Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Elia Group NV/SA Annual Report 2020

Apr 16, 2021

3945_rns_2021-04-16_654015c2-b5c1-4d16-bc77-a453eb12dee3.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

9 EUR
NAT. Datum neerlegging Nr.0476.388.378 Blz. E. D.

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN

IDENTIFICATIEGEGEVENS

NAAM VAN DE CONSOLIDERENDE VENNOOTSCHAP OF VAN HET CONSORTIUM (1) (2) :
ELIA GROUP
Rechtsvorm: NV
Adres: Keizerslaan Nr.: 20 Bus:
Postnummer: 1000 Gemeente: Brussel
Land: België
Rechtspersonenregister (RPR) - Rechtbank van Koophandel van Brussel, franstalige
Internetadres (3)
: http://www.elia.be
Ondernemingsnummer 0476.388.378
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING IN DUIZENDEN EURO(4)
Voorgelegd aan de algemene vergadering van 18/05/2021
met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van 01/01/2020 tot 31/12/2020
Vorig boekjaar van 01/01/2019 tot 31/12/2019
De bedragen van het vorige boekjaar zijn / zijn niet (1) identiek met die welke eerder openbaar werden gemaakt.
Zijn gevoegd bij deze geconsolideerde jaarrekening: - het geconsolideerde jaarverslag
- het controleverslag over de geconsolideerde jaarrekening
ZO DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN EEN BUITENLANDSE VENNOOTSCHAP DOOR EEN BELGISCHE DOCHTER
WORDT NEERGELEGD
Naam van de Belgische dochter die de neerlegging verricht (artikel 113, § 2, 4°a van het Wetboek van vennootschappen)

Ondernemingsnummer van de Belgische dochter die de neerlegging verricht
Totaal aantal neergelegde bladen: 1
dienstig zijn:
Secties van het standaardformulier die niet werden neergelegd omdat ze niet

Handtekening Handtekening (naam en hoedanigheid) (naam en hoedanigheid) GUSTIN BERNARD OFFERGELD DOMINIQUE Voorzitter van de Raad van Bestuur Bestuurder

(1) Schrappen wat niet van toepassing is.

(2) Een consortium dient de sectie CONSO 5.4 in te vullen.

(3) Facultatieve vermelding.

(4) Indien nodig, aanpassen van de eenheid en munt waarin de bedragen zijn uitgedrukt.

Accelerating to a net-zero society

Financieel verslag 2020

CORPORATE GOVERNANCE VERKLARING

CORPORATE GOVERNANCE

2
16
28
41

Corporate Governance Verklaring

Raad van bestuur

VOORZITTER

• Bernard Gustin, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder

VICEVOORZITTERS

  • Claude Grégoire, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T
  • Geert Versnick, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T

BESTUURDERS

  • Michel Allé, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder
  • Luc De Temmerman, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder
  • Frank Donck, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder
  • Claude Grégoire, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T
  • Bernard Gustin, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder
  • Luc Hujoel, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T
  • Roberte Kesteman, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder
  • Jane Murphy, niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder
  • Dominique Offergeld, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T
  • Kris Peeters, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T3
  • Rudy Provoost, niet-uitvoerend bestuurder op voorstel van Publi-T
  • onafhankelijk bestuurder
  • Geert Versnick, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van

  • Cécile Flandre, niet-uitvoerend bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T

  • Saskia Van Uffelen, niet-uitvoerend

  • Publi-T
  • ADVISERENDE STEM

VERTEGENWOORDIGERS VAN DE FEDERALE REGERING MET EEN

• Nele Roobrouck4 en Maxime Saliez5

Deze Corporate Governance Verklaring bevat de belangrijkste aspecten van het corporate governance-beleid van Elia Group. De corporate governance van Elia Group steunt in 2020 op volgende pijlers:

  • De 2020 Corporate Governance Code1 die Elia Group als haar referentiecode heeft aangenomen
  • Het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen2;
  • De statuten van Elia Group.

Samenstelling van de beheersorganen op 31 december 2020

Adviserende comités van de raad van bestuur

BENOEMINGSCOMITÉ

  • Luc Hujoel, voorzitter
  • Luc De Temmerman
  • Frank Donck
  • Jane Murphy
  • Kris Peeters6

AUDITCOMITÉ

  • Michel Allé, voorzitter
  • Frank Donck
  • Roberte Kesteman
  • Dominique Offergeld
  • Rudy Provoost

VERGOEDINGSCOMITÉ

  • Luc De Temmerman, voorzitter
  • Roberte Kesteman
  • Dominique Offergeld
  • Kris Peeters7
  • Saskia Van Uffelen

STRATEGISCH COMITÉ8

  • Geert Versnick, voorzitter
  • Michel Allé
  • Bernard Gustin
  • Claude Grégoire9

  • Rudy Provoost • Luc Hujoel10, permanente gast

  • Dominique Offergeld, permanente gast

College van commissarissen

  • Ernst & Young Réviseurs d'Entreprises SRL/ Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Paul Eelen.
  • BDO Réviseurs d'Entreprises SRL/ Bedrijfsrevisoren BV, vertegenwoordigd door Félix Fank.

College van dagelijks bestuur11

  • Chris Peeters (Chief Executive Officer en TSO Head Elia)
  • Catherine Vandenborre (Chief Financial Officer)
  • Stefan Kapferer (TSO Head 50Hertz)12
  • Peter Michiels (Chief Human Resources, Internal Communication Officer, Chief Alignment Officer)
  • Michael Freiherr Roeder von Diersburg (Chief Digital Officer)13

Secretaris-generaal

Raad van bestuur

  • Siska Vanhoudenhoven
  • 3 Kris Peeters verving Philip Heylen als niet uitvoerend bestuurder vanaf 19 Mei 2020. Kris Peeters heeft zijn ontslag gegeven met ingang vanaf 1 januari 2021. De raad van bestuur van 9 februari 2021 heeft Pieter De Crem gecoöpteerd om Kris Peeters te vervangen.
  • 4 Nele Roobrouck is de vertegenwoordiger van de regering voor de Nederlandse taalrol. Zij heeft een adviserende rol bij de raad van bestuur van Elia Transmission Belgium en Elia Asset zoals voorgeschreven door de Elektriciteitswet.
  • 5 Sinds 8 februari 2021 en bij ministerieel besluit is Maxime Saliez aangesteld als vertegenwoordiger van de regering voor de Franstalige taalrol. Hij heeft een adviserende rol bij de raad van bestuur van Elia Transmission Belgium en Elia Asset zoals voorzien door de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
  • 6 Kris Peeters verving Philip Heylen als niet-uitvoerend bestuurder vanaf 19 mei 2020. Kris Peeters heeft zijn ontslag gegeven met ingang vanaf 1 januari 2021. De raad van bestuur van 9 februari 2021 heeft Pieter de Crem gecoöpteerd om Kris Peeters te vervangen als lid van het benoemingscomité
  • 7 Kris Peeters verving Philip Heylen als niet-uitvoerend bestuurder vanaf 19 mei 2020. Kris Peeters heeft zijn ontslag gegevens met ingang vanaf 1 januari 2021. De raad van bestuur heeft Pieter de Crem gecoöpteerd om Kris Peeters te vervangen als lid van het vergoedingscomité.
  • 8 Leden van het strategisch comité vanaf 28 juli 2020.
  • 9 Sinds 9 februari 2021. Op 31 december 2020 was Claude Grégoire een permanente gast van het strategisch comité.
  • 10 Sinds 9 februari 2021. Op 31 december 2020 was Luc Hujoel lid van het strategisch comité.
  • 11 Volgende leden van het college van dagelijks bestuur hebben vrijwillig ontslag genomen met ingang van 28 juli 2020: Markus Berger, Frédéric Dunon, Pascale Fonck, Ilse Tant en Patrick De Leener.
  • 12 Benoemd als lid van de raad van bestuur op 28 juli 2020.
  • 13 Benoemd als lid van de raad van bestuur op 28 juli 2020.

1 De Corporate Governance Code 2020 is beschikbaar op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be). 2 Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is beschikbaar op de website van de FOD Justitie (http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/wet.pl).

Philip Heylen heeft zijn ontslag als niet-uitvoerend bestuurder ingediend met ingang van 19 mei 2020 en werd met ingang van diezelfde datum vervangen door Kris Peeters.

Kris Peeters heeft op zijn beurt zijn ontslag als niet-uitvoerend bestuurder ingediend met ingang van 1 januari 2021.

Specifieke vereisten voor leden van de raad van bestuur Ter vervanging van Kris Peeters heeft de raad van bestuur op 9

februari 2021 Pieter de Crem gecoöpteerd. De bevestiging van zijn benoeming als niet-onafhankelijk bestuurder zal worden voorgesteld aan de Gewone Algemene vergadering die zal wor-

den gehouden op 18 mei 2021. De raad van bestuur van Elia Group is samengesteld uit 14 leden die geen uitvoerende functie vervullen bij de vennootschap noch bij haar dochtervennootschappen.

Zeven (7) bestuurders zijn onafhankelijke niet-uitvoerende bestuurders die voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 7:87 van het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De onafhankelijke bestuurders zijn door de raad van bestuur voor benoeming voorgedragen aan de gewone algemene vergadering op basis van de aanbeveling van het benoemingscomité. De zeven (7) andere nietuitvoerende bestuurders zijn niet-onafhankelijke bestuurders, benoemd door de algemene vergadering op voorstel van Publi-T, overeenkomstig de huidige aandeelhoudersstructuur en artikel 13.2 van de statuten (zie hiervoor het deel 'Aandeelhoudersstructuur' op pagina 14 van deze verklaring).

Elia Group heeft een monistische structuur als bestuursmodel. De raad van bestuur heeft bijgevolg, overeenkomstig artikel 17.2 van de statuten, de bevoegdheid tot het stellen van alle handelingen, noodzakelijk of nuttig om het statutair voorwerp te verwezenlijken, met uitzondering van de handelingen die door de wet of door de statuten aan de algemene vergadering zijn voorbehouden.

Aldus heeft de raad van bestuur onder meer de volgende bevoegdheden:

het goedkeuren/wijzigen van het algemeen, financieel en dividendbeleid van de vennootschap, waaronder de strategische krachtlijnen of opties voor de vennootschap evenals de principes en problemen van algemene aard, met name inzake risicobeheer en personeelsbeheer;

de goedkeuring, opvolging en wijziging van het businessplan en de budgetten van de vennootschap;

onverminderd andere specifieke bevoegdheden van de raad van bestuur, het aangaan van alle verbintenissen, wanneer het bedrag groter is dan vijftien miljoen euro (15.000.000 EUR), tenzij het bedrag alsook de belangrijkste kenmerken ervan

Diversiteit binnen de raad van bestuur

Aantal personen in de raad van bestuur
op 31 december 2020
Eenheid 2020
35 < 54 jaar 1
Mannen ≥ 55 jaar 8
35 < 54 jaar 2
Vrouwen ≥ 55 jaar 3

Overeenkomstig de statutaire bepalingen, wordt de raad van bestuur van Elia Group ondersteund door vier adviserende comités: het benoemingscomité, het auditcomité, het vergoedingscomité en het strategisch comité. De raad van bestuur ziet erop toe dat deze adviserende comités efficiënt werken.

Overeenkomstig de statuten en het Belgisch Wetboek van vennoostchappen en verenigingen moet ten minste een derde (1/3) van de bestuurders van het andere geslacht zijn.

Bovendien, in overeenstemming met het Belgisch Wetboek van vennootschappen en verenigingen, de Belgische corporate governance code 2020 en het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur, is de samenstelling van de raad van bestuur gebaseerd op de complementariteit van vaardigheden, ervaring en kennis, alsmede over genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen.

Bij de zoektocht naar en benoeming van nieuwe niet-uitvoerende bestuurders wordt bijzondere aandacht besteed aan diversiteitsparameters in termen van leeftijd, geslacht en complementariteit.

verslag van de raad van bestuu

uitdrukkelijk voorzien zijn in het jaarlijks budget;

beslissingen over de vennootschapsrechtelijke structuur van de vennootschap en van de vennootschappen waarin de vennootschap een deelneming aanhoudt, met inbegrip van de uitgifte van effecten;

beslissingen over de oprichting van vennootschappen en over de verwerving of vervreemding van aandelen (ongeacht op welke wijze deze aandelen worden verworven of vervreemd) in vennootschappen waarin de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhoudt, voor zover de financiële impact van deze oprichting, verwerving of vervreemding groter is dan twee miljoen vijfhonderdduizend euro (2.500.000 EUR);

beslissingen over strategische acquisities of allianties, belangrijke afstotingen of overdrachten van belangrijke activiteiten of activa in de vennootschap;

belangrijke wijzigingen in de boekhoudkundige of fiscale politiek;

belangrijke wijzigingen van activiteiten;

Wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur

Bevoegdheden en activiteitenverslag van de raad van bestuur

GRI 102-19, GRI 102-26

Duur, vervaldag van mandaten en benoemingsprocedure

De bestuurders van Elia Group worden benoemd of herbenoemd voor een termijn van maximaal zes jaar. Dienovereenkomstig werden de mandaten van Luc De Temmerman, Frank Donck en Saskia van Uffelen op de gewone algemene vergadering van 2020 hernieuwd voor een termijn van een jaar.

De mandaten van Geert Versnick en Luc Hujoel verstrijken na afloop van de gewone algemene vergadering van 2026 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2025.

De mandaten van Bernard Gustin, Cécile Flandre, Claude Grégoire, Jane Murphy, Dominique Offergeld, Roberte Kesteman en Rudy Provoost verstrijken na afloop van de gewone algemene vergadering van 2023 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2022.

Het mandaat van Michel Allé verstrijkt na afloop van de gewone algemene vergadering van 2022 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2021.

De mandaten van Luc De Temmerman, Frank Donck en Saskia Van Uffelen verstrijken na afloop van de gewone algemene vergadering van 2021 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2020.

Voor alle duidelijkheid wordt het einde van het mandaat van elke bestuurder waarnaar hierboven wordt verwezen, ook vermeld in het volgende tabel:

Einde van het
mandaat na afloop
van de gewone
algemene
vergadering van
(met
betrekking
tot het boek
jaar
van)
Bernard Gustin, voorzitter 2023 (2022)
Geert Versnick, Vicevoorzitter 2026 (2025)
Claude Grégoire, Vicevoorzitter 2023 (2022)
Michel Allé 2022 (2021)
Luc De Temmerman 2021 (2020)
Frank Donck 2021 (2020)
Cécile Flandre 2023 (2022)
Luc Hujoel 2026 (2025)
Roberte Kesteman 2023 (2022)
Jane Murphy 2023 (2022)
Dominique Offergeld 2023 (2022)
Rudy Provoost 2023 (2022)
Saskia Van Uffelen 2021 (2020)
Aantal
bestuurders
Einde van het
mandaat na afloop
van de gewone
algemene
vergadering van
3 2021
1 2022
7 2023
2 2026

Zoals hierboven vermeld werd Pieter De Crem op 9 februari 2021 door de raad van bestuur gecoöpteerd om Kris Peeters te vervangen en er zal aan de gewone algemene vergadering van 18 mei 2021 worden voorgesteld om zijn benoeming te bevestigen, tot aan de gewone algemene vergadering van 2026 (met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2025).

Het termijn van zes jaar van het mandaat van de bestuurders, die afwijkt van het termijn van vier jaar die wordt aanbevolen door de Belgische corporate governance code 2020, is gerechtvaardigd wegens de technische, financiële en juridische bijzonderheden en complexiteiten die binnen de groep van toepassing zijn.

beslissingen inzake het opstarten van of het nemen van participaties in activiteiten buiten het beheer van elektriciteitsnetten;

10° strategische beslissingen, om buiten het Belgisch grondgebied nieuwe elektriciteitsnetten te beheren en/of over te nemen;

11° met betrekking tot

  • (i) Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV: het opvolgen van hun algemeen beleid evenals van de beslissingen en aangelegenheden vermeld in het 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 10° hierboven;
  • (ii) de door de raad van bestuur aangeduide key-dochtervennootschappen (andere dan Elia Transmission Belgium NV en Elia Asset NV): de goedkeuring en het opvolgen van hun algemeen beleid evenals van de beslissingen en aangelegenheden vermeld in het 1° tot en met 10° hierboven;
  • (iii) de andere dochtervennootschappen dan de key-dochtervennootschappen: de goedkeuring en het opvolgen van hun algemeen beleid evenals van de beslissingen en aangelegenheden vermeld in het 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 10° hierboven;

12° het houden van algemeen toezicht op het college van dagelijks bestuur; in dat kader oefent de raad van bestuur ook toezicht uit op de wijze waarop de bedrijfsactiviteit wordt gevoerd en zich ontwikkelt, ten einde onder meer te evalueren of de bedrijfsvoering van de vennootschap behoorlijk wordt ontwikkeld;

13° de bevoegdheden die aan de raad van bestuur worden toegekend door of krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of de statuten.

In 2020, vergaderde de raad van bestuur van Elia Group zeven keer.

Aanwezigheid Elia Group
Bernard Gustin, voorzitter 7/7
Geert Versnick, Vicevoorzitter 7/7
Claude Grégoire, Vicevoorzitter 6/7
Michel Allé 7/7
Luc De Temmerman 7/7
Frank Donck 7/7
Cécile Flandre 5/7
Luc Hujoel 7/7
Roberte Kesteman 7/7
Jane Murphy 7/7
Dominique Offergeld 6/7
Kris Peeters14 5/5
Rudy Provoost 7/7
Saskia Van Uffelen 7/7

De raad van bestuur boog zich met name over de strategische dossiers, de financiële en regulatoire situatie van de vennootschap en haar dochterondernemingen, de gevolgen van Covid-19 en de vooruitgang van grote investeringsprojecten.

Indien een lid niet aanwezig kan zijn, verleent hij in het algemeen een volmacht aan een ander lid. Overeenkomstig artikel 19.4 van de statuten van de vennootschap kan een lid dat belet of afwezig is aan een ander lid van de raad schriftelijk volmacht geven om hem op een bepaalde vergadering van de raad van bestuur te vertegenwoordigen en er in zijn plaats te stemmen. Geen enkel lid van de raad van bestuur mag echter meer dan twee volmachten hebben.

Evaluatie

De evaluatieprocedure van de raad van bestuur werd uitgevoerd in overeenstemming met principe 9 van de Belgische Corporate Governance Code 2020.

De evaluatie van de bestuurders is uitgevoerd aan de hand van een transparante en periodieke procedure waarbij de bestuurders een evaluatievragenlijst invullen, eventueel gevolgd door een individueel gesprek met de voorzitter van de raad van bestuur en de voorzitter van het benoemingscomité. De resultaten worden besproken door de raad van bestuur en zo nodig worden de gepaste maatregelen genomen.

College van commissarissen

De gewone algemene vergadering van Elia Group heeft op 19 mei 2020 EY Bedrijfsrevisoren BV herbenoemd en BDO Bedrijfsrevisoren cvba benoemd als commissarissen van de vennootschap en dit voor een periode van drie jaar. Hun mandaat verstrijkt na afloop van de gewone algemene vergadering van 2023 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2022.

EY Bedrijfsrevisoren BV was, tot 19 mei 2020, vertegenwoordigd voor de uitoefening van dit mandaat door Patrick Rottiers en is, sinds 19 mei 2020, vertegenwoordigd door Paul Eelen. BDO Bedrijfsrevisoren cvba is vertegenwoordigd voor de uitoefening van dit mandaat door Félix Fank.

COVID-19-PANDEMIE – BEDRIJFSCONTINUÏTEIT VERZEKEREN

Tijdens de eerste en de tweede golf van de pandemie hebben de ondernemingen van de Elia groep consequent de overheidsmaatregelen toegepast om de gevolgen van de COVID-19-crisis te beperken. Aangezien de Belgische en Duitse autoriteiten de activiteiten van de groep als cruciaal beschouwen, heeft de groep maximale inspanningen geleverd om haar activiteiten voort te zetten, zodat de bedrijfscontinuïteit verzekerd was. Om dit proces optimaal te begeleiden, werd een interne task force opgericht waarin de verschillende departementen vertegenwoordigd zijn. De bevoorradingszekerheid en de gezondheid en veiligheid van de werknemers en onderaannemers handhaven zijn de belangrijkste prioriteiten.

INTREDE IN TWEE NIEUWE AANDEELINDEXEN

In 2020 is Elia Group einde mei toegetreden tot de MSCI Belgium index en eind juni tot de SE European Utilities Index.

ELIA GROUP UITGEROEPEN TOT BELMID COMPANY OF THE YEAR 2020

Naar aanleiding van de grootste relatieve groei op het gebied van marktkapitalisatie in het voorbije jaar, ontving Elia Group de BelMid Company of the Year 2020 award tijdens het Nieuwjaarsevent van Euronext.

Belangrijke gebeurtenissen in 2020

STATUTENWIJZIGINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE VASTSTELLING VAN DE KAPITAALVERHOGING VOOR-BEHOUDEN AAN HET PERSONEEL

De buitengewone algemene vergadering van Elia Group van 19 mei 2020 keurde het voorstel tot kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel van de vennootschap en van haar Belgische dochtervennootschappen goed.

Deze kapitaalverhoging werd gepland om in twee delen uitgevoerd te worden, met name in december 2020 en maart 2021, voor een totaal maximumbedrag van €6 miljoen (maximaal €5.000.000 in 2020 en maximaal €1.000.000 in 2021), door de uitgifte van nieuwe aandelen van categorie B, met opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders ten gunste van de personeelsleden van de vennootschap en van haar Belgische dochtervennootschappen.

De uitgifteprijs van de kapitaalverhoging van 22 december 2020 was vastgesteld op 73,74 EUR per aandeel, i.e. een bedrag gelijk aan het gemiddelde van de slotkoersen van de laatste 30 kalenderdagen voorafgaand aan 29 oktober 2020, verminderd met 16,66 %.

De kapitaalverhoging van december 2020 werd verwezenlijkt ten belope van een totaal bedrag (inclusief uitgiftepremie) van € 4.996.401,18. Er werden 67.757 aandelen van categorie B van Elia Group uitgegeven. Als gevolg van de kapitaalverhoging werden de artikelen 4.1 en 4.2 van de statuten van Elia Group gewijzigd met betrekking tot het maatschappelijk kapitaal en het aantal aandelen op 22 december 2020.

De meest recente versie van de statuten van Elia Group is integraal beschikbaar op de website van de vennootschap (www. eliagroup.eu, onder 'About Elia Group', 'Corporate Bodies').

ANDERE BELANGRIJKE GEBEURTENISSEN

Voor de andere belangrijke gebeurtenissen in 2020, zie de pagina's 24 en 25 van het Elia Group activiteitenverslag.

Naast zijn gebruikelijke bevoegdheden ter ondersteuning van de raad van bestuur heeft het vergoedingscomité krachtens artikel 7:100 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de statuten eveneens de taak om aan de raad van bestuur aanbevelingen te formuleren over het remuneratiebeleid en de individuele remuneratie van de leden van het college van dagelijks bestuur en de bestuurders. Daarnaast stelt het vergoedingscomité een remuneratieverslag, dat wordt voorgelegd (adviserende stem) aan de gewone algemene vergadering. Het remuneratieverslag is een deel van deze Corporate Governance Verklaring (zie verder).

Het vergoedingscomité van Elia Group is zeven keer bijeengekomen in 2020.

Aanwezigheid Elia Group
Luc De Temmerman, voorzitter 7/7
Roberte Kesteman 7/7
Dominique Offergeld 7/7
Kris Peeters15 4/4
Saskia Van Uffelen 7/7

Eenmaal per jaar evalueert de vennootschap haar kaderpersoneel in overeenstemming met haar performancemanagementbeleid. Dit beleid is ook van toepassing op de leden van het college van dagelijks bestuur. Het vergoedingscomité heeft de voorgestelde collectieve en individuele doelstellingen voor het college van dagelijks bestuur voor 2020 goedgekeurd. Op deze manier evalueert het vergoedingscomité de leden van het college van dagelijks bestuur op basis van een aantal kwantitatieve en kwalitatieve collectieve en individuele doelstellingen, eveneens rekening houdend met de feedback van de interne en externe stakeholders.

Het huidige remuneratiebeleid betreffende het variabele gedeelte van de vergoedingen van het college van dagelijks bestuur houdt rekening met de invoering van de meerjarentarieven. Het gevolg hiervan is dat het remuneratiebeleid voor de leden van het college van dagelijks bestuur onder andere een jaarlijkse variabele vergoeding en een deelneming op lange termijn (long term incentive of LTI) omvat, gespreid over de duur van de meerjarige regelgeving. De jaarlijkse variabele vergoeding die verband houdt met de strategie van Elia Group bestaat uit twee delen: de realisatie van kwantitatieve collectieve doelstellingen en de persoonlijke prestaties, waaronder de voortgang in nettowinst, opex efficiency, collectieve infrastructuurprojecten, beveiliging en AIT ('Average Interruption Time' - gemiddelde tijd van onderbreking van de elektriciteitsvoorziening). Daarnaast voorziet het vergoedingsbeleid ook in de toekenning van uitzonderlijke cashbonussen voor specifieke projecten in specifieke, eenmalige gevallen.

Naast zijn gebruikelijke bevoegdheden ter ondersteuning van de raad van bestuur heeft het auditcomité, krachtens artikel 7:99 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de statuten, met name de volgende taken:

  • de rekeningen onderzoeken en de controle van het budget waarnemen;
  • monitoring van het financiële verslaggevingsproces;
  • monitoring van de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de vennootschap;
  • monitoring van de interne audit en van zijn doeltreffendheid;
  • monitoring van de wettelijke controle van de jaarrekening, inclusief opvolging van de vragen en aanbevelingen geformuleerd door de commissarissen en, in voorkomend geval, door de bedrijfsrevisor die instaat voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening;
  • beoordeling en monitoring van de onafhankelijkheid van de commissarissen en, in voorkomend geval, van de bedrijfsrevisor die instaat voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening, waarbij met name wordt gelet op de verlening van bijkomende diensten aan de vennootschap;
  • het formuleren van een voorstel aan de raad van bestuur voor de (her)benoeming van de commissarissen, alsook aanbevelingen doen aan de raad van bestuur aangaande de voorwaarden van hun aanstelling;
  • in voorkomend geval, een onderzoek instellen naar de kwesties die aanleiding geven tot de ontslagname van de commissarissen en aanbevelingen doen aangaande alle acties die in dat verband vereist zijn;
  • de aard en de reikwijdte nagaan van de niet-auditdiensten die door de commissarissen werden verstrekt;
  • de doeltreffendheid van het extern auditproces beoordelen.

Krachtens artikel 3:6, §1, 9° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen moet dit verslag de verantwoording bevatten van de onafhankelijkheid en van de deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit van ten minste één lid van het auditcomité. Het huishoudelijk reglement van het auditcomité bepaalt in dit opzicht dat alle leden van het auditcomité over voldoende noodzakelijke ervaring en competenties beschikken om de rol van het auditcomité te kunnen vervullen, met name op het vlak van boekhouding, audit en financiën. Volgens het huishoudelijk reglement van het auditcomité moet de beroepservaring van minstens twee leden van het auditcomité in dit verslag worden toegelicht.

De ervaring van Michel Allé, de voorzitter van het auditcomité, alsook van Dominique Offergeld, lid van het auditcomité, wordt hieronder in detail beschreven.

Michel Allé (niet-uitvoerend onafhankelijk bestuurder van Elia Group, Elia Transmission Belgium en Elia Asset sinds 17 mei 2016 en voorzitter van het auditcomité) is van opleiding burgerlijk ingenieur in de fysica en heeft ook een master in de

Vergoedingscomité Auditcomité

Tijdens het boekjaar 2020 heeft het vergoedingscomité het remuneratiebeleid van de groep herzien en de LTI. De toekenning van een LTI moet bijdragen tot het behoud van ons management en is dus een belangrijk element om onze langetermijnstrategie te helpen verwezenlijken. Het vergoedingscomité zal het nieuwe remuneratiebeleid ter goedkeuring voorleggen aan de gewone algemene vergadering van 18 mei 2021 (zie ook het remuneratieverslag voor uitleg over de aanbevelingen 7.6 en 7.9 van de Corporate Governance Verklaring 2020).

Gelet op aanbeveling 7.6 van de Corporate Governance Code 2020 heeft het vergoedingscomité in 2020 verder onderzocht of aan de leden van de raad van bestuur met ingang van 2021 een op aandelen gebaseerde vergoeding moet worden toegekend.

De raad van bestuur heeft besloten de aanbeveling van of het vergoedingscomité te volgen en dat een vergoeding in aandelen niet geschikt is binnen Elia Group, aangezien (i) de activiteiten van Elia van nature zo georganiseerd zijn dat ze een laag risicoprofiel hebben en gericht zijn op de lange termijn en (ii) de structuur van het aandeelhouderschap gebaseerd is op een referentieaandeelhouderschap dat uiteraard streeft naar lange termijn doelstellingen en duurzaamheidsdoelstellingen.

Naast deze bepaling (en in afwijking van bepaling 7.9 van de Corporate Governance Code 2020), heeft de raad van bestuur besloten geen minimumdrempel op te leggen voor het aandelenbezit van de leden van het college van dagelijks bestuur. De raad van bestuur is immers van oordeel dat de wijze waarop de remuneratie van de leden van het college van dagelijks bestuur is gestructureerd, voldoende bijdraagt tot de langetermijnbelangen en de duurzaamheid van de vennootschap. Bovendien garandeert de vaste bezoldiging de inzet in moeilijkere tijden, terwijl de variabele bezoldiging de ambitie waarborgt om de prestatiecriteria te halen die de strategie van de vennootschap vertalen.

economie (beide behaald aan de Université Libre de Bruxelles). Behalve zijn academische carrière als professor economie en financiën (Solvay Brussels School, Polytechnische school van de ULB) heeft hij vele jaren gewerkt als financieel directeur. In 1979 begon hij zijn carrière bij de diensten van de Belgische eerste minister, als adviseur in de afdeling voor de planning van het wetenschapsbeleid. Vanaf 1982 was hij directeur van het nationale R&D-programma inzake energie en daarna directeur van innovatieve ondernemingen. In 1987 voegde hij zich bij de Cobepa Group, waar hij verschillende functies uitoefende en met name vicevoorzitter was van Mosane van 1992 tot 1995. Van 1995 tot 2000 was hij lid van het directiecomité van de Cobepa Group. Daarna was hij financieel directeur van BIAC (tussen 2001 en 2005) en van de NMBS (tussen 2005 en 2015). Hij heeft ook ruime ervaring als bestuurder, aangezien hij met name bestuurder was of nog is bij Telenet, Zetes, Eurvest (Nicols) en D'Ieteren. Hij was voorzitter van het auditcomité van Zetes.

Dominique Offergeld (niet-uitvoerend niet-onafhankelijk bestuurder van Elia Group, Elia Transmission Belgium en Elia Asset) behaalde een diploma in economische en sociale wetenschappen (richting openbare economie) aan de Université Notre Dame de la Paix in Namen. Ze volgde meerdere extra-universitaire programma's, waaronder het General Management Program aan het Cedep (INSEAD) in Fontainebleau (Frankrijk). Ze begon haar carrière in 1988 bij de Generale Bank (nu BNP Paribas Fortis), in het departement bedrijfsfinanciering en werd in 1999 benoemd tot deskundige van de viceminister-president en minister van economische zaken van het Waals Gewest. In 2001 werd ze adviseur van de vicepremier en van de minister van buitenlandse zaken. Tussen 2004 en 2005 was ze adjunct-directeur van het kabinet van de minister van energie, vervolgens werd ze in 2005 algemeen adviseur van de NMBS-Holding. Ze was bestuurder van (onder andere) Publigas en regeringscommissaris bij Fluxys. Ze was ook voorzitster van de raad van bestuur en het auditcomité van de NMBS. Tussen 2014 en 2016 was ze directrice van de strategische cel van de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Ze was financieel directrice van ORES, een functie die ze ook tussen 2008 en 2014 uitoefende en die ze opnieuw uitoefent sinds augustus 2016.

Het auditcomité is bevoegd om een onderzoek in te stellen in alle aangelegenheden die het aanbelangt. Het beschikt daartoe over de nodige werkmiddelen, heeft toegang tot alle informatie, met uitzondering van de vertrouwelijke commerciële gegevens betreffende de netgebruikers en kan advies inwinnen bij interne en externe experts.

Het auditcomité heeft in 2020 vijf keer vergaderd.

Aanwezigheid Elia Group
Michel Allé, Voorzitter 5/5
Frank Donck 5/5
Roberte Kesteman 5/5
Dominique Offergeld 5/5
Rudy Provoost 5/5

Het comité heeft de jaarrekeningen van 2019 onderzocht, zowel in Belgian GAAP als in IFRS. Het heeft ook de halfjaarlijkse resultaten van 30 juni 2020 en de kwartaalresultaten van 2020 geanalyseerd conform de Belgian GAAP en de IFRS-regels. Het auditcomité was ook verantwoordelijk voor de selectieproce dure die werd georganiseerd voor de aanstelling van de nieuwe commissarissen omdat het mandaat van de vorige commissa rissen ten einde liep na de gewone algemene vergadering van Elia Group met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.

Voorts heeft het auditcomité de risicobeheersactiviteit opge volgd, waaronder de potentiële risico's in verband met COVID-19 op de activiteiten van de groep.

Het Auditcomité heeft kennisgenomen van de uitgevoerde interne audits en aanbevelingen. Het auditcomité volgt daar naast een actieplan voor elke uitgevoerde audit, om de efficiën tie, de traceerbaarheid en sensibilisering voor de geauditeerde domeinen te verbeteren en bijgevolg de eraan verbonden risico's te beperken en te verzekeren dat de controleomgeving en het risicobeheer adequaat zijn. Het auditcomité heeft de verschillende actieplannen opgevolgd vanuit verschillende invalshoeken (planning, resultaten, prioriteiten) en dit, onder andere, op basis van een activiteitenverslag van de dienst interne audit. Het auditcomité heeft kennisgenomen van de strategische risico's en risicoanalyses ad hoc op basis van de omgeving waarin de groep evolueert. Het auditcomité heeft regelmatig onderzocht of de niet-auditdiensten voldoen aan de wettelijke vereisten.

Benoemingscomité

Naast zijn gebruikelijke bevoegdheden ter ondersteuning van de raad van bestuur geeft het benoemingscomité adviezen en ondersteuning aan de raad van bestuur betreffende de benoe ming van de bestuurders, van de Chief Executive Officer en van de leden van het college van dagelijks bestuur.

Het benoemingscomité heeft in 2020 zeven keer vergaderd.

Aanwezigheid Elia Group
Luc Hujoel, voorzitter 7/7
Luc De Temmerman 7/7
Frank Donck 7/7
Jane Murphy 7/7
Kris Peeters16 5/5

In overeenstemming met zijn statutaire bevoegdheden heeft het benoemingscomité zich in het bijzonder gebogen over de volgende aangelegenheden: naleving van de vereisten op het vlak van de volledige ontvlechting van de eigendomsstructuren ('full ownership unbundling') met betrekking tot de niet-uitvoe rende bestuurders (artikel 13 van de statuten van Elia Group), voorstel tot herbenoeming van niet-uitvoerende onafhankelijke

bestuurders, opvolging van toekomstige te hernieuwen man daten van de raad van bestuur, adviezen met betrekking tot de samenstelling van het college van dagelijks bestuur en in het bijzonder met betrekking tot de benoeming van Stefan Kap ferer (TSO Head 50Hertz) en Michaël von Roeder (Chief Digital Officer), verslag van de Compliance Officer en voorbereiding van de corporate governance verklaring. Ook de governances tructuur van de Groep werd besproken.

De samenstelling van het benoemingscomité respecteert de bepaling van 4.19 van de Corporate Governance Code 2020 maar wijkt af van de statuten van de vennootschap.

Strategisch comité

Op 28 juli 2020, naar aanleiding van de nieuwe rol van Elia Group na de reorganisatie van de groep, heeft de raad van bestuur beslist dat het strategisch comité, naast zijn statu taire bevoegdheden, de raad van bestuur zal bijstaan door aanbevelingen en adviezen te formuleren over de activiteiten inzake "business development", alsook over het internationaal investeringsbeleid van de vennootschap in de ruimste zin (met inbegrip van haar financiering).

Naar aanleiding van de uitbreiding van de bevoegdheden van het strategisch comité, heeft de raad van bestuur beslist de samenstelling van dit comité te herzien. Het comité is bijgevolg, sinds 28 juli 2020, samengesteld uit Geert Versnick (Voorzit ter), Michel Allé, Bernard Gustin, Luc Hujoel en Rudy Provoost. Daarenboven werden Claude Grégoire en Dominique Offergeld uitgenodigd om alle vergaderingen van het strategisch comité bij te wonen als «permanente gasten».

De raad van bestuur van 9 februari 2021 heeft beslist Claude Grégoire te benoemen als lid van het strategisch comité en Luc Hujoel te benoemen als permanente gast van het strategisch comité.

Het strategisch comité heeft in 2020 twee keer vergaderd.

Aanwezigheid Elia Group
Geert Versnick, voorzitter 2/2
Michel Allé 2/2
Bernard Gustin 2/2
Claude Grégoire 2/2
Luc Hujoel 2/2
Dominique Offergeld 2/2
Rudy Provoost 1/2

College van dagelijks bestuur

  • 1 Chris Peeters Chief Executive Officer and TSO Head Elia
  • 2 Catherine Vandenborre Chief Financial Officer
  • 3 Stefan Kapferer * TSO Head 50 Hertz
  • 4 Peter Michiels Chief Human Resources, Internal Communication Officer, Chief Alignment Officer
  • 5 Michael Freiherr Roeder von Diersburg * Chief Digital Officer
  • * benoemd tot lid van het college van dagelijks bestuur met ingang van 28 juli 2020.

2

Zoals hierboven vermeld, heeft Elia Group een monistische structuur als bestuursmodel. In overeenstemming met de mogelijkheid voorzien door artikel 7:121 van het Belgisch Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en volgens haar statuten, heeft de raad van bestuur het dagelijks bestuur gedelegeerd aan een college.

Het college van dagelijks bestuur is, binnen de perken van de regels en beginselen van algemeen beleid en de beslissingen aangenomen door de raad van bestuur van de vennootschap, belast met alle handelingen en de beslissingen die niet verder reiken dan de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap, evenals de handelingen en de beslissingen die om reden van het minder belang dat ze vertonen of omwille van hun spoedeisend karakter de tussenkomst van de raad van bestuur niet rechtvaardigen, met inbegrip van:

het dagelijks bestuur van de vennootschap, daarin begrepen alle commerciële, technische, financiële, regulatoire en personeelsaangelegenheden verbonden aan dit dagelijks bestuur, met inbegrip van onder meer alle verbintenissen (i) wanneer het bedrag kleiner is dan of gelijk is aan vijftien miljoen euro (15.000.000 EUR) of (ii) wanneer het bedrag alsook de belangrijkste kenmerken ervan uitdrukkelijk voorzien zijn in het jaarlijks budget;

de regelmatige rapportering aan de raad van bestuur over zijn beleidsactiviteiten in de vennootschap in uitvoering van de bevoegdheden toegekend overeenkomstig artikel 17.3 van de statuten, met inachtneming van de wettelijke beperkingen op het vlak van de toegang tot de commerciële en andere confidentiële gegevens betreffende de netgebruikers en de verwerking ervan en het voorbereiden van de beslissingen van de raad van bestuur waaronder met name:

  • (a) de tijdige en accurate voorbereiding van de jaarrekeningen en andere financiële informatie van de vennootschap, overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen en het beleid van de vennootschap, en de passende communicatie hierover;
  • (b) de voorbereiding van de adequate publicatie van belangrijke niet-financiële informatie over de vennootschap;
  • (c) de voorbereiding van de financiële informatie hernomen in de halfjaarlijkse verklaringen die voorgelegd zullen worden aan het auditcomité voor advies aan de raad van bestuur in het kader van zijn algemene taak van monitoring van het financiële verslaggevingsproces;
  • (d) de implementatie van interne controles en risicobeheer gebaseerd op het kader dat goedgekeurd werd door de raad van bestuur, onverminderd de opvolging van de implementatie binnen dit kader door de raad van bestuur en van het daartoe door het auditcomité verrichte onderzoek;
  • (e) het voorleggen aan de raad van bestuur van de financiële situatie van de vennootschap;
  • (f) het ter beschikking stellen van de informatie die de raad van bestuur nodig heeft om zijn taken uit te voeren, in het bijzonder door voorstellen voor te bereiden inzake de beleidsmateries bepaald in artikel 17.2 van de statuten (zie de bevoegdheden van de raad van bestuur hierboven);

GRI 102-20

Het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) van Elia Group is een verantwoordelijkheid van de Chief Community Relations Officer.

Wijziging van de samenstelling van het college van dagelijks bestuur

Op 28 juli 2020 hebben Markus Berger, Patrick De Leener, Frédéric Dunon, Pascale Fonck en Ilse Tant hun vrijwillig ontslag ingediend en op diezelfde datum heeft de raad van bestuur Stefan Kapferer en Michael von Roeder benoemd tot leden van het dagelijks bestuur.

Bovendien is de samenstelling van het college van dagelijks bestuur in het algemeen gebaseerd op genderdiversiteit en diversiteit, evenals op de complementariteit van vaardigheden, ervaringen kennis.

Bij de zoektocht naar en benoeming van nieuwe leden wordt bijzondere aandacht besteed aan diversiteitsparameters in termen van leeftijd, geslacht en complementariteit.

Diversiteit in het college van dagelijks bestuur

Aantal personen in het college van
dagelijks bestuur op 31 december 2020
Eenheid 2020
35 < 54 jaar 4
Mannen ≥ 55 jaar 0
35 < 54 jaar 1
Vrouwen ≥ 55 jaar 0

Gedragscode

Na de inwerkingtreding van de Europese Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik heeft Elia Group haar gedragscode aangepast. Deze gedragscode is gericht op het voorkomen van mogelijke inbreuken op de wetgeving betreffende misbruik van voorkennis en marktmanipulatie door de personeelsleden en personen met leidinggevende verantwoordelijkheid binnen de groep. De gedragscode legt een reeks regels en meldingsplichten op voor de transacties door deze personen met hun effecten van Elia Group, conform de bepalingen in de Verordening betreffende marktmisbruik en de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en andere financiële diensten. Deze gedragscode is beschikbaar op de website www.elia.be (onder 'Bedrijf', 'Corporate Governance', 'Documenten').

de regelmatige rapportering aan de raad van bestuur over zijn beleid in de door de raad van bestuur aangeduide key-dochtervennootschappen en de jaarlijkse rapportering aan de raad van bestuur over zijn beleid in de overige dochtervennootschappen en over het beleid in de vennootschappen waarin de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhoudt;

alle beslissingen inzake procedures (zowel voor de Raad van State en andere administratieve rechtscolleges als voor de gewone rechtbanken en inzake arbitrage) en met name beslissingen, in naam en voor rekening van de vennootschap, om beroepen in te dienen, te wijzigen of in te trekken en om één of meerdere advocaten aan te duiden om de vennootschap te vertegenwoordigen;

alle andere bevoegdheden gedelegeerd door de raad van bestuur.

Het college van dagelijks bestuur beschikt over alle nodige bevoegdheden, inclusief de bevoegdheid van vertegenwoordiging, en voldoende bewegingsruimte om de bevoegdheden uit te oefenen die aan hem werden gedelegeerd en om een bedrijfsstrategie voor te stellen en toe te passen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de raad van bestuur.

Het college van dagelijks bestuur houdt over het algemeen ten minste twee keer per maand een formele vergadering. De leden komen ook wekelijks samen in het kader van informele vergaderingen. Een lid van het college van dagelijks bestuur dat niet aanwezig kan zijn, verleent gewoonlijk een volmacht aan een ander lid van het college van dagelijks bestuur. Een volmacht kan via elk schriftelijk communicatiemiddel (waarvan de authenticiteit redelijkerwijs identificeerbaar is) aan een ander lid van het college van dagelijks bestuur gegeven worden, in overeenstemming met het huishoudelijk reglement van het college van dagelijks bestuur. Geen enkel lid mag echter meer dan twee volmachten hebben.

In 2020 heeft het college van dagelijks bestuur 20 keer vergaderd.

Het college van dagelijks bestuur brengt elk kwartaal verslag uit aan de raad van bestuur over de financiële situatie van de vennootschap (meer bepaald over de overeenstemming tussen het budget en de vastgestelde resultaten). Het brengt ook op elke vergadering van de Raad van Bestuur verslag uit over het beheer door de groep van de activiteiten van het transmissienet in de belangrijkste Belgische en Duitse filialen van de groep (Elia Transmission Belgium/ Elia Asset en 50Hertz Transmission GmbH). In het kader van zijn rapportering in 2020, heeft college van dagelijks bestuur de raad van bestuur op de hoogte gehouden van de financiële situatie van de vennootschap/groep, de opvolging van haar investeringsprogramma, de evolutie van de beurskoers, de evolutie van de markt in het activiteitendomein van de groep, de strategische kwesties, de voornaamste beslissingen van de regulatoren en de overheden, de opvolging en de ontwikkeling van de grote investeringsprojecten, de opvolging van de infrastructuur van de groep, de veiligheids- en beveiligingskwesties, het onderhoud en de operaties, de klantentevredenheid en de aangelegenheden in verband met human resources. Het college van dagelijks bestuur volgt ook de belangrijkste risico's van de groep op en de maatregelen om die te beperken.

Corporate governance charter en huishoudelijke reglementen van de raad van bestuur, van de adviserende comités van de raad van bestuur en van het college van dagelijks bestuur

Het Corporate Governance Charter en de huishoudelijke reglementen van de raad van bestuur, de adviserende comités van de raad van bestuur en het college van dagelijks bestuur zijn beschikbaar op de website (www.elia.be onder 'bedrijf', 'Corporate Governance', 'Documenten'). De verantwoordelijkheden van de raad van bestuur en van het college van dagelijks bestuur worden uitvoerig beschreven in de statuten van de vennootschap en worden derhalve niet herhaald in het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur en het college van dagelijks bestuur.

Elia Group heeft in maart 2021 de laatste hand gelegd aan een nieuwe versie van het Corporate Governance Charter om in overeenstemming te zijn met de nieuwe structuur en governance van de groep, de wijzigingen die zijn ingevoerd door het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de Corporate Governance Code 2020.

Reglementering inzake transparantie - kennisgeving

OPENBAARMAKING VAN BELANGRIJKE DEELNEMINGEN OP BASIS VAN DE WET VAN 2 MEI 2007 OP BELANGRIJKE PARTICIPATIES

In 2020 heeft Elia Group geen kennisgevingen ontvangen in de zin van de wet van 2 mei 2007 betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen, en in de zin van het koninklijk besluit van 14 februari 2008 betreffende de openbaarmaking van belangrijke participaties.

Overeenkomstig artikel 15 van de wet van 2 mei 2007 heeft Elia Group op 22 december 2020, naar aanleiding van de kapitaalverhoging voorbehouden aan zijn personeel en aan het personeel van zijn Belgische dochterondernemingen en de uitgifte van 67.757 nieuwe aandelen, bekendgemaakt dat zij in totaal 68.720.695 aandelen heeft uitgegeven. Zie het persbericht gepubliceerd op www.eliagroup.eu, (onder 'Nieuws', 'Persberichten', 'Gereguleerde informatie').

Overeenkomstig artikel 3:6, §2, 7° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maakt Elia Group hierna de elementen bekend die bedoeld zijn in artikel 34 van het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.

Categorie A- en Categorie C-aandelen worden respectievelijk aangehouden door Publipart NV en Publi-T CVBA.

Overeenkomstig artikel 4.3 van de statuten van Elia Group hebben alle aandelen van de vennootschap dezelfde rechten, ongeacht de categorie waartoe ze behoren, behoudens wanneer de statuten hierover anders bepalen.

BEPERKING OP DE OVERDRACHTEN VAN EFFECTEN

De artikelen 4.3 en 4.4 van de statuten voorzien in beperkingen met betrekking tot het aandeelhouderschap van elektriciteits- en/of aardgasbedrijven in de zin van de Belgische wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de Belgische wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen of indien zij op een andere wijze een van de functies vervullen van productie of levering van elektriciteit en/ of aardgas.

Bovendien zijn de categorie A- en de categorie C-aandelen onderworpen aan een voorkoopsrecht ten gunste van respectievelijk de categorie C- en de categorie A-aandeelhouders, overeenkomstig artikel 9 van de statuten van de vennootschap.

HOUDERS VAN EFFECTEN WAARAAN BIJZONDERE ZEGGENSCHAPSRECHTEN VERBONDEN ZIJN

Zie hierboven de rechten van Categorieën A- en C- aandeelhouders.

HET MECHANISME VOOR DE CONTROLE VAN ENIG AAN-DELENPLAN VOOR WERKNEMERS WANNEER DE ZEGGEN-SCHAPSRECHTEN NIET RECHTSTREEKS DOOR DE WERKNE-MERS WORDEN UITGEOEFEND

Er is geen aandelenplan voor werknemers met een dergelijk mechanisme.

BEPERKING VAN DE UITOEFENING VAN HET STEMRECHT

Overeenkomstig artikel 4.3 van de statuten worden de stemrechten verbonden aan de aandelen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden aangehouden door elektriciteits- en/of aardgasbedrijven in de zin van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt respectievelijk de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, geschorst.

Bovendien stelt het artikel 11.2 van de statuten van de vennootschap dat de vennootschap de uitoefening kan schorsen van de rechten verbonden aan de effecten die het voorwerp zijn van mede-eigendom, vruchtgebruik of pandgeving totdat één enkele persoon ten aanzien van de vennootschap is aangewezen als drager van deze rechten.

AANDEELHOUDERSOVEREENKOMSTEN

De vennootschap is niet op de hoogte van bepalingen in een aandeelhoudersovereenkomst die de overdracht van aandelen of de uitoefening van stemrechten anders regelt dan voorzien in de statuten.

DE BENOEMING EN DE VERVANGING VAN BESTUURDERS

De benoeming en de vervanging van de bestuurders worden geregeld door de artikelen 12 en 13 van de statuten. De belangrijkste bepalingen ervan zijn hierboven beschreven.

DE REGELS VOOR WIJZIGING VAN DE STATUTEN

De regels voor de wijziging van de statuten van de vennootschap zijn vervat in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen alsook in artikel 29 van de statuten.

Totaal kapitaal
€ 1.714.022.247,52
Totaal aantal stemrechtverlenende effecten (per categorie) % van het totaal kapitaal
categorie A 1.717.600 2,50%
categorie B 36.281.025 52,80%
categorie C 30.722.070 44,70%
TOTAAL 68.720.695
Totaal aantal stemrechten (per categorie) % van de totale stemrechten
categorie A 1.717.600 2,50%
categorie B 36.281.025 52,80%
categorie C 30.722.070 44,70%
TOTAAL (= DENOMINATOR) 68.720.695

Elementen die openbaar moeten worden gemaakt overeenkomstig artikel 34 van het koninklijk besluit van 14 november 2007

KAPITAALSTRUCTUUR

Per 31 december 2020 bedroeg het kapitaal van de vennootschap € 1.714.022.247,52, vertegenwoordigd door in totaal 68.720.695 aandelen, waaronder 1.717.600 Categorie A-aandelen (2,50% van het totale aandelenkapitaal en stemrechten), 36.281.025 Categorie B-aandelen (52,80% van het totale aandelenkapitaal en stemrechten) en 30.722.070 Categorie C-aandelen (44,70% van het totale aandelenkapitaal en stemrechten). Alle aandelen hebben geen nominale waarde en zijn volledig volgestort.

In dit verband bepalen de statuten dat bepaalde specifieke rechten zijn verbonden aan de aandelen van categorie A en van categorie C met betrekking tot (i) de benoeming van leden van de raad van bestuur (artikel 13.2) en (ii) de goedkeuring van beslissingen van de algemene vergadering (artikelen 28.2 en 33.1).

De statuten kunnen worden gewijzigd door een buitengewone algemene vergadering die voor dat doel bijeengeroepen wordt. Het voorwerp van de voorgestelde wijzigingen moet op de agenda worden vermeld.

De buitengewone algemene vergadering zal een dergelijk besluit slechts geldig kunnen nemen indien ten minste 50% van het maatschappelijk kapitaal aanwezig of vertegenwoordigd is en met een meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen. Indien het aanwezigheidsquorum op een eerste algemene vergadering niet wordt behaald, kan een tweede algemene vergadering worden bijeengeroepen die zal beslissen zonder aanwezigheidsquorumvereiste.

Indien de statutenwijzigingen betrekking hebben op de rechten verbonden aan een of meer soorten aandelen, gelden de bovenvermelde quorum- en meerderheidsvereisten binnen elke soort aandelen.

Voor bepaalde specifieke aangelegenheden (bv. wijziging van het doel van de vennootschap) kunnen hogere stemmeerderheden gelden.

Volgens artikel 28.2 van de statuten, zolang de aandelen categorie C meer dan vijfentwintig procent (25%) van het totale aantal aandelen vertegenwoordigen, kan geen enkele beslissing door de algemene vergadering worden genomen, onverminderd de meerderheid bepaald in deze statuten en in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, tenzij dergelijke beslissing wordt goedgekeurd door een meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde categorie C-aandelen. Indien bij een kapitaalverhoging van de vennootschap de aandelen categorie C verwateren en niet langer meer dan vijfentwintig procent (25%) van het totale aantal aandelen vertegenwoordigen, zullen de categorie C-aandelen het voormelde recht behouden zolang de categorie C-aandelen meer dan vijftien procent (15%) van het totale aantal aandelen vertegenwoordigen.

DE BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUURSORGAAN VAN DE RAAD VAN BESTUUR, MET NAME WAT DE MOGELIJKHEID TOT UITGIFTE OF INKOOP VAN AANDELEN BETREFT

Zie bladzijde 5-6 voor een beschrijving van de bevoegdheden van de raad van bestuur.

Op 31 december 2020, heeft de algemene vergadering de raad van bestuur niet gemachtigd om eigen aandelen van Elia Group te verwerven.

BELANGRIJKE OVEREENKOMSTEN OF EFFECTEN DIE KUN-NEN WORDEN BEÏNVLOED DOOR EEN WIJZIGING IN DE ZEGGENSCHAP OVER DE VENNOOTSCHAP

Er zijn geen dergelijke overeenkomsten.

OVEREENKOMSTEN TUSSEN ELIA GROUP EN HAAR BESTUURDERS OF WERKNEMERS DIE IN VERGOEDINGEN VOORZIEN WANNEER DE BESTUURDERS ONTSLAG NEMEN OF ZONDER GELDIGE REDEN MOETEN AFVLOEIEN OF WAN-NEER DE TEWERKSTELLING VAN DE WERKNEMERS BEËIN-DIGD WORDT TEN GEVOLGE VAN EEN OVERNAMEBOD

Er werden geen specifieke ontslagregelingen overeengekomen buiten het wettelijk kader.

OPENBAARMAKING OP BASIS VAN DE WET OP DE OPENBARE OVERNAMEBIEDINGEN VAN 1 APRIL 2007

Op 23 november 2007 heeft Publi-T aan de vennootschap meegedeeld dat zij op 1 september 2007 meer dan 30% van de effecten met stemrecht in de vennootschap aanhield. Er werd geen actualisering van deze kennisgeving gemeld tegen 1 september 2020.

De aandeelhouderstructuur per 31 december 2020, op basis van de transparantiekennisgevingen die Elia Group tot op die datum heft ontvangen, ziet er als volgt uit:

Aandeelhouder Aantal aandelen(= de noemer) Type aandelen*** % aandelen % stemrechten
Publi-T 30.806.445 aandelen klasse B en C 44,82% 44,82%
Publipart 2.280.231 aandelen klasse A en B** 3,32% 3,32%
Belfius Insurance 714.357 aandelen klasse B 1,04% 1,04%
Katoen Natie Group 4.228.344 aandelen klasse B 6,15% 6,15%
Interfin 2.598.143 aandelen klasse B 3,78% 3,78%
Overige free float 28.100.535 aandelen klasse B 40,89% 40,89%
TOTAAL 68.728.055 100% 100%

* Publi-T bezit een totaal van 30.806.445 aandelen, waarvan 30.722.070 aandelen van klasse C (en 84.375 aandelen van klasse B).

** Publipart bezit een totaal van 2.280.231 aandelen, waarvan 1.717.600 aandelen van klasse A (en 562.631 aandelen van klasse B).

*** Het kapitaal van de vennootschap is € 1.714.205.819,64 vertegenwoordigd door 68.728.055 aandelen. De aandelen zijn verdeeld in 3 categorieën van aandelen: 1.717.600 categorie A-aandelen; 36.288.385 categorie B-aandelen; en 30.722.070 categorie C-aandelen. Alle aandelen hebben identieke stem, dividend en liquidatie rechten, maar de categorie A en C-aandelen bevatten specifieke rechten met betrekking tot de benoeming van leden van de Raad van Bestuur en de goedkeuring van Aandeelhouders resoluties

Vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur en van het College van dagelijks bestuur

Inleiding

Dit remuneratieverslag heeft betrekking op de vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur en van het College van dagelijks bestuur van Elia Group gedurende boekjaar 2020. Dit remuneratieverslag is gebaseerd op het remuneratiebeleid dat sinds 2016 van toepassing is in de vennootschap.

Dit beleid is opgesteld door het Vergoedingscomité van Elia Group in 2016 en werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Elia Group voor de vergoeding van de leden het College van dagelijks bestuur. De vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 17 mei 2016, met bijkomende specificering voor de leden van het Strategisch Comité door de Algemene Vergadering van 15 mei 2018.

Het remuneratiebeleid, zoals dit werd goedgekeurd in 2016 en licht werd gewijzigd in 2018, kan worden geconsulteerd via de volgende hyperlink:

https://www.eliagroup.eu/nl/investor-relations/shareholders-meetings-overview/2018-shareholder-meeting-details

Het nieuwe remuneratiebeleid zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Elia Group op 18 mei 2021, in overeenstemming met artikel 7:89/1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Onder voorbehoud van goedkeuring door deze Algemene Vergadering, zal het van toepassing zijn vanaf 1 januari 2021.

1.1. TOTALE VERGOEDING VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR

De Raad van Bestuur van Elia Group is samengesteld uit 14 niet-uitvoerende leden.

Gedurende boekjaar 2020 waren alle leden van de Raad van Bestuur van Elia Group ook lid van de Raad van Bestuur van Elia Transmission Belgium en Elia Asset. Het huidige verslag geeft een overzicht van hun vergoeding voor al deze mandaten.

1.1.1. Vaste vergoeding

De vergoeding van de bestuurders bestaat uit een vaste jaarlijkse vergoeding van € 12.500 voor Elia Group, € 6.250 voor Elia Transmission Belgium en € 6.250 voor Elia Asset en een zitpenelk lid van een comité vastgelegd op € 750 per vergadering van een comité van Elia Group en op € 375 per vergadering van een comité van Elia Transmission Belgium en van Elia Asset. De vaste jaarlijkse vergoeding en de zitpenning worden verhoogd met 30% voor elke Voorzitter van een comité.

De leden van het Strategisch Comité (dat enkel bestaat binnen Elia Group) worden niet vergoed, met uitzondering van de Voorzitter, die wordt vergoed op dezelfde manier als de Voorzitters van de andere adviserende comités van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur besloot in juli 2020 om de samenstelling van het Strategisch Comité te wijzigen. De eerste vergadering van het nieuw samengestelde Strategisch Comité vond plaats in September 2020. Deze vergadering koos een nieuwe Voorzitter van het Strategisch Comité. Ingevolge de lopende besprekingen binnen het Vergoedingscomité over het remuneratiebeleid, heeft de nieuw benoemde Voorzitter voorgesteld de betaling van zijn vergoeding op te schorten totdat de Gewone Algemene Vergadering in 2021 een standpunt heeft ingenomen m.b.t. de vergoeding van de leden van het Strategisch Comité als onderdeel van de goedkeuring van een nieuw remuneratiebeleid dat voldoet aan de nieuwe wettelijke vereisten2.

De vaste jaarlijkse vergoedingen en de zitpenningen worden jaarlijks geïndexeerd in januari volgens de index van de consumptieprijzen van de maand januari 2016.

De vaste jaarlijkse vergoedingen en de zitpenningen dekken alle kosten, met uitzondering van (a) de kosten gemaakt door

1. Totale vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur en van het College van dagelijks bestuur

bestuurders met domicilie buiten België bij de uitoefening van hun mandaat (zoals vervoers- en verblijfskosten), voor zover die bestuurders buiten België gedomicilieerd zijn op het moment van hun benoeming of, indien de bestuurders in kwestie hun domicilie wijzigen na hun benoeming, na goedkeuring door het Vergoedingscomité, (b) van alle kosten gemaakt door bestuurders in geval een vergadering van de Raad van Bestuur buiten België wordt georganiseerd (bijvoorbeeld in Duitsland) en (c) van alle kosten gemaakt door bestuurders tijdens hun verplaatsingen naar het buitenland in het kader van hun mandaat, op verzoek van de Voorzitter of de Vice-Voorzitters van de Raad van Bestuur. Alle kosten en vergoedingen worden in rekening gebracht bij de exploitatiekosten van de vennootschap. In 2020 werden geen vergaderingen van de Raad van Bestuur georganiseerd buiten België en werden geen kosten betaald aan de bestuurders.

Alle vergoedingen worden evenredig in verhouding tot de duur van het bestuurdersmandaat toegekend.

Op het einde van elk eerste, tweede en derde kwartaal wordt een voorschot op de jaarlijkse vergoedingen aan de bestuurders betaald. In december van het lopende jaar wordt een eindafrekening gemaakt.

De tabel hieronder geeft de totale vaste vergoeding weer (inclusief indexatie) betaald aan elke bestuurder voor alle mandaten binnen de Elia Group tijdens het boekjaar 2020 in uitvoering van de hierboven uiteengezette regels.

Samenvatting van de belangrijkste veranderingen van Elia Group vanaf 1 januari 2020 in het licht van Project Topco

Voor een goed begrip van dit remuneratieverslag dient men er rekening mee te houden dat met ingang van 1 januari 2020 de interne reorganisatie van de Elia Group, die door de Algemene Vergadering van 8 november 2019 was goedgekeurd, effectief werd doorgevoerd. Vanaf 1 januari 2020 trad Elia Group op als moedervennootschap van enerzijds de vennootschappen die gereguleerde activiteiten uitoefenen in België (o.a. Elia Transmission Belgium / Elia Asset) en anderzijds de vennootschappen die hetzij gereguleerde activiteiten buiten België uitoefenen (o.a. 50Hertz), hetzij niet-gereguleerde activiteiten uitoefenen.

De samenstelling van de Raad van Bestuur van Elia Group is door deze reorganisatie niet gewijzigd. Om de strategie van de Elia Group op een adequate manier te kunnen ontwikkelen, werd echter beslist om de samenstelling van het College van dagelijks bestuur van Elia Group te wijzigen. Meer bepaald hebben vijf leden van het College van dagelijks bestuur vrijwillig ontslag genomen als lid van het College van dagelijks bestuur van Elia Group, maar zij hebben hun activiteiten binnen Elia Transmission Belgium / Elia Asset17 voortgezet. Daarnaast werden twee nieuwe leden benoemd als lid van het College van dagelijks bestuur van Elia Group.

ning per vergadering van de Raad van Bestuur van € 750 voor Elia Group, € 375 voor Elia Transmission Belgium en € 375 voor Elia Asset, te tellen vanaf de eerste vergadering van de Raad waaraan de bestuurder deelneemt. De vaste jaarlijkse vergoeding en de zitpenning worden verhoogd met 100% voor de Voorzitter van de Raad van Bestuur en met 30% voor elke Vice-Voorzitter van de Raad van Bestuur.

De vaste jaarlijkse vergoeding voor elk lid van het Auditcomité, het Vergoedingscomité en het Benoemingscomité (Elia Group), respectievelijk het Corporate Goverance Comité (Elia Transmission Belgium / Elia Asset) is vastgesteld op € 3.000 per jaar per comité van Elia Group en op € 1.500 per jaar per comité van Elia Transmission Belgium en Elia Asset. De zitpenning, te tellen vanaf de eerste vergadering waaraan het lid deelneemt, is voor

2 Cfr. artikel 7:89/1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

3 De vergoeding van Luc De Temmerman wordt uitgekeerd aan de vennootschap InDeBom Strategies Comm.V.

4 De vergoeding van Frank Donck wordt uitgekeerd aan de vennootschap Ibervest NV. 5 De vergoeding van Cécile Flandre wordt uitgekeerd aan de vennootschap Publi-T SCRL.

6 De vergoeding van Bernard Gustin wordt uitgekeerd aan de onderneming

Bernard Gustin SRL.

7 Bestuurder tot 19 mei 2020.

8 De vergoeding van Luc Hujoel wordt uitgekeerd aan de vennootschap Interfin SCRL.

9 De vergoeding van Roberte Kesteman wordt uitgekeerd aan de vennootschap Symvouli BV.

10 Bestuurder vanaf 19 mei 2020 tot 1 januari 2021.

11 De vergoeding van Saskia Van Uffelen wordt uitgekeerd aan de vennootschap Quadrature Conseil SRL.

12 De vergoeding van Geert Versnick wordt uitgekeerd aan de vennootschap Fleming Corporation BV.

Vaste vergoeding
Bestuurders Vaste jaarlijkse vergoeding Zitpenningen Totale vaste vergoeding
Michel ALLÉ € 35.415,70 € 21.060,00 € 56.475,70
Luc DE TEMMERMAN3 € 41.894,70 € 35.802,00 € 77.696,70
Frank DONCK4 € 39.951,00 € 29.160,00 € 69.111,00
Cécile FLANDRE5 € 26.993,00 € 8.100,00 € 35.093,00
Claude GRÉGOIRE € 35.090,90 € 11.583,00 € 46.673,90
Bernard GUSTIN6 € 53.986,00 € 21.060,00 € 75.046,00
Philip HEYLEN7 € 15.181,38 € 11.340,00 € 26.521,38
Luc HUJOEL8 € 35.415,70 € 26.325,00 € 61.740,70
Roberte KESTEMAN9 € 39.951,00 € 29.970,00 € 69.921,00
Jane MURPHY € 33.472,00 € 21.060,00 € 54.532,00
Dominique OFFERGELD € 39.951,00 € 29.160,00 € 69.111,00
Kris PEETERS10 € 24.769,62 € 21.060,00 € 45.829,62
Rudy PROVOOST € 33.472,00 € 19.183,87 € 52.655,87
Saskia VAN UFFELEN11 € 33.472,00 € 21.870,00 € 55.342,00
Geert VERSNICK12 € 35.090,90 € 13.689,00 € 48.779,90
TOTAAL € 542.106,90 € 320.422,87 € 844.529,77

De tabellen hieronder geven een gedetailleerd overzicht van de vaste vergoeding (inclusief indexatie) uitbetaald aan elke bestuurder voor de mandaten in respectievelijk Elia Group, Elia Transmission Belgium en Elia Asset.

17 Tot 28 juli 2020 maakten dhr. Markus Berger, dhr. Patrick De Leener, dhr. Frédéric Dunon, mevr. Pascale Fonck en mevr. Ilse Tant ook deel uit van het College van dagelijks bestuur van Elia Group. Zij hebben echter vrijwillig ontslag genomen uit deze functie met ingang vanaf 28 juli 2020 en ontvingen geen enkele vergoeding voor hun lidmaatschap van het College van dagelijks bestuur van Elia Group in het boekjaar 2020.

VASTE VERGOEDING VAN DE BESTUURDERS VAN ELIA GROUP

Raad van Bestuur Auditcomité Benoemingscomité Vergoedingscomité Strategisch Comité
Elia
Group
bestuurders
Vaste Vaste Vaste Vaste Vaste
jaarlijkse
vergoeding
Zitpennin
gen
jaarlijkse
vergoe
ding
Zitpennin
gen
jaarlijkse
vergoe
ding
Zitpennin
gen
jaarlijkse
vergoe
ding
Zitpennin
gen
jaarlijkse
vergoe
ding
Zitpennin
gen
Michel ALLÉ
Voorziter van het
Auditcomité
€ 13.497,00 € 5.670,00 € 4.210,70 € 5.265,00 - - - - € 0 € 0
Luc
DE TEMMERMAN
Voorzitter van
het Vergoedings
comité
€ 13.497,00 € 5.670,00 - - € 3.239,00 € 5.670,00 € 4.210,70 € 7.371,00 - -
Frank DONCK € 13.497,00 € 5.670,00 € 3.239,00 € 4.050,00 € 3.239,00 € 5.670,00 - - - -
Cécile FLANDRE € 13.497,00 € 4.050,00 - - - - - - - -
Claude GRÉGOIRE
Vice-Voorzitter
van de Raad van
Bestuur
€ 17.546,10 € 6.318,00 - - - - - - € 0 € 0
Bernard GUSTIN
Voorzitter van de
Raad van Bestuur
€ 26.994,00 € 11.340,00 - - - - - - € 0 € 0
Philip HEYLEN13 € 5.128,86 € 1.620,00 - - € 1.230,82 € 1.620,00 € 1.230,82 € 2.430,00 - -
Luc HUJOEL
Voorzitter van
het Benoemings
comité
€ 13.497,00 € 5.670,00 - - € 4.210,70 € 8.424,00 - - € 0 € 0
Roberte
KESTEMAN
€ 13.497,00 € 5.670,00 € 3.239,00 € 4.050,00 - - € 3.239,00 € 5.670,00 - -
Jane MURPHY € 13.497,00 € 5.670,00 - - € 3.239,00 € 5.670,00 - - - -
Dominique
OFFERGELD
€ 13.497,00 € 4.860,00 € 3.239,00 € 4.050,00 - - € 3.239,00 € 5.670,00 € 0 € 0
Kris PEETERS14 € 8.368,14 € 4.050,00 - - € 2.008,18 € 4.050,00 € 2.008,18 € 3.240,00 - -
Rudy PROVOOST
Voorzitter van
het Strategisch
Comité15
€ 13.497,00 € 5.670,00 € 3.239,00 € 4.050,00 - - - - € 0 € 553,87
Saskia
VAN UFFELEN
€ 13.497,00 € 5.670,00 - - - - € 3.239,00 € 5.670,00 - -
Geert VERSNICK
Vice-Voorzitter
van de Raad
van Bestuur en
Voorzitter van
het Strategisch
Comité
17.546,10 € 7.371,00 € - - - - - - 0 € 0 €

VASTE VERGOEDING VAN DE BESTUURDERS VAN ELIA TRANSMISSION BELGIUM

Elia
Transmission
Raad van Bestuur Auditcomité Corporate Governance
Comité
Vergoedingscomité
Belgium
Bestuurders
Vaste
jaarlijkse
vergoeding
Zitpenningen Vaste
jaarlijkse
vergoeding
Zitpenningen Vaste
jaarlijkse
vergoeding
Zitpenningen Vaste
jaarlijkse
vergoeding
Zitpenningen
Michel ALLÉ
Voorziter van het
Auditcomité
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 2.106,00 € 2.632,50 - - - -
Luc
DE TEMMERMAN
Voorzitter van
het Vergoedings
comité
€ 6.748,00 € 2.430,00 - - € 1.620,00 € 2.430,00 € 2.106,00 € 3.685,50
Frank DONCK € 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 € 1.620,00 € 2.430,00 - -
Cécile FLANDRE € 6.748,00 € 2.025,00 - - - - - -
Claude GRÉGOIRE
Vice-Voorzitter
van de Raad van
Bestuur
€ 8.772,40 € 2.632,50 - - - - - -
Bernard GUSTIN
Voorzitter van de
Raad van Bestuur
€ 13.496,00 € 4.860,00 - - - - - -
Philip HEYLEN16 € 2.564,24 € 810,00 - - € 615,60 € 810,00 € 615,60 € 1.215,00
Luc HUJOEL
Voorzitter van
het Benoemings
comité
€ 6.748,00 € 2.430,00 - - € 2.106,00 € 3.685,50 - -
Roberte
KESTEMAN
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 - - € 1.620,00 € 2.835,00
Jane MURPHY € 6.748,00 € 2.430,00 - - € 1.620,00 € 2.430,00 - -
Dominique
OFFERGELD
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 - - € 1.620,00 € 2.835,00
Kris PEETERS17 € 4.183,76 € 1.620,00 - - € 1.004,40 € 1.620,00 € 1.004,40 € 1.620,00
Rudy PROVOOST
Voorzitter van
het Strategisch
Comité17
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 - - - -
Saskia
VAN UFFELEN
€ 6.748,00 € 2.430,00 - - - - € 1.620,00 € 2.835,00
Geert VERSNICK
Vice-Voorzitter
van de Raad van
Bestuur en
Voorzitter van het
Strategisch Comité
€ 8.772,40 € 3.159,00 - - - - - -

VASTE VERGOEDING VAN DE BESTUURDERS VAN ELIA ASSET

Elia
Asset
Corporate Governance
Comité
Vergoedingscomité Comité de Gouvernance
d'Entreprise
Comité de Rénumération
Bestuurders Vaste jaar
lijkse vergoe
ding
Zitpenningen Vaste jaar
lijkse vergoe
ding
Zitpenningen Vaste jaar
lijkse vergoe
ding
Zitpenningen Vaste jaar
lijkse vergoe
ding
Zitpenningen
Michel ALLÉ
Voorziter van het
Auditcomité
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 2.106,00 € 2.632,50 - - - -
Luc
DE TEMMERMAN
Voorzitter van
het Vergoedings
comité
€ 6.748,00 € 2.430,00 - - € 1.620,00 € 2.430,00 € 2.106,00 € 3.685,50
Frank DONCK € 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 € 1.620,00 € 2.430,00 - -
Cécile FLANDRE € 6.748,00 € 2.025,00 - - - - - -
Claude GRÉGOIRE
Vice-Voorzitter
van de Raad van
Bestuur
€ 8.772,40 € 2.632,50 - - - - - -
Bernard GUSTIN
Voorzitter van de
Raad van Bestuur
€ 13.496,00 € 4.860,00 - - - - - -
Philip HEYLEN18 € 2.564,24 € 810,00 - - € 615,60 € 810,00 € 615,60 € 1.215,00
Luc HUJOEL
Voorzitter van
het Benoemings
comité
€ 6.748,00 € 2.430,00 - - € 2.106,00 € 3.685,50 - -
Roberte
KESTEMAN
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 - - € 1.620,00 € 2.835,00
Jane MURPHY € 6.748,00 € 2.430,00 - - € 1.620,00 € 2.430,00 - -
Dominique
OFFERGELD
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 - - € 1.620,00 € 2.835,00
Kris PEETERS19 € 4.183,76 € 1.620,00 - - € 1.004,40 € 1.620,00 € 1.004,40 € 1.620,00
Rudy PROVOOST
Voorzitter van
het Strategisch
Comité17
€ 6.748,00 € 2.430,00 € 1.620,00 € 2.025,00 - - - -
Saskia
VAN UFFELEN
€ 6.748,00 € 2.430,00 - - - - € 1.620,00 € 2.835,00
Geert VERSNICK
Vice-Voorzitter
van de Raad van
Bestuur en
Voorzitter van het
Strategisch Comité
€ 8.772,40 € 3.159,00 - - - - - -

De leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen enkele variabele vergoeding.

1.1.3. Pensioen

De leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen bijkomende vergoeding of bijdragen voor de financiering van eventuele pensioenkosten.

1.1.4. Andere onderdelen van de vergoeding

De leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen enkele andere vergoeding dan de vaste vergoeding.

1.1.5. Uitzonderlijke items

De leden van de Raad van Bestuur hebben in het boekjaar 2020 geen enkele niet-recurrente vergoeding ontvangen.

1.1.6. Totale vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur in 2019 en in 2020

De totale vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur bedroeg 844.529,77 EUR in 2020 en wordt weergegeven in de tabel onder titel 1.1.1, aangezien geen enkele andere vergoeding dan de vaste vergoeding werd betaald aan de leden van de Raad van Bestuur tijdens het boekjaar 2020.

De totale vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur bedroeg 861.045,20 EUR in 2019. Geen enkele andere vergoeding dan de vaste vergoeding werd betaald aan de leden van de Raad van Bestuur tijdens het boekjaar 2019.

1.2. TOTALE VERGOEDING VAN DE LEDEN VAN HET COLLEGE VAN DAGELIJKS BESTUUR

Het College van dagelijks bestuur van Elia Group bestaat uit vijf leden20.

Drie van hen (zijnde Chris Peeters – de Chief Executive Officer, Catherine Vandenborre – Chief Financial Officer en Peter Michiels - Chief Human Resources & Internal Communications Officer, Chief Alignment Officer) zetelen ook als lid van het College van dagelijks bestuur van Elia Transmission Belgium en van Elia Asset. Eén lid (zijnde Stefan Kapferer) is tevens CEO van 50Hertz en één lid (zijnde Michael von Roeder) is enkel lid van het College van dagelijks bestuur van Elia Group.

Alle leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Group hebben het statuut van werknemer21.

1.2.1. Vaste vergoeding

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale vaste vergoeding die enkel bestaat uit een vaste jaarlijkse vergoeding dat in contanten wordt uitbetaald, in 2020 van de leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Group voor de diensten die zij hebben geleverd aan een vennootschap van de Elia Group tijdens het boekjaar 2020.

Lid van het College van dagelijks bestuur Totale vaste vergoeding
uitbetaald door de Elia
Group
Chris PEETERS 409.585
Chief Executive Officer - Voorzitter
Catherine VANDENBORRE 304.473
Chief Financial Officer
Stefan KAPFERER 400.000
Chief Executive Officer 50Hertz
Michael VON ROEDER 250.000
Chief Digital Officer
Peter MICHIELS 214.351
Chief Human Resources & Internal
Communications Officer
Chief Alignment Officer
TOTAAL 1.578.409

1.2.2. Variabele vergoeding

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale variabele vergoeding van de leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Group voor de diensten die zij hebben geleverd aan een vennootschap van de Elia Group tijdens het boekjaar 2020.

Lid van het College Totale variabele vergoeding uit
betaald door de Elia Group
van dagelijks bestuur Eenjarige
variabele22
Meerjarige
variabele23
Chris PEETERS
Chief Executive Officer - Voorzitter 263.233 112.72924
Catherine VANDENBORRE
Chief Financial Officer
110.489 83.84325
Stefan KAPFERER
Chief Executive Officer 50Hertz
206.717 120.00026
Michael VON ROEDER
Chief Digital Officer
83.333 NA27
Peter MICHIELS
Chief Human Resources & Internal
Communications Officer
Chief Alignment Officer
75.767 62.76928
TOTAAL 739.539 379.341
  • 21 De arbeidsovereenkomsten van dhr. Chris Peeters, mevr. Catherine Vandenborre en dhr. Peter Michiels zijn onderworpen aan het Belgisch recht. De arbeidsovereenkomsten van dhr. Stefan Kapferer en dhr. Michael von Roeder zijn onderworpen aan het Duits recht.
  • 22 Het bedrag van de variabele kortetermijnvergoeding voor de leden van het College van dagelijks bestuur die ook lid zijn van het College van dagelijks bestuur van Elia Transmission Belgium en Elia Asset, omvat (i) een Bonus Pensioen Plan en (ii) een bedrag in contanten in uitvoering van de CAO 90.
  • 23 De in deze kolom vermelde bedragen hebben betrekking op de meerjarige variabele vergoeding die in het boekjaar 2020 werd toegekend en in 2022 zal worden uitbetaald, op voorwaarde dat het betrokken lid op 31 december 2021 nog steeds als lid van het College van dagelijks bestuur optreedt.
  • 24 Dit bedrag heeft betrekking op de meerjarige variabele vergoeding die tijdens het boekjaar 2020 werd toegekend en in 2022 zal worden uitbetaald, op voorwaarde dat het betrokken lid op 31 december 2021 nog steeds optreedt als lid van het College van dagelijks bestuur. Merk op dat dhr. Chris Peeters tijdens het boekjaar 2020 ook 243.418,54 EUR heeft ontvangen in het kader van zijn meerjarige variabele vergoeding die hem tijdens het boekjaar 2018-2019 werd toegekend.

25 Dit bedrag heeft betrekking op de meerjarige variabele vergoeding die tijdens het boekjaar 2020 werd toegekend en in 2022 zal worden uitbetaald, op voorwaarde dat het betrokken lid op 31 december 2021 nog steeds optreedt als lid van het College van dagelijks bestuur. Merk op dat de mevr. Catherine Vandenborre tijdens het boekjaar 2020 ook 245.595,07 EUR heeft ontvangen in het kader van haar meerjarige variabele vergoeding die haar tijdens het boekjaar 2018-2019 werd toegekend.

26 Dit bedrag heeft betrekking op de meerjarige variabele vergoeding die tijdens het boekjaar 2020 werd toegekend en in 2022 zal worden uitbetaald, op voorwaarde dat het betrokken lid op 31 december 2021 nog steeds optreedt als lid van het College van dagelijks bestuur.

27 Dhr. Michael von Roeder ontving geen meerjarige variabele vergoeding voor het jaar 2020.

28 Dit bedrag heeft betrekking op de meerjarige variabele vergoeding die tijdens het boekjaar 2020 werd toegekend en in 2022 zal worden uitbetaald, op voorwaarde dat het betrokken lid op 31 december 2021 nog steeds optreedt als lid van het College van dagelijks bestuur. Merk op dat dhr. Peter Michiels tijdens het boekjaar 2020 ook 124.167,37 EUR heeft

20 Gelieve te noteren dat dhr. Markus Berger, dhr. Patrick De Leener, dhr. Frédéric Dunon, mevr. Pascale Fonck en mevr. Ilse Tant tot 28 juli 2020 eveneens lid waren van het College van dagelijks bestuur van Elia Group. Zij hebben echter vrijwillig ontslag genomen uit deze functie met ingang van 28 juli 2020 en hebben geen vergoeding ontvangen voor hun lidmaatschap van het College van dagelijks bestuur van Elia Group in het boekjaar 2020.

Het bedrag van de gerapporteerde variabele vergoeding wordt betaald in contanten of als onderdeel van een optieplan.

Het remuneratiebeleid behandelt de bepaling van een passend evenwicht tussen vaste en variabele vergoeding, en tussen vergoeding in contanten en uitgestelde vergoeding.

In het licht van aanbeveling 7.10 van de Corporate Governance Code 2020, wordt de variabele kortetermijnvergoeding geplafonneerd op 75% voor de Chief Executive Officer en tussen 45 en 60% voor de andere leden van het College van dagelijks bestuur van de totale jaarlijkse vergoeding zoals gedefinieerd in artikel 3:6, §3, derde lid, 1°, a) van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In overeenstemming met artikel 17.9 van de statuten is de Raad van Bestuur afgeweken van de vereisten van artikel 7:91, tweede alinea van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

1.2.3. Pensioen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale pensioenbijdragen betaald voor de leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Group voor de diensten die zij hebben geleverd aan een vennootschap van de Elia Group tijdens het boekjaar 2020.

Alle pensioenplannen voor de leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Group voor hun diensten binnen de Elia Group tijdens het boekjaar 2020 waren van het type vaste bijdragen, waarbij het bedrag betaald vóór belastingen wordt berekend op basis van de jaarvergoeding.

Alle pensioenbijdragen zijn vast.

Lid van het College van dagelijks bestuur Totale
pensioenbijdragen
uitbetaald door de
Elia Group
Chris PEETERS 116.123
Chief Executive Officer - Voorzitter
Catherine VANDENBORRE
Chief Financial Officer
73.471
Stefan KAPFERER
Chief Executive Officer 50Hertz 120.000
Michael VON ROEDER
Chief Digital Officer NA
Peter MICHIELS
Chief Human Resources & Internal
Communications Officer
Chief Alignment Officer
48.871
TOTAAL 358.465

1.2.7. Totale vergoeding van de leden van het College van dagelijks bestuur in 2020

Vaste vergoeding Variabele vergoeding Relatieve
Lid van het College
van dagelijks bestuur
van Elia Group
Vaste
jaarlijkse
vergoeding
Andere
voordelen
Eenjarige
variabele
Meerjarige
variabele
Uitzonder
lijke items
Pensioen
bijdragen
Totale
vergoeding
aandeel van
vaste en
variabele
vergoeding
Chris PEETERS
Chief Executive Officer -
Voorzitter
409.585 47.536 263.233 112.729 0 116.123 949.206 60,39%-39,61%
Catherine
VANDENBORRE
Chief Financial Officer
304.473 35.332 110.489 83.843 0 73.471 607.608 68,02%-31,98%
Stefan KAPFERER
Chief Executive Officer
50Hertz
400.000 14.019 206.717 120.000 0 120.000 860.736 62,04%-37,96%
Michael VON ROEDER
Chief Digital Officer
250.000 10.451 83.333 NA 0 NA 343.784 75,76%-24,24%
Peter MICHIELS
Chief Human Resources
& Internal
Communications Officer
Chief Alignment Officer
214.351 35.966 75.767 62.769 0 48.871 437.724 68,35%-31,65%
TOTAAL 1.578.409 143.303 739.539 379.341 0 358.465 3.199.058 65,02%-34,98%

2. Aandelengerelateerde vergoeding

RAAD VAN BESTUUR

De leden van de Raad van Bestuur ontvangen geen aandelengerelateerde vergoeding.

In het licht van aanbeveling 7.6 van de Corporate Governance Code 2020 heeft het Vergoedingscomité in 2020 onderzocht of een aandelengerelateerde vergoeding zou moeten worden toegekend aan de leden van de Raad van Bestuur vanaf 2021.

De Raad van Bestuur van november 2020 heeft de aanbeveling van het Vergoedingscomité gevolgd en heeft besloten dat op heden dergelijke aandelengerelateerde vergoeding niet geschikt is binnen Elia Group omdat (i) de activiteiten van Elia van nature zo georganiseerd zijn dat ze een laag risicoprofiel hebben en gericht zijn op de lange termijn en (ii) de structuur van het aandeelhouderschap gebaseerd is op een referentieaandeelhouderschap dat sowieso vaste langetermijndoelstellingen en duurzaamheidsdoelstellingen nastreeft.

COLLEGE VAN DAGELIJKS BESTUUR

De leden van het College van dagelijks bestuur ontvangen geen aandelengerelateerde vergoeding.

De leden van het College van dagelijks bestuur hebben niettemin de mogelijkheid om aandelen te verwerven via kapitaalverhogingen voorbehouden aan het personeel van Elia Group en haar Belgische dochterondernemingen of via een aanbod om aandelen te verwerven aan het personeel van 50Hertz.

Bijkomend staat het de leden van het College van dagelijks bestuur vrij om Elia aandelen te kopen op de markt.

In afwijking van aanbeveling 7.9 van de Corporate Governance Code 2020 heeft de Raad van Bestuur besloten dat de leden van het College van dagelijks bestuur geen minimum aantal aandelen dienen aan te houden.

De leden van het College van dagelijks bestuur bezitten op 31 december 2020 het volgende aantal aandelen van Elia Group:

Elia Group
Lid van het College van dagelijks bestuur
Op Aantal
aandelen
Chris PEETERS 31.12.2020 4.639
Chief Executive Officer - Voorzitter
Catherine VANDENBORRE 31.12.2020 1.433
Chief Financial Officer
Stefan KAPFERER 31.12.2020 0
Chief Executive Officer 50Hertz
Michael VON ROEDER 31.12.2020 24
Chief Digital Officer
Peter MICHIELS 31.12.2020 1.321
Chief Human Resources & Internal
Communications Officer
Chief Alignment Officer
TOTAAL 31.12.2020 7.393

1.2.4. Andere onderdelen van de vergoeding

De andere voordelen die tijdens het boekjaar 2020 aan de leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Group werden toegekend voor hun diensten binnen de Elia Group, zoals gewaarborgd inkomen in geval van langdurige ziekte of ongeval, ziekte- en hospitalisatieverzekering, invaliditeitsverzekering, levensverzekering, verlaagde energieprijzen, andere tegemoetkomingen, tegemoetkoming in de kosten van het openbaar vervoer, terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen, kosten ten laste van de werkgever en andere kleine voordelen, zijn in overeenstemming met de reglementering die van toepassing is op alle kaderleden van de onderneming en met de lokale marktstandaard.

1.2.5. Uitzonderlijke items

Er werd geen enkele niet-recurrente vergoeding (bv. een bijzondere bonus ingevolge een specifiek project) toegekend in 2020.

1.2.6. Het relatieve aandeel van de vaste en variabele vergoeding

Onderstaande tabel geeft een overzicht van het relatieve aandeel van de vaste en variabele vergoeding in 2020 van de leden van het College van dagelijks bestuur van Elia Group voor hun diensten binnen de Elia Group in het boekjaar 2020.

Om het relatieve aandeel van de vaste en de variabele vergoeding te bepalen, werd het relatieve aandeel van de vaste vergoeding verkregen door de som van de vaste componenten (met name de vaste vergoeding (met inbegrip van de andere voordelen) en de pensioenbijdragen) te delen door het bedrag van de totale vergoeding, vermenigvuldigd met 100. Het relatieve aandeel van de variabele vergoeding werd berekend door de som van de variabele componenten (met name de variabele vergoeding en de buitengewone posten van de vergoeding) te delen door het bedrag van de totale vergoeding, vermenigvuldigd met 100.

Lid van het College van dagelijks bestuur Relatieve aandeel
van de vaste en
variabele vergoeding
uitbetaald door de
Elia Group
Chris PEETERS
Chief Executive Officer - Voorzitter
60,39%-39,61%
Catherine VANDENBORRE
Chief Financial Officer
68,02%-31,98%
Stefan KAPFERER
Chief Executive Officer 50Hertz
62,04%-37,96%
Michael VON ROEDER
Chief Digital Officer
75,76%-24,24%
Peter MICHIELS
Chief Human Resources & Internal
Communications Officer
Chief Alignment Officer
68,35%-31,62%
GEMIDDELDE 65,02%-34,98%

3. Ontslagvergoeding

Er werden geen ontslagvergoedingen betaald in 2020.

4. Uitoefening van het terugvorderingsrecht

Premies die voor de vorige periode zijn betaald, kunnen worden teruggevorderd in geval van bewezen fraude of financiële staten die grote fouten bevatten.

In het boekjaar 2020 was er geen aanleiding om dit terugvorderingsrecht uit te oefenen.

5.2. INFORMATIE OVER HOE DE PRESTATIECRITERIA WERDEN TOEGEPAST

5.2.1. Variabele kortetermijnvergoeding

De eerste pijler van de variabele vergoeding is gebaseerd op het bereiken van een aantal doelstellingen die aan het begin van 2020 werden vastgelegd door het Vergoedingscomité, waarbij maximaal 50% van de variabele vergoeding betrekking heeft op individuele doelstellingen en 50% op het behalen van collectieve doelstellingen van Elia Group ('short-term incentive plan').

Wat de individuele kortetermijndoelstellingen betreft, geeft de onderstaande tabel een overzicht van de individuele doelstellingen, hun relatieve gewicht en de prestaties die de leden van het College van dagelijks bestuur voor elk van deze doelstellingen hebben geleverd.

Lid College van
dagelijks bestuur
Individuele doelstellingen Relatief gewicht
van de
prestatiecriteria
Behaalde
prestatie
Groep leiderschap 25% Uitzonderlijk
Chris PEETERS Ditigaal & Innovatie 25% Behaald
Chief Executive
Officer - Voorzitter
Marktleiderschap 25% Zeer goed
Groei 25% Zeer goed
Investeren in nieuwe bronnen van groei (anorganisch, Polen, Duitsland of andere) 25% Uitzonderlijk
Catherine Financiering van de toekomst van de groep 30% Uitzonderlijk
VANDENBORRE
Chief Financial
Officer
Nieuwe bronnen van efficiëntie vinden door een efficiënte toewijzing
van middelen en procesoptimalisering
25% Redelijk
Digitalisering van de finance functie 20% Redelijk
TNB leiderschap / stakeholder en reputatie management 25% Goed
Stefan KAPFERER Integratie van 50Hertz in Elia Group met behoud van een sterk lokaal merkimago 25% Uitzonderlijk
Chief Executive
Officer 50Hertz
Investeringsfolio realiseren in het belang van de samenleving 25% Redelijk
Groepsstrategie realiseren 25% Behaald
Michael Een sterke IT-organisatie, visie en infrastructuur voor Elia Group uitbouwen 40% Behaald
VON ROEDER Een digitale TNB worden 30% Voldoende
Chief Digital Officer Digitale innovatie stimuleren en een digitale innovatiecultuur creëren 30% Zeer goed
Talent: sterk talent en sterke competenties binnen Elia Group opbouwen via
gemeenschappelijke processen en duidelijke actieplannen inzake ontwikkeling,
competentieopbouw en opvolging
40% Voldoende
Peter MICHIELS
Chief Human
Cultuur: sterke afstemming in alle entiteiten van de groep opbouwen,
de feedbackcultuur versterken en de bedrijfsprocessen vereenvoudigen
30% Voldoende
Resources & Internal
Communications
Officer
Chief Alignment
Officer
HR: een geïntegreerd cloudplatform ontwikkelen als basis voor verdere digitale diensten
Ontwikkelen van een blauwdruk voor een digitale TNB en uitvoeren van POC's
om organisatie- en leermodellen te testen
20% Zeer goed
Veiligheid binnen de groep: een groepsveiligheidsleider aanstellen, een geïntegreerde
veiligheidscultuur binnen de Elia Group creëren en een sterk groepsveiligheidsactieplan
aansturen
10% Zeer goed

Gelet op de geleverde prestaties bedraagt de individuele kortetermijnvergoeding die tijdens boekjaar 2020 werd toegekend € 91.825 voor dhr. Chris Peeters, € 36.477 voor mevr. Catherine Vandenborre, € 55.900 voor dhr. Stefan Kapferer, € 37.962 voor dhr. Michael von Roeder en € 23.359 voor dhr. Peter Michiels.

5. Informatie over de wijze waarop de vergoeding in overeenstemming is met het remuneratiebeleid en hoe de prestatiecriteria werden toegepast

5.1. INFORMATIE OVER DE WIJZE WAAROP DE VERGOEDING IN OVEREENSTEMMING IS MET HET REMUNERATIEBELEID

De doelstelling van het remuneratiebeleid van Elia Group bestaat erin de beste talenten aan te trekken, te belonen en te motiveren zodat Elia Group zijn korte- en langetermijndoelstellingen kan realiseren binnen een coherent kader. De Strategische Ambities van Elia Group zijn erop gericht om (i) de toekomstige transmissienetinfrastructuur die de integratie van hernieuwbare energiebronnen ondersteunt en een hoge bevoorradingszekerheid garandeert, te ontwerpen en op te leveren (ii) duurzaamheid op te nemen in de manier van werken, (iii) de toekomst te financieren, (iv) de efficiëntie te verhogen, synergieën te realiseren en de toewijzing van middelen te optimaliseren, (v) toonaangevend te zijn op het gebied van gezondheid en veiligheid en zijn cultuur en talent voortdurend te ontwikkelen, (vi) de (Europese) markten verder vorm te geven, (vii) zich om te vormen tot een digitale Transmissienetbeheerder, en (viii) de positie van de groep te versterken en uit te breiden naar nieuwe bedrijfsgebieden.

Het totale bedrag van de vergoeding die in het boekjaar 2020 aan de leden van het College van dagelijks bestuur werd uitgekeerd, heeft bijgedragen tot de langetermijndoelstellingen en de duurzaamheid van Elia Group, aangezien de structuur van de vergoedingen van het College van dagelijks bestuur gericht is op de bevordering van een duurzame waardecreatie door de vennootschap. Het niveau van de vaste vergoeding heeft er enerzijds voor gezorgd dat de Elia Group kon rekenen op een professioneel en ervaren management, zelfs in moeilijkere tijden, zoals de Covid-19 crisis. Anderzijds zorgde de betaling van de bonus op korte termijn voor de realisatie van de prestatiecriteria die de strategie van de Elia Group vertalen. Het succes van de vennootschap op lange termijn werd verder gestimuleerd door het lange termijn incentive plan, waarbij de leden van het College van dagelijks bestuur ook werden beloond in geval van o.m. de realisatie van de energietransitie.

Wat de collectieve kortetermijndoelstellingen betreft, geeft onderstaande tabel een overzicht van de algemene collectieve kortetermijndoelstellingen van de leden van het College van dagelijks bestuur, zoals vastgesteld voor het boekjaar 2020.

België Duitsland
Financieel Nettowinst
(na belastingen)
Nettowinst
(na belastingen)
Efficiëntie Opex efficiëntie Opex efficiëntie
Kwaliteit Veiligheid Veiligheid & Cultuur
Capex realisatie Capex projecten
(kwantitatieve en
kwalitatieve
doelstellingen)
Capex projecten
(kwantitatieve en
kwalitatieve
doelstellingen)
Bevoorradings
zekerheid
Bevoorradingszeker
heid
Bevoorradingszeker
heid

Voor Chris Peeters, Catherine Vandenborre en Peter Michiels waren de behaalde prestaties voor het boekjaar 2020 als volgt:

Collectieve
doelstellingen
Relatief gewicht van de
prestatiecriteria
Behaalde
prestatie
(A) Nettowinst
(na belastingen)
20% Zeer goed
(B) Opex efficiëntie 20% Goed
(C) Veiligheid 20% Uitzonderlijk
(D) Capex projecten 20% Goed
(E) Bevoorradings
zekerheid
20% Onvoldoende

Gelet op de geleverde prestaties bedraagt de collectieve kortetermijnvergoeding tijdens het boekjaar 2020 werd toegekend € 171.408 voor dhr. Chris Peeters, € 74.012 voor mevr. Catherine Vandenborre, en € 52.408 voor dhr. Peter Michiels.

Voor Stefan Kapferer en Michael von Roeder waren de behaalde prestaties voor het boekjaar 2020 als volgt:

Collectieve
doelstellingen
Relatief gewicht van de
prestatiecriteria
Behaalde
prestatie
(A) Nettowinst
(na belastingen)
20% Zeer goed
(B) Opex efficiëntie 20% Zeer goed
(C) Veiligheid & Cultuur 20% Zeer goed
(D) Capex projecten 20% Goed
(E) Bevoorradings
zekerheid
20% Zeer goed

Gelet op de geleverde prestaties bedraagt de collectieve kortetermijnvergoeding die tijdens boekjaar 2020 werd toegekend € 150.817 voor dhr. Stefan Kapferer en € 45.371 voor dhr. Michael von Roeder.

5.2.2. Variabele langetermijnvergoeding

De tweede pijler van de variabele vergoeding is gebaseerd op meerjarencriteria die vastgelegd worden voor vier jaar ('longterm incentive plan'). Deze bedragen worden aan het eind van elk jaar herzien, afhankelijk van de verwezenlijking van de langetermijncriteria.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de algemene collectieve langetermijndoelstellingen van de leden van het College van dagelijks bestuur voor het boekjaar 2020, van het relatieve gewicht ervan en van de prestaties die het College van dagelijks bestuur voor elk van deze doelstellingen heeft geleverd.

Collectieve
doelstellingen
Relatief gewicht van de
prestatiecriteria
Behaalde
prestatie
Realisatie van kritisch
investeringsportfolio
door Elia Group
50% Goed
Realisatie van
efficiëntiebesparingen
door Elia Group
50% Zeer goed

Gelet op de geleverde prestaties bedraagt de collectieve langetermijnvergoeding die tijdens boekjaar 2020 werd toegekend € 112.729 voor dhr. Chris Peeters, € 83.843 voor mevr. Catherine Vandenborre, € 120.000 voor dhr. Stefan Kapferer, en € 62.769 voor dhr. Peter Michiels. Dhr. Michael von Roeder ontving geen meerjarige variabele vergoeding voor het jaar 2020.

Deze bedragen zullen worden uitbetaald in 2022, op voorwaarde dat het betrokken lid op 31 december 2021 nog steeds optreedt als het College van dagelijks bestuur.

6. Afwijkingen van het remuneratiebeleid en van de procedure voor de tenuitvoerlegging ervan

Met uitzondering van de opschorting van de vergoeding van de nieuw benoemde Voorzitter van het Strategisch Comité tijdens het boekjaar 2020, zijn er geen afwijkingen geweest van het remuneratiebeleid, zoals dit beleid in 2016 werd goedgekeurd en in 2018 licht werd gewijzigd.

Onderstaande tabel geeft vooreerst een overzicht van de evolutie in de tijd over de laatste vijf jaar van respectievelijk de totale vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur voor alle mandaten binnen de Elia Group en van de totale vergoeding van de leden van het College van dageljks bestuur voor alle mandaten binnen de Elia Group. In dit verband dient er rekening mee te worden gehouden dat door de oprichting van Elia Transmission Belgium NV en de omvorming van Elia System Operator NV in Elia Group NV, de samenstelling van het College van dagelijks bestuur in 2020 is gewijzigd.

De verhouding tussen de hoogste vergoeding van een lid van het College van dagelijks bestuur en de laagste vergoeding van een werknemer van de Elia Group, uitgedrukt op basis van een voltijds equivalent, bedroeg in 2020 24,15.

8. Informatie over de stemming van de aandeelhouders

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Elia Group van 19 mei 2020 heeft het remuneratieverslag van 2019 van Elia Group goedgekeurd met een meerderheid van 90,57%.

7. Vergelijkende informatie over de evolutie van de vergoedingen en de prestaties van de Elia Group

De onderstaande tabel geeft verder een overzicht van de evolutie van de prestaties van de Elia Group.

De gemiddelde vergoeding (op basis van een voltijds equivalent) van de werknemers van de Elia Group in 2020 bedraagt € 94.478. De gemiddelde vergoeding van alle werknemers wordt berekend als de totale (op IFRS gebaseerde) loonkosten (met uitzondering van de socialezekerheidsbijdragen van de werkgever) gedeeld door het aantal werknemers op VTE-basis

Totale vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur
Jaarlijkse
verandering
2016 2017 vs.
2016
2017 2018 vs.
2017
2018 2019 vs.
2018
2019 2020 vs.
2019
2020
Raad van Bestuur € 806.300,00 8% € 872.583,54 1% € 885.128,26 -3% € 861.045,20 -2% € w844.529,77
Totale vergoeding van de leden van het College van dagelijks bestuur
Jaarlijkse
verandering
2016 2017 vs.
2016
2017 2018 vs.
2017
2018 2019 vs.
2018
2019 2020 vs.
2019
2020
Totaal € 3.360.861,00 11% € 3.715.740,35 11% € 4.115.752,83 12% € 4.623.753,44 -31% € 3.199.058,00
CEO € 878.160,00 -1% € 873.254,95 15% € 1.007.986,54 17% € 1.181.809,42 -20% € 949.206,00
Andere leden € 2.482.701,00 6% € 2.632.766,45 18% € 3.107.766,29 11% € 3.441.944,02 -35% € 2.249.852,00

Prestatie van de Elia Group

Jaarlijkse
verandering
(in miljoenen)
2016 2017 vs.
2016
2017 2018 vs.
2017
2018 2019 vs.
2018
2019 2020 vs.
2019
2020
Omzet € 868,10 0% € 867,10 123% € 1.931,80 20% € 2.319,00 7% € 3.199.058,00
EBIT € 295,00 10% € 324,60 55% € 502,60 13% € 569,70 2% € 949.206,00
Genormaliseerd
netto inkomen
€ 168,00 21% € 203,40 38% € 280,80 9% € 306,80 0% € 2.249.852,00

Risicobeheer en onzekerheden voor de vennootschap

GRI 102-15, GRI 102-30

Waarom?

De ambitie van Elia Group om de infrastructuur van de toekomst te leveren en een succesvolle energietransitie te faciliteren die de consument ten goede komt, past in een bijzonder uitdagende context.

De veranderende energiemarkt in Europa, de grootschalige uitrol van opwekkingstechnologieën met hernieuwbare bronnen die intermitterende en moeilijker te voorspellen productiepatronen opleveren, een voortdurend toenemend energieverbruik, een verouderende infrastructuur en een middelentekort zijn slechts enkele van de factoren die de taak als transmissienetbeheerder complexer maken. We moeten anticiperen op (ongewenste) gebeurtenissen en we moeten de oorzaken, gevolgen en waarschijnlijkheid ervan begrijpen. Alleen zo kunnen we met kennis van zaken beslissen. En dat is precies het doel van ons risicobeheer: het stelt ons in staat om de gevolgen van onzekerheden op de realisatie van onze doelstellingen te beheren1 .

Zoals James Lam, expert in risicomanagement, het ietwat provocerend uitdrukt2: "Het enige alternatief voor risicobeheer is crisisbeheer – en crisisbeheer is veel duurder, tijdrovender en vervelender."

Hoe werkt het?

Onzekerheden kunnen zowel gewenste (opportuniteiten) als ongewenste (risico's) gebeurtenissen veroorzaken. Beide vallen binnen het bereik van ons risicobeheer.

Risico's kunnen verschillende soorten doelstellingen beïnvloeden, zoals veiligheid en gezondheid, bevoorradingszekerheid of Het kader voor risicobeheer van Elia Group is nauw gekoppeld aan het kader van het COSO , dat de beste werkwijzen verzamelt om bedrijfsrisico's te beoordelen.

Volgens deze richtlijnen vindt ons risicobeheer plaats op verschillende niveaus van de organisatie (strategisch, zakelijk/operationeel, projectmatig ...) en wordt het geleid door de strategie en de risicobereidheid van Elia Group – het risiconiveau dat onze organisatie wil aanvaarden om haar doelstellingen waar te maken. Voor (geaggregeerde) risico's boven het kritieke niveau zoals bepaald door de risicobereidheid wordt automatisch een actieplan opgesteld. Als het (geaggregeerde) risico onder dit kritieke niveau ligt, bepaalt een kosten-batenanalyse de toepassing van controlemaatregelen om de risico's te beperken. In enkele gevallen waarin ze de besluitvorming ondersteunt, wordt de risicobereidheid vertaald naar meer operationele criteria die door de operationele entiteiten worden toegepast.

We hebben processen ingevoerd om cruciale risico's te identificeren en te evalueren, passende antwoorden te definiëren, ze aan de raad van bestuur mee te delen en de effectiviteit van de bestrijdingsmaatregelen te monitoren. Alle informatie die deze processen verzamelen, wordt bijgehouden in risicoregisters. Dankzij regelmatige uitwisselingen tussen de risicomanagers en de risico-eigenaars blijven de registers up-to-date. De belangrijkste elementen worden samengevat in risicorapporten die drie keer per jaar worden voorgelegd aan de raad van bestuur en het Auditcomité.

Verband tussen opportuniteiten, voornaamste risico's, materialiteitsthema's en strategische prioriteiten

Opportuniteit Strategische prioriteiten
Categorie Thema Materialiteitsthema's De nodige
infrastruc-
tuur en een
duurzaam
elektriciteits
systeem
leveren
Diensten
ontwikkelen
voor ver- anderende
klantenbe- hoeften
Groeien om
maatschap- pelijke
waarde te
creëren
Strategisch Offshore evolutie De relevantie van de groep in de Europese offshore evolutie
vergroten
x x
Strategisch Digitale
transformatie
Empowerment van de klant mogelijk maken, de toene
mende complexiteit van een decentraal en op hernieuwbare
bronnen gebaseerd energiesysteem beheren, voldoen aan de
veranderende behoeften en verwachtingen van de klant, de
digitale transformatie tijdig realiseren
x x
Strategisch Relevantie
voor de
energietransitie
naar een
duurzame
toekomst
De positie van de groep als vertrouwde adviseur/relevante
partner voor een geslaagde energietransitie in Duitsland,
België en de EU verder versterken, de duurzaamheidsdoel
stellingen van de samenleving steunen (vooral inzake decar
bonisering) in de hoedanigheid van TNB
x x x
Strategisch Realisatie
van CAPEX
programma's
De projectportefeuille stipt en effectief uitvoeren om onze
goede reputatie in de professionele levering van infrastruc
tuur in stand te houden en een positieve impact uit te oefen
en op een cruciaal aspect van de vergoeding
x x
Risico
Categorie
Thema
Strategische prioriteiten
Materialiteitsthema's De nodige
infrastruc-
tuur en een
duurzaam
elektriciteits
systeem
leveren
Diensten
ontwikkelen
voor ver- anderende
klantenbe- hoeften
Groeien om
maatschap- pelijke
waarde te
creëren
Strategisch Veranderende
hr-behoefte
Cultuurverandering om onze visie en strategie waar te maken,
opvolgingsplanning, opleiding en ontwikkeling, nieuwe vaar
digheden, nieuw thuiswerkbeleid
x x x
Regelgevend Veranderende/
nieuwe regel
gevende voor
waarden
Foute interpretaties van de regelgeving, conflicten met de
voorziene strategie, schoon energiepakket, Europese Green
Deal, nieuwe rapportageverplichtingen, evolutie van de rol
van de TNB
x x
Regelgevend/
strategisch
Pandemierisico
(type COVID)
De impact van de pandemie tot een minimum beperken, de
bedrijfscontinuïteit verzekeren, zorgen voor een hr-beleid in
lijn met de hedendaagse wereld, een passende tariefstruc
tuur, een follow-up van de facturering
x
Regelgevend Vroegtijdige
beëindiging van
de TNB-licentie
Aanstelling als TNB, vernieuwing van de licentie, imago, reëel/
gepercipieerd falen van governance of compliance
x
Regelgevend Duurzaamheid
van de opbreng
sten
Assetbasis behouden en uitbreiden, projecten stipt uitvoeren,
algemene efficiëntie verbeteren, passende tariefmethodolo
gie/parameters, leveranciersrisico (materieel)
x x x
Operationeel Balancering Integratie van hernieuwbare bronnen, moeilijker te
voorspellen energiestromen
x x x
Operationeel Adequacy Evolutie van het park van opwekkingseenheden, capaciteits
vergoedingsmechanisme (CRM), kernuitstap
x x x
Operationeel Incidenten en
verstoring van
de bedrijfs
continuïteit
Cyberaanvallen (IT/OT), storing in IT-systemen, leveranciers
risico (design), onbeschikbaarheid van kritieke software,
bescherming tegen kwaadaardige aanvallen, ongunstige
weersomstandigheden, offshore/nieuwe technologieën,
verouderende infrastructuur
x x x
Operationeel Klimaatrisico's Fysieke risico's voor buiteninfrastructuur, transitierisico's,
deelname aan de benchmark van het Carbon Disclosure
Project
x x
Operationeel Storingen in
informatie- en
communicatie
technologie (ICT),
beveiliging en
bescherming van
gegevens
Compliance, AVG, netcodes, gegevensbeveiliging, privacy en
cyberveiligheid, reputatie, communicatieproblemen, minder
performante fouteneliminatie
x x
Operationeel Vergunningen Veranderende Europese energiemarkt, integratie van
hernieuwbare bronnen, aanvaarding van projecten door de
gemeenschap, vertraagde uitvoering van cruciale projecten
x x
Operationeel Leveranciers
risico
Beperkt aantal cruciale leveranciers, toenemende vraag naar
werken en benodigdheden, druk op het bedrijfsmodel van
de leverancier, vermogen om de vereiste capaciteit tijdig en
kwaliteitsvol te leveren, beschikbaarheid van geschoolde
technische profielen, veiligheid van de werken, interne exper
tise in kritieke technologieën en tools
x x
Operationeel Gezondheids- en
veiligheids
ongevallen
Veiligheid onder de aannemers, omstandigheden die tot
fouten leiden
x x
Financieel Negatieve evolu
ties op de
financiële
markten
Financiële rating, toegang tot de schuld- en kapitaalmarkt,
onstabiele rentevoeten, macro-economische context
x x
Financieel Kasstroom Verwachte/reële kosten/baten, impact van COVID-19 op het
elektriciteitsverbruik, tariefstructuur en financiering van
heffingen
x x
Financieel Nieuwe bedrijfs
ontwikkelingen
Beperkte aansprakelijkheid, afschermingsstructuur x x
Financieel Juridische
geschillen en
aansprakelijkheid
Beperkte aansprakelijkheid, passende voorzieningen x x x

Respons

Elia Group is zich bewust van het belang van de digitalisatie en de manier waarop dit het elektriciteitssysteem in de toekomst zal transformeren. Digitalisatie is dan ook een integraal onderdeel van haar strategie. De organisatie van de groep werd bijgevolg aangepast met de aanwerving van een Group Chief Digital Officer (eind 2019) en de lancering van een omvangrijk digitaal transformatieprogramma.

Technische initiatieven zoals het 'Internet of Energy', naast culturele en hr-gerelateerde maatregelen, helpen de Groep ook om de behoeften van de verbruikers van morgen beter te begrijpen en er op in te spelen.

RELEVANTIE VOOR DE ENERGIETRANSITIE NAAR EEN DUURZAME TOEKOMST

Met de Green Deal stelt de Europese Unie zich tot doel om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn. Het is duidelijk dat in deze transitie een grote rol is weggelegd voor de TNB's, zowel om de integratie van HEB in het systeem te bevorderen als om de verbruikers de middelen te verschaffen om te decarboniseren en hun voordeel te doen met de energietransitie (correcte marktregels, toegang tot prijssignalen ...).

De energietransitie staat centraal in de visie van Elia Group en de transmissienetbeheerders van de groep willen een voorbeeldige rol spelen bij de integratie van duurzaamheid in hun activiteiten, en fungeren als vertrouwde adviseur van de overheid op nationaal (België en Duitsland) en Europees niveau. In dit kader leveren de TNB's van de groep op een volledige, doordachte en onpartijdige manier ondersteuning in dossiers met betrekking tot de toekomst van het energiesysteem (zoals de kernuitstap of de ontwikkeling van waterstof).

Respons

Alle teams van Elia Group willen het beste van zichzelf geven. Elke beslissing wordt gedreven door het maatschappelijk belang. De argumenten in een debat zijn altijd op interne of externe studies gebaseerd en worden kritisch geanalyseerd.

Als vertrouwde adviseurs willen de TNB's van de groep de beste aanbevelingen voor het toekomstige energiesysteem en de decarbonisering van de samenleving geven, gebaseerd op zorgvuldige, goed doordachte analyses met gebruik van de beste beschikbare expertise, gegevens en informatie.

Elia Group heeft met haar 'Act Now'-programma ambitieuze interne duurzaamheidsdoelstellingen vastgelegd. Ze wil een rolmodel zijn in haar eigen activiteiten en de buitenwereld positief beïnvloeden, door de energietransitie op de weg naar een duurzame wereld actief vorm te geven (in lijn met de bedrijfsdoelstellingen).

Beslissingen met betrekking tot het businessplan (en bijgevolg de toewijzing van middelen en het bepalen van prioriteiten) zullen steeds sterker worden gestuurd door duurzaamheid, om projecten en activiteiten met de juiste ambitie aan te pakken.

Opportuniteiten en bijbehorende responsen

OFFSHORE EVOLUTIE

De EU schat dat offshore wind in de toekomst ongeveer 18% van de totale vereiste opwekkingscapaciteit van 400-450 GW zou kunnen leveren. Om de Europese laadcentra met offshore windenergie uit de Noordzee te bevoorraden, moet de transmissie-infrastructuur een immense transformatie ondergaan. Een toekomstbestendige systeemplanning is dan essentieel. Elia Group heeft in de voorbije jaren zowel in België als in Duitsland een leidersrol in de offshore ontwikkeling gespeeld (MOG-plaform, HVDC-kabel Nemo Link, hybride CGS-connectie ...) en zal dat in de komende decennia blijven doen, om dit hernieuwbare potentieel zoveel mogelijk te integreren in het systeem. Als Elia Group moeten wij de expansie van offshore capaciteit ondersteunen met slimme oplossingen voor de planning en de werking, en met een stipte levering van onshore en offshore infrastructuur.

Doen we dat niet, dan zouden we de decarboniseringsdoelen van de EU en de lidstaten kunnen vertragen en zowel de industriële als de huishoudelijke verbruikers groene energie kunnen ontzeggen.

Respons

Elia Group ontwikkelde op niveau van de groep een offshore strategie, met aansluitend een bijzonder prioritair project om een actieve rol te spelen in de verdere offshore ontwikkeling en de Europese ambities in termen van hernieuwbare energiebronnen (HEB) te realiseren.

De strategie gaat uit van de reeds verworven kennis en voorziet de selectie van projectopties (voor klassieke offshore projecten voor de kust en voor vrije projecten) en strategische partnerships.

DIGITALE TRANSFORMATIE

Verschillende trends veranderen momenteel het landschap waarin we werken. Variabele hernieuwbare productie zal de wereld van morgen domineren:

  • de plaats van grote internationale energiestromen tussen landen en grote centra van HEB-productie; en
  • de plaats van gedecentraliseerde en talrijke uitwisselingen van energie tussen verbruikers en energieactoren.

De digitale transformatie is cruciaal om de toenemende complexiteit van een decentraal en op hernieuwbare bronnen gebaseerd energiesysteem te beheren en te voldoen aan de veranderende behoeften en verwachtingen van de verbruikers. In het licht van deze enorme transformatie in de manier waarop energie wordt geproduceerd, uitgewisseld en verbruikt, moet de groep in al haar activiteiten de digitalisatie benutten om haar transformatie te stimuleren, beter te begrijpen hoe de wereld zal evolueren en haar activiteiten in dienst van de samenleving te ontwikkelen in het energielandschap van morgen.

Meer informatie

Elia Transmission Belgium (ETB) werd met ingang van 31 december 2019 door verscheidene overheidsinstanties goedgekeurd als Belgische transmissienetbeheerder (door de federale regering voor een periode van twintig jaar, door de Brusselse regering voor een periode van twintig jaar en door de Vlaamse regulator voor een periode van vier jaar). Het risico op een vroegtijdige beëindiging van de TNB-licenties is dus op korte termijn beperkt. Niettemin dient te worden opgemerkt dat voorafgaand aan de volgende vernieuwing van de Vlaamse licentie de interpretatie van de regels voor corporate governance zal worden besproken.

DUURZAAMHEID VAN DE OPBRENGSTEN

De vergoeding van de groep wordt vrijwel volledig bepaald door het regelgevende kader dat van toepassing is op Elia, 50Hertz en Nemo. Wijzigingen van de regelgevende parameters zouden een impact kunnen hebben op de rentabiliteit van de Groep. Bovendien is de realisatie van bepaalde in de tariefmethodologieën gedefinieerde parameters onderhevig aan specifieke onzekerheden, die de financiële positie van de groep kunnen beïnvloeden.

Zo hangt in het bijzonder de vergoeding van de groep gedeeltelijk af van haar vermogen om de noodzakelijke projecten uit te voeren en de bestaande activa te onderhouden, aangezien de huidige vergoeding in zowel België als Duitsland gekoppeld is aan de regelgevende activabasis. Die is afhankelijk van het vermogen van de groep om de vereiste vergunningen te krijgen, de potentiële risico's voor het milieu en de volksgezondheid te beheren en zich naar de eisen van de ruimtelijke ordening te schikken zonder aanzienlijke kosten te genereren. Indien de groep haar investeringsprogramma niet of niet tijdig/ economisch haalbaar zou kunnen uitvoeren, zou dat een negatieve impact hebben op haar winsten in de toekomst.

Respons

In de context van de energietransitie vereisen de ontwikkelingsbehoeften van de transmissie-infrastructuur in België en Duitsland de implementatie van ambitieuze investeringsprogramma's die indirect bijdragen aan de uitbreiding van de regelgevende activabasis.

De groep streeft bovendien naar de ontwikkeling van tariefmethodologieën die rekening houden met de veranderingen als gevolg van de energietransitie en de decentralisatie van de energieopwekking.

Tot slot streeft de groep naar een zo efficiënt mogelijk beleid voor haar investeringen en het onderhoud van haar activa. Dit stelt de verbruikers in staat om voordeel te halen uit het schaaleffect van een gecentraliseerd netbeheer.

Meer informatie

De CREG keurde eind 2019 het tariefvoorstel van Elia voor de regelgevende periode 2020-2023 goed. De CREG keurde onlangs ook de bijwerking goed van de toeslagen voor de dekking van de openbare-dienstverplichtingen, rekening houdend met het verwachte effect van de pandemie op het energievolume (zie boven).

ook een impact kunnen hebben op de aansprakelijkheid van de groep in het geval van een stroomonderbreking op het net of – in de context van een staatshervorming – op de verdeling van de bevoegdheden tussen de federale en de gewestelijke overheden, mogelijk met inbegrip van de bevoegdheid om de transmissietarieven goed te keuren. Om deze risico's tot een minimum te beperken, tracht de groep ook proactief te anticiperen op de evolutie van de nationale of lokale wetgeving.

PANDEMIERISICO (TYPE COVID)

De groep wordt getroffen door de COVID-pandemie. De pandemie heeft een impact op haar vermogen om haar activiteiten uit te oefenen en ook op haar inkomsten. Niettemin slaagt de groep erin de impact van deze crisis tot een minimum te beperken.

Respons

De bedrijfscontinuïteitsplannen zijn up-to-date. Ze omvatten ook een weerbaarheidsplanning voor kritieke functies. Zoals uitgelegd in de beschrijving van het hr-risico, heeft de groep een hr-beleid ontwikkeld dat de administratieve functies in staat stelt om effectief van thuis uit te werken. De groep heeft bovendien gezondheidsmaatregelen getroffen voor het personeel dat op het terrein werkt, om het onderhoud en de ontwikkeling van de infrastructuur te verzekeren.

De pandemie heeft gevolgen voor het volume aan energie dat de consument verbruikt (als gevolg van de huidige economische crisis). Dit heeft evenwel een beperkte impact, omdat de meeste tarieven niet op het energievolume gebaseerd zijn, maar op het piekvermogen dat van het net wordt afgenomen en dat stabiel blijft. Voor de tarieven die gekoppeld zijn aan het energievolume (voornamelijk de openbare-dienstverplichtingen) voorziet het regelgevende kader in de mogelijkheid om de tarieven aan te passen aan de nieuwe verwachtingen in termen van het energievolume.

De groep voert ook een zorgvuldige monitoring uit om te verzekeren dat haar facturen tijdig worden betaald.

VROEGTIJDIGE BEËINDIGING VAN DE TNB-LICENTIE

Om hun activiteiten uit te oefenen, beschikken Elia Transmission Belgium en 50Hertz Transmission GmbH over een vergunning die vroegtijdig kan worden ingetrokken indien Elia Transmission Belgium of 50Hertz Transmission GmbH onder meer niet de menselijke, technische en/of financiële middelen heeft om de doorlopende en betrouwbare werking van het net te verzekeren volgens de toepasselijke wetgeving en de ontvlechtingsverplichtingen conform artikel 9 van de Europese Elektriciteitsrichtlijn. Een dergelijke intrekking zou een grote nadelige impact hebben op Elia Transmission Belgium en/of 50Hertz Transmission GmbH.

Respons

Elia Group voerde eind 2019 een reorganisatie door om de gereguleerde activiteiten in België af te schermen van haar andere activiteiten (gereguleerde activiteiten in Duitsland of niet-gereguleerde activiteiten). Dit beperkt ook het risico op kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten. Op die manier beschikt Elia Group over een passend kader voor de verdere ontwikkeling van alle activiteiten (gereguleerde activiteiten in België en Duitsland en niet-gereguleerde activiteiten).

De COVID-context heeft ook de aanzet gegeven om het thuiswerkbeleid aan te passen in het kader van het New Way of Working-initiatief. In de toekomst zal voor sommige functies thuiswerk naar schatting ongeveer de helft van de arbeidsduur vertegenwoordigen, en kantoorwerk de resterende helft. Die spreiding zal een gezond evenwicht garanderen tussen virtuele en fysieke interacties, en tussen werk en privé. Bovendien steunen we op die manier ook onze duurzaamheidambities, door de CO2 -uitstoot van het vervoer te beperken.

De versterkte focus op talent en cultuur heeft bovendien geleid tot diverse anticiperende acties, zoals het initiatief Talent@ Elia Group om een kader voor talentbeheer te ontwikkelen. Het initiatief omvat onder meer de verdere verbetering van het proces om kritieke competenties te identificeren en in stand te houden, de implementatie van risicobeheer voor kritieke functies en de ontwikkeling van een loopbaan- en ontwikkelingskader. Daarnaast focussen we sterk op leiderschapsvaardigheden, met een project voor cultuurverandering in het geheel van de Groep om cultuur en strategie op elkaar af te stemmen.

VERANDERENDE/NIEUWE REGELGEVENDE VOORWAARDEN

Door het specifieke karakter van haar activiteiten is de groep onderworpen aan uitgebreide Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgevingen. Niet-geplande en/of nadelige wijzigingen of foute interpretaties van regelgevende of beleidsmatige mechanismen in België of Duitsland zouden strijdig kunnen zijn met de huidige en toekomstige strategie van de groep, wat ernstige financiële en organisatorische gevolgen zou kunnen hebben.

Respons

Om de onzekerheden tot een minimum te beperken, trachten de twee netbeheerders in de groep proactief te anticiperen op de Europese wetgeving, met nieuwe richtlijnen en verordeningen die op Europees niveau worden voorbereid of die op hun omzetting naar de Belgische en Duitse wetgeving wachten, meer bepaald in het kader van het 'schone energiepakket' en de mogelijke evolutie van de rol van transmissienetbeheerder (TNB) naar regionaal operationeel centrum (ROC).

Elia Group en 50Hertz zijn ook stichtende leden van het European Network of Transmission System Operators for Electricity (Europees netwerk van transmissienetbeheerders voor elektriciteit, ENTSO-E). Door aan dit netwerk deel te nemen, ijveren beide netbeheerders voor ontwikkelingen die zijn afgestemd op hun strategie.

Meer informatie

Het Belgische regelgevende en juridische kader impliceert risico's met betrekking tot de verdeling van de bevoegdheden tussen de federale en de gewestelijke entiteiten (zo zouden tegenstrijdigheden tussen de verschillende reglementeringen, met inbegrip van de netcodes, het vermogen van de groep om haar activiteiten uit te oefenen kunnen hinderen). Er ontstaan ook politieke gevoeligheden rond de impact van het overheidsbeleid op de energiefactuur van de huishoudens en de bedrijven, die zouden kunnen leiden tot een wetgeving die een toereikende kostendekking in het gedrang brengt. De verdere ontwikkeling en wijziging van deze regelgevingen zou

REALISATIE VAN CAPEX-PROGRAMMA'S

De tijdige en effectieve uitvoering van haar projectportefeuille is cruciaal voor de strategie van Elia Group. Het is niet alleen een eerste vereiste voor de integratie van meer hernieuwbare energiebronnen – en de garantie op een betrouwbaar elektriciteitssysteem – maar ook een belangrijk element in de vergoeding van de groep en een mooie kans om haar professionele reputatie in de levering van infrastructuur verder te versterken. Dit zal op zijn beurt ook het potentieel voor toekomstige groei (bv. offshore) faciliteren. De groep is zich er evenwel van bewust dat deze opportuniteit nauw verbonden is met haar vermogen om een portefeuille te beheren die groter is dan ooit, met de operationele beperkingen zoals beschreven onder de vergunnings- en leveranciersrisico's.

Respons

Als respons op het bovenstaande heeft Elia Group een project gelanceerd met initiatieven op verschillende domeinen:

  • Prestatie- en resultaatscultuur
  • Rollen en verantwoordelijkheden
  • Methodes en tools
  • Hefbomen voor de beperking van het CAPEX-plan: hoe kunnen we onze investeringsuitgaven met 10-20% verlagen zonder het aantal CAPEX-projecten te verminderen?

Voor elk van deze domeinen gaan we op zoek naar maatregelen om het volgende maturiteitsniveau te bereiken.

De rubriek 'Onderzoek en ontwikkeling' geeft meer inzicht in de opportuniteiten.

Strategische/regelgevende risico's en bijbehorende responsen

VERANDERENDE HR-BEHOEFTEN

De energietransitie leidt ons naar een consumentgericht model, dat de basis vormt voor onze strategie en ambities. Om dit consumentgerichte model te realiseren, moeten de cultuur van de groep en de geplande veranderingen volledig worden afgestemd op de strategie van de groep.

Bovendien zijn we ons ervan bewust dat we op het gebied van talentbeheer in de toekomst een specifieke technische expertise (offshore, digitalisatie, IP ...) nodig zullen hebben om de strategie van de groep uit te voeren.

Respons

De hr-initiatieven, beleidsregels en processen van Elia Group zijn ontworpen om de realisatie van onze strategie en doelstellingen te ondersteunen.

Een specifieke taskforce verzorgt een doorlopende monitoring van de maatregelen die de overheidsinstanties nemen in het kader van COVID-19. Er wordt tijdig en gericht actie ondernomen om te verzekeren dat de verplichtingen voor thuiswerk worden nageleefd, of de werkomstandigheden binnen het bedrijf aan de regels voldoen. Met de hulp van een gepaste reeks tools en technologieën kunnen de werknemers efficiënt thuiswerken.

mission Belgium ging ook van start met de nodige maatregelen voor de implementatie (bv. IT-ontwikkelingen).

De voornoemde studie gaf ook aan dat België al tussen 2022 en 2025 (de periode waarin sommige kerncentrales de markt zullen verlaten) zou kunnen worden geconfronteerd met een adequacyprobleem. De studie van 30 november 2020 over de vooruitzichten voor de volgende winter geeft aanwijzingen die de trend bevestigen, maar vooral de tegen 30 juni 2021 af te ronden studie zal meer inzicht in deze materie verschaffen. Elia Transmission Belgium blijft de relevante overheden hierover informeren en bijstaan in hun werkzaamheden wanneer zij dat vragen.

INCIDENTEN EN VERSTORING VAN DE BEDRIJFSCONTINUÏTEIT

De transmissiesystemen die de groep beheert, zijn uiterst betrouwbaar. Maar dat neemt niet weg dat onvoorziene gebeurtenissen, zoals slechte weersomstandigheden, de vlotte werking van een of meer infrastructuurcomponenten kunnen aantasten. In de meeste gevallen leidt dat tot een zogenaamd enkelvoudig contingentie-incident, dat dankzij de vermaasde structuur van de netten in beheer van de groep geen gevolgen heeft voor de stroomvoorziening van de eindafnemers. De elektriciteit kan de eindafnemers immers vaak bereiken via een aantal verschillende verbindingen in het systeem. In andere gevallen kan een voorval in het elektriciteitssysteem echter een meervoudig contingentie-incident uitlokken dat een lokale of uitgebreide stroomuitval kan veroorzaken, wat aanleiding kan geven tot aansprakelijkheidsvorderingen en geschillen met een mogelijke negatieve impact op de financiële positie van de groep.

Ongunstige weersomstandigheden zijn overigens niet de enige mogelijke oorzaak van incidenten en verstoringen van de bedrijfscontinuïteit. Andere voorbeelden zijn menselijke fouten, kwaadaardige aanvallen, terrorisme, defecten van de uitrusting enz.

Offshore uitrusting krijgt hierbij onze bijzondere aandacht, omdat we minder ervaring hebben met deze technologieën en de herstelmaatregelen veel complexer zijn.

De waarschijnlijkheid dat een of meer van de voornoemde gebeurtenissen optreedt, kan toenemen wanneer de bevoegde overheden de door Elia Transmission Belgium en 50Hertz Transmission GmbH voorgestelde operationele procedures, investeringen of voltijds equivalente (VTE) middelen niet goedkeuren.

Respons

Er zijn verscheidene procedures ingevoerd om deze risico's te beheren – van plannen voor crisisbeheer tot operationele procedures, zoals verdedigings- en herstelplannen. Ze worden allemaal regelmatig geoefend en getest in grootschalige oefeningen en simulatortrainingen, zodat onze medewerkers – en in voorkomend geval de operatoren van de transmissiesystemen – klaar zijn voor de meest onverwachte en extreme situaties. In het geval van een aan Elia Transmission Belgium en 50Hertz Transmission GmbH toe te schrijven fout, voorzien de respectieve algemene voorwaarden van hun contracten in passende aansprakelijkheidsbeperkingen tot op een redelijk niveau voor

de groep en het relevante filiaal. Elke relevante verzekeringspolis is ontworpen om sommige van de financiële gevolgen te beperken indien deze risico's zich zouden voordoen.

In het geval van ongunstige omstandigheden kan de TNB elke noodmaatregel nemen die hij passend acht, zoals een gehele of gedeeltelijke afschakeling van de elektriciteitsexport, een verzoek aan de elektriciteitsproducenten om hun productie te verhogen of te verlagen, of een verzoek aan de bevoegde minister om het elektriciteitsverbruik in de relevante zone te verlagen om de impact van het incident te beperken.

Bovendien houden het design en het gebruik van offshore en onshore technologieën rekening met eisen in verband met de hersteltijd, de monitoringmogelijkheden en de veerkracht van het net.

Er wordt gewerkt aan een kader voor crisisbeheer op lokaal niveau en op groepsniveau voor alle crisissituaties, met inbegrip van problemen in de relatie met de gemeenschap.

Meer informatie

Als gereguleerde entiteit volgt Elia Transmission Belgium de 'netcodes' die op Europees, federaal en gewestelijk niveau van toepassing zijn, terwijl de contracten voor de toegang tot het net door de regulator worden goedgekeurd.

De blootstelling van Elia Transmission Belgium onder het regelgevende kader en deze contracten is beperkt tot een aanvaardbaar bedrag.

Deze risico's worden meestal gedekt door een aansprakelijkheidsverzekering voor passende bedragen.

In België zijn de vervanging van assets en de investeringen in het algemeen het voorwerp van arbitrage als gevolg van een middelentekort. Dit leidt tot de veroudering van sommige assetvloten, maakt het assetbeheer complexer en kan uiteindelijk ook een weerslag hebben op de beschikbaarheid van bepaalde netcomponenten en de prestaties van de beveiligingsvoorzieningen. Op het vlak van veiligheid worden relevante profielen gescreend en worden projecten voor de verbetering van de veiligheid van kritieke infrastructuur ontwikkeld.

KLIMAATRISICO'S

De risico's van de klimaatverandering zijn bijzonder relevant voor de groep, gelet op onze ambitie om de infrastructuur voor de energietransitie te leveren, die zal helpen om de klimaatdoelstellingen te bereiken. De klimaatverandering en de energietransitie scheppen onzekerheden en uitdagingen voor onze opdrachten als TNB met betrekking tot de markten, het systeem en de infrastructuur. Ze omvatten met name wijzigingen in de regelgeving, de selectie van technologieën of een deskundig infrastructuurbeheer in het licht van de fysieke risico's. De mogelijke verandering van temperatuurpatronen, de zeespiegel, de contouren van overstromingsgebieden of zelfs de frequentie en ernst van extreme weersomstandigheden kan tot minder gunstige operationele omstandigheden voor onze assets leiden of ze zelfs beschadigen. Dergelijke omstandigheden kunnen risicofactoren uitlokken voor contingentie-incidenten en een verstoring van de bedrijfscontinuïteit. De belangrijkste bronnen van fysieke risico's zijn momenteel

Operationele risico's en bijbehorende responsen

BALANCERING

De productie van elektrische energie moet op elk moment gelijk zijn aan de vraag. De twee transmissienetbeheerders van de groep (Elia Transmission Belgium and 50Hertz Transmission GmbH) gebruiken balanceringsenergie om niet-geplande schommelingen van de elektriciteitsproductie of de energiebelasting op te vangen.

De groei van het aantal hernieuwbare bronnen die aangesloten zijn op distributiesystemen in Europa en de aansluiting van grote offshore windparken schept eveneens nieuwe uitdagingen voor het operationele netbeheer, vooral vanwege de toegenomen volatiliteit van de energiestromen op ons net.

Respons

Om de netveiligheid met betrekking tot de balancering te kunnen behouden tegen redelijke kosten voor de samenleving, hebben we behoefte aan een combinatie van maatregelen. Deze combinatie omvat het versterken van de samenwerking om het net te regelen op zowel nationaal als internationaal niveau, het verbeteren van de prognosekwaliteit (verbruik, offshore enz.) en het verzekeren van een marktdesign dat de balanceringsverantwoordelijken aanspoort om het evenwicht van hun portefeuille te beheren en dat hen tegelijkertijd marktregelingen biedt om hun onbalansen zo dicht mogelijk bij real time te verhandelen (bv. intradaymarkten). Daarnaast moeten markthervormingen worden geïmplementeerd die zo veel mogelijk flexibiliteit vrijmaken die in real time kan worden gebruikt om het net in evenwicht te houden, met een minimum aan kosten. Deze laatste markthervormingen mikken op het openstellen van de balanceringsmarkten voor alle technologieën en alle spelers, ongeacht het spanningsniveau waarop ze aangesloten zijn.

Ter illustratie van de voornoemde maatregel: in de loop van 2020 ging Elia in België over van een maandelijkse aankoop van mFRR (manuele frequentieherstelreserve) en een wekelijkse aankoop van aFRR (automatische frequentieherstelreserve) naar een dagelijkse aankoop van beide reserves, en verkortte ze de tijdseenheid voor de capaciteitscontractering tot vier uur. Hiermee verlaagt ze de toegangsdrempel tot de reservemarkt en maakt ze een effectievere participatie van meer technologieën mogelijk. 2021 zal voornamelijk worden gewijd aan de verdere implementatie van de Europese platformen voor de activering van balanceringsenergie en de voorbereiding van de aansluiting van de Belgische markt op deze platformen in 2022.

ADEQUACY

De federale regeringen spelen een cruciale rol in het verzekeren dat hun land over voldoende capaciteit beschikt om het risico op elektriciteitstekorten en bevoorradingsproblemen te vermijden. De transmissienetbeheerders van de groep (Elia Transmission Belgium and 50 Hertz Transmission GmbH) verstrekken hen op hun beurt nuttige informatie. Zo beoordeelt Elia Transmission Belgium, conform de wet, regelmatig de Belgische bevoorradingszekerheid op korte en langere termijn.

Voor de Belgische adequacy op korte termijn evalueert Elia Transmission Belgium voornamelijk of de adequacy tussen de projecties van de belasting en de beschikbare opwekking (incl. vraagflexibiliteit, aangeduide vraagflexibiliteit, belastingverschuiving ...) in België en de buurlanden aan de wettelijke criteria voor de bevoorradingszekerheid voldoet. Als uit deze studie blijkt dat mogelijk niet wordt voldaan aan de criteria, kan de minister van Energie Elia Transmission Belgium vragen om een strategische reserve aan te leggen. Een strategische reserve bestaat uit assets buiten de markt die kunnen worden ingezet wanneer de markt de bevoorradingzekerheid niet kan verzekeren.

Op 30 november 2020 publiceerde Elia Transmission Belgium haar probabilistische analyse van de Belgische adequacy voor de winterperiode 2021-2022. De resultaten van deze studie kunnen hier worden geraadpleegd:

https://www.elia.be/-/media/project/elia/elia-site/public-consultations/2020/20201130_strategic-reserve-2021-22-v_final-1_ en.pdf

Elia Transmission Belgium onderzoekt ook om de twee jaar de Belgische adequacy op langere termijn. Deze studies beoordelen de adequacy tussen de projecties van de belasting en de verwachte beschikbare capaciteit (incl. vraagflexibiliteit, belastingverschuiving, batterijen ...) in België en de buurlanden. De verwachte beschikbare capaciteit omvat de door de politiek bepaalde doelstellingen in termen van hernieuwbare opwekking en de economische haalbaarheidskloof. De studies evalueren of er voldoende sterke signalen zijn om marktinvesteringen uit te lokken die een eventueel tekort aan adequacy kunnen opvangen zoals gedefinieerd door de wettelijke criteria voor de bevoorradingszekerheid.

De laatste studie in dit verband – de 'Adequacy & Flexibility Study 2020-2030' – dateert van 28 juni 2019. Ze kan hier worden geraadpleegd:

https://www.elia.be/nl/publicaties/studies-en-rapporten

Deze studie concludeerde dat België als gevolg van de kernuitstap tegen 2025 een tekort aan adequacy zal hebben, en dat er te weinig sterke investeringssignalen zijn om ervan uit te gaan dat deze leemte zonder bijkomende interventies door de markt zal worden gevuld. In 2020 is Elia Transmission Belgium samen met de relevante overheden, de CREG en de betrokken marktpartijen van start gegaan met het proces voor de volgende studie (dus voor de periode 2022-2032). De studie zou uiterlijk op 30 juni 2021 klaar moeten zijn.

Na de voornoemde studie in 2019 keurde het Belgische parlement in april 2019 een wijziging van de Elektriciteitswet goed die een capaciteitsvergoedingsmechanisme (CRM) invoert, om de bevoorradingszekerheid van het land op langere termijn te garanderen. Elia Transmission Belgium helpt de regering bij het ontwerp en de implementatie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. In 2020 voldeed Elia Transmission Belgium aan alle wettelijke vereisten voor de uitrol van dit nieuwe mechanisme, met inbegrip van formele voorstellen voor diverse methodologische aspecten, voor de kalibratie van verschillende parameters en voor gedetailleerde werkingsregels. Elia Trans-

gemeenschap dienen, vragen ze vanwege hun lokale impact grote inspanningen met het oog op de aanvaarding door de gemeenschap.

Meer informatie over deze projecten is te vinden in ons Federaal Ontwikkelingsplan 2020-2030:

https://www.elia.be/nl/infrastructuur-en-projecten/investeringsplannen/federaal-ontwikkelingsplan-2020-2030

LEVERANCIERSRISICO

Beide transmissienetbeheerders van de groep (Elia Transmission Belgium and 50Hertz Transmission GmbH) zijn voor hun bevoorrading met materiaal en de uitvoering van hun investeringsprojecten afhankelijk van een beperkt aantal cruciale leveranciers. Door de complexiteit van de infrastructuurwerken, de toenemende vraag op de markt en de goed gevulde orderboeken van de fabrieken, is het mogelijk dat de groep onvoldoende leveranciers of leveringscapaciteit vindt voor haar projecten. Deze kernleveranciers staan bovendien voor de uitdaging om voldoende hr-profielen te vinden met de juiste vaardigheden. Ze moeten immers goed ontworpen producten leveren, voldoende productiecapaciteit bieden, een bevredigende kwaliteit garanderen en een diep gewortelde veiligheidscultuur aan de dag leggen. Als zij onvoldoende geschoolde profielen vinden, kan dat een nadelige impact hebben op ons bedrijf en op de veiligheid van onze werken. Verder zijn de groep en haar relevante filialen blootgesteld aan het risico op claims voor overheidsopdrachten en aan de mogelijkheid dat hun respectieve leveranciers – als zij in financiële moeilijkheden zouden komen – niet in staat zouden zijn om te voldoen aan hun contractuele verplichtingen. Als gevolg van COVID-19 kunnen sommige leveranciers problemen hebben met hun financiering en hun toelevering (beperkte voorraad). Elke annulering of vertraging van de voltooiing van infrastructuurwerken zou een nadelige weerslag kunnen hebben op de werking en de reputatie van de groep en haar filialen.

Respons

Om het leveranciersrisico tot een minimum te beperken, voeren de twee transmissienetbeheerders van de groep (Elia Transmission Belgium and 50Hertz Transmission GmbH) een doorlopende dialoog met hun leveranciers en maken ze regelmatig voorspellende capaciteitsanalyses op marktniveau. Ze nemen gerichte maatregelen om specifieke risico's te beperken. Ze ontwikkelen ook flexibelere aankoopstrategieën en diversifiëren hun portefeuille van leveranciers. Het risico van de afhankelijkheid van leveranciers in en buiten de EU wordt ook beperkt door hr-initiatieven om de interne technologische knowhow uit te breiden en de vaardigheden in kritieke technologieën en tools te versterken.

GEZONDHEIDS- EN VEILIGHEIDSONGEVALLEN

Elia Transmission Belgium and 50Hertz Transmission GmbH beheren installaties waar ongevallen, defecte assets en externe aanvallen schade kunnen berokkenen aan mensen. Bijgevolg kunnen de groep en haar relevante filialen worden blootgesteld aan mogelijke aansprakelijkheden die een materiële negatieve impact kunnen hebben op hun financiële positie, die aanzien-

lijke financiële en beheersmatige middelen kunnen vereisen en die hun respectieve reputatie kunnen schaden.

Respons

De veiligheid en het welzijn van individuele personen (zowel medewerkers van de groep en haar relevante filialen als derden) is een grote prioriteit en een dagelijkse zorg voor de groep en haar relevante filialen. De groep en haar relevante filialen hanteren dan ook een veiligheids- en gezondheidsbeleid, maken veiligheidsanalyses en bevorderen een veiligheidscultuur. Dankzij maatregelen voor een rechtvaardige cultuur en een sterke systeemgebaseerde strategie voor veiligheid en gezondheid kan de groep deze prioritieten op een duurzame manier nastreven.

Financiële risico's en bijbehorende responsen

NEGATIEVE EVOLUTIES OP DE FINANCIËLE MARKTEN

Het vermogen van de groep om toegang te krijgen tot globale financieringsbronnen voor de dekking van haar financieringsbehoeften of de aflossing van haar schulden kan worden beïnvloed door een achteruitgang van de financiële markten.

Schommelingen van de rentevoeten kunnen een negatieve invloed hebben op de financiële situatie van de groep. De groep en haar filialen moeten immers toegang hebben tot de kapitaalmarkten om hun investeringen te financieren en hun strategische doelstellingen op korte en lange termijn te bereiken. In de huidige bank- en kapitaalmarktomgeving, die wordt gekenmerkt door lage rentevoeten, ervaart de groep geen beperkingen in de beschikbaarheid van financiering. Het in de regelgevende schema's toegestane rendement op eigen vermogen kan ook nadelig worden beïnvloed door de daling van de rentevoeten.

De groep is voor de financiering van haar investeringen afhankelijk van haar vermogen om toegang te krijgen tot de schulden kapitaalmarkten, om zo de fondsen op te halen die ze nodig heeft om haar bestaande schulden af te lossen en te voldoen aan de financiële behoeften voor haar toekomstige investeringen. De geopolitieke problematiek in verband met de Brexit, het aantreden van de regering-Biden in de Verenigde Staten en de evolutie van de COVID-19-pandemie kunnen de financiële markten verder beïnvloeden. Al deze macro-economische factoren komen op het niveau van de markt tot uiting in een grote volatiliteit die een negatieve impact zou kunnen hebben op de groei van de groep en het bereiken van haar doelstellingen.

Elia Group en Eurogrid GmbH hebben een rating van S&P. Er bestaat geen enkele zekerheid dat de rating voor elke gegeven periode dezelfde zal blijven, of dat deze niet door het ratingbureau zal worden verlaagd indien het bureau meent dat toekomstige omstandigheden dat rechtvaardigen. Een beslissing van een ratingbureau om de kredietrating van de vennootschap te verlagen of in te trekken, zou de financieringsopties van de groep kunnen beperken en zou haar kredietkosten kunnen verhogen.

extreme weersomstandigheden die aanleiding zouden geven tot de beschadiging van onze buiteninfrastructuur en de overstroming van onderstations.

Respons

De beoordeling van de klimaatrisico's is opgenomen in een multidisciplinair proces voor risicobeheer op het niveau van de hele groep. De risico's worden geïdentificeerd en geëvalueerd, en risico's met hoge prioriteit worden van nabij gevolgd.

De groep geeft intussen al jarenlang gehoor aan de vragenlijst van het Carbon Disclosure Project (CDP). In 2020 ontving de groep een B-rating die de voortdurende verbetering van het beheer van de milieu-impact, de klimaatrisico's en de opportuniteiten weerspiegelt.

Aansluitend op haar inspanningen om de infrastructuur voor de energietransitie te implementeren, lanceerde Elia Group in september 2020 het initiatief 'Act Now for a Sustainable World'. De vijf geïdentificeerde aandachtspunten zijn een concrete uitdrukking van onze vastberadenheid om in termen van duurzaamheid bij de top van de Europese TNB's te horen. We streven ernaar om transparant te zijn over wat er in de komende jaren in termen van duurzaamheid zal worden gedaan.

Meer informatie over de duurzaamheidsinitiatieven van de Groep is te vinden in haar duurzaamheidsrapporten en op de website:

https://www.eliagroup.eu/en/sustainability

STORINGEN IN INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE (ICT), BEVEILIGING EN BESCHERMING VAN GEGEVENS

Een storing in de ICT-systemen en -processen die de groep gebruikt of een inbreuk op hun beveiligingsmaatregelen, kan leiden tot verliezen voor klanten en lagere inkomsten voor de groep en haar filialen.

De groep en haar relevante filialen verzamelen en bewaren ook gevoelige gegevens, hun eigen bedrijfsgegevens en die van hun leveranciers en zakenpartners. De groep en haar relevante filialen zijn onderworpen aan verscheidene regels en reglementen voor de bescherming van de privacy en de persoonsgegevens, waaronder sinds 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming (Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016) en de NIS-richtlijn. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen blijven ingrijpende storingen van de systeemhardware en -software, non-compliance, computervirussen, malware, cyberaanvallen, ongevallen of inbreuken op de veiligheid nog altijd mogelijk.

Elk van deze gebeurtenissen kan de groep en/of een van haar relevante filialen verhinderen om een deel of het geheel van hun diensten te leveren en kan in het algemeen leiden tot een inbreuk op hun wettelijke en/of contractuele verplichtingen. Dit kan dan weer aanleiding geven tot rechtsvorderingen of geschillen, contractuele aansprakelijkheid, aansprakelijkheid volgens gegevensbeschermingswetten, strafrechtelijke, burgerrechtelijke en/of administratieve sancties, een verstoring van de werking van de groep of haar relevante filialen, of schade aan de reputatie van de groep of haar relevante filialen, en kan in het algemeen een nadelige weerslag hebben op de activiteiten van de groep en haar relevante filialen.

Respons

De groep en elk van haar relevante filialen nemen passende maatregelen om hun ICT-processen en hardware, software en netwerkbeveiliging (bv. failover-mechanismen) te herzien, te updaten en te back-uppen. Ze doen dit op doorlopende basis en zo ruim mogelijk binnen hun technische en financiële overwegingen.

Verder doet de groep aan gegevensbeheer en -classificatie, gegevensbescherming en informatiebeveiliging (ISO 27001) en is er een monitoringproces opgestart.

Beide transmissienetbeheerders van de groep (Elia Transmission Belgium and 50Hertz Transmission GmbH) passen bovendien hun processen voortdurend aan en voeren nieuwe processen in om de compliance te verzekeren.

VERGUNNINGSRISICO

De veranderende Europese energiemarkt en de grootschalige uitrol van op hernieuwbare bronnen gebaseerde opwekkingstechnologieën vereisen de verdere ontwikkeling van de infrastructuur van beide transmissienetbeheerders. De rol van de elektriciteitsnetten in de energietransitie wordt erkend. De ontwikkeling van deze infrastructuur en van interconnectoren met andere buurlanden is afhankelijk van het verkrijgen van vergunningen en goedkeuringen van lokale, gewestelijke, nationale en internationale overheden. De noodzaak van het verkrijgen van dergelijke goedkeuringen en vergunningen binnen bepaalde tijdskaders is een belangrijke uitdaging voor een tijdige implementatie. Bovendien kunnen de goedkeuringen en vergunningen worden betwist voor de relevante rechtbanken.

Respons

Om de onzekerheden in verband met vergunningen te beheren, wordt een concreet en anticiperend stakeholdermanagement gevoerd, samen met een transparante communicatie met de gemeenschap.

De samenwerking met de overheid aan een gezamenlijk doel (namelijk de integratie van hernieuwbare bronnen en de garantie van de bevoorradingszekerheid met betaalbare energieprijzen) helpt om duurzame betrekkingen tot stand te brengen en netprojecten te realiseren binnen het tijdskader van de klimaatambities.

Zo heeft de groep ondanks de COVID-situatie met regeringen en lokale gemeenten samengewerkt om digitale participatiestrategieën te ontwikkelen en voort te zetten. Dankzij deze proactieve, agile aanpak werd onze vooruitgang niet beduidend vertraagd en verkregen we in 2020 de verwachte beslissingen.

Meer informatie

In België zijn enkele projecten bijzonder belangrijk voor de facilitering van de energietransitie: de interconnectieprojecten, de versterking van de backbone (HTLS-projecten), de bouw van nieuwe projecten voor de versterking van de backbone (zoals Ventilus en Boucle du Hainaut) en tot slot de ontwikkeling van de tweede golf van offshore windparken. Hoewel ze heel de

Respons

De risico's waarmee de groep wordt geconfronteerd, worden geïdentificeerd en geanalyseerd om passende limieten te bepalen. De groep controleert en monitort de risico's en de naleving van deze limieten. Hiertoe heeft de groep verantwoordelijkheden en procedures gedefinieerd voor de te gebruiken financiële instrumenten, samen met operationele limieten voor het beheer ervan. Deze procedures en de overeenkomstige systemen worden regelmatig herzien, om eventuele wijzigingen van de marktomstandigheden en de activiteiten van de groep te weerspiegelen. De financiële impact van deze risico's is beperkt, aangezien Elia Transmission Belgium en 50Hertz Transmission GmbH binnen het Belgische of Duitse regelgevende kader werken.

In het kader van de inspanningen van de groep om het financieringsrisico te beperken, streeft ze naar de diversificatie van haar financieringsbronnen in schuldinstrumenten en brengt ze de maturiteit van haar financiering in evenwicht met de levensduur op lange termijn van haar activa. Als beursgenoteerde vennootschap heeft de groep ook toegang tot de aandelenmarkt. Het herfinancieringsrisico wordt beheerd door sterke bankrelaties te ontwikkelen met een groep van financiële instellingen, door een robuuste en voorzichtige financiële positie te behouden in de tijd en door de financieringsbronnen te diversifiëren. Het liquiditeitsrisico op korte termijn wordt op dagelijkse basis beheerd en de financieringsbehoeften worden volledig gedekt door de beschikbaarheid van kredietlijnen (aan duurzaamheid gekoppelde kredietlijnen voor ETB) en een programma voor handelspapier.

Meer informatie

In België worden de financieringskosten van de gereguleerde activiteiten gekwalificeerd als 'niet-beheersbare elementen' en kunnen mogelijke afwijkingen van de begrote cijfers worden overgedragen naar een volgende regelgevende tariefperiode (of binnen dezelfde periode, in het geval van een uitzonderlijke wijziging van de lasten). De gereguleerde tarieven worden bepaald aan de hand van prognoses van de rentevoet.

KASSTROOM

De eerder vermelde schommelingen van de rentevoeten van de schuld van de groep kunnen ook een impact hebben op de werkelijke financiële lasten, door een (positief of negatief) tijdsverschil te veroorzaken tussen de effectief door de groep gemaakte financiële kosten en de voorspelde financiële kosten. Dit kan kortstondige gevolgen hebben voor de kaspositie van de groep.

Afwijkingen tussen de werkelijke en de begrote volumes aan vervoerde elektriciteit en tussen de effectief gemaakte en de begrote kosten/opbrengsten kunnen op korte termijn een negatief effect hebben op de kaspositie van de groep. In 2020 leidden de COVID-19-maatregelen tot een daling van het elektriciteitsverbruik. Deze afname van het verbruik had een beduidende impact op de reële kasinkomsten voor de financiering van de verschillende mechanismen voor de ondersteuning van de ontwikkeling van hernieuwbare energie en de openbare-dienstverplichtingen. Maar dankzij de huidige tariefstructuur was de impact op de contante inkomsten uit onze kernactiviteit In termen van de gewestelijke openbare-dienstverplichtingen bestaat er sinds enkele jaren een historisch onevenwicht, maar dit zal naar verwachting in de toekomst geleidelijk worden rechtgezet.

Het hoge tarief voor openbare-dienstverplichtingen voor de financiering van de steun aan hernieuwbare energie in Wallonië, dat werd ingevoerd om de kosten van de verkoop van groenestroomcertificaten aan Elia Transmission Belgium te dekken, werd eind 2017 aangevuld met een nieuw mechanisme voor de temporisering van de groenestroomcertificaten. In deze context kan het Waals Gewest passende hoeveelheden groenestroomcertificaten van Elia Transmission Belgium kopen, om ze over enkele jaren op de markt te verkopen.

Met het oog op de financiering van het bijkomende negatieve saldo tussen het huidige tarief van 13,8159 €/MWh en de kosten van de verkoop van groenestroomcertificaten aan Elia Transmission Belgium in 2021, zal er waarschijnlijk nog altijd een temporisering nodig zijn in 2021. Vanaf 2022 zou de verkoop van groenestroomcertificaten aan Elia moeten afnemen, wat het risico op een verder onevenwicht voor de openbare-dienstverplichting van de Waalse groenestroomcertificaten zou moeten beperken. Tegelijkertijd zal het reserveringsmechanisme door Solar Chest tegen eind juni 2022 stoppen.

Wat de openbare-dienstverplichting voor de offshore groenestroomcertificaten (BE) betreft, voorzien de bestaande wettelijke regels dat het gebrek aan financiering wordt gecompenseerd door een evolutie van de tarieven, met een vertraging van ongeveer twee jaar. De minister van Energie heeft het tarief voor 2021 goedgekeurd.

Als logisch resultaat van de respons op adequacy-risico's zoals beschreven in de paragrafen rond regelgeving en risico's, moet het financieringsmechanisme van het CRM nog zo evenwichtig mogelijk worden voltooid.

Het EEG mechanisme is per wet bepaald (AusglMechV) en is gekoppeld aan de ondersteuning van de productie van hernieuwbare energiebronnen (HEB). De TNB betaalt de HEB-producenten het verschil tussen de marktprijs en de wettelijk bepaalde prijs voor de door hen opgewekte energie en rekent het verschil door aan de eindgebruiker door een toeslag per kWh toe te passen. Als de HEB-productie hoger is dan verwacht, of de marktprijzen zijn lager dan geraamd, of het verbruik van de eindgebruiker lager is dan verwacht, dan kan de liquiditeit van 50Hertz zwaar geïmpacteerd worden.

NIEUWE BEDRIJFSONTWIKKELINGEN

Elk negatief resultaat van nieuwe bedrijfsontwikkelingen wordt volledig door de groep gedragen en vertegenwoordigt een bijkomend financieel risico.

Respons

De nieuwe afschermingsstructuur zoals eerder uiteengezet in de rubriek 'Risico op vroegtijdige beëindiging van de TNB-licentie' is een van de voorziene responsen.

Het EGI-filiaal van de groep heeft tot op heden voornamelijk 'owner's engineering'-diensten verstrekt, die worden gekenmerkt door lagere risico's op vorderingen en aansprakelijkheden.

JURIDISCHE GESCHILLEN EN AANSPRAKELIJKHEID

De uitkomst van juridische geschillen en processen kan een negatieve weerslag hebben op de bedrijfswerking en/of de financiële resultaten.

Respons

Tijdens de pandemie resulteerde de EEG-toeslag , tengevolge de lage marktprijzen en het lage verbruik van de eindgebruikers, in een tekort van ongeveer 900 m€. 50Hertz beschikt over voldoende back-up faciliteiten om deze uitzonderlijke situatie op te vangen. Sindsdien is de situatie echter verbeterd daar het tekort begin 2021 al werd vereffend via een Duits federaal subsidiemechanisme. https://innovation.eliagroup.eu/ Om haar ambities sneller waar te maken en de innoverende initiatieven van haar werknemers te bevorderen, heeft de groep besloten om een nieuwe, risicovrije werkomgeving in het leven te roepen: Nest, voor een snelle prototyping van veelbelovende projecten.

De groep en haar relevante filialen voeren hun activiteiten zodanig uit dat het risico op juridische geschillen (zoveel mogelijk) wordt beperkt, en indien nodig worden ook op kwartaalbasis passende voorzieningen geïdentificeerd en geïmplementeerd.

Activiteiten in onderzoek en ontwikkeling

In lijn met haar strategische prioriteiten – voorzien in de vereiste infrastructuur en een duurzaam elektriciteitssysteem, inspelen op de evoluerende behoeften van de verbruikers en de relevantie verhogen door een groei voorbij de huidige parameter – verkent de groep samen met haar partners ideeën die kunnen helpen om de toekomst van de energie vorm te geven en de weg te effenen voor de vorming van een groep van digitale transmissienetbeheerders (Elia Transmission Belgium and 50Hertz Transmission GmbH).

Deze innovaties hebben betrekking op drie domeinen: de assets, de markt en het beheer van het systeem.

Uitvoerige informatie over de innovatieprojecten van de groep is te vinden op de website

beperkter. Afhankelijk van de evolutie van de economische activiteit kan een grotere negatieve impact op middellange termijn worden verwacht. Hierna volgt meer informatie over de impact van de ondersteuningsmechanismen. Volgens de bestaande wettelijke regels worden de openbare-dienstverplichtingen gedekt door de tarieven (en hun evoluties), die regelmatig worden goedgekeurd door de regulators.

In het kader van hun respectieve bevoegdheden hebben de nationale en gewestelijke regeringen maatregelen genomen om met diverse ondersteuningsmechanismen de verdere ontwikkeling van hernieuwbare energie te bevorderen. De twee transmissienetbeheerders van de groep (Elia Transmission Belgium en 50Hertz Transmission GmbH) kunnen deelnemen aan verscheidene van deze mechanismen voor openbare-dienstverplichtingen. Dit kan een indirecte weerslag hebben op de kasstroom van de groep: afwijkingen van de verwachte marktprijs (DE) of het aantal verkochte groenestroomcertificaten met gewaarborgde minimumprijs (BE) of afwijkingen van de verwachte volumes van de instroom van hernieuwbare energie en een lager verbruik door eindgebruikers zouden beduidende kaskosten op korte en middellange termijn kunnen veroorzaken.

Respons

Het liquiditeitsrisico op korte termijn wordt op dagelijkse basis beheerd en de financieringsbehoeften worden volledig gedekt door de beschikbaarheid van kredietlijnen en een programma voor handelspapier.

Andere risicobeperkende maatregelen omvatten de betrokkenheid bij het ontwerp van de mechanismen voor openbare-dienstverplichtingen ter bevordering van de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Zodra deze mechanismen ingevoerd zijn, kunnen goede prognoses van de consumptie van de eindgebruikers, de RES-input, de marktprijzen, het verwachte aantal verkochte groenestroomcertificaten tegen gegarandeerde minimumprijs en de rapportage en communicatie van problemen aan de overheden en regelgevende instanties bijdragen tot een goed evenwicht.

Meer informatie

Met de invoering van Belgische wetten en regelgevingen voor de opwekking van gedecentraliseerde of hernieuwbare energie, meer bepaald door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen en windturbines, hebben de federale en gewestelijke regeringen de uitgifte van zogenaamde 'groenestroomcertificaten' (GC) georganiseerd. De certificaten worden gebruikt als een financieel ondersteuningsmechanisme voor hernieuwbare energie.

De eerste golf van aansluitingen op offshore windturbines werd in de loop van 2020 voltooid in de Noordzee en voorspelt een potentiële groei zodra MOGII goedgekeurd is en groenestroomcertificaten genereert die worden verkocht aan Elia Transmission Belgium. Deze openbare-dienstverplichting voor offshore groenestroomcertificaten leidt tot een steeds grotere kasuitstroom, die zal worden gecompenseerd door een equivalente kasinstroom uit hogere tarieven die de regering de komende jaren moet goedkeuren.

Contextuele factoren

COVID 19

De COVID-19-pandemie en de opgelegde beperkingen om het virus het hoofd te bieden, hebben overal ter wereld de economische activiteit vertraagd. De impact van COVID-19 op langere termijn is nog steeds onzeker. De nieuwe opstoot van het virus in tal van Europese landen in het najaar van 2020 en de noodzaak om opnieuw lockdownmaatregelen in te voeren, ondermijnen de vaart van de economie. De verspreiding van vaccins zal naar verwachting voor het nodige tegengewicht zorgen. Maar het kan nog een hele tijd duren voor de vaccinatiedrempel bereikt is en groepsimmuniteit een feit is. De manier waarop deze contextuele factor ons bedrijf beïnvloedt, is uiteengezet in de vorige paragrafen over de risico's en responsen. We doen alle nodige inspanningen om de mogelijke impact tot een minimum te beperken, vooral op het gebied van projecten, bevoorradingszekerheid en veiligheid en gezondheid.

BREXIT

Op 24 december 2020 bereikten de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk een principeovereenkomst over het handelsen samenwerkingsakkoord dat voorlopig van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2021. De onderhandelingen werden pas op het nippertje afgerond, net voor het einde van de overgangsperiode.

Tot het akkoord in december werd gesloten, was het vooruitzicht van een Brexit zonder overeenkomst een bron van langdurige macro-economische onzekerheid. Het akkoord moet nu de basis vormen voor een slimme en duurzame samenwerking tussen Europa en het Verenigd Koninkrijk. Veel van de algemene regelingen voor de elektriciteitsmarkten in het handelsen samenwerkingsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk behouden de status quo, terwijl de offshore samenwerking in de Noordzee wordt versterkt. Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de interne energiemarkt zal de energiehandel evenwel minder efficiënt maken. Het akkoord omvat een eis voor de ontwikkeling van een nieuw marktkoppelingsmechanisme (multiregionale losse volumekoppeling).

De groep heeft een analyse uitgevoerd en geconcludeerd dat Nemo Link Ltd op de nieuwe situatie is voorbereid. De algemene conclusie is dat Nemo Link operationeel blijft zoals voorheen. De rentabiliteit van de investering zal naar verwachting niet noemenswaardig worden beïnvloed door het "cap and floor"-mechanisme, dat zekerheid biedt over de kasstromen van de onderneming over een periode van 25 jaar.

MACRO-ECONOMISCHE CONTEXT

2020 werd gekenmerkt door een vrij onzeker macro-economisch klimaat, vooral vanwege COVID-19, het vooruitzicht van een Brexit zonder akkoord (zie boven), een scherpe stijging van de overheidsschuld en een krimp van het bruto binnenlands product. De verkiezingen in de Verenigde Staten en de mogelijke betwisting van de uitslag waren eveneens een waarschijnlijke factor voor de toenemende marktvolatiliteit.

Tegelijkertijd bleven de rentevoeten in 2020 uiterst laag, als gevolg van het zeer inschikkelijke monetaire beleid van de ECB, hoewel deze situatie in de toekomst zou kunnen veranderen.

De evoluties van de rentevoeten op lange termijn kunnen de verwachte rentabiliteit van de transmissienetbeheerders beïnvloeden.

DE ENERGIETRANSITIE VOORBEREIDEN

Zoals in de beschrijving van de risico's werd uiteengezet, vereist de voorbereiding van de energietransitie in de context van een kernuitstap de beschikbaarheid van bijkomende opwekkingseenheden, om zowel de balancering als de adequacy van het net te verzekeren. Dit vereist op zijn beurt een kader dat de investeerders voldoende vertrouwen geeft om te investeren in deze opwekkingseenheden. Dat kader is er voorlopig nog niet.

Bovendien heeft de voorbereiding van de energietransitie een kostprijs. Het is een uitdaging op zich om financieringswijzen te vinden die verantwoordelijk zijn tegenover de toekomstige generaties, in de context van een hoge schuldenlast.

ENERGIEVRAAG EN ENERGIE-EFFICIËNTIE

In het licht van de voortdurende stijging van de energievraag in de voorbije decennia, tot aan de COVID-pandemie, is de energie-efficiëntie een van de cruciale maatregelen die de EU voorstelt om de CO2 -voetafdruk van de Unie te beperken. Belangrijke maatregelen voor de energie-efficiëntie in België en Duitsland kunnen het stroomverbruik beïnvloeden en zo de getransporteerde volumes aan elektriciteit op de netten van de groep verlagen. Hetzelfde geldt voor een vertraging van de economische activiteit van de industriële afnemers en een vermindering van hun verbruik.

1. Controleomgeving

ORGANISATIE VAN DE INTERNE CONTROLE

Overeenkomstig de statuten van Elia Group heeft de raad van bestuur een college van dageliijks bestuur en verschillende comités opgericht die helpen bij de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden: het auditcomité, het strategisch comité, het vergoedingscomité en het benoemingscomité. Het auditcomité is overeenkomstig artikel 7:99 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de statuten, in het bijzonder belast met (ii), (iii), (iv), (v).

Het auditcomité werd door de raad belast met volgende hoofdtaken: (i) het onderzoeken van de rekeningen en het uitoefenen van controle op het budget; (ii) het monitoren van de financiële reporting; (iii) het monitoren van de efficiëntie van de systemen voor interne controle en risicobeheer van het bedrijf; (iv) het monitoren van de interne audit en de efficiëntie ervan, (v) het monitoren van de statutaire audit van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, inclusief de opvolging van alle vragen en aanbevelingen van de externe auditeurs; (vi) het beoordelen en monitoren van de onafhankelijkheid van de externe auditors; (vii) het formuleren van een voorstel aan de raad van bestuur voor de (her)benoeming van de externe auditors, alsook aanbevelingen met betrekking tot de voorwaarden van hun benoeming doen aan de raad van bestuur; (viii) het monitoren van de aard en de omvang van niet-auditdiensten verleend door de externe auditors; (ix) het beoordelen van de efficiëntie van het externe auditproces.

Het auditcomité komt in principe driemaandelijks bijeen.

Het departement Finance ondersteunt het college van dagelijks bestuur door tijdig de correcte en betrouwbare financiële informatie ter beschikking te stellen die nodig is voor de besluitvorming betreffende de opvolging van de rentabiliteit van de activiteiten en het efficiënt beheer van de financiële diensten van de onderneming. De externe financiële reporting waaraan Elia Group is onderworpen omvat (i) de statutaire financiële en fiscale reporting, (ii) de geconsolideerde financiële reporting, (iii) de specifieke reportingverplichtingen van een beursgenoteerd bedrijf. Elia Group heeft een gestructureerde aanpak ontwikkeld, die bijdraagt tot de volledigheid en exactheid van de financiële informatie en rekening houdt met de termijnen voor de controle van de activiteiten en de interventie van de voornaamste betrokkenen, teneinde adequate controles en rekeningen te verzekeren.

INTEGRITEIT EN ETHIEK

De integriteit en ethiek van Elia Group zijn van essentieel belang in haar interne controleomgeving. Het college van dagelijks bestuur en het management communiceren regelmatig over deze principes om de wederzijdse rechten en plichten van de onderneming en van haar medewerkers toe te lichten. Deze regels worden aan alle nieuwe medewerkers meegedeeld en de naleving ervan is formeel voorzien in de arbeidsovereenkomsten.

De Gedragscode van Elia Group (de "Gedragscode") heeft bovendien als doel inbreuken op de Belgische wetgeving inzake het gebruik van voorkennis of marktmanipulatie en verdachte activiteiten te vermijden. Het management ziet er continu op toe dat de medewerkers de interne waarden en procedures naleven en neemt, indien nodig, de nodige maatregelen, zoals beschreven in het bedrijfsreglement en in de arbeidsovereenkomsten. De Ethische Code van Elia Group (de "Ethische Code"), definieert wat Elia Group als correct ethisch ondernemen beschouwt, en bepaalt het beleid en een aantal principes om belangenconflicten te vermijden. Integer en onafhankelijk handelen met alle stakeholders is een essentieel uitgangspunt voor het handelen van onze medewerkers. De ethische code van Elia Group stelt uitdrukkelijk dat omkoping in welke vorm dan ook, alsook misbruik van voorkennis en marktmanipulatie, verboden is. Dit wordt ook ondersteund door de Gedragscode. Elia Group en haar medewerkers maken geen gebruik van geschenken of entertainment om concurrentie-

Kenmerken van de systemen voor interne controle en risicobeheer

GRI 102-17, GRI 102-30

Het referentiekader van de interne risicobeheerscontrole dat door het college van dagelijks bestuur geïmplementeerd is en door de raad van bestuur van Elia Group is goedgekeurd, is gebaseerd op het COSO II Framework. Dit kader omvat vijf nauw verbonden basiscomponenten om een geïntegreerd proces te verzekeren voor de systemen voor interne controle en risicobeheer: de controleomgeving, de risicobeoordeling, de controleactiviteiten, de informatie en de communicatie en de monitoring. Door deze concepten toe te passen en in haar processen en activiteiten te integreren kan Elia Group haar activiteiten onder controle houden, de efficiëntie van haar operaties verbeteren, haar middelen optimaal inzetten en zo bijdragen tot de realisatie van haar doelstellingen. Hierna wordt de toepassing van COSO II binnen Elia Group beschreven.

voordeel te behalen. Facilitaire betalingen zijn niet toegestaan door Elia Group. Het verhullen van geschenken of entertainment als liefdadigheidsgiften is evenzeer een schending van de ethische code. De ethische code onderstreept ook het verbod van elke vorm van racisme en discriminatie, gelijke kansen voor alle werknemers en de bescherming van de vertrouwelijkheid wat het gebruik van IT-systemen betreft. Iedereen die specifiek bij het aankoopproces betrokken is, moet zich houden aan de deontologie van Elia Group betreffende aankopen en alle regels die daaruit voortvloeien. De aankoopdeontologie van Elia Group is intern en extern gepubliceerd en steunt op 4 pijlers: vertrouwelijkheid; niet-discriminerende behandeling van de leveranciers; transparantie; en het vermijden van belangenconflicten. Op regelmatige basis zorgt het management van de medewerkers die betrokken zijn in de aankoop- en betaalprocessen voor voldoende training en sensibilisering aangaande deze topics.

Elia Group biedt zijn medewerkers de mogelijkheid om hun bezorgdheid over (vermeende) inbreuk op de ethische code te uiten zonder vrees voor sancties en/of oneerlijke behandeling. Naast de bestaande meldingskanalen werd een extern systeem voor de melding van inbreuken op de professionele integriteit ingevoerd. Interne medewerkers kunnen via dit platform hun vermoedens van mogelijke inbreuken op de ethische code die de reputatie en/of belangen van Elia Group kunnen schaden, op een beschermde manier melden.

Eventuele inbreuken m.b.t. deze codes kunnen gemeld worden aan de Compliance Officer, die deze op een objectieve en vertrouwelijke wijze behandelt. De Compliance Officer verklaart in 2020 geen meldingen m.b.t. inbreuken in deze materies ontvangen te hebben, noch van interne medewerkers, noch van externe stakeholders.

Interne Audit integreert in zijn jaarprogramma een aantal acties en controle-audits teneinde specifieke preventies tegen fraude te ontwikkelen. Eventuele vaststellingen worden systematisch gerapporteerd aan het auditcomité. In 2020 werden geen relevante vaststellingen gedaan m.b.t. financiële fraude in de audits aangaande het audit-jaarprogramma van 2020.

Elia Group biedt haar medewerkers de mogelijkheid om hun bezorgdheid over een (vermeende) overtreding van de ethische code te uiten zonder bang te hoeven zijn voor sancties en/of een oneerlijke behandeling. Naast de bestaande rapporteringskanalen, werd hiertoe een extern meldpunt zakelijke integriteitsinbreuken geïmplementeerd. Via dit kanaal kunnen interne medewerkers vermoedens van mogelijke schendingen van de ethische code van Elia, die de reputatie en/of de belangen van Elia kunnen schaden, op een vertrouwelijke en afgeschermde wijze melden.

ROLLEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

Het intern controlesysteem van Elia Group steunt op duidelijk omschreven rollen en verantwoordelijkheden op alle niveaus van de organisatie. De rollen en verantwoordelijkheden van de diverse comités binnen Elia Group zijn voornamelijk geïdentificeerd in het wettelijk kader dat van toepassing is op Elia Group, in de statuten en in het Corporate Governance Charter.

Het departement Boekhouding staat onder toezicht van de Chief Financial Officer en is belast met de statutaire financiële en fiscale reporting en de consolidatie van de verschillende dochtervennootschappen van Elia Group. Het departement Beheerscontrole staat in voor de opvolging van de boekhouding en voor de analytische reporting en is belast met alle financiële reporting in de regulatoire context. Wat het proces van financiële reporting betreft, zijn de taken en verantwoordelijkheden van iedere werknemer van het departement Boekhouding duidelijk omlijnd om te waarborgen dat de geleverde financiële resultaten de financiële transacties van Elia Group exact en eerlijk weergeven. De belangrijkste controles en het tijdschema voor de realisatie van deze taken en controles werden geïdentificeerd en opgenomen in een gedetailleerd kader van taken en verantwoordelijkheden. Alle entiteiten van de consolidatiekring hebben een IFRS-boekhoudhandleiding geïmplementeerd. Die geldt als referentie inzake de boekhoudkundige principes en procedures, teneinde coherentie en vergelijkbaarheid te verzekeren, alsook een correcte boekhouding en reporting binnen de groep. Het departement Finance beschikt over de nodige instrumenten, zoals IT-tools, voor de uitvoering van zijn taken. Alle entiteiten van de consolidatiekring gebruiken dezelfde ERP-applicatie, die diverse geïntegreerde controles bevat en een gepaste taakverdeling ondersteunt. De rollen en verantwoordelijkheden van alle medewerkers worden toegelicht door middel van een beschrijving van elke functie overeenkomstig de methodologie van Business Process Excellence.

COMPETENTIES

Elia Group houdt in haar processen inzake rekrutering, opleiding en retentie, rekening met het cruciale belang van de competenties en de expertise van haar medewerkers om ervoor te zorgen dat haar activiteiten op een betrouwbare en efficiënte wijze worden uitgevoerd. Het departement Human Resources heeft adequate beleidslijnen uitgestippeld en geeft een omschrijving van alle functies teneinde de rollen, verantwoordelijkheden en functievereisten te identificeren, alsook de kwalificaties die nodig zijn om deze te vervullen. Elia Group heeft een beleid opgesteld voor het beheer van de generieke en specifieke competenties in overeenstemming met de waarden van de onderneming en moedigt al haar medewerkers aan om opleidingen te volgen om de hun toegewezen taken efficiënt te kunnen uitvoeren. De vereisten in termen van competentieniveaus worden continu geanalyseerd door middel van formele en informele (zelf)-evaluaties op verschillende tijdstippen tijdens de loopbaan van de medewerkers. Aan alle medewerkers die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de financiële reporting worden opleidingsprogramma's inzake financiële reporting aangeboden. De opleiding is zowel toegespitst op het bestaande regelgevend kader en de boekhoudkundige verplichtingen als op de activiteiten zelf, met een hoge graad van inzicht zodat de goede vragen kunnen worden gesteld.

2. Risicobeoordeling

  • 1. het identificeren van de doorslaggevende elementen van de financiële reporting en de doelstellingen ervan;
  • 2. het identificeren van de belangrijke risico's in de realisatie van de doelstellingen;
  • 3. het identificeren van de controlemechanismen van de risico's waar mogelijk.

Risicobeoordeling is een ander systeem voor interne controle dat van cruciaal belang is voor Elia Group om de strategische doelstellingen van haar opdracht te realiseren; de raad van bestuur, het auditcomité en de risk manager identificeren, analyseren en beoordelen geregeld samen de belangrijkste risico's waarmee het bedrijf wordt geconfronteerd. Deze risico's worden geïdentificeerd en kwalitatief en/of kwantitatief beoordeeld afhankelijk van hun aard en hun potentiële impact. De Risk Manager stelt vervolgens aanbevelingen voor betreffende de manier waarop elk van deze risico's het best kan worden beheerd, rekening houdend met de interactie tussen alle aan Elia Group verbonden risico's. Op basis van deze evaluatie worden preventieve, bijsturende en/of corrigerende acties geïmplementeerd om zo, indien nodig, de bestaande interne controles te versterken. Het college van dagelijks bestuur van Elia Group is verantwoordelijk voor het invoeren van een efficiënte interne controle, die onder andere een correcte financiële reporting waarborgt. Het onderstreept het belang van het risicobeheer inzake financiële reporting door samen met het auditcomité rekening te houden met de volledige waaier van activiteiten en de daaraan verbonden risico's. Het ziet erop toe dat de risico's correct worden weergegeven in de financiële resultaten en reportings. De risicobeoordeling gaat bovendien verder dan de gekende risico's van Elia Group en tracht te anticiperen op de aard en de kenmerken van opkomende risico's die een impact op de activiteiten van Elia Group kunnen hebben. De voornaamste stappen in de beoordeling van de financiële risico's zijn: EEN CONTINUE BEOORDELING mogelijke, erop anticiperen, en reageren op eventuele incidenten, zowel van buitenaf als binnenin de organisatie, die de realisatie van de doelstellingen kunnen beïnvloeden. TOP-DOWNAANPAK GEBASEERD OP DE STRATEGISCHE RISICO'S Driemaandelijks worden de strategische risico's van Elia Group geëvalueerd in een reporting aan het auditcomité. Telkens wanneer een bedreiging of potentiële opportuniteiten worden vastgesteld worden actieplannen of specifieke evaluaties van nieuwe risico's toegespitst op een bepaald thema uitgevoerd. BOTTOM-UPAANPAK MET BETREKKING TOT DE BUSINESS Teneinde nieuwe risico's te identificeren of veranderingen van de bestaande risico's te evalueren, blijven de riskmanager en het college van dagelijks bestuur continu in contact en zijn ze alert voor veranderingen die een eventuele aanpassing van de risicobeoordeling en van de daaraan verbonden actieplannen vereisen. Aan de hand van uiteenlopende criteria wordt er en de daaraan verbonden risico's opnieuw te evalueren. Het

De doelstellingen van de financiële reporting omvatten (i) de conformiteit van de financiële verklaringen met de algemeen aanvaarde boekhoudkundige principes, (ii) de transparantie en juistheid van de informatie in de financiële resultaten, (iii) het toepassen van boekhoudkundige principes die aangepast zijn aan de sector en aan de transacties van de onderneming en (iv) de juistheid en betrouwbaarheid van de financiële resultaten. De activiteiten van Elia Transmission Belgium als transmissienetbeheerder voor elektriciteit met betrekking tot haar fysieke installaties dragen in belangrijke mate bij tot de financiële resultaten van de groep. De gepaste procedures en controles werden dan ook ingevoerd om over een volledige en realistische inventaris van de fysieke installaties te beschikken. Risicobeheer is een activiteit die op het niveau van de onderneming wordt uitgevoerd en actief wordt ondersteund door aan alle medewerkers verantwoordelijkheden ter zake toe te wijzen bij de uitvoering van hun specifieke activiteiten, zoals in het risicobeleid is voorgeschreven.

Dankzij een aanpak die tegelijk top-down en bottom-up is, kan Elia Group gebeurtenissen identificeren en, in de mate van het

beslist of het nodig is om de processen van financiële reporting accent ligt op de risico's in verband met veranderingen in de financiële en regulatoire omgeving, de industriële praktijken, de boekhoudkundige normen en de ontwikkelingen van de onderneming, zoals fusies en overnames. Het operationeel management analyseert de risico's en stelt actieplannen voor. De raad van bestuur moet, op advies van het auditcomité ingrijpende wijzigingen van de waarderingsregels goedkeuren. Het risicobeheer speelt een essentiële rol in het handhaven van de waarde van Elia Group voor de stakeholders en voor de gemeenschap. Het werkt met alle departementen samen om Elia Group optimale kansen te geven met het oog op de realisatie van haar strategische doelstellingen en adviseert de onderneming over de aard en de mogelijke gevolgen van toekomstige risico's.

3. Controleactiviteiten 4. Informatie en communicatie

VOORNAAMSTE CONTROLEACTIVITEITEN

Elia Group heeft op de verschillende niveaus van haar structuur interne controlemechanismen geïmplementeerd om te waar borgen dat de normen en interne procedures voor het correct beheer van de geïdentificeerde risico's worden nageleefd. Enkele voorbeelden:

  • (i) een duidelijke taakverdeling in de processen om te vermij den dat een enkele persoon een transactie initieert, goed keurt en registreert; met het oog daarop werden beleidslij nen voor de toegang tot de informatiesystemen opgesteld en bevoegdheden gedelegeerd;
  • (ii) auditmiddelen zijn in de processen geïntegreerd om de eindresultaten in verband te brengen met de onderliggende transacties;
  • (iii) gegevensveiligheid en -integriteit door een correcte toeken ning van rechten;
  • (iv) een gepaste documentatie van de processen via de intra netapplicatie Business Process Excellence die de beleidslij nen en procedures centraliseert.

De departementsverantwoordelijken moeten ervoor zorgen dat controleactiviteiten geïmplementeerd worden met betrek king tot de inherente risico's van hun departement.

PROCES VAN FINANCIËLE REPORTING

Voor ieder belangrijk risico inzake financiële reporting heeft Elia Group adequate controles gedefinieerd om de kans op fouten tot een minimum te beperken. De rollen en verantwoorde lijkheden werden gedefinieerd voor het afsluitingsproces van de financiële resultaten. Voor iedere stap werd een continue follow-up ingevoerd, met een gedetailleerde agenda van alle activiteiten van de dochtervennootschappen van de groep. Controles worden uitgevoerd om de kwaliteit en de naleving van de interne en externe verplichtingen en aanbevelingen na te gaan. Tijdens de afsluiting wordt een specifieke test uitge voerd om belangrijke ongewone transacties te controleren, alsook de boekhoudkundige lijnen en aanpassingen aan het einde van de periode, de transacties van de ondernemingen en de belangrijkste ramingen. De combinatie van al deze con troles biedt voldoende zekerheid dat de financiële resultaten betrouwbaar zijn. Geregelde interne en externe audits dragen ook bij tot de kwaliteit van de financiële reporting. Bij het iden tificeren van de risico's die de realisatie van de doelstellingen van de financiële reporting kunnen beïnvloeden, houdt het college van dagelijks bestuur rekening met de mogelijkheid van foute verklaringen als gevolg van fraude en neemt het de nodige maatregelen indien de interne controle moet worden versterkt. De interne audit voert specifieke audits uit, op basis van de evaluatie van de mogelijke frauderisico's, teneinde fraude te vermijden en te voorkomen.

Elia Group communiceert de relevante informatie aan haar medewerkers om hen in staat te stellen hun verantwoorde lijkheden op te nemen en hun doelstellingen te bereiken. De financiële informatie is noodzakelijk voor de budgettering, de ramingen en de controle van de conformiteit met het regelge vende kader. Daarnaast is de operationele informatie absoluut noodzakelijk om de verschillende rapporten op te stellen die cruciaal zijn voor de goede werking van de onderneming. Elia registreert dan ook de recente en historische gegevens die nodig zijn om haar bedrijfsrisico's te evalueren. Er wordt een beroep gedaan op verschillende communicatiekanalen: handleidingen, nota's, e-mails, uithangborden met informatie en intranetapplicaties. De financiële resultaten worden aan een interne reporting onderworpen en worden op verschillende niveaus gevalideerd. Het management dat met de financi ële reporting belast is, komt geregeld samen met de overige interne diensten (operationele en controlediensten) om de informatie betreffende de financiële reporting te identificeren. Het valideert en documenteert de voornaamste assumpties die aan de basis liggen van de registratie van de reserves en de rekeningen van de vennootschap. Op het niveau van de Groep worden de geconsolideerde resultaten per segment verdeeld en gevalideerd door middel van een vergelijking met de histo rische cijfers en een vergelijkende analyse tussen de ramingen en de werkelijkheid. Deze financiële informatie wordt maan delijks aan het college van dagelijks bestuur gerapporteerd en driemaandelijks met het auditcomité besproken. De voorzitter van het auditcomité informeert vervolgens de raad van bestuur.

5. Monitoring

Elia Group evalueert continu of haar benadering van het risico beheer adequaat is. De monitoringprocedures zijn een combi natie van de monitoringactiviteiten die tijdens het normale ver loop van de business worden uitgevoerd en ad hoc evaluaties met betrekking tot specifiek uitgekozen thema's. De monito ringactiviteiten omvatten (i) een maandelijkse reporting van de strategische indicatoren aan het college van dagelijks bestuur en het management, (ii) een follow-up van de belangrijkste operationele indicatoren op het niveau van de departementen, (iii) een maandelijkse financiële reporting, met een onder zoek van de afwijkingen ten opzichte van het budget, van de vergelijkingen met voorafgaande periodes en van de gebeur tenissen die een impact kunnen hebben op de kostencontrole. De feedback van derden wordt eveneens in rekening genomen op basis van diverse bronnen zoals (i) de beursindicatoren en de rapporten van de noteringsinstantie, (ii) de waarde van het aandeel, (iii) de rapporten van de federale en regionale regula toren over de naleving van het wettelijk en regelgevend kader en (iv) de rapporten van de veiligheids- en verzekeringsmaat schappijen. Door de gegevens afkomstig van externe bronnen met de intern gegenereerde gegevens te vergelijken en aan de hand van de daaruit voortvloeiende analyses kan Elia zich con tinu verbeteren. De interne audit speelt ook een sleutelrol op het gebied van monitoring door onafhankelijke reviews uit te voeren van de belangrijkste financiële en operationele proces sen met betrekking tot de reglementeringen die op Elia Group van toepassing zijn. De resultaten van deze reviews worden aan het auditcomité gerapporteerd om het te ondersteunen in zijn opdracht betreffende het toezicht op de efficiëntie van de interne controlesystemen, het risicobeheer en de processen voor financiële reporting van de onderneming. De wettelijke entiteiten van de groep zijn bovendien aan een externe audit onderworpen. Deze audit omvat in het algemeen de evaluatie van de interne controle en beoordeelt de (jaarlijkse en halfjaar lijkse) statutaire en geconsolideerde financiële resultaten. De externe auditeurs geven aanbevelingen om de interne contro lesystemen te verbeteren. Deze aanbevelingen, de actieplan nen en hun implementatie zijn het voorwerp van een jaarlijkse reporting aan het auditcomité, wat betreft de entiteiten die beschikken over een dergelijk orgaan. Het auditcomité rappor teert aan de raad van bestuur betreffende de onafhankelijkheid van de statutaire auditor of auditor vennootschap en bereidt een ontwerp van resolutie voor de aanduiding van de externe auditor voor.

INVESTOR RELATIONS

ELIA GROUP OP DE BEURS 48

BESPREKING EN ANALYSE DOOR RESULTATEN VOOR 2020 51

HET MANAGEMENT VAN DE

Elia Group op de beurs

Solide performance van het Elia-aandeel op volatiele marken, met nieuw hoogterecord in 2020.

Nadat de interne reorganisatie van Elia Group op 31 december 2019 rond was, werd de beursgenoteerde onderneming Elia System Operator NV omgedoopt tot Elia Group SA/NV.

Het jaar 2020 werd getekend door de globale pandemie die werd veroorzaakt door de wijdverspreide uitbraak van Covid-19. Dat had een grote impact op de financiële markten en op de Belgische economie en de wereldeconomie. Ondanks de ongeziene publieke gezondheidscrisis werd het merendeel van de operationele activiteiten van de Elia groep voortgezet, gelet op hun socio-economisch belang en dankzij de belangrijke inspanningen van de groep om de bedrijfscontinuïteit te verzekeren.

Gedreven door de sterk gereguleerde aard van onze activiteiten, zette Elia Group sterke financiële jaarresultaten neer, dankzij de realisatie van de investeringen en een sterke operationele performance.

De prijs van het aandeel Elia Group klokte af op een koers van €97,50, d.i. 23,3% hoger dan de koers van €79,10 eind 2019. Op 16 maart 2020 bereikte de prijs van het aandeel een dieptepunt met €68,30 en noteerde het op 13 mei 2020 een hoogterecord van €111,40. Het dividend van €1,69 dat werd goedgekeurd voor 2019 werd uitgekeerd ondanks de uitbraak van Covid-19. Dat leverde een totaal jaarrendement op van 25,61% en zo presteerde het aandeel opmerkelijk beter dan dat van vergelijkbare beursgenoteerde bedrijven en de BEL 20-Index.

De liquiditeit van het aandeel Elia Group steeg aanzienlijk samen met zijn waarde: van gemiddeld 39.559 aandelen verhandeld per dag in 2019 naar 76.542 in 2020. Deze stijging van de liquiditeit werd ook ondersteund door de toetreding van Elia Group tot de MSCI Belgium en de SE European Utility Index in de loop van 2020.

Met 68.720.695 uitstaande aandelen bedroeg de marktkapitalisatie van het bedrijf €6.700.269.762 eind december. Gedreven door de sterke performance van het aandeel, ontving Elia Group eind 2020 de BelMid Company of the Year-award omdat het bedrijf de hoogste relatieve marktkapitalisatiegroei kende.

SELECTIE VAN DE DRIE LIQUIDITEITS-LEVERANCIERS VOOR HET ELIA-AANDEEL

Elia sloot een liquiditeitscontract af met KBC Securities, Bank Degroof en Belfius Bank. Deze drie financiële instellingen maken sindsdien deel uit van het orderboek voor het Elia Group-aandeel en zijn betrokken bij zowel de aankoop als de verkoop van aandelen.

DIVIDEND

Op 2 maart 2021, besliste de raad van bestuur van Elia Group om een nominaal dividend voor te stellen van €117,5 miljoen, of €1,71 per aandeel (bruto) tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van 18 mei 2021, in overeenstemming met het dividendbeleid en onder voorbehoud van de goedkeuring van de winstbestemming door de algemene aandeelhoudersvergadering. Dit betekent een stijging van het dividend voor het zesde opeenvolgende jaar en meer bepaald met 1,18% in vergelijking met 2019. Dat geeft een nettodividend van €1,197 per aandeel.

Het dividend zal door de volgende bankagenten worden uitgekeerd aan de aandeelhouders: BNP Paribas Fortis, ING Belgium, KBC en Belfius. Eventuele dividenduitkeringen voor aandelen op een effectenrekening zullen automatisch worden verwerkt door de betreffende bank of beleggingsmakelaar. Dividenduitkeringen voor geregistreerde aandelen worden door Elia Group rechtstreeks betaald aan de aandeelhouders.

DIVIDENDBELEID

Op 21 maart 2019 heeft de raad van bestuur officieel het toekomstige dividendbeleid goedgekeurd dat aan de algemene aandeelhoudersvergadering zal voorgesteld worden. Overeenkomstig dit beleid zal het volledige dividend voor het boekjaar niet lager liggen dan de stijging van de consumptieprijsindex ('inflatie') in België. De reorganisatie van de groep die afgerond is, heeft geen impact op het dividendbeleid. Dat beleid ondersteunt onze langetermijnambitie om een echt stabiel dividend aan de aandeelhouders aan te bieden en zorgt ervoor dat we een sterke balans kunnen aanhouden om het investeringsprogramma van de Groep te kunnen financieren.

Ook in de toekomst zullen de dividenden evenwel worden bepaald door de resultaten van de groep (die op hun beurt door uiteenlopende factoren worden beïnvloed, zoals de evolutie van de Belgische interestvoeten op lange termijn en factoren die buiten de controle van de vennootschap liggen), de financiële situatie van onze vennootschap, alsook onze financieringsbehoeften (in het bijzonder wat de investeringsuitgaven en het investeringsplan betreft) en onze commerciële vooruitzichten.

Het voorgestelde dividendbeleid bepaalt een uitkeringspercentage van 46,9% van de IFRS-winst die wordt toegerekend aan de eigenaars van gewone aandelen.

Investeerders

Voor alle vragen over Elia en haar aandeel, kunt u contact opnemen met:

Elia

Departement Investor relations: Keizerslaan 20 1000 Brussel, België Tel.: +32 2 546 74 29 Fax: +32 2 546 71 80 E-mail: [email protected]

Op de website van Elia Group, www.eliagroup.eu, vindt u informatie over de Groep (persberichten, jaarverslagen, koers van het aandeel, kennisgevingen en dergelijke meer).

Financiele kalender

16 april 2021 Jaarverslag 2020 beschikbaar op de website
27 April 2021 Elia Group capital markets day
18 mei 2021 Algemene aandeelhoudersvergadering
19 mei 2021 Tussentijdse resultaten eerste kwartaal 2021
1 juni 2021 Dividenduitkering 2020
28 juli 2021 Publicatie halfjaarlijkse resultaten 2021
26 november 2021 Tussentijdse resultaten derde kwartaal 2021

Aandeelhoudersstructuur

Aandeel van Duitsland in de nettowinst van Elia Group

Belfius Insurance 1,04%

Evolutie van het Elia-aandeel en het verhandelde volume

Evolutie van het Elia-aandeel ten opzichte van de Bel20-index

Evolutie van het Elia-aandeel ten opzichte van vergelijkbare europese marktspelers

Elia Group (ELI) National Grid Terna Red Electrica

(in miljoen EUR) 2020 2019 2018 2017 (1) 2016 2015
Geconsolideerde resultaten
Totaal opbrengsten en andere bedrijfsopbrengsten 2.473,6 2.319,0 1.931,8 867,1 868,1 851,4
EBITDA (*) 1.005,6 930,2 750,5 455,4 425,0 442,8
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (EBIT) (*) 578,5 569,7 502,6 324,6 295,0 336,4
Netto financieringslasten (141,5) (139,6) (93,2) (76,5) (82,9) (92,8)
Inkomstenbelasting (129,1) (121,0) (102,2) (39,6) (32,0) (32,9)
Adjusted nettowinst (*)(2) 308,1 306,2 280,8 203,4 168,0 175,8
Gerapporteerde nettowinst 307,9 309,1 307,1 208,5 179,9 210,6
Minderheidsbelangen 38,5 35,5 25,7 0,0 0,0 0,0
Hybride effecten 19,3 19,3 6,2 0,0 0,0 0,0
Eigen vermogen toe te rekenen aan eigenaars van
gewone aandelen
250,1 254,3 275,2 208,5 179,9 210,6
(in miljoen EUR) 31.12.2020 31.12.2019 31.12.2018 31.12.2017 31.12.2016 31.12.2015
Geconsolideerde balans
Totaal activa 15.165,6 13.893,4 13.754,3 6.582,3 6.241,5 6.435,6
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars
van de vennootschap
4173,2 4.022,3 3.447,5 2.563,3 2.511,4 2.413,6
Eigen vermogen toe te rekenen aan eigenaars
van gewone aandelen
3.471,8 3.320,9 2.741,3 2.563,3 2.511,4 2.413,6
Eigen vermogen toe te rekenen aan eigenaars
van hybride effecten
701,4 701,4 706,2 0,0 0,0 0,0
Netto financiële schuld 7.465,0 5.523,1 4.605,6 2.689,1 2.557,3 2.583,4
31.12.2020 31.12.2019 31.12.2018 31.12.2017 31.12.2016 31.12.2015
Overige kerncijfers
Regulatory Asset Base (RAB) (bn EUR) (3) 9,7 9,1 9,2 7,4 7,1 6,7
Dividend per aandeel (EUR) 1,71 1,69 1,66 1,62 1,58 1,55
Rendement op eigen vermogen (%) 6,46 % 6,80 % 8,16 % 8,14 % 7,16 % 8,73 %
Rendement op eigen vermogen (aangepast) (*) 7,20 % 7,66 % 10,04 % 8,14 % 7,16 % 8,73 %
Winst per aandeel (aangepast) (EUR) (*) 3,64 3,91 4,52 3,42 2,95 3,47
Eigen vermogen per aandeel (EUR) 50,5 48,4 44,9 42,1 41,2 39,7
Aantal aandelen (einde periode) 68.720.695 68.652.938 61.015.058 60.901.019 60.753.714 60.750.239

(*) Gedetailleerde lijst met definities wordt weergegeven in de bijlage

1 De Groep past de volledige retroactieve methode van IFRS 15 toe, wat resulteert in aangepaste vergelijkende cijfers voor het boekjaar 2017.

2 De adjusted nettowinst werd ingevoerd in 2019 als een alternatieve maatstaf voor de performance. Dit stemt overeen met de genormaliseerde winst in de vorige jaren

3 De Regulatory Asset Base omvat 60% van de RAB van 50Hertz tot 2017 en 80% van de RAB vanaf 2018. In 2019 is de RAB niet langer samengesteld uit de EEG en gelijkaardige heffingen wegens de wijziging in de regulering

Kerncijfers

Kerncijfers (in miljoen €) 2020 2019 Verschil (%)
Opbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto
inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme
2.473,6 2.319,0 6,7%
Investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode
9,2 8,3 10,8%
EBITDA 1.005,6 930,2 8,1%
EBIT 578,5 569,7 1,5%
Adjusted elementen (0,3) 6,0 n.r.
Adjusted EBIT 578,8 563,7 2,7%
Netto financieringskosten (141,5) (139,6) 1,4%
Adjusted nettowinst 308,1 306,2 0,6%
Nettowinst 307,9 309,1 (0,4%)
Minderheidsbelangen 38,5 35,5 n.r.
Nettowinst toe te rekenen aan de groep 269,4 273,6 (1,5%)
Hybride effecten 19,3 19,3 n.r.
Nettowinst toe te rekenen aan eigenaars
van gewone aandelen
250,1 254,3 (1,7%)
Kerncijfers van de financiële positie (in miljoen €) 2020 2019 Verschil (%)
Totaal activa 15.165,6 13.893,4 9,2%
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars
van de vennootschap
4.173,2 4.022,3 3,8%
Netto financiële schuld 7.465,0 5.523,1 35,2%
Kerncijfers per aandeel 2020 2019 Verschil (%)
Gewone winst per aandeel (in €) (deel Elia) 3,64 3,91 (6,9%)
Rendement op eigen vermogen (adj.) (%) (deel Elia) 7,20 7,66 (5,9%)
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars
van de vennootschap per aandeel (in €)
50,5 48,4 4,3%
  • Netinvesteringen voor €337,4 miljoen in België en €715,9 miljoen in Duitsland. Veiligheidscijfers blijven uitstekend; een betrouwbaar en duurzaam energiesysteem blijft gewaarborgd. Dat leidt voor Elia Group tot een activagroei van 6,1%.
  • Veerkracht bij de uitvoering van de investeringsprojecten; ook de continuïteit van de elektriciteitsbevoorrading blijft verzekerd ondanks moeilijke tijden
  • Adjusted nettowinst stijgt met 0,6% tot €308,1 miljoen door de realisatie van de investeringen, door sterke operationele prestaties in België en Duitsland, door Nemo Link en regulatoire vereffeningen in Duitsland.
  • Elia Transmission Belgium en Eurogrid GmbH boeken succes op de schuldenkapitaalmarkt met het afsluiten van groene leningen en kunnen zo dus de gemiddelde kosten van de schuld naar beneden halen, in het belang van de samenleving.
  • Dividend van €1,71 per aandeel zal tijdens de algemene vergadering van 18 mei 2021 worden voorgesteld.

COVID-19

In een jaar dat werd getekend door de COVID-19-pandemie, toonde Elia Group dat ze met de nodige veerkracht onmiddellijk op de crisis kon reageren. De bevoorradingszekerheid alsook de gezondheid en de veiligheid van onze medewerkers en onderaannemers handhaven, waren onze belangrijkste prioriteiten. Dankzij het sociaaleconomische belang van onze activiteiten, de doorgedreven inspanningen van de Groep om de continuïteit van haar activiteiten te verzekeren en het grotendeels geregu

Bespreking en analyse door het management van de resultaten voor 2020

Elia Group

Elia Group doet zeer belangrijke investeringen voor de energietransitie en boekt sterke financiële resultaten

leerde karakter van onze activiteiten, heeft COVID-19 geen wezenlijke impact gehad op de financiële resultaten voor

RESULTATEN

De adjusted nettowinst van Elia Group is met 0,6% gestegen tot €308,1 miljoen, dankzij de realisatie van investeringen, solide operationele prestaties in alle segmenten en regulatoire afwikkelingen in Duitsland.

Per segment realiseerde Elia Transmission Belgium solide resultaten met een adjusted nettowinst van €124,8miljoen (+ €2,5miljoen). Het hogere resultaat is voornamelijk toe te schrijven aan een hogere vergoeding van het eigen vermogen, hogere prestaties voor incentives en de positieve impact van pensioenverplichtingen, en compenseert de eenmalige positieve impact van de kapitaalverhoging van vorig jaar en de afschrijving van de immateriële activa die vóór 2020 zijn verworven.

In Duitsland boekte 50Hertz Transmission een adjusted nettowinst van €192,6 miljoen (+€15,1 miljoen), dankzij een hogere investeringsvergoeding gekoppeld aan de groeiende activabasis, eenmalige regulatoire afrekeingen en hoger financieel resultaat, gedeeltelijk gecompenseerd door hogere bedrijfsuitgaven en afschrijvingskosten in verband met de ingebruikname van CWA in 2019.

Het niet-gereguleerde segment en Nemo Link boekten een adjusted nettoverlies van €9,3 miljoen (-€15,7 miljoen), voornamelijk als gevolg van de holdingkosten (eerste operationele jaar) en de ontwikkeling van re.alto. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een hogere bijdrage van Nemo Link en zijn sterke operationele prestaties.

Rekening houdend met de adjusted elementen die betrekking hebben op de definitieve kostenafrekeningen voor de bedrijfsreorganisatie van eind 2019, daalde de nettowinst van Elia Group met 0,4% tot €307,9 miljoen.

De nettowinst van Elia Group toe te rekenen aan de eigenaars van gewone aandelen (na aftrek van €38,5 miljoen van minderheidsbelangen en €19,3 miljoen toe te rekenen aan houders van hybride effecten) vertoonde een daling van 1,7% tot €250,1 miljoen. Deze daling is toe te schrijven aan het verlies op de niet-gereguleerde activiteiten, er wordt grotendeels gecompenseerd door de realisatie van investeringen en de sterke operationele prestaties van de gereguleerde activiteiten van Elia Group en Nemo Link.

Componenten van de aangepaste nettowinst van Elia Group

INVESTERINGSUITGAVEN

Hoewel de lockdown een verschillende impact had op België en Duitsland, is Elia Group erin geslaagd om haar investeringsprogramma uit te voeren. Er werd flinke vooruitgang geboekt in de grote infrastructuurwerken in België en Duitsland. De veiligheid bleef ten allen tijde gehandhaafd, een betrouwbaar en duurzaam energiesysteem bleef verzekerd en de groeiende instroom van hernieuwbare energie werd goed opgevangen.

In 2020 heeft Elia Group €337,4 miljoen geïnvesteerd in België en €715,9 miljoen in Duitsland om een betrouwbaar en duurzaam energienet te verzekeren. Dit leidde tot een groei van de Regulatory Asset Base (RAB) met 6,1%.

Totale investeringen: Elia Group 1.053,3 millions €

BELGIË

ALEGrO, een essentiële verbinding voor de uitbouw van een geïntegreerd Europees elektriciteitssysteem

Op 9 november huldigden Elia (België) en Amprion (Duitsland) de eerste elektrische interconnector tussen België en Duitsland in. Via ALEGrO zullen België en Duitsland 1.000 MW elektriciteit extra kunnen uitwisselen. De interconnector werd commercieel actief op 18 november 2020 voor de day-ahead markt en op 8 december 2020 voor de intraday markt. De interconnector zal de bevoorradingszekerheid van beide landen verhogen, aan de prijsconvergentie bijdragen en ook de energietransitie faciliteren door een betere integratie van hernieuwbare energie mogelijk te maken.

MOG volledig operationeel - MOG II in voorbereiding

De aansluiting van het Seastar-project was de laatste mijlpaal in het Modular Offshore Grid (MOG), de energiehub van Elia in de Noordzee. Dit schakelplatform dat 40 km voor de Belgische kust ligt, bundelt de kabels die de energie van vier offshore windparken exporteren en de geproduceerde energie naar het vasteland brengen via een gedeeld transmissiesysteem.

Offshore windenergie is van essentieel belang om de Belgische klimaatdoelstellingen te behalen. Intussen is de federale overheid begonnen met de ontwikkeling van een tweede gebied bestemd voor offshore windenergie. Om ervoor te zorgen dat de nieuwe concessies zullen aansluiten bij het Belgische elektriciteitssysteem, is Elia het MOG II-project aan het ontwikkelen.

Brabo-II: 380 kV-lus rond de haven van Antwerpen wordt in gebruik genomen

In november 2020 vatte Elia de tweede fase van het Brabo-project aan. Langs de A12 autosnelweg tussen Zandvliet en Lillo werd een bestaande luchtlijn versterkt van 150 kV naar 380 kV. Er werden 46 masten met geleiders vervangen over een afstand van 16 kilometer. Intussen werd de vergunningsprocedure voor de derde fase opgestart. Het Brabo-project zal de bevoorradingscapaciteit van het net doen toenemen en zal helpen om aan het stijgend elektriciteitsverbruik in de Haven van Antwerpen tegemoet te komen. Op nationaal en internationaal vlak zal dit project de capaciteit van de noord-zuid-as in België verhogen en het Europese internconnectienet versterken.

Project Horta-Avelgem is klaar

Ook de versterking van de hoogspanningslijn tussen Zomergem en Avelgem is klaar. Tijdens de voorbije twee jaar werden er 97 masten en funderingen verstevigd om de nieuwe geleiders te kunnen dragen. Dat heeft de transmissiecapaciteit met 6 gigawatt doen toenemen. Dat zal Elia de mogelijkheid bieden om meer elektriciteit uit te wisselen met Frankrijk en de energie van de offshore windparken verder landinwaarts te vervoeren.

DUITSLAND

Eerste hybride interconnector ter wereld in gebruik genomen

In oktober 2020 huldigden 50Hertz (Duitsland) en Energinet (Denemarken) het Combined Grid Solution (CGS)-project in: 's werelds eerste hybride interconnector die in december officieel in gebruik werd genomen. CGS is een hybride interconnector. Dat betekent dat hij de windenergie van de Duitse en Deense offshore windparken in de Baltische Zee naar de elektriciteitsnetten op het land brengt en ook kan gebruikt worden als een interconnector tussen de Duitse en de Deense elektriciteitsnetten.

50Hertz opent nieuwe lijn om extra windenergie te integreren

50Hertz nam de 380-kV luchtlijntussen Stendal West en Wolmirstedt in gebruik, wat de transmissiecapaciteit verhoogde voor de integratie van windenergie in zijn net. Dat is de eerste stap in de vervanging van een 220 kV-lijn die dateert van de jaren '50. Vijf bijkomende secties tussen Stendal West en Güstrow in de regio van Rostock nabij de Baltische Zee zullen volgen.

Ostwind 2 op kruissnelheid om de offshore doelstellingen van de EU te behalen

De werken van het Ostwind 2-projecten in de Baltische Zee zitten op schema. De onderzeese kabels van Ostwind 2 zullen de offshore windparken Arcadis Ost 1 en Baltic Eagle aansluiten op het onshore net van 50Hertz. Gespecialiseerde bedrijven zijn gestart met de uitgravingswerken voor de landkabel. De windparken zullen in 2023 online gaan en zullen een capaciteit hebben van 725 MW.

Belangrijke stappen vooruit in alle infrastructuurprojecten ondanks corona

NETTO SCHULD & KREDIETMAATSTAVEN

(in miljoen €) 2019 2020
Nettoschuld 5.523,1 7.465,0
Hefboomwerking (D/E)
(incl. NCI & hybrid))
1,5x 1,8x
Nettoschulden / EBITDA 5,9 7,4
EBITDA / Gross interest 6,4 6,8
Gemiddelde kosten van schulden 2,13% 1,89%
% vast percentage van de
brutoschuld
96,8% 100%

De netto financiële schuld steeg tot €7.465,0 miljoen (+€1.941,9 miljoen). In 2020 investeerde Elia Group meer dan €1 miljard om de infrastructuur van de toekomst te creëren en realiseren met het oog op een toenemende integratie van hernieuwbare energie en een verbetering van de systeemveiligheid en -betrouwbaarheid.

In België steeg de nettoschuld (+€292,2 miljoen), met een organische groei die werd gefinancierd door kasstroom uit bedrijfsactiviteiten en obligatie-uitgifte. Voor Duitsland hebben de financiering van het investeringsprogramma en de hogere EEG-betalingen (-€1.239,4 miljoen) die voortvloeien uit de laag blijvende elektriciteitsprijzen als gevolg van het lagere verbruik en de hoge aanvoer van hernieuwbare energie geleid tot een stijging van de nettoschuld (+€1.648,5 miljoen).

In 2020 had Elia Group toegang tot zeer gediversifieerde financieringsbronnen, en deed het een beroep op de kapitaalmarkt om zijn liquiditeitspositie te versterken en veilig te stellen voor de verdere uitbreiding van het net.

Elia Transmission Belgium voerde twee transacties uit op de schuldkapitaalmarkten: een euro-obligatielening van €800 miljoen en een private plaatsing van €200 miljoen in twee schijven. Elia Transmission Belgium kon rekenen op gunstige marktomstandigheden om zijn liquiditeitspositie te beheren en de gemiddelde kosten van schulden tot 1,93% te verminderen (daling met 23 basispunten), in het belang van de samenleving. Elia Transmission Belgium ondertekende een nieuwe heropneembare duurzame kredietfaciliteit van €650 miljoen, wat zijn engagement voor een duurzame financieringsstrategie aantoont.

Eurogrid GmbH lanceerde zijn eerste groene obligatie – €750 miljoen tegen een vaste rente van 1,13% – en versterkte verder zijn liquiditeitspositie door drie heropneembare kredietfaciliteiten aan te gaan, één van €400 miljoen en twee andere van telkens €150 miljoen om zijn EEG-tekort te financieren. In dat verband werd begin 2021 een federale subsidie ontvangen om het EEG-tekort aan te zuiveren. In november maakte Eurogrid GmbH gebruik van de gunstige marktvoorwaarden – zowel wat de looptijd als de rentevoeten betreft – om een private plaatsing van €200 miljoen te lanceren, waardoor een deel van de liquiditeit voor zijn komende investeringsprogramma werd veiliggesteld.

De rating van Elia Group door S&P bleef ongewijzigd op BBB+ met stabiele outlook. Ook Eurogrid GmbH heeft een BBB+ rating met stabiele outlook en de Eurobonds ondergebracht in Elia Transmission Belgium hebben eveneens een BBB+ rating.

2020 NETTO FINANCIËLE SCHULD EVOLUTIE (in miljoen €)

Elia Transmission Belgium in België

REGELGEVEND KADER

2020 betekende het begin van een nieuwe tariefperiode en methodologie. Deze methodologie is opnieuw van toepassing voor een periode van vier jaar (2020-2023), en vormt voor een groot deel een voortzetting van de belangrijkste beginselen die reeds in de vorige tariefperiode werden toegepast. Het regelge

vende kader blijft een kost-plus-model met kostendekking van alle redelijke kosten en met een vergoeding. Voor meer details verwijzen we naar Vergoeding van de leden van de Raad van Bestuur en van het College van dagelijks bestuurop pagina 16 van dit verslag.

Verschil (%) 2019 2020 Elia Transmission Belgium kerncijfers (in miljoen €)
5,9% 948,8 1.004,7 Opbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto inkomsten (kosten)
van het afrekeningsmechanisme
(6,1%) 914,2 858,1 Opbrengsten
(5,3%) 60,7 57,5 Overige bedrijfsopbrengsten
(441,4%) (26,1) 89,1 Netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme
5,6% 1,8 1,9 Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode
7,9% 394,8 425,8 EBITDA
(2,6%) 243,9 237,5 EBIT
n.r. 4,7 0,0 Adjusted elementen
(0,7%) 239,2 237,5 Adjusted EBIT
3,1% (64,4) (66,4) Netto financieringslasten
(14,9%) (54,4) (46,3) Winstbelastingen
(0,2%) 125,0 124,8 Nettowinst
n.r. 2,7 0,0 Adjusted elementen
2,0% 122,3 124,8 Adjusted nettowinst
Verschil (%) 2019 2020 Kerncijfers van de financiële positie (in miljoen €)
8,46% 6.452,1 7.008,4 Totaal activa
5,0% 2.157,5 2.265,2 Totaal eigen vermogen
9,7% 3.013,4 3.305,6 Netto financiële schuld
(41,4%) (444,9) (260,8) Vrije kasstroom

gereguleerde nettowinst, hogere afschrijvingen gekoppeld aan de groeiende activabasis en hogere kosten voor ondersteunende diensten die gedeeltelijk gecompenseerd werden door lagere financiële kosten, gedreven in 2019 door de kapitaalverhoging en de goedkeuring door obligatiehouders van de bedrijfsreorganisatie, en doorgerekend in de opbrengsten.

De EBITDA steeg licht tot €425,8 miljoen (+7,9%) als gevolg van een hogere gereguleerde nettowinst en hogere afschrijvingen die betrekking hebben op de groeiende activabasis en gecompenseerd door lagere financiële kosten (met uitzondering van het effect van de hogere gekapitaliseerde financieringskosten) die allemaal worden doorgerekend in de opbrengsten. De

rechtstreeks ten laste werden genomen en via de tarieven van de vorige tariefperiode werden gedekt. In de nieuwe tariefmethodologie worden de immateriële activa geactiveerd in de gereguleerde activabasis. De bijdrage van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (HGRT en Coreso) bleef gelijk op €1,9 miljoen.

De nettofinancieringskosten namen met €2,0 miljoen toe (+3,1%) in vergelijking met vorig jaar. In april heeft Elia Group gebruik gemaakt van de gunstige marktvoorwaarden om haar liquiditeitspositie te beheren, en heeft ze via de schuldkapitaalmarkt financiering bekomen met een Eurobond van €800 miljoen. De opbrengsten van de nieuwe uitgifte werden gebruikt

56 Bespreking en analyse door het management van de resultaten voor 2020 Elia Group Financieel verslag 2020 57

om het lopende investeringsprogramma te financieren en een aandeelhouderslening van €496 miljoen te herfinancieren die begin juni werd afgelost. De nieuwe uitgifte vermindert de gemiddelde kostprijs van de schuld aanzienlijk in het voordeel van de consument: van 2,16% eind 2019 naar 1,93% eind 2020. De totale nettofinancieringskosten zijn echter gestegen door de eenmalige afwikkeling van een renteswap gekoppeld aan de terugbetaling van de aandeelhouderslening (-€4,5 miljoen) en lagere gekapitaliseerde financieringskosten (-€3,4 miljoen) sinds de belangrijke indienstnames in 2019, en werden gedeeltelijk gecompenseerd door de verkoop van Elia's participatie in Ampacimon (+€1,0 miljoen). Elia Transmission Belgium heeft een evenwichtig maturiteitsprofiel van de schuld zonder materiële vervaldagen op korte termijn.

Elia Transmission Belgium behaalde sterke resultaten, met een Adjusted nettowinst van €124,8miljoen (een stijging met 2,0%), voornamelijk dankzij een hogere billijke vergoeding (+€59,7 miljoen) als gevolg van het hogere rendement op eigen vermogen, een hogere gearing ratio en de volledige vergoeding van de kapitaalverhoging van vorig jaar (€327 miljoen) en de stijging van de incentives +€4,6 miljoen) die de beëindiging van de mark-up vergoeding (-€84,4 miljoen) meer dan

compenseerden. Het resultaat werd negatief beïnvloed door de afschrijving van vóór 2020 aangekochte software (-€12,0 miljoen) en lagere gekapitaliseerde financieringskosten (-€3,9 miljoen) en tot op zekere hoogte gecompenseerd door een positieve bijdrage van personeelsbeloningen en de terugname van belastingen (+€8,0 miljoen). Tot slot werd het resultaat van vorig jaar sterk beïnvloed door een eenmalige tariefcompensatie voor de kapitaalverhoging (€6,1 miljoen).

De totale activa stegen met €539,2 miljoen tot €7.008,4 miljoen, voornamelijk als gevolg van het investeringsprogramma en een hogere liquiditeit. Het eigen vermogen steeg tot €2.265,2 miljoen (+ €107,7 miljoen), voornamelijk als gevolg van de reservering van de winst over 2020 en de kapitaalverhoging voorbehouden aan personeelsleden, inclusief op aandelen gebaseerde betalingen (€6,4 miljoen), min het uitgekeerde dividend over 2019 (€18,9 miljoen) en de toewijzing van eigen vermogen aan Nemo Link om de financiering in overeenstemming te brengen met het regelgevende kader (40% eigen vermogen/ 60% schuld).

joen). De lopende herziening door de regulator van de toepassing in 2019 van de nieuwe offshore regelgeving resulteerde in een positieve bijdrage (+€10,3 miljoen).

De EBIT steeg minder sterk (+€18,8 miljoen) als gevolg van hogere afschrijvingen (-€30,2 miljoen), na de ingebruikname van de laatste kabels en het platform van Ostwind 1 in 2019. In 2020 werden geen adjusted elementen opgenomen.

50Hertz Transmission in Duitsland

50Hertz Transmission kerncijfers (in miljoen €) 2020 2019 Verschil (%)
Opbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto inkomsten (kosten) van het
afrekeningsmechanisme
1.454,9 1.360,1 7,0%
Opbrengsten 1.353,6 1.323,6 2,3%
Overige bedrijfsopbrengsten 90,1 84,1 7,1%
Netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme 11,2 (47,6) n.r.
Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode 0,0 0,0
EBITDA 578,6 530,5 9,1%
EBIT 340,1 321,3 5,9%
Adjusted elementen 0,0 0,0 n.r.
Adjusted EBIT 340,1 321,3 5,9%
Netto financieringslasten (62,5) (65,3) (4,3%)
Winstbelastingen (84,9) (78,6) 8,0%
Nettowinst 192,6 177,5 8,5%
Toe te rekenen aan Elia Group 154,1 142,0 8,5%
Adjusted elementen 0,0 0,0 n.r.
Adjusted nettowinst 192,6 177,5 8,5%
Kerncijfers van de financiële positie (in miljoen €) 2020 2019 Verschil (%)
Totaal activa 7.028,4 6.279,6 11,9%
Totaal eigen vermogen 1.631,4 1.546,5 5,5%
Netto financiële schuld 3.756,6 2.108,1 78,2%
Vrije kasstroom (1.526,4) (656,8) 132,4%

De adjusted nettowinst steeg met 8,5% tot €192,6 miljoen als gevolg van eenmalige regulatoire afrekeningen met de regulator voor de jaren 2013-2017 en 2019, met inbegrip van de vrijgave van regulatoire voorziening na aanvaarding van de kosten door de regulator (+€27,0 miljoen) hogere investeringsvergoedingen als gevolg van de groei van de activa (+€16,1 miljoen) en hogere gekapitaliseerde financieringskosten (+€2,0 miljoen) die het financieel resultaat verbeterden. Die effecten werden getemperd door hogere onshore OPEX (-€11,1 miljoen) als gevolg van de digitaliseringsstrategie en de uitbreiding van de activiteiten en een hogere afschrijving (-€21,1 miljoen na de ingebruikname van Ostwind 1. De totale activa kenden een stijging met €748,8 miljoen ten opzichte van 2019, voornamelijk dankzij de uitvoering van het investeringsprogramma. De vrije kasstroom, die in totaal -€1.526,4 miljoen bedroeg in 2020, werd sterk beïnvloed door een hoge EEG-betalingen (-€1.239,4 miljoen). Er werden drie heropneembare kredietfaciliteiten aangegaan, één voor €400 miljoen en twee aanvullende faciliteiten van telkens €150 miljoen om de EEG-betalingen mee te financieren. De EBITDA steeg met €48,1 miljoen (+9,1%). Onder invloed van het lopende investeringsprogramma en de groeiende activabasis bedraagt de investeringsvergoeding in totaal €291,6 miljoen (+€22,9 miljoen). Daarvan droeg onshore €77,7 miljoen (+€18,7 miljoen) bij dankzij de voortdurende investeringen om het onshore net te versterken; de offshore vergoeding bedroeg €213,9 miljoen (+€4,2 miljoen), vooral door de lopende investeringen in de kabels en het platform van Ostwind 2. Verder stegen de opbrengsten van het basisjaar door inflatiecorrecties (+€3,4 miljoen). De uitbreiding van de activiteiten ging gepaard met een lichte stijging van de bedrijfskosten, onder invloed van hogere personeelskosten (-€14,6 miljoen), maar werden grotendeels gecompenseerd door een stijging van de inkomsten uit geactiveerde eigen productie (+€7,6 miljoen) en een betere regelgevende dekking van de niet-beïnvloedbare personeelskosten (+€9,1 miljoen). De toegenomen digitaliseringsinspanningen leidden ook tot hogere IT- en telecommunicatiekosten (-€6,1 miljoen), terwijl de onderhoudskosten op het vasteland (-€5,6 miljoen) en de consultancykosten (-€3,1 miljoen) eveneens stegen. Tot slot werd de EBITDA ook sterk beïnvloed door eenmalige regulatoire afrekeningen voor de jaren 2013-2017 en de vrijval van een regelgevende voorziening met betrekking tot de aanvaarding van historische personeelskosten (+€28,1 mil-

De totale opbrengsten en overige inkomsten van 50Hertz Transmission zijn gestegen in vergelijking met vorig jaar (+7,0%), van €1.360,1 miljoen tot €1.454,9 miljoen. De belangrijkste motor achter deze stijging zijn de energie-inkomsten, in het bijzonder de hogere kosten voor reserve-energiecentrales in het netgebied van 50Hertz, die aan andere Duitse TNB's worden aangerekend.

De niet-gereguleerde opbrengsten stegen met 67,6% tot €34,7 miljoen ten opzichte van 2019. Dit is het gevolg van hogere opbrengsten gerealiseerd door EGI (+€10,2 miljoen), onder impuls van 'owner engineering'-diensten terwijl de internationale consultingactiviteiten werden getroffen door de Covid-19-lockdownmaatregelen, en intersegment transacties tussen Elia Group NV en Elia Transmission Belgium op het moment van de push-down van de gereguleerde activiteiten naar ETB eind 2019.

Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode droegen €7,4 miljoen bij aan het resultaat van de groep, dat bijna volledig toe te schrijven is aan Nemo Link. Nemo Link eindigde 2020 met een beschikbaarheid van 99,17%, en bleef één van de best presterende activa in zijn soort ter wereld. Met het oog op het vertrek van Groot-Brittannië uit de Interne Energiemarkt van de EU werden de operationele systemen en procedures versterkt en op 31 december 2020 voerde Nemo Link met succes zijn eerste expliciete day-ahead veiling uit. Hierdoor kon de stroombevoorrading tussen Groot-Brittannië en België zonder enige onderbreking worden gegarandeerd in de nieuwe handelsovereenkomst. In de eerste helft van het jaar waren er hogere spreads in elektriciteitsprijzen tussen het Verenigd Koninkrijk en België van midden maart tot eind mei. In juni verkleinde de spread na een geleidelijk herstel van de vraag naar elektriciteit, een lagere windproductie en onbeschikbaarheden

van de Belgische en Franse kernreactoren, waardoor de Belgische elektriciteitsprijzen stegen. In de tweede helft presteerde Nemo Link sterk als gevolg van de terugkeer van de nucleaire beschikbaarheid in België en Frankrijk en de stijgende gasprijzen in het derde kwartaal en zeker het laatste kwartaal. Dit alles leidde tot een totale nettowinst van €15,1 miljoen inclusief eenmalige belastingcorrecties met betrekking tot voorgaande jaren voor een bedrag van €6,6 miljoen. De totale bijdrage van Nemo Link tot de nettowinst van de Elia Group bedraagt €7,4 miljoen2.

De adjusted EBIT kende een daling met €2,0 miljoen. De daling van de adjusted EBIT ten opzichte van vorig jaar is voornamelijk te wijten aan de hogere operationele kosten verbonden aan de holdingactiviteit (-€4,5 miljoen) en de ontwikkeling van re.alto (-€1,0 miljoen). Die factoren werden gedeeltelijk gecompenseerd door een hogere bijdrage van Nemo Link (+€0,9 miljoen), een hogere operationele bijdrage voor EGI (+€0,3 miljoen) en lagere andere niet-gereguleerde kosten. De EBIT liet een sterkere daling optekenen (-€3,6 miljoen) omdat het bedrijfsresultaat van vorig jaar positief werd beïnvloed door gereguleerde compensatie, waardoor de kosten in verband met de reorganisatie gedeeltelijk werden gecompenseerd. Begin 2020 werd de nieuwe bedrijfsstructuur voltooid met een definitieve kostenafrekening van €0,3 miljoen.

Niet-gereguleerde activiteiten & Nemo

Niet gereguleerde activiteiten & Nemo Link

2020 2019 Verschil (%)
34,7 20,7 67,6%
7,4 6,5 13,8%
1,1 4,8 (77,1%)
0,9 4,5 (80,0%)
(0,3) 1,3 (122,1%)
1,2 3,2 (62,9%)
(12,6) (9,9) 27,3%
2,2 12,0 n.r.
(9,5) 6,6 (243,9%)
(9,5) 6,5 (246,2%)
(0,2) 0,2 (207,7%)
(9,3) 6,4 (245,1%)
2020 2019 Verschil (%)
1.766,7 1.733,5 (1,9%)
1.187,7 1.207,5 (1,6%)
402,9 401,6 0,3%

2 in vergelijking met het eerste halfjaar van 2020 werd het preferentieel dividend betaald aan National Grid (€9,1 miljoen) geherkwalificeerd als een schuld die over de levensduur van het actief zal worden vrijgegeven.

De nettofinancieringskosten stegen tot €12,6 miljoen en bestaan hoofdzakelijk uit de rentekosten verbonden aan de obligatielening (€4,7 miljoen), de regulatoire afrekening voor 2019 (€3,4 miljoen) en de kosten in verband met de private plaatsing van Nemo Link (€3,7 miljoen). De rentebaten op de cashvooruitbetalingen aan Nemo Link tijdens de bouwfase (€3,2 miljoen) werden eind juni 2019 terugbetaald, en kwamen nog ten goede van het financieel resultaat van 2019. Nemo Link wordt gefinancierd in overeenstemming met het regelgevende kader (40% eigen vermogen /60% schuld).

Het adjusted nettoverlies steeg met €15,7 miljoen tot €9,3 miljoen, voornamelijk als gevolg van hogere holdingskosten (-€13,1 miljoen) sinds het eerste exploitatiejaar en de niet-aftrekbaarheid van de rentekosten voor de senior en hybride obligatie, de ontwikkeling van re.alto (-€0,6 miljoen) en een regulatoire afrekening voor 2019 (-€2,4 miljoen), die de hogere operationele bijdrage van Nemo Link (+€0,9 miljoen) compenseert.

De totale activa daalden lichtelijk (-1,7%) tot €1.704,8 miljoen en de netto financiële schuld bleef stabiel op €402,9 miljoen (+0,3%).

Adjusted elementen - reconciliatietabel

Periode eindigend per 31 december 2020
Adjusted elementen
(in miljoen €) -
Periode eindigend per 31 december 2020
Elia
Transmisse
50Hertz
Transmissie
Niet
gereguleerde
activiteiten &
Nemo Link
Consolidatie
herwerkingen
Elia
Group
Adjusted elementen
Kosten van reorganisatie bedrijfscultuur 0,0 0,0 (0,3) 0,0 (0,3)
Adjusted EBIT 0,0 0,0 (0,3) 0,0 (0,3)
Belastingimpact 0,0 0,0 0,1 0,0 0,1
Netto winst - adjusted elementen 0,0 0,0 (0,2) 0,0 (0,2)
Periode eindigend per dinsdag 31 december 2019
Adjusted elementen
(in miljoen €) -
Periode eindigend per dinsdag 31 december 2019
Elia
Transmisse
50Hertz
Transmissie
Niet
gereguleerde
activiteiten &
Nemo Link
Consolidatie
herwerkingen
Elia
Group
Adjusted elementen
Gereguleerde compensatie voor acquisitie 0,0 0,0 3,8 0,0 3,8
Kosten van reorganisatie bedrijfscultuur 4,7 0,0 (2,5) 0,0 2,2
Adjusted elementen EBIT 4,7 0,0 1,3 0,0 6,0
Reorganisatie bedrijfscultuur - Fin. lasten (0,9) 0,0 (4,5) 0,0 (5,4)
Adjusted EBIT 3,8 0,0 (3,2) 0,0 0,6
Belastingimpact (1,1) 0,0 3,4 0,0 2,3
Netto winst - adjusted elementen 2,7 0,0 0,2 0,0 2,9

VERKLARING VAN DE VERANTWOORDELIJKE PERSONEN

De ondergetekenden, Chris Peeters, voorzitter van het directiecomité en Chief Executive Officer, en Catherine Vandenborre,

a. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Elia en de in de consolidatie

  • Chief Financial Officer, verklaren, voor zover hen bekend, dat:
  • opgenomen ondernemingen;
  • onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

b. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en

Brussel, 26 maart 2020

Catherine Vandenborre Chris Peeters

Chief Financial Officer Chief Executive Officer

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

1.
INHOUDSTAFEL 62
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 64
Geconsolideerde winst- en verliesrekening 64
Geconsolideerde winst- en verliesrekening en ander niet-gerealiseerd resultaat 65
Geconsolideerde financiële positie 66
Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen 67
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 68
TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 69
1.
Verslaggevende entiteit 69
2.
Basis voor presentatie 69
2.1.
Conformiteitsverklaring 69
2.2.
Functionele en presentatievaluta 70
2.3.
Waarderingsbasis 70
2.4.
Gebruik van ramingen en beoordelingen 70
2.5.
Goedkeuring door de Raad van Bestuur 72
3.
Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 72
3.1.
Grondslagen voor consolidatie 72
3.2.
Omrekeningsverschillen 73
3.3.
Balansposten 74
3.3.1.
Materiële vaste activa 74
3.3.2.
Immateriële activa 75
3.3.3.
Goodwill 75
3.3.4.
Handels- en overige vorderingen 75
3.3.5.
Voorraden 76
3.3.6.
Geldmiddelen en kasequivalenten 76
3.3.7.
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa 76
3.3.8.
Financiële activa 76
3.3.9.
Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting 77
3.3.10. Eigen vermogen 78
3.3.11. Financiële verplichtingen 78
3.3.12. Personeelsbeloningen 78
3.3.13. Voorzieningen 79
3.3.14. Handelsschulden en overige schulden 80
3.3.15. Overige niet courante verplichtingen 80
3.3.16. Leases 80
3.3.17. Gereguleerde overlopende rekeningen 81
3.4.
Posten in de resultatenrekening 82
3.4.1.
Inkomsten 82
3.4.2.
Uitgaven 85
3.5.
Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen 86
4.
Rapportering per segment 87
4.1.
Basis voor segmentrapportering 87
4.2.
Elia Transmission (België) 88
4.3.
50Hertz Transmission (Duitsland) 90
4.4.
Niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link 92
4.5.
Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen 94
4.6.
Adjusted elementen – reconciliatietabel 95
5.
Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten 96
5.1.
Bedrijfsopbrengsten, netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten 96
5.2.
Bedrijfskosten 96
5.3.
Nettofinancieringskosten 98
5.4.
Winstbelastingen 98
5.5.
Winst per aandeel (WPA) 99
5.6.
Niet-gerealiseerde resultaten 100
6.
Elementen van de geconsolideerde balans 101
6.1.
Materiële vaste activa 101
6.2.
Immateriële activa 102
6.3.
Goodwill 103
6.4.
Langlopende handels- en overige vorderingen 106
6.5.
Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode 106
6.5.1.
Joint ventures 106
6.5.2.
Geassocieerde ondernemingen 107
6.6.
Overige financiële vaste activa 108
6.7.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 109
6.8.
Voorraden 110
6.9.
Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten 111
6.10.
Actuele belastingvorderingen en -verplichtingen 111
6.11. Geldmiddelen en kasequivalenten 112
6.12. Eigen vermogen 112
6.12.1. Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap 112
6.12.2. Hybride effecten 113
6.13. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen 113
6.14. Personeelsbeloningen 115
6.15. Voorzieningen 121
6.16. Overige langlopende verplichtingen 122
6.17. Handelsschulden en overige schulden 122
6.18. Financiële instrumenten – reële waarden 123
6.19. Leasing 124
6.20. Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten 127
7. Structuur van de groep 128
7.1. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen 128
8. Andere toelichtingen 130
8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten 130
8.2. Toezeggingen en voorwaardelijke verplichtingen 134
8.3. Verbonden partijen 134
8.4. Gebeurtenissen na balansdatum 135
8.5. Varia 136
8.6. Diensten verleend door de commissarissen 136
9. REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN 137
9.1. Regelgevend kader in België 137
9.1.1. Federale wetgeving 137
9.1.2. Gewestelijke wetgeving 137
9.1.3. Regelgevende instanties 137
9.1.4. Tariefbepaling 137
9.2. Regelgevend kader in Duitsland 141
9.2.1. Relevante wetgeving 141
9.2.2. Regelgevende instanties in Duitsland 141
9.2.3. Tarieven in Duitsland 141
9.3. Regelgevend kader voor Nemo Link Interconnector 143
VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
144
INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE MOEDERVENNOOTSCHAP 149
Balans na winstverdeling 150
Resultatenrekening 151

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Geconsolideerde winst- en verliesrekening

(in miljoen €) − Jaar eindigend per 31 december Toelichting 2020 2019
Opbrengsten (5.1) 2.209,6 2.242,3
Grond- en hulpstoffen (5.2) (86,2) (76,9)
Overige bedrijfsopbrengsten (5.1) 163,6 150,3
Netto opbrengsten (kosten) van het
afrekeningsmechanisme
(5.1) 100,3 (73,7)
Diensten en diverse goederen (5.2) (1.051,7) (1.007,1)
Personeelskosten (5.2) (307,2) (282,9)
Afschrijvingen en waardeverminderingen (5.2) (432,5) (374,6)
Wijziging in voorzieningen (5.2) 5,5 14,1
Overige bedrijfskosten (5.2) (32,1) (30,1)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 569,3 561,4
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)
(6.5) 9,2 8,3
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 578,5 569,7
Nettofinancieringskosten (5.3) (141,5) (139,6)
Financieringsbaten 6,6 5,6
Financieringslasten (148,1) (145,2)
Winst vóór winstbelastingen 437,0 430,1
Winstbelastingen (5.4) (129,1) (121,0)
Winst over de verslagperiode 307,9 309,1
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij –
eigenaars van gewone aandelen
250,1 254,3
Houders van aandelen van de moedermaatschappij
- hybride effecten
19,3 19,3
Minderheidsbelang 38,5 35,5
Winst over de verslagperiode 307,9 309,1
Winst per aandeel (in €)
Gewone winst per aandeel 3,64 3,91
Verwaterde winst per aandeel 3,64 3,91

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Geconsolideerde winst- en verliesrekening en ander niet-gerealiseerd

resultaat

Niet-gerealiseerde resultaten Elementen die kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening: Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt: Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na

(in miljoen €) − Jaar eindigend per 31 december Toelichting 2020 2019
Winst over de verslagperiode 307,9 309,1
Niet-gerealiseerde resultaten
Elementen die kunnen overgeboekt worden naar de
winst- en verliesrekening:
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van
kasstroomafdekkingen
(5.6) 5,0 (1,0)
Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse
activiteiten
0,0 (0,1)
Belastingimpact op deze elementen (1,3) 0,2
Elementen die nooit naar de winst- en
verliesrekening worden overgeboekt:
Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen
na uitdiensttreding
(6.14) (8,1) (5,4)
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van
investeringen
(5.6) 15,0 0,0
Belastingimpact op deze elementen 2,2 1,5
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na
belastingen
12,8 (4,8)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
over het boekjaar
320,7 304,3
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij –
eigenaars van gewone aandelen
260,4 250,1
Houders van aandelen van de moedermaatschappij
- hybride effecten
19,3 19,3
Minderheidsbelang 41,0 34,9
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
over het boekjaar
320,7 304,3
  • Houders van aandelen van de moedermaatschappij

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Geconsolideerde financiële positie

(in miljoen €) − Jaar eindigend per 31 december Toelichting 2020 2019
ACTIVA
VASTE ACTIVA 13.044,0 12.390,8
Materiële vaste activa (6.1) 10.094,4 9.445,6
Goodwill (6.3) 2.411,1 2.411,1
Immateriële vaste activa (6.2) 105,4 96,4
Handels- en overige vorderingen (6.4) 0,5 2,3
Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (6.5) 323,1 342,8
Overige financiële vaste activa (incl. derivaten) (6.6) 104,5 88,9
Uitgestelde belastingvorderingen (6.7) 5,0 3,7
VLOTTENDE ACTIVA 2.121,6 1.502,6
Voorraden (6.8) 39,0 24,3
Handels- en overige vorderingen (6.9) 1.475,4 488,0
Actuele belastingvorderingen (6.10) 3,4 5,5
Geldmiddelen en kasequivalenten (6.11) 590,1 975,0
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten (6.9) 13,7 9,8
Totaal activa 15.165,6 13.893,4
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
EIGEN VERMOGEN 4.500,0 4.332,1
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de
vennootschap (6.12) 4.173,1 4.022,3
Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandelen 3.471,7 3.320,8
Aandelenkapitaal 1.709,1 1.705,9
Uitgiftepremie 262,4 259,1
Reserves 173,0 173,0
Afdekkingsreserves (3,3) (7,0)
Ingehouden winsten 1.330,5 1.189,8
Eigen vermogen toe te rekenen aan hybride effecten (6.12) 701,4 701,4
Minderheidsbelang 326,9 309,9
LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN 7.823,6 5.924,9
Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen (6.13) 7.249,6 5.378,9
Personeelsbeloningen (6.14) 130,1 118,2
Derivaten (8.1) 0,0 4,4
Voorzieningen (6.15) 133,3 122,3
Uitgestelde belastingverplichtingen (6.7) 89,5 87,0
Overige verplichtingen (6.16) 221,1 214,1
KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN 2.842,0 3.636,4
Leningen en overige financieringsverplichtingen (6.13) 805,5 1.119,2
Voorzieningen (6.15) 7,4 15,6
Handelsschulden en overige schulden (6.17) 1.009,1 1.356,9
Actuele belastingverplichtingen (6.10) 13,6 54,8
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten (6.20) 1.006,4 1.089,9
Totaal eigen vermogen en verplichtingen 15.165,6 13.893,4

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Afronding - Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen

Aandelen-kapitaal Uitgiftepremie Afdekkings-reserves Reserves Ingehouden winst Nettowinst toe te rekenen
aan eigenaars van
gewone aandelen
Eigen vermogen toe te
rekenen aan hybride
effecten
rekenen aan de eigenaars
Eigen vermogen toe te
van de vennootschap
Minderheids-belang Totaal eigen vermogen
1.521,4 14,4 3.748,9
273,6 273,6 273,6 35,5 309,1
(0,8) (3,3) (4,2) (4,2) (0,6) (4,8)
(0,8) 270,2 269,4 269,4 34,9 304,3
(6,2) 173,0 1.038,7 2.741,4 706,2 3.447,6 301,3
eigenaars:
Uitgifte gewone aandelen 190,5 244,8 435,3 435,3 435,3
Uitgiftekosten aandelen (6,2) (6,2) (6,2) (6,2)
Kosten m.b.t. op aandelen gebaseerde
betalingen
0,1 0,1 0,1 0,1
Verdeling aan hybride effecten 4,8 4,8 (4,8)
Belasting op verdeling aan hybride effecten 1,5 1,5 1,5 1,5
Dividenden aan minderheidsbelang (26,4) (26,4)
Dividenden (101,3) (101,3) (101,3) (101,3)
Verdeling aan hybride effecten (24,0) (24,0) (24,0) (24,0)
Totaal bijdragen en uitkeringen 184,4 244,8 (119,1) 310,1 (4,8) 305,4 (26,4) 279,0
Totaal bijdragen van en uitkeringen aan
eigenaars
184,4 244,8 (119,1) 310,1 (4,8) 305,4 (26,4) 279,0
Stand per 31 december 2019 1.705,8 259,2 (7,0) 173,0 1.189,8 3.320,8 701,4 4.022,2 309,9 4.332,1
(in miljoen €) Aandelen-kapitaal Uitgiftepremie Afdekkings-reserves Reserves Ingehouden winst Nettowinst toe te rekenen
aan eigenaars van
gewone aandelen
Eigen vermogen toe te
rekenen aan hybride
effecten
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
Transacties met eigenaars, rechtstreeks
verwerkt in het eigen vermogen
Bijdragen van en uitkeringen aan
eigenaars:
Kosten m.b.t. op aandelen gebaseerde
Verdeling aan hybride effecten 4,8 4,8 (4,8)
Totaal bijdragen van en uitkeringen aan
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
Transacties met eigenaars, rechtstreeks
verwerkt in het eigen vermogen
Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars
Kosten mbt op aandelen gebaseerde
Totaal veranderingen in zeggenschap
Totaal bijdragen van en uitkeringen aan
Stand per 1 januari 2020 1.705,8 259,2 (7,0) 173,0 1.189,8 3.320,8 701,4 4.022,2 309,9 4.332,1
Winst over de verslagperiode 269,4 269,4 269,4 38,5 307,9
Niet-gerealiseerde resultaten 3,8 6,6 10,3 10,3 2,5 12,8
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten
3,8 276,0 279,7 279,7 41,0 320,7
Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars
Uitgifte gewone aandelen 1,8 3,2 5,0 5,0 5,0
Kosten mbt op aandelen gebaseerde
betalingen
1,4 1,4 1,4 1,4
Verdeling aan hybride effecten (19,3) (19,3) (19,3) (19,3)
Dividenden aan minderheidsbelangen (24,0) (24,0)
Dividenden (116,0) (116,0) (116,0) (116,0)
Totaal bijdragen en uitkeringen 3,2 3,2 (135,3) (128,8) (128,8) (24,0) (152,8)
Totaal veranderingen in zeggenschap
Totaal bijdragen van en uitkeringen aan
eigenaars
3,2 3,2 (135,3) (128,8) (128,8) (24,0) (152,8)
Stand per 31 december 2020 1.709,1 262,4 (3,3) 173,0 1.330,5 3.471,7 701,4 4.173,1 326,9 4.500,0

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

(in miljoen €) − Jaar eindigend per 31 december Toelicht
-ing
2020 2019
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
Winst over de verslagperiode 307,9 309,1
Aanpassing voor:
Nettofinancieringskosten (5.3) 141,6 139,6
Overige niet-kaskosten 2,0 (2,2)
Winstbelastingen (5.4) 127,3 124,7
Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode,
na belasting
(9,2) (8,3)
Afschrijvingen materiële en immateriële activa (5.2) 432,4 365,8
Boekwinst op verkoop van materiële en immateriële vaste activa 8,6 10,0
Bijzondere waardeverminderingen op vlottende activa 1,4 0,3
Mutatie voorzieningen (4,8) (9,4)
Mutatie in leningen en schulden 0,0 1,1
Mutatie uitgestelde belastingen (6.7) 0,8 (3,7)
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 1.008,0 927,1
Mutatie voorraden (14,9) (5,6)
Mutatie handels- en overige vorderingen (1.060,8) 66,2
Mutatie overige vlottende activa (0,5) 14,9
Mutatie handelsschulden en overige schulden (258,6) (640,4)
Mutatie overige kortlopende verplichtingen (106,3) 28,2
Wijzigingen in werkkapitaal (1.441,3) (536,7)
Betaalde rente (6.13) (143,2) (158,4)
Ontvangen rente 4,5 5,8
Betaalde winstbelastingen (164,4) (166,5)
(736,4) 71,2
Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Verwerving van immateriële vaste activa
(32,4) (26,9)
Verwerving van materiële vaste activa (1.049,9) (1.130,8
Verwerving van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (6.5) )
(0,4) (201,8)
Opbrengst uit de verkoop van materiële vaste activa 2,8 (1,1)
Opbrengst uit de verkoop van investeringen 1,6 0,0
Opbrengst uit kapitaalvermindering van onderneming opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode 15,3 1,6
Ontvangen dividend
Leningen en lange termijn vorderingen aan joint ventures
13,8
0,0
2,6
174,4
Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten (1.049,2) (1.182,0 )
Kasstroom uit
financieringsactiviteiten
Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal
(6.12) 5,0 435,3
Kosten verbonden aan uitgifte van aandelenkapitaal (6.12) (0,0) (6,1)
Betaald dividend (6.12) (116,0) (101,3)
Betaald hybride dividend (19,3) (24,0)
Betalingen aan minderheidsbelangen (24,0) (24,0)
Aflossing van opgenomen leningen (6.13) (1.319,5) (757,6)
Ontvangsten van opgenomen leningen (6.13) 2.874,5 774,2
1.400,7 296,4
Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten
Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten (384,9) (814,3)
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari 975,0 1.789,3
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december 590,1 975,0

Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten (384,9) (814,3)

De Toelichtingen (1-9) maken integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Afronding – Alle cijfers in dit rapport werden afgerond. De gerapporteerde varianties werden berekend op basis van de brongegevens vóór afronding, waardoor varianties ogenschijnlijk kunnen afwijken.

TOELICHTINGEN BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

1. Verslaggevende entiteit

Elia Group nv (de 'Vennootschap' of 'Elia') is gevestigd in België en heeft zijn maatschappelijke zetel te Keizerslaan 20, B-1000 Brussel. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar 2020 omvat de jaarrekening van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (hierna aangeduid als de 'groep' of 'Elia Group') en het belang van de groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen.

De Vennootschap is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en de aandelen staan genoteerd op Euronext Brussel, onder de kenletters ELI.

Elia Group bestaat uit twee transmissienetbeheerders (TNB's) voor elektriciteit: Elia Transmission in België en 50Hertz Transmission, een van de vier Duitse TNB's, die actief is in het noorden en het oosten van Duitsland en waarin Elia Group een deelneming heeft van 80%.

De groep heeft ook een belang van 50% in Nemo Link Ltd, dat een elektrische interconnector heeft gebouwd tussen het VK en België die bekend staat als de Nemo Link-interconnector. Nemo Link is een joint venture met National Grid Ventures (VK) en begon zijn commerciële activiteiten op 30 januari 2019 met een uitwisselingscapaciteit van 1000 MW.

Met meer dan 2.750 medewerkers en een transmissienet van zo'n 18.990 km aan hoogspanningsverbindingen voor 30 miljoen eindconsumenten behoort Elia Group tot de top 5 van netbeheerders in Europa. Elia Group zorgt voor efficiënt, betrouwbaar en veilig transport van de elektriciteit van de producenten naar de distributienetbeheerders en de grote industriële gebruikers, alsook voor de in- en uitvoer van elektriciteit van en naar de buurlanden. De groep is een drijvende kracht in de ontwikkeling van de Europese elektriciteitsmarkt en de integratie van hernieuwbare energie. Naast zijn activiteiten als netbeheerder in België en Duitsland biedt Elia Group bedrijven een ruime waaier van consultancy- en engineeringactiviteiten aan. De groep treedt op onder de wettelijke entiteit Elia Group, een beursgenoteerd bedrijf met Publi-T, een gemeentelijke holding, als referentieaandeelhouder.

2. Basis voor presentatie

2.1. Conformiteitsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen voor gebruik in de Europese Unie. De groep heeft alle door de IASB gepubliceerde nieuwe en herziene standaarden en interpretaties toegepast die gelden voor boekjaren die beginnen op 1 januari 2020, en die toepasselijk zijn voor de activiteiten van de groep.

Nieuwe en herziene standaarden en interpretaties

De volgende standaarden, wijzigingen en interpretaties zijn in 2020 van kracht geworden, en hebben slechts een beperkte of geen impact voor de groep:

Wijzigingen in IAS 1 en IAS 8 met betrekking tot de definitie van materialiteit. De wijziging is bedoeld om de definitie van de term materialiteit op te helderen, waardoor die eenvoudiger te begrijpen is. Het concept materialiteit is

Wijzigingen in IFRS 3: Definitie van een Bedrijf. De wijziging verduidelijkt de definitie van een bedrijf, zodat deze

Wijzigingen aan de verwijzingen binnen het conceptuele kader in de IFRS-standaarden. Het herziene conceptuele kader is uitgebreider, zodat het alle aspecten van de vaststelling van standaarden met betrekking tot

  • niet gewijzigd.
  • term eenvoudiger te begrijpen is.
  • financiële verslaggeving, presentatie en informatieverschaffing bestrijkt.
  • (interbancaire rentevoeten).
  • een direct gevolg zijn van COVID-19 en aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7 met betrekking tot de hervorming van de rentevoetbenchmark. Deze wijziging werd uitgegeven om onzekerheden weg te nemen in het kader van de lopende IBOR-hervorming

Wijziging in IFRS 16, COVID-19-gerelateerde huurconcessies (van kracht vanaf 1 juni 2020). Deze wijziging is opgesteld om het voor huurders mogelijk te maken huurconcessies niet als huuraanpassingen te verwerken indien zij

De volgende standaarden, wijzigingen en interpretaties waren in 2020 nog niet van kracht. De wijzigingen in de onderstaande standaarden, wijzigingen en interpretaties zullen naar verwachting geen materiële invloed hebben op de jaarrekening en worden daarom niet nader toegelicht:

  • IFRS 17: Verzekeringscontracten;
  • deelneming of joint venture;

• Wijzigingen in IAS 10 en IAS 28: Verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde

  • Wijzigingen in IAS 1: betreffende de classificatie van verplichtingen als kortlopend of langlopend;
  • Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39, IFRS 7, IFRS 4 en IFRS 16: hervorming van de rentevoetbenchmark (fase 2);
  • Wijzigingen in IAS 37: Verlieslatende contracten, kosten om het contract na te leven;
  • Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden 2018-2020;
  • Wijziging in IAS 16: materiële vaste activa: opbrengsten vóór beoogd gebruik;
  • Wijzigingen in IFRS 3: verwijzing naar het conceptuele kader.

2.2. Functionele en presentatievaluta

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in miljoen euro (de functionele valuta van de Vennootschap), afgerond op het dichtstbijzijnde honderdduizendtal, tenzij anders vermeld.

2.3. Waarderingsbasis

Algemeen beschouwd is de geconsolideerde jaarrekening opgesteld op basis van historische kosten. De volgende categorieën wijken echter af van deze algemene regel:

  • Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode: de vermogensmutatiemethode wordt toegepast om de waarde te bepalen van een deelneming waarin de groep een invloed van betekenis heeft.
  • Andere deelnemingen: entiteiten waarin de groep een deelneming heeft zonder dat ze er een invloed van betekenis in heeft, worden gewaardeerd tegen de reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten.
  • Kortlopende en langlopende vorderingen worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van de boekwaarde en de realiseerbare waarde.
  • Personeelsbeloningen worden gewaardeerd aan de huidige waarde van deze beloningsverplichtingen, minus de reële waarde van de fondsbeleggingen (zie ook Toelichting 6.14).
  • Afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten of de winst- en verliesrekening, afhankelijk van de vraag of het afgeleide instrument als een afdekkingsinstrument kan worden bestempeld (zie ook Toelichting 8.1).
  • Voorzieningen voor ontmanteling worden gewaardeerd aan de huidige waarde.

2.4. Gebruik van ramingen en beoordelingen

De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die een impact kunnen hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en passiva en baten en lasten. De schattingen en onderliggende veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en diverse andere factoren die gegeven de omstandigheden redelijk geacht worden, en waarvan de resultaten de basis vormen voor de beoordeling van de boekwaarde van activa en passiva. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien indien de herziening enkel die periode beïnvloedt, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes indien de herziening zowel huidige als toekomstige periodes beïnvloedt.

De volgende rubrieken bevatten informatie over belangrijke punten van schattingsonzekerheden en kritische oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de bedragen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening:

  • De totale toegestane vergoeding voor de rol van de groep als netbeheerder in het Belgische en het Duitse segment wordt vooral bepaald door berekeningsmethoden die zijn vastgesteld door respectievelijk de Belgische federale regulator, m.n. de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas ('CREG'), en de Duitse federale regulator, m.n. het Bundesnetzagentur ('BNetzA'). In deze context is de opname van gereguleerde overlopende rekeningen ook gebaseerd op de verschillende regelgevende kaders. Voor bepaalde berekeningen is een oordeel nodig. Meer informatie hierover is te vinden in de Toelichtingen 6.20, 9.1.4 en 9.2.3.
  • Entiteiten waarin de groep minder dan 20% van de stemrechten bezit, maar een invloed van betekenis heeft, worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens de richtlijnen van IAS 28 beoordeelt de groep of hij aanzienlijke invloed heeft op zijn geassocieerde ondernemingen, en of hij deze bijgevolg volgens de vermogensmutatiemethode moet opnemen (in plaats van IFRS 9 toe te passen), en herbeoordeelt hij dit in elke verslagperiode (zie ook Toelichting 6.5).

• Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor het overdragen van ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen, in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen deze ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen kunnen worden aangewend. Bij de beoordeling houdt het management rekening met elementen zoals de bedrijfsstrategie op lange termijn en

• Kredietrisico ten opzichte van klanten: het management controleert nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen en houdt hierbij ook rekening met de ouderdom van de vordering, de betalingshistoriek en de dekking van kredietrisico's

o De groep beschikt over toegezegd-pensioenregelingen en bijdrageregelingen, die behandeld worden in Toelichting 6.14. De berekening van de activa en verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op actuariële en statistische veronderstellingen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen. De huidige waarde wordt onder meer beïnvloed door veranderingen in disconteringsvoeten en financiële veronderstellingen zoals toekomstige loonstijgingen. Daarnaast wordt de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen ook beïnvloed door demografische veronderstellingen, zoals de gemiddelde

o Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt het management de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta als deze gebruikt voor de verplichting tot vergoedingen na uitdiensttreding, d.w.z. de euro, met een minimale rating AA, zoals bepaald door minstens één groot ratingbureau, en geëxtrapoleerd volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de toegezegd-pensioenverplichting. Obligaties met een hogere en lagere rentevoet worden uitgesloten bij het bepalen van de gepaste rendementscurve.

o Om de overeenkomstige huidige waarde te berekenen, worden de rentevoeten van de rendementscurve toegepast op de geraamde kasstroom van elke regeling. Vervolgens wordt één disconteringsvoet vastgesteld die dezelfde huidige waarde oplevert. De uiteindelijke disconteringsvoet weerspiegelt dus zowel het huidige renteklimaat als de

• Voorzieningen voor milieusaneringskosten: op het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten met betrekking tot bodemsanering op basis van het advies van een deskundige. De omvang van deze saneringskosten hangt af van een beperkt aantal onzekerheden, met inbegrip van de identificatie van nieuwe

• Overige voorzieningen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende uitgaande kasstromen is afhankelijk van de voortgang

  • mogelijkheden van belastingplanning op lange termijn (zie Toelichting 6.7).
  • (zie Toelichting 8.1).
  • Personeelsbeloningen inclusief restitutierechten zie Toelichting 6.14: veronderstelde pensioenleeftijd.

  • specifieke kenmerken van de verplichtingen.

  • bodemverontreinigingen (zie Toelichting 6.15).
  • en duur van de bijbehorende processen of procedures (zie Toelichting 6.15).
  • verschillende disconteringsvoet te meten.
  • marktaandeel, de evolutie van de marge en disconteringvoeten (zie Toelichting 6.3).
  • verliesrekening opgenomen (zie Toelichting 6.18).
  • gebeurtenissen op het vlak van economisch gebruik. (zie Toelichtingen 3.3.1 en 6.1)
  • De rentevoet wordt vastgelegd over de looptijd van de leaseovereenkomst.

• Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet om de toekomstige verplichting tot ontmanteling te disconteren, gebruikt het management de rentevoeten van bedrijfsobligaties in euro met een minimale rating AA, zoals bepaald door minstens één groot ratingbureau, en geëxtrapoleerd volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de verplichting tot ontmanteling. Er wordt een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om de impact van een

• Onderzoek op waardevermindering op goodwill: de groep analyseert de waardevermindering op goodwill en kasstroomgenererende eenheden (KGE) op de verslagdatum, en wanneer er indicaties zijn dat de boekwaarde mogelijk hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse is gebaseerd op veronderstellingen over onder andere geschatte investeringsplannen, vergoedingen gedefinieerd binnen de regelgevende kaders, de evolutie van de markt, het

• Waardering tegen reële waarde van financiële instrumenten: wanneer de reële waarde van financiële activa en financiële passiva in de balans niet kan worden bepaald op basis van genoteerde prijzen op actieve markten, wordt hun reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Voor deze waarderingstechnieken wordt, waar mogelijk, gebruikgemaakt van gegevens uit waarneembare markten. Wanneer dit niet mogelijk is, is enige mate van oordeelsvorming noodzakelijk om de reële waarde te bepalen. Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als nietgerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en

• De gebruiksduur van de vaste activa wordt bepaald op basis van de werkelijke afschrijving van elk actief. De afschrijvingen voor materiële vaste activa worden voornamelijk berekend op basis van de gebruiksduur bepaald door het regelgevend kader in België en Duitsland, wat wordt beschouwd als de best mogelijke benadering van de werkelijke

• De groep heeft gebruikgemaakt van praktische hulpmiddelen bij de toepassing van IFRS 16 Leases:

o De groep past één disconteringsvoet toe per groep contracten, samengevat per looptijd. Er werd verondersteld dat deze leaseovereenkomsten gelijkaardige kenmerken hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de beste raming van de groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet. Elke leaseovereenkomst wordt geclassificeerd in een looptijdklasse (< 5 jaar, tussen 5 en 10 jaar, ...) waarvoor een rentevoet wordt afgeleid die gelijk is aan de rentevoet van een verhandelde obligatie met dezelfde rating als Elia Group in dezelfde sector met een gelijkaardige looptijd.

o De groep heeft de niet-opzegbare periode van elk van de contracten beoordeeld in het kader van IFRS 16. Dit omvat

de periode die wordt gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te verlengen, indien de leasingnemer redelijk zeker is dat hij die optie kan uitoefenen. Zeker wanneer het gaat om kantoorhuurcontracten heeft de groep zijn beste raming gemaakt van de niet-opzegbare periode op basis van alle beschikbare informatie (zie Toelichting 6.19).

• De impact van COVID-19 werd in aanmerking genomen voor de mogelijke beoordeling van de effecten ervan op de financiële prestaties van Elia. Aangezien Elia in België en Duitsland binnen het regelgevend kader handelt, werd de rentabiliteit als dusdanig over het algemeen niet aangetast. We verwijzen naar Toelichting 4 voor uitvoerigere informatie voor elk segment. Er is echter wel rekening gehouden met de effecten op macro-economische parameters, zoals de rentevoet, disconteringsvoet, ... Voor meer informatie verwijzen wij naar de volgende Toelichtingen: 6.3, 6.19 en 8.1.

2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur

Op 25 maart 2021 heeft de Raad van Bestuur deze geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor publicatie.

3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

3.1. Grondslagen voor consolidatie

DOCHTERONDERNEMINGEN

Een dochteronderneming is een entiteit die door de Vennootschap wordt gecontroleerd. De groep controleert een entiteit wanneer hij blootgesteld is aan, of rechten heeft op variabele winsten omwille van zijn betrokkenheid bij de entiteit en hij de bevoegdheid heeft om via zijn zeggenschap over de entiteit die opbrengsten te beïnvloeden. De jaarrekening van dochterondernemingen is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf de datum dat de zeggenschap aanvangt tot de datum dat ze ophoudt. De grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen worden, waar nodig, gewijzigd om ze overeen te laten komen met de grondslagen die de groep toepast. Verliezen die toepasbaar zijn op de minderheidsbelangen in een dochteronderneming worden aan de minderheidsbelangen toegeschreven, zelfs als de minderheidsbelangen hierdoor een negatief saldo op de balans krijgen. Wijzigingen in het belang van de groep in een niet 100%-dochteronderneming die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, worden geboekt als transacties van eigen vermogen.

GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN

Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin de Vennootschap een invloed van betekenis maar geen zeggenschap heeft over de financiële en operationele beleidslijnen. Investeringen in geassocieerde ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel tegen kostprijs in de geconsolideerde balans opgenomen, inclusief alle transactiekosten verbonden aan de overname en daarna aangepast om het aandeel van de groep in de winst of het verlies en de niet-gerealiseerde resultaten van de geassocieerde onderneming op te nemen. Deze verwerking volgens de vermogensmutatiemethode vindt plaats vanaf de datum waarop de invloed van betekenis aanvangt tot de datum waarop de invloed van betekenis ophoudt. Wanneer het aandeel van de groep in de verliezen zijn participatie in een geassocieerde deelneming overschrijdt, wordt de boekwaarde van de entiteit verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een geassocieerde onderneming.

BELANGEN IN JOINT VENTURES

Een joint venture is een overeenkomst waarbij de groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent en rechten heeft op de nettoactiva van de overeenkomst, dit in tegenstelling tot gezamenlijke activiteiten waarbij de groep rechten heeft op de activa en verplichtingen voor de passiva. Belangen in joint ventures worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel verwerkt tegen kostprijs, inclusief alle transactiekosten verbonden aan de overname. Na de eerste opname wordt het aandeel van de groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van joint ventures volgens de vermogensmutatiemethode geboekt in de geconsolideerde jaarrekening, vanaf de datum dat de gezamenlijke zeggenschap aanvangt tot de datum waarop ze ophoudt. Wanneer het aandeel van de groep in de verliezen zijn participatie in een joint venture overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een joint venture.

MINDERHEIDSBELANGEN

Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen hun evenredige deel van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij op de aankoopdatum.

VERLIES VAN ZEGGENSCHAP

Bij het verlies van zeggenschap verwijdert de groep de activa en passiva van de dochteronderneming, alle minderheidsbelangen en andere componenten van de niet-gerealiseerde resultaten van de dochteronderneming uit de balans. Een eventuele meer- of minwaarde die voortvloeit uit het verlies van zeggenschap wordt opgenomen als winst of verlies. Als de groep een belang behoudt in een vroegere dochteronderneming, dan wordt dit belang aan de reële waarde gewaardeerd op de dag waarop de groep de zeggenschap verliest. Vervolgens wordt het geboekt als een investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode of als een financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde, afhankelijk van de invloed die de groep behoudt.

ELIMINATIE VAN INTRAGROEPTRANSACTIES

Intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen of baten en lasten die voortvloeien uit intragroepstransacties, worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.

Niet-gerealiseerde winsten die voortvloeien uit transacties met geassocieerde ondernemingen, worden geëlimineerd in overeenstemming met het belang dat de groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden geëlimineerd op dezelfde wijze als niet-gerealiseerde winsten, maar enkel in de mate dat er geen bewijs voorhanden is van een bijzondere waardevermindering.

BEDRIJFSCOMBINATIES EN GOODWILL

Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en vertegenwoordigt het positieve verschil tussen de overgedragen vergoeding en het belang van de groep in de netto reële waarde van de netto identificeerbare activa, verplichtingen en de voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij.

De groep waardeert goodwill op de aankoopdatum als:

  • de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
  • het opgenomen bedrag van een minderheidsbelang in de overgenomen partij; plus
  • overgenomen partij; minus

• als de bedrijfscombinatie in fasen verloopt, de reële waarde van het vooraf bestaande vermogensbelang in de

• de reële waarde van de identificeerbare overgenomen activa en de aangegane verplichtingen op de aankoopdatum. Wanneer het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een winst op voordelige acquisitie opgenomen in de resultatenrekening.

De overgedragen vergoeding is exclusief bedragen voor de afwikkeling van eerder bestaande relaties. Deze bedragen worden in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Transactiekosten die door de groep worden gemaakt in verband met een bedrijfscombinatie, met uitzondering van de kosten die verband houden met de uitgifte van schuldbewijzen of aandelen, worden als last opgenomen wanneer ze worden gemaakt.

Eventuele voorwaardelijke vergoedingen die moeten worden betaald, worden gewaardeerd tegen de reële waarde op de aankoopdatum. Als de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen wordt geklasseerd, dan wordt deze niet opnieuw gewaardeerd en wordt de afwikkeling in het eigen vermogen opgenomen. In andere gevallen worden wijzigingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding in de winst- en verliesrekening opgenomen.

3.2. Omrekeningsverschillen

TRANSACTIES EN SALDI IN VREEMDE VALUTA

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta van de Vennootschap tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva aangeduid in vreemde valuta op balansdatum worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op die datum. Verschillen die ontstaan bij de omrekening van vreemde valuta worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Niet-monetaire activa en passiva die in vreemde valuta op basis van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de transactie.

BUITENLANDSE BEDRIJFSACTIVITEITEN

Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, een belang in een joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een ander land dan het land van de verslaggevende entiteit of in een andere valuta dan de valuta van de verslaggevende entiteit.

De financiële verslaggeving van alle entiteiten van de groep met een functionele valuta die verschilt van de presentatievaluta van de groep wordt als volgt omgerekend naar de presentatievaluta:

• Activa en passiva worden omgerekend tegen de wisselkoers op de verslagdatum; • Inkomsten en uitgaven worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van het jaar. Verschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, belangen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de wisselkoersen bij de sluiting van het boekjaar, worden opgenomen in het eigen vermogen onder niet-gerealiseerde resultaten. Bij de (gedeeltelijke) verkoop van buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden de gecumuleerde omrekeningsverschillen (gedeeltelijk) opgenomen in de winst of het verlies als onderdeel van winst/verlies uit de verkoop.

3.3. Balansposten

3.3.1. Materiële vaste activa

Activa in eigendom

Materiële vaste activa worden uitgedrukt aan kostprijs (met inbegrip van rechtstreeks toerekenbare kosten, waaronder de financieringskosten) verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (zie deel 3.3.7. 'Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa'). De kosten van zelf vervaardigde activa omvatten de kosten van materialen, van direct toewijsbare personeelskosten en, waar relevant, van de initiële schatting van de kosten van het ontmantelen en verwijderen van de activa en het herstellen van de site waarop zij gelegen zijn. Wanneer onderdelen van materiële vaste activa een verschillende gebruiksduur hebben, worden zij geboekt als afzonderlijke materiële vaste activa.

Kosten na eerste opname

De groep neemt in de boekwaarde van een materieel vast actief de kosten op van het vervangen van een deel van dat actief wanneer die kosten worden gemaakt, enkel wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de groep zullen toekomen, en indien de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd. Alle overige kosten, zoals herstellings- en onderhoudskosten, worden als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening zodra zij worden gemaakt.

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van elk bestanddeel van een materieel vast actief. De terreinen worden niet afgeschreven. De gebruikte afschrijvingspercentages zijn opgenomen in de tabel hierna.

De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de materiële vaste activa worden op het einde van elk boekjaar geëvalueerd en, in voorkomend geval, prospectief aangepast.

Administratieve gebouwen 1,67 – 2,00%
Industriële gebouwen 2,00 – 4,00%
Luchtlijnen 2,00 – 4,00%
Ondergrondse kabels 2,00 – 5,00%
Onderstations (faciliteiten en machines) 2,50 – 6,67%
Afstandsbediening 3,00 – 12,50%
Dispatching 4,00 – 10,00%
Andere TGU (uitrusting van gehuurde gebouwen) contractuele periode
Voertuigen 6,67 – 20,00%
Gereedschap en kantoormeubilair 6,67 – 20,00%
Hardwareapparatuur 25,00 – 33,00%
Activa met gebruiksrechten contractuele periode

Buitendienststelling van activa

Er wordt een provisie aangelegd voor buitendienststellings- en milieukosten op basis van de geschatte toekomstige uitgaven, verdisconteerd tot hun actuele waarde. Een initiële schatting voor de buitendienststellings- en milieukosten van materiële vaste activa is verwerkt in de oorspronkelijke kosten van de materiële vaste activa in kwestie.

Wijzigingen in de voorzieningen als gevolg van herziene schattingen of verdisconteringsvoeten of wijzigingen in de verwachte timing van uitgaven voor materiële vaste activa worden verwerkt als wijzigingen in hun boekwaarde en worden prospectief afgeschreven over hun resterende geschatte economische levensduur; in andere gevallen worden deze wijzigingen in de winsten verliesrekening opgenomen.

De toename in de voorzieningen als gevolg van de verdiscontering is als financieringskost opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Verwijdering van de balans

Een actief wordt niet meer op de balans opgenomen in geval van verkoop of indien er geen toekomstige economische voordelen van het gebruik of van de verkoop worden verwacht. Een eventuele opbrengst of verlies voortvloeiend uit de verwijdering van het actief (hetgeen wordt berekend als het verschil tussen de netto-opbrengst bij verkoop en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening onder overige bedrijfsopbrengsten/overige bedrijfskosten, gedurende het jaar waarin het actief wordt verwijderd van de balans.

3.3.2. Immateriële activa

Computersoftware

Softwarelicenties die verworven worden door de groep worden uitgedrukt aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen (zie deel 3.3.7. 'Bijzondere waardevermindering van nietfinanciële activa').

Uitgaven in verband met onderzoeksactiviteiten ondernomen om intern software te ontwikkelen, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij gedaan worden. Uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase van intern ontwikkelde software worden gekapitaliseerd indien:

  • de ontwikkelingskosten betrouwbaar kunnen worden bepaald;

  • de groep van plan is om de software actief te gebruiken.

• de software technisch en commercieel haalbaar is en de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn; • de groep van plan is – en over voldoende middelen beschikt – om de ontwikkeling te voltooien;

De geactiveerde uitgaven omvatten materiaalkosten, de directe personeelskosten en de indirecte kosten die direct toerekenbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van de software. De overige kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen.

Licenties, patenten en vergelijkbare rechten

Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken of vergelijkbare rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de eventuele contractperiode of over de geschatte gebruiksduur.

Kosten na eerste opname

Uitgaven na eerste opname voor geactiveerde immateriële activa worden slechts geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen in het specifieke actief waarop zij betrekking hebben. Alle andere uitgaven worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat zij zich voordoen.

Afschrijvingen

Afschrijvingen gebeuren lineair ten laste van de winst- en verliesrekening over de geschatte gebruiksduur van immateriële activa, tenzij deze onbepaald is. Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur wordt systematisch op elke balansdatum nagegaan of er sprake is van bijzondere waardevermindering. Software wordt afgeschreven vanaf de datum waarop ze beschikbaar is voor gebruik. De geschatte gebruiksduur is als volgt:

• Concessies contractuele periode

  • Licenties 20,00%
  • Computersoftware 20,00 25,00%

De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de immateriële activa worden jaarlijks geëvalueerd en in voorkomend geval prospectief aangepast.

3.3.3. Goodwill

Goodwill wordt opgenomen aan kost minus gecumuleerde waardeverminderingen. Goodwill is toegewezen aan kasstroomgenererende eenheden en wordt niet afgeschreven, maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen (zie deel 3.3.7 'Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa'). In geval van geassocieerde ondernemingen wordt de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in de geassocieerde onderneming.

3.3.4. Handels- en overige vorderingen

Contractactiva

Opbrengsten komend van diensten aan derden (zie Toelichting 3.4.1.) en bijbehorende kosten worden opgenomen over de looptijd van het contract aangezien we het recht hebben op de vergoeding voor de uitgevoerde, nog niet gefactureerde werken. De voortgang wordt bepaald op basis van de gemaakte kosten.

De contractactiva hebben voornamelijk betrekking op de rechten van de groep op een vergoeding voor uitgevoerde werkzaamheden die op de verslagdatum nog niet zijn gefactureerd voor projectwerk. De contractactiva worden overgedragen naar vorderingen wanneer de rechten onvoorwaardelijk worden. Dat gebeurt meestal wanneer de groep een factuur opmaakt voor de klant. De contractactiva worden opgenomen onder de handels- en overige vorderingen.

Handels- en overige vorderingen

Handelsvorderingen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, minus de nodige voorzieningen voor bedragen die als niet-invorderbaar worden beschouwd.

Bijzondere waardevermindering

Voor handelsvorderingen en contractactiva past de groep een vereenvoudigde benadering toe in de berekening van de verwachte kredietverliezen (ECL's). De groep spoort daarom geen veranderingen op in het kredietrisico, maar neemt in de plaats daarvan op elke verslagdatum een voorziening op voor verliezen op basis van levenslange ECL's. De groep heeft een voorzieningsmatrix opgesteld die gebaseerd is op zijn historische ervaring met kredietverliezen, als beste indicatie voor toekomstige kredietverliezen.

Zie Toelichting 8.1, 'Beheer van financiële risico's en derivaten', voor een gedetailleerde beschrijving van het model.

3.3.5. Voorraden

Voorraden (reserveonderdelen) worden uitgedrukt aan hun kost, of hun netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De nettoopbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en verkoopkosten. De kostprijs van voorraden is gebaseerd op de waarderingsregel van de gewogen gemiddelde kostprijs. De kostprijs van voorraden omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten gerelateerd aan de levering en het operationeel maken.

Waardeverminderingen van voorraden aan netto-opbrengstwaarde worden geboekt in de periode waarin de waardevermindering zich voordoet.

3.3.6. Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldi, banksaldi, handelspapieren en direct opvraagbare deposito's. Kaskredieten die direct opeisbaar zijn en die een integraal deel uitmaken van het thesauriebeheer van de groep, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van kasequivalenten en geldmiddelen.

3.3.7. Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

De boekwaarde van de activa van de groep, met uitzondering van voorraden en uitgestelde belastingen, wordt op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.

Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.

Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.

Na de opname van een bijzondere waardevermindering zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.

Berekening van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van immateriële activa en materiële vaste activa is gelijk aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten en de bedrijfswaarde indien deze hoger is. Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun actuele waarde aan de hand van een disconteringvoet vóór belasting die een weerspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en de risico's eigen aan het actief.

De activa van de groep genereren geen kasstromen die onafhankelijk zijn van andere activa. De realiseerbare waarde is bijgevolg bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid (d.w.z. het gehele hoogspanningsnet) waartoe de activa behoren. Dit is tevens het niveau waarop de groep zijn goodwill beheert en economische voordelen bekomt van de verworven goodwill.

Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen

Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Met betrekking tot andere activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.

Een bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of waardevermindering, die zou zijn vastgesteld indien geen bijzondere waardevermindering was opgenomen.

3.3.8. Financiële activa

Eerste opname en waardering

De classificatie van financiële activa bij de eerste opname hangt af van de kenmerken van de contractuele kasstroom van de financiële activa en het bedrijfsmodel van de groep voor het beheer ervan. De groep waardeert een financieel actief aanvankelijk tegen reële waarde plus transactiekosten.

Latere waardering

Voor de latere waardering worden financiële activa onderverdeeld in drie categorieën:

  • financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs (schuldinstrumenten)
  • financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)
  • financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de winst -en verliesrekening

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden beheerd met het oog op het aanhouden van deze activa tot de vervaldag en het ontvangen van contractuele kasstromen. De financiële activa die aanleiding geven tot kasstromen zijn uitsluitend betalingen van hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd aan de hand van de methode van de effectieve rentevoet en zijn onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen. Winst en verlies worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het actief uit de balans wordt verwijderd, gewijzigd of een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.

De financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs van de groep omvatten leningen aan derden.

Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)

Bij de eerste opname classificeert de groep zijn beleggingen in eigen vermogen onherroepelijk als eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten wanneer de groep geen belangrijke invloed heeft en de activa niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden. Deze classificatie wordt per instrument bepaald.

Winsten en verliezen op deze financiële activa komen nooit terecht in de winst- en verliesrekening. Dividenden worden opgenomen als overige opbrengsten in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op betaling is vastgesteld, behalve wanneer de groep voordeel haalt uit dergelijke opbrengsten als compensatie voor een deel van de kosten van het financieel actief. In dat geval worden dergelijke winsten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Eigenvermogensinstrumenten, die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, zijn niet onderworpen aan een beoordeling op bijzondere waardevermindering.

De groep heeft ervoor gekozen om niet-beursgenoteerde deelnemingen waarop ze geen significante invloed uitoefent, onherroepelijk te classificeren.

Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de winst -en verliesrekening

Alle financiële activa die niet zijn aangewezen als gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, zoals hierboven beschreven, worden gewaardeerd tegen reële waarde via de winst-enverliesrekening.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

De groep neemt een vergoeding op voor verwachte kredietverliezen (ECL's) voor zijn schuldinstrumenten. Zie Toelichting 8.1 'Beheer van financiële risico's en derivaten', voor een gedetailleerde beschrijving van de benadering.

3.3.9. Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting

Afgeleide financiële instrumenten

De groep maakt soms gebruik van afgeleide financiële instrumenten om de valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. In overeenstemming met het thesauriebeleid houdt de groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de groep deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt afgedekt.

De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en van de groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is de contante waarde van de genoteerde termijnkoers per balansdatum.

Voor afdekking gebruikte derivaten

Kasstroomafdekkingen

Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.

De groep wijst enkel het contante element van termijncontracten aan als afdekkingsrisico. Het termijnelement wordt beschouwd als afdekkingskost, wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en geaccumuleerd als een afzonderlijke component op de balans, onder afdekkingsreserves.

Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor 'hedge accounting', afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve winst die (of het cumulatieve verlies) dat eerder in de niet-gerealiseerde resultaten was opgenomen, blijft daar onderdeel van uitmaken tot de verwachte transactie heeft

Cumulatieve winsten en verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten of beëindigde afdekkingsrelaties blijven verwerkt als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten zolang het waarschijnlijk is dat de afgedekte transactie zich zal voordoen. Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, worden de gecumuleerde winsten of verliezen onmiddellijk vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening overgebracht.

Afdekking van monetaire activa en passiva

Hedge accounting wordt niet toegepast op afgeleide instrumenten die in economische zin worden gebruikt als afdekking van in vreemde valuta's luidende activa en verplichtingen. Veranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden als onderdeel van de valutakoerswinsten en -verliezen, in de winst- en verliesrekening opgenomen.

3.3.10. Eigen vermogen

Aandelenkapitaal – transactiekosten

Transactiekosten met betrekking tot de uitgifte van kapitaal worden afgetrokken van ontvangen kapitalen.

Dividenden

Dividenden worden opgenomen als een schuld in de periode waarin zij vastgesteld zijn (zie Toelichting 6.12.1)

Hybride effecten

Hybride effecten zijn sterk achtergestelde effecten. Met uitzondering van gewone aandelen zijn hybride effecten de meest achtergestelde instrumenten in de kapitaalstructuur van de groep in een insolventiehiërarchie. Hybride effecten zijn eeuwigdurende instrumenten en komen niet in gebreke bij niet-betaling van coupons (tenzij deze betaling verplicht was ingevolge een besluit of de uitkering van een dividend aan gewone aandeelhouders).

De houders van hybride effecten hebben beperkte mogelijkheden om het resultaat van een faillissementsprocedure of een herstructurering los van een faillissement te beïnvloeden. Bijgevolg kunnen de houders van hybride effecten de groep niet verplichten uitkeringen te betalen of de effecten geheel of gedeeltelijk terug te betalen. De betaling van uitkeringen op en de aflossing van de effecten zijn naar eigen goeddunken van de groep. In het licht van hun kenmerken worden hybride effecten onder IFRS geclassificeerd als een eigenvermogensinstrument. De bijbehorende uitgiftekosten worden rechtstreeks in de ingehouden winsten opgenomen.

3.3.11. Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen bestaan uit rentedragende leningen en financieringsverplichtingen in de groep. Ze worden initieel verwerkt tegen reële waarde, verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden rentedragende leningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij elk verschil tussen het bedrag bij de eerste opname en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.

3.3.12. Personeelsbeloningen

Toegezegde-bijdrageregelingen

In België worden op bijdragen gebaseerde pensioenvoorzieningen, die in de Belgische pensioenwetgeving als toegezegdebijdrageregelingen worden aangeduid, voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen.

Tot 1 januari 2016 was het wettelijk gegarandeerd rendement 3,75% op werknemersbijdragen, 3,25% op werkgeversbijdragen en 0% voor de uitdienstgetredenen.

Vanaf 1 januari 2016 is het wettelijk gegarandeerd rendement variabel tussen 1,75% en 3,75%. De rentevoet wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast gebaseerd op de gemiddelde OLO-rente over de voorbije 24 maanden, met 1,75% als minimale interestvoet. Het wettelijke minimale rendement is 1,75% op werknemers -en werkgeversbijdragen en 0% voor de uitdienstgetredenen.

Aangezien de pensioenplannen door pensioenfondsen gefinancierd worden, wordt de verticale methode gebruikt, wat wil zeggen dat 1,75% op alle reserves (zelfs die voor 2016) wordt toegepast.

De werkgever moet ervoor zorgen dat tekorten die kunnen ontstaan door de WAP ("Wet op de Aanvullende Pensioenen") steeds voldoende gefinancierd zijn voor de werknemerscontracten en in geval de verworven reserves getransfereerd worden door vertrek, pensionering of afwikkeling van het pensioen voor het werkgeverscontract.

De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen.

De verplichting uit hoofde van toegezegde-bijdrageregelingen wordt bepaald volgens de Projected Unit Credit (PUC)-methode. Afhankelijk van de opstelling van het plan (rekening houdend met toenemende bijdragepercentages naarmate het aantal dienstjaren of niet) worden de premies geprojecteerd of niet.

In Duitsland omvat de toegezegde-bijdrageregeling een vast pensioen dat bij pensionering moet worden betaald aan een werknemer en gewoonlijk gebaseerd is op een of meer factoren zoals de leeftijd, anciënniteit en het loon van de werknemer.

In beide landen wordt de berekening uitgevoerd door een erkende actuaris.

Toegezegd-pensioenregelingen

Voor toegezegd-pensioenregelingen, die zowel in België als in Duitsland bestaan, worden de pensioenuitgaven voor elke regeling afzonderlijk beoordeeld op jaarbasis door erkende actuarissen die gebruikmaken van de 'projected unit credit' methode. Er wordt een schatting gemaakt van de pensioenrechten die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in het boekjaar en voorafgaande periodes; deze pensioenrechten worden verdisconteerd om de huidige waarde ervan vast te stellen en de reële waarde van de fondsbeleggingen wordt hiervan afgetrokken. De disconteringsvoet is de rentevoet op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Wanneer de pensioenrechten van een regeling verbeterd worden, wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenrechten dat betrekking heeft op diensten door werknemers verricht in het verleden, als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening op de vroegste van deze twee data:

• wanneer de aanpassing of beperking van de regeling gebeurt; of

• wanneer de entiteit de gerelateerde herstructureringskosten onder IAS 37 of de ontslagvergoedingen opneemt. Waar de berekening in een voordeel voor de groep resulteert, wordt het opgenomen actief beperkt tot de huidige waarde van toekomstige terugbetalingen van de regeling of kortingen in toekomstige bijdragen tot de regeling.

Herwaarderingen – bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het activaplafond (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de netto rentekosten op de netto toegezegde pensioenverplichting) – worden onmiddellijk opgenomen in de balans met een overeenkomend debet of credit op de ingehouden winsten via de niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze verschijnen. Herwaarderingen worden niet geherklasseerd als winst of verlies in latere periodes.

Restitutierechten (België)

Restitutierechten worden opgenomen als aparte activa als en alleen als het bijna absoluut zeker is dat een andere partij (een deel van) de uitgaven zal betalen om de betreffende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten te vereffenen. De restitutierechten worden voorgesteld als vaste activa, onder andere financiële activa, en worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze rechten volgen dezelfde behandeling als de daarmee overeenstemmende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Wanneer de wijzigingen in de periode het gevolg zijn van wijzigingen in de financiële veronderstellingen, of van ervaringsaanpassingen of wijzigingen in de demografische veronderstellingen, dan wordt het actief aangepast via de niet-gerealiseerde resultaten. De componenten van de kosten uit hoofde van de toegezegde pensioenregeling worden opgenomen zonder de bedragen die verband houden met veranderingen in de boekwaarde van de restitutierechten.

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen

De nettoverplichting van de groep met betrekking tot andere personeelsbeloningen op lange termijn dan pensioenregelingen wordt jaarlijks berekend door erkende actuarissen. De nettoverplichting wordt berekend via de 'Projected Unit Credit'-methode en is het bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers verdiend hebben in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorafgaande periodes. De verplichting wordt verdisconteerd tot de huidige waarde ervan en de reële waarde van eventuele daarop betrekking hebbende activa wordt in mindering gebracht. De disconteringsvoet is het rendement op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de groep benaderen en uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

Kortetermijnpersoneelsbeloningen worden op een niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting in de balans opgenomen voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een kortetermijnbonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

3.3.13. Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen – waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt – vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen. Indien het effect wezenlijk is, worden voorzieningen vastgesteld door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren aan een verdisconteringvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en, waar aangewezen, de risico's eigen aan de verplichting.

De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief worden, indien relevant, opgenomen als materiële activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. Indien het bedrag verdisconteerd wordt, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd verantwoord als financieringslasten.

3.3.14. Handelsschulden en overige schulden

Handels- en overige schulden worden uitgedrukt tegen geamortiseerde kostprijs.

Heffingen

In zijn rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Overheidsinstanties/reguleringsmechanismen leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (zoals promotie van hernieuwbare energie, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore aansprakelijkheid) die door de netbeheerders moeten worden uitgevoerd. De kosten die de netbeheerders voor deze verplichtingen maken, worden volledig gedekt door tarifaire 'heffingen' zoals goedgekeurd door de regulator. De uitstaande bedragen worden opgenomen als een handels- en andere vordering. Zie ook Toelichting 9.1.14.

3.3.15. Overige niet courante verplichtingen

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer het redelijkerwijs zeker is dat de groep de subsidie zal ontvangen en dat aan alle onderliggende voorwaarden is voldaan. Subsidies die aan een actief zijn verbonden, worden onder overige verplichtingen opgenomen en worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen tijdens de verwachte gebruiksduur van het bijbehorende actief. Subsidies die aan uitgavenposten zijn verbonden, worden in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als de uitgave waarvoor de subsidie werd ontvangen. Overheidssubsidies worden als overige bedrijfsopbrengsten opgenomen in de resultatenrekening.

Contractuele verplichtingen – Last-mile verbinding

De vergoeding van de last-mile verbinding wordt vooraf betaald, terwijl de inkomsten erkend worden over de levensduur van het onderliggende actief. De bedragen die in de toekomst zullen worden vrijgegeven, worden weergegeven in dit deel. Zie ook Toelichting 3.4.1.

3.3.16. Leases

Bij het aangaan van een contract beoordeelt de groep of een contract een lease is of bevat. Een contract is of bevat een lease als het contract een recht bevat om over een gedefinieerd actief controle uit te oefenen en dit voor een welbepaalde periode in compensatie voor een vergoeding. Om te beoordelen of een contract het recht geeft om over een gedefinieerd actief controle uit te oefenen, gebruikt de groep de definitie van een leaseovereenkomst in IFRS 16.

De groep als leasingnemer

De groep neemt bij de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst een gebruiksrecht en een leaseverplichting op. Activa en verplichtingen die voortvloeien uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd aan de huidige waarde en verdisconteerd op basis van de beste raming van de groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet, ingeval de impliciete rentevoet van de leaseovereenkomst niet gemakkelijk kan worden bepaald. De groep past één disconteringsvoet toe per groep vergelijkbare contracten, samengevat per looptijd.

De leasebetalingen die in de waardering van de leaseverplichting zijn opgenomen, omvatten vaste betalingen, inclusief 'insubstance' vaste bedragen. Variabele leasebetalingen worden als last opgenomen wanneer ze zich voordoen. In de praktijk wordt geen onderscheid gemaakt tussen lease- en niet-leasecomponenten. Componenten die geen goederen of diensten overdragen (initiële directe kosten, vooruitbetalingen) worden niet in de leaseprijs opgenomen.

De activa met gebruiksrechten worden vervolgens verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen, en worden eventueel aangepast naar aanleiding van de herwaardering van de leaseverplichting. Deze activa worden afgeschreven volgens de lineaire methode vanaf de ingangsdatum van de leaseovereenkomst tot het einde van de leaseperiode, tenzij de leaseovereenkomst het eigendom van de onderliggende activa aan de groep overdraagt voor het einde van de leaseperiode of wanneer de kosten verbonden aan het gebruiksrecht aangeven dat de groep een aankoopoptie zal uitoefenen. In dit geval zal het gebruiksrecht van het actief afgeschreven worden over de gebruiksduur van het onderliggend actief. Hiervoor wordt dezelfde basis als deze voor materiële vaste activa gehanteerd.

De leaseverplichting wordt vervolgens verhoogd met de rentekosten op de leaseverplichting en verlaagd met de betaalde leasebetalingen. Ze wordt geherwaardeerd wanneer er een wijziging is in toekomstige leasebetalingen als gevolg van een wijziging in een index of rentevoet, een wijziging in de schatting van het bedrag dat naar verwachting uit hoofde van een restwaardegarantie verschuldigd zal zijn, een wijziging in de aankoop- of verlengingsoptie die met redelijke zekerheid kan worden uitgeoefend, of een wijziging in een beëindigingsoptie die niet langer kan worden uitgeoefend.

De groep presenteert de activa met gebruiksrechten onder 'materiële vaste activa' en leaseverplichtingen onder 'leningen en overige financieringsverplichtingen'(kortlopende en langlopende) in de balans.

De groep heeft ervoor gekozen om geen activa met gebruiksrechten en leaseverplichtingen op te nemen voor leaseovereenkomsten van activa met lage waarde en kortlopende leaseovereenkomsten, inclusief IT-apparatuur. De leasebetalingen in verband met deze leaseovereenkomsten worden door de groep lineair over de leaseperiode opgenomen als last.

De groep als leasinggever

Leaseovereenkomsten die nagenoeg alle aan de eigendom van een onderliggend actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden opgenomen als financiële leases. Alle andere leaseovereenkomsten die niet alle aan de eigendom van een onderliggend actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden opgenomen als operationele leases. De groep heeft als leasinggever alleen operationele leaseovereenkomsten. Deze ontvangen leasebetalingen worden lineair over de leaseperiode als overige inkomsten verantwoord.

3.3.17. Gereguleerde overlopende rekeningen

De groep werkt in een gereguleerde omgeving die stelt dat tarieven bedoeld zijn om totale opbrengsten te realiseren die bestaan uit:

  • een billijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal;
  • alle niet-onredelijke kosten die door de groep worden gemaakt.

Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend (tariefbepaling afgesproken met regulator) om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken, met inbegrip van een billijke vergoeding voor de aandeelhouders.

Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek in het algemeen lager of hoger hadden moeten zijn (en omgekeerd). Dit overschot of tekort wordt daarom geboekt in de gereguleerde overlopende rekening.

De vrijgave van de gereguleerde overlopende rekening zal een impact hebben op de toekomstige tarieven: de opgelopen gereguleerde schulden zullen de toekomstige tarieven verlagen en de opgelopen gereguleerde activa zullen de toekomstige tarieven verhogen.

Bij gebrek aan een IFRS-norm die specifiek van toepassing is op de verwerking van deze gereguleerde overlopende rekeningen verwijst het management van Elia naar de vereisten van IFRS 14 en het conceptueel kader voor financiële verslaggeving samen met de laatste evoluties van het IASB-project inzake Rate-regulated Activities om de volgende grondslag voor financiële verslaggeving in dat verband te ontwikkelen:

• een verplichting wordt opgenomen in de balans en gepresenteerd als onderdeel van de 'over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten' met betrekking tot de verplichting van Elia Group om een bedrag in mindering te brengen op de tarieven die in toekomstige perioden aan de klanten moeten worden aangerekend, omdat de totale toegestane vergoeding voor reeds geleverde goederen of diensten lager is dan het bedrag dat reeds aan de klanten is aangerekend, of omdat er meer inkomsten zijn gegenereerd als gevolg van hogere volumes dan initieel geschat (gereguleerde

• een actief wordt opgenomen in de balans met betrekking tot het recht van Elia Group om een bedrag toe te voegen aan de tarieven die in toekomstige perioden aan de klanten moeten worden aangerekend, omdat de totale toegestane vergoeding voor reeds geleverde goederen of diensten hoger is dan het bedrag dat reeds aan de klanten is aangerekend, of omdat er een tekort aan inkomsten is ontstaan als gevolg van lagere volumes dan initieel geschat (gereguleerd actief);

  • verplichting);
  • en
  • winst- en verliesrekening binnen de lijn 'netto gereguleerde opbrengsten (kosten)'.

• de nettobeweging in de gereguleerde overlopende rekeningen voor de periode wordt afzonderlijk opgenomen in de

Het bedrag op de gereguleerde overlopende rekeningen wordt jaarlijks gerapporteerd en beoordeeld door de regulator.

De som van de opbrengsten van contracten met klanten (zoals gedefinieerd in IFRS 15), overige opbrengsten en de netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme wordt eveneens opgenomen als een subtotaal 'Omzet, overige opbrengsten en netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme', aangezien dit in wezen de opbrengsten vertegenwoordigt die economisch verdiend worden tijdens de periode, rekening houdend met de gereguleerde omgeving waarin Elia Group actief is. Het effect van de verdiscontering wordt weergegeven in het financieel resultaat. Zie Toelichting 9.

3.4. Posten in de resultatenrekening

3.4.1. Inkomsten

Opbrengsten

IFRS 15 stelt een vijfstappenmodel op voor de verwerking van opbrengsten uit contracten met klanten, en vereist dat opbrengst wordt opgenomen tegen een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant. Dit zijn de vijf stappen die voor elk contract met een klant in acht moeten worden genomen:

    1. Het contract (de contracten) met een klant identificeren;
    1. De prestatieverplichtingen in het contract (de contracten) identificeren;
    1. De transactieprijs bepalen;
    1. De transactieprijs toewijzen aan de prestatieverplichtingen;
    1. De opbrengsten opnemen wanneer de prestatieverplichtingen zijn vervuld, of wanneer de zeggenschap over de goederen of diensten is overgedragen aan de klant.

De belangrijkste opbrengsten van de groep worden gerealiseerd door transmissienetbeheerders (TNB's), die handelen binnen een regelgevend kader en een feitelijk/wettelijk monopolie hebben. De toepasselijke kaders in de belangrijkste landen worden in detail beschreven in Toelichting 9 'Regelgevend kader en tarieven'.

Voor de gereguleerde activiteiten is elke dienst gebaseerd op een standaardcontract met de klant, met meestal een vooraf bepaald gereguleerd tarief (eenheidsprijs vermenigvuldigd met het volume (injectie of afname) of de gereserveerde capaciteit (afhankelijk van het type dienst), zodat de prijsstelling niet variabel is. De toewijzing van de transactieprijs over de verschillende prestatieverplichtingen is dus eenvoudig (één-op-één-relatie). De meeste van deze contracten worden afgesloten voor onbepaalde duur, met algemene betalingsvoorwaarden van 15-30 dagen.

Gelet op de activiteiten van Elia Group zijn er geen relevante rechten op teruggave en garantieverplichtingen.

Voor alle diensten die door de groep worden geleverd, is Elia de enige en voornaamste verantwoordelijke voor de uitvoering van de dienst en dus de opdrachtgever.

In zijn rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Deze verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op financiële steun voor de ontwikkeling van hernieuwbare energieën. Voor deze activiteiten treden de TNB's op als agent en aangezien de uitgaven/inkomstenstromen volledig worden gedekt door de tarieven is er geen impact op de winst- en verliesrekening. We verwijzen naar Toelichting 3.3.14 voor meer informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De belangrijkste prestatieverplichtingen / type contracten van de groep, hun prijsstelling en de methode van omzetverantwoording voor 2020 kunnen als volgt worden samengevat:

Opbrengsten per categorie voor Elia Transmission:

Opbrengstenstroom Aard, klant en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen Contract - Prijsstelling
Netwerkopbrengsten
Technische studies die worden uitgevoerd op verzoek van de netgebruikers,
rechtstreeks aangesloten op het net, om een nieuwe of een wijziging van een
bestaande aansluiting te krijgen.
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
De opbrengsten worden erkend op het moment waarop de studie wordt opgeleverd. Vast bedrag per type studie
Aansluitingen Last-mile verbinding is een onderdeel van het aansluitingcontract. Op vraag van
een toekomstige netgebruiker bouwt Elia een specifieke fysieke aansluiting, een
zogenaamde last-mile verbinding, om de infrastructuur van de klant met Elia's
netwerk te verbinden. Hoewel de controle over het actief niet als dusdanig wordt
overgedragen aan de netgebruiker, krijgt deze wel een rechtstreekse toegang tot het
hoogspanningsnet. Dit toegangsrecht dat door Elia wordt overgedragen, is waardevol
voor de netgebruiker, en daarom compenseert de netgebruiker Elia in cash.
Standaardcontract goedgekeurd
door de regulator, maar de
prijsstelling is gebaseerd op het
budget voor de realisatie van de
aansluiting.
Aangezien de netgebruiker tegelijkertijd een verbindingscontract afsluit, zijn beide
activiteiten (toegangsrecht en de aansluitingsdiensten) niet gescheiden. Ze vormen
één enkele prestatieverplichting en er is onderlinge afhankelijkheid tussen deze
contracten.
De totale opbrengsten uit deze ene prestatieverplichting die de aansluitingsdiensten
omvat, worden opgenomen over de levensduur van de activa, aangezien deze
contracten geen specifieke einddatum hebben.
Dit onderdeel van het aansluitings-/netgebruikerscontract wordt afzonderlijk
gepresenteerd (niet als onderdeel van de netaansluiting/opbrengsten binnen de
inkomstenlimiet), aangezien de tariefbepaling vanuit regelgevend oogpunt zeer
specifiek is
De vergoedingen die aan de netgebruikers/distributienetbeheerder worden
aangerekend, dekken de onderhouds- en operationele kosten van de specifieke
aansluitingsfaciliteiten.
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Het tarief wordt bepaald per type
activa (veld, km kabel, ).
Dit onderdeel van het toegangscontract dat met de
toegangshouders/distributienetbeheerder wordt ondertekend, heeft betrekking op de
ontwikkeling en het beheer van het net om te voorzien in de behoefte aan capaciteit
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
Beheer en ontwikkeling
van netinfrastructuur
en de vraag naar elektriciteitstransmissie.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van voldoende
capaciteit en een veerkrachtig net een doorlopende prestatie is gedurende de hele
looptijd van het contract.
EUR per kW/kVA voor de
jaarlijkse/maandelijkse piek en het
vermogen dat beschikbaar is op
het toegangspunt.
Beheer van het elektrisch
systeem
Dit onderdeel van het toegangscontract met de
toegangshouders/distributienetbeheerder heeft betrekking op het beheer en de
exploitatie van het elektriciteitssysteem en de afname van extra reactieve energie dat
betrekking heeft op Elia's netwerk (verschillend van de aansluitingsactiva).
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van deze diensten een
doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
EUR per kW/ kVArh op het
toegangspunt.
Dit onderdeel maakt deel uit van het toegangscontract dat met de
toegangshouders/distributienetbeheerder is gesloten en dat betrekking heeft op (i)
diensten om de energiemarkt te faciliteren, (ii) de ontwikkeling en verbetering van de
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
Marktintegratie integratie van een effectieve en efficiënte elektriciteitsmarkt, (iii) het beheer van de
interconnecties en de coördinatie met de buurlanden en de Europese autoriteiten, en
(iv) de publicatie van gegevens zoals vereist door de verplichtingen inzake
transparantie.
EUR per kW op het toegangspunt.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van deze diensten een
doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Compensatie van
onevenwichten
Zoals bepaald in het contract met de balanceringsverantwoordelijke heeft de
balanceringsverantwoordelijke zich ertoe verbonden te zorgen voor een perfect
evenwicht tussen afname en injectie in het net. In geval van een onevenwicht wordt
een vergoeding gefactureerd om de extra kosten te dekken die Elia oploopt bij de
Contract en tarief/mechanisme
goedgekeurd door de regulator.
activering van de ondersteunende diensten.
De omzet wordt erkend op het moment dat een onevenwicht optreedt.
Gebaseerd op marktprijzen, EUR
per kW onevenwicht op het
toegangspunt.
Internationale inkomsten Het gebruik van het net op de individuele grenzen wordt georganiseerd door middel
van halfjaarlijkse, driemaandelijkse, maandelijkse, wekelijkse, weekend-, dagelijkse
en intradayveilingen. Elia en de regulatoren beslissen welke veilingen op de
individuele grenzen worden uitgevoerd. De veiling wordt georganiseerd via een
Raamovereenkomst met partijen
en veilingkantoor.
veilingkantoor, dat als agent optreedt. Het veilingkantoor int de opbrengsten die door
de Europese energietraders worden betaald. Die opbrengsten worden uiteindelijk
De prijsstelling is gebaseerd op het
prijsverschil in de
grensoverschrijdende marktprijzen.

onder de naburige TNB's verdeeld op basis van de ingevoerde/uitgevoerde volumes op de grens.

De omzet wordt erkend op het moment dat een import-/exportactiviteit plaatsvindt.

Opbrengsten per categorie voor 50 Hertz Transmission

Opbrengstenstroom Aard en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen Contract - Prijsstelling
Netwerkopbrengsten
De vergoeding voor het netgebruik wordt in rekening gebracht aan de
netgebruikers/distributienetbeheerder die op het net zijn aangesloten, voor het
volume van de injectie en/of afname in het onshore net. Dit contract wordt
ondertekend met de netgebruikers.
Het standaardcontract en de
nettarieven worden vastgelegd
door de regulator.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Opbrengsten van
incentive regelgeving
Last-mile verbinding is een onderdeel van het contract voor de vergoeding van
het netgebruik. Op vraag van een toekomstige netgebruiker bouwt Elia een
specifieke/fysieke aansluiting, een zogenaamde last-mile verbinding, om een
interfacepunt met het net te creëren. Hoewel de controle over het actief niet als
dusdanig wordt overgedragen aan de netgebruiker, krijgt deze wel een
rechtstreekse toegang tot het hoogspanningsnet. Dit toegangsrecht dat door Elia
wordt overgedragen, is waardevol voor de netgebruiker, en daarom compenseert
de netgebruiker Elia in cash.
Standaardcontract goedgekeurd
door de regulator, maar de
prijsstelling is gebaseerd op het
budget voor de realisatie van de
aansluiting.
Aangezien de netgebruiker tegelijkertijd een verbindingscontract afsluit, zijn beide
activiteiten (toegangsrecht en de aansluitingsdiensten) niet gescheiden. Ze vormen
één enkele prestatieverplichting en er is onderlinge afhankelijkheid tussen deze
contracten.
De totale opbrengsten uit deze ene prestatieverplichting die de
aansluitingsdiensten omvat, worden opgenomen over de levensduur van de activa,
aangezien deze contracten geen specifieke einddatum hebben.
Dit onderdeel van het aansluitings-/netgebruikerscontract wordt afzonderlijk
gepresenteerd (niet als onderdeel van de netaansluiting/opbrengsten binnen de
inkomstenlimiet), aangezien de tariefbepaling vanuit regelgevend oogpunt zeer
specifiek is.
Opbrengsten uit offshore
regelgeving
Deze component omvat de tarieven die aan de
netgebruikers/distributienetbeheerder worden aangerekend om de kosten voor de
aansluiting op het net van offshore windparken te dekken.
Contract en tarieven vooraf
vastgelegd in het
reguleringsmechanisme.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Deze opbrengstenstroom bestaat uit verschillende componenten
Congestiebeheer en redispatchingvergoedingen worden door de
marktdeelnemers betaald om de door 50Hertz ter beschikking gestelde capaciteit
op bepaalde lijnen te gebruiken (met inbegrip van het gebruik van
grensoverschrijdende activa). Dit toewijzingsmechanisme wordt geregeld door
marktgerichte en transparante procedures.
Standaardcontracten zijn
goedgekeurd door de regulator en
het tariefmechanisme is
vastgelegd in regelgevende
kaders.
De opbrengsten worden opgenomen op het moment dat ze zich voordoen.
Compensatie van onevenwichten
Energieopbrengsten Marktdeelnemers (balanceringsverantwoordelijken) hebben zich ertoe verbonden
te zorgen voor een perfect evenwicht tussen afname en injectie in het net. In geval
van een onevenwicht wordt door 50Hertz een vergoeding gefactureerd aan de
marktdeelnemer.
Standaardcontracten zijn
goedgekeurd door de regulator en
het tariefmechanisme is
vastgelegd in regelgevende
kaders.
De omzet wordt erkend op het moment dat een onevenwicht optreedt.
Horizontale restitutie van de kosten voor de back-up van bruinkool
In zijn rol als netbeheerder rekent 50Hertz vergoedingen aan andere
netbeheerders aan voor diensten met betrekking tot de wettelijk vereiste reserve
energie.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.

Overige bedrijfsopbrengsten

Opbrengstenstroom Aard en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen Contract - Prijsstelling
Overige
bedrijfsopbrengsten
Diensten van derden Elia Grid International levert wereldwijd consultancydiensten aan derden.
De opbrengsten worden verantwoord over de looptijd van het contract.
De diensten van derden worden gepresenteerd in de overige opbrengsten.
Contract onderhandeld tussen Elia
en de klant.
De contractprijs wordt vastgelegd
bij het afsluiten van het contract
met de klant.
In het algemeen geldt een
betalingstermijn van 30 dagen
datum factuur.
Commissie re.alto biedt een platform waarop energie-actoren (bijv. traders, prosumenten)
energiegegevens kunnen uitwisselen. re.alto ontvangt een commissie voor
transacties op het platform.
De opbrengsten worden opgenomen op het moment dat de transactie plaatsvindt.
De commissie wordt opgenomen in overige bedrijfsopbrengsten.
De commissie is een vast
percentage op elke transactie.
Overige Hieronder vallen voornamelijk andere diensten dan hierboven beschreven.
De opbrengsten worden opgenomen op het moment dat de dienst gepresteerd
werd.

Alle componenten van de bedrijfsopbrengsten bevatten bijgevolg opbrengsten uit contracten met klanten, d.w.z. partijen die met Elia een contract hebben afgesloten voor het krijgen van diensten die voortvloeien uit de gewone activiteiten van Elia in ruil voor een vergoeding.

Overige bedrijfsopbrengsten

Overige bedrijfsopbrengsten worden opgenomen wanneer de relevante dienst gepresteerd werd en er geen verdere prestatieverplichtingen meer zullen zijn.

Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme

Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend (tariefbepaling afgesproken met regulator) om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken, met inbegrip van een billijke vergoeding voor de aandeelhouders.

Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek lager of hoger hadden kunnen zijn. Dit overschot of tekort wordt daarom geboekt in de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme.

De vrijgave van deze gereguleerde overlopende rekening zal een impact hebben op de toekomstige tarieven: de opgelopen gereguleerde schulden zullen de toekomstige tarieven verlagen, de opgelopen gereguleerde activa zullen de toekomstige tarieven verhogen. De nettobeweging in de gereguleerde overlopende rekeningen voor de periode wordt afzonderlijk opgenomen in de winst- en verliesrekening binnen de lijn 'netto gereguleerde opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme'. Zie ook Toelichting 3.3.17.

3.4.2. Uitgaven

Overige bedrijfskosten

Eigendomsbelastingen worden onmiddellijk volledig opgenomen zodra het eigendomsrecht vaststaat (gewoonlijk op 1 januari van het betrokken jaar). Deze kosten, die worden gekwalificeerd als niet-beheersbare kosten binnen het regelgevend kader, worden evenwel opgenomen als opbrengsten door het afrekeningsmechanisme voor hetzelfde bedrag, wat resulteert in een nulimpact op de winst- en verliesrekening.

Financieringsbaten en -lasten

De financieringslasten omvatten interesten op leningen (berekend volgens de effectieve rentevoetmethode), rente op leaseverplichtingen, wisselkoersverliezen, winsten uit muntafdekkingen die wisselkoersverliezen compenseren, resultaten uit de afdekkingen van renterisico's, verliezen op afdekkingsinstrumenten die niet worden gebruikt in het kader van een afdekkingstransactie, verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en waardeverminderingen op financiële activa, alsook verliezen uit afdekkingineffectiviteit.

Financieringsbaten omvatten rentebaten op bankdeposito's, die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente naarmate ze oplopen.

Financieringslasten die niet direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden in de winst- en verliesrekening opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente.

Winstbelastingen

De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en uitgestelde belasting. De winstbelasting wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening behalve wanneer zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen. Belastingen op hybride coupons worden in de winst- en verliesrekening opgenomen omdat het een belasting op de winst is, terwijl de hybride coupon zelf rechtstreeks in het eigen vermogen wordt opgenomen.

De over de verslagperiode verschuldigde belasting is de verwachte te betalen belasting op de belastbare winst voor het jaar, met toepassing van belastingtarieven die zijn vastgesteld of grotendeels zijn vastgesteld aan het einde van de verslagperiode en alle aanpassingen aan de te betalen belasting met betrekking tot vroegere jaren.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden verwerkt op basis van de balansmethode, op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Uitgestelde belastingen worden niet verwerkt voor de volgende tijdelijke verschillen: de eerste opname van activa of verplichtingen in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreft en noch de commerciële noch de fiscale winst in de voorzienbare toekomst zullen beïnvloeden, en verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen en joint ventures terwijl het waarschijnlijk is dat deze in de voorzienbare toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit de eerste opname van goodwill worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen. Uitgestelde belastingverplichtingen worden gewaardeerd met behulp van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die per verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en de uitgestelde posten samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belastingplichtige entiteit, dan wel aan verschillende belastingplichtige entiteiten die de bedoeling hebben om de verschuldigde belastingvorderingen en verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd.

Een uitgestelde belastingvordering wordt slechts opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de actiefpost kan worden aangewend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate waarin het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.

Bijkomende winstbelastingen die voortvloeien uit de uitkering van dividenden worden tezelfdertijd opgenomen als de verplichting om het betrokken dividend te betalen.

3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geeft een beeld van alle in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen opgenomen opbrengsten en lasten. De groep heeft ervoor gekozen de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten weer te geven met behulp van de tweeledige methode: de winst- en verliesrekening onmiddellijk gevolgd door het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten. Daardoor bevat het mutatieoverzicht van het eigen vermogen alleen wijzigingen die betrekking hebben op de aandeelhouders.

4. Rapportering per segment

4.1. Basis voor segmentrapportering

De groep heeft gekozen voor een segmentrapportering die in overeenstemming is met de verschillende regelgevende kaders die momenteel bestaan in de Groep. Dergelijke rapportering geeft beter de operationele activiteiten van de Groep weer en is ook in overeenstemming met de interne rapportering van de Groep aan de Chief Operating Decision Maker (CODM) waardoor de CODM de prestaties en activiteiten van de Groep beter en op een transparante manier kan evalueren en beoordelen. In overeenstemming met IFRS 8 heeft de Groep de volgende bedrijfssegmenten bepaald op basis van de eerder vermelde criteria:

• Elia Transmission (België), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Belgisch regelgevend kader: de gereguleerde activiteiten van Elia Transmission Belgium nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv, Elia Re nv, HGRT SAS, Coreso nv, Ampacimon nv en Enervalis nv, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van Belgisch transmissienetbeheerder en zijn onderworpen aan het in België geldende regelgevend kader - zie deel 9.1.3.

• 50Hertz Transmission (Duitsland), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Duits regelgevend kader: Eurogrid GmbH, 50Hertz Transmission GmbH en 50Hertz Offshore GmbH, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met

o Elia Group nv, die voornamelijk de holdingactiviteiten in de segmenten Elia Transmission (België) en 50Hertz Transmission (Duitsland) omvat. De holdingactiviteiten omvatten enkele operationele activiteiten, financieringsactiviteiten voor de acquisitie van het extra belang van 20% in 50Hertz Transmission en de hieruit

o de holdingactiviteiten in Nemo Link Ltd. Dit bedrijf omvat en beheert het Nemo-project dat het VK en België verbindt met behulp van hoogspanningselektriciteitskabels, waardoor er elektriciteit tussen de twee landen kan worden uitgewisseld en waarvoor een specifiek regelgevend kader is opgezet. Zie deel 9.3 voor meer details.

  • de rol van transmissienetbeheerder in Duitsland zie deel 9.2.3.
  • De niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link die bestaan uit:
  • voortvloeiende goodwill.
  • o Eurogrid International nv;

  • terwijl ze de gereguleerde bedrijfsomgevingen volledig in acht nemen.

  • stellen energiegegevens en -diensten uit te wisselen.

o De niet-gereguleerde activiteiten van het segment Elia Transmission (België). Met 'niet-gereguleerde activiteiten' worden activiteiten bedoeld die niet rechtstreeks verband houden met de rol van TNB (zie deel 9.1).

o EGI (Elia Grid International nv, Elia Grid International GmbH, Elia Grid International Pte. Ltd Singapore en Elia Grid International LLC Qatar) zijn bedrijven die specialisten leveren op het vlak van consultancy, diensten, engineering en procurement. Zij creëren waarde door oplossingen te leveren die gebaseerd zijn op internationale best practices,

o Re.Alto-Energy BV/SRL, een in augustus 2019 opgerichte start-up die een platform bouwt om gebruikers in staat te

De CODM werd door de Groep geïdentificeerd als de Raden van Bestuur, de CEO's en directiecomités van elk segment. De CODM bekijkt regelmatig de prestaties van de segmenten van de Groep aan de hand van verschillende indicatoren zoals opbrengsten, EBITDA en operationeel resultaat. De informatie die aan de CODM wordt voorgelegd, volgt de IFRS-grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep, dus hoeven er geen reconciliatieposten te worden vermeld.

4.2. Elia Transmission (België)

De tabel hieronder geeft de geconsolideerde resultaten over 2020 van Elia Transmission (België) weer.

Resultaten Elia Transmission (in miljoen €) −
Jaar eindigend per 31 december
2020 2019 Verschil (%)
Opbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto
inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme
1.004,7 948,8 5,9%
Opbrengsten 858,1 914,2 (6,1%)
Overige bedrijfsopbrengsten 57,5 60,7 (5,3%)
Netto inkomsten (kosten) van het
afrekeningsmechanisme
89,1 (26,1) (441,4%)
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in
voorzieningen
(188,3) (150,9) 24,8%
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 235,6 242,1 (2,7%)
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
1,9 1,8 5,6%
EBIT 237,5 243,9 (2,6%)
Adjusted elementen 0,0 4,7 n.r.
Adjusted EBIT 237,5 239,2 (0,7%)
EBITDA 425,8 394,8 7,9%
Financieringsbaten 2,3 0,7 228,6%
Financieringslasten (68,7) (65,1) 5,5%
Winstbelastingen (46,3) (54,4) (14,9%)
Nettowinst 124,8 125,0 (0,2%)
Adjusted elementen 0,0 2,7 n.r.
Adjusted nettowinst 124,8 122,3 2,0%
Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €) 31 december 2020 31 december 2019 Verschil (%)
Totaal activa 7.008,4 6.452,1 8,6%
Investeringsuitgaven 365,6 748,5 (51,2%)
Netto financiële schuld 3.305,6 3.013,4 9,7%

De tariefmethodologie die de regulator CREG op 7 november 2019 goedkeurde, werd begin 2020 van kracht. De methodologie is van toepassing voor een periode van vier jaar (2020 - 2023). Zie Toelichting 9.1 voor meer informatie over het nieuw regelgevend kader.

Financieel

De opbrengsten van Elia Transmission stegen met 5,9% ten opzichte van 2019, van €948,8 miljoen naar €1.004,7 miljoen. De opbrengsten werden beïnvloed door een hogere gereguleerde nettowinst, hogere afschrijvingen gekoppeld aan de groeiende activabasis en hogere kosten voor ondersteunende diensten die gedeeltelijk gecompenseerd werden door lagere financiële kosten, gedreven in 2019 door de kapitaalverhoging en de goedkeuring door obligatiehouders van de bedrijfsreorganisatie, en doorgerekend in de opbrengsten.

Onderstaande tabel geeft een gedetailleerder beeld van de evolutie in de verschillende componenten van de bedrijfsopbrengsten:

(in miljoen €) 2020 2019 Verschil (%)
Netwerkopbrengsten: 848,2 910,1 (6,8%)
Aansluitingen 46,4 44,5 4,3%
Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur 484,8 479,6 1,1%
Beheer van het elektrisch systeem 129,6 112,2 15,6%
Compensatie van onevenwichten 131,2 204,5 (35,9%)
Marktintegratie 22,1 25,0 (11,8%)
Internationale inkomsten 34,2 44,3 (22,9%)
Last-mile verbinding 2,8 3,2 (14,8%)
Diverse bedrijfsopbrengsten 7,1 0,9 703,2%
Subtotaal opbrengsten 858,1 914,2 (6,1%)
Overige bedrijfsopbrengsten 57,5 60,7 (5,3%)
Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme 89,1 (26,1) (440,8%)
Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 1.004,7 948,8 5,9%

De opbrengsten uit aansluitingen stegen van €44,5 miljoen tot €46,4 miljoen (+4,3%), hoofdzakelijk als gevolg van hogere tarieven.

De opbrengsten uit het beheer en de ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur stegen van €479,6 miljoen tot €484,8 miljoen (+1,1%), voornamelijk als gevolg van een verhoging van het jaarlijkse piektarief, een lichte stijging van de opbrengsten uit de Power Put At Disposal door de distributienetbeheerders, gecompenseerd door een daling van het maandelijkse piektarief en een daling van het maandelijkse piekvolume van de rechtstreekse klanten als gevolg van de Covid-193-maatregelen.

De opbrengsten uit het beheer van het elektrisch systeem stegen van €112,2 miljoen tot €129,6 miljoen (+15,6%) als gevolg van een tariefverhoging, de stijging van de aanvullende afname van reactieve energie en de invoering van het tarief voor de aanvullende injectie van reactieve energie.

Diensten verleend in het kader van energiebeheer en individuele balancing van balancinggroepen worden betaald binnen de opbrengsten voor compensatie van onevenwichten. Deze opbrengsten daalden van €204,5 miljoen naar €131,2 miljoen (- 35,9%), hoofdzakelijk door de tariefdaling voor het beheer van de energiereserves en 'black-start' gebaseerd op afname (-€57,8 miljoen) en injectie (-€26,1 miljoen). De opbrengsten voor compensatie van onevenwichten stegen met €10,6 miljoen dankzij de hoge opbrengsten en de onevenwichtssituaties die op verschillende dagen in de tweede helft van 2020 tot stand kwamen door de windvoorspellingen.

Tot slot omvat het laatste deel van de tarifaire opbrengsten de diensten die Elia Transmission Belgium levert in het kader van de marktintegratie. Die opbrengsten lieten een daling noteren van €25,0 miljoen tot €22,1 miljoen (11,8%) als gevolg van een tariefdaling en een daling van de afnamevolumes door de Covid-19-maatregelen. De internationale opbrengsten daalden van €44,3 miljoen naar €34,2 miljoen (-22,9%). Dit is vooral te wijten aan lagere inkomsten uit congestie tijdens een zachtere winterperiode en minder afname als gevolg van de Covid-19maatregelen in 2020, met voldoende beschikbaarheid van injectievermogen, wat leidde tot minder energieuitwisselingen met de CWE-regio. De afwezigheid van grote prijsverschillen met de buurlanden in 2020 versterkte deze daling.

De last-mile verbinding (voordien overdracht van activa van klanten genoemd) daalde licht ten opzichte van vorig jaar, terwijl de overige opbrengsten met €6,2 miljoen stegen, voornamelijk door een toename van aan derden geleverde werken.

Het afrekeningsmechanisme nam toe van -€26,1 miljoen in 2019 tot €89,1 miljoen in 2020, en omvat de afwijkingen in het huidige jaar van het door de regulator goedgekeurde budget (+€21,6 miljoen) en de vereffening van nettooverschotten uit de vorige tariefperiode (+€67,5 miljoen). Het exploitatietekort (+€21,6 miljoen) van de door de regulator toegestane kosten en opbrengsten ten opzichte van het budget, kan in een toekomstige tariefperiode op de consumenten worden verhaald, en is voornamelijk het gevolg van een daling van de internationale opbrengsten (€20,9 miljoen), hogere financiële kosten (€5,8 miljoen) en hogere belastingen (€6,4 miljoen). Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door lagere afschrijvingen (€5,0 miljoen) en lagere kosten voor ondersteunende diensten (€4,5 miljoen).

De EBITDA steeg licht tot €425,8 miljoen (+7,9%) als gevolg van een hogere gereguleerde nettowinst en hogere afschrijvingen die betrekking hebben op de groeiende activabasis en gecompenseerd door lagere financiële kosten (met uitzondering van het effect van de hogere gekapitaliseerde financieringskosten) die allemaal worden doorgerekend in de opbrengsten. De daling van de EBIT (-2,6%) was het gevolg van de afschrijvingen op immateriële activa (+€9,2 miljoen) die in het verleden werden verworven en onder IFRS werden geactiveerd, terwijl ze rechtstreeks ten laste werden genomen en via de tarieven van de vorige tariefperiode werden gedekt. In de nieuwe tariefmethodologie worden de immateriële activa geactiveerd in de gereguleerde activabasis. De bijdrage van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (HGRT en Coreso) bleef gelijk op €1,9 miljoen.

De nettofinancieringskosten namen met €2,0 miljoen toe (+3,1%) in vergelijking met vorig jaar. In april heeft Elia gebruik gemaakt van de gunstige marktvoorwaarden om haar liquiditeitspositie te beheren, en heeft ze via de schuldkapitaalmarkt financiering bekomen met een Eurobond van €800 miljoen. De opbrengsten van de nieuwe uitgifte werden gebruikt om het lopende investeringsprogramma te financieren en een aandeelhouderslening van €496 miljoen te herfinancieren die begin juni werd afgelost. De nieuwe uitgifte vermindert de gemiddelde kostprijs van de schuld aanzienlijk in het voordeel van de consument: van 2,16% eind 2019 naar 1,93% eind 2020. De totale nettofinancieringskosten zijn echter gestegen door de eenmalige afwikkeling van een renteswap gekoppeld aan de terugbetaling van de aandeelhouderslening (-€4,5 miljoen) en lagere gekapitaliseerde financieringskosten (-€3,4 miljoen) sinds de belangrijke indienstnames in 2019, en werden gedeeltelijk gecompenseerd door de verkoop van Elia's participatie in Ampacimon (+€1,0 miljoen). Elia Transmission heeft een evenwichtig maturiteitsprofiel van de schuld zonder materiële vervaldagen op korte termijn.

De adjusted nettowinst steeg met 2,0% tot €124,8 miljoen, voornamelijk door:

• Hogere billijke vergoeding (+€59,7 miljoen) door het hogere rendement op eigen vermogen (vaste risicovrije rentevoet van 2,4% tegenover een gemiddelde OLO-rente van 0,19% in 2019), een hogere gearing ratio (40% tegenover 33%) en de volledige vergoeding voor de kapitaalverhoging van vorig jaar (€327 miljoen).

  • Beëindiging van de mark-up-vergoeding (-€48,4 miljoen).
  • lagere efficiëntiewinst.

• Hogere incentives (+€4,6 miljoen), die de sterke operationele prestaties in het kader van de nieuwe incentivevergoeding weerspiegelen, voornamelijk met betrekking tot de incentives in verband met de interconnectiecapaciteit, de tijdige ingebruikname van projecten en de hoge beschikbaarheid van de offshore aansluiting "MOG", en die worden gecompenseerd door een lagere prestatie voor de innovatie-incentive en een

  • Afschrijvingen van software die vóór 2020 werd aangekocht (-€12,0 miljoen) en onder IFRS is geactiveerd, terwijl deze onder de vorige reguleringsmethodologie volledig ten laste werden genomen en gedekt. Vanaf 2020 worden immateriële activa ook geactiveerd in de RAB, waarbij de afschrijvingskosten worden doorgerekend in de opbrengsten.
  • Lagere gekapitaliseerde financieringskosten door de belangrijke ingebruiknames eind 2019 (-€3,9 miljoen).
  • Eenmalige tariefcompensatie opgenomen in 2019 voor de financiële kosten van de kapitaalverhoging die onder IFRS rechtstreeks verwerkt worden in het eigen vermogen (-€6,1 miljoen).
  • Voorzieningen voor pensioenen en belastingen (+€8,0 miljoen), voornamelijk door een positieve bijdrage van pensioenvoorzienen als gevolg van lagere rente/servicekosten en een eenmalige wijziging in de fondsbeleggingen van een toegezegde pensioenregeling (+€3,9 miljoen) en de terugneming van een voorziening voor belastingen (+€3,5 miljoen).
  • Overige elementen(+€0,6 miljoen): voornamelijk door hogere uitgestelde belastingen (+€5,0 miljoen), lagere voorzieningen voor dubieuze debiteuren (-€1,3 miljoen) en een hogere bijdrage van geassocieerde deelnemingen en de verkoop van Ampacimon (+€1,0 miljoen), die een negatieve bijdrage compenseert van Elia RE (-€2,7miljoen) als gevolg van de hogere schade aan het elektriciteitssysteem en op aandelen gebaseerde betalingen in verband met een kleine kapitaalverhoging ten gunste van de personeelsleden (-€1,4 miljoen).

De totale activa stegen met €539,2 miljoen tot €6.991,3 miljoen, voornamelijk als gevolg van het investeringsprogramma en een hogere liquiditeit. De netto financiële schuld nam toe tot €3.305,6 miljoen (+9,7%), aangezien het CAPEX-programma van Elia voornamelijk gefinancierd werd door de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten en de obligatie-uitgifte. In 2020 heeft Elia de heropneembare kredietfaciliteit terugbetaald die ze eind 2019 had opgenomen (€75 miljoen). Een nieuwe aan duurzaamheid gekoppelde heropneembare kredietfaciliteit (€650 miljoen) en een nieuw handelspapierprogramma (€300 miljoen) werden opgezet. Beide waren eind 2020 nog niet opgenomen.

4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland)

Onderstaande tabel geeft meer inzicht in de geconsolideerde resultaten van 2019 voor 50Hertz Transmission (Duitsland) system operator in Duitsland:

Resultaten 50Hertz Transmission (Duitsland) (in
miljoen €) − Jaar eindigend per 31 december
2020 2019 Verschil (%)
Opbrengsten, overige bedrijfsopbrengsten en netto
inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme
1.454,9 1.360,1 6,9%
Opbrengsten 1.353,6 1.323,6 2,3%
Overige bedrijfsopbrengsten 90,1 84,1 7,1%
Netto inkomsten (kosten) van het
afrekeningsmechanisme
11,2 (47,6) n.r.
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in
voorzieningen
(238,6) (209,2) 14,1%
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 340,1 321,3 5,9%
EBIT 340,1 321,3 5,9%
Adjusted elementen 0,0 0,0 n.r.
Adjusted EBIT 340,1 321,3 5,9%
EBITDA 578,6 530,5 9,1%
Financieringsbaten 4,1 1,4 192,9%
Financieringslasten (66,7) (66,7) 0,0%
Winstbelastingen (84,9) (78,6) 8,0%
Nettowinst 192,6 177,5 8,5%
Waarvan toe te rekenen aan de Elia groep 154,1 142,0 8,5%
Adjusted elementen 0,0 0,0 n.r.
Adjusted nettowinst 192,6 177,5 8,5%
Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €) 31 december 2020 31 december 2019 Verschil (%)
Totaal activa 7.028,4 6.279,6 11,9%
Investeringsuitgaven 715,9 516,0 38,7%
Netto financiële schuld 3.756,6 2.108,1 78,2%

Financieel

De totale opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van 50Hertz Transmission kenden een stijging in vergelijking met vorig

jaar (+7,0%).

De totale bedrijfsopbrengsten worden gedetailleerd weergegeven in onderstaande tabel:

Opbrengsten van incentive regelgeving
(in miljoen €) 2020 2019 Verschil (%)
Netwerkopbrengsten: 1.349,1 1.318,7 2,3%
Opbrengsten van incentive regelgeving 802,3 815,1 (1,6%)
Opbrengsten uit offshore nettoeslag 300,0 329,1 (8,9%)
Energieopbrengsten 246,8 174,5 41,5%
Overige opbrengsten (incl. last-mile verbinding) 4,5 4,9 (8,2%)
Subtotaal opbrengsten 1.353,6 1.323,6 2,3%
Overige bedrijfsopbrengsten 90,1 84,1 4,9%
Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme 11,2 (47,6) (123,6%)
Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten 1.454,9 1.360,1 6,5%

Opbrengsten van incentive regelgeving bestaan uit de nettarieven vόόr afrekeningsmechanisme en worden vooral beïnvloed

door de regulatoire vergoeding van onshore activiteiten ('revenue cap').

De opbrengsten van incentive regelgeving daalden met €12,9 miljoen. De reden hiervoor is dat de groei in onshore investeringen (+€39,7 miljoen) en de compensatie voor niet-beïnvloedbare bedrijfsuitgaven (+€14,4 miljoen) uitvoerig werd uitgehold door een hogere terugbetaling van oude regulatoire saldi via de zogenaamde regulatoire rekening (€20,6 miljoen). Daarnaast daalde ook het volume-effect (-€34,1 miljoen), onder meer door de lagere afnames van het net als gevolg van Covid-19. De terugbetaling voor pass-through-energiekosten en overige elementen was iets lager dan vorig jaar (-€12,7 miljoen).

Opbrengsten uit offshore nettoeslag omvatten alle opbrengsten van de offshore nettoeslag. Dit omvat de vergoeding voor de eigen kosten van 50Hertz met betrekking tot de aansluiting van offshore windparken, alsook de doorrekening van offshore kosten aan 50Hertz door derden, zoals andere TNB's.

De opbrengsten uit de offshore nettoeslag daalden met €29,1 miljoen tegenover 2019. Terwijl de vergoeding van de eigen offshore netaansluitingskosten van 50Hertz licht toenam (+€1,9 miljoen) dankzij de lopende offshore investeringen (bv. Ostwind 2), daalden de pass-through-kosten van derden in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar (-€31,0 miljoen)

De energieopbrengsten bestaan uit alle bedrijfsopbrengsten die betrekking hebben op systeembeheer. Ze zijn gewoonlijk gekoppeld aan de overeenkomstige kosten voor ondersteunende diensten die doorgerekend worden aan derden, zoals redispatchmaatregelen, reservecentrales en balancinggroepen, maar omvatten ook de opbrengsten uit veilingen van transmissiecapaciteit.

De energieopbrengsten stegen met €72,4 miljoen tegenover vorig jaar, grotendeels als gevolg van hogere kosten voor reservecentrales die doorgerekend worden aan andere TNB's (+€81,0 miljoen). In oktober 2019 trad de tweede centrale in de regelzone van 50Hertz toe tot het mechanisme en is nu volledig in de kosten opgenomen. Aangezien het grootste deel van deze kosten wordt doorgerekend aan de andere Duitse TNB's, vertonen de gerelateerde opbrengsten een sterke stijging ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast zijn ook de opbrengsten uit balancinggroepen (+€9,5 miljoen) en de inkomsten uit congestie (+€11,9 miljoen) gestegen, maar werden deels geneutraliseerd door lagere kosten van andere TNB's voor redispatchmaatregelen (-€27,9 miljoen).

Overige opbrengsten (waaronder de last-mile verbinding) zijn stabiel gebleven ten opzichte van vorig jaar (-€0,4 miljoen).

De overige inkomsten kenden een stijging (+€6,0 miljoen), onder impuls van hogere inkomsten uit geactiveerde eigen productie (+€2,9 miljoen) na de stijging van de personeelskosten en een groeiend aantal medewerkers om het investeringsprogramma succesvol te beheren en uit te voeren. Daarnaast stegen de opbrengsten uit service level agreements (+€3,9 miljoen).

De regulatoire inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme omvatten zowel de jaarlijkse verrekening van tekorten en surplussen ontstaan vóór 2020 (+€153,8 miljoen) als de in het huidige boekjaar gerealiseerde nettooverschotten door het verschil tussen de kosten die in de tarieven mogen worden doorgerekend en de werkelijke kosten (-€142,5 miljoen).

De EBITDA steeg met €48,1 miljoen (+9,1%). Onder invloed van het lopende investeringsprogramma en de groeiende activabasis bedraagt de investeringsvergoeding in totaal €291,6 miljoen (+€22,9 miljoen). Daarvan droeg onshore €77,7 miljoen (+€18,7 miljoen) bij dankzij de voortdurende investeringen om het onshore net te versterken; de offshore vergoeding bedroeg €213,9 miljoen (+€4,2 miljoen), vooral door de lopende investeringen in de kabels en het platform van Ostwind 2. Verder stegen de opbrengsten van het basisjaar door inflatiecorrecties (+€3,4 miljoen). De uitbreiding van de activiteiten ging gepaard met een lichte stijging van de bedrijfskosten, onder invloed van hogere personeelskosten (-€14,6 miljoen), maar werden grotendeels gecompenseerd door een stijging van de inkomsten uit geactiveerde eigen productie (+€7,6 miljoen) en een betere regelgevende dekking van de nietbeïnvloedbare personeelskosten (+€9,1 miljoen). De toegenomen digitaliseringsinspanningen leidden ook tot hogere IT- en telecommunicatiekosten (-€6,1 miljoen), terwijl de onderhoudskosten op het vasteland (-€5,6

miljoen) en de consultancykosten (-€3,1 miljoen) eveneens stegen. Tot slot werd de EBITDA ook sterk beïnvloed door eenmalige regulatoire afrekeningen voor de jaren 2013-2017 en de vrijval van een regelgevende voorziening met betrekking tot de aanvaarding van historische personeelskosten (+€28,1 miljoen). De lopende herziening door de regulator van de toepassing in 2019 van de nieuwe offshore regelgeving resulteerde in een positieve bijdrage (+€10,3 miljoen).

De EBIT steeg minder sterk (+€18,8 miljoen) als gevolg van hogere afschrijvingen (-€30,2 miljoen), na de ingebruikname van de laatste kabels en het platform van Ostwind 1 in 2019. In 2020 werden geen adjusted elementen opgenomen.

De adjusted nettowinst steeg met 8,5% tot €192,6 miljoen onder invloed van:

  • Eenmalige regulatoire afrekeningen met de regulator voor de jaren 2013-2017 en 2019 (+€27,0 miljoen), met inbegrip van de vrijval van een regelgevende voorziening na aanvaarding van de kosten door de regulator.
  • Hogere onshore investeringsvergoeding (+€13,1 miljoen), als gevolg van de uitvoering van talrijke onshore investeringen.
  • Hogere offshore vergoedingen (+€3,0 miljoen), onder impuls van offshore investeringen, voornamelijk voor Ostwind 2.
  • Hogere opbrengsten van het basisjaar als gevolg van inflatiecorrecties (+€2,4 miljoen).
  • Hoger financieel resultaat (+€2,0 miljoen), voornamelijk als gevolg van hogere gekapitaliseerde financieringskosten, deels beïnvloed door hogere rentelasten op voorzieningen.
  • Hogere onshore bedrijfsuitgaven (-€11,1 miljoen) onder impuls van de groeiende activiteiten en de digitalisering, om de toenemende complexiteit van systeembeheer te beheersen.
  • Hogere afschrijvingen (-€21,2 miljoen) na de ingebruikname van Ostwind 1 in 2019

De totale activa kenden een stijging met €748,8 miljoen ten opzichte van 2019, voornamelijk dankzij de uitvoering van het investeringsprogramma. De vrije kasstroom, die in totaal -€1.526,4 miljoen bedroeg in 2020, werd sterk beïnvloed door een hoge EEG-betalingen (-€1.239,4 miljoen). Er werden drie heropneembare kredietfaciliteiten aangegaan, één voor €400 miljoen en twee aanvullende faciliteiten van telkens €150 miljoen om de EEG-betalingen mee te financieren.

Bovendien werd ter financiering van de offshore netaansluitingen Ostwind 1 en Ostwind 2 in mei een groene obligatie van €750 miljoen uitgegeven met een looptijd van 12 jaar en een vaste rentevoet van 1,1%. Daarnaast maakte Eurogrid GmbH gebruik van zijn sterke positie en ging het opportunistisch de markt op om zijn liquiditeitspositie verder te versterken met een private plaatsing van €200 miljoen met een looptijd van 20 jaar en een vaste rentevoet van 0,875%. De netto financiële schuld steeg met €1.649,0 miljoen, voornamelijk als gevolg van de financiering van het lopende investeringsprogramma en de hoge EEGbetalingen. De EEG-kaspositie vertoonde in december een tekort van -€808,9 miljoen.

Het EEG-tekort werd in januari 2021 aangezuiverd met de betaling van een eerste federale subsidie die de terugbetaling van alle externe faciliteiten mogelijk maakt. In mei en oktober zijn twee bijkomende subsidiebetalingen gepland om de door de Duitse consumenten betaalde EEG-nettoeslag te verlagen tot 6,5 cent/kWh. Eventuele tekorten van het EEG-mechanisme zijn van tijdelijke aard en worden verrekend met de opbrengsten uit nettoeslagen van het volgende jaar, net als de overeenkomstige kosten.

4.4. Niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link

In onderstaande tabel staan de geconsolideerde resultaten van 2019 voor het segment 'Niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link':

Resultaten niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link (in
miljoen €) − Jaar eindigend per 31 december
2020 2019 Verschil (%)
Opbrengsten 5,1 4,9 3,9%
Overige bedrijfsopbrengsten 29,6 15,8 87,2%
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen (0,2) (0,3) (33,3%)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten (6,5) (2,0) 225,0%
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
7,4 6,5 n.r.
EBIT 0,9 4,5 (80,0%)
Adjusted elementen (0,3) 1,3 (123,1%)
Adjusted EBIT 1,2 3,2 (62,5%)
EBITDA 1,1 4,8 (77,1%)
Financieringsbaten 0,1 3,5 (97,1%)
Financieringslasten (12,7) (13,4) (5,2%)
Winstbelastingen 2,2 12,0 n.r.
Nettowinst toe te rekenen aan de eigenaars van de
vennootschap
(9,5) 6,6 n.r.
Waarvan toe te rekenen aan de Elia groep (9,5) 6,5 n.r.
Adjusted elementen (0,2) 0,2 n.r.
Adjusted nettowinst (9,3) 6,4 n.r.
Geconsolideerde balans (in miljoen €) 31 december 2020 31 december 2019 Verschil (%)
Totaal activa 1.766,7 1.733,5 1,9%
Investeringsuitgaven 0,9 0,8 n.r.
Netto financiële schuld 402,9 401,6 0,3%

De niet-gereguleerde opbrengsten stegen met 67,6% tot €34,7 miljoen ten opzichte van 2019. Dit is het gevolg van hogere opbrengsten gerealiseerd door EGI (+€10,2 miljoen), onder impuls van 'owner engineering'-diensten terwijl de internationale consultingactiviteiten werden getroffen door de Covid-19-lockdownmaatregelen, en intersegment transacties (+3,8 miljoen) tussen Elia Group NV en Elia Transmission Belgium op het moment van de push-down van de gereguleerde activiteiten naar ETB eind 2019. Het effect van deze intersegment transacties wordt vermeld in Toelichting 2.2. Segmentreconciliatie.

Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode droegen €7,4 miljoen bij aan het resultaat van de groep, dat bijna volledig toe te schrijven is aan Nemo Link. Nemo Link eindigde 2020 met een beschikbaarheid van 99,17%, en bleef één van de best presterende activa in zijn soort ter wereld. Met het oog op het vertrek van Groot-Brittannië uit de Interne Energiemarkt van de EU werden de operationele systemen en procedures versterkt en op 31 december 2020 voerde Nemo Link met succes zijn eerste expliciete day-ahead veiling uit. Hierdoor kon de stroombevoorrading tussen Groot-Brittannië en België zonder enige onderbreking worden gegarandeerd in de nieuwe handelsovereenkomst. In de eerste helft van het jaar waren er hogere spreads in elektriciteitsprijzen tussen

het Verenigd Koninkrijk en België van midden maart tot eind mei. In juni verkleinde de spread na een geleidelijk herstel van de vraag naar elektriciteit, een lagere windproductie en onbeschikbaarheden van de Belgische en Franse kernreactoren, waardoor de Belgische elektriciteitsprijzen stegen. In de tweede helft presteerde Nemo Link sterk als gevolg van de terugkeer van de nucleaire beschikbaarheid in België en Frankrijk en de stijgende gasprijzen in het derde kwartaal en zeker het laatste kwartaal. Dit alles leidde tot een totale nettowinst van €15,1 miljoen inclusief eenmalige belastingcorrecties met betrekking tot voorgaande jaren voor een bedrag van €6,3 miljoen. De totale bijdrage van Nemo Link tot de nettowinst van de Elia Groep bedraagt €7,4 miljoen.

De adjusted EBIT kende een daling met €2,0 miljoen. De daling van de adjusted EBIT ten opzichte van vorig jaar is voornamelijk te wijten aan de hogere operationele kosten verbonden aan de holdingactiviteit (-€4,5 miljoen) en de ontwikkeling van re.alto (-€1,0 miljoen). Die factoren werden gedeeltelijk gecompenseerd door een hogere bijdrage van Nemo Link (+€0,9 miljoen), een hogere operationele bijdrage voor EGI (+€0,3 miljoen) en lagere andere nietgereguleerde kosten. De EBIT liet een sterkere daling optekenen (-€3,6 miljoen) omdat het bedrijfsresultaat van vorig jaar positief werd beïnvloed door gereguleerde compensatie, waardoor de kosten in verband met de reorganisatie gedeeltelijk werden gecompenseerd. Begin 2020 werd de nieuwe bedrijfsstructuur voltooid met een definitieve kostenafrekening van €0,3 miljoen.

De nettofinancieringskosten stegen tot €12,6 miljoen en bestaan hoofdzakelijk uit de rentekosten verbonden aan de obligatielening (€4,7 miljoen), de regulatoire afrekening voor 2019 (€3,4 miljoen) en de kosten in verband met de private plaatsing van Nemo Link (€3,7 miljoen). De rentebaten op de cashvooruitbetalingen aan Nemo Link tijdens de bouwfase (€3,2 miljoen) werden eind juni 2019 terugbetaald, en kwamen nog ten goede van het financieel resultaat van 2019. Nemo Link wordt gefinancierd in overeenstemming met het regelgevende kader (40% eigen vermogen /60% schuld).

Het adjusted nettoverlies steeg met €15,7 miljoen tot €9,3 miljoen, voornamelijk als gevolg van:

• Hogere holdingkosten (-€13,1 miljoen) omdat de belasting op hybride en obligatieleningen niet aftrekbaar is door het ontbreken van belastbare winst in combinatie met de operationele kosten van de holding.

  • Hogere bijdrage van Nemo Link (+€0,9 miljoen).
  • Regulatoire afrekening voor 2019 (-€2,4 miljoen).
  • Ontwikkeling van re.alto (-€0,6 miljoen).

• Overige elementen (-€0,6 miljoen) vertegenwoordigen de hogere financieringskosten voor Nemo Link, gecompenseerd door lagere andere niet-gereguleerde kosten, terwijl EGI stabiel bleef op jaarbasis

De totale activa kenden een lichte stijging (+1,9%) tot €1.766,7 miljoen en de netto financiële schuld bleef met €402,9 miljoen (+0,3%) stabiel

4.5. Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRSbedragen

Groepsresultaten (in miljoen €) - Jaar eindigend 2020 2020 2020 2020 2020
per 31 december Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo
Link
Consolidatie
herwerkingen
&
intersegment
transacties
Elia Group
( a ) ( b ) ( c ) ( d ) ( a ) + ( b ) +
( c ) + (d )
Opbrengsten 858,1 1.353,6 5,1 (7,2) 2.209,6
Overige bedrijfsopbrengsten 57,5 90,1 29,6 (13,5) 163,6
Netto inkomsten (kosten) van het
afrekeningsmechanisme
89,1 11,2 0,0 0,0 100,3
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging
in voorzieningen
(188,3) (238,6) (0,2) 0,0 (427,1)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 235,6 340,1 (6,5) (0,0) 569,2
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode, na belastingen
1,9 0,0 7,4 0,0 9,3
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 237,5 340,1 0,9 (0,0) 578,4
Resultaten voor afschrijvingen, waarde
verminderingen, intresten en belastingen (EBITDA)
425,8 578,6 1,1 (0,0) 1.005,5
Financieringsbaten 2,3 4,1 0,1 0,0 6,5
Financieringslasten (68,7) (66,7) (12,7) 0,0 (148,1)
Winstbelastingen (46,3) (84,9) 2,2 0,0 (129,0)
Nettowinst toe te rekenen aan de eigenaars van
de vennootschap
124,8 154,1 (9,5) (0,0) 269,4
Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €) 31 dec 2020 31 dec 2020 31 dec 2020 31 dec 2020 31 dec
2020
Totaal activa 7.008,4 7.028,4 1.766,7 (637,9) 15.165,6
0,9 1.082,4
Investeringsuitgaven 365,6 715,9 0,0
Netto financiële schuld 3.305,6 3.756,6 402,9 0,0 7.465,1
Groepsresultaten (in miljoen €) - Jaar eindigend 2019 2019 2019 2019 2019
per 31 december Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo
Consolidatie
herwerkingen
&
intersegment
Elia Group
( a ) ( b ) Link
( c )
transacties
( d )
( a ) + ( b ) +
( c ) + ( d )
Opbrengsten 914,2 1.323,6 4,9 (0,4) 2.242,3
Overige bedrijfsopbrengsten 60,7 84,1 15,8 (10,3) 150,3
Netto inkomsten (kosten) van het
afrekeningsmechanisme
(26,1) (47,6) 0,0 0,0 (73,7)
Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging
in voorzieningen
(150,9) (209,2) (0,3) 0,0 (360,4)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 242,1 321,3 (2,0) 0,0 561,4
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode, na belastingen
1,8 0,0 6,5 0,0 8,3
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 243,9 321,3 4,5 0,0 569,7
Resultaten voor afschrijvingen,
waardeverminderingen, intresten en belastingen
394,8 530,5 4,8 0,0 930,1
(EBITDA)
Financieringsbaten
0,7 1,4 3,5 0,0 5,6
Financieringslasten (65,1) (66,7) (13,4) 0,0 (145,2)
Winstbelastingen (54,4) (78,6) 12,0 0,0 (121,0)
Geconsolideerde financiële positie (in miljoen €) 31 Dec 2019 31 Dec 2019 31 Dec 2019 31 Dec 2019 31 Dec
2019
Totaal activa 6.452,1 6.279,6 1.733,5 (571,8) 13.893,4
Investeringsuitgaven 748,5 516,0 0,8 0,0 1.265,3
Netto financiële schuld 3.013,4 2.108,1 401,6 0,0 5.523,1

Er zijn geen belangrijke intersegment transacties.

De groep heeft geen concentratie van klanten in een van de bedrijfssegmenten.

4.6. Adjusted elementen – reconciliatietabel

(in miljoen €) − Periode eindigend per 31
december 2020
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo
Link
Consolidatie
herwerkingen
Elia
Group
Adjusted elementen
Bedrijfsreorganisatie 0,0 0,0 (0,3) 0,0 (0,3)
Totaal EBIT niet-recurrente elementen 0,0 0,0 (0,3) 0,0 (0,3)
Belastingimpact 0,0 0,0 0,1 0,0 0,1
Nettowinst – adjusted elementen 0,0 0,0 (0,2) 0,0 (0,2)
(in miljoen €) − Periode eindigend per 31
december 2019
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo
Link
Consolidatie
herwerkingen
Elia
Group
Adjusted elementen
Regulatoire vergoeding voor acquisitie 0,0 0,0 3,8 0,0 3,8
Bedrijfsreorganisatie 4,7 0,0 (2,5) 0,0 2,2
Adjusted elementen EBIT 4,7 0,0 1,3 0,0 6,0
Fin. Kosten verbonden aan bedrijfsreorganisatie (0,9) 0,0 (4,5) 0,0 (5,4)
Totaal EBIT niet-recurrente elementen 3,8 0,0 (3,2) 0,0 0,6
Belastingimpact (1,1) 0,0 3,4 0,0 2,3
Nettowinst – adjusted elementen 2,7 0,0 0,2 0,0 2,9

5. Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en nietgerealiseerde resultaten

Naast de toepassing van IFRS 16 vanaf 1 januari 2019 waren er geen wijzigingen in de basis voor presentatie, en was er dus geen aanpassing van cijfers uit voorgaande jaren nodig.

5.1. Bedrijfsopbrengsten, netto inkomsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten

(in miljoen €) 2020 2019
Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 2.309,9 2.242,3
Netwerkopbrengsten: 2.286,2 2.228,8
Last-mile verbinding 4,3 4,6
Diverse bedrijfsopbrengsten 19,4 8,9
Netto opbrengsten (kosten) van het afrekeningsmechanisme 100,3 (73,7)
Overige bedrijfsopbrengsten 163,6 150,3
Diensten en technische expertise (3,1) 0,6
Intern geproduceerde vaste activa 72,8 63,0
Optimaal gebruik van activa 17,2 17,4
Andere 76,2 68,8
Meerwaarde op realisatie MVA 0,6 0,4

We verwijzen naar de segmentrapportering voor een gedetailleerde analyse van de erkende opbrengsten van de groep op segmentniveau. Het segment Elia Transmission (België) rapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van €1.004,7 miljoen (Toelichting 4.2), het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) rapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van €1.454,9 miljoen (Toelichting 4.3) en het segment 'Niet-gereguleerde activiteiten' (incl. Nemo Link)' rapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van €34,7 miljoen (Toelichting 4.4). De gerapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten bedragen €2.473,5 miljoen.

De potentiële impact van Covid-19 op de opbrengsten werd toegelicht in de segmentrapportering (Toelichting 4).

Er wordt geen verdere geografische informatie verstrekt, aangezien de omzet wordt gerealiseerd in de landen waar de netinfrastructuur zich bevindt, wat in wezen hetzelfde is als de hierboven genoemde segmenten.

De intern geproduceerde vaste activa van de groep heeft betrekking op de tijd die het personeel spendeert aan investeringsprojecten.

De groep heeft in de verslagperiode €2,7 miljoen aan omzet opgenomen die aan het begin van de periode was inbegrepen in het saldo van de contractverplichtingen (€11,1 miljoen). De groep heeft in de verslagperiode geen substantiële opbrengsten opgenomen indien er in voorgaande periodes sprake was van prestatieverplichtingen.

5.2. Bedrijfskosten

(in miljoen €) 2020 2019
Grond- en hulpstoffen 86,2 76,9
Aankoop van ondersteunende diensten 654,5 616,4
Diensten en diverse goederen (excl. aankoop van ondersteunende diensten) 397,2 390,7
Totaal 1.137,9 1.084,0

De kosten van de groep voor 'Grond- en hulpstoffen' zijn voor het boekjaar 2020 gestegen tot €86,2 miljoen. Deze toename is hoofdzakelijk het gevolg van een kostenstijging verbonden aan EGI GmbH (+€10,2 miljoen), als gevolg van uitvoerige werken aan het onderstation van Altdöbern (turnkey-project) waarvoor mijlpaal 2 was bereikt in 2020.

De aankoop van ondersteunende diensten omvat de kosten voor diensten waardoor de groep het evenwicht op het net bewaart tussen injecties en afnames, de spanning van het net handhaaft en congesties beheert. De kosten die Elia Transmission (België) in 2020 heeft gemaakt, zijn gestegen tot €153,5 miljoen (van €146,7 miljoen in 2019), hoofdzakelijk als gevolg van prijsstijgingen om elektriciteitsverliezen te dekken en toegenomen activeringen om het net in evenwicht te houden. 50Hertz Transmission (Duitsland) heeft in 2020 hogere kosten gemaakt: €514,5 miljoen tegenover €469,7 miljoen in 2019. Aan de basis daarvan liggen de hogere elektriciteitskosten (meer bepaald reserveringskosten als gevolg van nieuwe contracten in 2020).

'Diensten en diverse goederen' heeft betrekking op het onderhoud van het net, diensten van derden, verzekeringen, consultancy en andere. De kost steeg met €6,5 miljoen tot €397,2 miljoen. De stijging werd gedreven door Elia Transmission

(België), dat €241,5 miljoen aan kosten voor 'Diensten en diverse goederen' heeft gemaakt, tegenover €225,6 miljoen in 2019. Deze toename werd gedeeltelijk gecompenseerd door een daling van €12,0 miljoen in het segment 50Hertz Transmission

(Duitsland).

(in miljoen €) 2020 2019
Bezoldigingen 219,6 206,9
Sociale lasten 48,0 44,1
Pensioenkosten 27,5 20,5
Overige personeelskosten 5,2 6,2
Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen 1,4 (0,2)
Personeelsvoordelen (andere dan pensioenen) 5,5 5,4
Totaal 307,2 282,9

In december 2020 werd de eerste schijf van de kapitaalverhoging van 2020 voor de werknemers van Elia afgerond. De kapitaalverhoging leidde tot de creatie van 67.757 bijkomende aandelen zonder nominale waarde. De werknemers van de groep kregen een korting van 16,66% op de genoteerde aandelenkoers, wat resulteerde in een totale korting van €1,4 miljoen.

De totale personeelskosten voor Elia Transmission (België) bedroegen €162,3 miljoen in 2020, tegenover €157,1 miljoen in 2019. 50Hertz Transmission (Duitsland) was goed voor €131,5 miljoen van de personeelskosten van de groep in 2020 (vorig jaar: €116,9 miljoen), en de niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link namen €13,4 miljoen voor hun rekening (vorig jaar: €10,1 miljoen). Alle drie de segmenten zagen een stijging als gevolg van een aanhoudende groei van het personeelsbestand.

Zie Toelichting 6.14 'Personeelsbeloningen' voor meer informatie over pensioenkosten en personeelsbeloningen.

(in miljoen €)
2020
2019
Afschrijvingen van immateriële activa
23,0
21,5
Afschrijvingen van materiële activa
409,4
353,1
Totaal afschrijvingen
432,5
374,6
Waardeverminderingen op voorraden
0,1
(1,2)
Totaal waardeverminderingen
0,1
(1,2)
Provisie voor juridische geschillen
(5,1)
(9,0)
Milieuvoorzieningen
(0,4)
(3,3)
Ontmantelingsprovisie
(0,0)
(0,6)
Beweging op voorzieningen
(5,5)
(12,9)
Totaal
427,1
360,5

Het totaal afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen kende in 2019 een toename van €360,5 miljoen tot €427,1 miljoen in 2020, voornamelijk door een stijging in afschrijvingen van materiële activa als gevolg van vaste activa.

Een uitgebreide beschrijving wordt gegeven in andere rubrieken over immateriële vaste activa (zie Toelichting 6.2), materiële vaste activa (zie Toelichting 6.1) en voorzieningen (zie Toelichting 6.15).

Belastingen andere dan winstbelastingen
----------------------------------------- --
(in miljoen €) 2020 2019
Belastingen andere dan winstbelastingen 14,5 13,0
Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa 10,9 10,4
Minderwaarden op realisatie handelsvorderingen 1,2 2,8
Overige 5,5 3,9
Totaal 32,1 30,1
(in miljoen €) 2020 2019
Belastingen andere dan winstbelastingen 14,5 13,0
Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa 10,9 10,4
Minderwaarden op realisatie handelsvorderingen 1,2 2,8
Overige 5,5 3,9
Totaal 32,1 30,1

Belastingen andere dan winstbelastingen bestaan hoofdzakelijk uit eigendomsbelastingen.

De verliezen op de verkoop van materiële vaste activa bedroegen in totaal €9,1 miljoen voor Elia Transmission (België), tegenover €10,3 miljoen het voorgaande jaar. 50Hertz Transmission (Duitsland) boekte €1,8 miljoen verliezen op de verkoop van materiële vaste activa in 2020, tegenover €0,4 miljoen in 2019.

Het bedrag van waardeverminderingen op handelsvorderingen wordt verklaard in Toelichting 8.1 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.

Het aandeel van Elia Transmission (België) in de overige bedrijfskosten van de groep bedroeg €22,1 miljoen. Het totale aandeel van 50Hertz Transmission (Duitsland) bedroeg €9,8 miljoen en het aandeel van de niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link segment was €0,2 miljoen in 2020.

5.3. Nettofinancieringskosten

(in miljoen €) 2020 2019
Financieringsopbrengsten 6,6 5,6
Interestbaten uit beleggingswaarden, geldmiddelen en kasequivalenten 2,3 4,1
Overige financiële baten 4,2 1,5
Financieringskosten (148,1) (145,2)
Interestlasten (113,3) (113,5)
Interestlasten op derivaten (5,2) (2,1)
Interestlasten op leasing (1,8) (2,0)
Overige financiële kosten (27,8) (27,6)
Nettofinancieringskosten (141,5) (139,6)

De financieringsopbrengsten zijn van €5,6 miljoen in 2019 gestegen tot €6,6 miljoen in 2020. De bijdrage van 50Hertz Transmission (Duitsland) aan de financieringsopbrengsten bedroeg €4,1 miljoen in 2020, die van Elia Transmission (België) €2,3 miljoen en die van de niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link €0,1 miljoen.

De interestlasten op euro-obligaties en andere bankleningen bleef stabiel in vergelijking met vorig jaar. Zie Toelichting 6.13 voor meer details over de uitstaande leningen en betaalde rente in 2020.

De renteswaps in verband met andere leningen (een lening met Synatom voor €453,6 miljoen) en de lening met Publi-Part (€42,1 miljoen) werden eind juni 2020 afgewikkeld doordat beide leningen werden terugbetaald. De afwikkeling ging gepaard met interestlasten op derivaten van €4,4 miljoen.

Het niveau van de overige financiële kosten bleef nagenoeg gelijk: van €27,6 miljoen tot €27,8 miljoen in 2020.

De rentekosten op leasing bleven stabiel tegenover vorig jaar.

Voor meer details over nettoschulden en leningen, zie Toelichting 6.13.

5.4. Winstbelastingen

(in miljoen €) 2020 2019
Huidig boekjaar 124,7 129,4
Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren 2,5 (4,7)
Totaal kortlopende verschuldigde winstbelastingen 127,1 124,7
Ontstaan en terugname van tijdelijke verschillen 1,9 (3,7)
Totaal uitgestelde winstbelastingen 1,9 (3,7)
Totaal verschuldigde winstbelasting in winst -en verliesrekening 129,1 121,0

Het totaal aan verschuldigde winstbelasting was in 2020 hoger dan in 2019. De stijging van de verschuldigde belastingen is voornamelijk het gevolg van een hogere winst vóór winstbelasting.

(in miljoen €) 2020 2019
Winst voor belastingen 437,0 430,1
Winstbelastingen 129,1 121,0
Verschuldigde winstbelastingen met toepassing van het lokaal belastingtarief 109,3 127,2
Lokaal belastingtarief 25,00% 29,58%
Effect van belastingtarief in buitenland 13,0 0,2
Belastingimpact resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode
(2,3) 5,9
Verworpen uitgaven 4,4 5,2
Aanpassingen m.b.t. voorafgaande jaren 2,2 (4,7)
Financieringskosten surplus 6,1
Overgedragen verliezen 1,1
Belastingen op hybride effecten (4,8) (6,0)
Belastingkrediet onderzoek en ontwikkeling (0,1)
Tax shelter beleggingen (0,4)
Overige 0,6 (6,7)
Winstbelastingen 129,1 121,0
*Het nominale belastingtarief in Duitsland bedraagt 29,65%

De opgelopen winstbelastingen zijn hoger dan de theoretische belastingkost (bij gebruik van het nominale belastingtarief), hoofdzakelijk als gevolg van een hogere nominale belastingvoet in Duitsland. Bijkomend zijn er belastingaftrekken die Elia Group in de toekomst niet kan recupereren (bijv. beperking van de interest aftrek en overgedragen verliezen waarvoor geen uitgestelde belastingvorderingen konden worden opgezet).

Uitgestelde belastingen worden verder besproken in Toelichting 6.7.

5.5. Winst per aandeel (WPA)

GEWONE WPA

Gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van de Vennootschap (na correctie op de uitgifte van hybride effecten) (€250,1 miljoen), te delen door het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen tijdens het jaar.

Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen 2020 2019
Uitgegeven gewone aandelen per 1 januari 68.652.938 61.015.058
Effect van in maart 2019 uitgegeven aandelen 7.794
Effect van in juni 2019 uitgegeven aandelen 4.096.187
Effect van in december 2020 uitgegeven aandelen 2.042
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen per 31 december 68.654.980 65.119.039

VERWATERDE WPA

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst die of het verlies dat kan worden toegekend aan de aandeelhouders en het gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen te corrigeren voor de gevolgen van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden en die bestaan uit aandelenopties en converteerbare obligaties.

De verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de gewone winst per aandeel, aangezien er geen converteerbare obligaties noch aandelenopties bestaan.

Eigen vermogen per aandeel

Het eigen vermogen per aandeel bedroeg €50,6 per aandeel op 31 december 2020, tegenover €48,4 per aandeel eind 2019.

5.6. Niet-gerealiseerde resultaten

De totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten omvatten zowel het resultaat van de periode dat in de winst- en verliesrekening is opgenomen als de niet-gerealiseerde resultaten die in het eigen vermogen zijn opgenomen. Nietgerealiseerde resultaten omvatten alle veranderingen in het eigen vermogen die verschillen van veranderingen die betrekking hebben op de eigenaar en die worden opgenomen in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen.

Het totaal van de niet-gerealiseerde resultaten voor 2020 heeft een positieve impact van €12,8 miljoen, een aanzienlijke stijging ten opzichte van vorig jaar (€4,8 miljoen negatieve impact). De belangrijkste drivers worden hieronder beschreven.

Kasstroomafdekkingen

De wijziging in de reële waarde van de kasstroomafdekkingen had een positieve impact op de niet-gerealiseerde resultaten van €5,0 miljoen. De renteswaps in verband met de lening met Publi-Part en andere uitstaande leningen werden eind juni 2020 afgewikkeld. De negatieve reële waarde van €4,4 miljoen werd in de winst- en verliesrekening opgenomen. De resterende €0,6 miljoen heeft betrekking op de afwikkeling van de pre-hedge renteswap van de obligatielening. Zie ook Toelichting 8.1 voor meer informatie over derivaten binnen de groep.

Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten

De waardering tegen reële waarde van de deelneming in de EEX, waarin 50Hertz Transmission een belang heeft van 5,4%, had een positieve impact van €14,9 miljoen.

Herwaarderingen van verplichtingen tot vergoedingen na uitdiensttreding

De niet-gerealiseerde resultaten op verplichtingen tot vergoedingen na uitdiensttreding hadden een negatieve impact van €8,1 miljoen. Zie Toelichting 6.14 voor meer details.

De belastingimpact op deze elementen bedraagt €1,0 miljoen.

6. Elementen van de geconsolideerde balans

6.1. Materiële vaste activa

(in miljoen €) Terrein
en en
gebouw
en
Machi
nes en
uitrus
ting
Meubilair
en voer
tuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Leasing en
soortgelijke
rechten
Activa in
aanbouw
Totaal
AANKOOPWAARDE
Stand per 1 januari 2019 417,6 9.159,3 262,2 22,2 2,9 1.619,7 11.483,9
Erkenning van recht-op-gebruik activa bij
initiële toepassing IFRS 16
95,8 95,8
Verwervingen 9,0 465,4 43,0 0,2 8,8 759,9 1.286,3
Buitengebruikstellingen (0,6) (67,6) (4,0) 0,0 (0,4) 0,0 (72,7)
Overboekingen van ene post naar andere 2,3 862,2 9,0 4,7 0,0 (878,3) 0,0
Stand per 31 december 2019 428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
Stand per 1 januari 2020
Verwervingen
3,7 428,4 10.419,3
254,0
310,2
30,1
27,1
0,2
107,2
10,2
1.501,3 12.793,4
772,1 1.070,3
Buitengebruikstellingen (3,0) (41,4) (3,2) 0,0 (0,4) (0,4) (48,4)
Overboekingen van ene post naar andere 1,7 547,6 6,7 4,2 0,0 (559,9) 0,2
Stand per 31 december 2020 430,8 11.179,4 343,8 31,5 117,0 1.713,0 13.815,6
GECUMULEERDE AFSCHRIJVINGEN
EN WAARDEBEPALING
Stand per 1 januari 2019 (26,3) (2.831,0) (148,1) (19,4) (2,9) 0,0 (3.027,7)
Afschrijvingen (5,7) (300,7) (29,5) (1,2) (16,0) (353,1)
Buitengebruikstellingen 0,0 29,3 4,0 0,0 (0,1) 33,2
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 4,0 (0,0) (4,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2019 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Stand per 1 januari 2020 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Afschrijvingen (5,8) (351,7) (35,2) (1,6) (15,2) (409,4)
Buitengebruikstellingen 1,7 31,0 3,1 0,0 0,1 0,0 36,0
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 3,0 0,0 (3,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2020 (36,1) (3.416,0) (205,7) (29,2) (34,2) 0,0 (3.721,2)
BOEKWAARDE
(in miljoen €) Terrein
en en
gebouw
en
Machi
nes en
uitrus
ting
Meubilair
en voer
tuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Leasing en
soortgelijke
rechten
Activa in
aanbouw
Totaal
AANKOOPWAARDE
Stand per 1 januari 2019 417,6 9.159,3 262,2 22,2 2,9 1.619,7 11.483,9
Erkenning van recht-op-gebruik activa bij
initiële toepassing IFRS 16
95,8 95,8
Verwervingen 9,0 465,4 43,0 0,2 8,8 759,9 1.286,3
Buitengebruikstellingen (0,6) (67,6) (4,0) 0,0 (0,4) 0,0 (72,7)
Overboekingen van ene post naar andere 2,3 862,2 9,0 4,7 0,0 (878,3) 0,0
Stand per 31 december 2019 428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
Stand per 1 januari 2020 428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
Verwervingen 3,7 254,0 30,1 0,2 10,2 772,1 1.070,3
Buitengebruikstellingen (3,0) (41,4) (3,2) 0,0 (0,4) (0,4) (48,4)
Overboekingen van ene post naar andere 1,7 547,6 6,7 4,2 0,0 (559,9) 0,2
Stand per 31 december 2020 430,8 11.179,4 343,8 31,5 117,0 1.713,0 13.815,6
GECUMULEERDE AFSCHRIJVINGEN
EN WAARDEBEPALING
Stand per 1 januari 2019 (26,3) (2.831,0) (148,1) (19,4) (2,9) 0,0 (3.027,7)
Afschrijvingen (5,7) (300,7) (29,5) (1,2) (16,0) (353,1)
Buitengebruikstellingen 0,0 29,3 4,0 0,0 (0,1) 33,2
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 4,0 (0,0) (4,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2019 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Stand per 1 januari 2020 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Afschrijvingen (5,8) (351,7) (35,2) (1,6) (15,2) (409,4)
Buitengebruikstellingen 1,7 31,0 3,1 0,0 0,1 0,0 36,0
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 3,0 0,0 (3,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2020 (36,1) (3.416,0) (205,7) (29,2) (34,2) 0,0 (3.721,2)
BOEKWAARDE
(in miljoen €) Terrein
en en
gebouw
en
Machi
nes en
uitrus
ting
Meubilair
en voer
tuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Leasing en
soortgelijke
rechten
Activa in
aanbouw
Totaal
AANKOOPWAARDE
Stand per 1 januari 2019 417,6 9.159,3 262,2 22,2 2,9 1.619,7 11.483,9
Erkenning van recht-op-gebruik activa bij
initiële toepassing IFRS 16
95,8 95,8
Verwervingen 9,0 465,4 43,0 0,2 8,8 759,9 1.286,3
Buitengebruikstellingen (0,6) (67,6) (4,0) 0,0 (0,4) 0,0 (72,7)
Overboekingen van ene post naar andere 2,3 862,2 9,0 4,7 0,0 (878,3) 0,0
Stand per 31 december 2019 428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
Stand per 1 januari 2020 428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
Verwervingen 3,7 254,0 30,1 0,2 10,2 772,1 1.070,3
Buitengebruikstellingen (3,0) (41,4) (3,2) 0,0 (0,4) (0,4) (48,4)
Overboekingen van ene post naar andere 1,7 547,6 6,7 4,2 0,0 (559,9) 0,2
Stand per 31 december 2020 430,8 11.179,4 343,8 31,5 117,0 1.713,0 13.815,6
GECUMULEERDE AFSCHRIJVINGEN
EN WAARDEBEPALING
Stand per 1 januari 2019 (26,3) (2.831,0) (148,1) (19,4) (2,9) 0,0 (3.027,7)
Afschrijvingen (5,7) (300,7) (29,5) (1,2) (16,0) (353,1)
Buitengebruikstellingen 0,0 29,3 4,0 0,0 (0,1) 33,2
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 4,0 (0,0) (4,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2019 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Stand per 1 januari 2020 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Afschrijvingen (5,8) (351,7) (35,2) (1,6) (15,2) (409,4)
Buitengebruikstellingen 1,7 31,0 3,1 0,0 0,1 0,0 36,0
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 3,0 0,0 (3,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2020 (36,1) (3.416,0) (205,7) (29,2) (34,2) 0,0 (3.721,2)
BOEKWAARDE
(in miljoen €) Terrein
en en
gebouw
en
Machi
nes en
uitrus
ting
Meubilair
en voer
tuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Leasing en
soortgelijke
rechten
Activa in
aanbouw
Totaal
AANKOOPWAARDE
Stand per 1 januari 2019 417,6 9.159,3 262,2 22,2 2,9 1.619,7 11.483,9
Erkenning van recht-op-gebruik activa bij
initiële toepassing IFRS 16
95,8 95,8
Verwervingen 9,0 465,4 43,0 0,2 8,8 759,9 1.286,3
Buitengebruikstellingen (0,6) (67,6) (4,0) 0,0 (0,4) 0,0 (72,7)
Overboekingen van ene post naar andere 2,3 862,2 9,0 4,7 0,0 (878,3) 0,0
Stand per 31 december 2019 428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
Stand per 1 januari 2020 428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
Verwervingen 3,7 254,0 30,1 0,2 10,2 772,1 1.070,3
Buitengebruikstellingen (3,0) (41,4) (3,2) 0,0 (0,4) (0,4) (48,4)
Overboekingen van ene post naar andere 1,7 547,6 6,7 4,2 0,0 (559,9) 0,2
Stand per 31 december 2020 430,8 11.179,4 343,8 31,5 117,0 1.713,0 13.815,6
GECUMULEERDE AFSCHRIJVINGEN
EN WAARDEBEPALING
Stand per 1 januari 2019 (26,3) (2.831,0) (148,1) (19,4) (2,9) 0,0 (3.027,7)
Afschrijvingen (5,7) (300,7) (29,5) (1,2) (16,0) (353,1)
Buitengebruikstellingen 0,0 29,3 4,0 0,0 (0,1) 33,2
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 4,0 (0,0) (4,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2019 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Stand per 1 januari 2020 (32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) 0,0 (3.347,7)
Afschrijvingen (5,8) (351,7) (35,2) (1,6) (15,2) (409,4)
Buitengebruikstellingen 1,7 31,0 3,1 0,0 0,1 0,0 36,0
Overboekingen van ene post naar andere 0,0 3,0 0,0 (3,0) 0,0 0,0
Stand per 31 december 2020 (36,1) (3.416,0) (205,7) (29,2) (34,2) 0,0 (3.721,2)
BOEKWAARDE
Stand per 1 januari 2019 391,3 6.328,3 114,1 2,9 54,0 1.619,7 8.510,2
Stand per 31 december 2019 396,3 7.320,8 136,5 2,6 88,4 1.501,3 9.446,0
Stand per 1 januari 2020 396,3 7.320,8 136,5 2,6 88,4 1.501,3 9.446,0
Stand per 31 december 2020 394,7 7.763,3 138,1 2,3 82,8 1.713,1 10.094,4

Ondanks de aanhoudende gezondheidscrisis kon Elia Group zijn investeringsplannen realiseren in 2020. Hoewel de lockdownmaatregelen een invloed hadden op de uitrol van het investeringsprogramma in de eerste helft van 2020, is Elia erin geslaagd om de opgelopen vertragingen op sommige werven in te halen tijdens de tweede helft van het jaar.

In België deed Elia Transmission investeringen voor een totaal bedrag van €365,6 miljoen. De investeringen waren gekoppeld aan het Brabo fase 2-project dat de voltooiing betekent van de nieuwe 380 kV-lus rond de haven van Antwerpen (€25 miljoen) en de aansluiting van de laatste twee offshore windmolenparken op het MOG-platform (€4,0 miljoen). ALEGrO, de eerste elektriciteitsinterconnector tussen België en Duitsland, werd commercieel in gebruik genomen en met succes onder spanning gebracht.

In Duitsland investeerde 50Hertz Transmission €715,9 miljoen in 2020, 46,5% meer dan vorig jaar (€488,6 miljoen). In totaal werd €463,3 miljoen geïnvesteerd in onshore projecten, terwijl offshore investeringen in totaal €252,6 miljoen bedroegen. De belangrijkste onshore investeringen gingen naar de DC-verbinding SuedOstLink (€107,1 miljoen), de versterking van hoogspanningsmasten om de operationele veiligheid te verhogen (€39,9 miljoen), de bouw van een dwarsregelaar in Hamburg (€33,6 miljoen), de 380-kV-kabel in Berlijn (€26,1 miljoen) en de bouw van de luchtlijn van Wolmirstedt naar Güstrow (€18,2 miljoen). Offshore investeringen draaiden vooral rond de offshore netaansluiting Ostwind 2 (€209,0 miljoen).

In 2020 werd een bedrag van €19,2 miljoen aan financieringslasten geactiveerd op activa in aanbouw. Een bedrag van €7,8 miljoen, op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,03% werd verwerkt in het segment Elia Transmission België (€11,1 miljoen tegen 2,28% in 2019). Een bedrag van €11,4 miljoen, op basis van een gemiddelde rentevoet van 1,13%, werd verwerkt in het segment 50Hertz Transmission (€7,4 miljoen tegen 1,25% in 2019).

Er waren geen hypotheken, panden of andere zekerheden op materiële vaste activa met betrekking tot leningen.

Openstaande investeringsverplichtingen worden beschreven in Toelichting 8.2.

6.2. Immateriële activa

(in miljoen €) Ontwikkelingskoste
n software
Licenties/
concessies
Overige
immateriele
vaste activa
Totaal
AANKOOPWAARDE
Stand per 1 januari 2019 155,3 25,4 0,0 180,7
Verwervingen 25,7 1,0 0,0 26,7
Buitengebruikstellingen (1,0) 0,0 0,0 (1,0)
Overboekingen (0,0) 0,0 0,0 (0,0)
Stand per 31 december 2019 180,1 26,4 0,0 206,5
Stand per 1 januari 2020 180,1 26,4 0,0 206,5
Verwervingen 29,2 3,1 0,0 32,3
Buitengebruikstellingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Overboekingen (0,2) 0,0 0,0 (0,2)
Stand per 31 december 2020 209,0 29,6 0,0 238,5

GECUMULEERDE AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEBEPALING

Stand per 1 januari 2019 (85,7) (3,9) 0,0 (89,5)
Afschrijvingen (19,6) (1,8) 0,0 (21,5)
Buitengebruikstellingen 0,9 0,0 0,0 0,9
Overboekingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Stand per 31 december 2019 (104,4) (5,7) 0,0 (110,1)
Stand per 1 januari 2020 (104,4) (5,7) 0,0 (110,1)
Afschrijvingen (20,9) (2,1) 0,0 (23,0)
Buitengebruikstellingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Overboekingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Stand per 31 december 2020 (125,4) (7,8) 0,0 (133,1)

BOEKWAARDE

Stand per 1 januari 2019 69,6 21,5 0,0 91,2
Stand per 31 december 2019 75,6 20,7 0,0 96,4
Stand per 1 januari 2020 75,6 20,7 0,0 96,4
Stand per 31 december 2020 83,6 21,8 0,0 105,4

Software omvat zowel IT-toepassingen die door de Vennootschap worden ontwikkeld voor het beheer van het net als software voor de normale bedrijfsactiviteiten van de groep.

In de loop van 2020 werd een bedrag van €0,2 miljoen financieringslasten geactiveerd op software in ontwikkeling (€0,2 miljoen in 2019) in het segment Elia Transmission (België), op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,03% (2,28% in 2019). Er werden geen financieringslasten geactiveerd op software in ontwikkeling in het segment 50Hertz Transmission.

6.3. Goodwill

(in miljoen €) Goodwill
AANKOOPWAARDE
Stand per 1 januari 2019 2.411,1
Verwervingen 0,0
Buitengebruikstellingen 0,0
Overboekingen 0,00
Stand per 31 december 2019 2.411,1
Stand per 1 januari 2020 2.411,1
Verwervingen 0,0
Buitengebruikstellingen 0,0
Overboekingen
Stand per 31 december 2020 2.411,1

CARRYING AMOUNT

Stand per 1 januari 2019 2.411,1
Stand per 31 december 2019 2.411,1
Stand per 1 januari 2020 2.411,1
Stand per 31 december 2020 2.411,1

De goodwill heeft betrekking op de volgende bedrijfscombinaties onder gezamenlijke controle, en is toegewezen aan de KGE (Kasstroomgenererende Eenheid) Elia Transmission voor de verwerving van Elia Asset en Elia Engineering en aan de KGE 50Hertz Transmission voor de verwerving van de 20% participatie in Eurogrid International:

(in miljoen €) 2020
Verwerving belang Elia Asset – 2002 1.700,1
Verwerving belang Elia Engineering – 2004 7,7
Verwerving belang Eurogrid International – 2018 703,4
Totaal 2.411,1

TOETSING OP BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VOOR DE KASSTROOMGENERERENDE EENHEID ELIA DIE GOODWILL BEVAT

Volgens de IFRS-regels moet de goodwill minstens op jaarbasis of bij het optreden van een gebeurtenis worden getoetst op bijzondere waardeverminderingen. De goodwill wordt voor de toetsing op bijzondere waardeverminderingen toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheden Elia Transmission en 50Hertz Transmission. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegerekend, worden minstens één keer per jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen, door de boekwaarde te vergelijken met de realiseerbare waarde, dewelke de reële waarde minus de verkoopkosten of de waarde in gebruik is.

Verwerving van Elia Asset en Elia Engineering

In 2002 resulteerde de verwerving van Elia Asset door de Vennootschap voor €3.304,1 miljoen in een positief consolidatieverschil van €1.700,1 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa. Het verschil is toe te schrijven aan verschillende elementen zoals (i) de aanstelling van Elia als TNB voor een periode van 20 jaar en (ii) de unieke middelen waarover Elia in België kan beschikken, aangezien Elia voor 100% eigenaar is van het net op zeer hoge spanning en de eigenaar is van (of het gebruiksrecht heeft op) 94% van het hoogspanningsnet, en dus als enige het recht heeft om een ontwikkelingsprogramma voor te stellen en (iii) Elia beschikt over de relevante knowhow als TNB.

Op de datum van de overname kon de beschrijving of kwantificering van deze elementen niet op objectieve, transparante en betrouwbare wijze worden verricht. Bijgevolg kon het verschil niet worden toegewezen aan specifieke activa en werd het als niet-toegewezen beschouwd. Daarom werd dit verschil vanaf de eerste toepassing van de IFRS in 2005 erkend als goodwill. Het regelgevend kader, voornamelijk de verrekening in de tarieven van de buitengebruikstelling van vaste activa zoals van toepassing sinds 2008, had geen impact op deze boekhoudkundige verwerking. De goodwill zoals hierboven beschreven en de goodwill ontstaan bij de verwerving van Elia Engineering in 2004 zijn voor de toetsing betreffende de bijzondere waardeverminderingen aan de enige kasstroomgenererende eenheid toegerekend, aangezien de inkomsten en lasten werden gegenereerd door één activiteit, meer bepaald de 'gereguleerde activiteit in België', die eveneens als één kasstroomgenererende eenheid zal worden beschouwd.

Om die reden heeft de Vennootschap de boekwaarde van de goodwill aan één eenheid toegewezen, zijnde de gereguleerde activiteit in België. Sinds 2004 werden jaarlijks toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd die niet resulteerden in de opname van enige waardeverminderingen.

De toetsing op bijzondere waardeverminderingen werd gedaan door een onafhankelijk expert. Deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op de waarde in gebruik en maakt gebruik van twee belangrijke waarderingsmethoden om de realiseerbare waarde te schatten: 1) discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model) en 2) discontering van toekomstige dividenden (DDM-model) die onderling verder verschillen in de methode die wordt gebruikt wordt om de zogenaamde residuele waarde te bepalen.

De toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden zijn gebaseerd op een ondernemingsplan voor de periode 2020-2029. Aangezien de activabasis van de groep bestaat uit activa met een lange levensduur, is de projectieperiode van het ondernemingsplan zo bepaald dat deze de komende twee tariefperiodes omvat. Het regelgevend kader waarbinnen Elia actief is, wordt gekenmerkt door een toegestane inkomstenbasis die gestructureerd is rond 1) een billijke vergoeding van de gereguleerde activabasis en 2) incentives om de continuïteit van de bevoorrading te garanderen en de efficiëntie te verbeteren. Aangezien de regulator een billijke vergoeding van de gereguleerde activabasis in overeenstemming met de marktverwachtingen zal toestaan, kan de geschatte gereguleerde activabasis van het laatste jaar van de prognose worden beschouwd als een indicatie van de residuele waarde. Deze benadering houdt geen rekening met de potentiële kasstromen die voortvloeien uit het behalen of overtreffen van toekomstige efficiëntiedoelstellingen.

De waarderingsmethoden zijn onderworpen aan verschillende veronderstellingen, waarvan de belangrijkste zijn:

1. Discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model):

  • Disconteringsvoet:
  • o Kosten van eigen vermogen van 6,5%;
    • ! Risicovrije rentevoet: -0,3%
    • ! Beta 0,8
    • ! Markrisicopremie eigen vermogen 5,5%
    • ! Risicopremie land 0,5%
    • ! Premie klein bedrijf 1,8%
  • o Kosten van schulden vóór belastingen van 1,1%;
  • o Vennootschapsbelastingtarief van 25%;
  • o Beoogde gearing (D/(D+E)): 60%;
  • o WACC na belastingen: 3,1%.
  • Residuele waarde gebaseerd op drie varianten:

o Residuele waarde op basis van een 1,18x RAB multiple in 2029

  • Noot: de RAB zelf houdt geen rekening met de bijdrage van de incentive vergoeding aan het waardecreatieproces.
  • o Residuele waarde op basis van een value driver-model, uitgaande van een eventuele nieuwe capex na 2029, zal een rendement opleveren dat gelijk is aan de WACC van 3,1%. Dit betekent dat capex in de residuele waarde geen waarde zal creëren of vernietigen.
  • o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,0% die de langetermijnverwachting voor de inflatie weerspiegelt die door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt gerapporteerd.

De potentiële impact van Covid-19 komt tot uiting in het DCF-model, met name in de kredietspread die wordt gebruikt

om de kosten van schulden te berekenen in de WACC. Die is gebaseerd op een verlaagde kredietrating die de impact

van Covid-19 weergeeft.

o Residuele waarde op basis van een 1,18x RAB multiple in 2029.

    1. Discontering van toekomstige dividenden (DDM-modellen): • Disconteringsvoet:
  • o Kosten van eigen vermogen van 6,5% • Residuele waarde gebaseerd op twee varianten:
    • in de boekjaren 2025-2029.

Noot: de RAB zelf houdt geen rekening met de bijdrage van de incentive vergoeding aan het waardecreatieproces. o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,0%. Deze methode gaat ervan uit dat de restwaarde bestaat uit de winst na belastingen minus de investeringen, en houdt rekening met de nettoleningen (in verhouding tot de investeringen). De winst en dus ook de dividenduitkeringen in boekjaar 2029 omvatten echter waarschijnlijk nog niet het (positieve) effect van de geplande investeringen

Conclusie:

• De onafhankelijke analyse, gebaseerd op een mediaan (€3.323 miljoen) van de verschillende gebruikte waarderingsmethoden en -varianten, en de gevoeligheidsanalyse hebben niet geleid tot de vaststelling van een bijzondere waardevermindering van de goodwill in het boekjaar 2020. Bovendien werden marktmultiples (gebaseerd op de huidige bedrijfswaarden en de huidige/voorspelde EBITDA) toegepast voor de plausibiliteit.

• Aangezien de mediaan en het gemiddelde van de verschillende hierboven gepresenteerde methoden relatief ver uit elkaar lagen (respectievelijk €2.394 miljoen en €3.275 miljoen), voornamelijk als gevolg van verschillen in de veronderstellingen over de residuele waarde, baseerde de expert zijn middelpunt op 75% van de mediaan en 25% van het gemiddelde, waarbij hij onder meer in aanmerking nam dat de mediaan alleen misschien niet goed de impact van de incentive vergoeding in de residuele waarde weergeeft (zie hierboven voor meer details).

Verwerving van Eurogrid International

• In april 2018 resulteerde de verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International door de Vennootschap voor een bedrag van €988,7 miljoen in een positief consolidatieverschil van €703,4 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa. De goodwill die voortvloeit uit de bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International werd toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid Eurogrid International, aangezien deze alle opbrengsten en

• De toetsing op bijzondere waardeverminderingen werd gedaan door een onafhankelijk expert. Deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op twee belangrijke waarderingsmethoden: 1) discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model) en 2) discontering van toekomstige dividenden (DDM-model) die onderling verder verschillen in de methode die wordt gebruikt wordt om de zogenaamde residuele waarde te bepalen. De toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden zijn gebaseerd op een ondernemingsplan voor de periode 2019- 2028 (twee tariefperiodes). Aangezien de activabasis van de groep bestaat uit activa met een lange levensduur, is de projectieperiode van het ondernemingsplan zo bepaald dat deze de komende twee tariefperiodes omvat.

  • kosten omvat die hierdoor worden gegenereerd.
    1. Discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model):

De waarderingsmethoden zijn onderworpen aan verschillende veronderstellingen, waarvan de belangrijkste zijn:

  • Disconteringsvoet:
  • o Kosten van eigen vermogen: 6,0%;
  • ! Risicovrije rentevoet: -0,3%
  • ! Beta 0,9
  • ! Markrisicopremie eigen vermogen 5,5%
  • ! Risicopremie land 0,0%
  • ! Premie klein bedrijf 1,8%
  • o Kosten van schulden vóór belastingen van: 1,1%;
  • o Vennootschapsbelastingtarief van: 30%; o Beoogde gearing (D/(D+E)): 60%;
  • o WACC: 2,9%.
  • Residuele waarde gebaseerd op drie varianten:

o Residuele waarde op basis van een 1,18x RAB multiple in 2029; o Residuele waarde op basis van een value driver-model, uitgaande van een eventuele nieuwe capex na 2029, zal een rendement opleveren dat gelijk is aan de WACC van 2,9%; o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,0%.

De potentiële impact van Covid-19 komt tot uiting in het DCF-model, met name in de kredietspread die wordt gebruikt om de kosten van schulden te berekenen in de WACC. Die is gebaseerd op een verlaagde kredietrating die de impact van Covid-19 weergeeft.

    1. Discontering van toekomstige dividenden (DDM-modellen):
  • Disconteringsvoet:
    • o Kosten van eigen vermogen: 6,0%
  • Residuele waarde gebaseerd op twee varianten:
    • o Residuele waarde op basis van een 1,18x RAB multiple in 2029;
    • o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,0%.

Conclusie:

  • De onafhankelijke analyse, gebaseerd op een middelpunt (€3.452 miljoen) van de verschillende gebruikte waarderingsmethoden en -varianten, en de gevoeligheidsanalyse hebben niet geleid tot de vaststelling van een bijzondere waardevermindering van de goodwill in het boekjaar 2020. Bovendien werden marktmultiples (gebaseerd op de huidige bedrijfswaarden en de huidige/voorspelde EBITDA) toegepast voor de plausibiliteit.
  • De mediaan en het gemiddelde van de verschillende hierboven gepresenteerde methoden lagen relatief dicht tegen elkaar (respectievelijk €3.452 miljoen en €3.286 miljoen) aangezien de veronderstellingen over de residuele waarden gelijklopend zijn. De onafhankelijke analyse, gebaseerd op een mediaan van de verschillende gebruikte waarderingsmethoden en -varianten, en de gevoeligheidsanalyse hebben niet geleid tot de vaststelling van een bijzondere waardevermindering van de goodwill in het boekjaar 2020

6.4. Langlopende handels- en overige vorderingen

(in miljoen €) 2020 2019
Leningen aan derden 0,5 2,3
Totaal 0,5 2,3

De groep heeft een uitstaande vordering op een derde voor een bedrag van €0,5 miljoen. Deze vordering werd toegekend voor de financiering van een gezamenlijk project met Elia. In de loop van 2020 werd €1,8 miljoen terugbetaald.

6.5. Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

6.5.1. Joint ventures

Nemo Link Ltd

Op 27 februari 2015 hebben Elia System Operator en National Grid samen een joint-ventureovereenkomst afgesloten met betrekking tot de bouw van de Nemo Link Interconnector tussen België en het VK. Dat project bestaat uit onderzeese en ondergrondse kabels die verbonden zijn met een conversiestation en hoogspanningsstation in beide landen, waardoor elektriciteit in beide richtingen kan worden vervoerd tussen de twee landen, en het VK en België kunnen rekenen op een meer betrouwbare en beter toegankelijke toegang tot elektriciteit en duurzame elektriciteitsproductie. Elke aandeelhouder heeft een belang van 50% in Nemo Link Ltd, een Brits bedrijf. De interconnectie werd eind januari 2019 in gebruik genomen.

Om het project te financieren, hebben beide aandeelhouders sinds 2016 financiering verleend aan Nemo Link Ltd via inbreng in het eigen vermogen en leningen (verdeling 50/50). In juni 2019 werden de leningen opgenomen in het aandelenkapitaal (lening geherkwalificeerd naar eigen vermogen).

Nemo Link Ltd verminderde zijn aandelenkapitaal met €17,3 miljoen en €13,2 miljoen in respectievelijk juni en december 2020. Bovenop deze kapitaalverminderingen werd een totaal bedrag van €24,0 miljoen dividenden aan de aandeelhouders uitgekeerd.

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de joint venture op basis van zijn IFRS-jaarrekening en de aansluiting met de boekwaarde van het belang van de groep in de geconsolideerde jaarrekening.

(in miljoen €) 2020 2019
Percentage eigendomsbelang 50,0% 50,0%
Vaste activa 643,3 660,8
Vlottende activa 27,5 33,9
Langlopende verplichtingen 42,3 30,9
Kortlopende verplichtingen 19,2 14,8
Eigen vermogen 609,2 649,0
Boekwaarde van de investering van de groep 304,6 324,5
Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 69,2 61,5
Totaal afschrijvingen (27,0) 24,2
Nettofinancieringskosten (0,2) (6,4)
Winst voor belastingen 27,5 13,7
Winstbelastingen (12,7) (0,8)
Winst over het boekjaar 14,7 12,9
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het
boekjaar 14,7 12,9
Aandeel van de groep in de winst over het boekjaar 7,4 6,5
Dividenden ontvangen door de groep 12,0 0,0

6.5.2. Geassocieerde ondernemingen

De groep heeft vier geassocieerde ondernemingen. Het gaat telkens om investeringen die opgenomen zijn volgens de vermogensmutatiemethode.

De groep heeft een aandeel van 16,5% in Enervalis nv, een startup die vernieuwende software-as-a-service-oplossingen ontwikkelt. Dankzij deze oplossingen kunnen marktspelers hun energiefactuur optimaliseren door in te spelen op de toenemende vraag naar flexibiliteit in het elektriciteitssysteem. Een vertegenwoordiger van de groep werd benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van Enervalis. Daarom is de groep van mening dat hij een aanzienlijke invloed heeft en wordt Enervalis via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen. Het percentage eigendomsbelang verwaterde lichtjes omdat Elia Group niet volledig deelnam aan een nieuwe kapitaalronde op initiatief van Enervalis nv.

In augustus 2020 heeft de groep zijn participatie van 20,5% verkocht in Ampacimon nv, een Belgisch bedrijf dat innovatieve monitoringsystemen ontwikkelt voor TNB's en DNB's.

De groep heeft een aandeel van 22,2% in Coreso nv. Coreso nv is een vennootschap die coördinatiediensten levert om de veilige uitbating van het hoogspanningsnet in verschillende Europese landen te vergemakkelijken.

HGRT SAS is een Franse vennootschap met een aandeel van 49,0% in Epex Spot, de elektriciteitsbeurs in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en (via 100% geassocieerde onderneming APX) het VK, Nederland en België. De groep zelf heeft een aandeel van 17,0% in HGRT. Als een van de stichtende vennoten van HGRT heeft de groep een 'gouden aandeel', waardoor ze een minimaal aantal vertegenwoordigers heeft in de Raad van Bestuur. Dat vormt een invloed van betekenis en daarom wordt HGRT via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen. In 2020 ontving de groep van HGRT een dividend van €1,7 miljoen (€2,6 miljoen in 2019).

Geen enkele van deze vennootschappen is beursgenoteerd.

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de investering van de groep in deze vennootschappen op basis van hun respectieve jaarrekeningen die zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRS-standaarden.

(in miljoen €) Enervalis Ampacimon Coreso HGRT
2019 2019 2019 2019
Percentage eigendomsbelang 17,4% 20,5% 22,2% 17,0%
Vaste activa 0,0 0,0 7,9 93,3
Vlottende activa 6,0 2,6 3,6 1,0
Langlopende verplichtingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Kortlopende verplichtingen 0,0 0,0 8,4 0,0
Eigen vermogen 6,0 2,6 3,2 94,3
Boekwaarde van de investering van de groep 1,0 0,5 0,7 16,0
Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 0,0 0,0 17,7 0,0
Winst voor belastingen 0,0 0,1 0,8 10,4
Winstbelastingen 0,0 0,0 (0,4) (0,1)
Winst over het boekjaar 0,0 0,1 0,1 10,2
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over het boekjaar
0,0 0,1 0,1 10,2
Aandeel van de groep in de winst over het
boekjaar
0,0 0,0 0,1 1,8
(in miljoen €) Enervalis
2020
Ampacimon
2020
Coreso
2020
HGRT
2020
Percentage eigendomsbelang 16,5% 0,0% 22,2% 17,0%
Vaste activa 0,0 9,0 94,3
Vlottende activa 9,1 4,4 1,0
Langlopende verplichtingen 0,0 0,0 0,0
Kortlopende verplichtingen 0,0 9,7 0,0
Eigen vermogen 9,1 3,7 95,3
Boekwaarde van de investering van de groep 1,5 0,0 0,8 16,2
Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 0,0 0,0 20,1 0,0
Winst voor belastingen 0,0 (0,5) 0,9 11,1
Winstbelastingen 0,0 0,0 (0,3) (0,1)
Winst over het boekjaar 0,0 (0,5) 0,6 11,0
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over het boekjaar
0,0 (0,5) 0,6 11,0
Aandeel van de groep in de winst over het
boekjaar
0,0 (0,1) 0,1 1,9

6.6. Overige financiële vaste activa

(in miljoen €) 2020 2019
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn 7,0 7,0
Andere deelnemingen 43,8 28,8
Restitutierechten 53,8 53,1
Totaal 104,5 88,9

Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn, worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het risicoprofiel van deze beleggingen wordt besproken in Toelichting 8.1.

Het totaal van overige financiële activa kende een stijging met €15,6 miljoen tegenover vorig jaar. De belangrijkste reden voor deze toename is de stijging met €15,0 miljoen van de reële waarde van de participatie in de EEX, waarin 50Hertz Transmission een belang heeft van 5,4%. De volledige lijst van andere deelnemingen wordt vermeld in Toelichting 7.1.

De restitutierechten houden verband met de verplichtingen voor (i) de gepensioneerde werknemers die onder specifieke uitkeringsregelingen vallen (Regeling B - niet-gefinancierde regeling) en voor (ii) het medisch plan en de voordelige energieprijzen voor gepensioneerde personeelsleden. Zie Toelichting 6.14: Personeelsbeloningen. De restitutierechten zijn te recupereren via de gereguleerde tarieven. Het volgende principe is van toepassing: alle opgelopen pensioenkosten voor gepensioneerde werknemers met 'Regeling B' en de kosten gerelateerd aan gezondheidszorg en voordelige energieprijzen voor gepensioneerde personeelsleden van Elia worden vastgelegd door de regulator (CREG) als niet-beheersbare kosten die via de regelgevende tarieven te recupereren zijn. De toename van de boekwaarde van dit actief wordt beschreven in Toelichting 6.14: Personeelsbeloningen.

Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

(in miljoen €) 2020 2019
Activa Passiva Activa Passiva
Materiële activa 4,3 (215,0) 3,3 (211,8)
Immateriële activa 0,0 (6,3) 0,0 (8,6)
Overige vorderingen en activa 1,1 (0,3) 1,3 (0,2)
Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen 33,5 (6,0) 26,7 (4,6)
Personeelsvoordelen 32,5 (13,5) 29,6 (13,3)
Voorzieningen 46,8 0,0 48,0 (0,6)
Anticiperende verplichtingen 24,5 (2,0) 31,5 (2,2)
Regulatorisch passiva 22,7 0,0 25,3 (0,0)
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies 0,0 (1,0) 0,0 (1,1)
Overgedragen verliezen 0,8 0,0 0,6 (0,1)
Overige 1,0 (7,4) 0,6 (7,8)
Belastingvorderingen/schulden vóór verrekening 167,0 (251,5) 166,9 (250,2)
Saldering van belastingvorderingen en -verplichtingen (162,0) 162,0 (163,2) 163,2
Netto fiscale vordering / (verplichting) 5,0 (89,5) 3,7 (87,0)

De wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden voorgesteld:

WIJZIGINGEN IN DE UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN TEN GEVOLGE VAN MUTATIES IN DE TIJDELIJKE VERSCHILLEN GEDURENDE HET BOEKJAAR

(in miljoen €)

2019

(in miljoen €) Netto fiscale
vordering /
(verplichting)
Opgenomen in
de resultaten
rekening
Opgeno
men in de
niet-gereal
iseerde
resultaten
Over ige Totaal
2019
Materiële activa (180,0) (28,4) (208,4)
Immateriële activa (8,2) (0,4) (8,6)
Langlopende handels- en overige vorderingen 1,7 (0,4) 1,2
Rentedragende leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen
24,2 (2,2) 0,2 22,1
Personeelsvoordelen 12,3 2,5 1,5 16,3
Voorzieningen 40,6 6,7 47,4
Deferred revenue 6,5 22,8 29,3
Regulatorisch passiva 19,6 5,7 25,3
Overgedragen verliezen 2,5 (2,1) 0,4
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies (1,1) (1,1)
Overige (8,2) (0,4) 1,5 (7,2)
Totaal (90,2) 3,7 3,2 0,0 (83,3)
2020
Materiële activa (208,4) (2,2) 0,0 0,0 (210,6)
Immateriële activa (8,6) 2,3 0,0 0,0 (6,3)
Langlopende handels- en overige vorderingen 1,2 (0,4) 0,0 0,0 0,8
Rentedragende leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen 22,1 (2,8) (1,4) 9,6 27,6
Personeelsvoordelen 16,3 0,5 2,2 0,0 19,0
Voorzieningen 47,4 (0,6) 0,0 0,0 46,8
Over te dragen opbrengsten 29,3 3,0 0,0 (9,9) 22,5
Regulatorisch passiva 25,3 (2,7) 0,0 0,0 22,6
Overgedragen verliezen 0,4 0,4 0,0 0,0 0,8
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies (1,1) 0,0 0,0 0,0 (1,1)
Overige (7,2) 0,4 0,0 0,3 (6,5)
Totaal (83,3) (2,0) 0,9 0,0 (84,5)

De uitgestelde belastingverplichting op activa met gebruiksrechten uit leaseovereenkomsten volgens IFRS 16 wordt getoond onder materiële vaste activa, de uitgestelde belastingvordering op financiële leaseverplichtingen wordt getoond onder rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen.

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

Per 31 december 2020 is er een niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering van respectievelijk €6,1 miljoen en €1,3 miljoen met betrekking tot niet-aftrekbare overgedragen interesten (regel van de interestaftrekbeperking) en overgedragen DBI-aftrek op het niveau van Elia Group nv.

Er is ook een niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering van €0,6 miljoen en €0,5 miljoen met betrekking tot overgedragen verliezen en overgedragen DBI-aftrek afkomstig van EGI nv.

Elk jaar wordt een beoordeling uitgevoerd om te bepalen hoe waarschijnlijk het is dat deze fiscale aftrekken in de toekomst kunnen worden gebruikt om de belastbare basis te verlagen.

6.7. Voorraden

(in miljoen €) 2020 2019
Grond- en hulpstoffen 54,4 39,5
Geboekte waardeverminderingen (15,4) (15,3)
Total 39,0 24,3

De artikelen in het magazijn zijn hoofdzakelijk wissel- en reservestukken voor het onderhoud en de herstellingswerken aan de hoogspanningsstations, luchtlijnen en ondergrondse kabels van de groep. Ze bestaan ook uit saldi van werken in uitvoering, met inbegrip van een stijging van €15,3 miljoen in 2020 bij Elia Grid International GmbH in verband met uitgebreide werkzaamheden aan het onderstation Altdöbern (turnkey-project), waarvoor mijlpaal 2 was bereikt in 2020.

Waardeverminderingen worden geboekt vanaf het moment waarop voorraadartikelen op basis van de onderliggende rotatie niet langer worden gebruikt. Deze waren iets hoger dan in 2019.

Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen

opbrengsten

(in miljoen €) 2020 2019
Onderhanden projecten in opdracht van derden 9,5 4,6
Handels-en overige handelsvorderingen en vooruitbetalingen 438,7 338,1
Heffingen 948,8 2,3
BTW en andere belastingen 44,3 56,9
Overige 34,1 86,2
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten 13,7 9,8
Totaal 1.489,1 497,8

Handelsvorderingen brengen geen interest op en zijn gewoonlijk betaalbaar op 15 tot 30 dagen.

Contractactiva zijn gestegen van €4,6 miljoen vorig jaar naar €9,5 miljoen op het einde van het jaar, en houden voornamelijk verband met de activiteiten van de transmissienetbeheerders en EGI.

De stijging in 'Heffingen' is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het EEG-mechanisme in Duitsland dat van een schuldpositie naar een vordering van €804,5 miljoen ging en een toename van het uitstaande bedrag (€144,3 miljoen) dat in België moet worden teruggevorderd in verband met heffingen. In Duitsland werd het EEG-tekort in januari 2021 aangezuiverd met de betaling van een federale subsidie die de terugbetaling van alle externe faciliteiten mogelijk maakt. In België zijn nieuwe tarieven goedgekeurd, waarvan de belangrijkste in 2021 en 2022 zullen worden gerecupereerd.

De blootstelling van de groep aan krediet- en valutarisico's en verliezen als gevolg van waardeverminderingen die verbonden zijn aan handels- en overige vorderingen, wordt getoond in Toelichting 8.1.

Op 31 december is de ouderdomsanalyse van de handels- en overige vorderingen en de vooruitbetalingen als volgt:

(in miljoen €) 2020 2019
Niet vervallen 412,6 320,0
Vervallen minder dan 30 dagen 22,3 14,1
Vervallen tussen 31 en 60 dagen 0,3 1,2
Vervallen tussen 61 dagen en één jaar 2,8 3,0
Vervallen tussen één jaar en twee jaren 2,0 0,7
Totaal (excl. waardevermindering) 440,0 339,1
Dubieuze vorderingen 201,6 199,6
Geboekte waardevermindering (201,0) (199,1)
Toelage voor verwachte kredietverliezen (1,9) (1,5)
Totaal 438,7 338,1

Zie Toelichting 8.1 voor een gedetailleerde analyse van het kredietrisico opgelopen in verband met deze handelsvorderingen.

6.8. Actuele belastingvorderingen en -verplichtingen

(in miljoen €) 2020 2019
Fiscale vorderingen 3,4 5,5
Actuele belastingsverplichtingen (13,6) (54,8)
Netto fiscale vordering / (verplichting) (10,2) (49,3)

De belastingvorderingen kenden een daling in vergelijking met het voorgaande jaar. De €3,4 miljoen belastingvorderingen per 31 december 2020 hebben voornamelijk betrekking op voorschotten op vennootschapsbelasting die moeten worden teruggevorderd in boekjaar 2021. De belastingverplichtingen daalden in 2020 tot €13,6 miljoen.

6.9. Geldmiddelen en kasequivalenten

(in miljoen €) 2020 2019
Direct opvraagbare deposito's 222,0 573,5
Banksaldi 368,1 401,5
Totaal 590,1 975,0

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn gedaald door investeringsactiviteiten bij 50Hertz Transmission (voornamelijk verwerving van materiële vaste activa) en als gevolg van een aanzienlijke wijziging in de EEG, KWK en StromNEV (heffingen), van een schuld van €538,1 miljoen naar een vordering van €737,2 miljoen.

Kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van enkele dagen en een paar weken tot enkele maanden (meestal niet langer dan 3 maanden), afhankelijk van de onmiddellijke behoefte aan kasmiddelen, en ontvangen rente volgens de rentevoeten van de kortetermijndeposito's.

Op de banktegoeden wordt interest uitbetaald of ingehouden tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente. Het renterisico van de groep en de gevoeligheidsanalyse voor financiële activa en verplichtingen worden besproken in Toelichting 8.2.

De geldmiddelen en kasequivalenten die hierboven en in het kasstroomoverzicht worden vermeld, omvatten €31,7 miljoen die in handen zijn van Elia RE, en waarvan €1,0 miljoen beperkt zijn in hun gebruik.

6.10. Eigen vermogen

6.10.1. Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap

AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIE

Aantal aandelen 2020 2019
Uitstaand per 1 januari 68.652.938 61.015.058
Uitgegeven tegen betaling in contanten 67.757 7.637.880
Aantal aandelen (einde periode) 68.720.695 68.652.938

In maart 2019 werd de tweede schijf van de kapitaalverhoging van 2018 voor de werknemers van Elia afgerond. Deze transactie bracht €0,5 miljoen aan opgehaalde middelen met zich mee, bestaande uit een kapitaalverhoging van €0,2 miljoen en een verhoging van de uitgiftepremie met €0,3 miljoen. Door deze transactie werden 9.776 nieuwe aandelen uitgegeven.

In juni 2019 resulteerde een kapitaalverhoging om de kapitaalstructuur van de groep te versterken in de creatie van 7.628.104 bijkomende aandelen. Deze transactie bracht €434,8 miljoen aan opgehaalde middelen met zich mee, bestaande uit een kapitaalverhoging van €190,3 miljoen en een verhoging van de uitgiftepremie met €244,5 miljoen. De transactiekosten verbonden aan deze kapitaalverhoging bedroegen €6,2 miljoen.

De buitengewone aandeelhoudersvergadering van 19 mei 2020 heeft beslist om voor de Belgische werknemers een kapitaalverhoging door te voeren in twee stappen/periodes (een in 2020 voor maximaal €5,0 miljoen en de andere in 2021 voor maximaal €1,0 miljoen), voor een totaalbedrag van maximaal €6,0 miljoen. In december 2020 werd de eerste schijf van deze kapitaalverhoging voor de werknemers afgerond. De transactie resulteerde in de creatie van 67.757 nieuwe aandelen voor een totaalbedrag van €5,0 miljoen, bestaande uit een kapitaalverhoging van €1,7 miljoen en een verhoging van de uitgiftepremie met €3,3 miljoen.

RESERVES

Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5% van de statutaire nettowinst van de Vennootschap worden overgedragen naar de wettelijke reserve tot die wettelijke reserve 10% van het kapitaal bedraagt. Per 31 december 2020 bedraagt de wettelijke reserve van de groep €173,0 miljoen en bedraagt ze 10% van het kapitaal.

De Raad van Bestuur kan aan de aandeelhouders de uitkering van een dividend voorstellen tot een maximumbedrag van de beschikbare reserves en van de overgedragen winst van vorige boekjaren van de Vennootschap, inclusief de winst van het boekjaar dat eindigde op 31 december 2020. De aandeelhouders moeten de uitkering van een dividend goedkeuren tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.

AFDEKKINGSRESERVE

De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot afgedekte transacties die nog niet hebben plaatsgevonden.

DIVIDEND

Na de rapporteringsdatum deed de Raad van Bestuur het onderstaande dividendvoorstel.

Dividend (in €) 2020 2019
Dividend per aandeel 1,71 1,69

Tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering op 19 mei 2020 stelde de Raad van Bestuur de uitkering voor van een brutodividend van €1,69 per aandeel, wat overeenstemt met een totaalbedrag van €116,0 miljoen.

Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 2 maart 2021 werd een brutodividend van €1,71 per aandeel voorgesteld. Dit dividend is onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders tijdens de jaarlijkse algemene vergadering op 18 mei 2021 en werd niet opgenomen als een verplichting in de geconsolideerde jaarrekening van de groep.

Het totale dividend bedraagt, op basis van het aantal uitstaande aandelen op 2 maart 2021, €117,5 miljoen.

6.10.2. Hybride effecten

In september 2018 gaf de groep hybride effecten uit voor de financiering van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland). De uitgifte resulteerde in een toename van het eigen vermogen van de groep met €700 miljoen.

De hybride effecten hebben een optionele, cumulatieve coupon van 2,75%, die ieder jaar op 5 december en vanaf 5 december 2019 naar goeddunken van de groep betaalbaar is. De eerste betaling vond plaats op 5 december 2019. Per 31 december 2020 bedraagt het niet-uitgekeerde cumulatieve dividend €1,4 miljoen. (€1,4 miljoen in 2019). In december 2020 werd een coupon voor een bedrag van €19,3 miljoen betaald aan de houders van hybride effecten.

De hybride effecten hebben een initiële vervaldatum in december 2023 en worden daarna elke vijf jaar opnieuw ingesteld.

De hybride effecten zijn gestructureerd als eeuwigdurende instrumenten, hebben een achtergestelde positie ten opzichte van alle niet achtergestelde schulden, en zullen overeenkomstig IFRS als eigen vermogen in de jaarrekening van de groep worden opgenomen.

6.11. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen

2020 2019
7.177,2 5.304,2
72,4 74,7
7.249,6 5.378,9
722,7 1.042,2
11,8 14,1
71,0 62,9
805,5 1.119,2
8.055,1 6.498,1

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de mutaties in de verplichtingen van de groep die het gevolg zijn van financieringsactiviteiten, met inbegrip van zowel mutaties die voortvloeien uit kasstromen als mutaties anders dan in geld.

Kortlopende leningen en
financieringsverplichtingen
Langlopende leningen en
financieringsverplichtingen
Totaal
621,1 5.773,8 6.394,9
(158,4) 0,0 (158,4)
(757,6) 0,0 (757,6)
275,0 499,2 774,2
62,9 0,0 62,9
1.076,2 (894,1) 182,1
1.119,2 5.378,9 6.498,1
Stand per 1 januari 2020 1.119,2 5.378,9 6.498,1
Kasstroom: betaalde interesten (143,2) 0,0 (143,2)
Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen (1.073,0) (246,5) (1.319,5)
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 725,0 2.149,5 2.874,5
Verlopen rente 71,0 0,0 71,0
Andere 106,5 (32,3) 74,2
Stand per 31 december 2020 805,5 7.249,6 8.055,1

Elia Group heeft een euro-obligatie uitgegeven van €800,0 miljoen, een obligatielening van €200,0 miljoen en een 'groene' obligatielening van €750,0 miljoen, met vervaldata in 2030, 2040 en 2032 en een interestvoet van respectievelijk 0,88%, 0,88% en 1,11%.

Daarnaast werd de joint venture in Nemo Link geherfinancierd door de uitgifte van een obligatielening in twee schijven, €66,6 miljoen en €133,4 miljoen, met vervaldata in 2028 en 2044, en een rentevoet van 1,56%. De herfinanciering heeft tot doel de financieringsstructuur beter af te stemmen op de levensduur van de Nemo Link-interconnector.

De mutaties in 'Andere' in het boekjaar 2020 hebben hoofdzakelijk betrekking op herclassificaties van langlopende schulden naar kortlopende schulden, overeenkomstig het moment dat de instrumenten vervallen in 2021.

De informatie over de algemene voorwaarden van uitstaande rentedragende leningen en financieringsverplichtingen wordt hieronder gegeven:

(in miljoen €) Huidige
Vervaldag Boekwaarde Intrestvoet proportie van de
interestvoet:vast
Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar 2028 547,3 3,25% 100,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar 2033 199,2 3,50% 100,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar 2029 346,9 3,00% 100,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2015 / 8,5 jaar 2024 498,6 1,38% 100,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2017 / 10 jaar 2027 247,9 1,38% 100,00%
Uitgiften van senior obligatielening 2018 / 10 jaar 2028 297,6 1,50% 100,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2019 / 7 jaar 2026 498,3 1,38% 100,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2020 / 10 jaar 2030 788,5 0,88% 100,00%
Termijnlening 2033 195,7 1,80% 100,00%
Aflossende obligatie - 7,7 jaar 2028 67,1 1,56% 100,00%
Aflossende obligatie - 23,7 jaar 2044 132,3 1,56% 100,00%
Europese Investeringsbank 2025 100,0 1,08% 100,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 2025 498,3 1,88% 100,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 2023 749,1 1,63% 100,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 2030 139,2 2,63% 100,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2016 2028 747,4 1,50% 100,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2020 2032 747,2 1,11% 100,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2020 2040 199,4 0,88% 100,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2014 2044 50,0 3,00% 100,00%
Lening bij KfW 2026 150,0 0,90% 100,00%
Totaal 7.200,0 100,00%

De bovenstaande €7.200,0 miljoen moet worden verhoogd met €700,0 miljoen aan opgenomen kredietlijnen op korte termijn, €71 miljoen aan overlopende rente en €84,1 miljoen financiële leaseverplichtingen om de totale schuld van €8.055,1 miljoen opnieuw samen te stellen.

6.12. Personeelsbeloningen

De groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen op het vlak van toegezegd-pensioenregelingen in verband met zijn Belgische en Duitse activiteiten.

Hieronder worden de totale nettoverplichtingen voor personeelsbeloningen vermeld:

(in miljoen €) 2020 2019
België Duitsland Totaal België Duitsland Totaal
Toegezegd-pensioenregelingen 17,9 32,9 50,8 20,6 26,5 47,1
Andere vergoedingen na uitdiensttreding 73,9 7,3 81,2 67,5 5,0 72,5
Totaal voorzieningen voor personeelsvoordelen 91,8 40,2 132,0 88,1 31,5 119,6

Van de €132,0 miljoen aan voorzieningen voor personeelsbeloningen opgenomen op het einde van het boekjaar 2020 zijn opgenomen, wordt €130,1 miljoen gepresenteerd op lange termijn en €1,9 miljoen op korte termijn (zie Toelichting 6.15).

BELGIË

TOEGEZEGDE-BIJDRAGEREGELINGEN

Personeel dat op basis van een loonschaal wordt betaald en is aangeworven na 1 juni 2002 en management/kaderpersoneel dat na 1 mei 1999 is aangeworven, worden gedekt door twee pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen (Powerbel en Enerbel).

• De Enerbel-regeling is een regeling voor werknemers aangeworven na 1 juni 2002, waartoe de werknemer en de

  • werkgever bijdragen op basis van een vooraf bepaalde formule.

• De Powerbel-regeling is een regeling voor managers aangeworven na 1 mei 1999. De werknemers- en werkgeversbijdragen zijn gebaseerd op een vast percentage van het loon van de werknemer.

De nieuwe wet op de aanvullende pensioenen, die eind 2015 werd gepubliceerd, wijzigde het gewaarborgde rendement van toegezegde-bijdrageregelingen op een aantal vlakken. Voor betalingen uitgevoerd na 1 januari 2016 verplicht de wet werkgevers om over de volledige loopbaan een gemiddeld jaarrendement van minstens 1,75% te waarborgen (tot 3,75% naargelang wie bijdraagt).

Voor verworven rechten moet het gewaarborgde minimumrendement tot 31 december 2015 nog steeds minstens 3,25% voor de bijdrage van de werkgever en 3,75% voor de bijdrage van de werknemer bedragen, waarbij de werkgever een eventueel verschil moet bijpassen.

Als gevolg van voorgaande wijziging en zoals vermeld in de boekhoudkundige grondslagen worden alle toegezegdebijdrageregelingen krachtens de Belgische pensioenwetgeving voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen. De wetswijziging houdt een wijziging van de regeling in. Zij worden verantwoord volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC-methode). De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen. Dus IAS 19 § 115 wordt niet toegepast. Bovendien zijn de toegezegdebijdrageregelingen, met uitzondering van Enerbel, niet 'back-loaded', aangezien deze regelingen worden gewaardeerd zonder prognose van toekomstige bijdragen. De toegezegde-bijdrageregeling Enerbel is 'back-loaded' en dit plan wordt gewaardeerd met projectie van toekomstige bijdragen.

Elia Transmission België heeft sinds 2016 bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen. De voornaamste doelstelling van deze regelingen is elke aangesloten persoon een gewaarborgd minimumrendement van 3,25% op de verworven reserves tot de pensioenleeftijd te garanderen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdrage worden door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald. De omvang van toekomstige kasstromen hangt af van de loonstijgingen.

TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

Voor een gesloten populatie voorzien collectieve overeenkomsten in de elektriciteits- en gassector in aanvullende pensioenen gebaseerd op het jaarloon en de loopbaan van een werknemer in een bedrijf (gedeeltelijk terug te betalen aan de erfgenaam in geval van vroegtijdig overlijden van de werknemer). De toegekende uitkeringen zijn gekoppeld aan het bedrijfsresultaat van Elia. Voor deze verplichtingen bestaat er geen extern pensioenfonds en ook geen groepsverzekering, waardoor er ook geen reserves bij derden opgebouwd zijn. Deze verplichtingen worden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

De collectieve overeenkomst bepaalt dat aan actief personeel aangeworven van 1 januari 1993 tot en met 31 december 2001 en het management/directiepersoneel aangeworven voor 1 mei 1999 dezelfde waarborgen zullen worden toegekend via een toegezegd-pensioenregeling (Elgabel en Pensiobel – gesloten regelingen). De verplichtingen in het kader van deze toegezegdpensioenregelingen worden gefinancierd via een aantal pensioenfondsen voor de elektriciteits- en gassector en via verzekeringsmaatschappijen.

Zoals hierboven vermeld heeft Elia Transmission (België) sinds 2016 bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen. Aangezien die garantie een verplichting van de werkgever is, vormen deze regelingen toegezegd-pensioenregelingen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdragen worden door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald.

OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN

Elia Transmission België heeft aan het personeel ook bepaalde vervroegde pensioenregelingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding toegekend, zoals een dekking van medische kosten en een bijdrage in de energieprijzen, naast andere beloningen op lange termijn (jubilarispremies). Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

DUITSLAND

TOEGEZEGDE-BIJDRAGEREGELINGEN

In geval van extern gefinancierde toegezegde-bijdrageregelingen is de verplichting van 50Hertz Transmission (Duitsland) beperkt tot de betaling van de overeengekomen bijdragen. Voor die toegezegde-bijdrageregelingen die opgenomen zijn in de vorm van directe waarborgen zijn er congruente werkgeversaansprakelijkheidsverzekeringen afgesloten.

  • Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 2003): individuele contractuele pensioenverplichtingen gebaseerd op een overeenkomst met vertegenwoordigers;
  • Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 19 augustus 2008): individuele contractuele pensioenverplichtingen met betrekking tot een bedrijfspensioenplan dat voortvloeit uit de Vattenfall Europe Group;
  • Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling: verplichtingen gebaseerd op de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling van 50Hertz Transmission, gesloten op 28 november 2007
  • Directe verzekering: directe verzekeringspolissen voor alle vroegere werknemers die van 1993 tot 31 december 2004 bij Vereinigte Energiewerke AG (VEAG) hebben gewerkt, met uitzondering van managers;
  • Individuele toezeggingen: individuele toezeggingen die uitsluitend worden gefinancierd door externe pensioenfondsen (welzijnsfonds en pensioenfonds).

TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

Toegezegd-pensioenregelingen geven werknemers het recht om rechtstreekse pensioenaanspraken te maken tegen 50Hertz Transmission. De voorzieningen hiervoor zijn opgenomen in de balans. Indien fondsbeleggingen uitsluitend worden gecreëerd om aan de pensioenverplichtingen te voldoen, wordt het bedrag verrekend met de contante waarde van de verplichting. De volgende toegezegd-pensioenregelingen bestaan in Duitsland:

• Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling

In overeenstemming met de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling wordt aan de werknemers een bedrijfspensioenplan toegekend op basis van een toegezegde-bijdrageregeling (van kracht op 1 januari 2007). Deze overeenkomst is van toepassing op alle werknemers in de zin van Sec. 5 (1) van de Duitse Arbeidsgrondwet (BetrVG) en is op 1 januari 2007 bij de vennootschap in werking getreden. Deelname aan de regeling is op vrijwillige basis. De regeling kent pensioenuitkeringen toe bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, bij vervroegde uittreding uit de wettelijke pensioenverzekering en bij arbeidsongeschiktheid en overlijden. De huidige pensioenuitkeringen worden met 1% per jaar verhoogd, zodat de regeling als een toegezegd-pensioenregeling wordt geclassificeerd.

• TVV Energie

Deze pensioenregeling heeft betrekking op directe waarborgen die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 1992. Ze werd op 1 januari 1993 afgesloten voor nieuwe aanwervingen. Deze bijdrageregeling is van toepassing op werknemers die tot 30 november 2001 bij Vereinigte Energiewerke AG werkten en van wie de verworven rechten werden toegekend aan Vattenfall Europe Transmission GmbH (nu 50Hertz Transmission GmbH). De regeling omvat pensioenverplichtingen gebaseerd op de anciënniteit en het loonniveau en kent ouderdoms- en invaliditeitspensioenen toe, maar geen pensioen voor nabestaanden. Het is niet mogelijk om de huidige vergoedingen na uitdiensttreding te indexeren die voor het eerst na 1 januari 1993 verschuldigd zijn.

OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN

50Hertz Transmission heeft ook de volgende verplichtingen, die zijn opgenomen onder 'Overige personeelsverplichtingen':

  • Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor langdurige dienst;
  • Verplichtingen uit Duitse gefaseerde pensioenregelingen;
  • Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor opgespaarde overuren.

Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

VERPLICHTINGEN VOOR PERSONEELSBELONINGEN OP GROEPSNIVEAU

Hieronder worden de nettoverplichtingen van de groep voor personeelsbeloningen vermeld:

(in miljoen €) Pensioenregelingen Overige
2020 2019 2020 2019
Huidige waarde van de brutoverplichting (292,3) (278,1) (110,8) (98,5)
Reële waarde van de fondsbeleggingen 241,4 231,0 29,6 25,9
Voorzieningen voor personeelsverplichtingen (50,8) (47,1) (81,2) (72,6)

De nettoverplichting voor personeelsbeloningen klom op tot in totaal €12,4 miljoen, waarvan €3,7 miljoen op Belgisch niveau en

€8,7 miljoen op Duits niveau.

In België wordt de stijging vooral verklaard door een wijziging van de regeling om de toegezegd-pensioenregelingen af te stemmen op de nieuwe wetgeving. De nieuwe wetgeving, van toepassing vanaf juni 2018, verbiedt anticipatieve voordelen in deze pensioenplannen. In juni 2018 heeft Elia Group een voorziening (IAS 37) van €8,5 miljoen gevormd om de impact van deze nieuwe wetgeving op te nemen.

In oktober 2020 werd een nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst (cao) overeengekomen om de toegezegdpensioenregelingen af te stemmen op de nieuwe wetgeving. Deze afstemming resulteerde in een toename van de toegezegdpensioenverplichting met €14,8 miljoen. Samen met de afstemming werd de voorziening volgens IAS 37 vrijgevallen om de impact gedeeltelijk te compenseren, wat resulteerde in een nettokost voor verstreken diensttijd van €6,3 miljoen. Bovendien stemde de cao ermee in een fonds te gebruiken dat voor €2,4 miljoen overgefinancierd was en voordien geen economische waarde had, om zo het effect voor de werkgever te beperken.

In Duitsland is de stijging voornamelijk te wijten aan een aanhoudende stijging van het aantal voltijdequivalenten, waarvoor personeelsbeloningen moeten worden betaald en een verdere daling van de disconteringsvoet ten opzichte van 2019.

Wijzigingen in de huidige waarde van de brutoverplichtingen Pensioenregelingen Overige
(in miljoen €) 2020 2019 2020 2019
Beginsaldo (278,1) (247,8) (98,5) (85,8)
Aan het dienstjaar toegerekende kosten (12,8) (12,6) (8,0) (8,3)
Interest (kost) / opbrengst (2,1) (3,7) (1,0) (1,5)
Bijdragen van de deelnemers (1,2) (1,2) 0,0 0,0

Inbegrepen herberekeningen winst/(verlies) in de nietgerealiseerde resultaten en de winst- en verliesrekening, ontstaan door:

· Veranderingen in demografische veronderstellingen (1,1) 0,0 (1,1) 0,0
· Veranderingen in financiële veronderstellingen (10,7) (23,8) (3,8) (6,5)
· Ervaringsaanpassingen 5,1 0,9 (0,9) 1,3
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 0,0 0,0 (6,3) (0,7)
Betaalde vergoedingen 14,7 10,3 2,7 3,0
Transferten (6,1) 0,0 6,1 0,0
Eindsaldo (292,3) (278,1) (110,8) (98,5)
Wijziging van de reële waarde van de fondsbeleggingen Pensioenregelingen Overige
(in miljoen €) 2020 2019 2020 2019
Beginsaldo 231,0 207,0 25,9 21,2
Rentebaten 1,7 3,0 0,0 0,1
Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten ontstaan door:
Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) (0,1) 17,6 2,5 0,4
Bijdragen van de werkgever 19,2 11,9 6,4 7,7
Bijdragen van de werknemer 1,2 1,2 0,0 0,0
Transferten 2,6 0,0 (2,6) 0,0
Betaalde vergoedingen (14,1) (9,7) (2,7) (3,4)
Eindsaldo 241,4 231,0 29,6 25,9
Bedragen opgenomen onder niet gerealiseerde resultaten Pensioenregelingen Overige
(in miljoen €) 2020 2019 2020 2019
Dienstkosten
Aan het dienstjaar toegekende kosten (12,8) (12,6) (4,1) (3,6)
Kosten van verstreken diensttijd 0,0 0,0 (6,3) (0,7)
Afwikkeling 0,6 0,6 0,0 0,1
Netto rentekosten op de netto voorziening voor personeelsverplichting (0,4) (0,7) 1,1 (1,9)
Rentekosten (2,1) (3,7) (1,0) (1,5)
Rendement op fondsbeleggingen 1,7 3,0 0,0 0,1
Overige 0,0 0,0 2,1 (0,4)
Kosten van toegezegd pensioenregelingen opgenomen in winst of verlies (12,6) (12,7) (9,2) (6,1)
Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door:
1) Veranderingen in demografische veronderstellingen (1,1) 0,0 (0,8) 0,0
2) Veranderingen in financiële veronderstellingen (10,7) (23,8) (3,4) (6,5)
3) Ervaringsaanpassingen 5,1 0,9 (1,2) 1,3
Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) (0,1) 17,6 (0,1) 0,4
Herberekeningen van bruto verplichting (schuld)/vordering in niet-gerealiseerde
resultaten (6,8) (5,3) (5,5) (4,9)
Totaal (19,4) (18,1) (14,7) (11,0)
(in miljoen €) 2020 2019
Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type deelnemer aan het
plan
(403,1) (376,6)
Actieve deelnemers (311,3) (293,7)
Niet-actieve deelnemers met uitgestelde voordelen (21,6) (18,8)
Gepensioneerden en begunstigden (70,2) (64,1)
Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type voordeel (403,1) (376,6)
Pensioenen (299,5) (291,4)
Andere vergoedingen (gezondheidszorg en tarifaire voordelen) (87,3) (70,5)
Afscheid- en jubilarispremies (16,2) (14,6)

Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt de groep de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta als de verplichting voor de vergoeding na uitdiensttreding, met minimaal een 'AA'-rating, zoals bepaald door een internationaal erkend ratingbureau, en geëxtrapoleerd, indien nodig, volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten.

Jaarlijks wordt er een stresstest uitgevoerd. Deze test gaat na of de minimale financieringsvereisten bestand zijn tegen 'schokken' met een waarschijnlijkheid van 0,5%.

De leden dragen (meestal) bij tot de financiering van de pensioenuitkeringen door betaling van een persoonlijke bijdrage.

Het jaarsaldo van het vast bedrag in het kader van de toegezegd-pensioenregeling wordt gefinancierd door de werkgever via een periodieke toewijzing, uitgedrukt als een percentage van de totale loonsom van de aangeslotenen. Dit percentage wordt bepaald volgens de methode van de gezamenlijke kosten en wordt jaarlijks herzien. Deze financieringsmethode houdt in dat toekomstige kosten gespreid worden over de resterende periode van de regeling. De kosten worden geraamd op basis van projecties (loonstijging en inflatie worden in rekening genomen). De veronderstellingen met betrekking tot loonstijging, inflatie, personeelsverloop en leeftijd-looptijd worden bepaald op basis van de historische statistieken van de Vennootschap. De gehanteerde sterftetafels komen overeen met de realiteiten uit het verleden binnen het financieringsinstrument, en houden rekening met de verwachte wijzigingen in de sterftecijfers. De groep berekent de netto-interest op de netto toegezegdpensioenschuld (-vordering) met dezelfde disconteringsvoet voor obligaties van hoge kwaliteit (zie hierboven) als om de toegezegd-pensioenverplichting te berekenen (de netto-interestaanpak). Deze veronderstellingen worden op geregelde basis in vraag gesteld.

Uitzonderlijke gebeurtenissen (zoals de wijziging van de regeling, gewijzigde veronderstellingen en te korte dekkingsgraad ...) kunnen uiteindelijk leiden tot openstaande betalingen bij de sponsor.

De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Vennootschap bloot aan actuariële risico's, zoals investeringsrisico's, renterisico's, langlevenrisico's en loonrisico's.

Investeringsrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend met behulp van een disconteringsvoet gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit. Het verschil tussen het effectief rendement op fondsbeleggingen en rentebaten op fondsbeleggingen is inbegrepen in de lijn Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten. Momenteel heeft de regeling een relatief evenwichtige reeks beleggingen die als volgt worden voorgesteld:

miljoen $\epsilon$ )
(in miljoen €) 2020 2019
Beursgenoteerde beleggingen 72,53% 73,17%
Aandelen - Eurozone 13,99% 13,64%
Aandelen - buiten de Eurozone 18,36% 19,10%
Staatsobligaties - Eurozone 1,26% 1,46%
Andere obligaties - Eurozone 25,78% 26,01%
Andere obligaties - buiten de Eurozone 13,14% 12,96%
Niet beursgenoteerde beleggingen 27,47% 26,82%
Verzekeringscontracten 9,41% 8,50%
Onroerende goederen 2,41% 2,34%
Liquide middelen 2,73% 3,10%
Andere 12,92% 12,88%
Totaal (in %) 100,00% 100,00%

Door de langdurige aard van de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregelingen wordt het als passend beschouwd een redelijk gedeelte van de fondsbeleggingen te beleggen in eigenvermogensinstrumenten om het rendement van het fonds te benutten. In Duitsland worden alle fondsbeleggingen in verzekeringsovereenkomsten geïnvesteerd.

Renterisico

Een daling van de rentetarieven op obligaties zal de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregeling doen stijgen. Dit zal echter gedeeltelijk gecompenseerd worden door een hoger rendement uit de activa van de regeling, die vandaag voor ongeveer 95% zijn belegd in pensioenfondsen met een verwacht rendement van 3,3%.

Langlevenrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de beste raming van de sterftegraad van de deelnemers van de pensioenregeling tijdens en na hun tewerkstelling. Een stijging in de levensverwachting van de deelnemers zal de pensioenverplichting doen stijgen. De prospectieve sterftetafels uit de IA/BE werden gebruikt in België en de 2018 Heubeck-tabellen in Duitsland.

Loonrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de toekomstige lonen van de deelnemers van de pensioenregeling. Zo zal een stijging in loon van de deelnemers de verplichting van

de pensioenregeling doen stijgen.

ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN

Disconteringsvoet
------------------- --
(in % en in jaren) België Duitsland
2020 2019 2020 2019
Disconteringsvoet
- Toegezegde pensioenregelingen en cash balance - best
off plannen
0,36% 0,64% 0,97% 1,20%
- Pensioenregelingen – Toegezegde-bijdrageregelingen 0,66% 1,02% - -
- Andere regelingen 0,70% 1,04% 0,97% 1,20%
Verwachte gemiddelde loonstijging (zonder inflatie) 1,00% 1,00% 2,00% 1,75%
Verwachte inflatie 1,75% 1,75% 2,00% 2,00%
Verwachte stijging van de ziektekosten (inclusief inflatie) 2,75% 2,75% 2,25% 2,25%
Verwachte stijging van de tariefvoordelen 1,75% 1,75% - -
Gemiddeld verwachte pensioenleeftijd:
- Niet kaderpersoneel 63 63 65 65
- Kaderpersoneel 65 65 65 65
Levensverwachting uitgedrukt in jaren van een
gepensioneerde op 65 jaar op datum van afsluiting:*
Levensverwachting voor een 65 jarige man 19,9 19,9 20,4 20,2
Levensverwachting voor een 65 jarige vrouw 23,6 23,6 23,9 23,7

*Gebruikte sterftetafels: IABE in België, 2018 Heubeck in Duitsland

(in jaren) België Duitsland
2020 2019 2020 2019
Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregeling 8,8 9,0 28,5 26,5
Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-bijdrageregelingen 9,7 9,7 n.r. n.r.
Gewogen gemiddelde duur van de andere vergoedingen na uitdiensttreding 13,4 13,5 13,8 13,5

In Duitsland wordt de verplichting van de toegezegde-bijdrageregelingen volledig gedekt door de fondsbeleggingen. Daarom is er geen gewogen gemiddelde duur nodig en wordt deze dus niet berekend.

Het effectieve rendement op de fondsbeleggingen in % lag voor 2020 tussen 0,9% en 2,8% (tegenover een vork van 3,0% tot 19,0% in 2019).

Hieronder volgt een overzicht van de verwachte kasuitgaven voor de DB-plannen:

Verwachte toekomstige kasuitgaven < 12 maanden 1-5 jaar 6-10 jaren
Pensioenregelingen (3,8) (17,5) (17,6)
Overige (4,7) (19,6) (21,9)
Totaal (in miljoen €) (8,5) (37,1) (39,5)

Voormelde uitgaande kasstromen gaan gepaard met enige mate van onzekerheid, die kan worden verklaard aan de hand van de volgende factoren:

  • Tussen de veronderstellingen en de werkelijkheid kunnen verschillen optreden: bijv. pensioenleeftijd, toekomstige loonsverhoging;
  • De hierboven vermelde verwachte uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op een gesloten populatie en houden dus geen rekening met nieuwe aanwervingen.
  • Toekomstige premies worden berekend op basis van het laatst bekende kostencijfer dat op jaarlijkse basis wordt herzien en varieert volgens het rendement op fondsbeleggingen, de werkelijke loonsverhoging tegenover de veronderstellingen en de onverwachte bewegingen in de populatie.

GEVOELIGHEIDSANALYSE

Impact op de toegezegd-pensioenverplichting België Duitsland
(in miljoen €) Stijging (+) / Daling (-) Stijging (+) /
Daling (-)
Impact op de netto toegezegd-pensioenverplichtingen in geval van stijging van:
Disconteringsvoet (0,5%) 17,4 6,4
Gemiddelde loonstijging - zonder inflatie (0,5%) (26,8) (2,4)
Inflatie (0,25%) (5,4) (0,4)
Stijging van de ziektekosten (1%) (5,2) n.r.
Levensverwachting gepensioneerden (1 jaar) (3,2) (1,7)

RESTITUTIERECHTEN (BELGIË)

Zoals beschreven in Toelichting 6.6 werd een vast actief (binnen Overige financiële activa) opgenomen als restitutierechten die gekoppeld zijn aan de toegezegd-pensioenverplichting voor de populatie aan wie de verplichtingen uit hoofde van de interestregeling, de vergoeding van medische kosten en de tariefvoordelen voor gepensioneerde Elia-medewerkers ten goede komen. Elke wijziging in deze verplichtingen heeft ook een invloed op de overeenkomstige restitutierechten onder vaste overige financiële activa.

De wijziging in restitutierechten is hieronder voorgesteld:

Wijzigingen in de huidige waarde van de restitutierechten Pensioenregelingen Overige
(in miljoen €) 2020 2019 2020 2019
Beginsaldo (23,1) (25,1) (30,0) (27,1)
Aan het dienstjaar toegerekende kosten
Rentekosten (0,1) (0,3) (0,3) (0,5)
Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door:
1) Veranderingen in demografische veronderstellingen 0,0 0,0 0,0 0,0
2) Veranderingen in financiële veronderstellingen (0,5) (1,5) (1,8) (3,5)
2) Veranderingen in financiële veronderstellingen (1,6) 0,7 (0,2) (0,5)
Betaalde vergoedingen 2,8 3,1 1,1 1,6
Eindsaldo (22,6) (23,1) (31,2) (30,0)

De som van de Pensioenen (€22,6 miljoen) en andere (€31,2 miljoen) restitutierechten bedroeg €53,8 miljoen in 2020 (2019:

€53,1 miljoen), wat overeenkomt met de in Toelichting 6.6 opgenomen restitutierechten.

6.13. Voorzieningen

(in miljoen €) Milieu Elia Re Voorzien
ing
erfdienst
baarheid
Ontman
telingver
plichting
Perso
neels
beloningen
Overige Totaal
Stand per 1 januari 2019 15,3 8,0 12,0 69,5 1,4 7,2 113,4
Dotatie voorzieningen 0,9 1,1 0,0 37,2 0,1 0,4 39,7
Terugname voorzieningen (2,4) (1,6) (5,9) (0,1) (0,0) (0,4) (10,4)
Aanwending voorzieningen (1,8) (4,2) (0,1) 0,0 (0,1) (0,2) (6,4)
Discontering van
voorzieningen
0,0 0,0 0,0 1,6 0,0 0,0 1,6
Stand per 31 december
2019
12,0 3,3 6,0 108,2 1,5 7,0 137,9
Langlopend deel 8,8 3,3 0,0 108,2 0,0 2,0 122,3
Kortlopend deel 3,2 0,0 6,0 0,0 1,5 4,9 15,6
Stand per 1 januari 2020 12,0 3,3 6,0 108,2 1,5 7,0 137,9
Dotatie 1,4 6,8 0,0 7,6 0,5 2,4 18,7
Terugname (1,0) (2,7) (5,9) (1,4) 0,0 (3,0) (14,0)
Aanwending (0,9) (2,0) (0,1) 0,0 0,0 (0,8) (3,8)
Discontering van
voorzieningen
0,0 0,0 0,0 1,8 0,0 0,0 1,8
Stand per 31 december
2020
11,5 5,4 0,0 116,3 1,9 5,6 140,7
Langlopend deel 9,3 5,4 0,0 116,3 0,0 2,4 133,3
Kortlopend deel 2,2 0,0 0,0 0,0 1,9 3,3 7,4

De groep heeft voorzieningen opgenomen voor het volgende:

Milieu: De milieuvoorziening voorziet in een bestaande blootstelling met betrekking tot bodemsanering. De voorziening van €11,5 miljoen heeft vooral betrekking op het Belgische segment; slechts €2,2 miljoen van de voorziening heeft betrekking op het Duitse segment. Er waren geen belangrijke wijzigingen in de milieuvoorzieningen in 2020.

Specifiek voor het Belgische segment heeft Elia in Vlaanderen op meer dan 200 terreinen bodemonderzoeken uitgevoerd in overeenstemming met contractuele overeenkomsten en met de Vlaamse regelgeving. Er werd op een aantal terreinen aanzienlijke bodemverontreiniging vastgesteld, die vooral te wijten is aan historische vervuiling als gevolg van vroegere of nabijgelegen industriële activiteiten (gasfabrieken, verbrandingsovens, chemicaliën, enz.). Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest heeft Elia analyses en studies uitgevoerd om verontreiniging op te sporen in een aantal substations en een aantal percelen met masten voor bovengrondse elektriciteitsleidingen. Op basis van de gevoerde analyses en studies heeft Elia voorzieningen aangelegd voor de mogelijke toekomstige saneringskosten in lijn met de relevante wetgeving.

Milieuvoorzieningen worden opgenomen en gewaardeerd op basis van de beoordeling van een externe deskundige, die rekening houdt met de BATNEEC (Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs – beste beschikbare technologie die geen buitensporige kosten veroorzaakt) en de omstandigheden die aan het einde van de verslagperiode gekend zijn. De timing van de afwikkeling is onduidelijk, maar voor de terreinen waar werkzaamheden aan de gang zijn, wordt de onderliggende voorziening als een kortetermijnvoorziening gekwalificeerd.

Elia Re: Voor Elia Re, een herverzekeringscaptive, is aan het einde van het jaar een bedrag van €5,4 miljoen opgenomen. €0,9 miljoen daarvan houdt verband met vorderingen voor de installatie van luchtlijnen en €4,5 miljoen voor elektrische installaties. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de respectieve procedures.

Erfdienstbaarheidsvoorzieningen: De erfdienstbaarheidsvoorziening heeft betrekking op betalingen die aan landeigenaars kunnen worden gedaan als compensatie voor bovengrondse lijnen die hun eigendom doorkruisen. Deze erfdienstbaarheidsrechten worden in het Duitse segment opgenomen voor bovengrondse lijnen gebouwd door de vorige eigenaars van 50Hertz Transmission, waarbij het risico voortvloeit uit sectie 9 van de Duitse wet tot wijziging van het kadaster (GBBerG.) De schattingen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de ingestelde vordering. Een herbeoordeling van de resterende verwachte betalingen in 2020 heeft geleid tot een volledige terugneming van de voorziening in de winst-en-verliesrekening in 2020.

Ontmantelingsverplichting: Als onderdeel van het CAPEX-programma van de groep is de groep blootgesteld aan ontmantelingsverplichtingen, waarvan de meeste betrekking hebben op offshore projecten. Deze voorzieningen houden rekening met het effect van discontering en de verwachte kosten voor het ontmantelen en verwijderen van materiaal van sites of uit zee. De boekwaarde van de voorziening bedroeg €116,3 miljoen op 31 december 2020. De stijging is voornamelijk het gevolg van een daling van de disconteringsvoet voor de verdiscontering van de voorzieningen. De groep heeft hier een benadering per geval gedaan om de kasuitstroom te schatten die nodig is om de verplichting na te komen.

Elia Group gebruikt de rentevoeten van bedrijfsobligaties (met minimaal een AA-rating) en laat die samenvallen met de levensduur van de voorzieningen om de ontmantelingsverplichting te verdisconteren. Als de disconteringsvoet lager is dan 0%, wordt de disconteringsvoet op 0% gezet. De gehanteerde disconteringsvoeten in 2020 lagen in het bereik van 0,61% tot 0,98%, afhankelijk van de levensduur van het activa dat ontmanteld moet worden. Indien de disconteringsvoet tot 0% zou dalen, zouden de ontmantelingsverplichtingen met €17,3 miljoen toenemen.

Personeelsbeloningen: Zie Toelichting 6.14 voor meer details over deze kortetermijnpersoneelsbeloningen.

'Overige' omvat verschillende voorzieningen voor geschillen om waarschijnlijke kosten te dekken waarvoor de groep door een derde partij werd gedagvaard of waarbij de groep betrokken is in gerechtelijke procedures. Deze schattingen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte niveau van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende procedures.

Er zijn geen activa opgenomen die verband houden met de recuperatie van bepaalde voorzieningen.

6.14. Overige langlopende verplichtingen

(in miljoen €) 2020 2019
Kapitaalsubsidies 82,8 83,8
Overige verplichtingen - lt toe te rekenen kosten 137,3 129,8
Overige 1,0 0,5
Totaal 221,1 214,1

Van de totale investeringssubsidies heeft €79,4 miljoen betrekking op 50Hertz Transmission (Duitsland). Dit wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op de subsidies is verworven.

De overige langlopende verplichtingen zijn stabiel gebleven. De over te dragen opbrengsten hebben betrekking op de vooruitbetaling voor de last-mile verbinding. Eind 2020 werd een verplichting van €97,8 miljoen opgenomen in Elia Transmission (België) en een verplichting van €39,5 miljoen werd opgenomen in 50Hertz Transmission (Duitsland). De opbrengsten worden opgenomen over de levensduur van het activa waarop de last-mile verbinding betrekking heeft.

6.15. Handelsschulden en overige schulden

(in miljoen €) 2020 2019
Handelsschulden 648,8 542,8
BTW, diverse belastingsschulden 14,9 4,1
Bezoldigingen en sociale lasten 34,1 35,2
Dividend 1,2 1,2
Heffingen 121,9 618,5
Overige 131,0 111,3
Toe te rekenen schulden 57,2 43,8
Totaal 1.009,0 1.356,9

Het bedrag voor heffingen kan worden opgesplitst in heffingen met betrekking tot 50Hertz Transmission (€69,1 miljoen) en heffingen met betrekking tot Elia Transmission (€52,8 miljoen).

De heffingen voor Elia Transmission zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar (€80,4 miljoen). Deze heffingen omvatten federale heffingen, die op 31 december 2020 in totaal €24,3 miljoen bedroegen (€41,3 miljoen in 2019). Heffingen voor de Waalse regering zijn gestegen naar €26,3 miljoen (€20,9 miljoen in 2019). Het resterende saldo bestaat uit strategische reserves (€2,2 miljoen).

De heffingen voor 50Hertz Transmission zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar (€538,1 miljoen) door de daling van de EEG positie. De heffingen in 2020 bestaan uit KWK (€58,7 miljoen), §19 StromNEV (€3,7 miljoen) en offshore bijdragen (€5,4 miljoen).

6.16. Financiële instrumenten – reële waarden

De volgende tabel toont de boekwaarden en reële waarden van financiële activa en passiva, inclusief hun niveau in de reëlewaarde-hiërarchie:

Boekwaarde Reële waarde
(in miljoen €) Reële waarde via
wint/verlies
Reële waarde via OCI Geamortiseerde
kostprijs
verplichtingen aan
Overige financiële
geamortiseerde
kostprijs
Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Stand per 31 december 2019
Overige financiële vaste activa 7,0 28,8 35,8 7,0 28,8 35,8
Handels-en overige
handelsvorderingen
490,3 490,3 0,0
Geldmiddelen en kasequivalenten 975,0 975,0 0,0
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
(4,4) (4,4) (4,4) (4,4)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
bankleningen en andere leningen
(1.030,4) (1.030,4) (1.030,4) (1.030,4)
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte obligaties
(5.316,0) (5.316,0) (5.857,6) (5.857,6)
Handelsschulden en overige
schulden
(1.356,9) (1.356,9) 0,0
Totaal 7,0 24,4 1.465,3 (7.703,3) (6.206,6) n.r. n.r. n.r. n.r.
Boekwaarde Reële waarde
(in miljoen €) Reële waarde via
wint/verlies
Reële waarde via OCI Geamortiseerde
kostprijs
verplichtingen aan
Overige financiële
geamortiseerde
kostprijs
Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
Stand per 31 december 2019
Overige financiële vaste activa 7,0 28,8 35,8 7,0 28,8 35,8
Handels-en overige
handelsvorderingen
490,3 490,3 0,0
Geldmiddelen en kasequivalenten 975,0 975,0 0,0
Voor afdekking gebruikte
renteswaps
(4,4) (4,4) (4,4) (4,4)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
bankleningen en andere leningen
(1.030,4) (1.030,4) (1.030,4) (1.030,4)
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte obligaties
(5.316,0) (5.316,0) (5.857,6) (5.857,6)
Handelsschulden en overige
schulden
(1.356,9) (1.356,9) 0,0
Totaal 7,0 24,4 1.465,3 (7.703,3) (6.206,6) n.r. n.r. n.r. n.r.

Stand per 31 december 2020

Overige financiële vaste activa 7,0 43,7 0,0 0,0 50,7 7,0 0,0 43,7 50,7
Handels-en overige
handelsvorderingen 0,0 0,0 1.475,9 0,0 1.475,9 0,0 0,0 0,0 0,0
Geldmiddelen en kasequivalenten 0,0 0,0 590,1 0,0 590,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte bankleningen en andere
leningen 0,0 0,0 0,0 (1.146,4) (1.146,4) 0,0 (1.146,4) 0,0 (1.146,4)
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte obligaties 0,0 0,0 0,0 (6.753,6) (6.753,6) 0,0 (7.487,1) (7.487,1)
Handelsschulden en overige
schulden 0,0 0,0 0,0 (1.009,0) (1.009,0) 0,0 0,0 0,0 0,0
Totaal 7,0 43,7 2.066,0 (8.909,0) (6.792,3) n.r. n.r. n.r. n.r.

De bovenstaande tabellen vermelden geen reële-waarde-informatie voor financiële activa en passiva die niet gewaardeerd werden tegen reële waarde, zoals geldmiddelen en kasequivalenten en handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden, omdat hun boekwaarde een redelijke benadering vormt van hun reële waarde. De reële waarde van financiële leaseverplichtingen moet niet worden opgenomen in de Toelichting.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen. Voor wat betreft financiële instrumenten die in de balans gewaardeerd worden tegen reële waarde en voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs waarvoor de reële waarde is vermeld, vereist IFRS 7 dat de waarderingen tegen reële waarde bekendgemaakt worden door middel van de volgende reële-waarde-hiërarchie:

Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, wordt gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa of passiva. Een markt wordt beschouwd als actief indien er op eenvoudige en regelmatige wijze genoteerde prijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, 'pricing service' of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen.

  • Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt, wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer die beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Indien alle belangrijke inputs die nodig zijn om de reële waarde van een instrument te bepalen, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen), ofwel onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen), waarneembaar zijn, wordt het instrument opgenomen in 'niveau 2'.
  • Niveau 3: Als een of meerdere belangrijke gegevens gebruikt voor de toepassing van de waarderingstechniek niet gebaseerd zijn op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3. Het bedrag van de reële waarde opgenomen onder 'Overige financiële activa' is bepaald op basis van (i) recente transactieprijzen, bekend bij de groep, voor vergelijkbare financiële activa of (ii) is gebaseerd op waarderingsrapporten uitgegeven door derden.

De reële waarde van financiële activa en verplichtingen, andere dan degene die in bovenstaande tabel getoond worden, benadert hun boekwaarden, hoofdzakelijk omwille van de vervaldata op korte termijn van deze instrumenten.

De reële waarde van overige financiële vaste activa steeg met €14,9 miljoen in vergelijking met vorig jaar. De stijging is het gevolg van de stijging van de reële waarde van de participatie van de Groep in EEX, waarvan de Group 4,3% bezit.

REËLE-WAARDEHIËRARCHIE

De bovenvermelde reële waarde van de 'sicavs' behoort tot niveau 1, wat inhoudt dat de waardering is gebaseerd op de genoteerde marktprijs op een actieve markt voor identieke instrumenten.

De reële waarde van de renteswaps, leningen en obligatie-uitgiften behoort tot niveau 2, wat inhoudt dat de waardering gebaseerd is op input van andere dan de opgegeven prijzen die waarneembaar zijn voor de activa of de verplichtingen. Deze categorie bevat instrumenten gewaardeerd op basis van genoteerde voor identieke of vergelijkbare instrumenten in markten die worden geacht minder actief te zijn; of andere waarderingstechnieken, die direct of indirect voortvloeien uit waarneembare marktgegevens.

SCHATTING VAN DE REËLE WAARDE

Derivaten

Voor beoordelingen van rente en renteswaps van vreemde valuta worden opgaven van makelaars gebruikt. Deze opgaven worden gecontroleerd met behulp van waarderingsmodellen of technieken gebaseerd op de geactualiseerde waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De modellen gebruiken diverse inputs, waaronder de kredietwaardigheid van tegenpartijen en rentecurves op het einde van de verslagperiode. Per 31 december 2019 wordt het tegenpartijrisico als bijna nihil beschouwd als gevolg van de negatieve marktwaarde van de IRS. Het eigen risico van de groep op het niet nakomen van de verplichtingen werd eveneens op bijna nihil geschat.

Rentedragende leningen

De reële waarde wordt berekend op basis van de verdisconteerde toekomstige aflossingen en rentebetalingen.

6.17. Leasing

DE GROEP ALS LEASINGNEMER

De groep huurt voornamelijk gebouwen, wagens en optische vezels. Hij heeft ook enkele gebruiksrechten op (onderdelen van) terreinen en luchtlijnen. De waarderingsperiode wordt gebruikt volgens de contractuele looptijd. Wanneer er geen vaste looptijd is overeengekomen en het contract automatisch wordt verlengd, veronderstelt de verantwoordelijke afdeling toch een beëindigingsdatum. Indien de leaseovereenkomst een optie tot verlenging bevat, beoordeelt de groep of het redelijk zeker is dat de optie zal worden uitgeoefend en maakt hij een zo goed mogelijke inschatting van de beëindigingsdatum.

Alle leaseovereenkomsten werden voorheen geclassificeerd als operationele leases onder IAS 17.

De Covid-19-pandemie heeft geen invloed gehad op de contractuele clausules in de leaseovereenkomsten van Elia Group, en er waren geen indicatoren om de beoordeling over de verlenging van de contracten te wijzigen die in de vorige verslagperiode gebruikt werd.

Informatie over leaseovereenkomsten waarvoor de groep een leasingnemer is, wordt hieronder gegeven.

Activa met gebruiksrecht

Activa met gebruiksrecht worden afzonderlijk opgenomen binnen de materiële vaste activa en zijn als volgt opgedeeld, met de verdisconteerde leaseverplichting als vergelijkingsbasis. Daarnaast wordt de splitsing tussen kortlopende en langlopende leaseverplichtingen weergegeven:

(in miljoen €) Gebruik van
land en
bovenleiding
en
Huur van
gebouwen /
kantoren
Wagens Optische
vezels
Overige Totaal
Stand per 1 januari 2019 40,2 28,6 11,7 10,1 4,2 94,8
Verwervingen en
herzieningen
1,7 0,8 6,2 0,4 0,8 9,8
Afschrijvingen (1,2) (3,1) (5,3) (3,8) (2,8) (16,3)
Niet langer opgenomen
gebruiksrecht
0,0 0,0 (0,3) 0,0 0,0 (0,3)
Stand per 31 december
2019
40,7 26,3 12,3 6,7 2,1 88,1
(in miljoen €) Gebruik van
land en
bovenleiding
en
Huur van
gebouwen /
kantoren
Wagens Optische
vezels
Overige Totaal
Stand per 1 januari 2020 40,7 26,3 12,3 6,7 2,1 88,1
Verwervingen en
herzieningen
0,5 0,8 7,4 1,0 1,1 11,7
Afschrijvingen (1,2) (3,0) (5,3) (3,9) (1,9) (15,2)
Niet langer opgenomen
gebruiksrecht
0,0 (1,5) (0,4) 0,0 0,0 (1,9)
Stand per 31 december
2020
40,0 23,6 14,1 3,7 1,4 82,8

De activa met gebruiksrecht worden hieronder kort beschreven:

• Het gebruik van (onderdelen van) terreinen en luchtlijnen vormt een recht voor de groep om een duidelijk geïdentificeerd perceel te gebruiken en op iemands eigendom te bouwen. Alleen de contracten waarbij de groep het volledige recht

• De groep heeft leaseovereenkomsten voor wagens die door de werknemers worden gebruikt voor zakelijke en privé

• De groep huurt optische vezels voor de overdracht van gegevens. Alleen kabels die duidelijk geïdentificeerd zijn, vallen

  • heeft om over het geïdentificeerde actief controle uit te oefenen, zijn van toepassing.
  • De groep huurt gebouwen en kantoren waarin bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd.
  • activiteiten.
  • onder het toepassingsgebied.
  • op het elektriciteitsnet te bewaren.

• Overige leaseovereenkomsten: leaseovereenkomsten voor printers en strategische reserves. Strategische reserves zijn contracten waarbij de groep het recht heeft om over een elektriciteitscentrale controle uit te oefenen en zo het evenwicht

De groep heeft alleen leaseovereenkomsten met vaste leasebetalingen en beoordeelt of het redelijk is dat een leaseovereenkomst wordt verlengd. Indien dat het geval is, wordt de leaseovereenkomst gewaardeerd alsof de verlenging wordt uitgeoefend.

Leaseverplichtingen

Informatie over de looptijd van de contractuele niet-verdisconteerde kasstromen wordt hieronder gegeven:

Maturiteitsanalyse - contractuele niet
verdisconteerde kasstromen
(in miljoen €) 2020 2019
< 1 jaar 12,6 20,9
1-5 jaar 30,0 32,5
> 5 jaar 62,4 66,9
Totale niet verdisconteerde verplichtingen
verbonden aan leasing per 31 december
105,1 120,4
Verplichtingen verbonden aan leasing
opgenomen in de balans per 31 december
84,1 88,8
Korte termijn 11,6 14,1
Lange termijn 72,5 74,7

De gebruikte disconteringsvoet om de leaseverplichtingen te verdisconteren, is de beste raming van de groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet en ligt tussen 0,26% en 2,94%. De groep heeft gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen, d.w.z. één verdisconteringsvoet per groep contracten, gebundeld per looptijd.

De groep heeft de optie, om de leaseovereenkomsten te verlengen, beoordeelt en is redelijk zeker dat hij die optie kan uitoefenen. Om deze reden heeft de groep beoordeelt dat de optie tot verlenging van de leaseovereenkomsten zal worden uitgeoefend.

De groep heeft geen variabele leasebetalingen, noch restwaarde garanties. De groep heeft geen enkele leaseovereenkomst aangegaan die nog niet is gestart. De groep heeft geen contracten met voorwaardelijke verplichtingen voor huurgelden en in de relevante leaseovereenkomsten werden geen aankoopopties overeengekomen. Bovendien bevatten deze belangrijke leaseovereenkomsten geen escaleringsclausules of belangrijke beperkingen voor het gebruik van het betreffende actief.

Bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening

De volgende bedragen zijn in het lopende boekjaar in de winst-en-verliesrekening opgenomen:

(in miljoen €) 2020 2019
Afschrijvingen gebruiksrecht 15,2 16,3
Rentekosten op leaseverplichting 1,8 2,0
Kosten voor variabele leasebetalingen die niet in de
leaseverplichting zijn opgenomen
0,0 0,0
Kosten voor leases met een leasetermijn korter dan
een jaar
0,0 0,1
Kosten voor leases van activa met een lage waarde 0,2 0,2
Totaal opgenomen in winst en verlies 17,2 18,6

In 2020 is in totaal €17,2 miljoen aan leasinguitgaven opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

De totale kasuitstroom voor leasing bedroeg €15,2 miljoen in 2020.

DE GROEP ALS LEASINGGEVER

De groep verhuurt optische vezels, terreinen en gebouwen die worden opgenomen onder materiële vaste activa. De leasingactiviteiten vormen slechts een nevenactiviteit. Huuropbrengsten worden opgenomen onder 'overige bedrijfsopbrengsten'.

Contracten die geen betrekking hebben op afzonderlijk identificeerbare activa of waarbij de klant het gebruik van het actief niet kan sturen of in wezen niet alle economische voordelen kan verkrijgen die verbonden zijn aan het gebruik van het actief, vormen geen leaseovereenkomst. De nieuwe lease-definitie leidde tot de uitsluiting van bepaalde telecommunicatieapparatuur.

De groep heeft deze leaseovereenkomsten geclassificeerd als operationele leases, aangezien zij in wezen niet alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom van de activa overdragen.

De volgende tabel geeft een looptijdanalyse van de leasebetalingen, waarbij de niet-verdisconteerde leasebetalingen die na de verslagdatum moeten worden ontvangen, worden weergegeven en waarbij de beste schatting van de contractuele looptijd in aanmerking wordt genomen:

(in miljoen €) < 1 jaar 1-5 jaar > 5 jaar
Telecom 15,6 2,9 3,8
Terreinen en gebouwen 0,1 0,1 0,1
Stand per 31 december 2019 15,7 3,0 3,9
Telecom 14,5 2,7 6,7
Terreinen en gebouwen 0,1 0,1 0,1
Stand per 31 december 2020 30,3 5,7 10,7

De Covid-19-pandemie heeft geen invloed gehad op de contractuele clausules in de leaseovereenkomsten van Elia Group en er waren geen indicatoren om de kasstromen te wijzigen zoals hierboven vermeld.

De groep heeft in 2020 €16,0 miljoen aan huuropbrengsten opgenomen (2019: €16,3 miljoen).

(in miljoen €) 2020 2019
Telecom 15,6 16,0
Terreinen en gebouwen 0,4 0,3
Totaal 16,0 16,3

6.18. Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten

(in miljoen €) 2020 2019
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten 29,1 28,1
Afrekeningmechanisme België 474,0 559,3
Afrekeningmechanisme Duitsland 503,2 502,5
Totaal 1.006,3 1.089,9

De bewegingen in de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme zijn als volgt:

(in miljoen €) Gereguleerde
vorderingen
Gereguleerde
verplichtingen
Totaal
Stand per 1 januari 2020 27,5 (1.089,3) (1.061,8)
Dotatie 37,6 (162,5) (124,9)
Terugname (13,8) 171,6 157,8
Aanwending 0,0 67,5 67,5
Andere (bv. verdiscontering) 0,0 (15,9) (15,9)
Stand per 31 december 2020 51,3 (1.028,5) (977,3)

In het segment Elia Transmission is de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme (€474,0 miljoen) gedaald ten opzichte van eind 2019 (€559,3 miljoen). De daling van de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme omvat afwijkingen in het jaar van het door de regulator goedgekeurde budget (-€21,2 miljoen), de vereffening van netto-overschotten uit de vorige tariefperiode (-€67,5 miljoen) en de herziening van het afrekeningsmechanisme van vorig jaar door de regulator (+€3,5 miljoen). Het operationele surplus van de door de regulator toegestane kosten en opbrengsten ten opzichte van het budget moet worden terugbetaald aan de consumenten, en maakt daarom geen deel uit van de opbrengsten. In 2020 was er een operationeel tekort, dat wordt verrekend met de uitstaande regelgevende verplichting. Het operationele tekort ten opzichte van het budget is voornamelijk het resultaat van de hogere gereguleerde nettowinst (€11,8 miljoen), een daling van de internationale opbrengsten (€20,9 miljoen), lagere financiële kosten (€5,8 miljoen) en hogere belastingen (€6,4 miljoen). Dit werd deels gecompenseerd door lagere afschrijvingen dan geraamd in het budget (€13,9 miljoen).

In het segment 50Hertz Transmission is de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme (€503,2 miljoen) stabiel gebleven ten opzichte van eind 2019 (€502,5 miljoen). Nieuwe verplichtingen van FSV Redispatch ten bedrage van €32,9 miljoen en €46,6 miljoen uit de inperking van hernieuwbare energiebronnen (§14/15 EEG Redispatch) en nieuwe activa ten bedrage van €81,2 miljoen uit hoofde van FSV-balanceringsenergie zijn inbegrepen.

De vrijgave van de gereguleerde overlopende rekeningen wordt bepaald tijdens het tariefbepalingsproces. De bedragen op de gereguleerde overlopende rekeningen worden jaarlijks opgenomen en de vrijgave hiervan is afhankelijk van de oorzaak van het uitstel. Sommige worden vrijgegeven in T + 1, andere in T + 2 en sommige in een latere periode.

De toekomstige vrijgave van de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme in de toekomstige tarieven per 31 december 2020 is opgenomen in de onderstaande tabel:

(in miljoen €)

(in miljoen €) Belgisch
gereguleerd
kader
Duits gereguleerd kader
Terug te vorderen via de tarieven in het huidige gereguleerde periode * 363,8 347,0
Terug te vorderen via de tarieven in de volgende gereguleerde periode
(of later)
110,2 156,3
Totaal gereguleerde overlopende rekening 474,0 503,2

*België: van 2020 tot 2023 ; Duitsland: van 2019 tot 2022

7. Structuur van de groep

7.1. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

OVERZICHT VAN DE GROEPSSTRUCTUUR

DOCHTERONDERNEMINGEN

Elia Group nv heeft rechtstreeks en onrechtstreeks zeggenschap over de onderstaande dochterondernemingen.

Re.Alto-Energy BV/SRL heeft in 2020 een tweede kantoor geopend in Düsseldorf (Re.Alto-Energy GmbH), om zo dichter bij de Duitse markt te zijn. Re.Alto-Energy GmbH is een rechtstreekse dochteronderneming van Re.Alto-Energy BV/SRL, en helpt bij de ontwikkeling van een platform dat eindgebruikers in staat stelt energiegegevens en -diensten uit te wisselen.

De deelneming in Ampacimon, dat oplossingen voor netmonitoring aanbiedt, werd in augustus 2020 verkocht.

Elia Grid International LLC (Qatar) heeft zijn activiteiten in oktober 2020 stopgezet. Alle activiteiten van EGI in het Midden-Oosten worden gecoördineerd vanuit EGI's vaste basis in Dubai.

Alle entiteiten voeren hun boekhouding in euro en hebben dezelfde verslagdatum als Elia Group nv.

Naam Land van
vestiging
Maatschappelijke zetel 2020 2019
Dochterondernemingen
Elia Transmission Belgium NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99.99 99.99
Elia Asset NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99.99 99.99
Elia Engineering NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100.00 100.00
Elia Re NV Luxemburg Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg 100.00 100.00
Elia Grid International NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 90.00 90.00
Elia Grid International GmBH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 90.00 90.00
Elia Grid International LLC Qatar Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower,
Westbay - Doha
- 90.00
Elia Grid International Pte, Ltd, Singapore 20 Collyer Quay #09-01,
Singapore 049319
90.00 90.00
Eurogrid International CVBA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100.00 100.00
Eurogrid GmbH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 80.00 80.00
50Hertz Transmission GmbH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 80.00 80.00
50Hertz Offshore GmbH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 80.00 80.00
Re.Alto-Energy BV/SARL België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100.00 100.00
Re.Alto-Energy GmbH Duitsland Ratinger Straße 9, 40213 Düsseldorf 100.00 -
Deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode - Joint
Ventures
Nemo Link Ltd. Verenigd
Koninkrijk
Strand 1-3, London WC2N 5EH 50.00 50.00
Deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode –
geassocieerde ondernemingen
H.G.R.T S.A.S. Frankrijk 1 Terrasse Bellini, 17.00 17.00
Coreso NV/SA België 92919 La Défense Cedex
Kortenberglaan 71, 1000 Brussel
22.16 22.16
Ampacimon SA België Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne - 20.54
Enervalis NV België Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen
Helchteren
16.52 17.36
Investeringen verwerkt volgens IFRS9 -
Overige participaties
JAO SA Luxemburg 2 Rue de Bitbourg, 7.20 7.20
European Energy Exchange (EEX) Duitsland 1273 Luxemburg-Hamm
Augustusplatz 9, 04109 Leipzig
4.32 4.32
TSCNET Services GmbH Duitsland Dingolfinger Strasse 3, 81673 München 5.36 5.36
Kurt-Sanderling-Akademie des
Konzerthausorchester Berlin
Duitsland Gendarmenmarkt, 10117 Berlijn 8.32 8.32

8. Andere toelichtingen

8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten

PRINCIPES VAN FINANCIEEL RISICOBEHEER

De groep streeft ernaar om elk risico te identificeren en strategieën uit te stippelen om de economische impact op de resultaten van de groep te beheersen.

De afdeling Risk Management stelt de risicobeheersingsstrategie vast, bewaakt de risicoanalyse en rapporteert aan het management en het auditcomité. Het financiële risicobeleid wordt toegepast door een geschikt beleid te bepalen en effectieve controle- en rapporteringsprocedures op te zetten. Er worden bepaalde afgeleide afdekkingsinstrumenten gebruikt in functie van de betreffende risico-inschatting. Afgeleide instrumenten worden uitsluitend als afdekkingsinstrumenten gebruikt. Het regelgevend kader waarin de groep functioneert, beperkt in aanzienlijke mate de mogelijke gevolgen voor de winst- en verliesrekening (zie hoofdstuk 'Regelgevend kader en tarieven'). De gevolgen van o.a. rentestijging, kredietrisico enz. kunnen volgens de wetgeving in de tarieven verrekend worden.

KREDIETRISICO

Het kredietrisico omvat alle vormen van blootstelling aan een tegenpartij, d.w.z. waar tegenpartijen mogelijk hun verplichtingen ten opzichte van de Vennootschap in het kader van een lening, afdekking, afwikkeling en andere financiële activiteiten niet zullen nakomen. De Vennootschap is blootgesteld aan een kredietrisico bij haar bedrijfsactiviteiten en thesaurieactiviteiten. Voor de bedrijfsactiviteiten heeft de groep een actief kredietbeleid dat rekening houdt met de risicoprofielen van klanten. De blootstelling aan het kredietrisico wordt voortdurend bewaakt en daarom worden voor bepaalde grote contracten de nodige bankgaranties aan de tegenpartij gevraagd.

Op het einde van de verslagperiode was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico. Het maximale kredietrisico is de boekwaarde van elk financieel actief, met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.

(in miljoen €) 2020 2019
Leningen en vorderingen - lange termijn 0,5 2,3
Leningen en vorderingen - korte termijn 1.475,4 488,0
Geldmiddelen en kasequivalenten 590,1 975,0
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn 7,0 7,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps:
Derivaten 0,0 (4,4)
Totaal 2.073,0 1.467,9

Hieronder is de beweging in de waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de loop van het jaar opgenomen:

(in miljoen €) Dubieuze
debiteuren
Waardevermindering Resterend saldo
Stand per 1 januari 2019 170,3 (169,8) 0,5
Veranderingen tijdens het jaar 29,4 (29,3) 0,1
Stand per 31 december 2019 199,6 (199,1) 0,5
Stand per 1 januari 2020 199,6 (199,1) 0,5
Veranderingen tijdens het jaar 1,9 (1,9) 0,0
Stand per 31 december 2020 201,6 (201,0) 0,5

Bijna alle dubieuze vorderingen zijn te wijten aan uitstaande vorderingen in verband met de wettelijke toeslagen in Duitsland. Indien de schuldenaar failliet gaat, wordt 50Hertz Transmission gecompenseerd door de regulator voor het geleden verlies.

De groep gelooft dat de bedragen die meer dan 30 dagen voorbij vervaldatum zijn nog realiseerbaar zijn, gebaseerd op historisch betalingsgedrag en uitgebreide analyse van klantenkredietrisico, inclusief onderliggende kredietbeoordelingen van klanten indien beschikbaar. De kredietkwaliteit van de handels- en overige vorderingen wordt geëvalueerd op basis van een kredietbeleid.

IFRS 9 vereist dat de groep financiële activa een bijzondere waardevermindering laat ondergaan op basis van een toekomstgerichte benadering van verwachte kredietverliezen (ECL).

De groep past de vereenvoudigde benadering van IFRS 9 toe bij de waardering van de verwachte kredietverliezen, waarbij voor alle handelsvorderingen een vergoeding voor verwachte verliezen over de hele levensduur wordt gehanteerd.

Op elke verslagdatum wordt een analyse van de bijzondere waardevermindering uitgevoerd aan de hand van een voorzieningsmatrix om de verwachte kredietverliezen te meten. De voorzieningstarieven zijn voor alle klanten gebaseerd op vervallen dagen. Er is geen segmentering van klanten aangezien alle klanten gelijkaardige verliespatronen vertonen. Handelsvorderingen tussen vennootschappen zijn uitgesloten aangezien er geen kredietrisico is. Bovendien zijn

handelsvorderingen in verband met een hangend commercieel geschil uitgesloten om dubbele voorzieningen te vermijden (voorziening voor risico's en lasten).

De voorzieningstarieven zijn gebaseerd op de betalingsprofielen van de verkopen over een periode van 36 maanden voor respectievelijk 31 december 2018 of 31 december 2019 en de overeenstemmende historische kredietverliezen die in deze periode werden geleden. Aangezien het verkoops- en betalingsprofiel van de klanten van de groep over de jaren heen heel stabiel is gebleven, is de groep van mening dat de historische kredietverliezen een goede indicatie vormen voor toekomstige (verwachte) kredietverliezen. Elia Group heeft in 2020 als gevolg van de Covid-19-crisis ook geen wijzigingen in het betalingsgedrag, noch een toename van het aantal dubieuze debiteuren vastgesteld, en verwacht de komende jaren geen grote impact.

Vervolgens wordt een verlies bij ingebrekestelling berekend als percentage van het bedrag van de handelsvorderingen dat niet door een bankgarantie is gedekt. Het totale uitstaande bedrag van de handelsvorderingen, gedekt door een bankgarantie, bedraagt €34,5 miljoen. Het percentage verlies bij ingebrekestelling wordt vermenigvuldigd met de uitstaande handelsvorderingen.

Op basis daarvan werd de verliesvoorziening per 31 december 2019 en 2020 als volgt bepaald voor handelsvorderingen:

Stand per 31
december 2019
Niet
vervallen
Vervallen
minder dan
30 dagen
Vervallen
tussen 31
en 60
dagen
Vervallen
tussen 61
dagen en één
jaar
Vervallen
tussen
één jaar
en twee
jaren
Vervallen
meer dan
twee jaren
Totaal
Verwacht kredietverlies
(%)
0,0% 0,6% 8,2% 12,3% 67,9% 100,0%
Handelsvorderingen -
boekwaarde
465,3 16,4 1,4 3,8 0,8 0,2 488,0
Kredietverlies bij in
gebrekestelling
93,9% 92,6% 93,3% 92,6% 93,0% 92,2%
Verliesvergoeding 0,1 0,1 0,1 0,4 0,5 0,2 1,5
Stand per 31
december 2020
Niet
vervallen
Vervallen
minder dan
30 dagen
Vervallen
tussen 31
en 60
dagen
Vervallen
tussen 61
dagen en één
jaar
Vervallen
tussen
één jaar
en twee
jaren
Vervallen
meer dan
twee jaren
Totaal
Verwacht kredietverlies
(%)
0,0% 0,3% 2,7% 14,0% 73,7% 91,4%
Handelsvorderingen -
boekwaarde
412,6 22,3 0,3 2,8 1,2 0,8 440,0
Kredietverlies bij in
gebrekestelling
86,5% 86,5% 86,5% 86,5% 86,5% 86,5%
Verliesvergoeding 0,1 0,1 0,0 0,3 0,8 0,6 1,9

VALUTARISICO

De groep is niet blootgesteld aan enig belangrijk valutarisico, noch ten gevolge van transacties, noch met betrekking tot de omzetting van vreemde valuta's in euro, aangezien ze geen significante buitenlandse investeringen of activiteiten heeft en minder dan 1% van zijn kosten uitgedrukt zijn in andere munteenheden dan de euro.

LIQUIDITEITSRISICO

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de groep zijn financiële verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De groep beperkt dit risico door de kasstromen op een continue basis te bewaken en ervoor te zorgen dat er steeds voldoende kredietfaciliteiten aanwezig zijn.

Het is de bedoeling van de groep om een evenwicht te bewaren tussen de continuïteit van de financiering en flexibiliteit door het gebruik van bankleningen, bevestigde en onbevestigde kredietfaciliteiten, een handelspapierprogramma enz. Voor financiering op middellange tot lange termijn gebruikt de groep obligaties. Het looptijdenprofiel van de schuldenportefeuille is over meerdere jaren gespreid. De thesaurie van de groep beoordeelt vaak zijn financieringsbronnen, rekening houdend met zijn eigen kredietbeoordeling en de algemene marktomstandigheden.

Obligatie-emissies in 2020 en leningscontracten ondertekend met de EIB en andere banken in 2020 bewijzen dat de groep toegang heeft tot verschillende financieringsbronnen.

(in miljoen €) Nomi
nale
waarde
Eind
saldo
Verwa
chte
uitstr
oom van
kasmid
delen
6
maan
den
6-12
maan
den
1-2 jaar 2-5 jaar > 5 jaar
Niet-afgeleide financiële
verplichtingen
7.755,2 7.774,0 (8.588,9) (1.894,7) (547,2) (102,3) (1.580,2) (4.389,5)
Ongedekte obligatie-uitgiften 5.340,0 5.315,7 (6.119,8) (73,2) (541,2) (95,1) (1.518,9) (3.891,5)
Ongedekte financiële bankleningen
en rentebaten
1.050,4 1.093,6 (1.104,3) (531,7) (6,0) (7,2) (61,3) (498,0)
Handelsschulden en overige schulden 1.356,9 1.356,9 (1.356,9) (1.356,9) 0,0 0,0 0,0 0,0
Afgeleide financiële verplichtingen n.r. 4,4 (4,4) (4,4) 0,0 0,0 0,0 0,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps n.r. 4,4 (4,4) (4,4) 0,0 0,0 0,0 0,0
Totaal op 31 december 2019 7.747,4 7.770,7 (8.585,5) (1.966,3) (547,2) (102,3) (1.580,2) (4.389,5)
(in miljoen €) Nom
inale
waarde
Eind
saldo
Verwa
chte
uitstroo
m van
kasmid
delen
6
maan
den
6-12
maan
den
1-2 jaar 2-5 jaar > 5 jaar
Niet-afgeleide financiële
verplichtingen
9.016,4 8.980,0 (9.934,6) (1.875,9) (25,4) (143,2) (2.242,4) (5.647,7)
Ongedekte obligatie-uitgiften 6.790,0 6.753,6 (7.689,8) (99,0) (23,6) (123,5) (2.084,3) (5.359,3)
Ongedekte financiële bankleningen
en rentebaten
1.217,4 1.217,4 (1.186,5) (718,5) (1,8) (19,8) (158,1) (288,4)
Handelsschulden en overige schulden 1.009,0 1.009,0 (1.009,0) (1.009,0) 0,0 0,0 0,0 0,0
Totaal op 31 december 2020 9.016,4 8.980,0 (9.885,3) (1.875,9) (25,4) (143,2) (2.242,4) (5.647,7)

Hieronder worden details van de gebruikte en ongebruikte reservekredietfaciliteiten gegeven:

(in miljoen €) Vervaldag Beschikbaar
bedrag
Gemiddelde
interestvoet
Bedrag
Gebruikt
Bedrag Niet
gebruikt
Bevestigde kredietfaciliteiten 15-1-2021 150,0 0,24% 150,0 0,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 14-5-2021 400,0 max. 0,80% + Euribor 400,0 0,0
Duurzame bevestigde
kredietfaciliteiten
12-10-2023 650,0 Euribor + 0.325% 0,0 650,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 24-3-2022 750,0 Euribor + 0,275% 0,0 750,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 14-12-2026 150,0 Euribor + 0,275% 150,0 0,0
Voorschot op vaste termijn EGI onbeperkt 2,5 Euribor + 0.75% 0,0 2,5
av. 1M-Euribor
Bevestigde kredietfaciliteiten onbeperkt 150,0 +0.275% 150,0
Totaal 2.252,5 700,0 1.552,5

In 2020 kende de groep een toename van de kortlopende openstaande vorderingen in verband met heffingen (zie Toelichting 6.9). Die werden gefinancierd met de hierboven vermelde reservekredietfaciliteiten. Ondanks de Covid-19-pandemie slaagde de groep erin een duurzame kredietfaciliteit van €650 miljoen voor 3 jaar op te zetten, met een mogelijke verlenging van 2 keer 1 jaar, en zijn liquiditeitspositie verder te versterken door drie heropneembare kredietfaciliteiten aan te gaan, één faciliteit van €400 miljoen en twee andere faciliteiten van elk €150 miljoen om zijn EEG-tekort te financieren. De EEG-kaspositie vertoonde in december een tekort van

-€806,2 miljoen.

Het EEG-tekort werd in januari 2021 aangezuiverd met de betaling van een federale subsidie die de terugbetaling van alle externe faciliteiten mogelijk maakt. In mei en oktober 2021 zijn twee extra subsidiebetalingen gepland. Over het algemeen zijn eventuele tekorten van het EEG-mechanisme van tijdelijke aard en worden ze verrekend met de opbrengsten uit nettoeslagen van het volgende jaar, net als de overeenkomstige kosten.

RENTERISICO

Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen fluctueren als gevolg van veranderingen in de marktrentes. De risicoblootstelling van de groep aan marktrentes heeft voornamelijk betrekking op zijn langlopende schulden met variabele rentevoeten. Per 31 december 2020 waren er geen uitstaande renteswaps meer. De renteswaps gekoppeld aan de andere lening en de lening met Publi-Part ter dekking van een nominaal schuldbedrag van €300 miljoen werden in juni 2020 afgewikkeld, samen met de terugbetaling van de leningen.

Zie Toelichting 6.13 voor een overzicht van de uitstaande leningen met hun respectieve rentevoeten.

GEVOELIGHEIDSANALYSE

Aangezien er op 31 december 2020 geen uitstaande derivaten meer waren, was er geen gevoeligheidsanalyse vereist.

AFDEKKINGSACTIVITEITEN EN DERIVATEN

De groep is blootgesteld aan bepaalde risico's met betrekking tot zijn lopende bedrijfsactiviteiten. Het primaire risico dat wordt beheerd met behulp van afgeleide instrumenten is het renterisico.

Alle afgeleide financiële instrumenten die de groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of voorspelde blootstelling, afhankelijk van de verwachte impact op de resultatenrekening, en als aan de criteria van IFRS 9 is voldaan, beslist de groep geval per geval of hedge accounting zal worden toegepast.

Derivaten niet aangewezen als afdekkingsinstrumenten

De groep had geen derivaten die niet aangewezen zijn als afdekkingsinstrumenten.

Derivaten aangewezen als afdekkingsinstrumenten

In 2018 heeft de groep het renterisico afgedekt in het kader van de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland), waarvoor initieel een overbruggingskrediet werd aangegaan. Om de potentiële blootstelling aan het renterisico af te dekken, sloot de groep in juni 2018 een pre-hedge renteswap af om de marktrente op het ogenblik van de uitgifte van de obligatielening van €300 miljoen vast te leggen. De groep heeft hedge accounting toegepast omdat de derivatentransactie voldeed aan de vereisten van IFRS 9. Met de afwikkeling van de transactie in september 2018 werd het deel van de winst of het verlies op het derivaat opgenomen in de afdekkingsreserves en had het een impact van €5,7 miljoen.

Deze afdekkingsreserves worden gerecycleerd tot winst en verlies over de levensduur van het onderliggende afgedekte instrument, d.w.z. de obligatielening met een looptijd van 10 jaar. In 2020 werd er een bedrag van €0,6 miljoen opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Voor de lening met Publi-Part (€42,1 miljoen) en met derden ('Overige leningen', €453,6 miljoen) zijn drie renteswaps afgesloten voor een totaal nominaal bedrag van €300 miljoen om het Euribor-renterisico op deze leningen af te dekken. Alle drie de renteswaps zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen onder IFRS 9. Deze renteswaps werden eind juni 2020 afgewikkeld met de terugbetaling van beide leningen. De afwikkeling ging gepaard met interestlasten op derivaten van €4,4 miljoen.

KAPITAALRISICOBEHEER

Het kapitaalstructuurbeheer van de groep heeft tot doel de verhouding tussen schulden en eigen vermogen voor de gereguleerde activiteiten zoveel mogelijk in overeenstemming te houden met het aanbevolen niveau bepaald door het relevante regelgevende kader.

De richtlijnen voor dividenduitkeringen van de Vennootschap hebben betrekking op het optimaliseren van de dividenduitkeringen, rekening houdend met het feit dat er een zelffinancierend vermogen nodig is om haar wettelijke opdracht als transmissienetbeheerder uit te voeren, toekomstige CAPEX-projecten te financieren en, meer in het algemeen, de strategie van de groep uit te voeren.

De Vennootschap biedt haar personeelsleden de mogelijkheid om in te schrijven op kapitaalverhogingen die uitsluitend aan hen zijn voorbehouden.

8.2. Toezeggingen en voorwaardelijke verplichtingen

TOEZEGGINGEN TOT AANKOOP VAN VASTE ACTIVA

Per 31 december 2020 had de groep een toezegging voor €1.987,5 miljoen (€1.558,4 miljoen in 2019) die betrekking hadden op aankoopcontracten voor de installatie van materiële vaste activa voor de verdere uitbouw van het net.

ANDERE VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN TOEZEGGINGEN

Per 31 december 2020 had de groep een toezegging voor €217,4 miljoen (€182,2 miljoen in 2019) die betrekking hadden op aankoopcontracten voor algemene uitgaven en onderhouds- en herstellingskosten.

Na de goedkeuring van de Waalse overheid en de CREG heeft Elia op 22 juni 2015 een overeenkomst met Solar Chest gesloten voor de verkoop van Waalse groenestroomcertificaten voor een totaalbedrag van €275,0 miljoen, waarvan €221,0 miljoen werd gerealiseerd in 2015 en €48,0 miljoen in 2016. De missie van Solar Chest is Waalse groenestroomcertificaten te kopen, houden en verkopen voor periodes van vijf, zes en zeven jaar. In overeenstemming met de wetgeving realiseerde Solar Chest in september 2019 een veiling, en werden 615.400 groenestroomcertificaten verkocht aan verschillende marktpartijen, wat resulteerde in een omzet van €40 miljoen. In 2020 vonden twee bijkomende veilingen plaats. Daarbij werden 959.246 certificaten verkocht, goed voor een omzet van €62,3 miljoen.

Aan het einde van elke periode (30 juni 2020, 30 juni 2021 en 30 juni 2022) worden potentiële onverkochte certificaten teruggekocht door Elia. Dankzij deze veilingen moest Elia eind juni 2020 geen certificaten terugkopen. De CREG heeft aan Elia bevestigd en gegarandeerd dat de kosten van en uitgaven voor de terugkoop van onverkoopbare certificaten aan het einde van elke reserveringsperiode volledig kunnen worden gerecupereerd via de tarieven voor heffingen, met als gevolg dat de potentiële terugkoop door Elia geen invloed zal hebben op de financiële prestaties van de Vennootschap.

In september 2017 verkocht Elia voor €2,8 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van €176,2 miljoen. Dit vloeide voort uit het decreet van 29 juni 2017, dat een wijziging was van het decreet van 12 april 2011 inzake de organisatie van de regionale elektriciteitsmarkt en het decreet van 5 maart 2008 inzake de oprichting van de Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat. De door Elia overgedragen groenestroomcertificaten kunnen door dit agentschap geleidelijk worden doorverkocht vanaf 2022, rekening houdend met de marktomstandigheden voor groenestroomcertificaten op dat moment. De wetgeving bepaalt ook dat de groenestroomcertificaten gedurende maximaal 9 jaar in het bezit moeten blijven van dit agentschap. Na deze periode is Elia verplicht om onverkochte certificaten terug te kopen. Deze verbintenissen voor terugkoop hebben geen impact op de financiële prestaties van Elia, aangezien de kosten en uitgaven voor de terugkoop volledig moeten worden teruggevorderd door middel van de tarieven voor heffingen.

In november 2018 verkocht Elia nog eens voor €0,7 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van €43,3 miljoen. Net als voor de transactie in september 2017 kan van Elia geëist worden om een deel van de verkochte certificaten vanaf 2023 terug te kopen. Elke terugkoop zal worden gedekt door de tarieven voor heffingen. In 2019 of 2020 hebben er geen transacties met het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat plaatsgevonden.

8.3. Verbonden partijen

CONTROLERENDE ENTITEITEN

De referentieaandeelhouder van Elia Group is Publi-T en dat is sinds 2019 onveranderd gebleven. Behalve de jaarlijkse dividenduitkering en de kapitaalverhoging (zie Toelichting 6.12.1) hebben er in 2020 geen transacties plaatsgevonden met de referentieaandeelhouder.

De aandeelhoudersstructuur van de groep is te vinden in het activiteitenverslagen Toelichting 7.1.

TRANSACTIES MET PERSONEELSLEDEN IN INVLOEDRIJKE BESTUURSFUNCTIES

Tot de personeelsleden in invloedrijke functies behoren de Raad van Bestuur van Elia en het directiecomité van Elia. Beide organen hebben een aanzienlijke invloed op de hele Elia Group.

In 2020 werd er een directiecomité op het niveau van Elia Group opgericht, waar er in 2019 nog een afzonderlijk directiecomité op Belgisch niveau (om de Belgische en niet-gereguleerde activiteiten te beheren) en Duits niveau (om de Duitse activiteiten te beheren) bestond. Daardoor bestaan de personeelsleden met invloedrijke functies in 2020 uit de vijf leden van het directiecomité van Elia Group.

De leden van de Raad van Bestuur van Elia zijn geen werknemers van de groep. De details van de vergoeding voor hun mandaat zijn terug te vinden in de 'Verklaring over Deugdelijk Bestuur' dat deel uitmaakt van dit jaarverslag (zie Remuneratieverslag). De leden van de Raad van Bestuur van Eurogrid International nv worden niet vergoed.

De andere personeelsleden in invloedrijke functies zijn werknemers van de groep. De componenten van hun vergoeding worden hieronder weergegeven (behalve voor de bestuurders die geen werknemer zijn).

De namen van de personeelsleden in invloedrijke functies zijn te vinden in het deel 'Deugdelijk Bestuur'.

Personeelsleden in invloedrijke functies ontvingen tijdens het jaar geen aandelenopties, speciale leningen of andere voorschotten van de groep.

(in miljoen €) 2020 2019
Kortetermijnpersoneelsbeloningen 2,6 5,1
Basisvergoedingen 1,6 3,0
Variabele vergoedingen 1,1 2,2
Vergoedingen na uitdiensttreding 0,4 0,7
Andere variabele vergoeding 0,1 2,1
Totale bruto vergoeding 3,1 8,0
Aantal personen (in eenheden) 5 13
Gemiddelde bruto vergoeding per persoon 0,6 0,6
Aantal aandelen (in eenheden) 7.393 19.216

TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN

Transacties tussen de Vennootschap en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd tijdens de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting.

Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen (zie definitie in deel 7.1) werden niet geëlimineerd. Details van

deze transacties worden hieronder weergegeven:

(in miljoen €) 2020 2019
Transacties met geassocieerde ondernemingen (2.1) 1.4
Verkopen van goederen 2.4 2.2
Aankopen van goederen (4.4) (4.1)
Rente- en soortgelijke opbrengsten 0.0 3.2
Uitstaande balansposities tegenover geassocieerde ondernemingen 0.2 0.6
Langetermijnvorderingen 0.0 0.0
Handelsvorderingen 0.6 0.7
Handelsschulden (0.4) (0.1)
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten 0.0 0.0

In 2020 hadden entiteiten van Elia Group transacties met Nemo Link Ltd., Coreso nv en Ampacimon nv (tot de verkoop begin augustus). De verkoop van goederen heeft betrekking op bedrijfsdiensten (SLA's) die Elia verleent aan Nemo Link Ltd. en Coreso nv. Nemo Link Ltd. huurt ook een gebouw (Herdersbrug) van Elia Asset nv (zie ook Toelichting 6.19). De aankoop van goederen heeft voornamelijk betrekking op diensten die Coreso nv aan de groep verleent.

TRANSACTIES MET AANDEELHOUDERS

De groep heeft ook een uitstaande lening met zijn aandeelhouder PubliPart voor een bedrag van €42,1 miljoen. Die lening werd eind juni 2020 terugbetaald. Zie Toelichting 6.13 voor meer details.

TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN

Bovendien beoordeelde het Directiecomité van Elia ook of er transacties plaatsvonden met entiteiten waarin zij of leden van de Raad van Bestuur een invloed van betekenis uitoefenen (bv. posities als CEO, CFO, vicevoorzitter van het Directiecomité enz.).

In 2020 waren er enkele belangrijke transacties met verschillende distributiesysteembeheerders (Sibelga, Eandis), die klanten zijn van Elia Group. Al deze transacties vonden plaats binnen de normale bedrijfsactiviteiten van Elia. De totale waarde van de gerealiseerde verkopen bedroeg €10,1 miljoen en had betrekking op gereguleerde verkoopcontracten met een vooraf door de regulator vastgestelde prijs. De totale waarde van de uitgaven bedroeg €2,0 miljoen. Per 31 december 2020 bedroegen de openstaande handelsvorderingen €9,9 miljoen en was er geen openstaand saldo handelsschulden.

8.4. Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen belangrijke gebeurtenissen na 31 december 2020 te melden.

8.5. Varia

Gevolgen van het Verenigd Koninkrijk dat de Europese Unie verlaat

Op 30 december 2020 hebben de Europese Unie en het VK een handels- en samenwerkingsovereenkomst ondertekend waarin de voorwaarden voor de toekomstige samenwerking tussen beide partijen na de brexit vanaf 1 januari 2021 worden geregeld. In het kader van deze overeenkomst heeft het VK de interne energiemarkt (IEM) verlaten.

De groep heeft een analyse uitgevoerd en geconcludeerd dat Nemo Link Ltd voorbereid is op de nieuwe situatie. De algemene conclusie is dat Nemo Link operationeel blijft zoals voorheen. De rentabiliteit van de investering zou ook grotendeels onaangetast blijven als gevolg van het 'cap and floor'-mechanisme (zie Toelichting 9.3), dat zekerheid biedt over de kasstromen van de onderneming over een periode van 25 jaar. Er zijn ook geen importheffingen op het transport van elektriciteit.

Afgezien van het bovenvermelde risico verwacht de groep dat de brexit een zeer beperkt effect zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening.

8.6. Diensten verleend door de commissarissen

De Algemene Aandeelhoudersvergadering heeft BDO Bedrijfsrevisoren CVBA aangesteld als commissaris (vertegenwoordigd door dhr. Felix Frank) en Ernst & Young Bedrijfsrevisoren bv (vertegenwoordigd door dhr. Paul Eelen) voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Elia Group nv en Elia Transmission Belgium nv, en de audit van de statutaire jaarrekening van Elia Group nv, Elia Transmission Belgium nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv, Elia Grid International nv, Eurogrid International nv en Re.Alto bv.

50Hertz Transmission (Duitsland) heeft Ernst & Young GmbH aangesteld voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Eurogrid GmbH en de statutaire jaarrekening van 50Hertz Transmission GmbH, 50Hertz Offshore GmbH en Elia Grid International GmbH.

De volgende tabel vermeldt de honoraria van het college van commissarissen en van hun verbonden ondernemingen met betrekking tot de verleende diensten voor het boekjaar 2020:

in € België Duitsland Totaal
Statutaire audit 259,800 287,000 546,800
Audit gerelateerd 75,840 170,000 245,840
Indirecte belastingen 23,206 0.0 23,206
Totaal 358,846 457,000 815,846

9. REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN

9.1. Regelgevend kader in België

9.1.1. Federale wetgeving

De Elektriciteitswet vormt de algemene basis van het regelgevend kader en bevat de belangrijkste principes die van toepassing zijn op de activiteiten van Elia als beheerder van het transmissienet voor elektriciteit in België.

Deze wet werd grondig gewijzigd op 8 januari 2012 door de omzetting op federaal niveau van het derde pakket van Europese richtlijnen. De nieuwe Elektriciteitswet die eruit voortvloeit:

• bepaalt meer in detail de regels met betrekking tot het beheer van en de toegang tot het transmissienet;

  • verscherpt de ontvlechting van de transmissieactiviteiten (productie, distributie en bevoorrading);
    • gebieden die binnen het rechtsgebied van België vallen; en

• herdefinieert de wettelijke opdracht van de transmissienetbeheerder, en breidt ze meer bepaald uit tot de offshore

• verruimt de bevoegdheden van de regelgevende instantie, in het bijzonder voor het bepalen van de transmissietarieven.

Verscheidene koninklijke besluiten verschaffen meer details over het regelgevende kader dat van toepassing is op de transmissienetbeheerder, en in het bijzonder het koninklijk besluit inzake het federaal technisch reglement. De beslissingen van de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) vullen deze bepalingen aan, wat resulteert in het regelgevend kader waarbinnen Elia zijn activiteiten uitoefent op federaal niveau.

9.1.2. Gewestelijke wetgeving

De drie Belgische gewesten zijn op hun respectieve grondgebieden verantwoordelijk voor de lokale transmissie van elektriciteit op netten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV. De gewestelijke regulatoren hebben bevoegdheid over het niettarifaire luik van de reglementering voor het lokale transmissienet; de bepaling en de controle van de tarieven vallen onder de bevoegdheid van de federale overheid.

Het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest hebben ook de bepalingen van het derde Europese pakket die hen aanbelangen in hun regelgeving omgezet. De gewestdecreten werden aangevuld met verscheidene andere voorschriften over openbare dienstverplichtingen, hernieuwbare energie en toelatingsprocedures voor leveranciers.

9.1.3. Regelgevende instanties

Zoals de EU-wetgeving het vereist, wordt de Belgische elektriciteitsmarkt door onafhankelijke regulatoren bewaakt en gecontroleerd.

FEDERALE REGULATOR

De CREG is de federale regelgevende instantie en zijn bevoegdheden ten aanzien van Elia zijn onder andere:

• het goedkeuren van de standaardvoorwaarden van de drie hoofdcontracten die door de Vennootschap op federaal niveau worden gebruikt: het verbindingscontract, het toegangscontract en het ARP-contract;

• het goedkeuren van het systeem voor capaciteitstoewijzing aan de grenzen tussen België en zijn buurlanden;

• het goedkeuren van de benoeming van de onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur;

• het bepalen van de tariefmethodologie die de netbeheerder moet naleven bij de berekening van de verschillende tarieven

  • die op de netgebruikers worden toegepast;

• het afleveren van een certificaat om zeker te zijn dat de netbeheerder wel degelijk de eigenaar is van de infrastructuur die hij beheert en voldoet aan de voorschriften inzake onafhankelijkheid ten opzichte van producenten en leveranciers.

GEWESTELIJKE REGULATOREN

De exploitatie van elektriciteitsnetten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV valt onder de bevoegdheid van de respectieve gewestelijke regulatoren. Elk van hen kan van om het even welke beheerder (met inbegrip van Elia wanneer deze dergelijke spanningsnetten exploiteert) eisen om alle specifieke bepalingen van de gewestelijke voorschriften inzake elektriciteit na te leven, op straffe van administratieve boetes of andere sancties. De gewestelijke regulatoren hebben echter geen bevoegdheid over de bepaling van de elektriciteitstransmissietarieven. De tariefbepaling voor de elektriciteitsnetten die een transmissiefunctie hebben is uitsluitend een bevoegdheid van de CREG.

9.1.4. Tariefbepaling

Sinds begin 2020 is een nieuwe tariefmethodologie in werking getreden. Deze methodologie is opnieuw van toepassing voor een periode van vier jaar (2020-2023).

TARIEFREGELGEVING

Op 28 juni 2018 heeft de CREG een besluit genomen tot vaststelling van de tariefmethodologie voor het elektriciteitstransmissienet (inclusief offshore) en de elektriciteitsnetten met een transmissiefunctie voor de regelgevende periode 2020-2023 (Besluit (Z)1109/10). Deze methodologie vormt het algemene kader waarbinnen de transmissienettarieven voor deze vier jaar zijn vastgelegd.

Elia heeft zijn tariefvoorstel voor de regelgevende periode vanaf 1 januari 2020 opgesteld op basis van de hieronder beschreven methodologie. Dit voorstel werd door de CREG goedgekeurd op 7 november 2019 (Besluit (B)658E/62).

TARIEFREGLEMENTERING VAN TOEPASSING IN BELGIË

Het grootste deel van de inkomsten van Elia als beheerder van netten met een transmissiefunctie (het transmissienet en de lokale en gewestelijke transmissienetten in België) is afkomstig van de gereguleerde tarieven die Elia aanrekent voor het gebruik van deze netten (tariefinkomsten) en die op voorhand door de CREG worden goedgekeurd. Op 1 januari 2008 trad een tariferingsmechanisme in werking, waarbij de goedgekeurde tarieven gelden voor periodes van vier jaar, behoudens uitzonderlijke omstandigheden.

Het tariefmechanisme is gebaseerd op de boekhouding volgens de Belgische boekhoudkundige regels (BE GAAP). De tarieven worden vastgesteld op basis van gebudgetteerde kosten, verminderd met een aantal niet-tarifaire opbrengsten. Deze kosten worden vervolgens gedeeld op basis van een raming van de elektriciteitsvolumes die van het net worden afgenomen en, voor sommige kosten, de geraamde volumes in het net geïnjecteerde elektriciteit, overeenkomstig de bepalingen van de tariefmethodologie die door de CREG is opgesteld.

De in aanmerking genomen kosten omvatten de geraamde waarde van de toegestane billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal, een schatting van de aan Elia toegekende bedragen uit hoofde van prestatiegebonden incentives en de prognoses voor diverse kostencategorieën. Deze kosten worden onderverdeeld in drie groepen: beheersbare kosten, waarvoor Elia een financiële stimulans krijgt om zijn efficiëntieniveau te verbeteren; niet-beheersbare kosten, waarop Elia geen invloed heeft en waarvoor de afwijkingen van het budget volledig worden toegewezen aan de berekening van toekomstige tarieven; en beïnvloedbare kosten, waarop een hybride regel van toepassing is (zie de hieronder verstrekte informatie met betrekking tot beheersbare en niet-beheersbare kosten en opbrengsten en beïnvloedbare kosten).

Billijke vergoeding

De billijke vergoeding is het rendement op het kapitaal dat in het net werd geïnvesteerd en steunt op het Capital Asset Pricing Model ("CAPM"). Ze is gebaseerd op de gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB), dat jaarlijks wordt berekend, rekening houdend met nieuwe investeringen, desinvesteringen, afschrijvingen en veranderingen in het werkkapitaal.

Vanaf 1 januari 2020 is de formule gewijzigd ten opzichte van de vorige tariefmethodologie voor wat betreft het niveau van de hefboomwerking en de OLO-rentevoet voor risicovrije beleggingen: (i) het hefboomniveau werd verhoogd van 33 procent tot 40 procent, en (ii) de OLO-rente werd vastgelegd op 2,4 procent voor de periode 2020-2023, in plaats van elk jaar het jaargemiddelde te nemen. In geval van een belangrijke wijziging van de Belgische macro-economische situatie en/of de marktomstandigheden in vergelijking met de verwachte situatie en voorwaarden, kunnen de CREG en de Emittent een wijziging van de vaste OLO-rente overeenkomen.

De formule voor de berekening van de billijke vergoeding is als volgt:

A: [S (indien kleiner of gelijk aan 40 procent) x gemiddelde RAB x [(1 + α) x [OLO(n) + (bèta x risicopremie)]]] plus

B: [(S (indien groter dan 40 procent.) – 40 procent.) x gemiddelde RAB x (OLO (n) + 70 basispunten)]

Waarbij:

  • De OLO (n) werd vastgelegd op 2,4 procent en is niet langer de gemiddelde rentevoet van Belgische lineaire obligaties op tien jaar voor het betrokken jaar (onder voorbehoud van wijziging overeengekomen tussen de CREG en de Emittent zoals hierboven uiteengezet);
  • RAB(n) = RAB(n-1) + investering(en) afschrijving(en) desinvestering(en) buitendienststelling(en) +/- wijzigingen in de nood aan werkkapitaal;
  • S = het gemiddelde geconsolideerde kapitaal en de reserves / gemiddelde RAB, volgens de Belgische boekhoudnormen (BE GAAP);
  • Alfa (α) = de illiquiditeitscoëfficient van10%
  • Bèta (β) = berekend over een historische driejarige periode, rekening houdend met beschikbare informatie over de aandelenprijs van de Emittent in deze periode, vergeleken met de Bel 20-index over dezelfde periode. De waarde van de bètafactor kan niet lager zijn dan 0,53;
  • Risicopremie: blijft op 3,5%;
  • Met betrekking tot A: Het vergoedingspercentage (in %) zoals vastgesteld door de CREG voor het jaar "n" is gelijk aan de som van de risicoloze rentevoet, dit wil zeggen de gemiddelde rente van Belgische lineaire obligaties op tien jaar, voor het betrokken jaar (OLO(n)) en een premie voor het marktrisico voor aandelen, gewogen met behulp van de toepasselijke bètafactor. Tariefregulering zet de risicopremie op 3,5%. De CREG moedigt de Emittent aan om zijn werkelijk kapitaal en reserves zo dicht mogelijk bij 40% te houden. Deze ratio wordt immers gebruikt om de referentiewaarde van het kapitaal en de reserves te berekenen; en
  • Met betrekking tot B: Als het werkelijk kapitaal en de reserves hoger zijn dan het referentiekapitaal en -reserves, wordt het surplus afgewogen met een verminderde vergoedingsratio berekend met behulp van de volgende formule: [(OLO (n) + 70 basispunten)].

• De activa met betrekking tot de MOG zijn gekoppeld aan de RABMOG, waarvoor naast het bovenstaande een bijkomende vergoeding van toepassing is. Dit is gebaseerd op de volgende formule: [S (kleiner of gelijk aan 40

procent) x gemiddelde RABMOG x 1,4%].

Niet-beheersbare kosten en opbrengsten

De categorie van kosten en opbrengsten waarover Elia geen directe controle heeft, is niet onderworpen aan incentivemechanismen door de CREG, en vormt een integraal onderdeel van de kosten en opbrengsten die worden gehanteerd voor de berekening van de tarieven. De tarieven worden vastgesteld op basis van de geraamde waarde van deze kosten en opbrengsten, en het verschil van de effectieve waarden wordt ex post bestemd voor de berekening van de tarieven voor de volgende periode.

De belangrijkste niet-beheersbare kosten bestaan uit de volgende elementen: afschrijving van materiële vaste activa, ondersteunende diensten (uitgezonderd de reserveringskosten van ondersteunende diensten exclusief black start, waarnaar wordt verwezen als 'beïnvloedbare kosten'), kosten met betrekking tot door een overheid opgelegde verplaatsing van lijnen en belastingen, deels gecompenseerd door opbrengsten uit niet-tarifaire activiteiten (bv. opbrengsten als gevolg van grensoverschrijdende congestie). In deze nieuwe tariefperiode zijn bepaalde uitzonderlijke kosten die specifiek zijn voor offshore-activa (bijvoorbeeld de MOG) toegevoegd aan de lijst van niet-beheersbare kosten. Dit omvat ook financiële lasten en opbrengsten waarvoor het embedded-debt principe is bevestigd. Bijgevolg zijn alle werkelijke en redelijke financieringskosten in verband met schuldfinanciering inbegrepen in de tarieven.

Beheersbare kosten en opbrengsten

De kosten en opbrengsten waarover Elia directe controle heeft, zijn onderworpen aan een incentivemechanisme. Dit houdt in dat op productiviteits- en efficiëntiewinsten die zich tijdens de regelgevende periode kunnen voordoen, een verdeling wordt toegepast. Die verdeling gebeurt met een factor van 50%. Elia wordt op die manier aangemoedigd om bepaalde duidelijk omschreven kosten- en opbrengstencategorieën te beheersen. Elke besparing ten opzichte van het toegestane (gecorrigeerde) budget heeft een positieve invloed op de nettowinst van de Emittent ten belope van 50% van het bedrag (voor belastingen). Bijgevolg beïnvloedt elke budgetoverschrijding de winst in negatieve zin. Er zijn geen wijzigingen aangebracht ten opzichte van de vorige tariefmethodologie, met uitzondering van bepaalde niet-recurrente maar beheersbare kosten die specifiek zijn voor offshore-activa (bv. de MOG) en die kunnen worden toegevoegd aan de kostenvergoeding voor een bepaalde regelgevende periode.

Beïnvloedbare kosten

De kosten in verband met de reservering van ondersteunde diensten, met uitzondering van 'black start', en energiekosten ter compensatie van netverliezen worden beschouwd als 'beïnvloedbare kosten', d.w.z. dat efficiëntiewinsten een positieve incentive vormen, voor zover ze niet worden veroorzaakt door een bepaalde lijst van externe factoren. 20 procent van het verschil in kosten tussen Y-1 en Y vormt een winst (vóór belastingen) voor de Emittent, met een maximum van + € 6 miljoen. Voor elk van de twee categorieën van beïnvloedbare kosten (energiereserves en netverliezen) kan de incentive niet lager zijn dan € 0.

Andere incentives

Het door de regulator vooraf bepaalde tarief omvat naast de billijke vergoeding ook alle onderstaande incentives. Indien Elia niet zou presteren volgens deze incentives zoals bepaald door de regulator, zal het bedrag van deze incentives dat aan Elia kan worden toegerekend, worden verminderd. De impact wordt weerspiegeld in de over te dragen opbrengsten die toekomstige tariefverlagingen zullen genereren – zie onderstaande beschrijving van het afrekeningsmechanisme.

  • Marktintegratie Deze incentive bestaat uit drie luiken: (i) verbetering van de importcapaciteit, (ii) welvaartstijging door de regionale marktkoppeling en (iii) financiële participaties. Alleen de incentive voor financiële participaties blijft bestaan. De incentive voor de welvaart verdwijnt, terwijl de incentive voor de importcapaciteit wordt vervangen door een incentive met een vergelijkbaar doel (verhoging van de commerciële grensoverschrijdende uitwisseling), maar met een vrij andere meetmethode. Daarnaast wordt een nieuwe incentive gecreëerd voor de tijdige ingebruikname van investeringsprojecten die bijdragen aan de marktintegratie. Deze incentives kunnen positief bijdragen aan de winst van de Emittent (van € 0 tot € 16 miljoen voor grensoverschrijdende capaciteit, van € 0 tot € 7 miljoen voor tijdige ingebruikname). De winst (dividenden en meerwaarden) uit financiële deelnemingen in andere vennootschappen waarvan de CREG heeft aanvaard dat zij deel uitmaken van de RAB, wordt als volgt toegerekend: 40 procent wordt toegewezen aan toekomstige tariefverlagingen en 60 procent wordt toegewezen aan de winst van

  • Netbeschikbaarheid Deze incentive wordt uitgebreid. De voordelen voor de Emittent worden gewijzigd en zullen bestaan uit: (i) indien de gemiddelde onderbrekingstijd (Average Interruption Time - AIT) een vooraf door de CREG bepaalde doelstelling bereikt, kan de nettowinst (vóór belastingen) van de Emittent positief worden beïnvloed met een maximum van € 4,8 miljoen, (ii) indien de beschikbaarheid van de MOG in overeenstemming is met het door de CREG bepaalde niveau, kan de incentive met € 0 tot € 2,53 miljoen bijdragen aan de winst van de Emittent en (iii) de Emittent zou kunnen profiteren van € 0 tot € 2 miljoen ingeval de vooraf bepaalde portefeuille van onderhouds- en

  • de Emittent (bedragen zijn vóór belastingen).

  • herstelinvesteringen op tijd en binnen het budget wordt gerealiseerd (bedragen zijn vóór belastingen).
  • de Emittent beïnvloeden met een maximum van € 0 tot € 1 miljoen (vóór belastingen).

  • Innovatie en subsidies: De inhoud en de vergoeding van deze incentive zijn gewijzigd en zullen betrekking hebben op (i) de realisatie van innovatieve projecten die kunnen bijdragen tot de vergoeding van de Emittent voor € 0 tot € 3,7 miljoen (voor belastingen) en (ii) de subsidies die worden toegekend voor innovatieve projecten kunnen de winst van

  • Kwaliteit van klantgerelateerde diensten: Deze incentive is uitgebreid en zal gekoppeld zijn aan drie incentives: (i) het niveau van klanttevredenheid met betrekking tot de realisatie van nieuwe netaansluitingen die een winst voor de Emittent kunnen genereren van € 0 tot € 1,35 miljoen, (ii) het niveau van klanttevredenheid voor het volledige klantenbestand dat met € 0 tot € 2,53 miljoen aan de winst van de Emittent zou bijdragen en (iii) de gegevenskwaliteit

die de Emittent op regelmatige basis publiceert, die een vergoeding voor de Emittent kan genereren van € 0 tot € 5 miljoen (bedragen zijn vóór belastingen).

  • Verbetering van het balancingsysteem: Deze incentive is vergelijkbaar met de bestaande 'discretionaire incentive' waarmee de Emittent beloond wordt als bepaalde projecten met betrekking tot de balancering van het systeem, zoals gedefinieerd door de CREG, worden gerealiseerd. Deze incentive kan een vergoeding genereren tussen € 0 en € 2,5 miljoen (vóór belastingen).

Regelgevend kader voor de Modular Offshore Grid

De CREG heeft de tariefmethodologie voor 2016-2019 gewijzigd om specifieke regels op te nemen die van toepassing zijn op de investering in de Modular Offshore Grid. In de eerste weken van 2018 vond een formele consultatie plaats tussen de CREG en de Emittent. Op 6 december 2018 nam de CREG een beslissing over de nieuwe parameters die in de tariefmethodologie moeten worden opgenomen. De belangrijkste kenmerken van deze parameters zijn (i) een specifieke risicopremie die op deze investering moet worden toegepast (wat resulteert in een extra nettorendement van 1,4 procent), (ii) een speciaal afschrijvingspercentage dat van toepassing is op MOG-activa, (iii) bepaalde kosten die specifiek zijn voor de MOG en anders worden geclassificeerd dan de kosten voor onshore activiteiten, (iv) de vaststelling van het niveau van de kosten zal worden bepaald op basis van de kenmerken van de MOG-activa en (v) specifieke incentives met betrekking tot de beschikbaarheid van de offshore-activa. Voor de tariefperiode 2020-2023 is het regelgevende kader voor de MOG opgenomen in de tariefmethodologie, op basis van de hierboven beschreven kenmerken, met uitzondering van de risicopremie die sinds 1 januari 2020 van toepassing is op een beoogde ratio eigen vermogen/schuld van 40/60.

Gereguleerde overlopende rekeningen: afwijkingen van gebudgetteerde waarden

De werkelijke volumes vervoerde elektriciteit kunnen op jaarbasis verschillen van de voorspelde volumes. Wanneer de vervoerde volumes hoger (of lager) zijn dan de voorspelde, wordt de afwijking van de gebudgetteerde waarde geboekt op een overlopende rekening tijdens het jaar waarin ze zich voordoet. Deze afwijkingen van de gebudgetteerde waarden (een gereguleerde schuld of een gereguleerde opbrengst) worden gecumuleerd en opgenomen in de tariefbepaling voor de volgende tariefperiode. Ongeacht afwijkingen tussen de voorspelde parameters voor tariefbepaling (billijke vergoeding, niet-beheersbare elementen, beheersbare elementen, beïnvloedbare kosten, incentivecomponenten, toewijzing van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten) en de effectief gemaakte kosten of opbrengsten met betrekking tot deze parameters, neemt de CREG jaarlijks een definitieve beslissing over de vraag of de gemaakte kosten/opbrengsten redelijk worden geacht om te worden gedragen door de tarieven. Deze beslissing kan leiden tot de afwijzing van gemaakte kostenelementen en indien dergelijke kostenelementen worden afgewezen, wordt het bedrag niet in aanmerking genomen voor de tariefbepaling van de volgende periode. Ondanks het feit dat Elia om een rechterlijke toetsing van dergelijke beslissingen kan vragen, kan een afwijzing, indien deze rechterlijke toetsing geen succes zou hebben, een globale negatieve impact hebben op de financiële positie van Elia.

Allocatie van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten

De tariefmethodologie voor 2020-2023 bevat een mechanisme dat Elia in staat stelt om activiteiten te ontwikkelen buiten het toepassingsgebied van de regulering in België en waarvan de kosten niet worden gedekt door de netwerktarieven in België. Deze methodologie voert een mechanisme in om te verzekeren dat de impact van financiële deelnemingen van Elia in andere vennootschappen die door de CREG niet worden beschouwd als deel van de RAB (zoals deelnemingen in gereguleerde of nietgereguleerde activiteiten buiten België), neutraal is.

Openbare dienstverplichtingen

In zijn rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Overheidsinstanties/reguleringsmechanismen leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (zoals promotie van hernieuwbare energie, groenestroomcertificaten, strategische reserves, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore-aansprakelijkheid) die door de netbeheerders moeten worden uitgevoerd. De kosten die de netbeheerders voor deze verplichtingen maken, worden volledig gedekt door tarifaire 'heffingen' zoals goedgekeurd door de CREG. De uitstaande bedragen worden gerapporteerd als heffingen (zie toelichting 6.9 voor overige vorderingen en 6.17 voor overige schulden).

9.2. Regelgevend kader in Duitsland

9.2.1. Relevante wetgeving

Het Duitse regelgevend kader is verdeeld over diverse wetgevingsstukken. De kernwet is de Duitse wet inzake de energievoorziening (Energiewirtschaftsgesetz - EnWG), die het algemene wettelijke kader definieert voor de gas- en elektriciteitsvoorziening in Duitsland. De EnWG wordt ondersteund door een aantal wetten, verordeningen en regulerende besluiten, die gedetailleerde bepalingen verstrekken over het huidige stelsel van incentiverende regelgeving, boekhoudmethoden en toegangscontracten voor het net, met inbegrip van:

• De Verordening inzake de tarieven van het elektriciteitsnet (Verordnung über die Entgelte für den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen (Stromnetzentgeltverordnung – StromNEV)), die onder andere beginselen en methoden vaststelt voor de berekening van de netwerktarieven en verdere verplichtingen van de systeembeheerders;

Elektrizitätsversorgungsnetzen of de Stromnetzzugangsverordnung – StromNZV), die onder meer verdere bijzonderheden specificeert over de toegang tot de transmissienetten (en andere soorten netten) door vaststelling van het vereffeningssysteem (Bilanzkreissystem), planning van elektriciteitsbevoorrading, regelingsenergie en andere algemene verplichtingen, bijv. congestiebeheer (Engpaßmanagement), publicatieverplichtingen, metering, minimumeisen voor verschillende soorten contracten en de verplichting van bepaalde netbeheerders om het

  • De verordening inzake toegang tot het elektriciteitsnet (Verordnung über den Zugang zu Bilanzkreissystem voor de hernieuwbare energiebronnen te beheren;
  • jaarlijkse doelstellingen voor productiviteitsgroei.

• De verordening inzake incentiverende regelgeving (Verordnung über die Anreizregulierung der Energieversorgungsnetze of de Anreizregulierungsverordnung – ARegV), die de basisvoorschriften beschrijft voor de incentiverende regulering voor TNB's en andere netbeheerders (zoals hierna meer in detail beschreven). Ook worden hier algemene richtlijnen gegeven voor productiviteitsbenchmarking, welke kosten daarbij in aanmerking worden genomen, welke methode gebruikt kan worden om de inefficiëntie te bepalen en hoe dit vertaald kan worden naar

9.2.2. Regelgevende instanties in Duitsland

De regelgevende instanties voor de energiesector in Duitsland zijn het Bundesnetzagentur (BNetzA) in Bonn (voor netten waarop 100.000 en meer netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn) en de specifieke regelgevende instanties in de respectieve deelstaten (voor netten waarop minder dan 100.000 netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn). De regelgevende instanties zijn onder andere belast met de niet-discriminerende toegang tot het net voor derde partijen en het toezicht op de tarieven die de netbeheerders toepassen voor het gebruik van het net. 50Hertz Transmission en 50Hertz Offshore zijn onderworpen aan de bevoegdheid van het BNetzA.

9.2.3. Tarieven in Duitsland

Het huidige mechanisme voor de tariefregelgeving in Duitsland is vastgelegd in de ARegV-verordening. Krachtens de ARegVverordening worden de nettarieven vastgesteld om een vooraf bepaalde inkomstenlimiet, zoals vastgesteld door het BNetzA, te genereren voor elke TNB en voor elke gereguleerde periode. De inkomstenlimiet is voornamelijk gebaseerd op de kosten van een basisjaar en wordt vastgelegd voor de volledige gereguleerde periode, behalve wanneer de limiet wordt aangepast om rekening te houden met specifieke gevallen die in de ARegV zijn bepaald. Het is de netbeheerders niet toegestaan om hun individueel bepaalde inkomstenlimiet te overschrijden. Elke gereguleerde periode duurt vijf jaar, de derde gereguleerde periode is gestart op 1 januari 2019 en zal eindigen op 31 december 2023. Tarieven zijn algemeen en niet onderworpen aan onderhandeling met klanten. Individuele tarieven worden slechts aan bepaalde klanten toegestaan (in bepaalde vaste omstandigheden die in de toepasselijke wetten worden vermeld) volgens § 19 StromNEV (bijvoorbeeld bij alleengebruik van netactiva). Het BNetzA moet deze individuele tarieven goedkeuren.

Voor de inkomstenlimiet worden de kosten die een netbeheerder maakt in twee categorieën ingedeeld:

• Permanent niet-beïnvloedbare kosten (PNBK): Deze kosten zijn voor 100% geïntegreerd in de 'inkomstenlimiet' en zijn

  • dus volledig gedekt door de nettarieven, weliswaar doorgaans met een vertraging van twee jaar.
  • afrekeningsmechanisme.

• De PNBK omvatten het rendement op het eigen vermogen, de bedrijfsbelasting, de financieringskosten, afschrijvingen en operationele kosten (op dit moment vastgelegd op 0,8% van de geactiveerde investeringskosten van de respectieve onshore investeringen) voor wat de investeringsmaatregelen worden genoemd. De financieringskosten met betrekking tot de investeringsmaatregelen zijn op dit moment begrensd tot de effectieve financieringskosten of tot de financieringskosten berekend in overeenstemming met een gepubliceerde richtlijn van het BNetzA, indien dat bedrag lager is. Sinds 2012 worden de kosten in verband met deze investeringsmaatregelen gebaseerd op ramingen. De verschillen tussen de ramingen en de effectieve waarden worden weerspiegeld in de overlopende rekening van het

• Bovendien omvatten de PNBK de kosten voor de ondersteunende diensten, de netverliezen, de inschakelingskosten, de Europese initiatieven en de opbrengsten van de veilingen. Deze kosten en opbrengsten zijn opgenomen in de inkomstenlimiet op basis van een procedureel reguleringsmechanisme van het federaal agentschap voor netwerken

conform Artikel 11(2) ARegV (FSV). Het reguleringsproces met betrekking tot ondersteunende diensten en kosten voor netwerkverliezen geeft de systeembeheerder een stimulans om de geplande kosten via een bonus- en boetemechanismen te overtreffen. Sinds de herziening van de ARegV in 2016 worden ook de kosten voor de beperking van hernieuwbare energiebronnen om netcongestie tegen te gaan, gebaseerd op ramingen. Bovendien kunnen ook kosten die voortvloeien uit Europese projecten van gemeenschappelijk belang (Projects of Common Interest – PCI) waarvoor tot een kostenbijdrage van Duitsland is beslist, worden opgenomen als PNBK, zij het met een vertraging van twee jaar.

• Tijdelijke niet-beïnvloedbare kosten (TNBK) en beïnvloedbare kosten (BK): Deze kosten omvatten het rendement op eigen vermogen, de afschrijvingen, de financieringskosten, de bedrijfsbelasting en andere operationele kosten en zijn onderworpen aan een incentivemechanisme dat is vastgelegd door het BNetzA en dat een efficiëntiefactor (alleen van toepassing op BK), een productiviteitswinstfactor en een inflatiefactor (van toepassing op TNBK en BK) over een periode van vijf jaar omvat. Bovendien voorziet het huidige incentivemechanisme in de toepassing van een kwaliteitsfactor, maar de criteria en het implementatiemechanisme voor deze factor voor transmissienetbeheerders moeten nog door het BNetzA worden bepaald. De verschillende factoren die zijn gedefinieerd, geven de transmissienetbeheerder een doelstelling op middellange termijn om inefficiënt geachte kosten te vermijden. Wat de financieringskosten betreft, moeten de toegestane financieringskosten (die verbonden zijn aan de beïnvloedbare kosten) bewezen vermarktbaar zijn.

Wat het rendement op eigen vermogen betreft, bevatten de relevante wet- en regelgeving bepalingen met betrekking tot het toegestane rendement op eigen vermogen, dat in de TNBK/BK is opgenomen voor activa die tot de gereguleerde activabasis behoren en de PNBK voor activa die in investeringsmaatregelen zijn goedgekeurd. In 2016 legde het BNetzA het rendement op eigen vermogen vast voor de derde gereguleerde periode (2019-2023); in vergelijking met de tweede gereguleerde periode werden de waarden sterk verminderd, tot 5,12% (in plaats van 7,14%) voor investeringen uitgevoerd vóór 2006 en 6,91% (in plaats van 9,05%) voor investeringen uitgevoerd sinds 2016. Het rendement op het eigen vermogen wordt berekend vóór vennootschapsbelasting, maar na bedrijfsbelasting.

Los van de inkomstenlimiet wordt 50Hertz gecompenseerd voor de kosten in verband met zijn verplichtingen inzake hernieuwbare energie, met inbegrip van EEG- and CHP/KWKG-verplichtingen en offshore verplichtingen. Daartoe zijn diverse toeslagen (heffingen) ingevoerd die onderworpen zijn aan specifieke reguleringsmechanismen die bedoeld zijn voor een evenwichtige behandeling van kosten en inkomsten.

WIJZIGINGEN IN DE TARIEFREGELGEVING

In 2016 trad een herziening van de ARegV in werking die verschillende relevante wijzigingen doorvoerde, met name inzake de regelgeving voor distributienetbeheerders. De TNB's worden echter ook getroffen doordat de herziene ARegV leidt tot veranderingen van verschillende aspecten die relevant zijn voor de PNBK, zoals de methodologie voor het bepalen van vervangingsdelen in nieuwe investeringsmaatregelen (status quo blijft behouden voor investeringsmaatregelen die al zijn goedgekeurd of aangevraagd), de afweging van de kosten van de beperking van hernieuwbare energiebronnen op basis van voorspelde waarde, en de afweging van PCI-kosten. Bovendien onderbouwt de herziene ARegV de methodologieën die kunnen worden toegepast voor het meten van de individuele efficiëntie van de vier Duitse TNB's, waarbij alleen een internationale benchmark of een relatieve referentienetanalyse voor dit doel wordt toegestaan.

Per 31 december 2020 had 50Hertz de goedkeuring verkregen voor 88 van de 99 aanvragen voor actieve investeringsmaatregelen voor in totaal € 9,0 miljard die sinds 2008 zijn ingediend.

TARIEVEN

De nettoegangstarieven werden berekend op basis van de betreffende inkomstenlimieten en werden op 11 december 2019 gepubliceerd voor het jaar 2020. Ze zijn gemiddeld 7% gestegen ten opzichte van 2019. Een belangrijke drijfveer voor een tariefwijziging was het vervangen van offshore kosten door een nieuwe offshore toeslag (zie onderstaande rubriek). Verder heeft 50Hertz zijn netuitbreidingsprojecten actief en met succes voortgezet; de ingebruikname van nieuwe lijnen heeft het mogelijk gemaakt om de kosten voor redispatching en inperking van hernieuwbare energiebronnen te verlagen en zo de aanhoudend hoge kosten van de netuitbreiding te compenseren en een tariefverlaging mogelijk te maken.

De laatste jaren hebben de nettoegangstarieven van de vier Duitse TNB's zich verschillend ontwikkeld. Dat was hoofdzakelijk het gevolg van de verschillende volumes hernieuwbare energie die in de controlezones zijn geïnstalleerd, wat leidde tot aanzienlijk hogere tarieven in die controlezones met hogere niveaus van hernieuwbare energie. In juli 2017 ging de Wet inzake modernisering van nettarieven ("Netzentgeltmodernisierungsgesetz" – NEMoG) van kracht. De NEMoG voorziet vanaf 2019 de stapsgewijze harmonisatie van de tarieven voor nettoegang van de vier Duitse TNB's die zal leiden tot uniforme transmissietarieven in 2023. Bovendien schaft de NEMoG zogenaamde vermeden nettarieven (vNNE) voor vluchtige opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen af en creëert ze een nieuwe regeling voor offshorenetwerkaansluitingen, waardoor de daarmee gepaard gaande kosten vanaf 2019 worden verlegd van de tarieven naar een toeslag.

9.3. Regelgevend kader voor Nemo Link Interconnector

De belangrijkste kenmerken van het regelgevend kader van NemoLink Ltd kunnen als volgt worden samengevat: • Vanaf de datum van ingebruikname zal een specifiek regelgevend kader van toepassing zijn op de Nemo Link interconnector. Het kader maakt deel uit van de nieuwe tariefmethodologie die op 18 december 2014 door de CREG werd uitgegeven. Het boven- en ondergrensregime is een op inkomsten gebaseerd regime met een looptijd van 25 jaar. De nationale regulatoren in het VK en België (respectievelijk de OFGEM en de CREG) zullen de niveaus van de boven- en ondergrens ex-ante bepalen en deze zullen grotendeels vastliggen voor de duur van het regime. Bijgevolg zullen investeerders zekerheid hebben over het regelgevend kader tijdens de levensduur van de interconnector.

• Vanaf de operationele fase, gaat het boven- en ondergrensregime van start. Om de vijf jaar beoordelen de regulatoren de opbrengsten van de cumulatieve interconnector (na aftrek van eventuele marktgerelateerde kosten) over de periode in vergelijking met de cumulatieve boven- en ondergrenzen om te bepalen of de boven- of ondergrens in werking treedt. Alle opbrengsten boven de bovengrens worden teruggegeven aan de TNB in het VK (National Electricity Transmission System Operator of 'NETSO') en aan de TNB in België op een 50/50-basis. De TNB's zouden dan de netlasten voor netgebruikers in hun respectieve landen verlagen. Als de opbrengsten onder de ondergrens uitkomen, dan worden de eigenaars van de interconnector gecompenseerd door de TNB's. De TNB's zullen op hun beurt de kosten terugverdienen door middel van netlasten. National Grid vervult de rol van NETSO in het VK en de Emittent, de Belgische TNB in België.

• Elke periode van vijf jaar wordt afzonderlijk bekeken. Aanpassingen van de boven- en ondergrens in één periode zullen geen invloed hebben op de aanpassingen voor toekomstige perioden, en de totale opbrengsten van één periode zullen in

  • toekomstige perioden niet in aanmerking worden genomen.
  • De elementaire kenmerken van de tariefmethodologie is als volgt:

Duur van het regime 25 jaar

Boven- en ondergrenzen De niveaus worden vastgelegd bij de aanvang van het regime en blijven in reële termen vastgesteld voor een periode van 25 jaar vanaf de start van de regeling. Op basis van de toepassing van mechanistische parameters op kostenefficiëntie: er zal een benchmark voor de kosten voor het leveren van de ondergrens worden toegepast en een benchmark voor het rendement op eigen vermogen om de bovengrens te leveren.

Beoordelingsperiode (beoordelen of de opbrengsten van de interconnector boven of onder de bovengrens/ondergrens liggen)

Om de vijf jaar met tussentijdse aanpassingen indien vereist en gerechtvaardigd door de beheerder. Met tussentijdse aanpassingen kunnen beheerders hun opbrengsten tijdens de beoordelingsperiode terugverdienen als de opbrengsten onder de ondergrens (of boven de bovengrens) liggen, maar aan het einde van de vijfjaarlijkse beoordelingsperiode nog steeds moeten worden opgewaardeerd.

Mechanisme Als de opbrengsten tussen de bovengrens en de ondergrens liggen, wordt geen aanpassing gedaan. Opbrengsten boven de bovengrens worden teruggegeven aan eindklanten en elk verlies van opbrengsten onder de ondergrens vereist betaling van netgebruikers (via netlasten).

De boven- en ondergrenzen voor Nemo Link zullen worden vastgelegd wanneer de uiteindelijke projectkosten bekend zijn en zullen dan voor de hele duur van het regime worden vastgelegd.

VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

BDO Bedrijfsrevisoren CVBA EY Bedrijfsrevisoren BV The Corporate Village De Kleetlaan 2 Da Vincilaan 9 – Box E.6 1831 Diegem Elsinore Building België 1930 Zaventem België

Verslag van het College van commissarissen aan de algemene vergadering van Elia Group NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Elia Group NV (de "Vennootschap") en zijn dochterondernemingen (samen de "Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2020, alsook het verslag betreffende de overige door wet-, regelgeving en normen gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 19 mei 2020, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2022. De wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep werd uitgevoerd gedurende 19 opeenvolgende boekjaren voor EY Bedrijfsrevisoren BV en voor de eerste keer dit jaar door BDO Bedrijfsrevisoren CVBA.

Verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2020, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening bestaande uit een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt € 15.165,6 miljoen en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar van € 307,9 miljoen.

Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2020, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in

België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften.

Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud

We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing ("ISA's"). Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte "Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag.

Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.

Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Kernpunten van de controle

Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2021 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (vervolg)

oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden

Berekening van het netto resultaat

Beschrijving

Zoals beschreven in toelichtingen 3.3.17. 'Gereguleerde overlopende rekeningen', 6.20 'Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten', 9.1.4 'Tariefbepaling' en 9.2.3 'Tarieven in Duitsland' van de geconsolideerde jaarrekening, wordt het netto resultaat van het Belgische en het Duitse segment bepaald door toepassing van berekeningsmethodes zoals opgelegd door de Belgische regulator, de Commissie voor de Regulering van de Electriciteit en het Gas (de "CREG") en de Duitse regulator, de Bundesnetzagentur (the "BNetzA") (samen de "Tariefmechanismes").

Deze tariefmechanismes zijn gebaseerd op berekeningsmethodes die complex zijn en die het gebruik vereisen van parameters (de Beta van Elia's aandeel, rendement op eigen vermogen,…), boekhoudgegevens van de gereguleerde activiteiten (het gereguleerd actief ('RAB'), het gereguleerd eigen vermogen, investeringen en verkregen subsidies) en externe operationele gegevens (zoals import capaciteit per uur, consumenten- en producenten-overschotten).

Beide tariefmechanismes maken een onderscheid tussen kosten en opbrengsten op basis van de controle dat de Groep heeft over deze kosten en opbrengsten in elk van de segmenten. De afwijkingen in gereguleerde kosten en opbrengsten gekwalificeerd als niet-beheersbare elementen worden volledig geïncorporeerd in toekomstige tarieven. De elementen gekwalificeerd als beheersbaar zijn deze waarover de Groep controle heeft, en waarbij afwijkingen (gedeeltelijk) ten laste of ten bate komt van de aandeelhouders.

Daarom zijn de berekeningsmethodes van het netto resultaat van de Groep complex en behoeven ze inschattingen van het management, meer bepaald met betrekking tot het gebruik van correcte boekhoudgegevens, operationele data en parameters zoals opgelegd door de regulators. Het gebruik van foutieve boekhoudkundige, operationele data en afwijkingen in assumpties kunnen een significante impact hebben op het netto resultaat van de Groep.

Uitgevoerde procedures

Onze controleprocedures omvatten onder andere het volgende:

• Evaluatie van de opzet en het testen van de werking van de voornaamste interne controles met betrekking tot de berekening van het netto resultaat, met inbegrip van de controles met betrekking tot (i) de volledigheid en accuraatheid van de gebruikte

data in de berekeningen en (ii) beoordelingscontroles van het management;

  • Evaluatie van de adequate en consistente classificatie van opbrengsten en kosten volgens de aard (beheersbaar en niet-beheersbaar) zoals beschreven in de tariefmechanismes;
  • Het uitvoeren van onafhankelijke herberekeningen van de netto resultaten van de segmenten op basis van onderliggende interne documentatie en extern beschikbare informatie, en rekening houdend met de formules zoals beschreven in de tariefmechanismes;
  • Het lezen en evalueren van de boekhoudkundige effecten van communicaties en beslissingen genomen door de CREG en de BNetzA;
  • Evaluatie van de toereikendheid van de toelichtingen 3.3.17, 6.20, 9.1.4 en 9.2.3 van de geconsolideerde jaarrekening.

Investeringen in materiële vaste activa

Beschrijving

Als gevolg van de huidige evolutie in de elektriciteitssector naar de productie van groene energie, zijn er zeer significante lopende investeringsprojecten om deze nieuwe productiesites aan te sluiten op het transmissienetwerk van Elia Group NV.

De tijdige afwerking en vooruitgang volgens plan van deze projecten is één van de belangrijke prestatieindicatoren van het management zoals bepaald door de Raad van Bestuur. De vooruitgang van de netwerkprojecten, het onderhoud en de uitbreiding van het netwerk, is eveneens een belangrijke prestatieindicator voor investeerders omdat dit een belangrijke factor is die het rendement op hun investering beïnvloedt. Deze projecten zijn eveneens een kwalitatieve en kwantitatieve maatstaf voor de regulatoren. Dit wordt verder besproken in toelichting 6.1 'materiële vaste activa' en toelichting 4 'Segment rapportering' van de geconsolideerde jaarrekening.

Deze activa worden gepresenteerd als materiële vaste activa, met een totaal bedrag aan investeringen voor 2020 van € 1.070,3 miljoen en een netto boekwaarde van € 10.094,4 miljoen op 31 december 2020 of 66,6% van de totale activa van de Groep.

Elia Group NV's waarderingsregels beschrijven dat alle uitgaven met betrekking tot onderhoud beschouwd worden als operationele kosten en alle nieuwe projecten of vervangingsinvesteringen beschouwd worden als investeringen in materiële vaste activa. Aangezien netwerkprojecten zowel onderhoud als investeringen kunnen bevatten, vereist de presentatie van deze

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2021 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (vervolg)

uitgaven als zijnde materiële vaste activa of operationele kosten inschattingen van het management. Ten gevolge van deze inschattingen, het belang van de materiële vaste activa op de totale activa, en het belang voor de gebruikers van de jaarrekening alsook het belang dat wordt gegeven aan de opvolging en de vooruitgang van deze projecten in de persberichten en investeerderspresentaties, wordt deze aangelegenheid beschouwd als een kernpunt van onze controle.

Uitgevoerde procedures

Onze controleprocedures omvatten onder andere het volgende:

  • Evaluatie van de opzet en het testen van de werking van de voornaamste interne controles, inclusief beoordelingscontroles van het management, met betrekking tot (i) de gepaste goedkeuring van de investering, (ii) de overeenstemming met de voorwaarden voor activering met de waarderingsregels, (iii) de correcte presentatie van uitgaven als investeringen of als operationele kosten ;
  • Evaluatie van de relevante IT applicatiecontroles met de steun van onze interne IT specialisten;
  • Uitvoeren van substantieve analytische procedures op investeringen en diensten en diverse goederen door vergelijking van de cijfers van huidig boekjaar met de gebudgetteerde cijfers zoals goedgekeurd door de regulator op het niveau van activaklassen en projecten;
  • Testen van een steekproef van investeringen in materiële vaste activa, met inbegrip van de activa in aanbouw, evalueren of de uitgaven voldoen aan de voorwaarden voor activering onder IFRS zoals aanvaard door de Europese Unie en aan de waarderingsregels van de Groep voor activering als materiële vaste activa en of de investeringen aan de correcte projecten werden toegewezen, met inbegrip van de evaluatie van de inschatting van het management in geval een project zowel betrekking heeft op onderhoud als op investeringen;
  • Evaluatie van de toereikendheid van de toelichtingen 4 en 6.1 van de geconsolideerde jaarrekening.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

• het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2021 over de Geconsolideerde Jaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (vervolg)

vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;

  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
  • het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;

  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;

  • het verkrijgen van voldoende en geschikte controleinformatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wet- of regelgeving.

Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving en normen gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.

Verantwoordelijkheden van het College van commissarissen

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag over de

INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE MOEDERVENNOOTSCHAP

Uittreksels uit de statutaire jaarrekening van Elia Group nv, opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudkundige normen, worden hierna in verkorte vorm weergegeven.

Overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving zullen de volledige jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Deze documenten zullen ook worden gepubliceerd op de website van Elia en zijn op aanvraag verkrijgbaar bij Elia Group nv, Boulevard de l'Empereur 20, 1000 Brussel, België. Het college van commissarissen heeft een opinie zonder voorbehoud

gepubliceerd.

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2021 over de GeconsolideerdeJaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2020 (vervolg)

geconsolideerde jaarrekening overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In de context van onze controle van de Geconsolideerde Jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden.

De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening in het hoofdstuk Duurzaamheidsverslag. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het internationaal erkende referentiemodel Global Reporting Initiative Standards ("GRI"). Wij spreken ons evenwel niet uit over de vraag of deze nietfinanciële informatie in alle van materieel belang zijnde opzichten is opgesteld in overeenstemming met GRI. Verder drukken wij geen enkele mate van zekerheid uit over individuele elementen opgenomen in deze nietfinanciële informatie.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

Onze bedrijfsrevisorenkantoren en onze netwerken hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening verricht, en onze bedrijfsrevisorenkantoren zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.

De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

Andere vermeldingen

• Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Brussel, 14 april 2021

Het College van commissarissen

EY Bedrijfsrevisoren BV Commissaris Vertegenwoordigd door

Paul Eelen* Partner * Handelend in naam van een BV

BDO Bedrijfsrevisoren CVBA Commissaris vertegenwoordigd door

Felix Fank*

Partner * Handelend in naam van een BV

Balans na winstverdeling

ACTIVA (in miljoen €) 2020 2019
VASTE ACTIVA 3.317,5 3.312,5
Financiële vaste activa 3.317,5 3.312,5
Verbonden ondernemingen 3.317,5 3.312,5
Deelnemingen 3.317,5 3.312,5
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 0,0 0,0
Deelnemingen 0,0 0,0
Andere financiële vaste activa 0,0 0,0
VLOTTENDE ACTIVA 92,3 161,4
Vorderingen op meer dan één jaar 0,0 0,0
Handelsvorderingen 0,0 0,0
Overige vorderingen 0,0 0,0
Voorraden en bestellingen in uitvoering 3,1 2,5
Bestellingen in uitvoering 3,1 2,5
Vorderingen op ten hoogste één jaar 3,1 45,3
Handelsvorderingen 1,9 3,2
Overige vorderingen 1,2 42,1
Geldbeleggingen 0,0 0,0
Liquide middelen 81,7 108,7
Overlopende rekeningen 4,4 4,9
TOTAAL DER ACTIVA 3.409,8 3.473,9
PASSIVA (in miljoen €) 2020 2019
EIGEN VERMOGEN 2.282,8 2.310,9
Kapitaal 1.714,0 1.712,3
Geplaatst kapitaal 1.714,0 1.712,3
Uitgiftepremies 262,4 259,1
Reserves 175,4 175,4
Wettelijke reserve 173,0 173,0
Belastingvrije reserve
s
1,6 2,4
Beschikbare reserves 0,8 0,0
Overgedragen winst 130,9 164,0
VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGEN 0,0 0,0
Voorzieningen voor risico's en kosten 0,0 0,0
Overige risico's en kosten 0,0 0,0
SCHULDEN 1.009,5 1.163,0
Schulden op meer dan één jaar 998,5 998,3
Financiële schulden 998,5 998,3
Achtergestelde obligatieleningen 700,0 699,9
Niet
-achtergestelde obligatieleningen
298,5 298,4
Kredietinstellingen 0,0 0,0
Overige leningen 0,0 0,0
Schulden op ten hoogste één jaar 125,7 161,9
Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen 0,0 0,0
Financiële schulden 0,0 0,0
Kredietinstellingen 0,0 0,0
Overige leningen 0,0 0,0
Handelsschulden 3,0 2,2
Leveranciers 3,0 2,2
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 3,4 3,5
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 0,5 1,2
Belastingen 0,0 0,5
Bezoldigingen en sociale lasten 0,
5
0,6
Overige schulden 118,7 155,0
Overlopende rekeningen 2,8 2,8
TOTAAL DER PASSIVA 3.409,8 3.473,9

Resultatenrekening

(in miljoen €) 2020 2019
BEDRIJFSOPBRENGSTEN 7,1 751,5
Omzet 0,0 743,3
Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen 0,6 (1,4)
in uitvoering: toename/(afname)
Andere bedrijfsopbrengsten
6,5 9,6
BEDRIJFSKOSTEN (11,7) (646,9)
Diensten en overige goederen (10,6) (608,7)
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (1,0) (36,0)
Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen:
toevoegingen/(terugnemingen) 0,0 (2,1)
Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen/(bestedingen en terugnemingen) 0,0 0,0
Andere bedrijfskosten (0,0) (0,0)
BEDRIJFSWINST (4,5) 104,6
Financiële opbrengsten 113,9 118,6
Opbrengsten uit financiële vaste activa 113,9 111,7
Opbrengsten uit vlottende activa 0,0 6,9
Niet
-recurrente financiële opbrengsten
0,0 0,0
Financiële kosten (25,0) (97,8)
Kosten van schulden (24,5) (97,2)
Overige financiële kosten (0,5) (0,6)
Niet
-recurrente financiële kosten
0,0 0,0
WINST VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING 84,4 125,4
Winstbelastingen 0,0 (2,2)
Winstbelastingen 0,0 (2,2)
WINST VAN HET BOEKJAAR 84,4 123,3
Overboeking naar de belastingvrije reserves 0,
8
(0,0)
TE BESTEMMEN WINST VAN HET BOEKJAAR 85,2 123,3

Financiële termen of alternative prestatiemaatstaven

Het jaarverslag bevat bepaalde financiële prestatiemaatstaven, die niet zijn gedefinieerd door IFRS, maar die door het management worden gebruikt om de financiële en operationele prestaties van de Groep te beoordelen. De belangrijkste alternatieve prestatiemaatstaven die door de Groep worden gebruikt, worden in dit document toegelicht en/of afgestemd op onze IFRS-standaarden (geconsolideerde jaarrekening).

De volgende alternatieve prestatiemaatstaven die in het jaarverslag worden gebruikt, worden in deze bijlage toegelicht:

  • Adjusted elementen
  • Adjusted EBIT
  • Adjusted netto winst
  • Capex (Capital Expenditure)
  • EBIT
  • EBITDA
  • Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap
  • Financiële hefboomwerking
  • Vrije kasstroom
  • Nettofinancieringskosten
  • Netto financiële schuld
  • Gereguleerd actief (Regulated Asset Base RAB)
  • Rendement op eigen vermogen (adj.) (%)
  • Aandelenkapitaal en reserves per aandeel

Adjusted elementen

Adjusted elementen zijn de posten die door het management worden geacht geen betrekking te hebben op posten in de gewone bedrijfsuitoefening van de Groep. Ze worden afzonderlijk gepresenteerd omdat ze belangrijk zijn voor het begrip van de gebruikers van de geconsolideerde jaarrekening van de prestaties van de Groep, en dit in vergelijking met de rendementen die zijn gedefinieerd in de regelgevende kaders die van toepassing zijn op de Groep en haar dochterondernemingen. Adjusted elementen hebben betrekking op:

  • Opbrengsten en kosten die voortvloeien uit één enkele materiële transactie die geen verband houdt met de huidige bedrijfsactiviteiten (bijv. wijziging in de zeggenschap in een dochteronderneming);
  • Wijzigingen in de waardering van voorwaardelijke overwegingen in het kader van bedrijfscombinaties onder gezamelijke controle;
  • Herstructureringskosten in verband met de Bedrijfsreorganisatie van de Groep (d.w.z reorganisatieproject om de gereguleerde activiteiten van Elia in België te isoleren en af te schermen van de niet-gereguleerde activiteiten en gereguleerde activiteiten buiten België)
  • Regelgeving in verband met de voorgaande regelgevende periode in Duitsland.

Adjusted EBIT

Adjusted EBIT wordt gedefinieerd als de EBIT exclusief de adjusted elementen. EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = Adjusted resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt om de operationele prestaties van de Groep door de jaren heen te vergelijken.

De adjusted EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode – netto en vermeerderd of verminderd met de adjusted elementen.

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2019
------------------------------------------------- ------
Elia Trans
mission
50Hertz
Trans
mission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo
Link
Elia Group
Totaal
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 242,1 321,3 (2,0) 561,4
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen) 1,8 0,0 6,5 8,3
EBIT 243,9 321,3 4,5 569,7
Min:
Regulatoire vergoeding voor acquisitie 0,0 0,0 3,8 3,8
Bedrijfsreorganisatie 4,7 0,0 (2,5) 2,2
Adjusted EBIT 239,2 321,3 3,2 563,7

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2020

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2020
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten en
Nemo Link
Elia Group
Totaal
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 235,6 340,1 (6,5) 569,3
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen)
1,9 0,0 7,4 9,2
EBIT 237,5 340,1 0,9 578,5
Min:
Regulatoire vergoeding voor acquisitie 0,0 0,0 0,0 0,0
Bedrijfsreorganisatie 0,0 0,0 (0,3) (0,3)
Adjusted EBIT 237,5 340,1 1,2 578,8

Adjusted nettowinst

Adjusted nettowinst wordt gedefinieerd als nettowinst exclusief de adjusted elementen. De adjusted nettowinst wordt gebruikt om prestaties van de Group doorheen de jaren te vergelijken.

Elia Group
Totaal
309,1
3,8
2,2
(5,4)
2,3
306,2

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2020

Min:

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2020
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo Link
Elia Group
Totaal
Winst van het boekjaar 124,8 192,6 (9,5) 307,9
Min:
Regulatoire vergoeding voor acquisitie 0,0 0,0 0,0 0,0
Bedrijfsreorganisatie 0,0 0,0 (0,3) (0,3)
Fin. Kosten verbonden aan bedrijfsreorganisatie 0,0 0,0 0,0 0,0
Belasting impact 0,0 0,0 0,1 0,1
Adjusted netto winst 124,8 192,6 (9,3) 308,1

CAPEX (Capital Expenditures)

CAPEX (Capital Expenditure) = Aankoop (materiële en immateriële activa) min de opbrengst van de verkoop van dergelijke items. Investeringsuitgaven, of CAPEX, zijn investeringen die door de Groep worden gerealiseerd voor de aankoop, de upgrade en het onderhoud van fysieke activa (zoals materiële vaste activa, gebouwen, industriële installaties, technologie of apparatuur) en immateriële activa. CAPEX is een belangrijke maatstaf voor de Groep omdat het een impact heeft op de Regulated Asset Base (RAB) die als basis dient voor de gereguleerde vergoeding.

EBIT

EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt voor de operationele prestaties van de Groep. De EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2019
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten en
Nemo Link
Elia Group
Totaal
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 242,1 321,3 (2,0) 561,4
Aandeel in resultaat van investeringen
opgenomen volgens vermogensmutatiemethode
(na belastingen)
1,8 0,0 6,5 8,3
EBIT 243,9 321,3 4,5 569,7
(in miljoen €) − jaar eindigend
per 31 december
2020
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten en
Nemo Link
Elia Group
Totaal
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 235,6 340,1 (6,5) 569,3
Aandeel in resultaat van investeringen
opgenomen volgens vermogensmutatiemethode
(na belastingen)
1,9 0,0 7,4 9,2
EBIT 237,5 340,1 0,9 578,5

EBITDA

EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisations) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten plus afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen plus aandeel in de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. EBITDA wordt gebruikt als maatstaf voor de operationele prestaties van de Groep, waarbij het effect van afschrijvingen, waardeverminderingen en wijzigingen in voorzieningen van de Groep wordt geëxtrapoleerd. De EBITDA is exclusief de kosten van kapitaalinvesteringen zoals materiële vaste activa.

(in miljoen €) − jaar eindigend
per 31 december
2019
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten en
Nemo Link
Elia Group
Totaal
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 242,1 321,3 (2,0) 561,4
Plus:
Afschrijvingen en waardeverminderingen 159,3 215,0 0,3 374,6
Wijziging in voorzieningen (8,4) (5,8) 0,0 (14,1)
Aandeel in resultaat van investeringen
opgenomen volgens vermogensmutatiemethode
(na belastingen)
1,8 0,0 6,5 8,3
EBITDA 394,8 530,5 4,8 930,2

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2020

Plus:

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten en
Nemo Link
Elia Group
Totaal
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 235,6 340,1 (6,5) 569,3
Plus:
Afschrijvingen en waardeverminderingen 187,3 245,1 0,2 432,6
Wijziging in voorzieningen 1,1 (6,6) 0,0 (5,5)
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen
volgens vermogensmutatiemethode (na
belastingen)
1,9 0,0 7,4 9,2
EBITDA 425,8 578,6 1,1 1.005,6
  • Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na

Equity attributable to the owners of the company

Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandeelhouders en houders van hybride effecten, maar exclusief

minderheidsbelangen.

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2020 2019
Eigen vermogen 4.500,0 4.332,1
Min:
Minderheidsbelang 326,8 309,9
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de
vennootschap 4.173,2 4.022,3

Financiële hefboomwerking

Financiële hefboomwerking (D/E) = netto financiële schuld gedeeld door eigen vermogen (waarbij beide maatstaven minderheidsbelangen en hybride instrumenten omvatten). De financiële hefboomwerking geeft een indicatie van de mate waarin de Groep financiële schulden gebruikt voor de financiering van haar activiteiten in verhouding tot de financiering met eigen vermogen. Het wordt dus door de investeerders beschouwd als een indicator van de solvabiliteit.

Vrije kasstroom

Vrije kasstroom = Kasstromen uit operationele activiteiten min kasstromen uit investeringsactiviteiten. De vrije kasstroom geeft een indicatie van de door de Groep gegenereerde kasstromen.

(in miljoen €) 2019
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo Link
Elia Group
Totaal
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 268,3 (210,1) 13,2 71,2
Min:
Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten 713,2 446,7 22,1 1.182,0
Vrije kasstroom (444,9) (656,8) (8,9) (1.110,8)

Min:

(in miljoen €) 2020
Elia
Transmission
50Hertz
Transmission
Niet
gereguleerde
activiteiten
en Nemo Link
Elia Group
Totaal
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten 84,5 (796,3) (24,6) (736,6)
Min:
Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten 345,4 730,1 (134,2) 941,3
Vrije kasstroom (260,8) (1.526,4) 109,6 (1.677,8)

Min:

Nettofinancieringskosten

Vertegenwoordigt het netto financieel resultaat (financieringskosten minus financieringsbaten) van de onderneming.

156 Corporate Governance Verklaring Elia Group Financieel verslag 2020 157

Netto financiële schuld

Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende rentedragende leningen (incl. leaseverplichting onder IFRS 16) min geldmiddelen en kasequivalenten. De netto financiële schuld is een indicator van het bedrag aan rentedragende schulden van de Groep dat zou overblijven als er direct beschikbare geldmiddelen of kasinstrumenten zouden worden gebruikt om bestaande schulden af te lossen.

(in miljoen €) 31 december 2020 31 december 2019
Elia
Trans
-
mission
50Hertz
Trans
-
mission
Niet
-
geregu
-
leerde
activitei
-
ten en
Nemo
Link
Elia
Group
Tot
aal
Elia
Trans
-
mission
50Hertz
Trans
-
mission
Niet
-
geregu
-
leerde
activitei
-
ten en
Nemo
Link
Elia
Group
Tot
aal
Langlopende verplichtingen:
Leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen
3.433,6 3.327,2 488,8 7.249,6 2.505,7 2.376,7 496,5 5.378,9
Plus:
Kortlopende verplichtingen:
Leningen en overige
financieringsverplichtingen
67,7 725,9 11,9 805,5 578,5 524,6 16,1 1.119,2
Min:
Vlottende activa:
Geldmiddelen en kasequivalenten 195,7 296,6 97,8 590,1 70,8 793,2 110,9 975,0
Netto financiële schuld 3.305,6 3.756,6 402,9 7.465,0 3.013,4 2.108,1 401,6 5.523,1

Gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB

Gereguleerd actief (RAB) is een reguleringsconcept en een belangrijke drijfveer om het rendement op het geïnvesteerde kapitaal in de TNB via regelgevende kaders te bepalen. Het RAB wordt als volgt bepaald: RABi (initiële RAB bepaald door de toezichthouder op een bepaald moment) en evolueert met nieuwe investeringen, afschrijvingen, desinvesteringen en veranderingen in het werkkapitaal op jaarbasis, gebruik makend van lokale boekhoudwetgeving die van toepassing zijn in de regelgevende kaders. In België werd een bepaald bedrag aan herwaarderingsmeerwaar de (i.e. goodwill) in rekening genomen, die elk jaar evolueert in functie van uitboekingen en/of afschrijvingen.

Rendement op eigen vermogen (adj.) (%)

Rendement op eigen vermogen (RoE adj.) = Nettowinst toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders gedeeld door het eigen vermogen toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders. Het rendement op eigen vermogen wordt aangepast om de boekhoudkundige impact van hybride effecten in IFRS uit te sluiten (d.w.z. het hybride effect uit te sluiten van het eigen vermogen en de rentelasten als onderdeel van het niet -gerealiseerd resultaat te beschouwen). De RoE adj. geeft een indicatie van het vermogen van de Groep om winst te genereren ten opzichte van het geïnvesteerde eigen vermogen.

(in miljoen €) − jaar eindigend per 31 december 2020 2019
Winst van het boekjaar 307,9 309,1
Min:
Winst toe te rekenen aan de aandeelhouders van hybride effecten 19,3 19,3
Winst toe te rekenen aan minderheidsbelangen 38,5 35,5
Winst toe te rekenen aan eigenaars van gewone aandelen 250,1 254,3
Gedeeld door:
Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandelen 3.471,7 3.320,9
Rendement op eigen vermogen (adj.) (%) 7,20% 7,66%

Aandelenkapitaal en reserves per aandeel

Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap - Eigen vermogen toe te rekenen aan eignaars van gewone aandelen als een percentage van het uitstaand aantal aandelen.

(in €) − jaar eindigend per 31 december 2020 2019
Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandelen 3.471.784.607,7 3.320.895.927,9
Gedeeld door:
Aantal uitstaande aandelen (aan het einde van het jaar) 68.720.695 68.652.938
Eigen vermogen toe te rekenen aan houders van gewone aandelen 50,5 48,4