Skip to main content

AI assistant

Sign in to chat with this filing

The assistant answers questions, extracts KPIs, and summarises risk factors directly from the filing text.

Elia Group NV/SA Annual Report 2019

Apr 17, 2020

3945_rns_2020-04-17_8fd5ee72-fdc9-48f8-a18f-c1d571de83cd.pdf

Annual Report

Open in viewer

Opens in your device viewer

9 EUR
NAT. Datum neerlegging Nr.0476.388.378 Blz. E. D.

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN

IDENTIFICATIEGEGEVENS

NAAM VAN DE CONSOLIDERENDE VENNOOTSCHAP OF VAN HET CONSORTIUM (1) (2) :
ELIA GROUP
Rechtsvorm: NV
Adres: Keizerslaan Nr.: 20 Bus:
Postnummer: 1000 Gemeente: Brussel
Land: België
Rechtspersonenregister (RPR) - Rechtbank van Koophandel van Brussel, franstalige
Internetadres (3)
: http://www.elia.be
Ondernemingsnummer 0476.388.378
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING IN DUIZENDEN EURO(4)
Voorgelegd aan de algemene vergadering van 19/05/2020
met betrekking tot het boekjaar dat de periode dekt van 01/01/2019
tot
31/12/2019
Vorig boekjaar van 01/01/2018
tot
31/12/2018
De bedragen van het vorige boekjaar zijn / zijn niet (1) identiek met die welke eerder openbaar werden gemaakt.
Zijn gevoegd bij deze geconsolideerde jaarrekening: - het geconsolideerde jaarverslag - het controleverslag over de geconsolideerde jaarrekening
ZO DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN EEN BUITENLANDSE VENNOOTSCHAP DOOR EEN BELGISCHE DOCHTER
WORDT NEERGELEGD
Naam van de Belgische dochter die de neerlegging verricht (artikel 113, § 2, 4°a van het Wetboek van vennootschappen)
Ondernemingsnummer van de Belgische dochter die de neerlegging verricht
Totaal aantal neergelegde bladen: 1
dienstig zijn:
Secties van het standaardformulier die niet werden neergelegd omdat ze niet
Handtekening
(naam en hoedanigheid)
GUSTIN BERNARD
Handtekening
(naam en hoedanigheid)
OFFERGELD DOMINIQUE

Voorzitter van de Raad van Bestuur Bestuurder

(1) Schrappen wat niet van toepassing is.

(2) Een consortium dient de sectie CONSO 5.4 in te vullen.

(3) Facultatieve vermelding.

(4) Indien nodig, aanpassen van de eenheid en munt waarin de bedragen zijn uitgedrukt.

Ready to accelerate

Financieel verslag 2019

Elia groep Financieel Verslag 2019 1

VERKLARING VAN DE VERANTWOORDELIJKE PERSONEN

De ondergetekenden, Chris Peeters, voorzitter van het directiecomité en Chief Executive Officer, en Catherine Vandenborre, Chief Financial Officer, verklaren, voor zover hen bekend, dat:

a. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Elia en de in de consolidatie

b. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en

  • opgenomen ondernemingen;
  • onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.

Brussel, 26 maart 2020

Catherine Vandenborre Chris Peeters

Chief Financial Officer Chief Executive Officer

1. INHOUDSTAFEL2
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING4
Geconsolideerde winst- en verliesrekening 4
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten5
Geconsolideerde balans6
Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen7
Geconsolideerd kasstroomoverzicht8
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 9
1. Verslaggevende entiteit9
2. Basis voor presentatie9
2.1. Conformiteitsverklaring 9
2.2. Functionele en presentatievaluta 11
2.3. Waarderingsbasis 11
2.4. Gebruik van ramingen en beoordelingen 11
2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur 12
3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving13
3.1. Grondslagen voor consolidatie 13
3.2. Omrekening in vreemde valuta 14
3.3. Balansposten 14
Materiële vaste activa 14
Immateriële activa15
Goodwill15
Handels- en overige vorderingen 15
Voorraden16
Geldmiddelen en kasequivalenten16
Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa16
Financiële activa 17
Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting 17
Eigen vermogen18
Financiële verplichtingen18
Personeelsbeloningen18
Voorzieningen19
Handelsschulden en overige schulden 20
Overige niet courante verplichtingen 20
Leases (van toepassing vanaf 1 januari 2019) 20
Gereguleerde overlopende rekeningen 21
3.4. Posten in de resultatenrekening 22
Inkomsten 22
Uitgaven25
3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen 26
4. Rapportering per segment27
4.1. Basis voor segmentrapportering 27
4.2. Elia Transmission (België) 28
4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland) 30
4.4. Niet-gereguleerde activiteiten & Nemo Link 32
4.5. Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen 34
4.6. Adjusted elementen – reconciliatie tabel 35
5. Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten36
5.1. Bedrijfsopbrengsten, netto inkomsten (kosten) afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten 36
5.2. Bedrijfskosten 36
5.3. Nettofinancieringslasten 38
5.4.
5.5.
Winstbelastingen 38
Winst per aandeel (WPA) 39
5.6. Niet-gerealiseerde resultaten 39
6.
6.1.
Elementen van de geconsolideerde balans40
Materiële vaste activa 40
6.2. Immateriële activa 41
6.3. Goodwill 41
6.4. Langlopende handels- en overige vorderingen 44
6.5. Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode 44
Joint ventures44
Geassocieerde ondernemingen 44
6.6. Overige financiële vaste activa 45
6.7. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 46
6.8. Voorraden 47
6.9. Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten 47
6.10. Actuele belastingvorderingen en verplichtingen 48
6.11. Geldmiddelen en kasequivalenten 48
6.12. Eigen vermogen 48
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap 48
6.13. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen 49
6.14. Personeelsbeloningen 50
6.15. Voorzieningen 57
6.16. Overige langlopende verplichtingen 58
6.17. Handelsschulden en overige schulden 58
6.18. Financiële instrumenten – reële waarden 59
6.19. Leasing 60
6.20. Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten 62
7. Groepsstructuur63
7.1. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen 63
8. Andere toelichtingen65
8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten 65
8.2. Toezegging en voorwaardelijke verplichtingen 68
8.3. Verbonden partijen 68
8.4. Gebeurtenissen na balansdatum 70
8.5. Varia 70
8.6. Diensten verleend door de commissarissen 70
9. REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN71
9.1. Regelgevend kader in België 71
Federale wetgeving71
Gewestelijke wetgeving71
Regelgevende instanties71
Tariefbepaling 71
9.2. Regelgevend kader in Duitsland 74
Relevante wetgeving74
Regelgevende instanties in Duitsland74
Tarieven in Duitsland 74
9.3. Regelgevend kader voor NemoLink Interconnector 76
VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN OVER DE GECONSOLIDEERDE
JAARREKENING77
INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE MOEDERVENNOOTSCHAP 82
Balans na winstverdeling83
Resultatenrekening84
Financiële termen of alternatieve prestatiemaa

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Geconsolideerde winst- en verliesrekening

(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2019 2018
Voortgezette bedrijfsactiviteiten
Omzet (5.1) 2.242,3 1.934,8
Grond- en hulpstoffen (5.2) (76,9) (41,5)
Overige bedrijfsopbrengsten (5.1) 150,3 109,0
Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme (5.1) (73,7) (112,0)
Diensten en diverse goederen (5.2) (1.007,1) (945,7)
Personeelskosten (5.2) (282,9) (229,3)
Afschrijvingen en waardeverminderingen (5.2) (374,6) (252,3)
Wijziging in voorzieningen (5.2) 14,1 4,4
Overige bedrijfskosten (5.2) (30,1) (30,4)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 561,4 437,0
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na belastingen) (6.5) 8,3 65,6
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 569,7 502,6
Nettofinancieringslasten (5.3) (139,6) (93,3)
Financieringsbaten 5,6 21,9
Financieringslasten (145,2) (115,2)
Winst vóór winstbelastingen 430,1 409,3
Winstbelastingen (5.4) (121,0) (102,2)
Winst op voorgezette bedrijfsactiviteiten 309,1 307,1
Winst over de verslagperiode 309,1 307,1
Winst toe te rekenen aan
Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij – Eigenaars van
gewone aandelen 254,3 275,2
Houders van aandelen van de moedermaatschappij - hybride effecten 19,3 6,2
Minderheidsbelang 35,5 25,7
Winst over de verslagperiode 309,1 307,1
Winst per aandeel (in EUR)
Gewone winst per aandeel 3,91 4,52
Verwaterde winst per aandeel 3,91 4,52

De toelichting (1-9) maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2019 2018
Winst over de verslagperiode 309,1 307,1
Niet-gerealiseerde resultaten
Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en
verliesrekening:
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van
kasstroomafdekkingen
(5.6) (1,0) (8,4)
Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten (0,1) 0,0
Belastingimpact op deze elementen 0,2 2,2
Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening
worden overgeboekt:
Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding (6.14) (5,4) 0,8
Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van
niet-gerealiseerde resultaten
(5.6) 0,0 2,7
Belastingimpact op deze elementen (6.10) 1,5 (0,2)
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen (4,8) (2,9)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het
boekjaar
304,3 304,2
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij –
Eigenaars van gewone aandelen
250,1 271,9
Houders van aandelen van de moedermaatschappij - hybride effecten 19,3 6,2
Minderheidsbelang 34,9 26,1
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
over het boekjaar
304,3 304,2
(in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december Toelichting 2019 2018
Winst over de verslagperiode 309,1 307,1
Niet-gerealiseerde resultaten
Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en
verliesrekening:
Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van
kasstroomafdekkingen (5.6) (1,0) (8,4)
Wisselkoersverschillen uit omrekening van buitenlandse activiteiten (0,1) 0,0
Belastingimpact op deze elementen 0,2 2,2
Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening
worden overgeboekt:
Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding (6.14) (5,4) 0,8
Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van
niet-gerealiseerde resultaten (5.6) 0,0 2,7
Belastingimpact op deze elementen (6.10) 1,5 (0,2)
Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen (4,8) (2,9)
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het
boekjaar
304,3 304,2
Winst toe te rekenen aan:
Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij –
Eigenaars van gewone aandelen 250,1 271,9
Houders van aandelen van de moedermaatschappij - hybride effecten 19,3 6,2
Minderheidsbelang 34,9 26,1
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
over het boekjaar 304,3 304,2
Winst toe te rekenen aan:
--------------------------- --
Eigenaars van aandelen van de moedermaatschappij –

-

De toelichting (1-9) maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerde balans

(in miljoen EUR)
- Periode eindigend per 31 december
Toelichting 31 december 2019 31 december
2018
ACTIVA
VASTE ACTIVA 12.390,8 11.362,8
Materiële vaste activa (6.1) 9.445,6 8.456,2
Goodwill (6.3) 2.411,1 2.411,1
Immateriële activa (6.2) 96,4 91,2
Handels
- en overige vorderingen
(6.4) 2,3 177,0
Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (6.5) 342,8 135,4
Overige financiële vaste activa (incl. derivaten) (6.6) 88,9 86,9
Uitgestelde belastingvorderingen (6.7) 3,7 5,0
VLOTTENDE ACTIVA 1.502,6 2.391,5
Voorraden (6.8) 24,3 19,2
Handels
- en overige vorderingen
(6.9) 488,0 558,9
Actuele belastingvorderingen (6,10) 5,5 3,6
Geldmiddelen en kasequivalenten (6.11) 975,0 1.789,3
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten (6.9) 9,8 20,5
Totaal activa 13.893,4 13.754,3
TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
EIGEN VERMOGEN 4.332,1 3.748,9
Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap (6.12) 4.022,3 3.447,5
Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandelen 3.320,8 2.741,3
Aandelenkapitaal 1.705,9 1.521,5
Uitgiftepremie 259,1 14,3
Reserves 173,0 173,0
Afdekkingsreserves (7,0) (6,2)
Ingehouden winsten 1.189,8 1.038,7
Eigen vermogen toe te rekenen aan hybrid securities (6.12) 701,4 706,2
Minderheidsbelang 309,9 301,4
LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN 5.924,9 6.289,0
Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen (6.13) 5.378,9 5.773,8
Personeelsbeloningen (6.14) 118,2 104,0
Derivaten (8.1) 4,4 2,9
Voorzieningen (6.15) 122,3 96,9
Uitgestelde belastingverplichtingen (6.7) 87,0 95,2
Overige verplichtingen (6.16) 214,1 216,2
KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN 3.636,4 3.716,4
Leningen en overige financieringsverplichtingen (6.13) 1.119,2 621,1
Voorzieningen (6.15) 15,6 16,5
Handelsschulden en overige schulden (6.17) 1.356,9 1.989,1
Actuele belastingverplichtingen (6.10) 54,8 93,1
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten (6.20) 1.089,9 996,6
Totaal Eigen vermogen en verplichtingen 13.893,4 13.754,3

De toelichting (1 -9) maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen

(in miljoen EUR
)
Aandelen-kapitaal Uitgiftepremie Afdekkings-reserves Omrekenings
verschillen
Reserves Ingehouden winst Nettowinst toe te
gewone aandelen
eigenaars van
rekenen aan
Hybrid securities toe te rekenen aan
de eigenaars van
de vennootschap
Eigen vermogen
Minderheids-belang Totaal eigen
vermogen
Stand per 1 januari 2017,
zoals gerapporteerd
1.517,6 11,9 0,0 0,0 173,0 938,1 2.640,7 0,0 2.640,7 1,1 2.641,8
Wijziging in grondslag voor financiële
verslaggeving IFRS 15
(77,4) (77,4) (77,4) (77,4)
Stand herwerkt
per 31 december 2017
1.517,6 11,9 0,0 0,0 173,0 860,7 2.563,3 0,0 2.563,3 1,1 2.564,4
Wijziging in grondslag voor financiële
verslaggeving IFRS 9
Stand herwerkt per 1 januari 2018
1.517,6 11,9 0,0 0,0 173,0 2,9
863,7
2,9
2.566,2
0,0 2,9
2.566,2
2,9
1,1 2.567,3
Winst over de verslagperiode 281,6 281,6 281,6 25,7 307,3
Niet
-gerealiseerde resultaten
(6,2) 0,0 2,8 (3,5) (3,5) 0,5 (3,1)
Totaal gerealiseerde en niet
-
gerealiseerde resultaten
(6,2) 0,0 284,4 278,2 278,2 26,1 304,2
Transacties met eigenaars,
rechtstreeks verwerkt in het eigen
vermogen
Bijdragen van en uitkeringen
aan eigenaars
Uitgifte gewone aandelen 2,8 2,5 5,3 5,3 5,3
Kosten mbt op aandelen gebaseerde
betalingen 1,0 1,0 1,0 1,0
Uitgifte van hybrid securities
Verdeling aan hybrid securities
(3,2)
(6,2)
(6,2) (3,2) 700,0
6,2
696,8
0,0
696,8
0,0
Belastingen op verdeling
aan hybrid secutities (1,8) (1,8) (1,8) (1,8)
Dividenden (98,7) (98,7) (98,7) (20,0) (118,7)
Totaal bijdragen en uitkeringen 3,8 2,5 0,0 (109,9) (103,6) 706,2 602,6 (20,0) 582,6
Veranderingen in zeggenschap
Aanpassing minderheidsbelang EGI,
tengevolge acquisitie 0,5 0,5 0,5 (0,5) 0,0
Acquisitie 0,0 0,0 0,1 0,1 294,6 294,7
Totaal veranderingen in zeggenschap 0.0 0,5 0,6 0,6 294,1 294,7
Totaal bijdragen van en uitkeringen
aan eigenaars
Stand per 31 december 2018
3,8 2,5 0,0 0,0 (109,4)
1.521,4 14,4 (6,2) 0,0 173,0 1.038,7
(103,0) 706,2
2.741,3 706,2
603,2 274,1 877,3
3.447,5 301,4 3.748,9
Stand per 1 januari 2019 1.521,4 14,4 (6,2) 0,0 173,0 1.038,7 2.741,3 706,2 3.447,5 301,4 3.748,9
Winst over de verslagperiode 273,6 273,6 273,6 35,5 309,1
Nie
t
-gerealiseerde resultaten
(0,8) 0,0 (3,3) (4,2) (4,3) (0,6) (4,8)
Totaal gerealiseerde en niet
-
gerealiseerde resultaten
(0,8) 0,0 0,0 270,2 269,4 269,4 34,9 304,3
Transacties met eigenaars,
rechtstreeks verwerkt in het eigen
vermogen
Bijdragen van en uitkeringen
aan eigenaars
Uitgifte gewone aandelen 190,5 244,8 435,3 435,3 435,3
Kosten mbt uitgifte aandelen (6,2) (6,2) (6,2) (6,2)
Kosten mbt op aandelen gebaseerde
betalingen 0,1 0,1 0,1 0,1
Verdeling aan hybrid securities
Belastingen op verdeling
4,8 4,8 (4,8) 0,0 0,0
aan hybrid secutities 1,5 1,5 1,5 1,5
Dividenden aan minderheidsbelangen 0,0 0,0 0,0 (26,4) (26,4)
Dividenden (101,3) (101,3) (101,3) (101,3)
Hybride dividend (24,0) (24,0) (24,0) (24
,0)
Totaal bijdragen en uitkeringen
Totaal bijdragen van en uitkeringen
184,4 244,8 0,0 (119,1) 310,1 (4,8) 305,4 (26,4) 279,0
aan eigenaars 184,4 244,8 0,0 0,0 (119,1) 310,1 (4,8) 305, 4 (26,4) 279,0
Stand per 31 december 2019 1.705,8 259,2 (7,0) 0,0 173,0 1.189,8 3.320,8 701,4 4.022,2 309,9 4.332,1

De toelichting (1 -9) maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.

Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
309,1
307,1
Winst over de verslagperiode
Aanpassing voor:
Nettofinancieringslasten
(5,3)
139,6
93,3
Overige niet
-kaskosten
(2,2)
1,1
Winstbelastingen
(5.4)
124,7
105,9
Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de
(8,3)
(65,6)
vermogensmutatiemethode, na belasting
Afschrijvingen materiële en amortisatie immateriële activa
365,8
249,5
Boekwinst op verkoop van materiële en immateriële activa
10,0
12,6
Bijzondere waardeverminderingen op vlottende activa
0,3
3,8
Mutatie voorzieningen
(9,4)
(9,2)
Mutatie aanpassing in leningen
1,1
1,3
Mutatie uitgestelde belastingen
(6.7)
(3,7)
(3,6)
927,1
696,1
Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten
Mutatie voorraden
(5,6)
(1,8)
Mutatie handels
- en overige vorderingen
66,2
(50,5)
Mutatie overige vlottende activa
14,9
7,8
Mutatie handelsschulden en overige schulden
(640,4)
(12,9)
Mutatie overige kortlopende verplichtingen
28,2
117,9
(536,7)
60,5
Wijzigingen in werkkapitaal
Betaalde rente
(158,4)
(141,8)
Ontvangen rente
5,8
5,7
Betaalde winstbelastingen
(166,5)
(103,8)
71,2
516,7
Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Verwerving van immateriële activa
(26,9)
(23,2)
Verwerving van materiële activa
(1.130,8)
(991,1)
Verwerving van investeringen opgenomen volgens de
(6.5)
(201,8)
(23,8)
vermogensmutatiemethode
Verwerving van dochteronderneming
(1,1)
(988,7)
Verworven geldmiddelen bij verwerving van dochteronderneming
0,0
1.902,7
Opbrengst uit de verkoop van materiële vaste activa
1,6
2,4
Opbrengst uit de verkoop van investeringen
0,0
0,2
Ontvangen dividend van onderneming opgenomen volgens
2,6
2,0
vermogensmutatiemethode
Leningen en lange termijn vorderingen aan joint ventures
174,4
(35,7)
(1.182,0)
(155,2)
Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal
(6.12)
435,3
5,3
Kosten verbonden aan uitgifte van aandelenkapitaal
(6.12)
(6,1)
(0,1)
Betaald dividend (
-
)
(6.1
2
)
(101,3)
(98,7)
Hybride dividend betaald
(24,0)
0,0
Betalingen aan non
-controlling parties
(24,0)
0,0
Aflossing van opgenomen leningen (
-
)
(6.13)
(757,6)
0,0
Uitgifte hybrid
(6.12)
0,0
696,8
Ontvangsten van opgenomen leningen (+)
(6.13)
774,2
656,9
Minderheidsbelangen
0,0
(20,0)
Overige kasstromen uit financieringsactiviteiten
0,0
(7,6)
296,4
1.232,6
Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten
(814,3)
1.594,1
Netto
-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari
1.789,3
195,2
Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december
975,0
1.789,3
(814,3)
1.594,1
(in miljoen EUR)
- Periode eindigend per 31 december
Toelichting 2019 2018
Netto
-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten

TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

1. Verslaggevende entiteit

Elia Group NV (de 'Vennootschap' of 'Elia') is gevestigd in België en heeft haar maatschappelijke zetel te Keizerslaan 20, B1000 Brussel. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar 2019 omvat de jaarrekening van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (hierna aangeduid als de 'Groep' of 'Elia groep') en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde ondernemingen .

De Vennootschap is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met aandelen genoteerd op Euronext Brussels, onder de kenletters ELI.

De Elia groep is opgebouwd rond twee transmissienetbeheerders voor elektriciteit: Elia Transmission in België en 50Hertz Transmission, een van de vier Duitse transmissienetbeheerders, actief in het noorden en oosten van Duitsland en waarin Elia Group een participatie van 80% heeft.

De Groep heeft ook een participatie van 50% in NemoLink Ltd, de entiteit die een elektrische interconnector heeft gebouwd tussen het Verenigd Koninkrijk en België met de naam Nemo Link. Nemo Link is een joint venture met National Grid Ventures (VK) en is operationeel sinds 30 januari 2019 met een transfercapaciteit van 1000 MW.

Met ongeveer 2. 500 medewerkers en een netwerk van zo'n 19.000 km hoogspanningsverbindingen ten dienste van 30 miljoen eindconsumenten behoort Elia Group tot de top 5 van de Europese TNB's. Ze staat in voor de efficiënte, betrouwbare en zekere transmissie van elektriciteit van producenten naar distributienetbeheerders en grote industriële gebruikers, alsook voor de import en export van elektriciteit van en naar de buurlanden. De Groep is een drijvende kracht in de ontwikkeling van de Europese elektriciteitsmarkt en de integratie van hernieuwbare energie. Naast haar activiteiten als netbeheerder in België en Duitsland biedt de Elia groep aan bedrijven een waaier van consultancy - en engineeringactiviteiten aan. De Groep treedt op onder de wettelijke entiteit Elia Group, een beursgenoteerd bedrijf met Publi -T, een gemeentelijke holding, als referentieaandeelhouder.

2. Basis voor presentatie

2.1. Conformiteitsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen voor gebruik in de Europese Unie. De Groep heeft alle door de IASB gepubliceerde nieuwe en herziene standaarden en interpretaties toegepast die toepasselijk zijn voor de activiteiten van de Groep en die gelden voor boekjaren die beginnen op 1 januari 2019.

Nieuwe en herziene standaarden en interpretaties

Indien een standaard of aanpassing een invloed heeft voor de Groep, is deze uitgelegd hieronder, samen met de impact.

IFRS 16 werd gepubliceerd in januari 2016 en vervangt IAS 17: 'Leaseovereenkomsten', IFRIC 4: 'Vaststelling of een overeenkomst – Stimulansen' en SIC 27: 'Evaluatie van de economische realiteit van transacties, rekening houdend met de juridische vorm van een leaseovereenkomst'. In IFRS 16 worden de beginselen omschreven voor de opname, waardering, presentatie en toelichting van leaseovereenkomsten en verplicht leasenemers om alle leaseovereenkomsten op eenzelfde wijze op de balans te rapporteren, gelijkaardig aan de opname van financiële leases volgens IAS 17. De standaard omvat twee vrijstellingen voor de opname voor leasenemers; leaseovereenkomsten van activa met lage waarde (bijvoorbeeld pc's) en kortlopende leaseovereenkomsten (d.w.z. leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder). Op de aanvangsdatum van een leaseovereenkomst neemt een leasenemer een verplichting op om leasebetalingen te verrichten (d.w.z. de leaseverplichting) en een actief dat het recht vertegenwoordigt om het onderliggende actief gedurende de leaseperiode te gebruiken (d.w.z. het actief met gebruiksrecht). Leasenemers moeten de rentelasten op de

een leaseovereenkomst bevat', SIC 15: 'Operationele leases leaseverplichting en de afschrijvingskosten op het actief afzonderlijk erkennen.

Leasenemers zijn ook verplicht om de leaseverplichting te herwaarderen wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen (bijvoorbeeld een wijziging in de leaseperiode of een wijziging in toekomstige leasebetalingen als gevolg van een wijziging aan een index of rentevoet die wordt gebruikt om de betalingen te bepalen). De leasenemer zal in het algemeen het bedrag van de herwaardering van de leaseverplichting opnemen alsook een aanpassing doorvoeren ten opzichte van het actief dat het gebruiksrecht vertegenwoordigt.

Voor de leasegever blijft de financiële verslaggeving volgens IFRS 16 in wezen ongewijzigd ten opzichte van de huidige financiële verslaggeving volgens IAS 17. Leasegevers blijven alle leaseovereenkomsten classificeren volgens hetzelfde classificatieprincipe als in IAS 17 en maken een onderscheid tussen twee soorten leaseovereenkomsten: operationele en financiële leases.

Volgens IFRS 16 moeten leasenemers en leasegevers uitgebreidere informatie verstrekken dan op grond van IAS 17 vereist is.

IFRS 16 is van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019. Vervroegde toepassing is toegestaan, maar enkel nadat een entiteit IFRS 15 toepast. Een leasenemer kan ervoor kiezen de standaard toe te passen volgens een volledige retroactieve of een gewijzigde retroactieve benadering. In de overgangsbepalingen van de standaard worden bepaalde vrijstellingen voorzien.

Overgang naar IFRS 16

De Groep heeft IFRS 16 toegepast volgens de gewijzigde retroactieve benadering, d.w.z. dat zij de standaard zal toepassen op haar lease-overeenkomsten met het cumulatieve effect van de eerste toepassing van de standaard die op de datum van de eerste toepassing, 1 januari 2019, is opgenomen.

In overeenstemming met de standaard voor leaseovereenkomsten koos de Groep ervoor om de volgende vrijstellingen te gebruiken bij de toepassing van IFRS 16:

  • korte termijn-leaseovereenkomsten, d.w.z. overeenkomsten met een duur van minder dan een jaar;
  • leaseovereenkomsten waarvoor het onderliggende actief van lage waarde is;
  • immateriële activa.

De belangrijkste oordelen en veronderstellingen in het bepalen van het leaseactief, alsook voor de verplichting die ermee samenhangt, moeten in de volgende gebieden worden gesitueerd:

  • De Groep heeft gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen, d.w.z. één disconteringsvoet per groep contracten, gebundeld per looptijd. Er werd verondersteld dat deze leaseovereenkomsten gelijkaardige kenmerken hebben. Er werd geen gebruikgemaakt van achteraf verkregen kennis. De gebruikte disconteringsvoet is de beste raming van de Groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet en ligt tussen 0,26% en 2,94%.
  • De Groep heeft de niet-opzegbare periode van elk van de contracten beoordeeld in het kader van IFRS 16. Dit omvat de periode die wordt gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te verlengen, indien de leasenemer redelijk zeker is dat hij die optie kan uitoefenen. Zeker wanneer het gaat om kantoorhuurcontracten heeft de Groep haar beste raming gemaakt van de niet-opzegbare periode op basis van alle informatie waarover de Groep beschikt.

Impact op jaarrekening

Op 1 januari 2019, bij de overgang naar IFRS 16, heeft de Groep de volgende activa met gebruiksrechten en leaseverplichtingen opgenomen:

(in miljoen EUR) 1 januari 2019
Materiële vaste activa (gebruiksrecht activum) 95,8
Leaseverplichting 95,8

Aangezien de activa van de Groep op de datum van de overgang gelijk zijn aan de verplichtingen, is er geen impact op de ingehouden winsten op de invoeringsdatum. De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gecompenseerd. De Groep presenteert de activa met gebruiksrechten onder 'materiële vaste activa' en leaseverplichtingen onder 'leningen en overige financieringsverplichtingen' in de balans.

De operationele leaseverplichtingen van de Groep volgens IAS 17 en de leaseverplichtingen van de Groep volgens IFRS 16 kunnen als volgt worden gereconcilieerd:

(in miljoen EUR) Reconciliatie IAS
17 naar IFRS 16
Minimale leasebetalingen volgens IAS 17 per 31 december 2018 53,7
Contracten buiten beschouwing voor IFRS 16 (5,6)
Effect van verdiscontering (21,8)
Effect van leasetermijn assumpties 69,5
Leaseverplichting erkend bij eerste toepassing van IFRS 16 per 1 januari 2019 95,8

Contracten die buiten het toepassingsgebied van IFRS 16 vallen, zijn meestal contracten waarbij (i) geen actief kon worden geïdentificeerd, of waarbij (ii) een actief in het contract moet worden geïdentificeerd, maar waarover de Groep geen zeggenschap kan uitoefenen.

Het effect van de leasetermijn assumpties komt voort uit de schatting van de meest waarschijnlijke einddatum van het contract onder IFRS 16, die in bepaalde gevallen afwijkt van de einddatum die in het contract is vastgelegd. Dit is vaak het geval voor contracten waarbij het waarschijnlijk is dat het contract zal worden verlengd.

De opgenomen activa met gebruiksrechten hebben betrekking op de volgende soorten activa:

(in miljoen EUR) 1 januari 2019
Grondgebruik 4,5
Gebruik van bovenleidingen overhead line 32,7
Huur van gebouwen/kantoren 32,1
Wagens 12,7
IT-materiaal / voorzieningen 0,1
Optische vezels 10,1
Strategische reserves 3,6
Totaal 95,8

Het gebruik van (onderdelen van) terreinen en luchtlijnen vormt een recht voor de Groep om een duidelijk geïdentificeerd stuk land te gebruiken en op iemands eigendom te bouwen. Alleen de contracten waarbij de Groep het volledige recht heeft om over het

geïdentificeerde actief controle uit te oefenen, zijn van toepassing. Strategische reserves zijn contracten waarbij de Groep het recht heeft om over een elektriciteitscentrale controle uit te oefenen en zo het evenwicht op het elektriciteitsnet te bewaren.

Grondslagen voor financiële verslaggeving

We verwijzen naar 3.3.16 voor een gedetailleerde beschrijving van de grondslagen voor financiële verslaggeving.

Naast IFRS 16 zijn in 2019 nog een aantal andere standaarden, wijzigingen en interpretaties van kracht geworden met slechts een beperkte of geen impact voor de Groep:

Onzekerheid over de behandeling van inkomstenbelasting (IFRIC-interpretatie 23 – van kracht vanaf 1 januari 2019). In juni 2017 heeft de IASB IFRIC-interpretatie 23 gepubliceerd die de toepassing verduidelijkt van de opname- en waarderingsregels uit IAS 12 Winstbelastingen wanneer er onzekerheid is over de heffing van de winstbelasting. Deze wijziging had geen invloed op de

Vooruitbetalingskenmerken met negatieve compensatie (wijzigingen in IFRS 9 – van kracht vanaf 1 januari 2019). De wijzigingen in IFRS 9 verduidelijken dat een financieel actief voldoet aan het SPPI-criterium, ongeacht de gebeurtenis of omstandigheid die de vroegtijdige beëindiging van het contract veroorzaakt en ongeacht welke partij een redelijke vergoeding betaalt of ontvangt voor de

  • Groep.
  • vroegtijdige beëindiging van het contract. Deze wijzigingen hadden geen invloed op de Groep.
  • regeling tijdens een verslagperiode. Deze wijzigingen hadden geen invloed op de Groep.

Wijziging, inperking of afwikkeling van een plan (wijzigingen in IAS 19 – van kracht vanaf 1 januari 2019). De wijzigingen in IAS 19 Personeelsbeloningen hebben betrekking op de administratieve verwerking van een wijziging, inperking of afwikkeling van een

Langetermijnbelangen in geassocieerde ondernemingen en joint ventures (wijzigingen in IAS 28 – van kracht vanaf 1 januari 2019). De wijzigingen verduidelijken dat een entiteit IFRS 9 toepast op langetermijnbelangen in een geassocieerde deelneming of joint venture waarop de vermogensmutatiemethode niet wordt toegepast, maar die in wezen deel uitmaken van de netto-investering in de geassocieerde deelneming of joint venture (langetermijnbelangen). Deze wijzigingen hadden geen invloed op de Groep.

Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden van cyclus 2015-2017 (vooral gericht op IFRS 3, IFRS 11, IAS 12 en IAS 23 – van kracht vanaf 1 januari 2019). Deze aanpassingen hebben geen invloed op de geconsolideerde jaarrekeningen van de Groep.

De volgende standaarden, wijzigingen en interpretaties zijn nog niet van kracht in 2019. De wijzigingen in de onderstaande standaarden, wijzigingen en interpretaties zullen naar verwachting geen significante impact hebben op de jaarrekening, en worden daarom niet verder beschreven:

  • Wijzigingen in IFRS 3: Definitie van een 'business';
  • IFRS 17: Verzekeringscontracten;
  • venture;
  • Wijziging in IAS 1 en IAS 8, Definitie van de term 'materieel';

• Wijzigingen in IFRS 10 en IAS 28: Verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en de geassocieerde deelneming of joint

• Wijzigingen aan de verwijzingen binnen het conceptueel kader in IFRS-standaarden: Wijzigingen in conceptueel kader.

2.2. Functionele en presentatievaluta

De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in miljoen euro (de functionele valuta van de Vennootschap), afgerond op het dichtstbijzijnde honderdduizendtal, tenzij anders vermeld.

2.3. Waarderingsbasis

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kosten, uitgezonderd de afgeleide financiële instrumenten, die tegen reële waarde worden gewaardeerd. Vaste activa worden gewaardeerd tegen de laagste boekwaarde en de realiseerbare waarde. Personeelsbeloningen worden gewaardeerd tegen de huidige waarde van de toegezegde personeelsverplichtingen, minus de reële waarde van de fondsbeleggingen (zie ook Toelichting 6.14). Wijzigingen in de reële waarde van financiële activa worden in de niet-gerealiseerde resultaten verwerkt. Financiële activa, niet gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of tegen reële waarde opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten, worden gewaardeerd tegen reële waarde via de winst- en verliesrekening.

2.4. Gebruik van ramingen en beoordelingen

De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die een impact kunnen hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en passiva en baten en lasten. De schattingen en onderliggende veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en diverse andere factoren die gegeven de omstandigheden redelijk geacht worden en waarvan de resultaten de basis vormen voor de beoordeling van de boekwaarde van activa en passiva. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien indien de herziening enkel die periode beïnvloedt, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes indien de herziening zowel huidige als toekomstige periodes beïnvloedt.

De volgende rubrieken bevatten informatie over belangrijke punten van schattingsonzekerheden en kritische oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de bedragen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening:

• De totale toegestane vergoeding voor haar rol als netbeheerder in het Belgische en het Duitse segment wordt vooral bepaald door berekeningsmethoden die zijn vastgesteld door respectievelijk de Belgische federale regulator, m.n. de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas ('CREG'), en de Duitse federale regulator, m.n. het Bundesnetzagentur ('BNetzA'). In deze context is de opname van gereguleerde overlopende rekeningen ook gebaseerd op de verschillende regelgevende kaders. Voor bepaalde berekeningen is een oordeel nodig. Meer informatie hierover is te vinden in Toelichtingen 6.20, 9.1.4 en 9.2.3.

  • Entiteiten waarin de Groep minder dan 20% van de stemrechten bezit, maar een invloed van betekenis heeft, worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Volgens de richtlijnen van IAS 28 beoordeelt de Groep of zij aanzienlijke invloed heeft op haar geassocieerde ondernemingen en moet zij deze bijgevolg volgens de vermogensmutatiemethode opnemen (in plaats van IFRS 9 toe te passen) en herbeoordeelt zij dit in elke verslagperiode (zie ook Toelichting 6.5).
  • Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor het overdragen van ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen, in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen deze ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen kunnen worden aangewend. Bij de beoordeling houdt het management rekening met elementen zoals de bedrijfsstrategie op lange termijn en mogelijkheden van belastingplanning op lange termijn (zie Toelichting 6.7).
  • Kredietrisico ten opzichte van klanten: het management controleert nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen en houdt hierbij ook rekening met de ouderdom van de vordering, de betalingshistoriek en de dekking van kredietrisico's (zie Toelichting 8.1).
  • Personeelsbeloningen inclusief restitutierechten zie Toelichting 6.14:
    • o De Groep beschikt over toegezegd-pensioenregelingen en bijdrageregelingen, die behandeld worden in Toelichting 6.14. De berekening van de activa en verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op actuariële en statistische veronderstellingen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen. De huidige waarde wordt onder andere beïnvloed door veranderingen in disconteringsvoeten en financiële veronderstellingen zoals toekomstige loonstijgingen. Daarnaast wordt de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen ook beïnvloed door demografische veronderstellingen, zoals de gemiddelde veronderstelde pensioenleeftijd;
    • o Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt het management de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta, d.w.z. de euro, met een minimale rating AA, zoals bepaald door minstens één groot ratingbureau, en geëxtrapoleerd volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de de brutoverplichting. Obligaties met een hogere en lagere rentevoet worden uitgesloten bij het bepalen van de gepaste rendementscurve.
    • o Om de overeenkomstige huidige waarde te berekenen, worden de rentevoeten van de rendementscurve toegepast op de geraamde kasstroom van elke regeling. Vervolgens wordt één disconteringsvoet vastgesteld die dezelfde huidige waarde oplevert. De uiteindelijke disconteringsvoet weerspiegelt dus zowel het huidige renteklimaat als de specifieke kenmerken van de verplichtingen.
  • Voorzieningen voor milieusaneringskosten: op het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten met betrekking tot bodemsanering op basis van het advies van een deskundige. De omvang van deze saneringskosten hangt af van een beperkt aantal onzekerheden, met inbegrip van de identificatie van nieuwe bodemverontreinigingen (zie Toelichting 6.15).
  • Overige voorzieningen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende uitgaande kasstromen is afhankelijk van de voortgang en de duur van de bijbehorende processen of procedures (zie Toelichting 6.15).
  • Onderzoek op waardevermindering op goodwill: de Groep analyseert de waardevermindering op goodwill en kasstroomgenererende eenheden (KGE) op de verslagdatum, en wanneer er indicaties zijn dat de boekwaarde mogelijk hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse is gebaseerd op veronderstellingen over onder andere geschatte investeringsplannen, vergoedingen gedefineerd binnen de regelgevende kaders, de evolutie van de markt, het marktaandeel, de evolutie van de marge en disconteringsvoeten (zie Toelichting 6.3).
  • Waardering tegen reële waarde van financiële instrumenten: wanneer de reële waarde van financiële activa en financiële passiva in de balans niet kan worden bepaald op basis van genoteerde prijzen op actieve markten, wordt hun reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Voor deze waarderingstechnieken wordt, waar mogelijk, gebruikgemaakt van gegevens uit waarneembare markten. Wanneer dit niet mogelijk is, is enige mate van oordeelsvorming noodzakelijk om de reële waarde te bepalen. Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen (zie Toelichting 6.18).
  • De gebruiksduur van de vaste activa wordt bepaald op basis van de werkelijke afschrijving van elk actief. De afschrijvingen voor materiële vaste activa worden voornamelijk berekend op basis van de gebruiksduur bepaald door het regelgevend kader in België en Duitsland, wat wordt beschouwd als de best mogelijke benadering van de werkelijke gebeurtenissen op het vlak van economisch gebruik. (Zie Toelichting 6.1)
  • De Groep heeft gebruikgemaakt van praktische hulpmiddelen bij de toepassing van IFRS 16 Leases:
  • o De Groep past één disconteringsvoet toe per groep contracten, samengevat per looptijd. Er werd verondersteld dat deze leaseovereenkomsten gelijkaardige kenmerken hebben. De gebruikte disconteringsvoet is de beste raming van de Groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet. Elke leaseovereenkomst wordt geclassificeerd in een looptijdklasse (< 5 jaar, tussen 5 en 10 jaar, ...) waarvoor een rentevoet wordt afgeleid die gelijk is aan de rentevoet van een verhandelde obligatie met dezelfde rating als de Elia groep in dezelfde sector met een gelijkaardige looptijd. De rentevoet wordt vastgelegd over de looptijd van de leaseovereenkomst.
  • o De Groep heeft de niet-opzegbare periode van elk van de contracten beoordeeld in het kader van IFRS 16. Dit omvat de periode die wordt gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te verlengen, indien de leasenemer redelijk zeker is dat hij die optie kan uitoefenen. Zeker wanneer het gaat om kantoorhuurcontracten heeft de Groep haar beste raming gemaakt van de niet-opzegbare periode op basis van alle beschikbare informatie. (Zie Toelichting 6.19)

2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur

Op 26 maart 2020 heeft de Raad van Bestuur deze geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor publicatie.

3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

3.1. Grondslagen voor consolidatie

DOCHTERONDERNEMINGEN

Een dochteronderneming is een entiteit die door de Vennootschap wordt gecontroleerd. De Groep controleert een entiteit wanneer zij blootgesteld is aan, of rechten heeft op variabele winsten omwille van haar betrokkenheid bij de entiteit en zij de bevoegdheid heeft om via haar zeggenschap over de entiteit die opbrengsten te beïnvloeden. De jaarrekening van dochterondernemingen is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf de datum dat de zeggenschap aanvangt tot de datum dat de zeggenschap ophoudt. De grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen worden, waar nodig, gewijzigd om ze overeen te laten komen met de grondslagen die de Groep toepast. Verliezen die toepasbaar zijn op de minderheidsbelangen in een dochteronderneming worden aan de minderheidsbelangen toegeschreven, zelfs als de minderheidsbelangen hierdoor een negatief saldo op de balans krijgen. Wijzigingen in het belang van de Groep in een niet 100%-dochteronderneming die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, worden geboekt als transacties van eigen vermogen.

GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN

Een geassocieerde onderneming is een entiteit waarin de Vennootschap een invloed van betekenis maar geen zeggenschap heeft over de financiële en operationele beleidslijnen. Investeringen in geassocieerde ondernemingen worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel tegen kostprijs in de geconsolideerde balans opgenomen, inclusief alle transactiekosten verbonden aan de overname en daarna aangepast om het aandeel van de Groep in de winst of het verlies en de niet-gerealiseerde resultaten van de geassocieerde onderneming op te nemen. Deze verwerking volgens de vermogensmutatiemethode vindt plaats vanaf de datum waarop de invloed van betekenis aanvangt tot de datum waarop de invloed van betekenis ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een geassocieerde onderneming overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een geassocieerde onderneming.

BELANGEN IN JOINT VENTURES

Een joint venture is een overeenkomst waarbij de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent en rechten heeft op de nettoactiva van de overeenkomst, dit in tegenstelling tot gezamenlijke activiteiten waarbij de Groep rechten heeft op de activa en verplichtingen voor de passiva. Belangen in joint ventures worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel verwerkt tegen kostprijs, inclusief alle transactiekosten verbonden aan de overname. Na de eerste opname wordt het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van joint ventures volgens de vermogensmutatiemethode geboekt in de geconsolideerde jaarrekening, vanaf de datum dat de gezamenlijke zeggenschap aanvangt tot de datum waarop de gezamenlijke zeggenschap ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een joint venture overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een joint venture.

MINDERHEIDSBELANGEN

Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen hun evenredige deel van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij op de aankoopdatum.

VERLIES VAN ZEGGENSCHAP

Bij het verlies van zeggenschap verwijdert de Groep de activa en passiva van de dochteronderneming, alle minderheidsbelangen en andere componenten van de niet-gerealiseerde resultaten van de dochteronderneming uit de balans. Een eventuele meer- of minwaarde die voortvloeit uit het verlies van zeggenschap wordt opgenomen als winst of verlies. Als de Groep een belang behoudt in een vroegere dochteronderneming, dan wordt dit belang aan de reële waarde gewaardeerd op de dag waarop de Groep de zeggenschap verliest. Vervolgens wordt het geboekt als een investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode of als een financieel actief gewaardeerd tegen reële waarde, afhankelijk van de invloed die de Groep behoudt.

ELIMINATIE VAN INTRAGROEPTRANSACTIES

Intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen of baten en lasten die voortvloeien uit intragroepstransacties, worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.

Niet-gerealiseerde winsten die voortvloeien uit transacties met geassocieerde ondernemingen, worden geëlimineerd in overeenstemming met het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden geëlimineerd op dezelfde wijze als niet-gerealiseerde winsten, maar enkel in de mate dat er geen bewijs voorhanden is van een bijzondere waardevermindering.

BEDRIJFSCOMBINATIES EN GOODWILL

Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen en vertegenwoordigt het positieve verschil tussen de overgedragen vergoeding en het belang van de Groep in de netto reële waarde van de netto identificeerbare activa, verplichtingen en de voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij.

De Groep waardeert goodwill op de aankoopdatum als:

  • de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
  • het opgenomen bedrag van een minderheidsbelang in de overgenomen partij; plus
  • minus

• als de bedrijfscombinatie in fasen verloopt, de reële waarde van het vooraf bestaande vermogensbelang in de overgenomen partij;

• de reële waarde van de identificeerbare overgenomen activa en de aangegane verplichtingen op de aankoopdatum.

Wanneer het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een winst op voordelige acquisitie opgenomen in de resultatenrekening.

De overgedragen vergoeding is exclusief bedragen voor de afwikkeling van eerder bestaande relaties. Deze bedragen worden in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Transactiekosten die door de Groep worden gemaakt in verband met een bedrijfscombinatie, met uitzondering van de kosten die verband houden met de uitgifte van schuldbewijzen of aandelen, worden als last opgenomen wanneer ze worden gemaakt.

Eventuele voorwaardelijke vergoedingen die moeten worden betaald, worden gewaardeerd tegen de reële waarde op de aankoopdatum. Als de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen wordt geklasseerd, dan wordt deze niet opnieuw gewaardeerd en wordt de afwikkeling in het eigen vermogen opgenomen. In andere gevallen worden wijzigingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding in de winst- en verliesrekening opgenomen.

3.2. Omrekening in vreemde valuta

TRANSACTIES EN SALDI IN VREEMDE VALUTA

Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta van de Vennootschap tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva aangeduid in vreemde valuta op balansdatum worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op die datum. Verschillen die ontstaan bij de omrekening van vreemde valuta worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Niet-monetaire activa en passiva die in vreemde valuta op basis van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de transactie.

BUITENLANDSE BEDRIJFSACTIVITEITEN

Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, een belang in een joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een ander land dan het land van de verslaggevende entiteit of in een andere valuta dan de valuta van de verslaggevende entiteit.

De financiële verslaggeving van alle entiteiten van de Groep met een functionele valuta die verschilt van de presentatievaluta van de Groep wordt als volgt omgerekend naar de presentatievaluta:

  • Activa en passiva worden omgerekend tegen de wisselkoers op de verslagdatum.
  • Inkomsten en uitgaven worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van het jaar.

Verschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, belangen in joint ventures en geassocieerde ondernemingen tegen de wisselkoersen bij de sluiting van het boekjaar worden opgenomen in het eigen vermogen onder niet-gerealiseerde resultaten. Bij de (gedeeltelijke) verkoop van buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen worden de gecumuleerde omrekeningsverschillen (gedeeltelijk) opgenomen in de winst of het verlies als onderdeel van winst/verlies uit de verkoop.

3.3. Balansposten

Materiële vaste activa

Activa in eigendom

Materiële vaste activa worden uitgedrukt aan kostprijs (met inbegrip van rechtstreeks toerekenbare kosten, waaronder de financieringskosten) verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (zie deel 3.3.7. 'Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa'). De kosten van zelf vervaardigde activa omvatten de kosten van materialen, van direct toewijsbare personeelskosten en, waar relevant, van de initiële schatting van de kosten van het ontmantelen en verwijderen van de activa en het herstellen van de site waarop zij gelegen zijn. Wanneer onderdelen van materiële vaste activa een verschillende gebruiksduur hebben, worden zij geboekt als afzonderlijke materiële vaste activa.

Kosten na eerste opname

De Groep neemt in de boekwaarde van een materieel vast actief de kosten op van het vervangen van een deel van dat actief wanneer die kosten worden gemaakt, enkel wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de Groep zullen toekomen, en indien de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd. Alle overige kosten, zoals herstellings- en onderhoudskosten, worden als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening zodra zij worden gemaakt.

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van elk bestanddeel van een materieel vast actief. De terreinen worden niet afgeschreven. De gebruikte afschrijvingspercentages zijn opgenomen in de tabel hierna.

De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de materiële vaste activa worden op het einde van elk boekjaar geëvalueerd en, in voorkomend geval, prospectief aangepast.


Administratieve gebouwen
1,67% – 2,00%

Industriële gebouwen
2,00 – 4,00%

Luchtlijnen
2,00 – 4,00%

Ondergrondse kabels
2,00 – 5,00%

Onderstations (faciliteiten en machines)
2,50 – 6,67%

Afstandsbediening
3,00 – 12,50%

Dispatching
4,00 – 10,00%

Andere TGU (uitrusting van gehuurde gebouwen)
contractuele periode

Voertuigen
6,67 – 20,00%

Gereedschap en kantoormeubilair
6,67 – 20,00%

Hardwareapparatuur
25,00 – 33,00%

Activa met gebruiksrechten
contractuele periode

Buitendienststelling van activa

Er wordt een provisie aangelegd voor buitendienststellings- en milieukosten op basis van de geschatte toekomstige uitgaven, verdisconteerd tot hun actuele waarde. Een initiële schatting voor de buitendienststellings- en milieukosten van materiële vaste activa is verwerkt in de oorspronkelijke kosten van de materiële vaste activa in kwestie.

Wijzigingen in de voorzieningen als gevolg van herziene schattingen of verdisconteringsvoeten of wijzigingen in de verwachte timing van uitgaven voor materiële vaste activa worden verwerkt als wijzigingen in hun boekwaarde en worden prospectief afgeschreven over hun resterende geschatte economische levensduur; in andere gevallen worden deze wijzigingen in de winst- en verliesrekening opgenomen.

De toename in de voorzieningen als gevolg van de verdiscontering is als financieringskost opgenomen in de winst- en verliesrekening.

Verwijdering van de balans

Een actief wordt niet meer op de balans opgenomen in geval van verkoop of indien er geen toekomstige economische voordelen van het gebruik of van de verkoop worden verwacht. Een eventuele opbrengst of verlies voortvloeiend uit de verwijdering van het actief (hetgeen wordt berekend als het verschil tussen de netto-opbrengst bij verkoop of buitendienststelling en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening onder overige bedrijfsopbrengsten/overige bedrijfskosten, gedurende het jaar waarin het actief wordt verwijderd van de balans.

Immateriële activa

Computersoftware

Softwarelicenties die verworven worden door de Groep worden uitgedrukt aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen (zie deel 3.3.7. 'Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa').

Uitgaven in verband met onderzoeksactiviteiten ondernomen om intern software te ontwikkelen, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij gedaan worden. Uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase van intern ontwikkelde software worden gekapitaliseerd indien:

- de ontwikkelingskosten betrouwbaar kunnen worden bepaald;

  • de Groep van plan is om de software actief te gebruiken.

• de software technisch en commercieel haalbaar is en de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn; • de Groep van plan is – en over voldoende middelen beschikt – om de ontwikkeling te voltooien;

De geactiveerde uitgaven omvatten materiaalkosten, de directe personeelskosten en de indirecte kosten die direct toerekenbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van de software. De overige kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen.

Licenties, patenten en vergelijkbare rechten

Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken of vergelijkbare rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de eventuele contractperiode of over de geschatte gebruiksduur.

Kosten na eerste opname

Uitgaven na eerste opname voor geactiveerde immateriële activa worden slechts geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen in het specifieke actief waarop zij betrekking hebben. Alle andere uitgaven worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat zij zich voordoen.

Afschrijvingen

Afschrijvingen gebeuren lineair ten laste van de winst- en verliesrekening over de geschatte gebruiksduur van immateriële activa, tenzij deze onbepaald is. Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur wordt systematisch op elke balansdatum nagegaan of er sprake is van bijzondere waardevermindering. Software wordt afgeschreven vanaf de datum waarop deze beschikbaar is voor gebruik. De geschatte gebruiksduur is als volgt:

• Licenties 20,00%

  • Concessies contractuele periode
  • Computersoftware 20,00 25,00%

De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de immateriële activa worden jaarlijks geëvalueerd en in voorkomend geval prospectief aangepast.

Goodwill

Goodwill wordt opgenomen aan kost minus gecumuleerde waardeverminderingen. Goodwill is toegewezen aan kasstroomgenererende eenheden en wordt niet afgeschreven, maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen (zie deel 3.3.7 'Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa'). In geval van geassocieerde ondernemingen wordt de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in de geassocieerde deelneming.

Handels- en overige vorderingen

Contractactiva

Opbrengsten komend van diensten aan derden (zie deel 3.4.1.) en bijhorende kosten worden opgenomen over de looptijd van het contract aangezien we het recht hebben op de vergoeding voor de uitgevoerde, not niet gefactureerde werken. De voortgang wordt bepaald op basis van de gemaakte kosten.

De contractactiva hebben voornamelijk betrekking op de rechten van de Groep op een vergoeding voor uitgevoerde werkzaamheden die op de verslagdatum nog niet zijn gefactureerd voor projectwerk. De contractactiva worden overgedragen naar vorderingen wanneer de rechten onvoorwaardelijk worden. Dat gebeurt meestal wanneer de Groep een factuur opmaakt voor de klant. De contractactiva worden opgenomen onder de handels- en overige vorderingen.

Handels- en overige vorderingen

Handelsvorderingen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, minus de nodige voorzieningen voor bedragen die als niet-invorderbaar worden beschouwd.

Bijzondere waardevermindering

Voor handelsvorderingen en contractactiva past de Groep een vereenvoudigde benadering toe in de berekening van de verwachte kredietverliezen (ECL's). De Groep spoort daarom geen veranderingen op in het kredietrisico, maar neemt in de plaats daarvan op elke verslagdatum een voorziening op voor verliezen op basis van levenslange ECL's. De Groep heeft een voorzieningsmatrix opgesteld die gebaseerd is op haar historische ervaring met kredietverliezen, als beste indicatie voor toekomstige kredietverliezen.

Zie Toelichting 8.1, 'Beheer van financiële risico's en derivaten', voor een gedetailleerde beschrijving van het model.

Voorraden

Voorraden (reserveonderdelen) worden uitgedrukt aan hun kost, of hun netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De nettoopbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en verkoopkosten. De kostprijs van voorraden is gebaseerd op de waarderingsregel van de gewogen gemiddelde kostprijs. De kostprijs van voorraden omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten gerelateerd aan de levering en het operationeel maken.

Waardeverminderingen van voorraden aan netto-opbrengstwaarde worden geboekt in de periode waarin de waardevermindering zich voordoet.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldi, banksaldi, handelspapieren en direct opvraagbare deposito's. Kaskredieten die direct opeisbaar zijn en die een integraal deel uitmaken van het thesauriebeheer van de Groep, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van kasequivalenten en geldmiddelen.

Bijzondere waardevermindering van niet-financiële activa

De boekwaarde van de activa van de Groep, met uitzondering van voorraden en uitgestelde belastingen, wordt op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.

Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.

Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.

Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.

Berekening van de realiseerbare waarde

De realiseerbare waarde van immateriële activa en materiële vaste activa is gelijk aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten, of de bedrijfswaarde indien deze hoger is. Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun actuele waarde aan de hand van een disconteringsvoet vóór belasting die een weerspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en de risico's eigen aan het actief.

De activa van de Groep genereren geen kasstromen die onafhankelijk zijn van andere activa. De realiseerbare waarde is bijgevolg bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid (d.w.z. het gehele hoogspanningsnet) waartoe de activa behoren. Dit is tevens het niveau waarop de Groep zijn goodwill beheert en economische voordelen bekomt van de verworven goodwill.

Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen

Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Met betrekking tot andere activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.

Een bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of waardevermindering, die zou zijn vastgesteld indien geen bijzondere waardevermindering was opgenomen.

Financiële activa

Eerste opname en waardering

De classificatie van financiële activa bij de eerste opname hangt af van de kenmerken van de contractuele kasstroom van de financiële activa en het bedrijfsmodel van de Groep voor het beheer ervan. De Groep waardeert een financieel actief aanvankelijk tegen reële waarde plus transactiekosten.

Latere waardering

Voor de latere waardering worden financiële activa onderverdeeld in twee categorieën:

  • financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs (schuldinstrumenten) • financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten
    • (eigenvermogensinstrumenten)

• financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de winst –en verliesrekening

Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs

hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.

De financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs van de Groep omvatten leningen aan derden.

(eigenvermogensinstrumenten)

  • Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden beheerd met het oog op het aanhouden van deze activa tot de vervaldag en het ontvangen van contractuele kasstromen. De financiële activa die aanleiding geven tot kasstromen zijn uitsluitend betalingen van
  • Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd aan de hand van de methode van de effectieve rentevoet en zijn onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen. Winst en verlies worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het actief uit de balans wordt verwijderd, wordt gewijzigd of een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.
    -
  • Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten
  • Bij de eerste opname classificeert de Groep haar beleggingen in eigen vermogen onherroepelijk als eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten wanneer de Groep geen belangrijke invloed heeft en de activa
  • Winsten en verliezen op deze financiële activa komen nooit terecht in de winst- en verliesrekening. Dividenden worden opgenomen als overige opbrengsten in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op betaling is vastgesteld, behalve wanneer de Groep voordeel haalt uit dergelijke opbrengsten als compensatie voor een deel van de kosten van het financieel actief. In dat geval worden dergelijke winsten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Eigenvermogensinstrumenten, die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, zijn niet onderworpen aan een beoordeling op bijzondere waardevermindering.
  • De Groep heeft ervoor gekozen om niet-beursgenoteerde deelnemingen waarop ze geen significante invloed uitoefent, onherroepelijk te

niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden. De classificatie wordt per instrument bepaald.

classificeren.

Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de winst-en-verliesrekening

Alle financiële activa die niet zijn aangewezen als gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs of tegen reële waarde via de nietgerealiseerde resultaten, zoals hierboven beschreven, worden gewaardeerd tegen reële waarde via de winst-en-verliesrekening.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

van financiële risico's en derivaten', voor een gedetailleerde beschrijving van de benadering.

Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting

Afgeleide financiële instrumenten

worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.

  • De Groep neemt een vergoeding op voor verwachte kredietverliezen (ECL's) voor zijn schuldinstrumenten. Zie Toelichting 8.1, 'Beheer
  • De Groep maakt soms gebruik van afgeleide financiële instrumenten om de valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. In overeenstemming met het thesauriebeleid houdt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de Groep deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting
  • Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt
  • De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de Groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en van de Groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is de contante waarde van de genoteerde termijnkoers per balansdatum.

afgedekt.

Voor afdekking gebruikte derivaten

Kasstroomafdekkingen

Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.

De Groep wijst enkel het contante element van termijncontracten aan als afdekkingsrisico. Het termijnelement wordt beschouwd als afdekkingskost, wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en geaccumuleerd als een afzonderlijke component op de balans, onder afdekkingsreserves.

Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor 'hedge accounting', afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve winst die (of het cumulatieve verlies) dat eerder in de nietgerealiseerde resultaten was opgenomen, blijft daar onderdeel van uitmaken tot de verwachte transactie heeft plaatsgevonden. Als het afgedekte element een niet-financieel actief betreft, wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de boekwaarde van het actief wanneer dit verantwoord is. In andere gevallen wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode waarin het afgedekte element van invloed is op de winst- en verliesrekening.

Cumulatieve winsten en verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten of beëindigde afdekkingsrelaties blijven verwerkt als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten zolang het waarschijnlijk is dat de afgedekte transactie zich zal voordoen. Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, worden de gecumuleerde winsten of verliezen onmiddellijk vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening overgebracht.

Afdekking van monetaire activa en passiva

Hedge accounting wordt niet toegepast op afgeleide instrumenten die in economische zin worden gebruikt als afdekking van in vreemde valuta's luidende activa en verplichtingen. Veranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden als onderdeel van de valutakoerswinsten en -verliezen, in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Eigen vermogen

Aandelenkapitaal – transactiekosten

Transactiekosten met betrekking tot de uitgifte van kapitaal worden afgetrokken van ontvangen kapitalen.

Dividenden

Dividenden worden opgenomen als een schuld in de periode waarin zij vastgesteld zijn.(zie toelichting 6.12.1)

Hybride effecten

Hybride effecten zijn sterk achtergestelde effecten. Met uitzondering van gewone aandelen zijn hybride effecten de meest achtergestelde instrumenten in de kapitaalstructuur van de Groep in een insolventiehiërarchie. Houders van hybride effecten hebben beperkte mogelijkheden om het resultaat van een faillissementsprocedure of een herstructurering los van een faillissement te beïnvloeden. Hybride effecten zijn eeuwigdurende instrumenten; de voorwaarden voorzien niet in gevallen van wanbetaling en geven houders niet het recht om terugbetaling of aflossing te eisen.

Behoudens enkele uitzonderingen waarbij de opgebouwde rente verplicht betaalbaar is (bijv. wanneer een dividend wordt uitgekeerd op gewone aandelen), kan de Groep ervoor kiezen om de betaling van alle rente die anders zou worden uitgekeerd op een rentebetalingsdatum, uit te stellen. Dergelijk verzuim van betaling zou voor geen enkel doel een wanbetaling vormen. Op basis van hun kenmerken worden hybride effecten volgens IFRS geclassificeerd als eigenvermogensinstrumen. De bijbehorende uitgiftekosten worden rechtstreeks in overgedragen resultaten opgenomen.

Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen bestaan uit rentedragende leningen en financieringsverplichtingen in de Groep. Ze worden initieel verwerkt tegen reële waarde verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden rentedragende leningen en financieringsverplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij een verschil tussen de kostprijs en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.

Personeelsbeloningen

Toegezegde-bijdrageregelingen

In België worden op bijdragen gebaseerde pensioenvoorzieningen, die in de Belgische pensioenwetgeving als toegezegdebijdrageregelingen worden aangeduid, voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen.

Tot 1 januari 2016 was het wettelijk gegarandeerd rendement 3,75% op werknemersbijdragen, 3,25% op werkgeversbijdragen en 0% voor de uitdienstgetredenen.

Vanaf 1 januari 2016 is het wettelijk gegarandeerd rendement variabel tussen 1,75% en 3,75%. De rentevoet wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast gebaseerd op de gemiddelde OLO rente over de voorbije 24 maanden, met 1,75% als minimale interestvoet. Het wettelijke minimale rendement is 1,75% op werknemers –en werkgeversbijdragen en 0% voor de uitdienstgetredenen.

Aangezien de pensioenplannen door pensioenfondsen gefinancierd worden, wordt de verticale methode gebruikt, wat wil zeggen dat 1,75% op alle reserves (zelf die voor 2016) wordt toegepast.

De werkgever moet ervoor zorgen dat tekorten die kunnen ontstaan door de WAP ("Wet op de Aanvullende Pensioenen") steeds voldoende gefinancierd zijn voor de werknemerscontracten en in geval de verworven reserves getransfereerd worden door vertrek of pensionering voor het werkgeverscontract.

De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen.De verplichting uit hoofde van toegezegde-bijdrageregelingen wordt bepaald volgens de Projected Unit Credit (PUC)-methode. Afhankelijk van de opstelling van het plan (rekening houdend met toenemende bijdragepercentages naarmate het aantal dienstjaren of niet) worden de premies geprojecteerd of niet.

In Duitsland omvat de toegezegde-bijdrageregeling een vast pensioen dat bij pensionering moet worden betaald aan een werknemer en gewoonlijk gebaseerd is op een of meer factoren zoals de leeftijd, anciënniteit en het loon van de werknemer.

In beide landen wordt de berekening uitgevoerd door een erkende actuaris.

Toegezegd-pensioenregelingen

Voor toegezegd-pensioenregelingen, die zowel in België als in Duitsland bestaan, worden de pensioenuitgaven voor elke regeling afzonderlijk beoordeeld op jaarbasis door erkende actuarissen die gebruik maken van de 'projected unit credit'-methode. Er wordt een schatting gemaakt van de pensioenrechten die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in het boekjaar en voorafgaande periodes; deze pensioenrechten worden verdisconteerd om de huidige waarde ervan vast te stellen en de reële waarde van de fondsbeleggingen wordt hiervan afgetrokken. De disconteringsvoet is de rentevoet op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Wanneer de pensioenrechten van een regeling verbeterd worden, wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenrechten dat betrekking heeft op diensten door werknemers verricht in het verleden, als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening op de vroegste van deze twee data:

- wanneer de aanpassing of beperking van de regeling gebeurt; of

• wanneer de entiteit de gerelateerde herstructureringskosten onder IAS 37 of de ontslagvergoedingen opneemt.

Waar de berekening in een voordeel voor de Groep resulteert, wordt het opgenomen actief beperkt tot de huidige waarde van toekomstige terugbetalingen van de regeling of kortingen in toekomstige bijdragen tot de regeling.

Herwaarderingen – bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het activaplafond (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de nettorentekosten op de netto toegezegd-pensioenverplichting), en de opbrengst van fondsbeleggingen (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de nettorentekosten op de netto toegezegd-pensioenverplichting) – worden onmiddellijk opgenomen in de balans met een overeenkomend debet of credit op de ingehouden winsten via de niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze verschijnen. Herwaarderingen worden niet geherklasseerd als winst of verlies in latere periodes.

Restitutierechten (België)

Restitutierechten worden opgenomen als aparte activa als en alleen als het bijna absoluut zeker is dat een andere partij (een deel van) de uitgaven zal betalen om de betreffende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten te vereffenen. De restitutierechten worden voorgesteld als vast actief, onder andere financiële activa en worden gewaardeerd tegen verwachte waarde. Deze rechten volgen dezelfde behandeling als de daarmee overeenstemmende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Wanneer de wijzigingen in de periode het gevolg zijn van wijzigingen in de financiële veronderstellingen, of van ervaringsaanpassingen of wijzigingen in de demografische veronderstellingen, dan wordt het actief aangepast via de niet-gerealiseerde resultaten. De componenten van de kosten uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling worden opgenomen zonder de bedragen die verband houden met veranderingen in de boekwaarde van de restitutierechten.

Andere langetermijnpersoneelsbeloningen

De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot andere personeelsbeloningen op lange termijn dan pensioenregelingen wordt jaarlijks berekend door erkende actuarissen. De nettoverplichting wordt berekend via de 'Projected Unit Credit'-methode en is het bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers verdiend hebben in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorafgaande periodes. De verplichting wordt verdisconteerd tot de huidige waarde ervan en de reële waarde van eventuele daarop betrekking hebbende activa wordt in mindering gebracht. De disconteringsvoet is het rendement op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

Kortetermijnpersoneelsbeloningen worden op een niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting in de balans opgenomen voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een kortetermijnbonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen – waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt – vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen. Indien het effect wezenlijk is, worden voorzieningen vastgesteld door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren aan een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en, waar aangewezen, de risico's eigen aan de verplichting.

De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief worden, indien relevant, opgenomen als materiële activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling

en de verwijdering van het actief, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. Indien het bedrag verdisconteerd wordt, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd verantwoord als financieringslasten.

Handelsschulden en overige schulden

Handels- en overige schulden worden uitgedrukt tegen geamortiseerde kostprijs.

Heffingen

In haar rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Overheidsinstanties/reguleringsmechanismen leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (promotie van hernieuwbare energie, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore aansprakelijkheid, enz.) die door de netbeheerders moeten worden uitgevoerd. De kosten die de netbeheerders voor deze verplichtingen maken, worden volledig gedekt door tarifaire 'heffingen' zoals goedgekeurd door de regulator. De uitstaande bedragen worden opgenomen als een handels- en andere vordering. Zie ook toelichting 9.1.14.

Overige niet courante verplichtingen

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer het redelijkerwijs zeker is dat de Groep de subsidie zal ontvangen en dat aan alle onderliggende voorwaarden is voldaan. Subsidies die aan een actief zijn verbonden, worden onder overige verplichtingen opgenomen en worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen tijdens de verwachte gebruiksduur van het bijbehorend actief. Subsidies die aan uitgavenposten zijn verbonden, worden in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als de uitgave waarvoor de subsidie werd ontvangen. Overheidssubsidies worden als overige bedrijfsopbrengsten opgenomen in de resultatenrekening.

Contractuele verplichtingen – Last mile verbinding

De vergoeding van de last mile verbinding wordt vooraf betaald, terwijl de inkomsten erkend worden over de levensduur van het onderliggend actief. De bedragen die in de toekomst zullen worden vrijgegeven, worden weergegeven in deze sectie. Zie ook toelichting 3.4.1.

Leases (van toepassing vanaf 1 januari 2019)

Bij het aangaan van een contract beoordeelt de Groep of een contract een lease is of bevat. Een contract is of bevat een lease (of actief met gebruiksrecht) als het contract een recht bevat om over een gedefinieerd actief controle uit te oefenen en dit voor een welbepaalde periode in compensatie voor een vergoeding. Om te beoordelen of een contract het recht geeft om over een gedefinieerd actief controle uit te oefenen, gebruikt de Groep de definitie van een leaseovereenkomst in IFRS 16.

Dit beleid wordt toegepast op contracten die op of na 1 januari 2019 zijn aangegaan.

De Groep als lessee

De Groep neemt bij de aanvangsdatum van de leaseovereenkomst een gebruiksrecht en een leaseverplichting op. Activa en verplichtingen die voortvloeien uit een leaseovereenkomst worden aanvankelijk gewaardeerd aan de huidige waarde en verdisconteerd op basis van de beste raming van de Groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet. De Groep past één disconteringsvoet toe per groep vergelijkbare contracten, samengevat per looptijd.

De leasebetalingen die in de waardering van de leaseverplichting zijn opgenomen, omvatten vaste betalingen, inclusief 'in-substance' vaste bedragen. Variabele leasebetalingen worden als last opgenomen wanneer ze zich voordoen. In de praktijk wordt geen onderscheid gemaakt tussen lease- en niet-leasecomponenten. Componenten die geen goederen of diensten overdragen (initiële directe kosten, vooruitbetalingen) worden niet in de leaseprijs opgenomen.

Het actief wordt vervolgens verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen en wordt eventueel aangepast naar aanleiding van de herwaardering van de leaseverplichting. Het gebruiksrecht wordt afgeschreven volgens de lineaire methode vanaf de ingangsdatum van de leaseovereenkomt tot het einde van de leaseperiode, tenzij de leaseovereenkomt het eigendom van de onderliggende activa aan de Groep overdraagt voor het einde van de leaseperiode of wanneer de kosten verbonden aan het gebruiksrecht aangeven dat de Groep een aankoopoptie zal uitoefenen. In dit geval zal het gebruiksrecht van het actief afgeschreven worden over de gebruiksduur van het onderliggend actief. Hiervoor wordt dezelfde basis als deze voor materiële vaste activa gehanteerd.

De leaseverplichting wordt vervolgens verhoogd met de rentekosten op de leaseverplichting en verlaagd met de betaalde leasebetalingen. Ze wordt geherwaardeerd wanneer er een wijziging is in toekomstige leasebetalingen als gevolg van een wijziging in een index of rentevoet, een wijziging in de schatting van het bedrag dat naar verwachting uit hoofde van een restwaardegarantie verschuldigd zal zijn, een wijziging in de aankoop- of verlengingsoptie die met redelijke zekerheid kan worden uitgeoefend, of, wijziging in een beëindigingsoptie die niet langer kan worden uitgeoefend.

De Groep presenteert de activa met gebruiksrechten in een afzonderlijke post onder 'materiële vaste activa' en leaseverplichtingen onder 'leningen en overige financieringsverplichtingen' (kortlopende en langlopende) in de balans.

De Groep heeft ervoor gekozen om geen activa met gebruiksrecht en leaseverplichtingen op te nemen voor leaseovereenkomsten van activa met lage waarde en korte termijn-leaseovereenkomsten, inclusief IT-apparatuur. De leasebetalingen in verband met deze leaseovereenkomsten worden door de Groep lineair over de leaseperiode opgenomen als last.

De Groep als leasegever

Leaseovereenkomsten die nagenoeg alle aan de eigendom van een onderliggend actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden opgenomen als financiële leases.

Alle andere leaseovereenkomsten die niet alle aan de eigendom van een onderliggend actief verbonden risico's en voordelen overdragen, worden opgenomen als operationele leases. De Groep heeft als leasegever alleen operationele leaseovereenkomsten. Deze ontvangen leasebetalingen worden lineair over de leaseperiode als overige inkomsten verantwoord.

Gereguleerde overlopende rekeningen

De Groep werkt in een gereguleerde omgeving die stelt dat tarieven bedoeld zijn om totale opbrengsten te realiseren die bestaan uit:

    1. een billijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal;
    1. alle niet-onredelijke kosten die door de Groep worden gemaakt.

Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken en de aandeelhouders te voorzien van een billijke vergoeding op hun investering.

Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek in het algemeen lager of hoger hadden kunnen zijn (en omgekeerd). Dit overschot of tekort wordt daarom geboekt in de gereguleerde overlopende rekening.

De vrijgave van de gereguleerde overlopende rekening zal een impact hebben op de toekomstige tarieven: de opgelopen gereguleerde schulden zullen de toekomstige tarieven verlagen, de opgelopen gereguleerde activa zullen de toekomstige tarieven verhogen.

Bij gebrek aan een IFRS-norm die specifiek van toepassing is op de verwerking van deze gereguleerde overlopende rekeningen verwijst het management van Elia naar de vereisten van IFRS 14 en het conceptueel kader voor financiële verslaggeving naast met de laatste evoluties van het IASB-project inzake Rate-regulated Activities om de volgende grondslag voor financiële verslaggeving in dat verband te ontwikkelen:

• een verplichting wordt opgenomen in de balans en gepresenteerd als onderdeel van de 'over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten' met betrekking tot de verplichting van de Elia groep om een bedrag in mindering te brengen op de tarieven die in toekomstige perioden aan de klanten moeten worden aangerekend, omdat de totale toegestane vergoeding voor reeds geleverde goederen of diensten lager is dan het bedrag dat reeds aan de klanten is aangerekend, of omdat er meer inkomsten zijn

• een actief wordt opgenomen in de balans met betrekking tot het recht om een bedrag toe te voegen aan de tarieven die in toekomstige perioden aan de klanten moeten worden aangerekend, omdat de totale toegestane vergoeding voor reeds geleverde goederen of diensten hoger is dan het bedrag dat reeds aan de klanten is aangerekend, of omdat er een tekort aan inkomsten is

  • gegenereerd als gevolg van hogere volumes dan initieel geschat. (gereguleerde verplichting);
  • ontstaan als gevolg van lagere volumes dan initieel geschat. (gereguleerd actief); en
  • verliesrekening binnen de lijn 'netto gereguleerde opbrengsten (kosten)'.

• de nettobeweging in de gereguleerde overlopende rekeningen voor de periode wordt afzonderlijk opgenomen in de winst- en

Het bedrag op de gereguleerde overlopende rekeningen wordt jaarlijks gerapporteerd en beoordeeld door de regulator.

De som van de opbrengsten van contracten met klanten (zoals gedefinieerd in IFRS 15), overige opbrengsten en de netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme wordt eveneens opgenomen als een subtotaal 'Omzet, overige opbrengsten en netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme', aangezien dit in wezen de opbrengsten vertegenwoordigt die economisch verdiend worden tijdens de periode, rekening houdend met de gereguleerde omgeving waarin de Elia groep actief is. Het effect van de verdiscontering wordt weergegeven in het financieel resultaat. Zie Toelichting 9.

3.4. Posten in de resultatenrekening

Inkomsten

Opbrengsten

IFRS 15 stelt een vijfstappenmodel op voor de verwerking van opbrengsten uit contracten met klanten en vereist dat opbrengst wordt opgenomen tegen een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant. Dit zijn de vijf stappen die voor elk contract met een klant in acht moeten worden genomen:

    1. Het contract (de contracten) met een klant identificeren;
    1. De prestatieverplichtingen in het contract (de contracten) identificeren;
    1. De transactieprijs bepalen;
    1. De transactieprijs toewijzen aan de prestatieverplichtingen;
    1. De opbrengsten opnemen wanneer de prestatieverplichtingen zijn vervuld, of wanneer de zeggenschap over de goederen of diensten is overgedragen aan de klant.

De belangrijkste opbrengsten van de Groep worden gerealiseerd door transmissienetbeheerders (TNB's), die handelen binnen een regelgevend kader en een feitelijk/wettelijk monopolie hebben. De toepasselijke kaders in de belangrijkste landen worden in detail beschreven in Toelichting 9 Regelgevend kader en tarieven.

Voor de gereguleerde activiteiten is elke dienst gebaseerd op een standaardcontract met de klant, met meestal een vooraf bepaald gereguleerd tarief (eenheidsprijs vermenigvuldigd met het volume (injectie of afname) of de gereserveerde capaciteit (afhankelijk van het type dienst), zodat de prijsstelling niet variabel is. De toewijzing van de transactieprijs over de verschillende prestatieverplichtingen is dus eenvoudig (één-op-één-relatie). De meeste van deze contracten worden afgesloten voor onbepaalde duur met algemene betalingsvoorwaarden van 15-30 dagen.

Gelet op de activiteiten van de Elia groep zijn er geen relevante rechten op teruggave en garantieverplichtingen.

Voor alle diensten die door de Groep worden geleverd, is Elia de enige en voornaamste verantwoordelijke voor de uitvoering van de dienst en dus de opdrachtgever.

In haar rol als netbeheerder worden Elia echter een aantal openbare dienstverplichtingen opgelegd door de overheid/reguleringsmechanismen. Deze verplichtingen hebben voornamelijk betrekking op financiële steun voor de ontwikkeling van hernieuwbare energieën. Voor deze activiteiten treden de TNB's op als agent en aangezien de uitgaven/inkomstenstromen volledig worden gedekt door de tarieven is er geen impact op de winst- en verliesrekening. We verwijzen naar 3.3.14 voor meer informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving.

De belangrijkste prestatieverplichtingen / type contracten van de Groep, hun prijsstelling en de methode van omzetverantwoording voor

2019 kunnen als volgt worden samengevat:

Opbrengsten per categorie voor Elia Transmission:

Opbrengstenstroom
Netwerkopbrengsten
Aard, klant en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen Contract - Prijsstelling
Aansluitingen Technische studies die worden uitgevoerd op verzoek van de netgebruikers, Contract en tarief goedgekeurd
rechtstreeks aangesloten op het net, om een nieuwe of een wijziging van een
bestaande aansluiting te krijgen.
door de regulator.
De opbrengsten worden erkend op het moment waarop de studie wordt
opgeleverd.
Vast bedrag per type studie
Last mile verbinding (Overdracht van activa van klanten) is een onderdeel van
het aansluitingcontract. Op vraag van een toekomstige netgebruiker bouwt Elia een
specifieke fysieke aansluiting, een zogenaamde last-mile verbinding, om de
infrastructuur van de klant met Elia's netwerk te verbinden. Hoewel de controle
over het actief niet als dusdanig wordt overgedragen aan de netgebruiker, krijgt
deze wel een rechtstreekse toegang tot het hoogspanningsnet. Dit toegangsrecht
dat door Elia wordt overgedragen, is waardevol voor de netgebruiker en daarom
compenseert de netgebruiker Elia in cash.
Standaardcontract goedgekeurd
door de regulator, maar de
prijsstelling is gebaseerd op het
budget voor de realisatie van de
aansluiting.
Aangezien de netgebruiker tegelijkertijd een verbindingscontract afsluit, zijn beide
activiteiten (toegangsrecht en de aansluitingsdiensten) niet gescheiden. Ze vormen
één enkele prestatieverplichting en er is onderlinge afhankelijkheid tussen deze
contracten.
De totale opbrengsten uit deze ene prestatieverplichting die de
aansluitingsdiensten omvat, worden opgenomen over de levensduur van de activa,
aangezien deze contracten geen specifieke einddatum hebben.
Dit onderdeel van het aansluitings/netgebruikerscontract wordt afzonderlijk
gepresenteerd (niet als onderdeel van de netaansluiting/opbrengsten binnen de
inkomstenlimiet), aangezien de tariefbepaling vanuit regelgevend oogpunt zeer
specifiek is.
De vergoedingen die aan de netgebruikers/distributienetbeheerder worden
aangerekend, dekken de onderhouds- en operationele kosten van de specifieke
aansluitingsfaciliteiten.
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Het tarief wordt bepaald per type
activa (veld, km kabel, ).
Beheer en ontwikkeling
van netinfrastructuur
Dit onderdeel van het toegangscontract dat met de
toegangshouders/distributienetbeheerder wordt ondertekend, heeft betrekking op
de ontwikkeling en het beheer van het net om te voorzien in de behoefte aan
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
capaciteit en de vraag naar elektriciteitstransmissie.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van voldoende
capaciteit en een veerkrachtig net een doorlopende prestatie is gedurende de hele
looptijd van het contract.
EUR per kW/kVA voor de
jaarlijkse/maandelijkse piek en het
vermogen dat beschikbaar is op
het toegangspunt
Beheer van het elektrisch
systeem
Dit onderdeel van het toegangscontract met de
toegangshouders/distributienetbeheerder heeft betrekking op het beheer en de
exploitatie van het elektriciteitssysteem en de afname van extra reactieve energie.
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van deze diensten
een doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
EUR per kW/ kVArh op het
toegangspunt
Marktintegratie Dit onderdeel maakt deel uit van het toegangscontract dat met de
toegangshouders/distributienetbeheerder is gesloten en dat betrekking heeft op (i)
diensten om de energiemarkt te faciliteren, (ii) de ontwikkeling en verbetering van
Contract en tarief goedgekeurd
door de regulator.
de integratie van een effectieve en efficiënte elektriciteitsmarkt, (iii) het beheer van
de interconnecties en de coördinatie met de buurlanden en de Europese
autoriteiten, en (iv) de publicatie van gegevens zoals vereist door de verplichtingen
inzake transparantie.
EUR per kW op het toegangspunt
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien het leveren van deze diensten
een doorlopende prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Compensatie van
onevenwichten
Zoals bepaald in het contract met de balanceringsverantwoordelijke heeft de
balanceringsverantwoordelijke zich ertoe verbonden te zorgen voor een perfect
evenwicht tussen afname en injectie in het net. In geval van een onevenwicht wordt
een vergoeding gefactureerd om de extra kosten te dekken die Elia oploopt bij de
Contract en tarief/mechanisme
goedgekeurd door de regulator.
Gebaseerd op marktprijzen, EUR
activering van de ondersteunende diensten.
De omzet wordt erkend op het moment dat een onevenwicht optreedt.
per kW onevenwicht op het
toegangspunt
Internationale inkomsten Het gebruik van het net op de individuele grenzen wordt georganiseerd door middel
van halfjaarlijkse, driemaandelijkse, maandelijkse, wekelijkse, weekend-, dagelijkse
en intradayveilingen. Elia en de regulatoren beslissen welke veilingen op de
Raamovereenkomst met partijen
en veilingkantoor.
individuele grenzen worden uitgevoerd. De veiling wordt georganiseerd via een
veilingkantoor, dat als agent optreedt, om de inkomsten te innen die onder de
naburige TNB's worden verdeeld op basis van de ingevoerde/uitgevoerde volumes
op de grens.
De prijsstelling is gebaseerd op het
prijsverschil in de
grensoverschrijdende marktprijzen.
De omzet wordt erkend op het moment dat een import-/exportactiviteit plaatsvindt.

Opbrengsten per categorie voor 50 Hertz Transmission:

Opbrengstenstroom Aard en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen Contract
- Prijsstelling
Netwerktarieven
De vergoeding voor het netgebruik wordt in rekening gebracht aan de
netgebruikers/distributienetbeheerder die op het net zijn aangesloten, voor het
volume van de injectie en/of afname in het onshore net. Dit contract wordt
ondertekend met de netgebruikers.
Het standaardcontract en de
nettarieven worden vastgelegd
door de regulator.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Opbrengsten van
incentive regelgeving
Last mile verbinding
(overdracht van activa van klanten
) is een onderdeel van
het contract voor de vergoeding voor het netgebruik. Op vraag van een
toekomstige netgebruiker bouwt Elia een specifieke/fysieke aansluiting, een
zogenaamde last
-mile verbinding, om een interfacepunt met het net te creëren.
Hoewel de controle over het actief niet als dusdanig wordt overgedragen aan de
netgebruiker, krijgt deze wel een rechtstreekse toegang tot het hoogspanningsnet.
Dit toegangsrecht dat door Elia wordt overgedragen, is waardevol voor de
netgebruiker en daarom compenseert de netgebruiker Elia in cash.
Standaardcontract goedgekeurd
door de regulator, maar de
prijsstelling is gebaseerd op het
budget voor de realisatie van de
aansluiting.
Aangezien de netgebruiker tegelijkertijd een verbindingscontract afsluit, zijn beide
activiteiten (toegangsrecht en de aansluitingsdiensten) niet gescheiden. Ze vormen
één enkele prestatieverplichting en er is onderlinge afhankelijkheid tussen de
contracten.
De totale opbrengsten uit deze ene prestatieverplichting die de
aansluitingsdiensten omvat, worden opgenomen over de levensduur van de activa,
aangezien deze contracten geen specifieke einddatum hebben.
Dit onderdeel van het aansluitings/netgebruikerscontract wordt afzonderlijk
gepresenteerd (niet als onderdeel van de netaansluiting/opbrengsten binnen de
inkomstenlimiet), aangezien de tariefbepaling vanuit regelgevend oogpunt zeer
specifiek is.
Opbrengsten uit offshore
regelgeving
Deze component omvat de tarieven die aan de
netgebruikers/distributienetbeheerder worden aangerekend om de kosten voor de
aansluiting op het net van offshore windparken te dekken.
Contract en tarieven vooraf
vastgelegd in het
reguleringsmechanisme.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.
Opbrengsten uit energie Deze opbrengstenstroom bestaat uit verschillende componenten
Congestiebeheer en redispatchingvergoedingen worden door de
marktdeelnemers betaald om de door 50Hertz ter beschikking gestelde capaciteit
op bepaalde lijnen te gebruiken (met inbegrip van het gebruik van
grensoverschrijdende activa). Dit toewijzingsmechanisme wordt geregeld door
marktgerichte en transparante procedures.
Standaardcontracten zijn
goedgekeurd door de regulator en
het tariefmechanisme is
vastgelegd in regelgevende
kaders.
Opbrengsten worden opgenomen op het moment dat zij zich voordoen
Compensatie voor onevenwichten
Marktdeelnemers (balanceringsverantwoordelijke) hebben zich ertoe verbonden te
zorgen voor een perfect evenwicht tussen afname en injectie in het net. In geval
van een onevenwicht wordt door 50Hertz een vergoeding gefactureerd aan de
marktdeelnemer.
Standaardcontracten zijn
goedgekeurd door de regulator en
het tariefmechanisme is
vastgelegd in regelgevende
De omzet wordt erkend op het moment dat een onevenwicht optreedt. kaders.
Horizontale restitutie van de kosten voor de back
-up van bruinkool
In zijn rol als netbeheerder rekent 50Hertz vergoedingen aan andere
netbeheerders aan voor diensten met betrekking tot de wettelijk vereiste reserve
-
energie.
Opbrengsten worden in de tijd erkend, aangezien deze dienst een doorlopende
prestatie is gedurende de hele looptijd van het contract.

Overige bedrijfsopbrengsten

Opbrengstenstroom Aard en timing van de tevredenheid over de prestatieverplichtingen – Prijsstelling
Contract
-
Overige
bedrijfsopbrengsten
Diensten van derden Elia Grid International levert wereldwijd consultancydiensten aan derden.
De opbrengsten worden opgenomen over de looptijd van het contract.
De diensten van derden worden gepresenteerd in de overige opbrengsten.
Contract onderhandeld tussen Elia
en de klant.
De contractprijs wordt vastgelegd
bij het afsluiten van het contract
met de klant.
In het algemeen geldt een
betalingstermijn van 30 dagen
datum factuur.
Overige Hieronder vallen voornamelijk andere diensten (dan hierboven beschreven)
De opbrengsten worden opgenomen op het moment dat de dienst gepresteerd werd.

Alle componenten van de bedrijfsopbrengsten bevatten bijgevolg opbrengsten uit contracten met klanten, d.w.z. partijen die met Elia een contract hebben afgesloten voor het krijgen van diensten die voortvloeien uit de gewone activiteiten van Elia in een ruil voor een vergoeding.

Overige bedrijfsopbrengsten

Overige bedrijfsopbrengsten worden opgenomen wanneer de relevante dienst gepresteerd werd en er geen verdere prestatieverplichtingen meer zullen zijn .

Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme

Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken en de aandeelhouders te voorzien van een billijke vergoeding op hun investering.

Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek in het algemeen lager of hoger hadden kunnen zijn (en omgekeerd). Dit overschot of tekort wordt daarom geboekt in de gereguleerde overlopende rekening.

De vrijgave van deze gereguleerde overlopende rekening zal een impact hebben op de toekomstige tarieven: de opgelopen gereguleerde schulden zullen de toekomstige tarieven verlagen, de opgelopen gereguleerde activa zullen de toekomstige tarieven verhogen. De nettobeweging in de gereguleerde overlopende rekeningen voor de periode wordt afzonderlijk opgenomen in de winst - en verliesrekening binnen de lijn 'netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme'. We verwijzen ook naar Toelichting 3.3.17.

Uitgaven

Betalingen van operationele leasing (tot eind 2018)

Betalingen uit hoofde van operationele leasing worden lineair opgenomen in de winst - en verliesrekening over de leaseperiode. Ontvangen vergoedingen als stimulering voor het sluiten van leaseovereenkomsten worden in de winst - en verliesrekening opgenomen als een integraal deel van de totale leasinguitgaven.

Overige bedrijfskosten

Eigendomsbelastingen worden onmiddellijk volledig opgenomen zodra het eigendomsrecht vaststaat (gewoonlijk op 1 januari van het betrokken jaar). Deze kosten, die worden gekwalificeerd als niet -beheersbare kosten binnen het regelgevend kader, worden evenwel opgenomen als opbrengsten door het afrekeningsmechanisme voor hetzelfde bedrag, wat resulteert in een nulimpact op de winst - en verliesrekening.

Financieringsbaten en -lasten

De financieringslasten omvatten interesten op leningen (berekend volgens de effectieve rentevoetmethode), rente op leaseverplichtingen, wisselkoersverliezen, winsten uit muntafdekkingen die wisselkoersverliezen compenseren, resultaten uit de afdekkingen van renterisico's, verliezen op afdekkingsinstrumenten die niet worden gebruikt in het kader van een afdekkingstransactie, verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en waardeverminderingen op financiële activa, alsook verliezen uit afdekkingineffectiviteit.

Financieringsbaten omvatten rentebaten op bankdeposito's, die in de winst - en verliesrekening worden opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente naarmate ze oplopen.

Financieringslasten die niet direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden in de winst - en verliesrekening opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente.

Winstbelastingen

De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en uitgestelde belasting. De winstbelasting wordt opgenomen in de winst - en verliesrekening behalve wanneer zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen. Belastingen op hybride coupons worden in de winst -en -verliesrekening opgenomen omdat het een belasting op de winst is, terwijl de hybride coupon zelf rechtstreeks in het eigen vermogen wordt opgenomen.

De over de verslagperiode verschuldigde belasting is de verwachte te betalen belasting op de belastbare winst voor het jaar, met toepassing van belastingtarieven die zijn vastgesteld of grotendeels zijn vastgesteld aan het einde van de verslagperiode en alle aanpassingen aan de te betalen belasting met betrekking tot vroegere jaren.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden verwerkt op basis van de balansmethode op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Uitgestelde belastingen worden niet verwerkt voor de volgende tijdelijke verschillen: de eerste opname van activa of verplichtingen in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreft en noch de commerciële noch de fiscale winst in de voorzienbare toekomst zullen beïnvloeden, en verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen en joint ventures terwijl het waarschijnlijk is dat deze in de voorzienbare toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit de eerste opname van goodwill worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen. Uitgestelde belastingverplichtingen worden gewaardeerd met behulp van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die per verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en de uitgestelde posten samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belastingplichtige entiteit, dan wel aan verschillende belastingplichtige entiteiten die de bedoeling hebben om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd.

Een uitgestelde belastingvordering wordt slechts opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de actiefpost kan worden aangewend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate waarin het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.

Bijkomende winstbelastingen die voortvloeien uit de uitkering van dividenden worden tezelfdertijd opgenomen als de verplichting om het betrokken dividend te betalen.

3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geeft een beeld van alle in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen opgenomen opbrengsten en lasten. De Groep heeft ervoor gekozen de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten weer te geven met behulp van de tweeledige methode: de winst- en verliesrekening onmiddellijk gevolgd door het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten. Daardoor bevat het mutatieoverzicht van het eigen vermogen alleen wijzigingen die betrekking hebben op de aandeelhouders.

4. Rapportering per segment

4.1. Basis voor segmentrapportering

De groep heeft gekozen voor een segmentrapportering die in overeenstemming is met de verschillende regelgevende kaders die momenteel bestaan in de Groep. Dergelijke rapportering geeft beter de operationele activiteiten van de Groep weer en is ook in overeenstemming met de interne rapportering van de Groep aan de Chief Operating Decision Maker (CODM) waardoor de CODM de prestaties en activiteiten van de Groep beter en op een transparante manier kan evalueren en beoordelen.

In overeenstemming met IFRS 8 heeft de Groep de volgende bedrijfssegmenten bepaald op basis van de eerder vermelde criteria:

• Elia Transmission (België), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Belgisch regelgevend kader: de gereguleerde activiteiten van Elia Transmission Belgium nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv, Elia Re nv, HGRT SAS, Coreso nv, Ampacimon nv en Enervalis nv, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van Belgisch transmissienetbeheerder en zijn

• 50Hertz Transmission (Duitsland), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Duits regelgevend kader: Eurogrid GmbH, 50Hertz Transmission GmbH en 50Hertz Offshore GmbH, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van

o Elia Group nv, die voornamelijk de holdingactiviteiten in de segmenten Elia Transmission (België) en 50Hertz Transmission (Duitsland) omvat. De holdingactiviteiten omvatten enkele operationele activiteiten, financieringsactiviteiten voor de acquisitie van het extra belang van 20% in 50Hertz Transmission en de hieruit voortvloeiende goodwill.

  • onderworpen aan het in België geldende regelgevend kader zie deel 9.1.3.
  • transmissienetbeheerder in Duitsland zie deel 9.2.3.
  • De niet-gereguleerde activiteiten en Nemo Link die bestaan uit:
    -

    - o Eurogrid International nv;

    -
    - gereguleerde bedrijfsomgevingen volledig in acht nemen.
    - energiegegevens en -diensten uit te wisselen.

o de holdingactiviteiten in Nemo Link Ltd. Dit bedrijf omvat en beheert het Nemo-project dat het VK en België verbindt met behulp van hoogspanningselektriciteitskabels, waardoor er elektriciteit tussen de twee landen kan worden uitgewisseld en waarvoor een specifiek regelgevend kader is opgezet. Zie deel 9.3 voor meer details.

o De niet-gereguleerde activiteiten van het segment Elia Transmission (België). Met 'niet-gereguleerde activiteiten' worden activiteiten bedoeld die niet rechtstreeks verband houden met de rol van TNB (zie deel 9.1).

o EGI (Elia Grid International nv, Elia Grid International GmbH, Elia Grid International Pte. Ltd Singapore en Elia Grid International LLC Qatar) zijn bedrijven die specialisten leveren op het vlak van consultancy, diensten, engineering en procurement. Zij creëren waarde door oplossingen te leveren die gebaseerd zijn op internationale best practices, terwijl ze de

o Re.Alto-Energy BV/SRL, een in augustus 2019 opgerichte start-up die een platform bouwt om gebruikers in staat te stellen

De CODM werd door de Groep geïdentificeerd als de Raden van Bestuur, de CEO's en directiecomités van elk segment. De CODM bekijkt regelmatig de prestaties van de segmenten van de Groep aan de hand van verschillende indicatoren zoals opbrengsten, EBITDA en operationeel resultaat.

De informatie die aan de CODM wordt voorgelegd, volgt de IFRS-grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep, dus hoeven er geen reconciliatieposten te worden vermeld.

4.2. Elia Transmission (België)

De tabel hieronder geeft de geconsolideerde resultaten over 2019 van Elia Transmission (België) weer.

Elia Transmission kerncijfers (in miljoen EUR) -
Periode eindigend per 31 december
2019 2018 Verschil (%)
Omzet, netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme
en overige opbrengsten
Omzet 948,8 959,4 (1,1%)
Overige opbrengsten 914,2 908,1 0,7%
Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme 60,7 57,2 6,1%
Afschrijvingen en waardeverminderingen, (26,1) (5,9) n,r,
wijziging in voorzieningen (150,9) (140,2) 7,6%
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 242,1 227,1 6,6%
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen) 1,8 1,8 0,0%
EBIT 243,9 228,9 6,6%
Adjusted elementen 4,7 0,0 n.r.
Adjusted EBIT 239,2 228,9 4,5%
EBITDA 394,8 369,1 7,0%
Financieringsbaten 0,7 0,6 16,7%
Financieringslasten (65,1) (66,0) (1,4%)
Winstbelastingen (54,4) (48,6) 11,9%
Nettowinst 125,0 114,9 8,8%
Adjusted elementen 2,7 0,0 n.r.
Adjusted nettowinst 122,3 114,9 6,4%
Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) 31 december 2019 31 december 2018 Verschil (%)
Balanstotaal 6.452,1 5.909,2 9,1%
Investeringsuitgaven 748,5 600,7 24,6%
Netto financiële schuld 3.013,4 2.825,1 6,7%

De tariefmethodologie die de regulator CREG op 26 november 2015 goedkeurde, werd begin 2016 van kracht. De methodologie is van toepassing voor een periode van vier jaar (2016 - 2019). Zie Toelichting 9.1 voor meer informatie over het nieuw regelgevend kader.

Financieel

De opbrengsten van Elia Transmission zijn gedaald tot € 948,8 miljoen, een daling met 1,1% in vergelijking met vorig jaar. De opbrengsten werden beïnvloed door hogere afschrijvingen, hogere financieringskosten in verband met de kapitaalverhoging en de goedkeuring door obligatiehouders van de bedrijfsreorganisatie en hogere belastingen. Deze stijgingen werden echter volledig gecompenseerd door lagere kosten voor de ondersteunende diensten en een iets lager toegestane gereguleerde nettowinst, die worden doorgerekend in de opbrengsten ten voordele van de consument.

Onderstaande tabel geeft een meer gedetailleerd beeld van de evolutie van de verschillende componenten van de opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten.

(in miljoen EUR) 2019 2018 Verschil (%)
Netwerktarieven: 910,1 904,2 0,6%
Aansluitingen 44,5 42,6 4,5%
Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur 479,6 472,7 1,5%
44%
Beheer van het elektrisch systeem 112,2 116,2 (3,4%)
Compensatie van onevenwichten 204,5 189,5 7,9%
Marktintegratie 25,0 25,5 (2,1%)
Internationale inkomsten 44,3 57,8 (23,3%)
Overdracht van activa van klanten 3,2 1,9 71,8%
Overige omzet 0,9 2,0 (55,6%)
Subtotaal omzet 914,2 908,1 0,7%
Overige bedrijfsopbrengsten 60,7 57,2 6,1%
Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme (26,1) (5,9) n,r,
Totaal omzet & overige bedrijfsopbrengsten 948,8 959,4 (1,1%)

De opbrengsten uit aansluitingen stegen tot € 44,5 miljoen (+ 4,5%), hoofdzakelijk door hogere opbrengsten uit verbindingsstudies en nieuwe netaansluitingen voor rechtstreekse klanten (offshore windparken en datacenters).

De opbrengsten uit het beheer en de ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur stegen licht tot € 479,6 miljoen (+ 1,5%), voornamelijk door een tariefverhoging, terwijl de opbrengsten uit het beheer van het elektrisch systeem met 3,4% tot € 112,2 miljoen daalden als gevolg van een tariefverlaging en een verlaging van de nettoafname van het Elia-net.

Diensten verleend in het kader van energiebeheer en individuele balancing van balancinggroepen worden gedekt door de opbrengsten voor compensatie van onevenwichten. Deze opbrengsten zijn met € 15,0 miljoen gestegen naar € 204,5 miljoen, hoofdzakelijk door de tariefverhoging voor het beheer van energiereserves en 'black-start' gebaseerd op afname (+ € 8,5 miljoen), een stijging van de netto-injectie op het Elia-net voor het beheer van energiereserves en 'black-starts' gebaseerd op injectie als gevolg van een grotere nucleaire beschikbaarheid (+ € 15,6 miljoen) en lagere opbrengsten uit de compensatie van onevenwichten (- € 9,1 miljoen) door hoge onevenwichtsprijzen gedurende een aantal maanden in 2018.

Tot slot omvat de laatste rubriek van de tarifaire opbrengsten de diensten die Elia Transmission Belgium verleent in het kader van de marktintegratie. De opbrengsten daalden met 2,1% tot € 25,0 miljoen, voornamelijk als gevolg van een daling in de globale nettoafname van het Elia-net.

De internationale inkomsten daalden met 23,3% tot € 44,3 miljoen, voornamelijk door lagere inkomsten uit congestie (lange termijn en day-ahead), een verbeterde nucleaire beschikbaarheid in België in 2019, waardoor er minder uitwisselingen waren binnen de CWEregio en geen prijspieken in vergelijking met 2018.

De overdracht van activa van klanten zijn licht gestegen vergeleken tegen vorig jaar, terwijl overige bedrijfsopbrengsten daalden

naar € 0,9 miljoen.

De netto kost van het afrekeningsmechanisme (€ 26,1 miljoen) omvat de afwijkingen in het huidige jaar van het door de regulator goedgekeurde budget (+ € 136,7 miljoen) en de vereffening van netto-overschotten uit de vorige tariefperiode (- € 110,6 miljoen). Het operationele surplus van de door de regulator toegestane kosten en opbrengsten ten opzichte van het budget moet worden terugbetaald aan de consumenten, en maakt daarom geen deel uit van de opbrengsten. Het operationele surplus ten opzichte van het budget is voornamelijk het resultaat van de lager toegestane gereguleerde nettowinst (€ 12,1 miljoen), hogere tarifaire verkopen (€ 1,2 miljoen), hogere internationale opbrengsten (€ 10,0 miljoen), lagere kosten voor ondersteunende diensten (€ 109,4 miljoen) en lagere financiële lasten (€ 11,3 miljoen). Dit werd deels gecompenseerd door hogere belastingen dan geraamd in het budget (€ 9,0 miljoen).

De EBITDA (gestegen met 7,0%) en EBIT (gestegen met 6,6%) werden vooral beïnvloed door de hogere afschrijvingen als gevolg van de groeiende activabasis, lagere financieringskosten en hogere lopende belastingen die moeten worden doorgerekend in de tarieven. Daarnaast had de nieuwe behandeling van de leasingkosten bij de invoering van IFRS 16 een positieve impact van € 9,6 miljoen op de EBITDA. Deze positieve effecten werden voor een stuk gecompenseerd door de iets lagere gereguleerde nettowinst. De bijdrage van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (HGRT, Ampacimon en Coreso) bleef gelijk op € 1,8 miljoen.

De netto financieringslasten daalden met € 1,0 miljoen (gedaald met 1,5%) in vergelijking met vorig jaar. Begin 2019 profiteerde Elia van gunstige marktomstandigheden om haar liquiditeitspositie te beheren door een obligatielening van € 500 miljoen met vervaldatum in mei 2019 te herfinancieren en zo haar gemiddelde rentelasten aanzienlijk te verminderen, ten voordele van de consument. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een volledig jaar aan rentelasten in verband met een in het laatste kwartaal van 2018 opgenomen EIB-lening van € 100 miljoen en lagere rentebaten op cash-vooruitbetalingen die tijdens de bouwfase aan Nemo Link werden verstrekt, omdat de Nemo Link-interconnector begin 2019 in gebruik werd genomen. De 'push-down' van de gereguleerde schuld van Elia System Operator (ESO) naar Elia Transmission Belgium (ETB) in het kader van de bedrijfsreorganisatie van de groep (Adjusted element) heeft financiële lasten gegenereerd voor een totaalbedrag van € 4,7 miljoen. Aangezien de bank- en goedkeuringsvergoedingen gespreid zijn over de looptijd van de verschillende obligaties onder IFRS, bedragen de netto financiële kosten die voor de gereguleerde schuld in 2019 zijn opgenomen in totaal € 0,9 miljoen.

De adjusted nettowinst steeg met 6,4% tot € 122,3 miljoen, voornamelijk door de volgende factoren:

  1. De lagere gemiddelde OLO-rente in vergelijking met 2018 (- 0,62%) die gedeeltelijk gecompenseerd werd door de toename van het eigen vermogen door de reservering van een deel van de winst over 2018 (€ 65,1 miljoen) en de kapitaalverhoging toegewezen aan de Belgische gereguleerde activiteiten (€ 327,5 miljoen), hetgeen leidde tot een billijke vergoeding van € 38,8 miljoen.

  2. Sterke operationele prestatie, vooral dankzij de focus op operationele efficiëntie (+ € 4,1 miljoen), goede prestatie op de beïnvloedbare incentive (+ € 6,3 miljoen) en de incentive op tijdige voltooiing van strategische interconnectieprojecten (+ € 1,0 miljoen), aangezien geen project operationeel werd in 2018. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een lagere prestatie op de incentive verbonden met importcapaciteit, wat toe te schrijven was aan een hogere nucleaire beschikbaarheid dan vorig jaar (- € 4,5 miljoen). Hoewel het belastingtarief daalde tegenover vorig jaar, werden de hogere bruto incentives gedeeltelijk gecompenseerd

- 1. Daling van de billijke vergoeding (daling met € 5,5 miljoen)

    1. Stijging van de incentives (toename met € 4,9 miljoen)
  • door een hoger totaalbedrag aan belastingen.
    1. De hogere mark-up voor strategische investeringen (toename met € 6,2 miljoen)
    1. Hogere voorzieningen voor IAS 19 en belastingen (- € 4,1 miljoen) vermogen (+ € 6,1 miljoen)
  • miljoen).

  • Tariefcompensatie voor de financiële kosten van de kapitaalverhoging die onder IFRS rechtstreeks verwerkt worden in eigen

  • Hogere gekapitaliseerde financieringskosten verbonden aan de groei van de activabasis (+ € 2,2 miljoen)

  • Iets hogere schade aan de elektrische installaties in vergelijking met 2018 (afname met € 1,4 miljoen).

  • Overige elementen (- € 0,9 miljoen) betreft voornamelijk een lagere voorziening voor dubieuze debiteuren (+ € 3,2 miljoen) en activering van hardware- en softwarekosten (€ 2,1 miljoen) die werden gecompenseerd door uitgestelde belastingen (- € 7,3

bedrijfsreorganisatie en afgeschreven onder IFRS.

Het balanstotaal steeg met € 542,9 miljoen tot € 6.452,1€ miljoen, voornamelijk als gevolg van het investeringsprogramma. De netto financiële schuld steeg naar € 3.013,4 miljoen (+ 6,7%), aangezien het CAPEX-programma van Elia hoofdzakelijk werd gefinancierd met kasstromen uit de bedrijfsactiviteiten, de opbrengst van de kapitaalverhoging en het gebruik van een tijdelijke kredietfaciliteit van € 75 miljoen. Elia betaalde in 2019 het handelspapier terug dat eind 2018 nog openstond (€ 50 miljoen).

4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland)

Onderstaande tabel geeft meer inzicht in de geconsolideerde resultaten van 2019 voor 50Hertz Transmission (Duitsland) system operator in Duitsland:

50Hertz Transmission kerncijfers
(in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december
2019 2018 Verschil (%)
Omzet, Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme
en overige opbrengsten 1.360,1 1.364,9 (0,4%)
Omzet 1.323,6 1.403,6 (1,7%)
Overige opbrengsten 84,1 67,4 24,8%
Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme (47,6) (106,1) (55,1%)
Afschrijvingen en waardeverminderingen,
wijziging in voorzieningen (209,2) (89,6) 133,5%
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 321,3 385,4 (16,6%)
EBIT 321,3 385,4 (16,6%)
Adjusted elementen 0,0 30,6 n.r.
Adjusted EBIT 321,3 354,8 (9,4%)
EBITDA 530,5 475,0 11,7%
Financieringsbaten 1,4 2,5 (44,0%)
Financieringslasten (66,7) (48,1) 38,7%
Winstbelastingen (78,6) (101,9) (22,9%)
Nettowinst 177,5 237,9 (25,4%)
Waarvan toe te rekenen aan Elia Groep 142,0 169,2 (16,1%)
Adjusted elementen 0,0 21,6 n.r.
Adjusted nettowinst 177,5 216,3 (17,9%)
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
31 december 2019 31 december 2018 Verschil (%)
Balanstotaal 6.279,6 6.752,1 (7,0%)
Investeringsuitgaven 516,0 511,0 1,0
Netto financiële schuld 2.108,1 1.272,9 65,6%

De opbrengsten van 50Hertz Transmission zijn stabiel gebleven ten opzichte van vorig jaar (- 0,4%). Bij de start van de nieuwe regelgevende periode in 2019 daalde het gereguleerde rendement op eigen vermogen van 9,05% naar 6,91% voor belastingen, maar deze daling werd voornamelijk gecompenseerd door de groei van de activabasis. Bovendien is de offshore vergoeding veranderd en wordt deze vergoed via een afzonderlijke offshore nettoeslag. Hoewel de groei van de activabasis en de geactualiseerde Opexinkomstenbasis een positieve invloed hadden op de vergoeding, daalde de omzet licht als gevolg van het lager gereguleerde rendement op eigen vermogen. Bovendien leidt de nieuwe offshore nettoeslag tot lagere pass-through-kosten van derden voor de offshoreactiviteiten.

De totale opbrengsten worden gedetailleerder weergegeven in onderstaande tabel:

(in miljoen EUR) 2019 2018 Verschil (%)
Netwerktarieven: 1.318,7 1.404,5 (6,1%)
Verticale netwerktarieven 815,1 1.262,8 (35,5%)
Horizontale netwerktarieven 329,1 0,0 n,r,
Ondersteunende diensten 174,5 141,7 23,1%
Overige omzet (incl. overdracht van activa van klanten) 4,9 (0,9) n,r,
Subtotaal omzet 1.323,6 1.403,6 (5,7%)
Overige bedrijfsopbrengsten 84,1 67,4 24,8%
Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme (47,6) (106,1) (55,1%)
Totaal omzet & overige bedrijfsopbrengsten 1.360,1 1.364,9 (0,4%)

Opbrengsten van incentive regelgeving, met inbegrip van netto inkomsten (kosten) afrekeningsmechanisme, bestaan hoofzakelijk uit de nettarieven. De voornaamste drijfveer is de gereguleerde vergoeding van onshore activiteiten ('revenu cap'). Inbegrepen zijn de gereguleerde opbrengsten (kosten). Die omvatten zowel de jaarlijkse verrekening van tekorten en surplussen ontstaan vóór 2019 (+ € 52,8 miljoen) als het in 2019 gerealiseerde nettosurplus door het verschil tussen de kosten die in de tarieven mogen doorgerekend worden en de werkelijke kosten (- € 100,4 miljoen).

De opbrengsten van de incentive regelgeving daalden met € 389,2 miljoen, voornamelijk door het wegvallen van de offshorekosten uit de 'revenu cap' naar een afzonderlijke toeslag (- € 438,6 miljoen). Bij de start van de nieuwe regelgevende periode werd de vergoeding voor bedrijfsuitgaven geactualiseerd op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor het basisjaar 2016 (+ € 38,7 miljoen). Bovendien stegen verschillende pass-through energiekosten tegenover 2018, bijvoorbeeld de ondersteunende diensten (+ € 33,3 miljoen), terwijl de redispatchkosten daalden (met € 19,2 miljoen) als gevolg van de investeringen van de afgelopen jaren (bijvoorbeeld de interconnectieverbinding Zuid-West).

Opbrengsten uit offshore regelgeving omvatten alle opbrengsten van de nieuwe offshore nettoeslag. Dit omvat de vergoeding voor de eigen kosten van 50Hertz met betrekking tot de aansluiting van offshore windparken, alsook de doorrekening van offshore kosten aan 50Hertz door derden, zoals andere TNB's.

In 2019 werd € 329,1 miljoen gegenereerd uit de nieuwe offshore toeslag, waarvan € 237,4 miljoen betrekking had op de eigen kosten van 50Hertz voor de offshore netaansluitingen (+ € 34,1 miljoen) en € 91,7 miljoen pass-throughkosten van derden (- € 168,5 miljoen).

De energieopbrengsten bestaan uit alle bedrijfsopbrengsten die betrekking hebben op systeembeheer. Ze zijn gewoonlijk gekoppeld aan de overeenkomstige kosten voor ondersteunende diensten die doorgerekend worden aan derden, zoals redispatchmaatregelen, reservecentrales en balanceringsgroepen, maar deze rubriek omvat ook de opbrengsten uit veilingen van transmissiecapaciteit.

De energieopbrengsten stegen met € 32,8 miljoen in vergelijking met 2018, voornamelijk als gevolg van een nieuw kostendelingsmechanisme voor de kosten van reservecentrales (+ € 56,5 miljoen), die gedeeltelijk worden geneutraliseerd door lagere kosten van andere TNB's voor redispatchmaatregelen (- € 16,5 miljoen) en lagere inkomsten uit balanceringsgroepen (- € 8 miljoen).

De overige opbrengsten (inclusief de afschrijving van overdracht van activa van klanten) zijn met € 5,9 miljoen gestegen, voornamelijk als gevolg van de opbrengsten uit het Inter-TNB Compensatiemechanisme (ITC). Deze component van de bedrijfsopbrengsten kan zowel een opbrengst als een verlies zijn – en bedroeg vorig jaar een verlies (+ € 5,5 miljoen).

De overige inkomsten stegen met € 16,7 miljoen, onder andere door verzekeringsuitkeringen die voornamelijk betrekking hebben op offshore kabelschade (+ € 13,2 miljoen), hogere doorberekening van IT-kosten aan derden (+ € 3,4 miljoen) en een hogere geactiveerde eigen productie (+ € 2,6 miljoen).

Hoewel de nieuwe regelgevende periode wordt gekenmerkt door een lager gereguleerd rendement op eigen vermogen, steeg de EBITDA met € 55,5 miljoen (een stijging van 11,7%). Bij de start van de nieuwe regelgevende periode zijn de voltooide onshore investeringsprojecten doorgerold naar een vergoeding via het basisjaarmechanisme. Samen met de daling van het gereguleerde rendement op eigen vermogen van 9,05% naar 6,91%, is de vergoeding voor investeringen ook gedaald (- 64,7 miljoen euro). Deze daling werd echter meer dan gecompenseerd, enerzijds door hogere opbrengsten van het basisjaarmechanisme (+ 100,4 miljoen euro) – gezien de doorrol van voltooide onshore investeringsprojecten naar het basisjaar – en anderzijds door geactualiseerde Opexopbrengsten bij het begin van de nieuwe regelgevende periode. Ondanks de daling van het gereguleerde rendement op eigen vermogen is de offshore investeringsvergoeding gestegen door de groei van de activabasis en de succesvolle ingebruikname van Ostwind 1 vorig jaar (+ € 15,7 miljoen). De personeelskosten namen toe in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, als gevolg van de voortdurende groei van de activiteiten (- € 8,2 miljoen). Dit leidde ook tot een hogere geactiveerde eigen productie (+ € 2,6 miljoen). Tot slot werd de EBITDA ook beïnvloed door de behandeling van de leasekosten met de toepassing van IFRS 16 (+ € 7,6 miljoen) en de toegenomen overige opbrengsten, bijvoorbeeld van uitgekeerde schadevergoedingen (+ € 1,5 miljoen).

De EBIT daalde met € 64,1 miljoen (- 16,6%) door de vrijval van een voorziening voor hangende geschillen in 2018 (€ 72,1 miljoen) naar aanleiding van een herbeoordeling tijdens een belastingcontrole. In 2019 werd nog een deel vrijgegeven voor een bedrag van € 5,9 miljoen voor belasting (- € 66,2 miljoen). Afschrijvingen stegen (- € 53,7 miljoen), voornamelijk door de ingebruikname van de eerste kabels en het platform van Ostwind 1 in december 2018 (€ 36,5 miljoen) en de afschrijvingscomponent voor leasing onder IFRS 16 (€ 6,9 miljoen).

Zonder de impact van de belangrijke vrijval van een voorziening voor hangende geschillen in 2018, zou de adjusted EBIT zijn gestegen (tot 13,7%), wat getuigt van de sterke operationele prestaties van 50Hertz ondankt de daling van het regulatoire rendement op eigen vermogen bij de start van de derde regelgevende periode.

De adjusted nettowinst daalde met 17,9% tot € 177,5 miljoen onder invloed van:

  1. Hogere basisjaaropbrengsten (+ € 70,7 miljoen) via de groei van de activabasis en de geactualiseerde Opex-opbrengsten;

  2. Hogere offshore investeringsvergoeding (+ € 34,5 miljoen) met € 23,5 miljoen van de offshore ingebruikname in 2018 die werd opgenomen als een adjusted item in 2018 en opgenomen als deel van de adjusted nettowinst vanaf 2019;

    1. Lagere onshore investeringsvergoeding (- € 45,5 miljoen);
    1. Lagere vrijgave van voorzieningen (- € 46,4 miljoen);
    1. Hogere afschrijvingen (- € 37,8 miljoen);
  3. Stabiele onshore Opex en overige kosten en opbrengsten (- € 0,4 miljoen);

  4. Hogere nettofinancieringskosten (- € 13,9 miljoen), hoofdzakelijk door de lagere activering van

financieringskosten na de voltooiing van Ostwind 1 (- € 7,1 miljoen) en de toepassing van IFRS 16 (- € 1,1 miljoen).

Het balanstotaal daalde met € 472,5 miljoen ten opzichte van het einde van 2018, voornamelijk door een daling van de EEGcashpositie (- € 429,0 miljoen). In 2019 was er ook een negatieve vrije kasstroom van € 656,8 miljoen, inclusief het effect van de € 429,0 miljoen afkomstig van het EEG-mechanisme. In 2019 werden geen nieuwe schulden uitgegeven. De netto financiële schuld steeg met € 835,1 miljoen, voornamelijk als gevolg van de financiering van het lopende investeringsprogramma en de hoge EEGkaspositie. De EEG-kaspositie bedroeg in december 2019 € 430,5 miljoen.

4.4. Niet-gereguleerde activiteiten & Nemo Link

In onderstaande tabel staan de geconsolideerde resultaten van 2019 voor het segment 'Niet-gereguleerde activiteiten & Nemo Link':

Niet-gereguleerde activiteiten & NemoLinkkerncijfers
(in miljoen EUR)
2019 2018 Verschil (%)
Totaal opbrengsten 4,9 7,5 (34,6%)
Overige bedrijfsopbrengsten 15,8 6,4 146,3%
Afschrijvingen en waardeverminderingen, (0,3) (1,0) (70,0%)
wijziging in voorzieningen
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten
(2,0) (9,3) (78,5%)
Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens
vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
6,5 0,3 n,r,
EBIT 4,5 (8,9) (150,6%)
Adjusted elementen 1,3 (3,3) n.r.
Adjusted EBIT 3,2 (5,6) (157,0%)
EBITDA 4,8 (7,9) (160,8%)
Financieringsbaten 3,5 19,1 (81,7%)
Financieringslasten (13,4) (17,8) (24,7%)
Winstbelastingen 12,0 4,1 n.r.
Nettowinst 6,6 (3,5) (288,6%)
Waarvan toe te rekenen aan Elia Groep 6,5 (2,8) (332,1%)
Adjusted elementen 0,2 4,3 (94,9%)
Adjusted nettowinst 6,4 (7,8) (182,0%)
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
31 december 2019 31 december 2018 Verschil (%)
Balanstotaal 1.733,5 1.677,9 3,3%
Investeringsuitgaven 0,8 0,0 n.r.
Netto financiële schuld 401,6 507,6 (20,9%)

De niet-gereguleerde opbrengsten stegen met 48,9% ten opzichte van vorig jaar. De opbrengsten die EGI genereerde, stegen met € 3,0 miljoen tot € 12,5 miljoen doordat er meer 'owner engineering services' en internationale consultingdiensten werden geleverd. Daarnaast werd een eenmalige gereguleerde vergoeding van € 3,8 miljoen opgenomen.

Als investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode droeg Nemo Link in zijn eerste operationele jaar € 6,5 miljoen bij aan het resultaat van de Groep. De interconnectie werd eind januari 2019

in gebruik genomen. Sindsdien werden 5,6 TWh commerciële stromen uitgewisseld tussen België en Groot-Brittannië. De algemene beschikbaarheid van de interconnector bedroeg 95,8%, maar sinds het vierde kwartaal 2019 is deze opgelopen tot 100%. Ondanks deze hoge beschikbaarheid werden de prestaties van Nemo Link tijdens het jaar beïnvloed door de lage spreads in elektriciteitsprijzen, die het gevolg waren van de hogere CO2-prijzen op het Europese vasteland en de lage gasprijzen in het Verenigd Koninkrijk. Ook hogere inperkingen dan gepland hadden een invloed op de inkomsten van Nemo Link voor de eerste helft van 2019. Inherent aan de activiteiten van Nemo Link zal deze onderworpen zijn aan de volatiliteit van spreads in elektriciteitsprijzen en dit over de gehele levensduur van het project.

De adjusted EBIT steeg tot € 3,2 miljoen. De stijging met € 8,8 miljoen is vooral het gevolg van de bijdrage van Nemo Link (€ 6,5 miljoen), een hogere operationele bijdrage van EGI (+ € 0,6 miljoen) en andere niet-gereguleerde kosten. Rekening houdend met de éénmalige kosten gekoppeld aan de reorganisatie van de bedrijfsstructuur (- € 2,5 miljoen) en de regulatoire vergoeding (+ € 3,8 miljoen) bedroeg de EBIT € 4,5 miljoen.

De netto financieringslasten stegen tot € 9,9 miljoen, voornamelijk als gevolg van de rentekosten verbonden aan de achtergestelde obligatielening van € 300 miljoen die in de tweede helft van 2018 werd aangegaan om de acquisitie van een bijkomende participatie in Eurogrid (€ 4,7 miljoen) te financieren. De bedrijfsreorganisatie van de Groep resulteerde in een éénmalige vergoeding (€ 4,3 miljoen) betaald aan obligatiehouders voor de bovengenoemde niet-gereguleerde obligatielening, en genereerde andere financiële kosten ten bedrage van € 0,2 miljoen. De financiering van Nemo Link heeft een netto financieringslast van € 0,5 miljoen met zich meegebracht als gevolg van hogere financieringskosten in verband met de eind 2018 afgesloten financiering van € 210 miljoen, maar deze werd deels gecompenseerd door rentebaten op de cashvooruitbetalingen aan Nemo Link tijdens de bouwfase. Na de kapitaalverhoging eind juni werden deze cashvooruitbetalingen terugbetaald en werd Nemo Link gefinancierd op een manier die vergelijkbaar is met het huidig regelgevend kader in België (33% eigen vermogen / 66% schuld). Tot slot heeft het financieel resultaat van vorig jaar geprofiteerd van adjusted elementen verbonden met de bovengenoemde acquisitie, namelijk een eenmalige financiële winst (€ 9,2 miljoen) in verband met de herwaardering aan reële waarde van de initiële participatie van 60% van de Group in Eurogrid. Dit werd tot op zekere hoogte gecompenseerd door kosten voor de afwikkeling van de hedge gekoppeld aan de hybride lening (€ 3,2 miljoen).

De adjusted nettowinst steeg tot € 6,4 miljoen, voornamelijk door de volgende factoren:

    1. Bijdrage van Nemo Link sinds de ingebruikname in 2019 (+ € 6,2 miljoen)
    1. Hogere bijdrage van EGI (+ € 0,8 miljoen)
    1. Hogere niet-gereguleerde financieringskosten (- € 0,4 miljoen)

Hogere rentekosten verbonden aan de niet-gereguleerde obligatielening van € 300 miljoen (+ € 1,6 miljoen) aangegaan in september 2018 en ter vervanging van het initiële overbruggingskrediet (- € 1,3 miljoen). De rentekosten in verband met de hybride obligatielening van € 700 miljoen hadden geen invloed op de winst, omdat deze direct in het eigen vermogen werden verwerkt 4. Belastingkrediet op de rentelasten in verband met hybride effecten (+ € 4,8 miljoen) 5. Lagere bedrijfs- en belastingkosten van Eurogrid International (+ € 2,5 miljoen) 6. Overige elementen (+ € 0,4 miljoen): vooral lagere overige niet-gereguleerde kosten

De totale activa stegen met € 55,6 miljoen tot € 1.733,5 miljoen als gevolg van de kapitaalverhoging, waarvan € 107,8 miljoen werd toegewezen aan het niet-gereguleerde segment om de activiteiten van Nemo Link te financieren. Dit werd gecompenseerd door de bijdrage van niet-gereguleerde activiteiten in het uitbetaalde dividend over 2018. De kapitaalverhoging die aan het niet-gereguleerde segment werd toegewezen, werd gebruikt om de financieringsstructuur van Nemo Link te wijzigen van schuldfinanciering in financiering met eigen vermogen. De netto financiële schuld daalde bijgevolg met € 105,9 miljoen tot € 401,6 miljoen.

4.5. Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen

Geconsolideerde balans 2019 2019 2019 2019 2019
(in miljoen EUR) –
Periode eindigend
per 31 december
Elia
Transmissie
50Hertz
Transmissie
Niet
gereguleerde
activiteiten &
Nemo Link
Consolidatie
herwerkingen
&
intersegment
transacties
Elia Groep
( a ) ( b ) ( c ) ( d ) ( a ) + ( b ) + ( c )
+ ( d )
Totale omzet 914,2 1.323,6 4,9 (0,4) 2.242,3
Overige opbrengsten 60,7 84,1 15,8 (10,3) 150,3
Netto opbrengsten (kosten) uit
afrekeningsmechanisme
Afschrijvingen en waardeverminderingen,
(26,1) (47,6) 0,0 0,0 (73,7)
wijziging in voorzieningen (150,9) (209,2) (0,3) 0,0 (360,4)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten 242,1 321,3 (2,0) 0,0 561,4
Aandeel in resultaat van investeringen
opgenomen volgens vermogens
mutatiemethode, na belastingen
1,8 0,0 6,5 0,0 8,3
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 243,9 321,3 4,5 0,0 569,7
Resultaten voor afschrijvingen,
waardeverminderingen, intresten en
belastingen (EBITDA)
394,8 530,5 4,8 0,0 930,1
Financieringsbaten 0,7 1,4 3,5 0,0 5,6
Financieringslasten (65,1) (66,7) (13,4) 0,0 (145,2)
Winstbelastingen (54,4) (78,6) 12,0 0,0 (121,0)
Nettowinst toe te rekenen
aan de Eigenaars van de Vennootschap
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
125,0
31 dec 2019
142,0
31 dec 2019
6,5
31 dec 2019
0,0
31 dec 2019
273,5
31 dec 2019
Balanstotaal 6.452,1 6.279,6 1.733,5 (571,8) 13.893,4
Investeringsuitgaven 748,5 516,0 0,8 0,0 1.265,3
Netto financiële schuld 3.013,4 2.108,1 401,6 0,0 5.523,1
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR) –
2018 2018 2018 2018 2018
Periode eindigend per 31 december Elia
Transmissie
50Hertz
Transmissie
Niet
gereguleerde
activiteiten &
Nemo Link
Consolidatie
herwerkingen
&
intersegment
Elia Groep
( a ) ( b ) ( c ) transacties
( d )
( a ) + ( b )
+ ( c ) + ( d )
Totale omzet 908,1 1.403,6 7,5 (384,4) 1.934,8
Overige opbrengsten 57,2 67,4 6,4 (22,0) 109,0
Netto opbrengsten (kosten) uit
afrekeningsmechanisme
(5,9) (106,1) 0,0 0,0 (112,0)
Afschrijvingen en waardeverminderingen,
wijziging in voorzieningen (140,2) (89,6) (1,0) (17,1) (247,9)
Resultaat uit bedrijfsactiviteiten
Aandeel in resultaat van investeringen
opgenomen volgens
227,1 385,4 (9,3) (166,2) 437,0
vermogensmutatiemethode, na belastingen 1,8 0,0 0,3 63,5 65,6
Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) 228,9 385,4 (8,9) (102,8) 502,6
Resultaten voor afschrijvingen,
waardeverminderingen, intresten en
belastingen (EBITDA)
369,1 475,0 (7,9) (85,7) 750,5
Financieringsbaten 0,6 2,5 19,1 (0,3) 21,9
Financieringslasten (66,0) (48,1) (17,8) 16,7 (115,2)
Winstbelastingen (48,6) (101,9) 4,1 44,2 (102,2)
Nettowinst toe te rekenen
aan de Eigenaars van de Vennootschap
Geconsolideerde balans
(in miljoen EUR)
114,9
31 dec 2018
169,2
31 dec 2018
(2,8)
31 dec 2018
0,1
31 dec 2018
281,4
31 dec 2018
Balanstotaal 5.909,2 6.752,1 1.677,9 (584,9) 13.754,3
Investeringsuitgaven 600,7 511,0 0,0 (20,8) 1.090,9

Er zijn geen belangrijke intersegment transacties.

De Groep heeft geen concentratie van klanten in een van de bedrijfssegmenten.

4.6. Adjusted elementen – reconciliatie tabel

(*) Vanaf 2019 worden deze elementen beschouwd als niet adjusted elementen en direct gerapporteerd in Adjusted EBIT en Adjusted

Net Profit

Adjusted elementen

Regulatoire vergoeding voor acquisitie
Bedrijfsreorganisatie
Adjusted elementen EBIT
Fin. Kosten verbonden aan bedrijfsreorganisatie
Adjusted elementen voor belastingen
Tax impact
Netto winst - Adjusted elementen
(in miljoen EUR) –
Periode eindigend per 31 december
Elia
Transmissie
50Hertz
Transmissie
(100%)
Niet
gereguleerde
activiteiten &
Nemo Link
(100%)
Consolidatie
herwerkingen
&
intersegment
transacties
Elia Groep
Adjusted elementen
Regulatoire vergoeding voor acquisitie 0,0 0,0 3,8 0,0 3,8
Bedrijfsreorganisatie 4,7 0,0 (2,5) 0,0 2,2
Adjusted elementen EBIT 4,7 0,0 1,3 0,0 6,0
Fin. Kosten verbonden aan bedrijfsreorganisatie (0,9) 0,0 (4,5) 0,0 (5,4)
Adjusted elementen voor belastingen 3,8 0,0 (3,2) 0,0 0,6
Tax impact (1,1) 0,0 3,4 0,0 2,3
Netto winst – Adjusted elementen 2,7 0,0 0,2 0,0 2,9
(in miljoen EUR) –
Periode eindigend per 31 december 2018
Elia
Transmissie
50Hertz
Transmissie
(100%)
Niet
gereguleerde
activiteiten &
Nemo Link
(100%)
Consolidatie
herwerkingen
&
intersegment
transacties
Elia Groep
Adjusted elementen
Regul. settlements vorig jaar (*) 0,0 (2,8) 0,0 1,4 (1,4)
Consolidatie Eigen Vermogen 50Hertz 0,0 0,0 0,0 (0,6) (0,6)
(60% nettowinst)
Offshore inbedrijfstelling (*)
0,0 33,3 0,0 0,0 33,3
Energiebonussen 0,0 0,1 0,0 0,0 0,1
Kosten acquisitie Eurogrid 0,0 0,0 (3,3) 0,0 (3,3)
Adjusted elementen EBIT 0,0 30.6 (3,3) 0,8 28,1
Financiële acquisitiekosten 0,0 0,0 (3,8) 0,0 (3,8)
Herwaardering participatie Eurogrid 0,0 0,0 9,2 0,0 9,2
Adjusted elementen voor tax 0,0 30,6 2,1 0,8 33,5
Impact belastinghervorming op uitgestelde 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
belastingen
Tax impact
0,0 (9,0) 2,2 (0,4) (7,3)
Nettowinst – Adjusted elementen 0,0 21,6 4,3 0,4 26,3

5. Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en nietgerealiseerde resultaten

Naast de toepassing van IFRS 16 vanaf 1 januari 2019 waren er geen wijzigingen in de basis voor presentatie, en was er dus geen aanpassing van cijfers uit voorgaande jaren nodig.

5.1. Bedrijfsopbrengsten, netto inkomsten (kosten) afrekeningsmechanisme en overige bedrijfsopbrengsten

(in miljoen EUR) 2019 2018
Totale omzet 2.242,3 1.934,8
Netwerktarieven 2.228,8 1.923,7
Overdracht van activa van klanten 4,6 2,6
Overige omzet 8,9 8,5
Netto opbrengsten (kosten) uit afrekeningsmechanisme (73,7) (112,0)
Overige opbrengsten 150,3 109,0
Diensten en technische expertise 0,6 1,6
Intern geproduceerde vaste activa 63,0 53,9
Optimaal gebruik van activa 17,4 16,3
Andere 68,8 36,8
Meerwaarde op realisatie MVA 0,4 0,5

Zie de segmentrapportering, die een gedetailleerde analyse bevat van de erkende opbrengsten van de Groep op segmentniveau. Het segment Elia Transmission (België) rapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van € 948,8 miljoen (Toelichting 4.2), het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) rapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van € 1.360,1 miljoen (Toelichting 4.3) en het segment 'Niet-gereguleerde activiteiten' (incl. Nemo Link)' rapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten van € 20,7 miljoen (Toelichting 4.4). De gerapporteerde opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten bedragen € 2.319,0 miljoen.

Er wordt geen verdere geografische informatie verstrekt, aangezien de omzet wordt gerealiseerd in de landen waar de netinfrastructuur zich bevindt, wat in wezen hetzelfde is als de hierboven genoemde segmenten.

De intern geproduceerde vaste activa van de Groep heeft betrekking op de tijd die het personeel spendeert aan investeringsprojecten.

De Groep heeft in de verslagperiode € 3,0 miljoen aan omzet opgenomen die die aan het begin van de periode waren inbegrepen in het saldo van de contractverplichtingen (€ 9,2 miljoen). De Groep heeft in de verslagperiode geen substantiële opbrengsten opgenomen indien er in voorgaande periodes sprake was van prestatieverplichtingen.

5.2. Bedrijfskosten

GROND- EN HULPSTOFFEN, DIENSTEN EN DIVERSE GOEDEREN

(in miljoen EUR) 2019 2018
Grond- en hulpstoffen 76,9 41,5
Aankoop van ondersteunende diensten 616,4 500,2
Diensten en diverse goederen (excl, aankoop van ondersteunende diensten) 390,7 445,5
Totaal 1.084,0 987,2

De kosten van de Groep voor 'Grond- en hulpstoffen' zijn voor het boekjaar 2019 gestegen tot € 76,9 miljoen. In 2018 waren de kosten toe te schrijven aan Elia Transmission (België) voor een bedrag van € 5,6 miljoen, EGI voor een bedrag van € 0,5 miljoen en 50Hertz Transmission (Duitsland) voor € 35,4 miljoen. Terwijl de kosten van Elia Transmission (België) in 2019 daalden (€ 4,7 miljoen), zijn de grondstofkosten van EGI in het jaar aanzienlijk gestegen tot € 3,4 miljoen, voornamelijk als gevolg van de toename van EPCcontracten. De aan 50Hertz Transmission (Duitsland) toe te rekenen kosten bedroegen € 70,5 miljoen als gevolg van de grondstofkosten. In vergelijking met 2018 bedroegen de kosten van het Duitse segment € 35,4 miljoen (voor 8 maanden).

De aankoop van ondersteunende diensten omvat de kosten voor diensten waardoor de Groep het evenwicht op het net bewaart tussen injecties en afnames, de constante spanning op het net handhaaft en de congesties beheert. De kosten die Elia Transmission (België) in 2019 heeft gemaakt, zijn gedaald tot € 146,7 miljoen (van € 203,6 miljoen in 2018), voornamelijk als gevolg van de toegenomen beschikbaarheid van kernenergie, wat heeft geleid tot lagere reserveringsprijzen op de markt in 2019. 50Hertz Transmission (Duitsland) heeft € 469,7 miljoen kosten gemaakt, tegenover € 296,6 miljoen in 2018, wat overeenkomt met de kosten vanaf de datum van overname tot het einde van 2018 (8 maanden).

'Diensten en diverse goederen' heeft betrekking op het onderhoud van het net, diensten van derden, verzekeringen, consultancy, en andere. De daling wordt voornamelijk veroorzaakt door 50Hertz Transmission (Duitsland), met een bijdrage van € 165,1 miljoen voor een volledig jaar in 2019, terwijl de bijdrage in 2018 € 222,4 miljoen bedroeg, waarbij slechts 8 maanden in aanmerking werden genomen. De daling bij 50Hertz Transmission (Duitsland) kan worden verklaard door een nieuwe gereguleerde vergoeding voor offshore investeringen vanaf 1 januari 2019. Dat heeft geleid tot een gewijzigde opdeling van de aangekochte diensten, van de kosten in 'Diensten en overige goederen' tot 'Aankoop van ondersteunende diensten'. Elia Transmission (België) heeft € 225,6 miljoen kosten gemaakt voor 'Diensten en overige goederen', relatief stabiel in vergelijking met 2018 (€ 223,1 miljoen).

PERSONEELSKOSTEN
2019 2018
159,5
36,1
17,0
4,8
1,1
10,8
282,9 229,3
206,9
44,1
20,5
6,2
(0,2)
5,4

In maart 2019 werd de tweede schijf van de kapitaalverhoging van 2018 voor de werknemers van Elia afgerond. De kapitaalverhoging leidde tot de creatie van 9.776 bijkomende aandelen zonder nominale waarde. De werknemers van de Groep kregen een korting van 16,66% op de genoteerde aandelenkoers, wat resulteerde in een totale korting van € 0,1 miljoen.

De totale personeelskosten voor de Belgische en niet-gereguleerde activiteiten in 2019 bedroegen € 160,7 miljoen (een stijging tegenover € 157,7 miljoen vorig jaar). 50Hertz Transmission (Duitsland) was goed voor € 122,2 miljoen van de personeelskosten van de Groep in 2019. Ter vergelijking, in 2018 nam 50Hertz Transmission (Duitsland) gedurende 8 maanden € 71,6 miljoen voor zijn rekening. Op vergelijkende jaarbasis stegen de personeelskosten van 50Hertz Transmission met € 8,2 miljoen, veroorzaakt door een aanhoudende groei van het personeelsbestand (2019: 1.051; 2018 1.006).

Voor meer informatie over pensioenkosten en personeelsvoordelen, zie Toelichting 6.14 Personeelsbeloningen.

AFSCHRIJVINGEN, WAARDEVERMINDERINGEN, BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN
EN WIJZIGINGEN IN VOORZIENINGEN
(in miljoen EUR)
2019 2018
Afschrijvingen van immateriële activa 21,5 16,5
Afschrijvingen van materiële activa 353,1 233,1
Totaal afschrijvingen 374,6 249,5
Waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen (1,2) 2,8
Totaal waardeverminderingen (1,2) 2,8
Provisie voor juridische geschillen (9,0) (3,1)
Milieuvoorzieningen (3,3) (1,3)
Ontmantelingsprovisie (0,6) 0,0
Beweging op voorzieningen (12,9) (4,4)
Totaal 360,5 247,9

Het bedrag van waardeverminderingen op handelsvorderingen wordt verklaard in Toelichting 8.1 'Beheer van financiële risico's en

derivaten'.

Een uitgebreide beschrijving wordt gegeven in andere rubrieken over immateriële vaste activa (zie Toelichting 6.2), materiële vaste activa (zie Toelichting 6.1) en voorzieningen (zie Toelichting 6.15).

OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN

(in miljoen EUR) 2019 2018
Belastingen andere dan winstbelastingen 13,0 13,9
Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa 10,4 12,5
Minderwaarden op realisatie handelsvorderingen 2,8 0,4
Overige 3,9 2,6
Overige bedrijfskosten 30,1 30,4

Belastingen andere dan inkomstenbelastingen bestaan hoofdzakelijk uit eigendomsbelastingen.

De verliezen op de verkoop van materiële vaste activa bedragen in totaal € 10,3 miljoen voor Elia Transmission (België), tegenover € 11,2

miljoen het voorgaande jaar.

Het totale aandeel van 50Hertz Transmission (Duitsland) in de overige bedrijfskosten van de Groep in 2019 bedroeg € 6,1 miljoen.

5.3. Nettofinancieringslasten

(in miljoen EUR) 2019 2018
Financieringsopbrengsten 5,6 21,9
Interestbaten uit beleggingswaarden, geldmiddelen en kasequivalenten 4,1 7,1
Overige financiële baten 1,5 14,8
Financieringskosten (145,2) (115,2)
Interestlasten (113,5) (95,8)
Interestlasten op derivaten (2,1) (4,4)
Interestlasten op leasing (2,0) 0,0
Overige financiële lasten (27,6) (15,0)
Nettofinancieringslasten (139,6) (93,3)

Financieringsopbrengsten zijn gedaald van € 21,9 miljoen in 2018 naar € 5,6 miljoen in 2019. De bijdrage van 50Hertz Transmission (Duitsland) aan de financieringsopbrengsten bedraagt € 1,6 miljoen voor 2019. De interestbaten omvatten € 3,3 miljoen (2018: € 6,3 miljoen) aan interesten uit een leningsovereenkomst tussen Elia System Operator en Nemo Link Ltd. In juni 2019 werd de leningsovereenkomst beëindigd en werd de lening geherkwalificeerd naar eigen vermogen.

De overige financiële opbrengsten zijn gedaald van € 14,8 miljoen naar € 1,5 miljoen in 2019, voornamelijk als gevolg van een eenmalige herwaardering naar reële waarde van € 9,2 miljoen euro van de initiële participatie van 60% van de Groep in Eurogrid als gevolg van de overname in 2018.

De interestlasten op euro-obligaties en andere bankleningen stegen aanzienlijk in vergelijking met vorig jaar. Dat is te wijten aan 50Hertz, waarvan de rentelasten voor 2018 pas werden geboekt vanaf de datum van volledige controle op het niveau van de Elia groep (vanaf mei 2018). Om dit effect te neutraliseren, bleven de rentelasten op euro-obligaties en andere bankleningen stabiel.

De overige financiële kosten zijn gestegen van € 15,0 miljoen in 2018 naar € 27,6 miljoen in 2019. Deze stijging houdt voornamelijk verband met de interne bedrijfsreorganisatie in 2019 (zie Toelichting 7.1). In deze context heeft de Elia groep aan de obligatiehouders goedkeuringsvergoedingen betaald om de wijziging van kredietnemer te aanvaarden voor de schuld verbonden aan de gereguleerde activiteiten en om de obligatiehouders te compenseren voor de achterstelling van de obligatie van € 300 miljoen die bij Elia Groep nv blijft. Daarnaast werden er bankkosten en andere financiële kosten gemaakt in verband met deze reorganisatie, wat leidde tot een totaal van € 5,4 miljoen aan financiële kosten.

Bovendien was 2019 met de toepassing van IFRS 16 het eerste jaar met rentekosten op leasing, voor een bedrag van € 2,0 miljoen.

Voor meer details over nettoschulden en leningen, zie Toelichting 6.13.

5.4. Winstbelastingen

OPGENOMEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING

De geconsolideerde winst- en verliesrekening omvat de volgende belastingen:
(in miljoen EUR) 2019 2018
Huidig boekjaar 129,4 82,6
Aanpassingen m,b,t, voorgaande jaren (4,7) 23,2
Totaal kortlopende verschuldigde winstbelastingen 124,7 105,9
Ontstaan en terugname van tijdelijke verschillen (3,7) (3,7)
Totaal uitgestelde winstbelastingen (3,7) (3,7)
Totaal verschuldigde winstbelasting in winst -en verliesrekening 121,0 102,2

Het totaal aan verschuldigde winstbelasting was in 2019 hoger dan in 2018. De stijging van de verschuldigde belastingen is voornamelijk het gevolg van een hogere winst vóór winstbelasting.

AANSLUITING VAN EFFECTIEF BELASTINGTARIEF

De belasting op de winst (het verlies) vóór belastingen van de Groep verschilt van het theoretische bedrag berekend op basis van de wettelijke aanslagvoet in België en de werkelijke winsten (verliezen) van de geconsolideerde vennootschappen:

(in miljoen EUR) 2019 2018
Winst voor belastingen 430,1 409,3
Winstbelastingen 121,0 102,2
Verschuldigde winstbelastingen met toepassing van het lokaal belastingtarief 127,2 121,0
Lokaal belastingtarief 29,58% 29,58%
Effect van belastingtarief in buitenland 0,2 (0,1)
Belastingimpact resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de 5,9 (19,4)
vermogensmutatiemethode
Verworpen uitgaven
5,2 5,3
Aanpassingen m,b,t, voorafgaande jaren (4,7) 0,5
Belastingen op hybrid securities (6,0) 0,0
Belastingkrediet onderzoek en ontwikkeling (0,1) (0,5)
Belastinghervorming: aanpassing uitgestelde belastingen 0,0 (0,4)
Overige (6,7) (4,2)
Winstbelastingen 121,0 102,2

*Het nominale belastingtarief in Duitsland bedraagt 29,61%

De opgelopen winstbelastingen zijn lager dan de theoretische belastingkost (bij gebruik van het nominale belastingtarief) als gevolg van de aanpassingen van vorig jaar en de fiscale aftrek van de dividendcoupons op hybride effecten in de Belgische fiscale wetgeving, maar heeft niet de negatieve impact van de dividendcoupons in de winst- en verliesrekening, aangezien ze rechtstreeks in het eigen vermogen worden geboekt.

Uitgestelde belastingen worden verder besproken in Toelichting 6.7.

5.5. Winst per aandeel (WPA)

GEWONE WPA

Gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst van het jaar die kan worden toegekend aan de aandeelhouders van de Vennootschap (na correctie op de uitgifte van hybride effecten) (€ 254,3 miljoen), te delen door het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen tijdens het jaar.

Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen 2019 2018
Uitgegeven gewone aandelen per 1 januari 61.015.058 60.901.019
Effect van in december 2018 uitgegeven aandelen 0 3.437
Effect van in maart 2019 uitgegeven aandelen 7.794 0
Effect van in juni 2019 uitgegeven aandelen 4.096.187 0
Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen per 31 december 65.119.039 60.904.456

VERWATERDE WPA

De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst die of het verlies dat kan worden toegekend aan de aandeelhouders en het gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen te corrigeren voor de gevolgen van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden en die bestaan uit aandelenopties en converteerbare obligaties.

De verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de gewone winst per aandeel, aangezien er geen converteerbare obligaties noch aandelenopties bestaan.

Eigen vermogen per aandeel

Het eigen vermogen per aandeel, bedroeg € 48,4 per aandeel op 31 december 2019, tegenover € 44,9 per aandeel eind 2018.

5.6. Niet-gerealiseerde resultaten

De totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten omvatten zowel het resultaat van de periode dat in de winst- en verliesrekening is opgenomen als de niet-gerealiseerde resultaten die in het eigen vermogen zijn opgenomen. Niet-gerealiseerde resultaten omvatten alle veranderingen in het eigen vermogen die verschillen van veranderingen die betrekking hebben op de eigenaar en die worden opgenomen in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen.

Wijzigingen in de reële waarde

Kasstroomafdekkingen

De wijziging in de reële waarde van de kasstroomafdekkingen had een negatieve impact op de niet-gerealiseerde resultaten van € 1,0 miljoen en was het gevolg van een daling van de reële waarde van de renteswapafdekkingen op de lening met Publi-Part en andere leningen.

Herwaarderingen

belastingen). Zie Toelichting 6,14 voor meer details.

6. Elementen van de geconsolideerde balans

6.1. Materiële vaste activa

(in miljoen EUR) Terreinen en
gebouwen
Machines en
uitrusting
Meubilair
en
voertuigen
Andere
materiele
vaste
activa
Leasing en
soortgelijke
rechten
Activa in
aanbouw
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2018 205,9 5.265,1 169,3 16,4 2,9 401,9 6.061,6
Bedrijfscombinaties onder
gezamelijke controle
207,0 2.713,3 68,6 0,0 1.504,4 4.493,4
Verwervingen 6,1 162,5 20,1 0,1 841,4 1.030,1
Buitengebruikstellingen (4,1) (68,6) (6,3) 0,0 (22,2) (101,1)
Overboekingen van ene post
naar andere
2,7 1.087,1 10,4 5,7 (1.105,9) 0,0
Stand per 31 december
2018
417,6 9.159,3 262,2 22,3 2,9 1.619,7 11.483,9
Stand per 1 januari 2019 417,6 9.159,3 262,2 22,2 2,9 1.619,7 11.483,9
Initiële toepassing IFRS 16 0,0 0,0 0,0 0,0 95,8 0,0 95,8
Verwervingen 9,0 465,4 43,0 0,2 8,8 759,9 1,286,3
Buitengebruikstellingen (0,6) (67,6) (4,0) 0,0 (0,4) 0,0 (72,7)
Overboekingen van ene post
naar andere
2,3 862,2 9,0 4,7 0,0 (878,3) 0,0
Stand per 31 december
2019
428,4 10.419,3 310,2 27,1 107,2 1.501,3 12.793,4
AFSCHRIJVINGEN EN
MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2018 (24,7) (2.685,9) (132,6) (13,2) (2,9) - (2.859,2)
Afschrijvingen (4,4) (207,2) (21,2) (0,9) - (233,7)
Buitengebruikstellingen 2,8 56,4 6,0 0,0 - 65,2
Overboekingen van ene post
naar andere
0,0 5,7 (0,3) (5,3) - 0,0
Stand per 31 december
2018
(26,3) (2.831,0) (148,1) (19,4) (2,9) - (3.027,7)
Stand per 1 januari 2019 (26,3) (2.831,0) (148,1) (19,4) (2,9) - (3.027,7)
Afschrijvingen (5,7) (300,7) (29,5) (1,2) (16,0) - (353,1)
Buitengebruikstellingen 0,0 29,3 4,0 0,0 (0,1) - 33,2
Overboekingen van ene post
naar andere
0,0 4,0 (0,0) (4,0) 0,0 - (0,0)
Stand per 31 december
2019
(32,0) (3.098,4) (173,7) (24,5) (19,1) - (3.347,7)
BOEKWAARDE
Stand per 1 januari 2018 181,2 2.579,3 36,7 3,2 401,9 3.202,4
Stand per 31 december 2018 391,3 6.328,3 114,1 2,9 1.619,7 8.456,2
Stand per 1 januari 2019 391,3 6.328,3 114,4 2,9 1.619,7 8.456,2
Stand per 31 december 2019 396,3 7.320,8 136,5 2,6 88,1 1.501,3 9.445,6

De belangrijkste investeringen hebben betrekking op de Modular Offshore Grid (€ 215 miljoen), het interconnectieproject ALEGrO (€ 92 miljoen) en investeringen in het Brabo-project (€ 41 miljoen) en de versterking van de hoogspanningslijn Mercator-Horta-Avelin (€ 71 miljoen).

In totaal werd in Duitsland € 259,5 miljoen geïnvesteerd in onshore projecten, terwijl offshore investeringen in totaal € 229,1 miljoen bedroegen. De belangrijkste onshore investeringen gingen naar de bouw van de luchtlijn van Wolmirstedt naar Güstrow (€ 29,8 miljoen) en de versterking van hoogspanningsmasten om de operationele veiligheid te verhogen (€ 30 miljoen). De offshore investeringen betroffen voornamelijk de offshore netaansluitingen van Ostwind 1 (€ 68,3 miljoen) en Ostwind 2 (€ 131,0 miljoen).

In 2019 werd een bedrag van € 18,6 miljoen aan financieringslasten geactiveerd op activa in aanbouw. € 11,1 miljoen (€ 8,8 miljoen in 2018), op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,28% (2,68% in 2018) is afkomstig van het segment Elia Transmission (België). Een bedrag van € 7,5 miljoen, op basis van een gemiddelde rentevoet van 1,25% (1,25% in 2018), is afkomstig van het segment 50Hertz Transmission.

Er waren geen hypotheken, panden of andere zekerheden op materiële vaste activa met betrekking tot leningen.

Openstaande investeringsverplichtingen worden beschreven in Toelichting 8.2.

6.2. Immateriële activa

(in miljoen EUR) Ontwikkelings
kosten software
Licenties /
Concessies
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2018 100,7 3,6 104,3
Verwervingen dmv bedrijfscombinaties onder gezamelijke controle 30,8 21,8 52,6
Verwervingen 24,3 0,0 24,3
Buitengebruikstellingen (0,5) 0,0 (0,5)
Stand per 31 december 2018 155,3 25,4 180,7
Stand per 1 januari 2019 155,3 25,4 180,7
Verwervingen 25,7 1,0 26,7
Buitengebruikstellingen (1,0) 0,0 (1,0)
Stand per 31 december 2019 180,1 26,4 206,5
AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2018 (70,9) (2,6) (73,5)
Afschrijvingen (15,1) (1,3) (16,4)
Buitengebruikstellingen 0,4 0,0 0,0
Balance at 31 December 2018 (85,7) (3,9) (89,5)
Stand per 1 januari 2019 (85,7) (3,9) (89,5)
Afschrijvingen (19,6) (1,8) (21,5)
Buitengebruikstellingen 0,9 0,0 0,9
Stand per 31 december 2019 (104,4) (5,7) (110,1)
(in miljoen EUR) Ontwikkelings
kosten software
Licenties /
Concessies
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2018 100,7 3,6 104,3
Verwervingen dmv bedrijfscombinaties onder gezamelijke controle 30,8 21,8 52,6
Verwervingen 24,3 0,0 24,3
Buitengebruikstellingen (0,5) 0,0 (0,5)
Stand per 31 december 2018 155,3 25,4 180,7
Stand per 1 januari 2019 155,3 25,4 180,7
Verwervingen 25,7 1,0 26,7
Buitengebruikstellingen (1,0) 0,0 (1,0)
Stand per 31 december 2019 180,1 26,4 206,5
AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2018 (70,9) (2,6) (73,5)
Afschrijvingen (15,1) (1,3) (16,4)
Buitengebruikstellingen 0,4 0,0 0,0
Balance at 31 December 2018 (85,7) (3,9) (89,5)
Stand per 1 januari 2019 (85,7) (3,9) (89,5)
Afschrijvingen (19,6) (1,8) (21,5)
Buitengebruikstellingen 0,9 0,0 0,9
Stand per 31 december 2019 (104,4) (5,7) (110,1)
Stand per 1 januari 2018
Afschrijvingen
Buitengebruikstellingen
Balance at 31 December 2018
(in miljoen EUR) Ontwikkelings
kosten software
Licenties /
Concessies
Totaal
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2018 100,7 3,6 104,3
Verwervingen dmv bedrijfscombinaties onder gezamelijke controle 30,8 21,8 52,6
Verwervingen 24,3 0,0 24,3
Buitengebruikstellingen (0,5) 0,0 (0,5)
Stand per 31 december 2018 155,3 25,4 180,7
Stand per 1 januari 2019 155,3 25,4 180,7
Verwervingen 25,7 1,0 26,7
Buitengebruikstellingen (1,0) 0,0 (1,0)
Stand per 31 december 2019 180,1 26,4 206,5
AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN
Stand per 1 januari 2018 (70,9) (2,6) (73,5)
Afschrijvingen (15,1) (1,3) (16,4)
Buitengebruikstellingen 0,4 0,0 0,0
Balance at 31 December 2018 (85,7) (3,9) (89,5)
Stand per 1 januari 2019 (85,7) (3,9) (89,5)
Afschrijvingen (19,6) (1,8) (21,5)
Buitengebruikstellingen 0,9 0,0 0,9
Stand per 31 december 2019 (104,4) (5,7) (110,1)

BOEKWAARDE

29,8 1,0 30,8
69,6 21,5 91,2
69,6 21,5 91,2
75,6 20,7 96,4

Software omvat zowel IT-toepassingen die door de Vennootschap worden ontwikkeld voor het beheer van het net als software voor de normale bedrijfsactiviteiten van de Groep.

In de loop van 2019 werd een bedrag van € 0,2 miljoen financieringslasten geactiveerd op software in ontwikkeling (€ 0,2 miljoen in 2018) in het segment Elia Transmission (België), op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,28% (2,68% in 2018). Er werden geen financieringslasten geactiveerd op software in ontwikkeling in het segment 50Hertz Transmission.

6.3. Goodwill

(in miljoen EUR) Goodwill
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2018 1.707,8
Verwervingen 703,3
Stand per 31 december 2018 2.411,1
Stand per 1 januari 2019 2.411,1
Verwervingen 0,0
Buitengebruikstellingen 0,0
Stand per 31 december 2019 2.411,1
BOEKWAARDE
Stand per 1 januari 2018 1.707,8
Stand per 31 december 2018 2.411,1
Stand per 1 januari 2019 2.411,1
Stand per 31 december 2019 2.411,1
(in miljoen EUR) Goodwill
AANSCHAFFINGSWAARDE
Stand per 1 januari 2018 1.707,8
Verwervingen 703,3
Stand per 31 december 2018 2.411,1
Stand per 1 januari 2019 2.411,1
Verwervingen 0,0
Buitengebruikstellingen 0,0
Stand per 31 december 2019 2.411,1
BOEKWAARDE
Stand per 1 januari 2018 1.707,8
Stand per 31 december 2018 2.411,1
Stand per 1 januari 2019 2.411,1
Stand per 31 december 2019 2.411,1

De goodwill heeft betrekking op de volgende bedrijfscombinaties onder gezamelijke controle en is toegewezen aan de KGE (Kas Genererende Eenheid) Elia Transmission voor de verwerving van Elia Asset en Elia Engineering en aan de KGE 50Hertz Transmission voor de verwerving van de 20% participatie in Eurogrid International:

(in miljoen EUR) 2019 2018
Verwerving belang Elia Asset - 2002 1.700,1 1.700,1
Verwerving belang Elia Engineering - 2004 7,7 7,7
Verwerving belang Eurogrid International – 2018 703,4 703,4
Totaal 2.411,2 2.411,1

TOETSING OP BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VOOR DE KASSTROOMGENERERENDE EENHEID DIE GOODWILL BEVAT

Volgens de IFRS-regels moet de goodwill minstens op jaarbasis of bij het optreden van een gebeurtenis worden getoetst op bijzondere waardeverminderingen. De goodwill wordt voor de toetsing op bijzondere waardeverminderingen toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheden Elia Transmission en 50Hertz Transmission. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegerekend worden minstens één keer per jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen, rekening houdend met de hoogste waarde van hun reële waarde minus de verkoopkosten.

Verwerving van Elia Asset en Elia Engineering

In 2002 resulteerde de verwerving van Elia Asset door de Vennootschap voor € 3.304,1 miljoen in een positief consolidatieverschil van € 1.700,1 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa. Het verschil is toe te schrijven aan verschillende elementen zoals (i) de aanstelling van Elia als TNB voor een periode van 20 jaar en (ii) de unieke middelen waarover Elia in België kan beschikken, aangezien Elia voor 100% eigenaar is van het net op zeer hoge spanning en de eigenaar is van (of het gebruiksrecht heeft op) 94% van het hoogspanningsnet, en dus als enige het recht heeft om een ontwikkelingsprogramma voor te stellen en (iii) Elia beschikt over de relevante knowhow van TNB..

Op de datum van de overname kon de beschrijving of kwantificering van deze elementen niet op objectieve, transparante en betrouwbare wijze worden verricht. Bijgevolg kon het verschil niet worden toegewezen aan specifieke activa en werd het als niettoegewezen beschouwd. Daarom werd dit verschil vanaf de eerste toepassing van IFRS in 2005 erkend als goodwill. Het regelgevend kader, voornamelijk de verrekening in de tarieven van de buitengebruikstelling van vaste activa zoals van toepassing sinds 2008, had geen impact op deze boekhoudkundige verwerking. De goodwill zoals hierboven beschreven en de goodwill ontstaan bij de verwerving van Elia Engineering in 2004 zijn voor de toetsing betreffende de bijzondere waardeverminderingen aan de enige kasstroomgenererende eenheid toegerekend, aangezien de inkomsten en lasten werden gegenereerd door één activiteit, meer bepaald de 'gereguleerde activiteit in België', die eveneens als één kasstroomgenererende eenheid zal worden beschouwd.

Om die reden heeft de Vennootschap de boekwaarde van de goodwill aan één eenheid toegewezen, zijnde de gereguleerde activiteit in België. Sinds 2004 werden jaarlijks toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd die niet resulteerden in de opname van enige waardeverminderingsverliezen.

De toetsing op bijzondere waardeverminderingen werd gedaan door een onafhankelijk expert. Deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op de reële waarde minus verkoopkosten en op twee belangrijke waarderingsmethoden om de realiseerbare waarde te schatten, 1) discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model) en 2) discontering van toekomstige dividenden (DDM-model) die onderling verder verschillen in de methode die wordt gebruikt wordt om de zogenaamde residuele waarde te bepalen. De kosten voor de verkoop werden bij de oefening als verwaarloosbaar beschouwd.

De toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden zijn gebaseerd op een ondernemingsplan voor de periode 2019-2028 (twee regelgevende periodes). Aangezien de activabasis van de Groep bestaat uit activa met een lange levensduur, is de projectieperiode van het ondernemingsplan zo bepaald dat deze de komende twee regelgevende periodes omvat. Het regelgevend kader waarbinnen Elia actief is, wordt gekenmerkt door een toegestane inkomstenbasis die gestructureerd is rond 1) een billijke vergoeding van de gereguleerde activabasis en 2) incentives om de continuïteit van de bevoorrading te garanderen en de efficiëntie te verbeteren. Aangezien de regulator een billijke vergoeding van de gereguleerde activabasis in overeenstemming met de marktverwachtingen zal toestaan, kan de geschatte gereguleerde activabasis van het laatste jaar van de prognose worden beschouwd als een indicatie van de residuele waarde. Deze benadering houdt geen rekening met de potentiële kasstromen die voortvloeien uit het behalen of overtreffen van toekomstige efficiëntiedoelstellingen.

De waarderingsmethoden zijn onderworpen aan verschillende veronderstellingen, waarvan de belangrijkste zijn:

  • 1) Discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model)
    • Disconteringsvoet:
      • o Kosten van eigen vermogen van 7,1%;
        • Risicovrije rentevoet: -0,3%
        • Beta 0,9
        • Marktrisicopremie eigen vermogen 5,5%
        • Risicopremie land 0,5%
      • Premie klein bedrijf 1,8%
      • o Kosten van schulden vóór belastingen van 1,1%;
      • o Vennootschapsbelastingtarief van 25%;
      • o Beoogde gearing (D/(D+E)): 60%;
      • o WACC na belastingen: 3,3%.
    • Residuele waarde gebaseerd op drie varianten:
      • o Residuele waarde op basis van een 1,1x RAB multiple in 2028
        • Noot: de RAB zelf houdt geen rekening met de bijdrage van de incentive vergoeding aan het waardecreatieproces.

o Residuele waarde op basis van een value driver-model, uitgaande van een eventuele nieuwe capex na 2028, zal een rendement opleveren dat gelijk is aan de WACC van 3,3%. Dit betekent dat capex in de residuele waarde geen

o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,5% die de langetermijnverwachting voor de inflatie weerspiegelt die door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt gerapporteerd.

- waarde zal creëren of vernietigen.

  • 2) Discontering van toekomstige dividenden (DDM-model) • Disconteringsvoet:
    • o Kosten van eigen vermogen van 7,1%
    • Residuele waarde gebaseerd op twee varianten: o Residuele waarde op basis van een 1,1x RAB multiple in 2028. waardecreatieproces.
      -

Noot: de RAB zelf houdt geen rekening met de bijdrage van de incentive vergoeding aan het

o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,5%. Deze methode gaat ervan uit dat de restwaarde bestaat uit de winst na belastingen minus de investeringen en houdt rekening met de nettoleningen (in verhouding tot de investeringen). De winst en dus ook de dividenduitkeringen in boekjaar 2028 omvatten echter waarschijnlijk nog niet het (positieve) effect van de geplande investeringen in de boekjaren 2023-2028.

De onafhankelijke analyse, gebaseerd op een (€ 2.640 miljoen) middelpunt van de verschillende gebruikte waarderingsmethoden en varianten, en de gevoeligheidsanalyse hebben niet geleid tot de vaststelling van een bijzondere waardevermindering van de goodwill in het boekjaar 2019. Bovendien werden marktmultiples (gebaseerd op de huidige bedrijfswaarden en de huidige/voorspelde EBITDA) toegepast voor de plausibiliteit.

Aangezien de mediaan en het gemiddelde van de verschillende hierboven gepresenteerde methoden relatief ver uit elkaar lagen (respectievelijk € 2,487 miljoen en € 3,121 miljoen), voornamelijk als gevolg van verschillen in de veronderstellingen over de residuele waarde, baseerde de expert zijn middelpunt op 75% van de mediaan en 25% van het gemiddelde, waarbij hij onder meer in aanmerking nam dat de mediaan alleen misschien niet goed de impact van de incentive vergoeding in de residuele waarde weergeeft (zie hierboven voor meer details).

Verwerving van Eurogrid International

In april 2018 resulteerde de verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International door de Vennootschap voor een bedrag van € 988,7 miljoen in een positief consolidatieverschil van € 703,4 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa. De goodwill die voortvloeit uit de bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International werd toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid Eurogrid International, aangezien deze alle opbrengsten en kosten omvat die hierdoor worden gegenereerd.

Deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op twee belangrijke waarderingsmethoden, 1) discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model) en 2) discontering van toekomstige dividenden (DDM-model) die onderling verder verschillen in de methode die wordt gebruikt wordt om de zogenaamde residuele waarde te bepalen. De toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden zijn gebaseerd op een ondernemingsplan voor de periode 2019-2028 (twee regelgevende periodes). Aangezien de activabasis van de Groep bestaat uit activa met een lange levensduur, is de projectieperiode van het ondernemingsplan zo bepaald dat deze de komende twee regelgevende periodes omvat.

  • 1) Discontering van toekomstige kasstromen (DCF-model) • Disconteringsvoet:
    • o Kosten van eigen vermogen van 6,6%;
      • Risicovrije rentevoet: -0,3%
      • Beta 0,9
      • Marktrisicopremie eigen vermogen 5,5%
      • Risicopremie land 0,0%
      • Premie klein bedrijf 1,8%
    • o Kosten van schulden vóór belastingen van 1,1%;
    • o Vennootschapsbelastingtarief van 30%;
    • o Beoogde gearing (D/(D+E)): 60%; o WACC: 3,1%.
    • Residuele waarde gebaseerd op drie varianten:
      -
      -
      -
      -
  • 2) Discontering van toekomstige dividenden (DDM-model) • Disconteringsvoet:
    • o Kosten van eigen vermogen van 6,6%
    • Residuele waarde gebaseerd op twee varianten:
      -
      -

o Residuele waarde op basis van een 1,1x RAB multiple in 2028; o Residuele waarde op basis van een value driver-model, uitgaande van een eventuele nieuwe capex na 2028, zal een rendement opleveren dat gelijk is aan de WACC van 3,1%; o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,5%.

o Residuele waarde op basis van een 1,1x RAB multiple in 2028; o Residuele waarde op basis van een onafgebroken groei van 1,5%.

De onafhankelijke analyse, gebaseerd op een mediaan van de verschillende gebruikte waarderingsmethoden en -varianten, en de gevoeligheidsanalyse hebben niet geleid tot de vaststelling van een bijzondere waardevermindering van de goodwill in het boekjaar 2019.

6.4. Langlopende handels- en overige vorderingen

(in miljoen EUR) 2019 2018
Leningen aan derden 2,3 2,6
Leningen aan gezamenlijke overeenkomsten 0,0 174,4
Totaal 2,3 177,0

De Groep heeft ook een uitstaande vordering op een derde voor een bedrag van € 2,3 miljoen. Deze vordering werd toegekend voor de financiering van een gezamenlijk project met Elia.

De lening aan joint ventures had betrekking op Nemo Link Ltd., waarin zowel Elia Group als National Grid een participatie van 50% hebben, dat tot juni 2019 door beide aandeelhouders werd gefinancierd met eigen vermogen en leningen. In juni 2019 werd de aandeelhouderslening geherkwalificeerd naar eigen vermogen.

6.5. Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode

Joint ventures

Nemo Link Ltd

Op 27 februari 2015 hebben Elia System Operator en National Grid samen een joint-ventureovereenkomst afgesloten met betrekking tot de bouw van de Nemo Link Interconnector tussen België en het VK. Dat project bestaat uit onderzeese en ondergrondse kabels die verbonden zijn met een conversiestation en hoogspanningsstation in beide landen, waardoor elektriciteit in beide richtingen kan worden vervoerd tussen de twee landen en het VK en België kunnen rekenen op een meer betrouwbare en beter toegankelijke toegang tot elektriciteit en duurzame elektriciteitsproductie. Elke aandeelhouder heeft een belang van 50% in Nemo Link Ltd, een Brits bedrijf. De interconnectie werd eind januari 2019 in gebruik genomen.

Om het project te financieren, hebben beide aandeelhouders sinds 2016 financiering verleend aan Nemo Link Ltd via inbreng in het eigen vermogen en leningen (verdeling 50/50). In juni 2019 werden de leningen opgenomen in het aandelenkapitaal (lening geherkwalificeerd naar eigen vermogen), wat de aanzienlijke daling van de langlopende verplichtingen verklaart met het omgekeerde effect op het eigen vermogen.

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de joint venture op basis van zijn IFRS-jaarrekening en de aansluiting met de boekwaarde van het belang van de Groep in de geconsolideerde jaarrekening.

(in miljoen EUR) 2019 2018
Percentage eigendomsbelang 50,0% 50,0%
Vaste activa 660,8 606,3
Vlottende activa 33,9 35,5
Langlopende verplichtingen 30,9 381,2
Kortlopende verplichtingen 14,8 27,4
Eigen vermogen 649,0 233,2
Boekwaarde van de investering van de Groep 324,5 116,6
Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten 61,5 0,0
Afschrijvingen 24,2 0,0
Nettofinancieringslasten (6.4) 0,6
Winst voor belastingen 13,7 0,6
Winstbelastingen (0,8) 0,0
Winst over het boekjaar 12,9 0,6
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar 12,9 0,6
Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar 6,5 0,3
Dividenden ontvangen door de Groep 0,0 0,0

Geassocieerde ondernemingen

De Groep heeft vier geassocieerde ondernemingen. Het gaat hier telkens om investeringen die opgenomen zijn volgens de vermogensmutatiemethode.

De Groep heeft een aandeel van 17,4% in Enervalis nv, een startup die vernieuwende software-as-a-service oplossingen ontwikkelt waarmee marktspelers hun energiefactuur kunnen optimaliseren door in te spelen op de toenemende vraag naar flexibiliteit in het elektriciteitssysteem. Een vertegenwoordiger van de Groep werd benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van Enervalis. Daarom is de Groep van mening dat ze een aanzienlijke invloed heeft en wordt Enervalis via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen.

De Groep heeft een aandeel van 20,5% in Ampacimon nv, een Belgisch bedrijf dat innovatieve monitoringsystemen ontwikkelt voor TNB's en DNB's (Distributienetbeheerders), zodat zij sneller kunnen anticiperen op veranderingen in vraag en aanbod van energie.

Na de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz is het aandeel van de Groep in Coreso nv gestegen tot 22,2%. Coreso nv is een vennootschap die coördinatiediensten levert om de veilige uitbating van het hoogspanningsnet in verschillende Europese landen te vergemakkelijken.

HGRT SAS is een Franse vennootschap met een aandeel van 49,0% in Epex Spot, de elektriciteitsbeurs in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en (via 100% geassocieerde deelneming APX) het VK, Nederland en België. De Groep zelf heeft een aandeel van 17,0% in HGRT. Als een van de stichtende vennoten van HGRT heeft de Groep een 'gouden aandeel', waardoor ze een minimaal aantal vertegenwoordigers heeft in de Raad van Bestuur. Dat vormt een invloed van betekenis en daarom wordt HGRT via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen. In 2019 ontving de Groep van HGRT een dividend van € 2,6 miljoen (€ 2,0 miljoen in 2018).

Geen enkele van deze vennootschappen is beursgenoteerd.

De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de investering van de Groep in deze vennootschappen op basis van hun respectieve jaarrekeningen die zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRS-standaarden.

(in miljoen EUR) Enervalis
2019
Ampacimon
2019
Coreso
2019
HGRT
2019
Percentage eigendomsbelang 17,4% 20,5% 22,2% 17,0%
Vaste activa 0,0 0,0 7,9 93,3
Vlottende activa 6,0 2,6 3,6 1,0
Langlopende verplichtingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Kortlopende verplichtingen 0,0 0,0 8,4 0,0
Eigen vermogen 6,0 2,6 3,2 94,3
Boekwaarde van de investering
van de Groep 1,0 0,5 0,7 16,0
Opbrengsten en overige
bedrijfsopbrengsten 0,0 0,0 17,7 0,0
Winst voor belastingen 0,0 0,1 0,8 10,4
Winstbelastingen 0,0 0,0 (0,4) (0,1)
Winst over het boekjaar 0,0 0,1 0,1 10,2
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over het boekjaar 0,0 0,1 0,1 10,2
Aandeel van de Groep in de winst
over het boekjaar 0,0 0,0 0,1 1,8
Boekwaarde van de investering
Opbrengsten en overige
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
Aandeel van de Groep in de winst
Boekwaarde van de investering
Opbrengsten en overige
(in miljoen EUR) Enervalis
2018
Ampacimon
2018
Coreso
2018
HGRT
2018
Percentage eigendomsbelang 12,5% 20,5% 22,2% 17,0%
Vaste activa 0,3 0,3 4,4 93,7
Vlottende activa 1,4 2,2 2,2 6,3
Langlopende verplichtingen 0,0 0,0 0,0 0,0
Kortlopende verplichtingen 0,3 0,0 4,5 0,4
Eigen vermogen 1,3 2,5 2,7 99,6
Boekwaarde van de investering
van de Groep 0,7 0,5 0,6 16,9
Opbrengsten en overige
bedrijfsopbrengsten 0,0 0,0 13,7 0,0
Winst voor belastingen 0,0 (0,6) 0,6 10,8
Winstbelastingen 0,0 0,0 (0,3) 0,1
Winst over het boekjaar 0,0 (0,6) 0,3 10,9
Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde
resultaten over het boekjaar 0,0 (0,6) 0,3 10,9
Aandeel van de Groep in de winst
over het boekjaar 0,0 (0,1) 0,0 1,9

6.6. Overige financiële vaste activa

(in miljoen EUR) 2019 2018
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn 7,0 7,0
Andere deelnemingen 28,8 27,7
Restitutierechten 53,1 52,2
Totaal 88,9 86,9

Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn, worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het risicoprofiel van deze beleggingen wordt besproken in Toelichting 8.1.

De 'Andere deelnemingen' bestaan voornamelijk uit de deelnemingen die 50Hertz Transmission in bezit heeft en zijn gestegen met € 1,1 miljoen door een toename van het eigendomspercentage in de EEX. De totale lijst van de andere deelnemingen is opgenomen in Toelichting 7.1.

De restitutierechten houden verband met de verplichtingen voor (i) de gepensioneerde werknemers die onder specifieke uitkeringsregelingen vallen (Regeling B - niet-gefinancierde regeling) en voor (ii) het medisch plan en de tariefregeling voor gepensioneerde personeelsleden. Zie Toelichting 6.14: Personeelsbeloningen. De restitutierechten zijn te recupereren via de gereguleerde tarieven. Het volgende principe is van toepassing: alle opgelopen pensioenkosten voor gepensioneerde werknemers met 'regime B' en de kosten gerelateerd aan gezondheidszorg en tariefvoordelen van gepensioneerde personeelsleden van Elia worden vastgelegd door de regulator (CREG) als niet-beheersbare kosten die via de regelgevende tarieven te recupereren zijn. De toename van de boekwaarde van dit actief wordt beschreven in Toelichting 6.14: Personeelsbeloningen.

6.7. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen

IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

(in miljoen EUR) 2019 2018
Activa Passiva Activa Passiva
Materiële activa 3,3 (211,8) 3,3 (157,4)
Immateriële activa 0,0 (8,6) 0,0 (8,2)
Handels- en overige vorderingen 1,3 (0,2) 1,7 0,0
Rentedragende leningen en overige langlopende 26,7 (4,6) 2,2 (4,0)
financieringsverplichtingen
Personeelsvoordelen
29,6 (13,3) 26,2 (13,9)
Provisies 48,0 (0,6) 40,6 0,0
Over te dragen opbrengsten 31,5 (2,2) 9,4 (2,9)
Gereguleerde verplichtingen 25,3 (0,0) 19,6 0,0
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies 0,0 (1,1) 0,0 (1,1)
Overgedragen verliezen 0,6 (0,1) 2,5 0,0
Overige 0,6 (7,8) 0,7 (9,0)
Belasting vorderingen (verplichtingen) 166,9 (250,2) 106,3 (196,5)
Saldering van belastingvorderingen en -verplichtingen (163,2) 163,2 (101,3) 101,3
Netto belastingvordering / (verplichting) 3,7 (87,0) 5,0 (95,2)

De wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden voorgesteld:

WIJZIGINGEN IN DE UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN TEN GEVOLGE VAN MUTATIES IN DE TIJDELIJKE VERSCHILLEN GEDURENDE HET BOEKJAAR

(in miljoen EUR) Openings
-balans
Business
Combi
nations
Opgeno
men in
winst
(verlies)
rekening
Opgeno
men in
eigen
vermogen
Andere Eind
balans
2018
Materiële activa (8,8) (157,6) 12,4 0,0 (154,1)
Immateriële activa (8,4) 0,2 (8,2)
Handels- en overige vorderingen 1,8 (0,1) 1,7
Rentedragende leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen (1,2) (3,2) 0,4 2,2 (1,8)
Personeelsvoordelen 7,5 4,2 0,7 (0,2) 12,3
Provisies 54,4 (13,8) 40,6
Over te dragen opbrengsten 6,3 0,2 6,5
Gereguleerde verplichtingen 18,1 1,5 19,6
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies 2,5 2,5
Overgedragen verliezen (1,2) 0,1 (1,1)
Overige (6,5) 0,5 (0,4) (1,8) 8,2
Totaal (18,6) (75,5) 3,7 2,0 (1,8) (90,2)
2019
Materiële activa (180,0) (28,4) (208,4)
Immateriële activa (8,2) (0,4) (8,6)
Handels- en overige vorderingen 1,7 (0,4) 1,2
Rentedragende leningen en overige langlopende
financieringsverplichtingen 24,2 (2,2) 0,2 22,1
Personeelsvoordelen 12,3 2,5 1,5 16,3
Provisies 40,6 6,7 47,4
Over te dragen opbrengsten 6,5 22,8 29,3
Gereguleerde verplichtingen 19,6 5,7 25,3
Overgedragen verliezen 2,5 (2,1) 0,4
Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies (1,1) (1,1)
Overige (8,2) (0,4) 1,5 (7,2)
Totaal (90,2) 3,7 3,2 0,0 (83,3)

De uitgestelde belastingverplichting op activa met gebruiksrecht uit leaseovereenkomsten volgens IFRS 16 wordt getoond onder materiële vaste activa, de uitgestelde belastingvordering op financiële leaseverplichtingen wordt getoond onder rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen.

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN

Per 31 december 2019 is er een niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering van € 0,5 miljoen met betrekking tot overgedragen belastingverliezen afkomstig van EGI nv

6.8. Voorraden

(in miljoen EUR)
------------------
2018
39,5 34,0
(15,3) (14,8)
19,2
2019
24,3

De artikelen in het magazijn zijn hoofdzakelijk wissel- en reservestukken voor het onderhoud en de herstellingswerken aan de hoogspanningsstations, luchtlijnen en ondergrondse kabels van de Groep. Ook balansen van onderhanden werken zijn opgenomen.

Waardeverminderingen worden geboekt vanaf het moment waarop voorraadartikelen onderhevig zijn aan verminderde voorraadbeweging. Deze waren iets hoger dan in 2018.

6.9. Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen

opbrengsten

(in miljoen EUR) 2019 2018
Onderhanden projecten in opdracht van derden 4,6 3,6
Overige handelsvorderingen en vooruitbetalingen 338,1 417,9
Heffingen 2,3 38,9
BTW en andere belastingen 56,9 50,5
Overige 86,2 48,0
Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten 9,8 20,5
Totaal 497,8 579,4

Handelsvorderingen brengen geen interest op en zijn gewoonlijk betaalbaar op 15 tot 30 dagen.

Onderhanden projecten in opdracht van derden zijn licht gestegen van € 3,6 miljoen vorig jaar naar € 4,6 miljoen op het einde van het jaar, wat voornamelijk verband houdt met de activiteiten van EGI.

De daling van de heffingen is voornamelijk te wijten aan een daling met € 36,6 miljoen in verband met de Vlaamse groenestroomcertificaten die eerder in het jaar werden geveild dan in vorige jaren.

De toename in "overige" is voornamelijk te wijten aan een toename van uitstaande vorderingen in verband met de wettelijke toeslagen

in Duitsland (+ € 16,4).

De blootstelling van de Groep aan krediet- en valutarisico's en verliezen als gevolg van waardeverminderingen die verbonden zijn aan handels- en overige vorderingen, wordt getoond in Toelichting 8.1.

Op 31 december is de ouderdomsanalyse van de handels- en overige vorderingen en de vooruitbetalingen als volgt:

(in miljoen EUR) 2019 2018
Niet vervallen 320,0 389,7
Vervallen minder dan 30 dagen 14,1 6,6
Vervallen tussen 31 en 60 dagen 1,2 (0,6)
Vervallen tussen 61 dagen en één jaar 3,0 23,6
Meer dan één jaar 0,7 0,5
Totaal (excl, waardevermindering) 339,1 419,8
Dubieuze vorderingen 199,6 170,2
Geboekte waardevermindering (199,1) (169,8)
Provisie voor verwachte kredietverliezen (1,5) (2,3)
Totaal 338,1 417,9

Zie Toelichting 8.1 voor een gedetailleerde analyse van het kredietrisico opgelopen in verband met deze handelsvorderingen.

6.10. Actuele belastingvorderingen en verplichtingen

(in miljoen EUR) 2019 2018
Fiscale vorderingen 5,5 3,6
Fiscale verplichtingen (54,8) (93,1)
Netto fiscale vordering / (verplichting) (49,3) (89,5)

De belastingvorderingen zijn gestegen in vergelijking met het voorgaande jaar. De € 5,5 miljoen belastingvorderingen per 31 december 2019 hebben voornamelijk betrekking op voorschotten op vennootschapsbelasting die moeten worden teruggevorderd in boekjaar 2019. De belastingverplichtingen daalden in 2019 tot € 54,8 miljoen.

6.11. Geldmiddelen en kasequivalenten

(in miljoen EUR) 2019 2018
Direct opvraagbare deposito's 573,5 1.356,2
Banksaldi 401,5 433,1
Totaal 975,0 1.789,3

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn gedaald door een aanzienlijke daling bij 50Hertz Transmission (Duitsland), voornamelijk als gevolg van een daling in de EEG-kaspositie met € 428,8 miljoen en een daling van de belangrijkste kasmiddelen met € 356,6 miljoen.

Kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van enkele dagen en een paar weken tot enkele maanden (meestal niet langer dan 3 maanden), afhankelijk van de onmiddellijke behoefte aan kasmiddelen, en ontvangen rente volgens de rentevoeten van de kortetermijndeposito's.

Op de banktegoeden wordt interest uitbetaald of ingehouden tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente. Het renterisico van de Groep en de gevoeligheidsanalyse voor financiële activa en verplichtingen worden besproken in Toelichting 8.2.

De geldmiddelen en kasequivalenten die hierboven en in het kasstroomoverzicht worden vermeld, omvatten € 30,8 miljoen die in handen zijn van Elia RE. Deze deposito's zijn onderworpen aan wettelijke beperkingen en zijn bijgevolg niet rechtstreeks beschikbaar voor algemeen gebruik door de andere entiteiten binnen de Groep.

6.12. Eigen vermogen

Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap

AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIE

Aantal aandelen 2019 2018
Uitstaand per 1 januari 61.015.058 60.901.019
Uitgegeven tegen betaling in contanten 7.638.880 114.039
Aantal aandelen (einde periode) 68.652.938 61.015.058

De kapitaalverhoging van 14 juni 2019 resulteerde in de creatie van 7.628.104 bijkomende aandelen tegen een uitgifteprijs van € 57 per aandeel. Deze transactie bracht € 434,8 miljoen aan opgehaalde middelen met zich mee, bestaande uit een kapitaalverhoging van € 190,3 miljoen en een verhoging van de uitgiftepremie met € 244,5 miljoen. De transactiekosten verbonden aan deze kapitaalsverhoging bedroegen € 6,2 miljoen.

In maart 2019 werd de tweede schijf van de kapitaalverhoging van 2018 voor de werknemers van Elia afgerond. Deze transactie bracht € 0,5 miljoen aan opgehaalde middelen met zich mee, bestaande uit een kapitaalverhoging van € 0,2 miljoen en een verhoging van de uitgiftepremie met € 0,3 miljoen. Door deze transactie werden 9.776 nieuwe aandelen uitgegeven.

RESERVES

Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5% van de statutaire nettowinst van de Vennootschap worden overgedragen naar de wettelijke reserve tot die wettelijke reserve 10% van het kapitaal bedraagt. Per 31 december 2019 bedraagt de wettelijke reserve van de Groep € 173,0 miljoen en bedraagt ze 10% van het kapitaal.

De Raad van Bestuur kan aan de aandeelhouders de uitkering van een dividend voorstellen tot een maximumbedrag van de beschikbare reserves en van de overgedragen winst van vorige boekjaren van de Vennootschap, inclusief de winst van het boekjaar dat eindigde op 31 december 2019. De aandeelhouders moeten de uitkering van een dividend goedkeuren tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.

AFDEKKINGSRESERVE

De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot afgedekte transacties die nog niet hebben plaatsgevonden.

DIVIDEND

Na de rapporteringsdatum deed de Raad van Bestuur het onderstaande dividendvoorstel.

Dividend 2019 2018
Dividend per aandeel 1,69 1,66

Tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering op 21 mei 2019 stelde de Raad van Bestuur de uitkering voor van een brutodividend van € 1,66 per aandeel, wat overeenstemt met een totaalbedrag van € 101,3 miljoen.

Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 5 maart 2020 werd een brutodividend van € 1,69 per aandeel voorgesteld. Dit dividend is onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders tijdens de jaarlijkse algemene vergadering op 19 mei 2020 en werd niet opgenomen als een verplichting in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Het totale dividend bedraagt, op basis van het aantal uitstaande aandelen op 5 maart 2020, € 116,0 miljoen.

Hybride effecten

In september 2018 gaf de Groep hybride effecten uit voor de financiering van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland). De uitgifte resulteerde in een toename van het eigen vermogen van de Groep met € 700 miljoen.

De hybride effecten hebben een optionele, cumulatieve coupon van 2,75%, die ieder jaar op 5 december en vanaf 5 december 2019 naar goeddunken van de Groep betaalbaar is. Per 31 december 2019 bedraagt het niet-uitgekeerde cumulatieve dividend € 1,4 miljoen (€ 6,2 miljoen in 208). Een coupon voor een bedrag € 24,0 miljoen werd betaald aan de houders van hybride effecten, bijgevolg is de impact in het resultaat toe te rekenen aan houders van hybride effceten € 19,3 miljoen.

De hybride effecten hebben een initiële vervaldatum in december 2023 en worden daarna elke vijf jaar opnieuw ingesteld.

De hybride effecten zijn gestructureerd als eeuwigdurende instrumenten, hebben een achtergestelde positie ten opzichte van alle nietachtergestelde schulden en zullen overeenkomstig IFRS als eigen vermogen in de jaarrekening van de Groep worden opgenomen.

6.13. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen

(in miljoen EUR) 2019 2018
Leningen op lange termijn 5.304,2 5.773,8
Financiële leasing op lange termijn 74,7 0,0
Subtotaal lange termijnleningen 5.378,9 5.773,8
Leningen op korte termijn 1.042,2 549,9
Financiële leasing op korte termijn 14,1 0,0
Toe te rekenen interest 62,9 71,1
Subtotaal korte termijnleningen 1.119,2 621,1
Totaal 6.498,1 6.394,9

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de mutaties in de verplichtingen van de Groep die het gevolg zijn van financieringsactiviteiten, met inbegrip van zowel mutaties die voortvloeien uit kasstromen als mutaties anders dan in geld.

(in miljoen EUR) Kortlopende
leningen en
financierings
verplichtingen
Langlopende
leningen en
financierings
verplichtingen
Totaal
Stand op 1 januari 2018 49,5 2.834,7 2.884,2
Bedrijfscombinatie 28,5 2.829,9 2.858,4
Kasstroom: betaalde interesten (141,8) 0,0 (141,8)
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 50,0 606,9 656,9
Verlopen rente 121,2 0,0 121,2
Andere 513,7 (497,7) 16,0
Stand op 31 december 2018 621,1 5.773,8 6.394,9
Stand op 1 januari 2019 621,1 5.773,8 6.394,9
Kasstroom: betaalde interesten (158,4) 0,0 (158,4)
Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen (757,6) 0,0 (757,6)
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 275,0 499,2 774,2
Verlopen rente 62,9 0,0 62,9
Andere 1.076,2 (894,1) 182,1
(in miljoen EUR) Kortlopende
leningen en
financierings
verplichtingen
Langlopende
leningen en
financierings
verplichtingen
Totaal
Stand op 1 januari 2018 49,5 2.834,7 2.884,2
Bedrijfscombinatie 28,5 2.829,9 2.858,4
Kasstroom: betaalde interesten (141,8) 0,0 (141,8)
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 50,0 606,9 656,9
Verlopen rente 121,2 0,0 121,2
Andere 513,7 (497,7) 16,0
Stand op 31 december 2018 621,1 5.773,8 6.394,9
Stand op 1 januari 2019 621,1 5.773,8 6.394,9
Kasstroom: betaalde interesten (158,4) 0,0 (158,4)
Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen (757,6) 0,0 (757,6)
Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen 275,0 499,2 774,2
Verlopen rente 62,9 0,0 62,9
Andere 1.076,2 (894,1) 182,1
Stand op 31 december 2019 1.119,2 5.378,9 6.498,1

In januari 2019 heeft de Vennootschap met succes een euro-obligatielening uitgegeven ter waarde van € 500 miljoen in het kader van haar EMTN-programma van € 5 miljard. Deze obligatielening van € 500 miljoen vervalt in 2026 en heeft een jaarlijkse coupon van 1,375%.

De opbrengsten van de nieuwe obligatie werden aangewend voor de herfinanciering van een bestaande euro-obligatielening van € 500 miljoen die in mei 2019 verviel.

In het boekjaar 2018 heeft 'Andere' voornamelijk betrekking op de herclassificaties van langlopende schulden naar kortlopende schulden overeenkomstig het moment dat de instrumenten vervallen in 2020.

De informatie over de algemene voorwaarden van de uitstaande rentedragende leningen en financieringsverplichtingen wordt hieronder gegeven:

(in miljoen EUR) Vervaldag Boek
waarde
Intrest-voet
voor hedging
Interest
voet na
hedging
Huidige
proportie
van de
interestvoet:
vast
Huidige
proportie
van de
interestvoet:
variabel
Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar 2028 546,9 3,25% 3,25% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar 2033 199,1 3,50% 3,50% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar 2029 346,5 3,00% 3,00% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2015 / 8,5 jaar 2024 498,2 1,38% 1,38% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2017 / 10 jaar 2027 247,6 1,38% 1,38% 100,00% 0,00%
Uitgiften van senior obligatielening 2018/10 jaar 2028 297,3 1,50% 1,50% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2019/7 years 2026 498,0 1,38% 1,38% 100,00% 0,00%
Andere lening 2020 453,6 Euribor 6M +
1,15%
0,97% 60,51% 39,49%
Lening met Publipart 2022 42,1 Euribor 6M +
1,15%
0,97% 60,51% 39,49%
Termijnlening 2033 209,7 1,80% 1,80% 100,00% 0,00%
Europese Investeringsbank 2025 100,0 1,08% 1,08% 100,00% 0,00%
Opgenomen kredietlijn 2019 75,0 0,275% 0,275% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Euro Medium
Term note Programme 2010
2020 499,6 3,875% 3,875% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2015
2025 497,9 1,875% 1,875% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2015
2023 748,7 1,625% 1,625% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2015
2030 139,2 2,625% 2,625% 100,00% 0,00%
Obligatielening als deel van het Debt Issuance
Programme 2016
2028 747,0 1,500% 1,500% 100,00% 0,00%
Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 30 jaar 2044 50,0 3,000% 3,000% 100,00% 0,00%
Banklening 2026 150,0 0,90% 0,900% 100,00% 0,00%
Totaal 6.346,4 96,92% 3,08%

De bovenstaande € 6.346,4 miljoen moet worden verhoogd met € 62,9 miljoen aan interesten en € 88,8 miljoen aan financiële leaseverplichtingen om de totale schuld van € 6.498,1 miljoen opnieuw samen te stellen.

De volgende clausules zijn vereist voor de euro-obligaties die zijn uitgegeven onder het EMTN-programma van € 3,0 miljard en de reservefaciliteiten:

  • De Vennootschap zal geen zekerheid verschaffen (een zekerheid betekent een hypotheek, last, pand, voorrecht of enige andere vorm van bezwaring of zekerheid. Een persoonlijke garantie of borgstelling vormt geen 'zekerheid') om enige relevante schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van enige persoon.
  • De Vennootschap zal bewerkstelligen dat geen van haar belangrijke dochterondernemingen enige zekerheid zal bieden om enige relevante schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van enige persoon.
  • De Vennootschap zal bewerkstelligen dat haar belangrijke dochterondernemingen via geen enkele andere persoon enige zekerheid zal bieden om enige relevante schuld van de Vennootschap of haar belangrijke dochterondernemingen te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van de Emittent of een van zijn belangrijke dochterondernemingen.
  • De Vennootschap handhaaft een belang van minimaal 75 % in Elia Asset nv.
  • De Vennootschap behoudt haar vergunning als transmissienetbeheerder.

Informatie over het vervaldagprofiel van de financiële verplichtingen van de Groep op basis van contractuele niet-gedisconteerde betalingen is te vinden in Toelichting 8.1 'Liquiditeitsrisico'.

6.14. Personeelsbeloningen

De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen op het vlak van toegezegd-pensioenregelingen in verband met haar Belgische en Duitse activiteiten.

Hieronder worden de totale nettoverplichtingen voor personeelsbeloningen vermeld:

(in miljoen EUR) 2019 2018
België Duitsland Totaal België Duitsland Totaal
Toegezegde pensioenregelingen 20,6 26,5 47,1 20,3 20,6 40,8
Andere vergoedingen na uitdiensttreding 67,5 5,0 72,1 62,2 2,4 64,6
Totaal voorzieningen voor personeelsvoordelen 88,1 31,5 119,6 82,5 22,9 105,4

Van de € 119,6 miljoen aan voorzieningen voor personeelsbeloningen opgenomen op het einde van het boekjaar 2019, wordt € 118,1 miljoen gepresenteerd op lange termijn en € 1,5 miljoen op korte termijn (Toelichting 6.14).

De algemene stijging met € 14,2 miljoen is voornamelijk het gevolg van dalende disconteringsvoeten.

BELGIË

TOEGEZEGDE-BIJDRAGEREGELINGEN

Personeel dat op basis van een 'loonschaal' wordt betaald en is aangeworven na 1 juni 2002 en management/kaderpersoneel dat na 1 mei 1999 is aangeworven, worden gedekt door twee pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen (Powerbel en Enerbel).

De Enerbel-regeling is een regeling toegekend aan werknemers aangeworven na 1 juni 2002, waartoe de werknemer en de werkgever bijdragen op basis van een vooraf bepaalde formule.

De Powerbel-regeling is een regeling voor managers aangeworven na 1 mei 1999. De werknemers- en werkgeversbijdragen zijn gebaseerd op een vast percentage van het loon van de werknemer.

De nieuwe wet op de aanvullende pensioenen, die eind 2015 werd gepubliceerd, wijzigde het gewaarborgde rendement van toegezegde-bijdrageregelingen enigszins. Voor betalingen uitgevoerd na 1 januari 2016 verplicht de wet werkgevers om over de volledige loopbaan een gemiddeld jaarrendement van minstens 1,75 % te waarborgen (tot 3,75% naargelang wie bijdraagt).

Voor verworven rechten moet het gewaarborgde minimumrendement tot 31 december 2015 nog steeds minstens 3,25% voor de bijdragen van de werkgever en 3,75% voor de bijdragen van de werknemer bedragen, waarbij de werkgever een eventueel verlies moet bijpassen.

Als gevolg van voorgaande wijziging en zoals vermeld in de boekhoudkundige grondslagen worden alle toegezegde-bijdrageregelingen krachtens de Belgische pensioenwetgeving voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen. De wetswijziging houdt een wijziging van de regeling in. Zij worden verantwoord volgens de 'Projected Unit Credit'-methode (PUC-methode). De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen. Dus IAS 19 § 115 wordt niet toegepast. Bovendien zijn de toegezegde-bijdrageregelingen, met uitzondering van Enerbel, niet 'back-loaded', aangezien deze regelingen worden gewaardeerd zonder prognose van toekomstige bijdragen. De toegezegdebijdrageregeling Enerbel is 'back-loaded' en dit plan wordt gewaardeerd met projectie van toekomstige bijdragen.

Elia Transmission België heeft bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen sinds 2016. De voornaamste doelstelling van deze regelingen is elke aangesloten persoon een gewaarborgd minimumrendement van 3,25 % op de verworven reserves tot de pensioenleeftijd te garanderen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdrage wordt door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald. De omvang van toekomstige kasstromen hangt af van de loonstijgingen.

TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN

Voor een gesloten populatie voorzien collectieve overeenkomsten in de elektriciteits- en gassector in aanvullende pensioenen gebaseerd op het jaarloon en de loopbaan van een werknemer in een bedrijf (gedeeltelijk terug te betalen aan de erfgenaam in geval van vroegtijdig overlijden van de werknemer). De toegekende uitkeringen zijn gekoppeld aan het bedrijfsresultaat van Elia. Voor deze verplichtingen bestaat er noch een extern pensioenfonds, noch een groepsverzekering, waardoor er ook geen reserves bij derden opgebouwd zijn. Deze verplichtingen worden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

De collectieve overeenkomst bepaalt dat aan actief personeel aangeworven tussen 1 januari 1993 en 31 december 2001 en het management/directiepersoneel aangeworven voor 1 mei 1999 dezelfde waarborgen worden toegekend via een toegezegdpensioenregeling (Elgabel en Pensiobel – gesloten regelingen). De verplichtingen in het kader van deze toegezegdpensioenregelingen worden gefinancierd via een aantal pensioenfondsen voor de elektriciteits- en gassector en via verzekeringsmaatschappijen.

Zoals hierboven vermeld, heeft Elia Transmission (België) bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen sinds 2016. Aangezien die garantie een verplichting van de werkgever is, vormen deze regelingen toegezegd-pensioenregelingen.

Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdragen worden door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald.

OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN

Elia Transmission België heeft aan het personeel ook bepaalde vervroegde pensioenregelingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding toegekend, zoals een dekking van medische kosten en een bijdrage in de energieprijzen, naast andere beloningen op lange termijn (jubilarispremies). Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.

DUITSLAND

TOEGEZEGDE -BIJDRAGEREGELINGEN

In geval van extern gefinancierde toegezegde -bijdrageregelingen is de verplichting van 50Hertz Transmission (Duitsland) beperkt tot de betaling van de overeengekomen bijdragen. Voor die toegezegde -bijdrageregelingen die opgenomen zijn in de vorm van directe waarborgen, zijn er congruente werkgeversaansprakelijkheidsverzekeringen afgesloten .

  • Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 2003): individuele contractuele pensioenverplichtingen gebaseerd op een overeenkomst met vertegenwoordigers;
  • Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 19 augustus 2008): individuele contractuele pensioenverplichtingen met betrekking tot een bedrijfspensioenplan dat voortvloeit uit de Vattenfall Europe Group;
  • Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling: verplichtingen gebaseerd op de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling van 50Hertz Transmission, gesloten op 28 november 2007;
  • Directe verzekering: directe verzekeringspolissen voor alle vroegere werknemers die van 1993 tot 31 december 2004 bij Vereinigte Energiewerke AG (VEAG) hebben gewerkt, met uitzondering van managers;
  • Individuele toezeggingen: individuele toezeggingen die uitsluitend worden gefinancierd door externe pensioenfondsen (welzijnsfonds en pensioenfonds).

TOEGEZEGD -PENSIOENREGELINGEN

Toegezegd -pensioenregelingen geven werknemers het recht om rechtstreekse pensioenaanspraken te maken tegen 50Hertz Transmission. De voorzieningen hiervoor zijn opgenomen in de balans. Indien fondsbeleggingen uitsluitend worden gecreëerd om aan de pensioenverplichtingen te voldoen, wordt het bedrag verrekend met de contante waarde van de verplichting. De volgende toegezegd -pensioenregelingen bestaan in Duitsland:

• Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling

In overeenstemming met de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling wordt aan de werknemers een bedrijfspensioenplan toegekend op basis van een toegezegde -bijdrageregeling (van kracht op 1 januari 2007). Deze overeenkomst is van toepassing op alle werknemers in de zin van Sec. 5 (1) van de Duitse Arbeidsgrondwet (BetrVG) en is op 1 januari 2007 bij de vennootschap in werking getreden. Deelname aan de regeling is op vrijwillige basis. De regeling kent pensioenuitkeringen toe bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, bij vervroegde uittreding uit de wettelijke pensioenverzekering en bij arbeidsongeschiktheid en overlijden. De huidige pensioenuitkeringen worden met 1% per jaar verhoogd, zodat de regeling als een toegezegd -pensioenregeling wordt geclassificeerd.

• TVV Energie

Deze pensioenregeling heeft betrekking op directe waarborgen die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 1992. Ze werd op 1 januari 1993 afgesloten voor nieuwe aanwervingen. Deze bijdrageregeling is van toepassing op werknemers die tot 30 november 2001 bij Vereinigte Energiewerke AG werkten en van wie de verworven rechten werden toegekend aan Vattenfall Europe Transmission GmbH (nu 50Hertz Transmission GmbH). De regeling omvat pensioenverplichtingen gebaseerd op de anciënniteit en het loonniveau en kent ouderdoms - en invaliditeitspensioenen toe, maar geen pensioen voor nabestaanden. Het is niet mogelijk om de huidige vergoedingen na uitdiensttreding die voor het eerst na 1 januari 1993 verschuldigd zijn, te indexeren.

OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN

50Hertz Transmission heeft ook de volgende verplichtingen, die zijn opgenomen onder 'Overige personeelsverplichtingen':

  • Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor langdurige dienst;
  • Verplichtingen uit Duitse gefaseerde pensioenregelingen;
  • Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor opgespaarde overuren.

Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd -pensioenregelingen.

VERPLICHTINGEN VOOR PERSONEELSBELONINGEN OP GROEPSNIVEAU

Hieronder worden de nettoverplichtingen van de Groep voor personeelsbeloningen vermeld:

(in miljoen EUR) Pensioenregelingen
2019
2018
Andere
2019
2018
Huidige waarde van de brutoverplichting (278
,
1
)
(247
,8)
(98
,
5
)
(85
,8)
Reële waarde van de fondsbeleggingen 231 207 25 21
, , , ,
0 0 9 2
Voorzieningen voor personeelsverplichtingen (47 (40 (72 (64
,1) ,8) ,5) ,6)
Wijzigingen in de huidige waarde van de brutoverplichting
(in miljoen EUR)
2019 Pensioenregelingen
2018
2019 Andere
2018
Beginsaldo (247 (224 (85 (63
,8) ,3) ,8) ,7)
Bedrijfscombinatie (0,0 (19 (0 (17
) ,0) ,0) ,1)
Aan het dienstjaar toegerekende kosten (12 (9 (8 (4
,6) ,1) ,3) ,5)
Rentekosten (3 (3 (1 (1
,7) ,2) ,5) ,2)
Bijdragen van de deelnemers (1
,2)
0
,
3
0
,
0
2
,
2
Kosten van vervroegde pensionering (0
,0)
(0
,1)
0
,
0
0
,
0
Inbegrepen herberekeningen winst/(verlies) in niet
-gerealiseerde
resultaten en de winst
- en verliesrekening, ontstaan door:
Veranderingen in demografische veronderstellingen 0
,
0
(0
,5)
0
,
0
0
,
0
Veranderingen in financiële veronderstellingen (23
,8)
2
,
2
(6
,
5
)
0
,
9
Ervaringsaanpassingen 0
,
9
6
,
4
1,3 0
,
6
Belastingen op bijdragen betaald gedurende het jaar 0
,
0
(0
,7)
(0
,0)
(0
,0)
Pensioenkosten van verstreken diensttijd 0 0 ( 0
, , 0 ,
0 0 ,7) 0
Betaalde vergoedingen 10 15 3 0
, , , ,
3 1 0 2
Afwikkelingen 0 0 0 0
, , , ,
0 0 0 0
Transferten 0
,
0
(14
,9)
0
,
0
(3
,2)
Eindsaldo (278
,
1
)
(247
,8)
(98
,
5
)
(85
,8)
Wijziging van de reële waarde van de fondsbeleggingen
(in miljoen EUR)
2019 Pensioenregelingen
2018
Andere
2019
2018
Beginsaldo 207 203 21 0
, , , ,
0 1 2 6
Bedrijfscombinatie 0 0 0 14
, , , ,
0 1 0 8
Rentebaten 3 3 0 0
, , , ,
0 1 1 0
Herberekening winst/(verlies) in niet
-gerealiseerde resultaten
0
,
0
0
,
0
ontstaan door:
Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten)
17
,
6
(10
,1)
0
,
4
(0
,2)
Bijdragen van de werkgever 11 11 7 5
, , , ,
9 1 7 3
Bijdragen van de werknemer 1 1 0 0
, , , ,
2 3 0 0
Betaalde vergoedingen (9 (16 (3 (2
,7) ,3) ,4) ,5)
Transferten 0 14 0 3
, , , ,
0 9 0 2
Eindsaldo 231
,
0
207
,
0
2
5
,
9
21
,
2
Bedragen opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten Pensioenregelingen Andere
(in miljoen EUR) 2019 2018 2019 2018
Pensioenkost
Aan het dienstjaar toegerekende kosten (12,6) (9,1) (3,6) (4,5)
Kosten van vervroegde pensionering 0,0 (0,1) 0,0 0,0
Pensioenkosten van verstreken diensttijd (0,0) 0,0 (0,7) 0,0
Afwikkelingen 0,6 0,0 0,1 0,1
Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen 0,0 0,0 (0,0) 0,8
Netto rentekosten op de netto voorziening voor
personeelsverplichting (0,7) (0,1) (1,9) (1,2)
Rentekosten (3,7) (3,2) (1,5) (1,2)
Rendement op fondsbeleggingen 3,0 3,1 0,1 0,0
Andere 0,0 (0,2) (0,4) (0,3)
Kosten van toegezegd-pensioenregelingen
opgenomen in winst of verlies (12,7) (9,5) (6,1) (2,2)
Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen,
ontstaan door:
1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen
(0,0) (0,5) 0,0 0,0
2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen (23,8) 2,2 (6,5) 0,7
3/ Ervaringsaanpassingen 0,9 6,4 1,3 0,0
Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) (17,6) (10,1) 0,4 (0,2)
Herberekeningen van bruto verplichting (5,4) (2,0) (4,9) 0,5
(schuld)vordering in niet-gerealiseerde resultaten
Totaal (18,1) (11,6) (11,0) (4,5)
(in miljoen EUR) 2019 2018
Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type deelnemer (376,6) (333,6)
Actieve deelnemers (293,7) (251,8)
Niet-actieve deelnemers met uitgestelde voordelen (18,8) (15,1)
Gepensioneerden en begunstigden (64,1) (66,7)
Detail van de toegezegd-pensioenregeling per voordeel (376,6) (333,6)
Pensioenen (291,4) (253,7)
Andere vergoedingen (gezondheidszorg en tarifaire voordelen) (70,5) (65,0)
Afscheid- en jubilarispremies (14,6) (14,8)

Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt de Groep de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta als de verplichting voor de vergoeding na uitdiensttreding, met minimaal een 'AA'-rating, zoals bepaald door een internationaal erkend ratingbureau, en geëxtrapoleerd, indien nodig, volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten.

Jaarlijks wordt er een stresstest uitgevoerd. Deze test gaat na of de minimale financieringsvereisten bestand zijn tegen 'schokken' met een waarschijnlijkheid van 0,5%.

De leden dragen (meestal) bij tot de financiering van de pensioenuitkeringen door betaling van een persoonlijke bijdrage.

Het jaarsaldo van het vast bedrag in het kader van de toegezegd-pensioenregeling wordt gefinancierd door de werkgever via een periodieke toewijzing, uitgedrukt als een percentage van de totale loonsom van de aangeslotenen. Dit percentage wordt bepaald volgens de methode van de gezamenlijke kosten en wordt jaarlijks herzien. Deze financieringsmethode bestaat erin dat toekomstige kosten gespreid worden over de resterende periode van de regeling. De kosten worden geraamd op basis van projecties (loonstijging en inflatie worden in rekening genomen). De veronderstellingen met betrekking tot loonstijging, inflatie, personeelsverloop en leeftijdlooptijd worden bepaald op basis van de historische statistieken van de Vennootschap. De gehanteerde sterftetafels komen overeen met de realiteiten uit het verleden binnen het financieringsinstrument en houden rekening met de verwachte wijzigingen in de sterftecijfers. De Groep berekent de netto-interest op de netto toegezegd-pensioenschuld (-vordering) met dezelfde disconteringsvoet voor obligaties van hoge kwaliteit (zie hierboven) als om de toegezegd-pensioenverplichting te berekenen (de netto-interestaanpak). Deze veronderstellingen worden op geregelde basis in vraag gesteld.

Uitzonderlijke gebeurtenissen (zoals de wijziging van de regeling, gewijzigde veronderstellingen, te korte dekkingsgraad ...) kunnen uiteindelijk leiden tot openstaande betalingen bij de sponsor.

De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Vennootschap bloot aan actuariële risico's, zoals investeringsrisico's, renterisico's, langlevenrisico's en loonrisico's.

Investeringsrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend met behulp van een disconteringsvoet gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit. Het verschil tussen het effectief rendement op fondsbeleggingen en rentebaten op fondsbeleggingen is inbegrepen in de lijn Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten. Momenteel heeft de regeling een relatief evenwichtige investering die als volgt wordt voorgesteld:

Overzicht van de activa van het plan per categorie in % 2019 2018
Beursgenoteerde beleggingen 73.17% 73,54%
Aandelen - Eurozone 13.64% 14,40%
Aandelen - buiten de Eurozone 19.10% 19,34%
Staatsobligaties - Eurozone 1.46% 0,96%
Andere obligaties - Eurozone 26.01% 25,67%
Andere obligaties - buiten de Eurozone 12.96% 13,17%
Niet beursgenoteerde beleggingen 26.83% 26,46%
Verzekeringscontracten 8.50% 7,72%
Onroerende goederen 2.34% 2,54%
Liquide middelen 3.10% 3,01%
Andere 12.88% 13,19%
Totaal (in %) 100.00% 100,00%

Door de langdurige aard van de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregelingen wordt het als gepast beschouwd dat een redelijk gedeelte van de fondsbeleggingen belegd wordt in eigenvermogensinstrumenten om het rendement van het fonds te benutten. In Duitsland worden alle fondsbeleggingen in verzekeringsovereenkomsten geïnvesteerd.

Renterisico

Een daling van de rentetarieven op obligaties zal de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregeling doen stijgen. Dit zal echter gedeeltelijk gecompenseerd worden door een hoger rendement uit de fondsbeleggingen inzake toegezegd-pensioenregelingen, die vandaag voor ongeveer 95% zijn belegd in pensioenfondsen met een verwacht rendement van 3,3%.

Langlevenrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de beste raming van de sterftegraad van de deelnemers van de pensioenregeling tijdens en na hun tewerkstelling. Een stijging in de levensverwachting van de deelnemers zal de pensioenverplichting doen stijgen. De prospectieve sterftetafels uit de IA/BE zijn gebruikt in België en de 2018 Heubeck-tabellen in Duitsland.

Loonrisico

De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de toekomstige lonen van de deelnemers van de pensioenregeling. Zo zal een stijging in loon van de deelnemers de verplichting van de pensioenregeling doen stijgen.

ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN

Disconteringsvoet

(in % en in jaren) 2019
België
2018
België
2019
Duitsland
2018
Duitsland
Disconteringsvoet
- Toegezegde Pensioenregelingen en cash balance -
best off plannen 0,64% 1,39% 1,20% 2,00%
1,72% to
- Pensioenregelingen - Toegezegd-bijdrageregelingen 1,02% 1,79% - -
- Andere regelingen 1,04% 1,80% 1,20% 2,00%
Verwachte gemiddelde loonstijging (zonder inflatie) 1,00% 1,00% 1,75% 1,75%
Verwachte inflatie 1,75% 1,75% 2,00% 2,00%
Verwachte stijging van de ziektekosten (inclusief inflatie) 2,75% 2,75% 2,25% 2,25%
Verwachte stijging van de tariefvoordelen 1,75% 1,75% - -
Gemiddeld verwachte pensioenleeftijd:
- Niet-kaderpersoneel 63 63 65 65
- Kaderpersoneel 65 65 65 65
Levensverwachting uitgedrukt in jaren van een
gepensioneerde op 65 jaar op datum van afsluiting:*
- Man 19,9 19,9 20,2 20,1
- Vrouw 23,6 23,6 23,7 23,6

- Levensverwachting uitgedrukt in jaren van een gepensioneerde op 65 jaar op datum van afsluiting:*

*Gebruikte sterftetafels: IABE in België, 2018 Heubeck in Duitsland

(in jaren) 2019
België
2018
België
2019
Duitsland
2018
Duitsland
Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregeling 9,0 8,95 26,5 23,90
Gewogen gemiddelde duur van de toegezegde-bijdrageregelingen 9,7 16,82 n,r, n,r,
Gewogen gemiddelde duur van de andere vergoedingen na
uitdiensttreding
13,5 13,47 13,2 12,47

In Duitsland wordt de verplichting van de toegezegde-bijdrageregelingen volledig gedekt door de fondsbeleggingen. Daarom is er geen gewogen gemiddelde duur nodig en wordt deze dus niet berekend.

Het effectieve rendement op de fondsbeleggingen in % lag voor 2019 tussen 3,0% en 19,0% (tegenover een vork van -2,49% tot -7,75% in 2018).

Hieronder een overzicht van de verwachte kasuitgaven voor de DB-plannen:

Verwachte toekomstige kasuitgaven < 12 maand 1-5 jaren 6-10 jaren
- Pensioenregelingen (4,0) (18,7) (21,4)
- Overige (4,4) (18,6) (18,5)
Totaal (in miljoen EUR) (8,4) (37,3) (39,9)

Voormelde uitgaande kasstromen gaan gepaard met enige mate van onzekerheid, die als volgt kan worden verklaard:

  • Tussen de veronderstellingen en de werkelijkheid kunnen verschillen optreden: bijv.; pensioenleeftijd, toekomstige loonsverhoging;
  • De hierboven vermelde uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op een gesloten populatie en houden dus geen rekening met nieuwe aanwervingen;
  • Toekomstige premies worden berekend op basis van het laatst bekende kostencijfer dat op jaarlijkse basis wordt herzien en varieert volgens het rendement op fondsbeleggingen, de werkelijke loonsverhoging tegenover de veronderstellingen en de onverwachte bewegingen in de populatie.

SENSIVITEITSANALYSE

Impact op de toegezegd-pensioenverplichting (in miljoen EUR) België
Stijging (+) /
Daling (-)
Duitsland
Stijging (+) /
Daling (-)
Impact op de netto toegezegd-pensioenverplichtingen in geval van stijging van :
Disconteringsvoet (0,5%) 15,2 4,8
Gemiddelde loonstijging - zonder inflatie (0,5%) (8,0) (1,9)
Inflatie (0,25%) (4,7) n.r.
Stijging van de ziektekosten (1%) (4,4) n.r.
Stijging van de tariefvoordelen (0,5%) (0,0) n.r.
Levensverwachting gepensioneerden (1 jaar) (3,0) (1,4)

HERWAARDERINGEN VAN VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING

(in miljoen EUR) 2019 2018
Cumulatief bedrag per 1 januari (24,6) (22,1)
Bedrijfscombinatie (0,0) (0,7)
In de verslagperiode erkend (6,2) 0,6
Cumulatief bedrag per 31 december (30,7) (22,1)

De bovenstaande herwaarderingen van vergoedingen na uitdiensttreding hebben ook betrekking op 50Hertz Transmission (Duitsland). Het cumulatieve bedrag omvat een netto cumulatieve herwaardering van € 3,1 miljoen voor 50Hertz Transmission (Duitsland).

RESTITUTIERECHTEN (BELGIË)

Zoals beschreven in Toelichting 6.6 werd een vast actief (binnen Overige financiële activa) opgenomen als restitutierechten die gekoppeld zijn aan de toegezegd-pensioenverplichting voor de populatie aan wie de verplichtingen uit hoofde van de interestregeling, de vergoeding van medische kosten en de tariefvoordelen voor gepensioneerde Elia-medewerkers ten goede komen. Elke wijziging in deze verplichtingen heeft ook een invloed op de overeenkomstige restitutierechten onder vaste overige financiële activa.

De wijziging in restitutierechten is hieronder voorgesteld:

Herberekeningen van bruto verplichting ontstaan door Pensioenregelingen Andere
(in miljoen EUR) 2019 2018 2019 2018
Beginsaldo (25,1) (28,0) (27,1) (25,6)
Aan het dienstjaar toegerekende kosten 3,1 3,3 1,6 1,2
Rentekosten (0,3) (0,3) (0,5) (0,5)
Actuariële winst/(verlies) op lange termijn
personeelsbeloningen, ontstaan door:
1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen 0,0 0,0 0,0 0,0
2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen (1,5) 0,2 (3,5) 0,4
3/ Ervaringsaanpassingen 0,7 (0,3) (0,5) (2,6)
Belastingen op bijdragen betaald gedurende het jaar 0,0 0,0 0,0 0,0
Eindsaldo (23,1) (25,1) (30,0) (27,1)

De som van de Pensioenen en andere restitutierechten bedraagt € 53,1 miljoen in 2019 (2018: € 52,2 miljoen), wat overeenkomt met de in Toelichting 6.6 opgenomen restitutierechten.

6.15. Voorzieningen

(in miljoen EUR) Milieu Elia Re Voorzien
ing
erfdienst
baarheid
Ontman
telingverp
lichting
Personeels
beloningen
Overige Totaal
Stand per 1 januari 2018 14,6 8,1 0,0 0,0 0,0 2,6 25,3
Bedrijfscombinaties onder
gezamelijke controle
3,4 0,0 15,0 66,8 1,5 4,8 91,6
Dotatie voorzieningen 0,7 1,3 0,0 2,4 0,0 0,3 4,7
Terugname voorzieningen (0,7) (1,3) (2,9) 0,0 (0,1) (0,3) (5,3)
Aanwending voorzieningen (2,3) (0,1) (1,1) 0,0 0,0 (0,2) (2,7)
Discontering van voorzieningen (0,3) 0,0 (0,1) 0,3 0,0 0,0 (0,1)
Stand per 31 december 2018 15,3 8,0 12,0 69,5 1,4 7,2 113,4
Langlopend deel 10,8 8,0 6,0 69,5 0,0 2,6 96,9
Kortlopend deel 4,5 0,0 6,0 0,0 1,4 4,5 16,5
Stand per 1 januari 2019 15,3 8,0 12,0 69,5 1,4 7,2 113,4
Dotatie voorzieningen 0,9 1,1 0,0 37,2 0,1 0,4 39,7
Terugname voorzieningen (2,4) (1,6) (5,9) (0,1) 0,0 (0,4) (10,4)
Aanwending voorzieningen (1,8) (4,2) (0,1) 0,0 (0,1) (0,2) (6,4)
Discontering van voorzieningen 0,0 0,0 0,0 1,6 0,0 0,0 1,6
Stand per 31 december 2019 12,0 3,3 6,0 108,2 1,5 7,0 137,9
Langlopend deel 8,8 3,3 0,0 108,2 0,0 2,0 122,3
Kortlopend deel 3,2 0,0 6,0 0,0 1,5 4,9 15,6

De Groep heeft voorzieningen opgenomen voor het volgende:

Milieu: De milieuvoorziening voorziet in een bestaande blootstelling met betrekking tot bodemsanering. De voorziening van € 12,0 miljoen heeft vooral betrekking op het Belgische segment; slechts € 2,3 miljoen van de voorziening heeft betrekking op het Duitse segment. De daling in het Belgische segment verklaart de daling van de voorziening van € 15,3 miljoen eind 2018 naar € 12,0 miljoen per 31 december 2019.

Specifiek voor het Belgische segment heeft Elia in Vlaanderen op meer dan 200 terreinen bodemonderzoeken uitgevoerd in overeenstemming met contractuele overeenkomsten en met de Vlaamse regelgeving. Er werd op een aantal terreinen aanzienlijke bodemverontreiniging vastgesteld, wat vooral te wijten is aan historische vervuiling als gevolg van vroegere of nabijgelegen industriële activiteiten (gasfabrieken, verbrandingsovens, chemicaliën, enz.). Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest heeft Elia analyses en studies uitgevoerd om verontreiniging op te sporen in een aantal substations en een aantal percelen met masten voor bovengrondse elektriciteitsleidingen. Op basis van de gevoerde analyses en studies heeft Elia voorzieningen aangelegd voor de mogelijke toekomstige saneringskosten in lijn met de relevante wetgeving.

Milieuvoorzieningen worden opgenomen en gewaardeerd op basis van de beoordeling van een deskundige, die rekening houdt met de BATNEEC (Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs - beste beschikbare technologie die geen buitensporige kosten veroorzaakt) en de omstandigheden die aan het einde van de verslagperiode gekend zijn. De timing van de afwikkeling is onduidelijk, maar voor terreinen waar momenteel werkzaamheden bezig zijn, wordt de onderliggende voorziening als een kortetermijnvoorziening gekwalificeerd.

Elia Re: Voor Elia Re, een herverzekeringscaptive, is aan het einde van het jaar een bedrag van € 3,3 miljoen opgenomen. € 2,1 miljoen daarvan houdt verband met vorderingen voor de installatie van luchtlijnen, € 1,2 miljoen voor elektrische installaties. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de respectieve procedures.

Erfdienstbaarheidsvoorzieningen: De erfdienstbaarheidsvoorziening heeft betrekking op betalingen die aan landeigenaars kunnen worden gedaan ter compensatie voor bovengrondse lijnen die over hun eigendom passeren. Deze erfdienstbaarheidsrechten worden in het Duitse segment opgenomen voor bovengrondse lijnen gebouwd door de vorige eigenaars van 50Hertz Transmission, waarbij het risico voortvloeit uit sectie 9 van de Duitse wet tot wijziging van het kadaster (GBBerG.). De schattingen zijn gebaseerd op de waarde van ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de ingestelde vordering.

Ontmantelingsverplichting: Als onderdeel van het CAPEX-programma van de Groep is de Groep blootgesteld aan ontmantelingsverplichtingen, waarvan de meeste betrekking hebben op offshore projecten. Deze voorzieningen houden rekening met het effect van discontering en de verwachte kosten voor het ontmantelen en verwijderen van materiaal van sites of uit zee. De boekwaarde van de voorziening bedroeg op 31 december 2019 € 108,2 miljoen. De stijging is voornamelijk het gevolg van een opname van voorzieningen met betrekking tot het MOG-project in België en aanpassingen voor de discontering van de provisie. De Groep heeft hier een benadering per geval gedaan om de kasuitstroom te schatten die nodig is om de verplichting na te komen.

Personeelsbeloningen: Zie Toelichting 6.14 voor meer details over deze kortetermijnpersoneelsbeloningen.

'Overige' omvat verschillende voorzieningen voor geschillen om waarschijnlijke kosten te dekken waarvoor de Groep door een derde partij werd gedagvaard of waarbij de Groep betrokken is in gerechtelijke procedures. Deze schattingen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende procedures.

Er zijn geen activa opgenomen die verband houden met de recuperatie van bepaalde voorzieningen.

6.16. Overige langlopende verplichtingen

(in miljoen EUR) 2019 2018
Kapitaalsubsidies 83,8 85,8
Over te dragen opbrengsten 129,8 129,8
Overige 0,5 0,6
Totaal 214,1 216,2

Van de totale investeringssubsidies heeft € 80,3 miljoen betrekking op 50Hertz Transmission (Duitsland). Dit wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op de subsidies is verworven.

De overige langlopende verplichtingen zijn stabiel gebleven. De uitgestelde inkomsten hebben betrekking op ontvangen klantenbijdragen, die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen in overeenstemming met de gebruiksduur van het desbetreffende actief. Eind 2019 werd een verplichting van € 87,4 miljoen opgenomen in Elia Transmission (België) en een verplichting van € 42,4 miljoen werd opgenomen in 50Hertz Transmission (Duitsland).

6.17. Handelsschulden en overige schulden

(in miljoen EUR) 2019 2018
Handelsschulden 542,8 602,4
BTW, diverse belastingschulden 4,1 19,4
Bezoldigingen en sociale lasten 35,2 31,3
Dividend 1,2 1,2
Heffingen 618,5 1.137,7
Overige 111,3 137,9
Toe te rekenen schulden 43,8 59,2
Totaal 1.356,9 1.989,1

Het bedrag voor heffingen kan worden opgesplitst in heffingen met betrekking tot 50Hertz Transmission (€ 538,1 miljoen) en heffingen met betrekking tot Elia Transmission (€ 80,4 miljoen).

De heffingen voor Elia Transmission zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar (2018: € 108,5 miljoen). Deze heffingen omvatten federale heffingen, die op 31 december 2019 in totaal € 41,3 miljoen bedroegen, tegenover € 43,4 miljoen in 2018. Heffingen voor de Waalse regering zijn gedaald naar € 20,9 miljoen, tegenover € 45,9 miljoen eind 2018. Het resterende saldo bestaat uit federale groenestroomcertificaten (€ 12,3 miljoen) en strategische reserves (€ 5,5 miljoen).

De heffingen voor 50Hertz Transmission zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar (2018: € 1.029,2 miljoen). De heffingen bestaan hoofdzakelijk uit EEG (€ 433,9 miljoen), KWK (€ 39,3 miljoen), §19 StromNEV (€ 51,1 miljoen) en Offshore bijdragen (€ 11,4 miljoen).

6.18. Financiële instrumenten – reële waarden

De volgende tabel toont de boekwaarden en reële waarden van financiële activa en passiva, inclusief hun niveau in de reële-waarde-

hiërarchie:

Boekwaarde Reële waarde
(in miljoen EUR) Reële waarde door
winst of verlies
niet-gerealiseerde
Reële waarde via
resultaten
aan geamortiseerde
Financiële activa
kostprijs
aan
geamortiseerde
verplichtingen
Financiële
kostprijs
Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
31 december 2018
Overige financiële vaste activa 7,0 27,7 34,7 7,0 27,7 34,7
Handels- en overige vorderingen 736,0 0,0 736,0 0,0
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.789,3 0,0 1.789,3 0,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps (2,9) (2,9) (2,9) (2,9)
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte bankleningen en andere leningen
(1.076,9) (1.076,9) (1.076,9) (1.076,9)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties
(5.318,0) (5.318,0) (5.603,1) (5.603,1)
Handelsschulden en overige schulden (1.989,0) (1.989,0)
Totaal 7,0 24,8 2.525,3 (8.383,9) (5.826,8) n.r n.r n.r n.r
31 december 2019
Overige financiële vaste activa 7,0 28,8 35,8 7,0 28,8 35,8
Handels- en overige vorderingen 490,3 490,3
Geldmiddelen en kasequivalenten 975,0 975,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps (4,4) (4,4) (4,4) (4,4)
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte bankleningen en andere leningen
(1.030,4) (1.030,4) (1.030,4) (1.030,4)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties
Handelsschulden en overige schulden
(5.316,0) (5.316,0) (5.857,6) (5.857,6)
(1.356,9) (1.356,9)
Totaal 7,0 24,4 1,465,3 (7.703,3) (6.206,6) n.r n.r n.r n.r
Boekwaarde Reële waarde
(in miljoen EUR) Reële waarde door
winst of verlies
niet-gerealiseerde
Reële waarde via
resultaten
aan geamortiseerde
Financiële activa
kostprijs
aan
geamortiseerde
verplichtingen
Financiële
kostprijs
Totaal Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Totaal
31 december 2018
Overige financiële vaste activa 7,0 27,7 34,7 7,0 27,7 34,7
Handels- en overige vorderingen 736,0 0,0 736,0 0,0
Geldmiddelen en kasequivalenten 1.789,3 0,0 1.789,3 0,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps (2,9) (2,9) (2,9) (2,9)
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte bankleningen en andere leningen
(1.076,9) (1.076,9) (1.076,9) (1.076,9)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties
(5.318,0) (5.318,0) (5.603,1) (5.603,1)
Handelsschulden en overige schulden (1.989,0) (1.989,0)
Totaal 7,0 24,8 2.525,3 (8.383,9) (5.826,8) n.r n.r n.r n.r
31 december 2019
Overige financiële vaste activa 7,0 28,8 35,8 7,0 28,8 35,8
Handels- en overige vorderingen 490,3 490,3
Geldmiddelen en kasequivalenten 975,0 975,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps (4,4) (4,4) (4,4) (4,4)
Niet door zakelijke zekerheid
gedekte bankleningen en andere leningen
(1.030,4) (1.030,4) (1.030,4) (1.030,4)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties
(5.316,0) (5.316,0) (5.857,6) (5.857,6)
Handelsschulden en overige schulden (1.356,9) (1.356,9)
Totaal 7,0 24,4 1,465,3 (7.703,3) (6.206,6) n.r n.r n.r n.r

De bovenstaande tabellen vermelden geen reële-waarde-informatie voor financiële activa en passiva die niet gewaardeerd werden tegen reële waarde, zoals geldmiddelen en kasequivalenten en handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden, omdat hun boekwaarde een redelijke benadering vormt van hun reële waarde. De reële waarde van financiële leaseverplichtingen moet

niet opgenomen worden in de toelichting.

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen. Voor wat betreft financiële instrumenten die in de balans gewaardeerd worden tegen reële waarde en voor financiële instrumenten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs waarvoor de reële waarde is vermeld, vereist IFRS 7 dat de waarderingen tegen reële waarde bekendgemaakt worden door middel van de volgende reële-waardehiërarchie:

Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, wordt gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa of passiva. Een markt wordt beschouwd als actief indien er op eenvoudige en regelmatige wijze genoteerde prijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, 'pricing service' of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen.

Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer die beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Indien alle belangrijke inputs die nodig zijn om de reële waarde van een instrument te bepalen, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen), ofwel onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen) waarneembaar zijn, wordt het instrument opgenomen in niveau 2. Niveau 3: Als een of meerdere belangrijke gegevens gebruikt voor de toepassing van de waarderingstechniek niet gebaseerd zijn op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3. Het bedrag van de reële waarde opgenomen onder 'Overige financiële activa' is bepaald op basis van (i) recente transactieprijzen, bekend bij de Groep, voor vergelijkbare financiële activa of (ii) zijn gebaseerd op waarderingsrapporten uitgegeven door derden.

De reële waarde van de financiële activa en verplichtingen, andere dan degene die in bovenstaande tabel getoond worden, benadert hun boekwaarden, hoofdzakelijk omwille van de vervaldata op korte termijn van deze instrumenten.

REËLE-WAARDEHIËRARCHIE

De reële waarde van de 'sicavs' behoort tot niveau 1, wat inhoudt dat de waardering is gebaseerd op (onaangepaste) genoteerde marktprijzen in actieve markten voor dergelijke instrumenten.

De reële waarde van de renteswaps, leningen en obligatie-uitgiften behoort tot niveau 2, wat inhoudt dat de waardering gebaseerd is op input van andere dan de opgegeven prijzen die waarneembaar zijn voor de activa of de verplichtingen. Deze categorie bevat instrumenten gewaardeerd op basis van genoteerde prijzen voor identieke of vergelijkbare instrumenten in markten die worden geacht minder actief te zijn; of andere waarderingstechnieken, die direct of indirect voortvloeien uit waarneembare marktgegevens.

SCHATTING VAN DE REËLE WAARDE

Derivaten

Voor beoordelingen van rente en renteswaps van vreemde valuta worden opgaven van makelaars gebruikt. Deze opgaven worden gecontroleerd met behulp van waarderingsmodellen of technieken gebaseerd op de geactualiseerde waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De modellen gebruiken diverse inputs, waaronder de kredietwaardigheid van tegenpartijen en rentecurves op het einde van de verslagperiode. Per 31 december 2019 wordt het tegenpartijrisico als bijna nihil beschouwd als gevolg van de negatieve marktwaarde van de IRS. Het eigen risico van de Groep op het niet nakomen van de verplichtingen werd eveneens op bijna nihil geschat.

Rentedragende leningen

De reële waarde wordt berekend op basis van de verdisconteerde toekomstige aflossingen en rentebetalingen.

6.19. Leasing

DE GROEP ALS LESSEE

De Groep huurt voornamelijk gebouwen, wagens en optische vezels. Zij heeft ook enkele gebruiksrechten op (onderdelen van) terreinen en luchtlijnen. De waarderingsperiode wordt gebruikt volgens de contractuele looptijd. Wanneer er geen vaste loopti jd is overeengekomen en het contract automatisch wordt verlengd, veronderstelt de verantwoordelijke afdeling toch een beëindigingsdatum. Indien de leaseovereenkomst een optie tot verlenging bevat, beoordeelt de Groep of het redelijk zeker is d at de optie zal worden uitgeoefend en maakt zij een zo goed mogelijke inschatting van de beëindigingsdatum.

Alle leaseovereenkomsten werden voorheen geclassificeerd als operationele leases onder IAS 17.

Informatie over leaseovereenkomsten waarvoor de Groep een lessee is, wordt hieronder gegeven.

Activa met gebruiksrecht

Activa met gebruiksrecht worden afzonderlijk opgenomen binnen de materiële vaste activa en zijn als volgt opgedeeld, met de verdisconteerde leaseverplichting als vergelijkingsbasis. Daarnaast wordt de splitsing tussen kortlopende en langlopende leaseverplichtingen weergegeven:

(in miljoen EUR) Gebruik van
land- en
bovenleidinge
n
Huur van
gebouwen
Voertuigen Optische
vezels
Overige Totaal
Stand per 1 januari 40,2 28,6 11,7 10,1 4,2 94,8
Verwerving 1,7 0,8 6,2 0,4 0,8 9,8
Afschrijvingen (1,2) (3,1) (5,3) (3,8) (2,8) (16,3)
Gebruiksrecht 0,0 0,0 (0,3) 0,0 0,0 (0,3)
Stand per 31 december 40,7 26,3 12,3 6,7 2,1 88,1

De activa met gebruiksrecht worden hieronder kort beschreven:

  • Het gebruik van (onderdelen van) terreinen en luchtlijnen vormt een recht voor de Groep om een duidelijk geïdentificeerd stuk land te gebruiken en op iemands eigendom te bouwen. Alleen de contracten waarbij de Groep het volledige recht heeft om over het geïdentificeerde actief controle uit te oefenen, zijn van toepassing.
  • De Groep huurt gebouwen en kantoren waarin bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd.
  • De Groep heeft leaseovereenkomsten voor wagens die door de werknemers worden gebruikt voor zakelijke en privé activiteiten.
  • De Groep huurt optische vezels voor de overdracht van gegevens. Alleen kabels die duidelijk geïdentificeerd zijn, vallen onder het toepassingsgebied.
  • Overige leaseovereenkomsten: leaseovereenkomsten voor printers en strategische reserves. Strategische reserves zijn contracten waarbij de Groep het recht heeft om over een elektriciteitscentrale controle uit te oefenen en zo het evenwicht op het elektriciteitsnet te bewaren.

De Groep heeft alleen leaseovereenkomsten met vaste leasebetalingen en beoordeelt of het redelijk is dat een leaseovereenkomst wordt verlengd. Indien dat het geval is, wordt de leaseovereenkomst gewaardeerd alsof de verlenging wordt uitgeoefend.

Schulden van huurcontracten

Informatie over de looptijd van de contractuele niet-verdisconteerde kasstromen wordt hieronder gegeven:

Maturiteitsanalyse – contractuele niet verdisconteerde kasstromen
(in miljoen EUR)
2019
< 1 jaar 20,9
1-5 jaren 32,5
> 5 jaren 66,9
Totale niet verdisconteerde verplichtingen verbonden aan leasing per 31 december 120,4
Verplichtingen verbonden aan leasing opgenomen in de balans per 31 december 88,8
Verplichtingen op korte termijn 14,1
Verplichtingen op lange termijn 74,7

De gebruikte disconteringsvoet om de leaseverplichtingen te verdisconteren, is de beste raming van de Groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet en ligt tussen 0,26% en 0,94%. De Groep heeft gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen, dwz één verdisconteringsvoet per groep contracten, gebundeld per looptijd.

De Groep heeft de optie, om de leaseoveréénkomsten te verlengen, beoordeelt en is redelijk zeker dat hij die optie kan uitoefenen. Om deze reden heeft de Groep beoordeelt dat de optie tot verlenging van de leaseovereenkomsten zal worden uitgeoefend.

De Groep heeft geen variabele leasebetalingen, noch restwaarde garanties. De Groep heeft geen enkele leaseovereenkomst aangegaan die nog niet is gestart. De Groep heeft geen contracten met voorwaardelijke verplichtingen voor huurgelden en in de relevante leaseovereenkomsten werden geen aankoopopties overeengekomen. Bovendien bevatten deze belangrijke leaseovereenkomsten geen escaleringsclausules of belangrijke beperkingen voor het gebruik van het betreffende actief.

Bedragen opgenomen in de winst-en-verliesrekening

De volgende bedragen zijn in het lopende boekjaar in de winst-en-verliesrekening opgenomen:

(in miljoen EUR) 2019
Afschrijvingskosten op gebruiksrecht 16,3
Interest verbonden aan lease verplichtingen 2,0
Variablele lease aflossingen die niet opgenomen zijn in de lease verplichtingen 0,0
Kosten verbonden aan korte termijnverplichtingen ivm leasing 0,1
Kosten verbonden aan active van geringe waarde 0,2
Totaal opgenomen in winst en verlies 18,6

In 2019 is een totaalbedrag van € 18,6 miljoen aan leasekosten in de winst- en verliesrekening opgenomen.

In 2018 werden de volgende bedragen opgenomen in de winst- en verliesrekening (volgens de voorgaande IAS 17 standaard)

(in miljoen EUR) 2018
Gebruiksrecht 0.3
Gebouwen 4.4
Voertuigen, IT en andere 11.9
Totaal 16.6

De totale kasuitstroom voor leasing bedraagt € 16,3 miljoen in 2019.

DE GROEP ALS LEASEGEVER

De Groep verhuurt optische vezels, terreinen en gebouwen die worden opgenomen onder materiële vaste activa. De leasingactiviteiten vormen slechts een nevenactiviteit. Huuropbrengsten worden opgenomen onder overige bedrijfsopbrengsten.

Contracten die geen betrekking hebben op afzonderlijk identificeerbare activa of waarbij de klant het gebruik van het actief niet kan sturen of in wezen niet alle economische voordelen kan verkrijgen die verbonden zijn aan het gebruik van het actief, bevatten geen leaseovereenkomst. De nieuwe lease-definitie leidde tot de uitsluiting van bepaalde telecommunicatieapparatuur. De cijfers van het voorgaande jaar in de volgende tabellen zijn dienovereenkomstig aangepast.

De Groep heeft deze leaseovereenkomsten geclassificeerd als operationele leases, aangezien zij in wezen niet alle risico's en voordelen verbonden aan de eigendom van de activa overdragen.

De volgende tabel geeft een looptijdanalyse van de leasebetalingen, waarbij de niet-verdisconteerde leasebetalingen die na de verslagdatum moeten worden ontvangen, worden weergegeven en waarbij de beste schatting van de contractuele looptijd in aanmerking wordt genomen:

(in miljoen EUR) < 1 jaar 1–5 jaren > 5 jaren
Telecom 15,9 6,4 4,3
Terreinen en gebouwen 0,3 0,0 0,0
Stand per 31 december 2018 16,2 6,4 4,3
Telecom 15,6 2,9 3,8
Terreinen en gebouwen 0,1 0,1 0,1
Stand per 31 december 2019 15,7 3,0 3,9

De huurinkomsten die in 2019 door de Groep zijn verantwoord, bedroegen € 16,3 miljoen (2018: € 17,7 miljoen).

(in miljoen EUR) 2019 2018
Telecom 16,0 16,7
Terreinen en gebouwen 0,3 1,0
Totaal 16,3 17,7

6.20. Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten

(in miljoen EUR) 2019 2018
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten 28,1 19,3
Overlopende rekeningen - Afrekeningmechanisme België 559,3 532,9
Overlopende rekeningen - Afrekeningmechanisme Duitsland 502,5 444,5
Totaal 1.089,9 996,7

De bewegingen in de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme zijn als volgt:

(in miljoen EUR) Gereguleerde
vorderingen
Gereguleerde
verplichtingen
totaal
Beginsaldo 45,0 (1.022,4) (977,4)
Toename 18,7 (246,5) (227,7)
Terugname (36,3) 79,5 43,2
Aanwending 0,00 110,5 110,5
Verdiscontering 0,00 (10,4) (10,4)
Eindsaldo 27,5 (1.089,3) (1.061,8)

In het segment Elia Transmission is de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme (€ 559,3 miljoen) gestegen ten opzichte van eind 2018 (€ 532,9 miljoen). De stijging van de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme omvat afwijkingen in het jaar van het door de regulator goedgekeurde budget (+ € 136,7 miljoen), de vereffening van netto-overschotten uit de vorige tariefperiode (- € 110,6 miljoen) en de herziening van het afrekeningsmechanisme van vorig jaar door de regulator (+ € 0,3 miljoen). Het operationele surplus van de door de regulator toegestane kosten en opbrengsten ten opzichte van het budget moet worden terugbetaald aan de consumenten, en maakt daarom geen deel uit van de opbrengsten. Het operationele surplus ten opzichte van het budget is voornamelijk het resultaat van de lager toegestane gereguleerde nettowinst (€ 3,3 miljoen), hogere tarifaire verkopen (€ 1,2 miljoen), hogere internationale opbrengsten (€ 10,1 miljoen), lagere kosten voor ondersteunende diensten (€ 109,4 miljoen) en lagere financiële lasten (€ 11,3 miljoen). Dit werd deels gecompenseerd door hogere belastingen dan geraamd in het budget (€ 11,1 miljoen).

In het segment 50Hertz Transmission is de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme (€ 502,5 miljoen) sterk gestegen ten opzichte van eind 2018 (€ 444,5 miljoen). Nieuwe verplichtingen van FSV Redispatch ten bedrage van € 75,8 miljoen en € 23,3 miljoen uit de inperking van hernieuwbare energiebronnen (§14/15 EEG Redispatch) en nieuwe activa ten bedrage van € 32,1 miljoen uit hoofde van FSV-balanceringsenergie zijn inbegrepen. Over het algemeen zijn de gereguleerde overlopende rekeningen sterk gestegen ondanks de aanzienlijke toename van de Redispatch-verplichtingen, voornamelijk als gevolg van de emissies in 2017 die in 2019 (j+2) worden verbruikt. Daarom is de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme in totaal met € 58,0 miljoen gestegen ten opzichte van eind 2018.

De vrijgave van de gereguleerde overlopende rekeningen wordt bepaald tijdens het tariefbepalingsproces. De bedragen op de gereguleerde overlopende rekeningen worden jaarlijks opgenomen en de vrijgave hiervan is afhankelijk van de oorzaak van het uitstel. Sommige worden vrijgegeven in T + 1, andere in T + 2 en sommige in een latere periode.

De toekomstige vrijgave van de gereguleerde overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme in de toekomstige tarieven per 31 december 2019 is opgenomen in de onderstaande tabel:

(in miljoen EUR) Belgisch
gereguleerd kader
Duits gereguleerd
kader
Terug te vorderderen via de tarieven in het huidige gereguleerde periode* 431,4 403,3
Terug te vorderen via de tarieven in de volgende gereguleerde periode (of later) 127,9 99,2
Totaal gereguleerde overlopende rekening 559,3 502,5
*België: van 2020 tot 2023 ; Duitsland: van 2019 tot 2022

7. Groepsstructuur

7.1. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen

HERSTRUCTURERING VAN DE GROEP

Elia heeft eind 2019 een interne reorganisatie doorgevoerd met de bedoeling haar gereguleerde activiteiten in België, meer bepaald de eigendom en het beheer van het hoogspannings- en zeerhogespanningsnet in België (inclusief haar participatie in Nemo Link), met inbegrip van de schuld uit hoofde hiervan, af te zonderen van haar niet-gereguleerde en gereguleerde activiteiten buiten België, met inbegrip van de onderliggende kasstromen en de daaraan verbonden schulden.

Het doel van de reorganisatie was om de Elia groep in staat te stellen haar investeringsstrategie verder uit te voeren, in het bijzonder na de toepassing van de nieuwe tariefmethodologie vanaf het jaar 2020.

In deze context werd Elia Transmission Belgium nv (ETB) op 31 juli 2019 opgericht door Elia System Operator nv en Publi-T cvba, in de vorm van een publieke naamloze vennootschap.

De inbreng van de gereguleerde activiteiten (gereguleerde activa en passiva) van Elia System Operator nv in Elia Transmission Belgium nv werd voltooid en de nieuwe aandelen werden met ingang van 31 december 2019 net voor middernacht aan de Elia Group nv geleverd.

Elia Transmission Belgium is op 31 december 2019 aangesteld als Belgische netbeheerder op federaal en regionaal niveau (aanstelling met terugwerkende kracht). Zodra deze aanstellingen waren verkregen, werden de statuten van Elia System Operator gewijzigd om de naam van de entiteit te wijzigen in Elia Group.

Sinds de reorganisatie, op 31 december 2019, is Elia Group nv omgevormd tot holdingmaatschappij ('Elia Group'). Deze heeft belangen in verschillende dochterondernemingen, waaronder ETB als Belgische netbeheerder, maar ook in andere dochterondernemingen zoals Eurogrid International (met inbegrip van de activiteiten van 50Hertz, de Duitse TNB) of Elia Grid International, het consultingbedrijf van de Groep.

De transactie werd behandeld als een transactie tussen aandeelhouders en de financiële impact ervan is neutraal voor de prestaties van de Groep.

OVERZICHT VAN DE GROEPSSTRUCTUUR

DOCHTERONDERNEMINGEN

Elia Group NV heeft rechtstreeks en onrechtstreeks zeggenschap over de onderstaande dochterondernemingen.

In juni 2019 stapte KfW uit het aandeelhouderschap van Eurogrid International NV. Deze aandelen werden verworven door Elia System Operator nv. Als tegenprestatie verwierf KfW van Eurogrid International nv 20% van de aandelen van Eurogrid GmbH. Eurogrid GmbH is de rechtstreekse dochteronderneming van Eurogrid International nv en de rechtstreekse holdingmaatschappij van 50 Hertz Transmission GmbH.

Afgezien van een betaling van € 2,5 miljoen aan KfW ter compensatie van eventuele activa die alleen in de Belgische holdingmaatschappij worden aangehouden, werd de transactie behandeld als een transactie tussen aandeelhouders en is de financiële impact ervan neutraal voor de prestaties van de Groep.

Het bedrijf Re.AlTo-Energy bv werd in augustus 2019 opgericht als rechtstreekse dochteronderneming van Eurogrid International NV. Als start-up bouwt Re.Alto een platform dat de uitwisseling van energiegegevens en -diensten voor de eindgebruikers vergemakkelijkt.

Alle entiteiten voeren hun boekhouding in euro (met uitzondering van E-Offshore A LLC, Atlantic Grid Investment A Inc. en Atlantic Grid A LLC, met een boekhouding in US dollar) en hebben dezelfde verslagdatum als Elia System Operator NV (met uitzondering van Eurogrid International NV).

Naam Land van vestiging Maatschappelijke zetel
2019 2018
Dochterondernemingen
Elia Transmission Belgium NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99,99 -
Elia Asset NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 99,99 99,99
Elia Engineering NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100,00 100,00
Elia Re NV Luxemburg Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg 100,00 100,00
Elia Grid International NV België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 90,00 90,00
Elia Grid International GmBH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 90,00 90,00
Elia Grid International LLC Qatar Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower,
Westbay - Doha
90,00 90,00
Elia Grid International Pte, Ltd, Singapore 20 Collyer Quay #09-01,
Singapore 049319
90,00 -
Eurogrid International CVBA België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100,00 80,00
Eurogrid GmbH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 80,00 80,00
50Hertz Transmission GmbH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 80,00 80,00
50Hertz Offshore GmbH Duitsland Heidestraße 2a, 12435 Berlijn 80,00 80,00
Re.Alto-Energy BV/SARL België Keizerslaan 20, 1000 Brussel 100,00 -
E-Offshore A LLC VS 874, Walker Road, Suite C, 19904 Dover,
Delaware
- 80,00
Atlantic Grid Investment A Inc VS 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, - 80,00
Deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode - Joint
Ventures
Delaware
Nemo Link Ltd, Verenigd Koninkrijk Strand 1-3 - Londen WC2N 5EH 50,00 50,00
Deelnemingen verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode –
geassocieerde ondernemingen
H.G.R.T S.A.S. Frankrijk 1 Terrasse Bellini,
92919 La Défense Cedex
17,00 17,00
Coreso NV België Kortenberglaan 71, 1000 Brussel 22,16 22,16
Ampacimon NV België Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne 20,54 20,54
Enervalis NV België Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen 17,36 12,47
Investeringen verwerkt volgens
IFRS9 - Overige participaties
Helchteren
JAO SA Luxemburg 2 Rue de Bitbourg,
1273 Luxemburg-Hamm
7,20 8,28
Atlantic Grid A LLC VS 4445, Willard Av, Suite 1050,
20815 Chevy Chase, Maryland
- 7,46
European Energy Exchange (EEX) Duitsland Augustusplatz 9, 04109 Leipzig 4,32 4,16
TSCNET Services GmbH Duitsland Dingolfinger Strasse 3, 81673 München 5,36 6,16

8. Andere toelichtingen

8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten

PRINCIPES VAN FINANCIEEL RISICOBEHEER

De Groep streeft ernaar om elk risico te identificeren en strategieën uit te stippelen om de economische impact op de resultaten van de

Groep te beheersen. De afdeling Risk Management stelt de risicobeheersingsstrategie vast, bewaakt de risicoanalyse en rapporteert aan het management en de auditcomité. Het financiële risicobeleid wordt toegepast door een geschikt beleid te bepalen en effectieve controle- en rapporteringsprocedures op te zetten. Er worden bepaalde afgeleide afdekkingsinstrumenten gebruikt in functie van de betreffende risico-inschatting. Afgeleide instrumenten worden uitsluitend als afdekkingsinstrumenten gebruikt. Het regelgevende kader waarin de Groep functioneert, beperkt in aanzienlijke mate de mogelijke gevolgen voor de winst- en verliesrekening (zie hoofdstuk 'Regelgevend kader en tarieven'). De gevolgen van o.a. rentestijging, kredietrisico enz. kunnen volgens de wetgeving in de tarieven verrekend worden.

KREDIETRISICO

Het kredietrisico omvat alle vormen van blootstelling aan een tegenpartij, d.w.z. waar tegenpartijen mogelijk hun verplichtingen ten opzichte van de Vennootschap in het kader van een lening, afdekking, afwikkeling en andere financiële activiteiten niet zullen nakomen. De Vennootschap is blootgesteld aan een kredietrisico bij zijn bedrijfsactiviteiten en thesaurieactiviteiten. Voor de bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een actief kredietbeleid dat rekening houdt met de risicoprofielen van klanten. De blootstelling aan het kredietrisico wordt voortdurend bewaakt en daarom worden voor bepaalde grote contracten de nodige bankgaranties aan de tegenpartij gevraagd.

Op het einde van de verslagperiode was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico. Het maximale kredietrisico is de boekwaarde van elk financieel actief, met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.

(in miljoen EUR) 2019 2018
Leningen en vorderingen - lange termijn 2,3 177,0
Leningen en vorderingen - korte termijn 488,0 558,9
Geldmiddelen en kasequivalenten 975,0 1.789,3
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn 7,0 7,1
Voor afdekking gebruikte renteswaps:
Derivaten (4,4) (2,9)
Totaal 1.467,9 2.529,5
Voor afdekking gebruikte renteswaps:

Hieronder is de beweging in de waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de loop van het jaar opgenomen:

(in miljoen EUR) Dubieuze
debiteuren
Waarde
vermindering
Resterend
saldo
Beginsaldo 1,7 (1,3) 0,4
Veranderingen tijdens het jaar 168,6 (168,5) 0,1
Stand per 31 december 2018 170,3 (169,8) 0,5
Beginsaldo 170,3 (169,8) 0,5
Veranderingen tijdens het jaar 29,4 (29,3) 0,1
Stand per 31 december 2019 199,6 (199,1) 0,5

Bijna alle dubieuze vorderingen zijn te wijten aan uitstaande vorderingen in verband met de wettelijke toeslagen in Duitsland. Indien de schuldenaar failiet gaat, wordt 50Hertz Transmission gecompenseerd door de regulator voor het geleden verlies.

De Groep gelooft dat de bedragen die meer dan 30 dagen voorbij vervaldatum zijn nog realiseerbaar zijn, gebaseerd op historisch betalingsgedrag en uitgebreide analyse van klantenkredietrisico, inclusief onderliggende kredietbeoordelingen van klanten indien beschikbaar. De kredietkwaliteit van de handels- en overige vorderingen wordt geëvalueerd op basis van een kredietbeleid.

IFRS 9 vereist dat de Groep financiële activa een bijzondere waardevermindering laat ondergaan op basis van een toekomstgerichte benadering van verwachte kredietverliezen (ECL).

De Groep past de vereenvoudigde benadering van IFRS 9 toe bij de waardering van de verwachte kredietverliezen, waarbij voor alle handelsvorderingen een vergoeding voor verwachte verliezen over de hele levensduur wordt gehanteerd.

Op elke verslagdatum wordt een analyse van de bijzondere waardevermindering uitgevoerd aan de hand van een voorzieningsmatrix om de verwachte kredietverliezen te meten. De voorzieningstarieven zijn voor alle klanten gebaseerd op vervallen dagen. Er is geen segmentering van klanten aangezien alle klanten gelijkaardige verliespatronen vertonen. Handelsvorderingen tussen vennootschappen zijn uitgesloten aangezien er geen kredietrisico is. Bovendien zijn handelsvorderingen in verband met een hangend commercieel geschil uitgesloten om dubbele voorzieningen te vermijden (voorziening voor risico's en lasten).

De voorzieningstarieven zijn gebaseerd op de betalingsprofielen van de verkopen over een periode van 36 maanden voor respectievelijk 31 december 2018 of 31 december 2019 en de overeenstemmende historische kredietverliezen die in deze periode werden ervaren. Aangezien het verkoops- en betalingsprofiel van de klanten van de Groep over de jaren heen heel stabiel is gebleven, is de Groep van mening dat de historische kredietverliezen een goede indicatie vormen voor toekomstige (verwachte) kredietverliezen.

Vervolgens wordt een verlies bij ingebrekestelling berekend als percentage van het bedrag van de handelsvorderingen dat niet door een bankgarantie is gedekt. Het totale uitstaande bedrag van de handelsvorderingen, gedekt door een bankgarantie bedraagt € 30.2 miljoen. Het percentage, verlies bij ingebrekestelling, wordt vermenigvuldigd met de uitstaande handelsvorderingen.

Op basis daarvan werd de verliesvoorziening per 31 december 2019 als volgt bepaald voor handelsvorderingen:

VALUTARISICO

De Groep is niet blootgesteld aan enig belangrijk valutarisico, noch ten gevolge van transacties, noch met betrekking tot de omzetting van vreemde valuta's in euro, aangezien ze geen significante buitenlandse investeringen of activiteiten heeft en minder dan 1% van haar kosten uitgedrukt zijn in andere munteenheden dan de euro.

LIQUIDITEITSRISICO

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep haar financiële verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De Groep beperkt dit risico door de kasstromen op een continue basis te bewaken en ervoor te zorgen dat er steeds voldoende kredietfaciliteiten aanwezig zijn.

Het is de bedoeling van de Groep om een evenwicht te bewaren tussen de continuïteit van de financiering en flexibiliteit door het gebruik van bankleningen, bevestigde en onbevestigde kredietfaciliteiten, een handelspapierprogramma enz. Voor financiering op middellange tot lange termijn gebruikt de Groep obligaties. Het looptijdenprofiel van de schuldenportefeuille is over meerdere jaren gespreid. De thesaurie van de Groep beoordeelt vaak haar financieringsbronnen, rekening houdend met haar eigen kredietbeoordeling en de algemene marktomstandigheden.

Obligatie-emissies in 2013, 2014, 2015, 2017, 2018 en 2019 en leningscontracten ondertekend met de EIB en andere banken in 2019 bewijzen dat de Groep toegang heeft tot verschillende financieringsbronnen.

(in miljoen EUR) Nominale
waarde
Eind
balans
Contra
ctuele kas
stromen
6 maand
of
minder
6-12
maan
den
1-2 jaar 2-5 jaar > 5 jaar
Niet-afgeleide financiële
instrumenten
8.406,0 8.384,0 (9.372,5) (2.709,8) (45,6) (619,0) (1.537,7) (4.460,4)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties
5.340,0 5.318,0 (6.212,1) (592,5) (41,2) (607,6) (1.014,6) (3.956,2)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
bankleningen en andere leningen
1,076,9 1.076,9 (1.171,3) (128,2) (4,4) (11,4) (523,1) (504,2)
Handelsschulden en overige schulden 1,989.1 1,989.1 (1.989,1) (1.989,1) 0,0 0,0 0,0 0,0
Afgeleide financiële verplichtingen n.r. 2,9 (2,9) (0.3) (0,3) (0,6) (1,7) 0,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps n.r. 2,9 (2,9) (0.3) (0,3) (0,6) (1,7) 0,0
Totaal per 31 december 2018 8.406,0 8.386,9 (9.375,4) (2,710.1) (45,9) (619,6) (1.539,4) (4.460,4)
Niet-afgeleide financiële 7.755,2 7.774,0 (8.588,9) (1.894,7) (547,2) (102,3) (1.580,2) (4.389,5)
instrumenten
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
obligaties
5.340,0 5.315,7 (6.119,8) (73,2) (541,2) (95,1) (1.518,9) (4.389,5)
Niet door zakelijke zekerheid gedekte
bankleningen en andere leningen
1.050,4 1.093,6 (1.104,3) (531,7) (6,0) (7,2) (61,3) (498,0)
Handelsschulden en overige schulden 1.356,9 1.356,9 (1.356,9) (1,356.9) 0,0 0,0 0,0 0,0
Afgeleide financiële verplichtingen n.r. 4,4 (4,4) (4,4) 0,0 0,0 0,0 0,0
Voor afdekking gebruikte renteswaps n.r; 4,4 (4,4) (4,4) 0,0 0,0 0,0 0,0
Totaal per 31 december 2019 7.747,4 7.770,7 (8.585,5) (1.966,3) (547,2) (102,3) (1.580,2) (4.389,5)

Hieronder worden details van de gebruikte en ongebruikte reservekredietfaciliteiten gegeven:

31 december 2018 Niet
vervallen
0-30 dagen
vervallen
31-60
dagen
vervallen
61 dagen -
1 jaar
vervallen
1 jaar -
2 jaar
vervallen
> 2 jaar
vervallen
Totaal
Verwacht kredietverlies (%) 0,0% 1,4% 6,0% 10,8% 72,2% 100,0%
Handelsvorderingen -
boekwaarde
406,7 3,6 0,5 20,8 0,3 0,2 432,2
Kredietverlies bij in
gebrekestelling
91,2% 83,3% 78,8% 78,0% 86,1% 78%
Provisie verwacht
kredietverlies
0,1 0,1 0,0 1,7 0,2 0,2 2,3
31 december 2019 Niet
vervallen
0-30 dagen
vervallen
31-60 dagen
vervallen
61 dagen -
1 jaar
vervallen
1 jaar -
2 jaar
vervallen
> 2 jaar
vervallen
Totaal
Verwacht kredietverlies (%) 0,0% 0,6% 8,2% 12,3% 67,9% 100,0%
Handelsvorderingen -
boekwaarde
465,3 16,4 1,4 3,8 0,8 0,2 488,0
Kredietverlies bij in
gebrekestelling
93,9% 92,6% 93,3% 92,6% 93,0% 92,2%
Provisie verwacht
kredietverlies
0,1 0,1 0,1 0,4 0,5 0,2 1,5
(in miljoen EUR) Vervaldag Beschikbaar
bedrag
Gemiddelde interestvoet Bedrag
Gebruikt
Bedrag Niet
gebruikt
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 75,0 35,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 110,0 Euribor + 0,30% 0,0 110,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 08/07/2021 100,0 Euribor + 0,30% 0,0 100,0
Voorschot op vaste termijn
EGI
onbeperkt 2,5 Eurribor + 0,75% 0,0 2,5
Bevestigde kredietfaciliteiten 24/03/2022 750,0 Euribor + 0,275% 0,0 750,0
Bevestigde kredietfaciliteiten onbeperkt 150,0 av, 1M-Euribor +0,275% 0,0 150,0
Bevestigde kredietfaciliteiten 14/12/2026 150,0 0,90% 150,0 0,0
Totaal 1.702,5 225,0 1.477,5

RENTERISICO

Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen fluctueren als gevolg van veranderingen in de marktrentes. De risicoblootstelling van de Groep aan marktrentes heeft voornamelijk betrekking op haar langlopende schulden met variabele rentevoeten. De Groep beheert haar renterisico met een evenwichtige portefeuille van leningen en financieringsverplichtingen met vaste en variabele rente. Om dit te beheren, zou de Groep renteswaps kunnen aangaan, wat ertoe zou leiden dat de Groep overeenkomt om op bepaalde intervallen het verschil tussen de vaste en de variabele rentebedragen, die berekend zijn op basis van een afgesproken theoretische hoofdsom, om te wisselen. Deze swaps worden gebruikt om de onderliggende schuldverplichtingen af te dekken. Per 31 december 2019 stonden renteswaps open voor een nominaal schuldbedrag van € 300 miljoen.

De tabel (zie Toelichting 6.13) geeft de gemiddelde rentevoet aan.

SENSIVITEITSANALYSE

Op korte of lange termijn zullen wijzigingen in rentetarieven geen invloed hebben op het geconsolideerde resultaat, daar de Groep functioneert in een regelgevend kader waarin de gevolgen van de fluctuaties van de financiële lasten via de tarieven worden gerecupereerd, behalve voor de elementen die rechtstreeks als niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen.

SENSIVITEITSANALYSE VAN DE REËLE WAARDE VOOR RENTESWAPS

Een wijziging van 100 basispunten in rentevoeten zou de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten hebben verhoogd

(verlaagd) met de hieronder vermelde bedragen:

(in miljoen EUR) 100 bp stijging 100 bp stijging
Renteswaps 7,1 (6,8)

AFDEKKINGSACTIVITEITEN EN DERIVATEN

De Groep is blootgesteld aan bepaalde risico's met betrekking tot haar lopende bedrijfsactiviteiten. Het primaire risico dat wordt beheerd met behulp van afgeleide instrumenten is het renterisico.

Alle afgeleide financiële instrumenten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of voorspelde blootstelling, afhankelijk van de verwachte impact op de resultatenrekening, en als aan de criteria van IFRS 9 is voldaan, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal worden toegepast.

Derivaten niet aangewezen als afdekkingsinstrumenten

De Groep had geen derivaten die niet aangewezen zijn als afdekkingsinstrumenten.

Derivaten aangewezen als afdekkingsinstrumenten

In 2018 heeft de Groep het renterisico afgedekt in het kader van de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland), waarvoor initieel een overbruggingskrediet werd aangegaan. Om de potentiële blootstelling aan het renterisico af te dekken, heeft de Groep in juni 2018 een pre-hedge renteswap afgesloten om de marktrente op het ogenblik van de uitgifte van de obligatielening van € 300 miljoen vast te leggen. De Groep heeft hedge accounting toegepast omdat de derivatentransactie voldeed aan de vereisten van IFRS 9. Met de afwikkeling van de transactie in september werd het deel van de winst of het verlies op het derivaat opgenomen in de afdekkingsreserves en had het een impact van € 5,7 miljoen.

Deze afdekkingsreserves worden gerecycleerd tot winst en verlies over de levensduur van het onderliggende afgedekte instrument, d.w.z. de obligatielening met een looptijd van 10 jaar. In 2019 werd er een bedrag van € 0,6 miljoen gerecycleerd in de winst-enverliesrekening.

Voor de lening met Publi-Part (€ 42,1 miljoen) en met derden ('Overige leningen', € 453,6 miljoen) zijn drie renteswaps afgesloten voor een totaal nominaal bedrag van € 300 miljoen om het Euribor-renterisico op deze leningen af te dekken. Alle drie de renteswaps zijn aangeduid als kasstroomafdekkingen onder IFRS 9. De negatieve netto reële waarde van deze renteswaps per 31 december 2019 bedraagt € 4,4 miljoen.

KAPITAALRISICOBEHEER

Het kapitaalstructuurbeheer van de Groep heeft tot doel de verhouding tussen schulden en eigen vermogen voor de gereguleerde activiteiten zoveel mogelijk in overeenstemming te houden met het aanbevolen niveau bepaald door het relevante regelgevende kader.

De richtlijnen voor dividenduitkeringen van de Vennootschap hebben betrekking op het optimaliseren van de dividenduitkeringen, rekening houdend met het feit dat er een zelffinancierend vermogen nodig is om haar wettelijke opdracht als transmissienetbeheerder uit te voeren, toekomstige CAPEX-projecten te financieren en, meer in het algemeen, de strategie van de Groep uit te voeren.

De Vennootschap biedt haar personeelsleden de mogelijkheid om in te schrijven op kapitaalverhogingen die uitsluitend aan hen zijn voorbehouden.

8.2. Toezegging en voorwaardelijke verplichtingen

TOEZEGGINGEN TOT AANKOOP VAN VASTE ACTIVA

Per 31 december 2019 had de Groep een toezegging voor € 1.558,4 miljoen met betrekking tot aankoopcontracten voor de installatie van materiële vaste activa voor de verdere uitbouw van het net.

ANDERE VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN TOEZEGGINGEN

Per 31 december 2019 had de Groep een toezegging voor € 182,2 miljoen met betrekking tot aankoopcontracten voor algemene uitgaven en onderhouds- en herstellingskosten.

Elia System Operator heeft ook een moedermaatschappijgarantie voor een bedrag van € 113,7 miljoen verstrekt aan zijn joint venture Nemo Link Ltd; deze had betrekking op de EPC-contracten en werd toegekend zodat Nemo Link Ltd de relevante interconnector kon bouwen.

Na de goedkeuring van de Waalse overheid en de CREG heeft Elia op 22 juni 2015 een overeenkomst met Solar Chest gesloten voor de verkoop van Waalse groenestroomcertificaten voor een totaalbedrag van € 275 miljoen, waarvan € 221 miljoen werd gerealiseerd in 2015 en een totaalbedrag van € 48 miljoen werd gerealiseerd in 2016. De missie van Solar Chest is Waalse groenestroomcertificaten te kopen, houden en verkopen voor periodes van vijf, zes en zeven jaar. In overeenstemming met de wetgeving realiseerde Solar Chest in september 2019 een veiling en werden 615.400 groene certificaten verkocht aan verschillende marktpartijen, wat resulteerde in een omzet van € 40 miljoen. Aan het einde van elke periode (30 juni 2020, 30 juni 2021 en 30 juni 2022) worden potentiële onverkochte certificaten teruggekocht door Elia. De CREG heeft aan Elia bevestigd en gegarandeerd dat de kosten en uitgaven voor de terugkoop van onverkoopbare certificaten aan het einde van elke reserveringsperiode volledig kunnen worden gerecupereerd via de tarieven voor 'heffingen', met als gevolg dat de potentiële terugkoop door Elia geen invloed zal hebben op de financiële prestaties van de Vennootschap.

In september 2017 verkocht Elia 2,8 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van € 176,2 miljoen. Dit vloeide voort uit het decreet van 29 juni 2017, dat een wijziging was van het decreet van 12 april 2011 inzake de organisatie van de regionale elektriciteitsmarkt en het decreet van 5 maart 2008 inzake de oprichting van de Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat. De door Elia overgedragen groenestroomcertificaten kunnen door dit agentschap geleidelijk worden doorverkocht vanaf 2022, rekening houdend met de marktomstandigheden voor groenestroomcertificaten op dat moment. De wetgeving bepaalt ook dat de groenestroomcertificaten gedurende maximaal 9 jaar in het bezit moeten blijven van dit agentschap. Na deze periode is Elia verplicht om onverkochte certificaten terug te kopen. Deze verbintenissen voor terugkoop hebben geen impact op de financiële prestaties van Elia, aangezien de kosten en uitgaven voor de terugkoop volledig moeten worden teruggevorderd door middel van de tarieven voor heffingen.

In november 2018 verkocht Elia nog eens € 0,7 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van € 43,3 miljoen. Net als voor de transactie in september 2017 kan van Elia geëist worden om een deel van de verkochte certificaten vanaf 2023 terug te kopen. Elke terugkoop zal worden gedekt door de tarieven voor heffingen. In 2019 heeft er geen transactie met het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat plaatsgevonden.

8.3. Verbonden partijen

CONTROLERENDE ENTITEITEN

De referentieaandeelhouder van Elia Group is Publi-T en dat is sinds 2018 onveranderd gebleven. Behalve de jaarlijkse dividenduitkering en de kapitaalverhoging (zie Toelichting 6.12.1) hebben er in 2019 geen transacties plaatsgevonden met de referentieaandeelhouder.

De aandeelhoudersstructuur van de Groep is te vinden in het activiteitenverslag, p. 151. en toelichting 7.1.

TRANSACTIES MET PERSONEELSLEDEN IN INVLOEDRIJKE BESTUURSFUNCTIES

Invloedrijke bestuursfuncties worden uitgeoefend door de leden van de Raad van Bestuur van Elia en het directiecomité van Elia. Zowel de Raad van Bestuur van Elia als het directiecomité van Elia hebben een aanzienlijke invloed op de hele Elia groep.

Bij 50Hertz Transmission (Duitsland) zijn de personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties de leden van de raad van bestuur van Eurogrid International CVBA, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de activiteiten van 50Hertz Transmission (Duitsland). De leden van het directiecomité van 50Hertz Transmission en de toezichtraad die op het niveau van het Duitse segment is ingesteld, zijn ook personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties.

De leden van de Raad van Bestuur van Elia zijn geen werknemers van de Groep. De details van de vergoeding voor hun mandaat zijn terug te vinden in het hoofdstuk 'Deugdelijk Bestuur' als onderdeel van dit jaarverslag (zie Remuneratieverslag p. 127-128). De leden van de Raad van Bestuur van Eurogrid International CVBA worden niet vergoed.

De andere personeelsleden in invloedrijke functies zijn werknemers van de Groep. De componenten van hun vergoeding worden hieronder weergegeven (i.e. behalve voor de bestuurders die geen werknemer zijn).

De namen van de personeelsleden in invloedrijke functies zijn te vinden in het hoofdstuk 'Deugdelijk Bestuur', p. 114-115.

Personeelsleden in invloedrijke functies ontvingen tijdens het jaar geen aandelenopties, speciale leningen of andere voorschotten van de

Groep.

(in miljoen EUR) 2019 2018
Korte termijn personeelsbeloningen 5,1 4,8
Basisvergoedingen 3,0 4,1
Variabele vergoedingen 2,2 0,7
Vergoedingen na uitdiensttreding 0,7 0,7
Andere variabele vergoeding 2,1 1,2
Totale bruto vergoeding 8,0 6,7
Aantal personen (in eenheden) 13 12
Gemiddelde bruto vergoeding per persoon 0,6 0,6
Aantal aandelen (in eenheden) 19.216 24.331

TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE ONDERNEMINGEN

Transacties tussen de Vennootschap en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd tijdens de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting.

Transacties met joint ventures en geassocieerde ondernemingen (zie definitie in deel 7.1) werden niet geëlimineerd; details van de transacties met andere verbonden partijen worden hieronder weergegeven:

(in miljoen EUR) 2019 2018
Transacties met geassocieerde ondernemingen 1,4 6,5
Verkopen van goederen 2,2 2,5
Aankopen van goederen (4,1) (2,5)
Rente- en soortgelijke opbrengsten 3,2 6,5
Uitstaande balansposities tegenover geassocieerde ondernemingen 0,6 196,6
Langetermijnvorderingen 0,0 174,7
Handelsvorderingen 0,7 10,5
Handelsschulden (0,1) (0,2)
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten 0,0 (11,6)

Vóór de verwerving van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland) (zie Toelichting 7.1) werden alle transacties met de vennootschappen waaruit het Duitse segment bestaat, toegelicht in deze Toelichting. Aangezien de Elia groep met deze bijkomende participatie van 20% zeggenschap kreeg over dit segment, zijn de entiteiten in het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) nu dochterondernemingen en dus niet langer inbegrepen.

In juni 2019 heeft Nemo Link Ltd. de lening met zijn aandeelhouders, National Grid en Elia System Operator, opgenomen in zijn aandelenkapitaal. Daarom zijn de uitstaande vorderingen op lange termijn en de daarmee verband houdende verkregen interesten in de boekwaarde van de participatie van Nemo Link Ltd. opgenomen. Zie Toelichting 6.5 voor meer informatie over deze transactie en Toelichting 8.2 voor details over de garanties die Elia System Operator heeft afgegeven voor haar joint venture Nemo Link Ltd.

TRANSACTIES MET AANDEELHOUDERS

De Groep heeft ook een uitstaande lening met haar aandeelhouder PubliPart voor een bedrag van € 42,1 miljoen. We verwijzen naar Toelichting 6.13 voor meer details.

TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN

Bovendien beoordeelde het Directiecomité van Elia ook of er transacties plaatsvonden met entiteiten waarin zij of leden van de Raad van Bestuur een invloed van betekenis uitoefenen (bijv. posities als CEO, CFO, vicevoorzitter van het Directiecomité enz.).

In 2019 waren er enkele belangrijke transacties met verschillende distributiesysteembeheerders (Sibelga, Eandis), die klanten zijn van Elia Groep. Al deze transacties vonden plaats binnen de normale bedrijfsactiviteiten van Elia. De totale waarde van de gerealiseerde verkopen bedroeg € 4,6 miljoen en had betrekking op gereguleerde verkoopcontracten met een vooraf door de regulator vastgestelde prijs. De totale waarde van de uitgaven bedroeg € 2,3 miljoen. Per 31 december 2019 bedroegen de openstaande handelsvorderingen € 0,3 miljoen en was er een openstaand saldo handelsschulden van € 0,5 miljoen.

8.4. Gebeurtenissen na balansdatum

In het kader van de Covid-19 crisis heeft Elia, als TNB, een belangrijke maatschappelijke rol. Elia werkt nauw samen met de autoriteiten om de continuïteit van zijn activiteiten te verzekeren, de elektriciteitsbevoorrading verzekeren en zorgen voor de continuïteit van de activiteiten voor al zijn klanten.

Op datum van de goedkeuring van de jaarrekening en het jaarverslag door de Raad van Bestuur, is het te vroeg om een accurate inschatting te maken van de impact van Covid-19 op de activiteiten van de Groep, de financiële resultaten en de liquiditeitspositie in 2020.

Het grootste deel van Elia's cash-flows en financiële prestaties zijn verzekerd door een gereguleerd kader. Dit vermijdt dat Covid-19 een belangrijke impact heeft op Elia. Mogelijke dalingen in inkomsten kunnen tijdelijk de liquiditeitsbehoeften beïnvloeden, maar deze worden van nabij opgevolgd. Bijkomend, zulke dalingen in inkomsten zijn over het algemeen 100% te recupereren in toekomstige tarieven. Daardoor voorziet Elia op dit moment geen materiële impact op de financiële prestaties voor 2020. Niettegenstaande is het waarschijnlijk dat er andere impacten zijn, zoals bijvoorbeeld een vertraging in de uitvoering van investeringsprojecten, alhoewel dat deze vertragingen niet beschouwd worden als hebbende een belangrijke impact op de winstgevendheid. Voor 2019, aangezien de toetsing op bijzondere waardevermindering op de goodwill in hoofdstuk 6.3 van het jaarverslag gebaseerd is op lange termijn voorspellingen en kasstromen, oordeelt Elia momenteel dat de mogelijke impacten van deze crisis niet tot andere conclusies zou leiden.

8.5. Varia

Gevolgen van het Verenigd Koninkrijk dat de Europese Unie verlaat

De Groep heeft een analyse gedaan van de potentiële impact op de jaarrekening van de Groep in geval van een harde of zachte brexit. Het grootste risico dat werd vastgesteld, had betrekking op haar joint venture Nemo Link Ltd.

Uit de analyse van de Groep is gebleken dat Nemo Link Ltd klaar is voor zowel het scenario van een zachte als een harde brexit. Bij een zachte brexit zou het VK in de Interne Energiemarkt (IEM) blijven. Bij een harde brexit zou het de IEM verlaten.

De Groep heeft met succes een consultatie afgerond die ertoe heeft geleid dat de toegangsregels van de IEM door beide regulatoren werden goedgekeurd, mocht zich een zachte brexit voordoen. Tegelijk werden niet-IEM-toegangsregels ter consultatie verstuurd, mocht zich een harde brexit voordoen. Hoewel er een goedgekeurde brexit-deal is tussen het Verenigd Koninkrijk en Europa, die van kracht is vanaf 31 januari 2020, is een harde brexit nog steeds mogelijk als er eind 2020 geen overeenkomst tussen de twee partijen is.

Uit alle ontvangen feedback en de uitgevoerde analyse kan algemeen worden geconcludeerd dat Nemo Link zowel bij een zachte als een harde brexit operationeel zou blijven. De rentabiliteit van de investering zou ook grotendeels onaangetast blijven door het boven- en ondergrensmechanisme (zie Toelichting 9.3), dat zekerheid biedt met betrekking tot de kasstromen van de vennootschap over een periode van 25 jaar.

Afgezien van het hierboven aangestipte risico verwacht de Groep dat de brexit een zeer beperkte impact zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening.

8.6. Diensten verleend door de commissarissen

De Algemene Aandeelhoudersvergadering heeft KPMG Bedrijfsrevisoren BCVBA aangesteld als commissaris (vertegenwoordigd door dhr. Alexis Palm) en Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA (vertegenwoordigd door dhr. Patrick Rottiers) voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Elia System Operator nv en de audit van de statutaire jaarrekening van Elia System Operator nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv., Elia Grid International nv en Eurogrid International nv.

50Hertz Transmission (Duitsland) heeft Ernst & Young GmbH aangesteld voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Eurogrid GmbH en de statutaire jaarrekening van 50Hertz Transmission GmbH en 50Hertz Offshore GmbH. KPMG GmbH werd aangesteld voor de audit van Elia Grid International GmbH.

De volgende tabel vermeldt de honoraria van het college van commissarissen en van hun verbonden ondernemingen met betrekking tot de verleende diensten voor het boekjaar 2019:

in EUR België Duitsland Total
Statutaire audit 306.434 281.913 588.347
Audit gerelateerd 291.621 8.410 300.031
Winstbelastingen 4.260 0 4.260
Indirecte belastingen 2.953 0 2.953
Overig advies 182.236 8.410 190.646
Totaal 787.504 298.733 1.086.237

9. REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN

9.1. Regelgevend kader in België

Federale wetgeving

De Elektriciteitswet vormt de algemene basis van het regelgevend kader en bevat de belangrijkste principes die van toepassing zijn op de activiteiten van Elia als beheerder van het transmissienet voor elektriciteit in België.

Deze wet werd grondig gewijzigd op 8 januari 2012 door de omzetting op federaal niveau van het derde pakket van Europese richtlijnen. De nieuwe Elektriciteitswet die eruit voortvloeit:

• verscherpt de ontvlechting van de transmissieactiviteiten (productie, distributie en bevoorrading);

• bepaalt meer in detail de regels met betrekking tot het beheer van en de toegang tot het transmissienet;

• herdefinieert de wettelijke opdracht van de transmissienetbeheerder, en breidt ze meer bepaald uit tot de offshore gebieden die

-

- binnen het rechtsgebied van België vallen; en

• verruimt de bevoegdheden van de regelgevende instantie, in het bijzonder voor het bepalen van de transmissietarieven.

Verscheidene koninklijke besluiten verschaffen meer details over het regelgevende kader dat van toepassing is op de transmissienetbeheerder, en in het bijzonder het koninklijk besluit inzake het federaal technisch reglement. De beslissingen van de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) vullen deze bepalingen aan, wat resulteert in het regelgevend kader waarbinnen Elia zijn activiteiten uitoefent op federaal niveau.

Gewestelijke wetgeving

De drie Belgische gewesten zijn op hun respectieve grondgebieden verantwoordelijk voor de lokale transmissie van elektriciteit op netten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV. De gewestelijke regulatoren hebben bevoegdheid over het niet-tarifaire luik van de reglementering voor het lokale transmissienet; de bepaling en de controle van de tarieven vallen onder de bevoegdheid van de federale overheid.

Het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest hebben ook de bepalingen van het derde Europese pakket die hen aanbelangen in hun regelgeving omgezet. De gewestdecreten werden aangevuld met verscheidene andere voorschriften over openbare dienstverplichtingen, hernieuwbare energie en toelatingsprocedures voor leveranciers.

Regelgevende instanties

Zoals de EU-wetgeving het vereist, wordt de Belgische elektriciteitsmarkt door onafhankelijke regulatoren bewaakt en gecontroleerd.

FEDERALE REGULATOR

• het goedkeuren van de standaardvoorwaarden van de drie hoofdcontracten die door de Vennootschap op federaal niveau worden

- De CREG is de federale regelgevende instantie en zijn bevoegdheden ten aanzien van Elia zijn onder andere:

- gebruikt: het verbindingscontract, het toegangscontract en het ARP-contract;

  • de netgebruikers worden toegepast;

• het goedkeuren van het systeem voor capaciteitstoewijzing aan de grenzen tussen België en zijn buurlanden;

• het goedkeuren van de benoeming van de onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur;

• het bepalen van de tariefmethodologie die de netbeheerder moet naleven bij de berekening van de verschillende tarieven die op

• het afleveren van een certificaat om zeker te zijn dat de netbeheerder wel degelijk de eigenaar is van de infrastructuur die hij beheert en voldoet aan de voorschriften inzake onafhankelijkheid ten opzichte van producenten en leveranciers.

GEWESTELIJKE REGULATOREN

De exploitatie van elektriciteitsnetten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV valt onder de bevoegdheid van de respectieve gewestelijke regulatoren. Elk van hen kan van om het even welke beheerder (met inbegrip van Elia wanneer deze dergelijke spanningsnetten exploiteert) eisen om alle specifieke bepalingen van de gewestelijke voorschriften inzake elektriciteit na te leven, op straffe van administratieve boetes of andere sancties. De gewestelijke regulatoren hebben echter geen bevoegdheid over de bepaling van de elektriciteitstransmissietarieven. De tariefbepaling voor de elektriciteitsnetten die een transmissiefunctie hebben is uitsluitend een bevoegdheid van de CREG.

Tariefbepaling

TARIEFREGELGEVING

Op 18 december 2014 werd door de CREG een besluit aangenomen tot vaststelling van de methoden gebruikt voor het berekenen en vastleggen van de tariefvoorwaarden voor de gebruikers van het elektriciteitsnet met een transmissiefunctie. Elia heeft deze methodologie gebruikt als basis voor zijn tariefvoorstel voor 2016-2019 dat op 30 juni 2015 werd voorgelegd. Dit tariefvoorstel, aangepast aan de besprekingen tussen Elia en de CREG in de loop van het 2e semester van 2015, werd op 3 december 2015 goedgekeurd door de regulator.

TARIEFREGLEMENTERING VAN TOEPASSING IN BELGIË

Het grootste deel van de inkomsten van Elia als beheerder van netten met een transmissiefunctie (het transmissienet en de lokale en gewestelijke transmissienetten in België) is afkomstig van de gereguleerde tarieven die Elia aanrekent voor het gebruik van deze netten (tariefinkomsten) en die op voorhand door de CREG worden goedgekeurd. Op 1 januari 2008 trad een gereguleerd tariefmechanisme in werking, waarbij de goedgekeurde tarieven gelden voor periodes van vier jaar, behoudens uitzonderlijke omstandigheden.

Het tariefmechanisme is gebaseerd op de boekhouding volgens de Belgische boekhoudkundige regels (BE GAAP). De tarieven worden vastgesteld op basis van gebudgetteerde kosten, verminderd met een aantal niet-tarifaire opbrengsten. Deze kosten worden vervolgens gedeeld zowel op basis van een raming van de elektriciteitsvolumes die van het net worden afgenomen en van het ter beschikking gestelde vermogen als, voor sommige kosten, op basis van de geraamde volumes van in het net geïnjecteerde elektriciteit, overeenkomstig de bepalingen van de tariefmethodologie die door de CREG is opgesteld.

De in aanmerking genomen kosten omvatten de geraamde waarde van de toegestane billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal, een schatting van de aan Elia toegekende bedragen uit hoofde van prestatiegebonden incentives en de prognoses voor diverse kostencategorieën. Deze kosten zijn onderverdeeld in drie groepen: de beheersbare kosten, waarvoor efficiëntiewinsten of verliezen evenredig verdeeld worden tussen Elia (stijging of daling van de toegelaten winst) en de netgebruikers (stijging of daling van de toekomstige tarieven); de niet-beheersbare kosten, die Elia niet kan beïnvloeden en waarvoor afwijkingen ten opzichte van het budget volledig worden toegerekend aan de totale opbrengsten van de toekomstige gereguleerde periode; de beïnvloedbare kosten, waarvoor een gemengde regel geldt (zie de informatie hieronder over beheersbare en niet-beheersbare elementen en beïnvloedbare kosten).

BILLIJKE VERGOEDING

De billijke vergoeding is het rendement op het kapitaal dat in het net werd geïnvesteerd. Ze is gebaseerd op de gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB), die jaarlijks wordt berekend, rekening houdend met nieuwe investeringen, afschrijvingen en variatie van de behoeften aan bedrijfskapitaal.

In deze context wordt de billijke vergoeding berekend volgens een formule die een verschillend rendement toekent aan het eigen vermogen dat 33 % vertegenwoordigt van de RAB (deel A) en aan het eigen vermogen dat deze verhouding overschrijdt (deel B). Deze formule is als volgt:

Billijke vergoeding = A + B met:

  • A = [33% x gemiddelde RAB in jaar n x [(OLO n)+(bèta x risicopremie)] x illiquiditeitspremie] plus
  • B = [(S 33%) x gemiddelde RAB x (OLO n + 70 basispunten)] waarbij:
  • OLO is de rentevoet van Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, voor het betrokken jaar;
  • S = geconsolideerd eigen vermogen/RAB, volgens de Belgische boekhoudnormen (BE GAAP);
  • bèta (β) = moet worden berekend op basis van de dagprijzen van het aandeel Elia, vergeleken met de index BEL 20, over een periode van drie jaar; de waarde van bèta kan niet lager zijn dan 0,53;
  • de risicopremie is vastgelegd op 3,5%;
  • de illiquiditeitspremie is vastgelegd op 1,10.

DEEL A

Het vergoedingspercentage (in %) zoals vastgesteld door de CREG voor het jaar 'n' is gelijk aan de som van de risicoloze rentevoet, dit wil zeggen de gemiddelde rente van Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, en een premie voor het risico van de aandelenmarkt, gewogen door de toepasselijke bètafactor.

De referentieverhouding van 33% wordt toegepast op de gemiddelde waarde van het gereguleerd actief (RAB) van Elia om het referentievermogen van Elia te berekenen.

Door de opgelegde referentieverhouding stimuleert de CREG een verhouding tussen het eigen vermogen en het gereguleerd actief die zo dicht mogelijk bij 33% ligt. Bijgevolg wordt deel B (dat van toepassing is op het deel van het referentievermogen dat 33% van het gereguleerd actief overschrijdt) vergoed tegen een lager tarief.

DEEL B

Indien de effectieve verhouding van het eigen vermogen van Elia hoger is dan de referentieverhouding, dan wordt het surplus vergoed tegen een percentage dat op de volgende manier wordt berekend: [(OLO n + 70 basispunten)].

Bovendien kan de regulator, in overeenstemming met de elektriciteitswet, hogere rendementen vaststellen voor het geïnvesteerde kapitaal om projecten van nationaal of Europees belang te financieren (zie verder 'Andere incentives').

Niet-beheersbare elementen

Deze categorie van kosten en opbrengsten waarover Elia geen directe controle heeft, is niet onderworpen aan incentivemechanismen door de CREG, en wordt volledig bestemd voor de berekening van de inkomsten die door de tarieven moeten worden gedekt. De tarieven worden vastgesteld op basis van de geraamde waarde van deze kosten en het verschil met de werkelijke waarden wordt ex post bestemd voor de berekening van de tarieven voor de volgende periode.

De belangrijkste niet-beheersbare kosten zijn afschrijvingen van materiële vaste activa, nevendiensten (met uitzondering van kosten in verband met de reservering van nevendiensten, behalve 'black start', die als 'beïnvloedbare kosten' worden beschouwd), kosten in verband met door een overheidsinstantie opgelegde verplaatsingen van lijnen en belastingen. Ook financiële lasten waarvoor het embedded-debt principe van toepassing is, zijn niet-beheersbaar. Bijgevolg zijn alle werkelijke en redelijke financieringskosten in verband met schuldfinanciering inbegrepen in de tarieven.

Sommige inkomsten zijn niet-beheersbaar, zoals inkomsten uit grensoverschrijdende congestie of financiële inkomsten.

Beheersbare elementen

De kosten en opbrengsten waarover Elia directe controle heeft, zijn onderworpen aan een incentivemechanisme, wat inhoudt dat Elia wordt aangezet om deze kosten te verminderen en deze opbrengsten te verhogen. Zo worden de inspanningen voor efficiëntie (en omgekeerd ook de inefficiënties) die Elia realiseert voor de helft verdeeld over de winst van Elia en de toekomstige tarieven.

Beïnvloedbare kosten

De kosten in verband met de reservering van ondersteunde diensten, behalve 'black start', worden beschouwd als 'beïnvloedbare kosten', d.w.z. dat de winst van Elia gedeeltelijk (ten belope van 15%) wordt beïnvloed door de stijging of de vermindering van deze kosten, binnen bepaalde grenzen (- 2 miljoen en + 6 miljoen euro vóór belasting).

Andere incentives

Het door de regulator vooraf bepaalde tarief omvat naast de billijke vergoeding ook alle onderstaande incentives. Indien Elia niet zou presteren volgens deze incentives zoals bepaald door de regulator, zal het bedrag van deze incentives dat aan Elia kan worden toegerekend, worden verminderd. De impact wordt weerspiegeld in de over te dragen opbrengsten die toekomstige tariefverlagingen zullen genereren – zie onderstaande beschrijving van het afrekeningsmechanisme.

Marktintegratie: Deze incentive bestaat uit drie luiken: (i) verbetering van de importcapaciteit van België en (ii) stijging van de sociale welvaart door de regionale marktkoppeling. Deze twee componenten hebben een uitsluitend positief effect op het nettoresultaat, met een respectief maximum van 6 miljoen en 11 miljoen euro (vóór belasting). (iii) de winsten (dividenden en vermogenswinsten) die voortvloeien uit de financiële participatie van Elia in bepaalde ondernemingen en die bijdragen aan de marktintegratie (CASC, CORESO, HGRT, APX-ENDEX). Dit wordt verdeeld over Elia (60%) en de toekomstige tarieven (40%).

Investeringsprogramma: Deze incentive beoogt drie doelstellingen: (i) de verantwoording ex ante en ex post door Elia van de uitgaven voor elke investering (deze doelstelling draagt met een maximum van 2,5 miljoen euro bij aan de winst vóór belasting) (ii) de naleving van de geplande data voor de indienststelling van de projecten Stevin, Brabo, Alegro en van de 4e dwarsregeltransformator (1 miljoen euro vóór belasting per project dat tijdig in dienst wordt gesteld). (iii) de uitvoering van een lijst van geselecteerde strategische projecten, vooral investeringen ter versterking van de Europese integratie ('mark-up incentive'). De mark-up wordt berekend als percentage op het totale werkelijk bestede bedrag waarbij de investeringsbedragen zijn geplafonneerd per jaar en per project en de incentive wordt berekend op basis van het werkelijk geïnvesteerde bedrag. De markup wordt toegepast op het volledige percentage wanneer het percentage van OLO lager dan of gelijk is aan 0,5%. Deze wordt verminderd als het percentage van OLO hoger is dan 0,5% en daalt tot 0 voor een percentage van OLO dat gelijk is aan of hoger is dan 2,16%. Er dient te worden opgemerkt dat 10% van de voor elk project verkregen mark-up moet worden terugbetaald indien het project niet binnen de gestelde termijn is voltooid of indien het project na de inbedrijfstelling niet voldoende beschikbaar is.

Continuïteit in de stroomvoorziening: Elia geniet een incentive berekend op basis van de AIT (Average Interruption Time), gemeten

-

  • op jaarbasis. Het toegekende bedrag is beperkt tot 2 miljoen euro (vóór belasting).
  • belasting).

Innovatie: De incentive wordt berekend op basis van het bedrag van de gemaakte kosten voor het verkrijgen van innovatiesubsidies, met een maximumbedrag dat overeenkomt met 50% van het subsidiebedrag of met 1 miljoen euro (vóór

Discretionaire incentive: De CREG bepaalt elk jaar de doelstellingen die Elia moet bereiken in het kader van deze incentive. Deze hebben voornamelijk betrekking op de uitvoering van projecten en mechanismen om het evenwicht tussen vraag en aanbod op de elektriciteitsmarkt te bewaren. Deze incentive draagt bij aan de winst voor een maximum van 2 miljoen euro (vóór belasting).

Regelgevend kader voor de Modular Offshore Grid Op 29 maart 2018 heeft de CREG de tariefmethodologie goedgekeurd om specifieke regels op te nemen die van toepassing zijn op de investering in de Modular Offshore Grid. De belangrijkste kenmerken zijn (i) een specifiek premierisico dat op deze investering moet worden toegepast, (ii) het afschrijvingspercentage dat van toepassing is op MOG-activa, (iii) bepaalde kosten die specifiek zijn voor de MOG en anders worden geclassificeerd dan de kosten voor onshore activiteiten, (iv) de vaststelling van het niveau van de kosten zal worden bepaald op basis van de kenmerken van de MOG-activa en ten slotte (v) specifieke incentives met betrekking tot het beheer en de exploitatie van de offshore activa.

Gereguleerde overlopende rekeningen: afwijkingen van gebudgetteerde waarden De werkelijke volumes vervoerde elektriciteit kunnen op jaarbasis verschillen van de voorspelde volumes. Als de vervoerde volumes hoger (of lager) zijn dan de voorspelde, wordt de afwijking van de gebudgetteerde waarde geboekt op een overlopende rekening tijdens het jaar waarin ze zich voordoet en creëert ze een 'gereguleerde schuld' (of 'gereguleerde opbrengst'). Ongeacht afwijkingen tussen de voorspelde parameters voor tariefbepaling (billijke vergoeding, niet-beheersbare elementen, beheersbare elementen, beïnvloedbare kosten, incentivecomponenten, toewijzing van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten) en de effectief gemaakte kosten of opbrengsten met betrekking tot deze parameters, neemt de CREG de uiteindelijke beslissing over de vraag of de gemaakte kosten/opbrengsten redelijk worden geacht om te worden gedragen door de tarieven. Deze beslissing kan leiden tot de afwijzing van gemaakte kostenelementen en indien dergelijke kostenelementen worden afgewezen, wordt het bedrag niet in aanmerking genomen voor de tariefbepaling van de volgende periode. Ondanks het feit dat Elia een rechterlijke toetsing van dergelijke beslissingen kan vragen, kan een afwijzing, indien deze rechterlijke toetsing geen succes zou hebben, een negatieve impact hebben op de financiële positie van Elia.

Allocatie van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten De tariefmethodologie voor 2016-2019 bevat een mechanisme voor de ontwikkeling van nieuwe activiteiten door Elia buiten het toepassingsgebied van de regulering in België en waarvan de kosten niet worden gedekt door de nettarieven in België. Deze methodologie voert een mechanisme in om te verzekeren dat de impact van financiële deelnemingen van Elia in andere vennootschappen die door de CREG niet worden beschouwd als deel van de RAB (zoals deelnemingen in gereguleerde of nietgereguleerde activiteiten buiten België, zoals het aandeelhouderschap in 50Hertz of EGI) neutraal is voor de Belgische netgebruikers.

Openbare dienstverplichtingen

In haar rol als netbeheerder is Elia onderworpen aan verschillende openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de overheid en/of reguleringsmechanismen. Overheidsinstanties/reguleringsmechanismen leggen openbare dienstverplichtingen vast in verschillende domeinen (promotie van hernieuwbare energie, sociale steun, vergoedingen voor het gebruik van het publieke domein, offshore aansprakelijkheid, enz.) die door de netbeheerders moeten worden uitgevoerd. De kosten die de netbeheerders voor deze verplichtingen maken, worden volledig gedekt door tarifaire 'heffingen' zoals goedgekeurd door de CREG. De uitstaande bedragen worden opgenomen als heffingen (zie Toelichtingen 6.9 voor Overige vorderingen en 6.17 voor Overige schulden).

9.2. Regelgevend kader in Duitsland

Relevante wetgeving

Het Duitse regelgevend kader is verdeeld over diverse wetgevingsstukken. De kernwet is de Duitse wet inzake de energievoorziening (Energiewirtschaftsgesetz - EnWG), die het algemene wettelijke kader definieert voor de gas- en elektriciteitsvoorziening in Duitsland. De EnWG wordt ondersteund door een aantal wetten, verordeningen en regulerende besluiten, die gedetailleerde bepalingen verstrekken over het huidige stelsel van incentiverende regelgeving, boekhoudmethoden en toegangscontracten voor het net, met inbegrip van:

  • De Verordening inzake de tarieven van het elektriciteitsnet (Verordnung über die Entgelte für den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen (Stromnetzentgeltverordnung – StromNEV)), die onder andere beginselen en methoden vaststelt voor de berekening van de netwerktarieven en verdere verplichtingen van de systeembeheerders;
  • De verordening inzake toegang tot het elektriciteitsnet (Verordnung über den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen of de Stromnetzzugangsverordnung – StromNZV), die onder meer verdere bijzonderheden specificeert over de toegang tot de transmissienetten (en andere soorten netten) door vaststelling van het vereffeningssysteem (Bilanzkreissystem), planning van elektriciteitsbevoorrading, regelingsenergie en andere algemene verplichtingen, bijv. congestiebeheer (Engpaßmanagement), publicatieverplichtingen, metering, minimumeisen voor verschillende soorten contracten en de verplichting van bepaalde netbeheerders om het Bilanzkreissystem voor de hernieuwbare energiebronnen te beheren;
  • De verordening inzake incentiverende regelgeving (Verordnung über die Anreizregulierung der Energieversorgungsnetze of de Anreizregulierungsverordnung – ARegV), die de basisvoorschriften beschrijft voor de incentiverende regulering voor TNB's en andere netbeheerders (zoals hierna meer in detail beschreven). Ook worden hier algemene richtlijnen gegeven voor productiviteitsbenchmarking, welke kosten daarbij in aanmerking worden genomen, welke methode gebruikt kan worden om de inefficiëntie te bepalen en hoe dit vertaald kan worden naar jaarlijkse doelstellingen voor productiviteitsgroei.

Regelgevende instanties in Duitsland

De regelgevende instanties voor de energiesector in Duitsland zijn het Bundesnetzagentur (BNetzA) in Bonn (voor netten waarop 100.000 en meer netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn) en de specifieke regelgevende instanties in de respectieve deelstaten (voor netten waarop minder dan 100.000 netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn). De regelgevende instanties zijn onder andere belast met de niet-discriminerende toegang tot het net voor derde partijen en het toezicht op de tarieven die de netbeheerders toepassen voor het gebruik van het net. 50Hertz Transmission en 50Hertz Offshore zijn onderworpen aan de bevoegdheid van het BNetzA.

Tarieven in Duitsland

Het huidige mechanisme voor de tariefregelgeving in Duitsland is vastgelegd in de ARegV-verordening. Krachtens de ARegVverordening worden de nettarieven vastgesteld om een vooraf bepaalde inkomstenlimiet, zoals vastgesteld door het BNetzA, te genereren voor elke TNB en voor elke gereguleerde periode. De inkomstenlimiet is voornamelijk gebaseerd op de kosten van een basisjaar en wordt vastgelegd voor de volledige gereguleerde periode, behalve wanneer de limiet wordt aangepast om rekening te houden met specifieke gevallen die in de ARegV zijn bepaald. Het is de netbeheerders niet toegestaan om hun individueel bepaalde inkomstenlimiet te overschrijden. Elke gereguleerde periode duurt vijf jaar, de derde gereguleerde periode is gestart op 1 januari 2019 en zal eindigen op 31 december 2023. Tarieven zijn algemeen en niet onderworpen aan onderhandeling met klanten. Individuele tarieven worden slechts aan bepaalde klanten toegestaan (in bepaalde vaste omstandigheden die in de toepasselijke wetten worden vermeld) volgens § 19 StromNEV (bijvoorbeeld bij alleengebruik van netactiva). Het BNetzA moet deze individuele tarieven goedkeuren.

Voor de inkomstenlimiet worden de kosten die een netbeheerder maakt in twee categorieën ingedeeld:

  • Permanent niet-beïnvloedbare kosten (PNBK): Deze kosten zijn voor 100% geïntegreerd in de 'inkomstenlimiet' en zijn dus volledig gedekt door de nettarieven, weliswaar doorgaans met een vertraging van twee jaar. De PNBK omvatten het rendement op het eigen vermogen, de bedrijfsbelasting, de financieringskosten, afschrijvingen en operationele kosten (op dit moment vastgelegd op 0,8% van de geactiveerde investeringskosten van de respectieve onshore investeringen) voor wat de investeringsmaatregelen worden genoemd. De financieringskosten met betrekking tot de investeringsmaatregelen zijn op dit moment begrensd tot de effectieve financieringskosten of tot de financieringskosten berekend in overeenstemming met een gepubliceerde richtlijn van het BNetzA, indien dat bedrag lager is. Sinds 2012 worden de kosten in verband met deze investeringsmaatregelen gebaseerd op ramingen. De verschillen tussen de ramingen en de effectieve waarden worden weerspiegeld in de overlopende rekening van het afrekeningsmechanisme. Bovendien omvatten de PNBK de kosten voor de ondersteunende diensten, de netverliezen, de inschakelingskosten, de Europese initiatieven en de opbrengsten van de veilingen. Deze kosten en opbrengsten zijn opgenomen in de inkomstenlimiet op basis van een procedureel reguleringsmechanisme van het federaal agentschap voor netwerken conform Artikel 11(2) ARegV (FSV). Het reguleringsproces met betrekking tot ondersteunende diensten en kosten voor netwerkverliezen geeft de systeembeheerder een stimulans om de geplande kosten via een bonus- en boetemechanismen te overtreffen. Sinds de herziening van de ARegV in 2016 worden ook de kosten voor de beperking van hernieuwbare energiebronnen om netcongestie tegen te gaan, gebaseerd op ramingen. Bovendien kunnen ook kosten die voortvloeien uit Europese projecten van gemeenschappelijk belang (Projects of Common Interest – PCI) waarvoor tot een kostenbijdrage van Duitsland is beslist, worden opgenomen als PNBK, zij het met een vertraging van twee jaar.
  • Tijdelijke niet-beïnvloedbare kosten (TNBK) en beïnvloedbare kosten (BK): Deze kosten omvatten het rendement op eigen vermogen, de afschrijvingen, de financieringskosten, de bedrijfsbelasting en andere operationele kosten en zijn onderworpen aan een incentivemechanisme dat is vastgelegd door het BNetzA en dat een efficiëntiefactor (alleen van toepassing op BK), een productiviteitswinstfactor en een inflatiefactor (van toepassing op TNBK en BK) over een periode van vijf jaar omvat. Bovendien voorziet het huidige incentivemechanisme in de toepassing van een kwaliteitsfactor, maar de criteria en het

implementatiemechanisme voor deze factor voor transmissienetbeheerders moeten nog door het BNetzA worden bepaald. De verschillende factoren die zijn gedefinieerd, geven de transmissienetbeheerder een doelstelling op middellange termijn om inefficiënt geachte kosten te vermijden. Wat de financieringskosten betreft, moeten de toegestane financieringskosten (die verbonden zijn aan de beïnvloedbare kosten) bewezen vermarktbaar zijn.

Wat het rendement op eigen vermogen betreft, bevatten de relevante wet- en regelgeving bepalingen met betrekking tot het toegestane rendement op eigen vermogen, dat in de TNBK/BK is opgenomen voor activa die tot de gereguleerde activabasis behoren en de PNBK voor activa die in investeringsmaatregelen zijn goedgekeurd. In 2016 legde het BNetzA het rendement op eigen vermogen vast voor de derde gereguleerde periode (2019-2023); in vergelijking met de tweede gereguleerde periode werden de waarden sterk verminderd, tot 5,12% (in plaats van 7,14%) voor investeringen uitgevoerd vóór 2006 en 6,91% (in plaats van 9,05%) voor investeringen uitgevoerd sinds 2016. Het rendement op het eigen vermogen wordt berekend vóór vennootschapsbelasting, maar na bedrijfsbelasting.

Los van de inkomstenlimiet wordt 50Hertz gecompenseerd voor de kosten in verband met zijn verplichtingen inzake hernieuwbare energie, met inbegrip van EEG- and CHP/KWKG-verplichtingen en offshore verplichtingen. Daartoe zijn diverse toeslagen (heffingen) ingevoerd die onderworpen zijn aan specifieke reguleringsmechanismen die bedoeld zijn voor een evenwichtige behandeling van kosten en inkomsten.

WIJZIGINGEN IN DE TARIEFREGELGEVING

In 2016 trad een herziening van de ARegV in werking die verschillende relevante wijzigingen doorvoerde, met name inzake de regelgeving voor distributienetbeheerders. De TNB's worden echter ook getroffen doordat de herziene ARegV leidt tot veranderingen van verschillende aspecten die relevant zijn voor de PNBK, zoals de methodologie voor het bepalen van vervangingsdelen in nieuwe investeringsmaatregelen (status quo blijft behouden voor investeringsmaatregelen die al zijn goedgekeurd of aangevraagd), de afweging van de kosten van de beperking van hernieuwbare energiebronnen op basis van voorspelde waarde, en de afweging van PCIkosten. Bovendien onderbouwt de herziene ARegV de methodologieën die kunnen worden toegepast voor het meten van de individuele efficiëntie van de vier Duitse TNB's, waarbij alleen een internationale benchmark of een relatieve referentienetanalyse voor dit doel wordt toegestaan.

Per 31 december 2019 had 50Hertz de goedkeuring verkregen voor 68 van de 86 aanvragen voor actieve investeringsmaatregelen die sinds 2008 zijn ingediend. Per 31 december 2018 hadden 34 aanvragen het einde van hun termijn bereikt.

Op basis van de totale aangevraagde investeringsmaatregelen van ongeveer € 10,9 miljard bedroegen de goedgekeurde investeringsmaatregelen op dezelfde datum € 8,6 miljard.

TARIEVEN

De nettoegangstarieven werden berekend op basis van de betreffende inkomstenlimieten en werden op 11 december 2019 gepubliceerd voor het jaar 2020. Ze zijn gemiddeld 7% gestegen ten opzichte van 2019. Een belangrijke drijfveer voor een tariefwijziging was het vervangen van offshore kosten door een nieuwe offshore toeslag (zie onderstaande rubriek). Verder heeft 50Hertz zijn netuitbreidingsprojecten actief en met succes voortgezet; de ingebruikname van nieuwe lijnen heeft het mogelijk gemaakt om de kosten voor redispatching en inperking van hernieuwbare energiebronnen te verlagen en zo de aanhoudend hoge kosten van de netuitbreiding te compenseren en een tariefverlaging mogelijk te maken.

De laatste jaren hebben de nettoegangstarieven van de vier Duitse TNB's zich verschillend ontwikkeld. Dat was hoofdzakelijk het gevolg van de verschillende volumes hernieuwbare energie die in de controlezones zijn geïnstalleerd, wat leidde tot aanzienlijk hogere tarieven in die controlezones met hogere niveaus van hernieuwbare energie. In juli 2017 ging de Wet inzake modernisering van nettarieven ("Netzentgeltmodernisierungsgesetz" – NEMoG) van kracht. De NEMoG voorziet vanaf 2019 de stapsgewijze harmonisatie van de tarieven voor nettoegang van de vier Duitse TNB's die zal leiden tot uniforme transmissietarieven in 2023. Bovendien schaft de NEMoG zogenaamde vermeden nettarieven (vNNE) voor vluchtige opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen af en creëert ze een nieuwe regeling voor offshorenetwerkaansluitingen, waardoor de daarmee gepaard gaande kosten vanaf 2019 worden verlegd van de tarieven naar een toeslag.

KPMG Bedrijfsrevisoren CVBA Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BV

Luchthaven Brussel Nationaal 1K De Kleetlaan 2 1930 Zaventem 1831 Diegem Belgium Belgium

Verslag van het College van commissarissen aan de algemene vergadering van Elia Group NV over de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2019

In het kader van de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van Elia Group NV (de "Vennootschap") en zijn dochterondernemingen (samen de "Groep"), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening voor het boekjaar afgesloten op 31 december 2019, alsook het verslag betreffende de overige door wet-, regelgeving en normen gestelde eisen. Deze verslagen zijn één en ondeelbaar.

Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van het College van commissarissen door de algemene vergadering van 16 mei 2017, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2019. De wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep werd uitgevoerd gedurende 19 opeenvolgende boekjaren voor KPMG Bedrijfsrevisoren CVBA en 18 opeenvolgende boekjaren voor EY Bedrijfsrevisoren BV.

Verslag over de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Oordeel zonder voorbehoud

Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de geconsolideerde jaarrekening van de Groep over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019 opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. Deze geconsolideerde jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2019, alsook de geconsolideerde winst- en verliesrekening, het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten, het geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht over het boekjaar afgesloten op die datum evenals de toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening bestaande uit een overzicht van de belangrijkste gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige informatieverschaffing. Het totaal van de geconsolideerde balans bedraagt EUR 13.893,4 miljoen en de geconsolideerde winst- en verliesrekening sluit af met een winst van het boekjaar van EUR 309,1 miljoen. Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de internationale controlestandaarden (ISA's). Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte "Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Benadrukking van een bepaalde aangelegenheid gebeurtenissen na balansdatum - Covid-19 Wij vestigen de aandacht op toelichting 8.4 in de geconsolideerde jaarrekening waarin de mogelijke

Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud

een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Groep op 31 december 2019, alsook van zijn geconsolideerde resultaten en van zijn geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. effecten van de Covid-19 crisis op de activiteiten en de financiële situatie van de Groep worden beschreven. Ons oordeel is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid. Kernpunten van de controle Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de

9.3. Regelgevend kader voor NemoLink Interconnector

De belangrijkste kenmerken van het regelgevend kader van NemoLink Ltd kunnen als volgt worden samengevat:

  • Vanaf de datum van ingebruikname zal een specifiek regelgevend kader van toepassing zijn op de Nemo Link interconnector. Het kader maakt deel uit van de nieuwe tariefmethodologie die op 18 december 2014 door de CREG werd uitgegeven. Het boven - en ondergrensregime is een op inkomsten gebaseerd regime met een looptijd van 25 jaar. De nationale regulatoren in het VK en België (respectievelijk de OFGEM en de CREG) zullen de niveaus van de boven - en ondergrens ex -ante bepalen en deze zullen grotendeels vastliggen voor de duur van het regime. Bijgevolg zullen investeerders zekerheid hebben over het regelgevend kader tijdens de levensduur van de interconnector.
  • Vanaf de operationele fase, gaat het boven - en ondergrensregime van start. Om de vijf jaar beoordelen de regulatoren de opbrengsten van de cumulatieve interconnector (na aftrek van eventuele marktgerelateerde kosten) over de periode in vergelijking met de cumulatieve boven - en ondergrenzen om te bepalen of de boven - of ondergrens in werking treedt. Alle opbrengsten boven de bovengrens worden teruggegeven aan de TNB in het VK (National Electricity Transmission System Operator of 'NETSO') en aan de TNB in België op een 50/50 -basis. De TNB's zouden dan de netlasten voor netgebruikers in hun respectieve landen verlagen. Als de opbrengsten onder de ondergrens uitkomen, dan worden de eigenaars van de interconnector gecompenseerd door de TNB's. De TNB's zullen op hun beurt de kosten terugverdienen door middel van netlasten. National Grid vervult de rol van NETSO in het VK en de Emittent, de Belgische TNB in België.
  • Elke periode van vijf jaar wordt afzonderlijk bekeken. Aanpassingen van de boven - en ondergrens in één periode zullen geen invloed hebben op de aanpassingen voor toekomstige perioden, en de totale opbrengsten van één periode zullen in toekomstige perioden niet in aanmerking worden genomen.
  • De elementaire kenmerken van de tariefmethodologie is als volgt:
Duur van het regime 25 jaar
Boven
- en ondergrenzen
De niveaus worden vastgelegd bij de aanvang van het regime en blijven
in reële termen vastgesteld voor een periode van 25 jaar vanaf de start
van de regeling. Op basis van de toepassing van mechanistische
parameters op kostenefficiëntie: er zal een benchmark voor de kosten
voor het leveren van de ondergrens worden toegepast en een
benchmark voor het rendement op eigen vermogen om de bovengrens
te leveren.
Beoordelingsperiode (beoordelen of de
opbrengsten van de interconnector boven of
onder de bovengrens/ondergrens liggen)
Om de vijf jaar met tussentijdse aanpassingen indien vereist en
gerechtvaardigd door de beheerder. Met tussentijdse aanpassingen
kunnen beheerders hun opbrengsten tijdens de beoordelingsperiode
terugverdienen als de opbrengsten onder de ondergrens (of boven de
bovengrens) liggen, maar aan het einde van de vijfjaarlijkse
beoordelingsperiode nog steeds moeten worden opgewaardeerd.
Mechanisme Als de opbrengsten tussen de bovengrens en de ondergrens liggen,
wordt geen aanpassing gedaan. Opbrengsten boven de bovengrens
worden teruggegeven aan eindklanten en elk verlies van opbrengsten
onder de ondergrens vereist betaling van netgebruikers (via netlasten).

De boven - en ondergrenzen voor Nemo Link zullen worden vastgelegd wanneer de uiteindelijke projectkosten bekend zijn en zullen dan voor de hele duur van het regime worden vastgelegd.

VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2020 over de Jaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019 (vervolg)

geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld in de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover, en wij verschaffen geen afzonderlijk oordeel over deze aangelegenheden

Berekening van het netto resultaat

Beschrijving

Zoals beschreven in toelichtingen 3.3.17. 'Gereguleerde overlopende rekeningen', 6.20 'Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten', 9.1.4 'Tariefbepaling' en 9.2.3 'Tarieven in Duitsland' van de geconsolideerde jaarrekening, wordt het netto resultaat van het Belgische en het Duitse segment bepaald door toepassing van berekeningsmethodes zoals opgelegd door de Belgische regulator, de Commissie voor de Regulering van de Electriciteit en het Gas (de "CREG") en de Duitse regulator, de Bundesnetzagentur (the "BNetzA") (samen de "Tariefmechanismes").

Deze tariefmechanismes zijn gebaseerd op berekeningsmethodes die complex zijn en die het gebruik vereisen van parameters (gemiddelde interest op overheidsobligaties, de Beta van Elia's aandeel, rendement op eigen vermogen, …), boekhoudgegevens van de gereguleerde activiteiten (het gereguleerd actief ('RAB'), het gereguleerd eigen vermogen, investeringen en verkregen subsidies) en externe operationele gegevens (zoals import capaciteit per uur, consumenten- en producenten-overschotten).

Beide tariefmechanismes maken een onderscheid tussen kosten en opbrengsten op basis van de controle dat de Groep heeft over deze kosten en opbrengsten in elk van de segmenten. De afwijkingen in gereguleerde kosten en opbrengsten gekwalificeerd als niet-beheersbare elementen worden volledig geïncorporeerd in toekomstige tarieven. De elementen gekwalificeerd als beheersbaar zijn deze waarover de Groep controle heeft, en waarbij afwijkingen (gedeeltelijk) ten laste of ten bate komt van de aandeelhouders.

Daarom zijn de berekeningsmethodes van het netto resultaat van de Groep complex en behoeven ze inschattingen van het management, meer bepaald met betrekking tot het gebruik van correcte boekhoudgegevens, operationele data en parameters zoals opgelegd door de regulators. Het gebruik van foutieve boekhoudkundige, operationele data en afwijkingen in assumpties kunnen een significante impact hebben op het netto resultaat van de Groep.

Uitgevoerde procedures

Onze controleprocedures omvatten onder andere het volgende:

  • Evaluatie van de opzet en het testen van de werking van de voornaamste interne controles met betrekking tot de berekening van het netto resultaat, met inbegrip van de controles met betrekking tot (i) de volledigheid en accuraatheid van de gebruikte data in de berekeningen en (ii) beoordelingscontroles van het management ;
  • Evaluatie van de adequate en consistente classificatie van opbrengsten en kosten volgens de aard (beheersbaar en niet-beheersbaar) zoals beschreven in de tariefmechanismes;
  • Het uitvoeren van onafhankelijke herberekeningen van de netto resultaten van de segmenten op basis van onderliggende interne documentatie en extern beschikbare informatie, en rekening houdend met de formules zoals beschreven in de tariefmechanismes;
  • Het lezen en evalueren van de boekhoudkundige effecten van communicaties en beslissingen genomen door de CREG en de BNetzA;
  • Evaluatie van de toereikendheid van de toelichtingen 3.3.17, 6.20, 9.1.4 en 9.2.3 van de geconsolideerde jaarrekening.

Investeringen in materiële vaste activa

Beschrijving

Als gevolg van de huidige evolutie in de elektriciteitssector naar de productie van groene energie, zijn er zeer significante lopende investeringsprojecten om deze nieuwe productiesites aan te sluiten op het transmissienetwerk van Elia Group NV.

De tijdige afwerking en vooruitgang volgens plan van deze projecten is één van de belangrijke prestatieindicatoren van het management zoals bepaald door de Raad van Bestuur. De vooruitgang van de netwerkprojecten, het onderhoud en de uitbreiding van het netwerk, is eveneens een belangrijke prestatieindicator voor investeerders omdat dit een belangrijke factor is die het rendement op hun investering beïnvloedt. Deze projecten zijn eveneens een kwalitatieve en kwantitatieve maatstaf voor de regulatoren. Dit wordt verder besproken in toelichting 6.1 'materiële vaste activa' en toelichting 4 'Rapportering per segment' van de geconsolideerde jaarrekening.

Deze activa worden gepresenteerd als materiële vaste activa, met een totaal bedrag aan investeringen voor 2019 van € 1.286,3 miljoen en een netto boekwaarde van € 9.445,6 miljoen op 31 december 2019 of 68,0% van de totale activa van de Groep.

Elia Group NV's waarderingsregels beschrijven dat alle uitgaven met betrekking tot onderhoud beschouwd worden als operationele kosten en alle nieuwe projecten of vervangingsinvesteringen beschouwd worden als investeringen in materiële vaste activa. Aangezien

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2020 over de Jaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019 (vervolg)

netwerkprojecten zowel onderhoud als investeringen kunnen bevatten, vereist de presentatie van deze uitgaven als zijnde materiële vaste activa of operationele kosten inschattingen van het management. Ten gevolge van deze inschattingen, het belang van de materiële vaste activa op de totale activa, en het belang voor de gebruikers van de jaarrekening alsook het belang dat wordt gegeven aan de opvolging en de vooruitgang van deze projecten in de persberichten en investeerderspresentaties, wordt deze aangelegenheid beschouwd als een kernpunt van onze controle.

Uitgevoerde procedures

Onze controleprocedures omvatten onder andere het volgende:

;

  • Evaluatie van de opzet en het testen van de werking van de voornaamste interne controles, inclusief beoordelingscontroles van het management, met betrekking tot (i) de gepaste goedkeuring van de investering, (ii) de overeenstemming met de voorwaarden voor activering met de waarderingsregels, (iii) de correcte presentatie van uitgaven als investeringen of als operationele kosten
  • Evaluatie van de relevante IT applicatiecontroles met de steun van onze interne IT specialisten;
  • Uitvoeren van substantieve analytische procedures op investeringen en diensten en diverse goederen door vergelijking van de cijfers van huidig boekjaar met de gebudgetteerde cijfers zoals goedgekeurd door de regulator op het niveau van activaklassen en projecten;
  • Testen van een steekproef van investeringen in materiële vaste activa, met inbegrip van de activa in aanbouw, evalueren of de uitgaven voldoen aan de voorwaarden voor activering onder IFRS zoals aanvaard door de Europese Unie en aan de waarderingsregels van de Groep voor activering als materiële vaste activa en of de investeringen aan de correcte projecten werden toegewezen, met inbegrip van de evaluatie van de inschatting van het management in geval een project zowel betrekking heeft op onderhoud als op investeringen;
  • Evaluatie van de toereikendheid van de toelichtingen 4 en 6.1 van de geconsolideerde jaarrekening.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals goedgekeurd door de Europese Unie en met de in België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook voor de interne beheersing die het

bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.

Bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Groep te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de geconsolideerde jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA's is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat. Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze geconsolideerde jaarrekening, beïnvloeden.

Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA's, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico's dat de geconsolideerde jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico's inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2020 over de Jaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019 (vervolg)

controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep;

  • het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
  • het concluderen dat de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controle-informatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Groep om zijn continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de geconsolideerde jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Groep zijn continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de geconsolideerde jaarrekening, en van de vraag of de geconsolideerde jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen

weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld;

het verkrijgen van voldoende en geschikte controleinformatie met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsactiviteiten binnen de Groep gericht op het tot uitdrukking brengen van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de groepscontrole. Wij blijven ongedeeld verantwoordelijk voor ons oordeel.

Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.

Wij verschaffen aan het auditcomité tevens een verklaring dat wij de relevante deontologische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd, en wij communiceren met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en, waar van toepassing, over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Uit de aangelegenheden die aan het auditcomité zijn gecommuniceerd bepalen wij die zaken die het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige verslagperiode, en die derhalve de kernpunten van onze controle uitmaken. Wij beschrijven deze aangelegenheden in ons verslag, tenzij het openbaar maken van deze aangelegenheden is verboden door wetof regelgeving.

Verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving en normen gestelde eisen

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.

Verantwoordelijkheden van het College van commissarissen

In het kader van ons mandaat en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA's), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, te verifiëren, alsook verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.

Aspecten betreffende het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en andere informatie opgenomen in het jaarrapport

Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening overeenstemt met de geconsolideerde jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is dit jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgesteld overeenkomstig het artikel 3:32 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (vroeger artikel 119 van het Wetboek van Vennootschappen).

In de context van onze controle van de geconsolideerde jaarrekening zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag over de

Verslag van het College van commissarissen van 14 april 2020 over de geconsolideerde jaarrekening van Elia Group NV over het boekjaar afgesloten op 31 december 2019 (vervolg)

geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport, zijnde:

  • Kerncijfers 2019 (pg 152) opgenomen in het Activiteitenverslag; en
  • Bespreking en analyse door het management van de resultaten voor 2019 (pg 153-164) opgenomen in het Activiteitenverslag

een afwijking van materieel belang bevatten, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, hebben wij geen afwijking van materieel belang te melden. Verder drukken wij geen enkele mate van zekerheid uit over het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening en de andere informatie opgenomen in het jaarrapport.

De niet-financiële informatie zoals vereist op grond van artikel 3:32 §2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, werd opgenomen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening in het hoofdstuk Duurzaamheidsverslag. De Vennootschap heeft zich bij het opstellen van deze niet-financiële informatie gebaseerd op het internationaal erkende referentiemodel Global Reporting Initiative Standards ("GRI"). Overeenkomstig 3:80 §1, eerste lid, 5° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreken wij ons evenwel niet uit over de vraag of deze niet-financiële informatie is opgesteld in overeenstemming met de vermelde GRI.

Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid

Onze bedrijfsrevisorenkantoren en onze netwerken hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening verricht, en onze bedrijfsrevisorenkantoren zijn in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Groep.

De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening.

Andere vermeldingen

Huidig verslag is consistent met onze aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van de verordening (EU) nr. 537/2014.

Brussel, 14 april 2020

Het College van commissarissen

EY Bedrijfsrevisoren BV Commissaris vertegenwoordigd door

Patrick Rottiers Vennoot* * Handelend in naam van een BV

KPMG Bedrijfsrevisoren CVBA Commissaris vertegenwoordigd door

Alexis Palm

Vennoot Alexis Palm (Authentication)

Digitally signed by Alexis Palm (Authentication) Date: 2020.04.14 13:58:53 +02'00'

INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE MOEDERVENNOOTSCHAP

Uittreksels uit de statutaire jaarrekening van Elia Group nv, opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudkundige normen, worden hierna in verkorte vorm weergegeven.

Overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving zullen de volledige jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Deze documenten zullen ook worden gepubliceerd op de website van Elia zijn op aanvraag verkrijgbaar bij Elia Group nv, Keizerslaan 20, 1000 Brussel, België. Het college van commissarissen heeft een opinie zonder voorbehoud gepubliceerd.

Balans na winstverdeling

ACTIVA (in miljoen EUR)
VASTE ACTIVA
Financiële vaste activa
Verbonden ondernemingen
Deelnemingen
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverho
Deelnemingen
Andere financiële vast activa
VLOTTENDE ACTIVA
Vorderingen op meer dan één jaar
Handelsvorderingen
Overige vorderingen
Voorraden en bestellingen in uitvoering
Bestellingen in uitvoering
Vorderingen op ten hoogste één jaar
Handelsvorderingen
Overige vorderingen
Geldbeleggingen
Overige geldbeleggingen
Liquide middelen
Overlopende rekeningen
TOTAAL DER ACTIVA
PASSIVA (in miljoen EUR)
EIGEN VERMOGEN
Kapitaal
Geplaatst kapitaal
Uitgiftepremies
Reserves
Wettelijke reserve
Belastingvrije reserve
Overgedragen winst
VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGE
Voorzieningen voor risico's en kosten
Overige risico's en kosten
SCHULDEN
Schulden op meer dan één jaar
Financiële schulden
Achtergestelde obligatieleningen
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Kredietinstellingen
rige leningen
delsschulden
veranciers
ntvangen vooruitbetalingen op bestellingen
ilden met hatrakking tot helastingen hezolo

-

ACTIVA (in miljoen EUR) 2019 2018
VASTE ACTIVA 3.312,5 4.690,3
Financiële vaste activa 3.312,5 4.690,3
Verbonden ondernemingen 3.312,5 4.560,9
Deelnemingen 3.312,5 4.560,9
Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 0,0 129,4
Deelnemingen 0,0 129,2
Andere financiële vast activa 0,0 0,2
VLOTTENDE ACTIVA 161,4 2.397,2
Vorderingen op meer dan één jaar 0,0 174,9
Handelsvorderingen 0,0 0,0
Overige vorderingen 0,0 174,9
Voorraden en bestellingen in uitvoering 2,5 6,9
Bestellingen in uitvoering 2,5 6,9
Vorderingen op ten hoogste één jaar 45,3 2.052,0
Handelsvorderingen 3,2 221,4
Overige vorderingen 42,1 1.830,6
Geldbeleggingen 0,0 0,0
Overige geldbeleggingen 0,0 0,0
Liquide middelen 108,7 143,1
Overlopende rekeningen 4,9 20,4
TOTAAL DER ACTIVA 3.473,9 7.087,5
PASSIVA (in miljoen EUR) 2019 2018
EIGEN VERMOGEN 2.310,9 1.868,3
Kapitaal 1.712,3 1.521,8
Geplaatst kapitaal 1.712,3 1.521,8
Uitgiftepremies 259,1 14,3
Reserves 175,4 175,4
Wettelijke reserve 173,0 173,0
Belastingvrije reserve 2,4 2,4
Overgedragen winst 164,0 156,7
VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGEN 0,0 0,4
Voorzieningen voor risico's en kosten 0,0 0,4
Overige risico's en kosten 0,0 0,4
SCHULDEN 1.163,0 5.218,8
Schulden op meer dan één jaar 998,3 3.648,1
Financiële schulden 998,3 3.648,1
Achtergestelde obligatieleningen 699,9 699,9
Niet-achtergestelde obligatieleningen
Kredietinstellingen
298,4
0,0
2.142,3
310,0
Overige leningen 0,0 495,8
Schulden op ten hoogste één jaar 161,9 875,1
Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen 0,0 500,0
Financiële schulden 0,0 50,0
Kredietinstellingen 0,0 50,0
Overige leningen 0,0 8,3
Handelsschulden 2,2 252,3
Leveranciers 2,2 242,9
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 3,5 9,4
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1,2 9,2
Belastingen 0,5 0,6
Bezoldigingen en sociale lasten 0,6 8,6
Overige schulden 155,0 156,7
Overlopende rekeningen 2,8 594,3
TOTAAL DER PASSIVA 3.473,9 7.087,5

Resultatenrekening

(in miljoen EUR) 201
9
201
8
BEDRIJFSOPBRENGSTEN 751,5 922
,
7
Omzet 743,3 908
,
0
Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de
bestellingen in uitvoering: toename/(afname)
(1,4) 2
,
0
Andere bedrijfsopbrengsten 9,6 12
,
7
BEDRIJFSKOSTEN (646,9
)
(840
,0)
Diensten en diverse goederen (608,7
)
(798
,7)
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (36,0
)
(41
,2)
Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en
handelsvorderingen: toevoegingen/(terugnemingen)
(2,1
)
(0
,1)
Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen/(bestedingen en terugnemingen) 0
,
0
0
,
0
Andere bedrijfskosten (0
,0)
(0
,0)
BEDRIJFSWINST 104,6 82
,
7
Financiële opbrengsten 118,6 221
,
9
Opbrengsten uit financiële vaste activa 111,7 212
,
3
Opbrengsten uit vlottende activa 6,6 9
,
6
Niet
-recurrente financiële opbrengsten
0
,
0
0
,
0
Financiële kosten (97,8
)
(102
,5)
Kosten van schulden (97,2
)
(93
,8)
Andere financiële lasten (0,6
)
(8
,7)
Niet
-recurrente financiële kosten
0
,
0
0
,
0
WINST VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING 125,4 202
,
2
Belastingen op het resultaat (2,2
)
(0
,6)
Belastingen (2,2
)
(0
,6)
WINST VAN HET BOEKJAAR 123,3 201
,
6
Overboeking naar de belastingvrije reserves (0,0
)
(0
,7)
TE BESTEMMEN WINST VAN HET BOEKJAAR 123,3 200
,
9

Financiële termen of alternatieve prestatiemaatstaven

Het jaarverslag bevat bepaalde financiële prestatiemaatstaven, die niet zijn gedefinieerd door IFRS, maar die door het management worden gebruikt om de financiële en operationele prestaties van de Groep te beoordelen. De belangrijkste alternatieve prestatiemaatstaven die door de Groep worden gebruikt, worden in dit document toegelicht en/of afgestemd op onze IFRS -standaarden (geconsolideerde jaarrekening).

De volgende alternatieve prestatiemaatstaven die in het jaarverslag worden gebruikt, worden in deze bijlage toegelicht:

  • Adjusted elementen
  • Adjusted EBIT
  • Adjusted netto winst
  • Capex (Capital Expenditure)
  • EBIT
  • EBITDA
  • EBITDA / bruto rente
  • Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap
  • Financiële hefboomwerking
  • Vrije kasstroom
  • Nettoschuld / EBITDA
  • Nettofinancieringslasten
  • Netto financiële schuld
  • Gereguleerd actief (Regulated Asset Base RAB)
  • Rendement op eigen vermogen (adj.) (%)
  • Aandelenkapitaal en reserves per aandeel

Adjusted elementen

Adjusted elementen zijn de posten die door het management worden geacht geen betrekking te hebben op posten in de gewone bedrijfsuitoefening van de Groep. Ze worden afzonderlijk gepresenteerd omdat ze belangrijk zijn voor het begrip van de gebruikers van de geconsolideerde jaarrekening van de prestaties van de Groep, en dit in vergelijking met de rendementen die zijn gedefinieerd in de regelgevende kaders die van toepassing zijn op de Groep en haar dochterondernemingen. Adjusted elementen hebben betrekking op:

• Opbrengsten en kosten die voortvloeien uit één enkele materiële transactie die geen verband houdt met de huidige bedrijfscombinaties onder gezamelijke

  • bedrijfsactiviteiten (bijv. wijziging in de zeggenschap in een dochteronderneming);
  • Wijzigingen in de waardering van voorwaardelijke overwegingen in het kader van controle ;
  • gereguleerde activiteiten van Elia in België te isoleren en af te schermen van de niet gereguleerde activiteiten buiten België)
  • Regelgeving in verband met de voorgaande regelgevende periode in Duitsland.

• Herstructureringskosten in verband met de Bedrijfsreorganisatie van de Groep (d.w.z reorganisatieproject om de -gereguleerde activiteiten en

Vóór 2019 omvatten de adjusted elementen het effect van de offshore ingebruikname en de energiebonus op het niveau van 50Hertz. Dat wordt in 2019 niet langer afzonderlijk gepresenteerd als een adjusted element, maar rechtstreeks opgenomen in de adjusted EBIT.

Adjusted EBIT

Adjusted EBIT wordt gedefinieerd als de EBIT exclusief de adjusted elementen. EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = Adjusted resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt om de operationele prestaties van de Groep door de jaren heen te vergelijken. De adjusted EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode – netto en vermeerderd of verminderd met de adjusted elementen.

Adjusted netto winst

Adjusted netto winst wordt gedefinieerd als netto winst exclusief de adjusted elements. De adjusted netto winst wordt gebruikt om prestaties van de Group doorheen de jaren te vergelijken.

CAPEX (Capital Expenditure)

CAPEX (Capital Expenditure) = Aankoop (materiële en immateriële activa) min de opbrengst van de verkoop van dergelijke items. Investeringsuitgaven, of CAPEX, zijn investeringen die door de Groep worden gerealiseerd voor de aankoop, de upgrade en het onderhoud van fysieke activa (zoals materiële vaste activa, gebouwen, industriële installaties, technologie of apparatuur) en immateriële activa. CAPEX is een belangrijke maatstaf voor de Groep omdat het een impact heeft op de Regulated Asset Base (RAB) die als basis dient voor de gereguleerde vergoeding.

EBIT

EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten, dat wordt gebruikt voor de operationele prestaties van de Groep. De EBIT wordt berekend als de totale opbrengsten verminderd met de kosten van grondstoffen, hulpstoffen en goederen voor de wederverkoop, diensten en andere goederen, personeelskosten en pensioenen, afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere

waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen en andere bedrijfskosten en vermeerderd met het aandeel van de investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

EBITDA

EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisations) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten plus afschrijvingen, waardeverminderingen en bijzondere waardeverminderingen plus veranderingen in voorzieningen plus aandeel in de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode. EBITDA wordt gebruikt als maatstaf voor de operationele prestaties van de Groep, waarbij het effect van afschrijvingen, waardeverminderingen en wijzigingen in voorzieningen van de Groep wordt geëxtrapoleerd. De EBITDA is exclusief de kosten van kapitaalinvesteringen zoals materiële vaste activa.

EBITDA / Bruto rente

EBITDA / Bruto rente = EBITDA (zie definitie hierboven) gedeeld door de rentelasten voor belastingen. De EBITDA-rentedekkingsratio drukt uit in hoeverre de operationele prestaties het mogelijk maken om de jaarlijkse rentelasten te betalen.

Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de vennootschap

Eigen vermogen toe te rekenen aan gewone aandeelhouders en houders van hybride effecten, maar exclusief minderheidsbelangen.

Financiële hefboomwerking

Financiële hefboomwerking (D/E) = netto financiële schuld gedeeld door eigen vermogen (waarbij beide maatstaven minderheidsbelangen en hybride instrumenten omvatten). De financiële hefboomwerking geeft een indicatie van de mate waarin de Groep financiële schulden gebruikt voor de financiering van haar activiteiten in verhouding tot de financiering met eigen vermogen. Het wordt dus door de investeerders beschouwd als een indicator van de solvabiliteit.

Vrije kasstroom

Vrije kasstroom = Kasstromen uit operationele activiteiten min kasstromen uit investeringsactiviteiten. De vrije kasstroom geeft een indicatie van de door de Groep gegenereerde kasstromen.

Nettoschuld / EBITDA

Nettoschuld / EBITDA = Netto financiële schuld gedeeld door EBITDA (zie bovenstaande definitie). De ratio nettoschuld / EBITDA geeft een indicatie van het aantal jaren dat de Groep nodig heeft om zijn rentedragende schuld terug te betalen, na aftrek van de liquide middelen op basis van zijn operationele prestaties.

Nettofinancieringslasten

Vertegenwoordigt het netto financieel resultaat (financieringskosten minus financieringsbaten) van de onderneming.

Netto financiële schuld

Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende rentedragende leningen (incl. leaseverplichting onder IFRS 16) min geldmiddelen en kasequivalenten. De netto financiële schuld is een indicator van het bedrag aan rentedragende schulden van de Groep dat zou overblijven als er direct beschikbare geldmiddelen of kasinstrumenten zouden worden gebruikt om bestaande schulden af te lossen.

Gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB

Gereguleerd actief (RAB) is een reguleringsconcept en een belangrijke drijfveer om het rendement op het geïnvesteerde kapitaal in de TNB via regelgevende kaders te bepalen. Het RAB wordt als volgt bepaald: RABi (initiële RAB bepaald door de toezichthouder op een bepaald moment) en evolueert met nieuwe investeringen, afschrijvingen, desinvesteringen en veranderingen in het werkkapitaal op jaarbasis, gebruik makend van lokale boekhoudwetgeving die van toepassing zijn in de regelgevende kaders. In België werd een bepaald bedrag aan herwaarderingsmeerwaare (i.e. goodwill) in rekening genomen, die elk jaar evolueert in functie van uitboekingen en/of afschrijvingen.

Rendement op eigen vermogen (adj.) (%)

Rendement op eigen vermogen (RoE adj.) = Nettowinst toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders gedeeld door het eigen vermogen toe te rekenen aan de gewone aandeelhouders. Het rendement op eigen vermogen wordt aangepast om de boekhoudkundige impact van hybride effecten in IFRS uit te sluiten (d.w.z. het hybride effect uit te sluiten van het eigen vermogen en de rentelasten als onderdeel van het niet-gerealiseerd resultaat te beschouwen). De RoE adj. geeft een indicatie van het vermogen van de Groep om winst te genereren ten opzichte van het geïnvesteerde eigen vermogen.

Aandelenkapitaal en reserves per aandeel

.

Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap - Eigen vermogen toe te rekenen aan eignaars van gewone aandelen als een percentage van het uitstaand aantal aandelen.