AI assistant
Elia Group NV/SA — Audit Report / Information 2015
Apr 15, 2016
3945_rns_2016-04-15_18faff7f-b2c4-4c75-a74d-872915af53a3.pdf
Audit Report / Information
Open in viewerOpens in your device viewer
| 47 | 1 | EUR | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| NAT. | Datum neerlegging | Nr. 0476.388.378 | Blz. | E. | D. | CONSO 1 | ||||
| GECONSOLIDEERDE JAARREKENING IN EURO (2 decimalen) | ||||||||||
| NAAM VAN DE CONSOLIDERENDE ONDERNEMING OF VANHET CONSORTIUM (1)(2) : | ||||||||||
| Elia System Operator | ||||||||||
| Rechtsvorm: NV | ||||||||||
| Adres: Keizerslaan Nr .: 20 |
||||||||||
| Postnummer: 1000 | Gemeente: Brussel 1 | |||||||||
| Land: België | ||||||||||
| Rechtspersonenregister (RPR) - Rechtbank van Koophandel van: Brussel, franstalige | ||||||||||
| Internetadres (3) : | ||||||||||
| Ondernemingsnummer: | 0476.388.378 | |||||||||
| GECONSOLIDEERDE JAARREKENING voorgelegd aan de algemene vergadering van | 17/05/2016 | |||||||||
| met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van | 1/01/2015 | tot | 31/12/2015 | |||||||
| Vorig boekjaar van | 1/01/2014 | tot | 31/12/2014 | |||||||
| De bedragen van het vorige boekjaar zijn I zijn met (1) identiek met die welke eerder openbaar werden gemaakt. | ||||||||||
| VO FOIGE I IST met nam voornaan homan woonnage laarac nummar on nomantal van do RESTI IIDNEDS OC |
ZAAKVOERDERS van de consoliderende onderneming en van de BEDRIJFSREVISOR(EN) die de geconsolideerde jaarekening hebben gecontroleerd
Zijn gevoegd bij deze geconsolideerde jaarrekening:
ZO DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN EEN BUITENLANDSE VENNOOTSCHAP DOOR EEN BELGISCHE DOCHTER WORDT NEERGELEGD
Naam van de Belgische dochter die de neerlegging verricht (artikel 113, § 2, 4°a van het Wetboek van vennootschappen)
Totaal aantal neergelegde bladen: omdat ze niet dienstig zijn: 5, 6
Oc Handtekening (naam en hoedanigheid)
MAES HENRICA MARIA (MIRIAM) Voorzitter van de Raad van Bestuur Nummers van de bladen van het standaardformulier die niet werden neergelegd
fergeree Handtekening naam en hoedanigheid)
GREGOIRE CLAUDE
Ondervoorzitter van de Raad van Bestuur
(1) Schrappen wat niet van toepassing is.
(2) In het geval van een consortium, dient de sectie CONSO 4.4 ingevuld te worden.
1
(3) Facultatieve vermelding.
VERKLARING VAN DE VERANTWOORDELIJKE PERSONEN
De ondergetekenden, Chris Peeters, voorzitter van het directiecomité en Chief Executive Officer en Catherine Vandenborre, Chief Financial Officer, verklaren, voor zover hen bekend, dat:
de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar beëindigd per 31 december 2015, die is opgesteld overeenkomstig a. de International Financial Reporting Standards (IFRS') zoals aangenomen voor gebruik in de Europese Unie, een getrouw ee meenanden in heleid reportige († 1 restand en van de resultaten van de Elia groep en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
b. het jaarverslag over het boekjaar beëindigd per 31 december 2015, in alle materiële opzichten, een getrouw beeld geeft van de evolutie van de activiteiten, de resultaten en de Elia groep en van zijn dochteronderningen opgenomen in deze consolidatie, alsook een omschrijving van de belangrijkste risico's en onzekerheden waarmee de Elia groep geconfronteerd wordt.
Brussel, 24 maart 2016
Catherine Vandenborre Chief Financial Officer
u der bete
Chris Peeters Chief Executive Officer
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Geconsolideerde winst- en verliesrekening
| (in miljoen EUR) - Boekjaar eindigend per 31 december | Toelichting | 2015 | 2014 herwerkt * |
|---|---|---|---|
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | |||
| Opbrengsten | (6.1) | 780.1 | 785,5 |
| Grond- en hulpstoffen | (6.3) | (15,5) | (5,3) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | (6.2) | 71,3 | 50,8 |
| Diensten en overige goederen | (6.3) | (346,5) | (358,0) |
| Personeelskosten | (6.3) | (137,6) | (139,7) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (6.3) | (114,2) | (108,3) |
| Wijziging in voorzieningen | (6.3) | 7,8 | (4,6) |
| Overige bedrijfskosten | (6.3) | (32,2) | (27,8) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 213,2 | 192,6 | |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen) |
(5.1+5.2) | 123,2 | 97,0 |
| EBIT ** | 336,4 | 289,6 | |
| Nettofinancieringslasten | (6.4) | (92,8) | (100,6) |
| Financieringsbaten | 10,6 | 10,7 | |
| Financieringslasten | (103,4) | (111,3) | |
| Winst voor winstbelastingen | 243,5 | 189,0 | |
| Winstbelastingen | (6.5) | (32,9) | (21,4) |
| Winst op voorgezette bedrijfsactiviteiten | 210,6 | 167,7 | |
| Winst over de verslagperiode | 210,6 | 167,7 | |
| Winst toe te rekenen aan | |||
| Eigenaars van de vennootschap | 210,6 | 167,9 | |
| Minderheidsbelang | 0,0 | (0,2) | |
| Winst over de verslagperiode | 210,6 | 167.7 | |
| Winst per aandeel (in EUR) | |||
| Gewone winst per aandeel | (6.6) | 3,47 | 2,77 |
| Verwaterde winst per aandeel | (6.6) | 3,47 | 2.77 |
Verwaterde winst per aandeel * Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
** EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat voor interesten en belastingen, inclusief van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerd en niet-gerealiseerde resultaten
| (in miljoen EUR) - Boekjaar eindigend per 31 december | Toelichting | 2015 | 2014 herwerkt * |
|---|---|---|---|
| Winst over de verslagperiode | 210,6 | 167.7 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening: |
|||
| Effectief deel van veranderingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | (6.7) | 7.4 | 2,0 |
| Belastingimpact op deze elementen | (6.7) | (2,5) | (0,7) |
| Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten | 0.7 | (0,6) | |
| Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt: Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding Belastingimpact op deze elementen |
(7.13) (7.13) |
8.1 (2,7) |
(8,8) 3,0 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen | 10.9 | (5,2) | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 221,5 | 162,5 | |
| Winst toe te rekenen aan | |||
| Eigenaars van de Vennootschap | 221,5 | 162,7 | |
| Minderheidsbelang | 0.0 | (0,2) | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 221,5 | 162,5 | |
| * Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1. |
3
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerde balans
| (in miljoen EUR) | Toelichting | 31 december 2015 |
31 december 2014 |
|
|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | ||||
| VASTE ACTIVA | 5.306,6 | 5.192,2 | ||
| Materiële vaste activa | (7.1) | 2.687,2 | 2.478,9 | |
| Immateriële activa en goodwill | (7.2) | 1.734,6 | 1.735,0 | |
| Belastingvorderingen op lange termijn | (7.3) | 0,0 | 138,2 | |
| Handels- en overige vorderingen | (7.5) | 16,4 | 0,0 | |
| Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | (5.1+5.2) | 793,4 | 731,5 | |
| Overige financiële vaste activa (incl. derivaten) | (7.4) | 73,3 | 87,2 | |
| Uitgestelde belastingvorderingen | (7.6) | 1,7 | 21,4 | |
| VLOTTENDE ACTIVA | 1.128,9 | 504,8 | ||
| Voorraden | (7.7) | 24,2 | 14,8 | |
| Handels- en overige vorderingen | (7.8) | 326,1 | 302,8 | |
| Vlottende belastingvorderingen | (7.9) | 148,0 | 5,0 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (7.10) | 626,4 | 171,1 | |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | (7.8) | 4,2 | 11,1 | |
| Totaal activa | 6.435,5 | 5.697,0 | ||
| TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN EIGEN VERMOGEN |
2.414,4 | 2.285,9 | ||
| Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap | (7.11) | 2.413,6 | 2.285,1 | |
| Aandelenkapitaal | 1.512,8 | 1.512,4 | ||
| Uitgiftepremie | 10,0 | a,a | ||
| Reserves | 138,7 | 116,5 | ||
| Afdekkingsreserves | (11,9) | (16,8) | ||
| Ingehouden winsten | 764,0 | 663,1 | ||
| Minderheidsbelang | 0,8 | 0,8 | ||
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 2.730,3 | 2.811,2 | ||
| Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen | (7.12) | 2.605,4 | 2.646,4 | |
| Personeelsbeloningen | (7.13) | 80,1 | 109,3 | |
| Derivaten | (8.3) | 18,0 | 25,4 | |
| Voorzieningen | (7.14) | 17,5 | 21,9 | |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | (7.6) | 6,9 | 5,7 | |
| Overige verplichtingen | (7.15) | 2,4 | 2,5 | |
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 1.290,8 | 399,9 | ||
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | (7.12) | 604,3 | 63,9 | |
| Voorzieningen | (7.13) | 3,0 | 6,5 | |
| Handelsschulden en overige schulden | (7.16) | 310,3 | 301,2 | |
| Actuele belastingverplichtingen | 2,0 | 0,8 | ||
| Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten | (7.17) | 371,2 | 227,5 | |
| Totaal Eigen vermogen en verplichtingen | 6.435,5 | 5.697,0 |
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen
| (in EUR miljoen) | Toelichting | kapitaal Aandelen- |
Uitgiftepremie | reserves Afdekkings- |
verschillen Omrekenings- |
Reserves | Ingehouden winst |
Totaal | belangen Minderheids- |
Totaal eigen vermogen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2014 | 1.506,9 | 8,9 | (18,2) | 97,2 | 614,3 | 2.209,1 | 2.209,1 | |||
| Winst over de verslagperiode * | 167,9 | 167,9 | (0,2) | 167,7 | ||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten * | (6.7) | 1,3 | (0,6) | (5,9) | (5,2) | (5,2) | ||||
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
1,3 | (0,6) | 162,0 | 162,7 | (0,2) | 162,5 | ||||
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
||||||||||
| Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars | ||||||||||
| Uitgifte gewone aandelen | (7.11) | 4,2 | 1,1 | 5,3 | 5,3 | |||||
| Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen | (6.3) | 1,3 | 1,3 | 1,3 | ||||||
| Toevoeging wettelijke reserve | (7.11) | 19,3 | (19,3) | |||||||
| Dividenden | (7.11) | (93,3) | (93,3) | (93,3) | ||||||
| Totaal bijdragen en uitkeringen | 5,5 | 1,1 | 19,3 | (112,6) | (86,1) | (86,1) | ||||
| Veranderingen in zeggenschap | ||||||||||
| Oprichting dochteronderneming met minderheidsbelang | (8.2) | 1,0 | 1,0 | |||||||
| l otaal veranderingen in zeggenschap | 1,0 | 1,0 | ||||||||
| Totaal bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars | 5,5 | 1,1 | 19,3 | (112,6) | (86,7) | 1,0 | (85,7) | |||
| Stand per 31 december 2014 | 1.512,4 | ਰੇ ਰ | (16,8) | (0,6) | 116,5 | 663,7 | 2.285,1 | 0,8 | 2.285,9 | |
| Stand per 1 januari 2015 | 1.512,4 | a, a | (16,8) | (0,6) | 116,5 | 663,7 | 2.285,1 | 0,8 | 2.285,9 | |
| Winst over de verslagperiode | 210,6 | 210,6 | 210,6 | |||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | (6.7) | 4,9 | 0,7 | 5,3 | 10,9 | 10,9 | ||||
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten |
4,9 | 0,7 | 215,9 | 221,5 | 221,5 | |||||
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen |
||||||||||
| Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars | ||||||||||
| Uitgifte gewone aandelen | (7.11) | 0,3 | 0,1 | 0,4 | 0,4 | |||||
| Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen | (6.3) | 0,1 | 0,1 | 0,1 | ||||||
| Toevoeging wettelijke reserve | (7.11) | 22,3 | (22,3) | |||||||
| Dividenden | (7.11) | (93,5) | (93,5) | (93,5) | ||||||
| Totaal bijdragen en uitkeringen | 0,4 | 0,1 | 22,3 | (115,8) | (93,0) | (93,0) | ||||
| Totaal bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars | 0,4 | 0,1 | 22,3 | (115,8) | (93,0) | (93,0) | ||||
| Stand per 31 december 2015 Honvorkt voor rootitutioroohton zoole vormald in Toolighting 9 |
1.512,8 | 10.0 | (11,9) | 0,1 | 138,8 | 763,8 | 2.413,6 | 0,8 | 2.414,4 |
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
5
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| (in miljoen EUR) - Boekjaar eindigend per 31 december | Toelichting | 2015 | 2014 herwerkt * |
|---|---|---|---|
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst over de verslagperiode | 210,6 | 167,7 | |
| Aanpassing voor: | |||
| Nettofinancieringslasten | (6.4) | 92,8 | 100,6 |
| Overige niet-kaskosten | 0,1 | 1,4 | |
| Winstbelastingen | (6.5) | 17,3 | 14,5 |
| Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, na belasting |
(6.7) | (123,2) | (97,1) |
| Afschrijvingen materiële en amortisatie immateriële activa | (7.1 - 7.2) | 113,8 | 107,6 |
| Boekwinst op verkoop van materiële en immateriële activa | (7.1 - 7.2) | 15,2 | 12,1 |
| Bijzondere waardeverminderingsverliezen op vlottende activa | (6.3) | 0,6 | 0,8 |
| Mutatie voorzieningen | (6.3) | (19,8) | (0,6) |
| Mutatie van waardering naar reële waarde van derivaten | (8.3) | 1,0 | (0,2) |
| Mutatie uitgestelde belastingen | (7.6) | 15,5 | 6,9 |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 328,9 | 314,4 | |
| Mutatie vooraden | (7.7) | (8,8) | (1,4) |
| Mutatie handels- en overige vorderingen | (7.8) | (21,1) | (1,0) |
| Mutatie overige vlottende activa | (7.8) | 7,3 | (3,1) |
| Mutatie handelsschulden en overige schulden | (7.15) | 9,2 | 100,0 |
| Mutatie overige kortlopende verplichtingen | (7.14 - 7.16) |
148.5 | 119,3 |
| Wijzigingen in werkkapitaal | 134,1 | 207,8 | |
| Betaalde rente | (6.4) | (111,1) | (125,3) |
| Ontvangen rente | (6.4) | 1,4 | 1,5 |
| Betaalde winstbelastingen | (6.5) | (14,4) | (15,9) |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 333,9 | 382,5 | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | |||
| Verwerving van immateriële activa | (7.2) | (7,0) | (7,9) |
| Verwerving van materiële activa | (7.1) | (327,5) | (262,1) |
| Verwerving van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
(10,2) | 0,0 | |
| Opbrengst uit de verkoop van materiële vaste activa | 6,0 | 0,0 | |
| Opbrengst uit de verkoop van investeringen | (8.2) | 17,5 | 0,0 |
| Ontvangen dividend van onderneming opgenomen volgens vermogensmutatiemethode |
· 54.4 | 55,2 | |
| Leningen aan joint ventures | (16,4) | 0,0 | |
| Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten | (283,2) | (214,8) | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | |||
| Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal | 0,4 | 5,3 | |
| Kosten verbonden aan uitgifte van aandelenkapitaal | 0,0 | (0,1) | |
| Betaald dividend (-) | (7.11) | (93,7) | (93,8) |
| Aflossing van opgenomen leningen (-) | 0,0 | (500,0) | |
| Ontvangsten van opgenomen leningen (+) | (7.12) | 497,9 | 346,8 |
| Overige kasstromen uit financieringsactiviteiten | 0,0 | 2,5 | |
| Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten | 404,6 | (239,3) | |
| Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 455,3 | (71,6) | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 171,1 | 242,7 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 626,4 | 171,1 | |
| Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 455,3 | (71,6) | |
* Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
6
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| 1. Verslaggevende entiteit | ||
|---|---|---|
| 2 - | Basis voor presentatie | |
| 2.1. | Conformiteitsverklaring | |
| 2.2. | Functionele en presentatievaluta | |
| 2.3. | Waarderingsbasis | |
| 2.4. | Gebruik van schattingen en oordelen | |
| 2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur | ||
| 3. | Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving | |
| 3.1 | Toepassing van nieuwe, herziene of geamendeerde standaarden en interpretaties 10 | |
| 3.2 | Verandering in grondslagen voor financiële verslaggeving | |
| 3.3 | Grondslagen voor consolidatie | |
| 3.4 | Omrekening van vreemde valuta | |
| 3.5 | Financiële instrumenten | |
| 3.6 | Balansposten | |
| 3.7 | Posten in de resultatenrekening | |
| 3.8 | Gepubliceerde maar nog niet effectieve standaarden en interpretaties | |
| 4. | Gesegmenteerde rapportering | |
| 4.1 | Grondslagen voor segmentering | |
| 4.2 | Elia Transmission (België) | |
| 4.3 | 50Hertz Transmission (Duitsland) | |
| 4.4 | Reconciliatie van informatie over segmenten met geconsolideerde cijfers | |
| Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode | ||
| 5.1. | Joint ventures | |
| 5.2. Geassocieerde deelnemingen | ||
| 6. | Posten van de geconsolideerde resultatenrekening en niet-gerealiseerde resultaten | |
| 6.1. Bedrijfsopbrengsten | ||
| 6.2. Overige opbrengsten | ||
| 6.3. | Bedrijfskosten | |
| 6.4. | Netto financieringslast | |
| 6.5. | Belastingen op het resultaat | |
| 6.6. | Winst per aandeel (WPA) | |
| 6.7. Niet-gerealiseerde resultaten | ||
| Elementen van de balans | ||
| 1.1. | Materiële vaste activa | |
| 1.2. | lmmateriële vaste activa en goodwill | |
| 1.3. | Belastingvorderingen op lange termijn | |
| 7.4. Overige financiële activa | ||
| 7.5. Niet-courante handels- en overige vorderingen | ||
| 7.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen | ||
| 7.7. Voorraden | ||
| 7.8. Handelsvorderingen en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengstenss | ||
| 7.9. Vlottende belastingvorderingen | ||
| 7.10. Geldmiddelen en kaseguivalenten | ||
| 7.11. Eigen vermogen | ||
| 7.12. Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen | ||
| 7.13. Personeelsvoordelen | ||
| 7.14. Voorzieningen | ||
| 7.15. Overige schulden op lange termijn | ||
| 7.16. Handelsschulden en overige schulden | ||
| 7.17. Overgedragen opbrengsten en toe te rekenen kosten | ||
| 7.18. Financiële instrumenten - reële waarden | ||
| 8. | Diversen | |
| 8.1. Effect van de verandering in de grondslagen met betrekking tot restitutierechten | ||
| 8.2 | Effect van nieuwe overnames/aandelenverkopen | |
| 8.3. | Beheer van financiële risico's en derivaten. …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… | |
| 8.4. Investeringsverplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen | ||
| 8.5. Verbonden partijen | ||
| 8.6. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen |
| 8.7. | Gebeurtenissen na balansdatum | |
|---|---|---|
| 8.8. | Diensten verleend door de commissarissen | |
| REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN | ||
| Regelgevend kader in België | ||
| 9.1.1 Federale wetgeving | ||
| 9.1.2 Gewestelijke wetgeving | ||
| 9.1.3 Regelgevende instanties | ||
| 9.1.4 Tariefbepaling | ||
| 9.2 Regelgevend kader in Duitsland | ||
| 9.2.1 Toepasselijke wettelijke bepalingen | ||
| 9.2.2 Regelgevende instanties in Duitsland | ||
| 9.2.3 | Tarieven in Duitsland | |
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
1. Verslaggevende entiteit
Elia System Operator NV (de 'Vennootschap' of 'Elia') is gevestigd in België en heeft haar maatschappelijke zetel: Keizerslaan 20, B-1000 Brussel. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar 2015 omvat de jaarekening van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (hiema aangeduid als de 'Groep' en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
De Vennootschap is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en de aandelen staan genoteerd op Euronext Brussel, onder de kenletters ELI.
De Elia groep is opgebouwd rond twee elektriciteitstransmissienetbeheerders (TNB): Elia Transmission in België en (in samenwerking met IFM Investors (UK) Ltd (IFM) 50Hertz Transmission, een van de vier Duitse transmissienetbeheerders, actief in het noorden en oosten van 2.000 medewerkers en een transmissienet dat zich uitstrekt over ongeveer 18.300 km hoogspanningsverdingen die 30 miljoen eindgebruikers bedienen, is de Elia groep een van de vijf grootste TNB's van Europa. De Elia groep zorgt voor het efficiënte, betrouwbare en veilige transport van de elektriciteit van de producenten naar de distributieneerders en de grote industriële gebruikers, alsook voor de in- en uitvoer van elektricitit van en naar de buurlanden. De Groep is een stuwende kracht in de ontwikkeling van de Europese elektriciteitsmarkt en de integratie van hernieuwbare energie. Naast zijn activiteiten als transmissienetbeheerder in België en Duitsland biedt de Elia groep een ruim aanbod van consultancy- en engineeringactiviteten aan. De Groep werkt onder de wettelijke entiteit Elia System Operator, een beursgenoteerd bedrijf met Publi-T, een gemeentelijke holding, als referentieaandeelhouder.
2. Basis voor presentatie
Conformiteitsverklaring 2.1.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de international financial reporting standards (IFRS), zoals aangenomen voor gebruik in de Europese Unie. De Groep heeft alle nieuwe en interpretaties toegepast die gepubliceerd werden die relevant zijn voor de activiteiten van de Groep en van toepassing zijn voor boekjaren die aanvangen op 1 januari 2015.
2.2. Functionele en presentatievaluta
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in miljoen euro (de functionele valuta van de vennootschap), afgerond op het dichtstbijzijnde honderdduizendtal, tenzij anders vermeld.
2.3. Waarderingsbasis
De geconsolideerde jaarekening is opgesteld op basis van historische kosten, uitgezonderd financiële instrumenten die tegen reële waarde worden gewaardeerd. Vaste activa die voor verkoop worden aangehouden, worden gewaardeerd aan de laagste van ofwel de boekwaarde ofwel de reële waarde minus verkoopkosten, en de personeelsbeloningen worden gewaardeerd aan de reële waarde van deze beloningsverplichtingen minus fondsbeleggingen in de reële waarde van financiële activa worden in de winst- en verliesrekening verwerkt.
2.4. Gebruik van schattingen en oordelen
De opstelling van de geconsolideerde jaarekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die een impact kunnen hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en passiva en baten en lasten. De schattingen en onderstellingen zijn gebaserd op ervaringen uit het verleden en diverse andere factoren die gegeven de omstandigheden redelijk geacht worden en waarvan de resultaten de basis vormen voor de beoordeling van de boekwaarde van activa en passiva. De uiteindelijke resultaten van deze schattingen. De schattingen en onderstellingen worden voordurend herzien. Herzien. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden opgenomen in de schatting wordt herzien indien de herziening enkel die periode beïnvloedt, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes indien de herziening zowel huidige als toekomstige periodes beïnvloedt.
Informatie over belangrijke punten van schattingsonzekerheden en kritische oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de geconsolideerde jaarrekening is verwerkt in de volgende rubrieken van de toelichting:
- Overgedragen fiscale verliezen en overgedragen belastingkredieten worden opgenomen als uitgestelde belastingverplichtingen, voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare de ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingkredieten kunnen worden verrekend. Bij de beoordeling houdt het management rekening met elementen zoals de bedrijfsstrategie op lange termijn en mogelijkheden van belastingplanning op lange termijn (zie Toelichting 6.5).
- Belastingvorderingen: het is erg waarschijnlijk dat de belastingvorderingen van Elia System Operator zullen worden gerecupereerd (zie Toelichting 7.9):
- Kredietrisico ten opzichte van klanten: het management controleert nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen en houdt hierbij ook rekening met de vordering, de betalingshistoriek en de dekking van kredietrisico's (zie Toelichting 8.3):
- Personeelsbeloningen inclusief restitutierechten: de Groep beschikt over toegezegde pensioenregelingen, die behandeld worden in Toelichting 7.13. De berekening van de activa en verplichtingen met betrekking tot deze plannen is gebaseerd op actuariële en statistische veronderstellingen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de huidige waarde van
toekomstige pensioenverplichtingen. De huidige waarde beïnvloed door veranderingen in verdisconteringsvoeten en financiëlingen zoals toekomstigingen. Daarnaast wordt de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen ook beïnvloed door demografische veronderstellingen, zoals de gemiddelde veronderstelde pensioenleeftijd;
- Voorzieningen voor milieusaneringskosten: op het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten met betrekking tot bodemsanering op basis van een externe deskundige. De omvang van deze saneringskosten hangt af van een beperkt aantal onzekerheden, zoals onder andere de identificatie van nieuwe bodemverontreinigingen (zie Toelichting 7.14):
- Voorzieningen voor 'geschillen' zijn bepaald op basis van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijhorende kasstromen is afhankelijk van de voortgang en de duur van het bijbehorende proces/procedures (zie Toelichting 7.14);
- Waardevermindering: de Groep analyseert de waardevermindering op goodwill en kasstroom genererende eenheden (KGE) op de verslagdatum, en wanneer er indicaties zijn dat de boekwaarde mogelijk hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse is gebaseerd op veronderstellingen over ondere de evolutie van de markt, het marktaandeel, de evolutie van de marge en verdisconteringvoeten (zie Toelichting 7.2);
- Afdekking: veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen (zie Toelichting 8.3).
2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur
Op 24 maart 2016 heeft de Raad van Bestuur deze geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor publicatie.
3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving
3.1 Toepassing van nieuwe, herziene of geamendeerde standaarden en interpretaties
De aangenomen grondslagen liggen in de lijn van die vorige boekjaar, behalve de volgende nieuwe, geamendeerde of herziene IASB-richtlijnen die vanaf 1 januari 2015 toegepast worden:
Niet al deze standaarden of aanpassingen hebben een impact op de geconsolideerde IFRS jaarrekening van de Groep. Indien een standaard of aanpassing een invloed heeft voor de Groep, is deze uitgelegd hieronder, samen met de impact.
- Aanpassingen van IAS 19 Personeelsbeloningen Toegezegde pensioenregelingen: Werknemersbijdragen zorgen voor een verlichting van de boekhoudkundige complexiteit en last die bepaalde bijdragen van werknemers of derde partijen met zich meebrengen;
- IFRIC 21 heffingen:
- Jaarlijkse verbeteringen van IFRS, cyclus 2010-2012;
- Jaarlijkse verbeteringen van IFRS. cyclus 2011-2013.
De hierboven vermelde normen of wijzigingen hebben geen materiële impact op de geconsolideerde resultaten van de Groep op 31 december 2015.
De Elia groep heeft geen nieuwe IFRS-standaarden, aanpassingen van standaarden of interpretaties voortijdig aangenomen.
3.2 Verandering in grondslagen voor financiële verslaggeving
In 2015 besliste de Groep om de eerder opgenomen vaste activa verbonden aan pensioenen (andere financiële activa) als restitutierechten te behandelen, omdat die vaste activa rechtstreeks verbonden zijn aan de pensioenverplichting en om zo een consistente behandeling tussen de activa en de overeenkomstige pensioenverplichting aan te nemen.
Voor de grondslag verwijzen we naar Toelichting 3.6 - restitutierechten.
Voor de impact op de vergelijkende cijfers verwijzen we naar Toelichting 8.1.
3.3 Grondslagen voor consolidatie
DOCHTERONDERNEMINGEN
Een dochteronderneming is een entiteit die door de Vennootschap wordt gecontroleerd. De Groep controleert een entiteit wanneer hij blootgesteld is aan of rechten heeft op variabele winsten omwille van zijn betrokkenheid bij de entiteit en hij de bevoegdheid heeft om via zijn zeggenschap over de entiteit die opbrengsten te beïnvloeden. De financiële staten van dochtervennootschappen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf de zeggenschap aanvangt tot de datum dat de zeggenschap ophoudt. De grondslagen voor dochterondernemingen zijn waar nodig gewijzigd om ze overeen te laten komen met de grondslagen die de Groep toepast. Verliezen die toepasbaar zijn op de minderheidsbelangen in een dochteronderneming worden aan de minderheidsbelangen toegeschreven, zelfs als de minderheidsbelangen hierdoor een tekort op de balans krijgen.
GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Vennootschap een invloed van betekenis maar geen zeggenschap heeft over de financiële en operationele beleidslijnen. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van geassocieerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode, vanaf de datum dat de invloed van betekenis aanvangt tot de datum waarop de invloed van betekenis ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen zijn participatie in een geassocieerde deelneming overschrijdt, wordt de van de entiteit in de balans van de Groep verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft vericht in naam van een geassocieerde deelneming.
BELANGEN IN JOINT VENTURES
Een joint venture is een overeenkomst waarbij de Groep gedeelde controle uitoefent en rechten heeft op de netto activa van de overeenkomst, dit in tegenstelling tot gezamenlijke activiteiten waarbij de Groep rechten heeft op de activa en verplichtingen voor de passiva. Belangen in joint ventures worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel verwerkt tegen kostprijs. Na de eerste opname wordt het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van joint ventures volgens de vermogensmutatiemethode geboekt in de geconsolideerde jaarrekening, vanaf de datum dat de gezamenlijke zeggenschap aanvangt tot de datum waarop de gezamenlijke zeggenschap ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen zijn participatie in een joint venture overschrijdt, wordt de balans van de Groep verminderd tot nul en worden verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een joint venture.
VERLIES VAN ZEGGENSCHAP
Bij het verlies van zeggenschap verwijdert de Groep de activa en passiva van de dochteronderneming, alle minderheidsbelangen en andere componenten van de niet-gerealiseerde resultaten van dochteronderneming op de balans. Een eventuele meer- of minwaarde die voortvloeit uit het verlies van zeggenschap wordt opgenomen als winst of verlies. Als de Groep een belang behoudt in een vroegere dochteronderneming, dan wordt dit belang aan de reële waardeerd op de dag waarop de Groep de zeggenschap verliest. Vervolgens wordt het geboekt als een investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode of als een voor verkoop beschikbaar finankelijk van de invloed die de Groep behoudt.
ELIMINATIE VAN INTRAGROEPTRANSACTIES
Intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten en lasten die voortvloeien uit intragroepsverrichtingen, worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.
Niet-gerealiseerde winsten die voortvloeien uit transacties met geassocieerde deelnemingen, worden geëlimineerd naar rato van het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden geen de nietgerealiseerde winsten, maar enkel in de mate dat er geen bewijs voorhanden is van een bijzondere waardevermindering.
BEDRIJFSCOMBINATIES EN GOODWILL
Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, en vertegenwoordigt het positieve verschil tussen de overgedragen vergoeding en het belang van de Groep in de nette reële waarde van de netto identificeerbare activa, verblichtingen en de voorwaardelijke verblichtingen van de overgenomen partij.
De Groep waardeert goodwill op de aankoopdatum als:
de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
- het opgenomen bedrag van een minderheidsbelang in de overgenomen partij; plus
- als de bedrijfscombinatie in fasen verloopt, de reële waarde van het vooraf bestaande vermogensbelang in de overgenomen partii: minus
de reële waarde van de identificeerbare overgenomen activa en de aangegane verplichtingen op de aankoopdatum.
Wanneer het verschil negatief is, wordt onmiddelijk een winst op voordelige acquisitie opgenomen in de resultatenrekening.
De overgedragen vergoeding is exclusief bedragen voor de afwikkeling van eerder bestaande relaties. Deze bedragen worden in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Transaciekosten die niet verbonden zijn aan de uitgifte van schuld- of eigenvermogensinstrumenten die de Groep maakt in het kader van een bedrijfscombinatie worden in de kosten opgenomen wanneer ze worden gemaakt.
Eventuele voorwaardelijke vergoedingen die moeten worden gewaardeerd tegen de reële waarde op de aankoopdatum. Als de voorwaardelike vergoeding als eigen vermogen wordt deze niet opnieuw gewaardeerd en wordt de afwikkeling in het eigen vermogen opgenomen. In andere wijzigingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding in de winst- en verliesrekening opgenomen.
3.4 Omrekening van vreemde valuta
VERRICHTINGEN EN SALDI IN VREEMDE VALUTA
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de Vennootschap tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva aangeduid in vreemde valuta op balansdatum worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op die datum. Verschillen die omrekening van vreemde valuta worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Niet-monetaire activa en passiva die in vreemde valuta op basis van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de transactie.
BUITENLANDSE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Een buitenlandse bedrijfsactiviteit is een dochteronderneming, een geassocieerde deelneming, een belang in een gezamenlijke onderneming of een filiaal is van de verslaggevende entiteit waarvan de activiteiten zijn gevestigd in of worden uitgevoerd in een land of een valuta die verschilt van die van de verslaggevende entiteit.
De financiële verslaggeving van alle entiteiten van de Groep met een functionele valuta die verschilt van de presentatievaluta van de Groep wordt als volgt omgerekend naar de presentatievaluta:
activa en passiva worden omgerekend tegen de wisselkoers op de verslagdatum, inkomsten en uitgaven worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van het jaar,
Verschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto in buitenlandse dochterondernemingen, belangen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen tegen de wisselkoersen bij de sluiting van het boekjaar, worden opgenomen in het eigen vermogen onder "omrekeningsverschillen" als onderdeel van de "Niet-gerealiseerde resultaten". Bij de (gedeeltelijke) verkoop van buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, worden de gecumuleerde omrekeningsverschillen (gedeeltelijk) opgenomen in de winst of het veriies als onderdeel van winstverlies uit de verkoop.
3.5 Financiële instrumenten
AFGELEIDE FINANCIELE INSTRUMENTEN
De Groep maakt soms gebruik van afgeleide instrumenten om de valuta- en rentension's af te dekken die voortvloeien uit bedrifs- financierings en investeringsactiviteiten. In overeenstemming met het thesauriebeleid houdt de Groep geen derwaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de Groep deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddelijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt afgedekt.
De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de Groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdalum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en van de Groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is de contante waarde van de genoteerde terminkoers per balansdatum.
VOOR AFDEKKING GEBRUIKTE DERIVATEN
Kasstroomafdekkingen
Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangement als een kasstroomafdekking worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectieve deel wordt als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor 'hedge accounting', afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve verlies dat eerder in het eigen vermogen was opgenomen, blijft onderdeel uitmaken van de niet-gerealiseerde resultaten tot dat de verwachte transactie heeft plaatsgevonden. Als het afgedekte element een niet-financieel actief betreft, wordt het onder de resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de boekwaarde van het actief wanneer dit verantwoord is. In andere gevallen wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode waarin het afgedekte element van invloed is op de winst- en verliesrekening.
Cumulatieve winsten en verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten of beëindigde afdekkingsrelaties blijven verwerkt als onderdeel van de niet-gerealseen zolang het waarschijnlijk is dat de afgedekte transactie zich zal voordoen. Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, worden de gecumuleerde winsten onmiddelijk vanit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening overgebracht.
Afdekking van monetaire activa en passiva
Hedge accounting wordt niet toegepast op afgeleide instrumenten die in worden gebruikt als afdekking van in vreemde valuta's luidende activa en veranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden als onderdeel van de valutakoerswinsten en -verliezen in de winst- en verliesrekening opgenomen.
3.6 Balansposten
TERREINEN, GEBOUWEN EN UITRUSTING
Activa in eigendom
Onderdelen van terreinen, gebouwen en uitgedrukt aan kostprijs (met inbegrip van rechtstreeks toewijsbare kosten waaronder de financieringskosten) vermindere afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk "Bijzondere waardeverminderingen"). De kosten van zelf vervaardigde activa omvatten de kosten van materialen, van direct toewijsbare personeelskosten en, waar relevant, van de kosten van het ontmantelen en verwijderen van de activa en het herstellen van de site waarop zij gelegen zijn. Wanneer onderdelen van een actiefbestanddeel inzake terreinen, gebouwen en uitrusting een verschillende gebruiksduur hebben, worden zij geboekt als afzonderlijke actiefbestanddelen van terreinen, gebouwen en uitrusting.
Kosten na eerste opname
De Groep neemt in de boekwaarde van een onderdeel van terreinen, gebouwen en uitrusting de kosten op van het vervangen van een deel van dat actief wanneer die kosten worden gemaakt, enkel waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de Groep zullen toekomen, en indien de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd. Alle overige kosten, zoals herstellings- en onderhoudskosten, worden als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening zodra zij worden gemaakt.
Afschrijvingen
Afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van elk stuk van een actiefbestanddeel van terreinen gebouwen en uitrusting. De terreinen worden niet afgeschreven. De gebruikte afschrijvingspercentages zijn opgenomen in de tabel hierna.
De afschrijvingsmethoden, de resterende leventuele restwaarde van de terreinen, gebouwen en uitrusting worden op het einde van elk boekjaar geëvalueerd en, in voorkomend geval, prospectief aangepast.
| Administratieve gebouwen | 2.00% |
|---|---|
| Industriële gebouwen | 2.00 - 4.00% |
| Bovengrondse leidingen | 2,00 - 4,00% |
| Ondergrondse kabels | 2,00 - 5,00% |
| Kabels in zee | 2,50 - 5,00% |
| Onderstations (faciliteiten en machines) | 2.50 - 6.67% |
| Afstandsbediening | 3.33 - 12.50% |
| Dispatching | 4,00 - 10,00% |
| Andere TGU (uitrusting van gehuurde gebouwen) | contractuele periode |
| Voertuigen | 6,67 - 20,00% |
| Gereedschap en kantoormeubilair | 6.67 - 20.00% |
| Hardware-apparatuur | 25,00 - 33,00% |
Verplichting tot ontmanteling
Er wordt een provisie aangelegd voor buitendiensten op basis van de geschatte toekomstige uitgaven, verdisconteerd tot hun actuele waarde. Een initiële schatting voor de buitendienstelling- en milieukosten van terreinen. gebouwen en uitrusting is verwerkt in de oorspronkelijke kosten van het bijbehorende terrein, gebouw of uitrusting.
Wijzigingen in de voorzieningen als gevolg van herziene schattingen of vejzigingen in de verwachte timing van uitgaven voor terreinen, gebouwen of uitrusting worden verwerkt als wijzigingen in hun boekwaarde en worden prospectief afgeschreven over hun resterende geschatte evensduur; in andere gevallen worden deze wijzigingen in de winst- en verliesrekening opgenomen.
De toename in de voorzieningen als gevolg van de verdisconteringskost opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Buitendienststelling
Een actief wordt niet meer op de balans opgenomen in geval van afstoting of indien er geen toekomstige economische voordelen van het gebruik of de afstoting worden verwacht. Een eventuele opbrengst of verlies voortvloeiend uit de verwijdering van het actief (hetgeen wordt berekend als het verschil tussen de netto-opbrengst bij afstoting en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de winst- en verige bedrijfsopbrengsten/overige bedrijfskosten, gedurende het jaar waarin het actief wordt verwijderd van de balans.
IMMATERIËLE ACTIVA
Goodwill
Goodwill wordt opgenomen aan kost minus gecumuleerde waardeverminderingen. Goodwill is toegewezen aan kasstroom genererende eenheden en wordt niet afgeschreven, maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk "Waardevermindering"). In geval van verbonden ondernemingen wordt de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de deelneming van de verbonden onderneming.
Computersoftware
Softwarelicenties die verworven worden uitgedrukt aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingsverliezen (zie het hoofdstuk "Waardevermindering"),
Ultgaven in verband met onderzoeksactiviteiten ondernomen om intern software te ontwikkelen, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij gedaan worden. Uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase van intern ontwikkelde software worden gekapitaliseerd indien:
- de ontwikkelingskosten betrouwbaar kunnen bepaald worden;
- de software technisch en commercieel haalbaar is en de toekomstige voordelen waarschijnlijk zijn;
- de Groep van plan is en over voldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te voltooien;
- de Groep van plan is om de software actief te gebruiken.
De geactiveerde uitgaven omvatten materiaalkosten, de directe personeelskosten en de indirect toerekenbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van de software. De overige kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen.
Licenties, patenten en vergelijkbare rechten
Ultgaven op aangekochte licenties, patenten, handelsmerken of vergelijkbare rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de eventuele contractperiode of over de geschatte gebruiksduur.
Kosten na eerste opname
Uitgaven na eerste opname voor geactiveerde immateriële activa worden slechts geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen die zijn besloten in het specifieke actief waarop zij betrekking hebben. Alle andere uitgaven worden geboekt als uitgave van zodra zij gedaan zijn.
Afschrijvingen
Afschrijvingen gebeuren lineair ten laste van de winst- en verliesrekening over de geschatte gebruiksduur van immateniële activa, tenzij deze onbepaald is. Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur wordt systematisch op elke balansdatum nagegaan of er sprake is van bijzondere waardevermindering. Software wordt afgeschreven vanaf de datum dat zij beschikbaar is voor gebruik. De geschatte gebruiksduur is als volgt:
| Licenties | 20,00% |
|---|---|
| Concessies | contractuele periode |
| Computersoftware | 20,00 - 25,00% |
De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele van de immateriële activa worden jaarlijks geëvalueerd en in voorkomend geval prospectief aangepast.
BELEGGINGEN
Elk type belegging wordt geboekt op de transactiedatum.
Beleggingen in eigenvermogensinstrumenten
Beleggingen in eigenvermogen omvatten deelnemingen in ondernemingen waarin de Groep noch zeggenschap noch een belangrijke invloed heeft. Dit is het geval bij ondernemingen waarin de Groep minder dan 20% van de stemrechten bezit. Zulke beleggingen worden aangement als financiële activa die beschikbaar zijn voor verkoop en worden gewaardeerd aan reële waarde. Eventueel hieruit voortvloeiende veranderingen in reële waarde, behoudens bijzondere waardeverminderingsverliezen, worden rechtstreeks opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten. Wanneer deze beleggingen niet langer in de balans worden opgenomen, wordt de cumulatieve winst die, of het cumulatieve verlies dat, rechtstreeks in het eigen vermogen is verwerkt, opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode worden gewaardeerd tegen kostprijs indien er geen genoteerde prijs in een actieve markt is en de reële waarde niet op een betrouwbare wijze gewaardeerd kan worden.
Beleggingen in schuldinstrumenten
Beleggingen in schuldinstrumenten geklasseerd als aangehouden voor handelsdoeleinden of als beschikbaar voor verkoop, worden geboekt aan reële waarde. Eventuele winsten die hieruit voortvloeien, worden respectievelijk in de winst- en verliesrekening of het eigen vermogen geboekt. De reële waarde van deze beleggingen is hun genoteerde biedprijs aan het einde van de verslagperiode. Waardeverminderingen alsook winsten met betrekking tot vreemde valuta worden in de winst- en verliesrekening geboekt. Beleggingen in schuldinstrumenten die tot hun vervaldatum worden aangehouden, worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs.
Andere beleggingen
De andere beleggingen van de Groep worden geklasserd als beschikbaar voor verkoop en worden gewaardeerd aan reële waarde. Eventuele winsten of de verliezen die hieruit voortvloeien, worden rechtstreeks geboekt in het eigen vermogen, Waardeverminderingen worden bij niet-gerealiseerde resultaten opgenomen (zie hoofdstuk "Waardevermindering").
HANDELS- EN OVERIGE VORDERINGEN
Bouwcontracten in uitvoering
Bouwcontracten in uitvoering worden uitgedrukt aan kostprijs vermeerderd met winst naar rata van de voortgang van de werken, verminderd met een voorzienbare verliezen en verminderd met gefactureerde voorschotten naar rata van de voortgang van het project. De kostprijs omvat alle rechtstreeks verband houden met specifieke projecten en een toerekening van de gemaakte vaste en variabele indirecte kosten in verband met de contractuele activiteiten van de Groep gebaseerd op normale operationele capaciteit.
Handels- en overige vorderingen
Handelsvorderingen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, minus de nodige voorzieningen voor bedragen die als niet-invorderbaar worden beschouwd.
VOORRADEN
Voorraden (reserveonderdelen) worden uitgedrukt aan hun kost, of hun netto-opbrengstwaarde indien deze is. De nettoopbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en verkoopkosten. De kostprijs van voorraden is gebaseerd op de waarderingsregel van de gewogen gemiddelde kostprijs van voorraden omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten gerelateerd aan de levering en het operationeel maken.
Waardeverminderingen van voorraden aan netto-opbrengstwaarde worden geboekt in de periode waarin de waardevermindering zich voordoet.
GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldi, handelspapieren en direct opvraagbare deposito's. Kaskredieten die direct opeisbaar zijn en die een integraal deel uitmaken van het thesauriebeheer van de Groep, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van kasequivalenten en geldmiddelen.
WAARDEVERMINDERING - NIET-FINANCIËLE ACTIVA
De boekwaarde van de activa van de Groep, met uitzondering van voorraden en uitgestelde belastingen, worden op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.
Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.
Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroom genererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroom generende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van goodwill toegewezen aan kasstroom genererende eenheden en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-rata basis.
Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.
Berekening van de realiseerbare waarde
De realiseerbare waarde van immateriële activa en terreinen, gebouwen en uitrusting is gelijk aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten, of de bedrifswaarde indien deze hoger is: Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun actuele waarde aan de hand van een verdisconteringvoet voor belasting die een weerspiegeling is van de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld en de risico's eigen aan het actief.
De activa van de Groep genereren geen kasstromen die onafhankelijk zijn van andere activa en de realiseerbare waarde is bijgevolg bepaald voor de kasstroom generende eenheid (d.i. het gehele hoospanningsnet) waartoe de activa behoren. Dit is tevens het niveau waarop de Groep zijn goodwill beheert en economische voordelen bekomt van de verworven goodwill.
Terugname van bijzondere waardeverminderingen
Er gebeuren geen terugnemingen op bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot andere activa wordt een bijzondere waardeverminden er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.
Een bijzondere waardevermindering wordt slechts herzien in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of waardevermindering, die zou zijn vastgesteld indien geen bijzondere waardevermindering was opgenomen.
WAARDEVERMINDERING - FINANCIËLE ACTIVA
Een bijzondere waardevermindering met betrekking tot een financieel actief wordt gewaardeerde kostprijs als het verschil tussen de boekwaarde van de verwachte toekomstige kasstromen die zijn verdisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rentevoet voor het actief. Verliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een voorziening voor leningen en vorderingen of beleggingsinstrumenten aangehouden. De rente op het actief waarvan de waarde vermindert, wordt steeds opgenomen. Wanneer een gebeurtenis die optreedt na de oogenomen blizondere waardevermindering het bedrag van de waardevermindering doet daling tegengeboekt in de winst- en verliesrekening.
Bijzondere waardeverminderingen op voor verkoop beschikbare financiële activa worden opgenomen door overboeking van het opgebouwde verlies in de reële-waardereserve in het eigen vermogen naar de winst- en verliesrekening. Het cumulatieve verlies dat verdwijnt uit het eigen vermogen en in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen, is het verschil tussen de
verkrijgingsprijs, minus aftrek van eventuele aflossing van de hoofdsom en amortisatie, en de huidige reële waarde, verminderd met een eventuele bijzondere waardevermindering die eerder in de winst- en verliesrekening is opgenomen. Veranderingen in voorzieningen voor bijzondere waardeverminderingen die toerekenbaar zijn aan de effectieve-rentemethode worden opgenomen in de post baten uit interesten. Als, in een latere periode, de reële waarde van een voor verkoop beschikbaar instrument dat onderhevig is aan een bijzondere waardevermindering stijgt en de stijging objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van de bijzondere waardevermindering in de winst- en verliesrekening, wordt de bijzondere waardevermindering teruggenomen, waarbij het bedrag van de terugname in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen. Bij een herstel in een latere periode van een voor verkoop beschikbaar actief dat onderhevig is aan bijzondere waardevermindering, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel opgenomen in nietgerealiseerde resultaten.
AANDELENKAPITAAL
Transactiekosten
Transactiekosten met betrekking tot de uitgifte van kapitaal worden afgetrokken van ontvangen kapitalen.
Dividenden
Dividenden worden opgenomen als een schuld in de periode waarin zij vastgesteld zijn.
RENTEDRAGENDE LENINGEN
Rentedragende leningen worden initieel verwerkt tegen reële waarde verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden rentedragen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij een verschil tussen de kostprijs en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.
PERSONEELSBELONINGEN
Toegezegde bijdrageregelingen
Verplichtingen in verband met bijdragen aan pensioenplannen op basis van toegezegde bijdragen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij verschuldigd zijn.
Toegezegde pensioenregelingen
Voor plannen met een 'te bereiken doel' worden jaarlijks de pensioenkosten voor elk plan afzonderlijk geschat op basis van de 'projected unit credit -methode actuarissen. Er wordt een schatting gemaakt van de pensioenrechten die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in het boekjaar en voorafgaande periodes, deze pensioenrechten worden verdisconteerd om de huidige waarde ervan vast te stellen en de fondsbeleggingen wordt hiervan afgetrokken. De verdisconteringvoet is de rentevoet op balansdatum op hoogwaardige obligaties die vervaldata hebben die de ternijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald. Wanner de pensioenrechten van een regeling verbeterd wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenrechten dat betrekking heeft op diensten door werknemers verricht in het verleden, als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening op de vroegste van deze twee data:
- wanneer de aanpassing of beperking van de fondsbelegging gebeurt; of
- wanneer de entiteit de gerelateerde herstructureringskosten onder IAS 37 of de ontslagvergoedingen erkent.
Waar de berekening in een voordeel voor de Groep resulteert, wordt het opgenomen actief beperkt tot de huidige waarde van toekomstige terugbetalingen van de regeling of kortingen in toekomstige bijdragen tot de regeling.
Herwaarderingen bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het activaplafond, met uitsluiting van bedragen die opgenomen ziin in de netto rento toegezed-pensjoenverpliching, en de opbrengst van fondsbeleggingen (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de netto toegezegd-pensioenverplichting) worden onmiddellijk opgenomen in de balans met een overeenkomend debet of krediet op de ingehouden winsten via de nietgerealiseerde resultaten in de periode waarin ze verschijnen worden niet geherklasseerd als winst of verlies in latere periodes.
Restitutierechten
Restitutierechten worden erkend als en alleen als en alleen als het bijna absoluut zeker is dat een andere partij (een deel van) de uitgaven zal betalen om de betreffende toegezegd-pensioenverplichting te vereffenen. De restitutierechten worden voorgesteld als niet-courant actief, onder andere financiële activa en worden berekend aan verwachte waarde. De restitutierechten volgen dezelfde behandeling als de daarmee overeenstemmende verplichtingen. Van de periode resulteert in wijzigingen in de financiëlingen, wijzigingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen of wijzigingen in de demografische veronderstellingen, wordt het actief aangepast via de niet-gerealiseerde resultaten. De componenten van de opgenomen kosten kunnen worden opgenomen zonder de bedragen die verband houden met veranderingen in de boekwaarde van de restitutierechten.
Andere langetermijnpersoneelsbeloningen
De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot personeelsbeloningen op lange termijn andere dan pensioenplannen wordt jaarlijks berekend volgens de 'projected unit credit-methode actuarissen. De nettoverplichting is het bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers verdiend hebben in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorafgaande periodes. De verplichting wordt verdisconteerd tot de huidige waarde ervan en de reële waarde van eventuele daarop betrekking hebbende activa wordt in mindering gebracht. De verdisconteringvoet is het rendement op balansdatum op hoogwaardige obligaties die vervaldata hebben die de termijnen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.
Kortetermijnpersoneelsbeloningen
Kortetermijnpersoneelsbeloningen worden op een niet-verdisconteerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt een verplichting in de balans opgenomen voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een kortetermijnbonus in contanten of een wirden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwindbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
VOORZIENINGEN
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verblichting heeft als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Indien het effect wezenlijk is, worden voorzieningen vastgesteld door de verwachte toekomstige kasstromen aan een verdisconteringvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de huidige markttaxaties van geld en, waar aangewezen, de risico's eigen aan de verplichting.
Indien de Groep verwacht dat een (deel van de) voorziening kan worden verhaald op een derde, wordt deze vergoeding alleen opgenomen als een afzonderlijk actief indien deze vergoeding vrijwel zeker is. De last die met een voorziening samenhangt, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening na aftrek van een eventuele vergoeding.
De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief worden, indien relevant, opgenomen als materiële activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. Indien het bedrag verdisconteerd wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd verantwoord als financieringslasten.
HANDELS- EN OVERIGE SCHULDEN
Handels- en overige schulden worden uitgedrukt aan geamortiseerde kostprijs.
OVERHEIDSSUBSIDIES
Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer het redelijkerwijs zeker is dat de Groep de subsidie zal ontvangen en dat aan alle onderliggende voorwaarden is voldaan. Subsidies die aan een actief zijn verbonden, worden onder overige verplichtingen opgenomen en worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen tijdens de verwachte gebruiksduur van het bijbehorend actief. Subsidies die aan uitgavenposten zijn verbonden, worden in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als de uitgave waarvoor de subsidie werd ontvangen. Overheidssubsidies worden als overige bedrijfsopbrengsten opgenomen in de resultatenrekening.
3.7 Posten in de resultatenrekening
OPBRENGSTEN
Opbrengsten worden geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan de transactie naar de entiteit zullen en op voorwaarde dat deze voordelen op een betrouwbare wijze kunnen ingeschat worden en de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is.
De opbrengsten omvatten de wijzigingen aan de afrekeningsmechanismen (zie Toelichting 7.17).
Opbrengsten vertegenwoordigen de reële waarde van de vergoeding die ontvangen wordt in het gewone verloop van de activiteiten van de Groep.
Verkochte goederen en geleverde diensten
Opbrengsten uit diensten en de verkoop van goederen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer de belangrijke risico's en voordelen van eigendom aan de koper zijn overgedragen.
Bouwcontracten in uitvoering
Zodra het resultaat van een constructin uitvoering op betrouwbare wijze kan geschat worden, worden contractuele baten en lasten opgenomen in de winst- en verliesrekening naar rato van het stadium van voltooiing van het contract. Een verwacht verlies op een contract wordt onmiddellijk opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Overdracht van activa naar klanten
De ontvangsten van klanten (financiële tussenkomst) voor de constructie van aansluitingen op het hoogspanningsnet worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naar rato van het stadium van de onderliggende materiile vaste activa.
Overige opbrengsten
Overige bedrijfsopbrengsten worden geboekt wanneer ze verdiend zijn of wanneer de verwante dienst gepresteerd werd.
LASTEN
Betalingen uit hoofde van operationele leasing
Betalingen uit hoofde van operationele leasing worden lineair opgenomen in de winst- en verliesrekening over de leaseperiode. Ontvangen vergoedingen als stimulering voor het sluiten van leaseovereenkomsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een integraal deel van de totale leasinguitgaven.
FINANCIERINGSBATEN EN -LASTEN
De financieringslasten omvatten interesten op leningen, berekend volgens de effectieve rentevoetmethode, wisselkoersverliezen, winsten uit muntafdekkingen die wisselkoersverliezen compenseren, resultaten uit de afdekkingen van interestrisio's, verliezen op voor handelsdoeleinden financiële activa, alsook verliezen uit afdekkingineffectiv Alle interesten en andere gemaakte kosten met leningen of andere gemaakte transacties worden als financiële kosten geboekt wanneer ze zich voordoen. De nettofinancieringslasten omvatten interesten op leningen berekend aan de hand van de methode van de effectieve rente en omrekeningsverschillen.
Financieringsbaten onder andere rentebaten op bankdeposito's, die naarmate zij oplopen opgenomen worden in de winst- en verliesrekening aan de hand van de methode van de effectieve rente.
Financieringslasten die niet direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden in de winst- en verliesrekening opgenomen aan de hand van de effectieve rente.
WINSTBELASTINGEN
De winstbelastingen omvatten de over de verschuldigde en uitgestelde belasting. De winstbelasting wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening behalve in de mate dat zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen.
De over de verslagperiode verschuldigde belasting is de verwachte te betalen belasting op de belastbare winst voor het jaar, met toepassing van belastingtarieven die zijn vastgesteld aan het einde van het einde van de verslagperiode en alle aanpassingen aan de te betalen belasting met betrekking tot vroegere jaren.
Uitgestelde belastingverplichtingen worden verwerkt op basis van de balansmethode op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Ultgestelde belastingen worden voor de volgende tijdelijke verschillen: de eerste opname van activa of verplichtingen in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreft en noch de fiscale winst in de voorzienbare toekomst zullen beïnvloeden, en verband houden met investeringen in dochterondememingen en joint ventures voor zover het waarschijnlijk is dat deze in de voorzienbare toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit de eerste opname van goodwill worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen. Uitgestelde belastingverplichtingen worden gewaardeerd met belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die per verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld. Ultgestelde belastingvorderingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en deze vorderingen en verplichtingen samerhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belastingplichtige entiteit, dan wel op verschillende entiteiten die voornemens zijn de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvordeningen en -verplichtingen gelijktjig worden gerealiseerd.
Een uitgestelde belastingvordering wordt slechts opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de actiefpost kan worden aangewend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate dat het niet langer waarschijnlijk is dat het daarnee samenhangende belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.
Bijkomende winstbelastingen die voortvloeien uit de uitkering van dividenden worden tezelfdertijd opgenomen als de schuld om het betrokken dividend te betalen.
3.8 Gepubliceerde maar nog niet effectieve standaarden en interpretaties
De Groep paste onderstaande standaarden, interpretaties of aanpassingen, die op de datum van deze geconsolideerde jaarrekening gepubliceerd maar nog niet effectief waren, niet voortijdig toe:
- IFRS 9 Financiële instrumenten (van kracht vanaf 2018) omvat alle fasen van het project financiële instrumenten en vervangt IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering en alle eerdere van IFRS 9. De standaard introduceet nieuwe vereisten voor classificatie en waardering en hedge accounting. De Groep onderzoekt de potentiële impact van de toepassing van IFRS 9 op zijn jaarrekening;
- IFRS 14 Gereguleerde overlopen (van kracht vanaf 1 januari 2016) is een optionele standaard die entiteiten waarvan de activiteiten onderworpen zijn aan tariefregulering om het grootste deel van de zijn bestaande grondslagen voor de boekhouding verder toe te passen voor het saldo van gereguleerde rekeningen bij de eerste toepassing van IFRS. Entiteiten die IFRS 14 toepassen moeten de overlopende rekeningen als aparte items opnemen in de balans en wijzigingen in de saldo's van deze accounts als aparte items boeken in de winst- en verliesrekening en in nietgerealiseerde resultaten. De standaard vereist toelichtingen over de aard van en de risico's verbonden met de tariefregulering van de entiteit en over de effecten van deze tariefregulering van de entiteit. Deze standaard is niet van toepassing op de Groep die de jaarrekeningen al volgens IFRS opstelt;
- Aanpassingen aan IFRS 11 Verantwoording van verwerving van belangen in gezamenlijke bedrijfsactiviteiten (van kracht vanaf 1 januari 2016). De aanpassingen aan IFRS 11 vereisen dat een gezamenlijke operator die de verwerving van een belang in een gezamenlijke activiteit boekt, waarbij de gezamenlijke activiteit een onderneming is, de relevante principes uit IFRS 3 moet toepassen voor de boekhouding van bedrijfscombinaties. De aanpassingen verduidelijken eveneens dat een eerder aangehouden belang in een gezamenlijke activiteit niet geherwaardeerd wordt na de verwerving van een bijkomend belang in dezelfde gezamerlijke activiteit waarbij de gedeelde controle behouden blijft. Daarnaast werd een uitzondering op het bereik toegevoegd aan IFRS 11 die bepaalt dat de aanpassing zijn wanneer de partijen die de gedeelde controle delen, inclusief de verslaggevende entiteit, gezamenlijk gecontroleerd worden door dezelfde uiteindelijke controlerende partij. De aanpassing op de verwerving van een eerste belang in een gezamenlijke activiteit als de verwerving van bijkomend belangen in dezelfde gezamenlijke activiteit. Deze aanpassingen zullen naar verwachting geen impact hebben op de Groep;
- Aanpassingen aan IAS 16 en IAS 38 Materiële en immateriële vaste activa Uitleg bij aanvaardbare
afschrijvingsmethoden (toepasbaar vanaf 1 januari 2016). De aanpassingen verduidelijken de principes uit IAS 16 en IAS 38 dat de inkomsten een patroon van economische voordelen weerspiegelen die gegenereerd worden door een onderneming uit te baten (waarvan het actief deel uitmaakt), eerder dan de economische voordelen die genoten worden door het gebruik van het actief. Hieruit volgt dat een op de opbrengsten gebaseerde methode dus niet gebruikt kan worden om materiële activa af te schrijven en enkel in beperkte gevallen gebruikt kan worden om immateriële activa af te schrijven. Deze aanpassingen zullen geen impact hebben op de Groep geen op de opbrengsten gebaseerde methode gebruikt om waardeverminderingen te berekenen;
- Aanpassingen aan IAS 16 en IAS 41 Landbouw: Vruchtdragende planten (toepasbaar 1 januari 2016) Deze aanpassingen vereisen dat vruchtdragende planten, gedefinieerd als levende planten, geboekt worden als materiële activa en opgenomen worden in het bereik van IAS 16 Materiële activa in IAS 41 Landbouw. Deze aanpassingen zullen geen impact hebben op de Groep omdat de Groep geen vruchtdragende planten heeft;
- IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten (toepasbaar 1 januari 2018) vestigt een nieuw ruim kader om te bepalen of, hoeveel en wanneer inkomsten geboekt worden. Het vervangt de bestaande richtlijnen voor het boeken van inkomsten, inclusief IAS 18 Opbrengsten, IAS 11 Bouwcontracten en IFRIC 13 Klantgetrouwheidprogramma's. De Groep onderzoekt de potentiële impact van de toepassing van IFRS 15 op zijn jaarrekening;
- Aanpassingen aan IAS 27 Equitymethode in de enkelvoudige jaarrekening (van kracht vanaf 1 januari 2016). Hiermee kunnen entiteiten de vermogensmutatiemethode toepassen om beleggingen in dochterondernemingen en geassocieerde ondernemingen te verwerken in hun afzonderlijke jaarrekeningen. Deze aanpassingen hebben geen invloed op de geconsolideerde jaarrekeningen van de Groep.
- Aanpassingen aan IFRS 10 en IAS 28 Verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of joint venture (van kracht vanaf 1 januari 2016). De aanpassingen verduidelijken dat winst of verlies uit de verkoop of inbreng van activa, die samen een onderneming vormen volgens IFRS 3, tussen een belegger en diens geassocieerde of gezamenlijke onderneming, volledig wordt erkend. Als deze activa geen onderneming volgens IFRS 3, wordt eventuele winst of verlies alleen herkend ten bedrage van ongerelateerde belangen van de belegger in de geassocieerde of gezamenlijke onderneming. Deze aanpassingen zullen naar verwachting geen impact hebben op de Groep:
- Aanpassingen aan IFRS 10, IFRS 12 en IAS 28 Investeringsentiteiten: toepassing van de consolidatievrijstelling (van kracht vanaf 1 januari 2016). Deze aanpassingen verduidelijken dat de vijstelling van het voorleggen van geconsolideerde jaarrekeningen van toepassing is op een moederentiteit die een dochterondememing is van een beleggingsentiteit, als de beleggingsentileit al haar dochterondernemingen tegen reële waardeert. Deze aanpassingen zullen naar verwachting geen impact hebben op de Groep:
- Aanpassingen aan IAS 1 Project rond informatieverschaffing (van kracht vanaf 1 januari 2016). Deze aanpassingen verduidelijken
- Materialiteitsvereisten in IAS 1
- Specifieke posten op resultatenrekeningen en andere niet-gerealiseerde resultaten en de balans kunnen uitgesplitst worden
- Entiteiten zijn vrij om de volgorde te kiezen waarin de toelichting bij jaarrekeningen wordt voorgesteld.
- Delen van andere niet-gerealiseerde resultaten van geassocieerde en gezamenlijke ondernemingen die in rekening gebracht werden aan de hand van de vermogensmutatiemethode moeten samengevoegd als enkele post worden voorgesteld, en ingedeeld tussen de (eventueel) niet zullen worden heringedeeld na winst of verlies;
Deze aanpassingen hebben naar verwachting geen materiële invloed op de geconsolideerde jaarrekeningen van de Groep.
Jaarlijkse verbeteringen van IFRS, cyclus 2012-2014 is een verzameling van kleine verbeteringen aan 3 bestaande standaarden. Deze verzameling, die verplicht van toepassing wordt voor de geconsolideerde jaarrekening 2016 van de Groep, zal naar verwachting geen significante invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
4. Gesegmenteerde rapportering
4.1 Grondslagen voor segmentering
De Groep heeft gekozen voor een geografische segmentering de basis vormt voor de interne managementrapportering van de ondemening en het belangrijkste besluitvormende orgaan van de entiteit de mogelijkheid geeft om het type en het financieel profiel van haar activiteiten transparant te evalueren en te beoordelen.
In overeenstemming met IFRS 8, heeft de Groep de volgende bedrijfssegmenten bepaald op basis van de eerder vermelde criteria:
- Elia Transmission (België), dat Elia System Operator NV/SA en de bedrijven omvat waarvan de activiteiten rechtstreeks zijn verbonden met de rol van de Belgische transmissienetbeheerder (Elia Asset NV, Elia Re SA, HGRT SAS. Coreso NV en Ampacimon NV):
- 50Hertz Transmission (Duitsland), dat Eurogrid International CVBA en de bedrijven omvat waarvan de activiteiten rechtstreeks zijn verbonden met de transmissienetbeheerder in Duitsland (Eurogrid GmbH, 50Hertz Transmission GmbH, 50Hertz Offshore GmbH en Gridlab GmbH):
- Atlantic Grid, dat bestaat uit E-Offshore A LLC en Atlantic Grid Investment A Inc die verbonden zijn met het Atlantic Wind Connection project dat het eerste offshore hoogspanningsgelijkstroomnet van de VS ontwikkelt;
- EGI (Elia Grid International NV en Elia Grid International GmbH: beide vennootschappen beschikken over experten die diensten leveren op het vlak van consultancy, engineering en procurement. Zij bieden oplossingen aan op basis van internationale beste praktijken, die volledig conform zijn met een gereguleerde bedrijfsomgeving;
- Nemo (Nemo Link Ltd), is verbonden met het Nemo-project; dit zal het Verenigd Koninkrijk met België verbinden via hoogspanningskabels, waardoor elektriciteit kan worden uitgewisseld tussen de twee landen.
Zoals voorgeschreven in IFRS 8 is de Groep eraan gehouden om segmentinformatie te rapporteren over elk operationeel segment dat bepaalde kwantitalieve criteria overschriidt. Aangezien de operationele activiteiten van Allantic Grid. EGI en Nerno deze kwantitatieve criteria niet overschrijden, zijn de activiteiten van Atlantic Grid opgenomen in de segmentrapportering van 50Hertz Transmission (Duitsland) en de activiteiten van EGI en Nemo in de segmentrapportering van Elia Transmission (België), omdat deze activiteiten respectievelijk opgevolgd worden door het belangrijkste operationele broaan van die segmenten.
De twee operationele segmenten zijn ook gedefinieerd als de kasstroom genererende eenheden van de Groep, aangezien de verzamelde activa van de segmenten afzonderlijk kasstromen genereren.
Het belangrijkste operationele besluitvormende orgaan is door de Groep geïdentificeerd als de Raden van Bestuur, de CEO's en de directiecomités van elk van de segmenten. Het belangrijkste operationele besluitvormende orgaan bekijkt regelmatig de prestaties van de segmenten van de hand van enkele indicatoren, zoals opbrengsten, EBITDA en operationeel resultaat.
De geografische segmenten van het bedrijf worden hoofdzakelijk gekenmerkt door gemeenschappelijke inkomsten en cost drivers en wezenlijk dezelfde wettelijke vereisten en dezelfde opdracht van openbaar nut in hun respectievelijke geografische gebied, maar ze onderscheiden zich voornamelijk op het niveau van de specifieke nationale regelgevende kaders. Voor meer details over dit onderwerp verwijzen we naar Toelichting 9 "Regelgevend kader en tarieven".
De informatie die aan het belangrijkste operationele besluitvormende orgaan wordt voorgelegd, volgt de IFRSwaarderingsregels van de Groep. Bigevolg moeten er geen reconciliatieposten worden opgenomen. Intergroeptransacties worden gesloten tegen de marktvoorwaarden.
4.2 Elia Transmission (België)
De tabel hierna geeft de resultaten over 2015 van Elia Transmission (België):
| Resultaten Elia Transmission (in EUR miljoen) - Boekjaar eindigend per 31 december |
2015 | 2014 herwerkt * | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 851.4 | 836,3 | 1,8% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen | (106,4) | (112,8) | (5,7%) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 213,2 | 192,7 | 10,6% |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode, na winstbelastingen |
4,8 | 2,8 | 71,4% |
| EBIT | 218,0 | 195,5 | 11,5% |
| EBITDA | 324,4 | 308,4 | 5,2% |
| Financieringsbaten | 10.6 | 10,7 | (0,9%) |
| Financieringslasten | (103,4) | (111,3) | (7,1%) |
| Winstbelastingen | (32,9) | (21,4) | 53,7% |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap | 92.2 | 73.7 | 25,1% |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) | 31 december 2015 |
31 december 2014 |
Verschil (%) |
| Balanstotaal | 5.669.7 | 4.989,6 | 13.6% |
| Investeringsuitgaven | 343,0 | 276,7 | 24,0% |
| Netto financiële schuld | 2.583,4 | 2.539,2 | 1,7% |
* Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
EBITDA (Earnings Before Interest and Taxes, Depreciations) = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen
In 2015 stegen de bedrijfsopbrengslen van Elia Transmission met 1,8% tegenover dezelfde periode vorig jaar. Dit is in hoofdzaak het gevolg van de nieuwe opbrengsten van Elia Grid International ("EGI"), opgericht in 2014. De gereguleerde opbrengsten waren in lijn met 2014. Onderstaande tabel geeft een meer gedetailleerd beeld van de verschillende componenten van de bedriifsopbrengsten.
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 herwerkt | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Aansluitingen | 42,1 | 41.5 | 1,3% |
| Gebruik van het net | 622,0 | 608,5 | 2,2% |
| Internationale inkomsten | 67.6 | 56.0 | 20,9% |
| Ondersteunende diensten | 170,6 | 173,9 | (1,9%) |
| Overige bedrijfsopbrengsten (inclusief EGI opbrengsten) | 85,3 | 66,4 | 28,4% |
| Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 987,6 | 946.3 | 4,4% |
| Afrekeningsmechanisme: teruggegeven in huidige tarifaire periode | (6,4) | (36,6) | (82,4%) |
| Afrekeningsmechanisme: afwijkingen goedgekeurd budget | (129,8) | (73,4) | 76,8% |
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 851,4 | 836,3 | 1,8% |
* Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
Ten gevolge van stabiele volumes vastgesteld in 2015 in vergelijking met 2014 bleven de opbrengsten uit netaansluitingen stabiel op €42,1 miljoen. De opbrengsten uit het gebruik van het net stegen licht (stijging met 2,2%) als gevolg van hogere balancing opbrengsten. De opbrengsten uit ondersteunende diensten bleven met €170,6 miljoen in lijn met 2014.
De internationale inkomsten stegen met €1,6 miljoen (stijging met 20,9%), voornamelijk door de Belgische markt in vergelijking met de omliggende landen van de Centraal- en West-Europese marktkoppeling (CWE), als een gevolg van de onbeschikbaarheid van een aantal kerncentrales tijdens een groot deel van het jaar.
Als gevolg van de opbrengsten voortgebracht door Elia Grid International ("EGI") (€12,7 miljoen), een 100% filiaal van Elia en 50Hertz opgericht in april 2014, stegen de diverse bedrijfsopbrengsten met 28,4%. EGI biedt consultancy- en engineeringactiviteiten aan op de internationale energiemarkt.
Het afrekeningsmechanisme omvat de afwijkingen van het door de CREG goedgekeurde budget met hietbeheersbare kosten en opbrengsten, met inbegin van de gereguleerde wor de berekening van de tarieven. Het verschil tussen de effectieve en de gebudgetteerde niet-beheersbare kosten en opbrengsten wordt opgenomen in de toekomstige tarieven. Het operationele resultaat lag €129,8 miljoen hoger in vergelijking met het budget, voornamelijk ten gevolge van de hogere internationale inkomsten (€59,4 miljoen), de lagere reële gemiddelde OLO (€38,5 miljoen), de lagere kosten voor ondersteunende diensten (€40,7 miljoen) en de lagere netto financiële lasten (€32,0 miljoen). Dit werd deels gecompenseerd door de verhoging van het bedrag voorzien in het nettarief voor de buitengebruikstelling van vaste activa (stijging met €14,8 miljoen), de hogere verwezenlijking van de incentivering op de vervangingsinvesteringen (stijging met €1,6 miljoen) en de lagere tarifaire verkopen (daling met €19,9 miljoen) in vergelijking met de gebudgetteerde bedragen. Daarnaast was er ook nog een finale schikking van het tijdelijk tarifar overschot (€6,4 miljoen) dat werd overgedragen binnen de huidige tariefperiode.
Ondanks de aanhoudende druk op de langetermijnrente realiseerde Elia Transmission een stijging in de EBITDA (stijging met 5,2%) en EBIT (stijging met 11,5%). De verdere daling van de billijke vergoeding door de evolutie in de jaarljikse gemiddelde
OLO, die daalde van 1,72% in 2014 tot 0,86% in 2015, kon gecompenseerd worden door de verhoging van het bedrag voorzien in het nettarief voor de buitengebruikstelling van de vaste activa. Dit was het resultaat van een sterke vooruitgang in het programma voor het vervangen van oude activa. Verder hadden het lager aantal schadegevallen aan de elektrische installaties en IAS 19 bewegingen, voornamelijk als gevolg van wijzigingen in assumpties, een positief effect op het resultaat. Tot slot is er een éénmalig element dat het resultaat op jaarbasis doet toenemen. Het aandeel in de winst van de HGRT-participatie steeg ten gevolge van de integratie van de elektriciteitsbeurzen APX Group in EPEX SPOT, waarvan HGRT na de integratie 49% bezit.
De netto financieringslasten (daling met 7,8%) daalden ten opzichte van 2014 met €7,8 miljoen, voornamelijk als gevolg van de succesvolle herfinancieringstransactie die in april 2014 werd gerealiseerd. Een bedrag van €500 miljoen werd geherfinancierd door de uitgifte van een euro-obligatie op 15 jaar voor €350 miljoen. In vergelijking met 2014 is de kostenvermindering opgenomen voor een volledig jaar.
De evolutie in de winst voor winstbelastingen samen met de daling van de notionele intrestaffrek resulteerde in een stijging van de winstbelasting (stijging met 53,7%).
De nettowinst steeg met 25,1% van €73,7 miljoen in 2015, voornamelijk omwille van de volgende factoren :
- lagere billijke winst door lagere OLO (daling met €10,4 miljoen);
- hoger bedrag voorzien in het nettarief voor de buitengebruikstelling van vaste activa (stijging met €12,0 miljoen);
- positieve impact van lager aantal schadegevallen aan de elektrische installaties (stijging met €4,9 miljoen);
- IAS 19-bewegingen (stijging met €4,1 miljoen);
- Resultaat van EGI (stijging met €1.0 miljoen); en
- hogere kostenbesparingen en opbrengsten (stijging met €0,4 miljoen).
Het balanstotaal steeg met 13,6% tot €5.669,7 miljoen, terwijl de netto financiële schuld licht steeg met €44,2 miljoen (stijging met 1,7%). Het eigen vermogen steeg voornamelijk als gevolg van de winst voor 2015 en de uitkering van dividenden voor 2014 ten belope van €93,5 miljoen.
4.3 50Hertz Transmission (Duitsland)
De tabel hierna geeft de resultaten over 2015 van de transmissieactiviteiten van 50Hertz Transmission in Duitsland:
| Resultaten 50Hertz Transmission (Duitsland) (in miljoen EUR) - Boekjaar eindigend per 31 december * |
2015 | 2014 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 1.495.6 | 1.022,8 | 46,2% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen | (87,9) | (62,9) | 39,7% |
| EBIT | 305,4 | 281,2 | 8,6% |
| EBITDA | 393,3 | 344,1 | 14,3% |
| Financieringsbaten | 2,2 | 3,7 | (40,5%) |
| Financieringslasten | (21,1) | (33,5) | (37,0%) |
| Winstbelastingen | (89,3) | (94,5) | (5,5%) |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap | 197,3 | 156.8 | 25,8% |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) | 31 december 2015 |
31 december 2014 |
Verschil (%) |
| Balanstotaal | 4.958.4 | 3.538.8 | 40,1% |
| Investeringsuitgaven | 902,0 | 591,1 | 52,6% |
| Netto financiële schuld | 915,6 | (24,9) | n/a |
* 60% van de nettowinst toe te rekenen aan de Vennootschap is inbegrepen in het aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen) van de Groep
De bedrijfsopbrengsten van 50Hertz Transmission stegen met 46,2% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Deze stijging is voornamelijk ingegeven door de toename van de energiekosten en de hogere investeringsvolumes. De totale bedrijfsopbrengsten worden meer gedetailleerd weergegeven in onderstaande tabel.
| Verticale netwerktarieven 883,8 769,7 123,3 79,9 Horizontale netwerktarieven |
Detail opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten (in miljoen EUR) |
2015 | 2014 | Verschil (%) |
|---|---|---|---|---|
| (12,9%) | ||||
| 54,3% | ||||
| 74.8 Ondersteunende diensten 190,2 |
154,3% | |||
| Overige bedrijfsopbrengsten 61,9 53,6 |
15,5% | |||
| 1.145,1 1.092,1 Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten |
4.9% | |||
| Afrekeningsmechanisme: afwijkingen van het goedgekeurde 350,5 (69,3) budget |
n/a | |||
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 1.495,6 1.022.8 |
46.2% |
1 De eerste drie bullet points hebben betrekking tot het Belgisch regulatoir kader
De opbrengsten uit verticale nettarieven (voor eindverbruikers) daalden met €114,1 miljoen (daling met 12,9%) voornamelijk door een daling in de totale door de regulaten inkomsten. De toegelaten niet-beheersbare kosten die kunnen worden doorgerekend in het nettarief en die op jaarlijkse basis worden aanzienlijk getroffen door de lagere energiekosten en de schikking van oude tarfaire overschotten. Deze effecten werden slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de stijging van de toegelaten kostendekking van nieuwe investeringen.
De opbrengsten uit horizontale nettarieven (voor TNB's) steeg met 54,3% in vergelijking met 2014 ten gevolge van meer offshore investeringen. In Duitsland worden alle investeringskosten voor offshore verbindingen gedeeld onder de vier Duitse TNB's. Dit betekent dat 50Hertz ongeveer 20% van de kosten draagt en 80% van haar eigen aansluitingskosten doorrekent aan de drie andere TNB's. Als gevolg van de toegenomen offshore investeringen stijgen de kostendekkingen die horizontaal worden doorgerekend aan de andere TNB's en heeft dit aldus een impact op de horizontale opbrengsten.
De opbrengsten uit ondersteunende diensten stegen fors met 154,3% ten gevolge van de aanzienlijke stijging in redispatchmaatregelen in vergelijking met 2014 en dit als gevolg van een hoge injectie van windenergie in 2015, wat tot hogere inkomsten geleid heeft. De stijging van de opbrengsten uit ondersteunende diensten was ook een gevolg van de hogere inkomsten uit groep balancing.
Overge bedrijfsopbrengsten stegen met €8,3 miljoen, hoofdzakelijk door hogere tussenkomsten in investeringen ontvangen in 2015 in vergelijking met 2014. Ten tweede steeg de geproduceerde vaste activa in vergelijking met 2014 ten gevolge van de stijging in de investeringen.
Het afrekeningsmechanisme omvat enerziids de jaarlijkse verrekening van tekorten en overschotten ontstaan voor 2015 (€138,6 miljoen) en anderzijds de in 2015 gerealiseerde afwijkingen tussen de toegelaten door te rekenen kosten en de werkelijke kosten (€211,9 miljoen). De aanzienlijking in 2015 vloeit in hoofdzaak voort uit de aanzienlijke werkelijke energiekosten ten gevolge van het winderige weer in 2015.
De sterke stijging van de EBITDA (stijging met 14,3%) en EBIT (stijging met 8,6%) vloeit voornamelijk voort uit belangrijke eenmalige effecten, hoofdzakelijk ten gevolge van de offshore connectie Baltic 2. Daarnaast kreeg 50Hertz een gereguleerde bonus voor efficiënt beheer van de energiekosten binnen het "Korridor"-model. Tot slot waren er een aantal hogere tussenkomsten van klanten dan gebruikelijk in specifieke investeringen die ook als eenmalig effecten werden beschouwd. In totaal bedragen deze eenmalige effecten €72,2 miljoen (voor belastingen) in 2015.
De netto-financieringslasten daalden met €10,9 miljoen in vergelijking met 2014, als het resultaat van een aanzienlijk lager verdisconteringseffect op langelermijnprovisies. Waar in 2014 een belangrijke daling van de interesten leide tot een aanzienlijke stijging van de financiële kosten, bleef de manteerd voor het verdisconteren van deze provisies stabiel in vergelijking met 2014. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door de toename in de uitstaande schuld - in totaal werden €1,390 miljoen aan obligaties uitgegeven in 2015 - en de overeenstemmende rentelasten.
De daling in de uitgaven voor winstbelasting is het resultaat van de finale belastingafrekening volgend op de belastingcontroles voor de jaren 2006 tot 2009, die in 2014 leidde tot een toegenomen uitgave voor winstbelasting.
De stijging van de nettowinst (stiging met 25,8%) weerspiegelt de output van het belangrijke gerealiseerde CAPEX-programma in 2015, deels gecompenseerd door een stijging in de operationele uitgaven. De stijging is voornamelijk ingegeven door:
- hogere kostendekking voor onshore investeringen (stijging met €14,7 miljoen);
- hogere kostendekking voor offshore investeringen (stijging met €33,7 miljoen);
- hogere operationele kosten (daling met €44,4 miljoen);
- hogere afschrijving (daling met €15,2 miljoen);
- lagere netto-financieringskosten (stijging met €9,3 miljoen);
- lagere belastingen (stijging met €15,8 miljoen);
- eenmalige effecten (zie vorige paragrafen).
Het balanstotaal steeg met 40,1% tot €4.958,4 miljoen, de netto financiële schuld steeg – als het resultaat van het realiseren van een belangrijk investeringsvolume – tot €915,6 miljoen op het einde van 2015. De netto schuld omvat een EEG-cashpositie (heffingen in verband met hemieuwbare energie) van €614,2 miljoen. Het eigen vernogen van 50Hertz Transmission steeg met 8.3%, voornamelijk als gevolg van de resultaat van het huidige jaar en de uitkering van dividenden voor €98,7 miljoen over 2014.
4.4 Reconciliatie van informatie over segmenten met geconsolideerde cijfers
| 2015 | 2015 | 2015 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|
| Groepsresultaten (in miljoen EUR) - Boekjaar eindigend per 31 december |
Elia Transmissie (Belgie) |
50Hertz Transmissie (Duitsland) |
Consolidatie herwerkingen |
Elia Groep |
| (a) | (b) | (C) | (a)+(b)+(c) | |
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 851,4 | 1.495,6 | (1.495,6) | 851,4 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen |
(106,4) | (87,9) | 87,9 | (106,4) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 213,2 | 305,4 | (305,4) | 213,2 |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode, na winstbelastingen |
4,8 | 0,0 | 118,4 | 123,2 |
| EBIT | 218,0 | 305,4 | (187,0) | 336,4 |
| EBITDA | 324,4 | 393,3 | (274,9) | 442,8 |
| Financieringsbaten | 10,6 | 2,2 | (2,2) | 10,6 |
| Financieringslasten | (103,4) | (21,1) | 21,1 | (103,4) |
| Winstbelastingen | (32,9) | (89,3) | 88,3 | (32,9) |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
92,2 | 197,3 | (78,9) | 210,6 |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) | 31.12.2015 | 31.12.2015 | 31.12.2015 | 31.12.2015 |
| Balanstotaal | 5.669,7 | 4.958,4 | (4.192,5) | 6.435,6 |
| Investeringsuitgaven | 343,0 | 902,0 | (902,0) | 343,0 |
| Netto financiële schuld | 2.583,4 | 915,6 | (915,6) | 2.583,4 |
| Groepsresultaten (in miljoen EUR) - Boekjaar eindigend per 31 december |
2014 herwerkt * Elia Transmissie |
2014 50Hertz Transmissie (Duitsland) |
2014 Consolidatie herwerkingen |
2014 herwerkt * Elia Groep |
| (Belgie) | ||||
| (a) | (b) | (C) | (a)+(b)+(c) | |
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in |
836,3 (112,8) |
1.022,8 (62,9) |
(1.022,8) 62,9 |
836,3 (112,8) |
| voorzieningen | ||||
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode, na winstbelastingen |
192,7 2,8 |
281,2 0,0 |
(281,2) 94,3 |
192,7 97,1 |
| EBIT | 195,5 | 281,2 | (187,0) | 289,7 |
| EBITDA | 308,4 | 344,1 | (249,8) | 402,7 |
| Financieringsbaten | 10,7 | 3,7 | (3,7) | 10,7 |
| Financieringslasten | (111,3) | (33,5) | 33,5 | (111,3) |
| Winstbelastingen | (21,4) | (94,5) | 94,5 | (21,4) |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
73,7 | 156,8 | (62,6) | 167,9 |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) | 31.12.2014 | 31.12.2014 | 31.12.2014 | 31.12.2014 |
| Balanstotaal | 4.989,6 | 3.538,8 | (2.831,3) | 5.697,1 |
| Investeringsuitgaven | 276,7 | 591,1 | (591,1) | 276,7 |
* Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
De Groep heeft in geen van beide bedrijfssegmenten een concentratie van klanten.
5. Investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode
5.1. Joint ventures
Eurogrid International CVBA is een joint venture van de Groep. De Vennootschap werd opgericht door de Groep en door IFM met het oog op het verwerven van 50Hertz Transmission GmbH, een van de vier Duitse transmissienetbeheerders. De Groep heeft een aandeel van 60% in de joint venture. Eurogrid International is een private entitieit die niet beursgenoteerd is.
Eurogrid International en haar dochterondernemingen (zie Toelichting 8.6) vormen samen het segment 50Hertz Transmission (Duitsland), zie Toelichting 4.3.)
De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de joint venture op basis van zijn IFRS jaarekening, en de reconciliatie met de boekwaarde van het belang van de Groep in de geconsolideerde jaarrekening.
| Percentage eigendomsbelang | 60,00% | 60,00% |
|---|---|---|
| Vaste activa | 3.630,5 | 2.742.4 |
| Vlottende activa | 1.327,9 | 796.4 |
| Langlopende verplichtingen | 2.284.9 | 784,5 |
| Kortlopende verplichtingen | 1.397.1 | 1.575,5 |
| Eigen vermogen | 1.276,3 | 1.178,8 |
| Boekwaarde van de investering van de Groep | 765.8 | 707,3 |
| Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 1.495,6 | 1.022,8 |
| Afschrijvingen | (93.9) | (78,7) |
| Financieringskosten | (18,9) | (29,8) |
| Winst voor belastingen | 286,7 | 251,3 |
| Winstbelastingen | (89,3) | (94,5) |
| Winst over het boekjaar | 197.4 | 156.8 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 197,4 | 156,8 |
| Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar | 118.4 | 94,0 |
| Dividenden ontvangen door de Groep | 53,7 | 53,9 |
Naast Eurogrid International heeft de Groep sinds 2015 nog een joint venture, Nemo Link Limited. Op het einde van februari 2015 ondertekende Elia een overeenkomst voor een joint venture met National Grid voor de bouw van de interconnector tussen België en het VK, de zogenaamde Nemo Link. Dat project bestaat uit onderzeese en ondergrondse kabels die verbonden zijn met een conversiestation en hoogspanningsstation in beide landen, waardoor elektriciteit in beide richtingen kan worden vervoerd tussen de twee landen en het VK en België kunnen rekenen op een meer betrouwbare en beter toegang tot elektricteit en duurzame elektriciteitsproductie. De cijfergegevens van deze joint venture zijn opgenomen in het Belgische segment (zie Toelichting 4.2).
De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de gezamenlijke onderneming op basis van zijn IFRS jaarrekening, en de reconciliatie met de boekwaarde van het belang van de Groep in de geconsolideerde jaarrekening.
| (in miljoen EUR) - Boekjaar eindigend per 31 december | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Percentage eigendomsbelang | 50,00% | |
| Vaste activa | 95,6 | |
| Vlottende activa | 29,2 | |
| Langlopende verplichtingen | 31,3 | |
| Kortlopende verplichtingen | 72,9 | |
| Eigen vermogen | 20,6 | |
| Boekwaarde van de investering van de Groep | 10,3 | |
| Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 0,0 | |
| Afschrijvingen | 0.0 | |
| Financieringsopbrengsten | 0,2 | |
| Winst voor belastingen | 0,1 | |
| Winstbelastingen | 0,0 | |
| Winst over het boekjaar | 0,1 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 0,1 | |
| Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar | 0,1 |
5.2. Geassocieerde deelnemingen
De Groep heeft 3 geassocieerde deelnemingen die allen investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode zijn.
De Groep bezit een participatie van 19,6% in Ampacimon NV, een Belgisch bedrijf dat innovatieve monitoringsystemen ontwikkelt voor TNB's, zodat zij sneller kunnen anticiperen op veranderingen in vraag en aanbod van energie. Het aandeel van de Groep daalde van 36,8% tot 19,6% in het huidige jaar. De Raad van Bestuur van Ampacimon bestaat uit 4 leden, waarvan 1 de Groep vertegenwoordigt. Daardoor heeft de Groep een grote invloed en wordt Ampacimon via de vermogensmutatiemethode in de boeken verwerkt.
De Groep heeft een aandeel van 26,0% in Coreso NV, een vennootschap die coördinatiediensten levert voor de veilige uitbating van het hoogspanningsnet in 5 landen.
HGRT SAS is een Franse vernootschap met een aandeel van 49,0% in Epex Spot, de elektriciteitsbeurs in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en (via 100% geassocieerde APX) het VK, Nederland en België. De Groep zelf heeft een aandeel van 17,0% in HGRT. Als een van de stichtende partners van HGRT heeft de Groep een Gouden Aandeel, waardoor de Groep een minimaal aantal vertegenwoordigers heeft in de Raad van Bestuur en het recht om een HGRT-vertegenwoordiger aan te duiden in de Raad van Bestuur van Epex Spot. Dat zorgt voor een grote invloed en daarom wordt HGRT via de vermogensmutatiemethode in de boeken verwerkt.
Geen van deze ondernemingen is beursgenoteerd.
De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de Groep in deze vennootschappen op basis van hun respectieve jaarrekeningen die zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRS-standaarden.
| (in miljoen EUR) | APX Ampacimon |
Coreso | Heigh | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |
| Percentage eigendomsbelang | 19,6% | 36,8% | 0.0% | 29,2% | 26,0% | 28,5% | 17.0% | 24,5% |
| Vaste activa | 0,0 | 0,0 | 24,4 | 1,5 | 1,3 | 94,4 | 36,1 | |
| Vlottende activa | 1,4 | 1,5 | 459,7 | 2,2 | 2,4 | 3,7 | 2,0 | |
| Langlopende verplichtingen | 0,1 | 0,0 | 3,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |
| Kortlopende verplichtingen | 0,4 | 0,7 | 451,8 | 1,7 | 1,9 | 0,7 | 0,1 | |
| Eigen vermogen | 0,9 | 0,8 | 28,8 | 2,0 | 1,8 | 97,5 | 38,1 | |
| Boekwaarde van de investering van de Groep |
0,2 | 0,3 | 14,1 | 0,5 | 0,5 | 16,6 | 9,3 | |
| Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten |
1,1 | 1.7 | 26,9 | 8,4 | 7,8 | 0,0 | 0,0 | |
| Winst voor belastingen | 0,2 | 0,4 | 4,5 | 0,4 | 0,4 | 29,8 | (0,5) | |
| Winstbelastingen | (0,0) | 0,0 | 1,1 | (0,2) | (0,2) | (0,5) | 0,0 | |
| Winst over het boekjaar | 0,2 | 0,4 | 3,4 | 0,2 | 0,2 | 29,3 | 0,2 | |
| Totaal gerealiseerde en niet- gerealiseerde resultaten over het boekjaar |
0,2 | 0,4 | 3,4 | 0,2 | 0,2 | 29,3 | 0,2 | |
| Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar |
0,0 | 0,2 | 2,0 | 0,1 | 0,2 | 4,8 | 0,6 |
6. Posten van de geconsolideerde resultatenrekening en nietgerealiseerde resultaten
6.1. Bedrijfsopbrengsten
| (in millioen EUR) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2017 4 | |||
| Opbrengsten | 773.3 | |||
| Overdracht van activa van klanten | 6.8 | |||
| Totaal opbrengsten | ||||
Voor de verdeling van de belangrijke categorieën over de opbrengst van het Belgische segment (toelichting 4.2) vervijzen wij naar de segmentrapportering.
6.2. Overige opbrengsten
De volgende tabel toont de verdeling van de "Overige bedrijfsopbrengsten":
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 * |
|---|---|---|
| Diensten en technische expertise | 2.8 | (0,3) |
| Intern geproduceerde vaste activa | 18.8 | 17.0 |
| Optimaal gebruik van activa | 14.7 | 12.9 |
| Andere | 34.0 | 20.7 |
| Meerwaarde op realisatie MVA | 1.0 | 0.5 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 71.3 | 50.8 |
| * Honvority voor rootitutioreantan agalo vormald in Tooliabling 9 4 |
De intern geproduceerde activa van de Groep geeft de waardering van de tijd die besteed werd aan investeringsprojecten.
Het optimaal gebruik van activa vertegenwoordigt vooral inkomsten gegenereerd door contracten voor de terbeschikkingstelling van hoogspanningsmasten aan verschillende telecomoperatoren als draagstructuur voor antennes van hun mobiele netwerk.
De sectie" Andere" bestaat uit andere opbrengsten van dochterondememingen EGI NV en EGI GmbH (die toenamen met € 12,8 miljoen in vergelijking met vorig jaar) en realiseerbare bedragen van vorderingen betaald door verzekeringsmaatschappijen enz.
6.3. Bedrijfskosten
GROND- EN HULPSTOFFEN, DIENSTEN EN OVERIGE GOEDEREN
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 15.5 | 5,3 |
| Aankoop van ondersteunende diensten | 145.3 | 164.5 |
| Diensten en diverse goederen (excl. aankoop ondersteunende diensten) | 201,2 | 193.5 |
| Totaal | 361.9 | 363.3 |
De toename van grond- en hulpstoffen en overige goederen voor doorverkoop is in hoofdzaak toe te schrijven aan de opgelopen kosten van lopende bouwcontracten en het bereiken van geplande mijlpalen in de hoofdprojecten van EGI GmbH, ten belope van € 7,6 miljoen.
De aankoop van ondersteunende diensten voor diensten waardoor de Groep het evenwicht op het net bewaat tussen injecties en afnames, de spanning van het handhaaft en congesties beheert. De afname in aankoop van ondersteunende diensten kan vooral worden verklaard door aantrekkelijke marktomstandigheden.
De diensten en diverse goederen hebben betrekking op het onderhoud van het net, diensten van derden, verzekeringen, consultancy, enz.
PERSONEELSKOSTEN
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014* |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | 92,3 | 89,6 |
| Sociale lasten | 26,0 | 26.1 |
| Pensioenkosten | 6.0 | 6.2 |
| Overige personeelskosten | 12,2 | 11,5 |
| Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen | 0.1 | 1,4 |
| Personeelsvoordelen (andere dan pensioenen) | 1.1 | 5.0 |
| Totaal | 137.6 | 139.7 |
Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
In maart 2015 bood de Elia groep zijn werknemers aan om in te tekenen op een kapitaalverhoging van Elia System Operator NV (fiscale schijf). De kapitaalverhoging leidde tot de creatie van 11.975 extra aandelen zonder nominale waarde. De werknemers krijgen een korting van 16,6% op de beurskoers van het aandeel, voor een totaal bedrag van € 0,1 miljoen.
Elia groep telt 1.210,2 VTE's op 31 december 2015 versus 1.222,4 VTE's op het einde van 2014, of een lichte daling van 1%.
Voor meer informatie over pensioenkosten en personeelsvoordelen, zie Toelichting 7.13 Personeelsbeloningen.
| AFSCHRIJVINGEN | EN | WAARDEVERMINDERINGEN. | WIJZIGINGEN | |
|---|---|---|---|---|
| VOORZIENINGEN |
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Afschrijvingen van immateriële activa | 7.6 | 6,5 |
| Afschrijvingen van materiële activa | 106,3 | 101,1 |
| Totaal afschrijvingen | 113,8 | 107,6 |
| Waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen | 0.4 | 0,7 |
| Totaal waardeverminderingen | 0,4 | 0,7 |
| Milieuvoorzieningen | (3,2) | 0,9 |
| Voorzieningen inzake geschillen | (4,6) | 3,7 |
| Beweging op voorzieningen | (7,8) | 4,6 |
| Totaal | 106.4 | 112.9 |
Het bedrag van waardeverminderingen op handelsvorderingen wordt verklaard in Toelichting 8.3 "Beheer van financiële risico's en derivaten".
Een uitgebreide beschrijving wordt gegeven in andere hoofdstukken over immateriële vaste activa (zie Toelichting 7.2), materiële vaste activa (zie Toelichting 7.1) en voorzieningen (zie Toelichting 7.14).
OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Belastingen andere dan winstbelastingen | 15.8 | 15.2 |
| Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa | 16.2 | 12.6 |
| Minderwaarden op realisatie handelsvorderingen | 0.2 | |
| Overige bedrijfskosten | 32.2 | 27.8 |
Belastingen andere dan winstbelastingen bestaan hoofdzakelijk uit eigendomsbelastingen op masten. Het toegenomen verlies bij afstoting/verkoop van eigendom, materiële vaste activa is vooral te wijten aan de aanzierlijke toename in het programma van de vervangingsinvesteringen voor bestaande activa.
6.4. Netto financieringslast
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Financieringsopbrengsten | 10,6 | 10.7 |
| Interestbaten uit beleggingswaarden, geldmiddelen en kasequivalenten | 0,6 | 0.7 |
| Overige financiële baten | ਰ ਰ | 10.0 |
| Financieringskosten | (103,4) | (111,3) |
| Interestlasten op eurobonds en andere bankleningen | (99,1) | (105,6) |
| Interestlasten op derivaten | (8,7) | (8,2) |
| Overige financiële lasten | 4,6 | 2,6 |
| Wisselkoersverschillen | (0,1) | (0,0) |
| Netto financieringskosten | (92,8) | (100,6) |
Overige financiële lasten bevatten vooral moratoriuminteresten die berekend zijn op de tax claim (meer uitleg hierover in Toelichting 7.9 hieronder). Deze sectie bevat ook een bedrag van € 0,3 miljoen betreffende een leningsovereenkomst tussen Elia System Operator en Nemo Link Ltd. voor een totaal openstaand bedrag per 31 december 2015 van € 15,4 miljoen. Dit ongedekte leeninstrument werd door beide aandeelhouders verleend aan marktvoorwaarden.
Rentelasten op Eurobonds en andere bankleningen namen af ten gevolge van de lagere rentevoeten op Eurobonds uitgegeven in april 2014 en november 2015, vergeleken met de Eurobond van € 500,0 miljoen die in april 2014 is vervallen. Wij verwijzen naar Toelichtingen 4.2 en 8.3.
Voor meer details over de nettoschuld en leningen, zie Toelichting 7.12.
6.5. Belastingen op het resultaat
OPGENOMEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING
De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende inkomstenbelastingen:
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 * |
|---|---|---|
| Huidig boekjaar | 17.3 | 14,5 |
| Totaal kortlopende verschuldigde winstbelastingen | 17,3 | 14,5 |
| Ontstaan en afwikkeling van tijdelijke verschillen | 15.5 | 6.9 |
| Totaal uitgestelde winstbelastingen | 15.5 | 6,9 |
| Totaal verschuldigde winstbelasting in winst -en verliesrekening | 32.9 | 21,4 |
lerwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
AANSLUITING VAN EFFECTIEF BELASTINGTARIEF
De winst (verlies) voor belastingen van de vennootschap verschilt als volgt van het theoretische bedrag berekend op basis van de wettelijke aanslagvoet en de werkelijke winstbelasting van de geconsolideerde vennootschappen:
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 * |
|---|---|---|
| Winst voor belastingen | 243,5 | 189,0 |
| Winstbelastingen | (32,9) | (21,4) |
| Verschuldigde winstbelastingen met toepassing van het lokaal belastingtarief | 82,8 | 64,3 |
| Lokaal belastingtarief | 33,99% | 33,99% |
| Effect van belastingtarief in buitenland | (0,2) | 0,1 |
| Aandeel in resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen) |
(41,9) | (33,0) |
| Verworpen uitgaven | 3,2 | 2,1 |
| Meerwaarde realisatie financiële vaste activa | (1,6) | 0,0 |
| Gebruik van notionele interesten | (17,0) | (18,1) |
| Gebruik van uitgestelde belastingen op overgedragen NIA | 5,0 | 2,3 |
| Faimess tax | 0,8 | 1,6 |
| Overige | 1,8 | 2,0 |
| Totaal winstbelastingen in winst- en verliesrekening | 32,9 | 21,4 |
NIA = Notionele intrestaftrek
* Herwerkt voor restitutierechten zoals vermeld in Toelichting 8.1.
Uitgestelde belastingen worden verder besproken in Toelichting 7.6.
Winst per aandeel (WPA) 6.6.
BASIS WPA
Gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die kan worden toegekend aan de gewone aandeelhouders van de Vennootschap (€ 210,6 miljoen) te delen door het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen tijdens het jaar.
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Uitgegeven gewone aandelen per 1 januari | 60.738.264 | 60.568.229 |
| Effect van in december 2014 uitgegeven aandelen | 5.590 | |
| Effect van in maart 2015 uitgegeven aandelen | 9.285 | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen per 31 december | 60.747.549 | 60.573.819 |
VERWATERDE WPA
De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die toegekend wordt aan de gewone aandeelhouders te delen door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen, gecorrigeerd voor de gevolgen van aandelenopties en converteerbare obligaties.
De verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de gewone winst per aandeel, aangezien er geen converteerbare obligaties noch aandelenopties bestaan.
Eigen vermogen per aandeel
Het eigen vermogen per aandeel bedroeg € 39,7 per aandeel op 31 december 2015, ten opzichte van een waarde van € 37,6 per aandeel eind 2014.
6.7. Niet-gerealiseerde resultaten
De totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde inkomsten omvatten zowel het resultaat van de periode dat in de resultatenrekening is opgenomen en de niet-gerealiseerde resultaten die in het eigen vermogen zijn opgenomen. Nietgerealiseerde resultaten omvatten alle veranderingen in het eigen vermogen die verschillen van veranderingen die betrekking hebben op de eigenaar en die worden aangegeven in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen.
Mutatie van waardering naar reële waarde
| 2014 |
|---|
De vermindering in marktwaarde met € 7,4 miljoen na belasting van de Groep (er lopen er momenteel nog 2) is hoofdzakelijk het gevolg van de afnemende periode tot de vervaldatum.
De afdekkingsreserve wordt in detail besproken in Toelichting 8.3.
Herwaarderingen
De niet-gerealiseerde resultaten bedragen € 8,1 miljoen en bestaan uit de actuariële winsten van de toegezegdpensioenregeling (inclusief impact van restitutierechten). De hogere niet-gerealiseerde resultaten in vergelijking met 2014 zijn vooral te verklaren door de hogere verdisconteringsvoet en de wijziging in de veronderstelde pensioenleeftijd ten gevolge van de hervorming van de Belgische pensioenregeling die de leeftijd waarop een werknemer op brugeensioen kan gaan heeft veranderd.
7. Elementen van de balans
Materiële vaste activa 7.1.
| (in miljoen EUR) | Terreinen en gebouwen |
Machines en installaties |
Meubilair en rollend materiee |
Overige materiële activa |
Activa in aan bouw |
Totaa |
|---|---|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||
| Stand per 1 januari 2014 | 173,5 | 4.332,2 | 132,9 | 13,2 | 249,0 | 4.900,9 |
| Verwervingen | 7,3 | 66,3 | 11,4 | 1,3 | 182,3 | 268,6 |
| Buitengebruikstellingen | (0,1) | (43,5) | (3,1) | (2,1) | 0,0 | (48,8) |
| Overboekingen van ene post naar andere | 2,7 | 120,7 | 0,2 | 1,4 | (125,1) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2014 | 183,5 | 4.475,8 | 141,4 | 13,8 | 306,2 | 5.120,7 |
| Stand per 1 januari 2015 | 183,5 | 4.475,8 | 141,4 | 13,8 | 306,2 | 5.120,7 |
| Verwervingen | 10,8 | 31,5 | 16.1 | 2,3 | 275,1 | 335,8 |
| Buitengebruikstellingen | (12,3) | (55,6) | (3,7) | (1,7) | (8,4) | (81,7) |
| Overboekingen van ene post naar andere | 11,7 | 214,5 | 0.0 | 0,7 | (226,8) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2015 AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN |
193,6 | 4.666,2 | 153,8 | 15,0 | 346,2 | 5.374,8 |
| Stand per 1 januari 2014 | (24,9) | (2.426,1) | (115,0) | (12,3) | (2.578,4) | |
| Afschrijvingen | (1,9) | (93,7) | (5,4) | (0,2) | (101,1) | |
| Buitengebruikstellingen | 0,0 | 32,9 | 3,0 | 1,8 | 37,7 | |
| Overboekingen van ene post naar andere | 0.0 | 1,1 | (0,0) | (1,1) | 0.0 | |
| Stand per 31 december 2014 | (26,8) | (2.485,7) | (117,4) | (11,9) | (2.641,8) | |
| Stand per 1 januari 2015 | (26,8) | (2.485,7) | (117,4) | (11,9) | (2.641,8) | |
| Afschrijvingen | (1,9) | (97,5) | (6,5) | (0,4) | (106,3) | |
| Buitengebruikstellingen | 7,8 | 47,2 | 3,7 | 1,7 | 60,4 | |
| Overboekingen van ene post naar andere | 0,0 | 0,6 | 0,0 | (0,6) | 0,0 | |
| Stand per 31 december 2015 | (20,8) | (2.535,5) | (120,2) | (11,1) | (2.687,7) | |
| BOEKWAARDE | ||||||
| Stand per 1 januari 2014 | 148,6 | 1.906,1 | 17,9 | 0,9 | 249,0 | 2.322,5 |
| Stand per 31 december 2014 | 156,7 | 1.990,1 | 24,0 | 1,9 | 306,2 | 2.478,9 |
| Stand per 1 januari 2015 | 156,7 | 1.990,1 | 24,0 | 1,9 | 306,2 | 2.478.9 |
| Stand per 31 december 2015 | 172,8 | 2.130,6 | 33,6 | 3,9 | 346,2 | 2.687,2 |
Elia Transmission investeerde een nettobedrag van € 327,5 miljoen in 2015. De grootste investering in 2015 ging naar het Stevin-project, met een investeringsbedrag van € 70 miljoen. Bovendien werd er veel geïnvesteerd in het versterken van hoogspanningsstations en het leggen van hoogspanningskabels.
In de loop van 2015 werd een bedrag van € 7,9 miljoen financieringslasten (€ 6,5 miljoen in 2014) geactiveerd op de verwerving van de activa in 2015 aan een gemiddelde rentevoet van 4,044% (4,149% in 2014).
De overige verplichtingen met betrekking tot nieuwe investeringen in Toelichting 8.4.
7.2. Immateriële vaste activa en goodwill
| (in miljoen EUR) | Goodwill | Ontwikkelings- kosten software |
Licenties / Concessies |
Overige immateriële vaste activa |
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||
| Stand per 1 januari 2014 | 1.707.8 | 68.1 | 2.1 | 1.777,9 |
| Verworven, intern ontwikkeld | 0,0 | 8.0 | 0.1 | 8,1 |
| Buitengebruikstellingen | 0.0 | (1,6) | 0.0 | (1,6) |
| Stand per 31 december 2014 | 1.707,8 | 74,5 | 2,1 | 1.784,4 |
| Stand per 1 januari 2015 | 1.707,8 | 74.5 | 2,1 | 1.784.4 |
| Verworven, intern ontwikkeld | 0,0 | 6,9 | 0,3 | 7,2 |
| Stand per 31 december 2015 AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN |
1.707,8 | 81.4 | 2,4 | 1.791,6 |
| Stand per 1 januari 2014 | (0,0) | (41,4) | (1,5) | (42,9) |
| Afschrijvingen | 0.0 | (6,2) | (0,2) | (6,5) |
| Stand per 31 december 2014 | (0,0) | (47,7) | (1,7) | (49,4) |
| Stand per 1 januari 2015 | (0,0) | (47,7) | (1,7) | (49,4) |
| Afschrijvingen | 0.0 | (7,4) | (0,2) | (7,6) |
| Stand per 31 december 2015 | (0,0) | (55,0) | (1,9) | (57,0) |
| BOEKWAARDE | ||||
| Stand per 1 januari 2014 | 1.707,8 | 26,6 | 0.6 | 1.735,0 |
| Stand per 31 december 2014 | 1.707,8 | 26,8 | 0,4 | 1.735,0 |
| Stand per 1 januari 2015 | 1.707.8 | 26,8 | 0.4 | 1.735,0 |
| Stand per 31 december 2015 | 1.707,8 | 26.4 | 0,5 | 1.734.6 |
Software omvat zowel IT-toepassingen die door de Vennootschap worden ontwikkeld voor het beheer van het net als software voor de normale bedrijfsactiviteiten van de Groep.
In de loop van 2015 werd een bedrag van € 0,2 miljoen financieringslasten (€ 0,2 miljoen in 2014) geactiveerd op de ververving van de activa in 2015 aan een gemiddelde rentevoet van 4,044% (4,149% in 2014).
De goodwill, dewelke toegewezen is aan de kasstroom genererende eenheid Elia Transmission (België), van € 1.707,8 miljoen heeft betrekking op de volgende transacties uit het verleden:
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Verwerving belang Elia Asset door Elia System Operator - 2002 | 1.700.1 | .700.1 |
| Verwerving belang Elia Engineering door Elia Asset - 2004 | ||
| Totaal | 1.707.8 | 1.707.8 |
TOETSING OP BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VOOR DE KASSTROOMGENERERENDE EENHEID ELIA TRANSMISSION (BELGIË) DIE GOODWILL BEVAT
In 2002 resulteerde de verwerving van Elia Asset door de Vennootschap voor een bedrag van € 3.304,1 miljoen in een positief consolidatieverschil voor de vennootschap ten belope van € 1.700.1 miljoen. Dit positief consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschaffingswaarde van deze entiteit en de boekwaarde van diens activa. Het verschil is toe te schrijven aan verschillende elementen zoals (i) de aanstelling van Elia als TNB voor een periode van 20 jaar, (ii) de unieke middelen waarover Elia in België kan beschikken aangezien Elia voor 100% eigenaar is van het net op zeer hoge spanning en de eigenaar is (of het gebruiksrecht heeft) van 94% van het hoogspanningsnet, en dus als enige het recht heeft om een ontwikkelingsprogramma voor te stellen en (iii) Elia beschikt over de knowhow van TNB.
Op de datum van de overname kon de kwalificatie of de kwantificatie in euro van deze elementen niet worden verricht op een objectieve, transparante en betrouwbare basis. Het verschil kon dus niet worden toegewezen aan specifieke activa en werd dus als niet-toegewezen beschouwd. Daarom werd dit verschil geboekt als goodwill sinds de eerste toepassing van de IFRS in 2005. Het regelgevend kader, voornamelijk de verrekening in de tarieven van de meerwaarde naar aanleiding van buitengebruikstellingen van vaste activa zoals van toepassing sinds 2008, had geen impact op deze boekhoudkundige verwerking. De goodwill zoals hierboven en de goodwill ontstaan bij de verwerving van Elia Engineering in 2004 zijn voor de toetsing betreffende de bijzondere waardeverminderingen aan de enige kasstroom genererende eenheid toegewezen aangezien de inkomsten en kosten werden gegenereerd door één activiteit, meer bepaald de gereguleerde activiteit in België, die eveneens als één kasstroom genererende eenheid zal beschouwd worden.
Ten gevolge hiervan heeft de Vennootschap de boekwaarde van de goodwill aan één eenheid toegewezen, zijnde de gereguleerde activiteit in België. Sinds 2004 werden jaarlijks toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd die niet resulteerden in de erkenning van enige waardeverminderingen. Kasstroom generende eenheden waaraan goodwill werd toegewezen worden minstens één keer per jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen, rekening houdend met de hoogste waarde van hun billijke waarde minus de verkoopkosten of de bedrijfswaarde, waarbij de volgende veronderstellingen en waarderingsmethoden worden toegepast.
De bijzondere waardeverminderingstest werd uitgevoerd door een onafhankelijke instelling, was gebaseerd op de volgende waarderingsmethoden en maakte gebruik van de volgende veronderstellingen (volgens de methode van de reële waarde minus verkoopkosten):
- verdiscontering van de toekomstige kasstromen waarbij de "Regulated Asse" of "RAB" als basis werd gebruikt voor de raming van de residuele waarde:
- verdiscontering van de toekomstige dividenden;
- vergelijking tussen de eerder vermelde bijzondere waardeverminderingstests en diegene die worden gebruikt door een aantal vergelijkbare West-Europese beursgenoteerde bedrijven zoals Red Electrica España, Enagas, Terna, Snam Rete Gas, National Grid en Fluxys;
- marktwaardering op basis van de aandelenkoers van de Vennootschap.
De methode van toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden is gebaseerd op het ondernemingsplan voor de periode 2016-2025 van Elia Transmission België.
De belangrijkste veronderstellingen voor deze waardering zijn:
- belastingtarief van 33,99%;
- unlevered beta van 0,5
- marktrisicopremie van 4,6%;
- onafgebroken groei van 1,0%.
Bovendien werden 3 verschillende aanpakken voor verdisconteerde cashflow (DCF) gebruikt:
- 1/ DCF op basis van een vaste WACC (gewogen gemiddelde kosten van kapitaal):
- Risico-vrije voet: 3,0%, gebaseerd op het 10-jarige gemiddelde van de Belgische staatsobligaties op 10 jaar.
- Levered beta wordt berekend op basis van de doelschuldverhouding van 67%.
- Kosten van eigen vermogen: 8,4%
- Schuldkosten voor belastingen: 3,5%
- WACC: 4.3%
- 2/ DCF op basis van een variabele WACC:
- Variabele kost van eigen vermogen omwille van een variabele levered beta (gebaseerd op een unlevered beta van 0,5 en de voorspelde schuldverhoudingen) en een variabele risico-vrije voet (1,3% in 2017, 2,5% in 2018 en 3,0% voor 2019 en de jaren daarna).
- Variabele schuldkosten op basis van de voorspelde jaarljikse rentelast in het tussen 3,0% en 3,8% in de periode 2016-2025)
- WACC schommelt tussen 3,8% en 4,5%.
- 3/ Methode van de aangepaste huidige waarde:
- Op basis van een unlevered eigen vermogenskost van 5.3%
De onafhankelijke analyse gaf geen aanleiding tot het identificeren van een waardevermindering op de goodwill in 2015.
In verband met de beoordeling van het recupereerbare bedrag meent het management, op basis van de analyse van een extern expert en op basis van wat op dit moment bekend is, dat geen redelijkerwijze te verwachten wijziging van de bovenstaande veronderstellingen zou leiden tot materiële waardeverminderingen.
7.3. Belastingvorderingen op lange termijn
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Fiscale vorderingen | 0.0 | 138,2 |
| Totaal | 0.0 | 138,2 |
De belastingvordering op lange termijn m.b.t. 2014 bestaat uit het basisbedrag van de belastingvordering (€ 93,8 miljoen) en de gecumuleerde moratoriuminteresten (€44.4 milioen) die de Vennontschap zou kunnen recupereren in de toekomst. De beslissing in beroep betreffende deze belastingaanslag werd recentelijk op 12 november 2015 gepubliceerd, waardoor de beslissing van de Rechtbank van Eerste Aanleg werd bevestigd. Aangezien de Beigische belastingautoriteiten niet binnen de vereiste periode beroep hebben aangetekend voor het Belgische Hooggerechtshof, is de beslissing van het Hof van Beroep definitief. Door deze uitspraak moet de bedrag van € 93,8 miljoen terugbetalen, vermeerderd met de interest en kosten. Het openstaande saldo moet in 2016 worden vereffend en werd dus overgeboekt van vast naar vlottend actief. Een gedetailleerde beschrijving is te vinden in Toelichting 7.9.
7.4. Overige financiële activa
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn | 13.3 | 13.3 |
| Activa die voor verkoop beschikbaar | 0.2 | 0.3 |
| Restitutierechten | 59.9 | 73.7 |
| Totaal | 73.4 | 87.2 |
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van de wijzigingen van de reële waarde in de niet-gerealiseerde resultaten. Het risicoprofiel van deze beleggingen wordt besproken in Toelichting 8.3.
De restitutierechten zijn verbonden met de betalingen voor gepensioneerde werknemers die enerzijds onder de interestenregeling vallen (regime B - niet-gefinancierd plan) en anderzijds onder de lasten en tariefvoordelen van het medisch plan (voor de volledige gepensioneerde bevolking) (zie ook Toelichting 7.13 werknemersvoordelen en Toelichting 8.1 Effect van de verandering in het boekhoudbeleid). De restitutierechten zijn via gereguleerde tarieven realiseerbaar. Het volgende principe is van toepassing: alle opgelopen pensioenkosten voor gepensioneerde werknemers met 'regime B' en de kosten gerelateerd aan gezondheidszorg en tariefvoordelen van gepensioneerde personeelsleden van Elia worden vastgelegd door de regulator (CREG) als niet-ontroleerbare uitgaven die via de regelgevende tarieven terug te krijgen zijn. De afname van de boekwaarde van dit actief wordt ook beschreven in Toelichting 7.13 Personeelsbeloningen.
7.5. Niet-courante handels- en overige vorderingen
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Leningen aan joint ventures | 15.4 | 0,0 |
| Overige | 0.0 | |
| Totaal | 16.4 | 0.0 |
Zoals vermeld in Toelichting 5.1 heeft de Groep 50% van de aandelen in Nemo Link Ltd verworven. De vennootschap Nemo Link wordt gefinancierd via eigen kapitaal en leningen van beide aandeelhouders. Dientengevolge is er op 31 december een openstaande vaste handelsvordering op Nemo Link Ltd. ten belope van € 15,4 miljoen.
Dit ongedekte leeninstrument heeft een vaste rentevoet van 4% en een maturiteit van 25 jaar na de commerciële activiteiten van de interconnector.
7.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 * | ||
|---|---|---|---|---|
| Activa | Passiva | Activa | Passiva | |
| Materiële activa | 1,3 | (25,7) | 1,2 | (21,3) |
| Immateriële activa | (8,9) | (9,0) | ||
| Voorraden | (1,0) | (1,0) | ||
| Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen |
4,5 | 7,2 | ||
| Personeelsvoordelen | 6,7 | 11,9 | ||
| Voorzieningen | 0.0 | 0.1 | ||
| Overige | 0,5 | (7,0) | 0,4 | (5,7) |
| Overgedragen Notionele intrestaftrek | 24,3 | 31,9 | ||
| Belasting vorderingen (verplichtingen) | 37,3 | (42,5) | 52.7 | (37,0) |
| Saldering van belastingvorderingen en -verplichtingen | (35,5) | 35,5 | (31,3) | 31,3 |
| Netto belastingvordering / (verplichting) | 1,7 | (6,9) | 21,4 | (5,7) |
MUTATIES IN DE UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -SCHULDEN TEN GEVOLGE VAN MUTATIES IN DE TIJDELIJKE VERSCHILLEN GEDURENDE HET BOEKJAAR
| (in miljoen EUR) | Openingsbalans | Opgenomen in winst(verlies) rekening |
Opgenomen in eigen vermogen |
Eindbalans |
|---|---|---|---|---|
| 2014 * | ||||
| Materiële activa | (15,9) | (4,1) | (20,0) | |
| Immateriële activa | (9,0) | 0,0 | (9,0) | |
| Voorraden | (0,9) | (0,2) | (1,0) | |
| Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen |
8,2 | (0,2) | (0,7) | 7.2 |
| Personeelsvoordelen | 9,6 | (0,1) | 2,4 | 11,9 |
| Voorzieningen | 0,1 | (0,0) | 0,1 | |
| Overige | (6,5) | 1,2 | (5,3) | |
| Overgedragen notionele intrestaftrek | 35,4 | (3,5) | 31,9 | |
| Totaal | 21,0 | (6,9) | 1,7 | 15,7 |
| 2015 | ||||
| Materiële activa | (20,0) | (4,3) | (24,4) | |
| Immateriële activa | (9,0) | 0.1 | (8,9) | |
| Voorraden | (1,0) | 0,1 | (1,0) | |
| Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen |
7,2 | (0,3) | (2,5) | 4,5 |
| Personeelsvoordelen | 11,9 | (2,4) | (2,8) | 6,7 |
| Voorzieningen | 0.1 | (0,0) | 0.0 | |
| Overige | (5,3) | (1,2) | 0,0 | (6,5) |
| Overgedragen notionele intrestaftrek | 31,9 | (7,6) | 24,3 | |
| Totaal | 15,7 | (15,5) | (5,3) | (5,1) |
| * Lassonialis 1000 |
s vermeld in Toelichting 8.1
Vanaf 2012 werden uitgestelde belastingen geboekt op de notionele intrestaftekreserve ten gevolge van de wijzigingen in het mechanisme van de recuperatie en wijzigingen in het regelgevend kader.
Vanaf 31 december 2015 nam de uitgestelde belasting op de notionele intrestaftrekreserve nog meer af met € 7,6 miljoen in vergelijking met 2014. De notionele intrestaftekreserve op 31 december 2015 bedroeg € 71,5 miljeen. De aanzienlijke vermindering van de reserve kan vooral worden verklaard door het lagere notionele intrestaftrekpercentage, wat leidt tot een hoger gebruik van de reserve.
Het tempo waarmee de notionele intrestaftekreserve wordt gebruikt, bevestigt het oorspronkelijke oordeel van het management om de uitgestelde belastingenpost in 2012 te boeken en naar verwachting zal de resterende reserve volledig opgebruikt zijn tegen eind 2017 - begin 2018.
NIET IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN VERPLICHTINGEN
Per 31 december 2015 zijn er geen niet-opgenomen uitgestelde belastingvorderingen.
In de Elia groep is er geen vast beleid betreffende de verdeling van dividenden door dochterondernemingen. De Elia groep joint ventures zullen hun winst niet uitkeren zonder gezamenlijk akkoord door beide joint venture partners, met andere woorden bepaalt de Groep het tijdstip waarop verrekenbare tijdelijk verschillen worden afgewikkeld en is het management er zeker van dat dit niet in de voorzienbare toekomst zal gebeuren. Als gevolg hiervan werd een uitgestelde belastingverplichting met betrekking tot Groepsinvesteringen in dochterondernemingen en es,0 miljoen voor het boekjaar 2015 (€3,5 miljoen voor boekjaar 2014) niet opgenomen.
77. Voorraden
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 38.2 | 28,4 |
| Geboekte waardeverminderingen | (14,0) | (13,6) |
| Totaal | 24.2 | 14.8 |
De artikelen in het magazijn zijn hoofdzakelijk wissel- en reservestukken voor het onderhoud en de herstellingswerken van de hoogspanningsstations, bovengrondse lijnen en ondergrondse kabels van de Groep.
De stijging van de voorraden kan voornamelijk worden verklaard door de opgelopen kosten van de lopende grote constructiewerken en de uitvoering van de geplande mijlpalen binnen de voornaamste projecten van EGI GmbH.
Waardeverminderingen worden geboekt vanaf het moment wanneer items uit de stock gedurende een periode van 1 jaar ongebruikt blijven. In 2015 is het totale bedrag van de waardeverminderingen geboekt in de resultatenrekening gelijk aan € 0,4 miljoen, ten opzichte van € 0,7 miljoen in 2014 (zie Toelichting 6.3).
7.8. Handelsvorderingen en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 | |
|---|---|---|---|
| Onderhanden projecten in opdracht van derden | 2,5 | 4,3 | |
| Overige handelsvorderingen en vooruitbetalingen | 205,6 | 136.4 | |
| Heffingen | 102,1 | 141,8 | |
| BTW en andere belastingen | 9.4 | 13.9 | |
| Overige | 6.5 | 6.5 | |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | 4,2 | 11.1 | |
| Totaal | 330,3 | 314.0 |
Handelsvorderingen brengen geen interest op en zijn gewoonlijk betaalbaar op 10 tot 30 dagen.
De toename van andere handelsvorderingen is voornamelijk te wijten aan de verlengde betalingstermijnen voor bepaalde contracten.
Lagere uitstaande btw-vorderingen (€ 8,7 miljoen eind 2015, ten opzichte van € 13,6 miljoen aan het einde van vorig jaar) resulteren in een daling van de btw en andere belastingen.
De daling van de heffingen is voornamelijk te wijten aan:
- lagere uitstaande balans van groenestroomcertificaten van het Waalse Gewest (daling van € 119,2 miljoen naar € 40,7 miljoen) als gevolg van de verkoop van groenestroomcertificaten (heffingen) door Elia aan Solar Chest voor een bedrag van € 221 miljoen (zie Toelichting 8.4 voor meer gedetailleerde informatie). In het komende jaar zullen gelijkaardige transacties plaatsvinden. Bij de realisatie van de bovenstaande verkopen heeft Elia de verplichting om een deel van de voorheen betaalde heffing "Waalse groenestroomcertificaten" terug te betalen aan een bepaalde groep klanten. In 2015 werd er een bedrag van € 91,2 miljoen met betrekking tot de jaren 2013 en 2014 terugbetaald. De nettocash die wordt ontvangen nadat de bovenstaande transacties in aanmerking zijn genomen, verlaagt de uitstaande nettovorderingen met betrekking tot de Waalse groenestroomcertificaten. Door de ontvangen groenestroomcertificaten in de laatste maanden van het jaar was de daling van de nettovorderingen beperkt tot € 78,5 miljoen;
- hoger uitstaand bedrag voor de heffing om de kosten voor de Strategische Reserve te dekken (stijging van € 9,5 miljoen naar € 21,4 miljoen);
hogere uitstaande balans voor groenestroomcertificaten van het Vlaamse Gewest (stijging van € 13,1 miljoen naar € 40,0 miljoen). Tijdens het jaar 2015 hebben meer Vlaamse producenten hun certificaten aan Elia verkocht dan tijdens het jaar 2014.
De blootstelling van de Groep aan krediet- en valutarisioo's en verliezen als gevolg van waardeverminderingen die verbonden zijn aan handels- en overige vorderingen, wordt getoond in Toelichting 8.3.
Op 31 december is de ouderdomsanalyse van de handels- en andere vorderingen en de volgt:
| 2015 | |
|---|---|
| 203,1 | 134,5 |
| (3,1) | 1,1 |
| 0,7 | (0,3) |
| 3.3 | 0,3 |
| 1,2 | 0.4 |
| 205,3 | 136.1 |
| 1.6 | 1,5 |
| (1,3) | (1,2) |
| 205,6 | 136,4 |
7.9. Vlottende belastingvorderingen
| 2015 | 2014 |
|---|---|
| 148.0 | 5.0 |
| 148.0 | 5.0 |
Het bedrag van de belastingvorderingen per 31 december 2014 (€ 138,2 miljoen) werd geherclassificeerd van niet-courante belastingvorderingen naar vlottende belastingen in 2015 (zie Toelichting 7.3). De resterende stijging in 2015 is de erkenning van de moratoriuminteresten van het jaar.
AANSLAGBILJET
De belastingvordering op lange termijn bestaat uit het basisbedrag van de belastingvordering (€ 93,8 miljoen) en de gecumuleerde moratoriuminteresten (€ 50,9 miljoen die de Groep zou kunnen recupereren in de toekomst.
ln het aanslagbijet van 2008 heeft de belastingadministratie de tariefoverschotten aan het jaar 2004 beschouwd als belastbare inkomsten. Elia kon niet dit standpunt en heeft gerechtelijke stappen tegen dit aanslagbiljet ondernomen. In december 2011 heeft de Brusselse Rechtbank van Eerste Aanleg geoordeeld in het voordeel van Elia, maar de belastingadministratie heeft in februari 2012 beroep aangetekend, waardoor de voltrekking van het oordeel van de Rechtbank van Eerste Aanleg werd uitgesteld. De beslissing in beroep werd recentelijk op 12 november 2015 gepubliceerd, waardoor de beslissing van de Rechtbank van Eerste Aanleg werd bevestigd. Aangezien de Belgische belastingautoriteiten niet binnen de vereiste periode beroep hebben aangetekend voor het Belgische Hooggerechtshof, is de beslissing van het Hof van Beroep definitief. Als gevolg van dit oordeel moeten de belastingautoriteiten in 2016 het bedrag van € 93,8 miljoen plus interest en kosten terugbetalen.
7.10. Geldmiddelen en kasequivalenten
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 | |
|---|---|---|---|
| Direct opvraagbare deposito's | 226,3 | ||
| Banksaldi | - 400,1 | 129.0 | |
| Totaal | 626.4 |
De stijging van de geldmiddelen en kasequivalenten is voornamelijk te wijten aan de uitgifte van een Eurobond in november 2015 ten belope van € 500 miljoen, die zal worden gebruikt voor de Eurobond met vervaldatum in april 2016 voor een bedrag van € 500 miljoen.
De kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van enkele weken (maximaal 3 maanden), afhankelijk van de onmiddellijke cashbehoeften van de Groep, en brengen interesten op volgens de rentevoeten van de kortetermijndeposito's. De rentedragende beleggingen hebben aan het einde van de verslagperiode een rente van 0,05% tot 0,65%.
De banktegoeden brengen interest op tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente. Het renterisico van de Groep en de gevoeligheide activa en verplichtingen worden besproken in Toelichting 8.3.
7.11. Eigen vermogen
AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIE
| Aantal aandelen | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Uitstaand per 1 januari | 60.738.264 | 60.568.229 |
| Uitgegeven tegen betaling in contanten | 11.975 | 170.035 |
| Aantal aandelen (einde periode) | 60.750.239 | 60.738.264 |
De buitengewone aandeelhoudersvergadering van 2014 heeft beslist om een kapitaalsverhoging uit te voeren (in twee stappen/periodes: een in 2014 voor maximum € 5,3 miljoen en een in 2015 voor maximum € 0,7 miljoen) voor een maximaal totaalbedrag van € 6,0 miljoen voor haar Belgische werknemers.
In oktober 2014 bood de Elia groep het personeel in België aan om in te tekenen op een kapitaalsverhoging van Elia System Operator NV (fiscale en niet-fiscale schijf), wat leidde tot een verhoging van het aandelenkapitaal met € 5,5 miljoen (inclusief de kosten voor de kapitaalverhoging) en tegelijkertijd tot een verhoging van de uitgiftepremie met € 1,1 miljoen. Het aantal uitstaande aandelen steeg met 170.035 aandelen zonder nominale waarde.
De tweede schijf van deze kapitaalsverhoging voor haar Belgische werknemers vond plaats in maart 2015 voor een bedrag van € 0,4 miljoen. Het aandelenkapitaal steeg met € 0,3 miljoen en bedroeg op 31 december 2015 € 1.515,2 miljoen. De uitgiftepremie steeg gelijktijdig met € 0,08 miljoen. De kapitaalverhoging leidde tot de creatie van 11,975 extra aandelen zonder nominale waarde.
RESERVES
Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5% van de statutaire nettowinst van de moedervennootschap worden overgedragen naar de wettelijke reserve tot die wettelijke reserve 10% van het kapitaal bedraagt.
In het kader van het tarifaire mechanisme moet Elia de in de tarieven verealiseerde meerwaarde naar aanleiding van buitengebruikstellingen van vaste activa (daling van Regulated Asset Base) reserveren in het eigen vermogen.
Dit bedroeg in 2014 € 22,3 miljoen. De algemene vergadering heeft op 19 mei 2015 beslist om dit bedrag in de wettelijke reserve op te nemen.
Op 31 december 2015 bedraagt de wettelijke reserve van de Groep € 138,8 miljoen.
De Raad van Bestuur kan aan de aandeelhouders de uitkering van een dividend voorstellen tot een maximumbedrag van de beschikbare reserves en van de overgedragen winst van vorige boekjaren van de moedervennootschap, inclusief de winst van het boekjaar dat eindigde op 31 december 2015. De aandeelhouders moeten het dividendbedrag goedkeuren tijdens de algemene vergadering van de aandeelhouders.
AFDEKKINGSRESERVE
De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot afgedekte transacties die nog niet hebben plaatsgevonden.
DIVIDEND
Na de rapporteringsdatum deed de Raad van Bestuur het onderstaande dividendvoorstel.
| Dividend | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Dividend per aandeel | 1.55 | 1.54 |
Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van 19 mei 2015 keurde de Raad van Bestuur de uitkering goed van een brutodividend van € 1,54 per aandeel, dat overeensternt met een nettodividend van € 1,155 per aandeel, goed voor een totaalbedrag van € 93,5 miljoen.
Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van donderdag 25 februari 2016 werd een brutodividend van € 1,55 per aandeel voorgesteld. Dit dividend is onderworpen aan de goedkeuring door de aandeelhouders tijdens algemene vergadering op 17 mei 2016 en werd niet opgenomen als een verplichting in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Het totale dividend zal, op basis van het aantal uitstaande aandelen op 25 februari 2016, € 94,2 miljoen bedragen.
De nettowinst bevat ook een vergoeding voor de meerwaarde naar aanleiding van buitendienststellingen van e 34,3 miljoen die in het eigen vermogen moet worden geboekt. De Raad van Bestuur van 25 februari 2016 heeft beslist om aan de algemene vergadering voor te stellen om dit bedrag te boeken als wettelijke reserve. Op 31 december 2015 was dit bedrag nog niet opgenomen als wettelijke reserve.
7.12. Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen
| (in million EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Leningen op lange termijn | 2.605,4 | 2.646.4 |
| Subtotaal lange termijnleningen | 2.605,4 | 2.646,4 |
| Leningen op korte termijn | 539,9 | 0.0 |
| Toe te rekenen interest | 64.4 | 63.9 |
| Subtotaal korte termijnleningen | 604,3 | 63.9 |
| l otaal | 3.209.7 | 2.710.3 |
De informatie over de algemene voorwaarden van de uitstaande rentedragende leningen wordt hieronder gegeven:
| (in miljoen EUR) | Vervaldag | Boekwaarde | ntrestvoet VOOr hedging |
Interestvoet na hedging |
Huidige proportie V/Q interestvoet : vast |
Huidige proportie V/Q interestvoet : variabel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandeelhouderslening | 2022 | 495.8 | 1.29% | 3,05% | 40,34% | 59,66% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2004 / 15 jaar | 2019 | 499,5 | 5,25% | 5,25% | 100,00% | 0.00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2009 / 7 jaar | 2016 | 499.9 | 5.63% | 5,63% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar | 2028 | 546,9 | 3,25% | 3,25% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar | 2033 | 199,3 | 3,50% | 3,50% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar | 2029 | 346.0 | 3.00% | 3,00% | 100.00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2015 / 8,5 jaar | 2024 | 497,9 | 1.38% | 1,38% | 100,00% | 0,00% |
| Europese Investeringsbank | 2016 | 40.0 | 4,27% | 4,27% | 100,00% | 0,00% |
| Europese Investeringsbank | 2017 | 20,0 | 4.79% | 4,79% | 100,00% | 0.00% |
| Totaal | 3.145,4 | 90.60% | 9,40% |
De informatie over de contractvervaldagen van de rentedragende leningen en langlopende) financieringsverplichtingen van de Groep wordt hieronder gegeven.
| (in miljoen EUR) | Nominale waarde |
1 jaar of minder |
1 - 2 jaar | 3 - 5 jaar Meer dan 5 jaar |
|
|---|---|---|---|---|---|
| Aandeelhouderslening | 495.8 | 495.8 | |||
| Uitgiften van obligatieleningen | 2.600.0 | 500,0 | 500,0 | 1.600.0 | |
| Europese Investeringsbank | 60,0 | 40.0 | 20,0 | ||
| Totaal | 3.155,8 | 540,0 | 20.0 | 500.0 | 2.095,8 |
De volgende clausules zijn vereist voor de Eurobonds die onder het EMTN-programma van € 3 miljard zijn uitgegeven:
(i) De Emittent zal geen Zekerheid verschaffen (zekent elke hypotheek, last, pand, voorrecht of enige andere vorm van bezwaring of zekerheid. Een persoonlijke garantie of borgstelling vormt geen Zekerheid) om enige Relevante Schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige Relevante Schuld van enige persoon.
(ii) De Emittent zal bewerkstelligen dat geen van zijn Belangrijke Dochterondernemingen enige Relevante Schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige Relevante Schuld van enige persoon.
(ii) De Emittent zal bewerkstelligen dat zijn Belangrijke Dochterondernemingen zullen bewerkstelligen dat geen enkele andere persoon enige Zekerheid zal bieden om enige Relevante Schuld van de Emittent of zijn Belangrijke Dochterondernemingen te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige Relevante Schuld van de Emittent of zijn Belangrijke Dochterondernemingen.
7.13. Personeelsvoordelen
TOEGEZEGD-BIJDRAGEREGELINGEN
Personeel dat op basis van een 'loonschaal' wordt betaald en is aangeworven na 1 juni 2002 en managementlikaderpersoneel dat na 1 mei 1999 is aangeworven, worden gedekt door twee pensioenplannen op basis van toegezegde bijdragen (Powerbel and Enerbel). Voor betalingen na 1 januari 2004 vereist de wet een gemiddeld jaarlijks rendement over de loopbaan van minstens 3,25% voor de bijdragen van de werkgever en 3,75% voor de bijdragen van de werknemers, waarbij de werkgever een eventueel verlies moet bijpassen.
Hieronder volgt een korte beschrijving van beide toegezegd-bijdrageregelingen:
Enerbel
Dit plan is bedoeld voor loontrekkende werknemers die na 1 juni 2002 werden aangeworven.
De werknemersbijdrage is een step-rate formule gelijk aan 0,875% van het loon onder een bepaald plafond plus 2,625% van het deel van het loon boven dat plafond. Deze bijdrage wordt maandelijks ingehouden op het loon van de aangesloten werknemers.
De werkgeversbijdrage bedraagt drie keer de werknemersbijdrage.
Powerbel
Dit plan is bedoeld voor kaderpersoneel dat vanaf 1 mei 1999 werd aangeworven en voor de medewerkers die in 2007 op het voorstel om naar dit plan over te stappen zijn ingegaan.
De werknemersbijdrage is een step-rate formule gelijk aan 0,6% van het loon onder een bepaald plafond plus 4,6% van het deel van het loon boven dat plafond. Deze bijdrage wordt maandelijks ingehouden op het loon van de aangesloten werknemers.
De werkgeversbijdrage bedraagt vier keer de werknemersbijdrage.
In 2015 werd aan de managers die nog steeds van het Pensiobel-plan genoten, gevraagd om zich ook bij de Powerbelpensioenregeling aan te sluiten. Bijna alle managers gingen ermee akkoord om zich vanaf 1 oktober 2015 aan te sluiten. Deze wijziging in de pensioenregeling genereerde een kost van € 0,5 miljoen voor verstreken diensttijd.
Voor 2015 heeft de Groep de intrinsieke-waardemethode toegepast, die erin bestaat om voor elk lid afzonderlijk de minimale gewaarborgde reserve te berekenen (daarbij rekening houdend met een rentevoet van 3,75% voor de werknemersbijdragen en een rentevoet van 3,25% voor de werkgeversbijdragen) en de wiskundige reserve, beide op de datum van de financiële verslaggeving. De gewaarborgde reserve is gelijk aan het maximum tussen de minimale gewaarborgde reserve en de mathematische reserve.
Een tekort doet zich voor wanneer de gewaarborgde reserve hoger is dan de wiskundige reserve.
De twee belangrijkste argumenten om deze methode te kiezen zijn de volgende:
- Een strikte toepassing van de "Projected Unit Credit Method" (PUC-methode), zoals IAS 19 op dit mornent voorschrijft, zou een veronderstelling vereisen over de evolutie van het minimale gewaarborgde bijdragen om een beste schatting van de geprojecteerde beloningen te bekomen. Als de beste schatting van het verwachte rendement het gewaarborgde rendement is dat op dit moment wordt toegepast, zou deze veronderstelling tijdens een periode van lage discontovoeten beschouwd kunnen worden als incompatibel met de andere veronderstellingen.
- Toepassing van de PUC-methode vereist ook dat de beloningen zouden moeten kunnen worden geprojecteerd. Helaas is dit niet mogelijk omdat het rendement op de bijdragen gelijk is aan het minimale gewaarborgde rendement dat het fonds realiseert. Bovendien kan het minimaal gegarandeerde rendement ook veranderen onder invloed van de wetgeving.
Echter voorziet de nieuwe wetgeving voor pensioenen, die op 18 december 2015 werd gepubliceerd, in een aantal wijzigingen die een impact zouden kunnen hebben op de boekhoudkundige verwerking van de toegezegd-bijdrageregelingen. Deze wetgeving vervangt de 3,25% (werknemers) en 3,75% (werknemers) vanaf 1 januari 2016 door respectievelijk 1,75% en 3,25%, gebaseerd op een gemiddeld percentage (65% in 2016) van de 10-jarige OLO rentevoet op 1 juni over de voorbije 24 maanden. Omwille van deze wijziging in de wetgeving, zal de Groep vanaf 2016 de netto pensioenverplichtingen moeten bepalen in overeenstemming met de actuariële methoden zoals vereist door IAS 19R.
Vrijgegeven cijfers:
| (in miljoen EUR) | Powerbel | Enerbel | |
|---|---|---|---|
| Totaal van de minimaal gegarandeerde reserves: | 19.8 | 3.6 | |
| Totaal van de rekenkundige reserves: | 21.3 | 3.8 | |
| Totaal van het surplus: | 1,5 | 0.3 | |
| Totaal van het tekort: | 0.0 | 0.0 |
Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald. De werknemersbijdragen worden door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald. De grootte van toekomstige kasstromen hangt af van de loonstijgingen.
Op basis van bovenstaande vrijgegeven cijfers heeft de Groep geconcludeerd dat er slechts een minimaal tekort is in de pensioenplannen (€8.000) in vergelijking met de minimaal gegarandeerde opbrengst van de bijdragen. Indien een belangrijk tekort ontstaat, zal de Groep een voorziening opnemen die de tekortkoming in de fondsen in vergelijking met de minimaal gegarandeerde opbrengst van de bijdragen reflecteert.
De kosten in verband met deze plannen beliepen € 4,06 miljoen in 2015 en € 3,8 miljoen in 2014.
De nieuwe wet over de beroepspensioenregeling werd op 18 december 2015 gepubliceerd. Deze wet bevat wijzigingen die mogelijk invloed hebben op de boekhouding voor toegezegde pensioenregelingen onder IAS 19R in België.
De eerste wijziging heeft betrekking op het minimaal gewaarborgde rendement. De nieuwe wet vervangt de 3,25% (werkgever) en 3.75% (werknemer) vanaf 1 januari 2016 door 65% van het gemiddelde rendement op 1 juni over de voorbije 24 maanden van de OLO met een duurtijd van 10 jaar (mogelijk verhoogd tot 75% (vanaf januari 2018) en 85% (vanaf 2019) als de Nationale Bank van België het principe goedkeurt) met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. Voor verzekerde
regelingen blijven de huidige 3,25% van toepassing op bijdragen die dateren van voor 2016. Voor andere plannen zijn de nieuwe percentages vanaf 1 januari 2016 ook van toepassing op de verzamelde bijdragen die dateren van voor 1 januari 2016.
In navolging van IAS 19R betekent dit dat de (zogenaamde) Belgische toegezegd-pensioenregelingen met een minimale financieringsgarantie moeten worden beschouwd als toegezegd-pensioenregelingen zal de Groep de nettopensioenverplichtingen bepalen in overeenstemming met een actuariële methode zoals door IAS 19R vanaf 2016 wordt vereist.
TOEGEZEGD-PENSIOENREGELING
In België regelen collectieve overeenkomsten de rechten van het personeel in bedrijven in de elektriciteits- en gassector. Deze overeenkomsten voorzien in zogenaamde "aanvullende pensioenen" op basis van het jaarsalaris en de loopbaan van de werknemer in de onderneming. Als de medewerker overlijdt, zijn deze aanvullende bedragen gedeeltelijk overdraagbaar naar zijn erfopvolger (weduwelwees). De toegekende beloningen zijn verbonden aan het bedrijfsresultaat van Elia. Voor deze verplichtingen bestaat er noch een extern pensioenfonds noch een groepsverzekering, waardoor er ook geen reserves bij derden opgebouwd zijn. Deze verplichtingen worden toegezegd-pensioenregelingen genoemd.
De collectieve overeenkomst bepaalt dat aan actief personeel aangeworven van 1 januari 1993 tot en met 31 december 2001 en het management/uitvoerend kaderpersoneel aangeworven voor 1 mei 1999 dezelfde waarborgen toegekend via een pensioenstelsel met een 'te bereiken doel (Elgabel en Pensiobel - gesloten plannen). De verplichtingen in het kader van deze te bereiken doel pensioenregeling' worden gefinancierd via een aantal pensioenfondsen voor de elektriciteits- en gassector en via verzekeringsmaatschappiien.
Elia Transmission België heeft ook vervoegde pensioenregelingen na tewerkstelling, zoals een dekking van medische kosten en kortingen op de gas- en elektriciteitsfactuur, naast andere beloningen op lange termijn (jubilarispremies). Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze beloningen na de tewerkstelling worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.
Hieronder worden de totale nettoverplichtingen voor personeelsbeloningen vermeld:
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Toegezegde pensioenregelingen | 21.0 | 46.4 |
| Andere vergoedingen na uitdiensttreding | 59.1 | 62.8 |
| Totaal voorzieningen voor personeelsvoordelen | 80.0 | 109.3 |
In de volgende tabellen worden de details weergegeven van de uitstaande voorziening voor personeelsbeloningen met de opsplitsing tussen pensioenkosten ("Pensioen") en niet-pensioenkosten ("Andere"), die bestaat uit kosten voor gezondheidszorg, voordelen voor tarieven, jubileumvoordelen ....
| (in miljoen EUR) | Pensioenregelingen | Andere | ||
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |
| Huidige waarde van de brutoverplichting | (160,6) | (176,3) | (59.7) | (63,5) |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 139,7 | 129,9 | 0.7 | 0.7 |
| Voorzieningen voor personeelsverplichtingen | (21,0) | (46.4) | (59,1) | (62,8) |
| Wijzigingen in de huidige waarde van de | Pensioenregelingen Andere |
|||
|---|---|---|---|---|
| brutoverplichting (in miljoen EUR) |
2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| Beginsaldo | (176,3) | (169,3) | (63,5) | (54,9) |
| Aan het dienstjaar toegerekende kosten | (3,5) | (3,9) | (1,8) | (1,6) |
| Rentekosten | (2,6) | (4,0) | (1,2) | (1,6) |
| Bijdragen van de deelnemers | (0,5) | (0,6) | 0.0 | 0,0 |
| Kosten van vervroegde pensionering | (0,9) | (0,7) | 0.0 | 0.0 |
| Inbegrepen herberekeningen winst/(verlies) in niet- |
gerealiseerde resultaten en de winst- en verliesrekening, ontstaan door:
| Veranderingen in demografische veronderstellingen | 2.1 | 0,0 | (0,5) | 0.0 |
|---|---|---|---|---|
| Veranderingen in financiële veronderstellingen | 4,0 | (17,5) | 1,8 | 9.7) |
| Ervaringsaanpassingen | 4.8 | 4.6 | 2,7 | 1.0 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | (0.6) | 0.0 | 0.0 | 0.0 |
| Betaalde vergoedingen | 12,8 | 15.0 | 2,7 | 3.2 |
| Eindsaldo | (160.6) | (176,3) | (59,7) | 63.5) |
| Wijziging van de reële waarde van de fondsbeleggingen (in miljoen EUR) |
Pensioenregelingen | Andere | ||
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | 2015 | 2014 | |
| Beginsaldo | 129.9 | 123,2 | 0,7 | 0.7 |
| Rentebaten | 2,1 | 2,9 | 0,0 | 0,0 |
| Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten ontstaan door: |
||||
| Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) |
4,1 | 5,6 | (0,1) | (0,0) |
| Bijdragen van de werkgever | 15.9 | 12,6 | 2,7 | 3,2 |
| Bijdragen van de werknemer | 0,5 | 0,6 | 0,0 | 0,0 |
| Betaalde vergoedingen | (12,8) | (15,0) | (2,7) | (3,2) |
| Eindsaldo | 139,7 | 129,9 | 0,7 | 0,7 |
| l otaal rendement op de fondsbeleggingen | 6,2 | 8,5 | (0,0) | (0,0) |
| Bedragen opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten | Pensioenregelingen | Andere | ||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| Pensioenkost | ||||
| Aan het dienstjaar toegerekende kosten | (4,1) | (4,5) | (1,8) | (1,6) |
| Kosten van vervroegde pensionering | (0,9) | (0,7) | 0,0 | 0,0 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | (0,6) | 0.0 | 0,0 | 0,0 |
| Actuariële winst (verlies) op lange termijn personeelsbeloningen | 0,0 | 0,0 | 1,8 | (1,8) |
| Netto rentekosten op de netto voorziening voor personeelsverplichting |
||||
| Rentekosten | (2,6) | (4,0) | (1,2) | (1,6) |
| Rendement op fondsbeleggingen | 2,1 | 2,9 | 0.0 | 0,0 |
| Andere | ||||
| Kosten van toegezegd-pensioenregelingen opgenomen in winst of verlies |
(6,0) | (6,2) | (1,1) | (5,0) |
| Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door: |
||||
| 1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen | 2,1 | 0,0 | (0,1) | 0,0 |
| 2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen | 4,0 | (17,5) | 1,3 | (7,8) |
| 3/ Ervaringsaanpassingen | 4,8 | 4,6 | 1,0 | 1,0 |
| Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) | 4,1 | 5,6 | 0,0 | 0,0 |
| Herberekeningen van bruto verplichting (schuld)vordering in niet-gerealiseerde resulaten |
15,1 | (7,3) | 2,2 | (6,8) |
| Totaal | 9,0 | (13,5) | 1,0 | (11,8) |
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type deelnemer | (220,4) | (225,9) |
| Actieve deelnemers | (148,8) | (147,7) |
| Niet-actieve deelnemers met uitgestelde voordelen | (5,3) | (2,9) |
| Gepensioneerden en begunstigden | (66,3) | (75,2) |
| Detail van de toegezegd-pensioenregeling per voordeel | (220,4) | (225,9) |
| Pensioenen | (160.6) | (164,5) |
| Andere vergoedingen (gezondheidszorg en tarifaire voordelen) | (40,7) | (41,9) |
| Afscheid- en jubilarispremies | (19,0) | (19,5) |
Bij het bepalen van de gepaste verdisconteringsvoet, gebruikt de Groep de interesttarieven van bedrijfsobligaties in dezelfde valta als deze gebruikt voor de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenen "AA"-ating, zoals
bepaald door een internationaal erkend rating bureau, en geëxtrapoleerd, indien n met de verwachte termijn van de toegezegd-pensioenverplichting.
Jaarlijks wordt er een stresstest uitgevoerd. Deze test gaat na of de minimale financieringsvereisten bestand zijn tegen "schokken" met een waarschijnlijkheid van 0,5%.
De leden dragen (grotendeels) zelf bij tot de financieringen door een persoonlijke bijdrage te betalen van het type 'vaste bijdrage' (step-rate formule a%t1 + b%12) die maandelijks op hun salaris wordt ingehouden. Het jaarsaldo van het vast bedrag in het kader van de toegezegd-pensioenregeling wordt gefinancierd door de werkgever via een periodieke toewijzing, uitgedrukt als een percentage van de leden. Dit percentage wordt bepaald volgens de methode van de gezamenlijke kosten en wordt jaarlijks herzien. Deze financieringsmethode bestaat erin dat toekomstige kosten gesoreid worden over de resterende periode van de regeling. De kosten worden geraamd op basis van projecties (loonstijging en inflatie worden in rekening genomen). De veronderstellingen met betrekking tot loonstijging, inflatie, personeelsverloop en leeftiidlooptiid worden bepaald op basis van de historische statistieken van de onderneming. De gehanteerde sterfletabellen komen overeen met de realiteiten uit het financieringsvehikel en houden rekening met de verwachte wizigingen in de steffeciffers. De Groep berekent de netto toegezedpensioenschuld (vordering) gebruik makend van dezelfde verdisconteringsvoet voor obligaties van hoge kwaliteit (zie hierboven) om de toegezegd-pensioenverplichting te berekenen (de netto-interestaanpak). Deze veronderstellingen worden op geregelde basis in vraag gesteld.
Uitzonderlijke gebeurtenissen (zoals de wijziging van de regeling, gewijzigde veronderstellingen, te korte dekkingsgraad...) kunnen uiteindelijk leiden tot openstaande betalingen bij de kostendrager.
De toegezegd-pensioenregelingen stellen de onderneming bloot aan actuariële risico's zoals investeringsrisico's, renterisico's, langlevenrisico's en loonrisico's.
Investeringsrisico
De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend met behulp van een verdisconteringsvoet gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit. Het verschil tussen het effectief rendement op fondsbeleggingen en rentebaten op fondsbeleggingen in de lijn Herberekening winst((verlies) in niet-gerealiseerde resultaten. Momenteel heeft de regeling een relatief evenwichtige investering die als volgt wordt voorgesteld:
2015
2014
Overzicht van de activa van het plan per categorie in %
| Beursgenoteerde beleggingen | 78.29% | 82,26% |
|---|---|---|
| Aandelen - Eurozone | 16.24% | 15,20% |
| Aandelen - buiten de Eurozone | 13.19% | 13.08% |
| Staatsobligaties - Eurozone | 5.51% | 5,39% |
| Andere obligaties - Eurozone | 34.41% | 39,50% |
| Andere obligaties - buiten de Eurozone | 8.94% | 9.09% |
| Niet beursgenoteerde beleggingen | 21.71% | 17,74% |
| Verzekeringscontracten | 2.32% | 0.00% |
| Onroerende goederen | 3.94% | 4,20% |
| Liquide middelen | 2.42% | 0.79% |
| Andere | 13.03% | 12,75% |
| Totaal (in %) | 100.00% | 100,00% |
Door de langdurige aard van de verplichtingen inzake toegegelingen beschouwt het bestuur van het pensioenfonds waar Elia Transmission (België) lid van is, het als gepast dat een redelijk gedeelte van de fondsbeleggingen belegd wordt in eigenvermogensinstrumenten om het rendement van het fonds te benutten.
Renterisico
Een daling van de rentetarieven op obligaties zal de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregeling doen stijgen. Dit zal echter gedeeltelijk gecompenseerd worden door een hoger rendement uit de schuldbeleggingen inzake toegezegdpensioenregelingen.
Langlevenrisico
De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de beste raming van de sterftegraad van de deelnemers van de pensioenregeling tijdens en na hun tewerkstelling. Een stijging in levensverwachting van de deelnemers zal de pensioenverplichting doen stijgen. De nieuwe verwachte sterftetabellen, opgesteld door de IA/BE, werden voor het eerst in 2015 gebruikt. Voordien werden de MR/FR-tabellen voor de gepensioneerden en de MR (gecorrigeerd met 5 jaar) / FR (zonder correctie) voor de actieve deelnemers gebruikt.
Loonrisico
De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de toekomstige lonen van de deelnemers van de pensioenregeling. Zo zal een stijging in loon van de deelnemers de verplichting van de pensioenregeling doen stijgen.
Deze invloed is verwaarloosbaar voor Pensiobel, aangezien de toegekende rechten in oktober 2015 werden gestopt voor de deelnemers die ervoor kozen om naar het Powerbel-plan te gaan.
ACTUARIELE VERONDERSTELLINGEN
| (in % en in jaren) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | ||
| - Pensioenregelingen | 1,88 | 1,55 |
| - Andere regelingen | 2,08 | 1,89 |
| Verwachte gemiddelde loonstijging (zonder inflatie) | 2,00 | 2,00 |
| Verwachte inflatie | 1,75 | 1,75 |
| Verwachte stijging van de ziektekosten (inclusief inflatie) | 2,75 | 2,75 |
| Verwachte stijging van de tariefvoordelen | 1,75 | 1,75 |
| Gemiddeld verwachte pensioenleeftijd: | ||
| Niet-kaderpersoneel | 63 | 62 |
| Kaderpersoneel | 65 | 63 |
| Gebruikte sterftetafels: | ||
| - Actief personeel | IABE | MR(-5)/FR |
| - Niet-actief personeel | IABE | MF/FR |
| Levensverwachting uitgedrukt in jaren van een gepensioneerde op 65 jaar | ||
| Voor een 65 jarige op datum van afsluiting | ||
| - Man | 19,9 | 22,5 |
| - Vrouw | 24,0 | 22,0 |
| Voor een 65 jarige binnen 20 jaar | ||
| - Man | 22,3 | 22,5 |
| - Vrouw | 26,0 | 22,0 |
| (in jaren) | 2015 | 2014 |
| Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregeling | 9,15 | 8,95 |
13,45
13,20
Gewogen gemiddelde duur van de andere vergoedingen na uitdiensttreding
Het effectieve rendement op de fondsbeleggingen in % lag voor 2015 tussen 1,95% en 2,06% (ten opzichte van 6,70% in 2014).
De Groep verwacht in 2016 een bedrag van € 3,5 miljoen aan zijn Belgische toegezegd-pensioenregelingen en een bedrag van € 3,1 miljoen aan zijn Belgische toegezegd-bijdrageregelingen bij te dragen.
Hieronder geven we ook een overzicht van de verwachte uitgaande kasstromen voor de toegezegd-pensioenregelingen over de komende 5 jaar:
| Verwachte toekomstige kasuitgaven | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
|---|---|---|---|---|---|
| - Pensioenen | (11,8) | (5,1) | (7,6) | (14.1) | (11,5) |
| - Overige | (2,6) | (2,6) | (2,6) | (2,6) | (2,6) |
| Totaal (in miljoen EUR) | (14.4) | (7,8) | (10.2) | (16.7) | 14.1 |
Er is een bepaalde mate van onzekerheid gelinkt aan de hierboven vermelde uitgaande kasstromen die als volgt kan worden verklaard:
- tussen de veronderstellingen en de werkelijkheid kunnen verschillen optreden: bijv. pensioenleeftijd, toekomstige loonsverhoging, ...
- de hierboven vermelde uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op een gesloten populatie en houden dus geen rekening met nieuwe aanwervingen;
- de toekomstige premies worden berekend op basis van het laatst bekende kostencijfer dat op jaarlijkse basis wordt herzien en varieert in overeenstemming met het rendement op fondsbeleggingen, de werkelijke loonsverhoging tegenover de veronderstellingen en de onverwachte bewegingen in de populatie.
SENSITIVITEITSANALYSE
(in miljoen EUR)
Stijging (+) / Daling (-)
lmpact op de netto toegezegd-pensioenverplichtingen in geval van stijging van :
| Disconteringsvoet (0,5%) | a.g |
|---|---|
| Gemiddelde loonstijging - zonder inflatie (0,5%) | |
| Inflatie (0,25%) | |
| Stijging van de ziektekosten (1%) | |
| Stijging van de tariefvoordelen (0,5%) | |
| Levensverwachting gepensioneerden (1 jaar) |
HERWAARDERINGEN VAN VERPLICHTINGEN VOOR VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Cumulatief bedrag per 1 januari | (17.3) | (6.7) |
| In de verslagperiode erkend | 5.4 | 10.6) |
| Cumulatief bedrag per 31 december | (11,9) | 67.3) |
De herwaarderingen van beloningen na afloop van tewerkstelling omvatten het deel van 50Hertz Transmission (Germany) (joint venture) dat na aftrek van belastingen € 0,3 miljoen bedraagt.
De onderstaande tabel geeft de actuariële winsten en verliezen erkend in de niet-gerealiseerde resultaten van Elia Transmission (België) weer per type:
| Herberekeningen van bruto verplichting ontstaan door | Pensioenregelingen | Andere | ||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| 1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen | 2,1 | 0,0 | (0,1) | 0,0 |
| 2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen | 4.0 | (17,5) | 1,3 | (7,8) |
| 3/ Ervaringsaanpassingen | 4,8 | 4,6 | 1,0 | 1,0 |
| Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) | 4,1 | 5,6 | 0,0 | 0,0 |
| Herberekeningen van bruto verplichting (schuld)vordering in niet-gerealiseerde resulaten |
15,1 | (7,3) | 2,2 | (6,8) |
RESTITUTIERECHTEN
Zoals beschreven in Toelichting 7.4 werd een niet courant actief (onder andere financiële activa) erkend als restitutierechten die gelinkt zijn aan de toegezegd-pensioenverplichting voor de populatie die van het interestschema en de medische planlasten genieten en aan de tariefvoordelen voor de gepensioneerde Elia-populatie. Elke wijziging in deze verplichtingen heeft ook een invloed op de overeenkomstige restitutierechten onder overige financiële activa.
Voor meer details over de wijziging in het boekhoudbeleid verwijzen we naar Toelichting 8.1.
De daling van de restitutierechten gelinkt aan de pensioenen is een gevolg van de wijziging in financiële veronderstelling aan de ene kant (verdisconteringsvoet) en wijzigingen ten gevolge van ervaringsaanpassingen aan de andere kant.
| Wijzigingen in de huidige waarde van de restitutierechten |
Pensioenen | Overige | ||
|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 | 2015 | 2014 |
| Beginsaldo | (47,0) | (48,0) | (26,6) | (23,1) |
| Aan het dienstjaar toegerekende kosten | ||||
| Rentekosten | (0,6) | (1,1) | (0,5) | (0,6) |
| Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door: |
||||
| 1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen | 1,1 | 0.0 | (0,0) | 0.0 |
| 2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen | 1,2 | (3,4) | 0,7 | (3,4) |
| 3/ Ervaringsaanpassingen | 4,6 | 0,9 | 1,2 | (1,1) |
| Betaalde vergoedingen | 4,3 | 4,5 | 1,7 | 1,6 |
| Eindsaldo | (36,4) | (47,0) | (23,5) | (26,6) |
7.14. Voorzieningen
| (in miljoen EUR) | Milleu | Geschillen | Totaal |
|---|---|---|---|
| Balans op 1 januari 2014 | 16,1 | 7,7 | 23,7 |
| Dotatie voorzieningen | 3,1 | 6,4 | 9,5 |
| Terugname voorzieningen | (1,6) | (2,6) | (4,2) |
| Aanwending voorzieningen | (0,6) | (0,2) | (0,8) |
| Balans op 31 december 2014 | 17,0 | 11,3 | 28,3 |
| Langlopend deel | 10,5 | 11,3 | 21,9 |
| Kortlopend deel | 6,5 | 0,0 | 6,5 |
| Balans op 1 januari 2015 | 17,0 | 11,3 | 28,3 |
| Dotatie voorzieningen | 0.7 | 0,1 | 0,8 |
| Terugname voorzieningen | (2,4) | (0,1) | (2,5) |
| Aanwending voorzieningen | (1,4) | (4,5) | (5,9) |
| Balans op 31 december 2015 | 13,8 | 6,7 | 20,5 |
| Langlopend deel | 10,8 | 6,7 | 17,5 |
| Kortlopend deel | 3,0 | 0,0 | 3,0 |
Elia heeft in Vlaanderen op meer dan 200 terreinen bodemonderzoeken in overeenstemming met de contractuele overeenkomsten en met de Vlaamse regeleeving. Op sommige terreinen werd er aanzienlijke bodemverontreiniging vastesteld die hoofdzakelijk toe te schrijven is aan historische vervuiling voortvloeiend uit eerdere of nabijgelegen industriële activiteiten (fabrieken met gas, verbrandingsovens, chemische stoffen, enz.).
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waalse Gewest, heeft Elia analyses en studies uitgevoerd in een bepaald aantal hoogspanningstations en op gronden waarop masten gebouwd zijn voor bovengrondse hoogspanningslinen, om eventuele verontreiniging te detecteren. Op basis hiervan heeft Elia voorzieningen aangelegd voor de mogelijke toekomstige saneringskosten in lijn met de respectievelijke wetgeving.
Milieuvoorzieningen worden erkend en gemeten op basis van de beoordeling van een externe expert die rekening houdt met de BATNEEC (Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs - beste beschikbare technologie die geen buitensporige kosten veroorzaakt) en de omstandigheden die aan het einde van de rapporteringsperiode gekend zijn. De timing van de afrekening is onduidelijk maar voor de panden en terreinen waar een nuttig gebruik plaatsvindt, wordt de onderliggende voorziening als een kortetermijnvoorziening gekwalificeerd.
Het gebruik van de voorzieningen voor het milieu heeft vooral betrekking op verder bodemonderzoek en sanering op bepaalde sites in Brussel, Wallonië en Vlaanderen voor een totaalbedrag van € 1,4 miljoen. Enerzijds werd er een terugname van voorzieningen opgetekend voor een bedrag van € 2,4 miljoen voor sites in Waanderen en anderzijds een uitbreiding ten belope van € 0,7 miljoen voor sites in Wallonië en Vlaanderen in navolging van nieuwe schattingen.
De voorziening voor geschillen werd ingesteld om waarschijnlijke kosten te voortvloeien uit geschillen waarvoor de Groep door een derde partij gerechtelijk wordt vervolgd of waarvoor de Groep betrokken is in een juridisch geschil.
Deze schattingen zijn bepaald op basis van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling.
De verwachte timing van de bijhorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de onderliggende procedures.
De beweging van de voorzieningen wordt besproken in Toelichting 6.3.
7.15. Overige schulden op lange termijn
| (in million EUR) | 2015 | 2014 | |
|---|---|---|---|
| Kapitaalsubsidies | 2.5 | ||
| Totaa | 2.5 |
De investeringssubsidies bestaan uit uitgestelde opbrengsten m.b.t. kapitaalssubsidies die toegekend werden door de Europese Unie en het Brusselse Gewest.
7.16. Handelsschulden en overige schulden
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 | |
|---|---|---|---|
| Handelsschulden | 199.9 | 198,8 | |
| BTW, diverse belastingsschulden | 5,6 | 9.1 | |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 27.7 | 27,2 | |
| Dividend | 1,3 | 1,5 | |
| Heffingen | 63,0 | 47,4 | |
| Overige | 12.7 | 17.3 | |
| Toe te rekenen schulden | 0.1 | 0.0 | |
| Totaal | 310,3 | 301,2 |
De positie van uitstaande schulden voor heffingen kan worden opgedeeld in federale groenestroomcertificaten (€ 34,2 miljoen ten opzichte van € 33,6 miljoen eind 2014), federale certificaten voor offshore windenergie (€ 18,1 miljoen ten opzichte van € 7,7 miljoen eind 2014) en heffing om de verbinding van offshore windparken (€ 10,4 miljoen ten opzichte van € 6,1 miljoen eind 2014).
Het onderdeel "Overige" bestaat vooral uit cash garanties ontvangen van klanten en vooruitbetalingen voor projecten.
7.17. Overgedragen opbrengsten en toe te rekenen kosten
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Overgedragen opbrengsten en toe te rekenen kosten | 18.8 | |
| Afrekeningmechanisme | 352.4 | 216.1 |
| Totaal | 371.2 | 227.5 |
Het afrekeningsmechanisme wordt in Toelichting 9.1 beschreven. De wijziging van het afrekeningsmechanisme in België wordt in Toelichting 4.2 beschreven.
Het afrekeningsmechanisme op 31 december 2015 wordt in de onderstaande tabel uiteengezet:
| (in miljoen EUR) | België |
|---|---|
| Terug te geven in volgende tarifaire periodes | 301.5 |
| Korting toekomstige tarieven | 301.5 |
| Moratoriumintresten vennootschapsbelasting | 50.9 |
| Afrekeningmechanisme |
Afrekeningmechanisme
Een berekening van het bedrag wordt gegeven in Toelichting 9.1.
De Groep opereert in een gereguleerde omgeving die bepaalt dat de tarieven het mogelijk maken om een totaal aan opbrengsten te realiseren dat bestaat uit:
-
- een billijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal,
-
- alle niet-onredelijke kosten opgelopen door de Groep.
Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op gebudgetteerde ciffers, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief zijn aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken en de aandeelhouders te voorzien van een billijke vergoeding op hun investering.
Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikershet publiek in het algemeen lager of hoger hadden kunnen zijn (en omgekeerd). Een overschot of tekort voortvloeiend uit het afrekeningsmechanisme wordt dus niet beschouwd als een opbrengst of kost noch als een onderdeel van het eigen vermogen.
Op een gecumuleerde basis, zou men kunnen argumenteren dat het publiek een voorafbetaling (=overschot) gedaan heeft op zijn toekomstig gebruik van het. Het overschot (tekort) is als zodanig geen provisie voor een toekomstig verlies (recuperatie) van inkomsten maar een uitgesteldeloegerekende opbrengst voor (t.o.v.) de gebruikers. Op basis van de elektriciteitswet is de Groep van oordeel dat het overschot (tekort) geen opbrengsten (kosten) vertegenwoordigt. Bijgevolg heeft de Groep dit bedrag onder de rubriek 'Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten' geboekt.
7.18. Financiële instrumenten - reële waarden
De volgende tabel toont de boekwaarden van financiële activa en passiva, inclusief hun niveau in de reëlewaarde-hiërarchie.
| Boekwaarde | Reële waarde | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Gewaardeerd aan reële waarde |
afdekkingsinstru menten Reele waarde |
aangehouden tot Investeringen einde looptijd |
Leningen en vorderingen |
financiële Overige verplichtingen |
Totaa | L Niveau |
ਟ Niveau |
3 Niveau |
Totaal |
| 31 december 2014 | ||||||||||
| Overige financiële vaste activa | 13,6 | 13,6 | 13,3 | 0,3 | 13.6 | |||||
| Handels- en overige vorderingen | 302,8 | 302,8 | 0,0 | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 171,1 | 171,1 | 0.0 | |||||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps | (25,4) | (25,4) | (25,4) | (25,4) | ||||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(619,7) | (619,7) | (619,7) | (619,7) | ||||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(2.090,6) | (2.090,6) | (2.427,9) | (2.427,9) | ||||||
| Handelsschulden en overige schulden | (301,2) | (301,2) | 0,0 | |||||||
| Totaal | 13,6 | (25,4) | 0,0 | 473,9 | (3.011,5) | (2.549,5) | 13,3 | (3.072,9) | 0,3 | (3.059,4) |
| 31/dec/15 | ||||||||||
| Overige financiële vaste activa | 13,5 | 13,5 | 13,3 | 0,2 | 13,5 | |||||
| Handels- en overige vorderingen | 342,5 | 342,5 | 0,0 | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 626,4 | 626,4 | 0,0 | |||||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps | (18,0) | (18,0) | (18,0) | (18,0) | ||||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(620,2) | (620,2) | (620,2) | (620,2) | ||||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(2.589,6) | (2.589,6) | (2.847,1) | (2.847,1) | ||||||
| Handelsschulden en overige schulden | (310,3) | (310,3) | 0,0 | |||||||
| Totaal | 13.5 | (18,0) | 0,0 | 968,9 | (3.520,0) | (2.555,7) | 13.3 | (3.485,4) | 0,2 | (3.471,9) |
De bovenstaande tabellen vermelden geen reële-waarde-informatie voor financiële activa en passiva die niet gewaardeerd werden tegen reële waarde, zoals geldmiddelen en kasequivalenten en een groot gedeelte van de handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden omdat hun boekwaarde een redelijke benadering vormt van hun reële waarde.
De reële waarde is het bedrag waartegen een actief omgewisseld of een passief verrekend kan worden in een transactie die uitgevoerd wordt tegen de marktvoorwaarden. Voor wat betreft financiële instrumenten die in de balans gewaardeerd worden tegen reële waarde, vereist IFRS 7 dat de waarderingen tegen reële waarde bekendgemaakt worden door middel van de volgende reële-waarde-hiërarchie:
- Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, wordt gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa of passiva. Een markt wordt beschouwd als actief indlen er op eenvoudige en regelmatige wijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, 'pricing service' of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen;
- Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken Deze waarderingstechnieken maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer deze beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Als alle belangrijke gegevens benodering van een instrument tegen reële waarde waarneembaar zijn, hetzij rechtstreeks (m.a.w. als prijzen) hetzij onrechtstreeks (d.w.z. ontleend aan prijzen), wordt het instrument opgenomen in 'niveau 2';
- Niveau 3: Als een of meerdere belangrijke gegevens gebruikt voor de waarderingstechniek niet gebaseerd zijn op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3.
REELE WAARDE
Aangezien de lening een variabele interest heeft, is de boekwaarde van de lening gelijk aan de reële waarde.
De reële waarde van de financiële activa en verplichtingen, andere dan degene die in bovenstaande tabel getoond worden, benadert hun boekwaarden, hoofdzakelijk omwille van de vervaldata op korte termijn van deze instrumenten.
REËLE-WAARDE-HIËRARCHIE
De reële waarde van de 'sicavs' behoort tot niveau 1, wat inhoudt dat de waardering is gebaseerd op (onaangepaste) genoteerde marktprijzen in actieve markten voor dergelijke instrumenten.
De reële waarde van de renteswaps behoort tot niveau 2, wat inhoudt dat de waardering gebaseerd is op input van andere dan de opgegeven prijzen die waarneembaar zijn voor de activa of de verplichtingen. Deze categone bevat instrumenten gewaardeerd op basis van genoteerde markten voor dergelijke instrumenten; genoteerde prijzen voor identieke of vergelijkbare instrumenten die worden geacht minder actief te zijn; of andere waarderingstechnieken, die direct of indirect voortvloeien uit waarneembare marktgegevens.
SCHATTING VAN DE REËLE WAARDE
Derivaten
Voor renteswaps worden opgaven van makelaars gehanteerd. Deze opgaven worden gecontroleerd met behulp van waarderingsmodellen of technieken gebaseerd op contant gemaakte kasstromen.
De modellen gebruiken diverse inputs, waaronder de kredietwaardigheid van tegenpartijen en rentecurves op het einde van de verslageriode. Op 31 december 2015 is de blootstelling aan tegenpartijen nihil omwille van de van de renteswaps. Het eigen risico van de Groep op het niet nakomen van de verplichtingen wordt eveneens geschal op vrijwel nihil.
Rentedragende leningen
De reële waarde wordt berekend op basis van de verdisconteerde toekomstige aflossingen en rentebetalingen.
8. Diversen
8.1. Effect van de verandering in de grondslagen met betrekking tot restitutierechten
De Groep heeft de grondslag met betrekking tot restitutierechten veranderd. In Toelichting 3.2 is de grondslag met betrekking tot restitutierechten opgenomen.
Deze rechten zijn bestaande rechten, dewelke reeds in voorgaande jaren werden erkend in de niet-courante activa.
Wijzigingen in assumpties werden erkend in de winst- en verliesrekening. Sinds 2015 worden deze wijzigingen erkend in de niet-gerealiseerde resultaten, zoals de elementen van de relevante IAS 19 provisies.
Aangezien de restitutierechten direct gelinkt zijn aan de pensioenverplichting, heeft de Elia groep beslist haar grondslagen aan te passen om een consistente aanpak te hebben voor het actief en de overeenkomstige pensioenverplichting.
De Groep heeft de vergelijkende cijfers in deze geconsolideerde jaarrekening herwerkt om deze gewijzigde boekhoudprincipes te weerspiegelen Deze herwerking van de 2014 cifers heeft voornamelijk een impact op de volgende secties binnen de winsten verliesrekening:
- overige opbrengsten -€ 2,6 miljoen (van € 53,4 miljoen naar € 50,8 miljoen);
- personeelskosten +€ 4,4 miljoen (van € 135,2 miljoen naar € 139,7 miljoen);
- uitgaven voor winstbelasting -€ 2,4 miljoen (van € 23,8 miljoen naar € 21,4 miljoen);
om uiteindelijk de winst- en verliesrekening met -€ 4,6 miljoen te impacteren, een impact dewelke volledig wordt gecompenseerd door een gelijkaardige beweging in de niet-gerealiseerde resultaten van +€ 4,6 miljoen.
Deze verandering had geen impact op de balans per 31 december 2014.
Het kasstroomoverzicht ondervond volgende impact:
- Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten -€ 7,0 miljoen als resultaat van bovenstaande impact op de winst en de uitgestelde belastingen voor de voorgaande verslagperiode;
- Wijzigingen in werkkapitaal steeg van € 200,8 miljoen naar € 207,8 miljoen;
8.2. Effect van nieuwe overnames/aandelenverkopen
WIJZIGINGEN IN SEGMENTRAPPORTERING ELIA TRANSMISSION (BELGIÈ)
Verkoop van HGRT- en APX-aandelen
ln het tweede kwartaal van 2015 hebben de elektriciteitsbeurzen EPEX SPOT en de APX groep, met inbegrip van Belpex, hun bedrijven geïntegreerd om zo een platform voor energie-uitwisseling voor Centraal-West-Europa (CWE) en het Verenigd Koninkrijk te vormen. Beide ondernemingen hebben overeenkomsten gesloten, met inbegrip van de verkoop van de clearing-activiteiten van APX aan ECC Clearing. Als gevolg van deze herstructurering van APX-groep is deze laatste nu direct in handen van EPEX SPOT. APX is bijgevolg niet langer een rechtstreekse deelneming van de Elia groep. In het 3de kwartaal hebben de huidige aandeel van hun aandelen aan 3 nieuwe aandeelhouders verkocht.
Het aandeel van Elia in HGRT daalde van 24,5% naar 17% als gevolg van 3 onderscheiden transacties:
-
- Uitwisseling van Elia's APX-aandeel voor EPEX SPOT-aandelen, die vervolgens werden ingebracht in HGRT
-
- Verkoop van een aandeel van 6,2% in HGRT aan RTE, wat resulteert in een daling van het aandeel tot 20%.
-
- Verkoop van een aandeel van 3,0% in HGRT aan APG, Amprion en Swissgrid (1% aan elke nieuwe aandeelhouder).
Als gevolg van deze transacties hebben Elia (17%) RTE, TenneT, APG, Amprion en Swissgrid samen 49% van het nieuwe EPEX SPOT-kapitaal in handen via HGRT. HGRT wordt nia de vermogensmutatiemethode aangezien de Groep een belangrijke invloed in de onderneming blijft hebben.
De huidige structuur van HGRT en de geassocieerde deelnemingen is als volgt:

Oprichting van Nemo Link
Op 27 februari 2015 hebben Elia System Operator en National Grid samen een joint ventureovereenkomst afgesloten met betrekking tot de bouw van de Nemo Link Interconnector; elke aandeel van 50% in Nemo Link Limited, een vennootschap opgericht in het Verenigd Koninkriik. Vanaf 31 december 2015 heeft Elia financiering ten belope van een bedrag van € 25,6 miljoen toegekend aan Nemo Link Limited, waarvan 40% via kapitaal en 60% via leningen (met een jaarlijks rentetarief van 4% en een looptijd van 25 jaar vanaf de startdatum van de commerciële activiteiten van de interconnector). Deze joint venture is opgenomen in het Belgische segment volgens de vermogensmutatiemethode.
Verkoop van Coreso-aandelen
De Groep heeft een zeggenschapspercentage van 28,5% in Coreso, een onderneming die coördinatiediensten verleent voor de veilige werking van het hoogspanningsnet. In november 2015 werd de Portugese beheerder van het transmissienet, REN, aangewezen als bijkomende aandeelhouder in Coreso. De 5 bestaande aandeelhouders hebben elk een deel van hun aandelen aan REN verkocht, waardoor het aandeel van de Groep is gedaald tot 26%.
Oprichting van JAO
Op 1 september 2015 werd JAO (Joint Allocation Office) nv opgericht, een serviceonderneming die in Luxemburg is gevestigd en die twintig transmissienetbeheerders uit zeventien landen omvat. Ze zal voornamelijk de jaarlijkse, maandelijkse en dagelijkse veilingen van transmissierechten op 27 grenzen in Europa uitvoeren en handelen als backupmogelijkheid voor de Europese marktkoppeling. De onderneming is opgericht als gevolg van regionale toewijzingsbureaus voor grensoverschrijdende elektriciteitstransmissiecapaciteiten, met name CAO Central Allocation Office GmbH (waarin de Groep een aandeel van 6,66% had) en Capacity Allocation Service Company eu nv (waarin de Groep een aandeel van 8,33% had). De Groep houdt 8% van de nieuw gecreeerde onderneming.
Oprichting van EGI
Op 28 maart 2014 werden de dochterondernemingen Elia Grid International SA en Elia Grid International GmbH ("EGI") opgericht. Beide vennootschappen beschikken over experten die diensten leveren op het vlak van consultancy, engineering en procurement. Zij bieden oplossingen aan op basis van internationale beste praktijken, die volledig conform zijn met een gereguleerde bedrijfsomgeving.
Elia Grid International SA bezit alle aandelen in Elia Grid International GmbH. De aandelen in Elia Grid International SA zijn in het bezit van Elia System Operator (50,01% van de aandelen) en 50Hertz Transmission (49,99% van de aandelen). De Groep is dus voor 80% eigenaar van Elia Grid International SA, terwijl de overige 20% in het bezit is van IFM (via het aandeel van dit fonds in 50Hertz Transmission, dat zelf 49,99% van de aandelen in Elia Grid International SA controleert). EGI wordt door de Groep geboekt als een dochteronderneming (volledige consolidatie met minderheidsbelang).
WIJZIGINGEN IN HET SEGMENT 50HERTZ TRANSMISSION (DUITSLAND)
VERWERVING VAN EEN BIJKOMEND AANDEEL IN EEX IN 2015
50Hertz Transmission verwierf bijkomende aandelen in de European Energy Exchange (EEX) ter waarde van € 10,5 miljoen een heeft nu 8,7% van de aandelen in EEX in handen, in het totaal goed voor € 21,0 miljeen. Overeenkomstig de consolidatiemethodes van de Groep wordt EEX gewaardeerd tegen kostprijs omdat er geen genoteerde prijs in een actieve markt is en de reële waarde niet op een betrouwbare wijze gewaardeerd kan worden.
OPRICHTING VAN TSCNET SERVICES
50Hertz Transmission GmbH heeft voor het totaal bedrag van € 0,1 miljoen een belang van 10,00% verworven in de nieuw opgerichte vennootschap TSCNET Services GmbH werd opgericht op 10 november 2014, een jaar na de opening van het Joint Office TSC TSOs. Sinds 2013 leveren experts- die gedetacheerd zijn door de TNB's die lid zijn van TSC- dag en nacht (247) in München coördinatiediensten op maat voor de operationele planning, de integratie van prognosegegevens, de evaluatie van systeemcongestie en de berekening van capaciteit. Zij leveren deze diensten aan de controlecentra van de TNB's in continentaal Europa. Daartoe maken zij gebruik van het gemeenschappelijke IT-platform CTDS. Leden-TNB's zijn de TNB's 50Hertz (Duitsland), APG (Oostenrijk), ČEPS (Tsjechische Republiek), ELES (Slovenië), Energinet.dk (Denemarken), HOPS (Kroatië), MAVIR (Hongarije), PSE (Polen), Swissgrid (Zwitserland), TenneT TSO (Duitsland), TenneT TSO (Nederland) en TransnetBW (Duitsland).
VERWERVING VAN EEN BIJKOMEND AANDEEL IN EEX IN 2014
In 2014 verwierf 50Hertz Transmission bijkomende aandelen in de European Energy Exchange (EEX) ter waarde van € 5,0 miljoen en heeft zo 4,3% van de aandelen in EEX in handen, in het totaal goed voor € 10,4 miljoen.
8.3. Beheer van financiële risico's en derivaten
PRINCIPES VAN FINANCIEEL RISICOBEHEER
Het is de bedoeling van de Groep om elk van de risio's te identificeren en om de strategieën te definiëren teneinde de economische impact op de resultaten van de Groep te beheersen.
De dienst Risicobeheer bepaalt de strategie inzake risicobeheer, controleert de risicoanalyse en rapporteert aan het management en het auditcomité. Het financiële risicobeleid wordt toegepast door een geschikt beleid te bepalen en effectivye controle- en rapporteringsprocedures op te zetten. Er worden bepaalde afgeleide afdekkingsinstrumenten gebruikt in functie van de betreffende risico-inschatting. Afgeleide instrumenten worden uitsluitend als afdekkingsinstrumenten gebruikt. Het regelgevende kader waarin de Groep functioneert, beperkt in sterke mate de eventueel negatieve gevolgen voor de winst- en verliesrekening (zie het hoofdstuk 'Regelgeving & tarieven'). De gevolgen van o.a. rentestijging, kredietrisico, enz. kunnen volgens de wetgeving in de tarieven verrekend worden.
KREDIETRISICO
Het kredietrisico omvat alle vormen van blootstelling aan een tegenpartijen mogelijk hun verplichtingen ten opzichte van de onderneming in het kader van een lening, afdekking, vereffening en andere financiële activiteiten niet zullen nakomen. De ondememing is blootgesteld aan een kredietrisico bij zijn bedrijfsactiviteiten. Voor de bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een actief kredietbeleid dat rekening houdt met de risicoprofielen van klanten. De blootstelling aan het kredietrisico wordt voortdurend bewaakt en daarom worden voor bepaalde grote contracten de nodige bankgaranties aan de tegenpartij gevraagd.
Op het einde van de verslagperiode was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico. Het maximale kredietrisico is de boekwaarde van elk financieel actief, met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Leningen en vorderingen | 16.4 | 138.4 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 626.4 | 171,1 |
| Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn | 13,3 | 13.3 |
| Voor afdekking gebruikte renteswaps: | ||
| Passiva | (18,0) | (25,4) |
| Totaal | 638,0 | 297.3 |
Hieronder is de beweging in de waardeverminderingen op leningen in de loop van het jaar opgenomen:
| (in miljoen EUR) | debiteuren | Dubieuze Waardevermindering | Resterend saldo | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo | 1.5 | (1,2) | 0,3 | ||
| Stand per 31 december 2014 | 1.5 | (1,2) | 0,3 | ||
| Beginsaldo | 1.5 | (1,2) | 0.3 | ||
| Veranderingen tijdens het jaar | 0.1 | (0.1) | 0.0 | ||
| Stand per 31 december 2015 | 1,6 | (1,3) | 0.3 |
De Groep gelooft dat de bedragen die meer dan 30 dagen voorbij vervaldatum nog realiseerbaar zijn, gebaseerd op historisch betalingsgedrag en uitgebreide analyse van klantenkredietrisico, inclusief onderliggende kredietbeoordelingen van klanten indien beschikbaar. De kredietkwaliteit van de handels- en overige vordt geëvalueerd op basis van een kredietbeleid.
VALUTARISICO
De Groep is niet blootgesteld aan enig belangrijk wisselkoersrisico, noch ten gevolge van transacties, noch met betrekking tot de omzetting van vreemde munt in euro, aangezien hij geen buitenlandse investeringen of activiteiten heeft en minder dan 1% van zijn kosten uitgedrukt zijn in andere munteenheden dan de euro.
LIQUIDITEITSRISICO
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep zijn financiële verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De Groep beperkt dit risico door de kasstromen op een continue basis te bewaken en ervoor te zorgen dat er steeds voldoende kredieffaciliteiten aanwezig zijn.
Het is de bedoeling van de Groep om een evenwicht te bewaren tussen de continuïteit van de financiering en flexibiliteit door het gebruik van bankleningen, bevestigde kredietfaciliteiten, een handelspapierprogramma, enz. Voor financiering op middellange tot lange termijn, gebruikt de Groep obligaties. Het looptijdenprofiel van de schuldenportefeuille is over meerdere jaren verspreid. De thesaurie van de Groep beoordeelt vaak zijn financieringsbronnen, rekening houdend met zijn eigen kredietbeoordeling en de algemene marktomstandigheden.
Rekening houdende met de obligatie-uitgiftes in 2009, 2010, 2014 en 2015 zou er voldoende toegang moeten zijn tot financieringsbronnen.
| Boekwaarde | Contractuele kasstromen |
6 maand of minder |
6-12 maand |
1-2 jaar |
7-5 jaar |
V 5 jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 3.011,5 | (3.756,2) | (395,2) | (4,8) | (640,5) | (730,7) | (1.984,9) |
| 2.090,6 | (2.766,6) | (28,0) | 0,0 | (589,5) | (684,9) | (1.464,2) |
| 619.7 | (688,4) | (66,0) | (4,8) | (51,0) | (45,9) | (520,7) |
| 301,2 | (301,2) | (301,2) | ||||
| 25,4 | (24,4) | (4,2) | (4,3) | (8,0) | (7,9) | 0,0 |
| 25,4 | (24,4) | (4,2) | (4,3) | (8,0) | (7,9) | |
| 3.036.9 | (3.780,5) | (399,5) | (9,1) | (648,5) | (738,6) | (1.984,9) |
| 3.520,0 | (4.147,4) | (884.7) | (3,4) | (96,3) | (699,6) | (2.463,4) |
| 2.589,6 | (3.234,0) | (530,2) | 0,0 | (68,5) | (679,3) | (1.956,0) |
| 620,2 | (603,1) | (44,2) | (3,4) | (27,8) | (20,4) | (507,4) |
| 310,3 | (310,3) | (310,3) | ||||
| 18.0 | (17,2) | (4,4) | (4,3) | (8,5) | 0,0 | 0,0 |
| 18,0 | (17,2) | (4,4) | (4,3) | (8,5) | ||
| 3.538,1 | (4.164,6) | (889,1) | (7,7) | (104,8) | (699,6) | (2.463,4) |
In november heeft Elia Transmission met succes een Eurobond van € 500 miljoen op 8,5 jaar uitgegeven in het kader van zijn EMTN-programma ten belope van € 3 miljard. Investeerders waren erg geïnteresseerd, wat heeft geleid tot een orderboek van € 2,75 miljard en de aantrekking van 256 investeerders (komende van 28 landen) met een coupon van 1.375 als resultaat. De opbrengst van de obligatie-uitgifte zal worden gebruikt voor de terugbetaling van een Eurobond voor een bedrag van € 500,0 miljoen, met vervaldatum in april 2016, en voor algemene bedrijfsdoeleinden.
Hieronder worden details van de gebruikte en ongebruikte reservekredietfaciliteiten gegeven:
| (in miljoen EUR) | Vervaldag | Beschikbaar bedrag |
Gemiddelde interestvoet |
Bedrag Gebruikt |
Bedrag Niet gebruikt |
|---|---|---|---|---|---|
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 30/06/2017 | 125.0 | Euribor + 0.30% | 0.0 | 125,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 30/06/2017 | 125,0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 125,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 30/06/2017 | 100.0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 100,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 30/06/2017 | 100.0 | Euribor + 0.30% | 0.0 | 100.0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 30/06/2017 | 100,0 * | Euribor + 0.30% | 0.0 | 100,0 |
| Niet bevestigde kredietfaciliteiten | onbeperkt | 100.0 | Euribor + marge bij afsluiten overeenkomst |
0.0 | 100,0 |
| Belgisch Treasury bills programma | onbeperkt | 250.0 | Euribor + marge bij afsluiten overeenkomst |
0.0 | 250.0 |
| Totaal | 900.0 | 0,0 | 900,0 |
Per 31 december 2015 heeft het Duitse segment ongebruikte faciliteiten voor een totaalbedrag van € 900 miljoen (€ 150 miljoen kasfaciliteit en € 750 doorlopende kredietfaciliteiten).
RENTERISICO
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen fluctueren als gevolg van veranderingen in de marktentes. De risicoblootstelling van de Groep aan marktrentes heeft voornamelijk betrekking op de schuldverplichtingen van de Groep op lange termiin met vlottende rentevoeten.
De Groep beheert zijn renterisico met een evenwichtige portefeuille van leningen en financiële verplichtingen met vast en variabel tarief. Om dit te beheren, gaat de Groep renteswaps aan waarbij de Groep overeenkomt om op bepaalde intervallen het verschil tussen de vaste en de variabele rentebedragen, die berekend zijn op basis van een afgesproken theoretische hoofdsom, om te wisselen. Deze swaps worden gebruikt om de onderliggende schuldverplichtingen af te dekken.
De tabel (zie Toelichting 7.12) geeft de gemiddelde rente op de balansdatum aan.
SENSITIVITEITSANALYSE
Op korte en lange termijn zullen wijzigingen in rentetarieven geen invloed hebben op het geconsolideerde resultaat, daar de Groep functioneert in een regelgevend kader waarin de gevolgen van de financiële lasten via de tarieven worden gerecupereerd, behalve voor de elementen die rechtstreeks als niet-gerealiseerde resultaten in het eigen vermogen worden opgenomen.
SENSITIVITEITSANALYSE REËLE WAARDE VOOR RENTESWAPS
Een verandering van 100 basispunten in rentevoeten zou de niet-gerealiseerde resultaten hebben verminderd) met de onderstaande bedragen:
| (in miljoen EUR) | 100 bp stijging | 100 bp daling |
|---|---|---|
| Renteswaps | ||
| (3,2) | 3.3 |
AFDEKKING
Alle afgeleide financiële instrumenten die Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of voorspelde blootstelling, afhankelijk van de verwachte impact op de resultatenrekening, en als aan de strikte criteria van IAS 39 is voldaan, beslist de Groep geval of hedge accumting zal worden toegepast. De volgende paragrafen beschriiven de transacties waarbij hedge accounting wordt toegepast. Per 31 december 2015 heeft de Groep geen transacties die in aanmerking komen voor hedge accounting.
In overeenstemming met de regels van hedge accounting, worden alle afgeleide financiële instrumenten aangement als kasstroomafdekkingen en gewaardeerd tegen de reële waarde. Bijgevolg wordt het gedeelte van de winst of het verlies op het afgeleide financiële instrument, dat beschouwd kan worden als een effectieve afdekking, rechtstreeks in het eigen vermogen opgenomen (afdekkingsreserves na belasting).
De renteswaps hebben een rente van 4,4% tot en met 4,41%. Per 31 december 2015 had de Groep aldekkingsinstrumenten met een gecontracteerd referentiebedrag van € 200,0 miljoen. De netto reële waarde van de swaps per 31 december 2015 bedroeg € 18,0 miljoen en bestond volledig uit verplichtingen. Deze bedragen zijn opgenomen als derivaten tegen reële waarde.
Per 31 december 2015 zijn er geen relevante financiële lasten opgenomen in de winst- en verliesrekening voortvloeiend uit ineffectiviteit van de kasstroomafdekkingen.
KAPITAALRISICOBEHEER
Het doel van het kapitaalstructuurbeheer van de Groep is het behoud van de schuld- en eigenvermogenratio's voor de gereguleerde activiteiten in overeensten van het regelgevend kader (één derde eigen vermogen en twee derden vreemd vermogen). Dankzij deze aanpak kan de Groep de liquiditeit op elk moment verzekeren via flexibele toegang tot de kapitaalmarkten om strategische projecten te financieren en een aantrekkelijke vergoeding aan de aandeelhouders.
De dividendpolitiek van de onderneming bestaat erin om de dividenduitkering te optimaliseren, echter rekening houdend met het feit dat een deel van de winst die voortvloeit uit de buitengebruikstellingen van vaste activa verplicht moet gereserveerd worden. De reservering van deze winst bevordert aanzienlijk de autofinancieringscapaciteit van de vennootschap die nodig is om haar wettelijke opdracht uit te voeren.
De onderneming biedt haar personeelsleden de mogelijkheid om in te schrijven op kapitaalverhogingen die uitsluitend aan hen zijn voorbehouden.
8.4. Investeringsverplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen
LEASEOVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE GROEP ALS LESSEE OPTREEDT
De Groep huurt motorvoertuigen, IT-materiaal en kantoorgebouwen. De leaseovereenkomsten voor auto's en IT-materiaal hebben een gemiddelde looptijd van drie jaar; de huurcontracten voor gebouwen hebben een normale looptijd van negen jaar, met de mogelijkheid om de huur vervolgens te vernieuwing wordt beslist door de specifieke entiteit die als de lessee optreedt.
Hieronder volgt een overzicht van de minimale leasebetalingen voor de toekomst in het kader van niet-opzegbare operationele leasing:
| (in miljoen EUR) | ,<1 jaar | 1-5 jaar | >5 jaar |
|---|---|---|---|
| Gebouwen | 2,5 | 3,2 | 0,0 |
| Voertuigen, IT materiaal & diversen | 5,3 | 0.9 | 0.0 |
| Stand per 31 december 2014 | 7,8 | 13.1 | 0.0 |
| Gebouwen | 2.4 | 1,2 | 0,0 |
| Voertuigen, IT materiaal & diversen | 5.3 | 10.9 | 0.0 |
| Stand per 31 december 2015 | 7.7 | 12,1 | 0.0 |
De volgende lasten voor deze leasecontracten zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening:
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Gebouwen | 2.5 | 2.4 |
| Voertuigen, it materiaal & diversen | 6.2 | 5.8 |
| Totaal | 8.1 | : 3 |
LEASEOVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE GROEP ALS VERHUURDER OPTREEDT
De Groep heeft leaseovereenkomsten voor handelseigendommen aangegaan voor bepaalde materiële activa, voornamelijk bestaande uit de optimalisatie van het gebruik van de sites en hoogspanningsmasten. Deze overeenkomsten hebben resterende looptijden van minimaal negen jaar.
De toekomstige minimale te ontvangen huurinkomsten worden als volgt samengevat:
| (in miljoen EUR) | <1 jaar | 1-5 jaar | >5 jaar |
|---|---|---|---|
| Telecom | 12,7 | 8,8 | 14,2 |
| Gebouwen | 0,2 | 0,3 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2014 | 12,8 | 10,2 | 14.2 |
| Telecom | 14,7 | 9.6 | 13,4 |
| Gebouwen | 0,2 | 0,1 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2015 | 14,9 | 9,7 | 13,4 |
Volgende opbrengsten met betrekking tot deze leaseovereenkomsten opgenomen in de resultatenrekening:
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Telecom | 14.6 | 12.8 |
| Gebouwen | 0.2 | 0.2 |
| Totaal | 14.7 | 13.0 |
VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN HUURGELDEN - AANKOOPOPTIE
De Groep heeft geen contracten met voorwaardelijke verplichtingen voor huurgelden en in de relevante leasecontracten werden geen aankoopopties overeengekomen.
INVESTERINGSVERPLICHTINGEN
Per 31 december 2015 heeft de Groep investeringsverplichtingen aangegaan ter waarde van € 802.7 miljoen voor de aankoopcontracten voor de installatie van materiële activa voor de verdere uitbouw van het net. Deze investeringen omvatten de verplichtingen van het Duitse segment voor een bedrag van € 465,6 miljoen (aandeel van 60% van Elia).
ANDERE VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN INVESTERINGSVERPLICHTINGEN
Per 31 december 2015 heeft de Groep een verplichting voor € 143,3 miljoen met betrekking tot aankoopcontracten voor algemene uitgaven en onderhouds- en herstellingskosten. Het bedrag omvat de verplichtingen van het Duitse segment voor een bedrag van € 24.6 milioen (aandeel van 60% van Elia).
Elia System Operator leverde ook een garantie als moedervennootschap aan haar joint venture Nemo Link Limited ten belope van € 238,7 miljoen met betrekking tot de EPC-contracten zodat Nemo Link Ltd in staat is om de interconnector te bouwen. Elia System Operator gaf in naam van en ten behoeve van Nemo Link Limited ook een kredietbrief ten belope van 1,8 miljoen Britse pond (€ 1.9 milioen) met vervaldatum in mei 2016 uit zodat Nemo Link in staat is om deel te nemen aan de veiling van zodra ze in 2019 operationeel zijn.
Na de goedkeuring van de Waalse overheid en de CREG heeft Elia op 22 juni 2015 een overeenkomst met Solar Chest gesloten voor de verkoop van Waalse groenestroomcertificaten voor een totaal bedrag van € 275 miljoen. De missie van Solar Chest is om Waalse groenestroomcertificaten gedurende een periode van respectievelijk 5. 6 en 7 jaar te kopen, te houden en te verkopen. Aan het einde van elke periode (30 juni 2021 en 30 juni 2022) zullen de potentiële onverkochte certificaten worden teruggekocht door Elia. De CREG heeft aan Elia bevestigd en gegarandeerd dat de kosten en uitgaven voor de terugkoop van onverkoopbare certificaten aan het einde van elke reserveringsperiode zullen worden goedgekeurd om volledig te worden gerecupereerd via de tarieven voor "heffingen", met als gevolgd dat de invloed van de potentiële terugkoop door Elia geen invloed zal hebben op de financiële prestaties van de onderneming.
8.5. Verbonden partijen
TRANSACTIES MET LEIDINGGEVEND MANAGEMENT
Het leidinggevend management omvat de Raad van Bestuur (zie onderstaande tabel) en het directiecomité van Elia, dat bestaat uit de Chief Executive Officer, Chief Infrastructure Officer, Chief Assets Officer, Chief HR & Internal communication Officer en Chief Customers, Market & System Officer.
De leden van de Raad van Bestuur zijn geen werknemers van de Groep. De vergoeding van hun mandaat wordt hieronder gedetailleerd beschreven (voor meer details over het beleid verwijzen we naar de Corporate Governance-verklaring van dit jaarverslag):
| Bedragen in EUR | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Jacques DE SMET | 59.135,00 | 53.332,00 |
| Luc DE TEMMERMAN (vanaf 20 mei 2014) | 46.058,74 | 27.730,84 |
| Frank DONCK (vanaf 20 mei 2014) | 52.252,00 | 23.882,84 |
| Cécile FLANDRE | 31.860,00 | 32.066,00 |
| Claude GRÉGOIRE | 49.142,00 | 49.763,92 |
| Philip HEYLEN | 44.606,00 | 43.763,92 |
| Luc HUJOEL (vanaf 20 mei 2014) | 45.626,00 | 31.578,84 |
| Jean-Marie LAURENT JOSI (tot 29 juli 2015) | 32.115,75 | 56.077,52 |
| Miriam MAES | 49.320,00 | 56.821.16 |
| Jane MURPHY | 49.449,00 | 50.536,00 |
| Dominique OFFERGELD | 43.586.00 | 36.067,92 |
| Steve STEVAERT (tot 2 april 2015) | 9.876,50 | 36.067,92 |
| Saskia VAN UFFELEN | 42.998,74 | 23.882.84 |
| Geert VERSNICK | 51.182,00 | 34.913.70 |
| Jennifer DEBATISSE (tot 20 mei 2014) | 0,00 | 12.185,08 |
| Clément DE MEERSMAN (tot 20 mei 2014) | 0,00 | 15.109,56 |
| Luc VAN NEVEL (tot 20 mei 2014) | 0,00 | 21.202,10 |
| TOTAAL | 607.207,73 | 604.982,16 |
De leden van het directiecomité van Elia hebben een werknemers van hun vergoeding zijn hieronder uiteengezet. Er bestaan geen aandelenopties, kredieten of voorschotten van de Groep ten gunste van de leden van het directiecomité.
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Korte termijn personeelsbeloningen | 2,2 | 2,0 |
| Basisvergoedingen | 1,6 | 1,5 |
| Variabele vergoedingen | 0,5 | 0,5 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 0,3 | 0,3 |
| Andere variabele vergoeding | 0,5 | 0,6 |
| Totale bruto vergoeding | 3.0 | 2,9 |
| Aantal personen (in eenheden) | 7 | |
| Gemiddelde bruto vergoeding per persoon | 0.4 | 0,5 |
| Aantal aandelen (in eenheden) | 19.111 | 22.128 |
Van 14 januari 2015 tot 5 juli 2015 heeft dhr. François Comélis de rol van CEO ad interim en voorzitter van het directiecomité van Eiia op zich genomen. Hij verdientbedrijf Monticello bvba een vergoeding ten bedrage van € 0,3 miljoen (dit bedrag is in de bovenstaande tabel opgenomen).
Na de beslissing om de samenwerking met de vroegere CEO te beëindigen, werd er een compensatievergoeding van € 1,7 miljoen betaald, een vergoeding voor de dekking van zijn opzeggingsperiode, zijn basisvergoeding voor zijn mandaat voor de periode van 1 januari 2015 ten bedrage van € 0,012 miljoen en een bijkomende vergoeding voor de dekking van zijn verdiende vakantievergoeding ten bedrage van € 0,1 miljoen.
Sommige leden van het Directiecomité hebben ook aandelen in Elia System Operator:
| Aantal aandelen per lid | 2015 | |
|---|---|---|
| Chris Peeters | ||
| Chief Executive Officer - Voorzitter van het Directiecomité | ||
| Markus Berger | 9.156 | 9.156 |
| Chief Infrastructure Officer | ||
| Frédéric Dunon | 1.986 | 1.961 |
| Chief Assets Officer | ||
| Ilse Tant | 1.825 | 1.825 |
| Chief HR & Internal communication Officer |
| Frank Vandenberghe | 4.774 | 4.749 |
|---|---|---|
| Chief Customers, Market & System Officer | ||
| Catherine Vandenborre | 1.370 | 1.120 |
| Chief Financial Officer |
Bovendien beoordeelde het directiecomité van Elia ook of er verrichtingen plaatsvonden met entiteiten waarin zij of leden van de raad van bestuur een aanzienlijke invloed uitoefenden (bv. posities als CEO, CFO, vicevoorzitter van het directiecomité, enz.). Met sommige distributienetbeheerders vonden er belangrijke transacties plaats in 2015, allen tegen marktvoorwaarden. Het totaalbedrag van de gerealiseerde verkoop bedraagt € 113,4 miljoen. Het totaalbedragt € 3,8 miljoen. Per 31 december 2015 bedroegen de openstaande handelsvorderingen € 0,2 miljoen en was er geen materieel openstaand saldo handelsschulden.
TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN
Transacties tussen de ondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd tijdens de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting. Alle transacties worden tegen de marktvoorwaarden uitgevoerd.
In de boekjaren 2015 en 2014 waren er geen transacties met 50Hertz Offshore, E-Offshore en Allantic Grid Investment.
Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden niet geëlimineerd; details van de transacties met andere betrokken partijen worden hieronder weergegeven:
| (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| Transacties met geassocieerde ondernemingen | 0,7 | 1,9 |
| Verkopen van goederen | 4.4 | 1,9 |
| Aankopen van goederen | (4,7) | 0,0 |
| Rente- en soortgelijke opbrengsten | 1.0 | 0,0 |
| Uitstaande balansposities tegenover geassocieerde ondernemingen |
(6,6) | (16,2) |
| Langetermijnvorderingen | 15,2 | 0.0 |
| Handelsvorderingen | 5,6 | 1,0 |
| Handelsschulden | (27,5) | (17,2) |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | 0.3 | 0.0 |
We verwijzen ook naar Toelichting 8.4 waarin we bekend hebben gemaakt welke garanties Elia System Operator heeft uitgegeven ten voordele van haar joint venture Nemo Link Limited.
8.6. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen

OVERZICHT GROEPSSTRUCTUUR
DOCHTERONDERNEMINGEN
Elia System Operator NV heeft rechtstreeks en onrechtstreeks zeggenschap over de onderstaande dochterondememingen.
Alle entiteiten voeren hun boekhouding in euro (met uitzondering van E-Offshore A LLC, Atlantic Grid Investment A Inc en Atlantic Grid A LLC, met een boekhouding in USD) en hebben dezelfde verslagdatum als Elia System Operator NV (met uitzondering van Eurogrid International CVBA).
| Naam | Land van vestiging |
Maatschappelijke zetel | Belang % | |
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2014 | |||
| Elia Asset NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel |
99,99 | 66,66,66 |
| Elia Engineering NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel |
100.00 | 100,00 |
| Elia Re | Luxemburg | Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg |
100,00 | 100,00 |
| Elia Grid International NV | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel |
80,00 | 80,00 |
| Elia Grid International GmbH | Duitsland | Eichenstraße 3a, 12435 Berlijn |
80,00 | 80,00 |
| Joint ventures | ||||
| Eurogrid International CVBA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel |
60,00 | 60.00 |
| Eurogrid GmbH | Duitsland | Eichenstraße 3a, 12435 Berlijn |
60,00 | 60,00 |
| 50Hertz Transmission GmbH | Duitsland | Eichenstraße 3a, 12435 Berlijn |
60,00 | 60,00 |
| 50Hertz Offshore GmbH | Duitsland | Eichenstraße 3a, 12435 Berlijn |
60,00 | 60,00 |
| Gridlab GmbH | Duitsland | Sielowerstraße 5, 03044 Cottbus |
60,00 | 60,00 |
| E-Offshore A LLC | VS | 874, Walker Road, Suite C, 19904 Dover, Delaware |
60,00 | 60,00 |
| Atlantic Grid Investment A Inc | VS | 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, Delaware |
60,00 | 60.00 |
| Nemo Link Ltd. | Verenigd Koninkrijk |
Strand 1-3 - Londen WC2N SEH |
50,00 | 0.00 |
| Deelnemingen vermogensmutatiemethode |
verwerkt | volgens | de | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| H.G.R.T S.A.S. | Frankrijk | 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex |
17,00 | 24,50 | |||
| Coreso NV | België | Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussel |
26,00 | 28,49 | |||
| APX Group | Nederland | Strawinksylaan 729, 1077 XX Amsterdam |
0,00 | 29,16 | |||
| Ampacimon NV | België | Rue des Chasseurs Ardennais 3, 4031 Angleur |
19,64 | 36,81 | |||
| Overige participaties | |||||||
| CASC EU | Luxemburg | 2 Rue de Bitbourg, 1273 Luxemburg-Hamm |
0,00 | 8,33 | |||
| EMCC European Market Coupling Company GmbH | Duitsland | Hopfenmarkt 31, 20457 Hamburg |
12,00 | 12,00 | |||
| CAO Central Allocation Office GmbH | Duitsland | Gute Anger 15, 85356 Freising |
0,00 | 6,66 | |||
| JAO SA | Luxemburg | 2 Rue de Bitbourg, 1273 Luxemburg-Hamm |
8.00 | 0,00 | |||
| Altantic Grid A LLC | VS | 4445, Willard Av, Suite 1050, 20815 Chevy Chase, Maryland |
6.00 | 6,00 | |||
| European Energy Exchange (EEX) | Duitsland | Augustusplatz 9, 04109 Leipzig |
5,20 | 2,59 | |||
| TSCNET Services GmbH | Duitsland | Dingolfinger Strasse 3, 81673 München |
4,62 | 6.00 |
8.7. Gebeurtenissen na balansdatum
ln het aanslagbiljet van 2008 heeft de Belgische belastingadministratie de tanefoverschotten aan het jaar 2004 beschouwd als belastbare inkomsten. Aangezien Elia niet akkoord ging met dit standpunt, heeft Elia gerechtelijke stappen tegen deze tax claim ondemomen. In december 2011 heeft de Brusselse Rechtbank van Eerste Aanleg geoordeeld in het voordeel van Elia, maar de belastingadministratie heeft in 2012 beroep aangetekend, waardoor de voltrekking van het oordeel van de Rechtbank van Eerste Aanleg werd uitgesteld. Op vrijdag 12 november 2015 heeft het Brusselse Hof van Beroep opnieuw geoordeeld in het voordeel van Elia, waardoor het oordeel van de Brusselse Rechtbank van Eerste Aanleg werd bevestigd. Aangezien de Belgische belastingautoriteiten niet binnen de veroep hebben aangetekend voor het Belgische Hooggerechtshof, is de beslissing van het Hof van Beroep definitief. Als gevolg van dit oordeel moeten de belastingautoriteiten het bedrag van € 93,8 miljoen plus interest en kosten terugbetalen.
8.8. Diensten verleend door de commissarissen
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft KPMG Bedrijfsrevisoren Burg. CVBA (vertegenwoordigd door Benoit Van Roost) en Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA (vertegenwoordigd door Mamix Van Dooren) aangesteld voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Elia System Operator NV en de statutaire jaarrekening van Elia System Operator NV, Elia Asset NV en Elia Engineering NV.
De volgende tabel vermeldt de honoraria van het college van commissarissen en zijn geassocieerde ondernemingen met betrekking tot de verleende diensten voor het boekjaar 2015:
| in EUR | België | Andere kantoren behorend tot het netwerk |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Statutaire audit | 169.348 | 316.880 | 486.228 |
| Overige audit | 87.034 | 255,480 | 342.514 |
| Belastingadvies | 69.482 | 45.529 | 115.011 |
| BTW advies | 84.254 | 5.200 | 89.454 |
| Overig advies | 172.429 | 0 | 172.429 |
| Totaal | 582 547 | 623.089 | 1.205.636 |
9. REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN
9.1 Regelgevend kader in België
9.1.1 Federale wetgeving
De Elektriciteitswet vormt de algemene basis van het regelgevende kader en bevat de belangrijkste principes die van toepassing zijn op de activiteiten van Elia als beheerder van het transmissienet voor elektriciteit in België.
Deze wet werd grondig gewijzigd op 8 januari 2012 door de omzetting op federaal niveau van het derde pakket van Europese richtlijnen. De nieuwe Elektriciteitswet die eruit voortvloeit:
verscherpt de ontvlechting van de transmissieactiviteiten,
bepaalt meer in detail de regels m.b.t. het beheer van en de toegang tot het transmissienet,
herdefinieert de wettelijke opdracht van de transmissienerder, en breidt ze meer bepaald uit tot de offshore gebieden die binnen het rechtsgebied van België vallen, en
vernimt de bevoegdheden van de regelgevende instantie, in het bijzonder voor het opstellen van methodes voor het bepalen van de transmissietarieven.
Verscheidene koninklijke besluiten en in het bijzonder het koninklijk besluit inzake het federaal technisch reglement bevatten meer gedetailleerde elementen met betrekking tot het regelgevend kader. De beslissingen van de regelgevende overheid vullen dit kader aan, wat resulteert in het regelgevende kader waarbinnen Elia ziin activiteiten uitoefent.
9.1.2 Gewestelijke wetgeving
De drie Belgische gewesten zijn op hun respectievelijke grondgebieden verantwoordelijk voor de lokale transmissie van elektriciteit op netten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV. De gewesten zijn niet verantwoordelijk voor het bepalen van de transmissietarieven, wat een federale bevoedheid is. Het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest hebben ook de bepalingen van het derde Europese pakket die hen aanbelangen in hun normatief kader omgezet. De gewestdecreten werden aangevuld met verscheidene andere voorschriften over aangelegenheden als openbare dienstverlening, hernieuwbare energie en toelatingsprocedures voor leveranciers.
9.1.3 Regelgevende instanties
Zoals de EU-wetgeving het vereist, wordt de Belgische elektriciteitsmarkt door onafhankelijke regulatoren bewaakt en gecontroleerd.
FEDERALE REGULATOR
De CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) is de federale regulator. Haar bevoegdheden met betrekking tot Elia omvatten o.a.:
- . het goedkeuren van de standaardvoorwaarden van de drie hoofdcontracten die door het Bedrijf op federaal niveau worden gebruikt: het verbindingscontract, het toegangscontract en het ARP-contract;
- het goedkeuren van het systeem voor capaciteitstoewijzing aan de grenzen tussen België en zijn buurlanden;
- het goedkeuren van de benoeming van de onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur
- het bepalen van de tariefmethodologieën die de netbeheerder moet naleven om de goedkeuring te verkrijgen van de tarieven voor de aansluiting op en het gebruik van het net en van de tarieven voor de levering van ondersteunende diensten door Elia:
- het afleveren van een certificaat om zeker te zijn dat de netbeheerder wel degelijk de eigenaar is van de infrastructuur die hij beheert en voldoet aan de voorschriften inzake onafhankelijkheid ten opzichte van producenten en leveranciers.
GEWESTEI LIKE REGUI ATOREN
De exploitatie van elektriciteitsnetten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV valt onder de bevoegdheid van de respectievelijke gewestelijke regulatoren. Elk van hen van om het even welke beheerder (met inbegrip van Elia wanneer deze dergelijke spanningsnetten exploiteert) eisen om alle specifieke bepalingen van de gewestelijke voorschriften inzake elektriciteit na te leven, op straffe van administratieve boetes of andere sancties. De gewestelijke regulatoren hebben geen bevoedheid over de bepaling van de elektriciteitstransmissietarieven. De tariefbegaling voor de een transportfunctie hebben is uitsluitend een bevoegdheid van de CREG.
9.1.4 Tariefbepaling
TARIEFREGELGEVING
Op 24 november 2011 werd een besluit tot vaststelling van de voorlopige methoden voor het berekenen en vastleggen van de tarlíaire voorwaarden inzake aansluiting op en toegang tot het elektriciteitsnet met een transmissiefunctie door de CREG goedgekeurd en gepubliceerd. De CREG heeft deze voorlopige methodologie toegepast voor de goedkeuring op 22 december 2011 van het tarifair voorstel 2012-2015, dat door Elia op 30 juni 2011 werd ingediend en op 13 december 2011 werd aangepast.
Op 8 januari 2012 werd de bevoegdheid van de tariefmethodologieën te bepalen, opgeheven door de nieuwe Elektriciteitswet. Die verantwoordelijkheid werd aan de federale regulator toevertrouwd overeenkomstig de wettelijk voorziene procedures en richtlijnen.
Op 28 maart 2013 heeft de CREG de tariefmethode van 24/11/2011 gewijzigd na raadpleging van de maktpartijen, rekening houdend met de ontwikkelingen in de wetgeving (met name de nieuwe elektriciteitswet van 8 januari 2012, die de bepalingen van het derde pakket Europese energierichtlijnen in Belgisch recht omzet) en met het arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 6 februari 2013 (dat de eerdere beslissing tot goedkeuring van de transmissietaneven voor de periode 2012-2015 vernietigde). Het Directiecomité van de CREG heeft op 16 met bijgestuurde tariefvoorstel voor de periode 2012-2015 goedgekeurd dat Elia had ingediend op basis van deze aangepaste methode.
TARIEFREGLEMENTERING VAN TOEPASSING IN BELGIË
Het grootste deel van de inkomsten van netten met een transmissiefunctie (het transmissiefunctie (het transmissienet en de lokale en gewestelijke transmissienetten in België) is afkomstig van de gereguleerde tarieven die Elia aanrekent voor het gebruik van deze netten (tariefinkomsten) en die op voorhand door de CREG worden goedgekeurd. Op 1 januari 2008 trad een gereguleerd tanefmechanisme in werking, waarbij de goedgekeurde tarieven gelden voor periodes van vier jaar, behoudens uitzonderlijke omstandigheden. De tariefmethodologie die eind 2011 door de CREG werd opgesteld heeft dit punt niet veranderd. Het jaar 2012 was dus het eerste jaar van de tweede vierjarige regulatoire periode.
Het tariefmechanisme is gebaseerd op de boekhouding volgens de Belgische boekhoudkundige regels (Be GAAP). De tarieven worden vastgesteld op basis van gebudgetteerde kosten, verminderd met een aantal niet-tarifaire opbrengsten. Deze kosten worden vervolgens gedeeld op basis van een raming van de elektriciteitsvolumes die van het net worden afgenomen en, voor sommige voor de eerste keer, de in het geïnjecteerde elektriciteit, overeenkomstig de bepalingen van de voorlopige tariefmethodologie die door de CREG is opgesteld.
Eén van de kosten waarmee rekening wordt gehouden, is de geraamde waarde van de toegestane billijke vergoeding en de verwachte waarde van de verschillende kostencategorieën, waaron geen factor voor de verbetering van de productiviteit wordt toegepast ("kosten van groep 1" die leiden tot saldi die aan de totale opbrengsten van een toekomstige reguleringsperiode worden toegewezen) en kosten waarop wel een factor voor de verbetering van de productiviteit wordt toegepast ("kosten van groep 2" die bij afwijkingen van de budgetten leiden tot een verhoging of een vermindering van de brutowinst).
BILLIJKE VERGOEDING
De billijke vergoeding is het rendement op het kapitaal dat in het net werd geïnvesteerd. Ze is gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerd actief (Regulated asset base - RAB), dat jaarlijks wordt berekend, rekening houdend met onder andere nieuwe investeringen, afschrijvingen en wijzigingen van de behoefte aan bedrijfskapitaal.
Sinds 1 januari 2012 wordt de billijke vergoeding aan de volgende formule berekend. Daarbij wordt aangenomen dat het geconsolideerde eigen vermogen meer dan 33% van de gemiddelde waarde van het gereguleerd actief vertegenwoordigt, zoals thans het geval is:
A: [33% x gemiddelde RAB x [(OLO n)+(bèta x risicopremie)]] plus
B: [(S - 33%) x gemiddelde RAB x (OLO n + 70 basispunten)] waarbij:
OLO n = de rentevoet van Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, voor het betrokken jaar;
S = geconsolideerd eigen vermogen/RAB, volgens de Belgische boekhoudnormen (BE GAAP);
de betafactor zal op termijn berekend worden over een periode van 7 jaar vergeleken met de BEL20-index. De waarde van het product van de parameter bèta en de risicopremie kan niet lager zijn dan 0,7.
DEEL A
Het vergoedingspercentage (in %) zoals vastgesteld door de CREG voor het jaar "n" is gelijk aan de som van de risicoloze rentevoet, dit wil zeggen het gemiddelde percentage van de Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, en een premie voor het risico van de aandelenmarkt, gewogen door de toepasselijke betafactor.
De tarefregelgeving stelt de risicopremie vast op 3,5%. De toepasselijke bètafactor wordt berekend op basis van de bèta van Elia, vergeleken met de BEL 20-index, over een periode van 7 jaar. CREG stimuleert een verhouding tussen het vermogen en het gereguleerd actief die zo dicht mogelijk bij 33% ligt. De referentieverhouding van 33% wordt toegepast op het gemiddelde actief (RAB) van Elia om het referentievermogen van Elia te berekenen.
DEEL B
Indien het effectieve gemiddelde eigen van Elia hoger is dan het referentie-eigenvermogen, dan wordt het surplus vergoed tegen een verminderd percentage, dat berekend wordt door toepassing van de formule: [(OLO n + 70 basispunten)].
Kosten van klasse 1
De kosten waarop geen factor voor de verbetering van de productiviteit en de efficiëntie wordt toegepast (") maken integraal deel uit van de kosten die in aanmerking komen om de tarieven vast te stellen. De tarieven worden vastgelegd op basis van de geraamde waarden. De tarieven worden vastgelegd op basis van de geraamde waarden voor deze kosten. Anderzijds zullen de saldi (positief of negatief) - het verkelijke kosten en de gebudgetteerde kosten - ex post worden vastgesteld en in principe toegewezen aan de totale opbrengsten van een toekomstige reguleringsperiode.
Kosten van klasse 2
Kosten van klasse 2 zijn onderworpen aan een aanmoedigingsmechanisme vanuit de regelgeving. Dit betekent dat deze kosten onderworpen zijn aan de toepassing van een factor voor de productiviteit en de efficiëntie. Deze factor geeft de inspanningen weer die Ella dient te leveren om dergelijke kosten te begestane kosten die voor het uitwerken van de tarieven worden gebruikt, worden vastgelegd na toepassing van deze factor. Voor de periode 2012-2015 werd de productiviteitsgroei voor 2012 vastgelegd op € 10 miljoen. De afwijkingen met betrekking tot de kosten van groep 2 (positief of negatief), d.w.z. het verschil - ex post vastgesteld - tussen de werkelijke kosten en de gebudgetteerde kosten, worden van de brutowinst afgetrokken of eraan toegevoegd.
Stimulans voor het realiseren van vervangingsinvesteringen
De CREG heeft een stimulans ingevoerd om te verzekeren dat de nodige investeringen om de dienstverlening van de netbeheerder op peil te houden op gepaste wijze en tijdig worden uitgevoerd. Indien het bedrag van de reële investeringen van het jaar meer bedragen dan 90% van het referentiebudget van de betrokken investeringen, wordt een bijkomende brutowinst ter waarde van dit surplus toegekend aan de netbeheerder. Dit bedrag is beperkt tot 10% van het referentie-investeringsbudget. Het is ook onderworpen aan voorwaarden inzake naleving van het individueel budget van elk project.
Tariefregelgeving van toepassing vanaf 1 januari 2016
Zoals reeds vermeld heeft de CREG op 18 december 2014 een nieuw besluit goedgekeurd waarbij de tariefmethodologie wordt vastgelegd die Elia als beheerder van de netten met een transmissiefunctie in acht moet nemen bij het opstellen van zijn tariefvoorstel voor de volgende regulatoire periode die loopt van 1 januari 2019. In vergelijking met de methodologie die van 2012 tot 2015 van toepassing was, bevat dit besluit tal van aanpassingen die betrekking hebben op de parameters die in aanmerking moeten genomen voor het bepalen van de billijke winstmarge alsook voor de invoering van een hele reeks nieuwe stimulansen en voor de tariefstructuur die moet worden aangewend om de verschillende te dekken kosten te verrekenen. Deze elementen werden gebruikt als basis voor het tariefvoorstel 2016-2019 dat ELIA in juni 2015 heeft ingediend bij de CREG. De tarieven 2016-2019 werden door de CREG goedgekeurd en treden op 1 januari 2016 in werking.
9.2 Regelgevend kader in Duitsland
9.2.1 Toepasselijke wettelijke bepalingen
Het Duitse regelgevend kader is verdeeld over diverse wetgevingsstukken. De kernwet is de Duitse wet inzake de energievoorziening (Energiewirtschaftsgesetz - EnWG), die het algemene wettelijke kader definieert voor de gas- en elektriciteitsvoorziening in Duitsland. De EnWG wordt ondersteund door een aantal wetten, verordeningen en regulerende besluiten, die gedetailleerde bepalingen verstrekken over het huidige stelsel van incentiverende regelgeving, boekhoudmethoden en toegangscontracten voor het net, met inbegrip van:
- de verordening inzake de toegangstarieven voor de elektriciteitsnetten (Verordnung über die Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen of de Stromnetzentgeltverordnung - StromNEV), die onder meer principes en methoden vastlegt voor de berekening van de tarieven voor elektriciteitsnetten en de overige verplichtingen van de netbeheerders;
- de verordening inzake toegang tot het elektriciteitsnet (Verordnung über den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen of de Stromnetzzugangsverordnung - StromNZV), die onder meer verdere bijzonderheden specificeert over de toegang tot de transmissienetten (en andere soorten netten) door vaststelling van het vereffeningssysteem (Bilanzkreissystem), planning elektriciteitsbevoorrading, regelingsenergie en andere algemene verplichtingen, bijv. congestiebeheer (Engpaßmanagement), publicatieverplichtingen, minimumeisen voor verschillende soorten contracten en de verplichting van bepaalde netbeheerders om het Bilanzkreissystem voor de hernieuwbare energiebronnen te beheren;
- de verordening inzake incentiverende regelgeving (Verordnung über die Anreizregulierung der Energieversorgungsnetze of de Anreizregulierungsverordnung – ARegV), die de basisvoorschrift voor de incentiverende regulering van TNB's en andere netbeheerders (zoals hierna meer in detail beschreven). Ook worden hier algemene richtlijnen gegeven voor productiviteitsbenchmarking, welke kosten daarbij in aanmerking worden genomen, welke methode gebruikt kan worden om de inefficiëntie te bepalen en hoe dit vertaald kan worden naar jaarlijkse doelstellingen voor productiviteitsgroei.
9.2.2 Regelgevende instanties in Duitsland
De regelgevende instanties voor de energiesector in Duitsland zijn het Bundesnetzagentur (BNetzA) in Bonn (voor netten waarop 100.000 en meer netgebruikers rechtstreeks aangesloten zijn) en de specifieke regelgevende instanties in de respectievelijke deelstaten (voor netten waarop minder dan 100.000 netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn). De regelgevende instanties zijn onder andere belast met de niet-discriminerende (oegang tot het net voor derde partijen en het toezicht op de tarieverders toepassen voor het gebruik van het net. 50Hertz Transmission en 50Hertz Offshore zijn onderworpen aan de bevoegdheid van het BNetzA.
9.2.3 Tarieven in Duitsland
In Duitsland werd een nieuw mechanisme voor de tariefregelgeving opgezet door de ARegV-verordening. Krachtens de ARegVverordening worden de nettarieven vastgesteld om een vooraf bepaalde inkomstenlimiet, zoals vastgesteld door het BNetzA, te generen voor elke TNB en voor elke regulatoire periode. De inkomstenlijk gebaseerd op de kosten van een basisjaar en wordt vastgelegd voor de volledige regulatoire periode, behalve wanneer de limiet wordt aangepast om rekening te houden met specifieke gevallen die in de ARedV zijn bepaald. Het is aan de netbeheerders niet toegestaan om hun individueel bepaalde inkomstenlimiet te overschrijden. Elke regulatoire periode duurt vijf jaar, de tweede regulatoire periode is gestart op 1 januari 2014 en zal eindigen op 31 december 2018. Tarieven zijn algemeen en kunnen niet met de klanten worden onderhandeld. Individuele tarieven worden siechts an bepaalde vaste omstandigheden die in de toepasselijke wetten worden vermeld) in overeenstemming met § 19 StromNEV (bijvoorbeeld bij alleengebruik van netactiva). Het BNetzA moet deze individuele tarieven goedkeuren.
Voor de inkomstenlimiet worden de kosten die een netbeheerder maakt in twee categorieën ingedeeld:
Permanent niet-beïnvloedbare kosten (PNBK): deze kosten zijn voor 100 % geïntegreerd in de "inkomstenlimiet" en zijn dus volledig gedekt door de nettarieven, weliswaar met een vertraging van twee jaar. De PNBK omvatten het rendement op het eigen vermogen, de bedrijfsbelasting, de financieringskosten, afschrijvingen en operationele kosten (op dit moment vastgeled op 0.8% van de geactiveerde investeringskosten van de respectieve onshore investeringen) voor wat de investeringsmaatregelen worden genoemd. De financieringskosten met betrekking tot de investeringsbudgetten zijn op dit
moment geplafonneerd op het laagste bedrag tussen de effectieve financieringskosten die zijn berekend in overeenstemming met een gepubliceerde richtlijn van het BNetzA. Vanaf 2012 worden de kosten in verband met deze investeringsmaatregelen gebaseerd op ramingen. De verschillen tussen de ramingen en de effectieve waarden worden weerspiegeld in de regulatoire rekening. Bovendien omvatten de PNBK de kosten voor de ondersteunende diensten, de netverliezen, de inschakelingskosten, de Europese initiatieven en de veilingen. Deze kosten zijn opgenomen in de inkomstenlimiet op basis van een reguleringsmechanisme dat door het BNetzA is bepaald in overeenstemming met § 11 Abs. 2 AReaV (FSV). Het requleringsproces voor de ondersteunende diensten en voor de netverliezen biedt de netbeheerder een incentive om beter te presteren dan de geplande kosten. Dat gebeurt via bonus- en boetemechanismen:
- Tijdelijk niet-beïnvloedbare (TNBK) en beïnvloedbare kosten omvatten het rendement op het eigen vermogen, de afschrijvingen en de financieringskosten. De bedrijsbelasting en andere operationele kosten zijn onderworpen aan een stimulansmechanisme dat is vastgelegd door het BNetzA en dat een efficiëntiefactor (alleen van toepassing op BK), een verbeterde productiviteitsfactor en een inflatiefactor (van toepassing op TNBK en BK) over een periode van viif jaar omvat. Bovendien voorziet het huidige stimulansmechanisme in de toepassing van een kwaliteitsfactor. maar de criteria en het implementatieme voor een dergelijke factor voor transmissienetbeheerders moeten nog door het BNetzA worden beschreven. De verschillende factoren die zijn gedefinieerd, geven de transmissienetbeheerder een doelstelling op middellange termijn om inefficiënt geachte kosten te vermijden. Wat de financieringskosten betreft, moeten de toegestane financieringskosten (die verbonden zijn aan de beïnvloedbare kosten) bewezen vermarktbaar zijn;
- Voor het rendement op het eigen vermogen bevat de toepasselijke wet- en regelgeving bepalingen over het toegestane rendement op het eigen vermogen. Dit wordt opgenomen in de TNBK/BK voor wat de activa betreft die tot het gereguleerd actief behoren en in de PNBK voor wat de activa betreft die in de investeringsbudgetten zijn goedgekeurd. Voor de tweede regulatoire periode (2014-2018) is het rendement op het eigen vermogen vastgesteld op 7,14% voor investeringen vóór 2006 en 9.05% voor investeringen sinds 2006. op basis van 40% van de totale waarde van de activa die als "gefinancierd door eigen vermogen" worden beschouwd en waarbij de rest als "quasischuld" wordt behandeld. Het rendement op het eigen vermogen wordt berekend vóór vennootschapsbelasting, maar na bedrijfsbelasting;
- Naast de inkomstenlimiet ontvangt 50Hertz een vergoeding voor kosten die zijn opgelopen in verband met de verplichtingen inzake hernieuwbare energie, waaronder EEG- en CHP/KWKG-verplichtingen ... Deze kosten zijn onderworpen aan specifieke reguleringsmechanismen die gericht zijn op een evenwichtige behandeling van uitgaven en inkomsten.
WIJZIGINGEN IN DE TARIEFREGELGEVING
In de loop van 2014 evalueerde BNetzA het huidige regelgevend kader voor netbeheerders. Ten gevolge daarvan werd in januari 2015 een rapport met een uitgebreide analvse van het huidige systeem en aanbevelingen voor een toekomstige ontwikkeling gepubliceerd. BNetzA stelt 4 verschillende modellen voor met meer of minder wijzigingen van het huidige systeem en een aantal algemene aanpassingen van het regelgevend systeem. Deze algemene voorstellen omvatten bijvoorbeeld een altematieve oplossing voor de regulatoire rekening. Het model dat BNetzA verkiest (ARegV 2.0) zou geen wijzigingen (behoudens de algemene aanpassingen) inhouden van de huidige TNB-regelgeving. Sinds de publicatie van het rapport waren er geen verdere ontwikkelingen die een invloed op de TNB's zouden hebben.
Op 31 december 2015 had 50Hertz de goedkeuring verkregen voor actieve-investeringsbudgetten die sinds 2008 zijn ingediend. Ten aanzien van het totale volume van aanvragen voor investeringsbudgetten van € 10,0 miljard bedraagt het goedgekeurde investeringsbudget op die datum € 5,9 miljard,
TARIEVEN
De nettoegangstarieven werden berekend op basis van de betreffende inkomstenlimieten en werden op 15 oktober 2015 op voorlopige basis gepubliceerd voor het jaar 2016. Vanaf 1 januari 2016 zijn ze opnieuw gedefinieerd voor 2016 en zijn ze met ongeveer 30% gestegen ten opzichte van 2015 door een aanzienlijke stijging van de inschakelingskosten en door de investeringskosten voor de offshore uitbreiding in de Baltische Zee en de Noordzee.
VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
VERSLAG TOEVOEGEN
INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE MOEDERVENNOOTSCHAP
Uittreksels van de statutaire jaarrekening van Elia System Operator NV, opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudkundige normen, worden hierna in verkorte vorm weergegeven.
Overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving zal de volledige jaarekening, het jaarverslag en het college van commissarissen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
Deze documenten zullen tevens beschikbaar worden gesteld op de website van Elia www.eliagroup.eu en kunnen op aanvraag worden verkregen bij Elia System Operator nv, Keizerslaan 20, 1000 Brussel, België. Het college van commissarissen heeft een opinie zonder voorbehoud gepubliceerd met een toelichtende paragraaf hierover.
Balans na winstverdeling
| ACTIVA (in miljoen EUR) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| VASTE ACTIVA | 3.602,1 | 3.607,5 |
| Financiële vaste activa | 3.602,1 | 3.607,5 |
| Verbonden ondernemeningen | 3.579,5 | 3.585,5 |
| Deelnemingen | 3.579,5 | 3.585,5 |
| Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 22,7 | 22,0 |
| Deelnemingen | 22,5 | 21,7 |
| Andere financiële vast activa | 0,2 | 0,3 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 1.895,5 | 1,208,1 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 15,4 | 93,8 |
| Overige vorderingen | 15,4 | 93,8 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 4,7 | 3,5 |
| Bestellingen in uitvoering | 4,7 | 3,5 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 1.271,9 | 967,4 |
| Handelsvorderingen | 198,5 | 135,3 |
| Overige vorderingen | 1.073,4 | 832,0 |
| Geldbeleggingen | 217,3 | 20,0 |
| Overige geldbeleggingen | 217,3 | 20,0 |
| Liquide middelen | 380,7 | 110,5 |
| Overlopende rekeningen | 5,6 | 13,0 |
| TOTAAL DER ACTIVA | 5.497,7 | 4.815,6 |
| PASSIVA (in EUR miljoen) | 2015 | 2014 |
| EIGEN VERMOGEN | 1.717,8 | 1.686,2 |
| Kapitaal | 1.515,2 | 1.514,9 |
| Geplaatst kapitaal | 1.515,2 | 1.514,9 |
| Uitgiftepremies | 10,0 | ರಿ, ತಿ |
| Reserves | 173,1 | 138,7 |
| Wettelijke reserve | 173,0 | 138,7 |
| Overgedragen winst | 19,5 | 22,6 |
| VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGEN | 0,3 | 0,4 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 0,3 | 0,4 |
| Overige risico's en kosten | 0,3 | 0,4 |
| SCHULDEN | 3.779,6 | 3.129,1 |
| Schulden op meer dan één jaar | 2.610,2 | 2.650,6 |
| Financiële schulden | 2.610,2 | 2.650,6 |
| Niet-achtergestelde obligatieleningen | 2.094,5 | 2.094,8 |
| Kredietinstellingen | 20,0 | 60,0 |
| Overige leningen | 495,8 | 495,8 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 825,8 | 274,0 |
| Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen | 540.0 | 0,0 |
| Financiële schulden | 0,0 | 0,0 |
| Kredietinstellingen | 0,0 | 0,0 |
| Handelsschulden | 168,7 | 157.4 |
| Leveranciers | 161,3 | 146,6 |
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen | 7,4 | 10,8 |
| Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldingen en sociale lasten |
8,6 | 8,2 |
| Belastingen | 0,2 | 0,2 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 8,4 | 8,0 |
| Overige schulden | 108,6 | 108,4 |
| Overlopende rekeningen | 343,5 | 204,5 |
| TOTAAL DER PASSIVA | 5.497,7 | 4.815,6 |
Resultatenrekening
| (in EUR miljoen) | 2015 | 2014 |
|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 792,6 | 792,5 |
| Omzet | 780.4 | 786,8 |
| Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering (toename +, afname -) |
1,2 | (3,8) |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 11,0 | 9,4 |
| BEDRIJFSKOSTEN | (661,9) | (659,2) |
| Diensten en diverse goederen | (622,4) | (622,1) |
| Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | (39,5) | (37,1) |
| Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -) |
0,0 | (0,1) |
| BEDRIJFSWINST | 130,8 | 133,2 |
| Financiële opbrengsten | 117,9 | 108,2 |
| Opbrengsten uit financiële vaste activa | 113,0 | 100,2 |
| Opbrengsten uit vlottende activa | 4,9 | 8,0 |
| Financiële kosten | (112,2) | (118,8) |
| Kosten van schulden | (109,8) | (115,9) |
| Andere financiële lasten | (2,4) | (2,8) |
| WINST UIT GEWONE BEDRIJFSVOERING VOOR BELASTING | 136,5 | 122,7 |
| Uitzonderlijke opbrengsten | 1,0 | 0,0 |
| Meerwaarde realisatie vaste activa | 1,0 | 0,0 |
| Uitzonderlijke kosten | (1,6) | 0,0 |
| Andere uitzonderlijke kosten | (1,6) | 0,0 |
| WINST VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING | 135,8 | 122,7 |
| Belastingen op het resultaat | (10,4) | (10,0) |
| Belastingen | (10,4) | (10,0) |
| WINST VAN HET BOEKJAAR | 125,4 | 112,6 |