaal en zijn als zodanig aangenomen. Voor de overige schalen is Appendix 2.6 bij de PTF-ESRS Batch 1 werkdocumenten (publicatie januari 2022) als basis gebruikt en is de bijbehorende schaal gedefinieerd.
Het proces om materiële risico's en opportuniteiten in kaart te brengen die materiële financiële impacts triggeren of waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij dat zullen veroorzaken, volgde de onderstaande cadans.
Het grove perspectief werd gedurende het hele proces toegepast zonder rekening te houden met mitigerende maatregelen.
Er werd een geaggregeerde waarde berekend. Als de waarde de vastgestelde drempelwaarde van 3,5 overschrijdt, wordt het risico of de opportuniteit als materieel beoordeeld.
Om potentiële en daadwerkelijke impacts op mens en milieu in kaart te brengen, te beoordelen, te prioriteren en te monitoren, geïnformeerd door de due diligence procedure, heeft Canyon onderstaande processen specifiek voor (i) ESRS E1 en (ii) ESRS E5 uitgevoerd.
Canyon verdiept voortdurend zijn inzicht in het identificeren en beheersen van klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten en in het reageren op potentiële impacts. Klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten worden door het ESG Team geïdentificeerd en beoordeeld met ondersteuning van functionele afdelingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen fysieke en transitierisico's. Risico's voor E1 werden geïdentificeerd, onderzocht en geëvalueerd tijdens de dubbele materialiteitsanalyse. Daarnaast werd de omvang van de impact van de geïdentificeerde risico's op de emissies van Canyon onderzocht. Met name transitierisico's houden direct verband met de emissies van Canyon; enerzijds door koolstofprijzen, maar ook door verwachte prijsveranderingen van grondstoffen als gevolg van decarbonisatie. De risicobeoordeling betreft voornamelijk risico's en opportuniteiten op middellange en lange termijn. Risico's op korte termijn worden meestal op ad-hocbasis
beoordeeld vanwege de interne tijdshorizon voor de korte termijn. Preventieve maatregelen, mitigatie, overdracht, acceptatie of controlereacties op risico's en opportuniteiten worden door het ESG Team voorgesteld na crossfunctioneel overleg en de evaluatie van systematische onderlinge afhankelijkheden. Het uiteindelijke besluit over maatregelen omvat onder meer fysieke risico's, transitierisico's, prijsrisico's en reputatierisico's.
Canyon gebruikte klimaat- en gevarenmodellen om fysieke gevaren van klimaatverandering in kaart te brengen. Data op activaniveau werden op de gevarenkaart gelegd om de blootstelling aan risico's te kwantificeren. Canyon hield rekening met de gevoeligheid van het business model en paste de risicoblootstelling aan volgens de risicogevoeligheid. De volgende gevaren kwamen aan bod: Kustoverstromingen, overstromingen, extreme hitte en extreme kou, tropische cyclonen, natuurbranden, waterstress en droogte. Er werd gebruikgemaakt van data uit toonaangevende bronnen, waaronder datasets uit het publieke domein en commerciële partnerschappen. Duurzaam 1 Klimaatverandering Fysieke Risico Dataset werd gebruikt om de blootstelling aan fysieke klimaatgerelateerde risico's te kwantificeren. De dataset omvat scores voor blootstelling aan fysieke risico's die blootstelling aan klimaatgevaren in verhouding tot globale omstandigheden weergeven. De dataset maakt gebruik van een database van activalocaties gekoppeld aan bedrijfseigenaren en uiteindelijke moederentiteiten die wordt bijgehouden door SP Global. Aangezien analyse van fysieke klimaatrisico's een opkomend en snel evoluerend gebied is, verwacht Canyon dat verbeteringen van de modellen en methodologie die aan de onderliggende dataset over fysieke risico's van klimaatverandering ten grondslag liggen, in de toekomst nodig zullen zijn om weloverwogen beslissingen te nemen met behulp van de beste data die beschikbaar zijn. Chronische en ernstige gevaren met materiële impacts werden dienovereenkomstig geïdentificeerd en gedetailleerde maatstaven en indicatoren op relevante geospatiale schaal geanalyseerd. Het kader voor de beoordeling van fysieke risico's is gebaseerd op 4 IPCC-scenario's (Hoog: SSP5-RCP8.5, Matig-Hoog: SSP3-RCP7.0, Matig: SSP2-RVP4.5, Laag: SSP1- RCP2.6). Elk scenario werd jaarlijks beoordeeld per decennium van 2020 tot 2090, om zowel risico's op korte als lange termijn in kaart te brengen.
Koolstofprijzen in verband met emissiehandelssystemen, koolstofbelastingen, brandstofbelastingen en ander beleid zullen naar verwachting in de toekomst stijgen naarmate regeringen maatregelen nemen om broeikasgasemissies te verminderen in lijn met de Overeenkomst van Parijs. De snelheid waarmee en het niveau waarop de koolstofprijzen kunnen stijgen, is onzeker en zal waarschijnlijk van land tot land/regio verschillen. Om de blootstelling aan klimaatgerelateerde beleidsrisico's te beoordelen, heeft Canyon gebruikgemaakt van de Trucost-database met actuele koolstofheffingen, emissiehandelssystemen en brandstofheffingen, die 186 regio's omvat. De geraamde koolstofprijstrajecten die zijn gebruikt, zijn onderbouwd door gepubliceerd onderzoek en modellen voor klimaatverandering. Canyon overwoog ook om de stijgende koolstofprijzen van zijn elektriciteitsleveranciers te modelleren en voerde een analyse uit om inzicht te krijgen in de impact van de stijgende koolstofprijzen op de financiële prestaties van Canyon. De waarschijnlijkheid werd bepaald aan de hand van IEA's Net Zero Scenario met een tijdshorizon van 2030 en de impact op sector en bedrijf werd in aanmerking genomen om de impact te evalueren.
Om transitierisico's effectief te beheersen volgens het TCFD kader, heeft Canyon vier belangrijke gebieden beoordeeld: Beleid en Juridisch, Technologie, Markt en Reputatie.
Waarschijnlijkheid en omvang van impact zijn cruciale factoren voor het evalueren van potentiële impacts, risico's en opportuniteiten. De waarschijnlijkheid van een bepaald risico of een bepaalde kans hangt af van het klimaatscenario en de tijdshorizon. Voor de beoordeling werd de waarschijnlijkheid geëvalueerd op basis van het Net Zero Emissie-scenario van het IEA, met een tijdshorizon voor het jaar 2030. Dit scenario biedt een kader om te begrijpen hoe de transitie naar een koolstofarme economie zich kan ontwikkelen in het kader van de wereldwijde klimaatactiedoelstellingen. De impact wordt beoordeeld op twee niveaus:
Canyon heeft de volgende risico's geïdentificeerd, die niet allemaal als materieel zijn beoordeeld zoals hieronder beschreven. De informatieverschaffing over de fysieke risico's die niet als materieel zijn beoordeeld, werd als relevant geëvalueerd om een holistisch beeld van het risicobeheer te vergemakkelijken, waarbij ook rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van afzonderlijke risico's. De informatieverschaffing is afgestemd op de publieke openbaarmaking via de CDP.
In het huidige High Climate Change Scenario SSP5-RCP8.5 van het IPCC werden tropische cyclonen tegen 2050 bepaald als een van de grootste risico's voor productielocaties die actief zijn voor leveranciers van Canyon in een 4C-scenario. Momenteel treffen tropische cyclonen de regio Taiwan gemiddeld 12 keer per jaar tijdens de zomermaanden. De daarmee samenhangende stormvloed, sterke wind en sterke neerslag kunnen productieonderbrekingen veroorzaken als gevolg van directe schade aan faciliteiten en vereiste infrastructuur. Indien de getroffen productiecapaciteit niet kan worden vervangen en indien beschadigde infrastructuur niet binnen een redelijke termijn kan worden hersteld en indien er geen voorraad beschikbaar is om verloren capaciteit te vervangen, kunnen deze verstoringen van de supply chain de omzet verminderen en de levering van materiaal en (of) onderdelen vertragen. De daaruit voortvloeiende potentiële reputatieschade, misgelopen verkopen of markdowns kunnen negatieve impacts hebben op Canyon, met impact op financiële prestaties en activiteiten. 65 bedrijfslocaties zijn voor alle indicatoren in hoge mate blootgesteld aan fysieke risico's, wat 85% van de bedrijfsactiviteit vertegenwoordigt. 21 fabrieken in de regio Taiwan zijn geïdentificeerd als bijzonder kwetsbaar voor dit risico, goed voor 28% van de bedrijfsactiviteit van Canyon. Het risico is vastgesteld, maar ligt onder de vastgestelde drempel en is dus niet materieel.
In het huidige High Climate Change Scenario SSP5-RCP8.5 van het IPCC identificeerde Canyon hittegolven als een van de belangrijkste acute fysieke risico's. In het rapport "Working on a warmer Planet" schat de ILO dat in het kader van het RCP2.6-klimaatveranderingstraject, dat een wereldwijde gemiddelde temperatuurstijging van 1,5°C tegen het einde van de eeuw voorziet, de regio Taiwan tegen 2030 te maken zal krijgen met een verlies van ongeveer 49.000 voltijdbanen als gevolg van hittestress. Schattingen voor de manufacturing industrie laten een verlies van 0,6% van de arbeidsuren zien. Volgens schattingen zal China tegen 2030 ongeveer 5,4 miljoen voltijdbanen verliezen als gevolg van hittestress. Schattingen voor de manufacturing industrie laten een verlies van 0,91% van de arbeidsuren zien. Ongeveer 26% van de faciliteiten van de Canyon-leveranciers bevinden zich in gebieden met matig extreem hitterisico – voornamelijk in de regio Taiwan. Ongeveer 30% van de bedrijfsactiviteiten bij Canyon en alle fabrieken in de regio Taiwan zullen naar verwachting tegen 2050 worden blootgesteld aan matig extreem hitterisico in een 4C-emissiescenario. Het risico is vastgesteld, maar ligt onder de vastgestelde drempel en is dus niet materieel.
Volgens IPCC AR 6 zullen de staal- en kunststofkosten naar verwachting stijgen in een scenario van diepe decarbonisatie. Over het algemeen wordt het geplande net zero traject geschat op 3-25% duurder in vergelijking met de nulmeting. Naast de door decarbonisatie veroorzaakte prijsstijgingen kunnen tekorten aan grondstoffen voor koolstofarme materialen worden verwacht totdat de nodige schaalvoordelen kunnen worden bereikt. Verwacht mag worden dat de prijzen van grondstoffen direct zullen stijgen en dat onderdelenfabrikanten deze impacts zullen doorberekenen aan Canyon. Belangrijke grondstoffen die worden gebruikt om Canyon Bikes te produceren, inclusief onderdelen, zijn aluminium, koolstofvezel, staal, plastic en rubber. De belangrijkste materialen die in Canyon fietsen worden gebruikt, zijn aluminium, plastic (inclusief composieten), staal en rubber. Samen zijn ze goed voor 85% van alle gebruikte materialen in gewicht. Schattingen van de kostenstijgingen voor deze materialen waren gedeeltelijk gebaseerd op het volledige rapport van IPCC AR6 WGII in een diep decarbonisatiescenario (staal en plastic). Prijsverhogingen voor andere materialen zijn beste schattingen. In een best case en potentieel financieel minimum impactscenario werd uitgegaan van een prijsstijging tegen 2050 van 17% voor aluminium, 20% voor kunststof (inclusief composieten), 20% voor staal en 5% voor rubber. In het slechtste geval zou de prijsimpact voor aluminium naar schatting met 20% toenemen en voor kunststof en staal met 30%. In een gewogen benadering werden de voorspelde uitgaven voor 2030 gekoppeld aan het respectieve aandeel van elk materiaal in de totale besteding, en werd de relevante prijsverhoging toegepast, wat leidde tot een geconsolideerd prijsverhogingscijfer. Aangezien prijsstijgingen gekoppeld waren aan een tijdshorizon van 2050 en uitgavencijfers aan een tijdshorizon van 2030, werden de extra uitgaven als gevolg van de prijsstijging van materialen met 50% verminderd om impacts op middellange termijn in aanmerking te nemen. Impacts van verpakkingsmaterialen zijn niet in de berekening opgenomen.
Tijdens de materialiteitsworkshops is ingegaan op het verband tussen impacts en afhankelijkheden met risico's en de opportuniteiten die deze impacts en afhankelijkheden kunnen opleveren, met inbegrip van afhankelijkheden in de betrokken template (in voorkomend geval). Dit kwam ook aan bod tijdens de validatieprocedure van de IRO's.
Duurzaamheidsrisico's worden behandeld in het Auditcomité en maken integraal deel uit van Canyon's risicobeheer aanpak. Alle geïdentificeerde risico's worden gecategoriseerd en mitigerende maatregelen worden gedefinieerd.
Het algemene doel is om een IRO-beoordeling te ontwikkelen die het perspectief van relevante stakeholders omvat en in aanmerking neemt, en Canyon dus in staat stelt drempelwaarden vast te stellen en materiële IRO's te identificeren.
Om dit doel te bereiken, vonden drie evaluatiesessies plaats. In de eerste sessie heeft Canyon de uitkomst van de IRO assessment templates intern gevalideerd bij interne stakeholders en afdelingen. In de tweede sessie werden de IRO templates, inclusief de input van de eerste sessie, kritisch geëvalueerd door een extern adviesbureau. In de derde sessie hebben het externe adviesbureau en Canyon samen de IRO resultaten geëvalueerd. Gedurende alle drie de evaluatiesessies werden aanpassingen met betrekking tot de algemene beoordeling van de geïdentificeerde impacts, risico's en opportuniteiten doorgevoerd. Het aanpassen en afronden van elke IRO-template is de basis geweest voor het bepalen van een drempelwaarde.
De volgende leidende vragen vormden de evaluatiesessies.
Na afronding van de IRO-beoordeling vond op 11 juni 2024 een definitieve validatie en goedkeuring door de Raad van Bestuur plaats.
Canyon's risicobeheer systeem omvat het identificeren, categoriseren en documenteren van risico's die niet alleen een aanzienlijke impact kunnen hebben op de onderneming, maar ook op het milieu en de samenleving. Risico's worden beoordeeld en gecategoriseerd en zullen worden besproken door de Raad van Bestuur en de leden van het Auditcomité. De nodige maatregelen om risico's te beperken worden vastgesteld.
Opportuniteiten worden minstens één keer per jaar aan de bestuursorganen van Canyon meegedeeld en overeenkomstig geprioriteerd door de Raad van Bestuur, rekening houdend met de algemene strategie en beschikbaarheid van middelen, knowhow en technologische ontwikkelingen.
| Rapporteringsver- eisten |
Datapunt | Duurzaamheids- onderwerp verklaring |
referentie SFRD |
referentie Pillar 3 |
benchmarkregula Referentie tie |
klimaatwet EU Referentie |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (d) | Genderdiversiteit in de Raad van Bestuur |
Indicator nr.13 van Tabel 1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816 van de Commissie (27), Bijlage II |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 229 | ||
| ESRS 2 GOV-1 | 21 (e) | Percentage onafhankelijke Bestuurders |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 229 | |||
| ESRS 2 GOV-4 |
30 | Due diligence verklaring | Indicator nr.10 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 233 | |||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) i | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. activiteiten fossiele brandstoffen |
Indicator nr.4 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Artikel 449a van Verordening (EU) nr. 575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie ( 28 ) Tabel 1: Kwalitatieve informatie over Milieurisico's en Tabel 2: Kwalitatieve informatie over Sociaal risico |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet relevant voor Canyon |
||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) ii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. chemische productie |
Indicator nr.9 Tabel #2 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet relevant voor Canyon |
|||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iii | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. controversiële wapens |
Indicator nr.14 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 (29), Art. 12(1); Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet relevant voor Canyon |
|||
| ESRS 2 SBM-1 | 40 (d) iv | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet relevant voor Canyon |
||||
| ESRS E1-1 | 14 | Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken |
Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 247 |
| Rapporteringsver- eisten |
Datapunt | Duurzaamheids- onderwerp verklaring |
referentie SFRD |
referentie Pillar 3 |
benchmarkregula Referentie tie |
klimaatwet EU Referentie |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-1 | 16 (g) | Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks |
Artikel 449a Verordening (EU) 575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1, punten d) t/m g), en art. 12, lid 2 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 248 | ||
| ESRS E1-4 | 34 | Doelen voor BKG emissiereductie |
Indicator nr.4 Tabel #2 van Bijlage 1 |
Artikel 449a Verordening (EU) 575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 6 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 264 | |
| ESRS E1-5 | 38 | Energieverbruik uit fossiele bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) |
Indicator nr.5 van tabel 1 en indicator nr. 5 Tabel 2 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 268 | |||
| ESRS E1-5 | 37 | Energieverbruik en energiemix | Indicator nr.5 Tabel #1 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 268 | |||
| ESRS E1-5 | 40-43 | Energie-intensiteit m.b.t. activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact |
Indicator nr.6 Tabel #1 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 268 | |||
| ESRS E1-6 | 44 | Bruto scope 1-, 2- en 3-emissies en totale BKG-emissies |
Indicatoren nrs.1 en 2 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Artikel 449a; Verordening (EU) 575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 5, lid 1, art. 6 en art. 8, lid 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 270 |
| Rapporteringsver- eisten |
Datapunt | Duurzaamheids- onderwerp verklaring |
referentie SFRD |
referentie Pillar 3 |
benchmarkregula Referentie tie |
klimaatwet EU Referentie |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E1-6 | 53-55 | Bruto-BKG-emissie-intensiteit | Indicator nr.3 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Artikel 449a Verordening (EU) 575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 3: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaat-verandering: Afstemmingsmaatstaven |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 8, lid 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.2.11] | |
| ESRS E1-7 | 56 | BKG verwijderingen en carbon credits |
Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 |
niet relevant voor Canyon |
||||
| ESRS E1-9 | 66 | Blootstelling benchmarkportefeuille aan klimaatgerelateerde fysieke risico's |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet relevant voor Canyon (Phase In) |
||||
| ESRS E1-9 | 66 (a); 66 (c) |
Uitsplitsing geldbedragen in acuut en chronisch fysiek risico; Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen |
Artikel 449a Verordening (EU) 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, alinea's 46 en 47; Template 5: Banking book - Klimaatverandering fysiek risico: Aan fysiek risico onderhevige blootstellingen. |
niet relevant voor Canyon (Phase In) |
||||
| ESRS E1-9 | 67 (c) | Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie-efficiëntieklasse |
Artikel 449a Verordening (EU) 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie alinea 34; Template 2: Banking book - Transitierisico's in verband met klimaatverandering: Leningen gedekt door zekerheden in de vorm van onroerend goed – Energie-efficiëntie van de zekerheid |
niet relevant voor Canyon (Phase In) |
||||
| ESRS E1-9 | 69 | Mate blootstelling portefeuille aan klimaatgerelateerde opportuniteiten |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II |
niet relevant voor Canyon (Phase In) |
| Rapporteringsver- eisten |
Datapunt | Duurzaamheids- onderwerp verklaring |
referentie SFRD |
referentie Pillar 3 |
benchmarkregula Referentie tie |
klimaatwet EU Referentie |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS E2-4 | 28 | Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in Bijlage II bij E-PRTR- verordening (Europees register uitstoot en overbrenging verontreinigende stoffen) |
Indicator nr.8 Tabel #1 van Bijlage 1 Indicator nr.2 Tabel #2 van Bijlage 1 Indicator nr.1 Tabel #2 van Bijlage 1 Indicator nr.3 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E3-1 | 9 | Water en mariene hulpbronnen | Indicator nr.7 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E3-1 | 13 | Speciaal beleid | Indicator nr.8 Tabel 2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E3-4 | 14 | Duurzame oceanen en zeeën | Indicator nr.12 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E3-4 | 28 c | De totale hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water |
Indicator nr.6.2 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E3-4 | 29 | Totaal waterverbruik in m3 per netto-opbrengst eigen activiteiten |
Indicator nr.6.1 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 |
16 (a) | Indicator nr.7 Tabel #1 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
|||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 |
16 (b) | Indicator nr.10 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
|||||
| ESRS 2 - IRO 1 - E4 |
16 (c) | Indicator nr.14 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
|||||
| ESRS E4-2 | 24 (b) | Praktijken of beleid duurzaam beheer bodem / duurzame landbouw |
Indicator nr.11 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E4-2 | 24 (c) | Praktijken of beleid voor duurzame oceanen/ zeeën |
Indicator nr.12 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E4-2 | 24 (d) | Beleid tegen ontbossing | Indicator nr.15 Tabel #2 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS E5-5 | 37 (d) | Niet-gerecycleerd afval | Indicator nr.13 Tabel #2 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 291 | |||
| ESRS E5-5 | 39 | Gevaarlijk afval en radioactief afval |
Indicator nr.9 Tabel #1 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 291 |
| Rapporteringsver- eisten |
Datapunt | Duurzaamheids- onderwerp verklaring |
referentie SFRD |
referentie Pillar 3 |
benchmarkregula Referentie tie |
klimaatwet EU Referentie |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 2- SBM3 - S1 |
14 (f) | Risico op incidenten gedwongen arbeid |
Indicator nr.13 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
pagina 292 | |||
| ESRS 2- SBM3 - S1 |
14 (g) | Risico op incidenten kinderarbeid |
Indicator nr.12 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.2] | |||
| ESRS S1-1 | 20 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 Tabel #3 en indicator nr.11 Tabel #1 van Bijlage I |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.2] | |||
| ESRS S1-1 | 21 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.2] | |||
| ESRS S1-1 | 22 | Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel |
Indicator nr.11 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.2] | |||
| ESRS S1-1 | 23 | Beleid of beheersysteem ter preventie van arbeidsongevallen |
Indicator nr.1 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.2] | |||
| ESRS S1-3 | 32 (c) | Klachtenregeling | Indicator nr.5 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.4] | |||
| ESRS S1-14 | 88(b) en (c) | Aantal sterfgevallen en aantal en percentage werkgerelateerde ongevallen |
Indicator nr.2 Tabel #3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.11] | ||
| ESRS S1-14 | 88 (e) | Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte |
Indicator nr.3 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.11] | |||
| ESRS S1-16 | 97 (a) | Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen |
Indicator nr.12 Tabel #1 van Bijlage I |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
niet materieel voor Canyon |
|||
| ESRS S1-16 | 97 (b) | Ratio buitensporige beloning CEO |
Indicator nr.8 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS S1-17 | 103 (a) | Gevallen van discriminatie | Indicator nr.7 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.15] | |||
| ESRS S1-17 | 104 (a) | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 en indicator nr, 14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.4.15] | ||
| ESRS 2-SBM3-S2 |
11 (b) | Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen |
Indicatoren nrs.12 en 13 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.5.1] |
| Rapporteringsver- eisten |
Datapunt | Duurzaamheids- onderwerp verklaring |
referentie SFRD |
referentie Pillar 3 |
benchmarkregula Referentie tie |
klimaatwet EU Referentie |
Sectie | Pagina |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS S2-1 | 17 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 Tabel #3 en indicator nr, 11 Tabel #1 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.5.2] | |||
| ESRS S2-1 | 18 | Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen |
Indicator nrs.11 en 4 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.5.2] | |||
| ESRS S2-1 | 19 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.5.2] | ||
| ESRS S2-1 | 19 | Due diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de Internationale Arbeidsorganisatie |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.5.2] | |||
| ESRS S2-4 | 36 | Mensenrechten-problemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream-waardeketen |
Indicator nr.14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.5.4] | |||
| ESRS S3-1 | 16 | Beleidstoezeggingen op het gebied van mensenrechten |
Indicator nr.9 Indicator nr.3 van Tabel 1 van bijlage I en indicator nr.11 Tabel #1 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS S3-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights, ILO-beginselen en (of) OECD richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 van Bijlage I |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
niet materieel voor Canyon |
|||
| ESRS S3-4 | 36 | Mensenrechten-problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet materieel voor Canyon |
||||
| ESRS S4-1 | 16 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers |
Indicator nr.9 Tabel #3 en indicator nr.11 Tabel #1 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.6.2] | |||
| ESRS S4-1 | 17 | Niet-nakoming UNGP's on Business and Human Rights en OECD-richtlijnen |
Indicator nr.10 Tabel #1 van Bijlage 1 |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.6.2] | ||
| ESRS S4-4 | 35 | Mensenrechten-problemen en -incidenten |
Indicator nr.14 Tabel #3 van Bijlage 1 |
gerapporteerd door Canyon |
[7.4.3.6.5] | |||
| ESRS G1-1 | 10 (b) | VN-Verdrag tegen corruptie | Indicator nr.15 Tabel #3 van Bijlage 1 |
niet relevant voor Canyon |

| Rapportering | ESRS E1 – Klimaatverandering | Pagina |
|---|---|---|
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen | [7.4.3.2.1] |
| Strategie | ||
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | pagina 253 |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel | [7.4.3.2.3] |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
[7.4.3.2.3] |
| E1-2 | Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | [7.4.3.2.4] |
| E1-3 | Maatregelen en middelen wat betreft klimaatbeleid | [7.4.3.2.5] |
| Maatstaven en doelen | ||
| E1-4 | Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | [7.4.3.2.6] |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | [7.4.3.2.9] |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies | [7.4.3.2.13] |
| Rapportering | ESRS E5 - Circulaire economie | Pagina |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
[7.4.3.3.1] |
| E5-1 | Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie | [7.4.3.3.2] |
| E5-2 | Maatregelen en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | [7.4.3.3.4] |
| Maatstaven en doelen | ||
| E5-3 | Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | [7.4.3.3.5] |
| E5-4 | Materiaalinstromen | [7.4.3.3.7] |
| E5-5 | Materiaaluitstromen | [7.4.3.3.8] |
| rapportering | ESRS S1: Eigen personeel | Pagina |
| Strategie | ||
| ESRS 2, SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | pagina 292 |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel | pagina 292 |
| IRO | ||
| S1-1 | Beleid inzake eigen personeel | [7.4.3.4.2] |
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | [7.4.3.4.3] |
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | [7.4.3.4.4] |
| S1-4 | Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen |
[7.4.3.4.5] |
| Maatstaven en doelen | ||
| S1-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
[7.4.3.4.6] |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | [7.4.3.4.7] |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | [7.4.3.4.11] |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | [7.4.3.4.15] |
| rapportering | ESRS S2: Werknemers in de waardeketen | Pagina |
|---|---|---|
| Strategie | ||
| ESRS 2, SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | [7.4.3.5.1] |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel | [7.4.3.5.1] |
| IRO | ||
| S2-1 | Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen | [7.4.3.5.2] |
| S2-2 | Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts | [7.4.3.5.3] |
| S2-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | [7.4.3.5.4] |
| S2-4 | Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de doeltreffendheid van die maatregelen |
[7.4.3.5.5] |
| Maatstaven en doelen | ||
| S2-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
[7.4.3.5.6] |
| rapportering | ESRS S4: Consumenten en eindgebruikers | Pagina |
| Strategie | ||
| ESRS 2, SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | [7.4.3.6.1] |
| ESRS 2, SBM-3 | Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel | [7.4.3.6.1] |
| IRO | ||
| S4-1 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | [7.4.3.6.2] |
| S4-2 | Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts | [7.4.3.6.3] |
| S4-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken | [7.4.3.6.4] |
| S4-4 | Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts, en benaderingen om materiële risico's te beperken en materiële opportuniteiten te benutten met betrekking tot getroffen gemeenschappen, en de doeltreffendheid van deze maatregelen en benaderingen |
[7.4.3.6.5] |
| Maatstaven en doelen | ||
| S4-5 | Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
[7.4.3.6.6] |
| rapportering | ESRS G1: Zakelijk gedrag | Pagina |
| Governance | ||
| ESRS 2, GOV-1 | De rol van de bestuurs-, toezichthoudende en leidinggevende organen | [7.4.3.7.1] |
| IRO | ||
| ESRS 2, IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren | [7.4.3.7.2] |
| G1-1 | Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | [7.4.3.7.2] |
| Maatstaven en doelen | ||
| G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | [7.4.3.7.3] |
ESRS E1 is beoordeeld als materieel voor Canyon en wordt daarom in deze duurzaamheidsverklaring gerapporteerd in overeenstemming met de vereisten van de desbetreffende ESRS.
Canyon heeft in 2022 een individuele materialiteitsanalyse uitgevoerd. Wereldwijd relevante ESG onderwerpen werden gebruikt om een longlist te maken voor deze beoordeling. Thema's werden geselecteerd op basis van een peer benchmarking oefening, interne en externe expertise, GRI Kader en potentiële impacts die optreden in verschillende fasen van de levenscyclus van een fiets. In het kader van deze enkelvoudige materialiteitsanalyse heeft Canyon interne en externe belangrijke stakeholders geïdentificeerd. Canyon verzamelde de verwachtingen en opvattingen van de stakeholders over potentiële materiële onderwerpen door middel van niet-directieve interviews.
Tijdens het proces van de dubbele materialiteitsanalyse 2024 werden aanvullende stakeholders geïdentificeerd. Om aan te sluiten bij de richtlijnen voor regelgeving, werden deze stakeholders ingedeeld in getroffen stakeholders en gebruikers van het duurzaamheidsverslag. Alle standpunten en belangen van stakeholders werden in aanmerking genomen binnen de IRO Analyse als onderdeel van de dubbele materialiteitsanalyse. In dit verband zijn de resultaten van de enkelvoudige materialiteits- en stakeholderanalyse voor 2022, met name de longlist en de antwoorden van stakeholders, opgenomen in de huidige beoordeling van de ESRS-thema's. Externe stakeholders die geen deel uitmaakten van de in 2022 uitgevoerde enkelvoudige materialiteitsanalyse en de validatie van de bevindingen van 2022 werden tijdens de materialiteitsworkshops opnieuw beoordeeld en gevalideerd door representatieve interne stakeholders.
Geschikte schalen om IRO's te evalueren volgens de ESRS-vereisten waren gebaseerd op de bestaande schalen voor risicobeheer bij Canyon. Deze hebben een invloed op de waarschijnlijkheid en de financiële effectschaal en zijn als zodanig aangenomen. Voor de overige schalen is Appendix 2.6 bij de PTF-ESRS Batch 1 werkdocumenten (publicatie januari 2022) als basis gebruikt en is de bijbehorende schaal gedefinieerd. Er werden aannames gedaan voor de begrenzing van de scope en de eenmaking, om een consistente evaluatie van de scope mogelijk te maken. Om bias te voorkomen en vergelijkbaarheid mogelijk te maken, werden negatieve impacts en positieve impacts bovendien gestandaardiseerd in hun respectieve totaalscores.
Voor het rapporteringsjaar 2024 is bij de beloning van de leden van Canyon's bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen geen rekening gehouden met klimaatgerelateerde aspecten en zijn hun prestaties niet afgezet tegen de doelen voor broeikasgasemissies reducties.
N.v.t.
Zie Informatie over de wijze waarop klimaatgerelateerde overwegingen worden meegenomen in de beloning van leden van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen.
Het Canyon Klimaat Transitie Plan behandelt alle materiële impacts, risico's en geselecteerde opportuniteiten wat betreft klimaatmitigatie. Dit omvat een uitsplitsing van energiegegevens en alle upstream- en downstreamemissiebronnen. Het doel van het klimaattransitieplan is om de broeikasgasemissies van Canyon systematisch te verminderen en de bedrijfsactiviteiten af te stemmen op de wereldwijde klimaatdoelstellingen, met name het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau, zoals geschetst in de Overeenkomst van Parijs. Uiteindelijk is het klimaattransitieplan erop gericht een evenwicht te vinden tussen milieuverantwoordelijkheid en economische groei, waardoor de toekomst van de onderneming wordt veiliggesteld in een snel veranderende regelgevings- en marktomgeving.
Begin 2024 bevestigde het Science Based Targets initiative (SBTi) Canyon Bicycles GmbH net-zero wetenschappelijk onderbouwde doelstelling om de uitstoot van klimaatschadelijke broeikasgasemissies (BKG) binnen het bedrijf (Scope 1), door zijn energieleveranciers (Scope 2) en in zijn upstream- en downstream supply chain (Scope 3) tegen 2050 te verminderen. Canyon heeft zich ertoe verbonden de absolute Scope 1- en 2-emissies tegen 2032 met 51% te verminderen ten opzichte van het basisjaar in 2022 (inclusief biogene landemissies en verwijderingen uit bio-energiegrondstoffen). Dit is een gecombineerde doelstelling van Scope 1 en 2. Voor elke scope is geen afzonderlijk doel bepaald. Canyon heeft ook toegezegd de indirecte Scope 3-emissies per fiets die binnen hetzelfde tijdsbestek wordt geproduceerd, met 58,2% te verminderen. Op lange termijn heeft Canyon zich ertoe verbonden de absolute Scope 1- en 2-emissies tegen 2050 met 90% te verminderen en de Scope 3-emissies per fiets binnen hetzelfde tijdsbestek met 97% te verminderen.
Voor Scope 3 vallen de meeste emissies onder categorie 1, wat betreft materialen die bij de productie van fietsen worden gebruikt, waaronder verpakkingen en accessoires. Geïdentificeerde aandachtsgebieden zijn onder meer:
Daarnaast werden in 2024 werkgroepen opgericht om decarbonisatiestrategieën te ontwikkelen met betrekking tot het gebruik van grondstoffen, in het bijzonder voor aluminium en koolstofvezel, inclusief het gebruik van gerecycleerde of koolstofarme materialen.
Significante operationele uitgaven (OPEX) en kapitaaluitgaven (CAPEX) zullen onder de vastgestelde financiële drempel blijven.
De emissies van de eigen bedrijfslocaties van Canyon (Scope 1 en 2) zullen naar verwachting in de toekomst constant blijven, tenzij specifieke reductiemaatregelen worden getroffen, aangezien het energieverbruik voornamelijk wordt gestuurd door verlichting, verwarming en het wagenpark. Bij het valideren van klimaatdoelen via het Science-Based Targets-initiatief moet ook rekening worden gehouden met potentiële groeiaannames. De meeste emissies vallen onder Scope 3, met name in categorie 1 (gekochte goederen en diensten) en categorie 4 (upstreamvervoer). Vanwege het relatieve reductiedoel per geproduceerde fiets worden de maatregelen grotendeels niet beïnvloed door de groei. Bovendien worden emissies uit de gebruiksfase niet als relevant beschouwd. Op basis hiervan vormen potentiële locked-in broeikasgasemissies geen risico.
Canyon's fietsproductieactiviteiten die 100% van de fietsopbrengsten vertegenwoordigen, dragen substantieel bij aan de milieudoelstelling van beperking van de klimaatverandering dankzij de producten die worden vervaardigd volgens de Technische Screeningcriteria van de EU Taxonomie: persoonlijke vervoersmiddelen die worden aangedreven door de fysieke activiteit van de gebruiker ("duwfietsen") of een combinatie van een emissievrije motor en fysieke activiteit ("elektrische fietsen"). Canyon heeft tijdens de rapporteringsperiode geen kapitaaluitgaven gedaan voor economische activiteiten in verband met steenkool, olie en gas.
N.v.t.
De uitvoering van het transitieplan is eind 2023 gestart met de SBTi-verbintenis, maar is nog niet afgerond, omdat het verschillende aspecten omvat. Thema's als internalisering van de CO2 -prijs of uitgebreide financiële planning voor alle klimaatrelevante maatregelen zijn nog niet uitgevoerd. Thema's zoals de beoordeling van fysieke en transitierisico's, broeikasgasboekhouding en de extern gevalideerde wetenschappelijk onderbouwde doelen (op korte en lange termijn) zijn echter geïntegreerd in belangrijke operationele bedrijfsprocessen en worden ondersteund door de algemene bedrijfsstrategie. Deze aspecten vormen ook de belangrijkste onderdelen van het transitieplan.
Zie Toelichting bij de wijze waarop het transitieplan is geïntegreerd in en afgestemd op de algemene bedrijfsstrategie en financiële planning.
Zie Toelichting bij de wijze waarop het transitieplan is geïntegreerd in en afgestemd op de algemene bedrijfsstrategie en financiële planning.
Zie Toelichting bij de wijze waarop het transitieplan is geïntegreerd in en afgestemd op de algemene bedrijfsstrategie en financiële planning.
Canyon verdiept voortdurend zijn inzicht in het identificeren en beheersen van klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten en in het reageren op potentiële impacts. Klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten worden door het ESG Team geïdentificeerd en beoordeeld met ondersteuning van functionele afdelingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen fysieke en transitierisico's.
Canyon heeft een weerbaarheidsanalyse uitgevoerd als onderdeel van de klimaatrisicoanalyse 2023. De scope van deze analyse weerspiegelt die van de risicobeoordeling, die zowel de eigen activiteiten als ook upstream- en downstreamwaardeketens omvat. Als zodanig omvat de analyse zowel materiële als niet-materiële risico's. In de analyse wordt gekeken in welke mate Canyon's strategie inspeelt op geïdentificeerde IRO's en of aanpassingen nodig zijn. Canyon beschouwt zijn strategie veerkrachtig ten aanzien van materiële risico's, waarbij de transitie naar emissiearme technologieën en producten als een belangrijk materieel risico wordt aangemerkt. De potentiële stijging van de directe kosten als gevolg van de stijgende grondstofprijzen komt in de volgende paragrafen aan bod en is intern besproken. Een potentiële mitigerende strategie bestaat in de inkoop van gerecycleerde materialen, wat de financiële impact van prijsstijgingen voor nieuwe materialen kan helpen compenseren. Om deze kans te benutten en andere koolstofarme materialen te verkennen, is voortdurende investering in onderzoek, ontwikkeling en kwaliteitsmanagement noodzakelijk om optimale use cases te identificeren. Bovendien moet het potentiële tekort aan koolstofarme materialen worden beperkt door langetermijncontracten te sluiten met spelers in de diepere supply chain. Nieuwe bedrijfsmodellen die gericht zijn op het verminderen van de afhankelijkheid van nieuwe materialen en tegelijkertijd de levensduur van producten verlengen, zullen naar verwachting ook het risico op stijgende grondstofkosten mitigeren. Deze modellen zouden de behoefte aan nieuwe materialen verminderen en de hergebruikfase van producten verlengen. De financiële impact van deze maatregelen is niet opgenomen in de huidige beoordeling.
Zie Beschrijving van de reikwijdte van de weerbaarheidsanalyse.
Canyon heeft een weerbaarheidsanalyse uitgevoerd als onderdeel van de klimaatrisicoanalyse 2023.
Zie Beschrijving van de reikwijdte van de weerbaarheidsanalyse.
Zie Beschrijving van de reikwijdte van de weerbaarheidsanalyse.
De mate van invloed op klimaatgerelateerde impacts en risico's varieert naargelang de specifieke aard van de impact of het risico. Zo is het vermogen om zich aan te passen aan acute en chronische fysieke klimaatrisico's, zoals extreme weersomstandigheden of temperatuurveranderingen op lange termijn, relatief beperkt door externe factoren die buiten de directe organisatorische controle vallen.
Overkoepelende mitigatie-inspanningen zijn echter gericht op het verminderen van alle geïdentificeerde risico's en impacts door prioriteit te geven aan de reductie van de eigen broeikasgasemissies van de onderneming. Door af te stemmen op wetenschappelijk onderbouwde doelen en samenwerking binnen de waardeketen te bevorderen, draagt de organisatie bij aan systematische klimaatveerkracht en pakt het tegelijkertijd de directe en indirecte klimaatgerelateerde risico's aan.
Voor meer informatie, zie Beschrijving van de reikwijdte van de weerbaarheidsanalyse.
Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren.
Canyon verdiept voortdurend zijn inzicht in het identificeren en beheersen van klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten. Het ESG Team maakt, met ondersteuning van functionele afdelingen, een onderscheid tussen fysieke en transitierisico's, waarbij de focus ligt op impacts op middellange en lange termijn. Maatregelen worden door het ESG Team voorgesteld na cross-functioneel overleg, waarbij emissies en systematische onderlinge afhankelijkheden aan bod komen.
Fysieke risico's worden beoordeeld door data op activaniveau over klimaat- en gevarenmodellen te leggen. Gevaren zoals overstromingen aan kust en rivieren, extreme temperaturen en droogtes worden geëvalueerd aan de hand van toonaangevende datasets, waaronder de Sustainable1 dataset van SP Global. Chronische en acute gevaren worden geanalyseerd aan de hand van IPCC-scenario's.
Transitierisico's werden geïdentificeerd en beoordeeld aan de hand van koolstofprijzen, ontwikkelingen in de regelgeving en prijszetting van grondstoffen. De Trucost-database en het Net Zero-scenario van het IEA werden gebruikt om financiële en operationele impacts te evalueren.
Canyon heeft van 2020 tot 2090 jaarlijks scenarioanalyses uitgevoerd met behulp van IPCC-scenario's, waardoor chronische en acute gevaren en de impacts daarvan op activiteiten over verschillende tijdshorizonten kunnen worden geïdentificeerd.
Canyon heeft van 2020 tot 2090 jaarlijks scenarioanalyses uitgevoerd met behulp van IPCC-scenario's, waardoor chronische en acute gevaren en de impacts daarvan op activiteiten over verschillende tijdshorizonten kunnen worden geïdentificeerd.
De gevaren werden beoordeeld aan de hand van IPCC-scenario's met jaarlijkse tussenpozen van 2020 tot 2090. Risico's op korte termijn worden adhoc beoordeeld, terwijl gevaren op middellange en lange termijn, zoals tropische cyclonen en hittegolven, worden geïdentificeerd in verschillende emissiescenario's.
Canyon bracht fysieke klimaatgevaren in kaart en overtrok deze data met blootstelling op activaniveau, met de focus op geospatiale analyse en gevoeligheidsaanpassingen. Risico's in 65 bedrijfslocaties en 21 fabrieken in Taiwan, die significante bedrijfsactiviteiten vertegenwoordigen, werden geëvalueerd op blootstelling.
Tijdshorizonten worden gedefinieerd als korte termijn (ad-hocbeoordelingen), middellange termijn (2030 horizon) en lange termijn (2050+), met analyse op basis van IPCC-scenario's van SSP5-RCP8.5 tot SSP1-RCP2.6.
Canyon beoordeelde de gevoeligheid voor risico's zoals tropische cyclonen en extreme hitte, waarbij 85% van zijn bedrijfsactiviteit werd blootgesteld aan fysieke risico's en 30% naar verwachting tegen 2050 te maken zou krijgen met matige extreme hitterisico's in scenario's met hoge emissies.
Risico-identificatie is gebaseerd op IPCC-scenario's, waaronder SSP5-RCP8.5, SSP3-RCP7.0, SSP2-RVP4.5 en SSP1-RCP2.6, waardoor analyse onder verschillende klimaatomstandigheden mogelijk is.
Transitiegebeurtenissen zoals koolstofprijzen, wettelijke mandaten en marktverschuivingen worden beoordeeld met een primaire focus op middellange (2030) en lange termijn (2050) horizonten, aan de hand van het Net Zero-scenario van het IEA voor waarschijnlijkheidsevaluatie.
Blootstellingsscreening omvat sectorale impacts van koolstofprijzen en decarbonisatie op grondstoffen zoals aluminium, staal en plastic. impacts op Canyon's financiële prestaties en supply chain werden geëvalueerd.
De gevoeligheid voor transitierisico's, waaronder stijgende grondstofkosten, werd geëvalueerd op basis van het materiaalaandeel in Canyon's activiteiten en voorspelde prijsstijgingen in scenario's met een diepe decarbonisatie.
Scenarioanalyse aan de hand van het Net Zero-scenario van het IEA gaf inzicht in de waarschijnlijkheid en omvang van transitierisico's, zoals koolstofprijzen en decarbonisatie impacts, wat Canyon's evaluaties onderbouwde.
Belangrijke materialen (aluminium, staal, plastic en rubber) vereisen relevante aanpassingen om af te stemmen op net-zero doelstellingen als gevolg van verwachte kostenstijgingen en leveringsbeperkingen in een decarbonisatiescenario.
Canyon heeft van 2020 tot 2090 jaarlijks scenarioanalyses uitgevoerd met behulp van IPCC-scenario's, waardoor chronische en acute gevaren en de impacts daarvan op activiteiten over verschillende tijdshorizonten kunnen worden geïdentificeerd.
Het Canyon Klimaat Transitie Plan behandelt alle materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft klimaatverandering. Het transitieplan heeft tot doel Canyon's broeikasgasemissies te verminderen. Dit draagt ook bij aan de wereldwijde klimaatbeschermingsdoelstellingen en pakt dus ook vastgestelde acute fysieke risico's aan, zoals operationele ontwrichtingen en infrastructuurschade veroorzaakt door cyclonen, orkanen of tyfoons. Daarnaast worden chronische fysieke risico's als gevolg van langdurige temperatuurschommelingen die van invloed kunnen zijn op productiviteit en supply chains aangepakt. Marktrisico's, waaronder stijgende grondstofkosten, alsmede potentiële verkoopdalingen als gevolg van materiaaltekorten als gevolg van toenemende vraag naar koolstofarme technologieën zoals batterijen voor elektrische fietsen, komen ook aan bod. Het doel van het klimaattransitieplan is om de broeikasgasemissies van Canyon systematisch te verminderen en de bedrijfsactiviteiten af te stemmen op de wereldwijde klimaatdoelstellingen, met name het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau, zoals geschetst in de Overeenkomst van Parijs. Uiteindelijk is het klimaattransitieplan erop gericht een evenwicht te vinden tussen milieuverantwoordelijkheid en economische groei, waardoor de toekomst van de onderneming wordt veiliggesteld in een snel veranderende regelgevings- en marktomgeving. Het algemene doel van het verminderen van emissies is ook om de negatieve impacts van klimaatverandering op flora, fauna en mens tot een minimum te beperken.
Koolstofboekhouding wordt jaarlijks uitgevoerd volgens de standaard van het BKG Protocol om de koolstofvoetafdruk van het bedrijf te meten en te registreren. Dit stelt Canyon in staat om zijn emissies voor alle scopes te monitoren, wat een basis vormt voor strategische besluitvorming en klimaatactie. De inhoud van het transitieplan wordt gemonitord door de afdeling ESG. Voortgang en wijzigingen van het plan worden aan de Adviesraad gepresenteerd. Daarbij gaat het met name om de status van de jaarlijkse emissies en de voortgang in de richting van de vastgestelde doelen.
Canyon heeft wetenschappelijk onderbouwde doelen opgesteld als leidraad voor de emissiereductie. Deze doelen, die in hieronder nader worden toegelicht, bevatten duidelijke doelstellingen voor de korte en lange termijn om de koolstofemissies te verminderen en zo de maatregelen van de onderneming af te stemmen op de ruimere klimaatdoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. In lijn met deze doelen implementeert Canyon waardeketen betrokkenheid en koolstofarme initiatieven. Betrokkenheid in de hele waardeketen omvat verschillende initiatieven, waaronder de klimaatactietrainingen en de algemene dialoog met leveranciers om het vaststellen van klimaatdoelen aan te moedigen. Daarnaast omvat deze inspanning de ontwikkeling van een leveranciersbetrokkenheidsprogramma dat gericht is op het stimuleren van duurzaamheid. Deze initiatieven worden project per project geëvalueerd, met cross-functionele samenwerking tussen de ESG afdeling en andere afdelingen om effectieve maatregelen te identificeren en uit te voeren.
Als onderdeel van de bredere strategie en het risicobeheer voert Canyon een grondige beoordeling uit van de impacten, risico's en opportuniteiten van klimaatverandering. Tools die worden gebruikt om risico's en opportuniteiten in kaart te brengen, zijn onder meer het WWF Risk Filter, dat watergerelateerde risico's (bv. waterschaarste, kwaliteit en overstromingen) evalueert naast bredere fysieke risico's zoals extreme hitte, brandgevaar en aardverschuivingen. Voor transitierisico's gebruikt Canyon het IEA Net Zero Emissions 2050 scenario en het Transition Pathway Initiative om toekomstige risico's en opportuniteiten te evalueren. Deze beoordelingen hebben een tijdshorizon van 2030, waarbij het scenario High SSP5- RCP8.5 een potentiële temperatuurstijging van 3,3-5,7°C tegen 2100 voorspelt, ondersteund door gegevens van de S&P Global Sustainable 1 Climate Change Physical Risk Dataset.
Beleidsbetrokkenheid is een andere pijler van Canyon's klimaatstrategie. Canyon werkt samen met brancheorganisaties en maatschappelijke organisaties, geeft feedback over standaarden en zorgt ervoor dat het beleid consistent is met de klimaatwetenschap. Dit omvat het werken met Shift Cycling Culture en andere merken in de industrie om de Klimaatactie Trainingen te ontwikkelen. Samenwerking en uitwisseling met Canopy, de Vereniging van de Fietsindustrie ("Zweirad-Industrie-Verband") en de Wereldfederatie van de Sportartikelenindustrie.
Financiële planning is geïntegreerd in de klimaattransitie-inspanningen van het bedrijf. De financiële impacts van koolstofarme initiatieven en klimaatgerelateerde risico's worden geëvalueerd binnen de respectievelijke departementen die deze projecten initiëren. Hoewel er financiële beoordelingen worden uitgevoerd, is er nog geen holistische financiële evaluatie of consolidatie van het volledige klimaattransitieplan. Dit laat ruimte voor toekomstige ontwikkeling in de volledige integratie van financiële planning met de klimaatstrategie.
Samen vormen de bovenstaande elementen een samenhangend kader dat ervoor zorgt dat Canyon zich niet alleen bewust is van de klimaatrisico's, maar ook actief werkt aan het beheersen van de risico's en het verminderen van de koolstofvoetafdruk, het betrekken van de waardeketen en het positioneren voor broeikasgasreductie op lange termijn. Het klimaattransitieplan is bedrijfsbreed en omvat maatregelen op alle gebieden van klimaatmitigatie, adaptatie aan klimaatverandering, energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie. Scope en omvang van de maatregelen kunnen jaarlijks verschillen.
Het klimaattransitieplan is bedrijfsbreed en omvat maatregelen op alle gebieden van klimaatmitigatie, adaptatie aan klimaatverandering, energieefficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie.
Gezien de verantwoordelijkheid van de Adviesraad voor de strategische richting van de onderneming (zie voor meer informatie hoofdstuk G1 Business Conduct), met name wat betreft ESG kwesties, speelt de Adviesraad een centrale rol in het toezicht op Canyon's klimaattransitieplan en is het ingebed in een ESG governance structuur beschreven in Governance informatie: Zakelijk gedrag.
Canyon stemt zijn klimaattransitieplan af op internationaal erkende standaarden en initiatieven om een transparante en effectieve klimaatstrategie te waarborgen. Canyon volgt het BKG Protocol voor het meten en rapporteren van zijn broeikasgasemissies binnen Scope 1, 2 en 3, waardoor de koolstofvoetafdruk zowel transparant als vergelijkbaar is. Daarnaast heeft Canyon zich ertoe verbonden emissiereductiedoelstellingen vast te stellen in overeenstemming met het Science-Based Targets initiatief om ervoor te zorgen dat ze aansluiten bij de nieuwste wetenschappelijke bevindingen en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Daarnaast volgt Canyon de aanbevelingen van de Task Force on Klimaatgerelateerde Financial Disclosures (TCFD) om klimaatgerelateerde risico's systematisch in kaart te brengen en te integreren in de financiële en risicobeheer processen. Door zich aan deze vastgestelde normen te houden, versterkt Canyon zijn duurzaamheidsstrategie en draagt het effectief bij aan wereldwijde klimaatactie.
Zie Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Het transitieplan is bekendgemaakt via het CDP-platform en zal in 2025 voor het publiek beschikbaar zijn. Bepaalde elementen van het beleid worden gedeeld met leveranciers in de waardeketen en de klimaatactietraining bevordert het creëren van een gelijk speelveld tussen verschillende leveranciers en regio's.
Het klimaatbeleid van de organisatie speelt in op kritieke duurzaamheidskwesties om risico's te beperken en af te stemmen op internationale klimaatdoelstellingen. Een kernfocus is het verminderen van broeikasgasemissies door ambitieuze doelen, waaronder langetermijnverbintenissen om net zero emissies te bereiken. Om dit te ondersteunen, geeft de organisatie prioriteit aan verbeteringen in energie-efficiëntie in alle activiteiten en actief transities naar hernieuwbare energiebronnen, waaronder de inkoop van groene elektriciteit en de opwekking van hernieuwbare energie op locatie. Initiatieven op het gebied van circulaire economie zijn geïntegreerd in het beleid om het gebruik van hulpbronnen te minimaliseren, recycling te bevorderen en afval te verminderen. De organisatie stemt de inspanningen af op internationale overeenkomsten zoals de Overeenkomst van Parijs, waardoor de betrokkenheid bij wereldwijde klimaatactie wordt versterkt.
Om transparantie en verantwoording te waarborgen, zijn in het beleid kaders opgenomen zoals de Task Force on Klimaatgerelateerde Financial Disclosures (TCFD) en de EU Taxonomie voor duurzame activiteiten. Het behandelt zowel transitierisico's, zoals wijzigingen in de regelgeving en koolstofprijzen, als fysieke risico's, waaronder klimaatgerelateerde gevaren zoals overstromingen en droogte. Er wordt ook gekeken naar markt- en reputatierisico's.
Door deze overwegingen te verankeren in het klimaatbeleid, wil Canyon veerkracht opbouwen, duurzame groei stimuleren en zinvol bijdragen aan de transitie naar een koolstofarme economie.
Alle maatregelen zijn gericht op het verminderen van Canyon's broeikasgasemissies. Dit draagt ook bij aan de wereldwijde klimaatbeschermingsdoelstellingen en pakt dus ook vastgestelde acute fysieke risico's aan, zoals operationele ontwrichtingen en infrastructuurschade veroorzaakt door cyclonen, orkanen of tyfoons. Daarnaast worden chronische fysieke risico's als gevolg van langdurige temperatuurschommelingen die van invloed kunnen zijn op productiviteit en supply chains aangepakt. Marktrisico's, waaronder stijgende grondstofkosten, alsmede potentiële verkoopdalingen als gevolg van materiaaltekorten als gevolg van toenemende vraag naar koolstofarme technologieën zoals batterijen voor elektrische fietsen, komen ook aan bod.
Canyon was een belangrijke initiator voor de ontwikkeling van klimaatactietraining in de sector. In november 2022 woonde Canyon het eerste Shift Cycling Culture Barcamp in Amsterdam bij en deelde een Call to Action met deelnemers uit de fietsindustrie om samen een Klimaatactie Training te ontwikkelen. Spelers uit de VS, Nederland, Duitsland en Zwitserland kwamen samen om de training te ontwikkelen met de steun van het GIZ, Initiative for Global Solidarity, Shift Cycling Culture en faciliterende dienstverleners.
De cursus is gratis en gericht op het topmanagement en technisch middenmanagement van fabrieken om hen bewust te maken van hun cruciale rol in het bereiken van een net zero fietswereld. De training biedt basiskennis over het meten en rapporteren van de broeikasgasemissies, het bepalen van reductiedoelen en het monitoren van de voortgang, evenals relevante casestudies van potentiële oplossingen om emissies te reduceren. De open-source Klimaatactie Training werd gelanceerd in Q4/2024. Alle bedrijven in de fietssector worden uitgenodigd om deze cursus te gebruiken om te overleggen en samen te werken met leveranciers, en om klimaatactie te katalyseren en een gelijk speelveld in de hele industrie te creëren (https://www.shiftcyclingculture.com/cat). De Klimaatactie Training is opgezet met een open-end format, waardoor deelnemers het programma in hun eigen tempo kunnen starten en afronden. Deze flexibiliteit past bij wisselende planningen en zorgt voor toegankelijkheid voor alle deelnemers.
De Klimaatactie Training is wereldwijd beschikbaar, waarbij leveranciers en stakeholders uit diverse regio's worden betrokken om een uniforme benadering van duurzaamheid te promoten. Het programma bevat geïntegreerde zelfbeoordelingen en interactieve componenten, waardoor deelnemers hun huidige praktijken kunnen evalueren, tekortkomingen kunnen identificeren en in de tijd voortgang kunnen meten. Deze methode speelt in op regionale verschillen en stimuleert tegelijkertijd samenwerkingsvooruitgang en levert tastbare resultaten op. Door via deze training stakeholders en regio's op één lijn te brengen, bevordert Klimaatactie Training collectieve actie om de milieuimpacts van de fietsindustrie te verminderen en tegelijkertijd innovatie te verbeteren en duurzame bedrijfspraktijken te bevorderen.
Het kwantificeren van de emissiereductie in verband met dit programma in dit stadium zou afhangen van te veel variabelen, maar het aanpakken van emissies in de supply chain en het faciliteren van substantiële kennisoverdracht zijn cruciaal voor het overwinnen van obstakels en het versnellen van de decarbonisatie-inspanningen. Canyon verwacht binnen de komende 2 jaar specifiek samen te werken met externe assembleurs en leveranciers van Canyon Engineered Parts gevestigd in Azië. De trainingen gaan echter zeker door en hebben een open tijdsbestek zodat potentiële nieuwe leveranciers de training ook kunnen afronden. Naast de emissiereductie-KPI spelen ook werknemers in de supply chain een cruciale rol.
In 2024 heeft Canyon Materiële Werkgroepen opgericht, samengesteld uit deskundigen van verschillende gespecialiseerde afdelingen. Deze groepen hebben de taak om decarbonisatiestrategieën te ontwikkelen en toegankelijk te maken, met een primaire focus op belangrijke materialen zoals aluminium, kunststoffen en composieten. Een andere groep houdt zich bezig met verpakkingen, die zowel inputmaterialen als holistische verpakkingsoplossingen omvatten. De groepen hebben een faciliterend karakter. Verschillende potentiële maatregelen werden besproken en geëvalueerd binnen de werkgroepen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het potentiële gebruik van gerecycleerd aluminium voor bepaalde componenten of de herziening van interne verpakkingsrichtlijnen, de evaluatie van inkomende verpakkingsmaterialen of algemeen verbeterpotentieel op het gebied van composietmaterialen.
Maatregelen die voortkomen uit de werkgroepen zullen geval per geval worden geëvalueerd. Het potentieel van financiële reductie en broeikasgasemissies zal parallel worden beoordeeld, in samenwerking met andere diensten. Projecten worden geselecteerd volgens een holistische benadering waarbij bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met kosten, reductiepotentieel, tijdshorizon en beschikbare middelen, met inbegrip van daarmee samenhangende afwegingen. Canyon ziet in dat de werkgroepen de transitie naar Net-zero op lange termijn zullen ondersteunen, om rekening te houden met een snel veranderende omgeving.
Inspanningen om de Scope 1-emissies te verminderen zijn gericht op het ombouwen van Canyon's bedrijfswagens van verbrandingsmotoren (ICE) naar elektrische voertuigen (BEV) en plug-in hybride voertuigen (PHEV). Het wagenpark is verantwoordelijk voor ongeveer 50% van Canyon's totale Scope 1- en 2-emissies, wat aanleiding geeft tot een herziening van het interne autobeleid van het bedrijf om deze transitie te ondersteunen. De vermindering kan momenteel niet met 100% zekerheid worden gekwantificeerd, maar de verwachte maximale vermindering bedraagt 35% voor de volledige Scope 1- en 2-emissies. Moeilijkheden bij de beoordeling ontstaan door technologische ontwikkelingen en de tijdshorizon van leaseovereenkomsten: De leasecontracten van de auto's lopen niet tegelijkertijd af en het beleid treedt achtereenvolgens in werking. Het beleid treedt in werking in 2024 en heeft geen beperkte looptijd aangezien het van toepassing is op alle nieuwe leasecontracten.
Aankomende activiteiten:
De Klimaatactie Trainingen hebben tot doel het delen van kennis over de thema's koolstofboekhouding en het bepalen van doelen te faciliteren, emissiehotspots te identificeren en emissiereductie te sturen in overeenstemming met gestelde doelen. De samenwerking tussen leveranciers is essentieel om Scope 3-emissies verder effectief te verminderen.
Een holistisch en geformaliseerd leveranciersbetrokkenheidsprogramma voor decarbonisatie is een strategisch initiatief dat streeft naar samenwerking met leveranciers om broeikasgasemissies in de hele supply chain te verminderen. Het moet op korte termijn worden ontwikkeld. Vanwege de relevantie van Scope 3-emissies, met name categorie 1, is Canyon van plan om in 2025 te beginnen met de ontwikkeling van het leveranciersbetrokkenheidsprogramma. Het tijdsbestek van het programma zal niet worden beperkt. Na de ontwikkeling moet het programma worden opgevolgd en moeten de uitvoering en voortgang worden gemonitord op basis van net zero doelen voor 2050.
Om leveranciers te ondersteunen bij het bereiken van de bovenstaande stappen, biedt het programma capaciteitsopbouw en training. Hierbij ligt de focus op de leveranciers die betrokken zijn bij de productie van de fietsen en die een relevant aandeel hebben in de Scope 3 categorie 1-emissies.
Dit omvat het aanbieden van middelen (zoals de klimaatactietrainingen), instrumenten en workshops om leveranciers te helpen energieefficiëntiemaatregelen uit te voeren, hernieuwbare energiebronnen toe te passen en koolstofarme technologieën te verkennen. Samenwerking en innovatie zijn ook belangrijke elementen van het programma, waarbij leveranciers worden aangemoedigd om samen met Canyon innovatieve oplossingen te ontwikkelen om emissies te verminderen. Dit kan gaan om het herontwerpen van producten, het optimaliseren van de logistiek of het betrekken van alternatieve materialen met een verminderde koolstofvoetafdruk, met wederzijdse voordelen voor beide partijen.
Om verantwoording af te leggen, moet het programma prestatiemonitoring en -rapportering omvatten, met regelmatige evaluaties van de voortgang van leveranciers in de richting van hun decarbonisatiedoelstellingen. Dit creëert transparantie en faciliteert continue verbetering, waardoor het bedrijf en zijn leveranciers afgestemd blijven op de emissiereductiedoelstellingen.
Ten slotte kan het programma stimulansen en erkenning bieden aan leveranciers die aantonen dat relevante vooruitgang is geboekt bij het verminderen van emissies. Dit kan gebeuren in de vorm van preferentiële inkoop, langetermijncontracten of publieke erkenning voor duurzaamheidsprestaties.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Zie Informatie over significante operationele uitgaven (Opex) en (of) kapitaaluitgaven (Capex) die nodig zijn voor de uitvoering van het actieplan.
Canyon heeft doelen voor de korte en lange termijn bepaald voor het verminderen van broeikasgasemissies (BKG), afgestemd op het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C. Beide doelen zijn gevalideerd door het Science-Based Target initiative (SBTi). Op korte termijn verbindt Canyon zich ertoe de absolute Scope 1- en 2 BKG-emissies tegen 2032 met 51% te verminderen, met een basisjaar 2022. Daarnaast streeft het bedrijf ernaar om de Scope 3-emissies met 58,2% te verminderen per fiets die binnen hetzelfde tijdsbestek wordt geproduceerd. Voor zijn net zero doel tegen 2050 is Canyon van plan om de absolute Scope 1- en 2-emissies met 90% te verminderen en de Scope 3 emissies per fiets met 97%, beide ten opzichte van de nulmeting van 2022. Dit vertaalt zich in specifieke reductiedoelstellingen: voor Scope 1- en 2-emissies van 751 ton CO2 e in 2022 naar 368 ton CO2 e in 2032 en naar 75 ton CO2 e in 2050. Voor Scope 3-emissies per fiets is het doel om te dalen van 0,46 ton CO2 e in 2022 naar 0,19 ton CO2 e in 2032 en naar slechts 0,01 ton CO2 e in 2050. Voor 2030 is geen afzonderlijke tussentijdse doelstelling vastgesteld, aangezien dit in lijn ligt met de reductiedoelstelling voor 2032. De voortgang in de richting van de doelen wordt jaarlijks gemonitord als onderdeel van de berekening van de koolstofvoetafdruk van het bedrijf, die wordt uitgevoerd in overeenstemming met het BKG Protocol. Jaarlijkse monitoring omvat de vraag of de voortgang in lijn is met het plan en een analyse van trends of relevante veranderingen in de prestaties van Canyon ten opzichte van de doelen. Bij het bepalen van klimaatdoelen via het Science Based Targets initiative (SBTi) is aan alle vereiste criteria voldaan. Dit houdt onder meer in dat ervoor wordt gezorgd dat het basisjaar representatief is en niet wordt beïnvloed door externe of interne factoren. Bij relevante wijzigingen moet het basisjaar dienovereenkomstig worden aangepast. Canyon volgt de definitie van significantie van de SBTi, die wordt gedefinieerd als een cumulatieve verandering van vijf procent of meer van de totale emissies voor het basisjaar. Dit omvat structurele wijzigingen, wijzigingen in berekeningsmethoden, tijdlijn, gegevensfouten of andere relevante wijzigingen.
Zowel de doelen voor de korte termijn als de net zero doelen omvatten alle emissies bepaald in het kader van de Scope 1- en 2-doelstelling en de Scope 3-doelstelling.
Beide doelen zijn gevalideerd door het Science-Based Target initiative (SBTi) en verenigbaar met het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 ° C.
Om deze doelen te behalen, heeft Canyon workshops gehouden over verschillende afdelingen om maatregelen in kaart te brengen en te evalueren. Een belangrijke stap om de Scope 1-emissies te verminderen, is de transitie van het wagenpark van het bedrijf van verbrandingsmotoren (ICE) naar elektrische batterijen (BEV) en plug-in hybride (PHEV), die momenteel ongeveer 50% van de Scope 1- en 2-emissies vertegenwoordigen. Het bedrijf is bezig met de herziening van zijn interne autobeleid om deze verschuiving te ondersteunen. Daarnaast wordt de mogelijke overschakeling van aardgas naar biogas voor verwarming overwogen en zal deze in de komende jaren verder worden geëvalueerd. Canyon betrok in het verleden ongeveer 90% van zijn elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, met plannen om dit aandeel verder te verhogen. Het merendeel van de scope
3-emissies valt onder categorie 1, wat betrekking heeft op de materialen die bij de productie van fietsen worden gebruikt, inclusief verpakking en accessoires. Canyon richt zich daarom op het optimaliseren van materiaalgebruik. Maatregelen die zijn ontwikkeld en geëvalueerd, zijn onder meer een toename van het gebruik van gerecycleerde materialen, met name voor aluminium en diverse kunststoffen, en onderzoek naar het gebruik van koolstofarm aluminium. Canyon beoordeelt ook nieuwe businessmodellen die de afhankelijkheid van nieuwe materialen (gerecycleerd of virgin) kunnen verminderen en de levensduur van producten kunnen verlengen. Verwacht wordt dat dit het risico op stijging van de grondstofprijzen zal mitigeren. Deze bedrijfsmodellen zouden de inkoop van nieuwe materialen verminderen en leiden tot een verlengde hergebruikfase. Een belangrijk onderdeel van Canyon's strategie is het betrekken van leveranciers om samen materiële impacts te verminderen. Daarbij kan het onder meer gaan om het inschatten van de huidige situatie, het delen van kennis, het werken aan gezamenlijke reductiemaatregelen en het betrekken van de diepere supply chain. Hoewel verpakkingen slechts een klein deel van de categorie 1-emissies vertegenwoordigen, zet Canyon zich in om het gebruik van gerecycleerde materialen te vergroten en plastics voor eenmalig gebruik te elimineren. Ter ondersteuning van deze doelstellingen zijn materiële werkgroepen opgericht om decarbonisatiemaatregelen te ontwikkelen, met name voor aluminium en koolstofvezel, inclusief de evaluatie van het gebruik van gerecycleerde of koolstofarme alternatieven. Om de doelstellingen te behalen en de maatregelen te evalueren, wordt ook rekening gehouden met aspecten van de klimaatscenarioanalyse, in het bijzonder transitierisicoscenario's (zie TV 9 en TV 12).
Bij het bepalen van klimaatdoelen via het Science Based Targets initiative (SBTi) is aan alle vereiste criteria voldaan. Dit houdt onder meer in dat ervoor wordt gezorgd dat het basisjaar representatief is en niet wordt beïnvloed door externe of interne factoren. Bij relevante wijzigingen moet het basisjaar dienovereenkomstig worden aangepast. Canyon volgt de definitie van significantie van de SBTi, die wordt gedefinieerd als een cumulatieve verandering van vijf procent of meer van de totale emissies voor het basisjaar. Dit omvat structurele wijzigingen, wijzigingen in berekeningsmethoden, tijdlijn, gegevensfouten of andere relevante wijzigingen.
Zie Beschrijving van de wijze waarop is gewaarborgd dat de nulmeting representatief is in termen van de betrokken activiteiten en invloeden van externe factoren.
Voor meer informatie, zie Beschrijving van het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren.
N.v.t.
Canyon heeft doelen voor de korte en lange termijn bepaald voor het verminderen van broeikasgasemissies (BKG), afgestemd op het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C. Beide doelen zijn gevalideerd door het Science-Based Target initiative (SBTi). Op korte termijn verbindt Canyon zich ertoe de absolute Scope 1- en 2-emissies tegen 2032 met 51% te verminderen, met een basisjaar 2022. Daarnaast streeft het bedrijf ernaar om de Scope 3-emissies met 58,2% te verminderen per fiets die binnen hetzelfde tijdsbestek wordt geproduceerd. Voor zijn net zero doel tegen 2050 is Canyon van plan om de absolute Scope 1- en 2-emissies met 90% te verminderen en de Scope 3 emissies per fiets met 97%, beide ten opzichte van de nulmeting van 2022. De voortgang in de richting van de doelen wordt jaarlijks gemonitord als onderdeel van de berekening van de koolstofvoetafdruk van het bedrijf, die wordt uitgevoerd in overeenstemming met het BKG Protocol. Jaarlijkse monitoring omvat de vraag of de voortgang in lijn is met het plan en een analyse van trends of relevante veranderingen in de prestaties van Canyon ten opzichte van de doelen.
Canyon's wetenschappelijk onderbouwde doel is om de broeikasgasemissies te verminderen en daarmee ook acute fysieke risico's aan te pakken, zoals operationele ontwrichtingen en infrastructuurschade veroorzaakt door cyclonen, orkanen of tyfoons of chronische fysieke risico's veroorzaakt door langdurige temperatuurschommelingen. Om de wereldwijde risico's in verband met klimaatverandering tot een minimum te beperken, zijn de wetenschappelijk onderbouwde doelen van het Canyon klimaattransitieplan een essentieel onderdeel. Canyon heeft doelen voor de korte en lange termijn bepaald voor het verminderen van broeikasgasemissies (BKG), afgestemd op het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C. Beide doelen zijn gevalideerd door het Science-Based Target initiative (SBTi). Op korte termijn verbindt Canyon zich ertoe de absolute Scope 1- en 2-emissies tegen 2032 met 51% te verminderen, met een basisjaar 2022. Daarnaast streeft het bedrijf ernaar om de Scope 3-emissies met 58,2% te verminderen per fiets die binnen hetzelfde tijdsbestek wordt geproduceerd. [...] De voortgang in de richting van de doelen wordt jaarlijks gemonitord als onderdeel van de berekening van de koolstofvoetafdruk van het bedrijf, die gebeurt in overeenstemming met het BKG Protocol. Jaarlijkse monitoring omvat de vraag of de voortgang in lijn is met het plan en een analyse van trends of relevante veranderingen in de prestaties van Canyon ten opzichte van de doelen.
Op korte termijn verbindt Canyon zich ertoe de absolute Scope 1- en 2-emissies tegen 2032 met 51% te verminderen, met een basisjaar 2022. Daarnaast streeft het bedrijf ernaar om de Scope 3-emissies met 58,2% te verminderen per fiets die binnen hetzelfde tijdsbestek wordt geproduceerd.
Het Scope 1- en 2-doel is een absoluut doel, terwijl het Scope 3-doel een relatief doel is.
Zowel de Scope 1&2 als Scope 3 doelen zijn bedrijfsbrede doelen.
Tegen 2032 zullen de Scope 1- en 2-emissies afnemen van 751 ton CO2 e in 2022 tot 368 ton CO2 e. Scope 3-emissies per fiets dalen van 0,46 ton CO2 e in 2022 naar 0,19 ton CO2 e
2022
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen. Zie Baseline waarde.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
N.v.t.
Beschrijving van wijzigingen in doelen en overeenkomstige maatstaven of onderliggende meetmethoden, significante aannames, beperkingen, bronnen en aangenomen processen om gegevens te verzamelen
N.v.t.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Canyon's wetenschappelijk onderbouwde doel is om de broeikasgasemissies te verminderen en daarmee ook acute fysieke risico's aan te pakken, zoals operationele ontwrichtingen en infrastructuurschade veroorzaakt door cyclonen, orkanen of tyfoons of chronische fysieke risico's veroorzaakt door langdurige temperatuurschommelingen. Om de wereldwijde risico's in verband met klimaatverandering tot een minimum te beperken, zijn de wetenschappelijk onderbouwde doelen van het Canyon klimaattransitieplan een essentieel onderdeel. Canyon heeft doelen voor de korte en lange termijn bepaald voor het verminderen van broeikasgasemissies (BKG), afgestemd op het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C. Beide doelen zijn gevalideerd door het Science-Based Target initiative (SBTi). [...] Voor zijn net zero doel tegen 2050 is Canyon van plan om de absolute Scope 1- en 2-emissies met 90% te verminderen en de Scope 3-emissies per fiets met 97%, beide ten opzichte van de nulmeting van 2022. De voortgang in de richting van de doelen wordt jaarlijks gemonitord als onderdeel van de berekening van de koolstofvoetafdruk van het bedrijf, die wordt uitgevoerd in overeenstemming met het BKG Protocol. Jaarlijkse monitoring omvat de vraag of de voortgang in lijn is met het plan en een analyse van trends of relevante veranderingen in de prestaties van Canyon ten opzichte van de doelen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Het Scope 1- en 2-doel is een absoluut doel, terwijl het Scope 3-doel een relatief doel is.
Zowel de Scope 1&2 als Scope 3 doelen zijn bedrijfsbrede doelen.
De Scope 1- en 2-emissies moeten tegen 2050 dalen van 751 ton CO2 e tot 75 ton CO2 e. De Scope 3-emissies per geproduceerde fiets zullen naar verwachting aanzienlijk afnemen van 0,46 ton CO2 e tot 0,01 ton CO2 e
2022
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen. Zie Baseline waarde.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
4.560,00 MWh
16.414,00 GJ
| energiebron | Totale hoeveelheid verbruikte energie uit energiebron (MWh) | Percentage van het totale energieverbruik |
|---|---|---|
| Fossiele bronnen | 2.498,00 | 55,00 |
| Nucleaire bronnen | 0 | 0 |
| Hernieuwbare bronnen | 2.061,00 | 45,00 |
| Brandstofbron | Totale door de organisatie verbruikte brandstof MWh |
Percentage verbruikte brandstof |
|---|---|---|
| Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen | 123,00 | 3,00 |
| Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen | 1.545,00 | 34,00 |
| Verbruik van zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof ("non-fuel") | 392,00 | 9,00 |
| Brandstofverbruik uit steenkool en steenkolenproducten | 0 | 0 |
| Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten | 1.356,00 | 30,00 |
| Brandstofverbruik uit aardgas | 767,00 | 17,00 |
| Brandstofverbruik uit andere niet-hernieuwbare bronnen | 0 | 0 |
| Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen. | 375,00 | 8,00 |
5,82E-06 MWh/rapporteringsvaluta.
NACE 30.92 Vervaardiging van fietsen en invalidenwagens.
Omzet gerapporteerd in de financiële staten: 784.057.390 EUR
Aanpassingen: N.v.t.
Netto-opbrengsten voor berekening broeikasgasemissie-intensiteit: 784.057.390 EUR
| Intensiteit broeikasgasemissies | BKG-emissie-intensiteit (per netto-omzet) tCO2e |
|---|---|
| Scope 1 | 6,68E-07 |
| Scope 2 (marktgebaseerd) | 1,25E-07 |
| Scope 2 (locatiegebaseerd) | 1,20E-06 |
| Scope 3 | 1,25E-04 |
784.057.390,00 EUR
784.057.390,00 EUR
| Energietype | Brutoproductie |
|---|---|
| Nucleair | 0 |
| Kolen | 0 |
| Aardgas | 767,00 |
| Overige niet-hernieuwbare energie | 1.258,00 |
| Totaal niet-hernieuwbare energie | 2.123,00 |
| Olie | 98,00 |
| Energietype | Brutoproductie |
|---|---|
| Totaal hernieuwbare energie | 693,00 |
| Andere hernieuwbare energie, gelieve te specificeren: | 0 |
| Wind | 0 |
| Zon | 569,00 |
| Hydro | 0 |
| Geothermisch | 0 |
| Golf- en getijden | 0 |
| Biomassa | 123,00 |
524,00 tCO2 e
524,00 tCO2 e
524,00 tCO2 e
Canyon's Scope 1-emissies omvatten brandstof gebruikt door bedrijfswagens en brandstof gebruikt om gebouwen te verwarmen. Er wordt gebruikgemaakt van emissiefactoren uit de internationaal erkende ecoinvent-database.
939,00 tCO2 e
98,00 tCO2 e
98,00 tCO2 e
Canyon's Scope 2 (locatiegebaseerde) emissies omvatten ingekochte elektriciteit en warmte. De gebruikte emissiefactoren zijn afkomstig van ecoinvent. Marktgebaseerde emissies omvatten ingekochte elektriciteit en warmte. De marktgebaseerde aanpak maakt gebruik van leverancierspecifieke emissiefactoren (voor zover beschikbaar). Anders worden emissiefactoren uit de internationaal erkende databank van ecoinvent gebruikt.
89,00%
Canyon maakt gebruik van leveringscontracten met een elektriciteitsleverancier om groene stroom in te kopen.
89,00%
0,00%
Het contractuele instrument dat wordt gebruikt voor de aankoop van hernieuwbare elektriciteit op basis van ontbundelde energieattributencertificaten (EAC's).
58.055,00 tCO2 e
976,00 tCO2 e
151,00 tCO2 e
30.860,00 tCO2 e
85,00 tCO2 e
761,00 tCO2 e
7. Woon-werkverkeer werknemers
2.069,00 tCO2 e
N.v.t.
9. Downstreamvervoer en distributie
N.v.t.
10. Verwerking verkochte producten
N.v.t.
11. Gebruik verkochte producten
3.469,00 tCO2 e
1.413,00 tCO2 e
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
97.839,00 tCO2 e
97.839,00 tCO2 e
1,00%
De berekening is uitgevoerd overeenkomstig met het BKG Protocol en omvat alle toepasselijke categorieën. De berekening werd uitgevoerd door inventarisgegevens te verzamelen en gebruik te maken van de Umberto levenscyclusanalysesoftware, die emissiefactoren uit de ecoinventdatabase gebruikt. De begrenzingen van de berekening omvatten alle bedrijfsactiviteiten en houden rekening met alle Canyon-locaties en alle toepasselijke Scope 3-categorieën.
Canyon heeft referentiefietsen gedefinieerd om de impact van de portfolio te bepalen. Er werden representatieve fietsen uit de race-, MTB- en urban categorie geselecteerd en er werd een onderscheid gemaakt tussen frames van aluminium of carbon en e-bikes of duwfietsen. Voor de referentiefietsen werden alle relevante onderdelen zoals frames, aandrijvingen, vorken, wielen, zadels, pedalen, cockpits, sturen, batterijen en motoren voor e-bikes en andere kleine accessoires gebruikt om het werkelijke fietsgewicht te bereiken. De voor de betrokken componenten gebruikte materialen of materiaalsamenstellingen werden bepaald en aan de gewichten van de componenten toegekend. De materiële informatie werd vervolgens toegewezen aan emissiefactoren uit de ecoinvent-database. Om het volledige portfolio te bestrijken, werd de componentensamenstelling van de referentiefietsen geschaald naar de andere modellen op basis van het totale fietsgewicht.
Activiteitsgegevens zijn afkomstig van Canyon's inkoopsystemen in EUR, gedifferentieerd naar kostentype zoals computersystemen, software, kantoormeubilair, technische systemen en machines en andere. Emissiefactoren zijn gebaseerd op supply chain broeikasgasemissie factoren voor Amerikaanse Industrieën en Grondstoffen van de US EPA.
De activiteitsgegevens zijn gebaseerd op de hoeveelheid en soorten energiedragers, waarmee in Scope 1&2 is rekening gehouden. De gebruikte emissiefactoren zijn afkomstig van ecoinvent.
Canyon onderscheidt upstream transport- en distributie-emissies in inkomende en uitgaande logistiek. Voor beide wordt dezelfde methodologie toegepast. Gegevens over het transport van onze gekochte goederen, inclusief gegevens over vervoerswijze, gewicht en afstand, werden voor elke regio samengesteld uit onze interne systemen. Ecoinvent-specifieke transportemissiefactoren worden gecombineerd met de desbetreffende transportwijze en de vervoerde massa en afstand. Dezelfde methode wordt toegepast voor het transport en de distributie van verkochte producten van het verkooppunt naar de klant. Het transport van eindproducten, inclusief vervoerswijze, gewicht en afstand, werd voor elke regio samengesteld vanuit onze interne systemen. Ecoinvent-specifieke transportemissiefactoren worden gecombineerd met de desbetreffende transportwijze en de vervoerde massa en afstand.
De emissies van afval dat momenteel bij activiteiten wordt geproduceerd, worden berekend volgens de gemiddelde-gegevensmethode op basis van afvalsoort, volume en verwijderingsmethoden, waarbij gegevens afkomstig zijn van onze productielocaties. Emissiefactoren: gemiddelde emissiefactoren van verschillende verwijderingsmethoden van ecoinvent worden toegepast.
Canyon's broeikasgasemissies van zakenreizen zijn voornamelijk het gevolg van drie verschillende reiscategorieën: lucht, huurauto of trein. De afstanden die voor vluchten worden afgelegd, worden bepaald door publiek beschikbare vluchtafstandscalculatoren en de start- en bestemmingslocaties. Voor huurauto's wordt uitgegaan van een gemiddelde afstand van 160km per dag. Om de broeikasgasemissies te berekenen, werden transportspecifieke emissiefactoren (vliegtuig, auto, spoor) van ecoinvent gebruikt.
Regionale werknemersaantallen werden verstrekt door Canyon's People afdeling. De emissies werden geschat op basis van regionale gemiddelde woon-werkverplaatsingen, waarbij emissiefactoren uit ecoinvent werden toegepast die specifiek zijn voor elke woon-werkverplaatsing.
Canyon verhuurt zijn activa niet aan derden voor operationele zeggenschap.
Vanwege Canyon's 'direct-to-consumer' activiteiten is deze categorie niet van toepassing. Outbound logistiek valt volledig onder categorie 4 upstream transport.
Canyon verkoopt alleen afgewerkte producten, dus er zijn geen verdere verwerkingsstappen nodig.
Op basis van de verkooplanden werd voor de e-bikes uitgegaan van een elektriciteitsverbruik van 200 kWh per levensduur en werd rekening gehouden met de landspecifieke elektriciteitsemissiefactor uit de ecoinvent-database.
Binnen het einde van de levensduur van verkochte producten wordt een onderscheid gemaakt tussen verpakking, accessoires en fietsen. Activiteitsgegevens voor de berekening van de emissies aan het einde van de levensduur van de verpakking zijn gewichten van verschillende verpakkingsmaterialen, die ook worden gebruikt voor de berekening binnen "Gekochte goederen en diensten". Generieke materiaalspecifieke emissiefactoren aan het einde van de levensduur uit de ecoinvent-database met gemiddelde verwijderingsscenario's (stortplaats, verbranding, recycling) worden gebruikt om de emissies te berekenen. De emissies van accessoires worden berekend aan de hand van activiteitsgegevens over het totale gewicht van verkochte producten en generieke emissiefactoren aan het einde van de levensduur uit de ecoinvent-database met gemiddelde verwijderingsscenario's (stortplaats, verbranding, recycling). De emissies van fietsen worden berekend aan de hand van activiteitsgegevens over het aantal geproduceerde fietsen en fietsspecifieke emissiefactoren aan het einde van de levensduur uit de ecoinventdatabase. Aangezien de emissiefactor is gebaseerd op het gemiddelde fietsgewicht, wordt de emissiefactor geschaald aan de hand van de specifieke modelgewichten om zowel lichtere als zwaardere fietsen en hun materiaalsamenstelling beter te kunnen verwerken.
Canyon verhuurt geen downstream activa.
Canyon heeft geen franchisebedrijven of activa.
Canyon investeert niet in andere bedrijven.
Er zijn geen scope 3-categorieën uitgesloten, terwijl sommige categorieën eenvoudigweg niet van toepassing zijn (zie Informatie over de in aanmerking genomen rapporteringsbegrenzingen en berekeningsmethoden voor het schatten van scope 3 BKG-emissies).
Zie Informatie over de in aanmerking genomen rapporteringsbegrenzingen en berekeningsmethoden voor het schatten van scope 3 BKG-emissies
Zie Informatie over de in aanmerking genomen rapporteringsbegrenzingen en berekeningsmethoden voor het schatten van scope 3 BKG-emissies
97.839,00 ton CO2 e
97.839,00 ton CO2 e
Niet van toepassing, aangezien Canyon de emissies berekent volgens het BKG Protocol.
| Land | BKG-emissies (t CO2e) |
|---|---|
| Duitsland | 97.863,00 |
| Verenigde Staten | 226,00 |
| België | 50,00 |
| Spanje | 35,00 |
| Australië | 15,00 |
| Finland | 43,00 |
| Zuid-Korea | 11,00 |
| Japan | 5,00 |
| Italië | 29,00 |
| Nederland | 114,00 |
| Verenigd Koninkrijk | 65,00 |
| Singapore | 5,00 |
| Dochteronderneming | BKG-emissies (t CO2e) |
|---|---|
| Canyon GmbH | 97.863,00 |
| Canyon US | 226,00 |
| Canyon België | 50,00 |
| Canyon Iberia | 35,00 |
| Canyon Bicycles Australië & Nieuw-Zeeland | 15,00 |
| Canyon Finland | 43,00 |
| Canyon Japan | 20,00 |
| Canyon Italië | 29,00 |
| Canyon Nederland | 114,00 |
| Canyon UK | 65,00 |
| BKG-categorie | BKG-emissies (t CO2e) |
|---|---|
| N2 O |
1,00 |
| SF6 | 0 |
| PFK's | 0 |
| NF3 | 0 |
| CH4 | 2,00 |
| CO2 | 521,00 |
| HFK's | 0 |
| Brontype | BKG-emissies (t CO2e) |
|---|---|
| Procesemissies | 0 |
| Stationaire verbranding | 201,00 |
| Vluchtige emissies | 0 |
| Mobiele verbranding | 323,00 |
99.302,00 ton CO2 e
98.460,00 ton CO2 e
98.460,00 ton CO2 e
Canyon volgt de definitie van significantie van de SBTi, die wordt gedefinieerd als een cumulatieve verandering van vijf procent of meer van de totale emissies voor het basisjaar. Dit omvat structurele wijzigingen, wijzigingen in berekeningsmethoden, tijdlijn, gegevensfouten of andere relevante wijzigingen. In dergelijke gevallen moet de waarde van het basisjaar worden aangepast overeenkomstig het broeikasgasprotocol.
Zie Informatie over significante wijzigingen in de definitie van wat rapporterende de onderneming en de waardeketen zijn en toelichting over het effect daarvan op de jaarlijkse vergelijkbaarheid van gerapporteerde broeikasgasemissies.
De berekening is uitgevoerd overeenkomstig met het BKG Protocol en omvat alle toepasselijke categorieën. De berekening werd uitgevoerd door inventarisgegevens te verzamelen en gebruik te maken van de Umberto levenscyclusanalysesoftware, die emissiefactoren uit de ecoinventdatabase gebruikt. De begrenzingen van de berekening omvatten alle bedrijfsactiviteiten en houden rekening met alle Canyon-locaties en alle toepasselijke Scope 3-categorieën.
Canyon heeft referentiefietsen gedefinieerd om de impact van de portfolio te bepalen. Er werden representatieve fietsen uit de race-, MTB- en urban categorie geselecteerd en er werd een onderscheid gemaakt tussen frames van aluminium of carbon en e-bikes of duwfietsen. Voor de referentiefietsen werden alle relevante onderdelen zoals frames, aandrijvingen, vorken, wielen, zadels, pedalen, cockpits, sturen, batterijen en motoren voor e-bikes en andere kleine accessoires gebruikt om het werkelijke fietsgewicht te bereiken. De voor de betrokken componenten gebruikte materialen of materiaalsamenstellingen werden bepaald en aan de gewichten van de componenten toegekend. De materiële informatie werd vervolgens toegewezen aan emissiefactoren uit de ecoinvent-database. Om het volledige portfolio te bestrijken, werd de componentensamenstelling van de referentiefietsen geschaald naar de andere modellen op basis van het totale fietsgewicht.
Activiteitsgegevens zijn afkomstig van Canyon's inkoopsystemen in EUR, gedifferentieerd naar kostentype zoals computersystemen, software, kantoormeubilair, technische systemen en machines en andere. Emissiefactoren zijn gebaseerd op supply chain broeikasgasemissie factoren voor Amerikaanse Industrieën en Grondstoffen van de US EPA.
De activiteitsgegevens zijn gebaseerd op de hoeveelheid en soorten energiedragers, waarmee in Scope 1&2 is rekening gehouden. De gebruikte emissiefactoren zijn afkomstig van ecoinvent.
Canyon onderscheidt upstream transport- en distributie-emissies in inkomende en uitgaande logistiek. Voor beide wordt dezelfde methodologie toegepast. Gegevens over het transport van onze gekochte goederen, inclusief gegevens over vervoerswijze, gewicht en afstand, werden voor elke regio samengesteld uit onze interne systemen. Ecoinvent-specifieke transportemissiefactoren worden gecombineerd met de desbetreffende transportwijze en de vervoerde massa en afstand. Dezelfde methode wordt toegepast voor het transport en de distributie van verkochte producten van het verkooppunt naar de klant. Het transport van eindproducten, inclusief vervoerswijze, gewicht en afstand, werd voor elke regio samengesteld vanuit onze interne systemen. Ecoinvent-specifieke transportemissiefactoren worden gecombineerd met de desbetreffende transportwijze en de vervoerde massa en afstand.
De emissies van afval dat momenteel bij activiteiten wordt geproduceerd, worden berekend volgens de gemiddelde-gegevensmethode op basis van afvalsoort, volume en verwijderingsmethoden, waarbij gegevens afkomstig zijn van onze productielocaties. Emissiefactoren: gemiddelde emissiefactoren van verschillende verwijderingsmethoden van ecoinvent worden toegepast.
Canyon's broeikasgasemissies van zakenreizen zijn voornamelijk het gevolg van drie verschillende reiscategorieën: lucht, huurauto of trein. De afstanden die voor vluchten worden afgelegd, worden bepaald door publiek beschikbare vluchtafstandscalculatoren en de start- en bestemmingslocaties. Voor huurauto's wordt uitgegaan van een gemiddelde afstand van 160km per dag. Om de broeikasgasemissies te berekenen, werden transportspecifieke emissiefactoren (vliegtuig, auto, spoor) van ecoinvent gebruikt.
Regionale werknemersaantallen werden verstrekt door Canyon's People afdeling. De emissies werden geschat op basis van regionale gemiddelde woon-werkverplaatsingen, waarbij emissiefactoren uit ecoinvent werden toegepast die specifiek zijn voor elke woon-werkverplaatsing.
Canyon verhuurt zijn activa niet aan derden voor operationele zeggenschap.
Vanwege Canyon's 'direct-to-consumer' activiteiten is deze categorie niet van toepassing. Outbound logistiek valt volledig onder categorie 4 upstream transport.
Canyon verkoopt alleen afgewerkte producten, dus er zijn geen verdere verwerkingsstappen nodig.
Op basis van de verkooplanden werd voor de e-bikes uitgegaan van een elektriciteitsverbruik van 200 kWh per levensduur en werd rekening gehouden met de landspecifieke elektriciteitsemissiefactor uit de ecoinvent-database.
Binnen het einde van de levensduur van verkochte producten wordt een onderscheid gemaakt tussen verpakking, accessoires en fietsen. Activiteitsgegevens voor de berekening van de emissies aan het einde van de levensduur van de verpakking zijn gewichten van verschillende verpakkingsmaterialen, die ook worden gebruikt voor de berekening binnen "Gekochte goederen en diensten". Generieke materiaalspecifieke emissiefactoren aan het einde van de levensduur uit de ecoinvent-database met gemiddelde verwijderingsscenario's (stortplaats, verbranding, recycling) worden gebruikt om de emissies te berekenen. De emissies van accessoires worden berekend aan de hand van activiteitsgegevens over het totale gewicht van verkochte producten en generieke emissiefactoren aan het einde van de levensduur uit de ecoinvent-database met gemiddelde verwijderingsscenario's (stortplaats, verbranding, recycling). De emissies van fietsen worden berekend aan de hand van activiteitsgegevens over het aantal geproduceerde fietsen en fietsspecifieke emissiefactoren aan het einde van de levensduur uit de ecoinventdatabase. Aangezien de emissiefactor is gebaseerd op het gemiddelde fietsgewicht, wordt de emissiefactor geschaald aan de hand van de specifieke modelgewichten om zowel lichtere als zwaardere fietsen en hun materiaalsamenstelling beter te kunnen verwerken.
Canyon verhuurt geen downstream activa.
Canyon heeft geen franchisebedrijven of activa.
Canyon investeert niet in andere bedrijven.
98.460,00 ton CO2 e
49,79 t CO2 e
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
In de dubbele materialiteitsanalyse heeft Canyon materiële informatie geïdentificeerd over duurzaamheid IRO's en daarmee samenhangende materiële thema's en materiële informatie die moet worden gerapporteerd. Bij de toepassing van de objectieve criteria is gebruikgemaakt van oordeelsvorming, en van de betrokken toelichtingen wordt verwacht dat zij de transparantie van de onderneming verschaffen aan de gebruikers van de duurzaamheidsverklaring. Canyon's dubbele materialiteitsanalyse is gebaseerd op de respectieve methodologie beschreven in Beschrijving van de materiële impacts volgens de materialiteitsanalyse. Het grove perspectief werd gehanteerd (industriële/juridische normen als nulmeting zonder mitigerende maatregelen vormen de basis voor de evaluatie). Voor meer informatie, zie hoofdstuk Algemene informatie.
Canyon heeft geen specifiek overleg gepleegd met getroffen gemeenschappen over materiaalgebruik en circulaire economie.
Canyon ondersteunt met alle maatregelen de circulariteitsbenadering die verbonden is met het levenscyclusdenken en de EU Green Deal. Dit omvat het optimaliseren van materiaalefficiëntie, het minimaliseren van afval en het bevorderen van recycling. Wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie heeft Canyon de volgende beleidslijnen beschikbaar.
Om het gebruik van primaire materialen in verpakkingen te verminderen, geeft Canyon de voorkeur aan papieren en papiergebaseerde verpakkingsproducten met een hoog gerecycleerd gehalte en streeft Canyon ernaar om in te kopen in overeenstemming met de FSC-norm waar virgin fiber niet kan worden vervangen. Een van de belangrijkste doelstellingen van dit beleid is de inkoopbenadering voor bosproducten te wijzigen en de afhankelijkheid van primaire hulpbronnen, met name voor verpakking, te verminderen. Het Beleid voor Bosbehoud is beschikbaar voor het publiek op canyon.com.
Het afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan van Canyon is ontwikkeld in overeenstemming met de vereisten van het Franse Plan de Conception Écologique, dat deel uitmaakt van de Franse wet op de circulaire economie (AGEC, van kracht sinds 10 februari 2020). De algemene deadline voor de voltooiing van alle maatregelen volgens het AGEC is 2028. De verordening heeft tot doel de lineaire economie om te vormen tot een circulaire economie. Het is onderverdeeld in vijf hoofdgebieden: wegwerpplastic verwijderen; consumenten beter informeren; afval bestrijden en solidair hergebruik bevorderen; geplande veroudering tegengaan; beter produceren. De implementatie van de Franse wetgever en het eerste verslag moest in 2023 plaatsvinden en is van toepassing op Canyon. Canyon past zijn afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan echter op globaal niveau toe.
Het plan behandelt de volgende vastgestelde materiële thema's en belangrijke doelstellingen, die verder worden uitgewerkt in het deel rond doelstellingen.
Het plan stelt doelen voor de periode tot en met 2028, met regelmatige voortgangsopvolging en evaluaties om de twee jaar om de status te beoordelen en afstemming op de doelen te waarborgen. Het hoogste niveau van verantwoording wordt gespecificeerd in het Canyon ESG Governance Beleid.
Het materiële risico van hogere productiekosten als gevolg van hogere materiaalkosten komt aan bod in het klimaattransitieplan, geschetst in Milieu informatie: klimaatverandering Voor meer informatie, zie Milieu informatie: klimaatverandering.
Het wereldwijde beleid is gericht op het verminderen van het gebruik van primaire materialen in verpakkingen door prioriteit te geven aan papier en papiergebaseerde producten met een hoog gerecycleerd gehalte. Waar virgin fiber vereist is, stemt inkoop af op FSC-standaarden om duurzame bosbouwpraktijken te waarborgen. Dit beleid is specifiek voor van bossen afgeleide materialen en heeft geen betrekking op niet-bosgerelateerde hulpbronnen.
Het plan is wereldwijd van toepassing en behandelt materiële onderwerpen zoals het verminderen van het gebruik van primaire hulpbronnen (bv. aluminium en verpakkingsmaterialen), het minimaliseren van verontreinigende stoffen uit afvalverbranding en het verbeteren van de recycleerbaarheid. Het plan is gebaseerd op de AGEC-vereisten en bevat doelen voor 2028, met uitsluitingen die voornamelijk betrekking hebben op niet-afvalgerelateerde aspecten van het levenscyclusbeheer van producten.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Beschrijving van de belangrijkste inhoud van beleid.
Het Canyon ESG Governance Beleid is van toepassing en specificeert het hoogste niveau dat verantwoordelijk is voor dit beleid, inclusief het monitoren van de voortgang (zie Governance informatie: Zakelijk gedrag).
Het beleid voldoet aan de FSC-norm (Forest Stewardship Raad) voor het betrekken van papier en verpakkingen op basis van papier wanneer virgin fiber vereist is, ter ondersteuning van duurzame bosbeheerpraktijken.
Het plan sluit aan bij het Franse Plan de Conception Écologique in het kader van de Circular Economy Act (AGEC), gericht op de transformatie van de lineaire economie naar een circulaire economie.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Beschrijving van de belangrijkste inhoud van beleid.
Stakeholders, zoals klanten en milieuorganisaties, profiteren van de voorkeur voor gerecycleerde inhoud en FSC-gecertificeerde materialen, waardoor de milieu impacts afnemen.
De belangrijkste stakeholders, waaronder regelgevers en consumenten, worden aangepakt door naleving van de AGEC-wetgeving en wereldwijde toepassing van het plan om de transparantie te vergroten en duurzame praktijken te bevorderen.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Beschrijving van de belangrijkste inhoud van beleid.
Het beleid is publiek toegankelijk op Canyon's website, waardoor zichtbaarheid is gegarandeerd voor getroffen stakeholders en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan.
Hoewel het plan wereldwijd van toepassing is, omvat de uitvoering ervan regelmatige evaluaties, voortgangsopvolging en naleving met AGEC, met duidelijke richtlijnen voor interne en externe stakeholders.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Beschrijving van de belangrijkste inhoud van beleid.
Het beleid is expliciet gericht op het verminderen van het gebruik van primaire materialen door prioriteit te geven aan gerecycleerde inhoud en FSC-gecertificeerde bronnen wanneer virgin fiber vereist is.
Het plan is gericht op vermindering van de primaire hulpbronnen voor de productie en verpakking van fietsen, waarbij het toenemende gebruik van gerecycleerd aluminium en materialen met een hogere recycleerbaarheid wordt benadrukt.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Beschrijving van de belangrijkste inhoud van beleid.
Duurzame bevoorrading wordt direct aangepakt door prioriteit te geven aan gerecycleerde inhoud en ervoor te zorgen dat virgin fiber sourcing in overeenstemming is met de FSC-normen.
Het plan ondersteunt duurzame bevoorrading door gericht te zijn op een toenemend gebruik van gerecycleerde materialen en door ontwerpverbeteringen te bevorderen voor een betere recycleerbaarheid.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Beschrijving van de belangrijkste inhoud van beleid.
De volgende maatregelen zijn gericht op het aanpakken van de belangrijkste impacts en risico's van de fietsproductie en de ecologische voetafdruk ervan. Deze maatregelen zijn gericht op het minimaliseren van het verbruik van primaire hulpbronnen bij de productie, het verminderen van het gebruik van primair materiaal in verpakkingen door gerecycleerde materialen op te nemen en het vervangen van niet-afbreekbare plastic verpakkingen door papieren alternatieven om een circulaire economie te bevorderen. Daarnaast pakken ze emissies van afvalverbranding aan en werken ze aan het tegengaan van de toename van niet-recycleerbaar afval, zoals koolstofvezel. Samen zorgen deze maatregelen voor vooruitgang bij het verminderen van milieu impacts en het verbeteren van duurzaamheid in het gehele productieproces.
Canyon ontwikkelde een materiële beslissingsmatrix om beslissingen over de inkoop van kunststoffen te begeleiden met als doel de recycleerbaarheid te vergroten en zo niet-recycleerbaar afval te verminderen, met als doel een circulaire economie te ondersteunen en de afhankelijkheid van primaire hulpbronnen te verminderen. De matrix is een intern en informeel instrument dat oriëntatie biedt in Canyon's voortdurende inspanningen om een systematische aanpak te ontwikkelen en op te zetten met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen en gecertificeerde gerecycleerde inhoud. De matrix blijft zonder tijdslimiet fungeren als beslisboom.
In 2024 werden uitgebreide bewustmakingstrainingen over circulaire economie uitgevoerd door een externe dienstverlener. Afdelingen die bij de training betrokken zijn, zijn onder meer ESG, R&D en Legal. Het doel van de training is om een gelijk speelveld van knowhow in het bedrijf te creëren, om de operationalisering van doelstellingen van de circulaire economie te faciliteren. De training bevordert een gedeeld begrip van materiële en component circulariteit, waarbij de nadruk ligt op hun integratie in de dagelijkse bedrijfsprocessen. Dit zorgt voor consistente kennis bij alle deelnemers, waardoor circulariteitsprincipes en potentiële toepassingen uniform in de hele organisatie kunnen worden toegepast. De opleiding wordt voortgezet in 2025.
Canyon heeft in 2024 vier interne werkgroepen opgericht en deze aangesteld om maatregelen en potentiële maatregelen te evalueren voor een duurzamer materiaalgebruik met betrekking tot aluminium, plastic en composieten, verpakking en batterijen. Op basis van de resultaten van de werkgroepen zal Canyon verdere doelen en maatregelen vaststellen voor aanpassingen aan Canyon's productieprocessen en productontwerp, met als doel negatieve impacts te verminderen en positieve te bevorderen. Deze actie zal de verbetering van Canyon's afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan ondersteunen, en ondersteunt dus de mitigatie van alle materiële onderwerpen. De werkzaamheden van de werkgroepen zijn onbepaald en niet gebonden aan een specifiek tijdsbestek.
In het kader van het afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan heeft Canyon basisdoelen bepaald en maatregelen geschetst om deze te behalen, maar zal Canyon de doelen achtereenvolgens verfijnen en tijdshorizonten opnemen op basis van de analyse van de werkgroepen, met als doel een volledig en alomvattend stappenplan te creëren. Belangrijke maatregelen zullen naar verwachting effect hebben op de upstream waardeketen. Op basis van Canyon's afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan en om het gebruik van gerecycleerde materialen te verhogen door ze in een gesloten kringloopcyclus te verwerken, heeft Canyon in 2024 zijn steun aan Schwalbe's recyclinginitiatief voortgezet, dat zich richt op de inzameling en recycling van gebruikte binnenbanden en banden. Gebruikte buizen en banden worden ingezameld en teruggestuurd naar Schwalbe voor recycling. Dit proces is in 2023 als een langdurig proces uitgevoerd. Canyon testte ook de integratie van gerecycleerde materialen door een project te starten met nieuwe productiemethoden voor het bedrijf en nieuwe materialen. Vanwege potentiële concurrentienadelen zullen verdere inzichten in het verslag van volgend jaar worden gedeeld. Ook het onderzoek naar het gebruik van gerecycleerd aluminium is gestart. Meer informatie vindt u in de rubriek doelen. Canyon startte ook een proefproject met kunststofinjecties om het gebruik van gerecycleerd plastic in Canyon-onderdelen te vergroten. Momenteel zijn onderdelen met 100% gerecycleerd PA en geselecteerde batterij- en motorcovers met gerecycleerd PA ABS in ontwikkeling.
In 2024 heeft Canyon zijn interne logistieke processen geëvalueerd en geoptimaliseerd met een focus op het verminderen van verpakkingsvolumes. Als onderdeel van dit initiatief introduceerde Canyon herbruikbare transportcontainers in geselecteerde gebieden en verving het plastic folie door spanbanden om pallets waar mogelijk vast te zetten. Deze wijzigingen werden doorgevoerd om verpakkingsafval binnen de interne activiteiten van het bedrijf tot een minimum te beperken. Dit is een continu proces en ondersteunt de vermindering van emissies als gevolg van afvalverbranding.
Extended Producer Responsibility (EPR) regelingen zijn milieubeleid dat producenten aansprakelijk stelt voor de volledige levenscyclus van hun producten, van ontwerp tot end-of-life management. Dit omvat verantwoordelijkheden zoals afvalinzameling en -recycling. Het doel van EPR is producenten aan te moedigen producten te ontwerpen met minimale milieuimpacts en ervoor te zorgen dat ze aan het einde van hun levensduur op de juiste manier worden verwijderd of gerecycleerd. In het kader van de activiteiten van Canyon monitoren en voldoen de ESG en Juridische Afdelingen actief en voortdurend aan de wereldwijde wetgeving, waaronder EPR-regelingen in verschillende landen. Deze regelingen zijn bijzonder relevant voor Canyon's eigen activiteiten en de materiële impacts, aangezien ze de inzameling en recycling van gebruikte verpakkingsmaterialen in de after use fase en de downstream waardeketen omvatten. Het naleven van deze EPR-regelingen maakt deel uit van een bredere inspanning om de ecologische voetafdruk van Canyon producten en verpakkingen te verminderen, wat ook in overeenstemming is met de wettelijke vereisten.
Canyon volgt de afvalhiërarchie van de wet op de circulaire economie (Kreislaufwirtschaftsgesetz). De eerste prioriteit is afvalpreventie, gevolgd door hergebruik van producten. Daarna volgt recycling, maar ook andere vormen van terugwinning, zoals energieterugwinning. Verwijdering, zoals storten, wordt beschouwd als het laatste redmiddel. Operationeel heeft Canyon afvalscheiding geïmplementeerd als een standaard doorlopend proces om de milieuimpacts van de afvalverwerkingsmethoden te verminderen die worden gebruikt door de bedrijven die de afvalstromen
beheren. Specifieke afvalstromen worden afzonderlijk verwerkt door externe bedrijven. Daarbij gaat het onder meer om batterijen, banden, buizen en koolstofafval dat op de locatie in Koblenz wordt geproduceerd. Accu's worden gerecycleerd via het GRS-programma, terwijl banden en buizen worden geretourneerd via het Schwalbe-recyclinginitiatief. Koolstofafval wordt door een extern bedrijf verwerkt met behulp van pyrolyse, waardoor koolstofvezels kunnen worden teruggewonnen voor gebruik in andere toepassingen. Deze maatregel heeft betrekking op de materiële impact van emissies als gevolg van afvalverbranding. Voor geen van de genoemde afvalbeheermaatregelen geldt een tijdsbestek.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Beschrijving van de belangrijkste acties die zijn ondernomen, en de resultaten daarvan, om te voorzien in en mee te werken aan herstel voor degenen die schade hebben ondervonden van daadwerkelijke materiële impacts
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
N.v.t.
Operationele uitgaven (OPEX) en kapitaaluitgaven (CAPEX) zullen onder de vastgestelde financiële drempel blijven.
Wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie heeft Canyon de volgende beleidslijnen beschikbaar. Het beleid is ontworpen om de belangrijkste impacts en risico's van de fietsproductie en de milieuimpacts ervan aan te pakken. Daarbij gaat het onder meer om het verbruik van primaire grondstoffen bij de productie, de vermindering van het gebruik van primair materiaal in verpakkingen door een grotere afhankelijkheid van gerecycleerde materialen, en de transitie van niet-afbreekbare verpakkingen van plastic naar verpakkingen op basis van papier om een circulaire economie te ondersteunen. Bovendien pakt het beleid de emissies van afvalverbranding aan en probeert het de toename van nietrecycleerbaar afval, zoals koolstofvezel, te beperken. Samen streven deze maatregelen naar het minimaliseren van milieuimpacts en het verbeteren van duurzaamheid gedurende de gehele levenscyclus van de productie.
Om het gebruik van primaire materialen in verpakkingen te verminderen, geeft Canyon de voorkeur aan papieren en papiergebaseerde verpakkingsproducten met een hoog gerecycleerd gehalte en streeft Canyon ernaar om in te kopen in overeenstemming met de FSC-norm waar virgin fiber niet kan worden vervangen. Een van de belangrijkste doelstellingen van dit beleid is de inkoopbenadering voor bosproducten te wijzigen en de afhankelijkheid van primaire hulpbronnen, met name voor verpakking, te verminderen. Het Beleid voor Bosbehoud is beschikbaar voor het publiek op canyon.com. Het Canyon ESG Governance Beleid is van toepassing en specificeert het hoogste niveau dat verantwoordelijk is voor dit beleid, inclusief het monitoren van de voortgang (zie Governance informatie: Zakelijk gedrag).
Het afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan van Canyon is ontwikkeld in overeenstemming met de vereisten van het Franse Plan de Conception Écologique, dat deel uitmaakt van de Franse wet op de circulaire economie (AGEC, van kracht sinds 10 februari 2020). De algemene deadline voor de voltooiing van alle maatregelen volgens het AGEC is 2028. De verordening heeft tot doel de lineaire economie om te vormen tot een circulaire economie. Het is onderverdeeld in vijf hoofdgebieden: wegwerpplastic verwijderen; consumenten beter informeren; afval bestrijden en solidair hergebruik bevorderen; geplande veroudering tegengaan; beter produceren. De implementatie van de Franse wetgever en het eerste verslag moest in 2023 plaatsvinden en is van toepassing op Canyon. Canyon past zijn afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan echter op globaal niveau toe. Het plan behandelt de volgende vastgestelde materiële thema's en belangrijke doelstellingen, die verder worden uitgewerkt in het deel rond doelstellingen.
Het plan stelt doelen voor de periode tot en met 2028, met regelmatige voortgangsopvolging en evaluaties om de twee jaar om de status te beoordelen en afstemming op de doelen te waarborgen. Het hoogste niveau van verantwoording wordt gespecificeerd in het Canyon ESG Governance Beleid.
Het materiële risico van hogere productiekosten als gevolg van hogere materiaalkosten komt aan bod in het klimaattransitieplan, geschetst in Milieu informatie Klimaatverandering. Voor meer informatie, zie Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie en Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Canyon streeft ernaar om het gebruik van gerecycleerd aluminium in Canyon-frames te verhogen tot 25%, waarbij het fietsportfolio van 2028 wordt gedekt vanaf een nulmeting van 2024 met 0% gerecycleerd aluminium. Om het bereiken van de doelstelling te meten, wordt het % gerecycleerd aluminium voor kozijnen gebruikt, uitgedrukt als % van het totale aluminium.
Beide doelen zijn relatieve doelen en worden gemeten als een procentuele verandering ten opzichte van het doeljaar ten opzichte van het basisjaar. Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Meetbaar doel.
Doel 1 omvat de inhoud van gerecycleerd aluminium in Canyon-frames voor het fietsportfolio van 2028.
0
2024
Doel 1 bestrijkt de periode van 2024 tot en met 2028 (zie voor meer informatie Hoofdstuk Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Meetbaar doel.
Om dit doel te bereiken, zal Canyon samenwerken met partners in de waardeketen, de impact op de productkwaliteit beoordelen wanneer gerecycleerd in plaats van primair materiaal wordt gebruikt om de prestatiebehoeften te garanderen en dus gerecycleerd materiaal betrekken en in zijn producten integreren.
Doelen werden bepaald door toepassing van de huidige kennis over haalbaarheid.
In tegenstelling tot het in ESRS E1 beschreven doel voor broeikasgasemissie zijn de ambities van de doelen in ESRS E5 niet gebaseerd op wetenschappelijk bewijs bij gebrek aan relevante kaders. Wetenschappelijk bewijs wijst er echter op dat gerecycleerd aluminium lagere milieuimpacts heeft als gevolg van minder energieverbruik en tot 95% kan besparen (https://international-aluminium.org/new-iai-study-revealedenvironmental-benefits-of-high-global-aluminium-can-recycling/). Uit de bevindingen van het Environmental Paper Network blijkt dat gerecycleerd papier lagere milieuimpacts heeft dan primair papier (https://environmentalpaper.org/). Wat plastic betreft, variëren de impacts afhankelijk van het materiaal. Over het algemeen zijn de milieuimpacts van gerecycleerde kunststofmaterialen echter lager. Zo zijn de koolstofemissies tijdens de productie van pellets uit kunststofafval 22,6% lager en zijn andere milieu impacts met 11 à 40% gedaald in vergelijking met primair polypropyleen https://www.sciencedirect.com/science/Article/pii/S2352186423002857. Er is geen doel voor positieve impacts ontwikkeld.
Interne stakeholders namen deel aan het proces om doelen te bepalen, met name vertegenwoordigers van de R&D- en verpakkingsafdelingen bij Canyon.
Wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie heeft Canyon de volgende beleidslijnen beschikbaar. Het beleid is ontworpen om de belangrijkste impacts en risico's van de fietsproductie en de milieuimpacts ervan aan te pakken. Daarbij gaat het onder meer om het verbruik van primaire grondstoffen bij de productie, de vermindering van het gebruik van primair materiaal in verpakkingen door een grotere afhankelijkheid van gerecycleerde materialen, en de transitie van niet-afbreekbare verpakkingen van plastic naar verpakkingen op basis van papier om een circulaire economie te ondersteunen. Bovendien pakt het beleid emissies en verontreinigende stoffen aan die worden veroorzaakt door afvalverbranding en probeert het de toename van niet-recycleerbaar afval, zoals koolstofvezel, te beperken. Samen streven deze maatregelen naar het minimaliseren van milieuimpacts en het verbeteren van duurzaamheid gedurende de gehele levenscyclus van de productie.
Om het gebruik van primaire materialen in verpakkingen te verminderen, geeft Canyon de voorkeur aan papieren en papiergebaseerde verpakkingsproducten met een hoog gerecycleerd gehalte en streeft Canyon ernaar om in te kopen in overeenstemming met de FSC-norm waar virgin fiber niet kan worden vervangen. Een van de belangrijkste doelstellingen van dit beleid is de inkoopbenadering voor bosproducten te wijzigen en de afhankelijkheid van primaire hulpbronnen, met name voor verpakking, te verminderen. Het Beleid voor Bosbehoud is beschikbaar voor het publiek op canyon.com. Het Canyon ESG Governance Beleid is van toepassing en specificeert het hoogste niveau dat verantwoordelijk is voor dit beleid, inclusief het monitoren van de voortgang (zie Governance informatie: Zakelijk gedrag).
Het afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan van Canyon is ontwikkeld in overeenstemming met de vereisten van het Franse Plan de Conception Écologique, dat deel uitmaakt van de Franse wet op de circulaire economie (AGEC, van kracht sinds 10 februari 2020). De algemene deadline voor de voltooiing van alle maatregelen volgens het AGEC is 2028. De verordening heeft tot doel de lineaire economie om te vormen tot een circulaire economie. Het is onderverdeeld in vijf hoofdgebieden: wegwerpplastic verwijderen; consumenten beter informeren; afval bestrijden en solidair hergebruik bevorderen; geplande veroudering tegengaan; beter produceren. De implementatie van de Franse wetgever en het eerste verslag moest in 2023 plaatsvinden en is van toepassing op Canyon. Canyon past zijn afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan echter op globaal niveau toe. Het plan behandelt de volgende vastgestelde materiële thema's en belangrijke doelstellingen, die verder worden uitgewerkt in het deel rond doelstellingen.
Het plan stelt doelen voor de periode tot en met 2028, met regelmatige voortgangsopvolging en evaluaties om de twee jaar om de status te beoordelen en afstemming op de doelen te waarborgen. Het hoogste niveau van verantwoording wordt gespecificeerd in het Canyon ESG Governance Beleid.
Het materiële risico van hogere productiekosten als gevolg van hogere materiaalkosten komt aan bod in het klimaattransitieplan, geschetst in Milieu informatie Klimaatverandering. Voor meer informatie, zie Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie en Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Canyon streeft ernaar om vanaf het basisjaar 2024 wereldwijd het gebruik van gerecycleerde inhoud in de Bike Guard te vergroten, met 61% gerecycleerd karton en 27% gerecycleerd plastic. Tegen eind 2030 is het doel om minimaal 80% gerecycleerd karton en 75% gerecycleerd plastic te bereiken. Met dit doel en de bijbehorende maatregelen wil Canyon het verbruik van primaire materialen voor verpakkingen verminderen. De focus ligt op de Bike Guard, die 96% van alle verpakkingsmaterialen vertegenwoordigt in gewicht afkomstig van Canyon.
Beide doelen zijn relatieve doelen en worden gemeten als een procentuele verandering ten opzichte van het doeljaar ten opzichte van het basisjaar. Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Meetbaar doel,
Doel 2 omvat het gebruik van gerecycleerd materiaal in de Bike Guard wereldwijd. (Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Meetbaar doel,)
61
2024
Doel 2 heeft een nulmeting waarde van 61% gerecycleerd karton en 27% gerecycleerd plastic. Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Meetbaar doel.
Doel 2 bestrijkt de periode van 2024 tot en met 2030. (Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Meetbaar doel.
Om dit doel te bereiken, zal Canyon samenwerken met partners in de waardeketen, de impact op de productkwaliteit beoordelen wanneer gerecycleerd in plaats van primair materiaal wordt gebruikt om de prestatiebehoeften te garanderen en dus gerecycleerd materiaal betrekken en in zijn producten integreren.
Doelen werden bepaald door toepassing van de huidige kennis over haalbaarheid.
In tegenstelling tot het in ESRS E1 beschreven doel voor broeikasgasemissie zijn de ambities van de doelen in ESRS E5 niet gebaseerd op wetenschappelijk bewijs bij gebrek aan relevante kaders. Wetenschappelijk bewijs wijst er echter op dat gerecycleerd aluminium lagere milieuimpacts heeft als gevolg van minder energieverbruik en tot 95% kan besparen (https://international-aluminium.org/new-iai-study-revealedenvironmental-benefits-of-high-global-aluminium-can-recycling/). Uit de bevindingen van het Environmental Paper Network blijkt dat gerecycleerd papier lagere milieuimpacts heeft dan primair papier (https://environmentalpaper.org/). Wat plastic betreft, variëren de impacts afhankelijk van het materiaal. Over het algemeen zijn de milieuimpacts van gerecycleerde kunststofmaterialen echter lager. Zo zijn de koolstofemissies tijdens de productie van pellets uit kunststofafval 22,6% lager en zijn andere milieu impacts met 11 à 40% gedaald in vergelijking met primair polypropyleen https://www.sciencedirect.com/science/Article/pii/S2352186423002857.
Interne stakeholders namen deel aan het proces om doelen te bepalen, met name vertegenwoordigers van de R&D- en verpakkingsafdelingen bij Canyon.
Het doel richt zich rechtstreeks op materiaalgebruik door de afhankelijkheid van primair aluminium bij de productie van fietsen te verminderen. Deze verschuiving ondersteunt een circulaire economie door gerecycleerde materialen in het productieproces te integreren.
Het doel is het verminderen van het gebruik van primaire materialen in verpakkingen door het verhogen van de gerecycleerde inhoud in Bike Guards. Dit sluit aan bij de principes van circulaire economie door gerecycleerde inputs te verkiezen boven virgin resources.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
De principes van circulair ontwerp worden ondersteund door de integratie van gerecycleerd aluminium, het bevorderen van efficiënt materiaalgebruik en het verminderen van afval in het productieproces.
Het doel bevordert circulair ontwerp door gerecycleerd karton en plastic in verpakkingen te verwerken, zodat materialen binnen de productiecyclus blijven in plaats van worden verwijderd.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Door te streven naar 25% gerecycleerd aluminium in frames tegen 2028, verhoogt het doel het percentage circulair materiaalgebruik bij de productie van fietsen.
Het doel is om het aandeel gerecycleerd materiaal in de Bike Guards tegen 2030 te verhogen tot 80% voor karton en 75% voor plastic, waardoor het percentage circulaire materialen voor verpakkingen wordt verhoogd.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Het doel vermindert expliciet de afhankelijkheid van primair aluminium door het te vervangen door gerecycleerd materiaal, waardoor de winning van nieuwe grondstoffen tot een minimum wordt beperkt.
Het doel vermindert het gebruik van primaire grondstoffen voor verpakkingen door de voorkeur te geven aan gerecycleerd karton en plastic, waardoor het verbruik van hulpbronnen direct wordt aangepakt.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Hoewel de doelstelling vooral betrekking heeft op aluminium, een niet-hernieuwbare bron, wordt indirect het behoud van hernieuwbare bronnen ondersteund door de algemene milieuimpacts te verminderen door minder energieverbruik en emissies.
Door het aandeel gerecycleerde materialen in verpakkingsmaterialen te verhogen, draagt het doel bij aan het verminderen van de druk op hernieuwbare bronnen zoals bossen, omdat er minder nieuw papier nodig is.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Het doel ondersteunt het afvalbeheer door het gebruik van gerecycleerd aluminium te bevorderen, in overeenstemming met de recyclingbeginselen om afval van stortplaatsen te verwijderen.
Het doel sluit aan bij afvalbeheerpraktijken door gerecycleerd karton en plastic op te nemen, verpakkingsafval te verminderen en recyclinginspanningen te ondersteunen.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Het doel draagt bij aan het afvalbeheer door de noodzaak van winning en verwerking van primair aluminium te verminderen en het gebruik van post-consumer materialen te bevorderen.
Het doel versterkt het afvalbeheer door meer gerecycleerde materialen in verpakkingen te gebruiken en ervoor te zorgen dat materialen worden hergebruikt in plaats van weggegooid.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Het doel ondersteunt de klimaatdoelstellingen van Canyon door de koolstofvoetafdruk van aluminiumproductie te verminderen, omdat gerecycleerd aluminium minder energie vergt.
Het doel is in overeenstemming met de vereisten van de EU Verordening Verpakking en Verpakkingsafval, overschrijdt de wettelijke doelstellingen en toont leiderschap op het gebied van duurzame verpakkingspraktijken.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Het doel heeft betrekking op de laag "Recycling" van de afvalhiërarchie, aangezien deze zich richt op het gebruik van gerecycleerd aluminium om de winning van hulpbronnen te verminderen.
Het doel sluit aan bij de laag "Recycling" van de afvalhiërarchie door meer gerecycleerde inhoud in verpakkingsmaterialen te gebruiken, waardoor de afhankelijkheid van primaire inputs wordt verminderd.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
De ambitie voor het doel is vrijwillig en het doel is opgenomen in het afvalpreventie- en ecologisch ontwerpplan dat is opgesteld in overeenstemming met de vereisten van de Franse Verordening (zie hoofdstuk E5: Materiaalgebruik en circulaire economie, Relatie met beleidsdoelstellingen.
Kritische grondstoffen zijn essentieel voor moderne fietsen, vooral high-performance en elektrische modellen. Aluminium, afgeleid van bauxiet, wordt veel gebruikt in frames vanwege zijn lichtgewicht en duurzame eigenschappen. Kobalt en lithium zijn essentieel in e-bikebatterijen, wat zorgt voor de nodige energieopslag en een lange levensduur. Koper ondersteunt bedradings- en remsystemen door zijn uitstekende geleidbaarheid, terwijl magnesium dient als een lichtgewicht alternatief voor bijvoorbeeld geveerde vorken, wat de wendbaarheid verbetert. Titaniumlegeringen, versterkt met vanadium, bieden sterk, corrosiebestendig materiaal. Zeldzame aardelementen zijn cruciaal voor krachtige magneten in e-bikemotoren, waardoor een efficiënte aandrijving wordt gegarandeerd.
De belangrijkste materialen die bij de productie van fietsen worden gebruikt, kunnen als volgt worden uitgesplitst (in % van het jaarlijkse inkoopvolume): 40% aluminium, 15% composiet, 11% staal en 12% rubber.
Na zorgvuldige afweging hebben we aluminium geïdentificeerd als een belangrijk materiaal vanwege de impact en het massavolume. Niettemin werden de milieuimpacts holistisch beoordeeld, rekening houdend met alle materialen.
Voor verpakkingen worden voornamelijk plastic en uit bossen afkomstige producten gebruikt.
42,00%
1.189,00 t
24,00%
De berekening van het gewicht van producten en materialen vindt plaats tijdens het bepalen van Canyon's koolstofvoetafdruk. Canyon definieert referentiefietsen om de impact van de portfolio te bepalen. Er werden representatieve fietsen uit de race-, MTB- en urban categorie geselecteerd en er werd een onderscheid gemaakt tussen frames van aluminium of carbon en e-bikes of duwfietsen. Voor de referentiefietsen werden alle relevante onderdelen zoals frames, aandrijvingen, vorken, wielen, zadels, pedalen, cockpits, sturen, batterijen en motoren voor e-bikes en andere kleine accessoires gebruikt om het werkelijke fietsgewicht te bereiken. De voor de betrokken componenten gebruikte materialen of
materiaalsamenstellingen werden bepaald en aan de gewichten van de componenten toegekend. Om het volledige portfolio te bestrijken, werd de componentensamenstelling van de referentiefietsen geschaald naar de andere modellen op basis van het totale fietsgewicht. Informatie over GEAR-producten wordt verzameld op basis van productgewicht en essentiële samenstelling.
Voor het beheer van verpakkingsmateriaal wordt de hoeveelheid aangekocht materiaal bijgehouden en vergeleken met een masterbestand over verpakkingen. Dit bestand bevat essentiële details zoals gewicht, gerecycleerde inhoud en relevante certificeringen. Door deze data te combineren met productiegegevens van elke locatie, is het mogelijk om de hoeveelheid verpakkingsmateriaal per fiets te berekenen. In gevallen waarin gegevens over verpakkingsmateriaal ontbreken, zijn schattingen gebaseerd op de productiegegevens van de locatie en het gemiddelde verpakkingsgebruik per fiets in de faciliteit in Koblenz. In deze gevallen wordt een worst-case aanname toegepast, waarbij het materiaal als 100% primair wordt behandeld.
Alle metalen worden beschouwd als 100% recycleerbaar. Andere materialen kunnen ook gedeeltelijk recycleerbaar zijn; dit hangt echter grotendeels af van de lokale omstandigheden en infrastructuur. In het slechtste geval worden dus alleen metalen als recycleerbaar beschouwd.
Door beide thema's afzonderlijk te bekijken, wordt dubbeltelling tussen hergebruik en recycling vermeden, vooral omdat beide thema's verschillende fasen van de levenscyclus vertegenwoordigen. Hergebruik vindt plaats voor het feitelijke einde van de levensduur, terwijl recycling daarna plaatsvindt.
Canyon Bicycles is gespecialiseerd in de productie van high-performance fietsen, waaronder racefietsen, mountainbikes, grindfietsen, stadsfietsen en e-bikes, ontworpen voor een breed scala aan fietsdisciplines en gebruikersbehoeften. De belangrijkste materialen die bij het productieproces worden gebruikt, zijn aluminium, koolstofvezel, staal, kunststofcomposieten en rubber, die samen de meerderheid van de fietsonderdelen in gewicht uitmaken.
2.875,00 t
Canyon benadrukt repareerbaarheid door toegang te bieden tot vervangende onderdelen en reparatiediensten. Het direct-to-consumer model stelt Canyon in staat om specifieke onderdelen direct aan klanten aan te bieden. De ontwerpfilosofie omvat steeds meer modulaire componenten (bv. afneembare derailleurhangers, vervangbare lagers) en gereedschapsloze toegangspunten, waardoor het voor klanten of lokale fietsenwinkels gemakkelijker wordt om reparaties uit te voeren. Voor geavanceerde reparaties kan Canyon's servicenetwerk gespecialiseerde ondersteuning bieden, wat de toewijding van het merk aan het verlengen van de productlevenscyclus versterkt.
47,00%
99,00%
Momenteel is er geen universeel toepasbare industriestandaard voor het definiëren van duurzaamheid in de fietssector, daarom heeft Canyon zich toegelegd op de belangrijkste componenten – frame en batterij – als essentiële indicatoren voor duurzaamheid.
De duurzaamheid van de batterijen die in Canyon's fietsen worden gebruikt, wordt bepaald op basis van informatie van de fabrikanten. De belangrijkste indicator voor de duurzaamheid van de batterijen is de prestaties tijdens laadcycli. De batterijen zijn gebouwd om gemiddeld tot 500 volledige oplaadcycli te doorstaan met behoud van een relevant deel van hun oorspronkelijke capaciteit. Deze specificaties geven meetbare inzichten in de levensduur van Canyon's producten en garanderen naleving met rapporteringsvereisten.
De duurzaamheid van onze fietsframes wordt getest volgens wettelijke normen en interne testomstandigheden, op basis van ISO 4210:2023. Deze standaard legt de testeisen vast voor verschillende fietstypen, waaronder racefietsen, mountainbikes, e-bikes en andere. Hoewel alle fietsen, van instapmodellen tot high-performance fietsen, aan deze basiseisen voldoen, zijn de producten van Canyon ontworpen om meer veeleisende omstandigheden aan te kunnen.
Naast de wettelijke vereisten hanteert Canyon individuele Canyon Testcondities, die de portfolio indelen in de volgende categorieën:
De Vermoeidheidstesten oefenen een extra belasting (+15-20%) uit op alle frames, ongeacht de fietscategorie, om ervoor te zorgen dat ze de standaard vermoeidheidstestvereisten overschrijden. Deze aanpak garandeert de prestaties en lange levensduur van Canyon fietsen in echte omstandigheden.
Voor Canyon worden afvalstromen afkomstig van de eigen activiteiten gecategoriseerd in niet-gevaarlijk en gevaarlijk afval. Niet-gevaarlijk afval omvat materialen zoals aluminium, koolstofvezel, kunststoffen en verpakkingsmaterialen zoals karton, voornamelijk afkomstig van productie- en verzendactiviteiten.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Informatie over de samenstelling van afval.
Voor meer informatie, zie Milieu informatie: Materiaalgebruik en circulaire economie, Informatie over de samenstelling van afval.
Voor de locaties in Duitsland worden cijfers verstrekt door de externe dienstverlener. Voor kleine marktlocaties (waar soms gedeelde kantoren worden gehuurd) is mogelijk alleen de hoeveelheid in liters ten opzichte van de tongrootte bekend. Deze hoeveelheid wordt in kg omgezet aan de hand van een conversietabel (op basis van https://www.umweltberatung.at/).
Materiaaluitstromen zijn gebaseerd op de gegevens over materiaalinstromen en worden geacht identiek te zijn. Afvalstoffen worden in deze analyse buiten beschouwing gelaten en afzonderlijk behandeld.
159,52 t
18,00%
890,76 t
0,14 t
| Soort afval | Type terugwinningsactiviteit | Totaal (t) |
|---|---|---|
| Gevaarlijk | voorbereiding voor hergebruik | 0 |
| Gevaarlijk | Recycling | 0 |
| Gevaarlijk | Overig | 0 |
| Niet gevaarlijk | voorbereiding voor hergebruik | 0 |
| Niet gevaarlijk | Recycling | 0 |
| Niet gevaarlijk | Overig | 731,24 |
| Radioactief | voorbereiding voor hergebruik | 0 |
| Radioactief | Recycling | 0 |
| Radioactief | Overig | 0 |
| Soort afval | Behandelingstype | Totaal (t) |
|---|---|---|
| Gevaarlijk | Afvalverbranding | 0,13 |
| Gevaarlijk | Vuilstortplaats | 0 |
| Gevaarlijk | Overig | 0,01 |
| Niet gevaarlijk | Afvalverbranding | 155,43 |
| Niet gevaarlijk | Vuilstortplaats | 3,95 |
| Niet gevaarlijk | Overig | 0 |
| Radioactief | Afvalverbranding | 0 |
| Radioactief | Vuilstortplaats | 0 |
| Radioactief | Overig | 0 |
| Totaal | 159,52 |
Canyon pakt problemen in verband met de gezondheid van zijn personeel sinds 2014 op lokaal niveau aan. Vanwege de internationale uitbreiding van het bedrijf heeft Canyon in 2023 een wereldwijde aanpak aangenomen om professionele preventieve mentale gezondheid diensten aan te bieden aan alle werknemers wereldwijd. Deze globale aanpak is bedoeld om ervoor te zorgen dat Canyon werknemers, ongeacht hun locatie en rol, gelijke en onbeperkte toegang hebben tot het gezondheidsprogramma, dat diensten omvat van hoogwaardige middelen en gecertificeerde professionals van het Fürstenberg Instituut. Het programma is beschikbaar voor het volledige Canyon-personeel, met uitzondering van tijdelijke Canyon-werknemers. Naast de vaste medewerkers heeft Canyon wereldwijd zelfstandigen aangesteld, voor wie het programma niet beschikbaar is. Managers bij Canyon worden aangemoedigd om het programma te promoten en hun team te ondersteunen bij het gebruik van de middelen.
Om duidelijkheid te geven in de definitie van personeel hanteert Canyon de volgende termen:
N.v.t. – slechts één positieve materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
Omdat Canyon zelf deel uitmaakt van een breder ecosysteem, erkent Canyon ook dat zijn werknemers te maken kunnen krijgen met interne en externe uitdagingen. Canyon besloot daarom om zijn werknemers buiten werkgerelateerde problemen te ondersteunen met een preventieve aanpak, ongeacht hun rol, en is in 2023 een samenwerking aangegaan met het Fürstenberg Institute (www.fuerstenberg-institut.de) om uitgebreide gecertificeerde bedrijfscounseling en coaching voor mentale gezondheid aan te bieden aan het Canyon-personeel. Door te investeren in de algehele gezondheid en het welzijn van werknemers, wil Canyon met deze gerichte ondersteuning het ziekteverzuim verminderen en een laag verlooppercentage handhaven op middellange en lange termijn. Betere mentale gezondheid kan bijdragen tot een betere concentratie, een beter risicobewustzijn en een beter vermogen om potentiële gevaren in te schatten, waardoor een veilige en productieve werkomgeving verder wordt ondersteund.
Het gezondheidsprogramma voorziet in verschillende gezondheidsdiensten, waaronder individuele counselingsessies voor alle Canyon werknemers. Er is ondersteuning beschikbaar voor verschillende onderwerpen, waaronder professionele uitdagingen, persoonlijke moeilijkheden en gezondheidsproblemen, evenals specifieke begeleiding voor leiderschapskwesties. Deelname aan het programma is volledig gratis voor Canyon medewerkers, die anoniem toegang hebben tot de diensten, waarbij hun privacy te allen tijde gewaarborgd is. Counseling en coaching dienen als preventieve maatregelen om potentiële gezondheidsproblemen te mitigeren voordat ze zich voordoen. Een aangewezen lid van het People Team, onder leiding van de Vice President People, fungeert als het primaire contact voor het Fürstenberg Instituut en behandelt alle vragen met betrekking tot het programma, waardoor naadloze coördinatie en ondersteuning wordt gegarandeerd.
Het concept omvat zelfhulpmiddelen, zoals een uitgebreide mediatheek met video's, podcasts, meditatieoefeningen en verschillende documenten op aanvraag. Consulten of deelname aan educatieve evenementen kunnen online geboekt worden. Gebruikers kunnen persoonlijke profielen aanmaken met hun e-mailadres en een zelfgekozen wachtwoord, zodat ze inhoud kunnen opslaan en opnieuw bekijken, zoals een meditatie van 5 minuten voor een lunchpauze. Hoewel persoonlijke profielen een meer gepersonaliseerde ervaring faciliteren, zijn vertrouwelijkheid en anonimiteit gegarandeerd. Toegang via een algemene bedrijfslogin is ook beschikbaar, zodat al het gebruik vertrouwelijk blijft en Canyon geen informatie over individueel gebruik ontvangt.
N.v.t. – slechts één positieve materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
N.v.t.
Geen van Canyon's eigen activiteiten loopt een significant risico op incidenten van gedwongen arbeid of verplichte arbeid, of incidenten van kinderarbeid. Wat betreft die risico's in de waardeketen (zie hoofdstuk S2 Werknemers in de waardeketen voor meer informatie). Werknemers in de waardeketen).
Zie Informatie over het soort activiteiten met een significant risico op incidenten van gedwongen of verplichte arbeid.
Zie Informatie over het soort activiteiten met een significant risico op incidenten van gedwongen of verplichte arbeid.
Zie Informatie over het soort activiteiten met een significant risico op incidenten van gedwongen of verplichte arbeid.
Omdat Canyon zelf deel uitmaakt van een breder ecosysteem, erkent Canyon ook dat zijn werknemers te maken kunnen krijgen met interne en externe uitdagingen. Canyon besloot daarom om zijn werknemers buiten werkgerelateerde problemen te ondersteunen met een preventieve aanpak, ongeacht hun rol, en is in 2023 een samenwerking aangegaan met het Fürstenberg Institute (www.fuerstenberg-institut.de) om uitgebreide gecertificeerde bedrijfscounseling en coaching voor mentale gezondheid aan te bieden aan het Canyon-personeel. Canyon pakt problemen in verband met de gezondheid van zijn personeel sinds 2014 op lokaal niveau aan. Vanwege de internationale uitbreiding van het bedrijf heeft Canyon in 2023 een wereldwijde aanpak aangenomen om professionele preventieve mentale gezondheid diensten aan te bieden aan alle werknemers wereldwijd. Deze globale aanpak is bedoeld om ervoor te zorgen dat Canyon werknemers, ongeacht hun locatie en rol, gelijke en onbeperkte toegang hebben tot het gezondheidsprogramma, dat diensten omvat van hoogwaardige middelen en gecertificeerde professionals van het Fürstenberg Instituut. Het programma is beschikbaar voor het volledige Canyon-personeel, met uitzondering van tijdelijke Canyonwerknemers. Naast de vaste medewerkers heeft Canyon wereldwijd zelfstandigen aangesteld, voor wie het programma niet beschikbaar is (zie hoofdstuk S2 Werknemers in de waardeketen voor meer informatie).
N.v.t. – slechts één positieve materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
Canyon pakt problemen in verband met de gezondheid van zijn personeel sinds 2014 op lokaal niveau aan. Vanwege de internationale uitbreiding van het bedrijf heeft Canyon in 2023 een wereldwijde aanpak aangenomen om professionele preventieve mentale gezondheid diensten aan te bieden aan alle werknemers wereldwijd. Deze globale aanpak is bedoeld om ervoor te zorgen dat Canyon werknemers, ongeacht hun locatie en
rol, gelijke en onbeperkte toegang hebben tot het gezondheidsprogramma, dat diensten omvat van hoogwaardige middelen en gecertificeerde professionals van het Fürstenberg Instituut. Het programma is beschikbaar voor het volledige Canyon-personeel, met uitzondering van tijdelijke Canyon-werknemers. Naast de vaste medewerkers heeft Canyon wereldwijd zelfstandigen aangesteld, voor wie het programma niet beschikbaar is. Managers bij Canyon worden aangemoedigd om het programma te promoten en hun team te ondersteunen bij het gebruik van de middelen.
De Canyon Ethische Code is nauw afgestemd op de positieve materiële impact van het beschermen van de mentale gezondheid van werknemers, die binnen Canyon's eigen activiteiten wordt aangepakt via het mentale gezondheidsprogramma in samenwerking met Fürstenberg Institute GmbH.
De Canyon Ethische Code vormt de basis van onze samenwerking, die het volledige personeel richtlijnen geeft over gewenst gedrag en niet getolereerd gedrag bij Canyon. Het ondersteunt de bedrijfsdoelstelling om een omgeving te creëren die Canyon werknemers in staat stelt topprestaties te leveren. In hoofdstuk 2 van de Canyon Ethische Code wordt specifiek ingegaan op de inzet voor de veiligheid en gezondheid op het werk van het personeel: "Het is voor ons van het allergrootste belang om de gezondheid en veiligheid van onze werknemers bij Canyon te waarborgen. We willen dat de werkplek een plek is die zowel de fysieke als mentale gezondheid van onze werknemers respecteert." Het behandelt specifieke risicogebieden zoals financiële criminaliteit, klokkenluiders, gezondheid en veiligheid, mededingingsrecht, diversiteit en inclusie, intellectueel eigendom, privacy van gegevens, milieuverantwoordelijkheid en de rechten van de mens. Elke niet-naleving van deze Code kan anoniem worden gemeld via het Speak Up platform (zie Hoofdstuk G1 Zakelijk Gedrag voor meer informatie). De Canyon Ethische Code is beschikbaar via het intranet en op canyon.com. De verantwoordelijkheid voor de strategische aansturing, goedkeuring en herziening van de ESG codes en het beleid is toegewezen aan de Adviesraad. De CEO blijft verantwoordelijk voor de algemene naleving, opvolging van de voortgang en uitvoering van het beleid (zie hoofdstuk G1 Zakelijk gedrag voor meer informatie).
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel, ook voor specifieke groepen binnen het personeel of al het eigen personeel.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel, ook voor specifieke groepen binnen het personeel of al het eigen personeel.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel, ook voor specifieke groepen binnen het personeel of al het eigen personeel.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel, ook voor specifieke groepen binnen het personeel of al het eigen personeel.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel, ook voor specifieke groepen binnen het personeel of al het eigen personeel.
Zie Beleid voor het beheersen van materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft eigen personeel, ook voor specifieke groepen binnen het personeel of al het eigen personeel.
Zie Informatie over de vraag of en hoe beleid is afgestemd op relevante internationaal erkende instrumenten.
Canyon heeft een due diligence procedure voor Mensenrechten toegepast die is afgestemd op internationale mensenrechten kaders en standaarden. Dit proces omvat de hele waardeketen, inclusief Canyon's eigen personeel (zie hoofdstuk S2 Werknemers in de waardeketen voor meer informatie). Werknemers in de waardeketen).
Engagement met mensen binnen Canyon's eigen personeel wordt uitgevoerd door middel van management roadshows en tweewekelijkse vergaderingen van de arbeidsraad en het management, vertegenwoordigd door de VP People, Senior Director People EMEA/APAC en Global Director Operations, waardoor een open dialoog en afstemming op de behoeften en verwachtingen van het personeel wordt gegarandeerd.
Voor meer informatie, zie hoofdstuk Algemene informatie.
De Canyon Ethische Code in hoofdstuk 8 verwijst naar het Canyon Milieu-, Sociaal en Governance beleid (zie hoofdstuk G1 Zakelijk gedrag voor meer informatie), dat de principes van fundamentele internationale belangrijke kaders bevat, zoals:
Hoofdstuk 1 van de Canyon Code of Ethics verwijst naar ander bedrijfsbeleid. Onder dit beleid vallen de Canyon Supply Chain Gedragscode en het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid die betrekking hebben op de onderwerpen mensenhandel, gedwongen arbeid en kinderarbeid. Concreet gaat het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid in op Moderne Slavernij, een overkoepelende term voor specifieke juridische concepten, waaronder dwangarbeid, schuldgebondenheid, gedwongen huwelijken, slavernij en slavernijachtige praktijken en mensenhandel. Het houdt verband met situaties van uitbuiting die een persoon niet kan weigeren of verlaten vanwege bedreigingen, geweld, dwang, misleiding en (of) machtsmisbruik.
Zie Informatie over de vraag of en hoe beleid is afgestemd op relevante internationaal erkende instrumenten.
Canyon heeft grondige processen geïmplementeerd om de veiligheid op de werkvloer in de hele organisatie te waarborgen. Dit omvat een speciaal systeem dat beschikbaar is voor alle werknemers via het werknemersportaal, waar ze toegang hebben tot verschillende preventieve veiligheidsdocumenten en -protocollen. Werknemers kunnen bijvoorbeeld gedetailleerde risicobeoordelingen vinden die potentiële gevaren op de werkvloer identificeren en evalueren, evenals nood- en ontruimingsplannen die procedures schetsen om op noodsituaties te reageren. Daarnaast erkent Canyon dat mentale gezondheid een cruciale rol speelt bij de veiligheid op het werk en het voorkomen van ongevallen. Stress, vermoeidheid en mentale belasting kunnen de kans op incidenten op de werkvloer vergroten. Daarom biedt Canyon's mentale gezondheid programma werknemers toegang tot ondersteunende diensten, training en middelen om hun veerkracht en algehele gezondheid te verbeteren. Deze middelen worden voortdurend beoordeeld, bijgewerkt en verfijnd door het Health & Safety Team om af te stemmen op de nieuwste veiligheidsnormen en best practices.
Canyon heeft een robuust volgsysteem voor arbeidsongevallen geïmplementeerd. Alle incidenten worden gedocumenteerd in een digitaal EHBO-boek, dat voor alle medewerkers toegankelijk is via het intranet. Elk incident wordt gedeeld met het betrokken leidinggevende teamlid en geanalyseerd door het Health & Safety Team met een speciale focus op het identificeren van de oorzaken en het implementeren van preventieve maatregelen.
De bovenstaande preventieve maatregelen dekken momenteel ongeveer 80% van Canyon's wereldwijde personeel. Het programma wordt voortdurend uitgerold naar alle internationale locaties, in overeenstemming met de lokale Health & Safety regelgeving.
De verbintenis om ervoor te zorgen dat de werkplek vrij is van intimidatie, discriminatie en misbruik (hoofdstuk 2.3 van de Canyon Ethische Code) is ingebed in de Canyon Ethische Code. Discriminatie, seksuele intimidatie en elke andere vorm van ongepast gedrag, ongeacht of het gebaseerd is op etniciteit, cultuur, religie, leeftijd, geslacht en seksuele identiteit of geaardheid, worden niet getolereerd. De arbeidsraad werd geïnformeerd en ingelicht en ondersteunde de implementatie van de Ethische Code. De Ethische Code is ingevoerd via interne communicatiekanalen, zoals nieuwsbrieven en roadshows, met beeldmateriaal. De Canyon Ethische Code zal worden herzien in overeenstemming met het Canyon Milieu, Sociaal, en Governance (ESG) Beleid (Hoofdstuk IV Toegewezen Verantwoordelijkheden). In overeenstemming met het ESG Beleid worden beleidslijnen om de drie jaar herzien of eerder indien vereist door wettelijke wijzigingen of andere omstandigheden die een onmiddellijke herziening vereisen. Werknemersvertegenwoordigers (bv. arbeidsraad) zullen ook worden geraadpleegd als er wijzigingen nodig zijn op basis van feedback of ervaring van werknemers.
Zie Specifiek beleid gericht op het elimineren van discriminatie is aanwezig.
Informatie over specifieke beleidstoezeggingen met betrekking tot inclusie en (of) positieve actie voor personen uit groepen met een bijzonder risico op kwetsbaarheid binnen het eigen personeel
Zie Specifiek beleid gericht op het elimineren van discriminatie is aanwezig.
Informatie over de vraag of en hoe dit beleid wordt geïmplementeerd via specifieke procedures om ervoor te zorgen dat discriminatie wordt voorkomen, beperkt en aangepakt zodra het wordt ontdekt, en om diversiteit en inclusie te bevorderen
Zie Specifiek beleid gericht op het elimineren van discriminatie is aanwezig (Voor meer informatie, zie Governance informatie: Zakelijk gedrag).
Effectieve communicatie en actieve werknemersbetrokkenheid zijn essentieel voor het bevorderen van een collaboratieve en inclusieve werkplek. De operationele verantwoordelijkheid voor het aansturen van initiatieven voor werknemersbetrokkenheid, waaronder de positieve materiële impact van het beschermen van de mentale gezondheid van werknemers via Canyon's mentale gezondheid programma in samenwerking met Fürstenberg Institute GmbH, ligt bij het People Departement, geleid door de Vice President People. De People Department zorgt ervoor dat deze inspanningen strategisch worden uitgevoerd en voortdurend worden versterkt (zie Informatie over het stadium waarin wordt overlegd, het soort overleg en de frequentie ervan).
Verschillende kanalen voor communicatie en betrokkenheid van werknemers zijn beschikbaar. Canyon's werknemers worden vertegenwoordigd door verschillende organen (zie Informatie over het stadium waarin wordt overlegd, het soort overleg en de frequentie ervan).
In Duitsland vertegenwoordigt de arbeidsraad (Betriebsrat) de belangen van alle Canyon werknemers. De voortdurende betrokkenheid van de onderneming is geregeld in de Wet op het Ondernemingsstatuut (Betriebsverfassungsgesetz). Cao's zijn van toepassing op ongeveer 90% van het personeel van Canyon in Duitsland. De jongerenvertegenwoordiging speelt in op de specifieke behoeften en zorgen van Canyon's leerlingen en duale studenten. Daarnaast heeft Canyon een vertegenwoordiger voor werknemers met een beperking. Voor nieuwe medewerkers dienen vervolggesprekken na 100 dagen om hun initiële ervaring te bekijken en eventuele zorgen weg te nemen. Bovendien ondersteunen jaarlijkse individuele feedbackbeoordelingen met follow-upgesprekken de voortdurende ontwikkeling van werknemers en prestatieverbetering. Canyon voert ook een voortdurende dialoog met de bedrijfsonderdelen om op de hoogte te blijven van de behoeften en voorkeuren van werknemers. Ten slotte zijn exitgesprekken en overleg met de hulpverlener belangrijk om inzicht te krijgen in de oorzaken van fluctuaties en om weloverwogen managementbeslissingen en strategieën te ondersteunen die de tevredenheid van werknemers verbeteren.
Effectieve communicatie en actieve werknemersbetrokkenheid zijn essentieel voor het bevorderen van een collaboratieve en inclusieve werkplek. De operationele verantwoordelijkheid voor het aansturen van initiatieven op het gebied van werknemersbetrokkenheid ligt bij het People Departement, geleid door de Vice President People.
Cao's dekken ongeveer 90% van het personeel van Canyon in Duitsland. In 2023 werd met succes een nieuwe cao onderhandeld en uitgevoerd tussen Canyon en de vakbond IG Metal. Deze overeenkomst schept een kader voor gereglementeerde arbeidsvoorwaarden en gestructureerde samenwerking tussen de onderneming en de werknemers.
De effectiviteit van de samenwerking met Canyon's personeel wordt beoordeeld via verschillende mechanismen. Follow-upgesprekken met nieuwe medewerkers bij de 100-dagengrens geven inzicht in de onboardingervaring en helpen verbeterpunten te identificeren. Jaarlijkse individuele feedbackbeoordelingen, aangevuld met follow-upgesprekken, helpen om de ontwikkeling van werknemers en prestatieverbeteringen te meten. Daarnaast evalueert Canyon betrokkenheid door middel van voortdurende dialogen met bedrijfsonderdelen, exitgesprekken en overleg met de hulpverlener, die inzichten bieden in de tevredenheid van werknemers, oorzaken van verloop en verbeterpunten. Deze processen onderbouwen gezamenlijk managementbeslissingen en strategieën om de betrokkenheid en tevredenheid van het personeel te verbeteren.
Zie Informatie over het stadium waarin wordt overlegd, het soort overleg en de frequentie ervan.
N.v.t.
N.v.t. – slechts één positieve materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel). Voor meer informatie over kanalen om zorgen kenbaar te maken via het Speak Up-platform en het desbetreffende beleid, verwijzen we naar Governance informatie: Zakelijk gedrag.
Voor meer informatie over kanalen om zorgen kenbaar te maken via het Speak Up-platform en het desbetreffende beleid, verwijzen we naar Governance informatie: Zakelijk gedrag.
Voor meer informatie over kanalen om zorgen kenbaar te maken via het Speak Up-platform en het desbetreffende beleid, verwijzen we naar Governance informatie: Zakelijk gedrag.
Voor meer informatie over kanalen om zorgen kenbaar te maken via het Speak Up-platform en het desbetreffende beleid, verwijzen we naar Governance informatie: Zakelijk gedrag.
Voor meer informatie over kanalen om zorgen kenbaar te maken via het Speak Up-platform en het desbetreffende beleid, verwijzen we naar Governance informatie: Zakelijk gedrag.
In het algemeen is de arbeidsraad verantwoordelijk voor het behandelen van onderwerpen die aan de orde worden gesteld door werknemers die in Duitsland zijn gevestigd. Op basis van feedback van werknemers heeft de arbeidsraad verschillende ondernemingsovereenkomsten aangevraagd en uitgevoerd. Concreet werden hybride werkregelingen voltooid in 2024 en zijn er momenteel leer- en ontwikkelingsinitiatieven in uitvoering.
Voor meer informatie over kanalen om zorgen kenbaar te maken via het Speak Up-platform en het desbetreffende beleid, verwijzen we naar Governance informatie: Zakelijk gedrag.
In 2024 heeft Canyon verschillende belangrijke maatregelen genomen om de gezondheid en het mentale welzijn van werknemers te bevorderen. Daarbij ging het onder meer om de lancering van een wereldwijd e-learningplatform om de toegang tot onderwijs voor al het personeel te waarborgen en om de toegang tot opleiding voor fabrieks- en magazijnwerknemers te verbeteren. Canyon heeft ook veiligheidstraining geïntegreerd in het onboardingproces voor nieuwe werknemers in Duitsland, door rolspecifieke training op maat te bieden. Veiligheidstrainingen werden uitgevoerd om een hoog veiligheidsbewustzijn te handhaven voor alle rollen, ondersteund door toegankelijk veiligheidsmateriaal op locaties met een hoger risico. Om mentale gezondheid aan te pakken, wijdde Canyon de hele maand mei 2024 aan bewustzijn van mentale gezondheid in de VS, met activiteiten zoals yogalessen. Daarnaast is Canyon van plan om langetermijnmaatregelen te introduceren, waaronder het verminderen van de werktijd tot 37,5 uur per week met een volledige looncompensatie tegen 2028 en het uitbreiden van werknemersvoordelen, zoals vrijwillige ongevallenverzekeringen (voor meer informatie, zie Sociale informatie: Eigen personeel, Actie ondernemen met betrekking tot materiële impact op het eigen personeel, en benaderingen om materiële risico's te beperken en materiële opportuniteiten na te streven met betrekking tot het eigen personeel, en de doeltreffendheid van deze acties).
In 2024 lanceerde Canyon belangrijke initiatieven om de gezondheid en het mentale welzijn van werknemers te verbeteren. Deze maatregelen omvatten de invoering van een wereldwijd e-learningplatform om de beschikbaarheid van opleidingen voor het wereldwijde personeel te waarborgen, alsmede een betere toegang tot opleidingsbronnen voor fabrieks- en magazijnwerknemers. Daarnaast heeft Canyon ook veiligheidstraining geïntegreerd in het onboardingproces voor nieuwe werknemers in Duitsland, door rolspecifieke training op maat te bieden. Veiligheidstrainingen werden ook uitgevoerd voor alle werknemers, met toegankelijk veiligheidsmateriaal beschikbaar op locaties met een hoger risico. In de VS werden bewustmakingsactiviteiten voor mentale gezondheid georganiseerd, zoals yogalessen, om het belang van geestelijk welzijn te benadrukken (zie voor meer informatie, Sociale informatie: Eigen personeel, Actie ondernemen met betrekking tot materiële impact op het eigen personeel, en benaderingen om materiële risico's te beperken en materiële opportuniteiten na te streven met betrekking tot het eigen personeel, en de doeltreffendheid van deze acties).
In 2024 heeft Canyon initiatieven geïmplementeerd om het welzijn van werknemers te verbeteren, waaronder de introductie van een wereldwijd e-learningplatform om het wereldwijde personeel leermogelijkheden te bieden en verbeterde toegang tot opleiding voor werknemers in de fabriek en het magazijn. Daarnaast heeft Canyon veiligheidstrainingen geïntegreerd in het onboardingproces voor nieuwe werknemers in Duitsland, zodat ze geïnformeerd zijn over veiligheidsprocedures. Canyon wijdde mei 2024 ook aan mentale gezondheid in de VS, met activiteiten zoals yogalessen op locatie. Om het welzijn van werknemers verder te ondersteunen, is Canyon van plan om de reguliere werktijden te verminderen tot 37,5 uur per week met een volledige looncompensatie tegen 2028 en om te investeren in aanvullende werknemersvoordelen, zoals vrijwillige ongevallenverzekeringen (voor meer informatie, zie Sociale informatie: Eigen personeel, Actie ondernemen met betrekking tot materiële impact
op het eigen personeel, en benaderingen om materiële risico's te beperken en materiële opportuniteiten na te streven met betrekking tot het eigen personeel, en de doeltreffendheid van deze acties).
In 2024 investeerde Canyon ongeveer 30.000 euro in maatregelen in verband met het Fürstenberg mentale gezondheid programma.
Operationele uitgaven (OPEX) en kapitaaluitgaven (CAPEX) zullen onder de vastgestelde financiële drempel blijven.
N.v.t. – slechts één positieve impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
N.v.t. – slechts één positieve materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
De volgende initiatieven, uitgevoerd in 2024, houden direct verband met de positieve materiële impact van het beschermen van de mentale gezondheid van werknemers, die binnen Canyon's eigen activiteiten wordt aangepakt via het mentale gezondheid programma in samenwerking met Fürstenberg Institute GmbH.
In augustus 2024 lanceerde Canyon een nieuw wereldwijd e-learning platform om leren beschikbaar te maken voor het wereldwijde personeel. Ook krijgen fabrieks- en magazijnmedewerkers tijd en ruimte om te trainen en te leren met verbeterde toegang tot computers.
Als onderdeel van Canyon's toewijding aan veiligheid en gezondheid en als preventieve maatregel voor alle nieuwe werknemers in Duitsland, neemt Canyon training op in het onboardingproces. Tijdens deze fase krijgen personen opleiding op maat die specifiek is voor hun rol, met de nadruk op veiligheidspraktijken die relevant zijn voor hun functie. Deze vooropleiding moet ervoor zorgen dat werknemers vanaf het begin van hun dienstverband goed geïnformeerd zijn over veiligheidsprocedures. Canyon's leiderschapsteam wordt ook getraind door het Health & Safety Team. Om een hoog niveau van veiligheidsbewustzijn te handhaven, voert Canyon aanvullende trainingssessies uit tijdens het hele dienstverband. Deze sessies behandelen een reeks onderwerpen, van algemene veiligheidsprocedures tot specifieke gevaren verbonden aan bepaalde functies. Informatie en aanvullend materiaal (bijvoorbeeld instructies, veiligheidsbladen, handboeken, enz.) zijn ook beschikbaar op locaties met hogere risicofactoren, zoals de Canyon-fabriek, om werknemers onmiddellijk toegang te bieden tot kritieke veiligheidsinformatie. Deze preventieve maatregelen waren in eerste instantie gericht op Duitsland en worden vanaf volgend jaar uitgerold naar andere Canyon-locaties, in lijn met Canyon's internationale uitbreidingsplannen.
Canyon US besefte dat een gezonde geest cruciaal is voor productiviteit, creativiteit en algemene werktevredenheid en wijdde de hele maand mei 2024 aan bewustzijn van mentale gezondheid, met verschillende activiteiten die het belang van mentaal welzijn erkennen, bijvoorbeeld yogalessen op locatie.
Canyon voert elk kwartaal een evaluatie uit van het programma voor mentale gezondheid om de effectiviteit en continue verbetering ervan te waarborgen. Deze beoordeling, uitgevoerd in samenwerking met het Fürstenberg Instituut, is gebaseerd op KPI's die de impact en effectiviteit van het initiatief monitoren en beoordelen. Door de mentale gezondheid van werknemers te beschermen via Canyon's mentale gezondheid programma met Fürstenberg Institute GmbH, wil het bedrijf hun welzijn positief beïnvloeden. Daarnaast wordt de evaluatie aangevuld met vrijwillige feedback die rechtstreeks van programmadeelnemers is verzameld. Gezien de zeer individuele behoeften van de gebruikers, mag Canyon's aanpak niet een standaardpraktijk volgen die iedereen past. In plaats daarvan is het doel van de beoordeling om het diverse en persoonlijke karakter van uitdagingen op het gebied van mentale gezondheid weer te geven. De KPI's worden twee keer per jaar verzameld en gedeeld met Canyon, met het grootste respect voor de vertrouwelijkheid en anonimiteit. De Key Performance Indicators (KPI's) omvatten:
Gegevensbescherming wordt gewaarborgd door Naleving van de General Data Protection Regulation (GDPR).
Bovendien worden geen persoonsgegevens met Canyon gedeeld. Het verslag is alleen gebaseerd op cijfers, zonder de mogelijkheid om individuen of groepen personen te identificeren.
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
N.v.t. – slechts één positieve materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
N.v.t. – slechts één positieve materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
Op middellange termijn is Canyon van plan aanvullende maatregelen te nemen om de gezondheid en veiligheid van werknemers te ondersteunen. Daarbij gaat het onder meer om de vermindering van de reguliere arbeidstijden, zoals geschetst in de cao, tot 37,5 uur per week met volledige looncompensatie tegen 2028. Dit heeft tot doel een aantrekkelijke werkomgeving voor geschoolde arbeidskrachten te creëren en het welzijn van werknemers te verbeteren. Canyon investeert ook in individuele arbeidsvoorwaarden, zoals een vrijwillige ongevallenverzekering, die niet alleen werkgerelateerde incidenten dekt, maar ook het aanzienlijke voordeel biedt dat privé-ongevallen worden gedekt.
Op basis van een via onderhandelingen met de arbeidsraad tot stand gekomen collectieve overeenkomst, volgt Canyon de vermoeidheidsgraad en het ziekteverzuim van werknemers in Duitsland op de voet. We monitoren deze maatstaven systematisch om potentiële risico's of opkomende trends te identificeren die een impact kunnen hebben op ons personeel. Canyon's doel bij het analyseren van deze data is om gerichte interventies te kunnen implementeren om potentiële problemen aan te pakken. Canyon heeft zich in 2024 met name toegelegd op het beheersen van de werktijden om overwerk te voorkomen en voldoende hersteltijden voor zijn werknemers te ondersteunen. Om dit doel te ondersteunen, heeft Canyon een stoplichtsysteem geïntroduceerd dat de werktijden monitort en aangeeft wanneer werknemers mogelijk extra rust nodig hebben.
Een aangewezen lid van het People Team, onder leiding van de Vice President People, fungeert als het primaire contact voor het Fürstenberg Instituut en behandelt alle vragen met betrekking tot het programma, waardoor naadloze coördinatie en ondersteuning wordt gegarandeerd.
De Canyon Ethische Code is nauw afgestemd op de positieve materiële impact van het beschermen van de mentale gezondheid van werknemers, die binnen Canyon's eigen activiteiten wordt aangepakt via het mentale gezondheidsprogramma in samenwerking met Fürstenberg Institute GmbH.
De Canyon Ethische Code vormt de basis van onze samenwerking, die het volledige personeel richtlijnen geeft over gewenst gedrag en niet getolereerd gedrag bij Canyon. Het ondersteunt de bedrijfsdoelstelling om een omgeving te creëren die Canyon werknemers in staat stelt topprestaties te leveren. In hoofdstuk 2 van de Canyon Ethische Code wordt specifiek ingegaan op de inzet voor de veiligheid en gezondheid op het werk van het personeel: "Het is voor ons van het allergrootste belang om de gezondheid en veiligheid van onze werknemers bij Canyon te waarborgen. We willen dat de werkplek een plek is die zowel de fysieke als mentale gezondheid van onze werknemers respecteert."
Canyon stelt geen specifieke of tijdgebonden doelen voor de benuttingsgraad van het mentale gezondheid programma, aangezien deelname vrijwillig is en het handhaven van de anonimiteit een topprioriteit heeft. Niettemin zet het bedrijf zich in om het welzijn van werknemers te ondersteunen en monitort het gebruik van het programma door middel van regelmatige rapportering (zie voor meer informatie, Sociale informatie: Beschrijving van hoe de effectiviteit van acties en initiatieven in het behalen van resultaten voor het eigen personeel wordt bijgehouden en beoordeeld Toename van de bezettingsgraad wordt waargenomen na gerichte bewustwordings- en communicatie-initiatieven, zoals informatieve evenementen of campagnes om het programma bij werknemers te promoten.
Canyon's primaire doel op dit moment is om het bewustzijn van het programma te vergroten en ervoor te zorgen dat alle werknemers weten hoe ze toegang kunnen krijgen tot de aangeboden diensten.
Canyon's primaire doel is om het bewustzijn van zijn mentale gezondheidsprogramma te vergroten en ervoor te zorgen dat alle werknemers begrijpen hoe ze toegang kunnen krijgen tot de aangeboden diensten. Om dit te bereiken, implementeert Canyon verschillende maatregelen, waaronder het prominent plaatsen en koppelen van het programma op het interne leerplatform, het hosten van online informatiesessies onder leiding van het Fürstenberg Instituut (toegankelijk zonder voorafgaande registratie) en het verspreiden van posters en flyers. Daarnaast worden er twee keer per jaar fysieke informatiestands ingericht op alle Koblenz-locaties om directe toegang te bieden tot programmadetails. Canyon is van plan om interne "People Ambassadors" te introduceren om het programma voor mentale gezondheid op markten en extra locaties te promoten. Dit initiatief zal volgens planning in het tweede kwartaal van 2025 worden uitgevoerd.
Er is geen specifiek of tijdgebonden doel voor de benuttingsgraad van het programma mentale gezondheid, aangezien de dienst vrijwillig is en anonimiteit een topprioriteit heeft.
Er is geen specifiek of tijdgebonden doel voor de benuttingsgraad van het programma mentale gezondheid, aangezien de dienst vrijwillig is en anonimiteit een topprioriteit heeft.
Er is geen specifiek of tijdgebonden doel voor de benuttingsgraad van het programma mentale gezondheid, aangezien de dienst vrijwillig is en anonimiteit een topprioriteit heeft.
Canyon zal stappen blijven ondernemen om ervoor te zorgen dat het programma bekend en toegankelijk is, en elk kwartaal evalueren hoe Canyon zijn aanbod kan verbeteren om aan de behoeften van zijn personeel te voldoen. Om de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het programma te verbeteren, zal Canyon zijn communicatie over het programma blijven verbeteren via nieuwsbrieven, het intranet en directe communicatie, bijvoorbeeld in teamvergaderingen.
Canyon werkt nauw samen met zijn leiderschap om een ondersteunende en open cultuur te bevorderen waar het mentale gezondheidsprogramma positief wordt bekeken en gezien als een instrument voor het welzijn van werknemers.
| Gender | # werknemers |
|---|---|
| Vrouwen | 397 |
| Mannen | 1.239 |
| Overig | 23 |
| Niet vermeld | 0 |
| Totaal | 1.659 |
| Type | Gender | # werknemers | Gemiddeld aantal werknemers |
|---|---|---|---|
| Vaste werknemers | Vrouwen | 294,10 | 303,20 |
| Vaste werknemers | Mannen | 996,80 | 998,70 |
| Vaste werknemers | Overig | 19,00 | 12,80 |
| Tijdelijke werknemers | Vrouwen | 40,10 | 41,30 |
| Tijdelijke werknemers | Mannen | 115,40 | 131,00 |
| Tijdelijke werknemers | Overig | 1,10 | 0,90 |
| Oproepkrachten | Vrouwen | 10,50 | 11,00 |
| Oproepkrachten | Mannen | 35,10 | 34,60 |
| Oproepkrachten | Overig | 0,30 | 0,30 |
| Land met 50 of meer werknemers (die ten minste 10% van het totale aantal werknemers vertegenwoordigen) |
# werknemers | Gemiddeld aantal werknemers |
|---|---|---|
| Duitsland | 1.183,1 | 1.201,00 |
| Verenigde Staten | 95,10 | 100,70 |
| Nederland | 75,50 | 75,50 |
Canyon rapporteert de personeelsgegevens in voltijdse equivalenten (VTE). VTE's worden bepaald op basis van de overeengekomen standaardwekelijkse arbeidstijden voor elke betrokken markt en de daadwerkelijke arbeidstijden van elke werknemer. Wijzigingen in de VTEstatus worden continu geregistreerd, waardoor realtime analyse op basis van gemiddelde waarden mogelijk is. Wanneer personeelsgegevens specifiek vereist zijn in het aantal personeelsleden, verstrekt Canyon de informatie dienovereenkomstig; anders wordt VTE gebruikt als de standaardrapporteringsmaatstaf.
De demografische gegevens van werknemers worden gevolgd via een HR IT-systeem en worden geanalyseerd en geëvalueerd door de afdeling People, onder leiding van de Vice President People. De definities die voor deze gegevensverzameling worden gebruikt, zijn consistent in alle markten en sluiten aan bij de vereisten van het Duitse arbeidsrecht, waardoor een uniforme en wettelijk conforme basis voor de gerapporteerde gegevens wordt gegarandeerd.
Voor de voorgeschreven informatie wordt in de bijlage bij de financiële staten een kruisverwijzing opgenomen onder "F Overige rapportering / Gemiddeld aantal werknemers (VTE)".
1.660,00
1.675,70
177
12,00%
Canyon berekent het totale aantal vertrekkers door zowel vrijwillig als onvrijwillig vertrek te sommeren, exclusief contracten voor bepaalde tijd. Volgens de ESRS S1-norm worden met vrijwillig vertrek werknemers bedoeld die de organisatie op eigen verzoek verlaten, waaronder ontslag en pensionering. Onvrijwillig vertrek daarentegen verwijst naar werknemers die de organisatie verlaten zonder hun toestemming, met inbegrip van afvloeiingen, ontslag en beëindiging van het contract.
Het personeelsverloop wordt als volgt berekend:
personeelsverloop percentage = (Totaal aantal vertrekkers in 2024 / Gemiddeld aantal werknemers in 2024) x 100
0
Aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen en beroepsziekten van andere werknemers die op de bedrijfslocaties van de onderneming werken
0
0
0
80,00%
Ongeveer 80% van de werknemers valt momenteel onder het beheersysteem voor gezondheid en veiligheid op het werk. De focus lag op Duitsland en zal volgend jaar worden uitgebreid naar andere Canyon-locaties in lijn met Canyon's internationale uitbreidingsplannen. De dekking is gebaseerd op de Occupational Health and Safety Act §1 en geldt voor alle activiteiten in Duitsland.
0,9%
14,00
Volgens de Occupational Safety and Health Act §6, moeten alle arbeidsongevallen gedocumenteerd worden. Bij Canyon wordt de documentatie beheerd via een digitaal EHBO-boek. Elke werknemer heeft er toegang toe. Ofwel via barcode (op elk EHBO-boek) ofwel via het Canyon werknemersportaal.
Het gehele gezondheids- en veiligheidssysteem is gebaseerd op het beginsel van risicoanalyse. Om risico's correct in te delen, moeten ongevallen en, indien nodig, beroepsziekten worden onderzocht en geëvalueerd.
Daarom worden maandelijks ongevallenstatistieken opgesteld om de oorzaken van ongevallen vast te stellen. De analyse is gebaseerd op het digitale EHBO-boek en een Excel-bestand. De basis hiervoor is de Occupational Health and Safety Act §6.
10
29,00
0
In de rapporteringsperiode werden 29 zaken door het eigen personeel van de onderneming ingediend via de rapporteringskanalen, die beschikbaar zijn voor alle werknemers (zie hoofdstuk G1 Zakelijk gedrag voor meer informatie). Deze zaken betroffen een reeks kwesties, waaronder 10 gevallen van discriminatie (goed voor 34% van alle gerapporteerde gevallen), 2 gevallen van fraude, 2 gevallen met betrekking tot arbeidstijden, 1 zaak over gezondheid en veiligheid en 14 gevallen gecategoriseerd als 'overige', waarin verschillende onderwerpen aan bod kwamen. Elke zaak werd grondig onderzocht, waarbij indien nodig passende maatregelen, waaronder disciplinaire maatregelen, werden genomen. Aan het einde van de rapporteringsperiode in 2024 was 97% van de gevallen die tijdens deze periode werden gerapporteerd, afgesloten en opgelost, zonder financiële sancties als gevolg van gerapporteerde gevallen van discriminatie.
10
29,00
0
In de rapporteringsperiode werden 29 zaken door het eigen personeel van de onderneming ingediend via de rapporteringskanalen, die beschikbaar zijn voor alle werknemers (zie hoofdstuk G1 Zakelijk gedrag voor meer informatie). Deze zaken betroffen een reeks kwesties, waaronder 10 gevallen van discriminatie (goed voor 34% van alle gerapporteerde gevallen), 2 gevallen van fraude, 2 gevallen met betrekking tot arbeidstijden, 1 zaak over gezondheid en veiligheid en 14 gevallen gecategoriseerd als 'overige', waarin verschillende onderwerpen aan bod kwamen. Elke zaak werd grondig onderzocht, waarbij indien nodig passende maatregelen, waaronder disciplinaire maatregelen, werden genomen. Aan het einde van de rapporteringsperiode in 2024 was 97% van de gevallen die tijdens deze periode werden gerapporteerd, afgesloten en opgelost, zonder financiële sancties als gevolg van gerapporteerde gevallen van discriminatie.
0,00 EUR
Zie Informatie over context die nodig is om inzicht te krijgen in data en de wijze waarop data zijn samengesteld (arbeidsgerelateerde klachten, incidenten en klachten over sociale en mensenrechten kwesties)
Daarnaast zijn er tijdens de rapporteringsperiode geen ernstige mensenrechten schendingen gemeld binnen het personeel van Canyon.
0
0
Zie Informatie over context die nodig is om inzicht te krijgen in data en de wijze waarop data zijn samengesteld (arbeidsgerelateerde klachten, incidenten en klachten over sociale en mensenrechten kwesties).
Daarnaast zijn er tijdens de rapporteringsperiode geen ernstige mensenrechten schendingen gemeld binnen het personeel van Canyon.
0,00 EUR
Zie Informatie over context die nodig is om inzicht te krijgen in data en de wijze waarop data zijn samengesteld (arbeidsgerelateerde klachten, incidenten en klachten over sociale en mensenrechten kwesties).
Daarnaast zijn er tijdens de rapporteringsperiode geen ernstige mensenrechten schendingen gemeld binnen het personeel van Canyon.
Verschillende fasen van Canyons waardeketen omvatten werknemers die niet in dienst zijn bij Canyon. Werknemers die worden geleverd door externe ondernemingen die voor Canyons eigen activiteiten werken, zijn voornamelijk fietsassemblagebedrijven in de fabriek in Koblenz, plukkers en generalisten in de logistieke afdeling. Werknemers in de Canyons upstream waardeketen die niet bij Canyon in dienst zijn, houden zich bezig met een breed scala aan verschillende taken binnen de waardeketen. Enkele belangrijke taken zijn de winning van grondstoffen, de productie van tussenmaterialen en componenten en de assemblage van onderdelen en fietsen. Werknemers in de downstream waardeketen houden zich voornamelijk bezig met logistieke activiteiten. Afhankelijk van de uitgevoerde taken, het land van activiteiten en de gehanteerde materialen kunnen werknemers mogelijk materiële impacts ondervinden.
Zie Beschrijving van soorten werknemers in de waardeketen die materiële impacts ondervinden.
In verschillende stadia van Canyon's waardeketen zijn werknemers betrokken die niet in dienst zijn bij Canyon. Bij de werknemers die worden geleverd door externe ondernemingen die voor Canyon's eigen activiteiten werken, gaat het voornamelijk om fietsassemblagebedrijven in de fabriek in Koblenz, plukkers en generalisten in de logistieke afdeling. Werknemers in de upstream waardeketen die niet bij Canyon in dienst zijn, houden zich bezig met een breed scala aan verschillende taken binnen de waardeketen. Enkele belangrijke taken zijn de winning van grondstoffen, de productie van tussenmaterialen en componenten en de assemblage van onderdelen en fietsen. Werknemers in de downstream waardeketen houden zich voornamelijk bezig met logistieke activiteiten. Afhankelijk van de uitgevoerde taken, het land van activiteiten en de gehanteerde materialen kunnen werknemers mogelijk materiële impacts ondervinden.
Canyon identificeerde migrerende werknemers als een van de meest kwetsbare groepen in de waardeketen. De risicobeoordeling van mensenrechten, sociale audits van derden en mediaonderzoek leidden tot de conclusie dat de kwetsbaarheid van migrerende werknemers in de supply chain van de Canyon kan worden gekoppeld aan structurele omstandigheden in het land van herkomst en in het land van bestemming. Dit geldt ook voor het ontbreken van mondiale, regionale of bilaterale beleidsovereenkomsten over het wereldwijde arbeidsverkeer. Wat migrerende werknemers betreft, kunnen individuele omstandigheden, zoals een gebrek aan kennis van de lokale taal of van de rechten en wetten in het land van bestemming, of een gebrek aan een veiligheidsnetwerk, bijdragen aan hun kwetsbaarheid. Wat Azië betreft, dat als een regio met een hoog risico is aangemerkt, komen de meeste buitenlandse migrerende werknemers in de Canyon waardeketen uit Vietnam, Thailand en Indonesië. Migrerende werknemers uit deze regio's kunnen wervingsvergoedingen in rekening worden gebracht in het land van herkomst en servicekosten in de regio van bestemming. Binnenlandse migranten – migranten binnen een land die voor hun werk van de ene regio naar de andere reizen – komen het meest voor in China en Vietnam.
De impacts zijn materieel in de hele waardeketen van Canyon. Wat veiligheid en gezondheid op het werk betreft, moet worden opgemerkt dat een negatieve impact van ongevallen vanwege de aard van de verrichte werkzaamheden als inherent aan alle productielocaties wordt beschouwd. Gevaren kunnen bijvoorbeeld optreden bij het hanteren van chemische stoffen, bij het bedienen van machines of door menselijke fouten.
Impacts op werktijden bij directe Canyon zakenpartners worden voornamelijk in Azië toegewezen en kunnen over het algemeen worden ingedeeld als een systematisch probleem met veel onderlinge afhankelijkheden: minimumloon dat geen leefbaar loon is, productieplanning en inkooppraktijken kunnen allemaal potentieel de werktijden beïnvloeden.
Op basis van een grondige beoordeling van de risico's op het gebied van mensenrechten in 2024 heeft Canyon vastgesteld dat er een inherent risico bestaat op dwang- en kinderarbeid in Zuid-Amerika, Azië en Noord-Amerika in de upstream supply chain van Canyon. Op basis van de
risicobeoordeling heeft Canyon ook enkele commodity's geïdentificeerd met een inherent risico op gedwongen arbeid en kinderarbeid, waaronder aluminium, natuurrubber, elektronica, kobalt, koper en polysilicium.
Materiële impacts met betrekking tot werknemers in de waardeketen zijn geïdentificeerd in een dubbele materialiteitsanalyse, waarvan de details worden beschreven in het hoofdstuk Algemene informatie, ESRS 2. Om de due diligence in de supply chain aan te pakken, met name in verband met mensenrechten, heeft Canyon een diepgaande risicobeoordeling uitgevoerd, die deel uitmaakt van de due diligence procedure voor Mensenrechten in 2024. De resultaten van de risicobeoordeling zijn meegenomen in de dubbele materialiteitsanalyse. Door dit proces heeft Canyon vier materiële negatieve impacts binnen zijn upstream waardeketen geïdentificeerd, verbonden aan de ESRS-subsubthema's Arbeidsvoorwaarden en andere arbeidsrechten. Deze materiële impacts zijn:
Alle vastgestelde negatieve impacts zijn wijdverbreid en systematisch. Er zijn geen risico's of opportuniteiten geïdentificeerd.
N.v.t.
N.v.t.
Materiële impacts met betrekking tot werknemers in de waardeketen zijn geïdentificeerd in een dubbele materialiteitsanalyse, waarvan de details worden beschreven in het hoofdstuk Algemene informatie, ESRS 2. Om de due diligence in de supply chain aan te pakken, met name in verband met mensenrechten, heeft Canyon een diepgaande risicobeoordeling uitgevoerd, die deel uitmaakt van de due diligence procedure voor Mensenrechten in 2024. De resultaten van de risicobeoordeling zijn meegenomen in de dubbele materialiteitsanalyse. Door dit proces heeft Canyon vier materiële negatieve impacts binnen zijn upstream waardeketen geïdentificeerd, verbonden aan de ESRS-subsubthema's Arbeidsvoorwaarden en andere arbeidsrechten. De risicoaanpak voor 2024 was tweeledig: Als eerste stap werd de risicobeoordeling geïnformeerd door indices van Canyon's externe end-to-end due diligence platform en internationale rapporten over kinder- en dwangarbeid gepubliceerd door de VS. Departement van Arbeid, sanctielijsten en nieuwsmonitoring via Sentinel voor sociale en milieuscores. Sectorspecifieke en landenrisico's werden in aanmerking genomen. In een tweede stap was de concrete risicobeoordeling gericht op het niveau van de productielocatie, waarbij aan elke productielocatie overeenkomstige inherente risicobeoordelingen werden toegekend door rekening te houden met de beschikbare gegevens van Canyon over de waardeketen. Vanwege de beperkte transparantie van de supply chain was de analyse meestal beperkt tot de productielocaties en uitbestede activiteiten van directe zakenpartners. De ernst (schaal, reikwijdte, remedie) van specifieke mensenrechten risico's werd echter beoordeeld voor de hele waardeketen aan de hand van de beschikbare data.
N.v.t.
Canyon heeft verschillende beleidslijnen ontwikkeld om duidelijke standaarden voor zakendoen vast te stellen. Het volgende beleid is wereldwijd van toepassing en beschikbaar in de sectie naleving van canyon.com: de Supply Chain Gedragscode omvat alle materiële impacts, terwijl het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid betrekking heeft op de impact van kinderarbeid en gedwongen arbeid. Het Speak Up-Beleid (voor meer informatie over het Speak Up-Beleid verwijzen we naar hoofdstuk G1 Zakelijk gedrag) vergemakkelijkt toegang tot Canyon's klachtenmechanisme, waar alle impacts anoniem kunnen worden gerapporteerd.
Canyon vereist dat alle leveranciers, zakenpartners en hun onderaannemers de principes naleven die zijn weergegeven in de Supply Chain Gedragscode. De algemene doelstelling van de Supply Chain Gedragscode is het bepalen van de nulmeting om samen zaken te doen, omdat we van mening zijn dat zaken doen niet tot elke prijs moet gebeuren. Integendeel, het vereist passende voorwaarden en omstandigheden, met name eerbiediging van mensenrechten en milieubescherming, alsmede eerlijke, open en eerlijke betrekkingen met partners. De code verwijst naar wettelijke en mensenrechten vereisten die Canyon verbindt om samen met zijn supply chain partners te handhaven. Deze verbintenis is een voorwaarde voor het aangaan van een contractuele relatie tussen Canyon en de leveranciers of zakenpartners. Dit beleid behandelt alle materiële onderwerpen met betrekking tot werknemers in de waardeketen: Daadwerkelijke en potentiële veiligheid en gezondheid op het werk impacts binnen de waardeketen, daadwerkelijke en potentiële impacts van reguliere werktijden en overwerk binnen de hele waardeketen, potentiële dwangarbeid in de diepere upstream waardeketen en actuele indicatoren voor moderne slavernij bij directe zakenpartners. Voor meer informatie over de vastgestelde impacts, zie de in deze standaard gespecificeerde maatregelen en ESRS 2.
Canyon en de met hen verbonden ondernemingen hanteren een nultolerantiebeleid ten aanzien van iedere vorm van dwangarbeid of kinderarbeid. De algemene doelstelling van het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid is om Canyon's toewijding te weerspiegelen om ethisch, respectvol en integer te handelen. In het beleid worden de definities van kinderarbeid en gedwongen arbeid vastgesteld, duidelijke vereisten inzake preventieve maatregelen, strengere vereisten inzake due diligence voor leveranciers die het risico lopen actief te zijn in gebieden waar dwangarbeid door de staat wordt opgelegd, en in het geval dat niet-naleving van het beleid wordt vermoed of gedetecteerd in de supply chain, worden herstelmaatregelen vastgesteld. Canyon werkt samen met Toeleveringsketen partners en een niet-gouvernementele organisatie (NGO) om schendingen van Mensenrechten in welke vorm dan ook te voorkomen, te verlichten en te verhelpen (Lees meer over de interviews en onderzoeken in de Sociale informatie: Werknemers in de waardeketen, Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de doeltreffendheid van die maatregelen). Dit beleid heeft specifiek betrekking op materiële impacts van potentiële gedwongen arbeid in de diepere upstream waardeketen en op het materiële thema van actuele moderne slavernij-indicatoren (zoals wervingsvergoedingen) in de upstream waardeketen bij directe zakenpartners.
Dit beleid is van toepassing op alle werknemers in de upstream en downstream waardeketen van Canyon.
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering en handhaving van het beleid wordt geleid door de Global Director ESG, terwijl de CEO samen met de Global Director ESG verantwoordelijk is voor het monitoren van de status van de uitvoering en handhaving van het beleid. De goedkeuring en herziening van beleid in het algemeen is toegewezen aan de Adviesraad (zie voor meer informatie over het Speak Up-beleid Governance informatie: Zakelijk gedrag).
De Supply Chain Gedragscode is opgesteld op basis van internationale regelgeving en internationaal erkende standaarden. Daarbij gaat het in ieder geval om het Internationaal Statuut van Mensenrechten, de Verklaring van de grondrechten en de Rechten op het Werk van de Internationale Labour Organisation (ILO) en de fundamentele verdragen daarvan. De UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de OECD Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct zijn de belangrijkste kaders die Canyon's due diligence processen begeleiden. In het beleid inzake kinder- en gedwongen arbeid wordt rekening gehouden met normen die worden vermeld in de Supply Chain Gedragscode en in de beginselen van Dhaka voor waardige migratie vanwege de kwetsbaarheid van migrerende werknemers.
Belangrijke stakeholders werden in aanmerking genomen bij de afstemming van internationale mensenrechten standaarden binnen het beleid van Canyon, waarbij ervoor werd gezorgd dat hun belangen werden vertegenwoordigd en hun rechten werden beschermd. Zoals geformaliseerd in het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid, zal Canyon's beleid om de 3 jaar of ad hoc worden herzien indien vereist door wettelijke vereisten of andere omstandigheden die een dergelijke herziening zouden vereisen (voor meer informatie over het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid, zie Governance informatie: Zakelijk gedrag). Het beleid waarnaar in deze sectie wordt verwezen, is voor het laatst bijgewerkt in 2022 en geëvalueerd door een onafhankelijk adviesbureau dat gespecialiseerd is in mensenrechten om afstemming op de belangrijkste mensenrechten normen te waarborgen. Al het Canyon beleid wordt om de 3 jaar herzien of ad hoc indien vereist door wettelijke vereisten of andere omstandigheden die een dergelijke herziening zouden vereisen.
Canyon onderwijst en informeert Canyon medewerkers over ESG beleid en toezeggingen. Zoals geformaliseerd in de Canyon Gedragscode, moedigt het bedrijf de supply chain partners aan om iemand in hun eigen organisatie aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de vereisten geschetst in het Canyon beleid, inclusief het beschikbaar stellen van de inhoud ervan aan alle werknemers en ervoor te zorgen dat opleiding wordt verstrekt waar nodig om naleving van alle wettelijke, mensenrechten en milieuvereisten te vergemakkelijken. Daarnaast verwacht Canyon van de partners dat zij deze implementatie monitoren en op verzoek rapporteren over de voortgang. De Supply Chain Gedragscode en het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid zijn beschikbaar onder Naleving bij Canyon | CANYON DE.
Het Canyon Mensenrechten Programma, dat in 2023 werd geïntroduceerd, legt de procedures vast voor de implementatie van de due diligence aanpak bij Canyon. Het programma is gebaseerd op de United Nations Guiding Principles for Business en Mensenrechten (UNGP's) en de OECD Due diligence Guidance for Responsible Business Conduct frameworks. Canyon volgt de stappen bij de due diligence procedure voor Mensenrechten zoals beschreven in de OECD Due diligence Gids voor verantwoord ondernemen. Gedetailleerde processtappen worden geschetst in Informatie over de algemene aanpak met betrekking tot de respectering van mensenrechten die relevant zijn voor werknemers in de waardeketen.
Engagement, Transparantie & Betrokkenheid: Om naleving van Canyon's mensenrechten beleidstoezeggingen en internationale normen te garanderen, zijn alle leveranciers geïntegreerd in het Mensenrechtenprogramma. Tijdens dit proces zijn leveranciers verplicht het Mensenrechten Beleid van Canyon te erkennen en details en bewijzen te verstrekken aan het Canyon ESG team, zoals certificaten, auditverklaringen, vragenlijsten enz. Canyon vereist dat alle leveranciers de Supply Chain Gedragscode en het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid formeel erkennen en ondertekenen. Deze erkenning is een voorwaarde voor het aangaan van een contractuele relatie met Canyon.
Risico- en Impactanalyse: Om risico's op mensenrechten schendingen binnen relevante regio's, materialen, producten en productielocaties in kaart te brengen, voert Canyon zowel jaarlijks als ad-hoc risicobeoordelingen uit. Deze beoordelingen zijn gebaseerd op internationaal erkende essentiële mensenrechten indicatoren en sociale auditresultaten. Canyon geeft dan prioriteit aan monitoring, herstel en preventieve maatregelen. Dit gebeurt op basis van de ernst van de daadwerkelijke of potentiële impacts.
Controle / sociale audits: Het geformaliseerde Mensenrechtenprogramma legt de regels vast voor het monitoren van productielocaties en hoe Canyon samenwerkt met leveranciers om potentiële en daadwerkelijke mensenrechten schendingen te stoppen, te voorkomen en te verlichten. Sociale audits zijn een centraal onderdeel van de Canyon due diligence procedure voor Mensenrechten. Sociale audits hebben tot doel de naleving van lokale wet- en regelgeving en internationale arbeidsnormen te evalueren, met als doel negatieve impacts en risico's op mensenrechten vast te stellen en bijgevolg te mitigeren. In 2024 gaf Canyon prioriteit aan productielocaties voor social auditing die tijdens de risicobeoordeling als locaties met een hoog risico werden geïdentificeerd. Tijdens de audits werden vijf belangrijke pijlers beoordeeld: gezondheid en veiligheid, milieu, bedrijfsethiek, managementsystemen en arbeid. De audits worden uitgevoerd door een onafhankelijk extern monitoringkantoor van de Association of Professional Social Compliance Auditors (APSCA) om ervoor te zorgen dat het proces onpartijdig is.
Corrigerend Actieplan (CAPA): Nadat de sociale audit is voltooid, wordt de leverancier verzocht een tijdgebonden corrigerend actieplan (CAPA) te ontwikkelen en uit te voeren om eventuele bevindingen tijdens de sociale audits of problemen die bij andere monitoringprocessen zijn waargenomen, aan te pakken. Die processen kunnen het sentiment van werknemers, het LRQA EIQs Sentinel-mediamonitoringsysteem en interne checklists omvatten om waarnemingen van bezoeken ter plaatse te volgen en zorgen in kaart te brengen.
De ontwikkeling van een CAPA omvat het beoordelen van de onderliggende oorzaak, het voorstellen van onmiddellijke corrigerende maatregelen en preventieve maatregelen op lange termijn, het bepalen van duidelijke doelen en verantwoordelijkheden voor de daaropvolgende uitvoering en het streven naar een continu verbeteringsproces. Canyon ondersteunt leveranciers bij de ontwikkeling van de CAPA en communiceert met leveranciers over gemaakte voortgang en potentiële uitdagingen wat betreft de implementatie van de CAPA.
Gevallen van naleving die als zerotolerance zijn geclassificeerd, moeten onmiddellijk worden aangepakt en worden opgevolgd door Canyon en de leverancier om een passend herstel te garanderen.
Capaciteitsopbouw Mensenrechten: Tijdens terugkerende gesprekken met leveranciers onderzoekt Canyon het bewijsmateriaal en bespreekt de status van de implementatie van corrigerende maatregelen met de nadruk op de ernstigste problemen. Canyon wil leveranciers ondersteunen in hun proces van capaciteitsopbouw en streeft naar naleving op lange termijn. Canyon faciliteert ook bewustmakings- en technische opleidingen voor leveranciers.
Communicatie: We communiceren over maatregelen en voortgang in de sectie naleving van canyon.com, in overeenstemming met de vereisten van de volgende internationale wetgeving: Britse moderne slavernijwet, de Californische wet op de Transparantie in supply chain, de Noorse Transparantie wet, de Australische moderne slavernij wet en de Canadese wet op de bestrijding van gedwongen arbeid in de supply chain.
In 2024 werden 41 sociale audits verwerkt voor productielocaties in Azië en Europa, die ongeveer 21% van de risicovolle productielocaties van Canyon's directe leveranciers omvatten. Deze 41 audits beoordeelden de arbeidsvoorwaarden van ongeveer 25.000 werknemers in de supply chain en identificeerden 563 gevallen van niet-naleving van toepasselijke wet- en regelgeving en Canyon's beleidsvereisten. Niet-nalevingen hadden voornamelijk betrekking op de pijler Gezondheid en veiligheid (62%), waarbij Chemisch beheer en Paraatheid voor Noodsituaties als de belangrijkste verbeterpunten werden aangemerkt. De overige niet-nalevingen hadden betrekking op onderwerpen als Arbeid (25%), Managementsystemen (9%), Milieu (3%) en Bedrijfsethiek (1%). In totaal heeft Canyon 75 productielocaties gemonitord, waaronder locaties die in voorgaande jaren zijn geaudit. De controlefrequentie is afhankelijk van de uitkomst van de controle en varieert van één jaar tot twee of drie tot vier jaar.
In het kader van de sociale audits voeren de onafhankelijke auditors privé-, vertrouwelijke en vrijwillige interviews met werknemers uit en worden alle werknemers, indien aangegeven, uitgenodigd om deel te nemen aan een beoordeling van het sentiment van de werknemers om feedback en inzichten te ontvangen over algemene arbeidsvoorwaarden.
Algemene aanpak: Canyon's Mensenrechtenprogramma definieert duidelijk de stappen die nodig zijn om te zorgen voor een passende mitigatie van risico's of herstel van daadwerkelijke impacts. Canyon vereist dat de leveranciers tijdgebonden corrigerende actieplannen ontwikkelen en werkt met hen samen om hen te helpen de onderliggende oorzaak van de problemen te identificeren, samen met de juiste onmiddellijke corrigerende maatregelen en preventieve maatregelen op lange termijn, waarbij implementatietermijnen worden vastgesteld en duidelijke verantwoordelijkheden worden toegewezen. Canyon volgt de uitvoering van de maatregelen op in vergaderingen met de leveranciers waar ze bewijzen en details van de uitvoering delen. Er worden nieuwe sociale audits uitgevoerd om de daadwerkelijke uitvoering van de corrigerende maatregelen formeel te bevestigen en een duurzame naleving te waarborgen.
Specifieke aanpak: Het Canyon Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid geeft details over het onderzoeks- en herstelproces dat van toepassing is op niet-naleving van moderne slavernij: In geval van het optreden en melden van schade wordt een onderzoek op bedrijfslocatieniveau uitgevoerd. In geval van wettelijke overtredingen moeten de respectieve lokale regelgevers door de leverancier worden geïnformeerd. Het analyse- en herstelproces wordt bijgestaan door passende deskundigheid. Canyon verbindt zich ertoe het onderzoek- en herstelproces op te volgen totdat nietnaleving volledig is verholpen. Dit omvat een analyse van de onderliggende oorzaken samen met de getroffen onderneming, om verdere gevallen van niet-naleving te voorkomen door preventieve maatregelen te nemen.
Canyon werkt samen met de supply chain partners en een NGO om schendingen van mensenrechten in welke vorm dan ook te voorkomen, te verlichten en te verhelpen (voor meer informatie, zie Sociale informatie: Werknemers in de waardeketen, Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de doeltreffendheid van die maatregelen).
Canyon en de met hen verbonden ondernemingen hanteren een nultolerantiebeleid ten aanzien van iedere vorm van dwangarbeid of kinderarbeid. De algemene doelstelling van het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid is om Canyon's toewijding te weerspiegelen om ethisch, respectvol en integer te handelen. In het beleid worden de definities van kinderarbeid en gedwongen arbeid vastgesteld, duidelijke vereisten inzake preventieve maatregelen, strengere vereisten inzake due diligence voor leveranciers die het risico lopen actief te zijn in gebieden waar dwangarbeid door de staat wordt opgelegd, en in het geval dat niet-naleving van het beleid wordt vermoed of gedetecteerd in de supply chain, worden herstelmaatregelen vastgesteld. In de Supply Chain Gedragscode wordt ook ingegaan op mensenhandel, aangezien daarin staat dat arbeid vrij moet worden gekozen.
Ja, zie beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid
De Canyon Supply Chain Gedragscode is opgesteld op basis van internationale regelgeving en internationaal erkende standaarden. Daarbij gaat het in ieder geval om het Internationaal Statuut van Mensenrechten, de Verklaring van de grondrechten en de Rechten op het Werk van de Internationale Labour Organisation (ILO) en de fundamentele verdragen daarvan. De UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de OECD Due Diligence Guidance for Responsible Business Conduct zijn de belangrijkste kaders die Canyon's due diligence processen begeleiden. In het beleid inzake kinder- en gedwongen arbeid wordt rekening gehouden met de normen waarnaar wordt verwezen in de Supply Chain Gedragscode en in de beginselen van Dhaka voor waardige migratie vanwege de kwetsbaarheid van migrerende werknemers. Het Canyon Mensenrechten Programma, dat in 2023 werd geïntroduceerd, legt de procedures vast voor de implementatie van de due diligence aanpak bij Canyon. Het programma is gebaseerd op de United Nations Guiding Principles for Business en Mensenrechten (UNGP's) en de OECD Due diligence Guidance for Responsible Business Conduct frameworks. Canyon volgt de stappen bij de due diligence procedure voor Mensenrechten zoals beschreven in de OECD Due diligence Gids voor verantwoord ondernemen.
In 2024 ontving Canyon via zijn klachtenmechanisme geen meldingen van werknemers in de waardeketen en werden ook geen ernstige gevallen gerapporteerd. Het mechanisme werd eind 2023 opgericht en in 2024 zijn de eerste inspanningen geleverd om de toegankelijkheid van het mechanisme te vergroten.
In 2023 en 2024 werden risicogebaseerde enquêtes over het sentiment van werknemers uitgevoerd als aanvulling op de interviews die deel uitmaken van het sociale auditproces dat werknemers in de waardeketen betrekt. Werknemers worden aangemoedigd door posters in de faciliteit om een QR-code te scannen, die hen naar een anonieme enquête in relevante talen leidt. Het systeem wordt beheerd en gehost door een externe dienstverlener. De vragen in de enquête hebben betrekking op zowel daadwerkelijke als potentiële impacts voor werknemers.
De interviews en de werknemerssentimentenquêtes hebben betrekking op alle materiële impacts op werknemers in de waardeketen. Vragen over die impacts zijn in beide formaten ingebed, inclusief onderwerpen zoals werktijden, arbeidsomstandigheden, veilige werkomgeving. Voor meer informatie over de vastgestelde impacts, zie de in deze standaard gespecificeerde maatregelen en ESRS 2.
Hoewel Canyon niet direct met werknemers in de supply chain overlegt, hebben we inzichten verzameld via interviews als onderdeel van het sociale auditproces en uit anonieme enquêtes over het sentiment van werknemers. Beide instrumenten kunnen risico's en kwesties met hoge prioriteit belichten vanuit het oogpunt van werknemers, met name de meest kwetsbare groepen. Het is daarom bijzonder belangrijk dat enquêtes over het sentiment van werknemers worden uitgevoerd in regio's met een hoog percentage buitenlandse migrerende werknemers.
Daarnaast betrekt Canyon migrerende werknemers in risicogebieden via een aanvullende beoordeling. De beoordeling van buitenlandse migrerende werknemers is een aanvulling op het sociale auditproces dat wordt uitgevoerd door een extern monitoringkantoor en geeft meer inzicht in de risico's en impacts waarmee buitenlandse migrerende werknemers in de supply chain worden geconfronteerd. Het behandelt de thema's managementsystemen, aanwerving en uitrol, werkgelegenheid, terugkeer of verdere migratie, en bevat volledige details over het aantal werknemers, hun nationaliteit en eventuele geconstateerde schendingen, samen met een overzicht van de documenten en dossiers en vrijwillige, particuliere en vertrouwelijke interviews met werknemers, die in hun eigen taal worden gehouden met behulp van vertaaldiensten.
Zie Informatie over de wijze waarop standpunten van consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in beslissingen of activiteiten gericht op het beheersen van daadwerkelijke en potentiële impacts. Zie Engagement vindt plaats met werknemers in de waardeketen of hun officiële vertegenwoordigers direct, of met erkende vertegenwoordigers.
Bij Canyon is de Mensenrechten Officer (een rol voorgeschreven door de Duitse supply chain Wet) verantwoordelijk voor het toezicht op de activiteiten met betrekking tot werknemers in de supply chain. De taken van de Mensenrechten Officer worden uitgevoerd door de CEO, die ook verantwoordelijk is voor de validatie van de aanpak van mensenrechten risicobeheer en dus ook voor het proces van het betrekken van werknemers in de waardeketen.
Er bestaat geen Globale Kaderovereenkomst of andere overeenkomsten met betrekking tot het respecteren van de mensenrechten van werknemers.
Canyon betrekt werknemers in de supply chain indirect via sociale audits en verschillende mechanismen die werknemers in staat stellen om deel te nemen aan het proces. Onafhankelijke auditors die namens Canyon optreden, voeren individuele en groepsinterviews uit, met een speciale focus op migrerende werknemers indien relevant. Werknemers bij gecontroleerde bedrijven worden uitgenodigd om deel te nemen aan een anoniem onderzoek naar het sentiment van werknemers en worden aangemoedigd om contact op te nemen met het onafhankelijke externe auditkantoor in geval van represailles na de audit. Op basis van de anonieme en geaggregeerde informatie uit interviews en enquêtes heeft Canyon de noodzaak geïdentificeerd om het Canyon Speak Up platform bekender te maken, door werknemers in de waardeketen een extra klachtenmechanisme te bieden.
Zie Engagement vindt plaats met werknemers in de waardeketen of hun officiële vertegenwoordigers direct, of met erkende vertegenwoordigers.
N.v.t.
Canyons Mensenrechtenprogramma legt duidelijk de stappen vast die nodig zijn om te zorgen voor een passende risicobeperking of herstel van daadwerkelijke impacts. Het programma richt zich op daadwerkelijke en potentiële impacts binnen de waardeketen. Voor meer informatie over de vastgestelde impacts, zie de in deze standaard gespecificeerde maatregelen en ESRS 2.
Canyon vereist dat de leveranciers tijdgebonden corrigerende actieplannen ontwikkelen en werkt met hen samen om hen te helpen de onderliggende oorzaak van de problemen te identificeren, samen met de juiste onmiddellijke corrigerende maatregelen en preventieve maatregelen op lange termijn, waarbij implementatietermijnen worden vastgesteld en duidelijke verantwoordelijkheden worden toegewezen. Canyon volgt de uitvoering van de maatregelen op in vergaderingen met de leveranciers waar ze bewijzen en details van de uitvoering delen. Er worden nieuwe sociale audits uitgevoerd om de daadwerkelijke uitvoering van de corrigerende maatregelen formeel te bevestigen en een duurzame naleving te waarborgen.
Remedies kunnen uiteenlopende vormen aannemen, zoals restitutie, rehabilitatie, financiële of niet-financiële compensatie en bestraffende sancties (strafrechtelijk of bestuurlijk). Zo omvat bijvoorbeeld een remedie met betrekking tot kinderarbeid of de tewerkstelling van jonge werknemers onder gevaarlijke omstandigheden, maar is deze niet beperkt tot:
Het Speak Up platform faciliteert toegang voor werknemers in de waardeketen tot het eigen klachtenmechanisme van Canyons, waar alle impacts anoniem kunnen worden gerapporteerd. Het Speak Up-platform is toegankelijk voor het publiek op https://canyon.integrityline.app/. (Voor meer informatie over het Speak Up-platform verwijzen we naar hoofdstuk G1 Zakelijk gedrag).
Canyon zal in 2025 blijven samenwerken met belangrijke leveranciers in landen met een hoog risico om werknemers in de waardeketen bewust te maken van het Canyon Speak Up-platform en zo de toegankelijkheid van het platform verder te vergroten voor potentieel getroffen personen (voor meer informatie over het Speak Up-platform en de bijbehorende maatregelen, zie hoofdstuk Governance informatie). Zakelijk gedrag). Canyon ondersteunt ook het opzetten van fabrieksmatige klachtenmechanismen op de productielocaties van de leveranciers. Hun bestaan wordt beoordeeld aan de hand van sociale audits. Het bewustzijn van werknemers in de waardeketen wordt beoordeeld aan de hand van interviews met werknemers en enquêtes over het sentiment van werknemers. Lees meer over de interviews en enquêtes in de Sociale informatie: Werknemers in de waardeketen, Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken Tegen eind 2024 bestond dit mechanisme op 97% van alle gemonitorde productielocaties.
Om de adequaatheid van het proces te waarborgen, wordt de effectiviteit van de klokkenluidersregeling beschreven in het Speak Up Policy ten minste eenmaal per jaar en indien nodig op ad-hocbasis geëvalueerd. Canyon moedigt klokkenluiders ook aan om verbetervoorstellen te doen door een aparte rapportering in te sturen via het Speak Up platform.
N.v.t.
In overeenstemming met Canyons waarden, wettelijke vereisten en het Speak Up Beleid is elke vorm van represaille tegen klokkenluiders niet toegestaan. De vertrouwelijkheid van de klokkenluider wordt gehandhaafd en zijn identiteit wordt beschermd. In dit verband wordt onder represaille verstaan ongunstig gedrag wanneer een persoon een feitelijke of vermeende schending van mensenrechten meldt. Opzettelijke onjuiste meldingen of meldingen die alleen bedoeld zijn om schade te veroorzaken, vallen echter niet onder de bescherming van klokkenluiders. Canyon kan dan de naam van klokkenluiders delen en maatregelen tegen hen nemen op grond van de wet.
N.v.t.
Canyon heeft zijn due diligence procedure voor Mensenrechten versterkt, in lijn met de vereisten van internationaal erkende normen en wetgeving. Dit proces is opgezet als een continue verbeteringscyclus die het voorkomen, verlichten en herstellen van negatieve mensenrechten impacts omvat. Voor 2025 breidt Canyon de mensenrechten due diligence-aanpak en het bijbehorende programma uit in zijn hele waardeketen. Zoals geschetst in Sociale informatie: Werknemers in de waardeketen, Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen, dit omvat verschillende stappen die allemaal bijdragen aan het beheersen van het risico op schendingen van mensenrechten (zie voor meer informatie, Sociale informatie: Werknemers in de waardeketen, Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve effecten, het bevorderen van positieve effecten en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten).
De hieronder vermelde belangrijke maatregelen hebben betrekking op alle vastgestelde materiële impacts op werknemers in de waardeketen aangezien zij zijn ingebed in de holistische due diligence procedure voor Mensenrechten. De belangrijkste focus van de maatregelen ligt op directe zakenpartners. Zoals geschetst in ESRS 2, zijn materiële impacts bij directe zakenpartners onder meer daadwerkelijke impacts op de veiligheid en gezondheid op het werk in de hele waardeketen, daadwerkelijke impacts wat betreft het niet voldoen aan de vereisten inzake reguliere werktijden
en overwerk in upstreamproductielocaties en indicatoren voor moderne slavernij in de upstream supply chain, zoals wervingsvergoedingen (terwijl er geen daadwerkelijk incident van moderne slavernij is vastgesteld). De mogelijke diepere gevolgen voor de waardeketen worden echter indirect aangepakt via kettingreacties. Tot deze potentiële impacts behoren veiligheid en gezondheid op het werk, reguliere arbeidstijden en gedwongen arbeid.
In 2024 werden 41 productielocaties met hoog risico gemonitord via sociale audits en werden bestaande corrigerende actieplannen (CAPA) uit voorgaande jaren opgevolgd. Voor meer informatie over sociale audits en de omgang met CAPA's verwijzen wij u naar de desbetreffende sectie hierboven.
Tijdens de leveranciersvergadering van Canyon in 2024 werden de belangrijkste Canyon-leveranciers geïnformeerd over de vooruitgang op het gebied van mensenrechten due diligence, over het belang ervan voor Canyon en zijn partners en de gezamenlijke inspanningen die nodig zijn om mensenrechten aan te pakken en de bijbehorende negatieve impacts te verminderen.
In september 2024 sloot Canyon zich aan bij de Mekong Club (https://themekongclub.org/) om nauw samen te werken met andere bedrijven en deskundigen op het gebied van risico's op gedwongen arbeid, in het bijzonder preventieve maatregelen en herstel.
Er werden verdere preventieve maatregelen genomen om de gevolgen voor de werknemers in de waardeketen aan te pakken, waaronder opleidingen voor het personeel van Canyon. De training ondersteunt personen die met leveranciers werken en regelmatig productielocaties bezoeken bij het opbouwen van mensenrechtencompetenties in verschillende functies en regio's. De uitrol van de opleiding op hoog niveau is gestart in 2023. In 2024 werd de mensenrechten opleiding geïntegreerd in de algemene bedrijfsopleiding strategie en zal beschikbaar worden gesteld aan de werknemers via het interne leerplatform om een breder publiek te bereiken en het interne bewustzijn over het thema ook na 2024 te verhogen. De training richt zich op de concepten van bedrijfsleven en mensenrechten, de ontwikkeling van bijbehorende kaders en regelgeving, verschillende casestudies over de impact van wereldwijde bedrijfsactiviteiten op mensenrechten en hoe we ervoor zorgen dat Canyon respect voor mensenrechten in de hele waardeketen aanpakt. Het richt zich ook op wat elk van de deelnemers afzonderlijk kan doen om ervoor te zorgen dat mensenrechten op elk niveau van de organisatie worden gerespecteerd. Tijdens deze sessies behandelen we ook de Canyon Crew Check List voor leveranciersbezoeken. De checklist is bedoeld voor Canyon-werknemers die een productielocatie van een leverancier bezoeken en helpen om mensenrechten problemen te identificeren en potentiële schendingen te volgen. De effectiviteit van de 2023 trainingen werd geëvalueerd via een enquête die leidde tot een geconsolideerde cursusrating van 4,5 van de 5 punten.
In 2024 waren er drie technische trainingen speciaal voorbereid voor de agent waarmee Canyon in Azië werkt. Tijdens de trainingen kwamen onderwerpen als het hanteren en beheren van corrigerende actieplannen, Canyons Speak Up platform en sociale audits vereisten en procedures aan bod. Canyon is in 2024 begonnen met het ondersteunen van leveranciers met specifieke, online trainingen verzorgd door een extern platform. De opleiding werd op maat gemaakt volgens de bevindingen van de sociale audits van derden en de bijbehorende corrigerende actieplannen. De training is bedoeld om leveranciers te ondersteunen en empoweren bij het aanpakken en voorkomen van negatieve mensenrechten impacts. In 2024 kregen 20 leveranciers toegang tot 314 trainingen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, moderne slavernij en arbeidstijden. Van de 314 sessies zijn er 171 afgerond in 2024. Daarnaast namen 5 Canyon leveranciers uit Vietnam deel aan een training van de Mekong Club op locatie om het belang te begrijpen van het aanpakken van sociale risico's binnen de activiteiten en supply chains van hun bedrijven, om vertrouwd te raken met de ILO-indicatoren van gedwongen arbeid voor identificatie en beoordeling, en om strategieën en best practices te ontwikkelen voor het mitigeren van risico's op gedwongen arbeid. Canyon zal ook in 2025 trainingen blijven aanbieden aan leveranciers.
Mensenrechten beleid integreren in interne processen en managementsystemen is een kernelement van de due diligence procedure voor Mensenrechten en vertegenwoordigt een voortdurende inspanning zonder gedefinieerd eindpunt. Canyon beschikt over verfijnde interne processen om zich te concentreren op het voorkomen en mitigeren van daadwerkelijke en potentiële mensenrechten schendingen in de waardeketen. Om de effectiviteit van zijn inspanningen met betrekking tot mensenrechten impacts te stimuleren, heeft Canyon maatregelen afgeleid van de bevindingen van de dubbele materialiteitsanalyse om interne structuren en processen aan te passen. Daarom zijn duidelijke verantwoordelijkheden toegewezen aan de ESG afdeling om die impacts samen met het Operations Team op operationeel niveau aan te pakken. Canyon heeft ook zijn capaciteit vergroot op de ESG afdeling die zich richt op Mensenrechten en heeft in 2024 een Junior Mensenrechten Manager aangenomen om de Mensenrechten Manager te ondersteunen. Toezicht is toegekend aan de Adviesraad, Auditcomité en de CEO (zie voor meer informatie Governance informatie: Zakelijk gedrag).
Alle hierboven geschetste maatregelen maken deel uit van een continu verbeteringsproces dat inherent is aan een due diligence procedure voor Mensenrechten en hebben dus geen vaste einddatum.
N.v.t.
N.v.t.
Operationele uitgaven (OPEX) en kapitaaluitgaven (CAPEX) zullen onder de vastgestelde financiële drempel blijven.
Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
De effectiviteit van de geschetste maatregelen of initiatieven bij het behalen van resultaten voor werken in de waardeketen wordt in het algemeen gevolgd en beoordeeld via het Mensenrechtenprogramma (beschreven in deze standaard) en meer specifiek via de monitoring van niet-naleving via sociale audits en de uitvoering van corrigerende actieplannen, gericht op het mitigeren van negatieve impacts.
Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
Canyon heeft zijn focus vergroot om negatieve mensenrechten impacts in de waardeketen mee te wegen in zijn inkooppraktijken. Over het algemeen is de toekenning van contracten en orders gebaseerd op een gewogen cross-functionele scorecard, waarin de ESG-prestaties van leveranciers zijn opgenomen. Canyons mensenrechten beleid moet worden ondertekend door leveranciers, en de algemene afstemming op Canyons Mensenrechtenprogramma is een voorwaarde voor het aangaan van een zakelijke relatie met Canyon. Ten slotte behoudt Canyon zich het recht voor om zakelijke relaties met de partners en leveranciers die zich niet willen of kunnen houden aan de vereisten geschetst in de Supply Chain Gedragscode en het Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid te beëindigen. Dit is met name relevant in gevallen waarin de uitvoering van een actieplan met maatregelen de situatie niet oplost of waarin, ondanks gezamenlijke inspanningen om de leverancier in staat te stellen te voldoen, geen mitigatie of herstel mogelijk lijkt en mensenrechten blijven worden geschonden. Het beëindigen van een zakelijke relatie wordt echter beschouwd als een laatste uitweg en het belangrijkste doel is om daadwerkelijke impacts te verhelpen en potentiële impacts te voorkomen en te verlichten (in lijn met de Duitse Supply Chain Act).
De volgende significante risico's voor de mensenrechten in verband met specifieke inkooplanden en grondstoffen werden geïdentificeerd door een abstracte risicobeoordeling in 2024:
In de analyse werden de inherente landenrisico's in verband met potentiële schending van mensenrechten beoordeeld. Oost-Azië werd geïdentificeerd als de regio met het hoogste risico, gezien de aanzienlijke concentratie van Canyon's leveranciersfabrieken in dit gebied. Naast de landenrisicoclassificatie wees de analyse op een hoge aanwezigheid van kwetsbare groepen, met name buitenlandse migrerende werknemers, in de regio. Daarom gaf Canyon prioriteit aan deze locaties voor audits, monitoring en herstelinspanningen om potentiële risico's aan te pakken en te beperken.
In de mensenrechten risicobeoordeling en due diligence procedure die materiële impacts afbakende, werden ernstige mensenrechten risico's en daarmee samenhangende incidenten geïdentificeerd.
Canyon heeft een ESG afdeling gevestigd in Koblenz, waar een Mensenrechten Manager en een Junior Mensenrechten Manager de due diligence procedure voor Mensenrechten beheren en voortdurend verbeteren. Ze worden ondersteund door Canyon's Agent Asia. Dit is relevant omdat Azië is beoordeeld als een regio met een hoog risico voor mensenrechten schendingen. Het team ter plaatse in Azië ondersteunt het herstel van negatieve impacts, met name die met betrekking tot gezondheids- en veiligheidskwesties, rechtstreeks op de productielocaties. Respect voor mensenrechten en daarmee samenhangende risicobeperking worden door het hele bedrijf en in de hele wereldwijde supply chain ondersteund door de cross-functionele samenwerking van mensenrechten deskundigen in de ESG afdeling. Canyon heeft een speciaal jaarlijks budget voor mensenrechten thema's, waaronder het end-to-end due diligence platform dat het gebruikt, de vervulling van sociale audits en de uitvoering van corrigerende maatregelen (zie hoofdstuk Governance informatie: Zakelijk gedrag).
Impacts op veiligheid en gezondheid op het werk op productielocaties worden in de hele waardeketen toegewezen aan directe zakenpartners en mogelijk in de diepere waardeketen. Om deze uitdagingen aan te gaan, vereist Canyon's Supply Chain Gedragscode expliciet de implementatie van robuuste veiligheid en gezondheid op het werk maatregelen om de gezondheid en veiligheid van werknemers te beschermen. Het beleid benadrukt Canyon's toewijding aan het minimaliseren van negatieve impacts en het bevorderen van veilige werkomgevingen in de waardeketen. Het doel om veiligheid en gezondheid op het werk impacts te mitigeren in minimaal 5 actieve fabrieken in Cambodja en Vietnam houdt verband met deze toewijding.
Reguliere werktijden en overwerkvereisten werden in de upstream waardeketen niet gehaald bij directe zakenpartners en konden potentieel worden gerealiseerd in de diepere waardeketen. Canyon's Supply Chain Gedragscode schetst vastgestelde drempels voor reguliere werktijden en overwerk. Het beleid weerspiegelt Canyon's toewijding aan het bevorderen van eerlijke arbeidspraktijken in de hele waardeketen. Het sensibiliseren en aanbieden van opleidingsmogelijkheden voor leveranciers met bevindingen met betrekking tot reguliere werktijden en overwerk is direct verbonden met de Canyon Supply Chain Gedragscode.
Moderne slavernij-indicatoren werden vastgesteld bij directe zakenpartners, zoals wervingsvergoedingen, terwijl er geen daadwerkelijk incident van moderne slavernij werd vastgesteld. Gedwongen arbeid kan potentieel voorkomen in de diepere waardeketen. Canyon's Kinder- en Gedwongen Arbeidsbeleid samen met de Supply Chain Gedragscode dwingt een zerotoleranceaanpak van moderne slavernijpraktijken af. Bewustmaking en bevordering van opleidingsmogelijkheden voor 100% van de leveranciers waar indicatoren voor gedwongen arbeid zijn vastgesteld, houdt rechtstreeks verband met beide beleidslijnen.
Geconsolideerde gemiddelde daling van gevallen van niet-naleving van veiligheid en gezondheid op het werk voor gerichte sites.
Door leveranciers gevolgde opleidingen met betrekking tot leveranciers die zijn uitgenodigd om deel te nemen aan opleidingen.
Door leveranciers gevolgde opleidingen met betrekking tot leveranciers die zijn uitgenodigd om deel te nemen aan opleidingen.
Het doel voorveiligheid en gezondheid op het werk is relatief van aard en beschrijft de vermindering van het gemiddelde aantal niet-nalevingen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk in geselecteerde productielocaties. (Indicator: Geconsolideerde gemiddelde daling voor gerichte sites).
Het totale aantal trainingssessies over werktijden en overwerk is vastgesteld als een absoluut doel. (Indicator: Voltooide opleidingen in relatie tot uitgenodigde leveranciers).
Het relatieve doel wordt gedefinieerd als het aandeel leveranciers dat opleidingssessies heeft gevolgd om indicatoren van moderne slavernij aan te pakken. (Indicator: Voltooide opleidingen in relatie tot uitgenodigde leveranciers).
Veiligheid en gezondheid op het werk impacts mitigeren in minimaal 5 actieve fabrieken in Cambodja en Vietnam.
Faciliteer bewustmakings- en opleidingsmogelijkheden voor leveranciers in China met bevindingen met betrekking tot reguliere werktijden en overwerk.
100% van de leveranciers waar indicatoren voor gedwongen arbeid zijn vastgesteld, bewustmaken en opleidingsmogelijkheden bieden.
Gemiddeld aantal niet-nalevingen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk in geselecteerde productielocaties.
Baseline is nul.
Baseline is nul.
2024
Januari tot november 2024
Januari tot november 2024
Boekjaar 2025 (1 januari – 31 december 2025)
1 november 2024 – 31 december 2025
1 november 2024 – 31 december 2025
N.v.t.
Cambodja en Vietnam werden als regio gekozen voor de uitvoering van de doelen op grond van de bevindingen van sociale audits die vóór eind 2023 zijn uitgevoerd. Op basis van deze sociale audits hadden productielocaties in Cambodja het hoogste gemiddelde van niet-nalevingen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk per audit, gevolgd door productielocaties in Vietnam. Deze twee landen zijn ook relevant uit oogpunt van ernst, met nultolerantie en kritieke niet-nalevingen voor veiligheid en gezondheid op het werk.
Op basis van bevindingen bij sociale audits kreeg China prioriteit voor de uitvoering van preventieve maatregelen met betrekking tot reguliere werktijden en overwerk. Opleidingsmogelijkheden om het bewustzijn over dit onderwerp te vergroten, worden gedeeld via een online platform.
Canyon is sinds 2024 lid van de Mekong Club. Het doel om moderne slavernij en dwangarbeid onder de aandacht te brengen bij leveranciers met een hoog risico wordt ondersteund door het afstemmen en samenwerken met deskundigen van de Mekong Club. Het opbouwen van interne en externe capaciteit bij leveranciers om indicatoren voor gedwongen arbeid vast te stellen, is een preventieve maatregel.
N.v.t.
Canyon schakelde interne deskundigen in voor het bepalen van doelen. Inzichten uit regelmatige uitwisselingen met leveranciers en Canyonvertegenwoordigers in Duitsland en Azië, die regelmatig de productielocaties van onze partners bezoeken, ondersteunden het proces. Daarnaast worden tijdens de ontwikkeling van de corrigerende actieplannen belangrijke inzichten verkregen die worden meegenomen in het proces van het bepalen van doelen. Tijdens de gehele due diligence procedure is ook rekening gehouden met verslagen van de maatschappelijke samenleving.
N.v.t.
N.v.t.
Canyon schakelde interne deskundigen in voor het bepalen van doelen. Inzichten uit regelmatige uitwisselingen met leveranciers en Canyonvertegenwoordigers in Duitsland en Azië, die regelmatig de productielocaties van onze partners bezoeken, ondersteunden het proces. Daarnaast worden tijdens de ontwikkeling van de corrigerende actieplannen belangrijke inzichten verkregen die worden meegenomen in het proces van het bepalen van doelen. Tijdens de gehele due diligence procedure is ook rekening gehouden met verslagen van de maatschappelijke samenleving.
N.v.t.
Informatie over hoe werknemers in de waardeketen, hun legitieme vertegenwoordigers of geloofwaardige vertegenwoordigers direct zijn betrokken bij het identificeren van lessen of verbeteringen als gevolg van de prestaties van de onderneming
N.v.t.
Zie Beschrijving van soorten consumenten en eindgebruikers die materiële impacts ondervinden.
Alle impacts hebben betrekking op alle klanten van Canyon en zijn niet specifiek voor bepaalde groepen.
Alle impacts hebben betrekking op alle klanten van Canyon en zijn niet specifiek voor bepaalde groepen.
Door het toenemende risico op cyberincidenten, zoals datalekken of phishingaanvallen, lopen klanten een grotere kans op verlies van persoonsgegevens. De blootstelling van gevoelige informatie, zoals bankrekening- of creditcardgegevens, kan leiden tot identiteitsdiefstal of fraude. Om klantgegevens te beschermen, doet Canyon een beroep op zijn Legal & Privacy Raad en het IT-Security team en volgt het voortdurend potentiële impacts en juridische ontwikkelingen op.
Canyon ondersteunt de mogelijkheid van de klanten om hun fietsen zelfstandig te repareren en te onderhouden en selfservice toe te passen op hun aankopen. Canyon biedt een verscheidenheid aan informatiebronnen op zijn website www.canyon.com. Klanten hebben toegang tot gedetailleerde reparatie-instructies via korte instructievideo's en uitgebreide handleidingen. Deze middelen zijn ontworpen om klanten te ondersteunen bij het zelfstandig repareren, onderhouden en monteren van hun fietsen. Het doel is om gebruikers de nodige kennis en instrumenten te geven om hun fietsen veilig en efficiënt te onderhouden. Daarnaast wordt fietsbouw- en onderhoudsinformatie gepresenteerd in een toegankelijk formaat met duidelijke en gedetailleerde beschrijvingen. Deze informatie wordt in meerdere formaten beschikbaar gesteld aan klanten via de Canyon app, de Canyon.com supportpagina's en YouTube. Alle klantspecifieke informatie met betrekking tot compatibele reserveonderdelen, accessoires en onderhoudsthema's wordt ook verzameld in de sectie klantaccount. Hierdoor hebben klanten toegang tot gepersonaliseerde productinformatie met behulp van het unieke serienummer van hun fiets, zodat ze over alle nodige details beschikken om hun fietsen zo effectief mogelijk te onderhouden.
Canyon erkent het belang van traceerbaarheid van informatie over elk onderdeel van de fiets van elke klant om de klantenservice te verbeteren en heeft dit thema als een positieve materiële impact geïdentificeerd. Canyon investeert in het vergroten van de traceerbaarheid van klantinformatie, wat resulteert in duidelijkere, efficiëntere processen met betrekking tot het klantentraject. Enkele van de voordelen zijn onder meer snellere probleemidentificatie gevolgd door snelle probleemoplossing. Transparante processen maken het ook gemakkelijker om te bepalen wie aansprakelijk kan worden gesteld in geval van een probleem. Dit kan verband houden met het bestelproces om de oorzaak van vertragingen vast te stellen, maar ook om te identificeren wie verantwoordelijk kan zijn voor andere problemen na levering. Efficiënte opvolgingsprocedures besparen tijd en verminderen potentiële wachttijden voor Canyon's klanten. Elke verbetering van de diensten die Canyon zijn klanten biedt, versterkt het vertrouwen van klanten, helpt langdurige klantenrelaties op te bouwen en helpt te anticiperen op de behoeften van klanten.
Canyon promoot fietsen actief als een middel om de gezondheid van de klanten te verbeteren. Regelmatig fietsen verbetert de cardiovasculaire gezondheid, verhoogt de fysieke fitheid en helpt chronische aandoeningen zoals obesitas en hartziekten te voorkomen. Canyon biedt een breed scala aan high-performance racefietsen, grindfietsen, mountainbikes en stadsfietsen en maakt fietsen toegankelijk voor uiteenlopende behoeften en fitnessniveaus. Canyon's toewijding aan innovatie en ergonomisch design zorgt ervoor dat zijn klanten comfortabel en veilig kunnen rijden, wat een consistente, actieve levensstijl aanmoedigt. Talrijke onafhankelijke studies tonen aan dat fietsen de gezondheid van de fietser verbetert. Canyon pleit voor fietsen als vervoermiddel en recreatieve activiteit door zijn lidmaatschap van brancheorganisaties. Om ervoor te zorgen dat fietsers veilig kunnen fietsen en kunnen profiteren van de gezondheidsvoordelen van fietsen, heeft Canyon een assurance programma opgezet zoals hieronder geschetst.
Zie Beschrijving van soorten consumenten en eindgebruikers die materiële impacts ondervinden.
Zie Beschrijving van soorten consumenten en eindgebruikers die materiële impacts ondervinden.
Zie Beschrijving van de belangrijkste inhoud van het beleid.
Het Plan voor markt- en consumenteninzichten is een centraal beleid voor het managen van klanttevredenheid en het identificeren van klantbehoeften, bijvoorbeeld wat betreft klantenservice. Dit beleid houdt verband met twee actuele en positieve materiële thema's in de downstream waardeketen:
Veiligheids-, betrouwbaarheids- en functionele testvereisten zijn duidelijk gedefinieerd en gevalideerd voor elke fiets om een veilige rijervaring voor fietsers te garanderen. Wanneer fietsers vertrouwen hebben in de veiligheid van hun fiets, zullen ze deze vaker gebruiken, wat bijdraagt aan een betere fysieke fitheid en algehele gezondheid. Bovendien stimuleert een verbeterd rijcomfort vaker gebruik, terwijl een veilige en betrouwbare fiets fietsers nog meer motiveert om langer en vaker te rijden. Dit beleid is gekoppeld aan de positieve daadwerkelijke en materiële gezondheidsimpact van fietsen.
Om de persoonlijke gegevens van zijn klanten te beschermen, heeft Canyon een uitgebreid intern gegevensbeschermingsbeleid geïmplementeerd, dat gedetailleerde, stapsgewijze instructies bevat over de maatregelen die moeten worden genomen in geval van gegevensverlies. Dit beleid heeft betrekking op de negatieve materiële impact van schending van klantenrechten als gevolg van het potentiële verlies van persoonsgegevens bij een cyberincident.
Deze richtlijn beschrijft de stappen en maatregelen die moeten worden genomen in geval van een groot cyberincident. Dit beleid heeft ook betrekking op de negatieve materiële impact van schending van klantenrechten als gevolg van het potentiële verlies van persoonsgegevens bij een cyberincident.
Het concept combineert verschillende methoden om de behoeften van klanten te analyseren, zoals onderzoeks- of feedbackprocessen om de behoeften van klanten beter te begrijpen en trends bij klanten te identificeren. Het dient als een vertrouwelijk en intern instrument om de klanttevredenheid te sturen en de Canyon net promoter score te ontwikkelen. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd.
Canyon's proces voor het bepalen van doelen voor kwaliteit en veiligheid is geïntegreerd in de jaarlijkse organisatieplanning. Kwaliteitsdoelen worden in het hele bedrijf vastgesteld om afstemming op wettelijke vereisten en industrienormen te waarborgen. Het Standards & Requirements team is verantwoordelijk voor het waarborgen dat alle producten voldoen aan de relevante regelgeving en industrienormen. Voor elke fiets worden de toepasselijke wereldwijde normen en vereisten geïdentificeerd tijdens het productevolutieproces. Naleving wordt vervolgens geverifieerd door middel van strenge test- en evaluatieprocedures, waarbij ervoor wordt gezorgd dat aan alle veiligheids- en kwaliteitsbenchmarks wordt voldaan voordat het product op de markt komt.
Volgens dit beleid is elke werknemer verplicht om binnen 72 uur contact op te nemen met de juridische afdeling om elk verlies van gegevens te melden. Eenmaal gemeld, wordt de zaak onmiddellijk beheerd door onze externe functionaris voor gegevensbescherming. Het is hun verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat alle nodige maatregelen worden genomen om eventuele gerelateerde kwesties aan te pakken en daadwerkelijke schade of het risico op schade te beperken. Om datalekken te voorkomen, hebben we verschillende belangrijke voorzorgsmaatregelen genomen. Onze IT-systemen worden 24/7 gemonitord in samenwerking met een externe SOC-partner, waardoor een doorlopend toezicht op de veiligheid wordt gewaarborgd. Jaarlijks worden penetratietests uitgevoerd om kwetsbaarheden in onze systemen te identificeren en aan te pakken. Daarnaast beschikken we over een Information Security Management System (ISMS) om onze beveiligingsprocessen te beheren en te verbeteren. Ons kader voor Informatiebeveiliging Risicobeheer is ontworpen voor het identificeren, beoordelen, behandelen, monitoren en rapporteren van risico's. Het beleid is voor het laatst bijgewerkt in 2023. Het beleid is voor het laatst bijgewerkt in 2023 en de volgende update is gepland voor 2025. Toekomstige updates zullen indien nodig worden aangebracht om belangrijke of relevante kwesties aan te pakken die aanpassingen behoeven.
Het beleid is gericht op technische en organisatorische maatregelen. Het beleid wordt jaarlijks geactualiseerd en telkens wanneer zich belangrijke of relevante zaken voordoen die aanpassingen vergen.
Het Plan voor markt- en consumenteninzichten wordt beheerd door de Head of Market & Consumer Insights en wordt overzien en gemonitord door de VP Customer Journey & Strategie.
De Chief Operations Officer (COO) is verantwoordelijk voor de uitvoering en naleving van beleid ten aanzien van klantveiligheid en gezondheidsvoordelen binnen de organisatie.
De uitvoering van het beleid inzake gegevensbescherming wordt gecontroleerd door de Global Director Legal, die verantwoordelijk is voor de effectieve uitvoering ervan binnen de organisatie.
De CFO (CFO) is verantwoordelijk voor het toezicht op de implementatie van de Richtlijn Zware Incidenten binnen de organisatie.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen klantenbeleid dat mensenrechten beleidstoezeggingen met betrekking tot klanten omvat, of dat maatregelen aanpakt om herstel te bieden of te faciliteren voor mensenrechten impacts met betrekking tot klanten. Canyon's IRO-beoordeling identificeerde geen mensenrechten problemen die directe impact kunnen hebben op klanten, afgezien van het waarborgen dat de geleverde fietsen geschikt zijn voor het doel door middel van kwaliteitsprocessen die voldoen aan of verder gaan dan de wettelijke vereisten. Bovendien werden geen andere mensenrechten thema's als materieel beschouwd tijdens de beoordeling.
Zie Beschrijving van de toezeggingen op het gebied van mensenrechten voor consumenten en (of) eindgebruikers.
Zie Beschrijving van de toezeggingen op het gebied van mensenrechten voor consumenten en (of) eindgebruikers.
Zie Beschrijving van de toezeggingen op het gebied van mensenrechten voor consumenten en (of) eindgebruikers.
Bovengenoemd beleid is niet volledig afgestemd op internationaal erkende instrumenten die specifiek van belang zijn voor consumenten en (of) eindgebruikers, met inbegrip van de leidende beginselen van de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights. De Canyon Ethische Code, die wereldwijd van toepassing is, schetst echter belangrijke mensenrechten principes waaraan alle Canyon medewerkers zich moeten houden, met als doel klanten te beschermen via Canyon's afgestemde standaarden.
In 2024 zijn er geen gevallen van niet-naleving van mensenrechten gemeld waarbij consumenten betrokken waren in de downstream waardeketen van Canyon.
Zie Beschrijving van de vraag of en hoe beleid is afgestemd op relevante internationaal erkende instrumenten.
Canyon biedt zijn klanten tools en algemene processen om hen in staat te stellen en te helpen bij de assemblage en het onderhoud van hun fietsen. Er zijn ook processen om de klantenservice te verbeteren. Deze activiteit houdt verband met de volgende impacts: Klanten minder afhankelijk maken van werkplaatsen door kwalitatieve informatie aan te bieden en een betere klantenservice te bieden door de traceerbaarheid van informatie over elk specifiek onderdeel op de fiets van elke klant. Beide positieve impacts werden als materieel beoordeeld in de downstream waardeketen.
Bij het gebruik van de Canyon website wordt alle klanten routinematig om toestemming gevraagd om persoonsgegevens te delen via een cookie banner. Klanten hebben de mogelijkheid om het delen van hun persoonlijke gegevens te weigeren, in welk geval hun informatie niet wordt gevolgd, in overeenstemming met de GDPR-regelgeving. Degenen die instemmen met tracking, worden gevraagd hun toestemming opnieuw te bevestigen telkens wanneer ze hun browsergeschiedenis wissen of na een langdurige periode tussen sitebezoeken. Deze activiteit heeft betrekking op het voorkomen van inbreuken op de rechten van klanten als gevolg van het potentiële verlies van persoonsgegevens bij een cyberincident, dat als een materiële impact in de downstream waardeketen werd aangemerkt.
Canyon is direct betrokken bij klanten tijdens het aankoopproces en evenementen om fietsen te promoten. Op evenementen biedt Canyon testfietsen aan waar potentiële of daadwerkelijke klanten feedback kunnen delen. Canyon verzamelt ook feedback van journalisten tijdens perskampen. Canyon's eigen medewerkers worden betrokken via verschillende aanbiedingen zoals Stadtradeln en Canyon groepsritten. Deze activiteit heeft betrekking op de positieve daadwerkelijke impact van fietsen, die de gezondheid van de fietser verbetert. De materiële impact wordt toegewezen in de downstream waardeketen.
Informatie over de fase waarin de betrokkenheid plaatsvindt, het type betrokkenheid en de frequentie van de betrokkenheid
Zie Informatie over de wijze waarop standpunten van consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in beslissingen of activiteiten gericht op het beheersen van daadwerkelijke en potentiële impacts
Zie Informatie over de wijze waarop standpunten van consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in beslissingen of activiteiten gericht op het beheersen van daadwerkelijke en potentiële impacts
Elke Canyon fiets wordt geleverd met een Quick Start Guide met instructies voor de eerste set-up. Deze instructies beschrijven de essentiële stappen die nodig zijn om de fiets in elkaar te zetten, waardoor een snelle en eenvoudige set-up mogelijk is. De Quick Start Guide wordt als hardcopy bij elke fiets geleverd en is ook digitaal toegankelijk met de meegeleverde QR-code.
Canyon biedt uitpak- en servicevideo's op de website en het YouTube-kanaal. Deze video's leiden gebruikers door het uitpakproces en tonen essentiële onderhoudstaken, en bieden een visuele referentie voor degenen die liever leren via videocontent.
De gebruikershandleiding wordt meegeleverd met elke gekochte e-bike en is online beschikbaar voor alle andere fietsen en e-bikes. Het bevat gedetailleerde informatie over verschillende aspecten van de fiets, inclusief montage-instructies en onderhoudsadvies. Het behandelt zowel routinecontroles als meer technische procedures en dient als een uitgebreide referentiegids voor Canyon eigenaren.
De Canyon App biedt stap-voor-stap instructies voor montage en onderhoud. Het biedt ook herinneringen voor geplande onderhoudstaken en bevat toegang tot een bibliotheek met tutorials. De app dient als een bron voor klanten om toegang te krijgen tot de relevante informatie die ze nodig hebben voor het onderhoud van hun fietsen.
Explosietekeningen bieden gedetailleerde diagrammen die de opstelling en montage van fietsonderdelen illustreren. Deze tekeningen helpen om te identificeren en te begrijpen hoe afzonderlijke onderdelen in elkaar passen, wat nuttig is voor het diagnosticeren van problemen en het begeleiden van reparaties. Ze dienen als referentie voor zowel klanten als servicemedewerkers om componentgerelateerde problemen nauwkeurig aan te pakken.
De Onderdelenzoeker is een tool die is ontworpen om klanten te helpen specifieke reserveonderdelen voor hun fietsen te vinden en te bestellen. Door het serienummer en relevante specificaties in te voeren, kunnen klanten de exacte onderdelen identificeren die ze nodig hebben, waardoor fouten bij de selectie van onderdelen tot een minimum worden beperkt. Deze tool stroomlijnt het proces van het verkrijgen van de juiste componenten voor reparatie en onderhoud.
Met de functie Fietsgarage kunnen klanten informatie over de onderdelen en onderhoudsgeschiedenis van hun fiets beheren. Het biedt een gecentraliseerd systeem voor het registreren van details zoals onderdeelspecificaties, inkoopdatums en servicerecords. Deze functie helpt zowel klanten als servicemedewerkers efficiënt toegang te krijgen tot relevante informatie, ter ondersteuning van beter geïnformeerde beslissingen over onderhoud en ondersteuning.
Het klantenserviceteam van Canyon is beschikbaar om te helpen met vragen of problemen. Klanten kunnen contact opnemen met servicemedewerkers via telefoon, e-mail of livechat. Deze medewerkers zijn opgeleid om ondersteuning te bieden, inclusief begeleiding bij het montageproces en het oplossen van fietsproblemen.
Canyon Factory Service (CFS) locaties bieden klanten professionele montage- en onderhoudsdiensten. Klanten kunnen hun fietsen naar deze gecertificeerde servicecentra brengen voor deskundige zorg en onderhoud. Momenteel heeft Canyon CFS-locaties in verschillende belangrijke regio's, waaronder Eindhoven (Nederland), Tres Cantos in de buurt van Madrid (Spanje), Carlsbad (Californië, VS) en Rotselaar (België). Via het groeiende netwerk van Canyon Factory Service-locaties biedt Canyon klanten handige lokale serviceopties, waardoor ze altijd en overal ondersteuning van hoge kwaliteit kunnen bieden. Naast deze speciale centra breiden meer dan 300 aangesloten werkplaatsen wereldwijd het servicenetwerk van Canyon verder uit, met deskundig onderhoud en reparaties op lokaal niveau.
Zie Informatie over de wijze waarop standpunten van consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in beslissingen of activiteiten gericht op het beheersen van daadwerkelijke en potentiële impacts.
Zie Informatie over de wijze waarop standpunten van consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in beslissingen of activiteiten gericht op het beheersen van daadwerkelijke en potentiële impacts.
De Vice President Customer Journey & Strategie is verantwoordelijk voor het proces van interactie met Canyon's klanten.
De CFO (CFO) is verantwoordelijk voor het toezicht op en de bescherming van persoonsgegevens door middel van robuuste processen en controles, het waarborgen van naleving van de regelgeving inzake gegevensbescherming en het minimaliseren van de risico's in verband met datalekken.
De Chief Operations Officer (COO) heeft de overkoepelende verantwoordelijkheid voor de implementatie van maatregelen die de veiligheid van de klant waarborgen en gezondheidsgerelateerde voordelen promoten, waarbij Canyon's producten en diensten worden afgestemd op de hoogste normen voor gebruikerswelzijn.
Informatie over de fase waarin de betrokkenheid plaatsvindt, het type betrokkenheid en de frequentie van de betrokkenheid.
Zie Informatie over de wijze waarop standpunten van consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in beslissingen of activiteiten gericht op het beheersen van daadwerkelijke en potentiële impacts.
Zie Informatie over de wijze waarop standpunten van consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in beslissingen of activiteiten gericht op het beheersen van daadwerkelijke en potentiële impacts.
De schending van klantenrechten als gevolg van het potentiële verlies van persoonsgegevens bij een cyberincident werd geïdentificeerd als een negatieve materiële impact in de downstream waardeketen. De volgende aanpak werd als herstelmaatregel toegepast. De bescherming van persoonsgegevens en privacy zijn onderworpen aan de General Data Protection Regulation (GDPR), waaraan Canyon zich houdt. Canyon ziet in het bijzonder toe op de naleving van Artikel 28 van de GDPR door met elke contractpartner een data verwerkersovereenkomst te sluiten. Om de maatregelen inzake gegevensbescherming verder te versterken, schrijft Canyon voor dat alle werknemers jaarlijkse gegevensbeschermingstrainingen volgen om het bewustzijn en begrip van dit kritieke onderwerp te vergroten. Daarnaast heeft Canyon een uitgebreide richtlijn voor gegevensbescherming opgesteld die de nodige stappen schetst die werknemers moeten nemen in het geval van een incident met gegevensbescherming, waardoor een snelle en effectieve reactie op potentiële inbreuken wordt gegarandeerd. In het geval van een groot incident zijn processen om het verlies van gegevens of een schending van privacy van gegevens te herstellen, opgenomen in de Canyonrichtlijn voor gegevensbescherming. De Canyon-richtlijn voor gegevensbescherming bevat instructies over wat werknemers moeten doen in het geval van een datalek.
Eventuele zorgen kunnen worden gemeld via het Speak Up-platform (Voor meer informatie, zie Governance informatie: Zakelijk gedrag). Voor vragen over gegevensbescherming worden klanten doorverwezen naar het specifieke e-mailadres dat in Canyon's verklaring over gegevensbescherming is verstrekt. Dit e-mailadres ([email protected]) wordt prominent weergegeven op de Canyon-website, zodat klanten weten hoe ze hun zorgen over gegevensbescherming kunnen duidelijk maken.
Zie Informatie over specifieke kanalen voor consumenten en eindgebruikers om hun zorgen of behoeften rechtstreeks aan de onderneming kenbaar te maken en te behandelen.
Zie Informatie over specifieke kanalen voor consumenten en eindgebruikers om hun zorgen of behoeften rechtstreeks aan de onderneming kenbaar te maken en te behandelen.
Momenteel beoordeelt Canyon de effectiviteit van mechanismen die ervoor zorgen dat consumenten en eindgebruikers bekend zijn met en vertrouwen hebben in de processen die zijn opgezet om hun zorgen of behoeften kenbaar te maken (bijv. Speak Up platform).
Zie Informatie over specifieke kanalen voor consumenten en eindgebruikers om hun zorgen of behoeften rechtstreeks aan de onderneming kenbaar te maken en te behandelen.
De onderstaande belangrijke maatregelen hebben betrekking op de respectieve materiële impacts vermeld in deze standaard in de sectie over processen om consumenten en eindgebruikers te betrekken bij impacts.
Om een veilige rijervaring voor fietsers te garanderen, voldoen Canyon fietsen aan alle relevante normen, waaronder ASTM, CPSC, ISO 4210, DIN EN 14766, DIN EN 14781 en DIN EN 15194, die een breed scala aan veiligheids- en prestatie-eisen omvatten. De ASTM- en CPSC-normen zijn bijvoorbeeld gericht op het waarborgen van productveiligheid in de Verenigde Staten, terwijl ISO 4210 internationale veiligheidscriteria voor fietsen vaststelt. DIN EN 14766 en DIN EN 14781 zijn specifiek voor mountainbikes en racefietsen, waarin strenge eisen worden gesteld aan sterkte, duurzaamheid en algehele prestaties. DIN EN 15194 bevat normen voor elektrisch ondersteunde fietsen, die hun veiligheid en betrouwbaarheid waarborgen.
Bij de ontwikkeling van nieuwe projecten ondergaan Canyon Engineered Parts (CEP) strenge testen zoals geformaliseerd in de Canyon Testcondities (CTC), die niet alleen voldoen aan deze vastgestelde normen, maar deze vaak ook overtreffen. Dit zorgt ervoor dat Canyon's producten niet alleen voldoen, maar ook uitblinken in veiligheid, duurzaamheid en prestaties.
Tijdens de massaproductie heeft Canyon regelmatige in-process inspecties en end-of-line (EOL) controles uitgevoerd, zowel bij de leveranciers als binnen de eigen fietsassemblageprocessen. Deze kwaliteitscontrole maatregelen zijn ontworpen om afwijkingen van Canyon's hoge normen zo vroeg mogelijk op te sporen en aan te pakken. Canyon voert ook doorlopende herkwalificatietests uit gedurende de levenscyclus van het product, om ervoor te zorgen dat de producten consistente stabiliteit en veiligheid behouden tijdens massaproductie.
Deze aanpak faciliteert een veilige rijervaring voor Canyon klanten en ondersteunt zo de gezonde levensstijl van fietsers zoals hierboven geschetst.
Het doel van de Incident Response-actie is om de organisatie beter in staat te stellen cyberincidenten op te sporen, te monitoren en erop te reageren via 24/7 SOC-dekking, verfijnde responsprocessen en externe beoordelingen. De actie Toepassingsbeveiliging is gericht op het identificeren en aanpakken van kwetsbaarheden in digitale activa door middel van penetratietests en training voor veilig coderen voor softwareontwikkelaars.
Canyon monitort systematisch de functionaliteit en effectiviteit van zijn Onderdelenzoeker om de klantenservice te verbeteren en toegang te garanderen tot de nodige reserveonderdelen. Concreet evalueert het bedrijf het aandeel zoekopdrachten voor fietsen die na 2015 zijn geproduceerd en die succesvolle matches opleveren. Dit initiatief is bedoeld om de klanttevredenheid te verbeteren door efficiënte toegang tot reserveonderdelen te vergemakkelijken en zo de levensduur en bruikbaarheid van producten te ondersteunen. Canyon heeft zich tot doel gesteld om een succespercentage van 90% te behalen voor deze zoekopdrachten, wat zijn toewijding aan meetbare verbetering en klantgerichte service weerspiegelt.
Failure Mode en Effect Analysis: In 2023 en 2024 heeft Canyon de gestructureerde aanpak verbeterd die wordt gebruikt om potentiële risico's in producten te beoordelen, bekend als Failure Mode en Effect Analysis (FMEA). Deze methode, die veel wordt gebruikt in industrieën zoals de luchten ruimtevaart en de automobielindustrie, identificeert systematisch potentiële storingsmodi binnen een product en evalueert de impact, ernst en waarschijnlijkheid ervan. In het kader van de ontwikkeling van fietsen helpt FMEA bijvoorbeeld om te anticiperen op potentiële problemen zoals vermoeiing van componenten, materiaalgebreken of ontwerpfouten die tot productfalen kunnen leiden. Door deze risico's vroeg in het ontwikkelingsproces in kaart te brengen, kunnen proactieve stappen worden gezet om ze te mitigeren, waardoor Canyon fietsen voldoen aan de hoogste veiligheids- en prestatienormen.
Praktijktestproces: In 2024 heeft Canyon ook het systematische praktijktestproces verbeterd, waardoor Canyon statistisch relevante data kan verzamelen en waardevolle inzichten kan krijgen over nieuwe fietsmodellen voordat deze in productie gaan. Dit proces omvat testen in de praktijk onder verschillende omstandigheden om duurzaamheid, prestaties en gebruikerservaring te beoordelen.
Door middel van gerichte initiatieven, zoals de campagne "#MyCanyon", gaat Canyon direct met de fietsgemeenschap aan de slag en motiveert Canyon klanten om hun fietservaringen te delen, waardoor anderen worden geïnspireerd om het rijden in hun dagelijkse routine op te nemen. Daarnaast ondersteunt Canyon zijn klanten door de producten te integreren met toonaangevende indoor fiets- en trainingsplatforms, zodat zij hun conditie kunnen behouden wanneer outdoor fietsen niet mogelijk is. Door virtuele trainingsomgevingen en digitale tools aan te bieden, helpt Canyon zijn klanten het hele jaar door actief te blijven, de gezondheidsvoordelen van fietsen op lange termijn te vergroten en een gezondere levensstijl te bevorderen door consistente lichaamsbeweging.
Incidentrespons: Tegen juni 2024 heeft het Security Operations Centre (SOC) zijn logging- en monitoringcapaciteit uitgebreid tot 24/7 dekking. Dit omvatte het vernieuwen en verbeteren van de processen en maatregelen voor incidentrespons om volledige operationele efficiëntie te waarborgen. Daarnaast werden eind 2024 drie externe veiligheidsbeoordelingen voltooid, die betrekking hadden op de evaluatie van de mogelijkheden voor incidentdetectie en -respons en bruikbare inzichten gaven voor voortdurende verbeteringen.
Toepassingsbeveiliging: Op 31 augustus 2024 werd een penetratietest voor de Canyon webshop (canyon.com) uitgevoerd, waarbij kwetsbaarheden werden geïdentificeerd en minstens zeven beveiligingsverbeteringen werden doorgevoerd. Tegelijkertijd werd een trainingsprogramma voor veilig coderen doorlopen voor alle softwareontwikkelaars van verschillende departementen, met een participatiegraad van 100% tegen eind 2024. De training was gericht op het verbeteren van veilige coderingspraktijken, waarbij alle deelnemers een certificaat voor veilige codering kregen.
Canyon monitort systematisch de functionaliteit en effectiviteit van zijn Onderdelenzoeker om de klantenservice te verbeteren en toegang te garanderen tot de nodige reserveonderdelen. Concreet evalueert het bedrijf het aandeel zoekopdrachten voor fietsen die na 2015 zijn geproduceerd en die succesvolle matches opleveren. Dit initiatief is bedoeld om de klanttevredenheid te verbeteren door efficiënte toegang tot reserveonderdelen te vergemakkelijken en zo de levensduur en bruikbaarheid van producten te ondersteunen. Dit initiatief is een voortdurende inspanning om de klanttevredenheid te verbeteren door efficiënte toegang tot reserveonderdelen te vergemakkelijken en zo de levensduur en bruikbaarheid van producten te ondersteunen. Aangezien er geen specifiek tijdschema voor voltooiing is vastgesteld, wordt dit proces doorlopend voortgezet. Canyon heeft zich tot doel gesteld om een succespercentage van 90% te behalen voor deze zoekopdrachten, wat zijn toewijding aan meetbare verbetering en klantgerichte service weerspiegelt.
Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
Beschrijving van de belangrijkste acties die zijn ondernomen, en de resultaten daarvan, om te voorzien in en mee te werken aan herstel voor degenen die schade hebben ondervonden van daadwerkelijke materiële impacts
N.v.t.
N.v.t.
Operationele uitgaven (OPEX) en kapitaaluitgaven (CAPEX) zullen onder de vastgestelde financiële drempel blijven.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen. Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen
Zie Informatie over belangrijke maatregelen. Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen. Zie Beschrijving van het bereik van de belangrijkste maatregelen.
De effectiviteit van maatregelen en initiatieven voor consumenten en eindgebruikers wordt gevolgd door naleving van veiligheidsnormen, strenge testprocessen (bijv. Canyon Testcondities, Failure Mode en Effect Analysis en systematische praktijktesten) en doorlopende kwaliteitscontroles tijdens de productie. Cyberbeveiliging, zoals 24/7 monitoring, penetratietests en training voor veilig coderen, worden ook beoordeeld door middel van externe audits en continue procesverbeteringen.
Canyon identificeert passende maatregelen om het potentiële verlies van persoonsgegevens aan te pakken in geval van een cyberincident (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel) door 24/7 monitoring door het Security Operations Centre (SOC), jaarlijkse externe veiligheidsbeoordelingen en penetratietests om kwetsbaarheden op te sporen. Daarnaast zorgt veilige codeertraining voor softwareontwikkelaars voor een continue verbetering van de applicatiebeveiliging. Deze maatregelen stellen Canyon in staat om deze materiële negatieve impact systematisch te evalueren en erop te reageren.
Canyon speelt in op specifieke materiële impacts op consumenten en eindgebruikers (zie voor meer informatie Algemene informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel) door uitgebreide veiligheids- en kwaliteitsmaatregelen te implementeren, inclusief naleving van Internationale normen (bijv. ASTM, ISO 4210) en strenge testprotocollen zoals Canyon Testcondities(CTC) en Failure Mode en Effect Analysis (FMEA). Tijdens de productie waarborgen regelmatige in-process inspecties en endof-line controles de productintegriteit. Daarnaast betrekt Canyon klanten via initiatieven zoals de campagne '#MyCanyon' en biedt het digitale tools voor een verbeterde gebruikerservaring. Om consumentengegevens te beschermen, heeft het bedrijf 24/7 cyberbeveiliging monitoring opgezet, penetratietests uitgevoerd en veilige coderingspraktijken geïmplementeerd.
In 2024 zijn maatregelen geïmplementeerd om effectieve processen te waarborgen voor het aanpakken van materiële negatieve impacts op consumenten en eindgebruikers (zie Algemene informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel). Daarbij ging het onder meer om het verbeteren van incidentresponsprocessen door 24/7 monitoring door het Security Operations Centre (SOC), het uitvoeren van externe veiligheidsbeoordelingen en het uitvoeren van een penetratietest van de webshop. Geïdentificeerde kwetsbaarheden werden aangepakt met beveiligingsverbeteringen en veilige codeerpraktijken werden versterkt door een trainingsprogramma met volledige deelname en certificering van alle softwareontwikkelaars.
Bij de ontwikkeling van nieuwe projecten ondergaan Canyon Engineered Parts (CEP) strenge testen zoals geformaliseerd in de Canyon Testcondities (CTC), die niet alleen voldoen aan deze vastgestelde normen, maar deze vaak ook overtreffen. Dit zorgt ervoor dat Canyon's producten niet alleen voldoen, maar ook uitblinken in veiligheid, duurzaamheid en prestaties. Tijdens de massaproductie heeft Canyon regelmatige in-process inspecties en end-of-line (EOL) controles uitgevoerd, zowel bij de leveranciers als binnen de eigen fietsassemblageprocessen. Deze kwaliteitscontrole maatregelen zijn ontworpen om afwijkingen van Canyon's hoge normen zo vroeg mogelijk op te sporen en aan te pakken. Canyon voert ook doorlopende herkwalificatietests uit gedurende de levenscyclus van het product, om ervoor te zorgen dat de producten consistente stabiliteit en veiligheid behouden tijdens massaproductie. Deze aanpak faciliteert een veilige rijervaring voor Canyon klanten en ondersteunt zo de gezonde levensstijl van fietsers zoals hierboven geschetst.
In 2024 zijn er geen gevallen van niet-naleving van mensenrechten gemeld waarbij consumenten betrokken waren in de downstream waardeketen van Canyon.
Canyon beschikt over speciale teams en processen om het risico op verlies van persoonsgegevens door cyberincidenten te beheersen. De Legal & Privacy Counsel en het IT Security Team overzien de uitvoering van cyberbeveiliging maatregelen, monitoren potentiële risico's en zorgen voor naleving van de regelgeving inzake gegevensbescherming. Deze inspanningen zijn in overeenstemming met de vereisten van de Duitse wet op gegevensbescherming en omvatten initiatieven zoals het werken aan certificering volgens ISO 27001, de internationale standaard voor beheersystemen voor informatiebeveiliging.
De Chief Operations Officer (COO) is, in samenwerking met de Chief Digital Officer (CDO), verantwoordelijk voor het beheer van middelen met betrekking tot empowerment van klanten en het verbeteren van de klantenservice. Daarbij gaat het om een breed scala aan teams, zoals de afdeling Klantenservice, UX/UI Design en de afdeling Connected. Canyon wijst toegewijde teams aan om de traceerbaarheid van klantinformatie te verbeteren en klantgerichte middelen te ontwikkelen. Deze teams richten zich op het verbeteren van processen tijdens het klanttraject, inclusief de Canyon app, website en instructievideo's, die intern in de Canyon studio worden geproduceerd om hoge kwaliteitsproductienormen te garanderen. Inspanningen om de traceerbaarheid te verbeteren, maken het mogelijk om problemen sneller op te sporen, sneller op te lossen en meer verantwoording af te leggen, vooral in het geval van vertragingen of problemen na levering. Daarnaast is gepersonaliseerde productinformatie, zoals reserveonderdelen en onderhoudsinstructies, toegankelijk via klantenaccounts, gekoppeld aan het unieke serienummer van elke fiets.
Het beheer van de middelen met betrekking tot de veiligheid en gezondheidsvoordelen van klanten bij Canyon Bicycles wordt gedreven door een cross-functionele aanpak, waarbij meerdere afdelingen samenwerken om deze aspecten aan te pakken. Teams van onder meer Klantenservice, Marketing, Productontwikkeling en Brand Management zijn betrokken om ervoor te zorgen dat Canyon's producten voldoen aan de hoogste normen voor veiligheid en gezondheidsvoordelen voor klanten. Canyon wijst middelen toe om klanten te betrekken tijdens hun aankooptraject, met name tijdens evenementen waar testfietsen beschikbaar worden gesteld voor directe feedback. Inzichten worden ook verzameld van journalisten op perskampen, die Canyon helpen zijn aanbod te verfijnen op basis van feedback van zowel klanten als de sector. Deze initiatieven hebben tot doel de veiligheids- en gezondheidsvoordelen van fietsen te verbeteren, door ervoor te zorgen dat Canyon fietsen zijn ontworpen om een veilige en gezonde ervaring voor rijders te bieden. Door het voortdurend verzamelen van feedback en de ontwikkeling van educatieve middelen, zoals instructievideo's en gebruikershandleidingen, werkt Canyon aan het verbeteren van de fietservaring. Deze inspanningen maken deel uit van Canyon's toewijding om fietsen te leveren die bijdragen aan een veiligere, gezondere levensstijl voor alle fietsers.
Canyon monitort voortdurend de tevredenheid van klanten die onlangs een Canyon fiets hebben gekocht en ontvangen aan de hand van de Net Promoter Score (NPS).
Drie weken na de levering van de fiets worden klanten wereldwijd via e-mail uitgenodigd om hun volledige ervaring te evalueren door de vraag te beantwoorden: "Hoe waarschijnlijk is het dat je Canyon fietsen aanbeveelt aan een vriend of collega?" Reacties worden verzameld op een schaal van 0 tot 10. Klanten met een beoordeling van 9-10 worden gecategoriseerd als "Promotors", klanten met een beoordeling van 7-8 als "Passief" en klanten met een beoordeling van 0-6 als "Detractors".
Passief en Detractors worden uitgenodigd om deel te nemen aan een gerichte enquête om de onderliggende redenen voor hun (gedeeltelijke) ontevredenheid vast te stellen. Met deze enquête kunnen ze problemen aanpakken tijdens het hele klanttraject, inclusief het vinden van de juiste fiets, betalingsopties, levering, zelfmontage, productkwaliteit en klantenservice.
Canyon gebruikt deze feedback om fietsen en diensten verder te verbeteren.
Canyon betrekt consumenten en eindgebruikers bij het monitoren van prestaties ten opzichte van doelen via directe feedbackmechanismen. Klanttevredenheid wordt bijvoorbeeld gemonitord aan de hand van de Net Promoter Score (NPS), die inzicht geeft in de consumentenervaring en richting geeft aan verbeteringen. Daarnaast worden de gebruiksgegevens van de Onderdelenzoeker bijgehouden om de effectiviteit van de klantenservice te evalueren voor fietsen die na 2015 zijn gebouwd, met een retourpercentage van 90% als doel. Dankzij deze directe betrokkenheid kan Canyon de voortgang in de richting van doelen beoordelen en aanpassingen maken op basis van de input van consumenten.
Het interne Gegevensbeschermingsbeleid voor Canyon-werknemers is een geformaliseerd kader om het risico op gegevensverlies te beperken door risicobeheer en een verhoogde applicatiebeveiliging.
Veiligheidsbewustzijn is een belangrijk element van applicatiebeveiliging en wordt geprioriteerd door jaarlijkse training te bieden aan alle werknemers, met een specifieke focus op softwareontwikkelaars. Meer bewustzijn over potentiële cyberbeveiligingsbedreigingen draagt bij aan de bescherming van de rechten van klanten met betrekking tot het potentiële verlies van persoonsgegevens bij een cyberincident. Voor 2025 werd een relatief doel bepaald, gemeten als deelnamegraad aan aangeboden trainingen van Canyon-werknemers op mondiaal niveau: De hierboven geschetste training wordt in 2025 twee keer met een andere inhoud aangeboden en in 2025 moet een deelnamepercentage van 100% worden bereikt. Gegevensbescherming is een belangrijk thema voor Canyon om een veilige omgeving voor klanten te garanderen, wat tot uiting komt in het 100% deelnamepercentage.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
0
2024
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Doelen werden bepaald door experts van IT-Security en het Consumer Insights Team te betrekken.
Het kader Informatiebeveiliging Risicobeheer is ontworpen om risico's in kaart te brengen, te beoordelen, te behandelen, te monitoren en te rapporteren. De toepassing van een beheersysteem voor informatiebeveiliging draagt bij tot de bescherming van de rechten van klanten in verband met het potentiële verlies van persoonsgegevens bij een cyberincident. Er werd een relatief doel vastgesteld, gemeten als het totale aantal relevante beleidsregels dat is afgestemd op ISO 27001-certificering ten opzichte van relevante beleidsregels die niet zijn afgestemd op het niveau van de wereldwijde onderneming. Tegen het einde van 2025 zal Canyon alle beveiligingsbeleid en -processen evalueren en bijwerken om in overeenstemming te zijn met de ISO 27001-certificeringsnormen. Er zullen nieuwe processen en documentatie worden ontwikkeld in overeenstemming met deze standaarden om naleving te waarborgen. Dit werk zal dienen als voorbereiding voor het behalen van een volledige ISO 27001 certificering voor Canyon's Information Security Management System (ISMS) tegen eind 2026. Het doel werd bepaald als een eerste belangrijke stap om voor te bereiden op ISO 27001-certificering.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
0
2024
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Doelen werden bepaald door experts van IT-Security en het Consumer Insights Team te betrekken.
Het Plan voor markt- en consumenteninzichten is een centraal beleid voor het managen van klanttevredenheid en het identificeren van klantbehoeften, bijvoorbeeld wat betreft klantenservice. Het dient als een vertrouwelijk en intern instrument om de klanttevredenheid te sturen en de Canyon net promoter score te ontwikkelen
De Net Promoter Score (NPS) dient als een instrument om klanttevredenheid te monitoren en te beoordelen, wat de positieve impact van verbeteringen weergeeft. Door klanten te voorzien van kwalitatieve informatie voor montage, onderhoud en andere onderwerpen, worden ze minder afhankelijk van werkplaatsen. Bovendien zorgt een verbeterde traceerbaarheid van informatie voor elk specifiek onderdeel op hun fiets voor een betere klantenservice. Deze verbeteringen dragen bij aan een betere algehele klantervaring, gemeten via de NPS. Belangrijke gebieden van klanttevredenheid die via de NPS worden beoordeeld, zijn productkwaliteit, zelfassemblage, levering, klantenservice, productinformatie, zoeken betalingsopties. Canyon richt zich op 70 NPS. Aangezien klanttevredenheid een kernelement is van Canyons algemene bedrijfsstrategie, werd het doel bepaald om het ambitieniveau van Canyon voor klanttevredenheid weer te geven. Het tijdsbestek voor dit doel is nog niet gespecificeerd. Meer gedetailleerde informatie vindt u in het hoofdstuk over NPS.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
55
2023
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Zie Relatie met beleidsdoelstellingen.
Doelen werden bepaald door experts van IT-Security en het Consumer Insights Team te betrekken.
Het bestuursorgaan van Canyon bestaat uit een Adviesraad, een Auditcomité en de Raad van Bestuur. De CEO en de CFO (CFO) vormen de Raad van Bestuur en zijn verantwoordelijk voor het algemene en strategische beheer van Canyon. Verdere details over de taken en verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan zijn te vinden in de sectie Algemene informatie, ESRS 2, die ook informatie bevat over de strategie van Canyon (Strategie, businessmodel en waardeketen) en het beheersen van impacts, risico's en opportuniteiten (Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
Alle leden van Canyon's bestuursorgaan hebben een internationale staat van dienst op het gebied van leiderschap en management. Hun diverse expertise op mondiaal niveau heeft betrekking op verschillende industrieën, die het spectrum van Canyon's activiteiten en aanbod van producten en diensten weergeven (zie voor meer informatie Algemene Informatie, De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen).
Canyon heeft een reeks codes en beleid aangenomen om ervoor te zorgen dat werknemers en belangengroepen zich bewust zijn van de bedrijfswaarden en van de wettelijke vereisten die relevant zijn voor Canyon. Iedereen die wereldwijd met en voor Canyon werkt, is verplicht deze fundamentele principes na te leven, zich vertrouwd te maken met het beleid van Canyon, zich in alle gevallen te houden aan verplichte richtlijnen en voorschriften en zich uit te spreken in het geval van potentiële of daadwerkelijke schendingen van onze waarden en principes. In verband met de bescherming van klokkenluiders zijn twee Canyon-beleidslijnen essentieel en afgestemd: het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid en het Speak Up Beleid. Beide beleidslijnen worden wereldwijd over Canyon gecommuniceerd en zijn publiek toegankelijk via de Canyon-website op Canyon Codes and Policies (https://www.canyon.com/en-de/about-content/compliance/codes-and-policies/).
In het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid geeft Canyon uiting aan zijn toewijding aan bedrijfsduurzaamheid en ethische bedrijfspraktijken. Het doel van het beleid is om beide te verbinden en te formaliseren hoe Canyon zijn ESG beleid en -codes integreert door middel van gestructureerde governance in zijn kern businessstrategie en belangrijkste processen. Daarnaast moedigt Canyon op basis van dit beleid de eigen werknemers, zakenpartners of potentieel getroffen personen aan om niet-naleving van het beleid van Canyon te melden.
Het Speak Up-beleid bevat details over hoe u een rapport kunt maken, de beschikbare rapporteringskanalen, de verantwoordelijkheden en de afhandelingsprocedures. Canyon werknemers en externe belangengroepen kunnen feitelijke of vermoedelijke gevallen van schendingen die verband houden met Canyon activiteiten melden via het webgebaseerde Speak Up platform terwijl ze volledige anonimiteit krijgen. Bij schendingen kan het bijvoorbeeld gaan om schendingen van Mensenrechten of milieuwetgeving, strafrechtelijke of administratieve misdrijven, schendingen van de Canyon Ethische Code (lees meer over de Canyon Ethische Code in Sociale informatie: Eigen personeel, S1), schendingen van Productveiligheid of wetgeving inzake consumentenbescherming, of schendingen van mededingings- of antitrustwetgeving, met inbegrip van Het tegengaan van corruptie zoals uiteengezet in de Canyon Gedragscode (hoofdstuk 5.5 "Bestrijding van corruptie") enz.
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering en handhaving van dit beleid wordt geleid door de Global Director ESG, terwijl de CEO samen met de Global Director ESG verantwoordelijk is voor het monitoren van de status van de uitvoering en handhaving van het beleid. De goedkeuring en toetsing van beleid in het algemeen is toegewezen aan de Adviesraad.
De implementatie van het beleid ter bescherming van klokkenluiders is voltooid. Dit omvat het Speak Up-beleid en het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid, die samen een omvattend kader vormen om ervoor te zorgen dat personen hun zorgen vertrouwelijk en zonder angst voor represailles kunnen uiten.
Elk verslag moet door de ombudsman binnen een vastgesteld, tijdgebonden proces worden behandeld. De ombudspersoon van Canyon zal de verantwoordelijke case manager aanwijzen en de melding doorsturen naar de betreffende klokkenluidersfunctionarissen van Canyon. De aangewezen klokkenluidersfunctionaris zal het onderzoek uitvoeren en de materiële feiten vaststellen conform de toepasselijke wet- en regelgeving. Dit proces kan documentatiebeoordeling, interviews en gegevensanalyse omvatten. De duur van dit onderzoek is afhankelijk van elk individueel geval en de klokkenluider wordt regelmatig geïnformeerd over de status. Op basis van de conclusies van het onderzoek zullen, indien wangedrag wordt geconstateerd, maatregelen worden voorgesteld en passende corrigerende maatregelen worden genomen. Zodra de zaak is gesloten, wordt definitieve feedback gegeven aan de klokkenluider. Om de effectiviteit van de processen te beoordelen, wordt de procedure ten minste eenmaal per jaar geëvalueerd, en indien nodig ook op ad-hocbasis. We moedigen klokkenluiders ook aan om verbetervoorstellen te doen via het Speak Up platform.
Informatie over het Speak Up platform maakt momenteel deel uit van de Welkom Dag voor nieuwe werknemers in Duitsland. Het plan om deze introductie van de Welkom Dagen wereldwijd uit te breiden naar alle markten staat gepland voor Q1 2025. Daarnaast maakt het klachtenmechanisme deel uit van het interne mensenrechten trainingsprogramma van Canyon, dat ook het Speak Up platform omvat om het bewustzijn te vergroten. (Voor meer informatie, zie Sociale informatie: Werknemers in de waardeketen, Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de doeltreffendheid van die maatregelen). Zoals hieronder geschetst bij acties, vond bewustmaking voor het Speak Up platform plaats onder Canyon's eigen personeel. Voor 2025 staat een nieuwe opleiding voor de klokkenluidersfunctionarissen en de ombudsman gepland.
Canyon heeft een externe, neutrale en onafhankelijke advocaat (ombudsman) aangesteld om te adviseren over en om te gaan met gemelde incidenten, waarbij ervoor wordt gezorgd dat alle incidenten worden aangepakt door de betrokken Canyon klokkenluidersfunctionarissen. Er zijn vijf klokkenluidersfunctionarissen bij Canyon: de Global Legal Director, de Global ESG Director, de Vice President People, de Senior Director People en de Mensenrechten Manager. Alle klokkenluidersfunctionarissen zijn gerechtigd en verplicht zelfstandig te opereren; zij zijn niet onderworpen aan instructies van het management in deze functie en zij zorgen ervoor dat het casemanagement naadloos aansluit bij de behoeften van naleving. Ze waarborgen ook te allen tijde vertrouwelijkheid. Dit wordt ondersteund door het feit dat alle identiteitsinformatie niet op de IT-infrastructuur van Canyon wordt verwerkt, maar uitsluitend op servers van de aanbieder van het Speak Up platform. Alleen de klokkenluidersfunctionarissen, de ombudsman en de medewerkers van de platformaanbieder hebben toegang tot de klokkenluidersdata op de servers van de platformaanbieder, met wie op grond van de General Data Protection Regulation een data verwerkersovereenkomst is gesloten. Vertrouwelijkheid is ook gewaarborgd door veilig elektronisch dossierbeheer. Deze mechanismen zorgen ervoor dat er geen represailles worden genomen tegen klokkenluiders in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937.
Voor interne rapporten kunnen Canyon's eigen medewerkers ook hun directe managers benaderen, die mogelijk hun zorg kunnen wegnemen of doorverwijzen naar de juiste persoon. Indien dit ongepast is, of de werknemer zich niet op zijn gemak voelt om de corresponderende manager te benaderen, kan hij of zij ook een andere vertegenwoordiger of manager van het bedrijf benaderen. In overeenstemming met de bedrijfswaarden en wettelijke vereisten van Canyon is geen enkele vorm van represaille tegen klokkenluiders toegestaan.
Canyon heeft een reeks codes en beleid aangenomen om ervoor te zorgen dat werknemers en belangengroepen zich bewust zijn van de bedrijfswaarden en van de wettelijke vereisten die relevant zijn voor Canyon. Iedereen die wereldwijd met en voor Canyon werkt, is verplicht deze fundamentele principes na te leven, zich vertrouwd te maken met het beleid van Canyon, zich in alle gevallen te houden aan verplichte richtlijnen en voorschriften en zich uit te spreken in het geval van potentiële of daadwerkelijke schendingen van onze waarden en principes. In verband met de bescherming van klokkenluiders zijn twee Canyon-beleidslijnen essentieel en afgestemd: het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid en het Speak Up Beleid. Beide beleidslijnen worden wereldwijd gecommuniceerd in Canyon en zijn publiek toegankelijk via de Canyon-website op Canyon Codes en Beleid. De monitoring van het beleid is afgestemd op het proces beschreven in het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid. Voor meer informatie, zie hoofdstuk Algemene informatie.
Potentiële klokkenluiders kunnen een positieve impact hebben omdat zij een cruciale rol spelen bij het blootleggen van misstanden in een organisatie.
In het Milieu-, Sociaal en Governance Beleid geeft Canyon uiting aan zijn toewijding aan bedrijfsduurzaamheid en ethische bedrijfspraktijken. Het doel van het beleid is om beide te verbinden en te formaliseren hoe Canyon zijn ESG beleid en -codes integreert door middel van gestructureerde governance in zijn kern businessstrategie en belangrijkste processen. Daarnaast moedigt Canyon op basis van dit beleid de eigen werknemers, zakenpartners of potentieel getroffen personen aan om niet-naleving van het beleid van Canyon te melden. Het beleid is van toepassing op al het ESG beleid van Canyon op globaal niveau.
Het Speak Up-beleid bevat details over hoe u een rapport kunt maken, de beschikbare rapporteringskanalen, de verantwoordelijkheden en de afhandelingsprocedures. Canyon werknemers en externe belangengroepen kunnen feitelijke of vermoedelijke gevallen van schendingen die verband houden met Canyon activiteiten melden via het webgebaseerde Speak Up platform terwijl ze volledige anonimiteit krijgen. Bij schendingen kan het bijvoorbeeld gaan om schendingen van Mensenrechten of milieuwetgeving, strafrechtelijke of administratieve misdrijven, schendingen van de Canyon Ethische Code (lees meer over de Canyon Ethische Code in Sociale informatie: Eigen personeel, S1), schendingen van Productveiligheid of wetgeving inzake consumentenbescherming, of schendingen van mededingings- of antitrustwetgeving, met inbegrip van Het tegengaan van corruptie zoals uiteengezet in de Canyon Gedragscode (hoofdstuk 5.5 "Bestrijding van corruptie") enz. Het beleid is toepasbaar voor alle interne en externe belangengroepen op globaal niveau.
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering en handhaving van dit beleid wordt geleid door de Global Director ESG, terwijl de CEO samen met de Global Director ESG verantwoordelijk is voor het monitoren van de status van de uitvoering en handhaving van het beleid. De goedkeuring en toetsing van beleid in het algemeen is toegewezen aan de Adviesraad. Voor meer informatie, zie hoofdstuk Algemene informatie.
Het beleid is ontwikkeld door interne stakeholders (voornamelijk Legal- en ESG afdelingsleden). Tijdens de ontwikkeling werd indirect rekening gehouden met de belangen van externe stakeholders door deze groep.
Beide beleidslijnen worden wereldwijd gecommuniceerd in Canyon en zijn publiek toegankelijk via de Canyon-website onder Canyon Codes en Beleid. Daarnaast zijn deze beleidslijnen gemakkelijk beschikbaar voor werknemers via het interne werknemersportaal.
Een van de belangrijkste uitdagingen voor de toepassing van een klachtenmechanisme is het creëren van vertrouwen in het proces in verband met de behandeling van eventuele zorgen die aan de orde zijn gesteld. Om het niveau van vertrouwen te verhogen, werd het Speak Up-platform gepromoot door de Chief Group Development Officer (CGDO) tijdens een hands-on bijeenkomst voor werknemers in Duitsland. De bijeenkomst werd georganiseerd door de arbeidsraad in januari 2024. Het doel was om het bewustzijn en het vertrouwen van dit mechanisme te vergroten bij de Canyon-werknemers in Duitsland. Wereldwijd werden stickers met QR-codes die linkten naar het Speak Up platform verspreid over Canyon's eigen activiteiten om gemakkelijke en vertrouwelijke toegang tot de tool te ondersteunen en te vergemakkelijken.
Voor werknemers in de waardeketen zijn vragen over overheids- en fabrieksgerelateerde klachtenmechanismen ingebed in het werknemerssentimentonderzoek, dat deel uitmaakt van geselecteerde sociale audits die door een derde partij worden uitgevoerd in productielocaties met een hoog risico. Voor Canyon's eigen Speak Up platform heeft Canyon met geselecteerde leveranciers overlegd om de toegankelijkheid te vergroten voor werknemers in de waardeketen. Het betrokken personeel werd geïnformeerd over het bestaan van het platform en hoe relevante zorgen met behulp van visuals te melden.
Alle maatregelen dragen bij tot een grotere toegankelijkheid van het Speak Up Platform op globaal niveau. Potentiële klokkenluiders kunnen een positieve impact hebben omdat zij een cruciale rol spelen bij het blootleggen van misstanden in een organisatie.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Zie Informatie over belangrijke maatregelen.
Geen negative materiële impact geïdentificeerd (zie voor meer informatie Algemene Informatie, Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met de strategie en het businessmodel).
Operationele uitgaven (OPEX) en kapitaaluitgaven (CAPEX) zullen onder de vastgestelde financiële drempel blijven.
Deze eerste stap in de DMA ondersteunt de definitie van het duurzaamheidslandschap specifiek voor Sienna IM en haar kernactiviteiten, het identificeren van de belangrijkste getroffen stakeholders en hun respectieve bijdrage.
Deze stap ondersteunt het onderzoek naar potentiële materiële ESG-thema's om in een volgende fase de potentiële IRO's te beoordelen. In lijn met de verstrekte verklaring bestaat de eerste stap erin de activiteiten van Sienna IM, haar zakelijke relaties en de context te analyseren.
Tijdens deze stap worden de volgende taken uitgevoerd:
De analyse van het relevante wet- en regelgevingslandschap van Sienna IM.
De vaststelling van de lijst van duurzaamheidskwesties die in thematische ESRS aan bod komen overeenkomstig ESRS 1 TV.16 wordt als uitgangspunt gebruikt. Sienna IM bouwde ook voort op de dubbele materialiteitsanalyse die GBL eerder uitvoerde: de gescoorde ESRS en gerelateerde IRO's bekijken, die als materieel naar voren kwamen en de redenen voor hun materialiteit.
De duurzaamheidsverklaring is geconsolideerd op het niveau van de Sienna groep.
De DMA en de daarmee samenhangende duurzaamheidsverklaring zijn van toepassing op Sienna IM op geconsolideerd niveau – d.w.z. Sienna IM en haar dochterondernemingen. Het houdt rekening met alle bedrijfsprocessen en gebieden waarin Sienna IM actief is.
De DMA werd uitgevoerd door deskundigheid (op bedrijfsniveau) in plaats van per locatie of regio. Voor alle dochterondernemingen bevinden de activa en activiteiten zich voornamelijk in Europa (de activiteit van Sienna Real Estate in Zuid-Korea treedt alleen op als distributeur).
Sienna IM bevestigt dat de reikwijdte van haar niet-financiële rapportering overlapt met die van haar financiële rapportering. Deze afstemming zorgt voor consistentie en transparantie in de informatieverschaffing, waardoor een alomvattend overzicht wordt geboden van de prestaties en toezeggingen van de onderneming.
Geen enkele onderneming die in de consolidatie van Sienna is opgenomen, is vrijgesteld van individuele of geconsolideerde duurzaamheidsrapportering. Alle entiteiten zijn verplicht te voldoen aan de duurzaamheidsrapportering.
Gezien de omtrek van de verplichting tot duurzaamheidsrapportering, gezien de activiteiten en kernactiviteiten van Sienna IM, volgt de afbakening van de scope van de DMA een benadering op basis van de volgende items:
De definitie van Sienna IM's waardeketen was gebaseerd op een oordeelkundige beoordeling op basis van business models. De methodologische mappingsbeoordeling wordt op hoog niveau uitgevoerd om het volledige spectrum van de activiteiten van Sienna IM te omvatten.
De waardeketen van Sienna IM is vormgegeven door de kernactiviteiten van het bedrijf af te bakenen, waaronder vastgoedactiviteiten onder Sienna Real Estate, private schuldactiviteiten via Sienna 2A en genoteerd en hybride activabeheer via Sienna Gestion. Deze worden aangevuld met een kader van ondersteunende activiteiten.
De waardeketen kan in drie segmenten worden uitgesplitst:
Na de afgenomen interviews werden geen zwijgende stakeholders geïntegreerd, aangezien dit niet relevant noch evenredig werd geacht.
Het end-of-life aspect van producten is niet meegenomen in de DMA, noch in de waardeketen, aangezien het als weinig materialiteit wordt beschouwd in de context van Sienna IM's beheer van Europese productschaal. Het end-of-life proces wordt voor de producten van Sienna IM als volgt beheerd:
De optie van weglaten is niet gebruikt voor Sienna IM.
Sienna IM maakt geen gebruik van de vrijstelling voor ondernemingen gevestigd in een EU-lidstaat die de vrijstelling van informatieverschaffing toestaat voor naderende ontwikkelingen of kwesties waarover wordt onderhandeld.
Afstemming van de korte, middellange en lange tijdshorizonten bepaald door ESRS 1 sectie 6.4.
Sienna IM maakt geen gebruik van afwijkingen van de middellange of lange tijdshorizonten bepaald door ESRS 1 sectie 6.4 Definitie van korte, middellange en lange termijn voor rapporteringsdoeleinden.
De tijdshorizonten voor SBTi doelen bij Sienna IM zijn vastgesteld op 5 jaar. Deze doelen zijn consistent en verschillen niet van de door het SBTi vastgestelde standaardtermijnen.
Afstemming van de korte, middellange en lange tijdshorizonten bepaald door ESRS 1 sectie 6.4.
Sienna IM maakt geen gebruik van afwijkingen van de middellange of lange tijdshorizonten bepaald door ESRS 1 sectie 6.4 Definitie van korte, middellange en lange termijn voor rapporteringsdoeleinden.
De tijdshorizonten voor SBTi doelen bij Sienna IM zijn vastgesteld op 5 jaar. Deze doelen zijn consistent en verschillen niet van de door het SBTi vastgestelde standaardtermijnen.
Als financiële speler opereert Sienna IM in een complexe omgeving op basis van externe data en toekomstgerichte maatstaven. Om de integriteit en betrouwbaarheid van de bij besluitvormingsprocessen gebruikte informatie te waarborgen, doet Sienna IM een beroep op een netwerk van externe gegevensverstrekkers - die financiële en extrafinanciële gegevens uit verschillende bronnen verzamelen en verwerken. Deze processen en gegevensverstrekkers worden niet noodzakelijkerwijs gecontroleerd. Wanneer maatstaven data over de upstream- en (of) downstream waardeketen bevatten die zijn geschat aan de hand van indirecte bronnen, zoals data over sectorgemiddelden of andere indirecte maatstaven ("proxies"), doet de onderneming het volgende:
Koolstofgegevens worden verstrekt door Bloomberg (genoteerde activa), Carbometrix en Sustainalytics (private activa).
Maatstaven: Scope 1, 2 en 3.
Voor private activa houdt de methode voor het verzamelen van scope 1-, 2- en 3-emissies in dat eerst de informatie rechtstreeks bij de ondernemingen wordt opgevraagd. Indien de informatie niet wordt verstrekt, wordt Carbometrix geraadpleegd. Als data nog steeds niet beschikbaar zijn, worden proxies van Sustainalytics gebruikt. Voor genoteerde activa zijn de gegevens beschikbaar op Bloomberg.
Voor private activa houdt de methode voor het verzamelen van scope 1-, 2- en 3-emissies in dat eerst de informatie rechtstreeks bij de ondernemingen wordt opgevraagd. Indien de informatie niet wordt verstrekt, wordt Carbometrix geraadpleegd. Als data nog steeds niet beschikbaar zijn, worden proxies van Sustainalytics gebruikt. Voor genoteerde activa zijn de gegevens beschikbaar op Bloomberg.
Voor genoteerde activa verwachten we dat de gegevensverstrekkers hun gegevensverzameling en gegevenskwaliteit op termijn verbeteren.
Voor private activa wordt momenteel een dialoog gevoerd met ondernemingen waarin is geïnvesteerd. Sienna vraagt en ondersteunt de ondernemingen waarin is geïnvesteerd voortdurend om de dataverzameling te verbeteren.
Geen enkele maatstaf is onderhevig aan een hoge mate van meetonzekerheid bij Sienna IM.
Geen enkele maatstaf is onderhevig aan een hoge mate van meetonzekerheid bij Sienna IM.
Geen enkele maatstaf is onderhevig aan een hoge mate van meetonzekerheid bij Sienna IM.
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
Sienna IM is een holding. Sienna IM rapporteert dus niet over extra-financiële informatie. De dochterondernemingen, Sienna Gestion en Sienna AM France, zijn gereglementeerde ondernemingen. Elk van hen publiceert een artikel 29 LEC-rapport, dat alleen extra financiële informatie op ondernemingsniveau bevat.
Sienna IM is een holding. Sienna IM rapporteert dus niet over extra-financiële informatie. De dochterondernemingen, Sienna Gestion en Sienna AM France, zijn gereglementeerde ondernemingen. Elk van hen publiceert een artikel 29 LEC-rapport, dat alleen extra financiële informatie op ondernemingsniveau bevat. Opgemerkt moet worden dat bij Sienna IM geen wetgeving gedeeltelijk wordt toegepast. Alle relevante wet- en regelgeving wordt integraal nageleefd.
Er is geen datapunt opgenomen door middel van verwijzing.
Het sectorspecifieke duurzaamheidsthema (met betrekking tot de financiële sector) integreert op hoog niveau de ecologische, sociale en governance impacts van de activiteiten van ondernemingen waarin is geïnvesteerd. Daarom, en in afwachting van de publicatie van een specifieke sectorspecifieke ESRS, worden de ESRS E2, E3, E4, S2 en S3 niet op microschaal bekeken, maar op ruimere schaal op sectorspecifiek IRO-niveau.
Bovendien moet worden opgemerkt dat voor deze onderwerpen geen gebruik wordt gemaakt van infaseringsbepalingen. Alle relevante vereisten zijn volledig toegepast zoals gespecificeerd.
Sienna IM overschrijdt niet het gemiddelde aantal van 750 werknemers gedurende het boekjaar. Als pan-Europese vermogensbeheerder met meerdere expertises van de beursgenoteerde investeringsholding Groupe Bruxelles Lambert ("GBL") rapporteert Sienna IM echter wel in het geconsolideerde duurzaamheidsverslag van GBL (meer dan 750 werknemers). Daarom moet worden opgemerkt dat er geen bepalingen inzake infasering worden gebruikt voor hele thema's.
Voor Sienna IM worden geen infaseringsbepalingen gebruikt voor hele thema's.
Lijst van thema's (thema/subsubthema/sub(subsubthema) in TV 16 ESRS 1 Appendix A die als materieel zijn beoordeeld – Zie elke specifieke sectie.
Voor Sienna IM worden geen infaseringsbepalingen gebruikt voor hele thema's.
Voor Sienna IM worden geen infaseringsbepalingen gebruikt voor hele thema's.
Voor Sienna IM worden geen infaseringsbepalingen gebruikt voor hele thema's.
Voor Sienna IM worden geen infaseringsbepalingen gebruikt voor hele thema's.
Geen werknemersvertegenwoordiging in het Managementcomité of in de Raad.
Paul de Leusse is in oktober 2022 bij Sienna aan de slag gegaan als voorzitter van de Groep. Hij begon zijn carrière in 1997 in business consulting, eerst als consultant en daarna als partner bij Oliver Wyman, voordat hij bij Bain kwam werken. In 2009 ging hij aan de slag bij de Groep Crédit Agricole als hoofd strategie en in 2011 werd hij hoofd financiën bij Crédit Agricole Corporate en Investment Bank, voordat hij adjunct-CEO werd. In 2016 werd hij CEO van CA Indosuez, de vermogensbeheerbank van Crédit Agricole die 120 miljard euro aan activa beheert in 10 landen. Sinds 2018 was hij adjunct-CEO van de Orange Group belast met digitale bankactiviteiten in Europa en Afrika en in die hoedanigheid CEO van Orange Bank. Paul is afgestudeerd aan de Ecole Polytechnique en ingenieur van Ponts et Chaussées.
Xavier Collot is begin 2022 bij Sienna Investment Managers in dienst getreden als Managing Director van de expertise van Listed & Hybrid Assets (voorheen Malakoff Humanis Gestion d'Actifs). Hij begon zijn carrière als Management Controller, voordat hij overstapte naar de groep Crédit Agricole. Xavier heeft meer dan 20 jaar ervaring in vermogensbeheer en heeft 15 jaar besteed aan de ontwikkeling van de spaaractiviteit voor werknemers. In 2016 werd hij benoemd tot lid van het Managementcomité van Amundi en het Uitvoerend Comité van de Groep. Xavier behaalde een Master in Economische en Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Lyon II en heeft het INSEAD-programma voor Senior Managers van de Groep Crédit Agricole gevolgd.
Floris van Maanen beheert de vastgoedexpertise van Sienna IM. Floris begon zijn vastgoedcarrière bij Catella Property Fund Management. Na een aantal jaar aan de slag te zijn geweest, richtte hij zijn eigen investeringsbeheermaatschappij op, die later in 2016 met het bedrijf fuseerde. Hij behaalde een BBA in Marketing Management aan de Northwood University en een MSc aan de Nottingham University Business School.
Thibault de Saint Priest is de Secretaris-Generaal van Sienna Investment Managers. Hij startte zijn carrière bij Caisse des Dépôts et Consignations waar hij werkte als beheerder van geldmarktfondsen voordat hij hoofd financiële engineering werd. Thibault is in 1990 medeoprichter van Acofi en managing partner en heeft de afgelopen twintig jaar met name de activiteiten op het gebied van directe vastgoedinvesteringen, de genoteerde aandelendivisie en de acquisitie van portefeuilles met slecht presterende bankschulden via securitisatievehikels uitgebouwd. In deze laatste activiteit leidde Thibault acquisitie- en managementteams aan. Hij was ook medeoprichter en bestuurder van Credirec, een onderneming die in 1993 door Acofi werd opgericht en die de Franse marktleider is geworden in het verzamelen en aankopen van consumentenkredietportefeuilles. Hij is ook Voorzitter van de Commissie Debt Fund and Securitisation opgericht door AFG en een van de stichtende leden van het Observatoire des Fonds de Prêts à l'Economie (OFPE). Hij studeerde rechten en economie aan de Universiteit van Parijs Pantheon Sorbonne en IEP Parijs.
Géraud Dambrine behaalde een M.A. in Economics & Finance aan Sciences Po in Parijs en een B.A. aan de McGill Universiteit in Montreal. Hij begon zijn carrière in 1998 als Key Accounts Officer en Sales Manager bij Fidelity Investments Limited (FIL), gericht op de Franse markt. In 2002 ging hij aan de slag bij Goldman Sachs Asset Management als Country Head van Frankrijk, gespecialiseerd in alternatieve strategieën. In 2009 werd hij aangesteld bij Lombard Odier Investment Managers (LOIM) als Head of Sales voor Frankrijk & Europa, waarna hij strategische Canadese en Midden-Oosterse vermogensbeheerders behandelde, een rol die hij sinds 2014 vervult. In 2018 werd Géraud ook verantwoordelijk voor de Single Family Office Coverage van LOIM.
Amaury Eloy behaalde een Masters diploma aan het Institut Supérieur du Commerce (ISC) en een Executive MBA van HEC Paris (2009). Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring, opgedaan als ondernemer in Frankrijk en internationaal, voordat hij zich specialiseerde als HRD Business Partner in vermogensbeheer. In 1991 richtte hij The Accord Group op, een executive search- en HR-adviesbureau gevestigd in Praag, Warschau en Moskou. In 1999 richtte hij NewWorks op, een innovatief B2B web-to-print servicebedrijf voor de financiële sector, in Parijs en Genève. Vervolgens installeerde hij de HRD-functie bij La Financière de l'Echiquier, voordat hij in 2016 Sycomore Asset Management (Parijs) in dienst trad als Head of HR & Business Partner, lid van het Uitvoerend Comité.
Hervé Leclercq ging begin 2022 aan de slag bij Sienna Investment Managers als Chief Compliance en Risk Officer en Hoofd van het Luxemburg kantoor. Hij begon zijn carrière bij PwC in 1990, ging in 1993 aan de slag bij Credit Agricole en in 1998 bij Amundi. Hij werkte in Londen, Parijs en Luxemburg. Hij werd benoemd tot Adjunct-CEO van Amundi UK in 2010 en van Amundi Alternative Investments in 2015. Vervolgens werd hij benoemd tot Adjunct-CEO van Amundi Real Estate en Amundi Private Equity en was hij sinds 2016 verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Luxemburgse platform. Hervé is afgestudeerd aan ISC Paris.
Banel Kane is de CFO bij Sienna Investment Managers. Ze startte haar carrière in 2009 bij BNP Paribas in M&A Advisory in de kantoren van Parijs, New York en Madrid als Analyst en vervolgens Associate. In 2014 ging ze aan de slag bij Natixis en nam ze deel aan de uitvoering van grootschalige M&A-projecten voordat ze in 2021 bij Sienna Investment Managers aan de slag ging als Head of Corporate Development. Banel behaalde een master in corporate finance en financial engineering aan de Universiteit van Paris Dauphine.
Sophie Chipot-Kolosvari is de General Counsel van Sienna Investment Managers Group. Ze startte haar carrière in 1999 als advocaat bij fusies en overnames bij Archibald Andersen en daarna bij CMS Bureau Francis Lefebvre. In 2005 werd ze juridisch adviseur M&A en Governance bij Caisse des Dépôts et Consignations. Zij was secretaris van de raad van toezicht van de Instelling. Daarna ging ze in 2012 aan de slag bij de Groep Lagardère, waar ze chargée de mission was bij de Groep General Counsel, vervolgens adjunct General Counsel van Lagardère Sports & Entertainment en tot slot Groep M&A en financing General Counsel. Sophie is afgestudeerd aan de Universiteit van Parijs Nanterre in Frans, Amerikaans en Engels ondernemingsrecht en aan Westminster University (LLB), werd toegelaten tot de balie in 1999, behaalde het certificaat in bedrijfskunde van IFA/Sciences Po Paris en volgde de arbitrageopleiding van het Parijse Centrum voor bemiddeling en arbitrage.
Voordat Alix Faure bij Sienna IM aan de slag ging als Chief Sustainable Officer, was zij het afgelopen jaar Head of Responsible Development en lid van het Responsible Investment Comité bij Comgest. In 2019 ging ze aan de slag bij AFG (de Franse vereniging voor vermogensbeheer) als Hoofd van Duurzame Investeringen. Daarvoor werkte ze als Senior Product Manager verantwoordelijk voor bedrijfsontwikkeling voor aandelen- en impactstrategieën bij Mirova waar ze in 2015 startte. Alix startte haar carrière bij BNP Paribas Investment Partners in 2005, waar ze verschillende functies bekleedde, waaronder Investment Specialist – Sustainable & Responsible Investments. Ze behaalde een Master of Science in Management van E.M. LYON.
Sébastien Lesueur is Chief Technology en Information Officer bij Sienna Investment Managers. Hij startte zijn carrière als consultant bij Deloitte en werd een CIO Advisory Practice manager. Hij werkte 10 jaar bij La Banque Postale in de ontwikkeling van informatiesystemen voor kapitaalmarktenactiviteiten en 4 jaar bij UFF Banque Conseil en Gestion de Patrimoine waar hij directeur van Information Systems en lid van het Uitvoerend Comité was. Sébastien is afgestudeerd aan Arts et Métiers ParisTech en heeft een executive master van ESSEC.
Cécile Haaser is in 2016 toegetreden tot de genoteerde Activa expertise van Sienna IM (voorheen Malakoff Humanis Gestion d'Actifs) als Chief Operating Officer. Ze is verantwoordelijk voor operationele aangelegenheden, ondersteunt het financieel management en overziet de afdelingen Data Management, Middle Office, Fondswaardering, Rapportering, Juridisch, Financiën en IT. Cécile begon haar carrière bij Eurogroup Consulting (2002-2014) en werkte vervolgens in projectmanagement bij Humanis (2014-2016). In 2000 studeerde ze af aan de Ecole Supélec.
David Taieb is in 2021 toegetreden tot de genoteerde Activa expertise van Sienna IM (voorheen Malakoff Humanis Gestion d'Actifs), waar hij werkt als Chief Investment Officer. Hij begon zijn carrière in 2003 als Buy Side Trader bij Crédit Agricole Asset Management, waarna hij zich specialiseerde in diversificatie- en activabeschermingsstrategieën in gediversifieerd beheer. In 2017 ging David aan de slag bij Crédit Mutuel Asset Management als Directeur Diversified Management en Employee Savings. Hij behaalde zijn diploma aan de Ecole Supérieure de Gestion et Finance in Parijs in 2001 en behaalde een MBA in Finance and Management in 2002.
Jean-François Gonnet is Chief Risk en Compliance Officer van onze expertise in genoteerde Activa (voorheen Malakoff Humanis Gestion d'Actifs). Hij begon zijn carrière in 1995 als directeur Internationale Zaken bij de Association Française de la Gestion Financière (AFG), en specialiseerde zich later in risico en naleving. Jean-François overzag de reglementaire aspecten van de fusie met Fongepar in 2013, wat leidde tot de oprichting van Humanis Gestion. In 1993 behaalde hij zijn diploma Economie en Finance aan Sciences Po Paris.
Samy Bchir is Chief Investment Officer bij Sienna Real Estate. Voordat Samy in 2021 bij het bedrijf kwam, bekleedde hij verschillende functies binnen internationale groepen zoals Tikehau Capital, CommerzReal of Deloitte en heeft hij een grensoverschrijdende exposure met een trackrecord in de verschillende Europese landen. Hij studeerde af aan HEC Paris.
Jean-Marc Leverne is General Counsel & Chief Risk en Compliance Officer. Hij is verantwoordelijk voor alle juridische en Risico & Nalevingskwesties binnen Sienna Real Estate. Voordat Jean-Marc in 2001 bij het bedrijf kwam, werkte hij als juridisch directeur bij Klépierre en als juridisch adviseur bij Compagnie Bancaire (Paribas Group) in Parijs, verantwoordelijk voor het vastgoed.
Marianne des Roseaux is adjunct-directeur van de Private Credit tak van Sienna IM. Ze ging in 1995 aan de slag bij Acofi (geïntegreerd in de Sienna IM Group), waar ze financiële expertise ontwikkelde in vastgoedinvesteringen voordat ze bedrijfssecretaris werd en vervolgens Deputy CEO bij Acofi. In deze rol leidde Marianne alle ondersteunende functies van het bedrijf: financiën, human resources, IT en algemene administratie. Marianne behaalde een DESS in Banking en Finance aan de Université Paris I-Sorbonne.
Fabrice Rossary is in mei 2024 bij Sienna IM in dienst getreden als Deputy Managing Director van Sienna IM's Private Credit expertise. Zijn verantwoordelijkheden omvatten toezicht op investeringen, integratie van liquide kredietstrategieën, organisatie en kruisbestuiving met de andere Sienna IM-entiteiten en de ontwikkeling van de Sienna-kredietfranchise. Fabrice begon zijn carrière in 1998 in de vermogensbeheersector, eerst als handelaar en vervolgens als fondsbeheerder gespecialiseerd in hoogrentende, converteerbare obligaties en absolute rendementsstrategieën. In 2006 ging hij aan de slag bij Fortis Investment als fondsbeheerder van absolute rendementsstrategieën en in 2008 werd hij hoofd van de corporate credit desk. In 2009 ging hij aan de slag bij de SCOR Group en nam hij deel aan de lancering van de vermogensbeheermaatschappij SCOR Investment Partners, waar hij aan de slag ging als hoofd kredietverlening. In 2011 werd hij gepromoveerd tot Chief Investment Officer en in 2021 tot CEO van SCOR Investment Partners. Fabrice is afgestudeerd aan de Paris II Pantheon Assas Universiteit met een Master in Bank en Finance en is CFA Charterhouder.
Andrea Pescatori is oprichter en CEO van Ver Capital. Voordat Andrea Ver Capital oprichtte, heeft ze 15 jaar ervaring opgedaan infixed income en kapitaalmarkten bij Goldman Sachs, Merrill Lynch, Hill Samuel en Finprogetti. Andrea behaalde een MBA aan de SDA Bocconi Universiteit in Milaan en is magna cum laude afgestudeerd in Economie aan de La Sapienza Universiteit in Rome.
Laurent Dubois is CEO van Sienna AM France. Hij begon zijn carrière in gestructureerde producten en ontwikkelde en beheerde verschillende nieuwe activiteiten (gestructureerde financiering, geïndexeerde repo, fondsderivaten, verzekeringsderivaten, optimalisatie van de regelgeving). In 2010 was Laurent medeoprichter van Alfafinance. In 2014 stapte hij over naar het management van Acofi Gestion als Deputy Managing Director na de fusie Alfafinance-Acofi. Hij is afgestudeerd aan ENSIMAG (Ingenieurswetenschappen) en behaalde een Master in Finance van HEC.
Kateryna Lisovets is Sienna Real Estate CFO. In 2022 is ze bij Sienna in dienst getreden. Daarvoor was ze senior manager bij Quilvest Capital Partners. Tussen 2010 en 2017 werkte ze bij Deloitte Luxemburg als financieel auditor. In 2011 studeerde ze af aan de Nationale Economische Universiteit van Kiev.
Toezichthoudend orgaan: 1 Leidinggevend orgaan: 21
Toezichthoudend orgaan: 5 Leidinggevend orgaan: 0
Toezichthoudend orgaan: 100% man, 0% vrouw
Leidinggevend orgaan: 72% man, 28% vrouw
0
1/3
De CEO van Sienna IM wordt geïdentificeerd als ESG correspondent voor zowel de Raad van Bestuur (RvB) als het Managementcomité (ManCo). In deze hoedanigheid is hij belast met het overzien van en rapporteren over ESG gerelateerde thema's, waarbij Sienna IM aansluit bij duurzaamheidsdoelstellingen en effectief reageert op de daarbij behorende risico's en opportuniteiten.
Daarnaast is de CSO van Sienna IM ook lid van het uitvoerend team.
De Chief Sustainability Officer is betrokken bij het beheer van de administratieve aspecten van ESG toezicht, het ondersteunen van de uitvoering van ESG initiatieven en het faciliteren van de communicatie tussen de ESG correspondent en andere administratieve functies binnen de organisatie.
Sienna IM heeft geen specifiek referentiekader, bestuursmandaten of gerelateerd beleid voor hun bestuur.
Sienna zet zich met de steun van haar aandeelhouder en senior management resoluut in voor haar ESG strategie. Sienna vertrouwt op een sterk governance systeem voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van haar ESG strategie:
De CEO wordt bijgestaan door de Chief Sustainability Officer, een lid van het uitvoerend team, die rechtstreeks aan de CEO rapporteert en verantwoordelijk is voor de uitvoering van Sienna IM's ESG strategie en het aansturen van de aanpak van de gespecialiseerde dochterondernemingen door functionele begeleiding te bieden aan elke ESG manager en de programma's en communicatie goed te keuren die zijn opgezet;
Sienna zet zich met de steun van haar aandeelhouder en senior management resoluut in voor haar ESG strategie. Sienna vertrouwt op een best-inclass governance systeem voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van haar ESG strategie:
De CEO wordt bijgestaan door de Chief Sustainability Officer, een lid van het uitvoerend team, die rechtstreeks aan de CEO rapporteert en verantwoordelijk is voor de uitvoering van Sienna IM's ESG strategie en het aansturen van de aanpak van de gespecialiseerde dochterondernemingen door functionele begeleiding te bieden aan elke ESG manager en de programma's en communicatie goed te keuren die zijn opgezet;
De rollen voor de DMA zijn als volgt verdeeld binnen Sienna IM.
De raad van bestuur heeft de breedste bevoegdheden om te handelen in naam van de Vennootschap en om alle handelingen te stellen die nodig of nuttig zijn om het maatschappelijk doel van de Vennootschap te vervullen, met uitzondering van de bevoegdheden die door de Wet of door deze statuten voorbehouden zijn aan de algemene vergadering van aandeelhouders.
De governance rollen worden hierboven beschreven.
Elk expertisegebied bij Sienna IM heeft een toegewijd ESG team of correspondent die rapporteert aan de Chief Sustainability Officer (CSO).
Sienna zet zich met de steun van haar aandeelhouder en senior management resoluut in voor haar ESG strategie. Sienna vertrouwt op een best-inclass governance systeem voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van haar ESG strategie:
De CEO wordt bijgestaan door de Chief Sustainability Officer, een lid van het uitvoerend team, die rechtstreeks aan de CEO rapporteert en verantwoordelijk is voor de uitvoering van Sienna IM's ESG strategie en het aansturen van de aanpak van de gespecialiseerde dochterondernemingen door functionele begeleiding te bieden aan elke ESG manager en de programma's en communicatie goed te keuren die zijn opgezet;
Verschillende comités worden gehouden op het niveau van Sienna Group. Elk van hen beheert een aantal duurzaamheidsonderwerpen met betrekking tot het toegewijde comité.
Sienna IM heeft drie belangrijke comités:
De CEO zit alle drie de comités voor, die allen verbonden zijn aan de ManCo. De CSO is lid van alle drie de comités.
Sienna's management aanpak omvat het meten en monitoren van haar ESG-acties door middel van key performance indicators ("KPI's"). ESG KPI's worden afgeleid van de belangrijkste verwezenlijkingen van de groep (of "ESG Toezeggingen").
Vanaf 2023 zijn de ESG KPI's gestructureerd over een periode van drie jaar en goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Sienna. Nieuwe ESG KPI's met betrekking tot de uitvoering van het ESG Beleid werden door de Raad van Bestuur van december 2022 goedgekeurd. Ze worden jaarlijks herzien of in geval van wijzigingen in het ESG Beleid.
Tijdens de drie bovengenoemde comités verzorgt de Chief Sustainability Officer (CSO) de rapportering. Dit maakt deel uit van de dagelijkse verantwoordelijkheden van de CSO. Daarnaast heeft elke werknemer een ESG doelstelling.
Wat betreft de informatie over de wijze waarop bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen de beschikbaarheid of ontwikkeling van de juiste vaardigheden en expertise beoordelen om duurzaamheidskwesties te overzien, heeft Sienna IM deze verantwoordelijkheid gedelegeerd aan de Chief Sustainability Officer (CSO).
De CSO is verantwoordelijk voor het evalueren van de bestaande duurzaamheidscompetenties binnen het team en het bepalen van de noodzaak van verdere duurzaamheidsgerelateerde ontwikkeling van vaardigheden bij Sienna IM. Haar rol bestaat in een grondige beoordeling van de huidige expertise op het gebied van duurzaamheid en het identificeren van eventuele tekortkomingen. Op basis van deze beoordeling formuleert ze trainingen om de ESG expertise van de medewerkers van Sienna IM te verbeteren.
Een toegewijd ESG team groepeert professionals die zich sterk inzetten om ESG principes te integreren in de Sienna IM investeringsstrategie. Het ESG team bestaat uit 6 medewerkers die zich volledig inzetten voor ESG initiatieven - waaronder de Chief Sustainability Officer, de Hoof Sustainable Finance (genoteerde Activa), een ESG Manager (genoteerde Activa), ESG analisten (genoteerde Activa en Private Credit), een Chief Risk Officer (Private Credit).
Dit team is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en implementatie van Sienna IM's ESG integratieproces voor alle investeringen. Sienna IM heeft 80% van haar beheerd vermogen met succes ingedeeld als Artikel 8 onder de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). Sinds 2022 heeft Sienna IM vier impactfondsen gelanceerd, wat haar proactieve benadering van duurzaam investeren weerspiegelt.
Het ESG DNA van Sienna IM is gebaseerd op drie pijlers: Klimaat, Biodiversiteit en Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (DE&I). De acties van het team worden geleid door vier belangrijke strategieën: Uitsluitingen, ESG integratie, betrokkenheid en belangenbehartiging. Deze strategieën zijn indicatief voor Sienna IM's holistische benadering van duurzaamheid, die verder wordt versterkt door hun certificeringen en lidmaatschappen bij verschillende organisaties zoals de Principles for Responsible Investment (PRI) en de Carbon Disclosure Project (CDP).
De gezamenlijke inspanningen van het ESG team van Sienna IM onderstrepen de overkoepelende filosofie van het bedrijf dat duurzame ontwikkeling niet alleen een sociale verantwoordelijkheid is, maar ook een motor van innovatie en financiële waardecreatie. Met hun werk zorgt het team ervoor dat Sienna IM voorop blijft lopen in verantwoorde investeringspraktijken, een standaard voor de sector vormt en bijdraagt aan een duurzamere toekomst.
Sienna IM's toegewijde ESG team, samen met andere relevante werknemers, houdt zich bezig met doorlopende training om op de hoogte te blijven van duurzaamheidskwesties. Deze trainingssessie omvat zowel verplichte als vrijwillige cursussen om hun inzicht te verdiepen in hoe duurzaamheid zich verhoudt tot de activiteiten en strategische doelstellingen van het bedrijf. Door deel te nemen aan deze trainingsprogramma's zijn werknemers beter in staat om materiële duurzaamheidsimpacts, risico's en opportuniteiten waarmee het bedrijf wordt geconfronteerd te identificeren en te beheersen.
Het ESG team van Sienna IM is verantwoordelijk voor het regelmatig rapporteren over duurzaamheidskwesties aan belangrijke strategische comités en uitvoerende organen. Daarbij gaat het onder meer om het Risicocomité, dat belast is met het identificeren en beheersen van potentiële risico's in verband met ESG kwesties; het ESG Correspondentcomité, dat bestaat uit ESG vertegenwoordigers van verschillende departementen die zorgen voor een cross-functionele integratie van duurzaamheidspraktijken; het Managementcomité (ManCo), dat verantwoordelijk is voor het operationele beheer en de strategische richting van de onderneming; en de Raad van Bestuur (BoD), die het uiteindelijke toezicht en governance verzorgt.
De verschillende organen leren momenteel beter hoe ze impacts, risico's en opportuniteiten kunnen overwegen bij het overzien van de strategie, beslissingen over belangrijke transacties en het risicobeheer proces. Dit eerste CSRD-verslag is een uitstekende oefening om te verbeteren.
Eind 2024 (10 december) heeft de Chief Sustainability Officer (CSO) het Globaal Risico en Nalevingscomité (GRCC) een update gegeven over de belangrijkste verbeterpunten na de DMA, inclusief diverse datapunten en andere relevante onderwerpen.
De Chief Sustainability Officer rapporteert aan de CEO en is verantwoordelijk voor (i) het toezicht op de uitwerking van de DMA (inclusief de ontwikkeling van de duurzaamheidsstrategie), (ii) het nauw samenwerken met de Group Risk Controller en de andere stakeholders voor de afstemming tussen de risicokaart van de Groep en de DMA, (iii) het beheren van de workshops, (iv) het voorleggen van de DMA aan de Raad van Bestuur, voor validatie en (v) het waarborgen van de goede verwezenlijking van de duurzaamheidsstrategie en de publicatie van de jaarlijkse duurzaamheidsverklaring.
Alle IRO's die in de DMA als materieel werden beschreven, werden gepresenteerd in verschillende comités.
Deelnemers aan de DMA workshops zijn betrokkenen en (of) verantwoordelijken voor leidinggevende, operationele en ondersteunende processen die deelnemen aan het opstellen en actualiseren van de DMA. Zij worden betrokken bij het identificeren, beoordelen en valideren van de volledigheid van de lijst van Impacts, Risico's en Opportuniteiten (IRO's) en de materialiteitsanalyse van de duurzaamheidskwesties binnen hun verantwoordelijkheidsgebieden. De Chief of Sustainability Officer woonde alle IRO's identificatie en scoring workshops bij.
Leden van de raad van bestuur van Sienna IM hebben geen ESG-gerelateerde overwegingen meegenomen in hun beloning.
Het senior management van Sienna IM heeft enkele ESG-gerelateerde overwegingen meegenomen in hun variabele beloning. In 2023 werd een lange-termijn incentive plan opgesteld dat ook het verkrijgen van de SBTi-gevalideerde status omvat.
Sommige Sienna IM-werknemers kunnen enkele ESG overwegingen hebben die zijn meegenomen in hun variabele beloning, zoals vermeld in het Art 29 LEC rapport van Sienna Private Credit (https://www.sienna-im.com/wp-content/uploads/2024/06/sienna-im-private-credit_rapport-art--29 lec_2023.pdf) and in Sienna Gestion Art 29 LEC report (https://www.sienna-gestion.com/sites/default/files/2024-07/Rapport%20Article%2029%20 de%20la%20loi%20relative%20%C3%A0%20l%27%C3%A9nergie%20et%20au%20climat%20-%20Exercice%202023.pdf). Voor andere expertise van Sienna IM Group kunnen hun werknemers ook enkele ESG-gerelateerde overwegingen hebben die in hun beloning zijn meegenomen, aangezien 100% van de Sienna IM werknemers vanaf 2023 werd gevraagd om ESG doelstellingen in hun jaarlijkse doelstellingen te hebben. Afhankelijk van hun werk kan het gaan om klimaat, een ander milieuthema en (of) sociaal gerelateerd.
Bij Sienna Gestion moeten de criteria voor het bepalen van deze variabele compensatie specificeren:
Deze kwalitatieve component van de variabele compensatie omvat duurzaamheidsrisico's overeenkomstig met Artikel 3 van de SFDR Verordening. De afdeling Risico en Naleving meet deze risico's door ervoor te zorgen dat de regels die van toepassing zijn op fondsen die ESG kenmerken promoten, worden nageleefd door de managers. De controles zijn gericht op het minimumniveau van de investeringen in effecten die in aanmerking komen voor de investeringsuniversa gedefinieerd door het Responsible Finance team, na de toepassing van uitsluitingsbeleid en ESG analysecriteria.
Bij Sienna Private Credit zullen individuele beoordelingen en doelstellingen voor werknemers die betrokken zijn bij het beheer van fondsen met duurzame investeringsdoelstellingen door de toepassing van E- en S-criteria, kwalitatieve en kwantitatieve elementen bevatten die verband houden met het al dan niet behalen van de vastgestelde duurzame investeringsobjectieven (in het bijzonder de doelstelling om E- en S-investeringen uit te voeren). Daarnaast bevatten de winstdelingsovereenkomsten van de onderneming doelen voor ESG indicatoren zoals 'S' (opleiding van werknemers, gelijkheid) en 'E' (koolstofvoetafdruk van de onderneming).
N.v.t. voor leden van de raad van bestuur van Sienna IM.
Het senior management van Sienna IM heeft enkele ESG-gerelateerde overwegingen meegenomen in hun variabele beloning. In 2023 werd een lange-termijn incentive plan opgesteld dat ook het verkrijgen van de SBTi-gevalideerde status omvat.
Sommige Sienna IM-werknemers kunnen enkele ESG overwegingen hebben die zijn meegenomen in hun variabele beloning, zoals vermeld in het Art 29 LEC rapport van Sienna Private Credit (https://www.sienna-im.com/wp-content/uploads/2024/06/sienna-im-private-credit_rapport-art--29 lec_2023.pdf) and in Sienna Gestion Art 29 LEC report (https://www.sienna-gestion.com/sites/default/files/2024-07/Rapport%20Article%2029%20 de%20la%20loi%20relative%20%C3%A0%20l%27%C3%A9nergie%20et%20au%20climat%20-%20Exercice%202023.pdf). Voor andere expertise van de Sienna IM-groep kunnen de werknemers ook enkele ESG-gerelateerde overwegingen hebben die in hun beloning zijn meegenomen, aangezien 100% van de Sienna IM werknemers vanaf 2023 werd gevraagd om ESG doelstellingen in hun jaarlijkse doelstellingen te hebben. Afhankelijk van hun werk kan het gaan om klimaat, een ander milieuthema en (of) sociaal gerelateerd.
Het behalen van de jaarlijkse ESG doelstellingen heeft een directe impact op de variabele beloning (wanneer deze bestaat).
Bovendien bevat het beloningsbeleid van Sienna Gestion en Sienna AM France ESG criteria en zijn er geen duurzaamheidsgerelateerde prestatiemaatstaven opgenomen in het beloningsbeleid.
Het topmanagement van Sienna Group heeft 50% van hun gemeenschappelijke doelstellingen gekoppeld aan de variabele remuneratie, met één specifiek SBTi-doel dat 12,5% van hun variabele remuneratie op lange termijn vertegenwoordigt.
In Frankrijk wordt het mechanisme van de spaarregelingen om de drie jaar geëvalueerd en gevalideerd door sociale instanties. Dit geldt voor Sienna Gestion en Sienna AM France.
Bovendien wordt het lange termijn incentiveplan om de 3 jaar geëvalueerd en goedgekeurd door de raad van bestuur van Sienna.
De uitkomst van Sienna IM's duurzaamheid-due diligence procedure onderbouwt de beoordeling van haar materiële impacts, risico's en opportuniteiten. Het ESRS legt geen gedragsvereisten op met betrekking tot due diligence op het gebied van duurzaamheid en breidt de rol van bestuursorganen niet uit of wijzigt deze niet.
Bij due diligence op het gebied van duurzaamheid gaat het om het identificeren, voorkomen, beperken en verantwoorden van werkelijke en potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en de mensen die met het bedrijf te maken hebben. Dit omvat impacts die worden veroorzaakt of bijgedragen door de onderneming en impacts die rechtstreeks verband houden met de activiteiten, producten of diensten van de onderneming via zakelijke relaties. Deze voortdurende aanpak past zich aan veranderingen in strategie, bedrijfsmodel, activiteiten en context aan, zoals beschreven in de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de OECD Guidelines for Multinational Enterprises.
Als onderdeel van haar ESG integratiebeleid implementeert Sienna IM robuuste processen om ESG controverses en potentiële risico's in de preinvesteringsfase te identificeren. Het ESG due diligence werk is specifiek voor elk investeringsproces en wordt beschreven in de respectievelijke ESG integratiekaders. De bevindingen van deze processen worden gedocumenteerd in de investerings- of financieringsaanbevelingen die worden verstrekt aan het Investeringscomité dat verantwoordelijk is voor de investeringsbeslissing. De mapping behandelt alle relevante thema's, die in de volgende secties zullen worden toegelicht.
De duurzaamheidsrapportering valt onder de verantwoordelijkheid van de Chief Sustainability Officer. De CSO rapporteert regelmatig over de voortgang van de rapportering aan het Managementcomité van Sienna en aan de Raad van Bestuur van Sienna.
Het controlemechanisme voor duurzaamheidsrapportering bij Sienna IM omvat een grondige evaluatie door de Chief Risk en Compliance Officer en RCCI. Daarnaast richt de Chief Sustainability Officer zich voornamelijk tot het topmanagement van verschillende afdelingen (HR, verkoop, enz.) om een omvattend toezicht en afstemming te garanderen. Dit proces zorgt ervoor dat alle aspecten van de duurzaamheidsrapportering nauwkeurig worden beoordeeld en gecommuniceerd in de hele organisatie.
De DMA heeft twee onderling samenhangende doelstellingen:
Het doel van het Protocol voor de Dubbele Materialiteitsanalyse is om het door Sienna IM gedefinieerde, geïmplementeerde en gecontroleerde proces te documenteren met betrekking tot haar DMA uitgevoerd als onderdeel van haar verbintenis om te rapporteren onder de Corporate Sustainability Reporting Directive ("CSRD").
Bij het vaststellen van kwantitatieve en kwalitatieve schalen van de impact-materialiteit en de financiële materialiteit heeft Sienna IM twee speciale workshops uitgevoerd met het ESG team en de Chief Risk en Compliance Officer (CRCO) om op deskundige oordeelsvorming gebaseerde drempels te beoordelen en te valideren in overeenstemming met het business model en de specifieke kenmerken van Sienna IM.
Het Methodologisch Protocol van Sienna IM legt de methodologie, begrenzing en reikwijdte, controles, communicatie en actualisering van Sienna IM's DMA vast. Elke stap van het proces om de lijst van de materiële IRO's vast te stellen, is onderworpen aan ondersteunend bewijsmateriaal of documentatie.
Dit protocol zal jaarlijks worden geëvalueerd met het oog op hervalidatie in het kader van de opstelling van de duurzaamheidsinformatie die in het Jaarverslag van Sienna IM moet worden verschaft. Belangrijke omstandigheden of gebeurtenissen die aanleiding geven tot een wijziging van de strategie, het business model of de activiteiten moet worden overwogen om de dubbele materialiteitsbeoordeling bij te werken.
Sienna IM is ervan overtuigd dat er een sterke negatieve correlatie is tussen extra-financiële risico's en de financiële of economische waarde van een issuer. Daarom stelt de beheermaatschappij de vermindering van extrafinanciële risico's centraal in haar verantwoorde investeringsstrategie.
Sienna Gestion heeft een systeem en een organisatie opgezet waarmee het hele managementteam rekening kan houden met de risico's verbonden aan ESG kwesties. Naast de managementteams heeft Sienna Gestion een team dat zich toelegt op naleving, interne controle en risico, dat onafhankelijk is van de operationele eenheden.
De directeur is lid van het management board. Dit team voert regelmatig due diligence uit om de betrouwbaarheid van het SRI-proces en naleving van de investeringsbeperkingen die van toepassing zijn op SRI-fondsen te controleren.
Dit team is ook verantwoordelijk voor het valideren van alle structurerende documenten die binnen Sienna Gestion zijn geformaliseerd over de SRI-aanpak (SRI-beleid, procedures, rapporten, enz.).
[IRO-1] : Financieel risico doordat fysieke klimaatrisico's onvoldoende in aanmerking worden genomen bij investeringen, met name in fysieke activa (private schulden).
Mitigatiestrategieën: Grondige Klimaatrisico beoordelingen uitvoeren en klimaatveerkrachtcriteria te integreren in investeringsbeslissingen.
[IRO 3]: Financieel en reputatierisico in verband met het onvoldoende in aanmerking nemen van transitieklimaatrisico's bij investeringsbeslissingen.
Mitigatiestrategieën: Transitierisicoanalyse opnemen in het investeringsproces en transparante communicatie met stakeholders onderhouden.
[IRO 6] : Risico op behoud van werknemers doordat onvoldoende rekening wordt gehouden met ESG kwesties.
Mitigatiestrategieën: Het verbeteren van ESG trainingsprogramma's en ervoor zorgen dat ESG overwegingen zijn ingebed in de bedrijfscultuur.
[IRO 10]: Risico verbonden aan de veiligheid en bescherming van interne gegevens om het lekken van gevoelige informatie te voorkomen.
Mitigatiestrategieën: Cyberbeveiliging versterken en regelmatig audits uitvoeren om gegevensbescherming te waarborgen.
[IRO 11] : Risico op gebrek aan transparantie en (of) duidelijkheid van investeringsinformatie (financieel en ESG), wat kan leiden tot ontevredenheid bij klanten of zelfs sancties.
Mitigatiestrategieën: Verbeteren van de informatieverschaffing en ervoor zorgen dat alle communicatie met investeerders duidelijk, nauwkeurig en volledig is.
[IRO 12]: Risico op mismatch tussen gecommercialiseerde/geabonneerde ESG producten en voorkeuren van klanten in dit opzicht (labels, Taxonomie, ESG thema's, enz.).
Mitigatiestrategieën: Regelmatig marktonderzoek uitvoeren om het productaanbod af te stemmen op de voorkeuren van de klant en wettelijke vereisten.
[IRO 13]: Risico verbonden aan het onvermogen van Sienna om te voldoen aan de ESG due diligence vereisten van haar institutionele of zakelijke klanten (koolstofvoetafdruk, verantwoord inkoopbeleid, HR-beleid - diversiteit, enz.).
Mitigatiestrategieën: Het verbeteren van ESG due diligence processen en het waarborgen van naleving van klantspecifieke vereisten.
[IRO 15] : Risico van "sustainability washing" (greenwashing, social washing en impactwashing) op het niveau van financiële producten.
Mitigatiestrategieën: Implementatie van strenge verificatieprocessen en behoud van transparantie in duurzaamheid claims.
[IRO 16] : Risico's verbonden aan de niet-naleving van Sienna's waarden en verschillende ESG codes, beleidslijnen en processen die investeringen en dagelijkse activiteiten beheersen (wat zich kan manifesteren als reputatie- en regelgevingsrisico).
Mitigatiestrategieën: ESG-beleid evalueren en actualiseren en ervoor zorgen dat deze richtlijnen strikt worden nageleefd.
[IRO 17] : Financiële en operationele risico's in verband met het niet-naleving van ethische regels (persoonlijke transacties, geschenkverklaringen en externe functies/mandaten, fraude, marktmanipulatie, beroepsfouten of andere wet- en regelgeving van de financiële sector, enz.).
Mitigatiestrategieën: Robuuste naleving programma's opzetten en regelmatig opleidingen geven over ethische normen.
[IRO 18] : Risico verbonden aan onvoldoende AML/CFT due diligence.
Mitigatiestrategieën: Versterking van AML/CFT-procedures en regelmatige naleving audits.
[IRO 19] : Risico verbonden aan de niet-naleving van (i) de ESG regelgeving waaraan Sienna onderworpen is (SFDR, Art29 LEC, CSRD, PRI...), (ii) de verwachtingen van toezichthouders (AMF), (iii) de toezeggingen van Sienna (PRI, SBTi) en (of) (iv) mandaten gerelateerde verzoeken.
Mitigatiestrategieën: Zorgen voor continue monitoring van wijzigingen in wet- en regelgeving en naleving van alle relevante ESG regelgeving en toezeggingen.
[IRO 20] : Risico verbonden aan de publicatie van financiële verslagen en informatie die vereist is door bestaande en zich ontwikkelende regelgeving, met het risico op significante onjuistheden.
Mitigatiestrategieën: Implementeren van strenge evaluatieprocessen en waarborgen van nauwkeurigheid in alle financiële en regelgevende rapportering.
[IRO 21] : Risico's verbonden aan de algemene IT-omgeving (inclusief hardware, netwerk, back-upsystemen, software, enz.), de integriteit van de gegevens van Sienna en cyberbeveiliging (pogingen tot fraude en hacking).
Mitigatiestrategieën: Verbetering van de IT-infrastructuur en cyberbeveiliging protocollen om te beschermen tegen potentiële bedreigingen.
[IRO 23] : Risico verbonden aan het beheer van ESG gegevens (rechtstreeks afkomstig van bedrijven of gegevensverstrekkers).
Mitigatiestrategieën: De betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van ESG data waarborgen door middel van strenge datavalidatie processen.
[IRO 24] : Financieel, juridisch en (of) reputatierisico als gevolg van relaties met geïnvesteerde ondernemingen die negatieve impacts kunnen hebben op milieu, sociale aspecten en (of) governance.
Mitigatiestrategieën: Grondige due diligence uitvoeren op ondernemingen waarin is geïnvesteerd en actief met hen overleggen om ESG zorgen aan te pakken.
Sienna IM integreert de bevindingen van haar risico analyse en interne controles op het gebied van het duurzaamheidsrapportering proces nog niet in de betrokken interne functies en processen.
Sienna IM geeft geen beschrijving van de periodieke rapportering van de in punt d) bedoelde bevindingen aan de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen voor 2024, maar is van plan dit in 2025 uit te voeren.
Sienna IM is een pan-Europese vermogensbeheerder met meerdere expertises. Sienna IM biedt genoteerde en private activa (vastgoed, private schuld) en bouwt op maat gemaakte en innovatieve oplossingen voor haar klanten, met een doel voor ogen.
Sienna IM probeert de status quo uit te dagen en mentaliteit te veranderen met de vaste overtuiging dat de investeringen van vandaag de gemeenschappen van morgen vormen. Hoewel we natuurlijk naar prestaties streven, zetten we ons ook in voor bevoorrechte investeringen die een positieve impact hebben. In de huidige omgeving zijn investeerders op zoek naar meer dan resultaten: hun vermogensbeheerders moeten zich committeren aan het maken van het verschil, terwijl ze risico's op een verstandige en wendbare manier anticiperen, analyseren en beheren.
Onze klanten profiteren van alle ervaring en kennis van de genoteerde en private markten die de investeringsprofessionals van Sienna IM gedurende vele jaren binnen de GBL Groep hebben opgebouwd.
Sienna Gestion is de genoteerde activa expertise van de Groep, die genoteerde aandelen, vastrentende en gediversifieerde fondsen beheert voor klanten in heel Europa, puttend uit meer dan 30 jaar ervaring.
Sienna Real Estate is de vastgoeduitoefening van de Groep, die commercieel vastgoed verwerft en beheert voor klanten in heel Europa, puttend uit meer dan 30 jaar ervaring in de pan-Europese markt voor vastgoedinvesteringen en vermogensbeheer. Sienna Real Estate positioneert zich als strategische langetermijnpartner voor lokale en internationale investeerders, adviseert en ondersteunt hen tijdens de investeringscyclus van het vastgoed, van de aankoop en het beheer van het vastgoed tot het verkoopproces. Naast advies treedt Sienna Real Estate ook op als mede investeerder in bepaalde projecten.
Sienna Private Credit expertise voldoet aan de behoeften van institutionele investeerders door het aanbieden van private kredietoplossingen. Deze entiteit, die het resultaat is van de overname van Acofi Gestion in 2022 en Ver capital in 2024, is gespecialiseerd in het beheer van leningfondsen binnen de eurozone.
Deze initiatieven zijn voornamelijk gericht op de financiering van reële activa en directe leningen aan economische spelers in vier sectoren: vastgoedinvesteringen, financiering door zekerheden aan ondernemingen (kmo's) en infrastructuur, voornamelijk hernieuwbare energie, alsmede financiering voor de niet-gouvernementele publieke sector (lokale autoriteiten en instellingen voor volksgezondheid).
Sienna IM heeft institutionele investeerders, spaarplannen voor werknemers en directe retailklanten (B2B2C). De markt bestaat voornamelijk uit Europese klanten, met uitzondering van de vastgoedsector, die ook klanten uit Azië en het Midden-Oosten omvat.
Onze klanten profiteren van alle ervaring en kennis van de genoteerde en private markten die de investeringsprofessionals van Sienna IM gedurende vele jaren binnen de GBL Groep hebben opgebouwd.
Met meer dan 37 miljard euro onder beheer (vanaf juni 2024) ondersteunt Sienna Investment Managers bedrijven en personen die een duurzame en inclusieve economie willen.
Sienna IM heeft momenteel bijna 260 werknemers in acht landen: Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Zuid-Korea. Sienna IM is georganiseerd rond een multi-expertisemodel en opereert als een pan-Europees platform dat zich toelegt op het beheer van investerings- en spaaroplossingen voor klanten. Deze structuur voldoet aan de behoeften van investeerders die betekenis willen geven aan hun investeringen, in reële activa of in liquide instrumenten.
Onze klanten zijn institutionele klanten en retailklanten, voornamelijk Europese.
De activiteiten van Sienna (voor genoteerde activa en private schuldexpertise) zijn onderworpen aan Europese regelgeving op het gebied van zowel investeringen als distributie. Bepaalde producten zijn dus voorbehouden aan bepaalde soorten klanten om investeerders te beschermen, afhankelijk van hun activa en vaardigheden op het gebied van investeringen en daarmee samenhangende risico's.
Daarnaast worden strenge regels vastgesteld voor toegang tot de markten van de Lidstaten (Europese paspoortprocedure) en voor bepaalde klantensegmenten en (of) producten en diensten bestaan er in bepaalde Lidstaten specifieke regels.
De benadering van markten buiten de EU is ook gereguleerd.
Sienna IM voldoet aan al deze voorschriften, waardoor het onmogelijk kan zijn om bepaalde producten aan bepaalde soorten klanten in bepaalde geografische gebieden te verkopen.
Sienna IM is een pan-Europese vermogensbeheerder met meerdere expertises. Sienna IM biedt genoteerde en private activa (vastgoed, private schuld) en bouwt op maat gemaakte en innovatieve oplossingen voor haar klanten, met een doel voor ogen.
Alle materiële ESRS zijn relevant voor elke significante activiteit van Sienna: ESRS E1, S1, S4 en G1.
Sienna Gestion is de genoteerde activa expertise van de Groep, die genoteerde aandelen, vastrentende en gediversifieerde fondsen beheert voor klanten in heel Europa, puttend uit meer dan 30 jaar ervaring.
Sienna Real Estate is de vastgoeduitoefening van de Groep, die commercieel vastgoed verwerft en beheert voor klanten in heel Europa, puttend uit meer dan 30 jaar ervaring in de pan-Europese markt voor vastgoedinvesteringen en vermogensbeheer. Sienna Real Estate positioneert zich als strategische langetermijnpartner voor lokale en internationale investeerders, adviseert en ondersteunt hen tijdens de investeringscyclus van het vastgoed, van de aankoop en het beheer van het vastgoed tot het verkoopproces. Naast advies treedt Sienna Real Estate ook op als mede investeerder in bepaalde projecten.
Sienna Private Credit expertise voldoet aan de behoeften van institutionele investeerders door het aanbieden van private kredietoplossingen. Deze entiteit, die het resultaat is van de overname van Acofi Gestion in 2022 en Ver capital in 2024, is gespecialiseerd in het beheer van leningfondsen binnen de eurozone.
Deze initiatieven zijn voornamelijk gericht op de financiering van reële activa en directe leningen aan economische spelers in vier sectoren: vastgoedinvesteringen, financiering door zekerheden aan ondernemingen (kmo's) en infrastructuur, voornamelijk hernieuwbare energie, alsmede financiering voor de niet-gouvernementele publieke sector (lokale autoriteiten en instellingen voor volksgezondheid).
11.821.027.314,00 euro
Niet beschikbaar.
Raadpleeg elke specifieke ESRS-sectie.
De sectorspecifieke thema's integreren op hoog niveau de milieu, sociale en governance impacts van de activiteiten van ondernemingen waarin is geïnvesteerd. Daarom, en in afwachting van de publicatie van een specifieke sectorspecifieke ESRS, worden de ESRS E2, E3, E4, S2 en S3 niet op microschaal bekeken, maar op ruimere schaal op sectorspecifiek IRO-niveau.
Sienna IM is niet actief in deze sectoren, maar als externe portefeuillebeheerders kunnen we investeringen houden in bedrijven in deze sectoren.
Om een schatting te maken van de blootstelling van de entiteit aan fossiele brandstoffen, wordt de Principal Adverse Impact (PAI) indicator nr. 4 "Blootstelling aan ondernemingen actief in de sector fossiele brandstoffen" gebruikt. Ondernemingen actief in de sector fossiele brandstoffen zijn ondernemingen die inkomsten verkrijgen uit de exploratie, ontginning, winning, productie, verwerking, opslag, raffinage of distributie, waaronder begrepen vervoer, opslag en handel van fossiele brandstoffen zoals gedefinieerd in Artikel 2, punt 62, van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad.
Sienna Gestion's blootstelling aan fossiele brandstoffen: 4,1% (eind 2023). Op 29 december 2023 had Sienna Gestion aandelen in 40 bedrijven die aan fossiele brandstoffen waren blootgesteld.
Deze blootstelling bedroeg 6,53% in 2022 voor 48 holdings.
Om de blootstelling van de entiteit aan fossiele brandstoffen vast te stellen, werd PAI 4 "Blootstelling van de onderneming aan fossiele brandstoffen" gebruikt op basis van informatie van Morningstar Sustainalytics. Een onderneming wordt als blootgesteld beschouwd zodra zij actief is in de fossiele sector, ongeacht het aandeel van deze sector in haar omzet.
De blootstelling van Sienna Private Credit expertise aan fossiele brandstoffen vertegenwoordigt 0, aangezien de steenkool-, olie- en gassectoren zijn uitgesloten.
Sienna Real Estate expertise blootstelling aan fossiele brandstoffen vertegenwoordigt 0 aangezien ze investeren in Real Estate.
Sienna IM is niet actief in deze sectoren, maar als externe portefeuillebeheerders kunnen we investeringen houden in bedrijven in deze sectoren. Sienna IM is blootgesteld via haar genoteerde activa gerelateerde activiteiten.
Als verantwoorde onderneming en als verantwoorde investeerder is Sienna IM niet actief in controversiële wapens.
De controversiële wapensector is het onderwerp van een specifieke sectie in het uitsluitingsbeleid van Sienna IM:
Sienna sluit investeringen uit in organisaties die rechtstreeks betrokken zijn bij de ontwikkeling, de productie, het onderhoud en de verhandeling van controversiële wapens. Verboden of controversiële wapens zijn wapens die onder de scope van de volgende internationale verdragen vallen:
Als verantwoorde onderneming en als verantwoorde investeerder is Sienna IM niet actief in de teelt en productie van tabak.
De tabakssector is het onderwerp van een specifieke sectie in het uitsluitingsbeleid van Sienna IM:
Rekening houdend met de bezorgdheid over de volksgezondheid in verband met tabak, maar ook met mensenrechten, de impact op de armoede, de milieugevolgen en de aanzienlijke economische kosten in verband met tabak, sluit Sienna rechtstreekse investeringen uit in de productie van tabaksproducten (toepassingsdrempel: inkomsten boven 5%).
Sienna sluit ook rechtstreekse investeringen in de levering en distributie van tabaksproducten uit indien deze een aanzienlijke bijdrage aan de omzet van de onderneming vormen (toepassingsdrempels: inkomsten boven de 50%).
Sienna IM heeft drie kwalitatieve duurzaamheidsdoelstellingen: het integreren van klimaatoverwegingen, het bevorderen van biodiversiteit en het verbeteren van diversiteit en inclusie (D&I).
De beoordeling van de prestaties ten aanzien van de duurzaamheidsdoelstellingen bij Sienna IM omvat de uitvoering van specifiek beleid. Voor klimaatgerelateerde doelen kunnen prestaties worden geëvalueerd door het behalen van een SBTi (Science Based Targets initiative) certificering.
Sienna IM's duurzaamheidsstrategie is gebaseerd op verschillende pijlers:
Een duurzame investeringsbeleid dat zich richt op verschillende belangrijke gebieden:
– De vaststelling en systematische toepassing van sectorale en normatieve uitsluitingen. Dankzij deze uitsluitingen, die betrekking hebben op de hele omtrek, kunnen we de beste internationale normen toepassen, met name op het gebied van sociale en mensenrechten, maar ook sectoren uitsluiten die onverenigbaar zijn met de milieutransitie.
Details over deze uitsluitingen zijn te vinden in het Uitsluitingsbeleid van Sienna IM.
Een systematische aanpak, die probeert om drie onderwerpen samen aan te pakken:
Deze aanpak geldt voor zowel onze investeringen als onze eigen activiteiten.
De methodologische mappingsbeoordeling wordt op hoog niveau uitgevoerd om het volledige spectrum van de activiteiten van Sienna IM te omvatten.
De waardeketen van Sienna IM is vormgegeven door de kernactiviteiten van het bedrijf af te bakenen, waaronder:
– Vastgoedactiviteiten in het kader van Sienna Real Estate. De vastgoedexpertise van Sienna IM wordt gebruikt voor de aankoop en het beheer van commercieel vastgoed in heel Europa, op basis van meer dan 30 jaar ervaring in de pan-Europese vastgoedmarkt.
Het vastgoedteam van Sienna IM treedt op als een strategische langetermijnpartner voor lokale en internationale investeerders en biedt advies en ondersteuning tijdens de investeringscyclus, van acquisitie en beheer tot het verkoopproces.
Sienna Gestion is een jarenlange speler in financieel sparen in Frankrijk. Het bedrijf biedt multi-asset investeringsoplossingen voor particuliere en institutionele investeerders, met een sterke sociale en milieu betrokkenheid.
Deze worden aangevuld met een kader van ondersteunende activiteiten.
Bij het structureren van de kernactiviteiten hanteert Sienna IM een holistische en transversale aanpak. De waardeketen is nauwgezet onderverdeeld in vier onderling verbonden hoofdfasen die consistent zijn binnen het trio van primaire activiteiten van Sienna IM. Deze fasen zijn:
Het end-of-life aspect van producten is niet meegenomen in de DMA, noch in de waardeketen, aangezien het als weinig materialiteit wordt beschouwd in de context van Sienna IM's beheer van Europese productschaal. Het end-of-life proces wordt voor de producten van Sienna IM als volgt beheerd:
Het kader van ondersteunende activiteiten omvat:
Sienna's DNA is om doelgericht te handelen om de toekomst te beschermen. Daarom zijn we volledig betrokken bij de ontwikkeling van onze gemeenschappen, zowel op bedrijfsniveau als op het niveau van onze stakeholders: onze ondernemingen waarin is geïnvesteerd, onze klanten, de gebieden waar we investeren en onze teams.
Als pan-Europese vermogensbeheerder met meerdere expertises wil Sienna IM innovatieve oplossingen op maat en investeringsoplossingen ontwikkelen voor haar klant, ontworpen om een positieve impact te hebben op de grote sociale en milieu uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd.
Sienna's rol is om de economie direct te financieren met een middellange tot lange termijn visie, daarom zijn we toegewijd aan de bedrijven waarin we investeren. Daarom hebben we een ambitieuze CSR Strategie ontwikkeld, zowel voor Sienna als voor onze ondernemingen waarin is geïnvesteerd. Daarom richten we ons systematisch op klimaat-, biodiversiteits- en DE&I-uitdagingen en doen we ons best om echte oplossingen te implementeren.
Bovendien zal de uitkomst van klanten direct afhangen van elk type klant. We kunnen ze samenvatten met het beheren van hun geld binnen een bepaald risico/rendementskader, met een middelenverplichting en met een duidelijk en begrijpelijk productaanbod voor de verschillende categorieën klanten. Onze belangrijkste rol is niet om de economie te financieren; dit aspect is het resultaat van onze primaire doelstelling (het geld van onze klanten investeren...).
De waardeketen kan in drie segmenten worden uitgesplitst:
Sienna IM's duurzaamheidsstrategie houdt verband met engagement op verschillende niveaus: met ondernemingen waarin is geïnvesteerd, via belangenbehartiging en met onze prospects/klanten.
Sienna IM houdt dus rekening met haar stakeholders binnen haar strategie en business model.
Sienna IM betrekt verschillende soorten stakeholders:
Overeenkomstig met ESRS 1 sectie 3.1 zijn de door Sienna IM geïdentificeerde stakeholders verdeeld over de volgende categorieën:
Een lijst van de stakeholders die zijn geïdentificeerd om het DMA-proces te ondersteunen, is te vinden in de bijlage bij het DMA Methodologisch Protocol.
Afhankelijk van het soort stakeholders dat wordt betrokken, zal de organisatie anders zijn.
Wat betreft ondernemingen waarin is geïnvesteerd, heeft SGE twee soorten engagement. Eerst het reactieve engagement, dat wordt geïnitieerd naar aanleiding van een controverse die een bedrijf tegenkomt. In dit geval zou SGE een dialoog met de onderneming aangaan om inzicht te krijgen in haar input met betrekking tot de controverse en in haar corrigerende maatregelen. Ten tweede, de proactieve betrokkenheid, die te wijten is aan een gebrek aan transparantie of het ontbreken van een robuuste strategie voor ESG kwesties (beschouwd als een risico dat mogelijk tot een controverse kan leiden)
Daarom bestaat ons engagementproces uit ofwel het betrekken van bedrijven via dialoog en een stemproces, ofwel collectieve betrokkenheid in het geval van publieke activa.
Wat overheidsinstanties betreft, kan Sienna IM ofwel rechtstreeks belangenbehartiging doen ofwel via beroepsorganisaties.
Wat betreft ngo's, Sienna IM overlegt met ngo's over specifieke onderwerpen.
Ten aanzien van leveranciers stuurt Sienna IM naar elke hoofdleverancier ons beleid inzake verantwoord inkopen.
Met haar engagementaanpak doet Sienna IM, in lijn met haar verantwoord investeringsbeleid:
Afhankelijk van hoe het soort stakeholdersbetrokkenheid wordt beheerd, kan de uitkomst anders zijn.
Bij onze leveranciers kunnen we bijvoorbeeld besluiten om een andere leverancier te kiezen. Bij ondernemingen waarin is geïnvesteerd, kunnen we desinvesteren als de samenwerking niet slaagt.
De meeste van onze duurzame impacts komen van onze ondernemingen waarin is geïnvesteerd, en niet van onze eigen activiteiten. We stellen betrokkenheid bij ondernemingen waarin is geïnvesteerd centraal in onze engagementstrategie.
Belangrijke stakeholders bij Sienna IM zijn onder meer klanten en geïnvesteerde bedrijven. De belangen en opvattingen van klanten worden verzameld via vragenlijsten, zodat hun feedback wordt meegenomen in onze strategie en het business model. Voor geïnvesteerde ondernemingen werkt Sienna Gestion samen, terwijl SPC en Ver Capital rechtstreeks met ondernemingen samenwerken als onderdeel van hun investeringsprocessen.
Er zijn geen wijzigingen aangebracht.
Er zijn geen wijzigingen aangebracht.
Er zijn geen wijzigingen aangebracht.
Er zijn geen wijzigingen aangebracht.
De CSO van Sienna rapporteert rechtstreeks aan de CEO. De CEO is verantwoordelijk voor de duurzame strategie op het niveau van het Managementcomité en op het niveau van de Raad van Bestuur. Er wordt regelmatig communicatie georganiseerd met de verschillende niveaus van governance in Sienna.
De rollen voor de DMA zijn als volgt verdeeld binnen Sienna IM.
[IRO 2] : Positieve impact via directe financiering en leningen in de energietransitiesector.
Voornaamste activiteiten: Portfoliobeheer
[IRO 4] : Positieve impacts van sociale dialoog op werknemers (vrijheid van vereniging). Voor Sienna vertegenwoordigt het sociale dialoog historische waarden van de bedrijfscultuur (de overname van Malakoff Humanis).
[IRO 5] : Positieve impact van de verschillende collectieve overeenkomsten op de werknemers van de onderneming. In Sienna zijn tal van collectieve overeenkomsten ondertekend.
[IRO 8] : Positieve impact in verband met aandacht voor opleidingsbehoeften die werknemers identificeren en (of) rapporteren op basis van hun anciënniteit, deskundigheid en carrièrevooruitzichten.
[IRO 1] : Financieel risico verbonden aan onvoldoende rekening houden met fysieke klimaatrisico's bij investeringen, met name in fysieke activa (private schulden).
[IRO 3] : Financieel en reputatierisico in verband met onvoldoende rekening houden met transitieklimaatrisico's bij investeringsbeslissingen.
Waardeketen: Geïnvesteerde ondernemingen Voornaamste activiteiten: Conceptie, Marketing; Portfoliobeheer; Vastgoedbeheer Ondersteunende activiteiten: ESG onderzoek
[IRO 6] : Risico op behoud van werknemers door onvoldoende aandacht voor ESG kwesties.
[IRO 7] : Opportuniteit met betrekking tot de anciënniteit en expertise van Sienna's werknemersprofielen, die belangrijke activa vertegenwoordigen om een hoogwaardige uitvoering van activiteiten te garanderen en de algemene prestaties te verbeteren.
[IRO 9] : Opportuniteit wat betreft gender diversiteit, culturele diversiteit en diversiteit van professionele en educatieve achtergronden bij het ontwikkelen van Sienna's pan-Europese activiteiten.
[IRO 10] : Risico verbonden aan de beveiliging en bescherming van interne gegevens om het lekken van gevoelige informatie te voorkomen.
[IRO 11] : Risico op een gebrek aan transparantie en (of) duidelijkheid in investeerders informatie (financieel en ESG), wat kan leiden tot ontevredenheid bij klanten of zelfs sancties.
[IRO 12] : Risico op mismatch tussen ESG producten die op de markt worden gebracht/waarop wordt ingeschreven en voorkeuren van klanten op dit gebied (labels, Taxonomie, ESG thema's, enz.).
[IRO 13] : Risico verbonden aan het onvermogen van Sienna om te voldoen aan de ESG due diligence vereisten van haar institutionele of zakelijke klanten (koolstofvoetafdruk, verantwoord inkoopbeleid, HR - diversiteitsbeleid, enz.).
[IRO 14] : Commerciële opportuniteit in verband met het voorstellen van innovatieve en op maat gemaakte producten (bv. hybride activa), alsook met de kwaliteit van de klantenservice (responsiviteit en voorstel van specifiek instrument/platform).
[IRO 15] : Risico van "sustainability washing" (greenwashing, social washing en impactwashing) op het niveau van financiële producten.
Voornaamste activiteiten: Conceptie, Marketing; Commercialisering
[IRO 16] : Financieel, juridisch en (of) reputatierisico als gevolg van relaties met geïnvesteerde ondernemingen die mogelijk controversiële ESG praktijken hebben.
[IRO 16] : Risico op niet-naleving van de waarden van Sienna en de verschillende ESG codes, beleidslijnen en processen die investeringen en dagelijkse activiteiten regelen (die zich kunnen manifesteren als reputatie- en regelgevingsrisico).
[IRO 17] : Financiële en operationele risico's in verband met het niet-naleving van ethische regels (persoonlijke transacties, geschenkverklaringen en externe functies/mandaten, fraude, marktmanipulatie, beroepsfouten of andere wet- of regelgeving in de financiële sector, enz.).
[IRO 18] : Risico verbonden aan onvoldoende LCB-FT due diligence.
[IRO 19] : Risico verbonden aan de niet-naleving van (i) ESG regelgeving waaraan Sienna onderworpen is (SFDR, Art29 LEC, CSRD, PRI,...), (ii) verwachtingen van toezichthouders (AMF) en (of) (iii) toezeggingen van Sienna (PRI, SBTi).
[IRO 20] : Risico op het gebied van financiële rapportering en informatieverschaffing op grond van bestaande en hangende regelgeving, met het risico op materiële afwijkingen.
[IRO 21] : Risico's verbonden aan de algemene IT-omgeving (inclusief hardware, netwerk, back-upsystemen, software, enz.), de integriteit van de gegevens van Sienna en cyberbeveiliging (pogingen tot fraude en hacking).
[IRO 22] : Opportuniteit voor outperformance door rekening te houden met ESG criteria in de activiteiten en investeringen van Sienna.
Voornaamste activiteiten: Conceptie, Marketing; Portfoliobeheer; Vastgoedbeheer
[IRO 23] : Risico verbonden aan het beheer van ESG gegevens (rechtstreeks afkomstig van bedrijven of gegevensverstrekkers).
[IRO 24] : Financieel, juridisch en (of) reputatierisico als gevolg van relaties met geïnvesteerde ondernemingen die negatieve impacts kunnen hebben op milieu, sociale aspecten en (of) governance.
[IRO 25] : Opportuniteit om sustainable finance thema's te bevorderen bij geïnvesteerde ondernemingen (stemgedrag en betrokkenheid) en bij ngo's en overheidsinstanties (advocacy).
Waardeketen: Geïnvesteerde ondernemingen Voornaamste activiteiten: Conceptie, Marketing; Portfoliobeheer Ondersteunende activiteiten: ESG onderzoek
Alle actuele en beoogde materiële impacts werden opgenomen in onze DMA-analyse. Plannen om die materiële impacts aan te pakken zijn lopende en worden gevalideerd
[IRO 2] : Positieve impact via directe financiering en leningen in de energietransitiesector.
Sienna IM's financiering en directe leningen in de energietransitiesector hebben een positieve milieuimpact door duurzame projecten te ondersteunen. Hoewel reputatierisico reëel is en het onmogelijk is om alles te detecteren, tonen deze initiatieven Sienna's toewijding aan verantwoorde en duurzame praktijken.
[IRO 4] : Positieve impacts van sociale dialoog op werknemers (vrijheid van vereniging). Voor Sienna vertegenwoordigt het sociale dialoog historische waarden van de bedrijfscultuur (de overname van Malakoff Humanis GA).
Sociale dialoog bij Sienna IM, die historische waarden van de bedrijfscultuur vertegenwoordigt, heeft een positieve impact op werknemers door de vrijheid van vereniging te bevorderen. Deze toewijding is cruciaal voor Sienna's bedrijfscultuur en historische waarden, door partnerschappen met entiteiten zoals Malakoff Humanis en soortgelijke initiatieven te versterken.
[IRO 5] : Positieve impact van de verschillende collectieve overeenkomsten op de werknemers van de onderneming. In Sienna zijn tal van collectieve overeenkomsten ondertekend.
De verschillende collectieve overeenkomsten die bij Sienna IM zijn ondertekend, hebben een positieve impact op werknemers door hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en gelijke rechten te waarborgen. Deze toewijding weerspiegelt het belang van de juridische en bedrijfscultuur kwesties bij Sienna, het ondersteunen van een cultuur van sociale dialoog en respect voor werknemersrechten.
[IRO 8] : Positieve impact in verband met aandacht voor opleidingsbehoeften die werknemers identificeren en (of) rapporteren op basis van hun anciënniteit, deskundigheid en carrièrevooruitzichten.
Sienna IM's aandacht voor de opleidingsbehoeften van werknemers, op basis van hun anciënniteit, expertise en carrièrevooruitzichten, heeft een positieve impact door te zorgen voor hooggekwalificeerd personeel met erkende expertise in hun respectieve vakgebieden. Deze proactieve aanpak draagt bij aan het beheersen van reputatie- en juridische risico's en ondersteunt tegelijkertijd de professionele ontwikkeling van werknemers.
[IRO 2] : Positieve impact via directe financiering en leningen in de energietransitiesector. Dit positioneert Sienna als een belangrijke speler in groene projectfinanciering, het aantrekken van milieubewuste investeerders en het creëren van groeimogelijkheden op lange termijn.
[IRO 4] : Positieve impacts van sociale dialoog op werknemers (vrijheid van vereniging). Voor Sienna vertegenwoordigt het sociale dialoog historische waarden van de bedrijfscultuur (de overname van Malakoff Humanis). Dit bevordert een positieve en samenwerkende werkomgeving, waardoor de tevredenheid en retentie van werknemers wordt verhoogd. Een betrokken en tevreden personeelsbestand is essentieel om een hoge productiviteit te behouden en kwalitatief talent aan te trekken, wat cruciaal is voor het succes van het bedrijf op lange termijn.
[IRO 5] : Positieve impact van de verschillende collectieve overeenkomsten op de werknemers van de onderneming. In Sienna zijn tal van collectieve overeenkomsten ondertekend. Dit weerspiegelt Sienna IM's toewijding aan eerlijke en verantwoorde arbeidspraktijken, het verbeteren van de reputatie van het bedrijf en de wettelijke naleving. Goed behandeld en gemotiveerd personeel draagt bij aan operationele stabiliteit en financiële prestaties.
[IRO 8] : Positieve impact in verband met aandacht voor opleidingsbehoeften die werknemers identificeren en (of) rapporteren op basis van hun anciënniteit, deskundigheid en carrièrevooruitzichten. Hierdoor kan het bedrijf concurrerend en innovatief blijven, zich aanpassen aan veranderingen in de markt en de wettelijke vereisten. Daarnaast bevordert het professionele groei bij werknemers, wat leidt tot betere retentie en lagere omzetkosten.
Voor de factor tijdshorizon is de aanpak gebaseerd op de richtlijnen in FAQ 9 van de EFRAG IG 1 Materialiteitsbeoordeling Implementatiegids. In deze sectie 6.4 wordt het proces toegelicht voor de beoordeling van de drie tijdshorizonten: korte, middellange en lange termijn.
Het is belangrijk om de volgende definitie op te merken: De initiële definitie van korte termijn is het jaar van rapportering van het duurzaamheidsverslag, terwijl middellange termijn wordt gedefinieerd als minder dan vijf jaar en lange termijn als meer dan vijf jaar.
[IRO 2] : Positieve impact via directe financiering en leningen in de energietransitiesector. Dit positioneert Sienna als een belangrijke speler in groene projectfinanciering, het aantrekken van milieubewuste investeerders en het creëren van groeimogelijkheden op lange termijn.
Deze impact vloeit rechtstreeks voort uit Sienna's activiteiten in de financiering en ondersteuning van duurzame projecten.
[IRO 4] : Positieve impacts van sociale dialoog op werknemers (vrijheid van vereniging). Voor Sienna vertegenwoordigt het sociale dialoog historische waarden van de bedrijfscultuur (de overname van Malakoff Humanis). Dit bevordert een positieve en samenwerkende werkomgeving, waardoor de tevredenheid en retentie van werknemers wordt verhoogd. Een betrokken en tevreden personeel is essentieel voor het handhaven van een hoge productiviteit en deze impact vloeit voort uit de interne activiteiten van Sienna en de toewijding aan het bevorderen van een positieve bedrijfscultuur.
Deze impact vloeit voort uit de interne activiteiten van Sienna en haar toewijding aan eerlijke arbeidspraktijken.
[IRO 5] : Positieve impact van de verschillende collectieve overeenkomsten op de werknemers van de onderneming. In Sienna zijn tal van collectieve overeenkomsten ondertekend. Dit weerspiegelt Sienna IM's toewijding aan eerlijke en verantwoorde arbeidspraktijken, het verbeteren van de reputatie van het bedrijf en de wettelijke naleving. Goed behandeld en gemotiveerd personeel draagt bij aan operationele stabiliteit en financiële prestaties.
Deze impact vloeit voort uit de interne activiteiten van Sienna en haar toewijding aan eerlijke arbeidspraktijken.
[IRO 8] : Positieve impact in verband met aandacht voor opleidingsbehoeften die werknemers identificeren en (of) rapporteren op basis van hun anciënniteit, deskundigheid en carrièrevooruitzichten. Hierdoor kan het bedrijf concurrerend en innovatief blijven, zich aanpassen aan veranderingen in de markt en de wettelijke vereisten. Daarnaast bevordert het professionele groei bij werknemers, wat leidt tot betere retentie en lagere omzetkosten.
Deze impact vloeit voort uit de interne activiteiten van Sienna gericht op de ontwikkeling en opleiding van werknemers.
Geen actuele financiële effecten van materiële risico's en opportuniteiten vormen een significant risico op materiële aanpassingen in de volgende jaarlijkse rapporteringsperiode van de boekwaarde van activa en passiva gerapporteerd in de betrokken financiële staten.
Gebruik van infaseringsbepalingen.
De weerbaarheidsanalyse is uitgevoerd via de DMA analyse in 2024. In dit stadium werden geen verdere risico's vastgesteld.
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
De sectorspecifieke thema's integreren op hoog niveau de milieu, sociale en governance impacts van de activiteiten van ondernemingen waarin is geïnvesteerd. Daarom, en in afwachting van de publicatie van een specifieke sectorspecifieke ESRS, worden de ESRS E2, E3, E4, S2 en S3 niet op microschaal bekeken, maar op ruimere schaal op sectorspecifiek IRO-niveau.
IRO's gekoppeld aan Entiteitspecifieke onderwerpen
[IOR 12]: Risico op mismatch tussen gecommercialiseerde/geabonneerde ESG producten en voorkeuren van klanten in dit opzicht (labels, Taxonomie, ESG thema's, enz.).
[IRO 13] : Risico verbonden aan het onvermogen van Sienna om te voldoen aan de ESG due diligence vereisten van haar institutionele of zakelijke klanten (koolstofvoetafdruk, verantwoord inkoopbeleid, HR-beleid - diversiteit, enz.).
[IRO 16] : Risico's verbonden aan de niet-naleving van Sienna's waarden en verschillende ESG codes, beleidslijnen en processen die investeringen en dagelijkse activiteiten beheersen (wat zich kan manifesteren als reputatie- en regelgevingsrisico).
[IRO 19] : Risico verbonden aan de niet-naleving van (i) de ESG regelgeving waaraan Sienna onderworpen is (SFDR, Art29 LEC, CSRD, PRI,...), (ii) de verwachtingen van toezichthouders (AMF), (iii) de toezeggingen van Sienna (PRI, SBTi), en (of) (iv) mandaatgebonden
De DMA methodologie is gebaseerd op vier belangrijke stappen, waaronder het identificeren van het duurzaamheidslandschap gevolgd door stakeholderbetrokkenheid, de analyse van de impact en financiële materialiteit en de consolidatie van de lijst van ESG thema's en materiële IRO's.
Sienna IM heeft speciale vertegenwoordigers voor elk segment van de waardeketen geïdentificeerd en aangesteld. Deze personen, geïdentificeerd door het ESG team, brengen specialistische expertise en inzichten kennis mee naar hun respectievelijke rollen en activiteiten. Bovendien hebben deze vertegenwoordigers actief deelgenomen aan een reeks evaluatieworkshops om de lijst van IRO's vast te stellen, te definiëren en dienovereenkomstig te beoordelen volgens de upstream gevalideerde methodologie. Elke IRO werd gedefinieerd en beoordeeld op het niveau van Sienna IM, maar alle expertises (d.w.z. Sienna Gestion, Sienna Private Credit en Sienna Real Estate) hebben bijgedragen aan de evaluatie, scores en validatie van deze IRO's.
Gezien de activiteiten en waardeketen van Sienna IM en onder voorbehoud van volledigheid en samenhang, wordt de ontwikkeling van de lange lijst van ESG thema's en gerelateerde IRO's ondersteund door een diepgaande evaluatie en analyse van verschillende hieronder vermelde informatiebronnen:
Deze eerste stap in de DMA ondersteunt de definitie van het duurzaamheidslandschap specifiek voor Sienna IM en haar kernactiviteiten, het identificeren van de belangrijkste getroffen stakeholders en hun respectieve bijdrage.
Deze stap ondersteunt het onderzoek naar potentiële materiële ESG-thema's om in een volgende fase de potentiële IRO's te beoordelen. In lijn met de verklaring in sectie 1.3 Scope bestaat de eerste stap erin de activiteiten van Sienna IM, haar zakelijke relaties en de context te analyseren. Tijdens deze stap worden de volgende taken uitgevoerd:
De DMA werd uitgevoerd door deskundigheid (op bedrijfsniveau) in plaats van per locatie of regio. Voor alle dochterondernemingen bevinden de activa en activiteiten zich voornamelijk in Europa (de activiteit van Sienna Real Estate in Zuid-Korea treedt alleen op als distributeur).
Elke IRO werd gedefinieerd en beoordeeld op het niveau van Sienna IM, maar alle expertises (d.w.z. Sienna Gestion, Sienna Private Credit en Sienna Real Estate) hebben bijgedragen aan de evaluatie, scores en validatie van deze IRO's.
Volgens haar eigen activiteiten en business model heeft Sienna IM de lijst van duurzaamheidskwesties en IRO's toegevoegd, geschrapt, gewijzigd en verfijnd. Entiteitspecifieke duurzaamheidskwesties die GBL aanvankelijk heeft geïdentificeerd, zijn niet noodzakelijkerwijs in aanmerking genomen, omdat ze opnieuw kunnen worden samengesteld en gekoppeld aan andere thematische ESRS. Entiteitspecifiek subsubthema zoals ESG integratie werd uitgebreid met de steun van een adviesbureau met een toegewijde expertise in duurzame financiering en de ESG industriematerialiteitskaart van de MSCI voor de vermogensbeheersector.
In dit stadium werden een voorlopige screening van de ESRS en een lijst van IRO's voorafgaand aan het voorstel uitgevoerd en besproken tijdens speciale workshops met gerelateerde stakeholders. Dit stemt overeen met een beoordelings- en ratingproces op basis van een deskundig oordeel.
Deze stap "Inzicht in het duurzaamheidslandschap" ondersteunt het onderzoek naar potentiële materiële ESG onderwerpen om in een volgende fase de potentiële IRO's te beoordelen. In lijn met de verklaring in sectie 1.3 Scope bestaat de eerste stap erin de activiteiten van Sienna IM, haar zakelijke relaties en de context te analyseren.
Tijdens deze stap worden de volgende taken uitgevoerd:
Overeenkomstig met ESRS 1 sectie 3.1 zijn de door Sienna IM geïdentificeerde stakeholders verdeeld over de volgende categorieën:
Na de afgenomen interviews werden geen zwijgende stakeholders geïntegreerd, aangezien dit niet relevant noch evenredig werd geacht.
In overeenstemming met het Stakeholder engagement proces wordt de lijst van ESG thema's en gerelateerde IRO's geëvalueerd om een tussenlijst van de ESG thema's en IRO's op te stellen die gebruikt zullen worden voor de impact- en financiële materialiteitsanalyse:
In overeenstemming met de implementatiegids van EFRAG IG 1 Materialiteitsanalyse zijn de factoren toepassingsgebied, schaal, herstelbaarheid en waarschijnlijkheid gebaseerd op de GBL vertaling voor haar activiteiten. De beoordeling van materiële impacts op basis van de hierboven beschreven criteria wordt uitgevoerd voor elk duurzaamheidskwestie dat in de tussenlijst is geïdentificeerd:
Wat betreft de impact materialiteit, het doel van het scannen van de ESG risico's en opportuniteiten oefening is om een tussenlijst te maken van de ESG onderwerpen die voortkomen uit de risico's en opportuniteiten analyse uitgevoerd volgens de hieronder beschreven stappen:
Aangezien de impact materialiteit en de financiële materialiteitsanalyse gerelateerd zijn, wordt in eerste instantie rekening gehouden met onderlinge afhankelijkheden tussen beide dimensies door de omvang (financiële, regelgevende, reputatie- en bedrijfsgerelateerde impacts) van de eerder vastgestelde impacts in kaart te brengen.
Naar aanleiding van deze workshops, en op basis van de specificiteit van de activiteiten van Sienna IM, is "Gelijk aan of hoger dan 1" als financiële materialiteitsdrempel aangehouden.
De financiële materialiteitsanalyse op basis van de hierboven beschreven criteria wordt uitgevoerd voor elke duurzaamheidskwestie die in de tussenlijst is gebracht:
Duurzaamheidsgerelateerde risico's ten opzichte van andere soorten risico's kregen in 2024 geen prioriteit.
De Dubbele Materialiteitsanalyse ("DMA") is het proces waarmee Sienna IM materiële informatie bepaalt over duurzaamheidsimpacts, risico's en opportuniteiten ("IRO's"). Dit wordt bereikt door materiële duurzaamheidskwesties en materiële informatie vast te stellen die moeten worden
gerapporteerd op grond van de European Sustainability Reporting Standards ("ESRS"). De prestaties van een DMA op basis van objectieve criteria vormen dus het uitgangspunt voor de duurzaamheidsrapportering.
De DMA heeft twee onderling samenhangende doelstellingen:
De Chief Sustainability Officer rapporteert aan de CEO en is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitwerking van de Dubbele Materialiteitsanalyse en de ontwikkeling van de duurzaamheidsstrategie. De CSO is ook verantwoordelijk voor het beheer van de DMA scoring workshops sessies, het indienen van de resultaten aan de Bestuurders en het waarborgen van de goede verwezenlijking van de duurzaamheidsstrategie en de publicatie van de jaarlijkse duurzaamheidsverklaring.
In het proces van het identificeren, beoordelen en beheersen van impacts, risico's en opportuniteiten voor Sienna IM heeft de Chief Sustainability Officer nauw samengewerkt met de Chief Risk en Compliance Officer (CRCO) en de andere belangrijkste interne stakeholders voor de afstemming tussen de "Risicokaart" van de Groep en de DMA-methodologie.
De DMA-methodologie en bijbehorende schalen zijn vastgesteld volgens de methodologie van GBL en de richtlijnen van de EFRAG. Drempels afgestemd op het business model van Sienna IM en op basis van deskundig oordeel zijn beoordeeld en gevalideerd door de CRCO en de CSO.
Interne controles worden tijdens het hele proces uitgevoerd via de betrokkenheid van de deelnemers aan de workshops (1e niveau van controle) en de uitdaging van de resultaten door de Raad van Bestuur van Sienna IM.
Sienna IM heeft PwC aangesteld als Commissaris van Sienna IM om de assurance diensten uit te voeren met betrekking tot de Corporate Sustainability Reporting Directive 2022/2464/EU informatieverschaffing en de EU Taxonomie informatieverschaffing voor het jaar beëindigd op 31 december 2024 die zal worden opgenomen in het Jaarverslag 2024 van GBL.
Sienna IM heeft nog geen proces geïmplementeerd om opportuniteiten te identificeren, te beoordelen en te beheren als onderdeel van haar algemene managementproces.
De DMA werd uitgevoerd door deskundigheid (op bedrijfsniveau) in plaats van per locatie of regio. Voor alle dochterondernemingen bevinden de activa en activiteiten zich voornamelijk in Europa (de activiteit van Sienna Real Estate in Zuid-Korea treedt alleen op als distributeur).
Met het oog op de reikwijdte van de duurzame rapporteringsverplichting gezien de activiteiten en kernactiviteiten van Sienna IM, volgt de definitie van de scope van de DMA ("Scope") een benadering gebaseerd op de volgende drie items:
N.v.t. - Sienna IM's eerste oefening zonder enige voorafgaande informatieverschaffing.
N.v.t.
In de CSRD wordt de frequentie van de duurzaamheidsrapportering volgens de ESRS als jaarlijks gedefinieerd, aangezien de duurzaamheidsverklaring deel uitmaakt van het bestuursverslag van de Groep. Sienna IM is dan ook verplicht om op elke rapporteringsdatum haar ESG's en bijbehorende IRO's te bepalen, evenals de materiële informatie die in het duurzaamheidsverslag moet worden opgenomen.
Indien de Chief Sustainability Officer echter op basis van passend bewijsmateriaal tot de conclusie komt dat de uitkomst van de materialiteitsanalyse van de voorgaande rapporteringsperiode nog relevant is op de rapporteringsdatum, kan bij het opstellen van het duurzaamheidsverslag gebruik worden gemaakt van de eerder getrokken conclusies. Dit kan waar zijn als er geen materiële wijzigingen zijn aangebracht in de organisatie- en operationele structuur van Sienna IM en er geen materiële wijzigingen zijn aangebracht in de externe factoren die nieuwe of bestaande IRO's kunnen genereren of wijzigen of die de relevantie van een specifieke informatieverschaffing kunnen beïnvloeden.
De DMA wordt elk jaar bijgewerkt en het protocol wordt dienovereenkomstig bijgewerkt.
Sienna IM heeft de verbinding gelegd tussen materiële IRO's en materiële informatie via een reeks speciale workshops. Aan deze workshops namen deelnemers deel die betrokken zijn bij of verantwoordelijk zijn voor leidinggevende, operationele en ondersteunende processen. Zij hebben actief deelgenomen aan de opstelling en actualisering van de DMA, waardoor een alomvattende aanpak is gewaarborgd. Tijdens deze sessies hebben de deelnemers de volledigheid van de lijst van IRO's geïdentificeerd, beoordeeld en gevalideerd en de materialiteitsanalyse uitgevoerd van duurzaamheidskwesties binnen hun verantwoordelijkheidsgebieden. De Chief Sustainability Officer woonde alle Impact, Risk en Opportunity identificatie en scoring workshops bij, waarbij zij zorgde voor afstemming en grondigheid in het proces.
De maatstaven van Sienna IM omvatten de maatstaven die zijn gedefinieerd in ESRS, evenals maatstaven die op een entiteit-specifieke basis zijn geïdentificeerd, ongeacht of ze afkomstig zijn van andere bronnen of door de onderneming zelf zijn ontwikkeld.
Voor elke maatstaf labelt en definieert Sienna IM de maatstaf met behulp van betekenisvolle, duidelijke en precieze namen en beschrijvingen.
Voor elke maatstaf waarbij valuta als maateenheid is opgegeven, gebruikt Sienna IM de presentatievaluta van haar financiële staten.
| De gewogen gemiddelde waarde van alle investeringen die gericht zijn op financiering of verband houden met op de taxonomie afgestemde economische activiteiten ten opzichte van de waarde van de totale activa die onder de KPI vallen, met de volgende wegingen voor investeringen in de onderneming: |
De gewogen gemiddelde waarde van alle investeringen die gericht zijn op financiering of verband houden met op de taxonomie afgestemde economische activiteiten, met de volgende wegingen voor investeringen in de onderneming: |
||
|---|---|---|---|
| Omzet gebaseerd: | 3,02% | Omzet gebaseerd: | 750.935.861 € |
| CapEx-gebaseerd: | 5,00% | CapEx-gebaseerd: | 1.243.288.594 € |
| Het percentage activa dat onder de KPI valt ten opzichte van de totale investeringen (totale AuM). Exclusief investeringen in overheidsentiteiten: |
De geldwaarde van activa die onder de KPI vallen. Exclusief investeringen in overheidsentiteiten: |
||
| Dekkingsgraad: | 79,10% | Dekking: | 24.854.044.969 € |
| Het percentage derivaten ten opzichte van de totale activa die onder de KPI vallen. | De waarde in geldbedragen van derivaten. | |
|---|---|---|
| Derivaten: | Derivaten: | |
| -0,09% | -22.438.979 € | |
| Het aandeel blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen in de EU die niet onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU vallen, ten opzichte van de totale activa die onder de KPI vallen: |
Waarde van blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen in de EU die niet onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU vallen: |
|
| Voor niet-financiële ondernemingen: | Voor niet-financiële ondernemingen: | |
| 7,53% | 1.871.989.159 € | |
| Voor financiële ondernemingen: | Voor financiële ondernemingen: | |
| 0,06% | 15.467.943 € | |
| Het aandeel blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen uit niet-EU-landen die niet | Waarde van blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen uit | |
| onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU vallen, ten opzichte van de totale activa die | niet-EU-landen die niet onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/ | |
| onder de KPI vallen: | EU vallen: | |
| Voor niet-financiële ondernemingen: | Voor niet-financiële ondernemingen: | |
| 8,85% | 2.200.133.876 € | |
| Voor financiële ondernemingen: | Voor financiële ondernemingen: | |
| 1,34% | 333.754.779 € | |
| Het aandeel blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen onder de artikelen 19 bis en 29 | Waarde blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen die | |
| bis van Richtlijn 2013/34/EU ten opzichte van de totale activa die onder de KPI vallen: | onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU vallen: | |
| Voor niet-financiële ondernemingen: | Voor niet-financiële ondernemingen: | |
| 23,59% | 5.862.917.916 € | |
| Voor financiële ondernemingen: | Voor financiële ondernemingen: | |
| 13,80% | 3.430.652.142 € | |
| Het aandeel blootstellingen aan andere tegenpartijen en activa ten opzichte van de totale activa die onder de KPI vallen: |
Waarde blootstellingen aan andere tegenpartijen en activa: | |
| Andere tegenpartijen: | Andere tegenpartijen: | |
| 17,32% | 4,304,760,644 € | |
| De waarde van alle investeringen die economische activiteiten financieren die niet in aanmerking komen | Waarde van alle investeringen die economische activiteiten financieren die niet in | |
| voor taxonomie ten opzichte van de waarde van de totale activa die onder de KPI vallen: | aanmerking komen voor taxonomie: | |
| Taxonomie niet in aanmerking komende omzet: 21,00% |
Taxonomie niet in aanmerking komende 5,218,506,972 € omzet: |
|
| De waarde van alle investeringen die economische activiteiten financieren die in aanmerking komen voor | Waarde van alle investeringen die economische activiteiten financieren die in | |
| de taxonomie, maar niet zijn afgestemd op de waarde van de totale activa die onder de KPI vallen: | aanmerking komen voor Taxonomie, maar niet zijn afgestemd op de Taxonomie: | |
| Taxonomie in aanmerking komende omzet: | Taxonomie in aanmerking komende omzet: | |
| 8,31% | 2.065.722.322 € |
| Het aandeel op de Taxonomie afgestemde blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU ten opzichte van de totale activa die onder de KPI vallen: |
Waarde van op de Taxonomie afgestemde blootstellingen aan financiële en niet-financiële ondernemingen die onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU vallen: |
||
|---|---|---|---|
| Voor niet-financiële ondernemingen: (Omzet gebaseerd) | 2,02% | Voor niet-financiële ondernemingen: (Omzet gebaseerd) |
501.713.651 € |
| Voor niet-financiële ondernemingen: (CapEx gebaseerd) | 3,53% | Voor niet-financiële ondernemingen: (CapEx gebaseerd) |
877.441.412 € |
| Voor financiële ondernemingen: (Omzet gebaseerd) | 0,16% | Voor financiële ondernemingen: (Omzet gebaseerd) |
40.259.503 € |
| Voor financiële ondernemingen: (CapEx gebaseerd) | 0,48% | Voor financiële ondernemingen: (CapEx gebaseerd) |
118.860.175 € |
| Het aandeel op de Taxonomie afgestemde blootstellingen aan andere tegenpartijen en activa ten opzichte van de totale activa die onder de KPI vallen: |
Waarde van op de Taxonomie afgestemde blootstellingen aan andere tegenpartijen en activa: |
||
| Omzet gebaseerd: | 0,00% | Omzet gebaseerd: | 0 € |
| Op kapitaaluitgaven gebaseerd: | 0,00% | Op kapitaaluitgaven gebaseerd: | 0 € |
| (1) Klimaatmitigatie | Omzet (totaal) | 3,01% | Omzet - Transitieactiviteiten: | 0,02% |
|---|---|---|---|---|
| Omzet – Faciliterende activiteiten: | 1,16% | |||
| CapEx (totaal) | 4,93% | CapEx - Transitieactiviteiten: | 0,13% | |
| CapEx - Faciliterende activiteiten: | 1,81% | |||
| (2) Klimaatadaptatie | Omzet (totaal) | 0,01% | Omzet – Faciliterende activiteiten: | 0,00% |
| CapEx (totaal) | 0,08% | CapEx - Faciliterende activiteiten: | 0,00% | |
| (3) Het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen |
Omzet (totaal) | 0,00% | Omzet – Faciliterende activiteiten: | 0,00% |
| CapEx (totaal) | 0,00% | CapEx - Faciliterende activiteiten: | 0,00% | |
| (4) De transitie naar een circulaire economie |
Omzet (totaal) | 0,00% | Omzet – Faciliterende activiteiten: | 0,00% |
| CapEx (totaal) | 0,00% | CapEx - Faciliterende activiteiten: | 0,00% | |
| (5) Preventie en bestrijding van verontreiniging |
Omzet (totaal) | 0,00% | Omzet – Faciliterende activiteiten: | 0,00% |
| CapEx (totaal) | 0,00% | CapEx - Faciliterende activiteiten: | 0,00% | |
| (6) De bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen |
Omzet (totaal) | 0,00% | Omzet – Faciliterende activiteiten: | 0,00% |
| CapEx (totaal) | 0,00% | CapEx - Faciliterende activiteiten: | 0,00% |
Voor genoteerde activaposities zijn de taxonomieafstemmingsberekeningen gebaseerd op informatie verzameld door Morningstar Sustainalytics. Het aandeel van de afstemming wordt berekend op basis van het gewicht van de totale activa voor elke uitgevende instelling. Taxonomie in aanmerking komende gegevens voor de laatste 4 milieudoelstellingen zijn nog niet beschikbaar bij onze leverancier Morningstar Sustainalytics, daarom rapporteren we niet over de gerelateerde in aanmerking komende of afgestemde investeringen. De gegevens moeten in de loop van 2025 beschikbaar zijn en zullen in het volgende boekjaar van dit verslag worden geaggregeerd over de posities.
Wat bijlage XII betreft, blijkt uit een eerste analyse dat de blootstelling van Sienna IM activiteiten in verband met kernenergie en fossiel gas niet significant is. Gezien de geringe betekenis van deze blootstellingen en de inconsistenties in de taxonomierapportering door tegenpartijen over bijlage XII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214, werd een voorzichtige benadering gevolgd voor de rapportering over boekjaar 2024, waarbij geen blootstellingen aan activiteiten in verband met kernenergie en fossiel gas werden gerapporteerd. Ook het komende jaar werken we aan de analyse om de kwaliteit van data en de volledigheid van de rapportering te verbeteren.
Als gevolg van gegevensbeperkingen van Sustainalytics kan in de speciale vlag voor het identificeren van EU-ondernemingen en ondernemingen (financieel en niet-financieel) die onder de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU vallen, ""Geen gegevens"" worden vermeld. De volgende aannames zijn in aanmerking genomen om deze gegevens te verwerken: alle ""Geen gegevens"" gerapporteerd in de EU-ondernemingen Sustainalytics vlag en CSRD/NFRD vlag zijn niet beoordeeld in de specifieke KPI's (EU/niet EU, Financieel/niet-financieel niet onderworpen aan/ onderworpen aan de artikelen 19 bis en 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU). Daarom zijn de volgende blootstellingen niet beoordeeld:
De data die worden gebruikt om in aanmerking te komen en af te stemmen, zijn de data gerapporteerd (niet geschat) op basis van de inventaris van onze posities per 31-12-2024, exclusief contanten, investeringen in externe fondsen en blootstellingen aan centrale overheden, centrale banken en supranationale issuers.
De blootstelling aan andere tegenpartijen en activa stemt overeen met contanten, fondsen en UCITS beheerd door Ver Capital (opgenomen in de totale AuM van de Private Credit expertise).
De Private Credit-expertise volgt de voortgang van bedrijven om hun zelfbeoordeling van de Taxonomie-afstemming te identificeren via hun jaarlijkse ESG gegevensverzamelingscampagne.
De aard van op de Taxonomie afgestemde economische activiteiten ligt in hun bijdrage aan de milieudoelstellingen van de EU, met name in de bestrijding van klimaatverandering en het bevorderen van efficiënt hulpbronnengebruik. Ons doel is om deze activiteiten te integreren in onze investeringsstrategieën en besluitvorming, waarbij ervoor wordt gezorgd dat onze portefeuille duurzame ontwikkeling ondersteunt en tegelijkertijd waarde levert aan onze klanten.
Vanuit methodologisch en dataperspectief anticiperen we op een structurele evolutie in onze benadering van Taxonomie-afstemming. Naarmate het Taxonomie kader volwassener wordt, verwachten we dat onze gegevensverstrekkers hun dekking van relevante bedrijven uitbreiden, wat ons vermogen om de afstemming systematisch te beoordelen zal vergroten. Dit zal ons in staat stellen de afstemming van onze investeringen nauwkeuriger te berekenen naarmate meer bedrijven onderworpen worden aan de Taxonomievereisten en hun activiteiten dienovereenkomstig beginnen te rapporteren.
Op het zakelijke front zetten we ons in om onze ESG benaderingen en de integratie daarvan in onze investeringsbeslissingsprocessen te verbeteren. We erkennen het belang van het afstemmen van onze investeringen op de Taxonomiecriteria en ontwikkelen actief kaders waarin deze overwegingen zijn opgenomen. Deze voortdurende integratie zal ons in staat stellen om investeringen te identificeren en te prioriteren die niet alleen voldoen aan de financiële doelstellingen, maar ook positief bijdragen aan ecologische duurzaamheid.
Sienna IM is van mening dat verantwoord financieren een sleutelrol kan spelen in het ondersteunen van verschillende spelers in de economie bij de historische transities waar we voor staan:
Sienna IM is ervan overtuigd dat het integreren van verantwoorde investeringsdoelen in ons investeringsproces de waarde van onze portefeuille kan verbeteren door risico's te mitigeren, waardoor bedrijven veerkrachtiger en aantrekkelijker worden. Op lange termijn creëert het waarde voor alle stakeholders.
Sienna's algemene benadering van verantwoord investeren is systematische ESG integratie in het besluitvormingsproces, waarbij enkele normgebaseerde en sectorale uitsluitingen worden toegepast op alle fondsen die de verschillende expertise beheren. Daarnaast streeft Sienna ernaar robuuste processen te implementeren om ESG controverses en potentiële ESG risico's in de pre-investeringsfase te identificeren. Bovendien vereist Sienna, als onderdeel van haar ESG integratiebeleid, de uitvoering van engagementprogramma's en -plannen door geïnvesteerde of gefinancierde activa op basis van de conclusies van voorlopige risicoanalyses en jaarlijkse ESG risicobeoordelingen. Omwille van de specifieke kenmerken die inherent zijn aan elke activaklasse, blijven het doel en de voorwaarden van deze engagementplannen specifiek voor elk investeringsproces en worden ze beschreven in de specifieke documentatie voor elke entiteit en elk product. Het uitoefenen van stemrechten maakt integraal deel uit van de ESG verbintenis van de verschillende fondsbeheerders en Sienna oefent de stemrechten verbonden aan haar investeringen uit namens haar klanten. Het specifieke stembeleid voor elk product en de specifieke rapportering zijn beschikbaar op de websites van elke gereglementeerde entiteit.
Sienna heeft een aantal belangrijke verantwoorde investeringsverbintenissen aangegaan, zoals:
Alle nieuwe producten die door een expert worden gelanceerd, worden geclassificeerd als art. 8 of 9 met SFDR, tenzij specifiek gevraagd door de klant.
Om haar aanpak van het onderwerp klimaatverandering te versterken, heeft Sienna IM zich in januari 2024 officieel aangesloten bij het Science Based Targets initiatief (SBTi). SBTi is een non-profit samenwerkingsverband tussen het United Nations Global Compact, het World Resources Institute, het WWF en het Carbon Disclosure Project (CDP) dat is opgezet om bedrijven aan te moedigen snel actie te ondernemen door doelen te stellen voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Deze toezegging is een belangrijke stap om onze activiteiten en investeringen af te stemmen op een opwarmingsscenario van niet meer dan 1,5°C boven het pre-industriële niveau, in lijn met de doelstellingen van het Akkoord van Parijs. Door op wetenschap gebaseerde doelen te stellen die in 2025 door SBTi gevalideerd moeten worden, zet Sienna IM zich in om haar ecologische voetafdruk te verkleinen en tegelijkertijd duurzame praktijken in de hele organisatie te verankeren.
niet van toepassing op Sienna
| Kernenergiegerelateerde activiteiten | |
|---|---|
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. |
Nee |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. |
Nee |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. |
Nee |
| Activiteiten in verband met fossiel gas | |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. |
Nee |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
Nee |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/ koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
Nee |
Leden van de raad van bestuur van Sienna IM hebben geen klimaatgerelateerde overwegingen meegenomen in hun beloning.
Het senior management van Sienna IM heeft enkele klimaatgerelateerde overwegingen meegenomen in hun variabele beloning. In 2023 werd een lange-termijn incentive plan opgesteld dat ook het verkrijgen van de SBTi-gevalideerde status omvat.
Zie hieronder
Leden van de raad van bestuur van Sienna IM hebben geen klimaatgerelateerde overwegingen meegenomen in hun beloning.
Het senior management van Sienna IM heeft enkele klimaatgerelateerde overwegingen meegenomen in hun variabele beloning. In 2023 werd een lange-termijn incentive plan opgesteld dat ook het verkrijgen van de SBTi-gevalideerde status omvat.
Het lange termijn incentiveplan, dat enkel het hoger management aangaat, is als volgt opgebouwd:
Sienna IM heeft haar Groepsklimaatbeleid en Roadmap officieel gepubliceerd, beschikbaar op onze website: https://www.sienna-im.com/wpcontent/uploads/2024/12/sienna_im_climate_roadmap_en.pdf.
Deze roadmap behandelt de volledige groep en haar specifieke kenmerken. Deze klimaatroadmap heeft tot doel onze inzet en maatregelen te definiëren als reactie op de directe uitdagingen van klimaatverandering, maar ook om de weg te effenen voor een transitie naar koolstofneutraliteit op langere termijn tegen 2050 door onze governance, klimaatpad voor onze activiteiten en investeringen met bijbehorende maatregelen en initiatieven, ontwikkeling van investeringsstrategie en klimaatgerelateerde financiële producten te formaliseren.
Bovendien zullen ze, na validatie van de doelen van het Science-Based Targets initiative (SBTi), openbaar worden gepubliceerd via de websites van de SBTi en Sienna IM.
In 2024 heeft Sienna IM zich officieel aangesloten bij het Science Based Targets initiative (SBTi) om wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelen voor de nabije toekomst vast te stellen die zijn afgestemd op de 1,5 °C-grens voor de opwarming van de aarde. SBTi-doelen zijn per definitie verenigbaar met de Overeenkomst van Parijs van 2015, omdat ze wetenschappelijk onderbouwd zijn, toegesneden op sectorspecifieke behoeften, gestructureerd voor zowel onmiddellijke als langetermijneffecten, en transparantie en collectieve actie bevorderen - allemaal essentiële elementen voor het bereiken van de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C.
Er zijn verschillende decarbonisatiehefbomen geïdentificeerd:
Voor Scope 1 en 2:
Voor Scope 3-categorie 1-14:
Voor Scope 3 – Gefinancierde emissies:
Aangezien onze kernactiviteit vermogensbeheer is, zijn onze maatregelen inzake klimaatmitigatie voornamelijk gericht op onze investeringen in portefeuille namens derden, in plaats van op onze eigen CapEx / OpEx financiering. Naast de verschillende indicatoren die zijn geïmplementeerd voor het analyseren van de transitie van uitgevende instellingen in onze investeringsuniversums om deze afstemming te waarborgen, rapporteren we in ons Artikel 29 Loi Energie Climat rapport het aandeel van onze in aanmerking komende genoteerde activainvesteringen dat is afgestemd op de taxonomie.
Er is geen significante OpEx of CapEx vereist voor de uitvoering van ons klimaatactieplan.
24.058,00 EUR
0,00 EUR
Sienna IM heeft geen significante locked-in broeikasgasemissies van belangrijke activa of producten. Als vermogensbeheermaatschappij is ons bedrijfsmodel voornamelijk gericht op investeringsbeheer, wat inherent leidt tot een lagere directe koolstofvoetafdruk in vergelijking met sectoren met significante fysieke activa.
Als onderdeel van onze jaarlijkse koolstofvoetafdrukanalyse, waardoor we onze operationele broeikasgasemissies volledig kunnen analyseren, kunnen we echter belangrijke gebieden voor verbetering identificeren en passende maatregelen definiëren om onze koolstofvoetafdruk effectief te verminderen.
Als vermogensbeheermaatschappij is onze hoofdactiviteit het beheren van investeringen van derden in plaats van rechtstreeks CapEx of OpEx te betrekken. We erkennen echter dat het belangrijk is om onze investeringen af te stemmen op de criteria die zijn vastgesteld in de Gedelegeerde Verordening van de Commissie 2021/2139. Bovendien wordt de afstemming van onze investeringen op de EU Taxonomie en meer in het algemeen onze ESG investeringsaanpak gerapporteerd in onze jaarlijkse Loi Energie Climat 29 verslagen.
0,00 EUR
0,00 EUR
0,00 EUR
De volledige inkomsten van Sienna IM zijn afkomstig van investeringsactiviteiten. Daarom zijn de activiteiten van Sienna IM niet uitgesloten van de Op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks.
Het transitieplan is een fundamenteel onderdeel van onze Groepsstrategie, waarbij ervoor wordt gezorgd dat onze langetermijndoelstellingen worden gehaald en tegelijkertijd de dringende uitdagingen van duurzaamheid en klimaatverandering worden aangepakt.
Dit plan is meerdere keren voorgelegd aan zowel de Raad van Bestuur als het Management Comité en is door hen goedgekeurd en bekrachtigd. Dit strenge proces onderstreept onze toewijding om het transitieplan te integreren in de kern van onze bedrijfsactiviteiten en governance.
Bovendien wordt ons transitieplan gematerialiseerd door onze SBTi-verbintenis, die een traject van middellange termijn transformatiemaatregelen voor alle gebieden van expertise en teams uitstippelt. Dit omvat onze data, rapportering, investering, risicobeheer, financiële en ESG teams, wat zorgt voor een holistische benadering van duurzaamheid.
Sienna IM is ervan overtuigd dat het integreren van verantwoorde investeringsdoelen in ons investeringsproces de waarde van onze portefeuille kan verbeteren door risico's te mitigeren, waardoor bedrijven veerkrachtiger en aantrekkelijker worden. Op lange termijn creëert het waarde voor alle stakeholders. Daarom integreren de activiteiten van Sienna IM systematisch milieu, sociale en governance criteria in de investeringsprocessen.
Sienna heeft een aantal belangrijke toezeggingen gedaan op het gebied van verantwoord investeren, zoals: - Sienna heeft een aantal externe engagementen, niet-uitputtende lijst hieronder: o PRI ondertekenaar sinds 2015 o Alle ESG engagementen van Sienna zijn hier te vinden: https://www.sienna-im.com/wp-content/uploads/2023/05/sienna-im_list-ofinitiatives_2023_final_en.pdf - - Sienna verbindt zich er ook toe om systematisch klimaat, biodiversiteit en DE&I onderwerpen aan te pakken zodra duurzaamheid ter sprake komt. Alle nieuwe producten die door een expert worden gelanceerd, worden geclassificeerd als art. 8 of 9 met SFDR, tenzij specifiek gevraagd door de klant.
Om onze aanpak van klimaatverandering te versterken, heeft Sienna IM zich in januari 2024 officieel aangesloten bij het Science Based Targets initiatief (SBTi), een non-profit samenwerking tussen het United Nations Global Compact, het World Resources Institute, het WWF en het Carbon Disclosure Project (CDP), opgezet om bedrijven aan te moedigen snel actie te ondernemen om het klimaat te helpen door doelen te stellen voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Deze verbintenis markeert een belangrijke stap in de afstemming van onze activiteiten en investeringen op een aardopwarmingsscenario van niet meer dan 1,5 °C boven het pre-industriële niveau, in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Door wetenschappelijk onderbouwde doelen te bepalen die in 2025 door SBTi moeten worden gevalideerd, zetten we ons in om onze koolstofvoetafdruk te verminderen en tegelijkertijd duurzame praktijken in onze hele organisatie te verankeren.
Het transitieplan werd mede ontwikkeld door de werknemers en gevalideerd door het management (via het Managementcomité) en de Raad van Bestuur.
In 2024 is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de uitvoering van het transitieplan van Sienna IM, met name door de volgende maatregelen:
N.v.t. – transitieplan vastgesteld
Sienna IM heeft haar Groepsklimaatbeleid en Roadmap officieel gepubliceerd, beschikbaar op onze website: https://www.sienna-im.com/wpcontent/uploads/2024/12/sienna_im_climate_roadmap_en.pdf.
Deze roadmap behandelt de volledige groep en haar specifieke kenmerken. Deze klimaatroadmap heeft tot doel onze inzet en maatregelen te definiëren als reactie op de directe uitdagingen van klimaatverandering, maar ook om de weg te effenen voor een transitie naar koolstofneutraliteit op langere termijn tegen 2050 door onze governance, klimaatpad voor onze activiteiten en investeringen met bijbehorende maatregelen en initiatieven, ontwikkeling van investeringsstrategie en klimaatgerelateerde financiële producten te formaliseren.
Bovendien zullen ze, na validatie van de doelen van het Science-Based Targets initiative (SBTi), openbaar worden gepubliceerd via de websites van de SBTi en Sienna IM.
Sienna IM investeert in alle sectoren (met uitzondering van sectoren die onder het Groepsuitsluitingsbeleid vallen) en maakt zich zorgen over zowel fysieke als transitierisico's die wegen op haar ondernemingen waarin is geïnvesteerd. En Sienna IM heeft een risico met betrekking tot portefeuilles die niet zijn aangepast aan de uitdagingen van klimaatverandering en blootgesteld zijn aan fysieke en transitierisico's.
Fysieke risico's komen overeen met directe verliezen in verband met schade die economische spelers ondervinden van klimatologische gevaren (extreme temperaturen, overstromingen, bosbranden enz.). Fysieke risico's zijn nog niet precies gekwantificeerd omdat ze zijn geïntegreerd in onze systematische ESG analyse.
Transitierisico's omvatten de economische gevolgen van de toepassing van een koolstofarm economisch model (regelgevings- en juridische risico's, marktrisico's en reputatierisico's). Transitierisico's zijn nog niet precies gekwantificeerd omdat ze zijn geïntegreerd in onze systematische ESG analyse.
Sienna IM heeft in 2024 geen formele weerbaarheidsanalyse uitgevoerd.
Sienna IM expertises is er volledig van overtuigd dat er een sterke negatieve correlatie is tussen extra-financiële risico's en de financiële of economische waarde van een issuer. Daarom stelt Sienna IM de vermindering van extra-financiële risico's centraal in haar verantwoorde investeringsstrategie, zoals vermeld in het ESG beleid van de groep.
De expertises hebben een systeem en een organisatie opgezet die de volledige managementteams in staat stelt rekening te houden met de risico's verbonden aan ESG kwesties. Naast de managementteams heeft elke expertise een team dat zich toelegt op naleving, interne controle en risico, dat onafhankelijk is van de operationele eenheden. Elke bestuurder is lid van het Management Board. Dit team voert regelmatig due diligence uit om de betrouwbaarheid van het ESG proces en naleving van de investeringsbeperkingen die van toepassing zijn op ESG fondsen te controleren, inclusief die met betrekking tot ESG controverses. Dit team is ook verantwoordelijk voor de validatie van alle structurerende documenten die zijn geformaliseerd over de ESG benaderingen (ESG beleid, procedures, verslagen, enz.).
Bovendien is Sienna IM Group toegewijd aan SBTi en wacht het op de gevalideerde status. Tijdens het SBTi-proces werd rekening gehouden met een aantal weerbaarheidsaspecten in het besluitvormingsproces om te gaan met een internationaal erkend kader, dat helpt om doelstellingen te bepalen om de klimaatuitdagingen aan te pakken.
Het speciale ESG-team dat verantwoordelijk is voor het SBTi-indieningsdossier heeft in 2024 vijf keer vergaderd met het Managementcomité, voordat het dossier in september 2024 werd ingediend. Tijdens deze verschillende vergaderingen heeft het ESG team een "niet-formele" weerbaarheidsanalyse uitgevoerd gericht op het 1,5°C klimaatscenario om de nodige aanpassingen en vereiste middelen te evalueren. Dit scenario maakt integraal deel uit van onze SBTi-doelstelling voor de korte termijn, die ervoor moet zorgen dat onze strategieën consistent zijn met de wereldwijde klimaatdoelstellingen.
Deze analyse omvatte:
2024
Aangezien we onze doelen voor de korte termijn officieel ter validatie aan SBTi hebben voorgelegd, is de tijdshorizon voor deze weerbaarheidsanalyse 10 jaar (2033) met een officiële tussentijdse doelstelling over 5 jaar.
Vanaf 2024 hebben we geen officiële weerbaarheidsanalyse meer uitgevoerd.
Onze koolstofvoetafdrukanalyse voor 2024 heeft echter belangrijke gebieden voor verbetering van broeikasgasemissies benadrukt, waar we actief op acteren.
Bovendien staat onze SBTi betrokkenheid centraal in onze duurzaamheidsstrategie. Deze verbintenis stemt niet alleen onze doelstellingen af op de wereldwijde klimaatdoelstellingen van 1,5 °C, maar verbetert ook onze veerkracht door onze investeringsbeslissingen te sturen naar duurzamere praktijken en uitgevende instellingen die al zijn afgestemd op of zich hebben gecommitteerd aan een 1,5 °C-traject. Door te focussen op emissiereductie en transitie, positioneren we onze portefeuille om potentiële veranderingen in wet- en regelgeving en marktverschuivingen wat betreft klimaatrisico's beter te weerstaan.
Sienna IM is er ook van overtuigd dat het implementeren van een ambitieuze klimaatstrategie gericht op het afstemmen van onze activiteiten en investeringen op de koolstofarme transitie essentieel is om klimaatrisico's te beperken en onze weerbaarheid en concurrentiekracht te verbeteren. Door duidelijke doelen vast te stellen, kunnen we niet alleen voldoen aan steeds strengere wereldwijde regelgeving, maar kunnen we ons ook positioneren als leiders op het gebied van duurzaamheid en effectief voldoen aan de verwachtingen van klanten en stakeholders. Deze afstemming tussen onze koolstofstrategie en algemene zakelijke strategie zal ons in staat stellen om investeringsopportuniteiten in een koolstofvrije economie te identificeren en te benutten zonder dat dit ten koste gaat van gestrande activa. Uiteindelijk zal het bevorderen van een wendbare mentaliteit en het omarmen van verandermanagement cruciaal zijn als we Sienna voorbereiden op een toekomst waarin duurzaamheid en innovatie voorop staan.
Omdat Sienna IM zich volledig bewust is van de enorme uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, heeft Sienna IM in 2023 besloten zich aan te sluiten bij SBTi en in september 2024 haar validatiedossier ingediend. Dankzij deze inzet omarmt Sienna IM een net zero traject tegen 2040, met middellange termijn tussentijdse doelen (5 jaar). Sienna IM klimaatbeleid geeft details over onze strategie en business model adaptatie met speciale delen over governance, decarbonisatie strategie en maatregelen uitgevoerd.
Als vermogensbeheerbedrijf erkennen we het cruciale belang van de aanpassing van onze strategie en het business model om de uitdagingen van klimaatverandering aan te pakken. Onze aanpak omvat de voortdurende ontwikkeling van innovatieve investeringsstrategieën die aansluiten bij duurzame praktijken. We hebben thematische fondsen geïntroduceerd die gericht zijn op gebieden zoals groene obligaties, koolstofarme investeringen en klimaattransitie. Deze initiatieven weerspiegelen niet alleen onze toewijding aan milieustewardship, maar positioneren ons ook om opkomende opportuniteiten in een snel veranderende markt te benutten. Door klimaatoverwegingen in ons investeringskader te integreren, willen we waarde op lange termijn leveren aan onze klanten en tegelijkertijd positief bijdragen aan de wereldwijde inspanning tegen klimaatverandering.
Ons proces voor het identificeren en analyseren van klimaatgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten is uitgebreid en veelzijdig. We voeren jaarlijks een koolstofvoetafdruk beoordeling uit om de emissies in verband met onze eigen activiteiten te evalueren, zodat we gebieden voor verbetering kunnen identificeren en onze voortgang in de richting van duurzaamheidsdoelen kunnen volgen.
Daarnaast integreren we ESG criteria in onze investeringsprocessen. Deze integratie zorgt ervoor dat we klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten meewegen in elke fase van onze investeringsbeslissing, waardoor we weloverwogen keuzes kunnen maken die aansluiten bij onze duurzaamheidsdoelstellingen.
Om ons inzicht in klimaatgerelateerde risico's verder te verbeteren, hanteren we een specifieke aanpak om de betrouwbaarheid van de transitieplannen van uitgevende instellingen te beoordelen. Daarbij gaat het om het analyseren van hun strategieën om koolstofemissies te verminderen, het evalueren van hun toezeggingen ten aanzien van duurzaamheid en het monitoren van hun voortgang ten opzichte van vastgestelde doelen. Door deze factoren nauwkeurig te analyseren, kunnen we investeringsopportuniteiten identificeren die niet alleen bestand zijn tegen klimaatrisico's, maar ook positief bijdragen aan de transitie naar een koolstofarme economie.
Hoewel we geen formele analyse van klimaatgerelateerde fysieke risico's in onze activiteiten hebben uitgevoerd, maken we actief gebruik van verschillende openbare informatieplatforms om potentiële risico's te beoordelen, zoals https://www.georisques.gouv.fr/ voor ons kantoor in Frankrijk, waarvan de gegevens worden verstrekt door het Franse Ministerie voor Ecologische Transitie, Biodiversiteit, Bosbouw, Zee en Visserij en BRGM. BRGM is de Franse openbare instelling voor de toepassing van aardwetenschappen. Deze gegevens verschaffen de meest betrouwbare gegevens tot nu toe om het niveau van fysieke risico's in kaart te brengen en te beoordelen. Onze bevindingen geven aan dat, afgezien van ons kantoor in Amsterdam, dat blootgesteld is aan overstromingsrisico's, onze andere locaties op dit moment niet te maken hebben met materiële fysieke risico's.
In deze analyse is geen specifiek klimaatgerelateerd scenario gebruikt.
We blijven toegewijd aan het monitoren en evalueren van klimaatgerelateerde risico's als onderdeel van ons voortdurende risicobeheerproces. Dit omvat het op de hoogte blijven van ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op onze activiteiten of waardeketen, zodat we voorbereid zijn om in de toekomst opkomende risico's aan te pakken.
In onze toewijding om klimaatgerelateerde transitierisico's en -opportuniteiten aan te pakken, hebben we onze eigen activiteiten en de hele waardeketen grondig beoordeeld.
Onze koolstofvoetafdrukanalyse heeft waardevolle inzichten verschaft in onze broeikasgasemissies in onze activiteiten en de waardeketen.
Om klimaatgerelateerde transitierisico's en -opportuniteiten aan te pakken, hebben we een uitgebreid proces opgesteld om dit in kaart te brengen dat de volgende belangrijke componenten omvat:
Op basis van deze beoordeling hebben we verschillende belangrijke maatregelen geïmplementeerd om onze blootstelling aan transitierisico's te beperken. Deze maatregelen omvatten:
Deze proactieve maatregelen helpen ons niet alleen onze transitierisico's te verminderen, maar creëren ook aanzienlijke opportuniteiten voor ons bedrijf. Door onze activiteiten af te stemmen op duurzaamheidsdoelen, verbeteren we onze reputatie, trekken we milieubewuste klanten aan en positioneren we ons om te profiteren van trends in opkomende markten. Uiteindelijk dragen deze maatregelen bij aan onze weerbaarheid op lange termijn en ondersteunen ze onze toewijding aan een duurzame toekomst
Sienna IM heeft in 2024 geen formele weerbaarheidsanalyse uitgevoerd.
Sienna IM expertise is er volledig van overtuigd dat er een sterke negatieve correlatie is tussen extra-financiële risico's en de financiële of economische waarde van een issuer. Daarom stelt Sienna IM de vermindering van extra-financiële risico's centraal in haar verantwoorde investeringsstrategie, zoals vermeld in het ESG beleid van de Groep.
Via onze dubbele materialiteitsanalyse hebben we twee belangrijke materiële risico's in verband met klimaatverandering op lange termijn geïdentificeerd en beoordeeld:
Om deze risico's te beheersen en te mitigeren, hebben we een uitgebreid ESG-beleid opgesteld dat als leidraad dient voor onze investeringsbeslissingen en betrokkenheid bij uitgevende instellingen. Dit beleid zorgt ervoor dat we klimaatgerelateerde overwegingen actief aanpakken en opnemen in onze investeringsprocessen.
Als onderdeel van onze toewijding aan de SBTi hebben we doelen voor de korte termijn bepaald die zijn afgestemd op het 1,5°C-traject tegen 2040, dat we erkennen als een langetermijnscenario. Deze afstemming weerspiegelt onze proactieve benadering bij het identificeren en beoordelen van transitierisico's en -opportuniteiten.
Op korte termijn richten we ons op het behalen van onze doelen voor de korte termijn, die als kritieke mijlpalen dienen in onze weg naar netzero emissies. Door strategieën te implementeren die directe klimaatgerelateerde uitdagingen aanpakken, kunnen we risico's in verband met veranderingen in regelgeving en marktdynamiek effectief beheersen en onszelf tegelijkertijd positioneren om te profiteren van opkomende duurzame opportuniteiten.
Naarmate we verder komen in de richting van onze doelen voor de korte termijn, is het onze ambitie om de dynamiek te behouden en onze inspanningen voort te zetten in de richting van een alomvattend net-zero traject. Dit houdt een doorlopende scenarioanalyse in om de implicaties van verschillende klimaattrajecten te evalueren, waarbij we ervoor zorgen dat onze investeringsstrategieën veerkrachtig blijven en afgestemd op onze langetermijndoelstellingen.
Als onderdeel van onze ESG integratie in het investeringsproces en onze ESG risicorating methodologie, identificeren we systematisch materiële ESG kwesties voor elke issuer. Onze ESG risicorating service providers evalueren en nemen deze materiële kwesties op in de algemene ESG risicorating. Dit omvat de beoordeling van fysieke risico's.
We erkennen dat klimaatgerelateerde gevaren zich kunnen manifesteren op korte, middellange en lange termijn en we zorgen ervoor dat deze risico's worden geïntegreerd in onze ESG ratings. Deze aanpak stelt ons in staat om potentiële uitdagingen aan te gaan, zoals het stranden van activa of devaluatie als gevolg van fysieke risico's of transitierisico's.
Onze ESG Risk Rating Service Provider is ontworpen om investeerders te helpen financieel materiële ESG risico's op beveiligings- en portefeuilleniveau te identificeren en te begrijpen, en hoe deze de prestaties op lange termijn voor investeringen in aandelen en vastrentende activa kunnen beïnvloeden.
Er is geen formele screening van klimaatgerelateerde gevaren op onze activa en bedrijfsactiviteiten uitgevoerd, hoewel ze in aanmerking worden genomen in ons investeringsproces via onze ESG integratie en ESG risicorating methodologie.
Sienna IM heeft de tijdshorizonten bepaald op basis van richtlijnen van Science Based Targets initiative (SBTi) en de bijbehorende wetenschappelijke gemeenschap.
Daarom legt het SBTi de volgende tijdshorizonten vast voor het bepalen van doelen:
De initiële definitie van korte termijn is het jaar van rapportering van het duurzaamheidsverslag, terwijl middellange termijn wordt gedefinieerd als minder dan vijf jaar en lange termijn als meer dan vijf jaar.
De waarschijnlijkheid, omvang en duur van de gevaren en de geospatiale coördinaten zijn niet beoordeeld. We zijn echter van plan om in 2025 een formele fysieke risicoanalyse uit te voeren voor zowel onze activa als onze bedrijfsactiviteiten.
Sienna IM heeft nog geen formele analyse uitgevoerd van klimaatgerelateerde gevaren of specifieke risico's die daaraan verbonden zijn. We zijn echter van plan om deze beoordeling volgend jaar in 2025 uit te voeren. In onze aanpak zijn we van plan om de aanbevolen methodologieën te gebruiken, gericht op klimaatscenario's met hoge emissies, in het bijzonder SSP5-8.5, om ons inzicht te geven in blootstelling aan en gevoeligheid voor klimaatgerelateerde gevaren.
Onze toewijding aan het Science Based Targets initiative (SBTi) weerspiegelt een visie die zich uitstrekt tot 2033, die een tijdspanne van tien jaar omvat. Deze periode omvat zowel onze doelstellingen op korte als middellange termijn.
Tijdens meerdere interne bijeenkomsten met het topmanagement en klimaat- en ESG experts hebben we uitvoerige gesprekken gevoerd over onze strategische visie en de daarmee samenhangende transitiegebeurtenissen. Deze overwegingen hebben geleid tot een grondige analyse van de transitiegebeurtenissen die voor onze organisatie zijn geïdentificeerd. Op basis van deze gezamenlijke inspanning hebben we er alle vertrouwen in dat de geïdentificeerde transitiegebeurtenissen volledig zijn en adequaat inspelen op de nodige maatregelen en mijlpalen voor onze duurzaamheidsreis.
Deze evenementen omvatten:
Reputatie: Omdat consumentenvoorkeuren verschuiven naar duurzaamheid, kunnen bedrijven die zich niet aanpassen, reputatierisico's lopen.
Markt: Erkennend dat veranderend gedrag van klanten de vraag naar koolstofarme producten en diensten zal stimuleren, waardoor zowel risico's als opportuniteiten ontstaan.
Rapportering: Anticiperen op strengere regelgevingsvereisten voor emissierapportering en de noodzaak van transparantie in duurzaamheidspraktijken.
Voorafgaand aan onze officiële toezegging aan de SBTi hebben we verschillende impactanalyses uitgevoerd om onze activa en bedrijfsactiviteiten te screenen op blootstelling aan transitiegebeurtenissen. Deze analyses waren met name gericht op onze strategische positionering in de markt en hielden rekening met verschillende factoren, waaronder beleids- en juridische wijzigingen, marktdynamiek en reputatierisico's in verband met de transitie naar een koolstofarme economie.
Door deze potentiële transitiegebeurtenissen te evalueren, hebben we waardevolle inzichten verkregen in de vraag hoe onze investeringen kunnen worden beïnvloed en hebben we gebieden geïdentificeerd waar we onze veerkracht kunnen vergroten.
Sienna IM heeft een uitgebreide analyse uitgevoerd gericht op drie belangrijke transitiegebeurtenissen: Reputatie, markt en rapportering. Elk van deze gebeurtenissen is beoordeeld aan de hand van een systematische aanpak die de volgende stappen omvat:
We hebben een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om te bepalen hoe verschillende niveaus van blootstelling aan elke transitiegebeurtenis onze activa en bedrijfsactiviteiten kunnen beïnvloeden door contact op te nemen met
belangrijkste interne stakeholders, waaronder ons ESG team en topmanagement, om inzichten te verzamelen.
Als onderdeel van onze toewijding aan het Science Based Targets initiative (SBTi) om doelen voor de korte termijn vast te stellen in lijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, hebben we inzichten uit het 1,5°C-scenario en het SBTi kader gebruikt om belangrijke transitiegebeurtenissen te identificeren die een aanzienlijke impact op onze activiteiten kunnen hebben.
Om het klimaatscenario effectief te benutten in onze analyse, hebben we de volgende stappen ondernomen:
Door de SBTi-scenarioanalyse in ons strategische planningsproces te integreren, hebben we ervoor gezorgd dat onze identificatie van transitiegebeurtenissen robuust, onderbouwd en afgestemd is op onze duurzaamheidsobjectieven voor de lange termijn.
Sienna IM beschouwt bijna al haar activiteiten als verenigbaar met de transitie naar een klimaatneutrale economie. Dit perspectief wordt geformaliseerd in onze SBTi-doelen, die zowel onze eigen activiteiten (Scope 1- en 2-emissies) als onze gefinancierde emissies omvatten, waarvan de laatste het belangrijkste deel van onze bedrijfsactiviteiten vertegenwoordigen.
Via onze SBTi-doelen werken we er actief aan dat onze activiteiten aansluiten bij de noodzakelijke trajecten voor het bereiken van een klimaatneutrale economie. Door ons te richten op het verminderen van onze eigen emissies en het beïnvloeden van onze gefinancierde emissies, zetten we ons in voor het faciliteren van een transitie die duurzame ontwikkeling en veerkracht tegen klimaatgerelateerde risico's ondersteunt.
Hoewel onze financiële staten geen specifieke klimaatgerelateerde aannames bevatten, erkennen we het cruciale belang van het afstemmen van onze activiteiten en investeringen op een net-zero traject. We zijn ons er terdege van bewust dat deze afstemming essentieel is om de duurzaamheid en veerkracht van ons bedrijf en haar financiële prestaties op lange termijn te waarborgen.
Door klimaatscenario's in onze strategische planning te integreren, spelen we proactief in op potentiële risico's en opportuniteiten verbonden aan klimaatverandering.
Verschillende beleidslijnen zijn de afgelopen jaren geïmplementeerd of verbeterd om te zorgen voor een goed beheer van onze materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft klimaatmitigatie en klimaatadaptatie, zoals:
Een strategisch kader voor onze aanpak van klimaatgerelateerde uitdagingen en opportuniteiten. Deze klimaatroadmap heeft tot doel onze inzet en maatregelen te definiëren als reactie op de directe uitdagingen van klimaatverandering, maar ook om de weg te effenen voor een transitie naar koolstofneutraliteit op langere termijn tegen 2050 door onze governance, klimaatpad voor onze activiteiten en investeringen met bijbehorende maatregelen en initiatieven, ontwikkeling van investeringsstrategie en klimaatgerelateerde financiële producten te formaliseren.
Sienna IM heeft haar Groepsklimaatbeleid en Roadmap officieel gepubliceerd, beschikbaar op onze website: https://www.sienna-im.com/ wp-content/uploads/2024/12/sienna_im_climate_roadmap_en.pdf.
De Chief Sustainability Officer is verantwoordelijk voor dit beleid.
Sienna Investment Managers implementeert maatregelen ten aanzien van haar leveranciers die impact hebben op de upstream waardeketen. Via het "Charter voor verantwoord inkopen" geeft Sienna alle leveranciers de opdracht om voortdurend te verbeteren op het gebied van milieubescherming, in het bijzonder op klimaatgerelateerde gebieden zoals vermindering van energieverbruik en broeikasgasemissies in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs. De belangrijkste principes van dit verantwoord inkoopbeleid zijn:
Het beleid geeft ook details over onze selectiecriteria voor leveranciers, zoals de beschikbaarheid van de koolstofvoetafdruk van de leverancier op scope 1, 2 en 3.
Dit beleid is beschikbaar voor alle werknemers van Sienna IM en het ESG correspondent netwerk is verantwoordelijk voor de toepassing ervan.
Richtlijnen om de milieuimpacts van zakenreizen tot een minimum te beperken en duurzame praktijken op groepsniveau te bevorderen. Een van de belangrijkste principes van dit beleid is om waar mogelijk voorrang te geven aan reizen per trein boven vliegreizen voor alle reizen die binnen 3 uur kunnen worden gemaakt.
Dit beleid is beschikbaar voor alle werknemers van Sienna IM en de Head of HR is verantwoordelijk voor de toepassing ervan. Een samenwerkingskader opzetten voor het analyseren van private activainvesteringen met een focus op duurzaamheid. Toewijding aan het Science-Based Targets Initiative (SBTi)
Het hele jaar door voorbereiden op toezegging aan SBTi, inclusief het trainen van alle medewerkers over klimaatproblemen en de implicaties van een SBTi toezegging. Dit initiatief leidde tot validatie door de Raad van Bestuur van Sienna IM in december 2023, met een officiële toezegging aan SBTi aangekondigd met de status "committed" in januari 2024.
Andere beleidslijnen zijn beschikbaar en worden gerapporteerd in de entiteitspecifieke rapportering.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
N.v.t. - Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van hun beleid.
N.v.t. – Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat bij het bepalen van het beleid geen rekening is gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
N.v.t. - Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat het beleid niet beschikbaar wordt gesteld aan potentieel getroffen stakeholders, noch aan stakeholders die moeten helpen bij de uitvoering ervan.
Het beleid van Sienna IM speelt in op de volgende duurzaamheidskwesties:
Dit beleid is erop gericht milieuoverwegingen in onze activiteiten te integreren, negatieve impacts binnen onze omtrek te beperken en op te treden als een verantwoorde investeerder door in onze investeringsprocessen rekening te houden met milieu, sociale en governance (ESG) criteria.
– In de Klimaat roadmap staan de belangrijkste klimaatinitiatieven waarbij we betrokken zijn, zoals Climate Action 100+, Carbon Disclosure Project (CDP), Avoided Emissions initiatives en andere. Dit document formaliseert ook dat Sienna een verantwoorde en lange termijn mentaliteit promoot in de hele financiële sector en gericht is op externe verplichtingen.
Het formaliseert ook onze verbintenis om in 2025 een formele weerbaarheidsanalyse te starten, om ons inzicht in de klimaatproblemen te verbeteren en onze investeringsstrategie ook te verfijnen. Deze weerbaarheidsanalyse zal betrekking hebben op zowel onze fysieke risico's, zoals extreme weersomstandigheden en de impacts daarvan op onze activa, als onze transitierisico's, waaronder ontwikkelingen op het gebied van regelgeving, marktveranderingen en maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van duurzaamheid. Door deze grondige beoordeling uit te voeren, kunnen we concrete maatregelen ontwikkelen om te anticiperen op toekomstige uitdagingen en opkomende opportuniteiten te benutten.
Energie-efficiëntie en uitrol van hernieuwbare energie komen aan bod in onze klimaatroadmap.
N.v.t.
Onze organisatie zet zich in om klimaatverandering aan te pakken door middel van een reeks strategische maatregelen en materiaalallocaties. Belangrijke initiatieven zijn:
Sienna IM heeft voor het tweede opeenvolgende jaar een koolstofvoetafdruk beoordeling uitgevoerd op Groepsniveau. Deze doorlopende evaluatie stelt ons in staat om onze emissies te monitoren en gebieden voor verbetering te identificeren.
Als onderdeel van onze duurzaamheidsinspanningen hebben we een deel van onze gefinancierde emissies berekend. Deze beoordeling helpt ons inzicht te krijgen in de klimaatimpact van onze investeringen en toekomstige beslissingen te begeleiden.
We hebben geïnvesteerd in temperatuurdata om ons portfoliotraject te meten. Deze data zijn essentieel om onze investeringen af te stemmen op klimaatdoelen en inzicht te krijgen in potentiële risico's verbonden aan klimaatverandering.
We hebben een uitgebreid dossier ingediend bij het SBTi, waaruit onze toewijding blijkt aan het vaststellen van wetenschappelijk onderbouwde doelen voor het verminderen van broeikasgasemissies in lijn met wereldwijde klimaatdoelstellingen.
We zijn bezig met de ontwikkeling van een klimaatbeleid dat onze strategische benadering zal schetsen om klimaatrisico's te beperken en duurzaamheid in onze activiteiten te verbeteren.
Om onze focus op klimaatgerelateerde kwesties te versterken, hebben we een speciale positie voor klimaatanalyse binnen onze genoteerde vermogensbeheer expertise. Deze rol zal ons vermogen om klimaatrisico's effectief in te schatten en te beheersen vergroten.
We hebben verschillende comités georganiseerd die zich richten op het definiëren en uitvoeren van onze SBTi-verbintenis. Deze comités zijn instrumenteel bij het ontwikkelen van bruikbare strategieën en het waarborgen van verantwoording in onze klimaatinitiatieven.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
Het is de eerste oefening van Sienna IM, dus er zijn geen voorgaande perioden.
N.v.t. - Voor de uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM is geen significante Opex en (of) Capex vereist. Tot op heden is slechts - niet significant - 24k euro aan temperatuurgegevens per jaar vereist om de gedefinieerde maatregelen uit te voeren.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t.
Op basis van de geïdentificeerde decarbonisatiehefbomen zijn we in 2024 doorgegaan met het implementeren en toepassen van de volgende maatregelen om onze emissies effectief te verminderen:
0,00 ton CO2 e
Scope 1 en 2
Sienna Investment Managers verbindt zich ertoe de absolute scope 1- en 2-emissies tegen 2033 met 54,6% te verminderen ten opzichte van een basisjaar 2023.
Scope 3 - Categorie 15 Gefinancierde emissies
Er zijn verschillende doelen voor broeikasgasemissiereductie gedefinieerd als onderdeel van onze SBTi-verbintenis, afhankelijk van de betrokken activaklassen.
– Voor genoteerde activa: Sienna Investment Managers verbindt zich ertoe om 42% van haar scope 1 + 2 portefeuilletemperatuurscore af te stemmen op de geïnvesteerde waarde binnen de genoteerde aandelen-, bedrijfsobligaties en geldmarktportefeuille van 2,33 °C in 2023 naar 2,03 °C in 2029.
De temperatuurratingindicator is een toekomstgerichte indicator op basis van de toekomstige emissies van de onderneming geprojecteerd in het businessplan voor de lange termijn en moet daarom de GHG emissiereducties van uitgevende instellingen in onze portefeuille weergeven.
– Voor private schuldinvesteringen: Sienna Investment Managers verbindt zich ertoe om, aan de hand van relevante indicatoren die de activiteit en emissies van de onderneming weergeven, een Sectorale Decarbonisatieaanpak toe te passen voor haar private schuldinvesteringen in emissiesectoren (luchtvaart, bouw, vervoer, cement).
De uitvoering van ons actieplan vertoont geen significante afhankelijkheden van de beschikbaarheid en toewijzing van middelen. Ons actieplan is al duidelijk geformuleerd en wordt actief uitgevoerd, met sterke steun van het hoger management. Deze steun zorgt ervoor dat we de nodige betrokkenheid en richting hebben om effectief verder te gaan.
De uitvoering van onze maatregelen inzake klimaatmitigatie vereist geen significante CapEx of OpEx, aangezien onze gefinancierde emissies, die het grootste deel van onze emissies vertegenwoordigen, voornamelijk gericht zijn op investeringsstrategie en allocatie in plaats van uitgebreide kapitaal- of operationele uitgaven.
Wat betreft onze operationele activiteiten (Scope 1 & 2) omvat de primaire hefboom voor decarbonisatie de transitie van onze elektriciteitscontracten van een standaard naar een hernieuwbare-energiecontract. Deze overstap vereist geen substantiële CapEx of OpEx, aangezien het voornamelijk aanpassingen van onze bestaande contracten betreft in plaats van investeringen in fysieke infrastructuur.
Kortom, onze initiatieven op het gebied van klimaatverandering zijn geïntegreerd in onze investeringsstrategieën en operationele aanpassingen, waardoor aanzienlijke kapitaal- of operationele uitgaven tot een minimum worden beperkt.
Bij gebrek aan officiële richtlijnen voor de toepasselijkheid van deze KPI's op financiële instellingen wordt deze informatieverschaffing niet van toepassing geacht.
Sienna Investment Managers is momenteel bezig met het definiëren van een efficiënt monitoringskader voor onze officiële SBTi doelen met relevante indicatoren die zijn vastgesteld voor elke scope en categorie in kwestie.
Dit kader is ontworpen om ons duidelijk inzicht te geven in onze voortgang en prestaties, zodat we onze doelstellingen effectief kunnen volgen.
Sienna Investment Managers zal jaarlijks een evaluatie uitvoeren van haar koolstofvoetafdruk op scope 1 en 2 om de vooruitgang te meten wat betreft het verminderen van haar emissies en om de uitgevoerde maatregelen indien nodig aan te passen.
Onze emissies worden jaarlijks gerapporteerd op onze website, zoals nu al het geval is. Ze zullen ook worden gerapporteerd in ons duurzaamheidsrapport, dat dit jaar is ingevoerd.
Wat betreft de maatregelen die we hebben genomen op het gebied van emissies die worden gefinancierd om onze doelen te behalen, deze zullen op een zeer macrologische manier worden gepresenteerd in onze jaarlijkse duurzaamheidsverslag, maar ook in de jaarverslagen van onze fondsen, waarin de toegepaste ESG worden beschreven die vergezeld kunnen gaan van bepaalde KPI's, zoals de temperatuurratingscore voor onze genoteerde activaklassen en de huidige toestand van de emissies in sectoren om het SDA-traject voor onze private schuldklassen te volgen.
Onze doelen zijn nauw afgestemd op ons klimaatstappenplan/-beleid, waarin onze governance structuur, toewijding aan broeikasgasemissiereductie en specifieke maatregelen om emissiereducties voor alle scopes te bereiken, worden beschreven. Het governance kader omvat een specifiek duurzaamheidscomité dat toeziet op de uitvoering van onze klimaatstrategieën en zorgt voor verantwoording en transparantie. Onze SBTi-doelen zijn specifiek en meetbaar, gericht op het verminderen van door scope 1, scope 2 en scope 3 gefinancierde emissies. Om deze inspanningen te ondersteunen, maken we gebruik van instrumenten en gegevens zoals koolstofvoetafdrukanalyse, duurzaamheidsrapportering, Temperatuurrating en dataset van broeikasgasemissies, en partnerschappen met CDP en andere internationale klimaatinitiatieven, allemaal gericht op het bevorderen van een cultuur van duurzaamheid en het stimuleren van continue verbetering van onze klimaatprestaties.
Er zijn verschillende doelen voor broeikasgasemissiereductie vastgesteld om materiële klimaatgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten te beheersen door te zorgen voor afstemming op de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Deze doelen zijn geformaliseerd als onderdeel van onze officiële SBTi doelen inzendingen:
Sienna zet zich in om de absolute broeikasgasemissies (BKG) van scope 1 en 2 tegen 2033 met 54,6% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2023. Deze doelstelling is vastgesteld op basis van een absolute afname die verenigbaar is met een +1,5°C-scenario.
Sienna Investment Managers zet zich in om 42% van de temperatuurscore van haar Scope 1 + 2 portefeuille af te stemmen op de waarde die wordt geïnvesteerd in de portefeuille van genoteerde aandelen, bedrijfsobligaties en de geldmarkt van 2,33 °C in 2023 naar 2,03 °C in 2029.
Sienna Investment Managers zet zich ook in om 42% van de temperatuurscore van haar Scope 1 + 2 + 3 portefeuille af te stemmen op de waarde die wordt geïnvesteerd in de portefeuille van genoteerde aandelen, bedrijfsobligaties en de geldmarkt van 2,52 °C in 2023 naar 2,16 °C in 2029.
Sienna heeft voor elke koolstofintensieve sector doelen bepaald voor 2033 op basis van data over 2023.
Gecombineerd doel scope 1 en 2: 100% van scope 1 en 2 valt onder het doel.
Scope 3 categorie 15 gefinancierde emissies: toepassingsgebied van de doelen in termen van activiteit is gedefinieerd in ID E1.MDR-T_01-13. Daarnaast dekken onze doelen niet mandaten en specifieke fondsen.
Voor alle gedefinieerde doelen is het basisjaar 2023.
Scope 1 & 2 nulmeting waarde: 72 t CO2 e
Scope 3 cat.15 gefinancierde emissie nulmeting waarde:
Luchtvaartportefeuille bedraagt 3.430g CO2 e/RTK
De cementportefeuille bedraagt 0,674 CO2 e/t
De portefeuille voor vervoer over land bedraagt 159,92 g CO2 e/TKM
De bouwportefeuille bedraagt 21,8 kg CO2 e/m2
Dit geldt niet voor Sienna Investment Managers, aangezien we geen voortgang hebben bekendgemaakt bij het behalen van doelen die vóór 2023 zijn gemaakt, ons enige basisjaar.
Sienna Investment Managers heeft doelen voor broeikasgasemissiereductie vastgesteld in overeenstemming met het Science Based Targets initiative (SBTi) kader. Daarom bestrijken onze doelen voor scope 1- en scope 2-emissies tien jaar vanaf de datum dat ze ter officiële validatie aan het SBTi zijn voorgelegd. Concreet verbinden we ons ertoe de absolute scope 1- en 2 BKG-emissies tegen 2033 met 54,6% te verminderen.
Daarnaast zijn onze doelen voor gefinancierde emissies gedefinieerd met een horizon van 10 jaar, met een tussentijdse doelstelling voor 2029. Deze aanpak stelt ons in staat om onze voortgang effectief te monitoren en de nodige aanpassingen door te voeren om ervoor te zorgen dat we onze klimaatverbintenissen op korte termijn nakomen.
Als onderdeel van onze SBTi-verbintenis en gedefinieerde doelen hebben we geen streefwaarden geformaliseerd voor het jaar 2030 en 2050, maar voor het jaar 2029 en 2033.
Al onze doelen omvatten een periode van 10 jaar van 2023 tot 2033, met een specifieke mijlpaal voor onze doelen voor genoteerde activa over 5 jaar (2029).
Al onze doelen zijn gedefinieerd op basis van het SBTi kader, zodat ze als 'wetenschappelijk onderbouwd' worden beschouwd en afgestemd zijn op de nieuwste klimaatwetenschap die nodig is om de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te behalen, met name het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau, wat betekent dat de informatie over de periode van het doel hetzelfde zal zijn.
Onze doelen voor broeikasgasemissiereductie zijn strikt gedefinieerd volgens het Science Based Targets initiative (SBTi) kader en methodologie. Dit kader zorgt ervoor dat onze doelen gefundeerd zijn op wetenschappelijk bewijs en afgestemd zijn op het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C.
Wat betreft onze eigen activiteiten is het BKG protocol de methodologie die wordt gebruikt voor onze koolstofvoetafdrukanalyse.
Wat betreft onze gefinancierde emissiedoelstellingen en in het bijzonder de activiteit genoteerde activa, is de door het CDP en het WNF goedgekeurde Temperature Rating indicator gebruikt om onze doelstellingen te bepalen en de overwerktijd te monitoren.
Het kader en de instrumenten van SBTi voor de sectorale decarbonisatieaanpak zijn gebruikt om onze doelen voor de particuliere schuld voor elke betrokken sector te bepalen.
Onze doelen met betrekking tot milieukwesties zijn bepaald aan de hand van het Science Based Targets initiative (SBTi) kader, dat is gefundeerd op overtuigend wetenschappelijk bewijs, waaronder wetenschappelijke observaties, aanbevelingen van deskundigencomités en vastgestelde trajecten.
Hoewel er geen externe stakeholders direct bij het proces voor het bepalen van doelen zijn betrokken, hebben we in de voorbereidende fasen externe dienstverleners ingeschakeld, die hebben bijgedragen aan onze koolstofvoetafdrukanalyse en en gefinancierde emissieberekeningen voor particuliere schuldinvesteringen.
Er zijn geen wijzigingen aangebracht in de methodologie, beperkingen of onderliggende meetprocessen binnen de vastgestelde tijdshorizon.
De vaststelling van onze doelen en de uitvoering van enkele reductiemaatregelen vonden plaats in 2024, wat betekent dat de prestaties ten opzichte van onze bekendgemaakte doelen vanaf 2025 waarneembaar zullen zijn. In 2024 zijn onze Scope 1- en 2-emissies echter toegenomen ten opzichte van 2023 (basisjaar), voornamelijk door de verhuizing van onze Franse en Nederlandse teams naar nieuwe kantoren, maar deze toename zal geen impact hebben op ons vermogen om onze doelen tegen 2033 te behalen. Daarnaast hebben we een robuust governance kader opgezet om effectieve monitoring en afstemming op onze doelen te garanderen. Operationeel rapporteren en monitoren we maandelijks ons wereldwijde traject voor onze genoteerde activa om afstemming op onze doelstellingen te garanderen.
Onze doelen zijn niet bedoeld om te worden herzien zoals voorgeschreven door het SBTi, tenzij de scope aanzienlijk wordt gewijzigd. Deze aanpak zorgt ervoor dat we stabiliteit behouden in ons doelkader en tegelijkertijd responsief blijven op substantiële ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op onze duurzaamheidstoezeggingen.
Er zijn verschillende doelen voor broeikasgasemissiereductie vastgesteld om materiële klimaatgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten te beheersen door te zorgen voor afstemming op de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Deze doelen zijn geformaliseerd als onderdeel van onze officiële SBTi doelen inzendingen:
– Scope 1 & 2
Bovendien hebben we een kortetermijndoelstelling bepaald voor absolute emissies uit scope 1 + 2. Sienna zet zich specifiek in om de absolute broeikasgasemissies (BKG) van Scope 1 en 2 tegen 2033 met 54,6% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2023. Deze doelstelling is vastgesteld op basis van een absolute afname die verenigbaar is met een +1,5°C-scenario.
– Scope 3 - Categorie 15
Sienna Investment Managers zet zich in om 42% van de temperatuurscore van haar Scope 1 + 2 portefeuille af te stemmen op de waarde die wordt geïnvesteerd in de portefeuille van genoteerde aandelen, bedrijfsobligaties en de geldmarkt van 2,33 °C in 2023 naar 2,03 °C in 2029. Sienna Investment Managers zet zich ook in om 42% van de temperatuurscore van haar Scope 1 + 2 + 3 portefeuille af te stemmen op de waarde die wordt geïnvesteerd in de portefeuille van genoteerde aandelen, bedrijfsobligaties en de geldmarkt van 2,52 °C in 2023 naar 2,16 °C in 2029.
Sienna heeft voor elke koolstofintensieve sector doelen bepaald voor 2033 op basis van data over 2023.
Informatie over broeikasgasemissies wordt gerapporteerd in de onderstaande tabel.
Er kan geen variatie worden gepresenteerd, aangezien het basisjaar dat voor onze doelstelling is gekozen 2023 is.
Merk op dat als onderdeel van onze SBTi-verbintenis:
| 2025 | 2033 | (2050) | Jaarlijks doel (%) / Basisjaar | |
|---|---|---|---|---|
| Scope 1 BKG-emissies | ||||
| Bruto scope 1-emissies (ton CO2 -eq) |
19,7 | -54,6% | ||
| Scope 2 BKG-emissies | ||||
| Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO2 -eq) |
0% | |||
| Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (ton CO2 -eq) |
13,0 | -54,6% |
Om de consistentie van onze doelen voor broeikasgasemissiereductie (BKG) te waarborgen met de grenzen van onze broeikasgasinventaris, hebben we een alomvattende en strenge aanpak gevolgd.
Voor onze operationele broeikasgasemissies hebben we een erkende externe leverancier ingeschakeld om onze koolstofvoetafdruk beoordeling uit te voeren, gebruikmakend van het BKG Protocol. Deze methodologie wordt algemeen erkend voor zijn robuustheid en geloofwaardigheid, waardoor we onze doelen kunnen bepalen op basis van een volledige dekking van onze operationele emissies. Door ons aan dit vastgestelde kader te houden, zorgen we ervoor dat onze doelen onze daadwerkelijke emissies nauwkeurig weergeven en zijn afgestemd op de beste praktijken op het gebied van emissieboekhouding.
Onze aanpak zorgt ervoor dat we de emissies in verband met onze activiteiten nauwkeurig weergeven, met name in verband met acquisities of desinvesteringen die plaatsvinden tijdens de rapporteringsperiode. Daarom hanteren we een prorata temporis-benadering bij de integratie van nieuwe entiteiten in onze emissie-inventaris. Dit betekent dat we de broeikasgasemissies van nieuw verworven entiteiten, zoals Vercapital, administratief verwerken vanaf de overnamedatum tot het einde van de rapporteringsperiode. Zo wordt Vercapital, dat eind 2024 bij Sienna IM is aangesloten, vanaf die datum opgenomen in onze emissieberekeningen, waardoor we een nauwkeurigere weergave van onze totale emissies kunnen presenteren.
Omgekeerd hebben we ervoor gezorgd dat entiteiten die niet langer deel uitmaken van onze groep, zoals venture capital en private equity expertise die aan het begin van het tweede halfjaar van 2024 zijn uitgestapt, ervoor gezorgd dat hun emissies na hun vertrekdatum niet meer in onze inventaris zijn opgenomen. Deze aanpak stelt ons in staat de integriteit van onze broeikasgasemissierapportering te behouden door alleen de emissies weer te geven die relevant zijn voor onze huidige operationele structuur.
Voor onze gefinancierde emissies vallen specifieke fondsen en mandaten buiten de scope van de doelen, evenals de sector met lage emissies in de private schuld waarvoor geen doelen zijn vastgesteld.
Om de consistentie en nauwkeurigheid van onze emissie-inventaris te waarborgen, voert de externe leverancier die wordt ingeschakeld om onze koolstofvoetafdruk te beoordelen, ook een rigoureus beoordelings- en validatieproces uit voor onze koolstofvoetafdrukanalyse. Elke koolstofvoetafdruk ondergaat een uitgebreide beoordeling door een tweede ingenieur die niet bij de initiële berekening betrokken is. Deze reviewer onderzoekt grondig alle onderliggende data, aannames, grenzen en emissiefactoren. Zij voeren herberekeningen uit voor de belangrijkste emissiecategorieën en controleren de integriteit van de formules en de geschiktheid van de gekozen emissiefactoren. Bovendien worden de algemene resultaten en de categorisering van emissies vergeleken met vergelijkbare koolstofvoetafdrukken uitgevoerd door Carbometrix of gepubliceerd en geverifieerd door onze koolstofingenieurs, wat een extra validatielaag oplevert.
Wat betreft onze investeringen/gefinancierde emissies hebben we het Science Based Targets initiative (SBTi) kader aangenomen, dat wordt erkend als een strenge en ambitieuze standaard voor het bepalen van doelen. Dit kader biedt duidelijke richtsnoeren voor het definiëren van de begrenzingen van portefeuilledoelen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen verplichte, facultatieve en buiten de scope vallende activiteiten.
Om ervoor te zorgen dat onze nulmeting waarde representatief is, hebben we het jaar 2023 geselecteerd omdat het een nauwkeurige weergave is van onze operationele activiteiten en omstandigheden die naar verwachting de komende jaren zullen aanhouden. Dit jaar dient als een betrouwbaar referentiepunt voor Scope 1- en Scope 2-emissies, omdat het een breed overzicht van onze organisatiestructuur omvat, inclusief het aantal werknemers, kantoorruimte en andere relevante operationele factoren.
In 2023 zijn ons personeel en onze kantoorvoetafdruk stabiel en indicatief voor onze doorlopende operationele capaciteit. Door in deze context onze nulmeting vast te stellen, kunnen we met vertrouwen stellen dat deze de volledige scope van onze emissieproducerende activiteiten omvat zonder significante fluctuaties die kunnen voortkomen uit externe factoren.
Wat investeringen/gefinancierde emissies betreft, is het Science Based Targets initiative (SBTi) kader gebruikt om de begrenzingen van onze portefeuilledoelen te bepalen. In dit kader wordt een onderscheid gemaakt tussen verplichte en optionele activiteiten/activaklassen die in de scope moeten worden opgenomen, voornamelijk op basis van de mate van invloed die we verwachten te hebben/kunnen waarnemen voor elke activaklasse of activiteit.
Door deze gestructureerde aanpak aan te houden, hebben we in ieder geval alle verplichte activiteiten opgenomen in onze doelen, zodat onze nulmeting de essentiële elementen van onze investeringsportefeuille omvat. Daarnaast hebben we doordacht optionele activiteiten opgenomen waar we geloven dat we voldoende invloed hebben om broeikasgasemissiereductie te stimuleren. Deze dubbele aanpak stelt ons in staat om een alomvattend beeld te schetsen van onze gefinancierde emissies terwijl we realistisch blijven over ons vermogen om impact uit te oefenen op verschillende activaklassen.
Het gebruik van het SBTi kader versterkt niet alleen de geloofwaardigheid van onze nulmeting, maar stemt onze doelen ook af op de beste praktijken op het gebied van emissieboekhouding. Dit zorgt ervoor dat onze toewijding aan broeikasgasreductie zowel ambitieus is als gebaseerd op een grondig inzicht in onze investeringsactiviteiten.
Er is geen wijziging aangebracht in onze nulmeting waarde, waardoor er geen invloed is op onze doelrealisaties of de presentatie van onze voortgangsoverzichten.
Onze doelen voor broeikasgasemissiereductie zijn bepaald in het kader van het Science Based Targets initiative (SBTi). Dit kader zorgt ervoor dat onze doelen gefundeerd zijn op wetenschappelijk bewijs en afgestemd zijn op het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C. Door ons aan het SBTi te committeren, hebben we doelen bepaald (die door het SBTi worden geëvalueerd) die het noodzakelijke niveau van emissiereductie weergeven dat nodig is om effectief bij te dragen aan wereldwijde klimaatdoelstellingen.
Sienna Investment Managers heeft verschillende decarbonisatiehefbomen geïdentificeerd voor haar verschillende BKG emissiescope:
Aangezien we een gecombineerde absolute reductiedoelstelling voor Scope 1&2 van 54,6% tegen 2033 hebben gedefinieerd ten opzichte van een basisjaar 2023, verwachten we dat de hieronder vermelde decarbonisatiehefbomen bijdragen aan een vermindering van ten minste 39 ton CO2 e tegen 2033 op onze scope 1 & 2:
Hoewel goede praktijken voor deze emissiecategorieën zullen worden toegepast, is er geen reductiedoelstelling vastgesteld, zodat geen emissiereductie wordt verwacht.
De komende jaren wordt broeikasgasemissiereductie verwacht voor gefinancierde emissies, aangezien we SBTi-doelen hebben gedefinieerd.
De belangrijkste decarbonisatiehefbomen zijn:
De verwachte emissiereductie zijn de reducties gedefinieerd in de Sectorale Decarbonisatiebenadering voor sommige private schuldinvesteringen en meten indirect via Temperatuurratinggegevens (transitieplan voor reflectie issuers) voor genoteerde activa om tegen 2029 2,16°C te bereiken (van 2,52°C in 2023).
We hebben een schatting gemaakt van de emissiereducties voor bepaalde maatregelen in Scope 1 en Scope 2.
Specifiek voor Scope 1 zal het overschakelen van al onze bedrijfsvoertuigen op elektrisch naar verwachting de bijbehorende emissies met bijna 100% verminderen.
Terwijl we voor scope 2 rekening kunnen houden met een vermindering van ongeveer 90% van de bijbehorende emissies als we niet al onze elektriciteitscontracten overschakelen naar hernieuwbare contracten, aangezien we actief zijn in verschillende Europese landen met elektriciteit met een hoge koolstofintensiteit.
We zijn er echter niet in geslaagd de emissiereducties te meten of te schatten die kunnen worden gegenereerd door de andere maatregelen die zijn vastgesteld, met name voor investeringen.
Onze organisatie heeft een alomvattende strategie opgesteld om onze doelen voor broeikasgasemissiereductie te behalen. Hoewel onze gedefinieerde emissiereductiemaatregelen in de eerste plaats niet afhankelijk zijn van de invoering van nieuwe technologieën, erkennen we dat innovatieve oplossingen een cruciale rol kunnen spelen in de bredere context van het koolstofvrij maken van de economie.
Concreet kan onze toewijding aan de transitie naar elektrische bedrijfsvoertuigen de invoering van nieuwe technologieën inhouden. Deze transitie sluit aan bij ons doel om de emissies van onze vloot te verminderen en de operationele efficiëntie te verbeteren.
Bovendien zijn we er als onderdeel van onze financieringsactiviteiten vast van overtuigd dat nieuwe technologieën essentiële hefbomen zijn om aanzienlijke vooruitgang te boeken in de richting van klimaatdoelstellingen. We zijn toegewijd aan het versterken van onze steun voor initiatieven voor klimaatoplossingen, waaronder financiering voor hernieuwbare-energieprojecten, ontwikkeling van groene infrastructuur, koolstofverwijderingstechnologieën, enz. Door in deze gebieden te investeren, willen we de transitie naar een koolstofarme economie faciliteren en het behalen van onze doelen voor broeikasgasemissiereductie ondersteunen.
Door onze reductiedoelstellingen af te stemmen op het Science Based Targets initiative (SBTi) kader, kunnen we de verenigbaarheid waarborgen met de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C.
Dankzij deze afstemming kunnen we effectieve strategieën en decarbonisatiehefbomen identificeren, zoals de transitie naar hernieuwbare energie, het verbeteren van de energie-efficiëntie en het bevorderen van duurzame praktijken en verantwoorde investeringen.
| Retrospectief | Mijlpalen en doeljaren | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Basisjaar | Vergelijkende informatie |
N | % N / N-1 | % N / N-1 | 2025 | 2033 | Jaarlijks doel (%) / Basisjaar |
|
| Scope 1 BKG-emissies | ||||||||
| Bruto scope 1-emissies (ton CO2 -eq) |
43,3 | 62,5 | 44% | 19,7 | 54,6% | |||
| Percentage scope 1 emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen (%) |
- | - | ||||||
| Scope 2 BKG-emissies | ||||||||
| Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO2 -eq) |
40,10 | 50,40 | 26% | 0% | ||||
| Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies (ton CO2 -eq) |
28,70 | 38,00 | 32% | 13,0 | -54,6% | |||
| Significante scope 3 BKG emissies |
||||||||
| Totaal bruto indirecte (Scope 3) broeikasgasemissies -eq) (tCO2 |
4.807.567,30 | 8.675.953,58 | 80% | |||||
| 1 Gekochte goederen en diensten |
2.868,00 | 3.596,00 | 25% | |||||
| [Optionele subcategorie: Cloud computing en datacenter] |
||||||||
| 2 Kapitaalgoederen | 18,70 | 82,90 | 343% | |||||
| 3 Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen in scope1 of scope 2) |
20,40 | 24,70 | 21% | |||||
| 4 Upstreamvervoer en -distributie |
- | - | ||||||
| 5 Afval geproduceerd bij activiteiten |
8,10 | 8,10 | 0% | |||||
| 6 Zakelijk reizen | 162,00 | 135,00 | -17% | |||||
| 7 Woon-werkverkeer werknemers |
56,60 | 60,20 | 6% | |||||
| 8 Upstream geleasede activa |
- | - | ||||||
| 9 Downstreamvervoer | - | - | ||||||
| 10 Verwerking van verkochte producten |
- | - | ||||||
| 11 Gebruik van verkochte producten |
- | - | ||||||
| 12 End-of-life verwerking van verkochte producten |
- | |||||||
| 13 Downstream geleasede activa |
- | - | ||||||
| 14 Franchises | - | - | ||||||
| 15 Investeringen | 4.804.433,50 | 8.672.046,68 | 81% |
TOTALE BKG-emissies
| Retrospectief | Mijlpalen en doeljaren | |||
|---|---|---|---|---|
| TOTALE broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) (ton CO2 -eq) |
4.807.650,70 | 8.676.066,48 | 80% | |
| TOTALE broeikasgasemissies (marktgebaseerd) (ton CO2 -eq) |
4.807.639,30 | 8.676.054,08 | 80% |
Er is geen significante impact geïdentificeerd op de broeikasgasemissiegegevens van jaar tot jaar als gevolg van wijzigingen in onze voorraadbegrenzingen.
Hoewel ons toepassingsgebied in de loop van het jaar is geëvolueerd met de verkoop van twee entiteiten en de integratie van een nieuwe entiteit, hebben we op basis van de impactanalyse in termen van broeikasgasemissies die we hebben uitgevoerd, kunnen concluderen dat deze zeer beperkt en niet significant zijn.
BKG protocol methodologie met behulp van emissiefactoren van ADEME is gebruikt om onze broeikasgasemissies te meten voor Scope 1, 2 en 3 van categorie 1 tot 14. Voor nauwkeurigere resultaten zijn CO2 e-emissieberekeningen waar mogelijk gebaseerd op fysieke gegevens: als zodanig worden schattingen op basis van monetaire gegevens vermeld in de eindverslagen. De belangrijkste bronnen van emissiefactoren die in dit verslag worden gebruikt, zijn de ecoinvent-database, Base Carbone® van ADEME, Base impacts® van ADEME, BEIS/DEFRA, Electricity Maps en de EFDB-database die door de GIEC wordt gebruikt. Bovendien worden alle emissiefactoren gebruikt voor de berekening van onze koolstofvoetafdruk gerapporteerd in de bijlage van ons jaarlijkse koolstofvoetafdruk verslag.
Geen broeikasgassen zijn uitgesloten van de analyse.
Wat gefinancierde emissies betreft:
Ondernemingen waarin we investeren, kunnen verschillende rapporteringsperioden hebben (financieel en koolstof), wat kan leiden tot uitdagingen bij het nauwkeurig berekenen van gefinancierde emissies, vaak op basis van gegevens van vorig jaar. Dit vertrouwen op gegevens uit het verleden, aangezien deze mogelijk niet de huidige emissiepraktijken weergeven en van invloed kunnen zijn op de besluitvorming. Om deze problemen aan te pakken, zetten we ons in om elk jaar dezelfde methodologie te gebruiken voor het berekenen van gefinancierde emissies, consistentie en vergelijkbaarheid in onze rapportering te waarborgen, zodat we de voortgang effectief kunnen volgen en weloverwogen beslissingen kunnen nemen over onze duurzaamheidsinspanningen.
Sienna Investment Managers maakt zich geen zorgen over biogene CO2 -emissies afkomstig van de verbranding of biologische afbraak van biomassa.
Sienna Investment Managers maakt zich geen zorgen over biogene CO2 -emissies afkomstig van de verbranding of biologische afbraak van biomassa.
0,00 ton CO2 e
5,88%
– Groene stroom, 100% hernieuwbaar voor het kantoor in Duitsland
– Regionaal netgemiddelde voor andere kantoren
100,00%
0,00%
Locatiegebaseerde en marktgebaseerde methoden worden toegepast om onze scope 2 BKG-emissies te berekenen. Een van onze kantoren heeft een elektriciteitscontract voor hernieuwbare energie. Als onderdeel van onze SBTi-verbintenis en bijbehorende doelstelling om tegen 2033 een emissiereductie van 56% te bereiken voor onze Scope 1 en 2, zijn we van plan om al onze energiecontracten over te schakelen naar hernieuwbare contracten.
0,00%
Geen enkele categorie scope 3-emissies is uitgesloten.
Operationele controleaanpak is gebruikt voor de berekening van de koolstofvoetafdruk beoordeling 2024 van Sienna IM. Onze koolstofvoetafdruk is berekend door een erkende externe leverancier volgens de volgende methodologie:
De eerste stap is het bepalen van de grenzen van de koolstofvoetafdruk. Dit omvat de vaststelling van een referentieperiode, meestal in lijn met het boekjaar van de onderneming, en de afbakening van de organisatiegrenzen: regionaal of mondiaal, dochterondernemingen, franchises, enz.
Zodra de informatie is verzameld, wordt de consistentie van de gegevens geverifieerd door onze koolstofingenieurs. Vervolgens wordt deze gebruikt om de koolstofvoetafdruk te berekenen (scope 1, 2 en 3 , volgens de BKG Protocol Corporate Accounting en Reporting Standard. Voor nauwkeurigere resultaten zijn CO2 e-emissieberekeningen waar mogelijk gebaseerd op fysieke gegevens: als zodanig worden schattingen op basis van monetaire gegevens vermeld in de eindverslagen.
De belangrijkste bronnen van emissiefactoren en -instrumenten die in dit verslag worden gebruikt, zijn de ecoinvent-database, Base Carbone® van ADEME, Base impacts® van ADEME, BEIS/DEFRA en de interne R&D van de externe leverancier.
Gefinancierde emissies worden berekend op basis van onze inventarisposities aan het einde van het jaar (31/12/N), exclusief contanten, investeringen in externe fondsen en overheden.
Er wordt een specifiek proces toegepast voor private schuldposities waarvoor we ons baseren op de feitelijke gegevens die kredietnemers via de ESG vragenlijst verstrekken. Dit omvat de ESG Due Diligence vragenlijst voor nieuwe financieringen of de vragenlijst met betrekking tot de jaarlijkse ESG dataverzamelingscampagne. Deze activaklasse bestaat voornamelijk uit niet-genoteerde ondernemingen die in de meeste gevallen slechts beperkte informatie verstrekken over hun broeikasgasemissies of hun traject voor de vermindering van de koolstofvoetafdruk. Vanwege hun omvang zijn veel van hen nog niet onderworpen aan de CSRD-verplichtingen, wat het gebrek aan koolstofgegevens verklaart. Wanneer feitelijke gegevens niet toegankelijk zijn, wordt informatie zoals inkomsten en de NACE-code van ondernemingen in portefeuille dus doorgegeven aan de externe dienstverlener die verantwoordelijk is voor de berekening van onze door particuliere schuld gefinancierde emissie en beschikt deze over een interne schattingsmethode.
In overeenstemming met de vereisten voor het rapporteren van Scope 3-emissies hebben we onze emissiebronnen grondig beoordeeld. We hebben vastgesteld dat de categorie broeikasgasemissies van gekochte cloudcomputing- en datacenterdiensten niet materieel is voor onze organisatie.
Gezien de aard van onze activiteiten en activiteiten vallen de emissies in verband met deze subset binnen een te verwaarlozen bandbreedte en hebben ze geen significante invloed op ons algemene Scope 3-emissieprofiel. Daarom zullen we deze specifieke emissies niet vermelden in onze rapportering.
0,073 tCO2 e/€
0,073 tCO2 e/€
Het bedrag van de netto-opbrengsten gebruikt voor de berekening van de broeikasgasemissie-intensiteit wordt verstrekt door de CFO van de Groep uit de geconsolideerde jaarrekeningen. Dit bedrag van de netto-omzet wordt ook in overeenstemming gebracht met het bedrag dat vermeld wordt in de geauditeerde financiële staten in het jaarverslag van GBL dat beschikbaar is op hun website.
118.210.273,14 EUR
118.210.273,14 EUR
118.210.273,14 EUR
De broeikasgasemissie-intensiteitsratio wordt berekend door de totale broeikasgasemissies (scope 1, 2, 3) in ton CO2 te delen door de netto-omzet uitgedrukt in EUR.
De doelen die Sienna IM in het Kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze eisen.
De doelen die Sienna IM in het Kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze eisen.
De doelen die Sienna IM in het Kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze eisen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Voor de informatieverschaffing E1-9 maakt Sienna IM gebruik van een infaseringsbepaling en verbindt zij zich ertoe te voldoen aan ESRS E1-9 door alleen kwalitatieve informatie te rapporteren voor de eerste drie jaar dat onze van onze duurzaamheidsverklaring wordt opgesteld, indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve informatie op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Voor onze eigen activiteiten hebben we een grondige evaluatie uitgevoerd en vastgesteld dat er momenteel geen materiële fysieke risico's zijn geïdentificeerd die een aanzienlijke impact kunnen hebben op onze bedrijfsactiviteiten.
Voor onze investeringen hanteren we echter een proactieve benadering om potentiële fysieke risico's te analyseren en te beheersen. Dit wordt bereikt door onze aanpak van verantwoord investeren, die voornamelijk een uitsluitingsbeleid en de integratie van ESG criteria in onze investeringsbeslissingsprocedure met de bijbehorende scores omvat.
Voor onze eigen activiteiten hebben we een grondige evaluatie uitgevoerd en vastgesteld dat er momenteel geen materiële fysieke risico's zijn geïdentificeerd die een aanzienlijke impact kunnen hebben op onze bedrijfsactiviteiten.
Wat onze investeringen betreft, wordt, naast de hierboven verstrekte details, een effectief monitoringsproces voor SBTi-doelen geïmplementeerd dat ervoor zorgt dat we de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs naleven aan de hand van verschillende indicatoren, zoals de temperatuurrating van onze investeringen, die indirect dient als maatstaf om de afstemming van de activiteiten en strategieën van een uitgevende instelling op de klimaatdoelstellingen te beoordelen en zo potentiële materiële fysieke risico's in verband met impacts van klimaatverandering op hun bedrijfsactiviteiten in kaart te brengen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Sienna IM kan aan ESRS E1-9 voldoen door, voor de eerste drie jaar dat zij haar duurzaamheidsverslag opstelt, alleen kwalitatieve informatie te rapporteren indien het praktisch niet haalbaar is om kwantitatieve rapportering op te stellen.
Voor de activiteiten van Sienna IM vormen de belangen, opvattingen en rechten van haar personeel, met inbegrip van het respect voor hun mensenrechten, de basis van haar strategie en business model. Het personeel van het bedrijf wordt beschouwd als een belangrijke groep getroffen stakeholders.
Bij Sienna Gestion ligt de focus op vermogensbeheer, waarbij feedback en rechten van werknemers integraal deel uitmaken van het vormgeven van investeringsstrategieën en het waarborgen van verantwoord beheer. Bij Sienna Private Credit ligt de nadruk op het bieden van kredietoplossingen en de inzichten en rechten van werknemers helpen ethische leenpraktijken en klantinteracties te sturen. Bij Sienna Real Estate draait het bedrijfsmodel om vastgoedbeheer en -ontwikkeling, waarbij de standpunten en rechten van werknemers bijdragen aan duurzame en verantwoorde vastgoedpraktijken.
Over het algemeen integreert Sienna IM de belangen en rechten van haar personeel in haar bedrijfsmodel om ervoor te zorgen dat haar activiteiten in Sienna Gestion, Sienna Private Credit en Sienna Real Estate zijn afgestemd op ethische normen en mensenrechten overwegingen.
[IRO 4]: Positieve impacts van sociale dialoog en vrijheid van vereniging op werknemers. Bij Sienna IM vertegenwoordigt sociale dialoog sterke historische waarden van de bedrijfscultuur.
[IRO 5]: Positieve impact van de verschillende collectieve overeenkomsten op werknemers.
[IRO 8]: Positieve impact in verband met aandacht voor opleidingsbehoeften die werknemers identificeren en (of) rapporteren op basis van hun anciënniteit, deskundigheid en carrièrevooruitzichten.
Deze impacts vloeien voort uit of houden verband met de strategie en het business model van de onderneming. Bij Sienna Gestion houdt de strategie voor vermogensbeheer rekening met het welzijn en de rechten van werknemers, waardoor verantwoorde investeringspraktijken worden gewaarborgd. Bij Sienna Private Credit houdt de strategie voor kredietoplossingen rekening met de ethische behandeling van werknemers, het beïnvloeden van leenpraktijken en interactie met klanten. In Sienna Real Estate omvat de strategie voor vastgoedbeheer en -ontwikkeling perspectieven van werknemers om duurzame en verantwoorde vastgoedpraktijken te bevorderen.
[IRO 4]: Positieve impacts van sociale dialoog en vrijheid van vereniging op werknemers. Bij Sienna IM vertegenwoordigt sociale dialoog sterke historische waarden van de bedrijfscultuur.
[IRO 5]: Positieve impact van de verschillende collectieve overeenkomsten op werknemers.
[IRO 8]: Positieve impact in verband met aandacht voor opleidingsbehoeften die werknemers identificeren en (of) rapporteren op basis van hun anciënniteit, deskundigheid en carrièrevooruitzichten.
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
Deze impacts beïnvloeden en dragen bij aan de adaptatie van Sienna IM's strategie en het business model. De inzichten en rechten van werknemers helpen de aanpak van het bedrijf voor Sienna Gestion, Sienna Private Credit en Sienna Real Estate vorm te geven en te verfijnen, zodat het business model afgestemd blijft op ethische normen en mensenrechten overwegingen. Deze voortdurende aanpassing helpt Sienna IM een verantwoord en duurzaam business model te handhaven dat haar personeel respecteert en ondersteunt.
[IRO 6]: Risico op behoud van werknemers door onvoldoende aandacht voor ESG kwesties.
[IRO 7]: Opportuniteit wat betreft de anciënniteit en expertise van de werknemersprofielen van Sienna IM.
[IRO 9] : Opportuniteit wat betreft gender diversiteit, culturele diversiteit en diversiteit van professionele en educatieve achtergronden bij het ontwikkelen van Sienna's pan-Europese activiteiten.
[IRO 10]: Risico verbonden aan de veiligheid en bescherming van interne gegevens om het lekken van gevoelige informatie te voorkomen.
Voor Sienna IM is er geen verband of afhankelijkheid tussen de materiële risico's en opportuniteiten die voortkomen uit haar impacts op haar personeel en haar strategie en business model voor S1.
De duurzaamheidsrapportering geldt voor Sienna IM en is bedoeld om rekening te houden met alle bedrijfsactiviteiten en geografische gebieden waarin Sienna IM actief is. Al het eigen personeel van Sienna IM en haar dochterondernemingen valt onder de informatieverschaffing.
Sienna IM heeft als pan-Europese vermogensbeheerder met meerdere expertises deskundigen en teams in dienst die bestaan uit ongeveer 300 getalenteerde mensen.
De groep telt ongeveer 300 werknemers, met mannen en vrouwen in bijna gelijke aantallen en meer dan 20 nationaliteiten vertegenwoordigd.
Tot het eigen personeel van Sienna IM behoren geen zelfstandigen of mensen die ter beschikking worden gesteld door derden die zich hoofdzakelijk bezighouden met arbeidsactiviteiten.
N.v.t. geen materiële negatieve impacts
Sienna IM, als onderneming die sociale verantwoordelijkheid hoog in het vaandel heeft staan, voert verschillende activiteiten uit die aanzienlijke positieve impacts hebben op haar werknemers en andere stakeholders. Daarbij gaat het onder meer om sociale dialoog en vrijheid van vereniging, onderhandelingen over collectieve overeenkomsten, aandacht voor opleidingsbehoeften en het bevorderen van gender-, culturele en professionele diversiteit. Deze initiatieven kunnen niet alleen werknemers op alle niveaus ten goede komen, maar ook leveranciers, zakenpartners, lokale gemeenschappen, klanten en investeerders door een inclusieve werkomgeving te creëren en duurzame bedrijvenrelaties te versterken.
[IRO 4]: Positieve impacts van sociale dialoog en vrijheid van vereniging op werknemers. Bij Sienna IM vertegenwoordigt sociale dialoog sterke historische waarden van de bedrijfscultuur.
[IRO 5]: Positieve impact van de verschillende collectieve overeenkomsten op werknemers.
[IRO 8]: Positieve impact in verband met aandacht voor opleidingsbehoeften die werknemers identificeren en (of) rapporteren op basis van hun anciënniteit, deskundigheid en carrièrevooruitzichten.
Materiële risico's en opportuniteiten
[IRO 6]: Risico op behoud van werknemers door onvoldoende aandacht voor ESG kwesties.
[IRO 7]: Opportuniteit wat betreft de anciënniteit en expertise van de werknemersprofielen van Sienna IM.
[IRO 9] : Opportuniteit wat betreft gender diversiteit, culturele diversiteit en diversiteit van professionele en educatieve achtergronden bij het ontwikkelen van Sienna's pan-Europese activiteiten.
[IRO 10]: Risico verbonden aan de veiligheid en bescherming van interne gegevens om het lekken van gevoelige informatie te voorkomen.
Er zijn geen materiële impacts voor werknemers die uit het transitieplan in de DMA blijken. Dit datapunt wordt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM als verantwoorde onderneming: Sienna IM heeft ongeveer 300 medewerkers in dienst, georganiseerd in gespecialiseerde investeringsteams en bedrijfsfuncties. Sienna IM is een Europese speler actief in 8 landen. De overgrote meerderheid van de activiteiten wordt uitgevoerd binnen Europa, met strenge arbeidswet- en regelgeving die beschermt tegen de risico's van gedwongen of verplichte arbeid.
Als financiële speler is dit risico binnen het eigen personeel relatief laag, gezien de sector en het business model.
Sienna IM is actief binnen de financiële sector en haar activiteiten in Zuid-Korea zijn niet significant. Dit komt door het feit dat het bedrijf een zeer klein aantal werknemers heeft in Zuid-Korea en het land niet is ingedeeld als een hoog risico voor gedwongen arbeid, vooral in de financiële sector. De impact van de activiteiten van Sienna in Zuid-Korea is in deze context dan ook minimaal.
Sienna IM als verantwoorde onderneming: Sienna IM heeft ongeveer 300 medewerkers in dienst, georganiseerd in gespecialiseerde investeringsteams en bedrijfsfuncties. Sienna IM is een Europese speler actief in 8 landen. De overgrote meerderheid van de activiteiten wordt uitgevoerd binnen Europa, met strenge arbeidswet- en regelgeving die beschermt tegen de risico's van gedwongen of verplichte arbeid.
Als financiële speler is dit risico binnen het eigen personeel relatief laag, gezien de sector en het business model.
Sienna IM is actief binnen de financiële sector en haar activiteiten in Zuid-Korea zijn niet significant. Dit komt door het feit dat het bedrijf een zeer klein aantal werknemers heeft in Zuid-Korea en het land niet is ingedeeld als een hoog risico voor gedwongen arbeid, vooral in de financiële sector. De impact van de activiteiten van Sienna in Zuid-Korea is in deze context dan ook minimaal.
Sienna IM als verantwoorde onderneming: Sienna IM heeft ongeveer 300 medewerkers in dienst, georganiseerd in gespecialiseerde investeringsteams en bedrijfsfuncties. Sienna IM is een Europese speler actief in 8 landen. De overgrote meerderheid van de activiteiten wordt uitgevoerd binnen Europa, met strenge arbeidswet- en regelgeving die beschermt tegen het risico op kinderarbeid.
Als financiële speler is dit risico binnen het eigen personeel relatief laag, gezien de sector en het business model.
Sienna IM is actief binnen de financiële sector en haar activiteiten in Zuid-Korea zijn niet significant. Dit komt door het feit dat het bedrijf een zeer klein aantal werknemers heeft in Zuid-Korea en het land niet is ingedeeld als een hoog risico voor gedwongen arbeid, vooral in de financiële sector. De impact van de activiteiten van Sienna in Zuid-Korea is in deze context dan ook minimaal.
Sienna IM als verantwoorde onderneming: Sienna IM heeft ongeveer 300 medewerkers in dienst, georganiseerd in gespecialiseerde investeringsteams en bedrijfsfuncties. Sienna IM is een Europese speler actief in 8 landen. De overgrote meerderheid van de activiteiten wordt uitgevoerd binnen Europa, met strenge arbeidswet- en regelgeving die beschermt tegen het risico op kinderarbeid.
Als financiële speler is dit risico binnen het eigen personeel relatief laag, gezien de sector en het business model.
Sienna IM is actief binnen de financiële sector en haar activiteiten in Zuid-Korea zijn niet significant. Dit komt door het feit dat het bedrijf een zeer klein aantal werknemers heeft in Zuid-Korea en het land niet is ingedeeld als een hoog risico voor gedwongen arbeid, vooral in de financiële sector. De impact van de activiteiten van Sienna in Zuid-Korea is in deze context dan ook minimaal.
Geen specifieke activiteiten, context of kenmerken lopen een groter risico op schade.
Sienna IM heeft geen materiële risico's of opportuniteiten die voortkomen uit impacts en afhankelijkheden van personen binnen haar eigen personeel die betrekking hebben op specifieke groepen personen (bijvoorbeeld bepaalde leeftijdsgroepen of personen die in een bepaalde fabriek of een bepaald land werken).
Sienna Gestion en Sienna Private Credit (SPC) hebben elk hun eigen arbeidsraad voor werknemersvertegenwoordiging. Sienna IM heeft daarentegen geen arbeidsraad, maar kiest voor leiderschapsgesprekken binnen het managementcomité. In alle entiteiten regelt een Charter voor telewerken op afstand het beleid voor werken op afstand en de interne regelgeving in elke entiteit waarborgt de vrijheid van vereniging voor werknemers.
Sienna IM implementeert governance en beleidslijnen om het behoud van haar werknemers te ondersteunen. Centraal in deze inspanningen staat de jaarlijkse vergadering van het Compensatiecomité voor elke entiteit, die plaatsvindt na de periode van jaarlijkse prestatiebeoordelingen. Het doel van dit comité is om beloningsstrategieën te evalueren en beslissingen te nemen die aansluiten bij de doelstellingen van de onderneming en de prestaties van de werknemers. Daarnaast heeft Sienna IM belonings- en salarisbeleid opgesteld dat is ontworpen om concurrerend en eerlijk te zijn, ervoor te zorgen dat werknemers op passende wijze worden beloond voor hun bijdragen en dat talentbehoud prioriteit krijgt binnen de strategische doelstellingen van de organisatie.
Sienna IM heeft processen voor de ontwikkeling van vaardigheden van werknemers geïmplementeerd via een speciaal trainingsplatform genaamd SkillUp. Elke werknemer kan zijn trainingsprogramma aanpassen door rechtstreeks uit de leercatalogus te kiezen en te selecteren. Het verzoek wordt vervolgens ter goedkeuring aan het management voorgelegd en indien afgewezen, wordt een verantwoording aan de werknemer verstrekt.
Bij Sienna IM wordt de vertrouwelijkheid overzien door de operationele Chief Information Security Officer (CISO), die rapporteert aan de IT Director en de functie Risicobeheer Naleving. De Data Protection Officer (DPO) valt ook onder de naleving rapporteringslijn.
Sienna IM ontwikkelde een strategisch IT-beleid getiteld "Strategische richtingen en toepasselijke beveiligingsmaatregelen", dat sinds 2023 van kracht is. In juli 2024 werd een IT Charter gedeeld met alle entiteiten en wordt momenteel geïntegreerd in het interne reglement van elke entiteit. Daarnaast is er een Beleid voor de bescherming van Persoonsgegevens ontwikkeld. Aangezien IT-tools worden gecentraliseerd door de IT-afdeling van Sienna IM, is dit beleid van toepassing op alle Sienna IM-entiteiten.
De hoogste verantwoordelijke voor dit beleid is de Head of HR.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
N.v.t. - Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van hun beleid.
N.v.t. – Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat bij het bepalen van het beleid geen rekening is gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
N.v.t. - Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat het beleid niet beschikbaar wordt gesteld aan potentieel getroffen stakeholders, noch aan stakeholders die moeten helpen bij de uitvoering ervan.
Sienna IM als verantwoorde onderneming: Sienna IM heeft ongeveer 300 medewerkers in dienst, georganiseerd in gespecialiseerde investeringsteams en bedrijfsfuncties. Sienna IM is een Europese speler actief in 8 landen. De overgrote meerderheid van de activiteiten wordt uitgevoerd binnen Europa, met strenge arbeidswetten en -regelgeving die beschermen tegen risico's op schending van de mensenrechten.
Als financiële speler zijn deze risico's binnen het eigen personeel relatief laag, gezien de sector en het business model.
Sienna IM is ondertekenaar van de Principles for Responsible Investment (PRI), wat zijn toewijding weerspiegelt om ESG factoren in haar investeringspraktijken te integreren. Daarnaast zorgt SIM ervoor dat alle arbeidsovereenkomsten voldoen aan de lokale arbeidswetgeving in Europa en Zuid-Korea, inclusief bepalingen met betrekking tot mensenrechten. Deze naleving van de PRI en de lokale arbeidswetgeving benadrukt de focus van SIM op ethische bedrijfspraktijken en de bescherming van werknemersrechten.
Sienna IM handelt als verantwoorde onderneming en investeerder in overeenstemming met Europese en internationale wetten, verbodsbepalingen, verdragen zoals de UN Guiding Principles on Business and Mensenrechten en de OECD-richtlijnen for Multinational Enterprises.
SIM zorgt ervoor dat alle arbeidsovereenkomsten voldoen aan de lokale arbeidswetgeving in Europa en Zuid-Korea, inclusief bepalingen met betrekking tot mensenrechten. Deze naleving van de PRI en de lokale arbeidswetgeving benadrukt de focus van SIM op ethische bedrijfspraktijken en de bescherming van werknemersrechten.
Geen materiële kwesties met betrekking tot respect voor mensenrechten, inclusief arbeidsrechten, van mensen in ons eigen personeel.
Sienna IM benadrukt haar strategie door de implementatie van verschillende arbeidsraden voor werknemersvertegenwoordiging. Deze raden dienen als een formeel mechanisme om de dialoog en samenwerking tussen het management en de werknemers te bevorderen. Ze bieden een gestructureerd platform om problemen op de werkvloer te bespreken, inzichten te delen en gezamenlijk oplossingen te ontwikkelen die bijdragen aan een positieve en productieve werkomgeving.
Er zijn geen materiële impacts voor werknemers die uit het transitieplan in de DMA blijken. Dit datapunt wordt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM handelt als verantwoorde onderneming en investeerder in overeenstemming met Europese en internationale wetten, verbodsbepalingen, verdragen zoals de UN Guiding Principles on Business and Mensenrechten en de OECD-richtlijnen for Multinational Enterprises.
Een ESG Beleid en een Uitsluitingsbeleid gebaseerd op internationaal erkende Principes en Richtlijnen – beheersen de investeringsactiviteiten van Sienna IM. Als onderneming moet Sienna IM het goede voorbeeld geven en precies dezelfde regels toepassen als die welke gelden voor ondernemingen waarin is geïnvesteerd.
Sienna IM is ondertekenaar van de Principles for Responsible Investment (PRI) en voldoet aan de Europese wetgeving in lijn met de UN Guidelines.
Sienna IM als verantwoorde onderneming: Sienna IM heeft ongeveer 300 medewerkers in dienst, georganiseerd in gespecialiseerde investeringsteams en bedrijfsfuncties. Sienna IM is een Europese speler actief in 8 landen. Sienna IM-beleid ten aanzien van haar eigen personeel acteert niet expliciet op mensenhandel, gedwongen arbeid of verplichte arbeid en kinderarbeid. Deze punten zullen echter worden geïntegreerd, maar als EU-bedrijf respecteert Sienna IM al strenge wet- en regelgeving die beschermt tegen de risico's van mensenhandel, gedwongen of verplichte arbeid en kinderarbeid.
Als financiële speler zijn deze risico's binnen het eigen personeel relatief laag, gezien de sector en het business model.
Er wordt EHBO-training aangeboden aan de werknemers van Sienna IM en op de bedrijfslocaties zijn defibrillatoren beschikbaar.
Er is geen specifiek beleid inzake arbeidsongevallen vastgesteld.
Een beleid ten aanzien van diversiteit is er nog niet. In 2025 zal echter een Diversiteit Charter worden ontwikkeld en uitgerold.
Het Diversiteit Charter van Sienna IM is een work in progress, gepland voor de voltooiing in 2025. Het zal gebaseerd zijn op gemeenschappelijke beste praktijken uit bestaande diversiteitscharters.
In 2025 zal een Diversiteit Charter worden ontwikkeld en uitgerold.
Het Diversiteit Charter van Sienna IM is een work in progress, gepland voor de voltooiing in 2025. Het zal gebaseerd zijn op gemeenschappelijke beste praktijken uit bestaande diversiteitscharters.
Speciale training voor mensen met een beperking wordt voorgesteld aan de werknemers van Sienna IM. Eind 2023 werd deze training uitgevoerd voor alle werknemers in Frankrijk.
Sienna IM zet zich in voor de volgende principes in haar ESG Beleid:
In het D&I-beleid worden deze principes uitgewerkt en wordt aangegeven tot wie Sienna-werknemers zich kunnen wenden.
Daarnaast is Sienna IM van plan om in 2025 een Diversiteit Charter te ontwikkelen en uit te rollen, met grondige plannings-, consultatie- en monitoringmechanismen om de effectiviteit ervan te waarborgen.
Sienna IM heeft beleid en maatregelen vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidsonderwerpen in kwestie en hoeft dus geen redenen te vermelden waarom zij dat beleid of die maatregelen niet heeft vastgesteld.
De beleidslijnen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
Sienna Gestion en Sienna Private Credit (SPC) hebben elk hun eigen arbeidsraad voor werknemersvertegenwoordiging die het hele jaar door regelmatig bijeenkomt.
Bij Sienna Investment Management (SIM) worden regelmatig leiderschapsbesprekingen gevoerd binnen het Managementcomité.
Daarnaast wordt gebruikgemaakt van andere overlegkanalen, waaronder werknemersenquêtes, om bredere feedback van werknemers te verzamelen en ervoor te zorgen dat de standpunten van het personeel worden meegenomen in besluitvormingsprocessen.
Sienna Gestion en Sienna Private Credit (SPC) hebben elk hun eigen arbeidsraad voor werknemersvertegenwoordiging die het hele jaar door regelmatig bijeenkomt.
Bij Sienna IM worden regelmatig leiderschapsgesprekken gevoerd binnen het Managementcomité. Tijdens deze vergaderingen zijn werknemersvertegenwoordigers aanwezig.
Binnen de Sienna IM-groep zijn er verschillende arbeidsraden (AR). Voor SPC worden om de drie weken vergaderingen gehouden, waarbij wordt gezorgd voor regelmatige werknemersvertegenwoordiging en dialoog. Voor SGE worden vergaderingen minstens vier keer per jaar gehouden, wat een gestructureerd platform biedt om werknemersgerelateerde kwesties te bespreken en effectieve communicatie binnen de organisatie te onderhouden.
De functie en de belangrijkste rol binnen Sienna IM die de operationele verantwoordelijkheid heeft om ervoor te zorgen dat dit overleg wordt gevoerd en dat de resultaten worden meegenomen in de aanpak van het bedrijf, is de Human Resources Director, die alle overleginitiatieven overziet en ervoor zorgt dat de feedback van werknemers wordt geïntegreerd in de strategische beslissingen van het bedrijf.
Sienna IM heeft geen wereldwijde kaderovereenkomst of andere overeenkomsten met werknemersvertegenwoordigingen over het respecteren van mensenrechten van haar eigen personeel.
Sienna IM beoordeelt de effectiviteit van haar betrokkenheid bij haar personeel via de Lucca-tool tijdens het jaarlijkse evaluatieproces, dat de feedback en prestaties van werknemers monitort. De Human Resources Director zorgt ervoor dat de bevindingen van deze tools en sessies worden meegenomen in de strategische beslissingen van het bedrijf, waardoor de algehele werknemersbetrokkenheid wordt verbeterd.
Sienna IM rapporteert dat er binnen haar personeel geen werknemers zijn geïdentificeerd als bijzonder kwetsbaar voor impacts of randgroepen.
In ESRS S1 van Sienna IM worden geen materiële negatieve impacts vastgesteld, zodat geen herstelprocessen kunnen worden beschreven om dit datapunt aan te pakken.
zie hierboven
Via arbeidsraden van de respectievelijke Sienna IM-expertises.
De mechanismen van de arbeidsraad bij Sienna IM stellen werknemers in staat hun zorgen kenbaar te maken aan de AR. Indien nodig kan het thema worden voorgesteld voor opname op de vergaderagenda. De definitieve agenda wordt bepaald door het management. Dit proces biedt de mogelijkheid om klachten van werknemers in overweging te nemen.
Via arbeidsraden van de respectievelijke Sienna IM-expertises.
Sienna IM beschikt niet over een formeel klachten- of grievenmechanisme. Leden van de arbeidsraad (AR) zijn echter altijd beschikbaar om werknemers te helpen met hun zorgen. Deze informele aanpak zorgt ervoor dat werknemers toegang hebben tot ondersteuning en hun kwesties kunnen bespreken met AR-vertegenwoordigers, die deze kwesties vervolgens ter discussie kunnen stellen in de Raad indien nodig.
Via arbeidsraden van de respectievelijke Sienna IM-expertises. Sienna IM beschikt niet over een formeel volg- of monitoringsysteem voor klachten of grieven. Werknemers worden echter aangemoedigd om hun zorgen onder de aandacht te brengen van de leden van de arbeidsraad (AR), die altijd beschikbaar zijn om te helpen.
Via arbeidsraden van de respectievelijke Sienna IM-expertises. Hoewel de definitieve agenda voor deze vergaderingen door het management wordt bepaald, biedt de beschikbaarheid van AR-leden werknemers een kanaal om hun klachten te uiten en oplossing te zoeken.
Daarnaast worden HR-beleid en -procedures per e-mail verzonden naar alle werknemers van Sienna.
HR processen zijn beschikbaar voor elke werknemer op Lucca. HR processen bij Sienna IM zijn toegankelijk voor alle medewerkers via het Lucca platform. Dit gecentraliseerde systeem biedt uitgebreide informatie over verschillende HR-procedures, zodat werknemers gemakkelijk de stappen kunnen vinden en begrijpen die nodig zijn om hun zorgen of behoeften aan te pakken.
Bovendien heeft SIM Group een "klokkenluidersprocedure" op Groepsniveau opgezet, die meldingen van interne of externe stakeholders opvangt via een externe speciale en beveiligde website, die strikte vertrouwelijkheid garandeert. Dit beleid en de link naar de speciale website zijn beschikbaar op de SIM hoofdwebsite.
Zie hieronder.
Sienna IM's Charter voor telewerken op afstand benadrukt vrijwillige deelneming, waarvoor goedkeuring van managers vereist is voor werknemers om toegang te krijgen tot werken op afstand. In aanmerking komende criteria omvatten een aanstelling van 4 maanden om vertrouwd te raken met de activiteiten van het bedrijf. Stagiairs en leerlingen mogen één dag per week telewerken met toestemming van hun mentor, management en onderwijsinstelling, in overeenstemming met de onderwijsdoelstellingen.
Sienna IM heeft een uitgebreid verplicht trainingsprogramma over ESG geïmplementeerd, georganiseerd door de Chief Sustainability Officer. Alle medewerkers van Sienna Gestion hebben een uitgebreide training gevolgd via een twee-moduleprogramma.
De eerste module "ESG Fundamentals" behandelt de basisprincipes van ESG integratie en presenteert belangrijke termen, klimaat- en biodiversiteitskwesties, waardecreatiemogelijkheden en de implicaties voor Sienna IM en haar verschillende expertisegebieden. Deze module is verplicht voor alle medewerkers van Sienna Gestion en Sienna IM en wordt in sessies van 2 uur gegeven aan groepen van 15-20 personen.
De tweede module "Specifieke en Praktische ESG Vraagstukken per Beroep" is afgestemd op de medewerkers van Sienna Gestion en hun respectievelijke rollen. Het omvat regelgevingskaders en is gestructureerd als zes uur durende training verdeeld over drie sessies, zowel persoonlijk als virtueel, aangepast voor verschillende professionele groepen zoals het uitvoerend team, het management, analisten, verkoop en marketing, maar ook middle office en rapportering. Deze module heeft een deelname- en afrondingspercentage van 80%.
In de eigen activiteiten van Sienna IM zijn verschillende werkgroepen gelanceerd, waaronder een over human capital management, met als missie zich te concentreren op de kwesties diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie.
Sienna IM is ook betrokken bij de marktbesprekingen over dit onderwerp, aangezien de Deputy Managing Director van Sienna's Private Debt expertise, Marianne des Roseaux, Voorzitter is van de AFG's Diversiteitscomité.
Sienna IM heeft verschillende maatregelen genomen om diversiteit te bevorderen. Daarbij gaat het onder meer om de mogelijkheid voor individuen om als klokkenluiders en (of) referenten op te treden voor diversiteit en intimidatie kwesties. Er is ook opleiding op het gebied van maatregelen tegen beperkingen en intimidatie verstrekt. Bij Sienna Gestion is een samenvatting van de gendergelijkheidsindex voor het jaar 2024, op basis van data van 2023, samengesteld, waaruit een toename van teamgroottes in alle leeftijdsgroepen blijkt, met een opmerkelijke opname van jongere profielen, wat leidt tot een personeelsbestand dat een breed leeftijdsbereik omspant en een aanzienlijke toename van vrouwelijke vertegenwoordiging.
Elke 18 maanden wordt een 'sociaal klimaatonderzoek' uitgevoerd onder alle werknemers van Sienna IM. Via een communicatiecampagne worden werknemers uitgenodigd om anoniem op deze enquête te reageren. Feedback en resultaten van dit onderzoek worden beschikbaar gesteld en gecommuniceerd naar alle werknemers.
Sienna Gestion heeft volledige deelname aan haar ESG trainingsprogramma bereikt, waarbij 100% van de werknemers een algemene module heeft voltooid die is ontworpen om een breed begrip van ESG principes te bieden. Bovendien heeft 80% van de werknemers in specifieke functies een diepgaande, 8-uur durende training gevolgd die is afgestemd op de ESG aspecten die relevant zijn voor hun rol. Deze gespecialiseerde training zorgt ervoor dat een aanzienlijk deel van het personeel goed thuis is in ESG overwegingen met betrekking tot hun professionele verantwoordelijkheden.
– Sienna IM heeft kernwaarden Ambitie, Innovatie, Cohesie en Excellentie geïdentificeerd op basis van inzichten in werknemers uit een interne enquête, samen met een klantgerichte aanpak. In een vrijwillige HR workshop wordt ingegaan op het integreren van deze waarden in het dagelijkse werk.
Bij Sienna Gestion komen via de arbeidsraad voor werknemersvertegenwoordiging het sociaal beleid, arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid regelmatig aan bod. Sienna Gestion heeft een initiatief geïmplementeerd voor een sociale voetafdruk dat wervingsinspanningen, een onboardingproces en unieke HR-maatregelen omvat, zoals een CSR-verbintenis, wat een criterium is in de winstdelingsovereenkomst. Daarnaast stelde dit agendapunt Sienna Gestion in staat om de nieuwe richtingen van haar sociaal beleid voor 2025 te schetsen.
In ESRS S1 van Sienna IM worden geen materiële negatieve impacts vastgesteld, zodat geen processen kunnen worden beschreven om dit datapunt aan te pakken.
In de toekomst zijn geen specifieke maatregelen gepland.
De kernwaarden van Sienna IM, waarbij duurzame innovatie als primaire waarde wordt benadrukt. Dit toont de toewijding van het bedrijf aan het integreren van ESG overwegingen in het hart van haar activiteiten, wat fungeert als een mitigerende factor tegen het risico op uitputting van werknemers binnen de groep.
Bij Sienna Gestion schetst een ambitie 'Non-Profit-Sharing and Working Time Agreements for Cap 2025' de nieuwe winstdelingsregeling voor werknemers. Sienna Gestion's CSR-engagement is met name opgenomen in de winstdelingsovereenkomst met drie belangrijke elementen:
Hieraan moet worden toegevoegd dat maatregelen met betrekking tot de retentie van werknemers in eerste instantie worden beheerd op het niveau van Sienna Gestion, terwijl de toezeggingen op groepsniveau worden gedaan.
In 2023 en 2024 heeft Sienna IM een reeks maatregelen genomen om het risico voor de interne gegevensbescherming te beperken:
In het kader van Sienna's DMA is slechts één materiële opportuniteit geïdentificeerd onder ESRS S1, die betrekking heeft op diversiteit. De enige actie die Sienna IM momenteel gepland heeft om op deze opportuniteit te acteren, is de introductie van een Diversiteit Charter, dat in 2025 zal worden uitgevoerd.
Sienna IM identificeert geen materiële negatieve impacts voor ESRS S1.
Het Human Resources-team van Sienna IM volgt het responspercentage en de trends in feedback uit het onderzoek 'sociaal klimaat' op de voet. Er wordt een communicatiecampagne opgezet om alle werknemers te betrekken, waarbij het belang van hun input wordt benadrukt en wordt gezorgd voor een breed bewustzijn en deelname aan het enquêteproces. Deze aanpak stelt Sienna IM in staat om haar werkplekpraktijken voortdurend te verfijnen en de tevredenheid van werknemers te verbeteren.
Opleiding en ontwikkeling van vaardigheden.
SkillUP dient als een bron voor Sienna IM, met een catalogus van keuzeopleidingen die zowel persoonlijk als online kunnen worden gevolgd. Het platform stroomlijnt de verbinding met opleidingsverstrekkers en ondersteunt het monitoring- en toelatingsproces binnen de opleiding zelf. Daarnaast presenteert SkillUP een scala aan ESG gerelateerde trainingen, die Sienna IM's toewijding aan duurzaamheid en governance onderwijs versterken.
N.v.t.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
Het is de eerste oefening van Sienna IM, dus er zijn geen voorgaande perioden.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
Sienna IM heeft beleid en maatregelen vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidsonderwerpen in kwestie en hoeft dus geen redenen te vermelden waarom zij dat beleid of die maatregelen niet heeft vastgesteld.
Wanneer Sienna IM haar indicatoren publiceert, maakt zij een duidelijk onderscheid tussen het bewijs van bepaalde activiteiten (bv. het aantal mensen dat financiële geletterdheidstraining heeft ontvangen) en het bewijs van daadwerkelijke uitkomsten voor de betrokken personen (bv. het aantal mensen dat rapporteert dat ze hun salaris en huishoudbudget beter kunnen beheren). Deze differentiatie zorgt ervoor dat zowel de uitvoering van activiteiten als de daadwerkelijke impact ervan op het personeel transparant worden gecommuniceerd.
Er werden geen specifieke doelen bepaald.
Er werden geen specifieke doelen bepaald.
Er werden geen specifieke doelen bepaald.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
Sienna IM kan de informatie over doelstellingen die vereist is onder de relevante actuele ESRS niet openbaar maken, omdat het geen doelstellingen heeft vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidskwestie in kwestie.
| Gender | LUCCA | SRE UK | Vercap | Totaal | Percentage |
|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen | 106 | 0 | 6 | 112 | 41,33% |
| Mannen | 143 | 2 | 14 | 159 | 58,67% |
| Overig | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,00% |
| Niet vermeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0,00% |
| Totaal | 249 | 2 | 20 | 271 | 100,00% |
| LUCCA | SRE UK | Vercap | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld aantal werknemers | 246,58 | 2,00 | 18,58 | 267,17 |
| LUCCA | SRE UK | Ver Cap | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Omzet | 14,19% | 13,00% | 13,85% | |
| Werknemers aangeworven 2024 | 42 | 0 | 6 | 48 |
| Werknemers die de onderneming hebben verlaten 2024 |
35 | 0 | 2 | 37 |
| Aantal werknemers | 249 | 2 | 20 | 271 |
Gegevens afkomstig van Lucca SIRH Software en twee expertisegegevens die vanaf eind december 2024 niet in Lucca zijn opgenomen en in de headcount.
Aantal werknemers wordt gerapporteerd in headcount.
Werknemersaantallen worden gerapporteerd in headcount, vanaf eind december 2024.
De gerapporteerde HR-gegevens zijn gebaseerd op de headcount, tenzij uitdrukkelijk gevraagd door de regulatie. Gegevens zijn per eind december 2024, tenzij uitdrukkelijk gevraagd door de regulatie. Data komen van onze interne tool Lucca en van HR data.
N/A Sienna IM's financiële staten 2024 zijn nog niet bekendgemaakt.
| Betrokken land | Aantal werknemers | ||
|---|---|---|---|
| Frankrijk | |||
| Sienna 2A | 1 | ||
| Sienna AM Frankrijk | 45 | ||
| Sienna AM Luxembourg, Frans filiaal | 19 | ||
| Sienna Gestion S.A. | 77 | ||
| Sienna Real Estate France S.A.S. | 12 | ||
| Totaal | 154 | ||
| Gemiddelde | 151,2 |
| Geografisch gebied | Aantal werknemers |
|---|---|
| Europa | 268 |
| Azië | 3 |
| Lucca | SRE UK | Ver Cap | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man | |
| Vaste contractuele werknemers |
96 | 132 | 0 | 2 | 5 | 14 | 101 | 148 |
| Tijdelijke contractuele werknemers |
10 | 11 | 0 | 0 | 1 | 0 | 11 | 11 |
| Totaal | 106 | 143 | 0 | 2 | 6 | 14 | 112 | 159 |
| Azië | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europese landen op LUCCA | SRE UK | Ver Cap | Korea | |||||
| Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man | Vrouw | Man | |
| Deeltijdwerknemers | 24 | 9 | 0 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 |
| Voltijdse werknemers |
80 | 133 | 0 | 2 | 4 | 14 | 2 | 1 |
| Totaal | 104 | 142 | 0 | 2 | 6 | 14 | 2 | 1 |
Sienna gebruikte alleen gerapporteerde data en geen proxy informatie voor HR data.
Sienna hanteert eind december 2024 headcount, tenzij anders vermeld.
Formule gebruikt voor aantal werknemers per gender, aantal werknemers: Som van de informatie afkomstig van de Lucca SIRH-software en twee expertisegegevens die niet in Lucca zijn opgenomen.
Formule gebruikt voor gemiddelde werknemers: som van het maandelijkse gemiddelde van de informatie afkomstig van de Lucca SIRH-software en twee expertisegegevens die niet in Lucca zijn opgenomen gedeeld door 12.
Formule gebruikt voor het personeelsverloop is: Aantal werknemers dat de onderneming heeft verlaten via de Lucca SIRH-software en twee expertisegegevens die niet in Lucca zijn opgenomen/totale gemiddelde
De gegevens werden niet gecontroleerd door een andere externe instantie dan de assurance provider.
Sienna labelt de maatstaven met betekenisvolle, heldere en precieze namen en beschrijvingen.
Sienna gebruikt alleen euro valuta in de CSRD.
| SRE Duitsland |
SRE Korea |
SRE UK | SRE iberica |
SRE Nederland |
SRE Frankrijk |
Sienna FR | Sienna IM Luxemburg |
Ver Cap | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Percentage totale werknemers dat door cao's is gedekt |
0 | 0 | 2 | 9 | 0 | 12 | 142 | 0 | 20 | 68,27% |
| Percentage eigen werknemers dat door collectieve arbeidsonderhandelingen is gedekt, valt binnen de dekkingsgraad per land met een aanzienlijk aantal werknemers (in de EER) |
100% | 100% | 100% | |||||||
| Percentage eigen werknemers dat door via Collectieve onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomsten (cao's) is gedekt (buiten de EER), uitgesplitst naar regio |
0 | 0% | ||||||||
| Cao-dekkingsgraad | Sociale dialoog | |||||||||
| Dekkingsgraad | Werknemers – EER (voor landen met >50 werknemers die >10% totale aantal werknemers vertegenwoordigen) |
Werknemers – Niet-EER (schatting voor regio's met >50 werknemers die >10% totale aantal werknemers vertegenwoordigen) |
Werkplekvertegenwoordiging (alleen EER) (voor landen met >50 werknemers die >10% totale aantal werknemers vertegenwoordigen) |
|||||||
| 0-19% | ||||||||||
| 20%-39% |
| Cao-dekkingsgraad | Sociale dialoog | |
|---|---|---|
| 40-59% | ||
| 60-79% | ||
| 80-100% | Frankrijk | Frankrijk |
Er is geen dergelijke overeenkomst.
Frankrijk is het enige land met meer dan 50 werknemers en vertegenwoordigt ten minste 10% van zijn totale werknemers.
Sienna rekent eind 2024 op headcount.
Methodologie gebruikt voor datapunten in verband met collectieve onderhandelingen: Elke HR-vertegenwoordiger voor elk land waar Sienna actief is, gaf het aantal werknemers (headcount) op dat door cao's gedekt was, per eind december. De gegevens werden vervolgens geaggregeerd.
Methodologie gebruikt voor datapunten met betrekking tot werknemers die door werknemersvertegenwoordigingen worden gedekt: Elke HR-vertegenwoordiger voor elk land waar Sienna actief is, gaf het aantal werknemers (headcount) op dat werd gedekt door werknemersvertegenwoordigingen, per eind december. De gegevens werden vervolgens geaggregeerd.
De gegevens werden niet gecontroleerd door een andere externe instantie dan de assurance provider.
Sienna labelt de maatstaven met betekenisvolle, heldere en precieze namen en beschrijvingen.
Sienna gebruikt alleen euro valuta in de CSRD.
| Vrouw | Man | totaal | |
|---|---|---|---|
| Sim Man Co | 1 | 7 | 8 |
| SPC | 1 | 1 | 2 |
| SRE | 4 | 4 | |
| Ver Cap | 1 | 1 | |
| SIM Uitvoerend | 2 | 1 | 3 |
| SGE | 1 | 2 | 3 |
| Totaal (headcount) | 5 | 16 | 21 |
| Percentage genderverdeling op topmanagementniveau |
24% | 76% | 100% |
Sienna definieert het als volgt:
Toezichthoudend orgaan: Raad van Bestuur van Sienna IM - 6 leden
Leidinggevende organen: Uitvoerende mensen - 21 leden
| LUCCA | SRE UK | Ver Cap | Totaal | % | |
|---|---|---|---|---|---|
| Tussen 30 en 50 jaar oud | 158 | 2 | 12 | 172 | 63,47% |
| Jonger dan 30 jaar | 43 | 0 | 3 | 46 | 17% |
| Ouder dan 50 jaar | 48 | 0 | 5 | 53 | 20% |
| Totaal | 249 | 2 | 20 | 271 | 100% |
Sienna rekent op de headcount eind december 2024.
Methodologie van het topmanagement: De medewerkers van het topmanagement komen overeen met de leden van het Managementcomité van Sienna IM, de leden van het Managementcomité van Sienna expertise en andere bedrijfsleiders.
Methodologie voor leeftijdsverdeling: informatie afkomstig van de Lucca SIRH-software en twee expertisegegevens die niet in Lucca zijn opgenomen.
De gegevens werden niet gecontroleerd door een andere externe instantie dan de assurance provider.
Sienna labelt de maatstaven met betekenisvolle, heldere en precieze namen en beschrijvingen.
Sienna gebruikt alleen euro valuta in de CSRD.
In Frankrijk ziet Sienna IM erop toe dat alle werknemers verzekerd zijn tegen ziekteverzekeringen en verstrekkingen ('mutuelle et prévoyance'), die een alomvattende bescherming bieden tegen inkomensverlies als gevolg van ziekte. Deze regelingen maken deel uit van een ruimer stelsel van sociale bescherming dat werknemers financiële zekerheid biedt in geval van ziekteverzuim.
Er is geen specifieke methode om te bepalen of alle werknemers onder de richtlijn vallen, aangezien het socialebeschermingsstelsel in Frankrijk verplicht is. Dit betekent dat alle werknemers automatisch worden opgenomen in het nationale socialezekerheidsstelsel, wat zorgt voor een uitgebreide dekking. Dit vereiste is een wettelijke verplichting, die ervoor zorgt dat alle werknemers de nodige socialebeschermingsuitkeringen ontvangen zonder dat aanvullende verificatie of methodologie nodig is. Naleving van dit wettelijk kader garandeert dan ook dat alle werknemers adequaat gedekt zijn.
Voor activiteiten buiten Frankrijk, in andere geografische regio's, bevestigt Sienna IM dat sociale dekking wordt aangeboden aan alle werknemers. Deze dekking kan variëren afhankelijk van de publieke programma's die beschikbaar zijn in elk land of de specifieke voordelen die Sienna IM biedt.
Sienna IM heeft geen privéverzekering die het lokale socialebeschermingsstelsel aanvult.
In Frankrijk ziet Sienna IM erop toe dat alle werknemers verzekerd zijn tegen ziektekostenverzekeringen en verstrekkingen ('mutuelle et prévoyance'), die een alomvattende bescherming bieden tegen inkomensverlies als gevolg van werkloosheid vanaf het moment dat de eigen werknemer voor de onderneming werkt. Deze regelingen maken deel uit van een ruimer stelsel van sociale bescherming dat werknemers financiële zekerheid biedt in geval van ziekteverzuim.
Er is geen specifieke methode om te bepalen of alle werknemers onder de richtlijn vallen, aangezien het socialebeschermingsstelsel in Frankrijk verplicht is. Dit betekent dat alle werknemers automatisch worden opgenomen in het nationale socialezekerheidsstelsel, wat zorgt voor een uitgebreide dekking. Dit vereiste is een wettelijke verplichting, die ervoor zorgt dat alle werknemers de nodige socialebeschermingsuitkeringen ontvangen zonder dat aanvullende verificatie of methodologie nodig is. Naleving van dit wettelijk kader garandeert dan ook dat alle werknemers adequaat gedekt zijn.
Voor activiteiten buiten Frankrijk, in andere geografische regio's, bevestigt Sienna IM dat sociale dekking wordt aangeboden aan alle werknemers. Deze dekking kan variëren afhankelijk van de publieke programma's die beschikbaar zijn in elk land of de specifieke voordelen die Sienna IM biedt.
Sienna IM heeft geen privéverzekering die het lokale socialebeschermingsstelsel aanvult.
In Frankrijk ziet Sienna IM erop toe dat alle werknemers gedekt zijn door de mutualiteit en de verstrekkingsregelingen (mutuelle et prévoyance), die een alomvattende bescherming bieden tegen inkomensverlies als gevolg van arbeidsongevallen en verworven beperkingen. Deze regelingen maken deel uit van een ruimer stelsel van sociale bescherming dat werknemers financiële zekerheid biedt in geval van ziekteverzuim.
Er is geen specifieke methode om te bepalen of alle werknemers onder de richtlijn vallen, aangezien het socialebeschermingsstelsel in Frankrijk verplicht is. Dit betekent dat alle werknemers automatisch worden opgenomen in het nationale socialezekerheidsstelsel, wat zorgt voor een uitgebreide dekking. Dit vereiste is een wettelijke verplichting, die ervoor zorgt dat alle werknemers de nodige socialebeschermingsuitkeringen ontvangen zonder dat aanvullende verificatie of methodologie nodig is. Naleving van dit wettelijk kader garandeert dan ook dat alle werknemers adequaat gedekt zijn..
Voor activiteiten buiten Frankrijk, in andere geografische regio's, bevestigt Sienna IM dat sociale dekking wordt aangeboden aan alle werknemers. Deze dekking kan variëren afhankelijk van de publieke programma's die beschikbaar zijn in elk land of de specifieke voordelen die Sienna IM biedt.
Sienna IM heeft geen privéverzekering die het lokale socialebeschermingsstelsel aanvult.
In Frankrijk ziet Sienna IM erop toe dat alle werknemers verzekerd zijn tegen ziektekostenverzekeringen en verstrekkingen ('mutuelle et prévoyance'), die een alomvattende bescherming bieden tegen inkomensverlies als gevolg van ouderschapsverlof. Deze regelingen maken deel uit van een ruimer stelsel van sociale bescherming dat werknemers financiële zekerheid biedt in geval van ziekteverzuim.
Er is geen specifieke methode om te bepalen of alle werknemers onder de richtlijn vallen, aangezien het socialebeschermingsstelsel in Frankrijk verplicht is. Dit betekent dat alle werknemers automatisch worden opgenomen in het nationale socialezekerheidsstelsel, wat zorgt voor een uitgebreide dekking. Dit vereiste is een wettelijke verplichting, die ervoor zorgt dat alle werknemers de nodige socialebeschermingsuitkeringen ontvangen zonder dat aanvullende verificatie of methodologie nodig is. Naleving van dit wettelijk kader garandeert dan ook dat alle werknemers adequaat gedekt zijn..
Voor activiteiten buiten Frankrijk, in andere geografische regio's, bevestigt Sienna IM dat sociale dekking wordt aangeboden aan alle werknemers. Deze dekking kan variëren afhankelijk van de publieke programma's die beschikbaar zijn in elk land of de specifieke voordelen die Sienna IM biedt.
Sienna IM heeft geen privéverzekering die het lokale socialebeschermingsstelsel aanvult.
Alle werknemers van Sienna IM zijn gedekt door sociale ziektekostenverzekeringen (publiek en (of) privaat) die wettelijk verplicht zijn in de respectievelijke landen. Dezelfde logica voor pensioenplannen.
Sienna IM kan niet bevestigen dat al haar werknemers hieronder vallen, aangezien deze informatie momenteel niet beschikbaar is.
Sienna IM kan niet bevestigen dat al haar werknemers hieronder vallen, aangezien deze informatie momenteel niet beschikbaar is.
Sienna IM kan niet bevestigen dat al haar werknemers hieronder vallen, aangezien deze informatie momenteel niet beschikbaar is.
Sienna IM kan niet bevestigen dat al haar werknemers hieronder vallen, aangezien deze informatie momenteel niet beschikbaar is.
Sienna IM kan niet bevestigen dat al haar werknemers hieronder vallen, aangezien deze informatie momenteel niet beschikbaar is.
Sienna IM kan niet bevestigen dat al haar werknemers hieronder vallen, aangezien deze informatie momenteel niet beschikbaar is.
100% van onze werknemers geniet sociale bescherming voor de volgende 5 situaties:
Sienna rekent op de headcount eind december 2024.
Methodologie voor sociale bescherming: informatie afkomstig van elke HR-vertegenwoordiger van elk land waar Sienna actief is.
De gegevens werden niet gecontroleerd door een andere externe instantie dan de assurance provider.
Sienna labelt de maatstaven met betekenisvolle, heldere en precieze namen en beschrijvingen.
Sienna gebruikt alleen euro valuta in de CSRD.
2,21%
| Totaal | Sienna Gestion |
Sienna Investment Managers |
Sienna AM Frankrijk |
VER CAP | SRE Frankrijk |
SRE Duitsland |
SRE Nederland |
SRE Iberica |
SRE Korea |
SRE UK | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mannen | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vrouwen | 5 | 2 | 0 | 2 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 6 | 3 | 0 | 2 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
We vroegen elke HR-vertegenwoordiger om het aantal mensen met een beperking in hun dochterondernemingen te communiceren. Dit cijfer hebben we vervolgens gerelateerd aan het totale personeel.
Sienna rekent op de headcount eind december 2024.
Methodologie voor beperkingen: informatie afkomstig van elke HR-vertegenwoordiger van elk land waar Sienna actief is.
De gegevens werden niet gecontroleerd door een andere externe instantie dan de assurance provider.
Sienna labelt de maatstaven met betekenisvolle, heldere en precieze namen en beschrijvingen.
Sienna gebruikt alleen euro valuta in de CSRD.
| Aantal | Percentage | |
|---|---|---|
| Werknemers die deelnamen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling |
271 | 100% |
| Gemiddeld aantal werknemers dat heeft deelgenomen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling |
267,17 | 100% |
| Niet-werknemers die deelnamen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling |
0 | 0% |
| Gender | Aantal werknemers dat een opleiding volgt |
% werknemers dat opleiding volgt | Gemiddeld aantal uren opleiding voor werknemers |
|---|---|---|---|
| Vrouwen | 70 | 62,50% | 11,00 |
| Mannen | 99 | 62,26% | 8,00 |
| Totaal | 169 | 62,36% | 10,00 |
Sienna rekent op de headcount eind december 2024.
Regelmatige prestaties en loopbaanontwikkeling: informatie afkomstig van elke HR-vertegenwoordiger van elk land waar Sienna actief is.
Methodologie voor trainingsuren: informatie afkomstig van Skillup tool voor Frankrijk en HR vertegenwoordigers voor de andere landen waar Sienna actief is.
De gegevens werden niet gecontroleerd door een andere externe instantie dan de assurance provider.
Sienna labelt de maatstaven met betekenisvolle, heldere en precieze namen en beschrijvingen.
Sienna gebruikt alleen euro valuta in de CSRD.
Voor de activiteiten van Sienna IM vormen de belangen, opvattingen en rechten van eindgebruikers de basis voor haar strategie en business model. Eindconsumenten worden beschouwd als een belangrijke groep getroffen stakeholders.
Bij Sienna Gestion ligt de focus op vermogensbeheer, waarbij feedback van eindgebruikers integraal is voor het vormgeven van investeringsstrategieën en het waarborgen van verantwoord beheer. Bij Sienna Private Credit ligt de nadruk op het bieden van kredietoplossingen en helpen de inzichten en rechten van eindgebruikers ethische leenpraktijken en klantinteracties te sturen. Bij Sienna Real Estate draait het bedrijfsmodel om vastgoedbeheer en -ontwikkeling, waarbij de standpunten en rechten van eindgebruikers bijdragen aan duurzame en verantwoorde vastgoedpraktijken.
Over het algemeen integreert Sienna IM de belangen en rechten van eindgebruikers in haar bedrijfsmodel om ervoor te zorgen dat haar activiteiten in Sienna Gestion, Sienna Private Credit en Sienna Real Estate zijn afgestemd op ethische normen en overwegingen over consumentenrechten.
Deze impacts vloeien voort uit of houden verband met de strategie en het business model van de onderneming. Bij Sienna Gestion houdt de strategie voor vermogensbeheer rekening met de behoeften en rechten van eindgebruikers, waardoor verantwoorde investeringspraktijken worden gewaarborgd. Bij Sienna Private Credit houdt de strategie voor kredietoplossingen rekening met de ethische behandeling van eindconsumenten, die de leenpraktijken en interacties met klanten beïnvloeden. Bij Sienna Real Estate omvat de strategie voor vastgoedbeheer en -ontwikkeling eindconsumentenperspectieven om duurzame en verantwoorde vastgoedpraktijken te bevorderen.
Deze impacts beïnvloeden en dragen bij aan de adaptatie van Sienna IM's strategie en het business model. De inzichten en rechten van eindgebruikers helpen de benadering van het bedrijf voor Sienna Gestion, Sienna Private Credit en Sienna Real Estate vorm te geven en te verfijnen, waardoor het business model afgestemd blijft op ethische normen en overwegingen over consumentenrechten. Deze voortdurende aanpassing helpt Sienna IM een verantwoord en duurzaam business model te handhaven dat haar eindgebruikers respecteert en ondersteunt.
Voor Sienna IM is er geen verband of afhankelijkheid tussen de materiële risico's en opportuniteiten die voortkomen uit haar impacts op eindgebruikers en haar strategie en business model voor S4.
Sienna IM behandelt deze onderwerpen binnen het ESRS 2 kader.
Sienna IM rapporteert of alle consumenten en (of) eindgebruikers die materiële impact van de onderneming kunnen ondervinden, met inbegrip van impacts verbonden aan haar eigen activiteiten en waardeketen, via haar producten of diensten, alsmede via haar zakelijke relaties, zijn opgenomen in de scope van haar informatieverschaffing onder ESRS 2. Daarnaast verstrekt Sienna IM de vereiste informatie zoals gespecificeerd.
Het klantenbestand van Sienna IM bestaat uit institutionele investeerders en externe distributeurs.
Sienna IM is een pan-Europese vermogensbeheerder met meerdere expertises, die investeringsoplossingen aanbiedt die zijn ontworpen om investeringsoplossingen doelgericht te promoten.
Onze klanten profiteren van alle ervaring en kennis die de investeringsprofessionals van Sienna IM in de loop der jaren hebben opgebouwd.
Naast institutionele investeerders (verzekeringsmaatschappijen, onderlinge verzekeraars, pensioengerechtigden, ondernemingen, enz.) speelt Sienna Gestion een actieve rol in de groei van spaar- en pensioenregelingen voor werknemers.
Sienna Private Credit is de expertise van de Groep die zich voornamelijk richt op de financiering van vastgoed en directe leningen in vier sectoren: commercieel vastgoed, de publieke sector, bedrijfsfinanciering met zekerheden en infrastructuur (voornamelijk hernieuwbare energie).
De vastgoedexpertise van Sienna IM Group verwerft en beheert commercieel vastgoed voor klanten in heel Europa. Sienna IM's vastgoedteams positioneren zich als een strategische langetermijnpartner voor lokale en internationale investeerders, die hen adviseert en begeleidt tijdens de volledige investeringscyclus van een onroerend goed, van de aankoop tot het beheer van het onroerend goed en het verkoopproces.
Institutionele investeerders zijn goed voor 53% van de klanten van Sienna IM; en distributeurs zijn goed voor 47%.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
N.v.t.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
[IRO 11]: Risico op gebrek aan transparantie en (of) duidelijkheid in investeerders informatie (financieel en extra-financieel), wat kan leiden tot ontevredenheid bij klanten of zelfs sancties;
[IRO 12]: Risico van mismatch tussen ESG-producten die op de markt gebracht/aangeboden worden en de voorkeuren van klanten op dit gebied (labels, taxonomie, ESG-thema's, enz.);
[IRO 13]: Risico verbonden aan het onvermogen van Sienna IM om te voldoen aan ESG due diligence vereisten van haar institutionele of zakelijke klanten (Koolstofvoetafdruk, verantwoord inkoopbeleid, HR / diversiteitsbeleid, enz.);
[IRO 14]: Commerciële opportuniteit in verband met innovatieve producten (bv. hybride activa) en oplossingen op maat, alsook met de kwaliteit van de klantenservice (responsiviteit en specifieke instrumenten/platforms);
[IRO 15]: Risico van "sustainability washing" (greenwashing, social washing en impactwashing) op het niveau van financiële producten.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Risico's en opportuniteiten hierboven gepresenteerd.
Sienna IM stelt dat haar materiële risico's en opportuniteiten die voortkomen uit impacts en afhankelijkheden van consumenten en (of) eindgebruikers geen betrekking hebben op specifieke groepen consumenten en (of) eindgebruikers (bv. bepaalde leeftijdsgroepen), maar van toepassing zijn op alle consumenten en (of) eindgebruikers.
Zie hieronder
[IRO 12]: Risico op mismatch tussen ESG producten die op de markt worden gebracht/waarop wordt ingeschreven en voorkeuren van klanten op dit gebied (labels, Taxonomie, ESG thema's, enz.).
[IRO 13]: Risico verbonden aan het onvermogen van Sienna IM om te voldoen aan ESG due diligence vereisten van haar institutionele of zakelijke klanten (Koolstofvoetafdruk, verantwoord inkoopbeleid, HR / diversiteitsbeleid, enz.);
[IRO 15]: Risico van "sustainability washing" (greenwashing, social washing en impactwashing) op het niveau van financiële producten.
Het DNA van Sienna IM wordt gekenmerkt door doelgericht te handelen om de toekomst te beschermen, wat volledige betrokkenheid inhoudt bij de ontwikkeling van gemeenschappen op zowel bedrijfsniveau als stakeholderniveau, inclusief ondernemingen waarin is geïnvesteerd, klanten, de gebieden waar is geïnvesteerd en de teams.
De rol van Sienna IM is om de economie direct te financieren met een middellange tot lange termijn visie en er is een toezegging met de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd. Er is een ambitieuze CSR strategie ontwikkeld, gericht op zowel Sienna IM als haar ondernemingen waarin is geïnvesteerd. Er wordt een systematische focus gelegd op klimaat, biodiversiteit en DE&I-uitdagingen, met inspanningen om echte oplossingen te implementeren.
Om het risico op een verkeerde afstemming van ESG toezeggingen op haar institutionele investeerders tegen te gaan, heeft Sienna IM een ESG beleid, een Uitsluitingsbeleid en een Biodiversiteitsbeleid uitgerold – publiek toegankelijk. Naast de publicatie van een transparantie PRI rapport en een duurzaamheidsrapport, dienen deze documenten om transparantie te bieden en ervoor te zorgen dat de ESG praktijken van Sienna IM in lijn zijn met de verwachtingen van investeerders en industriestandaarden.
[IRO 14]: Commerciële opportuniteit in verband met innovatieve producten (bv. hybride activa) en oplossingen op maat, alsook met de kwaliteit van de klantenservice (responsiviteit en specifieke tools/platforms)
Als pionier op het gebied van hybride investeringsstrategieën biedt Sienna IM gedifferentieerde investeringsoplossingen die verschillende activaklassen combineren aan particuliere investeerders. De combinatie van de noodzaak om de economie te financieren en de behoefte aan rendement op middellange tot lange termijn wordt vergemakkelijkt door deze innovatieve aanpak, die ook het extra voordeel biedt van een lagere volatiliteit. De filosofie die aan deze investeringsstrategie ten grondslag ligt, berust op drie pijlers: Asset Allocatie, Decorrelatie en Diversificatie.
[IRO 11]: Risico op gebrek aan transparantie en (of) duidelijkheid in de informatie van investeerders (financieel en extrafinancieel), wat tot ontevredenheid bij klanten of zelfs sancties kan leiden;
Sienna Private Credit Expertise past strikte toewijzingsregels toe om eerlijkheid en transparantie te waarborgen bij het beheer van investeringsmogelijkheden in haar fondsen. Deze regels worden ondersteund door een gestructureerd toewijzingsproces dat systematisch door het Nalevingsteam wordt geëvalueerd voordat er beslissingen worden genomen. Een vooraf bepaalde reeks criteria zorgt ervoor dat alle opportuniteiten worden toegewezen in overeenstemming met de investeringsstrategie van elk fonds. Het proces wordt verder versterkt door interne controles, waaronder regelmatig toezicht door specifieke comités, om de integriteit van het toewijzingsmechanisme te handhaven en de belangen van investeerders te beschermen.
[IRO 11]: Risico op gebrek aan transparantie en (of) duidelijkheid in de informatie van investeerders (financieel en extrafinancieel), wat tot ontevredenheid bij klanten of zelfs sancties kan leiden;
[IRO 12]: Risico op mismatch tussen ESG producten die op de markt worden gebracht/waarop wordt ingeschreven en voorkeuren van klanten op dit gebied (labels, Taxonomie, ESG thema's, enz.).
[IRO 13]: Risico verbonden aan het onvermogen van Sienna IM om te voldoen aan de ESG due diligence vereisten van haar institutionele of zakelijke klanten (koolstofvoetafdruk, verantwoord inkoopbeleid, HR / diversiteitsbeleid, enz.)
Sienna IM's nalevingskader is ontworpen om de hoogste normen van naleving van regelgeving en operationele integriteit te waarborgen. Het kader wordt beheerd door een onafhankelijk nalevingsteam en omvat proactieve maatregelen zoals periodieke risicobeoordelingen, externe audits en realtime monitoring van activiteiten. Beleid en protocollen op het gebied van naleving worden regelmatig bijgewerkt om de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van regelgeving te weerspiegelen en rapporten worden rechtstreeks geëscaleerd naar het senior management om volledige verantwoording te behouden. Elke entiteit binnen de groep heeft haar eigen nalevingscharter, wat zorgt voor toezicht op maat en naleving van specifieke wettelijke vereisten. Deze aanpak garandeert een naadloze afstemming tussen operationele praktijken en wettelijke verplichtingen.
[IRO 11]: Risico op gebrek aan transparantie en (of) duidelijkheid in de informatie van investeerders (financieel en extrafinancieel), wat tot ontevredenheid bij klanten of zelfs sancties kan leiden;
[IRO 12]: Risico op mismatch tussen ESG producten die op de markt worden gebracht/waarop wordt ingeschreven en voorkeuren van klanten op dit gebied (labels, Taxonomie, ESG thema's, enz.).
[IRO 13]: Risico verbonden aan het onvermogen van Sienna IM om te voldoen aan de ESG due diligence vereisten van haar institutionele of zakelijke klanten (koolstofvoetafdruk, verantwoord inkoopbeleid, HR / diversiteitsbeleid, enz.)
Sienna IM heeft een robuust belangenconflictenbeleid ingevoerd om potentiële belangenconflicten te voorkomen, identificeren en oplossen. Elke entiteit binnen de groep heeft haar eigen beleid inzake belangenconflicten, wat zorgt voor op maat gemaakt toezicht en naleving van specifieke wettelijke vereisten. Vóór elke investeringsbeslissing wordt een systematisch proces gevolgd, inclusief verplichte informatieverschaffing en strenge interne beoordelingen om risico's in kaart te brengen. In gevallen waarin een conflict wordt geconstateerd, worden de betrokken personen uitgesloten van de besluitvorming en worden alternatieve oplossingen aan de betrokken comités gepresenteerd. Alle conflicten worden gedocumenteerd in een centraal register en transparant bekendgemaakt aan investeerders via gedetailleerde rapporteringsmechanismen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
N.v.t. - Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van hun beleid.
N.v.t. – Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat bij het bepalen van het beleid geen rekening is gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
N.v.t. - Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat het beleid niet beschikbaar wordt gesteld aan potentieel getroffen stakeholders, noch aan stakeholders die moeten helpen bij de uitvoering ervan.
N.v.t.
Sienna IM heeft geen specifieke mensenrechten beleidstoezeggingen met betrekking tot eindgebruikers.
Sienna IM heeft geen specifieke mensenrechten beleidstoezeggingen met betrekking tot eindgebruikers.
Sienna IM heeft in de DMA geen mensenrechten impacts vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM handelt als verantwoorde onderneming en investeerder in overeenstemming met Europese en internationale wetten, verbodsbepalingen, verdragen zoals de UN Guiding Principles on Business and Mensenrechten en de OECD-richtlijnen for Multinational Enterprises.
Een ESG Beleid en een Uitsluitingsbeleid – gebaseerd op internationaal erkende Principes en Richtlijnen – beheersen de investeringsactiviteiten van Sienna IM.
Beleid specifiek voor cliëntrelatiebeheer voldoet aan de lokale wettelijke vereisten bepaald door lokale financiële autoriteiten.
Bij Sienna IM worden tal van protocollen ondertekend om uitgebreide naleving te garanderen. Er wordt een uitsluitingsbeleid gevoerd dat ervoor zorgt dat elke deal voldoet aan de criteria die in dit beleid worden geschetst. Daarnaast wordt jaarlijks een evaluatie van de PAI-rapportering uitgevoerd door de Chief Sustainability Officer om naleving en nauwkeurigheid te controleren.
Geen
Sienna IM heeft beleid en maatregelen vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidsonderwerpen in kwestie en hoeft dus geen redenen te vermelden waarom zij dat beleid of die maatregelen niet heeft vastgesteld.
De beleidslijnen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
Sienna IM heeft in de week van 1 oktober 2024 een klantenvragenlijst gelanceerd om de klanttevredenheid te meten. De enquête bestaat uit zorgvuldig samengestelde vragen om de investeringsbelangen van de klanten, hun betrokkenheid bij fondsbeheerrapporten en hun voorkeuren voor informatiepresentatie in kaart te brengen.
Het onderzoek omvat:
De antwoorden op dit onderzoek zullen Sienna IM in staat stellen om haar rapporteringspraktijken af te stemmen op de behoeften van de klant, waardoor de algemene klantervaring wordt verbeterd.
Klanttevredenheid staat bij Sienna IM voorop en de potentiële ontevredenheid van eindgebruikers kan aanzienlijke gevolgen hebben. Als eindgebruikers in het genoteerde segment niet tevreden zijn, kan dit ertoe leiden dat zij uit het fonds stappen, wat van invloed is op de algemene prestaties en het vertrouwen van investeerders. In het segment particuliere schulden zullen ontevreden eindgebruikers waarschijnlijk niet terugkeren, wat van invloed kan zijn op toekomstige zakelijke opportuniteiten en de duurzaamheid van de investeringsportefeuille. Bovendien kunnen eindgebruikers die niet tevreden zijn ervoor kiezen niet opnieuw te investeren (RE-UP), wat leidt tot een verlies aan terugkerende investeringen en potentiële groei. Daarom is het handhaven van een hoge mate van tevredenheid onder eindgebruikers cruciaal voor het succes en de reputatie van Sienna IM op lange termijn.
Betrokkenheid vindt direct met klanten plaats en elke actie van betrokkenheid en dialoog wordt geregistreerd in de DealCloud CRM tool. Sienna IM houdt wekelijks en maandelijks bijeenkomsten voor verkoop governance. Klantinteracties worden ook zorgvuldig gelogd en gemonitord in onze CRM DealCloud.
Sienna IM zet zich in voor haar betrokkenheid, erkennend het belang van het onderhouden van sterke relaties met distributeurklanten die onderliggende klanten bedienen. Dit engagement omvat samenwerking met externe distributeurs, zoals verzekeraars en online banken, om tegemoet te komen aan de behoeften van zowel de distributeurs als hun gezamenlijke klanten. Door gebruik te maken van het Dealcloud-platform als CRM-tool wil Sienna IM investeringsoplossingen bieden die voldoen aan de uiteenlopende behoeften van klanten. Deze aanpak zorgt ervoor dat zowel distributeurs als hun onderliggende klanten effectieve financiële producten en diensten ontvangen. Door voortdurende samenwerking en ondersteuning, gefaciliteerd door Dealcloud, streeft Sienna IM naar het onderhouden van een productieve en voordelige relatie met haar B2B2C-partners.
Klantbetrokkenheid vindt plaats in een vroeg stadium wanneer de relatie nog als prospect wordt beschouwd. Tijdens deze voorbereidende fase kunnen prospects worden gecontacteerd via e-mail, telefoon, digitale media of via fysieke interactie. In een tweede fase, wanneer prospects klanten worden, kan connectiviteit de vorm aannemen van e-mails, telefoontjes, teamvergaderingen, formele fysieke vergaderingen, entertainment voor klanten. De frequentie van klantinteractie kan van klant tot klant verschillen. In de regel is de connectiviteit met klanten veelzijdig en constant.
In een B2B2C-context blijft de connectiviteit met onze eindgebruikers zeer beperkt.
De Chief Client Officer van Sienna IM is verantwoordelijk voor de operationele betrokkenheid bij klanten. Samen met het salesteam volgt hij het engagement met klanten, systematisch geregistreerd in DealCloud, op de voet.
DealCloud is een geavanceerd Customer Relationship Management (CRM) platform op maat voor de financiële dienstensector, waarmee Sienna IM haar klantrelaties en verkoopprocessen kan volgen en beheren. Het dient als een gecentraliseerde opslagplaats voor alle klantinteracties, inclusief e-mails en gesprekken, zodat elk contactpunt wordt opgenomen en toegankelijk is. Deze uitgebreide documentatie helpt bij de systematische opvolging en betrokkenheid met klanten.
Het platform biedt gedetailleerde analyses, biedt uitsplitsingen naar land, activaklasse en sector voor verfijnde analyse van klantgegevens. Deze gedetailleerde benadering van data-organisatie stelt Sienna IM in staat om hun klantenbestand effectief te segmenteren, waardoor gerichte marketingstrategieën en gepersonaliseerde serviceaanbiedingen mogelijk zijn. Het ondersteunt ook betere prognoses en prestatietracking, waardoor Sienna IM de impact van haar inspanningen in verschillende marktsegmenten kan beoordelen.
Het Dealcloud-platform verbetert de B2B-activiteiten van Sienna IM door effectieve traceerbaarheid met tussenpersonen te bieden. Omdat Sienna's fondsen vaak in individuele portefeuilles zijn opgenomen via tussendistributies, biedt het platform gedetailleerde monitoring van interacties en transacties. Deze traceerbaarheid is bijzonder nuttig bij het aanpakken van gevallen van klantontevredenheid, omdat Sienna IM hierdoor problemen snel kan identificeren en oplossen. Door een duidelijk overzicht te bieden van alle omgang met tussenpersonen, helpt Dealcloud hoge servicestandaarden te handhaven en zorgt het voor een tijdige oplossing van zorgen.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
N.v.t.
Informatie over de algemene aanpak en processen om te voorzien in of bij te dragen aan herstel wanneer ondernemingen hebben geconstateerd dat zij verband houden met een materiële negatieve impact op consumenten en eindgebruikers
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM heeft een formeel proces voor klanten om klachten in te dienen over ontevredenheid over de diensten van het bedrijf. Klachten, die niet moeten worden verward met algemene vragen of serviceverzoeken, kunnen worden gericht aan de gebruikelijke accountmanager van de klant of rechtstreeks aan de afdeling Risico en Naleving van Sienna Gestion in Parijs voor kwesties met betrekking tot financieel beheer of fondswaarderingen. Klachten mogen geen verband houden met lopende juridische geschillen.
Ontvangst en reactie op klachten worden binnen 10 werkdagen na ontvangst van de klacht verwacht. Bij vertraging wordt de klant geïnformeerd dat binnen twee maanden een volledige reactie volgt. Voor onopgeloste problemen of het uitblijven van een reactie na 60 dagen, kunnen klanten de zaak intern escaleren door een gedetailleerde brief te sturen naar de voorzitter van de Raad van Bestuur van Sienna Gestion.
In gevallen waarin de interne oplossing niet voldoet, hebben klanten de mogelijkheid om bemiddeling te vragen via de Mediator van de Autoriteit voor Financiële Markten (AMF), hetzij online, hetzij per post naar het adres van het AMF in Parijs.
Bij Sienna IM worden klachten opgevolgd en beheerd door de RCCI van Sienna (SPC en Sienna Gestion). Elke klacht wordt systematisch gelogd om een goede documentatie en opvolging te garanderen. Dit proces maakt een efficiënte oplossing en continue monitoring mogelijk, zodat alle problemen tijdig worden aangepakt.
Bij Sienna IM wordt het klachtenverslag jaarlijks geëvalueerd om alle aangemelde klachten te consolideren en op te volgen, waardoor een grondige documentatie en opvolging wordt gegarandeerd. Dit proces maakt efficiënte oplossing en continue verbetering mogelijk bij het aanpakken van de zorgen van klanten.
Elk jaar stuurt Sienna IM een tevredenheidsonderzoek naar haar klantenbestand. De meest recente versie van deze enquête werd verzonden in oktober 2024. (Zie ESRS G1-1)
In overeenstemming met de Sienna IM klokkenluidersregeling is er bescherming tegen represailles voor personen die kanalen gebruiken om zorgen of behoeften kenbaar te maken. (Zie ESRS G1-1)
N.v.t.
ESG toezeggingen en vereisten:
Om het risico op een verkeerde afstemming van ESG toezeggingen op haar institutionele investeerders tegen te gaan, heeft Sienna IM een ESG beleid, een Uitsluitingsbeleid en een Biodiversiteitsbeleid uitgerold – publiek toegankelijk. Naast de publicatie van een transparantie PRI rapport en een duurzaamheidsrapport, dienen deze documenten om transparantie te bieden en ervoor te zorgen dat de ESG praktijken van Sienna IM in lijn zijn met de verwachtingen van investeerders en industriestandaarden.
Sienna IM treedt op als betrokken speler in het sustainable finance ecosysteem en neemt deel aan tal van internationale en lokale initiatieven (zie hierboven).
Sienna IM heeft een uitgebreid investeerdersplatform opgezet. Dit platform is ontworpen om investeerders gedetailleerde en duidelijke informatie te verstrekken, zodat ze toegang hebben tot alle nodige financiële en ESG gegevens om weloverwogen beslissingen te nemen. Door de transparantie en toegankelijkheid van informatie te verbeteren, streeft Sienna IM ernaar een hoge mate van tevredenheid van investeerders te handhaven en te voldoen aan de wettelijke normen, waardoor het potentieel voor negatieve uitkomsten met betrekking tot informatieverschaffing wordt verminderd.
Sienna IM's, als pionier op het gebied van hybride investeringsstrategieën, biedt particuliere investeerders gedifferentieerde investeringsoplossingen waarin verschillende activaklassen worden gecombineerd. Assethybridisatie is een innovatief concept dat centraal staat in het meerdere expertises business model van Sienna IM. Concreet gaat het om het combineren van traditionele genoteerde activa met nietgenoteerde activa, zoals private debt, private equity, infrastructuur en vastgoed, als onderdeel van een strategische allocatie.
Tot op heden overschrijden 3 hybride fondsen van Sienna IM het beheerde vermogen van 200 miljoen euro.
Hybride fondsen voor retailinvesteerders nemen de toegangsdrempel voor private activa weg. Deze fondsen zijn toegankelijk voor de grote meerderheid van de investeerders, met inbegrip van investeerders in werknemers- en pensioenspaarregelingen. Traditioneel vereiste toegang tot niet-genoteerde activa een aanzienlijke initiële financiële toezegging of oproepen tot fondsen verspreid over verschillende kwartalen, wat betekende dat ze voorbehouden waren aan institutionele investeerders en zeer vermogenden. Dit noemen we de democratisering van reële activa, toegankelijk voor iedereen met een modulair risico/rendementsprofiel.
De Franse Green Industry Act, die het mogelijk maakt een deel van niet-genoteerde activa op te nemen in beheerde fondsen, zal een belangrijke katalysator zijn voor deze democratisering, die al aan de gang is. Hierdoor kunnen besparingen naar een minder koolstofintensieve reële economie worden geleid en kan een hoger rendement dan de inflatie worden gegenereerd dat hoger ligt dan 5% in het meest agressieve profiel.
In de toekomst zijn geen specifieke maatregelen gepland voor dit thema.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
Het is de eerste oefening van Sienna IM, dus er zijn geen voorgaande perioden.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Om potentiële negatieve impacts op eindgebruikers te voorkomen, houdt Sienna IM wekelijks en maandelijks bijeenkomsten voor sales governance. Klantinteracties worden ook zorgvuldig gelogd en gemonitord in onze CRM DealCloud. Binnen het DealCloud kader zijn er secties gewijd aan follow-ups en volgende stappen. Deze secties zijn uitgerust met automatische meldingen die corrigerende maatregelen en volgende stappen vragen.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
We beschikken over een klachtenlogboek en wanneer klachten materieel worden geacht, gaan we actief aan de slag met corrigerende maatregelen totdat ze zijn opgelost. Klachten van klanten worden systematisch opgevolgd aan de hand van een speciaal klachtenlogboek. Dit logboek bevat gedetailleerde informatie zoals het klachtnummer, de naam van de klant, de datum van ontvangst, het onderwerp van de klacht, relevante producten of diensten, eventuele betrokken externe partijen, de datum van het antwoord, het antwoord (positief of negatief) en eventuele geconstateerde problemen.
[IRO 14]: Commerciële opportuniteit in verband met innovatieve producten (bv. hybride activa) en oplossingen op maat, alsook met de kwaliteit van de klantenservice (responsiviteit en specifieke tools/platforms).
Sienna IM heeft het FCPR EverGreen fonds gelanceerd, in overeenstemming met de Green Industry Wet, met als doel private activa naar pensioensparen te leiden. Dit fonds is ontworpen om duurzame investeringen te ondersteunen, bij te dragen aan de groene economie en tegelijkertijd langetermijnvoordelen te bieden voor pensioenplanning. Het FCPR EverGreen fonds vertegenwoordigt een innovatieve benadering van investeren, gericht op de veranderende behoeften van eindklanten.
Om de promotie en adoptie van het fonds succesvol te laten verlopen, zijn er voor 2025 verschillende campagnes gepland in samenwerking met distributeurs. Deze campagnes zullen gericht zijn op het informeren van potentiële investeerders over de voordelen van het fonds en hoe het aansluit bij hun pensioendoelstellingen. Door nauw samen te werken met distributeurs wil Sienna IM een breed publiek bereiken en hen een waardevol instrument bieden voor hun pensioensparen.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële negatieve impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Nul gevallen zijn gerapporteerd.
Sienna IM heeft in de DMA geen materiële impacts met betrekking tot eindgebruikers vastgesteld; daarom wordt dit datapunt niet als materieel beschouwd.
Sienna IM heeft beleid en maatregelen vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidsonderwerpen in kwestie en hoeft dus geen redenen te vermelden waarom zij dat beleid of die maatregelen niet heeft vastgesteld.
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Geen doelen
Sienna IM is een 3-jarige vermogensbeheerder. Onze Chief Sustainability Officer werd onlangs aangenomen in 2023. Daarnaast is in 2023 ook onze Chief Client Officer aangenomen. In de toekomst zullen interne beleidslijnen, procedures en overeenkomstige doelen worden vastgesteld.
Het belangrijkste uitvoerende governance orgaan van SIM is het Managementcomité (ManCo). De ManCo valideert de gedragscode en delegeert aan een van zijn governance Comités (het Group Risk en Compliance Comité, voorgezeten door de CEO van SIM) de vaststelling van het Groepsbeleid dat via procedures op entiteitsniveau wordt uitgevoerd. De GRCC en het ManCo zorgen ervoor dat er een passende interne controlestructuur aanwezig is. Controles worden uitgevoerd op basis van het "three lines of defense" principe. De eerste verdedigingslinie bestaat uit controles die zijn ingebed in de operationele processen, de tweede lijn bestaat uit teams die zich toeleggen op controles (risico- en nalevingsteams) en de derde lijn is de interne audit die ervoor zorgt dat de interne controle passend is voor onze activiteiten en adequaat wordt uitgevoerd. De bevindingen van controles of audits worden in de comités voor risico en naleving van de entiteiten geëvalueerd en de belangrijkste bevindingen worden gerapporteerd aan de Raad van Bestuur van de betrokken entiteiten en aan het hoofdkantoor (via de GRCC of het Managementcomité). In geval van wijzigingen in de Gedragscode, en minstens om de drie jaar, valideert het Toezichthoudend orgaan van de SIMgroep (Raad van Bestuur van de SIM) de belangrijkste principes van de Gedragscode van SIM.
Wat betreft administratief en managementtoezicht op Zakelijk gedrag, en aangezien de meeste van onze activiteiten zijn gereguleerd, opereren we in een strenge controleomgeving. De werknemer moet opgeleid zijn en sommige "gevoelige" functies moeten specifieke examens afleggen (AMF-certificaat voor Algemeen Management, FO en verkoop). Daarnaast moeten de personen die belast zijn met de Controlefuncties (Hoofd Naleving en Interne Controle) worden goedgekeurd door het toezichthoudende orgaan (AMF). De toezichthoudende organen (Raden van Bestuur en daarmee gelijk te stellen organen) bestaan uit ervaren professionals, die goed op de hoogte zijn van de regelgeving en de ethiek van het bedrijfsleven. Sommige opleidingen (AML/FT bijvoorbeeld) zijn verplicht voor werknemers en Bestuursleden in bepaalde landen.
Bij Sienna IM worden trainingen slechts als een deel van de "expertise" van het management beschouwd. Er is geen verplicht opleidingsprogramma dat uitsluitend voor managers is bestemd; in plaats daarvan zijn opleidingen ontworpen voor alle werknemers, voornamelijk gericht op cyberbeveiliging en AML/FT. Deskundigheid wordt meer geïllustreerd door ervaring en de vereiste certificeringen om bepaalde belangrijke functies te vervullen.
Het proces om materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft aspecten van zakelijk gedrag in kaart te brengen, is tijdens het opstellen van de DMA geëvalueerd (zie ESRS 2). Alle relevante criteria, zoals locatie, activiteit, sector en de structuur van de transactie, zijn in aanmerking genomen bij deze evaluatie.
[IRO 16] : Risico's verbonden aan de niet-naleving van Sienna's waarden en verschillende codes, ESG-beleid en ESG processen die investeringen en dagelijkse activiteiten beheersen (wat zich kan manifesteren als reputatie- en regelgevingsrisico).
[IRO 17] : Financiële en operationele risico's in verband met het niet-naleving van ethische regels (persoonlijke transacties, geschenkverklaringen en externe functies/mandaten, fraude, marktmanipulatie, beroepsfouten of andere wet- en regelgeving van de financiële sector, enz.).
[IRO 18] : Risico verbonden aan onvoldoende AML/CFT due diligence.
[IRO 19] : Risico verbonden aan de niet-naleving van (i) ESG regelgeving waaraan Sienna onderworpen is (SFDR, Art29 LEC, CSRD, PRI, enz.), (ii) verwachtingen van toezichthouders (AMF), (iii) toezeggingen van Sienna (PRI, SBTi) en (of) (iv) mandaten gerelateerde verzoeken.
[IRO 20] : Risico verbonden aan de publicatie van financiële verslagen en informatie die vereist is door bestaande en zich ontwikkelende regelgeving, met het risico op significante onjuistheden.
[IRO 21]: Risico's verbonden aan de algemene IT-omgeving (inclusief hardware, netwerk, back-upsystemen, software, enz.), de integriteit van de gegevens van Sienna en cyberbeveiliging (pogingen tot fraude en hacking).
Het belangrijkste beleid ten aanzien van kwesties inzake zakelijk gedrag wordt beschreven in de Gedragscode van de SIM-groep (Gedragscode GBL) of in de gedragscode van gereglementeerde entiteiten. Deze codes geven duidelijke richtlijnen (aan de hand van praktijkvoorbeelden) voor de ethische waarden van de groep in het zakelijk gedrag. Het verspreidt een sterke bedrijfscultuur op elk groepsniveau en samenhang binnen de groep op het gebied van bedrijfscultuur in het algemeen en hoe potentiële belangenconflicten in het bijzonder te identificeren en te beheersen. Daarnaast zijn procedures en interne controle opgezet om deze waarden te handhaven.
Het interne controle systeem en de risico mapping identificeren de belangrijkste risico's en mitiganten op het niveau van de SIM Groep. Verschillende andere risicokaarten, vaak gestuurd door wettelijke verplichtingen, maken een uitgebreidere evaluatie mogelijk van risico's en de potentiële impacts ervan, alsmede van mitiganten. Er wordt een controleplan opgesteld om voornoemde risico's te monitoren en te beperken. Bevindingen en uitzonderingen worden geëvalueerd in verschillende toezichthoudende organen (op uitvoerend niveau: Risicocomité en Managementcomité en, indien nodig, op governance niveau zoals de Raad van Bestuur). Er zijn procedures op 'globaal' niveau (gedragscode, beleid inzake belangenconflicten) of op een meer 'operationeel niveau' (AMF/FT, klokkenluider, preventie van marktmisbruik, cyberbeveiliging, werknemersethiek, ...).
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
Het door Sienna IM in het kader van deze ESRS beschreven beleid voldoet volledig aan deze eisen.
N.v.t. - Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van hun beleid.
N.v.t. – Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat bij het bepalen van het beleid geen rekening is gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
N.v.t. - Dit is niet relevant voor het beleid van Sienna IM omdat het beleid niet beschikbaar wordt gesteld aan potentieel getroffen stakeholders, noch aan stakeholders die moeten helpen bij de uitvoering ervan.
Sienna's DNA is om doelgericht te handelen om de toekomst te beschermen. Daarom zijn we volledig betrokken bij de ontwikkeling van onze gemeenschappen, zowel op bedrijfsniveau als op het niveau van onze stakeholders: onze ondernemingen waarin is geïnvesteerd, onze klanten, de gebieden waar we investeren en onze teams.
Sienna's rol is om de economie direct te financieren met een middellange tot lange termijn visie, daarom zijn we toegewijd aan de bedrijven waarin we investeren. Daarom hebben we een ambitieuze CSR Strategie ontwikkeld, zowel voor Sienna als voor onze ondernemingen waarin is geïnvesteerd. Daarom richten we ons systematisch op klimaat, biodiversiteit en DE&I (Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie) uitdagingen en doen we ons best om real-life oplossingen te implementeren.
We baseren ons op de Gedragscode van GBL. Onze eigen Gedragscode is een work in progress. Onze bedrijfscultuur is gebaseerd op onze vier bedrijfswaarden. Deze waarden zijn "Duurzame innovatie: we onderscheiden ons door ons vermogen om te innoveren met investeringsoplossingen op lange termijn die rekening houden met milieu, sociale en economische uitdagingen", "Klantgericht: we richten ons in onze hele organisatie op de behoeften van de klant", "cohesie: we werken samen in een geest van solidariteit, ongeacht onze expertise, beroepen of functies, zodat we samen kunnen bouwen" en "wendbaarheid: als onderneming zijn we in staat om ons snel aan te passen aan onvoorziene veranderingen en opkomende trends met behoud van strategische, operationele en menselijke continuïteit.
Naast verschillende regels en beleidslijnen en de interne controle (beschreven in het "Interne controle systeem en risico mapping", uitgegeven in oktober 2023 en dat in 2025 moet worden bijgewerkt), die het mogelijk maken om inbreuken of inadequaat gedrag te identificeren, te verhelpen en (of) te escaleren, heeft SIM Groep een "klokkenluidersprocedure" op Groepsniveau opgezet, die meldingen van interne of externe stakeholders via een externe speciale en beveiligde website opvangt, die strikte vertrouwelijkheid garandeert. Dit beleid en de link naar de speciale website zijn beschikbaar op de SIM hoofdwebsite.
In overeenstemming met de huidige verordeningen, met name onder de Algemene Verordening van de Franse Autoriteit voor Financiële Markten (AMF), heeft Sienna Gestion een operationeel beleid vastgesteld en handhaaft dit beleid voor het opsporen en beheren van belangenconflicten. Dit beleid is geschikt gezien de omvang, organisatie, aard, betekenis en complexiteit van de activiteiten. Deze procedure omvat specifiek de volgende elementen: De beschrijving van situaties die aanleiding kunnen geven tot belangenverstrengeling en een significant risico kunnen inhouden om de belangen van een of meer klanten te schaden in het kader van de vermogensbeheeractiviteiten van Sienna Gestion. De procedures en maatregelen die moeten worden genomen om deze conflicten te beheersen.
Alle werknemers of dienstverleners die namens Sienna Gestion optreden, kunnen te maken krijgen met fraudegevallen, ongeacht hun niveau van hiërarchie of functie. De beheersing van het interne frauderisico wordt uitgevoerd op het niveau van de informatiesystemen: het computerautorisatieproces legt de keten van verantwoordelijkheden, prioriteiten, scheiding tussen toepassingen en het voorkomen van belangenconflicten vast; speciale testomgevingen worden apart van de activiteiten onderhouden. Workflows binnen tools maken taaksegmentatie tussen verschillende diensten en meerdere verificatieniveaus mogelijk (bijvoorbeeld voor orders en netto-activawaarden). Daarnaast zijn boekhoudkundige procedures en controles opgezet om het frauderisico te beheersen: delegatie van autoriteit en handtekeningen, procedures voor betalingen aan leveranciers, waarbij de DRCCI (Risk, Compliance, and Internal Control Department) ook de verificatie van de betrouwbaarheid van bankrekeninginstellingen en de doeltreffendheid van controles op het eerste niveau in haar jaarlijkse controleplan opneemt. Bovendien voert de DRCCI doorlopend toezicht uit om het risico op marktmisbruik te beheersen; aangezien deze kwestie kan overlappen met fraude en witwassen, wordt ze wekelijks gecontroleerd door risicomanagers en wordt er een specifiek beleid gevoerd. De meeste fraudes zijn echter strafbare feiten die tot vervolging kunnen leiden (met name in het kader van de strafrechtelijke classificaties van diefstal, fraude, vertrouwensbreuk, valsheid in geschrifte en gebruik van vervalste documenten, enz.) en worden bestraft met een gevangenisstraf van 3 tot 5 jaar en een geldboete van 375.000 euro.
Bij Sienna IM wordt een anti-corruptie/anti-omkopingsbeleid gehanteerd dat in overeenstemming is met het VN-verdrag tegen corruptie.
Er wordt de laatste hand gelegd aan een globaal beleid dat principes, procedures, escalatieproces en verplichte training voor alle werknemers hergroepeert en dat in Q1 2025 van kracht zou moeten zijn. Houd er rekening mee dat er in het overgrote deel van onze omtrek al verschillende procedures tegen corruptie en omkoping bestaan als onderdeel van de verplichte interne controle van gereglementeerde entiteiten.
N.v.t.
Sienna IM heeft een "klokkenluidersprocedure" op Groepsniveau opgezet, die meldingen van interne of externe stakeholders opvangt via een externe speciale en beveiligde website, die strikte vertrouwelijkheid garandeert. De link naar een speciale website is beschikbaar op de hoofdwebsite van Sienna IM, zodat elke stakeholder deze kan gebruiken indien nodig. De volledige procedure wordt beschikbaar gesteld aan de werknemers van Sienna op het intranet van Sienna.
De referenten binnen de klokkenluidersregeling zijn de General Counsel en de Chief Risk en Compliance Officer die goed op de hoogte zijn van het wettelijke kader bij de behandeling van meldingen. Bestaande maatregelen om haar eigen werknemers die als klokkenluiders optreden, te beschermen tegen represailles, overeenkomstig met toepasselijk recht tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad zijn opgenomen in de Klokkenluidersregeling.
Sienna IM biedt een intern rapporteringskanaal voor klokkenluiders via een beveiligde link die 24/7 beschikbaar is vanaf elk apparaat. Deze koppeling is het enige rapporteringskanaal voor alle SIM-entiteiten, waarbij ervoor wordt gezorgd dat alle informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, wordt gecodeerd en opgeslagen in een veilige, onafhankelijke omgeving. Klokkenluiders worden aangemoedigd om hun identiteit bekend te maken om wettelijke bescherming te genieten, maar ze kunnen er ook voor kiezen anoniem te blijven en te communiceren via een beveiligde dialoogbox.
Externe rapporteringskanalen zijn ook beschikbaar. In Frankrijk kunnen klokkenluiders een certificering van hun status aanvragen bij de verdediger van rechten of zich melden bij het AMF via verschillende middelen, waaronder elektronische formulieren, post, telefoontjes of persoonlijke bijeenkomsten. In Luxemburg worden onafhankelijke en autonome externe rapporteringskanalen opgezet door bevoegde autoriteiten zoals de CSSF, de CAA, het ITM en andere. Deze kanalen maken zowel schriftelijke als mondelinge rapportering mogelijk, zodat klokkenluiders hun zorgen effectief kunnen communiceren.
Openbaarmaking is strikt wettelijk geregeld. Klokkenluiders worden beschermd als zij eerst intern en extern, of direct extern, melden en er binnen de wettelijke termijn geen passende maatregelen worden genomen. Zij worden ook beschermd indien zij redelijkerwijs van mening zijn dat de schending een onmiddellijk of duidelijk gevaar voor het algemeen belang vormt of indien er vanwege de omstandigheden van het geval een risico op represailles of onvoldoende maatregelen bestaat. De behandeling van meldingen wordt beheerd door een aangewezen Referent, die zorgt voor de ontvankelijkheid en behandeling van de melding, eventueel met de hulp van een Rapporteringsmanagementcomité en een team van onderzoekers en deskundigen.
De bescherming van klokkenluiders is gegarandeerd zolang zij onafhankelijk, onpartijdig en te goeder trouw een feit melden dat zij persoonlijk hebben meegemaakt. De informatie moet "noodzakelijk en evenredig zijn om de betrokken belangen te beschermen" en moet in overeenstemming zijn met de klokkenluidersprocedures en regelgeving. Als aan deze criteria wordt voldaan, zijn klokkenluiders niet strafrechtelijk aansprakelijk voor het onthullen van feiten, zelfs niet in gevallen van bankgeheim. Bovendien kunnen klokkenluiders niet worden onderworpen aan ontslag, sancties of enige vorm van directe of indirecte discriminatie, met name wat betreft hun beloning of loopbaan.
Klokkenluiders, maar ook facilitators of derden zijn beschermd tegen elke vorm van represaille zolang zij te goeder trouw hebben gehandeld. Elke disciplinaire maatregel genomen naar aanleiding van een rapport is dus nietig. Klokkenluiders kunnen juridische stappen ondernemen om de disciplinaire maatregel nietig te verklaren en vergoeding te eisen voor de geleden schade. Zij genieten een vermoeden van causaliteit; indien zij bewijzen dat zij een melding via gevestigde kanalen hebben gedaan en een negatief gevolg hebben ondervonden, wordt dit gevolg verondersteld het gevolg te zijn van represailles voor de melding. De werkgever moet dit vermoeden weerleggen door duidelijke, precieze, reële en ernstige redenen te geven die de maatregel rechtvaardigen. Klokkenluiders kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de middelen die worden gebruikt om de openbaar gemaakte informatie te verkrijgen indien zij redelijkerwijs van mening zijn dat hun melding noodzakelijk is om misstanden aan het licht te brengen. Indien zij echter doelbewust wet- en regelgeving of verzwegen feiten hebben geschonden die hadden moeten worden gemeld en niet onafhankelijk, onpartijdig en te goeder trouw hebben gemeld, worden zij blootgesteld aan civiele en (of) strafrechtelijke vervolging en disciplinaire maatregelen. Elke druk die op een klokkenluider wordt uitgeoefend om de melding van een signalering te belemmeren, vormt een strafbaar feit waarvoor disciplinaire en strafrechtelijke sancties gelden.
N.v.t. klokkenluidersregeling / -procedure
N.v.t.
Alle procedures die in de groep worden toegepast, beschrijven de regels en processen, de controle en de rapportering. Daarnaast wordt in de klokkenluidersregeling beschreven hoe een anonieme alarmering kan worden ingesteld indien de normale interne controle procedures de betrokken kwestie niet afdoende aanpakt.
We beschikken over procedures om incidenten op het gebied van zakelijk gedrag snel, objectief en onafhankelijk te onderzoeken.
N.v.t. wat betreft de activiteiten van Sienna IM.
Elke entiteit heeft een opleidingsplan opgesteld dat in verhouding staat tot haar activiteiten (vooral gereglementeerde entiteiten moeten hun toepasselijke regelgeving naleven). Er is een nieuw opleidingsplatform opgezet (skill-up platform). We werken momenteel aan een "verplicht opleidingsplan" op groepsniveau met een formele follow-up via het Skill-up platform (in 2025 zal bijvoorbeeld anticorruptietrainingen worden georganiseerd voor alle werknemers van de groep).
Het verplichte opleidingsplan voor Sienna IM is op dit moment nog niet volledig vastgesteld, met een gerichte implementatie gepland voor de tweede helft van het jaar. Minimaal om de twee jaar worden verplichte trainingen gegeven over AML/CFT en cyberbeveiliging (en marktmisbruik voor de relevante teams). Bovendien worden alle nieuwe werknemers bij hun indiensttreding opgeleid over de gedragscode.
Beleid inzake belangenconflicten brengt situaties (en betrokken werknemers) in kaart die onderhevig kunnen zijn aan corruptierisico. De belangrijkste categorieën betrokken functies zijn: algemeen management, inkoopdivisies, investeringsbeheerteams, verkoop- en marketingteams.
Sienna IM heeft beleid en maatregelen vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidsonderwerpen in kwestie en hoeft dus geen redenen te vermelden waarom zij dat beleid of die maatregelen niet heeft vastgesteld.
Ons anticorruptie anti-omkopingsbeleid is in overeenstemming met de VN-conventie tegen corruptie en een reeks procedures ter uitvoering van dit beleid (bijvoorbeeld: beheer van belangenconflicten, geschenken en voordelen, klokkenluidersregeling, AML/FT, persoonlijke transacties, aankoopbeleid ...). Elke procedure beschrijft regels, controles en rapportering/alarmeringsproces.
Het is werknemers verboden om geschenken, voordelen of compensatie te vragen aan derden met wie Sienna Gestion communiceert. Geschenken, zowel ontvangen als gegeven, moeten voldoen aan de gebruikelijke zakelijke praktijken, binnen grenzen blijven die de integriteit en onpartijdigheid van werknemers en, omgekeerd, van de professionals met wie Sienna Gestion regelmatig samenwerkt, niet in gevaar brengen. In geval van onzekerheid moet het advies van de DRCCI worden ingewonnen. Bepaalde situaties rechtvaardigen de weigering om een geschenk te accepteren. De waarde van een geschenk mag niet hoger zijn dan 200 euro. Als een werknemer een geschenk ontvangt ter waarde van of boven dit bedrag, moet hij dit eerst melden aan de DRCCI en het geschenk vervolgens teruggeven aan de derde partij die het heeft verzonden. Geschenken die tijdens de eindejaarsvakantie worden ontvangen, worden niet bewaard door de beoogde ontvangers; ze worden samengevoegd voor een loterij die openstaat voor alle werknemers van de beheermaatschappij.
De waarde van geschenken, amusement of voordelen aangeboden aan een klant of partner mag niet hoger zijn dan 200 euro per persoon.
In Artikel L531-36 van de Franse monetaire en financiële wet wordt de Autoriteit voor financiële markten (Autorité des Marchés Financiers, AMF) belast met het toezicht op de naleving door vermogensbeheerders van de toepasselijke wettelijke verplichtingen.
In dit verband is Sienna Gestion verplicht een systeem voor de controle en bewaking van verdachte transacties in te voeren. De AMF General Regulation specificeert de voorwaarden voor het opzetten van risicobeoordelings- en beheersystemen op het gebied van antiwitwaspraktijken en antiterrorismefinanciering (AML/CTF) en definieert de interne procedures en controlemaatregelen die moeten worden geïmplementeerd door vermogensbeheerders.
Sienna Gestion is onderworpen aan AML/CTF verplichtingen:
Het interne controle systeem, inclusief de controle van corruptie- en omkopingsrisico's, is georganiseerd op basis van het "three lines of defense" principe. De eerste verdedigingslinie bestaat uit controles die zijn ingebed in de operationele processen, de tweede lijn bestaat uit teams die zich toeleggen op controles (risico- en nalevingsteams) en de derde lijn is de interne audit die ervoor zorgt dat de interne controle passend is voor onze activiteiten en adequaat wordt uitgevoerd. De bevindingen van controles of audits worden in de comités voor risico en naleving van de entiteiten geëvalueerd en de belangrijkste bevindingen worden gerapporteerd aan de Raad van Bestuur van de betrokken entiteiten en aan het hoofdkantoor (via de GRCC of het Managementcomité). Potentiële problemen met betrekking tot corruptie en omkoping zouden worden geanalyseerd door de RCCI, of het Hoofd Naleving en Interne Controle (voor gereglementeerde entiteit is de RCCI een gecontroleerde functie door het AMF en rapporteert aan de CEO of de Voorzitter van de Raad), en gerapporteerd aan het hoger management en de Raad van de entiteit en aan de Chief Risk en Compliance Officer van Sienna IM (SIM) Group. Deze organisatie garandeert de onafhankelijkheid van controlefuncties (en governance en controle comité) van de managementketen die bij de zaak betrokken is.
Elke entiteit van de Groep zorgt ervoor dat de anticorruptie-/anti-omkopingsregeling effectief is door de implementatie van controles en een passende rapportering. De interne rapportering van de entiteiten omvat een rapportering die minstens jaarlijks wordt voorgelegd aan het Risk en Compliance Comité (of daarmee gelijk te stellen comités) of bij het Managementcomité (of het Uitvoerend Comité) en ten minste jaarlijks bij de Raad van Bestuur wordt ingediend in het geval van meldingen. Het jaarverslag wordt samen met een "waarschuwingsnota" aan het CRCO van de SIM toegezonden voor elk geval van corruptie dat wordt gedetecteerd (uiterlijk binnen vijf werkdagen na de ontdekking).
Sienna IM heeft een procedure om incidenten van corruptie en (of) omkoping te voorkomen, op te sporen.
Procedures worden meegedeeld (evenals eventuele wijzigingen) bij de aanwerving van een nieuwe werknemer (vast, tijdelijk of stagiairs). Daarnaast zijn alle procedures beschikbaar op het intranet van de betrokken entiteit. Het opleidingsprogramma (ondanks dat het niet alle bestaande procedures omvat) is ook een manier om stagiair te blijven van toepasselijke procedures.
Risicocomité. Zij rapporteert de resultaten van deze audits regelmatig aan het Management en het Comité en doet indien nodig aanbevelingen om de naleving van ethische verplichtingen te verbeteren. De DRCCI biedt ook advies en ondersteunende diensten aan werknemers.
We communiceren het beleid en geven opleidingen naast de wettelijke certificeringen. Bovendien bestaan onze teams grotendeels uit ervaren professionals. Bepaalde trainingen, zoals die over cyberbeveiliging, worden afgesloten met een quiz die een minimumscore vereist om de training als voltooid te beschouwen. Dit zorgt ervoor dat het publiek de implicaties van het beleid volledig begrijpt.
Het nieuwe algemene beleid inzake omkoping en corruptie voorziet in een verplichte opleiding voor alle werknemers van de Groep. Deze verplichte opleiding voor alle medewerkers (en niet alleen direct betrokken functies) staat gepland voor Q3 2025.
0,00%
In 2024 werd geen opleiding gegeven over onderwerpen op het gebied van zakelijk gedrag.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
De maatregelen die Sienna IM in het kader van deze ESRS beschrijft, voldoen volledig aan deze vereisten, indien relevant.
Het is de eerste oefening van Sienna IM, dus er zijn geen voorgaande perioden.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
N.v.t. - De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en (of) Capex.
Sienna IM heeft beleid en maatregelen vastgesteld met betrekking tot de specifieke duurzaamheidsonderwerpen in kwestie en hoeft dus geen redenen te vermelden waarom zij dat beleid of die maatregelen niet heeft vastgesteld.
Gereglementeerde entiteiten binnen de SIM-groep hebben een uitgebreide reeks procedures en controles ontwikkeld op basis van een risicomapping om de risico's op corruptie en omkoping te beoordelen en te beheersen. Hoewel dergelijke procedures niet binnen de scope van "loi Sapin II" vallen, wordt in de verordening gevraagd om dergelijke procedures voor investeringsbeheeractiviteiten. In 2025 wordt een verplichte opleiding voor alle werknemers ingevoerd, Als gevolg van deze opzet hebben we niet te maken gehad met incidenten van corruptie of omkoping en zijn we niet veroordeeld (of hebben we geen boete opgelegd gekregen) in verband met een overtreding van de anticorruptie- of antiomkopingswetgeving.
Bij Sienna IM bestaan de middelen die aan controles zijn gewijd in de eerste plaats uit het RCCI (Hoofd Naleving en Interne Controle) en hun nalevingsteam. Inclusief het relevante personeel zijn er ongeveer 7 tot 8 personen betrokken bij alle risico- en nalevingsonderwerpen.
0
0
0,00 EUR
0,00 EUR
0,00%
0
N.v.t., geen bevestigde incidenten van corruptie of omkoping geïdentificeerd.
0
0
N.v.t.
Sienna IM beschikt niet over een specifiek systeem om dit soort incidenten te monitoren. En dergelijke incidenten hebben zich niet voorgedaan. Interne processen zorgen ervoor dat dergelijke incidenten aan de betrokken Governance organen worden gerapporteerd en tijdens vergaderingen van het controlecomité worden besproken. Dit soort incidenten zijn niet gemeld. Ten behoeve van de rapportering door de CSRD werd de RCCI van de betrokken entiteiten gevraagd te bevestigen dat dergelijke incidenten zich niet hebben voorgedaan, en dit werd bevestigd.
Geen externe validatie van deze maatstaven. Label en definieer de maatstaf met behulp van betekenisvolle, duidelijke en precieze namen en beschrijvingen
Sienna IM beschikt niet over een specifiek systeem om dit soort incidenten te monitoren, En dergelijke incidenten hebben zich niet voorgedaan. Interne processen zorgen ervoor dat dergelijke incidenten aan de betrokken Governance organen worden gerapporteerd en tijdens vergaderingen van het controlecomité worden besproken. Dit soort incidenten zijn niet gemeld. Ten behoeve van de rapportering door de CSRD werd de RCCI van de betrokken entiteiten gevraagd te bevestigen dat dergelijke incidenten zich niet hebben voorgedaan, en dit werd bevestigd.
Sienna IM beschikt niet over een specifiek systeem om dit soort incidenten te monitoren. En dergelijke incidenten hebben zich niet voorgedaan. Interne processen zorgen ervoor dat dergelijke incidenten aan de betrokken Governance organen worden gerapporteerd en tijdens vergaderingen van het controlecomité worden besproken. Dit soort incidenten zijn niet gemeld. Ten behoeve van de rapportering door de CSRD werd de RCCI van de betrokken entiteiten gevraagd te bevestigen dat dergelijke incidenten zich niet hebben voorgedaan, en dit werd bevestigd.
Sienna IM ESG strategie is gebaseerd op vier fundamentele pijlers, die elk bijdragen aan een alomvattende en verantwoorde investeringsaanpak:
[IRO 22] : Opportuniteit voor outperformance door ESG criteria rekening houdend met ESG criteria in de activiteiten en investeringen van Sienna.
[IRO 23] : Risico verbonden aan het beheer van ESG gegevens (rechtstreeks van bedrijven of gegevensverstrekkers).
[IRO 24] : Financieel, juridisch en (of) reputatierisico als gevolg van relaties met geïnvesteerde ondernemingen die negatieve milieu, sociale en (of) governance impacts hebben.
[IRO 25] : Opportuniteit om sustainable finance te bevorderen bij de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd (stemgedrag en engagement) en bij ngo's en overheidsinstanties (advocacy).
Het ESG beleid van Sienna IM is erop gericht de strategie en governance te bepalen voor het integreren van milieu, sociale en governance overwegingen in het hart van de activiteiten van Sienna.
Het doel van dit ESG en verantwoord investeringsbeleid is om de strategie, het beleid en governance toe te lichten die voorhanden zijn om ESG overwegingen in de activiteiten van Sienna te integreren. Het beschrijft de verbintenissen en richtlijnen van de onderneming voor de implementatie van de drie ESG pijlers. Met dit ESG beleid biedt Sienna een duidelijk kader waarnaar alle Groepsbedrijven kunnen verwijzen in hun verschillende beleid, integratie benaderingen ESG-beleid, integratie benaderingen, doelstellingen en ambities.
Dit beleid verwoordt de verbintenissen van de onderneming en de richtingen voor de implementatie van de drie ESG pijlers. Het dient als een kader voor alle Groepsbedrijven en vormt een aanvulling op het Corporate Governance Charter, de Gedragscode, het Diversiteit en Inclusiebeleid en het Uitsluitingsbeleid.
Het ESG Beleid is van toepassing op alle entiteiten binnen Sienna IM en is openbaar beschikbaar op de website van Sienna IM.
Het ESG Beleid werd in december 2022 meegedeeld aan de Raad van Bestuur en wordt om de drie jaar geëvalueerd om de relevantie en effectiviteit ervan te waarborgen.
Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van het ESG Beleid.
Bij het bepalen van het ESG Beleid is geen rekening gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
[IRO 22] : Opportuniteit voor outperformance door ESG criteria rekening houdend met ESG criteria in de activiteiten en investeringen van Sienna.
[IRO 23] : Risico verbonden aan het beheer van ESG gegevens (rechtstreeks van bedrijven of gegevensverstrekkers).
[IRO 24] : Financieel, juridisch en (of) reputatierisico als gevolg van relaties met geïnvesteerde ondernemingen die negatieve milieu, sociale en (of) governance impacts hebben.
Het Uitsluitingsbeleid van Sienna IM omvat zowel normatieve als sectorale uitsluitingen. Normale uitsluitingen zijn gebaseerd op controversieel gedrag en wettelijk verplichte uitsluitingen, waarbij kaders zoals het UN Global Compact, de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en de OECD-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen in acht worden genomen. Sienna sluit investeringen uit in organisaties die betrokken zijn bij ernstige schendingen van deze principes en in controversiële jurisdicties vermeld onder EU Sancties.
Sectorale uitsluitingen betreffen controversiële wapens, pornografie, tabak en fossiele brandstoffen. Sienna sluit investeringen uit in organisaties die rechtstreeks betrokken zijn bij de ontwikkeling, de productie, het onderhoud en de verhandeling van controversiële wapens; Het beleid sluit ook investeringen uit in organisaties die betrokken zijn bij de productie van pornografische inhoud, prostitutie en seksindustrie, de tabaksindustrie; en bedrijven die betrokken zijn bij thermische steenkool en onconventionele olie- en gasactiviteiten.
Andere uitsluitingen kunnen worden toegepast op fonds- of mandaatniveau vanwege specifieke verzoeken van klanten, fondspositionering of labelvereisten. Industrieën met mogelijke uitsluitingen, zoals palmolie, gokken, GGO's of ontbossing, worden geval per geval geëvalueerd door Sienna's ESG onderzoeksprofessionals. Hoewel het Uitsluitingsbeleid bedoeld is om zonder uitzondering te worden toegepast, moeten alle voorgestelde uitzonderingen grondig worden gedocumenteerd en goedgekeurd door de Asset Class General Manager en het ESG Strategisch Comité, met permanente monitoring en jaarlijkse herevaluatie. De naleving van de bestaande portefeuille van het Uitsluitingsbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd.
Het Uitsluitingsbeleid is van toepassing op alle entiteiten binnen Sienna IM en is openbaar beschikbaar op de website van Sienna IM.
Het Uitsluitingsbeleid werd voor het eerst meegedeeld aan de Raad van Bestuur in december 2022 en wordt om de drie jaar geëvalueerd om de relevantie en doeltreffendheid ervan te waarborgen. Het werd geëvalueerd in 2024 en gevalideerd door het Managementcomité van Sienna IM.
Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van het Uitsluitingsbeleid.
Bij het vaststellen van het uitsluitingsbeleid is geen rekening gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
[IRO 22] : Opportuniteit voor outperformance door ESG criteria rekening houdend met ESG criteria in de activiteiten en investeringen van Sienna.
[IRO 23] : Risico verbonden aan het beheer van ESG gegevens (rechtstreeks van bedrijven of gegevensverstrekkers).
[IRO 24] : Financieel, juridisch en (of) reputatierisico als gevolg van relaties met geïnvesteerde ondernemingen die negatieve milieu, sociale en (of) governance impacts hebben.
Het biodiversiteitsbeleid is erop gericht biodiversiteit op transparante wijze te integreren in belangrijke fasen van investeringsprocessen en -activiteiten. Erkend wordt dat de duurzaamheid van investeringen nauw verbonden is met de gezondheid van ecosystemen. Dit beleid weerspiegelt een engagement voor proactief en verantwoord milieubeheer.
Bewustwording wordt vergroot, stakeholders worden betrokken en uitgebreide biodiversiteitsbeoordelingen worden opgenomen in investeringsprocessen om risico's te beperken en actief bij te dragen aan het behoud van biodiversiteit.
Er worden inspanningen geleverd om de ecologische voetafdruk te minimaliseren, biodiversiteitsvriendelijke praktijken bij klanten en partners aan te moedigen en te voldoen aan internationale kaders en regelgevende vereisten zoals IPBES, COP15, SFDR, EU Taxonomie en Artikel 29 van de Energie-Klimaatwet.
Het Biodiversiteitsbeleid is van toepassing op alle entiteiten binnen Sienna IM en is openbaar beschikbaar op de website van Sienna IM.
Het Biodiversiteitsbeleid werd gevalideerd door het Managementcomité in december 2023.
Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van het Biodiversiteitsbeleid.
Bij het vaststellen van het biodiversiteitsbeleid is geen rekening gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
Dit klimaatstappenplan is beschreven in ESRS E1.
[IRO 25] : Opportuniteit om sustainable finance te bevorderen bij de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd (stemgedrag en engagement) en bij ngo's en overheidsinstanties (advocacy).
Het Engagementbeleid definieert aandeelhoudersbetrokkenheid als de praktijk van het beïnvloeden van bedrijfsgedrag en strategie met een focus op ESG kwesties. Het beleid benadrukt de noodzaak voor ondernemingen om hun ESG praktijken te verbeteren binnen een gestructureerd kader dat een directe dialoog en duurzaam toezicht omvat. Sienna IM's engagement doelstellingen zijn:
Het Engagementbeleid is van toepassing op Sienna Gestion. Het engagementbeleid wordt gevalideerd door de Raad van Bestuur van Sienna Gestion.
Het Engagementbeleid is openbaar beschikbaar op de website van Sienna IM.
Sienna IM heeft geen standaarden of initiatieven van derden ingeschakeld bij de implementatie van het Engagementbeleid.
Bij het bepalen van het Engagementbeleid is geen rekening gehouden met de belangen van de belangrijkste stakeholders.
Ondanks het uitgebreide beleid dat is opgezet, heeft Sienna IM ook een groot aantal transversale ESG initiatieven geïmplementeerd. Deze maatregelen tonen Sienna IM's toewijding aan het integreren van duurzame praktijken in al haar activiteiten, waarbij traditionele beleidskaders worden overstegen om een holistische benadering van milieu-, sociale en governance kwesties te waarborgen. Door samenwerking tussen verschillende afdelingen te bevorderen en gebruik te maken van de expertise van gespecialiseerde teams, zorgt Sienna IM ervoor dat ESG overwegingen worden verweven in het weefsel van haar bedrijfscultuur en investeringsstrategieën, waardoor haar positie als leider in verantwoord investeren wordt versterkt.
Belangenbehartiging is van het grootste belang voor Sienna. Sienna maakt dan ook deel uit van verschillende Franse, Europese en internationale initiatieven. De volledige lijst is beschikbaar op de website van Sienna.
In 2015 heeft Sienna IM zich officieel gecommitteerd aan verantwoord investeren door de Principles for Responsible Investment (PRI) te ondertekenen, een vrijwillig internationaal initiatief dat in 2006 is gelanceerd.
Onderschrijven van de PRI impliceert de toepassing van zes principes:
De hechting aan PRI wordt elk jaar vernieuwd. Sienna IM vult op verzoek de rapportering- en beoordelingsvragenlijst van de PRI in om de voortgang te toetsen aan de 6 Principes. Het resultaat van de beoordeling is te vinden op de website van Sienna.
Bovendien zijn de fondsen van specifieke Sienna IM gecertificeerd door publiek erkende labels (zoals het Franse SRI-label of het Greenfinlabel), die getuigen van de naleving van strenge ESG investeringscriteria en de focus op milieuvriendelijke financiële producten. Sienna IM heeft gereageerd op openbare raadplegingen over het aanscherpen van de keurmerkcriteria.
Sienna IM heeft geen materiële impacts op de entiteitspecifieke ESRS.
Er werd geen voorafgaande informatie verschaft.
De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en / of Capex
Sienna IM neemt ook deel aan tal van andere internationale initiatieven zoals het UN Global Compact (UNGC), het Carbon Disclosure Project (CDP), de TaskForce on Climate-related Financial Disclosures (TCFD), de TaskForce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD), SBTi, maar ook tal van lokale initiatieven. De gedetailleerde lijst van deze initiatieven is gepubliceerd op de website van Sienna IM.
In januari 2024 heeft Sienna IM zich aangesloten bij het Science Based Targets initiative (SBTi), waarbij ze zich ertoe heeft verbonden om wetenschappelijk onderbouwde kortetermijndoelstellingen vast te stellen voor het verminderen van broeikasgasemissies binnen de komende twee jaar. Dit streven sluit aan bij de doelstelling om uiterlijk in 2050 een net-zero scenario te bereiken, in een poging de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal +1,5°C.
De SBTi is een klimaatactieorganisatie die bedrijven en financiële instellingen wereldwijd in staat stelt actief deel te nemen aan de bestrijding van de klimaatcrisis. Met zijn strenge methodologieën en criteria begeleidt en ondersteunt het SBTi deelnemers bij het bepalen en behalen van ambitieuze emissiereductiedoelstellingen in overeenstemming met de nieuwste klimaatwetenschap.
Sienna IM is actief betrokken bij het verbeteren van verantwoorde investeringspraktijken in heel Frankrijk en neemt deel aan belangrijke nationale initiatieven. De betrokkenheid van het bedrijf blijkt uit de lidmaatschap van de AFG's Responsible Investment Commissie, de diversiteit en impactverklaringen van France Invest en de club voor sustainable development. Sienna IM werkt ook samen met het Franse Duurzame Investeringsforum (FIR) en het Instituut voor Sustainable Finance, en draagt bij aan impactvolle werkgroepen en onderschrijft vastgestelde definities van impact. Daarnaast is de expertise van Sienna IM op het gebied van onderhandse leningen al lange tijd lid van het Institute of Financial Professions en het Sustainable Real Estate Observatory (OID), en is de expertise op het gebied van genoteerde activa lid van de op solidariteit gerichte vereniging FAIR.
Sienna IM heeft geen materiële impacts op de entiteitspecifieke ESRS.
Er werd geen voorafgaande informatie verschaft.
De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en / of Capex.
Sienna IM neemt ook deel aan samenwerking rond klimaatkwesties (FIR – "Say on Climate" investeerderscampagne, Klimaatactie 100+); kwesties rond biodiversiteit (Finance for Biodiversity Pledge en Finance Statement on Plastic Pollution); en kwesties rond diversiteit (Club 30 Frankrijk).
Het Engagementbeleid definieert aandeelhoudersbetrokkenheid als de praktijk van het beïnvloeden van bedrijfsgedrag en strategie met een focus op ESG kwesties. Het beleid benadrukt de noodzaak voor ondernemingen om hun ESG praktijken te verbeteren binnen een gestructureerd kader dat een directe dialoog en duurzaam toezicht omvat. Sienna IM's engagement doelstellingen zijn:
Dit engagement wordt gezien als een concrete actie die een aanvulling vormt op de SRI-analyse, met als doel het beheer van ESG risico's en opportuniteiten aanzienlijk te verbeteren. Het beleid categoriseert betrokkenheid als reactief of proactief.
Sienna IM's betrokkenheid bij haar Engagementbeleid mondt uit in de publicatie van een jaarlijks engagementverslag. Dit rapport geeft een uitgebreide catalogus van de uitkomsten van de engagementactiviteiten van de onderneming, met gedetailleerde informatie over de vooruitgang en ontwikkelingen die bedrijven hebben geboekt bij het verbeteren van hun ESG praktijken. Het dient als een bewijs van Sienna IM's proactieve en reactieve betrokkenheidsinspanningen en biedt transparantie en verantwoording voor de verantwoorde investeringsstrategie van het bedrijf.
Het nastreven van prestaties op lange termijn in de investeringen van Sienna IM wordt ook bereikt door de ondersteuning en opleiding van geïnvesteerde ondernemingen. Sienna IM's engagementstrategie wordt gerealiseerd door dialoog met bedrijven en engagement acties, voornamelijk in het kader van collectieve initiatieven. Deze maatregelen hebben tot doel impact te hebben op ondernemingen door hen aan te moedigen om de ESG uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd beter aan te pakken.
Sienna AM France is actief in de private schuldsector, die verschilt van vermogensbeheerbedrijven die zich richten op beursgenoteerde effecten. Als kredietverstrekker in plaats van aandeelhouder heeft Sienna AM France niet de mogelijkheid om effecten te kopen of te verkopen, waardoor haar mogelijkheden om traditionele escalatieprocessen toe te passen die in engagementstrategieën worden gebruikt, worden beperkt. De onderneming kan geen invloed uitoefenen door te stemmen of resoluties in te dienen, noch kan zij haar positie verminderen of verkopen. Haar invloed wordt voornamelijk uitgeoefend tijdens de transactieopzet, waar zij zich moet committeren aan de looptijd van de lening.
Ondanks deze beperkingen treedt Sienna AM France in contact met kredietnemers in het kader van haar kredietverleningsactiviteiten. De meeste transacties (ongeveer 80%) zijn bilaterale transacties, waardoor een diepgaande eerste dialoog met de kredietnemer mogelijk is. Tijdens de transactieopzet zorgt Sienna AM France ervoor dat de kredietnemer zich ertoe verbindt jaarlijkse ESG data te verstrekken. Daarnaast neemt het bedrijf voor impactfondsen die door Sienna AM France zijn ontwikkeld, waar mogelijk Sustainability Linked Loan (SLL) clausules op. Deze clausules zijn het resultaat van uitvoerig overleg met de kredietnemer en schrijven voor dat deze moet voldoen aan vooraf vastgestelde bedrijfsgerelateerde indicatoren. Zij zijn streng en kunnen renteverhogingen omvatten als sancties voor het niet halen van de doelen.
Sienna IM heeft geen materiële impacts op de entiteitspecifieke ESRS.
Er werd geen voorafgaande informatie verschaft.
De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en / of Capex.
Sienna Gestion verbindt zich ertoe te stemmen op aandelen in portefeuille, ongeacht het aantal aandelen dat ze bezit. Omwille van kostenoverwegingen zal er voornamelijk gestemd worden op ondernemingen met hoofdkantoor in Frankrijk. Stemmen op buitenlandse aandelen is beperkt tot de belangrijkste posities in de portefeuille en is alleen van toepassing op activa aangehouden bij onze bewaarders, CACEIS en BNP Paribas Securities Services.
Voor Franse aandelen wordt er rechtstreeks gestemd en niet gedelegeerd aan een volmachtadvieskantoor. Voor buitenlandse aandelen maakt Sienna Gestion gebruik van de diensten van het volmachtadvieskantoor ECGS (Expert Corporate Governance Services). Sienna Gestion leent geen effecten uit voor de aandelen in haar portefeuille en wordt dus niet beïnvloed door de uitgifte van uitgeleende effecten tijdens de algemene vergaderingen. Het bedrijf stemt zijn analyse af op specifieke situaties in het belang van de aandeelhouder, fondsdeelnemer of investeerder onder een bestuursmandaat bij Sienna Gestion. Sienna Gestion ondersteunt het principe van "één aandeel-één stem-één dividend".
Bovendien is Sienna Gestion transparant in haar toewijding aan verantwoorde investeringspraktijken door haar stem- en engagementverslagen online op haar website te publiceren. Dit stelt stakeholders in staat om toegang te krijgen tot en de actieve deelname van het bedrijf aan zakelijke governance en de inspanningen om ESG praktijken te beïnvloeden, te bekijken.
Sienna IM heeft geen materiële impacts op de entiteitspecifieke ESRS.
Er werd geen voorafgaande informatie verschaft.
De uitvoering van dit actieplan voor Sienna IM vereist geen significante Opex en / of Capex
Er zijn geen maatstaven en doelen geïmplementeerd in de oefening van Sienna IM in 2024, op het onderdeel Entiteitspecifiek.
Sienna IM verwacht dat alle doelen die binnen de entiteitspecifieke sectoren zijn bepaald, zullen worden aangenomen. Het tijdschema voor het bepalen van deze doelen wordt momenteel bepaald.
Dit is de eerste oefening voor Sienna IM en de sectorale normen voor vermogensbeheerders worden nog steeds verwacht. Effectiviteit van beleid en maatregelen wordt gemonitord wat betreft materiële duurzaamheidsgerelateerde impacts, risico's en opportuniteiten.
De duurzaamheidsverklaring van Imerys, zoals gepresenteerd in deze Appendix van GBL's geconsolideerde duurzaamheidsverklaring, moet samen met Imerys zijn Jaarverslag boekjaar 2024 worden gelezen dat te vinden is op Publicaties | Imerys. Opgemerkt moet worden dat de verantwoordelijkheid met betrekking tot de inhoud van het Jaarverslag van Imerys bij Imerys blijft en dat de informatie op deze website geen deel uitmaakt van en niet is opgenomen door middel van verwijzing in deze duurzaamheidsverklaring.
Het duurzaamheidsrapport van de Groep is opgesteld op geconsolideerde basis en heeft betrekking op alle activiteiten waarover de Groep operationele controle uitoefent, met dezelfde reikwijdte als de financiële staten in hoofdstuk 6 van het Universeel Registratie Document. Ze omvat elke juridische entiteit die eigendom is van Imerys en volledig geconsolideerd is (d.w.z. Imerys bezit direct of indirect 50% of meer belangen met operationele controle) en de rapporteringsstructuur weerspiegelt in het algemeen de zakelijke en financiële organisaties alsook de juridische structuur van de Groep. Bovendien worden juridische entiteiten gewoonlijk uitgesplitst in verschillende locaties voor de betrokken indicatoren. Enkele uitzonderingen die hierna worden beschreven, worden af en toe in dit algemene kader gemaakt om rekening te houden met bijzondere operationele omstandigheden. Er bestaan op Groepsniveau beleidslijnen en richtsnoeren om het verzamelen van milieu en sociale gegevens uit de activiteiten van de Groep te regelen.
De duurzaamheidsrapportering van de Groep bevat informatie over de materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft de activiteiten van de Groep en geconnecteerd met Imerys via zijn directe en indirecte zakelijke relaties in de upstream- en downstream waardeketen volgens de uitkomst van de materialiteitsanalyse.
Imerys duurzaamheidsrapport is opgesteld als onderdeel van de eerste toepassing van de wettelijke en reglementaire vereisten na de omzetting van de Europese richtlijn betreffende de publicatie van duurzaamheidsinformatie voor bedrijven (Corporate Sustainability Reporting Directive) ("CSRD Richtlijn") en in overeenstemming met de ESRS uitgegeven door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) en goedgekeurd door de Europese Unie voor de rapporteringsperiode van 1 januari 2024 tot 31 december 2024. Dit geconsolideerde duurzaamheidsverslag is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van het management en goedgekeurd en geautoriseerd voor publicatie door de raad van bestuur.
Het duurzaamheidsprogramma en de rapporteringsbenadering van de Groep is coherent met kaders zoals de International Financial Rapporteringsstandaarden (IFRS), de Financial Stability Board Task Force on Climate-gerelateerde Financial Disclosures (TCFD) aanbevelingen, de Sustainability Accounting Standards Board (SASB) standaarden voor Metalen en Mijnbouw, de Global Reporting Initiative (GRI) Sustainability Reporting Guidelines ("Core" optie), de UN Global Compact, de UN Guiding Principles over Business en Human Rights, Organization for Economic Cooperation and Development (OECD) Richtlijnen, International Organization for Standardization (ISO) 26000 en de International Labour Organization (ILO) Fundamental Conventions.
Bovendien steunt de duurzaamheidsverklaring van de Groep op informatie die gepubliceerd is in overeenstemming met artikel L. 225-102-1 van het Franse Wetboek van Koophandel, dat de publicatie vereist van een Waakzaamheidsplan dat de redelijke waakzaamheidsmaatregelen beschrijft die binnen de Groep zijn genomen om risico's op te sporen en ernstige gevolgen te voorkomen voor de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, de menselijke gezondheid en veiligheid en het milieu die voortvloeien uit de activiteiten van de Groep, zijn dochterondernemingen en zijn onderaannemers en leveranciers, in Frankrijk en in het buitenland. Het Waakzaamheidsplan wordt gepresenteerd in Deel II van dit hoofdstuk
De duurzaamheidsrapportering van de Groep omvat informatie op basis van vastgestelde tijdshorizonten zoals beschreven in de volgende tabel. De tijdshorizonten voor informatieverschaffing over klimaatverandering zijn afgestemd op de stresstest voor de analyse van risico's en opportuniteitsscenario's gepresenteerd in [ESRS E1] van dit hoofdstuk, die betrekking heeft op transitierisico's (industriële risico's, marktgerelateerde risico's en opportuniteiten) en fysieke risico's.
| Tijdshorizon | Klimaatverandering | Alle andere thema's |
|---|---|---|
| Korte termijn | Van de rapporteringsperiode tot 2030 | Rapporteringsperiode |
| Middellange termijn | Van 2030 tot 2040 | Van de rapporteringsperiode naar vijf jaar |
| Lange termijn | Van 2040 tot 2050 | Meer dan vijf jaar vanaf de rapporteringsperiode |
Dit eerste jaar van toepassing van de CSRD wordt gekenmerkt door veel onzekerheden. Naast de problemen die inherent zijn aan de stand van de wetenschappelijke of economische kennis en de kwaliteit van de gebruikte externe gegevens, blijven er verschillende interpretaties van de teksten bestaan waarvoor verdere verduidelijkingen van normalisatie- of regelgevingsinstanties worden verwacht, met name met betrekking tot de sectorale toepassingsnormen van het ESRS of de toepassing van de technische criteria van de Taxonomieverordening.
De opstelling van het duurzaamheidsverslag is dus gebaseerd op de kennis, gegevens, normatieve interpretaties en informatie die op de datum van voorbereiding beschikbaar zijn. Imerys kan zijn inzicht in de vereisten van de ESRS-normen verbeteren wanneer aanvullende aanbevelingen, interpretaties en/of marktposities beschikbaar worden met betrekking tot de implementatie ervan.
De dubbele materialiteit van de Groep is uitgevoerd aan de hand van gegevens die beschikbaar waren op het moment van de beoordeling. In de komende jaren verwacht de Groep verbeteringen te zien in de kwaliteit, dekking en beschikbaarheid van gegevens, gedreven door toegenomen rapporterings- en openbaarmakingsverplichtingen. Imerys is dan ook van plan het toepassingsgebied van de beoordeling uit te breiden tot downstreamactiviteiten en verdere positieve impacts.
Bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring maakt Imerys een bepaald aantal schattingen en oordelen over de erkenning en meting van impacts, risico's en opportuniteiten. Bepaalde kwantitatieve indicatoren, met name scope 3 BKG-emissies en waterindicatoren, zijn onderhevig aan meetonzekerheid als gevolg van de beperkingen in schattingsmethoden volgens de industriestandaard, numerieke modellering en de beschikbaarheid en kwaliteit van gegevens, waaronder het gebruik van gegevens van derden. Aangezien methoden en gegevensbronnen kunnen evolueren, kunnen sommige cijfers verouderd zijn en kunnen updates van methodologieën en aannames tot verschillende resultaten of conclusies leiden. In de rapporteringsvereiste [MDR-M] van dit hoofdstuk wordt ingegaan op processen voor gegevensverzameling, aannames en berekeningsmethoden van de indicatoren die in dit verslag worden gegeven.
Het transitieplan van de Groep om klimaatverandering tegen te gaan geeft uitleg over eerdere, huidige en toekomstige inspanningen om de strategie en het bedrijfsmodel af te stemmen op een duurzame economie. Het stellen van klimaatgerelateerde doelen en het uitvoeren van maatregelen vereist toekomstgericht denken en langetermijnplanning. Toekomstprojecties zijn gebaseerd op de huidige inzichten, verwachtingen en schattingen, en zijn onzeker door veranderende wetenschappelijke kennis, nieuwe methodologieën, verschillende standaarden, toekomstige marktomstandigheden en technologische vooruitgang. Deze beoordelingen zullen verder evolueren en mogen niet worden gezien als projecties van toekomstige prestaties.
Vanaf 31 december 2024 worden sommige maatstaven niet of slechts gedeeltelijk bekendgemaakt, met name wat betreft:
Maatstaven met betrekking tot verontreinigende stoffen [ESRS E2]: in de European Pollutant Release and Transfer Register (EPRTR) en het aanwijzen van locaties die de EPRTR-drempels overschrijden, die kunnen verschillen van de wettelijke drempels die wereldwijd van toepassing zijn op Imerys-locaties. In 2025 zal de groep werken aan het verbeteren van de rapporteringsprocessen voor alle geïdentificeerde verontreinigende stoffen en het verbeteren van de kwantificering ervan om te zorgen voor uitgebreide en nauwkeurige informatieverschaffing. Voor dit eerste jaar van rapportering zijn de gepubliceerde indicatoren daarom beperkt tot NOx- en SOx-emissies.
Recycleerbaarheid van mijnafval en minerale producten [ESRS E5]: De informatievereiste benadrukt het gebrek aan uitgebreide gegevens over de recycleerbaarheid van mijnafval en minerale producten. Imerys zal zijn gecoördineerde inspanningen met relevante stakeholders voortzetten om de vooruitgang in de recycleerbaarheid van mijnafval en minerale producten te beoordelen.
Maatstaven wat betreft biodiversiteit en ecosystemen [ESRS E4]: Deze informatieverschaffing is complexer dan andere ESRS vanwege het brede toepassingsgebied, het onderling verbonden karakter en de uitdagingen bij het verzamelen en meten van gegevens. Imerys heeft een aanpak geïmplementeerd om zijn operationele sites te prioriteren op basis van hun potentiële ecologische impact, gebruikmakend van het uitgebreid in kaart brengen van ecologische contexten. In 2025 zal de Groep de laatste hand leggen aan de kwantificering van oppervlaktes van de sites in of nabij beschermde gebieden of belangrijke biodiversiteitsgebieden.
Betalingspraktijken leveranciers [ESRS G1-6]: Gezien de voortdurende uitrol van een nieuwe geconsolideerde leveranciersoplossing die in 2024 start, heeft Imerys het percentage betalingen van leveranciers niet kunnen rapporteren dat is afgestemd op de standaardbetalingsvoorwaarden zoals vereist door ESRS G1. Deze indicator zal worden ontwikkeld om in de komende jaren te worden gemonitord.
Imerys zet zich in om deze problemen aan te pakken door middel van voortdurende analyse, verbeterde stakeholderbetrokkenheid en de uitrol van nieuwe dataoplossingen, met als doel uitgebreidere rapportering over deze onderwerpen in de daaropvolgende jaren.
Scope 3-broeikasgasemissies (BKG) worden berekend door de activiteitsgegevens te vermenigvuldigen met specifieke emissiefactoren. In het BKG Protocol worden de aanbevolen Scope 3-berekeningsmethoden beschreven. Elke methode stemt overeen met een bepaalde mate van precisie en de minimumvereisten zijn afhankelijk van het voor elke emissiecategorie beoordeelde materialiteitsniveau. Binnen een categorie broeikasgasemissies kunnen verschillende benaderingen voor subcategorieën worden gevolgd:
De scope van de milieu informatie geïntegreerd van [ESRS E1] tot en met [ESRS E5] van dit hoofdstuk omvat alle mijnbouw- en productieactiva/-faciliteiten die door Imerys worden beheerd. De term "activa beheerd door Imerys" sluit commerciële activiteiten, verkoopen administratieve kantoren en projecten op de sites van klanten uit.
De nieuw verworven activiteiten worden met vertraging opgenomen in het Imerys Health and Safety rapporteringssysteem, zodat de betrokken activiteiten voldoende tijd hebben om het Imerys Health and Safety System te integreren en het integratieproces ervan te volgen volgens het beleid voor de Integratie van nieuwe overnames1 . De nieuw verworven onderneming Chemviron van 31.12.2024 is uitgesloten van de geconsolideerde cijfers. Deze uitzondering heeft geen materiële invloed op de in dit verslag gepresenteerde resultaten en algemene prestaties. Alle overige materiële duurzaamheidsinformatie met betrekking tot in 2024 overgenomen ondernemingen zijn opgenomen in deze duurzaamheidsverklaring.
Een deel van de door het CSRD vereiste informatie is door middel van verwijzing opgenomen in overeenstemming met ESRS 2, om de leesbaarheid te vergroten, overbodigheden te vermijden en de algemene samenhang van de gerapporteerde informatie te waarborgen. Daarom zijn de details over de Duurzaamheidsverklaring van de Groep te vinden in de vier volgende hoofdstukken van dit Universeel Registratie Document:
Het volledige overzicht van de structuur van het Duurzaamheidsverslag volgens ESRS en de lijst van informatievereisten zijn beschikbaar in informatieverschaffing [IRO-2] van dit hoofdstuk.
1 De termijn voor het opnemen van dergelijke activiteiten in de rapportering is tot 1 januari van het volgende kalenderjaar na de integratieperiode van 12 maanden.
In 2024 heeft de Groep belangrijke gebeurtenissen meegemaakt die van invloed zijn geweest op deze Duurzaamheidsverklaring:
Om de voortgang in de richting van de doelen voor broeikasgasemissies van de Groep nauwkeurig te monitoren, kan de emissie-inventaris van het basisjaar worden herberekend in geval van een herberekening, zoals hieronder gedefinieerd, die leidt tot een aanzienlijke toename/ daling1 van emissies:
Deze herberekeningsbeginselen zijn van toepassing op de andere milieuthema's in dit verslag.
De Groep heeft de processen voor gegevensconsolidatie en kwaliteitscontrole gestructureerd om de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de rapportering te waarborgen. Deloitte en PricewaterhouseCoopers Audit hebben de verificatiediensten voor duurzaamheidsrapportering verleend en een beperkte zekerheid rapport afgegeven over de certificering van duurzaamheidsinformatie en de verificatie van de informatieverschaffing onder Artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 met betrekking tot eind 2024 rapport met beperkte zekerheid is beschikbaar in sectie 1.8 van dit hoofdstuk.
1 De grenswaarde is vastgesteld op + /- 5% van de Broeikasgasemissies van de Groep (Scope 1 en 2).
Directe autoriteit & rapportering Interacties
Opmerking: Hoofdstuk 4 van het Universeel Registratie Document bevat meer informatie met betrekking tot de Corporate governance structuur, de rol en diversiteit van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en de integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen zoals gepresenteerd in de informatieverschaffing [GOV-1], [GOV-2] en [GOV-3].

De Raad van Bestuur houdt rekening met Duurzaamheidskwesties bij de bepaling en herziening van de strategie van de Groep. Meer specifiek bepaalt het meerjarige strategische richtingen, inclusief richtingen met betrekking tot sociale en milieuverantwoordelijkheid, en evalueert het de behaalde resultaten. In overeenstemming met de aanbevelingen van het Compensatiecomité neemt het Duurzaamheidsindicatoren op in de prestatiecriteria die worden gebruikt om de jaarlijkse variabele beloning van de CEO te bepalen, evenals de duurzaamheidsindicatoren in de criteria voor de prestatievoorwaarden van het lange termijn incentiveplan dat de CEO van de Groep en bepaalde belangrijke werknemers ten goede komt. Minstens twee keer per jaar behandelt de agenda van de Raad van Bestuur Duurzaamheidsgerelateerde kwesties tijdens de vergaderingen.
Het Strategie en Duurzaamheidscomité doet aanbevelingen aan de Raad van Bestuur over de strategische oriëntaties van de Groep, inclusief industriële, commerciële, financiële en innovatiestrategieën, alsook die met betrekking tot sociale en milieu verantwoordelijkheid, waaronder klimaatverandering. Zij controleert de methoden die door het Uitvoerend Management worden gebruikt om deze strategie uit te voeren, met het actieplan en de termijnen waarbinnen deze maatregelen zullen worden uitgevoerd.
– Het Auditcomité monitort zorgvuldig het proces van opstelling en controle van duurzaamheidsinformatie, waaronder impacts, risico's en opportuniteiten, om naleving en kwaliteit tijdens het hele proces te waarborgen. Het Comité onderzoekt de resultaten van de werkzaamheden van interne en externe auditors en van de dienst interne controle. Het volgt aanbevelingen op, met name wat betreft risicoanalyse, corrigerende maatregelen en de ontwikkeling van de risicomapping van de Groep. Het Comité richt zich op materiële impact, risico's en opportuniteiten op het gebied van duurzaamheid en houdt ook toezicht op de rapportering over duurzaamheid. Het Auditcomité geeft aanbevelingen aan het Uitvoerend Management over het identificeren, meten en monitoren van de belangrijkste potentiële impacts, risico's en opportuniteiten binnen afgebakende gebieden.
Het Compensatiecomité doet aanbevelingen aan de Raad van Bestuur met betrekking tot het compensatiebeleid voor de CEO en de prestatiegerelateerde aandelen incentiveplannen voor de lange termijn voor de Groep, inclusief duurzaamheidscriteria.
Het Benoemingscomité doet aanbevelingen aan de Raad met betrekking tot de voorgestelde benoeming van Directieleden, de structuur en de voorzitters van de Comités in overeenstemming met het door de Raad uitgestippelde Diversiteitsbeleid.
De ESG Referent Director staat het Strategie en Duurzaamheidscomité en de Raad van Bestuur bij in het waarborgen van de integratie van duurzaamheid in strategische beslissingen, bewaakt de afstemming van de strategie op de duurzaamheidsrichtlijnen van de Raad van Bestuur, ondersteunt het Auditcomité in duurzaamheidsrapportering en toezicht op de impact, risico's en opportuniteitenbeheer. Ze zorgt er ook voor dat relevante duurzaamheidscriteria worden opgenomen in de beloning van directieleden, helpt bij het beoordelen van duurzaamheidsinformatie en coördineert de inspanningen van de verschillende comités van de Raad van Bestuur. Meer in het algemeen coördineert en zorgt de ESG Referent Director voor consistentie tussen het werk van de comités op het gebied van duurzaamheid. In die context heeft de ESG Referent Director de bevoegdheid om aanbevelingen te doen over duurzaamheidskwesties, meer bepaald over de belangrijkste potentiële impacts, risico's en opportuniteiten voor de Groep in de gedefinieerde domeinen en om agendapunten voor te stellen voor de vergaderingen van de Raad van Bestuur, om zo een volledige integratie te verzekeren in de governancestructuur en de besluitvormingsprocessen van Imerys.
Het Uitvoerend Comité van Imerys, onder het toezicht en de validatie van de Raad van Bestuur, vertrouwt op het Duurzaamheidscomité om de ambitie en de doelstellingen van de Groep te definiëren op het vlak van Duurzaamheidskwesties om waardecreatie op lange termijn te bevorderen via het duurzaamheidsprogramma SustainAgility.
Het SustainAgility-programma, geleid door de Chief Sustainability Officer, wordt overzien door een Duurzaamheidscomité dat wordt voorgezeten door de CEO van de Groep. Het Duurzaamheidscomité komt elk kwartaal bijeen en is belast met het vaststellen van de duurzaamheidsambitie en doelen van de Groep, het monitoring van de duurzaamheidsrapportering, het valideren van de belangrijkste mijlpalen en het begeleiden en monitoren van de uitvoering van de voortgang van de doelstellingen van de Groep.
Het Risicocomité coördineert de risicobeoordeling, het beheer en de controles binnen de Groep. Zij bestaat uit vertegenwoordigers van de gespecialiseerde comités en van de operationele en ondersteunende diensten. Het wordt geleid door de Vice-President van Internal Audit & Control. Het Risicocomité draagt in het bijzonder bij aan de identificatie en beoordeling van de belangrijkste risico's voor de Groep binnen de risicokaart van de Groep.
De rol en verantwoordelijkheden van de volgende comités worden in verschillende afdelingen van dit hoofdstuk uitvoerig beschreven. Deze comités zorgen voor de uitvoering van specifieke beleidslijnen, procedures en controles om de impacts, risico's en opportuniteiten binnen hun respectieve thema's te beheersen. Raadpleeg de secties van de onderstaande tabel voor meer informatie.
| Thematische Comités | Duurzaamheidskwesties behandeld door het comité | Sectie |
|---|---|---|
| Duurzaamheidscomité | Definitie van de duurzaamheidsambitie en validatie van de roadmap. Toezicht op alle | [ESRS 2 GOV-1], |
| milieuaangelegenheden, waaronder klimaatverandering, biodiversiteit en landherstel, afvalbeheer, waterbehoud, verontreinigingspreventie |
sectie 1.1.2.1 | |
| Ethisch Comité | Anti-omkoping, antitrust, Duty of Care, internationale sancties, bescherming van persoonsgegevens en bescherming van klokkenluiders |
ESRS [G1-1 G1-2, G1-3], sectie 1.4.1.3, 1.4.1.4 & 1.4.1.5 |
| Gezondheid- en Veiligheidscomité | Gezondheid en veiligheid van Imerys werknemers, medewerkers niet in loondienst, en andere | [ESRS S1], |
| werknemers | sectie 1.3.1.4 | |
| Klimaatveranderingscomité | Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | [ESRS 2 GOV-3-E1], sectie 1.2.2.1 |
| DEI-comité | Diversiteit, gelijkheid en inclusie, waaronder gelijkheid tussen man en vrouw, nationaliteit, handicap en inclusiebewustzijn voor minderheden en/of kwetsbare bevolkingsgroepen |
[ESRS S1-1], |
| sectie 1.3.1.5 | ||
| Product Stewardship comité | Persoonlijke veiligheid consumenten en/of eindgebruikers | [ESRS S4-1], |
| sectie 1.3.4.2 | ||
| Duurzaam inkoopcomité | Verantwoord inkopen met inbegrip van milieu-, sociaal en bedrijfsethisch beheer van de leveranciers | Waakzaamheidsplan Deel II, |
| [ESRS S2] |
Het SustainAgility Operationeel Comité helpt verder te bouwen op de vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt en versnelt de implementatie van een consistente en alomvattende aanpak van duurzaamheid binnen de zes pijlers van SustainAgility. Dit SustainAgility Operationeel Comité, voorgezeten door de Chief Sustainability Officer van de Groep en samengesteld uit functionele leiders, duurzaamheidsdirecteurs en sponsors van elke Business Area, is verantwoordelijk voor de coördinatie van de uitvoering van het SustainAgility-programma.
Duurzaamheidsprogramma uitvoering is binnen de operationele verantwoordelijkheid van elke Business Area, die samenwerkt met de duurzaamheidsexperts en de duurzaamheidsafdeling om voor bedrijfsgebieden specifieke doelen te bepalen in lijn met het beleid en de doelstellingen van de Groep.
Het proces voor evaluatie van de vaardigheden en deskundigheid van Bestuursleden wordt beschreven in sectie 4.1.1, Hoofdstuk 4, paragraaf Expertise en ervaring van bestuursleden van het Universeel Registratie Document. De specifieke vaardigheden en competenties van Bestuursleden wat betreft duurzaamheidskwesties worden in de onderstaande tabel gepresenteerd, op basis van hun zelfbeoordeling. Deze evaluatie betreft materiële impacts, risico's en opportuniteiten op milieu- (waaronder klimaatverandering, biodiversiteit en ecosystemen), sociale en governance thema's.
De opleiding van Bestuursleden is een lopend proces. Toegang tot gerichte online opleiding via Imerys Learning Hub wordt gepromoot bij Bestuurders over de volgende hoofdthema's: milieubeheer, klimaatverandering, biodiversiteit, ethiek en naleving. Naast online trainingen werd er in 2024 een speciale klimaattraining van 2 uur georganiseerd waaraan zeven Bestuursleden deelnamen. Bovendien hebben diverse Bestuurders aangegeven dat zij in het bijzonder gedurende het jaar opleidingen hebben gevolgd op het gebied van klimaatverandering en bedrijfsethiek.
| Vaardigheden/ervaring op het gebied van duurzaamheid |
Sociaal / Human Resources |
Ethiek en zakelijk gedrag |
Deugdelijk Bestuur | Klimaatverandering | Biodiversiteit en ecosystemen |
|---|---|---|---|---|---|
| Patrick Kron | |||||
| Stéphanie Besnier | |||||
| Bernard Delpit | |||||
| Laurent Favre | |||||
| Ian Gallienne | |||||
| Paris Kyriacopoulos | |||||
| Annette Messemer | |||||
| Laurent Raets | |||||
| Lucile Ribot | |||||
| Véronique Saubot | |||||
| Rein Dirkx (waarnemer) |
Expertkennis Diepgaande kennis Fundamentele kennis
In de loop van 2024 waren de belangrijkste verantwoordelijkheden en werkzaamheden die door de Raad, zijn Comités en de ESG Referent Director met betrekking tot duurzaamheidskwesties werden behandeld, de volgende:
| Bestuur en/of Comité | Samenvatting van duurzaamheidsgerelateerde werkzaamheden behandeld tijdens de rapporteringsperiode |
|---|---|
| Raad van Bestuur: | Evaluatie van essentiële duurzaamheidsprestatie-indicatoren eind 2023 |
| Analyse van de resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse met betrekking tot de potentiële en daadwerkelijke impacts en de financiële risico's en opportuniteiten |
|
| Evaluatie van de voortgang van het duurzaamheidsstappenplan en de bijbehorende middellange termijn doelstellingen tot 2025, met inbegrip van de evaluatie en validatie van 3 nieuwe doelstellingen en doelen voor nieuw materiële thema's die tijdens de dubbele materialiteitsanalyse zijn geïdentificeerd |
|
| Evaluatie en validering van het Klimaattransitieplan | |
| Herziening van de strategie en prestaties van de Groep inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie | |
| Strategie en Duurzaamheidscomité | Herziening van de koolstofarme elektriciteitsstrategie van de Groep |
| Analyse van de resultaten van studies over klimaatrisico's en -opportuniteiten en validatie van prioriteiten voor klimaatadaptatie | |
| Auditcomité | Herziening van de 2023 Déclaration de Performance Extra-Financière en niet-financieel verslag en verklaring van de auditor |
| Evaluatie en validatie van de benoeming van externe auditors voor 2024 | |
| Evaluatie van de vooruitgang van de Duurzaamheidsverklaring 2024 | |
| Evaluatie van de missie, het verslag en de verklaring van de auditor voor 2024 | |
| Compensatiecomité | Evaluatie en validatie van duurzame prestatiecriteria en doelen (inclusief klimaatgerelateerde) die van toepassing zijn op (i) de jaarlijkse variabele beloning van de CEO, en (ii) prestatiegerelateerde aandelen incentiveplannen voor de lange termijn voor de leden van het Uitvoerend Comité van de Groep, in overeenstemming met de SustainAgility roadmap voor 2025 |
| Benoemingscomité | Herziening van de duurzaamheidsgerelateerde vaardigheden en deskundigheid van de Bestuursleden als onderdeel van de jaarlijkse evaluatie van het Bestuur. |
| ESG Referent Director | Evaluatie en coördinatie van de presentatie van alle duurzaamheidsthema's aan de Raad en Comités |
| Comités op uitvoerend niveau | Samenvatting van duurzaamheidsgerelateerde werkzaamheden behandeld tijdens de rapporteringsperiode |
|---|---|
| Duurzaamheidscomité | Evaluatie van essentiële duurzaamheidsprestatie-indicatoren eind 2023 |
| Evaluatie en validatie van het tijdschema en de voortgang van de CSRD-implementatie | |
| Analyse van de resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse met betrekking tot de potentiële en daadwerkelijke impacts en de financiële risico's en opportuniteiten |
|
| Evaluatie en validatie van het Klimaattransitieplan en evaluatie en prioritering van de resultaten van de fysieke en transitierisicobeoordeling van het klimaat |
|
| Evaluatie van de voortgang van het duurzaamheidsstappenplan en de daarmee samenhangende doelstellingen voor de middellange termijn tot 2025, met inbegrip van de evaluatie en validatie van 3 nieuwe doelstellingen en doelen voor nieuw materiële thema's die tijdens de dubbele materialiteitsanalyse zijn geïdentificeerd, evenals een gedetailleerde beoordeling van de voortgang van de roadmap voor biodiversiteit en water |
|
| Evaluatie van interne duurzaamheidsinitiatieven (SD Challenge planning en resultaten) | |
| Risicocomité | Beoordeling en actualisering van de risicokaart van de Groep |
| Beoordeling van dubbele materialiteitsimpact, risico- en opportuniteitsscenario's en analyse van de resultaten | |
| Ethisch Comité | Beoordeling van de implementatie van het nalevingsprogramma |
| Beoordeling en validatie van het Duty of Care-programma en publicatie van het Waakzaamheidsplan van de Groep | |
| Gezondheid- en Veiligheidscomité | Beoordeling van gezondheid- en veiligheidsprestaties, belangrijkste initiatieven van het programma, auditbevindingen |
| Klimaatveranderingscomité | Beoordeling van rapportage over broeikasgasemissies, klimaatwerkstroomplanning en voortgang |
| Beoordeling van de klimaatprojectpijplijn en de bijbehorende Capex en Opex | |
| Beoordeling van het Klimaattransitieplan | |
| Beoordeling van de resultaten van de klimaatfysieke en transitierisicobeoordeling | |
| Diversiteit, Equity & Inclusie Comité | Beoordeling van de prestaties van het programma Diversiteit, gelijkheid en inclusie |
| Beoordeling van de voortgang bij de uitvoering van prioritaire maatregelen | |
| Beoordeling en validatie van communicatie- en opleidingscampagnes | |
| Product Stewardship comité | Beoordeling van de uitvoering van het programma en prioritering van maatregelen |
| Duurzaam inkoopcomité | Beoordeling van prestaties van het verantwoord inkoopprogramma |
| Beoordeling en prioritering van het auditprogramma van de leverancier | |
| Beoordeling van de schattingsmethode en rapportering van Scope 3 broeikasgasemissies | |
| Beoordeling van de voortgang bij initiatieven voor emissiereductie van Scope 3 en prioritering van maatregelen |
Opmerking: de belangrijkste kenmerken van beloningsregelingen, de specifieke doelen, de opname van duurzaamheidsgerelateerde prestatiemaatstaven in het remuneratiebeleid en de goedkeuringsprocedure worden beschreven in secties 4.3.2.1 en 4.3.2.2 van het Universeel Registratie Document.
De variabele beloning van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité is gedeeltelijk gebaseerd op duurzaamheidsprestatieindicatoren en opgenomen in het remuneratiebeleid. Deze indicatoren zijn allemaal specifiek voor Imerys, behalve de KPI's wat betreft klimaatverandering en het percentage vrouwen binnen het Uitvoerend Comité. De beloningsstructuur voor de uitvoerende functionarissen is in overeenstemming met de structuur die van toepassing is op de belangrijkste managers van de Groep, met vaste en variabele beloningen (jaarlijks en op lange termijn).
Het doel is om de compensatie af te stemmen op de strategie van de Groep, waarvan duurzaamheid integraal deel uitmaakt. Deze benadering geldt voor variabele plannen op korte en lange termijn, met duurzaamheidsindicatoren gekoppeld aan milieu, sociale en governance doelstellingen bepaald in lijn met de doelstellingen van het SustainAgility programma van de Groep, en inclusief BKG emissies, diversiteit, gelijkheid & inclusie en gezondheid & veiligheid.
Het bedrag van de jaarlijkse variabele remuneratie van de CEO zal in de loop van 2025 door de Raad van Bestuur worden vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin hij heeft voldaan aan de kwantificeerbare criteria inzake financiële en duurzaamheidsprestaties alsook aan de kwalitatieve individuele criteria, onder voorbehoud van de goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
De kwantificeerbare duurzaamheidsprestatiecriteria, die 15% van de jaarlijkse variabele compensatie uitmaken, zijn afkomstig van de "SustainAgility" roadmap van de Groep (zoals uitgewerkt in sectie 1.1.4.2, paragraaf "Imerys' Duurzaamheidsroadmap" van dit hoofdstuk). De doelen worden bepaald, in relatie met het jaar 2022 (met uitzondering van het criterium inzake de vermindering van broeikasgasemissies dat wordt beoordeeld ten opzichte van het basisjaar 2021) en in overeenstemming met de doelstellingen van de Groep voor 2024. De jaarlijkse doelen worden niet openbaar gemaakt om vertrouwelijkheidsredenen, maar zijn intern vastgestelde tussenstappen om de
duurzaamheidsdoelen van de Groep voor 2025 te behalen. De duurzaamheidscriteria worden uitvoeriger beschreven in toelichting (A) beschikbaar in sectie 4.3.2.1 van het Universeel Registratie Document.
Sinds 30 jaar zijn de in aanmerking komende begunstigden van het LTI de Corporate Officer, de leden van het Uitvoerend Comité en de Senior Managers van de Groep. Ze vertegenwoordigt ongeveer 230 tot 250 begunstigden per jaar, d.w.z. 2% van de Groep, in de vorm van prestatie-aandelen, geïndexeerd op basis van de financiële en duurzaamheidsprestatiedoelstellingen van de Groep.
Het prestatieaandeelplan 2024 omvat kwantificeerbare criteria wat betreft de financiële prestaties en duurzaamheidsprestaties van de Groep. De kwantificeerbare duurzaamheidsprestatiecriteria omvatten zowel een klimaatcriterium als andere duurzaamheidsdoelen en worden bepaald in overeenstemming met de doelstellingen van de SustainAgility roadmap van de Groep.
De jaarlijkse variabele beloning van de CEO is gekoppeld aan 10 specifieke duurzaamheidsdoelstellingen en doelen. Het LTI-plan is gekoppeld aan 6 specifieke duurzaamheidsdoelstellingen en doelen, die allemaal strikt zijn afgestemd op de publieke toezeggingen en doelen van de Groep. Hun totale weging bedraagt 15%.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste aspecten en stappen van due diligence van de in dit verslag verstrekte informatie.
| Kernelementen van de due diligence | Referentiesectie en bijbehorende informatieverschaffing |
|---|---|
| Due diligence integreren in governance, strategie en businessmodel | Sectie 1.1.2.1 [ESRS 2 GOV-1] Sectie 1.1.2.2 [ESRS 2 GOV-2] Sectie 1.1.2.3 [ESRS 2 GOV-3] Sectie 1.1.4.2 [ESRS 2 SBM-3] |
| Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van de due diligence | Sectie 1.1.2.2 [ESRS 2 GOV-2] Sectie 1.1.3.2 [ESRS 2 SBM-2] Sectie 1.1.4.1 [ESRS 2 IRO-1] |
| Negatieve impacts in kaart brengen en beoordelen | Sectie 1.1.4.1 [ESRS 2 IRO-1] Sectie 1.1.4.2 [ESRS 2 SBM-3] |
| Maatregelen nemen om die negatieve impacts aan te pakken | Sectie 1.2.2.4 & 1.2.2.5 [ESRS E1-3] Sectie 1.2.3.3 [ESRS E2-2] Sectie 1.2.4.3 [ESRS E3-2] Sectie 1.2.5.4 [ESRS E4-3] Sectie 1.2.6.3 [ESRS E5-2] Sectie 1.3.1.4, 1.3.1.5 & 1.3.1.6 [ESRS S1-4] Sectie 1.3.2.5 [ESRS S2-4] Sectie 1.3.3.6 [ESRS S3-4] Sectie 1.3.4.3 [ESRS S4-4] |
| De effectiviteit van deze inspanningen monitoren en daarover communiceren | Sectie 1.2.2.4 & 1.2.2.5 [ESRS E1-4] Sectie 1.2.3.4 [ESRS E2-3] Sectie 1.2.4.4 [ESRS E3-3] Sectie 1.2.5.5 [ESRS E4-4] Sectie 1.2.6.4 [ESRS E5-3] Sectie 1.3.1.4 & 1.3.1.5 [ESRS S1-5] Sectie 1.3.2.6 [ESRS S2-5] Sectie 1.3.3.7 [ESRS S3-5] Sectie 1.3.4.5 [ESRS S4-5] Sectie 1.6.2 [ESRS 2 MDR-M] |
Vóór elke overname voert de Groep een due diligence uit ten aanzien van de duurzaamheidspraktijken van de Vennootschap in kwestie in overeenstemming met het beleid en de procedures van de Groep Merger & Acquisition (M&A). De due diligence procedure omvat zakelijke, juridische, financiële en fiscale, operationele, inkoop, IT, human resources, milieu, gezondheid en veiligheid, klimaat en lokale stakeholderthema's. Met dit proces wil de Groep beoordelen of de activiteiten van de Vennootschap in overeenstemming zijn met Imerys' sociale en milieu-engagement en dat zijn praktijken in overeenstemming zijn met de duurzaamheidsroadmap van de Groep. Het proces wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de eigenaren van de thema's, door middel van vragenlijsten, interviews, documentbeoordelingen en audits ter plaatse, indien nodig. De evaluatie van de bevindingen wordt gecoördineerd door een due diligence werkgroep. Zij worden meegenomen in de beoordeling van het target en meegenomen bij de beslissing om de overname al dan niet door te zetten. De goedkeuringsprocedure en de interne autorisatieniveaus voor dergelijke beslissingen zijn vastgelegd in de Groep Management Autoriteitsregels. De resultaten van het due diligence proces worden ook meegenomen in de ontwikkeling van het integratieplan bij de succesvolle afsluiting van een overname.
De in 2024 overgenomen ondernemingen worden beschreven in Hoofdstuk 6, "Significant events 2024" van het Universeel Registratiedocument.
Imerys publiceert al meer dan 10 jaar publiek zijn duurzaamheidsprestaties en geeft een derde partij de opdracht om een jaarlijkse verificatie uit te voeren, waardoor een zelf-geëvalueerd naleving gebaseerd maturiteitsniveau1 van de gepubliceerde informatie wordt verzekerd door het verkrijgen van een beperkte zekerheid over het duurzaamheidsverslag. Op korte termijn is de Groep van plan een risicogebaseerde aanpak voor de duurzaamheidsrapportering te implementeren, die bestaat uit:
Het uiteindelijke doel op middellange termijn is reasonable assurance te verkrijgen via een geïntegreerd systeem van interne controles.
Deze Duurzaamheidsverklaring omvat een breder toepassingsgebied van informatie in vergelijking met 2023 en de opstelling ervan heeft veel functionele afdelingen van de Groep betrokken, zoals Financiën, Human Resources, Duurzaamheid, Juridisch, IT, Inkoop en Mijnbouw Resource & Planning. Sommige informatie vereist ook dat gegevens worden verzameld over de hele organisatie, van bedrijfslocatieniveau tot bedrijfsniveau. De heterogeniteit van de materialiteit van thema's, de eigendomsstructuur, de rapporteringsstructuur en het gebruik van de informatie vereist daarom prioritering van de implementatie van interne controle.
De in 2024 uitgevoerde risicoanalyse werd bij voorrang toegepast op kwantitatieve, verplichte en materiële indicatoren die in de volgende thematische categorieën zijn verzameld:

De begrenzingen van de thematische categorieën werden bepaald op basis van de synergieën tussen de vereiste indicatoren, die een vergelijkbaar proces van gegevensverzameling, een vergelijkbaar intern of extern gebruik kennen en eigendom zijn van dezelfde afdeling binnen de organisatie.
De materialiteit van informatie werd bepaald door middel van de dubbele materialiteitsanalyse overeenkomstig met de CSRD-vereisten. De afstemming tussen deze analyse en de risicomapping van de Groep werd uitgevoerd om consistentie tussen de twee benaderingen te waarborgen en in het bijzonder om materiële duurzaamheidsuitdagingen mee te wegen in het risicobeheer van de Groep. De methodologie die voor de dubbele materialiteitsanalyse is gebruikt, wordt beschreven in de informatieverschaffing [IRO-1]] van dit hoofdstuk, terwijl de resultaten van de risicomapping voor de Groep in hoofdstuk 2 worden gepresenteerd.
1 Het op naleving gebaseerde maturiteitsniveau verwijst naar de definitie die KPMG geeft op pagina 5 van het document "strengthen internal controls to navigate the "SOXification" of ESG reporting", gepubliceerd in 2023.
Elk van de hierboven vermelde thematische categorieën werd beoordeeld op groepsniveau aan de hand van de volgende criteria:
Uit de resultaten van de risicobeoordeling kwamen de volgende conclusies naar voren:
De Groep past een risicobeheer kader en interne controle systemen toe op basis van de toepassingsgids gepubliceerd in 2010 door de Franse financiële markten autoriteit (Autorité des marchés financiers, AMF). De Imerys risicobeheer en interne controle systemen omvatten alle gecontroleerde entiteiten binnen de consolidatiescope van de Groep, met inbegrip van nieuw verworven ondernemingen. Door dit systeem in al zijn activiteiten te implementeren, zorgt Imerys ervoor dat het over de governance, het beleid, de procedures, de middelen en het gedrag beschikt die nodig zijn om de verschillende risico's met betrekking tot operationele, industriële, milieu, gezondheid- en veiligheidsprocessen en andere processen te beheren en dat ze efficiënt en effectief zijn.
Daarnaast werkt Imerys voortdurend aan de verbetering van de kwaliteit en nauwkeurigheid van zijn rapportering. Het rapporteringsproces met gegevensverstrekkers en validatoren, alsook de jaarlijkse automatische controles en vergelijkingen in de interne rapporteringsplatformen van Imerys stellen de Groep in staat om de gegevenskwaliteit voortdurend intern te controleren. Processen voor gegevensconsolidatie en kwaliteitscontrole waarborgen de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de rapportering.
De afgelopen jaren zijn er geleidelijk concrete verbeteringen van het interne controle kader doorgevoerd. In 2024 werden twee interne deskundigen aangesteld als interne controle referenten voor de afdeling duurzaamheid en zullen indien nodig maandelijks de bevindingen met relevante interne functies communiceren. De kwartaalrapportering van de belangrijkste indicatoren wordt aan het Duurzaamheidscomité gepresenteerd en de halfjaarlijkse updates over de rapportering worden aan het Auditcomité van de Raad verstrekt. Er wordt jaarlijks een controlemaatregel uitgevoerd, implementatie sinds 2023, om potentiële discrepanties in de rapportering automatisch te identificeren door gegevens van het lopende jaar te vergelijken met gegevens uit de afgelopen periode. Als de verandering boven de gedefinieerde drempelwaarde1 ligt, triggert dit een diepere analyse op gecentraliseerd niveau en een verantwoording op locatieniveau. De prioriteitsstatus van dit verzoek hangt af van de bijdrage aan de waarde van de Groep:
Twee aanvullende algemene beginselen vullen de controlemaatregelen aan:
In de komende jaren zal de Groep zijn inspanningen voortzetten om zijn interne controleomgeving gewijd aan duurzaamheidsrapportering te verbeteren op basis van een permanente analyse van de risico's, de lessen getrokken uit de bevindingen van audits, versterkte documentatie en toegewijde interne controles via een gestructureerde roadmap voor de middellange termijn.
Opmerking: Hoofdstuk 1 van het Universeel Registratie Document bevat meer informatie met betrekking tot de strategie van de Groep, zijn bedrijfsmodel en zijn productaanbod zoals voorgesteld in de informatieverschaffing [SBM-1].
De groeiende vraag naar mineralen die essentieel zijn voor mensenlevens, huizen en economieën betekent een druk op de natuurlijke systemen. Het doel en de kernwaarden van de Groep worden voorgesteld in sectie 1.1.1 van het Universeel Registratie Document, en in volledige afstemming hierop streeft Imerys ernaar mineralen en materialen op lange termijn verantwoord te winnen en te transformeren en duurzame oplossingen te leveren die de samenleving ten goede komen. De Groep zet zich in om een rol te spelen in de samenleving, om te voldoen aan zijn verplichtingen ten aanzien van de landen en gemeenschappen waarin ze actief is, om op te treden als een verantwoorde steward van het milieu en om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling via zijn activiteiten en portfolio van oplossingen.
In 2018 lanceerde de Groep zijn duurzaamheidsprogramma, SustainAgility. Het SustainAgility-programma is ontwikkeld met de nodige aandacht voor de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling2 en belangrijke internationale kaderovereenkomsten zoals de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights, Organization for Economic Cooperation and Development (OECD) Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en de International Labour Organization (ILO) Fundamentele Verdragen.
Het SustainAgility-programma is opgebouwd rond drie assen:
Ervoor zorgen dat werknemers gezond en veilig blijven, waarborgen van mensenrechten en arbeidspraktijken, talent koesteren, diversiteit, gelijkheid en inclusie aanmoedigen en in contact komen met lokale gemeenschappen
Ethisch gedrag, eerlijk opereren, waarborgen van verantwoord inkopen en bevorderen van duurzame producten en processen.
Milieubescherming, aanmoedigen van efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen, respect voor de biodiversiteit en maatregelen tegen klimaatverandering.
SustainAgility verwoordt de alomvattende benadering van de Groep om zaken te doen op een manier die waarde creëert voor interne en externe stakeholders. Deze aanpak wordt ondersteund door een reeks specifieke programma's die iteratief worden ontwikkeld en uitgerold. Het uiteindelijke doel dat via SustainAgility moet worden bereikt, is om duurzaamheid verder te verankeren in de strategie van de Groep en systematische continue verbetering van milieu, sociale en economische aspecten in alle activiteiten van de Groep te stimuleren, om zo risico's te blijven verminderen, nieuwe opportuniteiten te creëren en capaciteit op te bouwen voor gedeelde waardecreatie op lange termijn om een Betere Toekomst te Ontsluiten. Een aanpak voor continue verbetering, nieuwe projecten en wetenschappelijke studies worden
2 De Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling, met als kern de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's), is in september 2015 door de Lidstaten van de Verenigde Naties vastgesteld. De Agenda 2030 is een verbintenis voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling tegen 2030 wereldwijd te bereiken.
1 Voor het jaar 2024 werd een drempelwaarde van ±15% variatie vastgesteld ten opzichte van de cijfers van het voorgaande jaar. Dit bereik maakt een redelijke fluctuatie in
prestatiemaatstaven mogelijk, terwijl de verantwoording behouden blijft en de voortgang effectief wordt gevolgd.
voortdurend ontwikkeld en uitgerold op basis van een versterkt kader van degelijk beleid, procedures, verbeterde instrumenten, opleiding en een reeks maturiteitsmatrixen waaraan de bedrijfslocaties van de Groep worden beoordeeld en waarop actieplannen worden ontwikkeld.

In 2016 werd Imerys lid van het United Nations Global Compact (UNGC) en heeft hij zich ertoe verbonden de zakelijke benadering te ondersteunen en te baseren op de 10 Principes van de UNGC, afgeleid van de Universele Verklaring van de Mensenrechten, de International Labour Organization's Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work, de Rio Declaration on Environment and Development en de United Nations Convention Against Corruption. Overeenkomstig met deze beginselen verbindt de Groep zich ertoe zijn jaarlijkse Communication on Progress (COP) te publiceren.
In september 2015 hebben 193 Lidstaten van de Verenigde Naties 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) vastgesteld met als doel een einde te maken aan extreme armoede, de planeet te beschermen en welvaart voor iedereen te waarborgen binnen een nieuwe universele agenda. Imerys ondersteunt de ambities van dit wereldwijde programma en heeft binnen het SustainAgility-programma beleid en praktijken geïdentificeerd die direct of indirect bijdragen aan de SDG's.
De Groep legt zich specifiek toe op het leveren van een directe en materiële bijdrage aan de negen hieronder vermelde SDG's, die indirect ook bijdragen aan de rest van de andere SDG's.
In dit hoofdstuk worden de duurzaamheidsverbintenissen, objectieven en doelen van de Groep voor 2025/2030 gepresenteerd in de context van de voortdurende vooruitgang in de richting van de UNGC Principles en de negen SDG's van de VN waar Imerys zich op richt. De nummers in de onderstaande tabel verwijzen naar de specifieke SDG-doelen die door de VN zijn gedefinieerd, waarbij de eigen doelstellingen, programma's en doelen van Imerys kunnen bijdragen aan de collectieve doelstellingen.
| Onze mensen empoweren |
3.6 / 3.8 3.9 |
4.1 / 4.3 4.4 / 4.6 4.7 |
5.1 / 5.2 5.5 |
6.4 | 8.5 / 8.6 8.7 / 8.8 |
12.2 | 13.2 13.3 |
15.1 | 16.2 16.7 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Meegroeien met onze klanten |
8.8 | 16.3 / 16.51 6.6 / 16.7 |
|||||||
| Zorg voor onze planeet |
6.3 / 6.4 | 8.4 | 12.2 / 12.4 12.5 |
13.2/ 13.3 | 15.1 / 15.31 5.4 / 15.5 15.8 |
De Groep is afhankelijk van de degelijke lange termijnrelaties die het uitbouwt met zijn belangrijkste stakeholders, met respect voor de landen, gemeenschappen en omgevingen waar ze wereldwijd actief is. Imerys ziet zich dan ook verantwoordelijk voor een breed scala aan stakeholders, zowel intern als extern. Stakeholders identificeren en inzicht krijgen in hun behoeften en verwachtingen is een cruciale stap om een constructieve dialoog en betrokkenheid te bevorderen.
De lijst van stakeholdergroepen waarmee Imerys wereldwijd actief is in diverse capaciteiten, omvat, maar is niet beperkt tot: klanten; werknemers en vertegenwoordigers van werknemers; overheidsinstanties; lokale gemeenschappen; Niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en verenigingen; ratingbureaus, deskundigen en analisten; wetenschappelijk onderzoek en onderwijsinstellingen; aandeelhouders, investeerders en banken; en leveranciers en onderaannemers.
De belangen en standpunten van Imerys' stakeholders bieden rijke inzichten als houvast voor de ontwikkeling van de Groepsstrategie, alsook voor lokale verbeteractieplannen. De dubbele materialiteitsanalyse is uitgevoerd in samenwerking met Imerys' stakeholders via verschillende raadplegingskanalen die worden beschreven in de informatieverschaffing [IRO-1], paragraaf "Stakeholderbetrokkenheid" van dit hoofdstuk. De resultaten worden meegenomen in de bepaling en evaluatie van de strategie van de Groep overeenkomstig met de reglementaire vereisten. Zie sectie 1.1.4.2, alinea "Doelstellingen en prestaties" van dit hoofdstuk voor meer informatie over de tussentijdse duurzaamheidsdoelstellingen.
Imerys wordt geconfronteerd met zowel risico's als opportuniteiten in zijn interacties met de gemeenschappen rond zijn sites, die voortdurend moeten worden geïdentificeerd, beoordeeld en beheerd. Meer in het algemeen draagt Imerys bij tot een veelheid aan regionale, nationale en internationale economieën en creëert het, door lokale tewerkstelling en aankopen, materiële sociaal-economische voordelen voor werknemers, leveranciers en onderaannemers, en helpt zo de armoede te bestrijden en bij te dragen tot duurzame ontwikkeling. Zie [ESRS S3] van dit hoofdstuk voor meer informatie over betrokkenheid bij de lokale gemeenschap.
De onderstaande tabel geeft de belangrijkste dialoogkanalen met stakeholders weer. Het is niet exhaustief.
| Stakeholder | Belangrijkste Gesprekskanalen | Belangrijkste Betrokken Departementen |
|
|---|---|---|---|
| Klanten | Co-innovatieprogramma's | Kwaliteit, Klantenservice, | |
| Onlinepublicatie van milieu-informatie over producten Klantvergaderingen Klantenservice |
Wetenschap en Technologie, Bedrijfsactiviteiten, Verkoop, Duurzaamheid |
||
| Instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs |
Samenwerkingsprogramma's Samenwerking op onderzoeksgebied Stages en onderzoeksbeurzen Sponsoring en liefdadigheidsprojecten Vrijwilligerswerk |
Wetenschap en Technologie, Human Resources, Duurzaamheid, Bedrijfsactiviteiten, Financiën |
|
| Werknemers en werknemersverte genwoordigende organen |
Regelmatig medewerkerstevredenheidsonderzoek Regelmatige communicatie en dialoog (persoonlijk en digitaal) Sociale dialoog met werknemersvertegenwoordigingsorganen |
Alle functies, Communicatie, Human Resources |
|
| Overheidsinstanties | Mededeling over vooruitgang via het Global Compact van de Verenigde Naties Regelmatige bijeenkomsten met overheidsinstanties, wetgevers Bijdrage aan het overheidsbeleid via openbare raadplegingen (via beroepsorganisaties) |
Duurzaamheid, Juridisch, Bedrijfsactiviteiten, |
|
| Lokale gemeenschappen | Raadplegingsvergaderingen Gemeenschapsprogramma's Open dagen Klachtenmechanismen |
Duurzaamheid, Bedrijfsactiviteiten, Human Resources |
|
| Ngo's & verenigingen | Raadplegingsvergaderingen Lokale en nationale samenwerkingen Vrijwilligerswerk |
Duurzaamheid, Gezondheid en Veiligheid, Bedrijfsactiviteiten |
|
| Ratingbureaus, deskundigen & analisten |
Driemaandelijkse conference call met analisten om financiële en duurzaamheidsinformatie te presenteren Beantwoording van vragenlijsten over niet-financiële ratings Regelmatige bijeenkomsten om prestaties te bespreken |
Duurzaamheid, Financiën, Relaties met Beleggers |
|
| Aandeelhouders, investeerders & banken |
Capital Market Day Driemaandelijks persbericht en conference calls met beleggers en analisten om financiële en duurzaamheidsinformatie te presenteren Regelmatige bijeenkomsten met aandeelhouders en institutionele beleggers om strategische ontwikkelingen voor te stellen |
Financiën, Relaties met Beleggers, Duurzaamheid |
|
| Leveranciers en onderaannemers | Bijeenkomsten koper/leverancier | Inkoop, | |
| Leveranciersdag Leveranciersbezoeken en audits Corrigerende actieplannen voor leveranciers |
Wetenschap en Technologie, Bedrijven, Bedrijfsactiviteiten, Duurzaamheid, Juridisch |
Imerys stemt zijn strategie voor belangrijke kwesties in het kader van de United Nations Sustainable Development Goals (SDG's) af en de wereldwijde klimaatscenario's op een manier die consistent is met zijn bedrijfsmodel en wereldwijde voetafdruk. Deze holistische benadering van duurzaamheid stelt de Groep in staat om risico's te mitigeren en brengt ook tastbare waarde toe door een grotere aantrekkingskracht op zijn interne en externe stakeholders. De vaste toewijding van de Groep aan duurzaamheid wordt erkend door toonaangevende ESG ratingbureaus. De volgende tabel toont een selectie van de niet-financiële ratings die Imerys recent heeft behaald.

De afgelopen 21 jaar heeft de Groep een Groepsbrede interne wedstrijd georganiseerd genaamd de Sustainable Development Challenge (SD Challenge), die een aanzet geeft aan het ontwikkelen en delen van beste praktijken, innovaties en technologische oplossingen, die elk bijdragen aan de duurzaamheidsverbintenissen van de Groep en de vooruitgang ondersteunen in de richting van verschillende UN Duurzame Ontwikkeling Goals . In totaal zijn er sinds de start van de wedstrijd meer dan 2440 initiatieven ingediend. Om voor de SD Challenge in aanmerking te komen, moet een project een materiële bijdrage hebben geleverd aan de Sustainable Developments Goals, afgestemd zijn op het Doel, de Visie en Waarden van de Groep en samen met relevante stakeholders duurzame resultaten behalen in lijn met de in sectie 1.1.4.2, alinea "Doelstellingen en prestaties" van dit hoofdstuk gepresenteerde doelstellingen. Imerys zet zich in om ervoor te zorgen dat de Groep SD Challenge blijft inspireren tot een groter bewustzijn van en inzicht in materiële duurzaamheidskwesties en blijft de duurzaamheidsambitie van de Groep op lange termijn ondersteunen. Zie Hoofdstuk 1, sectie 1.1.1 van het Universeel Registratie Document voor meer informatie over Imerys Doel, Visie en Waarden.
Sinds 2018 publiceert de Groep elk jaar de resultaten van zijn materialiteitsanalyse, die tot doel had materiële negatieve impacts en risico's te identificeren en werd uitgevoerd op basis van de methodologische standaarden die op dat moment beschikbaar waren. In 2024 heeft Imerys zijn methodologie voor de beoordeling van dubbele materialiteit afgestemd op de CSRD-vereisten en de meest recente EFRAG 1 richtlijnen voor de beoordeling van dubbele materialiteit2. De herziene beoordeling omvat twee dimensies:
worden toegepast zonder de wisselwerking daarvan te negeren.
1 De European Financial Reporting Advisory Groep. De missie van de EFRAG is het Europees openbaar belang bij zowel financiële als duurzaamheidsrapportering te dienen
door Europese opvattingen op het gebied van bedrijfsrapportering te ontwikkelen en te promoten (bron: https://www.efrag.org/About/Facts)
2 Het concept van dubbele materialiteit, zoals gedefinieerd door de EFRAG, vereist dat zowel impact-materialiteits als financiële-materialiteitsperspectieven op zichzelf
zullen hebben. De financiële beoordeling is afgestemd op het risico mappingsproces van de Groep (gepresenteerd in Hoofdstuk 2, paragraaf 2.2.3 van het Universeel registratie Document), met als doel de meest materiële bedrijfsrisico's in kaart te brengen, inclusief specifieke duurzaamheidsgerelateerde risico's, zoals gepresenteerd in hoofdstuk 2, sectie 2.2.3 van het Universeel Registratie Document.

Vaak voorkomend bij de Duty of Care Risico mapping
In 2023 werd, als onderdeel van de Duty of Care risico mappingsproces, de lijst met duurzaamheidskwesties die daadwerkelijke of potentiële impacts, risico's en opportuniteiten identificeerden, intern onderzocht door deskundigen van duurzaamheid, naleving en verantwoord inkopen departementen en goedgekeurd tijdens workshopsessies over alle regio's en bedrijfsactiviteiten en de waardeketen. Naast de uitputtende lijst van toepasselijke duurzaamheidskwesties op thema-, sub- en sub-sub themaniveau zoals gedefinieerd in Artikel 2, punt 24, van Verordening (EU) 2019/2088, heeft de Groep ook gekeken naar andere thema's met betrekking tot zijn eigen activiteit – en die al in de vorige beoordeling zijn opgenomen – en naar thema's die in de richtsnoeren voor Duurzaamheidsrapportering van de GRI zijn beschreven.
Op basis van dit onderzoek omvat de bijgewerkte lijst van duurzaamheidskwesties, het zogenaamde Sustainability Matter Register, 41 kwesties met betrekking tot de activiteiten van Imerys en 13 kwesties met betrekking tot zijn upstream waardeketen. Elke Duurzaamheidskwestie is beoordeeld op impact en financiële materialiteit volgens de hieronder beschreven methodologie.
Er werd een impact materialiteitsmatrix ontwikkeld door de impacts te identificeren en te hiërarchiseren op basis van hun ernst en waarschijnlijkheid. Materialiteit werd bepaald door een drempelwaarde te bepalen op basis van ernst voor daadwerkelijke impacts en als een combinatie van ernst en waarschijnlijkheid voor potentiële impacts. De ernst van een risicoscenario vloeit voort uit de schaal1 van de impact op mens of milieu (zoals beoordeeld door workshopdeelnemers) en de reikwijdte van de impact (gebaseerd op ofwel objectieve kwantitatieve data die de risicoblootstelling van Imerys weergeven ofwel internationaal erkende landenrisico-indexen2). De waarschijnlijkheid van de impact werd beoordeeld door workshopdeelnemers, rekening houdend met bestaande controles en de huidige mitigerende maatregelen3. Kwalitatieve informatie die tijdens workshops werd verzameld, werd ook gebruikt om de resultaten te interpreteren, impacts te prioriteren en actieplannen te ontwerpen.
Het proces houdt rekening met alle bedrijfsactiviteiten en regio's.
Slavery Index, de Ecovadis Country Risk Score, de World Resources Institute Aqueduct Index.
1 De schaal wordt zo gedefinieerd dat het element onomkeerbaar karakter wordt opgenomen (bijv. of het slachtoffer kan worden hersteld in een gelijkwaardige positie
voordat de gebeurtenis die de impact veroorzaakte plaatsvond). 2 Indices omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de Yale University Environmental Performance Index, de International Labour Organization Child Labour Index, de Global
3 Bij de beoordeling van de feitelijke ernst van de impact van een incident wordt rekening gehouden met mitigerende activiteiten die vóór en tijdens het incident zijn uitgevoerd, zoals het beperken van verontreiniging of het onmiddellijk stopzetten van de activiteiten. Deze maatregelen worden geëvalueerd op basis van hun doeltreffendheid wat betreft het mitigeren van de impact of de ernst ervan, wat van invloed is op de algemene beoordeling van het incident.
Bij de financiële materialiteitsanalyse zijn financiële risico's in verband met duurzaamheidskwesties in kaart gebracht en beoordeeld om de potentiële negatieve financiële impact op de activiteiten te bepalen. De afstemming tussen deze analyse en de risicomapping van de Groep (gepresenteerd in hoofdstuk 2 van het Universeel Registratie Document) werd uitgevoerd om consistentie tussen de twee benaderingen te waarborgen en, in het bijzonder, de juiste afweging van materiële duurzaamheidsuitdagingen in het risicobeheer van de Groep. De financiële opportuniteiten met betrekking tot duurzaamheidskwesties vloeien voort uit de zakelijke strategie van de Groep gepresenteerd in hoofdstuk 1 van het Universeel Registratie Document.
Bij het scoren van financiële risico's en opportuniteiten werd een matrix – waarin een drempelwaarde1 als een combinatie van beide assen is geïntegreerd – getekend, rekening houdend met de potentiële omvang van financiële effecten op basis van verschillende triggers (waaronder EBITDA, Capex en Opex) en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De financiële risico's en opportuniteiten werden beoordeeld op basis van korte, middellange en lange termijn en ook lange trends werden besproken.
Tijdens deze stappen werden gesprekken gevoerd met materiedeskundigen uit zowel de bedrijfsonderdelen als de functies van de Groep, waaronder Duurzaamheid, Milieu, Human Resources, Gezondheid, Veiligheid, Inkoop, Juridische, Naleving, Risico en Financiën. Ook de leden van de Europese ondernemingsraad werden bij de impactbeoordeling betrokken. Geconsolideerde overzichten van de beoordeling werden gepresenteerd aan en besproken met interne stakeholders en het Management.
Er is ook overleg gepleegd met externe stakeholders, zoals klanten, instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, banken, investeerders en aandeelhouders, en sectorgenoten uit de mijnbouw om de dubbele materialiteitsanalyse te beoordelen.
De resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse werden gevalideerd door het Uitvoerend Comité en het Strategie en Duurzaamheidscomité.
1 Voor de beoordeling van 2024 heeft Imerys een materialiteitsdrempel voor risico's en opportuniteiten vastgesteld op 1% van de EBITDA van de Groep voor 2023
De onderstaande figuur geeft een overzicht van de duurzaamheidskwesties verbonden aan negatieve (-), positieve (+) materiële impacts, risico's (R) en opportuniteiten (O) volgens de beoordeling die de Groep in de vorige sectie heeft uitgevoerd.
| Meest | Impact Materialiteit | Dubbele materialiteit | Financiële Materialiteit | |
|---|---|---|---|---|
| materieel Zeer hoge materialiteit |
Potentieel Werkelijk Beroepsziekte Arbeidsongevallen Rechten inheemse Communautaire volkeren steun en ontwikkeling Veiligheidsregelingen Ontwikkeling van menselijk kapitaal Negatieve Bewustzijn impacts op lokale Diversiteit, rechtvaar gemeenschappen digheid en inclusie |
Klimaatverander ing mitigatie Klimaatadaptatie |
Natuurlijke Oplossingen voor Consumenten goederen Duurzaam bouwen Oplossing voor ener gietransitie |
|
| Hoge materialiteit Minst materieel(1) |
Geweld & intimidatie Werk-privébalans Anti-omkoping Werktijden Wateruitputting Luchtverontreiniging Klokkenluidersbes Leveranciersbeheer cherming Inclusie van mensen Arbeidsongevallen met een beperking Lobbyactiviteiten Toegang tot land en grondstofrechten Burger- en politieke rechten van gemeenschappen Gedwongen arbeid Kinderarbeid |
Impact/verlies op biodiversiteit Druk op biodiversiteit Productie mineraalafval(2) Waterverontrein iging |
Circulaire economie Onvoldoende veiligheid voor consumenten en/of eindgebruikers |
Negatieve impact of risico Positieve impact of opportuniteit Risico Opportuniteit Upstream waardeketen Eigen operatie Downstream waardeketen
(1) De niet-materiële thema's worden in deze figuur niet gepresenteerd (2) Duurzaamheidskwesties specifiek voor Imerys
De resultaten van de materialiteitsanalyse 2024 bevestigen dat de thema's die in 2023 als zeer materiële prioriteiten waren gedefinieerd, in 2024 nog steeds zeer materieel zijn. Hoewel sommige IRO's met betrekking tot getroffen gemeenschappen in 2023 niet als materieel werden beoordeeld, benadrukte de nieuwe beoordeling een aantal potentieel materiële negatieve impacts waarvoor de Groep zich zal bezighouden door in zijn tussentijdse roadmap (2023-2025) een specifieke doelstelling vast te stellen. Meer gedetailleerde informatie over materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de lokalisatie daarvan in de waardeketen vindt u in de onderstaande tabellen.
| ESRS E1. Klimaatverandering | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Materialiteit Locatie binnen de waardeketen Beschrijving van de IRO |
|||||||
| Subthema: Klimaatadaptatie | |||||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Groepsactiviteiten kunnen een negatieve invloed hebben op de adaptatie inspanningen of de mate van weerbaarheid tegen fysieke klimaatrisico's van mensen en het milieu. |
Middellange | ||||
| Risico | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
De Groep kan aan financiële risico's worden blootgesteld als gevolg van: 1. toegenomen ernst en frequentie van extreme weersomstandigheden zoals cyclonen en overstromingen en/of; 2. veranderingen in neerslagpatronen en extreme variabiliteit in weerpatronen. |
Kort | ||||
| Opportuniteit | Downstream waardeketen | Oplossing voor energietransitie: de Groep zijn ontwikkelingsstrategie is erop gericht om de jaarlijkse inkomsten te laten groeien in activiteiten met betrekking tot oplossingen voor de energietransitie. |
Middellange | ||||
| Opportuniteit | Downstream waardeketen | Duurzame Bouw: de Groep zijn ontwikkelingsstrategie is erop gericht om de jaarlijkse inkomsten te laten groeien in activiteiten met betrekking tot duurzaam bouwen. |
Middellange | ||||
| Subthema: Klimaatmitigatie | |||||||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
De activiteiten van de Groep dragen bij aan de klimaatverandering door het vrijkomen van broeikasgassen bij winnings- en verwerkingsactiviteiten. |
Middellange | ||||
| Potentiële negatieve impact | Upstream waardeketen (Grondstoffen, Mijnbouw, Energie, Transport, Verpakking, Chemie, Industriële diensten en Algemene diensten categorieën) |
De activiteiten van onderaannemers en leveranciers van Imerys kunnen aan de klimaatverandering bijdragen door de uitstoot van broeikasgassen, met verschillende intensiteiten afhankelijk van hun activiteit. |
Middellange | ||||
| Risico | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's verbonden aan actuele of opkomende wettelijke vereisten, toenemende belasting- of koolstofquota, of energie- en grondstoffenkosten op de markt, en een verschuiving in voorkeuren van klanten. |
Kort | ||||
| ESRS E2. Verontreiniging | |||||||
| Materialiteit Locatie binnen de waardeketen |
Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |||||
| Subthema: Luchtverontreiniging | |||||||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (Bedrijfsactiviteiten SET2 en RAC3) |
Groepsactiviteiten veroorzaken luchtverontreiniging en kunnen de lokale luchtkwaliteit verslechteren als gevolg van de verschillende luchtemissies die tijdens productieprocessen worden gegenereerd. |
Middellange | ||||
| Subthema: Waterverontreiniging | |||||||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Groepsactiviteiten hebben een impact op de waterkwaliteit (oppervlakte en/of bodem) doordat er per ongeluk effluenten vrijkomen die gevaarlijke stoffen of gesuspendeerde stoffen bevatten. |
Kort | ||||
| Risico | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met steeds strengere vereisten inzake preventie en bestrijding van verontreiniging of reputatieschade in geval van een incident van verontreiniging of niet naleving van nieuwe verontreinigingsregelgeving. |
Kort |
1 De tijdshorizonten over klimaatverandering IRO's worden beschreven in ESRS 2 [BP-1 & BP-2] van dit hoofdstuk
2 SET verwijst naar Solution for Energy Transition zoals beschreven in hoofdstuk 1 van dit verslag
3 RAC verwijst naar Refractory, Abrasives en Construction zoals beschreven in hoofdstuk 1 van dit verslag
ESRS E5. Materiaalgebruik en circulaire economie
| ESRS E3. Water en mariene hulpbronnen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | ||
| Subthema: waterdepletie | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Groepsactiviteiten kunnen een impact hebben op waterreserves in geval van inefficiënt waterbeheer (overmatig verbruik, onttrekking of gebrek aan recycling), wat mogelijk kan bijdragen tot waterschaarste of spanning over de beschikbaarheid van water. |
Lang | ||
| ESRS E4. Biodiversiteit en ecosystemen | |||||
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | ||
| Subthema: Druk op biodiversiteit | |||||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten | Groepsactiviteiten dragen bij aan het biodiversiteitsverlies, zoals verandering in landgebruik, introductie van invasieve exoten, verontreiniging en klimaatverandering. |
|||
| (Winningsactiviteiten) | Kort | ||||
| Risico | Eigen activiteiten | De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met steeds | |||
| (Winningsactiviteiten) | strengere natuurregelgeving en/of -vereisten, waaronder rehabilitatie, of aan reputatieschade in geval van schade aan de biodiversiteit. |
Kort | |||
| Subthema: Impact/verlies biodiversiteit | |||||
| Werkelijke positieve impact | Eigen activiteiten | Groepsactiviteiten hebben positieve impacts op de lokale biodiversiteit indien rehabilitatie- en herstelinspanningen leiden tot landgebruik met een grotere biodiversiteitswaarde dan het oorspronkelijke landgebruik. |
|||
| (Winningsactiviteiten) | Lang | ||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten | Groepsactiviteiten kunnen negatieve effecten hebben op de toestand van | |||
| (Winningsactiviteiten) | soorten en/of op de omvang en toestand van ecosystemen als gevolg van winningsactiviteiten. |
||||
| Risico | Eigen activiteiten | De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met steeds | |||
| (Winningsactiviteiten) | strengere natuurregelgeving en/of -vereisten, waaronder rehabilitatie, of aan reputatieschade in geval van schade aan de biodiversiteit. |
Kort | |||
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Subthema: Productie mineraalafval | |||||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
De activiteiten van de Groep hebben negatieve impacts op het gebruik van hulpbronnen door inefficiënte winning van mineralen, productie van overmatig mineraal afval en/of onjuist beheer van mineraal afval. |
Kort | ||
| Risico | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met opkomende regelgeving inzake circulaire economie en/of steeds strengere vereisten inzake het beheer van mineraalafval of toenemende beheerkosten. |
Kort | ||
| Subthema: CIRCULAIRE ECONOMIE | |||||
| Opportuniteit | Eigen activiteiten Downstream waardeketen |
De Groep zijn ontwikkelingsstrategie is gericht op het ontwikkelen van nieuwe zakelijke opportuniteiten in verband met de ontwikkeling van producten die verband houden met de circulaire economie (herstel van hulpbronnen, circulaire levering, verlenging van de levensduur van producten) |
Lang |
| ESRS S1. Eigen Personeel | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | ||
| Subthema: Arbeidsvoorwaarden | |||||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Ontoereikende arbeidstijden: Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op werknemers indien zij beperkingen op overwerk ontkennen, lange diensten vereisen, nacht- en weekendwerk en niet voldoende doorlooptijd bieden voor de planning van diensten. |
Kort | ||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Ontoereikende werk-privébalans: Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op werknemers indien arbeidsvoorwaarden werknemers verhinderen hun werk en privéleven in evenwicht te brengen. |
Middellange | ||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Beroepsziekte: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op werknemers indien werknemers niet voldoende bescherming genieten om beroepsziekten te voorkomen |
Lang | ||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Arbeidsongevallen: De activiteiten van de Groep hebben negatieve impacts voor de werknemers als de Groep de werknemers niet voldoende beschermt tegen arbeidsongevallen, ongevallen die hun leven kunnen veranderen of sterfgevallen |
Kort | ||
| Subthema: Andere arbeidsrechten | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Kinderarbeid: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op de inspanningen tegen kinderarbeid indien de minimumleeftijdsvereisten voor werknemers niet naar behoren worden gehandhaafd. |
Lang |
categorieën)
| ESRS S1. Eigen Personeel | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Gedwongen arbeid: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op de inspanningen tegen moderne slavernij indien deze onbedoeld enige vorm van dwangarbeid, slavernij, mensenhandel, gevangenisarbeid of het behoud van paspoorten voor zijn activiteiten toestaat. |
Lang | |||
| Subthema: Gelijke behandeling en gelijke opportuniteiten voor iedereen | ||||||
| Werkelijke positieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Ontwikkeling van menselijk kapitaal en lokale economische voordelen: Groepsactiviteiten hebben positieve impacts op lokale werknemers omdat werknemers door opleiding en ontwikkeling van vaardigheden nieuwe competenties, professionele ervaringen, carrièremogelijkheden en een verhoogd potentieel voor levenslange bijverdiensten verwerven als gevolg van hun tewerkstelling bij Imerys. Indirect draagt dit bij tot de lokale, regionale en/of nationale economie en kan het ook de ontwikkeling van infrastructuur in afgelegen gebieden ondersteunen, aangezien de meeste Imerys-vestigingen ver van de belangrijkste werkgelegenheidsgebieden liggen waar de werkgelegenheidsopties relatief beperkt zijn. |
Kort | |||
| Werkelijke positieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Bewustzijn Diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie: Groepsactiviteiten hebben positieve impacts op lokale werknemers en lokale gemeenschappen, aangezien via programma's voor proactieve diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie het bewustzijn voor minderheids- en/of kwetsbare bevolkingsgroepen bij zowel werknemers als lokale gemeenschappen kan toenemen. |
Kort | |||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Niet-inclusie van mensen met een beperking: Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op werknemers indien zij mensen met een beperking discrimineren en/of er niet in slagen adequate toegankelijkheids- en adaptatiemaatregelen te waarborgen. |
Kort | |||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Geweld en intimidatie: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op werknemers indien geweld en intimidatie op de werkvloer niet worden voorkomen of sancties worden opgelegd. |
Middellange | |||
| ESRS S2. Werknemers in de waardeketen | ||||||
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |||
| Subthema: Beroepsziekte | ||||||
| Potentiële negatieve impact | Upstream waardeketen | De activiteiten van onderaannemers/leveranciers van Imerys kunnen negatieve |
| (Grondstoffen, Mijnbouw, Energie, Transport, Verpakking, Chemie, Industriële diensten en Algemene diensten categorieën) |
impacts hebben op hun werknemers indien zij werknemers geen afdoende bescherming bieden om beroepsziekten te voorkomen |
Middellange | |
|---|---|---|---|
| Subthema: Arbeidsongevallen | |||
| Potentiële negatieve impact | Upstream waardeketen (Materiaal voor Mijnbouw, Vervoer, Verpakking en Industriële diensten |
De activiteiten van de onderaannemers/leveranciers van Imerys kunnen negatieve gevolgen hebben voor hun werknemers indien zij niet voldoende beschermt tegen arbeidsongevallen, ongevallen die hun leven kunnen veranderen of sterfgevallen |
Middellange |
| ESRS S3. Getroffen gemeenschappen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | ||
| Subthema: Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen | |||||
| Werkelijke positieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Communautaire steun en ontwikkeling: Groepsactiviteiten hebben positieve impacts op lokale gemeenschappen via lokale stakeholderbetrokkenheidsprogramma's, initiatieven voor gemeenschapsontwikkeling en donaties gericht op onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden, milieubeheer, sociale ontwikkeling, gezondheid en cultuur. |
Kort | ||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Negatieve impacts op lokale gemeenschappen De activiteiten van de Groep kunnen negatieve impacts hebben voor lokale gemeenschappen als hij er niet in slaagt milieu- of sociale thema's adequaat te beheren, effectief te communiceren of negatieve impacts te herstellen. |
Kort | ||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten | Oneerlijke toegang tot land en grondstofrechten Groepsactiviteiten kunnen | |||
| (Bedrijfsactiviteiten PM en RAC) | negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien deze inbreuk maken op landrechten en/of beperkingen op de toegang tot land veroorzaken |
Lang | |||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Ongepaste veiligheidsregelingen Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien de veiligheidsregeling voor werknemers en fysieke activa de mensenrechten van lokale bevolking niet respecteert |
Middellange | ||
| Subthema: Burger- en politieke rechten van gemeenschappen | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien hun praktijken de burger- en politieke rechten van lokale gemeenschappen ontzeggen |
Lang | ||
| Subthema: Rechten inheemse volken | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien zij de rechten van inheemse volken en/of gemeenschappen in de buurt van zijn bedrijfslocaties niet respecteren |
Lang | ||
| ESRS S4. Consumenten en eindgebruikers | |||||
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | ||
| Subthema: Duurzaam portfolio | |||||
| Opportuniteit | Downstream waardeketen | Natuurlijke oplossingen voor consumptiegoederen: de Groep zijn ontwikkelingsstrategie is gericht op jaarlijkse inkomstengroei in activiteiten met betrekking tot natuurlijke oplossingen voor consumptiegoederen |
Lang | ||
| Subthema: Onvoldoende veiligheid voor consumenten en/of eindgebruikers | |||||
| Risico | Downstream waardeketen | De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met geldboeten, rechtszaken, reputatieschade, terugroeping van producten, potentiële daling van de marktwaarde en/of steeds strengere regelgeving die de verkoop van producten op bepaalde markten beperkt. |
Kort | ||
| ESRS G1. Zakelijk gedrag | |||||
| Materialiteit Locatie binnen de waardeketen |
Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |||
| Subthema: Onvoldoende bescherming voor klokkenluiders | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) | Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op werknemers of andere stakeholders indien zijn interne meldkanalen en/of bescherming van klokkenluiders niet adequaat of doeltreffend zijn. |
Lang | ||
| Subthema: Ondoorzichtige politieke en lobbyactiviteiten | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) | Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op externe stakeholders indien zij lobbyactiviteiten verrichten of op ondoorzichtige wijze politieke invloed uitoefenen. |
Lang | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Subthema: Oneerlijk beheer van leveranciers (inclusief betalingspraktijken) | ||||||||
| Werkelijke negatieve impact | Upstream waardeketen | Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op leveranciers (met name kmo's) indien zij leveranciers niet eerlijk behandelen, met name wat betalingspraktijken betreft. |
Kort | |||||
| Subthema: Corruptie en omkoping | ||||||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) | Ineffectief nalevingsprogramma tegen omkoping: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op meerdere stakeholders indien het beheersysteem voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en aanpakken van incidenten van corruptie en omkoping van de groep niet doeltreffend is. |
Lang |
De resultaten van de in 2022 uitgevoerde materialiteitsanalyse stelden Imerys in staat om zijn strategische driejarige roadmap te bepalen, gericht op belangrijke prioriteiten die aansluiten bij de verwachtingen van stakeholders en de duurzaamheid van de Groep op lange termijn. Deze roadmap is in de eerste plaats gericht op:
In 2024 heeft Imerys zijn dubbele materialiteitsanalyse uitgebreid bijgewerkt in overeenstemming met de vereisten van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), zoals voorgesteld in de bovenstaande sectie. Dit strenge proces bevestigde niet alleen het belang van de bestaande aandachtsgebieden binnen de duurzaamheidsroadmap van de Groep, maar benadrukte ook de noodzaak om een extra strategische dimensie toe te voegen:
– Bevorderen van duurzame welvaart in lokale gemeenschappen
Door zijn duurzaamheidsroadmap uit te breiden naar dit recent geïdentificeerde strategische gebied, versterkt Imerys zijn benadering van duurzame waardecreatie en risicobeheer verder. Deze proactieve aanpassing zorgt ervoor dat de Groep zijn duurzaamheidsstrategie omvattend, toekomstgericht en afgestemd blijft op zowel interne doelstellingen als externe stakeholder prioriteiten.

Gezondheid en veiligheid vormen de hoeksteen van de activiteiten van Imerys, zijn diep verankerd in het Doel van de Groep en vormen de leidraad voor het dagelijkse gedrag en de beslissingen van de werknemers. Hoewel Imerys aanzienlijke stappen heeft gezet in zijn streven naar gezondheids- en veiligheidsnormen van wereldklasse, blijft de Groep vastbesloten om voortdurend te verbeteren. Daarom creëert Imerys een robuustere gezondheids- en veiligheidscultuur die doordringt tot elk niveau van de organisatie. De Groep stelt zijn werknemers actief in staat om een proactieve houding aan te nemen ten aanzien van veiligheid en gezondheid, persoonlijke verantwoordelijkheid aan te moedigen, een cultuur van wederzijdse zorg te bevorderen en veiligheid boven alle andere overwegingen te stellen. Deze niet-aflatende aandacht voor veiligheid en gezondheid vloeit voort uit de oprechte zorg van Imerys voor het welzijn van zijn personeel, door ervoor te zorgen dat werknemers hun taken effectief kunnen uitvoeren met behoud van een hoge levenskwaliteit. Uiteindelijk erkent Imerys dat een veiligere werkomgeving rechtstreeks correleert met verbeterde operationele kracht en efficiëntie, waardoor de Groep kan uitblinken in zijn missie om essentiële minerale hulpbronnen aan de wereldmarkt te leveren.
Diversiteit, Equity en Inclusie (DE&I) worden erkend als de kernwaarden van Imerys die mensen in staat stellen om te gedijen in een veilige en inclusieve omgeving. Het waarborgen van een divers, rechtvaardig en inclusief milieu maakt deel uit van dezelfde kernwaarde als veiligheid en gezondheid en is cruciaal voor de strategie van de Groep op lange termijn. De Groep zet zich in voor het bevorderen van een inclusieve cultuur waar iedereen ertoe doet, waar verschillen worden gewaardeerd en mensen naar elkaar luisteren, en zo het collectieve potentieel ontsluiten. Imerys duldt geen enkele vorm van discriminatie ten aanzien van werknemers, opdrachtnemers of kandidaten voor een baan. In overeenstemming met deze verbintenis verbiedt de Groep ten strengste seksuele of enige vorm van intimidatie of discriminatie van welke aard ook, met inbegrip van geslacht, leeftijd, nationaliteit, religie, seksuele geaardheid, huwelijks-, ouderlijke en gezinstoestand, sociale afkomst, etniciteit, beperkingen, gevoelige medische aandoeningen, politieke of vakbondsaffiliatie of enige andere dimensie. De Groep zet zich volledig in om de inspanningen op dit gebied te versnellen en voort te zetten.
Imerys erkent effectieve maatschappelijke betrokkenheid als een hoeksteen van duurzame praktijken en een belangrijke motor van succes op lange termijn. De wereldwijde aanwezigheid van de Groep biedt een unieke kans om blijvende, positieve impacts te creëren in diverse gemeenschappen wereldwijd, wat cruciaal is voor het behoud van zijn sociale exploitatievergunning en het waarborgen van operationele stabiliteit. Imerys hanteert een systematische benadering van maatschappelijk engagement, gebaseerd op wederzijds vertrouwen, respect en constructieve partnerschappen. Deze aanpak wordt gekenmerkt door een lange termijnverbintenis om gedeelde waarde te creëren, geïnformeerd door een gedetailleerd inzicht in de lokale behoeften en gevoeligheden. De strategie van de Groep legt de klemtoon op transparante communicatie, meetbare impact en betrokkenheid van de werknemers, waardoor alle leden van het Imerysteam worden aangemoedigd om bij te dragen aan initiatieven van de lokale gemeenschap. Via deze inspanningen streeft Imerys ernaar een verantwoordelijke onderneming te zijn, die duurzame ontwikkeling en economische groei stimuleert in de gemeenschappen waar Imerys actief is, in overeenstemming met zijn bredere duurzaamheidsdoelen en bedrijfswaarden.
Imerys zet zich onafgebroken in om zaken te doen met de hoogste normen van integriteit, erkennend dat ethisch gedrag niet alleen draait om het beschermen van de reputatie, maar ook fundamenteel is voor zijn kernactiviteiten. De Groep erkent zijn verplichting om op een ethische, eerlijke en transparante manier te handelen en actief om te gaan met kwesties zoals corruptie, discriminatie en gedwongen arbeid. Imerys omarmt volledig zijn verantwoordelijkheden ten aanzien van stakeholders en de samenleving, houdt zich aan eerlijke praktijken en ondersteunt de evoluerende Duty of Care regelgeving. Dit engagement strekt zich uit over zijn hele waardeketen, met de verwachting dat partners, leveranciers en klanten zich aansluiten bij deze principes. De toewijding van de Groep aan voorbeeldig zakelijk gedrag is geworteld in de overtuiging dat het handhaven van eerlijke operationele praktijken en ethisch gedrag essentieel is voor het handhaven van een goed beheerd, stabiel bedrijf. Door deze kwesties rechtstreeks aan te pakken, beperkt Imerys niet alleen de risico's voor zijn activiteiten en stakeholders, maar positioneert het zich ook als leider op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, door vertrouwen en succes op lange termijn in het moderne zakenlandschap te bevorderen.
Imerys is zich volledig bewust van de verwachtingen van stakeholders dat de Groep de ecologische voetafdruk van zijn producten verkleint en tegelijkertijd duurzame oplossingen biedt in lijn met wereldwijde megatrends. Beheer van de Duurzaamheidsportefeuille door milieuen maatschappelijke criteria op te nemen, draagt bij aan het creëren van duurzame zakelijke opportuniteiten. Met zijn technologische expertise bevindt Imerys zich in een uitstekende positie om de procesefficiëntie en productiemethoden van zijn activiteiten voortdurend te verbeteren. Tegelijkertijd stelt het innovatievermogen van de Groep, samen met zijn bewustzijn van wereldwijde megatrends, hem in staat om opportuniteiten te benutten voor nieuwe productontwikkelingen, rekening houdend met duurzaamheidsdrijfveren en de verwachtingen van stakeholders.
Imerys erkent de dringende noodzaak van wereldwijde actie om de klimaatcrisis aan te pakken en zet zich in om een cruciale rol te spelen in het leiden van de reactie van de mineralenindustrie. De Groep heeft deze uitdaging als zowel een verantwoordelijkheid als een opportuniteit opgevat en een alomvattende strategie geïmplementeerd voor de bestrijding van klimaatverandering in alle aspecten van zijn activiteiten. Dit engagement komt tot uiting in gezamenlijke inspanningen om broeikasgasemissies in zijn hele waardeketen drastisch te verminderen, innovatieve koolstofarme producten en oplossingen voor klanten te ontwikkelen en de transitie naar een duurzame koolstofarme economie te stimuleren. De aanpak van Imerys is systematisch en ingrijpend, raakt elk facet van zijn activiteiten en betrekt alle werknemers bij deze cruciale missie.
Imerys erkent de ongekende milieu-uitdagingen waarmee de planeet wordt geconfronteerd en erkent zijn cruciale rol in het stimuleren van positieve veranderingen binnen de sector van industriële mineralen. De Groep zet zich in voor verantwoord milieubeheer, waarbij hij zijn benadering van materiaalontginning en -gebruik heruitvindt om de ecologische voetafdruk van zijn activiteiten, producten en toeleveringsketen te minimaliseren. Deze toewijding manifesteert zich door de implementatie van innovatieve productiemethoden en geoptimaliseerd gebruik van minerale deposities. Imerys' strategie omvat een holistisch begrip van zijn impact op natuurlijke habitats, ecosystemen, waterbronnen en luchtkwaliteit, wat leidt tot een systematische en transparante benadering van milieuzorg. De Groep zet zich actief in voor biodiversiteitsbehoud en -herstel. Als reactie op de toenemende verwachtingen van stakeholders, streeft Imerys ernaar om toonaangevend te zijn in zijn sector op het gebied van milieubeheer, erkennend dat dit essentieel is om de planeet te behouden voor toekomstige generaties en de duurzaamheid van de activiteiten op lange termijn te waarborgen.
In 2022 heeft de Groep tussentijdse duurzaamheidsdoelstellingen bepaald op basis van het proces van de dubbele materialiteitsanalyse en de in informatieverschaffing [IRO-1] en [SBM-3] van dit hoofdstuk gepresenteerde resultaten. Deze doelstellingen worden vertaald in Imerys specifieke kwantitatieve doelen die uiterlijk in 2025 moeten worden behaald en in doelen voor broeikasgasemissiereductie die uiterlijk in 2030 moeten worden behaald. De duurzaamheidstoezeggingen van de Groep, specifieke doelstellingen voor elk van de prioritaire duurzaamheidsthema's, alsmede de prestatie-indicator en het tijdsschema om de doelstelling te bereiken, worden gepresenteerd in de volgende tabel en secties samen met de afstemming ervan op de beginselen van het VN Global Compact en de Duurzame Ontwikkeling Doelen van de VN waaraan zij bijdragen. Elk van de doelstellingen van de Groep op het gebied van duurzaamheid op middellange termijn is vertaald naar doelstellingen per Business Area met een specifiek actieplan en monitoring. Deze doelstellingen en doelen voor de middellange termijn dienen eveneens als de basis voor individuele prestatiedoelstellingen gekoppeld aan een variabele beloning voor de CEO van de Groep, het Uitvoerend Comité, het hoger management alsook andere managers binnen de hele organisatie zoals samengevat hoofdstuk 4, sectie 4.3 van het Universeel Registratie Document.
| Thema | Groepsdoelstellingen | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|---|
| Onze mensen empoweren | ||||
| Veiligheid | Verbeter de maturiteit van de veiligheidscultuur van de Groep 1 in alle bedrijfsonderdelen |
2022 3,0 |
2025 3.3 |
|
| Gezondheid | Het percentage verbeteringen in het wereldwijde actieplan arbeidsgezondheid verhogen |
2022 0% |
2025 75% |
|
| Diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie |
De score van de Diversiteit, Equity & Inclusie Index verhogen2 (inclusief KPI's wat betreft Gender, Nationaliteit, Beperking en Inclusie) |
2022 0% |
2025 100% |
|
| Lokale gemeenschappen | Verbeter de stakeholderbetrokkenheid door ervoor te zorgen dat testlocaties3 potentiële impacts op lokale stakeholders identificeren en beoordelen volgens de vereisten van de Groep (NIEUW). |
2024 74% |
NIEUW | 2025 100% |
| Thema | Groepsdoelstellingen | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|---|
| Groeien met onze klanten | ||||
| Ethiek en naleving | De externe duurzaamheidsrating van de Groep verbeteren ten opzichte van de beoordeling in 2022 |
2022 69% |
2025 74% |
|
| Verantwoord Inkopen | Implementeer een duurzaamheidsrating schema van leveranciers van de Groep (per besteding) |
2022 53% |
2025 75% |
|
| Product duurzaamheid | De Products in Application Combinations (PAC) van Imerys-productportfolio beoordelen (op basis van omzet) volgens duurzaamheidscriteria1 |
2022 55% |
2025 75% |
|
| Ervoor zorgen dat de Groep Nieuwe Productontwikkelingen wordt gescoord als SustainAgility Solutions2 |
2022 75% |
2025 75% |
| Zorg voor onze planeet | ||||
|---|---|---|---|---|
| Milieubeheer | Milieu impacts verminderen door het maturiteitsniveau van bedrijfslocaties te toetsen aan milieubeheereisen3 |
2022 0% |
2025 100% |
|
| Het risico op luchtvervuiling verminderen door ervoor te zorgen dat prioritaire locaties 4specifieke beheersplannen voor luchtemissies opstellen (NIEUW). |
2024 0% |
NIEUW | 2025 100% |
|
| Efficiënt gebruik natuurlijke hulpbronnen |
Verbeter het waterbeheer door ervoor te zorgen dat prioritaire bedrijfslocaties5 voldoen aan nieuwe rapporteringsvereisten voor water |
2022 0% |
2025 100% |
|
| Efficiënter gebruik van minerale hulpbronnen verbeteren door ervoor te zorgen dat prioritaire bedrijfslocaties6 (in volume mineraalafval) voldoen aan nieuwe rapporteringsvereisten voor mineraalafval |
2022 0% |
2025 80% |
||
| Biodiversiteit & Landherstel | De impact op de biodiversiteit verminderen door Imerys Act4nature verbintenissen na te komen en biodiversiteitsaudits uit te voeren op de prioritaire locaties7 |
2022 0% |
2025 100% |
|
| Klimaatveranderingsstrategie | De Scope 1 & 2 broeikasgasemissies (tCO2eq) van de Groep met 42% verminderen tegen eind 2030 ten opzichte van het basisjaar 2021; compatibel met een 1,5°C traject |
2021 0% |
2030 -42% |
|
| De Scope 1 & 2 broeikasgasemissies van de Groep verminderen met 36% ten opzichte van de inkomsten (tCO2eq/€M) tegen 20308 |
2018 0% |
2030 -36% |
||
| De Scope 3 broeikasgasemissies (tCO2eq) van de Groep met 25% verminderen tegen eind 2030 ten opzichte van het basisjaar 2021 (van aangekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, transport en distributie upstream en downstream, afval uit bedrijfsactiviteiten, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers en investeringen). |
2021 0% |
2030 -25% |
||
| Verbeter de weerbaarheid tegen fysieke klimaatrisico's door de activiteiten van de Groep te beoordelen volgens klimaatscenario's en adaptatiestrategieën te ontwikkelen voor de drie belangrijkste risico's (NIEUW). |
2024 0% |
NIEUW | 2025 100% |
1 De portefeuille van de Groep wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingsmethode van SustainAgility Solutions, die is gebaseerd op het kader van de World
Business Council voor Duurzame Ontwikkeling voor de beoordeling van de duurzaamheid van de portefeuille.
2 Op basis van het SustainAgility Solutions Assessment kader is een "SustainAgility Solution" een product in een applicatie dat heeft gescoord binnen de twee hoogste categorieën van de vier mogelijke categorieën.
4 De lijst van prioritaire bedrijfslocaties met betrekking tot luchtemissies is gebaseerd op (1) Gevallen waarin overschrijdingen van de stofdrempel van invloed zijn op meer dan twee bedrijfslocaties binnen de groep (2) bedrijfslocaties die de drempels overschrijden die in de lijst van het European Pollutant Release and Transfer Register (E-PRTR) zijn vastgesteld.
5 Prioritaire locaties hebben betrekking op wateronttrekking en/of -lozing > 1 M m3 /jaar en/of gelegen in gebieden met extreem hoge waterstress.
6 Prioritaire locaties voor minerale afvalstoffen worden bepaald door het volume.
7 Prioritaire locaties voor biodiversiteitsaudits zijn gedefinieerd als locaties met een groeve waar meer dan 1 miljoen ton per jaar wordt gewonnen, of locaties binnen een straal van 5 km van een gebied ingedeeld als International Union for Conservation of Nature (IUCN) categorie I, II of III, of locaties in een biodiversiteitshotspot binnen een straal van 5 km van een gebied ingedeeld als IUCN-categorie IV.
8 Deze doelstelling verwijst naar het SBTi-doel uit 2021 en is gekoppeld aan de in 2023 uitgegeven Sustainability Linked Bond (SLB), dus hoewel deze in 2023 is vervangen door een nieuw, ambitieuzer doel, zal deze tot 2030 blijven worden gerapporteerd.
3 Vereiste inzake milieubeheer zoals gedefinieerd in het beleid van Imerys en gemeten in de milieumaturiteitsmatrix, die is gebaseerd op toonaangevende internationale milieu beheersysteemstandaarden.
De omzet, investeringsuitgaven (Capex) en operationele uitgaven (Opex) die voor deze rapportering in aanmerking worden genomen, bestrijken het volledige scala van de activiteiten van Imerys en stemmen overeen met de consolidatiekring van zijn financiële staten.
De analyse van de in aanmerking komende activiteiten van Imerys werd uitgevoerd in het licht van de Europese Verordening 2020/852 van 18 juni 2020 tot vaststelling van een kader om duurzame investeringen binnen de Europese Unie te vergemakkelijken ("de Taxonomieverordening"), de Gedelegeerde Wet 2021/2139 van 4 juni 2021 en amendement 2023/2485 van 27 juni 2023 betreffende mitigatie van en adaptatie aan de klimaatverandering, en de Gedelegeerde Wet 2023/2486 van 27 juni 2023 betreffende duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene rijkdommen, overgang naar een circulaire economie, preventie en controle van vervuiling, bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen. Op grond van de Disclosures Delegated Act komen momenteel twee activiteiten van de Groep in aanmerking: de fabricage van carbon black (Activiteit CCM 3.11) en de fabricage van Portlandklinker, calciumaluminaatcement of andere bindmiddelen (Activiteit CCM 3.7).
Beide bovengenoemde in aanmerking komende activiteiten worden geacht aanzienlijk bij te dragen aan de milieudoelstelling wat betreft de mitigatie van klimaatverandering. De Groep is van mening dat deze twee in aanmerking komende activiteiten niet substantieel bijdragen aan de doelstelling inzake adaptatie aan klimaatverandering, en de Groep heeft zich daarom uitsluitend toegelegd op de rapportering in de richting van de doelstelling inzake mitigatie van de klimaatverandering. De doelstelling inzake klimaatadaptatie is niettemin beoordeeld, samen met de andere "Do No Significant Harm" (DNSH) criteria.
Op grond van Artikel 10 (2), van Verordening (EU) 2020/852 worden deze activiteiten ingedeeld als transitieactiviteiten, voor zover er geen koolstofarme alternatieven zijn die technisch en economisch haalbaar zijn, maar die de transitie naar een klimaatneutrale economie ondersteunen op een wijze die strookt met een traject om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau.
Na analyse van de lijst van in aanmerking komende activiteiten in de Gedelegeerde Wet (EU) 2023/2486 van juni 2023 heeft Imerys vastgesteld dat het geen in aanmerking komende activiteiten heeft die significant bijdragen aan de vier andere milieudoelstellingen met betrekking tot "Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen", "Preventie en bestrijding van verontreiniging", "Transitie naar een circulaire economie" en "Bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen".
De productie van carbon black, ingedeeld onder NACE-code C20.13, is een essentieel onderdeel van de waardeketen voor de transitie naar elektrische voertuigen voor de mobiele energiemarkt. De transitie naar elektrische voertuigen is een topprioriteit in de strijd tegen klimaatverandering. Imerys is de toonaangevende leverancier van hooggeleidende koolstofgebaseerde oplossingen voor lithiumionbatterijen die in elektrische voertuigen worden gebruikt. Deze oplossingen met toegevoegde waarde dragen bij aan de transitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energie door cruciale materialen te leveren die de energiedichtheid stimuleren en de oplaadtijden van lithium-ionbatterijen verkorten.
De fabricage van deze producten, ingedeeld onder NACE-code C23.51, maakt deel uit van de bedrijfsactiviteiten Vuurvaste stoffen, Schuur- en Bouwmaterialen. Ze ondersteunen de transitie naar duurzaam bouwen door oplossingen voor bouwchemicaliën te bieden. Bouwchemicaliën maken vandaag een sterke groei door, omdat ze de koolstofvoetafdruk van calciumaluminaatcement en beton verminderen – een essentieel punt wanneer de bouwsector alleen al 40% van de CO2 emissies vertegenwoordigt. Imerys produceert calciumaluminaten voor de bouwsector, waar deze additieven de productiviteit van beton verbeteren, met name door het versnellen van de uitharding. Imerys produceert ook mortel op basis van calciumaluminaat om rioolstelsels te beschermen tegen biogene corrosie, met als gevolg een verlengde levensduur en een daling van het verbruik van grondstoffen, een vermindering van de behoeften aan arbeid en vrachtwagens, waardoor de broeikasgasemissies van de nutsbedrijven worden verminderd en de stilstandtijd van activa wordt verminderd, waardoor de productiviteit toeneemt en het risico wordt verminderd dat onbehandeld water in het milieu komt.
In de Taxonomie Verordening worden in aanmerking komende activiteiten gedefinieerd als activiteiten die het grootste effect op klimaatverandering hebben en dus het grootste potentieel bieden om broeikasgasemissies te verminderen. Momenteel gaat het hier met name om de opwekking en verkoop van energie, vervoersmiddelen en vervoersdiensten, en om de ontwikkeling en renovatie van onroerend goed.
1 Sectie 3.11 van bijlage 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie en appendix II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie.
2 Sectie 3.7 van bijlage 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie en appendix II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie.
De belangrijkste activiteiten van Imerys, d.w.z. de winning van mijnen en steengroeven, vallen niet binnen het huidige toepassingsgebied van in aanmerking komende activiteiten die in de "Disclosures Delegated Act" aan bod komen. Met name groene Capex in verband met de in sectie 3.1.2 van dit hoofdstuk gepresenteerde voorbereidende studies voor het lithiumproject van Imerys in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk komen nog niet in aanmerking voor de Europese groene taxonomie.
In het Taxonomie Technisch Verslag van juni 2019 werd echter erkend dat de sector een bijdrage moet leveren aan het behalen van de doelstelling van een klimaatneutraal Europa tegen 2050 en werd een analyse aanbevolen van de rol van de sector bij de levering van grondstoffen op een duurzame en verantwoorde manier.
Sterker nog, de exploratie van mineralen kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de Europese Green Deal. Geoordeeld wordt dat de exploratie van mineralen, indien uitgevoerd volgens internationale beste praktijken, een aanzienlijke rol kan spelen in de toekomstige duurzaamheid van het continent, gemeten aan de hand van de vier criteria die in de Taxonomie Verordening zijn vastgesteld:
De EFRAG TWG (Technische Werkgroep) analyseert momenteel de technische screeningcriteria voor de mogelijke opname van lithium op de lijst van voor taxonomie in aanmerking komende activiteiten, samen met andere kritieke mineralen (koper, nikkel en kobalt), in overeenstemming met de Critical Raw Materials Act, die toegang moet bieden tot een veilige en duurzame levering van kritieke grondstoffen, waardoor Europa zijn klimaat- en digitale doelstellingen voor 2030 kan halen. Als zodanig worden de economische activiteiten van de Groep in verband met mijnbouw niet weergegeven in de hieronder gepresenteerde financiële cijfers. Deze cijfers zullen waarschijnlijk evolueren in lijn met het in aanmerking komend toepassingsgebied.
Voor meer informatie over de duurzame oplossingen binnen de portefeuille van Imerys, zie [ESRS S4] van dit hoofdstuk.
Overeenkomstig met Artikel 8 van de Taxonomie Verordening (EU) 2020/852 heeft de informatieverschaffing van Imerys betrekking op de taxonomie in aanmerking komende activiteiten zoals beschreven in sectie 1.2.1.2. Voor de kwantificering van de in aanmerking komende activiteiten en de afstemming worden de omzet, investeringsuitgaven (Capex) en operationele uitgaven (Opex) die voortkomen uit producten of diensten die verband houden met in aanmerking komende economische activiteiten, bepaald volgens de definities van bijlage I bij de Delegated Act tot aanvulling van Artikel 8 van de Taxonomie Verordening.
Dit hoofdstuk kwantificeert de activiteiten van Imerys op het gebied van klimaatmitigatie. De in aanmerking komende activiteiten van de Groep zijn niet gerapporteerd als substantieel bijdragend aan de klimaatverandering adaptatie objectief en er bestaan geen in aanmerking komende activiteiten voor de andere vier milieudoelstellingen van Imerys, zodat er geen risico is op dubbeltelling van de hieronder gerapporteerde inkomsten-, Capex- of Opex-indicatoren. Ook zijn de twee in aanmerking komende economische activiteiten van Imerys afzonderlijke bedrijfsactiviteiten, zoals hierboven aangegeven in sectie 1.2.1.2, en als zodanig is er geen risico op dubbeltelling van de gerapporteerde taxonomie KPI.
Voor de noemer worden Groepsopbrengsten en investeringsuitgaven gerapporteerd overeenkomstig met sectie 6.1 van het Universeel Registratie Document.
De totale Omzet (teller) wordt door de in aanmerking komende/afgestemde activiteit berekend op basis van de omzet (exclusief intra-groepsverkopen) zoals gepubliceerd in de Geconsolideerde Financiële Staten op de regel "Omzet" van de geconsolideerde resultatenrekening.
De gerapporteerde Capex (teller) houdt verband met activa of processen die in verband worden gebracht met economische activiteiten die in aanmerking komen/ afgestemd zijn voor Taxonomie en met een Capex-plan waardoor bepaalde in aanmerking komende activiteiten binnen
1 In het klimaatakkoord van Parijs in 2015 hebben 195 van werelds regeringen zich ertoe verbonden de ergste impacts van klimaatverandering te voorkomen door de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 graden Celsius, vaak aangeduid als het "2°C-scenario".
vijf jaar worden afgestemd. Per 31 december 2024 zijn geen andere individuele investeringsuitgaven geïdentificeerd dan die welke verband houden met de hierboven gerapporteerde voor Taxonomie in aanmerking komende economische activiteit.
De lijnen in de Geconsolideerde Financiële Staten die overeenkomen met de totale Capex KPI zijn opgenomen in Toelichting 17 – "Immateriële Activa" in de lijn "Aankopen" van het mutatieoverzicht en Toelichting 18 "Materiële vaste activa" op de lijnen "Aankopen" en "Aankoopkosten en daaropvolgende aanpassingen".
De lijnen in de Geconsolideerde Financiële Staten die overeenkomen met de totale Opex KPI worden verkregen door toevoeging van "Leasetermijn van 12 maanden of minder" in Toelichting 7 – "Externe kosten" en "Schoonmaak, Onderhoud en Reparatie" en Innovatie overheadkosten in de interne rapportering.
Net als Capex KPI wordt alleen Opex die overeenstemt met voor Taxonomie in aanmerking komende/afgestemde economische activiteit gerapporteerd in de Opex in aanmerking komende/afgestemd op de Taxonomie (teller).
Voorlopig draagt geen enkele activiteit substantieel bij aan de vijf andere milieudoelstellingen en heeft de Groep geen in aanmerking komende activiteiten in de gas- of nucleaire sector.
| Kernenergiegerelateerde activiteiten | |
|---|---|
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en uitrol van innovatieve installaties voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met een minimum aan afval van de splijtstofcyclus. |
NEE |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof, alsook verbetering van de veiligheid daarvan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. |
NEE |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de veilige exploitatie van bestaande nucleaire installaties die elektriciteit of proceswarmte produceren, voor onder meer stadsverwarming of industriële processen zoals de productie van waterstof uit kernenergie, alsook verbetering van de veiligheid daarvan. |
NEE |
| Activiteiten in verband met fossiel gas | |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw of exploitatie van installaties voor elektriciteitsopwekking die elektriciteit produceren uit fossiele gasvormige brandstoffen. |
NEE |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmte-/ koudekrachtkoppeling met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
NEE |
| De onderneming verricht, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor warmteopwekking die warmte/koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. |
NEE |
| Gegevens boekjaar 2024 | % van de omzet/totale Groepsomzet | ||
|---|---|---|---|
| Taxonomie afgestemd | Taxonomie in aanmerking komend | ||
| Klimaatverandering mitigatie, waarvan | 11,9% | 16,7% | |
| Vervaardiging van calciumaluminaatcement | 11,9% | 13,1% | |
| Vervaardiging van carbon black | 0,0% | 3,5% | |
| Klimaatadaptatie | 0% | 0% | |
| Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen | 0% | 0% | |
| Preventie en bestrijding van verontreiniging | 0% | 0% | |
| Transitie naar een circulaire economie | 0% | 0% | |
| Bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen | 0% | 0% |
In 2024 bedroeg de totale afgestemde omzet 11,9% afkomstig van de activiteiten van calciumaluminaatcement, op een totaal van 16,7% van de in aanmerking komende activiteiten.
| In aanmerking | Omzet2 | Capex3 | Opex4 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Activiteiten | komend Afgestemd |
2024 | 2023 | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | ||
| Vervaardiging van carbon black |
In aanmerking komend |
3,5% | 2,9% | 7,8% | 11,3% | 2,4% | 1,6% | ||
| Afgestemd | 0,0% | 0,0% | 0,8% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | |||
| Vervaardiging van calciumaluminaatcement |
In aanmerking komend |
13,1% | 12,3% | 7,2% | 7,2% | 11,8% | 11,2% | ||
| Afgestemd | 11,9% | 11,2% | 6,3% | 6,9% | 11,5% | 10,8% | |||
| Totaal | In aanmerking komend |
16,7% | 15,2% | 15,0% | 18,5% | 14,2% | 12,7% | ||
| Afgestemd | 11,9% | 11,2% | 7,1% | 7,4% | 11,5% | 10,8% |
De omzet van in aanmerking komende en afgestemde activiteiten in 2024 zijn vergelijkbaar met 2023. De daling van in aanmerking komende Capex is voornamelijk te verklaren door een hoge vergelijkingsbasis in 2023, wat verband houdt met de bouw van extra productiecapaciteit van carbon black om de vraag vanuit de Li-ionbatterijmarkt te bedienen.
1 Verplichte tabellen overeenkomstig met Artikel 8- Annex II van Gedelegeerde Verordening 2021/2178
2 in % van de Groepsomzet
3 in % Groep Capex 4 in % Groep Opex
| Boekjaar 2024 | 2024 | Criteria inzake substantiële bijdrage | GEAD-criteria ("geen ernstige afbreuk doen aan") |
||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (2) | Omzet (3) | Aandeel Omzet, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel op de Taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) omzet, jaar N-1 (18) |
Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitieondersteunende activiteit (20) |
| M€ | % | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | % | F | T | ||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
428,7 | 11,9% | J | N | niak | niak | niak | niak | J | J | J | J | J | J | J | 11,2% | T | |
| Omzet ecologisch duurzame activiteiten (afgestemd op de Taxonomie) (A.1) |
428,7 | 11,9% | 11,9% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 11,2% | |||
| Waarvan faciliterende | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0,00% | ||||||||||
| Waarvan transitieondersteunend |
100,0% | 100,0% | 100,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 100,0% | |||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||||||||||||||
| iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | ||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
43,9 | 1,2% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 1,1% | |||||||||
| Vervaardiging van carbon black |
CCM 3.11 |
127,9 | 3,5% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 2,9% | |||||||||
| Omzet van voor de Taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op de Taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) |
171,8 | 4,8% | 4,8% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 4,0% | ||||||||||
| A. Omzet van voor de Taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1+A.2) |
600,5 | 16,7% | 16,7% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 15,2% | ||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| Omzet Taxonomie niet in aanmerking komende activiteiten |
3004,4 | 83,3% | |||||||||||||||||
| Totaal (A+B) | 3604,9 | 100,0% | |||||||||||||||||
| Boekjaar 2024 | 2024 | Criteria inzake substantiële bijdrage | GEAD-criteria ("geen ernstige afbreuk doen aan") |
||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (2) | CapEx (3) | Aandeel CapEx, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | Aandeel op de Taxonomie afgestemde (A.1.) of ervoor in aanmerking komende (A.2.) CapEx, jaar N-1 (18) |
Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitieondersteunende activiteit (20) |
| M€ | % | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | % | F | T | ||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
26,6 | 6,3% | J | N | niak | niak | niak | niak | J | J | J | J | J | J | J | 6,9% | T | |
| Vervaardiging van carbon black |
CCM 3.11 |
3,4 | 0,8% | J | N | niak | niak | niak | niak | J | J | J | J | J | J | J | 0,5% | T | |
| CapEx ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) |
30,0 | 7,1% | 7,1% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 7,4% | T | ||
| Waarvan faciliterend | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0,0% | ||||||||||
| Waarvan transitieondersteunend |
100,0% | 100,0% | 100,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 100,0% | |||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||||||||||||||
| iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | ||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
3,7 | 0,9% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0,3% | |||||||||
| Vervaardiging van carbon black |
CCM 3.11 |
29,4 | 7,0% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 10,8% | |||||||||
| CapEx voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) |
33,1 | 7,9% | 7,9% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 11,1% | ||||||||||
| A. CapEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1+A.2) |
63,1 | 15,0% | 15,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 18,5% | ||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| CapEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten |
358,3 | 85,0% | |||||||||||||||||
| Totaal (A+B) | 421,4 | 100,0% |
| Boekjaar 2024 | 2024 | Criteria inzake substantiële bijdrage | GEAD-criteria ("geen ernstige afbreuk doen aan") |
||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Economische activiteiten (1) | Code (2) | OpEx (3) | Aandeel OpEx, jaar N (4) | Klimaatmitigatie (5) | Klimaatadaptatie (6) | Water (7) | Verontreiniging (8) | Circulaire economie (9) | Biodiversiteit (10) | Klimaatmitigatie (11) | Klimaatadaptatie (12) | Water (13) | Verontreiniging (14) | Circulaire economie (15) | Biodiversiteit (16) | Minimumgaranties (17) | ervoor in aanmerking komende (A.2.) OpEx, jaar Aandeel op de Taxonomie afgestemde (A.1.) of N-1 (18) |
Categorie faciliterende activiteit (19) | Categorie transitieondersteunende activiteit (20) |
| J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | J; N; niak | ||||||||||||||
| M€ | % | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | J/N | % | F | T | ||||||||
| A. VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| A.1 Ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) | |||||||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
26,7 | 11,5% | J | N | niak | niak | niak | niak | J | J | J | J | J | J | J | 10,8% | T | |
| OpEx van ecologisch duurzame activiteiten (op taxonomie afgestemd) (A.1) |
26,7 | 11,5% | 11,5% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 10,8% | |||
| Waarvan faciliterend | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0,0% | ||||||||||
| Waarvan transitieondersteunend |
100,0% | 100,0% | 100,0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | J | J | J | J | J | J | J | 100,0% | |||
| A.2 Voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) | |||||||||||||||||||
| iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | iak; niak | ||||||||||||||
| De fabricage van Portlandklinker, cement of andere bindmiddelen. |
CCM 3.7 |
0,7 | 0,3% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 0,3% | |||||||||
| Vervaardiging van carbon black |
CCM 3.11 |
5,6 | 2,4% | iak | iak | niak | niak | niak | niak | 1,6% | |||||||||
| OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende, maar ecologisch niet duurzame activiteiten (niet op taxonomie afgestemde activiteiten) (A.2) |
6,2 | 2,7% | 2,7% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 1,9% | ||||||||||
| A. OpEx van voor de taxonomie in aanmerking komende activiteiten (A.1+A.2) |
32,9 | 14,2% | 14,2% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 12,7% | ||||||||||
| B. NIET VOOR DE TAXONOMIE IN AANMERKING KOMENDE ACTIVITEITEN | |||||||||||||||||||
| OpEx van niet voor de taxonomie in aanmerking komende |
198,9 | 85,8% | |||||||||||||||||
| activiteiten Totaal (A+B) |
231,8 | 100,0% |
De beoordeling van naleving was gebaseerd op de criteria van Artikel 3 van Verordening (EU) 2020/852 en de Technische Screeningcriteria die zijn opgenomen in de Disclosure Delegated Act gerelateerd aan de mitigatiedoelstelling voor klimaatverandering.
De tabellen in de vorige sectie geven de resultaten weer van de aanmerking en afstemming van de activiteiten van Imerys op de Taxonomie Verordening. De formaten ervan komen overeen met die van de sjablonen voor kritische prestatie-indicatoren voor niet-financiële ondernemingen in Bijlage II bij de Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2468 van de Commissie van 27 juni 2023.
Er werden interne rapporteringssystemen en gegevens gebruikt om de naleving van de overeenkomstige grenswaarden op bedrijfsniveau te controleren om de criteria te herzien die bepalen of er een aanzienlijke bijdrage wordt geleverd aan de mitigatie van de klimaatverandering.
Overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van 4 juni 2021 dragen de activiteiten van calciumaluminaatcement bij tot de doelstelling inzake klimaatverandering mitigatie indien de specifieke broeikasgasemissies ervan lager zijn dan 0,722 t CO2eq per ton product. De andere technische criteria voor transport en opslag van CO2 zijn niet van toepassing op ons productieproces van aluminaatcement.
De broeikasgasemissies van acht van de in totaal negen fabrieken die calciumaluminaatcement produceren, liggen onder deze drempel en dragen dus substantieel bij aan de mitigatie van klimaatverandering.
– Slechts één productielocatie bevindt zich iets boven de drempel van 0,7222 t CO2eq per ton product. Daarom zijn voor de rest van het afstemmingsonderzoek slechts de acht productiebedrijven geëvalueerd.
Overeenkomstig met de Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van 4 juni 2021 dragen carbon black activiteiten substantieel bij aan de doelstelling inzake klimaatverandering mitigatie indien de broeikasgasemissies van de carbon black productieprocessen lager liggen dan 1,141 t CO2eq per ton product.
Imerys' carbon black activiteiten komen in aanmerking, maar zijn niet afgestemd op de Europese Taxonomie wat abetreft de criteria voor klimaatmitigatie, aangezien de broeikasgasemissies van Imerys' productiefaciliteiten boven deze drempel liggen.
Wat betreft de "Do No Significant Harm Criteria"-criteria (DNSH) van Artikel 3 van Verordening (EU) 2020/852 voor de toepasselijke milieudoelstellingen, heeft Imerys geverifieerd en gevalideerd dat al zijn in aanmerking komende activiteiten voldoen aan de DNSH-criteria en de lokale en interne vereisten voor de volgende milieudoelstellingen:
In de onderstaande tabel wordt de methodologie van Imerys toegelicht om die DSNH-criteria voor de activiteiten van calciumaluminaatcement te valideren.
| DNSH | Beschrijving van de valideringsprocedures voor activiteiten op het gebied van calciumaluminaatcement | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Klimaatadaptatie | Er is een fysieke klimaatrisicoanalyse uitgevoerd van alle bedrijfslocaties van de Groep voor de huidige situatie en de tijdshorizon van 2050, aangevuld met een analyse van de risico's die de wereldwijde verzekeringsmaatschappij van de Groep heeft gemaakt. |
||||||
| Op basis van de aanbevelingen van de wereldwijde verzekeringsmaatschappij van de Groep werd een adaptatieplan opgesteld om elk relevant risico dat in 2024 werd geïdentificeerd (overstromingen, orkanen en waterschaarste) te mitigeren, met de uitvoering van maatregelen op voortschrijdende basis. |
|||||||
| Duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene |
Op alle betrokken bedrijfslocaties is een beoordeling uitgevoerd op basis van de jaarlijks uitgevoerde milieuanalyses en van de naleving van de in de verschillende landen geldende milieuregelgeving. |
||||||
| hulpbronnen | Om bijvoorbeeld het risico op waterverbruik tijdens droogteperiodes te beperken, heeft de site van Le Teil in Frankrijk de afgelopen jaren het klinkerkoelingsproces aanzienlijk geoptimaliseerd en het bijbehorende waterverbruik aanzienlijk verminderd. |
||||||
| Preventie en bestrijding van verontreiniging |
Voor de preventie van verontreiniging in de hele waardeketen: de Groep heeft gecontroleerd of activiteiten met betrekking tot de productie van calciumaluminaatcement niet leiden tot de productie, het in de handel brengen of het gebruik van grondstoffen die stoffen bevatten die zijn vermeld in de regelgeving met betrekking tot de preventie van DSNH-verontreiniging. |
||||||
| Voor emissiebeheersing: de in aanmerking komende bedrijfslocaties zijn actief met een geldige vergunning en worden regelmatig door de autoriteiten geïnspecteerd op emissiebeheersing. Tot op heden valt geen van de in aanmerking komende sites in Europa binnen het beheerbereik van de Europese BBT (Best Beschikbare Technieken) voor de beheersing van luchtemissies. Indien nodig investeren de in aanmerking komende bedrijfslocaties in het onderhoud of de modernisering van de emissiebeheersfaciliteiten voor naleving. |
|||||||
| Transitie naar een circulaire economie |
Het DNSH-criterium met betrekking tot de doelstelling "Transitie naar een circulaire economie" is niet van toepassing op de productie van calciumaluminaatcement overeenkomstig met de Disclosure Delegated Act. |
||||||
| Bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen |
Imerys heeft dit criterium gevalideerd voor al zijn in aanmerking komende activiteiten op het gebied van calciumaluminaat door ervoor te zorgen dat de vergunningen voor elke bedrijfslocatie werden afgeleverd en dat de in aanmerking komende bedrijfslocaties niet in de buurt van biodiversiteitsgevoelige gebieden liggen, volgens de mapping van de IUCN-categorieën. |
Als gedefinieerd in Artikel 3 van de Taxonomieverordening wordt een activiteit alleen als milieuvriendelijk aangemerkt indien zij wordt uitgevoerd met naleving van de in de regulatie vastgestelde specifieke minimumgaranties. In het eindverslag over minimumgaranties van het platform voor Sustainable Finance worden vier kernthema's vastgesteld waarvoor naleving van minimumgaranties moet worden gedefinieerd, namelijk mensenrechten (met inbegrip van werknemersrechten), omkoping, belastingen en eerlijke concurrentie.
Mensenrechten: Imerys verbindt zich ertoe internationaal erkende mensenrechten en -standaarden te respecteren, in het bijzonder het International Bill of Human Rights, de Richtlijnen van de Organisation for Economic Co-operation en Development (OECD), de bepalingen van de fundamentele verdragen van de International Labor Organization (ILO) en de UN Guiding Principles over Business en Mensenrechten. Binnen het Duty of Care-programma van Imerys is het risico op ernstige impacts op mensenrechten, fundamentele vrijheden en gezondheid en veiligheid als gevolg van de activiteiten van de Groep en die van zijn onderaannemers en leveranciers in kaart gebracht en beoordeeld en wordt het beheerd in overeenstemming met de Franse wet op Duty of Care. Dit programma is gedefinieerd in de Groep zijn Duty of Care Protocol.
Omkoping: Imerys heeft een uitgebreid Anti-Omkoping Nalevingsprogramma aangenomen om incidenten of beschuldigingen van omkoping te voorkomen, op te sporen en daarvoor herstel te bieden in naleving van de vereisten van de Franse Sapin II Wet. Dit programma wordt gedefinieerd in het Anti-Omkoping Beleid van de Groep en wordt ondersteund door verschillende procedures.
Belastingen: Het Belastingbeleid van de Groep is volledig in overeenstemming met de beste Internationale normen wat betreft antibelastingontwijking en belastingontduiking. De Groep is actief in landen die uitsluitend voor industriële of commerciële doeleinden zijn gekozen en sluit geen kunstmatige overeenkomsten met het oog op fiscale planning, noch overdracht van gecreëerde waarde naar lagebelastingjurisdicties, noch het gebruik van jurisdicties of zogenaamde "belastingparadijzen" voor belastingontwijking. Hij verbindt zich tot volledige naleving van zijn fiscale verplichtingen door op het juiste moment het juiste bedrag aan belasting in het juiste land te betalen.
Eerlijke concurrentie: Imerys heeft een uitgebreid Antitrust Nalevingsprogramma aangenomen om potentiële schendingen van de antitrustwetgeving te voorkomen, op te sporen en daarvoor herstel te bieden. Het wordt gedefinieerd in het Antitrustbeleid van de Groep en wordt ondersteund door verschillende procedures.
Bovendien zijn er in het verslagjaar geen veroordelingen of schendingen geregistreerd, wat de naleving van de minimumgaranties in twijfel kan trekken.
Imerys erkent dat klimaatverandering een wereldwijde, systemische en urgente uitdaging is. Sinds 2017 is Imerys volledig toegewijd lid van de Franse Business Climate Pledge1 . Hiermee bevestigt Imerys publiekelijk zijn engagement om bij te dragen aan de collectieve inspanningen, door een roadmap op te stellen dat compatibel is met de internationale verbintenissen geformuleerd in de Overeenkomst van Parijs en te werken aan SDG 13 om dringend actie te ondernemen tegen klimaatverandering en de impacts ervan.
De Groep heeft zijn informatieverschaffing over het klimaat in 2024 afgestemd op de aanbevelingen van de TCFD2. De afgelopen 15 jaar heeft Imerys deelgenomen aan het CDP3. De CDP-prestatiescore van de Groep voor 2024 wordt gerangschikt als niveau A, wat de Groep in de hoogste band plaatst, wat overeenstemt met leiderschap van klimaatkwesties met transparantie en prestaties volgens beste praktijken. Imerys' uitgebreide klimaatrapportering via de CDP is publiek beschikbaar.
Opmerking: Imerys is onderdeel van de EU Paris-aligned Benchmarks. Overeenkomstig met Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2178 van de Commissie wordt de informatieverschaffing over op de Taxonomie afgestemde Capex en de daarmee samenhangende Capex-plannen ter ondersteuning van de uitvoering van het transitieplan beschreven in sectie 1.2.1.5 van dit hoofdstuk. Bovendien investeert Imerys geen Capex-bedragen in economische activiteiten in verband met steenkool, olie en gas.
Opmerking: Hoofdstuk 4 van het Universeel Registratie Document bevat meer informatie met betrekking tot de Corporate governance structuur, de rol van bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en de integratie van duurzaamheidsgerelateerde prestaties in beloningsregelingen zoals gepresenteerd in de informatieverschaffing GOV-1, GOV-2 en GOV-3.
Voorgezeten door CEO
Stuurgroep Klimaatverandering
Onder leiding van de Vice-President Klimaat & Portefeuille Duurzaamheid
Beheer van klimaatverandering op operationeel niveau
Onder leiding van Bedrijfsgebieden
In het kader van zijn missie om de waardecreatie op lange termijn te bevorderen, geeft de Raad van Bestuur, met de steun van zijn Comités en de ESG Referent Director die zich toelegt op duurzaamheidsgerelateerde kwesties, specifiek toezicht op de klimaatrisico's en -opportuniteiten. De klimaat strategie van de Groep, inclusief het Klimaattransitieplan, wordt geëvalueerd door het Strategie en Duurzaamheidscomité en gevalideerd door de Raad van Bestuur. Voortgang in de richting van vastgestelde doelen wordt opgenomen in de regelmatige duurzaamheidsupdates voor de Raad. Het Auditcomité heeft toezicht op klimaatgerelateerde risico's en gegevensverificatie via de evaluatie van de risicomappingsoefening van de Groep en de externe auditverklaringen.
Het toezicht van de Raad wordt aangevuld door de input van de CEO, het Uitvoerend Comité en het Duurzaamheidscomité, geleid door de Chief Sustainability Officer. De missie van de Groep is met name het bepalen van het niveau van de verbintenis van de Groep, het initiëren en evalueren van klimaatgerelateerde risico- en opportuniteitsbeoordelingen, het aansturen van de ontwikkeling van de klimaatveranderingsstrategie en het monitoren van de voortgang bij de uitvoering binnen de Business Areas en de financiële planning van de Groep.
De Klimaatverandering Stuurgroep slaat een brug tussen management en activiteiten, beoordeelt en keurt decarbonisatieprojecten goed op basis van financiële, technische en duurzaamheidscriteria. Samengesteld uit vertegenwoordigers en deskundigen van verschillende departementen zoals Duurzaamheid, Activiteiten, Inkoop, Strategie, Financiën, IT en Wetenschap & Technologie, richten gespecialiseerde werkgroepen zich op specifieke decarbonisatiehefbomen, zoals beschreven in informatieverschaffing [E1-1] en [E1-4] in sectie 1.2.2.4 hieronder. Deze groepen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van haalbaarheidsstudies, het evalueren van welke bestaande of toekomstige technologieën kunnen worden toegepast op de activiteiten van Imerys en het identificeren van testlocaties voor implementatie.
Op operationeel niveau realiseert Imerys zijn verbintenissen inzake klimaatverandering via een toegewijde organisatie, met gedefinieerde taken en verantwoordelijkheden, een solide managementsysteem, termijngebonden actieplannen, prestatie-indicatoren, auditprocedures en een programma voor continue verbetering, als onderdeel van het Groep SustainAgility kader.
De uitvoering omvat samenwerking tussen verschillende operationele en functionele groepen. Energie-efficiëntiemanagers van de Groep en energiemanagers van de BA spelen een cruciale rol door fabrieken te ondersteunen met efficiëntiemethodologieën, analysekaders te bepalen en opleiding te verstrekken om consistente en betrouwbare rapportering te waarborgen.
1 De Franse Business Climate Pledge is een publieke toezegging van Franse bedrijven om broeikasgasemissies te reduceren.
Om de gedeelde decarbonisatie-ambitie van de Groep te ondersteunen, zijn de jaarlijkse variabele beloning van de CEO van de Groep en de lange termijncompensatieaandelen gekoppeld aan de doelen voor BKG emissiereductie van de Groep. Op dezelfde manier hebben het Uitvoerend Comité van de Groep, de senior managers en vele functionele en operationele managers een jaarlijkse variabele vergoeding in verband met KPI's voor BKG emissiereductie.
Op Groepsniveau heeft Imerys zijn materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft klimaatverandering op hoog niveau in kaart gebracht, in het kader van de dubbele materialiteitsanalyse (zie informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-3] van dit hoofdstuk). Imerys heeft ook een gedetailleerde klimaatrisico- en -opportuniteitenbeoordeling voor zijn activiteiten in 2024 voltooid, op basis van trendanalyses van de eindmarkten in het perspectief van een koolstofarme economie en gebruikmakend van de Climanomics® tool in samenwerking met externe klimaatexperts. Verdere risico's verbonden aan de Imerys waardeketen zullen in de toekomst aangepakt worden. De geactualiseerde analyse vervangt de initiële analyse van 2021 en behandelt zowel transitierisico's als fysieke risico's. Ze analyseert de bijkomende financiële blootstelling van de Groep in een reeks gecombineerde scenario's, op basis van verschillende prognoses voor temperatuurstijgingen voor het jaar 2100 (RCP-scenario's) en alternatieve toekomst voor sociaal-economische ontwikkeling (SSP-scenario's van het IPCC), die drie tijdshorizonten (2030, 2040 en 2050) bestrijken. De resultaten van de transitie en fysieke risico's studies werden voorgesteld aan het Duurzaamheidscomité (inclusief de CEO, de Chief Sustainability Officer, de Chief Industrial Officer en de Chief Financial Officer) om ervoor te zorgen dat ze correct worden geïntegreerd in de Bedrijfsstrategie van de Groep. Deze resultaten werden ook voorgesteld aan het Strategie en Duurzaamheidscomité van de Raad van de Groep.
Aanvullende details over de roadmap van de Groep om de vastgestelde doelen te behalen, zijn te vinden in sectie 1.1.4.2, paragraaf "Imerys' Duurzaamheidsroadmap" van dit hoofdstuk.
Deze analyses werden ook gebruikt in het kader van de financiële planning en impairmenttests van de Groep, zie hoofdstuk 6, sectie 6.1 toelichting 4 Schattingen en Oordelen en toelichting 19 impairmenttests van het Universeel Registratie Document.
Transitierisico's zijn risico's verbonden aan de transitie naar een economie die de opwarming van de aarde in het optimale scenario beperkt tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau. Gezien het strenge klimaatbeleid en de koolstofprijzen die nodig zijn om deze verschuiving naar een drastisch koolstofarme wereldeconomie te stimuleren en de noodzakelijke transformatie in technologieën en markten, wordt Imerys geconfronteerd met verschillende potentiële juridische, technologische, reputatie- en marktgerelateerde transitierisico's. Het belangrijkste risico dat in het volgende hoofdstuk wordt beschreven, is het gevolg van opkomende regelgeving en koolstofprijsmechanismen.
Imerys definieert transitierisico's als gevolg van opkomende regulatie en koolstofprijsmechanismen als risico's die een impact hebben op zijn productiekosten, rekening houdend met:
Er is een model ontwikkeld om verschillende scenario's in termen van toekomstige financiële impacts voor Imerys te beoordelen, afhankelijk van de geprojecteerde productieniveaus van de Imerys locaties, trends in de broeikasgasemissies van de locaties en koolstofprijsprognoses volgens de recentste scenario's van het Internationaal Energieagentschap (IEA):
De beoordeling van Imerys omvat drie tijdshorizonten: 2030 (korte termijn), 2040 (middellange termijn) en 2050 (lange termijn) en houdt rekening met het financiële risico vóór en na klimaatmitigerende maatregelen. Twaalf van de Imerys' fabrieken in Europa, het Verenigd Koninkrijk en de VS (8% van de totale industriële locaties wereldwijd) vallen onder de EU ETS, UK ETS en California Cap and Trade ETSregelingen.
Imerys' transitierisico's wat betreft zijn upstream waardeketen – d.w.z. impact op de uitgaven van Imerys door de stijgende kosten van ingekochte goederen en diensten (voornamelijk energie, grondstoffen en transport) en dus de uiteindelijke kosten van producten – worden momenteel geëvalueerd. Deze beoordeling is niet beperkt tot koolstofprijzen binnen een specifieke geografische dimensie, maar zal ook betrekking hebben op koolstoftarieven overeenkomstig het onlangs opgerichte EU Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM).
Deze beoordeling heeft geen betrekking op de veranderende markttrends als gevolg van de overgang naar een koolstofarme economie, dit risico zal naar verwachting worden gecompenseerd door nieuwe opportuniteiten, zoals beschreven in informatievereiste [ESRS 2 SBM-3 - E1] van dit hoofdstuk .
Er is een strategie uitgewerkt om de vastgestelde transitierisico's als gevolg van de huidige onzekerheid in verband met emissiehandelssystemen en koolstofheffingen te mitigeren. Het proces omvat: monitoring van emissies, marktinformatie over regelgeving, modellering van emissies en emissierechten om korte of lange posities te evalueren, en een strategie voor de handel in koolstofrechten. De sites waarop ETS betrekking hebben, zijn geïntegreerd en geprioriteerd in de decarbonisatie strategie van de Groep.
In het STEPS-scenario geven de resultaten van de transitierisicobeoordeling van Imerys aan dat de productiekosten op korte termijn (2030) jaarlijks met 71-110 miljoen euro kunnen stijgen binnen de eigen activiteiten (Scope 1 & 2). Dit waardebereik vertegenwoordigt een toepassing van koolstofprijsprognoses voor meerdere regio's en sectoren, waarvan sommige misschien niet specifiek van toepassing zijn op de activiteiten van Imerys. Hogere waarden komen overeen met het theoretische risico van Imerys zonder mitigerende maatregelen, terwijl lagere waarden van mening zijn dat Imerys zijn door SBTi goedgekeurde doelen voor broeikasgasemissiereductie bereikt (d.w.z. het bereikt een reductie van 42% in de Scope 1 en 2 BKG-emissies). Positieve financiële impacts als gevolg van koolstofprijzen die aan klanten worden doorberekend, worden in geen enkel scenario in aanmerking genomen. Imerys blijft zijn financiële impact verfijnen dankzij de evaluatie van de transitierisico's na 2030.
Met fysieke risico's wordt de directe impact van klimaatverandering op de activiteiten van de Groep bedoeld, met mogelijk kosten als gevolg van schade aan activa, productiestilstand en operationele verliezen. Zij worden doorgaans ingedeeld in acute risico's, zoals extreme weersomstandigheden op korte termijn die onmiddellijke ontwrichting en financiële verliezen veroorzaken, en chronische risico's, die geleidelijke klimaatveranderingen op lange termijn inhouden die activa degraderen, hulpbronnen aantasten en operationele kosten doen stijgen.
Voor activa en faciliteiten van de Groep over de hele wereld is een beoordeling uitgevoerd van de blootstelling van Imerys aan klimaatgerelateerde fysieke risico's. Het inherente risico is gekwantificeerd aan de hand van gevarenkaarten voor klimaatverandering die het relatieve niveau van kwetsbaarheid weergeven voor verschillende acute en chronische fysieke indicatoren (orkanen, overstromingen, hittestress,stijging van de zeespiegel, koudegolven, waterstress, natuurbranden en veranderingen in neerslagpatronen). De studie omvat scenarioanalyse waarbij gekeken wordt naar drie tijdshorizonten (2030, 2040 en 2050) versus een laag (RCP 2.6), matig (RCP 4.5) en een hoog scenario (RCP 8.5).
De resultaten van de scenarioanalyse van de klimaatgerelateerde fysieke risico's werden gebruikt als primaire inputinformatie binnen de algemene benadering van het risicobeheer van de Groep, die in 2024 werd geëvalueerd. In 2024 werd een nieuwe methodologie toegepast met behulp van het S&P Global Sustainable Climanomics® platform, waarmee Imerys de toekomstige financiële impacts van fysieke risico's als gevolg van klimaatverandering kon inschatten. De meerderheid van de klimaatgegevens die Climanomics® onderbouwen, zijn afkomstig van het Coupled Model Intercomparison Project (CMIP) dat wordt uitgevoerd door het World Climate Research Programme. Voor elke Imerys-site werden geografische coördinaten, verzekerde activawaarde en activatype (productiefabrieken, steengroeven, ondergrondse mijnen, havens en R&D-laboratoria) ingevoerd om de activawaarde te verkrijgen die materieel risico lopende vóór klimaatadaptatiemaatregelen. De analyse omvat overstromingen (kust, rivieren, regenwater), hittegolven, droogte, natuurbranden, cyclonen (orkanen, tyfoons) en waterstress. De resultaten worden weergegeven als een percentage van de totale verzekerde activawaarde die voor elk van deze extreme weersomstandigheden risico loopt als gevolg van bijkomende en onvoorziene kosten, schade aan activa en operationele verliezen. De Imerys-beoordeling omvat de volgende scenario's voor de tijdshorizonten van 2030, 2040 en 2050: laag (SSP1-2,6), matig (SSP2-4,5), middelhoog (SSP3-7,0) en hoog (SSP5-8,5).
Naarmate Imerys een beter inzicht krijgt in deze resultaten, blijft het zijn analyse verfijnen; daarom worden alleen de voorlopige resultaten van deze initiële beoordeling voorgesteld.
Waterstress, hittegolven en overstromingen zijn de drie risico's die potentieel van invloed zijn op het grootste aantal activa op Groepsniveau; daarom wordt hieronder een speciale focus voor elk van deze risico's gegeven.
Chronische fysieke risico's zijn verschuivingen in neerslag en temperatuur op langere termijn, evenals toegenomen variabiliteit in weerpatronen. De volgende chronische fysieke risico's zijn als zodanig beoordeeld in het kader van de vier SSP-RCP-scenario's en de drie hierboven beschreven tijdshorizonten: waterstress, stijging van de zeespiegel en veranderingen in neerslagpatronen. Gezien de potentieel negatieve financiële impact is waterstress het meest materiële chronische fysieke risico op Groepsniveau.
Waterstress treedt op wanneer de vraag naar water gedurende een bepaalde periode de beschikbare hoeveelheid overschrijdt of wanneer het gebruik ervan door een slechte kwaliteit wordt beperkt. Waterstress leidt tot een verslechtering van zoetwatervoorraden in termen van kwantiteit (overexploitatie van waterhoudende waterlagen, droge rivieren) en kwaliteit (eutrofiëring, verontreiniging van organisch materiaal, zoutindringing).
Water is nodig in verschillende stappen van de activiteiten van Imerys, bijvoorbeeld voor koeling, stofbestrijding en reiniging. Imerys kan verder aan dit risico worden blootgesteld via zijn toeleveringsketens, aangezien zij mogelijk afhankelijk zijn van energie en input uit waterafhankelijke industriële sectoren. De beschikbaarheid van water is belangrijk om de productie en activiteiten in de hele waardeketen voort te zetten, daarom wordt waterstress beschouwd als een van de potentiële materiële risico's voor Imerys, vooral voor locaties in gebieden met waterschaarste, waar een fysiek tekort aan waterbronnen wordt vastgesteld.
– Momenteel bevinden 11 Imerys-industrieterreinen zich in gebieden met een zeer hoog risico op waterschaarste en;
Zie informatieverschaffing [ESRS E3] voor gedetailleerde informatie over locaties in gebieden met waterschaarste en/of waterstress.
Om op dit risico te reageren, eiste Imerys dat voor de sites die volgens de beoordeling in gebieden met waterstress gelegen zijn, een omvattend watermanagementplan (WMP) werd ontwikkeld, met inbegrip van een beschrijving van het huidige waterverbruik, de analyse van de waterbalans, de waterboekhouding, de beoordeling van het waterrisico en een relevant actieplan om waterproblemen met een hoge prioriteit te beheren. Imerys voert een intensief procesverbeteringsplan uit om het waterverbruik te meten en te rapporteren voor elk van zijn sites met een hoog risico om in de toekomst doelen voor waterreductie te bepalen. Daarnaast hebben verschillende Imerys-locaties projecten uitgevoerd op het gebied van waterrecycling of waterefficiëntie, vooral in het kader van het programma voor continue verbetering.
Met behulp van het S&P Global Sustainable Climanomics® platform heeft Imerys het niveau van financiële impact geschat op basis van het percentage van de totale verzekerde activa dat risico loopt op waterstress, variërend van 1,1% in 2030 (in het SSP1-2.6 scenario) tot 2,0% in 2050 (in het SSP5-8.5 scenario). In deze cijfers is geen rekening gehouden met bestaande of toekomstige adaptatiemaatregelen.
Voor meer informatie over waterbeheer, zie informatieverschaffing [ESRS E3] van dit hoofdstuk.
Acute fysieke risico's zijn risico's die veroorzaakt worden door gebeurtenissen, waaronder de toegenomen ernst van extreme weersomstandigheden. Als zodanig werden de volgende acute fysieke risico's beoordeeld in het kader van de vier SSP-RCP-scenario's en de drie hierboven beschreven tijdshorizonten: overstromingen door regenval en rivieren, hittestress, natuurbranden en tropische cyclonen of orkaan. Van alle acute fysieke risico's worden er twee als materieel beschouwd op Groepsniveau gezien hun potentieel hoge negatieve financiële impact: hittegolven en overstromingen.
Wanneer risico's eenmaal in kaart zijn gebracht en beoordeeld, worden deze locatie voor locatie aangepakt. Het lokale management wordt bijgestaan door de afdeling Groepsverzekeringen en Bedrijfsrisico's.
De temperatuur op aarde is sinds 1880 gemiddeld met 0,08 °C per decennium gestegen, of ongeveer 1,2 °C in totaal. De opwarming is sinds 1981 meer dan verdubbeld met 0,18°C per decennium. De 10 warmste jaren ooit hebben zich allemaal voorgedaan sinds 2010. Extra warmte op aarde zorgt voor regionale en seizoensgebonden temperatuurextremen, waardoor sneeuwbedekking en zee-ijs afnemen, hevigere regenval en veranderende habitats voor planten en dieren.
Een hittegolf is een periode van langdurige abnormaal hoge oppervlaktetemperaturen ten opzichte van wat normaal wordt verwacht. Hittegolven kunnen enkele dagen tot enkele weken duren. Dergelijke weerverschijnselen kunnen worden gekenmerkt door een lage luchtvochtigheid, die de droogte op gematigde breedtegraden kan verergeren, of een hoge luchtvochtigheid, die de gezondheidsimpacts van hittestress in tropische gebieden kan verergeren.
Hittegolven kunnen de productiviteit van Imerys' werknemers beïnvloeden, naast hun gezondheid en welzijn. Zij kunnen gevolgen hebben voor alle werknemers, ongeacht of zij binnen of buiten werken.
Momenteel wordt het risico op hittegolven als matig ingeschat voor meer dan de helft van de industriële sites van Imerys. In het scenario van RCP4.5 zouden 76 industrieterreinen potentieel een hoog risico kunnen lopen. In het scenario van RCP 8.5 zouden 60 bedrijfslocaties potentieel een zeer hoog risico op hittegolven lopen, terwijl nog eens 88 bedrijfslocaties potentieel een hoog risico lopen.
Overstromingen treden op wanneer water land dat normaal droog staat, overstroomt of doordrenkt. Over het algemeen hebben overstromingen uren of zelfs dagen nodig om zich voor te bereiden of te evacueren, maar soms ontwikkelen ze zich snel en zonder waarschuwing. De meest voorkomende vorm van overstromingen zijn overstromingen, die gebeuren wanneer rivieren of stromen buiten hun oevers treden. Zware regenval, een kapotte dam of dijk, snel smeltend ijs in de bergen of zelfs een beverdam op een kwetsbare plek kan een rivier doen overstromen.
Overstromingen kunnen de activiteiten van Imerys mogelijk verstoren of stoppen door schade toe te brengen aan zijn activa en de toegang tot zijn toeleveringsketen te onderbreken.
Momenteel is geen enkele industriële site van Imerys geïdentificeerd als een bedrijfslocatie met een zeer hoog overstromingsrisico. In het RCP2.6-scenario zouden 28 industrieterreinen een zeer hoog overstromingsrisico kunnen lopen; 29 in het RCP4.5-scenario en 30 in het RCP8.5-scenario. Al deze sites vallen binnen het risicopreventieprogramma van de Groep voor het beheer van dit risico.
Wat betreft het beheer van risico's die materiële schade of operationele verliezen als gevolg van extreme klimaatgebeurtenissen kunnen veroorzaken, hebben de afdelingen Groepsverzekeringen en Bedrijfsrisico's een specifiek proces opgezet. Het proces integreert de studie van de kwetsbaarheid van bedrijfslocaties voor extreme weersomstandigheden en natuurrampen en omvat regelmatige inspecties ter plaatse. Deze risico's worden vervolgens geïntegreerd in Business Continuïteitsplanning (BCP) oefeningen, die zich focussen op de belangrijkste activa wat betreft de bijdrage aan de brutomarge van de Groep. De Business Impactanalyse brengt potentiële impacts van gebeurtenissen op activiteiten in kaart en evalueert deze, inclusief de uitvoering van passende preventieve, adaptatie- en herstelplannen.
Met behulp van het S&P Global Sustainable Climanomics® platform heeft Imerys het niveau van financiële impact geschat op basis van het percentage van de totale verzekerde activa dat risico loopt op hittegolven, variërend van 2,7% in 2030 (in het SSP1-2.6 scenario) tot 4,3% in 2050 (in het SSP5-8.5 scenario). In deze cijfers is geen rekening gehouden met bestaande of adaptatiemaatregelen.
Met behulp van het S&P Global Sustainable Climanomics® platform heeft Imerys het niveau van financiële impact geschat op basis van het percentage van de totale verzekerde activawaarde met overstromingsrisico op ongeveer 0,2% in alle scenario's en tijdshorizonten. In deze cijfers is geen rekening gehouden met bestaande of adaptatiemaatregelen.
In 2019 lanceerde Imerys zijn SustainAgility Solutions Assessment kader, dat is ingebed in alle processen van de Groep en is ontworpen in overeenstemming met de richtlijnen van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) voor Portfolio Sustainability Assessments (PSA), om de duurzaamheid van de huidige portefeuille van Imerys objectief te meten, de ecologische en sociale impacts te identificeren en de portefeuille van de Groep te helpen sturen naar koolstofarme oplossingen. Als onderdeel van dit proces heeft Imerys zijn inzicht in klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten die impact kunnen hebben op klanten en eindmarkten, verdiept in het perspectief van een koolstofarme economie.
Op basis van de duurzaamheidsanalyse van de Groepsportefeuille zou de uitbreiding van een koolstofarme economie geen of een zeer beperkte impact hebben op veel van de door Imerys vervaardigde producten. Performance Mineralen zijn relatief koolstofarme producten omdat de meeste ervan een beperkte energieverwerking vereisen voordat ze op de markt worden gebracht. Hun verschillende fysische eigenschappen stellen hen in staat om te concurreren met chemisch gebaseerde producten in vele toepassingen. Sommige producten, die ongeveer 10% van de geconsolideerde inkomsten vertegenwoordigen, leveren meetbare en directe positieve bijdragen in de downstream waardeketen om de impacts van klimaatverandering te verminderen. Van de belangrijkste markten waarop Imerys actief is, bieden kunststoffen voor de auto-industrie en life sciences voor de landbouw belangrijke klimaatopportuniteiten voor de producten van Imerys. De drang naar een meer circulaire economie biedt ook opportuniteiten voor alle markten voor Imerys-producten die recycling kunnen begunstigen. Imerys' grafiet- en koolstofproductaanbod wordt gedreven door de sterke groei van de markt voor elektrische auto's, voornamelijk voor Li-ion batterijen, maar ook voor thermoplasten, die grote klimaatopportuniteiten bieden, in combinatie met andere mobiele energieopportuniteiten in elektriciteit- en energieopslag. De calciumaluminaat cementproducten in de portefeuille van de Groep dragen ook bij tot de verbetering van de CO2 prestaties van bouwmaterialen tijdens de "gebruiksfase" in de bouwmarkt (verdubbeling van de levensduur of minder materiaal vereist). De brede waaier van de markten en locaties van de Groep, alsook zijn klantgerichte en marktgedreven organisatie worden als sterke punten beschouwd, waardoor de afhankelijkheid van specifieke markten afneemt en de aanpassing aan marktevoluties gemakkelijker verloopt. Sommige producten, die ongeveer 29% van de geconsolideerde inkomsten vertegenwoordigen, bedienen markten die aanzienlijke klimaatgerelateerde opportuniteiten bieden. De recentste beoordeling werd uitgevoerd in 2021 op basis van prognoses voor 2040.
Naast de hierboven gekwantificeerde opportuniteiten voor de ontwikkeling en uitbreiding van bestaande emissiearme goederen en diensten, heeft de Groep opportuniteiten geïdentificeerd in verband met de innovatie van nieuwe producten buiten de huidige portefeuille. Hoewel deze opportuniteiten in kaart zijn gebracht, zijn ze nog niet gekwantificeerd.
De Groep heeft innovatie centraal gesteld in zijn strategie en beschouwt dit als een effectieve manier om op risico's en opportuniteiten te adresseren voor zijn activiteiten en portefeuille wat betreft klimaatverandering. Imerys' SustainAgility Solutions Assessment kader is geïntegreerd in het innovatieproces, zodat alle projecten in de innovatiepijplijn grondig worden geëvalueerd aan de hand van gedefinieerde milieucriteria, waaronder klimaatverandering, voordat ze worden goedgekeurd. In 2022 heeft de Groep zijn doelstelling van 50% van de nieuwe productlanceringen met het label "SustainAgility Solutions" behaald, wat betekent dat een product in een bepaalde toepassing een hoge sociale en milieubijdrage levert aan de downstream waardeketen en tegelijkertijd een lage milieuimpact heeft in de productiefase. Dit aandeel moet stijgen tot 75% in 2025, in lijn met het nieuwe doel dat eind 2022 is bepaald. Innovatie in deze context omvat de investeringen van Imerys in adequate technologie, de ontwikkeling van nieuwe producten om aan de behoeften van de markt te voldoen en investeringen in industriële faciliteiten die gebruikmaken van nieuwe productieprocessen of nieuwe productlijnen. De Science & Technology (S&T) experts en specialisten van de Groep ontwikkelen innovatieve oplossingen en producten op basis van het identificeren van wereldwijde megatrends en de verwachtingen en behoeften van klanten, waaronder het ontwikkelen van oplossingen die de transitie naar een koolstofarme economie ondersteunen.
Imerys is van plan om een belangrijke speler te worden op de Europese lithiummarkt met een baanbrekend lithiumexploitatie project ("EMILI Project") in zijn Beauvoir-locatie (in het Franse departement Allier), dat sinds het einde van de 19e eeuw kaolien voor keramiek produceert. Na succesvolle voltooiing zou het project bijdragen aan de ambities van de Franse en Europese Unie op het gebied van energietransitie. Het zou ook de industriële soevereiniteit van Europa vergroten in een tijd waarin auto- en batterijfabrikanten sterk afhankelijk zijn van geïmporteerd lithium, dat een cruciaal element in de energietransitie is. De beoogde productie is 34 000 ton lithiumhydroxide per jaar, om ongeveer 700 000 elektrische voertuigen per jaar uit te rusten. De mijn zou een levensduur van minstens 25 jaar hebben, met een sterk uitbreidingspotentieel.
In juni 2023 kondigde Imerys een strategisch partnerschap aan met British Lithium om de ontwikkeling van de grootste lithiumafzetting in het Verenigd Koninkrijk te versnellen voor de jaarlijkse productie van 20 000 ton lithiumcarbonaatequivalent tegen het einde van dit decennium.
Beide projecten zullen voldoen aan de hoogste sociale en milieunormen en ook aan de IRMA-norm.
Voor meer informatie over EMILI-project, zie Hoofdstuk 1, sectie 1.2.2 van het Universeel Registratie Document.
Zoals hierboven beschreven, houden de belangrijkste klimaatgerelateerde risico's en opportuniteiten verband met transitierisico's in verband met huidige of opkomende regelgeving, hogere belastingen of koolstofquota, hogere energie- en grondstoffenkosten op de markt en een verschuiving in voorkeuren van klanten. Deze kunnen leiden tot de ontwikkeling van bestaande producten en diensten met lagere emissieopties en/of opportuniteiten voor nieuwe producten en diensten. De Groep is ook blootgesteld aan potentiële fysieke risico's als gevolg van klimaatverandering. Het type en niveau van elk risico bepalen de beheermethode om het te mitigeren, over te dragen, te aanvaarden, aan te passen of te controleren.
Deze materiële risico's en opportuniteiten, hun potentiële impacts en de wijze waarop daarmee rekening wordt gehouden binnen de zakelijke strategie en financiële planning, worden in de volgende secties beschreven.
| ESRS E1. Klimaatverandering | |||
|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon1 |
| Subthema: Klimaatadaptatie | |||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Groepsactiviteiten kunnen een negatieve invloed hebben op de adaptatie inspanningen of de mate van weerbaarheid tegen fysieke klimaatrisico's van mensen en het milieu. |
Middellange |
| Fysiek risico | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
De Groep kan aan financiële risico's worden blootgesteld als gevolg van: 1. toegenomen ernst en frequentie van extreme weersomstandigheden zoals cyclonen en overstromingen en/of; 2. veranderingen in neerslagpatronen en extreme variabiliteit in weerpatronen. |
Kort |
| Opportuniteit | Downstream waardeketen | Oplossing voor energietransitie: de Groep zijn ontwikkelingsstrategie is erop gericht om de jaarlijkse inkomsten te laten groeien in activiteiten met betrekking tot oplossingen voor de energietransitie. |
Middellange |
| Opportuniteit | Downstream waardeketen | Duurzame Bouw: de Groep zijn ontwikkelingsstrategie is erop gericht om de jaarlijkse inkomsten te laten groeien in activiteiten met betrekking tot duurzaam bouwen. |
Middellange |
| Subthema: Klimaatmitigatie | |||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
De activiteiten van de Groep dragen bij aan de klimaatverandering door het vrijkomen van broeikasgassen bij winnings- en verwerkingsactiviteiten. |
Middellange |
| Potentiële negatieve impact | Upstream waardeketen (Grondstoffen, Mijnbouw, Energie, Transport, Verpakking, Chemie, Industriële diensten en Algemene diensten categorieën) |
De activiteiten van onderaannemers en leveranciers van Imerys kunnen aan de klimaatverandering bijdragen door de uitstoot van broeikasgassen, met verschillende intensiteiten afhankelijk van hun activiteit. |
Middellange |
| Transitierisico's | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's verbonden aan actuele of opkomende wettelijke vereisten, toenemende belasting- of koolstofquota, of energie- en grondstoffenkosten op de markt, en een verschuiving in voorkeuren van klanten. |
Kort |
1 De tijdshorizonten over klimaatverandering IRO's worden beschreven in ESRS 2 [BP-1 & BP-2] van dit hoofdstuk
In 2023 bouwde Imerys zijn transitieplan uit om ambitieuze klimaatdoelstellingen te behalen die compatibel zijn met het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C, zoals bepleit door de Intergouvernementele Panel inzake klimaatverandering. Deze doelen, die op basis van klimaatwetenschap zijn opgesteld, kregen in hetzelfde jaar de goedkeuring van SBTi1 . Het plan volgt de richtlijnen van de Franse Autorité des marchés financiers (AMF) en de technische nota van de CDP2.
In 2023 heeft Imerys zich ertoe verbonden zijn scope 1 en 2 emissies in absolute termen met 42% te verminderen tegen 2030 (ten opzichte van een basisjaar 2021). Imerys heeft zich er ook toe verbonden om de indirecte scope 3 emissies van aangekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, transport en distributie stroomopwaarts en stroomafwaarts, afval uit bedrijfsactiviteiten, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers en investeringen met 25% te verminderen tegen 2030 (vanaf een basisjaar 2021). Deze doelstelling voor BKG-emissiereductie omvat meer dan 80% van de totale Scope 3 emissies van Imerys.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| De Scope 1 & 2 broeikasgasemissies (tCO2eq) van de Groep met 42% verminderen tegen eind 2030 ten opzichte van het basisjaar 2021; compatibel met een 1,5°C traject3 |
2021 0% |
2030 -42% |
|
| De Scope 3 broeikasgasemissies (tCO2eq) van de Groep met 25% verminderen tegen eind 2030 ten opzichte van het basisjaar 2021 (van aangekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, transport en distributie upstream en downstream, afval uit bedrijfsactiviteiten, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers en investeringen). |
2021 0% |
2030 -25% |
|
| De Scope 1 & 2 broeikasgasemissies van de Groep met 36% verminderen ten opzichte van de inkomsten (tCO2eq/€ miljoen) tegen 2030 in vergelijking met een baseline van 20184 |
2018 0% |
2030 -36% |
De Scope 1 emissies van de Groep die als directe emissies worden beschouwd, worden gegenereerd door zowel de verbranding van brandstoffen om thermische energie te produceren als door chemische reacties van bepaalde processen. Scope 2-emissies die worden beschouwd als indirecte emissies zijn gerelateerd aan ingekochte elektriciteit en stoomverbruik. De gecombineerde Scope 1- en 2-emissies vertegenwoordigen ongeveer een derde van de totale emissies van de Groep.
Imerys heeft zes belangrijke hefbomen geïdentificeerd om de activiteiten van de Groep koolstofvrij te maken, Scope 1 en 2 emissies te verminderen en de doelen voor 2030 te halen. In 2024 bedroeg de Groep Capex met betrekking tot klimaatmitigatiemaatregelen bijna 20 miljoen euro, voornamelijk als gevolg van energie-efficiëntie & terugwinning en overschakeling op biomassa voor brandstof.

1 Het Science Based Targets initiative (SBTi) is afgestemd op de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. SBTi is speciaal ontworpen om bedrijven te helpen doelen voor broeikasgasemissies te bepalen die in lijn zijn met het niveau van decarbonisatie dat nodig is om de wereldwijde temperatuurstijging onder de 2°C te houden in vergelijking met de pre-industriële temperaturen, met inspanningen om de opwarming te beperken tot 1,5°C
2 Technische opmerking CDP: Rapportering over klimaattransitieplannen
3 100% van de Imerys Scope 1 en 2 BKG-emissies vallen onder dit reductiedoel.
4 Deze doelstelling verwijst naar het SBTi-doel uit 2019 en is gekoppeld aan de in 2021 uitgegeven Sustainability Linked Bond (SLB), dus hoewel deze in 2023 is vervangen door een nieuw, ambitieuzer doel, zal deze tot 2030 blijven worden gerapporteerd.

Uit het bovenstaande diagram blijkt dat naarmate Imerys zijn activiteiten aanpast en uitbreidt om de transitie naar een koolstofarme economie te ondersteunen, de Groep onvermijdelijk emissies zal blijven genereren. Deze verwachte toekomstige emissies zijn opgenomen in het decarbonisatietraject; ze zullen worden gecompenseerd door extra inspanningen en projecten van decarbonisatiehefbomen zoals hieronder beschreven.
Het verwachte reductiepotentieel van elk van de decarbonisatiehefbomen werd geschat volgens een bottom-upbenadering. Meer dan 140 Scope 1 en 2 decarbonisatie-initiatieven zijn geïdentificeerd en geëvalueerd. Het potentieel voor broeikasgasemissiereductie van individuele projecten is geconsolideerd om de cijfers in het bovenstaande diagram te verkrijgen.
Naarmate het transitieplan vordert, zal thermische energie uit fossiele brandstoffen aanzienlijk afnemen en zullen biomassa en koolstofarme elektriciteit een steeds groter deel van het energieverbruik van Imerys uitmaken. Bovendien zullen de elektriciteitsemissies naar verwachting aanzienlijk lager zijn naarmate 2030 dichterbij komt.
Imerys heeft een operationele vraag naar energie, vooral in de minerale transformatieprocessen die thermische technologieën gebruiken en de mijnbouw- en steengroevenactiviteiten die gebruikmaken van zwaar apparatuur. De energie-efficiëntiestrategie van de Groep is erop gericht de productiviteit te optimaliseren en tegelijkertijd bij te dragen aan de mitigatie van klimaatverandering.
In 2019 lanceerde Imerys het "I-Nergize"-programma om de energieprestaties van de bedrijfslocaties te evalueren en te verbeteren, met de focus op de top 60+ energieverbruikende bedrijfslocaties die bijna 80% van het verbruik van de Groep vertegenwoordigen. Dit programma maakt gebruik van een beoordelingsmethodologie die zes belangrijke gebieden bestrijkt: visie, proces, onderhoud, inkoop, hernieuwbare energie en energiemanagementsysteem (EMS). Het doel is om voor elke installatie een driejarig stappenplan met energiemaatregelen te ontwikkelen om de energie-efficiëntie te verbeteren en de broeikasgasemissies te verminderen. Verdere initiatieven worden gegenereerd door lokale teams via het interne programma voor continue verbetering (I-cube) of specifieke studies van de Groep.
2027
Evalueer de energieprestaties van bedrijfslocaties en verbeter de energie-efficiëntie, met bedrijfsspecifieke actieplannen, waaronder energieterugwinning.
Top 60 energieverbruikende locaties – vertegenwoordigen:
– 80% van het energieverbruik van de Groep; en
– 80% van de broeikasgasemissies van de Groep.
De uitkomst van dit programma is het opstellen van een driejarig stappenplan voor energiemaatregelen voor elke installatie om de energie-efficiëntie te verbeteren en de broeikasgasemissies te verminderen.
Verwacht resultaat
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
Beoordeeld
~45 ktCO2eq
Reeds verminderd van +1000 vastgestelde maatregelen
Alle operationele bedrijfslocaties 2029
Het doel is om lokale bedrijfsteams te betrekken om energiereductie-initiatieven voor te stellen die later ter plaatse zullen worden uitgevoerd.
Verwacht resultaat
100 ktCO2eq Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
~15 ktCO2eq Reductie ten opzichte van de baseline
Huidige schatting van Capex die tussen 2023 en 2030 nodig is om de Scope 1 en 2 doelen voor deze hefboom te halen.
In 2024 bedroeg de energie-efficiëntie en terugwinning Capex 12,7 miljoen euro, waarvan 3,4 miljoen euro voor het energieterugwinningsproject in België.

Focus op een van de flagship-initiatieven van 2024
In 2023 ging Imerys een officieel partnerschap aan met E.On voor de bouw van een nieuwe energieterugwinningsinstallatie op locatie om energie uit grondstoffen af te vangen die in syngas zit, een bijproduct van het carbon black productieproces. Vanaf 2025 zal de fabriek naar verwachting alle elektriciteit leveren die nodig is om carbon black te produceren in de vestiging van Imerys Willebroek in België. Overtollige energie zal aan het lokale net worden geleverd, waardoor er voldoende elektriciteit is voor maximaal 40 000 huizen per jaar. Dit project zal naar verwachting de Scope 1 emissies met meer dan 50 ktCO2eq verminderen ten opzichte van de baseline.
Biomassaafval en -residuen hebben, indien haalbaar, binnen de Groep de voorkeur om fossiele brandstoffen te vervangen. Verschillende Imerys-fabrieken verbruiken momenteel biomassaafval: zonnebloemschil, zaagsel, stortgas, olijfpitten en pindaschillen. Er zijn haalbaarheidsstudies opgezet om andere locaties in kaart te brengen waar mogelijk overgeschakeld zal worden op biomassa. Voor bedrijfslocaties waar geen biomassaresten beschikbaar zijn, is aardgas gekozen als transitiebrandstof ter vervanging van koolstofintensievere fossiele brandstoffen. Daarnaast is conventionele diesel vervangen door hernieuwbare diesel uit dierlijke vetten, gebruikte bakoliën en ander voedselafval om zware mobiele apparatuur op een aantal locaties in de Verenigde Staten aan te drijven.
Eén locatie in de VS 2028
Overschakeling van een historische steenkool- en gasvoorziening naar een brandstofmix bestaande uit 80% biomassa en 20% aardgas die als energiebron voor verbranding in de ovens wordt gebruikt
Verwacht resultaat
Verwachte vermindering ten opzichte van 2018 (dit project startte voor 2021)
Resultaten eind 2024
Energiemix van brandstoffen die in de ovens worden verbrand
~30 ktCO2eq
BKG-emissiereductie in 2024 ten opzichte van 2018
5 locaties in de VS 2027
Verwacht resultaat
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
Tegen eind 2024 hebben 2 bedrijfslocaties diesel al vervangen door hernieuwbare diesel, wat een jaarlijkse broeikasgasemissiereductie van
Huidige schatting van Capex die tussen 2023 en 2030 nodig is om de Scope 1 en 2 doelen voor deze hefboom te halen.
In 2024 bedroeg de Capex 4,9 miljoen euro, wat verband houdt met de brandstofomschakeling van steenkool naar gemalen pindaschillen in de VS. Voor de overschakeling van diesel naar hernieuwbare diesel voor twee locaties was alleen OpEx nodig. In totaal bedroeg de OpEx voor brandstofwisselprojecten 8,1 miljoen euro.

Focus op een van de flagship-initiatieven van 2024
Imerys verving in twee vestigingen in de VS conventionele diesel door hernieuwbare diesel voor zware mobiele apparatuur. De gebruikte hernieuwbare diesel is afkomstig van dierlijke vetten, gebruikte bakoliën en ander voedselafval. Ondanks de voordelen bood de transitie naar hernieuwbare diesel op één locatie uitdagingen, zoals het hogere gelpunt van hernieuwbare diesel bij koud weer. De oplossing was een hybride aanpak, waarbij standaarddiesel tijdens koudere maanden werd gemengd met hernieuwbare diesel om de operationele stabiliteit te behouden. Deze adaptieve strategie benadrukt de toewijding van Imerys om duurzaamheid met operationele betrouwbaarheid te combineren. Naar verwachting zullen deze twee projecten de Scope 1 emissies jaarlijks met ~5 ktCO2eq verminderen. Na een succesvolle implementatie zijn er plannen om het initiatief voor hernieuwbare diesel uit te breiden naar andere Imerys-locaties. Sterke partnerships en samenwerking met leveranciers zijn cruciaal geweest om deze eerste resultaten te behalen.
De Groep blijft de transitie naar hernieuwbare energie ondersteunen. Er zijn verschillende bedrijfsmodellen ontwikkeld om de aankoop van koolstofarme elektriciteit uit nucleaire en hernieuwbare bronnen, waaronder zonne-energie, waterkracht en windenergie, te bevorderen: Power Purchase Agreements (PPA's), leaseovereenkomsten en directe investeringen voor kleinschalige projecten en Garanties van Oorsprong certificaten om aan te vullen. Het koolstofarme en hernieuwbare elektriciteitsverbruik was in 2024 hoger dan in 2023 met een stijging van 11% naar 22%, omdat dit wordt beschouwd als een van de belangrijkste niveaus in de algemene decarbonisatie-inspanningen van de Groep.
| Hernieuwbare elektriciteit produceren op de eigen locaties van Imerys (PPA ter plaatse) |
Off-site en virtuele PPA's ondertekenen om hernieuwbare energie te leveren |
||
|---|---|---|---|
| Fase 1: 5 locaties (Bahrein, Maleisië, VS, China, Zuid-Afrika) 2026 |
Fase 1: US, EU, UK, China 2028 |
||
| Installatie van een fotovoltaïsche zonne-energie (FV) bedrijf om ter plaatse hernieuwbare elektriciteit op te wekken |
Overschakeling naar een elektriciteitsmix op basis van | ||
| Verwacht resultaat | hernieuwbare en koolstofarme bronnen | ||
| 17 ktCO eq/jaar |
Verwacht resultaat | ||
| 2 Verwachte vermindering ten opzichte van baseline |
200 ktCO eq/jaar 2 |
||
| Resultaten eind 2024 | Verwachte vermindering ten opzichte van baseline | ||
| • Ingehuldigde zonnepanelen installaties: een in Bahrein en een in China |
Resultaten eind 2024 • Due diligence uitgevoerd in 2024 |
||
| Energiemix van brandstoffen die in de ovens worden verbrand | Fase 2: Andere landen 2030 |
||
| ~6 ktCO eq oplevert 2 |
|||
| BKG-emissiereductie | Overschakeling naar een elektriciteitsmix op basis van hernieuwbare en koolstofarme bronnen |
||
| Fase 2: 21 locaties (EU, China, VK, Mexico, VS) 2030 |
Verwacht resultaat | ||
| 100 ktCO eq/jaar 2 |
|||
| Installatie van een fotovoltaïsche zonne-energie (FV) bedrijf om ter plaatse hernieuwbare elektriciteit op te wekken |
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline | ||
| Resultaten eind 2024 | |||
| Verwacht resultaat | • Niet gestart | ||
| 45 ktCO eq/jaar 2 |
|||
2 miljoen euro
Resultaten eind 2024
Huidige schatting van Capex die tussen 2023 en 2030 nodig is om de Scope 1 en 2 doelen voor deze hefboom te halen.

03 Casestudie
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
• afgeronde voorbereidende studies
Focus op een van de flagship-initiatieven van 2024
De Imerys-site in Bahrein vierde zijn 10-jarig bestaan met de inhuldiging van een zonne-energiecentrale. De site maakt effectief gebruik van de beschikbare ruimte door zonnepanelen te installeren op een combinatie van grond-, dak- en carport. 8 538 zonnepanelen zijn geïnstalleerd met een jaarlijkse capaciteit om 7,6 GWh elektriciteit op te wekken, wat tot 6 ktCO2eq per jaar kan verminderen. De 20-jarige Power Purchase Agreement (PPA) eindigt in 2042, waarna Imerys rechtmatige eigenaar wordt van de centrale.
Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de elektrificatie van verschillende processen (bv. drogers, warmtepompen, elektrische boilers en zonnewarmte) om van fossiele brandstoffen op elektriciteit over te schakelen; uit eerste studies blijkt dat deze hefboom tot 2030 met 5 tot 10% kan bijdragen aan het emissiereductiepotentieel.
Eén locatie – test 2026
Installatie van industriële warmtepompen om het verbruik van fossiele brandstoffen te verminderen
Verwacht resultaat
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
• Eén testlocatie geselecteerd
Geconcentreerde zonnewarmte-installatie installeren
Eén locatie – test 2027
Installatie van geconcentreerde zonnewarmte-installatie om het verbruik van fossiele brandstoffen te verminderen
Verwacht resultaat
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
• Eén testlocatie geselecteerd
Eén locatie – test 2027
Elektrificatie van drogers om het verbruik van fossiele brandstoffen te verminderen
Verwacht resultaat
2-3 ktCO2eq/jaar
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
• Eén testlocatie geselecteerd
3 miljoen euro (bovenstaande test zal als proof of concept worden gebruikt om verdere elektrificatieprojecten te valideren)
Huidige schatting van Capex die tussen 2023 en 2030 nodig is om de Scope 1 en 2 doelen voor deze hefboom te halen.
In 2024 bedroeg de Capex met betrekking tot elektrificatieprojecten 535 duizend euro.

04 Casestudie Focus op een van de flagship-initiatieven van 2024
Imerys heeft een warmtepompinstallatieproject goedgekeurd op een van zijn sites in Frankrijk om in 2025 met de bouw te beginnen. Het doel is een gesloten koelcircuit te installeren om de onttrekking van zoet water met 95% te verminderen. Een warmtepomp zal vervolgens worden gebruikt om de warmte uit het warme water terug te winnen en 10% van het ter plaatse verbruikte aardgas te vervangen, zowel voor het drogen als voor het verwarmen van gebouwen. Niet alleen zal dit project bijdragen aan het koolstofvrij maken van de activiteiten van Imerys door het gasverbruik van de site te verminderen, maar het zal ook het waterbeheer aanzienlijk verbeteren. Dit is een pioniersproefproject op het gebied van elektrificatie dat op talrijke Imerys-sites kan worden toegepast.
Toegewijde procesinnovatieteams binnen elk van de wetenschappelijke en technologische organisaties van de Groep voeren onderzoek naar procestechnologie, laboratoriumtests en teststudies uit om oplossingen te ontwikkelen voor de meer uitdagende procesemissies. Een werkgroep van deskundigen overziet een incubator van veelbelovende technologieën die in alle andere hefbomen wordt geïntegreerd – zo kunnen stralingswarmteterugwinning en warmtepompen de energie-efficiëntiehefboom voeden, terwijl diëlektrische verwarming en thermische batterijtechnologieën de elektrificatie voeden. De incubator bevat veel extra hefbomen zoals circulariteit, koolstofafvang & mineralisatie, waterstof, plasmatoortsen, nucleaire microreactoren en alternatieve biogrondstoffen. Aangezien deze nieuwe technologieën meestal resultaten zullen opleveren na 2030, onderzoekt deze werkgroep van deskundigen de belangrijkste onbekenden verder, waaronder de verwachte toekomstige koolstofheffingen, toekomstige energiekosten, het vermogen om groene premies te verdienen en potentiële financieringsopportuniteiten.
Alle onderzoekscentra van Imerys 2030
Identificatie van innovatieve decarbonisatietechnologieën die moeten worden toegepast en uiteindelijk op industriële schaal zullen worden gebracht
Verwacht resultaat
~50 ktCO2eq/year
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
• Casestudies afgerond voor specifieke technologieën
Huidige schatting van Capex die tussen 2023 en 2030 nodig is om de Scope 1 en 2 doelen voor deze hefboom te halen.
In 2024 bedroeg de Capex (R&D) met betrekking tot de ontwikkeling van een nieuwe oventechnologie op basis van waterstof 588 duizend euro.

Focus op een van de flagship-initiatieven van 2024
Imerys Onderneming een groot emissiereductieproject in Frankrijk om de duurzaamheid van belangrijke downstreammarkten te helpen verbeteren. Het doel is om 100% van de Scope 1 emissies van de productie van calciumaluminaatcement te elimineren door twee methoden: ten eerste door CO2 te vangen en als grondstof voor de bouwmarkt te gebruiken, en ten tweede door de bestaande fossiele brandstof te vervangen door groene waterstof.
Imerys' nieuwe Furnace Innovation Technology (FIT) kan fossiele brandstoffen vervangen en emissievrije verbranding bereiken, terwijl restproces CO2 kan worden gemineraliseerd met calciumafvalbronnen met behulp van Imerys' diepgaande knowhow om precipitated calcium carbonate (PCC) te produceren. Testproeven hebben bovendien aangetoond dat grondstoffen afkomstig van circulaire toelevering 30% van de grondstoffen kunnen reduceren, waardoor de inputs van grondstoffen worden verminderd en broeikasgasemissies verder worden verminderd.

Imerys schat momenteel de broeikasgasemissies verbonden aan de productie van de belangrijkste productfamilies in de portefeuille van de Groep. Het doel is om specifieke maatregelen voor emissiereductie te identificeren en toe te spitsen op specifieke producten in het Imerysproductportfolio. Dit zal helpen de productie naar een koolstofarme portefeuille te sturen en de groei te beheersen en tegelijkertijd de emissies te verminderen. Deze transversale hefboom wordt ook geactiveerd om Scope 3 emissies te verminderen (zie sectie 1.2.2.4, alinea "Scope 3 emissies verminderen" van dit hoofdstuk).
Scope 3 wordt beschouwd als een indirecte bron van emissies, die volgens de schatting van Imerys zoals hieronder beschreven, ongeveer 71% van de totale emissies van de Groep vertegenwoordigt. In 2024 werden de Scope 3 emissies van categorieën opgenomen in de SBTidoelstelling 1 geschat op ongeveer 3.637 ktCO2eq, ofwel ongeveer 82% van de totale Scope 3 emissies van de Groep.
Drie belangrijke decarbonisatiehefbomen zijn geïdentificeerd om Imerys' Scope 3 emissies in de hele waardeketen te helpen verminderen en de doelstelling voor 2030 te halen. Verdere reducties van Scope 3 emissies op Groepsniveau zullen worden bereikt door het verminderen van afval, zakenreizen en woon-werkverkeer van werknemers. Deze belangrijke reductiemaatregelen zijn verzameld onder "andere hefbomen" in de figuur hieronder. Het verwachte reductiepotentieel van elk van de drie decarbonisatiehefbomen werd geschat volgens een topdownbenadering.


1 Ingekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, upstream- en downstreamvervoer en -distributie, afval geproduceerd tijdens activiteiten, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers en investeringen
Imerys onderneemt actie om Scope 3 emissies te verminderen, waarbij de focus ligt op gekochte goederen en diensten, aangezien deze categorie verantwoordelijk is voor bijna 40% van de totale Scope 3 emissies geschat in 2024.
Imerys heeft met leveranciers overlegd om zich te committeren aan wetenschappelijk onderbouwde doelen (SBT's) en roadmaps voor decarbonisatie van hun producten te ontwikkelen. Ongeveer 800 leveranciers, die 52% van de leveranciers van de Groep vertegenwoordigen, hebben momenteel emissiereductiedoelstellingen.
Imerys geeft prioriteit aan betrokkenheid van leveranciers bij milieukwesties en identificeert samen initiatieven voor broeikasgasemissiereductie. Imerys heeft workshops gepland met belangrijke leveranciers om inzicht te krijgen in hun emissiereductiedoelstellingen en ondersteuning te bieden via hulp bij het berekenen van de koolstofvoetafdruk. Deze aanpak zorgt ervoor dat middelen worden gericht op leveranciers met de hoogste milieuimpacts en het grootste potentieel voor positieve verandering door samenwerking.
Imerys meest emissie-intensieve gekochte goederen en diensten 2030
Organiseer regionale workshops van leveranciers over duurzaamheidskwesties om een lijst van Scope 3 reductie-initiatieven te identificeren
Verwacht resultaat
Verwachte broeikasgasemissiereductie ten opzichte van de baseline
Resultaten eind 2024
Geïdentificeerd met een potentiële emissiereductie
Belangrijkste upstream- en downstream transportroutes 2030
Prioriteit geven aan koolstofarme transportroutes, zoals overschakeling van wegvervoer naar binnenvaart
Verwacht resultaat
Verwachte broeikasgasemissiereductie ten opzichte van de baseline

Imerys beheert niet alleen de transitie naar een koolstofarme productportefeuille, maar wijzigt ook de specificaties van bestaande producten, zodat meer lokale en biogebaseerde grondstoffen en meer tweedehands of gerecyclede materialen uit de circulaire economie kunnen worden gebruikt (zie informatieverschaffing [ESRS E5] van dit hoofdstuk). Deze hefboom zal ook bijdragen tot de vermindering van Scope 1 en 2 emissies, zoals benadrukt in sectie 1.2.2.4 paragraaf,"Reductie Scope 1 & 2 emissies" van dit hoofdstuk.
Imerys meest emissievolle productfamilies 2030
Imerys meest emissie-intensieve producten opnieuw formuleren door grondstoffen en productieprocessen te vervangen
Verwacht resultaat
Verwachte vermindering ten opzichte van baseline
Resultaten eind 2024
• Twee projecten in behandeling
Verwacht wordt dat de scope 3 emissies van brandstof- en energiegerelateerde activiteiten zullen afnemen als gevolg van de energiedecarbonisatieprojecten van Imerys, zoals het verminderen van het energieverbruik via energie-efficiëntie of het gebruik van organisch afval bij de inkoop van bio-energie, om ervoor te zorgen dat de koolstofintensiteit van de voorbehandeling en het transport zo laag mogelijk is.
In 2024 heeft Imerys, op basis van de bijgewerkte resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse, de adaptatie aan klimaatverandering vastgesteld en een actieplan opgesteld om de weerbaarheid te verbeteren tegen de impacts van klimaatverandering waarmee de Groep wordt geconfronteerd en de toekomstige versterking ervan. Die impacts worden ontwikkeld in de sectie 1.2.2.4 hierboven. Deze doelstelling is geëvalueerd en gevalideerd door de Raad en het Strategie en Duurzaamheidscomité.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Verbeter de weerbaarheid tegen fysieke klimaatrisico's door de activiteiten van de Groep te beoordelen volgens klimaatscenario's en adaptatiestrategieën te ontwikkelen voor de drie belangrijkste risico's |
2024 0% |
NIEUW | 2025 100% |
| Analyseer fysieke risico's voor elke bedrijfslocatie |
Adaptatieplannen opstellen voor 3 testlocaties | ||
| Alle industrielocaties 2025 |
Grootste risicosites | 2025 | |
| Verwacht resultaat | Verwacht resultaat | ||
| 100% beoordeelde bedrijfslocaties Resultaten eind 2024 |
overstromingen | • Risico's dekken wat betreft hittestress, waterstress en | |
| Zie sectie 1.2.2.2, paragraaf "Inschatting fysieke risico's" van dit hoofdstuk |
In 2024 bedroeg de Capex met betrekking tot maatregelen inzake klimaatadaptatie 280 duizend euro.
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
| Energieverbruik en energiemix | Eenheid | 2024 | 2023 | % variatie (2024/2023) |
|---|---|---|---|---|
| Brandstofverbruik uit steenkool en steenkolenproducten | MWh | 280.353 | 316.450 | -11% |
| Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten | MWh | 1.258.625 | 1.443.302 | -13% |
| Brandstofverbruik uit aardgas | MWh | 2.706.720 | 2.492.483 | 9% |
| Brandstofverbruik uit andere niet-hernieuwbare bronnen | MWh | 6.078 | 6.532 | -7% |
| Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen |
MWh | 1.708.182 | 2.014.322 | -15% |
| Totaal verbruik fossiele energie | MWh | 5.959.957 | 6.273.089 | -5% |
| Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik | % | 89,6% | 93,7% | -4% |
| Verbruik uit nucleaire bronnen | MWh | 274.593 | 118.370 | 132% |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totale energieverbruik (%) | % | 4,1% | 1,8% | 133% |
| Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa (ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen enz.) |
MWh | 246.959 | 207.409 | 19% |
| Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen |
MWh | 168.162 | 92.811 | 81% |
| Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof |
MWh | 85 | 103 | -17% |
| Totaal verbruik hernieuwbare energie | MWh | 415.206 | 300.323 | 38% |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik | % | 6,2% | 4,5% | 39% |
| Totaal energieverbruik | MWh | 6.649.756 | 6.691.781 | -1% |
Imerys' totale energieverbruik is in 2024 met 1% gedaald ten opzichte van 2023, voornamelijk als gevolg van het I-Nergize-programma, dat de uitvoering van maatregelen bevordert die de energie-efficiëntie verbeteren, evenals door specifieke locatiegestuurde energieefficiëntiemaatregelen. Deze maatregelen hielpen ook om tegenwicht te bieden aan de algemene organische groei van de Groep, evenals het extra energieverbruik dat nodig is bij de overschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar biomassa in ovens en mobiele apparatuur. In lijn met de decarbonisatie-inspanningen van Imerys blijft het verbruik van energie uit hernieuwbare bronnen sinds 2018 geleidelijk toenemen, met meer dan 6% in 2024. Het verbruik van hernieuwbare elektriciteit is in 2024 met 81% gestegen na de inhuldiging van nieuwe fotovoltaïsche zonne-energie-installaties in twee Imerys-locaties en de aankoop van Garanties van Oorsprong in verschillende landen.
Het aardgasverbruik is in 2024 met 9% gestegen, vooral door een overschakeling van aardolie naar aardgas. Tegelijkertijd daalde het steenkool- en olieverbruik met respectievelijk 11% en 13%; terwijl het biomassagebruik met 19% steeg als gevolg van negen locaties die momenteel biomassa gebruiken.
| Energie-intensiteit per netto-opbrengst | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Totaal energieverbruik per netto-opbrengst (van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact) |
MWh/miljoen euro | 1.845 | 1.764 |
| Netto-opbrengsten van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact, gebruikt voor berekening energie-intensiteit |
miljoen euro | 3.605 | 3.794 |
De energie-intensiteit per netto-opbrengst steeg met bijna 5% door aanpassingen in de product- en prijsmix.

| Totale broeikasgasemissies (Scope 1, 2, 3) | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Totale broeikasgasemissies (Scope 1, 2 & 3 locatiegebaseerd) | ktCO2eq | 6.282 | 6.095 |
| Totale broeikasgasemissies (Scope 1, 2 & 3 marktgebaseerd) | ktCO2eq | 6.183 | 6.098 |
| Retrospectief | Mijlpalen en doeljaren | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Parameter | Eenheid | 2024 | 2023 | Baseline 2021 |
% variatie 2023-2024 |
20301 | Jaarlijks % doel / basisjaar |
| SCOPE 1 BKG-EMISSIES | |||||||
| Bruto Scope 1 BKG-emissies | ktCO2eq | 1.281 | 1.311 | 1.609 | -2% | -25% | -2,7% |
| Percentage Scope 1 BKG-emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen 2 |
% | 34% | 37% | 32% | - | - | - |
| SCOPE 2-BKG-EMISSIES | |||||||
| Bruto locatiegebaseerde Scope 2 BKG-emissies | ktCO2eq | 601 | 585 | 886 | 3% | - | - |
| Bruto marktgebaseerde Scope 2 BKG-emissies | ktCO2eq | 502 | 587 | 877 | -15% | -74% | -8,2% |
| TOTALE BKG-EMISSIES (SCOPE 1 & 2) | |||||||
| Totale Scope 1 en 2 BKG-emissies (locatiegebaseerd) | ktCO2eq | 1.882 | 1.895 | 2.494 | -1% | - | - |
| Totale Scope 1 en 2 BKG-emissies (marktgebaseerd) | ktCO2eq | 1.783 | 1.898 | 2.485 | -6% | -42% | -4,7% |
De Scope 1 en 2 BKG-emissies van de Groep waren gelijk aan 1.783 ktCO2eq in 2024, wat een daling van 28% betekent ten opzichte van het basisjaar 2021. De Scope 1 en 2 BKG-emissies van de Groep waren gelijk aan 495 ton CO2eq per miljoen euro omzet in 2024, wat een daling van 32% betekent sinds 2018.
1 Imerys heeft momenteel geen specifieke afzonderlijke Scope 1 en Scope 2 doelstellingen voor broeikasgasemissiereductie. Het doel van 42% reductie omvat zowel Scope 1 & 2 samen. Geschatte verminderingen per Scope worden in de tabel vermeld, maar ze zijn geen vaste cijfers en kunnen mogelijk veranderen naarmate de decarbonisatieprojecten verder worden bestudeerd en in de Groep worden uitgerold.
2 In 2023 diende Imerys een nieuw klimaatdoel in ter validatie door SBTi. Ten opzichte van de in 2021 en 2022 gepresenteerde historische gegevens (2021 baseline en 2022) zijn kleine aanpassingen doorgevoerd om te voldoen aan de geactualiseerde methodologie voor niet-CO2-emissies, alsmede correcties voor kleine rapporteringsfouten die niet significant waren op Groepsniveau. Om de nulmeting en het traject van Imerys goed te volgen, werd beslist om deze data te corrigeren vóór de SBTi-indiening.
In vergelijking met 2023 zijn de totale Scope 1 en 2 BKG-emissies in absolute termen met 115 ktCO2eq gedaald, wat een vermindering van 6% betekent, voornamelijk dankzij de volgende decarbonisatiehefbomen: energie-efficiënte maatregelen, vervanging van emissie-intensieve fossiele brandstoffen door biobrandstoffen of aardgas wanneer biomassa niet beschikbaar is, evenals een Groepsbreed programma dat zich richt op de aankoop van koolstofarme en hernieuwbare elektriciteit. Als gevolg daarvan zijn de Scope 1 emissies met 2% gedaald (30 ktCO2eq) en Scope 15 was 85% lager (85 ktCO2eq, marktgebaseerd).
De desinvestering van enkele Imerys-locaties is verantwoordelijk voor 3% van de BKG-emissiereductie in 2024 ten opzichte van 2023.
| BKG-intensiteit per netto-opbrengst | Eenheid | 2024 | 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Totale broeikasgasemissies (Scope 1, 2 & 3 locatiegebaseerd) per netto-omzet | t CO2-eq/miljoen euro | 1.743 | 1.607 | |
| Totale broeikasgasemissies (Scope 1, 2 , 3 & 3 marktgebaseerd) per netto-omzet | t CO2-eq/miljoen euro | 1.715 | 1.607 | |
| Totale netto-omzet (Financiële staten) gebruikt voor berekening BKG-intensiteit | miljoen euro | 3.605 | 3.794 |
Scope 3 BKG-emissies worden van cradle-to-gate berekend door activiteitsgegevens te vermenigvuldigen met specifieke emissiefactoren. In het BKG Protocol worden de aanbevolen Scope 3-berekeningsmethoden beschreven. Elke methode stemt overeen met een bepaalde mate van precisie en de minimumvereisten zijn afhankelijk van het voor elke emissiecategorie beoordeelde materialiteitsniveau. Binnen een categorie broeikasgasemissies kunnen verschillende benaderingen voor subcategorieën worden gevolgd. De BKG Protocolmethoden die Imerys gebruikt voor de berekening van Scope 3 emissies, worden gepresenteerd in de informatieverschaffing [ESRS 2 BP-2] van dit hoofdstuk. Voor meer informatie over de berekening van elke categorie, zie sectie 1.6.2 [MDR-M] van dit hoofdstuk.
| Significante Scope 3 BKG emissies | Retrospectief | Mijlpalen en doeljaren | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Parameter | Eenheid | 2024 | 2023 | Baseline 2021 | % variatie 2023-2024 |
2030 | Jaarlijks doel (%) / basisjaar |
| Totale significante bruto indirecte (Scope 3) BKG-emissies |
ktCO2eq | 4.400 | 4.200 | 4.959 | 5% | - | - |
| 1. Gekochte goederen en diensten | ktCO2eq | 1.660 | 1.663 | 2.105 | 0% | - | - |
| 2. Kapitaalgoederen | ktCO2eq | 263 | 291 | 210 | -10% | ||
| 3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten (niet opgenomen in Scope1 of scope 2) 1 |
ktCO2eq | 355 | 377 | 514 | -6% | - | - |
| 4. Upstreamvervoer en -distributie | ktCO2eq | 355 | 209 | 346 | 70% | - | - |
| 5. Afval geproduceerd bij activiteiten | ktCO2eq | 58 | 54 | 58 | 8% | - | - |
| 6. Zakelijk reizen | |||||||
| 7. Woon-werkverkeer werknemers | |||||||
| 8. Upstream geleasede activa | ktCO2eq | NS2 | NS | NS | - | - | - |
| 9. Downstreamvervoer en distributie | ktCO2eq | 773 | 669 | 784 | 16% | - | - |
| 10. Verwerking verkochte producten3 | ktCO2eq | 593 | 559 | 552 | 6% | - | - |
| 11. Gebruik van de verkochte producten | ktCO2eq | NS | NS | NS | - | - | - |
| 12. End-of-life-verwerking verkochte producten4 | ktCO2eq | 170 | 186 | 144 | -9% | - | - |
| 13. Downstream geleasede activa | ktCO2eq | NS | NS | NS | - | - | - |
| 14. Franchises | ktCO2eq | NS | NS | NS | - | - | - |
| 15. Investeringen | ktCO2eq | 173 | 191 | 248 | -9% | - | - |
| Totale significante bruto indirecte (Scope 3) BKG-emissies opgenomen in SBTi-doelstelling |
ktCO2eq | 3.637 | 3.454 | 4.263 | 5% | -25% | -2,8% |
Scope 3 emissies vertegenwoordigen ongeveer 71% van de totale BKG-emissies van de Groep. De totale Scope 3 BKG-emissies van de Groep bedroegen 4.400 ktCO2eq in 2024 en 3.637 ktCO2eq voor de categorieën die onder het emissiereductiedoel van Imerys vallen. Dit betekent een daling van 11% voor de totale Scope 3 emissies en een vermindering van 15% voor de categorieën die onder het doel vallen, in vergelijking met het basisjaar 2021.
De totale Scope 3 emissies en de emissiecategorieën die onder het reductiedoel vallen, zijn in 2024 met 5% gestegen, met een respectievelijke stijging van 200 ktCO2eq en 183 ktCO2eq ten opzichte van 2023. Deze stijging is het resultaat van aanzienlijke verbeteringen in de gegevensmonitoring in 2024, die hebben geleid tot een uitgebreidere boekhouding in bepaalde Scope 3-categorieën, met name upstream- en downstreamvervoer en distributie.
Imerys zet zijn monitoringactie voort binnen de waardeketen. Eind 2024 had 52% van de leveranciers van de Groep, die ongeveer 800 leveranciers vertegenwoordigden, emissiereductiedoelstellingen. Dit vertaalt zich in meer dan 58% van de Scope 3 emissies van Imerys uit inkoopcategorieën die onder reductiedoelen vallen.
1 De emissiefactoren van deze categorie zijn bijgewerkt voor de schatting van de cijfers voor 2023 en 2024, zodat ook de recentste beschikbare gegevens van het
Sinds 2020 hanteert Imerys een schaduwprijs voor koolstof als onderdeel van het engagement om klimaatverandering aan te pakken. Het doel is een vrijwillig vastgestelde waarde vast te stellen om het economische risico van de broeikasgasemissies te kwantificeren en deze waarde als criterium in projectbeslissingen op te nemen. Deze schaduwprijs is van toepassing op: i) alle projecten met betrekking tot veranderingen in energieverbruik of energie-efficiëntie; ii) alle projecten met een waarde van meer dan 150.000 euro die een impact hebben op broeikasgasemissies van +/- 1.000 tCO2eq. Deze prijs wordt geïntegreerd in winstgevendheidsanalyses van projecten en wordt gebruikt om de daaraan verbonden risico's of meerwaarden te belichten en investeringsbeslissingen te begeleiden in de richting van de meest deugdzame projecten. Dezelfde benadering wordt gevolgd voor fusies en overnames samen met de tCO2eq/sales ratio van de prospect om zo acquisities te begunstigen die het doel voor emissiereductie van de Groep dienen. Het heeft zijn relevantie en nut voor verschillende projecten aangetoond, en heeft nog een ander voordeel: doordat het vereist dat de bijbehorende emissies voor elk project worden berekend, stimuleert het de bijscholing van teams op dit gebied en stelt het de reductie van broeikasgasemissies centraal in alle besluitvormingsprocessen.
De interne koolstofschaduwprijs werd oorspronkelijk vastgesteld op 50 euro/ton CO2eq in 2020 en werd verder verhoogd tot 80 euro/ton CO2eq in 2022, in lijn met de wereldwijde markttrends.
Voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten is de koolstofschaduwprijs bepaald op basis van de toekomstige CO2 -prijzen die het Internationaal Energieagentschap (IEA) in zijn in 2021 gepubliceerde World Energy Outlook heeft geschat, volgens verschillende scenario's. De waarde van 100 euro/ton CO2eq is geselecteerd om te worden afgestemd op Imerys' verbintenissen inzake klimaatverandering, d.w.z. het 1.5°C-traject op middellange termijn (5-10 jaar).
| Soorten interne koolstofprijzen |
Toegepaste prijzen (EUR/ ton CO2-eq) |
Beschrijving toepassingsgebied |
|---|---|---|
| Capex | 80 | – alle projecten met betrekking tot veranderingen in energieverbruik of energie-efficiëntie; – alle projecten met een waarde van meer dan 150.000 euro die een impact hebben op broeikasgasemissies van +/- 1.000 ton CO2eq; – fusies en overnames |
| Investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) |
100 | – alle nieuwe productontwikkelingsprojecten waarvoor Science & Technology resources nodig zijn en die zijn gescoord volgens het Group SustainAgility Solutions Assessment (SSA) kader |
| Imerys totale activawaarde met materieel risico | Korte-termijn (2030) | Middellange termijn(2040) |
Lange-termijn(2050) |
|---|---|---|---|
| Fysieke risico's (% van de totale risicovolle activawaarde1 ) |
4,1 tot 4,6% | 5,0 tot 5,8% | 5,7 tot 6,9% |
Deze cijfers zijn verkregen zoals beschreven in de methodologie voor informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1 – E1] van dit hoofdstuk. De reeks resultaten is gekoppeld aan de verschillende beoordeelde klimaatscenario's.
1 Totale activawaarde wordt gedefinieerd als de totale verzekerde waarde, die gelijk is aan de vastgoedwaarde bovenop de onderbrekingswaarde van de bedrijfsactiviteit (d.w.z. inkomsten- en inventarisverlies).
De industriële activiteiten van de Groep hebben gevolgen voor het milieu, met name wat betreft de lucht- en waterkwaliteit. Productieprocessen veroorzaken verschillende luchtemissies die de lokale luchtkwaliteit in de buurt van operationele bedrijfslocaties potentieel kunnen aantasten, en kunnen van invloed zijn op lokale gemeenschappen die in nabijgelegen gebieden wonen. Deze impact op de luchtkwaliteit is een direct gevolg van de diverse verontreinigende stoffen die vrijkomen bij productieactiviteiten.
Evenzo vormen de activiteiten van de Groep risico's voor de watervoorraden. Bij accidentele lozingen kunnen effluenten met gevaarlijke stoffen of zwevende stoffen vrijkomen, die de oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in gevaar kunnen brengen.
Deze negatieve impacts op het milieu onderstrepen het belang van robuuste maatregelen om de verontreiniging te beheersen en een streng milieubeleid te voeren om de impacts op de lucht- en watervoorraden in de gebieden waar de Groep actief is, te mitigeren.
Daarom zet Imerys zich in om relevante milieuwetten en -regelgevingen na te leven, om een Environmental Managementsysteem (EMS) te implementeren om negatieve milieu impacts tot een minimum te beperken, om de milieuprestaties in verband met zijn activiteiten voortdurend te verbeteren, om een milieubesparende aanpak te waarborgen met gedefinieerde doelstellingen en doelen en om het interne en externe bewustzijn van milieu impacts te verhogen door middel van opleiding en andere inspanningen.
Opmerking: de volgende informatieverschaffing beschrijft Imerys toezeggingen met betrekking tot het beheer van waterkwaliteit, zoals geschetst in [ESRS E2]. De waterbesparing wordt beschreven in [ESRS] E3 van dit hoofdstuk en geeft meer informatie hierover.
Imerys is een uitgebreid proces gestart om materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft verontreiniging in kaart te brengen binnen zijn activiteiten en waardeketen. De Groep heeft een specifiek onderzoek op bedrijfslocatieniveau gelanceerd om zijn locaties en bedrijfsactiviteiten te screenen, gericht op verontreinigende stoffen vermeld in Bijlage II van de E-PRTR1 voor lucht, water en bodem. Dit screeningsproces heeft tot doel een grondiger inzicht te krijgen in de specifieke belangen op elke bedrijfslocatie. De methodologie omvatte het vaststellen van een initiële nulmeting, rekening houdend met de vele standaarden en maatstaven die wereldwijd bestaan voor het beoordelen en meten van verontreinigende stoffen. Imerys heeft echter erkend dat het noodzakelijk is om een geharmoniseerde methode te implementeren om elke stof consistent te beoordelen op alle locaties voordat Groepsbrede gegevens openbaar worden gemaakt. Deze benadering waarborgt de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de gerapporteerde informatie en voorkomt potentiële consistentieverschillen. Imerys erkent dat deze nulmeting een uitgangspunt is en is van plan om deze in de loop van de tijd geleidelijk te verfijnen en te verbeteren, waarmee Imerys blijk geeft van zijn engagement om zijn processen voor impactanalyse en -rapportering inzake verontreiniging voortdurend te verbeteren. De resultaten van deze beoordeling zijn gebruikt in de dubbele materialiteitsanalyse beschreven in informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-3] van dit hoofdstuk. De materiële impact en risico's in verband met verontreiniging van lucht en water worden in de onderstaande tabel gepresenteerd.
Opmerking: hoewel Imerys hierover geen specifiek, gericht overleg heeft gepleegd met lokale getroffen gemeenschappen, verbindt de Groep zich ertoe een constructieve dialoog op te zetten met zijn stakeholders die in de buurt wonen. De Groep houdt rekening met potentiële klachten in verband met lucht- en waterverontreiniging via het vastgestelde klachtenmechanisme, zoals beschreven in de informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-2 E3].
| ESRS E2. Verontreiniging | |||
|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon |
| Subthema: Luchtverontreiniging | |||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (Bedrijfsactiviteiten SET2 en RAC3) |
Groepsactiviteiten veroorzaken luchtverontreiniging en kunnen de lokale luchtkwaliteit verslechteren als gevolg van de verschillende luchtemissies die tijdens productieprocessen worden gegenereerd. |
Middellange |
| Subthema: Waterverontreiniging | |||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Groepsactiviteiten hebben een impact op de waterkwaliteit (oppervlakte en/of bodem) doordat er per ongeluk effluenten vrijkomen die gevaarlijke stoffen of gesuspendeerde stoffen bevatten. |
Kort |
| Risico | Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met steeds strengere vereisten inzake preventie en bestrijding van verontreiniging of reputatieschade in geval van een incident van verontreiniging of niet naleving van nieuwe verontreinigingsregelgeving. |
Kort |
1 Bijlage II bij het E-PRTR (European Pollutant Release and Transfer Register) bevat een uitgebreide lijst van verontreinigende stoffen die door industriële faciliteiten in de Europese Unie moeten worden gerapporteerd. Het omvat een breed scala aan stoffen gecategoriseerd op hun potentiële impacts op lucht, water en bodem, en dient als een gestandaardiseerde referentie voor milieurapportering en -monitoring in heel Europa.
2 SET verwijst naar Solution for Energy Transition zoals beschreven in hoofdstuk 1 van dit verslag
3 RAC verwijst naar Refractory, Abrasives en Construction zoals beschreven in hoofdstuk 1 van dit verslag
Milieu stewardship berust op de toepassing van een robuust Environmental Managementsysteem (EMS), dat een cruciale factor is om operationele uitmuntendheid te verbeteren en tegelijkertijd de milieu impacts te verminderen. Imerys vereist dat elke operatie een effectief EMS heeft om significante milieurisico's te identificeren en te controleren. De verplichte EMS-vereisten voor alle activiteiten vallen onder het milieubeleid van de Groep, dat acht pijlers omvat die zijn afgestemd op de kernelementen van internationale standaarden voor milieubeheersystemen. Het beleid op dit gebied specificeert de interne vereisten die van toepassing zijn op alle activiteiten.
Dit interne beleid behandelt onder meer lucht- en waterverontreiniging. Ze definiëren de verantwoordelijkheden van bedrijfsleiders en senior managers en het Environment, Health and Safety (EHS) personeel bij het beheersen van potentiële blootstellingen en risico's om negatieve milieu impacts te voorkomen en de milieuvoetafdruk van Imerys zijn activiteiten te verkleinen.
Daarnaast heeft de Groep een gestructureerd intern beleid voor het melden van milieu-incidenten dat bedrijfslocaties ondersteunt om het juiste proces te implementeren om de impact te voorkomen en te verlichten en om dit in het interne systeem te melden. Elk incident wordt onderzocht volgens het Groepsbeleid en corrigerende actieplannen worden voortgezet tot de afsluiting.

Het beleid geldt voor hetzelfde toepassingsgebied als de geconsolideerde financiële staten. Nieuw verworven bedrijfslocaties zijn inbegrepen, vanaf de datum van verwerving, behalve in uitzonderlijke omstandigheden zoals beschreven in [ESRS 2] van dit hoofdstuk. Magazijnen, kantoren en laboratoria zijn uitgesloten, wanneer zij niet aan een industrieterrein zijn gekoppeld. Op Groepsniveau wordt de uitvoering van dit beleid gecontroleerd door het Duurzaamheidscomité. Voor meer informatie over governance over milieuthema's, zie informatieverschaffing [ESRS 2 GOV-1] van dit hoofdstuk.
In 2024 is het interne waterbeleid herzien om specifiek in te spelen op het beheer van afvalwater en regenwater, met inbegrip van waterzuivering en het voorkomen en bestrijden van verontreiniging. Dit beleid is ontwikkeld op basis van de toonaangevende internationale waterrapporteringsstandaard1 voor de mijnbouw- en metaalindustrie door de International Council on Mining and Metals (ICMM), met als doel de impacts te mitigeren die Imerys heeft (of kan hebben) op waterkwaliteit en -kwantiteit, voornamelijk verontreiniging door effluenten en overconsumptie; en de risico's in verband met de gevoeligheid van waterbronnen te beheersen en de belangrijkste hefbomen te identificeren om de operationele watervraag te verminderen.
Binnen zijn waardeketen implementeert de Groep sinds 2018 een uitgebreid verantwoord inkoopbeleid, op basis van Supplier Environmental, Social and Governance Standards ("Leverancier ESG Standards"). Dit beleid, dat een breed scala aan milieuthema's omvat, vraagt de leveranciers met name om:
1 International Council on Mining and Metals (ICMM), "Water Reporting: Handleiding voor goede praktijken", 2e druk (2021)
Om de ontwikkeling van een doeltreffend milieubeheersysteem binnen de Groep te ondersteunen, wordt een milieumaturiteitsmatrix gebruikt die de kritieke elementen van milieubeheer behandelt. Deze maturiteitsmatrix wordt, net als de andere matrices voor continue verbetering die binnen de Groep worden ingezet, gebruikt om Milieuprestaties op bedrijfslocatieniveau te beoordelen en de ontwikkeling van actieplannen te begeleiden.
Het Environment, Health and Safety (EHS) auditteam van de Groep voert jaarlijks uitgebreide en onafhankelijke audits ter plaatse uit van de milieu naleving met behulp van de milieumaturiteitsmatrix tool. Elk jaar worden zo'n 20 bedrijfslocaties op hun milieuconformiteit geauditeerd door interne milieudeskundigen.
Naast de implementatie van verplichte EMS-vereisten, die volledig zijn afgestemd op internationale standaarden, behoudt de Groep een aantal ISO 14001- en Eco-Management and Audit Scheme (EMAS) certificeringen. Eind 2024 is 44% van de activiteiten van de Groep ISO 14001 of EMAS gecertificeerd door externe certificeringsorganisaties.
Sinds 2018 gebruikt de Groep een geïntegreerde oplossing voor het beheer van de wettelijke naleving en de monitoring van de regelgeving. Deze oplossing ondersteunt de ontwikkeling van bijgewerkte milieujuridische registers, met regelmatige waarschuwingen, bijgewerkte registers en bijstand van milieujuridische specialisten voor elk land. Tot op heden wordt 89% van de Imerys-locaties verspreid over 25+ landen van alle continenten gedekt door speciale tools voor het monitoren van de wettelijke naleving. Naast de nieuwe oplossing die op Groepsniveau werd ontwikkeld, gebruiken sites in heel Imerys andere tools om de lokale monitoring van de regelgeving te ondersteunen. Imerys volgt en analyseert milieuprestaties op kwartaal- en jaarlijkse basis op in alle niveaus van de Groep.
De waterkwaliteitsparameters worden over het algemeen op elk lozingspunt van de activiteit gemonitord, waarbij naleving van locatiespecifieke drempelwaarden wordt gegarandeerd die zijn voorgeschreven door lokale regelgeving. In gevallen waarin de wettelijke vereisten geen kwaliteitsparameters specificeren, zijn bedrijfslocaties sterk verplicht zich te houden aan de interne normen van de Groep. In deze interne normen worden alomvattende criteria vastgesteld, met een strategisch plan dat loopt tot en met 2030, om strenge drempelwaarden voor de waterkwaliteit te bereiken. De focusgebieden omvatten totaal gesuspendeerde vaste stoffen, temperatuur en pHniveaus, wat de toewijding van de Groep aan verantwoord waterbeheer en milieubeheer in al zijn activiteiten weerspiegelt.
Om luchtverontreinigende stoffen te voorkomen, worden de atmosferische emissies en de neerslag van stof periodiek gecontroleerd. Emissiedrempels worden vastgesteld in overeenstemming met de toepasselijke lokale regelgeving, waardoor naleving van strenge milieunormen wordt gewaarborgd. De bedrijfslocaties beoordelen hun luchtemissies op materialiteit, met gebruikmaking van specifieke methoden en instrumenten die zijn afgestemd op hun operationele context. De meest gemeten parameters zijn stof, zwaveloxides (SOx) en stikstofoxides (NOx), waarbij aanvullende parameters worden geëvalueerd op basis van locatiespecifieke milieuoverwegingen. De meetfrequentie is afgestemd op de lokale regelgeving en locatiespecifieke milieu-uitdagingen. Deze aanpak varieert van continue online monitoring tot regelmatige periodieke beoordelingen.
Het uiteindelijke doel van de Groep is om nul milieu-incidenten te hebben, maar wanneer ze zich toch voordoen, wordt elk incident grondig onderzocht als een opportuniteit om te leren en herhaling te voorkomen. De Groep heeft een alomvattend beleid voor de melding van milieuincidenten ingevoerd met als hoofddoel het bevorderen van continue verbetering. Dit beleid is gebaseerd op een speciale database om het inzicht in de soorten en onderliggende oorzaken van milieu-incidenten binnen activiteiten te verbeteren. Het kader voor incidentbeheer is ontworpen om meerdere kritieke doelstellingen te behalen:
Opleiding en bewustwording van het milieubeheer van de Groep worden bereikt via verschillende communicatie- en opleidingsactiviteiten. Lokale initiatieven komen ook voor op regionaal, hub- of bedrijfslocatieniveau en omvatten werkgerelateerde milieuopleiding. Deze opleidingen kunnen in verschillende formaten gevolgd worden, afhankelijk van de doelgroep en in verschillende talen (indien van toepassing):
| Opleidingsactiviteiten | Doelgroep | Beschrijving |
|---|---|---|
| Environmental Learning Path | Nieuwkomers | De module "Caring for our Planet" is bedoeld om de belangrijkste principes en instrumenten van het milieubeheersysteem van de Groep te introduceren. |
| Opleiding tot EHS-auditor | EHS en auditors voor mijnbouw en materiaalplanning |
Deze jaarlijks uitgevoerde opleiding is gericht op het afstemmen en kalibreren van de teamleden van de interne auditors van de Groep (update over de Imerys-vereisten, auditproces en -technieken, ). Dit is vereist voor alle bestaande auditors en nieuwe leden die toetreden tot het auditteam van de Groep. |
| Digitale cursussen op de Imerys Learning Hub |
Alle Imerys medewerkers | De Groep biedt zijn werknemers een e-learningplatform met een ruime keuze aan aanvullende inhoud op aanvraag: – Basis milieumodules – Specifieke milieuleermodules – Heruitzending van interne milieucursussen, webinars en virtuele lessen gericht op specifieke milieuthema's. |
| Imerys Connect dag | Alle Imerys medewerkers | Imerys Connect Dag is een jaarlijks evenement dat door de Groep wordt georganiseerd en dat doorgaans werknemers van Imerys uit de hele wereld samenbrengt om verbinding, samenwerking en betrokkenheid binnen de Groep te bevorderen. De Connect Dag omvat meestal diverse activiteiten zoals: – Presentaties over prestaties van Imerys EHS en erkenning van prestaties van werknemers – Workshops en discussies over belangrijke EHS-thema's – Teambuilding oefeningen – Netwerkmogelijkheden voor medewerkers uit verschillende regio's en departementen |
Impact, risico's en opportuniteiten
Lancering van een specifiek onderzoek op bedrijfslocatieniveau om verontreinigende stoffen te screenen
| Alle Imerys operationele sites | 2024 |
|---|---|
| Verwacht resultaat Alle toepasselijke verontrein |
Resultaten eind 2024 |
| igende stoffen vermeld in Bijlage II van de E-PRTR voor |
6 |
| lucht en water beoordeeld en | geïdentificeerde verontreinigen de stoffen vermeld in Bijlage II |
2
geïdentificeerde verontreinigende stoffen vermeld in Bijlage II bij de E-PRTR voor water
van de E-PRTR voor lucht
catieniveau
EHS naleving audits ter plaatse
geïdentificeerd op bedrijfslo-
| Imerys geselecteerde sites | Terugkerende maatregelen |
|---|---|
| Verwacht resultaat | Resultaten eind 2024 |
| 29 | 28 |
| audits gepland in 2024 | audits afgerond (97% van het plan) |
Het evenement heeft tot doel de Groepscultuur te versterken en een gevoel van eenheid binnen de wereldwijde
Trainingsprogramma over verontreinigingsbeheer
Doelgroep:
organisatie te bevorderen, met een focus op gezondheid, veiligheid en milieuthema's.
– EHS-medewerkers en bedrijfslocatieteams – Alle Imerys medewerkers 2024
Geharmoniseerde praktijken en sensibilisatie van werknemers voor materiaalbeheer
Imerys heeft een uitgebreid proces opgestart om de Capex en Opex met betrekking tot het beheer van lucht- en waterverontreiniging te verzamelen, te consolideren, te verifiëren en daarover te rapporteren. Er zijn categorieën vastgesteld voor preventie en incidentbeheer op basis van het kader van de mitigatiehiërarchie. De categorie Preventie omvat alle Opex en Capex die verband houden met het vermijden of verminderen van verontreinigingsemissies. Incidentenbeheer daarentegen omvat alle Opex en Capex met betrekking tot de herstelfase na milieu-incidenten. In 2024 heeft Imerys zich toegelegd op het definiëren van het proces, het aanpassen van de rapporteringstools, het opleiden van werknemers en het verifiëren van de gerapporteerde gegevens. informatieverschaffing zal plaatsvinden vanaf 2025, zodra het systeem, de gegevens en de instrumenten voor de rapportering en verificatie van Capex en Opex met betrekking tot lucht- en waterverontreiniging zijn gevalideerd.
Het doel van milieubeheer is ervoor te zorgen dat 100% van de bedrijfslocaties van de Groep hun milieu maturiteit tegen 2025 hebben beoordeeld. De matrix voor milieu maturiteit, georganiseerd rond het beleid van Imerys, stelt de sites in staat hun prestaties te meten en vervolgens het programma voor continue verbetering uit te voeren. De matrix wordt geactualiseerd wanneer het milieubeleid wordt geactualiseerd.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Milieu impacts verminderen door het maturiteitsniveau van bedrijfslocaties te toetsen aan | 2022 | 2025 | |
| milieubeheereisen1 | 0% | 100% |
In 2024 heeft Imerys, op basis van de bijgewerkte resultaten van de dubbele materialiteitsanalyse, een nieuwe doelstelling vastgesteld om de emissies van luchtverontreinigende stoffen te beheren. Deze vrijwillige (d.w.z. niet verplicht volgens een specifiek regelgevend kader) doelstelling is geëvalueerd en gevalideerd door de Raad en Strategie en Duurzaamheidscomités.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Verminder het risico op luchtverontreiniging door ervoor te zorgen dat 100% van de | 2024 | NIEUW | 2025 |
| prioritaire locaties2 locatiespecifieke luchtemissiebeheerplannen opstellen. | 0% | 100% |
De Groep heeft een methodologie geïmplementeerd om in zijn industriële faciliteiten prioritaire locaties te identificeren wat betreft luchtemissies en waterverontreiniging. Dit identificatieproces is gebaseerd op twee belangrijke criteria:
Gevallen waarin overschrijdingen van stoffendrempels van invloed zijn op meer dan twee bedrijfslocaties binnen de Groep, en
Locaties die de drempelwaarden in de European Pollutant Release and Transfer Register (E-PRTR) lijst overschrijden.
Op basis van deze beoordeling, aan het eind van 2024, geldt op dit moment geen enkele bedrijfslocatie van de Groep als prioritaire bedrijfslocatie voor wateremissies. De Groep heeft echter twee locaties geïdentificeerd die bepaalde E-PRTR-drempels overschrijden, wat minder dan 2% van de operationele faciliteiten van Imerys vertegenwoordigt. Deze locaties bevinden zich in Frankrijk en China.
Voor deze twee bedrijfslocaties heeft de Groep specifieke actieplannen ontwikkeld en uitgevoerd om de drempeloverschrijdingen aan te pakken. Deze plannen zijn onderworpen aan een strikt beheer- en monitoringsproces op meerdere niveaus van de organisatie: locatiespecifiek, Business Area en Groepsbreed. Deze meerlagige aanpak zorgt voor een breed toezicht, faciliteert de effectieve implementatie van noodzakelijke verbeteringen en toont de toewijding van de Groep aan verantwoord waterbeheer en milieubeheer in zijn activiteiten.
Op Groepsniveau worden luchtverontreinigende stoffen, voornamelijk zwaveloxiden (SOx ) en stikstofoxiden (NOx ), voornamelijk geassocieerd met activiteiten in de bedrijfsgebieden Vuurvast, Schuur- en Bouwmaterialen en de Oplossingen voor Energietransitie. Dit onderscheidend vermogen is toe te schrijven aan de specifieke industriële processen die aan deze activiteiten inherent zijn.
Opmerkelijk is dat alle bedrijfslocaties die de E-PRTR-drempels overschrijden, de naleving van hun respectieve lokale regelgeving behouden, wat de toewijding van de Groep aan naleving van de regelgeving in al zijn wereldwijde activiteiten onderstreept. De geïdentificeerde prioritaire bedrijfslocaties vertegenwoordigen zeven van de industriële faciliteiten van de Groep wereldwijd, goed voor minder dan 5% van de totale industriële voetafdruk van de Groep. Deze sites bevinden zich in West-Europa en in de Verenigde Staten.
Deze gerichte benadering van het identificeren en beheren van prioritaire locaties voor waterverontreiniging en luchtemissies toont de proactieve houding van de Groep ten aanzien van milieubeheer en zijn toewijding aan de voortdurende verbetering van het beheer van de lucht- en waterkwaliteit in zijn verschillende activiteiten.
1 Vereiste voor milieubeheer zoals gedefinieerd door het beleid van Imerys en gemeten door de milieumaturiteitsmatrix, die gebaseerd is op toonaangevende
internationale milieunormen. 2 De lijst van prioritaire bedrijfslocaties met betrekking tot luchtemissies is gebaseerd op (1) Gevallen waarin overschrijdingen van de stofdrempel van invloed zijn op
meer dan twee bedrijfslocaties binnen de groep (2) bedrijfslocaties die de drempels overschrijden die in de lijst van het European Pollutant Release and Transfer Register (E-PRTR) zijn vastgesteld.
| Maatstaven wat betreft luchtemissies | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal bedrijfslocaties boven E-PRTR-drempel van SOx (NIEUW) |
# | 5 | 5 |
| Totale SOx-emissies | ton | 2.356 | 2.248 |
| Aantal bedrijfslocaties boven E-PRTR-drempel van NOx (NIEUW) |
# | 4 | 4 |
| Totale NOx-emissies | ton | 4.354 | 5.503 |
Standaard worden de SOx en NOx emissies uit brandstoffen van de Groep maandelijks automatisch berekend aan de hand van het brandstofverbruik en de SOx en NOx emissiefactoren specifiek voor brandstoffen uit de database EPA AP 42. SOx en NOx emissies kunnen ook handmatig op bedrijfslocatieniveau worden gerapporteerd voor de activiteiten met een continue monitoring van deze verontreinigende stoffen op alle afkeuringspunten. In andere gevallen worden SOx en NOx door de locatie berekend (en gedocumenteerd) door rekening te houden met het zwavelgehalte van de grondstoffen, de additieven en de procesomstandigheden (ontzwavelingspercentage). Sommige bedrijfslocaties hebben een permanente monitoring van de SOx en NOx emissies op alle afkeuringspunten. Eind 2024 is de daling van de NOx-emissies vooral te verklaren door de desinvestering van de papieren activa van de Groep. De Groep zet zijn inspanningen voort om zowel SOx en NOx emissies met betrekking tot zijn activiteiten te beheren en te verminderen door middel van een intern beleid, technologische verbeteringen en investeringen.
| Maatstaven met betrekking tot milieu-incidenten | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal milieu-incidenten van niveau 4 en 5 | # | 0 | 11 |
| Capex toegewezen aan de preventie en mitigatie van grote milieu-incidenten (NIEUW) | duizend euro | 806 | 388 |
| Opex toegewezen aan de preventie en mitigatie van grote en kritieke milieu-incidenten (NIEUW) |
duizend euro | 221 | 1 |
| waarvan Opex-bedragen toegewezen aan geldboeten (NIEUW) | duizend euro | 90 | 0 |
De ernst van milieu-incidenten waarbij Imerys betrokken is, wordt bepaald door de milieu, financiële, reglementaire en reputatiegevolgen te evalueren en kan als volgt zijn:
Volgens ESRS DR E2-6, DR 40b rapporteert Imerys in de tabel boven de Capex en Opex over zijn "zware" milieu-incidenten, die overeenkomen met incidenten van Level 4 of Level 5 volgens zijn protocol voor interne rapportering. Er waren geen milieu-incidenten van niveau 4 of 5 in 2024. De hierboven gerapporteerde Capex en Opex komen overeen met de uitgaven als gevolg van een watergerelateerd milieu-incident dat in 2023 plaatsvond.
Op 31 december 2024 rapporteerde Imerys 115,5 miljoen euro voor milieu- en ontmantelingsbepalingen, zoals aangegeven in Hoofdstuk 6, toelichting 23.2 "Overige voorzieningen" van het Universeel Registratie Document. Dit omvat de milieuverplichtingen van Imerys voor de sanering van verontreiniging, alsook zijn verplichtingen om installaties te ontmantelen.
Water is een gedeelde en eindige hulpbron met een hoge sociale, culturele, milieu en economische waarde. Het is een fundamenteel mensenrecht en van vitaal belang voor ecosystemen. De vraag naar water stijgt als gevolg van de snelle bevolkingsgroei, verstedelijking en de toenemende waterbehoeften van industriesectoren, met een toenemende druk op de toegankelijkheid van bronnen tot gevolg. Een mondiale aanpak van waterbeheer is een noodzaak om de toegang tot water en de kwaliteit ervan voor de toekomstige generaties veilig te stellen, maar ook om aquatische ecosystemen die afhankelijk zijn van de hulpbron, te behouden.
Imerys heeft, net als elke andere winningsgroep, een impact op waterbronnen als onderdeel van de activiteiten van de Groep, die water nodig hebben voor de winning en verwerking van erts. Bovendien speelt water een cruciale rol bij het beheersen van de luchtemissies van activiteiten, zoals stofbestrijding in steengroeven of waterige chemische hulpstoffen voor rookgasbehandeling. Sommige Imerys-activiteiten kunnen invloed hebben op natuurlijke waterstromen en kunnen de grondwaterstanden beïnvloeden, afhankelijk van de hydrogeologische context. De Groep verbindt zich ertoe een doeltreffend waterbeheer te waarborgen en de impact van zijn activiteiten tot een minimum te beperken, zowel in kwantiteit als in kwaliteit.
Opmerking: de volgende informatieverschaffing beschrijft Imerys toezeggingen met betrekking tot waterbesparing, zoals geschetst in ESRS E3. Het beheer van de waterkwaliteit is uitgewerkt in ESRS E2. Zie sectie 1.2.3.3 van dit hoofdstuk voor meer informatie hierover.
1 Dit nummer is gecorrigeerd ten opzichte van het Universeel Registratie Document 2023. In 2024 is het aantal incidenten aangepast om te voldoen aan de informatieverschaffing van de CSRD, die vereist om significante milieu-incidenten te rapporteren, dat wil zeggen alleen Imerys Level 4 & Level 5 incidenten.
Imerys heeft een eerste identificatie op hoog niveau van zijn materiële impacts, risico's en opportuniteiten uitgevoerd tijdens zijn dubbele materialiteitsanalyse (zie informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-3] van dit hoofdstuk) en heeft het materiële aspect van waterbeheer benadrukt, enerzijds ingegeven door het belang van de hulpbron voor de productie en de volumes die moeten worden beheerd om de activiteiten in stand te houden, en anderzijds rekening houdend met het risico van waterschaarste in gebieden met een hoge druk op de watervoorziening, waar de activiteiten van Imerys zich bevinden.
De Groep heeft zijn bedrijfslocaties gescreend om een meer gedetailleerd inzicht te krijgen in de specifieke belangen met betrekking tot waterbronnen en om prioriteit te geven aan waterbeheerinspanningen. Prioritaire locaties zijn geïdentificeerd aan de hand van de volgende categorieën:
Imerys maakt gebruik van het WWF Water Risk Filter en met name van de "Baseline Water Stress", wat overeenstemt met de verhouding tussen de totale oppervlakte- en grondwateronttrekking en het beschikbare hernieuwbare water op lokale schaal. In 2024 liggen, wat de resultaten van de nulmeting betreft, de meeste binnen deze categorie geïdentificeerde locaties langs de Pacifische kust van Noorden Zuid-Amerika, rond de Middellandse Zee, India en Zuid-Afrika. Een meerderheid van de prioritaire bedrijfslocaties in gebieden met waterstressniveau 5 (52%) gebruikt geen substantiële hoeveelheden water voor de verwerking van mineralen (minder dan 10 000 m3 /jaar), aangezien het droge processen betreft. Voor dergelijke activiteiten is het waterverbruik doorgaans beperkt tot stofbeheer en/of sanitair gebruik.
In 2024 werden 48 bedrijfslocaties op de prioriteitenlijst geplaatst, hetzij als activiteiten met een hoog potentieel voor vermindering van het materiaalgebruik of operationele efficiëntie (18 bedrijfslocaties) en/of in bekkens met een extreem hoog risico (5) op waterstress (31 bedrijfslocaties).
Naast de hierboven vermelde fysieke risico's streeft de Groep naar inzicht in zijn impacts op getroffen gemeenschappen en andere potentieel betrokken stakeholders door bij de beoordeling rekening te houden met economische, sociale en culturele kwetsbaarheidscriteria. Zie informatieverschaffing [ESRS S3] van dit hoofdstukvoor meer informatie.
| ESRS E3. Water en mariene hulpbronnen | |||
|---|---|---|---|
| Materialiteit Locatie binnen de waardeketen |
Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |
| Subthema: waterdepletie | |||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten Groepsactiviteiten kunnen een impact hebben op waterreserves in geval van (alle activiteiten) inefficiënt waterbeheer (overmatig verbruik, onttrekking of gebrek aan recycling), wat mogelijk kan bijdragen tot waterschaarste of spanning over de beschikbaarheid van water. |
Lang |
De Groep heeft een specifiek intern beleid voor waterbeheer dat een antwoord biedt op de volgende uitdagingen:
Dit beleid is ontwikkeld op basis van de toonaangevende internationale waterrapporteringsstandaard voor de mijnbouw- en metaalindustrie door de International Council on Mining and Metals (ICMM)1 , met twee belangrijke doelstellingen: de waterrapportering verbeteren en de watervoetafdruk van de Groep mitigeren, met name in gebieden met waterrisico.
Het beleid geldt voor hetzelfde toepassingsgebied als de geconsolideerde financiële staten, met een geleidelijke implementatie te beginnen met de hierboven afgebakende prioritaire gebieden en een volledige dekking die uiterlijk in 2030 moet zijn bereikt.
Op Groepsniveau wordt de uitvoering van dit beleid gecontroleerd door het Duurzaamheidscomité. Voor meer informatie over governance van milieuthema's, zie de informatieverschaffing [ESRS 2 GOV-1] van dit hoofdstuk.
1 International Council on Mining and Metals (ICMM), "Water Reporting: Handleiding voor goede praktijken", 2e druk (2021)
Binnen zijn waardeketen implementeert de Groep sinds 2018 een uitgebreid verantwoord inkoopbeleid, op basis van Supplier Environmental, Social and Governance Standards ("Leverancier ESG Standards"). Dit beleid, dat een breed scala aan milieuthema's omvat, vraagt de leveranciers met name om:
In 2023 lanceerde Imerys een waterroadmap die in twee fasen moet worden uitgerold, overeenkomend met de twee doelstellingen die zijn bepaald voor het waterbeleid zoals beschreven in de informatieverschaffing [E3-1] van dit hoofdstuk:
In dit traject zijn waterwerkgroepen georganiseerd, met vertegenwoordigers van alle Imerys Business Areas om een goed inzicht te krijgen in de nieuwe rapporteringsvereisten, verbeterpunten te identificeren en nieuwe indicatoren en KPI's op te stellen om de voortgang van de activiteiten in hun waterbeheertraject te volgen.
Prioritaire bedrijfslocaties op basis van watervolume (> 1M m3 /jaar onttrekking en/of lozing)
Prioritaire locaties in waterstress met >10k m3 /jaar
Evalueer de blootstelling aan operationele risico's, waarschijnlijkheid, operationele kwetsbaarheid en identificeer potentiële opportuniteiten voor waterbesparingen en bedrijfsweerbaarheid.
Resultaten eind 2024
van prioritaire bedrijfslocaties die grote watervolumes beheren, hebben de beoordeling uitgevoerd.
2024
93%
van prioritaire locaties met waterstress met een aanzienlijke jaarlijkse wateronttrekking heeft de beoordeling uitgevoerd.
| Alle Imerys operationele sites | 2024 |
|---|---|
| Verwacht resultaat Verwijzend naar gestandaardiseerde praktijken voor schattingen of metingen van watervolumes, om methodologieën te harmoniseren in de verschillende regio's waar Imerys actief is. |
Resultaten eind 2024 Watertoolkit en Waterbeheerplan Opstellen van referentiedocumenten om methodologieën en beheerprak tijken voor waterrapportering te uniformeren. |
| Opleiding en bewustwording |
Doelgroep: EHS-medewerkers en bedrijfslocatieteams 2024
Waterwebinars over de belangrijkste uitdagingen en impacts van materiaalbeheer in de winningssector, in samenwerking met een externe deskundigenorganisatie(OiEau)
Resultaten eind 2024
uitgevoerd op het gebied van waterbalans en rapportering, waterkwaliteit en impact op ecosystemen, watermonsternemingsmethoden, regenwaterbeheer
Op prioritaire bedrijfslocaties zijn specifieke maatregelen inzake risicobeoordeling en het identificeren van opportuniteiten uitgevoerd om de blootstelling aan operationele risico's, de waarschijnlijkheid en de operationele kwetsbaarheid te evalueren en tegelijkertijd potentiële opportuniteiten voor waterbesparing en weerbaarheid van het bedrijf in kaart te brengen. De methodologie, ontwikkeld in samenwerking met een externe partner, OiEau, berust in de eerste plaats op de beoordeling van hydrologische bekkenrisico's, waar informatie is vastgelegd uit erkende databases, zoals WWF Water Risk Filter1 , WRI Aqueduct 4.02 en Copernicus Climate Atlas3, om de risicoblootstelling op grote schaal, de belangrijkste regionale uitdagingen van waterbeheer en toekomstige trends te evalueren. In een tweede stap wordt de analyse op operationele schaal uitgevoerd om de huidige afhankelijkheden, kwetsbaarheden en risico's in verband met het waterbeheer van de site te evalueren.
Beide risicoanalyses behandelen 3 hoofdthema's, fysieke, reglementaire en reputatierisico's, uitgesplitst in subthema's, namelijk watergebrek, teveel water en waterkwaliteit voor de fysieke risico's.
Ten slotte behandelt de analyse het potentieel en de haalbaarheid van opportuniteiten, uitgesplitst in 6 soorten opportuniteiten, waterbesparing, marketing, maatschappelijke, financiële, technologische en milieuopportuniteiten. De operationele risico's en opportuniteitenanalyse zijn uitgerold op de prioritaire sites.
– Alle prioritaire bedrijfslocaties die grote watervolumes beheren, hebben de beoordeling in 2024 uitgevoerd.
– Voor de bedrijfslocaties met extreem hoge waterstress is de beoordeling van de operationele risico's en opportuniteiten uitgevoerd op bedrijfslocaties met een significante jaarlijkse wateronttrekking die hoger ligt dan de mediane onttrekkingswaarde van Imerysactiviteiten (meer dan 10 000 m3 /jaar), die vatbaar zijn voor blootstelling aan een hoger risico dan de andere bedrijfslocaties met waterstress die een minimale impact hebben op de beschikbaarheid van water of een lage afhankelijkheid van de bron. Van de shortlist van waterstresslocaties (15 locaties, inclusief 2 locaties die in 2024 werden gedesinvesteerd) hebben er dit jaar 14 de analyse uitgevoerd.
In 2024 heeft de Groep zich toegelegd op het verbeteren van de interne kennisdeling door actief een opleidingsprogramma gewijd aan waterbeheer te promoten en de uitrol van het nieuwe beleid beschreven in [ESRS E3-1] hierboven te faciliteren. Meer specifiek vonden er in de loop van het jaar vier trainingssessies plaats in virtuele klassen over de beoordeling van de waterbalans, de impact van waterkwaliteit op ecosystemen, watermonsters en regenwaterbeheer. Het belangrijkste doelpubliek bestond uit bedrijfsdirecteuren en managers/ingenieurs uit productie-, proces-, onderhouds-, mijnbouw- en EHS-functies.
Naast de waterwebinars werd een set tools, waaronder watertoolkits die verwijzen naar gestandaardiseerde praktijken voor het schatten of meten van watervolumes, op Groepsniveau gedeeld om methodologieën te harmoniseren in de verschillende regio's waar Imerys actief is. Een tweede document werd uitgerold, een sjabloon voor een waterbeheerplan, waarin lokale initiatieven worden gestructureerd die streven naar waterbesparing en mitigatie van operationele risico's.
Om te voldoen aan de doelstelling van Imerys om het beheer van watergegevens te verbeteren en dus een beter inzicht te krijgen in zijn impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft waterdepletie, heeft de Groep beslist om een "voortgangsindicator voor waterrapportering" op te stellen die gericht is op zijn prioritaire sites om de vooruitgang te meten op basis van het aantal beschikbare rapporteringsindicatoren en de nauwkeurigheid van hun rapportering, met een doel van 100% in 2025 ten opzichte van de baseline in 2022. Nadere gegevens over de berekeningsmethode en definities zijn opgenomen in appendix 1.6.2 van dit hoofdstuk.
Samen met een nauwgezette monitoring van de activiteiten gesitueerd in extreem grote waterstressgebieden, moeten deze initiatieven leiden tot het identificeren van alle potentiële hefbomen, plus het begrijpen en toepassen van de Best Available Technologies (BAT's) waar mogelijk, om de impact op de beschikbaarheid van water op stroomgebiedschaal tot een minimum te beperken en tegelijkertijd de zakelijke weerbaarheid van de Groep te verbeteren om frequentere droogte-episodes te trotseren. Prioritaire bedrijfslocaties (zoals hierboven gedefinieerd in informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1 – E3]) zijn bedrijfslocaties met een wateronttrekking en/of -lozing van meer dan 1 miljoen m3 per jaar, plus bedrijfslocaties in gebieden met extreem grote waterstress.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Verbeter het waterbeheer door ervoor te zorgen dat prioritaire locaties voldoen aan | 2022 | 2025 | |
| nieuwe rapporteringsvereisten voor water | 0% | 100% |
1 Het World Wide Fund for Nature (WWF) Water Risk Filter is een gratis online tool waarmee bedrijven en beleggers waterrisico's kunnen verkennen, beoordelen en
daarop kunnen reageren. 2 Het World Resources Institute (WRI) Aqueduct 4.0 bestaat uit 13 baseline indicatoren voor waterrisico's die betrekking hebben op kwantiteit, kwaliteit en reputatie.
3 De Copernicus Interactive Climate Atlas (C3S Atlas) is een platform om 30 variabelen uit 8 geavanceerde datasets te verkennen.
| Maatstaf wat betreft waterbron | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| WATER ONTTREKKING | |||
| Totale operationele wateronttrekkingen | miljoen m3 | 45,670 | 50,477 |
| Water onttrokken aan grondwater | miljoen m3 | 21,470 | 24,142 |
| Water onttrokken bij leveranciers | miljoen m3 | 4,233 | 3,725 |
| Water onttrokken aan oppervlaktewater | miljoen m3 | 8,225 | 15,628 |
| Water onttrokken aan regenwater (NIEUW) | miljoen m3 | 10,023 | - |
| Water onttrokken aan andere bronnen (waaronder zeewater) | miljoen m3 | 1,719 | 6,982 |
| WATERVERBRUIK | |||
| Totaal waterverbruik (NIEUW) | miljoen m3 | 15,999 | - |
| Waarvan totaal waterverbruik in gebieden met extreem grote waterstress (NIEUW) |
miljoen m3 | 2,087 | - |
| ANDERE MAATSTAVEN | |||
| Totaal opgeslagen water (NIEUW) | miljoen m3 | 21,096 | - |
| De totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water (NIEUW) | miljoen m3 | 96,166 | - |
| Waterintensiteit van inkomsten | m3 / miljoen euro |
12.669 | 13.304 |
De totale operationele wateronttrekking is in 2024 merkbaar gedaald met 9,5%, vooral door de desinvestering van papieren activa.
In 2024 introduceerde de Groep een nieuwe "regenwater" indicator om de natuurlijke waterstromen, ofwel onderschept via speciale infrastructuur ofwel passief in steengroeven, beter te scheiden van de waterstromen die rechtstreeks in natuurlijke reservoirs (zoals kreken rivieren, meren) buiten de begrenzingen van locaties worden gepompt, nu uitsluitend gerapporteerd als oppervlaktewateronttrekking.
De twee belangrijkste bronnen van wateronttrekking bij Imerys zijn grondwater en regenwater, die samen 69% van de totale operationele wateronttrekkingen vertegenwoordigen.
Hoewel industriële processen zeer heterogeen zijn, is hergebruik en recycling van water een relatief wijdverbreide praktijk op Imeryslocaties. De bedrijfslocaties waar thermische processen worden toegepast, zijn de belangrijkste waterrecyclers, gevolgd door natte verwerkingsinstallaties waar een deel van het proceswater wordt teruggewonnen en hergebruikt in dezelfde processtap of voor een ander gebruik, zoals stofbestrijding. In 2024 werd op groepsniveau twee derde van de watervoorziening voor activiteiten geleverd door gerecycled water, vergeleken met een derde van het water onttrokken aan externe bronnen en natuurlijke reservoirs.
Water dat voor de activiteiten wordt gebruikt, indien het niet wordt gerecycled of geloosd, wordt als gebruikt beschouwd. Het waterverbruik bij Imerys vertegenwoordigt ongeveer 11% van de totale waterinstromen om de activiteiten te leveren (zowel onttrekkings- als recyclingvolumes). De belangrijkste verbruiksitems zijn gegroepeerd in 5 verschillende categorieën, namelijk het vocht in de eindproducten, geforceerde waterverdamping, meestal optredend in de droogstappen van mineraalverwerking, natuurlijke waterverdamping, in de vijvers en oude putten die als waterreservoirs voor de planten worden gebruikt, waterverlies door lekkages en water dat wordt gebruikt om gewonnen mineralen over lange afstanden te transporteren.
Locaties in gebieden met extreem hoge waterstress vertegenwoordigen 13% van het totale waterverbruik van de Groep.
Imerys heeft de grote verantwoordelijkheid om doeltreffend en tijdig rekening te houden met alle impacts van zijn activiteiten op natuurlijke habitats, fauna en flora, op alle locaties en in alle stadia van de levenscyclus van de steengroeve, en tegelijkertijd te streven naar geen netto verlies van biodiversiteit. Daarom heeft Imerys zijn biodiversiteitsprogramma en intern beleid ontworpen en uitgevoerd om bij te dragen aan SDG 15 "Bescherm, herstel en promoot duurzaam gebruik van terrestrische ecosystemen, duurzaam beheer van bossen, bestrijding van verwoestijning, stop en draai landdegradatie om en stop biodiversiteitsverlies".
Op Groepsniveau heeft Imerys zijn daadwerkelijke en potentiële materiële impacts, risico's en opportuniteiten wat betreft biodiversiteit en ecosystemen op zijn eigen locaties en in de upstream waardeketen op hoog niveau geïdentificeerd in het kader van de dubbele materialiteitsanalyse (zie informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-3] van dit hoofdstuk). Imerys heeft ook gedetailleerde biodiversiteitsimpact-, risico-, afhankelijkheden- en opportuniteitsbeoordelingen voltooid, die hieronder worden beschreven.
Imerys heeft een uitgebreide beoordeling van zijn biodiversiteitsvoetafdruk uitgevoerd volgens de methodologie van Corporate Biodiversity Footprint (CBF), ontwikkeld door Iceberg Data Lab. Deze methodologie meet de omvang van de impact van een Groep op biodiversiteit, rekening houdend met de grote directe druk die door het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES is vastgesteld1 , waaronder habitatverlies en -degradatie, overexploitatie van soorten, klimaatverandering, verontreiniging en invasieve alien soorten (IAS).
Raadpleging over potentiële impacts op het natuurlijke milieu, potentiële impacts op getroffen gemeenschappen en potentiële impacts op ecosysteemdiensten wordt uitgevoerd overeenkomstig de specificaties van lokale regelgeving.
In 2024 heeft Imerys een uitgebreide screeningsanalyse uitgevoerd van alle industriële sites (groeven en fabrieken) om zijn afhankelijkheden van ecosysteemdiensten te evalueren met behulp van twee geavanceerde tools:
Bij de analyse, die gericht was op de winningssector, werden 21 ecosysteemdiensten beoordeeld.
Imerys heeft een uitgebreide analyse van risico's en opportuniteiten uitgevoerd via een geïntegreerde aanpak, waarbij externe en interne databronnen werden gecombineerd. De Groep heeft een wereldwijde screening uitgevoerd van alle bedrijfslocaties met behulp van de Biodiversiteitsrisicofilter (BRF) -instrument, aangevuld met locatiespecifieke interne informatie, waaronder ecologische atlassen, biodiversiteitsactieplannen, gegevens over verstoorde en gerehabiliteerde gebieden en meldingen van milieu-incidenten.
De in de bovenstaande sectie beschreven beoordeling van impacts, afhankelijkheden, risico's en opportuniteiten benadrukt daadwerkelijke en potentiële negatieve impacts, positieve impacts en risico's wat betreft biodiversiteit in verband met Imerys activiteiten.
Wat negatieve impacts betreft, draagt Imerys, van de vijf belangrijkste drukfactoren op de biodiversiteit, bij aan drie belangrijke drukfactoren: habitatdegradatie, klimaatverandering en verontreiniging, die de eigen activiteiten van Imerys en tot op zekere hoogte de upstream waardeketen (Scope 1, 2 en 3 upstream) omvatten. Uit de resultaten van de impact studie is gebleken dat de materiële negatieve impact van de activiteiten van Imerys geconcentreerd is in Scope 1, als gevolg van winningsactiviteiten (groeven/mijnen) en de daarmee samenhangende grondbezetting en -verstoring. Er werden geen materiële impacts vastgesteld wat betreft verwoestijning en bodemafdekking.
De Groep genereert ook positieve gevolgen voor de biodiversiteit door ecologische gebieden die op de lange termijn niet artificieel zijn gemaakt, te behouden, te recreëren en te herstellen. Tijdens de rehabilitatiewerken heeft de Groep het potentieel om habitats te diversifiëren en een mozaïek van lokale ecosystemen te creëren dat in staat is een breed scala aan soorten te ondersteunen of bij te dragen
1 Het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) is een onafhankelijk intergouvernementeel orgaan dat door staten is opgericht om de interface voor wetenschapsbeleid op het gebied van biodiversiteit en ecosysteemdiensten te versterken voor het behoud en het duurzame gebruik van biodiversiteit, menselijk welzijn op lange termijn en duurzame ontwikkeling.
tot het herstel van bedreigde soorten. Bovendien kan samenwerking met andere stakeholders leiden tot de ontwikkeling van duurzame landschappen die voldoen aan zowel ecologische als sociale behoeften voor natuurbehoud en duurzaam landgebruik.
Wat het risico betreft, heeft de analyse fysieke, reputatie- en regelgevingsrisico's in verband met biodiversiteit en ecosystemen in kaart gebracht. Reputational factoren kwamen als de meest significante naar voren, waarbij media-onderzoek het hoogste risico vormde, op basis van de BRF. Secundaire risico's waren onder meer toenemende wettelijke verplichtingen en verhoogde rehabilitatie- en vergunningskosten.
De beoordeling met behulp van ENCORE identificeerde een zekere mate van afhankelijkheid van "neerslagpatroon regulering" diensten om overstromingsrisico's en potentiële operationele schade te beperken en van de "waterzuivering" diensten. Andere geïdentificeerde afhankelijkheden zijn de regulering van waterstromen, watervoorziening en overstromingsbeheer. Er is niet vastgesteld dat de afhankelijkheden materiële risico's inhouden voor de strategie en het bedrijfsmodel van de Groep.
| ESRS E4. Biodiversiteit en ecosystemen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |
| Subthema: Druk op biodiversiteit | ||||
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
Groepsactiviteiten dragen bij aan het biodiversiteitsverlies, zoals verandering in landgebruik, introductie van invasieve exoten, verontreiniging en klimaatverandering. |
Kort | |
| Risico | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met steeds strengere natuurregelgeving en/of -vereisten, waaronder rehabilitatie, of aan reputatieschade in geval van schade aan de biodiversiteit. |
Kort | |
| Subthema: Impact/verlies biodiversiteit | ||||
| Werkelijke positieve impact | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
Groepsactiviteiten hebben positieve impacts op de lokale biodiversiteit indien rehabilitatie- en herstelinspanningen leiden tot landgebruik met een grotere biodiversiteitswaarde dan het oorspronkelijke landgebruik. |
Lang | |
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
Groepsactiviteiten kunnen negatieve effecten hebben op de toestand van soorten en/of op de omvang en toestand van ecosystemen als gevolg van winningsactiviteiten. |
Middellange | |
| Risico | Eigen activiteiten (Winningsactiviteiten) |
De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met steeds strengere natuurregelgeving en/of -vereisten, waaronder rehabilitatie, of aan reputatieschade in geval van schade aan de biodiversiteit. |
Kort |
De belangrijkste impact van winningsactiviteiten is landverstoring. Om daadwerkelijke en potentiële impacts op landverstoring in kaart te brengen en de impacts van de Groep op habitatverlies te verminderen, heeft Imerys de gevoeligheid van de habitatlocatie in zijn activiteiten beoordeeld.
In 2019 is Imerys begonnen met het verzamelen van ecologische gegevens van zijn sites in Frankrijk om de uitdagingen en hun ecologische kwaliteit te beoordelen, evenals hun potentieel om lokale ecosystemen, fauna en flora te promoten. Sindsdien heeft Imerys de gevoeligheid in kaart gebracht voor alle steengroeven van de Groep over de hele wereld met behulp van de World Database of Protected Areas1 . In 2022 werd deze mapping bijgewerkt en uitgebreid tot alle bedrijfslocaties van de Groep, inclusief fabrieken.
In 2023 ontwikkelde PatriNat, in samenwerking met Imerys, een methodologie2 om de ecologische context van sites te karakteriseren en in kaart te brengen door middel van multi-thematische cartografische beoordelingen. Deze samenwerking leverde een reeks ecologische atlassen op die elke Imerys-groeve en fabriekslocatie over de hele wereld omvatten. Deze atlassen geven een beoordeling van de ecologische context binnen een straalbuffer van 5 km rond het coördinatenpunt van elke site. Ze vertegenwoordigen geospatiale lagen voor het op het Geografisch Informatiesysteem (GIS) gebaseerde landbeheersysteem en werden gebruikt om een globaal dashboard met de resultaten van alle bedrijfslocaties te produceren.
1 World Database on Protected Areas (WDPA) is de meest uitgebreide wereldwijde database over beschermde gebieden op land en in zee. Het is een gezamenlijk project van het United Nations Environment Programme (UNEP) en de International Union for Conservation of Nature (IUCN), beheerd door het UNEP World Conservation Monitoring Centre (UNEP-WCMC).
2 De cartografische evaluatie van de ecologische achtergrond van sites op internationale schaal is een methodologisch kader dat door PatriNat is gecreëerd en hier wordt beschreven: https://www.patrinat.fr/fr/cartographic-evaluation-ecological-background-sites-international-scale-7269
Imerys heeft een aanpak geïmplementeerd om zijn operationele sites te prioriteren op basis van hun potentiële ecologische impact, gebruikmakend van het uitgebreid in kaart brengen van ecologische contexten. De Groep heeft een duidelijke definitie van prioritaire bedrijfslocaties opgesteld op basis van impact-materialiteit, waarbij de focus ligt op winningsactiviteiten die voldoen aan ten minste één van de volgende criteria:
De Groep heeft geen locaties geïdentificeerd in de huidige IUCN-gebieden van categorie I, II of III. De Groep heeft 6 winningslocaties geïdentificeerd binnen een straal van 5 km van biodiversiteitsgevoelige gebieden die door de IUCN zijn ingedeeld als Categorie I, II of III.
Geen van de prioritaire locaties ligt in of is rechtstreeks verbonden met de IUCN-gevoelige gebieden, en heeft dus geen directe negatieve gevolgen voor deze biodiversiteitsgevoelige gebieden. Het is echter mogelijk dat deze indirecte negatieve impacts hebben op ecosystemen of soorten. In de toekomst zullen aanvullende analyses worden uitgevoerd om de aard van de potentiële impacts te bepalen.
Imerys heeft specifieke doelstellingen en doelen voor deze prioritaire bedrijfslocaties bepaald, zoals beschreven in de informatieverschaffing [E4-4] hieronder.
Nog eens 9 fabrieken (niet op winning gebaseerde activiteiten) bevinden zich ook binnen een straal van 5 km van een biodiversiteitsgevoelig gebied dat door de IUCN is geclassificeerd als categorie I, II of III. Hoewel de biodiversiteitsimpact voor dergelijke activiteiten niet materieel wordt geacht, worden er niettemin specifieke actieplannen voor deze faciliteiten opgesteld.
Imerys heeft een uitgebreid biodiversiteitsprogramma, onderbouwd door zijn milieubeleid voor biodiversiteitsbeheer op alle operationele locaties. Dit beleid biedt een robuust kader voor het acteren op de impacts en opportuniteiten van activiteiten op natuurlijke habitats, fauna en flora, met als uiteindelijke doel geen nettobiodiversiteitsverlies te bereiken. Het beleid is in overeenstemming met het milieucharter van Imerys en stelt minimumnormen vast die gelden voor alle bedrijfslocaties, ongeacht de lokale regelgevende vereisten.
De belangrijkste kenmerken van het beleid voor biodiversiteitsbeheer zijn:
Bovendien heeft Imerys specifieke maatregelen voor het beheer van invasieve alien soorten (IAS) en het verminderen van de chemische input geïntegreerd in zijn uitgebreide milieustrategie. Deze initiatieven zijn volledig opgenomen in het beleid inzake milieubeheersystemen, zoals beschreven in informatieverschaffing [ESRS E2-1]. Daarnaast worden de uitvoering en effectiviteit ervan systematisch gemonitord en geëvalueerd via de milieumaturiteitsmatrix, die is uitgewerkt in informatieverschaffing [ESRS E2-2].
Op Groepsniveau wordt de uitvoering van dit beleid gecontroleerd door het Duurzaamheidscomité. Voor meer informatie over governance van milieuthema's, zie de informatieverschaffing [ESRS 2 GOV-1].
Imerys heeft zijn engagement uitgesproken om de biodiversiteit te beschermen door zich aan te sluiten bij act4nature International, een initiatief geleid door "Entreprises pour l'Environnement" (EpE) en verschillende partners. Act4nature International streeft ernaar om bedrijven aan te zetten tot het beschermen, promoten en herstellen van biodiversiteit. Door dit engagement sluit Imerys zich aan bij een wereldwijd netwerk van bedrijven die zich inzetten voor het behoud van de biodiversiteit.
Deze toezeggingen bestrijken de periode 2021-2024 en zijn opgebouwd rond vier pijlers zoals beschreven in de onderstaande figuur.

Concrete maatregelen nemen om de belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies te bestrijden
Habitatvernietiging: Implementeer de mitigatiehiërarchie1 en verbeter de kennis over biodiversiteit om natuurlijke habitats te herstellen.
Concrete maatregelen nemen om invasieve alien soorten (IAS), klimaatverandering en verontreiniging te bestrijden.

1 Maatregelen genomen om impacts op de natuur te vermijden, tot een minimum te beperken en te compenseren
In nauwe samenwerking met UAR Patrimoine Naturel instrumenten ontwikkelen om het operationeel beheer van de biodiversiteit in steengroeven en fabrieken te evalueren, te integreren en te monitoren.

Sinds 2018 onderhoudt Imerys een strategisch wetenschappelijk partnerschap met PatriNat, een consortium bestaande uit het Franse National Museum of Natural History (MNHN), het Franse Agentschap voor Biodiversiteit (OFB), het National Center for Scientific Research (CNRS), en het Franse Research Institute for Development (IRD). Deze samenwerking biedt cruciaal extern toezicht op het biodiversiteitsprogramma van de Groep en faciliteert de mobilisatie van wetenschappelijke expertise om de kennis en maatregelen op het gebied van biodiversiteit in alle Imerys-sites te verbeteren. Het succes en de voortdurende waarde van het partnerschap zijn bevestigd door verlengingen in 2021 en 2024, met een huidige overeenkomst die tot en met 2028 loopt.
In overeenstemming met het in de bovenstaande sectie beschreven biodiversiteitsbeleid van de Groep, hebben Imerys en PatriNat interne richtlijnen ontwikkeld die de uit te voeren maatregelen schetsen om de bescherming van de biodiversiteit gedurende de hele levensduur van de steengroeven van de Groep te waarborgen.
Imerys en PatriNat hebben ook interne instrumenten ontworpen die de concrete uitvoering en opvolging van de biodiversiteitsmaatregelen ter plaatse vergemakkelijken, in overeenstemming met het interne beleid en de interne richtsnoeren:
Omdat de belangrijkste druk die Imerys veroorzaakt de degradatie van habitats is, zijn drie pijlers maatregelen geïmplementeerd om deze impact te beheersen.
Daarnaast zet Imerys zich actief in om de chemische input in zijn groene zones te verminderen. Deze verminderingsmaatregelen maken integrerend deel uit van de biodiversiteitsactieplannen die voor elke locatie met steengroeven zijn ontwikkeld. De BAP's worden jaarlijks geëvalueerd, zodat continue verbetering en adaptatie aan evoluerende milieubehoeften en wetenschappelijke inzichten gewaarborgd zijn. Imerys erkent bovendien de complexe relatie tussen klimaatverandering en biodiversiteit en hanteert een holistische benadering van milieubeheer. Het klimaatprogramma van de Groep, dat zijn inspanningen op het gebied van biodiversiteit aanvult en versterkt, wordt beschreven in informatieverschaffing [ESRS E1].
Imerys heeft een divers scala aan testlocaties opgezet in verschillende biogeografische en regelgevende omgevingen om lange termijnprojecten uit te voeren. Deze projecten hebben tot doel:
De Groep heeft testprojecten uitgerold op locaties in Zuid-Amerika, Europa en Azië.

–
01 Casestudie
Lokale kennis en op de natuur gebaseerde oplossingen
Symbiose is een internationaal project dat wetenschappelijke experts zoals het Institut de recherche pour le développement (IRD), lokale universiteiten en Imerys samenbrengt voor de ontwikkeling van een op de natuur gebaseerde oplossing in een poging om de biochemische eigenschappen van de bodem en het succes van revegetatie in rehabilitatiegebieden te verbeteren met het gebruik van symbiotische microben. Dit project heeft geleid tot de uitwerking van wetenschappelijke richtlijnen die de plantengroei in harde omstandigheden ondersteunen.
02 Casestudie Ecologische indicatoren
Met de steun van PatriNat heeft Imerys verschillende ecologische indicatoren getest om zijn voetafdruk en de ecologische toestand van de biodiversiteit en ecosystemen in winningslocaties te meten. ECOVAL (Ecological equivalence assessment) werd ingezet in verschillende Imerys-testlocaties in Frankrijk. Met deze methodologie wordt beoogd het biodiversiteitsverlies op getroffen bedrijfslocaties en de biodiversiteitswinst in compensatiegebieden te vergelijken. Op lange termijn stelt dit Imerys in staat om de ecologische gelijkwaardigheid en de effectiviteit van ecologische activiteiten te beoordelen.
| 03 | Casestudie |
|---|---|
| Dynamisch beheer |
Twee sites werden geselecteerd voor de Europese verspreiding van het Belgische project LIFE in steengroeven. Dit project heeft tot doel het biodiversiteitspotentieel van winningslocaties te optimaliseren door een "dynamisch beheer" van de natuur uit te voeren, parallel aan de winningsactiviteit een netwerk van tijdelijke habitats te creëren en te zorgen voor een constante beschikbaarheid van geschikte habitats voor de ontwikkeling van de natuur. Biodiversiteitsplanning, -beheer en -monitoring gebeurt via de BioPlanner tool1 .
Imerys heeft activiteiten met interne en externe stakeholders opgezet om een groter bewustzijn van biodiversiteit te initiëren.
| Bewustmakingsactie | Doelgroep | Beschrijving van de bewustmakingsactie en -output |
|---|---|---|
| Educatieve film over biodiversiteit | Alle Imerys medewerkers | De Groep ontwikkelde een korte en educatieve film om details over het programma te delen en de biodiversiteit intern onder de aandacht te brengen. |
| Interne milieugemeenschap | Alle Imerys medewerkers | Er is een interne milieugemeenschap opgericht en de Groep heeft educatieve sessies over biodiversiteit georganiseerd met werknemers om de verspreiding van goede praktijken en biodiversiteitskennis binnen de Groep te ondersteunen. |
| Interne digitale webinars | Alle Imerys medewerkers | In 2024 vonden verschillende webinars plaats die toegankelijk waren voor alle Imerys-werknemers om teams te trainen rond milieuthema's, het ecologisch in kaart brengen, om ecologische uitdagingen specifiek voor elke site te identificeren en hoe ze effectief aan te pakken door de BAP's aan te passen. |
| Digitale opleiding | Verplicht voor alle senior managers en specifieke functies en operationele teams |
Om de doelstelling om nettoverlies te voorkomen, negatieve impacts te voorkomen en te verminderen, blijft Imerys het personeel opleiden over biodiversiteit, onder meer via een digitale opleiding die onlangs is bijgewerkt. |
| Openlijk beschikbaar voor alle andere werknemers |
Eind 2024 hebben 17642 medewerkers zich ingeschreven voor deze opleiding. De hoofddoelstelling van de module is inzicht te krijgen in de impacts van de activiteiten van Imerys op de biodiversiteit en inzicht te krijgen in de strategie en de uitgevoerde maatregelen. |
|
| SD Challenge | Alle Imerys medewerkers | Met de ontwikkeling van het stappenplan voor Groepsbiodiversiteit zijn sites in heel Imerys lokale initiatieven blijven ontwikkelen om de biodiversiteit te ondersteunen en innovatieve rehabilitatieprojecten te bevorderen, zowel tijdens als na de mijnbouwactiviteiten. |
| In 2024 namen 22 initiatieven op het gebied van biodiversiteit en rehabilitatie deel aan de SD Challenge. Het winnende project in de Verenigde Staten werd erkend voor het rehabilitatie-masterplan voor mijnbouw. |
Biodiversiteitsworkshop tijdens Imerys Connect Dag
In 2021 werd in alle bedrijfslocaties, kantoren en laboratoria van de Groep een interactieve workshop "Zorgen voor onze planeet" gehouden over biodiversiteit. De deelnemers namen deel aan speciale workshops die de oorzaken van biodiversiteitsverlies toelichten en bestonden uit samenwerkingssessies waar alle werknemers werkten aan het identificeren van maatregelen en oplossingen om potentiële impacts te verminderen. Via deze workshop werden ongeveer 13 000 werknemers opgeleid over belangrijke biodiversiteitsthema's en werd een bewustmakingsinstrument ontwikkeld voor toekomstige lokale opleidingsevenementen.
Bovendien werden, dankzij de wetenschappelijke studies die in samenwerking met partners op de Imerys-sites werden uitgevoerd, 2661 data-ingangen over biodiversiteit gepubliceerd in het National Heritage Inventory Information System (SINP) en in de Global Biodiversity Information Facility (GBIF), wat bijdroeg tot de verspreiding van biodiversiteitsgegevens die wereldwijd beschikbaar werden gesteld aan wetenschappers en burgers.
Voor meer informatie over de verbintenissen van Imerys 2021-2024 Act4nature International, zie www.imerys.com
1 BioPlanner, ontwikkeld door Gembloux Agro-Bio Tech (Universiteit Luik), is een interactief platform ontworpen voor het beheer van de biodiversiteit. Het stelt bedrijven
en gemeenschappen in staat om gebieden voor flora en fauna in kaart te brengen, te monitoren en te verbeteren, met name in stedelijke of industriële omgevingen. Het platform centraliseert data, meet de impact van maatregelen en bevordert teamparticipatie, ter ondersteuning van adaptief en gezamenlijk biodiversiteitsbeheer
2 Aantal deelnemers dat zich sinds december 2023 heeft ingeschreven
Imerys' middellange biodiversiteitsdoelstelling voor 2023-2025 bestaat uit twee belangrijke componenten, die zijn ontworpen om een alomvattende vooruitgang op het gebied van biodiversiteitsbeheer te stimuleren:
In overeenstemming met de aangegane verbintenissen en om de voortdurende integratie van de belangen op het gebied van biodiversiteit binnen de activiteiten van de Groep te waarborgen, zorgt het Duurzaamheidscomité voor het formele toezicht op de prestaties van Imerys op het gebied van biodiversiteit, met regelmatige voortgangsbeoordelingen. Daarnaast is een speciale Stuurgroepcomité met PatriNat opgericht om de activiteiten binnen het wetenschappelijk partnerschap te regelen. Het team bestaat uit de Imerys Chief Sustainability Officer en een van de PatriNat Directors en komt twee keer per jaar samen om de status van het programma op te volgen en maatregelen te bepalen om de doelen van de Groep te bereiken.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| De impact op de biodiversiteit verminderen door Imerys Act4nature-verbintenissen na te komen en biodiversiteitsaudits uit te voeren op de prioritaire bedrijfslocaties |
2022 0 |
2025 100% |
|
| Vooruitgang Act4Nature International-verbintenissen | Eenheid | 2024 | 2023 |
| Voortdurend verbeteren van Imerys' milieustrategie en wetenschappelijke expertise | % | 100% | 90% |
| Maatregelen tegen biodiversiteitsverlies | % | 92% | 69% |
| Initiëren en uitvoeren van studies en onderzoek naar biodiversiteit en het behoud daarvan |
% | 87% | 69% |
| Sensibilisering, opleiding en betrokkenheid van interne en externe stakeholders | % | 95% | 75% |
| Algemene vooruitgang | % | 94% | 75% |
Tegen het einde van 2024 heeft Imerys 94% van de maatregelen geschetst in zijn act4nature verbintenissen 2021-2024 met succes afgerond, wat aantoont dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt in zijn inspanningen voor het behoud van de biodiversiteit. Dit hoge voltooiingspercentage onderstreept de toewijding van de Groep aan milieubeheer en zijn vermogen om biodiversiteitsinitiatieven effectief uit te voeren in zijn activiteiten. Belangrijke verwezenlijkingen zijn onder meer de uitrol van het interne beleid binnen de Groep, onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's en het sensibiliseren van werknemers.
Eerder dit jaar bevestigde Imerys opnieuw zijn engagement voor biodiversiteit door zijn ondertekening te vernieuwen met betrekking tot de tien gemeenschappelijke doelstellingen van act4nature International. Voortbouwend op zijn eerdere successen heeft de Groep zijn roadmap en doelen voor de komende jaren geschetst. Deze hernieuwde verbintenissen weerspiegelen de integratie van biodiversiteit voor Imerys in zijn strategie en bedrijfsmodel en weerspiegelen de evoluerende benadering van biodiversiteitsbeheer, waarin de geleerde lessen zijn opgenomen en de recentste wetenschappelijke inzichten en beste praktijken op dit gebied zijn afgestemd. De validatie van deze nieuwe verbintenis door act4nature wordt verwacht in 2025.
| Voortgang interne audits biodiversiteit | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal biodiversiteitsaudits op prioritaire locaties | # | 13 | 6 |
| Algemene vooruitgang | % | 65% | 30% |
Tegen eind 2024 heeft Imerys aanzienlijke stappen gezet in zijn biodiversiteitsprogramma, door 13 uitgebreide audits uit te voeren, waaronder drie locaties binnen 5km van kwetsbare gebieden, en 65% vooruitgang werd geboekt ten opzichte van de doelstelling voor 2025. De gecontroleerde bedrijfslocaties behaalden een gemiddelde maturiteitsscore van 69%, wat een robuuste benadering van biodiversiteitsbeheer en -kennis weerspiegelt.
Uit de resultaten van de audits komt naar voren waar verbeteringen mogelijk zijn en deze zullen worden gebruikt om de mitigatiestrategieën te versterken en de communicatiemaatregelen te verbeteren. De ontwikkeling van het programma heeft het technisch en wetenschappelijk inzicht van Imerys in biodiversiteit aanzienlijk verbeterd, waardoor de Groep gerichte acties kan ondernemen om specifieke uitdagingen aan te gaan die in de verbintenissen zijn vastgelegd.
Imerys zet zich in om zijn milieuimpacts te verminderen en te streven naar geen netto biodiversiteitsverlies in zijn activiteiten. De Groep erkent de complexiteit van ecosystemen en de veelzijdige aard van biodiversiteit en erkent dat, in tegenstelling tot de gevolgen van klimaatverandering die kunnen worden gemeten in CO2-equivalenten, er voor biodiversiteit geen universele maatstaf bestaat. Deze complexiteit maakt een meer genuanceerde en allesomvattende benadering van de beoordeling en het beheer van biodiversiteit noodzakelijk.
Om deze uitdaging aan te gaan, heeft Imerys een ambitieus initiatief gelanceerd om verschillende biodiversiteitsindicatoren te testen en te implementeren. Deze indicatoren zijn cruciaal voor twee hoofddoelen: de impact van de Groep op de natuur nauwkeurig meten en begrijpen en de toestand van de biodiversiteit in de gebieden waar Imerys actief is, beoordelen. Dankzij deze aanpak kan de Groep doelgerichte en doeltreffende Biodiversiteitsactieplannen ontwikkelen, die ervoor zorgen dat inspanningen voor natuurbehoud gegevensgestuurd zijn en afgestemd op specifieke ecologische contexten.
Sinds 2018 voert Imerys uitgebreide tests uit in zijn Europese en Aziatische activiteiten, gebruikmakend van een reeks geavanceerde instrumenten voor biodiversiteitsbeoordeling:
De implementatie van deze diverse tools zal Imerys in staat stellen een holistische kijk op biodiversiteit in zijn gevarieerde operationele landschappen te vatten. Door gebruik te maken van deze indicatoren wil de Groep zijn strategieën voor biodiversiteitsbeheer verfijnen, besluitvormingsprocessen verbeteren en tastbare vooruitgang laten zien in de richting van zijn milieuverbintenissen.
Imerys heeft een innovatieve ecologische atlas ontwikkeld en geïmplementeerd, een uitgebreid instrument waarmee de Groep kritieke ecologische informatie voor zijn operationele sites kan identificeren, evalueren en visualiseren. Deze atlas dient als een krachtig hulpmiddel bij de besluitvorming, zodat zij:
Voortbouwend op deze basis heeft Imerys een diepgaander evaluatieproces opgestart voor prioritaire sites, met inbegrip van het in kaart brengen van incidentparameters met betrekking tot veranderingen in biodiversiteit.
Door gebruik te maken van dit instrument kan de Groep zijn conservatie-inspanningen afstemmen op specifieke locatie omstandigheden, middelen efficiënter toewijzen aan gebieden met het hoogste ecologische belang en de effectiviteit van biodiversiteitsinitiatieven in de loop van de tijd controleren. De resultaten voor prioritaire locaties zijn samengevat in de onderstaande tabel. De Groep blijft ernaar streven om dit niveau van gedetailleerde informatie uit te breiden naar andere sites binnen zijn portefeuille.
| Maatstaven met betrekking tot verstoorde en gerehabiliteerde oppervlakken1 |
Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Totaal verstoord oppervlak van de prioritaire winningslocaties van Imerys (NIEUW) | ha | 8.937 | - |
| Totale gerehabiliteerde oppervlakte van de prioritaire winningslocaties van Imerys (NIEUW) |
ha | 3.078 | - |
Op 31 december 2024 rapporteerde de Groep € 136,7 miljoenaan voorziening voor herstel, zoals aangegeven in Hoofdstuk 6 van het Universeel Registratie Document (toelichting 23.2 "Overige voorzieningen"). Dit omvat de rehabilitatie van Imerys-winningslocaties.
1 Deze indicatoren hebben betrekking op alle gronden die eigendom zijn van Imerys of onder beheer staan van Imerys per 31-12-2024
De groeiende vraag naar minerale hulpbronnen wereldwijd legt een steeds grotere druk op natuurlijke systemen. Om deel te nemen aan de vermindering van deze druk, erkent Imerys zijn cruciale rol te spelen in het waarborgen van het beste gebruik van de natuurlijke hulpbronnen onder zijn stewardship, niet alleen door efficiënt materiaalgebruik, maar ook door belangrijke concepten van de circulaire economie te integreren in het bedrijfsmodel van de Groep.
Als wereldleider op het gebied van speciale mineralen wil Imerys bijdragen aan de circulaire economie door de manier waarop het producten betrekt, extraheert en transformeert en de manier waarop het zijn oplossingen voor de toekomst formuleert en ontwikkelt. Daarnaast worden de maatschappelijke impacts en opvattingen van burgers steeds meer meegenomen in toekomstige besluitvorming over wetgeving die direct van invloed kan zijn op het traject in de definitie en implementatie van circulariteit binnen de industriële mineralenindustrie. Gezien de aard van de activiteiten van de Groep, legt dit een bijzondere focus op het verhogen van de circulariteit van afval, de waarde die erin zit en het gebruik van teruggewonnen grondstoffen.
Opmerking: de volgende informatieverschaffing beschrijft Imerys' toezeggingen wat betreft grondstofoptimalisatie voor mineralen en het beheer van industrieel afval, zoals geschetst in [ESRS E5]. Voor meer informatie over andere instromen en uitstromen, zie de volgende secties van dit hoofdstuk:
ESRS E1 Klimaatverandering waarin het met name gaat over broeikasgasemissies en energiebronnen – sectie 1.2.2.6 ESRS E2 Verontreiniging, waarin het met name gaat over emissies naar water en lucht – sectie 1.2.3.5 ESRS E3 Water en mariene hulpbronnen, waarin het met name gaat over waterbronnen (waterverbruik) – sectie 1.2.4.5 ESRS E4 Biodiversiteit en ecosystemen waarin het met name gaat over ecosystemen en soorten - sectie 1.2.5.5
Zoals gedefinieerd in [ESRS E5], heeft het circulaire economiemodel tot doel de waarde van de technische en biologische grondstoffen, producten en materialen te maximaliseren en te behouden door een systeem te creëren dat de mogelijkheid biedt voor duurzaamheid, optimaal (her)gebruik, opknappen, herfabricage, recycling en nutriëntenkringloop.
Daarom kan bijdragen aan een meer circulaire economie vele vormen aannemen en is het noodzakelijk om onderwerpen met de meest positieve impact en opportuniteiten voor de Groep, zijn waardeketen, de samenleving en het milieu duidelijk te identificeren en te prioriteren; en om de negatieve impacts en bijbehorende risico's tot een minimum te beperken.
Dit prioriteringsproces werd gestart door een nulmeting die werd afgerond door een interne groep deskundigen die de werkgroep circulaire economie vormt, zoals beschreven in [ESRS E5-2] hieronder. In het kader van deze oefening houdt de Groep rekening met alle activiteiten waarbij de verkoop van Imerys mineralen afval in de hele waardeketen vermindert en materialen worden verkocht die anders afval zouden worden. De resultaten van deze beoordeling zijn gebruikt in de dubbele materialiteitsanalyse beschreven in informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1] van dit hoofdstuk en bevestigd door de uitkomsten van de studie over de circulaire economie van grondstoffen die tijdens het World Circular Economy Forum 2024 door het VN-milieuprogramma en het International Resource Panel is gepubliceerd.
Opmerking: Een integraal onderdeel van de materialiteitsanalyse betreft impacts van materiaalgebruik op getroffen gemeenschappen. Hoewel Imerys hierover geen specifiek, gericht overleg heeft gepleegd met lokale getroffen gemeenschappen, verbindt de Groep zich ertoe een constructieve dialoog op te zetten met zijn stakeholders die in de buurt wonen. De Groep houdt rekening met potentiële klachten via het vastgestelde klachtenmechanisme, zoals beschreven in de informatieverschaffing [ESRS S3 & ESRS 2 IRO-2].
De volgende tabel geeft een overzicht van de materiële negatieve impacts, risico's en opportuniteiten die zijn geïdentificeerd als gevolg van de dubbele materialiteitsanalyse.
| ESRS E5. Materiaalgebruik en circulaire economie | |||
|---|---|---|---|
| Beschrijving van de IRO | Locatie binnen de waardeketen | Materialiteit | Tijdshorizon |
| Subthema: Productie mineraalafval | |||
| De activiteiten van de Groep hebben negatieve impacts op het gebruik van hulpbronnen door inefficiënte winning van mineralen, productie van overmatig mineraal afval en/of onjuist beheer van mineraal afval. |
Eigen activiteiten | Werkelijke negatieve impact | |
| (Winningsactiviteiten) | Kort | ||
| De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met opkomende | Eigen activiteiten | Risico | |
| regelgeving inzake circulaire economie en/of steeds strengere vereisten inzake het beheer van mineraalafval of toenemende beheerkosten. |
(Winningsactiviteiten) | Kort | |
| Subthema: Circulaire economie | |||
| De Groep zijn ontwikkelingsstrategie is gericht op het ontwikkelen van nieuwe zakelijke | Eigen activiteiten | Opportuniteit | |
| opportuniteiten in verband met de ontwikkeling van producten die verband houden met de circulaire economie (herstel van hulpbronnen, circulaire levering, verlenging van de levensduur van producten) |
Downstream waardeketen | Lang |
Als reactie op deze IRO's en volgens de OECD1 definitie van bedrijfsmodel circulaire economie is deze activiteit onderverdeeld in drie specifieke circulaire bedrijfsmodellen die het meest direct relevant zijn voor Imerys:
De resultaten van de studie naar de circulaire economie van grondstoffen die tijdens het World Circular Economy Forum 2024 door het UN Environment Programme en het International Resource Panel werd gepubliceerd, stelden de Groep in staat om de zakelijke opportuniteiten met betrekking tot circulariteit in de mineralenindustrie te bevestigen.
Door zich er via het beleid toe te verbinden het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te optimaliseren om de ecologische voetafdruk van zijn activiteiten en producten te verkleinen, bevordert Imerys een circulair supply model in de hele onderneming voor alle minerale instroombronnen die in zijn activiteit worden gebruikt. Deze aanpak is gericht op de volgende gebieden:
Als belangrijkste bron van minerale grondstoffen voor de industriële installaties van de Groep zijn de minerale reserves en minerale hulpbronnen een van de belangrijkste activa van de Groep. Het opzetten en handhaven van een effectief beheer van minerale hulpbronnen is een kernelement van de activiteiten van Imerys.
Beheer van mineralen wordt gedefinieerd door een reeks beleidslijnen en procedures voor mijnbouw- en materiaalplanning, die ten minste om de vijf jaar worden geëvalueerd. Elke mijnbouwactiviteit moet een gedetailleerde kennis van de minerale hulpbron hebben door middel van exploratieboringen en monsters, een Life of Mine-plan en een gedetailleerd vijfjarenmijnplan. Op Groepsniveau wordt de uitvoering van dit beleid begeleid door de Vice President Mijnbouw en Resource Planning van de Groep. Voor meer informatie over governance over milieuthema's, zie informatieverschaffing [ESRS 2 GOV-1] van dit hoofdstuk.
Deze aanpak in de 82 winningslocaties van Imerys stelt activiteiten in staat om het efficiënte gebruik van minerale hulpbronnen te maximaliseren door het minimum te ontginnen dat nodig is om aan de vraag te voldoen en tegelijkertijd de ecologische voetafdruk te minimaliseren.
Imerys heeft uitgebreide interne beleidslijnen en procedures voor het ontwerp, de bouw, de werking, de monitoring en de remediëring van mineraal afval en tailings storage facilities (TSF). Deze omvatten ook: het bevorderen van geleidelijk herstel, de uitvoering van passende offset- en compensatiemaatregelen en het waarborgen dat adequate herstel- en sloopvoorzieningen worden gehandhaafd gedurende de beheerperioden van een bedrijfslocatie en na de levenscyclus.
Vanwege de aard van de verwerkingen produceren de activiteiten van de Groep relatief gelimiteerde hoeveelheden huishoudelijk en industrieel afval. De Groep zet zich niettemin in om de afvalproductie te verminderen door preventie, vermindering, recycling en hergebruik als een middel om verder bij te dragen aan de SDG 12 van de Verenigde Naties inzake duurzame consumptie- en productiepatronen.
Imerys afvalbeheerbeleid en -procedures vereisen regelmatige evaluaties van het afvalbeheer op locatieniveau voor kosteneffectief: vermijding, minimalisering en opportuniteiten voor nuttige toepassing (zoals hergebruik of recyclage). Alle landen waar Imerys actief is, hebben nationale milieuwetten die afval reguleren. De nationale milieuwetten van verschillende landen hanteren verschillende criteria om te bepalen of afval een speciaal beheer nodig heeft omdat het giftig, bijtend, explosief, ontvlambaar, reactief of anderszins gevaarlijk is voor de gezondheid van de mens of het milieu. Elke handeling volgt de nationale milieuwetgeving van het land waar zij actief is om te bepalen of een specifieke soort afval al dan niet als gevaarlijk afval is gereglementeerd. Afval dat niet recyclebaar is, wordt verbrand, gestort of op andere wijze verwijderd in overeenstemming met de wetten, voorschriften en praktijken van de regio. Op groepsniveau wordt de uitvoering van dit beleid begeleid door de Milieu Vice President van de Groep. Voor meer informatie over governance over milieuthema's, zie informatieverschaffing [ESRS 2 GOV-1] van dit hoofdstuk.
1 OECD: Business Models for the Circular Economy, 2019 (https://www.oecd.org/environment/business-models-for-the-circular-economy-g2g9dd62-en.htm)
De relaties met de leveranciers van Imerys zijn gebaseerd op wederzijds vertrouwen en respect. De Groep heeft een Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek opgesteld, waaraan zij zowel zichzelf als zijn leveranciers verantwoordelijk stelt.
De Imerys Supplier Environmental, Social and Governance Standards schetsen de minimumeisen die Imerys van zijn leveranciers verwacht. In het belangrijke milieubeleid zijn dit onder meer:
Voor meer informatie over verantwoord inkoopbeleid, zie [ESRS S2-1] van dit hoofdstuk.
Imerys' mineralen kunnen bevorderlijk zijn voor de circulaire economie, met name downstream van zijn eigen perimeter via technologische knowhow, commercieel netwerk en sterke innovatie. Als zodanig bevordert Imerys' beleid duurzame oplossingen door de voetafdruk van zijn producten te beoordelen en te innoveren om de milieuimpacts gedurende hun levenscyclus te verminderen. Refereer naar [ESRS S4-1] van dit hoofdstuk voor meer informatie over het SustainAgility Solutions Assessment beleid.
De industriële mineralenindustrie werkt samen met downstreamindustrieën aan processen om de recycleerbaarheid te vergroten. De Groep zet zich in om recyclingmogelijkheden te blijven identificeren om downstream mineraal afval te verminderen of in te zamelen, te vervoeren, te sorteren en opnieuw te verwerken en oplossingen voor de circulaire economie als secundair materiaal te beoordelen. Zo erkennen we de wereldwijde noodzaak om producten met een langere levensduur slimmer te produceren, met minder.
Imerys' strategie voor zijn minerale oplossingen is afgestemd op de trend van de wereldeconomie naar duurzamere oplossingen voor de energietransitie, duurzaam bouwen en natuurlijke oplossingen voor consumptiegoederen. De circulaire economie is een kernhefboom van die strategie, waardoor Imerys kan voldoen aan de groeiende verwachtingen van zijn klanten over duurzaamheid.
Hoewel de Groep al op verschillende manieren circulaire principes met succes heeft toegepast (gerecyclede carbonaten, ovens met een langere levenscyclus, gebruik van afvalstromen voor de papierproductie, enz.), is het versnellen van initiatieven in deze richting een belangrijke doelstelling in de komende jaren om de ambitie van de Groep waar te maken. De Groep moedigt op entiteitsniveau de ontwikkeling van lokale circulaire initiatieven en de bevordering van het delen van beste praktijken aan.
Binnen Imerys is in 2021 een werkgroep circulaire economie opgericht. De leden van de werkgroep zijn Imerys senior experts van: Duurzaamheid, Mijnbouw en Resources Planning, Wetenschap en Technologie, Strategie en Bedrijfsactiviteiten, die de bedrijfs- en bedrijfsonderdelen van de Groep vertegenwoordigen. Het uiteindelijke doel is om de ambitie en strategie van de Groep op het gebied van materiaalgebruik en circulariteit te ondersteunen, met een bijzondere focus op de maatregelen en kwantitatieve indicatoren die nodig zouden zijn om de maatregelen in de hele activiteiten aan te sturen en te monitoren.
Opportuniteiten om de circulaire supply te optimaliseren, worden voortdurend geïdentificeerd tijdens het implementatieproces van het Imerys-programma voor continue verbetering, het innovatieprogramma, het productbeheer en via andere lopende initiatieven, waaronder de Group SD Challenge. De Groep is voortdurend op zoek naar manieren om een duurzamere, circulaire waardeketen te creëren en nog steeds hoogwaardige eindproducten voor klanten te produceren
Het upstream karakter van de activiteiten van de Groep beperkt de mogelijkheden om materiële te vervangen door secundaire (gerecycleerde) en hernieuwbare materialen; er zijn echter mogelijkheden om deze te hergebruiken:
– Intern afval d.w.z. herverwerking en opwaardering van Imerys-bijproducten of historische bijproducten (pre-consumer), en – Postindustrieel/Consumentenafval d.w.z. terugwinning van Imerys-mineralen voor verwerking, samenwerken met andere industriële spelers om nevenproducten in te zamelen, werken met post-consumer afval.
01 Casestudie
De Imerys ReMined TM producten
ReMined is een 100% pre-consumer gerecycleerd calciumcarbonaatproduct van Imerys, geproduceerd uit herverwerking en opwaardering van bijproducten van calcitisch wit marmer. Het is een 100% derde partij gecertificeerd als pre-consumer gerecycled materiaal en komt in aanmerking voor verschillende groene bouwcredits in de Verenigde Staten (bijv. LEED® Program, National Green Building Standard, NSF/ANSI 140)
Imerys' investeringen in of aanpassingen aan zijn fabrieken en faciliteiten kunnen aanzienlijke verbeteringen in nuttige toepassing betekenen wanneer moderne verwerkingstechnologieën worden geïntroduceerd. Deze staan soms het hergebruik van historisch afgedankt afval toe. Enkele voorbeelden zijn: opwerking van oude kaolienlagunes, toepassing van technieken voor het beheer van de terugwinning van stof en afvalklei, of verbeterde terugwinning van mica via het begunstigingsproces.
De technieken voor de recycling en nuttige toepassing van minerale afvalstoffen kunnen in drie gebieden worden ingedeeld:
In december 2023 hebben Imerys & Seitiss hun krachten gebundeld in een joint venture (Seitiss Imerys Minéraux Circulaires) om oplossingen voor een circulaire economie te bieden die mineraalafval uit industriële activiteiten recycleren. Seitiss is een Franse start-up die digitale tools aanbiedt om niet-geëxploiteerde afvalbronnen op te sporen en kanalen te creëren om ze te recyclen tot circulaire producten. Imerys brengt zijn industriële en commerciële expertise en knowhow samen met zijn internationale inzetmogelijkheden.
Imerloop F: A High Solids Dispersed slurry op basis van gerecycled materiaal uit de papier- en kartonindustrie
Imerloop F is een reeks teruggewonnen minerale oplossingen, die Post Industrial Recycled Minerals (PIRM) bevatten, met vergelijkbare eigenschappen en een betere CO2-voetafdruk ten opzichte van virgin mineralen. Deze circulaire oplossing is ontwikkeld in samenwerking met partners uit de pulp-, papier- en kartonindustrie en geoptimaliseerd voor vultoepassingen.
Eenmaal gewonnen, biedt de begunstiging van het erts tijdens de verwerking verdere opportuniteiten om de terugwinning te maximaliseren en zo de virgin hulpbronnen tot een minimum te beperken. Door samen te werken met zijn downstreamklanten en een gedetailleerd inzicht te hebben in de wijze waarop Imerys-producten in hun activiteiten worden gebruikt, kunnen er opportuniteiten ontstaan om het gebruik van virgin resources upstream tot een minimum te beperken.
Een nieuwe duurzame grondstof voor dierenvoeding
Een deelname aan de Sustainable Development Competition 2024 van Milos Performance Mineralen activiteiten in Griekenland. De entiteit ontwikkelde en lanceerde een nieuw op maat gemaakt product voor de diervoedermarkt dat vergelijkbare eigenschappen had als eerdere producten, een aanzienlijke verbetering van de CO2-voetafdruk en een aanzienlijke verbetering van de algehele nuttige toepassing van mineralen, waardoor het gebruik van virgin grondstoffen tot een minimum werd beperkt.
De ambitie van Imerys is om de totale product- en projectportfolio's proactief te sturen naar verbeterde duurzaamheidsprestaties en duurzame oplossingen. Het middel dat Imerys gebruikt om deze ambitie te verwezenlijken, is de SustainAgility Solutions Assessment (SSA) – een robuuste methodologie om de portefeuille van Imerys te toetsen aan duurzaamheidscriteria en klanten een duidelijke indicatie te geven van hun geschikte referenties.
SSA-evaluaties van de huidige portefeuille stellen de Groep in staat om enablers van de downstream circulaire economie te identificeren, aangezien er specifieke vragen aan deze onderwerpen zijn gewijd in de beoordeling. SSA wordt ook gebruikt om innovatieportefeuilles te screenen om projecten met een positieve impact op de circulaire economie te prioriteren (en projecten met een negatieve impact op circulariteit mogelijk af te wijzen / te herwerken).
Door te investeren in innovatie creëert Imerys een meer op technologie gebaseerd, wetenschappelijk onderbouwd bedrijf en heroverweegt het zijn positie in de waardeketen en de rol die het kan spelen in duurzamere oplossingen. Duurzaamheid is een katalysator voor fundamentele verandering in de sector en de belangrijkste hefboom voor innovatie bij Imerys. Imerys zet zich in om zijn expertise op het gebied van mineralen en materialen te gebruiken om duurzamere en milieuvriendelijkere processen te ontwikkelen die minder energie, minder virgin grondstoffen en minder emissies vereisen om te voldoen aan de toekomstige behoeften van zijn klanten en de planeet.
Het mogelijk maken van recycling of het gebruik van hernieuwbare materialen (of het concurrerender of efficiënter maken daarvan) is geconcentreerd op:
Met de toenemende wereldwijde milieuwetgeving heeft de planeet behoefte aan betere manieren om plastic te recyclen. De huidige uitdaging voor gerecyclede plastics is ervoor te zorgen dat de mechanische eigenschappen van deze meer milieuvriendelijke materialen — die de neiging hebben om tijdens het recyclingproces te verslechteren — worden behouden of zelfs verbeterd, zodat ze aan steeds strengere specificaties kunnen voldoen en kosteneffectief blijven. Imerys mineralen kunnen de eigenschappen van gerecyclede kunststoffen verbeteren en tegelijkertijd de kosten verlagen.

Een nieuw duurzaam productgamma om de eigenschappen van gerecycleerde kunststoffen te verbeteren
Een cruciaal onderdeel van het begrip van de vraag hoe afval van mijnen of groeven waarde heeft in nieuwe industrieën en het verbeteren van de herindeling van afvalmaterialen is het kwantificeren en kwalificeren van de huidige en historische afvalstoffen die beschikbaar zijn.
Imerys ontwikkelt momenteel een Groepsbrede baseline van de beschikbare inventaris van afvalmineralen. Met afvalmineraleninventaris worden alle minerale afvalgebieden en lange termijnvoorraden van reeds uitgegraven of verwerkt materiaal bedoeld.
De baseline omvat:
Deze maatstaf zal de voortgang monitoren om de Groep in staat te stellen minerale afvalstoffen te verminderen en te hergebruiken, ter ondersteuning van een lange termijndoelstelling om de terugwinning van hulpbronnen en circulaire leveringsmogelijkheden te vergroten.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Efficiënter gebruik van minerale hulpbronnen verbeteren door ervoor te zorgen dat | 2022 | 2025 | |
| prioritaire bedrijfslocaties (in volume mineraalafval) voldoen aan nieuwe | 0% | 80% |
rapporteringsvereisten voor mineraalafval
In 2024 implementeerde Imerys een strategisch initiatief om gegevens over de productie van mijnafval te centraliseren, gericht op de 15 belangrijkste sites die significant bijdragen aan de afvalvoetafdruk van de Groep. Deze uitgebreide centralisatie-inspanning omvat kritieke informatie zoals volume, tonnage, samenstelling en mineralogie van afvalstortplaatsen. Door deze gegevens te consolideren, wil Imerys zijn inzicht in zijn milieuimpacts verbeteren en zijn afvalbeheerpraktijken verbeteren. Vooruitblikkend is de Groep van plan om deze gecentraliseerde informatie te gebruiken om het potentieel van de circulaire economie van mijnbouwafval te beoordelen. Deze beoordeling zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen uiteengezet door de speciale werkgroep circulaire economie beschreven in ESRS [E5-2], om ervoor te zorgen dat de aanpak van afvalbeheer toewijding van Imerys aan duurzaam materiaalgebruik en milieubeheer bevordert.
Naast het hierboven vermelde doel heeft Imerys zich er in 2023 toe verbonden om tegen eind 2027 een specifiek doel te behalen wat betreft het beheer van zijn tailings storage facilities (TSF). Hoewel de TSF die de Groep opereert weinig en inherent laag risico zijn vanwege hun locaties, grootte en soort constructie, heeft Imerys de Global Industry Standard on Tailings Management (GISTM) aangenomen. Deze wereldwijde standaard biedt een kader voor veilig beheer van residuen. Binnen de 6 belangrijkste thema's van de Standaard zijn 15 Principles en 77 auditbare vereisten ingebed. Alle afvalverwerkingsfaciliteiten van de Groep op entiteitsniveau zijn opgenomen op het Global Tailings Portal, een publiek toegankelijke en doorzoekbare database met gedetailleerde informatie over wereldwijde residudammen.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Voldoen aan de toepasselijke GISTM-vereisten voor al zijn | 2022 | 2027 | |
| residuverwijderingsfaciliteiten | 0% | 100% |
Imerys' beleid, maatregelen, doelen en maatstaven inzake materiaalgebruik en circulaire economie hebben betrekking op de volgende geïdentificeerde materiële instromen en uitstromen (afval, producten en materialen).
Een van de kenmerken van de Imerys Groep is zijn unieke toegang tot een breed scala aan minerale reserves en hulpbronnen als bronnen van de meerderheid van de grondstoffen voor de industriële installaties van de Groep. De prevalentie van deze grondstoffen zijn industriële mineralen; geologische materialen, die worden gedolven of gewonnen voor hun commerciële waarde. Zij worden in hun natuurlijke staat of na begunstiging gebruikt, hetzij als grondstoffen, hetzij als additieven in een breed scala van toepassingen.
De industriële mineralen die de Groep gebruikt, zijn onder meer: Balklei, Bentoniet, Calciumcarbonaten, Diatomeeën, Veldspaten, Kaolien, Perliet, Vuurvaste mineralen, Talk en Wollastoniet. De Groep betrekt en verwerkt ook bepaalde grondstoffen van externe leveranciers om zijn speciale producten te creëren. Deze materialen omvatten bauxiet, aluminiumoxide en zirkonia, die worden verwerkt tot synthetische korund. Tabulaire aluminiumoxide wordt gebruikt in vuurvaste toepassingen.
Een relatief kleine sector, die koolwaterstoffen gebruikt voor niet-energiedoeleinden, is de Graphite & Carbon specialty business van de Groep die synthetisch grafiet, carbon black en andere producten op basis van grafiet produceert.
Sommige materiaalinstromen en -uitstromen die door de Groep worden gebruikt, zijn ingedeeld als kritieke grondstoffen (waaronder Bauxiet, Veldspaat, Siliciummetaal en Grafiet) of strategische grondstoffen (waaronder Siliciummetaal, Grafiet, Bauxiet) overeenkomstig Annex 1 - Verordening EU 2024/1252 (11 april 2024). Opgemerkt moet worden dat Imerys momenteel Lithium-projecten ontwikkelt en Lithium is ingedeeld als zowel een kritieke als strategische grondstof in de bovenstaande lijst. Geen Zware of Lichte Zeldzame Aardmetalen worden gebruikt als materiële instromen.
Imerys-ontginningen kunnen momenteel worden ingedeeld in de subsector economische activiteiten in de steengroeven met de desbetreffende codes van de Nomenclatuur van Economische Activiteiten (NACE) Rev. 2:
Imerys' oplossingen met toegevoegde waarde zijn ontworpen om te voldoen aan de specifieke, technische behoeften van zijn klanten en kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën:
Een overzicht van de materiële materiaalstromen op Groepsniveau in 2024 is als volgt:
De mijnbouwactiviteiten van de Groep verwijderen overbelasting en ontginnen selectief mineralen die waardevol zijn uit ander afvalgesteente (Overbelasting en Intern Afval). Overbelasting en intern afval worden doorgaans niet verwerkt en alleen uit de mijn of groeve gewonnen om toegang tot het erts te krijgen en worden vervolgens gebruikt als opvulling of herprofileringsmateriaal bij werkzaamheden na de mijnbouw.
Minerale verwerkingsmethoden zijn voornamelijk mechanisch en fysiek, zodat het deel van de gedolven mineralen dat wordt weggegooid over het algemeen inert is en vervolgens droog of gemengd met water (residuen) naar de mijn of groeve wordt teruggestuurd om uiteindelijk in de definitieve landvorm te worden opgenomen.
De minerale afvalstromen van de Groep kunnen worden ingedeeld in de volgende Europese afvalcataloguscodes.
De meeste minerale afvalstromen zijn niet-metaalhoudende mineralen. Biomassa, metalen, kunststoffen, textiel, kritieke grondstoffen en zeldzame aardmetalen komen niet materieel voor in de minerale afvalstroom.
Instroom- en uitstroomgegevens worden verzameld op entiteitspecifiek niveau. Een overzicht van materiële materiaalstromen op groepsniveau is als volgt:
| Entiteitsspecifieke maatstaven wat betreft minerale uitstromen |
Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Verwerkte minerale grondstoffen (NIEUW) | miljoen ton (droog) | 19,8 | - |
| Waarvan afkomstig van Imerys-mijnen en -groeven (NIEUW) | miljoen ton (droog) | 18,7 | - |
| Eindproduct afkomstig van Imerys-mijnen en -groeven (NIEUW) | miljoen ton (droog) | 9,6 | - |
| Verplaatst inert mijnafval (NIEUW) | miljoen ton (droog) | 35,2 | - |
| Mineraal procesafval (NIEUW) | miljoen ton (droog) | 9,1 | - |
| Waarvan tailings (NIEUW) | miljoen m3 (nat) |
2,6 | - |
Industrieel afval is het niet-minerale afval dat ontstaat bij de activiteiten van Imerys, zoals solventen, inkt, plastic big bags, karton en houten pallets. De kleine hoeveelheid gevaarlijk afval die door de meeste Imerys-activiteiten wordt geproduceerd, bestaat voornamelijk uit chemische additieven, restoliën en bijbehorend verpakkingsafval.
| Maatstaven voor industrieel afval (materiële uitstromen) | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Totaal industrieel afval | ton | 117.937 | 96.232 |
| Niet-gerecycleerd gevaarlijk industrieel afval | ton | 2.931 | 1.729 |
| Gerecycleerd gevaarlijk industrieel afval | ton | 1.488 | 1.444 |
| Niet-gerecycled niet-gevaarlijk industrieel afval | ton | 60.877 | 50.228 |
| Gerecycled niet-gevaarlijk industrieel afval | ton | 52.641 | 42.831 |
| Intensiteit industrieel afval per netto-opbrengst | (ton/miljoen euro) | 33 | 25 |
De activiteiten van de Groep produceerden 118 kt industrieel afval in 2024, waarvan 96% niet-gevaarlijk was. De toename van afvalproductie ten opzichte van 2023 is vooral te verklaren door een toename van de productie. In 2024 vertegenwoordigt de hoeveelheid gerecycled afval 46% van het totale bedrijfsafval, wat stabiel is ten opzichte van 2023.
Alle personen binnen het personeel van Imerys die materiële impact kunnen ondervinden van de activiteiten van de Groep, vallen onder de scope van deze informatieverschaffing. Het gaat om:
Voor impacts, risico's en opportuniteiten op gezondheid en veiligheid omvat een derde categorie werknemers:
– "Andere werknemers", met inbegrip van Imerys-stagiairs en andere opdrachtnemers die niet onder de eerder genoemde categorieën vallen, zoals onderaannemers en verkopers die gespecialiseerde diensten of producten leveren. De Groep erkent ook de aanwezigheid van andere personen die mogelijk periodiek ter plaatse zijn, zoals bezoekers en vervoerders. Deze personen, hoewel geen vaste werknemers, worden beschouwd als deel van het uitgebreide personeel voor de duur van hun aanwezigheid in de Imerys-faciliteiten.
Vanwege het inherente karakter van industriële mijnbouw- en winningsactiviteiten is het passend een onderscheid te maken tussen:
Opmerking: het rapporteringsbereik van de Groep sluit activiteiten en diensten uit die worden uitbesteed of ingekocht bij derden en uitgevoerd in hun eigen faciliteiten, inclusief die van leveranciers, fabrikanten of partners. Deze uitsluiting omvat bijvoorbeeld de fabricage van apparatuur op de bedrijfslocatie van een leverancier.
De volgende tabel geeft een overzicht van de materiële negatieve en positieve impacts die zijn geïdentificeerd als gevolg van de dubbele materialiteitsanalyse gepresenteerd in informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1] van dit hoofdstuk. In de conclusie van de analyse werd gewezen op een gemeenschappelijk patroon van de ernst en de waarschijnlijkheid van de vastgestelde impacts;
De processen om met het personeel te overleggen over deze impacts en de mitigerende maatregelen die Imerys implementeert, worden respectievelijk gepresenteerd in informatieverschaffing [ESRS S1-2] en [ESRS S1-3].
| ESRS S1. Eigen Personeel | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |||
| Gezondheid en veiligheid | ||||||
| Imerys verbintenissen: |
De Groep zet zich in om een proactieve gezondheids- en veiligheidscultuur te ontwikkelen, waar hij ook actief is. De Groep zet zich ook in voor een continue verbeteringscyclus van prestaties op het gebied van gezondheid en veiligheid; het bepalen van doelstellingen, rapporteren, auditen en evalueren. De persoonlijke betrokkenheid van elk individu binnen Imerys wordt essentieel geacht om een incidentvrije werkplek te bereiken. De Groep heeft voor elke bedrijfslocatie vereisten ontwikkeld voor het uitvoeren van gezondheidsbaseline en groepsstandaarden om voldoende bescherming te bieden tegen blootstelling aan arbeidsgezondheid.
Het kader Gezondheid en Veiligheid is fundamenteel voor het succes van de Groep en draagt bij tot SDG 3 om gezond leven te garanderen en welzijn voor alle leeftijden te bevorderen en draagt concreet bij tot SDG 8 om duurzame, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen.
| Potentiële negatieve impact Punctueel |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Beroepsziekte: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op werknemers indien werknemers niet voldoende bescherming genieten om beroepsziekten te voorkomen |
Lang | |
|---|---|---|---|---|
| Belangrijkste groep(en) eigen personeel: | ||||
| Operationele werknemers (werknemers en medewerkers niet in loondienst) |
| ESRS S1. Eigen Personeel | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Werkelijke negatieve impact | Eigen activiteiten | Arbeidsongevallen: De activiteiten van de Groep hebben negatieve gevolgen voor de | |||||
| Punctueel | (alle activiteiten) | werknemers als de Groep de werknemers niet voldoende beschermt tegen arbeidsongevallen, ongevallen die hun leven kunnen veranderen of sterfgevallen |
Kort | ||||
| Belangrijkste groep(en) eigen personeel: | |||||||
| Operationele werknemers (werknemers en medewerkers niet in loondienst) |
Imerys streeft naar het creëren van een omgeving die de ontwikkeling van werknemers bevordert als een essentieel element van groei en transformatie. Het streeft naar het bevorderen van wederzijds respect in alle praktijken en omgang met zijn werknemers en medewerkers niet in loondienst.
De Groep verbindt zich ertoe de inclusie van personen met een beperking te waarborgen, werknemers in staat te stellen een bevredigend evenwicht tussen werk en privéleven te bereiken, geweld en intimidatie op de werkvloer te voorkomen en buitensporige werktijden te voorkomen.
De Groep draagt bij aan SDG 4 om inclusief en billijk onderwijs van hoge kwaliteit te garanderen en levenslange leermogelijkheden voor iedereen te bevorderen; aan SDG 5 om gendergelijkheid te bereiken en alle vrouwen en meisjes te empoweren; en aan SDG 8 om duurzame, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen.
| Werkelijke positieve impact Systematisch |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Bewustzijn Diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie: Groepsactiviteiten hebben positieve impacts op lokale werknemers en lokale gemeenschappen, aangezien via programma's voor proactieve diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie het bewustzijn voor minderheids en/of kwetsbare bevolkingsgroepen bij zowel werknemers als lokale gemeenschappen kan toenemen. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Alle werknemers en medewerkers niet in loondienst rond de activiteiten van de Groep |
Kort | |
|---|---|---|---|---|
| Werkelijke negatieve impact Systematisch |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Niet-inclusie van mensen met een beperking: Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op werknemers indien zij mensen met een beperking discrimineren en/of er niet in slagen adequate toegankelijkheids- en adaptatiemaatregelen te waarborgen. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Alle werknemers en medewerkers met een beperking |
Kort | |
| Potentiële negatieve impact Punctueel |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Geweld en intimidatie: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op werknemers indien geweld en intimidatie op de werkvloer niet worden voorkomen of sancties worden opgelegd. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Alle werknemers en medewerkers niet in loondienst die tot een minderheid behoren |
Middellange | |
| Werkelijke negatieve impact Systematisch |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Ontoereikende arbeidstijden: Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op werknemers indien zij beperkingen op overwerk ontkennen, lange diensten vereisen, nacht- en weekendwerk en niet voldoende doorlooptijd bieden voor de planning van diensten. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Operationele werknemers (werknemers en medewerkers niet in loondienst) |
Kort | |
| Werkelijke negatieve impact Systematisch |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Ontoereikende werk-privébalans: Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op werknemers indien arbeidsvoorwaarden werknemers verhinderen hun werk en privéleven in evenwicht te brengen. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Operationele werknemers (werknemers en medewerkers niet in loondienst) |
Middellange | |
| OPLEIDING EN ONTWIKKELING VAN VAARDIGHEDEN |
Imerys zet zich in om voortdurend te leren om de vaardigheden en competenties van alle werknemers wereldwijd te verbeteren. Zo'n ontwikkelingsopportuniteit is een doorlopend proces voor elke werknemer op elk niveau van de organisatie, en formele opleiding is een belangrijk element onder verschillende ontwikkelingsopportuniteiten.
Imerys zorgt ervoor dat opleidingen op een eerlijke basis beschikbaar worden gesteld en op een transparante manier worden toegewezen, op basis van zakelijke noden en persoonlijke behoeften. Alle opleidingen worden uitgevoerd en uitgevoerd in overeenstemming met de respectieve nationale wetgeving, met name met betrekking tot het arbeidsrecht, de antidiscriminatiewetgeving en de vereisten inzake gegevensbescherming, en in overeenstemming met het interne leerbeleid van de onderneming. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van menselijk kapitaal bij Imerys en werkt dus aan SDG 4 om inclusief en rechtvaardig onderwijs van hoge kwaliteit te garanderen en opportuniteiten op levenslang leren voor iedereen te bevorderen.
| ESRS S1. Eigen Personeel | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Werkelijke positieve impact Systematisch |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Ontwikkeling van menselijk kapitaal en lokale economische voordelen: Groepsactiviteiten hebben positieve impacts op lokale werknemers omdat werknemers door opleiding en ontwikkeling van vaardigheden nieuwe competenties, professionele ervaringen, carrièremogelijkheden en een verhoogd potentieel voor levenslange bijverdiensten verwerven als gevolg van hun tewerkstelling bij Imerys. Indirect draagt dit bij tot de lokale, regionale en/of nationale economie en kan het ook de ontwikkeling van infrastructuur in afgelegen gebieden ondersteunen, aangezien de meeste Imerys-vestigingen ver van de belangrijkste werkgelegenheidsgebieden liggen waar de werkgelegenheidsopties relatief beperkt zijn. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Alle werknemers en medewerkers niet in loondienst rond de activiteiten van de Groep |
Kort | ||||
| ARBEIDSPRAKTIJKEN EN ARBEIDSVOORWAARDEN | |||||||
| Imerys verbintenissen: | |||||||
De Groep verbindt zich ertoe mensenrechten te respecteren, medeplichtigheid aan schendingen van mensenrechten te vermijden en toegang tot herstel te bieden, in overeenstemming met de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Imerys streeft ernaar een positieve impact te hebben op het welzijn van werknemers via zijn tewerkstellingspraktijken, die eveneens indirecte en positieve impacts hebben op omliggende gemeenschappen en zo bijdragen tot SDG 8 om duurzame, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen.
| Potentiële negatieve impact Systematisch |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Kinderarbeid: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op de inspanningen tegen kinderarbeid indien de minimumleeftijdsvereisten voor werknemers niet naar behoren worden gehandhaafd. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Operationele werknemers (werknemers en medewerkers niet in loondienst), gevestigd in landen met een hoog risico op kinderarbeid volgens de statistieken van de ILO, die 16% van het totale aantal werknemers vertegenwoordigen (voornamelijk Brazilië en Mexico) |
Lang |
|---|---|---|---|
| Potentiële negatieve impact Systematisch |
Eigen activiteiten (alle activiteiten) |
Gedwongen arbeid: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op de inspanningen tegen moderne slavernij indien deze onbedoeld enige vorm van dwangarbeid, slavernij, mensenhandel, gevangenisarbeid of het behoud van paspoorten voor zijn activiteiten toestaat. Belangrijkste groep(en) eigen personeel: Operationele werknemers (werknemers en medewerkers niet in loondienst), gevestigd in landen met een hoog risico op gedwongen arbeid volgens de statistieken van de ILO, die 38% van het totale aantal werknemers vertegenwoordigen (voornamelijk Brazilië, China, Griekenland en Mexico) |
Lang |
Imerys' toewijding om negatieve impacts te verminderen, positieve impacts te versterken en risico's en opportuniteiten met betrekking tot zijn eigen personeel te beheersen, valt onder een van de drie assen van het SustainAgility-programma, "Onze mensen empoweren". Deze onderwerpen zijn volledig geïntegreerd in de waarden van Imerys, die worden beschreven in Hoofdstuk 1, sectie 1.1.1 van het Universeel Registratie Document.
Imerys' toewijding om negatieve impacts te verminderen, positieve impacts te versterken en risico's en opportuniteiten met betrekking tot zijn eigen personeel te beheersen, valt onder een van de drie assen van het SustainAgility-programma, "Onze mensen empoweren". Deze onderwerpen zijn volledig geïntegreerd in de waarden van Imerys, die worden beschreven in de informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-1] van dit hoofdstuk.

De Groep streeft naar een constructieve, open dialoog met zijn werknemers en hun vertegenwoordigers in overeenstemming met de lokale regelgeving en past best practices toe op het gebied van personeelsbeheer. Het opzetten en handhaven van deze open dialoog is een middel om bij te dragen aan SDG 8 om duurzame, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen. De belangen en standpunten van de werknemers en vertegenwoordigers van Imerys bieden ook rijke inzichten om de ontwikkeling van de duurzaamheidsroadmap van de Groep te begeleiden. De materialiteitsanalyse werd bijvoorbeeld uitgevoerd in samenwerking met Imerys-werknemers via verschillende raadplegingen, onder meer via een enquête bij alle werknemers (zie "Uw stem" hieronder) en persoonlijke ontmoetingen met werknemers en werknemersvertegenwoordigers.
De samenwerking met het personeel van Imerys en zijn vertegenwoordigers verloopt via verschillende kanalen en gelegenheden, waaronder:
Imerys erkent het recht op vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, dat duidelijk is vastgelegd in de Code van de Groep voor Zakelijk Gedrag & Ethiek en dat is uitgewerkt in het betrokken HR-beleid en de betrokken HR-procedures. De dialoog tussen Imerys en zijn werknemersvertegenwoordiging gebeurt regelmatig gedurende het jaar in overeenstemming met de lokale wetgeving.
Een meerderheid van de werknemers van de Groep 67% valt onder Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO's). Deze CAO's omvatten doorgaans thema's als gezondheid en veiligheid, arbeidsorganisatie en -tijden, opleiding, beloning en uitkeringen en gelijke opportuniteiten.
In Europa vertegenwoordigt de European Works Council (EWC) werknemers van de Groep in 18 landen (zie sectie hieronder). De EWC wordt regelmatig geïnformeerd en geraadpleegd over strategische beslissingen van de Groep, met inbegrip van grote projecten met betrekking tot wijzigingen in de activiteiten van de Groep wanneer deze zich voordoen. Bij de besprekingen met de EWC gaat het onder meer om actualiseringen van bedrijfsprestaties, veiligheid, milieu, werknemersbetrokkenheid, desinvestering en acquisitie, diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie.
De ambtstermijn van verkozen vertegenwoordigers van de EWC bedraagt vier jaar en de EWC bestaat uit:
De meest recente EWC-overeenkomst werd ondertekend op 24 mei 2022, voor 2022-2026. Onder verschillende bepalingen biedt deze overeenkomst een specifiek opleidingstraject voor alle leden dat verder gaat dan de wettelijke vereisten, met betrekking tot Groepsactiviteiten, geografische aanwezigheid, markt- en klantentoepassingen en belangrijke cijfers. Om hun missies en verantwoordelijkheden als EWC-vertegenwoordigers beter te begrijpen, werd bovendien een specifieke opleiding op maat over financiële aangelegenheden gegeven over de belangrijkste financiële componenten en mechanismen van een Winst-en-verliesrekening, Balanstotaal en vrij operationele kasstroomoverzichten.
In 2024 is één plenaire vergadering gehouden en zijn de vijf functionarissen van de EWC in de loop van het jaar nog eens drie keer bijeengekomen. Er werd één buitengewone vergadering met de EWC-functionarissen georganiseerd voor de desinvestering van activa ten behoeve van de papiermarkt. Het uitvoeringsproces van de CSRD en de duurzaamheidsprestaties, het stappenplan en de prioriteiten voor 2025 zijn gepresenteerd en besproken met de EWC tijdens de zitting van 2024. Meer bepaald werden EWC-vertegenwoordigers geraadpleegd als belangrijke interne stakeholders tijdens de dubbele materialiteitsanalyse. Zie informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1] voor meer informatie.
In geval van herstructurering voert de Groep een constructieve dialoog en stelt ze een reeks diensten ter beschikking van de werknemers, variërend van interne mobiliteit, opleiding en outplacement, tot een ander aanbod naargelang de specifieke situatie.
Imerys evalueert de betrokkenheid van zijn werknemers periodiek via de enquête "Uw stem". De vragenlijst, beschikbaar in 26 talen, wordt gedeeld met alle werknemers in alle Imerys-landen en -bedrijven en vertrouwelijk en anoniem uitgevoerd. De Chief Human Resources Officer is vervolgens verantwoordelijk voor het gebruik van deze rijke inzichten om de ontwikkeling van verbeteractieplannen te begeleiden. De laatste editie uitgevoerd in 2021, waarvoor het responspercentage 88% bereikte (meer dan 13.000 werknemers), toonde een hoge mate van betrokkenheid en empowerment binnen de Groep (respectievelijk 68% en 73%), gedreven door een sterke loyaliteit aan Imerys (71%), wat 10 punten boven de industriële norm ligt. Naar aanleiding van de bevindingen van de laatste enquête lanceerde de Groep een groot meerjarig project (2022-2025) rond het Doel, de Visie en de Waarden van de Groep, die in meer detail worden voorgesteld in Hoofdstuk 1, sectie 1.1.1 van het Universeel Registratie Document.
Interne communicatiecampagnes hebben tot doel alle werknemers informatie te verschaffen die hen kan helpen de strategie en de activiteiten van de Groep te begrijpen, hun gevoel van verbondenheid op te bouwen en de identiteit van de Groep te versterken. Informatie wordt actief gedeeld binnen de Groep via verschillende middelen, onder meer via een digitaal samenwerkingsplatform "OneImerys", dat de dagelijkse communicatie en samenwerking ondersteunt. Dit platform herbergt essentiële informatie, documentatie en beleid, maar ook sociale feeds en werkplekken, tools en bedrijfsapplicaties. Het intranet is geoptimaliseerd om werknemers in staat te stellen tools en middelen op een flexibele manier te gebruiken – inclusief smartphonetoegang tot applicaties op Groepsniveau. Het intranet faciliteert het delen van projecten, initiatieven en successen binnen de Groep. Het is ook een platform om informatie te delen en discussies over specifieke onderwerpen binnen gespecialiseerde gemeenschappen te ondersteunen.
"Communiceren voor succes" is een centraal onderdeel van Imerys' Leiderschapscompetenties, en als zodanig geeft de Groep de voorkeur aan een regelmatige persoonlijke managementdialoog om belangrijke informatie binnen teams te delen. Om deze vorm van dialoog aan te vullen, lanceert de Groep verschillende videoboodschappen van de CEO van de Groep en de senior leiders. Deze video's zijn minstens tweejaarlijks bedoeld voor alle werknemers en behandelen de belangrijkste verwezenlijkingen en uitdagingen. Driemaandelijkse oproepen van de CEO en de leden van het Uitvoerend Comité worden gehouden met de topleiders van de Groep om informatie te verstrekken over strategische kwesties in uitvoering of voorbereiding. Deze sessies omvatten een vraag- en antwoordsectie, die de waterval van informatie binnen de organisatie op een volledige en consistente manier ondersteunt.
Lokale managers en HR-functionarissen zijn de belangrijkste contactpersonen voor de werknemers van Imerys. Het staat hen echter vrij negatieve impacts te melden via de hierboven beschreven kanalen of door gebruik te maken van het waarschuwingssysteem beschreven in informatieverschaffing [ESRS G1-1] sectie 1.4.1.3, alinea "Alarmsysteem en bescherming klokkenluiders" van dit hoofdstuk Het herstelproces is dan hetzelfde als voor alle andere kwesties die via dit kanaal aan de orde worden gesteld; er wordt een speciaal team ingesteld om de waarschuwing te onderzoeken en op basis van de bevindingen worden mitigerende maatregelen opgesteld.
Voor Imerys is het managen van Health and Safety (H&S) van de werknemers en opdrachtnemers van de Groep een kernwaarde. De Groep heeft een specifiek Gezondheids- en Veiligheidscomité, voorgezeten door de CEO en samengesteld uit elk van de Business Area Senior Vicevoorzitters en functionele Senior Managers van de Groep. Het Gezondheids- en Veiligheidscomité komt minstens drie keer per jaar samen en monitort de voortgang van de Groep op alle beleidslijnen, doelstellingen en programma's inzake veiligheid en gezondheid op het werk. De belangrijkste gezondheids- en veiligheidsindicatoren worden maandelijks geëvalueerd tijdens elke vergadering van het Uitvoerend Comité en tijdens de driemaandelijkse bedrijfsevaluaties.
Op basis van een reeks kernveiligheidswaarden die bij Imerys zijn vastgesteld en de 4 pijlers van de Safer Together-paraplu die hierna worden beschreven, wordt het "Imerys Safety System" (ISS), het H&S-managementsysteem, ontwikkeld in naleving van erkende industrienormen (bv. ISO 45001), om beroepsziekten en arbeidsongevallen te voorkomen en een positieve en proactieve Veiligheidscultuur te creëren. Het omvat de kernelementen van internationale normen voor H&S-managementsystemen, die periodiek worden geëvalueerd en herzien als onderdeel van een managementsysteem. Het ISS wordt gedefinieerd in het Umbrella H&S-beleid en in de Safety Culture Maturity Matrix. Imerys vereist dat elke activiteit in de hele Groep een effectief Safety Management System (SMS) heeft met sitemanagers die ervoor te zorgen dat het beleid, de richtlijnen en het systeem van Imerys Group worden omgezet in procedures in overeenstemming met de lokale wettelijke vereisten. Senior leiders controleren de effectieve implementatie van het Imerys Safety System (ISS) binnen de locaties en activiteiten binnen hun verantwoordelijkheidsgebied.
Het Imerys Safety System dat wordt uitgerold via beleid, richtlijnen, preventieprogramma's en initiatieven op het gebied van gezondheid en veiligheid, is opgebouwd rond een gemeenschappelijke paraplu genaamd "Safer Together". Het biedt een visuele identiteit en brengt de verschillende elementen van het ISS samen om een positieve en proactieve Veiligheidscultuur te creëren: Positief zijn over veiligheid; Veiligheid en gezondheid boven alles stellen; Voor elkaar zorgen; en Verantwoordelijkheid nemen.
Elke pijler omvat specifieke onderdelen van het ISS. "Positief zijn over veiligheid" omvat initiatieven zoals erkenningsprogramma's, preventiecampagnes, het delen van goede praktijken en Imerys Connect Day. "Gezondheid en veiligheid boven alles plaatsen" omvat de elementen van naleving, bepaling en toepassing van het Groepsbeleid (bv. risicobeoordeling, beleid gericht op het beheersen van kritieke risico's, EHS-audits en mijnveiligheidsaudits, delen van veiligheidswaarschuwingen en ongevallenanalyse, inspecties en opleiding op het gebied van regelgeving. "Verantwoordelijkheid nemen" omvat initiatieven gericht op individuele betrokkenheid (bv. Take 5, H&S awareness training, verbetervoorstellen en bottom-up rapportering). "Op elkaar letten" gaat over respect en zorg voor elkaar, door middel van coaching en feedback (Visible Felt Leadership (VFL), Behavioral Based Safety programma's, Safety Summits) en programma's voor de ontwikkeling van veiligheidscultuur met standaarden en beoordelingen.
De Operationele Controle van het ISS is opgebouwd rond een reeks gezondheids- en veiligheidsbeleidslijnen en -richtsnoeren, die hierna worden beschreven (zie sectie 1.3.1.3), en een intern auditprogramma van de Groep om de uitvoering op alle bedrijfslocaties te controleren.

Het interne beleid van de Groep, ontwikkeld in overeenstemming met erkende industriestandaarden, is van kracht om beroepsziekten en arbeidsongevallen te voorkomen (zie informatieverschaffing [ESRS S1-1] hierboven). Dit beleid wordt ter beschikking gesteld van elke bedrijfslocatie, wat ervoor zorgt dat het wordt omgezet in lokale procedures in overeenstemming met de lokale wettelijke vereisten en beschikbaar wordt gesteld in uitgebreide talen voor alle werknemers.
Het interne H&S-beleid van de Groep omvat de volgende documenten:
Imerys Gezondheids- en Veiligheidscharter: Ondertekend door de CEO, benadrukt het de visie van de Groep H&S, het belang van de rol die elk individu speelt om een gezondheids- en veiligheidscultuur te creëren en de verwachtingen rond continue verbetering, opleiding en zerotolerance als het beleid en de procedures van de Groep worden geschonden.
Environmental, Health & Safety General Policy: legt het algemene kader en de organisatie vast voor naleving en continue verbetering van EHS bij Imerys, terwijl de rollen en verantwoordelijkheden van werknemers worden verduidelijkt.
EHS Audit Policy and Safety Culture Improvement Team (SCIT) Beleid: zorgt voor de consistente toepassing van standaardpraktijken voor effectieve en efficiënte EHS SCIT-evenementen en EHS-audits en schrijft ook periodieke beoordelingen van locaties voor.
EHS-audits evalueren de naleving van de site in de correcte en effectieve toepassing van het beleid en de richtlijnen van de Groep en de lokale regelgeving inzake gezondheid en veiligheid.
SCIT-evenementen evalueren de maturiteit en de voortdurende verbetering van de veiligheidscultuur op de bedrijfslocatie, op basis van de Safety Culture Maturity Matrix.
Thematisch beleid: de Groep beschikt ook over meer dan 40 aanvullende beleidslijnen voor het beheer van specifieke gezondheidsen veiligheidsrisico's in een breed spectrum van situaties, zoals elektrische veiligheid, werken op hoogte, vorkheftruckveiligheid en risicobeoordeling.
Het Groepsbeleid is van toepassing op alle werknemers en medewerkers niet in loondienst (bv. zelfstandigen, uitzendkrachten) en andere werknemers ter plaatse (bv. opdrachtnemers, stagiairs...), in alle activiteiten van de Groep. Senior Vice-Presidents, Industrial Vice-Presidents, Hub Directors en Site Managers zijn verantwoordelijk voor het monitoren van de implementatie ervan op alle niveaus van de organisatie.
Om de ontwikkeling van een effectieve veiligheidscultuur te ondersteunen, heeft de Groep een Safety Culture Maturity matrix (SCMM) ontwikkeld op basis van vier belangrijke elementen: leiderschap en verantwoordelijkheid, naleving en continue verbetering, Behavior-Based Safety (BBS) en een geïntegreerde aanpak. De SCMM-matrix, die is opgebouwd volgens internationaal erkende standaarden voor veiligheidsbeheer en in overeenstemming is met de basisprincipes van het veiligheidsbeleid en de veiligheidsprocedures van Imerys, helpt activiteiten bij het uitvoeren van gap analyses en het stimuleren van hun verbeterplannen in samenwerking met industriële teams en veiligheidsprofessionals. Het EHS-auditteam van de Groep voert jaarlijks uitgebreide en onafhankelijke audits ter plaatse (SCITevenementen) uit om de maturiteit van de veiligheidscultuur te beoordelen. Deze evenementen maken het mogelijk om de zelfbeoordeling van de bedrijfslocatie te kalibreren en perceptieonderzoeken uit te voeren om perceptiekloven tussen het management en het personeel te identificeren en aanbevelingen te doen om de bedrijfscultuur op de bedrijfslocatie te verbeteren.
Risicobeheer, gedefinieerd door een specifiek beleid, is een hoeksteen van het ISS. Alle bedrijfslocaties en -activiteiten zijn verplicht om algemene risicobeoordelingen voor werkplekken en taken te ontwikkelen. Dit is een systematisch onderzoek van alle aspecten van het verrichte werk om na te gaan wat letsel of schade kan veroorzaken, of de gevaren kunnen worden geëlimineerd en zo niet, welke preventieve of beschermende maatregelen er zijn of moeten worden genomen om de risico's te beheersen. De algemene risicobeoordeling van de arbeidsplaats/taak wordt gewoonlijk uitgevoerd door een team bestaande uit operators, onderhoudspersoneel, veiligheidswerkers, toezichthouders, managers en indien nodig externe deskundigen. De werknemersvertegenwoordigers van de bedrijfslocatie, indien van toepassing, worden ook bij het proces betrokken, evenals arbeidsgezondheid. Locaties documenteren de resultaten van de werkplek- of taakspecifieke risicobeoordeling en leiden werknemers hiervoor op. De algemene risicobeoordelingen op de arbeidsplaats en van de taken moeten zo nodig worden herzien om rekening te houden met wijzigingen in de arbeidsactiviteit of indien uit de analyse van de onderliggende oorzaken die na een ongeval of letsel is uitgevoerd, een voordien niet-geïdentificeerd risico blijkt. In de meeste gevallen zullen de risicobeoordelingen regelmatig worden geëvalueerd, afhankelijk van de aard van de risico's en de mate van verandering die in de arbeidsactiviteit te verwachten valt en/of op basis van lokale regelgeving.
In de conclusies van de taakrisicobeoordeling wordt bepaald of het risico voldoende wordt beheerst en zo niet, welke opties er zijn om het risico te verminderen op basis van de hiërarchie van controles (eliminatie, substitutie, technische controles, administratieve controles en persoonlijke beschermingsmiddelen).
De veiligheidsinspanningen van de Groep zijn in het bijzonder gericht op de "Serious 7" om gebieden met het hoogste risico aan te pakken (vergrendeling, tag out, try out, elektrische veiligheid, machinebeveiliging en transportbandveiligheid, mobiele apparatuur, werken op hoogte, grondcontrole en vorkheftruckveiligheid) die zijn geïdentificeerd als belangrijke bijdragers aan het voorkomen van ernstige verwondingen en sterfgevallen van Imerys. Deze aanpak wordt ondersteund door:
Er is een gegevensbeheersysteem voorhanden om gezondheids- en veiligheidsgebeurtenissen in te voeren en te registreren:
Deze gegevens gelden voor alle werknemers en medewerkers niet in loondienst (bv. zelfstandigen, uitzendkrachten) en andere werknemers ter plaatse (bv. opdrachtnemers, stagiairs...). Dit maakt het mogelijk om achterblijvende indicatoren te volgen, zoals niet-verloren tijd en verloren tijd beroepsziekten en ongevallenfrequentie in overeenstemming met het beleid van de Groep inzake letsel- en ziekterapportering. In geval van een incident worden incidenten onderzocht en worden corrigerende maatregelen genomen op bedrijfslocatieniveau met opvolging door Business Area teams. Veiligheidswaarschuwingen worden uitgegeven telkens wanneer een sterfgeval, een levensveranderende verwonding of een Significant Potential Incident (SPI) plaatsvindt om onderliggende oorzaken en lessen te delen die binnen de Groep zijn geleerd. Een SPI is elk gerapporteerd incident dat kan leiden tot een sterfgeval of een levensveranderende verwonding, ongeacht de feitelijke ernst. Indien nodig worden corrigerende maatregelen die via een incidentonderzoek zijn geïdentificeerd, direct geïntegreerd in de volgende actualisering van het veiligheidsbeleid van de Groep om het risico op herhaling te verminderen.
Naast het rapporteren en registreren van veiligheids- en gezondheidsgebeurtenissen, wordt de database ook gebruikt om preventieactiviteiten uit te voeren en te registreren:
Deze gegevens worden gebruikt om toonaangevende indicatoren voor die activiteiten te volgen (bottom-up rapportering, inspectie en VFLpercentages).
Er zijn ook speciale modules beschikbaar voor arbeidsgezondheid en arbeidshygiëne:
(zie informatieverschaffing [ESRS S1-4], alinea "Actieplan gezondheid op het werk" hieronder)
De opleiding en het bewustzijn van het beheersysteem voor gezondheid en veiligheid van de Groep worden bereikt door middel van verschillende communicatie- en opleidingsactiviteiten, vaak ontwikkeld in lokale talen. Lokale initiatieven doen zich ook voor op regionaal, hub- of bedrijfslocatieniveau en omvatten werkgerelateerde veiligheidsopleidingen en regelmatige bijeenkomsten over veiligheidsinstrumenten. Deze opleidingen kunnen in verschillende formaten gevolgd worden, afhankelijk van de doelgroep.
| Opleidingsactiviteiten | Doelgroep | Beschrijving |
|---|---|---|
| Safety Learning-traject | Nieuwkomers | De modules van het Safety Learning-traject zijn bedoeld om de belangrijkste principes en instrumenten van de Imerys Safety-reis te introduceren (ISS, Take 5, Serious 7, Safety Dialogue). Er zijn verschillende trajecten beschikbaar voor operationele en niet-operationele medewerkers |
| Veiligheidstop | Operationele managers en senior leiders |
De Groep veiligheidstop zijn gericht op het versterken van Visible Felt Leadership (VFL) binnen het hoogste management |
| Imerys Veiligheidsuniversiteiten | Operationele managers en senior leiders |
De Imerys Veiligheidsuniversiteit vertrouwt op een aanpak op maat om bedrijfslocatiemanagers en operationele managers (productie, onderhoud, mijnbouw, logistiek, ) te coachen bij het beheersen van Imerys-tools en hoe ze VFL binnen hun toezichtteams kunnen cascaderen |
| Opleiding tot EHS-auditor | EHS en mijnveiligheidsauditors | Deze opleiding die jaarlijks wordt uitgevoerd, heeft tot doel de leden van het auditorsteam van de Groep op één lijn te brengen en te kalibreren (update over de Imerys-vereisten, auditproces en -technieken, ). |
| Deze training is vereist voor alle bestaande auditors en nieuwe leden die toetreden tot het auditorteam van de Groep. |
||
| Digitale cursussen op de Imerys Learning Hub |
Alle Imerys medewerkers | De Groep biedt zijn werknemers een e-learningplatform met een ruime keuze aan aanvullende inhoud op aanvraag: |
| – Basisprincipes van H&S (ISS, Take 5, Serious 7, Veiligheidsdialoog) – Specifieke leermodules "Gezondheid en veiligheid" (Risicobeoordeling, analyse van de onderliggende oorzaken, gevaarlijke stoffen beheersen, procesveiligheid, veiligheidscultuur, BBS, veranderingsmanagement, kantelen van vrachtwagens, ) – Heruitzending van meer dan 200 interne webinars over veiligheid en gezondheid en virtuele lessen over een |
Andere Groepsbrede initiatieven en toolboxen zijn ondernomen om de voortdurende verbetering van het beheer van veiligheid en gezondheid op het werk te ondersteunen, waaronder:
specifiek veiligheidsthema.
| Bewustmakingsiniti atieven en -instrumen tarium |
Doelgroep | Beschrijving |
|---|---|---|
| Imerys Connect-dag | Alle Imerys medewerkers | Imerys Connect Dag is een jaarlijks evenement dat door de Groep wordt georganiseerd en dat doorgaans werknemers van Imerys uit de hele wereld samenbrengt om verbinding, samenwerking en betrokkenheid binnen de Groep te bevorderen. De Imerys Connect Dag omvat verschillende activiteiten, zoals: – Presentaties over prestaties van Imerys EHS en erkenning van prestaties van werknemers – Workshops en discussies over belangrijke EHS-thema's – Teambuilding oefeningen – Netwerkmogelijkheden voor medewerkers uit verschillende regio's en departementen |
| Het evenement heeft tot doel de Groepscultuur te versterken en een gevoel van eenheid binnen de wereldwijde organisatie te bevorderen, met een focus op gezondheid, veiligheid en milieuthema's. |
||
| Take 5 | Alle Imerys medewerkers | Take 5 is een kort proces van vijf stappen dat elke werknemer moet doorlopen voordat hij/zij aan het werk gaat en vervolgens gedurende de dag telkens wanneer het werk of de arbeidsvoorwaarden veranderen. |
| Industriële Hygiëne handleiding |
Operationele managers en senior leiders EHS-teams |
Er werd een gebruikershandleiding ontwikkeld om de frequentie, taken en verantwoordelijkheden te beschrijven voor bedrijfslocaties en EHS-teams over Occupational Health Assessments (OHA) met betrekking tot fysieke, chemische, biologische agentia en welzijn. |
| Geestelijke gezondheid gids | Managers en senior leiders | Voor managers werd een handleiding ontwikkeld om hen te helpen de geestelijke gezondheid en het welzijn van werknemers te ondersteunen. Gelokaliseerde acties en opleiding van eerstehulpverleners in de geestelijke |
gezondheid, evenals stressbeheersing zijn ontwikkeld op sommige van de geografische locaties van Imerys.
| 44 Imerys-sites geselecteerd | Terugkerende maatregelen |
Alle Imerys sites Terugkerende maatregelen |
||
|---|---|---|---|---|
| Verwacht resultaat 44 Audits en SCIT gepland in 2024 Resultaten eind 2024 42 audits en SCIT afgerond (95% van het plan) Een derde van de bedrijfslocaties Verwacht resultaat • Ontwikkelen en implementeren van eenvoudige audit checklists voor Serious 7 beleidsnaleving |
2028 | Verwacht resultaat • De hoofdoorzaken van ongevallen identificeren, preventieve en corrigerende maatregelen nemen, lessen delen voor incidenten met een hoog potentieel • Verbeter de kwaliteit van procesveiligheidsrapportering in interne systemen Resultaten eind 2024: 66 veiligheidswaarschuwingen met betrekking tot Significant Potential Incident (SPI's). |
||
| Opleiding en bewustmaking Terugkerende Alle Imerys sites maatregelen |
Toonaangevende activiteiten (bottom up rapportering, Inspecties en VFL/BBS) Verwacht resultaat |
|||
| Verwacht resultaat Verbeter de vaardigheden en kennis van werknemers door cross-site |
Bevorder een proactieve veiligheidscultuur door het melden van potentiële gevaren, onveilig gedrag, incidenten met bijna-ongevallen en materiële schade aan te moedigen, waardoor preventieve maatregelen |
-onderzoek
samenwerking, het delen van lessen uit incidenten, het uitwisselen van verbeterideeën en het verspreiden van beste praktijken
Resultaten eind 2024
126.610totale aantal uren opleiding over EHS-thema's
10 sessies van Imerys Safety University (ISU)
1 Veiligheidstop
13 webinars over specifieke onderwerpen
bv. H&S en CSRD rapportering, Root Cause Analysis, Mijn Geotechnisch Risicobeheer, Procesveiligheid, Verzekeringen
Serious 7 (S7) trainingsuren
267 berichten, 214 reacties en 2764 Likes
en risicobeperkende strategieën worden versterkt.
Resultaten eind 2024
Bottom-up percentage voor 1000 werkuren (+13% versus 2023)
Ongevallen- en incidentenopsporing en
• Bevorderen van de naleving van Imerys-standaarden door de rapportering van regelmatige inspecties (Serious 7 en andere)
9.94 Inspectiepercentage voor 10.000 werkuren
(+15% versus 2023), waaronder Serious 7 gerelateerde 7,59 (+11% versus 2023)
• Bevorderen van leiderschapsgedrag en Veiligheidscultuur door het rapporteren van interacties / veiligheidsdialoog
Aantal geregistreerde VFL- en BBS-interacties (+3% versus 2023)
De Groep heeft in 2020 een nulmeting uitgevoerd gericht op de identificatie, beoordeling, controle, monitoring en evaluatie van gezondheidsrisico's op de industriële werkplek voor al zijn bedrijfslocaties. Op basis daarvan ontwikkelde Imerys een omvattend actieplan arbeidsgezondheid, gefocust op de volgende vier pijlers: risico- en algemeen beheer, beleid, systemen en opleiding.
Als onderdeel van dit plan hebben de activiteiten van Imerys de reeks scenario's voor gezondheid op het werk geïdentificeerd, beoordeeld en controleplannen ontwikkeld die in verhouding staan tot het risico. Er wordt gezorgd voor passende informatie, instructie en opleiding. Gezondheid op het werk wordt stelselmatig geëvalueerd om verbeteringen, vereenvoudiging en standaardisering na te streven. Naleving van de regelgeving en het beleid van de Groep op het gebied van gezondheid op het werk worden regelmatig geëvalueerd via het milieu-, gezondheids- en veiligheidsauditprogramma van de Groep (EHS).
De programma's van de Groep voor gezondheid op het werk bestrijken een reeks gezondheids- en hygiëneaspecten, waarbij bijzondere nadruk wordt gelegd op het beheer van contaminanten in de lucht, trillingen en lawaai. Voor alle locaties van de Groep zijn gezondheidsplannen en -programma's gebaseerd op de arbeidsgezondheid, waarin welzijnsinitiatieven zijn geïntegreerd. Campagnes op het gebied van welzijn en gezondheid op het werk worden ondersteund door personeelszaken, externe gezondheid op het werk verpleegkundigen en artsen, intern personeel op het gebied van gezondheid en veiligheid en communicatieteams.
| Systemen | Beleid | ||
|---|---|---|---|
| Alle Imerys sites 2024 |
Uitrol van specifiek beleid | ||
| Alle Imerys sites 2024-2030 |
|||
| Verwacht resultaat | |||
| • Verbeter de kwaliteit van de monitoring en rapportering van gegevens over beroepsmatige blootstelling in interne systemen van Imerys Resultaten eind 2024 • Implementatie van een nieuw digitaal dashboard om resultaten en prestaties te monitoren • Update van de interne gebruikershandleiding voor de rapportering van arbeidshygiëne • Automatisering van update van grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling op basis van wijzigingen in regelgeving |
Verwacht resultaat Verwachte inzet: • Handmatig hanteren • Biologische agentia • Fysieke agentia Resultaten eind 2024 • Interne publicatie van trillingsbeleid en lopende uitrol |
||
| Opleiding en bewustmaking | Risico- en algemeen beheer | ||
| Operationele managers en senior leiders 2024 EHS-team |
Alle Imerys sites 2024-2030 |
||
| Verwacht resultaat • Verbeteren van de kennis rond gezondheid op het werk. Resultaten eind 2024 • Nieuwe e-learningopleiding over het beheer van gevaarlijke stoffen 4 |
Verwacht resultaat • Elke bedrijfslocatie is verplicht de risico's en maturiteit van de gezondheid op het werk te beoordelen, actueel te houden en overeenkomstig een actieplan uit te voeren. Resultaten eind 2024 99% van de locaties beoordeeld op blootstelling aan fysische, chemische en |
||
| webinars over specifieke onderwerpen: | biologische gevaren (nieuwe locaties die onlangs zijn verworven, moeten worden beoordeeld) |
In lijn met het Doel, de Visie en de Waarden van de Groep staan gezondheids- en veiligheidsdoelen centraal in het SustainAgilityprogramma.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Verbeter de maturiteit van de veiligheidscultuur van de Groep (1) over alle Business Areas | 2025 3,0 |
2025 3.3 |
|
| Het percentage verbeteringen van het wereldwijde actieplan arbeidsgezondheid verhogen | 2025 0% |
2025 75% |
Elk jaar wordt de maturiteit op het gebied van veiligheid van alle activiteiten van de Groep gecategoriseerd aan de hand van de Safety Culture Maturity Matrix Op basis van de alomvattende beoordeling ontwikkelen bedrijfslocaties specifieke veiligheidsactieplannen op bedrijfslocatieniveau. Eind 2022 toonde de Groep een beoordeling van 3,0 voor maturiteit, wat overeenstemt met het niveau "Proactief", waar het Imerys Safety System volledig is geïmplementeerd, werknemers betrokken zijn en actief bijdragen aan de veiligheid. Het veiligheidsdoel is om de Groep Safety Culture Maturity te verbeteren tot 3,3 tegen 2025. Eind 2024 bedroeg het geconsolideerde resultaat van de beoordeling 3,2, wat aangeeft dat de Groep op weg is naar het doel voor 2025.
Vanaf 2023 hebben de bedrijfsonderdelen een actieplan voor de verbetering van de arbeidshygiëne gepland en ontwikkeld, bekend als het OHAP, dat gericht is op het verbeteren van de beschermingsmaatregelen voor de gezondheid van werknemers. Activiteiten werden geïdentificeerd via Imerys programma's voor continue verbetering (monitoring van de blootstelling, jaarlijkse evaluatie van de arbeidsgezondheid om twee voorbeelden te noemen). Het OHAP werd geleid door de industriële hygiënist van de Groep in coördinatie met de contactpunten voor industriële hygiëne van de Business Area. Het plan omvat de meest relevante maatregelen die specifiek zijn voor de betrokken bedrijfsonderdelen om de verbetering van hun baseline voort te zetten. De doelstelling voor 2025 is de voltooiing van ten minste 75% van de maatregelen voor dit jaar. Aan het einde van het jaar werd 94% van de geplande maatregelen uitgevoerd, wat neerkomt op een cumulatieve prestatie van 63% sinds 2022. Het doel zal opnieuw zijn om een voltooiingspercentage van ten minste 75% te bereiken.

In december 2024 bedroeg het gecombineerde percentage Lost Time Accident (LTA) van de Groep (eigen personeel en andere werknemers ter plaatse) 1,76 en het gecombineerde Total Recordable Injury Rate (TRIR) 3,39 boven het doel TRIR voor 2024, dat werd vastgesteld op 2,18.
In mei 2023 werd een uitgebreide bewustmakingscampagne over levensveranderende letsels uitgevoerd om Imerys' directe prioriteit te richten op het elimineren van dodelijke slachtoffers en ernstig letsel. In de periode sinds de lancering van de campagne, in januari 2024, is één levensveranderende verwonding opgetreden en er zijn al meer dan twee jaar geen dodelijke slachtoffers geregistreerd. Dit is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de historische gegevens. Desondanks lag het TRIR, dat alle geregistreerde ongevallen omvat, boven het doel van dit jaar. De belangrijkste oorzaken van deze gebeurtenissen houden verband met gedrag, vaardigheden en risicobeheer / risico-evaluatie in verband met de volgende directe oorzaken: uitglijden en vallen, in de vuurlinie liggen en getroffen worden door bewegend of stilstaand voorwerp. Om deze toename van letsels het hoofd te bieden, heeft elke Business Area een Behaviour-Based Safety Program (BBS) gelanceerd, ondersteund door een campagne van de Groep, om werknemers in staat te stellen eigenaarschap te nemen van hun eigen
veiligheid en die van hun collega's, omdat veiligheid een systeem is dat inherent gebaseerd is op menselijk handelen. Om nul ongevallen te bereiken, moet de Groep zijn veiligheidscultuur voortdurend ontwikkelen door te begrijpen hoe individuele acties en gedragingen een veiligere werkplek voor iedereen kunnen creëren. De Groep zal zich onverminderd blijven richten op het continu verbeteren van de veiligheidsprestaties en blijven werken aan het doel van een letselvrije werkplek.
| Thematisch | Indicator | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|---|
| Dodelijke ongevallen | Totaal aantal dodelijke ongevallen | # | 0 | 0 |
| Aantal dodelijke slachtoffers werknemers | # | 0 | 0 | |
| Aantal dodelijke ongevallen niet in loondienst | # | 0 | 0 | |
| Aantal sterfgevallen van andere werknemers ter plaatse | # | 0 | 0 | |
| Aantal dodelijke ongevallen als gevolg van arbeidsgerelateerde ongevallen | # | 0 | 0 | |
| Aantal dodelijke ongevallen als gevolg van beroepsziekten | # | 0 | 0 | |
| Lost-Time Accident rates | Lost-Time Accident rates van werknemers en medewerkers niet in loondienst | - | 1,76 | 1,21 |
| Lost-Time Accident rates van werknemers | - | 1,69 | 1,03 | |
| Lost-Time Accident rates van medewerkers niet in loondienst | - | 1,27 | 1,77 | |
| Lost-Time Accident rates van andere werknemers ter plaatse | - | 2,25 | ||
| Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel en |
Totaal aantal verzuimdagen als gevolg van letsel en dodelijke ongevallen op het werk (eigen personeel en andere werknemers ter plaatse) |
# | 2.897 | 1.152 |
| dodelijke ongevallen op het werk |
Aantal verzuimdagen werknemers als gevolg van letsel en sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen |
# | 2.153 | 710 |
| Aantal verzuimdagen medewerkers niet in loondienst als gevolg van letsel en sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen |
# | 114 | 442 | |
| Aantal verzuimdagen van andere werknemers ter plaatse als gevolg van letsel en dodelijke ongevallen op het werk |
# | 630 | ||
| Aantal verzuimdagen als gevolg van ziekte en |
Totaal aantal verzuimdagen als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten van werknemers en medewerkers niet in loondienst |
# | 413 | 170 |
| sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten |
Aantal verzuimdagen van werknemers als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten |
# | 413 | 170 |
| Aantal verzuimdagen medewerkers niet in loondienst als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten |
# | 0 | 0 | |
| Aantal te registreren | Totaal aantal te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen | # | 106 | 78 |
| arbeidsgerelateerde ongevallen |
Aantal te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen van werknemers | # | 76 | 54 |
| Aantal te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen niet in loondienst | # | 5 | 24 | |
| Aantal te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen van andere werknemers ter plaatse | # | 25 | ||
| Registreerbaar percentage |
Percentage te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen van werknemers en medewerkers niet in loondienst |
- | 3,39 | 2,35 |
| arbeidsgerelateerde ongevallen |
Percentage te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen van werknemers | - | 3,28 | 2,18 |
| Percentage te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen niet in loondienst | - | 2,12 | 2,91 | |
| Percentage te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen van andere werknemers ter plaatse |
- | 4,33 | ||
| Geval van te registreren beroepsziekten, met inachtneming van wettelijke beperkingen inzake gegevensverzameling |
Totaal aantal gevallen van te registreren beroepsziekten, met inachtneming van wettelijke beperkingen inzake gegevensverzameling (NIEUW) |
# | 5 | 4 |
| Aantal gevallen van te registreren beroepsziekten van werknemers die onderworpen zijn aan wettelijke beperkingen inzake gegevensverzameling (NIEUW) |
# | 5 | 4 | |
| Aantal gevallen van te registreren beroepsziekten van medewerkers niet in loondienst waarvoor wettelijke beperkingen gelden voor het verzamelen van gegevens (NIEUW) |
# | 0 | 0 | |
| Veiligheidsbeheer | Percentage werknemers en medewerkers niet in loondienst dat onder het Imerys Health and Safety Management System (SMS) valt op basis van wettelijke vereisten en (of) erkende standaarden of richtlijnen (NIEUW) |
% | 100% | 100% |
| percentage werknemers dat door een SMS is gedekt en dat intern is geaudit (NIEUW) | % | 19,8% | - | |
| percentage werknemers dat door een SMS is gedekt en geaudit/gecertificeerd door een externe partij (NIEUW) |
% | 20,7% | - |
De ambitie van de Groep op lange termijn is Diversiteit, Equity en Inclusie (DE&I) in al zijn dimensies te omarmen en te faciliteren om een inclusieve werkgever te zijn, een omgeving van innovatie en creativiteit te bevorderen, zakelijke beslissingen te helpen verbeteren en een cultuur te stimuleren waar iedereen ertoe doet.
De Groep heeft een Diversiteit, Equity and Inclusion Steering Committee opgericht om ervoor te zorgen dat het hierna gepresenteerde DE&I-programma van de Groep succesvol wordt uitgevoerd en de doelstellingen worden behaald. Het bestaat uit 10 leden, waaronder drie leden van het Uitvoerend Comité en andere senior leden van verschillende functies en bedrijfsonderdelen Senior Managers.
De Groep heeft de volgende beleidslijnen uitgerold, met name om de negatieve impacts die als materieel voor dit thema werden geïdentificeerd, waaronder de potentiële uitsluiting van mensen met een beperking, en gevallen van geweld en intimidatie, te voorkomen (zie informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-3] hierboven):
Imerys deelt openlijk zijn engagement voor Diversiteit, Equity en Inclusie en houdt al zijn stakeholders, intern en extern, op de hoogte van de DE&I-doelstellingen en de resultaten van zijn collectieve engagement door zijn prestaties op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie regelmatig te evalueren in een continue verbeteringscyclus.
Het Charter Diversiteit, Equity en Inclusie is openbaar beschikbaar op Imerys.com.
De Groep zet zich in voor het bevorderen van Diversiteit, Equity en Inclusie op alle niveaus van zijn activiteiten, met een focus op nondiscriminatie en gelijke kansen wat betreft human resources management. Om een inclusieve cultuur te bevorderen, werkt de Groep aan:
Op 14 maart 2022 heeft de CEO van de Groep, namens Imerys, de Verenigde Naties Women's Empowerment Principles (WEP's) ondertekend. Door de WEP's te ondertekenen, verbindt Imerys zich ertoe gedurfde stappen te zetten om gendergelijkheid op de werkvloer, in de markt en in de gemeenschap te bevorderen en zijn inspanningen te versnellen om een meer gender-inclusieve en gelijkwaardige organisatie te creëren in overeenstemming met de ambitie van de Groep op lange termijn. Imerys is ook begonnen met het gebruik van de WEP's gender gap analyse tool, een vrijwillige zelfbeoordelingstool, om jaarlijks de voortgang in de tijd te meten, te benchmarken ten opzichte van industriestandaarden en gebruik te maken van middelen voor gelijkheid in een continue verbeteringscyclus.
Wat beperkingen betreft, organiseert Imerys jaarlijks campagnes over de integratie van gehandicapten, waarbij de gelegenheid wordt aangegrepen om de behoeften van medewerkers met een beperking te bespreken en hoe Imerys hen beter kan ondersteunen. Zowel de intranetpagina van Imerys als de website Imerys.com zijn zo gebouwd dat de inhoud ervan toegankelijk is voor alle gebruikers, inclusief gebruikers met een beperking die gebruikmaken van Assistive Technologies (AT). Voortdurend testen en monitoren zal er voor blijven zorgen dat de Groep een toegankelijke online ervaring voor een zo groot mogelijk publiek biedt.
Het actieplan 2023-2025 is opgebouwd rond 5 prioriteiten:
Een DE&I Governance structuur ontwikkelen en integreren om de impact van DE&I inspanningen te vergroten.
Leiders, managers en werknemers in staat stellen en opleiden om inclusieve denkwijzen aan te passen.
Communiceer de DE&I-aspiratie en creëer meer bewustzijn op alle niveaus van de organisatie van Imerys.
DE&I verankeren in het beleid en de praktijken om beslissingen over talent meer inclusief te maken en alle medewerkers te helpen zich te ontplooien bij Imerys.
Het bedrijf opleiden en in staat stellen om DE&I in de dagelijkse activiteiten te integreren.
Opleiding rond DEI-thema's
HR Community en Bedrijfsmanagers 2025
• Train mensen die betrokken zijn bij recruitment om DE&I te promoten en impliciete of onbewuste vooroordelen te overwinnen.
Groepsbreed 2024
Groepsbreed 2024
Verwachte en daadwerkelijke uitkomst
• Het percentage werknemers met een cijfer dat binnen een verklaarbaar of niet significant beloningsverschil valt, verhogen tot 99%.
| Groepsbreed | 2025 | |
|---|---|---|
| Resultaten eind 2024 | ||
| • Participatie van vrouwen: | ||
| 45%in de opleiding " Managing and Developing Your People" (MDYP) |
||
| 35% in het Imerys Leadership Programma | ||
| Communicatie en bewustmaking | ||
| Groepsbreed | 2024 | |
| Resultaten eind 2024 | ||
| • 3 communicatie- en bewustmakingscampagnes gericht op gendergelijkheid, multiculturaliteit en inclusie van mensen met een beperking |
||
| • Interne artikelen op het intranet, met initiatieven over verschillende DE&I dimensies |
||
| Interne gemeenschappen over DE&I |
Verwacht resultaat
• Intern netwerk van de Groep van 189 DE&I ambassadeurs om DE&I te promoten
Resultaten eind 2024
5nieuw opgerichte Employee Resource Groups (ERG's) over gender, ouders en verzorgers, culturele verbanden en geestelijke gezondheid en welzijn
| Representatieve steekproef van aangesloten | |
|---|---|
| werknemers | 2024 |
• Bereikte 85% in diversiteitsverklaring en 83% in de verklaring van eerlijke behandeling
Alle Imerys sites Vanaf 2025
Verwacht resultaat
• Bepaal geselecteerde locaties om middelen toe te wijzen voor voorzieningen voor vrouwen en toegankelijkheid voor mensen met een beperking
Imerys heeft belangrijke materiële uitdagingen geïdentificeerd, waaronder de inclusie van personen met een beperking en de preventie van intimidatie en geweld op de werkvloer. Om het welzijn van al zijn werknemers te garanderen, heeft de Groep zich een ambitieus doel gesteld voor 2025, met specifieke criteria voor de inclusie van personen met een beperking. Er werden ook andere doelstellingen bepaald om de leefomgeving te verbeteren en diversiteit te bevorderen, met als doel een respectvolle en inclusieve werkomgeving te creëren, waar elke werknemer in alle veiligheid kan opbloeien.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| De score van de Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie Index verhogen | 2022 | 2025 | |
| 0% | 100% |
Imerys' Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie Index is een samengestelde maatstaf die is ontwikkeld om diversiteit, gelijkheid en inclusie te monitoren en zo zijn doelstellingen vast te leggen:
De DE&I Index bestaat uit vijf gelijkgewogen maatstaven en kan een score opleveren van 0 tot +100. Het doel voor de Groep op middellange termijn is om de score van de Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie Index tegen einde 2025 op te trekken tot 100%. Imerys heeft een alomvattende aanpak aangenomen om de DE&I Index te definiëren en vast te stellen, waarbij zowel interne perspectieven van stakeholders als externe inzichten van deskundigen zijn opgenomen. De gezamenlijke en datagedreven aanpak zorgt ervoor dat de DE&I-doelen zijn afgestemd op de industriestandaarden en de strategische doelstellingen van de Imerys-organisatie.
De DE&I-index maakt ook deel uit van de variabele remuneratie van de leden van het Uitvoerend Comité alsook van enkele senior managers die aan hen rapporteren. Eind 2024 bedraagt de DE&I Index van de Groep 66% van het doel van 100% tegen eind 2025.
| Maatstaven met betrekking tot Diversiteit, Equity & Inclusie [S1-9 & S1-12] |
|---|
| ----------------------------------------------------------------------------- |
| Maatstaven wat betreft geregistreerd aantal personeelsleden per gender |
Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal vrouwelijke Bestuursleden | # | 4 | 5 |
| Aantal vrouwen in het hoger management1 (NIEUW) |
# | 26 | - |
| Aantal vrouwelijke leden van het Uitvoerend Comité (NIEUW) | # | 3 | - |
| Aantal vrouwen in senior managementrollen2 (NIEUW) | # | 23 | - |
| Aantal vrouwen in leidinggevende/ deskundige/ professionele functies (NIEUW) | # | 1.415 | - |
| Aantal vrouwen in paraprofessionele functies (NIEUW) | # | 1.142 | - |
| Aantal vrouwen in de Groep (NIEUW) | # | 2.583 | - |
| Percentage vrouwelijke bestuurders | % | 40% | 50% |
| Percentage vrouwen in het hoger management1 (NIEUW) |
% | 28% | - |
| Percentage vrouwelijke leden in het Uitvoerend Comité | % | 33% | 33% |
| Percentage vrouwen in senior management functies1 | % | 27% | 27% |
| Percentage vrouwen in leidinggevende/ deskundige/ professionele functies | % | 33% | 32% |
| Percentage vrouwen in Paraprofessionele functies | % | 14% | 13% |
| Percentage vrouwen in de Groep | % | 21% | 20% |
In 2024 is de vertegenwoordiging van vrouwen in het Uitvoerend Comité van Imerys en de functies van het hoger management ongewijzigd gebleven. Het totale aandeel vrouwen binnen de organisatie, ook in leidinggevende, deskundige en professionele functies, liet een lichte stijging zien. Organisatorische veranderingen deden zich voor tijdens deze periode. Ondanks de desinvesteringen die in 2024 impact hebben gehad op het aandeel vrouwen in het personeel, blijft Imerys' toewijding aan diversiteit en inclusie onverminderd. Op een constante scope handhaaft de Groep de evenwichtige genderverdeling en zet ze actief de aanwervingsinspanningen voort om gelijke opportuniteiten te bevorderen. In de komende jaren zullen de inspanningen om het aandeel vrouwen in alle niveaus van de organisatie te verhogen, worden voortgezet, met de nadruk op het hoger management en leidinggevende, deskundige en professionele functies.
| Maatstaven met betrekking tot geregistreerd aantal personeelsleden per leeftijdsgroep |
Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Percentage werknemers jonger dan 30 jaar | % | 13% | 12% |
| Percentage werknemers van 30 tot 50 jaar | % | 52% | 53% |
| Percentage werknemers ouder dan 50 jaar | % | 35% | 35% |
De leeftijdspiramidestructuur van de Groep is de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven, wat een solide basis biedt voor de Groep om te blijven groeien en interne vaardigheden en competenties te ontwikkelen en solide technische en managementexpertise te waarborgen. Om de voordelen van een leeftijdsdivers personeelsbestand verder te ondersteunen en erop voort te bouwen, blijft Imerys rekruteren in alle leeftijdsgroepen.
| Maatstaven wat betreft beperking | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal vrouwelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | # | 40 | - |
| Aantal mannelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | # | 114 | - |
| Aantal werknemers met een beperking (headcount) | # | 154 | 195 |
| Percentage geregistreerde personen met een beperking | % | 1,24% | 1,42% |
| Percentage vrouwelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | % | 1,55% | - |
| Percentage mannelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | % | 1,16% | - |
| Percentage mensen met een beperking in de Groep die onderworpen is aan wettelijke beperkingen inzake gegevensverzameling (NIEUW) |
% | 1,33% | - |
In 2024 is een verandering waargenomen in het aandeel werknemers dat een beperking rapporteert. Deze evolutie is in de eerste plaats te verklaren door organisatorische veranderingen, met name desinvesteringen. Imerys blijft zich volledig inzetten om het aandeel werknemers met een beperking binnen de Groep te verhogen. Imerys verbetert ook zijn interne rapporteringstools om een nauwkeurige en uitgebreide weergave te garanderen van de diversiteit van mensen met een beperking. De Groep blijft toegewijd aan het creëren van een omgeving waar werknemers van alle fysieke en mentale capaciteiten worden geaccepteerd en gewaardeerd. Deze focus zal de komende jaren een belangrijk element blijven van het Group Diversiteit, Equity en Inclusie programma. Imerys blijft prioriteit geven aan het verhogen van het percentage geregistreerde werknemers met een beperking door beleidsbeoordelingen, educatie, bewustwording en toegankelijkheidsacties op de locatie. Het doel voor de samengestelde Diversiteit, Equity en Inclusie Index omvat ook beperking.
Wat betreft deze gegevens over de vertegenwoordiging en inclusie van personen met een beperking binnen Imerys, aangezien de definities van "beperking" in juridische termen verschillen van land tot land, heeft de Groep de aanpak zorgvuldig aangepast om rekening te houden met deze verschillen en tegelijkertijd te zorgen voor consistente rapportering in al zijn activiteiten. In landen met ruimere wettelijke definities omvatten de gegevens personen die mogelijk niet als gehandicapt worden erkend op grond van engere interpretaties in andere 1 Het hoogste managementniveau omvat niet alleen leden van het Uitvoerend Comité, maar ook Senior Managementrollen 2 Senior managementrollen omvatten de functies die rechtstreeks rapporteren aan de leden van het Uitvoerend Comité (exclusief assistenten/secretarissen, enz.) of rechtstreeks rapporteren aan de Chief Information Officer of Business Area Purchasing Directors.
rechtsgebieden. Hoewel deze benadering inclusief is, kan zij van invloed zijn op de vergelijkbaarheid tussen regio's. Om hierop te acteren, heeft de Groep een intern gestandaardiseerd rapporteringskader aangenomen, aangevuld met gelokaliseerde gegevensnotities die deze verschillen in jurisdictie benadrukken. Het verzamelen van gegevens is gericht op het verzamelen van informatie uit landen waar Imerys dit wettelijk mag doen en registreert eventuele verschillen in definities van beperkingen in verschillende regio's. De Groep herziet regelmatig zijn methodologie om zich aan te passen aan veranderende wettelijke kaders en de nauwkeurigheid van gegevens te verbeteren. Met deze contextinformatie wil Imerys een transparant overzicht bieden van de inspanningen om werknemers met een beperking te ondersteunen en tegelijkertijd de complexiteit te erkennen die verschillende juridische landschappen met zich meebrengen. Imerys verzamelt geen gegevens over beperkingen in jurisdicties waar deze praktijk wettelijk verboden is.
Het bieden van continu leren is essentieel en een doorlopend proces voor elke werknemer op elk niveau van de organisatie. Bij Imerys is formele opleiding een belangrijk element in de verschillende ontwikkelingsmogelijkheden die werknemers hebben.
Talentontwikkeling is van cruciaal belang voor het bevorderen van innovatief, betrokken en gemotiveerd personeel, waardoor sterke groei op lange termijn binnen de Groep wordt gegarandeerd. Nu de arbeidsmarkt voortdurend evolueert, erkent Imerys de potentiële uitdagingen op korte termijn die dit met zich meebrengt en pakt deze aan via een uitgebreide talentroadmap die gericht is op het verbeteren van human resources processen, gericht op talentaanwerving, employer branding, interne mobiliteit, professioneel leren en retentie.
Daartoe heeft de Groep twee beleidslijnen aangenomen die betrekking hebben op alle werknemers:
De Chief Human Resources Officer is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van dit beleid, dat universeel van toepassing is op alle werknemers, entiteiten en regio's binnen de Groep.
Interne mobiliteit: Een sleutel tot werknemersretentie
Het ondersteunen van interne carrièregroei en carrièrebewegingen binnen de Groep is een prioriteit voor Imerys. Dit wordt gerealiseerd door middel van:
In 2024 werden de nieuwe Imerys Leadership Competenties geïntroduceerd om het Doel, de Visie en de Waarden van de Groep te weerspiegelen. Deze competenties worden beoordeeld tussen werknemers en hun managers tijdens jaarlijkse evaluaties. Het kader omvat:

Bij Imerys is het empoweren van werknemers om de regie te nemen over hun ontwikkeling een belangrijke prioriteit. Dit wordt bereikt door de opleidingsprogramma's van de Groep voortdurend te diversifiëren en uit te breiden via een blended learning aanpak die klassikale en digitale opleiding combineert en werknemers in staat stelt om actief hun eigen ontwikkelings- en leerervaring te leiden.
Het volledige leeraanbod van de Groep is gecentraliseerd en wordt gehost op een platform genaamd de "Learning Hub", een platform toegankelijk voor meer dan 6.300 werknemers met Imerys e-mailaccounts. De Imerys Learning Hub brengt alle klassikale trainingen en digitale leercursussen samen, voor diverse leermogelijkheden, over onderwerpen zoals:
Alle leermiddelen zijn beschikbaar in het Engels en vele zijn ook beschikbaar in andere talen, waaronder Frans, Braziliaans Portugees, Duits en Chinees. Naast transversale onderwerpen organiseert de Imerys Learning Hub wereldwijde trainingen die zijn gekoppeld aan de Gedragscode van de Groep. Hoewel deze cursussen toegankelijk zijn voor alle werknemers, zijn ze verplicht voor specifieke doelgroepen
Het platform biedt ook duurzaamheidsgerichte cursussen van de UN Global Compact Academy en door de Groep georganiseerde trainingsen bewustmakingssessies over mensenrechten op basis van de UN Guiding Principles. Deze sessies zijn bedoeld om werknemers te ondersteunen bij het identificeren en aanpakken van potentiële risico's voor mensenrechten in hun verantwoordelijkheidsgebieden.
Om ervoor te zorgen dat werknemers worden uitgerust met de vaardigheden die ze nodig hebben voor huidige en toekomstige uitdagingen, heeft Imerys gerichte programma's ontwikkeld om werknemers te ondersteunen om hun vaardigheden regelmatig bij te werken en te verbeteren. Enkele voorbeelden zijn: Het "Imerys Leadership Programma" en "Lead My Team Programma" gepresenteerd in de bovenstaande sectie. De missie van beide initiatieven is om belangrijke talenten te ondersteunen in een leiderschapsontwikkelingstraject om hun mindset en vaardigheden voor huidig en toekomstig succes te ontwikkelen binnen de zakelijke en organisatorische context waarin ze werken.
Onboarding is de laatste en vitale fase van het recruitmentproces. Het helpt werknemers naadloos te integreren in de organisatie en versterkt tegelijkertijd de toewijding van de Groepen aan diversiteit en inclusie. Imerys heeft een digitaal wereldwijd onboardingprogramma geïmplementeerd om wereldwijde consistentie binnen de Groep te waarborgen en het proces voor de nieuwe medewerkers te stroomlijnen. Dit zorgt ervoor dat elke nieuw aangeworven werknemer een duidelijk inzicht heeft in Imerys in zijn eerste 90 dagen. Het onboardingprogramma begeleidt nieuwe rekruten via waardevolle informatie, met inbegrip van Imerys' organisatie en instrumenten, markten, klanten, verplichte opleiding (inclusief de Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek, veiligheid, diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie, cyberbeveiliging en duurzaamheid), evenals de Business Area, de functie en de landspecifieke inhoud.
De Groep leidt ook een onboardingprogramma voor operationele werknemers in de hele Groep. Ze legt de minimumvereisten vast om de gezondheids- en veiligheidsrisico's met betrekking tot de onboardingsperiode van nieuwe operationele werknemers te beheersen, waarvoor Imerys het management heeft en/of een sterke en directe invloed heeft op alle industriële sites van Imerys. De Groep richt zich ook op inductietraining voor de nieuwe bedrijfsmanagers van Imerys om hen te helpen de benadering van de Groep van operationele uitmuntendheid en continue verbetering te begrijpen, met onderwerpen zoals veiligheid, processen, financiën, HR en milieu.
Alle Imerys medewerkers Permanente actie
Managers, Deskundigen en Professionals geïdentificeerd in het Organization & People Review proces 2025
Bedrijfslocaties Managers, Supervisors, Teamleiders Permanente actie
Verwacht resultaat
| Maatstaven wat betreft training en ontwikkeling van vaardigheden | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal opgeleide werknemers | # | 11.250 | 12.865 |
| Aantal uren opleiding per jaar | # | 248.218 | 259.568 |
| Waarvan opleiding op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid | # | 126.610 | 144.561 |
| Waarvan technische vaardigheidsopleiding | # | 100.275 | 91.335 |
| Waarvan managementopleiding | # | 21.333 | 23.673 |
| Percentage werknemers dat heeft deelgenomen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling (NIEUW) |
% | 57% | - |
| Percentage vrouwelijke werknemers dat heeft deelgenomen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling (NIEUW) |
% | 80% | - |
| Percentage mannelijke werknemers dat heeft deelgenomen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling (NIEUW) |
% | 51% | - |
| Gemiddeld aantal uren opleiding per werknemer (NIEUW) | # | 20 | - |
| Gemiddeld aantal uren opleiding per vrouwelijke werknemer (NIEUW) | # | 15 | - |
| Gemiddeld aantal uren opleiding per mannelijke werknemer (NIEUW) | # | 21 | - |
2024 markeerde een transformatief jaar voor opleiding en ontwikkeling bij Imerys. De Groep lanceerde de Imerys Performance Journey, een strategisch initiatief dat in 2025 volledig zal worden uitgevoerd. Dit programma voorzag in een uitgebreide opleiding voor managers en HR-professionals gedurende het hele jaar. Dit droeg bij aan een stijging van 10% van de technische vaardighedentraining in vergelijking met 2023 en een stijging van 14% van het percentage werknemers dat deelneemt aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling. Daarnaast werd de Imerys Learning Hub gevierd tijdens een speciale Learning Week, die een breed scala aan zelfontwikkelingsmogelijkheden biedt. Dit initiatief heeft bijgedragen aan een stijging van de gemiddelde opleidingsuren met 5% ten opzichte van 2023. Binnen de Learning Hub nemen DE&I en Duurzaamheid programma's een speciale plaats in, wat Imerys' toewijding aan het bevorderen van een inclusieve en verantwoorde werkplek versterkt. Het is belangrijk op te merken dat deze cijfers werden beïnvloed door de desinvestering van activiteiten, die van invloed was op de algemene opleidingsparticipatiemaatstaven. Niettemin blijft de Groep toegewijd aan het investeren in de groei en ontwikkeling van zijn mensen.
Imerys streeft naar het bevorderen van wederzijds respect in alle praktijken en omgang met zijn werknemers en medewerkers niet in loondienst die op zijn sites werkzaam zijn. De Groep verbindt zich ertoe om de lokale wetgeving na te leven die van kracht is in de landen waar ze actief is en om internationaal erkende mensenrechten te respecteren, zoals uiteengezet in het Internationaal Statuut van Mensenrechten en bepalingen van de fundamentele verdragen van de Internationale Labour Organization (ILO), met name in termen van non-discriminatie, privacy, kinderarbeid, dwangarbeid, beloning en werktijden. De Groep verbindt zich ertoe mensenrechten te respecteren, medeplichtigheid aan schendingen van mensenrechten te vermijden en toegang tot herstel te bieden, in overeenstemming met de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Imerys zet zich volledig in om effectieve maatregelen te nemen om discriminatie te beëindigen en kinderarbeid en dwangarbeid uit te bannen. Imerys streeft ernaar een positieve impact te hebben op het welzijn van werknemers via zijn tewerkstellingspraktijken, die eveneens indirecte en positieve impacts hebben op omliggende gemeenschappen en zo bijdragen tot SDG 8 om duurzame, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen.
De Code van de Groep voor Zakelijk Gedrag en Ethiek bevat de fundamentele principes en gedeelde toezeggingen ten aanzien van ethisch gedrag, met inbegrip van het respect voor mensenrechten en arbeidspraktijken. De Code is van toepassing op alle werknemers van Imerys, met inbegrip van die van zijn dochterondernemingen, alsook op de zakenpartners van Imerys. De managers bij Imerys hebben een bijzondere verantwoordelijkheid om de dagelijkse toepassing ervan te waarborgen, vanwege hun taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de activiteiten van de Groep.
naleving van de Code en het beleid inzake mensenrechten en arbeidspraktijken, met inbegrip van het voorkomen van kinderarbeid en dwangarbeid, is inbegrepen in de due-diligencebeoordeling voor nieuwe projecten en nieuwe zakelijke relaties (fusies, overnames, joint ventures) en binnen de scope van interne auditmissies voor de Groep bestaande activiteiten. Beleid ten aanzien van het verbod op kinderarbeid en dwangarbeid bestaat sinds 2009.
De Groep heeft een wereldwijd en uitgebreid programma voor benefits management ontwikkeld. Alle gezondheidszorg, overlijden en invaliditeitsuitkeringen die aan zijn werknemers worden verstrekt, worden in kaart gebracht om ervoor te zorgen dat de dekkingsniveaus binnen de Groep worden geharmoniseerd, in overeenstemming met de lokale regelgeving en marktpraktijk en op een gestructureerde en efficiënte manier worden beheerd. De governance principes, doelstellingen en werkingswijzen van het Groepspensioencomité zijn van toepassing op alle Imerys-vestigingen.
De belonings- en uitkeringssystemen en het beleid van de Groep zijn erop gericht het concurrentievermogen van de markt, de interne consistentie en gelijke beloning voor gelijkwaardig werk te waarborgen, waarbij een duidelijke prestatiebeloningsdoelstelling centraal staat. Imerys' wereldwijde cijferrooster en positiebeoordelingssysteem bieden een rationele en consistente basis voor het behoud van de beloningsstructuur en bevorderen transparantie. De Groep streeft ernaar zijn remuneratiepraktijken wereldwijd af te stemmen op internationale normen.
De vaste beloningen worden jaarlijks geëvalueerd onder nauwe coördinatie van de Human Resources-functie, ondersteund door regelmatige lokale en/of sectorale onderzoeken. Regelingen voor variabele beloning op korte termijn bestaan uit zowel individuele als gedeelde doelstellingen. Deze worden ook jaarlijks bijgestuurd met behulp van de management by personal objectives aanpak, of soms multidimensionale prestatiebeoordelingen (360 graden feedback). Flexibele gesprekken over prestaties worden ook het hele jaar door geadviseerd.
In 2024 hadden de CEO van Imerys, al het Uitvoerend Comité en de meeste senior managers individuele doelstellingen in verband met het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen van de Groep op middellange termijn. Lange termijncompensatieprogramma's zijn volledig afgestemd op de lange termijn financiële en duurzaamheidsdoelstelingen van de Groep.
Voor meer informatie over Uitvoerende Compensatie, zie hoofdstuk 4, sectie 4.3 van het Universeel Registratie Document.
| Maatstaven met betrekking tot geregistreerd aantal headcount | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal werknemers (headcount) | # | 12.392 | 13.698 |
| waarvan vaste werknemers | # | 10.829 | 12.931 |
| waarvan niet-vaste werknemers | # | 363 | 767 |
| waarvan oproepkrachten (NIEUW) | # | 1.200 | N.V.T. |
| Gemiddeld aantal werknemers (headcount) (NIEUW) | # | 12.896 | 13.910 |
| Aantal medewerkers niet in loondienst1 (NIEUW) |
VTE | 1.086 | - |
| waarvan uitzendkrachten (NIEUW) | VTE | 1.047 | - |
| waarvan zelfstandigen (NIEUW) | VTE | 39 | - |
Op 31 december 2024 telt de Groep 12.392 werknemers, een daling ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze verandering in het personeelsbestand wordt in de eerste plaats toegeschreven aan strategische aanpassingen van de portefeuille, zoals de desinvestering van activa in de papiermarktsector. Ondanks deze organisatorische veranderingen blijft Imerys toegewijd aan zijn kernactiviteiten en blijft het zich richten op het leveren van waarde aan zijn stakeholders terwijl het zich aanpast aan de evoluerende marktomstandigheden. Zie hoofdstuk 6.1,Toelichting 8 "Personeelskosten" voor meer informatie over financiële indicatoren met betrekking tot Imerys-werknemers.
| Maatstaven wat betreft aantal werknemers naar gender (headcount) |
Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Mannen | # | 9.809 | 11.004 |
| Vrouwen | # | 2.583 | 2.686 |
| Overig | # | 0 | - |
| Niet gerapporteerd | # | 0 | 8 |
| Totaal aantal werknemers | # | 12.392 | 13.698 |
Ondanks de desinvesteringen die in 2024 impact hebben gehad op het aandeel vrouwen binnen het Imerys-personeel, blijft de toewijding van de Groep aan diversiteit en inclusie onverminderd. Imerys handhaaft een evenwichtige genderverdeling en zet zich actief in voor de aanwerving van werknemers om gelijke opportuniteiten te bevorderen.
| Aantal werknemers naar land (headcount) | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Frankrijk | # | 2.084 | 2.041 |
| Verenigde Staten van Amerika | # | 1.910 | 1.992 |
| China | # | 1.274 | 1.305 |
| Andere landen | # | 7.124 | 8.360 |
| Totaal aantal werknemers | # | 12.392 | 13.698 |
In 2024 hadden slechts drie landen meer dan 50 werknemers in dienst en vertegenwoordigden ze meer dan 10% van het totale personeel. Deze drie landen vertegenwoordigen meer dan 40% van de geregistreerde werknemers van Imerys. Van de 40 landen heeft meer dan de helft (24) een personeelsbestand van meer dan 50 werknemers, wat neerkomt op 0,5% tot 8,4%.
| Rapporterings periode |
2024 | 2023 | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen | Mannen | Overig* | Niet vermeld | Totaal | Vrouwen | Mannen | Overig* | Niet vermeld | Totaal | |
| Aantal werknemers | 2.583 | 9.809 | 0 | 0 | 12.392 | 2.686 | 11.004 | - | 8 | 13.698 |
| Aantal vaste werknemers | 2.333 | 8.496 | 0 | 0 | 10.829 | 2.466 | 10.457 | - | 8 | 12.931 |
| Aantal tijdelijke werknemers |
144 | 219 | 0 | 0 | 363 | 220 | 547 | - | - | 767 |
| Aantal oproepkrachten (NIEUW) |
106 | 1.094 | 0 | 0 | 1.200 | - | - | - | - | - |
| Aantal voltijdse werknemers |
2.406 | 9.718 | 0 | 0 | 12.124 | 2.520 | 10.916 | - | 8 | 13.444 |
| Aantal deeltijdwerknemers |
177 | 91 | 0 | 0 | 268 | 166 | 88 | - | - | 254 |
De structurele veranderingen die in 2024 zijn waargenomen, houden verband met de desinvestering van activiteiten en de introductie van de categorie 'oproepkrachten'.
1 Het totale aantal gewerkte uren van medewerkers niet in loondienst wordt omgezet in voltijdse equivalenten door het aantal gewerkte uren niet in loondienst te delen door 12 en vervolgens door de maandelijkse wettelijke uren van een vaste werknemer in de betrokken landen.
| 2024 | 2023 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rapporteringsperiode | Europa | Amerika | Azië Pacific |
Afrika & Midden-Oosten |
Totaal | Europa | Amerika | Azië Pacific |
Afrika & Midden-Oosten |
Totaal |
| Aantal werknemers | 6.257 | 3.452 | 2.143 | 540 | 12.392 | 6.681 | 4.076 | 2.342 | 599 | 13.698 |
| Aantal vaste werknemers | 5.972 | 2.234 | 2.124 | 499 | 10.829 | 6.378 | 4.047 | 1.949 | 557 | 12.931 |
| Aantal tijdelijke werknemers | 265 | 38 | 19 | 41 | 363 | 303 | 29 | 393 | 42 | 767 |
| Aantal oproepkrachten (NIEUW) |
20 | 1.180 | 0 | 0 | 1.200 | - | - | - | - | - |
| Aantal voltijdse werknemers | 6.003 | 3.444 | 2.137 | 540 | 12.124 | 6.441 | 4.069 | 2.336 | 598 | 13.444 |
| Aantal deeltijdwerknemers | 254 | 8 | 6 | 0 | 268 | 240 | 7 | 6 | 1 | 254 |
In 2024 blijft de uitsplitsing naar regio vergelijkbaar met 2023: 50% van de werknemers bevindt zich in Europa, voornamelijk in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, 28% bevindt zich in Amerika en 17% in Azië.
| Maatstaven wat betreft personeelsverloop | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal werknemers dat Imerys in de loop van het jaar heeft verlaten (NIEUW) | # | 1.453 | 1.567 |
| Percentage werknemersverloop (NIEUW) | % | 11,7% | 11,8% |
Ondanks de structurele veranderingen die Imerys in 2024 doormaakte, is het omzetcijfer stabiel gebleven.
| Maatstaven met betrekking tot collectieve arbeidsovereenkomsten | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Werknemers via collectieve arbeidsovereenkomsten | % | 67% | 66% |
| Cao-dekkingsgraad | Sociale dialoog | ||
|---|---|---|---|
| Dekkingsgraad per land of regio | Werknemers – EER | Werknemers – niet-EER | Personeelsvertegenwoordiging (alleen EER) |
| (voor landen met >50 werknemers die >10% totale aantal werknemers vertegenwoordigen) |
(schatting voor regio's met >50 werknemers die >10% totale aantal werknemers vertegenwoordigen) |
(voor landen met >50 werknemers die >10% totale aantal werknemers vertegenwoordigen) |
|
| 0-19% | |||
| 20-39% | Noord-Amerika | ||
| 40-59% | |||
| 60-79% | Azië | ||
| 80-100% | Frankrijk | Frankrijk |
Imerys' globaal en uitgebreid programma (Globaal Management Systeem) voor benefits management brengt alle gezondheidszorg, overlijdens- en invaliditeitsuitkeringen in kaart die aan zijn werknemers worden verstrekt. Dit programma zorgt voor geharmoniseerde dekkingsniveaus binnen de Groep, in overeenstemming met lokale regelgeving en marktpraktijken met behoud van efficiënt beheer. De governance principes, doelstellingen en werkingswijzen van het Groepspensioencomité zijn van toepassing op alle Imerys-vestigingen. Alle Imerys-werknemers in landen die onder het Global Management System vallen, genieten sociale bescherming. Dit vertegenwoordigt 98% van het personeel van Imerys. Dit systeem stroomlijnt de uitkeringsadministratie en zorgt voor consistente dekking in de hele organisatie.
| Maatstaven wat betreft sociale bescherming | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Percentage werknemers dat sociale bescherming geniet (NIEUW) | % | 98 | - |
| Maatstaven voor incidenten, klachten en ernstige impacts op mensenrechten | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal incidenten van discriminatie (inclusief intimidatie) (NIEUW) | # | 4 | - |
| Aantal andere personeelsgerelateerde klachten (NIEUW) | # | 10 | - |
| Aantal gemelde ernstige mensenrechten incidenten (NIEUW) | # | 0 | - |
De jaarlijkse remuneratieratio omvat alle Imerys-werknemers wereldwijd, wat de diversiteit van de activiteiten en beloningspraktijken van de Groep weerspiegelt. Om de betrouwbaarheid en consistentie van de gegevens te waarborgen, zijn bepaalde categorieën werknemers uitgesloten (bv. niet-actief personeel, deeltijdwerknemers, duidelijk onjuiste beloningen, ontbrekende jaarsalarissen enz.). In 2024 zijn deze uitsluitingen goed voor 6% van het totale personeel. De wereldwijde gemiddelde en mediane beloning bij Imerys omvat alleen het basissalaris en vaste bonussen. Om redenen van betrouwbaarheid zijn alle variabele bonussen uitgesloten.
De hoogste beloning die in aanmerking wordt genomen, is die van de CEO. Er zijn twee benaderingen te onderscheiden:
Aangepaste Remuneratieratio (salaris + vaste bonussen): Gepresenteerd in een tabel met de evolutie over de afgelopen vijf boekjaren, met een lange termijnsperspectief. Zowel de teller als de noemer zijn gebaseerd op de aangepaste remuneratie.
Totale Compensatieratio: Voor het boekjaar 2024 omvat de verhouding voor de hoogste beloning (teller) alle elementen van de beloning, namelijk het vaste gedeelte, het jaarlijkse variabele gedeelte en alle andere voordelen. De noemer blijft ongewijzigd en omvat alleen het basissalaris en vaste bonussen.
Deze dubbele presentatie helpt inzicht te krijgen in de evolutie van de beloning in de tijd (vaste componenten) en biedt ook een uitgebreidere momentopname voor het lopende jaar (globale remuneratie).
De resultaten van de jaarlijkse remuneratieratio weerspiegelen de positie van Imerys als een internationale Groep die actief is in meerdere landen, elk met potentieel verschillende beloningsniveaus en belastingsystemen. Elke vergelijking tussen de beloning van de CEO en die van alle werknemers moet daarom worden gezien in de context van deze lokale specifieke kenmerken, valutaschommelingen en regionale beloningspraktijken. De publicatie van de ratio omvat:
Deze elementen bieden een alomvattend en transparant beeld van het remuneratiebeleid van de Groep, rekening houdend met de methodologische beperkingen die voortvloeien uit de diversiteit van de locaties van Imerys.
| Maatstaven wat betreft remuneratie ratio | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| Mediane remuneratie ratio (NIEUW) | 26,6 | 29,6 | 28,7 | 29,7 | 28,4 |
| Gemiddelde remuneratie ratio (NIEUW) | 22,2 | 23,4 | 22,8 | 24,8 | 23,6 |
Imerys is van mening dat hoge normen op alle gebieden van milieu, sociaal en governance essentieel zijn voor al zijn zakelijke activiteiten wereldwijd. De Groep verwacht dat zijn leveranciers zich houden aan dezelfde principes als uitgewerkt in de Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek van de Groep.
Als onderdeel van zijn Waakzaamheidsplan gepresenteerd in Deel II van dit hoofdstuk, heeft de Groep een specifiek proces voor het in kaart brengen van risico's vastgesteld om mensenrechten, gezondheids-, veiligheids- en milieurisico's binnen zijn leveranciers in verschillende geografische gebieden in kaart te brengen, het "Duty of Care risico mappingsproces" genoemd. De resultaten van het Duty of Careproces om risico's in kaart te brengen, worden in voorkomend geval geïntegreerd in de dubbele materialiteitsanalyse gepresenteerd in informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-3] van dit hoofdstuk. Op basis van deze risicobeoordeling heeft de Groep potentiële gezondheids- en veiligheidsrisico's binnen zijn waardeketen geïdentificeerd die verder in de onderstaande tabel worden beschreven.
| ESRS S2. Werknemers in de waardeketen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |||||
| Subthema: Beroepsziekte | ||||||||
| Potentiële negatieve impact Punctueel |
Upstream waardeketen (Grondstoffen, Mijnbouw, Energie, Transport, Verpakking, Chemie, Industriële diensten en Algemene diensten categorieën) |
De activiteiten van onderaannemers/leveranciers van Imerys kunnen negatieve impacts hebben op hun werknemers indien zij werknemers geen afdoende bescherming bieden om beroepsziekten te voorkomen |
Middellange | |||||
| Subthema: Arbeidsongevallen | ||||||||
| Potentiële negatieve impact Punctueel |
Upstream waardeketen (Mijnbouw, Vervoer, Verpakking en Industriële diensten categorieën) |
De activiteiten van de onderaannemers/leveranciers van Imerys kunnen negatieve gevolgen hebben voor hun werknemers indien zij niet voldoende beschermt tegen arbeidsongevallen, ongevallen die hun leven kunnen veranderen of sterfgevallen |
Middellange |
Voor de hierboven beschreven impacts op gezondheid en veiligheid moeten twee belangrijke categorieën werknemers binnen de waardeketen worden onderscheiden:
Voor het beleid inzake veiligheid en gezondheid op het werk voor opdrachtnemers die aan de activiteiten van de Groep werken, zie [ESRS S1], sectie 1.3.1.3 van dit hoofdstuk.
Voor de werknemers die werkzaam zijn in de upstream en downstream waardeketen zoals beschreven in de sectie hierboven, heeft de Groep sinds 2018 een uitgebreid verantwoord inkoopbeleid geïmplementeerd, gebaseerd op Supplier Environmental, Social and Governance Standaarden ("Leverancier ESG Standaarden").
Deze standaarden schetsen de minimumeisen die Imerys van zijn leveranciers verwacht voor alle activiteiten onder eigen controle van de leverancier. De standaarden zijn gebaseerd op de fundamentele principes van Mensenrechten, zoals gedefinieerd in de Universele Verklaring van Mensenrechten (Verenigde Naties 1948), de fundamentele verdragen van de International Labor Organization (ILO), de Organization for Economic Cooperation and Development (OECD) Guidelines for Multinational Enterprises (2011) en de tien Principles of the UN Global Compact (2000).
Meer specifiek zijn de leveranciers op het gebied van gezondheid en veiligheid verplicht om:
Wat mensenrechten betreft, moeten de leveranciers:
Naast sociale aspecten behandelen de Supplier ESG Standards een breder panel van onderwerpen zoals milieubeheer, klimaatverandering en zakelijk gedrag. In lijn met de Groepscode, het Duurzaamheidscharter en Imerys' SustainAgility ambitie, zijn ze vertaald naar 23 talen.
Imerys toont zijn toewijding aan verantwoord ondernemen door regelmatig zakelijke beoordelingen uit te voeren met zijn belangrijkste leveranciers. Tijdens deze gestructureerde vergaderingen creëert de Groep een open forum voor dialoog, waar leveranciersvertegenwoordigers worden aangemoedigd om hun zorgen over gezondheids- en veiligheidskwesties of mensenrechten te uiten. Deze proactieve aanpak stelt Imerys in staat om potentiële problemen snel en samen aan te pakken. Door leveranciers de kans te geven kritieke aspecten aan de orde te stellen, biedt dit de mogelijkheid om risico's te identificeren en te mitigeren, maar draagt het ook bij aan een voortdurende verbetering van de arbeidsomstandigheden en ethische praktijken in het Imerys-netwerk van leveranciers. Dit voortdurende engagement onderstreept Imerys' holistische benadering van duurzaamheid en zijn erkenning van de vitale rol die leveranciers spelen bij het behalen van verantwoorde bedrijfsdoelstellingen.
Lokale inkoopmanagers en kopers zijn de primaire contactpersonen voor werknemersvertegenwoordigers zoals salesmanagers om zorgen kenbaar te maken. Het staat hen echter vrij negatieve impacts te melden via het hierboven beschreven kanaal of via het waarschuwingssysteem beschreven in informatieverschaffing [ESRS G1-1] sectie 1.4.1.3, alinea "Alarmsysteem en bescherming klokkenluiders" van dit hoofdstuk. Het herstelproces is dan hetzelfde als voor alle andere kwesties die via dit kanaal aan de orde worden gesteld; er wordt een speciaal team opgericht om de waarschuwing te onderzoeken en op basis van de bevindingen ervan worden mitigerende maatregelen opgesteld. Snelle toegang tot het online waarschuwingssysteem wordt geboden binnen de Supplier ESG Standards, die zijn ondertekend en erkend door leveranciers.
In 2019 is de Groep begonnen met de uitrol van een uitgebreid verantwoord inkoopprogramma waarin milieu, sociale en governancekwesties zijn geïntegreerd. Dit programma omvat belangrijke risicopreventie- en mitigerende maatregelen, waaronder (maar niet beperkt tot):
In het geval Imerys een redelijk vermoeden heeft dat een leverancier rechtstreeks een ernstige schending van de normen begaat - of inkoopt bij een partij die dit doet - ondanks de risicopreventie- en risicobeperkingsmaatregelen, kan de Groep de relatie met de leverancier opschorten of beëindigen, zonder enige aansprakelijkheid ten aanzien van de Leverancier.
In 2022 heeft de Groep tussentijdse duurzaamheidsdoelstellingen bepaald op basis van het proces van de dubbele materialiteitsanalyse en de resultaten gepresenteerd in informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-1], [ESRS 2 IRO-1] en [ESRS 2 SBM-3 - S2] van dit hoofdstuk. In overeenstemming met het hierboven beschreven programma voor verantwoord inkopen is het doel voor de Groep op middellange termijn om tegen eind 2025 een duurzaamheidsratingsysteem uit te rollen dat ten minste 75% van de leveranciers van de Groep (per besteding) omvat. De supplier engagementstrategie geeft prioriteit aan leveranciers met een jaarlijkse besteding van meer dan €100.000. Dit bedrag verzamelt de uitgaven afkomstig van verschillende juridische entiteiten van leveranciers om een grote en uitgebreide dekking te garanderen. Het weerspiegelt een risicogebaseerde benadering van due diligence.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Implementeer een duurzaamheidsrating schema van leveranciers van de Groep (per | 2022 | 2025 | |
| besteding) | 53% | 75% |
Eind 2024 omvatte het duurzaamheidsbeoordelingssysteem voor leveranciers van de Groep op basis van EcoVadis 70% van de leveranciers van de Groep (per besteding). Wat gezondheid en veiligheid betreft,
Imerys verbindt zich ertoe een legitieme "sociale licentie om actief te zijn" op te bouwen in de gemeenschappen en landen waarin het actief is. De Groep beschouwt dit als een essentieel fundament voor zijn bedrijfsactiviteit. Imerys streeft er dan ook naar om in een geest van transparantie en goede trouw de dialoog aan te gaan en met de belangrijkste stakeholders te overleggen. De activiteiten en werknemers van Imerys zijn wereldwijd actief en maken deel uit van de lokale gemeenschappen die de locaties van de Groep omringen. Ze worden dan ook gezien als vertegenwoordigers van de Groep.
De Groep moedigt sites en werknemers actief aan om bij te dragen aan de sociaal-economische ontwikkeling van hun respectieve gemeenschappen door niet alleen de behoeften en verwachtingen van stakeholders in kaart te brengen en te begrijpen, maar ook door talenten en vaardigheden actief bij te dragen en initiatieven te ondersteunen die gedeelde waarde creëren. Door op een constructieve manier samen te werken met lokale partners, gemeenschappen, verenigingen en andere stakeholders draagt de Groep bij aan tal van Sustainable Development Goals via zijn activiteiten.
Imerys erkent dat proactief, inclusief, verantwoordelijk en transparant stakeholderbetrokkenheid waarschijnlijker zal leiden tot optimale uitkomsten voor zowel de gemeenschappen als de Groep. Gezien de verscheidenheid aan landen en contexten waarin de activiteiten van Imerys plaatsvinden, kan de samenwerking met lokale stakeholders vele vormen aannemen. Elke vorm van engagement biedt Imerys de kans om de belangen en standpunten van zijn lokale stakeholders en getroffen gemeenschappen te begrijpen en in aanmerking te nemen. Binnen de Groep bestaan een aantal lokale comités of lokale stakeholderfora. Deze formele comités kunnen leden aanwijzen die ofwel vrijwillig ofwel verkozen zijn om hun lokale gemeenschap te vertegenwoordigen in regelmatig geplande bijeenkomsten die samen met vertegenwoordigers van de Groep worden gehouden om aanstaande activiteiten, ontwikkelingsprojecten, outreach initiatieven en een reeks andere onderwerpen te bespreken die aansluiten bij de context. De Groep organiseert ook een aantal opendeurdagen waarop lokale bewoners, waaronder lokale scholen, worden uitgenodigd om meer te weten te komen over industriële mineralenactiviteiten. Vaak vallen deze opendeurdagen samen met European Minerals Days, een initiatief van de European Industrial Minerals Association. Ook worden er vaak rondleidingen en bezoeken georganiseerd voor groepen stakeholders, zoals lokale bestuursvertegenwoordigers of lokale verenigingen. Verschillende locaties dragen ook bij aan of bevinden zich in de buurt van musea gewijd aan geologie en industriële mineralen, die informatie verschaffen over de winnings- en transformatieprocessen in verband met Imerys-activiteiten.
Ondanks inspanningen om lokale stakeholders constructief te betrekken, kunnen klachten optreden. Klachten kunnen betrekking hebben op een breed spectrum van onderwerpen, vragen of kwesties en zowel kleine zorgen als veel ernstigere conflicten vertegenwoordigen. Met het beleid voor klachtenmechanismen van de gemeenschap, dat in 2023 werd geüpdatet, wil Imerys alle ontvangen klachten behandelen, ongeacht of ze voortkomen uit echte of vermeende problemen en of de klager met naam wordt genoemd of anoniem is. Het klachtenmechanismen van de gemeenschap wordt gebruikt om dergelijke zorgen en klachten te melden. Daarnaast heeft de Groep
een klokkenluidersregeling uitgewerkt in informatieverschaffing [ESRS G1-1] sectie 1.4.1.3, paragraaf "Alarmsysteem en bescherming klokkenluiders" van dit hoofdstuk, die meerdere manieren biedt voor de externe stakeholders die op de hoogte zijn van omstandigheden die volgens hen schendingen van Imerys' Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek of wettelijke vereisten vertegenwoordigen om deze rechtstreeks via een speciaal platform te melden.
In de zin van de CSRD verwijst de term "getroffen gemeenschappen" naar groepen mensen die in hetzelfde gebied wonen of werken en die door de activiteiten van een rapporterende onderneming of via zijn upstream- en downstream waardeketen zijn of kunnen worden getroffen. Daarom moet rekening worden gehouden met de lokale context van elke operatie. Aangezien de Groep actief is in meer dan 150 bedrijfslocaties in 33 landen, zowel in landelijke, stedelijke als industriële gebieden, blijft het identificeren van materiële impacts, risico's en opportuniteiten voor elke afzonderlijke groep van getroffen gemeenschappen een van de grootste uitdagingen.
Niettemin heeft Imerys drie belangrijke gemeenschappen op Groepsniveau gedefinieerd om nauwkeuriger te identificeren hoe en in welke mate het zijn lokale gemeenschappen beïnvloedt. De "getroffen gemeenschappen" die in de volgende informatieverschaffing in aanmerking worden genomen, omvatten dus:
Een persoon kan tot een of meerdere hierboven beschreven gemeenschappen behoren en kan op korte, middellange en lange termijn positief of negatief, punctueel of systematisch, worden beïnvloed.
De volgende tabel geeft een overzicht van de materiële negatieve en positieve impacts die zijn geïdentificeerd als gevolg van de dubbele materialiteitsanalyse gepresenteerd in informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1] van dit hoofdstuk. Uit de conclusie van de beoordeling kwam een gemeenschappelijk patroon van de ernst en de waarschijnlijkheid van de vastgestelde impacts naar voren; hoewel het effect ernstig is omdat het tot levensveranderende letsels en/of ernstige psychische schade kan leiden, is de waarschijnlijkheid dat het zich voordoet laag, aangezien het nooit is voorgekomen, zelden binnen de Groep of in uitzonderlijke omstandigheden is voorgekomen.
De processen om met getroffen gemeenschappen te overleggen over deze impacts en de mitigerende maatregelen die Imerys implementeert, worden respectievelijk gepresenteerd in informatieverschaffing [ESRS S3-2] en [ESRS S3-3].
| ESRS S3. Getroffen gemeenschappen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Beschrijving van de IRO | Locatie binnen de waardeketen | Materialiteit | Tijdshorizon | |||||
| Subthema > Economische, sociale en culturele rechten van gemeenschappen | ||||||||
| Ondersteuning en ontwikkeling van de gemeenschap | Eigen activiteiten | Werkelijke positieve impact | ||||||
| (alle activiteiten) | Systematisch | Kort |
Groepsactiviteiten kunnen positieve impacts hebben op lokale gemeenschappen via lokale stakeholderbetrokkenheidsprogramma's, initiatieven voor gemeenschapsontwikkeling en donaties gericht op onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden, milieubeheer, sociale ontwikkeling, gezondheid en cultuur.
Mensen die wonen en/of werken in de directe omgeving van Imerys-sites en afgelegen gemeenschappen die direct of indirect kunnen profiteren van de programma's, initiatieven en donaties
Bijdragen via donaties en constructieve lokale relaties faciliteren, positieve impacts genereren door de activiteiten van lokale verenigingen te ondersteunen en helpen ervoor te zorgen dat engagementacties worden ontwikkeld en uitgerold via partners met lokale kennis en expertise en een lange termijnmandaat.
| Negatieve impacts op lokale gemeenschappen | Eigen activiteiten | Potentiële negatieve impact | |
|---|---|---|---|
| (alle activiteiten) | Punctueel | Kort |
IRO-beschrijving
De activiteiten van de Groep kunnen negatieve impacts hebben voor lokale gemeenschappen als hij er niet in slaagt milieu- of sociale thema's adequaat te beheren, effectief te communiceren of negatieve impacts te herstellen.
Mensen die wonen en/of werken in de directe omgeving van Imerys-sites en die door activiteiten op de site te maken kunnen krijgen met lawaai, verkeer, visuele verontreiniging of andere milieu of sociale aspecten.
Ervoor zorgen dat de Groep zijn potentiële negatieve impacts op lokale gemeenschappen, en in het bijzonder kwetsbare bevolkingen, rond zijn bedrijfslocaties tot een minimum beperkt door de effectieve implementatie van milieu-, gezondheids- en veiligheidsbeheersystemen en door een open en transparante dialoog.
| Oneerlijke toegang tot land en grondstofrechten | Eigen activiteiten | Potentiële negatieve impact | ||
|---|---|---|---|---|
| (PM1 , RAC2) |
Punctueel | Lang |
Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien deze inbreuk maken op landrechten en/of beperkingen op de toegang tot land veroorzaken
Belangrijkste getroffen gemeenschappen
Gemeenschappen die direct of indirect worden beïnvloed door de toegang tot en het gebruik van land, met inbegrip van maar niet beperkt tot eigenaren van buurland.
Zoals vermeld in de International Finance Corporation's (IFC) Prestatiestandaard 5 betreffende Landverwerving en Onvrijwillige Hervestiging, verbindt Imerys zich ertoe onvrijwillige hervestiging te vermijden, en wanneer dat niet mogelijk is, de getroffen personen op gepaste wijze te compenseren en de levensstandaard en het levensonderhoud van de ontheemden te verbeteren. Indien er sprake is van hervestiging, controleert en evalueert de bedrijfslocatie de uitvoering ervan en neemt zij corrigerende maatregelen totdat is voldaan aan de bepalingen van de actieplannen voor hervestiging en/of plannen voor levensonderhoudsherstel.
| Ongepaste veiligheidsregelingen | Eigen activiteiten | Potentiële negatieve impact | |
|---|---|---|---|
| (alle activiteiten) | Systematisch | Middellange |
Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien de veiligheidsregeling voor werknemers en fysieke activa de mensenrechten van lokale bevolking niet respecteert.
Belangrijkste getroffen gemeenschappen
Mensen die wonen en/of werken in de directe omgeving van Imerys sites.
In overeenstemming met de Voluntary Principles on Security and Human Rights verbindt Imerys zich ertoe het respect voor de mensenrechten van individuen en gemeenschappen aan te moedigen door hen die de faciliteiten van de Groep beveiligen.
| Subthema > Burger- en politieke rechten van gemeenschappen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Ontzegging van burger- en politieke rechten | Eigen activiteiten | Potentiële negatieve impact | ||
| (alle activiteiten) | Systematisch | Lang |
Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien hun praktijken de burger- en politieke rechten van lokale gemeenschappen ontzeggen
Belangrijkste getroffen gemeenschappen
Mensen die wonen en/of werken in de directe omgeving van Imerys sites.
Ervoor zorgen dat de Groep de burger- en politieke rechten van lokale gemeenschappen beschermt
| Subthema > Rechten inheemse volkeren | |||
|---|---|---|---|
| Geen respect voor de rechten van inheemse volken | Eigen activiteiten | Potentiële negatieve impact | |
| (Winningsactiviteiten) | Punctueel | Lang |
2 RAC verwijst naar Refractories, Abrasives and Construction (Vuurvaste stoffen, Schuur- en Bouwmaterialen) zoals beschreven in hoofdstuk 1 van dit verslag
1 PM verwijst naar Performance Mineralen zoals beschreven in hoofdstuk 1 van dit verslag
IRO-beschrijving
Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op lokale gemeenschappen indien zij de rechten van inheemse volken en/of gemeenschappen in de buurt van zijn bedrijfslocaties niet respecteren.
Belangrijkste getroffen gemeenschappen
Inheemse gemeenschappen zoals verklaard in Artikel 1 van ILO-Verdrag nr.169.
Imerys verbintenissen
Ervoor zorgen dat de Groep de rechten van inheemse bevolkingsgroepen in de buurt van zijn bedrijfslocaties beschermt.
Zoals vermeld in de Imerys Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek, zet Imerys zich in om wereldwijd op te treden als een verantwoorde ondernemingsburger. Dit omvat het respecteren van mensenrechten, het waarborgen van de gezondheid en veiligheid van alle werknemers en van iedereen met wie het bedrijf samenwerkt en het zich inzetten voor de hoogste internationale normen voor milieubescherming en het nemen van maatregelen voor duurzame ontwikkeling. Deze toezeggingen zijn ook vastgelegd in de Group Supplier ESG Standaarden.
Deze sectie beschrijft de fundamentele elementen van Imerys' benadering van alle internationaal erkende mensenrechten relevant voor getroffen gemeenschappen en hoe de Groep blijk geeft van zijn betrokkenheid in lijn met de Universele Verklaring van Mensenrechten, de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP's), ILO Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work of OECD Guidelines for Multinational Enterprises en andere internationale kaders.
Imerys Groep Chief Sustainability Officer is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen. Voor meer informatie over de governance van duurzaamheidskwesties, zie informatieverschaffing [ESRS 2 GOV-1] van dit hoofdstuk.
Met de steun van het beleid inzake Stakeholderbetrokkenheid, het beleid voor Klachtenmechanismen van de gemeenschap en het Donatiebeleid moedigt de Groep bedrijfslocaties en werknemers actief aan om bij te dragen aan de sociaal-economische ontwikkeling van hun respectieve lokale gemeenschappen door niet alleen de behoeften en verwachtingen van Stakeholders in kaart te brengen en te begrijpen, maar ook door actief talenten en vaardigheden in te brengen en initiatieven te ondersteunen die gedeelde waarde creëren. Werken op een samenwerkende en constructieve manier met lokale partners, getroffen gemeenschappen, verenigingen en andere stakeholders helpt de Groep bij te dragen aan tal van Sustainable Development Goals via zijn activiteiten.
Hoewel zeer weinig Imerys-activiteiten in de buurt van het land van inheemse volken zijn gevestigd, respecteert Imerys de rechten van inheemse volken, zoals uiteengezet in de Declaration on the Rights of Indigenous peoples van de Verenigde Naties en zou het de principes van Free, Prior en Informed Consent (FPIC) van inheemse volken respecteren door cultureel passende alternatieven en een adequate compensatie en voordelen te bieden voor projecten die van invloed zijn op de rechten van inheemse volken. De volgende rechten van inheemse volken zijn bijzonder relevant:
Belangrijke elementen voor instemming van inheemse volken worden erkend door het internationaal recht sinds 1989, toen de Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie Verdrag 169 inzake inheemse volken en stammen goedkeurde.
Imerys zet zich in om met potentieel getroffen gemeenschappen te overleggen, om potentiële impacts met betrekking tot de activiteiten van de Groep aan te pakken en een open dialoog te stimuleren die de ontwikkeling van positieve en constructieve relaties met getroffen inheemse volken ondersteunt.
Overeenkomst tussen Imerys en de Atikamekw-gemeenschap van Wemotaci
In Canada bevindt een van de Imerys-locaties zich op 55 km van de First Nations Atikamekw-gemeenschap van Wemotaci. In 2022 ondertekenden Imerys en de "Conseil des Atikamekw de Wemotaci" een Ontwikkelingsovereenkomst die geldig zal zijn voor de volledige levensduur van de mijn. Dit kader beschrijft Imerys' engagement op lange termijn om een open, constructieve dialoog op gang te brengen en economische opportuniteiten te creëren voor de lokale gemeenschap, niet alleen door een financiële bijdrage om de ontwikkeling van een centrum voor cultureel erfgoed te ondersteunen, maar ook door werkgelegenheid en lokale sourcingopportuniteiten voor leden van de gemeenschap.
Imerys verbindt zich ertoe de mensenrechten te respecteren in zijn inspanningen om de veiligheid en beveiliging van zijn activa te handhaven. De Groep zal geen steun1 verlenen aan openbare of particuliere veiligheidstroepen die op geloofwaardige wijze betrokken zijn geweest bij de schending van mensenrechten, schendingen van het internationaal humanitair recht of buitensporig geweld.
In overeenstemming met de Voluntary Principles on Security and Human Rights en de beste praktijken die zijn geformuleerd in de basisbeginselen van de VN inzake het gebruik van geweld en vuurwapens, vereist Imerys dat:
Zoals vermeld in International Finance Corporation's (IFC) Prestatiestandaard 5 betreffende Landverwerving en Onvrijwillige Hervestiging2 streeft Imerys ernaar onvrijwillige hervestiging te voorkomen en, wanneer dat niet mogelijk is, getroffen personen rechtvaardig te compenseren en het levensonderhoud en de levensstandaard van ontheemden te verbeteren. Indien er sprake is van hervestiging, controleert en evalueert de bedrijfslocatie de uitvoering ervan en neemt zij corrigerende maatregelen totdat is voldaan aan de bepalingen van de actieplannen voor hervestiging en/of plannen voor levensonderhoudsherstel.
Het Stakeholder Engagement-beleid, bijgewerkt in 2023, omvat het identificeren en begrijpen van de verschillende stakeholders verbonden aan een site of een project, waaronder alle getroffen gemeenschappen.
De doelstellingen zijn:
Stap 1 omvat het proces voor het identificeren van alle stakeholders die worden beïnvloed door of impact kunnen hebben op activiteiten van de Groep. Deze identificatie wordt bereikt door brainstormsessies met relevante managers en door de lijst uit te breiden door te netwerken. Belangrijke overwegingen zijn onder meer wie profiteert van de aanwezigheid van de site, wie er negatieve impact op kan hebben en wie invloed heeft op de activiteiten van de site.
Stap 2 omvat het analyseren van de stakeholders om inzicht te krijgen in hun invloed en interesse, waarbij ze in beide categorieën worden ingedeeld als hoog, gemiddeld of laag. Deze analyse helpt engagementstrategieën op maat te maken door rekening te houden met het draagvlak, de zorgen en de verwachtingen van de stakeholders.
In Stap 3 wordt een systeem ontwikkeld om te zorgen voor effectieve communicatie met en respons naar stakeholders. Verantwoordelijkheden worden toegewezen voor het managen van stakeholderinteractie en er worden overlegvormen (type en frequentie van engagement) bepaald. Afhankelijk van de lokale context vindt overleg rechtstreeks met getroffen gemeenschappen of hun officiële vertegenwoordigers plaats, of met geloofwaardige vertegenwoordigers die inzicht hebben in hun situatie.
Tot slot ligt de klemtoon in Stap 4 op het plannen en monitoren van de uitvoering van engagementactiviteiten. Doelstellingen worden bepaald en gemonitord aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren. Om ervoor te zorgen dat overleg plaatsvindt, is de Site Manager, de hoogste werknemer die verantwoordelijk is voor het dagelijkse toezicht op de site, verantwoordelijk voor het jaarlijks evalueren en valideren van het Stakeholder Engagement Plan.
1 Ondersteuning omvat, maar is niet beperkt tot, het aankopen van mineralen uit, het doen van betalingen aan of het anderszins verstrekken van logistieke bijstand of uitrusting aan niet-statelijke gewapende groepen of openbare of particuliere veiligheidstroepen; dit omvat niet wettelijk verplichte vormen van ondersteuning, met inbegrip van wettelijke belastingen, vergoedingen en/of royalty's die bedrijven betalen aan de overheid van een land waarin zij actief zijn.
2 Hervestiging wordt als onvrijwillig beschouwd wanneer mensen niet willen verhuizen, maar niet het wettelijke recht hebben om de verwerving van grond te weigeren die leidt tot hun verplaatsing. Volgens de International Finance Corporation: "Dit gebeurt in gevallen van (i) rechtmatige onteigening of tijdelijke of permanente beperkingen op landgebruik en (ii) onderhandelde schikkingen waarin de koper zijn toevlucht kan nemen tot onteigening of wettelijke beperkingen op landgebruik kan opleggen als de onderhandelingen met de verkoper mislukken."
Klachten kunnen een breed spectrum aan onderwerpen, vragen of kwesties betreffen en vertegenwoordigen zowel kleine zorgen als veel ernstigere conflicten. Met het beleid voor klachtenmechanismen van de gemeenschap dat in 2023 wordt bijgewerkt, streeft Imerys ernaar om alle ontvangen klachten aan te pakken, ongeacht of deze het gevolg zijn van echte of vermeende problemen en of de klager bij naam of anoniem is.
Elk lokaal opgezet Community Grievance Mechanism (CGM) wordt gebruikt om zorgen en klachten te melden. Alle klachten die door de bedrijfslocaties worden ontvangen (ongeacht de gebruikte toegangspunten), worden opgevolgd en opgevolgd in een IT-rapporteringssysteem van de Groep. Sites stellen indicatoren vast om de doeltreffendheid van hun klachtenmechanismen van de gemeenschap te waarborgen en vragen feedback van klagers over hun mate van tevredenheid over de klachtenmechanismen.
De Groep verbindt zich ertoe de identiteit van de Klager te beschermen en de persoonlijke informatie te behandelen in overeenstemming met de wettelijke vereisten. Deze verplichting geldt voor alle werknemers of vertegenwoordigers van de Groep of zijn onderaannemers die aan het klachtenmechanisme deelnemen. De verwerking en bewaring van persoonsgegevens in verband met een klacht gebeurt met naleving van de EU General Data Protection Regulation (GDPR). Dit betekent in het bijzonder dat we ervoor zorgen dat het Privacybeleid voor gegevens van de Groep wordt toegepast. Represailles tegen een Klager om de klachtenmechanismen van de gemeenschap te ondermijnen, worden door Imerys niet getolereerd.
Deze klachtenmechanismen van de gemeenschap staan open voor alle externe stakeholders die zich getroffen voelen door de activiteiten van Imerys. Er gelden geen beperkingen voor het soort klachten dat een stakeholder op grond van deze mechanismen kan indienen. De Groep heeft echter ook een klokkenluidersregeling opgezet genaamd "Speak up!" beschreven in informatieverschaffing [ESRS G1-1] sectie 1.4.1.3 van dit hoofdstuk, die meerdere manieren biedt voor de externe stakeholders die op de hoogte zijn van omstandigheden die volgens hen schendingen van Imerys' Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek of wettelijke vereisten vertegenwoordigen om deze rechtstreeks te melden via een speciaal platform.
Bijdragen aan lokale gemeenschappen via donaties zijn een gangbare praktijk in het bedrijfsleven, aangezien ze constructieve lokale relaties kunnen faciliteren, positieve impacts kunnen genereren door de activiteiten van lokale verenigingen te ondersteunen en ertoe kunnen bijdragen dat engagementacties worden ontwikkeld en uitgerold via partners met lokale kennis en expertise en een mandaat voor de lange termijn. Het Donatieproces van de Groep zorgt ervoor dat de aanpak van de Groep ten aanzien van donaties in overeenstemming is met de Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek van de Groep en dat er ook gepaste analyses, rapportering, boekhouding en goedkeuringen zijn om de risico's van ongepast gedrag te vermijden.
Door middel van zijn inspanningen op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid, is de prioriteit van Imerys om het onderwijs binnen naburige gemeenschappen te ondersteunen, gelijke opportuniteiten te bevorderen en zijn acties te richten op jongvolwassenen, vrouwen en meisjes, en mensen in sociaal kwetsbare situaties in de gebieden rond de activiteiten van de Groep.
In 2024 vertegenwoordigden Imerys-donaties meer dan 871 duizend euro, in 21 landen.
Hoewel de engagementinspanningen over de hele wereld aanzienlijk verschillen en zijn aangepast aan elke lokale context, erkent Imerys elk jaar specifieke projecten via de SD Challenge om best practices binnen de Groep te promoten.
In 2024 was de winnaar van de SD Challenge in de categorie "Gemeenschapsengagement" het Educalab-project in Brazilië. Dit project is gericht op activiteiten in een sociaal centrum in een kwetsbare regio, op 800 meter van de fabriek van de Groep in de buurt van São Paolo, genaamd V Estação, en biedt beroepsopleidingen voor tieners en jongeren. Het doel is om tieners en jongeren die op zoek zijn naar een baan, kwalitatief beter en technisch onderwijs te bieden. Jonge mensen in de gemeenschap verlaten meestal de middelbare school zonder enige opleiding, waardoor de toegang tot de arbeidsmarkt moeilijk is, vooral in een gebied met grote sociale kwetsbaarheid.
Imerys steunt ook Fonds Dan Germiquet sinds zijn oprichting. Het Dan Germiquet Fonds verstrekt studiebeurzen op basis van verdienste aan internationale studenten die ervoor gekozen hebben om de École Nationale Supérieure de Géologie de Nancy (ENSG) te integreren. Het Dan Germiquet Fonds werd tien jaar geleden opgericht ter ere van de nagedachtenis van Dan Germiquet, die jarenlang Ondervoorzitter van Imerys was voor Geologie en Mijnbouwplanning. Onderwijs lag Dan Germiquet nauw aan het hart en hij was zeer betrokken bij het leven van de National School of Geology en haar studenten. Sinds 2014 zijn 71 studenten afgestudeerd dankzij de beurs van het Dan Germiquet Fonds. Door internationale studenten te financieren om hun diploma's te behalen aan de National School of Geology, biedt het Fonds ook een waardevolle springplank voor een lange en vruchtbare carrière. Ingenieurs die zijn afgestudeerd aan de school zijn zeer inzetbare wetenschappelijke experts die vaak doorstromen naar toonaangevende posities in de mijnbouwsector. De intellectuele vaardigheden die op de school zijn verworven, waaronder het omgaan met complexe data en onzekerheid, bereiden studenten ook voor op een reeks andere carrières in de industrie, het management en onderzoek. In december 2022 ondertekende de Groep een vijfjarige overeenkomst als stichtend lid van de nieuw opgerichte Geol Nancy Foundation. In deze nieuwe stichting zal Imerys zich op lange termijn verbinden aan het Dan Germiquet Fonds.
De werknemers van Imerys kunnen een belangrijke rol spelen bij de ondersteuning van de gemeenschappen waar ze wonen. In 2024 lanceerde de Groep Spark, een vrijwilligersprogramma voor werknemers dat speciaal is ontworpen voor degenen die willen helpen een positieve impact te hebben in hun gemeenschappen door de donatie van hun tijd. Dankzij partnerships met verenigingen krijgen werknemers 2 werkdagen de tijd om een breed scala aan vrijwilligersactiviteiten uit te voeren met lokale gemeenschappen. In september 2024 werd een proefvrijwilligersprogramma voor werknemers gelanceerd in 5 landen (Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Singapore, Zwitserland en de Verenigde Staten), met 2.500 werknemers in de eerste fase.
In oktober 2022 kondigde Imerys de intentie aan om een lithiummijnbouwproject te ontwikkelen in zijn vestiging in Beauvoir in Echassières (Allier), Frankrijk. Het EMILI-project (Exploitation de Mica Lithinifère door Imerys) is ontworpen om de dubbele uitdaging van de energietransitie en economische onafhankelijkheid aan te gaan. Omwille van de aard van het project en het beoogde investeringsbedrag heeft de Franse autoriteit, de "Commission nationale du débat public" (CNDP), een landelijk debat over het project georganiseerd. Het publieke debat voor het EMILI-project startte in maart 2024 en eindigde in juli 2024. Het stond open voor alle burgers in heel Frankrijk en behandelde niet alleen wat het project inhoudt, maar ook waarom het wordt voorgesteld en wat de positieve en negatieve impacts ervan kunnen zijn. In totaal werden 43 openbare evenementen gehouden, waaronder 13 openbare bijeenkomsten, 2 bezoeken ter plaatse en 17 workshops. In totaal woonden 3.628 deelnemers de openbare debatten bij en in de loop van het debat werden 3.463 bijdragen in de vorm van meningen, opmerkingen, vragen en berichten met het CNDP gedeeld.
Imerys heeft testlocaties gedefinieerd uit zijn wereldwijde activiteiten om specifieke inspanningen te richten op lokale stakeholderbetrokkenheid. De proeflocaties zijn vastgesteld op basis van de vijf criteria, waaronder financiële, klachten-, media-, vergunnings- en operationele indicatoren. Deze indicatoren werden geselecteerd als indirecte maatstaven voor de potentiële impacts en gevoeligheid die kunnen bestaan bij lokale gemeenschappen in de onmiddellijke omgeving van de activiteiten van Imerys. De proeflijst zal zo nodig worden verfijnd en geactualiseerd zodra aanvullende informatie wordt ontvangen via lokale gemeenschapsfora en of de klachtenmechanismen.
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| Verbeter de stakeholderbetrokkenheid door ervoor te zorgen dat testlocaties potentiële | 2024 | NIEUW | 2025 |
| impacts op lokale stakeholders identificeren en beoordelen volgens de vereisten van de | 74% | 100% | |
| Groep. |
Imerys blijft zijn inzicht in de behoeften en verwachtingen van zijn stakeholders verbeteren. In 2023 werd het Stakeholder Engagementbeleid bijgewerkt en werden specifieke trainingen georganiseerd om sites te helpen hun stakeholdermapping te ontwikkelen. Dit komt tot uiting in de toename van het percentage bedrijfslocaties met een stakeholder mapping in 2024.
| Maatstaven wat betreft maatschappelijk engagement | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Sites met een stakeholder mapping | % | 58% | 57% |
| Waarvan prioritaire bedrijfslocaties (NIEUW) | % | 74% | - |
| Sites met een klachtenmechanisme van de gemeenschap (NIEUW) | % | 48% | - |
| Donaties (NIEUW) | duizend euro | 871 | - |
| Aantal landen dat van deze donaties profiteert (NIEUW) | # | 21 | - |
| Medewerkers opgenomen in het testprogramma vrijwilligerswerk (NIEUW) | # | 2.500 | - |
| Ernstige mensenrechten kwesties en incidenten in verband met getroffen gemeenschappen (NIEUW) |
# | 0 | - |
Als toonaangevende Business-to-Business leverancier van speciale mineralen onderhoudt de Groep een indirecte band met eindgebruikers. Hoewel Imerys niet rechtstreeks met consumenten communiceert, dienen zijn producten als essentiële componenten in tal van alledaagse consumptiegoederen en industriële toepassingen. De invloed van de Groep op eindgebruikerservaringen manifesteert zich via initiatieven op het gebied van productintegratie, prestatieverbetering en duurzaamheid. Imerys werkt actief samen met fabrikanten om innovatieve oplossingen te ontwikkelen waar eindgebruikers baat bij hebben, voert uitgebreid marktonderzoek uit om op consumententrends te anticiperen en zorgt voor strikte regelgevende naleving om de consumentenbelangen te beschermen. De mate waarin de Groep met eindgebruikers in contact komt, verschilt per productportfolio en toepassing, maar is voornamelijk indirect en wordt gefaciliteerd door Imerys' directe klanten in de productiesector.
De in de volgende secties geschetste impacts, risico's en opportuniteiten zijn in kaart gebracht aan de hand van een uitgebreide dubbele materialiteitsanalyse, zoals beschreven in informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1] van dit hoofdstuk. Uit de beoordeling zijn geen materiële impacts op mens of milieu naar voren gekomen, maar wel een specifiek risico en een kans voor consumenten en eindgebruikers.
| ESRS S4. Consumenten en eindgebruikers | ||||
|---|---|---|---|---|
| Materialiteit | Locatie binnen de waardeketen | Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |
| Duurzaam PORTFOLIO | ||||
| Imerys engagement | ||||
| Imerys zet zich in om kwalitatief hoogwaardige producten te leveren aan zijn klanten en indirect ook aan eindgebruikers, door middel van een degelijk, verantwoord en duurzaam productbeheer. Door de implicaties en opportuniteiten in verband met de wereldwijde markttrends gepresenteerd in Hoofdstuk 1, sectie 1.1 van het Universeel Registratie Document te identificeren en te begrijpen, kan de Groep de positieve impacts in verband met zijn activiteiten maximaliseren en voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften van de markt en de klant. De toewijding van de Groep aan duurzaam portfoliobeheer is een middel om bij te dragen aan SDG 12 om duurzame consumptie- en productiepatronen te waarborgen en aan SDG 13 om dringend actie te ondernemen tegen klimaatverandering en de impacts daarvan. |
||||
| Opportuniteit | Downstream waardeketen | Natuurlijke oplossingen voor consumptiegoederen: de Groep zijn ontwikkelingsstrategie is gericht op jaarlijkse inkomstengroei in activiteiten met betrekking tot natuurlijke oplossingen voor consumptiegoederen |
Lang | |
| Onvoldoende veiligheid voor consumenten en/of eindgebruikers | ||||
| Imerys engagement | ||||
| traceerbaarheidsprocessen. | Imerys verbindt zich ertoe de veiligheid van zijn producten voor de gezondheid van mens en milieu te waarborgen door de naleving van alle relevante regelgeving in de landen waar ze worden verkocht. Deze verbintenis omvat uitgebreide wettelijke monitoring, strenge producttests en -certificering, strikt beheer van de supply chain, gedetailleerde documentatie en |
|||
| Risico | Downstream waardeketen | De Groep kan worden blootgesteld aan financiële risico's in verband met geldboeten, rechtszaken, reputatieschade, terugroeping van producten, potentiële daling van de marktwaarde en/of steeds strengere regelgeving die de verkoop van producten op bepaalde markten beperkt. |
Kort |
Het Uitvoerend Comité van de Imerys-Groep heeft het Product Stewardship Governance Comité opgericht om het Uitvoerend Comité te helpen ervoor te zorgen dat het Product Stewardship-programma van de Groep effectief wordt ingezet om productgerelateerde naleving te handhaven en de blootstelling aan risico's en reputatieschade tot een minimum te beperken in de markten waarin Imerys actief is. Het Product Stewardship Governance Comité wordt voorgezeten door de CEO en bestaat uit de Groep Product Stewardship Vice-President, de Groep General Counsel, de Chief Sustainability Officer, de Groep Industrial Health & Safety Vice-President. Ze komen minstens drie keer per jaar samen en monitoren de voortgang van de Groep wat betreft alle doelstellingen en programma's van Product Stewardship.
Het Prioritaire chemische beleid van de Groep is erop gericht de impacts op de gezondheid en veiligheid op zijn werknemers en zijn producten voor downstreamgebruikers tot een minimum te beperken door in de eerste plaats het gebruik ervan te vermijden en of te beperken. Dit beleid is van toepassing op alle gekochte grondstoffen, tussenproducten, producten (geproduceerd of gekocht) en ontwikkelingsmonsters. Prioritaire chemische stoffen omvatten stoffen waarvan wordt vermoed dat zij onomkeerbare impacts hebben op de gezondheid van de mens of het milieu en die door het wereldwijd geharmoniseerde systeem zijn ingedeeld als kankerverwekkend, mutageen, reprotoxisch van de categorieën 1A, 1B en 2, persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT), zeer persistent en zeer toxisch en persistente organische verontreinigende stoffen door het Globally Harmonized System (GHS).
Het autorisatiebeleid voor Material Safety Data Sheet (SDS) heeft tot doel de conformiteit van de SDS van Imerys met de toepasselijke wettelijke vereisten en aanvaarde industrienormen te verzekeren. De SDS van een product bevat een lijst van informatie met betrekking tot gevaarlijke stoffen die het bevat en geeft richtlijnen en advies over de veilige hantering, opslag en vervoer van Imerys-producten. Eind 2023 werden alle SDS van de Groep herzien en geharmoniseerd om het document leesbaarder te maken voor klanten.
In 2023 heeft Imerys specifiek beleid voor de markten voor consumptiegoederen uitgewerkt. Het doel van dit beleid is de verplichtingen inzake naleving en beste praktijken die op deze markten in de doellanden vereist zijn, duidelijk uiteen te zetten. Dit beleid is wereldwijd van toepassing op alle gereglementeerde markten voor menselijke levensmiddelenadditieven, cosmetica en persoonlijke verzorging waarin de Groep actief is of voornemens is actief te zijn.
Het overkoepelende doel van Imerys' portfoliomanagement is om de gezondheids-, veiligheids-, milieu- en sociale impacts van alle producten van de Groep gedurende hun levenscyclus te identificeren en tot een minimum te beperken, terwijl de economische voordelen en positieve impacts voor klanten en hun eindgebruikers worden gemaximaliseerd. Deze toewijding wordt verzekerd door een robuust productbeheerprogramma en de beoordeling van het productportfolio aan de hand van duurzaamheidscriteria.
De Groep maakt gebruik van geavanceerde analysemethoden, -apparatuur en -tests om ervoor te zorgen dat de beoordelingen van de productregelgeving en de bijbehorende beslissingen worden gestuurd door solide wetenschap. De Groep evalueert voortdurend het testbeleid en investeert in innovatie op het gebied van gezondheid, veiligheid en duurzaamheid voor alle productreeksen, locaties en productieprocessen om voortdurende verbeteringen te garanderen. Deze maatregelen stellen de Groep in staat om kwalitatief hoogwaardige producten te produceren, aan de verwachtingen van klanten te voldoen en actief te zijn in een strenge, dynamische regelgeving.
Imerys produceert niet opzettelijk producten met behulp van chemische stoffen die voldoen aan de criteria om te worden ingedeeld als Priority Chemicals. Wanneer chemische stoffen die momenteel worden gebruikt echter onder de definitie van dit beleid vallen, ontwikkelt de Groep een transitieplan om die chemische stoffen in getroffen producten te elimineren, te vervangen, te verminderen of om het getroffen product of de betrokken grondstof stop te zetten. Dit transitieplan vereist goedkeuring door het Product Stewardship Governance Comité en wordt routinematig geëvalueerd tot aan de voltooiing.
In toepassingen voor levensmiddelenadditieven, cosmetica en persoonlijke verzorging mogen alleen producten die intern als conform zijn goedgekeurd, doelbewust worden verkocht op de betrokken markten in de erkende vermelde geografische gebieden. Producten mogen alleen intern worden goedgekeurd als zij voldoen aan de voor die geografische zone geldende voorschriften inzake levensmiddelenadditieven, cosmetica en persoonlijke verzorging, gestaafd door een auditeerbare documentatie ter bevestiging van naleving.
Voor bepaalde mineralen past de Groep het Mine to Market Mineral Management (M4) programma toe, zowel voor eigen als voor externe deposities. Eigen deposito's zijn deposito's die de Groep zelf exploiteert. Deze deposities worden grondig gescreend op geologische eigenschappen en hanteren een zorgvuldige mijnplanning. De Groep kan ook externe deposities van een select aantal hoge kwaliteit betrekken. Tijdens de screeningfase worden grondige voorbereidende tests uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de site voldoet aan de M4 programmanormen. Er worden dan grondige doorlopende testen uitgevoerd voordat materiaal van deze locaties wordt geaccepteerd en materialen die op geen enkel moment aan de kwaliteitsnormen voldoen, worden afgewezen.
Imerys zet zich in om materialen en expertise te ontwikkelen om relevante en innovatieve marktgedreven oplossingen te leveren om de groei van de Groep te ondersteunen en tegelijkertijd duurzame oplossingen aan de samenleving te leveren. Capaciteit om de ecologische en sociale impacts te kwantificeren en het productportfolio van de Groep te sturen om duurzaamheid op lange termijn te garanderen, is een belangrijk thema binnen het SustainAgility programma van de Groep.
In 2018 lanceerde Imerys zijn SustainAgility Solutions Assessment kader, dat is ontworpen in overeenstemming met de richtlijnen van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD1 )richtlijnen voor Portfolio Sustainability Assessments (PSA2),om de duurzaamheid van Imerys-producten objectief te meten en hun ecologische en sociale impacts te identificeren. Het SustainAgility Solutions Assessment (SSA) kader biedt een systematische, hoogwaardige, wetenschappelijk robuuste en transparante benadering om producten en diensten te beoordelen op basis van verschillende criteria, die uiteindelijk op twee factoren zijn gescoord:
Duurzame waardecreatie formule is gebaseerd op gemonetariseerd ecoprofiel = "cost for the planet"
1 De WBCSD is een wereldwijde, CEO-geleide organisatie van meer dan 200 toonaangevende bedrijven die samenwerken om de transitie naar een duurzame wereld te
versnellen door duurzamere bedrijven succesvoller te maken.
2 Portfolio Sustainability Assessments (PSA) is een methodologisch kader om productportfolio's proactief te sturen op verbeterde duurzaamheidsresultaten https://www. wbcsd.org/Programs/Circular-Economy/Resources/Portfolio Duurzaamheid Assessment-v2.0.

Binnen het SustainAgility Solutions Assessment Kader is duurzame waarde creatie gebaseerd op het kwantificeren van de ecologische voetafdrukken of ecoprofielen van de producten van "cradle-to-gate", met behulp van een levenscyclusanalyse (LCA) volgens de vereisten van ISO 14040:2006 & ISO 14044:20061 , evenals een speciale LCA-software en openbare LCA-databases zoals Ecoinvent.
Imerys beheert zijn eigen productdatabase, die voortdurend wordt bijgewerkt om de meest recente industriële of innovatieve informatie te bevatten. Sinds 2022 is Imerys toegetreden tot ScoreLCA2 om deel te nemen aan de toekomstige ontwikkeling van de levenscyclusanalyse praktijk dankzij een samenwerking tussen industriële, institutionele en wetenschappelijke spelers.
Bij de beoordeling van de afstemming op de markt gaat het om het opsporen van de marktsignalen, dankzij ofwel een evaluatie van openbaar beschikbare informatie ofwel gesprekken met de belangrijkste stakeholders (wetgeving, behoeften van klanten, ecolabel vereiste)

Als onderdeel van de Market Alignment Assessment worden de impacts beoordeeld van Imerys-maatregelen om de downstream waardeketen te helpen risico's te beheersen en opportuniteiten te creëren om duurzaamheidsprestaties te verbeteren. Deze impacts komen tot uiting in de uiteindelijke SSA-score van het product in de doeltoepassing.
Elk product in applicatiecombinaties (PAC) ondergaat om de vijf jaar een uitgebreide update, die zowel LCA- als marktafstemmingsevaluaties omvat.
Alle nieuwe productontwikkelings-, materiële Capex- en M&A-projecten worden systematisch beoordeeld volgens het SustainAgility Solutions Assessment kader, aan de hand van een shortlist van indicatoren. Toekomstige ontwikkelingen worden vergeleken met bestaande of referentieproducten en de screeningbeoordelingsresultaten worden volledig geïntegreerd in het innovatieproces van Imerys als criterium voor besluitvorming en stage gate pass. Dit betekent dat projecten die niet aan de minimumcriteria voor duurzaamheidscriteria voldoen, geleidelijk moeten worden verbeterd voordat zij naar de volgende ontwikkelingsstappen kunnen gaan. Deze screeningstool omvat ook de effectiviteit van Imerys' maatregelen in de downstream waardeketen door te meten in welke mate risico's zijn verminderd en opportuniteiten zijn benut dankzij het nieuwe ontwikkelingsproject.
De SustainAgility Solution Assessments en de Product Levenscyclusanalyse worden gecontroleerd door de VP Klimaat en Portefeuille Duurzaamheid van de Groep en beheerd door een toegewijd team, zowel op Corporate niveau als in de verschillende Business Areas, met directe links naar alle andere functies (marketing, activiteiten, productbeheer, wetenschap en technologie, enz.). Het toegewijde SSAteam van Imerys bestaat uit LCA-specialisten met een specifieke expertise op het gebied van minerale verwerking, die nodig zijn om de impactbeoordelingsberekening uit te voeren, de resultaten diepgaand te analyseren, nieuwe productprofielen in de vroegste stadia te beoordelen en gegevens voor te bereiden die met klanten moeten worden gedeeld.
1 ISO 14040: 2006 beschrijft de beginselen en het kader voor levenscyclusanalyse en ISO 14044: 2006 bevat voorschriften en richtsnoeren voor de levenscyclusanalyses.
2 SCORELCA is een Franse vereniging die streeft naar een positieve, gedeelde en erkende evolutie van wereldwijde milieukwantificeringsmethoden op Europees en internationaal niveau, in het bijzonder van levenscyclusanalyse (LCA).
Zowel voor de beoordelingen van Duurzame Waardecreatie als voor de Marktafstemming analyse krijgt elk PAC een waardering, variërend van A+, wat duidt op een PAC dat een extreem positief resultaat of sterke duurzaamheidsgerelateerde voordelen aantoont, tot C, wat duidt op een PAC dat verbetering behoeft of duurzaamheidsgerelateerde risico's vertoont. De beoordelingen van zowel de analyse voor duurzame waardecreatie als de marktafstemming worden gecombineerd en gebruikt om de eindscore van een specifiek product in applicatiecombinatie binnen de volgende vier categorieën te bepalen:

De Groep wil bijdragen aan duurzame innovatie in de sector van de speciale mineralen, door de grenzen van de producten van de Groep te verleggen om aan de behoeften van klanten te voldoen en tegelijkertijd duurzame oplossingen aan te bieden die voldoen aan de wereldwijde milieu en sociale uitdagingen. Het Pioneer-certificaat, dat in 2021 werd geïntroduceerd, faciliteert het identificeren van duurzame oplossingen en belicht materiële opportuniteiten voor de klanten en stakeholders van Imerys. Het doel is kwantitatieve en kwalitatieve informatie te verschaffen over de milieu en sociale voetafdruk van oplossingen met uitstekende duurzaamheidsperformantie, zodat klanten een duidelijke basis hebben om dergelijke criteria mee te wegen in hun aankoopbeslissingen.
Of het nu gaat om het ondersteunen van koolstofvrije mobiele energie of duurzame bouw, het ontwikkelen van alternatieve verpakkingen of een duurzamere voedselproductie, of het ontwerpen van duurzamere oplossingen om het materiaalverbruik in een reeks industrieën te verminderen, de Groep is voortdurend bezig zijn productportfolio verder te ontwikkelen en te toetsen aan duurzaamheidscriteria om zich aan te passen aan de veranderende behoeften van de klant.
De synthetische grafietpoeders uit de C-NERGY® L-serie, ontwikkeld en geïndustrialiseerd door Imerys, zijn als winnaar uit de categorie duurzaamheid van producten naar voren gekomen. Dit product, ontworpen voor Li-ionbatterijen en brandstofceltoepassingen, heeft een aanzienlijk lagere CO2 voetafdruk – minstens 50% lager dan die van concurrerende grafietpoeders. Met een koolstofvoetafdruk van slechts 1.500 gCO2 per kilogram stellen deze synthetische grafietadditieven klanten in staat om de totale koolstofvoetafdruk van actieve anodematerialen met ongeveer 4% te verminderen.
Alle Imerys producten 2025
• Regelmatige schatting van de ecologische voetafdrukken van "cradle-to-gate" van het volledige assortiment Imerys mineralen- en productfamilies. Resultaten worden gebruikt om impactreductiehefbomen te identificeren, voortgang te monitoren, nieuwe producten ecologisch te ontwerpen en betrouwbare data voor klanten te delen.
Resultaten eind 2024
De ecoprofielen van het product zijn sinds 2018 voltooid en omvatten het volledige gamma Imerys minerale en productfamilies, waaronder Kaolien, Vuurvaste mineralen, Talk, Perliet, Diatomeeënaarde, Mica, Carbonaat, Wollastoniet, Bentoniet, Calciumaluminaten, Grafiet en Carbon Black.
Alle Imerys sites 2024 Resultaten eind 2024 16
Initiatieven met betrekking tot product duurzaamheid werden
ingediend als onderdeel van de SD Challenge 2024
Doelgroep: S&T-managers 2024 Resultaten eind 2024
7
Er werden webinars georganiseerd om de Science & Technology (S&T) teams te trainen over product duurzaamheid gerelateerde onderwerpen.
Het doel voor de middellange termijn is om Imerys' Product in Applicatie Combinaties (PAC's) te beoordelen aan de hand van duurzaamheidscriteria, die ten minste 75% van Imerys' productportfolio bestrijken (naar opbrengst), en om ervoor te zorgen dat ten minste 75% van de Groep New Product Developments eind 2025 wordt gescoord als "SustainAgility Solutions".
| Groepsdoelstelling | Baseline | Prestatie 2024 | Doel |
|---|---|---|---|
| De Products in Application Combinations (PAC) van Imerys-productportfolio beoordelen (op | 2022 | 2025 | |
| basis van omzet) volgens duurzaamheidscriteria | 55% | 75% | |
| Ervoor zorgen dat de Groep Nieuwe Productontwikkelingen wordt gescoord als | 2022 | 2025 | |
| SustainAgility Solutions | 75% | 75% |
Eind 2024 werd 71% van de portefeuille van de Groep beoordeeld naar omzet, wat neerkomt op 514 Product in Applicatie Combinaties (PAC's). Binnen het innovatieportfolio is 86% van de in 2024 gelanceerde projecten beoordeeld als SustainAgility Solutions, in de twee hoogste categorieën A+ en A. Beide middellange termijn doelen voor 2025 liggen dus goed op schema.
Op basis van de resultaten van de uitrol van de SSA-methodologie kan Imerys een deel van zijn portefeuille categoriseren op basis van duurzaamheidscriteria. De belangrijkste bevindingen van de mapping voor 2024, gebaseerd op 71% van de portefeuille van de Groep naar omzet, laten zien dat 42% van de beoordeelde PAC's wordt beoordeeld als SustainAgility Solutions. Aangezien dit een gedeeltelijke beoordeling van de portefeuille van de Groep is, zal de uitsplitsing van de omzet zich in de loop van de tijd ontwikkelen naarmate verdere PAC's worden beoordeeld. De inkomsten binnen elke categorie zullen ook evolueren na methodologische updates die zijn ingevoerd om continue verbetering te bevorderen.
| Omzet naar SSA Matrix Categorieën | Eenheid | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| SustainAgility Oplossingen – Pioneer | miljoen euro | 172 | 152 |
| SustainAgility Oplossingen – Enabler | miljoen euro | 1.351 | 1.320 |
| Overstapper | miljoen euro | 490 | 512 |
| Leerling | miljoen euro | 555 | 493 |
| Nog niet geëvalueerd | miljoen euro | 1.038 | 1.317 |
| Percentage Omzet door SSA Matrix Categorieën | |||
| SustainAgility Oplossingen – Pioneer | % | 5% | 4% |
| SustainAgility Oplossingen – Enabler | % | 37% | 35% |
| Overstapper | % | 14% | 13% |
| Leerling | % | 15% | 13% |
| Nog niet geëvalueerd | % | 29% | 35% |
"Met onze klanten meegroeien" is een van de drie assen van het SustainAgility programma. Dit betekent ethisch gedrag, eerlijk handelen, verantwoord inkopen waarborgen en duurzame producten en processen bevorderen. Door zijn strategie voor groei af te stemmen op de behoeften van de klant en door het handhaven van niet aflatende ethische normen, positioneert Imerys zich als een vertrouwde partner in duurzame innovatie en verantwoorde zakelijke praktijken.
Hoewel in de [ESRS S2] en de volgende sectie wordt beschreven hoe Imerys zakelijk gedrag belichaamt in alles wat het doet in overeenstemming met de [ESRS G1], presenteert de [ESRS S4] hierboven de screening van Imerys-producten op milieu en sociale criteria om zijn portfolio aan te passen en te voldoen aan veranderende behoeften van klanten.
Ethisch zakelijk gedrag is de basis waarop de activiteiten van Imerys zijn gebaseerd. In de kern ontsluit Imerys Better Futures samen met stakeholders door ethisch gedrag en eerlijke operationele praktijken en door ervoor te zorgen dat de Groep samenwerkt met verantwoorde partners in de waardeketen. Deze solide basis is ook een waarborg en een bron van vertrouwen voor de werknemers van de Groep, de klanten en de samenleving in het algemeen, want voorbeeldgedrag is het bewijs van betrouwbaarheid en duurzaamheid op lange termijn. Naast alle andere SDG's waarnaar in dit hoofdstuk wordt verwezen, draagt Imerys' toewijding aan verantwoord ondernemen bij aan SDG 16 om vreedzame en inclusieve samenlevingen voor duurzame ontwikkeling te bevorderen, iedereen toegang tot de rechtvaardigheid te bieden en effectieve, verantwoordelijke en inclusieve instellingen op alle niveaus uit te bouwen.
Imerys zet zich in voor een degelijke corporate governance als een middel om ervoor te zorgen dat de Groep zijn werking en beheer voortdurend verbetert, in een sfeer van transparantie en met respect voor de verwachtingen van investeerders en andere stakeholders. De regelmatige dialoog tussen de CEO, het Uitvoerend Comité en de Raad van Bestuur speelt een beslissende rol bij het bepalen en uitvoeren van de Strategie van de Groep, ook wat betreft de duurzaamheidsambitie van de Groep. Imerys volgt de aanbevelingen van de AFEP-MEDEF Corporate Governance Code die van toepassing is op Frans beursgenoteerde ondernemingen.
De Groep heeft een specifiek Ethisch Comité om het Uitvoerend Comité bij te staan bij het waarborgen dat de activiteiten van de Groep ethisch worden uitgevoerd, in het bijzonder in overeenstemming met de regelgeving inzake anti-omkoping, antitrust, Duty of Care, internationale sancties, bescherming van persoonsgegevens en de bescherming van klokkenluidersregelgeving. Het Ethisch Comité wordt voorgezeten door de General Counsel en de Secretaris van de Groep en bestaat uit de leden van het Uitvoerend Comité en de Senior Managers van de Groep. Zij komt regelmatig bijeen (ten minste twee keer per jaar). In 2024 is het Ethische Comité vier keer bijeengekomen.
et Ethisch Comité is belast met het bepalen van ethische prioriteiten en het bevorderen van een ethische bedrijfscultuur. Zij legt de verwezenlijking van het stappenplan ethiek & naleving vast en monitort dit. Zij is verantwoordelijk voor het waarborgen van de toereikendheid van ethische codes, beleidslijnen en procedures, te beginnen met de Imerys Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek. Zij zorgt voor de doeltreffende verspreiding, opleiding en uitvoering van alle ethische codes, beleidslijnen en procedures. Ze monitort opleidingsplannen en andere bewustmakingsmaatregelen en zorgt ervoor dat voldoende menselijke en financiële middelen beschikbaar zijn om het programma efficiënt uit te voeren.
Het Ethisch Comité is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de klokkenluidersregeling van de Groep en het systeem voor zaakonderzoek "Speak Up!". In dit verband ziet zij toe op de toereikendheid van het systeem en ziet zij toe op ethisch wangedrag dat hetzij via de klokkenluidersregeling hetzij via andere kanalen wordt gemeld.
Het Ethisch Comité rapporteert jaarlijks aan het Auditcomité van de Raad van Bestuur, dat de effectiviteit van de ethische en nalevingsprogramma's van de Groep, waaronder de klokkenluidersregeling, evalueert en rapporteert aan de Raad van Bestuur. De Voorzitter van het Ethisch Comité informeert het Uitvoerend Comité ook regelmatig over de prestaties en de effectiviteit van de programma's inzake ethiek en naleving van de Groep.
De General Counsel Antitrust & Naleving, die rapporteert aan de General Counsel & Company Secretary van de Groep, is verantwoordelijk voor het definiëren en implementeren van het stappenplan voor ethiek en naleving en voor het ontwerp en de monitoring van nalevingsprogramma's van de Groep.
De Voorzitter van het Ethisch Comité is de Groep General Counsel en de Secretaris is de Antitrust & Naleving General Counsel, waardoor het Comité over een passend niveau van deskundigheid beschikt op het gebied van juridische kwesties, naleving en zakelijk gedrag. De leden van Imerys zijn geselecteerd om te zorgen voor expertise over de verschillende pijlers van Imerys naleving programma's en ervaring met de activiteiten van Imerys.
Voor meer informatie over de deskundigheid van bestuursleden met betrekking tot aspecten van zakelijk gedrag, zie de informatieverschaffing [ ESRS 2 GOV-1], paragraaf "Duurzaamheidscompetenties en opleiding van Bestuursleden".
Zoals uitgelegd in informatieverschaffing [ESRS 2 IRO-1] van dit hoofdstuk, omvatte de dubbele materialiteitsanalyse die Imerys in 2024 heeft uitgevoerd de volgende duurzaamheidskwesties inzake zakelijk gedrag: bedrijfscultuur, bescherming van klokkenluiders, politiek engagement, beheer van relaties met leveranciers, waaronder betalingspraktijken, en corruptie en omkoping. Op basis van de dubbele materialiteitsanalyse worden aspecten van zakelijk gedrag door Imerys als materieel beschouwd, met uitzondering van bedrijfscultuur (zie informatieverschaffing [ESRS 2 SBM-3]).
| ESRS G1. Zakelijk gedrag | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Materialiteit Locatie binnen de waardeketen |
Beschrijving van de IRO | Tijdshorizon | |||
| Subthema: Onvoldoende bescherming voor klokkenluiders | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) | Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op werknemers of andere stakeholders indien zijn interne meldkanalen en/of bescherming van klokkenluiders niet adequaat of doeltreffend zijn. |
Lang | ||
| Subthema: Ondoorzichtige politieke en lobbyactiviteiten | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) | Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op externe stakeholders indien zij lobbyactiviteiten verrichten of op ondoorzichtige wijze politieke invloed uitoefenen. |
Lang | ||
| Subthema: Oneerlijk beheer van leveranciers (inclusief betalingspraktijken) | |||||
| Werkelijke negatieve impact | Upstream waardeketen | Groepsactiviteiten hebben negatieve impacts op leveranciers (met name kmo's) indien zij leveranciers niet eerlijk behandelen, met name wat betalingspraktijken betreft. |
Kort | ||
| Subthema: Corruptie en omkoping | |||||
| Potentiële negatieve impact | Eigen activiteiten (alle activiteiten) | Ineffectief nalevingsprogramma tegen omkoping: Groepsactiviteiten kunnen negatieve impacts hebben op meerdere stakeholders indien het beheersysteem voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en aanpakken van incidenten van corruptie en omkoping van de groep niet doeltreffend is. |
Lang |
Als onderdeel van zijn anti-omkopingsprogramma voert de Groep regelmatig een risicomapping uit om de risico's van de blootstelling van de Groep aan omkoping in kaart te brengen, te analyseren en te prioriteren, in het bijzonder op basis van de bedrijfssectoren en geografische gebieden waarin de Groep actief is in naleving van de Franse Sapin II-wet1 . Het doel is het hoger management te informeren en het Ethisch Comité een duidelijke visie te geven op de risico's van omkoping en ervoor te zorgen dat het programma inzake naleving van de omkoping wordt aangepast aan de vastgestelde risico's.
De Groep heeft voor elke hoofdfunctie een lijst met risicoscenario's voor omkoping vastgesteld, alsook een lijst met relevante omkopingswijzen. Deze lijsten worden bij elke actualisering van de risicokaart geëvalueerd om de relevantie en beschrijving ervan te bevestigen. Tijdens de update van de risicokaart voor 2023 werd de relevantie van de 25 scenario's voor het risico op omkoping en de 11 omkopingswijzen bevestigd. Ze werden ook centraal geëvalueerd en gevalideerd door de functies Naleving en Interne Audit en Controle.
De Groep maakt gebruik van een "workshoptechniek" om de inherente impact en waarschijnlijkheid van elk scenario van omkopingsrisico in te schatten en de mitigerende effectiviteit van elk omkopingsmiddel te beoordelen. De workshops worden georganiseerd per regio (Azië-Pacific, Europa 1 (Europese landen met een CPI > 50), Europa 2 (Europese landen met een CPI < 50), het Midden-Oosten en Afrika, Noord-Amerika en Zuid-Amerika) en brengen vertegenwoordigers samen van alle landen van de regio waar Imerys actief is, bedrijfssectoren,
1 Wet nr. 2016-1691 van 9 december 2016 met betrekking tot transparantie, de bestrijding van corruptie en de modernisering van het economische leven
functies en verschillende niveaus van de hiërarchie. Een updatecyclus per regio stelt de Groep in staat om de risicokaart voor alle geografische gebieden waar de Groep actief is, te actualiseren.
Daarom wordt een risicokaart opgesteld die de scenario's van het omkopingsrisico wereldwijd en voor elk land identificeert en hiërarchiseert, rekening houdend met de landgebonden factoren (en met name het economisch gewicht van het land op basis van de omzet en gevoeligheid van Imerys op basis van de Corruptie Perceptie-index van het land, uitgegeven door Transparency International). De mate van effectiviteit van de mitigerende maatregelen van Imerys met betrekking tot elk omkopingsmiddel wordt bijgewerkt op basis van de stemmen en kwalitatieve informatie verzameld tijdens de workshops, alsook de centrale beoordeling uitgevoerd door de functies Naleving en Interne Audit en Controle (rekening houdend met de resultaten van interne auditopdrachten en potentiële recente omkopingsgevallen). De risicokaart wordt vergeleken met de vorige actualisering om de gemaakte voortgang te beoordelen en een besluit te nemen over een actieplan, met inbegrip van een opleidingsplan. Als hoeksteen van het nalevingsprogramma van de Groep tegen omkoping wordt de risicokaart gevalideerd door het Ethisch Comité. Het wordt om de twee jaar bijgewerkt, tenzij er zich een aanleiding geeft. De laatste update werd afgerond in december 2023.
Imerys zet zich in voor voorbeeldig zakelijk gedrag, het waarborgen van ethisch gedrag en eerlijke operationele praktijken in alle activiteiten van de Groep. In de geest van continue verbetering beoordeelt Imerys jaarlijks zijn duurzaamheidsbeleid, maatregelen en resultaten via een uitgebreide EcoVadis1 duurzaamheidsbeoordeling, waarbij deze resultaten openlijk worden gedeeld met interne en externe stakeholders. Imerys wordt sinds 2014 jaarlijks beoordeeld door EcoVadis. Het doel voor de middellange termijn is om de externe duurzaamheidsrating van de Groep ten opzichte van de beoordeling van 2022 met 7% te verbeteren tegen het einde van 2025. Op het einde van 2023 waren de EcoVadis-beoordelingsresultaten van de Groep 73 van de 100, waardoor Imerys op het 94ste percentiel van alle beoordeelde bedrijven staat.
Imerys vestigt en bevordert zijn bedrijfscultuur via zijn Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek en het Doel, de Visie en de Waarden van Imerys (zie Hoofdstuk 1 van het Universeel Registratie Document). De Imerys Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek (de Code) geeft een samenvatting van de principes van ethisch gedrag die de Groep verwacht van al zijn werknemers, leveranciers en andere partners. Het integreert ook het Doel, de Visie en de Waarden van Imerys. De overkoepelende principes uiteengezet in de Code worden ondersteund door een reeks beleidslijnen en procedures die van toepassing zijn op zowel het algemene gedrag van Imerys als het individuele gedrag van elke werknemer. De onderwerpen die in de Code aan bod komen, zijn onder meer, maar zijn niet beperkt tot, naleving van wet- en regelgeving, bescherming van het milieu en mensenrechten, relaties met lokale gemeenschappen en vakbonden, gezondheid en veiligheid, diversiteit, gelijkheid en inclusie, confidentialiteit, preventie van fraude, corruptie, handel met voorkennis en belangenconflicten, lobbyactiviteiten, geen represailles voor rapportering te goeder trouw, bescherming van de activa van de Groep, eerlijke concurrentie, transparantie en integriteit.
De Code is gebaseerd op best practices die internationaal erkend worden. Daarbij gaat het onder meer om de richtsnoeren en beginselen van de volgende toonaangevende wereldwijde overeenkomsten:
De Code is een "levend document", dat jaarlijks wordt herzien en bijgewerkt onder toezicht van het Ethisch Comité, om rekening te houden met interne en externe veranderingen en ontwikkelingen in de toepasselijke regelgeving.
Het promoten van de Code en de bedrijfscultuur van Imerys gebeurt zowel intern als extern. De Code, ingevoerd door de CEO van de Groep, en vertaald in 21 talen, is van toepassing op alle werknemers van Imerys, joint ventures gecontroleerd door Imerys en partners met wie Imerys zaken doet. Ze wordt beschikbaar gesteld aan externe stakeholders op de website van Imerys en Imerys verplicht zijn contracterende partijen om ze na te leven. Alle Imerys-werknemers hebben er toegang toe op de site of op het intranet van de Groep en ze krijgen regelmatig communicatie en opleiding (zie hieronder). Imerys evalueert de naleving van de Code, de bedrijfscultuur en -waarden van Imerys door het volgen van de opleiding en het uitvoeren van ad-hoconderzoeken bij de werknemers, zoals "Your Voice".
De Groep werkt voortdurend aan het versterken van zijn programma's op het gebied van ethiek en naleving. Het doel van deze programma's is om risico's in kaart te brengen, preventieve maatregelen te implementeren en niet-naleving van lokale en internationale regels en voorschriften op te sporen met betrekking tot de bestrijding van omkoping en concurrentieverstorend gedrag, het respecteren van internationale sancties en embargo's, de bescherming van persoonsgegevens en het respecteren van mensenrechten, gezondheid, veiligheid en milieu in activiteiten van de Groep over de hele wereld en binnen de upstream waardeketen van de Groep (Duty of Care).
De nalevingsprogrammas van de Groep worden ondersteund door tal van beleidslijnen en procedures in verband met de Code, waaronder, maar niet beperkt tot, het beleid van de Groep tegen omkoping, antitrust, Duty of Care, internationale sancties, bescherming van
1 EcoVadis is een erkend leider die in alle sectoren wordt gebruikt om duurzaamheidsprestaties te beoordelen op basis van vier pijlers: milieu, arbeid en mensenrechten, ethiek en duurzame inkoop
persoonsgegevens en klokkenluidersregeling en bijbehorende procedures. Al deze beleidslijnen en procedures schetsen duidelijk het proces, de rapportering en de noodzakelijke niveaus van controle om naleving te waarborgen.
Het beleid ten aanzien van "kwesties van zakelijk gedrag" in de zin van de CSRD, met name beleid inzake klokkenluidersregeling, antiomkoping en relaties met leveranciers, wordt in deze sectie verder uitgewerkt.
Voor meer informatie over Imerys' Waakzaamheidsplan, zie Deel II van dit hoofdstuk.
Stakeholders, zowel interne als externe, in staat stellen om op een veilige manier hun bezorgdheid te uiten en de infrastructuur en ondersteuning hebben om die bezorgdheid te horen en aan te pakken, is een hoeksteen van goed bestuur en vormt de kern van de Code van Imerys. Het "Speak up!"-systeem van de Groep maakt rapportering mogelijk via interne kanalen, via de manager van de werknemer, human resources of andere functies, of rechtstreeks via een speciaal digitaal platform op www.speak-up.imerys.com. Het digitale waarschuwingssysteem van de Groep, beheerd door een onafhankelijke gekwalificeerde derde en open voor alle werknemers en externe partijen, kan worden gebruikt om elke vermoedelijke schending van de Code van de Groep te melden. Meldingen kunnen telefonisch of via het webplatform Speak up! worden gedaan. Zowel telefonische als webplatformrapportering zijn 24 uur per dag, zeven dagen per week beschikbaar in de belangrijkste Imerys-talen.
Op basis van de in de voorlopige verslagen gepresenteerde feiten wijst de Groep een onderzoeksteam van opgeleide en ervaren interne deskundigen op de betrokken gebieden aan om het onderzoek uit te voeren, in voorkomend geval bijgestaan door externe deskundigen. Het onderzoeksteam verzamelt en evalueert documenten, voert interviews uit en voert alle andere taken uit die nodig zijn om een conclusie te trekken over de beschuldigingen in het verslag. Imerys moedigt zijn werknemers en stakeholders aan om alle informatie te delen waarvan wordt aangenomen dat deze een schending van de Code vormt.
De fundamentele elementen van het waarschuwingssysteem van Imerys en de maatregelen om klokkenluiders te beschermen, zijn gedefinieerd in het Klokkenluidersbeleid van de Groep. Dit beleid verklaart de governance van het waarschuwingssysteem (wie het systeem opzet, beheert en controleert), de belangrijkste operationele stappen (hoe vermeende schendingen of twijfelachtig gedrag te melden en hoe Imerys op een melding reageert) en de kernprincipes ervan om vertrouwelijkheid en bescherming van klokkenluiders te waarborgen. Bijgevolg zullen Imerys en zijn werknemers geen wraak nemen tegen personen die te goeder trouw aangifte hebben gedaan of hebben deelgenomen aan een onderzoek in het kader van het waarschuwingssysteembeleid. Het beleid dekt alle geografische dimensies waar de Groep actief is, al zijn activiteiten en alle schendingen of mogelijke schendingen van de Code van de Groep, het beleid en de procedures of de toepasselijke wet- en regelgeving. Communicatie- en bewustmakingscampagnes over het Speak up!-systeem worden binnen de Groep gevoerd en de informatie is extern toegankelijk op de website van de Groep. Het Ethisch Comité is verantwoordelijk voor het waarschuwingssysteem en voert een periodieke beoordeling uit van alle gerapporteerde gevallen in zijn Jaarverslag, dat aan het Auditcomité wordt voorgelegd.
Bewustzijn en opleiding zijn essentieel om bedrijfsethiek effectief te verankeren in de dagelijkse activiteiten van werknemers. Om de werknemers op alle bedrijfslocaties van de Groep bewust te maken, is er een gedrukt exemplaar van de Code beschikbaar en hangen er posters op in alle bedrijfslocaties die het waarschuwingssysteem Speak Up! promoten. Daarnaast wordt het bewustzijn van de Code verhoogd tijdens de jaarlijkse Imerys Connect Dag, die alle werknemers op industriële sites, in laboratoria en op kantoren samenbrengt. Er worden ook regelmatig nieuwsbrieven en artikels gepubliceerd op het intranet van Imerys over specifieke aspecten van zakelijk gedrag.
Het onboardingsprogramma voor nieuwe werknemers omvat verplichte trainingsmodules op het gebied van ethiek en naleving, waaronder de Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek, anti-omkoping, bescherming van persoonsgegevens voor alle werknemers en antitrust voor risicogroepen.
Alle nieuwe en geactualiseerde beleidslijnen en procedures op het gebied van ethiek en naleving gaan vergezeld van communicatie- en opleidingscampagnes die gericht zijn op de meest risicovolle groepen.
Elk jaar zet de Groep een verplichte opfriscursus over de Code op voor alle aangesloten werknemers, die zich moeten verbinden aan de principes die in de Code zijn uiteengezet en die zijn opgeleid op het waarschuwingssysteem. De opfriscampagne 2024 werd gelanceerd in oktober. Daarnaast worden regelmatig verplichte opleidingscampagnes over aspecten van zakelijk gedrag gelanceerd via het digitale leerplatform van de Groep, de Learning Hub, voor de meest risicovolle groepen. In 2024 lanceerde de Groep een opleiding over corruptie en omkoping voor het management, de juridische en interne controle en auditafdelingen en de meeste risicovolle functies (namelijk verkoop, inkoop, bedrijfsontwikkeling en strategie, bedrijfsdirecteuren en geselecteerde functies binnen de activiteiten). Ten slotte worden elk jaar virtuele lessen en webinars over zakelijk gedrag, ethiek en naleving op ad-hocbasis aan specifieke populaties gegeven.
Voor meer informatie over Opleiding, zie sectie 1.3.1.5 van dit hoofdstuk.
De aankoopfunctie van de Groep is verantwoordelijk voor het beheer van de relatie van Imerys met leveranciers. De algemene principes met betrekking tot het inkoopproces (inclusief betalingstermijnen) en de toewijzing van verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het inkoopbeleid van de Groep.
Duurzaam gedrag van Imerys omvat de naleving van de wettelijke en contractuele betalingstermijnen en het waarborgen van een vlot betalingsproces voor zijn leverancier. Daarom worden in het inkoopbeleid van de Groep standaardbetalingsvoorwaarden gedefinieerd die van toepassing zijn op leveranciers, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), op basis van toepasselijke wettelijke betalingstermijnen.
De inkoopfunctie van de Groep voert ook een uitgebreid verantwoord inkoopprogramma uit om de prestaties van leveranciers op het gebied van duurzaamheidsperformantie te beoordelen, met onderwerpen op het gebied van mensenrechten, arbeid, ethiek, milieu en supplychange management.
Voor meer informatie over Werknemers in de waardeketen bij Imerys, zie [ESRS S2] en Deel II (over de beoordelingen van Leveranciers en risicopreventie- en mitigerende maatregelen).
Imerys heeft nultolerantie tegen corruptie en omkoping en verwacht dat zijn managers de toon zetten aan de top. Van de werknemers van Imerys en alle derden die zaken doen met de Groep (met inbegrip van, maar niet beperkt tot joint venture partners, leveranciers, klanten, adviseurs en agenten) wordt verwacht dat zij de omkoping van hun zakelijke praktijken volledig verbieden. Daarnaast zijn alle leveranciers van Imerys verplicht om te voldoen aan de ESG standaarden voor leveranciers van Imerys, die met name naleving van de regelgeving tegen omkoping omvatten.
Imerys heeft een robuust naleving aangenomen om incidenten of beschuldigingen van omkoping af te schrikken, op te sporen, te onderzoeken en daarvoor herstel te bieden, in naleving met de vereisten van de Franse wet "Sapin II", beschreven in zijn beleid inzake omkoping. Dit beleid is van toepassing op alle bestuurders, managers en werknemers van elke juridische entiteit van Imerys en omvat alle activiteiten en in alle rechtsgebieden waar de Groep actief is. De pijlers van het Imerys anti-omkoping nalevingsprogramma zijn:
Het anti-omkopingsbeleid van de Groep wordt ondersteund door specifieke procedures die werknemers in staat stellen situaties met een risico op omkoping te herkennen, analyseren en daarop te reageren: een procedure voor geschenken en gastvrijheid, een procedure voor belangenconflicten, een donatieprocedure en een tussentijdse due diligence procedure. Voor geschenken, hospitaliteiten en donaties omvatten de procedures regels voor rapportering en voorafgaande goedkeuring door het management en, in sommige gevallen, de juridische afdeling. Voor belangenconflicten bevat de procedure regels voor de melding en het correcte beheer van dergelijke situaties. De procedure inzake due diligence tussen twee partijen is opgezet om de risico's van omkoping bij de aanstelling van tussenpersonen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot agenten en distributeurs) te beperken. Het onderzoek naar vermeende omkopingspraktijken en de rapportering van de uitkomsten aan het senior management worden beschreven in de klokkenluidersregeling van de Groep (zie sectie over"Alarmsysteem en bescherming klokkenluiders" hierboven).
Het belastingbeleid van de Groep is volledig in overeenstemming met de beste Internationale normen met betrekking tot antibelastingontwijking en belastingontduiking. De Groep is actief in landen die uitsluitend voor industriële of commerciële doeleinden zijn gekozen en sluit geen kunstmatige overeenkomsten met het oog op fiscale planning, noch overdracht van gecreëerde waarde naar lagebelastingjurisdicties, noch het gebruik van jurisdicties of zogenaamde "belastingparadijzen" voor belastingontwijking. Hij verbindt zich tot volledige naleving van zijn fiscale verplichtingen door op het juiste moment het juiste bedrag aan belasting in het juiste land te betalen.
Imerys staat volledig achter het principe van een open en verantwoord beheer van minerale hulpbronnen. Daartoe, en in overeenstemming met de bepalingen van Artikel L. 225-102-3 van het Franse Wetboek van Koophandel, rapporteert Imerys over betalingen van meer dan of gelijk aan 100.000 euro ten gunste van overheidsinstanties door entiteiten van de Groep die activiteiten uitvoeren in de exploratie, prospectie, ontdekking, ontwikkeling of ontginning van mineralen. Dit verslag is gedeponeerd in het Franse Handelsregister en beschikbaar op de website van de Groep volgens de voorwaarden voorgeschreven door de Wet.
Het beleid inzake omkoping vindt u op het intranet van de Groep en is dus toegankelijk voor alle werknemers van elke entiteit van de Groep. Het is vertaald naar de belangrijkste werktalen van de Groep. Het beleid inzake omkoping maakt ook deel uit van het Intern Reglement (Règlements Intérieurs) van de Franse entiteiten van de Groep Imerys. Alle andere beleidslijnen en procedures die deel uitmaken van het programma voor de bestrijding van omkoping naleving zijn ook te allen tijde beschikbaar op het intranet van de Groep, samen met opleidingsmateriaal om op vragen van werknemers te reageren en hen te helpen bij de uitvoering van de procedures van de Groep. Antiomkoping komt ook regelmatig aan bod in interne communicatie en nieuwsbrieven van Groepen.
Training wordt ingezet om ervoor te zorgen dat werknemers de implicaties van het beleid tegen omkoping en de bijbehorende procedures begrijpen met behulp van online cursussen en virtuele lessen. De Groep geeft online opleidingen over de bestrijding van omkoping aan alle aangesloten nieuwkomers en zet verplichte opleidingscampagnes op voor een geselecteerde populatie onder zijn aangesloten werknemers. Deze opleidingen behandelen de fundamenten van de strijd tegen omkoping: definitie en belangrijkste begrippen, toepasselijke wetgeving en doelstellingen, groepsbeleid, procedures en waarschuwingsmechanisme, en voorbeelden van risicovolle situaties waarbij misschien overheidsambtenaren betrokken zijn.
In 2024 bood de Groep:
Imerys heeft geen veroordelingen en geldboeten voor overtredingen van de anticorruptie- en omkopingswetten om te rapporteren voor 2024.
Passende herstelmaatregelen worden genomen in geval van inbreuken op het beleid inzake omkoping van Imerys en de bijbehorende procedures. Communicatie, opleiding en disciplinaire maatregelen kunnen worden genomen (inclusief beëindiging van het dienstverband, in overeenstemming met de lokale wetgeving).
Als marktleider op het gebied van minerale specialiteiten voor de industrie, investeert Imerys in het publieke debat en communiceert het met verschillende stakeholders in de landen waar het actief is. Zij is er vast van overtuigd dat zijn samenwerking met overheidsinstanties een constructieve rol kan spelen in het publieke besluitvormingsproces.
In overeenstemming met zijn Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek zet Imerys zich in om ervoor te zorgen dat zijn lobbyactiviteiten en de representatie van zijn zakelijke belangen, in het bijzonder door zijn lidmaatschappen van geselecteerde beroepsverenigingen, verlopen met integriteit en transparantie. De Groep streeft ernaar zijn bedrijfsethiek en -waarden in de industriesector en daarbuiten hoog te houden.
In 2023 heeft de Groep een Ondervoorzitter voor Publieke Zaken aangesteld die belast is met het toezicht op deze activiteiten. De Ondervoorzitter voor Publieke Zaken rapporteert aan de Chief Human Resources Officer, die lid is van het Uitvoerend Comité en het Ethisch Comité, en informeert de CEO regelmatig over de ondernomen activiteiten.
In overeenstemming met zijn verbod om bijdragen te leveren aan politieke partijen, politici en instellingen zoals dat in zijn Code staat, heeft de Groep in 2024 geen financiële of politieke bijdragen in natura geleverd.
In 2024 was Imerys niet direct betrokken bij lobbyactiviteiten rond wetsvoorstellen. De Groep heeft indirect aan het publieke debat deelgenomen via zijn lidmaatschap van beroepsverenigingen.
Imerys is ingeschreven in het EU transparantie Register onder nummer 175286523869-61 en in het Franse nationale transparantie register (Répertoire des représentants d'intérêts van de Franse Hoge Autoriteit voor transparantie in het Openbare Leven (HATVP)).
Imerys ziet toe op de naleving van de betalingstermijnen om het risico op laattijdige betalingen te beperken. Momenteel omvat deze monitoring ook betalingen aan kmo's, maar de Groep is technisch niet in staat om kmo's specifiek en afzonderlijk van andere leveranciers te monitoren.
In 2024 bedroeg de gemiddelde betalingstijd van Imerys voor een factuur vanaf de datum waarop de contractuele/wettelijke betalingstermijn wordt berekend, 50 dagen. Dit percentage wordt berekend aan de hand van een representatieve steekproef (d.w.z. facturen ontvangen van leveranciers die 98% van de totale besteding vertegenwoordigen).
De Groep heeft een lijst met standaardbetalingsvoorwaarden gedefinieerd in zijn inkoopbeleid, met inachtneming van de toepasselijke nationale regelgevingen. De afstemming op de standaardbetalingstermijnen wordt gemonitord in de Groepsinformatiesystemen, rekening houdend met de betalingspraktijken van de Groep.
In december 2024 raakte Imerys betrokken bij twee juridische procedures met betrekking tot betalingsachterstanden, wat aanleiding gaf tot onmiddellijke actie van de Groep. Na deze interventies loste Imerys één zaak met succes op door een overeenkomst te sluiten met de leverancier, terwijl de andere zaak nog loopt.
| Thematisch | Referentie ESRS 2 |
Materialiteit | Hoofdstuk(ken) en Sectie(s) |
|---|---|---|---|
| ESRS 2- Algemene informatie |
| Thematisch | Referentie ESRS 2 |
Materialiteit | Hoofdstuk(ken) en Sectie(s) |
|---|---|---|---|
| BP-1 – Algemene grondslag voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | BP-1 | 1.1.1.1 | |
| BP-2 – Rapportering over specifieke omstandigheden | BP-2 | 1.1.1.2 | |
| GOV-1 –De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | GOV-1 | 1.1.2.1 & Hoofdstuk 4, sectie 4.1.1 |
|
| GOV-2 – Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema's door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming |
GOV-2 | 1.1.2.2 | |
| GOV-3 – Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | GOV-3 | 1.1.2.3 & Hoofdstuk 4, sectie 4.3.3.2 |
|
| GOV-4 - Due-diligenceverklaring | GOV-4 | Verplichte | 1.1.2.4 |
| GOV-5 – Risicobeheer en interne controles voor duurzaamheidsrapportering | GOV-5 | informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.1.2.5 & Hoofdstuk 2, sectie 2.2 |
| SBM-1 – Strategie, businessmodel en waardeketen | SBM-1 | 1.1.3.1 & Hoofdstuk 1, sectie 1.2 |
|
| SBM-2 – Belangen en opvattingen van stakeholders | SBM-2 | 1.1.3.2 | |
| SBM-3 - Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel |
SBM-3 | 1.1.4.2 | |
| IRO-1 - Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
IRO-1 | 1.1.4.1 | |
| IRO-2 – Informatieverschaffing in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming |
IRO-2 | 1.5 | |
| MILIEU | |||
| ESRS E1 – Klimaatverandering | |||
| ESRS 2 GOV-3 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | GOV-3 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.2.1 |
| E1-1 – Transitieplan voor klimaatmitigatie | - | Materieel | 1.2.2.4 |
| ESRS 2 SBM-3 – Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel Impact-, risico- en opportuniteitenmanagement |
SBM-3 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.2.3 |
| ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële klimaatimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
IRO-1 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.2.2 |
| E1-2 – Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | MDR-P | Materieel | Ingefaseerd |
| E1-3 – Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | MDR-A | Materieel | 1.2.2.4, 1.2.2.5 |
| E1-4 – Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | MDR-T | Materieel | 1.2.2.4, 1.2.2.5 |
| E1-5 - Energieverbruik en energiemix | MDR-M | Materieel | 1.2.2.6 |
| E1-6 – Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale BKG-emissies | MDR-M | Materieel | 1.2.2.6 |
| E1-7 – Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits |
Niet van toepassing | - | |
| E1-8 – Interne koolstofprijs | Materieel | 1.2.2.6 | |
| E1-9 – Beoogde financiële impacts van materiële fysieke en transitierisico's en potentiële klimaatgerelateerde opportuniteiten |
Materieel | 1.2.2.7 | |
| ESRS E2 – Verontreiniging | |||
| ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële verontreinigingsimpacts, -risico's en -opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
IRO-1 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.3.1 |
| E2-1 – Beleid ten aanzien van verontreiniging | MDR-P | Materieel | 1.2.3.2 |
| E2-2 – Maatregelen en middelen wat betreft verontreiniging | MDR-A | Materieel | 1.2.3.3 |
| E2-3 – Doelen wat betreft verontreiniging | MDR-T | Materieel | 1.2.3.4 |
| E2-4 – Lucht- en waterverontreiniging | MDR-M | Materieel | 1.2.3.5 |
| E2-4 – Bodemverontreiniging | MDR-M | Niet materieel | - |
| E2-5 - Zorgwekkende stoffen en zeer zorgwekkende stoffen | MDR-M | Niet materieel | - |
| E2-6 – Beoogde financiële impacts van materiële risico's en opportuniteiten wat betreft | Materieel | 1.2.3.6 |
| Thematisch | Referentie Materialiteit ESRS 2 |
Hoofdstuk(ken) en Sectie(s) |
||
|---|---|---|---|---|
| ESRS E3 – Water en Mariene Hulpbronnen | ||||
| ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om voor water en mariene hulpbronnen materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
IRO-1 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.4.1 | |
| E3-1 – Beleid ten aanzien van water en mariene hulpbronnen | MDR-P | Materieel | 1.2.4.2 | |
| E3-2 – Maatregelen en middelen wat betreft water en mariene hulpbronnen | MDR-A | Materieel | 1.2.4.3 | |
| E3-3 – Doelen wat betreft water en mariene hulpbronnen | MDR-T | Materieel | 1.2.4.4 | |
| E3-4 – Waterverbruik | MDR-M | Materieel | 1.2.4.5 | |
| E3-5 – Beoogde financiële impacts van risico's en opportuniteiten wat betreft water en mariene hulpbronnen |
Niet materieel | - | ||
| ESRS E4 – Biodiversiteit en Ecosystemen | ||||
| E4-1 – Transitieplan en meeweging van biodiversiteit en ecosystemen in strategie en businessmodel |
Materieel | 1.2.5.2 | ||
| ESRS 2 SBM 3 – Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel |
SBM-3 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.5.2 | |
| ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van processen om voor biodiversiteit en ecosystemen materiële impacts, risico's, afhankelijkheden en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
IRO-1 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.5.1 | |
| E4-2 – Beleid ten aanzien van biodiversiteit en ecosystemen | MDR-P | Materieel | 1.2.5.3 | |
| E4-3 – Maatregelen en middelen wat betreft biodiversiteit en ecosystemen | MDR-A | Materieel | 1.2.5.4 | |
| E4-4 – Maatstaven wat betreft biodiversiteit en ecosystemen | MDR-T | Materieel | 1.2.5.5 | |
| E4-5 – Maatstaven wat betreft verandering in biodiversiteit en ecosystemen | MDR-M | Materieel | 1.2.5.6 | |
| E4-6 – Beoogde financiële impacts van risico's en opportuniteiten wat betreft biodiversiteit en ecosystemen |
Materieel | 1.2.5.7 | ||
| ESRS E5 – Materiaalgebruik en circulaire economie | ||||
| ESRS 2 IRO-1 – Beschrijving van de processen om voor materiaalgebruik en circulaire economie gerelateerde materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
IRO-1 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.2.6.1 | |
| E5-1 – Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie | MDR-P | Materieel | 1.2.6.2 | |
| E5-2 – Maatregelen en middelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | MDR-A | Materieel | 1.2.6.3 | |
| E5-3 – Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | MDR-T | Materieel | 1.2.6.4 | |
| E5-4 – Materiaalinstromen | MDR-M | Materieel | 1.2.6.5 | |
| E5-5 – Materiaaluitstromen | MDR-M | Materieel | 1.2.6.5 | |
| E5-6 – Beoogde financiële impacts van risico's en opportuniteiten wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie |
Materieel | Ingefaseerd | ||
| SOCIAAL | ||||
| ESRS S1 – Eigen personeel | ||||
| Rapporteringsvereiste met betrekking tot ESRS 2 SBM-2 – Belangen en opvattingen van stakeholders |
SBM-2 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.1.3.2 | |
| Rapporteringsvereiste met betrekking tot ESRS 2 SBM-3 – Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel |
SBM-3 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.3.1.1 | |
| S1-1 – Beleid inzake eigen personeel | MDR-P | Materieel | 1.3.1.4, 1.3.1.5, 1.3.1.6 | |
| S1-2 – Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigingen te overleggen over impacts |
Materieel | 1.3.1.2 | ||
| S1-3 – Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken |
Materieel | 1.3.1.3 | ||
| S1-4 – Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts op eigen personeel en benaderingen om materiële risico's te mitigeren en materiële opportuniteiten te benutten |
MDR-A | Materieel | 1.3.1.4, 1.3.1.5, 1.3.1.6 | |
| S1-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
MDR-T | Materieel | 1.3.1.4, 1.3.1.5 |
| Thematisch | Referentie ESRS 2 |
Materialiteit | Hoofdstuk(ken) en Sectie(s) |
|---|---|---|---|
| S1-6 – Kenmerken van de werknemers van de onderneming | MDR-M | Materieel | 1.3.1.8 |
| S1-7 – Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming |
MDR-M | Materieel | 1.3.1.8 |
| S1-8 – Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | MDR-M | Niet materieel | 1.3.1.8 |
| S1-9 – Diversiteitsmaatstaven | MDR-M | Materieel | 1.3.1.5 |
| S1-10 – Leefbare lonen | MDR-M | Niet materieel | - |
| S1-11 – Sociale bescherming | MDR-M | Materieel | 1.3.1.8 |
| S1-12– Mensen met een beperking | MDR-M | Materieel | 1.3.1.5 |
| S1-13 – Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | MDR-M | Materieel | 1.3.1.6 |
| S1-14 – Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | MDR-M | Materieel | 1.3.1.4 |
| S1-15 – Maatstaven voor werk-privébalans | MDR-M | Materieel | Ingefaseerd |
| S1-16 – Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | MDR-M | Niet materieel | 1.3.1.8 |
| S1-17 – Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | MDR-M | Materieel | 1.3.1.8 |
| ESRS S2- Waardeketen | |||
| ESRS 2 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders | SBM-2 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.1.3.2 |
| ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun wisselwerking met de strategie en het bedrijfsmodel |
SBM-3 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.3.2.1 |
| S2-1 – Beleid ten aanzien van werknemers in de waardeketen | MDR-P | Materieel | 1.3.2.2 |
| S2-2 – Processen om met werknemers in de waardeketen te overleggen over impacts | Materieel | 1.3.2.3 | |
| S2-3 – Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor werknemers in de waardeketen om zorgen kenbaar te maken |
Materieel | 1.3.2.4 | |
| S2-4 – Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts op werknemers in de waardeketen, en benaderingen om wat betreft werknemers in de waardeketen materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de doeltreffendheid van die maatregelen |
MDR-A | Materieel | 1.3.2.5 |
| S2-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
MDR-T | Materieel | 1.3.2.6 |
| ESRS S3- Getroffen gemeenschappen | |||
| ESRS 2 SBM-2 Belangen en opvattingen van stakeholders | SBM-2 | Verplichte | 1.3.3.1 |
| ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun wisselwerking met de strategie en het bedrijfsmodel |
SBM-3 | informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.3.3.2 |
| S3-1 – Beleid ten aanzien van getroffen gemeenschappen | MDR-P | Materieel | 1.3.3.3 |
| S3-2 – Processen om met getroffen gemeenschappen te overleggen over impacts | Materieel | 1.3.3.4 | |
| S3-3 – Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor getroffen gemeenschappen om zorgen kenbaar te maken |
Materieel | 1.3.3.5 | |
| S3-4 – Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts, en benaderingen om materiële risico's te beperken en materiële opportuniteiten te benutten met betrekking tot getroffen gemeenschappen, en de doeltreffendheid van deze maatregelen en benaderingen |
MDR-A | Materieel | 1.3.3.6 |
| S3-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
MDR-T | Materieel | 1.3.3.7 |
| ESRS S4- Consumenten en eindgebruikers | |||
| ESRS 2 SBM-3 Materiële impacts, risico's en opportuniteiten en hun wisselwerking met de strategie en het bedrijfsmodel |
SBM-3 | Verplichte informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.3.4.1 |
| S4-1 – Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | MDR-P | Materieel | 1.3.4.2 |
| S4-2 – Processen om consumenten en eindgebruikers te betrekken bij impacts | Niet van toepassing | - | |
| S4-3 – Processen om negatieve impacts te verhelpen en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om hun zorgen kenbaar te maken |
Niet van toepassing | - | |
| S4-4 – Actie ondernemen met betrekking tot materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico's te beheersen en materiële opportuniteiten te benutten, en de doeltreffendheid van die maatregelen |
MDR-A | Materieel | 1.3.4.2 |
| Thematisch | Referentie ESRS 2 |
Materialiteit | Hoofdstuk(ken) en Sectie(s) |
|---|---|---|---|
| S4-5 – Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico's en opportuniteiten |
MDR-T | Materieel | 1.3.4.3 |
| GOVERNANCE | |||
| ESRS G1- Zakelijk gedrag | |||
| GOV 1 - De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | GOV-1 | Verplichte | 1.4.1.1 & Hoofdstuk 4 |
| IRO-1 – Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico's en opportuniteiten in kaart te brengen en te analyseren |
IRO-1 | informatieverschaffing niet onderworpen aan materialiteitsbeoordeling |
1.4.1.2 |
| G1-1– Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | Materieel | 1.4.1.3 | |
| G1-2 – Beheer van relaties met leveranciers | Materieel | 1.4.1.4 | |
| G1-3 – Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | Materieel | 1.4.1.5 | |
| G1-4 – Incidenten van corruptie of omkoping | Materieel | 1.4.1.6 | |
| G1-5 – Politieke invloed en lobbyactiviteiten | Materieel | 1.4.1.7 | |
| G1-6 – Betalingspraktijken | Materieel | 1.4.1.8 |
| Thematisch | Indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aandeel variabele | Aandeel duurzaamheidscriteria in de jaarlijkse variabele beloning voor CEO (STI) | % | 15% | 15% | 0% |
| beloning afhankelijk van ESG criteria |
Aandeel duurzaamheidscriteria in het lange termijn incentive plan (LTI) | % | 15% | 15% | 0% |
| Ratingbureaus | CDP (Klimaatverandering) | / | A | B | B |
| CDP (water) | / | B- | C | - | |
| Ecovadis | # | 73 | 66 | 69 | |
| MSCI | / | AA | AA | AA | |
| Sustainalytics | # | 30.4 | 31 | 31 | |
| ISS-ESG | / | C+ (prime status) |
C | C | |
| S&P Global | # | 62 | 57 | 57 | |
| Sustainable Development Challenge |
Aantal initiatieven ingediend via de Sustainable Development Challenge | # | 243 | 253 | 429 |
| Groepsdoelstellingen | Verbeter de maturiteit van de veiligheidscultuur van de Groep 1 in alle bedrijfsonderdelen |
# | 3,2 | 3,1 | 3,0 |
| en -prestaties | Het percentage verbeteringen in het wereldwijde actieplan arbeidsgezondheid verhogen | % | 63% | 73% | 0% |
| De score van de Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie Index verhogen2 | % | 66% | 40% | 0 | |
| Verbeter de stakeholderbetrokkenheid door ervoor te zorgen dat 100% van de prioritaire locaties potentiële impacts op lokale stakeholders identificeert en beoordeelt volgens de vereisten van de Groep. (NIEUW) |
% | 74% | - | - | |
| De externe duurzaamheidsrating van de Groep verbeteren ten opzichte van de beoordeling in 2022 | # | 73 | 66 | 69 | |
| Implementeer een duurzaamheidsrating schema van leveranciers van de Groep (per besteding) | % | 70% | 61% | 53% | |
| De Products in Application Combinations (PAC) van Imerys-productportfolio beoordelen (op basis van omzet) volgens duurzaamheidscriteria3 |
% | 71% | 65% | 55% | |
| Ervoor zorgen dat de Groep Nieuwe Productontwikkelingen wordt gescoord als SustainAgility Solutions4 | % | 86% | 78% | 75% | |
| Milieu impacts verminderen door het maturiteitsniveau van bedrijfslocaties te toetsen aan milieubeheereisen5 |
% | 100% | 100% | 0% | |
| Verminder het risico op luchtverontreiniging door ervoor te zorgen dat 100% van de prioritaire locaties6 uiterlijk eind 2025 locatiespecifieke luchtemissiebeheerplannen opstellen (NIEUW) |
% | 0% | - | - | |
| Verbeter het waterbeheer door ervoor te zorgen dat prioritaire bedrijfslocaties7 voldoen aan nieuwe rapporteringsvereisten voor water |
% | 55% | 22% | 0 | |
| De impact op de biodiversiteit verminderen door onze Act4nature-verbintenissen na te komen en biodiversiteitsaudits uit te voeren op de prioritaire bedrijfslocaties8 |
% | 82% | 57% | 39% | |
| De scope 1 & 2 broeikasgasemissies (tCO2eq) van de Groep met 42% verminderen ten opzichte van het basisjaar 2021, in overeenstemming met een 1,5°C-traject tegen eind 2030 |
% | -28% | -24% | -12% | |
| De Scope 1 & 2 broeikasgasemissies van de Groep verminderen met 36% ten opzichte van de inkomsten (tCO2eq/miljoen euro) tegen 20309 |
% | -32% | -31% | -30% | |
| De Scope 3 broeikasgasemissies (tCO2eq) van de Groep met 25% verminderen ten opzichte van het basisjaar 2021, tegen het einde van 2030 (van aangekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, brandstof- en energiegerelateerde activiteiten, transport en distributie stroomopwaarts en stroomafwaarts, afval uit bedrijfsactiviteiten, zakenreizen, woon-werkverkeer van werknemers en investeringen). |
% | -15% | -6% | - | |
| Verbeter de weerbaarheid tegen fysieke klimaatrisico's door 100% van de activiteiten van de Groep te beoordelen volgens klimaatscenario's en tegen het einde van 2025 adaptatiestrategieën te ontwikkelen voor de drie belangrijkste risico's (NIEUW). |
% | 0% | - | - |
1 Maturiteitsniveau 3 stemt overeen met het Proactief niveau in de Imerys Safety Culture Maturity Matrix waar het Imerys Safety System "volledig is geïmplementeerd, werknemers betrokken zijn en actief bijdragen".
| In aanmerking komende en/of afgestemde taxonomie Activiteiten |
In aanmerking komend Afstemming |
Omzet(1) | Capex(2) | Opex (3) | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | 2024 | 2023 | ||
| Vervaardiging van carbon black | In aanmerking komend | 3,5% | 2,9% | 7,8% | 11,3% | 2,4% | 1,6% |
| Afgestemd | 0,0% | 0,0% | 0,8% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | |
| Fabricage van cement/klinker | In aanmerking komend | 13,1% | 12,3% | 7,2% | 7,2% | 11,8% | 11,2% |
| Afgestemd | 11,9% | 11,2% | 6,3% | 6,9% | 11,5% | 10,8% | |
| Totaal | In aanmerking komend | 16,7% | 15,2% | 15,0% | 18,5% | 14,2% | 12,7% |
| Afgestemd | 11,9% | 11,2% | 7,1% | 7,4% | 11,5% | 10,8% |
(1) in % van de Groepsomzet (2) in % Groep Capex
(3) in % Groep Opex
| Categorie | KPIs | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Milieu | ||||||
| EU Sustainable Finance Taxonomie | ||||||
| EU Sustainable Finance Taxonomy Taxonomie niet in aanmerking komende |
Omzet | miljoen euro | 3.004 | 3.218 | 3.662 | |
| Capex | miljoen euro | 358 | 380 | 342 | ||
| economische activiteit | Opex | miljoen euro | 199 | 201 | 215 | |
| EU Sustainable Finance Taxonomy Taxonomie in aanmerking komende economische activiteit |
Omzet | miljoen euro | 601 | 577 | 619 | |
| Capex | miljoen euro | 63 | 86 | 89 | ||
| Opex | miljoen euro | 33 | 29 | 27 | ||
| EU Sustainable Finance Taxonomy Taxonomie afgestemde economische activiteit |
Omzet | miljoen euro | 429 | 425 | 498 | |
| Capex | miljoen euro | 30 | 34 | 36 | ||
| Opex | miljoen euro | 27 | 25 | 24 |
| Thematisch | Indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Ratingbureaus | CDP (Klimaatverandering) | / | A | B | B |
| Energie-efficiëntie en terugwinningshefboom |
Vermindering broeikasgasemissies dankzij energie-efficiëntie en terugwinningshefboom |
ktCO2eq | ~60 | - | - |
| Capex-bedragen besteed aan initiatieven voor energie efficiëntie en energieterugwinning |
miljoen euro | 12,696 | - | - | |
| waarvan warmteterugwinningsproject in België | miljoen euro | 3,4 | - | - | |
| BKG-emissiereductie door overschakeling van steenkool naar gemalen pindaschillen (vanaf basisjaar 2018) |
ktCO2eq | ~ 30 | - | - | |
| BKG-emissiereductie door overschakeling van diesel naar hernieuwbare diesel voor mobiele apparatuur |
ktCO2eq | ~5 | - | - | |
| Capex-bedragen besteed aan initiatieven voor overschakeling naar andere brandstoffen en biomassa |
miljoen euro | 4,9 | - | - | |
| Opex-bedragen besteed aan initiatieven voor overschakeling naar andere brandstoffen en biomassa |
miljoen euro | 8,1 | - | - | |
| Koolstofarme en hernieuwbare elektriciteitshefboom |
Aandeel van het verbruik van koolstofarme en hernieuwbare elektriciteit in de elektriciteitsmix |
% | 22% | 10% | - |
| Bereikte broeikasgasemissiereductie ten opzichte van de baseline |
ktCO2eq | ~ 6 | - | - | |
| Elektrificatie hefboom | Capex-bedragen uitgegeven voor elektrificatie-initiatieven | duizend euro | 535 | - | - |
| Procesinnovatie | Capex-bedragen besteed aan initiatieven voor procesinnovatie | duizend euro | 588 | - | - |
| Leveranciersbetrokkenheid bij Scope 3-broeikasgasemissiereductie |
Aandeel Scope 3 BKG-emissies in totale emissies | % | 71% | - | - |
| Maatregelen inzake klimaatadaptatie |
Capex-bedragen uitgegeven voor maatregelen inzake klimaatadaptatie |
duizend euro | 280 | - | - |
| Thematisch | Indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Verbruik niet-hernieuwbare energie |
Brandstofverbruik uit steenkool en steenkolenproducten | MWh | 280.353 | 316.450 | 367.283 |
| Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten | MWh | 1.258.625 | 1.443.302 | 1.643.758 | |
| Brandstofverbruik uit aardgas | MWh | 2.706.720 | 2.492.483 | 2.875.100 | |
| Brandstofverbruik uit andere niet-hernieuwbare bronnen | MWh | 6.078 | 6.532 | 8.132 | |
| Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen |
MWh | 1.708.182 | 2.014.322 | 2.350.523 | |
| Totaal verbruik fossiele energie | MWh | 5.959.957 | 6.273.089 | 7.244.796 | |
| Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik | % | 89,6% | 94% | 93% | |
| Verbruik hernieuwbare energie | Verbruik uit nucleaire bronnen | MWh | 274.593 | 118.370 | 235.135 |
| Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totale energieverbruik (%) |
% | 4,1% | 2% | 3% | |
| Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa (ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen enz.) |
MWh | 246.959 | 207.409 | 205.077 | |
| Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen |
MWh | 168.162 | 92.811 | 115.089 | |
| Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof |
MWh | 85 | 103 | 50 | |
| Totaal verbruik hernieuwbare energie | MWh | 415.206 | 300.323 | 320.216 | |
| Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik | % | 6,24% | 4,5% | 4,1% | |
| Energieverbruik | Totaal energieverbruik | MWh | 6.649.756 | 6.691.781 | 7.800.146 |
| Energie-intensiteit per netto-opbrengst |
Totaal energieverbruik per netto-opbrengst (van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact) |
MWh/miljoen euro |
1.845 | 1.764 | 1.822 |
| Netto-opbrengsten van activiteiten in sectoren met een grote klimaatimpact, gebruikt voor berekening energie-intensiteit |
miljoen euro | 3.605 | 3.794 | 4.282 | |
| Totale Scope 1-, 2- en 3-emissies | Bruto Scope 1 BKG-emissies | ktCO2eq | 1.281 | 1.311 | 1.478 |
| Percentage Scope 1 BKG-emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen |
ktCO2eq | 34% | 37% | 32,9% | |
| Scope 1-BKG-emissies | Bruto locatiegebaseerde Scope 2 BKG-emissies | ktCO2eq | 601 | 585 | 690 |
| Bruto marktgebaseerde Scope 2 BKG-emissies | % | 502 | 587 | 702 | |
| Totale Scope 1 en 2 BKG-emissies (locatiegebaseerd) | ktCO2eq | 1.882 | 1.895 | 2.169 | |
| Totale Scope 1 en 2 BKG-emissies (marktgebaseerd) | ktCO2eq | 1.783 | 1.898 | 2.180 | |
| Totale broeikasgasemissies (Scope 1,2 & 3 locatiegebaseerd) per netto-omzet |
ktCO2eq | 1.743 | 1.607 | - | |
| Totale broeikasgasemissies (Scope 1, 2 , 3 & 3 marktgebaseerd) per netto-omzet |
ktCO2eq | 1.715 | 1.607 | - | |
| BKG-intensiteit per netto opbrengst |
Totale netto-omzet (Financiële staten) gebruikt voor berekening BKG-intensiteit |
t CO2-eq/miljoen euro |
3.605 | 3.794 | 4.282 |
| Totale significante bruto indirecte (Scope 3) BKG-emissies | t CO2-eq/miljoen euro |
4.400 | 4.200 | 4.959 | |
| Capex | miljoen euro | 80 | 80 | 80 | |
| Scope 3-BKG-emissies | Investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) | ktCO2eq | 100 | 100 | 100 |
| Interne koolstofprijzen | Fysieke risico's (% van de totale risicovolle activawaarde) (NIEUW) |
ktCO2eq | 4,1-4,6% | - | - |
| Transitierisico's (miljoen euro) | €/tCO2eq | 71-110 | - | - | |
| Imerys totale activawaarde met | Fysieke risico's (% van de totale risicovolle activawaarde) | % | 4,1-4,6% | - | - |
| materieel risico | Transitierisico's (miljoen euro aan EBITDA in gevaar) | miljoen euro | 71-110 | - | - |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Water en luchtverontreinigende stoffen |
Aantal luchtverontreinigende stoffen vermeld in Bijlage II bij E-PRTR geïdentificeerd (NIEUW) |
# | 6 | - | - |
| Aantal waterverontreinigende stoffen vermeld in Bijlage II bij E-PRTR geïdentificeerd (NIEUW) |
# | 2 | - | - | |
| Financiële middelen bestemd | Aantal grote en kritieke milieu-incidenten (Niveaus 4 en 5) (NIEUW) | # | 0 | 1 | 0 |
| voor het voorkomen en mitigatie van verontreiniging |
Capex toegewezen aan de preventie en mitigatie van grote milieu-incidenten (NIEUW) | duizend euro | 806 | 388 | - |
| Opex toegewezen aan de preventie en mitigatie van grote en kritieke milieu-incidenten (NIEUW) |
duizend euro | 221 | 1 | - | |
| waarvan Opex-bedragen toegewezen aan geldboeten (NIEUW) | duizend euro | 90 | 0 | - | |
| Prioriteitslocaties voor water | Aantal bedrijfslocaties boven emissiedrempels (NIEUW) | # | 2 | 3 | - |
| Luchtverontreiniging | Aantal bedrijfslocaties boven SOx-emissiedrempels (NIEUW) | # | 5 | 4 | - |
| Aantal bedrijfslocaties boven de NOx-emissiedrempels (NIEUW) | # | 4 | 4 | - | |
| Totale SOx-emissies | ton | 2.356 | 2.248 | 2.560 | |
| Totale NOx-emissies | ton | 4.354 | 5.503 | 6.441 | |
| Financiële impacts | Milieu- en ontmantelingsvoorzieningen (NIEUW) | miljoen euro | 115.464 | - | - |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Prioritaire locaties | Totaal aantal prioritaire locaties | # | 48 | 48 | 48 |
| Aantal bedrijfslocaties met zeer grote waterstress (NIEUW) | # | 31 | 31 | - | |
| Wateronttrekking | Totale operationele wateronttrekkingen | miljoen m3 | 45,670 | 50,477 | 45,316 |
| Water onttrokken aan grondwater | miljoen m3 | 21,470 | 24,142 | 18,183 | |
| Water onttrokken bij leveranciers | miljoen m3 | 4,233 | 3,725 | 3,510 | |
| Water onttrokken aan oppervlaktewater | miljoen m3 | 8,225 | 15,628 | 16,200 | |
| Water onttrokken aan regenwater (NIEUW) | miljoen m3 | 10,023 | - | - | |
| Water onttrokken aan andere bronnen (waaronder zeewater) | miljoen m3 | 1,719 | 6,982 | 7,423 | |
| Waterverbruik | Totaal waterverbruik (NIEUW) | miljoen m3 | 15,999 | - | 4,189 |
| Waarvan totaal waterverbruik in gebieden met extreem grote waterstress (NIEUW) | miljoen m3 | 2,087 | - | - | |
| Andere maatstaven | Totaal opgeslagen water (NIEUW) | miljoen m3 | 21,096 | - | - |
| De totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water (NIEUW) | miljoen m3 | 96,166 | 89,912 | 40,385 | |
| Waterintensiteit per netto-omzet | m3 / miljoen euro |
12.669 | 13.304 | 10.584 |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Versterking van de mitigatiehiërarchie |
Kosten voor herstel van mijnen | miljoen euro | 7,2 | 9,5 | - |
| Winningslocaties van Imerys | Totaal verstoord oppervlak van de prioritaire winningslocaties van Imerys (NIEUW) | ha | 8.937 | - | - |
| Totale gerehabiliteerde oppervlakte van de prioritaire winningslocaties van Imerys (NIEUW) |
ha | 3.078 | - | - | |
| Winningslocaties van Imerys | Aantal winningslocaties van Imerys in de buurt van kwetsbare gebieden (IUCN categorieën I, II of III) (NIEUW) |
# | 6 | - | - |
| Financiële impacts | Voorzieningen voor het herstel van mijnbouwlocaties | miljoen euro | 136,7 | 135,2 | 147,7 |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Materiële materiaalgebruiksstromen |
Verwerkte Minerale Grondstoffen (NIEUW) | miljoen ton (droog) |
19,8 | 20,5 | - |
| Waarvan afkomstig van Imerys-mijnen en -groeven (NIEUW) | miljoen ton (droog) |
18,7 | 18,8 | - | |
| Eindproduct afkomstig van Imerys-mijnen en -groeven (NIEUW) | miljoen ton (droog) |
9,6 | 9,8 | - | |
| Afvalproductie | Verplaatst inert mijnafval (NIEUW) | miljoen ton (droog) |
35,2 | 39,4 | - |
| Mineraal procesafval (NIEUW) | miljoen ton (droog) |
9,1 | 9 | 122.182 | |
| Waarvan tailings (NIEUW) | miljoen m3 (nat) |
2,6 | 2,5 | 1.878 | |
| Andere maatstaven | Volledige naleving van de toepasselijke GISTM-vereisten in al zijn residu afvalverwijderingsfaciliteiten (GAP-analyse percentage) (NIEUW) |
% | 23,9% | 4,5% | - |
| Industrieel afval | Totaal industrieel afval | ton | 117.937 | 96.232 | 122.182 |
| Waarvan niet-gerecycled gevaarlijk industrieel afval | ton | 2.931 | 1.729 | 1.878 | |
| Waarvan gerecycled gevaarlijk industrieel afval | ton | 1.488 | 1.444 | 1.380 | |
| Waarvan niet-gerecycled niet-gevaarlijk industrieel afval | ton | 60.877 | 50.228 | 80.876 | |
| Waarvan gerecycled niet-gevaarlijk industrieel afval | ton | 52.641 | 42.831 | 38.049 | |
| Intensiteit industrieel afval per netto-opbrengst | (ton/miljoen euro) |
33 | 25 | 29 |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Gezondheid en Veiligheid | |||||
| Gezondheid en veiligheid | Bottom-up percentage voor 1.000 werkuren | # | 4,08 | 3,60 | 3,04 |
| Toonaangevende activiteiten | Inspectiepercentage voor 10.000 werkuren (alle inspecties) | # | 9,94 | 8,67 | 6,45 |
| Inspectiepercentage voor 10.000 werkuren (Serious 7 Hoge risico's gerelateerd) | # | 7,59 | 6,82 | 5,22 | |
| Aantal geregistreerde VFL- en BBS-interacties | # | 44.176 | 43.039 | 35.655 | |
| Dodelijke ongevallen | Totaal aantal sterfgevallen door werkgerelateerd letsel en werkgerelateerde slechte gezondheid |
# | 0 | 0 | 1 |
| Aantal dodelijke slachtoffers werknemers | # | 0 | 0 | 1 | |
| Aantal dodelijke ongevallen niet in loondienst | # | 0 | 0 | 0 | |
| Aantal sterfgevallen van andere werknemers ter plaatse | # | 0 | 0 | 0 | |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen van werknemers | # | 0 | 0 | 1 | |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen van medewerkers niet in loondienst | # | 0 | 0 | 0 | |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen van andere werknemers ter plaatse | # | 0 | 0 | 0 | |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten van werknemers | # | 0 | 0 | 0 | |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten van medewerkers niet in loondienst | # | 0 | 0 | 0 | |
| Aantal sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten van andere werknemers ter plaatse | # | 0 | 0 | 0 | |
| Levensveranderende | Totaal aantal levensveranderende ongevallen | # | 1 | 2 | 2 |
| verwondingen | Aantal levensveranderende letsels bij werknemers | # | 1 | 2 | 0 |
| Aantal levensveranderende letsels bij werknemers niet in loondienst | # | 0 | 0 | 2 | |
| Aantal levensveranderende letsels van andere werknemers ter plaatse (NIEUW) | # | 0 | 1 | 0 | |
| Lost-Time Accident rates | Lost-Time Accident rate (eigen personeel en andere werknemers ter plaatse) | - | 1,76 | 1,21 | 1,58 |
| Lost-Time Accident rates van werknemers | - | 1,69 | 1,04 | 1,31 | |
| Lost-Time Accident rates van medewerkers niet in loondienst | - | 1,27 | 1,77 | 2,32 | |
| Lost-Time Accident rates bij andere werknemers ter plaatse (NIEUW) | - | 2,25 | |||
| Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel en dodelijke |
Totaal aantal verzuimdagen als gevolg van letsel en dodelijke ongevallen op het werk (eigen personeel en andere werknemers ter plaatse) (NIEUW) |
# | 2.897 | 1.152 | 2.520 |
| ongevallen op het werk | Aantal verzuimdagen werknemers als gevolg van letsel en sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen (NIEUW) |
# | 2.153 | 710 | 1.735 |
| Aantal verzuimdagen medewerkers niet in loondienst als gevolg van letsel en sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen (NIEUW) |
# | 114 | 442 | 785 | |
| Aantal verzuimdagen van andere werknemers ter plaatse als gevolg van letsel en dodelijke ongevallen op het werk |
# | 630 | |||
| Aantal te registreren arbeidsgerelateerde |
Totaal aantal te registreren arbeidsongevallen (eigen personeel en andere werknemers ter plaatse) (NIEUW) |
# | 106 | 78 | 1.978 |
| ongevallen | Aantal te registreren arbeidsongevallen van werknemers (NIEUW) | # | 76 | 54 | 52 |
| Aantal te registreren arbeidsongevallen van medewerkers niet in loondienst (NIEUW) | # | 5 | 24 | 31 | |
| Aantal te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen van andere werknemers ter plaatse | # | 25 | |||
| Registreerbaar percentage arbeidsgerelateerde |
Percentage te registreren arbeidsongevallen (eigen personeel en andere werknemers ter plaatse) (NIEUW) |
- | 3,39 | 2,36 | 2,43 |
| ongevallen | Percentage te registreren arbeidsongevallen van werknemers (NIEUW) | - | 3,28 | 2,19 | 2,07 |
| Percentage te registreren arbeidsongevallen van medewerkers niet in loondienst (NIEUW) | - | 2,12 | 2,91 | 3,43 | |
| Percentage te registreren arbeidsgerelateerde ongevallen van andere werknemers ter plaatse |
- | 4,33 | |||
| Gewerkte uren | Totaal aantal gewerkte uren (eigen personeel en andere werknemers ter plaatse) | uren | 31.274.272 | 33.033.256 | 34.189.822 |
| Aantal gewerkte uren werknemers | uren | 23.142.884 | 24.769.931 | 25.158.240 | |
| Aantal gewerkte uren van medewerkers niet in loondienst | uren | 2.360.501 | 8.263.325 | 9.031.581 | |
| Aantal gewerkte uren van andere werknemers ter plaatse | uren | 5.770.887 | |||
| Geval van te registreren beroepsziekten, met |
Totaal aantal gevallen van te registreren beroepsziekten, met inachtneming van wettelijke beperkingen inzake gegevensverzameling |
# | 5 | 4 | 5 |
| inachtneming van wettelijke beperkingen inzake gegevensverzameling |
Aantal gevallen van te registreren beroepsziekten van werknemers waarvoor wettelijke beperkingen op het verzamelen van gegevens gelden |
# | 5 | 4 | 5 |
| Aantal gevallen van te registreren beroepsziekten van medewerkers niet in loondienst waarvoor wettelijke beperkingen gelden voor het verzamelen van gegevens |
# | 0 | 0 | 0 |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal verzuimdagen als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten |
Totaal aantal verzuimdagen als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten van werknemers en medewerkers niet in loondienst (NIEUW) |
# | 413 | 170 | - | |
| Aantal verzuimdagen werknemers als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van werkgerelateerde ziekte (NIEUW) |
# | 413 | 170 | - | ||
| Aantal verzuimdagen medewerkers niet in loondienst als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van beroepsziekten (NIEUW) |
# | 0 | 0 | - | ||
| Aantal verzuimdagen als gevolg van ziekte en sterfgevallen als gevolg van |
Percentage werknemers en medewerkers niet in loondienst dat onder het Imerys Health and Safety Management System (SMS) valt op basis van wettelijke vereisten en (of) erkende standaarden of richtlijnen (NIEUW) |
% | 100% | 100% | 100% | |
| beroepsziekten | Percentage werknemers dat door een SMS is gedekt en dat intern is geaudit (NIEUW) | % | 19,8% | - | - | |
| Percentage werknemers dat door een SMS is gedekt en geaudit/gecertificeerd door een externe partij (NIEUW) |
% | 20,7% | - | - | ||
| Diversiteit, gelijheid en inclusie | ||||||
| Gender | Aantal vrouwelijke Bestuursleden | # | 4 | 5 | ||
| Aantal vrouwen in het hoger management1 (NIEUW) |
# | 26 | - | - | ||
| Aantal vrouwelijke leden van het Uitvoerend Comité2 | # | 3 | - | - | ||
| Aantal vrouwen in senior managementrollen3 | # | 23 | - | - | ||
| Aantal vrouwen in leidinggevende/ deskundige/ professionele functies | # | 1.415 | - | - | ||
| Aantal vrouwen in paraprofessionele functies | # | 1.142 | - | - | ||
| Totaal aantal vrouwelijke werknemers | # | 2.583 | - | - | ||
| Percentage vrouwelijke Bestuursleden (NIEUW) | % | 40% | 50% | 40% | ||
| Percentage vrouwen in het hoger management (NIEUW) | % | 28% | - | - | ||
| Percentage vrouwelijke leden van het Uitvoerend Comité (NIEUW) | % | 33% | 33% | 20% | ||
| Percentage vrouwen in senior management functies (NIEUW) | % | 27% | 27% | 26% | ||
| Percentage vrouwen in leidinggevende/ deskundige/ professionele functies (NIEUW) | % | 33% | 32% | 31% | ||
| Percentage vrouwen in paraprofessionele functies (NIEUW) | % | 14% | 13% | 13% | ||
| Percentage vrouwen in de Groep (NIEUW) | % | 21% | 20% | 19% | ||
| Mensen met een beperking | Aantal werknemers met een beperking | # | 154 | 195 | 189 | |
| Aantal vrouwelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | # | 40 | - | - | ||
| Aantal mannelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | # | 114 | - | - | ||
| Percentage werknemers met een beperking | % | 1,24% | 1,42% | 1,36% | ||
| Percentage vrouwelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | % | 1,55% | - | - | ||
| Percentage mannelijke werknemers met een beperking in de Groep (NIEUW) | % | 1,16% | - | - | ||
| Percentage mensen met een beperking in de Groep waarvoor wettelijke beperkingen gelden voor het verzamelen van gegevens |
% | 1,33% | - | - | ||
| Leeftijdsbereik | Percentage werknemers jonger dan 30 jaar | % | 13% | 12% | 12% | |
| Percentage werknemers van 30 tot 50 jaar | % | 52% | 53% | 54% | ||
| Percentage werknemers ouder dan 50 jaar | % | 35% | 35% | 34% | ||
| Gemiddelde leeftijd van Imerys-werknemers | # | 44 | 44 | - | ||
| Opleiding en ontwikkeling vaardigheden | ||||||
| Opleidingsuren | Gemiddeld aantal uren opleiding per werknemer | # | 20 | 19 | 17 | |
| Gemiddeld aantal uren opleiding per vrouwelijke werknemer | # | 15 | - | - | ||
| Gemiddeld aantal uren opleiding per mannelijke werknemer | # | 21 | - | - | ||
| Prestaties en loopbaanontwikkeling |
Percentage werknemers dat heeft deelgenomen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling |
% | 57% | 43% | 34% | |
| Percentage vrouwelijke werknemers dat heeft deelgenomen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling |
% | 80% | - | - | ||
| Percentage mannelijke werknemers dat heeft deelgenomen aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling |
% | 51% | - | - |
1 Het hoogste managementniveau omvat niet alleen leden van het Uitvoerend Comité, maar ook Senior Managementrollen
2 Het Uitvoerend Comité bestaat uit al zijn leden, waaronder de CEO
3 Senior managementrollen omvatten de functies die rechtstreeks rapporteren aan de leden van het Uitvoerend Comité (exclusief assistenten/secretarissen, enz.) of rechtstreeks rapporteren aan de Chief Information Officer of Business Area Purchasing Directors.
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Andere personeelsgerelateerde maatstaven | |||||
| Collectieve arbeidsovereenkomsten |
Percentage werknemers dat is gedekt door Collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) | % | 67% | 66% | 67% |
| Totaal aantal werknemers en | Aantal werknemers (headcount) | # | 12.392 | 13.698 | 13.892 |
| medewerkers niet in loondienst |
Aantal vaste werknemers (headcount) | # | 10.829 | 12.931 | 13.028 |
| Aantal tijdelijke (bepaalde tijd voor Imerys) werknemers (headcount) | # | 363 | 767 | 864 | |
| Aantal oproepkrachten (headcount) | # | 1.200 | - | - | |
| Gemiddeld aantal werknemers (headcount) | # | 12.896 | 13.910 | 13.968 | |
| Aantal medewerkers niet in loondienst en andere medewerkers binnen het personeel van Imerys (voltijdse equivalent) |
VTE | 3.862 | 4.123 | 4.710 | |
| Aantal werknemers niet in loondienst binnen het personeel van Imerys (voltijdse equivalent) |
VTE | 1.086 | - | - | |
| waarvan uitzendkracht (voltijdse equivalent) | VTE | 1.047 | - | - | |
| waarvan zelfstandigen (voltijdse equivalent) | VTE | 39 | - | - | |
| Uitsplitsing werknemers per | Aantal vaste werknemers (headcount) | # | 10.829 | 12.931 | 13.028 |
| contract en gender | Aantal vrouwelijke werknemers in vaste dienst (headcount) | # | 2.333 | 2.466 | 2.429 |
| Aantal mannelijke werknemers in vaste dienst (headcount) | # | 8.496 | 10.457 | 10.599 | |
| Aantal tijdelijke (bepaalde tijd voor Imerys) werknemers (headcount) | # | 363 | 767 | 864 | |
| Aantal vrouwelijke tijdelijke werknemers (voor bepaalde tijd voor Imerys) (headcount) | # | 144 | 220 | 221 | |
| Aantal mannelijke tijdelijke werknemers (voor bepaalde tijd voor Imerys) (headcount) | # | 219 | 547 | 643 | |
| Aantal oproepkrachten (headcount) | # | 1.200 | - | - | |
| Aantal vrouwelijke oproepkrachten (headcount) | # | 106 | - | - | |
| Aantal mannelijke oproepkrachten (headcount) | # | 1.094 | - | - | |
| Aantal voltijdse werknemers (headcount) | # | 12.124 | 13.444 | 13.627 | |
| Aantal voltijdse vrouwelijke werknemers (headcount) | # | 2.406 | 2.520 | 2.481 | |
| Aantal voltijdse mannelijke werknemers (headcount) | # | 9.718 | 10.916 | 11.146 | |
| Aantal deeltijdwerknemers (headcount) | # | 268 | 254 | 265 | |
| Aantal vrouwelijke deeltijdwerknemers (headcount) | # | 177 | 166 | 169 | |
| Aantal mannelijke deeltijdwerknemers (headcount) | # | 91 | 88 | 96 |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitsplitsing werknemers per contract en regio |
Aantal werknemers in Europa (headcount) | # | 6.257 | 6.681 | 6.802 |
| Aantal vaste werknemers (headcount) | # | 5.972 | 6.378 | 6.406 | |
| Aantal tijdelijke (bepaalde tijd voor Imerys) werknemers (headcount) | # | 265 | 303 | 396 | |
| Aantal oproepkrachten (headcount) | # | 20 | - | - | |
| Aantal voltijdse werknemers (headcount) | # | 6.003 | 6.441 | 6.550 | |
| Aantal deeltijdwerknemers (headcount) | # | 254 | 240 | 252 | |
| Percentage werknemers in Europa | % | 50% | 49% | 49% | |
| Aantal werknemers in Noord- en Zuid-Amerika (headcount) | # | 3.452 | 4.076 | 4.111 | |
| Aantal vaste werknemers (headcount) | # | 2.234 | 4.047 | 4.089 | |
| Aantal tijdelijke (bepaalde tijd voor Imerys) werknemers (headcount) | # | 38 | 29 | 22 | |
| Aantal oproepkrachten (headcount) | # | 1.180 | - | - | |
| Aantal voltijdse werknemers (headcount) | # | 3.444 | 4.069 | 4.105 | |
| Aantal deeltijdwerknemers (headcount) | # | 8 | 7 | 6 | |
| Percentage werknemers in Amerika | % | 18% | 30% | 29% | |
| Aantal werknemers in Azië-Pacific (headcount) | # | 2.143 | 2.342 | 2.471 | |
| Aantal vaste werknemers (headcount) | # | 2.124 | 1.949 | 2.052 | |
| Aantal tijdelijke (bepaalde tijd voor Imerys) werknemers (headcount) | # | 19 | 393 | 419 | |
| Aantal oproepkrachten (headcount) | # | 0 | - | - | |
| Aantal voltijdse werknemers (headcount) | # | 2.137 | 2.336 | 2.465 | |
| Aantal deeltijdwerknemers (headcount) | # | 6 | 6 | 6 | |
| Percentage werknemers in Azië-Pacific | % | 17% | 14% | 15% | |
| Aantal werknemers in Afrika & Midden-Oosten (headcount) | # | 540 | 599 | 508 | |
| Aantal vaste werknemers (headcount) | # | 499 | 557 | 481 | |
| Aantal tijdelijke (bepaalde tijd voor Imerys) werknemers (headcount) | # | 41 | 42 | 27 | |
| Aantal oproepkrachten (headcount) | # | 0 | - | - | |
| Aantal voltijdse werknemers (headcount) | # | 540 | 598 | 507 | |
| Aantal deeltijdwerknemers (headcount) | # | 0 | 1 | 1 | |
| Uitsplitsing werknemers naar | Mannen (headcount) | # | 9.809 | 11.004 | 11.241 |
| gender | Vrouwen (headcount) | # | 2.583 | 2.686 | 2.650 |
| Overige (headcount) | # | 0 | 0 | 0 | |
| Niet gerapporteerd (headcount) | # | 0 | 8 | 1 | |
| Totaal aantal werknemers (headcount) | # | 12.392 | 13.698 | 13.892 | |
| Uitsplitsing werknemers per | Aantal werknemers in Frankrijk (headcount) | # | 2.084 | 2.041 | 2.033 |
| land | Aantal werknemers in de Verenigde Staten (headcount) | # | 1.910 | 1.992 | 1.989 |
| Aantal werknemers in China (headcount) | # | 1.274 | 1.305 | 1.435 | |
| Aantal werknemers in andere landen (headcount) | # | 7.124 | 8.360 | 8.435 | |
| Percentage werknemers in Frankrijk, de VS en China | % | 40% | - | - | |
| Aantal landen waar Imerys is geïmplementeerd | # | 46 | 42 | - | |
| Aantal landen met meer dan 50 werknemers | # | 24 | - | - | |
| Bereik van representativiteit van landen met meer dan 50 werknemers die minder dan 10% van Imerys vertegenwoordigden |
% | 0,5% tot 8,4% |
- | - | |
| Personeelsverloop | Aantal werknemers dat Imerys in de loop van het jaar heeft verlaten | # | 1.453 | 1.567 | - |
| Percentage personeelsverloop | % | 11,7% | 11,8% | - | |
| Incidenten | Aantal bevestigde gemelde incidenten van discriminatie (inclusief intimidatie) | # | 4 | - | - |
| Aantal bevestigde gemelde incidenten over andere personeelsaangelegenheden | # | 10 | - | - | |
| Aantal gemelde ernstige mensenrechten incidenten | # | 0 | - | - |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Verantwoord inkopen | Opleidingen over verantwoord inkopen | # | 162 | 198 | 189 |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Maatschappelijke betrokkenheid |
Donaties | duizend euro | 871 | - | - |
| Aantal landen dat van deze donaties profiteert | # | 21 | - | - | |
| Werknemers opgenomen in het testprogramma voor vrijwilligerswerk | # | 2.500 | - | - | |
| Aantal gemelde ernstige mensenrechten problemen en incidenten in verband met getroffen gemeenschappen |
# | 0 | - | - |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Product Duurzaamheid doelen | De Products in Application Combinations (PAC) van Imerys-productportfolio beoordelen (op basis van omzet) volgens duurzaamheidscriteria |
% | 71,13% | 65% | 55% |
| Aantal beoordeelde product applicatiecombinaties (PAC's) | # | 514 | 462 | ~350 | |
| Ervoor zorgen dat de Groep Nieuwe Productontwikkelingen wordt gescoord als SustainAgility Solutions |
% | 85,6% | 78% | 75% | |
| Evaluatie van het ecoprofiel van de Imerys-portefeuille |
Aantal ecoprofielen van producten dat Imerys heeft uitgevoerd. | 320 | 250 | 189 |
| Thematisch | Imerys-indicator | Eenheid | 2024 | 2023 | 2022 |
|---|---|---|---|---|---|
| Opleiding rond omkoping en corruptie |
Percentage risicovolle functies dat door opleidingsprogramma's wordt bestreken | % | 11% | - | - |
| Incidenten van corruptie of omkoping |
Aantal veroordelingen voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten |
# | 0 | - | - |
| Politieke invloed en lobbyactiviteiten |
Geldboeten voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten | € | 0 | - | - |
| Geleverde politieke bijdragen | € | 0 | - | - | |
| Financiële bijdragen of bijdragen in natura in verband met lobbyuitgaven | € | 0 | - | - | |
| Betalingspraktijken | Gemiddeld aantal betalingsdagen vanaf de datum waarop de contractuele of wettelijke betalingstermijn ingaat |
dagen | 50 | - | - |
| Aantal openstaande gerechtelijke procedures wegens betalingsachterstand | # | 2 | - | - |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| SCOPE 1&2 BKG-EMISSIES | ||
| Scope 1 | ktCO2eq | Scope 1 omvat procesemissies en emissies afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen. Zij omvat ook CH4- en N2O-emissies afkomstig van de verbranding van biomassa (CO2-emissies afkomstig van de verbranding van biomassa worden als nul beschouwd vanwege de 100% biogene oorsprong). Emissiefactoren van het geactualiseerde Environmental Protection Agency (EPA) worden gebruikt voor de berekening van Scope 1-emissies wat betreft brandstof en biomassa. Procesemissies worden gerapporteerd op bedrijfslocatieniveau en worden ofwel direct gemeten uit outputstromen ofwel berekend aan de hand van massabalansen. |
| Vluchtige emissies zijn het gevolg van al dan niet opzettelijk vrijkomen (bv. lekkages van apparatuur, fluorkoolwaterstoffen als gevolg van koeling en airconditioning, en methaanlekkages uit gastransport). |
||
| Scope 2 (locatiegebaseerd) | ktCO2eq | Scope 2 omvat broeikasgasemissies afkomstig van ingekochte elektriciteit en stoom. Landspecifieke emissiefactoren die zijn gepubliceerd door het Internationaal Energieagentschap (IEA) en de Emissions and Generation Resource Integrated Database (eGRID), worden gebruikt voor locatiegebaseerde berekeningen voor Scope 2. |
| Scope 2 (marktgebaseerd) | ktCO2eq | Scope 2 omvat broeikasgasemissies afkomstig van ingekochte elektriciteit en stoom. Voor de berekeningen van deze methodologie worden leverancierspecifieke emissiefactoren gebruikt. |
| SCOPE 3 BKG-EMISSIES | ||
| Gekochte goederen en diensten |
ktCO2eq | Deze categorie omvat de aangekochte grondstoffen (cradle-to-gate: winning, verwerking en vervoer van de grondstoffen), mijnbouwdiensten en -contracten (overbelasting, transport, rehabilitatie, boren, explosieven, stralen, breken – ook met zware mobiele uitrusting en banden), chemicaliën (aankoop, verwerking en vervoer), verpakking (aankoop van polypropyleen, polyethyleen en papieren zakken, pallets, hoezen/folies), persoonlijke, IT- en industriële diensten (advies, aankopen van hardware en software, tijdelijke mankracht, audits en juridische diensten) en professionele diensten (interim-, juridische diensten, consultancy). |
| Voor grondstoffen is de berekening van de broeikasgasemissies gebaseerd op een op hoeveelheden gebaseerde methode, waarbij van cradle tot gate emissiefactoren (winning, productie en processen, verbruikte energie, vervoer) worden gebruikt. Voor chemische stoffen wordt de berekening uitgevoerd volgens een methode op basis van hoeveelheden en emissiefactoren uit Ecoinvent 9.1.1 (inkoop, verwerking en vervoer van de chemische stof). Voor mijnbouwdiensten en contracten, verpakking, persoonlijke, IT- en industriële diensten (advies, aankopen van hardware en software, tijdelijk personeel, audit en juridische diensten) wordt een berekening op basis van uitgaven uitgevoerd volgens de Carnegie Mellon EIOLCA-methodologie. Voor professionele diensten was de data activiteit gebaseerd op de bestede kosten en werd de overeenkomstige EF bepaald op basis van het Financieel Verslag van de leveranciersgroep. |
||
| Kapitaalgoederen | ktCO2eq | Deze categorie omvat de fabricage, het vervoer, de installatie van industriële apparatuur en diensten (afval is uitgesloten en wordt gerapporteerd in de categorie afvalproductie van Scope 3). De berekening gebeurt volgens een spend-based methode voor de verschillende activiteiten volgens de Carnegie Mellon EIOLCA methodologie. |
| Brandstof- en energieactiviteiten (niet opgenomen in Scope 1 of 2) |
ktCO2eq | Deze categorie omvat put-tank emissies van brandstofverbruik gerapporteerd onder Scopes 1 en 2. Verliezen en upstreamemissies van ingekochte elektriciteit zijn ook inbegrepen. Voor elektriciteit gebeurde het in kaart brengen op landbasis, waarbij rekening werd gehouden met landspecifieke elektriciteitsmixen (olie, steenkool, aardgas, kernenergie, hernieuwbare energie). Er werd rekening gehouden met IEA 2019-gegevens. Bovendien werden emissiefactoren van Ecoinvent 9.1.1 toegepast voor elke energiebron: thermische energie (winning, productie en vervoer), elektriciteit (winning, productie en distributie, energieverbruik in elektriciteitscentrales en netverliezen). |
| Upstreamvervoer en -distributie |
ktCO2eq | Alle vervoerswijzen binnen de upstream waardeketen van Imerys zijn inbegrepen: bulkvervoer, containervervoer, wegvervoer, intermodaal vervoer (weg + trein) en trein. Alle broeikasgasemissies (BKG) met betrekking tot vervoer worden berekend op basis van "well-to-wheel". Emissies afkomstig van distributie, met inbegrip van entrepots, vallen ook onder deze categorie. Interlokaal vervoer binnen de Imerys-mijnen en -installaties is uitgesloten van deze categorie, aangezien dit al is verwerkt in scope 1 & 2. De vervoers- en distributie-emissies worden berekend volgens een methode op basis van afstand (km) en hoeveelheid (tonnage) en specifieke emissiefactoren naargelang van de vervoerswijze, vervoerde producten en geografische locatie. Emissiefactoren worden verkregen uit de volgende bronnen: Ecoinvent 3.9.1 2021, EcoTransIT, methodologie EIOLCA en CERDI van de Universiteit van Carnegie Mellon. Google maps wordt gebruikt om de afstanden te berekenen. |
| Afval geproduceerd bij activiteiten |
ktCO2eq | Alle soorten vast afval (met inbegrip van mijnafval) en afvalwater geproduceerd door de fabrieken, laboratoria en kantoren van Imerys vallen onder deze categorie. Kantoorafval en reiniging (stof) van productie-eenheden wordt beheerd door een derde partij. De berekening wordt uitgevoerd volgens een spend-based methode en volgens de methodologie van Carnegie Mellon EIOLCA, een milieu-input-output levenscyclusanalyse die het effect van de economische activiteiten op de broeikasgasemissies evalueert. Bij mijnbouwactiviteiten wordt geen enkel mineraal afval door derden behandeld, wat betekent dat het niet op een stortplaats belandt of wordt verbrand. Al het mineraal afval uit de mijnbouw wordt beheerd binnen de eigen activiteiten van Imerys en beschouwd als Scope 1. Steengroeven worden aan het einde van hun levensduur gerehabiliteerd om verdere milieuschade te voorkomen en er blijft dus geen afval over. |
| Zakelijk reisverkeer | ktCO2eq | De broeikasgasemissies van zakenreizen worden berekend volgens een methode op basis van leveranciers, waarbij de gegevens rechtstreeks door Imerys-leveranciers worden gedeeld. De emissies worden berekend op basis van "well-to-wheel". |
| Werknemers woon werkverkeer |
ktCO2eq | Na de stopzetting van de "Scope 3 Evaluator" van het BKG Protocol ontwikkelde Imerys in 2024 een nieuwe methodologie om de uitstoot van werknemers in Scope 3 in 2023 te schatten, op basis van de werkelijke woon-werkgewoonten van de werknemers van Imerys (afstand, vervoerswijze en aantal woon-werkdagen per jaar). |
| Er werd een enquête voor woon-werkverkeer gestuurd naar een steekproef van werknemers in 10 landen, die 77% van het totale aantal werknemers van Imerys vertegenwoordigt. Op basis van het responspercentage van de enquête per land werden de resultaten vervolgens geëxtrapoleerd tot 100% van het totale aantal personeelsleden van de Groep. Landspecifieke emissiefactoren werden gebruikt voor elke vervoerswijze (in gCO2-eq/ passagiers km). |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| Downstreamvervoer en distributie |
ktCO2eq | Alle vervoerswijzen binnen de Imerys downstream waardeketen zijn inbegrepen: bulkvervoer, containervervoer, wegvervoer, intermodaal vervoer (weg + trein) en trein. Alle broeikasgasemissies met betrekking tot vervoer worden berekend op basis van een "well-to-wheel"-methode. Het vervoer wordt overwogen van de poort van Imerys tot de poort van de klant. Emissies afkomstig van distributie, met inbegrip van entrepots, vallen ook onder deze categorie. |
| De vervoers- en distributie-emissies worden berekend volgens een methode op basis van afstand (km) en hoeveelheid (tonnage) en specifieke emissiefactoren naargelang van de vervoerswijze, vervoerde producten en geografische locatie. Emissiefactoren worden verkregen uit de volgende bronnen: Ecoinvent 3.9.1 2021, EcoTransIT, methodologie EIOLCA en CERDI van de Universiteit van Carnegie Mellon. Google maps wordt gebruikt om de afstanden te berekenen. |
||
| Verwerking verkochte producten |
tCO2eq | Bij de screening werd alleen gekeken naar verwerkingsstappen die nodig zijn om de juiste eigenschappen te verkrijgen (voornamelijk thermische uitzetting, sproeidrogen en vuren); verdere processen van afgewerkte producten (die uit veel andere ingrediënten bestaan) die niet rechtstreeks verband houden met Imerys-mineralen, zijn uitgesloten. In zeer specifieke toepassingen waarvan verdere verwerking bekend is, zijn aannames gemaakt om te bevestigen dat het niet significant is, in vergelijking met andere Scope 3-categorieën, op basis van door Imerys uitgevoerde levenscyclusanalyse studies. De verdere verwerkingsfase is over het algemeen niet significant in vergelijking met de cradle-to-gate-inventaris, behalve in enkele gevallen die hieronder worden vermeld: |
| Perliet gebruikt in filtratie & Bouwmaterialen, uitgebreid door klanten | ||
| Mineralen (kaolien, veldspaat, balklei, gemalen calciumcarbonaat) gebruikt in keramiek | ||
| Vuurvaste aggregaten gebruikt in vuurvaste bakstenen, met thermische verwerking door fabrikanten van bakstenen | ||
| Gemalen calciumcarbonaten en andere mineralen met een carbonaatgehalte (zoals klei die maximaal 2,5% carbonaten kan bevatten) worden gebruikt in keramische toepassingen |
||
| Gebruik verkochte producten |
tCO2eq | Imerys producten zijn inerte materialen, gebruikt als componenten en/of additieven in eindproducten en toepassingen. Aangezien zij niet worden verbrand of chemisch/fysisch omgezet (het zijn geen grondstoffen) en niet tijdens de verwerkingsfasen worden verbruikt, veroorzaken zij geen directe broeikasgasemissies tijdens de gebruiksfasen. De emissies in de directe gebruiksfase zijn gelijk aan 0. |
| End-of-life behandeling van verkochte producten |
tCO2eq | Proceshulpstoffen (filtratie) zijn de enige tussenproducten die in de portefeuille van Imerys worden verkocht, d.w.z. ze zijn de enige producten die onmiddellijk na gebruik worden verwijderd. Een schatting van hun emissies aan het einde van de levensduur is berekend aan de hand van interne gegevens over de levenscyclusanalyse. Voor mineralen die als grondstoffen worden gebruikt, die worden gemengd en geïntegreerd in een eindproduct, dat onlosmakelijk verbonden is met andere materialen, werd volgens een recente studie van IMA (Recycling of industrial mineral applications Contribution to circular economy – IMA Europe – september 2023) gekeken naar de volgende markt/toepassingen om het percentage recycling te beoordelen: papier en karton, plastiek en rubber, verf en coating, keramiek, bouwproducten, vuurvast, schuurmiddelen. |
| Mineralen die tijdens de gebruiksfase volledig worden verbruikt, hebben geen behandeling aan het einde van de levensduur. | ||
| Het einde van de levensduur van de verpakking van verkochte producten wordt ook opgenomen door rekening te houden met het gemiddelde gewicht van de verpakkingseenheden en de samenstelling en de emissiefactor vermeld in de Ecoinvent-database voor verpakkingsmaterialen. |
||
| Investeringen | tCO2eq | Deze categorie omvat emissies van joint ventures (JV's). Emissiegegevens werden rechtstreeks door de Joint Venture-ondernemingen verstrekt en toegewezen volgens het aandeel van Imerys voor elke specifieke JV. |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| Maturiteitsindicator milieubeheer |
Percentage | Deze maatstaf meet Imerys' toewijding om op te treden als een verantwoorde milieusteward door milieurisico's in te schatten en voortdurend controlemaatregelen te verbeteren om negatieve milieu impacts te verminderen, het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen te maximaliseren en biodiversiteitswaarde te behouden en te creëren. |
| Vereiste inzake milieubeheer zoals gedefinieerd in het Imerys-beleid en gemeten in de milieumaturiteitsmatrix, die is gebaseerd op toonaangevende internationale milieustandaarden. |
||
| Indicator luchtemissiebeheerplan |
Percentage | Om de luchtemissies aan te pakken, heeft Imerys een doel voor 2025 bepaald, waarbij prioriteit wordt gegeven aan locaties die de drempel voor SOX- en NOX-emissies overschrijden. Het doel is om de emissies af te stemmen op de E-PRTR-drempelwaarden voor SOx , NOx , CO, NM VOC en PM10. Tegen eind 2025 moeten alle prioritaire bedrijfslocaties specifieke luchtemissiebeheerplannen opstellen om de verontreinigingsrisico's te beperken. |
| Luchtemissies | ||
| Totale SOx-emissies | Ton | De SOx -emissies van de Groep uit brandstoffen worden automatisch maandelijks berekend aan de hand van brandstofverbruiksgegevens en emissiefactoren uit de EPA AP 42-database. SOx emissies kunnen ook handmatig worden gerapporteerd op bedrijfslocatieniveau, waar ze worden berekend op basis van het zwavelgehalte van grondstoffen, additieven en procesomstandigheden, zoals het ontzwavelingspercentage. Als beste praktijk wordt een continue monitoring van SOx emissies op alle punten van afwijzing aanbevolen om een nauwkeurige monitoring en effectief beheer te waarborgen. |
| Totale NOx-emissies | Ton | De NOx -emissies van de Groep uit brandstoffen worden maandelijks automatisch berekend aan de hand van brandstofverbruiksgegevens en emissiefactoren uit de EPA AP 42-database. NOx -emissies kunnen ook handmatig worden gerapporteerd op bedrijfslocatieniveau, waar ze worden berekend op basis van het stikstofgehalte van grondstoffen, additieven en -emissies op alle punten van afwijzing procesomstandigheden. Als beste praktijk wordt een permanente monitoring van de NOx aanbevolen om een nauwkeurige monitoring en een doeltreffend beheer te waarborgen. |
| Milieu-incidenten | ||
| Aantal milieu-incidenten van niveau 4 en 5 |
Aantal | Deze maatstaf geeft het aantal milieu-incidenten van niveau 5 weer, die overeenkomen met langdurige milieuschade en ernstige inbreuken op de normen van de Groep, alsmede incidenten van niveau 4, die betrekking hebben op middellange termijn milieuschade en herhaalde inbreuken op de normen van de Groep. |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| WATERRAPPORTERING | ||
| Voortgangsindicator | miljoen m3 | Voor elke prioritaire locatie wordt een cijfer van 100% toegekend op basis van twee criteria: |
| waterrapportering (voor prioritaire bedrijfslocaties) |
Waterrapportering en validiteit van de waterbalans (75% van de totaalscore) | |
| De nieuwe rapporteringsvereisten op bedrijfslocatieniveau omvatten een lijst van vijf macro-indicatoren. | ||
| 40% wordt toegekend indien alle indicatoren op de lijst door de site worden gerapporteerd (8%/indicator) | ||
| 10% wordt toegekend wanneer de site uitleg geeft over de aanzienlijke verschillen tussen de daadwerkelijke en de voorbije rapporteringcampagnes (maximale score: 50%) |
||
| 50% wordt toegekend indien het verschil tussen waterinstromen en -uitstromen minder dan 10% of minder dan 20% bedraagt, met een geldige verklaring voor de wateronbalans. |
||
| Rapportering over de waterkwaliteit (25% van de totale score) | ||
| De nieuwe rapporteringsvereisten op bedrijfslocatieniveau omvatten een lijst van 3 kwaliteitsparameters (totale gesuspendeerde stoffen, pH en temperatuur) |
||
| Alle punten worden toegekend indien ten minste 50% van de prioritaire locaties en locaties in waterstress 5, die water in het milieu lozen, voldoen aan de rapportering over de waterkwaliteit. |
||
| WATER ONTTREKKING Totale operationele |
miljoen m3 | Hoeveelheid water die door een derde partij wordt geleverd of uit het milieu wordt onttrokken en in het operationele watersysteem |
| wateronttrekkingen | komt en activiteiten verricht. | |
| Bij Imerys zijn de operationele wateronttrekkingen onderverdeeld in de volgende categorieën, volgens de oorsprong van het water: uit grondwater, uit leveranciers, uit oppervlaktewater, uit regenwater, uit zeewater of uit andere bronnen (zoals afvalwater verkregen van een andere organisatie). |
||
| Imerys past de definitie en de aanbeveling van de ICMM-standaard toe. | ||
| Operationele wateronttrekkingsvolumes worden gekwantificeerd op basis van facturen van leveranciers, watermeters, nominale pompcapaciteiten en bedrijfsuren wanneer deze niet zijn uitgerust met flowmeters. Regenwater wordt geschat op basis van lokale hydrologische modellen, rekening houdend met de directe onderschepping van regenwater door operationele wateropslagplaatsen en indirecte beken zoals afstromen naar deze installaties, rekening houdend met het deelstroomgebied en de bodembezetting. |
||
| Water onttrokken aan grondwater |
miljoen m3 | Met dit water wordt bedoeld het water uit putten, boorgaten of andere systemen om water onder het bodemoppervlak te onttrekken. In het geval van onderschepping van waterhoudende lagen wordt de opwelling van water op de bodem van de put als grondwater beschouwd. Deze stroom valt alleen in deze categorie wanneer dit water wordt gebruikt voor de activiteiten en/of steengroeven (zoals stofbeheer, onderhoud, voertuigwas). Ook aangezogen water in het erts (natuurlijk vocht) behoort tot deze categorie. |
| Watervolumes uit grondwater worden gemeten met watermeters, debietmeters of nominale pompcapaciteiten en draaiuren. In sommige specifieke gevallen worden hydrogeologische onderzoeken verricht om de waterstroom van een onderschepte grondwatertafel te evalueren wanneer deze bij de activiteiten wordt gebruikt. In het geval van aangezogen water in het erts wordt het volume water geschat op basis van metingen van het vochtgehalte van representatieve monsters van het erts en de hoeveelheid erts die wordt gewonnen en de productie-installatie binnenkomt. |
||
| Water onttrokken bij leveranciers |
miljoen m3 | Met dit water wordt bedoeld water verkregen van waterleveranciers, lokale overheden, waterbedrijven of particuliere waterbedrijven dat wordt gebruikt in kantoren, faciliteiten (bv. drinkwater uit een gemeentelijk waterdistributienetwerk) of activiteiten. |
| Watervolumes van leveranciers worden gekwantificeerd op basis van watermeters, facturen van leveranciers, bij levering via pijpleidingen of in flessen, of een verschil in weging bij vervoer via watertrucks. |
||
| Water onttrokken aan oppervlaktewater |
miljoen m3 | Dit water verwijst naar het water dat wordt gewonnen uit rivieren, meren, vijvers, bronnen, stromen of ander water dat van nature op het aardoppervlak voorkomt (in tegenstelling tot water dat in de grond zit) met als doel activiteiten te ondersteunen of bij taken te worden gebruikt. |
| Watervolumes uit oppervlakte water worden gemeten met watermeters, debietmeters of nominale pompcapaciteiten en draaiuren. | ||
| Water onttrokken aan regenwater |
miljoen m3 | Dit water verwijst naar natuurlijke neerslag en afvoer die zich ophopen in actieve/inactieve putten en operationele watervoorraden die bedoeld zijn om de activiteiten en taken te leveren |
| Operationele wateronttrekkingen uit regenwater (neerslag en afvoer) worden schattingen gemaakt aan de hand van de begrenzingen van deelbekkens op de kaart van de waterdrainage en volgens weergegevens van stations in de buurt van de site (binnen een straal van maximaal 20km van de site). |
||
| Water onttrokken aan andere bronnen |
miljoen m3 | Sommige Imerys-activiteiten kunnen water halen uit andere bronnen dan de hierboven vermelde. Zo kan een activiteit afvalwater verkrijgen van een andere organisatie. |
Watervolumes uit andere bronnen worden gemeten met watermeters, debietmeters of nominale pompcapaciteiten en draaiuren.
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| WATERVERBRUIK | ||
| Totaal waterverbruik | miljoen m3 | De hoeveelheid water die binnen de begrenzing van de onderneming (of faciliteit) wordt onttrokken en niet opnieuw naar het milieu of een derde partij wordt geloosd, zoals waterverdamping (geforceerd of natuurlijk), vocht in het eindproduct, verliezen. |
| Het waterverbruik wordt geschat aan de hand van de waterbalans, waarbij het verbruik het verschil is tussen wateronttrekking en waterlozing. Dit geldt voor eenvoudige activiteiten met een beperkte natuurlijke waterstroombijdrage. Het verbruik wordt gekwantificeerd op processchaal, op basis van de massabalans van proceseenheden voor verbruik en maatstaven voor het vochtgehalte. |
||
| Het totale waterverbruik in gebieden met waterrisico, met inbegrip van gebieden met extreem grote waterstress |
miljoen m3 | Imerys definieert gebieden met extreem grote waterstress als regio's waar de verhouding tussen de totale onttrekking van oppervlakte- en grondwater en het beschikbare hernieuwbare water volgens het WWF Water Risk Filter (WRF) groter is dan 80%. |
| ANDERE MAATSTAVEN | ||
| Totaal opgeslagen water | miljoen m3 | Waterberging zijn speciaal gebouwde, kunstmatige structuren binnen de bedrijfsgrenzen die bedoeld zijn om operationeel water op te vangen of vast te houden voor verder gebruik bij de activiteiten. Wateropslagplaatsen zijn gesloten reservoirs, sedimentvijvers voor waterrecycling, afgedankte mijnen, opslagfaciliteiten voor residuen. |
| Het volume van grote wateropslagfaciliteiten, zoals residuen of ongebruikte mijnen, wordt geschat met bathymetrische surveys of computergebaseerde hoogte-volumemodellen op basis van historische topografische gegevens en referentieoppervlakniveaus. Het volume van kleinere waterbergingsfaciliteiten is gebaseerd op een geometrische modelbenadering en waterniveaumetingen (sensor, niveaumeter, visueel referentiepunt). |
||
| De totale hoeveelheid gerecycleerd en hergebruikt water |
miljoen m3 | Water en afvalwater (behandeld of onbehandeld) dat meer dan eenmaal is gebruikt voordat het buiten de begrenzing van de Groep of gedeelde faciliteiten wordt geloosd, zodat de vraag naar water wordt verminderd. Dit kan gebeuren binnen hetzelfde proces (recycling) of in een ander proces binnen dezelfde (eigen of met andere ondernemingen gedeelde) faciliteit of in een andere faciliteit van de onderneming (hergebruik). |
| Gerecyclede watervolumes worden gemeten met watermeters, debietmeters of nominale pompcapaciteiten en bedrijfsuren. | ||
| Waterintensiteit van inkomsten |
m3 / miljoen euro |
Deze maatstaf geeft de relatie aan tussen een volumetrisch aspect van water en een gecreëerde eenheid activiteit (producten, verkoop enz.). |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| Impact op de indicator voor biodiversiteitsreductie door onze Act4nature toezeggingen na te komen. |
Percentage | Deze maatstaf is een samengestelde maatstaf om de impact van de onderneming op de biodiversiteit te beoordelen en te verminderen aan de hand van twee belangrijke componenten: |
| Act4nature Commitments 2020-2024 (60% weging): In deze component wordt de voortgang geëvalueerd bij de uitvoering van 23 specifieke maatregelen, ingedeeld in vier hoofdgebieden: verbetering van de milieustrategie en wetenschappelijke deskundigheid, bestrijding van biodiversiteitsverlies, verrichten van biodiversiteitsonderzoek en bewustmaking van stakeholders. De jaarlijkse voortgang wordt berekend als een percentage van de inzet voor elke actie, dat vervolgens per thema wordt geconsolideerd om de algehele voortgang te monitoren. |
||
| Biodiversiteitsaudits op prioritaire bedrijfslocaties (40% weging): Deze component is gericht op het uitvoeren van biodiversiteitsaudits op 20 prioritaire bedrijfslocaties, gedefinieerd als: |
||
| a) Steengroeven die jaarlijks meer dan 1 miljoen ton winnen, of | ||
| b) Locaties binnen een straal van 5 km van kwetsbare gebieden (beschermde IUCN-gebieden van categorie I, II of III, of biodiversiteitshotspots in de buurt van beschermde IUCN-gebieden van categorie IV). |
||
| De audits hebben tot doel de maturiteit van de bedrijfslocaties op het gebied van biodiversiteitsbeheer te evalueren en lokale biodiversiteitsactieplannen aan te passen. De voortgang wordt jaarlijks gemeten op basis van het aantal gecontroleerde bedrijfslocaties in de periode 2022-2025. |
||
| Aantal winningslocaties van Imerys in de buurt van kwetsbare gebieden |
Aantal | IUCN-gebieden verwijzen naar beschermde gebieden die zijn gecategoriseerd door de International Union for Conservation of Nature (IUCN). Een duidelijk afgebakend geografisch gebied dat, met behulp van juridische of andere effectieve middelen, is erkend, specifiek is aangewezen en wordt beheerd met het oog op de instandhouding van natuur op lange termijn met de daarbij behorende ecosysteemdiensten en culturele waarden. |
| (IUCN-categorieën I, II of III) |
IUCN-categorie I is onderverdeeld in twee subcategorieën: | |
| Ia: Strikt natuurreservaat | ||
| Ib : Wildernisgebied | ||
| IUCN Categorie II: Nationaal park | ||
| IUCN-categorie III: Natuurlijk monument of kenmerk | ||
| Deze maatstaf wordt geschat op het aantal winningslocaties van Imerys binnen een straal van 5 km in een gebied ingedeeld als IUCN-categorie I, II of III. |
||
| Totaal verstoord oppervlak van de prioritaire winningslocaties van Imerys |
Oppervlakte (ha) | De als gewijzigd beschouwde oppervlakten hebben betrekking op de eigenschappen die worden gebruikt voor winningsactiviteiten en voor infrastructuur die verband houdt met activiteiten die momenteel niet worden gerehabiliteerd. Daarbij gaat het om zowel oppervlakten die worden geëxploiteerd als oppervlakten waar infrastructuur voor exploitatiedoeleinden is geïnstalleerd. |
| Totaal gerehabiliteerd oppervlak van de prioritaire winningslocaties van Imerys |
Oppervlakte (ha) | Dit verwijst naar de oppervlakken die gerehabiliteerd/hersteld zijn. Het totale gebied dat na ontginningsactiviteiten is gerehabiliteerd om de grond in zijn natuurlijke staat te herstellen of voor ander gebruik na ontginning gereed te maken. Rehabilitatie omvat ecologisch herstel, re-vegetatie, landschapshervorming en verontreinigingsherstel. In de regel hebben deze gebieden een oppervlaktebehandeling ondergaan (stabilisatie, instorting, bedekking met een bouwlaag en vegetatie) en/of zijn ze opnieuw begroeid (de opnieuw begroeide gebieden van rots stapels zijn inbegrepen). |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie | |
|---|---|---|---|
| RAPPORTERING MINERAALAFVAL | |||
| Voortgangsindicator mineraalafvalrapportering |
Percentage | Totaal percentage voltooide vereisten voor vijftien prioritaire bedrijfslocaties. Met inbegrip van: minerale karakteriseringen en ruimtelijke gegevens; |
|
| GISTM nalevingsindicator voor alle Imerys afvalverwijderingsfaciliteiten |
Percentage | Totaal percentage toepasselijke controleerbare vereisten dat op de betrokken bedrijfslocaties is voltooid. Inclusief: Getroffen gemeenschappen; Geïntegreerde kennisbank; Ontwerp Bouw Operationele Monitoring data; Management en governance; Noodrespons en herstel op lange termijn; Openbaarmaking en toegang tot informatie. |
|
| INDUSTRIEEL AFVAL | |||
| Totaal industrieel afval | ton | Industrieel afval is het niet-minerale afval dat ontstaat bij de activiteiten van Imerys, zoals solventen, inkt, plastic big bags, karton en houten pallets. Uitgesloten zijn de afvalstoffen van de productie: overbelasting, minerale afvalstoffen, nevenproducten, afwijkingen van specificaties. De rapportering van deze indicator is om afval geproduceerd door Imerys activiteiten te meten en te categoriseren in gevaarlijk, niet-gevaarlijk, gerecycleerd en uiteindelijk industrieel afval. |
|
| Indien bepaald vloeibaar water volgens de regelgeving als afval (en niet als afvalwater) wordt geteld, is de gerapporteerde hoeveelheid exclusief het watergehalte. De gerapporteerde hoeveelheid betreft het afval dat binnen het kalenderjaar uit operationele bedrijfslocaties is afgevoerd. Het afval dat op bedrijfslocaties is opgeslagen voor toekomstige verwijdering, valt hier niet onder. |
|||
| Niet-gerecycleerd gevaarlijk industrieel afval |
ton | Veel Imerys-activiteiten produceren afval dat is ingedeeld als gevaarlijk en wordt gereguleerd door nationale wetgeving. Dit soort afval vereist gespecialiseerde behandeling, met inbegrip van specifieke methoden voor vervoer, behandeling, opslag en verwijdering. De classificatie van gevaarlijk afval kan per land verschillen, dus het is essentieel om de relevante definitie te raadplegen in het rechtsgebied waar elke Imerys-activiteit zich bevindt. |
|
| De schatting van de hoeveelheden niet-gerecycled gevaarlijk industrieel afval is gebaseerd op pakbonnen | |||
| Gerecycleerd gevaarlijk industrieel afval |
ton | Dit afval betreft het gevaarlijke afval dat door de entiteit wordt verwijderd en extern wordt gerecycled. Het afval kan vervolgens als grondstof in een ander proces worden hergebruikt of voor een ander doel worden hergebruikt. De verbranding van afval dat als brandstof wordt gebruikt en gecomposteerd afval moet als gerecycleerd afval worden beschouwd. |
|
| De schatting van de hoeveelheden gerecycleerd gevaarlijk industrieel afval is gebaseerd op pakbonnen. | |||
| Niet-gerecycled niet-gevaarlijk industrieel afval |
ton | Dit afval verwijst naar industrieel afval van een Imerys-activiteit dat geen gevaarlijk afval is. Dit omvat alle andere vormen van vast of vloeibaar afval, met uitzondering van afvalwater. |
|
| De schatting van de hoeveelheden niet-gerecycleerd niet-gevaarlijk industrieel afval is gebaseerd op pakbonnen. | |||
| Gerecycled niet-gevaarlijk industrieel afval |
ton | Dit afval betreft niet-gevaarlijke materialen die door de entiteit worden verwijderd en extern worden gerecycleerd. Dergelijke afvalstoffen kunnen als grondstoffen in andere processen worden hergebruikt of voor verschillende toepassingen worden hergebruikt. Met name afval dat wordt verbrand voor brandstof en gecomposteerde materialen, wordt ook ingedeeld als gerecycleerd afval. |
|
| De schatting van de hoeveelheden gerecycleerd niet-gevaarlijk industrieel afval is gebaseerd op pakbonnen. | |||
| Intensiteit industrieel afval per netto-opbrengst |
ton/miljoen euro | Deze maatstaf meet de geproduceerde hoeveelheid bedrijfsafval voor elke eenheid netto-omzet. Het helpt om de efficiëntie van een onderneming in het beheer van de afvaloutput te beoordelen ten opzichte van de financiële prestaties. |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie | |
|---|---|---|---|
| GEZONDHEIDS- EN VEILIGHEIDSINDICATOREN | |||
| Groep Safety Culture Maturiteit |
Aantal | De indicator voor de maturiteit van de veiligheidscultuur van de Groep is het gemiddelde van de maturiteitsniveaus die door elke site werden behaald op basis van het resultaat van de zelfevaluatie die door elke site werd uitgevoerd aan de hand van de Group Safety Maturity Matrix. De Safety Maturity Matrix van de Groep is een instrument van Imerys dat intern werd ontwikkeld, rekening houdend met internationaal erkende normen voor veiligheidsbeheer en afgestemd op de grondbeginselen van het veiligheidsbeleid en de veiligheidsprocedures van Imerys. Het wordt gebruikt om gap analyses uit te voeren van de maturiteit van de bedrijfslocaties en hun verbeteringsplannen aan te sturen in samenwerking met industriële teams en veiligheidsprofessionals. Sinds 2019 wordt de mate van volwassenheid op het gebied van veiligheid op het werk gecategoriseerd met behulp van de matrix, van niveau 1,0 tot 4,0, en wel als volgt: |
|
| Maturiteitsniveau 1 stemt overeen met [Reactief] niveau wanneer het Imerys Safety System zwak is; | |||
| Maturiteitsniveau 2 stemt overeen met het niveau [Gepland] waar het Imerys Safety System de basis is en sommige essentiële vereisten nog niet zijn geïmplementeerd; |
|||
| Maturiteitsniveau 3 stemt overeen met het niveau [Proactief] waar het Imerys Safety System "volledig is geïmplementeerd, werknemers betrokken zijn en actief bijdragen"; Maturiteitsniveau 4 stemt overeen met het niveau [Best-in-class] waar het Imerys-systeem verder is geïmplementeerd dan de minimumvereisten van Imerys en is een referentie voor het delen van best practices |
|||
| Verbeteringspercentage occupational health actieplan (OHAP) |
% | Het verbeteringspercentage occupational health actieplan volgt de jaarlijkse maatregelen van bedrijfslocaties die gericht zijn op de bescherming van de gezondheid van werknemers, met een minimumvoltooiing van 75% die van jaar tot jaar vereist is. Dit is de verhouding tussen de voltooide maatregelen/geplande maatregelen voor het einde van het rapporteringsjaar. Maatregelen kunnen uit verschillende bronnen komen; jaarlijkse gezondheid op het werk (apart van het OHAP), monitoring van de blootstelling enz. Gericht op maatregelen ter bescherming van de gezondheid van werknemers op de werkvloer (fysieke, chemische en of biologische gevaren) |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| Aantal veiligheidsalarmen met betrekking tot een significant potentieel incident (SPI) |
Aantal | Significante Potentiële Incidenten (SPI's) verwijzen naar gebeurtenissen of bijna-ongevallen die, hoewel ze misschien niet tot ernstig letsel of ernstige schade hebben geleid, potentieel aanzienlijk letsel, milieuimpacts of materiële schade kunnen veroorzaken. Dit zijn incidenten die onder iets andere omstandigheden ernstige gevolgen hadden kunnen hebben. Het concept van SPI's is een belangrijk onderdeel van het veiligheidsbeheersysteem van Imerys. Door deze incidenten in kaart te brengen en te analyseren, wil de Groep ernstigere ongevallen in de toekomst voorkomen. SPI's worden doorgaans met dezelfde strengheid gerapporteerd, onderzocht en geanalyseerd als daadwerkelijke incidenten. En de resultaten van deze analyse worden binnen de groep gedeeld via Safety Alerts. Deze proactieve aanpak helpt Imerys om zijn veiligheidsprestaties voortdurend te verbeteren en het risico op ernstige ongevallen te verminderen. Deze maatstaf wordt berekend als het aantal veiligheidswaarschuwingen voor SPI's dat in het rapporteringsjaar wordt gedeeld. |
| Visible Felt Leadership (VFL) | Aantal | Zichtbaar gevoeld leiderschap verwijst naar de praktijk van leiders die hun toewijding aan veiligheid tonen door middel van zichtbare acties en gedragingen die kunnen worden waargenomen en gevoeld door werknemers op alle niveaus van de organisatie. VFL omvat doorgaans: |
| Leidinggevenden bezoeken regelmatig bedrijfslocaties en gaan direct met werknemers in gesprek over veiligheidskwesties. | ||
| Blijk geven van persoonlijke betrokkenheid bij veiligheid door acties en beslissingen. Actief deelnemen aan veiligheidsinitiatieven en discussies. Goede veiligheidspraktijken erkennen en versterken. Veiligheidsrisico's snel en zichtbaar aanpakken. Deze maatstaf betreft het aantal interacties tussen leidinggevenden dat in het rapporteringsjaar is geregistreerd. |
||
| Behavior-Based Safety (BBS) | Aantal | Behavior-Based Safety is een belangrijk onderdeel van het veiligheidsmanagementsysteem en de algemene veiligheidscultuur van Imerys. Behavior-Based Safety is een benadering die zich richt op het identificeren en bevorderen van veilig gedrag bij werknemers om ongevallen en letsel op de werkvloer te voorkomen. Het BBS-programma bij Imerys omvat doorgaans: |
| Observeren en analyseren van gedrag op de werkvloer | ||
| Onmiddellijke feedback geven over veilig en risicovol gedrag | ||
| Werknemers aanmoedigen om actief deel te nemen aan het identificeren en aanpakken van veiligheidsproblemen | ||
| Bevorderen van positieve versterking voor veilig gedrag | ||
| Actieplannen ontwikkelen om vastgestelde veiligheidsproblemen aan te pakken | ||
| Het doel van BBS is om een proactieve veiligheidscultuur te creëren waar werknemers actief betrokken zijn bij het handhaven van een veilige werkomgeving. Door te focussen op gedrag, wil de Groep ongevallen voorkomen voordat ze gebeuren en de veiligheidsprestaties voortdurend verbeteren. |
||
| Deze maatstaf betreft het aantal BBS-interacties tussen collega's dat tijdens het rapporteringsjaar is geregistreerd. | ||
| Levensveranderende verwondingen |
Aantal | Een levensveranderende verwonding verwijst naar een ernstig letsel met permanente impact op het slachtoffer. Het letsel omvat amputatie, hersenbeschadiging, verlies van gezichtsvermogen, ernstige brandwonden met ernstige littekens tot gevolg en permanente onmogelijkheid om arm of been (inclusief hand en voet) normaal te gebruiken. Met betrekking tot een amputatie van een deel van een vinger, zal het ongeval als levensveranderend worden beschouwd als het bot wordt geraakt. Een gebeurtenis die leidt tot een levensveranderende verwonding, zoals hierboven beschreven, zal op dit niveau worden ingedeeld, zelfs als er geen verloren dag was en de werknemer terug was naar zijn of zijn volgende geplande dienst. Deze maatstaf is het aantal arbeidsongevallen met een levensveranderend gevolg. |
| Percentage Lost-Time Accident (LTA) |
Verhouding | Een Lost-Time Accident is een arbeidsongeval of accident waarbij de gewonde werknemer (werknemer, medewerker niet in loondienst of andere werknemer ter plaatse) de volgende dag na het ongeval, tijdens de normale werkuren, niet kan werken als gevolg van het geleden letsel. Een arts of andere gediplomeerde zorgverlener verstrekt een verklaring dat het slachtoffer van het ongeval niet arbeidsgeschikt is. |
| Aantal verloren dagen als | Aantal | Percentage Lost-Time Accident (LTA): (aantal ongevallen met verloren tijd x 1.000.000)/aantal gewerkte uren. Een dag waarop een Imerys-Werknemer, een niet-Imerys-Werknemer of een Andere Werknemer ter plaatse niet kan werken door een |
| gevolg van arbeidsgerelateerde ongevallen, dodelijke ongevallen en ziekte |
arbeidsongeval. Verloren Dagen worden geteld vanaf en inclusief de dag nadat het letsel is opgetreden tot en met de laatste dag van afwezigheid, en gemeten in kalenderdagen, d.w.z. dagen waarop de getroffen persoon niet is ingeroosterd (bv. weekends, feestdagen) tellen als Verloren Dagen. De dag waarop het letsel is ontstaan, geldt nooit als Verloren Dag. In geval van sterfgevallen worden volgens afspraak 365 Verloren Werkdagen, of 366 voor een schrikkeljaar, gerapporteerd. |
|
| Deze maatstaf is het aantal verloren dagen geregistreerd binnen het rapporteringsjaar en afzonderlijk gemeten voor verloren dagen in verband met letsel en verloren dagen in verband met beroepsziekten |
||
| Registreerbaar percentage arbeidsongevallen |
Verhouding | Het te registreren percentage arbeidsongevallen is een maatstaf voor sterfgevallen, ongevallen met verloren tijd (met en zonder verandering van leven) en ongevallen met niet-verloren tijd (met en zonder beperkte taken) met betrekking tot de werktijden. |
| Deze maatstaf, ook wel Total Recordable Incident Rate (TRIR) genoemd, wordt berekend door: (aantal dodelijke ongevallen, ongevallen met verloren tijd en ongevallen zonder verloren tijd x 1.000.000)/aantal gewerkte uren. |
||
| Gewerkte uren | Aantal | Deze indicator omvat alle werkuren inclusief overwerk, waarvoor werknemers betaald krijgen, met uitzondering van feestdagen, nationale feestdagen of andere vrije dagen die beschikbaar zijn in het kader van lokale uitkeringsprogramma's. Het wordt verkregen door de som van de arbeidsuren gerapporteerd door alle bedrijfslocaties, voor elk type werknemerscategorie, tijdens het rapporteringsjaar. De werktijden zijn gebaseerd op reële werktijden indien beschikbaar of op de beste schatting die de bedrijfslocatie heeft gemaakt volgens het aantal personeelsleden en de werkplanning/aanwezigheid op de bedrijfslocatie en de lokale arbeidstijdennormen, of standaard op een gemiddelde van 40 uur per week per voltijdse werknemer die ter plaatse aanwezig is. |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| Registreerbare beroepsziekten, met inachtneming van wettelijke beperkingen inzake |
Aantal | De melding van ziekten die werkgerelateerd zijn of kunnen zijn, kan afhankelijk van het betrokken land uit verschillende bronnen komen. Het kan komen via meldingen van getroffen personen, uitkeringsinstanties of socialezekerheidsdiensten, of professionele gezondheidszorg (intern of extern). Een te melden ziekte moet: gediagnosticeerd door een arts (persoonlijke of groepsarts) en erkend als beroepsziekte door de lokale autoriteiten of sociale |
| gegevensverzameling | zekerheid / compensatiediensten of; | |
| die vallen onder de minimumlijst van beroepsziekten die moeten worden erkend en gerapporteerd, zoals uiteengezet in de lijst van beroepsziekten van de International Labour Organization (ILO). Daarbij gaat het onder meer om musculoskeletale aandoeningen (MSA), huid- en ademhalingsziekten, kwaadaardige kankers, ziekten veroorzaakt door fysische agentia (bv. gehoorschade door blootstelling aan lawaai, ziekten veroorzaakt door trillingen) en psychische aandoeningen (bv. angst, posttraumatische stressstoornis). |
||
| INDICATOREN PERSONEELSBESTAND | ||
| Score van de Diversiteit, Equity & Inclusie Index |
Percentage | Imerys' Diversiteit, Equity en Inclusie Index is een samengestelde maatstaf die is ontwikkeld om diversiteit, rechtvaardigheid en inclusie te monitoren op het gebied van genderbalans, beloningsgelijkheid, nationaliteit, beperking en betrokkenheidsscores afkomstig van enquêtes over werknemersbetrokkenheid. Het is samengesteld uit vijf gelijk gewogen maatstaven (20% elk) en kan een score opleveren van 0 tot +100. Het doel voor de Groep op middellange termijn is om de score van de Diversiteit, Gelijkheid & Inclusie Index tegen einde 2025 op te trekken tot 100%. |
| Aantal vrouwelijke Bestuursleden |
Aantal vrouwen | Aantal vrouwelijke Bestuursleden per 31 december |
| Percentage vrouwelijke bestuurders |
Percentage | [Totaal vrouwelijke Bestuursleden / Totaal Bestuursleden] x 100 |
| Aantal vrouwen in het hoger management |
Aantal vrouwen | Het omvat niet alleen leden van het Uitvoerend Comité, maar ook functies in het hoger management. |
| Percentage vrouwen in het hoger management |
Percentage | [Totaal vrouwen in hoger management / Totaal werknemers in hoger management] x 100 |
| Aantal vrouwelijke leden van het Uitvoerend Comité |
Aantal vrouwen | Aantal vrouwelijke leden van het Uitvoerend Comité per 31 december |
| Percentage vrouwelijke leden in het Uitvoerend Comité |
Percentage | [Aantal vrouwelijke leden van het Uitvoerend Comité / Totaal aantal leden van het Uitvoerend Comité (inclusief de CEO)] x 100 |
| Aantal vrouwen in senior managementrollen |
Aantal vrouwen | Aantal vrouwen dat rechtstreeks rapporteert aan de leden van het Uitvoerend Comité (exclusief assistenten/secretarissen enz.) of rechtstreeks rapporteert aan de Chief Information Officer of Business Area Purchasing Directors. |
| Percentage vrouwen in senior management functies |
Percentage | [Aantal vrouwen in senior managementrollen / Totaal aantal senior managers] x 100 |
| Aantal vrouwen in leidinggevende/ deskundige/ professionele functies |
Aantal vrouwen | Medewerkers in functies waarvoor beroepskwalificaties of technische kwalificaties (universitaire graad of gelijkwaardige ervaring) zijn vereist, samen met leidinggevende en/of deskundigheidsverantwoordelijkheden. |
| Percentage vrouwen in leidinggevende/ deskundige/ professionele functies |
Percentage | [Aantal vrouwen in leidinggevende/ deskundige/ professionele functies / Totaal aantal leidinggevende/ deskundige/ professionele] x 100 |
| Aantal vrouwen in paraprofessionele functies |
Aantal vrouwen | Aantal vrouwen niet opgenomen in de categorieën: Leden van het Uitvoerend Comité, Senior Managers of leidinggevende/ deskundige/ professionals. |
| Percentage vrouwen in Paraprofessionele functies |
Percentage | [Aantal vrouwen in Paraprofessionele functies / Totaal aantal Paraprofessionele functies] x 100 |
| Aantal vrouwen in de Groep | Aantal vrouwen | Deze indicator toont het aantal vrouwen in de Groep op 31 december. |
| Percentage vrouwen in de Groep |
Percentage | [Totaal vrouwelijke werknemers / Totaal werknemers] x 100 |
| Percentage werknemers jonger dan 30 jaar |
Percentage | [Totaal werknemers met jonger dan 30 jaar / Totaal werknemers] x 100 |
| Percentage werknemers van 30 tot 50 jaar |
Percentage | [Totaal werknemers van 30 tot 50 jaar / Totaal werknemers] x 100 |
| Percentage werknemers ouder dan 50 jaar |
Percentage | [Totaal werknemers ouder dan 50 jaar / Totaal werknemers] x 100 |
| Aantal werknemers met een beperking |
Aantal werknemers |
Het geeft het aantal werknemers met ten minste één soort beperking aan waarvan de erkenning door de betrokken nationale autoriteiten nog steeds van kracht is op 31 december. |
| Aantal vrouwelijke werknemers met een beperking in de Groep |
Aantal vrouwen | Aantal vrouwen opgenomen in het aantal werknemers met een beperking. |
| Aantal mannelijke werknemers met een beperking in de Groep |
Aantal mannen | Aantal mannen opgenomen in het aantal werknemers met een beperking. |
| Percentage geregistreerde personen met een beperking |
Percentage | [Totaal werknemers met een beperking / Totaal werknemers] x 100 |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie | ||
|---|---|---|---|---|
| Percentage mensen met een beperking in de Groep waarvoor wettelijke beperkingen gelden voor het verzamelen van gegevens |
Percentage | Het aantal werknemers met een beperking versus het totale aantal personeelsleden in de landen waar de Groep aanwezig is en het is wettelijk toegestaan om informatie te verzamelen over de beperkingen van werknemers |
||
| Aantal opgeleide werknemers | Aantal | Aantal uren opleiding (of het nu gaat om een vereiste van de nationale arbeidswet of een bedrijfsbesluit om de technische of managementvaardigheden van hun werknemers bij te werken/te verbeteren via een geformaliseerd curriculum of programma (met aanwezigheidslijst); met andere woorden, interne/externe opleidingssessies tijdens werkuren, met uitzondering van informatiesessies of informele bijeenkomsten (bv. welkomstsessie) NB: Inclusief EHS trainingsuren |
||
| Berekening: Aantal opleidingsuren in de maand X aantal deelnemers. | ||||
| Aantal uren opleiding per jaar | Aantal | Aantal uren opleiding (of het nu gaat om een vereiste van de nationale arbeidswet of een bedrijfsbesluit om de technische of managementvaardigheden van hun werknemers bij te werken/te verbeteren via een geformaliseerd curriculum of programma (met aanwezigheidslijst); met andere woorden, interne/externe opleidingssessies tijdens werkuren, met uitzondering van informatiesessies of informele bijeenkomsten (bv. welkomstsessie) |
||
| NB: Inclusief EHS trainingsuren | ||||
| Cao-dekkingsgraad | Percentage | [Aantal werknemers dat ten minste door één Collectieve arbeidsovereenkomst is gedekt per 31 december / Totaal aantal werknemers] x 100 |
||
| Aantal werknemers (headcount) |
Aantal | Totaal aantal Imerys-werknemers met een personeelsbestand op 31 december die werkzaamheden uitvoeren voor een van de entiteiten van Imerys. Het omvat vaste en tijdelijke werknemers en oproepkrachten. |
||
| Aantal vaste werknemers | Aantal | Totaal aantal werknemers geregistreerd in de Imerys-headcount op 31 december, in dienst bij een contract voor onbepaalde tijd en rechtstreeks betaald door een van de Imerys-bedrijven. Voltijd- en deeltijdwerknemers vallen onder de vaste werknemers, met uitzondering van oproepkrachten. |
||
| Aantal tijdelijke werknemers | Aantal | Totaal aantal werknemers geregistreerd in de Imerys-headcount op 31 december, in dienst bij een contract / overeenkomst voor bepaalde tijd en rechtstreeks betaald door een van de Imerys-bedrijven. Seizoens-, voltijd- en deeltijdwerknemers vallen onder niet-vaste werknemers, met uitzondering van oproepkrachten. Volgens de regulatie van het land van de gebruikers zijn de leerlingen opgenomen in de niet-vaste werknemers. |
||
| Aantal oproepkrachten | Aantal | Oproepkrachten zijn werknemers die bij de onderneming in dienst zijn zonder een gegarandeerd minimaal of vast aantal arbeidsuren. Deze werknemers moeten misschien beschikbaar zijn om te komen werken als dat nodig is, maar Imerys is niet contractueel verplicht om deze werknemers een minimaal of vast aantal arbeidsuren per dag, week of maand aan te bieden. |
||
| Gemiddeld aantal werknemers (headcount) |
Aantal | Gemiddelde van het totale aantal Imerys-medewerkers aan het einde van elke maand van het jaar. | ||
| Werknemers niet in loondienst binnen het personeel van Imerys (Voltijds equivalent) |
Aantal | Aantal totale jaarlijkse uren gewerkt door medewerkers niet in loondienst, met inbegrip van zelfstandigen en uitzendkrachten / maandelijkse wettelijke uren van een vaste werknemer in de betrokken landen / 12 maanden |
||
| Aantal werknemers dat Imerys in de loop van het jaar heeft verlaten |
Aantal | Aantal vaste werknemers dat gedurende het jaar vrijwillig of wegens ontslag, pensionering of overlijden vertrekt. | ||
| Percentage personeelsverloop | Percentage | Aantal vaste werknemers dat Imerys heeft verlaten tijdens het jaar / gemiddeld vast aantal werknemers van het jaar. | ||
| Aantal bevestigde incidenten van discriminatie (inclusief intimidatie) |
Aantal | Aantal klokkenluidersregelingen in de loop van het jaar met betrekking tot discriminatie of intimidatie die na onderzoek zijn bevestigd |
||
| Aantal bevestigde andere klachten over personeel |
Aantal | Aantal klokkenluidersregelingen in de loop van het jaar met betrekking tot beschuldigingen van personeelszaken, met uitzondering van discriminatie en intimidatie, die na onderzoek zijn bevestigd |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| Leverancier duurzaamheidsratingindicator |
Percentage | Deze maatstaf meet de toewijding van Imerys aan het waarborgen van voorbeeldig Zakelijk Gedrag door de hoogste standaard van bedrijfsethiek en naleving te handhaven, eerlijke operationele praktijken te respecteren en te implementeren en verantwoord inkopen te waarborgen. |
| Dit programma is gebaseerd op de beoordeling van de prestaties van leveranciers duurzaamheidsperformantie op basis van een |
uitgebreide evaluatie van mensenrechten, arbeid, ethiek, milieu en supply chain management praktijken.
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie | |
|---|---|---|---|
| Voortgangsindicator stakeholdersbetrokkenheid (voor prioritaire bedrijfslocaties) |
Percentage | Percentage prioritaire bedrijfslocaties met een stakeholderbetrokkenheidsplan (stap 1 en stap 2) voltooid | |
| Sites met stakeholdermapping | Percentage | Percentage bedrijfslocaties met een stakeholderbetrokkenheidsplan (stap 1 en stap 2) voltooid | |
| Sites met een klachtenmechanisme van de gemeenschap |
Percentage | Percentage bedrijfslocaties met een klachtenmechanisme van de gemeenschap | |
| Donaties | Monetair | Deze maatstaf geeft het bedrag weer van de donaties die in het afgelopen jaar zijn goedgekeurd | |
| Werknemers opgenomen in het testprogramma voor vrijwilligerswerk |
Aantal | Aantal werknemers (uit de 5 testlanden: Frankrijk, de VS, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Singapore) die toegang hebben tot het testprogramma voor vrijwilligerswerk |
|
| Ernstige mensenrechten kwesties en incidenten met betrekking tot getroffen gemeenschappen |
Aantal | Aantal klokkenluidersregelingen in de loop van het jaar over beschuldigingen van ernstige mensenrechten kwesties en incidenten in getroffen gemeenschappen, die na onderzoek zijn bevestigd |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie |
|---|---|---|
| Producten in Applicatiecombinaties (PAC) beoordelingsindicator |
Percentage | Deze indicator meet de voortgang van de evaluatie van het bestaande productportfolio van de Groep aan de hand van de SustainAgility Solutions Analyse (SSA). |
| De SustainAgility Solutions Analyse (SSA) is ontworpen in lijn met de World Business Council voor Sustainable Development (WBCSD)1 richtlijnen voor Portfolio Duurzaamheidsanalyses. De bestaande portefeuille van de Groep wordt gelezen als Product in Applicatiecombinatie (PAC) en elke PAC krijgt vervolgens een waardering op basis van het al dan niet voldoen aan specifieke duurzaamheidscriteria. |
||
| De maatstaf is een verhouding tussen de jaarlijkse inkomsten gegenereerd door de PAC geraamd volgens SSA en de jaarlijkse omzet van de Groep. |
||
| Groep Nieuwe Productontwikkelingen SustainAgility score-indicator |
Percentage | Deze indicator evalueert de toewijding van Imerys om de Groepsportefeuille te innoveren en te laten groeien door de duurzaamheid van nieuwe producten, processen en diensten te beoordelen om duurzame oplossingen voor de samenleving te leveren. |
| Deze maatstaf houdt het percentage bij van de nieuwe producten van de Groep die een van de top twee categorieën behaalden in het vierledige SustainAgility Solutions Assessment kader, aangemerkt als een "SustainAgility Solution". 2 |
||
| Omzet naar SSA Matrix Categorieën |
miljoen euro | De omzet van SSA verwijst naar het aandeel van de omzet van de Groep toegeschreven aan Producten in Applicatiecombinaties die zijn beoordeeld volgens de SSA-methodologie. Deze categorisering is gebaseerd op specifieke duurzaamheidscriteria, waardoor Imerys zijn portfolio kan evalueren en classificeren. De omzetclassificatie is afgeleid van de SSA-methodologie, die de duurzaamheidsperformantie van Product Applicatiecombinaties (PAC's) beoordeelt |
| Parameter | Eenheid | Berekeningsmethode, significante aannames en contextinformatie | |
|---|---|---|---|
| Voortgangsindicator externe duurzaamheidsrating van de Groep |
Aantal | Imerys zet zich in voor voorbeeldig zakelijk gedrag, het waarborgen van ethisch gedrag en eerlijke operationele praktijken in alle activiteiten van de Groep. In de geest van continue verbetering beoordeelt Imerys jaarlijks zijn duurzaamheidsbeleid, maatregelen en resultaten aan de hand van een uitgebreide EcoVadis duurzaamheidsanalyse, waarbij deze resultaten openlijk worden gedeeld met interne en externe stakeholders. |
|
| Incidenten van corruptie of omkoping | |||
| Aantal veroordelingen voor overtreding van anticorruptie en antiomkopingswetten |
Aantal | Deze maatstaf geeft het aantal veroordelingen in de loop van het jaar voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten in de Groep. |
|
| Politieke invloed en lobbyactiviteiten | |||
| Geldboeten voor overtreding van anticorruptie- en antiomkopingswetten |
Monetair (€) | Deze maatstaf rapporteert het bedrag aan boetes met betrekking tot beschuldigingen van schending van anticorruptie- en antiomkopingswetten gedurende het jaar. |
|
| Betalingspraktijken | |||
| Gemiddeld aantal dagen om factuur te betalen |
dagen | Deze maatstaf geeft het gemiddelde aantal betalingsdagen aan vanaf de datum waarop de contractuele of wettelijke betalingstermijn ingaat |
1 De WBCSD is een wereldwijde, door CEO's geleide organisatie van meer dan 200 toonaangevende bedrijven die samenwerken om de overgang naar een duurzame wereld te versnellen door meer duurzame bedrijven succesvoller te maken.
2 Portfolio Sustainability Assessments (PSA) is een methodologisch kader om productportfolio's proactief te sturen in de richting van betere duurzaamheidsresultaten.
Resultaten https://www.wbcsd.org/Programs/Circular-Economy/Resources/Portfolio-Sustainability-Assesment-v2.0.
| Rapporterings vereiste |
Datapunt | Regelgevend kader |
Referentie | Hoofdstuk & Sectie |
|---|---|---|---|---|
| ESRS 2 GOV-1 | Genderdiversiteit raad van bestuur | SFDR | Indicator nr.13 van Tabel 1 van Bijlage 1 | Hoofdstuk 4, |
| alinea 21(d) | Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/181627 van de Commissie, Bijlage II |
sectie 4.1.1 | |
| ESRS 2 GOV-1 | Percentage onafhankelijke bestuurders alinea 21(e) |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II | Hoofdstuk 4, sectie 4.1.1 |
| ESRS 2 GOV-4 | Due-diligence-verklaring alinea 30 | SFDR | Indicator nr. 10 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.1.2.4 |
| ESRS 2 SBM-1 | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. | SFDR | Indicator nr. 4 van tabel 1 van bijlage I | - |
| activiteiten fossiele brandstoffen alinea 40(d) i |
Pillar 3 | Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/245328 van de Commissie Tabel 1: Kwalitatieve informatie over milieurisico's en tabel 2: Kwalitatieve informatie over Sociaal risico |
||
| Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II | |||
| ESRS 2 SBM-1 | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. | SFDR | Indicator nr. 9 van tabel 2 van bijlage I | - |
| chemische productie alinea 40(d) ii | Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II | ||
| ESRS 2 SBM-1 | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. | SFDR | Indicator nr. 14 van tabel 1 van bijlage I | - |
| controversiële wapens alinea 40(d) iii | Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/181829, art. 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II |
||
| ESRS 2 SBM-1 | Betrokkenheid bij activiteiten m.b.t. teelt en productie tabak alinea 40(d) iv |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
- |
| ESRS E1-1 | Transitieplan om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken alinea 14 |
EU-klimaatwet | Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 | Sectie 1.2.2.4 |
| ESRS E1-1 | Ondernemingen uitgesloten van op Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks alinea 16(g) |
Pillar 3 | Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen naar sector, emissies en resterende looptijd |
Sectie 1.2.2 |
| EU-klimaatwet | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, Artikel 12, lid 1, punten d) t/m g), en Artikel 12, lid 2 |
|||
| ESRS E1-4 | Doelen BKG-emissiereductie alinea 34 | SFDR | Indicator nr. 4 van tabel 2 van bijlage I | Sectie 1.2.2.4 |
| Pillar 3 | Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Verordening (EU) 2022/2453 van de Commissie; Template 3: Banking book - Transitierisico's in verband met klimaatverandering: afstemmingsmaatstaven |
|||
| Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 6 | |||
| ESRS E1-5 | Totale energieverbruik uit fossiele bronnen, uitgesplitst naar bronnen (alleen sectoren met grote klimaatimpact) alinea 38 |
SFDR | Indicator nr. 5 van tabel 1 en indicator nr. 5 Tabel 2 van Bijlage 1 | Sectie 1.2.2.6 |
| ESRS E1-5 | E1-5 Energieverbruik en energiemix alinea 37 |
SFDR | Indicator nr. 5 van tabel 1 van bijlage I | Sectie |
| 1.2.2.6 | ||||
| ESRS E1-5 | Energie-intensiteit activiteiten in sectoren met grote klimaatimpact alinea's 40 t/m 43 |
SFDR | Indicator nr. 6 van tabel 1 van bijlage I | Sectie 1.2.2.6 |
| ESRS E1-6 | Bruto Scope 1, 2, 3 en totale | SFDR | Indicatoren nrs. 1 en 2 van tabel 1 van bijlage I | Sectie |
| broeikasgasemissies alinea 44 | Pillar 3 | Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; | 1.2.2.6 | |
| Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 1: Banking book – Transitierisico's i.v.m. klimaatverandering: Kredietkwaliteit blootstellingen per sector, emissies en resterende looptijd |
||||
| Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 5, lid 1, art. 6 en art. 8, lid 1 |
|||
| ESRS E1-6 | Intensiteit bruto-BKG-emissies alinea's | SFDR | Indicator nr. 3 van tabel 1 van bijlage I | Sectie |
| 53 t/m 55 | Pillar 3 | Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, Template 3: Banking book – Risico's van klimaatveranderingstransitie: Afstemmingsmaatstaven |
1.2.2.6 |
| Rapporterings vereiste |
Datapunt | Regelgevend kader |
Referentie | Hoofdstuk & Sectie |
|---|---|---|---|---|
| Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 8, lid 1 | |||
| ESRS E1-7 | BKG-verwijderingen en carbon credits | EU-klimaatwet | Verordening (EU) 2021/1119, art. 2, lid 1 | Sectie |
| alinea 56 | 1.2.2.6 | |||
| ESRS E1-9 | Blootstelling benchmarkportefeuille aan fysieke klimaatrisico's alinea 66 |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, Bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II |
- |
| ESRS E1-9 | Uitsplitsing geldbedragen in acuut en | Pillar 3 | Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr. 575/2013; | Sectie |
| chronisch fysiek risico alinea 66(a) ESRS E1-9 Locatie significante activa die materieel fysiek risico lopen alinea 66(c). |
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie, alinea's 46 en 47; Template 5: Banking book - Klimaatverandering fysiek risico: Aan fysiek risico onderhevige blootstellingen. |
1.2.2.7 | ||
| ESRS E1-9 | Uitsplitsing boekwaarde vastgoedactiva naar energie efficiëntieklasse alinea 67(c) |
Pillar 3 | Artikel 449 bis van Verordening (EU) nr.575/2013; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2453 van de Commissie alinea 34; Template 2: Banking book - Transitierisico's in verband met klimaatverandering: Leningen gedekt door zekerheden in de vorm van onroerend goed – Energie-efficiëntie van de zekerheid |
- |
| ESRS E1-9 | Mate van blootstelling portefeuille aan klimaatgerelateerde opportuniteiten alinea 69 |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, bijlage II | - |
| ESRS E2-4 | Hoeveelheid emissies naar lucht, water en bodem van elke verontreinigende stof in bijlage II bij E-PRTR verordening (European Pollutant Release and Transfer Register) alinea 28 |
SFDR | Indicator nr. 8 van tabel 1 van bijlage I Indicator nr. 2 van tabel 2 van bijlage I Indicator nr. 1 van tabel 2 van bijlage I Indicator nr. 3 van tabel 2 van bijlage I |
Sectie 1.2.3.5 |
| ESRS E3-1 | Water en mariene hulpbronnen alinea 9 |
SFDR | Indicator nr. 7 van tabel 2 van bijlage I | Sectie 1.2.4.2 |
| ESRS E3-1 | Specifiek beleid alinea 13 | SFDR | Indicator nr. 8 van tabel 2 van bijlage I | Sectie 1.2.4.2 |
| ESRS E3-1 | Duurzame oceanen en zeeën alinea 14 | SFDR | Indicator nr. 12 van tabel 2 van bijlage I | - |
| ESRS E3-4 | Totale hoeveelheid gerecycled en hergebruikt water alinea 28(c) |
SFDR | Indicator nr. 6.2 van tabel 2 van bijlage I | Sectie 1.2.4.5 |
| ESRS E3-4 | Totale waterverbruik in m3 per netto-opbrengst eigen activiteiten alinea 29 |
SFDR | Indicator nr. 6.1 van tabel 2 van bijlage I | Sectie 1.2.4.5 |
| ESRS 2- IRO 1 - E4 | alinea 16(a) i | SFDR | Indicator nr. 7 van tabel 1 van bijlage I | Sectie 1.2.5.1 |
| ESRS 2- IRO 1 - E4 | alinea 16(b) | SFDR | Indicator nr. 10 van tabel 2 van bijlage1 | Sectie 1.2.5.1 |
| ESRS 2- IRO 1 - E4 | alinea 16(c) | SFDR | Indicator nr. 14 van tabel 2 van bijlage I | Sectie 1.2.5.1 |
| ESRS E4-2 | Praktijken of beleid duurzaam land / landbouw alinea 24(b) |
SFDR | Indicator nr. 11 van tabel 2 van bijlage I | - |
| ESRS E4-2 | Praktijken of beleid duurzaam beheer oceanen / zee alinea 24(c) |
SFDR | Indicator nr. 12 van tabel 2 van bijlage 1 | - |
| ESRS E4-2 | Beleid tegen ontbossing alinea 24(d) | SFDR | Indicator nr. 15 van tabel 2 van bijlage 1 | - |
| ESRS E5-5 | Niet-gerecycled afval alinea 37(d) | SFDR | Indicator nr. 13 van tabel 2 van bijlage 1 | Sectie 1.2.6.5 |
| ESRS E5-5 | Gevaarlijk afval en radioactief afval alinea 39 |
SFDR | Indicator nr. 9 van tabel 1 van bijlage I | Sectie 1.2.6.5 |
| ESRS 2- SBM3 - S1 | Risico incidenten gedwongen arbeid alinea 14(f) |
SFDR | Indicator nr. 13 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.1 |
| ESRS 2- SBM3 - S1 | Risico incidenten kinderarbeid alinea 14(g) |
SFDR | Indicator nr. 12 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.1 |
| ESRS S1-1 | Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid alinea 20 |
SFDR | Indicator nr. 9 van tabel 3 en indicator nr. 11 van tabel 1 van bijlage I | Sectie 1.3.1.7 |
| ESRS S1-1 | Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de International Labor Organisation alinea 21 |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | Sectie 1.3.1.7 |
| ESRS S1-1 | Procedures en maatregelen ter voorkoming van mensenhandel alinea 22 |
SFDR | Indicator nr. 11 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.7 |
| ESRS S1-1 | Beleid of beheersystem ter voorkoming van arbeidsongevallen alinea 23 |
SFDR | Indicator nr. 1 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.3 |
| ESRS S1-3 | Klachtenregelingen alinea 32(c) | SFDR | Indicator nr. 5 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.3 |
<-- PDF CHUNK SEPARATOR -->
| Rapporterings vereiste |
Datapunt | Regelgevend kader |
Referentie | Hoofdstuk & Sectie |
|---|---|---|---|---|
| ESRS S1-14 | Aantal sterfgevallen en aantal en | SFDR | Indicator nr. 2 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.3 |
| aandeel arbeidsongevallen alinea 88(b) en (c) |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | ||
| ESRS S1-14 | Aantal verzuimdagen als gevolg van letsel, ongevallen, dodelijke ongevallen of ziekte alinea 88(e) |
SFDR | Indicator nr. 3 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.3 |
| ESRS S1-16 | Niet-gecorrigeerde loonkloof | SFDR | Indicator nr. 12 van tabel 1 van bijlage I | - |
| man-vrouw alinea 97(a) | Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | ||
| ESRS S1-16 | Ratio buitensporige beloning CEO alinea 97(b) |
SFDR | Indicator nr. 8 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.6 |
| ESRS S1-17 | Gevallen van discriminatie alinea 103(a) | SFDR | Indicator nr. 7 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.6 |
| ESRS S1-17 | Niet-nakoming UNGP's on Business | SFDR | Indicator nr. 10 van tabel 1 en indicator nr. 14 Tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.3.1.6 |
| and Mensenrechten en OECD paragraaf 104(a) |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
||
| ESR S2 – SBM3 – S2 | Aanzienlijk risico kinderarbeid of gedwongen arbeid in waardeketen alinea 11(b) |
SFDR | Indicatoren nrs.12 en 13 Tabel 3 van bijlage I | - |
| ESRS S2-1 | Toezeggingen op gebied van mensenrechtenbeleid alinea 17 |
SFDR | Indicator nr. 9 van tabel 3 en indicator nr. 11 Tabel 1 van bijlage I | Sectie 1.3.2.2 |
| ESRS S2-1 | Beleid ten aanzien van werknemers in waardeketen alinea 18 |
SFDR | Indicator nrs.11 en 4 Tabel 3 van Bijlage 1 | Sectie 1.3.2.2 |
| ESRS S2-1 | Niet-nakoming UNGP's on Business | SFDR | Indicator nr. 10 van tabel 1 van bijlage 1 | Sectie 1.3.2.2 |
| and Human Rights en OECD richtlijnen alinea 19 |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II; Gedelegeerde Verordening (EU) 12, art. 1, lid 2020/1818 |
||
| ESRS S2-1 | Due-diligencebeleid rond kwesties aan de orde in fundamentele verdragen 1 t/m 8 van de International Labor Organisation alinea 19 |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | Sectie 1.3.2.2 |
| ESRS S2-4 | Mensenrechten-problemen en -incidenten m.b.t. upstream- en downstream-waardeketen alinea 36 |
SFDR | Indicator nr. 14 van tabel 3 van bijlage 1 | - |
| ESRS S3-1 | Toezeggingen op gebied van mensenrechten-beleid alinea 16 |
SFDR | Indicator nr. 9 van tabel 3 van bijlage I en indicator nr. 11 van tabel 1 van bijlage I |
Sectie 1.3.3.3 |
| ESRS S3-1 | Niet-nakoming UNGP's on Business | SFDR | Indicator nr. 10 van tabel 1 van bijlage I | Sectie 1.3.3.3 |
| and Human Rights, ILO-beginselen of OECD-richtlijnen alinea 17 |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
||
| ESRS S3-4 | Mensenrechtenproblemen en -incidenten alinea 36 |
SFDR | Indicator nr. 14 van tabel 3 van bijlage I | sectie 1.3.3.7 |
| ESRS S4-1 | Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers alinea 16 |
SFDR | Indicator nr. 9 van tabel 3 en indicator nr. 11 van tabel 1 van bijlage I | sectie 1.3.4.2 |
| ESRS S4-1 | Niet-nakoming UNGP's on Business | SFDR | Indicator nr. 10 van tabel 1 van bijlage I | - |
| and Human Rights en OECD richtlijnen alinea 17 |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, Bijlage II Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818, art. 12, lid 1 |
||
| ESRS S4-4 | Mensenrechten-problemen en -incidenten alinea 35 |
SFDR | Indicator nr. 14 van tabel 3 van bijlage 1 | - |
| ESRS G1-1 | VN-Verdrag tegen corruptie alinea 10(b) |
SFDR | Indicator nr. 15 van tabel 3 van bijlage 1 | - |
| ESRS G1-1 | Bescherming klokkenluiders alinea 10(d) |
SFDR | Indicator nr. 6 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.4.1.3 |
| ESRS G1-4 | Geldboeten voor overtredingen | SFDR | Indicator nr. 17 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.4.1.6 |
| wetgeving tegen corruptie en omkoping alinea 24(a) |
Benchmarkregulatie | Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1816, bijlage II | ||
| ESRS G1-4 | Normen bestrijding corruptie en omkoping alinea 24(b) |
SFDR | Indicator nr. 16 van tabel 3 van bijlage I | Sectie 1.4.1.6 |
| GRI | Sectie(s) en Rapporteringsvereiste(en) | |
|---|---|---|
| GRI 2 | Algemene toelichtingen | Sectie 1.1, [ESRS 2] |
| GRI 3 | Materiële thema's | Secties 1.1.4.1 & 1.1.4.2, [ESRS 2 IRO-1 & SBM-3] |
| GR 14 | Mijnbouwsector | Secties 1.1.4.1 & 1.1.4.2, [ESRS 2 IRO-1 & SBM-3] |
| GRI 101 | Biodiversiteit | Sectie 1.2.5, [ESRS E4] |
| GRI 204 | Inkooppraktijken | Secties 1.3.2.3 & 1.3.2.4, [ESRS S2-2 & S2-3] |
| GRI 205 | Anticorruptie | Sectie 1.4.1.6, [ESRS G1-4] |
| GRI 206 | Concurrentiebeperkend gedrag | Sectie 1.4.1.3, [ESRS G1-1] |
| GRI 301 | Materialen | Sectie 1.2.6, [ESRS E5] |
| GRI 302 | Energie | Sectie 1.2.2.6, [ESRS E1-5] |
| GRI 303 | Water en Effluenten | Sectie 1.2.4, [ESRS E3] |
| GRI 304 | Biodiversiteit | Sectie 1.2.5, [ESRS E4] |
| GRI 305 | Emissies | Sectie 1.2.5, [ESRS E1-6] |
| GRI 306 | Afval | Sectie 1.2.6.5, [ESRSE5-5] |
| GRI 308 | Milieubeoordeling door leveranciers | Sectie 1.3.2, [ESRS S2] & waakzaamheidsplan Deel II |
| GRI 401 | Werkgelegenheid | Sectie 1.3.2, [ESRS S2] |
| GRI 403 | Arbeidsgezondheid en -veiligheid | Sectie 1.3.1.3 [ESRS S1-1, S1-4, S1-5 & S1-14] |
| GRI 404 | Opleiding en onderwijs | Sectie 1.3.1.6, [ESRS S1-1, S1-4, S1-13] |
| GRI 405 | Diversiteit en gelijke opportuniteiten | Sectie 1.3.1.5, [ESRS S1-, S1-4, S1-5, S1-9 & S1-12] |
| GRI 406 | Non-discriminatie | Sectie 1.3.1.5, [ESRS S1-4] |
| GRI 407 | Vrijheid van vereniging en Collectieve onderhandelingen |
Sectie 1.3.1.8 [ESRS S1-8] |
| GRI 408 | Kinderarbeid | Sectie 1.3.1 [ESRS S1], 1.3.2 [ESRS S2] en waakzaamheidsplan deel II |
| GRI 409 | Gedwongen of verplichte arbeid | Sectie 1.3.1 [ESRS S1], 1.3.2 [ESRS S2] en waakzaamheidsplan deel II |
| GRI 411 | Rechten inheemse volkeren | Sectie 1.3.3.3, [ESRS S3-1] |
| GRI 413 | Lokale gemeenschappen | Sectie 1.3.3, [ESRS S3] |
| GRI 414 | Leverancier sociale beoordeling | Sectie 1.3.2, [ESRS S2] |
| GRI 415 | Openbaar beleid | Sectie 1.4.1.7, [ESRS G1-5] |
| TCFD-aanbevelingen | Sectie(s)/ Sub-sectie(s) /DR's | |
|---|---|---|
| 1 | Governance | Sectie 1.2.2.1, ESRS 2 - GOV3 - E1 |
| 1.1 | Toezicht van de Raad | Sectie 1.2.2.1, ESRS 2 - GOV3 - E1 |
| 1.2 | Managementrol | Sectie 1.1.2 |
| 2 | Strategie | Sectie 1.1.3 |
| 2,1 | Klimaatgerelateerde risico's | Sectie 1.2.2.3, ESRS 2 - SBM3 - E1 |
| 2.1.1 | Transitierisico's | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.1.1.2 | Technologie | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.1.1.3 | Markt | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.1.1.4 | Reputatie | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.1.2 | Fysieke risico's | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.1.2.1 | Acuut | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.1.2.2 | Chronisch | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.2 | Klimaatgerelateerde opportuniteiten | Sectie 1.2.2.3, ESRS 2 - SBM3 - E1 |
| 2.2.1 | Efficiënt materiaalgebruik | Sectie 1.2.2.4, ESRS E1-1 & E1-4 |
| 2.2.2 | Energiebron | Sectie 1.2.2.6, ESRS E1-5 |
| 2.2.3 | Producten/diensten | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 2.2.4 | Markten | Sectie 1.2.2.4, ESRS E1-1 & E1-4 |
| 2.3 | Impacts op de organisatie | Sectie 1.2.2.3, ESRS 2 - SBM3 - E1 |
| 2.4 | Veerkracht van de organisatie | Sectie 1.2.2.2.5, ESRS E1-3 & E1-4 |
| 3 | Risicobeheer | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 3.1 | Organisatie voor risicobeoordeling | Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 3.2 | Organisatie en processen voor risicobeheersing |
Sectie 1.2.2.2, ESRS 2 - IRO1 - E1 |
| 3.3 | Integratie in het totale risicobeheer | Sectie 1.1.4 |
| 4 | Maatstaven en doelen | Sectie 1.2.2.6, ESRS E1-5, E1-6, E1-7 & E1-8 |
| 4.1 | Gebruikte maatstaven | Sectie 1.2.2.6, ESRS E1-5, E1-6, E1-7 & E1-8 |
| 4.2 | BKG-emissies Scope 1, 2 en 3 | Sectie 1.2.2.6, ESRS E1-6 |
| 4.3 | BKG-emissiedoelstellingen | Sectie 1.2.2.4, ESRS E1-4 |
Overeenkomstig met Artikel L. 225-102-1 van het Franse Wetboek van Koophandel, het Waakzaamheidsplan (het "Waakzaamheidsplan") heeft tot doel de redelijke maatregelen van waakzaamheid uit te stippelen die binnen de Groep zijn getroffen om de risico's op en ernstige impacts op mensenrechten, fundamentele vrijheden, gezondheid en veiligheid en het milieu als gevolg van de activiteiten van de Groep te identificeren, met inbegrip van alle dochterondernemingen van de Groep zoals gedefinieerd in Artikel L, punt II. 233-16 van het Franse Wetboek van Koophandel, alsook de activiteiten van onderaannemers en leveranciers, in Frankrijk en in het buitenland, waarmee Imerys een gevestigde commerciële relatie heeft, wanneer dergelijke activiteiten verband houden met deze relatie (hierna gezamenlijk "Leveranciers" genoemd).
Dit Waakzaamheidsplan geeft een samenvatting van de belangrijkste elementen van het "Duty of Care" programma van de Groep. De Groep heeft een Duty of Care-beleid opgesteld waarin Imerys' benadering van het beschermen van mensenrechten, fundamentele vrijheden, gezondheid en veiligheid en het milieu en de structuur en werking van zijn Duty of Care-programma worden uiteengezet. Het biedt Imeryswerknemers houvast bij hun Duty of Care-verantwoordelijkheden en identificeert hoe Duty of Care binnen de Groep moet worden beheerd.
Elke werknemer, functionaris en bestuurder van Imerys heeft een sleutelrol te spelen bij het voorkomen en opsporen van mensenrechten, veiligheid en gezondheid en milieurisico's in verband met de activiteiten van Imerys en zijn Leveranciers in hun dagelijkse werk. Daarnaast is een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling vastgesteld om een adequaat en effectief Duty of Care programma te ontwerpen, uit te voeren en te monitoren.
Als onderdeel van zijn Waakzaamheidsplan heeft de Groep een specifiek proces voor het in kaart brengen van mensenrechten, gezondheid, veiligheid en milieurisico's binnen zijn activiteiten en die van zijn dochterondernemingen alsmede die van zijn Leveranciers in verschillende geografische gebieden vastgesteld, hierna het "Duty of Care Risicomappingsproces" genoemd. De resultaten van het Duty of Care Risicomappingsproces, worden in voorkomend geval geïntegreerd in de algemene risicomapping van de Groep zoals gepresenteerd in Hoofdstuk 2, sectie 2.1 van het Universeel Registratie Document.
In 2018 stelde Imerys zijn eerste Duty of Care risicokaart op. Tussen 2019 en 2021 werd, met behulp van een regionale "workshoptechniek", een volledige cyclus van updates voltooid voor alle regio's waarin de Groep actief is (Azië-Stille Oceaan, Europa 1 (Europese landen met een CPI > 50), Europa 2 (Europese landen met een CPI < 50), het Midden-Oosten en Afrika, Noord-Amerika en Zuid-Amerika). Dankzij deze jaarlijkse regionale workshops waren alle functies, bedrijfsonderdelen, niveaus in de hiërarchie en landen in de regio naar behoren vertegenwoordigd.
In 2023 en 2024 heeft de Groep bepaalde aspecten van zijn Duty of Care Risicomappingsproces herzien om af te stemmen op de vereisten van de Corporate Sustainability Reporting Directive over de impact-materialiteitsanalyse, om het niveau van granulariteit van zijn risicomapping te verhogen en meer deskundigen bij het proces te betrekken. Naar aanleiding daarvan is ook de Duty of Care risicokaart in 2023 en 2024 geactualiseerd.
De Duty of Care risicokaart is gebaseerd op een lijst van risicoscenario's die daadwerkelijke of potentiële impacts op mensenrechten, gezondheid, veiligheid en milieu identificeren. Dit werd centraal geëvalueerd door de functies duurzaamheid, naleving en verantwoord inkopen en weerspiegelt de lijst van duurzaamheidskwesties die in de CSRD aan bod komen. Dit Duty of Care-risicoregister (met impacts op mensenrechten, gezondheid, veiligheid en milieu) omvat 41 potentiële risicoscenario's met betrekking tot de activiteiten van Imerys en 13 potentiële risicoscenario's met betrekking tot zijn leveranciers.
De scenario's voor activiteiten zijn ingedeeld in zes categorieën:
De scenario's voor leveranciers zijn ingedeeld in drie categorieën:
Na een "workshoptechniek", zoals in het verleden het geval was bij het in kaart brengen van risico's, werden twee reeksen expertworkshops georganiseerd voor alle geografische gebieden waar de Groep actief is: de eerste om de risico's in te schatten die voortkomen uit de activiteiten van Imerys, de tweede om de risico's in te schatten met betrekking tot de leveranciers van Imerys. De "operationele workshop" bracht hoge vertegenwoordigers samen van de functies Human Resources, Diversiteit Equity & Inclusion, Gezondheid en Veiligheid en Duurzaamheid (de laatste behandelde de thema's milieu, klimaatverandering en getroffen gemeenschappen), terwijl in de "Leveranciersworkshops" leden van de inkoopfunctie werden opgenomen die waren geselecteerd om representatief te zijn voor alle inkoopcategorieën en -geografieën.
In 2023 werd naar aanleiding daarvan een geactualiseerde risicokaart opgesteld die de risicoscenario's identificeert en hiërarchiseert op basis van hun relatieve ernst en waarschijnlijkheid. De ernst van een risicoscenario vloeit voort uit de schaal van zijn impact op mens of milieu (zoals beoordeeld door workshopdeelnemers) en de reikwijdte van zijn impact (gebaseerd op ofwel objectieve kwantitatieve data die de risicoblootstelling van Imerys weergeven ofwel internationaal erkende landenrisico-indexen1 ). De waarschijnlijkheid van het effect wordt door de workshopdeelnemers beoordeeld, rekening houdend met bestaande controles en mitigerende maatregelen. Kwalitatieve informatie die tijdens workshops wordt verzameld, wordt ook gebruikt om de resultaten te interpreteren en negatieve impacts te prioriteren en actieplannen te ontwerpen. Ten slotte werd, net als in voorgaande jaren, de Duty of Care risicokaart geëvalueerd en goedgekeurd door het Ethisch Comité.
In 2024 werd de Duty of Care risicokaart herzien om rekening te houden met de afronding van de dubbele materialiteitsanalyse, in het bijzonder de toevoeging van vier nieuwe scenario's voor activiteiten (bodemverontreiniging, onvoldoende beheer van zorgwekkende stoffen, onvoldoende beheer van zeer zorgwekkende stoffen en druk op de biodiversiteit). Het werd geëvalueerd en goedgekeurd door het Ethisch Comité.
Voor meer informatie over het proces van Groepsrisicobeheer, zie hoofdstuk 2 van het Universeel Registratie Document. Voor meer informatie over de evaluatie van klimaatgerelateerde risico's met betrekking tot de activiteiten van de Groep, zie [ESRS 2 IRO-1 E1] van dit hoofdstuk.
1 Indices omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de Yale University Environmental Performance Index, de International Labour Organization Child Labour Index, de Global Slavery Index, de Ecovadis Country Risk Score, de World Resources Institute Aqueduct Index.
De Groep beoordeelt zijn activiteiten en de situatie van zijn leveranciers, onder meer rekening houdend met de Duty of Care-risicokaarten die zijn ontwikkeld via het risicobeheer proces.
De Groep beoordeelt mensenrechten, veiligheid en gezondheid en milieurisico's die zijn geïdentificeerd als gevolg van de Duty of Care risicomapping. Deze beoordeling omvat processen voor identificatie, analyse en rangschikking. De Duty of Care risicokaart geeft aan dat potentiële risico's gezondheid en veiligheid, milieu, klimaatverandering en enkele specifieke mensenrechtenonderwerpen omvatten. De updates voor 2023 en 2024 sluiten aan bij de risicokaarten uit het verleden. Om deze risico's te beperken en te voorkomen, past Imerys strenge normen en regels toe met betrekking tot mensenrechten, gezondheid en veiligheid en milieu (naast andere thema's) in alle activiteiten van de Groep over de hele wereld. Deze standaarden en regels zijn verwoord in de Imerys Code voor Zakelijk Gedrag en Ethiek en in het Duurzaamheidscharter, aangevuld met beleid en procedures. Dit kader legt duidelijke vereisten vast voor alle activiteiten van de Groep. De uitvoering van het beleid en de procedures van de Groep is de verantwoordelijkheid van alle bedrijfs- en ondersteunende functies. De effectiviteit van deze controlemaatregelen wordt regelmatig geëvalueerd als onderdeel van het Duty of Care Risicomappingsproces. In de geest van continue verbetering beoordeelt Imerys jaarlijks zijn duurzaamheidsbeleid, maatregelen en resultaten, waarbij deze resultaten openlijk worden gedeeld met interne en externe stakeholders.
Details over het beheer van risico's op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk worden gepresenteerd in [ESRS S1] van dit hoofdstuk, het beheer van mensenrechten risico's wordt gepresenteerd in [ESRS S2] van dit hoofdstuk en het beheer van milieurisico's wordt gepresenteerd in [ESRS E2] en [ESRS E4] van dit hoofdstuk.
Op basis van het eerder beschreven Duty of Care-risicomappingsproces heeft de Groep potentiële opvallende mensenrechten, gezondheids-, veiligheids- en milieurisico's binnen zijn waardeketen geïdentificeerd. In lijn met eerdere risicokaarten vermeldde de risicokaart voor 2023, die in 2024 niet is bijgewerkt met betrekking tot leveranciers, op Groepsniveau drie potentiële opvallendste risico's:
Daarnaast heeft de Groep dankzij de risicomapping voor 2023 specifieke risico's kunnen inschatten voor elk van de zeven inkoopcategorieën, waardoor de Groep een beter geïnformeerde visie heeft op de risico's in zijn upstream waardeketen.
Na de beoordeling van elke inkoopcategorie wordt voor alle beoordeelde mensenrechten, gezondheid, veiligheid en milieuscenario's de categorie "meest risicovolle Leveranciers" beschouwd als de categorie grondstoffenleveranciers voor de levering van talk, bauxiet en mica.
Op individueel leveranciersniveau evalueert de Groep zijn leveranciers regelmatig tijdens de onboardingfase en tijdens de hele zakelijke relatie, waarbij de focus ligt op de meest risicovolle en strategische leveranciers.
Het individuele Leveranciersbeoordelingsproces omvat:
Aan het einde van 2024 is 70% van de leveranciers van de Groep op basis van uitgaven beoordeeld. Deze beoordelingen hebben betrekking op meer dan 1.699 Leveranciers en vertegenwoordigen alle categorieën Leveranciers, waaronder meer dan 98% van de grondstofleveranciers per besteding.
De Groep voert preventieve en mitigerende maatregelen uit, met name:
Binnen de meest risicovolle categorie grondstoffenleveranciers is de inkooporganisatie een auditprogramma gestart met zowel interne als externe auditors. Interne auditors zijn opgeleid en voltooiden SA8000 Social Accountability1 Auditing training. Audits van externe partijen worden uitgevoerd door gecertificeerde auditors volgens de SA8000 Standard.
In 2024 werden twee nieuwe audits uitgevoerd bij beoogde meest risicovolle leveranciers, naast de vijf andere die al in 2023 werden uitgevoerd.
1 De SA8000-standaard is een auditeerbare certificeringsstandaard die de prestaties van bedrijven meet op acht gebieden van sociale verantwoordelijkheid op de werkvloer: kinderarbeid, dwangarbeid, gezondheid en veiligheid, vrije vereniging en collectieve onderhandelingen, discriminatie, disciplinaire praktijken, werktijden en beloning. https://sa-intl.org/programs/sa8000/.
De klokkenluidersregeling van de Groep, Speak up!, beheerd door een onafhankelijke gekwalificeerde derde en open voor alle werknemers en externe partijen, is ontworpen om de melding van vermoedelijke schendingen van de Code van de Groep te verzamelen en te beheren. Voor meer informatie over de klokkenluidersregeling van Imerys Speak up! (zie paragraaf 1.4.1.2, alinea "Alarmsysteem en bescherming klokkenluiders" van dit hoofdstuk).
Het klachtenmechanismen van de gemeenschap voor de Groep is een ander mechanisme voor externe stakeholders om hun zorgen en klachten, waaronder potentiële schendingen van de Code van de Groep, direct op bedrijfslocatieniveau kenbaar te maken.
Voor meer informatie over Imerys' Community Grievance Mechanism, zie [ESRS G1] van dit hoofdstuk.
In 2024 werden 40 gevallen van vermoedelijke inbreuken op de Code van de Groep gemeld via Speak up! en vijf van deze gevallen werden gemeld door externe stakeholders. De gerapporteerde gevallen werden grondig geëvalueerd en onderzocht volgens het Groepsbeleid. Na onderzoek werd bevestigd dat 19 van de gemelde gevallen schendingen van de Code van de Groep waren. De bevestigde schendingen hadden betrekking op vermoedens van wangedrag en intimidatie (14), niet-naleving van het Groepsbeleid (3), nietgerapporteerde veiligheidsongevallen (1) en verduistering van activa (1). Zodra de gerapporteerde gevallen zijn bevestigd, worden passende herstelmaatregelen vastgesteld, uitgevoerd en gemonitord door de afdeling Interne Audit en Controle.
De naleving van de Code van de Groep en andere beleidslijnen en procedures van de Groep wordt gecontroleerd via verschillende interne beoordelingsprocessen op zowel lokaal als Groepsniveau. Dergelijke processen worden geleid door verschillende functies binnen de Groepsorganisatie, waaronder, maar niet beperkt tot Juridische zaken, Duurzaamheid, Gezondheid en Veiligheid, Mijnbouw en Resources Planning en Interne controle zoals beschreven in Hoofdstuk 2, sectie 2.2 van het Universeel Registratie Document.
Voor meer informatie met betrekking tot de vereisten van de "Duty of Care" wet, zie de correlatietabel opgenomen in sectie 9.5.5.2 van het Universeel Registratie Document.
De in dit hoofdstuk gepubliceerde gegevens over minerale reserves en hulpbronnen zijn opgesteld in overeenstemming met de Pan-Europese standaard voor de rapportering van exploratieresultaten, minerale hulpbronnen en reserves 2021 (PERC Reporting Standard 2021), een internationaal erkende rapporteringsstandaard voor minerale activa en lid van de CRIRSCO-groep van codes1 . In overeenstemming met de procedures van de Groep worden de Minerale Reserves en Minerale Bronnen van de Groep regelmatig gecontroleerd door interne en externe auditors.
De Groep minerale activa bestaat uit zowel minerale reserves als minerale hulpbronnen. Mineraalreserves komen overeen met de delen van een ertslaag die aantoonbaar economisch winbaar zijn gezien het heersende of redelijkerwijs te voorspellen regelgevende en economische klimaat op het moment van de schatting. De Mineraalreserves worden onderverdeeld in Bewezen of Waarschijnlijk om de mate van zekerheid in de geologische kennis van de ertslaag weer te geven, waarbij Bewezen het hoogste niveau is. Minerale bronnen omvatten afzettingen of delen van afzettingen waarvan de winning nog economisch rendabel moet worden aangetoond, maar waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat de winning in de toekomst rendabel zal zijn. Deze activa beschikken doorgaans niet over de gedetailleerde (mijnbouw, verwerking, marketing en/of juridische) technische studies die nodig zijn om hun economische levensvatbaarheid aan te tonen. Minerale bronnen worden ingedeeld in oplopende volgorde van geologische betrouwbaarheid als afgeleid, aangegeven of gemeten.
De verwerkingsactiviteiten van de Groep gebruiken de minerale reserves. Imerys onderneemt voortdurend initiatieven om het verbruik van deze minerale reserves te compenseren en zo een mineraleninventaris aan te houden die gelijk is aan een productiewaarde van ongeveer 20 jaar. Op bestaande bedrijfslocaties omvat dit het verzamelen en analyseren van aanvullende gegevens en het gedetailleerd modelleren van reeds geïdentificeerde minerale hulpbronnen om het potentieel voor exploitatie te bevestigen op basis van kwaliteit, kwantiteit, mijnbouwparameters, beschikbare markten en kosten, alsmede het in aanmerking nemen van potentiële ecologische en sociale impacts. Wanneer deze studies tot een positieve conclusie leiden, tracht Imerys de nodige exploitatierechten (rechtstreeks eigendom, erfpacht of concessie), vergunningen en officiële toelatingen te verkrijgen. Indien deze elementen kunnen worden verkregen, kunnen de minerale hulpbronnen worden omgezet in minerale reserves. Mineralenreserves van de Groep kunnen ook worden vervangen of uitgebreid door overnames van derden of overnames van ondernemingen in het kader van de externe groeiactiviteiten van de Groep.
Om een consistente rapportering voor alle entiteiten van de Groep en de afstemming op alle relevante normen te waarborgen, worden interne en externe audits uitgevoerd over een cyclus van drie tot zes jaar. Interne audits worden uitgevoerd door ervaren geologen en mijnbouwingenieurs die onafhankelijk zijn van de locaties die zij controleren. Elke interne audit wordt uitgevoerd door twee personen aan de hand van standaard assessment matrices. Het interne rapportering- en interneauditsysteem wordt ten minste om de vijf jaar door een derde partij gecontroleerd. De controleresultaten worden gepubliceerd in een rapport met eventuele opmerkingen en verbeterwensen, waarvan de uitvoering vervolgens wordt bijgehouden. Deze audits zijn een gelegenheid om beste praktijken te delen en een voortdurende verbetering in het beheer en de exploitatie van minerale activa te stimuleren. De resultaten van de rapportering en audit van de mineralenreserves en minerale hulpbronnen worden beoordeeld door het Auditcomité.
1 CRIRSCO: Internationale Rapporteringsstandaarden van het Comité voor minerale reserves.
Imerys extraheert vele andere mineralen, waaronder bauxiet, moler (een natuurlijke mix van diatomeeën en klei met sterk absorberende eigenschappen), mica en zeoliet. Imerys produceert ook hoogwaardige kwartsmineralen die nodig zijn om siliciummetaal en ferrosilicium te produceren, die beide worden gebruikt in speciale staallegeringen. Imerys produceert een gamma van hoogwaardige synthetische grafieten en talk alsook gesmolten magnesia, carbon black en zirkonia.
Voor de duidelijkheid en materialiteit van de rapportering van zijn "Industriële Mineralen" Reserves en Grondstoffen, heeft Imerys schattingen van mineralencategorieën gegroepeerd. Dit beschermt ook commercieel gevoelige informatie met betrekking tot individuele winningslocaties. Deze praktijk is in overeenstemming met de afdeling ""Reporting of Industrial Minerals, Dimension Stone and Aggregates" van de PERC Reporting Standard.
Industriële mineralen "Minerale hulpbronnen" worden afzonderlijk gerapporteerd van "Minerale reserves". Productmassa wordt uitgedrukt in duizenden ton mineralen die in droge vorm verhandelbaar zijn. De overeenkomstige schattingen op 31 december 2023 worden ter vergelijking gepresenteerd. Veranderingen in schattingen van minerale reserves en minerale hulpbronnen tussen 31 december 2023 en 31 december 2024 stemmen overeen met mineralen die bij de productie worden gebruikt, de voortdurende exploratie en beoordeling van nieuwe en bestaande activa, technische studies, veranderingen in eigendoms- en mijnrechten, alsmede aan- en verkopen in het kader van normale activiteiten. De mijnactiva bedroegen 422,3 miljoen euro op 31 december 2024 (391,1 miljoen euro op 31 december 2023).
Overeenkomstig met de boekhoudregels worden de minerale reserves en activa uit minerale hulpbronnen opgenomen tegen historische kostprijs. Zij worden initieel gewaardeerd tegen acquisitiekosten en vervolgens tegen historische kosten, verminderd met eventuele geaccumuleerde afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden geschat op basis van de daadwerkelijke winning.
De in de onderstaande tabel beschreven mineralenreserves en minerale hulpbronnen zijn schattingen van de omvang en kwaliteit van de deposities op basis van de op een bepaald tijdstip beschikbare technische, regelgevende en economische parameters. Als gevolg van onvoorspelbare veranderingen in deze parameters en de natuurlijke onzekerheid in verband met dergelijke beoordelingen, kunnen schattingen van de minerale reserves en hulpbronnen van de Groep in de onderstaande tabel in de tijd variëren. In de loop van de geologische exploratie en beoordeling kunnen minerale reserves en minerale hulpbronnen aanzienlijk veranderen, zowel positief als negatief. Op dit moment heeft Imerys geen kennis van ecologische, juridische, politieke of andere factoren die de in deze tabellen gepresenteerde schattingen op enige materiële manier negatief kunnen beïnvloeden.
| 2024 (kton) | 2023 (kton) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Product | Regio | Bewezen | Waarschijnlijk | Totaal | Bewezen | Waarschijnlijk | Totaal |
| Balklei | Europa | 1.511 | 1.928 | 3.439 | 1.846 | 2.987 | 4.833 |
| Amerika | 3.353 | 134 | 3.487 | 3.560 | 111 | 3.671 | |
| Azië-Pacific | 778 | 0 | 778 | 676 | 0 | 676 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 58 | 58 | 0 | 472 | 472 | |
| Totaal | 5.642 | 2.120 | 7.762 | 6.082 | 3.570 | 9.652 | |
| Bentoniet | Europa | 5.295 | 779 | 6.074 | 5.679 | 1.038 | 6.717 |
| Amerika | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 149 | 0 | 149 | 176 | 0 | 176 | |
| Totaal | 5.444 | 779 | 6.223 | 5.855 | 1.038 | 6.893 | |
| Carbonaten | Europa | 884 | 5.702 | 6.586 | 1.007 | 6.241 | 7.248 |
| Amerika | 35.954 | 100.596 | 136.550 | 34.818 | 100.675 | 135.493 | |
| Azië-Pacific | 0 | 17.811 | 17.811 | 0 | 18.311 | 18.311 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal | 36.838 | 124.109 | 160.947 | 35.825 | 125.227 | 161.052 | |
| Veldspaten | Europa | 1.770 | 474 | 2.244 | 3.227 | 1.179 | 4.406 |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal | 1.770 | 474 | 2.244 | 3.227 | 1.179 | 4.406 | |
| Kaolien | Europa | 2.452 | 2.863 | 5.315 | 2.886 | 1.872 | 4.758 |
| Amerika | 1.904 | 1.104 | 3.008 | 6.432 | 2.721 | 9.153 | |
| Azië-Pacific | 224 | 16 | 240 | 245 | 29 | 274 | |
| Totaal | 4.580 | 3.983 | 8.563 | 9.563 | 4.622 | 14.185 | |
| Mineralen voor | Europa | 141 | 1.176 | 1.317 | 313 | 3.326 | 3.639 |
| vuurvaste materialen |
Amerika | 3.668 | 883 | 4.551 | 3.718 | 880 | 4.598 |
| Afrika & Midden-Oosten | 1.371 | 932 | 2.303 | 574 | 586 | 1.160 | |
| Totaal | 5.180 | 2.991 | 8.171 | 4.605 | 4.792 | 9.397 | |
| Perliet & | Europa | 6.990 | 2.585 | 9.575 | 7.327 | 2.916 | 10.243 |
| Diatomeeën | Amerika | 19.986 | 10.926 | 30.912 | 20.056 | 11.153 | 31.209 |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 422 | 422 | 0 | 435 | 435 | |
| Totaal | 26.976 | 13.933 | 40.909 | 27.383 | 14.504 | 41.887 | |
| Talk | Europa | 5.460 | 5.471 | 10.931 | 369 | 12.925 | 13.294 |
| Azië-Pacific | 1.641 | 655 | 2.296 | 1.703 | 663 | 2.366 | |
| Totaal | 7,101 | 6.126 | 13.227 | 2.072 | 13.588 | 15.660 | |
| Andere mineralen | Europa | 856 | 75 | 931 | 1.088 | 77 | 1.165 |
| Amerika | 0 | 3.692 | 3.692 | 0 | 3.815 | 3.815 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 104 | 104 | 0 | 104 | 104 | |
| Totaal | 856 | 3.871 | 4.727 | 1.088 | 3.996 | 5.084 |
Opmerking: Naast de normale productieactiviteiten vonden aanzienlijke veranderingen in de mineralenreserves plaats als gevolg van de verkoop van papiergerelateerde kaolienactiva in Zuid-Amerika en bauxiet in Europa. Er waren herbeoordelingen in Veldspaten en Talk in Europa en Balklei in Amerika.
| 2024 (kton) | 2023 (kton) | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Product | Regio | Gemeten | Aangegeven | Afgeleid | Totaal | Gemeten | Aangegeven | Afgeleid | Totaal |
| Balklei | Europa | 361 | 2.447 | 1.704 | 4.512 | 8.873 | 1.924 | 1.219 | 12.016 |
| Amerika | 4.424 | 7.327 | 9.134 | 20.885 | 4.637 | 8.503 | 6.645 | 19.785 | |
| Azië-Pacific | 31 | 0 | 0 | 31 | 31 | 0 | 0 | 31 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 0 | 277 | 277 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal | 4.816 | 9.774 | 11.115 | 25.705 | 13.541 | 10.427 | 7.864 | 31.832 | |
| Bentoniet | Europa | 36.228 | 10.768 | 5.967 | 52.963 | 43.358 | 14.679 | 1.068 | 59.105 |
| Amerika | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 242 | 7 | 302 | 551 | 237 | 7 | 301 | 545 | |
| Totaal | 36.470 | 10.775 | 6.269 | 53.514 | 43.595 | 14.686 | 1.369 | 59.650 | |
| Carbonaten | Europa | 0 | 2.688 | 4.679 | 7.367 | 0 | 2.754 | 4.811 | 7.565 |
| Amerika | 14.436 | 68.138 | 124.645 | 207.219 | 14.505 | 65.795 | 125.952 | 206.252 | |
| Azië-Pacific | 10.095 | 0 | 1.194 | 11.289 | 10.095 | 0 | 512 | 10.607 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 4.651 | 0 | 4.651 | 0 | 4.651 | 0 | 4.651 | |
| Totaal | 24.531 | 75.477 | 130.518 | 230.526 | 24.600 | 73.200 | 131.275 | 229.075 | |
| Veldspaten | Europa | 2.232 | 1.700 | 5.634 | 9.566 | 468 | 1.278 | 5.637 | 7.383 |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 151 | 0 | 151 | 0 | 151 | 0 | 151 | |
| Totaal | 2.232 | 1.851 | 5.634 | 9.717 | 468 | 1.429 | 5.637 | 7.534 | |
| Kaolien | Europa | 2.058 | 2.373 | 7.899 | 12.330 | 1.456 | 2.546 | 13.490 | 17.492 |
| Amerika | 16.362 | 40.615 | 13.986 | 70.963 | 30.333 | 63.094 | 40.983 | 134.410 | |
| Azië-Pacific | 199 | 958 | 237 | 1.394 | 881 | 372 | 35 | 1.288 | |
| Totaal | 18.619 | 43.946 | 22.122 | 84.687 | 32.670 | 66.012 | 54.508 | 153.190 | |
| Mineralen voor | Europa | 125 | 1.771 | 876 | 2.772 | 103 | 3.910 | 3.112 | 7.125 |
| vuurvaste materialen |
Amerika | 4.967 | 2.930 | 2.395 | 10.292 | 5.012 | 2.941 | 2.398 | 10.351 |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 450 | 1.312 | 1.762 | 450 | 600 | 1.004 | 2.054 | |
| Totaal | 5.092 | 5.151 | 4.583 | 14.826 | 5.565 | 7.451 | 6.514 | 19.530 | |
| Perliet & | Europa | 17.819 | 10.513 | 16.179 | 44.511 | 16.117 | 12.232 | 16.665 | 45.014 |
| Diatomeeën | Amerika | 15.636 | 16.140 | 24.226 | 56.002 | 18.860 | 15.856 | 23.937 | 58.653 |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 842 | 3.347 | 4.189 | 0 | 352 | 6.209 | 6.561 | |
| Totaal | 33.455 | 27.495 | 43.752 | 104.702 | 34.977 | 28.440 | 46.811 | 110.228 | |
| Talk | Europa | 1.766 | 3.314 | 1.289 | 6.369 | 150 | 1.594 | 6.137 | 7.881 |
| Azië-Pacific | 2.845 | 1.458 | 1.638 | 5.941 | 2.845 | 1.458 | 1.638 | 5.941 | |
| Totaal | 4.611 | 4.772 | 2.927 | 12.310 | 2.995 | 3.052 | 7.775 | 13.822 | |
| Andere mineralen | Europa | 2.009 | 6.590 | 2.645 | 11.244 | 1.998 | 6.304 | 2.645 | 10.947 |
| Amerika | 6.357 | 5.822 | 30.502 | 42.681 | 6.357 | 5.710 | 34.644 | 46.711 | |
| Afrika & Midden-Oosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totaal | 8.366 | 12.412 | 33.147 | 53.925 | 8.355 | 12.014 | 37.289 | 57.658 |
Toelichting: Naast de normale activiteiten van exploratie, ontwikkeling van hulpbronnen en overdracht van hulpbronnen naar reserves, waren er in 2024 aanzienlijke veranderingen in Minerale Bronnen als gevolg van de verkoop van papiergerelateerde kaolienactiva in Zuid-Amerika, herbeoordelingen van kaolien- en talklocaties in Europa.
Imerys heeft momenteel twee actieve lithiumexploratieprojecten die het potentieel hebben om van de Groep de grootste geïntegreerde lithiumleverancier in Europa te maken, die tegen 2030 meer dan 20% van de Europese lithiumproductie vertegenwoordigt.
In de loop van 2022 heeft Imerys een eerste exploratieprogramma (EMILI-project Fase 1) voltooid om te bepalen of het Beauvoir-graniet, een van de drie granieten die aanwezig zijn bij de huidige Beauvoir-kaolienactiviteiten, het potentieel heeft om te worden ontwikkeld tot een ondergrondse lithiummijn. Het exploratieprogramma heeft aangetoond dat het Beauvoir-graniet lithiummineralisatie bevat, in de vorm van lepidoliet, in voldoende hoeveelheden en concentratie om aan te tonen dat er "Reasonable Prospects For Eventual Economic Extraction" (RPEEE) zijn, zoals vermeld in de PERC (2021) -rapporteringsstandaard.
Imerys gaf adviesbureau AMC1 de opdracht om een zuiver Mineral Resource Estimate (MRE) op te stellen voor de gebieden van het project die RPEEE aantonen.
In overeenstemming met de normale industriële praktijk voor de rapportering van metaalhoudende minerale hulpbronnen, rapporteert Imerys de grondstof in termen van ton en kwaliteit van in-situ materiaal in plaats van ton eindproduct zoals de normale praktijk met industriële mineralen is.
AMC heeft de hulpbron ingedeeld op een afgeleid betrouwbaarheidsniveau en gerapporteerd overeenkomstig de vereisten van de PERC (2021) rapporteringsstandaard. De resultaten van het MRE worden hieronder gepresenteerd. Het boren is voortgezet tot en met 2023 en 2024 ter ondersteuning van de voltooiing van een pre-haalbaarheidsstudie.
Voor meer details over het EMILI-project, zie Hoofdstuk 1, sectie 1.2.2 van het Universeel Registratie Document.
| Classificatie | Volume | Ton | Dichtheid | Li2O | Sn | Ta |
|---|---|---|---|---|---|---|
| (000,000' m3) | (000.000' t) | (t/m3) | (%) | (%) | (%) | |
| Afgeleid | 44,1 | 116,8 | 2,65 | 0,90 | 0,13 | 0,02 |
In juli 2023 nam Imerys een belang van 80% in British Lithium, dat een verwerkingsroute heeft ontwikkeld om lithium van batterijkwaliteit te produceren uit Cornish graniet. In november 2024 verkreeg Imerys de volledige eigendom van Imerys British Lithium. In de afgelopen vijf jaar heeft British Lithium een reeks boorprogramma's uitgevoerd voor potentiële delen van Imerys' grondbezit in de regio Saint Austell. Dit culmineerde in de rapportering van een eerste Mineral Resource Estimate (MRE) in mei 2023. British Lithium heeft de grondstof ingedeeld op een afgeleid betrouwbaarheidsniveau en gerapporteerd in overeenstemming met de JORC (2012) Code2. De resultaten van de MRE worden hieronder gepresenteerd, met verdere details beschikbaar op de Imerys British Lithium website.
1 AMC is een internationaal erkend mijnbouwadviesbureau https://www.amcconsultants.com/.
2 De Australaziatische Code voor het Rapporteren van Exploratieresultaten, Minerale Hulpbronnen en Ertsreserves (de "JORC-code") is een professionele praktijkcode die minimumnormen vastlegt voor het Rapporteren van Exploratieresultaten, Minerale Hulpbronnen en Ertsreserves.
De JORC-code voorziet in een verplicht systeem voor de classificatie van de resultaten van de exploratie van mineralen, minerale hulpbronnen en ertsreserves volgens het vertrouwensniveau in geologische kennis en technische en economische overwegingen in openbare verslagen.
| Classificatie | Volume (000,000' m3) |
Ton (000.000' t) |
Dichtheid (t/m3) |
Li2O (%) |
|---|---|---|---|---|
| Afgeleid - G5 graniet | 50,4 | 131,0 | 2,6 | 0,57 |
| Afgeleid - Lode | 11,6 | 29,7 | 2,55 | 0,39 |
– Minerale hulpbronnen zijn geen minerale reserves totdat zij economische levensvatbaarheid hebben aangetoond op basis van een haalbaarheidsstudie of prehaalbaarheidsstudie.

1 In het kader van de wettelijke assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van Groep Brussel Lambert NV (de « Vennootschap ») en haar filialen (samen de « Groep »), leggen wij u ons verslag over deze opdracht voor. De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep is opgenomen in Hoofdstuk 7 van het jaarverslag (volumen 2) op 31 december 2024 en voor de jaar afgesloten op deze datum (hierna de « geconsolideerde duurzaamheidsinformatie »).
Wij werden benoemd door de algemene vergadering van 2 mei 2024, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité van Groep Brussel Lambert NV, voor het uitvoeren van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep.
Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2024. Wij hebben onze assuranceopdracht over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep uitgevoerd gedurende 1 boekjaar.
Wij hebben een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie 4 van de Groep uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is niets onder onze aandacht gekomen dat ons ertoe aanzet van mening te zijn dat de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep, in alle van materieel belang zijnde opzichten:
Wij hebben onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid uitgevoerd overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (« ISAE 3000 (Herzien) ») zoals van toepassing in België.
Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaard zijn uitvoeriger beschreven in de sectie van ons verslag « Verantwoordelijkheden van de commissaris betreffende de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie ».
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de assuranceopdracht van de duurzaamheidsinformatie in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij passen de internationale standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (ISQM 1) toe, die vereist dat het kantoor een kwaliteitsmanagementsysteem opzet, implementeert en in werking stelt, inclusief beleidslijnen of procedures met betrekking tot de naleving van ethische vereisten, professionele normen en toepasselijke wettelijke en regelgevende vereisten.
Wij hebben van de raad van bestuur en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
PwC Bedrijfsrevisoren BV - PwC Reviseurs d'Entreprises SRL - Financial Assurance Services Maatschappelijke zetel/Siège social: Culliganlaan 5, B-1831 Diegem T: +32 (0)2 710 4211, F: +32 (0)2 710 4299, www.pwc.com BTW/TVA BE 0429.501.944 / RPR Brussel - RPM Brussel / ING BE43 3101 3811 9501 - BIC BBRUBEBB / BELFIUS BE92 0689 0408 8123 - BIC GKCC BEBB

Wij vestigen de aandacht op paragraaf 7.1.4 « Structuur van GBL's duurzaamheidsverklaring » van de Grondslag voor het opstellen van de informatie, waarin wordt uitgelegd hoe:
de informatie begrijpelijker maken in het licht van de aanpak en het ESG-integratieproces van de Vennootschap (« GBL treedt op als verantwoordelijke onderneming » en « GBL treedt op als verantwoordelijke investeerder »), met inachtneming van de algemene presentatieen structuurvereisten (ESRS 1 §8) en de kwalitatieve kenmerken van de informatie (ESRS 1 §8, Bijlage B). Onze conclusie is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid.
De reikwijdte van onze werkzaamheden is beperkt tot onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de Groep.
Onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid strekt zich niet uit tot informatie met betrekking tot de vergelijkende cijfers opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opzetten en implementeren van een Proces en voor het toelichten van dit Proces in toelichtingen 7.3.2.1. « Algemene informatie » en 7.3.2.2. « Geconsolideerde dubbele materialiteitsanalyse » van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. Deze verantwoordelijkheid omvat:
De raad van bestuur is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, die de door het Proces vastgestelde informatie bevat:
Het auditcomité is verantwoordelijk voor het toezicht op het duurzaamheidsverslaggevingsproces van de Groep.

Bij het rapporteren van toekomstgerichte informatie in overeenstemming met de ESRS, wordt van de raad van bestuur vereist dat het de toekomstgerichte informatie opstelt op basis van toegelichte veronderstellingen over gebeurtenissen die zich in de toekomst kunnen voordoen en mogelijke toekomstige maatregelen van de Groep. De feitelijke uitkomst zal waarschijnlijk anders zijn, aangezien verwachte gebeurtenissen vaak niet plaatsvinden zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid om de assuranceopdracht te plannen en uit te voeren met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie geen afwijkingen van materieel belang, als gevolg van fraude of van fouten, bevat, en het uitbrengen van een assurance verslag met een beperkte mate van zekerheid waarin onze conclusie is opgenomen. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de beslissingen genomen door gebruikers op basis van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, beïnvloeden.
Als deel van een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid overeenkomstig ISAE 3000 (Herzien), zoals in België van toepassing, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de opdracht. De uitgevoerde werkzaamheden in een opdracht met het oog op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid, waarvoor wij verwijzen naar de sectie « Samenvatting van de uitgevoerde werkzaamheden »,
zijn minder uitgebreid dan in het geval van een opdracht met het oog op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. We brengen dan ook geen oordeel met een redelijke mate van zekerheid tot uitdrukking als deel van deze opdracht.
Aangezien de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie en de veronderstellingen waarop deze is gebaseerd, betrekking hebben op de toekomst, kunnen deze worden beïnvloed door gebeurtenissen die zich mogelijk voordoen en/of door mogelijke acties van de Groep. De werkelijke uitkomsten zullen naar alle waarschijnlijkheid afwijken van de veronderstellingen, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht en de afwijking daarvan van materieel belang kan zijn. Onze conclusie biedt daarom geen garantie dat de gerapporteerde werkelijke uitkomsten zullen overeenkomen met diegene opgenomen in de toekomstgerichte informatie in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie.
Onze verantwoordelijkheden ten aanzien van de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, met betrekking tot het Proces, omvatten:
Onze overige verantwoordelijkheden ten aanzien van de duurzaamheidsinformatie omvatten:
Een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid omvat het uitvoeren van werkzaamheden om assurance-informatie te verkrijgen over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie. De werkzaamheden die bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid zijn uitgevoerd, zijn verschillend in aard en timing en geringer van omvang dan voor opdrachten tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daardoor ligt het niveau van zekerheid dat is verkregen bij een opdracht met een beperkte mate van zekerheid aanzienlijk lager dan wanneer een opdracht met een redelijke mate van zekerheid was uitgevoerd.
De aard, timing en omvang van geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van professionele oordeelsvorming, waaronder de vaststelling van gebieden waar afwijkingen van materieel belang in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie, als gevolg van fraude of van fouten, zich waarschijnlijk zullen voordoen.
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot het Proces, hebben wij:
– Inzicht verworven in het Proces door:
Bij het uitvoeren van onze assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, met betrekking tot de duurzaamheidsinformatie, hebben wij:
Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten verricht die onverenigbaar zijn met de assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.
Diegem, 1 april 2025
De commissaris, PwC Bedrijfsrevisoren BV
Vertegenwoordigd door Alexis Van Bavel* Bedrijfsrevisor *Handelend in naam van Alexis Van Bavel SRL

Building tools?
Free accounts include 100 API calls/year for testing.
Have a question? We'll get back to you promptly.