Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Euronav NV Annual Report 2020

Apr 15, 2021

3946_rns_2021-04-15_ce6fe272-ad13-4a46-b788-dab9a8860a59.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

Financieel rapport

Geconsolideerde balans

(in duizenden USD)

Toelichting 31 december 2020 31 december 2019
ACTIVA
Vaste activa
Schepen 8 2.865.308 3.177.262
Activa in aanbouw 8 207.069
Gebruiksrecht op activa 8 52.955 58.908
Overige materiële vaste activa 8 1.759 2.265
Immateriële vaste activa - 161 39
Vorderingen 10 55.054 71.083
Investeringen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode
Uitgestelde belastingvorderingen
26
9
51.703
1.357
50.322
2.715
Totaal vaste activa 3.235.366 3.362.594
Vlottende activa
Voorraad bunkers 11 75.780 183.382
Activa aangehouden voor verkoop 3 12.705
Handels- en overige vorderingen 12 214.479 308.987
Belastingvorderingen - 136 221
Geldmiddelen en kasequivalenten 13 161.478 296.954
Totaal vlottende activa 451.873 802.249
TOTAAL ACTIVA 3.687.239 4.164.843
EIGEN VERMOGEN en SCHULDEN
Eigen vermogen
Kapitaal 14 239.148 239.148
Uitgiftepremies 14 1.702.549 1.702.549
Omrekeningsverschillen - 935 299
Afdekkingsreserve 14 (7.456) (4.583)
Eigen aandelen 14 (164.104) (45.616)
Overgedragen resultaten - 540.714 420.058
Eigen vermogen toerekenbaar aan de eigenaars van de
Vennootschap
2.311.786 2.311.855
Langlopende schulden
Bankleningen 16 836.318 1.173.944
Overige uitgiftes 16 198.279 198.571
Overige leningen 16 100.056 107.978
Lease schulden 16 21.172 43.161
Overige schulden 18 6.893 3.809
Personeelsbeloningen 17 7.987 8.094
Provisies 21 1.154 1.381
Totaal langlopende schulden 1.171.859 1.536.938
Kortlopende schulden
Handels- en overige schulden 18 85.150 94.408
Belastingverplichtingen - 629 49
Bankleningen 16 20.542 49.507
Overige leningen 16 51.297 139.235
Lease schulden 16 45.749 32.463
Provisies 21 227 388
Totaal kortlopende schulden 203.594 316.050
TOTAAL PASSIVA 3.687.239 4.164.843

De toelichtingen op blz. 9 t/m 99 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.

2

Geconsolideerde resultatenrekening

(in duizend USD behalve cijfers per aandeel)

Toelichting 2020 2019 2018 *
1 jan. - 31
dec., 2020
1 jan. - 31
dec., 2019
1 jan. - 31
dec., 2018
Inkomsten uit scheepvaartactiviteiten
Omzet 4 1.230.750 932.377 600.024
Meerwaarden op verkoop van schepen/overige materiële
vaste activa
8 22.728 14.879 19.138
Andere bedrijfsopbrengsten 4 10.112 10.094 4.775
Totale inkomsten uit scheepvaartactiviteiten 1.263.590 957.350 623.937
Operationele kosten
Reiskosten en commissies 5 (125.430) (144.681) (141.416)
Operationele kosten schepen 5 (210.634) (211.795) (185.792)
Kosten vrachthuur 5 (7.954) (604) (31.114)
Minderwaarden op de verkoop van schepen/overige
materiële vaste activa
8 (1) (75) (273)
Afwaardering van activa aangehouden voor verkoop 3 (2.995)
Afschrijvingen materiële vaste activa 8 (319.652) (337.646) (270.582)
Afschrijvingen immateriële vaste activa - (99) (56) (111)
Algemene en administratieve kosten 5 (65.498) (66.890) (66.232)
Totale operationele uitgaven (729.268) (761.747) (698.515)
Bedrijfsresultaat 534.322 195.603 (74.578)
Financieringsopbrengsten 6 21.496 20.572 15.023
Financieringskosten 6 (91.553) (119.803) (89.412)
Netto financieringskosten (70.057) (99.231) (74.389)
Winst op voordelige koop 25 23.059
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen) 26 10.917 16.460 16.076
Winst (verlies) vóór belastingen 475.182 112.832 (109.832)
Winstbelastingen 7 (1.944) (602) (238)
Winst (verlies) van de periode 473.238 112.230 (110.070)
Toerekenbaar aan:
Eigenaars van de Vennootschap - 473.238 112.230 (110.070)
Winst/(verlies) per aandeel (gewoon) 15 2,25 0,52 (0,57)
Winst/(verlies) per aandeel (verwaterd) 15 2,25 0,52 (0,57)
Gewogen gemiddelde aantal aandelen (gewoon) 15 210.193.707 216.029.171 191.994.398
Gewogen gemiddelde aantal aandelen (verwaterd) 15 210.206.403 216.029.171 191.994.398

* De Groep heeft voor het eerst IFRS 16 toegepast per 1 januari 2019, gebruik makend van de gewijzigde retrospectieve benadering. Onder deze benadering, werd de vergelijkbare informatie niet aangepast.

De toelichtingen op blz. 9 t/m 99 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(in duizenden USD)

Toelichting 2020 2019 2018 *
1 jan. - 31 dec.,
2020
1 jan. - 31 dec.,
2019
1 jan. - 31 dec.,
2018
Winst (verlies) van de periode 473.238 112.230 (110.070)
Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
Posten die nooit worden overgeboekt naar de winst- en
verliesrekening:
Herwaarderingen van verplichtingen (activa) uit hoofde
van toegezegde pensioenrechten
17 (97) (1.223) 120
Posten die zijn of kunnen worden overgeboekt naar de
winst-en verliesrekening:
Omrekeningsverschillen op buitenlandse activiteiten 6 636 (112) (157)
Kasstroomafdekkingen - effectief deel van
veranderingen in reële waarde
14 (2.873) (1.885) (2.698)
Aandeel van investeringen opgenomen volgens de
vermogensmutatie in overige gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
26 (2) (720) (459)
Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten, na belastingen
(2.336) (3.940) (3.194)
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten van de periode
470.902 108.290 (113.264)
Toerekenbaar aan:
Eigenaars van de Vennootschap
470.902 108.290 (113.264)

* De Groep heeft voor het eerst IFRS 16 toegepast per 1 januari 2019, gebruik makend van de gewijzigde retrospectieve benadering. Onder deze benadering, werd de vergelijkbare informatie niet aangepast.

De toelichtingen op blz. 9 t/m 99 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen

(in duizenden USD)

Toelichting Kapitaal Uitgifte
premies
Omrekenings
verschillen
Afdekkings
reserve
Eigen
aandelen
Overgedragen
resultaten
Totaal eigen
vermogen
Per 1 januari 2018 173.046 1.215.227 568 (16.102) 473.622 1.846.361
Aanpassing door initiële toepassing van IFRS 15 (na belastingen) (1.729) (1.729)
Aanpassing door initiële toepassing van IFRS 9 (na belastingen) (16) (16)
Per 1 januari 2018 herzien * 173.046 1.215.227 568 (16.102) 471.877 1.844.616
Winst (verlies) van de periode - (110.070) (110.070)
Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na
belastingen
- (157) (2.698) (339) (3.194)
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
van de periode
(157) (2.698) (110.409) (113.264)
Transacties met eigenaars van de Vennootschap
Uitgifte van aandelen gerelateerd aan bedrijfscombinaties 14 66.102 487.322 553.424
Dividenden - (22.629) (22.629)
Aankoop eigen aandelen 14 (3.955) (3.955)
Verkoop eigen aandelen 14 5.406 (3.112) 2.294
Op aandelen gebaseerde betalingen die in eigen
vermogensinstrumenten worden afgewikkeld
23 37 37
Totaal transacties met eigenaars van de Vennootschap 66.102 487.322 1.451 (25.704) 529.171
Per 31 december 2018 239.148 1.702.549 411 (2.698) (14.651) 335.764 2.260.523
Per 1 januari 2019 ** 239.148 1.702.549 411 (2.698) (14.651) 335.764 2.260.523
Winst (verlies) van de periode - 112.230 112.230
Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na
belastingen
- (112) (1.885) (1.943) (3.940)
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
van de periode
(112) (1.885) 110.287 108.290
Transacties met eigenaars van de Vennootschap
Dividenden 14 (25.993) (25.993)
Verkoop eigen aandelen 14 (30.965) (30.965)
Totaal transacties met eigenaars van de Vennootschap (30.965) (25.993) (56.958)
Per 31 december 2019 239.148 1.702.549 299 (4.583) (45.616) 420.058 2.311.855
Toelichting Kapitaal Uitgifte
premies
Omrekenings
verschillen
Afdekkings
reserve
Eigen
aandelen
Overgedragen
resultaten
Totaal eigen
vermogen
Per 1 januari 2020 239.148 1.702.549 299 (4.583) (45.616) 420.058 2.311.855
Winst (verlies) van de periode - 473.238 473.238
Overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, na
belastingen
- 636 (2.873) (99) (2.336)
Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van
de periode
636 (2.873) 473.139 470.902
Transacties met eigenaars van de Vennootschap
Dividenden 14 (352.483) (352.483)
Aankoop eigen aandelen 14 (118.488) (118.488)
Totaal transacties met eigenaars van de Vennootschap (118.488) (352.483) (470.971)
Per 31 december 2020 239.148 1.702.549 935 (7.456) (164.104) 540.714 2.311.786

* De Groep heeft voor het eerst IFRS 15 en IFRS 9 toegepast per 1 januari 2018. Onder de gekozen transitiemethodes, werd de vergelijkbare informatie niet aangepast maar de openingsbalans van 2018 werd aangepast door de toepassing van IFRS 15 over omzeterkenning.

** De Groep heeft voor het eerst IFRS 16 toegepast per 1 januari 2019, gebruik makend van de gewijzigde retrospectieve benadering. Onder deze benadering, werd de vergelijkbare informatie niet aangepast.

De toelichtingen op blz. 9 t/m 99 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in duizenden USD)

Toelichting 2020 2019 2018 *
1 jan. - 31 dec.,
2020
1 jan. - 31 dec.,
2019
1 jan. - 31 dec.,
2018
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
Winst over het boekjaar - 473.238 112.230 (110.070)
Aanpassingen voor: 357.720 405.823 289.311
Afschrijvingen materiële vaste activa 8 319.652 337.646 270.582
Afschrijvingen immateriële vaste activa - 99 56 111
Afwaardering van activa aangehouden voor verkoop 3 2.995
Provisies - (388) (448) (42)
Winstbelastingen 7 1.944 602 239
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
26 (10.917) (16.460) (16.076)
Netto financieringskosten 6 70.057 99.231 74.389
(Meer-)/minderwaarden op verkoop van materiële vaste
activa
8 (22.727) (14.804) (18.865)
Op aandelen gebaseerde betalingen die in
eigenvermogensinstrumenten worden afgewikkeld
5 37
Erkenning van over te dragen winst uit verkoop van
materiële vaste activa
- (1.000)
Winst op voordelige koop 25 (23.059)
Mutaties in 180.576 (165.419) (114.533)
Kaswaarborgen 10 (12.339) (34) 33
Voorraden 11 107.602 (161.121) (22.261)
Handelsvorderingen 12 85.830 (41.001) (23.589)
Toe te rekenen opbrengsten 12 12.667 (3.051) (6.393)
Over te dragen kosten 12 (263) (2.078) 18.848
Overige vorderingen 10-12 (3.826) 22.393 (77.876)
Handelsschulden 18 4.490 6.471 (8.181)
Bezoldigingen en personeelsvoordelen 18 2.536 (2.282) (11.000)
Toe te rekenen kosten 18 (10.675) 3.473 18.839
Over te dragen opbrengsten 18 (4.645) 10.028 (2.265)
Overige schulden 18 (148) (806) (1.304)
Provisie personeelsbeloningen 17 (653) 2.589 616
Betaalde winstbelastingen - 78 (993) (67)
Betaalde rente 6-19 (56.084) (98.852) (67.209)
Ontvangen rente 6-12 6.723 6.602 3.409
Ontvangen dividenden van investeringen verwerkt
volgens de vermogensmutatiemethode
26 7.534 12.600
Nettokasstroom uit (gebruikt in) bedrijfsactiviteiten 969.785 271.991 841
Aankoop van schepen 8 (224.904) (7.024) (237.476)
Verkoop van schepen 8 78.075 86.235 26.762
Aankoop van overige materiële vaste activa en
vooruitbetalingen 8 (285) (1.015) (588)
Aankoop van immateriële vaste activa - (221) (14) (1)
Verkoop van overige (im)materiële vaste activa 8 30
Leningen van (aan) verbonden partijen 26 26.443 (31.713) 134.097
Netto verworven liquide middelen van bedrijfscombinaties 25 126.288
Verkoop van (verworven) aandelen in ondernemingen
volgens vermogensmutatiemethode
26 2.000 (4.000)
Opbrengsten uit de verkoop van dochterondernemingen 25 140.960
Opbrengsten uit financiële leasing 1.786 1.251
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
investeringsactiviteiten (117.106) 43.750 190.042
(Aankoop van) Opbrengsten uit de verkoop van eigen
aandelen
14 (118.488) (30.965) (1.661)
Opbrengsten uit nieuwe leningen 16 893.827 1.099.701 983.882
Aflossing van opgenomen leningen 16 (994.989) (1.318.398) (1.115.894)
Aflossing van commercial paper 16 (359.295)
Opbrengsten uit verkoop en leaseback 16 (22.853) 124.425
Aflossing van financiële lease verplichtingen 16 (37.779) (30.214)
Transactiekosten verbonden aan nieuwe leningen 16 (8.083) (9.721) (3.849)
Betaalde dividenden 14 (352.041) (26.015) (22.643)
Nettokasstroom uit (gebruikt in)
financieringsactiviteiten
(999.701) (191.187) (160.165)
Netto-opname (afname) van geldmiddelen en
kasequivalenten
(147.022) 124.554 30.718
Geldmiddelen en kasequivalenten op 1 januari 13 296.954 173.133 143.648
Valutakoers- en omrekeningsverschillen op geldmiddelen - 11.546 (733) (1.233)
Geldmiddelen en kasequivalenten op 31 december 13 161.478 296.954 173.133

* De Groep heeft voor het eerst IFRS 16 toegepast per 1 januari 2019, gebruik makend van de gewijzigde retrospectieve benadering. Onder deze benadering, werd de vergelijkbare informatie niet aangepast. Door het toegenomen belang van de voorraad bunkers (zie waarderingsregels), heeft de Groep de vergelijkbare informatie mbt voorraad bunkers gerepresenteerd in overeenstemming met de presentatie van het huidige jaar.

De toelichtingen op blz. 9 t/m 99 zijn een integraal onderdeel van deze geconsolideerde jaarrekening.

Toelichtingen bij de geconsolideerde rekeningen voor het jaar afgesloten op 31 december 2020

  • Toelichting 1 Belangrijkste waarderingsgrondslagen
  • Toelichting 2 Gesegmenteerde informatie
  • Toelichting 3 Activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
  • Toelichting 4 Omzet en andere bedrijfsopbrengsten
  • Toelichting 5 Kosten voor scheepvaartactiviteiten en overige kosten van operationele activiteiten
  • Toelichting 6 Netto financieringskosten
  • Toelichting 7 Winstbelastingen
  • Toelichting 8 Materiële vaste activa
  • Toelichting 9 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
  • Toelichting 10 Langlopende vorderingen
  • Toelichting 11 Voorraad bunkers
  • Toelichting 12 Handels- en overige vorderingen kortlopend
  • Toelichting 13 Geldmiddelen en kasequivalenten
  • Toelichting 14 Eigen vermogen
  • Toelichting 15 Resultaat per aandeel
  • Toelichting 16 Interestdragende leningen en financieringen
  • Toelichting 17 Personeelsbeloningen
  • Toelichting 18 Handels- en overige schulden
  • Toelichting 19 Financiële instrumenten Markt- en andere risico's
  • Toelichting 20 Leasing
  • Toelichting 21 Provisies en Voorwaardelijke verplichtingen
  • Toelichting 22 Verbonden partijen
  • Toelichting 23 Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten
  • Toelichting 24 Groepsvennootschappen
  • Toelichting 25 Bedrijfscombinaties
  • Toelichting 26 Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode
  • Toelichting 27 Belangrijkste wisselkoersen
  • Toelichting 28 Honoraria audit
  • Toelichting 29 Gebeurtenissen na balansdatum

Toelichting 30 - Verklaring over het getrouw beeld van de geconsolideerde jaarrekening en het getrouwe overzicht in het jaarverslag

Toelichting 1 - Belangrijkste waarderingsgrondslagen

1. Rapporterende entiteit

Euronav N.V. (de "Vennootschap") is een vennootschap gevestigd in België. De maatschappelijke zetel van de Vennootschap bevindt zich op de Gerlachekaai 20, 2000 Antwerpen, België. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap omvat de rekeningen van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (gezamenlijk naar verwezen als de "Groep") en de belangen van de Groep in geassocieerde ondernemingen en in joint venture vennootschappen.

Euronav NV is een volledig geïntegreerde leverancier van internationale maritieme scheepvaart en offshore diensten met betrekking tot het transport en de opslag van ruwe aardolie. De Vennootschap werd opgericht naar Belgisch recht op 26 juni 2003 en ontstond uit drie bedrijven die een sterke aanwezigheid hadden in de scheepvaart; Compagnie Maritime Belge NV, ofwel CMB, opgericht in 1895, Compagnie Nationale de Navigation SA, ofwel CNN, opgericht in 1938, en Ceres Hellenic opgericht in 1950. De Vennootschap ging van start met zaken doen onder de naam "Euronav" in 1989 wanneer het initieel opgericht werd als de internationale tankerrederij van CNN. Euronav NV fuseerde in 2018 met Gener8 Maritime Inc, die een 100% dochteronderneming werd van Euronav NV. Door de fusie heeft Euronav NV een operationele vloot van meer dan 70 tankers en is het 's werelds grootste onafhankelijke ruwe olietankerrederij eigenaar en operator in de wereld.

Euronav NV verhuurt zijn schepen aan toonaangevende internationale energiebedrijven. De Vennootschap streeft een gebalanceerde chartering strategie na door het inzetten van zijn schepen in een combinatie van spotmarkt reizen, mede via Tankers International (TI) Pool en ook onder vaste rente contracten en lange-termijn charters, die vaak een winstdelingscomponent bevatten.

Een spotmarkt reischarter is een contract om een specifieke lading te vervoeren van een laadhaven naar een loshaven aan een overeengekomen vrachtprijs per ton of een specifiek totaal bedrag. Onder spotmarkt reischarters, betaalt de Vennootschap zelf de reiskosten zoals haven-, kanaal- en bunkerkosten. Spotcharter tarieven zijn historisch gezien volatiel geweest en fluctueren te wijten aan seizoenschommelingen, evenals de algemene dynamiek in vraag en aanbod in de sector van zeevervoer van ruwe olie. Hoewel de inkomsten van de Vennootschap opgeleverd in de spotmarkt minder voorspelbaar zijn, gelooft de Vennootschap dat de blootstelling aan deze markt hun de mogelijkheid biedt om betere winstmarges vast te leggen gedurende periodes wanneer de vraag naar vervoer het aanbod overtreft, resulterend in verbeteringen in tanker vrachttarieven. De Vennootschap gebruikt en beheert commercieel voornamelijk hun VLCCs via de TI Pool, een toonaangevende spotmarkt-georiënteerde VLCC pool waarin andere scheepseigenaars met schepen van vergelijkbare grootte en kwaliteit deelnemen samen met de Vennootschap. De Vennootschap nam deel in de oprichting van de TI Pool in 2000 om hunzelf en andere TI Pool deelnemers, bestaande uit externe eigenaars en reders van schepen van vergelijkbare grootte, toe te laten om te profiteren van schaalvoordelen, een hogere informatie-uitwisseling, logistieke efficiëntie en maximaler scheepsgebruik.

Tijdsbevrachtingscontracten voorzien de Vennootschap van een vaste en stabiele kasstroom voor een vastgestelde termijn. Tijdsbevrachtingscontracten kunnen de Vennootschap helpen in het deels verminderen van hun blootstelling aan de spotmarkt die vaak volatiel van aard blijkt te zijn, seizoengevoelig en algemeen zwakker in het tweede en derde kwartaal van het jaar te wijten aan sluitingen van raffinaderijen en gerelateerd aan onderhoud tijdens de warmere zomermaanden. Wanneer de cyclus afloopt of om opportunistische redenen, kan de Vennootschap meer van haar schepen onder tijdsevrachtingscontracten inzetten indien de beschikbare tarieven voor tijdsbevrachting toenemen. De Vennootschap kan ook tijdsbevrachtingscontracten afsluiten met winstdelingsregelingen, waarvan de Vennootschap gelooft dat zij hen voordeel zullen opleveren indien de spotmarkt een basis chartertarief overschrijdt, berekend door ofwel het delen van de subcharter winsten van de bevrachter of door referentie naar een marktindex en in overeenstemming met een formule voorzien in het van toepassing zijnde chartercontract.

De Vennootschap zet momenteel haar twee FSOs in als drijvende opslageenheden in het kader van een dienstverleningscontract met North Oil Company, in de offshore dienstensector.

2. Gehanteerde boekhoudkundige grondslagen

De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) welke door de International Accounting Standards Board (IASB) werden gepubliceerd en op 31 december 2020 door de Europese Unie werden aanvaard.

Wijzigingen in belangrijke waarderingsgrondslagen worden beschreven in waarderingsregel 6. Alle andere waarderingsgrondslagen werden consistent toegepast voor alle gepresenteerde perioden in de geconsolideerde jaarrekening, tenzij anders vermeld.

De financiële rekeningen werden op 26 maart 2021 door de Raad van Bestuur voor publicatie goedgekeurd.

3. Gehanteerde waarderingsgrondslagen

De geconsolideerde rekeningen worden opgesteld op basis van de historische kostprijs met uitzondering van de volgende materiële activa en passiva:

  • Afgeleide financiële instrumenten gewaardeerd tegen de reële waarde
  • Activa aangehouden voor verkoop erkend aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten, indien deze lager is dan de boekwaarde

4. Functionele en rapporteringsvaluta

De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in USD, de functionele en rapporteringsvaluta van de Groep. Alle financiële informatie getoond in USD is afgerond naar het eerstvolgende duizendtal tenzij anders aangegeven.

5. Gebruik van ramingen en veronderstellingen

Bij de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS moet het management beoordelingen, ramingen en veronderstellingen maken die de toepassing van de waarderingsregels beïnvloeden, evenals de gerapporteerde bedragen van activa en passiva, inkomsten en uitgaven.

De ramingen en de daarmee verband houdende veronderstellingen zijn gebaseerd op historische ervaring en verschillende andere factoren die verondersteld worden redelijk te zijn in de omstandigheden. Zij vormen de basis om de boekwaarden van activa en passiva te beoordelen die niet rechtstreeks uit andere bronnen waarneembaar zijn. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze ramingen.

De ramingen en onderliggende veronderstellingen worden constant herzien. Herzieningen van de boekhoudkundige ramingen worden geboekt in de periode waarin de raming wordt herzien op voorwaarde dat de herziening enkel die periode treft, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes als de herziening zowel de huidige als toekomstige periodes treft.

A. Ramingen

Informatie met betrekking tot de kritische ramingen van de waarderingsregels die de meest significante impact hebben op de gewaardeerde cijfers in de geconsolideerde rekeningen kunnen teruggevonden worden in de volgende toelichting:

  • Toelichting 8 Waardevermindering
  • Toelichting 25 Bedrijfscombinaties en
  • Toelichting 20 Leasetermijn: Of de Groep redelijkerwijze zeker is om opties uit te oefenen ter hernieuwing, beëindiging of aankoop.

B. Veronderstellingen en inschatting onzekerheden

Informatie met betrekking tot veronderstellingen en inschattingen van onzekerheden die een significant risico inhouden voor materiële aanpassingen in het komende financiële jaar kunnen teruggevonden worden in de volgende toelichtingen:

  • Toelichting 8 Test op bijzondere waardeverminderingen: Belangrijkste veronderstellingen onderliggend aan de realiseerbare waarde;
  • Toelichting 9 Waardering van uitgestelde belastingvorderingen: Beschikbaarheid van belastbare winst waartegen verrekenbare tijdelijke verschillen en overdraagbare fiscale verliezen gebruikt kunnen worden en
  • Toelichting 20 Leases: Belangrijke aannames onderliggend aan de lease schuld en het gebruiksrecht op de activa, bijvoorbeeld de leasetermijn, de lease betalingen en inschatting van de restwaardegarantie.

De belangrijkste assumpties en boekhoudkundige inschattingen om de gerapporteerde bedragen te ondersteunen van activa en passiva, inkomsten en uitgaven, werden op regelmatige basis herzien en indien nodig aangepast tijdens 2020. De voornaamste veronderstellingen, inschattingen en assumpties die door COVID-19 zouden geïmpacteerd kunnen worden, zijn:

  • Toelichting 8 Test op bijzondere waardeverminderingen: De boekwaarde van de schepen wordt geëvalueerd om te bepalen of een indicatie voor waardevermindering bestaat. Geen waardevermindering is vereist indien de realiseerbare waarde van elke kasstroomgenererende eenheid hoger is dan de boekwaardes.
  • Bunkers op de Oceania en de schepen worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van de kostprijs van de opbrengstwaarde aanpassingen. Gewogen gemiddelde van de voorraad brandstof aan boord van de Oceania en de schepen was lager dan de marktprijs op jaareinde.
  • Voorzieningen voor te verwachte kredietverliezen: In overeenstemming met IFRS 9, de Groep erkent te verwachte kredietverliezen op handelsvorderingen volgens de volgende vereenvoudigde aanpak. Levensduur te verwachte kredietverliezen worden erkend voor handelsvorderingen, exclusief terugvorderbare BTW bedragen. Echter, gebaseerd op het betalingsgedrag van de klant, werden er geen significante additionele voorzieningen voor te verwachte kredietverliezen erkend per 31 december 2020.

Afhankelijk van hoe de COVID-19 pandemie verder evolueert, kunnen mogelijke wijzigingen in deze opvattingen gebeuren in 2021.

Waardering tegen reële waarde

Een aantal van de boekhoudprincipes en toelichtingen van de Groep vereisen de bepaling van de reële waarde voor zowel financiële als niet-financiële activa en schulden.

De Groep heeft een geïntegreerd intern controlekader opgericht met betrekking tot de bepaling van de reële waardes. Dit omvat een waarderingsteam dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor het toezicht op alle significante reële waarde bepalingen, inclusief niveau 3 bepalingen, en dat rechtstreeks aan de CFO rapporteert.

Het waarderingsteam beoordeelt op regelmatige tijdstippen de significante niet-waarneembare inputs en aanpassingen aan

de waardebepalingen. Wanneer informatie van derden, zoals bijvoorbeeld noteringen van handelaren of prijzen die op een actieve markt genoteerd zijn, gebruikt wordt, zal het waarderingsteam de verkregen bewijsmiddelen van derden beoordelen ter controle dat deze waarderingen voldoen aan de IFRS vereisten, inclusief de reële waarde hiërarchie. Belangrijke waarderingsproblemen worden gerapporteerd aan het Auditcomité van de Groep.

Bij het bepalen van de reële waarde van een actief of schuld, gebruikt de Groep waarneembare marktgegevens in de mate van het mogelijke. De reële waarden worden ingedeeld in verschillende niveaus volgens een reële waarde hiërarchie, gebaseerd op de belangrijkste inputs die gebruikt werden bij de toepassing van de waardebepalingstechniek.

  • Niveau 1: op basis van de genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa en passiva in actieve markten.
  • Niveau 2: inputs andere dan genoteerde prijzen inbegrepen in Niveau 1 die waarneembaar zijn voor de activa of passiva, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen) of onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen).
  • Niveau 3: de inputs die gebruikt worden bij de toepassing van de waardebepalingstechniek zijn niet gebaseerd op waarneembare marktgegevens (niet-waarneembare inputs).

Wanneer inputs gebruikt bij de toepassing van de waardebepalingstechniek van een activa of passiva ondergebracht kunnen worden in verschillende niveaus van de reële waarde hiërarchie, wordt de volledige reële waarde ondergebracht in hetzelfde niveau van de laagst ingeschaalde input die significant is bij de waardebepalingstechniek.

De Groep verwerkt eventuele herrubriceringen tussen verschillende niveaus in de reële waarde hiërarchie, op het einde van de verslagperiode waarin de wijziging zich heeft voorgedaan.

Verdere informatie omtrent de gebruikte waarderingsregels bij het waarderen van de reële waarden is opgenomen in de volgende toelichtingen:

  • Toelichting 3 Activa en passiva aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten;
  • Toelichting 19 Financiële instrumenten
  • Toelichting 23 Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten

6. Wijzigingen in de waarderingsregels

Behalve voor de wijzigingen onderaan, zijn de toegepaste standaarden in het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2020 consistent met deze die toegepast werden bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2019. Een aantal nieuwe standaarden zijn eveneens van toepassing vanaf 1 januari 2019 maar deze hebben geen materiële impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

  • Definitie van een business (Wijzigingen aan IFRS 3), zie waarderingsregel 7.1.
  • Hervorming referentierentevoet (Wijzigingen aan IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7). De Groep past hedge accounting toe bij sommige renteswaps die gebruikt worden om het risico af te dekken gerelateerd aan de fluctuatie van de LIBOR (zie toelichting 14). De Groep heeft de wijzigingen van fase 1 in de hervorming van de referentierentevoet retrospectief toegepast in de afdekkingsrelaties die bestonden op 1 januari 2020 of die nadien aangeduid werden en die meteen geïmpacteerd zijn door de hervorming van de referentierentevoet. Deze wijzigingen zijn eveneens van toepassing op de geaccumuleerde winst of verlies in de kasstroomafdekkings reserve die er bestond op 1 januari 2020. Voor de gerelateerde waarderingsregel, zie 9.3.

7. Consolidatiegrondslagen

7.1. Bedrijfscombinaties

De Groep verwerkt bedrijfscombinaties gebruik makend van de overnamemethode wanneer de verworven set van activiteiten en activa voldoet aan de definitie van een business en de Groep controle verkrijgt. De Groep heeft zeggenschap over een deelneming wanneer ze is blootgesteld aan, of rechten heeft op, veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid, en over de mogelijkheid beschikt om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de deelneming. Bij het bepalen of een specifieke set van activiteiten en activa een business is, beoordeelt de Groep of de set van activa en activiteiten op zijn minst een input en substantiële processen omvat en of de verworven set de mogelijkheid heeft om resultaten op te leveren. De Groep heeft een optie om een 'concentratietest' toe te passen die een vereenvoudigde beoordeling toelaat of een verworven set van activiteiten en activa een business is of niet. Er wordt aan de optionele concentratietest voldaan indien de reële waarde van nagenoeg alle verworven bruto-activa zich concentreert in een individuele identificeerbare activa of groep van vergelijkbare identificeerbare activa.

Voor overnames bepaalt de Groep goodwill op de overnamedatum als volgt:

  • de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
  • het bedrag van enig minderheidsbelang in de overgenomen partij; plus in een bedrijfscombinatie die in verschillende fasen wordt gerealiseerd, de reële waarde van het voorheen aangehouden aandelenbelang van de overnemende partij in de overgenomen partij; verminderd met
  • het netto saldo (doorgaans de reële waarde) van de vastgestelde bedragen van de verworven identificeerbare activa en de overgenomen verplichtingen.

Indien het verschil negatief is, wordt de winst op voordelige koop direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.

In de overgedragen vergoeding is geen bedrag opgenomen voor de afwikkeling van bestaande relaties. Een dergelijk bedrag wordt in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen. Transactiekosten, andere dan deze verbonden met de uitgifte van schulden of aandelen, worden door de Groep in kost genomen wanneer zij worden gemaakt. De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding wordt op overnamedatum opgenomen. Indien die voorwaardelijke vergoeding wordt geclassificeerd als eigen vermogen, vindt er geen latere herwaardering plaats en wordt de afwikkeling verantwoord binnen het eigen vermogen. In andere gevallen worden wijzigingen na eerste opname in de winst- en verliesrekening opgenomen.

7.2. Acquisities van minderheidsbelangen

Minderheidsbelangen worden opgenomen ten bedrage van het overeenkomstig deel van de netto-activa van de dochteronderneming op de datum van verwerving. Wijzigingen in het eigendomsbelang van de Groep in een dochtermaatschappij die niet tot een verlies van zeggenschap van de Groep over de dochtervennootschap leiden, worden verwerkt als eigen-vermogenstransacties.

7.3. Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn deze welke door de Vennootschap gecontroleerd worden. De Groep heeft controle over een onderneming wanneer ze blootgesteld is aan, of rechten heeft op, veranderlijke opbrengsten uit hoofde van haar betrokkenheid en over de mogelijkheid beschikt om deze opbrengsten te beïnvloeden door haar macht over de onderneming. De jaarrekeningen van de dochterondernemingen zijn in de consolidatie opgenomen vanaf de datum waarop de controle begint tot de datum waarop de controle eindigt.

7.4. Verlies van beleidsbepalende zeggenschap

Bij verlies van zeggenschap over de dochteronderneming worden de activa en verplichtingen van die dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en overige met de dochteronderneming samenhangende vermogenscomponenten niet langer in de balans verantwoord. Het eventuele overschot of tekort wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Indien de Groep een belang behoudt in de voormalige dochteronderneming, wordt dat belang tegen de reële waarde verantwoord op de datum dat er niet langer sprake was van zeggenschap. Vervolgens wordt dit belang verwerkt als een investering verwerkt volgens de vermogensmutatie, of als een financieel actief gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten of aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in winst- en verliesrekening, afhankelijk van de invloed die de Groep behoudt.

7.5. Investeringen verwerkt volgens de equity methode

Het aandeel van de Groep in investeringen verwerkt volgens equity methode bestaat uit investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures.

Geassocieerde ondernemingen zijn ondernemingen waarin de Groep een invloed van betekenis uitoefent op de financiële en operationele beleidslijnen, doch geen controle of gezamenlijke controle. Joint venture vennootschappen zijn vennootschappen wiens activiteiten evenredig door de Groep gecontroleerd worden, waarbij de Groep recht heeft op nettovermogen van de overeenkomst.

Investeringen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures worden verwerkt volgens de equity methode. De eerste opname gebeurt aan kostprijs, inclusief transactiekosten. Na de eerste opname, omvatten de geconsolideerde rekeningen het aandeel van de Groep in het totaal van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten van de investeringen verwerkt volgens equity-methode, tot de datum waarop de invloed van betekenis of gezamenlijke zeggenschap eindigt.

De belangen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures, met inbegrip van langetermijninteresten, die in wezen deel uitmaken van de investering van de Groep in deze geassocieerde ondernemingen of joint ventures, omvatten ongedekte aandeelhoudersleningen waarvan de afwikkeling noch gepland, noch waarschijnlijk is in de voorzienbare toekomst, waardoor deze een uitbreiding op de investering van de Groep in deze geassocieerde ondernemingen en joint ventures zijn. Wanneer het aandeel van de Groep in het verlies de deelneming in een geassocieerde onderneming overschrijdt, wordt de boekwaarde tot nul herleid en worden toekomstige verliezen niet meer in rekening gebracht, behalve in de mate waarin de Groep verplichtingen heeft aangegaan met betrekking tot deze onderneming.

7.6. Bij consolidatie geëlimineerde transacties

Saldi en transacties tussen groepsondernemingen, evenals alle niet-gerealiseerde winsten uit transacties tussen groepsondernemingen worden bij de opmaak van de geconsolideerde jaarrekeningen geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit transacties met geassocieerde ondernemingen en joint venture vennootschappen worden geëlimineerd ten belope van het belang van de Groep in deze entiteit. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde manier geëlimineerd als de niet-gerealiseerde winsten, maar enkel voor zover er geen indicatie is dat er een bijzondere waardevermindering bestaat.

8. Vreemde valuta

8.1 Transacties in vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta worden in USD omgerekend aan de geldende wisselkoers op datum van de transactie. Monetaire activa en passiva uitgedrukt in vreemde valuta op balansdatum worden omgezet in USD aan de op die datum geldende wisselkoers. Niet-monetaire activa en passiva uitgedrukt aan historische kostprijs in een vreemde munt worden omgerekend aan de wisselkoers van de dag van de transactie.

Wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening worden in de resultatenrekening opgenomen. Echter, wisselkoersverschillen die ontstaan bij de omrekening van de volgende items worden verwerkt in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten:

  • een financiële schuld aangewezen als een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit in de mate dat de afdekking effectief is; en
  • kwalificerende kasstroomafdekkingen in de mate dat de afdekkingen effectief zijn.

8.2 Buitenlandse activiteiten

De activa en passiva van de buitenlandse activiteiten, inclusief de goodwill en aanpassingen naar de reële waarde in consolidatie, worden omgerekend naar USD aan de op de balansdatum geldende wisselkoers. Opbrengsten en kosten van buitenlandse activiteiten worden omgerekend naar USD aan koersen die de wisselkoersen, geldig op de data van de transacties, benaderen.

Omrekeningsverschillen worden rechtstreeks opgenomen in het eigen vermogen. Bij verkoop van een buitenlandse activiteit - gedeeltelijk of volledig - worden de overeenstemmende gecumuleerde omrekeningsverschillen opgenomen in de nettowinst of het nettoverlies voor de periode.

9. Financiële instrumenten

Opname en eerste waardering

Vorderingen, uitgegeven schuldbewijzen en achtergestelde leningen worden bij eerste opname verwerkt op de datum waarop deze zijn ontstaan. Bij alle overige financiële activa en financiële verplichtingen (inclusief verplichtingen die zijn aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten) vindt de eerste opname plaats op de transactiedatum, op het moment dat de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument.

Een financieel actief (tenzij het een handelsvordering is zonder een significante financieringscomponent die initieel gewaardeerd werd aan transactieprijs) wordt initieel gewaardeerd aan reële waarde plus, voor een item dat niet gewaardeerd wordt aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening, transactiekosten die direct toewijsbaar zijn aan haar acquisitie of uitgave.

Financiële verplichtingen worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde minus eventuele direct toerekenbare transactiekosten.

De reële waardes van beursgenoteerde beleggingen zijn gebaseerd op de huidige genoteerde prijzen. Indien de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), wordt de reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Dit zijn onder meer recente transacties met derden, andere instrumenten met gelijksoortige kenmerken, verdisconteerde kasstroomanalyse en optiewaarderingsmodellen om recht te doen aan de specifieke omstandigheden van de emittent.

Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het resulterende nettobedrag wordt uitsluitend in de balans gepresenteerd indien de Groep een wettelijk afdwingbaar recht heeft op deze saldering en indien zij voornemens is om te salderen op nettobasis dan wel het actief en de verplichting gelijktijdig te realiseren.

9.1. Financiële activa

Classificatie en waardering

Op het moment van eerste opname wordt een financieel actief geclassificeerd als gewaardeerd aan: geamortiseerde kostprijs, reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten - schuldinstrument, reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten - vermogensinstrument; of reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening. De classificatie van financiële activa onder IFRS 9 is algemeen gebaseerd op het business model waarin een financieel actief wordt beheerd en haar contractuele kasstroomkarakteristieken.

Financiële activa worden niet geherclassificeerd na hun eerste opname tenzij de Groep haar businessmodel wijzigt om financiële activa te managen, in welk geval alle getroffen financiële activa geherclassificeerd worden op de eerste dag van de eerste rapporteringsperiode volgende op de wijziging in het businessmodel.

Een financieel actief wordt gewaardeerd aan geamortiseerde kost indien aan beide van de volgende condities voldaan is en niet aangewezen is als reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening:

  • het wordt aangehouden in een businessmodel waarvan het objectief is om activa aan te houden om contractuele kasstromen te innen; en
  • haar contractuele bepalingen op gespecificeerde data leiden tot kasstromen die uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest op het uitstaande kapitaal.

Een schuldinstrument wordt gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten indien aan beide van de volgende condities voldaan is en niet aangewezen is als reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening:

  • het wordt aangehouden in een businessmodel waarvan het objectief is om zowel contractuele kasstromen te innen en financiële activa te verkopen; en
  • haar contractuele bepalingen op gespecificeerde data leiden tot kasstromen die uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest op het uitstaande kapitaal.

Op het moment van eerste opname van een vermogensinstrument dat niet aangehouden wordt voor handelsdoeleinden, mag de Groep onherroepelijk besluiten om alle andere wijzigingen aan de reële waarden van de investering te presenteren in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. Dit besluit kan gemaakt worden op basis van investering per investering.

Alle financiële activa niet geclassificeerd als gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs of reële waarde waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten zoals bovenaan beschreven worden gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening. Dit omvat alle afgeleide financiële activa. Bij de eerste opname, kan de Groep een financieel actief onherroepelijk aanduiden dat anders aan de vereisten voldoet om gewaardeerd te worden aan geamortiseerde kostprijs of aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten of waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in de winst- en verliesrekening als dat het geval is, elimineert of verlaagt aanzienlijk de kans dat er een boekhoudkundige mismatch optreedt die anders zou ontstaan.

Beoordeling of contractuele kasstromen uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest

Voor de doeleinden van deze beoordeling wordt het 'kapitaal' gedefinieerd als de reële waarde van het financieel actief bij de eerste opname. 'Interest' wordt gedefinieerd als de vergoeding voor de tijdswaarde van geld en voor het kredietrisico geassocieerd met het uitstaande kapitaal tijdens een specifieke periode en voor de overige basis kredietverleningsrisico's en kosten (nl. liquiditeitsrisico en administratieve kosten), alsook een winstmarge.

Bij het beoordelen of de contractuele kasstromen uitsluitend betalingen zijn van kapitaal en interest, neemt de Groep de contractuele bepalingen van het instrument inacht. Dit omvat het beoordelen of de financiële activa een contractuele bepaling bevat die de timing of bedrag van de contractuele kasstromen kan wijzigen zodat het niet meer aan deze voorwaarde kan voldoen. Bij het maken van deze beoordeling, neemt de Groep inacht:

  • onzekere gebeurtenissen die het bedrag of timing van de kasstromen zou wijzigen;
  • bepalingen die de contractuele couponrente kunnen wijzigen, inclusief kenmerken van variabele rentevoeten;
  • voorafbetaling en uitbreidingskenmerken; en
  • bepalingen die de aanspraak van de Groep op kasstromen van specifieke activa kan beperken.

Het kenmerk van voorafbetalingen is consistent met de exclusieve betalingen van kapitaal en interest criteria indien het voorafbetalingsbedrag substantieel de niet betaalde bedragen van kapitaal en interesten op het uitstaande bedrag van kapitaal vertegenwoordigt, die een aanvaardbare additionele compensatie kan bevatten voor vroegtijdige beëindiging van het contract. Bijkomstig, voor een financieel actief verworven met een korting of premie op haar contractueel nominaal bedrag, een kenmerk dat voorafbetaling toelaat of vereist met een bedrag dat substantieel het contractueel nominaal bedrag vertegenwoordigt plus opgebouwde (maar niet betaalde) contractuele interesten (die ook een aanvaardbare additionele compensatie omvat voor vroegtijdige beëindiging) wordt consistent met dit criteria behandeld indien de reële waarde van het voorafbetalingskenmerk niet significant is op moment van eerste opname.

Financiële activa gewaardeerd aan reële
waarde reële waarde waarbij
waardeveranderingen verwerkt worden in de
winst- en verliesrekening
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan reële waarde. Netto
winsten en verliezen, inclusief interest of dividendinkomsten, worden
opgenomen in winst of verlies.
Financiële activa gewaardeerd aan
geamortiseerde kostprijs
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs
gebruik makend van de effectieve interestmethode. De geamortiseerde
kost wordt verlaagd door waarderingsverliezen (zie (ii) onderaan).
Interestinkomsten,
wisselkoerswinsten
en
-verliezen
en
waardeverminderingen worden opgenomen in winst of verlies.
Schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële
waarde waarbij waardeveranderingen
verwerkt worden in overige gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan reële waarde.
Interestinkomsten
berekend
gebruik
makend
van
de
effectieve
interestmethode,
wisselkoerswinsten
en
-verliezen
en
waardeverminderingen worden opgenomen in winst of verlies. Overige
netto winsten en verliezen worden opgenomen in overige gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten. Bij het niet langer opnemen in de balans,
worden geaccumuleerde winsten en verliezen in de overige gerealiseerde
en niet-gerealiseerde resultaten geherclassificeerd naar winst of verlies.
Vermogensinstrumenten gewaardeerd aan
reële waarde waarbij waardeveranderingen
verwerkt worden in overige gerealiseerde en
niet-gerealiseerde resultaten
Deze activa worden vervolgens gewaardeerd aan reële waarde.
Dividenden worden opgenomen als inkomsten in winst of verlies tenzij het
dividend duidelijk een recuperatie vertegenwoordigt als deel van de
kosten van de investering. Overige netto winsten en verliezen worden
opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en
worden nooit geherclassificeerd naar winst of verlies.

Niet langer opnemen in de balans

De Groep neemt een financieel actief niet langer op als de contractuele rechten op de kasstromen van het actief verlopen, of indien het de rechten om de contractuele kasstromen te ontvangen transfereert in een transactie waarin nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van het financieel actief getransfereerd worden of waarin de Groep nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom van een overgedragen actief noch overdraagt, noch behoudt, en het geen controle behoudt op het financieel actief.

De Groep gaat transacties aan waarbij het activa die opgenomen zijn in de balans transfereert maar waarbij het ofwel alle of nagenoeg alle risico's en voordelen van de getransfereerde activa behoudt. In deze gevallen worden de getransfereerde activa niet van de balans verwijderd. Elk belang in zulke getransfereerde financiële activa dat gecreëerd of behouden werd door de Groep, wordt afzonderlijk als actief of verplichting opgenomen.

9.2. Financiële verplichtingen

Classificatie en waardering

Financiële verplichtingen zijn geclassificeerd als gewaardeerd tegen geamortiseerde kost of reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten.

Een financiële verplichting wordt geclassificeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten indien het geclassificeerd wordt als aangehouden voor handelsdoeleinden, indien het een afgeleide is of als het bij eerste opname als dusdanig is aangemerkt. Financiële verplichtingen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de gerealiseerde resultaten worden gewaardeerd aan reële waarde en netto winsten en verliezen, inclusief interestkosten, opgenomen worden in de verlies- en winstrekening.

Overige financiële verplichtingen worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kost volgens de effectieverentemethode. Interestkosten en wisselkoerswinsten en -verliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Eventuele winsten of verliezen bij het niet langer opnemen wordt eveneens opgenomen in de winst- en verliesrekening.

De financiële verplichting gerelateerd aan de drie VLCCs onder de sale en leaseback-transactie aangegaan op 30 december 2019 (zie toelichting 16) wordt gewaardeerd aan geamortiseerde kost gebruik makend van de effectieve interestmethode. Het wordt geherwaardeerd wanneer er een wijziging is in toekomstige leasebetalingen voortvloeiend uit een wijziging in een index of tarief, indien er een wijziging is in de inschatting van de Groep omtrent de reële waarde van de getransfereerde activa aan het einde van de leaseperiode of indien de Groep haar beoordeling wijzigt of het de aankoopoptie zal uitoefenen.

Niet langer opnemen in de balans

De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op als de contractuele verplichtingen worden kwijtgescholden, geannuleerd, of verlopen. De Groep neemt een financiële verplichting ook niet langer op wanneer de voorwaarden gewijzigd zijn en de kasstromen van de gewijzigde verplichting substantieel anders zijn, in welk geval een nieuwe financiële verplichting gebaseerd op de gewijzigde voorwaarden erkend wordt aan reële waarde.

Bij het niet langer opnemen van een financiële verplichting, wordt het verschil tussen de boekwaarde die is gedelgd en de betaalde vergoeding (met inbegrip van overgedragen activa niet zijnde geldmiddelen of aangegane verplichtingen) opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Niet-afgeleide financiële verplichtingen bestaan uit leningen en overige financieringsverplichtingen, rekening courant banken, handelsschulden en overige schulden.

Kortlopende bankschulden, die direct opeisbaar zijn en een integraal onderdeel vormen van het kasbeheer van de Groep, zijn opgenomen als onderdeel van liquide middelen en kredietinstellingen in het kasstroomoverzicht.

9.3. Afgeleide financiële instrumenten (derivaten)

Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting

De Groep maakt af en toe gebruik van afgeleide financiële instrumenten om zich in te dekken tegen marktschommelingen, wisselkoers- en renterisico's voortvloeiend uit de operationele-, financiële- en investeringsactiviteiten.

Afgeleide financiële instrumenten worden initieel aan reële waarde gewaardeerd; transactiekosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn, worden onmiddellijk ten laste genomen als kost. Na de initiële waardering, worden alle financiële instrumenten geherwaardeerd aan reële waarde en wijzigingen hierin worden opgenomen in de verlies- en winstrekening.

De Groep heeft bepaalde derivaten aangeduid als afdekkingsinstrument om de variabiliteit in kasstromen af te dekken.

De Groep staat er voor in dat reële waardeafdekkingsinstrumenten afgestemd zijn op de doelstellingen en strategie van haar risicomanagement en een meer kwalitatieve en toekomstgerichte aanpak toepassen in het beoordelen van de afdekkingseffectiviteit. Bij het initieel afsluiten van het derivaat als afdekkingsinstrument, documenteert de Groep formeel de economische relatie tussen het afdekkingsinstrument(en) en de afgedekte item(s), inclusief de objectieven en strategie van het risicomanagement bij het aangaan van de afdekkingstransactie, tesamen met de methodes die gebruikt zullen worden bij het beoordelen van de effectiviteit van de afdekkingsrelatie. De Groep maakt bij het begin van de afdekkingsrelatie een beoordeling of de te verwachte toekomstige transactie die het voorwerp van de afdekkingstransactie is, zeer waarschijnlijk is en een risicopositie oplevert wat betreft veranderingen in kasstromen die uiteindelijk van invloed kunnen zijn op de winst of het verlies.

De afdekking wordt voortdurend beoordeeld, waarbij wordt vastgesteld dat de afdekking gedurende de verslagperioden waarvoor de afdekking was bedoeld, feitelijk zeer effectief is geweest gebruik makend van retrospectieve en prospectieve kwantitatieve en kwalitatieve analyses.

Afdekkingen geïmpacteerd door de hervorming van de referentierentevoet

Met het oog op evaluatie of er een economisch verband is tussen de afgedekte items en de afdekkingsinstrumenten, veronderstelt de Groep dat de referentierentevoet niet wijzigt als resultaat van de hervorming van de referentierentevoet.

Voor een kasstroomafdekking van een verwachte transactie, veronderstelt de Groep dat de referentierentevoet niet zal wijzigen als resultaat van de hervorming van de referentierentevoet wanneer moet worden beoordeeld of de verwachte transactie zal plaatsvinden en deze transactie een blootstelling zou opleveren aan variabiliteit van kasstromen die uiteindelijk van invloed kan zijn op de winst of het verlies. Bij de beoordeling of een eerdere aangewezen verwachte transactie in een beëindigde kasstroomafdekking nog moet plaatsvinden, veronderstelt de Groep dat de referentierentevoet in kasstromen aangewezen als een afdekking niet zal gewijzigd worden als resultaat van de hervorming van de referentierentevoet.

De Groep zal er mee ophouden om de specifieke beleidsdoelstelling toe te passen in het beoordelen van de economische verhouding tussen het afgedekte item en het afdekkingsinstrument (i) op het afgedekte item of het afdekkingsinstrument wanneer de onzekerheid ontstaat van de hervorming van de referentierentevoet niet langer aanwezig is met betrekking tot de timing en het bedrag van de referentievoet gebaseerd op kasstromen van het respectievelijke item of instrument of (ii) wanneer de afdekkingsrelatie beëindigd werd. Voor de zeer waarschijnlijke beoordeling van het afgedekte item, zal de Groep niet langer de specifieke beleidsdoelstelling toepassen wanneer de onzekerheid ontstaat uit de hervorming van de referentierentevoet omtrent de timing en het bedrag van de referentierentevoet gebaseerd op toekomstige kasstromen van het afgedekte item niet langer aanwezig is of wanneer de afdekkingsrelatie beëindigd werd.

Zie toelichting 19 voor gerelateerde informatie.

Kasstroomafdekkingen

Wanneer afgeleide financiële instrumenten de variabiliteit in kasstromen van een actief, verplichting, vaststaande toezegging of verwachte toekomstige transactie afdekken, wordt het effectieve deel van de winsten of verliezen op de afgeleide financiële instrumenten direct geboekt in de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (afdekkingsreserves). Het bedrag dat in het eigen vermogen werd opgenomen, wordt in de resultatenrekening erkend op het moment dat de afgedekte kasstromen de resultatenrekening beïnvloeden. Het niet-effectieve deel van de wijziging in de reële waarde wordt onmiddellijk in de resultatenrekening erkend.

De Groep duidt enkel de wijziging in reële waarde van het spot element van valutatermijncontracten aan als het afdekkingsinstrument in kasstroomafdekkingsrelaties. De wijziging in reële waarde van het toekomstige element van valutatermijncontracten (toekomstige punten) wordt afzonderlijk opgenomen als een kost van afdekking en erkend als een kost in de afdekkingsreserve in eigen vermogen.

Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor hedge accounting, afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekking prospectief beëindigd. Wanneer hedge accounting voor kasstroomafdekkingen beëindigd wordt, het geaccumuleerde bedrag in de afdekkingsreserve blijft in eigen vermogen tot dat, voor een afdekking van een transactie resulterend in de erkenning van een niet-financieel item, wordt het opgenomen in de kost van het niet-financieel item bij de initiële opname, of voor andere kasstroomafdekkingen, wordt het geherclassificeerd naar winst of verlies in dezelfde periode of periodes als de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen winst of verlies impacteren.

Als de verwachte transactie niet langer waarschijnlijk is, wordt het saldo in het eigen vermogen overgeboekt naar de winsten verliesrekening.

9.4. Kapitaal

Gewoon aandelenkapitaal

Gewoon aandelenkapitaal wordt geclassificeerd als eigen vermogen. Kosten die direct toe te schrijven zijn aan de uitgifte van gewone aandelen worden opgenomen in mindering van eigen vermogen, na aftrek van eventuele belastingen.

Inkoop van kapitaal

Wanneer kapitaal geclassificeerd onder "eigen vermogen" wordt ingekocht, wordt de betaalde vergoeding, inclusief direct toerekenbare kosten en na aftrek van enig belastingeffect, geboekt als een wijziging in deze rubriek. Ingekochte aandelen worden beschouwd als ingekochte eigen aandelen en worden opgenomen als een vermindering van het totale eigen vermogen. Wanneer ingekochte eigen aandelen vervolgens worden verkocht of opnieuw worden uitgegeven, wordt het ontvangen bedrag opgenomen ten gunste van het eigen vermogen en wordt het eventuele overschot of tekort op de transactie overgeheveld naar/van de uitgiftepremies.

9.5. Samengestelde financiële instrumenten

Door de Groep uitgegeven samengestelde financiële instrumenten omvatten converteerbare obligaties in USD die naar keuze van de houder in aandelenkapitaal kunnen worden omgezet indien het aantal uitgegeven aandelen is vastgelegd en niet verandert op basis van wijzigingen in reële waarde.

De vreemd-vermogenscomponent van een samengesteld financieel instrument wordt bij eerste opname verwerkt tegen de reële waarde van een vergelijkbare verplichting zonder conversieoptie. De eigen-vermogenscomponent van de converteerbare obligaties wordt bij eerste opname berekend als het verschil tussen de reële waarde van het samengestelde financiële instrument en de reële waarde van de vreemd-vermogenscomponent. Eventuele direct toerekenbare transactiekosten worden toegerekend aan de vreemd- en de eigen-vermogenscomponent naar rato van de aanvankelijke boekwaarde.

Na de eerste opname wordt de vreemd-vermogenscomponent van een samengesteld financieel instrument gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. Op de eigenvermogenscomponent van een samengesteld financieel instrument wordt geen herwaardering toegepast.

Rente die verband houdt met een financiële verplichting wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Bij conversie wordt de financiële verplichting overgeboekt naar het eigen vermogen en wordt er geen winst of verlies opgenomen.

10. Goodwill en immateriële activa

10.1. Goodwill

Goodwill die ontstaat bij de acquisitie van dochterondernemingen wordt verantwoord als immateriële activa. Voor de waardering van goodwill bij eerste opname, zie waarderingsregel 7.1.

Na de initiële waardering wordt de goodwill opgenomen aan de kostprijs verminderd met eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie ook waarderingsregel 12). Met betrekking tot deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, wordt de boekwaarde van goodwill opgenomen in de boekwaarde van de joint venture of geassocieerde deelneming en een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt toegerekend aan de boekwaarde van de joint venture of geassocieerde deelneming als geheel.

10.2. Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa verworven door de Groep met een eindige gebruiksduur worden aan kostprijs gewaardeerd, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie ook waarderingsregel 12).

De kostprijs van een immaterieel actief, verworven in een afzonderlijke aankoop, is het geldbedrag of equivalent daarvan of de reële waarde van een andere tegenprestatie voor de verkrijging van het immaterieel actief. De kostprijs van een intern gegenereerd immaterieel actief omvat alle kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan het geschikt maken van het actief voor het beoogde gebruik.

10.3. Latere uitgaven

Latere uitgaven op geactiveerde immateriële activa worden enkel in de balans opgenomen als ze de toekomstige economische voordelen eigen aan de activapost waaraan ze verwant zijn, vergroten en als de kost op een betrouwbare wijze kan vastgesteld worden. Alle andere uitgaven worden beschouwd als kosten.

10.4. Afschrijving

Afschrijvingen worden in de resultatenrekening opgenomen volgens de lineaire methode gespreid over de verwachte economische levensduur van de immateriële activa vanaf de datum van ingebruikname. De geschatte verwachte gebruiksduur is de volgende:

• Software: 3 - 5 jaar

Afschrijvingsmethoden, gebruiksduur en restwaardes worden op het einde van iedere verslagdatum geëvalueerd en, indien noodzakelijk, aangepast.

11. Schepen en materiële vaste activa

11.1. Activa in eigendom

Schepen en materiële vaste activa worden opgenomen aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie hierna) en bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie ook waarderingsregel 12). De kostprijs omvat de uitgaven die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan de verwerving van het actief. De kostprijs van vaste activa omvat het volgende:

  • Materiaalkosten en directe arbeidskosten;
  • Alle overige kosten die rechtstreeks toewijsbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van de activa;
  • Wanneer de Groep een verplichting heeft om het actief te verwijderen of om het terrein te herstellen, een inschatting van de kosten van ontmanteling en verwijdering van het actief en de herstelkosten van de locatie waar het actief zich bevindt; en
  • Financieringskosten die worden geactiveerd.

Wanneer materiële vaste activa belangrijke elementen omvatten met een verschillende gebruiksduur, dan worden deze in de rekeningen opgenomen als afzonderlijke materiële vaste activa (zie waarderingsregel 11.6).

Winst en verlies bij de verkoop van een schip of een ander element van vastgoed, installaties en uitrusting wordt bepaald door het verschil tussen de opbrengsten van de verkoop en de boekwaarde van het betrokken schip of element van vastgoed, installaties en uitrusting en wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Bij de verkoop van schepen vindt de overdracht van risico's en voordelen van eigendom, meestal plaats bij levering aan de nieuwe eigenaar.

11.2. Activa in aanbouw

Activa in aanbouw, voornamelijk nieuwbouwschepen, worden opgenomen op basis van de mijlpalen zoals voorzien in het nieuwbouwcontract. De typische mijlpalen zijn: ondertekening van het contract of ontvangst van de terugbetalingsgarantie, staal snijden, het leggen van de kiel, de tewaterlating en oplevering. Alle mijlpalen worden gegarandeerd door een terugbetalingsgarantie verstrekt door de werf.

11.3. Latere uitgaven

Later gedane uitgaven worden enkel opgenomen als ze de toekomstige economische voordelen die een materieel actief in zich bergt, verhoogt en als de kost op een betrouwbare wijze kan vastgesteld worden. De boekwaarde van het vervangen onderdeel wordt afgeboekt. Alle andere uitgaven worden in de resultatenrekening opgenomen als een kost op het moment waarop ze gemaakt worden.

11.4. Financieringskosten

Financieringskosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief vormen een onderdeel van de kostprijs van dat actief.

11.5 Afschrijving

Afschrijvingen worden volgens de lineaire methode in de resultatenrekening opgenomen gespreid over de geschatte gebruiksduur van schepen en materiële vaste activa. Het gebruiksrecht op activa wordt afgeschreven gebruik makend van de lineaire methode van de begindatum tot het einde van de leaseperiode, tenzij de huurovereenkomst de eigendom van het onderliggend actief overdraagt naar de Groep op het einde van de leaseperiode of de kost van het onderliggend actief weerspiegelt dat de Groep een aankoopoptie zal uitoefenen. In dit geval zal het gebruiksrecht op activa afgeschreven worden over de gebruiksduur van het onderliggend actief dat bepaald werd op basis van deze materiële vaste activa (zie waarderingsregel 18). Terreinen worden niet afgeschreven.

Schepen en andere materiële vaste activa worden afgeschreven vanaf de datum waarop ze klaar zijn voor gebruik. Intern ontwikkelde vaste activa worden afgeschreven vanaf de datum wanneer het actief klaar is voor gebruik.

De geschatte gebruiksduur van de voornaamste materiële vaste activa is de volgende:

tankers 20 jaar
FSO/FpSO/FPSO 30 jaar
installaties en uitrusting 5 - 20 jaar
inrichting en meubilair 5 - 10 jaar
andere materiële vaste activa 3 - 20 jaar
droogdok 2,5 - 5 jaar

De gebruiksduur van de FSO's werd herbeoordeeld van 25 jaar naar 30 jaar als gevolg van de verlenging voor 10 jaar van het tijdbevrachtingscontract in directe navolging van hun huidige contractuele diensten, of respectievelijk tot 21 juli 2032 en 21 september 2032. Het einde van de economische gebruiksduur van de FSO schepen werd gelijkgesteld aan de einddatum van het contract of ongeveer 30 jaar sinds de bouwdatum. De netto boekwaarde en afschrijvingen werden herbeoordeeld en prospectief toegepast vanaf het moment dat de verlenging getekend was. De impact op de geconsolideerde resultatenrekening was immaterieel.

Voor schepen wordt de restwaarde op nul ingeschat behalve voor de drie VLCCs onder de sale en leaseback-transactie aangegaan op 30 december 2019 (zie toelichting 16). Conform IFRS werd deze transactie niet verwerkt als een verkoop, maar zal de Groep als verkoper-huurder de getransfereerde activa blijven erkennen. De drie schepen worden vervolgens afgeschreven over hun verwachte levensduur (dit is van de begindatum tot het einde van de leaseperiode) als het niet redelijk zeker is dat de Groep de aankoopoptie zal uitoefenen. Afschrijvingen werden berekend op de nettoboekwaarde van de drie schepen per 30 december 2019 min hun verwachte restwaardes gebruik makend van de lineaire methode. De restwaarde, geschat op 21 miljoen USD, is het bedrag dat de Groep zou kunnen ontvangen bij verkoop van de schepen op rapporteringsdatum indien de schepen reeds van ouderdom en in de conditie waren zoals ze op het einde van de leaseperiode zullen zijn.

Afschrijvingsmethoden, de gebruiksduur en de restwaarden worden op iedere verslagdatum herzien en aangepast indien nodig.

11.6. Droogdok – componentbenadering

Daar waar een materieel vast actief uit belangrijke componenten met een verschillende economische levensduur bestaat, worden zij geboekt als afzonderlijke items van materiële vaste activa. Kosten van normale herstel- en onderhoudswerkzaamheden worden in kost genomen wanneer zij worden gemaakt, inclusief routineonderhoud wanneer het schip in droogdok is. Geïnstalleerde componenten tijdens het droogdok met een gebruiksduur van meer dan 1 jaar, worden afgeschreven over hun geschatte levensduur.

12. Bijzondere waardeverminderingen

12.1. Niet-afgeleide financiële activa

Financiële instrumenten en contractuele activa

Het waardeverminderingsmodel is van toepassing op financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs, contractuele activa en schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen erkend worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, maar niet op eigenvermogensinstrumenten.

De financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs bestaat uit handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten en vorderingen.

Onder IFRS 9, voorzieningen voor waardeverminderingen worden berekend op elk van de volgende basissen:

  • 12-maanden te verwachte kredietverliezen: dit zijn te verwachte kredietverliezen die resulteren uit mogelijke standaardgebeurtenissen binnen de 12 maanden na rapporteringsdatum; en
  • levensduur te verwachte kredietverliezen: dit zijn te verwachte kredietverliezen die resulteren uit alle mogelijke standaardgebeurtenissen over de verwachte levensduur van een financieel instrument.

De Groep bepaalt voorzieningen voor waardeverminderingen op een bedrag gelijk met de levensduur kredietverliezen, behalve voor de volgende, die gemeten worden volgens 12-maanden te verwachte kredietverliezen:

  • schuldbewijzen die bepaald worden om een laag kredietrisico te hebben op de rapporteringsdatum; en
  • overige schuldbewijzen en bankbalansen waarvan het kredietrisico (dit is het risico dat standaard gebeurt over de te verwachte levensduur van het financieel instrument) niet significant toegenomen is sinds de initiële erkenning.

Voorzieningen voor waardeverminderingen voor handelsvorderingen worden gewaardeerd op een bedrag gelijk met de te verwachte levensduur van kredietverliezen.

Tijdens het bepalen of het kredietrisico van een financieel actief significant gestegen is sinds initiële erkenning en tijdens het inschatten van de te verwachte kredietverliezen, neemt de Groep aanvaardbare en gefundeerde informatie in overweging dat relevant en beschikbaar is zonder onnodige kost of moeite. Dit omvat kwantitatieve en kwalitatieve informatie en analyses, gebaseerd op de historische ervaring van de Groep en geïnformeerde kredietbeoordeling en omvat vooruitziende informatie.

De Groep veronderstelt dat het kredietrisico op een financieel actief significant gestegen is indien het meer dan 180 dagen achterstallig is. De financiële activa die meer dan 180 dagen achterstallig zijn, die voornamelijk gerelateerd zijn aan liggeld en openstaande vorderingen met de TI pool, worden van dichtbij opgevolgd en zolang als de inning er van zeer waarschijnlijk is, worden zij niet in gebreke beschouwd.

De Groep beschouwt een financieel risico in verzuim wanneer het onwaarschijnlijk is dat de lener zijn kredietverplichtingen volledig kan betalen aan de Groep, zonder beroep te doen op de Groep voor acties zoals het realiseren van de zekerheid (indien er aangehouden werden).

De geldmiddelen en kasequivalenten worden gehouden bij banken en financiële institutionele instellingen die beoordeeld worden als A- tot AA+, gebaseerd op ratingbureau S&P. Derivaten worden aangegaan met banken en financiële institutionele instellingen, die beoordeeld worden als A- tot AA+, gebaseerd op ratingbureau S&P.

De maximale beschouwde periode voor het inschatten van de te verwachte kredietverliezen is het maximum van de contractuele periode waarin de Groep blootgesteld is aan kredietrisico.

Berekenen van te verwachte kredietverliezen

Te verwachte kredietverliezen zijn een kansgewogen gemiddelde van kredietverliezen. Kredietverliezen worden gemeten als de huidige waarde van alle kastekorten (dit is het verschil tussen kasstromen te wijten aan de entiteit in overeenstemming met het contract en kasstromen dat de Groep verwacht te ontvangen). Te verwachte kredietverliezen worden verdisconteerd aan de effectieve rentevoet van het financieel actief.

In waarde verminderde financiële activa

Op elke rapporteringsdatum, beoordeelt de Groep of financiële activa, gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs en schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, in waarde zijn verminderd. Een financieel acief is in waarde verminderd wanneer één of meerdere gebeurtenissen, die een nadelige impact op de te verwachte toekomstige kasstromen, zich hebben voorgedaan.

Presentatie van de voorziening voor te verwachte kredietverliezen

Voorzieningen voor waardeverminderingen voor financiële activa gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs worden in mindering gebracht van de bruto boekwaarde van de activa. Het waardeverminderingsverlies op handelsvorderingen wordt gepresenteerd in algemene en administratieve kosten.

Bij schuldinstrumenten gewaardeerd aan reële waarde waarbij waardeveranderingen verwerkt worden in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, worden de waardeverminderingen opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in plaats van geboekt te worden in de resultatenrekening.

Waardeverminderingsverliezen op overige financiële activa worden niet afzonderlijk gepresenteerd in de resultatenrekening en overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten omdat het bedrag niet materieel is. Het werd gepresenteerd als deel van de lijn 'financieringskosten'.

Afwaardering

De brutoboekwaarde van een financieel actief van de Groep wordt afgeschreven wanneer de Groep geen redelijke verwachtingen heeft om het financieel actief in zijn geheel of een gedeelte er van te recupereren. De Groep berekent het te verwachte kredietverlies op handels- en overige vorderingen gebaseerd op actuele ervaringen van kredietverliezen over de voorbije 10 jaren rekening houdende met redelijke en gefundeerde prognose van toekomstige economische verwachtingen.

12.2 Niet-financiële activa

De boekwaarden van de niet-financiële activa van de Groep, met uitzondering van de uitgestelde belastingvorderingen (zie waarderingsregel 21), voorraad en contractuele activa worden op elke balansdatum herzien om na te gaan of er een aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien deze er is, wordt de realiseerbare waarde van het actief geraamd. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief. Goodwill wordt jaarlijks getest voor bijzondere waardevermindering.

Ten behoeve van de toetsing op bijzondere waardevermindering worden activa gegroepeerd in de kleinste groep activa ("kasstroomgenerende eenheid") welke een instroom van kasmiddelen uit voortgezet gebruik genereert die in ruime mate onafhankelijk is van de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen van activa. De in een bedrijfscombinatie verworven goodwill wordt toegerekend aan groepen kasstroomgenererende eenheden die naar verwachting zullen profiteren van de synergievoordelen van de combinatie. Voor een actief of een KGE is de realiseerbare waarde de hoogste van de gebruikswaarde of de reële waarde minus verkoopkosten. Bij het bepalen van de gebruikswaarde wordt de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van zowel de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld als van de specifieke risico's met betrekking tot het actief of de KGE. Toekomstige kasstromen zijn gebaseerd op de huidige marktomstandigheden, historische trends en toekomstige verwachtingen.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden erkend indien de boekwaarde van een actief of KGE groter is dan haar realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Met betrekking tot goodwill worden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen teruggenomen. Voor andere activa wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies uitsluitend teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of amortisatie, die zou zijn vastgesteld als geen bijzonder waardeverminderingsverlies was opgenomen.

Tankers

De Groep analyseert de volgende interne en externe indicatoren en worden geëvalueerd om te beoordelen of tankers een mogelijke bijzondere waardevermindering moeten ondergaan:

  • de veroudering van of fysieke schade aan een actief;
  • belangrijke wijzigingen in de mate waarin of de manier waarop schepen worden gebruikt of naar verwachting zullen worden gebruikt die een nadelig effect hebben (of zullen hebben) op de entiteit;
  • plannen om activa af te stoten op een eerdere datum dan de verwachte datum van afstoting;
  • indicaties dat de prestatie van een KGE is of zal slechter zijn dan verwacht;
  • significante stijgingen in kasstromen voor het verwerven, gebruiken of onderhouden van schepen die significant hoger zijn dan origineel gebudgeteerd;
  • netto kasstromen of operationele winsten die lager zijn dan origineel gebudgeteerd;
  • netto uitgaande kasstromen of operationele verliezen
  • marktcapitalisatie onder de nettowaarde van de activa
  • een significante en onverwachte daling in de marktwaarde van de schepen
  • significante nadelige effecten in de technologische, markt, economische, legale en regelgevingsomgeving;
  • toenames in de marktrentevoeten.

Euronav identificeert haar kasstroomgenererende eenheid als een enkel schip, tenzij dit schip opererend is in een pool, waarbij dit schip samen met de andere schepen in de pool gezamenlijk behandeld worden als een kasstroomgenererende eenheid.

Wanneer gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden aanduiden dat de boekwaarde van het actief of KGE niet kan worden terugverdiend, voert de Groep een test op bijzondere waardeverminderingen uit voor tankers waarbij de boekwaarde van een activa of kasstroomgenererende eenheid vergeleken wordt met zijn realiseerbare waarde, wat het maximum is van de gebruikswaarde en de reële waarde minus de verkoopkosten. Bij het evalueren van de gebruikswaarde, worden assumpties gemaakt met betrekking tot toekomstige chartertarieven, gebruik van het gewogen gemiddelde van historische en huidige scheepvaartcycli inclusief de verwachting van het management omtrent de voltooiing van de huidige cyclus en de toegepaste wegingsfactoren, de gewogen gemiddelde kapitaalkost ('WACC'), de levensduur van de schepen (20 jaar voor tankers) en de restwaarde. Na zorgvuldig onderzoek van de tendensen in de scheepvaartindustrie, heeft de Groep er voor gekozen om de gebruikswaardes voor haar schepen te behouden gelijk aan nul.

Hoewel management van oordeel is dat de gebruikte assumpties om eventuele waardeverminderingen te beoordelen redelijk en passend zijn, zijn zulke assumpties gebaseerd op inschattingen. In het verleden gebruikte de Groep een vaste periode van tien jaar om een scheepvaartcyclus te definiëren. Daar management continue de bestendigheid beoordeelt van hun projecties op de bedrijfscycli die geobserveerd kunnen worden in de tankermarkt, concludeerde men dat een bedrijfscyclusaanpak een betere langetermijnvisie opleverde van de dynamiek in de industrie. Door het definiëren van een scheepvaartcyclus van piek naar piek over de voorbije 20 jaar en inclusief de verwachting van het management omtrent de voltooiing van de huidige cyclus, is management beter in staat om de volledige duur van een bedrijfscyclus vast te leggen waarbij ook meer aandacht gegeven wordt aan recente en actuele ervaring in de markt. De huidige cyclus wordt voorspeld gebaseerd op inschattingen van het management, analistenrapporten en voorbije ervaringen.

FSO's

In het kader van de waardering van de investeringen van de Groep in hun respectievelijke joint ventures, evalueert de Groep ook interne en externe indicatoren, gelijkaardig met die gebruikt voor tankers, om te beoordelen of de FSO's een bijzondere waardevermindering moeten ondergaan. Wanneer gebeurtenissen of wijzigingen in omstandigheden aanduiden dat de boekwaarde van de activa niet kunnen worden terugverdiend, voert de Groep een test op bijzondere waardeverminderingen uit op de FSO schepen in eigendom van TI Asia Ltd. en TI Africa Ltd., gebaseerd op een berekening van de gebruikswaarde om het realiseerbare bedrag van het schip in te schatten. Deze methode is gekozen omdat er geen efficiënte markt is voor transacties van FSO schepen omdat elk schip vaak speciaal gebouwd is voor specifieke omstandigheden. Bij het evalueren van de gebruikswaarde, worden assumpties gemaakt met betrekking tot toekomstige chartertarieven, de gewogen gemiddelde kapitaalkost ('WACC'), de levensduur van de FSO's (30 jaar) en de restwaarde. Na zorgvuldig onderzoek van de tendensen in de scheepvaartindustrie, heeft de Groep er voor gekozen om de gebruikswaardes voor haar schepen te behouden gelijk aan nul.

De berekening van de gebruikswaarde voor de FSO's, wanneer nodig, is gebaseerd op de resterende levensduur van de schepen op balansdatum, en de geraamde chartertarieven zijn bepaald gebruik makend van vaste dagelijkse tarieven. De FSO Asia en FSO Africa zijn op een tijdbevrachtingscontract voor 5 jaar met North Oil Company, de uitbater van het Al-Shaheen olieveld, wiens aandeelhouders Qatar Petroleum Oil & Gas Limited en Total E&P Golfe Limited zijn, tot respectievelijk 22 juli 2022 en 22 september 2022. In november 2020 hebben de twee joint ventures (TI Asia Ltd. en TI Africa Ltd.) een verlenging getekend voor 10 jaar in directe navolging van hun huidige contractuele diensten, of respectievelijk tot 21 juli 2032 en 21 september 2032. Volgend op deze verlenging van het contract met North Oil Qatar tot 2032, werd het einde van de economische levensduur gelijkgesteld met het einde van de contractdatum of ongeveer 30 jaar sinds bouwdatum.

13. Activa aangehouden voor verkoop

Een vast actief of een groep van activa die worden afgestoten worden aanzien als aangehouden voor verkoop indien de boekwaarde hoofdzakelijk door een verkooptransactie zal worden gerealiseerd en niet door het voortgezette gebruik ervan. Net voor de classificatie als vaste activa aangehouden voor verkoop waardeert de onderneming de boekwaarde van het actief (of alle activa en passiva in de groep van activa die worden afgestoten) volgens de van toepassing zijnde waarderingsregels van de Groep. Daarna, bij de aanvankelijke classificatie als aangehouden voor verkoop, worden vaste activa en groepen van activa die worden afgestoten gewaardeerd tegen de laagste waarde van de boekwaarde en de reële waarde minus verkoopkosten. Bijzondere waardeverminderingsverliezen op het moment van classificatie als aangehouden voor verkoop worden opgenomen in de resultatenrekening. Hetzelfde geldt voor verliezen die worden vastgesteld tijdens een daaropvolgende waardering. Winsten worden niet verwerkt voor zover deze de cumulatieve bijzondere waardevermindering te boven gaan.

Immateriële en materiële vaste activa aangehouden voor verkoop worden niet langer afgeschreven en elke deelneming verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode wordt niet langer verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.

14. Voorraad bunkers

De Groep heeft conforme bunkerbrandstof aangekocht voor toekomstig gebruik bestemd voor haar schepen. Bunkers aan boord van de ULCC Oceania en op onze schepen worden voorgesteld als voorraad en worden geboekt op een gewogen gemiddelde basis. De kost van de voorraad bestaat uit de aankoopprijs, inspectie en transportkosten van de bunkers en verwerkingskosten. Het effectieve gedeelte van de wijziging in reële waarde van derivaten aangemerkt als kasstroomhedges van de onderliggende prijsindex tussen de datum van aankoop en de datum van levering wordt ook opgenomen als een voorraadkost. Het ineffectieve gedeelte van de wijziging in reële waarde van deze derivaten worden rechtstreeks verwerkt in de winst- en verliesrekening.

De voorraad wordt geboekt tegen de laagste van de kostprijs of de netto realiseerbare waarde waarbij de kostprijs bepaald wordt op een gewogen gemiddelde basis. Een bijzondere waardevermindering is niet nodig zolang als de vrachtmarkt robuust blijft, gecompenseerd door potentiële hogere gewogen gemiddelde consumptiekosten van de bunkerbrandstof geconsumeerd van die voorraad.

15. Personeelsbeloningen

15.1. Toegezegde bijdrageregelingen

Toegezegde bijdrageregelingen zijn regelingen inzake vergoedingen na uitdiensttreding waarbij een entiteit vaste bijdragen afdraagt aan een aparte entiteit (een fonds), en geen in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om extra bijdragen te betalen. Verplichtingen in verband met bijdragen aan pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen worden opgenomen gedurende de periode waarin de gerelateerde prestaties worden verricht. Vooruitbetaalde bijdragen worden opgenomen als actief voor zover een terugbetaling in contanten of een verlaging van toekomstige betalingen beschikbaar is. Bijdragen aan toegezegde-bijdrageregelingen die na meer dan 12 maanden verschuldigd zijn na het einde

van de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten worden opgenomen tegen contante waarde. De berekening van toegezegde bijdrageregelingen wordt jaarlijks uitgevoerd door een erkende actuaris volgens de 'projected unit credit'-methode.

15.2. Toegezegde pensioenregelingen

De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen wordt voor elke regeling apart berekend door het bedrag van het toekomstig voordeel in te schatten dat het personeel heeft verdiend in ruil voor diensten in de huidige en verstreken periodes; deze verplichting wordt verdisconteerd, en de reële waarde van alle fondsbeleggingen wordt in mindering gebracht.

De berekening van de netto verplichting uit hoofde van de toegezegde pensioensregeling gebeurt jaarlijks door een erkende actuaris volgens de 'projected unit credit'-methode. Wanneer de berekening resulteert in een mogelijk actief voor de Groep, wordt de opname van het actief beperkt tot de contante waarde van economische voordelen die beschikbaar zijn in de vorm van terugbetalingen uit de regeling of verlaging van toekomstige bijdragen aan de regeling. Bij de berekening van de contante waarde van economische voordelen wordt rekening gehouden met minimale financieringsbehoeften.

Herwaarderingen van de nettoverplichting uit hoofde van vaste toezeggingen, bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het rendement op de fondsbeleggingen (met uitzondering van rente) en het effect van het vermogensplafond (indien aanwezig, met uitzondering van rente), worden direct opgenomen in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten. De Groep bepaalt de nettorentelasten (-baten) op de nettoverplichting (het nettoactief) uit hoofde van vaste toezeggingen over de verslagperiode door de verdisconteringsvoet die wordt gebruikt voor het bepalen van de verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten aan het begin van de jaarlijkse periode, toe te passen op de nettoverplichting (het nettoactief), rekening houdende met eventuele wijzigingen in de nettoverplichting (het nettoactief) gedurende de periode als gevolg van bijdragen en uitkeringen. Nettorentelasten en overige kosten met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Wanneer de pensioenaanspraken uit hoofde van een regeling worden gewijzigd of wanneer een regeling wordt ingeperkt, wordt de daaruit voortvloeiende wijziging in aanspraken met betrekking tot verstreken diensttijd of de winsten of verliezen op die inperking direct opgenomen in de winst- en verliesrekening. De Groep verantwoordt winsten of verliezen op de afwikkeling van een toegezegd-pensioenregeling op het moment dat de afwikkeling plaatsvindt.

15.3 Andere langetermijnpersoneelsbeloningen

De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot langetermijnpersoneelsbeloningen, naast pensioenregelingen, is het bedrag van het toekomstig voordeel dat het personeel heeft verdiend in ruil voor diensten in de huidige en verstreken periodes. De verplichting wordt berekend volgens de "projected unit credit" methode en wordt gedisconteerd tot zijn huidige waarde en verminderd met de reële waarde van alle activa die ermee verband houden. De disconteringsvoet is het rendement op de balansdatum van AA obligaties waarvan de vervaldata de voorwaarden van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in dezelfde valuta waarin de uitkeringen plaatsvinden. Herwaarderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening in de periode waarin ze zich voordoen.

15.4. Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een kost wanneer de Groep zich aantoonbaar heeft verbonden tot ofwel het beëindigen van de tewerkstelling van een werknemer of een groep van werknemers voor de normale pensioendatum, of de betaling van ontslagvergoedingen als gevolg van een aanbod ter aanmoediging van vrijwillig ontslag. Vergoedingen voor vrijwillig ontslag worden opgenomen als een kost van zodra de Groep een aanbod heeft gedaan om vrijwillig ontslag te stimuleren, het waarschijnlijk is dat het aanbod zal worden aanvaard, en het aantal aanvaardingen betrouwbaar kan worden ingeschat. Indien vergoedingen te betalen zijn meer dan twaalf maanden na de verslagdatum, worden zij verdisconteerd naar hun huidige waarde.

15.5. Kortetermijn personeelsbeloningen

Verplichtingen uit hoofde van korte termijn personeelsbeloningen worden op niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en worden in de winst- en verliesrekening verwerkt van zodra de gerelateerde prestaties worden verricht. Voor het in het kader van korte termijn personeelsbeloningen naar verwachting uit te keren bedrag wordt een kortlopende verplichting opgenomen indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om dit bedrag uit te keren uit hoofde van verstreken diensttijd van de werknemer en de verplichting betrouwbaar kan worden ingeschat.

15.6. Op aandelen gebaseerde betalingen

De reële waarde op de toekenningsdatum van op aandelen gebaseerde betalingen aan personeelsleden wordt in het algemeen opgenomen als een kost, met een overeenkomstige opboeking van het eigen vermogen, verdeeld over de periode waarin de begunstigden onvoorwaardelijk recht verwerven op de betalingen. Het als kost opgenomen bedrag wordt gecorrigeerd voor het aantal betalingen waarbij naar verwachting zal voldaan worden aan de betreffende dienstverleningsvoorwaarden en niet-marktgerelateerde voorwaarden, zodat het uiteindelijke als kost opgenomen bedrag gebaseerd is op het aantal toekenningen waarbij op de toekenningsdatum daadwerkelijk voldaan is aan de desbetreffende voorwaarden.

De reële waarde van het te betalen bedrag aan de begunstigden met betrekking op fictief toegekende aandelen, die in geldmiddelen wordt afgewikkeld, wordt opgenomen als een kost met een overeenkomstige opboeking van schulden over de periode waarin de begunstigden onvoorwaardelijk recht verwerven op de betalingen.

De reële waarde van het op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma wordt bepaald door gebruik te maken van een binominaal model waarbij de kosten gespreid worden over de verwachte verwervingsperiode van de verschillende tranches.

De reële waarde van het langetermijn-aanmoedigingsprogramma wordt op elke rapporteringsdatum en op de vereffeningsdatum geherwaardeerd gebaseerd op de reële waarde van de fictieve aandelen. Alle wijzigingen in de verplichting worden verwerkt in de winst- en verliesrekening.

16. Provisies

Een voorziening wordt aangelegd wanneer de Groep een verplichting is aangegaan (in rechte afdwingbaar of feitelijk) als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, en wanneer het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van de verplichting een uitstroom van economische middelen noodzakelijk is. Voorzieningen worden aangelegd door de toekomstige verwachte kasstromen te verdisconteren aan een rentevoet vóór belastingen die zowel de huidige marktbeoordelingen van de tijdwaarde van geld weerspiegelt als, waar nodig, de voor het passief specifieke risico's. De oprenting van de voorziening wordt verwerkt als een financieringskost.

Herstructurering

Een voorziening voor herstructurering wordt aangelegd wanneer de Groep een gedetailleerd en formeel herstructureringsplan heeft goedgekeurd, en wanneer de herstructurering ofwel reeds aangevat ofwel publiekelijk bekend gemaakt werd. Voor toekomstige exploitatiekosten worden geen voorzieningen aangelegd.

Verlieslatende contracten

Een voorziening voor verlieslatende contracten wordt aangelegd wanneer het voordeel dat de Groep uit een contract verwacht te halen lager is dan de onvermijdelijke kosten die verbonden zijn aan de naleving van het contract. De provisie wordt gewaardeerd aan de huidige waarde van het laagste van de verwachte kost om het contract te verbreken en van de verwachte kost om het contract verder te zetten. Alvorens een voorziening wordt opgenomen, erkent de Groep eventuele bijzondere waardeverminderingen op de activa die verband houden met het desbetreffende contract.

17. Opbrengsten

17.1. Pooling inkomsten

Geaggregeerde inkomsten opgenomen op een dagelijkse basis van schepen opererend op reischarters in de spotmarkt en op bevrachtingscontracten in de pool, worden netto getoond door de geaggregeerde reiskosten (zoals haven- en brandstofkosten) af te houden van de ontvangen bruto reisinkomsten. Deze geaggregeerde reisinkomsten worden gecombineerd met geaggregeerde variabele inkomsten van tijdsbevrachtingscontracten om de geaggregeerde pool inkomst per dag te bepalen (TCE). De geaggregeerde pool TCE inkomsten worden gealloceerd naar de pool partners a rato van het aantal verdiende poolpunten voor elk schip dat de rendabiliteit van elk schip weerspiegelt gebaseerd op haar cargo, ladingcapaciteit, snelheid, brandstofverbruik en werkelijke inkomstendagen. De TCE inkomsten gegenereerd door onze schepen opererend in de pool is gelijk aan het poolpuntentarief van de individuele schepen vermenigvuldigd met werkelijke inkomstendagen zoals gerapporteerd door de pool manager.

Inkomsten van variabele tijdbevrachtings charterovereenkomsten waarbij schepen ingezet worden door de TI Pool, worden opgenomen volgens IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten.

17.2 Langetermijn scheepbevrachtingscontracten

Als leasinggever verhuurt de Groep sommige van haar schepen onder tijd- en naaktrompbevrachtingscontracten, zie waarderingsregel 19. Leasinggevers moeten elke lease classificeren als operationele lease of als een financiële lease. Een lease wordt geclassificeerd als een financiële lease indien de lease alle aan eigendom verbonden risico's en voordelen hebben overgedragen van het onderliggend actief. Anders wordt de lease geclassificeerd als een operationele lease.

Inkomsten van tijd- en naaktrompbevrachtingscharters worden erkend als operationele leases en worden tijdsevenredig opgenomen over de leaseperiode waarin de desbetreffende dienstverlening plaatsvindt (zie waarderingsregel 19.A.2). IFRS 16 vereist dat de Groep de lease en non-lease componenten splitst met de lease component beschouwd als operationele lease volgens IFRS 16 en de service component opgenomen volgens IFRS 15.

17.3. Spot inkomsten

Vanaf 1 januari 2018 heeft de Groep IFRS 15 toegepast. Reisinkomsten worden verwerkt over de looptijd voor spot reizen op een laadhaven tot loshaven basis. Voortgang wordt bepaald gebaseerd op verstreken tijd. Reiskosten worden in resultaat genomen wanneer zij worden gemaakt tenzij deze gemaakt worden tussen de datum waarop het contract afgesloten wordt en de volgende laadhaven. Dan worden deze gekapitaliseerd indien deze voldoen als afhandelingskosten en indien deze naar verwachting terug kunnen worden gerecupereerd.

Wanneer onze schepen hun verplichting niet kunnen starten of niet kunnen verder zetten te wijten aan andere factoren zoals vertragingen in de haven, wordt overliggeld betaald. Het van toepassing zijnde tarief is bepaald in het contract. Overliggeld, dat plaats vindt in de loshaven, wordt opgenomen wanneer ze zich voordoet. Omdat overliggeld vaak een commerciële discussie is tussen Euronav en de bevrachter, is de uitkomst en de totale ontvangen compensatie voor de vertraging niet altijd zeker. Zodoende erkent Euronav enkel de inkomsten die hoogst waarschijnlijk te ontvangen zijn. Geen inkomsten worden erkend indien de inning van de vergoeding niet waarschijnlijk is. Het bedrag van erkende inkomsten wordt geschat gebaseerd op historische data. De Groep werkt haar inschattingen elke rapporteringsdatum bij.

Betaling wordt doorgaans gedaan op het einde van de reis. Er is geen specifieke financieringscomponent.

18. Meer- en minderwaarden op de verkoop van vaste activa

Gezien het belang van de meer- en minderwaarden op de verkoop van schepen voor de Groep worden deze als een afzonderlijke lijn weergegeven in de geconsolideerde resultatenrekening. Bij verkoop van schepen vindt de overdracht van risico's en voordelen van eigendom plaats bij de levering van aan de nieuwe eigenaar.

19. Leasecontracten

De Groep heeft IFRS 16 toegepast gebruik makend van de gewijzigde retrospectieve aanpak en bijgevolg wordt de vergelijkbare informatie niet aangepast en blijft deze gerapporteerd volgens IAS 17 en IFRIC 4.

Bij het afsluiten van een contract, beoordeelt de Groep of een contract een lease is of een lease bevat. Een contract is of bevat een lease indien het contract een "recht op gebruik" overdraagt voor een geïdentificeerd activa voor een bepaalde tijdsperiode in ruil voor een vergoeding. Om te beoordelen of een contract een "recht op gebruik" overdraagt voor een geïdentificeerd activa, gebruikt de Groep de definitie van een lease in IFRS 16.

1. Als leasingnemer

De Groep erkent een gebruiksrecht op activa en een leaseverplichting bij de aanvangsdatum van de lease. Het gebruiksrecht op activa wordt bij de eerste opname gewaardeerd aan een bedrag gelijk met de leaseverplichting aangepast met de initiële directe kosten gemaakt door de leasingnemer. Aanpassingen kunnen ook nodig zijn voor betalingen gemaakt op of voor de aanvangsdatum en een inschatting van kosten om het onderliggend actief of de plaats waar het gelegen is te ontmantelen of te verwijderen, verminderd met ontvangen leasevoordelen.

Na aanvang van de lease, waardeert de Groep het gebruiksrecht op activa gebruik makend van een kostenmodel, namelijk tegen kostprijs verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Het gebruiksrecht op activa wordt vervolgens afgeschreven volgens de lineaire methode, zie waarderingsregel 11.5. Bovendien wordt het gebruiksrecht op activa regelmatig gereduceerd met bijzondere waardeverminderingsverliezen, als dit het geval is, en aangepast met bepaalde herwaarderingen van de leaseverplichting.

De leaseverplichting wordt initieel gewaardeerd aan de huidige waarde van de leasebetalingen die niet betaald zijn bij de aanvangsdatum, verdisconteerd gebruik makend van de rentevoet impliciet in de lease of, indien deze rentevoet niet gemakkelijk bepaald kan worden, de marginale rentevoet van de Groep. In het algemeen gebruikt de Groep haar marginale rentevoet als verdisconteringsvoet.

De marginale rentevoet van de leasingnemer is de rentevoet dat een leasingnemer zou moeten betalen over een gelijkaardige periode en met een gelijkaardige zekerheid om de nodige fondsen te lenen om een actief te bekomen met een gelijkaardige waarde van het gebruiksrecht op activa in een gelijkaardige economische omgeving. De Groep bepaalt haar marginale rentevoet door het verkrijgen van rentevoeten van verschillende externe financieringsbronnen (bv. de World office yield rate) en maakt bepaalde aanpassingen om de voorwaarden van de lease te weerspiegelen en type van het gehuurde actief of door het gewogen gemiddelde te berekenen van de kostprijs van gewaarborgde en niet-gewaarborgde schuld.

Leasebetalingen opgenomen in de waardering van de leaseverplichting bestaan uit het volgende:

  • vaste betalingen;
  • variabele leasebetalingen die afhankelijk zijn van een index of een tarief;
  • bedragen waarvan verwacht wordt dat deze betaalbaar zijn onder een restwaardegarantie en
  • de uitoefenprijs onder een aankoopoptie waarvan de Groep redelijk zeker is om uit te oefenen, leasebetalingen in een optionele vernieuwingsperiode indien de Groep redelijk zeker is om een verlengingsoptie uit te oefenen en sancties voor het vroegtijdig beëindigen van een lease tenzij de Groep redelijk zeker is deze niet vroegtijdig te beëindigen.

De leaseverplichting wordt vervolgens verhoogd met de interestkosten op de leaseverplichting en verminderd met gedane leasebetalingen. Het wordt opnieuw gewaardeerd wanneer er een wijziging is in toekomstige leasebetalingen ontstaan uit een wijziging in een index of tarief, indien er een wijziging is in de inschatting van de Groep omtrent het verwachte te betalen bedrag onder een restwaardegarantie, of indien de Groep haar inschatting wijzigt of de aankoop of verlengingsoptie redelijk zeker uit te oefenen of een beëindigingsoptie redelijk zeker niet uit te oefenen.

De Groep heeft een inschatting toegepast om de leasetermijn te bepalen voor sommige leasecontracten, waarbij het leasingnemer is, die vernieuwingsopties bevatten. De inschatting of de Groep redelijk zeker is om zulke opties uit te oefenen, heeft een impact op de leasetermijn die significant het bedrag beïnvloedt van leaseverplichtingen en erkende gebruiksrechten op activa.

Wanneer de leaseverplichting geherwaardeerd wordt op deze manier, wordt een bijhorende aanpassing gemaakt in de boekwaarde van het gebruiksrecht op activa, of wordt geboekt in de verlies- en winstrekening indien de boekwaarde van het gebruiksrecht op activa gereduceerd werd tot nul.

Lease en non-lease componenten in het contract worden gesplitst.

Korte-termijn leases en leases van activa met geringe waarde

De Groep heeft ervoor gekozen om geen gebruiksrecht op activa en leaseverplichtingen te erkennen voor leases van activa met geringe waarde en korte-termijn leases, inclusief IT-apparatuur. De Groep erkent de leasebetalingen geassocieerd met deze leases als een kost op lineaire basis over de leasetermijn.

2. Als leasinggever

Wanneer de Groep optreedt als leasinggever, bepaalt het bij de aanvang van de lease of de lease een financiële of operationele lease is. Om elke lease te classificeren, maakt de Groep een algemene beoordeling of de lease vrijwel alle aan de eigendom van een actief verbonden risico's en voordelen overdraagt. Indien dit het geval is, dan is de lease een financiële lease; indien niet, dan is het een operationele lease. Als onderdeel van deze beoordeling, neemt de Groep bepaalde indicatoren in beschouwing zoals of de lease voor het grootste gedeelte is van de economische levensduur van het actief.

Indien de lease kwalificeert als een operationele lease, bv. verhuur tijdcharters, blijft het geleasde actief op de balans van de leasingggever en wordt het verder afgeschreven. De toepassing van IFRS 16 vereist de Groep om de lease en non-lease component in het contract te scheiden, waarbij de lease component kwalificeert als operationele lease en de non-lease component geboekt volgens IFRS 15. De Groep erkent lease betalingen ontvangen uit operationele leases als inkomsten en worden opgenomen op lineaire basis over de leaseperiode als onderdeel van opbrengst (zie waarderingsregel 17.2.). Betalingen gerelateerd aan de service component gemaakt onder operationele leases worden eveneens opgenomen in de winst- en verliesrekening over de termijn van de lease.

De Groep onderverhuurt sommige van haar eigendommen. De onderverhuurovereenkomsten worden geclassificeerd als financiële leases volgens IFRS 16. Voor de sublease wordt het gebruiksrecht op het actief gerelateerd aan de hoofdlease niet langer opgenomen en een lease vordering wordt opgenomen aan een bedrag gelijk met de netto-investering gerelateerd aan de onderverhuur. Vervolgens erkent de Groep financiële inkomsten over de leasetermijn van de financiële lease en worden zodanig opgenomen dat er elke periode sprake is van een constant rendement op de netto-investering en, indien van toepassing, bijzondere waardeverminderingen op de leasevordering.

Beleid van toepassing voor 1 januari 2019

Voor contracten aangegaan voor 1 januari 2019, heeft de Groep bepaald of de overeenkomst een lease was of een lease bevatte.

1. Als leasingnemer

Leases, waarvan de Groep veronderstelde dat vrijwel alle aan de eigendom verbonden risico's en voordelen overdragen waren, werden geclassificeerd als financiële leases. Schepen en materieel vaste activa verworven onder de vorm van een financiële lease werd gewaardeerd aan een bedrag gelijk aan het laagste van haar reële waarde en de huidige waarde van de minimale leasebetalingen bij aanvang van de lease, verminderd met geaccumuleerde afschrijvingen (zie onderaan) en bijzondere waardeverminderingen (zie waarderingsregel 12). Leasebetalingen werden opgenomen zoals beschreven in waarderingsregel 19.A.1. Andere leases zijn operationele leases en werden niet opgenomen in de geconsolideerde balans.

2. Als leasinggever

Ontvangen betalingen met betrekking tot operationele leases werden in de resultatenrekening opgenomen op lineaire basis, gespreid over de loopduur van de leaseovereenkomst. Ontvangen leasevoordelen werden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een integraal onderdeel van de globale leasekost over de loopduur van de leaseovereenkomst. De minimale leasebetalingen uit hoofde van financiële leases werden deels als financieringskosten opgenomen en deels als aflossing van de uitstaande verplichting. De financieringskosten werden zodanig aan iedere periode van de leasetermijn toegewezen dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over het resterende saldo van de verplichting.

20. Financiële resultaten

Netto-financieringskosten omvatten de rente verschuldigd op leningen, berekend met behulp van de effectieve rentemethode, te ontvangen rente op beleggingen, inkomsten uit dividenden, winsten en verliezen uit valutakoersverschillen en winsten en verliezen op afdekkingsinstrumenten opgenomen in de resultatenrekening (zie waarderingsregel 8).

De effectieve rentevoet is de rente die exact de geschatte toekomstige contante betalingen of ontvangsten tijdens de verwachte looptijd van het financieel instrument verdisconteert tot:

  • de bruto boekwaarde van het financieel actief; of
  • de geamortiseerde kost van de financiële schuld.

Bij het berekenen van renteinkomsten en kosten, wordt de effectieve rentevoet toegepast op de brute boekwaarde van het actief (wanneer het actief geen waardevermindering ondergaan heeft) of tot de geamortiseerde kost van de schuld.

Inkomsten uit rente worden op actuariële basis in de resultatenrekening opgenomen, rekening houdend met het effectief rendement van een actief. Inkomsten uit dividenden worden in de resultatenrekening opgenomen op de dag waarop het dividend wordt toegekend.

De rentelastcomponent van de betalingen met betrekking tot financiële lease-overeenkomsten worden in de resultatenrekening opgenomen op basis van de effectieve rentemethode.

21. Winstbelastingen

Winstbelastingen omvatten de over het boekjaar verschuldigde winstbelastingen en uitgestelde belastingen. De belastingen worden geboekt in de resultatenrekening tenzij ze betrekking hebben op een bedrijfscombinatie, of items die direct in het eigen vermogen of in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten werden opgenomen.

De over het boekjaar verschuldigde winstbelastingen omvatten de verwachte belastingschuld betaalbaar op het belastbaar inkomen van het jaar, op basis van belastingpercentages die van kracht zijn op de balansdatum, en eventuele aanpassingen aan de belastingschuld van de vorige jaren.

Uitgestelde belastingen worden opgenomen op basis van de "balansmethode", en komen voort uit tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en passiva voor financiële rapporteringsdoeleinden en de bedragen gebruikt voor belastingdoeleinden. De volgende tijdelijke verschillen worden niet voorzien: de eerste opname van goodwill, de eerste opname van activa of passiva die geen invloed hebben op de winst vóór belasting of op de fiscale winst, en verschillen die betrekking hebben op investeringen in dochterondernemingen die waarschijnlijk in de nabije toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Het bedrag van de uitgestelde belastingen is gebaseerd op de verwachtingen met betrekking tot de realisatie van de boekwaarde van de activa en passiva, op basis van de op balansdatum van kracht zijnde belastingpercentages. Uitgestelde belastingschulden en -vorderingen worden gecompenseerd in zoverre de belastingwetgeving dit toelaat en voor zover zij betrekking hebben op dezelfde statutaire entiteit.

Een uitgestelde belastingvordering (actieve belastingslatentie) wordt enkel opgenomen wanneer verwacht wordt dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn om met het actief verrekend te worden. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat het gerelateerd belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.

Als gevolg van de toepassing van een IFRIC-agendabesluit over IAS 12 Winstbelastingen, wordt tonnage tax niet beschouwd als een winstbelasting zoals voorzien in IAS 12 en wordt bijgevolg niet voorgesteld als belastingen in de resultatenrekening maar als een administratieve kost onder de hoofding Algemene en administratieve kosten. In overeenstemming met IFRIC 23 schat de Groep in of er enige onzekerheid is omtrent de behandeling van inkomstenbelasting.

22. Gesegmenteerde informatie

Een operationeel segment is een onderdeel van een Groep dat bedrijfsactiviteiten uitoefent waaruit opbrengsten kunnen worden verdiend en waarbij kosten kunnen worden gemaakt (met inbegrip van opbrengsten en kosten die verband houden met transacties met andere onderdelen van dezelfde Groep). De Groep onderscheidt twee segmenten: de eigendom en uitbating van ruwe-olietankers op de internationale markt (tankers) en FSO/FpSO (floating storage and offloading). De interne organisatie- en managementstructuur van de Groep onderscheidt geen geografische segmenten.

23. Beëindigde bedrijfsactiviteiten

Een beëindigde bedrijfsactiviteit is een component van de Groep die een afzonderlijke belangrijke bedrijfsactiviteit of een geografisch bedrijfsgebied vertegenwoordigt dat afgestoten werd of aangehouden wordt met het oog op verkoop; of is een dochteronderneming die uitsluitend is overgenomen met de bedoeling te worden doorverkocht. Wanneer een activiteit geklasseerd wordt als een beëindigde bedrijfsactiviteit dan zullen de vergelijkende cijfers in de resultatenrekening voorgesteld worden alsof de beëindigde bedrijfsactiviteit al in de vorige vergelijkende periode als dusdanig geklasseerd werd.

24. Nieuwe standaarden en interpretaties die nog niet toegepast werden

Een aantal nieuwe standaarden, wijzigingen van standaarden en interpretaties zijn nog niet van kracht voor boekjaren eindigend op 31 december 2020 en werden niet toegepast bij het opstellen van deze geconsolideerde jaarrekening:

Wijzigingen in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening: classificatie van schulden als kortlopend of langlopend,

uitgegeven op 23 januari 2020, verduidelijkt een criterium in IAS 1 voor het classificeren van een schuld als langlopend: het vereist dat een entiteit het recht heeft de afwikkeling van de verplichting uit te stellen tot tenminste 12 maanden na de verslagperiode.

De wijzigingen:

  • a. specificeren dat het recht van een entiteit om afwikkeling uit te stellen aan het einde van de verslagperiode moet bestaan;
  • b. verduidelijken dat de classificatie niet wordt beïnvloed door de intenties of verwachtingen van het management over de vraag of de entiteit haar recht om de afwikkeling uit te stellen zal uitoefenen;
  • c. verduidelijken hoe leningsvoorwaarden de classificatie beïnvloeden; en
  • d. omvatten een verduidelijking van de vereisten voor de classificatie van schulden die een entiteit zal of kan afwikkelen door haar eigen eigenvermogensinstrumenten uit te geven.

Op 15 juli 2020 publiceerde de IASB Classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend - uitstel van ingangsdatum (wijziging in IAS 1), waarbij de ingangsdatum van bovenstaande wijzigingen met één jaar werd uitgesteld tot boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2023. De wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.

Wijzigingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties; IAS 16 Materiële vaste activa; IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa, evenals jaarlijkse wijzigingen aan IFRS 2018-2020, uitgegeven op 14 mei 2020, bevatten verschillende nauwgezette wijzigingen die bepaalde formuleringen verduidelijken of kleine fouten of conflicten tussen vereisten in de normen corrigeren:

  • a. Wijzigingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties passen een verwijzing in IFRS 3 naar het conceptueel kader voor financiële verslaggeving aan, zonder de boekhoudkundige vereisten voor bedrijfscombinaties te wijzigen.
  • b. Wijzigingen in IAS 16 Materiële vaste activa verbieden een entiteit om de aanschafwaarde voor materiële vaste activa te verlagen met verkoopopbrengsten die worden ontvangen uit de verkoop van artikelen die worden geproduceerd terwijl de entiteit het actief voorbereidt op het beoogde gebruik. In plaats daarvan zal een entiteit dergelijke verkoopopbrengsten en gerelateerde kosten in winst of verlies opnemen. De wijzigingen verduidelijken eveneens dat het testen of een materieel vast actief klaar is voor het beoogde gebruik, inhoudt dat de technische en fysieke prestaties worden beoordeeld zonder de financiële prestaties ervan te beoordelen.
  • c. Wijzigingen in IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa specificeren welke kosten een onderneming meeneemt bij de beoordeling of een contract verlieslatend zal zijn. De wijzigingen verduidelijken dat de kosten die nodig zijn om een contract uit te voeren, bestaan uit: de marginale kosten voor de uitvoering van het contract; en een toewijzing van de andere kosten die direct verband houden met het contract.
  • d. Jaarlijkse wijzigingen in IFRS 2018-2020 brengen kleine wijzigingen aan in IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards, IFRS 9 Financiële instrumenten, IAS 41 Landbouw en de illustratieve voorbeelden opgenomen in IFRS 16 Leases.

De wijzigingen zijn van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2022. De wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.

Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16 Rentebenchmarkwijziging – Fase 2, uitgegeven op 27 augustus 2020, behandelen de mogelijke gevolgen van de hervorming van een rentebenchmark op de financiële verslaggeving, met name de gevolgen van wijzigingen in de contractuele kasstromen van financiële activa en financiële verplichtingen of in afdekkingsrelaties die rechtstreeks ontstaan uit de hervorming van de benchmarktarieven.

In Fase 2 van de Rentebenchmarkwijziging wijzigt de IASB bovenstaande standaarden met betrekking tot:

  • a. wijzigingen van financiële activa en financiële verplichtingen (met inbegrip van leaseverplichtingen) die verwijzen naar een benchmarktarief dat moet vervangen worden door een alternatief benchmarktarief als gevolg van de hervorming van de benchmarktarieven;
  • b. hedge accounting; en
  • c. de te verstrekken toelichtingen.

Deze wijzigingen zijn uitsluitend van toepassing voor gevolgen die rechtstreeks ontstaan uit de hervorming van de benchmarktarieven. De wijzigingen zijn van kracht voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2021 en moeten retrospectief worden toegepast. Afdekkingsrelaties die voorheen werden beëindigd uitsluitend vanwege wijzigingen als gevolg van de hervorming, worden hersteld indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De wijzigingen zijn nog niet goedgekeurd door de EU.

Toelichting 2 - Segment rapportering

De Groep onderscheidt twee bedrijfssegmenten: de uitbating van ruwe-olietankers op de internationale markt (Tankers) en de drijvende productie-, opslag- en verladingsactiviteiten (FSO/FpSO). Deze twee divisies zijn operationeel in twee totaal verschillende markten, waarbij voor de laatste de activa op maat gemaakt of geconverteerd worden voor specifieke lange termijn projecten. De tankermarkt vereist een verschillende marketingstrategie, aangezien deze als een zeer volatiele markt wordt beschouwd, waarbij de contractlooptijd meestal minder dan 2 jaar bedraagt en de activa in grote mate gestandaardiseerd zijn. De segmentopbrengsten en -kosten en de belangrijkste activa worden, zoals hieronder uiteengezet, minstens op kwartaalbasis voorgelegd aan de Directieraad, om de belangrijkste besluitvormers te helpen met de beoordeling van de respectieve segmenten. De Chief Operating Decision Maker (CODM) ontvangt de informatie per segment op basis van de proportionele consolidatie voor de joint ventures en niet op basis van de vermogensmutatiemethode. De reconciliatie tussen de gecombineerde segmentcijfers aan de ene kant, en de geconsolideerde balans of resultatenrekening aan de andere kant, wordt weergegeven in een aparte kolom 'eliminaties'.

De Groep heeft één klant in het Tankers segment die 6% van de totale omzet van dit segment vertegenwoordigde in 2020 (2019: één klant die 7% vertegenwoordigde en in 2018 ook één klant die elk 7% vertegenwoordigde). De overige klanten vertegenwoordigen allen minder dan 6% van de totale omzet van het Tankers segment.

De Groep heeft één unieke klant in het FSO segment.

De interne organisatie- en managementstructuur van de Vennootschap onderscheidt geen relevante geografische segmenten.

Geconsolideerde balans

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
ACTIVA Tankers FSO Min
eliminaties
Totaal Tankers FSO Min
eliminaties
Totaal
Schepen 2.875.348 115.248 (125.288) 2.865.308 3.198.993 131.958 (153.689) 3.177.262
Activa in aanbouw 207.069 207.069
Gebruiksrecht op activa 52.955 52.955 58.908 58.908
Overige materiële vaste activa 1.759 1.759 2.265 2.265
Immateriële vaste activa 161 161 39 39
Vorderingen 46.419 8.635 55.054 52.502 18.581 71.083
Investeringen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode
2.822 48.881 51.703 2.355 47.967 50.322
Uitgestelde belastingvorderingen 1.357 1.357 2.715 1.116 (1.116) 2.715
Totaal vaste activa 3.187.890 115.248 (67.772) 3.235.366 3.317.777 133.074 (88.257) 3.362.594
Totaal vlottende activa 453.009 10.182 (11.318) 451.873 805.613 10.405 (13.769) 802.249
TOTAAL ACTIVA 3.640.899 125.430 (79.090) 3.687.239 4.123.390 143.479 (102.026) 4.164.843
EIGEN VERMOGEN en SCHULDEN
Totaal eigen vermogen
2.264.271 47.515 2.311.786 2.268.490 43.365 2.311.855
Bankleningen 836.318 36.237 (36.237) 836.318 1.173.944 67.962 (67.962) 1.173.944
Overige uitgiftes 198.279 198.279 198.571 198.571
Overige leningen 100.056 100.056 107.978 107.978
Lease schulden 21.172 21.172 43.161 43.161
Overige schulden 6.893 242 (242) 6.893 3.809 539 (539) 3.809
Uitgestelde belastingverplichtingen 11.525 (11.525) 4.769 (4.769)
Personeelsbeloningen 7.987 7.987 8.094 8.094
Provisies 1.154 1.154 1.381 1.381
Totaal langlopende schulden 1.171.859 48.004 (48.004) 1.171.859 1.536.938 73.270 (73.270) 1.536.938
Totaal kortlopende schulden 204.769 29.911 (31.086) 203.594 317.962 26.844 (28.756) 316.050
TOTAAL EIGEN VERMOGEN en SCHULDEN 3.640.899 125.430 (79.090) 3.687.239 4.123.390 143.479 (102.026) 4.164.843

Geconsolideerde resultatenrekening

(in duizenden USD) 2020 2019
2018
Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal
Inkomsten uit
scheepvaartactiviteiten
Omzet 1.241.252 49.949 (60.451) 1.230.750 933.823 49.461 (50.907) 932.377 600.024 49.155 (49.155) 600.024
Meerwaarden op de verkoop
van schepen/overige materiële
vaste activa
23.107 (379) 22.728 14.879 14.879 19.138 19.138
Andere bedrijfsopbrengsten 9.907 2.577 (2.372) 10.112 10.075 3.351 (3.332) 10.094 4.775 72 (72) 4.775
Totale inkomsten uit
scheepvaartactiviteiten
1.274.266 52.526 (63.202) 1.263.590 958.777 52.812 (54.239) 957.350 623.937 49.227 (49.227) 623.937
Operationele kosten
Reiskosten en commissies (129.833) 4.403 (125.430) (145.047) 2 364 (144.681) (141.416) (1) 1 (141.416)
Operationele kosten schepen (213.489) (12.014) 14.869 (210.634) (212.010) (12.657) 12.872 (211.795) (185.792) (9.637) 9.637 (185.792)
Kosten vrachthuur (5.410) (2.544) (7.954) (604) (604) (31.114) (31.114)
Minderwaarden op de verkoop
van schepen/overige materiële
vaste activa
(1) (1) (75) (75) (273) (273)
Waardeverminderingen op
activa aangehouden voor
verkoop
(2.995) (2.995)
Afschrijvingen materiële vaste
activa
(323.216) (16.710) 20.274 (319.652) (338.036) (18.071) 18.461 (337.646) (270.582) (18.071) 18.071 (270.582)
Afschrijvingen immateriële
vaste activa
(99) (99) (56) (56) (111) (111)
Algemene en administratieve
kosten
(65.606) (560) 668 (65.498) (66.958) (283) 351 (66.890) (66.235) (425) 428 (66.232)
Totale operationele
uitgaven
(737.654) (29.284) 37.670 (729.268) (762.786) (31.009) 32.048 (761.747) (698.518) (28.134) 28.137 (698.515)
BEDRIJFSRESULTAAT 536.612 23.242 (25.532) 534.322 195.991 21.803 (22.191) 195.603 (74.581) 21.093 (21.090) (74.578)
Financieringsopbrengsten 20.045 21 1.430 21.496 20.399 147 26 20.572 15.023 160 (160) 15.023
Financieringskosten (91.645) (3.295) 3.387 (91.553) (119.809) (4.558) 4.564 (119.803) (89.412) (3.795) 3.795 (89.412)
Netto financieringskosten (71.600) (3.274) 4.817 (70.057) (99.410) (4.411) 4.590 (99.231) (74.389) (3.635) 3.635 (74.389)
Winst op voordelige koop
Aandeel in resultaat van
investeringen opgenomen
volgens
vermogensmutatiemethode
(na winstbelastingen)

467


10.450

10.917

440


16.020

16.460
23.059
220


15.856
23.059
16.076
Winst (verlies) vóór
belastingen
465.479 19.968 (10.265) 475.182 97.021 17.392 (1.581) 112.832 (125.691) 17.458 (1.599) (109.832)
Winstbelastingen (1.944) (10.265) 10.265 (1.944) (602) (1.581) 1.581 (602) (238) (1.599) 1.599 (238)
0860.402.767
Winst (verlies) van de
periode
463.535 9.703 473.238 96.419 15.811 112.230 (125.929) 15.859 (110.070)
Toerekenbaar aan:
Eigenaars van de
Vennootschap
463.535 9.703 473.238 96.419 15.811 112.230 (125.929) 15.859 (110.070)

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in duizenden USD) 2020 2019 2018
Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal
Nettokasstroom uit
bedrijfsactiviteiten
958.798 36.328 (25.341) 969.785 259.109 41.278 (28.396) 271.991 843 40.672 (40.674) 841
Nettokasstroom uit
(gebruikt in)
investeringsactiviteiten
(110.314) (6.792) (117.106) 44.211 (461) 43.750 190.042 190.042
Nettokasstroom uit
(gebruikt in)
financieringsactiviteiten
(995.151) (36.503) 31.953 (999.701) (178.587) (41.491) 28.891 (191.187) (160.165) (42.164) 42.164 (160.165)
Investeringen (226.663) 1.253 (225.410) (30.173) 22.120 (8.053) (238.065) (238.065)

Toelichting 3 - Activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

Activa aangehouden voor verkoop

De activa aangehouden voor verkoop kunnen als volgt gedetailleerd worden:

(in duizenden USD) 31 december
2020
31 december
2019
31 december
2018
Schepen 12.705 42.000
Waarvan in het Tanker segment 12.705 42.000
Waarvan in FSO segment
(in duizenden USD) (Geschatte)
Verkoopprijs
Boekwaarde Activa
aangehouden
voor verkoop
Waardever
minderings
verlies
(Verwacht)
Verlies
Per 1 januari 2019 42.000
Activa overgeboekt naar
activa aangehouden voor
verkoop
Finesse 21.003 12.705 12.705 8.298
Activa verkocht vanuit
activa aangehouden voor
verkoop
Felicity 42.000 42.000 (42.000)
Per 31 december 2019 12.705 8.298
Per 1 januari 2020 12.705
Activa verkocht vanuit
activa aangehouden voor
verkoop
Finesse 21.003 12.705 (12.705) 8.298
Per 31 december 2020 8.298

Op 23 januari 2020 heeft de Vennootschap de Suezmax Finesse (2003 - 149,994 dwt) verkocht voor 21,8 miljoen USD. De reële waarde min de verkoopskosten bedroeg 21,0 miljoen USD. Dit schip werd verwerkt als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2019 en had op die datum een boekwaarde van 12,7 miljoen USD. Het schip werd aan haar nieuwe eigenaar geleverd op 21 februari 2020. Rekening houdende met de verkoopcommissie, bedraagt de nettowinst op dit schip 8,3 miljoen USD en werd verwerkt in de geconsolideerde winst- of verliesrekening van het eerste kwartaal van 2020 (zie toelichting 8).

Per 31 december 2020 had de Vennootschap geen activa aangehouden voor verkoop.

Beëindigde bedrijfsactiviteiten

Per 31 december 2020 en 31 december 2019 heeft de Groep geen activiteiten die beantwoorden aan de definitie van een beëindigde bedrijfsactiviteit.

Toelichting 4 - Omzet en andere bedrijfsopbrengsten

(in duizenden USD) 2020 2019
Toelich
ting
Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal Tankers FSO Min
elimina
ties
Totaal
Pool inkomsten - 715.812 594 716.406 524.840 7 524.847
Spot reizen - 410.256 (9.799) 400.457 318.674 (1.453) 317.221
Opbrengsten uit
contracten met
klanten
1.126.068 (9.205) 1.116.863 843.514 (1.446) 842.068
Tijdbevrachting - 115.184 49.949 (51.246) 113.887 90.309 49.461 (49.461) 90.309
Lease opbrengsten 115.184 49.949 (51.246) 113.887 90.309 49.461 (49.461) 90.309
Totaal omzet 1.241.252 49.949 (60.451) 1.230.750 933.823 49.461 (50.907) 932.377
Andere bedrijfs
opbrengsten
- 10.112 10.094

In de volgende tabel is de omzet uitgesplitst per type contract.

Voor het opnemen van de inkomsten in de resultatenrekening verwijzen we naar de waarderingsgrondslagen (zie toelichting 1.17) - Opbrengsten.

De stijging in omzet is voornamelijk gerelateerd aan de stijging in omzet in pool en spotreizen die te wijten zijn aan betere tarieven in vergelijking met 2019. De stijging in de inkomsten uit tijdbevrachting is ook te wijten aan gunstige marktomstandigheden en een iets hoger aantal schepen op tijdsbevrachting.

De stijging in tijdsbevrachtingstarieven in vergelijking met 2019, houdt verband met het feit dat de tankermarkt vanaf het einde van het eerste kwartaal van 2020 voordeel gehaald heeft uit de ontwikkeling van drie sleutelfactoren. Ten eerste heeft Saoedi-Arabië unilaterale acties ondernomen door tegelijkertijd hun olieprijzen te verlagen en ook hun export van ruwe olie te verhogen. Dit leidde tot een sterke stijging van de vraag naar tankertonnage op korte termijn, voornamelijk in de VLCCsector. Ten tweede, hebben de beperkingen die door de regeringen werden opgelegd om het COVID-19 virus wereldwijd in te dammen, de economische activiteit en bijgevolg het ruwe olieverbruik afgeremd. Dit leidde tot een steile en snelle breuk tussen de vraag naar en het aanbod van ruwe olie, naast een breed contango. Ten derde, heeft de prijsstructuur zelf de opslag van ruwe olie voor financieel gewin in april/mei 2020 gestimuleerd, waardoor de vraag naar tonnage voor de opslag van dit overschot aan ruwe olie op korte termijn is gestegen.

Door de verstoring van de tankermarkten door een combinatie van deze factoren, werd 7-9% van de wereldwijde handelsvloot gebruikt voor opslagdoeleinden (300 miljoen vaten). De combinatie van deze factoren leidde tot een zeer gunstige tankervrachtmarkt van februari tot augustus, wat resulteerde in sterke inkomsten voor de Vennootschap. De OPEC plus naties kwamen een productieverlaging overeen van 9,7 miljoen bpd (op een dagelijkse productie van 100 bpd), van toepassing vanaf mei 2020. De impact van deze verlaging was echter pas voelbaar in de tankermarkten vanaf het derde kwartaal van 2020, gezien de positieve verstoring van opslag bij het aanbod van de vloot. De terugkerende schepen van opslag in augustus 2020, in combinatie met minder beschikbare ladingen door de productiebeperkingen, heeft geleid tot een uitdagende vrachtmarkt vanaf augustus 2020.

Andere bedrijfsopbrengsten omvat omzet gerelateerd aan de dagelijkse standaard bedrijfsvoering van de vloot en die niet direct toewijsbaar zijn aan een individuele reis.

Toelichting 5 - Kosten voor scheepvaartactiviteiten en overige kosten van operationele activiteiten

Reiskosten en commissies

(in duizenden USD) Toelichting 2020 2019 2018
Betaalde commissies - (12.748) (10.130) (8.193)
Bunkers - (98.761) (101.947) (103.920)
Overige reisgerelateerde kosten - (13.921) (32.604) (29.303)
Totaal reiskosten en commissies (125.430) (144.681) (141.416)

De reiskosten en commissies zijn in 2020 gedaald in vergelijking met 2019, voornamelijk als gevolg van een daling in andere reisgerelateerde kosten. Voor schepen opererend op de spotmarkt worden de reiskosten betaald door de scheepseigenaar terwijl reiskosten voor schepen op time charter contracten, betaald worden door de bevrachter. Reiskosten voor schepen opererend in de pool, worden betaald door de pool.

De meerderheid van de overige reiskosten zijn havenkosten, agentschapskosten en betaalde makelaarskosten om de schepen te opereren op de spotmarkt. Havenkosten kunnen variëren afhankelijk van het aantal uitgevoerde spotreizen, het aantal en het type van havens. De daling in overige reisgerelateerde kosten in 2020 in vergelijking met 2019 is het gevolg van gewijzigde handelspatronen.

Kosten voor bunkers zijn gedaald in vergelijking met vorig jaar door een verandering in de samenstelling van de vloot voor schepen opererend op de spotmarkt.

Operationele kosten schepen

(in duizenden USD) Toelichting 2020 2019 2018
Operationele kosten - (196.677) (196.739) (172.589)
Verzekering - (13.957) (15.056) (13.203)
Totaal operationele kosten schepen (210.634) (211.795) (185.792)

De operationele kosten omvatten crewing, technische en andere kosten om de tankers te doen opereren. In 2020 lagen deze kosten in lijn met die van 2019.

Kosten vrachthuur

(in duizenden USD) Toelichting 2020 2019 2018
Tijdsbevrachting - (7.954) (604) 6
Naaktrompbevrachting - (31.120)
Totaal vrachthuurkosten (7.954) (604) (31.114)

De tijdbevrachtingskosten in 2020 zijn volledig toewijsbaar aan de interne korte termijn tijdbevrachtingsovereenkomst met onze joint-venture Bari Shipholding Ltd. en de huurkosten voor het binnenschip (Dragon Satu) in verband met de bunkerstategie. De Groep heeft ervoor gekozen om de kortetermijn leasevrijstelling toe te passen en bijgevolg werden de leasebetalingen opgenomen als een kost en werden gebruiksrecht op activa en lease schulden niet opgenomen.

Algemene en administratieve kosten

(in duizenden USD) Toelichting 2020 2019 2018
Bezoldigingen - (19.806) (25.050) (16.247)
Sociale zekerheid - (3.269) (3.430) (3.746)
Voorziening voor personeelsvoordelen 17 (545) (134) (111)
Op aandelen gebaseerde betalingen die in
geldmiddelen worden afgewikkeld
23 1.338 (2.455) (505)
Op aandelen gebaseerde betalingen die in eigen
vermogensinstrumenten worden afgewikkeld
23 (140) (37)
Overige bezoldigingen - (4.450) (3.713) (7.607)
Personeelsbeloningen (26.872) (34.782) (28.253)
Administratieve kosten - (35.565) (31.226) (33.485)
Tonnagebelasting - (3.459) (1.313) (4.436)
Claims - 10 (17) (100)
Voorzieningen - 388 448 42
Totaal algemene en administratieve kosten (65.498) (66.890) (66.232)
Gemiddeld aantal voltijdse equivalenten (personeel
aan wal)
185,66 184,90 161,77

De algemene en administratieve kosten, die onder meer de lonen van het personeel aan wal, bestuurdersvergoedingen, huurkosten, consulting- en audithonoraria en tonnage tax omvatten, zijn in 2020 gestegen in vergelijking met 2019. Deze daling was voornamelijk te wijten aan de fusie met Gener8 Maritime Inc. en de vergoeding naar aanleiding van het vertrek van voormalig CEO Paddy Rodgers in het eerste semester van 2019.

Deze daling werd gecompenseerd door een stijging van de administratieve kosten. De stijging in de administratieve kosten is voornamelijk te wijten aan een stijging in TI administratieve kosten naar aanleiding van een betere vrachtmarkt in 2020 en hogere IT-uitgaven.

Verder zijn de juridische en overige vergoedingen in 2020 gedaald, alsook de reis- en maaltijduitgaven als gevolg van de COVID-19 beperkingen.

De tonnagebelasting is gestegen in 2020, in vergelijking met 2019, als gevolg van de terugname van de vrijwillige tonnagebelasting voorziening in 2019, die werd kwijtgescholden als gevolg van een wijziging in het tonnagebelasting regime. De vrijwillige tonnagebelasting is niet meer van toepassing op de Groep sinds 2019.

De voorziening voor personeelsvoordelen is gedaald in 2020 in vergelijking met 2019. Deze daling vloeit voort uit het uitoefenen van de eerste tranche van het TBIP 2019 en een derde van het LTIP 2016, LTIP 2017 en LTIP 2018 (zie toelichting 14 en 17).

Toelichting 6 - Netto financieringskosten

Opgenomen in de resultatenrekening

(in duizenden USD) 2020 2019 2018
Interesten op bankdeposito's 6.487 6.529 4.106
Wisselkoerswinsten 15.009 14.043 10.917
Financieringsopbrengsten 21.496 20.572 15.023
Interesten op financiële verplichtingen gewaardeerd tegen
geamortiseerde kostprijs
Interesten op leasing
Reële waarde aanpassing van renteswaps
Andere financiële kosten
Wisselkoersverliezen
(62.350)
(3.287)
(108)
(9.936)
(15.872)
(84.378)
(4.811)
(8.533)
(7.474)
(14.607)
(67.956)

(2.790)
(6.802)
(11.864)
Financieringskosten (91.553) (119.803) (89.412)
Netto financieringskosten opgenomen in de
resultatenrekening
(70.057) (99.231) (74.389)

Interesten op financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs daalden tijdens het jaar eindigend op 31 december 2020, in vergelijking met 2019. Deze daling was toewijsbaar aan een daling van de gemiddelde uitstaande schuld, in combinatie met gedaalde interestvoeten, en werd gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging in interestlasten op de sale- en leaseback overeenkomst voor drie VLCCs die op 30 december 2019 werd aangegaan (zie toelichting 16).

Interesten op leasing omvat de te betalen interesten op lease verplichtingen.

De reële waarde aanpassing van renteswaps heeft voornamelijk betrekking op de afschrijving over de resterende duur van de renteswaps die verworven zijn door de Gener8 Maritime Inc. fusie. Drie IRSs gerelateerd aan de Gener8 Maritime Inc. fusie werden afgewikkeld in het derde kwartaal van 2019 en de twee resterende hadden een looptijd die overeenkwam met het terugbetalingsprofiel van de onderliggende faciliteit en vervielen in september 2020 (zie toelichting 14).

Bovengenoemde financiële opbrengsten en kosten omvatten het volgende met betrekking tot financiële activa of financiële verplichtingen die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de waardeveranderingen in de resultatenrekening:

2020 2019 2018
Totale interestopbrengsten op financiële activa 6.487 6.529 4.106
Totale interestkosten op financiële verplichtingen (62.350) (84.378) (67.956)
Totale interest op leasing (3.287) (4.811)
Totale andere financiële kosten (9.936) (7.474) (6.802)

Opgenomen in eigen vermogen

(in duizenden USD) 2020 2019 2018
Omrekeningsverschillen op buitenlandse activiteiten 636 (112) (157)
Kasstroomafdekkingen - effectieve deel van wijzigingen in reële
waarde
(2.873) (1.885) (2.698)
Netto financiële kosten opgenomen in eigen vermogen (2.237) (1.997) (2.855)
Toewijsbaar aan:
Eigenaars van de Vennootschap (2.237) (1.997) (2.855)
Netto financiële kosten opgenomen in eigen vermogen (2.237) (1.997) (2.855)
Opgenomen in:
Omrekeningsverschillen 636 (112) (157)
Hedging reserve (2.873) (1.885) (2.698)

Toelichting 7 - Winstbelastingen

(in duizenden USD) 2020 2019 2018
Actuele belastinglast
Met betrekking tot het huidige boekjaar (575) (1.066) (37)
Totaal actuele belastinglast (575) (1.066) (37)
Uitgestelde belasting
Erkenning (gebruik) van fiscale verliezen (1.369) 474 (195)
Overige (10) (6)
Totaal uitgestelde belastingen (1.369) 464 (201)
Totaal winstbelastingen in resultatenrekening (1.944) (602) (238)
Reconciliatie van het effectief
belastingpercentage
2020 2019 2018
Winst (verlies) voor belastingen 475.182 112.832 (109.832)
Belasting aan nationaal tarief
Impact op belastingen van:
(25,00) % (118.796) (29,58) % (33.376) (29,58) % 32.488
Niet aan belasting onderworpen winst
(verlies)
241 317 (50)
Belastingaanpassingen van
voorgaande jaren
34 9
Verliezen waarvoor geen uitgestelde
belastingvorderingen erkend werden
(61) (26) (1.037)
Verworpen uitgaven (482) (538) (962)
Gebruik van eerdere niet-opgenomen
belastingverliezen en -kredieten
267 4.066
Tonnage Tax regime 115.174 24.534 (33.602)
Impact aandeel in resultaat van
investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode
2.613 2.482 4.690
Impact van belastingtarieven in
andere landen
(900) 1.905 (1.774)
Totaal belastingen (0,41) % (1.944) (0,53) % (602) 0,22 % (238)

Ingevolge de toepassing van een IFRIC agenda beslissing over IAS 12 Income taxes wordt /tonnagebelasting niet beschouwd als een winstbelasting zoals voorzien in IAS 12 en wordt bijgevolg niet voorgesteld als belastingen in de resultatenrekening maar als een administratieve kost onder de hoofding Algemene en administratieve kosten. Het betaalde bedrag voor tonnagebelasting in het jaar eindigend op 31 december 2020 was 3,5 miljoen USD (zie toelichting 5).

* DTA = Deferred Tax Asset

Toelichting 8 - Materiële vaste activa

(in duizenden USD) Toelichting Schepen Schepen in
aanbouw
Gebruiksrecht
op activa
Overige
materiële
vaste activa
Totaal
Per 1 januari 2018
Aanschaffingsprijs - 3.595.692 63.668 3.545 3.662.905
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen
- (1.324.192) (1.882) (1.326.074)
Netto-boekwaarde 2.271.500 63.668 1.663 2.336.831
Aankopen - 45.750 191.726 588 238.064
Aankopen door
bedrijfscombinaties
25 1.704.250 345 1.704.595
Overdrachten en
buitengebruikstellingen
- (7.814) (75) (7.889)
Overdrachten en
buitengebruikstellingen door
bedrijfscombinaties
25 (434.000) (434.000)
Afschrijvingen - (270.018) (564) (270.582)
Overboekingen naar activa
aangehouden voor verkoop
3 (44.995) (44.995)
Overboekingen - 255.394 (255.394)
Omrekeningsverschillen - (14) (14)
Per 31 december 2018 3.520.067 1.943 3.522.010
Per 1 januari 2019
Aanschaffingsprijs - 4.927.324 4.274 4.931.598
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen
- (1.407.257) (2.331) (1.409.588)
Netto-boekwaarde 3.520.067 1.943 3.522.010
Aankopen - 7.024 549 1.012 8.585
Toepassing IFRS 16 - 87.598 87.598
Overdrachten en
buitengebruikstellingen - (29.386) (52) (29.438)
Afschrijvingen - (307.738) (29.265) (643) (337.646)
Overboekingen naar activa
aangehouden voor verkoop
3 (12.705) (12.705)
Omrekeningsverschillen - 26 5 31
Per 31 december 2019 3.177.262 58.908 2.265 3.238.435
Per 1 januari 2020
Aanschaffingsprijs - 4.815.910 88.182 5.042 4.909.134
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen
- (1.638.648) (29.274) (2.777) (1.670.699)
Netto-boekwaarde 3.177.262 58.908 2.265 3.238.435
Aankopen - 17.835 207.069 25.701 285 250.890
Overdrachten en
buitengebruikstellingen
- (42.641) (2) (42.643)
Afschrijvingen - (287.148) (31.702) (802) (319.652)
Omrekeningsverschillen - 48 13 61
Per 31 december 2020 2.865.308 207.069 52.955 1.759 3.127.091
Per 31 december 2020
Aanschaffingsprijs - 4.608.326 207.069 113.859 5.189 4.934.443
Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen
- (1.743.018) (60.904) (3.430) (1.807.352)
Netto-boekwaarde 2.865.308 207.069 52.955 1.759 3.127.091

De Hakata, Hakone, Filikon, Sofia, Statia, Dominica en Dia zijn in 2020 in droogdok gegaan. De kost van de geplande herstellingen worden gekapitaliseerd en opgenomen onder de hoofding 'Aankopen'.

De toepassing van IFRS 16 vanaf 1 januari 2019 (zie toelichting 1.19) resulteerde in de erkenning van een gebruiksrecht op activa ten bedrage van 87,6 miljoen USD opgenomen in de balans onder de hoofding Toepassing IFRS 16.

Op 27 oktober 2020 en 6 november 2020, is de Vennootschap een tijdbevrachtingsovereenkomst aangegaan voor twee Suezmax-schepen, Marlin Sardinia en Marlin Somerset (zie toelichting 20). In overeenstemming met IFRS, heeft de Groep een gebruiksrecht op activa van 24,9 miljoen USD opgenomen.

De Group had op 31 december 2020 vier schepen in aanbouw voor een totaalbedrag van 207,1 miljoen (2019: geen schepen in aanbouw). De bedragen vermeld onder 'schepen in aanbouw' hebben betrekking op vier Eco-type VLCC-schepen.

Overdrachten en buitengebruikstellingen - Meerwaarde/(Minderwaarde)

(in duizenden USD) Toelichting Verkoopprijs Boekwaarde Winst Verlies
Cap Jean - Verkoop - 10.175 10.175
Cap Romuald - Verkoop - 10.282 1.319 8.963
Companion - Verkoop - 6.305 6.495 (190)
Overige - (83)
Per 31 december 2018 26.762 7.814 19.138 (273)
Verkoopprijs Boekwaarde Winst Verlies
Felicity - Verkoop - 42.000 42.000
Compatriot - Verkoop - 6.615 6.173 442
VK Eddie - Verkoop - 37.620 23.212 14.408
Overige - 29 29 (75)
Per 31 december 2019 86.264 71.385 14.879 (75)
Verkoopprijs Boekwaarde Winst Verlies
Finesse - Verkoop - 21.003 12.705 8.298
Cap Diamant - Verkoop - 20.072 7.242 12.830
TI Hellas - Verkoop - 37.000 35.400 1.600
Per 31 december 2020 78.075 55.347 22.728

Op 23 januari 2020, verkocht de Vennootschap de Suezmax Finesse (2003- 149,994 dwt) voor 21,0 miljoen USD. Het schip werd verwerkt als vaste activa aangehouden voor verkoop per 31 december 2019 en had een boekwaarde van 12,7 miljoen USD op die datum. Het schip werd aan haar nieuwe eigenaar geleverd op 21 februari 2020 en de meerwaarde van 8,3 miljoen USD werd verwerkt in het eerste kwartaal van 2020.

Op 20 maart 2020, heeft Euronav de Suezmax Cap Diamant (2001 - 160,044 dwt) verkocht voor een netto verkoopprijs van 20,1 miljoen USD. De Vennootschap heeft een meerwaarde gerealiseerd van 12,8 miljoen USD in het tweede kwartaal van 2020, bij de levering aan de nieuwe eigenaar op 9 april 2020.

Op 22 april 2020, heeft Euronav de VLCC TI Hellas (2005 - 319,254 dwt) verkocht voor een netto verkoopprijs van 37 miljoen USD. Op de verkoop werd een meerwaarde gerealiseerd van ongeveer 1,6 miljoen USD in het tweede kwartaal van 2020 bij de levering aan de nieuwe eigenaar op 5 juni 2020.

Waardevermindering

Euronav heeft in de afgelopen jaren via een gedetailleerde aanpak zorgvuldig geëvalueerd of de boekwaarden van de schepen een waardevermindering zouden vereisen. Geen waardevermindering werd tot nu toe geboekt. In 2019 heeft de Groep geen waardeverminderingstest uitgevoerd omdat er geen indicatoren voor een waardevermindering aanwezig waren.

Dit jaar heeft de Groep, zowel voor de KGE's onder het tankersegment als het FSO segment (zoals gedefinieerd in toelichting 2), zowel de interne als externe indicatoren voor een waardevermindering geëvalueerd om vast te stellen of verder onderzoek vereist is. Per 31 December 2020 werden de significante daling van de markttarieven en de zeer lage aandelenkoers van de Groep geïdentificeerd als twee indicatoren die aanleiding gaven tot de vereiste om een diepgaandere waardeverminderingsanalyse uit te voeren (2019: dergelijke indicatoren waren niet aanwezig) voor de KGE's onder het tankersegment. Voor het FSO segment, concludeerde de Groep dat de indicator 'markttarieven' niet van toepassing was na het afsluiten van de winstgevende verlengingsovereenkomsten tot het einde van de gebruiksduur van de FSO's.

Bijgevolg, werden de jaarlijks waardeverminderingsanalyses uitgevoerd voor de gedefinieerde kasstroomgenererende eenheden onder het tanker segment. De realiseerbare waarde van deze kasstroomgenererende eenheden is bepaald op basis van de waarde-in-gebruik berekening aan de hand van gegenereerde kasstroomprognoses. Dit is een complexe oefening en vereist dat verschillende inschattingen worden gemaakt, met betrekking tot onder andere waardes van de schepen, toekomstige vrachttarieven, opbrengsten van de schepen, verdisconteringvoeten en de economische levensduur van de schepen. Deze veronderstellingen en in het bijzonder de inschattingen van de toekomstige vrachttarieven, gebaseerd op historische tendensen en huidige marktomstandigheden, alsook de toekomstige verwachtingen, waarbij in deze laatste de impact van de zwakkere TCE tarieven door COVID-19 geïntegreerd is. Dezelfde methodologie die gebruikt werd in de vorige jaren werd toegepast, die rekening houdt met het volatiele karakter van de tankerbusiness door een volledige scheepvaartcyclus in acht te nemen, bepaald van piek tot het volgende piekniveau, terwijl een weging wordt toegepast op de vorige cycli. De gewogen gemiddelde kapitaalkost, die werd gebruikt voor de berekening van de waarde-in-gebruik, bedroeg 5,45%.

De meest belangrijke factoren die een impact kunnen hebben op de veronderstellingen van het management inzake toekomstige tijdbevrachtingstarieven zijn (i) onverwachte wijzigingen in de vraag naar het transport van ladingen van ruwe olie, (ii) wijzigingen in de productie of het aanbod van of vraag naar olie in het algemeen of in specifieke geografische regio's, (iii) wijzigingen in de niveaus van de bestellingen van nieuwbouwschepen of het niveau van de sloop van tankers, (iv) wijzigingen in de regels en voorschriften die van toepassing zijn op de tankerindustrie, inclusief de wetgeving die wordt toegepast door internationale organisaties zoals het IMO of door individuele landen en vlaggenstaten van de schepen.

Uit de beoordeling is niet naar voren gekomen dat de boekwaarde van de kasstroomgenererende eenheden, inclusief de activa die het gebruiksrecht vertegenwoordigen, hoger kan zijn dan de realiseerbare waarde. Hoewel er geen waardevermindering vereist is dit jaar, kunnen we niet verzekeren dat dit in de toekomst ook het geval zal zijn. Elke waardevermindering kan een negatieve impact hebben op onze financiële situatie, onze bedrijfsresultaten, de waarde van onze aandelen en het bedrag aan dividenden.

Bij een stijging van het WACC met 200bps tot 7,45%, zou de analyse ook uitwijzen dat de boekwaarde van de schepen per 31 december 2020 geen bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Deze weging en prognose op basis van de huidige cyclus is gebaseerd op de beoordeling van het management, maar geen van de volledige cycli, met of zonder de prognose van het management van de huidige cyclus of enkel het gebruik van de lopende cyclus, zou leiden tot een bijzondere waardevermindering.

Bij gebruik van historische bevrachtingstarieven van de afgelopen tien jaar in deze waardeverminderingsanalyse, wijst de analyse uit dat een waardevermindering van 0,7 USD vereist is voor de tankervloot. Bij het gebruik van de historische bevrachtingstarieven van de afgelopen vijf jaar in deze waardeverminderingsanalyse, blijkt uit de analyse dat een waardevermindering van 2,4 USD vereist is voor de tankervloot en bij het gebruik van de bevrachtingstarieen van één jaar in deze waardeverminderingsanalyse, geeft deze aan dat er voor de tankervloot geen waardevermindering vereist is.

Zakelijke zekerheden

Alle gefinancierde tankers worden onderworpen aan een hypotheek ter dekking van de bankleningen (zie toelichting 16).

Kapitaalverbintenissen

Op 31 december 2020 bedroegen de totale kapitaalverbintenissen van de Groep 172,1 miljoen USD (per 31 december 2019 had de Groep geen kapitaalverbintenissen). Deze kapitaalverbintenissen hebben betrekking tot drie van de vier VLCCnieuwbouwcontracten die de Groep heeft afgesloten in 2020. De kapitaalverbintenissen kunnen als volgt gedetailleerd worden:

TOTAAL 2021 2022
Verplichtingen ten aanzien van VLCCs 172.100 172.100
Verplichtingen ten aanzien van Suezmaxes
Verplichtingen ten aanzien van FSOs
Totaal 172.100 172.100

Toelichting 9 - Uitgestelde belastingvorderingen en-verplichtingen

Opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen zijn als volgt toewijsbaar:

(in duizenden USD) ACTIEF PASSIEF NETTO
Personeelsbeloningen 26 26
Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en
belastingvoordelen
29.011 29.011
Niet-uitgekeerde winsten (26.322) (26.322)
29.037 (26.322) 2.715
Verrekening (26.322) 26.322
Per 31 december 2019 2.715
Personeelsbeloningen 29 29
Niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen en
belastingvoordelen
27.650 27.650
Niet-uitgekeerde winsten (26.322) (26.322)
27.679 (26.322) 1.357
Verrekening (26.322) 26.322
Per 31 december 2020 1.357

Niet in de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

De niet in de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen hebben betrekking op:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
ACTIEF PASSIEF ACTIEF PASSIEF
Aftrekbare tijdelijke verschillen 38 290
Belastbare tijdelijke verschillen (12.162) (12.162)
Niet gebruikte overgedragen
fiscale verliezen en
investeringsaftrek
64.923 59.772
64.961 (12.162) 60.062 (12.162)
Verrekening (12.162) 12.162 (12.162) 12.162
Totaal 52.799 47.900

De niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen met betrekking tot fiscale verliezen en belastingvoordelen zijn volledig gerelateerd aan niet gebruikte overgedragen fiscale verliezen, investeringsaftrek toelagen en overtollige DBI-aftrek. Fiscale verliezen en belastingvoordelen hebben geen vervaldatum.

De stijging in niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen is voornamelijk te wijten aan valuta-omrekeningen.

Een uitgestelde belastingvordering wordt opgenomen voor niet gebruikte fiscale verliezen en overgedragen belastingvoordelen, in die mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn. De Groep beschouwt toekomstige belastbare winsten als waarschijnlijk wanneer het meer waarschijnlijk is dan niet dat belastbare winsten gegenereerd zullen worden in de nabije toekomst. Bij het bepalen of waarschijnlijke toekomstige belastbare winsten beschikbaar zijn, wordt de kansdrempel toegepast op gedeeltes van het totale bedrag van niet gebruikte fiscale verliezen of belastingvoordelen in plaats van op het volledige bedrag.

Gezien de aard van het tonnagebelastingregime, bezit de Groep een aanzienlijk bedrag aan niet gebruikte fiscale verliezen en belastingvoordelen, waarvoor geen toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn, en bijgevolg werden er geen uitgestelde belastingvorderingen opgenomen.

Er werden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen voor tijdelijke verschillen met betrekking tot schepen waarvan de Groep verwacht dat het terugdraaien van deze verschillen geen belastingimpact zullen hebben.

In december 2017 werden wijzigingen aan de Belgische vennootschapsbelasting bekrachtigd, met name een verlaging van het tarief tot 29,58% vanaf 2018 en tot 25% vanaf 2020. Deze wijzigingen zijn verwerkt in de berekening van het bedrag van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot Belgische groepsentiteiten per 31 december 2020 en 31 december 2019.

Wijziging van de opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen tijdens het jaar

(in duizenden USD) Balans per 1
jan, 2018
In resultaat
genomen
Opgenomen in
eigen vermogen
Omrekenings
verschillen
Balans per 31
dec, 2018
Provisies 1 (1)
Personeelsbeloningen 44 (5) (2) 37
Niet gebruikte
overgedragen fiscale
verliezen en
investeringsaftrek
2.442 (195) (29) 2.218
Totaal 2.487 (201) (31) 2.255
Balans per 1
jan, 2019
In resultaat
genomen
Opgenomen in
eigen vermogen
Omrekenings
verschillen
Balans per 31
dec, 2019
Provisies
Personeelsbeloningen 37 (10) (1) 26
Niet gebruikte
overgedragen fiscale
verliezen en
investeringsaftrek
2.218 474 (3) 2.689
Totaal 2.255 464 (4) 2.715
Balans per 1
jan, 2020
In resultaat
genomen
Opgenomen in
eigen vermogen
Omrekenings
verschillen
Balans per 31
dec, 2020
Provisies
Personeelsbeloningen 26 3 29
Niet gebruikte
overgedragen fiscale
verliezen en
investeringsaftrek
2.689 (1.369) 8 1.328
Totaal 2.715 (1.369) 11 1.357

Toelichting 10 - Langlopende vorderingen

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Aandeelhoudersleningen met joint ventures 33.936 60.379
Derivaten 2
Overige langlopende vorderingen 14.434 2.094
Leasevorderingen 6.681 8.609
Beleggingen 1 1
Totaal 55.054 71.083

Volgend op de verkoop van de Suezmax Bastia in september 2020, werd de aandeelhouderslening aan Bastia Shipholding Ltd. volledig terugbetaald. Zie toelichting 26 voor meer informatie over de aandeelhoudersleningen aann joint-ventures.

De toename in overige langlopende vorderingen heeft betrekking op de uitgifte van een bankgarantie voor een bedrag van 12,3 miljoen USD door middel van een kasdeposito in het kader van de handhavingsprocedures ingediend door Unicredit op 15 januari 2021 (zie toelichting 21).

De leasevorderingen hebben betrekking op de onderhuur van kantoorruimte aan derden met betrekking tot de gehuurde kantoren van Euronav UK en Euronav MI II Inc. (voordien Gener8 Maritime Inc.).

De vervaldag van de langlopende vorderingen is als volgt:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Te ontvangen:
Minder dan twee jaar 2.100 1.959
Tussen twee en drie jaren 2.305 2.076
Tussen drie en vier jaren 18.862 2.278
Tussen vier en vijf jaren 2.764 38.754
Meer dan vijf jaar 29.023 26.016
Totaal 55.054 71.083

Aangezien de aandeelhoudersleningen eeuwigdurende niet-aflossende leningen zijn, worden deze langlopende vorderingen voorgesteld met vervaldag meer dan vijf jaar, met uitzondering van de aandeelhouderslening aan Bari Shipholding Ltd. die zal vervallen in 2024.

Toelichting 11 - Voorraad bunkers

De Groep heeft een Bunker Brandstof Management Groep aangesteld om zich in te dekken tegen de verwachte volatiliteit in brandstofprijzen naar aanleiding van de IMO 2020 regelgeving. IMO 2020 houdt in dat de schepen gebruik maken van brandstof met een laag zwavel gehalte waarvan verwacht werd dat deze brandstof met een laag zwavelgehalte hoger geprijsd zou zijn door een potentieel tekort in de productie en mogelijke kwaliteitsproblemen in de eerste maanden van 2020 in verhouding tot de vraag. De activiteit van de Groep omvat de aankoop en opslag van conforme brandstof aan boord van een Euronav schip, de ULCC Oceania, zodat er een veiligheidsvoorraad zou zijn voor het gebruik in onze eigen vloot.

De voorraad bunkers wordt gewaardeerd tegen kostprijs of tegen opbrengstwaarde indien deze lager is waarbij de kostprijs bepaald wordt op basis van het gewogen gemiddelde. De kostprijs omvat: de aankoopprijs, de initiële inspectiekosten, transport- en handelingskosten voor het laden van de bunkers op ons schip en het effectieve deel van de verandering in reële waarde van de derivaten (zie toelichting 14) aangewezen als een kasstroomafdekking voor de onderliggende index in de periode tussen verbintenis en prijszetting.

In de loop van 2020, heeft de Vennootschap een bijkomende 179.927 metrische tonnen (2019 : 420.000 metrische tonnen) aan goedgekeurde brandstof aangekocht voor een bedrag van 49,7 miljoen USD (2019: 202,3 miljoen USD) (inclusief alle kosten). Per 31 december 2020 bedroeg de boekwaarde van de totale voorraad bunkers 75,8 miljoen USD (2019: 183,4 miljoen USD) waarvan 57,7 miljoen (2019: 164,0 miljoen USD) de boekwaarde was van de voorraad bunkers met betrekking tot de aankoop en opslag van de voorraad conforme olie aan boord van de Oceania.

De conforme brandstof is al gedeeltelijk overgebracht naar onze vloot en zal gedurende 2021 verder worden overgebracht en verbruikt. 22,7 miljoen USD (2019: 0 USD) is verwerkt als bunkerkost in de geconsolideerde winst- en verliesrekening gedurende 2020, onder de rubriek 'reiskosten en commissies' (zoals besproken in toelichting 5). Per 31 december 2020 bedraagt de boekwaarde van de bunkervoorraad aan boord van onze schepen 18,1 miljoen USD (2019: 19,4 miljoen USD). Bunkers die geleverd worden aan schepen in de TI Pool, zijn verkocht aan de TI Pool en worden niet langer weergegeven als voorraad bunkers maar als handels- en overige vorderingen.

Overeenkomstig met de waarderingsregel diende er in de loop van 2020 geen waardevermindering te worden overwogen, aangezien de netto realiseerbare waarde positief bleef, omdat de bunkerbrandstof in het eindproduct wordt gebruikt omdat de toekomstige TCE hoog genoeg werd ingeschat om de hogere kosten terug te verdienen. Per 31 december 2020, lag de marktprijs voor conforme brandstof hoger dan onze gewogen gemiddelde kostprijs.

De voorraad is in onderpand gegeven als zekerheid ten behoeve van de 100,0 miljoen USD faciliteit.

Toelichting 12 - Handels- en overige vorderingen - kortlopend

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Handelsvorderingen uit contracten met klanten 70.658 105.925
Handelsvorderingen uit contracten met TI Pool 99.236 149.800
Toe te rekenen opbrengsten 8.149 20.815
Toe te rekenen interesten 441 678
Over te dragen kosten 21.239 19.134
Over te dragen afhandelingskosten 714 2.556
Overige vorderingen 12.046 8.220
Lease vorderingen 1.981 1.802
Derivaten 15 57
Totaal handels- en overige vorderingen 214.479 308.987

De daling in handelsvorderingen uit contracten met klanten heeft voornamelijk betrekking op een daling in de vrachttarieven op de markt aan het einde van het jaar.

De daling in handelsvorderingen uit contracten met klanten uit de TI Pool heeft betrekking op de te ontvangen inkomsten van de Groep van Tankers International Pool. Deze bedragen zijn gedaald in 2020 en is voornamelijk te wijten aan een lager werkkapitaal per schip in de Pool als gevolg van Tankers International dat onder haar kredietlijnen werkkapitaal opneemt en de daling in vrachttarieven op de markt vanaf augustus 2020 en verder tot het einde van het jaar.

De daling in toe te rekenen opbrengsten is voornamelijk te wijten aan de lagere vrachttarieven op de markt aan het einde van het jaar en de timing van afsluiting van de reizen die in uitvoering waren aan het einde van het jaar.

Afhandelingskosten vertegenwoordigen voornamelijk bunkerkosten tussen de datum waarop het contract van een spotreis charter was afgesloten en de volgende laadhaven. Deze kosten worden overgedragen conform IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten en worden afgeschreven op een systematische basis consistent met het patroon van overdracht van diensten.

De toename in overige vorderingen is voornamelijk gerelateerd aan uitstaande vorderingen van verscheidene swap- en future contracten in grondstoffen in verband met de strategie inzake brandstof met een laag zwavelgehalte (zie toelichting 14).

De lease vorderingen hebben betrekking op de onderverhuur van kantoorruimte aan derde partijen met betrekking tot de gehuurde kantoren van Euronav UK en Euronav MI II Inc. (het vroegere Gener8 Maritime Inc.).

Voor krediet - en valutarisico verwijzen we naar toelichting 19.

Toelichting 13 - Geldmiddelen en kasequivalenten

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Bankdeposito's 215.000
Liquide middelen 161.478 81.954
Totaal 161.478 296.954

Op 31 december 2020 werden geen bankdeposito's aangehouden wegens zeer lage rentevoeten. Alle kasmiddelen worden beheerd bij verschillende banken die allemaal een hoge kredietwaardigheid hebben.

De bankdeposito's op 31 december 2019 hadden een gemiddelde resterende looptijd van 8 dagen.

Toelichting 14 - Eigen vermogen

Aantal uitgegeven aandelen

(in aandelen) 31 december
2020
31 december
2019
31 december
2018
Uitgegeven aandelen op 1 januari 220.024.713 220.024.713 159.208.949
Uitgegeven gerelateerd aan een bedrijfscombinatie 60.815.764
Uitgegeven aandelen op 31 december - volledig
volstort
220.024.713 220.024.713 220.024.713

Bij de voltooiing van de fusie met Gener8 Maritime Inc. op 12 juni 2018 werden 60.815.764 nieuwe gewone aandelen uitgegeven aan een aandelenkoers van 9,10 USD per aandeel (zie toelichting 25), resulterend in een verhoging van het aantal uitgegeven aandelen tot 220.024.713 aandelen (zie toelichting 15). Dit resulteerde in een stijging van 66,1 miljoen USD in kapitaal en 487,3 miljoen USD uitgiftepremies.

Op 31 december 2020 wordt het kapitaal van de Vennootschap vertegenwoordigd door 220.024.713 aandelen zonder nominale waarde.

Op 31 december 2020 bedraagt het toegestaan niet-geplaatst kapitaal 83.898.616 USD (2019 en 2018: 83.898.616 USD, of het equivalent van 77.189.888 aandelen (2019 en 2018: 77.189.888 aandelen).

De houders van gewone aandelen hebben recht op een dividend op het ogenblik van uitkering en hebben recht op één stem per aandeel in de algemene vergadering van de Vennootschap.

Omrekeningsverschillen

De omrekeningsverschillen omvatten alle wisselkoersverschillen die ontstaan uit de omzetting van de financiële rekeningen van buitenlandse activiteiten.

Afdekkingsreserve

De Groep heeft door middel van twee van haar joint ventures, in verband met de 220,0 miljoen USD faciliteit verworven in maart 2018 (zie toelichting 16), meerdere renteswaps aangegaan op 29 juni 2018 voor een gecombineerd notioneel bedrag van 208,8 miljoen USD (belang Euronav bedraagt 50%). Deze renteswaps worden gebruikt om het risico te hedgen gerelateerd aan de fluctuatie van de Libor interestvoet en komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd tegen hun reële waarde; effectieve wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in het overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben een resterende looptijd tussen één en twee jaar overeenkomstig het terugbetalingsprofiel van de faciliteit en vervallen op 21 juli 2022 en 22 september 2022 voor respectievelijk FSO Asia en FSO Africa. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2020 90,4 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2020 bedroeg (2,4) miljoen USD (100%), waarvan (5) duizend USD opgenomen werd in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten op het niveau van de joint venture ondernemingen in 2020 (toelichting 26).

De Groep heeft door middel van de overname van Gener8 Maritime Inc. op 12 juni 2018, meerdere renteswaps overgenomen voor een gecombineerde notionele waarde van 668,0 miljoen USD. Deze renteswaps worden gebruikt om het risico af te dekken met betrekking tot de fluctuatie van de Libor rentevoet en komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan hun reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Drie renteswaps zijn afgewikkeld in 2019 (zie toelichting 6) en twee renteswaps zijn vervallen in september 2020.

De Groep heeft, door middel van de langetermijnbevrachtingsovereenkomsten met Valero voor twee Suezmaxes (Cap Quebec en Cap Pembroke), twee renteswaps afgesloten op 28 maart 2018 en 20 april 2018 voor een gecombineerde nominale waarde van 86,8 miljoen USD. Deze renteswaps worden gebruikt om het risico gerelateerd aan de fluctuatie van de Libor rentevoet af te dekken en komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben dezelfde looptijd als de langetermijncharters overeenkomstig het terugbetalingsprofiel van de onderliggende 173,6 miljoen USD faciliteit en vervallen op 28 maart 2025. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2020 70,1 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2020 bedroeg (6,0) miljoen USD (zie toelichting 18) en (2,6) miljoen USD werd opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in 2020.

De Groep is op 7 december 2018 twee termijncontracten met bovengrens aangegaan met een uitoefenprijs van 3,25%, startend op 1 oktober 2020, ter afdekking van toekomstige stijging van rentevoeten, met een notionele waarde van 200,0 miljoen USD en komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen in reële waarde worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze termijncontracten hebben een vervaldatum op 3 oktober 2022. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2020, 200,0 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2020 bedroeg 15 duizend USD (zie toelichting 12) en 0,1 miljoen USD werd verwerkt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.

In de loop van 2019 en begin 2020 heeft de Groep meerdere swap- en future contracten in grondstoffen aangegaan in verband met haar strategie voor brandstof met een laag zwavelgehalte, voor een gecombineerde totale nominale waarde van respectievelijk 25,8 miljoen USD en 133,6 miljoen USD. Deze swaps werden aangegaan om een potentiële stijging van de index onderliggend aan de prijs van brandstof met een laag zwavelgehalte af te dekken tussen de datum van aankoop en het ogenblik van levering, dit wil zeggen wanneer de eigendom van de brandstof effectief wordt overgedragen. Deze instrumenten komen in aanmerking als indekkingsinstrument in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Alle swaps werden afgewikkeld in 2020 bij levering van de brandstof.

De Groep heeft, door middel van de langetermijnbevrachtingsovereenkomsten met Valero voor twee Suezmaxes (Cap Corpus Christi en Cap Port Arthur), twee renteswaps afgesloten op 26 oktober 2020 voor een gecombineerde notionele waarde van 70,1 miljoen USD met ingangsdatum in 2021. Deze renteswaps worden gebruikt om het risico met betrekking tot de fluctuatie van de LIBOR rentevoet af te dekken en deze instrumenten komen in aanmerking als indekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben dezelfde looptijd als de langetermijncharters overeenkomstig het terugbetalingsprofiel van de onderliggende 173,6 miljoen USD faciliteit en vervallen op 28 maart 2025. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg per 31 december 2020 70,1 miljoen USD. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2020 bedroeg (0,3) miljoen USD (zie toelichting 18) en (0,3) miljoen USD werd verwerkt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten in 2020.

De Groep is in de tweede helft van 2020 zes renteswaps aangegaan voor een gecombineerde notionele waarde van 237,2 miljoen USD, met ingangsdatum in 2021. Deze renteswaps worden gebruikt om het risico met betrekking tot de fluctuatie van de LIBOR rentevoet met betrekking op de nieuwe aan duurzaamheid gekoppelde lening van 713,0 miljoen USD af te dekken en deze instrumenten komen in aanmerking als indekkingsinstrument in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze swaps vervallen op 11 maart 2025. De nominale waarde van deze instrumenten bedroeg 237,2 miljoen USD op 31 december 2020. De reële waarde van deze instrumenten per 31 december 2020 bedroeg (0,1) miljoen USD (zie toelichting 18) en (0,1) miljoen USD werd verwerkt in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten.

Eigen aandelen

Per 31 december 2020 heeft de Vennootschap 18.346.732 eigen aandelen, vergeleken met 4.946.216 eigen aandelen op 31 december 2019. In de periode van twaalf maanden eindigend op 31 december 2020, kocht Euronav 13.400.516 aandelen in aan een totale kost van 118,5 miljoen USD.

Dividenden

Tijdens haar vergadering van 5 mei 2020 heeft de Raad van Toezicht van Euronav een interimdividend goedgekeurd voor het eerste kwartaal van 2020 van 0,81 USD per aandeel. Het interim dividend van 0,81 USD per aandeel was betaalbaar vanaf 26 juni 2020. Het interim dividend voor de houders van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd uitbetaald in EUR aan de USD/EUR-wisselkoers op de registratiedatum.

Op 20 mei 2020 heeft de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders een volledig jaardividend over 2019 goedgekeurd van 0,35 USD per aandeel. Rekening houdende met het interimdividend, dat in augustus 2019 werd goedgekeurd voor een bedrag van 0,06 USD per aandeel, bedroeg het finale dividend van 2019, dat werd uitbetaald na de Algemene Vergadering van Aandeelhoders op 9 juni 2020, 0,29 USD per aandeel. Het dividend voor de houders van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd betaald in EUR aan de USD/EURwisselkoers op de registratiedatum.

Tijdens haar vergadering van 4 augustus 2020 heeft de Raad van Toezicht van Euronav een interimdividend goedgekeurd voor het tweede kwartaal van 2020 van 0,47 USD per aandeel. Het interim dividend van 0,47 USD per aandeel was betaalbaar vanaf 28 augustus 2020. Het interim dividend aan de houders van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd uitbetaald in EUR aan de USD/EUR-wisselkoers op de registratiedatum.

Tijdens haar vergadering van 3 november 2020 heeft de Raad van Toezicht van Euronav een interimdividend goedgekeurd voor het derde kwartaal van 2020 van 0,09 USD per aandeel. Het interim dividend van 0,09 USD per aandeel was betaalbaar vanaf 30 november 2020. Het interim dividend aan de houders van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd uitbetaald in EUR aan de USD/EUR-wisselkoers op de registratiedatum.

Tijdens haar vergadering van 2 februari 2021 heeft de Raad van Toezicht van Euronav een interimdividend goedgekeurd voor het vierde kwartaal van 2020 van 0,03 USD per aandeel. Het interim dividend van 0,03 USD per aandeel was betaalbaar vanaf 5 maart 2021. Het interim dividend aan de houders van de Euronav-aandelen die genoteerd en verhandelbaar zijn op Euronext Brussel werd uitbetaald in EUR aan de USD/EUR-wisselkoers op de registratiedatum.

Op 26 maart 2021 heeft de Raad van Toezicht aan de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders, die gehouden wordt op 20 mei 2021, voorgesteld om een volledig jaardividend voor 2020 van 1,40 USD per aandeel goed te keuren. Rekening houdende met de uitgekeerde interimdividenden op basis van het dividendbeleid van de Groep om 80% van het netto resultaat uit te keren aan de aandeelhouders, zal geen slotdividend worden uitgekeerd.

Het totale bedrag aan betaalde dividenden in 2020 was 352,0 miljoen USD (26,0 miljoen USD in 2019).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2015

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2015 een langetermijnaanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden 40% van hun respectievelijk LTIP in de vorm van Euronav aandelenopties verkrijgen, met uitoefening over 3 jaren en 60% in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSU's"), in één keer uitoefenbaar op de derde verjaardag na de aanbiedingsdatum. In totaal werden 236.590 opties en 65.433 RSU's toegekend op 12 februari 2015.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2016

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2016 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te ontvangen dat gelijk is aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 2 februari 2016 54.616 fictieve aandelen.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2017

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2017 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningssdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 9 februari 2017 66.449 fictieve aandelen toegekend.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2018

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2018 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 16 februari 2018 154,432 fictieve aandelen toegekend.

Op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma 2019

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma ("TBIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit TBIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de Fair market value ("FMV") van één aandeel van de Vennootschap vermenigvuldigd met het aantal fictieve aandelen dat onvoorwaardelijk is geworden voor de uitoefeningsdatum. Het TBIP definieert FMV als de naar volume gewogen gemiddelde koers van de aandelen op de New York Stock Exchange gedurende de dertig (30) werkdagen voorafgaand aan die datum.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2019

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSU's"). De RSU's worden gelijkmatig jaarlijks uitoefenbaar over een periode van 3 jaar vanaf de referentiedatum (1 april 2019) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 152.346 RSU's toegekend op 1 april 2019.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2020

De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft in 2020 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende Euronav aandelen ("RSU's"). De RSU's worden gelijkmatig jaarlijks uitoefenbaar over een periode van 3 jaar vanaf de referentiedatum (1 april 2020) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 144.392 RSU's toegekend op 1 april 2020. Er waren geen RSU's uitstaande per 31 december 2020. In de geconsolideerde resultatenrekening werd in 2020 geen personeelskost opgenomen.

Toelichting 15 - Resultaat per aandeel

Gewone winst per aandeel

De berekening van de gewone winst per aandeel is gebaseerd op een resultaat van het boekjaar en een gewogen gemiddeld aantal uitstaande aandelen voor de periode die eindigde op 31 december van elk jaar, berekend als volgt:

Resultaat toe te rekenen aan de houders van gewone aandelen

(in duizenden USD behalve aandeel en per aandeel
informatie)
2020 2019 2018
Winst (verlies) van het boekjaar 473.237.286 112.230.267 (110.069.928)
Gewogen gemiddeld aantal aandelen 210.193.707 216.029.171 191.994.398
Gewone winst per aandeel (in USD) 2,25 0,52 (0,57)

Gewogen gemiddeld aantal aandelen

(in aandelen) Uitgegeven
aandelen
Eigen
aandelen
Aandelen in
omloop
Gewogen
gemiddelde
aantal
aandelen
Uitgegeven aandelen op 1 januari 2018 159.208.949 1.042.415 158.166.534 158.166.534
Uitgifte van aandelen 60.815.764 60.815.764 33.823.562
Aankoop eigen aandelen 545.486 (545.486) (13.917)
Vernietiging eigen aandelen
Verkoop eigen aandelen (350.000) 350.000 18.219
Uitgegeven aandelen op 31 december 2018 220.024.713 1.237.901 218.786.812 191.994.398
Uitgegeven aandelen op 1 januari 2019 220.024.713 1.237.901 218.786.812 218.786.812
Uitgifte van aandelen
Aankoop eigen aandelen 3.708.315 (3.708.315) (2.757.641)
Vernietiging eigen aandelen
Verkoop eigen aandelen
Uitgegeven aandelen op 31 december 2019 220.024.713 4.946.216 215.078.497 216.029.171
Uitgegeven aandelen op 1 januari 2020 220.024.713 4.946.216 215.078.497 215.078.497
Uitgifte van aandelen
Aankoop eigen aandelen 13.400.516 (13.400.516) (4.884.790)
Vernietiging eigen aandelen
Verkoop eigen aandelen
Uitgegeven aandelen op 31 december 2020 220.024.713 18.346.732 201.677.981 210.193.707

Verwaterde winst per aandeel

Voor de twaalf maanden eindigend op 31 december 2020, bedroeg de verwaterde winst per aandeel (in USD) 2,25 (2019: 0,52 en 2018: (0,57)). Per 31 december 2020, 31 december 2019 en 31 december 2018, werden 236.590 opties, uitgegeven onder het LTIP 2015, niet opgenomen in de berekening van het verwaterde gewogen gemiddelde aantal aandelen omdat deze 236,590 opties "out-of-the-money" waren en als niet-verwaterend worden beschouwd. Op 31 december 2020, werden de 12.696 onvoorwaardelijk geworden RSU's onder het LTIP 2019 als verwaterend beschouwd, omdat deze alleen afhankelijk zijn van het verstrijken van de tijd en bijgevolg niet langer voorwaardelijk zijn.

Gewogen gemiddelde aantal aandelen (verwaterd)

Onderstaande tabel toont de mogelijke impact van het aantal nieuw uit te geven aandelen indien alle aandelenopties en voorwaardelijk toegekende aandelen zouden omgezet worden in gewone aandelen.

2020 2019 2018
210.193.707 216.029.171 191.994.398
12.696
210.206.403 216.029.171 191.994.398

Er zijn geen uitstaande instrumenten op 31 december 2020, 31 december 2019 en 31 december 2018, die aanleiding kunnen geven tot verwatering, met uitzondering van de op aandelen gebaseerde betalingen van het langetermijnaanmoedigingsprogramma 2015 en de RSU's van het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2019.

Toelichting 16 - Interestdragende leningen en financieringen

(in duizenden USD) Toelichting Bankleningen Overige uitgiftes Lease schulden Overige leningen Totaal
Meer dan 5 jaar - 433.662 433.662
Tussen 1 en 5 jaar - 987.803 148.166 1.135.969
Meer dan één jaar 1.421.465 148.166 1.569.631
Minder dan één jaar - 138.537 60.342 198.879
Per 1 januari 2019 1.560.002 148.166 60.342 1.768.510
Nieuwe leningen - 986.755 50.500 498 896.145 1.933.898
Toepassing IFRS 16 - 105.238 105.238
Geplande terugbetalingen - (92.651) (30.214) (708.135) (831.000)
Vervroegde terugbetalingen - (1.225.747) (1.225.747)
Overige bewegingen - (4.908) (95) (5.003)
Omrekeningsverschillen - 102 (1.139) (1.037)
Per 31 december 2019 1.223.451 198.571 75.624 247.213 1.744.859
Meer dan 5 jaar - 628.711 1.652 630.363
Tussen 1 en 5 jaar - 545.233 198.571 41.509 107.978 893.291
Meer dan één jaar 1.173.944 198.571 43.161 107.978 1.523.654
Minder dan één jaar - 49.507 32.463 139.235 221.205
Per 31 december 2019 1.223.451 198.571 75.624 247.213 1.744.859
Toelichting Bankleningen Overige uitgiftes Lease schulden Overige leningen Totaal
Meer dan 5 jaar - 628.711 1.652 630.363
Tussen 1 en 5 jaar - 545.233 198.571 41.509 107.978 893.291
Meer dan één jaar 1.173.944 198.571 43.161 107.978 1.523.654
Minder dan één jaar - 49.507 32.463 139.235 221.205
Per 1 januari 2020 1.223.451 198.571 75.624 247.213 1.744.859
Nieuwe leningen - 630.000 25.703 263.827 919.530
Geplande terugbetalingen - (88.989) (34.492) (371.021) (494.502)
Vervroegde terugbetalingen - (905.000) (1.000) (906.000)
Overige bewegingen - (2.602) 708 (1.894)
Omrekeningsverschillen - 86 11.334 11.420
Per 31 december 2020 856.860 198.279 66.921 151.353 1.273.413
Meer dan 5 jaar - 631.044 631.044
Tussen 1 en 5 jaar - 205.274 198.279 21.172 100.056 524.781
Meer dan één jaar 836.318 198.279 21.172 100.056 1.155.825
Minder dan één jaar - 20.542 45.749 51.297 117.588
Per 31 december 2020 856.860 198.279 66.921 151.353 1.273.413

De vermelde bedragen onder "Nieuwe leningen" en "Vervroegde terugbetalingen" omvatten opnames en terugbetalingen onder doorlopende kredietfaciliteiten gedurende het jaar.

Bankleningen

Op 13 oktober 2014 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 340 miljoen USD met een syndicaat van banken. Leningen onder deze kredietfaciliteit werden gebruikt voor de gedeeltelijke financiering van de acquisitie van vier (4) moderne in Japan gebouwde VLCC schepen van Maersk Tankers Singapore Pte Ltd, voor de terugbetaling van 153,1 miljoen USD aan uitstaande schuld en het aflossen van de 300 miljoen USD nietachtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst daterende van 3 april 2009. Deze kredietfaciliteit bestaat uit (i) een niet-aflossende lening 148 miljoen USD en (ii) een termijnlening van 192 miljoen USD. De faciliteit heeft een looptijd van 7 jaar en draagt een LIBOR rentevoet plus een marge van 2,25% per jaar. Deze kredietovereenkomst wordt gewaarborgd door zeven van de in volle eigendom zijnde schepen. Op 22 oktober 2014 werd een eerste kredietopname gedaan onder deze faciliteit om een voormalige niet-achtergestelde gewaarborgde lening van 300 miljoen USD af te lossen, gevolgd door additionele opnames op 22 en 23 december 2014 voor een bedrag van 60,3 miljoen USD en 50,3 miljoen USD volgend op de levering van respectievelijk Hojo en Hakone. Op 3 maart 2015 en 13 april 2015 werden additionele kredietopnames uitgevoerd voor een bedrag van 53,4 miljoen USD en 50,4 miljoen USD volgend op de levering van respectievelijk Hirado en Hakata. Volgend op de verkoop van de Suezmax Felicity in januari 2019 werd het totaal van deze doorlopende kredietfaciliteit verlaagd met 13,6 miljoen USD en een vervroegde terugbetaling van 7,3 miljoen USD. Per 31 december 2019 bedroeg het uitstaande saldo van deze kredietfaciliteit 43,4 miljoen USD. Volgend op de ondertekening van de nieuwe ongedekte duurzaamheidsgelinkte kredietfaciliteit van 713,0 miljoen USD, werd de kredietfaciliteit op 29 september 2020 volledig terugbetaald.

Op 19 augustus 2015 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 750,0 miljoen USD met een syndicaat van banken. De faciliteit is beschikbaar voor (i) de herfinanciering van 21 schepen; (ii) de financiering van vier nieuwbouw-VLCC schepen alsook (iii) de algemene bedrijfs- en werkkapitaaldoeleinden van Euronav. De kredietovereenkomst vervalt op 1 juli 2022 en draagt een interestvoet LIBOR plus een marge van 195 basispunten. Op 11 september 2020 werden 5 schepen onder deze faciliteit geherfinancierd onder de nieuwe ongedekte duurzaamheidsgelinkte kredietfaciliteit van 713,0 miljoen USD en de totale commitment werd bijgevolg verminderd met 190,5 miljoen USD. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 bedroeg het uitstaande saldo onder deze faciliteit respectievelijk 0,0 miljoen USD en 130,0 miljoen USD. Deze faciliteit wordt momenteel gedekt door 9 van onze in volledig eigendom zijnde schepen.

Op 9 november 2015 heeft de Groep een niet-gewaarborgde kredietfaciliteit afgesloten ten belope van 60,0 miljoen USD, tegen een rentevoet van LIBOR plus een marge van 2,25% per jaar. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 was er geen uitstaand saldo onder deze faciliteit. De kredietfaciliteit vervalt op 9 november 2020.

Op 16 december 2016 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 409,5 miljoen USD met het oog op de herfinanciering van 11 schepen alsook de algemene bedrijfsdoeleinden van Euronav. De kredietfaciliteit werd gebruikt voor de herfinanciering van de 500,0 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteit, afgesloten op 25 maart 2014, en vervalt op 31 januari 2023 en draagt een interestvoet LIBOR plus een marge van 2,25%. Volgend op de verkoop en leaseback van VLCC-schepen Nautica, Nectar en Noble in december 2019 is het totaal van de doorlopende kredietfaciliteit verminderd met 56,9 miljoen USD. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 bedragen de uitstaande saldi van deze kredietfaciliteit respectievelijk 65,0 miljoen USD en 90,0 miljoen USD. De kredietfaciliteit wordt momenteel gewaarborgd door 8 schepen.

Op 30 januari 2017 heeft de Groep een kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 110,0 miljoen USD voor de financiering van de Ardeche en de Aquitaine. Op 25 april 2017, volgend op een succesvolle syndicatie, werd het krediet vervangen door een nieuwe Koreaanse Export Credit Agency (ECA) financiering voor een nominaal bedrag van 108,5 miljoen USD met Korea Trade Insurance Corporation ofwel "K-sure" als verzekeraar. De nieuwe faciliteit bestaat uit (i) een commerciële tranche van 27,1 miljoen USD, die een rentevoet van LIBOR draagt plus een marge van 1,95 % per jaar en (ii) een tranche van 81,4 miljoen USD verzekerd door Ksure, die een rentevoet draagt van LIBOR plus een marge van 1,50% per jaar. De faciliteit is terugbetaalbaar over een periode van 12 jaar, in 24 aflossingen van opeenvolgende intervallen van zes maanden, elk voor een bedrag van 3,6 miljoen USD, tezamen met een balloon aflossing van 21,7 miljoen USD te betalen met de 24e aflossing op 12 januari 2029. De K-sure verzekeringspremie en andere gerelateerde transactiekosten voor een totaalbedrag van 3,2 miljoen USD worden afgeschreven over de levensduur van het instrument gebruikmakend van de effectieve interestmethode. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 bedragen de uitstaande saldi van deze faciliteit respectievelijk 83,2 miljoen USD en 90,5 miljoen USD in totaal. Deze faciliteit wordt gewaarborgd door de VLCC-schepen, de Ardeche en de Aquitaine. De kredietovereenkomst bevat een bepaling die de kredietverstrekkers toelaat om ons er toe te verplichten om op 12 januari 2024, met een kennisgeving van minimaal 180 dagen van tevoren, hun respectievelijk deel van de uitgekeerde voorschotten toegekend aan ons onder de faciliteit, vervroegd terug te betalen aan de kredietverstrekkers. De kredietovereenkomst bevat ook bepalingen die de overblijvende kredietverstrekkers toelaten om de respectievelijke gedeeltes van de reeds gedane voorschotten aan ons over te nemen van een uittredende kredietverstrekker of ons toelaten om een vervangende kredietverstrekker voor te stellen die de respectievelijke gedeeltes van zulke voorschotten op zich neemt.

Op 22 maart 2018 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 173,6 miljoen USD met Kexim, BNP en Credit Agricole Corporate and Investment bank die ook optreedt als Agent en Security Trustee. Deze lening werd aangegaan voor de financiering van maximaal 70 percent van de totale aankoopprijs voor de vier Ice Class Suezmax-schepen die in de loop van 2018 werden geleverd. De nieuwe faciliteit bestond uit (i) een commerciële tranche van 69,4 miljoen USD commerciële tranche, die een interestvoet van LIBOR draagt plus een marge van 2,0% per jaar en (ii) een USD ECA tranche van 104,2 miljoen USD, die een interestvoet draagt van LIBOR plus een marge van 200 basispunten per jaar. De commerciële tranche is terugbetaalbaar in 24 gelijke opeenvolgende halfjaarlijkse aflossingen, elk ten belope van 0,6 miljoen USD per schip, samen met een balloon aflossing van 3,5 miljoen USD, te betalen met de 24e en laatste aflossing op 24 augustus 2030. De ECA tranche is terugbetaalbaar in 24 gelijke opeenvolgende halfjaarlijkse aflossingen, elk ten belope van 1,1 miljoen USD per schip, met de laatste aflossing op 24 augustus 2030. De transactiekosten voor een totaalbedrag van 1,6 miljoen USD worden afgeschreven over de looptijd van het instrument volgens de effectieve interestmethode. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 bedroegen de uitstaande saldi op deze

faciliteit respectievelijk 143,6 miljoen USD en 156,9 miljoen USD. De kredietverleners van de faciliteit hebben een verkoopoptie op de 7de verjaardag van de faciliteit waarvoor een kennisgeving 13 maanden op voorhand moet worden ingediend met het verzoek om een voorafbetaling van hun overgebleven bijdrage. Na ontvangst van de kennisgeving, zal de Groep ofwel de relevante bijdrage op de 7de verjaardag terugbetalen ofwel deze bijdrage transfereren naar een andere aanvaardbare kredietverstrekker. De verkoopoptie kan enkel uitgeoefend worden indien de tewerkstelling van het schip op dat moment niet bevredigend is voor de kredietverstrekkers.

Als gevolg van de bedrijfscombinatie op 12 juni 2018, heeft Euronav de 633,5 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst van Gener8 Maritime Inc. overgenomen. Deze faciliteit voorziet termijnleningen voor een totaalbedrag van bij benadering 963,7 miljoen USD, die bestaat uit een tranche van termijnleningen die beschikbaar gemaakt worden door een syndicaat van commerciële kredietverstrekkers voor een totaalbedrag van bij benadering 282,0 miljoen USD (de "Commerciële tranche"), een tranche van termijnleningen die volledig gewaarborgd worden door de Export-Import bank van Korea ("Kexim") voor een totaalbedrag van bij benadering 139,7 miljoen USD (de "Kexim gewaarborgde tranche"), een tranche van termijnleningen die beschikbaar gemaakt worden door Kexim voor een totaalbedrag van bij benadering 197,4 miljoen USD (de "Kexim gefinancierde tranche") en een tranche van termijnleningen verzekerd door Korea Trade Insurance Corporation ("K-Sure") voor een totaalbedrag van bij benadering 344,6 miljoen USD (de "K-Sure tranche"). De Commerciële tranche met finale vervaldatum op 28 september 2022 draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 2,75% per jaar en wordt afgelost in 10 resterende termijnen van opeenvolgende 3-maandelijkse intervallen en een balloon aflossing op de vervaldatum in 2022. De Kexim gewaarborgde tranche met een finale vervaldatum op 28 februari 2029 draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 1,50% per jaar en wordt afgelost in 39 resterende termijnen van opeenvolgende 3 maandelijkse intervallen. De Kexim gefinancierde tranche met een finale vervaldatum op 28 februari 2029 draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 2,60% per jaar en wordt afgelost in 39 resterende termijnen van opeenvolgende 3-maandelijkse intervallen. De K-Sure tranche met een finale vervaldatum op 28 februari 2029 draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 1,70% per jaar en wordt afgelost in 39 resterende termijnen van opeenvolgende 3 maandelijkse intervallen. Deze faciliteit wordt gewaarborgd door 13 van onze in volle eigendom zijnde schepen. Op 26 september 2019 heeft de Groep deze faciliteit (561,6 miljoen USD) volledig terugbetaald, gebruik makend van een deel van de leningen onder onze nieuwe niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst van 700,0 miljoen USD.

Op 7 september 2018 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 200,0 miljoen USD. De Groep heeft de opbrengsten van deze faciliteit gebruikt voor de herfinanciering van alle resterende schulden onder de niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteit van 581,0 miljoen USD, de gewaarborgde kredietovereenkomst (Larvotto) 67,5 miljoen USD en de gewaarborgde kredietovereenkomst (Fiorano) 76,0 miljoen USD. Deze faciliteit wordt gewaarborgd door 9 van onze in volle eigendom zijnde schepen. Deze doorlopende kredietfaciliteit wordt afgelost in 12 termijnen van opeenvolgende 6-maandelijkse intervallen en een laatste terugbetaling van 55,0 miljoen USD is verschuldigd op vervaldag in 2025. Deze faciliteit draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 2,0% per jaar plus toepasselijke verplichte kosten. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 bedroegen de uitstaande saldi op deze faciliteit respectievelijk 55,0 miljoen USD en 100,0 miljoen USD.

Op 27 juni 2019 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 100,0 miljoen USD met een syndicaat van banken waarbij ABN Amro ook optreedt als coordinator, agent en relatiebeheerder. De kredietfaciliteit, die gewaarborgd wordt door de ULCC Oceania en de voorraad bunkers aangekocht ter anticipatie van de nieuwe wetgeving startend op 1 januari 2020, vervalt op 31 december 2021 en draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 2,10%. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 bedroegen de uitstaande saldi van deze faciliteit respectievelijk 0,0 USD en 70,0 miljoen USD.

Op 28 augustus 2019 heeft de Groep een niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten ten belope van 700,0 miljoen USD met een syndicaat van banken waarbij Nordea bank Norge SA optreedt als agent en relatiebeheerder. Deze lening werd aangegaan voor de herfinanciering van alle resterende schulden onder de 633,5 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst. De kredietfaciliteit vervalt op 31 januari 2026 en draagt een interestvoet van LIBOR plus een marge van 1,95%. De faciliteit wordt gewaarborgd door 13 van onze in volle eigendom zijnde schepen. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 bedroegen de uitstaande saldi van deze faciliteit respectievelijk 345,0 USD en 560,0 miljoen USD.

Op 11 september 2020, heeft de Groep een ongedekte duurzaamheidsgelinkte kredietfaciliteit met specifieke doelstellingen voor de emissiereductie afgesloten ten belope van 713,0 miljoen USD. Deze faciliteit is gewaarborgd door 16 van onze in volle eigendom zijnde schepen: 9 VLCC-schepen, 3 Suezmax-schepen en 4 nieuwbouw VLCC-schepen die onder constructie zijn in de DSME-scheepswerf. De kredietfaciliteit vervalt op 31 maart 2026 en heeft een rentevoet van LIBOR plus een marge van 2,35%. De faciliteit bestaat uit (i) een revolver Van 469,0 miljoen USD ter herfinanciering van de niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst van 340,0 miljoen USD en een deel van de niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst van 750,0 miljoen USD, en (ii) een termijnlening van 244,0 miljoen USD ter financiering van de acquisitie van de vier nieuwbouw VLCC-schepen met oplevering in Q1 2021. De revolververplichting bevat voorwaarden met specifieke doelstellingen om onze broeikasgasemissies te verlagen, waarbij de naleving wordt beloond met een verlaging van de rentecoupon met vijf basispunten. Per 31 december 2020 bedroeg het uitstaande saldo van deze faciliteit 185,0 miljoen USD.

Niet opgenomen kredietlijnen

Op 31 december 2020 beschikken Euronav en haar 100%-dochterondernemingen over niet opgenomen kortetermijnkredietlijnen ten belope van 940,4 miljoen USD (2019: 753,1 miljoen USD), waarvan 100,0 miljoen USD zal vervallen binnen de 12 maanden.

Voorwaarden en looptijden

De voorwaarden van de uitstaande bankleningen zijn als volgt:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Munt Nominale
interestvoet
Einde
looptijd
Omvang
faciliteit
Opgenomen
bedrag
Boek
waarde
Omvang
faciliteit
Opgenomen
bedrag
Boek
waarde
Gewaarborgde
scheepslening 192M
USD libor +2.25% 2021 43.447 43.447 42.859
Gewaarborgde
doorlopende
scheepslening 148M*
USD libor +2.25% 2021 133.962
Gewaarborgde
doorlopende
scheepslening 750M*
USD libor +1.95% 2022 45.958 (871) 322.340 130.000 128.205
Gewaarborgde
doorlopende
scheepslening 409.5M*
USD libor +2.25% 2023 175.605 65.000 63.997 212.459 90.000 88.328
Gewaarborgde
scheepslening 27.1M
USD libor +1.95% 2029 25.554 25.554 25.554 26.007 26.007 25.389
Gewaarborgde
scheepslening 81.4M
USD libor +1.50% 2029 57.667 57.667 55.918 64.452 64.452 62.970
Gewaarborgde
scheepslening 69.4M
USD libor +2.00% 2030 59.007 59.007 59.007 63.635 63.635 63.635
Gewaarborgde
scheepslening 104.2M
USD libor +2.00% 2030 84.606 84.606 83.562 93.283 93.283 92.035
Gewaarborgde
doorlopende
scheepslening 200M*
USD libor +2.00% 2025 148.688 55.000 53.876 174.344 100.000 98.445
Gewaarborgde
doorlopende
scheepslening 100M*
USD libor +2.10% 2021 100.000 (479) 100.000 70.000 69.043
Gewaarborgde
doorlopende
scheepslening 700M*
USD libor +1.95% 2026 651.160 345.000 338.765 700.000 560.000 552.542
Gewaarborgde
doorlopende
scheepslening 713M*
USD libor +2.35% 2026 469.000 185.000 177.529
Niet-gewaarborgde
banklening 60M
USD libor +2.25% 2020 60.000
Totaal interestdragende leningen 1.817.246 876.834 856.860 1.993.928 1.240.824 1.223.451

De omvang van de scheepsleningen kan worden verlaagd, indien de marktwaarde van de gewaarborgde schepen onder een bepaald percentage van het opgenomen bedrag van de desbetreffende leningen valt. Voor meer informatie wordt verwezen naar toelichting 19.

* Het totale beschikbare bedrag onder de scheepsleningen wordt bepaald door de totale waarde van de schepen die als onderpand dienen voor die kredietfaciliteit.

Overige uitgiftes

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Munt Nominale
interestvoet
Einde
looptijd
Omvang
faciliteit
Opgenomen
bedrag
Boek
waarde
Omvang
faciliteit
Opgenomen
bedrag
Boek
waarde
Niet-gewaarborgde uitgiftes USD 7,50% 2022 200.000 199.000 198.279 200.000 200.000 198.571
Totaal overige uitgiftes 200.000 199.000 198.279 200.000 200.000 198.571

Op 14 juni 2019 heeft de Groep succesvol een doorlopende uitgave ter waarde van 50 miljoen USD geplaatst onder haar bestaande niet-gewaarborgde obligatielening. De obligatieleningen hebben dezelfde looptijd en dezelfde coupon van 7,50%. De doorlopende uitgave werd geplaatst aan 101% van de nominale waarde. Arctic Securities AS, DNB Markets en Nordea traden op als gezamelijke lead managers voor de plaatsing van de doorlopende uitgave. De gerelateerde transactiekosten voor een totaal van 675 duizend USD worden afgeschreven over de levensduur van het instrument gebruikmakend van zowel de effectieve

interestmethode als van de uitgifte boven pari van 500 duizend USD. In de loop van het eerste kwartaal van 2020, heeft de onderneming 1,0 miljoen USD nominale waarde van haar 200,0 miljoen USD senior niet-gewaarborgde uitgiftes teruggekocht tegen een gemiddelde prijs van 15% onder de nominale waarde.

Overige leningen

Op 6 juni 2017 heeft de Groep een overeenkomst getekend met BNP om als handelaar op te treden voor een thesaurieprogramma (Commercial Paper) met een maximum uitstaand bedrag van 50 miljoen EUR. Op 1 oktober 2018 werd KBC aangesteld als additionele dealer in de overeenkomst en werd het maximum bedrag verhoogd van 50 miljoen EUR tot 150 miljoen EUR. Per 31 december 2020 bedraagt het uitstaande bedrag 38,7 miljoen USD of 31,5 miljoen EUR (31 december 2019: 122,8 miljoen USD of 109,3 miljoen EUR). De thesauriebewijzen zijn uitgegeven op een 'indien nodig' basis met verschillende looptijden van maximaal 1 jaar en de initiële prijsbepaling is vastgesteld op 60 basispunten boven Euribor. De Vennootschap is FX forward contracten aangegaan om de wisselkoersrisico's te beheren die gerelateerd zijn aan deze instrumenten uitgegeven in EUR in vergelijking met de USD rapporteringsvaluta van de Groep. De FX contracten hebben dezelfde nominale waarde en looptijd als de uitgegeven thesauriebewijzen en worden berekend aan reële waarde waarbij wijzigingen in die reële waarde opgenomen worden in de geconsolideerde resultatenrekening. Per 31 december 2020 bedroeg de reële waarde van deze forward contracten 1,2 miljoen USD (31 december 2019: 1,3 miljoen USD).

Op 30 december 2019 heeft de Groep een verkoop en leaseback-overeenkomst afgesloten met betrekking tot drie VLCCs. De drie VLCCs zijn de Nautica (2008 - 307,284), de Nectar (2008 - 307,284) en de Noble (2008 - 307,284). De schepen werden verkocht en weer terug gecharterd onder een naaktrompbevrachtingscontract van 54 maanden aan een gemiddeld tarief van 20.681 USD per dag per schip. Conform IFRS werd deze transactie niet verwerkt als een verkoop, maar zal de Groep als verkoper-huurder de overgedragen activa blijven erkennen en werd een financiële verplichting opgenomen ter waarde van de netto overdrachtopbrengsten van 124,4 miljoen USD. Per 31 december 2020 bedroeg het uitstaande bedrag 112,7 miljoen USD. Aan het einde van het naaktrompbevrachtingscontract zullen de schepen terug aan hun nieuwe eigenaars worden geleverd. Euronav kan, ten allen tijde op en na de eerste verjaardag van de transactie, de eigenaars via een onherroepelijke schriftelijke kennisgeving, minstens drie maanden voor de voorgestelde aankoopoptiedatum, inlichten over de charterer's intentie om het charter te beëindigen op de aankoopoptiedatum en het schip te kopen van de eigenaars aan de van toepassing zijnde aankoopoptieprijs.

De toekomstige lease betalingen voor deze leaseback overeenkomsten zijn als volgt:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Minder dan één jaar 22.667 22.853
Tussen één en vijf jaar 56.545 79.211
Totale toekomstige lease schulden 79.211 102.064

Transactie- en andere financiële kosten

De rubriek 'overige bewegingen' in de eerste tabel van deze toelichting, weerspiegelt de verwerking van de direct toerekenbare transactiekosten als een vermindering in de reële waarde van de corresponderende schuld en de daaropvolgende afschrijving van dergelijke kosten. In 2020, boekte de Groep 6,2 miljoen USD aan afschrijving van transactiekosten. De Groep boekte 8,1 miljoen USD aan direct toerekenbare transactiekosten als een vermindering van de reële waarde van de 713,0 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteit die werd afgesloten op 11 september 2020.

Interesten op financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs zijn gedaald gedurende het jaar eindigend op 31 december 2020 in vergelijking met 2019 (2020: -62,4 miljoen USD, 2019: -84,4 miljoen USD). Deze daling was te wijten aan een daling van de gemiddelde uitstaande schuld tijdens het jaar en werd gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging in de rentelasten op de verkoop en leaseback-overeenkomst voor drie VLCC's die op 30 december 2019 werd aangegaan. De overige financiële kosten zijn in 2020 toegenomen in vergelijking met 2019 (2020: -9,9 miljoen USD, 2019: -7,5 miljoen USD), die voornamelijk toewijsbaar zijn aan betaalde bereidstellingsprovisies voor beschikbare kredietlijnen.

Rente op leaseverplichtingen (2020: -3,3 miljoen USD, 2019: -4,8 miljoen USD) werden opgenomen als gevolg van de invoering van IFRS 16 op 1 januari 2019 (zie toelichting 1.19).

Reconciliatie van mutaties in schulden met kasstromen uit financieringsactviteiten

Schulden Eigen vermogen
(in duizenden USD) Toelichting Leningen Overige
uitgiftes
Overige
leningen
Lease
schulden
Kapitaal /
uitgiftepremies
Reserves Eigen
aandelen
Overgedragen
resultaten
Totaal
Per 1 januari 2019 herzien 1.560.002 148.166 60.342 105.736 1.941.697 (2.287) (14.651) 335.764 4.134.769
Wijzigingen uit
financieringskasstromen
Opbrengsten uit leningen 16 986.755 50.500 1.037.255
Opbrengsten uit uitgifte van overige
leningen
16 62.446 62.446
Aankoop eigen aandelen 14 (30.965) (30.965)
Opbrengsten uit verkoop en leaseback
overeenkomst
16 124.425 124.425
Transactiekosten gerelateerd aan
leningen
16 (9.046) (675) (9.721)
Terugbetaling van leningen 16 (1.318.398) — (1.318.398)
Terugbetaling van lease schulden 16 (30.214) (30.214)
Betaalde dividenden - (26.015) (26.015)
Totaal wijzigingen uit
financieringskasstromen
(340.689) 49.825 186.871 (30.214) (30.965) (26.015) (191.187)
Overige wijzigingen
Schuldgerelateerd
Afschrijving transactiekosten 16 4.138 674 4.812
Afschrijving uitgave boven pari 16 (94) (94)
Omrekeningsverschillen 16 102 102
Totaal schuld-gerelateerd overige
wijzigingen
4.138 580 102 4.820
Totaal eigen vermogen-gerelateerd
overige wijzigingen
14 (1.997) 110.309 108.312
Per 31 december 2019 1.223.451 198.571 247.213 75.624 1.941.697 (4.284) (45.616) 420.058 4.056.714
Schulden Eigen vermogen
(in duizenden USD) Toelichting Leningen Overige
uitgiftes
Overige
leningen
Lease schulden Kapitaal /
uitgiftepremies
Reserves Eigen
aandelen
Overgedragen
resultaten
Totaal
Per 1 januari 2020 1.223.451 198.571 247.213 75.624 1.941.697 (4.284) (45.616) 420.058 4.056.714
Wijzigingen uit financieringskasstromen
Opbrengsten uit leningen 16 630.000 630.000
Opbrengsten uit overige leningen 16 263.827 263.827
Verkoop eigen aandelen 14 (118.488) (118.488)
Aankoop eigen aandelen 14
Terugbetaling verkoop- en leaseback
verplichting
16 (22.853) (22.853)
Transactiekosten gerelateerd aan leningen 16 (8.083) (8.083)
Terugbetaling van leningen 16 (993.989) (1.000) (994.989)
Terugbetaling commercial paper 16 (359.295) (359.295)
Terugbetaling lease schulden 16 (37.779) (37.779)
Betaalde dividenden (352.041) (352.041)
Totaal wijzigingen uit
financieringskasstromen
(372.072) (1.000) (118.321) (37.779) — (118.488) (352.041) (999.701)
Overige wijzigingen
Schuldgerelateerd
Afschrijving transactiekosten 16 5.481 787 6.268
Afschrijving uitgave boven pari 16 (175) (175)
Afschrijving uitgave onder pari 16 96 96
Nieuwe leases 16 25.703 25.703
Interest expense 6 11.127 3.287 14.414
Omrekeningsverschillen 16 11.334 86 11.420
Totaal schuld-gerelateerd overige
wijzigingen
5.481 708 22.461 29.076 57.726
Totaal eigen vermogen-gerelateerd
overige wijzigingen
14 (2.237) 472.697 470.460
Per 31 december 2020 856.860 198.279 151.353 66.921 1.941.697 (6.521) (164.104) 540.714 3.585.199

Toelichting 17 - Personeelsbeloningen

De bedragen opgenomen in de balans zijn als volgt:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019 31 december 2018
NETTO VERPLICHTING PER BEGIN VAN DE
PERIODE
(8.094) (4.336) (3.984)
Opgenomen in de winst- en verliesrekening 653 (2.589) (616)
Opgenomen in overige gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
(97) (1.223) 120
Effect wisselkoerswijzigingen (449) 54 144
NETTO VERPLICHTING PER EINDE VAN DE
PERIODE
(7.987) (8.094) (4.336)
Contante waarde van de totale verplichting (5.074) (4.298) (3.538)
Reële waarde van de activa 3.940 3.241 2.970
(1.134) (1.057) (568)
Contante waarde van de niet-gefinancierde
verplichting
(6.853) (7.037) (3.768)
NETTO VERPLICHTING (7.987) (8.094) (4.336)
Bedragen opgenomen in de balans:
Passief (7.987) (8.094) (4.336)
Actief
NETTO VERPLICHTING (7.987) (8.094) (4.336)

Schuld in verband met toegezegd-pensioenregelingen

De Groep draagt bij aan drie plannen voor toegezegd-pensioenregeling ten gunste aan medewerkers op hun pensioengerechtigde leeftijd.

Eén van de plannen - het Belgische - is volledig verzekerd bij een verzekeringsmaatschappij. Het tweede en derde plan - Frans en Grieks - zijn niet verzekerd en niet gefinancierd. De niet-gefinancierde verplichtingen bevatten provisies met betrekking tot het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2016, het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2017, het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2018, het op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma 2019 en het langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2019 (zie toelichting 23).

De Groep verwacht 50.798 USD bij te dragen aan haar toegezegde pensioenregelingen in 2021.

De gebruikte waardering voor de toegezegde bijdrageregelingen is de "Projected Unit Credit Cost" zoals IAS 19 R dit voorschrijft.

De Groep verwacht 368.301 USD bij te dragen aan de toegezegde bijdrageregelingen in 2021.

Toelichting 18 - Handels- en overige schulden

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Voorschotten op contracten, tussen 1 en 5 jaar 508 414
Derivaten 6.385 3.395
Totaal langlopende overige schulden 6.893 3.809
Handelsschulden 27.226 22.737
Toe te rekenen kosten 35.321 45.997
Bezoldigingen en personeelsvoordelen 5.849 3.313
Te betalen dividenden 565 123
Toe te rekenen interesten 2.959 3.924
Over te dragen opbrengsten 13.138 17.783
Overige schulden 92 333
Derivaten 198
Totaal kortlopende handels- en overige schulden 85.150 94.408

De langlopende derivaten hebben betrekking op de rentederivaten die worden gebruikt om het risico in verband met de fluctuatie van de LIBOR rentevoet af te dekken (zie toelichting 14). De stijging is te wijten aan een negatieve mark-tomarket op deze rentederivaten per 31 december 2020.

De toename in handelsschulden is het gevolg van een stijging in openstaande facturen voornamelijk met betrekking tot de twee tijdbevrachtingsovereenkomsten voor de schepen Marlin Sardinia en Marlin Somerset, die eind 2020 zijn afgesloten en een hoger aantal openstaande facturen met betrekking tot bunkers.

De daling van de toe te rekenen kosten is voornamelijk te wijten aan het feit dat meer facturen op voorhand worden ontvangen met betrekking tot de schepen die op de spotmarkt uitgebaat worden.

De daling van de toe te rekenen interesten is gerelateerd aan het betalingsschema van de faciliteit van 340 miljoen USD die terugbetaald werd in de loop van 2020.

De daling van de over te dragen opbrengsten is voornamelijk gerelateerd aan een lager aantal schepen op tijdbevrachting op 31 december 2020 in vergelijking met 31 december 2019.

De kortlopende derivaten hebben betrekking op de rentederivaten verworven door de fusie met Gener8 Maritime Inc. en zijn vervallen in september 2020 (zie toelichting 14).

Toelichting 19 - Financiële instrumenten - Reële waardes en risicomanagement

Accountingclassificaties en reële waarden

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de boekwaarden en de reële waarden van financiële activa en verplichtingen, met inbegrip van hun niveaus binnen de reële-waardehiërarchie. De tabel bevat geen informatie over de reële waarde van financiële activa en financiële verplichtingen die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde indien de boekwaarde een redelijke benadering is van de reële waarde, zoals handels- en overige vorderingen en schulden/te betalen posten.

Boekwaarde Reële waarde
(in duizenden USD) Toe
lich
ting
Reële
waarde
-
Hedging
instru
menten
Finan
ciële
activa
gewaar
deerd
tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Overige
finan
ciële
schulden
Totaal Niveau
1
Niveau 2 Niveau
3
Totaal
31 december 2019
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Valutatermijncontracten 16 1.306 1.306 1.306 1.306
Renteswaps 12 5 5 5 5
Termijncontracten met
bovengrens
12 52 52 52 52
1.363 1.363
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Langlopende overige
vorderingen
10 62.474 62.474 52.591 52.591
Lease vorderingen 10 8.609 8.609 9.961 9.961
Handels- en overige
vorderingen *
12 286.447 286.447
Geldmiddelen en
kasequivalenten
13 296.954 296.954
654.484 654.484
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Renteswaps 18 3.593 3.593 3.593 3.593
3.593 3.593
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Gewaarborgde
bankleningen
16 1.223.451 1.223.451 1.235.770 1.235.770
Niet-gewaarborgde overige
uitgiftes
16 198.571 198.571 206.700 206.700
Overige leningen 16 247.213 247.213 247.213 247.213
Lease schulden 16 75.624 75.624 70.074 70.074
Handels- en overige
schulden *
18 76.391 76.391
Ontvangen voorschotten op
contracten
18 414 414
1.821.664 1.821.664
Boekwaarde Reële waarde
(in duizenden USD) Toe
lich
ting
Reële
waarde
-
Hedging
instru
menten
Finan
ciële
activa
gewaar
deerd
tegen
geamor
tiseerde
kostprijs
Overige
finan
ciële
schulden
Totaal Niveau
1
Niveau 2 Niveau
3
Totaal
31 december 2020
Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
Valutatermijncontracten 16 1.246 1.246 1.246 1.246
Renteswaps 10 2 2 2 2
Contracten met bovengrens 12 15 15 15 15
1.262 1.262
Financiële activa niet gewaardeerd tegen reële waarde
Langlopende overige
vorderingen
10 48.371 48.371 44.512 44.512
Lease vorderingen 10 6.681 6.681 7.925 7.925
Handels- en overige
vorderingen *
12 191.633 191.633
Geldmiddelen en
kasequivalenten
13 161.478 161.478
408.163 408.163
Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde
Renteswaps 18 6.385 6.385 6.385 6.385
6.385 6.385
Financiële verplichtingen niet gewaardeerd tegen reële waarde
Gewaarborgde
bankleningen
16 856.860 856.860 864.848 864.848
Niet-gewaarborgde overige
uitgiftes
16 198.279 198.279 207.099 207.099
Overige leningen 16 151.353 151.353 151.353 151.353
Lease schulden 16 66.921 66.921 62.387 62.387
Handels- en overige
schulden *
18 71.958 71.958
Ontvangen voorschotten op
contracten
18 508 508
1.345.879 1.345.879

* Over te dragen kosten, over te dragen afhandelingskosten en BTW vorderingen (opgenomen in overige vorderingen) (zie toelichting 12), over te dragen opbrengsten en BTW verplichtingen (opgenomen in overige schulden) (zie toelichting 18), dewelke geen financiële activa (verplichtingen) zijn, zijn niet inbegrepen.

Bepaling van de reële waardes

Waarderingstechnieken en significante niet-waarneembare inputs

De reële waarde van niveau 1 werd bepaald op basis van de actuele verhandeling van niet-gewaarborgde uitgiftes, met vervaldatum in 2022 en de handelsprijs op 31 december 2020. In onderstaande tabellen worden de waarderingstechnieken uiteengezet, die worden gebruikt voor het bepalen van reële waarden van niveau 1, niveau 2 en niveau 3, evenals de significante niet-waarneembare input die daarvoor is gebruikt.

Financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde

Type Waarderingstechnieken Belangrijke niet
waarneembare inputs
Valutatermijncontracten Forward pricing: de reële waarde
wordt bepaald op basis van
genoteerde termijnwisselkoersen op
rapporteringsdatum en
berekeningen van de netto contante
waarde gebaseerd op hoge
kredietkwaliteit rentecurves in de
verschillende munten.
Niet van toepassing
Renteswaps Swap modellen: de reële waarde
wordt berekend als de huidige
waarde van de geschatte
toekomstige kasstromen.
Inschattingen van toekomstige
kasstromen met variabele rentevoet
zijn gebaseerd op gequoteerde
swaprentes, prijzen van futures en
interbancaire rentetarieven.
Niet van toepassing
Termijncontracten Reële waardes voor beide het
derivaat en het hypothetische
derivaat zullen bepaald worden
gebaseerd op een software gebruikt
om de netto actuele waarde te
berekenen van de te verwachte
kasstromen gebruik makend van de
LIBOR rentecurven, futures en
spreads.
Niet van toepassing

Financiële instrumenten niet gewaardeerd tegen reële waarde

Type Waarderingstechnieken Belangrijke niet
waarneembare inputs
Langlopende vorderingen (bestaande uit
aandeelhoudersleningen)
Verdisconteerde kasstromen Disconteringsvoet en
kasstroomprognoses
Lease vorderingen Verdisconteerde kasstromen Disconteringsvoet
Overige financiële schulden (bestaande uit
gewaarborgde en niet-gewaarborgde bankleningen)
Verdisconteerde kasstromen Disconteringsvoet
Overige financiële uitgiftes (bestaande uit niet
gewaarborgde uitgiftes)
Uitgifteprijs Niet van toepassing

Herrubricering tussen niveau 1, 2 and 3

In 2019 en 2020 waren er geen herrubriceringen tussen deze niveaus.

Financieel risicobeheer

In het kader van haar dagdagelijkse activiteiten is de Groep onderhevig aan de volgende risico's:

  • Kredietrisico
  • Liquiditeitsrisico
  • Marktrisico (Tankermarkt risico, renterisico, valutarisico en grondstoffenmarkt risico)

De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft een algemene verantwoordelijkheid voor de vaststelling en toezicht op het kader voor risicobeheer van de Groep. De Raad van Toezicht heeft het Audit- en Risicocomité opgericht, die verantwoordelijk is voor het ontwikkelen en bewaken van het risicobeheersingsbeleid van de Groep. Het Comité rapporteert op regelmatige basis aan de Raad van Toezicht over haar activiteiten.

Het risicobeheersingsbeleid van de Groep is opgericht om de risico's waarmee de Groep geconfronteerd wordt te identificeren en te analyseren, om adequate risicolimieten en controles te definiëren en om de risico's en de handhaving van limieten te bewaken. Het beleid en de systemen voor risicobeheer worden regelmatig herbekeken om rekening te houden met wijzigingen in marktomstandigheden en activiteiten van de Groep. De Groep, middels training en managementstandaarden en procedures, streeft naar het ontwikkelen van een gedisciplineerde en constructieve controle-omgeving waarin alle werknemers hun rol en verantwoordelijkheden begrijpen.

Het Audit- en Risicocomité van de Groep ziet toe hoe het management de naleving van het risicobeheersingsbeleid en procedures van de Groep controleert, en herbekijkt de geschiktheid van het kader voor risicobeheer in relatie tot de risico's waar de Groep mee wordt geconfronteerd. Het Audit- en Risicocomité van de Groep wordt in zijn rol ondersteund door de interne audit. Interne audit voert op regelmatige en op ad-hoc basis evaluaties uit van controles en procedures van het risicobeheer, waarvan de bevindingen gerapporteerd worden aan het Audit- en Risicocomité.

Kredietrisico

Handels- en overige vorderingen

De Groep heeft een formeel kredietbeleid. Kredietevaluaties worden - indien nodig - op een continue basis opgevolgd. Op balansdatum waren er geen belangrijke concentraties van kredietrisico's. Alle handels- en overige vorderingen waren met oliemultinationals, handelaars en raffinaderijen in dezelfde sector, maar met een geografische spreiding en een verschillende focus anderzijds. Gebaseerd op ervaringen uit het verleden, en rekening houdend met toekomstgerichte factoren, blijkt dat er slechts weinig impact was op dubieuze bedragen op het einde van het jaar. Op basis van individuele analyses zijn de voorzieningen voor dubieuze debiteuren gestegen in vergelijking met 2019. In het bijzonder, de enige klant die 6% vertegenwoordigt van de totale inkomsten van het Tankers segment in 2020 (zie toelichting 2), had slechts een aandeel van 0,03% in de totale openstaande handels- en overige vorderingen op 31 december 2020 (2019: één klant die 3,82% vertegenwoordigde). Het maximale kredietrisico wordt vertegenwoordigd door de boekwaarde van elk financieel actief.

De ouderdom van de kortlopende handels- en overige vorderingen is als volgt:

(in duizenden USD) 2020 2019
Niet vervallen 183.138 246.422
Vervallen minder dan 30 dagen 9.961 35.036
Vervallen tussen 31 en 365 dagen 16.253 21.020
Vervallen meer dan één jaar 5.127 6.509
Totaal 214.479 308.987

Er wordt geen waardevermindering opgenomen voor vervallen bedragen indien de inning ervan nog steeds waarschijnlijk wordt geacht, bijvoorbeeld indien het management zeker is dat de uitstaande bedragen kunnen teruggevorderd worden. Per 31 december 2020, heeft 46,27% (2019: 47,45%%) van het totaal kortlopende handels- en overige vorderingen hebben betrekking op de TI Pool waar betalingen gedaan worden na het beëindigen van de reizen. De TI Pool doet bijna uitsluitend zaken met oliemultinationals, nationale oliemaatschappijen en andere voorname spelers in de olie-industrie waarvan de kredietwaardigheid historisch gezien hoog is. Niet vervallen bedragen hebben ook betrekking op klanten met een hoge kredietwaardigheid en zijn bijgevolg niet afgeschreven.

Langlopende vorderingen

Langlopende vorderingen omvatten voornamelijk aandeelhoudersleningen aan joint ventures (zie toelichting 10). Per 31 december 2020 en 31 december 2019 hadden deze vorderingen geen vervaldatum, met uitzondering van de aandeelhouderslening aan Bari Shipholding Ltd. die een vervaldatum heeft in 2024, en waren niet afgewaardeerd aangezien er geen kredietrisico is voor de Groep.

Geldmiddelen en kasequivalenten

De Groep bezat op 31 december 2020 geldmiddelen en kasequivalenten ter waarde van 161,5 miljoen USD (2019: 297,0 miljoen USD). De geldmiddelen en kasequivalenten worden aangehouden bij tegenpartijen van banken en andere financiële instellingen dewelke een rating hebben tussen A- en AA+, gebaseerd op het ratingbureau S&P (zie toelichting 13).

Derivaten

Derivaten worden afgesloten met banken en financiële instellingen dewelke een rating hebben tussen A- en AA+, gebaseerd op het ratingbureau S&P.

Waarborgen

Het beleid van de Groep is om enkel financiële waarborgen te verstrekken voor dochterondernemingen en joint ventures. Per 31 december 2018 had de Groep een waarborg afgegeven aan bepaalde banken met betrekking tot de nieuwe kredietfaciliteiten aangegaan in 2018 die toegekend werden aan 2 joint ventures (zie toelichting 26). Per 31 december 2020 waren deze waarborgen ten aanzien van joint ventures nog steeds uitstaande maar werd er ook nog geen beroep op gedaan. Per 30 december 2019 heeft de Groep een waarborg afgegeven aan de koper van de drie VLCC-schepen met betrekking tot de verkoop en leasebackovereenkomst (zie toelichting 16) waarbij de VLCC-schepen terug werden geleased door een dochteronderneming onder een naaktrompbevrachtingscontract van 54 maanden.

Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep mogelijk haar financiële verplichtingen op vervaldag niet kan nakomen. De aanpak van de Groep inzake liquiditeitsbeheer is om ervoor te zorgen dat, in de mate van het mogelijke, zowel onder normale als onder uitzonderlijke omstandigheden, er steeds voldoende middelen beschikbaar zijn om haar verplichtingen na te komen zonder dat er onnodige verliezen of schade aan de reputatie van de Groep wordt opgelopen. De financieringsbronnen werden verder gediversifieerd en het overgrote deel van de leningen is onherroepelijk en langlopend. Bovendien zijn de vervaldagen gespreid over meerdere jaren.

De resterende contractuele looptijden van de financiële verplichtingen zijn als volgt:

Contractuele kasstromen per 31 december 2019
(in duizenden USD) Toe
lichting
Boekwaarde Totaal Minder dan
1 jaar
Tussen 1 en
5 jaar
Meer dan 5
jaar
Niet-afgeleide financiële
verplichtingen
Bankleningen en overige uitgiftes 16 1.422.022 1.697.327 110.720 905.302 681.305
Overige leningen 16 247.213 268.661 145.640 123.021
Lease schulden 16 75.624 79.873 35.525 42.667 1.681
Handels- en overige schulden * 18 76.589 76.589 76.589
1.821.448 2.122.450 368.474 1.070.990 682.986
Afgeleide financiële
verplichtingen
Renteswaps 18 3.593 3.300 758 2.432 110
Valutatermijncontracten 18
3.593 3.300 758 2.432 110
Contractuele kasstromen per 31 december 2020
Boekwaarde Totaal Minder dan 1
jaar
Tussen 1 en
5 jaar
Meer dan 5
jaar
Niet-afgeleide financiële
verplichtingen
Bankleningen en overige uitgiftes 16 1.055.139 1.191.925 55.079 474.687 662.159
Overige leningen 16 151.353 180.865 61.320 119.545
Lease schulden 16 66.921 70.245 47.976 22.150 119
Handels- en overige schulden * 18 71.958 71.958 71.958
1.345.371 1.514.993 236.333 616.382 662.278
Afgeleide financiële
verplichtingen
Renteswaps 18 6.385 8.601 2.194 6.406
Valutatermijncontracten 18
6.385 8.601 2.194 6.406

* Over te dragen opbrengsten en BTW verplichtingen (opgenomen in overige schulden) (zie toelichting 18), dewelke geen financiële verplichtingen zijn, zijn niet inbegrepen.

De Groep heeft door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen uitstaan waarop schuldconvenanten van toepassing zijn. Indien de Groep één van deze convenanten in de toekomst overtreedt, zou dat kunnen betekenen dat de Groep de lening eerder zal moeten aflossen dan in bovenstaande tabel is aangegeven. Voor meer details omtrent deze convenanten, zie 'Kapitaalbeheer' onderaan.

De interestbetalingen op leningen met variabele rentevoet in bovenstaande tabel weerspiegelen de interestvoeten van termijncontracten op rapporteringsdatum en deze bedragen kunnen wijzigen naarmate de marktinterestvoeten wijzigen. Er wordt niet verwacht dat de kasstromen opgenomen in de tabel bovenaan (de looptijdanalyse) significant eerder of tegen significant andere bedragen zouden kunnen optreden dan hierboven vermeld.

Marktrisico

Beheer hervorming van de referentierentevoet en de daarmee gerelateerde risico's Overzicht

Een fundamentele hervorming van de belangrijkste referentierentevoeten wordt wereldwijd doorgevoerd, inclusief de vervanging van sommige interbancaire aangeboden rentevoeten (IBORs) door alternatieve, bijna risicovrije, rentevoeten (waarnaar verwezen wordt als "IBOR hervorming"). De Groep heeft posities in IBORs in haar financiële instrumenten die vervangen of hervormd zullen worden als onderdeel van deze marktbrede initiatieven. Er is onzekerheid over het tijdstip en de wijze van overgang in sommige rechtsgebieden waarin de Groep opereert. De Groep anticipeert dat de IBOR hervorming een invloed zal hebben op haar risicobeheer en de hedge accounting. Het Audit- en Risicocomité volgt de overgang op van de Groep naar alternatieve tarieven.

Derivaten

De Groep heeft renteswaps voor doeleinden inzake risicobeheer, die zijn aangewezen als kasstroomafdekkingsrelaties. De renteswaps hebben vlottende luiken die geïndexeerd zijn aan LIBOR USD.

Hedge accounting

De Groep heeft geëvalueerd in welke mate haar kasstroomafdekkingsrelaties onderhevig zijn aan onzekerheden als gevolg van de IBOR hervorming per 31 december 2020. De door de Groep afgedekte items en afdekkingsinstrumenten blijven geïndexeerd aan LIBOR USD. Deze referentietarieven worden elke dag genoteerd en de IBOR kasstromen worden zoals gewoonlijk uitgewisseld met de tegenpartijen.

Echter, de LIBOR USD kasstroomafdekkingsrelaties van de Groep reiken verder dan de verwachte einddatum voor de LIBOR USD. De Groep verwacht dat LIBOR stopgezet zal worden na het einde van 2021. Er is echter onzekerheid over wanneer en op welke manier de vervanging kan plaatsvinden met betrekking tot de relevante afgedekte items en afdekkingsinstrumenten. Deze onzekerheid kan een invloed hebben op de afdekkingsrelatie. De Groep past de wijzigingen in IFRS 9 toe, die in september 2019 werden gepubliceerd, op de afdekkingsrelaties die rechtstreeks door de IBOR hervorming worden beïnvloed. Afdekkingsrelaties die worden beïnvloed door de IBOR hervorming kunnen ineffectiviteit ondervinden die toe te schrijven is aan de verwachtingen van de marktdeelnemers over wanneer de overgang van de bestaande IBOR referentierentevoet naar de alternatieve referentierentevoet zal plaatsvinden. Deze overgang kan zich op verschillende tijdstippen voordoen voor het afgedekte item en het afdekkingsinstrument, wat kan leiden tot ineffectiviteit van de afdekking. De Groep heeft haar aan LIBOR USD geïndexeerde afdekkingsinstrumenten gewaardeerd, gebruik makend van beschikbare genoteerde markttarieven voor op LIBOR-gebaseerde instrumenten met dezelfde looptijd en dezelfde vervaldatum en heeft de cumulatieve wijziging berekend in de huidige waarde van de afgedekte kasstromen die toe te schrijven zijn aan de wijzigingen in de LIBOR USD op een vergelijkbare basis.

De blootstelling van de Groep aan LIBOR USD toegewezen in afdekkingsrelaties, bedraagt nominaal 270,1 miljoen USD per 31 december 2020 (zie toelichting 14), wat overeenkomt met het nominale bedrag van de termijncontracten en de renteswaps die respectievelijk in 2022 en 2025 vervallen.

Tankermarkt risico

De spot tankermarkt is een zeer volatiele globale markt en de Groep kan niet voorspellen hoe de markt in de toekomst zal zijn, wat gepaard gaat met een aanzienlijke onzekerheid. De Groep heeft een gebalanceerde strategie aangenomen om het grootste gedeelte van haar vloot op de spotmarkt te opereren, maar houdt een bepaald gedeelte van de vloot onder vaste tijdsbevrachtingscontracten. De verhouding van de schepen aangeboden op de spotmarkt varieert op basis van verschillende factoren die een invloed hebben op zowel de markt van de spotreizen als de vaste tijdsbevrachtingscontracten.

Elke stijging (daling) van de spot tankermarkt (VLCC en Suezmax) met 1.000 USD per dag, zou de winst of verlies doen toenemen (afnemen) met de hieronder vermelde bedragen:

2020 2019 2018
Winst of verlies Winst of verlies Winst of verlies
1.000 USD 1.000 USD 1.000 USD 1.000 USD 1.000 USD 1.000 USD
Toename Daling Toename Daling Toename Daling
19.638 (19.638) 22.601 (22.581) 19.332 (19.323)

Renterisico

Het algemeen rentebeleid van Euronav is erop gericht te lenen aan variabele interestvoeten gebaseerd op LIBOR plus een marge. De afdeling Corporate Treasury van Euronav bekijkt het renterisico van de Groep op regelmatige basis. Van tijd tot tijd en onder de verantwoordelijkheid van de financieel directeur, kunnen verschillende strategieën om het risico verbonden aan renteschommelingen te verminderen, ter goedkeuring voorgesteld worden aan de Raad van Toezicht. De Groep heeft haar interestrisico op leningen gedeeltelijk ingedekt. Alle leningen die zijn aangegaan voor de financiering van schepen zijn op basis van een variabele rentevoet verhoogd met een marge. De Groep kan op regelmatige basis verschillende rentegerelateerde derivaten (renteswaps en termijncontracten) gebruiken om een aanvaardbare mix van vaste en vlottende rentevoeten te bekomen. Per 31 december 2020 en 31 december 2019 beschikte de Groep over dergelijke instrumenten en werd ongeveer 48% van de vlottende rentevoeten afgedekt.

De Groep bepaalt het bestaan van een economische relatie tussen een afdekkingsinstrument en afdekkingsitem op basis van de referentierentevoeten, looptijden, herzieningsdata, vervaldata en de nominale bedragen. Indien de afdekkingsrelatie rechtstreeks wordt beïnvloed door de onzekerheid die voortvloeit uit de hervorming van IBOR, dan neemt de Groep aan dat de referentierentevoet niet aangepast wordt als gevolg van de hervorming van de referentierentevoet.

Afdekkingsrelaties die worden beïnvloed door de IBOR hervorming kunnen ineffectiviteit ervaren door een tijdsverschil tussen het afdekkingsitem en het afdekkingsinstrument met betrekking tot de IBOR overgang. Voor verdere details zie "Beheer hervorming van de referentierentevoet en de daarmee gerelateerde risico's" hierboven.

Op de rapporteringsdatum was het renteprofiel van de rentedragende financiële instrumenten in de Groep als volgt:

(in duizenden USD) 2020 2019
INSTRUMENTEN MET EEN VASTE RENTEVOET
Financiële vorderingen 17.271 37.163
Financiële verplichtingen 377.899 398.620
395.170 435.783
INSTRUMENTEN MET EEN VARIABELE RENTEVOET
Financiële verplichtingen 895.514 1.346.239
895.514 1.346.239

Gevoeligheidsanalyse van de reële waarde van vast rentende instrumenten

De Groep heeft geen financiële activa en verplichtingen met vaste rentevoet met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening en de Groep merkt derivaten (renteswaps) niet aan als afdekkingsinstrumenten. Bijgevolg zou een wijziging van rentevoeten op rapporteringsdatum geen invloed hebben op het resultaat noch op het eigen vermogen op die datum.

Gevoeligheidsanalyse van de kasstromen van variabel rentende instrumenten

Een wijziging van de rentevoeten met 50 basispunten zou op rapporteringsdatum het eigen vermogen en de winst of het verlies hebben doen toenemen (afnemen) met de hieronder vermelde bedragen. Deze analyse veronderstelt dat alle andere variabelen onveranderd blijven.

Winst of verlies Eigen vermogen
50 BP 50 BP 50 BP 50 BP
(impact in duizenden USD) Toename Daling Toename Daling
Per 31 december 2018
Instrumenten met een variabele
rentevoet
(4.238) 4.238
Renteswaps 6.201 (6.116)
Netto impact op kasstromen (4.238) 4.238 6.201 (6.116)
Per 31 december 2019
Instrumenten met een variabele
rentevoet
(6.195) 6.195
Renteswaps 1.553 (1.433)
Netto impact op kasstromen (6.195) 6.195 1.553 (1.433)
Per 31 december 2020
Instrumenten met een variabele
rentevoet
(3.819) 2.484
Renteswaps 5.542 (5.343)
Netto impact op kasstromen (3.819) 2.484 5.542 (5.343)

Valutarisico

Het beleid van de Groep is erop gericht haar relevant niet-functioneel valutarisico te bewaken om zo natuurlijke dekking (opbrengsten in dezelfde munteenheid als de kosten) toe te laten indien mogelijk. Wanneer natuurlijke dekking redelijkerwijs niet mogelijk wordt geacht (bijvoorbeeld voor langetermijn verplichtingen), beheert de Vennootschap haar relevant nietfunctioneel valutarisico geval per geval, ofwel door het aangaan van contante deviezentransacties, valutatermijncontracten, swap of optiecontracten of door het aantrekken van een financieel adviseur als derde partij met de bedoeling om het valutarisico voor ons te beheren.

De blootstelling van de Groep aan valutarisico's is hoofdzakelijk gerelateerd aan de operationele kosten en het commercial paper uitgedrukt in EUR. In 2020 is ongeveer 14,4% (2019: 12,5% en 2018: 12,9%) van de totale operationele kosten van de Groep gemaakt in EUR. Inkomsten en de financiële instrumenten worden steeds uitgedrukt in USD, behalve instrumenten uitgegeven onder het thesaurieprogramma (toelichting 16).

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019 31 december 2018
EUR USD EUR USD EUR USD
Handelsschulden (5.662) (21.564) (4.002) (18.735) (6.311) (9.955)
Operationele kosten (105.172) (624.096) (95.278) (666.469) (89.761) (608.754)
Commercial paper (38.654) (122.788) (60.342)

Voor de gemiddelde en slotkoersen toegepast tijdens het jaar, zie toelichting 27.

Gevoeligheidsanalyse

Een toename met 10% van de wisselkoers van de EUR t.o.v. de USD op 31 december, zou een impact hebben op de resultatenrekening en op het eigen vermogen zoals hieronder aangegeven. Deze analyse veronderstelt dat alle andere variabelen, in het bijzonder de rentevoeten, ongewijzigd blijven.

(in duizenden USD) 2020 2019 2018
Eigen vermogen 735 437 491
Winst of verlies (10.412) (9.952) (7.888)

Een verzwakking met 10% van de wisselkoers van de EUR t.o.v. de USD zou op 31 december zou een even groot maar omgekeerde invloed hebben gehad op de resultatenrekening en op het eigen vermogen zoals hierboven aangegeven, er van uitgaande dat alle andere variabelen ongewijzigd blijven.

Kasstroomafdekkingen

Per 31 december 2020 had de Groep de volgende instrumenten om zich in te dekken tegen blootstellingen aan wijzigingen in interestvoeten.

Looptijd
(in duizenden USD) 1-6 maanden 6-12 maanden Meer dan 1 jaar
Renterisico
Renteswaps
Netto risico (10.855) (10.942) (81.803)
Gemiddelde vaste rentevoet 2,96 % 2,96 % 2,96 %

Per 31 december 2019 had de Groep de volgende instrumenten om zich in te dekken tegen blootstellingen aan wijzigingen in interestvoeten.

Looptijd
(in duizenden USD) 1-6 maanden 6-12 maanden Meer dan 1 jaar
Renterisico
Renteswaps
Netto risico (23.469) (23.261) (176.598)
Gemiddelde vaste rentevoet 1,99 % 2,00 % 2,96 %

Per 31 december 2020 en 31 december 2019 had de Groep 2 termijncontracten met een nominaal bedrag van 200,0 miljoen USD startend op 1 oktober 2020.

De bedragen op de rapporteringsdatum gerelateerd aan items bestemd als afgedekte posities waren als volgt.

31 december 2020 31 december 2019
(in duizenden USD) Wijziging in waarde
Reserve
gebruikt om niet
kasstroom
effectieve afdekking te
afdekkingen
berekenen
Wijziging in waarde
gebruikt om niet
effectieve afdekking te
berekenen
Reserve
kasstroom
afdekkingen
Renterisico
Instrumenten met een
variabele rentevoet
2.989 (6.385) 1.205 (3.396)
CAP-optie (116) (1.071) 680 (1.187)

De bedragen gerelateerd aan items bestemd als afdekkingsinstrumenten en niet-effectieve afdekking waren als volgt.

2020 Gedurende de periode 2020
(in duizenden USD) Nomi
naal
bedrag
Boek
waarde -
Activa
Boek
waarde -
Passiva
Post in de
balans waar
het
afdekkingsin
strument mee
vervat is
Wijzigingen in
de waarde van
het
afdekkingsin
strument
erkend in
overige
gerealiseerde
en niet
gerealiseerde
resultaten
Niet-effectieve
afdekking
erkend in
resultatenre
kening
Post in de
resultatenreke
ning die hedge
effectiviteit bevat
Renterisico
Renteswaps 70.143 2 6.385 Handels- en
overige
vorderingen,
langlopende
en
kortlopende
overige
schulden
(2.989) (108) Financierings
kosten
Termijncontracten 200.000 15 Handels- en
overige
vorderingen
116 Financierings
kosten
2019 Gedurende de periode 2019
(in duizenden USD) Nomi
naal
bedrag
Boek
waarde -
Activa
Boek
waarde -
Passiva
Post in de
balans waar
het
afdekkingsin
strument mee
vervat is
Wijzigingen in
de waarde van
het
afdekkingsin
strument
erkend in
overige
gerealiseerde
en niet
gerealiseerde
resultaten
Niet-effectieve
afdekking
erkend in
resultatenre
kening
Post in de
resultatenreke
ning die hedge
effectiviteit bevat
Renterisico
Renteswaps 506.603 5 3.593 Handels- en
overige
vorderingen,
langlopende en
kortlopende
overige
schulden
(1.205) (4.943) Financierings
kosten
Termijncontracten 200.000 52 Handels- en
overige
vorderingen
(680) Financierings
kosten

In de loop van 2020 werden geen bedragen geherclassificeerd van afdekkingsreserve naar resultatenrekening. In de loop van 2019 werd 4,9 miljoen USD geherclassificeerd van afdekkingsreserve naar resultatenrekening.

De volgende tabel voorziet een reconciliatie per risicocategorie van componenten van eigen vermogen en analyse van overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde items, na aftrek van winstbelastingen, resulterend uit het toepassen van kasstroomafdekking.

(in duizenden USD) Reserve
kasstroomafdekkingen
Balans per 1 januari 2020
Kasstroomafdekkingen
(4.583)
Wijziging in reële waarde renterisico (2.873)
Balans per 31 december 2020 (7.456)
Balans per 1 januari 2019
Kasstroomafdekkingen
(2.698)
Wijziging in reële waarde renterisico
Balans per 31 december 2019
(1.885)
(4.583)

Raamverrekenings- of vergelijkbare overeenkomsten

De Groep sluit derivatentransacties af in het kader van raamverrekeningsovereenkomsten van de International Swaps and Derivatives Association (ISDA). Over het algemeen geldt dat de bedragen die elk van de partijen op grond van een dergelijke overeenkomst op een enkele dag houden met betrekking tot alle transacties die uitstaan in dezelfde valuta, worden samengevoegd tot één enkel nettobedrag dat één van de partijen aan de ander verschuldigd is.

Kapitaalbeheer

Euronav optimaliseert haar kapitaalsstructuur voortdurend (mix van schuldfinanciering en eigen vermogen). De voornaamste doelstelling is om de aandeelhouderswaarde te optimaliseren en tegelijkertijd de gewenste financiële flexibiliteit te behouden om de strategische projecten uit te voeren. Sommige van de overige drijfveren van de Groep tijdens het maken van beslissingen omtrent de kapitaalsstructuur zijn uitbetalingsbeperkingen en het behoud van de sterke financiële gezondheid van de Groep. Naast de wettelijke minimumvereisten inzake eigen vermogen die van toepassing zijn op de dochterondernemingen van de Vennootschap in de verschillende landen, is de Groep ook onderworpen aan financiële convenanten gerelateerd aan sommige van zijn niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteiten:

  • een bedrag aan vlottende activa dat, op een geconsolideerde basis, vlottende passiva overschrijdt. Vlottende activa kunnen de niet-opgenomen bedragen omvatten van alle gecommitteerde doorlopende kredietfaciliteiten en kredietlijnen die een maturiteit hebben van meer dan een jaar;
  • een totaal bedrag aan geldmiddelen, kasequivalenten en het totaal aan beschikbare niet-opgenomen bedragen van alle gecommitteerde leningen van minstens 50,0 miljoen USD of 5% van de totale schuldenlast van de Groep (exclusief garanties), afhankelijk van de van toepassing zijnde kredietfaciliteit, afhankelijk van hetgene dat groter is;
  • een bedrag aan geldmiddelen van minstens 30,0 miljoen USD; en
  • een verhouding tussen het eigen vermogen en de totale activa van minstens 30%.

Bijkomend, omvatten de kredietfaciliteiten van de Groep meestal een activa-beschermingsclausule waarbij de marktwaarde van de schepen in zekerheidsstelling minstens 125% moet bedragen van het totaal uitstaande bedrag per respectievelijke kredietfaciliteit.

De kredietfaciliteiten zoals hierboven besproken omvatten ook restricties en verbintenissen die een beperking kunnen inhouden voor het vermogen van de Groep en zijn dochterondernemingen om, onder andere:

  • wijzigingen in het management van de schepen van de Groep te bewerkstelligen;
  • alle of een substantieel deel van de activa van de Groep over te dragen of te verkopen of anderszins te vervreemden;
  • dividenden toe te kennen en uit te keren (met betrekking tot elk van de joint ventures van de Groep, met uitzondering van Seven Seas Shipping Limited, mag geen dividend uitgekeerd worden alvorens de kredietfaciliteit, indien van toepassing, volledig terugbetaald is); en
  • bijkomende schulden aan te gaan.

Een inbreuk op één van deze financiële convenanten of operationele beperkingen opgenomen in de kredietfaciliteiten kan een wanbetaling uit hoofde van deze kredietfaciliteiten vormen, die, tenzij er voldaan is binnen de periode zoals weergegeven onder de van toepassing zijnde kredietfaciliteit, indien van toepassing, ofwel kwijtgescholden of gewijzigd worden door de uitleners van de Groep, hun het recht geven om, onder andere, de Groep te verzoeken aanvullende zekerheden te verstrekken, eigen vermogen en vreemd vermogen te verhogen, interestbetalingen te verhogen, schuldniveau terug te brengen tot een niveau waarmee de Groep in overeenstemming is met de leningsconvenanten, schepen in de vloot te verkopen, schulden te herclassificeren als kortlopende schulden en de schuldenlast te versnellen en het afschermen van zekerheidsrechten/ pandrechten te vestigen op de schepen en de overige activa om de kredietfaciliteiten te beveiligen die de capaciteit van de Groep zou belemmeren om zijn activiteiten verder te zetten.

Daarnaast bevatten sommige van onze kredietfaciliteiten een 'cross-default'-beding die in werking kan treden door een tekortkoming bij één van onze andere kredietfaciliteiten. Een 'cross-default'-beding betekent dat een tekortkoming in een lening kan resulteren in een tekortkoming bij andere leningen. Omwille van de aanwezigheid van 'cross-default'-bedingen in sommige van onze kredietfaciliteiten, kan de weigering van een kredietverstrekker in onze kredietfaciliteiten om een verlening toe te kennen of te verlengen leiden tot een hogere schuldenlast, zelfs indien onze andere kredietverstrekkers in onze kredietfaciliteiten tekortkomingen in convenanten hebben opgeheven onder de respectievelijke kredietfaciliteiten. Indien onze gewaarborgde schuldenlast volledig of deels verhoogd werd, zou het voor ons heel moeilijk zijn, gezien de huidige financiële markten, om onze schuld te herfinancieren of additionele financiering te verkrijgen en zouden wij onze schepen of andere activa die onze kredietfaciliteiten waarborgen, kunnen verliezen indien onze kredietverstrekkers hun zekerheidsrechten uitsluiten, wat een ongunstige invloed zou hebben op ons vermogen om onze activiteiten uit te voeren.

Per 31 december 2020, 31 december 2019 en 31 december 2018, voldeed de Groep aan alle in de schuldovereenkomsten opgenomen alle convenanten. Met betrekking tot de kwantitatieve convenanten per 31 december 2020, zoals hierboven beschreven:

    1. vlottende activa op een geconsolideerde basis (inclusief beschikbare kredietlijnen van 840,4 miljoen USD) overschreden kortlopende schulden met 1.088,7 miljoen USD
    1. de totale liquide middelen bedroegen 1.101,9 miljoen USD
    1. de geldmiddelen bedroegen 161,5 miljoen USD
    1. verhouding tussen eigen vermogen en totale activa bedroeg 62,7%

De Vennootschap heeft de richtlijnen van haar dividendbeleid aangepast en beoogt 80% van haar netto inkomsten per kwartaal uit te keren aan haar aandeelhouders (inclusief een vast bedrag van 3 dollarcent per aandeel), met ingang van het eerste kwartaal van 2020. De uitkering aan haar aandeelhouders zal voornamelijk gebeuren in de vorm van een dividend in contanten, maar de Vennootschap zal altijd rekening houden met de inkoop van eigen aandelen als alternatief, indien ze van mening is dat dit meer waarde kan creëren voor de aandeelhouders.

De berekening omvat geen kapitaalwinsten (gereserveerd voor de vernieuwing van de vloot), maar neemt wel kapitaalverliezen op en het beleid is ten allen tijde onderhevig aan de vooruitzichten op de vrachtmarkt, het cyclische karakter en de balans van de Vennootschap, samen met andere factoren en wettelijke bepalingen.

Als onderdeel van haar kapitaalallocatie strategie, heeft Euronav de mogelijkheid om haar eigen aandelen in te kopen indien de Raad van Toezicht en de Directieraad van mening zijn dat er een substantieel waardeverschil bestaat tussen de aandelenkoers en de werkelijke waarde van de Vennootschap. Deze terugbetaling van kapitaal komt bovenop het vaste dividend van 0,12 USD per aandeel dat jaarlijks wordt uitgekeerd. Op 31 december 2020 had de Vennootschap 13.400.516 van haar eigen aandelen ingekocht op Euronext Brussels. Ingevolge deze transacties houdt de Vennootschap 18.346.732 eigen aandelen aan (8,34% van het totale aantal uitstaande aandelen) op het einde van het jaar.

Grondstoffenrisico

De Groep heeft marktconforme brandstof aangekocht voor toekomstige consumptie van haar schepen. De Vennootschap heeft, om de prijs van de aangekochte brandstof vast te leggen, swaps en futures aangekocht om het risico tussen het ogenblik van aankoop en het ogenblik van levering en betaling in te dekken. Deze swaps en futures werden aangewezen als kasstroomafdekkingen voor de fluctuerende brandstofprijs tussen datum van order en datum van prijszetting. Op het einde van het jaar was alle brandstof ontvangen. De Groep blijft blootgesteld aan het risico van een daling van de brandstof op de spotmarkt.

Gevolgen en impact van de COVID-19 pandemie

De COVID-19 uitbraak heeft wereldwijd vele landen getroffen, en het leven van miljoenen mensen ontwricht. De Vennootschap heeft de risico's met betrekking op de uitbraak enorm ernstig genomen, en de veiligheid en het welzijn van haar werknemers is van het allergrootste belang.

In dat opzicht was het uitvoeren van bemanningswissels de grootste operationele uitdaging. Naast ernstige humanitaire problemen en bezorgdheden omtrent het welzijn van de bemanning, is er een vergroot risico dat vermoeidheid zal leiden tot ernstige maritieme ongelukken. Naast de beperkingen die opgelegd zijn door nationale en lokale autoriteiten met betrekking tot de verplaatsing van de zeevarenden, is er ook het probleem van de voortdurende opschorting van het grootste deel van de vluchten tussen belangrijke havens voor de uitwisseling van bemanningsleden. Om deze moeilijke situatie op te lossen, besliste het management van Euronav om de schepen van hun route te laten afwijken om bemanningswissels mogelijk te maken, wat resulteerde in extra kosten (1,8 miljoen USD) en minder inkomsten wegens offhire (4,2 miljoen USD).

Het blijft moeilijk om de toekomstige impact van de pandemie op economieën waar wij actief zijn in te schatten, en dus ook de invloed die deze factoren kunnen hebben op de financiële resultaten.

In het algemeen, zal de markt uitdagender worden aangezien de vraag naar olie negatief beïnvloed wordt door de COVID-19 pandemie. De daling van de vraag in combinatie met het geleidelijk vrijkomen van schepen die als opslagplaats werden gebruikt, kunnen de vraag- en aanbodbalans, en dus de vrachtmarkt verstoren. Deze negatieve gevolgen zouden gecompenseerd kunnen worden door aanhoudende logistieke vertragingen van schepen in havens, meer recyclage, minder bestellingen van nieuwbouwschepen en een verhoogde ruwe olieproductie, waardoor de impact van COVID-19 tot op zekere hoogte gedeeltelijk geneutraliseerd wordt. Gezien de verschillende dynamieken waar de Vennootschap geen controle over heeft, blijft het moeilijk om de wereldwijde macro-economische impact op de resultaten van de Vennootschap met betrekking tot de uitbraak van COVID-19 nauwkeurig te kwantificeren. Alle toekomstige verklaringen moeten dan ook met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden, gezien de inherente onzekerheden in economische tendensen en bedrijfsrisico's gerelateerd aan de huidige COVID-19 uitbraak.

Toelichting 20 - Leasing

Contracten als leasingnemer

Voor de vier rompbevrachtingscharters voor de schepen Nautilus, Nucleus, Neptun en Navarin, erkende de Groep een recht op gebruik en leaseverplichting ten bedrage van de huidige waarde op 1 januari 2019 van de toekomstige leasebetalingen. Het recht op gebruik op 1 januari 2019 werd berekend gebaseerd op de transitie-optie om het recht op gebruik gelijk te stellen aan de leaseverplichting. Het recht op gebruik werd gecorrigeerd met de impact van de vroegere uitgestelde winst op de verkoop en leaseback van deze schepen en wordt afgeschreven over de resterende leasetermijn tot 15 december 2021.

De leaseback overeenkomsten bevatten een verkoopskrediet van 4,5 miljoen USD op de verkoopprijs dewelke verschuldigd en betaalbaar wordt door de eigenaars bij verkoop van het schip tijdens de charterperiode en zal betaald worden uit de verkoopopbrengst. Het wordt ook opeisbaar ten belope van 50% van het (positieve) verschil tussen de reële waarde van de schepen op het einde van de leasebackovereenkomst en 17,5 miljoen USD (voor de oudste VLCC) of 19,5 miljoen USD (voor de overige schepen). Bovendien, heeft de Groep een restwaardegarantie gegeven aan de eigenaars voor een totaalbedrag van maximaal 20,0 miljoen USD op het moment van teruglevering van de vier schepen. Beide partijen kwamen ook een winstdeling overeen: indien het schip verkocht wordt op het einde van de charterperiode zal de netto verkoopopbrengst verdeeld worden à rato van 75% voor de eigenaar en 25% voor de bevrachters, tussen 26,5 miljoen USD en 32,5 miljoen USD (voor de oudste VLCC) of tussen 28,5 miljoen USD en 34,5 miljoen USD (voor de overige schepen),

Op 27 oktober 2020 en 6 november 2020 heeft de Vennootschap een tijdbevrachtingsovereenkomst afgesloten voor twee Suezmax-schepen. De twee schepen zijn de Marlin Sardinia (2019 - 156.607) en de Marlin Somerset (2019 - 156.620). De tijdsbevrachtingscontracten hebben een looptijd van 24 maanden met een optie voor nog eens 12 maanden, die uiterlijk 20 maanden na de levering moet worden aangegeven, aan een tarief van 25,000 USD per dag per schip voor de volle 24 maanden en 26,500 USD per dag per schip voor de optionele periode van 12 maanden. De eigenaars hebben het recht om het schip te verkopen gedurende de vaste en optionele charterperiode en om de resterende charterperiode over te dragen naar aan de nieuwe eigenaars door middel van een schuldvernieuwingsovereenkomst. In overeenkomst met IFRS, heeft de Groep een recht op gebruik en een leaseverplichting erkend. Per 31 december 2020 is de Vennootschap er niet redelijk zeker van dat de optionele periode uitgeoefend zal worden en werd hier geen rekening mee gehouden bij de berekening van de toekomstige minimale leasebetalingen.

De toekomstige niet-verdisconteerde leasebetalingen onder de leaseback-overeenkomst zijn als volgt:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Minder dan 1 jaar 49.218 32.903
Tussen 1 en 5 jaar 14.714 31.870
Totaal 63.932 64.773

Voor de huurovereenkomsten van de kantoren in België, Frankrijk, Griekenland, Hong Kong, Singapore, UK en de VSA, die een gemiddelde leasetermijn hebben tot november 2023, heeft de Groep een recht op gebruik en leaseverplichting opgenomen. Het recht op gebruik werd gecorrigeerd door de praktische vrijstelling beoordeling van waardevermindering gebaseerd op de verlieslatende contractanalyse-optie. Het recht op gebruik met betrekking tot de huur van het kantoor werd verminderd met de leasevordering gerelateerd aan de onderverhuringen die als financiële lease kwalificeert onder IFRS 16.

De Groep gebruikt de kortetermijn leasevrijstelling voor alle leaseovereenkomsten met een resterende leasetermijn van minder dan één jaar. Bijgevolg werden deze leasebetalingen erkend als een kost en er was geen impact op het moment van de transitie.

Informatie met betrekking tot overeenkomsten waarbij de Groep optreedt als leasingnemer is hieronder voorgesteld.

Gebruiksrecht op activa

(in duizenden USD) Schepen
zonder
bemanning
Tijdbevrachting Kantoorhuur Bedrijfs
wagens
Totaal
Balans per 1 januari 2019 83.698 3.711 189 87.598
Toevoegingen aan recht op gebruik
activa
653 653
Afschrijvingskost van het jaar (28.287) (900) (78) (29.265)
Niet langer opnemen van recht op
gebruik activa op balans
(78) (78)
Balans per 31 december 2019 55.411 2.733 764 58.908
(in duizenden USD) Schepen
zonder
bemanning
Tijdbevrachting Kantoorhuur Bedrijfs
wagens
Totaal
Balans per 1 januari 2020 55.411 2.733 764 58.908
Toevoegingen aan recht op gebruik activa 24.873 762 66 25.701
Afschrijvingskost van het jaar
Omrekeningsverschillen
(28.364)
(2.078)
(1.092)
36
(167)
12
(31.702)
48
Balans per 31 december 2020 27.047 22.795 2.438 675 52.955

Bedragen opgenomen in winst en verlies

(in duizenden USD) 2020 2019
Interesten op lease verplichtingen (3.287) (4.811)
Afschrijving van recht op gebruik activa (31.702) (29.265)
Kosten gerelateerd aan kortetermijn leases (103)
Lage waarde leases (228) (851)

Bedragen opgenomen in het kasstroomoverzicht

(in duizenden USD) 2020 2019
Total cash outflow for leases (37.779) (30.214)
Total cash inflow for leases 1.786 1.251

Verlengopties

Sommige eigendomleases bevatten verlengopties die door de Groep kunnen worden uitgeoefend. De Groep analyseert op de aanvangsdatum van de huurovereenkomst of het redelijkerwijs zeker is dat de verlengopties zullen worden uitgeoefend, en heranalyseert of er een significante gebeurtenis of verandering van omstandigheden heeft plaatsgevonden waarop de Groep invloed kan uitoefenen.

De Groep heeft vastgesteld dat de potentiële toekomstige leasebetalingen, indien zij de optie zou uitoefenen, zou resulteren in een impact op de leaseverplichtingen van ongeveer 12,3 miljoen USD.

Contracten als leasinggever

Als leasinggever verhuurt de Groep een aantal van haar schepen op basis van langetermijn tijdsbevrachtingscontracten. Voor bepaalde schepen die operationeel zijn onder de langetermijn bevrachtingsovereenkomsten, vereist de toepassing van IFRS 16 dat de Groep de lease- en non-lease component in het contract scheidt, waarbij de lease component als operationele lease gekwalificeerd wordt en de non-lease component volgens IFRS-15 verwerkt wordt. Dit had geen materiële impact op de Groep.

De toekomstige niet-verdisconteerde te ontvangen leasebetalingen voor deze lease-overeenkomsten zijn als volgt:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Minder dan 1 jaar 123.319 143.748
Tussen 1 en 5 jaar 303.561 263.406
Meer dan 5 jaar 217.354
644234000
27.362
Totaal 644.234 434.516

De bedragen getoond in bovenstaande tabel bevatten het aandeel van de Groep in leases van joint ventures. De stijging in de leasingvorderingen is te wijten aan de uitbreiding van de langetermijn bevrachtingscontracten, ondertekend in november 2020, in de twee joint-ventures (TI Asia Ltd. en TI Africa Ltd.) voor tien jaar, in directe voortzetting van hun huidige contractuele dienstverlening, tot respectievelijk 21 juli 2032 en 21 september 2032.

Voor bepaalde van hogervermelde schepen heeft de Groep opties toegestaan om het tijdbevrachtingscontract te verlengen. Bij de berekening van de minimale toekomstige leaseontvangsten werd geen rekening gehouden met deze opties.

Schepen die door TI Pool tewerkgesteld worden, voldoen niet aan de definitie van een leaseovereenkomst onder IFRS 16 en bijgevolg worden de in de Pool gegenereerde opbrengsten geboekt volgens IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten.

Bijkomend onderverhuurt de Groep kantoren aan derden in bepaalde gehuurde kantoorgebouwen van Euronav UK en Euronav MI II (het vroegere Gener8 Maritime Inc.). De Groep heeft per 1 januari 2019 11,4 miljoen USD aan leasevorderingen erkend gerelateerd aan onderverhuurovereenkomsten die als financiële lease kwalificeren.

De volgende tabel toont een looptijdanalyse van de lease vorderingen met betrekking tot onderverhuurde kantoren, waarbij de niet-verdisconteerde betalingen uit onderverhuur die na balansdatum moeten worden ontvangen worden getoond.

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Minder dan één jaar 2.328 2.229
Één tot twee jaar 2.359 2.304
Twee tot drie jaar 1.898 2.335
Drie tot vier jaar 1.689 1.890
Vier tot vijf jaar 1.285 1.689
Meer dan vijf jaar 1.285
Totale niet-verdisconteerde lease vorderingen 9.559 11.732

Toelichting 21 - Provisies en Voorwaardelijke verplichtingen

(in duizenden USD) Toelichting Verlieslatend
contract
Totaal
Balans per 1 januari 2019 5.265 5.265
Toepassing IFRS 16 - (3.049) (3.049)
Gebruikte provisies tijdens het jaar - (447) (447)
Balans per 31 december 2019 1.769 1.769
Langlopend - 1.381 1.381
Kortlopend - 388 388
Totaal 1.769 1.769
Balans per 1 januari 2020 1.769 1.769
Gebruikte provisies tijdens het jaar - (388) (388)
Balans per 31 december 2020 1.381 1.381
Langlopend - 1.154 1.154
Kortlopend - 227 227
Totaal 1.381 1.381

In 2004 is Gener8 Maritime Subsidiary II Inc. een niet-opzegbare huurovereenkomst voor kantoorruimte aangegaan. Deze huur is op 1 december 2004 ingegaan en zou op 30 september 2020 aflopen. Op 14 juli 2015 werd deze huurovereenkomst verlengd voor een bijkomende periode van 5 jaar tot 30 september 2025. Deze faciliteiten werden vanaf 1 december 2018 onderverhuurd voor de resterende huurtermijn, maar vanwege wijzigingen in de marktomstandigheden is de huuropbrengst lager dan de huurkost. Deze verplichting voor toekomstige betalingen, na aftrek van de verwachte huuropbrengsten, werd geprovisioneerd. 3,0 miljoen USD van de voorziening werd geherclassificeerd als gebruiksrecht op activa als onderdeel van de toepassing van IFRS 16 op 1 januari 2019.

De Groep is momenteel verwikkeld in een rechtsgeding. Voorzieningen met betrekking tot wettelijke/gerechtelijke en arbitrageprocedures worden opgenomen in overeenstemming met de waarderingsregels zoals beschreven in toelichting 1.16. De vordering is op 15 januari 2021 door de Unicredit Bank in Londen ingediend bij de High Court of Justice van Engeland en Wales. De vordering heeft betrekking op een vermeende verkeerde levering van 101.809 metrische ton aan brandstof met een laag zwavelgehalte dat door het Suezmaxschip Sienna werd vervoerd. De bevrachter, Gulf Petrochem FZC, een bedrijf van GP Global, gaf het schip de instructie om de lading te lossen in Sohar zonder de de voorlegging van de vrachtbrief, maar met een vrijwaringsbrief, afgegeven door de bevrachter, zoals gebruikelijk is in de scheepvaartindustrie van ruwe olie. Unicredit bank, die de lading had gefinancierd voor een bedrag van 26.367.200 USD en houder van de vrachtbrief was geworden, werd niet terugbetaald in overeenstemming met de financiële overeenkomsten die gemaakt werden met Gulf Petrochem FZC. Als houder van de vrachtbrief, vordert Unicredit Bank nu het bedrag van 26,367,200 vermeerderd met interesten van Euronav NV. De GP Global groep bevindt zich momenteel in een herstructurering en elk beroep in de vrijwaringsbrief uitgegeven door Gulf PEtrochem FZC is bijgevolg twijfelachtig. De Groep is van mening dat het de gevestigde standaard arbeidspraktijken heeft gevolgd en dat zij geldige verdedigingsargumenten heeft. Op basis van extern juridisch advies is het management van mening dat het over sterke argumenten beschikt en dat het risico op een uitstroom niet waarschijnlijk is en er daardoor geen voorziening is aangelegd. Op dit moment kunnen geen verdere details vrijgegeven worden, aangezien de gerechtelijke procedure zich nog in een vroeg stadium bevindt.

Verder is de Groep in het kader van haar dagdagelijkse activiteiten, verwikkeld in een aantal geschillen, zowel als eiser als beklaagde. Zulke geschillen evenals de hieraan verbonden kosten voor juridische vertegenwoordiging zijn gedekt door verzekeringen. Bovendien, zijn zij niet van een grootorde die buiten de normale gang van zaken valt of zijn niet van omvang dat ze de financiële positie van de Groep in het gedrang zouden brengen.

Toelichting 22 - Verbonden partijen

Identiteit van de verbonden partijen

De Groep heeft relaties met haar dochterondernemingen (zie toelichting 24), investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (zie toelichting 26) en met haar bestuurders en managers op sleutelposities (zie toelichting 23).

Transacties met Bestuurders en managers op sleutelposities

Het totaal bedrag van de vergoedingen, uitbetaald aan alle niet-uitvoerende bestuurders, voor hun prestaties in de Raad van Bestuur en Comités (waar toepasselijk) is als volgt:

(in duizenden EUR) 2020 2019 2018
Totale remuneratie 1.048 1.101 1.035

De remuneratie van de leden van het Directiecomité wordt jaarlijks vastgelegd door het Remuneratiecomité. De remuneratie (met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder) bestaat uit een vast en variabel gedeelte en kan als volgt samengevat worden:

(in duizenden EUR) 2020 2019 2018
Totale vaste remuneratie 2.165 1.579 1.231
waarvan
Pensioenbijdragen 18 80 39
Andere voordelen 143 81 75
Totale variabele remuneratie 1.029 2.424 1.153
waarvan
Op aandelen gebaseerde betalingen 69 1.403 299

Alle vermelde cijfergegevens betreffen de huidige leden van het Directiecomité gedurende 2020.

De remuneratie van de algemeen directeur kan als volgt samengevat worden:

(2020 en 2019 in duizenden EUR, 2018 in duizenden GBP) 2020 2019 2018
Totale vaste remuneratie 624 5.754 537
waarvan
Pensioenbijdragen 7
Andere voordelen 26 40
Totale variabele remuneratie 424 786 1.866
waarvan
Op aandelen gebaseerde betalingen 54 786 118

Op 12 februari 2015 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 236.590 opties en 65.433 voorwaardelijk toegekende aandelen toegekend in het kader van een langetermijn-aanmoedigingsprogramma. Verworven aandelenopties mogen tot 13 jaar na de toekenningsdatum uitgeoefend worden. Per 31 december 2020 bleven alle aandelenopties uitstaande maar alle voorwaardelijk toegekende aandelen werden in de loop van 2018 uitgeoefend (zie toelichting 14 en 23). Op 2 februari 2016 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 54.616 fictieve aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. Elk aandeel geeft een voorwaardelijk recht om een bedrag aan cash te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. Eén derde werd uitgeoefend op de tweede verjaardag, één derde werd uitgeoefend op de derde verjaardag en één derde werd uitgeoefend op de vierde verjaardag (zie toelichting 14 en 23). Op 9 februari 2017 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 66.449 fictieve aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. Elk aandeel geeft een voorwaardelijk recht om een bedrag aan cash te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. Eén derde werd uitgeoefend op de tweede verjaardag en één derde werd uitgeoefend op de derde verjaardag (zie toelichting 14 en 23). Op 16 februari 2018 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 154.432 fictieve aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijnaanmoedigingsprogramma. Elk aandeel geeft een voorwaardelijk recht om een bedrag aan cash te krijgen gelijk aan de reële marktwaarde van één aandeel van de Vennootschap op de uitoefeningsdatum. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. Eén derde werd uitgeoefend op de tweede verjaardag (zie toelichting 14 en 23).

Op 8 januari 2019 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 1.200.000 fictieve aandelen toegekend in het kader van een op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma ("TBIP"). Na het vertrek van de voormalige CEO werden 400,000 fictieve aandelen opgeheven. De eerste tranche van 12% werd verworven in het eerste kwartaal van 2020. De contractuele looptijd van het TBIP aanbod is vijf jaar. Een eerste tranche van 12% van het totaal aantal fictieve aandelen wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 12 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn). Een tweede tranche van 19% wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 14 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), een derde tranche van 25% wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 16 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) en een vierde tranche van 44% wordt verworven op de datum waarop het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 18 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) (zie toelichting 14 en 23). De TBIP definieert de aandelenprijs als de naar volume gewogen gemiddelde prijs van de aandelen verhandeld op de New York Stock Exchange over de dertig (30) werkdagen voorafgaand aan zulke datum. Op 1 april 2019 heeft de Raad van Bestuur (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) 152.346 voorwaardelijk toegekende aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. De fictieve aandelen worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2019) en zullen afgewikkeld worden in aandelen. Op 31 december 2020 waren 12.696 RSU's verworven, echter verworven RSU's zullen niet uitgekeerd worden in aandelen tot de eerste werkdag na 1 april 2022. Op 1 april 2020 heeft de Raad van Toezicht 144.392 voorwaardelijk toegekende aandelen toegekend in het kader van een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma. De fictieve aandelen worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2020) en zullen afgewikkeld worden in aandelen. Op 31 december 2020 waren er geen RSU's verworven.

Transacties met CMB

Euronav splitste in 2004 van Compagnie Maritime Belge (CMB). CMB levert bepaalde administratieve en algemene diensten aan marktconforme voorwaarden aan Euronav. In 2020 heeft CMB een totaal bedrag van 1.578 USD gefactureerd (2019: 1.336 USD en 2018: 1.151 USD).

In 2019 heeft Euronav samen met CMB Technology een project opgestart om een software te ontwikkelen om het brandstofverbruik van de Euronav vloot te monitoren. In 2019 heeft CMB een totaal bedrag van 167 duizend USD gefactureerd (150 duizend EUR) met betrekking tot het software ontwikkelingsproject (2020: 0 USD).

De groep heeft IMO 2020 conforme brandstof aangekocht (brandstof met een laag zwavelgehalte) voor toekomstig gebruik van haar eigen vloot (toelichting 11). Een ruling werd toegekend om deze activiteit onder te brengen onder het tonnage tax regime. Deze ruling staat ook toe om fysieke swaps uit te oefenen. In 2019 werden besprekingen opgestart om dergelijke brandstof swaps uit te oefenen met de CMB Groep. De swap overeenkomst werd uitgebreid naar CMB NV, Bocimar International NV en Bocimar Hong Kong Ltd. In de loop van 2020 werd een totaal van 51.000 metrische ton aan conforme brandstof uitgewisseld tussen deze partijen.

Onroerend goed

De Groep huurt kantoorruimten in België van Reslea N.V., een vennootschap onder zeggenschap van CMB. Onder deze overeenkomst betaalde de Groep een jaarlijkse huur van 335.033 USD in 2020 (2019: 290.858 USD en 2018: 185.326 USD). Deze huurovereenkomst loopt op 31 augustus 2021 ten einde.

De Groep onderverhuurt ook een kantoorruimte in haar kantoor te Londen, Verenigd Koninkrijk, via haar dochteronderneming Euronav (UK) Agencies Limited, in het kader van een onderverhuurovereenkomst daterende van 25 september 2014, met Tankers (UK) Agencies Limited, een 50-50 joint venture met International Seaways. Onder deze onderhuur heeft de Groep in 2020 een huur ontvangen van 218.074 USD (2019: 216.750 USD en 2018: 227.089 USD). Deze onderhuur loopt op 27 april 2023 ten einde.

Transacties met dochterondernemingen en joint ventures

De Groep heeft gelden ter beschikking gesteld aan sommige van haar joint ventures onder de vorm van aandeelhoudersvoorschotten volgens vooraf overeengekomen voorwaarden (zie onderaan en toelichting 26).

Op 19 november 2019 is de Groep een joint venture aangegaan met vennootschappen verbonden aan Ridgebury Tankers en klanten van Tufton Oceanic. Elke 50-50 joint venture kocht één Suezmax-schip aan. De joint ventures, Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd. zijn verschillende overeenkomsten aangegaan waaronder een gewaarborgde termijnlening van 36,7 miljoen USD en een doorlopend krediet van 3,0 miljoen USD met Euronav Hong Kong als ontlener, een overeenkomst voor de commerciële uitbating met Euronav NV en een overeenkomst voor de technische uitbating met Ridgebury.

Op 15 september 2020 werd de Suezmax Bastia verkocht voor 20,5 miljoen USD. Een meerwaarde op de verkoop van 0,4 miljoen USD (Euronav's aandeel) werd geboekt in de joint venture onderneming. Het schip werd geleverd aan haar nieuwe eigenaars. Volgend op deze verkoop, werd de aandeelhouderslening aan Bastia Shipholding Ltd. volledig terugbetaald.

Balansposities en transacties tussen de Groep en haar dochterondernemingen werden geëlimineerd op consolidatieniveau en werden niet opgenomen in deze toelichting. Details van de uitstaande balansposities en transacties tussen de Groep en haar joint ventures zijn opgenomen als volgt:

Per 31 december 2019

(in duizenden USD) Handels
vorderingen
Handels
schulden
Aandeelhou
derslening
Omzet Dividend
inkomsten
TI Africa Ltd 227 23.215 390
TI Asia Ltd 90 390 12.600
Bari Shipholding ltd. 265 211 18.390 13
Bastia Shipholding ltd. 301 96 18.773 25
Tankers Agencies (UK) Ltd 132
Totaal 883 439 60.379 818 12.600

Per 31 december 2020

(in duizenden USD) Handels
vorderingen
Handels
schulden
Aandeelhou
derslening
Omzet Dividend
inkomsten
TI Africa Ltd 440 16.665 398
TI Asia Ltd 472 398 5.550
Bari Shipholding ltd. 283 52 19.271 342
Bastia Shipholding ltd. 17 1 326 1.590
Tankers Agencies (UK) Ltd 19 135
Totaal 1.231 188 35.936 1.464 7.534

Garanties

De Groep heeft garanties gegeven aan banken die leningen hebben toegestaan aan de joint ventures van de Groep. Het totaal bedrag uitstaande onder deze kredietovereenkomsten op 31 december 2020 bedroeg 90,4 miljoen USD (2019: 139,2 miljoen USD), waarvan de Groep 45,2 miljoen USD gewaarborgd heeft (2019: 69,6 miljoen USD) (zie toelichting 26).

Toelichting 23 - Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten

Omschrijving van de op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten

Op 31 december 2020 had de Groep de volgende op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten:

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2015 (afgewikkeld in eigenvermogensinstrumenten)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2015 een langetermijnaanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden 40% van hun respectievelijk LTIP in de vorm van Euronav aandelenopties verkrijgen, met uitoefening over 3 jaren op vervaldag en 60% in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSU's"), die uitbetaald zullen worden in cash en in één keer uitoefenbaar op de derde vervaldag. In totaal werden 236.590 opties en 65.433 RSU's toegekend op 12 februari 2015. Aandelenopties die onvoorwaardelijk zijn geworden kunnen uitgeoefend worden tot 13 jaar na de toekenningsdatum. De aandelenopties hebben een uitoefenprijs van 10,0475 EUR en zijn afgewikkeld in eigenvermogeninstrumenten. Per 31 december 2020, bleven alle aandelenopties uitstaande, maar alle RSU's werden uitgevoerd in 2018. De totale kosten aan personeelsbeloningen met betrekking tot het LTIP 2015, die gedurende 2020 werden opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening, bedroegen 0 USD (2019: 0 duizend USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2016 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2016 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden hun respectievelijke LTIP verkrijgen in geldmiddelen, gebaseerd op de naar volume gewogen gemiddelde koers van de verhandelde aandelen op Euronext Brussel gedurende de laatste 3 werkdagen van de wachtperiode. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 2 februari 2016 54.616 fictieve aandelen toegekend en één-derde werd verworven op de tweede verjaardag, één-derde op de derde verjaardag en één-derde op de vierde verjaardag. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2020 waren er geen uitstaande fictieve aandelen meer. De LTIP 2016 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het LTIP 2016, gemeten op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op rapporteringsdatum, en rekening houdend met de mate waarin diensten tot op heden zijn verleend. De totale vergoeding die gedurende 2020 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 0,3 miljoen USD (2019: opbrengst van 0,1 miljoen USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2017 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2017 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden hun respectievelijk LTIP verkrijgen in geldmiddelen, gebaseerd op de naar volume gewogen gemiddelde koers van de verhandelde aandelen op Euronext Brussel gedurende de laatste 3 werkdagen van de wachtperiode. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 9 februari 2017 66.449 fictieve aandelen toegekend en één-derde werd verworven op de tweede verjaardag en één-derde op de derde verjaardag. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2020 waren 16.210 fictieve aandelen uitstaande. De LTIP 2017 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het LTIP 2017, gemeten op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op rapporteringsdatum, en rekening houdend met de mate waarin diensten tot op heden zijn verleend. De totale vergoeding die gedurende 2020 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 0,3 miljoen USD (2019: kost van 22.000 miljoen USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2018 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2018 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zullen de begunstigden hun respectievelijk LTIP verkrijgen in geldmiddelen, gebaseerd op de naar volume gewogen gemiddelde koers van de verhandelde aandelen op Euronext Brussel gedurende de laatste 3 werkdagen van de wachtperiode. De fictieve aandelen zullen elk jaar één-derde uitoefenbaar zijn op de tweede, derde en vierde verjaardag na de toekenningsdatum. In totaal werden op 16 februari 2018 154,432 fictieve aandelen toegekend en één-derde werd verworven op de tweede verjaardag. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2020 waren 71.854 fictieve aandelen uitstaande. De LTIP 2018 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het LTIP 2018, gemeten op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op rapporteringsdatum, en rekening houdend met de mate waarin diensten tot op heden zijn verleend. De totale vergoeding die gedurende 2020 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 0,4 miljoen USD (2019: kost van 0,7 miljoen USD).

Op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma 2019 (afgewikkeld in geldmiddelen)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een op transactie gebaseerd aanmoedigingsprogramma ("TBIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit TBIP, komt hoger management in aanmerking om fictieve aandelen toegekend te krijgen. Elk fictief aandeel geeft de houder een voorwaardelijk recht om een bedrag in contanten te krijgen gelijk aan de Fair market value ("FMV") van één aandeel van de Vennootschap vermenigvuldigd met het aantal fictieve aandelen die verworven zijn voor de uitoefeningsdatum. Het TBIP definieert FMV als de naar volume gewogen gemiddelde koers van de aandelen op de New York Stock Exchange gedurende de dertig (30) werkdagen voorafgaand aan die datum. De verwerving en uitoefening van de TBIP is gespreid over een periode van vijf jaar. De toegekende fictieve aandelen worden verworven in vier tranches: de eerste tranche van 12% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 12 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de tweede tranche van 19% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 14 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de derde tranche van 25% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 16 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) en de vierde tranche van 44% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 18 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn). In totaal werden 1.200.000 fictieve aandelen toegekend op 8 januari 2019 en de eerste tranche van 12% werd verworven in het eerste kwartaal van 2020. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2020 waren 704.000 fictieve aandelen uitstaande. De TBIP 2019 kwalificeert als een in geld afgewikkelde, op aandelen gebaseerde, betalingstransactie, aangezien de Vennootschap diensten ontvangt van de deelnemers en een verplichting aangaat om de transactie in geldmiddelen af te wikkelen. De Vennootschap erkent een schuld met betrekking tot haar verplichtingen onder het TBIP 2019. De reële waarde van het plan wordt bepaald aan de hand van het binominaal model, waarbij de kosten worden verdeeld over de verwachte wachtperiode in de verschillende tranches. De totale vergoeding die gedurende 2020 in de geconsolideerde resultatenrekening werd opgenomen, bedroeg 0,4 miljoen USD (2019: kost van 1,8 miljoen USD).

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2019 (afgewikkeld in eigenvermogensinstrumenten)

De Raad van Bestuur van de Vennootschap (vanaf februari 2020 Raad van Toezicht) heeft in 2019 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende aandelen ("RSU's"). De RSU's worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2019) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 152.346 RSU's toegekend op 1 april 2019. Per 31 december 2020 waren 12.696 RSU's verworven, echter verworven RSU's zullen niet worden uitgekeerd in aandelen tot de eerste werkdag na 1 april 2022. De totale vergoeding in de geconsolideerde resultatenrekening in 2020 bedroeg 0,1 miljoen USD.

Langetermijn-aanmoedigingsprogramma 2020 (afgewikkeld in eigenvermogensinstrumenten)

De Raad van Toezicht van de Vennootschap heeft in 2020 een additioneel langetermijn-aanmoedigingsprogramma ("LTIP") geïmplementeerd voor hoger management. Volgens de voorwaarden van dit LTIP, zal het hoger management 100% van hun respectievelijke LTIP verkrijgen in de vorm van voorwaardelijk toegekende Euronav aandelen ("RSU's"). De RSU's worden verworven over drie jaar in drie gelijke jaarlijkse termijnen op de drie verjaardagen vanaf de referentiedatum (1 april 2020) en zullen worden afgewikkeld in aandelen. In totaal werden 144.392 RSU's toegekend op 1 april 2020.

Bepaling van de reële waarde

De reële waarde van de aandelenopties voor hoger management verkregen onder het 2015 LTIP is bepaald door gebruik te maken van de Black-Scholes formule. Prestatie- en niet-marktgerelateerde voorwaarden werden niet meegenomen bij de bepaling van de reële waarde.

De inputs die gebruikt zijn bij de bepaling van de reële waarden op toekenningsdatum voor het in eigen vermogensinstrumenten afgewikkelde aandelenoptieprogramma zijn als volgt:

LTIP 2015
(in EUR) Tranche 1 Tranche 2 Tranche 3
Reële waarde bij toekenningsdatum 1,853 1,853 1,853
Aandelenkoers bij toekenningsdatum 10,050 10,050 10,050
Uitoefenprijs 10,0475 10,0475 10,0475
Verwachte volatiliteit (gewogen gemiddelde) 39,63 % 39,63 % 39,63 %
Verwachte looptijd (dagen (gewogen gemiddelde) 365 730 1.095
Verwachte dividenden 8 % 8 % 8 %
Risicovrije interestvoet 0,66 % 0,66 % 0,66 %

Verwachte volatiliteit is gebaseerd op een evaluatie van de historische volatiliteit van de aandelenkoers van de Vennootschap, in het bijzonder over de historische periodes die samenvallen met de verwachte looptijd. De verwachte looptijd van de instrumenten is gebaseerd op de historische ervaring en het algemene gedrag van de optiehouder gebruikmakende van de Monte Carlo simulatie.

De verplichting met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2016, LTIP 2017 en LTIP 2018 wordt berekend op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap op de rapporteringsdatum, rekening houdende met de tot dan toe verleende diensten. Eén-derde van de toegekende fictieve aandelen van 2 februari 2016 was verworven op de tweede verjaardag, één-derde op de derde verjaardag en één-derde op de vierde verjaardag. Per 31 december 2020 waren er geen fictieve aandelen meer uitstaande. Eén-derde van de toegekende fictieve aandelen van 9 februari 2017 was verworven op de tweede verjaardag en één-derde op de derde verjaardag. 16.210 fictieve aandelen bleven nog uitstaande op 31 december 2020. Eén-derde van de toegekende fictieve aandelen van 16 februari 2018 was verworven op de tweede verjaardag. 71,854 fictieve aandelen bleven nog uitstaande op 31 december 2020. De aandelenkoers van de Vennootschap was 10,613 EUR op de toekenningsdatum van het LTIP 2016, 7,268 EUR op de toekenningsdatum van het LTIP 2017 en 7,237 EUR op de toekenningsdatum van het LTIP 2018, en was 6,60 EUR op 31 december 2020.

De Vennootschap erkent een verplichting aan reële waarde met betrekking tot haar verbintenissen onder het TBIP 2019. De reële waarde van het plan wordt bepaald aan de hand van het binominaal model, waarbij de kosten worden verdeeld over de verwachte verwervingsperiode over de verschillende tranches. De verwerving en uitoefening van de TBIP is gespreid over een tijdspanne van vijf jaar. De toegekende fictieve aandelen worden verworven in vier tranches: de eerste tranche van 12% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 12 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de tweede tranche van 19% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 14 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn), de derde tranche van 25% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 16 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn) en de vierde tranche van 44% wordt verworven wanneer het Euronav aandeel een aandelenprijs bereikt van 18 USD (verminderd met het bedrag aan betaalde dividenden sinds toekenningsdatum, indien er al zijn). Het TBIP definieert FMV als de naar volume gewogen gemiddelde koers van de aandelen op de New York Stock Exchange gedurende de dertig (30) werkdagen voorafgaand aan die datum. In totaal werden 1.200.000 fictieve aandelen toegekend op 8 januari 2019 en de eerste tranche van 12% werd verworven in het eerste kwartaal van 2020. Na het ontslag van onze voormalige CEO Paddy Rodgers, werden zijn fictieve aandelen opgeheven. Per 31 december 2020 waren 704.000 fictieve aandelen uitstaande.

De inputs die gebruikt zijn bij de bepaling van de reële waarde op toekenningsdatum voor het TBIP waren als volgt:

TBIP
Tranche 1 Tranche 2 Tranche 3 Tranche 4
Risicovrije interestvoet 1,69 % 1,69 % 1,69 % 1,69 %
Jaarlijkse volatiliteit 33,43 % 33,43 % 33,43 % 33,43 %
Verwachte verwervingsperiode (jaren) 3,05 3,38 3,69 3,98

De verplichting met betrekking tot haar verbintenissen onder het LTIP 2019 is voor 75% onderworpen aan de relatieve TSR (Total Shareholder Return) ten opzichte van een vergelijkbare groep over een periode van drie jaar. Elke jaarlijkse meting is een derde van de 75% van de toekenning waard. En voor 25% onderworpen aan een absolute TSR van de aandelen van de Vennootschap die elk jaar wordt gemeten voor een derde of 25% van de toekenning. In totaal werden 152.346 RSU's toegekend op 1 april 2019. Per 31 december 2020 waren 12.696 RSU's verworven, echter de verworven RSU's zullen niet worden uitgekeerd in aandelen tot de eerste werkdag na 1 april 2022.

Personeelskosten erkend in winst- en verliesrekening

Voor details over de opgenomen personeelskosten, zie toelichting 5 en toelichting 17. De kosten gerelateerd aan het LTIP 2016, LTIP 2017, LTIP 2018, TBIP 2019, en LTIP 2019 (-0,7 miljoen USD) zijn inbegrepen in de voorziening voor personeelsvoordelen.

Overzicht uitstaande aandelenopties

Het aantal opties en het gewogen gemiddelde van de uitoefenprijs van de opties onder het LTIP 2015 zijn als volgt:

(in EUR) Aantal opties
2020
Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
2020
Aantal opties
2019
Gewogen
gemiddelde
uitoefenprijs
2019
Uitstaande per 1 januari 236.590 7,732 236.590 7,732
Opgegeven gedurende het jaar
Uitgeoefend gedurende het jaar
Toegekend gedurende het jaar
Uitstaand per 31 december 236.590 7,732 236.590 7,732
Uitoefenbaar per 31 december 236.590 236.590
Land van
oprichting
Consolidatie
methode
Belangenpercentage
31
december
2020
31
december
2019
31
december
2018
Moedermaatschappij
Euronav NV België volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav NV, Antwerp,
Geneva (branch office)
Euronav NV, London (branch
office)
Dochterondernemingen
Euronav Tankers NV België volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav Shipping NV België volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav (UK) Agencies Limited Verenigd
Koninkrijk
volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav Luxembourg SA Luxemburg volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav sas Frankrijk volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav Ship Management sas Frankrijk volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav Ship Management
Antwerp (branch office)
Euronav Ship Management Ltd Liberië volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav Ship Management
Hellas (branch office)
Euronav Hong Kong Hong Kong volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euro-Ocean Ship Management
(Cyprus) Ltd
Cyprus volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Euronav Singapore Singapore volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Fiorano Shipholding Ltd Hong Kong volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Larvotto Shipholding Ltd Hong Kong volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Euronav MI Inc Marshall
eilanden
volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Gener8 Maritime Subsidiary II
Inc.
Marshall
eilanden
volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Gener8 Maritime Subsidiary
New IV Inc.
Marshall
eilanden
volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Gener8 Maritime Management
LLC
Marshall
eilanden
volledige consolidatie 100,00 % 100,00 % 100,00 %
Gener8 Maritime Subsidiary V
Inc.
Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Maritime Subsidiary
VIII Inc.
Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Maritime Subsidiary
Inc.
Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Zeus LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Atlas LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Hercules LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Ulysses LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Posseidon LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Victory Ltd. Bermuda volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Vision Ltd. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
GMR Spartiate LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %

Toelichting 24 - Groepsvennootschappen

volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
volledige consolidatie
GMR Maniate LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR St Nikolas LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR George T LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Kara G LLC Liberië volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Harriet G LLC Liberië volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Orion LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Argus LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Spyridon LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
GMR Horn LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Phoenix LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Strength LLC Liberië volledige consolidatie NA NA 100,00 %
GMR Daphne LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
GMR Defiance LLC Liberië volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
GMR Elektra LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Companion Ltd. Bermuda volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Compatriot Ltd. Bermuda volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Consul Ltd. Bermuda volledige consolidatie NA NA 100,00 %
GMR Agamemnon LLC Liberië volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Neptune LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Athena LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Apollo LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Ares LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Hera LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Constantine LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Oceanus LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Nestor LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Nautilus LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Macedon LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Noble LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Ethos LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Perseus LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Theseus LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Hector LLC Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA 100,00 % 100,00 %
Gener8 Strength Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Supreme Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Marshall
Gener8 Andriotis Inc. eilanden volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Militiades Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Success Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Chiotis Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 1 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 2 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 3 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 4 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 5 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 6 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 7 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Gener8 Tankers 8 Inc. Marshall
eilanden
volledige consolidatie NA NA 100,00 %
Joint ventures
Kingswood Co. Ltd Marshall
eilanden
vermogensmutatie NA 50,00 % 50,00 %
TI Africa Ltd Hong Kong vermogensmutatie 50,00 % 50,00 % 50,00 %
TI Asia Ltd Hong Kong vermogensmutatie 50,00 % 50,00 % 50,00 %
Tankers Agencies (UK) Ltd Verenigd
Koninkrijk
vermogensmutatie 50,00 % 50,00 % 50,00 %
Tankers International LLC Marshall
eilanden
vermogensmutatie 50,00 % 50,00 % 50,00 %
Bari Shipholding Ltd Hong Kong vermogensmutatie 50,00 % 50,00 % NA
Bastia Shipholding Ltd Hong Kong vermogensmutatie 50,00 % 50,00 % NA

Op 31 december 2020 bezit de Groep 50% van de stemrechten in TUKA maar bezit 61% van de uitstaande aandelen die participeren in het resultaat van de onderneming.

Op 31 december 2020 bezit de Groep 50% van de stemrechten in TI LLC maar bezit 59% van de uitstaande aandelen die participeren in het resultaat van de onderneming.

In 2018 werden twee dochterondernemingen, Fiorano Shipholding Ltd en Larvotto Shipholding Ltd ontbonden.

Tengevolge van de fusie met Gener8 Maritime Inc. op 12 juni 2018, zoals uiteengezet in toelichting 25, heeft de Groep nieuwe dochterondernemingen verworven. Deze dochterondernemingen werden door Gener8 voornamelijk als SPV gebruikt om individuele schepen in eigendom te hebben. Alle schepen werden naar Euronav NV getransfereerd in 2018. The Groep had de intentie om het merendeel van deze dochterondernemingen te liquideren. In 2020 waren de volgende dochterondernemingen geliquideerd:

Gener8 Maritime Subsidiary V Inc. GMR Defiance LLC Gener8 Maritime Subsidiary VIII Inc. Companion Ltd. Gener8 Maritime Subsidiary Inc. Compatriot Ltd. GMR Zeus LLC Gener8 Neptune LLC GMR Atlas LLC Gener8 Athena LLC GMR Hercules LLC Gener8 Apollo LLC GMR Ulysses LLC Gener8 Ares LLC GMR Poseidon LLC Gener8 Hera LLC GMR Spartiate LLC Gener8 Constantine LLC GMR Maniate LLC Gener8 Oceanus LLC GMR St Nikolas LLC Gener8 Nestor LLC GMR George T LLC Gener8 Nautilus LLC GMR Kara G LLC Gener8 Macedon LLC GMR Harriet G LLC Gener8 Noble LLC GMR Orion LLC Gener8 Ethos LLC GMR Argus LLC Gener8 Perseus LLC GMR Horn LLC Gener8 Theseus LLC GMR Phoenix LLC Gener8 Hector LLC

In 2019 werd Euronav NV, Antwerp, Geneva (bijkantoor) opgericht en geïncorporeerd in het derde kwartaal van 2019.

In het vierde kwartaal van 2019 werden de twee nieuwe joint ventures Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd. geïncorporeerd (zie toelichting 26).

In 2020 werd één joint venture, Kingswood Co. Ltd, ontbonden.

In 2020 werd Euronav NV, London (bijkantoor) opgericht en geïncorporeerd in het derde kwartaal van 2020.

De Groep heeft 100% van de stemrechten in al haar dochterondernemingen.

Toelichting 25 - Bedrijfscombinaties

Fusie met Gener8 Maritime, Inc. ('Gener8')

Op 11 juni 2018 heeft de Groep aangekondigd dat de aandeelhouders van Gener8 op die dag de fusie tussen beide bedrijven goedgekeurd hebben waarbij Gener8 een volle dochteronderneming wordt van Euronav. Gener8 Maritime Inc., een onderneming opgericht volgens het recht van de Republiek van de Marshalleilanden, was een toonaangevende leverancier gevestigd in de Verenigde Staten van transportdiensten van zeevervoer van ruwe olie, resulterend uit een transformatieve fusie tussen General Maritime Corporation, een bekende eigenaar van tankerschepen, en Navig8 Crude Tankers Inc., een onderneming gesponserd door de Navig8 Groep, een onafhankelijke poolmanager van schepen. General Maritime Corporation werd opgericht in 1997 en is een actieve eigenaar en operator geweest in de ruwe tankersector. Op de datum van de fusie, had Gener8 een vloot van 29 tankers op het water, bestaande uit 21 VLCC schepen, 6 Suezmax schepen en 2 Panamax schepen met een totaal laadvermogen van ongeveer 7,4 miljoen dwt, met inbegrip van 19 "eco" VLCC nieuwbouwschepen geleverd vanaf 2015 tot 2017 uitgerust met geavanceerde, brandstofbesparende techniek, die gebouwd werden bij uiterst betrouwbare scheepswerven.

Euronav is van mening dat de fusie zal bijdragen aan de aandeelhouders van beide ondernemingen en is consistent met eerder gestelde expansiecriteria van Euronav. Door de fusie ontstond 's werelds grootste onafhankelijke ruwe olietankerrederij met 72 grote ruwe olie tankers voornamelijk gericht op de VLCC en Suezmax schepen en twee FSO's in joint venture en het genereren van tastbare schaalvoordelen via pooling-arrangementen, inkoopmogelijkheden, lagere overheadkosten en verbeterde toegang tot kapitaal.

Verder zal het een kapitaalkrachtig bedrijf aanbieden voor investeerders die in de tanker business willen stappen en een vergroting van de schaal van de Tankers International Pool (een spotmarktgerichte tanker pool) waardoor het bedrijf de laagste commerciële vergoedingen als percentage van de omzet in de sector kan blijven bieden als de fusie een feit is.

De "Omruilratio" van 0,7272 Euronav aandelen per Gener8 aandeel resulteerde in de uitgifte van 60.815.764 nieuwe gewone aandelen op 12 juni 2018. De Omruilratio omvat een premie van 35% betaald op de Gener8 aandelen op basis van de slotkoers van 20 december 2017. Na de fusie zullen de huidige aandeelhouders van Euronav ca. 72% van het totale kapitaal van de Gecombineerde Entiteit uitmaken en zal de overige ca. 28% worden aangehouden door de huidige aandeelhouders van Gener8 (op basis van het volledig verwaterde aandelenkapitaal van Euronav en het volledig verwaterde aandelenkapitaal van Gener8). Euronav als de Gecombineerde Entiteit blijft genoteerd op NYSE en Euronext onder het symbool "EURN".

Vervolgens heeft Euronav bepaalde dochterondernemingen verkocht die in het bezit zijn van 6 VLCC's aan International Seaways ("INSW") voor een totale cashbetaling van 141,0 miljoen USD waarvan 120,0 miljoen USD ontvangen was op 14 juni 2018, de datum van afsluiting. De resterende balans van 20,9 miljoen USD werd betaald in het vierde kwartaal. Deze verkoop was een belangrijk onderdeel van de Gener8 Maritime transactie omdat het Euronav de mogelijkheid biedt om de financiële hefboom van de Vennootschap rond het streefniveau van 50% te houden en om haar toekomstige financiële liquiditeit te behouden. De zes schepen die werden verkocht zijn de Gener8 Miltiades (2016 – 301,038 dwt), Gener8 Chiotis (2016 – 300,973 dwt), Gener8 Success (2016 – 300,932 dwt), Gener8 Andriotis (2016 – 301,014 dwt), Gener8 Strength (2015 – 300,960 dwt) en Gener8 Supreme (2016 – 300,933 dwt). De activa en verplichtingen van deze ondernemingen werden erkend aan reële waarde op de datum van afsluiting van de fusie. Deze reële waarde hield rekening met de bepalingen van de verkoop- en koopovereenkomst met INSW en bijgevolg werd er geen resultaat verwerkt op deze transactie.

Overgedragen vergoeding

(in USD) Totaal bedrijfscombinatie
Uitstaande Gener8 aandelen 83.267.426
RSU 362.613
Totaal Gener8 aandelen 83.630.039
Ratio 0,7272
Uitgegeven Euronav aandelen 60.815.764
Slotkoers Euronav op 11 juni 2018 9,1
Totaal overgedragen vergoeding 553.423.452

Bijdrage aan opbrengsten en winst/verlies

Sinds de overname door de Groep op 12 juni 2018, hebben de overgenomen ondernemingen 16,5 miljoen USD aan opbrengsten bijgedragen en een verlies van 43,7 miljoen USD in de geconsolideerde resultaten van de Groep voor het jaar eindigend op 31 december 2018. Indien de overname gebeurde op 1 januari 2018, schat management dat de geconsolideerde inkomsten van de Groep 665,5 miljoen USD zouden geweest zijn en het geconsolideerde verlies voor de periode van twaalf maanden eindigend op 31 december 2018 (160,1) miljoen USD. Bij het bepalen van deze bedragen, veronderstelde management dat de aanpassingen van de reële waarden, die ontstaan zijn op de overnamedatum, dezelfde zouden geweest zijn indien de overname plaats vond op 1 januari 2018.

Overname gerelateerde kosten

De Groep heeft ongeveer 5,0 miljoen USD kosten gemaakt gerelateerd aan externe juridische kosten te wijten aan vergoedingen voor due dilligence en adviserende prestaties. Deze overname gerelateerde kosten voor de bedrijfscombinatie werden in kost genomen wanneer deze gemaakt werden en zijn inbegrepen in de algemene en administratieve kosten.

Terugbetaling Blue mountain uitgifte

Als onderdeel van de fusie-overeenkomst en de overeenkomst tussen Gener8 en bepaalde ondernemingen die verbonden zijn met BlueMountain Capital Management LLC, de Senior Note met een boekwaarde van 205,7 miljoen USD werd terugbetaald op 12 juni 2018. Deze terugbetaling werd volledig gefinancierd door Euronav onder haar bestaande liquiditeiten (liquide middelen en kredietfaciliteiten) (zie toelichting 16).

Bankleningen

Op het moment van de fusie had Gener8 drie niet-achtergestelde gewaarborgde leningen: (i) de KEXIM kredietovereenkomst, (ii) de Nordea kredietovereenkomst en (iii) de Sinosure kredietovereenkomst waarvan de eerste twee overgenomen werden door Euronav in de fusie en de laatste werd overgenomen door INSW wanneer zij bepaalde dochterondernemingen verworven hadden die zes VLCC's in eigendom hebben. Voorgaand op de fusie, voldeed Gener8 niet aan de rentedekkingsratio covenant waarvoor zij kortetermijn vrijstellingen kregen van haar ontleners. Volgend op de fusie, werd de Kexim kredietovereenkomst aangepast om de covenanten te aligneren met de andere niet-achtergestelde kredietfaciliteiten van de Groep wat de non-conformiteit zou oplossen. De Groep, in verregaande onderhandelingen om de Nordea kredietovereenkomst te herfinancieren, besloot om deze niet-achtergestelde gewaarborgde faciliteit niet aan te passen en bijgevolg, gegeven de non-conformiteit en de resterende looptijd van de kortetermijn vrijstelling, klasseerde de volledige faciliteit als kortetermijn. Op 17 september 2018 werd deze faciliteit volledig terugbetaald.

Identificeerbare verworven activa en aangegane verplichtingen

De volgende tabel vat de opgenomen bedragen samen van de verworven activa en aangegane verplichtingen op de overnamedatum.

(in duizenden USD) Toelichting Totaal Gener8
Dochteronder
-nemingen
INSW
Dochteronder
-nemingen
Schepen 8 1.704.250 1.270.250 434.000
Overige materiële vaste activa - 345 345
Immateriële vaste activa - 152 152
Vorderingen - 16.750 9.599 7.151
Vlottende activa - 79.459 64.829 14.629
Geldmiddelen en kasequivalenten - 126.288 126.288
Leningen en financieringen 16 (1.312.446) (1.001.478) (310.968)
Provisie verlieslatende contracten 21 (5.303) (5.303)
Kortlopende schulden - (33.012) (29.160) (3.852)
Totaal identificeerbare verworven netto
activa
576.482 435.522 140.960
(in duizenden USD) Reële waarde
per
overnamedatum
Overgedragen vergoeding - 553.423
Totaal identificeerbare verworven netto-activa - 576.482
Winst op voordelige koop 23.059

De transactie resulteerde in een winst op voordelige koop van 23,1 miljoen USD aangezien de reële waarde van de verworven activa en aangegane verplichtingen het totaal van de reële waarde van de betaalde vergoeding overschreed. Het management van Euronav heeft herbeoordeeld of zij alle verworven activa en alle aangegane verplichtingen correct geidentificeerd hebben en dit teveel blijft.

Het management van Euronav is van mening dat de prijs van de voordelige koop een direct gevolg is van de gelimiteerde liquiditeit van Gener8 en dat haar aandelen onder de waarde per aandeel van de netto activa verhandeld werden voorafgaand en op het moment van de overeengekomen ratio evenals een kleine stijging in de reële waarde van de schepen tussen het tijdstip van de overeengekomen omruilratio en het moment van de fusie wanneer de valuatie van de schepen beoordeeld werden.

Deze winst werd opgenomen in de geconsolideerde resultatenrekening van 2018, onder de rubriek 'winst op voordelige koop'.

Per 12 juni 2018, bedroeg de verworven bruto contractueel te ontvangen bedragen 98,2 miljoen USD en de bedragen waarvan verondersteld wordt niet inbaar te zijn, bedroegen 2,0 miljoen USD wat resulteert in een netto vordering van 96,2 miljoen USD (zie bovenstaande tabel, de som van vorderingen en vlottende activa).

Toelichting 26 - Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Activa
Aandeel in joint ventures 51.703 50.322
Aandeel in geassocieerde ondernemingen
TOTAAL 51.703 50.322
Passiva
Aandeel in joint ventures
Aandeel in geassocieerde ondernemingen
TOTAAL

Joint Ventures

De volgende tabel toont de balansbewegingen met betrekking tot de joint ventures van de Groep:

ACTIEF
(in duizenden USD) Investeringen
verwerkt volgens de
vermogensmu
tatiemethode
Aandeelhouders
leningen
Brutosaldo 27.565 162.763
Verrekening investering met aandeelhouderslening 3.030 (3.030)
Balans per 1 januari 2018 30.595 159.733
Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode 16.076
Aandeel Groep in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
(459)
Beweging op aandeelhoudersleningen aan joint ventures (134.097)
Brutosaldo 43.182 28.666
Verrekening investering met aandeelhouderslening
Balans per 31 december 2018 43.182 28.666
Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode 16.460
Aandeel Groep in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
(720)
Ontvangen dividenden van joint ventures (12.600)
Beweging op aandeelhoudersleningen aan joint ventures 31.713
Startkapitaal verstrekt aan joint ventures 4.000
Brutosaldo 50.322 60.379
Verrekening investering met aandeelhouderslening
Balans per 31 december 2019 50.322 60.379
Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode 10.917
Aandeel Groep in overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
(2)
Ontvangen dividenden van joint ventures (7.534)
Beweging op aandeelhoudersleningen aan joint ventures (26.443)
Terugbetaling kapitaal verstrekt aan joint ventures (2.000)
Brutosaldo 51.703 33.936
Verrekening investering met aandeelhouderslening
Balans per 31 december 2020 51.703 33.936

De daling in de langetermijn aandeelhoudersleningen aan joint ventures in 2018 is voornamelijk toe te wijzen aan de 220,0 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietfaciliteit die TI Asia Ltd. en TI Africa Ltd. aangegaan zijn op 29 maart 2018. De langetermijn aandeelhoudersleningen werden gedeeltelijk terugbetaald door gebruik te maken van een gedeelte van de opbrengsten van deze nieuwe lening. In deze context heeft de Vennootschap een garantie verstrekt voor de doorlopende tranche van de bovengenoemde kredietfaciliteit.

De stijging in de langetermijn aandeelhoudersleningen aan joint ventures in 2019 is toe te wijzen aan de aandeelhoudersleningen verstrekt aan nieuw opgerichte joint ventures Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd. (zie toelichting 10).

De daling in de langetermijn aandeelhoudersleningen aan joint ventures in 2020 is toe te wijzen aan de terugbetaling van aandeelhoudersleningen verstrekt aan TI Africa, Bari Shipholding Ltd. en Bastia Shipholding Ltd., de laatste volgend op de verkoop van het schip in september 2020 (zie toelichting 10).

Joint venture Segment Omschrijving
Kingswood Co. Ltd Tankers Holding; moedermaatschappij van Seven Seas Shipping Ltd. en
geliquideerd in 2020
Seven Seas Shipping Ltd Tankers Vroegere eigenaar van 1 VLCC gekocht in 2016 door Euronav. 100%
dochteronderneming van Kingswood Co. Ltd. en geliquideerd in 2020
Tankers Agencies (UK) Ltd Tankers Moedermaatschappij van Tankers International Ltd
Tankers International LLC Tankers De manager van de Tankers International Pool die commercieel de
meerderheid van de VLCCs van de Groep uitbaat
Bari Shipholding Ltd. Tankers Individuele scheepvaartonderneming, eigenaar van 1 Suezmax
Bastia Shipholding Ltd. Tankers Vroegere eigenaar van 1 Suezmax, slapende vennootschap
TI Africa Ltd FSO Exploitant en eigenaar van een individuele drijvende opslag- en
verladingsfaciliteit (FSO Africa) *
TI Asia Ltd FSO Exploitant en eigenaar van een individuele drijvende opslag- en
verladingsfaciliteit (FSO Asia) *

* Beide FSO Asia en FSO Africa zijn onder tijdsbevrachtingscontract met North Oil Company (NOC), de nieuwe uitbater van de Al Shaheen olievelden, tot midden 2032.

Activa

De volgende tabel geeft een samenvatting weer van financiële informatie voor alle joint ventures van de Groep:

(in duizenden USD) Kingswood
Co. Ltd
Seven Seas
Shipping
Ltd
TI Africa
Ltd
TI Asia Ltd Tankers
Agencies (UK)
Ltd (zie
toelichting 24)
TI LLC (zie
toelichting
24)
Totaal
Per 31 december 2018
Belangen-percentage 50 % 50 % 50 % 50 % 50 % 50 %
Vaste activa 522 154.553 147.962 306 303.343
waarvan schepen 153.404 146.654 300.058
Vlottende activa 792 9.119 22.450 351.702 288 384.351
waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 696 484 2.561 2.487 6.227
Langlopende schulden 522 130.068 74.171 204.760
waarvan bankleningen 70.080 67.551 137.630
Kortlopende schulden 6 1 24.400 23.699 349.096 48 397.250
waarvan bankleningen 23.867 23.015 64.500 111.382
Netto-activa (100%) 516 269 9.205 72.542 2.912 240 85.685
Aandeel Groep in Netto-activa 258 134 4.603 36.271 1.774 141 43.182
Aandeelhoudersleningen aan joint venture 28.665 28.665
Netto boekwaarde van belang in joint venture 258 134 4.603 36.271 1.774 141 43.182
Resterende aandeelhouderslening aan joint venture 28.665 28.665
Omzet 1 49.129 49.180 749.229 847.540
Afschrijvingen en amortisaties (18.209) (17.933) (71) (36.213)
Interestkosten (3.857) (3.733) (2.571) (10.161)
Winstbelastingen (1.585) (1.611) (216) (3.412)
Winst (verlies) voor de periode (100%) (2) (5) 15.742 15.977 352 10 32.074
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%) (477) (441) (918)
Aandeel Groep in winst (verlies) voor de periode (1) (2) 7.871 7.989 214 6 16.076
Aandeel Groep in gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
(239) (220) (459)

Activa

(in duizenden USD) Kingswood
Co. Ltd
Seven
Seas
Shipping
Ltd
TI Africa
Ltd
TI Asia
Ltd
Tankers
Agencies
(UK) Ltd (zie
toelichting
24)
TI LLC
(zie
toelichting
24)
Bari
Shipholding
Ltd.
Bastia
Shipholding
Ltd.
Totaal
Per 31 december 2019
Belangen-percentage 50 % 50 % 50 % 50 % 50 % 50 % 50 % 50 %
Vaste activa 530 137.426 128.722 944 21.833 21.628 311.083
waarvan schepen 135.195 128.722 21.833 21.628 307.377
Vlottende activa 800 10.809 10.001 418.505 267 1.573 5.577 447.531
waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 800 1.701 917 3.246 250 6.913
Langlopende schulden 525 97.514 49.026 490 18.390 18.773 184.718
waarvan bankleningen 45.567 43.927 89.495
Kortlopende schulden 10 1 26.370 27.318 415.301 51 705 4.328 474.085
waarvan bankleningen 24.856 23.968 135.000 183.824
Netto-activa (100%) 520 274 24.351 62.379 3.658 216 4.310 4.104 99.811
Aandeel Groep in Netto-activa 260 137 12.175 31.189 2.227 127 2.155 2.052 50.322
Aandeelhoudersleningen aan joint venture 23.215 18.390 18.773 60.379
Netto boekwaarde van belang in joint
venture
260 137 12.175 31.189 2.227 127 2.155 2.052 50.322
Resterende aandeelhouderslening aan
joint venture
23.215 18.390 18.773 60.379
Omzet 8 49.434 49.487 1.307.523 938 1.970 1.409.360
Afschrijvingen en amortisaties (18.209) (17.933) (67) (273) (507) (36.988)
Interestkosten (4.633) (4.482) (3.292) (155) (202) (12.764)
Winstbelastingen (1.588) (1.573) (243) (3.405)
Winst (verlies) voor de periode (100%) (3) 6 15.881 15.743 746 (24) 310 104 32.763
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
(100%)
(735) (706) (1.441)
Aandeel Groep in winst (verlies) voor de
periode
(1) 3 7.941 7.871 454 (14) 155 52 16.460
Aandeel Groep in gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
(367) (353) (720)
Activa
(in duizenden USD) Kingswood
Co. Ltd
Seven
Seas
Shipping
Ltd
TI Africa
Ltd
TI Asia
Ltd
Tankers
Agencies
(UK) Ltd (zie
toelichting
24)
TI LLC
(zie
toelichting
24)
Bari
Shipholding
Ltd
Bastia
Shipholding
Ltd
Totaal
Per 31 december 2020
Belangenpercentage 50 % 50 % 50 % 50 % 50 % 50 % 50 % 50 %
Vaste activa 118.337 112.160 720 20.079 251.296
waarvan schepen 118.337 112.160 20.079 250.576
Vlottende activa 10.187 10.176 232.865 243 2.609 514 256.595
waarvan geldmiddelen en kasequivalenten 1.138 1.109 3.124 1.573 193 7.137
Langlopende schulden 65.355 30.652 276 17.271 113.554
waarvan bankleningen 19.929 19.215 39.144
Kortlopende schulden 29.277 30.547 228.851 61 2.856 345 291.937
waarvan bankleningen 25.886 24.961 37.500 88.347
Netto-activa (100%) 33.893 61.136 4.458 182 2.562 170 102.401
Aandeel Groep in Netto-activa 16.946 30.568 2.715 107 1.281 85 51.703
Aandeelhoudersleningen aan joint venture 16.665 17.271 33.936
Nettoboekwaarde van belang in joint
venture
16.946 30.568 2.715 107 1.281 85 51.703
Resterende aandeelhouderslening aan
joint venture
16.665 17.271 33.936
Omzet 49.922 49.976 1.478.909 12.288 14.131 1.605.227
Afschrijvingen en amortisaties (16.858) (16.562) (56) (4.257) (2.871) (40.604)
Interestkosten (3.358) (3.233) (1.651) (1.834) (1.251) (11.327)
Winstbelastingen (10.397) (10.135) (232) (20.764)
Winst (verlies) voor de periode (100%) (1) (1) 9.549 9.855 800 (34) (1.748) 3.246 21.666
Gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
(100%)
(1) (3) (4)
Aandeel Groep in winst (verlies) voor de
periode
4.775 4.927 487 (20) (874) 1.623 10.917
Aandeel Groep in gerealiseerde en niet
gerealiseerde resultaten
(1) (2)

Leningen en financieringen

Op 29 maart 2018 hebben TI Asia Ltd en TI Africa Ltd een 220,0 miljoen USD niet-achtergestelde gewaarborgde kredietovereenkomst afgesloten. De kredietfaciliteit bestaat uit een termijnlening van 110,0 miljoen USD en een doorlopende lening van 110,0 miljoen USD met het doel om de twee FSO's te herfinancieren alsook voor algemene bedrijfsdoeleinden. De Vennootschap heeft een garantie verstrekt voor het gedeelte van het doorlopende krediet. De reële waarde van deze garantie is niet significant gegeven de langetermijn contracten die beide FSO's hebben met North Oil Company tot midden 2032, wat resulteert in voldoende terugbetalingscapaciteit onder deze faciliteiten. Transactiekosten voor een totaal bedrag van 2,2 miljoen USD worden afgeschreven over de looptijd van het instrument gebruik makend van de effectieve rentevoetmethode. Per 31 december 2020 was het uitstaande bedrag op deze faciliteit 90,4 miljoen USD in totaal.

Alle bankleningen in de joint ventures zijn gewaarborgd door de onderliggende FSO en onderhevig aan specifieke convenanten.

De volgende tabel geeft een samenvatting weer van de voorwaarden en aflossingsschema van de bankleningen gehouden door de joint ventures:

(in duizenden USD) 31 december 2020 31 december 2019
Munt Nominale
interest
voet
Einde
looptijd
Omvang
faciliteit
Opgeno
men
bedrag
Boek
waarde
Omvang
faciliteit
Opgeno
men
bedrag
Boek
waarde
TI Asia Ltd
revolving loan
54M*
USD libor +2.0% 2022 22.179 22.179 22.088 34.163 34.163 33.948
TI Asia Ltd loan
54M*
USD libor +2.0% 2022 22.179 22.179 22.088 34.163 34.163 33.948
TI Africa Ltd
revolving loan
56M*
USD libor +2.0% 2022 23.001 23.001 22.908 35.429 35.429 35.212
TI Africa Ltd
loan 56M*
USD libor +2.0% 2022 23.001 23.001 22.908 35.429 35.429 35.212
Totaal interestdragende bankleningen 90.360 90.360 89.991 139.183 139.183 138.319

* De vermelde gewaarborgde bankleningen zijn onderworpen aan bankconvenanten.

Bankconvenanten

Per 31 december 2020 waren alle joint ventures in overeenstemming met de convenanten voor zover van toepassing van hun respectievelijke leningen.

Renteswaps

In verband met de 220,0 miljoen USD faciliteit, hebben TI Asia en TI Africa in 2018 meerdere renteswaps aangegaan voor een gecombineerde notionele waarde van 208,8 miljoen USD (belang Euronav bedraagt 50%). Deze renteswaps worden gebruikt om het risico af te dekken gerelateerd aan de fluctuatie van de Libor interestvoet en komen in aanmerking als afdekkingsinstrumenten in een kasstroomafdekkingsrelatie onder IFRS 9. Deze instrumenten worden gewaardeerd aan reële waarde; effectieve wijzigingen worden opgenomen in het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en het ineffectieve gedeelte wordt opgenomen in de resultatenrekening. Deze renteswaps hebben een resterende looptijd tussen één en twee jaar overeenkomstig het aflossingsschema van de faciliteit en vervalt respectievelijk op 21 juli 2022 en 22 september 2022 voor FSO Asia en FSO Africa (zie toelichting 14).

Schepen

Op 19 november 2019 is de Groep een joint venture aangegaan met vennootschappen verbonden aan Ridgebury Tankers en klanten van Tufton Oceanic. Elke 50%-50% joint venture vennootschap heeft één Suezmax-schip aangeschaft. De joint ventures hebben twee Suezmax-schepen aangekocht (Bari & Bastia) voor een totaalbedrag van 40,6 miljoen USD. Het schip Bastia werd verkocht op 15 september 2020 voor een netto verkoopprijs van 20,1 miljoen USD. De Vennootschap heeft een meerwaarde van 0,8 miljoen USD geboekt in het derde kwartaal van 2020 bij levering aan haar nieuwe eigenaar op 30 september 2020.

Er waren geen kapitaalverbintenissen per 31 december 2020, 31 december 2019 en 31 december 2018.

Geldmiddelen en kasequivalenten

(in duizenden USD) 2020 2019
Geldmiddelen en kasequivalenten van de
joint ventures
7.137 6.913
Aandeel Groep in geldmiddelen en
kasequivalenten
3.912 3.814

Diensten

De Groep is een overeenkomst aangegaan met haar joint ventures, voor de commerciële uitbating van beide schepen door de chartering desk van Euronav. De Groep is ook een overeenkomst aangegaan om boekhoud-, bijstand- en administratieve diensten aan te bieden. In 2020 factureerde de Groep in totaal 667.500 USD (2019: 18.222 USD).

De joint venture is tevens een overeenkomst aangegaan met de Groep om ons een managementvergoeding aan te rekenen voor de opvolging van het extern scheepsbeheer. In 2020 heeft de joint venture de Groep in totaal 453.600 USD (2019: 40.050 USD) gefactureerd.

Toelichting 27 - Belangrijkste wisselkoersen

Bij het opmaken van de geconsolideerde rekeningen werden de volgende belangrijkste wisselkoersen gehanteerd:

slotkoersen gemiddelde koersen
1 XXX =
x,xxxx USD
31 december
2020
31 december
2019
31 december
2018
2020 2019 2018
EUR
GBP
1,2271
1,3649
1,1234
1,3204
1,1450
1,2800
1,1384
1,2860
1,1213
1,2755
1,1838
1,3374

Toelichting 28 - Honoraria audit

De auditkosten voor de Groep bedroegen 0,9 miljoen USD (2019: 0,9 miljoen USD en 2018: 0,9 miljoen USD). Tijdens het jaar hebben de commissaris en zijn netwerk additionele auditgerelateerde diensten verleend voor een bedrag van 0,1 miljoen USD (2019: 0,1 miljoen USD en 2018: 0,4 miljoen USD) en fiscale diensten voor een vergoeding van 0,0 miljoen USD (2019: 0,0 miljoen USD en 2018: 0,0 miljoen USD).

Toelichting 29 - Gebeurtenissen na balansdatum

In januari 2021, werden de eerste twee van vier nieuwbouwschepen opgeleverd, namelijk de Delos (2021 - 300.200 dwt) en Diodorus (2021 – 300,200 dwt), die aangekocht werden in februari 2020. In februari 2021 werd het derde nieuwbouwschip, Doris (2021 – 300,200 dwt), opgeleverd en in maart 2021 werd het vierde nieuwbouwschip, Dickens (2021 – 300,200 dwt), opgeleverd.

Op 3 februari 2021 kondigde Euronav aan dat het een overeenkomst heeft gesloten voor de aankoop door wederverkoop van twee eco-Suezmax nieuwbouwschepen. De twee schepen zijn momenteel in aanbouw in de Daehen scheepswerf in Zuid-Korea. Deze moderne schepen worden aangekocht voor een en-bloc prijs van 113 miljoen dollar, en worden opgeleverd in januari 2022. De schepen zijn van de nieuwste generatie Suezmax eco-tankers. Ze zullen worden uitgerust met technologie voor de reiniging van uitlaatgassen ('Exhaust Gas Scrubber' technologie) en een ballastwaterbehandelingssysteem. De schepen dragen de zogenaamde 'LNG Ready' notatie. Euronav werkt nauw samen met de scheepswerf om beide schepen eveneens 'Ammonia Ready' te maken. Dit biedt de mogelijkheid om op een later tijdstip over te schakelen naar andere brandstoffen.

Op 23 februari 2021, kondigde Euronav aan dat het een verkoop en leasebackovereenkomst heeft gesloten met Taiping & Sinopec Financial Leasing Ltd Co. met betrekking tot de VLCC Newton (2009 – 307,284 dwt). Het schip werd verkocht voor 36 miljoen USD. De Vennootschap zal een meerwaarde van ongeveer 1,2 miljoen USD boeken in het eerste kwartaal van 2021, bij de levering aan de nieuwe eigenaars op 22 februari 2021. Euronav heeft dit schip na verkoop terug opgenomen in haar vloot onder een naaktrompbevrachtingscontract van 36 maanden aan een gemiddeld tarief van 22.500 USD per dag per schip. Aan het einde van het naaktrompbevrachtingscontract zal het schip aan de eigenaars worden terug geleverd.

Toelichting 30 - Verklaring over het getrouw beeld van de geconsolideerde jaarrekening en het getrouwe overzicht in het jaarverslag

De heer Carl Steen, voorzitter van de raad van Toezicht, de heer Hugo De Stoop, de CEO, en mevrouw Lieve Logghe, de CFO, bevestigen hierbij dat, voorzover hun bekend, (a) de geconsolideerde jaarrekening afgesloten over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020, die is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie, een getrouw beeld geeft van de activa, passiva, financiële positie en de resultaten van Euronav NV en de in de consolidatie opgenomen entiteiten, en (b) het jaarverslag een waar en getrouw beeld geeft van de evolutie van de activiteiten, resultaten en situatie van Euronav NV en de in de consolidatie opgenomen entiteiten en bevat een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR: Overzicht 2020

Marktoverzicht

2020 was misschien wel het meest volatiele en onvoorspelbare jaar voor ruwe olie en tankermarkten in de geschiedenis. Verschillende gebeurtenissen bewezen al zowel een uitdagende als seismische impact te hebben, nog voordat de economische effecten van de maatregelen vanaf maart om de COVID-19 verspreiding tegen te gaan voelbaar werden. Geopolitieke risico's deden de vrachttarieven en olieprijzen stijgen tijdens het eerste deel van 2020, waarbij een robuuste winter de vraag naar ruwe olie tot het einde van het eerste kwartaal versterkte.

Begin maart werden de tanker- en ruwe oliemarkten echter op hun kop gezet door een door Saoedi-Arabië geleide maatregel om tegelijkertijd de olieprijs te verlagen en de productie en export naar globale markten snel op te voeren. Spanningen tussen OPEC en OPEC+-landen, en met name Rusland, over de aanhoudende productiebeperkingen liepen al op sinds februari. Deze escalatie tot directe actie of een 'prijzenoorlog' bleek de katalysator te zijn voor een snelle daling van de olieprijs met 40%, van 55 USD per vat in januari naar minder dan 20 USD per vat in april (bron: Bloomberg). Terwijl de wereldoliemarkten voor een uitdaging stonden, stegen de vrachttarieven tot meer dan 100.000 USD per dag, als gevolg van een tekort aan scheepscapaciteit om de toename in het aantal vrachten te beheren.

Figuur 1 - Ruwe olie-export mbpd per maand van OPEC-landen in de Perzische Golf

Bron: Bloomberg

De olieprijs werd dan nog verder negatief beïnvloed door gelijktijdige gebeurtenissen in de globale economie, en dan vooral de verspreiding van COVID-19 en de bijkomende en steeds zwaardere beperkingen op de economische activiteit. Van eind maart tot begin mei groeide de discrepantie, met een grotendeels onveranderde wereldwijde ruwe olieproductie van ongeveer 100 mbpd, maar met een onderliggende dalende consumptie tot ongeveer 80 mbpd. Er was nu een overschot in de ruwe olieproductie, wat de vraag naar tankers, als een flexibele en onmiddellijke bron om dit overschot in op te slaan, deed stijgen. Tankervrachttarieven bleven stijgen tot midden mei, gedreven door de behoefte aan opslag, waardoor alle reservecapaciteit in beslag werd genomen, en de structuur van de olieprijs zelf.

De 'papieren' markt voor ruwe olie is ongeveer 50 keer groter dan de markt die fysieke olieproducten verhandelt. Tijdens april en mei, was de kloof tussen spot- en toekomstige prijzen zo groot, dat de contango of spreiding tussen de toekomstige prijs over 6 maanden en de huidige prijs 14 USD bedroeg. Dit was een recordverschil en stimuleerde een bijkomende vraag naar tankerdiensten. Handelaren konden olie aankopen aan een spotprijs en deze olie op termijn verkopen voor levering in de toekomst, en zelfs met vrachttarieven van meer dan 100,000 USD per dag, nog steeds een economisch rendement behalen. De kloof werd in april bevestigd toen de WTI olieprijs (Amerikaanse olie) tegen een negatieve waarde werd verhandeld vanwege specifieke technische (en lokale) overwegingen.

Figuur 2 - Contango olieprijsstructuur gedurende 2020 (gebaseerd op spot olieprijs versus 6 maanden termijn)

Bron: Bloomberg

De OPEC en OPEC+ sloten in april een overeenkomst wat, met ingang vanaf mei, zorgde voor een grootschalige vermindering in de productie en export van ruwe olie van 9,7 miljoen vaten per dag. Dergelijke maatregelen hebben bijgedragen aan een stijging van de olieprijs van 33 USD naar 48 USD per vat in augustus, en hebben ook de vereiste voor de opslag van ruwe olie en de economische stimulans voor de opslag van olie aanzienlijk verminderd.

De tankermarkten konden echter genieten van de erfenis van de snelle en diepe kloof tussen de globale productie van ruwe olie en het onderliggende verbruik in de wereldeconomie. De drijvende opslag, waarbij olie wordt opgeslagen in tankers, bedroeg begin januari 96 miljoen vaten, waarvoor 61 tankers - voornamelijk VLCC's - werden gebruikt. In mei bereikte deze opslag echter een piek van 293 miljoen vaten, wat 241 tankers vereist; een mix van VLCC schepen en ongebruikelijk, zowel Suezmax- als Aframax-schepen. Deze ontwrichting van de tankermarkt zorgde voor een tijdelijke maar significante reductie in tankeraanbod en -capaciteit. Deze impact legde tijdens de zomermaanden beslag op 10% van de VLCC-vloot en 15% van de Suezmax-vloot, en ondersteunde hoge vrachttarieven, ondanks de onderliggende vraag en consumptie van olie van ongeveer 85 miljoen vaten per dag - in vergelijking met een genormaliseerd consumptieniveau van 100 miljoen vaten per dag. Deze marktstructuur leidde ook tot meer activiteit op het gebied van kortetermijnbevrachting, voornamelijk tijdens het tweede kwartaal, aangezien zowel handelaren als oliebedrijven capaciteit trachtten vast te leggen.

De afbouw van deze tankermarkt en olieprijsstructuur tijdens het tweede kwartaal was het belangrijkste kenmerk tijdens de tweede helft van 2020. Terwijl olieprijzen volatiel bleven, bleven ze tot laat in het vierde kwartaal grotendeels schommelen tussen 40-50 USD. Dit omdat voornamelijk in de OECD landen de COVID-19 maatregelen bleven oplaaien, wat leidde tot een verminderde consumptie van ruwe olie en het verwachte herstel verder uitstelde.

Samen met een daarmee gepaard gaande uitbreiding van de voorraden op het vasteland als gevolg van de kloof tussen productie en consumptie van ruwe olie in het tweede kwartaal van 2020, is de drijvende opslag in de loop van het jaar gestaag afgenomen. Het aantal schepen dat als drijvende opslag werd gebruikt, was tegen eind 2020 grotendeels afgenomen, met 46 miljoen bijkomende vaten ruwe olie opgeslagen op zee in vergelijking met een jaar eerder, wat overeenkomt met twintig VLCC's en slechts vijf Suezmaxes. Op basis van ramingen van het EIA wordt verwacht dat de voorraad op het vasteland tegen het tweede kwartaal van 2021 zullen terugkeren naar het gemiddelde niveau van vijf jaar.

De vrachttarieven voor tankers bleven gedurende het grootste deel van het vierde kwartaal van 2020 onder het break-even punt, aangezien het verwachte herstel door de vaccinatiecampagne werd uitgesteld door de aanhoudende COVID-19 maatregelen. Het aanbod van schepen begon echter te reageren op de hoge staalprijzen, en op de toegenomen economische en milieuregelgevingen die in de komende drie jaar van kracht worden. Hierdoor wordt een aantal schepen gerecycleerd. Met een normalisering van de voorraden in het tweede kwartaal van 2021, en een economisch herstel ergens in de komende 12 maanden, zullen de tankermarkten operationeel worden aangespoord tot een dergelijke expansie.

Tankermarkt

Het gemiddelde tijdbevrachtingstarief (of TCE) behaald door de VLCC-vloot van de Vennootschap uitgebaat binnen de Tankers International (TI) pool, bedroeg 54.600 USD per dag voor 2020, vergeleken met 35.900 USD per dag voor 2019.

Het gemiddelde tijdbevrachtingstarief van de VLCC-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingscontracten bedroeg 39.700 USD per dag voor 2020, vergeleken met 32.400 USD per dag in 2019.

Het gemiddelde tijdbevrachtingstarief behaald door de Suezmax-vloot, rechtstreeks verhandeld door Euronav op de spotmarkt, bedroeg om en bij 39.100 USD per dag voor 2020, vergeleken met 26.000 USD per dag in 2019.

Het gemiddelde tijdbevrachtingstarief van de Suezmax-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingscontracten was 29.600 USD per dag voor 2020, vergeleken met 29.400 USD per dag in 2019.

Groei van de vloot

In vergelijking met de afgelopen jaren zijn de VLCC- en Suezmax-vloten in 2020 bescheiden gegroeid. 37 nieuwe VLCC's werden aan de wereldwijde vloot toegevoegd, naast 30 Suezmaxen. Dit komt overeen met een groei van 3,8% voor de VLCC-vloot (tegenover een 10-jarig gemiddelde van 4,5%) en een groei van 4,5% voor de Suezmax-sector (tegenover een 10-jarig gemiddelde van 4,7%). Deze schepen werden het hele jaar door gestaag geleverd, met uitzondering van een piek in nieuwe Suezmax-leveringen in het derde kwartaal.

Het verlaten van schepen uit de wereldwijde vloot in zowel het Suezmax- als het VLCC-segment was weinig verrassend beperkt, gezien de gestegen vrachtstructuur gedurende een groot deel van 2020, naast mogelijkheden voor opslagcontracten gedreven door een contango-olieprijsstructuur die het grootste deel van 2020 aanhield. Bijgevolg verlieten slechts drie Suezmaxen en zes VLCC's de wereldwijde tankervloot in 2020. Hierdoor bleef de wereldwijde VLCC-vloot eind 2020 staan op 802 VLCC's en 584 Suezmax-schepen. Alle data gegevens werden aangeleverd door Clarksons.

Bestellingen van nieuwe schepen werden afgeremd door de steeds beperktere financiering van banken en de onzekerheid over toekomstige voortstuwingssystemen voor de grote tankersector. In 2020 werden 41 nieuwe VLCC-schepen en 28 Suezmax-schepen besteld. De orderportefeuilles als percentage van de totale vloot blijven voor beide segmenten onder de 10%, wat op het laagste punt in 20 jaar blijft.

Het leeftijdsprofiel van de twee grootste categorieën tankers is blijven stijgen: een kwart van elke vloot is al ouder dan 15 jaar. Dit is een belangrijke mijlpaal voor tankers, want eenmaal ouder dan 15 jaar, verschuift de onderzoekscyclus voor zo'n tanker van elke vijf jaar naar elke 30 maanden. De gemiddelde leeftijd van een VLCC en een Suezmax is respectievelijk 9,94 jaar en 10,34 jaar (bron: Clarksons). Voor een tankervloot die gemiddeld even oud is als deze van eind 2020, moeten industrieanalisten teruggaan naar 2001. Eigenaren van oudere jaargangen zullen het steeds moeilijker vinden om handel te drijven, gezien een beperktere adresseerbare markt in termen van vrachteigenaren die bereid zijn dergelijke schepen te gebruiken, samen met een toenemende druk van regelgeving als gevolg van hogere emissies afkomstig van oudere schepen. Logischerwijs zou dit moeten leiden tot een toename van het aantal schepen dat de vloot verlaat, vooral als de vrachttarieven tegelijkertijd worden uitgedaagd.

VLCC-vlootontwikkeling

Bron: Clarksons

Suezmax-vlootontwikkeling

Bron: Clarksons

FSO en FPSO markt

Op 14 januari 2021 waren er 403 drijvende productiesystemen in gebruik of wereldwijd beschikbaar, waaronder 166 FPSO's en 107 FSO's. Dit is exclusief de 31 FPSO's die beschikbaar zijn voor hergebruik. Daarnaast zijn er twee FPSO's buiten dienst door langdurige reparaties.

Momenteel zijn er 42 drijvende productiesystemen, acht FSO's en drie MOPU's in bestelling. Het is onwaarschijnlijk dat nieuwe bestellingen de 14 leveringen die gepland staan in 2021 zullen bijbenen, dus de achterstand zal naar verwachting tegen het einde van het jaar afnemen tot vooraan in de dertig.

Momenteel zijn er 202 floater projecten in de beoordelings-, plannings-, biedings- of definitieve ontwerpfase waarvoor mogelijk een drijvend productie- of opslagsysteem nodig is. 65 van deze projecten bevinden zich in de bied- of eindfase, en nog eens 92 bevinden zich in de planningsfase. De belangrijkste hardwarecontracten voor deze projecten zijn gepland tussen 2023 en 2024. Er lopen nog studies om de economische levensvatbaarheid van de projecten te beoordelen, met name die in diep water en in barre omgevingen. Verder zijn er 45 projecten in de beoordelingsfase.

Afrika blijft de meest actieve regio voor toekomstige projecten, met 41 potentiële floaterprojecten in de planningscyclus, gevolgd door Zuidoost-Azië met 34 geplande projecten. Er zijn 30 projecten gepland voor Brazilië, waarvoor mogelijk 44 floaters nodig zijn, aangezien velden als Buzios en Mero meerdere eenheden vereisen. De volgende grote regio's zijn Noord-Europa met 22 projecten, Golf van Mexico met 21 projecten, Australië met 15 projecten en Zuidwest-Azië / Midden-Oosten met 10 projecten. De overige regio's hebben veel minder potentiële projecten: de Middellandse Zee met 9 projecten, Zuid-Amerika met 8 projecten, China met 6 projecten, en Canada en het Caribisch gebied met elk 3 geplande projecten.

Meer dan 67% van de faciliteiten die verantwoordelijk zijn voor de fabricage en conversie van floaterfabrieken zijn gevestigd in Azië. Sembcorp, Keppel en Daewoo zijn de drukste werven, met elk minimaal vijf geplande projecten.

Drijvende opslag en verlading / drijvende productieopslag- en losmarkt

Bron: Clarksons

De Euronav-vloot

Op datum van 15 maart 2021 bestond de vloot uitgebaat door Euronav uit 74 schepen: twee V-Plus-schepen, twee FSOschepen (beide in 50/50 joint venture), 44 VLCC's en 26 Suezmax-schepen (waarvan één in 50/50 joint venture). Bij het opstellen van dit verslag (15 maart 2021) was het tonnageprofiel van Euronav als volgt verdeeld:

14.288.491 dwt
4.082.594 dwt
864.046 dwt
19.235.129 dwt

De schepen van Euronav hebben een totaal laadvermogen van ongeveer 19,2 miljoen dwt. Op 15 maart 2021 bedroeg de gewogen gemiddelde leeftijd van de actieve Euronav-tankervloot ongeveer 8,68 jaar.

De VLCC-vloot van Euronav wordt grotendeels uitgebaat op de spotmarkt binnen de Tankers International Pool (de 'TI Pool'). De TI Pool beheert een van de grootste en uitsluitend dubbelwandige VLCC-vloten ter wereld en bestaat op 15 maart 2021 uit 59 schepen waarvan 40 eigendom van Euronav. Op 15 maart 2021 bedroeg de gemiddelde leeftijd van de VLCC-vloot van Euronav 7,79 jaar.

Een deel van de Suezmax-vloot van Euronav wordt onder langetermijnbevrachtingsovereenkomsten verhuurd. Op 15 maart 2021 bedroeg de gemiddelde leeftijd van de Suezmax-vloot ongeveer 11,23 jaar.

Euronav baat haar schepen voornamelijk zelf uit waardoor haar vloot zich in het topsegment van de markt voor tankerproducten en -diensten bevindt. De voordelen van intern scheepsmanagement situeren zich op het vlak van onderhoud, verhoogde klantenservice en risicobeheer. Meer dan ooit willen bevrachters immers alleen handelen met rederijen die superieure kwaliteit leveren en dat niet alleen voor langetermijnbevrachtingsovereenkomsten, maar zeker ook voor individuele opdrachten op de spotmarkt.

*Ons nieuwbouw VLCC schip Dickens en de twee nieuwbouw Suezmax-schepen zijn niet opgenomen in bovenstaande berekeningen, aangezien deze op het moment van het schrijven van dit rapport nog niet opgeleverd waren. Dickens is geleverd op 19 maart en de twee Suezmaxen worden in 2022 geleverd.

Overzicht van het jaar 2020

Het eerste kwartaal

Tijdens het eerste kwartaal van 2020 behaalde de Vennootschap een nettowinst van 225,6 miljoen USD of 1,05 USD per aandeel (eerste kwartaal 2019: een nettowinst van 19,5 miljoen USD of 0,09 USD per aandeel). De proportionele EBITDA (een niet door IFRS gedefinieerde maatstaf) over dezelfde periode bedroeg 335,2 miljoen USD (eerste kwartaal 2019: 131,4 miljoen USD). De gemiddelde dagelijkse langetermijnbevrachtingstarieven of TCE (Time Charter Equivalent) behaald door de vloot van de Vennootschap uitgebaat binnen de TI Pool, bedroegen ongeveer 72.750 USD per dag (eerste kwartaal 2019: 35.195 USD per dag). De gemiddelde tijdbevrachtingstarieven van de VLCC-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingcontracten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroegen 37.000 USD per dag (eerste kwartaal 2018: 27.630 USD per dag). De gemiddelde dagelijkse TCE van de Suezmax-vloot rechtstreeks verhandeld door Euronav op de spotmarkt bedroeg ongeveer 59.250 USD per dag (eerste kwartaal 2019: 27.380 USD per dag). De TCE van de Suezmax-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingsovereenkomsten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroeg 30,250 USD per dag (eerste kwartaal 2019: 32.680 USD per dag).

JANUARI

Euronav

Euronav sluit een sale & leaseback-overeenkomst met Taiping & Sinopec Financial Leasing Ltd Co., met betrekking tot drie VLCC's. De drie VLCC's zijn de Nautica (2008 – 307.284 dwt), de Nectar (2008 – 307.284 dwt) en de Noble (2008 – 307.284 dwt). De schepen werden verkocht en gehuurd onder een naakte rompbevrachtingsovereenkomst voor een periode van 54 maanden tegen een gemiddeld tarief van 20.681 USD per dag en per schip.

Euronav werd opnieuw geselecteerd om deel uit te maken van de Bloomberg International Gender-Equality Index ('GEI'). Doorheen haar hele organisatie blijft Euronav ernaar streven om vooruitgang te boeken en een inclusieve omgeving te bieden voor al haar medewerkers. De kracht van de Bloomberg GEI blijft op haar beurt toenemen met inmiddels 325 opgenomen bedrijven, ten opzichte van 230 bedrijven vorig jaar. Euronav ondersteunt het initiatief van harte.

Op 29 januari 2020 werd de eerste interne communicatie verzonden naar de volledige Euronav-vloot omtrent het COVID19 virus. Dat bericht bevatte algemene informatie over het virus, de maatregelen die werden genomen aan boord en de beschermingsuitrusting om de gezondheid en het welzijn van al onze zeevarenden te verzekeren.

Op de markt

  • De Libia (Suezmax, 2007) werd verhuurd aan Navig8 voor een periode van 9-13 maanden voor 35.000 USD per dag;
  • De Nobleway (Suezmax, 2010) werd verhuurd aan Koch voor een periode van 30 maanden voor 35.000 USD per dag;
  • De Ridgebury John Zipser (Suezmax, 2009) werd verhuurd aan Vitol voor een periode van 12 maanden voor 40.000 USD per dag;
  • De Katsuragisan (VLCC, 2005) werd verhuurd aan Pertamina voor een periode van 12 maanden aan 40.000 USD per dag;
  • De X 3 Newbuilding SK Shipping (VLCC, 2022) werd verhuurd aan HOB voor een periode van 8 jaar voor 35.000 USD per dag.

FEBRUARI

Euronav

Op 21 februari 2020 verkocht Euronav de Suezmax M/T Finesse (2003 – 149.994 dwt) voor 21,8 miljoen USD. Op de verkoop werd een meerwaarde geboekt in hetzelfde kwartaal van ongeveer 8,3 miljoen USD. Het schip werd overgedragen aan haar nieuwe eigenaars.

Op 26 februari 2020 sloot Euronav een akkoord met betrekking tot drie VLCC's in aanbouw op de DSME scheepswerf in Zuid-Korea. Het totaalbedrag voor deze overname bedraagt 280,5 miljoen USD, of 93,5 miljoen USD per schip. Alle drie de schepen zullen worden uitgerust met technologie voor de reiniging van uitlaatgassen ('scrubber'-technologie) en ballastwaterbehandelingssystemen. De levering van de schepen was destijds gepland voor het vierde kwartaal van 2020, in respectievelijk januari 2021 en februari 2021.

Op de markt

  • De Cascade Spirit (Suezmax, 2009) werd verhuurd aan ST Shipping voor een periode van 12 maanden voor 36.000 USD per dag;
  • De Cosdignity Lake (VLCC, 2017) werd verhuurd aan Core Petroleum voor een periode van 6 maanden voor 20.000 USD per dag;
  • De Good News (VLCC, 2002) werd verhuurd aan IOC voor een periode van 12 maanden voor 31.500 USD per dag.

MAART

Euronav

Van 13 maart tot begin juni 2020, werd aan alle medewerkers van de Euronav kantoren gevraagd van thuis uit te werken om de verspreiding van het COVID-19-virus te helpen beperken.

Op 26 maart 2020 sloot Euronav een akkoord over de aankoop van een nieuwbouw VLCC-schip door overname van het nieuwbouwcontract. Het schip was op dat moment in aanbouw op de DSME scheepswerf in Zuid-Korea. De levering van het schip is voorzien in het eerste kwartaal van 2021. Het betreft een zusterschip van de 3 VLCC's die in februari aangekocht werden aan een prijs in dezelfde grootteorde.

Op de markt

  • De Densa Whale (Suezmax, 2012) werd verhuurd aan Stena voor 25,000 USD per dag, plus een winstdeelname;
  • 17 February (Suezmax, 2008) werd verhuurd aan Mjolner voor een periode van 12 maanden met een optie van 12 maanden voor respectievelijk 39.000 USD en 45.000 USD per dag;
  • De Aura M (Suezmax, 2011) werd verhuurd aan Mercuria voor een periode van 24 maanden voor 29.000 USD per dag;
  • De DHT Raven (VLCC, 2004) werd verhuurd aan Litasco voor een periode van 12 maanden voor 55.000 USD per dag;
  • De Olympic Lion (VLCC, 2010) werd verhuurd aan Core Petroleum voor een periode van 24 maanden voor 47.000 USD per dag;
  • De Maran Carina (VLCC, 2003) werd verhuurd aan Shell voor een periode van 6 maanden voor 72.500 USD per dag.

Het tweede kwartaal

In de eerste jaarhelft van 2020 noteerde de Vennootschap een nettowinst van 485,2 miljoen USD of 2,26 USD per aandeel (eerste jaarhelft 2019: een nettoverlies van 19 miljoen USD of 0,09 USD per aandeel). De proportionele EBITDA (een niet door IFRS gedefinieerde maatstaf) over dezelfde periode bedroeg 697,3 miljoen USD (eerste jaarhelft 2019: 203,7 miljoen USD). Voor het tweede kwartaal van 2020 bedroegen de gemiddelde dagelijkse langetermijnbevrachtingstarieven of TCE (Time Charter Equivalent) behaald door de vloot van de Vennootschap uitgebaat binnen de TI Pool, ongeveer 81.500 USD per dag (tweede kwartaal 2019: 23.250 USD per dag). Het gemiddelde tijdbevrachtingstarief van de VLCC-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingscontracten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroeg 39.250 USD per dag (tweede kwartaal van 2019: 27.250 USD per dag). De gemiddelde dagelijkse TCE van de Suezmax-vloot rechtstreeks verhandeld door Euronav op de spotmarkt bedroeg ongeveer 60.750 USD per dag (tweede kwartaal 2019: 17.250 USD per dag). De TCE van de Suezmax-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingsovereenkomsten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroeg 29.750 USD per dag (tweede kwartaal 2019: 30.500 USD per dag).

APRIL

Euronav

Op 9 april 2020 verkocht Euronav de Suezmax Cap Diamant (2001 – 160.044 dwt) voor 20,8 miljoen USD. Op de verkoop werd een meerwaarde geboekt in hetzelfde kwartaal van ongeveer 13 miljoen USD. Het schip werd overgedragen aan haar nieuwe eigenaars.

In de markt

  • De Sea Garnet (Suezmax, 2017) werd verhuurd aan Vitol voor een periode van 6 maanden voor 55.000 USD per dag;
  • De Bonny (Suezmax, 2005) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 6 maanden voor 52.500 USD per dag;
  • De Pinnacle Spirit (Suezmax, 2008) werd verhuurd aan Chevron voor een periode van 12 maanden voor 44.000 USD per dag;
  • De Eco Seas (VLCC, 2016) werd verhuurd aan Equinor voor een periode van 36 maanden voor 49.000 USD per dag;
  • De Wasit (VLCC, 2017) werd verhuurd aan Shell voor een periode van 6 maanden voor 85.000 USD per dag;
  • De Dealta Aigaion (VLCC, 2014) werd verhuurd aan Litasco voor een periode van 6 maanden voor 85.000 USD per dag;
  • De Sea Ruby (VLCC, 2017) werd verhuurd aan Occidental voor een periode van 12 maanden voor 85.000 USD per dag.

MEI

In de markt

  • De Crimson (Suezmax, 1998) werd verhuurd aan IOC voor een periode van 6 maanden voor 43.000 USD per dag;
  • De Jag Lateef (Suezmax, 2000) werd verhuurd aan IOC voor een periode van 6 maanden voor 41.900 USD per dag; • De Aragona (VLCC, 2012) werd verhuurd aan Petrobras voor een periode van 24 maanden voor 47.500 USD per dag;
  • De FPMC C Melody (VLCC, 2012) werd verhuurd aan Cepsa voor een periode van 6 maanden voor 100.000 USD per dag.

JUNI

Euronav

Op 5 juni 2020 verkocht Euronav de VLCC TI Hellas (2005 – 319.254 dwt) voor 38,1 miljoen USD. Op de verkoop werd een meerwaarde geboekt in hetzelfde kwartaal van ongeveer 1,6 miljoen USD.

Op 25 juni 2020, de 'Dag van de Zeevaarder', betuigde Euronav de duizenden bemanningsleden haar nadrukkelijke dankbaarheid voor hun inspanningen, terwijl ze de handelsstromen en de wereldwijde handel verzekeren sinds de beperkingen met betrekking tot COVID-19 hun leven op zee begonnen te beïnvloeden.

Op 30 juni 2020 startte de Vennootschap met een reeks inkopen van eigen aandelen.

In de markt

  • De Eco West Coast (Suezmax, 2021) werd verhuurd aan Clearlake voor een periode van 36 maanden voor 33.500 USD per dag;
  • De Eco Malibu (Suezmax, 2021) werd verhuurd aan Clearlake voor een periode van 36 maanden voor 33.500 USD per dag;
  • De DHT Stallion (VLCC, 2018) werd verhuurd aan Petrobras voor een periode van 24 maanden voor 41.800 USD per dag.

Het derde kwartaal

Tijdens het derde kwartaal van 2020 behaalde de Vennootschap een nettowinst van 46,2 miljoen USD hetzij 0,22 USD per aandeel (derde kwartaal 2019: een nettoverlies van 22,9 miljoen USD hetzij 0,11 USD per aandeel). De proportionele EBITDA (een niet door IFRS gedefinieerde maatstaf) over dezelfde periode bedroeg 151,8 miljoen USD (derde kwartaal 2019: 96,8 miljoen USD).De gemiddelde dagelijkse langetermijnbevrachtingstarieven of TCE (Time Charter Equivalent) behaald door de vloot van de Vennootschap uitgebaat binnen de TI Pool, bedroeg ongeveer 42.000 USD per dag (derde kwartaal 2019: 25.035 USD per dag). Het gemiddelde tijdbevrachtingstarief van de VLCC-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingscontracten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroeg 48.750 USD per dag (derde kwartaal van 2019: 32.790 USD per dag). De gemiddelde dagelijkse TCE van de Suezmaxvloot rechtstreeks verhandeld door Euronav op de spotmarkt bedroeg ongeveer 23.500 USD per dag (derde kwartaal 2019: 17.121 USD per dag). De TCE van de Suezmax-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingsovereenkomsten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroeg 29.500 USD per dag (derde kwartaal 2019: 30.000 USD per dag).

JULI

In de markt

  • Nissos Sifnos (Suezmax, 2020) werd verhuurd aan UML voor een periode van 36 maanden voor 30.000 USD per dag;
  • Nissos Sikinos (Suezmax, 2020) werd verhuurd aan UML voor een periode van 36 maanden voor 30.000 USD per dag;
  • Nave Galactic (VLCC, 2009) werd verhuurd aan Shell voor een periode van 12 maanden tegen een bodemtarief van 18.000 USD per dag, met een winstdeelname van maximaal 38.000 per dag;
  • Nave Universe (VLCC, 2011) werd verhuurd aan Shell voor een periode van 12 maanden tegen een bodemtarief van 18.000 USD per dag, met een winstdeelname van maximaal 38.000 USD per dag.

AUGUSTUS

In de markt

  • De SKS Sinni (Suezmax, 2003) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 6 maanden voor 20.000 USD per dag;
  • De Bunga Kasturi Tiga (VLCC, 2006) werd verhuurd aan Chemchina voor een periode van 6 maanden voor 32.000 USD per dag;
  • De Hunter Frigg (VLCC, 2020) werd verhuurd aan Koch voor een periode van 6-8 maanden voor 40.000 USD per dag;
  • De Eco Queen (VLCC, 2016) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 6 maanden voor 30.000 per dag.

SEPTEMBER

Euronav

Op 30 september 2020 heeft Euronav de Suezmax Bastia (2005 – 159.155 dwt) verkocht voor 20,5 miljoen USD. Het schip werd in november 2019 aangekocht in 50/50 joint venture met ondernemingen verbonden aan Ridgebury Tankers en klanten van Tufton Oceanic. Op de verkoop werd een meerwaarde gerealiseerd van ongeveer 0,4 miljoen USD, die in hetzelfde kwartaal werd geboekt in de joint venture.

In de markt

  • De Almi Horizon (Suezmax, 2011) werd verhuurd aan Stena voor een periode van 12 maanden voor 25.000 USD per dag;
  • De Atina (Suezmax, 2015) werd verhuurd aan Stena voor een periode van 12 maanden voor 25.000 USD per dag;
  • De Sea Gem (VLCC, 2013) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 6 maanden voor 31.000 USD per dag;
  • De Yuan Hua Yang (VLCC, 2020) werd verhuurd aan Unipec voor een periode van 6 maanden voor 40.000 USD per dag;

• De Nissos Donoussa (VLCC, 2019) werd verhuurd aan Unipec voor een periode van 12 maanden voor 34,000 USD per dag.

Het vierde kwartaal

Tijdens het vierde kwartaal van 2020 behaalde de Vennootschap een nettoverlies van 58,7 miljoen USD, hetzij 0,29 USD per aandeel (vierde kwartaal 2019: een nettowinst van 154,2 miljoen USD, hetzij 0,72 USD per aandeel). De proportionele EBITDA (een niet door IFRS gedefinieerde maatstaf) over dezelfde periode bedroeg 49,8 miljoen USD (vierde kwartaal 2019: 267,5 miljoen USD). De gemiddelde dagelijkse langetermijnbevrachtingstarieven of TCE (Time Charter Equivalent) behaald door de vloot van de Vennootschap uitgebaat binnen de TI Pool, bedroeg ongeveer 20.500 USD per dag (vierde kwartaal 2019: 61.700 USD per dag). Het gemiddelde tijdbevrachtingstarief van de VLCC-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingscontracten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroeg 44.700 USD per dag (vierde kwartaal van 2019: 35.700 USD per dag). De gemiddelde dagelijkse TCE van de Suezmax-vloot rechtstreeks verhandeld door Euronav op de spotmarkt bedroeg ongeveer 12.300 USD per dag (vierde kwartaal 2019: 41.800 USD per dag). De TCE van de Suezmax-vloot van Euronav onder langetermijnbevrachtingsovereenkomsten, inclusief winstdeelname indien van toepassing, bedroeg 29.300 USD per dag (vierde kwartaal 2019: 29.300 USD per dag).

OKTOBER

Euronav

Op 15 oktober 2020 mocht Euronav de prijs voor 'Best Market & Competitive Information 2020' van de Belgische Vereniging van Financiële Analisten (ABAF-BVFA) in ontvangst nemen. De organisatie beloont al 60 jaar bedrijven die uitblinken in financiële communicatie. Deze specifieke prijs wordt uitgereikt sinds 2017. Naast het winnen van deze prijs, werd Euronav ook in twee andere categorieën geselecteerd als top-3: 'Best Non-Financial Information' en 'Best Mid & Small Cap'.

In de markt

  • De Psara I (Suezmax, 2017) werd verhuurd aan Nayara voor een periode van 24 maanden voor 26.500 USD per dag;
  • De Sea Pearl (VLCC, 2017) werd verhuurd aan Occidental voor een periode van 12 maanden voor 30.500 USD per dag.

NOVEMBER

Euronav

Euronav heeft aangekondigd dat de joint venture met International Seaways de contracten voor de FSO Africa en FSO Asia heeft verlengd, in directe voortzetting van hun huidige contractuele dienst, voor een periode van 10 jaar tot respectievelijk 21 juli 2032 en 21 September 2032. Verwacht wordt dat deze verlenging van 10 jaar meer dan 645 miljoen USD aan omzet zal genereren voor de joint venture en dus meer dan 322 miljoen USD omzet voor Euronav.

In de markt

  • De SKS Skeena (Suezmax, 2006) werd verhuurd aan Stena voor een periode van 12 maanden voor 18.000 USD per dag;
  • De Goldway (Suezmax, 2016) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 6 maanden voor 18.000 USD per dag;
  • De Hunter (VLCC, 2021) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 12 maanden voor 30.000 per dag;
  • De Nissos Kythnos (VLCC, 2019) werd verhuurd aan Occidental voor een periode van 11 maanden voor 30.000 USD per dag.

DECEMBER

Euronav

Op 10 december 2020 is Euronav door het Carbon Disclosure Project (CDP) beloond met een 'B'-score voor het ondernemen van gecoördineerde actie in klimaatkwesties. Het is de eerste keer dat Euronav haar referenties omtrent duurzaamheid indiende bij het CDP, als onderdeel van Euronav's voortdurende inzet om de transparantie op dit vlak te vergroten. Euronav's score ligt hoger dan de gemiddelde 'C'-score in de maritieme sector.

Op 16 december 2020 hield Euronav haar eerste virtuele naamgeving ceremonie om de Delos en Diodorus te verwelkomen.

In de markt

  • De Concord (Suezmax, 2005) werd verhuurd aan IOC voor een periode van 12 maanden, met een optie van 12 maanden voor respectievelijk 20.000 USD en 22.000 USD per dag;
  • De Densa Orca (Suezmax, 2012) werd verhuurd aan Vitol voor een periode van 6 tot 12 maanden voor 14.000 USD per dag;
  • De Nissos Ios (Suezmax, 2021) werd verhuurd aan Vitol voor een periode van 6 tot 12 maanden voor 23.000 USD per dag;

  • De Olympic Leopard (VLCC, 2011) werd verhuurd aan Repsol voor een periode van 6 maanden met een optie van 6 maanden voor respectievelijk 24.500 USD en 29.500 USD per dag;

  • De Legio X Equestris (VLCC, 2022) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 3 jaar met twee opties van 12 maanden voor respectievelijk 36.000 USD, 37.500 USD en 41.000 USD per dag;
  • De Newbuilding Pan Ocean (VLCC, 2021) werd verhuurd aan Koch voor een periode van 2 jaar met een optie van 12 maanden voor respectievelijk 36.500 USD en 38.500 USD per dag;
  • De Serendipity (VLCC, 2021) werd verhuurd aan Trafigura voor een periode van 18 maanden voor 34.000 USD per dag.

Gebeurtenissen na balansdatum 31 december 2020

JANUARI 2021

Euronav NV heeft de 'Neptune Declaration on Seafarer Wellbeing and Crew Change' ondertekend. De verklaring is een oproep tot actie om de aanhoudende crisis van bemanningswisselingen, als gevolg van de COVID-19-pandemie, aan te pakken. Het richt zich op concrete acties die de bemanningswisselingen kunnen vergemakkelijken en kunnen garanderen dat essentiële wereldwijde toeleveringsketens operationeel blijven. Dit initiatief, dat opgezet is binnen de maritieme industrie, werd officieel gelanceerd tijdens de Davos Agenda Week van het World Economic Forum, die plaatsvond in de week van 25 januari 2021.

Euronav NV heeft haar score verbeterd bij de vierde opeenvolgende opname van de Vennootschap in de Bloomberg Gender-Equality Index (GEI). De GEI biedt transparantie in gendergerelateerde praktijken en beleid bij beursgenoteerde bedrijven, waardoor de breedte van ecologische, sociale en governance (ESG) -gegevens die beschikbaar zijn voor beleggers, wordt vergroot.

Op 15 januari 2021 diende Unicredit Bank een claim in tegen Euronav wegens een vermeende verkeerde levering van een lading door Euronav's Suezmax-schip, de Sienna. Euronav is van mening dat het gevestigde standaardpraktijken heeft gevolgd. Op basis van extern juridisch advies is Euronav van mening dat het geldige, sterke argumenten heeft dat het risico van een uitstroom minder dan waarschijnlijk is en dat er daarom geen provisie wordt aangelegd. Voor meer informatie verwijzen wij naar toelichting 21 bij de geconsolideerde jaarrekening.

FEBRUARI 2021

Op 3 februari 2021 kondigde Euronav aan dat het een overeenkomst heeft gesloten voor de aankoop door wederverkoop van twee eco-suezmax nieuwbouwschepen. de schepen zijn van de nieuwste generatie suezmax eco-tankers. ze zullen worden uitgerust met technologie voor de reiniging van uitlaatgassen ('exhaust gas scrubber' technologie) en een ballastwaterbehandelingssysteem. deze schepen dragen de zogenaamde 'lng ready' notatie. Euronav werkt nauw samen met de scheepswerf om beide schepen eveneens 'ammonia ready' te maken. dit biedt de mogelijkheid om op een later tijdstip over te schakelen naar andere brandstoffen.

op 22 februari 2021, heeft Euronav een sale & leaseback-overeenkomst gesloten met taiping & sinopec financial leasing ltd co. met betrekking tot de vlcc newton (2009 – 307,284 dwt). Euronav heeft het schip verkocht voor 36 miljoen usd.

Vooruitzichten voor 2021

De vooruitzichten voor eender welke grondstoffenmarkt zijn onzeker, maar de impact van een volatiel 2020 en aanhoudende onzekerheid over de effecten van COVID-19 op de economische activiteit op korte termijn, en op de timing van economisch herstel maken de prognoses voor 2021 bijzonder uitdagend.

Wat betreft de tankermarkt, lijkt de toestand van de olievoorraden duidelijk en ondersteunend voor een herstel van de vrachttarieven op de tankermarkt in de tweede helft van 2021. De wereldwijde voorraad op het vasteland zou tegen het tweede kwartaal van 2021 op vijfjaarlijkse gemiddelden moeten liggen aangezien verdere opnames worden gemaakt. De drijvende opslag is min of meer terug op het niveau van begin 2020 en economisch herstel zal de vraag naar ruwe olie versnellen.

Ondanks de productieverlagingen van de OPEC+ en vrijwillige extra productieverlagingen door Saudi-Arabië tijdens verschillende gelegenheden in mei, zal de olieproductie naar verwachting toenemen om te voldoen aan het voorziene herstel van de vraag in 2022. Volgens zwakkere vraagprognoses kan het tot de zomer duren voordat de voorraden weer op peil zijn van het vijfjarig gemiddelde. Maar daarna wordt verwacht dat OPEC+ zijn productiekranen zal openen. Een olieproductiedelta van 5 mbpd zou een positieve impact kunnen hebben op de tankermarkt en de inkomsten tegen het einde van het jaar, uitgaande van een gemiddelde prognose voor het volledige jaar tot 35.000 dollar (bron: Fearnleys).

Economisch herstel na COVID-19 en de toepassing van een vaccin zijn echter de sleutelfactoren om een terugkeer naar winstgevende activiteit op de tankermarkt te bewerkstelligen. De Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) verwacht dat de vraag naar olie met 5,6 mbpd zal groeien in 2021, en met nog eens 3,3 mbpd in 2022. De voorspelling impliceert dat het wereldwijde olieverbruik tegen 2022 weer boven de 100 mbpd zal uitkomen. De OPEC-productie zal naar verwachting tegen het derde kwartaal van 2021 met 3,4 mbpd toenemen. Dit zou natuurlijk een herstel van de vraag naar tankers ondersteunen, waardoor de vraag naar 80 VLCC's alleen al op de MEG-China-route in het bovenstaande scenario zou kunnen toenemen.

De fundamenten van de tankermarkt blijven constructief. De verhoudingen tussen orderportefeuille en scheepsvloot bevinden zich op het laagste punt in twintig jaar. Toch lag de gemiddelde leeftijd van de VLCC- en Suezmax-vloot voor het laatst op deze niveaus in 2001, met een gemiddelde leeftijd van meer dan 10 jaar voor beide segmenten. Ongeveer een kwart van beide wereldwijde vloten is al ouder dan 15 jaar, wat cruciaal is in termen van regelgevingscycli. De financiële druk op tankerrederijen wordt vergroot door het naleven van emissienormen en -voorschriften. Bij afwezigheid van een zeer sterke vrachtmarkt, en aangezien het contracteren beperkt blijft vanwege zorgen over toekomstige propulsiesystemen, zullen al deze krachten de druk op de eigenaars opvoeren en de groei van de wereldwijde vloot in de toekomst beperken.