AI assistant
Elia Group NV/SA — Interim / Quarterly Report 2020
Jul 29, 2020
3945_ir_2020-07-29_a297a1c7-3361-4975-89f3-b9314bafc44f.pdf
Interim / Quarterly Report
Open in viewerOpens in your device viewer

Elia Group Halfjaarlijks financieel verslag 2020
Brussel, 29 juli 2020
Inhoud
| 1. | Beoordeling van de bedrijfsprestaties 3 | |
|---|---|---|
| 1.1. 1.2. |
Segmentrapporting Elia Transmission (België) 4 Segmentrapporting 50Hertz (Duitsland) 7 |
|
| 1.3. 2. |
Segmentrapportering niet-gereguleerde activiteiten & Nemo Link 10 Verklaring over het getrouwe beeld van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten en het getrouwe overzicht in het tussentijdse jaarverslag 12 |
|
| 3. | Verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten 13 | |
| 4. | Toelichtingen bij de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten 18 | |
| 5. | Verslag van het college van commissarissen en hun nazicht van het verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzicht 30 |
|
| 6. | Verklarende woordenlijst 32 |
1. Beoordeling van de bedrijfsprestaties
Kerncijfers
| (in miljoen EUR) | 1H 2020 | 1H 2019 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto inkomsten | |||
| (kosten) afrekeningsmechanisme | 1.176,3 | 1.159,5 | 1,4% |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode | 2,9 | 4,8 | (39,6%) |
| EBITDA | 493,2 | 458,3 | 7,6% |
| EBIT | 281,1 | 281,6 | (0,2%) |
| Nettofinancieringskosten | (69,5) | (68,0) | 2,2% |
| Nettowinst | 148,6 | 152,1 | (2,3%) |
| Minderheidsbelangen | 18,9 | 16,4 | n/a |
| Nettowinst toe te rekenen aan de groep | 129,7 | 135,7 | (4,4%) |
| Hybride effecten | 9,6 | 9,6 | n/a |
| Nettowinst toe te rekenen aan eigenaars van gewone aandelen | 120,1 | 126,2 | (4,8%) |
| Totaal activa | 14.980,0 | 13.893,4 | 7,8% |
| Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap | 4.032,9 | 4.022,3 | 0,3% |
| Netto financiële schuld | 6.429,1 | 5.523,1 | 16,4% |
| Kerncijfers per aandeel | 1H 2020 | 1H 2019 | Verschil (%) |
| Gewone winst per aandeel (EUR) (deel Elia) | 1,76 | 2,05 | (14,1%) |
| Rendement op eigen vermogen (adj.) (%) (deel Elia) | 1,75 | 1,87 | (6,4%) |
| Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap per aandeel (EUR) |
48,4 | 46,3 | 4,5% |
Zie de verklarende woordenlijst voor definities
Vergelijkende cijfers voor Totaal activa, Eigen vermogen en Netto financiële schuld hebben betrekking op 31/12/2019
In overeenstemming met IFRS 8 heeft de groep de volgende bedrijfssegmenten bepaald:
- Elia Transmission (België), dat de gereguleerde activiteiten omvat van België (d.w.z. de gereguleerde activiteiten van Elia Transmission Belgium);
- 50Hertz Transmission (Duitsland), dat de gereguleerde activiteiten omvat van Duitsland;
- Het niet-gereguleerde segment & Nemo Link, dat bestaat uit de niet-gereguleerde activiteiten binnen Elia groep, Nemo Link, Elia Grid International, Eurogrid International, re.alto en de financieringskosten verbonden aan de participatie van 20% in Eurogrid GmbH in 2018.
De prestaties van elk segment worden beschreven in het volgende hoofdstuk.
We verwijzen ook naar de Elia website voor meer informatie: https://www.eliagroup.eu/en/investor-relations/reports-and-results
1.1. Segmentrapporting Elia Transmission (België)
Hoogtepunten
- Start van nieuwe regelgevende periode 2020-2023
- Hogere billijke vergoeding door hoger rendement op eigen vermogen (4,68%) en een hogere gearing ratio (40%)
- Stevige operationele prestaties en hogere incentives
- Tijdens de coronatijden gaat de ontwikkeling van het nationale net door. Er is vooruitgang geboekt bij alle grote investeringsprojecten, weliswaar iets achter op het oorspronkelijke plan, en dit als gevolg van de lockdownmaatregelen
- Verbeterde liquiditeitspositie met succesvolle lancering van een euro-obligatie ter waarde van € 800 miljoen
Regelgevend kader
Sinds begin 2020 is een nieuwe tariefmethodologie in werking getreden. Deze methodologie is opnieuw van toepassing voor een periode van vier jaar (2020-2023). Ze vormt voor een groot deel een voortzetting van de belangrijkste beginselen die reeds in de vorige tariefperiode werden toegepast. Zo blijft het regelgevende kader een kost-plus-model met kostendekking van alle redelijke kosten en met een vergoeding. De billijke vergoeding en de bijkomende incentives hebben de 'mark-up'-investeringen vervangen. De parameters voor de berekening van de billijke vergoeding werden herzien: de risicovrije rentevoet zal ex-ante worden vastgelegd op 2,4% voor de volledige periode. Verder stijgt de gereguleerde verhouding tussen eigen en vreemd vermogen van 33% naar 40%. Het embedded-debt principe voor financiële lasten en neutralisatie van volume blijft van toepassing. De vergoeding omvat specifieke incentives die Elia moeten stimuleren om de prestaties met betrekking tot een brede waaier van gereguleerde activiteiten in België verder te verbeteren. De werkkapitaalelementen (handelsschulden en -vorderingen) die verband houden met de heffingen, zullen vanaf 2020 worden uitgesloten van de RAB. Dit leidt tot een marginale eenmalige aanpassing van de opening RAB. Vanaf 2020 worden immateriële activa geactiveerd in de RAB, waarbij afschrijvingskosten worden doorgerekend in de opbrengsten.
Kerncijfers
| Elia Transmission kerncijfers (in miljoen EUR) | 1H2020 | 1H 2019 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Bedrijfsopbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto in komsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme |
471,1 | 499,0 | (5,6%) |
| Opbrengsten | 419,1 | 460,3 | (9,0%) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 27,4 | 25,7 | 6,7% |
| Netto inkomsten van het afrekeningsmechanisme | 24,6 | 13,0 | 89,2% |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode | 1,1 | 1,0 | 10,0% |
| EBITDA | 211,2 | 209,8 | 0,7% |
| EBIT | 118,7 | 133,9 | (11,4%) |
| Nettofinancieringskosten | (34,2) | (36,7) | (6,8%) |
| Winstbelastingen | (23,0) | (32,2) | (28,6%) |
| Nettowinst | 61,5 | 65,0 | (5,4%) |
| Totaal activa | 6.894,5 | 6.452,1 | 6,9% |
| Totaal eigen vermogen | 2.168,0 | 2.157,5 | 0,5% |
| Netto financiële schuld | 3.123,9 | 3.013,4 | 3,7% |
| Vrije kasstroom | (95,0) | (444,9) | (78,6%) |
Zie de verklarende woordenlijst voor definities
Vergelijkende cijfers voor Totaal activa, Eigen vermogen en Netto financiële schuld hebben betrekking op 31/12/2019
Financieel
De opbrengsten van Elia Transmission daalden met 5,6% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, van € 499,0 miljoen tot € 471,1 miljoen. De opbrengsten werden beïnvloed door lagere financiële kosten die in 2019 het gevolg waren van de kapitaalverhoging en lagere kosten voor ondersteunende diensten, en werden gedeeltelijk gecompenseerd door een hogere gereguleerde nettowinst. Dit wordt allemaal doorgerekend in de opbrengsten.
| Detail opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten (in miljoen EUR) |
1H2020 | 1H2019 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Netwerkopbrengsten: | 415,7 | 456,0 | (8,9%) |
| Aansluitingen | 23,1 | 22,2 | 4,5% |
|---|---|---|---|
| Beheer en ontwikkeling van netinfrastructuur | 241,7 | 240,3 | 0,6% |
| Beheer van het elektrisch systeem | 64,4 | 56,7 | 13,7% |
| Compensatie van onevenwichten | 59,1 | 101,7 | (41,9%) |
| Marktintegratie | 10,8 | 12,7 | (15,1%) |
| Internationale inkomsten | 16,6 | 22,5 | (26,3%) |
| Overdracht van activa van klanten | 1,4 | 1,2 | 14,5% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 2,1 | 3,0 | (31,0%) |
| Subtotaal opbrengsten | 419,1 | 460,3 | (9,0%) |
| Overige inkomsten | 27,4 | 25,7 | 6,7% |
| Netto inkomsten van het afrekeningsmechanisme | 24,6 | 13,0 | 89,2% |
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 471,1 | 499,0 | (5,6%) |
De opbrengsten uit aansluitingen stegen van € 22,2 miljoen tot € 23,1 miljoen (toename met 4,5%), hoofdzakelijk door de tariefverhoging.
De opbrengsten uit het beheer en de ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur bleven met € 241,7 miljoen stabiel tegenover € 240,3 miljoen, voornamelijk als gevolg van een tariefverhoging van het jaarlijkse piektarief, gecompenseerd door een daling van het maandelijkse piektarief en het maandelijkse piekvolume als gevolg van de Covid-19-lockdown.
De inkomsten uit het beheer van het elektrisch systeem stegen van € 56,7 miljoen naar € 64,4 miljoen (toename met 13,7%) als gevolg van een tariefverhoging, de stijging van de aanvullende afname van reactieve energie en de invoering van het tarief voor de aanvullende injectie van reactieve energie.
Diensten verleend in het kader van energiebeheer en individuele balancing van balancinggroepen worden betaald binnen de opbrengsten voor compensatie van onevenwichten. Deze opbrengsten daalden van € 101,7 miljoen naar € 59,1 miljoen (- 41,9%), hoofdzakelijk door de tariefdaling voor het beheer van de energiereserves en 'blackstart' gebaseerd op afname (€ 30,1 miljoen) en injectie ( € 11,0 miljoen). De opbrengsten voor compensatie van onevenwichten daalden met € 1,5 miljoen als gevolg van lage onevenwichtssituaties en de afwezigheid van uitzonderlijke onevenwichtsdagen in 2020, in vergelijking met 2019.
Tot slot omvat het laatste deel van de tarifaire opbrengsten de diensten die Elia Transmission Belgium levert in het kader van de marktintegratie. Die opbrengsten zijn gedaald van € 12,7 miljoen naar € 10,8 miljoen (een daling met 15,1%) als gevolg van een tariefdaling en een vermindering van de afnamevolumes door de Covid-19-lockdown.
De internationale inkomsten daalden van € 22,5 miljoen naar € 16,6 miljoen (daling met 26,3%). Dit is vooral te wijten aan lagere inkomsten uit congestie (lange termijn en day-ahead) tijdens een zachtere winterperiode en minder afname als gevolg van Covid-19-maatregelen in 2020, met een hoge beschikbaarheid van injectievermogen in de winter, wat leidde tot minder uitwisselingen met de CWE-regio. De afwezigheid van grote prijsverschillen met de buurlanden in 2020 heeft deze daling afgedwongen.
De overdracht van activa van klanten zijn licht gestegen in vergelijking met vorig jaar, terwijl de overige bedrijfsopbrengsten daalden met € 0,9 miljoen.
De tijdelijke vermindering in elektriciteitsconsumptie in België omwille van de Covid-19 doorbraak had geen impact op de rendabiliteit van de Elia Group aangezien de impact op volume variaties geneutraliseerd worden onder het Belgische regelgevend kader.
Het afrekeningsmechanisme (€ 24,6 miljoen) omvat de afwijkingen in het huidige jaar van het door de regulator goedgekeurde budget (toename met € 4,9 miljoen) en de vereffening van netto-overschotten uit de vorige tariefperiode (- € 29,6 miljoen). Het operationele surplus van de door de regulator toegestane kosten en opbrengsten ten opzichte van het budget moet worden teruggegeven aan de klanten en maakt daarom geen deel uit van de opbrengsten. Het operationele surplus ten opzichte van het budget is voornamelijk het resultaat van lagere afschrijvingen (€ 8,4 miljoen) en lagere kosten voor ondersteunende diensten (€ 14,3 miljoen). Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door lagere tarifaire verkopen (€ 6,9 miljoen), hogere financiële kosten (€ 6,9 miljoen) en hogere belastingen (€ 3,7 miljoen) ten opzichte van het budget.
De EBITDA steeg licht tot € 211,2 miljoen (+ 0,7%) als gevolg van een hogere gereguleerde nettowinst en hogere afschrijvingen die betrekking hebben op de groeiende activabasis en gecompenseerd door lagere financiële kosten die allemaal worden doorgerekend in de opbrengsten. De daling van de EBIT (-11,4%) is het gevolg van de afschrijvingen op immateriële activa (+ € 4,9 miljoen) die in het verleden werden verworven en onder IFRS werden geactiveerd, terwijl ze rechtstreeks ten laste werden genomen en via de tarieven van de vorige regelgevende periode werden gedekt. Met de nieuwe tariefmethodologie worden de immateriële activa ook geactiveerd in de gereguleerde activabasis. De bijdrage van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (HGRT, Ampacimon en Coreso) steeg licht tot € 1,1 miljoen.
De nettofinancieringskosten daalden met € 2,5 miljoen (- 6,8%) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, en zijn voornamelijk het gevolg van de voorfinanciering begin 2019 van een obligatielening van € 500 miljoen die afliep in mei 2019 en de lagere activering van de financieringskosten sinds de ingebruikname van het Modular Offshore Grid en ALEGrO in de tweede helft van 2019. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door kosten voor de afwikkeling van een renteswap (daling met € 4,5 miljoen) in verband met een aandeelhouderslening die begin juni werd afgelost. In april heeft Elia financiering via de schuldkapitaalmarkt bekomen met een Eurobond van € 800 miljoen voor de financiering van zijn investeringsprogramma en voor de herfinanciering van een aandeelhouderslening van € 496 miljoen. De nieuwe uitgifte vermindert aanzienlijk de gemiddelde kost van zijn schuld ten voordele van de consument: van 2,16% eind 2019 naar 1,95% eind juni 2020. Elia Transmission heeft een evenwichtige schuldstructuur zonder materiële vervaldagen op korte termijn.
De nettowinst daalde met 5,4% tot € 61,5 miljoen, voornamelijk door de volgende factoren:
- Hogere billijke vergoeding (+ € 28,7 miljoen) door het hogere rendement op eigen vermogen (vaste risicovrije rentevoet van 2,4% tegenover de gemiddelde OLO-rente van 0,76% in 2019), een hogere gearing ratio (40% tegenover 33%) en de volledige vergoeding voor de kapitaalverhoging van vorig jaar (€ 327 miljoen)
- Beëindiging van de mark-up vergoeding (daling met € 24.5 miljoen)
- Hogere incentives (+ € 0,4 miljoen)
- Afschrijvingen van software die vóór 2020 werd aangekocht (- € 7,0 miljoen) en onder IFRS is geactiveerd, terwijl deze onder de vorige reguleringsmethodologie volledig ten laste werden genomen en gedekt. Vanaf 2020 worden immateriële activa ook geactiveerd in de RAB, waarbij de afschrijvingskosten worden doorgerekend in de opbrengsten
- Eenmalige tariefcompensatie opgenomen in 2019 voor de financiële kosten van de kapitaalverhoging die onder IFRS rechtstreeks verwerkt worden in het eigen vermogen (- € 6,3 miljoen)
- Lagere voorzieningen voor IAS 19 en belastingen (+ € 2,2 miljoen)
- Overige elementen (+ € 3,0 miljoen). Door hogere uitgestelde belastingen (toename met € 3,4 miljoen) en lagere voorzieningen voor dubieuze debiteuren (+ € 1,1 miljoen) wordt een negatieve bijdrage van Elia RE (- € 2,1 miljoen) als gevolg van de iets hogere schade aan het elektriciteitssysteem verrekend.
De totale activa stegen met € 442,4 miljoen tot € 6.894,5 miljoen, voornamelijk als gevolg van het investeringsprogramma en een hogere liquiditeit. De netto financiële schuld steeg met € 110,5 miljoen (+ 3,7%), aangezien het Capex-programma van Elia voornamelijk gefinancierd werd door de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten en de obligatieuitgifte. Elia heeft in 2020 de heropneembare kredietfaciliteit terugbetaald die het eind 2019 had opgenomen (€ 75 miljoen). Eind mei werd een nieuw handelspapierprogramma opgezet voor een bedrag van € 300 miljoen, dat niet is opgenomen.
Het eigen vermogen is licht gestegen (+ € 10,5 miljoen), voornamelijk als gevolg van de halfjaarwinst (€ 61,5 miljoen) min de dividenduitkering over 2019 (€ 18,9 miljoen) en de toewijzing van eigen vermogen aan Nemo Link om de financiering in overeenstemming te brengen met het regelgevende kader (40% eigen vermogen/ 60% schuld).
Operationeel
De geschatte totale belasting van he net daalde met 6,6% van 43,0 TWh in 2019 tot 40,1 TWh in 2020. De daling kan voornamelijk worden verklaard door de Covid-19-maatregelen sinds maart 2020, de gemiddeld hogere temperaturen en de hogere decentrale productie in 2020 ten opzichte van 2019. Al deze factoren hadden een invloed op de afname van de distributienetbeheerders. Als gevolg daarvan daalde de netto afname van het Elia-net met 9,0%, van 32,1 TWh in 2019 tot 29,3 TWh in 2020.
De netto-injectie op het net van Elia Transmission Belgium is licht gedaald van 30,5 TWh in 2019 tot 30,1 TWh in 2020, vooral door een lagere nucleaire beschikbaarheid in 2020, gedeeltelijk gecompenseerd door gasgestookte en hernieuwbare productie.
In het eerste halfjaar van 2020 was België gemiddeld een netto-uitvoerder door de lagere afname en een bijna stabiele injectie. De netto-invoer daalde van 2,0 TWh in 2019 tot -0,4 TWh in 2020. De totale uitvoer nam licht toe, van 6 TWh in 2019 tot 6,7 TWh in 2020, terwijl de invoer van energie met 22% afnam, van 8,0 TWh tot 6,3 TWh.
De totale elektriciteitsstromen tussen België en zijn buurlanden daalden van 14,1 TWh tot 13,0 TWh, voornamelijk door de daling van de netto-invoer met Nederland en Frankrijk.
Investeringen
In de eerste helft van 2020 investeerde Elia € 134,71 miljoen in België, in het bijzonder met het oog op de integratie van steeds meer variabele hernieuwbare elektriciteit. De nodige investeringen worden gedaan om de bestaande corridors te versterken en zo de hogere aanvoer van hernieuwbare energie op te vangen in combinatie met de verbetering van het bestaande net.
In de eerste helft van 2020 werden de investeringen gekoppeld aan het Brabo fase 2-project en de aansluiting van de laatste twee offshore windparken, Mermaid & Seastar, op het MOG platform, waardoor het investeringsprogramma compleet is afgerond. Bovendien werkte Elia verder aan de versterking van de bestaande Belgische 380kV-backbone: op de as Horta-Avelgem werden de versterkingswerken aan de masten en funderingen afgerond. De volgende stap bevat de vervanging van de bestaande geleiders.
1.2. Segmentrapporting 50Hertz (Duitsland)
Hoogtepunten
- Investeringen op koers ondanks Covid-19-pandemie
- Stijgend halfjaarresultaat weerspiegelt groei van de onderneming
- Succesvolle uitgifte van groene obligatie van € 750 miljoen
Kerncijfers
| 50Hertz Transmission kerncijfers (in miljoen EUR) | 1H 2020 | 1H 2019 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 697,2 | 664,7 | 4,9% |
| Opbrengsten | 644,3 | 629,8 | 2,6% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 38,2 | 34,9 | 9,5% |
| Netto inkomsten afrekeningsmechanisme | 14,7 | (0,1) | n.r |
| EBITDA | 282,8 | 249,8 | 13,2% |
| EBIT | 163,5 | 149,3 | 9,5% |
| Nettofinancieringskosten | (27,3) | (30,2) | (9,6%) |
| Winstbelastingen | (41,7) | (36,8) | 13,3% |
| Nettowinst | 94,5 | 82,3 | 14,8% |
| Waarvan toe te rekenen aan Elia groep | 75,6 | 65,8 | 14,9% |
| Totaal activa | 6.915,6 | 6.279,6 | 10,1% |
| Totaal eigen vermogen | 1.535,9 | 1.546,5 | (0,7%) |
| Netto financiële schuld | 2.917,8 | 2.108,1 | 38,4% |
| Vrije kasstroom | (680,4) | (656,8) | 3,6% |
Opbrengsten, kosten, activa en verplichtingen worden in de tabel gerapporteerd aan 100%.
Zie de verklarende woordenlijst voor definities
Vergelijkende cijfers voor Totaal activa, Eigen vermogen en Netto financiële schuld hebben betrekking op 31/12/2019
Financieel
De totale opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van 50Hertz stegen in vergelijking met de eerste helft van vorig jaar (toename met 4,9%).
De totale bedrijfsopbrengsten worden gedetailleerd weergegeven in onderstaande tabel.
| Totale opbrengsten (in miljoen EUR) |
1H 2020 | 1H 2019 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Netwerkopbrengsten | 529,1 | 548,1 | (3,5%) |
| Opbrengsten van incentive regelgeving | 374,1 | 382,3 | (2,1%) |
| Opbrengsten uit offshore nettoeslag | 155,0 | 165,8 | (6,5%) |
1 Inclusief de activering van software en IAS 23 (Financieringskosten), IFRS 15 (revenu recognnition – Overdracht van activa van klanten) en IFRS 16 (Leasing) bedraagt dit € 152,5 miljoen.
| Energieopbrengsten | 112,4 | 81,1 | 38,5% |
|---|---|---|---|
| Overige opbrengsten (incl. overdracht van activa van klanten) | 2,8 | 0,7 | 300,0% |
| Subtotaal opbrengsten | 644,3 | 629,9 | 2,3% |
| Overige inkomsten | 38,2 | 34,9 | 9,5% |
| Netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme | 14,7 | (0,1) | n/a |
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 697,2 | 664,7 | 4,9% |
Opbrengsten van incentive regelgeving bestaan hoofzakelijk uit de nettarieven. De voornaamste drijfveer is de regulatoire vergoeding van onshore activiteiten ('revenue cap').
De opbrengsten van incentive regelgeving daalden met € 8,2 miljoen. De reden daarvoor is te zoeken bij de aanhoudende groei van de activiteiten in verband met onshore investeringen (stijging van € 19,9 miljoen). Die groei werd uitgehold door lagere volume-effecten in vergelijking met de eerste helft van 2019 (daling met € 28,8 miljoen). De terugbetaling voor pass-through-energiekosten en overige elementen is grotendeels in lijn met het voorgaande jaar.
Opbrengsten uit offshore nettoeslag omvatten alle opbrengsten van de offshore nettoeslag. Dit omvat de vergoeding voor de eigen kosten van 50Hertz met betrekking tot de aansluiting van offshore windparken, alsook de doorrekening van offshore kosten aan 50Hertz door derden, zoals andere TNB's.
De opbrengsten uit de offshore nettoeslag daalden (daling met € 10,8 miljoen) in vergelijking met de eerste helft van 2019. Dankzij de lopende offshore investeringen en de volledige ingebruikname van Ostwind 1 eind 2019 steeg de vergoeding (+ € 15,0 miljoen) die betrekking had op de eigen kosten van 50Hertz voor de offshore netaansluitingen. De pass-through-kosten van derden daalden in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar (- € 25,8 miljoen).
De energieopbrengsten bestaan uit alle bedrijfsopbrengsten die betrekking hebben op systeembeheer. Ze zijn gewoonlijk gekoppeld aan de overeenkomstige kosten voor ondersteunende diensten die doorgerekend worden aan derden, zoals redispatchmaatregelen, reservecentrales en balancinggroepen, maar omvatten ook de opbrengsten uit veilingen van transmissiecapaciteit.
De energieopbrengsten stegen met € 31,3 miljoen tegenover de eerste helft van 2019, grotendeels als gevolg van hogere kosten voor reservecentrales die doorgerekend worden aan andere TNB's (+ € 37,0 miljoen). Daarnaast zijn ook de opbrengsten uit balancinggroepen (+ € 6,7 miljoen) en de inkomsten uit congestie (+ € 5,9 miljoen) gestegen, maar werden deels geneutraliseerd door lagere kosten van andere TNB's voor redispatchmaatregelen (daling met € 17,8 miljoen).
De tijdelijke vermindering in elektriciteitsconsumptie in Duitsland omwille van de Covid-19 doorbraak had geen impact op de rendabiliteit van de Elia Group aangezien de impact op volume variaties geneutraliseerd worden onder het Duitse regelgevend kader.
De overige opbrengsten (inclusief de afschrijving van overdracht van activa van klanten) zijn gestegen ten opzichte van de eerste helft van 2019 (+ € 2,1 miljoen). Dit was vooral te danken aan de hogere inkomsten uit het Europese Inter-TNB Compensatiemechanisme.
De overige inkomsten stegen eveneens (+ € 3,3 miljoen), vooral door de hogere inkomsten uit geactiveerde eigen productie als gevolg van de stijging van de personeelskosten.
De regulatoire inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme omvatten zowel de jaarlijkse verrekening van tekorten en surplussen ontstaan vóór 2020 (+ € 61,1 miljoen) als het in 2020 gerealiseerde nettosurplus door het verschil tussen de kosten die in de tarieven mogen worden doorgerekend en de werkelijke kosten (- € 46,4 miljoen).
De EBITDA steeg met € 33 miljoen (toename met 13,2%). Onder invloed van het lopende investeringsprogramma en de groeiende activabasis bedraagt de investeringsvergoeding in totaal € 141,3 miljoen (+ € 27,4 miljoen). De onshore bijdrage bedroeg € 36,5 miljoen (stijging van € 10,7 miljoen), terwijl de offshore vergoeding € 104,8 miljoen bedroeg (een stijging van € 16,7 miljoen), voornamelijk door de ingebruikname van de laatste kabel en het platform van Ostwind 1 in december 2019. Bovendien stegen de opbrengsten van het basisjaar door inflatiecorrecties (+ € 1,7 miljoen). De bedrijfskosten kenden een lichte toename ten opzichte van de eerste helft van 2019. De personeelskosten stegen als gevolg van de voortdurende groei van de activiteiten (- € 8,6 miljoen), maar werden grotendeels gecompenseerd door een stijging van de inkomsten uit geactiveerde eigen productie (+ € 2,6 miljoen) en een regulatoire terugbetaling van de personeelskosten met betrekking tot 2018 (+ € 4,6 miljoen). De IT- en telecommunicatiekosten stegen als gevolg van onze voortdurende inspanningen om te evolueren naar een digitale TNB en de uitbreiding van
de activiteiten (- € 4,5 miljoen). Tot slot werd de EBITDA ook beïnvloed door de vrijval van een voorziening in verband met de aanvaarding van historische kosten door de regulator (+ € 8,9 miljoen).
De EBIT steeg minder sterk (een toename met € 14,2 miljoen) als gevolg van hogere afschrijvingen (- € 18,3 miljoen), na de ingebruikname van de laatste kabels en het platform van Ostwind 1 in 2019. In 2020 werden geen adjusted elementen opgenomen.
De nettowinst steeg met 14,8% tot € 94,5 miljoen onder invloed van:
- Hogere offshore vergoeding (+ € 11,8 miljoen) dankzij de realisatie van offshore investeringen en ingebruikname van de laatste kabels en het platform van Ostwind 1 eind 2019
- Hogere onshore investeringsvergoeding (gestegen met € 7,5 miljoen) als gevolg van de uitvoering van het onshore investeringsplan
- Vrijval van een voorziening na aanvaarding van de kosten door de regulator (+ € 6,3 miljoen)
- Hoger financieel resultaat (stijging van € 2,0 miljoen), grotendeels door lagere rentelasten op voorzieningen en hogere gekapitaliseerde financieringskosten
- Hogere opbrengsten van het basisjaar als gevolg van inflatiecorrecties (toename met € 1,2 miljoen)
- Hogere onshore Opex (- € 5,9 miljoen)
- Hogere afschrijvingen (- € 12,9 miljoen) na de ingebruikname van Ostwind 1.
De totale activa daalden met € 636,0 miljoen ten opzichte van het einde van 2019, voornamelijk door een daling van de EEG-kaspositie (- € 655,8 miljoen). In de eerste helft van 2020 had de hoge EEG-uitbetalingen ook gevolgen voor de vrije kasstroom die - € 680,4 miljoen bedroeg. Voor de financiering van de EEG-betalingen werd een aanvullende heropneembare kredietfaciliteit van € 400 miljoen aangegaan.
Voor de financiering van de offshore netaansluitingen Ostwind 1 en 2 werd bovendien in mei met succes een groene obligatie van € 750 miljoen met een looptijd van 12 jaar en een vaste rentevoet van 1,1% uitgegeven. Vervolgens steeg de netto financiële schuld met € 809,7 miljoen, voornamelijk als gevolg van de financiering van het lopende investeringsprogramma en de hoge EEG-kaspositie. De EEG-kaspositie vertoonde in juni een tekort van - € 225,3 miljoen. Eventuele tekorten afkomstig van het EEG-mechanisme zijn tijdelijk en zullen worden verrekend met de opbrengsten uit toeslagen van het volgende jaar.
Operationeel
De netto-afname van het net van 50Hertz bedroeg 21,9 TWh, of 4,4% minder dan vorig jaar (22,9 TWh). In de eerste helft van 2020 was 50Hertz met een netto-uitvoer van 17,4 TWh (25,9 TWh in de eerste helft van 2019) opnieuw een netto-uitvoerder van elektriciteit. Er werd 11,5 TWh elektriciteit ingevoerd en 28,9 TWh uitgevoerd (6,8 TWh en 32,7 TWh in eerste helft 2019). De piekbelasting bedroeg 7,9 GW in juni 2020 (8,7 GW in juni 2019).
Investeringen
Om aan de vereisten van de netgebruikers te kunnen voldoen, investeerde 50Hertz Transmission in de eerste helft van 2020 een bedrag van € 191,3 miljoen, of 67,7% meer dan in de eerste helft van vorig jaar (€ 114,1 miljoen). In totaal werd € 139,9 miljoen geïnvesteerd voor onshore projecten, terwijl de offshore investeringen in totaal € 51,4 miljoen bedroegen. De belangrijkste onshore investeringen gingen naar de DC-verbinding SuedOstLink (€ 17,1 miljoen), de versterking van hoogspanningsmasten om de operationele veiligheid te verhogen (€ 14,5 miljoen), de 380 kV-kabel in Berlijn (€ 13,9 miljoen) en de bouw van de luchtlijn van Wolmirstedt naar Güstrow (€ 13,5 miljoen). De offshore investeringen betroffen voornamelijk de offshore netaansluitingen van Ostwind 2 (€ 39,6 miljoen).
1.3. Segmentrapportering niet-gereguleerde activiteiten & Nemo Link
Hoogtepunten
- Sterke operationele prestaties in eerste helft van 2020 voor de Nemo Link-interconnector, maar bijdrage aan het resultaat van de groep beïnvloed door de eenmalige uitkering van een preferent dividend aan National Grid
- Hogere holdingkosten, omdat de belasting op hybride en senior obligatieleningen niet aftrekbaar is, gezien er geen belastbare basis is
Kerncijfers
| Niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link kerncijfers (in miljoen EUR) |
1H 2020 | 1H 2019 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 15,4 | 4,2 | 266,7% |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmuta tiemethode |
1,8 | 3,8 | (52,6%) |
| EBITDA | (0,8) | (1,3) | (38,5%) |
| EBIT | (1,0) | (1,5) | (33,3%) |
| Netto financieringslasten | (8,0) | (1,0) | 700,0% |
| Winstbelastingen | 1,6 | 7,5 | n/a |
| Nettowinst | (7,4) | 4,9 | (251,0%) |
| Waarvan toe te rekenen aan Elia groep | (7,4) | 5,0 | (248,0%) |
| Totaal activa | 1.729,4 | 1.733,5 | (0,2%) |
| Totaal eigen vermogen | 1.216,1 | 1.207,5 | 0,7% |
| Netto financiële schuld | 387,5 | 401,6 | (3,5%) |
Zie de verklarende woordenlijst voor definities
Vergelijkende cijfers voor Totaal activa, Eigen vermogen en Netto financiële schuld hebben betrekking op 31/12/2019
De niet-gereguleerde opbrengsten stegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, voornamelijk als gevolg van hogere opbrengsten gerealiseerd door EGI (een stijging van € 4,5 miljoen), onder impuls van 'owner engineering'-diensten. De internationale consultingactiviteiten werden dan weer getroffen door de Covid-19-lockdownmaatregelen en intersegment transacties tussen Elia Group NV en Elia Transmission Belgium op het moment van de pushdown van de gereguleerde activiteiten naar ETB eind 2019. Het effect van deze intersegment transacties wordt vermeld in Toelichting 2.2. Segmentreconciliatie.
Als investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode droeg Nemo Link in de eerste helft van 2020 € 1,8 miljoen bij. Nemo Link leverde in de eerste helft van 2020 sterke operationele prestaties, met een zeer hoge algemene beschikbaarheid van 99,86%, wat resulteerde in een nettowinst van € 12,7 miljoen. De nettobijdrage aan Elia groep werd echter beïnvloed door de eenmalige uitkering van een preferent dividend aan National Grid (€ 9,1 miljoen). In het verleden leverden Elia en National Grid projectdiensten aan Nemo Link. Deze diensten zijn in 2019 door Nemo Link aan Elia vergoed en doorgerekend aan de tarieven, terwijl National Grid gekozen heeft voor een eenmalig preferent dividend. Vanuit operationeel oogpunt werd Nemo Link niet rechtstreeks getroffen door de coronacrisis, wel door de impact ervan op het verminderde elektriciteitsverbruik tussen het Verenigd Koninkrijk en België. De productie werd dan weer beïnvloed door de hoge aanvoer van hernieuwbare energie (wind- en zonne-energie) in het Belgische net. Dit leidde tot vele uren van negatieve elektriciteitsprijzen tijdens het weekend en op feestdagen. Globaal genomen leidde dit tot hogere spreads in elektriciteitsprijzen tussen het Verenigd Koninkrijk en België tussen midden maart en eind mei. In juni verkleinde de spread na een geleidelijk herstel van de vraag naar elektriciteit, een lagere windproductie en onbeschikbaarheden van de Belgische en Franse kernreactoren die voor een toename van de Belgische elektriciteitsprijzen zorgden.
De EBIT daalde met € 0,5 miljoen. De daling van de EBIT ten opzichte van vorig jaar is vooral te wijten aan de lagere bijdrage van Nemo Link (gedaald met € 2,0 miljoen), operationele kosten in verband met de holdingactiviteit (- € 1,0 miljoen) en re.alto (- € 0,9 miljoen). Die factoren werden gedeeltelijk gecompenseerd door een hogere operationele bijdrage voor EGI (stijging van € 0,4 miljoen) en lagere andere niet-gereguleerde kosten (+ € 0,8 miljoen).
De netto financieringskosten stegen tot € 8,0 miljoen en bestaan hoofdzakelijk uit de rentekosten verbonden aan de obligatielening (€ 2,3 miljoen), de regulatoire afrekening voor 2019 (€ 3,3 miljoen) en de kosten in verband met de private plaatsing van Nemo Link. De rentebaten op de cashvooruitbetalingen aan Nemo Link tijdens de bouwfase (€ 3,2 miljoen) werden eind juni 2019 terugbetaald, en kwamen ten goede van het financieel resultaat van vorig jaar. Nemo Link wordt gefinancierd in overeenstemming met het regelgevende kader (40% eigen vermogen /60% schuld). Het nettoverlies daalde tot € 7,4 miljoen, voornamelijk door de volgende factoren:
- Hogere holdingkosten (- € 5,5 miljoen) omdat de belasting op hybride en senior obligatieleningen niet aftrekbaar is – gezien er geen belastbare basis is – in combinatie met de operationele kosten van de holding.
- Lagere bijdrage van Nemo Link (daling met € 2,0 miljoen)
- Regulatoire afrekening voor 2019 (- € 2,7 miljoen)
- re.alto (- € 0,9 miljoen), als gevolg van de bedrijfskosten sinds de oprichting in augustus 2019
- Overige elementen (- € 1,0 miljoen) vertegenwoordigen door hogere financieringskosten voor Nemo Link, een iets betere prestatie van EGI en lagere niet-gereguleerde kosten.
De totale activa bleven stabiel (gedaald met 0,2%) op € 1.729,4 miljoen en de netto financiële schuld daalde licht met € 14,1 miljoen.
2. Verklaring over het getrouwe beeld van de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten en het getrouwe overzicht in het tussentijdse jaarverslag
De ondergetekenden, Chris Peeters, Voorzitter van het Directiecomité en Chief Executive Officer, en Catherine Vandenborre, Chief Financial Officer, verklaren, voor zover hen bekend, dat:
a) de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten, die zijn opgesteld in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse Financiële Verslaggeving' zoals goedgekeurd door de Europese Unie, een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële toestand en de financiële resultaten van de Vennootschap, en van de entiteiten opgenomen in de consolidatie in haar geheel;
b) het tussentijdse jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de informatie vereist uit hoofde van art. 13 § 5 en 6 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegestaan tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
Brussel, 28 juli 2020
Catherine Vandenborre Chris Peeters
Chief Financial Officer Chief Financial Officer Voorzitter van het Directiecomité & Chief Executive Officer
3. Verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële staten
Verkort geconsolideerd overzicht van de financiële positie
| (in miljoen EUR) | Toelichting | 30 juni 2020 | 31 december 2019 |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| VASTE ACTIVA | 12.541,8 | 12.390,8 | |
| Materiële vaste activa | (7) | 9.579,2 | 9.445,6 |
| Goodwill | 2.411,1 | 2.411,1 | |
| Immateriële activa | 96,6 | 96,4 | |
| Handels- en overige vorderingen | 2,4 | 2,3 | |
| Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | (4) | 345,7 | 342,8 |
| Overige financiële vaste activa (incl. derivaten) | 104,6 | 88,9 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 2,2 | 3,7 | |
| VLOTTENDE ACTIVA | 2.438,2 | 1.502,6 | |
| Voorraden | 30,0 | 24,3 | |
| Handels- en overige vorderingen | 1.183,3 | 488,0 | |
| Actuele belastingvorderingen | 2,7 | 5,5 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.199,7 | 975,0 | |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | 22,5 | 9,8 | |
| Totaal activa | 14.980,0 | 13.893,4 | |
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||
| EIGEN VERMOGEN Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennoot |
4.340,6 | 4.332,1 | |
| schap | 4.032,8 | 4.022,3 | |
| Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandelen | 3.321,9 | 3.320,8 | |
| Aandelenkapitaal | 1.705,9 | 1.705,9 | |
| Uitgiftepremie | 259,1 | 259,1 | |
| Reserves | 173,0 | 173,0 | |
| Afdekkingsreserves | (3,5) | (7,0) | |
| Ingehouden winsten | (6) | 1.187,3 | 1.189,8 |
| Eigen vermogen toe te rekenen aan hybrid securities | 711,0 | 701,4 | |
| Minderheidsbelang | 307,7 | 309,9 | |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 7.628,9 | 5.924,9 | |
| Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen | 7.050,9 | 5.378,9 | |
| Personeelsbeloningen | 143,2 | 118,2 | |
| Derivaten | 0,0 | 4,4 | |
| Voorzieningen | 127,6 | 122,3 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 86,0 | 87,0 | |
| Overige verplichtingen | 221,2 | 214,1 | |
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 3.010,5 | 3.636,4 | |
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | 578,0 | 1.119,2 | |
| Voorzieningen | 13,5 | 15,6 | |
| Handelsschulden en overige schulden | 1.297,6 | 1.356,9 | |
| Actuele belastingverplichtingen | 46,8 | 54,8 | |
| Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten | 1.074,6 | 1.089,9 | |
| Totaal eigen vermogen en verplichtingen | 14.980,0 | 13.893,4 |
De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.
Verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten Omzet 1.065,6 1.083,5 Grond- en hulpstoffen (37,9) (36,4) Overige bedrijfsopbrengsten 71,4 63,1 Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme 39,3 12,9 Diensten en diverse goederen (478,7) (513,3) Personeelskosten (150,6) (137,8) Afschrijvingen en waardeverminderingen (214,2) (180,7) Wijziging in voorzieningen 2,2 4,2 Overige bedrijfskosten (18,9) (18,7) Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 278,2 276,8 Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen) 2,9 4,8 Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 281,1 281,6 Nettofinancieringslasten (69,5) (68,0) Financieringsbaten 1,1 4,2 Financieringslasten (70,6) (72,2) Winst vóór winstbelastingen 211,6 213,6 Winstbelastingen (12) (63,1) (61,5) Winst op voorgezette bedrijfsactiviteiten 148,6 152,1 Winst over de verslagperiode 148,6 152,1 Winst toe te rekenen aan: Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij – eigenaars van gewone aandelen 120,1 126,2 Houders van aandelen van de moedermaatschappij - hybride effecten 9,6 9,6 Minderheidsbelang 18,9 16,4 Winst over de verslagperiode 148,6 152,1 Winst per aandeel (in EUR) Gewone winst per aandeel 1,76 2,05 Verwaterde winst per aandeel 1,76 2,05 |
(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 30 juni | Toe lichting |
2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|
De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.
Verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening en nietgerealiseerde resultaten
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 30 juni | 2020 | 2019 |
|---|---|---|
| Winst over de verslagperiode | 148,6 | 152,1 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | ||
| Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening: | ||
| Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | 4,7 | (2,8) |
| Belastingimpact op deze elementen | (1,2) | 0,7 |
| Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt: | ||
| Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding | (21,6) | (18,4) |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet-gereali seerde resultaten |
14,9 | 0,0 |
| Belastingimpact op deze elementen | 5,4 | 4,6 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen | 2,2 | (16,0) |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 150,8 | 136,1 |
| Winst toe te rekenen aan | ||
| Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij – eigenaars van gewone aandelen | 119,3 | 110,1 |
| Houders van aandelen van de moedermaatschappij - hybride effecten | 9,6 | 9,6 |
| Minderheidsbelang | 21,9 | 16,4 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 150,8 | 136,1 |
De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.
Verkort geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen
| De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten. | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Aandelenkapitaal | Uitgiftepremie | Afdekkingsreserves | Omrekenings- verschillen |
Reserves | Ingehouden winst | nen aan eigenaars van Nettowinst toe te reke gewone aandelen |
Hybrid securities | vermogen toe te eigenaars v/d vennootschap rekenen a/d Eigen |
Minderheidsbelang | Totaal eigen vermogen |
| Stand per 1 januari 2019 | 1.521,4 | 14,4 | (6,2) | 0,0 | 173,0 | 1.038,7 | 2.741,4 | 706,2 | 3.447,6 | 301,3 | 3.748,9 |
| Winst over de verslagperiode | 135,8 | 135,8 | 135,8 | 16,4 | 152,1 | ||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | (2,1) | (13,8) | (16,0) | (16,0) | 0,0 | (16,0) | |||||
| Totaal gerealiseerde en niet-gereali seerde resultaten |
(2,1) | 0,0 | 0,0 | 122,0 | 119,8 | 119,8 | 16,4 | 136,1 | |||
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
|||||||||||
| Bijdragen van en uitkeringen aan eige naars |
|||||||||||
| Uitgifte gewone aandelen | 190,6 | 244,8 | 435,4 | 435,3 | 435,3 | ||||||
| Uitgiftekosten aandelen | (6,4) | (6,4) | (6,4) | (6,4) | |||||||
| Kosten m.b.t. op aandelen gebaseerde be talingen |
0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | |||||||
| Verdeling aan hybride effecten | (9,6) | (9,6) | 9,6 | 0,0 | 0,0 | ||||||
| Belastingen op verdeling aan hybride effec ten |
(2,8) | (2,8) | (2,8) | (2,8) | |||||||
| Dividenden aan minderheidsbelang | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (26,5) | (26,5) | ||||||
| Dividenden | (101,3) | (101,3) | (101,3) | (101,3) | |||||||
| Totaal bijdragen en uitkeringen | 184,3 | 244,8 | 0,0 | (113,7) | 315,3 | 9,6 | 324,9 | (26,5) | 298,4 | ||
| Totaal bijdragen van en uitkeringen aan ei genaars |
184,3 | 244,8 | 0,0 | 0,0 | (113,7) | 315,3 | 9,6 | 324,9 | (26,5) | 298,4 | |
| Stand per 30 juni 2019 | 1.705,7 | 259,2 | (8,3) | 0,0 | 173,0 | 1.047,0 | 3.176,6 | 715,8 | 3.892,3 | 291,2 | 4.183,5 |
| Stand per 1 januari 2020 | 1.705,8 | 259,2 | (7,0) | 0,0 | 173,0 | 1.189,8 | 3.320,8 | 701,4 | 4.022,2 | 309,9 | 4.332,1 |
| Winst over de verslagperiode | 129,7 | 129,7 | 129,7 | 18,9 | 148,6 | ||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten Totaal gerealiseerde en niet-gereali |
3,5 | 0,0 | (4,2) | (0,7) | (0,7) | 3,0 | 2,3 | ||||
| seerde resultaten | 3,5 | 0,0 | 0,0 | 125,5 | 129,0 | 129,0 | 21,9 | 150,8 | |||
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
|||||||||||
| Bijdragen van en uitkeringen aan eige naars |
|||||||||||
| Verdeling aan hybride effecten | (9,6) | (9,6) | 9,6 | 0,0 | 0,0 | ||||||
| Belastingen op verdeling aan hybride effec ten |
(2,4) | (2,4) | (2,4) | (2,4) | |||||||
| Dividenden aan minderheidsbelangen | (24,0) | (24,0) | |||||||||
| Dividenden | (116,0) | (116,0) | (116,0) | (116,0) | |||||||
| Totaal bijdragen en uitkeringen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (128,0) | (128,0) | 9,6 | (118,4) | (24,0) | (142,4) | ||
| Totaal bijdragen van en uitkeringen aan ei genaars |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | (128,0) | (128,0) | 9,6 | (118,4) | (24,0) | (142,4) | |
| Stand per 30 juni 2020 | 1.705,9 | 259,1 | (3,5) | 0,0 | 173,0 | 1.187,3 | 3.321,9 | 711,0 | 4.032,8 | 307,7 | 4.340,6 |
Verkort geconsolideerd kasstroomoverzicht
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 30 juni | Toelich ting |
2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst over de verslagperiode | 148,6 | 152,1 | |
| Aanpassing voor: | |||
| Nettofinancieringslasten | 69,5 | 68,0 | |
| Overige niet-kaskosten | 0,3 | 0,3 | |
| Winstbelastingen | 61,0 | 60,1 | |
| Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, na belasting | (2,9) | (4,8) | |
| Afschrijvingen materiële en amortisatie immateriële activa | 209,9 | 180,8 | |
| Boekwinst op verkoop van materiële en immateriële activa | 3,2 | 4,6 | |
| Bijzondere waardeverminderingen op vlottende activa | 0,4 | 1,9 | |
| Mutatie voorzieningen | 0,4 | (6,7) | |
| Mutatie in leningen en schulden | (3,9) | 0,7 | |
| Mutatie uitgestelde belastingen | 2,1 | 1,4 | |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 488,5 | 458,3 | |
| Mutatie voorraden | (5,9) | (0,7) | |
| Mutatie handels- en overige vorderingen | (732,7) | 99,1 | |
| Mutatie overige vlottende activa | (25,6) | 4,8 | |
| Mutatie handelsschulden en overige schulden | (62,0) | (99,4) | |
| Mutatie overige kortlopende verplichtingen | 24,6 | 23,6 | |
| Wijzigingen in werkkapitaal | (801,6) | 27,5 | |
| Betaalde rente | (72,5) | (102,3) | |
| Ontvangen rente | 1,0 | 4,1 | |
| Betaalde winstbelastingen | (64,8) | (111,9) | |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | (449,4) | 275,5 | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | |||
| Verwerving van immateriële activa | (7) | (5,7) | (10,0) |
| Verwerving van materiële activa | (7) | (331,4) | (377,1) |
| Verwerving van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | 0,0 | (201,5) | |
| Opbrengst uit de verkoop van materiële vaste activa | 1,2 | 0,0 | |
| Ontvangen dividend van onderneming opgenomen volgens vermogensmutatiemethode | 0,0 | 0,9 | |
| Leningen en lange termijn vorderingen aan joint ventures | (4) | 0,0 | 174,4 |
| Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten | (335,9) | (413,4) | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | |||
| Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal | 0,0 | 435,3 | |
| Kosten verbonden aan uitgifte van aandelenkapitaal | 0,0 | (6,3) | |
| Betaald dividend (-) | (6) | (116,0) | (101,3) |
| Betalingen aan non-controlling parties | (24,0) | (2,5) | |
| Aflossing van opgenomen leningen (-) | (613,1) | (753,1) | |
| Ontvangsten van opgenomen leningen (+) | (9) | 1.763,3 | 699,3 |
| Overige kasstromen uit financieringsactiviteiten | 0,0 | (0,8) | |
| Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten | 1.010,2 | 270,6 | |
| Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 224,7 | 132,9 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 975,0 | 1.789,3 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 30 juni | 1.199,7 | 1.922,2 | |
| Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 224,7 | 132,9 |
De toelichtingen maken integraal deel uit van deze verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten
4. Toelichtingen bij de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten
1. Algemene informatie
Elia Group NV/SA (hierna 'de Vennootschap' of 'Elia') is gevestigd in België, met hoofdkantoor gevestigd te Keizerslaan 20, B-1000 Brussel.
Elia groep is actief in elektriciteitstransmissie. We zorgen ervoor dat productie en verbruik op elk moment in balans zijn. Zo voorzien we 30 miljoen eindverbruikers van elektriciteit. Met filialen in België (Elia) en het noordoosten van Duitsland (50Hertz) beheren we 18.990 km aan hoogspanningsverbindingen. Deze niet-geauditeerde en verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten van de Vennootschap voor de zes maanden tot 30 juni 2020 beschrijven de financiële toestand en resultaten van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (gezamenlijk 'de groep') en de participaties van de groep in joint ventures.
De verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten werden op 28 juli 2020 goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Elia Group NV/SA.
2. Basis voor de opmaak en wijzigingen van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de groep
a. Basis voor de voorbereiding
De verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten werden voorbereid in overeenstemming met IAS 34 'Tussentijdse Financiële Verslaggeving', gepubliceerd door de IASB en goedgekeurd door de Europese Unie.
De verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten bevatten niet alle informatie en toelichtingen die vereist zijn voor een volledige set financiële overzichten volgens IFRS. Deze financiële overzichten moeten worden gelezen in combinatie met de laatste geconsolideerde jaarrekening van de groep per en voor het jaar eindigend op 31 december 2019. Er werden echter een aantal verklarende toelichtingen opgenomen om uitleg te geven over de gebeurtenissen en transacties die belangrijk zijn voor een goed inzicht in de wijzigingen in de toestand en de resultaten van de groep sinds de laatste geconsolideerde jaarrekening.
Er waren geen wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving van de groep ten opzichte van het jaarverslag 2019. We verwijzen naar dit jaarverslag voor een gedetailleerd overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving.
b. Nieuwe standaarden, interpretaties en wijzigingen toegepast door de groep
De grondslagen voor financiële verslaggeving die werden toegepast bij de voorbereiding van de verkorte tussentijdse jaarrekening zijn dezelfde als de grondslagen die werden gebruikt bij de voorbereiding van de geconsolideerde jaarrekening per en voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.
Standaarden, interpretaties en wijzigingen die van kracht zijn vanaf 1 januari 2020, kunnen als volgt worden samengevat:
- Wijzigingen aan IAS 1 en IAS 8 Definitie van materieel;
- Wijzigingen in IFRS 3 Bedrijfscombinaties, definitie van een bedrijf;
- Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7 Hervorming van de rentevoetbenchmark;
- Wijzigingen aan de verwijzingen binnen het conceptuele kader in de IFRS-standaarden;
Deze nieuwe, herziene of aangepaste standaarden hebben geen materiële impact gehad op de geconsolideerde jaarrekening van de groep.
c. Gepubliceerde maar nog niet in werking getreden standaarden
De volgende normen en interpretaties worden gepubliceerd, maar zijn nog niet toepasbaar voor het boekjaar dat begint op 1 januari 2020. Ze zullen naar verwachting geen materiële invloed hebben op Elia groep, en worden daarom niet in detail beschreven:
- IFRS 17 Verzekeringscontracten (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU);
- Wijziging in IAS 1 Presentatie van de financiële staten: classificatie van financiële verplichtingen als kortlopend of langlopend (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2023, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU);
- Wijzigingen in IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa; Verlieslatende contracten – Kosten om het contract na te leven (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU);
- Wijziging in IFRS 16 Leaseovereenkomsten: Covid-19-gerelateerde huurconcessies (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 juni 2020, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU);
- Jaarlijkse verbeteringen aan IFRS-standaarden 2018-2020 (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022 aanvangen, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU);
- Wijziging in IAS 16 Materiële vaste activa Verbod aan bedrijven om de kosten van het materiële vaste activa te verminderen met de verkregen bedragen bij de verkoop van geproduceerde goederen gedurende het in gebruik stellen van het activa voor zijn bedoelde gebruik (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU);
- Wijziging in IFRS 3 Bedrijfscombinaties update van een referentie binnen het Conceptuele Raamwerk (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2022, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU);
- Wijzigingen in IFRS 4 Verzekeringscontracten Vervaldatum van de uitstelbenadering (toepasbaar voor boekjaren vanaf 1 januari 2021, maar nog niet goedgekeurd binnen de EU).
3. Gebruik van ramingen en beoordelingen
Bij het opstellen van de verkorte geconsolideerde tussentijdse overzichten voor de eerste helft van 2020 werden er gelijkaardige ramingen en beoordelingen gebruikt zoals vermeld in Toelichting 2.4 bij de geconsolideerde jaarrekening van de groep per en voor het jaar eindigend op 31 december 2019.
In het kader van de Covid-19-pandemie zijn de volgende ramingen en beoordelingen geherwaardeerd.
- Kredietrisico ten opzichte van klanten (IFRS 9): het management controleert nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen. In vergelijking met de vorige verslagperiode is het betalingsgedrag van de klanten grotendeels ongewijzigd gebleven. Er is dus geen verandering in de verwachte kredietverliezen per 30 juni 2020.
- Personeelsbeloningen inclusief restitutierechten (IAS 19): In de berekening is rekening gehouden met een verlaging van de disconteringsvoet met circa 10 tot 15 basispunten. De geschatte reële waarde van de fondsbeleggingen is ook verwerkt op basis van de ontwikkeling van de financiële markten en de input van de externe deskundige.
- Toetsing op bijzondere waardevermindering van de goodwill (IAS 36): de belangrijkste drijfveren voor de bedrijfswaarde van de kasstroomgenererende eenheden en die mogelijk het resultaat van de toetsing op bijzondere waardevermindering beïnvloeden, zijn de kasstromen die voortvloeien uit de gereguleerde activiteiten en de Regulated Asset Base ("RAB") op een bepaald moment in de tijd.
- o Omdat de vergoeding zoals gedefinieerd in de regelgevende kaders niet wordt beïnvloed door de pandemie, blijven de veronderstellingen die worden gebruikt voor de bepaling van de kasstromen in de toetsing op bijzondere waardeverminderingen per 31 december 2019 quasi onveranderd.
- o Met betrekking tot de RAB wordt momenteel bij enkele investeringsprojecten enige vertraging vastgesteld, waardoor de RAB op het einde van het jaar iets lager uitvalt. Toch is deze vertraging slechts een verschuiving in de tijd die de komende jaren evenwel zal worden ingehaald. De RAB die in de residuele waarde van de toetsing op bijzondere waardeverminderingen wordt gebruikt, zou normaal gesproken niet moeten worden beïnvloed.
4. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen
a. Structuur van de groep
Voor de gedetailleerde grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot 'Bedrijfscombinaties en Goodwill' verwijzen we naar Toelichting 3.1 in de laatste geconsolideerde jaarrekening van de groep per en voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.
De onderstaande tabel biedt een overzicht van de dochterondernemingen, joint ventures, geassocieerde deelnemingen en overige deelnemingen van de groep.
| Naam | Land van vestiging | Maatschappelijke zetel | Participatie % | ||
|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2019 | ||||
| Dochterondernemingen | |||||
| Elia Transmission Belgium NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 99,99 | 99,99 | |
| Elia Asset NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 99,99 | 99,99 | |
| Elia Engineering NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 100,00 | 100,00 | |
| Elia Re NV | Luxemburg | Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg | 100,00 | 100,00 | |
| Elia Grid International NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 90,00 | 90,00 | |
| Elia Grid International GmBH | Duitsland | Heidestraße 2a, 12435 Berlijn | 90,00 | 90,00 | |
| Elia Grid International LLC | Qatar | Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower, Westbay - Doha |
90,00 | 90,00 | |
| Elia Grid International Pte, Ltd, | Singapore | 20 Collyer Quay #09-01, Singapore 049319 |
90,00 | 90,00 | |
| Eurogrid International NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 100,00 | 100,00 | |
| Eurogrid GmbH | Duitsland | Heidestraße 2a, 12435 Berlijn | 80,00 | 80,00 | |
| 50Hertz Transmission GmbH | Duitsland | Heidestraße 2a, 12435 Berlijn | 80,00 | 80,00 | |
| 50Hertz Offshore GmbH | Duitsland | Heidestraße 2a, 12435 Berlijn | 80,00 | 80,00 | |
| Re.Alto-Energy BV/SARL | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 100,00 | 100,00 | |
| Re.Alto-Energy GmbH | Duitsland | Ratingstraße 9, 40213 Dusseldorf | 100,00 | 0,00 | |
| Deelnemingen verwerkt volgens de vermo gensmutatiemethode - Joint Ventures |
|||||
| Nemo Link Ltd, | Verenigd Koninkrijk | Strand 1-3 - Londen WC2N 5EH | 50,00 | 50,00 | |
| Deelnemingen verwerkt volgens de vermo gensmutatiemethode – geassocieerde on dernemingen |
|||||
| H.G.R.T S.A.S. | Frankrijk | 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex |
17,00 | 17,00 | |
| Coreso NV | België | Kortenberglaan 71, 1000 Brussel | 22,16 | 22,16 | |
| Ampacimon NV | België | Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne | 20,54 | 20,54 | |
| Enervalis NV | België | Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Hel chteren |
17,36 | 12,47 | |
| Investeringen verwerkt volgens IFRS9 - Overige participaties |
|||||
| JAO SA | Luxemburg | 2 Rue de Bitbourg, 1273 Luxemburg-Hamm |
7,20 | 7,2 | |
| European Energy Exchange (EEX) | Duitsland | Augustusplatz 9, 0409 Leipzig | 4,32 | 4,32 | |
| TSCNET Services GmbH | Duitsland | Dingolfinger Strasse 3, 81673 Munchen | 5,36 | 5,36 |
5. Rapportering per segment - afstemming
We verwijzen naar hoofdstuk 1 voor een gedetailleerde beschrijving van de prestaties per segment. In de onderstaande tabel is de afstemming van alle segmenten opgenomen.
| Groepsresultaten (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 30 juni |
2020 | 2020 | 2020 | 2020 | 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| Elia Transmissie |
50Hertz Transmissie |
Niet-geregu leerde activi teiten en Nemo Link |
Consolidatie herwerkingen & interseg ment transac ties |
Elia Groep | |
| ( a ) | ( b ) | ( c ) | ( d ) | ( a ) + ( b ) + ( c ) + ( d ) |
|
| Omzet | 419,1 | 644,3 | 3,3 | (1,1) | 1.065,6 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 27,4 | 38,2 | 12,0 | (6,2) | 71,4 |
| Netto opbrengsten (kosten) uit afrekenings mechanisme |
24,6 | 14,7 | 0,0 | 0,0 | 39,3 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen |
(92,5) | (119,4) | (0,1) | 0,0 | (212,0) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 117,6 | 163,5 | (2,8) | (0,0) | 278,3 |
| Aandeel in resultaat van investeringen op genomen volgens vermogensmutatieme thode, na belastingen |
1,1 | 0,0 | 1,8 | 0,0 | 2,9 |
| Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) |
118,7 | 163,5 | (1,0) | (0,0) | 281,2 |
| Resultaten voor afschrijvingen, waardever minderingen, intresten en belastingen |
|||||
| (EBITDA) | 211,2 | 282,8 | (0,8) | (0,0) | 493,2 |
| Financieringsbaten | 0,5 | 0,6 | 0,1 | 0,0 | 1,2 |
| Financieringslasten | (34,7) | (27,9) | (8,0) | 0,0 | (70,6) |
| Winstbelastingen Nettowinst toe te rekenen aan de Eige |
(23,0) | (41,7) | 1,6 | 0,0 | (63,1) |
| naars van de Vennootschap | 61,5 | 75,6 | (7,4) | (0,0) | 129,7 |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) | 30.06.2020 | 30.06.2020 | 30.06.2020 | 30.06.2020 | 30.06.2020 |
| Balanstotaal | 6.894,5 | 6.915,6 | 1.729,4 | (559,5) | 14.980,0 |
| Investeringsuitgaven | 152,5 | 191,3 | 0,1 | 0,0 | 343,9 |
| Netto financiële schuld | 3.123,9 | 2.917,8 | 387,5 | 0,0 | 6.429,2 |
| Groepsresultaten (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 30 juni |
2019 | 2019 | 2019 | 2019 | 2019 |
|---|---|---|---|---|---|
| Elia Transmissie |
50Hertz Transmissie |
Niet-geregu leerde activiteiten en Nemo Link |
Consolidatie herwerkingen & interseg ment transac ties |
Elia Groep | |
| ( a ) | ( b ) | ( c ) | ( d ) | ( a ) + ( b ) + ( c ) + ( d ) |
|
| Omzet | 460,3 | 629,9 | (2,0) | (4,6) | 1.083,6 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 25,7 | 34,9 | 6,2 | (3,8) | 63,0 |
| Netto opbrengsten (kosten) uit afreke ningsmechanisme |
13,0 | (0,1) | 0,0 | 0,0 | 12,9 |
| Afschrijvingen en waardeverminderin gen, wijziging in voorzieningen |
(75,9) | (100,5) | (0,2) | 0,0 | (176,6) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 132,9 | 149,3 | (5,3) | 0,0 | 276,9 |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmuta |
1,0 | 0,0 | 3,8 | 0,0 | 4,8 |
| tiemethode, na belastingen Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) |
133,9 | 149,3 | (1,5) | 0,0 | 281,7 |
| Resultaten voor afschrijvingen, waar deverminderingen, intresten en belas |
209,8 | 249,8 | (1,3) | 0,0 | 458,3 |
| tingen (EBITDA) Financieringsbaten |
0,5 | 0,4 | 3,3 | 0,0 | 4,2 |
| Financieringslasten | (37,2) | (30,7) | (4,4) | 0,0 | (72,3) |
| Winstbelastingen | (32,2) | (36,8) | 7,5 | 0,0 | (61,5) |
|---|---|---|---|---|---|
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
65,0 | 65,8 | 5,0 | 0,0 | 135,8 |
| Geconsolideerde balans (in miljoen | 31.12.2019 | 31.12.2019 | 31.12.2019 | 31.12.2019 | 31.12.2019 |
| EUR) | |||||
| Balanstotaal | 6.452,1 | 6.279,6 | 1.733,5 | (571,8) | 13.893,4 |
| Investeringsuitgaven | 748,5 | 516,0 | 0,8 | 0,0 | 1.265,3 |
| Netto financiële schuld | 3.013,4 | 2.108,1 | 401,6 | 0,0 | 5.523,1 |
Alle opbrengsten zijn afkomstig van externe klanten.
6. Dividenden
Op 19 mei 2020 keurden de aandeelhouders een brutodividenduitkering goed van € 1,69 per aandeel (dat betekent een nettodividend van € 1,183 per aandeel), wat overeenstemt met een totaal brutodividend van € 116,0 miljoen.
7. Acquisities en vervreemdingen van materiële vaste activa
In de volledige Elia groep werd een nettobedrag van € 343,9 miljoen geïnvesteerd, waarvan € 152,5 miljoen in het Belgische segment en € 191,3 miljoen in het Duitse segment en € 0,1 miljoen in de niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link in de eerste helft van 2020. Zie rubriek 2.a van deel I van het persbericht voor meer details.
8. Vlottende activa – handels –en overige voderingen
De stijging van de handels –en overige vorderingen van € 488,0 miljoen tot € 1.183,3 miljoen is voornamelijk gerelateerd aan het Duitse Segment waarin de uitstaande balanspositie van de EEG-heffingen (toeslagen) werd geïmpacteerd door lagere marktprijzen en verminderd electriciteitsverbruik van eindgebruikers door Covid-19. Deze effecten zijn neutraal voor de rendabiliteit van de Elia Groep, maar het risicobeheer met betrekking tot de liquiditeit wordt kort opgevolgd en maatregelen werden genomen om de negatieve effecten op de liquiditeitspositie van de Groep tegen te gaan.
9. Leningen en overige financieringsverplichtingen
In het eerste halfjaar van 2020 werden de volgende instrumenten uitgegeven:
- Op 28 april 2020 heeft Elia Transmission Belgium met succes een euro-obligatielening uitgegeven ter waarde van € 800 miljoen in het kader van zijn nieuw EMTN2 -programma van € 3 miljard. De obligaties noteren sinds april op de Euro MTF van de Luxembourg Stock Exchange. De obligatielening van € 800 miljoen vervalt in 2030 en heeft een jaarlijkse vaste coupon van 0,875%. De opbrengsten van de uitgifte zullen worden aangewend voor de herfinanciering van een bestaande aandeelhouderslening van € 495,9 miljoen, die in 2020 vervalt, en voor de financiering van het netinvesteringsplan in België.
- Op 6 mei 2020 heeft Eurogrid GmbH (50Hertz Transmission) met succes zijn eerste groene obligatie uitgegeven van € 750 miljoen. Het Duitse bedrijf deed dit in het kader van zijn programma van € 5 miljard. De obligatie heeft een looptijd van 12 jaar en een jaarlijkse vaste coupon van 1,113%. Deze ongedekte obligatielening is gebaseerd op het Green Bond Framework van Eurogrid dat in april 2020 werd geactualiseerd, samen met een Second Party Opinion van Vigeo Eiris. De opbrengsten ervan zullen uitsluitend worden geinvesteerd in een portefeuille van offshore hernieuwbare elektriciteitsprojecten en -activa, namelijk de projecten Ostwind 1 en Ostwind 2 van 50Hertz Offshore.
- Op 26 mei 2020 is Elia Transmission Belgium voor de tweede keer in mei de obligatiemarkt op gegaan. Het rondde met succes de private plaatsing van een obligatielening in twee schijven af (op 8 en 24 jaar) ter waarde van € 200 miljoen, met een vaste jaarlijkse coupon van 1,56%, en deed dat in het kader van zijn EMTN-programma van € 3 miljard.
In het kader van de reorganisatie van de groepsstructuur die in 2019 werd gerealiseerd, zijn Elia Transmission Belgium en de kredietverstrekkers overeengekomen om de leningen eind juni 2020 vervroegd af te lossen eind juni 2020
2 Euro Medium Term Note: Euro-obligatie op middellange termijn
(lening met derde partij van € 453,6 miljoen en de lening met Publi-Part voor een bedrag van € 42,1 miljoen). Daar Publi-Part pas eind maart 2020 geopteerd heeft voor vervroegde terugbetaling, stond de lening eind 2019 nog gepresenteerd onder de langlopende verplichtingen.
Eind juni 2020 heeft Elia Transmission Belgium de leningen terugbetaald, zoals contractueel overeengekomen. Voor deze leningen werden renteswaps afgesloten voor een bedrag van € 300 miljoen die eind juni werden afgewikkeld, waardoor een bedrag van € 4,5 miljoen aan afdekkingsreserve uit de balans werd geboekt en in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Op jaareinde 2019 had Elia Transmission Belgium € 75 miljoen opgenomen van zijn bevestigde kredietfaciliteiten, werd er een extra € 25 miljoen opgenomen begin 2020 en werd het volledige bedrag (€ 100 miljoen) terugbetaald in mei 2020. Tenslotte werd de jaarlijkse terugbetaling van € 14 miljoen van de termijnlening betaald in juni, tezamen met de rente hierop opgelopen.
De leningen en overige financieringsverplichtingen bestonden per 30 juni 2020 uit:
| Huidige pro portie van de interestvoet: |
||||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Vervaldag | Boek-waarde | Intrest-voet | vast |
| Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar | 2028 | 547,1 | 3,25% | 100,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar | 2033 | 199,1 | 3,50% | 100,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar | 2029 | 346,7 | 3,00% | 100,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2015 / 8,5 jaar | 2024 | 498,4 | 1,38% | 100,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2017 / 10 jaar | 2027 | 247,7 | 1,38% | 100,00% |
| Uitgiften van senior obligatielening 2018 / 10 jaar | 2028 | 297,5 | 1,50% | 100,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2019 / 7 jaar | 2026 | 498,1 | 1,38% | 100,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2020 / 10 jaar | 2030 | 787,9 | 0,88% | 100,00% |
| Termijnlening | 2033 | 195,7 | 1,80% | 100,00% |
| Aflossende obligatie - 7,7 jaar | 2028 | 67,2 | 1,56% | 100,00% |
| Aflossende obligatie - 23,7 jaar | 2044 | 132,3 | 1,56% | 100,00% |
| Europese Investeringsbank | 2025 | 100,0 | 1.08% | 100.00% |
| Obligatielening als deel van het Euro Medium Term note Programme 2010 |
2020 | 499,8 | 3,88% | 100.00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 |
2025 | 498,1 | 1,88% | 100.00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 |
2023 | 748,9 | 1,63% | 100.00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 |
2030 | 139,2 | 2,63% | 100.00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2016 |
2028 | 747,2 | 1,50% | 100.00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 30 jaar | 2044 | 50,0 | 3,00% | 100.00% |
| Banklening | 2026 | 150,0 | 0,90% | 100,00% |
| Groene Obligatie 2020 / 12 years | 2032 | 747,1 | 1,11% | 100.00% |
| Totaal | 7.498,0 | 100,00% |
De bovenstaande € 7.498,0 miljoen moet worden verhoogd met € 129,2 miljoen aan overlopende rente en financiële leaseverplichtingen om de totale schuld van € 7.627,2 miljoen opnieuw samen te stellen.
10. Financiële instrumenten
De onderstaande tabel bevat een vergelijking van de boekwaarde en de reële waarde van de financiële instrumenten per 30 juni 2020 en de reële-waarde-hiërarchie:
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Reële waarde door winst of verlies |
via niet-gereali Reële waarde seerde resulta ten |
Financiële activa seerde kostprijs aan geamorti |
geamortiseerde plichtingen aan Financiële ver kostprijs |
Totaal | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| 31 december 2019 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa | 7,0 | 28,8 | 35,8 | 7,0 | 28,8 | 35,8 | |||
| Handels- en overige vorderingen | 490,3 | 490,3 | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 975,0 | 975,0 | |||||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps | -4,4 | (4,4) | (4,4) | (4,4) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankle ningen en andere leningen |
(1.030,4) | (1.030,4) | (1.030,4) | (1.030,4) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties | (5.316,0) | (5.316,0) | (5.857,6) | (5.857,6) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden | (1.356,9) | (1.356,9) | |||||||
| Totaal | 7,0 | 24,4 | 1465,3 | (7.703,3) | (6.206,6) | n.r | n.r | n.r | n.r |
| 30 juni 2020 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa | 7,0 | 43,5 | 50,5 | 7,0 | 43,5 | 50,5 | |||
| Handels- en overige vorderingen | 1.185,7 | 1.185,7 | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.199,7 | 1.199,7 | |||||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankle ningen en andere leningen |
(445,7) | (445,7) | (445,7) | (445,7) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties | (7.052,3) | (7.052,3) | (7.593,7) | (7.593,7) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden | (1.297,6) | (1.297,6) | |||||||
| Totaal | 7,0 | 43,5 | 2385,4 | (8.795,6) | (6.359,7) | n.r | n.r | n.r | n.r |
De bovenstaande tabellen vermelden geen reële-waarde-informatie voor financiële activa en passiva die niet gewaardeerd werden tegen reële waarde, zoals geldmiddelen en kasequivalenten, handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden, omdat hun boekwaarde een redelijke benadering vormt van de reële waarde. De reële waarde van financiële leaseverplichtingen en toe te rekenen intresten zijn niet opgenomen daar er geen verplichting toe is.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen. Voor wat betreft financiële instrumenten die in de balans gewaardeerd worden tegen reële waarde en voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs waarvoor de reële waarde is vermeld, vereist IFRS 7 dat de waarderingen tegen reële waarde bekendgemaakt worden door middel van de volgende reële-waardehiërarchie:
- Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, wordt gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa of passiva. Een markt wordt beschouwd als actief indien er op eenvoudige en regelmatige wijze genoteerde prijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, 'pricing service' of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen.
- Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer die beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Als alle belangrijke gegevens benodigd voor de waardering van een instrument tegen reële waarde waarneembaar zijn, hetzij rechtstreeks (m.a.w. als prijzen) hetzij onrechtstreeks (d.w.z. ontleend aan prijzen), wordt het instrument opgenomen in 'niveau 2'. De reële waarde van de niet door zakelijke zekerheden gedekte obligaties en andere leningen is de slotkoers op 30 juni 2020
- van het instrument op de secundaire markt. Niveau 3: Als een of meerdere belangrijke gegevens gebruikt voor de toepassing van de waarderingstechniek niet gebaseerd zijn op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3. Het bedrag van de reële waarde opgenomen onder 'Overige financiële activa' is bepaald op basis van (i) recente transactieprijzen, bekend bij de groep, voor vergelijkbare financiële activa of (ii) is gebaseerd op waarderingsrapporten uitgegeven door derden. De reële waarde van de overige financiële vaste activa is gebaseerd op een extern waarderingsrapport.
De reële waarde van financiële activa en verplichtingen, andere dan degene die in bovenstaande tabel getoond worden, benadert hun boekwaarden, hoofdzakelijk omwille van de vervaldata op korte termijn van deze instrumenten.
11. Uitgestelde belastingverplichtingen
De (netto) uitgestelde belastingverplichtingen zijn licht gestegen van € 83,3 miljoen naar € 83,8 miljoen, waarvan € 2,2 miljoen in de winst-en-verliesrekening is opgenomen (negatief) en € 1,7 miljoen in de niet-gerealiseerde resultaten (positief).
| (in miljoen EUR) | Openingsbalans | Opgenomen in winst |
Opgenomen in ei gen vermogen |
Eindbalans |
|---|---|---|---|---|
| 2020 | ||||
| Materiële activa | (208,4) | 0,9 | 0,0 | (207,5) |
| Immateriële activa | (8,6) | 1,2 | 0,0 | (7,4) |
| Handels- en overige vorderingen | 1,2 | (0,4) | 0,0 | 0,8 |
| Rentedragende leningen en overige langlo pende financieringsverplichtingen |
22,1 | (1,5) | (3,6) | 17,0 |
| Personeelsvoordelen | 16,3 | 0,5 | 5,3 | 22,1 |
| Provisies | 47,4 | (0,7) | 0,0 | 46,7 |
| Over te dragen opbrengsten | 29,3 | 0,1 | 0,0 | 29,4 |
| Gereguleerde verplichtingen | 25,3 | (2,7) | 0,0 | 22,6 |
| Overgedragen verliezen | 0,4 | 0,1 | 0,0 | 0,5 |
| Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsub sidies |
(1,1) | 0,0 | 0,0 | (1,1) |
| Overige | (7,2) | 0,4 | 0,0 | (6,8) |
| Totaal | (83.3) | (2,2) | 1,7 | (83,8) |
12. Winstbelastingen
Na aftrek van het aandeel in de winst uit investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode bedraagt het effectieve tarief van de vennootschapsbelasting 30,2% voor de zes maanden tot en met juni 2020 (tegenover 29,5% voor de zes maanden tot en met juni 2019).
13. Afrekeningsmechanisme (regelgevend kader)
In België is de afrekening die voortvloeit uit het tariferingsmechanisme voor het jaar dat eindigt op 31 december 2019 verwerkt in de verslagperiode eindigend op 30 juni 2020, waardoor de nettowinst voor die verslagperiode met € 2,4 miljoen daalde.
In Duitsland zijn er geen wijzigingen aan de onzekerheden over de regelgeving doordat de definitieve vereffeningen die voortvloeien uit de tariferingsmechanismen nog moeten worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten.
We verwijzen naar de toelichtingen 9.1, 9.2 en 9.3 bij de geconsolideerde jaarrekening per en voor het boekjaar eindigend op 31 december 2019 voor meer details.
14. Verbonden partijen
Controlerende entiteiten
De referentieaandeelhouder van Elia Group is nog steeds Publi-T. Met uitzondering van de dividendbetaling, vonden er geen transacties plaats met de referentieaandeelhouder tijdens de zes maanden met 30 juni 2020 als einddatum.
Transacties met personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties
Invloedrijke bestuursfuncties worden uitgeoefend door de leden van de raad van bestuur van Elia en het directiecomité van Elia. Zowel de raad van bestuur van Elia als het directiecomité van Elia hebben een aanzienlijke invloed op de hele Elia groep.
Bij 50Hertz Transmission (Duitsland) bestaat het management in invloedrijke bestuursfuncties uit de raad van bestuur van Eurogrid International CVBA, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de activiteiten van 50Hertz Transmission (Duitsland). De leden van het directiecomité van 50Hertz Transmission en de toezichtraad die op het niveau van het Duitse segment is ingesteld, zijn eveneens personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties.
Personeelsleden in invloedrijke functies ontvingen tijdens het jaar geen aandelenopties, speciale leningen of andere voorschotten van de groep.
Er vonden in de eerste helft van 2020 geen belangrijke transacties plaats met entiteiten waarin de leden van het directiecomité van Elia, de raad van bestuur van Eurogrid International CVBA, de raad van bestuur van 50Hertz Transmission of de toezichtraad een belangrijke invloed uitoefenden (bv. door het bekleden van functies als CEO, CFO of lid van het directiecomité).
Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen
De details van de transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden hieronder weergegeven. (in miljoen EUR) 2020 2019
| Transacties met geassocieerde ondernemingen | (1,3) | 2,7 |
|---|---|---|
| Verkopen van goederen | 0,9 | 1,7 |
| Aankopen van goederen | (2,2) | (2,2) |
| Rente- en soortgelijke opbrengsten | 0,0 | 3,2 |
| (in miljoen EUR) | 30 juni 2020 | 30 juni 2019 |
| Uitstaande balansposities tegenover geassocieerde ondernemingen | (0,7) | 10,6 |
| Langetermijnvorderingen | 0,0 | 0,6 |
| Handelsvorderingen | (0,3) | 10,5 |
| Handelsschulden | (0,4) | (0,5) |
Als gevolg van de omzetting van schuld in eigen vermogen bij Nemo Link (zie hoofdstuk 4) werden de toe te rekenen interesten en de langlopende vorderingen bij Nemo Link omgezet in eigen vermogen.
Transacties met andere verbonden partijen
Bijkomend heeft het directiecomité ook geanalyseerd of er transacties zijn gebeurd met partijen waarin zij of leden van de Raad van Bestuur een belangrijke invloed (e.g. posities zoals CEO, CFO, vice-voorzitter van het directiecomité,…) betrekken.
In de eerste helft van 2020 waren er echter wel verscheidene belangrijke verrichtingen met distributienetbeheerders (Sibelga, Fluvius) die klanten zijn van Elia, waarin de leden van de raad van bestuur van Elia een belangrijke invloed uitoefenden. De verkopen en uitgaven met betrekking tot die entiteiten bedroegen respectievelijk € 0,4 miljoen en € 1,5 miljoen voor de zes maanden eindigend op 30 juni 2020. Op 30 juni 2020 waren er geen uitstaande handelsvorderingen en handelsschulden ten opzichte van die entiteiten.
15. Seizoenschommelingen
Een deel van het winstprofiel van de Groep (voornamelijk het Duitse Segment) vertoont een seizoensgebonden patroon, dat vooral te wijten is aan de hogere elektriciteitsvolumes die in de winter worden verbruikt en die de netbeheerder van elektriciteitscentrales naar distributeurs en grote industriële verbruikers moet verdelen. Ook de hernieuwbare energiebronnen, die uiterst gevoelig zijn voor weersomstandigheden, hebben een grote invloed op de inkomende inkomstenstromen en het verloop van de business.
16. Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn sinds 30 juni 2020 geen belangrijke gebeurtenissen te rapporteren die een invloed kunnen hebben op de verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzichten.
Zoals opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van 2019 verwacht de groep nog steeds dat de brexit een zeer beperkt effect zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
17. Regelgevend kader
Regelgevend kader in België
Sinds begin 2020 is een nieuwe tariefmethodologie in werking getreden. Deze methodologie is opnieuw van toepassing voor een periode van vier jaar (2020-2023).
Tariefbepaling – regelgevende periode 2020-2023
TARIEFREGELGEVING
Op 28 juni 2018 heeft de CREG een besluit genomen tot vaststelling van de tariefmethodologie voor het elektriciteitstransmissienet (inclusief offshore) en de elektriciteitsnetten met een transmissiefunctie voor de regelgevende periode 2020-2023 (Besluit (Z)1109/10). Deze methodologie vormt het algemene kader waarbinnen de transmissienettarieven voor deze vier jaar zijn vastgelegd.
Elia heeft zijn tariefvoorstel voor de regelgevende periode vanaf 1 januari 2020 opgesteld op basis van de hieronder beschreven methodologie. Dit voorstel werd door de CREG goedgekeurd op 7 november 2019 (Besluit (B)658E/62).
TARIEFREGLEMENTERING VAN TOEPASSING IN BELGIË
Het grootste deel van de inkomsten van Elia als beheerder van netten met een transmissiefunctie (het transmissienet en de lokale en gewestelijke transmissienetten in België) is afkomstig van de gereguleerde tarieven die Elia aanrekent voor het gebruik van deze netten (tariefinkomsten) en die op voorhand door de CREG worden goedgekeurd. Op 1 januari 2008 trad een tariferingsmechanisme in werking, waarbij de goedgekeurde tarieven gelden voor periodes van vier jaar, behoudens uitzonderlijke omstandigheden.
Het tariefmechanisme is gebaseerd op de boekhouding volgens de Belgische boekhoudkundige regels (BE GAAP). De tarieven worden vastgesteld op basis van gebudgetteerde kosten, verminderd met een aantal niet-tarifaire opbrengsten. Deze kosten worden vervolgens gedeeld op basis van een raming van de elektriciteitsvolumes die van het net worden afgenomen en, voor sommige kosten, de geraamde volumes in het net geïnjecteerde elektriciteit, overeenkomstig de bepalingen van de tariefmethodologie die door de CREG is opgesteld.
De in aanmerking genomen kosten omvatten de geraamde waarde van de toegestane billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal, een schatting van de aan Elia toegekende bedragen uit hoofde van prestatiegebonden incentives en de prognoses voor diverse kostencategorieën. Deze kosten worden onderverdeeld in drie groepen: beheersbare kosten, waarvoor Elia een financiële stimulans krijgt om zijn efficiëntieniveau te verbeteren; niet-beheersbare kosten, waarop Elia geen invloed heeft en waarvoor de afwijkingen van het budget volledig worden toegewezen aan de berekening van toekomstige tarieven; en beïnvloedbare kosten, waarop een hybride regel van toepassing is (zie de hieronder verstrekte informatie met betrekking tot beheersbare en niet-beheersbare kosten en opbrengsten en beïnvloedbare kosten).
Billijke vergoeding
De billijke vergoeding is het rendement op het kapitaal dat in het net werd geïnvesteerd en steunt op het Capital Asset Pricing Model ("CAPM"). Ze is gebaseerd op de gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB), dat jaarlijks wordt berekend, rekening houdend met nieuwe investeringen, desinvesteringen, afschrijvingen en veranderingen in het werkkapitaal.
Vanaf 1 januari 2020 is de formule gewijzigd ten opzichte van de vorige tariefmethodologie voor wat betreft het niveau van de hefboomwerking en de OLO-rentevoet voor risicovrije beleggingen: (i) het hefboomniveau werd verhoogd van 33 procent tot 40 procent, en (ii) de OLO-rente werd vastgelegd op 2,4 procent voor de periode 2020-2023, in plaats van elk jaar het jaargemiddelde te nemen. In geval van een belangrijke wijziging van de Belgische macro-economische situatie en/of de marktomstandigheden in vergelijking met de verwachte situatie en voorwaarden, kunnen de CREG en de Emittent een wijziging van de vaste OLO-rente overeenkomen.
De formule voor de berekening van de billijke vergoeding is als volgt:
A: [S (indien kleiner of gelijk aan 40 procent) x gemiddelde RAB x [(1 + α) x [OLO(n) + (bèta x risicopremie)]]] plus
B: [(S (indien groter dan 40 procent.) – 40 procent.) x gemiddelde RAB x (OLO (n) + 70 basispunten)]
Waarbij:
- De OLO (n) werd vastgelegd op 2,4 procent en is niet langer de gemiddelde rentevoet van Belgische lineaire obligaties op tien jaar voor het betrokken jaar (onder voorbehoud van wijziging overeengekomen tussen de CREG en de Emittent zoals hierboven uiteengezet);
- RAB(n) = RAB(n-1) + investering(en) afschrijving(en) desinvestering(en) buitendienststelling(en) +/- wijzigingen in de nood aan werkkapitaal;
- S = het gemiddelde geconsolideerde kapitaal en de reserves / gemiddelde RAB, volgens de Belgische boekhoudnormen (BE GAAP);
- Alfa (α) = de illiquiditeitscoëfficient van10%
- Bèta (β) = berekend over een historische driejarige periode, rekening houdend met beschikbare informatie over de aandelenprijs van de Emittent in deze periode, vergeleken met de Bel 20-index over dezelfde periode. De waarde van de bètafactor kan niet lager zijn dan 0,53;
- Risicopremie: blijft op 3,5%;
- Met betrekking tot A: Het vergoedingspercentage (in %) zoals vastgesteld door de CREG voor het jaar "n" is gelijk aan de som van de risicoloze rentevoet, dit wil zeggen de gemiddelde rente van Belgische lineaire obligaties op tien jaar, voor het betrokken jaar (OLO(n)) en een premie voor het marktrisico voor aandelen, gewogen met behulp van de toepasselijke bètafactor. Tariefregulering zet de risicopremie op 3,5%. De CREG moedigt de Emittent aan om zijn werkelijk kapitaal en reserves zo dicht mogelijk bij 40% te houden. Deze ratio wordt immers gebruikt om de referentiewaarde van het kapitaal en de reserves te berekenen; en
- Met betrekking tot B: Als het werkelijk kapitaal en de reserves hoger zijn dan het referentiekapitaal en -reserves, wordt het surplus afgewogen met een verminderde vergoedingsratio berekend met behulp van de volgende formule: [(OLO (n) + 70 basispunten)].
- De activa met betrekking tot de MOG zijn gekoppeld aan de RABMOG, waarvoor naast het bovenstaande een bijkomende vergoeding van toepassing is. Dit is gebaseerd op de volgende formule: [S (kleiner of gelijk aan 40 procent) x gemiddelde RABMOG x 1,4%].
Niet-beheersbare kosten en opbrengsten
De categorie van kosten en opbrengsten waarover Elia geen directe controle heeft, is niet onderworpen aan incentive-mechanismen door de CREG, en vormt een integraal onderdeel van de kosten en opbrengsten die worden gehanteerd voor de berekening van de tarieven. De tarieven worden vastgesteld op basis van de geraamde waarde van deze kosten en opbrengsten, en het verschil van de effectieve waarden wordt ex post bestemd voor de berekening van de tarieven voor de volgende periode.
De belangrijkste niet-beheersbare kosten bestaan uit de volgende elementen: afschrijving van materiële vaste activa, ondersteunende diensten (uitgezonderd de reserveringskosten van ondersteunende diensten exclusief black start, waarnaar wordt verwezen als 'beïnvloedbare kosten'), kosten met betrekking tot door een overheid opgelegde verplaatsing van lijnen en belastingen, deels gecompenseerd door opbrengsten uit niet-tarifaire activiteiten (bv. opbrengsten als gevolg van grensoverschrijdende congestie). In deze nieuwe tariefperiode zijn bepaalde uitzonderlijke kosten die specifiek zijn voor offshore-activa (bijvoorbeeld de MOG) toegevoegd aan de lijst van niet-beheersbare kosten. Dit omvat ook financiële lasten en opbrengsten waarvoor het embedded-debt principe is bevestigd. Bijgevolg zijn alle werkelijke en redelijke financieringskosten in verband met schuldfinanciering inbegrepen in de tarieven.
Beheersbare kosten en opbrengsten
De kosten en opbrengsten waarover Elia directe controle heeft, zijn onderworpen aan een incentivemechanisme. Dit houdt in dat op productiviteits- en efficiëntiewinsten die zich tijdens de regelgevende periode kunnen voordoen, een verdeling wordt toegepast. Die verdeling gebeurt met een factor van 50%. Elia wordt op die manier aangemoedigd om bepaalde duidelijk omschreven kosten- en opbrengstencategorieën te beheersen. Elke besparing ten opzichte van het toegestane (gecorrigeerde) budget heeft een positieve invloed op de nettowinst van de Emittent ten belope van 50% van het bedrag (voor belastingen). Bijgevolg beïnvloedt elke budgetoverschrijding de winst in negatieve zin. Er zijn geen wijzigingen aangebracht ten opzichte van de vorige tariefmethodologie, met uitzondering van bepaalde niet-recurrente maar beheersbare kosten die specifiek zijn voor offshore-activa (bv. de MOG) en die kunnen worden toegevoegd aan de kostenvergoeding voor een bepaalde regelgevende periode.
Beïnvloedbare kosten
De kosten in verband met de reservering van ondersteunde diensten, met uitzondering van 'black start', en energiekosten ter compensatie van netverliezen worden beschouwd als 'beïnvloedbare kosten', d.w.z. dat efficiëntiewinsten een positieve incentive vormen, voor zover ze niet worden veroorzaakt door een bepaalde lijst van externe factoren. 20 procent van het verschil in kosten tussen Y-1 en Y vormt een winst (vóór belastingen) voor de Emittent, met een maximum van + € 6 miljoen. Voor elk van de twee categorieën van beïnvloedbare kosten (energiereserves en netverliezen) kan de incentive niet lager zijn dan € 0.
Andere incentives
Het door de regulator vooraf bepaalde tarief omvat naast de billijke vergoeding ook alle onderstaande incentives. Indien Elia niet zou presteren volgens deze incentives zoals bepaald door de regulator, zal het bedrag van deze incentives dat aan Elia kan worden toegerekend, worden verminderd. De impact wordt weerspiegeld in de over te dragen opbrengsten die toekomstige tariefverlagingen zullen genereren – zie onderstaande beschrijving van het afrekeningsmechanisme.
- Marktintegratie Deze incentive bestaat uit drie luiken: (i) verbetering van de importcapaciteit, (ii) welvaartstijging door de regionale marktkoppeling en (iii) financiële participaties. Alleen de incentive voor financiële participaties blijft bestaan. De incentive voor de welvaart verdwijnt, terwijl de incentive voor de importcapaciteit wordt vervangen door een incentive met een vergelijkbaar doel (verhoging van de commerciële grensoverschrijdende uitwisseling), maar met een vrij andere meetmethode. Daarnaast wordt een nieuwe incentive gecreëerd voor de tijdige ingebruikname van investeringsprojecten die bijdragen aan de marktintegratie. Deze incentives kunnen positief bijdragen aan de winst van de Emittent (van € 0 tot € 16 miljoen voor grensoverschrijdende capaciteit, van € 0 tot € 7 miljoen voor tijdige ingebruikname). De winst (dividenden en meerwaarden) uit financiële deelnemingen in andere vennootschappen waarvan de CREG heeft aanvaard dat zij deel uitmaken van de RAB, wordt als volgt toegerekend: 40 procent wordt toegewezen aan toekomstige tariefverlagingen en 60 procent wordt toegewezen aan de winst van de Emittent (bedragen zijn vóór belastingen).
- Netbeschikbaarheid Deze incentive wordt uitgebreid. De voordelen voor de Emittent worden gewijzigd en zullen bestaan uit: (i) indien de gemiddelde onderbrekingstijd (Average Interruption Time - AIT) een vooraf door de CREG bepaalde doelstelling bereikt, kan de nettowinst (vóór belastingen) van de Emittent positief worden beïnvloed met een maximum van € 4,8 miljoen, (ii) indien de beschikbaarheid van de MOG in overeenstemming is met het door de CREG bepaalde niveau, kan de incentive met € 0 tot € 2,53 miljoen bijdragen aan de winst van de Emittent en (iii) de Emittent zou kunnen profiteren van € 0 tot € 2 miljoen ingeval de vooraf bepaalde portefeuille van onderhouds- en herstelinvesteringen op tijd en binnen het budget wordt gerealiseerd (bedragen zijn vóór belastingen).
- Innovatie en subsidies: De inhoud en de vergoeding van deze incentive zijn gewijzigd en zullen betrekking hebben op (i) de realisatie van innovatieve projecten die kunnen bijdragen tot de vergoeding van de Emittent voor € 0 tot € 3,7 miljoen (voor belastingen) en (ii) de subsidies die worden toegekend voor innovatieve projecten kunnen de winst van de Emittent beïnvloeden met een maximum van € 0 tot € 1 miljoen (vóór belastingen).
- Kwaliteit van klantgerelateerde diensten: Deze incentive is uitgebreid en zal gekoppeld zijn aan drie incentives: (i) het niveau van klanttevredenheid met betrekking tot de realisatie van nieuwe netaansluitingen die een winst voor de Emittent kunnen genereren van € 0 tot € 1,35 miljoen, (ii) het niveau van klanttevredenheid voor het volledige klantenbestand dat
met € 0 tot € 2,53 miljoen aan de winst van de Emittent zou bijdragen en (iii) de gegevenskwaliteit die de Emittent op regelmatige basis publiceert, die een vergoeding voor de Emittent kan genereren van € 0 tot € 5 miljoen (bedragen zijn vóór belastingen).
- Verbetering van het balancingsysteem: Deze incentive is vergelijkbaar met de bestaande 'discretionaire incentive' waarmee de Emittent beloond wordt als bepaalde projecten met betrekking tot de balancering van het systeem, zoals gedefinieerd door de CREG, worden gerealiseerd. Deze incentive kan een vergoeding genereren tussen € 0 en € 2,5 miljoen (vóór belastingen).
Regelgevend kader voor de Modular Offshore Grid
De CREG heeft de tariefmethodologie voor 2016-2019 gewijzigd om specifieke regels op te nemen die van toepassing zijn op de investering in de Modular Offshore Grid. In de eerste weken van 2018 vond een formele consultatie plaats tussen de CREG en de Emittent. Op 6 december 2018 nam de CREG een beslissing over de nieuwe parameters die in de tariefmethodologie moeten worden opgenomen. De belangrijkste kenmerken van deze parameters zijn (i) een specifieke risicopremie die op deze investering moet worden toegepast (wat resulteert in een extra nettorendement van 1,4 procent), (ii) een speciaal afschrijvingspercentage dat van toepassing is op MOG-activa, (iii) bepaalde kosten die specifiek zijn voor de MOG en anders worden geclassificeerd dan de kosten voor onshore activiteiten, (iv) de vaststelling van het niveau van de kosten zal worden bepaald op basis van de kenmerken van de MOGactiva en (v) specifieke incentives met betrekking tot de beschikbaarheid van de offshore-activa. Voor de tariefperiode 2020-2023 is het regelgevende kader voor de MOG opgenomen in de tariefmethodologie, op basis van de hierboven beschreven kenmerken, met uitzondering van de risicopremie die sinds 1 januari 2020 van toepassing is op een beoogde ratio eigen vermogen/schuld van 40/60.
Gereguleerde overlopende rekeningen: afwijkingen van gebudgetteerde waarden
De werkelijke volumes vervoerde elektriciteit kunnen op jaarbasis verschillen van de voorspelde volumes. Wanneer de vervoerde volumes hoger (of lager) zijn dan de voorspelde, wordt de afwijking van de gebudgetteerde waarde geboekt op een overlopende rekening tijdens het jaar waarin ze zich voordoet. Deze afwijkingen van de gebudgetteerde waarden (een gereguleerde schuld of een gereguleerde opbrengst) worden gecumuleerd en opgenomen in de tariefbepaling voor de volgende tariefperiode. Ongeacht afwijkingen tussen de voorspelde parameters voor tariefbepaling (billijke vergoeding, niet-beheersbare elementen, beheersbare elementen, beïnvloedbare kosten, incentivecomponenten, toewijzing van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten) en de effectief gemaakte kosten of opbrengsten met betrekking tot deze parameters, neemt de CREG jaarlijks een definitieve beslissing over de vraag of de gemaakte kosten/opbrengsten redelijk worden geacht om te worden gedragen door de tarieven. Deze beslissing kan leiden tot de afwijzing van gemaakte kostenelementen en indien dergelijke kostenelementen worden afgewezen, wordt het bedrag niet in aanmerking genomen voor de tariefbepaling van de volgende periode. Ondanks het feit dat Elia om een rechterlijke toetsing van dergelijke beslissingen kan vragen, kan een afwijzing, indien deze rechterlijke toetsing geen succes zou hebben, een globale negatieve impact hebben op de financiële positie van Elia.
Allocatie van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten
De tariefmethodologie voor 2020-2023 bevat een mechanisme dat Elia in staat stelt om activiteiten te ontwikkelen buiten het toepassingsgebied van de regulering in België en waarvan de kosten niet worden gedekt door de netwerktarieven in België. Deze methodologie voert een mechanisme in om te verzekeren dat de impact van financiële deelnemingen van Elia in andere vennootschappen die door de CREG niet worden beschouwd als deel van de RAB (zoals deelnemingen in gereguleerde of niet-gereguleerde activiteiten buiten België), neutraal is. Openbare dienstverplichtingen
In zijn rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Overheidsinstanties/reguleringsmechanismen leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (zoals promotie van hernieuwbare energie, groenestroomcertificaten, strategische reserves, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore-aansprakelijkheid) die door de netbeheerders moeten worden uitgevoerd. De kosten die de netbeheerders voor deze verplichtingen maken, worden volledig gedekt door tarifaire 'heffingen' zoals goedgekeurd door de CREG. De uitstaande bedragen worden gerapporteerd als heffingen (zie toelichting 6.9 voor overige vorderingen en 6.17 voor overige schulden).
Regelgevend kader in Duitsland
Er waren in 2020 geen belangrijke wijzigingen aan het regelgevende kader dat in Duitsland geldt tot 31 december 2020 (zoals beschreven in Toelichting 9.2 bij de geconsolideerde jaarrekening per en voor het jaar eindigend op 31 december 2019).
Regelgevend kader voor de Nemo Link-interconnector
Er waren in 2020 geen belangrijke wijzigingen aan het regelgevende kader voor de Nemo Link-interconnector van toepassing tot 31 december 2020 (zoals beschreven in Toelichting 9.3 bij de geconsolideerde jaarrekening per en voor het jaar eindigend op 31 december 2019).
5. Verslag van het college van commissarissen en hun nazicht van het verkorte geconsolideerde tussentijdse financiële overzicht
6. Verklarende woordenlijst
Adjusted elementen
Adjusted elementen zijn de posten die door het management worden geacht geen betrekking te hebben op posten in de gewone bedrijfsuitoefening van de Groep. Ze worden afzonderlijk gepresenteerd omdat ze belangrijk zijn voor het begrip van de gebruikers van de geconsolideerde jaarrekening van de prestaties van de Groep, en dit in vergelijking met de rendementen die zijn gedefinieerd in de regelgevende kaders die van toepassing zijn op de Groep en haar dochterondernemingen.
Adjusted elementen hebben betrekking op:
- Opbrengsten en kosten die voortvloeien uit één enkele materiële transactie die geen verband houdt met de huidige bedrijfsactiviteiten (bijv. wijziging in de zeggenschap in een dochteronderneming);
- Wijzigingen in de waardering van voorwaardelijke overwegingen in het kader van bedrijfscombinaties onder gezamelijke controle;
- Herstructureringskosten in verband met de Bedrijfsreorganisatie van de Groep (d.w.z reorganisatieproject om de gereguleerde activiteiten van Elia in België te isoleren en af te schermen van de niet-gereguleerde activiteiten en gereguleerde activiteiten buiten België)
Adjusted EBIT
Adjusted EBIT wordt gedefinieerd als de EBIT exclusief de adjusted elementen.
EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = Adjusted resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt om de operationele prestaties van de Groep door de jaren heen te vergelijken. De adjusted EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode – netto en vermeerderd of verminderd met de adjusted elementen.
Adjusted netto winst
Adjusted netto winst wordt gedefinieerd als netto winst exclusief de adjusted elements. De adjusted netto winst wordt gebruikt om prestaties van de Group doorheen de jaren te vergelijken.
CAPEX (Capital Expenditure)
CAPEX (Capital Expenditure) = Aankoop (materiële en immateriële activa) min de opbrengst van de verkoop van dergelijke items. Investeringsuitgaven, of CAPEX, zijn investeringen die door de Groep worden gerealiseerd voor de aankoop, de upgrade en het onderhoud van fysieke activa (zoals materiële vaste activa, gebouwen, industriële installaties, technologie of apparatuur) en immateriële activa. CAPEX is een belangrijke maatstaf voor de Groep omdat het een impact heeft op de Regulated Asset Base (RAB) die als basis dient voor de gereguleerde vergoeding.
EBIT
EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt voor de operationele prestaties van de Groep. De EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.
EBITDA
EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisations) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten plus afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen plus aandeel in de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. EBITDA wordt gebruikt als maatstaf voor de operationele prestaties van de Groep, waarbij het effect van afschrijvingen, waardeverminderingen en wijzigingen in voorzieningen van de Groep wordt geëxtrapoleerd. De EBITDA is exclusief de kosten van kapitaalinvesteringen zoals materiële vaste activa.
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap
Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandeelhouders en houders van hybride effecten, maar exclusief minderheidsbelangen.
Financiële hefboomwerking
Financiële hefboomwerking (D/E) = netto financiële schuld gedeeld door eigen vermogen (waarbij beide maatstaven minderheidsbelangen en hybride instrumenten omvatten). De financiële hefboomwerking geeft een indicatie van de mate waarin de Groep financiële schulden gebruikt voor de financiering van haar activiteiten in verhouding tot de financiering met eigen vermogen. Het wordt dus door de investeerders beschouwd als een indicator van de solvabiliteit.
Vrije kasstroom
Vrije kasstroom = Kasstromen uit operationele activiteiten min kasstromen uit investeringsactiviteiten. De vrije kasstroom geeft een indicatie van de door de Groep gegenereerde kasstromen.
Nettofinancieringslasten
Vertegenwoordigt het netto financieel resultaat (financieringskosten minus financieringsbaten) van de onderneming.
Netto financiële schuld
Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende rentedragende leningen (incl. leaseverplichting onder IFRS 16) min geldmiddelen en kasequivalenten. De netto financiële schuld is een indicator van het bedrag aan rentedragende schulden van de Groep dat zou overblijven als er direct beschikbare geldmiddelen of kasinstrumenten zouden worden gebruikt om bestaande schulden af te lossen.
Gereguleerd actief (Regulated Asset Base – RAB)
Gereguleerd actief (RAB) is een reguleringsconcept en een belangrijke drijfveer om het rendement op het geïnvesteerde kapitaal in de TNB via regelgevende kaders te bepalen. Het RAB wordt als volgt bepaald: RABi (initiële RAB bepaald door de toezichthouder op een bepaald moment) en evolueert met nieuwe investeringen, afschrijvingen, desinvesteringen en veranderingen in het werkkapitaal op jaarbasis, gebruik makend van lokale boekhoudwetgeving die van toepassing zijn in de regelgevende kaders. In België werd een bepaald bedrag aan herwaarderingsmeerwaare (i.e. goodwill) in rekening genomen, die elk jaar evolueert in functie van uitboekingen en/of afschrijvingen.
Rendement op eigen vermogen (adj.) (%)
Rendement op eigen vermogen (RoE adj.) = Nettowinst toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders gedeeld door het eigen vermogen toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders. Het rendement op eigen vermogen wordt aangepast om de boekhoudkundige impact van hybride effecten in IFRS uit te sluiten (d.w.z. het hybride effect uit te sluiten van het eigen vermogen en de rentelasten als onderdeel van het niet-gerealiseerd resultaat te beschouwen). De RoE adj. geeft een indicatie van het vermogen van de Groep om winst te genereren ten opzichte van het geïnvesteerde eigen vermogen.
Aandelenkapitaal en reserves per aandeel
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap - Eigen vermogen toe te rekenen aan eignaars van gewone aandelen als een percentage van het uitstaand aantal aandelen.
Nettoschuld / EBITDA
Nettoschuld / EBITDA = Netto financiële schuld gedeeld door EBITDA (zie bovenstaande definitie). De ratio nettoschuld / EBITDA geeft een indicatie van het aantal jaren dat de Groep nodig heeft om zijn rentedragende schuld terug te betalen, na aftrek van de liquide middelen op basis van zijn operationele prestaties.
EBITDA / Bruto rente
EBITDA / Bruto rente = EBITDA (zie definitie hierboven) gedeeld door de rentelasten voor belastingen. De EBITDArentedekkingsratio drukt uit in hoeverre de operationele prestaties het mogelijk maken om de jaarlijkse rentelasten te betalen.