AI assistant
Elia Group NV/SA — Annual Report 2018
Apr 12, 2019
3945_rns_2019-04-12_974faefe-4792-49b7-b16c-8a1d29df728f.pdf
Annual Report
Open in viewerOpens in your device viewer
Time to accelerate
Corporate Governance en Financieel Verslag 2018

- Corporate governance verklaring* 2
- - Samenstelling van de organen op 31 december 2018 3
- Risico's en onzekerheden waarmee het bedrijf wordt geconfronteerd 16
- Kenmerken van de systemen voor interne controle en risicobeheer 20
- Geconsolideerde Jaarrekening* 24
- Geconsolideerde Jaarrekening 26
- Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 31
- Verslag van het college van commissarissen over de geconsolideerde jaarrekening 95
| Inhoud | ||
|---|---|---|
| Corporate governance verklaring* | 2 | |
| Board of directors | 2 | |
| Samenstelling van de organen op 31 december 2018 | 3 | |
| Remuneratieverslag | 11 | |
| Risico's en onzekerheden waarmee het bedrijf wordt geconfronteerd |
16 | |
| Kenmerken van de systemen voor interne controle en risicobeheer |
20 | |
| Geconsolideerde Jaarrekening* | 24 | |
| Geconsolideerde Jaarrekening | 26 | |
| Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening | 31 | |
| Verslag van het college van commissarissen over de geconsolideerde jaarrekening |
95 | |
| Informatie met betrekking tot de moedervennootschap | 99 | |
| * Deze hoofdstukken vormen het jaarverslag cf. artikel 119 Wetboek van vennootschappen. | ||
Gereglementeerde informatie, bekendmaking 12 april 2019, na beurstijd.

Inhoud
Claude Grégoire
Cécile Flandre
Dominique Offergeld
Geert Versnick

Philip Heylen
Rudy Provoost
Michel Allé
Luc Hujoel


Luc De Temmerman
Roberte Kesteman
Bernard Gustin

Frank Donck
Jane Murphy

Corporate governance verklaring
Elia voldoet aan specifieke verplichtingen betreffende transparantie,
neutraliteit en niet-discriminatie ten opzichte van al haar stakeholders.
De corporate governance bij Elia steunt op twee pijlers :
- de Corporate Governance Code1 van 2009 die Elia als haar referentiecode heeft aangenomen;
- de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende het beheer van het elektriciteitstransmissienet die van toepassing zijn op Elia als transmissienetbeheerder.
RAAD VAN BESTUUR

SAMENSTELLING VAN DE ORGANEN OP 31 DECEMBER 2018
Raad van bestuur
| VOORZITTER • Bernard Gustin, onafhankelijk bestuurder |
|---|
| VICEVOORZITTERS2 • Claude Grégoire, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T • Geert Versnick, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T |
| BESTUURDERS • Michel Allé, onafhankelijk bestuurder • Luc De Temmerman, onafhankelijk bestuurder • Frank Donck, onafhankelijk bestuurder • Cécile Flandre, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T • Claude Grégoire, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T • Bernard Gustin, onafhankelijk bestuurder • Philip Heylen, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T • Luc Hujoel, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T • Roberte Kesteman, onafhankelijk bestuurder • Jane Murphy, onafhankelijk bestuurder • Dominique Offergeld, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T • Rudy Provoost, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T • Saskia Van Uffelen, onafhankelijk bestuurder • Geert Versnick, bestuurder benoemd op voorstel van Publi-T VERTEGENWOORDIGSTER VAN DE FEDERALE REGERING MET EEN |
| ADVISERENDE STEM • Nele Roobrouck |
Adviserende comités van de raad van bestuur
CORPORATE GOVERNANCE COMITÉ3
- Luc Hujoel, voorzitter
- Luc De Temmerman
- Frank Donck
- Philip Heylen
- Jane Murphy
AUDITCOMITÉ4
- Michel Allé, voorzitter • Frank Donck • Roberte Kesteman • Dominique Offergeld
- Rudy Provoost
VERGOEDINGSCOMITÉ5
• Luc De Temmerman, voorzitter • Philip Heylen • Roberte Kesteman • Dominique Offergeld • Saskia Van Uffelen
STRATEGISCH COMITÉ6
- Rudy Provoost, voorzitter
- Claude Grégoire
- Bernard Gustin
- Luc Hujoel
- Geert Versnick
- Michel Allé, permanent genodigde
College van commissarissen
- KPMG Bedrijfsrevisoren burg. cvba, vertegenwoordigd door Alexis Palm
- Ernst & Young Bedrijfsrevisoren burg. cvba, vertegenwoordigd door Patrick Rottiers
Directiecomité
- Chris Peeters, voorzitter en Chief Executive Officer
- Markus Berger, Chief Infrastructure Officer
- Patrick De Leener, Chief Customers, Market & System Officer
- Frédéric Dunon, Chief Assets Officer
- Pascale Fonck, Chief External Relations Officer
- Peter Michiels, Chief Human Resources & Internal Communication Officer
- Ilse Tant,
- Chief Community Relations Officer
- Catherine Vandenborre, Chief Financial Officer
Algemeen secretaris
• Aude Gaudy
2 Claude Grégoire en Geert Versnick werden als vicevoorzitters benoemd vanaf 22 maart 2018.
3 Saskia Van Uffelen was lid van het corporate governance comité tot 22 maart 2018. Luc De Temmerman werd benoemd als lid van het corporate governance comité vanaf 22 maart 2018.
4 Michel Allé, voorzitter ad interim van het auditcomité, werd benoemd als voorzitter van het auditcomité vanaf 22 maart 2018. Luc De Temmerman en Geert Versnick waren leden van het auditcomité tot 22 maart 2018. Roberte Kesteman en Rudy Provoost werden benoemd als leden van het auditcomité vanaf 22 maart 2018.
5 Claude Grégoire was lid van het vergoedingscomité tot 22 maart 2018. Philip Heylen, Roberte Kesteman en Dominique Offergeld werden benoemd als leden van het vergoedingscomité vanaf 22 maart 2018.
6 Het strategisch comité werd samengesteld door de buitengewone algemene vergadering van 15 maart 2018. 1 De Corporate Governance Code is beschikbaar op de website van de Commissie Corporate Governance (www.corporategovernancecommittee.be). De leden van het strategisch comité werden vanaf die datum benoemd.
Raad van bestuur
De raden van bestuur van Elia System Operator en van Elia Asset zijn elk samengesteld uit 14 leden die geen uitvoerende functie vervullen bij Elia System Operator noch bij Elia Asset.
Dezelfde bestuurders zetelen in de raden van bestuur van beide vennootschappen.
De helft van de bestuurders zijn onafhankelijke bestuurders die voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen, in artikel 2(30) van de wet van 29 april 1999 met betrekking tot de organisatie van de elektriciteitsmarkt en in de statuten. Zij hebben een gunstig eensluidend advies over hun onafhankelijkheid ontvangen van de CREG. De andere helft van de bestuurders zijn niet-onafhankelijke bestuurders, benoemd door de algemene vergadering op voorstel van Publi-T, op grond van de huidige samenstelling van het aandeelhouderschap (zie hiervoor de sectie 'Structuur van het aandeelhouderschap' op pagina 80 van deze verklaring).
Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, worden de raden van bestuur van Elia System Operator en Elia Asset ondersteund door vier comités : het corporate governance comité, het auditcomité, het vergoedingscomité en het strategisch comité, waarvan de samenstelling identiek is voor Elia System Operator en Elia Asset. De raden van bestuur zien erop toe dat deze comités efficiënt werken.
Overeenkomstig de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, bepalen het Wetboek van vennootschappen en de statuten van Elia System Operator en Elia Asset dat de raad van bestuur bestaat uit minstens één derde (1/3) leden van het andere geslacht. Deze regel van één derde (1/3) wordt op evenredige wijze toegepast op de onafhankelijke bestuurders en de niet-onafhankelijke bestuurders.
Bovendien, in overeenstemming met de Corporate Governance Code 2009, het Huishoudelijk Reglement van de raad van bestuur en de Wet van 3 september 2017 betreffende de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote vennootschappen en groepen, is de samenstelling van de raad van bestuur gebaseerd op genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen, evenals op de complementariteit van vaardigheden, ervaringen en kennis.
Bij de zoektocht naar en benoeming van nieuwe bestuurders wordt bijzondere aandacht besteed aan diversiteitsparameters in termen van leeftijd, geslacht en complementariteit.
Wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur
De samenstelling van de raad van bestuur werd in 2018 niet gewijzigd.
Duur, vervaldag van mandaten en procedure van benoeming
De bestuurders van Elia System Operator en van Elia Asset worden (her)benoemd voor een duur van 6 jaar.
De mandaten van alle bestuurders verstrijken na afloop van de gewone algemene vergadering van Elia System Operator en van Elia Asset van 2023 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2022, met uitzondering van de bestuurders die hieronder worden vermeld, voor wie de vervaldatum van het mandaat verschillend is.
De mandaten van Luc De Temmerman, Frank Donck, Luc Hujoel, Saskia Van Uffelen en Geert Versnick als bestuurders van Elia System Operator en van Elia Asset verstrijken na afloop van de gewone algemene vergadering van deze vennootschappen van 2020 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.
Het mandaat van Michel Allé als onafhankelijke bestuurder van Elia System Operator en van Elia Asset verstrijkt na afloop van de gewone algemene vergadering van deze vennootschappen van 2022 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op vrijdag 31 december 2021.
De termijn van zes jaar van het mandaat van de bestuurders, die afwijkt van de termijn van vier jaar die wordt aanbevolen door de Corporate Governance Code, is gerechtvaardigd wegens de specifieke kenmerken en de technische, financiële en juridische complexiteit die eigen zijn aan de taken van de transmissienetbeheerder en die een langere ervaring in deze materie vereisen.
Ter herinnering, er gelden specifieke corporate governance voorschriften voor de benoeming van de onafhankelijke en niet-onafhankelijke bestuurders van de raden van bestuur van Elia System Operator en Elia Asset, alsook voor de samenstelling en werking van hun comités. Deze bepalingen zijn vastgesteld door de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de statuten van deze vennootschappen.
De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt heeft aan het corporate governance comité een belangrijke taak gegeven bij het voorstellen van onafhankelijke kandidaat-bestuurders. Zij worden benoemd op basis van een door het corporate governance comité opgestelde lijst van kandidaten. Het comité onderzoekt het up-to-date curriculum vitae van elke kandidaat en hun verklaring op eer inzake de onafhankelijkheidscriteria vereist door de wettelijke en statutaire bepalingen die op Elia van toepassing zijn. De algemene vergadering benoemt vervolgens de onafhankelijke bestuurders. Deze benoemingen worden voorgelegd aan de CREG, die eensluidend advies moet uitbrengen over de onafhankelijkheid van elke onafhankelijke bestuurder. Er wordt een soortgelijke procedure toegepast in het geval er een mandaat van onafhankelijk bestuurder zou openvallen in de loop van het mandaat en de raad van bestuur één van de door het corporate governance comité voorgestelde kandidaten zou coöpteren.
Het corporate governance comité oefent dus de functies van een benoemingscomité uit voor de benoeming van de onafhankelijke bestuurders. Wat de benoeming van de niet-onafhankelijke bestuurders betreft, is er geen benoemingscomité dat aanbevelingen formuleert aan de raad van bestuur. Deze situatie wijkt dus af van de voorschriften van de Corporate Governance Code. Deze afwijking wordt verantwoord doordat de raad van bestuur in de mate van het mogelijke steeds tracht een consensus te bereiken. Meer nog, geen enkele belangrijke beslissing kan worden genomen zonder een meerderheid te bereiken binnen de groep van onafhankelijke bestuurders en de groep van niet-onafhankelijke bestuurders.
Activiteitenverslag van de raad van bestuur
GRI 102-19, GRI 102-26
De raad van bestuur oefent ten minste de volgende (niet-exhaustief opgesomde) bevoegdheden uit :
• hij bepaalt het algemeen, financieel en dividendbeleid van de vennootschap, alsook de waarden en de strategie van de vennootschap; bij het omzetten van de waarden en strategieën in de voornaamste beleidslijnen houdt de raad van bestuur rekening met de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de onderneming ('corporate social responsibility'), met genderdiversiteit en met diversiteit in het algemeen;
• hij oefent de bevoegdheden uit die hem worden toegekend door of krachtens het Wetboek van vennootschappen, door de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en door de statuten;
• hij stelt alle handelingen die nuttig of noodzakelijk zijn om het maatschappelijk doel te verwezenlijken, met uitzondering van de bevoegdheden die door de wet of door de statuten aan de algemene vergadering zijn voorbehouden;
• hij oefent toezicht uit. In dit kader oefent hij onder meer algemene controle uit op het directiecomité met inachtneming van de wettelijke beperkingen op het vlak van de toegang tot de commerciële en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de netgebruikers en de verwerking ervan, in het kader van dit toezicht waakt hij eveneens over de manier waarop de activiteit van de onderneming gevoerd wordt en zich ontwikkelt om zo na te gaan of de vennootschap correct beheerd wordt. Bovendien monitort en evalueert hij de efficiëntie van de adviserende comités van de raad en de manier waarop de activiteit verloopt.
In 2018 vergaderde de raad van bestuur van Elia System Operator negen keer en de raad van bestuur van Elia Asset acht keer. De raad van bestuur boog zich met name over de strategische dossiers (in het bijzonder het dossier met het oog op het verwerven van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International CVBA, de holdingmaatschappij van de Duitse TNB 50Hertz Transmission GmbH), de financiële en regulatoire situatie van de vennootschap en haar dochterondernemingen en de evolutie van grote investeringsprojecten.
Indien een lid niet aanwezig kan zijn, laat hij zich in het algemeen vertegenwoordigen. Overeenkomstig artikel 19.4 van de statuten van Elia System Operator en artikel 18.4 van de statuten van Elia Asset kan een lid dat belet of afwezig is aan een ander lid van de raad schriftelijk volmacht geven om hem op een bepaalde vergadering van de raad van bestuur te vertegenwoordigen en er in zijn plaats te stemmen. Geen enkele volmachthouder mag echter meer dan twee bestuurders vertegenwoordigen.
Evaluatie
De evaluatieprocedure van de raad van bestuur werd uitgevoerd in overeenstemming met principe 4 van de Corporate Governance Code die de vennootschap heeft aanvaard als haar referentiecode.
Naar aanleiding van de nieuwe methode voor de evaluatie van de werking van de raad van bestuur (met inbegrip van een evaluatie van de globale bijdrage van de bestuurders), die van zijn comités, alsook van de interactie tussen de raad van bestuur en het directiecomité, die goedgekeurd werd op 27 september 2018, wordt deze evaluatie bij Elia uitgevoerd aan de hand van een transparante en periodieke procedure waarbij de bestuurders een evaluatievragenlijst invullen, gevolgd door een individueel gesprek met de voorzitter van de raad van bestuur en de voorzitter van het corporate governance comité. De resultaten worden besproken door de raad van bestuur en desgevallend worden gepaste maatregelen genomen op de punten die kunnen worden verbeterd. Elia heeft eind 2018 een evaluatie van de werking van de raad van bestuur georganiseerd. De resultaten van deze evaluatie zullen begin 2019 besproken worden.
College van commissarissen
De gewone algemene vergadering van Elia System Operator en van Elia Asset heeft op 16 mei 2017 Ernst & Young Bedrijfsrevisoren burg. cvba en KPMG Bedrijfsrevisoren burg. cvba herbenoemd als commissarissen van deze vennootschappen en dit voor een periode van drie jaar. Hun mandaat verstrijkt na afloop van de gewone algemene vergadering van Elia System Operator en van Elia Asset van 2020 met betrekking tot het boekjaar afgesloten op 31 december 2019.
Ernst & Young Bedrijfsrevisoren burg. cvba werd voor de uitoefening van dit mandaat vertegenwoordigd door Patrick Rottiers.
KPMG Bedrijfsrevisoren burg. cvba werd voor de uitoefening van dit mandaat vertegenwoordigd door Alexis Palm.
Diversiteit binnen de raad van bestuur
| Aantal personen in de raad van bestuur van Elia System Operator en van Elia Asset op 31 december 2018 |
Eenheid | 2018 |
|---|---|---|
| Mannen | 35 - 55 jaar | 3 |
| ≥ 55 jaar | 6 | |
| Vrouwen | 35 - 55 jaar | 2 |
| ≥ 55 jaar | 3 |
Belangrijke gebeurtenissen in 2018
Oprichting van een ad hoc raadgevend comité
De raad van bestuur heeft de oprichting goedgekeurd van een ad hoc raadgevend comité in overeenstemming met artikel 522 van het Wetboek van vennootschappen. Het doel van het ad hoc raadgevend comité was de raad van bestuur en het directiecomité bij te staan in het uitoefenen van het voorkooprecht van Elia System Operator om een bijkomende participatie van 20% te verwerven in Eurogrid International CVBA, de holdingmaatschappij van de Duitse TNB 50Hertz Transmission GmbH. Dankzij deze transactie heeft Elia nu 80% van Eurogrid International CVBA in handen.
Het ad hoc raadgevend comité bestond uit Bernard Gustin (voorzitter), Michel Allé, Luc Hujoel, Roberte Kesteman en Geert Versnick.
Statutenwijzigingen naar aanleiding van de vaststelling van de kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel
De buitengewone algemene vergadering van Elia System Operator van 15 mei 2018 heeft het voorstel tot kapitaalverhoging voorbehouden aan het personeel van de vennootschap en van haar Belgische dochtervennootschappen goedgekeurd.
Deze kapitaalverhoging werd in twee delen uitgevoerd, met name in december 2018 en in maart 2019, voor een totaal maximumbedrag van 6 miljoen € (maximaal 5.300.000 € in 2018 en maximaal 700.000 € in 2019), door de uitgifte van nieuwe aandelen van categorie B, met opheffing van het voorkeurrecht van de bestaande aandeelhouders ten gunste van de personeelsleden van de vennootschap en van haar Belgische dochtervennootschappen, in voorkomend geval onder de fractiewaarde van de bestaande aandelen van dezelfde categorie.
De buitengewone algemene vergadering heeft beslist om voor de kapitaalverhoging van 2018 de uitgifteprijs vast te stellen op een bedrag gelijk aan het gemiddelde van de slotkoersen van de laatste dertig kalenderdagen voorafgaand aan 25 oktober 2018, verminderd met 16,66 %.
De kapitaalverhoging 2018 werd verwezenlijkt ten belope van een totaal bedrag (inclusief uitgiftepremie) van 5.295.971,16 €. Er werden 114.039 aandelen van categorie B van Elia System Operator uitgegeven.
Als gevolg van de kapitaalverhoging 2018 werden de artikelen 4.1 en 4.2 van de statuten van Elia System Operator met betrekking tot het maatschappelijk kapitaal en het aantal aandelen op 20 december 2018 gewijzigd.
De recentste versie van de statuten van Elia System Operator is integraal beschikbaar op de website van de vennootschap (www.elia.be, onder 'Elia', 'Corporate Governance', 'Documenten').
Oprichting van een strategisch comité
De buitengewone algemene vergadering van Elia System Operator en Elia Asset van 15 mei 2018 heeft het voorstel met betrekking tot het oprichten van een strategisch comité goedgekeurd.
Het strategisch comité heeft een raadgevende rol en heeft als taak het formuleren van aanbevelingen op het vlak van de strategie aan de raad van bestuur.
Het comité heeft aldus de volgende taken :
• het identificeren en onderzoeken van de marktevoluties en contextuele factoren die op middellange en lange termijn een invloed kunnen uitoefenen op de strategische koers van Elia Groep en op de daaraan verbonden strategische keuzes en prioriteiten;
-het voorbereiden en onderhouden van de dialoog over de belangrijkste onderwerpen en de daaraan verbonden opties en scenario's die relevant zijn voor de strategie van Elia Groep op middellange en lange termijn;
• het ontwikkelen en indienen van voorstellen betreffende de essentiële strategische keuzes en prioriteiten die bepalend zijn voor Elia Groep in de toekomst op middellange en lange termijn.
De leden van het strategisch comité ontvangen geen vergoeding, behalve de voorzitter, die vergoed wordt op dezelfde manier als de voorzitters van de andere raadgevende comités van de raad van bestuur.
Als gevolg van de oprichting van het strategisch comité werd een nieuw artikel 16bis toegevoegd aan de statuten van Elia System Operator.
De recentste versie van de statuten van Elia System Operator is integraal beschikbaar op de website van het bedrijf (www.elia.be, onder 'Elia', 'Corporate Governance', 'Documenten').
Andere opvallende gebeurtenissen
Raadpleeg pagina's 20 tot 25 van het Elia groep Activiteitenverslag 2018 voor andere opvallende gebeurtenissen in 2018.
Vergoedingscomité
Naast zijn gebruikelijke bevoegdheden ter ondersteuning van de raad van bestuur heeft het vergoedingscomité krachtens artikel 526quater van het Wetboek van vennootschappen, de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de statuten eveneens de taak om aan de raad van bestuur aanbevelingen te formuleren over het remuneratiebeleid en de individuele remuneratie van de leden van het directiecomité en de bestuurders. Daarnaast stelt het vergoedingscomité een remuneratieverslag op dat door het comité wordt toegelicht op de gewone algemene vergadering.
Het vergoedingscomité van Elia System Operator is zes keer bijeengekomen in 20187 . Het vergoedingscomité van Elia Asset is vijf keer bijeengekomen in 2018.
Eenmaal per jaar evalueert de vennootschap haar kaderpersoneel in overeenstemming met haar performancemanagementbeleid. Dit beleid is ook van toepassing op de leden van het directiecomité. Op deze manier evalueert het vergoedingscomité de leden van het directiecomité op basis van een aantal kwantitatieve en kwalitatieve collectieve en individuele doelstellingen, eveneens rekening houdend met de feedback van de interne en externe stakeholders.
Het dient aangestipt dat het variabele gedeelte van de vergoedingen van het directiecomité werd aangepast om rekening te houden met de invoering van de meerjarentarieven. Het gevolg hiervan is dat het remuneratiebeleid voor de leden van het directiecomité sinds 2008 onder andere een jaarlijkse variabele vergoeding en een deelneming op lange termijn omvat, gespreid over de duur van de meerjarige regelgeving. De jaarlijkse variabele vergoeding in verband met de strategie van Elia Groep bestaat uit twee delen : de realisatie van kwantitatieve collectieve doelstellingen en de persoonlijke prestaties, waaronder de voortgang in collectieve infrastructuurprojecten, veiligheid en AIT ('Average Interruption Time' gemiddelde tijd van onderbreking van de elektriciteitsvoorziening)8.
Het vergoedingscomité heeft ook het voorstel van collectieve doelstellingen voor het directiecomité voor het jaar 2018 goedgekeurd. Bovendien heeft het vergoedingscomité het remuneratieverslag, dat deel uitmaakt van het jaarverslag betreffende het jaar 2017 goedgekeurd en heeft het een positief advies geformuleerd over de kapitaalverhoging ten behoeve van het personeel. Voorts is het vergoedingscomité een denkoefening begonnen over de leidende beginselen van het vergoedingsbeleid van de kaderleden van de groep. Dit zal worden voortgezet in 2019.
Auditcomité
Naast zijn gebruikelijke bevoegdheden ter ondersteuning van de raad van bestuur heeft het auditcomité, krachtens artikel 526bis van het Wetboek van vennootschappen, de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de statuten, met name de volgende taken :
- de rekeningen onderzoeken en de budgetten controleren;
- het proces van financiële verslaggeving opvolgen;
- de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de vennootschap nagaan;
- de interne audits en hun doeltreffendheid opvolgen;
- de wettelijke controle van de jaarrekeningen opvolgen;
- de onafhankelijkheid van de commissarissen beoordelen en nagaan;
• voorstellen formuleren aan de raad van bestuur voor de benoeming en herverkiezing van de commissarissen en de voorwaarden van hun aanstelling;
• in voorkomend geval een onderzoek instellen naar de kwesties die aanleiding geven tot het ontslag van de commissarissen en aanbevelingen formuleren voor acties die in dit verband vereist zijn;
• de aard en de reikwijdte nagaan van de niet-auditdiensten die de commissarissen verstrekken;
• de doeltreffendheid van de externe auditprocessen nagaan.
Krachtens artikel 96, §1,9° van het Wetboek van vennootschappen en de statuten moet dit verslag de verantwoording bevatten van de onafhankelijkheid en van de deskundigheid op het gebied van boekhouding en audit van ten minste één lid van het auditcomité. Het huishoudelijk reglement van het auditcomité bepaalt in dit opzicht dat alle leden van het auditcomité over voldoende noodzakelijke ervaring en competenties beschikken om hun rol in het auditcomité te kunnen vervullen, met name op het vlak van boekhouding, audit en financiën. Op grond van dit reglement moet de beroepservaring van minstens twee leden van het auditcomité in dit verslag worden toegelicht.
De ervaring van Michel Allé, de voorzitter van het auditcomité, alsook van Dominique Offergeld, lid van het auditcomité, wordt hieronder in detail beschreven.
Michel Allé (onafhankelijk bestuurder van Elia System Operator en van Elia Asset sinds 17 mei 2016 en voorzitter van het auditcomité) is van opleiding burgerlijk ingenieur in de fysica en heeft ook een master in de economie (beide behaald aan de Université Libre de Bruxelles). Behalve zijn academische carrière als professor economie en financiën (Solvay Brussels School, Polytechnische school van de ULB) heeft hij vele jaren gewerkt als financieel directeur. In 1979 begon hij zijn carrière bij de diensten van de Belgische eerste minister, als adviseur in de afdeling voor de planning van het wetenschapsbeleid. Vanaf 1982 was hij directeur van het nationale R&D-programma inzake energie en daarna directeur van innovatieve ondernemingen. In 1987 voegde hij zich bij de COBEPA Group, waar hij verschillende functies uitoefende en met name vicevoorzitter was van Mosane van 1992 tot 1995. Van 1995 tot 2000 was hij lid van het directiecomité van de COBEPA Group. Daarna was hij financieel directeur van BIAC (tussen 2001 en 2005) en van de NMBS (tussen 2005 en 2015). Hij heeft ook ruime ervaring als bestuurder, aangezien hij met name bestuurder was of nog is bij Telenet, Zetes, Eurvest, Mobistar en D'Ieteren. Hij maakte deel uit van het auditcomité van Telenet en was voorzitter van het auditcomité van Zetes. Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Ze was financieel directrice van ORES cvba, een functie die ze ook tussen 2008 en 2014 uitoefende en die ze opnieuw uitoefent sinds augustus 2016. Het auditcomité is bevoegd om een onderzoek in te stellen in alle aangelegenheden die het aanbelangt. Het beschikt daartoe over de nodige werkmiddelen, heeft toegang tot alle informatie, met uitzondering van de vertrouwelijke commerciële gegevens betreffende de netgebruikers en kan advies inwinnen bij interne en externe experts. Het auditcomité heeft in 2018 zeven keer vergaderd. Het comité heeft de jaarrekeningen van 2017 onderzocht, zowel in Belgian GAAP als in IFRS. Het heeft ook de halfjaarlijkse resultaten van 30 juni 2018 en de kwartaalresultaten van 2018 geanalyseerd conform de Belgian GAAP en de IFRS-regels. Het comité heeft eveneens de twee projecten opgevolgd met betrekking tot het uitoefenen van het voorkooprecht van Elia System Operator om een bijkomende participatie van 20% te verwerven in Eurogrid International CVBA, de holdingmaatschappij van de Duitse TNB 50Hertz Transmission GmbH en hun impact op de financiering van de Groep.
Dominique Offergeld (niet-onafhankelijk bestuurder van Elia System Operator en van Elia Asset) behaalde een diploma in economische en sociale wetenschappen (richting openbare economie) aan de Université Notre Dame de la Paix in Namen. Ze volgde meerdere extra-universitaire programma's, waaronder het General Management Program aan het Cedep (INSEAD) in Fontainebleau (Frankrijk). Ze begon haar carrière in 1988 bij de Generale Bank (nu BNP Paribas Fortis), in het departement bedrijfsfinanciering en werd in 1999 benoemd tot deskundige van de viceminister-president en minister van Economische Zaken van het Waals Gewest. In 2001 werd ze adviseur van de vicepremier en van de minister van Buitenlandse Zaken. Tussen 2004 en 2005 was ze adjunct-directeur van het kabinet van de minister van Energie, vervolgens werd ze in 2005 algemeen adviseur van de NMBS-Holding. Ze was bestuurder van (onder andere) Publigaz en regeringscommissaris bij Fluxys. Ze was ook voorzitster van de raad van bestuur en het auditcomité van de NMBS. Tussen 2014 en 2016 was ze directrice van de strategische cel van de minister van

Catherine Vandenborre Chief Financial Officer

Markus Berger Chief Infrastructure Officer

Peter Michiels Chief Human Resources & Internal Communication Officer

Patrick De Leener Chief Customers, Market & System Officer
Frédéric Dunon Chief Assets Officer

Ilse Tant Chief Community Relations Officer

Pascale Fonck Chief External Relations
Officer
Chris Peeters Voorzitter en Chief Executive Officer

Het comité heeft kennisgenomen van de uitgevoerde interne audits en aanbevelingen.
Het comité volgt daarnaast een actieplan voor elke uitgevoerde audit, om de efficiëntie, de traceerbaarheid en sensibilisering voor de geauditeerde domeinen te verbeteren en bijgevolg de eraan verbonden risico's te beperken en te verzekeren dat de controleomgeving en het risicobeheer adequaat zijn. Het comité heeft de verschillende actieplannen opgevolgd vanuit verschillende invalshoeken (planning, resultaten, prioriteiten) en dit, onder andere, op basis van een activiteitenverslag van de dienst interne audit. Het auditcomité heeft kennisgenomen van de strategische risico's en risicoanalyses ad hoc op basis van de omgeving waarin de Groep evolueert. Het auditcomité heeft regelmatig de conformiteit van de non-audit diensten met de wettelijke vereisten onderzocht.
Corporate governance comité
Naast zijn gebruikelijke bevoegdheden ter ondersteuning van de raad van bestuur heeft het corporate governance comité, krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de statuten, de volgende taken :
- aan de algemene vergadering kandidaten voorstellen voor de mandaten van onafhankelijk bestuurder;
- voorafgaandelijk de aanstelling en/ of, in voorkomend geval, het ontslag van de leden van het directiecomité goedkeuren;
- op verzoek van elke onafhankelijke bestuurder, van de voorzitter van het directiecomité of van de bevoegde federale en/of gewestelijke regelgevende instantie(s) van de elektriciteitsmarkt, ieder belangenconflict onderzoeken tussen, enerzijds, de netbeheerder en, anderzijds, een dominerende aandeelhouder, een gemeente-aandeelhouder of een met een dominerende aandeelhouder geassocieerde of verbonden onderneming, en hierover verslag uitbrengen aan de raad van bestuur. Deze opdracht heeft tot doel de onafhankelijkheid van de bestuurders te versterken in aanvulling op de procedure voorzien in artikel 524 van het Wetboek van vennootschappen, die de vennootschap ook toepast;
• zich uitspreken over de gevallen van onverenigbaarheid in hoofde van de leden van het directiecomité en van de personeelsleden;
• toezien op de toepassing binnen de vennootschap van de wettelijke, reglementaire, decretale en andere bepalingen met betrekking tot het beheer van de elektriciteitsnetten, de doeltreffendheid ervan evalueren ten aanzien van de vereisten van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het beheer van voormelde netten, alsook toezien op de naleving van de artikelen 4.4 en 13.1, tweede en derde lid van de statuten van Elia System Operator. Hierover wordt jaarlijks een rapport voorgelegd aan de raad van bestuur en aan de federale en/ of gewestelijke regelgevende instantie(s) voor de elektriciteitsmarkt;
• op verzoek van ten minste één derde van de leden een vergadering van de raad van bestuur samenroepen overeenkomstig de oproepingsformaliteiten die in de statuten zijn vastgelegd;
• na kennisgeving door een bestuurder de conformiteit onderzoeken met artikel 9.1, b), c) en d) van de richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit, alsook het lidmaatschap onderzoeken van een bestuurder van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die wettelijk een onderneming vertegenwoordigen die, direct of indirect, zeggenschap uitoefent over een producent en/of leverancier van elektriciteit, en hierover verslag uitbrengen aan de raad van bestuur. Bij dit onderzoek houdt het corporate governance comité rekening met de rol en de invloed die de betrokken bestuurder heeft in de betrokken onderneming en met de mate van zeggenschap of invloed van de betrokken onderneming over haar dochteronderneming. Het comité onderzoekt eveneens of bij de uitoefening van het mandaat van de betrokken bestuurder in de vennootschap een mogelijkheid of een drijfveer bestaat om bepaalde producent- of leveranciersbelangen te begunstigen ten nadele van andere netgebruikers wat de toegang tot en investeringen in het net betreft;
• voorafgaandelijk aan iedere benoeming van een bestuurder, ongeacht of het de benoeming betreft van een nieuwe bestuurder, dan wel de herbenoeming van een bestaande bestuurder, onderzoeken of de kandidaat-bestuurder de onverenigbaarheden opgenomen in de statuten van de vennootschap in acht neemt. Met het oog daarop dient iedere kandidaat-bestuurder aan het comité een overzicht te bezorgen van (i) de mandaten die hij bekleedt in de raad van bestuur, de raad van toezicht of een ander orgaan van andere rechtspersonen dan de vennootschap en (ii) iedere andere functie of activiteit die hij uitoefent, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een onderneming die één van de volgende functies vervult : de productie of de levering van elektriciteit.
Het comité heeft in 2018 vier keer vergaderd.
In het kader van zijn wettelijke en statutaire bevoegdheden en met inachtneming van de vertrouwelijkheidsregels heeft het comité met name de volgende dossiers behandeld : de toepassing en de naleving van wettelijke, reglementaire en statutaire vereisten van onafhankelijkheid toepasselijk voor onafhankelijke bestuurders van de vennootschap (artikel 13 van de statuten), het onderzoek naar de overeenstemming met de vereisten inzake de volledige ontvlechting van de eigendomsstructuren ('full ownership unbundling'), zoals voorzien door de wet en de statuten (artikel 14 van de statuten) en de voorbereiding van de corporate governance verklaring. Het comité heeft ook de succession planning onderzocht.
Strategisch comité
Op grond van de statuten heeft het strategisch comité als taak het formuleren van aanbevelingen op het vlak van de strategie aan de raad van bestuur.
Het comité heeft aldus de volgende taken :
• het identificeren en onderzoeken van de marktevoluties en contextuele factoren die op middellange en lange termijn een invloed kunnen uitoefenen op de strategische koers van Elia Groep en op de daaraan verbonden strategische keuzes en prioriteiten;
• het voorbereiden en onderhouden van de dialoog over de belangrijkste onderwerpen en de daaraan verbonden opties en scenario's die relevant zijn voor de strategie van Elia Groep op middellange en lange termijn;
• het ontwikkelen en indienen van voorstellen inzake de essentiële strategische keuzes en prioriteiten die bepalend zijn voor Elia Groep in de toekomst op middellange en lange termijn.
Het comité heeft in 2018 drie keer vergaderd en heeft in het bijzonder thema's zoals het creëren van waarde via (digitale) innovatie en (an)organische groei onderzocht in diverse scenario's en hypotheses.
Directiecomité
Het directiecomité is overeenkomstig artikel 9, §9 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de statuten met name belast met :
- het operationeel beheer van de elektriciteitsnetten, inclusief de commerciële, technische, financiële, regelgevende en personeelsaangelegenheden verbonden aan dit operationeel beheer,
- het dagelijks bestuur van de netbeheerder, • de uitoefening van de bevoegdheden die hem door de statuten worden toegekend,
- de uitoefening van de bevoegdheden die aan hem gedelegeerd worden door de raad van bestuur, binnen de grenzen van de algemene beleidsregels en -principes en de beslissingen genomen door de raad van bestuur.
Het directiecomité beschikt over alle nodige bevoegdheden, inclusief de bevoegdheid van vertegenwoordiging,
en voldoende bewegingsruimte om de bevoegdheden uit te oefenen die aan hem werden gedelegeerd en om een bedrijfsstrategie voor te stellen en toe te passen, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de raad van bestuur en de verplichting van de raad van bestuur om zich te houden aan de wettelijke beperkingen inzake de toegang tot de commerciële gegevens en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de netgebruikers en de verwerking ervan.
Het directiecomité houdt over het algemeen ten minste één keer per maand een formele vergadering. De leden komen ook wekelijks samen in het kader van informele vergaderingen. Een lid dat niet aanwezig kan zijn, laat zich gewoonlijk vertegenwoordigen. Een volmacht kan worden gegeven via elk schriftelijk communicatiemiddel (waarvan de authenticiteit redelijkerwijs identificeerbaar is) aan een ander lid van het directiecomité, in overeenstemming met het huishoudelijk reglement van het directiecomité. Geen enkele volmachthouder mag echter meer dan twee directieleden vertegenwoordigen.
Het directiecomité heeft in 2018 21 keer vergaderd voor Elia System Operator en 17 keer voor Elia Asset.
Het comité brengt elk kwartaal verslag uit aan de raad van bestuur over de financiële situatie van de vennootschap (meer bepaald over de overeenstemming tussen het budget en de vastgestelde resultaten) en op elke vergadering van de raad van bestuur over het beheer van het transmissienet. In het kader van de rapportering over het beheer van het transmissienet in 2018, heeft het directiecomité de raad van bestuur voornamelijk op de hoogte gehouden over de strategische dossiers (in bijzonder het dossier met betrekking tot het verwerven van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International CVBA, de holdingmaatschappij van de Duitse TNB 50Hertz Transmission GmbH), de ontwikkelingen in de wetgeving die toepasselijk is op de vennootschap, over de financiële toestand van de vennootschap, de toestand van haar dochtervennootschappen, de belangrijke beslissingen van de regulatoren en de besturen, alsook over de opvolging en ontwikkeling van de grote investeringsprojecten.
GRI 102-20
De Corporate Social Responsibility (CSR) van Elia System Operator en van Elia Asset is een verantwoordelijkheid van de Chief Community Relations Officer.
Directiecomité


Wijzigingen van de samenstelling van het directiecomité
De samenstelling van het directiecomité werd niet gewijzigd in 2018.
Bovendien is, in overeenstemming met de Wet van 3 september 2017 betreffende de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote vennootschappen en groepen, de samenstelling van het directiecomité gebaseerd op genderdiversiteit en diversiteit in het algemeen, evenals op de complementariteit van vaardigheden, ervaringen en kennis.
Bij de zoektocht naar en benoeming van nieuwe directeurs wordt bijzondere aandacht besteed aan diversiteitsparameters in termen van leeftijd, geslacht en complementariteit.
Gedragscode
Na de inwerkingtreding van de Europese Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik heeft Elia haar gedragscode aangepast. Deze gedragscode is gericht op de voorkoming van mogelijke inbreuken op de wetgeving betreffende misbruik van voorkennis en marktmanipulatie door de personeelsleden en personen met leidinggevende verantwoordelijkheid binnen de Elia Groep. De gedragscode legt een reeks regels en meldingsplichten op voor de transacties door deze personen met hun effecten van Elia System Operator, conform met de bepalingen in de Verordening betreffende marktmisbruik en de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en andere financiële diensten. Deze gedragscode is beschikbaar op de website van de vennootschap (www.elia.be, onder 'Elia', 'Corporate Governance', 'Documenten').
Corporate governance charter en huishoudelijke reglementen van de raad van bestuur, van de adviserende comités van de raad van bestuur en van het directiecomité
Het Corporate Governance Charter en de huishoudelijke reglementen van de raad van bestuur, de adviserende comités van de raad van bestuur en het directiecomité zijn beschikbaar op de website van de vennootschap (www.elia. be, onder 'Elia', 'Corporate Governance', 'Documenten'). De bevoegdheden van de raad van bestuur en van het directiecomité staan gedetailleerd beschreven in de statuten van de vennootschap en werden om die reden niet hernomen in de huishoudelijke reglementen van de raad van bestuur en van het directiecomité.
Reglementering inzake transparantie – kennisgevingen
In 2018 heeft Elia System Operator geen kennisgevingen ontvangen in de zin van de wet van 2 mei 2007 betreffende de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen, en het koninklijk besluit van 14 februari 2008 betreffende de openbaarmaking van belangrijke participaties.
Overeenkomstig artikel 15 van de wet van 2 mei 2007 heeft Elia System Operator op 18 januari 2019 de realisatie van de kapitaalverhoging ten behoeve van het personeel van Elia System Operator NV en haar Belgische dochterondernemingen, vastgesteld voor de notaris op 20 december 2018, bekendgemaakt, op grond waarvan 114.039 nieuwe aandelen van Elia System Operator NV werden uitgegeven.
Zie ook het persbericht van 18 januari 2019, gepubliceerd op de website van de onderneming (www.eliagroup.eu, onder 'Investor Relations').
Het totaal door Elia uitgegeven aandelen bedraagt 61.015.058.
Voor meer informatie over de structuur van het aandeelhouderschap op 31 december 2018, zie de sectie "Structuur van het aandeelhouderschap op de balansdatum".
.
REMUNERATIEVERSLAG VERGOEDING VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR EN VAN HET DIRECTIECOMITÉ
Procedure die in 2016 werd goedgekeurd om het remuneratiebeleid en de remuneratie van de leden van de raad van bestuur en van het directiecomité te bepalen
Het vergoedingscomité heeft overeenkomstig de artikelen 16.1 en 15.1 van de statuten van Elia System Operator en van Elia Asset in 2016 een remuneratiebeleid voor de leden van de raad van bestuur en van het directiecomité opgesteld en dit werd goedgekeurd door de raden van bestuur van Elia System Operator en van Elia Asset.
Het remuneratiebeleid voor de bestuurders werd goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders van Elia System Operator en van Elia Asset van 17 mei 2016. Het remuneratiebeleid voor de leden van het strategisch comité werd goedgekeurd door de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van Elia System Operator en van Elia Asset van 15 mei 2018.
Daarnaast heeft het vergoedingscomité aanbevelingen geformuleerd omtrent het remuneratiebeleid evenals de remuneratie van de bestuurders en de leden van het directiecomité.
De samenstelling en de activiteiten van het vergoedingscomité worden meer in detail beschreven op pagina 6 van het jaarverslag.
REMUNERATIE VAN DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR
Als gevolg van de beslissing van de gewone algemene vergadering van Elia System Operator en Elia Asset van 17 mei 2016 zijn de regels met betrekking tot de remuneratie van de bestuurders gewijzigd. De nieuwe regels die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2016 worden hieronder beschreven.
Het totale bedrag van de bruto vergoedingen van de veertien bestuurders in 2018 bedroeg 885.128,26 € (478.895,33 € voor Elia System Operator en 406.232,93 € voor Elia Asset).
De tabel hieronder bevat de brutobedragen die individueel aan iedere bestuur-
der werden toegekend voor Elia System Operator en Elia Asset samen. Deze bedragen werden berekend op basis van negen vergaderingen van de raad van bestuur van Elia System Operator en acht vergaderingen van de raad van bestuur van Elia Asset in 2018. In 2018 heeft het auditcomité zeven keer vergaderd, het corporate governance comité vier keer, het vergoedingscomité van Elia System Operator zes keer9, het vergoedingscomité van Elia Asset vijf keer, het strategisch comité drie keer en het ad hoc raadgevend comité van Elia System Operator elf keer.
De vergoeding van de bestuurders bestaat uit een vaste jaarlijkse vergoeding van 25.000 € per jaar (12.500 € voor Elia System Operator en 12.500 € voor Elia Asset) en zitpenningen ten belope van 1.500 € (750 € voor Elia System Operator en 750 € voor Elia Asset) per bijkomende vergadering van de raad van bestuur, te tellen vanaf de eerste vergadering van de raad van bestuur waaraan de bestuurder deelneemt. De vaste jaarlijkse vergoeding en de zitpenningen worden verhoogd met een supplement van 100% voor de voorzitter van de raad van bestuur en van 30% voor iedere vicevoorzitter van de raad van bestuur. Voor elke vennootschap, is de vaste jaarlijkse vergoeding voor elk lid van een advi-
serend comité van de raad van bestuur (zijnde het auditcomité, het vergoedingscomité, het corporate governance comité en het ad hoc raadgevend comité van Elia System Operator) vastgesteld op 3.000 € per jaar per comité en is de zitpenning voor elk lid van een comité vastgesteld op 750 € per vergadering van een comité (te tellen vanaf de eerste vergadering waaraan het lid deelneemt). De vaste jaarlijkse vergoeding en de zitpenningen worden verhoogd met een supplement van 30% voor elke voorzitter van een comité. De leden van het strategisch comité ontvangen geen vergoeding, behalve de voorzitter, die vergoed wordt op dezelfde manier als de voorzitters van de andere raadgevende comités van de raad van bestuur.
De vaste jaarlijkse vergoedingen en de zitpenningen worden jaarlijks geïndexeerd in januari volgens de index van de consumptieprijzen van de maand januari 2016.
De vaste jaarlijkse vergoedingen en de zitpenningen dekken alle kosten, met uitzondering van (a) de kosten gemaakt door een bestuurder met domicilie buiten België bij de uitoefening van zijn mandaat (zoals verplaatsings- en verblijfskosten), voor zover de bestuurder buiten België gedomicilieerd is op het moment van zijn benoeming of, indien de bestuurder in kwestie zijn domicilie wijzigt na zijn benoeming, na goedkeuring van het vergoedingscomité, (b) van alle kosten gemaakt door een bestuurder in het geval waarin een vergadering van de raad van bestuur buiten België georganiseerd wordt (bijvoorbeeld in Duitsland) en (c) van alle kosten gemaakt door een bestuurder tijdens zijn verplaatsingen naar het buitenland in het kader van zijn mandaat, op verzoek van de voorzitter of de vicevoorzitters van de raad van bestuur. Alle vergoedingen en kosten worden in rekening gebracht bij de exploitatiekosten van de vennootschap.
Alle vergoedingen worden evenredig in verhouding met de duur van het mandaat van bestuurder toegekend.
Op het einde van elk 1e, 2e en 3e kwartaal wordt een voorschot op de jaarlijkse vergoedingen aan de bestuurders betaald. In december van het lopende jaar wordt een eindafrekening gemaakt.
Er worden geen andere voordelen in natura, aandelenopties, kredieten of voorschotten aan de bestuurders toegekend. Elia System Operator en Elia Asset hebben geen kredieten toegekend aan of voor een lid van de raad van bestuur.
Diversiteit in het directiecomité
| Aantal personen in het directiecomité van Elia System Operator en van Elia Asset op 31 december 2018 |
Eenheid | 2018 |
|---|---|---|
| Mannen | 35 - 55 jaar | 4 |
| ≥ 55 jaar | 1 | |
| Vrouwen | 35 - 55 jaar | 3 |
| ≥ 55 jaar | 0 |
Remuneratiebeleid van het directiecomité
Doeleinden
Ons remuneratiesysteem is ontworpen om de beste talenten aan te trekken, te behouden en te motiveren om zo onze doelstellingen op korte en lange termijn te bereiken binnen een samenhangend kader.
De principes met betrekking tot de remuneratie van het leidinggevend personeel van de groep zijn :
• In de eerste plaats veiligheid benadrukken, werken in het belang van de onderneming door zich te richten op operationele prestaties
• Een salarisbeleid ontwerpen dat leidinggevenden aanmoedigt om onze kernwaarden van ondernemerschap, samenwerking, verantwoordelijkheid en agility na te leven
• De beste talenten aantrekken, behouden en ontwikkelen om onze strategie en doelstellingen op korte en lange termijn te kunnen realiseren
• Door onze variabele beloning zowel het succes van het team op het niveau van de onderneming als individuele bijdragen belonen
• Een systeem voor functieclassificatie en beloning van personeel uitwerken op basis van een objectieve en meetbare methodologie
• Het remuneratiesysteem op het geschikte referentiepunt op de markt positioneren om de talenten aan te trekken die we nodig hebben en om concurrerend te zijn, en hiervoor gegevens
van verschillende leveranciers gebruiken (met inbegrip van Hay). • Op geen enkele grond medewerkers
discrimineren via ons remuneratiesysteem
• Onze regelingen m.b.t. sociale voordelen ontwikkelen om retentie te bevorderen en een zekere omgeving te bieden aan onze werknemers en hun gezin
Het vergoedingscomité is in 2018 ook een denkoefening begonnen over de leidende beginselen van het vergoedingsbeleid van de kaderleden van de groep. Dit zal worden voortgezet in 2019.
Het vergoedingscomité evalueert jaarlijks de leden van het directiecomité. De evolutie in het basissalaris is afhankelijk van de positionering van elk lid van het directiecomité ten opzichte van het referentiesalaris in de algemene markt en van de beoordeling van zijn/haar individu-
ele prestaties. Bovendien kan het vergoedingscomité, geval per geval, voorzien om de raad van restuur aan te bevelen om uitzonderlijke bonussen toe te kennen voor bijzondere prestaties in specifieke, niet-recurrente dossiers.
Sinds 2004 wordt de Hay-methode toegepast om het gewicht van elke directiefunctie te bepalen en een marktconforme vergoeding te waarborgen.
De vergoeding van de leden van het directiecomité is samengesteld uit de volgende elementen :
- basisloon,
- variabele kortetermijnvergoeding,
- variabele langetermijnvergoeding,
- pensioen,
- andere voordelen.
Overeenkomstig artikel 17.9 van de statuten van Elia System Operator is een afwijking van de bepalingen van artikel 520ter, 1e en 2e lid van het Wetboek van vennootschappen voorzien voor de leden van het directiecomité.
Wat de variabele vergoeding betreft, evalueert het vergoedingscomité de leden van het directiecomité op het einde van ieder jaar op basis van een zeker aantal kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen. Het variabele gedeelte van de vergoeding bestaat sinds 2008 uit twee pijlers, één op korte termijn en één op lange termijn.
Basisvergoeding
Alle leden van het directiecomité van Elia System Operator en van Elia Asset hebben het statuut van werknemer.
In 2018 werd aan de voorzitter van het directiecomité een basisvergoeding van 417.910,66 € uitbetaald. De recurrente vergoeding die aan de overige leden van het directiecomité werd uitbetaald, bedroeg in totaal 1.489.240,99 € (respectievelijk 1.002.173,93 € voor de directie in dienst van Elia System Operator en 487.067,06 € voor de directie in dienst van Elia Asset).
In 2018 werd aan alle leden van het directiecomité samen dus een totaalbedrag van 1.907.151,65 € aan basisvergoeding betaald.
Variabele kortetermijnvergoeding De eerste pijler van de variabele vergoeding is gebaseerd op het bereiken van een aantal doelstellingen die in het begin
van elk jaar worden vastgelegd door het vergoedingscomité, waarbij 30% van de variabele vergoeding betrekking heeft op het behalen van individuele doelstellingen en 70% op het behalen van collectieve doelstellingen van de Elia Groep ('short-term incentive plan').
In 2018 bedroeg de vooraf verdiende variabele kortetermijnvergoeding van de voorzitter van het directiecomité 285.312,01 €.
De vooraf verdiende variabele vergoeding die in 2018 aan de overige leden van het directiecomité werd uitbetaald, bedroeg in totaal 605.338,46 € (respectievelijk 415.045,65 € voor de directie in dienst van Elia System Operator en 190.297,82 € voor de directie in dienst van Elia Asset).
In 2018 werd aan alle leden van het directiecomité samen dus een totaalbedrag van 890.650,47 € aan variabele vergoeding betaald.
De collectieve doelstellingen voor het jaar 2018 waren :
- Netto financieel resultaat na belasting
- Efficiëntie op het niveau van de OPEX-kosten
- Veiligheid
- De uitvoering en opvolging van collectieve projecten en onze bedrijfstransformatie
- AIT (de betrouwbaarheid van het net)
Nadat met succes een bijkomende participatie verworven werd van 20% in Eurogrid International, de holdingmaatschappij van de Duitse TNB 50Hertz Transmission GmbH, heeft de raad van bestuur op aanraden van het vergoedingscomité besloten om aan bepaalde leden van het directiecomité een bijkomende vergoeding toe te kennen voor een totaalbedrag van 190.000 € voor dit extra werk. 100.000 € werd uitgekeerd aan de voorzitter en 90.000 € aan bepaalde andere leden van het directiecomité (voor Elia System Operator). Deze vergoeding, die deel uitmaakt van de uitzonderlijke vergoeding voor bijzondere prestaties in specifieke, niet-recurrente dossiers, komt bovenop de vooraf verdiende variabele vergoeding voor het jaar 2018 die hierboven vermeld wordt.
| BESTUURDER | VERGOEDINGEN | RAAD VAN BESTUUR VAN ELIA SYSTEM OPERATOR |
RAAD VAN BESTUUR VAN ELIA ASSET |
AUDIT COMITÉ VAN ELIA SYSTEM OPERATOR |
AUDIT COMITÉ VAN ELIA ASSET |
CORPORA TE GOVER NANCE COMITÉ VAN ELIA SYSTEM OPERATOR |
CORPORA TE GOVER NANCE COMITÉ VAN ELIA ASSET |
VER GOEDINGS COMITÉ VAN ELIA SYSTEM OPERATOR |
VER GOEDINGS COMITÉ VAN ELIA ASSET |
STRA TEGISCH COMITÉ VAN ELIA SYSTEM OPERATOR |
STRA TEGISCH COMITÉ VAN ELIA ASSET |
AD HOC RAAD GEVEND COMITÉ |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Michel ALLÉ | 73.549,80 € | 9/9 | 8/8 | 7/7 | 7/7 | - | - | - | - | 3/3 | 3/3 | 11/11 |
| Luc DE TEMMERMAN10 | 75.977,10 € | 9/9 | 8/8 | 4/411 | 4/412 | 3/313 | 3/314 | 6/6 | 5/5 | - | - | - |
| Frank DONCK15 | 69.165,00 € | 9/9 | 8/8 | 7/7 | 7/7 | 4/4 | 4/4 | - | - | - | - | - |
| Cécile FLANDRE16 | 37.062,00 € | 7/9 | 7/8 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Claude GRÉGOIRE17 | 54.883,08 € | 9/9 | 8/8 | - | - | - | - | 3/318 | 3/319 | 2/3 | 2/3 | - |
| Bernard GUSTIN20 | 94.090,50 € | 9/9 | 8/8 | - | - | - | - | - | - | 3/3 | 3/3 | 11/11 |
| Philip HEYLEN | 56.824,92 € | 7/9 | 6/8 | - | - | 4/4 | 4/4 | 2/221 | 2/222 | - | - | - |
| Luc HUJOEL23 | 65.093,40 € | 8/9 | 7/8 | - | - | 4/4 | 4/4 | - | - | 2/3 | 2/3 | 10/11 |
| Roberte KESTEMAN24 | 69.540,84 € | 9/9 | 8/8 | 3/325 | 3/326 | - | - | 3/327 | 2/228 | - | - | 11/11 |
| Jane MURPHY | 50.373,00 € | 9/9 | 8/8 | - | - | 3/4 | 3/4 | - | - | - | - | - |
| Dominique OFFERGELD 63.088,92 € | 9/9 | 8/8 | 7/7 | 7/7 | - | - | 1/229 | 1/230 | - | - | - | |
| Rudy PROVOOST | 56.317,54 € | 7/9 | 7/8 | 2/331 | 2/332 | - | - | - | - | 3/3 | 3/3 | - |
| Saskia VAN UFFELEN33 | 51.751,08 € | 7/9 | 6/8 | - | - | 1/134 | 1/135 | 4/6 | 4/5 | - | - | - |
| Geert VERSNICK | 67.411,08 € | 9/9 | 8/8 | 4/436 | 4/437 | - | - | - | - | 3/3 | 3/3 | 10/11 |
10 De bezoldiging van Luc De Temmerman wordt aan de vennootschap InDeBom Strategies Comm. V. uitgekeerd.
11 Luc De Temmerman was lid van het auditcomité tot 22 maart 2018.
- 12 Luc De Temmerman was lid van het auditcomité tot 22 maart 2018.
- 13 Luc De Temmerman is lid van het corporate governance comité sinds 22 maart 2018.
- 14 Luc De Temmerman is lid van het corporate governance comité sinds 22 maart 2018.
- 15 De bezoldiging van Frank Donck wordt aan de vennootschap Ibervest NV uitgekeerd.
- 16 De bezoldiging van Cécile Flandre wordt aan de vennootschap Belfius Insurance NV uitgekeerd.
- 17 De bezoldiging van Claude Grégoire wordt aan de vennootschap Socofe NV uitgekeerd.
- 18 Claude Grégoire was lid van het vergoedingscomité tot 22 maart 2018.
- 19 Claude Grégoire was lid van het vergoedingscomité tot 22 maart 2018.
- 20 De bezoldiging van Bernard Gustin wordt aan de vennootschap Bernard Gustin SPRL uitgekeerd.
- 21 Philip Heylen is lid van het vergoedingscomité sinds 22 maart 2018.
- 22 Philip Heylen is lid van het vergoedingscomité sinds 22 maart 2018.
- 23 De bezoldiging van Luc Hujoel wordt aan de vennootschap Interfin CVBA uitgekeerd.
- 24 De bezoldiging van Roberte Kesteman wordt aan de vennootschap Symvouli BVBA uitgekeerd.
- 25 Roberte Kesteman is lid van het auditcomité sinds 22 maart 2018.
- 26 Roberte Kesteman is lid van het auditcomité sinds 22 maart 2018.
- 27 Roberte Kesteman is lid van het vergoedingscomité sinds 22 maart 2018.
- 28 Roberte Kesteman is lid van het vergoedingscomité sinds 22 maart 2018.
- 29 Dominique Offergeld is lid van het vergoedingscomité sinds 22 maart 2018.
- 30 Dominique Offergeld is lid van het vergoedingscomité sinds 22 maart 2018.
- 31 Rudy Provoost is lid van het auditcomité sinds 22 maart 2018.
- 32 Rudy Provoost is lid van het auditcomité sinds 22 maart 2018.
- 33 De bezoldiging van Saskia Van Uffelen wordt aan de vennootschap Quadrature SPRL uitgekeerd.
- 34 Saskia Van Uffelen was lid van het corporate governance comité tot 22 maart 2018.
- 35 Saskia Van Uffelen was lid van het corporate governance comité tot 22 maart 2018.
- 36 Geert Versnick was lid van het auditcomité tot 22 maart 2018.
- 37 Geert Versnick was lid van het auditcomité tot 22 maart 2018.
Totale jaarvergoeding
In 2018 werd aan de voorzitter van het directiecomité een totale vergoeding van 803.222,67 € uitbetaald.
De totale jaarvergoeding van de overige leden van het directiecomité bedroeg in totaal 2.184.579,45 € (respectievelijk 1.507.124,58 € voor de directie in dienst van Elia System Operator en 677.364,88 € voor de directie in dienst van Elia Asset).
Het totaalbedrag van de jaarvergoeding van alle leden van het directiecomité samen bedroeg in 2018 aldus 2.987.802,12 €.
Variabele langetermijnvergoeding
De tweede pijler van de variabele vergoeding is gebaseerd op meerjarencriteria die vastgelegd worden voor 4 jaar ('long-term incentive plan'). De vooraf verdiende variabele vergoeding in 2018 kan geraamd worden op 58.005,32 € (maximumbedrag in geval van volledige realisatie van de meerjarencriteria die werden bepaald voor de betrokken tariefperiode) voor de voorzitter van het directiecomité voor de gepresteerde periode in 2018 en op 375.321,71 € voor de overige leden van het directiecomité (respectievelijk 252.592,13 € voor de directie in dienst van Elia System Operator en 122.729,03 € voor de directie in dienst van Elia Asset).
Deze bedragen worden op het einde van elk jaar herzien naargelang de realisatie van de meerjarencriteria. Het eerste deel van de variabele langetermijnvergoeding voor de tariefperiode 2016-2019 werd uitbetaald in 2018 en het resterende bedrag zal worden betaald in 2020. De vergoeding wordt definitief verworven op het moment van uitbetaling.
Invorderingen
De premies die voor de voorgaande periode zijn betaald, kunnen worden teruggevorderd in geval van bewezen fraude of duidelijk foutieve financiële overzichten.
Stortingen in het extralegaal pensioen
Sinds 2007 zijn alle pensioenplannen voor de leden van het directiecomité van het type 'vaste premies' ('defined contribution'), waarbij het gestorte bedrag voor belastingen wordt berekend op basis van de jaarvergoeding. In 2018 werd door Elia System Operator een totaalbedrag van 107.935,55 € gestort voor de voorzitter van het directiecomité.
Aan de overige leden van het directiecomité werd door Elia een bedrag van 332.032,48 € uitbetaald (respectievelijk 213.207,19 € voor de directie in dienst van Elia System Operator en 118.825,29 € voor de directie in dienst van Elia Asset).
Andere voordelen
De andere voordelen die aan de leden van het directiecomité worden toegekend, zoals het gewaarborgd inkomen in geval van langdurige ziekte of ongeval, ziektekosten- en hospitalisatieverzekering, de invaliditeits- en overlijdensverzekering, de tariefvoordelen, de andere premies, de tussenkomst in het openbaar vervoer, de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen, de kosten die eigen zijn aan de werkgever en andere kleine voordelen worden toegekend volgens de regels die gelden voor alle kaderleden van de onderneming.
De kosten van deze andere voordelen worden voor 2018 begroot op 38.823,00 € voor de voorzitter van het directiecomité en op 215.832,65 € voor de andere leden van het directiecomité samen (respectievelijk 145.427,27 € voor de directie in dienst van Elia System Operator en 70.405,38 € voor de directie in dienst van Elia Asset).
Er werden in 2018 geen opties op aandelen in Elia toegekend aan de leden van het directiecomité.
Bepalingen van de arbeidsovereenkomsten en vertrekvergoedingen voor de leden van het directiecomité
De arbeidsovereenkomsten van de leden van het directiecomité die na 3 mei 2010 zijn afgesloten, werden opgesteld in overeenstemming met de geldende wetgeving inzake opzeg en ontslag.
De arbeidsovereenkomsten die vóór 3 mei 2010 werden gesloten met de leden van het directiecomité bevatten geen bijzondere modaliteiten inzake ontslag.
Indien de vennootschap besluit een niet-concurrentiebeperking van 12 maanden op te leggen aan het lid van het directiecomité, heeft het lid van het directiecomité recht op een bijkomende uitkering van 6 maanden.
Dit deel bevat informatie die overeenkomstig voormelde bepalingen in het jaarverslag dient te worden opgenomen en die niet in andere delen van het jaarverslag voorkomt.
Informatie omtrent de bijzondere zeggenschapsrechten van bepaalde houders van effecten
Overeenkomstig artikel 4.3 van de statuten van Elia System Operator en van Elia Asset hebben alle aandelen van beide vennootschappen dezelfde rechten, ongeacht de categorie waartoe ze behoren, behoudens wanneer de statuten hierover anders bepalen.
In dit verband bepalen de statuten dat bepaalde specifieke rechten zijn verbonden aan de aandelen van categorie A en van categorie C met betrekking tot (i) de benoeming van leden van de raad van bestuur (artikel 13.5.2 van de statuten van Elia System Operator en artikel 12.5.2 van de statuten van Elia Asset) en (ii) de goedkeuring van beslissingen van de algemene vergadering (artikelen 28.2.1 en 28.2.2 van de statuten van Elia System Operator en artikel 27.2 van de statuten van Elia Asset).
Aandelen van Elia System Operator in het bezit van de leden van het directiecomité
Dit is het aantal aandelen dat de leden van het directiecomité bezitten op 31 december 2018 :
| LEDEN VAN HET DIRECTIECOMITÉ | op 31.12.2018 op 31.12.2017 | |
|---|---|---|
| Chris PEETERS Chief Executive Officer – voorzitter van het directiecomité |
3.324 | 1.844 |
| Markus BERGER Chief Infrastructure Officer |
9.156 | 9.156 |
| Patrick DE LEENER Chief Customers, Market & System Officer |
3.886 | 3.125 |
| Frédéric DUNON Chief Assets Officer |
2.171 | 2.852 |
| Pascale FONCK Chief External Relations Officer |
661 | 661 |
| Peter MICHIELS Chief Human Resources & Internal Communication Officer |
729 | - |
| Ilse TANT Chief Community Relations Officer |
2.460 | 2.460 |
| Catherine VANDENBORRE Chief Financial Officer |
1.406 | 1.389 |
Er zijn in 2018 geen opties op aandelen toegekend in Elia System Operator voor de leden van het directiecomité. De leden van het directiecomité kunnen aandelen kopen via de bestaande kapitaalverhogingen voorbehouden aan het personeel of op de beurs.
Informatie omtrent de wettelijke of statutaire beperking van de uitoefening van het stemrecht
Overeenkomstig artikel 4.3, lid 3 van de statuten van Elia System Operator en van Elia Asset worden de stemrechten verbonden aan de aandelen die direct of indirect worden aangehouden door bedrijven die werkzaam zijn in de productie en/of de levering van elektriciteit en/of van aardgas, geschorst.
- 38 Op basis van het aantal aandelen die deelnemen aan de gewone algemene vergadering van Elia System Operator van 15 mei 2018.
- 39 Op basis van het aantal aandelen die deelnemen aan de gewone algemene vergadering van Elia System Operator van 15 mei 2018.
- 40 Op basis van het aantal aandelen die deelnemen aan de gewone algemene vergadering van Elia System Operator van 16 mei 2017.
- 41 Op basis van het aantal aandelen die deelnemen aan de gewone algemene vergadering van Elia System Operator van 15 mei 2018
Informatie omtrent de regels voor wijziging van de statuten
In geval van wijziging van de statuten van Elia System Operator en van Elia Asset zijn artikel 29 van de statuten van Elia System Operator en artikel 28 van de statuten van Elia Asset van toepassing.
Informatie omtrent de wettelijke of statutaire beperking op de overdrachten van effecten
De overdrachten van effecten in Elia System Operator worden geregeld overeenkomstig artikel 9 van de statuten van Elia System Operator.
ANDERE MEE TE DELEN INFORMATIE KRACHTENS ARTIKEL 96 VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN EN ARTIKEL 34 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 14 NOVEMBER 2007 BETREFFENDE DE VERPLICHTINGEN VAN EMITTENTEN VAN FINANCIËLE INSTRUMENTEN DIE ZIJN TOEGELATEN TOT DE VERHANDELING OP EEN GEREGLEMENTEERDE MARKT
Aandeelhoudersstructuur op de afsluitingsdatum
| AANDELEN | % AANDELEN % STEMRECHTEN | ||
|---|---|---|---|
| Publi –T (aandelen categorie B en C) |
27.383.50738 | 44.88 | 44.88 |
| Publipart (aandelen categorie A) |
1.526.756 | 2.50 | 2.50 |
| Belfius Insurance (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) (aandelen categorie B) |
1.134.76039 | 1.86 | 1.86 |
| Katoen Natie Group (aandelen categorie B) |
4.231.14840 | 6.93 | 6.93 |
| Interfin (aandelen categorie B) |
2.598.14341 | 4.26 | 4.26 |
| Free float (aandelen categorie B) |
24.140.744 | 39.57 | 39.57 |
| Totaal | 61.015.058 | 100 | 100 |
Interfin
1. Reglementaire en inkomstenrisico's
Onvoorziene en/of ongelegen komende wijzigingen of misinterpretaties van de regulatoire of beleidsmechanismen (tarieven, incentives, doelstellingen inzake hernieuwbare energie, werkingsregels) zouden in strijd kunnen zijn met de strategie die de netbeheerder heeft uitgestippeld of voor ogen heeft en dat zou zware financiële en organisatorische gevolgen kunnen hebben.
Internationaal
De twee transmissienetbeheerders voor elektriciteit binnen de Elia groep anticiperen proactief op de Europese regelgevingen, op de nieuwe richtlijnen en regels die op Europees niveau worden voorbereid of die op omzetting in Belgisch en Duits recht wachten, om de onzekerheden zoveel mogelijk te beperken. Elia en 50Hertz volgen in het bijzonder en aandachtig het overleg op Europees niveau dat concreet tot maatregelen, waaronder het zogenaamde 'winter- maatregelenpakket (het zogenaamde 'winter package') heeft geleid. Deze maatregelen zouden in de toekomst een grote weerslag kunnen hebben op de taken en verantwoordelijkheden van de transmissienetbeheerders.
Zowel Elia als 50Hertz zijn gecertificeerde transmissienetbeheerders volgens het 'full ownership unbundling'– model. Zij zijn er dus toe gehouden om volledig onafhankelijk te zijn van de elektriciteitsen gasproducenten en elektriciteits- en gasleveranciers. Zij moeten voortdurend voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit deze certificering. Daarnaast blijven zowel Elia als 50Hertz een actieve rol spelen in projecten die bedoeld zijn om een geïntegreerde Europese energiemarkt uit te bouwen, zoals de Europese Commissie die nastreeft.
Voor de uitoefening van hun activiteiten hebben Elia en 50Hertz een licentie, die kan worden ingetrokken als ze onder andere niet beschikken over de menselijke, technische en/of financiële middelen om een continu en betrouwbaar beheer van het net te verzekeren in overeenstemming met de vigerende wetgeving en de onafhankelijkheidseisen opgenomen in artikel 9 van de Elektriciteitsrichtlijn van de Europese Unie.
Een dergelijke intrekking zou een negatieve materiële impact op Elia en/of 50Hertz hebben.
Elia en 50Hertz behoren daarenboven tot de oprichtende leden van ENTSO-E, de Europese organisatie van netbeheerders die in december 2008 werd opgericht en die 43 transmissienetbeheerders uit 36 landen verenigt, onder meer uit de landen van de Europese Unie. Deze vereniging neemt onder andere de rol op zich van het Europees Netwerk van Transmissienetbeheerders, zoals bepaald in het derde pakket.
Nationaal
Het Belgisch wettelijk kader werd vastgelegd bij de omzetting van de eerste Europese richtlijn over de interne elektriciteitsmarkt in de Elektriciteitswet van 29 april 1999. Met de wijziging van 8 januari 2012 werd de Elektriciteitswet grondig gewijzigd met de bedoeling ze af te stemmen op de wetgevende maatregelen van het Derde Energiepakket.
Overeenkomstig artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, ziet de Europese Commissie onder meer toe op de omzetting van de Europese richtlijnen in het nationaal recht. In dat kader heeft ze op 25 februari 2016 een met redenen omkleed advies gericht aan de Belgische staat op 25 februari 2016 waarin ze, zoals in het persbericht werd vermeld, oordeelde dat België bepaalde regels die betrekking hebben op de unbundling (dit betekent dat de eigendom en de boekhouding van de Belgische transmissieactiviteiten volledig gescheiden is van de andere productie- of leveringsactiviteiten) niet correct heeft omgezet waardoor andere bedrijven dan de Belgische transmissienetbeheerder, geen interconnectoren hebben kunnen ontwikkelen en uitbaten met andere Europese lidstaten. Daarenboven oordeelde de Europese Commissie in haar advies ook dat de regels met betrekking tot de verbruikers niet correct zijn omgezet. De Belgische overheden hebben aan de Europese Commissie hun visie en argumenten doorgegeven met betrekking tot de juiste omzetting van de betrokken Europese bepalingen in het Belgisch recht.
De nettowinst van de onderneming wordt in ruime mate bepaald door een (Belgische en Duits) mechanisme van billijke vergoeding alsook door incentives die gebaseerd zijn op de tarifaire richtlijnen die in de Elektriciteitswet zijn vastgesteld.
Voor de periode 2016-2019 wordt het financiële resultaat van Elia elk jaar enerzijds beïnvloed door de evolutie van de Belgische lineaire obligaties (OLO's op 10 jaar) en anderzijds door een specifiek mechanisme dat sinds 2016 is ingevoerd. Dit mechanisme behelst tegelijkertijd een incentive gekoppeld aan de voortgang van bouwwerkzaamheden voor de aanleg van grote projecten op het gebied van interconnectiecapaciteit (gericht op het bevorderen van de integratie van de Europese energiemarkten en systemen), en een corrigerende factor die de afwijking weergeeft tussen de reële waarde van de OLO van het jaar en een referentiewaarde. Het financiële resultaat van Elia wordt ook beïnvloed door de verwezenlijking en/of de eventuele overschrijding van de efficiëntieverbeteringsfactoren, door de resultaten behaald met betrekking tot de uiteenlopende incentives die de regulator heeft vastgesteld alsook door de analyses van de verschillende budgetrubrieken uitgevoerd ex post door de federale regulator.
Op 3 december 2015 werden de tarieven en de mechanismen die bepalend zijn voor de rentabiliteit van Elia als transmissienetbeheerder in België goedgekeurd door de CREG voor een nieuwe tariefperiode van 4 jaar, die van toepassing is van 1 januari 2016 tot 31 december 2019.
In geval van afwijkingen tussen de geraamde kosten en de werkelijk gemaakte kosten (gedekt door de tarieven), neemt de CREG de finale beslissing of de gemaakte kosten al dan niet als onredelijk worden beschouwd. Deze beslissing kan leiden tot het verwerpen van de gemaakte kosten. Vandaar dat zij niet in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de tarieven voor de volgende periode en zij dus een algemene negatieve impact hebben.
Elia moet een nieuw tarifair voorstel ter goedkeuring voorleggen aan de CREG voor de periode 2020-2023, dat gebaseerd is op de tariefmethodologie 2020- 2023 die de CREG in juni 2018 heeft opgesteld. Het uitwerken van dit tariefvoorstel zal verschillende maanden in beslag nemen en zal ten laatste eind 2019 uitmonden in de opmaak van de nieuwe transmissietarieven die van toepassing zullen zijn in de betrokken periode. Dit proces moet nauw worden opgevolgd zodat de netbeheerder over de inkomsten kan beschikken - dus ook de cashflow – die het nodig heeft om zijn uiteenlopende opdrachten te vervullen.
In de loop van 2019 zal ook de Belgische regulatoire aanpak ten aanzien van de investeringen van Elia in niet-gereguleerde activiteiten ook moeten worden verduidelijkt als Elia deze investeringen uitvoert en deze financiert met externe middelen.
Anderzijds hangt de omzet van Elia ook af van de hoeveelheid energie die via haar net wordt vervoerd en dus van de economische activiteit van haar klanten en de gemeenschap in het algemeen die de onderneming bedient. Haar omzet wordt ook bepaald door de snelle toename van de decentrale elektriciteitsproductie die rechtstreeks in de distributienetten wordt geïnjecteerd. Als gevolg van het werkelijke verbruiksniveau van de industriële en huishoudelijke klanten kunnen de werkelijk vervoerde elektriciteitsvolumes afwijken van de ramingen op basis waarvan de regulator de tarieven voor de periode 2016-2019 heeft bepaald. Afhankelijk van de geldende regelgeving zal/zullen dit inkomstentekort en/of de extra kosten, zoals de behoefte aan bijkomende financiering, worden gecompenseerd door de tarieven van de volgende regulatoire periodes. Het effect op het elektriciteitsverbruik en de injectie vanuit de verschillende klantsegmenten, samen met de onzekerheid over de vooruitzichten met betrekking tot de economische activiteit bij de industriële klanten, vormen dus een
risico voor de liquiditeitspositie van Elia.
De Elektriciteitswet heeft aan de transmissienetbeheerder recentelijk de opdracht toevertrouwd om een transmissienet te bouwen in de mariene wateren waarover België rechtsbevoegdheid heeft. De CREG heeft een regelgevend kader opgezet dat specifiek voor dit onderzees net van toepassing is.
Deze specifieke uitbreiding van het huidige regelgevende kader houdt in het bijzonder rekening met de reglementaire, contractuele en technische risico's gelinkt aan een dergelijke activiteit, in het bijzonder door een bijkomende billijke winstmarge toe te kennen voor de eigen middelen die de netbeheerder in dit offshore net zou investeren. De aanzienlijke toename van de energievolumes die vanuit de nieuwe offshore windparken worden verwacht zullen gepaard gaan met een aanzienlijke stijging van de heffing die wordt toegepast om de aankoopkosten van nieuwe groenstroomcertificaten te dekken. Er zal bijzondere aandacht worden geschonken aan de beheersing van de cashflow die uit deze situatie zal voortvloeien.
De inkomsten van Elia worden beïnvloed door de dividenden die Elia ontvangt van de ondernemingen waarin het een belang heeft, en in het bijzonder de dividenden van 50Hertz via Eurogrid International.
De door 50Hertz toegepaste tarieven worden gereguleerd door het Duitse federale reguleringsinstantie BNetzA (Bundesnetzagentur). De beslissingen en handelingen van het BNetzA in het huidige regelgevend kader hebben een aanzienlijke impact op 50Hertz. Bovendien is het regelgevend kader waarin 50Hertz zijn activiteiten uitvoert onderworpen aan belangrijke Europese, nationale en regionale wetgeving en regelgeving. Hoewel 50Hertz zo goed mogelijk tracht te anticiperen op de Europese wetgeving, kunnen nieuwe richtlijnen en verordeningen op Europees niveau of richtlijnen of verordeningen die op omzetting in nationale wetgeving wachten, hoe dan ook elementen van onzekerheid vormen.
De wetgeving en de richtlijnen inzake hernieuwbare energiebronnen kunnen ook een aanzienlijke impact hebben op de liquiditeitspositie van 50Hertz. Veranderingen in de wetgeving kunnen het huidige regulatoir en/of liquiditeitsrisico sterk beïnvloeden.
Bevoegdheidsverdeling
Wat de regelgeving en wetgeving betreft, bestaan er in België ook risico's met betrekking de bevoegdheidsverdeling tussen de Belgische federale en regionale entiteiten. Zo kunnen de tegenstrijdigheden tussen de verschillende regelgevingen, bijvoorbeeld wat de technische reglementen betreft, voor Elia de uitoefening van haar taken bemoeilijken. De evolutie in deze regelgeving en de wijzigingen die in de toekomst zullen worden aangebracht, kunnen eveneens een impact hebben op de aansprakelijkheid van de vennootschap bij een stroomonderbreking of, in het kader van een eventuele staatshervorming, op de bevoegdheidsverdeling tussen het federale en het regionale niveau, inclusief de bevoegdheid inzake de goedkeuring van de transmissietarieven.
2. Operationele risico's
Evenwicht op het net
Ieder jaar trachten Elia en 50Hertz om aan een zo gunstig mogelijke prijs contracten af te sluiten zodat zij over de nodige reserves beschikken om in hun respectievelijke regelzones continu het evenwicht tussen productie en verbruik te behouden. Daartoe onderzoeken zij, zowel op nationaal als op Europees niveau, de mogelijkheden om het toenemende aandeel van productie-eenheden voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen met een variabel karakter in het elektrische systeem te integreren zonder het evenwicht op het net in het gedrang te brengen. De toename, ook op Europees niveau, van het aantal eenheden op basis van warmtekrachtkoppeling en hernieuwbare energie dat op de distributienetten wordt aangesloten, en de aansluiting van grote offshore windmolenparken brengen ook nieuwe uitdagingen met zich op het vlak van het operationele beheer van de netten en de verdere uitbouw van hun infrastructuren.
Een belangrijke ontwikkeling sinds 2014 is de negatieve evolutie van de Belgische nationale elektriciteitsproductie als gevolg van de sluiting en buitengebruikstelling van productie-eenheden. Dit resulteerde in een algemene daling van de beschikbare productiecapaciteit voor de Belgische verbruikers en de groeiende afhankelijkheid van de elektriciteit die vanuit de buitenlandse markten wordt ingevoerd. Als gevolg van deze gewijzigde omstandigheden op het vlak van de stroomvoorziening wordt een strategische elektriciteitsreserve voorzien. Deze reserve wordt aangelegd voor de winterperiode. Zij is opgebouwd uit productiecapaciteit die vooraf wordt vastgelegd, gereserveerd en buiten de elektriciteitsmarkt wordt gehouden en die de transmissienetbeheerder kan benutten indien de elektriciteitsbevoorrading ontoereikend is. De vele problemen rond het Belgische nucleaire productiepark de voorbije jaren illustreren de onzekerheden waarmee de stroomvoorziening te kampen heeft. Ook de daadwerkelijke beschikbaarheid en de lokalisatie van deze productie-eenheden interageren met de onderhouds- en/ of investeringsprogramma's voor de 400 kV-netten, alsook de voorwaarden om toegang te hebben tot middelen die kunnen worden ingeschakeld om de nodige ondersteunende diensten voor de exploitatie van het net te leveren.
Het valt niet uit te sluiten dat er in de toekomst nog andere productie- eenheden definitief of gedeeltelijk zullen sluiten, wat zal blijven wegen op de moeilijke bevoorradingssituatie. Ook de onzekerheid over de beschikbaarheid van het Franse nucleaire park die alsmaar afneemt zou gepaard kunnen gaan met een mogelijke daling van de hoeveelheden elektriciteit die vanuit Frankrijk kunnen worden ingevoerd. Of het noodzakelijk blijft dat de strategische reserve en/ of andere mechanismen kunnen worden ingezet, blijft een belangrijk aandachtspunt tijdens de komende jaren.
In dit verband dient te worden vermeld dat de federale regering formele stappen heeft ondernomen die zouden kunnen uitmonden in de invoering van een capa-
RISICO'S EN ONZEKERHEDEN WAARMEE HET BEDRIJF WORDT GECONFRONTEERD
GRI 102-15, GRI 102-30
citeitsvergoedingsmechanisme (CRM : capacity remuneration mechanism) om meer zekerheid te hebben wat de stroomvoorziening betreft. Elia volgt deze ontwikkelingen op de voet, vooral omdat onze onderneming zelf een sleutelrol zou kunnen spelen in de implementatie van dit mechanisme.
Bovendien zijn de veranderende tendensen in de injecties en de afnames en de versterking van de interconnectiecapaciteit tussen de lidstaten van de Unie afhankelijk van toelatingen en vergunningen die door lokale, regionale, nationale en internationale instanties moeten worden afgeleverd. Het tijdig verkrijgen van deze vergunningen en goedkeuringen vormt een cruciale uitdaging voor het naleven van de uitvoeringstermijnen. Deze toelatingen en vergunningen kunnen daarenboven voor de bevoegde rechtbanken en gerechtshoven worden betwist.
Terwijl de volumes aan decentrale, variabele elektriciteitsproductie toenemen en de gecentraliseerde productiecapaciteit almaar blijft dalen, wordt Elia geconfronteerd met de veroudering van haar assets. Deze drie factoren maken het nog ingewikkelder om het energie-evenwicht te bewaren.
Stroomonderbrekingen
De netten van Elia en 50Hertz behoren tot de meest betrouwbare in Europa. Toch kan wegens onvoorziene gebeurtenissen, zoals bijzondere weersomstandigheden, de goede werking van één of meerdere infrastructuurelementen onderbroken worden. In de meeste gevallen hebben deze gebeurtenissen geen impact op de stroombevoorrading van de verbruikers, omdat de netten die Elia en 50Hertz beheren een vermaasde structuur hebben. Hierdoor kunnen de aangesloten verbruikers langs verscheidene wegen worden bereikt. In extreme gevallen kan het elektrische systeem door een incident echter gedeeltelijk of volledig uitvallen (lokale of algemene black-out) met aansprakelijkheidsvorderingen en geschillen tot gevolg die de resultaten van de exploitatie negatief kunnen beïnvloeden. Dergelijke onderbrekingen kunnen het gevolg zijn van natuurlijke fenomenen of onvoorziene gebeurtenissen (zoals hevige stormwind), maar ook van operationele problemen in België of in het buitenland. De Elia groep houdt op geregelde tijdstippen crisisoefeningen om optimaal op deze situaties te kunnen inspelen. In geval van een aan Elia toe te schrijven fout beperken de algemene voorwaarden van de standaardcontracten de aansprakelijkheid van Elia en 50Hertz tot een redelijk niveau. Het verzekeringsbeleid beoogt de beperking van de financiële impact van deze risico's.
Elektronische, informatica- en telecommunicatierisico's
De invoering en integratie van elektronische, informatica-, digitaliserings- en telecommunicatietechnologieën voor het operationeel beheer, de communicatie en het toezicht (zoals de slimme netten of smart grids) in de elektrische systemen heeft de aard van de elektrische systemen en infrastructuur, waarvan de netbeheerders, zoals Elia en 50Hertz, gebruik maken, gewijzigd.
Een falend telecommunicatienetwerk of falende ondersteunende informaticasystemen die worden gebruikt voor het beheer van het elektrische systeem en ook pogingen om de toegang tot onze IT-systemen of de data via verschillende kanalen te kraken, kan problemen veroorzaken op het gebied van de werking van het elektrische systeem. Elia neemt de nodige maatregelen om een back-up te organiseren van het informaticanetwerk en de bijbehorende informaticasystemen in de mate dat de technische en financiële mogelijkheden het toelaten. Elia heeft recovery-plannen opgesteld voor de meest kritieke IT-systemen en test deze geregeld uit. Het is evenwel onmogelijk om de eventualiteit van een defect aan de componenten van het telecommunicatienet en de informaticasystemen volledig uit te sluiten. Elia zal erop toezien om bij problemen met deze systemen de impact voor haar klanten maximaal te beperken.
Milieurisico
De resultaten van Elia kunnen worden beïnvloed door uitgaven die worden gedaan om aan de milieuwetgeving te voldoen. Hetzelfde geldt voor kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van preventieve of remediërende maatregelen of om vorderingen van derden af te wikkelen. Het milieubeleid wordt uitgewerkt en op de voet gevolgd om deze risico's onder controle te houden. Aangepaste provisies worden aangelegd telkens als de aansprakelijkheid van Elia of 50Hertz met betrekking tot saneringskwesties in het geding kan komen.
Risico in verband met de vergunningen
Zowel Elia als 50Hertz hebben als opdracht een elektriciteitsnet uit te bouwen dat aan de energiebehoeften van hun respectievelijke klanten voldoet, alsook aan de ontwikkeling van de energiesector in de richting van een meer decentrale productie, waardoor de netten moeten worden versterkt.
De elektriciteitsinfrastructuur moet dan ook versterkt of nieuw gebouwd worden en daarvoor zijn vergunningen nodig. Soms gaat het verkrijgen van vergunningen gepaard met een uitgebreide dialoog met omwonenden en met de overheden, waardoor de bouw van deze infrastructuur vertraging kan oplopen.
Risico's verbonden aan de leveranciers van infrastructuurwerken
De doelstellingen van Elia zijn wat de infrastructuur betreft, blootgesteld aan het toenemende risico van capaciteitsproblemen die verschillende belangrijke leveranciers kunnen treffen. Deze situatie vloeit voort uit het feit dat de vraag op de Europese markt voortdurend toeneemt terwijl het aanbod relatief stabiel blijft. Elia zal hiervoor op regelmatige tijdstippen anticiperende capaciteitsanalyses uitvoeren om een proactieve dialoog met haar leveranciers te voeren.
De moeilijke economische situatie op de Europese markt (zie ook Macro-Economische risico's) kan ook de financiële gezondheid van de leveranciers in het gedrang brengen waardoor deze niet meer kunnen voldoen aan hun contractuele verplichtingen. Bijgevolg kan de bouw van infrastructuur vertraging oplopen.
Risico's op juridische geschillen
De vennootschap voert haar activiteiten op zodanige wijze uit dat het risico op juridische geschillen tot een minimum wordt beperkt. Niettemin gebeurt het dat de vennootschap betrokken raakt in juridische geschillen. Indien nodig, worden hiervoor gepaste provisies aangelegd.
Veiligheid en welzijn
De Elia groep beheert installaties die bij ongevallen of agressie van buitenaf lichamelijke schade kunnen veroorzaken aan mensen. Personen die in of in de buurt van installaties voor elektriciteitstransmissie werken, kunnen bij ongeval, fout of nalatigheid worden blootgesteld aan het risico van elektrocutie. De veiligheid en het welzijn van mensen (eigen personeelsleden of derden) vormen een dagelijkse prioriteit voor de directie, het management en het personeel van de Elia groep. Elia beschikt over een gezondheids- en veiligheidsbeleid, voert veiligheidsanalyses uit en promoot een veiligheidscultuur.
Risico's verbonden aan de interne controlemechanismen
Elk intern proces beïnvloedt op zijn manier het bedrijfsresultaat. Het stelsel van meerjarentarieven vergroot de noodzaak om de globale efficiëntie van het bedrijf jaar na jaar nog te doen toenemen. Daarom wordt de doeltreffendheid van de interne processen geregeld gecontroleerd met behulp van prestatie-indicatoren en/of audits, om de gepaste controle ervan te garanderen. Dit aspect staat onder het toezicht van het auditcomité, dat de werkzaamheden van de dienst Interne Audit & Enterprise Risk Management aanstuurt en opvolgt.
Terreurdaden of sabotage
Het elektriciteitsnet en zijn assets zijn geografisch wijd verspreid en kunnen potentieel gezien blootgesteld zijn aan terreurdaden of sabotage. Dergelijke gebeurtenissen kunnen de exploitatie van het net negatief beïnvloeden en kunnen defecten op het net veroorzaken of het net doen uitvallen. Netdefecten of systeemfouten kunnen op hun beurt een materieel omgekeerd effect hebben op de financiële situatie en de operationele resultaten.
3. Financiële risico's
De Groep is blootgesteld aan verschillende financiële risico's bij de uitoefening van de taken : het marktrisico (meer bepaald het interestrisico, het inflatierisico, het belastingrisico en een beperkt wisselkoersrisico), het liquiditeitsrisico, en het kredietrisico. De risico's waaraan de onderneming is blootgesteld, worden geïdentificeerd en geanalyseerd om de limieten en gepaste controles te bepalen, en toe te zien op de risico's en de naleving van deze limieten. Met dat doel voor ogen heeft de Groep de verantwoordelijkheden en specifieke procedures vastgelegd, in het bijzonder met betrekking tot de financiële instrumenten die moeten worden aangewend en de exploitatielimieten voor de beheersing van deze risico's. Deze procedures en de betrokken systemen worden geregeld herzien om elke wijziging op het gebied van de marktomstandigheden en de activiteiten van de Groep in aanmerking te nemen. De financiële impact van deze risico's is beperkt aangezien Elia en 50Hertz werken volgens het Belgische of Duitse regelgevend kader. Zie hoofdstuk 'Regelgevend kader' voor meer informatie.
Om hun investeringen te financieren en hun strategische doelstellingen op korte en op lange termijn te bereiken, doen Elia en 50Hertz een beroep op de kapitaalmarkten en deze worden sterk beïnvloed door de macro-economische tendensen.
In 2019 zullen de tendensen voornamelijk worden gekenmerkt door een strakker monetair beleid zowel in de Verenigde Staten als in de eurozone en door een mogelijke escalatie van de huidige geopolitieke spanningen in het kader van de handelsrelaties van verschillende landen met de Verenigde Staten. Wat de eurozone betreft, zou de groei kunnen blijven vertragen door de onzekerheid die er heerst als gevolg van de uitkomst wat de Brexit en/of Italie betreft. Deze macro-economische elementen kunnen tot uiting komen in de markten via een grote volatiliteit, wat een negatieve invloed zou kunnen uitoefenen op de groei van Elia en 50Hertz en op het nastreven van hun doelstellingen. In het kader van haar inspanningen om het financieel risico te beperken, streeft de onderneming ernaar om verschillende bronnen te gebruiken voor haar schuldinstrumenten. Om ons herfinancieringsrisico goed te beheren, ontwikkelen we sterke bankrelaties met een groep van financiële instellingen, handhaven we een sterke en voorzichtige financiële positie en zorgen we voor de diversifiëring van onze financieringsbronnen. Het liquiditeitsrisico op korte termijn beheren we op dagelijkse basis met volledige dekking van de financieringsbehoeften via de beschikbare kredietlijnen en een commercial paper-programma (zie ook toelichting 8.1. Financieel risico en beheer van afgeleide instrumenten).
Overigens maken Elia en Eurogrid Gmbh het voorwerp uit van een rating van respectievelijk S&P en Moody's.
We hebben geen zekerheid dat de rating dezelfde zal blijven voor een gegeven periode of dat deze niet zal worden verlaagd door het ratingbureau als het oordeelt dat de omstandigheden in de toekomst dat rechtvaardigen. Mocht een ratingbureau beslissen om de creditrating van het bedrijf te verlagen, zou dat de financieringsopties van het bedrijf kunnen beperken en de kosten van haar leningen kunnen doen stijgen.
Naar aanleiding van de Belgische wetgeving en regelgeving inzake decentrale of hernieuwbare productie, meer bepaald op basis van zonnepanelen en windturbines, hebben de federale en gewestregeringen de toekenning van 'groenestroomcertificaten' als financieel steunmechanisme voor hernieuwbare energie ingesteld. Elia is verplicht deze certificaten tegen een gegarandeerde minimumprijs te kopen. Dat houdt een liquiditeitsrisico in, omdat deze groenestroomcertificaten als call-opties zullen worden aangewend en het niet zeker is of ze zullen worden uitgeoefend. Elia kan bijgevolg onverwachts geconfronteerd worden met grote hoeveelheden groenestroomcertificaten die Elia dan verplicht moet kopen, hetgeen een risico voor de liquiditeitspositie van Elia inhoudt. Elia heeft de regulatoire mechanismen en de mechanismen voor de planning van de liquiditeiten ingevoerd waarmee het daaraan verbonden liquiditeitsrisico gedeeltelijk kan worden opgevangen.
Indien de regelgeving de afschaffing van bepaalde groenestroomcertificaten
oplegt, dan zal Elia overgaan tot het hanteren van een gepaste toeslag ter compensatie van de gemaakte kosten. Elia heeft een beroep gedaan op de CREG om de tarieven aan te passen om eventuele tekorten te recupereren als gevolg van verschillen tussen de uitgaven verbonden aan de openbare dienstverplichtingen en de inkomsten uit de goedgekeurde toeslagen om deze uitgaven te dekken. In een poging om een sterke stijging van dit tarief te voorkomen, heeft de Waalse regering een wettelijke mogelijkheid gecreëerd en bevestigd waardoor Elia kan vragen om groenestroomcertificaten bij een goedgekeurde externe partij te plaatsen om zo het aantal op te kopen groenestroomcertificaten tijdelijk te beperken.
Wat de regionale openbare dienstverplichtingen betreft, blijft men door het onevenwicht op de groenestroomcertificaten markt in Wallonië vaak een beroep doen op de gegarandeerde minimumprijs en blijft de verkoop van groenestroomcertificatenmarkt aan Elia hoog. Het tarief voor openbare dienstverplichtingen voor de financiering van de steunmaatregelen voor hernieuwbare energie in Wallonië, dat werd voorzien om de kosten die worden gemaakt m.b.t. de verkoop van groenestroomcertificaten aan Elia te dekken, volstaat niet om de liquide middelen die Elia hiervoor nodig heeft te dekken. Eind 2018 werd opnieuw een herziening van de situatie voorgesteld om tegemoet te komen aan de behoefte aan liquide middelen op middellange termijn met betrekking tot de groenestroomcertificatien in Wallonië. Om over de nodige liquide middelen op middellange termijn te kunnen beschikken, werd op 13 september 2018 een nieuw ontwerpdecreet goedgekeurd in de Waalse regering. Dat moet de groenestroomcertificatenmarkt in Wallonië weer in evenwicht brengen tegen 2025 door het surplus van groenestroomcertificaten op de markt te elimineren. Daartoe zal er een bank worden ingeschakeld die de aankoop van de groenestroomcertificaten tegen de gewaarborgde minimumprijs kan helpen financieren. Het nieuwe decreet zal in 2019 van kracht worden.
Wat de federale openbare dienstverplichtingen betreft, nemen door de ingebruikstelling van de nieuwe offshore windparken de verkoop van groenestroomcertificaten aan Elia tegen de gegarandeerde minimumprijs en bijgevolg de cashstromen van de onderneming zeer sterk toe. Dat betekent ook dat Elia meer liquide middelen nodig heeft omwille van het tarief voor de openbare dienstverplichtingen voor de financiering van groenestroomcertificaten. Om de ondersteuning van de domeinconcessies die vanaf 1 juli 2018 worden afgerond, te verzekeren, werd er op 17 augustus 2018 een koninklijk besluit gepubliceerd dat het koninklijk besluit van 16 juli 2002 wijzigt en mechanismen invoert die de productie van hernieuwbare energie bevorderen. Een nieuw ontwerp van koninklijk besluit dat in eerste lezing door de federale ministerraad in oktober 2018 werd goedgekeurd, zal in 2019 worden goedgekeurd. Dit koninklijk besluit zal de berekeningswijze van dit tarief wijzigen om een systeem met voorschotten in te voeren zoals bepaald in het koninklijk besluit van 17 augustus 2018.
Zo ook is 50Hertz blootgesteld aan een liquiditeitsrisico omdat het verplicht is om elektriciteit op basis van hernieuwbare energiebronnen tegen een vaste prijs aan te kopen en weer te verkopen tegen prijzen die met de markt schommelen.
4. Factoren met betrekking tot de context
Macro-economische risico's
Sinds de zomer van 2018 is vooral in Europa de economische groei vertraagd. Dat was vooral te wijten aan de sterke daling van autoproductie in Duitsland, heeft te maken met de Brexit en het belastingbeleid in Italië en de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China.
De voornaamste macro-economische risico's zijn gelinkt aan externe factoren die het gevolg zijn van de toegenomen geopolitieke spanningen, de mogelijke strakkere financiële handelsvoorwaarden wereldwijd die een hogere schuldenlast teweegbrengen, verstoringen die het gevolg zijn van toegenomen automatisering en digitalisering en de toenemende druk door de strakkere marktvoorschriften en protectionistische maatregelen in de context van het toenemend nationalisme en populisme.
Risico inzake human resources
Om onze strategische doelstellingen te realiseren en de verandering in heel de organisatie door te voeren, hebben we nood aan de expertise, het engagement en het empowerment van onze werknemers. Elia voert een actief branding- en rekruteringsbeleid. De onderneming streeft ernaar een adequaat expertise- en kennisniveau te handhaven in een gespannen arbeidsmarkt. Dit is een voortdurend risico wegens de hoge specialisatiegraad van haar activiteiten en de toegenomen complexiteit van de betrokken vakgebieden. Om de nieuwe en toe-
komstige risico's op te vangen, waaronder de digitalisering en demografische veranderingen heeft het department HR zich meer gefocust op het ontwikkelen van een flexibelere aanpak op het vlak van het loopbaanbeleid en het leiderschap alsook op de noden van de medewerkers tijdens alle fasen in de loopbaan, alsook de overstapfase naar het pensioen, in overeenstemming met de nieuwe werkmodellen en organisatiestructuren.
Imagorisico
Zeer algemeen kunnen zich bepaalde omstandigheden voordoen die het imago van het bedrijf negatief kunnen beïnvloeden. Er zouden effectieve of vermeende vergissingen kunnen gebeuren op het vlak van de governance- of regu-
latoire voorschriften, die onze reputatie zouden kunnen schaden. Naast het zich voordoen van de risico's die hier aan bod zijn gekomen zouden nog tal van andere factoren onze exploitatielicentie kunnen beïnvloeden, ons vermogen om in nieuwe middelen en contracten te voorzien kunnen schaden en onze toegang tot de kapitaalmarkten kunnen beperken. Elia beschikt onder meer over een intern controlemechanisme om de overeenstemming met de regelgeving ook op het vlak van de vertrouwelijkheid van gegevens (GDPR) te garanderen. Het valt echter nooit uit te sluiten dat externe partijen onoordeelkundig omspringen met informatie waarover zij beschikken. Dit kan een effect hebben op de beurskoers van de onderneming.
Overige
Elia is zich ervan bewust dat er nog andere risico's kunnen bestaan waarvan het bedrijf op dit moment nog geen kennis heeft. Sommige risico's kunnen vandaag verwaarloosbaar lijken, maar dit sluit niet uit dat ze in de toekomst belangrijker kunnen worden. De hier gehanteerde onderverdeling geeft geen enkele indicatie van de potentiële gevolgen van de opgesomde risico's.
activiteiten en de interventie van de voornaamste betrokkenen, teneinde adequate controles en rekeningen te verzekeren.
Integriteit en ethiek
De integriteit en ethiek van Elia zijn van essentieel belang in haar interne controleomgeving. Het directiecomité en het management communiceren regelmatig over deze principes om de wederzijdse rechten en plichten van de onderneming en van haar medewerkers toe te lichten. Deze regels worden aan alle nieuwe medewerkers meegedeeld en de naleving ervan is formeel voorzien in de arbeidsovereenkomsten. De gedragscode heeft bovendien als doel inbreuken op de Belgische wetgeving inzake het gebruik van voorkennis of marktmanipulatie en verdachte activiteiten te vermijden. Het management ziet er continu op toe dat de medewerkers de interne waarden en procedures naleven en neemt, indien nodig, de nodige maatregelen, zoals beschreven in het bedrijfsreglement en in de arbeidsovereenkomsten.
De ethische code definieert wat Elia als correct ethisch ondernemen beschouwt, en stipuleert het beleid en een aantal principes m.b.t. het vermijden van belangenconflicten. Integer en onafhankelijk handelen met alle stakeholders is een essentieel uitgangspunt in het handelen van onze medewerkers. De Ethische Code van Elia stelt uitdrukkelijk dat de Groep omkoping verbiedt in welke vorm dan ook, alsook misbruik van voorkennis en marktmanipulatie. Dit wordt ook ondersteund door de Gedragscode van Elia. Elia en haar medewerkers maken geen gebruik van geschenken of entertainment om concurrentievoordeel te behalen. Facilitaire betalingen zijn niet toegestaan door Elia. Het verhullen van geschenken of entertainment als liefdadigheidsgiften is evenzeer een schending van de Ethische Code. De Ethische Code onderstreept ook het verbod van elke vorm van racisme en discriminatie, gelijke kansen voor alle werknemers en de bescherming van de vertrouwelijkheid wat het gebruik van IT-systemen betreft. Iedereen die specifiek bij het aankoopproces betrokken is, moet zich houden aan de deontologie van Elia betreffende aankopen en alle regels die daaruit voortvloeien. Elia' s aankoop-deontologie is intern en extern gepubliceerd en steunt op 4 pijlers : vertrouwelijkheid; niet-discriminerende behandeling van de leveranciers; transparantie; en het vermijden van belangenconflicten. Op een regelmatige basis zorgt het management van de medewerkers die betrokken zijn in de aankoop- en betaal-processen voor voldoende training en awareness aangaande deze topics.
Wegens haar wettelijk statuut van transmissienetbeheerder voor elektriciteit is Elia onderworpen aan een groot aantal statutaire en regulatoire voorschriften die drie fundamentele principes definiëren : niet-discriminerend gedrag, vertrouwelijke behandeling van informatie en transparantie m.b.t. niet-confidentiële marktinformatie versus alle actoren uit deze elektriciteitsmarkt. Om aan deze specifieke verplichtingen te voldoen heeft Elia een 'Engagement Program' uitgewerkt dat door het corporate governance comité is goedgekeurd. De Compliance Officer rapporteert hierover jaarlijks aan de regulerende organen.
Eventuele inbreuken m.b.t. deze codes kunnen gemeld worden aan de Compliance Officer, die deze op een objectieve en vertrouwelijke wijze behandelt. De Compliance Officer verklaart in 2018 geen meldingen m.b.t. inbreuken in deze materies ontvangen te hebben, noch van interne medewerkers, noch van externe stakeholders.
Interne Audit integreert in zijn jaarprogramma een aantal acties en controle-audits teneinde specifieke preventies tegen fraude te ontwikkelen. Eventuele vaststellingen worden systematisch gerapporteerd aan het Auditcomité. In 2018 werden geen relevante vaststellingen gedaan m.b.t. financiële fraude in de specifieke audit aangaande de aankoopen betaal-processen noch in de andere audits van het audit jaarprogramma.
Rollen en Verantwoordelijkheden
Het intern controlesysteem van Elia steunt op duidelijk omschreven rollen en verantwoordelijkheden op alle niveaus van de organisatie. De rollen en verantwoordelijkheden van de diverse comités binnen Elia zijn voornamelijk geïdentifi-
ceerd in het wettelijk kader dat van toepassing is op Elia, in de statuten en in het Corporate Governance Charter. Het departement Boekhouding staat onder toezicht van de Chief Financial Officer en is belast met de statutaire financiële en fiscale reporting en de consolidatie van de verschillende dochtervennootschappen van de Elia groep. Het departement Beheerscontrole staat in voor de opvolging van de boekhouding en voor de analytische reporting en is belast met alle financiële reporting in de regulatoire context. Het departement Investor Relations is belast met de specifieke reporting die van toepassing is op
een beursgenoteerde onderneming.
Wat het proces van financiële reporting betreft, zijn de taken en verantwoordelijkheden van iedere werknemer van het departement Boekhouding duidelijk omlijnd om te waarborgen dat de geleverde financiële resultaten de financiële transacties van Elia exact en eerlijk weergeven. De belangrijkste controles en het tijdschema voor de realisatie van deze taken en controles werden geïdentificeerd en opgenomen in een gedetailleerd kader van taken en verantwoordelijkheden.
Alle entiteiten van de consolidatiekring hebben een IFRS boekhoudhandleiding geïmplementeerd. Die geldt als referentie inzake de boekhoudkundige principes en procedures, teneinde coherentie en vergelijkbaarheid te verzekeren, alsook een correcte boekhouding en reporting binnen de Groep.
Het departement Finance beschikt over de nodige instrumenten, zoals IT-tools, voor de uitvoering van zijn taken. Alle entiteiten van de consolidatiekring gebruiken dezelfde ERP-applicatie, die diverse geïntegreerde controles bevat en een gepaste taakverdeling ondersteunt. Bovendien licht Elia de rollen en verantwoordelijkheden van al haar medewerkers toe door middel van een beschrijving van elke functie overeenkomstig de methodologie van Business Process & Applications.
Competenties
Elia houdt in haar processen inzake rekrutering, opleiding en retentie, rekening met het cruciale belang van de competenties en de expertise van haar medewerkers om ervoor te zorgen dat haar activiteiten op een betrouwbare en efficiënte wijze worden uitgevoerd. Het departement Human Resources heeft adequate beleidslijnen uitgestippeld en geeft een omschrijving van alle functies teneinde de rollen, verantwoordelijkheden en functievereisten te identificeren, alsook de kwalificaties die nodig zijn om deze te vervullen.
Elia heeft een beleid opgesteld voor het beheer van de generieke en specifieke competenties in overeenstemming met de waarden van de onderneming en moedigt al haar medewerkers aan om opleidingen te volgen om de hun toegewezen taken efficiënt te kunnen uitvoeren. De vereisten in termen van competentieniveaus worden continu geanalyseerd door middel van formele en informele (zelf)-evaluaties op verschillende tijdstippen tijdens de loopbaan van de medewerkers.
Aan alle medewerkers die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de financiële reporting worden opleidingsprogramma's inzake financiële reporting aangeboden. De opleiding is zowel toegespitst op het bestaande regelgevend kader en de boekhoudkundige verplichtingen als op de activiteiten zelf, met een hoge graad van inzicht zodat de goede vragen kunnen worden gesteld.
KENMERKEN VAN DE SYSTEMEN VOOR INTERNE CONTROLE EN RISICOBEHEER
Het referentiekader van de interne risicobeheerscontrole dat door het directiecomité geïmplementeerd is en door de Raad van Bestuur van Elia is goedgekeurd, is gebaseerd op het COSO II Framework. Dit kader omvat vijf nauw verbonden basiscomponenten om een geïntegreerd proces te verzekeren voor de systemen voor interne controle en risicobeheer : de controleomgeving, de risicobeoordeling, de controleactiviteiten, de informatie en de communicatie en de monitoring. Door deze concepten toe te passen en in haar processen en activiteiten te integreren kan Elia haar activiteiten onder controle houden, de efficiëntie van haar operaties verbeteren, haar middelen optimaal inzetten en zo bijdragen tot de realisatie van haar doelstellingen. Hierna wordt de toepassing van COSO II binnen Elia beschreven.
1. CONTROLEOMGEVING
Organisatie van de interne controle
Overeenkomstig de statuten van Elia heeft de raad van bestuur verschillende comités opgericht die helpen bij de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden : het directiecomité, het auditcomité, het vergoedingscomité en het corporate governance comité. Het auditcomité werd door de raad belast met het toezicht op : (i) het proces van financiële reporting, (ii) de efficiëntie van de systemen voor interne controle van het beheer van de bedrijfsrisico's, (iii) de interne audit en de efficiëntie ervan, (iv) de statutaire audit van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, inclusief de opvolging van alle vragen en aanbevelingen van de externe auditeurs, (v) de onafhankelijkheid van de externe auditeurs, (vi) het onderzoeken van de rekeningen en het controleren van de budgetten.
Het auditcomité komt in principe driemaandelijks bijeen om deze verschillende punten te bespreken.
Het departement Finance ondersteunt het directiecomité door tijdig de correcte en betrouwbare financiële informatie ter beschikking te stellen die nodig is voor de besluitvorming betreffende de opvolging van de rentabiliteit van de activiteiten en het efficiënt beheer van de financiële diensten van de onderneming. De externe financiële reporting waaraan Elia is onderworpen omvat (i) de statutaire financiële en fiscale reporting, (ii) de geconsolideerde financiële reporting, (iii) de specifieke reportingverplichtingen van een beursgenoteerd bedrijf, (iv) en de reporting die door het regelgevend kader wordt opgelegd. Elia heeft een gestructureerde aanpak ontwikkeld, die bijdraagt tot de volledigheid en exactheid van de financiële informatie en rekening houdt met de termijnen voor de controle van de
2. Risicobeoordeling
Risicobeoordeling is een ander systeem voor interne controle dat van cruciaal belang is voor Elia om de strategische doelstellingen van haar opdracht te realiseren; de raad van bestuur en de Risk Manager identificeren, analyseren en beoordelen geregeld samen de belangrijkste strategische en tactische risico's. Deze risico's worden kwalitatief en/of kwantitatief beoordeeld afhankelijk van hun aard en hun potentiële impact. De Risk Manager stelt vervolgens aanbevelingen voor betreffende de manier waarop elk van deze risico's het best kan worden beheerd, rekening houdend met de interactie tussen alle aan Elia verbonden risico's. Op basis van deze evaluatie worden preventieve, bijsturende en/of corrigerende acties geïmplementeerd om zo, indien nodig, de bestaande interne controles te versterken.
Het management van Elia is verantwoordelijk voor het invoeren van een efficiënte interne controle, die onder andere een correcte financiële reporting waarborgt. Het onderstreept het belang van het risicobeheer inzake financiële reporting door samen met het auditcomité rekening te houden met de volledige waaier van activiteiten en de daaraan verbonden risico's. Het ziet erop toe dat de risico's correct worden weergegeven in de financiële resultaten en reportings. De risicobeoordeling gaat bovendien verder dan de gekende risico's van Elia en tracht te anticiperen op de aard en de kenmerken van opkomende risico's die een impact op de activiteiten van Elia kunnen hebben.
De voornaamste stappen in de beoordeling van de financiële risico's zijn :
- 1. het identificeren van de doorslaggevende elementen van de financiële reporting en de doelstellingen ervan;
- 2.het identificeren van de belangrijke risico's in de realisatie van de doelstellingen;
- 3. het identificeren van de controlemechanismen van de risico's.
De doelstellingen van de financiële reporting omvatten (i) de conformiteit van de financiële verklaringen met de algemeen aanvaarde boekhoudkundige principes, (ii) de transparantie en juistheid van de informatie in de financiële resultaten, (iii) het toepassen van boekhoudkundige principes die aangepast zijn aan de sector en aan de transacties van de onderneming en (iv) de juistheid en betrouwbaarheid van de financiële resultaten.
De activiteiten van Elia als transmissienetbeheerder voor elektriciteit met betrekking tot haar fysieke installaties dragen in belangrijke mate bij tot de financiële resultaten. De gepaste procedures en controles werden dan ook ingevoerd om over een volledige en realistische inventaris van de fysieke installaties te beschikken. Risicobeheer is een activiteit die op het niveau van de onderneming wordt gevoerd en ondersteund door aan alle medewerkers verantwoordelijkheden ter zake toe te wijzen bij de uitvoering van hun specifieke activiteiten, zoals in de policy voorgeschreven.
Een continue beoordeling
Dankzij een aanpak die tegelijk top-down en bottom-up is, kan Elia gebeurtenissen identificeren en, in de mate van het mogelijke, erop anticiperen, en reageren op eventuele incidenten, zowel van buitenaf als binnenin de organisatie, die de realisatie van de doelstellingen kunnen beïnvloeden.
Top-down aanpak gebaseerd op de strategische risico's
Driemaandelijks worden de strategische risico's geëvalueerd in een reporting aan het auditcomité. Telkens wanneer een bedreiging of potentiële opportuniteiten worden vastgesteld worden actieplannen of specifieke evaluaties van nieuwe risico's uitgevoerd.
Bottom-up aanpak met betrekking tot de business
Teneinde nieuwe risico's te identificeren of veranderingen van de bestaande risico's te evalueren, blijven de Risk Manager en het management continu in contact en zijn ze alert voor veranderingen die een eventuele aanpassing van de risicobeoordeling en van de daaraan verbonden actieplannen vereisen. Aan de hand van criteria wordt beslist of het nodig is om de processen van financiële reporting en de daaraan verbonden risico's te evalueren. Het accent ligt op de risico's in verband met de veranderingen van de financiële en regulatoire omgeving, de industriële praktijken, de boekhoudkundige normen en de ontwikkelingen van de onderneming, zoals fusies en overnames.
Het operationeel management analyseert de risico's en stelt actieplannen voor. Ingrijpende wijzigingen van de waarderingsregels moeten door de raad van bestuur worden goedgekeurd. Het Risk Management speelt een essentiële rol in het handhaven van de waarde van Elia voor de stakeholders en voor de gemeenschap. Het werkt met alle departementen samen om Elia optimale kansen te geven om haar strategische doelstellingen te verwezenlijken en adviseert de onderneming betreffende de aard en de mogelijke gevolgen van toekomstige risico's.
3. Controleactiviteiten
Voornaamste controleactiviteiten
Elia heeft op de verschillende niveaus van haar structuur interne controlemechanismes geïmplementeerd teneinde te waarborgen dat de normen en interne procedures voor het correct beheer van de geïdentificeerde risico's worden nageleefd. Enkele voorbeelden :
- (i) een duidelijke taakverdeling in de processen om te vermijden dat een enkele persoon een transactie initieert, goedkeurt en registreert; met het oog daarop werden beleidslijnen voor de toegang tot de informatiesystemen opgesteld en bevoegdheden gedelegeerd;
- (ii) auditmiddelen zijn in de processen geïntegreerd om de eindresultaten in verband te brengen met de onderliggende transacties;
- (iii) gegevensveiligheid en -integriteit door een correcte toekenning van rechten;
- (iv) een gepaste documentatie van de processen via de intranetapplicatie Business Process & Applications die de beleidslijnen en procedures centraliseert.
De departementsverantwoordelijken moeten ervoor zorgen dat controleactiviteiten geïmplementeerd worden met betrekking tot de inherente risico's van hun departement.
Proces van financiële reporting
Voor ieder belangrijk risico inzake financiële reporting heeft Elia adequate controles gedefinieerd om de kans op fouten tot een minimum te beperken. De rollen en verantwoordelijkheden werden gedefinieerd voor het afsluitingsproces van de financiële resultaten. Voor iedere stap werd een continue follow-up ingevoerd, met een gedetailleerde agenda van alle activiteiten van de dochtervennootschappen van de Groep. Controles worden uitgevoerd om de kwaliteit en de naleving van de interne en externe verplichtingen en aanbevelingen na te gaan. Tijdens de afsluiting wordt een specifieke test uitgevoerd om belangrijke ongewone transacties te controleren, alsook de boekhoudkundige lijnen en aanpassingen aan het einde van de periode, de transacties van de ondernemingen en de belangrijkste ramingen. De combinatie van al deze controles biedt voldoende zekerheid dat de financiële resultaten betrouwbaar zijn. Geregelde interne en externe audits dragen ook bij tot de kwaliteit van de financiële reporting.
Bij het identificeren van de risico's die de realisatie van de doelstellingen van de financiële reporting kunnen beïnvloeden, houdt het management rekening met de mogelijkheid van foute verklaringen als gevolg van fraude en neemt het de nodige maatregelen indien de interne controle moet worden versterkt. De interne audit voert specifieke audits uit, op basis van de evaluatie van de mogelijke frauderisico's, teneinde fraude te vermijden en te voorkomen.
4. Informatie en communicatie
Elia communiceert de relevante informatie aan haar medewerkers om hen in staat te stellen hun verantwoordelijkheden op te nemen en hun doelstellingen te bereiken. De financiële informatie is noodzakelijk voor de budgettering, de ramingen en de controle van de conformiteit met het regelgevende kader. Daarnaast is de operationele informatie absoluut noodzakelijk om de verschillende rapporten op te stellen die cruciaal zijn voor de goede werking van de onderneming. Elia registreert dan ook de recente en historische gegevens die nodig zijn om haar bedrijfsrisico's te evalueren. Er wordt een beroep gedaan op verschillende communicatiekanalen : handleidingen, nota's, e-mails, uithangborden met informatie en intranetapplicaties. De financiële resultaten worden aan een interne reporting onderworpen en worden op verschillende niveaus gevalideerd. Het management dat met de financiële reporting belast is, komt geregeld samen met de overige interne diensten (operationele en controlediensten) om de informatie betreffende de financiële reporting te identificeren. Het valideert en documenteert de voornaamste assumpties die aan de basis liggen van de registratie van de reserves en de rekeningen van de onderneming.
Op het niveau van de Groep worden de geconsolideerde resultaten per segment verdeeld en gevalideerd door middel van een vergelijking met de historische cijfers en een vergelijkende analyse tussen de ramingen en de werkelijkheid. Deze financiële informatie wordt maandelijks aan het directiecomité gerapporteerd en driemaandelijks met het auditcomité besproken. De voorzitter van het auditcomité informeert vervolgens de raad van bestuur.
5. Monitoring
Elia evalueert continu of haar benadering van het risicobeheer adequaat is. De monitoringprocedures zijn een combinatie van de monitoringactiviteiten die tijdens het normale verloop van de business worden uitgevoerd en ad hoc evaluaties met betrekking tot specifiek uitgekozen thema's. De monitoringactiviteiten omvatten (i) een maandelijkse reporting van de strategische indicatoren aan het directiecomité en het management, (ii) een follow-up van de belangrijkste operationele indicatoren op het niveau van de departementen, (iii) een maandelijkse financiële reporting, met een onderzoek van de afwijkingen ten opzichte van het budget, van de vergelijkingen met voorafgaande periodes en van de gebeurtenissen die een impact kunnen hebben op de kostencontrole. De feedback van derden wordt eveneens in rekening genomen op basis van diverse bronnen zoals (i) de beursindicatoren en de rapporten van de noteringsinstantie, (ii) de waarde van het aandeel, (iii) de rapporten van de federale en regionale regulatoren over de naleving van het wettelijk en regelgevend kader en (iv) de rapporten van de veiligheids- en verzekeringsmaatschappijen. Door de gegevens afkomstig van externe bronnen met de intern gegenereerde gegevens te vergelijken en aan
de hand van de daaruit voortvloeiende analyses kan Elia zich continu verbeteren.
De interne audit speelt ook een sleutelrol op het gebied van monitoring door onafhankelijke reviews te realiseren van de belangrijkste financiële en operationele processen met betrekking tot de reglementeringen die op Elia van toepassing zijn. De resultaten van deze reviews worden aan het auditcomité gerapporteerd om het te ondersteunen in zijn opdracht betreffende het toezicht op de efficiëntie van de interne controlesystemen, het risicobeheer en de processen voor financiële reporting van de onderneming.
De wettelijke entiteiten van de Groep zijn bovendien aan een externe audit onderworpen. Deze audit omvat in het algemeen de evaluatie van de interne controle en beoordeelt de (jaarlijkse en halfjaarlijkse) statutaire en geconsolideerde financiële resultaten. De externe auditeurs geven aanbevelingen om de interne controlesystemen te verbeteren. Deze aanbevelingen, de actieplannen en hun implementatie zijn het voorwerp van een jaarlijkse reporting aan het auditcomité, wat betreft de entiteiten die beschikken over een dergelijk orgaan. Het Auditcomité rapporteert aan de raad van bestuur betreffende de onafhankelijkheid van de statutaire auditor of auditor vennootschap en bereidt een ontwerp van resolutie voor de aanduiding van de externe auditor voor.
VERKLARING VAN DE VERANTWOORDELIJKE PERSONEN
De ondergetekenden, Chris Peeters, voorzitter van het directiecomité en Chief Executive Officer, en Catherine Vandenborre, Chief Financial Officer, verklaren, voor zover hen bekend, dat:
a. de jaarrekeningen, die zijn opgesteld overeenkomstig de toepasselijke standaarden voor jaarrekeningen, een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen;
b. het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van Elia en de in de consolidatie opgenomen ondernemingen, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd worden.
Brussel, 21 maart 2019
- 2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur 39
-
- Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 40
- 3.1. Grondslagen voor consolidatie 40
- 3.2. Omrekening in vreemde valuta 41
- 3.3. Balansposten 41
- 3.3.1. Materiële vaste activa 41
- 3.3.2. Immateriële activa 42
- 3.3.3. Handels- en overige vorderingen 43
- 3.3.4. Voorraden 43
- 3.3.5. Geldmiddelen en kasequivalenten 43
- 3.3.6. Niet-financiële activa 43
- 3.3.7. Financiële activa 44 3.3.8. Afgeleide financiële instrumenten
- en hedge accounting 44
- - 3.3.9. Eigen vermogen 45
- 3.3.10. Financiële verplichtingen 45
- 3.3.12. Voorzieningen 46
- 3.3.13. Handelsschulden en overige schulden 46
- 3.3.14. Overheidssubsidies 46
- 3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen 48
-
- Rapportering per segment 48
- 4.1. Basis voor segmentrapportering 48
- 4.2. Elia Transmission (België) 49
- 4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland) 51
- 4.4. Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link) 53
- 4.5. Aansluiting van de informatie over te
- rapporteren segmenten met IFRS-bedragen 54
-
- Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten 55 5.1. Bedrijfsopbrengsten en overige inkomsten 55
- 5.2. Bedrijfskosten 55
- 5.3. Nettofinancieringslasten 56
- 5.4. Inkomstenbelastingen 57
- 5.5. Winst per aandeel (WPA) 58
- 5.6. Niet-gerealiseerde resultaten 58
| GECONSOLIDEERDE JAARREKENING | 26 | 6. Elementen van de geconsolideerde balans | 59 |
|---|---|---|---|
| Geconsolideerde winst- of verliesrekening | 26 | 6.1. Materiële vaste activa | 59 |
| Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en | 6.2. Immateriële activa en goodwill | 60 | |
| niet-gerealiseerde resultaten | 27 | 6.3. Langlopende handels- en overige vorderingen | 61 |
| Geconsolideerde balans | 28 | 6.4. Investeringen opgenomen volgens de | |
| vermogensmutatiemethode 6.4.1 Joint ventures |
62 62 |
||
| Geconsolideerd overzicht van mutaties | 6.4.2 Geassocieerde deelnemingen | 62 | |
| in het eigen vermogen | 29 | 6.5. Overige financiële activa | 63 |
| Geconsolideerd kasstroomoverzicht | 30 | 6.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen63 | |
| TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING 31 | 6.7. Voorraden | 64 | |
| 1. Verslaggevende entiteit | 31 | 6.8. Kortlopende handels- en overige vorderingen, | |
| 2. Basis voor presentatie | 31 | over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | 64 |
| 2.1. Conformiteitsverklaring | 31 | 6.9. Actuele belastingvorderingen & -verplichtingen | 65 |
| 2.2. Functionele en presentatievaluta | 38 | 6.10. Geldmiddelen en kasequivalenten |
65 |
| 2.3. Waarderingsbasis | 38 | 6.11.Eigen vermogen | 66 |
| 2.4. Gebruik van ramingen en oordelen | 38 | 6.11.1 Eigen vermogen toe te rekenen aan | |
| 2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur | 39 | de eigenaar van de vennootschap | 66 |
| 6.11.2 Hybride effecten | 66 | ||
| 3. Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving 40 | 6.12. Rentedragende leningen en | ||
| 3.1. Grondslagen voor consolidatie | 40 | financieringsverplichtingen | 67 |
| 3.2. Omrekening in vreemde valuta | 41 | 6.13. Personeelsbeloningen | 68 |
| 3.3. Balansposten | 41 | 6.14. Voorzieningen | 74 |
| 3.3.1. Materiële vaste activa | 41 | 6.15. Overige langlopende verplichtingen | 75 |
| 3.3.2. Immateriële activa | 42 | 6.16. Handelsschulden en overige schulden | 75 |
| 3.3.3. Handels- en overige vorderingen | 43 | 6.17. Over te dragen opbrengsten en toe | |
| 3.3.4. Voorraden | 43 | te rekenen kosten | 76 |
| 3.3.5. Geldmiddelen en kasequivalenten | 43 | 6.18. Financiële instrumenten – reële waarden | 77 |
| 3.3.6. Niet-financiële activa | 43 | 7. Groepsstructuur | 78 |
| 3.3.7. Financiële activa | 44 | 7.1. Bedrijfscombinaties en verwerving | |
| 3.3.8. Afgeleide financiële instrumenten | van minderheidsbelangen | 78 | |
| en hedge accounting | 44 | 7.2. Dochterondernemingen, joint ventures en | |
| 3.3.9. Eigen vermogen | 45 | geassocieerde deelnemingen | 81 |
| 3.3.10. Financiële verplichtingen | 45 | ||
| 3.3.11.Personeelsbeloningen 3.3.12. Voorzieningen |
45 46 |
8. Andere toelichtingen | 82 |
| 3.3.13. Handelsschulden en overige schulden | 46 | 8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten | 82 |
| 3.3.14. Overheidssubsidies | 46 | 8.2. Toezegging en voorwaardelijke verplichtingen | 85 |
| 3.4. Posten in de resultatenrekening | 47 | 8.3. Verbonden partijen | 86 |
| 3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde | 8.4. Gebeurtenissen na balansdatum | 88 | |
| resultaten en mutatieoverzicht van het eigen | 8.5. Varia 88 | ||
| vermogen | 48 | 8.6. Diensten verleend door de commissarissen | 88 |
| 9. REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN | 89 | ||
| 4. Rapportering per segment | 48 | 9.1 Regelgevend kader in België | 89 |
| 4.1. Basis voor segmentrapportering | 48 | 9.1.1 Federale wetgeving | 89 |
| 4.2. Elia Transmission (België) | 49 | 9.1.2 Gewestelijke wetgeving | 89 |
| 4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland) | 51 | 9.1.3 Regelgevende instanties | 89 |
| 4.4. Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link) | 53 | 9.1.4 Tariefbepaling | 89 |
| 4.5. Aansluiting van de informatie over te | 9.2 Regelgevend kader in Duitsland | 92 | |
| rapporteren segmenten met IFRS-bedragen | 54 | 9.2.1 Relevante wetgeving | 92 |
| 5. Elementen van de geconsolideerde winst- en | 9.2.2 Regelgevende instanties in Duitsland | 92 | |
| verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten | 55 | 9.2.3 Tarieven in Duitsland | 92 |
| 5.1. Bedrijfsopbrengsten en overige inkomsten | 55 | 9.3 Regelgevend kader voor NemoLink Interconnector 94 | |
| 5.2. Bedrijfskosten | 55 | ||
| 5.3. Nettofinancieringslasten | 56 | VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN | |
| 5.4. Inkomstenbelastingen | 57 | OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING | 95 |
| 5.5. Winst per aandeel (WPA) | 58 | INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE | |
| MOEDERVENNOOTSCHAP | 99 | ||
| 5.6. Niet-gerealiseerde resultaten | 58 | ||
| Balans na winstverdeling | 100 | ||
| Resultatenrekening | 101 |
Inhoudstafel
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
Geconsolideerde winst- of verliesrekening
GRI 201-1 (Revenues, Operating costs, Employees wages and benefits)
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december | Toelichting | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
|---|---|---|---|
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | |||
| Opbrengsten | (5.1) | 1.822,8 | 808,2 |
| Grond- en hulpstoffen | (5.2) | (41,5) | (9,6) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | (5.1) | 109,0 | 59,0 |
| Diensten en diverse goederen | (5.2) | (945,7) | (344,4) |
| Personeelskosten | (5.2) | (229,3) | (147,2) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (5.2) | (252,3) | (131,2) |
| Wijziging in voorzieningen | (5.2) | 4,4 | 0,4 |
| Overige bedrijfskosten | (5.2) | (30,4) | (19,6) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 437,0 | 215,5 | |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen) |
(6.3) | 65,6 | 109,1 |
| Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) ** | 502,6 | 324,6 | |
| Nettofinancieringslasten | (5.3) | (93,3) | (76,5) |
| Financieringsbaten | 21,9 | 5,5 | |
| Financieringslasten | (115,2) | (81,9) | |
| Winst vóór winstbelastingen | 409,3 | 248,1 | |
| Winstbelastingen | (5.4) | (102,2) | (39,5) |
| Winst op voorgezette bedrijfsactiviteiten | 307,1 | 208,6 | |
| Winst over de verslagperiode | 307,1 | 208,6 | |
| Winst toe te rekenen aan | |||
| Eigenaars van gewone aandelen | 275,2 | 208,6 | |
| Houders van hybride effecten | 6,2 | 0,0 | |
| Minderheidsbelang | 25,7 | 0,0 | |
| Winst over de verslagperiode | 307,1 | 208,6 |
| Winst per aandeel (in EUR) | |||
|---|---|---|---|
| Gewone winst per aandeel | (5.5) | 4,52 | 3,42 |
| Verwaterde winst per aandeel | (5.5) | 4,52 | 3,42 |
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
**EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in de winst uit investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december | Toelichting | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
|---|---|---|---|
| Winst over de verslagperiode | 307,1 | 208,6 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening: |
|||
| Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | (5.6) | (8,4) | 9,4 |
| Belastingimpact op deze elementen | 2,2 | (3,2) | |
| Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt: |
|||
| Herwaarderingen van verplichtingen voor personeelsvergoedingen na uitdiensttreding |
(6.13) | 0,8 | (13,7) |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet gerealiseerde resultaten |
0,0 | 1,1 | |
| Effectief deel van de aanpassingen in de reële waarde van investeringen | (5.6) | 2,7 | 0,0 |
| Belastingimpact op deze elementen | (6.13) | (0,2) | 2,3 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen | (2,9) | (4,1) | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 304,2 | 204,5 | |
| Winst toe te rekenen aan: | |||
| Eigenaars van de Vennootschap | 271,9 | 204.5 | |
| Hybride effecten | 6,2 | 0.0 | |
| Minderheidsbelang | 26,1 | 0.0 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 304,2 | 204,5 |
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december | Toelichting | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
|---|---|---|---|
| Winst over de verslagperiode | 307,1 | 208,6 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening: |
|||
| Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | (5.6) | (8,4) | 9,4 |
| Belastingimpact op deze elementen | 2,2 | (3,2) | |
| Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt: |
|||
| Herwaarderingen van verplichtingen voor personeelsvergoedingen na uitdiensttreding |
(6.13) | 0,8 | (13,7) |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet gerealiseerde resultaten |
0,0 | 1,1 | |
| Effectief deel van de aanpassingen in de reële waarde van investeringen | (5.6) | 2,7 | 0,0 |
| Belastingimpact op deze elementen | (6.13) | (0,2) | 2,3 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen | (2,9) | (4,1) | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 304,2 | 204,5 | |
| Winst toe te rekenen aan: | |||
| Eigenaars van de Vennootschap | 271,9 | 204.5 | |
| Hybride effecten | 6,2 | 0.0 | |
| Minderheidsbelang | 26,1 | 0.0 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 304,2 | 204,5 |
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december | Toelichting | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
|---|---|---|---|
| Winst over de verslagperiode | 307,1 | 208,6 | |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening: |
|||
| Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen | (5.6) | (8,4) | 9,4 |
| Belastingimpact op deze elementen | 2,2 | (3,2) | |
| Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt: |
|||
| Herwaarderingen van verplichtingen voor personeelsvergoedingen na uitdiensttreding |
(6.13) | 0,8 | (13,7) |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet gerealiseerde resultaten |
0,0 | 1,1 | |
| Effectief deel van de aanpassingen in de reële waarde van investeringen | (5.6) | 2,7 | 0,0 |
| Belastingimpact op deze elementen | (6.13) | (0,2) | 2,3 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen | (2,9) | (4,1) | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 304,2 | 204,5 | |
| Winst toe te rekenen aan: | |||
| Eigenaars van de Vennootschap | 271,9 | 204.5 | |
| Hybride effecten | 6,2 | 0.0 | |
| Minderheidsbelang | 26,1 | 0.0 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 304,2 | 204,5 |
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerde balans
| (in miljoen EUR) | Toelichting | 31 december 2018 |
31 december 2017 (herwerkt *) |
|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||
| VASTE ACTIVA | 11.362,8 | 6.079,1 |
| Materiële vaste activa | (6.1) | 8.456,2 | 3.202,4 |
|---|---|---|---|
| Immateriële activa en goodwill | (6.2) | 2.502,3 | 1.738,6 |
| Handels- en overige vorderingen | (6.3) | 177,0 | 147,8 |
| Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode | (6.4) | 135,4 | 928,6 |
| Overige financiële vaste activa (incl. derivaten) | (6.5) | 86,9 | 60,9 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | (6.6) | 5,0 | 1,0 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 2.391,5 | 503,2 | |
| Voorraden | (6.7) | 19,2 | 13,6 |
| Handels- en overige vorderingen | (6.8) | 558,9 | 281,1 |
| Actuele belastingvorderingen | (6.9) | 3,6 | 3,8 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | (6.10) | 1.789,3 | 195,2 |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | (6.8) | 20,5 | 9,6 |
EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN
| EIGEN VERMOGEN | 3.748,9 | 2.564,4 | |
|---|---|---|---|
| Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap | (6.11) | 3.447,5 | 2.563,3 |
| Eigen vermogen toe te rekenen aan de aandeelhouders | 2.741,3 | 2.563,3 | |
| Aandelenkapitaal | 1.521,5 | 1.517,6 | |
| Uitgiftepremie | 14,3 | 11,9 | |
| Reserves | 173,0 | 173,0 | |
| Afdekkingsreserves | (6,2) | 0,0 | |
| Ingehouden winsten | 1.038,7 | 860,8 | |
| Hybride effecten | (6.11) | 706,2 | 0,0 |
| Minderheidsbelang | 301,4 | 1,1 | |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 6.289,0 | 3.047,9 | |
| Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen | (6.12) | 5.773,8 | 2.834,7 |
| Personeelsbeloningen | (6.13) | 104,0 | 84,3 |
| Derivaten | (8.1) | 2,9 | 0,0 |
| Voorzieningen | (6.14) | 96,9 | 20,8 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | (6.6) | 95,2 | 19,5 |
| Overige verplichtingen | (6.15) | 216,2 | 88,5 |
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 3.716,4 | 970,0 | |
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | (6.12) | 621,1 | 49,5 |
| Voorzieningen | (6.14) | 16,5 | 4,5 |
| Handelsschulden en overige schulden | (6.16) | 1.989,1 | 378,5 |
| Actuele belastingverplichtingen | (6.9) | 93,1 | 2,9 |
| Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten | (6.17) | 996,6 | 534,6 |
| Totaal Eigen vermogen en verplichtingen | 13.754,3 | 6.582,3 | |
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd overzicht van mutaties in het eigen vermogen
| GRI 201-1 (Economic value retained) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| ------------------------------------- | -- | -- | -- | -- | -- |
| (in miljoen €) | te rekenen aan eigenaars van |
te rekenen aan vermogen toe |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitgiftepremie | Afdekkings | Omrekenings | Ingehouden | Nettowinst to | vennootschap de eigenaars |
Minderheids | Totaal eigen | ||||
| Aandelen kapitaal |
reserves | verschillen | Reserves | gewone | aandelen Hybride effecten |
van de Eigen |
belang | vermogen | |||
| winst | |||||||||||
| Stand per 1 januari 2017, zoals gerapporteerd |
1.517,2 11,8 (6,1) | 0,0 173,0 815,5 2.511,4 | 0,0 | 2.511,4 | 1,2 2.512,6 | ||||||
| Wijziging in grondslag voor financiële verslaggeving IFRS 15 |
(56,9) (56,9) | (56,9) | (56,9) | ||||||||
| Stand herwerkt per 1 januari 2017 | 1.517,2 11,8 (6,1) | 0,0 173,0 758,6 2.454,5 | 0,0 | 2.454,5 | 1,2 2.455,7 | ||||||
| Winst over de verslagperiode | 208,6 208,6 | 208,6 | 0,0 208,6 | ||||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | 6,2 | (10,3) | (4,1) | (4,1) | (4,1) | ||||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
|||||||||||
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | 6,2 | 198,3 204,5 | 204,5 | 0,0 204,5 | |||||||
| Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars | |||||||||||
| Uitgifte gewone aandelen | 0,2 | 0,1 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | ||||||
| Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen |
0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | |||||||
| Dividenden | (96,2) (96,2) | (96,2) | (96,2) | ||||||||
| Totaal bijdragen en uitkeringen | 0,3 | 0,1 | (96,2) (95,8) | (95,8) | (95,8) | ||||||
| Totaal bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars |
0,3 | 0,1 | (96,2) (95,8) | (95,8) | (95,8) | ||||||
| Stand per 31 december 2017 | 1.517,6 11,9 | 0,0 | 0,0 173,0 860,8 2.563,3 | 0,0 | 2.563,3 | 1,1 2.564,4 | |||||
| Stand per 1 januari 2017, zoals gerapporteerd |
1.517,6 11,9 | 0,0 | 0,0 173,0 938,2 2.640,7 | 0,0 | 2.640,7 | 1,1 2.641,8 | |||||
| Wijziging in grondslag voor financiële verslaggeving IFRS 15 |
(77,4) (77,4) | (77,4) | (77,4) | ||||||||
| Stand herwerkt per 31 december 2017 1.517,6 11,9 | 0,0 | 0,0 173,0 860,8 2.563,3 | 0,0 | 2.563,3 | 1,1 2.564,4 | ||||||
| Wijziging in grondslag voor financiële verslaggeving IFRS 9 |
2,9 | 2,9 | 2,9 | 2,9 | |||||||
| Stand herwerkt per 1 januari 2018 | 1.517,6 11,9 | 0,0 | 0,0 173,0 863,7 2.566,2 | 0,0 | 2.566,2 | 1,1 2.567,3 | |||||
| Winst over de verslagperiode | 281,6 281,6 | 281,6 | 25,7 307,3 | ||||||||
| Niet-gerealiseerde resultaten | (6,2) | 0,0 | 2,8 | (3,5) | (3,5) | 0,5 | (3,1) | ||||
| Totaal gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten |
(6,2) | 0,0 | 284,4 278,2 | 278,2 | 26,1 304,2 | ||||||
| Transacties met eigenaars, rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | |||||||||||
| Bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars |
|||||||||||
| Uitgifte gewone aandelen | 2,8 | 2,5 | 5,3 | 5,3 | 5,3 | ||||||
| Kosten mbt op aandelen gebaseerde | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | |||||||
| betalingen Uitgifte van hybride effecten |
(3,2) | (3,2) 700,0 | 696,8 | 696,8 | |||||||
| Verdeling aan hybride effecten | (6,2) | (6,2) | 6,2 | 0,0 | 0,0 | ||||||
| Belastingen op verdeling hybride | (1,8) | (1,8) | (1,8) | (1,8) | |||||||
| effecten Dividenden |
(98,7) (98,7) | (98,7) (20,0) (118,7) | |||||||||
| Totaal bijdragen en uitkeringen | 3,8 | 2,5 | (109,9) (103,6) 706,2 | 602,6 (20,0) 582,6 | |||||||
| Veranderingen in zeggenschap | |||||||||||
| Aanpassing minderheidsbelang EGI, tengevolge acquisitie |
0,5 | 0,5 | 0,5 | (0,5) | 0,0 | ||||||
| Acquisitie | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 294,6 294,7 | |||||||
| Totaal veranderingen in zeggenschap | 0,0 | 0,5 | 0,5 | 0,5 294,1 294,7 | |||||||
| Totaal bijdragen van en uitkeringen aan eigenaars |
3,8 | 2,5 | 0,0 | (109,4) (103,1) 706,2 | 603,1 274,1 877,3 | ||||||
| Stand per 31 december 2018 | 1.521,4 14,4 (6,2) | 0,0 173,0 1.038,7 2.741,3 706,2 | 3.447,5 301,4 3.748,9 | ||||||||
| * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving. |
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
Geconsolideerd kasstroomoverzicht
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december | Toelichting | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
|---|---|---|---|
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | |||
| Winst over de verslagperiode | 307,1 | 208,6 | |
| Aanpassing voor: | |||
| Netto financieringslasten | (5.3) | 93,3 | 76,5 |
| Overige niet-kaskosten | 1,1 | 0,1 | |
| Winstbelastingen | (5.4) | 105,9 | 29,2 |
| Aandeel in resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, na belasting |
(65,6) | (109,1) | |
| Afschrijvingen materiële en amortisatie immateriële activa | 249,5 | 131,4 | |
| Boekwinst op verkoop van materiële en immateriële activa | 12,6 | 6,5 | |
| Bijzondere waardeverminderingen op vlottende activa | 3,8 | 0,0 | |
| Mutatie voorzieningen | (9,2) | (5,3) | |
| Mutatie aanpassing naar reële waarde van derivaten | 1,3 | 1,1 | |
| Mutatie uitgestelde belastingen | (3,6) | 10,4 | |
| Kasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 696,1 | 349,3 | |
| Mutatie voorraden | (1,8) | 9,3 | |
| Mutatie handels- en overige vorderingen | (50,5) | 98,2 | |
| Mutatie overige vlottende activa | 7,8 | 4,8 | |
| Mutatie handelsschulden en overige schulden | (12,9) | (12,3) | |
| Mutatie overige kortlopende verplichtingen | 117,9 | 95,3 | |
| Wijzigingen in werkkapitaal | 60,5 | 195,3 | |
| Betaalde rente | (141,8) | (88,4) | |
| Ontvangen rente | 5,7 | 1,7 | |
| Betaalde winstbelastingen | (103,8) | (27,6) | |
| Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten | 516,7 | 430,3 | |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | |||
| Verwerving van immateriële activa | (23,2) | (10,6) | |
| Verwerving van materiële activa | (991,1) | (369,1) | |
| Verwerving van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode |
(23,8) | (57,2) | |
| Verwerving van dochteronderneming | (7.1) | (988,7) | 0,0 |
| Verworven geldmiddelen bij verwerving van dochteronderneming | (7.1) | 1.902,7 | 0,0 |
| Opbrengst uit de verkoop van materiële vaste activa | 2,4 | 1,5 | |
| Opbrengst uit de verkoop van investeringen | 0,2 | 0,0 | |
| Opbrengst uit kapitaalvermindering van onderneming opgenomen volgens vermogensmutatiemethode |
0,0 | 0,1 | |
| Ontvangen dividend van onderneming opgenomen volgens vermogensmutatiemethode |
2,0 | 56,8 | |
| Leningen en lange termijn vorderingen aan joint ventures | (35,7) | (84,6) | |
| Nettokasstroom gebruikt bij investeringsactiviteiten | (155,2) | (463,1) | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | |||
| Opbrengst uit de uitgiften van aandelenkapitaal | (6.11) | 5,3 | 0,4 |
| Kosten verbonden aan uitgifte van aandelenkapitaal | (6.11) | (0,1) | 0,0 |
| Betaald dividend (-) | (6.11) | (98,7) | (96,2) |
| Aflossing van opgenomen leningen (-) | (6.12) | 0,0 | (100,0) |
| Uitgifte hybride effecten | (6.11) | 696,8 | 0,0 |
| Ontvangsten van opgenomen leningen (+) | (6.12) | 656,9 | 247,2 |
| Minderheidsbelangen | (20,0) | 0,0 | |
| Overige kasstromen uit financieringsactiviteiten | (7,6) | 0,0 | |
| Nettokasstroom uit (gebruikt bij) financieringsactiviteiten | 1.232,6 | 51,4 | |
| Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 1.594,1 | 18,6 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 1 januari | 195,2 | 176,6 | |
| Geldmiddelen en kasequivalenten per 31 december | 1.789,3 | 195,2 | |
| Netto-toename (afname) van geldmiddelen en kasequivalenten | 1.594,1 | 18,6 | |
| * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving. |
De toelichting maakt integraal deel uit van deze geconsolideerde jaarrekening.
TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
1. Verslaggevende entiteit
Elia System Operator nv (hierna 'de Vennootschap' of 'Elia') is gevestigd in België, met maatschappelijke zetel gelegen aan de Keizerslaan 20, B-1000 Brussel. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap voor het boekjaar 2018 omvat de jaarrekening van de Vennootschap en haar dochterondernemingen (hierna aangeduid als de 'Groep' of 'Elia groep') en het belang van de Groep in joint ventures en geassocieerde deelnemingen.
De Vennootschap is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met aandelen genoteerd op Euronext Brussels, onder het symbool ELI.
De Elia groep is opgebouwd rond twee transmissienetbeheerders voor elektriciteit: Elia Transmission in België en 50Hertz Transmission, een van de vier Duitse transmissienetbeheerders (actief in het noorden en het oosten van Duitsland). Door de acquisitie van een bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland) in april 2018 (zie Toelichting 7.1) verwierf de Groep de zeggenschap over het segment 50Hertz Transmission (Duitsland). Vanaf de acquisitiedatum wordt 50Hertz Transmission (Duitsland) beschouwd als een dochteronderneming en worden haar resultaten en balans volledig geconsolideerd. De grondslagen voor financiële verslaggeving van Elia Transmission (België) en 50Hertz Transmission (Duitsland) werden al vóór de acquisitie in overeenstemming gebracht.
De Groep heeft ook een participatie van 50% in NemoLink Ltd, de entiteit die een elektrische interconnector heeft gebouwd en uitbaat tussen het Verenigd Koninkrijk en België. Nemo Link is een joint venture met National Grid Ventures (VK) en is operationeel sinds 30 januari 2019 met een transfercapaciteit van 1000 MW.
Met ongeveer 2.300 medewerkers en een netwerk van zo'n 18.600 km hoogspanningsverbindingen ten dienste van 30 miljoen eindconsumenten behoort de Elia groep tot de top 5 van de Europese TNB's. Ze staat in voor de efficiënte, betrouwbare en zekere transmissie van elektriciteit van producenten naar distributienetbeheerders en grote industriële gebruikers, alsook voor de import en export van elektriciteit van en naar de buurlanden. De Groep is een drijvende kracht in de ontwikkeling van de Europese elektriciteitsmarkt en de integratie van hernieuwbare energie. Naast haar activiteiten als netbeheerder in België en Duitsland biedt de Elia groep aan bedrijven een waaier van consultancy- en engineeringactiviteiten aan. De Groep treedt op onder de wettelijke entiteit Elia System Operator, een beursgenoteerd bedrijf met Publi-T, een gemeentelijke holding, als referentieaandeelhouder.
2. Basis voor presentatie
2.1. Conformiteitsverklaring
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals aangenomen voor gebruik in de Europese Unie. De Groep heeft alle door de IASB gepubliceerde nieuwe en herziene standaarden en interpretaties toegepast die toepasselijk zijn voor de activiteiten van de Groep en die gelden voor boekjaren die beginnen op 1 januari 2018.
Nieuwe en herziene standaarden en interpretaties
Indien een standaard of aanpassing een invloed heeft voor de Groep, is deze uitgelegd hieronder, samen met de impact:
• IFRS 9: Financiële instrumenten weerspiegelt alle fasen van het project met betrekking tot financiële instrumenten en vervangt IAS 39: Financiële instrumenten: Opname en Waardering en alle vorige versies van IFRS 9. In de standaard worden nieuwe vereisten ingevoerd voor classificatie en waardering, bijzondere waardevermindering en hedge accounting.
De Groep heeft ervoor gekozen om de vrijstelling in IFRS 9 met betrekking tot de overgang voor classificatie, waardering en bijzondere waardevermindering toe te passen en heeft bijgevolg de vergelijkende perioden in het jaar van eerste toepassing niet aangepast. Daarnaast heeft de Groep ervoor gekozen om, in overeenstemming met IFRS 9, veranderingen in de reële waarde van een deelneming die niet wordt aangehouden voor handelsdoeleinden op te nemen in de niet-gerealiseerde resultaten.
De Groep heeft ook de impact van de drie aspecten van IFRS 9 in detail onderzocht.
(i) Classificatie en waardering
Handelsvorderingen worden aangehouden om contractuele kasstromen te innen, en zullen naar verwachting leiden tot kasstromen die uitsluitend kapitaalaflossingen en rentebetalingen betreffen. De Groep heeft de kenmerken van de contractuele kasstroom van die instrumenten geanalyseerd en heeft besloten dat ze voldoen aan de criteria voor waardering tegen geamortiseerde kostprijs volgens IFRS 9.
Het is de bedoeling om deelnemingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen aan te houden tot in de nabije toekomst. In voorgaande perioden zijn voor die investeringen geen bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen in de winst-enverliesrekening. De Groep heeft besloten om gebruik te maken van de optie om veranderingen in de reële waarde op te nemen onder de niet-gerealiseerde resultaten.
De impact van de wijziging voor de Groep wat betreft deelnemingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen wordt hieronder uiteengezet:
De impact van deze wijziging op het eigen vermogen van de Groep is als volgt:
* Niet-verhandelbare aandelen aangehouden binnen 50Hertz Transmission (Duitsland) werden per 1 januari 2018 geherwaardeerd voor een bedrag van € 5,4 miljoen (tegen 100%).
Er is geen impact op de verslaggeving van financiële verplichtingen door de Groep, aangezien de nieuwe voorschriften alleen betrekking hebben op de verslaggeving van financiële verplichtingen die zijn aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies. De Groep beschikt niet over dergelijke verplichtingen. IFRS 9 heeft geen invloed op de grondslagen voor financiële verslaggeving voor de verwijdering van financiële activa en verplichtingen uit de balans.
(ii) Bijzondere waardevermindering
Volgens IFRS 9 moet de Groep verwachte kredietverliezen boeken op al haar obligaties, leningen en handelsvorderingen, of op jaarbasis, of op levensduurbasis.
De beoordeling voor het Belgische segment gaf aan dat door de toepassing van de methode op basis van verwachte kredietverliezen op 1 januari 2018 de voorziening voor verliezen op handelsvorderingen op die datum moet toenemen met € 0,3 miljoen ten opzichte van de voorziening voor handelsvorderingen die is opgenomen volgens IAS 39. De uitgestelde belastingvorderingen zouden stijgen met € 0,1 miljoen en de nettowinst voor de periode zou dalen met € 0,2 miljoen.
Een gelijkaardige beoordeling voor het Duitse segment gaf aan dat door de toepassing van de methode op basis van verwachte kredietverliezen per 1 januari 2018 de voorziening voor verliezen op handelsvorderingen op die datum moest toenemen met € 0,2 miljoen ten opzichte van de voorziening voor handelsvorderingen die is opgenomen volgens IAS 39. De uitgestelde belastingvorderingen zouden stijgen met minder dan € 0,1 miljoen en de nettowinst voor de periode zou dalen met € 0,2 miljoen.
(iii) Hedge accounting
Volgens de gewijzigde voorschriften voor hedge accounting kunnen meer afdekkingsrelaties in aanmerking komen voor hedge accounting, aangezien de nieuwe standaard een benadering introduceert die meer op beginselen is gebaseerd. Op 1 januari 2018 konden er echter geen nieuwe afdekkingsrelaties worden aangewezen.
• IFRS 15: Opbrengsten uit contracten met klanten (van kracht vanaf 1 januari 2018) voorziet in een nieuw, uitgebreid kader om te bepalen of, hoeveel en wanneer opbrengsten moeten worden opgenomen. De standaard vervangt de bestaande richtsnoeren voor de opname van opbrengsten, waaronder IAS 18: Opbrengsten, IAS 11: Onderhanden projecten in opdracht van derden, IFRIC 18: Overdracht van activa van klanten en IFRIC 13: Loyaliteitsprogramma's.
De Groep heeft de beoordeling van de impact van de toepassing van IFRS 15 voor de geconsolideerde jaarrekening afgerond en voorziet enkel een impact als gevolg van de toepassing van IFRIC 18. De Groep heeft gekozen voor de volledige retroactieve toepassing van IFRS 15. Dat betekent dat de vergelijkende cijfers werden herwerkt om rekening te houden met de gevolgen van IFRS 15. De Groep heeft ook gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen voor voltooide contracten, wat betekent dat er geen aanpassing was van voltooide contracten die in dezelfde vergelijkende periode begonnen en eindigden, of van contracten die aan het begin van de vroegste voorgestelde periode werden voltooid.
De Groep heeft een aantal standaardcontracten voor haar klanten waaronder het grootste deel van haar opbrengsten valt. Die contracten zijn specifiek voor elk segment. De analyse van de mogelijke impact van IFRS 15 gebeurde bijgevolg door middel van een doorlichting van die standaardcontracten. De onderstaande tabel biedt een overzicht van de verschillende opbrengstklassen met verwijzing naar de bijbehorende contracten en het resultaat van de mogelijke impact van IFRS 15.
| (in miljoen EUR) – Deelnemingen in niet-beursgenoteerde bedrijven |
Voor verkoop beschikbare activa |
Reële waarde via Niet-gerealiseerde resultaten |
|---|---|---|
| Balans op 31 december 2017 – IAS 39 | 0,2 | 0,0 |
| Herclassificatie van niet-verhandelde aandelen van Voor verkoop beschikbare activa naar Reële Waarde via Niet-gerealiseerde resultaten |
(0,2) | 0,2 |
| Balans op 1 januari 2018 – IFRS 9 | 0,0 | 0,2 |
| (in miljoen EUR) – Deelnemingen in niet-beursgenoteerde bedrijven | Impact op Eigen vermogen van de Groep |
|---|---|
| Herwaardering van niet-verhandelde aandelen van 'Voor verkoop beschikbare activa' naar 'Reële Waarde via Niet-gerealiseerde resultaten' - Elia Transmissie (België) |
0,0 |
| Herwaardering van niet-verhandelde aandelen van 'Voor verkoop beschikbare activa' naar 'Reële Waarde via Niet-gerealiseerde resultaten' - 50Hertz Transmissie (Duitsland) (*) |
3,2 |
| Impact op overgedragen resultaten van de Groep | 3,2 |
| Klasse van opbrengsten (per segment) |
Klasse van opbrengsten (Groep) |
Contracten | Status analyse | Toepassing IFRS 15 | Verandering boekhoudregel | Verandering bedrag opbrengsten |
Verandering moment van opbrengst |
Impact op eigen vermogen bij heropening 01/01/2018 (voor belastingen) (*) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten Elia Transmission (België) | ||||||||
| Aansluitingen | Opbrengsten | Aansluitingscontract | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur |
Opbrengsten | Toegangscontract | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Beheer van het elektrisch systeem |
Opbrengsten | Toegangscontract | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Compensatie van onevenwichten |
Opbrengsten | ARP contract | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Marktintegratie | Opbrengsten | ARP contract | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Internationale inkomsten | Opbrengsten | Congestie opbrengsten | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten Overdracht van | activa van klanten Tussenkomst klanten | compleet | ja | ja | nee | ja | (63,3) | |
| Overige bedrijfsopbrengsten Opbrengsten | EGI contracten | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | ||
| Overige bedrijfsopbrengsten Optimaal gebruik | van activa | Telecom contracten | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Opbrengsten 50Hertz Transmission (Duitsland) (aan 100%) | ||||||||
| Verticale netwerktarieven | n/a | Contract gebruik netwerk | compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Ondersteunende diensten | n/a | Contract voor balancingsgroepen |
compleet | ja nee | nee | nee | 0,0 | |
| Overige bedrijfsopbrengsten n/a | Tussenkomst klanten | compleet | ja | ja | nee | ja | (23,5) |
| DC | |
|---|---|
| Overige bedrijfsopbrengsten n/a |
(*) De aanpassingen van het eigen vermogen van 50Hertz Transmission (Duitsland) zijn weergegeven aan 100%. Die aanpassingen hebben een impact van 60% op het geconsolideerde eigen vermogen van de Groep. Bijgevolg bedraagt de totale impact op het eigen vermogen van de Groep € 77,4 miljoen.
Volgens IFRIC 18 werden tussenkomsten van klanten volledig opgenomen als opbrengsten, terwijl volgens IFRS 15 dergelijke vergoedingen moeten worden opgenomen als uitgestelde opbrengsten en gespreid over de levensduur van het onderliggende actief.
Onderstaande tabellen tonen de impact van de omschakeling naar IFRS 15 op de opbrengsten van de segmenten Elia Transmission (België) en 50Hertz Transmission (Duitsland):
| Opbrengsten Elia Transmission (België) | 31 december 2017 zoals gerapporteerd |
31 december 2017 herwerkt |
31 december 2017 verschil |
|---|---|---|---|
| Aansluitingen | 42,2 | 42,2 | 0,0 |
| Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur | 479,2 | 479,2 | 0,0 |
| Beheer van het elektrisch systeem | 118,5 | 118,5 | 0,0 |
| Compensatie van onevenwichten | 170,7 | 170,7 | 0,0 |
| Marktintegratie | 24,3 | 24,3 | 0,0 |
| Internationale inkomsten | 47,3 | 47,3 | 0,0 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 81,7 | 61,4 | (20,4) |
| Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 963,9 | 943,6 | (20,4) |
| Afrekeningsmechanisme: afwijkingen goedgekeurd budget | (92,3) | (92,3) | 0,0 |
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 871,7 | 851,3 | (20,4) |
| Opbrengsten 50Hertz Transmission (Duitsland) | 31 december 2017 zoals gerapporteerd |
31 december 2017 herwerkt |
31 december 2017 verschil |
|---|---|---|---|
| Verticale netwerktarieven | 1.241,4 | 1.241,4 | 0,0 |
| Horizontale netwerktarieven | 210,2 | 210,2 | 0,0 |
| Ondersteunende diensten | 94,0 | 94,0 | 0,0 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 72,7 | 73,5 | 0,8 |
| Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 1.618,3 | 1.619,1 | 0,8 |
| Afrekeningsmechanisme: terug te geven in huidige tarifaire | (288,9) | (288,9) | 0,0 |
| periode Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten |
1.329,4 | 1.330,2 | 0,8 |
De samengevatte impact op de opbrengsten van de Groep is als volgt:
| (in miljoen EUR) - Periode eindigend per | 31 december 2017 |
31 december 2017 |
31 december 2017 |
|---|---|---|---|
| Opbrengsten | zoals gerapporteerd | herwerkt | verschil |
| Opbrengsten | 806,4 | 806,4 | 0,0 |
| Overdracht van activa van klanten | 22,1 | 1,7 | (20,4) |
| Totaal opbrengsten | 828,5 | 808,2 | (20,4) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | |||
| Diensten en technische expertise | (0,3) | (0,3) | 0,0 |
| Intern geproduceerde vaste activa | 25,5 | 25,5 | 0,0 |
| Optimaal gebruik van activa | 14,3 | 14,3 | 0,0 |
| Andere | 18,5 | 18,5 | 0,0 |
| Meerwaarde op realisatie MVA | 1,0 | 1,0 | 0,0 |
| Totaal overige bedrijfsopbrengsten | 59,0 | 59,0 | 0,0 |
De ondernemingen die zijn opgenomen in het segment 50Hertz Transmission Duitsland zijn per 31 december 2017 verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (tegen 60%). De impact van IFRS 15 op de opname van hun opbrengsten wordt daarom weergegeven onder de post 'Aandeel in de winst uit investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen)' in de resultaten van de Groep.
De samengevatte impact op de opbrengsten van de Groep is als volgt:
| Kerncijfers (in miljoen EUR) | 31 december 2017 zoals gerapporteerd |
31 december 2017 herwerkt |
31 december 2017 verschil |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten | 887,5 | 867,1 | (20,4) |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen) |
108,7 | 109,1 | 0,4 |
| Winstbelastingen | (39,1) | (39,6) | (0,5) |
| Nettowinst | 229,1 | 208,6 | (20,6) |
| Balanstotaal | 6.596,5 | 6.582,3 | (14,2) |
| Eigen vermogen | 2.640,7 | 2.563,3 | (77,4) |
| Kerncijfers per aandeel | |||
| Gewone winst per aandeel (EUR) | 3,76 | 3,42 | (0,34) |
| Eigen vermogen per aandeel (EUR) | 43,36 | 42,09 | (1,27) |
De inkomstenbelastingen, zoals weergegeven in bovenstaande tabel, omvatten het gecombineerde effect van bijkomende tijdelijke verschillen die gedurende het boekjaar 2017 zijn opgebouwd en die hebben geleid tot een verhoogde uitgestelde belastingverplichting van € 6,9 miljoen, evenals een compenserend effect als gevolg van de herwaardering van de gecumuleerde tijdelijke verschillen tegen de lagere belastingtarieven, zoals vastgesteld in het kader van de belastinghervorming, met een effect van € 7,4 miljoen.
• Algemeen effect van nieuwe, herziene of gewijzigde IASB-standaarden: Als gevolg van de wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving van de entiteit voor IFRS 15 en IFRS 9, moesten de vergelijkende cijfers en de openingsbalansen worden herwerkt. Zoals hierboven aangegeven, werd IFRS 9 in het algemeen toegepast zonder vergelijkende informatie te herwerken. De herclassificaties en de aanpassingen die voortvloeien uit de nieuwe regels voor bijzondere waardevermindering zijn bijgevolg niet verwerkt in de herwerkte balans per 31 december 2017, maar zijn wel opgenomen in de openingsbalans per 1 januari 2018.
In de volgende tabellen wordt per afzonderlijke post aangegeven welke aanpassingen zijn verwerkt.
| Verkorte geconsolideerde balans | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 31 december 2017 zoals gerapporteerd |
IFRS 15 31 december 2017 herwerkt |
IFRS 9 | 1 januari 2018 herwerkt |
|
| ACTIVA | |||||
| VASTE ACTIVA | 6.093,2 | (14,1) | 6.079,1 | 3,2 | 6.082,3 |
| Materiële vaste activa | 3.202,4 | 0,0 | 3.202,4 | 0,0 | 3.202,4 |
| Immateriële activa en goodwill | 1.738,6 | 0,0 | 1.738,6 | 0,0 | 1.738,6 |
| Handels- en overige vorderingen | 147,8 | 0,0 | 147,8 | 0,0 | 147,8 |
| Investeringen opgenomen volgens de | 942,7 | (14,1) | 928,6 | 3,1 | 931,7 |
| vermogensmutatiemethode Overige financiële vaste activa (incl. derivaten) |
60,9 | 0,0 | 60,9 | 0,0 | 60,9 |
| Uitgestelde belastingvorderingen | 1,0 | 0,0 | 1,0 | 0,1 | 1,0 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 503,2 | 0,0 | 503,2 | (0,3) | 502,9 |
| Voorraden | 13,6 | 0,0 | 13,6 | 0,0 | 13,6 |
| Handels- en overige vorderingen | 281,1 | 0,0 | 281,1 | (0,3) | 280,8 |
| Actuele belastingvorderingen | 3,8 | 0,0 | 3,8 | 0,0 | 3,8 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 195,2 | 0,0 | 195,2 | 0,0 | 195,2 |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | 9,6 | 0,0 | 9,6 | 0,0 | 9,6 |
| Totaal activa | 6.596,5 | (14,1) | 6.582,3 | 2,9 | 6.585,2 |
| EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN | |||||
| EIGEN VERMOGEN | 2.641,8 | (77,4) | 2.564,4 | 2,9 | 2.567,3 |
| Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaars van de Vennootschap |
2.640,7 | (77,4) | 2.563,3 | 2,9 | 2.566,2 |
| Aandelenkapitaal | 1.517,6 | 0,0 | 1.517,6 | 0,0 | 1.517,6 |
| Uitgiftepremie | 11,9 | 0,0 | 11,9 | 0,0 | 11,9 |
| Reserves | 173,0 | 0,0 | 173,0 | 0,0 | 173,0 |
| Ingehouden winsten | 938,2 | (77,4) | 860,8 | 2,9 | 863,7 |
| Minderheidsbelang | 1,1 | 0,0 | 1,1 | 0,0 | 1,1 |
| LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN | 2.984,6 | 63,3 | 3.047,9 | 0,0 | 3.047,9 |
| Leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen |
2.834,7 | 0,0 | 2.834,7 | 0,0 | 2.834,7 |
| Personeelsbeloningen | 84,3 | 0,0 | 84,3 | 0,0 | 84,3 |
| Voorzieningen | 20,8 | 0,0 | 20,8 | 0,0 | 20,8 |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | 40,9 | (21,4) | 19,5 | 0,0 | 19,5 |
| Overige verplichtingen | 3,8 | 84,6 | 88,5 | 0,0 | 88,5 |
| KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN | 970,0 | 0,0 | 970,0 | 0,0 | 970,0 |
| Leningen en overige financieringsverplichtingen | 49,5 | 0,0 | 49,5 | 0,0 | 49,5 |
| Voorzieningen | 4,5 | 0,0 | 4,5 | 0,0 | 4,5 |
| Handelsschulden en overige schulden | 378,5 | 0,0 | 378,5 | 0,0 | 378,5 |
| Actuele belastingverplichtingen | 2,9 | 0,0 | 2,9 | 0,0 | 2,9 |
| Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen | 534,6 | 0,0 | 534,6 | 0,0 | 534,6 |
| kosten Totaal Eigen vermogen en verplichtingen |
6.596,5 | (14,1) | 6.582,3 | 2,9 | 6.585,2 |
Verkorte geconsolideerde winst- en verliesrekening
| (in miljoen EUR) – 31 december 2017 | 2017 zoals gerapporteerd | IFRS 15 | 2017 herwerkt |
|---|---|---|---|
| Voortgezette bedrijfsactiviteiten | |||
| Opbrengsten | 828,5 | (20,4) | 808,2 |
| Grond- en hulpstoffen | (9,6) | 0,0 | (9,6) |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 59,0 | 0,0 | 59,0 |
| Diensten en overige goederen | (344,4) | 0,0 | (344,4) |
| Personeelskosten | (147,2) | 0,0 | (147,2) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen | (131,2) | 0,0 | (131,2) |
| Wijziging in voorzieningen | 0,4 | 0,0 | 0,4 |
| Overige bedrijfskosten | (19,6) | 0,0 | (19,6) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 235,9 | (20,4) | 215,5 |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na belastingen) |
108,7 | 0,3 | 109,1 |
| Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) | 344,6 | (20,1) | 324,6 |
| Nettofinancieringslasten | (76,5) | 0,0 | (76,5) |
| Financieringsbaten | 5,5 | 0,0 | 5,5 |
| Financieringslasten | (81,9) | 0,0 | (81,9) |
| Winst vóór winstbelastingen | 268,2 | (20,1) | 248,1 |
| Winstbelastingen | (39,1) | (0,5) | (39,5) |
| Winst op voorgezette bedrijfsactiviteiten | 229,1 | (20,5) | 208,6 |
| Winst over de verslagperiode | 229,1 | (20,5) | 208,6 |
| Winst toe te rekenen aan | |||
| Eigenaars van de Vennootschap | 229,1 | (20,5) | 208,6 |
| Minderheidsbelang | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Winst over de verslagperiode | 229,1 | (20,5) | 208,6 |
Verkorte geconsolideerde winst-en-verliesrekening en niet-gerealiseerde resultaten
| (in miljoen EUR) – 31 december 2017 | 2017 zoals gerapporteerd |
IFRS 15 | 2017 herwerkt |
|---|---|---|---|
| Winst over de verslagperiode | 229,1 | (20,5) | 208,6 |
| Niet-gerealiseerde resultaten | |||
| Elementen die zijn of kunnen overgeboekt worden naar de winst- en verliesrekening: | |||
| Effectief deel van aanpassingen in de reële waarde van kasstroomafdekkingen |
9,4 | 0,0 | 9,4 |
| Belastingimpact op deze elementen | (3,2) | 0,0 | (3,2) |
| Elementen die nooit naar de winst- en verliesrekening worden overgeboekt: |
|||
| Herwaarderingen van verplichtingen voor vergoedingen na uitdiensttreding | (13,7) | 0,0 | (13,7) |
| Investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode - deel van niet-gerealiseerde resultaten |
1,1 | 0,0 | 1,1 |
| Belastingimpact op deze elementen | 2,3 | 0,0 | 2,3 |
| Niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar, na belastingen: | (4,1) | 0,0 | (4,1) |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 225,0 | (20,5) | 204,5 |
| Winst toe te rekenen aan: | |||
| Eigenaars van de Vennootschap | 225,0 | (20,5) | 204,5 |
| Minderheidsbelang | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 225,0 | (20,5) | 204,5 |
Naast IFRS 9 en IFRS 15 werden in 2018 een aantal andere standaarden, amendementen en interpretaties van kracht met beperkte of geen impact voor de Groep:
- Verduidelijking van de classificatie en waardering van op aandelen gebaseerde betalingstransacties (wijzigingen in IFRS 2 – van kracht vanaf 1 januari 2018). De IASB heeft wijzigingen in IFRS 2 'Op aandelen gebaseerde betalingen' gepubliceerd die betrekking hebben op drie belangrijke gebieden: de effecten van voorwaarden voor onvoorwaardelijke toezegging op de waardering van een op aandelen gebaseerde betalingstransactie die wordt afgewikkeld in geldmiddelen; de classificatie van een op aandelen gebaseerde betalingstransactie die netto wordt afgewikkeld na inhouding van bronbelasting; en de verwerking van een op aandelen gebaseerde betalingstransactie wanneer door een wijziging van de voorwaarden de afwikkeling in eigenvermogensinstrumenten zal plaatsvinden in plaats van in geldmiddelen. Deze wijziging had geen impact op de Groep.
- Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen (IFRIC 22 van kracht vanaf 1 januari 2018) De interpretatie verduidelijkt
hoe de transactiedatum moet worden bepaald voor de wisselkoers die moet worden gebruikt bij de eerste opname van gerelateerde activa, uitgaven of inkomsten wanneer een entiteit vooraf een vergoeding betaalt of ontvangt voor contracten in vreemde valuta. Deze wijziging had geen impact op de Groep.
• Overdrachten van vastgoedbeleggingen (wijzigingen in IAS 40 – van kracht vanaf 1 januari 2018) De wijzigingen verduidelijken dat overdrachten naar of van vastgoedbeleggingen enkel mogelijk zijn als er een verandering in het gebruik heeft plaatsgevonden die door bewijzen wordt gestaafd. Een verandering in gebruik vindt plaats wanneer het vastgoed beantwoordt of niet langer beantwoordt aan de definitie van vastgoedbelegging. Een verandering in intentie alleen is niet voldoende om een overdracht te
• Toepassing van IFRS 9 Financiële instrumenten met IFRS 4 Verzekeringscontracten (wijzigingen in IFRS 4 – van kracht vanaf 1 januari 2018). De wijzigingen hebben tot doel de gevolgen enigszins te beperken van het niet gelijktijdig invoeren van de nieuwe standaard voor financiële instrumenten, IFRS 9 en IFRS 17 Verzekeringscontracten, die IFRS 4 vervangt. De wijzigingen bieden entiteiten die verzekeringscontracten uitgeven twee keuzemogelijkheden: tijdelijke vrijstelling van de toepassing van IFRS 9
- ondersteunen. De Groep werd niet beïnvloed door deze nieuwe behandeling.
- en de 'overlay'-benadering. Deze wijzigingen zijn niet van toepassing op de Groep.
- jaarrekening van de Groep.
• Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures – Verduidelijking dat de waardering van investeringen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening een keuze is per investering (wijzigingen in IAS 28 – van kracht vanaf 1 januari 2018). Deze wijzigingen hebben geen effect op de geconsolideerde
Standaarden, wijzigingen en interpretaties die nog niet van kracht waren in 2018.
De Groep paste onderstaande standaarden, interpretaties of wijzigingen, die op de datum van de bekrachtiging van deze geconsolideerde jaarrekening gepubliceerd maar nog niet van kracht waren, niet voortijdig toe:
• IFRS 16 werd gepubliceerd in januari 2016 en vervangt IAS 17: Leaseovereenkomsten, IFRIC 4: Vaststelling of een overeenkomst een leaseovereenkomst bevat, SIC-15: Operationele leases – Stimulansen en SIC 27: Evaluatie van de economische realiteit van transacties, rekening houdend met de juridische vorm van een leaseovereenkomst. In IFRS 16 worden de beginselen omschreven voor de opname, waardering, presentatie en toelichting van leaseovereenkomsten en verplicht leasenemers om alle leaseovereenkomsten op eenzelfde wijze op de balans te rapporteren, gelijkaardig aan de opname van financiële leases volgens IAS 17. De standaard omvat twee vrijstellingen voor de opname voor leasenemers; leaseovereenkomsten van activa met lage waarde (bijvoorbeeld pc's) en kortlopende leaseovereenkomsten (d.w.z. leaseovereenkomsten met een leaseperiode van 12 maanden of minder). Op de aanvangsdatum van een leaseovereenkomst neemt een leasenemer een verplichting op om leasebetalingen te verrichten (d.w.z. de leaseverplichting) en een actief dat het recht vertegenwoordigt om het onderliggende actief gedurende de leaseperiode te gebruiken (d.w.z. het actief met gebruiksrecht). Leasenemers moeten de rentelasten op de
leaseverplichting en de afschrijvingskosten op het actief afzonderlijk erkennen.
Leasenemers zijn ook verplicht om de leaseverplichting te herwaarderen wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen (bijvoorbeeld een wijziging in de leaseperiode of een wijziging in toekomstige leasebetalingen als gevolg van een wijziging aan een index of rentevoet die wordt gebruikt om de betalingen te bepalen). De leasenemer zal in het algemeen het bedrag van de herwaardering van de leaseverplichting opnemen alsook een aanpassing doorvoeren ten opzichte van het actief dat het gebruiksrecht vertegenwoordigt.
Voor de leasegever blijft de financiële verslaggeving volgens IFRS 16 in wezen ongewijzigd ten opzichte van de huidige financiële verslaggeving volgens IAS 17. Leasegevers blijven alle leaseovereenkomsten classificeren volgens hetzelfde classificatieprincipe als in IAS 17 en maken een onderscheid tussen twee soorten leaseovereenkomsten: operationele en financiële leases.
Volgens IFRS 16 moeten leasenemers en leasegevers uitgebreidere informatie verstrekken dan op grond van IAS 17 vereist is.
IFRS 16 is van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019. Vervroegde toepassing is toegestaan, maar niet vooraleer een entiteit IFRS 15 toepast. Een leasenemer kan ervoor kiezen de standaard toe te passen volgens een volledige retroactieve of een gewijzigde retroactieve benadering. De overgangsbepalingen van de standaard staan bepaalde vrijstellingen toe.
Overgang naar IFRS 16
De Groep is van plan om IFRS 16 toe te passen op basis van de gewijzigde retroactieve benadering, d.w.z. dat zij de standaard zal toepassen op haar leaseovereenkomsten met een cumulatief effect op de datum dat de standaard eerst van toepassing is.
In overeenstemming met de standaard voor leaseovereenkomsten kiest de Groep ervoor om de volgende vrijstellingen te gebruiken bij de toepassing van IFRS 16:
• Korte termijn-leaseovereenkomsten, d.w.z. duur van de overeenkomst van minder dan een jaar;
-
- leaseovereenkomsten waarvoor het onderliggende actief van lage waarde is;
- immateriële activa.
De belangrijkste oordelen en veronderstellingen in het bepalen van het leaseactief en de verplichting zijn de volgende: • We hebben gebruikgemaakt van de praktische hulpmiddelen, d.w.z. één disconteringsvoet per groep contracten, gebundeld per looptijd. Er werd verondersteld dat deze leaseovereenkomsten gelijkaardige kenmerken hebben. Er werd geen gebruik gemaakt van achteraf verkregen kennis. De gebruikte disconteringsvoet is de beste raming van de Groep voor de gewogen gemiddelde marginale rentevoet.
-
• De Groep heeft de niet-opzegbare periode van elk van de contracten beoordeeld in het kader van IFRS 16. Dit omvat de periode die wordt gedekt door een optie om de leaseovereenkomst te verlengen, indien de leasenemer redelijk zeker is dat hij die optie kan uitoefenen. Zeker wanneer het gaat om kantoorhuurcontracten heeft de Groep haar beste raming gemaakt van de niet-opzegbare periode op basis van alle informatie waarover de Groep beschikt.
In 2018 heeft de Groep een gedetailleerde impactanalyse voor IFRS 16 uitgevoerd en voltooid. Samengevat is de verwachte impact van de toepassing van IFRS 16 op de balans als volgt:
| (in miljoen EUR) | Impact van IFRS16 op 1 january 2019 |
|---|---|
| Materiële vaste activa (gebruiksrecht activum) | 95,8 |
| Leaseverplichting | 95,8 |
Aangezien de activa van de Groep op de overgangsdatum gelijk zijn aan verplichtingen, heeft dit geen impact op de winst- en verliesrekening op de toepassingsdatum.
De operationele leaseverplichtingen van de Groep volgens IAS 17, zoals vermeld in toelichting 8.2, en de leaseverplichting van de Groep volgens IFRS 16, zoals hierboven aangegeven, kunnen als volgt worden gecombineerd:
| (in miljoen EUR) | Reconciliatie IAS 17 naar IFRS 16 |
|---|---|
| Minimale leasebetalingen volgens IAS 17 per 31 december 2018 | 53,7 |
| Contracten buiten beschouwing voor IFRS 16 | (5,6) |
| Effect van verdiscontering | (21,8) |
| Effect van leasetermijn assumpties | 69,5 |
| Leaseverplichting erkend bij eerste toepassing van IFRS16 per 1 januari 2019 | 95,8 |
Contracten die buiten het toepassingsgebied van IFRS 16 vallen, zijn meestal contracten waarbij (i) geen specifieke activa werden geïdentificeerd, of waarbij (ii) wanneer activa werden geïdentificeerd in het contract, de Groep er geen controle over kan uitoefenen.
Het effect van veronderstellingen over de leasetermijn komt voort uit de schatting van de meest waarschijnlijke einddatum van het contract volgens IFRS 16, die in bepaalde gevallen verschilt van de einddatum die in het contract is bepaald. Dat is vaak het geval voor contracten waar het waarschijnlijk is dat het contract zal worden verlengd.
- De volgende standaarden, wijzigingen en interpretaties zijn nog niet van kracht in 2018. De wijzigingen in de onderstaande standaarden, wijzigingen en interpretaties zullen naar verwachting geen significante impact hebben op de jaarrekening, en worden daarom niet verder beschreven:
- o Wijzigingen aan IFRS 10 en IAS 28: Verkoop of inbreng van activa tussen een investeerder en zijn geassocieerde deelneming of joint venture;
- o IFRS 17: Verzekeringscontracten;
- o Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden van Cyclus 2015-2017; vooral gericht op IFRS 3, IFRS 11, IAS12 en IAS 23;
- o Wijzigingen aan IFRS 9: Vooruitbetalingseigenschappen met negatieve vergoeding;
- o Wijzigingen aan IAS 28: Langetermijnbelangen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures;
- o IFRIC Interpretatie 23: Onzekerheid over de behandeling van inkomstenbelasting.
- o Wijzigingen aan IAS 19: Wijziging, inperking of afwikkeling van een plan;
- o Wijzigingen aan IAS 1 en IAS 8 met betrekking tot de definitie van materialiteit;
- o Wijzigingen aan de Verwijzingen naar het conceptueel kader in IFRS-standaarden: Wijzigingen aan het conceptueel kader.
2.2. Functionele en presentatievaluta
De geconsolideerde jaarrekening wordt gepresenteerd in miljoenen euro (de functionele valuta van de Vennootschap), afgerond op het dichtstbijzijnde honderdduizendtal, tenzij anders vermeld.
2.3. Waarderingsbasis
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kosten, uitgezonderd de afgeleide financiële instrumenten, die tegen reële waarde worden gewaardeerd. Vaste activa worden gewaardeerd tegen de laagste boekwaarde en de realiseerbare waarde van de te verkopen activa. Personeelsbeloningen worden gewaardeerd tegen de huidige waarde van de beloofde personeelsverplichtingen, minus de reële waarde van de fondsbeleggingen. Wijzigingen in de reële waarde van financiële activa worden in de niet-gerealiseerde resultaten verwerkt.
2.4. Gebruik van ramingen en oordelen
De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management beoordelingen, schattingen en veronderstellingen maakt die een impact kunnen hebben op de gerapporteerde bedragen van activa en passiva en baten en lasten. De schattingen en onderliggende veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en diverse andere factoren die gezien de omstandigheden redelijk geacht worden en waarvan de resultaten de basis vormen voor de beoordeling van de boekwaarde van activa en passiva. De uiteindelijke resultaten kunnen verschillen van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend herzien. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien indien de herziening enkel die periode beïnvloedt, of in de periode van de herziening en toekomstige periodes indien de herziening zowel huidige als toekomstige periodes beïnvloedt.
De volgende rubrieken bevatten informatie over belangrijke punten van schattingsonzekerheden en kritische oordelen bij de toepassing van de grondslagen die het meest van invloed zijn op de bedragen opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening:
• Het nettoresultaat van het Belgische en het Duitse segment wordt vooral bepaald door berekeningsmethodes die zijn vastgesteld door respectievelijk de Belgische federale regulator, m.n. de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas ("CREG"), en de Duitse federale regulator, m.n. het Bundesnetzagentur ("BNetzA"). Voor bepaalde berekeningen is
• Consolidatie van entiteiten waarin de Groep minder dan 20% van de stemrechten bezit, maar een invloed van betekenis heeft: volgens IFRS 10 beoordeelt de Groep of zij aanzienlijke invloed heeft op haar geassocieerde deelnemingen en moet zij deze bijgevolg consolideren. Dit wordt opnieuw beoordeeld bij elke verslagperiode (zie ook Toelichting 6.4);
• In de loop van het jaar werd een bijkomende participatie verworven in Eurogrid International cvba, de holdingmaatschappij van 50Hertz Transmission (Duitsland). In overeenstemming met IFRS 3 en de richtlijnen voor stapsgewijze overnames, moest de bestaande participatie worden geherwaardeerd naar de reële waarde op de datum van de transactie. Daarvoor was een
• Uitgestelde belastingvorderingen worden slechts opgenomen voor het overdragen van ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen deze ongebruikte fiscale verliezen en ongebruikte belastingvoordelen kunnen worden aangewend. Bij de beoordeling houdt het management rekening met elementen zoals de bedrijfsstrategie op lange termijn en mogelijkheden van
• Kredietrisico ten opzichte van klanten: het management controleert nauwgezet de uitstaande handelsvorderingen en houdt hierbij ook rekening met de ouderdom van de vordering, de betalingshistoriek en de dekking van kredietrisico's (zie
o De Groep beschikt over toegezegde pensioenregelingen en bijdrageregelingen, die behandeld worden in Toelichting 6.13. De berekening van de activa en verplichtingen met betrekking tot deze regelingen is gebaseerd op actuariële en statistische veronderstellingen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen. De huidige waarde wordt onder andere beïnvloed door veranderingen in disconteringsvoeten en financiële veronderstellingen zoals toekomstige loonstijgingen. Daarnaast wordt de huidige waarde van toekomstige pensioenverplichtingen ook beïnvloed door demografische veronderstellingen, zoals de
o Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt het management de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta, d.w.z. de euro, met een minimale rating AA, zoals bepaald door minstens één groot ratingbureau, en geëxtrapoleerd volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de brutoverplichting. Obligaties met een hogere en lagere rentevoet worden uitgesloten bij het bepalen van de gepaste
- een oordeel nodig. Meer informatie hierover is te vinden in Toelichtingen 6.17, 9.1.4 en 9.2.3.
- belangrijk oordeel nodig. Meer details daarover zijn opgenomen in Toelichting 7.1.
- belastingplanning op lange termijn (zie Toelichting 6.6);
- Toelichting 8.1);
- Personeelsbeloningen inclusief restitutierechten zie Toelichting 6.13:
- gemiddelde veronderstelde pensioenleeftijd.
- rendementscurve;
- specifieke kenmerken van de verplichtingen.
- 6.14).
- van de bijbehorende processen of procedures (zie Toelichting 6.14).
- vlak van economisch gebruik.
o Om de overeenkomstige huidige waarde te berekenen, worden de rentevoeten van de rendementscurve toegepast op de geraamde kasstroom van elke regeling. Vervolgens wordt één disconteringsvoet vastgesteld die dezelfde huidige waarde oplevert. De uiteindelijke disconteringsvoet weerspiegelt dus zowel het huidige renteklimaat als de
• Voorzieningen voor milieusaneringskosten: op het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de toekomstige kosten met betrekking tot bodemsanering op basis van het advies van een deskundige. De omvang van deze saneringskosten hangt af van een beperkt aantal onzekerheden, met inbegrip van de identificatie van nieuwe bodemverontreinigingen (zie Toelichting
• Overige voorzieningen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende uitgaande kasstromen is afhankelijk van de voortgang en de duur
• Onderzoek op waardevermindering op goodwill: de Groep analyseert de waardevermindering op goodwill en kasstroomgenererende eenheden (KGE) op de verslagdatum, en wanneer er indicaties zijn dat de boekwaarde mogelijk hoger is dan de realiseerbare waarde. Deze analyse is gebaseerd op veronderstellingen over onder andere de evolutie van de markt, het marktaandeel, de evolutie van de marge en disconteringvoeten (zie Toelichting 6.2).
• Waardering tegen reële waarde van financiële instrumenten: wanneer de reële waarde van financiële activa en financiële passiva in de balans niet kan worden bepaald op basis van genoteerde prijzen op actieve markten, wordt hun reële waarde bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Voor deze waarderingstechnieken wordt, waar mogelijk, gebruikgemaakt van gegevens uit waarneembare markten. Wanneer dit niet mogelijk is, is enige mate van oordeelsvorming noodzakelijk om de reële waarde te bepalen. Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking, worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen (zie Toelichting 6.18).
• De gebruiksduur van de vaste activa wordt bepaald op basis van de werkelijke afschrijving van elk actief. De afschrijvingen voor materiële vaste activa worden voornamelijk berekend op basis van de gebruiksduur bepaald door het regelgevende kader in België en Duitsland, wat wordt beschouwd als de best mogelijke benadering van de werkelijke gebeurtenissen op het
2.5. Goedkeuring door de Raad van Bestuur
Op 21 maart 2019 heeft de Raad van Bestuur deze geconsolideerde jaarrekening goedgekeurd voor publicatie.
Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving
3.1. Grondslagen voor consolidatie
DOCHTERONDERNEMINGEN
Een dochteronderneming is een entiteit die door de Vennootschap wordt gecontroleerd. De Groep controleert een entiteit wanneer zij blootgesteld is aan, of rechten heeft op variabele winsten omwille van haar betrokkenheid bij de entiteit en zij de bevoegdheid heeft om via haar zeggenschap over de entiteit die opbrengsten te beïnvloeden. De jaarrekening van dochterondernemingen is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening vanaf de datum dat de zeggenschap aanvangt tot de datum dat de zeggenschap ophoudt. De grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen worden, waar nodig, gewijzigd om ze overeen te laten komen met de grondslagen die de Groep toepast. Verliezen die toepasbaar zijn op de minderheidsbelangen in een dochteronderneming worden aan de minderheidsbelangen toegeschreven, zelfs als de minderheidsbelangen hierdoor een negatief saldo op de balans krijgen.
GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarin de Vennootschap een invloed van betekenis maar geen zeggenschap uitoefent over de financiële en operationele beleidslijnen. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van geassocieerde deelnemingen volgens de vermogensmutatiemethode, vanaf de datum dat de invloed van betekenis aanvangt tot de datum waarop de invloed van betekenis ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een geassocieerde deelneming overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een geassocieerde deelneming.
BELANGEN IN JOINT VENTURES
Een joint venture is een overeenkomst waarbij de Groep gezamenlijke zeggenschap uitoefent en rechten heeft op de nettoactiva van de overeenkomst, dit in tegenstelling tot gezamenlijke activiteiten waarbij de Groep rechten heeft op de activa en verplichtingen voor de passiva. Belangen in joint ventures worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. Ze worden initieel verwerkt tegen kostprijs. Na de eerste opname wordt het aandeel van de Groep in de totale opgenomen winsten en verliezen van joint ventures volgens de vermogensmutatiemethode geboekt in de geconsolideerde jaarrekening, vanaf de datum dat de gezamenlijke zeggenschap aanvangt tot de datum waarop de gezamenlijke zeggenschap ophoudt. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen haar participatie in een joint venture overschrijdt, wordt de boekwaarde verminderd tot nul en worden verdere verliezen niet langer opgenomen, behalve in de mate dat de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht in naam van een joint venture.
MINDERHEIDSBELANGEN
Minderheidsbelangen worden gewaardeerd tegen hun evenredige deel van de identificeerbare nettoactiva van de overgenomen partij op de aankoopdatum. Wijzigingen in het belang van de Groep in een niet 100%-dochteronderneming die niet leiden tot een verlies van zeggenschap, worden geboekt als transacties van eigen vermogen.
VERLIES VAN ZEGGENSCHAP
Bij het verlies van zeggenschap verwijdert de Groep de activa en passiva van de dochteronderneming, alle minderheidsbelangen en andere componenten van de niet-gerealiseerde resultaten van de dochteronderneming uit de balans. Een eventuele meer- of minwaarde die voortvloeit uit het verlies van zeggenschap wordt opgenomen als winst of verlies. Als de Groep een belang behoudt in de vorige dochteronderneming, dan wordt dit belang aan de reële waarde gewaardeerd op de dag waarop de Groep de zeggenschap verliest. Vervolgens wordt het geboekt als een investering opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode of als een reële waarde via niet-gerealiseerde resultaten, afhankelijk van de invloed die de Groep behoudt.
ELIMINATIE VAN INTRAGROEPSTRANSACTIES
Intragroepssaldi en niet-gerealiseerde winsten en verliezen of baten en lasten die voortvloeien uit intragroepstransacties, worden geëlimineerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening.
Niet-gerealiseerde winsten die voortvloeien uit transacties met geassocieerde deelnemingen, worden geëlimineerd in overeenstemming met het belang dat de Groep in de entiteit heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden geëlimineerd op dezelfde wijze als nietgerealiseerde winsten, maar enkel in de mate dat er geen bewijs voorhanden is van een bijzondere waardevermindering.
BEDRIJFSCOMBINATIES EN GOODWILL
Goodwill ontstaat bij de overname van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, en vertegenwoordigt het positieve verschil tussen de overgedragen vergoeding en het belang van de Groep in de netto reële waarde van de netto identificeerbare activa, verplichtingen en de voorwaardelijke verplichtingen van de overgenomen partij.
De Groep waardeert goodwill op de aankoopdatum als:
- de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
- het opgenomen bedrag van een minderheidsbelang in de overgenomen partij; plus
- als de bedrijfscombinatie in fasen verloopt, de reële waarde van het vooraf bestaande vermogensbelang in de overgenomen partij; minus
- de reële waarde van de identificeerbare overgenomen activa en de aangegane verplichtingen op de aankoopdatum.
Wanneer het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een winst op voordelige acquisitie opgenomen in de resultatenrekening.
De overgedragen vergoeding is exclusief bedragen voor de afwikkeling van eerder bestaande relaties. Deze bedragen worden in het algemeen in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Transactiekosten die door de Groep worden gemaakt in verband met een bedrijfscombinatie, met uitzondering van de kosten die verband houden met de uitgifte van schuldbewijzen of aandelen, worden als last opgenomen wanneer ze worden gemaakt.
Eventuele voorwaardelijke vergoedingen die moeten worden betaald, worden gewaardeerd tegen de reële waarde op de aankoopdatum. Als de voorwaardelijke vergoeding als eigen vermogen wordt geklasseerd, dan wordt deze niet opnieuw gewaardeerd en wordt de afwikkeling in het eigen vermogen opgenomen. In andere gevallen worden wijzigingen in de reële waarde van de voorwaardelijke vergoeding in de winst- en verliesrekening opgenomen.
3.2. Omrekening in vreemde valuta
TRANSACTIES EN SALDI IN VREEMDE VALUTA
Transacties in vreemde valuta worden omgerekend naar de functionele valuta van de Vennootschap tegen de wisselkoers die geldt op de datum van de transactie. Monetaire activa en passiva aangeduid in vreemde valuta op balansdatum worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op die datum. Verschillen die ontstaan bij de omrekening van vreemde valuta worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Niet-monetaire activa en passiva die in vreemde valuta op basis van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op datum van de transactie.
BUITENLANDSE BEDRIJFSACTIVITEITEN
Een buitenlandse activiteit is een entiteit die een dochteronderneming, geassocieerde deelneming, een belang in een joint venture of filiaal van de verslaggevende entiteit is en waarvan de activiteiten zijn gebaseerd of worden uitgevoerd in een ander land dan het land van de verslaggevende entiteit of in een andere valuta dan de valuta van de verslaggevende entiteit.
De financiële verslaggeving van alle entiteiten van de Groep met een functionele valuta die verschilt van de presentatievaluta van de Groep wordt als volgt omgerekend naar de presentatievaluta:
- activa en passiva worden omgerekend tegen de wisselkoers op de verslagdatum;
- inkomsten en uitgaven worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van het jaar.
Verschillen die ontstaan bij de omrekening van de netto-investering in buitenlandse dochterondernemingen, belangen in joint ventures en geassocieerde deelnemingen tegen de wisselkoersen bij de sluiting van het boekjaar, worden opgenomen in het eigen vermogen onder Niet-gerealiseerde resultaten. Bij de (gedeeltelijke) verkoop van buitenlandse dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen worden de gecumuleerde omrekeningsverschillen (gedeeltelijk) opgenomen in de winst of het verlies als onderdeel van winst/verlies uit de verkoop.
3.3. Balansposten
3.3.1. Materiële vaste activa
Activa in eigendom
Materiële vaste activa worden uitgedrukt aan kostprijs (met inbegrip van rechtstreeks toerekenbare kosten, waaronder de financieringskosten), verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk 'Waardevermindering'). De kosten van zelf vervaardigde activa omvatten de kosten van materialen, van direct toewijsbare personeelskosten en, waar relevant, van de initiële schatting van de kosten van het ontmantelen en verwijderen van de activa en het herstellen van de site waarop zij gelegen zijn. Wanneer onderdelen van materiële vaste activa een verschillende gebruiksduur hebben, worden zij geboekt als afzonderlijke materiële vaste activa.
Kosten na eerste opname
De Groep neemt in de boekwaarde van een materieel vast actief de kosten op van het vervangen van een deel van dat actief wanneer die kosten worden gemaakt, enkel wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de Groep zullen toekomen, en indien de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden gewaardeerd. Alle overige kosten, zoals herstellings- en onderhoudskosten, worden als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening zodra zij worden gemaakt.
Afschrijvingen
Afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen volgens de lineaire methode over de geschatte gebruiksduur van elk bestanddeel van een materieel vast actief. De terreinen worden niet afgeschreven. De gebruikte afschrijvingspercentages zijn opgenomen in de tabel hierna.
De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de materiële vaste activa worden op het einde van elk boekjaar geëvalueerd en, in voorkomend geval, prospectief aangepast.
| • | Administratieve gebouwen | 1,67% – 2,00% |
|---|---|---|
| • | Industriële gebouwen | 2,00 – 4,00% |
| • | Luchtlijnen | 2,00 – 4,00% |
| • | Ondergrondse kabels | 2,00 – 5,00% |
| • | Onderstations (faciliteiten en machines) | 2,50 – 6,67% |
| • | Afstandsbediening | 3,00 – 12,50% |
| • | Dispatching | 4,00 – 10,00% |
| • | Andere TGU (uitrusting van gehuurde gebouwen) | contractuele periode |
| • | Voertuigen | 6,67 – 20,00% |
| • | Gereedschap en kantoormeubilair | 6,67 – 20,00% |
| • | Hardware-apparatuur | 25,00 – 33,00% |
- Administratieve gebouwen 1,67% 2,00%
- Ondergrondse kabels 2,00 5,00%
- Onderstations (faciliteiten en machines) 2,50 6,67%
-
-- Andere TGU (uitrusting van gehuurde gebouwen) contractuele periode
- Gereedschap en kantoormeubilair 6,67 20,00%
- Hardware-apparatuur 25,00 33,00%
Bijzondere waardevermindering
De boekwaarde van de materiële activa van de Groep wordt op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.
Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de
boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.
Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.
Verplichting tot ontmanteling
Er wordt een provisie aangelegd voor buitendienststellings- en milieukosten op basis van de geschatte toekomstige uitgaven, verdisconteerd tot hun actuele waarde. Een initiële schatting voor de buitendienststellings- en milieukosten van materiële vaste activa is verwerkt in de oorspronkelijke kosten van de materiële vaste activa in kwestie.
Wijzigingen in de voorzieningen als gevolg van herziene schattingen of disconteringsvoeten of wijzigingen in de verwachte timing van uitgaven voor materiële vaste activa worden verwerkt als wijzigingen in hun boekwaarde en worden prospectief afgeschreven over hun resterende geschatte economische levensduur; in andere gevallen worden deze wijzigingen in de winst- en verliesrekening opgenomen.
De toename in de voorzieningen als gevolg van de discontering is als financieringskost opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Verwijdering van de balans
Een actief wordt niet meer op de balans opgenomen in geval van verkoop of indien er geen toekomstige economische voordelen van het gebruik of van de verkoop worden verwacht. Een eventuele opbrengst of verlies voortvloeiend uit de verwijdering van het actief (hetgeen wordt berekend als het verschil tussen de netto-opbrengst bij verkoop of buitendienststelling en de boekwaarde van het actief) wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening onder overige bedrijfsopbrengsten/overige bedrijfskosten, gedurende het jaar waarin het actief wordt verwijderd van de balans.
3.3.2. Immateriële activa
Goodwill
Goodwill wordt opgenomen aan kost, minus gecumuleerde waardeverminderingen. Goodwill is toegewezen aan kasstroomgenererende eenheden en wordt niet afgeschreven, maar jaarlijks getest op bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk 'Waardevermindering'). In geval van geassocieerde deelnemingen wordt de boekwaarde van de goodwill inbegrepen in de boekwaarde van de investering in de geassocieerde deelneming.
Computersoftware
Softwarelicenties die verworven worden door de Groep worden uitgedrukt aan kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen (zie verder) en bijzondere waardeverminderingen (zie het hoofdstuk 'Waardevermindering').
Uitgaven in verband met onderzoeksactiviteiten ondernomen om intern software te ontwikkelen, worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een uitgave zodra zij gedaan worden. Uitgaven met betrekking tot de ontwikkelingsfase van intern ontwikkelde software worden gekapitaliseerd indien:
- de ontwikkelingskosten betrouwbaar kunnen worden bepaald;
- de software technisch en commercieel haalbaar is en de toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn;
- de Groep van plan is en over voldoende middelen beschikt om de ontwikkeling te voltooien;
- de Groep van plan is om de software actief te gebruiken.
De geactiveerde uitgaven omvatten materiaalkosten, de directe personeelskosten en de indirecte kosten die direct toerekenbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van de software. De overige kosten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat deze zich voordoen.
Licenties, patenten en vergelijkbare rechten
Uitgaven voor aangekochte licenties, patenten, handelsmerken of vergelijkbare rechten worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de eventuele contractperiode of over de geschatte gebruiksduur.
Kosten na eerste opname
Uitgaven na eerste opname voor geactiveerde immateriële activa worden slechts geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen. Alle andere uitgaven worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat zij zich voordoen.
Afschrijvingen
Afschrijvingen gebeuren lineair ten laste van de winst- en verliesrekening over de geschatte gebruiksduur van immateriële activa, tenzij deze onbepaald is. Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur wordt systematisch op elke balansdatum nagegaan of er sprake is van bijzondere waardevermindering. Software wordt afgeschreven vanaf de datum waarop hij beschikbaar is voor gebruik. De geschatte gebruiksduur is als volgt:
| • | Licenties | 20,00% |
|---|---|---|
| • | Concessies | contractuele periode |
| • | Computersoftware | 20,00 - 25,00% |
De afschrijvingsmethoden, de resterende levensduur, alsook de eventuele restwaarde van de immateriële activa worden jaarlijks geëvalueerd en in voorkomend geval prospectief aangepast.
Bijzondere waardevermindering
De boekwaarde van de immateriële activa van de Groep, wordt op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.
Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.
Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.
Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.
3.3.3. Handels- en overige vorderingen
Onderhanden projecten in opdracht van derden
Onderhanden projecten in opdracht van derden worden uitgedrukt aan kostprijs, vermeerderd met winst naar rato van de voortgang van de werken, verminderd met een voorziening voor voorzienbare verliezen en verminderd met gefactureerde voorschotten naar rato van de voortgang van het project. De kostprijs omvat alle uitgaven die rechtstreeks verband houden met specifieke projecten, alsook, de toerekening van de gemaakte vaste en variabele indirecte kosten in verband met de contractuele activiteiten van de Groep gebaseerd op normale operationele capaciteit.
Handels- en overige vorderingen
Handelsvorderingen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, minus de nodige voorzieningen voor bedragen die als niet-invorderbaar worden beschouwd.
Bijzondere waardevermindering
Voor handelsvorderingen en contractactiva past de Groep een vereenvoudigde benadering toe in de berekening van de verwachte kredietverliezen (ECL's). De Groep spoort daarom geen veranderingen op in het kredietrisico, maar neemt in de plaats daarvan op elke verslagdatum een voorziening op voor verliezen op basis van levenslange ECL's. De Groep heeft een voorzieningsmatrix opgesteld die gebaseerd is op haar historische ervaring met kredietverliezen, als beste indicatie voor toekomstige kredietverliezen.
Zie Toelichting 8.1, 'Kredietrisico', voor een gedetailleerde beschrijving van het model.
3.3.4. Voorraden
Voorraden (reserveonderdelen) worden uitgedrukt aan hun kost, of hun netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De nettoopbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en verkoopkosten. De kostprijs van voorraden is gebaseerd op de waarderingsregel van de gewogen gemiddelde kostprijs. De kostprijs van voorraden omvat de initiële aankoopprijs vermeerderd met andere directe aanschaffingskosten gerelateerd aan de levering en het operationeel maken.
Waardeverminderingen van voorraden aan netto-opbrengstwaarde worden geboekt in de periode waarin de waardevermindering zich voordoet.
3.3.5. Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten omvatten kassaldi, banksaldi, handelspapieren en direct opvraagbare deposito's. Kaskredieten die direct opeisbaar zijn en die een integraal deel uitmaken van het thesauriebeheer van de Groep, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van kasequivalenten en geldmiddelen.
3.3.6. Niet-financiële activa
De boekwaarde van de activa van de Groep, met uitzondering van voorraden en uitgestelde belastingen, worden op elke balansdatum herzien om vast te stellen of er enige aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering. Indien zulke aanwijzing bestaat, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat.
Voor goodwill en immateriële activa met onbepaalde gebruiksduur en immateriële activa die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt de realiseerbare waarde geschat aan het einde van elke verslagperiode.
Een bijzondere waardevermindering wordt opgenomen telkens als de boekwaarde van een actief of kasstroomgenererende eenheid de realiseerbare waarde ervan overschrijdt. Bijzondere waardeverminderingen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. Opgenomen bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst toegerekend om de boekwaarde te verminderen van aan kasstroomgenererende eenheden toegewezen goodwill en dan om de boekwaarde te verminderen van de andere activa in de eenheden op een pro-ratabasis.
Na de opname van een bijzondere waardevermindering, zullen de afschrijvingskosten voor het actief aangepast worden voor toekomstige periodes.
Berekening van de realiseerbare waarde
De realiseerbare waarde van immateriële activa en materiële vaste activa is gelijk aan de reële waarde verminderd met de verkoopkosten, of hun bedrijfswaarde indien deze hoger is. Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de verwachte toekomstige kasstromen verdisconteerd tot hun actuele waarde aan de hand van een disconteringvoet vóór belasting die een weerspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en de risico's eigen aan het actief.
De activa van de Groep genereren geen kasstromen die onafhankelijk zijn van andere activa. De realiseerbare waarde is bijgevolg bepaald voor de kasstroomgenererende eenheid (d.w.z. het gehele hoogspanningsnet) waartoe de activa behoren. Dit is tevens het niveau waarop de Groep zijn goodwill beheert en economische voordelen bekomt van de verworven goodwill.
Terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen
Er gebeuren geen terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot goodwill. Met betrekking tot andere activa wordt een bijzondere waardevermindering teruggenomen indien er een wijziging is geweest in de schattingen die gebruikt worden om de realiseerbare waarde vast te stellen.
Een bijzondere waardevermindering wordt slechts teruggenomen in de mate dat de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of waardevermindering, die zou zijn vastgesteld indien geen bijzondere waardevermindering was opgenomen.
3.3.7. Financiële activa
Eerste opname en waardering
De classificatie van financiële activa bij de eerste opname hangt af van de kenmerken van de contractuele kasstroom van de financiële activa en het bedrijfsmodel van de Groep voor het beheer ervan. De Groep waardeert een financieel actief aanvankelijk tegen reële waarde plus transactiekosten.
Financiële activa worden beheerd met als doel ze aan te houden tot het einde van de looptijd en contractuele kasstromen te innen. De financiële activa die leiden tot kasstromen zijn uitsluitend betalingen van de hoofdsom en rente op de uitstaande hoofdsom.
Latere waardering
Voor de latere waardering worden financiële activa onderverdeeld in twee categorieën:
- financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs (schuldinstrumenten)
- financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)
Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs
Financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd aan de hand van de methode van de effectieve rentevoet en zijn onderhevig aan bijzondere waardeverminderingen. Winst en verlies worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het actief uit de balans wordt verwijderd, wordt gewijzigd of een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan.
De financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs van de Groep omvatten leningen aan derden.
Financiële activa aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten (eigenvermogensinstrumenten)
Bij de eerste opname classificeert de Groep haar beleggingen in eigen vermogen onherroepelijk als eigenvermogensinstrumenten gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten wanneer de Groep geen belangrijke invloed heeft en de activa niet worden aangehouden voor handelsdoeleinden. De classificatie wordt per instrument bepaald.
Winsten en verliezen op deze financiële activa komen nooit terecht in de winst- en verliesrekening. Dividenden worden opgenomen als overige opbrengsten in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op betaling is vastgesteld, behalve wanneer de Groep voordeel haalt uit dergelijke opbrengsten als compensatie voor een deel van de kosten van het financieel actief. In dat geval worden dergelijke winsten opgenomen in de niet-gerealiseerde resultaten. Eigenvermogensinstrumenten, die worden aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde via de niet-gerealiseerde resultaten, zijn niet onderworpen aan een beoordeling op bijzondere waardevermindering.
De Groep heeft ervoor gekozen om niet-beursgenoteerde deelnemingen waarvoor de Groep geen significante invloed heeft in deze categorie, onherroepelijk te classificeren.
Bijzondere waardevermindering van financiële activa
De Groep neemt een vergoeding op voor verwachte kredietverliezen (ECL's) voor zijn schuldinstrumenten. Zie Toelichting 8.1, 'Kredietrisico', voor een gedetailleerde beschrijving van de benadering.
3.3.8. Afgeleide financiële instrumenten en hedge accounting
Afgeleide financiële instrumenten
De Groep maakt soms gebruik van afgeleide financiële instrumenten om de valuta- en renterisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. In overeenstemming met het thesauriebeleid houdt de Groep geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft de Groep deze ook niet uit. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge accounting worden verwerkt als instrumenten aangehouden voor handelsdoeleinden.
Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit fluctuaties van de reële waarde wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien derivaten voor hedge accounting in aanmerking komen, is de opname van een resulterende winst of een resulterend verlies afhankelijk van de aard van de post die wordt afgedekt.
De reële waarde van renteswaps is het geschatte bedrag dat de Groep zou ontvangen of betalen om de swap per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en met de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en van de Groep. De reële waarde van valutatermijncontracten is de contante waarde van de genoteerde termijnkoers per balansdatum.
Voor afdekking gebruikte derivaten
Kasstroomafdekkingen
Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking worden rechtstreeks opgenomen als niet-gerealiseerde resultaten, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt als last in
de winst- en verliesrekening opgenomen.
Vóór 1 januari 2018 wees de Groep alle termijncontracten aan als afdekkingsinstrumenten. Alle winsten of verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarde van derivaten werden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening opgenomen, met uitzondering van het effectieve deel van de kasstroomafdekkingen, die in de niet-gerealiseerde resultaten werden opgenomen en later naar de winst-enverliesrekening werden geherclassificeerd wanneer de afdekkingspost de winst-en-verliesrekening beïnvloedde.
Vanaf 1 januari 2018 wijst de Groep enkel het contante element van termijncontracten aan als afdekkingsinstrumenten. Het termijnelement wordt geboekt in de niet-gerealiseerde resultaten en geaccumuleerd als een afzonderlijke eigenvermogenscomponent onder afdekkingsreserves.
Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor 'hedge accounting', afloopt of wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend, wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve winst (of het cumulatieve verlies) dat eerder in de nietgerealiseerde resultaten was opgenomen, blijft daar onderdeel van uitmaken tot de verwachte transactie heeft plaatsgevonden. Als het afgedekte element een niet-financieel actief betreft, wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de boekwaarde van het actief wanneer dit verantwoord is. In andere gevallen wordt het onder de niet-gerealiseerde resultaten opgenomen bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode waarin het afgedekte element van invloed is op de winst- en verliesrekening.
Cumulatieve winsten en verliezen met betrekking tot reeds afgelopen derivaten of beëindigde afdekkingsrelaties blijven verwerkt als onderdeel van de niet-gerealiseerde resultaten zolang het waarschijnlijk is dat de afgedekte transactie zich zal voordoen. Indien de afgedekte transactie niet langer waarschijnlijk is, worden de gecumuleerde winsten of verliezen onmiddellijk vanuit de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst- en verliesrekening overgebracht.
Afdekking van monetaire activa en passiva
Hedge accounting wordt niet toegepast op afgeleide instrumenten die in economische zin worden gebruikt als afdekking van in vreemde valuta's luidende activa en verplichtingen. Veranderingen in de reële waarde van dergelijke derivaten worden als onderdeel van de valutakoerswinsten en –verliezen, in de winst- en verliesrekening opgenomen.
3.3.9. Eigen vermogen
Aandelenkapitaal – transactiekosten
Transactiekosten met betrekking tot de uitgifte van kapitaal worden afgetrokken van ontvangen kapitalen.
Dividenden
Dividenden worden opgenomen als een schuld in de periode waarin zij vastgesteld zijn.
Hybride effecten
Hybride effecten zijn sterk achtergestelde effecten. Met uitzondering van gewone aandelen zijn hybride effecten de meest achtergestelde instrumenten in de kapitaalstructuur van de Groep in een insolventiehiërarchie. Houders van hybride effecten hebben beperkte mogelijkheden om het resultaat van een faillissementsprocedure of een herstructurering los van een faillissement te beïnvloeden. Hybride effecten zijn eeuwigdurende instrumenten; de voorwaarden voorzien niet in gevallen van wanbetaling en geven houders niet het recht om terugbetaling of aflossing te eisen.
Behoudens enkele uitzonderingen waarbij de opgebouwde rente verplicht betaalbaar is (bijv. wanneer een dividend wordt uitgekeerd op gewone aandelen), kan de Groep ervoor kiezen om de betaling van alle rente die anders zou worden uitgekeerd op een rentebetalingsdatum, uit te stellen. Dergelijk verzuim van betaling zou voor geen enkel doel een wanbetaling vormen. Op basis van hun kenmerken worden hybride effecten volgens IFRS geclassificeerd als eigenvermogensinstrument. De bijbehorende uitgiftekosten worden rechtstreeks in overgedragen resultaten opgenomen.
3.3.10. Financiële verplichtingen
Financiële verplichtingen bestaan uit rentedragende leningen en financieringsverplichtingen in de Groep. Ze worden initieel verwerkt tegen reële waarde verminderd met toerekenbare transactiekosten. Na de eerste opname worden rentedragende leningen en financieringsverplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij een verschil tussen de kostprijs en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.
3.3.11. Personeelsbeloningen
Toegezegde-bijdrageregelingen
In België worden op bijdragen gebaseerde pensioenvoorzieningen, die in de Belgische pensioenwetgeving als toegezegdebijdrageregelingen worden aangeduid, voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen.
De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (DBO) werd bepaald volgens de Projected Unit Credit (PUC)-methode. De reële waarde van de activa komt voor elke regeling overeen met de som van de (eventuele) opgebouwde individuele reserves en de waarde van de (eventuele) collectieve fondsen.
In Duitsland omvat de toegezegd-pensioenregeling een vast pensioen dat bij pensionering moet worden betaald aan een werknemer en gewoonlijk gebaseerd is op een of meer factoren zoals de leeftijd, anciënniteit en het loon van de werknemer. De fondsbeleggingen en verplichtingen zijn bepaald door een actuaris.
Toegezegd-pensioenregelingen
Voor toegezegd-pensioenregelingen, die zowel in België als in Duitsland bestaan, worden de pensioenuitgaven voor elke regeling afzonderlijk beoordeeld op jaarbasis door erkende actuarissen die gebruik maken van de 'projected unit credit'-methode. Er wordt een schatting gemaakt van de pensioenrechten die werknemers hebben opgebouwd in ruil voor hun diensten in het boekjaar en voorafgaande periodes; deze pensioenrechten worden verdisconteerd om de huidige waarde ervan vast te stellen en de reële waarde van de fondsbeleggingen wordt hiervan afgetrokken. De disconteringvoet is de rentevoet op balansdatum op hoogwaardige obligaties met vervaldata die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.
Wanneer de pensioenrechten van een regeling verbeterd worden, wordt het gedeelte van de verbeterde pensioenrechten dat betrekking heeft op diensten door werknemers verricht in het verleden, als een uitgave opgenomen in de winst- en verliesrekening op de vroegste van deze twee data:
- wanneer de aanpassing of beperking van de regeling gebeurt; of
- wanneer de entiteit de gerelateerde herstructureringskosten onder IAS 37 of de ontslagvergoedingen opneemt.
Waar de berekening in een voordeel voor de Groep resulteert, wordt het opgenomen actief beperkt tot de huidige waarde van toekomstige terugbetalingen van de regeling of kortingen in toekomstige bijdragen tot de regeling.
Herwaarderingen - bestaande uit actuariële winsten en verliezen, het effect van het activaplafond (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de nettorentekosten op de netto toegezegd-pensioenverplichting), en de opbrengst van fondsbeleggingen (met uitsluiting van bedragen die opgenomen zijn in de nettorentekosten op de netto toegezegd-pensioenverplichting) - worden onmiddellijk opgenomen in de balans met een overeenkomend debet of credit op de ingehouden winsten via de niet-gerealiseerde resultaten in de periode waarin ze verschijnen. Herwaarderingen worden niet geherklasseerd als winst of verlies in latere periodes.
Restitutierechten (België)
Restitutierechten worden opgenomen als aparte activa als en alleen als het bijna absoluut zeker is dat een andere partij (een deel van) de uitgaven zal betalen om de betreffende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten te vereffenen. De restitutierechten worden voorgesteld als vast actief, onder andere financiële activa en worden gewaardeerd tegen verwachte waarde. De restitutierechten volgen dezelfde behandeling als de daarmee overeenstemmende brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Wanneer de wijzigingen in de periode het gevolg zijn van wijzigingen in de financiële veronderstellingen, of van ervaringsaanpassingen of wijzigingen in de demografische veronderstellingen, dan wordt het actief aangepast via de niet-gerealiseerde resultaten. De componenten van de kosten uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling worden opgenomen zonder de bedragen die verband houden met veranderingen in de boekwaarde van de restitutierechten.
Andere lange termijn personeelsbeloningen
De nettoverplichting van de Groep met betrekking tot andere personeelsbeloningen op lange termijn dan pensioenregelingen wordt jaarlijks berekend door erkende actuarissen. De nettoverplichting wordt berekend via de 'Projected Unit Credit'-methode en is het bedrag van de toekomstige beloning dat werknemers verdiend hebben in ruil voor hun diensten in de verslagperiode en voorafgaande periodes. De verplichting wordt verdisconteerd tot de huidige waarde ervan en de reële waarde van eventuele daarop betrekking hebbende activa wordt in mindering gebracht. De disconteringvoet is het rendement op balansdatum op hoogwaardige obligaties die vervaldata hebben die de termijnen van de verplichtingen van de Groep benaderen en die uitgedrukt zijn in de valuta waarin de beloningen naar verwachting zullen worden betaald.
Korte termijn personeelsbeloningen
Korte termijn personeelsbeloningen worden op een niet-verdisconteerde basis gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting in de balans opgenomen voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een korte termijn bonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.
3.3.12. Voorzieningen
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden en het waarschijnlijk is dat een uitstroom van economische voordelen – waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt – vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen. Indien het effect wezenlijk is, worden voorzieningen vastgesteld door de verwachte toekomstige kasstromen te verdisconteren aan een disconteringvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de huidige marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld en, waar aangewezen, de risico's eigen aan de verplichting.
Indien de Groep verwacht dat een (deel van de) voorziening kan worden verhaald op een derde, wordt deze vergoeding alleen opgenomen als een afzonderlijk actief indien deze vergoeding vrijwel zeker is. De last die met een voorziening samenhangt, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening na aftrek van een eventuele vergoeding.
De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief worden, indien relevant, opgenomen als materiële activa en afgeschreven over de volledige gebruiksduur van het actief. De totale geraamde kosten vereist voor de ontmanteling en de verwijdering van het actief, verdisconteerd tot de huidige waarde ervan, worden geboekt als voorzieningen. Indien het bedrag verdisconteerd wordt, wordt de toename in de voorziening wegens het verstrijken van de tijd verantwoord als financieringslasten.
3.3.13. Handelsschulden en overige schulden
Handels- en overige schulden worden uitgedrukt tegen geamortiseerde kostprijs.
3.3.14. Overheidssubsidies
Overheidssubsidies worden opgenomen wanneer het redelijkerwijs zeker is dat de Groep de subsidie zal ontvangen en dat aan alle onderliggende voorwaarden is voldaan. Subsidies die aan een actief zijn verbonden, worden onder overige verplichtingen opgenomen en worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen tijdens de verwachte gebruiksduur van het bijbehorend actief. Subsidies die aan uitgavenposten zijn verbonden, worden in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als de uitgave waarvoor de subsidie werd ontvangen. Overheidssubsidies worden als overige bedrijfsopbrengsten opgenomen in de resultatenrekening.
3.4. Posten in de resultatenrekening
INKOMSTEN
Opbrengsten
IFRS 15 stelt een vijfstappenmodel op voor de verwerking van opbrengsten uit contracten met klanten en vereist dat opbrengst wordt opgenomen tegen een bedrag dat de vergoeding weerspiegelt waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant. Dit zijn de vijf stappen die voor elk contract met een klant in acht moeten worden genomen:
-
- Het contract (de contracten) met een klant identificeren;
-
- De prestatieverplichtingen in het contract (de contracten) identificeren;
-
- De transactieprijs bepalen;
-
- De transactieprijs toewijzen aan de prestatieverplichtingen;
-
diensten is overgedragen aan de klant.
-
De opbrengsten opnemen wanneer de prestatieverplichtingen zijn vervuld, of wanneer de zeggenschap over de goederen of
De opbrengsten omvatten de wijzigingen aan het afrekeningsmechanisme (zie Toelichting 6.17).
De standaard vereist dat entiteiten een oordeel vellen, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden bij de toepassing van elke stap van het model op contracten met hun klanten. De standaard specificeert ook de verwerking van de bijkomende kosten voor het verkrijgen van een contract en de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een contract. Bovendien vereist de standaard uitgebreide toelichtingen.
De Groep heeft IFRS 15 toegepast volgens de volledig retroactieve methode. De Groep heeft de praktische hulpmiddelen voor voltooide contracten gebruikt.
Meer details over het effect van de overgang naar IFRS 15 zijn te vinden in Toelichting 2.1.
Verkochte goederen, verleende diensten en onderhanden projecten in opdracht van derden
Opbrengsten uit diensten en de verkoop van goederen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer de prestatieverplichtingen zijn nagekomen, of wanneer de zeggenschap over de goederen of diensten is overgedragen aan de klant.
Onderhanden projecten in opdracht van derden worden opgenomen volgens dezelfde methode als hierboven beschreven. Een verwacht verlies op een project wordt onmiddellijk opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Overdracht van activa van klanten
Overdracht van activa van klanten wordt opgenomen wanneer de zeggenschap over de goederen of diensten wordt overgedragen aan de klant voor een bedrag dat de vergoeding weergeeft waarop de Groep verwacht recht te hebben in ruil voor die goederen of diensten.
Overige bedrijfsopbrengsten
Overige bedrijfsopbrengsten worden opgenomen wanneer ze verdiend zijn of wanneer de relevante dienst gepresteerd werd.
UITGAVEN
Betalingen van operationele leasing
Betalingen uit hoofde van operationele leasing worden lineair opgenomen in de winst- en verliesrekening over de leaseperiode. Ontvangen vergoedingen als stimulering voor het sluiten van leaseovereenkomsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen als een integraal deel van de totale leasinguitgaven.
Overige bedrijfskosten
Eigendomsbelastingen worden onmiddellijk volledig opgenomen zodra het eigendomsrecht vaststaat (gewoonlijk op 1 januari van het betrokken jaar). Deze kosten, die worden gekwalificeerd als niet-beheersbare kosten binnen het regelgevende kader, worden evenwel opgenomen als opbrengsten door het afrekeningsmechanisme voor hetzelfde bedrag, wat resulteert in een nulimpact op de winst- en verliesrekening.
FINANCIERINGSBATEN EN -LASTEN
De financieringslasten omvatten interesten op leningen, berekend volgens de effectieve rentevoetmethode, wisselkoersverliezen, winsten uit muntafdekkingen die wisselkoersverliezen compenseren, resultaten uit de afdekkingen van renterisico's, verliezen op afdekkingsinstrumenten die niet worden gebruikt in het kader van een afdekkingstransactie, verliezen op voor handelsdoeleinden aangehouden financiële activa en waardeverminderingen op financiële activa, alsook verliezen uit afdekkingsineffectiviteit.
Financieringsbaten omvatten rentebaten op bankdeposito's, die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente naarmate ze oplopen.
Financieringslasten die niet direct toewijsbaar zijn aan de aankoop, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden in de winst- en verliesrekening opgenomen aan de hand van de methode van de effectieve rente.
WINSTBELASTINGEN
De winstbelastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en uitgestelde belasting. De winstbelasting wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening behalve wanneer zij betrekking heeft op posten die rechtstreeks worden opgenomen in het eigen vermogen.
De over de verslagperiode verschuldigde belasting is de verwachte te betalen belasting op de belastbare winst voor het jaar, met toepassing van belastingtarieven die zijn vastgesteld of grotendeels zijn vastgesteld aan het einde van de verslagperiode en alle aanpassingen aan de te betalen belasting met betrekking tot vroegere jaren.
Uitgestelde belastingverplichtingen worden verwerkt op basis van de balansmethode op tijdelijke verschillen die ontstaan tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Uitgestelde belastingen worden niet verwerkt voor de volgende tijdelijke verschillen: de eerste opname van activa of verplichtingen in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreft en noch de commerciële noch de fiscale winst in de voorzienbare toekomst zullen beïnvloeden, en verschillen die verband houden met investeringen in dochterondernemingen en joint ventures terwijl het waarschijnlijk is dat deze in de voorzienbare toekomst niet zullen worden afgewikkeld. Voor tijdelijke verschillen die voortvloeien uit de eerste opname van goodwill worden geen uitgestelde belastingverplichtingen opgenomen. Uitgestelde belastingverplichtingen worden gewaardeerd met behulp van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die per verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en de uitgestelde posten samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belastingplichtige entiteit, dan wel aan verschillende belastingplichtige entiteiten die de bedoeling hebben om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd.
Een uitgestelde belastingvordering wordt slechts opgenomen in de mate dat het waarschijnlijk is dat toekomstige belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen de actiefpost kan worden aangewend. Uitgestelde belastingvorderingen worden verminderd in de mate waarin het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel gerealiseerd zal worden.
Bijkomende winstbelastingen die voortvloeien uit de uitkering van dividenden worden tezelfdertijd opgenomen als de verplichting om het betrokken dividend te betalen.
3.5. Overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten en mutatieoverzicht van het eigen vermogen
Het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten geeft een beeld van alle in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen opgenomen opbrengsten en lasten. De Groep heeft ervoor gekozen de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten weer te geven met behulp van de tweeledige methode: de winst- en verliesrekening onmiddellijk gevolgd door het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten. Daardoor bevat het mutatieoverzicht van het eigen vermogen alleen wijzigingen die betrekking hebben op de aandeelhouders.
4. Rapportering per segment
4.1. Basis voor segmentrapportering
De Groep heeft beslist om zijn segmentstructuur te herzien ten opzichte van vorig jaar. Door het groter belang in 50Hertz Transmission (Duitsland) werd het interne rapporteringsproces van de Groep herzien, wat uiteindelijk heeft geleid tot een gewijzigde segmentrapportering. De Groep is van mening dat deze verandering leidt tot een segmentstructuur die de operationele activiteiten en de huidige interne rapportering van de Groep beter weergeeft.
De Groep heeft haar segmentrapportering in overeenstemming gebracht met de verschillende regelgevende kaders die momenteel bestaan in de Groep. Deze rapporteringsbenadering is ook in overeenstemming met de interne rapportering van de Groep aan de Chief Operating Decision Maker (CODM) waardoor de CODM de prestaties en activiteiten beter en op een transparante manier kan evalueren en beoordelen.
Krachtens IFRS 8 heeft de Groep de volgende bedrijfssegmenten geïdentificeerd op basis van de bovenvermelde criteria:
- Elia Transmission (België), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Belgische regelgevende kader: de gereguleerde activiteiten van Elia System Operator nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv, Elia Re nv, HGRT SAS, Coreso nv, Ampacimon nv en Enervalis nv, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van Belgisch transmissienetbeheerder en onderworpen zijn aan het regelgevende kader van toepassing in België – zie Rubriek 9.1.3.
- 50Hertz Transmission (Duitsland), dat de activiteiten omvat die gebaseerd zijn op het Duitse regelgevende kader: Eurogrid GmbH, 50Hertz Transmission GmbH en 50Hertz Offshore GmbH, waarvan de activiteiten rechtstreeks verbonden zijn met de rol van transmissienetbeheerder in Duitsland – zie Rubriek 9.2.3.
- Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link), met inbegrip van:
- o Eurogrid International CVBA;
- o de niet-gereguleerde activiteiten van Elia System Operator nv, Elia Asset nv en Elia Engineering nv; 'Niet-gereguleerde activiteiten' verwijst naar activiteiten die niet rechtstreeks verband houden met de rol van TNB (zie Rubriek 9.1). De belangrijkste zijn:
- de holdingactiviteiten in het segment van 50Hertz Transmission (Duitsland); en
- de holdingactiviteiten in Nemo Link Ltd. Deze vennootschap omvat en beheert het Nemo-project, dat het VK en België verbindt met behulp van hoogspanningselektriciteitskabels, waardoor elektriciteit kan worden uitgewisseld tussen de twee landen en waarvoor een specifiek regelgevend kader werd opgezet. Zie Rubriek 9.3 voor meer details.
- o Atlantic Grid, daarin begrepen E-Offshore A LLC en Atlantic Grid Investment A Inc. Beide zijn verbonden met het Atlantic Wind Connection-project dat bedoeld is om het eerste hoogspanningsgelijkstroomnet te ontwikkelen voor de oostkust van de Verenigde Staten;
- o EGI (Elia Grid International nv, Elia Grid International GmbH en Elia Grid International LLC), bedrijven die specialisten leveren op het vlak van advies, diensten, engineering en aankoop en die waarde creëren door oplossingen te leveren die gebaseerd zijn op internationale best practices, terwijl ze de gereguleerde bedrijfsomgevingen volledig in acht nemen;
De drie bedrijfssegmenten zijn ook geïdentificeerd als de drie kasstroomgenererende eenheden van de Groep, aangezien de groep activa die door de segmenten worden beheerd, afzonderlijk kasstromen genereren.
De CODM werd door de Groep geïdentificeerd als de raad van bestuur, CEO's en bestuurscomités van elk segment. De CODM beoordeelt periodiek de prestatie van de segmenten van de Groep aan de hand van verschillende indicatoren zoals opbrengst, EBITDA en bedrijfswinst.
De informatie die aan de CODM wordt voorgelegd, volgen de IFRS-grondslagen voor financiële verslaggeving van de Groep, dus hoeven er geen reconciliatieposten te worden vermeld.
4.2. Elia Transmission (België)
GRI 201-1 (TSO Belgium)
De tabel hieronder geeft de geconsolideerde resultaten over 2018 van Elia Transmission (België) weer.
Resultaten Elia Transmission (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december
| Resultaten Elia Transmission (in miljoen EUR) - Periode eindigend per 31 december |
2018 | 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 959,4 | 851,3 | 12,7% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen |
(140,2) | (130,8) | 7,2% |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 227,1 | 217,0 | 4,7% |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens | 1,8 | 2,0 | (10,0%) |
| vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen) Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) |
228,9 | 218,9 | 4,5% |
| Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA) |
369,1 | 349,7 | 5,5% |
| Financieringsbaten | 0,6 | 1,9 | (68,4%) |
| Financieringslasten | (66,0) | (79,0) | (16,5%) |
| Winstbelastingen | (48,6) | (38,8) | 25,3% |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
114,9 | 103,0 | 11,6% |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) |
| Balanstotaal | 5.909,2 | 5.449,0 | 8,4% |
| Investeringsuitgaven | 600,7 | 388,1 | 54,8% |
| Netto financiële schuld | 2.825,1 | 2.511,9 | 12,5% |
EBITDA (Earnings Before Interest and Taxes, Depreciations and Amortisations) = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen EBIT = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in het resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelasting) Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende leningen en overige financieringsverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
De tariefmethodologie die op 26 november 2015 door de regulator CREG werd goedgekeurd, werd begin 2016 van kracht. De methodologie is van toepassing voor een periode van vier jaar (2016 - 2019). Zie Toelichting 9.1 voor meer informatie over het nieuwe regelgevende kader.
Financieel
De opbrengsten van Elia Transmission zijn gestegen tot € 959,4 miljoen (+ 12,7 %) vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. De stijging van de opbrengsten is het gevolg van een hogere toegestane gereguleerde nettowinst en van hogere afschrijvingen en belastingen, die worden doorgerekend in de opbrengsten. Die hogere opbrengsten werden gedeeltelijk geneutraliseerd door lagere kosten, voornamelijk voor ondersteunende diensten en financiering, die in het voordeel van de consument in de opbrengsten worden doorgerekend.
Onderstaande tabel geeft een gedetailleerder beeld van de evolutie van de verschillende componenten van de bedrijfsopbrengsten:
| (in miljoen EUR) | ||
|---|---|---|
| ------------------ | -- | -- |
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Netwerktarieven: | 904,3 | 882,2 | 2,5% |
| Aansluitingen | 42,6 | 42,2 | 0,9% |
| Beheer en ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur | 472,7 | 479,2 | (1,4%) |
| Beheer van het elektrisch systeem | 116,2 | 118,5 | (1,9%) |
| Compensatie van onevenwichten | 189,5 | 170,7 | 11,0% |
| Marktintegratie | 25,5 | 24,3 | 4,9% |
| Internationale inkomsten | 57,8 | 47,3 | 22,1% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 61,0 | 61,4 | (0,6%) |
| Subtotaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 965,3 | 943,6 | 2,3% |
| Afrekeningsmechanisme: afwijkingen goedgekeurd budget | (5,9) | (92,3) | (93,6%) |
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 959,4 | 851,3 | 12,7% |
| * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving. |
De opbrengsten uit aansluitingen stegen licht tot € 42,6 miljoen (+ 0,9%), hoofdzakelijk door hogere opbrengsten uit verbindingsstudies.
De opbrengsten uit het beheer en de ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur (gedaald met 1,4%) en uit het beheer van het elektriciteitssysteem (gedaald met 1,9%) daalden licht, voornamelijk door een tariefverlaging.
Diensten verleend in het kader van energiebeheer en individuele balancing van balancinggroepen worden betaald binnen de opbrengsten uit de compensatie voor onevenwichten. Deze opbrengsten zijn met € 18,8 miljoen gestegen naar € 189,5 miljoen, hoofdzakelijk door de tariefverhoging voor het beheer van energiereserves en 'black-start' gebaseerd op afname (+ € 15,0 miljoen), een volumedaling voor het beheer van energiereserves en 'black-starts' gebaseerd op injectie (- € 11,8 miljoen) en door hogere opbrengsten uit de compensatie van onevenwichten (+ € 15,6 miljoen). De stijging in de opbrengsten uit onevenwichten is te wijten aan hogere onevenwichtsprijzen in 2018 in het algemeen en voor de maand maart in het bijzonder als gevolg van een onverwachte koudegolf en hoge pieken in de onevenwichtsprijzen in de tweede helft van 2018.
De laatste rubriek van de tarifaire opbrengsten omvat de diensten die Elia Transmission verleent in het kader van de marktintegratie. Daarvoor stegen de opbrengsten met 4,9% tot € 25,5 miljoen, voornamelijk als gevolg van een tariefverhoging.
De internationale opbrengsten stegen met € 10,5 miljoen (gestegen met 22,1%) door hogere inkomsten uit congestie aan de zuidgrens door een combinatie van een grotere nucleaire beschikbaarheid in Frankrijk en een lagere nucleaire beschikbaarheid in België in heel 2018.
Andere inkomsten bleven in de lijn van vorig jaar met een bedrag van € 61,0 miljoen en vertegenwoordigt vooral klantenbijdragen en inkomsten uit geactiveerde eigen productie.
Het afrekeningsmechanisme (€ 5,9 miljoen) omvat de afwijkingen in het huidige jaar van de door de regulator goedgekeurde budget (€ 52,9 miljoen) en de vereffening van netto-overschotten uit de vorige tariefperiode (- € 47,0 miljoen). Het operationele surplus van de door de regulator toegestane kosten en opbrengsten ten opzichte van het budget moet worden terugbetaald aan de consumenten en maakt daarom geen deel uit van de opbrengsten. Het operationele surplus ten opzichte van het budget is voornamelijk het resultaat van hogere tarifaire verkopen (€ 5,1 miljoen), hogere internationale opbrengsten (€ 15,7 miljoen), lagere kosten voor ondersteunende diensten (€ 24,6 miljoen) en lagere financiële lasten (€ 28,8 miljoen). Die werden deels gecompenseerd door een hogere gereguleerde nettowinst (€ 7,3 miljoen) en hogere belastingen dan geraamd in het budget (€ 18,6 miljoen).
De EBITDA (gestegen met 5,5%) en EBIT (gestegen met 4,5%) werden vooral beïnvloed door de hogere gereguleerde nettowinst, de hogere afschrijvingen, de lagere financieringslasten en hogere lopende belastingen die moeten worden doorgerekend in de tarieven, die deels gecompenseerd werden door het lagere resultaat uit investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.
De nettofinancieringskosten (gedaald met 15,2%) daalden ten opzichte van vorig jaar met € 11,7 miljoen. In 2018 zijn de renteswapcontracten die eind 2017 afliepen, verlengd tegen lagere rentetarieven als gevolg van de context van lage rentevoeten. De daling van de rentelasten die daaruit voortvloeit komt, conform het regelgevende kader, integraal ten goede aan de verbruikers.
De nettowinst steeg met 11,5% tot € 114,9 miljoen, voornamelijk door de volgende factoren:
-
- Stijging van de billijke vergoeding (toename met € 2,9 miljoen): De hogere gemiddelde OLO-rente in vergelijking met 2017 (+ 0,07%) en de toename van het eigen vermogen door de reservering van een deel (€ 45 miljoen) van de winst over 2017, mondden uit in een billijke vergoeding van € 44 miljoen.
-
- Daling van de gerealiseerde incentives (daling met € 1,8 miljoen):
-
- Sterke operationele prestatie, vooral met betrekking tot de incentive in verband met de invoercapaciteit (stijging met € 3,4 miljoen), welvaart (stijging met € 1,1 miljoen) en continuïteit in de stroomvoorziening (stijging met € 0,6 miljoen), werd geneutraliseerd door de lagere prestaties op de beïnvloedbare incentive (daling met € 2,1 miljoen), lagere incentive bij tijdige voltooiing van het investeringsprogramma aangezien geen enkel project in 2018 in bedrijf zou worden gesteld (daling met € 1,0 miljoen) en lagere efficiëntie (daling met € 1,7 miljoen). Bovendien had het hogere gemiddelde belastingpercentage een negatieve impact op de nettobijdrage van incentives (daling met € 2,2 miljoen)
-
- Hogere mark-up voor strategische investeringen (toename met € 11,1 miljoen) die was goed voor € 42,2 miljoen.
-
- De beperktere schade aan de elektrische installaties in vergelijking met 2017 (toename met € 2,5 miljoen).
-
- Regulatoire afrekening voor vorig jaar (stijging van € 1,7 miljoen).
-
- Andere (+ € 0,2 miljoen): betreft voornamelijk een hogere voorziening voor dubieuze debiteuren met de toepassing van de IFRS 9 en uitgestelde belastingen.
Het balanstotaal steeg met € 460,2 miljoen naar € 5.909,2 miljoen, voornamelijk als gevolg van het investeringsprogramma. De gereguleerde netto financiële schuld steeg naar € 2.825,1 miljoen (toename met 12,5%) aangezien het CAPEX-programma van Elia hoofdzakelijk werd gefinancierd door cashflows gegenereerd door bedrijfsactiviteiten, de opname van een EIB-lening van € 100 miljoen die in 2017 werd aangegaan en handelspapier voor een bedrag van € 50 miljoen.
Het eigen vermogen steeg vooral als gevolg van de reservatie van de winst van 2018 en de kapitaalverhoging van € 5,3 miljoen voorbehouden voor personeel, min de bijdrage van de gereguleerde activiteiten aan de dividenduitkering van 2017.
4.3. 50Hertz Transmission (Duitsland)
GRI 201-1 (TSO Germany)
Onderstaande tabel geeft meer inzicht in de geconsolideerde resultaten van 2018 van 50Hertz Transmission (Duitsland) system operator in Duitsland:
| 50Hertz Transmission kerncijfers (in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december |
2018 | 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 1.364,9 | 1.330,2 | 2,6% |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen | (89,6) | (149,9) | (40,2%) |
| Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) | 385,4 | 322,6 | 19,5% |
| Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA) |
475,0 | 472,4 | 0,5% |
| Financieringsbaten | 2,5 | 1,9 | 31,6% |
| Financieringslasten | (48,1) | (56,2) | (14,4%) |
| Winstbelastingen | (101,9) | (85,6) | 19,1% |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
169,2 | 109,6 | 54,4% |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) |
31 december 2018 31 december 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) | |
| Balanstotaal | 6.752,1 | 6.188,1 | 9,1% |
| Investeringsuitgaven | 511,0 | 478,1 | 6,9% |
| Netto financiële schuld | 1.272,9 | 1.442,3 | (11,7%) |
EBITDA (Earnings Before Interest and Taxes, Depreciations and Amortisations) = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen EBIT = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in het resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelasting) Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende leningen en overige financieringsverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
De opbrengsten van 50Hertz Transmission stegen met 2,6% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat was het gevolg van hogere opbrengsten door het lopende CAPEX-programma, deels gecompenseerd door lagere doorrekening van niet-beheersbare kosten voor energie en een lagere vergoeding voor offshore bedrijfskosten.
De totale opbrengsten worden gedetailleerder weergegeven in onderstaande tabel:
| (in miljoen EUR) | |||
|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Netwerktarieven: | 1.402,6 | 1.545,6 | (9,3%) |
| Verticale netwerktarieven | 1.047,3 | 1.241,4 | (15,6%) |
| Horizontale netwerktarieven | 233,8 | 210,2 | 11,2% |
| Ondersteunende diensten | 121,5 | 94,0 | 29,3% |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 68,4 | 73,5 | (6,9%) |
| Subtotaal opbrengsten en overige inkomsten | 1.471,0 | 1.619,1 | (9,1%) |
| Afrekeningsmechanisme: afwijkingen van het goedgekeurde budget | (106,1) | (288,9) | n.r. |
| Totaal opbrengsten en overige inkomsten | 1.364,9 | 1.330,2 | 2,6% |
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
De opbrengsten uit verticale nettarieven (tarieven voor eindverbruikers) daalden met € 194,1 miljoen (afname met 15,6%) ten opzichte van 2017, voornamelijk als gevolg van een afname van de totale door het regelgevende kader toegestane inkomsten. De vergoeding voor niet-beheersbare energiekosten daalde met € 272,6 miljoen, voornamelijk als gevolg van de afwikkeling van vorige jaren. In 2017 werd een tarifair tekort gerecupereerd (veroorzaakt door hoge energiekosten in 2015), terwijl in 2018 een tarifair surplus wordt terugbetaald aan de consument (veroorzaakt door lage energiekosten in 2016). Daarnaast is de regulatoire vergoeding op activa gestegen als gevolg van onshore en offshore investeringen (+ € 11,9 miljoen). Tot slot werden de opbrengsten positief beïnvloed door hogere offshore kosten van derden die worden doorgegeven aan de klanten (+ € 40,9 miljoen).
De opbrengsten uit horizontale nettarieven (tarieven aan andere TNB's) stegen met € 23,6 miljoen (toename met 11,2%) vooral als gevolg van een hogere voorziening voor offshore kosten (+ € 21,2 miljoen). In Duitsland worden alle kosten voor de aansluiting van offshore installaties verdeeld over de vier Duitse transmissienetbeheerders. Dat betekent dat 50Hertz ongeveer 20% van die kosten draagt en 80% van zijn eigen aansluitingskosten doorrekent aan de drie andere TNB's. Door de toegenomen offshore investeringen, die in 2018 vooral betrekking hadden op de aansluiting van de offshore installatie Ostwind 1 en Ostwind 2 op het net, stegen de kosten die horizontaal worden doorgerekend aan de andere TNB's, wat een impact had op de horizontale opbrengsten.
De opbrengsten uit ondersteunende diensten stegen met € 27,5 miljoen (stijging met 29,3%) ten opzichte van 2017. Door een nieuwe kostendelingsovereenkomst tussen de Duitse TNB's kunnen meer redispatchkosten worden aangerekend aan andere TNB's. De redispatchkosten zijn dus gestegen (+ € 10,2 miljoen), hoewel de totale redispatchmaatregelen verminderde dankzij de uitbreiding van het net (zuidwestelijke interconnector) en een efficiënt beheer. Bovendien heeft het nieuwe kostendelingsmechanisme voor
reservecentrales in 2018 voor het eerst inkomsten gegenereerd (+ € 13,7 miljoen).
Het afrekeningsmechanisme omvat zowel de jaarlijkse verrekening van tekorten en surplussen ontstaan vóór 2018 (toename met € 120,8 miljoen) als het in 2018 gerealiseerde nettosurplus door het verschil tussen de kosten die in de tarieven mogen doorgerekend worden en de werkelijke kosten (afname met € 226,9 miljoen). De verplichting voor 2018 wordt sterk bepaald door de werkelijke redispatchkosten die ver onder de toegestane vergoeding van dit jaar liggen (- € 166,5 miljoen). Daarnaast zijn de opbrengsten uit de nettarieven (horizontaal en verticaal) gebaseerd op offshore bedrijfsuitgaven van 3,4% op het geïnvesteerde kapitaal. Met de overgang vanaf 2019 naar een mechanisme op basis van werkelijke uitgaven heerst een sterke waarschijnlijkheid dat ook in 2018 alleen de gemaakte offshorekosten zullen worden aanvaard (pass-on benadering). Het verschil tussen de toegestane vergoeding en de werkelijke kosten moet aan de klant worden terugbetaald, wat leidt tot de erkenning van een verplichting voor offshore kosten (- € 72,8 miljoen).
De EBITDA steeg licht met € 2,6 miljoen tot € 475,0 miljoen (stijging met 0,5%). De totale investeringsvergoeding daalde (- € 25,9 miljoen) doordat de hogere onshore vergoeding (+ € 17,5 miljoen) en offshore vergoeding (+ € 14,0 miljoen), onder impuls van het lopende investeringsprogramma, meer dan gecompenseerd werden door de lagere toegestane vergoeding voor offshore bedrijfsuitgaven (- € 57,4 miljoen). De regulatoire opbrengsten van het Basisjaarmechanisme daalden (- € 3,3 miljoen) als gevolg van de jaarlijkse aanpassing voor inflatie en productiviteit zoals opgelegd door het regelgevend kader. Bedrijfsuitgaven en andere kosten zijn licht gedaald (+ € 2,4 miljoen). Het efficiëntieprogramma dat in 2017 werd ingevoerd, leidde tot een verdere daling in verschillende bedrijfsuitgaven, zoals onderhoud en verzekering. Tegelijkertijd stegen de inkomsten uit geactiveerde eigen productie door hogere toewijzing van personeelskosten aan nieuwe investeringen en die slechts gedeeltelijk werden gecompenseerd door hogere salariskosten, als gevolg van een stijging van de tarifaire lonen en extra personeel om het uitbreidende investeringsprogramma uit te rollen.
De EBIT (+ 19,5%) werd verder beïnvloed door de vrijval van een voorziening voor hangende geschillen over erfdienstbaarheden (+ € 72,1 miljoen). Die voorziening werd aangelegd na de eenmaking van Duitsland om eventuele rechtsvorderingen van grondeigenaren in Oost-Duitsland te dekken. Na een herbeoordeling ingegeven door een belastingcontrole is een deel van de voorziening vrijgegeven. Dat werd deels gecompenseerd door de toegenomen afschrijvingen als gevolg van de ingebruikname van de zuidwestelijke interconnector en de Noordring in de tweede helft van 2017 en de gedeeltelijke ingebruikname van Ostwind 1 in 2018 (- € 11,8 miljoen). Rekening houdend met eenmalige opbrengsten verbonden aan de gedeeltelijke ingebruikname van het Ostwind-project (€ 33,3 miljoen) en een bonus voor het efficiënte beheer van hernieuwbare energie (€ 0,1 miljoen), gedeeltelijk gecompenseerd door de regulatoire regeling van voorgaande jaren (- € 2,8 miljoen), bedroeg de EBIT € 385,4 miljoen.
De nettowinst steeg tot € 237.9 miljoen, waarvan € 169.2 miljoen (stijging met 54.4%) toe te rekenen was aan de eigenaars van de Vennootschap als gevolg van:
-
- Toenemende activa die leiden tot hogere investeringsvergoedingen (gestegen met € 31,5 miljoen);
-
- Lagere vergoeding voor offshore bedrijfsuitgaven (gedaald met € 57,4 miljoen);
-
- Lagere basisjaaropbrengsten (gedaald met € 3,3 miljoen);
-
- Lagere bedrijfsuitgaven en andere kosten (gestegen met € 2,4 miljoen);
-
- Vrijgave van voorziening voor hangende geschillen (gestegen met € 72,1 miljoen);
-
- Hogere afschrijvingen (gedaald met € 11,8 miljoen) door de ingebruikname van investeringen;
-
- Verlaagde nettofinancieringskosten (gestegen met € 7,4 miljoen), hoofdzakelijk door een verlaging van de rente op belastingrisico's (+ € 3,8 miljoen) en lagere rente op de voorziening voor hangende geschillen over erfdienstbaarheden na de vrijgave (+ € 2,6 miljoen);
-
- Hogere winstbelastingen (gedaald met € 7,2 miljoen).
De totale activa zijn gestegen met € 564,0 miljoen tot € 6.752,1 miljoen (toename met 9,1%), vooral als gevolg van de gedane investeringen en een verdere stijging in de kaspositie. 2018 toonde een positieve vrije kasstroom van € 278,7 miljoen, waarvan € 84,3 miljoen werd gegenereerd door het EEG-mechanisme. Het lopende investeringsprogramma is gefinancierd door operationele cashflow en werkkapitaal. In 2018 werd geen nieuwe langetermijnschuld uitgegeven door Eurogrid GmbH. De netto financiële schuld is dienovereenkomstig gedaald tot € 1.272,9 miljoen ten opzichte van eind 2017. Deze omvat een EEG-kaspositie van € 859,4 miljoen.
4.4. Niet-gereguleerde activiteiten (incl. Nemo Link)
GRI 201-1 (Non-regulated activities)
In onderstaande tabel staan de geconsolideerde resultaten van 2018 voor het segment 'Niet-gereguleerde activiteiten' (incl. Nemo Link):
Niet-gereguleerde activiteiten (incl. NemoLink) kerncijfers (in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december
| Niet-gereguleerde activiteiten (incl. NemoLink) kerncijfers (in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december |
2018 | 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) |
|---|---|---|---|
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 13,9 | 19,8 | (29,8%) |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen |
(1,0) | (0,3) | 233,3% |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | (9,3) | (1,6) | 481,3% |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogensmutatiemethode (na winstbelastingen) |
0,3 | (1,4) | n.r. |
| Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) | (8,9) | (3,0) | 196,7% |
| Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA) |
(7,9) | (2,6) | 203,8% |
| Financieringsbaten | 19,1 | 3,6 | 430,6% |
| Financieringslasten | (17,8) | (3,0) | 493,3% |
| Winstbelastingen | 4,1 | (2,5) | n.r. |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
(2,8) | (4,1) | (31,7%) |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) |
31 december 2018 31 december 2017 (herwerkt *) |
Verschil (%) | |
| Balanstotaal | 1.677,9 | 594,4 | 182,3% |
| Investeringsuitgaven | 0,0 | 0,0 | n.r. |
| Netto financiële schuld | 507,6 | 171,4 | 196,1% |
Geconsolideerde balans
EBITDA (Earnings Before Interest and Taxes, Depreciations and Amortisations) = EBIT + afschrijvingen + veranderingen in voorzieningen EBIT = resultaat uit bedrijfsactiviteiten en aandeel in het resultaat van investeringen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (na winstbelasting) Netto financiële schuld = langlopende en kortlopende leningen en overige financieringsverplichtingen verminderd met geldmiddelen en kasequivalenten * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
De niet-gereguleerde opbrengsten daalden met 29,8% ten opzichte van 2017. Dat was vooral toe te schrijven aan de opbrengsten van EGI, die daalden van € 13,2 miljoen tot € 9,5 miljoen doordat er minder 'owner's engineering'-diensten werden geleverd dan in 2017. De verkoop in 2018 van het Training and Research Centre for Power Systems Security (GridLab) aan DNV GL heeft ook geleid tot lagere opbrengsten (daling met € 1,0 miljoen).
Een bedrijfsverlies (EBIT) van € 8,9 miljoen werd gegenereerd (stijging met meer dan 100%) door hogere niet-gereguleerde kosten en de lagere bijdrage van EGI. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door een beperkte bijdrage van Nemo Link, aangezien het nog niet operationeel was in 2018. De belangrijkste drijfveer voor de niet-gereguleerde kosten was de overname van Eurogrid, die € 3,3 miljoen aan juridische en advieskosten met zich meebracht.
Het netto financiële inkomen steeg naar €1,3 miljoen, hoofdzakelijk als gevolg van de acquisitie van een bijkomende deelneming in Eurogrid, wat wordt beschouwd als niet-gereguleerde financiering en daardoor geen impact heeft op de tarieven. De herwaardering van de oorspronkelijke participatie van 60% van de groep in Eurogrid naar reële waarde, leidde tot de opname van een financiële eenmalige winst van € 9,2 miljoen, gedeeltelijk gecompenseerd door de financiële kosten van de financiering van deze transactie. Eerst werd een overbruggingskrediet van € 968,1 miljoen gesloten. In augustus werd het overbruggingskrediet met succes geherfinancierd door de uitgifte van een obligatielening van € 300 miljoen (coupon 1,50%) en hybride effecten van € 700 miljoen (coupon 2,75%). Terwijl de hybride effecten geen impact heeft op de winst (opgebouwde dividenden worden rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt), zijn er voor het overbruggingskrediet en de obligatielening € 4,4 miljoen rentekosten opgenomen. Bovendien werd de mid-swaprate voor zowel de obligatielening als de hybride effecten volledig afgedekt. De afwikkeling van de hedge gekoppeld aan de hybride effecten resulteerde in een eenmalig financieel verlies van € 3,2 miljoen.
Het nettoverlies bedroeg € 3,5 miljoen, waarvan € 2,8 miljoen (daling met 41.7%) toe te rekenen was aan de eigenaars van de Vennootschap als gevolg van:
-
Het lagere resultaat voor EGI (daling met € 0,5 miljoen) door waardeverminderingen of uitgestelde belastingvorderingen
-
De financieringskosten in verband met de overname van Eurogrid (daling met € 3,5 miljoen), die hoofdzakelijk bestaan uit financieringsuitgaven die verband houden met de overbruggingsfinanciering, de obligatielening en de rating van de lening; 3. Het hogere resultaat voor Nemo Link (stijging met € 1,1 miljoen) dankzij een kleine outperformance op de financiering van de
- opgenomen in de resultaten van vorige jaren;
- dochteronderneming en de eerste positieve bijdrage als geassocieerde deelneming;
-
financierings- en hedgingkosten (- € 4,9 miljoen).
-
Het effect van de overname van Eurogrid, aangezien de herwaardering van de oorspronkelijke participatie in Eurogrid van de
Groep naar reële waarde (+ € 9,2 miljoen) gedeeltelijk werd gecompenseerd door acquisitie-gerelateerde uitgaven en eenmalige
De totale activa stegen met € 1.083,5 miljoen naar € 1.677,9 miljoen, voornamelijk als gevolg van de verdere investeringen in Nemo Link en de toegenomen participatie in Eurogrid. Voor deze acquisitie is een goodwill van € 703,3 miljoen opgenomen (zie Toelichting 7.1 voor details). Bijgevolg steeg de netto financiële schuld naar € 507,6 miljoen en weerspiegelt ze de obligatielening die werd gesloten om de bijkomende participatie van 20% in Eurogrid te financieren. De uitgegeven hybride effecten werd gekwalificeerd als eigen vermogen onder IFRS, rekening houdend met de optie om coupons naar eigen goeddunken van de emittent uit te stellen.
4.5. Aansluiting van de informatie over te rapporteren segmenten met IFRS-bedragen
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) – Periode eindigend per 31 december |
2018 Elia Transmissie |
2018 50Hertz Transmissie |
2018 Niet-gereguleerd (incl. Nemo) |
2018 Consolidatie herwerkingen & intersegment transacties |
2018 Elia Groep |
|---|---|---|---|---|---|
| (a) | (b) | (c) | (d) | (a)+(b)+(c)+(d) | |
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten |
959,4 | 1.364,9 | 13,9 | (406,4) | 1.931,8 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen |
(140,2) | (89,6) | (1,0) | (17,1) | (247,9) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 227,1 | 385,4 | (9,3) | (166,2) | 437,0 |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen volgens vermogens mutatiemethode, na belastingen |
1,8 | 0,0 | 0,3 | 63,5 | 65,6 |
| Resultaten voor intrest en belastingen (EBIT) |
228,9 | 385,4 | (8,9) | (102,8) | 502,6 |
| Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA) |
369,1 | 475,0 | (7,9) | (85,7) | 750,5 |
| Financieringsbaten | 0,6 | 2,5 | 19,1 | (0,3) | 21,9 |
| Financieringslasten | (66,0) | (48,1) | (17,8) | 16,7 | (115,2) |
| Winstbelastingen | (48,6) | (101,9) | 4,1 | 44,2 | (102,2) |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
114,9 | 169,2 | (2,8) | 0,1 | 281,4 |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) |
31 dec 2018 | 31 dec 2018 | 31 dec 2018 | 31 dec 2018 | 31 dec 2018 |
| Balanstotaal | 5.909,2 | 6.752,1 | 1.677,9 | (584,9) | 13.754,3 |
| Investeringsuitgaven | 600,7 | 511,0 | 0,0 | (20,8) | 1.090,9 |
| Netto financiële schuld | 2.825,1 | 1.272,9 | 507,6 | 0,0 | 4.605,6 |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR)– Periode eindigend per 31 december* |
2017 Elia Transmissie |
2017 50Hertz Transmissie |
2017 Niet-gereguleerd (incl. Nemo) |
2017 Consolidatie herwerkingen & intersegment |
2017 Elia Groep |
| (a) | (b) | (c) | transacties (d) |
(a)+(b)+(c)+(d) | |
| Totaal opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten |
851,3 | 1.330,2 | 19,8 | (1.334,2) | 867,1 |
| Afschrijvingen en waardeverminderingen, wijziging in voorzieningen |
(130,8) | (149,9) | (0,3) | 150,2 | (130,8) |
| Resultaat uit bedrijfsactiviteiten | 217,0 | 322,6 | (1,6) | (322,5) | 215,5 |
| Aandeel in resultaat van investeringen opgenomen |
2,0 | 0,0 | (1,4) | 108,5 | 109,1 |
| volgens Resultaten voor intrest en vermogensmutatiemethode, na belastingen (EBIT) |
218,9 | 322,6 | (3,0) | (213,9) | 324,6 |
| belastingen Resultaten voor afschrijvingen, waardeverminderingen, intresten en belastingen (EBITDA) |
349,7 | 472,4 | (2,6) | (364,1) | 455,4 |
| Financieringsbaten | 1,9 | 1,9 | 3,6 | (1,9) | 5,5 |
| Financieringslasten | (79,0) | (56,2) | (3,0) | 56,3 | (81,9) |
| Winstbelastingen | (38,8) | (85,6) | (2,5) | 87,3 | (39,6) |
| Nettowinst toe te rekenen aan de Eigenaars van de Vennootschap |
103,0 | 109,6 | (4,0) | 0,0 | 208,6 |
| Geconsolideerde balans (in miljoen EUR) |
31 dec 2017 | 31 dec 2017 | 31 dec 2017 | 31 dec 2017 | 31 dec 2017 |
| Balanstotaal | 5.449,0 | 6.188,1 | 594,4 | (5.649,2) | 6.582,3 |
| Investeringsuitgaven | 388,1 | 478,1 | 0,0 | (478,1) | 388,1 |
| Netto financiële schuld | 2.511,9 | 1.442,3 | 171,4 | (1.436,5) | 2.689,1 |
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
Er zijn geen belangrijke intersegment transacties.
De Groep heeft in geen van beide bedrijfssegmenten een concentratie van klanten.
5. Elementen van de geconsolideerde winst- en verliesrekening en niet-
gerealiseerde resultaten
In de loop van het boekjaar verkreeg Elia volledige zeggenschap over Eurogrid door de verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International, wat resulteerde in een wijziging van de consolidatiemethode van vermogensmutatie naar volledige consolidatie. Er waren geen wijzigingen in de basis voor presentatie en daardoor waren er geen herwerkingen van cijfers van vorige jaren nodig.
5.1. Bedrijfsopbrengsten en overige inkomsten
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017* |
|---|---|---|
| Netwerktarieven | 1.811,7 | 790,0 |
| Overdracht van activa van klanten | 2,6 | 1,7 |
| Overige bedrijfsopbrengsten | 8,5 | 16,4 |
| Overige inkomsten: | 109,0 | 59,0 |
| Diensten en technische expertise | 1,6 | (0,3) |
| Intern geproduceerde vaste activa | 53,9 | 25,5 |
| Optimaal gebruik van activa | 16,3 | 14,3 |
| Andere | 36,8 | 18,5 |
| Meerwaarde op realisatie MVA | 0,5 | 1,0 |
| Totaal opbrengsten & overige bedrijfsopbrengsten | 1.931,8 | 867,1 |
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
Een gedetailleerde analyse van de opgenomen opbrengsten van de Groep op segmentniveau is terug te vinden in de segmentrapporten. Het segment Elia Transmission (België) rapporteerde opbrengsten van € 959,4 miljoen (Toelichting 4.2), het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) rapporteerde opbrengsten van € 1.364,9 miljoen (Toelichting 4.3) en het segment 'Nietgereguleerde activiteiten (inclusief Nemo Link)' rapporteerde opbrengsten van € 13,9 miljoen (Toelichting 4.4). De hierboven vermelde gerapporteerde opbrengsten van € 1.931,8 miljoen zijn gecorrigeerd voor het effect van inter-segmentopbrengsten, voor een bedrag van € 3,8 miljoen, en voor Duitse segmentopbrengsten die zijn opgenomen in de periode van januari tot april (bij toepassing van de vermogensmutatiemethode), voor een bedrag van € 402,6 miljoen.
De eigen productie van de Groep heeft betrekking op de tijd van het eigen personeel dat aan investeringsprojecten heeft gewerkt.
De Groep heeft in de verslagperiode € 11,5 miljoen aan opbrengsten opgenomen die aan het begin van de periode waren inbegrepen in het saldo van de contractverplichtingen. De Groep heeft in de verslagperiode geen substantiële opbrengsten opgenomen indien er in voorgaande periodes sprake was van prestatieverplichtingen.
5.2. Bedrijfskosten
| GROND- EN HULPSTOFFEN, DIENSTEN EN DIVERSE GOEDEREN | ||
|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 41,5 | 9,6 |
| Aankoop van ondersteunende diensten | 500,2 | 140,2 |
| Diensten en diverse goederen (excl. aankoop van ondersteunende diensten) | 445,5 | 204,2 |
| Totaal | 987,2 | 354,0 |
De kosten van de Groep voor 'Grond- en hulpstoffen' waren vrij laag op het einde van het boekjaar 2017 en waren toe te schrijven aan Elia Transmission (België) voor een bedrag van € 5,3 miljoen en aan EGI voor een bedrag van € 4,3 miljoen. Terwijl de kosten van Elia Transmission (België) in 2018 stabiel bleven (€ 5,6 miljoen) zijn de grondstofkosten van EGI in het jaar aanzienlijk gedaald tot € 0,5 miljoen, voornamelijk door een daling van de gerealiseerde EPC-contracten. In 2018 heeft 50Hertz Transmission (Duitsland) aan deze kosten bijgedragen voor een bedrag van € 35,4 miljoen, als gevolg van grondstofkosten van € 54,2 miljoen voor het volledige jaar (waarvan de eerste vier maanden werden teruggenomen). De grondstofkosten voor het Duitse segment bleven min of meer in lijn met het boekjaar 2017, toen de kostenbasis € 56,8 miljoen bedroeg.
De aankoop van ondersteunende diensten omvat de kosten voor diensten waardoor de Groep het evenwicht op het net bewaart tussen injecties en afnames, de constante spanning op het net handhaaft en de congesties beheert. De kosten die Elia Transmission (België) in 2018 heeft gemaakt, zijn gestegen tot € 199,2 miljoen (van € 140,2 miljoen in 2017) als gevolg van de onverwachte onbeschikbaarheid van een aantal nucleaire eenheden in het laatste kwartaal van 2018. Dit leidde tot zeer hoge reserveringsprijzen op de markt. 50Hertz Transmission (Duitsland) heeft € 296,6 miljoen kosten gemaakt, wat overeenstemt met alle kosten vanaf de datum van overname tot eind 2018.
'Diensten en diverse goederen' heeft betrekking op het onderhoud van het net, diensten van derden, verzekeringen, consultancy, en andere. De stijging ten opzichte van het voorgaande jaar wordt voornamelijk gedreven door de bijdrage van 50Hertz Transmission (Duitsland) in het jaar voor een bedrag van € 222,4 miljoen.
PERSONEELSKOSTEN
GRI 201-1 (payments to government: social security contributions)
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Bezoldigingen | 159,5 | 101,6 |
| Sociale lasten | 36,1 | 26,2 |
| Pensioenkosten | 17,0 | 7,2 |
| Overige personeelskosten | 4,8 | 9,9 |
| Kosten mbt op aandelen gebaseerde betalingen | 1,1 | 0,1 |
| Personeelsvoordelen (andere dan pensioenen) | 10,8 | 2,2 |
| Totaal | 229,3 | 147,2 |
In december 2018 bood de Elia groep haar werknemers in België aan om in te tekenen op een kapitaalverhoging van Elia System Operator nv. De kapitaalverhoging leidde tot de creatie van 114.039 bijkomende aandelen zonder nominale waarde. De werknemers van de Groep kregen een korting van 16,66 % op de beurskoers van het aandeel, wat resulteerde in een toegekende korting van € 1,1 miljoen. De transactie resulteerde in een kapitaalverhoging van € 2,8 miljoen en een verhoging van de uitgiftepremie met € 2,5 miljoen.
De totale personeelskosten voor de Belgische en niet-gereguleerde activiteiten bedroegen in 2018 € 157,7 miljoen (ten opzichte van € 147,2 miljoen vorig jaar) door een hoger aantal VTE's (1.390,6) dan in 2017 (1.332,2). 50Hertz Transmission (Duitsland) vertegenwoordigde € 71,6 miljoen van de personeelskosten van de Groep in 2018.
Voor meer informatie over pensioenkosten en personeelsvoordelen, zie Toelichting 6.13 Personeelsbeloningen.
AFSCHRIJVINGEN, AMORTISATIE, BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING EN WIJZIGINGEN IN VOORZIENINGEN
| (in miljoen EUR) 2018 2017 Afschrijvingen van immateriële activa 16,5 8,0 Afschrijvingen van materiële activa 233,1 123,4 Totaal afschrijvingen 249,5 131,4 Waardeverminderingen op voorraden en handelsvorderingen 2,8 (0,3) Totaal waardeverminderingen 2,8 (0,3) Overige voorzieningen (3,1) 1,3 Milieuvoorzieningen (1,3) (1,6) Beweging op voorzieningen (4,4) (0,4) Totaal 247,9 130,8 |
||
|---|---|---|
Het bedrag van waardeverminderingen op handelsvorderingen wordt verklaard in Toelichting 8.1 'Beheer van financiële risico's en derivaten'.
Een uitgebreide beschrijving wordt gegeven in andere hoofdstukken over immateriële vaste activa (zie Toelichting 6.2), materiële vaste activa (zie Toelichting 6.1) en voorzieningen (zie Toelichting 6.14).
OVERIGE BEDRIJFSKOSTEN
GRI 201-1 (payments to government: taxes other than income tax)
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Belastingen andere dan winstbelastingen | 13,9 | 11,9 |
| Minderwaarde op verkoop, buitendienststellingen materiële activa | 13,5 | 7,5 |
| Minderwaarden op realisatie handelsvorderingen | 0,4 | 0,0 |
| Overige | 2,6 | 0,3 |
| Overige bedrijfskosten | 30,4 | 19,6 |
Belastingen andere dan inkomstenbelastingen bestaan hoofdzakelijk uit eigendomsbelastingen.
De verliezen op de verkoop van materiële vaste activa bedragen in totaal € 11,2 miljoen voor Elia Transmission (België), tegenover € 7,5 miljoen het voorgaande jaar en € 2,2 miljoen voor 50Hertz Transmission (Duitsland).
Het totale aandeel van 50Hertz Transmission (Duitsland)' in de overige bedrijfskosten van de Groep in 2018 bedroeg € 6,6 miljoen.
5.3. Nettofinancieringslasten
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Financieringsopbrengsten | 21,9 | 5,5 |
| Interestbaten uit beleggingswaarden, geldmiddelen en kasequivalenten | 7,1 | 3,6 |
| Overige financiële baten | 14,8 | 1,9 |
| Financieringskosten | (115,2) | (81,9) |
| Interestlasten | (95,8) | (68,1) |
| Interestlasten op derivaten | (4,4) | (9,3) |
| Overige financiële lasten | (15,0) | 4,5 |
| Nettofinancieringslasten | (93,2) | (76,5) |
Financieringsopbrengsten zijn gestegen van € 5,5 miljoen in 2017 naar € 21,9 miljoen in 2018. De bijdrage van 50Hertz Transmission (Duitsland) aan de financieringsopbrengsten bedraagt € 2,2 miljoen voor 2018. De interestbaten omvatten € 6,3 miljoen (2017: € 3,6 miljoen) aan interesten uit een leningovereenkomst tussen Elia System Operator en Nemo Link Ltd. Zie toelichting 6.4.1 voor meer details. De overige financiële opbrengsten omvatten ook een herwaarderingsmeerwaarde van € 9,2 miljoen tot de reële waarde van de initiële participatie van 60% van de Groep in Eurogrid. Zie Toelichting 4.4.
De interestlasten op euro-obligaties en andere bankleningen stegen door een aantal factoren. Elia Transmission (België) heeft netto € 67,6 miljoen aan interestlasten op leningen in het jaar opgelopen, wat vergelijkbaar is met het voorgaande jaar. De licht gestegen rente op leningen is voornamelijk het gevolg van een stijging van de nominale waarde van de uitstaande schuld, die werd veroorzaakt door de in september 2018 uitgegeven obligatielening van € 300 miljoen, de EIB-lening van € 100 miljoen en een speciale lening toegewezen aan NemoLink van € 210 miljoen die in december 2018 werd afgesloten. Deze lichte stijging wordt echter volledig gecompenseerd door het hogere niveau van de gekapitaliseerde financieringskosten in het jaar, namelijk € 9,0 miljoen (2017: € 8,3 miljoen), waarbij de stijging van de kosten het gevolg is van de roll-out van een aantal grotere projecten. Het aandeel van 50Hertz Transmission (Duitsland) in de interestlasten op leningen bedroeg € 28,2 miljoen.
De interestlasten op derivaten zijn sterk gedaald door een aantal renteswaps die in het boekjaar 2017 zijn geëindigd en in 2018 gedeeltelijk werden vervangen door renteswaps tegen lage marktrentes.
De overige financiële kosten zijn gestegen door een aantal eenmalige financiële kosten die voortvloeien uit de acquisitie van de 20% participatie in 50 Hertz Transmission (Duitsland).
Voor meer details over nettoschulden en leningen, zie Toelichting 6.12.
5.4. Inkomstenbelastingen
GRI 201-1 (Payments to government by country: corporate income taxes)
OPGENOMEN IN DE WINST- EN VERLIESREKENING
| De geconsolideerde resultatenrekening omvat de volgende inkomstenbelastingen: | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
|||
| Huidig boekjaar | 82,6 | 28,5 | |||
| Aanpassingen m.b.t. voorgaande jaren | 23,2 | 0,7 | |||
| Totaal kortlopende verschuldigde winstbelastingen | 105,9 | 29,2 | |||
| Ontstaan en terugname van tijdelijke verschillen | (3,7) | 10,4 | |||
| Totaal uitgestelde winstbelastingen | (3,7) | 10,4 | |||
| Totaal verschuldigde winstbelasting in winst -en verliesrekening | 102,2 | 39,6 |
* Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving.
De totaal verschuldigde inkomstenbelastingen waren in 2018 hoger dan in 2017. De volledige consolidatie van 50Hertz Transmission (Duitsland) in de laatste acht maanden van 2018 heeft geleid tot een stijging van € 57,8 miljoen in de totale inkomstenbelastingen. De resterende stijging van de verschuldigde belastingen is onder meer het gevolg van een aanzienlijke beperking van de gevolgen van de notionele interestaftrek (NIA) in 2018. Dit had een aanzienlijk positief belastingeffect in 2017.
AANSLUITING VAN EFFECTIEF BELASTINGTARIEF
De belasting op de winst (het verlies) vóór belastingen van de Groep verschilt van het theoretische bedrag berekend op basis van de wettelijke aanslagvoet in België en de werkelijke winsten (verliezen) van de geconsolideerde vennootschappen:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 (herwerkt *) |
|---|---|---|
| Winst voor belastingen | 409,3 | 268,2 |
| Winstbelastingen | (102,2) | 39,1 |
| Verschuldigde winstbelastingen met toepassing van het lokaal belastingtarief | 121,0 | 91,2 |
| Lokaal belastingtarief | 29,58% | 33,99% |
| Effect van belastingtarief in buitenland | (0,1) | (0,2) |
| Belastingimpact resultaat van deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode |
(19,4) | (37,0) |
| Verworpen uitgaven | 5,3 | 2,6 |
| Aanpassingen m.b.t. voorafgaande jaren | 0,5 | 0,7 |
| Gebruik van notionele interesten | 0,0 | (13,1) |
| Belastingkrediet onderzoek en ontwikkeling | (0,5) | (2,3) |
| Gebruik van uitgestelde belastingen op overgedragen NIA | 0,0 | 7,9 |
| Belastinghervorming: aanpassing uitgestelde belastingen | (0,4) | (12,4) |
| Overige | (4,2) | 1,3 |
| Winstbelastingen | 102,2 | 39,6 |
| NIA = Notionele interestaftrek Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving. * Het nominale belastingtarief in Duitsland bedraagt 29.59% |
De Belgische notionele interestaftrek (NIA) heeft een aanzienlijk effect op de inkomstenbelastingen voor boekjaar 2017. Aangezien alle resterende notionele interestaftrek in 2017 werd gebruikt, waren de positieve effecten van de notionele interestaftrek in 2018 niet langer voelbaar.
Uitgestelde inkomstenbelastingen worden verder besproken in Toelichting 6.6.
5.5. Winst per aandeel (WPA)
GEWONE WPA
De gewone winst per aandeel wordt berekend door de nettowinst die is toe te schrijven aan de aandeelhouders van de Vennootschap te delen (€ 275,2 miljoen) door het gewogen gemiddelde van het aantal gewone uitstaande aandelen doorheen het jaar.
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Uitgegeven gewone aandelen per 1 januari | 60.901.019 | 60.891.158 |
| Effect van in maart 2017 uitgegeven aandelen | 7.646 | |
| Effect van in december 2018 uitgegeven aandelen | 3.437 | |
| Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen per 31 december | 60.904.456 | 60.898.804 |
VERWATERDE WPA
De verwaterde winst per aandeel wordt berekend door de winst (of het verlies) die kan worden toegekend aan de aandeelhouders en het gewogen gemiddeld aantal gewone uitstaande aandelen te corrigeren voor de gevolgen van alle potentiële gewone aandelen die tot verwatering zullen leiden en die bestaan uit aandelenopties en converteerbare obligaties.
De verwaterde winst per aandeel is gelijk aan de gewone winst per aandeel, aangezien er geen converteerbare obligaties noch aandelenopties bestaan.
Eigen vermogen per aandeel
Het eigen vermogen per aandeel bedroeg € 44,9 per aandeel op 31 december 2018, tegenover € 42,1 per aandeel eind 2017.
5.6. Niet-gerealiseerde resultaten
De totale gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten omvatten zowel het resultaat van de periode dat in de winst- en verliesrekening is opgenomen als de niet-gerealiseerde resultaten die in het eigen vermogen zijn opgenomen. Niet-gerealiseerde resultaten omvatten alle veranderingen in het eigen vermogen met uitzondering van die veranderingen die betrekking hebben op de eigenaar dewelke direct worden opgenomen in het 'overzicht van mutaties in het eigen vermogen'.
Wijzigingen in de reële waarde
Kasstroomafdekkingen
Het negatieve effect in reële waarde van kasstroomafdekkingen was voornamelijk te wijten aan de negatieve reële waarde op de afwikkelingsdatum van de pre-hedge op de obligatielening uitgegeven in september 2018 in verband met de verwerving van de 20% participatie in 50Hertz. De afdekkingsreserve is in detail beschreven in Toelichting 8.1.
Reële waarde op investeringen via de niet-gerealiseerde resultaten
Investeringen die eerder tegen geamortiseerde kostprijs werden gewaardeerd, worden met de toepassing van IFRS 9 via nietgerealiseerde resultaten gewaardeerd (voor zover de investering niet onder IFRS 12 is gecategoriseerd). Dit had een positief effect van € 2,7 miljoen in niet-gerealiseerde resultaten.
Herwaarderingen
De niet-gerealiseerde resultaten op verplichtingen na uitdiensttreding hadden een beperkte impact van € 0,8 miljoen (€ 0,6 na belastingen). Zie Toelichting 6.13 voor meer details. Het effect in het voorgaande jaar was vooral het gevolg van ervaringsaanpassingen.
6. Elementen van de geconsolideerde balans
6.1. Materiële vaste activa
| (in miljoen EUR) | Terreinen en gebouwen |
Machines en uitrusting |
Meubilair en voertuigen |
Andere materiele vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||
| Stand per 1 januari 2017 | 199,8 | 4.904,2 | 162,2 | 14,8 | 448,9 | 5.729,9 |
| Verwervingen | 3,5 | 46,3 | 8,8 | 0,1 | 318,6 | 377,3 |
| Buitengebruikstellingen | (0,3) | (43,2) | (1,7) | (0,2) | (0,1) | (45,6) |
| Overboekingen van ene post naar andere |
2,9 | 357,9 | 0,0 | 4,6 | (365,5) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | 205,9 | 5.265,1 | 169,3 | 19,3 | 401,9 | 6.061,6 |
| Stand per 1 januari 2018 | 205,9 | 5.265,1 | 169,3 | 19,3 | 401,9 | 6.061,6 |
| Bedrijfscombinatie | 207,0 | 2.713,3 | 68,6 | 0,0 | 1.504,4 | 4.493,4 |
| Verwervingen | 6,1 | 162,5 | 20,1 | 0,1 | 841,4 | 1.030,1 |
| Buitengebruikstellingen | (4,1) | (68,6) | (6,3) | 0,0 | (22,2) | (101,1) |
| Overboekingen van ene post naar andere |
2,7 | 1.087,1 | 10,4 | 5,7 | (1.105,9) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2018 | 417,6 | 9.159,3 | 262,2 | 25,2 | 1.619,7 | 11.483,9 |
| AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN | ||||||
| Stand per 1 januari 2017 | (22,8) | (2.613,7) | (125,7) | (11,3) | 0,0 | (2.773,4) |
| Afschrijvingen | (1,9) | (110,8) | (8,6) | (2,1) | 0,0 | (123,5) |
| Buitengebruikstellingen | 0,1 | 35,6 | 1,7 | 0,2 | 0,0 | 37,6 |
| Overboekingen van ene post naar andere |
0,0 | 3,0 | 0,0 | (3,0) | 0,0 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | (24,7) | (2.685,9) | (132,6) | (16,1) | 0,0 | (2.859,2) |
| Stand per 1 januari 2018 | (24,7) | (2.685,9) | (132,6) | (16,1) | 0,0 | (2.859,2) |
| Afschrijvingen | (4,4) | (207,2) | (21,2) | (0,9) | 0,0 | (233,7) |
| Buitengebruikstellingen | 2,8 | 56,4 | 6,0 | 0,0 | 0,0 | 65,2 |
| Overboekingen van ene post naar andere |
0,0 | 5,7 | (0,3) | (5,3) | 0,0 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2018 | (26,3) | (2.831,0) | (148,1) | (22,3) | 0,0 | (3.027,7) |
| (in miljoen EUR) | Terreinen en gebouwen |
Machines en uitrusting |
Meubilair en voertuigen |
Andere materiele vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||
| Stand per 1 januari 2017 | 199,8 | 4.904,2 | 162,2 | 14,8 | 448,9 | 5.729,9 |
| Verwervingen | 3,5 | 46,3 | 8,8 | 0,1 | 318,6 | 377,3 |
| Buitengebruikstellingen | (0,3) | (43,2) | (1,7) | (0,2) | (0,1) | (45,6) |
| Overboekingen van ene post naar andere |
2,9 | 357,9 | 0,0 | 4,6 | (365,5) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | 205,9 | 5.265,1 | 169,3 | 19,3 | 401,9 | 6.061,6 |
| Stand per 1 januari 2018 | 205,9 | 5.265,1 | 169,3 | 19,3 | 401,9 | 6.061,6 |
| Bedrijfscombinatie | 207,0 | 2.713,3 | 68,6 | 0,0 | 1.504,4 | 4.493,4 |
| Verwervingen | 6,1 | 162,5 | 20,1 | 0,1 | 841,4 | 1.030,1 |
| Buitengebruikstellingen | (4,1) | (68,6) | (6,3) | 0,0 | (22,2) | (101,1) |
| Overboekingen van ene post naar andere |
2,7 | 1.087,1 | 10,4 | 5,7 | (1.105,9) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2018 | 417,6 | 9.159,3 | 262,2 | 25,2 | 1.619,7 | 11.483,9 |
| AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN | ||||||
| Stand per 1 januari 2017 | (22,8) | (2.613,7) | (125,7) | (11,3) | 0,0 | (2.773,4) |
| Afschrijvingen | (1,9) | (110,8) | (8,6) | (2,1) | 0,0 | (123,5) |
| Buitengebruikstellingen | 0,1 | 35,6 | 1,7 | 0,2 | 0,0 | 37,6 |
| Overboekingen van ene post naar andere |
0,0 | 3,0 | 0,0 | (3,0) | 0,0 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | (24,7) | (2.685,9) | (132,6) | (16,1) | 0,0 | (2.859,2) |
| Stand per 1 januari 2018 | (24,7) | (2.685,9) | (132,6) | (16,1) | 0,0 | (2.859,2) |
| Afschrijvingen | (4,4) | (207,2) | (21,2) | (0,9) | 0,0 | (233,7) |
| Buitengebruikstellingen | 2,8 | 56,4 | 6,0 | 0,0 | 0,0 | 65,2 |
| Overboekingen van ene post naar andere |
0,0 | 5,7 | (0,3) | (5,3) | 0,0 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2018 | (26,3) | (2.831,0) | (148,1) | (22,3) | 0,0 | (3.027,7) |
| (in miljoen EUR) | Terreinen en gebouwen |
Machines en uitrusting |
Meubilair en voertuigen |
Andere materiele vaste activa |
Activa in aanbouw |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||||
| Stand per 1 januari 2017 | 199,8 | 4.904,2 | 162,2 | 14,8 | 448,9 | 5.729,9 |
| Verwervingen | 3,5 | 46,3 | 8,8 | 0,1 | 318,6 | 377,3 |
| Buitengebruikstellingen | (0,3) | (43,2) | (1,7) | (0,2) | (0,1) | (45,6) |
| Overboekingen van ene post naar andere |
2,9 | 357,9 | 0,0 | 4,6 | (365,5) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | 205,9 | 5.265,1 | 169,3 | 19,3 | 401,9 | 6.061,6 |
| Stand per 1 januari 2018 | 205,9 | 5.265,1 | 169,3 | 19,3 | 401,9 | 6.061,6 |
| Bedrijfscombinatie | 207,0 | 2.713,3 | 68,6 | 0,0 | 1.504,4 | 4.493,4 |
| Verwervingen | 6,1 | 162,5 | 20,1 | 0,1 | 841,4 | 1.030,1 |
| Buitengebruikstellingen | (4,1) | (68,6) | (6,3) | 0,0 | (22,2) | (101,1) |
| Overboekingen van ene post naar andere |
2,7 | 1.087,1 | 10,4 | 5,7 | (1.105,9) | 0,0 |
| Stand per 31 december 2018 | 417,6 | 9.159,3 | 262,2 | 25,2 | 1.619,7 | 11.483,9 |
| AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN | ||||||
| Stand per 1 januari 2017 | (22,8) | (2.613,7) | (125,7) | (11,3) | 0,0 | (2.773,4) |
| Afschrijvingen | (1,9) | (110,8) | (8,6) | (2,1) | 0,0 | (123,5) |
| Buitengebruikstellingen | 0,1 | 35,6 | 1,7 | 0,2 | 0,0 | 37,6 |
| Overboekingen van ene post naar andere |
0,0 | 3,0 | 0,0 | (3,0) | 0,0 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | (24,7) | (2.685,9) | (132,6) | (16,1) | 0,0 | (2.859,2) |
| Stand per 1 januari 2018 | (24,7) | (2.685,9) | (132,6) | (16,1) | 0,0 | (2.859,2) |
| Afschrijvingen | (4,4) | (207,2) | (21,2) | (0,9) | 0,0 | (233,7) |
| Buitengebruikstellingen | 2,8 | 56,4 | 6,0 | 0,0 | 0,0 | 65,2 |
| Overboekingen van ene post naar andere |
0,0 | 5,7 | (0,3) | (5,3) | 0,0 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2018 | (26,3) | (2.831,0) | (148,1) | (22,3) | 0,0 | (3.027,7) |
BOEKWAARDE
| Stand per 1 januari 2017 | 177,0 | 2.290,5 | 36,5 | 3,5 | 448,9 | 2.956,5 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 31 december 2017 | 181,2 | 2.579,3 | 36,7 | 3,2 | 401,9 | 3.202,4 |
| Stand per 1 januari 2018 | 181,2 | 2.579,3 | 36,7 | 3,2 | 401,9 | 3.202,4 |
| Stand per 31 december 2018 | 391,3 | 6.328,3 | 114,1 | 2,9 | 1.619,7 | 8.456,2 |
De grootste verwervingen in België hebben betrekking op grote interconnectieprojecten zoals Brabo (€ 47,2 miljoen) en ALEGrO (€ 101,0 miljoen). Er waren ook belangrijke verwervingen in verband met de verbetering van de hoogspanningslijn Mercator-Horta (€ 43,1 miljoen) en er werd € 111,4 miljoen geïnvesteerd in de Modular Offshore Grid.
In totaal werd in Duitsland € 219,5 miljoen geïnvesteerd in onshore projecten, terwijl offshore investeringen in totaal € 272,0 miljoen bedroegen. De belangrijkste onshore investeringen hielden verband met de modernisering van het telecommunicatienetwerk (€ 24,2 miljoen), de versterking van hoogspanningsmasten om de operationele veiligheid te verbeteren (€ 15,1 miljoen), de herstructurering en de versterking van de luchtlijn van Wolmirstedt naar Güstrow (€ 11,3 miljoen) en de versterking van de luchtlijn van Wolmirstedt naar Helmstedt (€ 10,3 miljoen). De offshore investeringen werden vooral uitgevoerd voor de offshore netaansluitingen van Ostwind 1 (€ 126,8 miljoen), Ostwind 2 (€ 98,7 miljoen) en het offshore interconnectorproject Kriegers Flak Combined Grid Solution (€ 43,8 miljoen).
In 2018 werd € 16,3 miljoen aan financieringskosten geactiveerd op de verwervingen in 2018. € 8,8 miljoen (€ 8,2 miljoen in 2017), op basis van een gemiddelde rentevoet van 2,68% (3,21% in 2017) is afkomstig van het segment Elia Transmission (België). Een bedrag van € 7,5 miljoen, op basis van een gemiddelde rentevoet van 1,25% komt van het segment 50Hertz Transmission (Duitsland).
Openstaande investeringsverplichtingen worden beschreven in Toelichting 8.2.
6.2. Immateriële activa en goodwill
| (in miljoen EUR) | Goodwill | Ontwikkelings kosten software |
Licenties / Concessies |
Totaal |
|---|---|---|---|---|
| AANSCHAFFINGSWAARDE | ||||
| Stand per 1 januari 2017 | 1.707,8 | 90,2 | 3,4 | 1.801,3 |
| Verwervingen | 0,0 | 10,5 | 0,3 | 10,8 |
| Buitengebruikstellingen | 0,0 | 0,0 | (0,1) | (0,1) |
| Stand per 31 december 2017 | 1.707,8 | 100,7 | 3,6 | 1.812,1 |
| Stand per 1 januari 2018 | 1.707,8 | 100,7 | 3,6 | 1.812,1 |
| Bedrijfscombinatie | 0,0 | 30,8 | 21,8 | 52,6 |
| Verwervingen | 703,3 | 24,3 | 0,0 | 727,6 |
| Buitengebruikstellingen | 0,0 | (0,5) | 0,0 | (0,5) |
| Stand per 31 december 2018 | 2.411,1 | 155,3 | 25,4 | 2.591,8 |
| AFSCHRIJVINGEN EN MINDERWAARDEN | ||||
| Stand per 1 januari 2017 | (0,0) | (63,3) | (2,2) | (65,5) |
| Afschrijvingen | 0,0 | (7,6) | (0,4) | (8,0) |
| Stand per 31 december 2017 | (0,0) | (70,9) | (2,6) | (73,5) |
| Stand per 1 januari 2018 | (0,0) | (70,9) | (2,6) | (73,5) |
| Afschrijvingen | 0,0 | (15,1) | (1,3) | (16,4) |
| Buitengebruikstellingen | 0,0 | 0,4 | 0,0 | 0,4 |
| Stand per 31 december 2018 | (0,0) | (85,7) | (3,9) | (89,5) |
| BOEKWAARDE | ||||
| Stand per 1 januari 2017 | 1.707,8 | 26,9 | 1,1 | 1.735,8 |
| Stand per 31 december 2017 | 1.707,8 | 29,8 | 1,0 | 1.738,6 |
| Stand per 1 januari 2018 | 1.707,8 | 29,8 | 1,0 | 1.738,6 |
| Stand per 31 december 2018 | 2.411,1 | 69,6 | 21,5 | 2.502,3 |
Software omvat zowel IT-toepassingen die door de Vennootschap worden ontwikkeld voor het beheer van het net als software voor de normale bedrijfsactiviteiten van de Groep.
In de loop van 2018 werd een bedrag van € 0,2 miljoen financieringslasten (€ 0,2 miljoen in 2017) geactiveerd op de verwervingen in 2017 tegen een gemiddelde rentevoet van 2,68% (3,21% in 2017).
De goodwill heeft betrekking op de volgende bedrijfscombinaties en is toegewezen aan de KGE Elia Transmission voor de verwerving van Elia Asset en Elia Engineering en aan de KGE 50Hertz Transmission voor de verwerving van de 20% participatie in Eurogrid International:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Verwerving belang Elia Asset door Elia System Operator - 2002 | 1.700,1 | 1.700,1 |
| Verwerving belang Elia Engineering door Elia Asset - 2004 | 7,7 | 7,7 |
| Verwerving belang Eurogrid International – 2018 * | 703,4 | 0,0 |
| Totaal | 2.411,2 | 1.707,8 |
*Zie Toelichting 7.1. voor een gedetailleerde beschrijving en berekening van de goodwill in verband met de verwerving van de 20% participatie in Eurogrid International
TOETSING OP BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING VOOR DE KASSTROOMGENERERENDE EENHEID DIE GOODWILL BEVAT
Verwerving van Elia Asset en Elia Engineering
In 2002 resulteerde de verwerving van Elia Asset door de Vennootschap voor een bedrag van € 3.304,1 miljoen in een positief consolidatieverschil van € 1.700,1 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa. Het verschil is toe te schrijven aan verschillende elementen zoals (i) de aanstelling van Elia als TNB voor een periode van 20 jaar, (ii) de unieke middelen waarover Elia in België kan beschikken aangezien Elia voor 100% eigenaar is van het net op zeer hoge spanning en de eigenaar is van (of het gebruiksrecht heeft op) 94% van het hoogspanningsnet, en dus als enige het recht heeft om een ontwikkelingsprogramma voor te stellen en (iii) Elia beschikt over de knowhow als TNB.
Op de datum van verwerving konden deze elementen niet op objectieve, transparante en betrouwbare wijze in euro worden gekwalificeerd of gekwantificeerd. Bijgevolg kon het verschil niet worden toegewezen aan specifieke activa en werd het als niettoegewezen beschouwd. Daarom werd dit verschil vanaf de eerste toepassing van IFRS in 2005 erkend als goodwill. Het regelgevend kader, voornamelijk de verrekening in de tarieven van de buitengebruikstelling van vaste activa zoals van toepassing sinds 2008, had geen impact op deze boekhoudkundige verwerking. De goodwill zoals hierboven beschreven en de goodwill ontstaan bij de verwerving van Elia Engineering in 2004 zijn voor de toetsing betreffende de bijzondere waardeverminderingen aan de enige kasstroomgenererende eenheid toegerekend, aangezien de inkomsten en lasten werden gegenereerd door één activiteit, meer bepaald de 'gereguleerde activiteit in België'.
Om die reden heeft de Vennootschap de boekwaarde van de goodwill aan één eenheid toegewezen, zijnde de gereguleerde activiteit in België. Sinds 2004 werden jaarlijks toetsingen op bijzondere waardeverminderingen uitgevoerd die niet resulteerden in de opname van enige waardeverminderingsverliezen. Kasstroomgenererende eenheden waaraan goodwill werd toegerekend worden minstens één keer per jaar getoetst op bijzondere waardeverminderingen, rekening houdend met de hoogste waarde van hun reële waarde minus de verkoopkosten of de bedrijfswaarde, waarbij de volgende veronderstellingen en waarderingsmethoden worden toegepast.
De toetsing op bijzondere waardeverminderingen werd gedaan door een onafhankelijk expert. Deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen is gebaseerd op een aantal verschillende waarderingsmethodes die onderworpen zijn aan verschillende veronderstellingen. De belangrijkste waarderingsmethodes in deze toetsing op bijzondere waardeverminderingen zijn:
• Discontering van toekomstige kasstromen (DCF-modellen): Er werden een aantal verschillende DCF-varianten gebruikt, die onderling voornamelijk verschillen in de methode die wordt gebruikt om de zogenaamde 'terminal value' te bepalen. Rekening houdend met de bijzonderheden van de activiteiten van de Groep wordt voorrang gegeven aan het Regulated Asset Base (RAB)-
- model als basis voor de schatting van de eindwaarde; • Discontering van toekomstige dividenden;
- Waarderingen die gebaseerd zijn op multiples afgeleid van recente transacties.
• Marktwaarderingen die gebaseerd zijn op marktmultiples van vergelijkbare bedrijven;
De methode van toekomstige kasstromen en toekomstige dividenden is gebaseerd op het ondernemingsplan voor de periode 2019-2028. De volgende algemene belangrijke veronderstellingen werden gebruikt:
- een aanslagvoet van 25% vanaf 2020;
- een onafgebroken groei van 1,5%;
- een marktrisicopremie van 5,5%;
In het bijzonder met betrekking tot de bovengenoemde waarderingsmethoden, werden de volgende belangrijke veronderstellingen gebruikt:
- 1) DCF-gebaseerde modellen:
- Risicovrije rentevoet: 0,8%;
- Levered beta van 0,7;
- Levered beta wordt berekend op basis van de beoogde schuldgraad van 60%;
- Kosten van eigen vermogen: 7,3%;
- Kosten van schulden vóór belastingen: 2,4%;
- WACC: 3,99%.
- 2 ) Discontering van toekomstige dividenden:
-
- Kosten van eigen vermogen: 7,3%.
- 3) Marktwaarderingen:
- Waargenomen Ondernemingswaarde / EBIT: 15,6.
- Waargenomen P/E: 12,8.
• In dit model wordt rekening gehouden met dividenden en verwachte kapitaalverhogingen;
• Waargenomen Ondernemingswaarde / RAB: 1,5. 4) Waarderingen, gebaseerd op recente transacties
• Waargenomen Ondernemingswaarde / EBIT: 18,7.
De onafhankelijke analyse en gevoeligheidsanalyse gaven geen aanleiding tot het identificeren van een waardevermindering op de aanwezige goodwill in het boekjaar 2018. In verband met de beoordeling van de realiseerbare waarde meent het management, op basis van de analyse van de externe deskundige en op basis van wat op dit moment bekend is, dat geen redelijkerwijze te verwachten wijziging van enige van de bovenstaande veronderstellingen zou leiden tot materiële waardeverminderingen.
Verwerving van Eurogrid International
In april 2018 resulteerde de verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International door de Vennootschap voor een bedrag van € 988,7 miljoen in een positief consolidatieverschil van € 703,4 miljoen. Dit positieve consolidatieverschil was het resultaat van het verschil tussen de aanschafwaarde van deze entiteit en de boekwaarde van haar activa.
6.3. Langlopende handels- en overige vorderingen
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Leningen aan derden | 2,6 | 0,0 |
| Leningen aan gezamenlijke overeenkomsten | 174,4 | 147,8 |
| Totaal | 177,0 | 147,8 |
Zoals vermeld in Toelichting 5.1 heeft de Groep een participatie van 50% in Nemo Link Ltd. Dit bedrijf wordt door beide aandeelhouders gefinancierd via eigen vermogen en leningen. Als gevolg hiervan staat er per 31 december 2018 een langlopende vordering van € 174,4 miljoen uit op Nemo Link Ltd. Deze wordt geboekt als een ongedekt kredietinstrument met een vaste rentevoet en een looptijd van 25 jaar na de commerciële exploitatiedatum van de interconnector (zie Toelichting 6.4).
Naast de lening aan Nemo Link heeft de Groep ook een uitstaande vordering op een derde voor een bedrag van € 2,6 miljoen. Deze vordering werd toegekend voor de financiering van een gezamenlijk project met Elia.
Zie Toelichting 8.1. voor een gedetailleerde analyse van het kredietrisico dat met deze leningen verbonden is.
6.4. Investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode
6.4.1. Joint ventures
Eurogrid International CVBA
In april 2018 verwierf de Groep een bijkomende participatie van 20% en zeggenschap over Eurogrid International CVBA. Als gevolg hiervan wordt Eurogrid International CVBA vanaf de datum van verwerving niet langer opgenomen als een joint venture, maar als een volledig geconsolideerde entiteit. Het aandeel van de winst van investeringen opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode in de eerste vier maanden van 2018 voor Eurogrid International CVBA was € 63,5 miljoen. Zie Toelichting 7.1.
Nemo Link Ltd
Op 27 februari 2015 hebben Elia System Operator en National Grid samen een joint-ventureovereenkomst afgesloten met betrekking tot de bouw van de Nemo Link Interconnector tussen België en het VK. Dat project bestaat uit onderzeese en ondergrondse kabels die verbonden zijn met een conversiestation en hoogspanningsstation in beide landen, waardoor elektriciteit in beide richtingen kan worden vervoerd tussen de twee landen en het VK en België kunnen rekenen op een meer betrouwbare en beter toegankelijke toegang tot elektriciteit en duurzame elektriciteitsproductie. Elke aandeelhouder heeft een belang van 50% in Nemo Link Ltd, een Brits bedrijf.
Beide aandeelhouders hebben sinds 2016 financiering verleend aan Nemo Link Ltd via inbreng in het eigen vermogen en leningen (verdeling 50/50).
In 2018 verstrekte Elia financiering voor € 59,5 miljoen, waarmee de totale financiering door Elia opliep tot € 290,7 miljoen, waarvan 40% via inbreng in het eigen vermogen en 60% via leningen. De cijfers van deze joint venture zijn opgenomen in het segment 'Nietgereguleerde activiteiten (Incl. NemoLink)'. Zie Toelichting 4.4.
De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de joint venture op basis van zijn IFRS-jaarrekening en de aansluiting met de boekwaarde van het belang van de Groep in de geconsolideerde jaarrekening.
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Percentage eigendomsbelang | 50,0% | 50,0% |
| Vaste activa | 606,3 | 490,7 |
| Vlottende activa | 35,5 | 63,7 |
| Langlopende verplichtingen | 381,2 | 297,1 |
| Kortlopende verplichtingen | 27,4 | 72,3 |
| Eigen vermogen | 233,2 | 185,0 |
| Group's carrying amount for the interest | 116,6 | 92,5 |
| Opbrengsten en overige bedrijfsopbrengsten | 0,0 | 0,0 |
| Afschrijvingen | 0,0 | 0,0 |
| Financieringsopbrengsten | 0,6 | (0,1) |
| Winst voor belastingen | 0,6 | (0,1) |
| Winstbelastingen | 0,0 | (2,6) |
| Winst over het boekjaar | 0,6 | (2,7) |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over het boekjaar | 0,6 | (2,7) |
| Aandeel van de Groep in de winst over het boekjaar | 0,3 | (1,4) |
| Dividenden ontvangen door de Groep | 0,0 | 0,0 |
6.4.2. Geassocieerde deelnemingen
De Groep heeft vier geassocieerde deelnemingen. Het gaat hier telkens om investeringen die opgenomen zijn volgens de vermogensmutatiemethode.
De Groep heeft een aandeel van 12,5% in Enervalis nv, een startup die vernieuwende software-as-a-service oplossingen ontwikkelt waarmee marktspelers hun energiefactuur kunnen optimaliseren door in te spelen op de toenemende vraag naar flexibiliteit in het elektriciteitssysteem. Een vertegenwoordiger van de Groep werd benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van Enervalis. Daarom is de Groep van mening dat ze een aanzienlijke invloed heeft en wordt Enervalis via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen.
De Groep heeft een aandeel van 20,5% in Ampacimon nv, een Belgisch bedrijf dat innovatieve monitoringsystemen ontwikkelt voor TNB's en DNB's (Distributienetbeheerders), zodat zij sneller kunnen anticiperen op veranderingen in vraag en aanbod van energie.
Na de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz is het aandeel van de Groep in Coreso nv gestegen tot 22,2%. Coreso nv is een vennootschap die coördinatiediensten levert om de veilige uitbating van het hoogspanningsnet in verschillende Europese landen te vergemakkelijken.
HGRT SAS is een Franse vennootschap met een aandeel van 49,0% in Epex Spot, de elektriciteitsbeurs in Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en (via 100% geassocieerde deelneming APX) het VK, Nederland en België. De Groep zelf heeft een aandeel van 17,0% in HGRT. Als een van de stichtende vennoten van HGRT heeft de Groep een gouden aandeel, waardoor de Groep een minimaal aantal vertegenwoordigers heeft in de Raad van Bestuur. Dat vormt een invloed van betekenis en daarom wordt HGRT via de vermogensmutatiemethode in de boeken opgenomen. In 2018 ontving de Groep van HGRT een dividend van € 2,0 miljoen (€ 0,9 miljoen in 2017).
Geen enkele van deze vennootschappen is beursgenoteerd.
De volgende tabel geeft een overzicht van de financiële informatie van de investering van de Groep in deze vennootschappen op basis van hun respectieve jaarrekeningen die zijn opgesteld in overeenstemming met de IFRS-standaarden.
| (in miljoen EUR) | Enervalis | Ampacimon | Coreso | HGRT | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | ||
| Percentage eigendomsbelang | 12,5% | 12,5% | 20,5% | 20.5% | 22,2% | 20,6% | 17,0% | 17,0% | |
| Vaste activa | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,2 | 4,4 | 3,1 | 93,7 | 93,0 | |
| Vlottende activa | 1,4 | 1,4 | 2,2 | 5,8 | 2,2 | 2,5 | 6,3 | 7,2 | |
| Langlopende verplichtingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |
| Kortlopende verplichtingen | 0,3 | 0,3 | 0,0 | 2,8 | 4,5 | 3,2 | 0,4 | 0,1 | |
| Eigen vermogen | 1,3 | 1,3 | 2,5 | 3,1 | 2,7 | 2,4 | 99,6 | 100,2 | |
| Boekwaarde van de investering | |||||||||
| van de Groep | 0,7 | 0,7 | 0,5 | 0,6 | 0,6 | 0,4 | 16,9 | 17,0 | |
| Opbrengsten en overige | |||||||||
| bedrijfsopbrengsten | 0,0 | 0.8 | 0,0 | 2,6 | 13,7 | 10,5 | 0,0 | 0,0 | |
| Winst voor belastingen | 0,0 | (1.1) | (0,6) | 0,7 | 0,6 | 0,5 | 10,8 | 11,0 | |
| Winstbelastingen | 0,0 | 0.0 | 0,0 | (0,3) | (0,3) | (0,2) | 0,1 | (0,2) | |
| Winst over het boekjaar | 0,0 | (1.1) | (0,6) | 0,4 | 0,3 | 0,2 | 10,9 | 10,8 | |
| Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde | |||||||||
| resultaten over het boekjaar | 0,0 | (1.1) | (0,6) | 0,4 | 0,3 | 0,2 | 10,9 | 10,8 | |
| Aandeel van de Groep in de winst | |||||||||
| over het boekjaar | 0,0 | 0.0 | (0,1) | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 1,9 | 1,8 |
6.5. Overige financiële activa
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn | 7,0 | 7,1 |
| Andere deelnemingen | 27,7 | 0,2 |
| Restitutierechten | 52,2 | 53,6 |
| Totaal | 86,9 | 60,9 |
| aal | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn worden gewaardeerd tegen reële waarde. Het risicoprofiel van deze beleggingen wordt besproken in Toelichting 8.1.
Vanaf 2018 bestaat 'Andere deelnemingen' hoofdzakelijk uit deelnemingen die 50Hertz Transmission in bezit heeft, wat de stijging ten opzichte van 2017 verklaart.
De restitutierechten houden verband met de verplichtingen voor (i) de gepensioneerde werknemers die onder specifieke uitkeringsregelingen vallen (Regeling B - niet-gefinancierde regeling) en voor (ii) het medisch plan en de tariefregeling voor gepensioneerde personeelsleden. Zie Toelichting 6.13. Personeelsbeloningen. De restitutierechten zijn te recupereren via de gereguleerde tarieven. Het volgende principe is van toepassing: alle opgelopen pensioenkosten voor gepensioneerde werknemers met 'regime B' en de kosten gerelateerd aan gezondheidszorg en tariefvoordelen van gepensioneerde personeelsleden van Elia worden vastgelegd door de regulator (CREG) als niet-beheersbare kosten die via de regelgevende tarieven te recupereren zijn. De afname van de boekwaarde van dit actief wordt beschreven in Toelichting 6.13: 'Personeelsbeloningen'
6.6. Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen
IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 (herwerkt) * | ||
|---|---|---|---|---|
| Activa | Passiva | Activa | Passiva | |
| Materiële activa | 3,3 | (157,4) | 1,2 | (10,1) |
| Immateriële activa | 0,0 | (8,2) | 0,0 | (8,4) |
| Handels- en overige vorderingen | 1,7 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen |
2,2 | (4,0) | 0,0 | (1,2) |
| Personeelsvoordelen | 26,2 | (13,9) | 7,5 | 0,0 |
| Provisies | 40,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Over te dragen opbrengsten | 9,4 | (2,9) | 0,0 | 0,0 |
| Gereguleerde verplichtingen | 19,6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies | 0,0 | (1,1) | 0,0 | (1,2) |
| Overgedragen verliezen | 2,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Overige | 0,7 | (9,0) | 0,8 | (7,3) |
| Belasting vorderingen (verplichtingen) | 106,3 | (196,5) | 9,6 | (28,2) |
| Saldering van belastingvorderingen en -verplichtingen | (101,3) | 101,3 | (8,6) | 8,6 |
| Netto belastingvordering / (verplichting) | 5,0 | (95,2) | 1,0 | (19,6) |
*Als gevolg van de toepassing van IFRS 15 is de openingsbalans van de uitgestelde belastingverplichting van PPE naar beneden bijgesteld met € 21,4
miljoen. Zie Toelichting 2.1 voor meer details.
De wijzigingen in uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen kunnen als volgt worden voorgesteld:
WIJZIGINGEN IN DE UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN EN -VERPLICHTINGEN TEN GEVOLGE VAN
| MUTATIES IN DE TIJDELIJKE VERSCHILLEN GEDURENDE HET BOEKJAAR* (in miljoen EUR) |
Openings balans |
Business Combi nations |
Opgeno men in winst (verlies) rekening |
Opgeno men in eigen vermogen |
Andere | Eind balans |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | ||||||
| Materiële activa * | (31,4) | 1,6 | 20,9 | 0,0 | (8,8) | |
| Immateriële activa | (9,2) | 0,8 | (8,4) | |||
| Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen |
1,7 | 0,3 | (3,2) | (1,2) | ||
| Personeelsvoordelen | 5,6 | (0,3) | 2,3 | 7,5 | ||
| Overgedragen notionele intrestaftrek accounting years | 11,9 | (11,9) | 0,0 | |||
| Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies | (1,2) | (1,2) | ||||
| Overige | (6,5) | (0,1) | (6,5) | |||
| Totaal | (27,9) | 0,0 | (9,5) | 20,0 | (1,2) | (18,6) |
| 2018 | ||||||
| Materiële activa | (8,8) | (157,6) | 12,4 | 0,0 | 0,0 | (154,1) |
| Immateriële activa | (8,4) | 0,0 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | (8,2) |
| Handels- en overige vorderingen | 0,0 | 1,8 | (0,1) | 0,0 | 0,0 | 1,7 |
| Rentedragende leningen en overige langlopende financieringsverplichtingen |
(1,2) | (3,2) | 0,4 | 2,2 | 0,0 | (1,8) |
| Personeelsvoordelen | 7,5 | 4,2 | 0,7 | (0,2) | 0,0 | 12,3 |
| Provisies | 0,0 | 54,4 | (13,8) | 0,0 | 0,0 | 40,6 |
| Over te dragen opbrengsten | 0,0 | 6,3 | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 6,5 |
| Gereguleerde verplichtingen | 0,0 | 18,1 | 1,5 | 0,0 | 0,0 | 19,6 |
| Uitgestelde belastingschuld op kapitaalsubsidies | 0,0 | 0,0 | 2,5 | 0,0 | 0,0 | 2,5 |
| Overgedragen verliezen | (1,2) | 0,0 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | (1,1) |
| Overige | (6,5) | 0,5 | (0,4) | 0,0 | (1,8) | (8,2) |
| Totaal | (18,6) | (75,5) | 3,7 | 2,0 | (1,8) | (90,2) |
€ 21,4 miljoen. Zie Toelichting 2.1 voor meer details.
De lijn 'Overige' bevat een bedrag van € 1,8 miljoen aan uitgestelde belastingen op uitkeringen op hybride effecten, die geen invloed hadden op de niet-gerealiseerde resultaten en de winst- en verliesrekening.
NIET IN DE BALANS OPGENOMEN UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN OF -VERPLICHTINGEN
Per 31 december 2018 is er een niet-opgenomen uitgestelde belastingvordering van € 0,5 miljoen met betrekking tot overgedragen belastingverliezen afkomstig van EGI nv.
6.7. Voorraden
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Grond- en hulpstoffen | 34,0 | 27,6 |
| Geboekte waardeverminderingen | (14,8) | (14,0) |
| Totaal | 19,2 | 13,6 |
De artikelen in het magazijn zijn hoofdzakelijk wissel- en reservestukken voor onderhoud en herstellingswerken aan de hoogspanningsstations, luchtlijnen en ondergrondse kabels van de Groep. Ook balansen van onderhanden werken zijn opgenomen.
De stijging van de voorraden is het gevolg van de verworven voorraad van 50Hertz Transmission.
Waardeverminderingen worden geboekt vanaf het moment waarop voorraadartikelen onderhevig zijn aan verminderde voorraadbeweging. Deze waren iets hoger dan in 2017.
6.8. Kortlopende handels- en overige vorderingen, over te dragen kosten en verkregen opbrengsten
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Onderhanden projecten in opdracht van derden | 3,6 | 3,9 |
| Overige handelsvorderingen en vooruitbetalingen | 417,9 | 227,2 |
| Heffingen | 38,9 | 20,6 |
| BTW en andere belastingen | 50,5 | 24,2 |
| Overige | 48,0 | 5,2 |
| Over te dragen kosten en verkregen opbrengsten | 20,5 | 9,5 |
| Totaal | 579,4 | 290,6 |
Handelsvorderingen brengen geen interest op en zijn gewoonlijk betaalbaar op 15 tot 30 dagen.
Onderhanden projecten in opdracht van derden zijn licht gedaald van € 3,9 miljoen vorig jaar naar € 3,6 miljoen op het einde van het jaar. Onderhanden projecten in opdracht van derden komen hoofdzakelijk voort uit de activiteiten van EGI.
De stijging van de heffingen is voornamelijk te wijten aan:
- een stijging met € 27,2 miljoen in verband met de Vlaamse groenestroomcertificaten, voornamelijk door de stijging van het aantal certificaten dat in 2018 door producenten aan Elia werd verkocht tegen de gegarandeerde minimumprijs;
- gedeeltelijk gecompenseerd door de heffingen voor de strategische reserve, die daalde van een vordering van € 9,3 miljoen naar een schuld van € 7,5 miljoen. Dit is het gevolg van het feit dat er minder kosten werden gemaakt voor de strategische reserve, aangezien er voor de winter 2018/2019 geen reserve moest worden aangelegd.
De blootstelling van de Groep aan krediet- en valutarisico's en verliezen als gevolg van waardeverminderingen die verbonden zijn aan handels- en overige vorderingen, wordt getoond in Toelichting 8.1.
Op 31 december is de ouderdomsanalyse van de handels- en overige vorderingen en de vooruitbetalingen als volgt:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Niet vervallen | 389,7 | 218,7 |
| Vervallen minder dan 30 dagen | 6,6 | 0,8 |
| Vervallen tussen 31 en 60 dagen | (0,6) | 2,9 |
| Vervallen tussen 61 dagen en één jaar | 23,6 | 2,8 |
| Meer dan één jaar | 0,5 | 1,6 |
| Totaal (excl. waardevermindering) | 419,8 | 226,8 |
| Dubieuze vorderingen | 170,2 | 1,7 |
| Geboekte waardevermindering | (169,8) | (1,3) |
| Provisie voor verwachte kredietverliezen | (2,3) | 0,0 |
| Totaal | 417,9 | 227,2 |
Zie Toelichting 8.1. voor een gedetailleerde analyse van het kredietrisico opgelopen in verband met deze handelsvorderingen.
6.9. Actuele belastingvorderingen & -verplichtingen
| (in miljoen EUR) | ||
|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Fiscale vorderingen | 3,6 | 3,8 |
| Fiscale verplichtingen | (93,1) | (2,9) |
| Netto fiscale vordering / (verplichting) | (89,5) | 0,9 |
De belastingvorderingen zijn in lijn gebleven met het voorgaande jaar. De € 3,6 miljoen belastingvorderingen per 31 december 2018 hebben voornamelijk betrekking op voorschotten op vennootschapsbelasting van 2018 die moeten worden teruggevorderd in boekjaar 2019.
6.10. Geldmiddelen en kasequivalenten
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Direct opvraagbare deposito's | 1.356,2 | 55,2 |
| Banksaldi | 433,1 | 140,0 |
| Totaal | 1.789,3 | 195,2 |
Geldmiddelen en kasequivalenten zijn aanzienlijk gestegen door de verwerving van 50Hertz Transmission (Duitsland). De geldmiddelen die deze bedrijven in bezit hebben, werden vroeger verwerkt met de vermogensmutatiemethode. De geldmiddelen en kasequivalenten die 50Hertz Transmission (Duitsland) in bezit heeft, bedragen eind 2018 € 1.590 miljoen.
De verwerving van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid (zie Toelichting 7.1) en het uitgebreide investeringsprogramma (zie Toelichting 6.1) werden gefinancierd door de uitgifte van een hybride effecten (zie Toelichting 6.10.2) en bijkomende leningen (zie Toelichting 6.12), wat resulteerde in een kaspositie die stabiel bleef in vergelijking met het voorgaande jaar (d.w.z. zonder rekening te houden met het effect van de bijkomende kasmiddelen verkregen via 50Hertz (Transmission)).
Kortetermijndeposito's worden belegd voor periodes die variëren van enkele dagen en een paar weken tot enkele maanden (meestal niet langer dan 3 maanden), afhankelijk van de onmiddellijke behoefte aan kasmiddelen, en ontvangen rente volgens de rentevoeten van de kortetermijndeposito's. De rentevoet van rentedragende investeringen aan het einde van de verslagperiode varieert van -0,4% tot 1,0%.
Op de banktegoeden wordt interest uitbetaald of ingehouden tegen variabele rentevoeten op basis van de dagelijkse bankdepositorente. Het renterisico van de Groep en de gevoeligheidsanalyse voor financiële activa en verplichtingen worden besproken in Toelichting 8.2.
De geldmiddelen en kasequivalenten die hierboven en in het kasstroomoverzicht worden vermeld, omvatten € 29,9 miljoen die wordt gehouden door Elia RE. Deze deposito's zijn onderworpen aan wettelijke beperkingen en zijn bijgevolg niet rechtstreeks beschikbaar voor algemeen gebruik door de andere entiteiten binnen de Groep.
'Banksaldi' omvat een bedrag van € 0,1 miljoen in aan restricties onderhevige geldmiddelen. Dit betreft een vooruitbetaling ontvangen op EU-financiering voor een consortium, waarvan 50Hertz Transmission de syndicaatsrekening beheert.
6.11. Eigen vermogen
6.11.1. Eigen vermogen toe te rekenen aan de eigenaar van de vennootschap
AANDELENKAPITAAL EN UITGIFTEPREMIE
| Aantal aandelen | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Uitstaand per 1 januari | 60.901.019 | 60.891.158 |
| Uitgegeven tegen betaling in contanten | 114.039 | 9.861 |
| Aantal aandelen (einde periode) | 61.015.058 | 60.901.019 |
De buitengewone aandeelhoudersvergadering van 17 mei 2016 heeft beslist om voor de Belgische werknemers een kapitaalverhoging door te voeren (in twee stappen/periodes: een in 2016 voor maximaal € 5,3 miljoen en een in 2017 voor maximaal € 0,7 miljoen) voor een totaalbedrag van maximaal € 6,0 miljoen. De tweede schijf van deze kapitaalverhoging (fiscale schijf) voor de Belgische werknemers vond plaats in maart 2017 voor een bedrag van € 0,4 miljoen, die bestaat uit een kapitaalverhoging van € 0,3 miljoen en een verhoging van € 0,1 miljoen in uitgiftepremie. Als onderdeel van deze tweede schijf werden 9.861 nieuwe aandelen uitgegeven.
De buitengewone algemene vergadering van 15 mei 2018 heeft beslist om het directiecomité te machtigen om een kapitaalverhoging van € 5,3 miljoen te initiëren voor zijn Belgische werknemers.
In december 2018 bood de Elia groep zijn werknemers in België aan om in te tekenen op een kapitaalverhoging van Elia System Operator nv (belastingschijven en niet-belastingschijven), wat leidde tot een toename van € 3,8 miljoen (met inbegrip van de kosten voor de kapitaalverhoging van € 1,1 miljoen) in het aandelenkapitaal en tot een toename van € 2,5 miljoen in uitgiftepremie. Het aantal uitstaande aandelen steeg met 114.039 aandelen zonder nominale waarde.
RESERVES
Volgens de Belgische wetgeving moet elk jaar 5 % van de statutaire nettowinst van de Vennootschap worden overgedragen naar de wettelijke reserve tot die wettelijke reserve 10 % van het kapitaal bedraagt. Per 31 december 2018 bedraagt de wettelijke reserve van de Groep € 173,0 miljoen en vertegenwoordigt ze 10 % van het kapitaal.
De Raad van Bestuur kan aan de aandeelhouders de uitkering van een dividend voorstellen tot een maximumbedrag van de beschikbare reserves en van de overgedragen winst van vorige boekjaren van de Vennootschap, inclusief de winst van het boekjaar dat eindigde op maandag 31 december 2018. Aandeelhouders moeten de uitkering van een dividend goedkeuren tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.
AFDEKKINGSRESERVE
De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve deel van de cumulatieve nettomutatie in de reële waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten met betrekking tot afgedekte transacties die nog niet hebben plaatsgevonden.
DIVIDEND
GRI 201-1 (payments to providers of capital)
Na de rapporteringsdatum deed de Raad van Bestuur het onderstaande dividendvoorstel.
| Dividend | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Dividend per aandeel | 1,66 | 1,62 |
Tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering op 15 mei 2018 stelde de Raad van Bestuur de uitkering voor van een brutodividend van € 1,62 per aandeel, wat overeenstemt met een nettodividend van € 1,134 per aandeel en een totaalbedrag van € 98,7 miljoen.
Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van 21 februari 2019 werd een brutodividend van € 1,66 per aandeel voorgesteld. Dit dividend is onder voorbehoud van goedkeuring door de aandeelhouders tijdens de jaarlijkse algemene vergadering op 21 mei 2019 en werd niet opgenomen als een verplichting in de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.
Het totale dividend bedraagt, op basis van het aantal uitstaande aandelen op 21 februari 2019, € 101,3 miljoen.
6.11.2. Hybride effecten
GRI 201-1 (Payments to providers of capital)
In september 2018 gaf de Groep hybride effecten uit voor de financiering van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland). De uitgifte resulteerde in een toename van het eigen vermogen van de Groep met € 700 miljoen.
De hybride effecten hebben een optionele, cumulatieve coupon van 2,75%, die ieder jaar op 5 december en vanaf 5 december 2019 naar goeddunken van de Groep betaalbaar is. Per 31 december 2018 bedraagt het niet-uitgekeerde cumulatieve dividend € 6,2 miljoen, met betrekking tot de periode van 5 september 2018 tot 31 december 2018. De hybride effecten hebben een initiële vervaldatum in december 2023 en worden daarna elke vijf jaar opnieuw ingesteld.
De hybride effecten hebben van S&P een BBB- rating gekregen. De hybride effecten zijn gestructureerd als eeuwigdurende instrumenten, hebben een achtergestelde positie ten opzichte van alle niet-achtergestelde schulden en zullen overeenkomstig IFRS als eigen vermogen in de jaarrekening van de Groep worden opgenomen.
6.12. Rentedragende leningen en financieringsverplichtingen
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Leningen op lange termijn | 5.773,8 | 2.834,7 |
| Subtotaal lange termijnleningen | 5.773,8 | 2.834,7 |
| Leningen op korte termijn | 549,9 | 0,0 |
| Toe te rekenen interest | 71,1 | 49,5 |
| Subtotaal korte termijnleningen | 621,1 | 49,5 |
| Totaal | 6.394,9 | 2.884,2 |
Onderstaande tabellen geven een overzicht van de mutaties in de verplichtingen van de Groep die het gevolg zijn van financieringsactiviteiten, met inbegrip van zowel mutaties die voortvloeien uit kasstromen als mutaties anders dan in geld.
| (in miljoen EUR) | Kortlopende leningen en financierings verplichtingen |
Langlopende leningen en financierings verplichtingen |
Totaal |
|---|---|---|---|
| Stand op 1 januari 2017 | 147,5 | 2.586,4 | 2.733,9 |
| Kasstroom: betaalde interesten | (88,4) | 0,0 | (88,4) |
| Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen | (100,0) | 0,0 | (100,0) |
| Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen | 0,0 | 247,4 | 247,4 |
| Verlopen rente | 90,4 | 0,0 | 90,4 |
| Andere | 0,0 | 0,9 | 0,9 |
| Stand op 31 december 2017 | 49,5 | 2.834,7 | 2.884,2 |
| Stand op 1 januari 2018 | 49,5 | 2.834,7 | 2.884,2 |
| Bedrijfscombinatie | 28,5 | 2.829,9 | 2.858,4 |
| Kasstroom: betaalde interesten | (141,8) | 0,0 | (141,8) |
| Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen | 50,0 | 606,9 | 656,9 |
| Verlopen rente | 135,0 | 0.0 | 135,0 |
| Bedrijfscombinatie | 28,5 | 2.829,9 | 2.858,4 |
|---|---|---|---|
| Kasstroom: betaalde interesten | (141,8) | 0,0 | (141,8) |
| Kasstroom: aflossing van opgenomen leningen | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Kasstroom: ontvangsten van opgenomen leningen | 50,0 | 606,9 | 656,9 |
| Verlopen rente | 135,0 | 0.0 | 135,0 |
| Andere | 499,9 | (497,7) | 2,3 |
| Stand op 31 december 2018 | 621,1 | 5.773,8 | 6.394,9 |
De nettostijging in rentedragende leningen en financieringsverplichtingen wordt vooral verklaard door de uitgifte van een nieuwe obligatielening van € 300 miljoen in september 2018 als onderdeel van de financiering van de verwerving van Eurogrid, de uitgifte van een specifieke geamortiseerde lening van € 210 miljoen voor de financiering van de investering in Nemo Link, en het gebruik van de kredietlijn van € 100 miljoen bij de Europese Investeringsbank.
In het boekjaar 2018 heeft 'Andere' voornamelijk betrekking op de herclassificaties van langlopende schulden naar kortlopende schulden overeenkomstig het moment dat de instrumenten vervallen.
De informatie over de algemene voorwaarden van de uitstaande rentedragende leningen en financieringsverplichtingen wordt hieronder gegeven:
| (in miljoen EUR) | Verval dag |
Boek waarde |
Intrest voet voor |
Interest-voet na hedging |
Huidige proportie |
Huidige proportie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| hedging | van de | van de | ||||
| interestvoet: | interestvoet: | |||||
| vast | variabel | |||||
| Uitgiften van obligatieleningen 2004 / 15 jaar | 2019 | 499,9 | 5,25% | 5,25% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 15 jaar | 2028 | 547,6 | 3,25% | 3,25% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2013 / 20 jaar | 2033 | 199,4 | 3,50% | 3,50% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 15 jaar | 2029 | 346,8 | 3,00% | 3,00% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2015 / 8,5 jaar | 2024 | 498,7 | 1,38% | 1,38% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2017 / 10 jaar | 2027 | 247,7 | 1,38% | 1,38% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van senior obligatielening 2018/10 jaar | 2028 | 297,3 | 1,50% | 1,50% | 100,00% | 0,00% |
| Aandeelhouderslening | 2022 | 42,1 | 0,89% | 0,89% | 60,51% | 39,49% |
| Andere lening | 2022 | 453,7 | 0,89% | 0,89% | 60,51% | 39,49% |
| Termijnlening | 2033 | 209,7 | 1,80% | 1,80% | 100,00% | 0,00% |
| Europese Investeringsbank | 2025 | 100 | 1,08% | 1,08% | 100,00% | 0,00% |
| Belgisch treasury bills programma | 2019 | 50 | -0,23% | -0,23% | 100,00% | 0,00% |
| Obligatielening als deel van het Euro Medium Term Note Programme 2010 |
2020 | 499,1 | 3,88% | 3,88% | 100,00% | 0,00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 |
2025 | 497,5 | 1,88% | 1,88% | 100,00% | 0,00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 |
2023 | 748,4 | 1,62% | 1,63% | 100,00% | 0,00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2015 |
2030 | 139,1 | 2,63% | 2,63% | 100,00% | 0,00% |
| Obligatielening als deel van het Debt Issuance Programme 2016 |
2028 | 746,7 | 1,50% | 1,50% | 100,00% | 0,00% |
| Uitgiften van obligatieleningen 2014 / 30 jaar | 2044 | 50 | 3,00% | 3,00% | 100,00% | 0,00% |
| Banklening | 2026 | 150 | 0,90% | 0,90% | 100,00% | 0,00% |
| Totaal | 6.323,80 | 92,16% | 7,84% |
De bovenstaande € 6.323,8 miljoen moet worden verhoogd met € 71,1 miljoen aan interesten om de totale schuld van € 6.394,9 miljoen opnieuw samen te stellen.
De volgende clausules zijn vereist voor de euro-obligaties die zijn uitgegeven onder het EMTN-programma van € 3,0 miljard en de reservefaciliteiten:
- De Vennootschap zal geen zekerheid verschaffen (een zekerheid betekent een hypotheek, last, pand, voorrecht of enige andere vorm van bezwaring of zekerheid. Een persoonlijke garantie of borgstelling vormt geen 'zekerheid') om enige relevante schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van enige persoon.
- De Vennootschap zal bewerkstelligen dat geen van haar belangrijke dochterondernemingen enige zekerheid zal bieden om enige relevante schuld van enige persoon te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van enige persoon.
- De Vennootschap zal bewerkstelligen dat haar belangrijke dochterondernemingen via geen enkele andere persoon enige zekerheid zal bieden om enige relevante schuld van de Vennootschap of haar belangrijke dochterondernemingen te waarborgen of om enige garantie of schadeloosstelling te waarborgen voor enige relevante schuld van de Emittent of een van zijn belangrijke dochterondernemingen.
- De Vennootschap handhaaft een belang van minimaal 75 % in Elia Asset nv.
- De Vennootschap behoudt haar vergunning als transmissienetbeheerder.
Informatie over het vervaldagprofiel van de financiële verplichtingen van de Groep op basis van contractuele niet-gedisconteerde betalingen is te vinden in Toelichting 8.1 'Liquiditeitsrisico'.
6.13. Personeelsbeloningen
De Groep heeft diverse wettelijke en feitelijke verplichtingen op het vlak van toegezegd-pensioenregelingen in verband met haar Belgische en Duitse activiteiten.
Hieronder worden de totale nettoverplichtingen voor personeelsbeloningen vermeld:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| België | Duitsland | Totaal | België | Duitsland | Totaal | |
| Toegezegde pensioenregelingen | 20,3 | 20,6 | 40,8 | 21,2 | n.r. | 21,2 |
| Andere vergoedingen na uitdiensttreding | 62,2 | 2,4 | 64,6 | 63,1 | n.r. | 63,1 |
| Totaal voorzieningen voor personeelsvoordelen |
82,5 | 22,9 | 105,4 | 84,3 | n.r. | 84,3 |
Van de € 105,4 miljoen aan voorzieningen voor personeelsbeloningen opgenomen op het einde van het boekjaar 2018, wordt € 104,0 miljoen gepresenteerd op lange termijn en € 1,4 miljoen op korte termijn (Toelichting 6.14).
BELGIË
TOEGEZEGDE-BIJDRAGEREGELINGEN
Personeel dat op basis van een 'loonschaal' wordt betaald en is aangeworven na 1 juni 2002 en management/kaderpersoneel dat na 1 mei 1999 is aangeworven, worden gedekt door twee pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen (Powerbel en Enerbel).
De Enerbel-regeling is een regeling toegekend aan werknemers aangeworven na 1 juni 2002, waartoe de werknemer en de werkgever
bijdragen op basis van een voorafbepaalde formule.
De Powerbel-regeling is een regeling voor managers aangeworven na 1 mei 1999. De werknemers- en werkgeversbijdragen zijn gebaseerd op een vast percentage van het loon van de werknemer.
De nieuwe wet op de aanvullende pensioenen, die eind 2015 werd gepubliceerd, wijzigde het gewaarborgde rendement van toegezegde-bijdrageregelingen enigszins. Voor betalingen uitgevoerd na 1 januari 2016 verplicht de wet werkgevers om over de volledige loopbaan een gemiddeld jaarrendement van minstens 1,75 % te waarborgen (tot 3,75% naargelang wie bijdraagt)
Voor verworven rechten moet het gewaarborgde minimumrendement tot 31 december 2015 nog steeds minstens 3,25 % voor de bijdragen van de werkgever en 3,75 % voor de bijdragen van de werknemer bedragen, waarbij de werkgever een eventueel verlies moet bijpassen.
Als gevolg van voorgaande wijziging en zoals vermeld in de boekhoudkundige grondslagen worden alle toegezegde-bijdrageregelingen krachtens de Belgische pensioenwetgeving voor boekhoudkundige doeleinden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen vanwege het minimumrendement dat de werkgever wettelijk moet waarborgen.
Elia Transmission België heeft bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen sinds 2016. De voornaamste doelstelling van deze regelingen is elke aangesloten persoon een gewaarborgd minimumrendement van 3,25 % op de verworven reserves tot de pensioenleeftijd te garanderen.
Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdrage wordt door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald. De omvang van toekomstige kasstromen hangt af van de loonstijgingen.
TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN
Voor een gesloten populatie voorzien collectieve overeenkomsten in de elektriciteits- en gassector in aanvullende pensioenen gebaseerd op het jaarloon en de loopbaan van een werknemer in een bedrijf (gedeeltelijk terug te betalen aan de erfgenaam in geval van vroegtijdig overlijden van de werknemer). De toegekende uitkeringen zijn gekoppeld aan het bedrijfsresultaat van Elia. Voor deze verplichtingen bestaat er noch een extern pensioenfonds, noch een groepsverzekering, waardoor er ook geen reserves bij derden opgebouwd zijn. Deze verplichtingen worden geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.
De collectieve overeenkomst bepaalt dat aan actief personeel aangeworven tussen 1 januari 1993 en 31 december 2001 en het management/directiepersoneel aangeworven voor 1 mei 1999 dezelfde waarborgen worden toegekend via een toegezegdpensioenregeling (Elgabel en Pensiobel – gesloten regelingen). De verplichtingen in het kader van deze toegezegd-pensioenregelingen worden gefinancierd via een aantal pensioenfondsen voor de elektriciteits- en gassector en via verzekeringsmaatschappijen.
Zoals hierboven vermeld, heeft Elia Transmission (België) bepaalde verworven reserves die door de verzekeraars zijn gegarandeerd overgedragen naar de 'Cash Balance – Best Off'-pensioenregelingen sinds 2016. Aangezien die garantie een verplichting van de werkgever is, vormen deze regelingen toegezegd-pensioenregelingen.
Zowel de werknemers- als de werkgeversbijdragen worden maandelijks betaald voor de basisplannen. De werknemersbijdragen worden door de werkgever ingehouden op het loon en aan de verzekeringsmaatschappij betaald.
OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN
Elia Transmission België heeft aan het personeel ook bepaalde vervroegde pensioenregelingen en andere vergoedingen na uitdiensttreding, zoals een dekking van medische kosten en een bijdrage in de energieprijzen, naast andere beloningen op lange termijn (jubilarispremies). Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.
DUITSLAND
TOEGEZEGDE-BIJDRAGEREGELINGEN
In geval van extern gefinancierde toegezegde-bijdrageregelingen is de verplichting van 50Hertz Transmission (Duitsland) beperkt tot de betaling van de overeengekomen bijdragen. Voor die toegezegde-bijdrageregelingen die opgenomen zijn in de vorm van directe waarborgen, zijn er congruente werkgeversaansprakelijkheidsverzekeringen afgesloten.
• Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 2003): individuele
• Pensioenverplichtingen voor leidinggevenden (overeenkomst met personeelsvertegenwoordigers vanaf 19 augustus 2008): individuele contractuele pensioenverplichtingen met betrekking tot een bedrijfspensioenplan dat voortvloeit uit de Vattenfall
- contractuele pensioenverplichtingen gebaseerd op een overeenkomst met vertegenwoordigers;
- Europe Group;
- Vereinigte Energiewerke AG (VEAG) hebben gewerkt, met uitzondering van managers;
- (welzijnsfonds en pensioenfonds).
• Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling: verplichtingen gebaseerd op de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling van 50Hertz Transmission, gesloten op 28 november 2007 • Directe verzekering: directe verzekeringspolissen voor alle vroegere werknemers die van 1993 tot 31 december 2004 bij
• Individuele toezeggingen: individuele toezeggingen die uitsluitend worden gefinancierd door externe pensioenfondsen
TOEGEZEGD-PENSIOENREGELINGEN
Toegezegd-pensioenregelingen geven werknemers het recht om rechtstreekse pensioenaanspraken te maken tegen 50Hertz Transmission. De voorzieningen hiervoor zijn opgenomen in de balans. Indien fondsbeleggingen uitsluitend worden gecreëerd om aan de pensioenverplichtingen te voldoen, wordt het bedrag verrekend met de contante waarde van de verplichting. De volgende toegezegd-pensioenregelingen bestaan in Duitsland:
• Collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling
In overeenstemming met de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bedrijfspensioenregeling wordt aan de werknemers een bedrijfspensioenplan toegekend op basis van een toegezegde-bijdrageregeling (van kracht op 1 januari 2007). Deze overeenkomst is van toepassing op alle werknemers in de zin van Sec. 5 (1) van de Duitse Arbeidsgrondwet (BetrVG) en is op 1 januari 2007 bij de vennootschap in werking getreden. Deelname aan de regeling is op vrijwillige basis. De regeling kent pensioenuitkeringen toe bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd, bij vervroegde uittreding uit de wettelijke pensioenverzekering en bij arbeidsongeschiktheid en overlijden. De huidige pensioenuitkeringen worden met 1% per jaar verhoogd, zodat de regeling als een toegezegd-pensioenregeling wordt geclassificeerd.
• TVV Energie
Deze pensioenregeling heeft betrekking op directe waarborgen die voortvloeien uit een collectieve arbeidsovereenkomst van 16 oktober 1992. Ze werd op 1 januari 1993 afgesloten voor nieuwe aanwervingen. Deze bijdrageregeling is van toepassing op werknemers die tot 30 november 2001 bij Vereinigte Energiewerke AG werkten en van wie de verworven rechten werden toegekend aan Vattenfall Europe Transmission GmbH (nu 50Hertz Transmission GmbH). De regeling omvat pensioenverplichtingen gebaseerd op de anciënniteit en het loonniveau en kent ouderdoms- en invaliditeitspensioenen toe, maar geen pensioen voor nabestaanden. Het is niet mogelijk om de huidige vergoedingen na uitdiensttreding die voor het eerst na 1 januari 1993 verschuldigd zijn, te indexeren.
OVERIGE PERSONEELSVERPLICHTINGEN
50Hertz Transmission heeft ook de volgende verplichtingen, die zijn opgenomen onder 'Overige personeelsverplichtingen':
- Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor langdurige dienst;
- Verplichtingen uit Duitse gefaseerde pensioenregelingen;
- Verplichtingen met betrekking tot uitkeringen voor opgespaarde overuren;
Niet al deze voordelen worden gefinancierd en deze vergoedingen na uitdiensttreding worden, in overeenstemming met IAS 19, geclassificeerd als toegezegd-pensioenregelingen.
VERPLICHTINGEN VOOR PERSONEELSBELONINGEN OP GROEPSNIVEAU
Hieronder worden de nettoverplichtingen van de Groep voor personeelsbeloningen vermeld:
| (in miljoen EUR) | Pensioenregelingen | Andere | |||
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | ||
| Huidige waarde van de brutoverplichting | (247,8) | (224,3) | (85,8) | (63,7) | |
| Reële waarde van de fondsbeleggingen | 207,0 | 203,1 | 21,2 | 0,6 | |
| Voorzieningen voor personeelsverplichtingen | (40,8) | (21,2) | (64,6) | (63,1) | |
| Wijzigingen in de huidige waarde van de brutoverplichting | Pensioenregelingen | Andere |
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo | (224,3) | (192,1) | (63,7) | (63,6) |
| Bedrijfscombinatie | (19,0) | 0,0 | (17,1) | 0,0 |
| Aan het dienstjaar toegerekende kosten | (9,1) | (6,9) | (4,5) | (1,7) |
| Rentekosten | (3,2) | (3,2) | (1,2) | (1,0) |
| Bijdragen van de deelnemers | 0,3 | (1,2) | 2,2 | 0,0 |
| Kosten van vervroegde pensionering | (0,1) | 0,1 | 0,0 | 0,0 |
| Inbegrepen herberekeningen winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten en de winst- en verliesrekening, ontstaan door: |
||||
| • Veranderingen in demografische veronderstellingen |
(0,5) | 1,7 | 0,0 | 0,7 |
| • Veranderingen in financiële veronderstellingen |
2,2 | (0,7) | 0,9 | (0,6) |
| • Ervaringsaanpassingen |
6,4 | (16,5) | 0,6 | (0,2) |
| Belastingen op bijdragen betaald gedurende het jaar | (0,7) | 1,2 | (0,0) | 0,0 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Betaalde vergoedingen | 15,1 | 11,8 | 0,2 | 2,7 |
| Afwikkelingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Transferten | (14,9) | (18,5) | (3,2) | 0,0 |
| Eindsaldo | (247,8) | (224,3) | (85,8) | (63,7) |
| Wijziging van de reële waarde van de fondsbeleggingen | Pensioenregelingen | Andere | |||
|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 | |
| Beginsaldo | 203,1 | 179,9 | 0,6 | 0,6 | |
| Bedrijfscombinatie | 0,1 | 0,0 | 14,8 | 0,0 | |
| Rentebaten | 3,1 | 2,8 | 0,0 | 0,0 | |
| Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten ontstaan door: |
|||||
| Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) | (10,1) | 2,4 | (0,2) | (0,0) | |
| Bijdragen van de werkgever | 11,1 | 9,9 | 5,3 | 1,1 | |
| Bijdragen van de werknemer | 1,3 | 1,2 | 0,0 | 0,0 | |
| Betaalde vergoedingen | (16,3) | (11,8) | (2,5) | (1,1) | |
| Transferten | 14,9 | 18,5 | 3,2 | 0,0 | |
| Eindsaldo | 207,0 | 203,1 | 21,2 | 0,6 | |
| Bedragen opgenomen onder niet-gerealiseerde resultaten | Pensioenregelingen | Andere |
ontstaan door: Pensioenkost Netto rentekosten op de netto voorziening voor personeelsverplichting Kosten van toegezegd-pensioenregelingen opgenomen in winst of verlies Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 | 2018 | 2017 |
|---|---|---|---|---|
| Pensioenkost | ||||
| Aan het dienstjaar toegerekende kosten | (9,1) | (6,9) | (4,5) | (1,7) |
| Kosten van vervroegde pensionering | (0,1) | 0,1 | 0,0 | 0,0 |
| Pensioenkosten van verstreken diensttijd | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Afwikkelingen | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,0 |
| Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen | 0,0 | 0,0 | 0,8 | 0,5 |
| Netto rentekosten op de netto voorziening voor personeelsverplichting |
(0,1) | (0,4) | (1,2) | (1,0) |
| Rentekosten | (3,2) | (3,2) | (1,2) | (1,0) |
| Rendement op fondsbeleggingen | 3,1 | 2,8 | 0,0 | 0,0 |
| Andere | (0,2) | 0,0 | (0,3) | 0,0 |
| Kosten van toegezegd-pensioenregelingen opgenomen in winst of | (9,5) | (7,2) | (5,0) | (2,2) |
| 1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen | (0,5) | 1,7 | 0,0 | 0,2 |
|---|---|---|---|---|
| 2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen | 2,2 | (0,7) | 0,7 | 0,2 |
| 3/ Ervaringsaanpassingen | 6,4 | (16,5) | 0,0 | (1,0) |
| Rendement op de fondsbeleggingen (exclusief rentebaten) | (10,1) | 2,4 | (0,2) | 0,0 |
| Herberekeningen van bruto verplichting (schuld)vordering in niet gerealiseerde resultaten |
(2,0) | (13,1) | 0,5 | (0,6) |
| Totaal | (11,6) | (20,3) | (4,5) | (2,8) |
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Detail van de toegezegd-pensioenregeling per type deelnemer | (333,6) | (288,0) |
| Actieve deelnemers | (251,8) | (215,5) |
| Niet-actieve deelnemers met uitgestelde voordelen | (15,1) | (10,9) |
| Gepensioneerden en begunstigden | (66,7) | (61,6) |
| Detail van de toegezegd-pensioenregeling per voordeel | (333,6) | (288,0) |
| Pensioenen | (253,7) | (224,3) |
| Andere vergoedingen (gezondheidszorg en tarifaire voordelen) | (65,0) | (45,0) |
| Afscheid- en jubilarispremies | (14,8) | (18,7) |
Bij het bepalen van de gepaste disconteringsvoet gebruikt de Groep de rentevoeten van bedrijfsobligaties in dezelfde valuta als de verplichting voor de vergoeding na uitdiensttreding, met minimaal een 'AA'-rating, zoals bepaald door een internationaal erkend ratingbureau, en geëxtrapoleerd, indien nodig, volgens de rendementscurve om in lijn te zijn met de verwachte termijn van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten.
Jaarlijks wordt er een stresstest uitgevoerd. Deze test gaat na of de minimale financieringsvereisten bestand zijn tegen 'schokken' met een waarschijnlijkheid van 0,5 %.
De leden dragen (meestal) bij tot de financiering van de pensioenuitkeringen door betaling van een persoonlijke bijdrage.
Het jaarsaldo van het vast bedrag in het kader van de toegezegd-pensioenregeling wordt gefinancierd door de werkgever via een periodieke toewijzing, uitgedrukt als een percentage van de totale loonsom van de aangeslotenen. Dit percentage wordt bepaald volgens de methode van de gezamenlijke kosten en wordt jaarlijks herzien. Deze financieringsmethode bestaat erin dat toekomstige kosten gespreid worden over de resterende periode van de regeling. De kosten worden geraamd op basis van projecties (loonstijging en inflatie worden in rekening genomen). De veronderstellingen met betrekking tot loonstijging, inflatie, personeelsverloop en leeftijdlooptijd worden bepaald op basis van de historische statistieken van de Vennootschap. De gehanteerde sterftetafels komen overeen
70 - GECONSOLIDEERDE JAARREKENING CORPORATE GOVERNANCE EN FINANCIEEL VERSLAG -71
met de realiteiten uit het verleden binnen het financieringsinstrument en houden rekening met de verwachte wijzigingen in de sterftecijfers. De Groep berekent de netto-interest op de netto toegezegd-pensioenschuld (-vordering) met dezelfde disconteringsvoet voor obligaties van hoge kwaliteit (zie hierboven) als om de toegezegd-pensioenverplichting te berekenen (de netto-interestaanpak). Deze veronderstellingen worden op geregelde basis in vraag gesteld.
Uitzonderlijke gebeurtenissen (zoals de wijziging van de regeling, gewijzigde veronderstellingen, te korte dekkingsgraad ...) kunnen uiteindelijk leiden tot openstaande betalingen bij de sponsor.
De toegezegd-pensioenregelingen stellen de Vennootschap bloot aan actuariële risico's zoals: investeringsrisico, renterisico, langlevenrisico.
Investeringsrisico
De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend met behulp van een disconteringsvoet gelijk aan die van bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit. Het verschil tussen het effectief rendement op fondsbeleggingen en rentebaten op fondsbeleggingen is inbegrepen in de lijn Herberekening winst/(verlies) in niet-gerealiseerde resultaten. Momenteel heeft de regeling een relatief evenwichtige investering die als volgt wordt voorgesteld:
| Overzicht van de activa van het plan per categorie in % | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Beursgenoteerde beleggingen | 73,54% | 80,74% |
| Aandelen - Eurozone | 14,40% | 15,35% |
| Aandelen - buiten de Eurozone | 19,34% | 20,90% |
| Staatsobligaties - Eurozone | 0,96% | 5,10% |
| Andere obligaties - Eurozone | 25,67% | 31,25% |
| Andere obligaties - buiten de Eurozone | 13,17% | 8,14% |
| Niet beursgenoteerde beleggingen | 26,46% | 19,26% |
| Verzekeringscontracten | 7,72% | 0,00% |
| Onroerende goederen | 2,54% | 3,77% |
| Liquide middelen | 3,01% | 1,04% |
| Andere | 13,19% | 14,44% |
| Totaal (in %) | 100,00% | 100,00% |
Door de langdurige aard van de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregelingen wordt het als gepast beschouwd dat een redelijk gedeelte van de fondsbeleggingen belegd wordt in eigenvermogensinstrumenten om het rendement van het fonds te benutten. In Duitsland worden alle fondsbeleggingen in verzekeringsovereenkomsten geïnvesteerd.
Renterisico
Een daling van de rentetarieven op obligaties zal de verplichtingen inzake toegezegd-pensioenregeling doen stijgen. Dit zal echter gedeeltelijk gecompenseerd worden door een hoger rendement uit de schuldbeleggingen inzake toegezegd-pensioenregelingen, die vandaag voor ongeveer 95 % zijn belegd in pensioenfondsen met een verwacht rendement van 3,3%.
Langlevenrisico
De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de beste raming van de sterftegraad van de deelnemers van de pensioenregeling tijdens en na hun tewerkstelling. Een stijging in de levensverwachting van de deelnemers zal de pensioenverplichting doen stijgen. De prospectieve sterftetafels uit de IA/BE zijn gebruikt in België en de 2005G Heubeck-tabellen in Duitsland.
Loonrisico
De huidige waarde van de verplichting uit hoofde van de toegezegd-pensioenregeling wordt berekend op basis van de toekomstige lonen van de deelnemers van de pensioenregeling. Zo zal een stijging in loon van de deelnemers de verplichting van de pensioenregeling doen stijgen.
ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN
| (in % en in jaren) | 2018 België |
2017 België |
2018 Duitsland |
|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | |||
| - Toegezegde Pensioenregelingen en cash balance - | |||
| best off plannen | 1,39% | 1,31% | 2,00% |
| - Pensioenregelingen - Toegezegd-bijdrageregelingen | tussen 1,72% | tussen 1,77% | |
| en 1,79% | en 1,87% | - | |
| - Andere regelingen | 1,80% | 1,72% | 2,00% |
| Verwachte gemiddelde loonstijging (zonder inflatie) | 1,00% | 1,00% | 1,75% |
| Verwachte inflatie | 1,75% | 1,75% | 2,00% |
| Verwachte stijging van de ziektekosten (inclusief inflatie) | 2,75% | 2,75% | 2,25% |
| Verwachte stijging van de tariefvoordelen | 1,75% | 1,75% | - |
| Gemiddeld verwachte pensioenleeftijd: | |||
| - Niet-kaderpersoneel | 63 | 63 | 65 |
| - Kaderpersoneel | 65 | 65 | 65 |
| Levensverwachting uitgedrukt in jaren van een | |||
| gepensioneerde op 65 jaar op datum van afsluiting:* | |||
| - Man | 19,9 | 19,9 | 20,1 |
| - Vrouw | 23,6 | 24,0 | 23,6 |
*Gebruikte sterftetabellen: IABE in België, 2005G Heubeck in Duitsland
| (in jaren) | 2018 | 2017 | 2018 |
|---|---|---|---|
| 2018 |
|---|
| ------ |
| België | België | Duitsland | |
|---|---|---|---|
| Gewogen gemiddelde duur van de toegezegd-pensioenregeling | 8,95 | 9,58 | 23,90 |
| Gewogen gemiddelde duur van de toegezegde-bijdrageregelingen | 16,82 | 18,43 | n.r. |
| Gewogen gemiddelde duur van de andere vergoedingen na uitdiensttreding |
13,47 | 14,03 | 12,47 |
In Duitsland wordt de verplichting van de toegezegde-bijdrageregelingen volledig gedekt door de fondsbeleggingen. Daarom is er geen gewogen gemiddelde duur nodig en wordt deze dus niet berekend.
Het effectieve rendement op de fondsbeleggingen in % lag voor 2018 tussen -2,49% en -7,75% (tegenover een vork van 3,31% tot 5,86% in 2017).
Hieronder een overzicht van de verwachte kasuitgaven voor de DB-plannen.
| Pensioenregelingen | |
|---|---|
| Overige |
| Verwachte toekomstige kasuitgaven | < 12 maand | 1-5 jaren | 6-10 jaren |
|---|---|---|---|
| - Pensioenregelingen | (0,9) | (6,0) | (6,4) |
| - Overige | (4,4) | (15,7) | (13,8) |
| Totaal (in miljoen EUR) | (5,4) | (21,7) | (20,2) |
Voormelde uitgaande kasstromen gaan gepaard met enige mate van onzekerheid, die als volgt kan worden verklaard:
• Tussen de veronderstellingen en de werkelijkheid kunnen verschillen optreden: bijv.; pensioenleeftijd, toekomstige
• De hierboven vermelde verwachte uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op een gesloten populatie en houden dus geen
- loonsverhoging;
- rekening met nieuwe aanwervingen;
- veronderstellingen en de onverwachte bewegingen in de populatie.
• Toekomstige premies worden berekend op basis van het laatst bekende kostencijfer dat op jaarlijkse basis wordt herzien en varieert in overeenstemming met het rendement op fondsbeleggingen, de werkelijke loonsverhoging tegenover de
GEVOELIGHEIDSANALYSE
| Impact op de toegezegd-pensioenverplichting (in miljoen EUR) | België Stijging (+) / Daling (-) |
Duitsland Stijging (+) / Daling (-) |
|---|---|---|
| Impact op de netto toegezegd-pensioenverplichtingen in geval van stijging van : | ||
| Disconteringsvoet (0,5%) | 12,6 | 4,9 |
| Gemiddelde loonstijging - zonder inflatie (0,5%) | (8,3) | (0,2) |
| Inflatie (0,25%) | (4,8) | (0,3) |
| Stijging van de ziektekosten (1%) | (4,4) | n.r. |
| Stijging van de tariefvoordelen (0,5%) | (1,6) | n.r. |
| Levensverwachting gepensioneerden (1 jaar) | (3,1) | (1,0) |
HERWAARDERINGEN VAN VERPLICHTINGEN UIT HOOFDE VAN VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Cumulatief bedrag per 1 januari | (22,1) | (11,8) |
| Bedrijfscombinatie | (0,7) | 0,0 |
| In de verslagperiode erkend | 0,6 | (10,3) |
| Cumulatief bedrag per 31 december | (22,1) | (22,1) |
De bovenstaande herwaarderingen van vergoedingen na uitdiensttreding hebben ook betrekking op 50Hertz Transmission (Duitsland). Het cumulatieve bedrag omvat een netto cumulatieve herwaardering van € 3,1 miljoen voor 50Hertz Transmission (Duitsland).
RESTITUTIERECHTEN (BELGIË)
Zoals beschreven in Toelichting 6.5 werd een vast actief (binnen Overige financiële activa) opgenomen als restitutierechten die gekoppeld zijn aan de toegezegd-pensioenverplichting voor de populatie aan wie de verplichtingen uit hoofde van de interestregeling, de vergoeding van medische kosten en de tariefvoordelen voor gepensioneerde Elia-medewerkers ten goede komen. Elke wijziging in deze verplichtingen heeft ook een invloed op de overeenkomstige restitutierechten onder vaste overige financiële activa.
De wijziging in restitutierechten is hieronder voorgesteld:
| Herberekeningen van bruto verplichting ontstaan door (in miljoen EUR) |
2018 | Pensioenregelingen 2017 |
2018 | Andere 2017 |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beginsaldo | (28,0) | (31,8) | (25,6) | (26,3) | ||
| Aan het dienstjaar toegerekende kosten | 3,3 | 3,7 | 1,2 | 1,6 | ||
| Rentekosten | (0,3) | (0,4) | (0,5) | (0,5) | ||
| Actuariële winst/(verlies) op lange termijn personeelsbeloningen, ontstaan door: |
||||||
| 1/ Veranderingen in demografische veronderstellingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||
| 2/ Veranderingen in financiële veronderstellingen | 0,2 | (0,1) | 0,4 | 0,1 | ||
| 3/ Ervaringsaanpassingen | (0,3) | 0,2 | (2,6) | (0,5) | ||
| Belastingen op bijdragen betaald gedurende het jaar | 0,0 | 0,5 | 0,0 | 0,0 | ||
| Eindsaldo | (25,1) | (28,0) | (27,1) | (25,6) |
6.14. Voorzieningen
| (in miljoen EUR) | Milieu | Elia Re | Voorziening erfdienst baarheid |
Ontmantelin gver plichting |
Personeels beloningen |
Overige | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2017 | 16,2 | 7,1 | 2,5 | 25,8 | |||
| Dotatie voorzieningen | 3,0 | 1,6 | 0,3 | 4,3 | |||
| Terugname voorzieningen | (4,0) | 0,0 | (0,1) | (4,1) | |||
| Aanwending voorzieningen | (0,6) | (0,6) | (0,1) | (0,7) | |||
| Stand per 31 december 2017 | 14,6 | 8,1 | 2,6 | 25,3 | |||
| Langlopend deel | 10,1 | 8,1 | 2,6 | 20,8 | |||
| Kortlopend deel | 4,5 | 0,0 | 0,0 | 4,5 | |||
| Stand per 1 januari 2018 | 14,6 | 8,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 2,6 | 25,3 |
| Bedrijfscombinaties | 3,4 | 0,0 | 15,0 | 66,8 | 1,5 | 4,8 | 91,6 |
| Dotatie voorzieningen | 0,7 | 1,3 | 0,0 | 2,4 | 0,0 | 0,3 | 4,7 |
| Terugname voorzieningen | (0,7) | (1,3) | (2,9) | 0,0 | (0,1) | (0,3) | (5,3) |
| Aanwending voorzieningen | (2,3) | (0,1) | (0,1) | 0,0 | 0,0 | (0,2) | (2,7) |
| Discontering van voorzieningen | (0,3) | 0,0 | (0,1) | 0,3 | 0,0 | 0,0 | (0,1) |
| Stand per 31 december 2018 | 15,3 | 8,0 | 12,0 | 69,5 | 1,4 | 7,2 | 113,4 |
| Langlopend deel | 10,8 | 8,0 | 6,0 | 69,5 | 0,0 | 2,6 | 96,9 |
| Kortlopend deel | 4,5 | 0,0 | 6,0 | 0,0 | 1,4 | 4,5 | 16,5 |
De Groep heeft voorzieningen opgenomen voor het volgende:
Milieu: De milieuvoorziening voorziet in een bestaande blootstelling met betrekking tot bodemsanering. De voorziening van € 15,3 miljoen heeft vooral betrekking op het Belgische segment; slechts € 2,0 miljoen van de voorziening heeft betrekking op het Duitse segment. Dat verklaart de beperkte stijging van de voorziening van € 14,6 miljoen eind 2017 naar € 15,3 miljoen per 31 december 2018.
Specifiek voor het Belgische segment heeft Elia in Vlaanderen op meer dan 200 terreinen bodemonderzoeken uitgevoerd in overeenstemming met contractuele overeenkomsten en met de Vlaamse regelgeving. Er werd op een aantal terreinen aanzienlijke bodemverontreiniging vastgesteld, wat vooral te wijten is aan historische vervuiling als gevolg van vroegere of nabijgelegen industriële activiteiten (gasfabrieken, verbrandingsovens, chemicaliën, enz.). Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest heeft Elia analyses en studies uitgevoerd om verontreiniging op te sporen in een aantal substations en een aantal percelen met masten voor bovengrondse elektriciteitsleidingen. Op basis van de gevoerde analyses en studies heeft Elia voorzieningen aangelegd voor de mogelijke toekomstige saneringskosten in lijn met de relevante wetgeving.
Milieuvoorzieningen worden opgenomen en gewaardeerd op basis van de beoordeling van een deskundige, die rekening houdt met de BATNEEC (Best Available Techniques Not Entailing Excessive Costs - beste beschikbare technologie die geen buitensporige kosten veroorzaakt) en de omstandigheden die aan het einde van de verslagperiode gekend zijn. De timing van de afwikkeling is onduidelijk, maar voor terreinen waar momenteel werkzaamheden bezig zijn, wordt de onderliggende voorziening als een kortetermijnvoorziening gekwalificeerd.
Elia Re: Voor Elia Re, een herverzekeringscaptive, is aan het einde van het jaar een bedrag van € 8,0 miljoen opgenomen. € 3,5 miljoen daarvan houdt verband met vorderingen voor de installatie van luchtlijnen, € 3,2 miljoen voor elektrische installaties en € 1,3 miljoen voor aansprakelijkheidsvorderingen (tegenover € 3,8 miljoen voor de installatie van luchtlijnen, € 2,9 miljoen voor elektrische installaties en € 1,4 miljoen voor aansprakelijkheidsvorderingen in 2017). De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de respectieve procedures.
Erfdienstbaarheidsvoorzieningen: De erfdienstbaarheidsvoorziening heeft betrekking op betalingen die aan landeigenaars kunnen worden gedaan ter compensatie voor bovengrondse lijnen die over hun eigendom passeren. Deze erfdienstbaarheidsrechten worden in het Duitse segment opgenomen voor bovengrondse lijnen gebouwd door de vorige eigenaars van 50Hertz Transmission, waarbij het risico voortvloeit uit sectie 9 van de Duitse wet tot wijziging van het kadaster (GBBerG.). De schattingen zijn gebaseerd op de waarde van ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de ingestelde vordering.
Ontmantelingsverplichting: Als onderdeel van het CAPEX-programma van de Groep is de Groep blootgesteld aan ontmantelingsverplichtingen, waarvan de meeste betrekking hebben op offshore projecten. Deze voorzieningen houden rekening met het effect van discontering en de verwachte kosten voor het ontmantelen en verwijderen van materiaal van sites of uit zee. De boekwaarde van de voorziening bedroeg op 31 december 2018 € 69,5 miljoen en heeft volledig betrekking op het Duitse segment. De Groep heeft hier een benadering per geval gedaan om de kasuitstroom te schatten die nodig is om de verplichting na te komen.
Personeelsbeloningen: Zie Toelichting 6.13 voor meer details over deze kortetermijnpersoneelsbeloningen.
'Overige' omvat verschillende voorzieningen voor geschillen om waarschijnlijke kosten te dekken waarvoor de Groep door een derde partij werd gedagvaard of waarbij de Groep betrokken is in gerechtelijke procedures. Deze schattingen zijn bepaald op basis van de waarde van de ingestelde vorderingen of het geschatte bedrag van de risicoblootstelling. De verwachte timing van de bijbehorende kasuitstroom hangt af van de vooruitgang en de duur van de onderliggende procedures.
6.15. Overige langlopende verplichtingen
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 (herwerkt *) | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Kapitaalsubsidies | 85,8 | 3,8 | |||
| Over te dragen opbrengsten | 129,8 | 84,6 | |||
| Overige | 0,6 | 0,0 | |||
| Totaal | 216,2 | 88,5 | |||
| * Zie Toelichting 2.1 voor details over de aanpassing als gevolg van een wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving. |
€ 82,1 miljoen van de investeringssubsidies heeft betrekking op 50Hertz Transmission (Duitsland). Dit wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening wanneer het recht op de subsidies is verworven. Het bedrag is gestegen van € 10,0 miljoen eind 2017 voor de investeringssubsidies ontvangen voor de Southwest Coupling line.
De stijging van de overige langlopende verplichtingen is voornamelijk het gevolg van de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz. De uitgestelde inkomsten hebben betrekking op ontvangen klantenbijdragen, die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen in overeenstemming met de gebruiksduur van het desbetreffende actief. De verplichting is ontstaan als onderdeel van de toepassing van IFRS 15 die verder wordt toegelicht in Toelichting 2.1. Eind 2018 werd een verplichting van € 87,4 miljoen opgenomen in Elia Transmission (België) en een verplichting van € 42,3 miljoen werd opgenomen in 50Hertz Transmission (Duitsland).
6.16. Handelsschulden en overige schulden
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Handelsschulden | 602,4 | 220,8 |
| BTW, diverse belastingschulden | 19,4 | 8,9 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 31,3 | 28,1 |
| Dividend | 1,2 | 1,2 |
| Heffingen | 1.137,7 | 108,0 |
| Overige | 137,9 | 11,1 |
| Toe te rekenen schulden | 59,2 | 0,4 |
| Total | 1.989,1 | 378,5 |
Het bedrag voor heffingen kan worden opgesplitst in heffingen met betrekking tot 50Hertz Transmission (€ 1.029,2 miljoen) en heffingen met betrekking tot Elia Transmission (€ 108,5 miljoen).
De heffingen voor Elia Transmission zijn stabiel ten opzichte van vorig jaar (stijging met € 0,5 miljoen). Deze heffingen omvatten federale heffingen, die op 31 december 2018 in totaal € 43,4 miljoen bedroegen en ongewijzigd zijn gebleven ten opzichte van 2017. Heffingen voor de Waalse regering zijn licht gedaald naar € 45,9 miljoen, tegenover € 49,1 miljoen eind 2017. Het resterende saldo bestaat uit federale groenestroomcertificaten (€ 11,4 miljoen) en strategische reserves (€ 7,6 miljoen).
De heffingen voor 50Hertz Transmission bestaan hoofdzakelijk uit EEG (€ 865,5 miljoen), KWK (€ 31,6 miljoen), §19 StromNEV (€ 96,3 miljoen) en Offshore bijdragen (€ 33,7 miljoen).
Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten | 19,3 | 8,5 |
| Afrekeningmechanisme België | 532,9 | 526,1 |
| Afrekeningmechanisme Duitsland | 444,5 | 0,0 |
| Totaal | 996,7 | 534,6 |
Het afrekeningsmechanisme wordt in Toelichting 9 beschreven. De bedragen verbonden aan het afrekeningsmechanisme worden toegelicht in Toelichting 4.
Het afrekeningsmechanisme op 31 december 2018 wordt in de onderstaande tabel uiteengezet:
| (in miljoen EUR) | regelgevend kader België |
regelgevend kader Duitsland |
|---|---|---|
| Terug te geven in huidige tarifaire periode | 110,5 | 0,0 |
| Terug te geven in volgende tarifaire periodes | 422,4 | 444,5 |
| Totaal | 532,9 | 444,5 |
Aangezien het huidige Duitse regelgevende kader afloopt in 2018 zijn alle terug te betalen bedragen voor de volgende regelgevende periode.
De Groep werkt in een gereguleerde omgeving die stelt dat tarieven het mogelijk moeten maken om totale opbrengsten te realiseren die bestaan uit:
-
- een billijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal;
-
- alle niet-onredelijke kosten die door de Groep worden gemaakt.
Aangezien de tarieven gebaseerd zijn op ramingen, is er altijd een verschil tussen de tarieven die effectief worden aangerekend en de tarieven die hadden moeten worden aangerekend om alle redelijke kosten van de netbeheerder te dekken en de aandeelhouders te voorzien van een billijke vergoeding op hun investering.
Indien de toegepaste tarieven resulteren in een overschot of tekort op het einde van het jaar, impliceert dit dat de tarieven aangerekend aan de gebruikers/het publiek in het algemeen lager of hoger hadden kunnen zijn (en omgekeerd). Een overschot of tekort voortvloeiend uit het afrekeningsmechanisme wordt daarom noch opgenomen in de winst- en verliesrekening, noch als een onderdeel van het eigen vermogen.
Op een gecumuleerde basis zou men kunnen argumenteren dat het publiek een voorafbetaling (=overschot) gedaan heeft op zijn toekomstige gebruik van het net. Het overschot (tekort) is als dusdanig geen provisie voor een toekomstig verlies (recuperatie) van inkomsten, maar een uitgestelde/toegerekende opbrengst voor (t.o.v.) de gebruikers. Op basis van het regelgevende kader is de Groep van oordeel dat het overschot (tekort) geen opbrengst (last) vormt. Om die reden worden deze bedragen gesaldeerd en opgenomen onder 'Overgedragen opbrengsten en toe te rekenen kosten'. Het overschot of tekort wordt het daaropvolgende boekjaar door de regulator gecontroleerd en goedgekeurd.
Zie Toelichting 9.1 voor meer details.
6.18. Financiële instrumenten – reële waarden
De volgende tabel toont de boekwaarden en reële waarden van financiële activa en passiva, inclusief hun niveau in de reële-waardehiërarchie:
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Reële waarde door Reële waarde via winst of verlies |
niet-gerealiseerde resultaten |
Geamortiseerde kostprijs |
Overige financiële verplichtingen |
Totaal | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| 31 december 2017 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa |
7,3 | 7,3 | 7,1 | 0,2 | 7,3 | ||||
| Handels- en overige vorderingen |
428,9 | 0,0 | 428,9 | 0,0 | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
195,2 | 0,0 | 195,2 | 0,0 | |||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(545,3) | (545,3) | (545,3) | (545,3) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(2.338,9) | (2.338,9) | (2.621,2) | (2.621,2) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden |
(378,5) | (378,5) | |||||||
| Totaal | 7,3 | 0,0 | 624,1 | (3.262,7) | (2.631,3) | n.r | n.r | n.r | n.r |
| 31 december 2018 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa |
7,0 | 27,7 | 34,7 | 7,0 | 27,7 | 34,7 | |||
| Handels- en overige vorderingen |
736,0 | 736,0 | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
1.789,3 | 1.789,3 | |||||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps |
2,9 | 2,9 | 2,9 | 2,9 | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(1.076,9) | (1.076,9) | (1.076,9) | (1.076,9) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(5.318,0) | (5.318,0) | (5.603,1) | (5.603,1) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden |
(1.989,0) | (1.989,0) | |||||||
| Totaal | 7,0 | 30,6 | 2.525,3 | (8.383,9) | (5.821,0) | n.r | n.r | n.r | n.r |
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Reële waarde door winst of verlies |
niet-gerealiseerde Reële waarde via resultaten |
Geamortiseerde kostprijs |
Overige financiële verplichtingen |
Totaal | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| 31 december 2017 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa |
7,3 | 7,3 | 7,1 | 0,2 | 7,3 | ||||
| Handels- en overige vorderingen |
428,9 | 0,0 | 428,9 | 0,0 | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
195,2 | 0,0 | 195,2 | 0,0 | |||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(545,3) | (545,3) | (545,3) | (545,3) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(2.338,9) | (2.338,9) | (2.621,2) | (2.621,2) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden |
(378,5) | (378,5) | |||||||
| Totaal | 7,3 | 0,0 | 624,1 | (3.262,7) | (2.631,3) | n.r | n.r | n.r | n.r |
| 31 december 2018 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa |
7,0 | 27,7 | 34,7 | 7,0 | 27,7 | 34,7 | |||
| Handels- en overige vorderingen |
736,0 | 736,0 | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
1.789,3 | 1.789,3 | |||||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps |
2,9 | 2,9 | 2,9 | 2,9 | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(1.076,9) | (1.076,9) | (1.076,9) | (1.076,9) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(5.318,0) | (5.318,0) | (5.603,1) | (5.603,1) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden |
(1.989,0) | (1.989,0) | |||||||
| Totaal | 7,0 | 30,6 | 2.525,3 | (8.383,9) | (5.821,0) | n.r | n.r | n.r | n.r |
| Boekwaarde | Reële waarde | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| (in miljoen EUR) | Reële waarde door winst of verlies |
niet-gerealiseerde Reële waarde via resultaten |
Geamortiseerde kostprijs |
Overige financiële verplichtingen |
Totaal | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Totaal |
| 31 december 2017 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa |
7,3 | 7,3 | 7,1 | 0,2 | 7,3 | ||||
| Handels- en overige vorderingen |
428,9 | 0,0 | 428,9 | 0,0 | |||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
195,2 | 0,0 | 195,2 | 0,0 | |||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(545,3) | (545,3) | (545,3) | (545,3) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(2.338,9) | (2.338,9) | (2.621,2) | (2.621,2) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden |
(378,5) | (378,5) | |||||||
| Totaal | 7,3 | 0,0 | 624,1 | (3.262,7) | (2.631,3) | n.r | n.r | n.r | n.r |
| 31 december 2018 | |||||||||
| Overige financiële vaste activa |
7,0 | 27,7 | 34,7 | 7,0 | 27,7 | 34,7 | |||
| Handels- en overige vorderingen |
736,0 | 736,0 | |||||||
| Geldmiddelen en kasequivalenten |
1.789,3 | 1.789,3 | |||||||
| Voor afdekking gebruikte renteswaps |
2,9 | 2,9 | 2,9 | 2,9 | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte bankleningen en andere leningen |
(1.076,9) | (1.076,9) | (1.076,9) | (1.076,9) | |||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte obligaties |
(5.318,0) | (5.318,0) | (5.603,1) | (5.603,1) | |||||
| Handelsschulden en overige schulden |
(1.989,0) | (1.989,0) | |||||||
| Totaal | 7,0 | 30,6 | 2.525,3 | (8.383,9) | (5.821,0) | n.r | n.r | n.r | n.r |
De bovenstaande tabellen vermelden geen reële-waarde-informatie voor financiële activa en passiva die niet gewaardeerd werden tegen reële waarde, zoals geldmiddelen en kasequivalenten en handels- en overige vorderingen en handels- en overige schulden, omdat hun boekwaarde een redelijke benadering vormt van hun reële waarde.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen. Voor wat betreft financiële instrumenten die in de balans gewaardeerd worden tegen reële waarde, vereist IFRS 7 dat de waarderingen tegen reële waarde bekendgemaakt worden door middel van de volgende reële-waardehiërarchie:
- Niveau 1: De reële waarde van een financieel instrument dat verhandeld wordt op een actieve markt, wordt gewaardeerd op basis van genoteerde (niet-aangepaste) prijzen voor identieke activa of passiva. Een markt wordt beschouwd als actief indien er op eenvoudige en regelmatige wijze genoteerde prijzen beschikbaar zijn, afkomstig van een beurs, handelaar, makelaar, sectorgroep, 'pricing service' of regelgevende instantie, en deze prijzen ontleend zijn aan daadwerkelijke en regelmatig uitgevoerde markttransacties tussen onafhankelijke partijen;
- Niveau 2: De reële waarde van financiële instrumenten die niet worden verhandeld op een actieve markt wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken. Deze waarderingstechnieken maken zoveel mogelijk gebruik van waarneembare marktinformatie wanneer deze beschikbaar is en steunen zo weinig mogelijk op ramingen die specifiek zijn voor de entiteit. Indien alle belangrijke inputs die nodig zijn om de reële waarde van een instrument te bepalen, ofwel rechtstreeks (d.w.z. als prijzen), ofwel onrechtstreeks (d.w.z. afgeleid van prijzen) waarneembaar zijn, wordt het instrument opgenomen in niveau 2;
- Niveau 3: Als een of meerdere belangrijke gegevens gebruikt voor de toepassing van de waarderingstechniek niet gebaseerd zijn op waarneembare marktdata, dan wordt het financieel instrument opgenomen in niveau 3. Het bedrag van de reële waarde opgenomen onder 'Overige financiële activa' is bepaald op basis van (i) recente transactieprijzen, bekend bij de Groep, voor vergelijkbare financiële activa of (ii) zijn gebaseerd op waarderingsrapporten uitgegeven door derden.
De reële waarde van de financiële activa en verplichtingen, andere dan degene die in bovenstaande tabel getoond worden, benadert hun boekwaarden, hoofdzakelijk omwille van de vervaldata op korte termijn van deze instrumenten.
REËLE-WAARDEHIËRARCHIE
De reële waarde van de 'sicavs' behoort tot niveau 1, wat inhoudt dat de waardering is gebaseerd op (onaangepaste) genoteerde marktprijzen in actieve markten voor dergelijke instrumenten.
De reële waarde van de renteswaps, leningen en obligatie-uitgiften behoort tot niveau 2, wat inhoudt dat de waardering gebaseerd is op input van andere dan de opgegeven prijzen die waarneembaar zijn voor de activa of de verplichtingen. Deze categorie bevat instrumenten gewaardeerd op basis van genoteerde marktprijzen in actieve markten voor dergelijke instrumenten; genoteerde prijzen voor identieke of vergelijkbare instrumenten in markten die worden geacht minder actief te zijn; of andere waarderingstechnieken, die direct of indirect voortvloeien uit waarneembare marktgegevens.
SCHATTING VAN DE REËLE WAARDE
Derivaten
Voor beoordelingen van rente en renteswaps van vreemde valuta worden verklaringen van makelaars gebruikt. Deze opgaven worden gecontroleerd met behulp van waarderingsmodellen of technieken gebaseerd op de geactualiseerde waarde van de geschatte toekomstige kasstromen. De modellen gebruiken diverse inputs, waaronder de kredietwaardigheid van tegenpartijen en rentecurves op het einde van de verslagperiode. Per 31 december 2018 wordt het tegenpartijrisico als bijna nihil beschouwd als gevolg van de negatieve marktwaarde van de IRS. Het eigen risico van de Groep op het niet nakomen van de verplichtingen werd eveneens op bijna nihil geschat.
Rentedragende leningen
De reële waarde wordt berekend op basis van de verdisconteerde toekomstige aflossingen en rentebetalingen.
7. Groepsstructuur
7.1. Bedrijfscombinaties en verwerving van minderheidsbelangen
Op 26 april 2018 voltooide de Groep de acquisitie van een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid International CVBA ('Eurogrid'), de holdingmaatschappij die het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) bezit. Na die verrichting bezit Elia 80% van Eurogrid en heeft het volledige zeggenschap over 50Hertz Transmission (Duitsland).
De acquisitie is het gevolg van de beslissing van Elia om zijn voorkeurrecht uit te oefenen nadat het IFM Global Infrastructure Fund, een fonds geadviseerd door IFM Investors Pty Ltd, op 2 februari 2018 had bekendgemaakt dat het van plan was om de helft van zijn participatie van 40% in Eurogrid te verkopen. Door de acquisitie verwierf de Groep een bijkomende participatie van 20% in Eurogrid. De afronding van de acquisitie is een belangrijke stap voorwaarts in de realisatie van de groeistrategie van de Elia groep. Het zal een verdere verbetering van de samenwerking tussen Elia en 50Hertz mogelijk maken en benadrukt de ambitie van Elia om een van de toonaangevende transmissienetbeheerders in Europa te zijn. De verrichting verbetert het profiel en de middelen van de Groep, waardoor de Groep één betrouwbaar, duurzaam, betaalbaar en geïntegreerd energiesysteem kan realiseren, en zal geen negatieve invloed hebben op de tarieven voor de eindgebruiker, die in de respectieve landen worden gereguleerd.
Op de datum van de afronding van de verrichting (26 april 2018) heeft Elia zeggenschap verkregen over 50Hertz Transmission (Duitsland) en bijgevolg werden de financiële gegevens vanaf die datum integraal geconsolideerd in de rekeningen van de Elia groep. De transactie werd aanvankelijk gefinancierd door middel van een overbruggingskrediet, dat in september 2018 werd vervangen door hybride effecten (€ 700 miljoen) en een obligatielening (€ 300 miljoen).
Verworven activa en verplichtingen
De volgende tabel biedt een overzicht van de opgenomen bedragen van de activa en verplichtingen die werden verworven op acquisitiedatum.
| (in miljoen EUR) | Reële waarde bij verwerving |
|---|---|
| Immateriële activa | 52,6 |
| Materiële vaste activa | 4.493,4 |
| Overige vaste activa | 45,6 |
| Handels- en overige vorderingen | 220,5 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.902,9 |
| Overige vlottende activa | 22,4 |
| Langlopende financieringsverplichtingen | (2.829,9) |
| Voorzieningen | (43,6) |
| Uitgestelde belastingverplichtingen | (96,3) |
| Andere langlopende verplichtingen | (73,7) |
| Handelsschulden en overige schulden | (1.612,1) |
| Actuele belastingverplichtingen | (105,0) |
| Gereguleerde schuld | (421,3) |
| Andere kortlopende verplichtingen | (82,5) |
| Totaal verworven geïdentificeerde netto activa | 1.472,9 |
De handelsvorderingen omvatten een voorziening van € 89,9 miljoen voor dubieuze vorderingen.
De waarderingsmethodes die werden gebruikt om de reële waarde van materiële activa te bepalen waren als volgt:
| Overgenomen activa | Waarderingsbesluit |
|---|---|
| de volgende redenen: | |
| de activa. | |
Materiële vaste activa Het overgrote deel van alle materiële vaste activa wordt aangehouden door de entiteit '50Hertz Transmission', die voor onbepaalde duur de TNB is voor de regio. De reële waarde van de materiële vaste activa werd geacht zeer dicht bij de boekwaarde te liggen en wel om
• vanwege de zeer specifieke aard van de activa bestaat er geen actieve markt of is er geen markt beschikbaar waarop de activa kunnen worden verhandeld. Het is dan ook niet mogelijk een betrouwbare schatting te maken van de waarde waarvoor goed geïnformeerde partijen deze activa zouden verhandelen. De Groep is daarom van mening dat de bestaande boekwaarde de beste schatting is van de reële waarde van de activa.
• De waarde van de onderneming wordt voornamelijk gedreven door een 'verwachte stijging' van de RAB-waarde (Regulated Asset Base). Die verwachte stijgingen zijn voornamelijk het gevolg van de toekomstige uitstroom van kasmiddelen. Het zou dan ook ongepast zijn om (reeds) uit te gaan van een waardestijging van de activa, aangezien die waarde pas zal kunnen worden vastgesteld door een voortgezet kapitaalprogramma dat in de toekomst moet worden uitgevoerd.
• De gebruiksduur van de vaste activa wordt zo gekozen dat die gebruiksduur zo goed mogelijk overeenkomt met de werkelijke afschrijving van elk actief. De afschrijvingen van materiële vaste activa worden berekend op basis van de gebruiksduur die door het Duitse federale netwerkagentschap is erkend voor wettelijke doeleinden; het agentschap is van mening dat die waarden de best mogelijke benadering voorstellen van de werkelijkheid in termen van economisch gebruik.
Dat indachtig is de Group van mening dat de boekwaarde van de materiële vaste activa van 50Hertz Transmission (Duitsland) de beste schatting is van de reële waarde.
Handels- en overige vorderingen De reële waarde wordt bepaald door rekening te houden met openstaande vorderingen, verminderd met aanpassingen voor oninbaarheid.
Geldmiddelen en kasequivalenten De boekwaarde van de geldmiddelen en kasequivalenten werd geacht gelijk te zijn aan de reële waarde ervan, zodat de boekwaarde niet moest worden aangepast.
| Leningen en overige | |
|---|---|
| financieringsverplichtingen | |
Euro-obligaties worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dat zorgt nochtans op de acquisitiedatum voor een zeer dichte benadering van de reële waarde.
Handels- en overige schulden De boekwaarde van de openstaande handels- en overige schulden wordt geacht de reële waarde te benaderen.
Goodwill voortvloeiend uit de acquisitie
Bovenstaande reële waarden zijn op een voorlopige basis bepaald. Als binnen één jaar na de acquisitiedatum nieuwe gegevens worden verkregen over feiten en omstandigheden die bestonden op de acquisitiedatum en die in aanpassingen van de bovenvermelde bedragen resulteren of over aanvullende voorzieningen die bestonden op de acquisitiedatum, dan zal de boekhoudkundige verwerking van de acquisitie worden herzien.
| Op basis van de hierboven vermelde voorlopige bepaling van de reële waarde is de goodwill die voortvloeit uit deze acquisitie als volgt: (in miljoen EUR) |
|
|---|---|
| Reële waarde van de geïdentificeerde netto verworven activa | 1.472,9 |
| Overgedragen vergoeding | (988,7) |
| Minderheidsbelangen, op basis van hun proportioneel belang in de opgenomen bedragen van activa en passiva van 50Hertz Transmission (Duitsland) |
(294,6) |
| Reële waarde van de reeds bestaande belangen in 50Hertz Transmission (Duitsland) | (892,9) |
| Goodwill | 703,4 |
De herwaardering van de bestaande participatie van 60% van de Groep in 50Hertz Transmission (Duitsland) aan reële waarde leidde tot een winst van € 9,2 miljoen (€ 892,9 miljoen verminderd met € 883,7 miljoen boekwaarde van de investering opgenomen volgens vermogensmutatiemethode op de acquisitiedatum). Dat bedrag is opgenomen onder 'Financieringsbaten'.
De voorlopige goodwill is voornamelijk toe te schrijven aan de vaardigheden en technische expertise van het personeel van 50Hertz Transmission (Duitsland) en de synergieën die naar verwachting zullen worden bereikt door de verdere integratie van het Duitse segment in de activiteiten van de Groep. De Groep zal dergelijke expertise en synergieën in 2019 blijven beoordelen, om ervoor te zorgen dat het opgenomen bedrag van de goodwill gepast is,
Er zal naar verwachting geen goodwill fiscaal aftrekbaar zijn.
Indien de acquisitie had plaatsgevonden op 1 januari 2018 zou de nettowinst van de Groep € 42,3 miljoen hoger zijn. Deze winst van € 42,3 miljoen heeft betrekking op 40% van de winst van Eurogrid International zoals gerealiseerd van 1 januari 2018 tot 26 april 2018 (waarvan de helft moet worden toegewezen aan minderheidsbelangen).
Aankoopvergoeding
De volgende tabel biedt een overzicht van de reële waarde van elke belangrijke categorie van overgedragen vergoedingen voor de acquisitie van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland):
| (in miljoen EUR) | |
|---|---|
| Vergoeding in contanten | 956,5 |
| Interesten – ticker fee | 12,2 |
| Dividend ten gunste van IFM | 20,0 |
| Totale verwervingsvergoeding | 988,7 |
De rente ten belope van € 12,2 miljoen vormt een integraal onderdeel van de overgedragen vergoeding voor de acquisitie in 50Hertz Transmission (Duitsland). In het kader van de overeenkomst tot aankoop van aandelen is vanaf 31 december 2017 tot aan de datum van aandelenoverdracht een interest verschuldigd van 4% op de basisvergoeding.
Het dividendmechanisme kent IFM rechten op vergoeding toe ter compensatie van het verminderde dividend over het boekjaar 2017 dat moeten worden uitgekeerd in 2018, aangezien de aandelenoverdracht plaatsvond vóór het jaarlijkse dividend werd uitgekeerd.
De Groep heeft aan de acquisitie gerelateerde kosten gemaakt voor een bedrag van € 3,6 miljoen, voornamelijk met betrekking tot juridische kosten en advieskosten. Deze kosten werden als volgt opgenomen: € 2,6 miljoen in 'Diensten en diverse goederen', € 0,5 miljoen in 'Personeelskosten' en € 0,5 miljoen in 'Financiële kosten'.
Voorwaardelijke vergoeding
In deze koopovereenkomst is geen voorwaardelijke vergoeding overeengekomen
7.2. Dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen
GRI 102-45
OVERZICHT VAN DE GROEPSSTRUCTUUR


DOCHTERONDERNEMINGEN
Elia System Operator NV heeft rechtstreeks en onrechtstreeks zeggenschap over de onderstaande dochterondernemingen.
Alle entiteiten voeren hun boekhouding in euro (met uitzondering van E-Offshore A LLC, Atlantic Grid Investment A Inc en Atlantic Grid A LLC, met een boekhouding in USD) en hebben dezelfde verslagdatum als Elia System Operator NV (met uitzondering van Eurogrid International CVBA).
Op 31 augustus 2018 werd het deelnemingsbelang in GridLab GmbH verkocht aan DNV GL Energy Advisory GmbH voor een totale aankoopprijs van € 200.000. GridLab is tot de sluitingsdatum van de transactie opgenomen in het Duitse segment.
| Naam | Land van vestiging | Maatschappelijke zetel | Participatie % | |
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | |||
| Elia Asset NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 99,99 | 99,99 |
| Elia Engineering NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 100,00 | 100,00 |
| Elia Re SA | Luxemburg | Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg | 100,00 | 100,00 |
| Elia Grid International NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 90,00 | 80,00 |
| Elia Grid International GmBH | Duitsland | Heidestraße 2a, 10557 Berlijn | 90,00 | 80,00 |
| Elia Grid International LLC | Qatar | Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower, Westbay - Doha |
90,00 | - |
| Eurogrid International | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 80,00 | 60,00 |
| CVBA/SCRL * Eurogrid GmbH * |
Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| 50Hertz Transmission GmbH * | Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| 50Hertz Offshore GmbH * | Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| E-Offshore A LLC * | VS | 874, Walker Road, Suite C, 19904 Dover, Delaware |
80,00 | 60,00 |
| Atlantic Grid Investment A Inc * | VS 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, Delaware | 80,00 | 60,00 | |
| Gezamenlijke overeenkomsten | ||||
| Gridlab GmbH | Duitsland | Mittelstraße 7, 12529 Schönefeld | - | 60,00 |
| Nemo Link Ltd. | Verenigd Koninkrijk | Strand 1-3, London WC2N 5EH | 50,00 | 50,00 |
| Deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode |
||||
| H.G.R.T S.A.S. | Frankrijk | 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex | 17,00 | 17,00 |
| Coreso NV/SA | België | Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussels | 22,16 | 20,58 |
| Ampacimon SA | België | Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne | 20,54 | 20,54 |
| Enervalis NV | België | Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Helchteren | 12,47 | 12,47 |
| Overige participaties | ||||
| JAO SA | Luxemburg | 2, Rue de Bitbourg, 1273 Luxembourg Hamm | 8,28 | 8,00 |
| Atlantic Grid A LLC | VS | 4445, Willard Av, Suite 1050, 20815 Chevy Chase, Maryland |
7,46 | 5,86 |
| European Energy Exchange | Duitsland | Augustusplatz 9, 04109 Leipzig | 4,16 | 4,32 |
| (EEX) TSCNET Services GmbH |
Duitsland | Dingolfinger Strasse 3, 81673 Munich | 6,16 | 4,62 |
| Naam | Land van vestiging | Maatschappelijke zetel | Participatie % | |
|---|---|---|---|---|
| 2018 | 2017 | |||
| Elia Asset NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 99,99 | 99,99 |
| Elia Engineering NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 100,00 | 100,00 |
| Elia Re SA | Luxemburg | Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg | 100,00 | 100,00 |
| Elia Grid International NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 90,00 | 80,00 |
| Elia Grid International GmBH | Duitsland | Heidestraße 2a, 10557 Berlijn | 90,00 | 80,00 |
| Elia Grid International LLC | Qatar | Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower, Westbay - Doha |
90,00 | - |
| Eurogrid International | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 80,00 | 60,00 |
| CVBA/SCRL * Eurogrid GmbH * |
Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| 50Hertz Transmission GmbH * | Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| 50Hertz Offshore GmbH * | Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| E-Offshore A LLC * | VS | 874, Walker Road, Suite C, 19904 Dover, Delaware |
80,00 | 60,00 |
| Atlantic Grid Investment A Inc * | VS 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, Delaware | 80,00 | 60,00 | |
| Gezamenlijke overeenkomsten | ||||
| Gridlab GmbH | Duitsland | Mittelstraße 7, 12529 Schönefeld | - | 60,00 |
| Nemo Link Ltd. | Verenigd Koninkrijk | Strand 1-3, London WC2N 5EH | 50,00 | 50,00 |
| Deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode |
||||
| H.G.R.T S.A.S. | Frankrijk | 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex | 17,00 | 17,00 |
| Coreso NV/SA | België | Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussels | 22,16 | 20,58 |
| Ampacimon SA | België | Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne | 20,54 | 20,54 |
| Enervalis NV | België | Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Helchteren | 12,47 | 12,47 |
| Overige participaties | ||||
| JAO SA | Luxemburg | 2, Rue de Bitbourg, 1273 Luxembourg Hamm | 8,28 | 8,00 |
| Atlantic Grid A LLC | VS | 4445, Willard Av, Suite 1050, 20815 Chevy Chase, Maryland |
7,46 | 5,86 |
| European Energy Exchange | Duitsland | Augustusplatz 9, 04109 Leipzig | 4,16 | 4,32 |
| (EEX) TSCNET Services GmbH |
Duitsland | Dingolfinger Strasse 3, 81673 Munich | 6,16 | 4,62 |
| Naam | Maatschappelijke zetel | Participatie % | ||
|---|---|---|---|---|
| Land van vestiging | 2018 | 2017 | ||
| Elia Asset NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 99,99 | 99,99 |
| Elia Engineering NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 100,00 | 100,00 |
| Elia Re SA | Luxemburg | Rue de Merl 65, 2146 Luxemburg | 100,00 | 100,00 |
| Elia Grid International NV/SA | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 90,00 | 80,00 |
| Elia Grid International GmBH | Duitsland | Heidestraße 2a, 10557 Berlijn | 90,00 | 80,00 |
| Elia Grid International LLC | Qatar | Office 905, 9th Floor, Al Fardan Office Tower, Westbay - Doha |
90,00 | - |
| Eurogrid International | België | Keizerslaan 20, 1000 Brussel | 80,00 | 60,00 |
| CVBA/SCRL * Eurogrid GmbH * |
Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| 50Hertz Transmission GmbH * | Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| 50Hertz Offshore GmbH * | Duitsland | Heidestraße 2, 10557 Berlijn | 80,00 | 60,00 |
| E-Offshore A LLC * | VS | 874, Walker Road, Suite C, 19904 Dover, Delaware |
80,00 | 60,00 |
| Atlantic Grid Investment A Inc * | VS 1209 Orange Street, 19801 Wilmington, Delaware | 80,00 | 60,00 | |
| Gezamenlijke overeenkomsten | ||||
| Gridlab GmbH | Duitsland | Mittelstraße 7, 12529 Schönefeld | - | 60,00 |
| Nemo Link Ltd. | Verenigd Koninkrijk | Strand 1-3, London WC2N 5EH | 50,00 | 50,00 |
| Deelnemingen verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode |
||||
| H.G.R.T S.A.S. | Frankrijk | 1 Terrasse Bellini, 92919 La Défense Cedex | 17,00 | 17,00 |
| Coreso NV/SA | België | Avenue de Cortenbergh 71, 1000 Brussels | 22,16 | 20,58 |
| Ampacimon SA | België | Rue de Wallonie 11, 4460 Grâce-Hollogne | 20,54 | 20,54 |
| Enervalis NV | België | Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Helchteren | 12,47 | 12,47 |
| Overige participaties | ||||
| JAO SA | Luxemburg | 2, Rue de Bitbourg, 1273 Luxembourg Hamm | 8,28 | 8,00 |
| Atlantic Grid A LLC | VS | 4445, Willard Av, Suite 1050, 20815 Chevy Chase, Maryland |
7,46 | 5,86 |
| European Energy Exchange | Duitsland | Augustusplatz 9, 04109 Leipzig | 4,16 | 4,32 |
| (EEX) TSCNET Services GmbH |
Duitsland | Dingolfinger Strasse 3, 81673 Munich | 6,16 | 4,62 |
8. Andere toelichtingen
8.1. Beheer van financiële risico's en derivaten
PRINCIPES VAN FINANCIEEL RISICOBEHEER
De Groep streeft ernaar om elk risico te identificeren en strategieën uit te stippelen om de economische impact op de resultaten van de Groep te beheersen.
De afdeling Risk Management stelt de risicobeheersingsstrategie vast, bewaakt de risicoanalyse en rapporteert aan het management en de auditcomité. Het financiële risicobeleid wordt toegepast door een geschikt beleid te bepalen en effectieve controle- en rapporteringsprocedures op te zetten. Er worden bepaalde afgeleide afdekkingsinstrumenten gebruikt in functie van de betreffende risico-inschatting. Afgeleide instrumenten worden uitsluitend als afdekkingsinstrumenten gebruikt. Het regelgevende kader waarin de Groep functioneert, beperkt in sterke mate de mogelijke gevolgen voor de winst- en verliesrekening (zie het hoofdstuk 'Regelgevend kader en tarieven'). De gevolgen van o.a. rentestijging, kredietrisico enz. kunnen volgens de wetgeving in de tarieven worden verrekend.
KREDIETRISICO
Het kredietrisico omvat alle vormen van blootstelling aan een tegenpartij, d.w.z. waar tegenpartijen mogelijk hun verplichtingen ten opzichte van de Vennootschap in het kader van een lening, afdekking, afwikkeling en andere financiële activiteiten niet zullen nakomen. De Vennootschap is blootgesteld aan een kredietrisico bij zijn bedrijfsactiviteiten en thesaurieactiviteiten. Voor de bedrijfsactiviteiten heeft de Groep een actief kredietbeleid dat rekening houdt met de risicoprofielen van klanten. De blootstelling aan het kredietrisico wordt voortdurend bewaakt en daarom worden voor bepaalde grote contracten de nodige bankgaranties aan de tegenpartij gevraagd.
Op het einde van de verslagperiode was er geen sprake van belangrijke concentraties van kredietrisico. Het maximale kredietrisico is de boekwaarde van elk financieel actief, met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Leningen en vorderingen - lange termijn | 177,0 | 147,8 |
| Leningen en vorderingen - korte termijn | 558,9 | 281,1 |
| Geldmiddelen en kasequivalenten | 1.789,3 | 195,2 |
| Beleggingen die voor verkoop beschikbaar zijn | 7,1 | 7,1 |
| Voor afdekking gebruikte renteswaps: | ||
| Passiva | (2,9) | - |
| Totaal | 2.529,5 | 631,2 |
Hieronder is de beweging in de waardeverminderingen op leningen en vorderingen in de loop van het jaar opgenomen:
| (in miljoen EUR) | Dubieuze debiteuren |
Waardevermin dering |
Resterend saldo |
|---|---|---|---|
| Beginsaldo | 1,3 | (1,1) | 0,2 |
| Veranderingen tijdens het jaar | 0,4 | (0,2) | 0,2 |
| Stand per 31 december 2017 | 1,7 | (1,3) | 0,4 |
| Beginsaldo | 1,7 | (1,3) | 0,4 |
| Veranderingen tijdens het jaar | 168,6 | (168,5) | 0,1 |
| Stand per 31 december 2018 | 170,3 | (169,8) | 0,5 |
De Groep gelooft dat de bedragen die meer dan 30 dagen voorbij vervaldatum zijn nog realiseerbaar zijn; gebaseerd op historisch betalingsgedrag en uitgebreide analyse van klantenkredietrisico, inclusief onderliggende kredietbeoordelingen van klanten indien beschikbaar. De kredietkwaliteit van de handels- en overige vorderingen wordt geëvalueerd op basis van een kredietbeleid.
IFRS 9 vereist dat de Groep financiële activa een bijzondere waardevermindering laat ondergaan op basis van een toekomstgerichte benadering van verwachte kredietverliezen (ECL).
De Groep past de vereenvoudigde benadering van IFRS 9 toe bij de waardering van de verwachte kredietverliezen, waarbij voor alle handelsvorderingen een vergoeding voor verwachte verliezen over de hele levensduur wordt gehanteerd.
Op elke verslagdatum wordt een analyse van de bijzondere waardevermindering uitgevoerd aan de hand van een voorzieningsmatrix om de verwachte kredietverliezen te meten. De voorzieningstarieven zijn voor alle klanten gebaseerd op vervallen dagen. Er is geen segmentering van klanten aangezien alle klanten gelijkaardige verliespatronen vertonen. Handelsvorderingen tussen vennootschappen zijn uitgesloten aangezien er geen kredietrisico is. Bovendien zijn handelsvorderingen in verband met een hangend commercieel geschil uitgesloten om dubbele voorzieningen te vermijden (voorziening voor risico's en lasten).
De voorzieningstarieven zijn gebaseerd op de betalingsprofielen van de verkopen over een periode van 36 maanden voor respectievelijk 31 december 2018 of 1 januari 2018 en de overeenstemmende historische kredietverliezen die in deze periode werden ervaren. Aangezien het verkoops- en betalingsprofiel van de klanten van de Groep over de jaren heen heel stabiel is gebleven, is de Groep van mening dat de historische kredietverliezen een goede indicatie vormen voor toekomstige (verwachte) kredietverliezen.
Vervolgens wordt een verlies bij ingebrekestelling berekend als percentage van het bedrag van de handelsvorderingen dat niet door een bankgarantie is gedekt. Dit percentage wordt vermenigvuldigd met de uitstaande handelsvorderingen.
Op basis daarvan werd de verliesvoorziening per 31 december 2018 en 1 januari 2018 (na toepassing van IFRS 9) als volgt bepaald voor handelsvorderingen:
De boekwaarde van de handelsvorderingen in bovenstaande tabellen omvatten enkel de vorderingen die onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. De algemene openstaande vorderingen werden aangepast voor, onder andere, terugvorderbare btw bij insolventie van de debiteur en facturen die nog moeten worden uitgegeven.
VALUTARISICO
De Groep is niet blootgesteld aan enig belangrijk valutarisico, noch ten gevolge van transacties, noch met betrekking tot de omzetting van vreemde valuta's in euro, aangezien hij geen buitenlandse investeringen of activiteiten heeft en minder dan 1 % van zijn kosten uitgedrukt zijn in andere munteenheden dan de euro.
LIQUIDITEITSRISICO
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep haar financiële verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De Groep beperkt dit risico door de kasstromen op een continue basis te bewaken en ervoor te zorgen dat er steeds voldoende kredietfaciliteiten aanwezig zijn.
Het is de bedoeling van de Groep om een evenwicht te bewaren tussen de continuïteit van de financiering en flexibiliteit door het gebruik van bankleningen, bevestigde en onbevestigde kredietfaciliteiten, een handelspapierprogramma's enz. Voor financiering op middellange tot lange termijn gebruikt de Groep obligaties. Het looptijdenprofiel van de schuldenportefeuille is over meerdere jaren gespreid. De thesaurie van de Groep beoordeelt vaak zijn financieringsbronnen, rekening houdend met zijn eigen kredietbeoordeling en de algemene marktomstandigheden.
Obligatie-emissies in 2013, 2014, 2015, 2017 en 2018 en leningscontracten ondertekend met de EIB en andere banken in 2018, bewijzen dat de Groep toegang heeft tot verschillende financieringsbronnen.
| (in miljoen EUR) | Nomi nale |
Boek waarde |
Contra ctuele |
6 maand of |
6-12 maan |
1-2 jaar 2-5 jaar > 5 jaar | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| waarde | kas stromen |
minder | den | |||||
| Niet-afgeleide financiële instrumenten | 3.273,8 | 3.262,7 (3.814,7) | (452,6) | (2,2) | (576,4) | (644,8) (2.138,7) | ||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte | ||||||||
| obligaties | 2.350,0 | 2.338,9 (2.919,6) | (71,9) | 0,0 | (571,9) | (137,1) (2.138,7) | ||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte | ||||||||
| bankleningen en andere leningen | 545,3 | 545,3 | (566,1) | (51,7) | (2,2) | (4,4) | (507,8) | 0,0 |
| Handelsschulden en overige schulden | 378,5 | 378,5 | (378,5) | (378,5) | ||||
| Afgeleide financiële verplichtingen | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Voor afdekking gebruikte renteswaps | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Totaal per 31 december 2017 | 3.273,8 | 3.262,7 (3.864,2) | (502,1) | (2,2) | (576,4) | (644,8) (2.138,7) | ||
| Niet-afgeleide financiële instrumenten | 8.406,0 | 8.384,0 (9.372,5) (2.709,8) | (45,6) | (619,0) (1.537,7) (4.460,4) | ||||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte | ||||||||
| obligaties | 5.340,0 | 5.318,0 (6.212,1) | (592,5) | (41,2) | (607,6) (1.014,6) (3.956,2) | |||
| Niet door zakelijke zekerheid gedekte | ||||||||
| bankleningen en andere leningen | 1.076,9 | 1.076,9 (1.171,3) | (128,2) | (4,4) | (11,4) | (523,1) | (504,2) | |
| Handelsschulden en overige schulden | 1.989,1 | 1.989,1 (1.989,1) (1.989,1) | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||
| Afgeleide financiële verplichtingen | n.r. | 2,9 | (2,9) | (0,3) | (0,3) | (0,6) | (1,7) | 0,0 |
| Voor afdekking gebruikte renteswaps | n.r. | 2,9 | (2,9) | (0,3) | (0,3) | (0,6) | (1,7) | 0,0 |
| Totaal per 31 december 2018 | 8.406,0 | 8.386,9 (9.375,4) (2.710,1) | (45,9) | (619,6) (1.539,4) (4.460,4) | ||||
In 2018 gaf Elia Transmission België een euro-obligatie van 10 jaar van € 300 miljoen uit. Daarbovenop werden een EIB-lening en een specifieke lening ondertekend ter waarde van respectievelijk € 100 miljoen en € 210 miljoen.
Hieronder worden details van de gebruikte en ongebruikte reservekredietfaciliteiten gegeven:
| 1 januari 2018 | Niet vervallen |
0-30 dagen vervallen |
31-60 dagen vervallen |
61 dagen - 1 jaar vervallen |
1 jaar - 2 jaar vervallen |
> 2 jaar vervallen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verwacht kredietverlies (%) | 0,0% | 0,2% | 0,4% | 2,8% | 35,2% | 100,0% | |
| Handelsvorderingen - boekwaarde |
131,9 | 7,8 | 7,8 | 3,2 | 0,3 | 0,0 | 151,1 |
| Kredietverlies bij in gebrekestelling |
97,2% | 97,2% | 97,2% | 97,2% | 97,2% | 97,2% | |
| Provisie verwacht kredietverlies |
0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,3 |
| 31 december 2018 | Niet vervallen |
0-30 dagen vervallen |
31-60 dagen vervallen |
61 dagen - 1 jaar vervallen |
1 jaar - 2 jaar vervallen |
> 2 jaar vervallen |
Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verwacht kredietverlies (%) | 0,0% | 1,4% | 6,0% | 10,8% | 72,2% | 100,0% | |
| Handelsvorderingen - boekwaarde |
406,7 | 3,6 | 0,5 | 20,8 | 0,3 | 0,2 | 432,2 |
| Kredietverlies bij in gebrekestelling |
91,2% | 83,3% | 78,8% | 78,0% | 86,1% | 78,0% | |
| Provisie verwacht kredietverlies |
0,1 | 0,1 | 0,0 | 1,7 | 0,2 | 0,2 | 2,3 |
| (in miljoen EUR) | Vervaldag | Beschikbaar bedrag |
Gemiddelde interestvoet | Bedrag Gebruikt |
Bedrag Niet gebruikt |
|---|---|---|---|---|---|
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 08/07/2021 | 110,0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 110,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 08/07/2021 | 110,0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 110,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 08/07/2021 | 110,0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 110,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 08/07/2021 | 110,0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 110,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 08/07/2021 | 110,0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 110,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 08/07/2021 | 100,0 | Euribor + 0,30% | 0,0 | 100,0 |
| Belgisch treasury bills programma |
onbeperkt | 350,0 | Euribor + marge bij afsluiten overeenkomst |
50,0 | 300,0 |
| Voorschot op vaste termijn EGI |
onbeperkt | 2,5 | Eurribor + 0,75% | 0,0 | 2,5 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 24/03/2022 | 750,0 | Euribor + 0,275% | 0,0 | 750,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | onbeperkt | 150,0 | gem. 1M-Euribor +0,275% | 0,0 | 150,0 |
| Bevestigde kredietfaciliteiten | 14/12/2026 | 150,0 | 0,90% | 150,0 | 0,0 |
| Totaal | 2.052,5 | 200,0 | 1.852,5 |
RENTERISICO
Het renterisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen fluctueren als gevolg van veranderingen in de marktrentes. De risicoblootstelling van de Groep aan marktrentes heeft voornamelijk betrekking op de langlopende schulden van de Groep met variabele rentevoeten.
De Groep beheert haar renterisico met een evenwichtige portefeuille van leningen en financieringsverplichtingen met vaste en variabele rente. Om dit te beheren, zou de Groep renteswaps kunnen aangaan, wat ertoe zou leiden dat de Groep overeenkomt om op bepaalde intervallen het verschil tussen de vaste en de variabele rentebedragen, die berekend zijn op basis van een afgesproken theoretische hoofdsom, om te wisselen. Deze swaps worden gebruikt om de onderliggende schuldverplichtingen af te dekken. De Groep had per 31 december 2017 geen openstaande renteswaps. Per 31 december 2018 stonden renteswaps open voor een nominaal schuldbedrag van € 300 miljoen.
De tabel (zie Toelichting 6.12) geeft de gemiddelde rentevoet aan.
GEVOELIGHEIDSANALYSE
Op korte en lange termijn zullen wijzigingen in rentetarieven geen invloed hebben op het geconsolideerde resultaat, daar de Groep functioneert in een regelgevend kader waarin de gevolgen van de fluctuaties van de financiële lasten via de tarieven worden gerecupereerd, behalve voor de elementen die rechtstreeks als niet-gerealiseerde resultaten worden opgenomen.
GEVOELIGHEIDSANALYSE VAN DE REËLE WAARDE VOOR RENTESWAPS
Een wijziging van 100 basispunten in rentevoeten zou de overige gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten hebben verhoogd (verlaagd) met de hieronder vermelde bedragen:
| (in miljoen EUR) | 100 bp stijging | 100 bp daling |
|---|---|---|
| Renteswaps | 10,3 | (10,3) |
AFDEKKINGSACTIVITEITEN EN DERIVATEN
De Groep is blootgesteld aan bepaalde risico's met betrekking tot haar lopende bedrijfsactiviteiten. Het primaire risico dat wordt beheerd met behulp van afgeleide instrumenten is het renterisico.
Alle afgeleide financiële instrumenten die de Groep aangaat, hebben betrekking op een onderliggende transactie of voorspelde blootstelling, afhankelijk van de verwachte impact op de resultatenrekening, en als aan de criteria van IFRS 9 is voldaan, beslist de Groep geval per geval of hedge accounting zal worden toegepast.
Derivaten niet aangewezen als afdekkingsinstrumenten
In juni 2018 heeft de Groep een pre-hedge renteswap afgesloten ter afdekking van het renterisico met betrekking tot de emissie van de hybride effecten. Volgens IFRS 9 is een voorwaarde voor de toepassing van hedge accounting dat de afgedekte transactie winst of verlies kan beïnvloeden. Aangezien de dividenden van de hybride effecten nooit een invloed zullen hebben op winst en verlies, kon de Groep geen hedge accounting toepassen op het derivaat. Bij de afwikkeling van het derivaat in september resulteerde dit in een impact op winst of verlies van € 3,3 miljoen bij de afwikkeling van het instrument.
Derivaten aangewezen als afdekkingsinstrumenten
De Groep heeft beslist om het renterisico af te dekken in het kader van de verwerving van een participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland), waarvoor initieel een overbruggingskrediet werd aangegaan. Om de potentiële blootstelling aan het renterisico af te dekken, heeft de Groep in juni 2018 een pre-hedge renteswap afgesloten om de marktrente op het ogenblik van de uitgifte van de obligatielening van € 300 miljoen vast te leggen. De Groep heeft hedge accounting toegepast omdat de derivatentransactie voldeed aan de vereisten van IFRS 9. Met de afwikkeling van de transactie in september werd het deel van de winst of het verlies op het derivaat opgenomen in de afdekkingsreserves en had het een impact van € 5,7 miljoen.
Deze afdekkingsreserves worden gerecycleerd tot winst en verlies over de levensduur van het onderliggende afgedekte instrument, d.w.z. de obligatielening met een looptijd van 10 jaar.
Voor een lening van € 496 miljoen is de rentevoet variabel en had Elia het risico gedekt door renteswaps af te sluiten. Toen de swaps eind 2017 afliepen, sloot de Groep drie renteswaps met een totaal nominaal bedrag van € 300,0 miljoen. De renteswaps worden onder IFRS 9 alle drie aangewezen als kasstroomafdekkingen. De negatieve netto reële waarde van deze renteswaps per 31 december 2018 is € 2,9 miljoen.
KAPITAALRISICOBEHEER
Het kapitaalstructuurbeheer van de Groep heeft tot doel de verhouding tussen schulden en eigen vermogen voor de gereguleerde activiteiten in overeenstemming te houden met het aanbevolen niveau bepaald door het relevante regelgevend kader.
De richtlijnen voor dividenduitkeringen van de Vennootschap hebben betrekking op het optimaliseren van de dividenduitkeringen, rekening houdend met het feit dat er een zelffinancierend vermogen nodig is om haar wettelijke opdracht als transmissienetbeheerder uit te voeren, toekomstige CAPEX-projecten te financieren en, meer in het algemeen, de strategie van de Groep uit te voeren.
De Vennootschap biedt haar personeelsleden de mogelijkheid om in te schrijven op kapitaalverhogingen die uitsluitend voor hen zijn voorbehouden.
8.2. Toezegging en voorwaardelijke verplichtingen
LEASEOVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE GROEP ALS LESSEE OPTREEDT
De Groep heeft overeenkomsten gesloten om doorgangsrechten te verkrijgen voor zowel ondergrondse als bovengrondse kabels. Deze rechten worden vaak verkregen in de vorm van vruchtgebruik of concessies. De algemene voorwaarden van deze contracten variëren naargelang de tegenpartij en het tijdstip waarop het contract werd aangegaan.
De Groep huurt ook motorvoertuigen, IT-materiaal en kantoorgebouwen. De huurovereenkomsten met betrekking tot auto's en ITapparatuur hebben een gemiddelde duur van drie jaar. De huurcontracten voor gebouwen hebben een normale looptijd van negen jaar, met de mogelijkheid om de huur vervolgens te verlengen. Over de verlenging wordt beslist door de specifieke entiteit die als leasenemer optreedt. Normale voorwaarden voor verlenging van leaseovereenkomsten zijn van toepassing.
Hieronder volgt een overzicht van de minimale leasebetalingen voor de toekomst in het kader van niet-opzegbare operationele leasing:
| (in miljoen EUR) | <1 jaar | 1–5 jaar | >5 jaar |
|---|---|---|---|
| Gebruiksrecht land | 0,5 | 1,9 | 7,2 |
| Gebouwen | 2,4 | 0,6 | 0,0 |
| Voertuigen, IT materiaal & diversen | 7,3 | 10,9 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | 10,2 | 13,4 | 7,2 |
| Gebruiksrecht land | 0,3 | 0,9 | 5,1 |
| Gebouwen | 3,6 | 6,5 | 10,0 |
| Voertuigen, IT materiaal & diversen | 12,1 | 15,2 | 0,1 |
| Stand per 31 december 2018 | 15,9 | 22,6 | 15,2 |
De volgende lasten voor deze leasecontracten zijn opgenomen in de winst- en verliesrekening:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Gebruiksrecht land | 0,3 | 1,7 |
| Gebouwen | 4,4 | 2,5 |
| Voertuigen, IT materiaal & diversen | 11,9 | 6,4 |
| Totaal | 16,6 | 10,6 |
LEASEOVEREENKOMSTEN WAARBIJ DE GROEP ALS LEASEGEVER OPTREEDT
De Groep is leaseovereenkomsten voor handelseigendommen aangegaan voor bepaalde materiële vaste activa, voornamelijk bestaande uit de optimalisatie van het gebruik van de sites en hoogspanningsmasten. De toekomstige minimale te ontvangen huurinkomsten worden als volgt samengevat:
| (in miljoen EUR) | <1 jaar | 1–5 jaar | >5 jaar |
|---|---|---|---|
| Telecom | 14,4 | 6,5 | 0,0 |
| Land & Gebouwen | 0,6 | 0,2 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2017 | 15,0 | 6,7 | 0,0 |
| Telecom | 15,9 | 6,4 | 4,3 |
| Land & Gebouwen | 0,3 | 0,0 | 0,0 |
| Stand per 31 december 2018 | 16,2 | 6,4 | 4,3 |
De volgende opbrengsten met betrekking tot deze leaseovereenkomsten werden opgenomen in de resultatenrekening:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Telecom | 16,7 | 14,3 |
| Land & Gebouwen | 1,0 | 0,6 |
| Totaal | 17,7 | 14,9 |
VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN HUURGELDEN – AANKOOPOPTIES EN BEPERKINGEN
De Groep heeft geen contracten met voorwaardelijke verplichtingen voor huurgelden en in de relevante leasecontracten werden geen aankoopopties overeengekomen. Bovendien bevatten deze belangrijke leasecontracten geen escaleringsclausules of belangrijke beperkingen voor het gebruik van de betreffende activa.
TOEZEGGINGEN TOT AANKOOP VAN VASTE ACTIVA
Per 31 december 2018 heeft de Groep een toezegging voor € 1.586,8 miljoen met betrekking tot aankoopcontracten voor de installatie van materiële vaste activa voor de verdere uitbouw van het net.
ANDERE VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN TOEZEGGINGEN
Per 31 december 2018 heeft de Groep een toezegging voor € 147,4 miljoen met betrekking tot aankoopcontracten voor algemene uitgaven en onderhouds- en herstellingskosten.
Elia System Operator heeft ook een moedermaatschappijgarantie voor een bedrag van € 113,7 miljoen verstrekt aan zijn joint venture Nemo Link Ltd; deze had betrekking op de EPC-contracten en werd toegekend zodat Nemo Link Ltd de relevante interconnector kon bouwen.
Na de goedkeuring van de Waalse overheid en de CREG heeft Elia op 22 juni 2015 een overeenkomst met Solar Chest gesloten voor de verkoop van Waalse groenestroomcertificaten voor een totaalbedrag van € 275 miljoen, waarvan € 221 miljoen werd gerealiseerd in 2015 en een totaalbedrag van € 48 miljoen werd gerealiseerd in 2016. De missie van Solar Chest is Waalse groenestroomcertificaten te kopen, houden en verkopen voor periodes van vijf, zes en zeven jaar. Aan het einde van elke periode (30 juni 2020, 30 juni 2021 en 30 juni 2022) worden potentiële onverkochte certificaten teruggekocht door Elia. De CREG heeft aan Elia bevestigd en gegarandeerd dat de kosten en uitgaven voor de terugkoop van onverkoopbare certificaten aan het einde van elke reserveringsperiode zullen worden goedgekeurd om volledig te worden gerecupereerd via de tarieven voor 'heffingen', met als gevolg dat de potentiële terugkoop door Elia geen invloed zal hebben op de financiële prestaties van de Vennootschap.
In september 2017 verkocht Elia 2,8 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van € 176,2 miljoen. Dit vloeide voort uit het decreet van 29 juni 2017, dat een wijziging was van het decreet van 12 april 2011 inzake de organisatie van de regionale elektriciteitsmarkt en het decreet van 5 maart 2008 inzake de oprichting van de Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat. De door Elia overgedragen groenestroomcertificaten kunnen door dit agentschap geleidelijk worden doorverkocht vanaf 2022, rekening houdend met de marktomstandigheden voor groenestroomcertificaten op dat moment. De wetgeving bepaalt ook dat de groenestroomcertificaten gedurende maximaal 9 jaar in het bezit moeten blijven van dit agentschap, na deze periode is Elia verplicht om onverkochte certificaten terug te kopen. Deze verbintenissen voor terugkoop hebben geen impact op de financiële prestaties van Elia, aangezien de kosten en uitgaven voor de terugkoop volledig moeten worden teruggevorderd door middel van de tarieven voor 'heffingen'.
In november 2018 verkocht Elia nog eens € 0,7 miljoen aan groenestroomcertificaten aan het Waalse Gewest (d.w.z. het Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat), wat leidde tot een nettokasinstroom van € 43,3 miljoen. Net als voor de transactie in september 2017 kan van Elia geëist worden om een deel van de verkochte certificaten vanaf 2023 terug te kopen. Elke terugkoop zal worden gedekt door de tarieven voor heffingen.
8.3. Verbonden partijen
CONTROLERENDE ENTITEITEN
De referentieaandeelhouder van Elia System Operator is Publi-T en dat is sinds 2017 onveranderd gebleven. Behalve de jaarlijkse dividenduitkering hebben er in 2018 geen transacties plaatsgevonden met de referentieaandeelhouder.
TRANSACTIES MET PERSONEELSLEDEN IN INVLOEDRIJKE
BESTUURSFUNCTIES
Invloedrijke bestuursfuncties worden uitgeoefend door de leden van de raad van bestuur van Elia en het directiecomité van Elia. Zowel de raad van bestuur van Elia als het directiecomité van Elia hebben een aanzienlijke invloed op de hele Elia groep.
Bij 50Hertz Transmission (Duitsland) zijn de personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties de leden van de raad van bestuur van Eurogrid International CVBA, die verantwoordelijk is voor het toezicht op de activiteiten van 50Hertz Transmission (Duitsland). De leden van het directiecomité van 50Hertz Transmission en de toezichtraad die op het niveau van het Duitse segment is ingesteld zijn ook personeelsleden in invloedrijke bestuursfuncties.
De leden van de Raad van Bestuur van Elia zijn geen werknemers van de Groep. De details van de vergoeding voor hun mandaat zijn terug te vinden in het hoofdstuk 'Deugdelijk Bestuur' als onderdeel van dit jaarverslag. De leden van de Raad van Bestuur van Eurogrid International CVBA worden niet vergoed.
De andere personeelsleden in invloedrijke functies zijn werknemers van de Groep. De componenten van hun vergoeding worden hieronder weergegeven.
Personeelsleden in invloedrijke functies ontvingen tijdens het jaar geen aandelenopties, speciale leningen of andere voorschotten van
de Groep.
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Korte termijn personeelsbeloningen | 4,8 | 2,6 |
| Basisvergoedingen | 4,1 | 1,8 |
| Variabele vergoedingen | 0,7 | 0,8 |
| Vergoedingen na uitdiensttreding | 0,7 | 0,4 |
| Andere variabele vergoeding | 1,2 | 0,7 |
| Totale bruto vergoeding | 6,7 | 3,7 |
| Aantal personen (in eenheden) | 12 | 8 |
| Gemiddelde bruto vergoeding per persoon | 0,6 | 0,5 |
| Aantal aandelen (in eenheden) | 24.331 | 20.005 |
Bovendien beoordeelde het Directiecomité van Elia ook of er transacties plaatsvonden met entiteiten waarin zij of leden van de Raad van Bestuur een invloed van betekenis uitoefenen (bv. posities als CEO, CFO, vicevoorzitter van het Directiecomité enz.).
Met sommige distributienetbeheerders vonden er belangrijke transacties plaats in 2018. Het totaalbedrag van de gerealiseerde verkooptransacties bedraagt € 54,3 miljoen. Het totaalbedrag van de uitgaven bedraagt € 4,8 miljoen. Per 31 december 2018 bedroegen de openstaande handelsvorderingen € 4,5 miljoen en was er een openstaand saldo handelsschulden van € 0,2 miljoen.
TRANSACTIES MET JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN
Transacties tussen de Vennootschap en haar dochterondernemingen, die verbonden partijen zijn, werden geëlimineerd tijdens de consolidatie en worden bijgevolg niet opgenomen in deze toelichting.
Er waren in het boekjaar 2018 geen transacties met E-Offshore, Atlantic Grid Investment of Enervalis.
Transacties met joint ventures en geassocieerde deelnemingen worden niet geëlimineerd; details van de transacties met andere verbonden partijen worden hieronder weergegeven:
| (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| Transacties met geassocieerde ondernemingen | 6,5 | 23,2 |
| Verkopen van goederen | 2,5 | 33,3 |
| Aankopen van goederen | (2,5) | (14,7) |
| Rente- en soortgelijke opbrengsten | 6,5 | 4,6 |
| Uitstaande balansposities tegenover geassocieerde ondernemingen | 196,6 | 134,9 |
| Langetermijnvorderingen | 174,7 | 147,7 |
| Handelsvorderingen | 10,5 | 4,2 |
| Handelsschulden | (0,2) | (11,7) |
| Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten | (11,6) | (5,3) |
Vóór de verwerving van de bijkomende participatie van 20% in 50Hertz Transmission (Duitsland) (zie Toelichting 7.1) werden alle transacties met de vennootschappen waaruit het Duitse segment bestaat, toegelicht in deze Toelichting. Aangezien de Elia groep met deze bijkomende participatie van 20% zeggenschap kreeg over dit segment, zijn de entiteiten in het segment 50Hertz Transmission (Duitsland) nu dochterondernemingen en dus niet langer inbegrepen.
'Langetermijnvorderingen' en 'Over te dragen opbrengsten en toe te rekenen kosten' hebben betrekking op aandeelhoudersfinanciering verstrekt door Elia System Operator voor zijn joint venture Nemo Link Limited. De stijging van die posten ten opzichte van vorig jaar kan worden toegeschreven aan de bijkomende financiering die tijdens het jaar is aangegaan. Zie ook Toelichting 8.2 waarin de waarborgen uitgegeven door Elia System Operator voor zijn joint venture Nemo Link Ltd worden toegelicht.
De sterke stijging van de langetermijnvorderingen is een resultaat van de financiering van 2018 in Nemo Link – zie Toelichting 6.3.
De Groep heeft ook een uitstaande lening met haar aandeelhouder PubliPart voor een bedrag van € 42,1 miljoen. Wij verwijzen naar Toelichting 6.12 voor meer details.
8.4. Gebeurtenissen na balansdatum
Elia had in 2018 beroep aangetekend tegen de bepaling van de tariefmethodologie 2020-2023 van de CREG, omtrent de impact op gereguleerde tarieven van leningen aangegaan om niet-gereguleerde activiteiten te financieren. Volgens deze bepaling, wordt de financiering van niet-gereguleerde activiteiten gevaloriseerd aan voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan een financiering die integraal door eigen middelen zou zijn verzekerd. Op 10 januari heeft Elia een kopie ontvangen van het arrest van het Marktenhof, dat haar beroep ontvankelijk maar ongegrond verklaart. Het voorwerp van dit arrest beperkt zich tot de deze bepaling van de tariefmethodologie 2020-2023 die van kracht blijft zoals goedgekeurd en gepubliceerd op 28 juni 2018 en dus van toepassing vanaf 2020. Na analyse van dit arrest, zijn er volgens Elia gegronde redenen om aan te nemen dat dit arrest geen impact heeft op de bestaande investeringen in niet gereguleerde activiteiten. Mochten er zich in de toekomst elementen voordoen die tot substantieel andere gevolgen zouden leiden, dan zal Elia te gepasten tijde deze analyseren en standpunt innemen, met inbegrip van de mogelijke rechtsmiddelen en andere mitigerende maatregelen.
8.5. Varia
Gevolgen van het Verenigd Koninkrijk dat de Europese Unie verlaat
De Groep heeft een analyse gedaan van de potentiële impact op de jaarrekening van de Groep in geval van een harde of zachte brexit. Het grootste risico dat werd vastgesteld, had betrekking op haar joint venture Nemo Link Ltd.
Uit de analyse van de Groep is gebleken dat Nemo Link Ltd klaar is voor zowel het scenario van een zachte als een harde brexit. Bij een zachte brexit zou het VK in de Interne Energiemarkt (IEM) blijven. Bij een harde Brexit zou het de IEM verlaten.
De Groep heeft met succes een consultatie afgerond die ertoe heeft geleid dat de toegangsregels van de IEM door beide regulatoren werden goedgekeurd, mocht zich een zachte brexit voordoen. Tegelijk werden niet-IEM-toegangsregels ter consultatie verstuurd, mocht zich een harde brexit voordoen.
Uit alle ontvangen feedback en de uitgevoerde analyse kan algemeen worden geconcludeerd dat Nemo Link zowel bij een zachte als een harde brexit operationeel zou blijven. De rentabiliteit van de investering zou ook grotendeels onaangetast blijven door het boven- en ondergrensmechanisme (zie Toelichting 9.3), dat zekerheid biedt met betrekking tot de kasstromen van de vennootschap over een periode van 25 jaar.
Afgezien van het hierboven aangestipte risico verwacht de Groep dat de brexit een zeer beperkte impact zal hebben op de geconsolideerde jaarrekening.
8.6. Diensten verleend door de commissarissen
De Algemene Aandeelhoudersvergadering heeft KPMG Bedrijfsrevisoren BCVBA aangesteld als commissaris (vertegenwoordigd door dhr. Alexis Palm) en Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA (vertegenwoordigd door dhr. Patrick Rottiers) voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Elia System Operator nv en de audit van de statutaire jaarrekening van Elia System Operator nv, Elia Asset nv, Elia Engineering nv., Elia Grid International nv en Eurogrid International CVBA.
50Hertz Transmission (Duitsland) heeft Ernst & Young GmbH aangesteld voor de audit van de geconsolideerde jaarrekening van Eurogrid GmbH en de statutaire jaarrekening van 50Hertz Transmission GmbH en 50Hertz Offshore GmbH. KPMG GmbH werd aangesteld voor de audit van Elia Grid International GmbH.
De volgende tabel vermeldt de honoraria van het college van commissarissen en van hun verbonden ondernemingen met betrekking tot verleende diensten voor het boekjaar 2018:
| in EUR | België | Duitsland | Totaal |
|---|---|---|---|
| Statutaire audit | 169.692 | 239.000 | 408.692 |
| Audit gerelateerd | 65.771 | 26.000 | 91.771 |
| Winstbelastingen | 2.220 | 75.375 | 77.595 |
| Indirecte belastingen | 17.062 | 0 | 17.062 |
| Overig advies | 85.700 | 0 | 85.700 |
| Totaal | 340.445 | 340.375 | 680.820 |
REGELGEVEND KADER EN TARIEVEN
1. Regelgevend kader in België
1.1. Federale wetgeving
De Elektriciteitswet vormt de algemene basis van het regelgevende kader en bevat de belangrijkste principes die van toepassing zijn op de activiteiten van Elia als beheerder van het transmissienet voor elektriciteit in België.
Deze wet werd grondig gewijzigd op 8 januari 2012 door de omzetting op federaal niveau van het derde pakket van Europese richtlijnen. De nieuwe Elektriciteitswet die eruit voortvloeit:
• bepaalt meer in detail de regels met betrekking tot het beheer van en de toegang tot het transmissienet;
• herdefinieert de wettelijke opdracht van de transmissienetbeheerder, en breidt ze meer bepaald uit tot de offshore gebieden die
- verscherpt de ontvlechting van de transmissieactiviteiten;
- binnen het rechtsgebied van België vallen; en
- de transmissietarieven.
• verruimt de bevoegdheden van de regelgevende instantie, in het bijzonder voor het opstellen van methodes voor het bepalen van
Verscheidene koninklijke besluiten en in het bijzonder het koninklijk besluit inzake het federaal technisch reglement verduidelijken het regelgevend kader dat toepasselijk is voor het beheer van het transmissienet. De beslissingen van de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) vullen deze bepalingen aan, wat resulteert in het regelgevende kader waarbinnen Elia zijn activiteiten uitoefent op federaal niveau.
1.2. Gewestelijke wetgeving
De drie Belgische gewesten zijn op hun respectieve grondgebieden verantwoordelijk voor de lokale transmissie van elektriciteit op netten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV. De gewestelijke regulatoren hebben bevoegdheid over het niet-tarifaire luik van de reglementering voor het lokale transmissienet; de bepaling en de controle van de tarieven vallen onder de bevoegdheid van de federale overheid.
Het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest hebben ook de bepalingen van het derde Europese pakket die hen aanbelangen in hun regelgeving omgezet. De gewestdecreten werden aangevuld met verscheidene andere voorschriften over openbare dienstverplichtingen, hernieuwbare energie en toelatingsprocedures voor leveranciers.
1.3. Regelgevende instanties
Zoals de EU-wetgeving het vereist, wordt de Belgische elektriciteitsmarkt door onafhankelijke regulatoren bewaakt en gecontroleerd.
FEDERALE REGULATOREN
De CREG is de federale regelgevende instantie en zijn bevoegdheden ten aanzien van Elia zijn onder andere:
• het goedkeuren van de standaardvoorwaarden van de drie hoofdcontracten die door de Vennootschap op federaal niveau worden
• het goedkeuren van het systeem voor capaciteitstoewijzing aan de grenzen tussen België en zijn buurlanden;
- gebruikt: het verbindingscontract, het toegangscontract en het ARP-contract;
- het goedkeuren van de benoeming van de onafhankelijke leden van de Raad van Bestuur;
- de netgebruikers worden toegepast;
• het bepalen van de tariefmethodologie die de netbeheerder moet naleven bij de berekening van de verschillende tarieven die op
• het afleveren van een certificaat om zeker te zijn dat de netbeheerder wel degelijk de eigenaar is van de infrastructuur die hij beheert en voldoet aan de voorschriften inzake onafhankelijkheid ten opzichte van producenten en leveranciers.
GEWESTELIJKE REGULATOREN
De exploitatie van elektriciteitsnetten met een spanning gelijk aan of lager dan 70 kV valt onder de bevoegdheid van de respectieve gewestelijke regulatoren. Elk van hen kan van om het even welke beheerder (met inbegrip van Elia wanneer deze dergelijke spanningsnetten exploiteert) eisen om alle specifieke bepalingen van de gewestelijke voorschriften inzake elektriciteit na te leven, op straffe van administratieve boetes of andere sancties. De gewestelijke regulatoren hebben echter geen bevoegdheid over de bepaling van de elektriciteitstransmissietarieven. De tariefbepaling voor de elektriciteitsnetten die een transmissiefunctie hebben is uitsluitend een bevoegdheid van de CREG.
1.4. Tariefbepaling
TARIEFREGELGEVING
Op 18 december 2014 werd door de CREG een besluit aangenomen tot vaststelling van de methoden gebruikt voor het berekenen en vastleggen van de tariefvoorwaarden voor de gebruikers van het elektriciteitsnet met een transmissiefunctie. Elia heeft deze methodologie gebruikt als basis voor zijn tariefvoorstel voor 2016-2019 dat op 30 juni 2015 werd voorgelegd. Dit tariefvoorstel, aangepast aan de besprekingen tussen Elia en de CREG in de loop van het 2e semester van 2015, werd op 3 december 2015 goedgekeurd door de regulator.
TARIEFREGLEMENTERING VAN TOEPASSING IN BELGIË
Het grootste deel van de inkomsten van Elia als beheerder van netten met een transmissiefunctie (het transmissienet en de lokale en gewestelijke transmissienetten in België) is afkomstig van de gereguleerde tarieven die Elia aanrekent voor het gebruik van deze netten (tariefinkomsten) en die op voorhand door de CREG worden goedgekeurd. Op 1 januari 2008 trad een gereguleerd tariefmechanisme in werking, waarbij de goedgekeurde tarieven gelden voor periodes van vier jaar, behoudens uitzonderlijke omstandigheden. Het jaar 2017 was dus het tweede jaar van de derde vierjarige regulatoire periode.
Het tariefmechanisme is gebaseerd op de boekhouding volgens de Belgische boekhoudkundige regels (BE GAAP). De tarieven worden vastgesteld op basis van gebudgetteerde kosten, verminderd met een aantal niet-tarifaire opbrengsten. Deze kosten worden vervolgens gedeeld zowel op basis van een raming van de elektriciteitsvolumes die van het net worden afgenomen en van het ter beschikking gestelde vermogen als, voor sommige kosten, op basis van de geraamde volumes van in het net geïnjecteerde elektriciteit, overeenkomstig de bepalingen van de tariefmethodologie die door de CREG is opgesteld.
De in aanmerking genomen kosten omvatten de geraamde waarde van de toegestane billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal, een schatting van de aan Elia toegekende bedragen uit hoofde van prestatiegebonden incentives en de prognoses voor diverse kostencategorieën. Deze kosten zijn onderverdeeld in drie groepen: de beheersbare kosten, waarvoor efficiëntiewinsten of verliezen evenredig verdeeld worden tussen Elia (stijging of daling van de toegelaten winst) en de netgebruikers (stijging of daling van de toekomstige tarieven); de niet-beheersbare kosten, die Elia niet kan beïnvloeden en waarvoor afwijkingen ten opzichte van het budget volledig worden toegerekend aan de totale opbrengsten van de toekomstige regulatoire periode; de beïnvloedbare kosten, waarvoor een gemengde regel geldt.
BILLIJKE VERGOEDING
De billijke vergoeding is het rendement op het kapitaal dat in het net werd geïnvesteerd. Ze is gebaseerd op de gemiddelde jaarlijkse waarde van het gereguleerd actief (Regulated Asset Base - RAB), die jaarlijks wordt berekend, rekening houdend met nieuwe investeringen, afschrijvingen en variatie van de behoeften aan bedrijfskapitaal.
In deze context wordt de billijke vergoeding berekend volgens een formule die een verschillend rendement toekent aan het eigen vermogen dat 33 % vertegenwoordigt van de RAB (deel A) en aan het eigen vermogen dat deze verhouding overschrijdt (deel B). Deze formule is als volgt:
Billijke vergoeding = A + B met:
- A = [33 % x gemiddelde RAB in jaar n x [(OLO n)+(bèta x risicopremie)] x illiquiditeitspremie] plus
- B = [(S 33 %) x gemiddelde RAB x (OLO n + 70 basispunten)] waarbij:
- OLO is de rentevoet van Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, voor het betrokken jaar;
- S = geconsolideerd eigen vermogen/RAB, volgens de Belgische boekhoudnormen (BE GAAP);
- bèta (β) = moet worden berekend op basis van de dagprijzen van het aandeel Elia, vergeleken met de index BEL 20, over een periode van drie jaar – de waarde van bèta kan niet lager zijn dan 0,53;
- de risicopremie is vastgelegd op 3,5%;
- de illiquiditeitspremie is vastgelegd op 1,10.
DEEL A
Het vergoedingspercentage (in %) zoals vastgesteld door de CREG voor het jaar 'n' is gelijk aan de som van de risicoloze rentevoet, dit wil zeggen de gemiddelde rente van Belgische lineaire obligaties op 10 jaar, en een premie voor het risico van de aandelenmarkt, gewogen door de toepasselijke bètafactor.
De referentieverhouding van 33 % wordt toegepast op de gemiddelde waarde van het gereguleerd actief (RAB) van Elia om het referentievermogen van Elia te berekenen.
Door de opgelegde referentieverhouding stimuleert de CREG een verhouding tussen het eigen vermogen en het gereguleerd actief die zo dicht mogelijk bij 33% ligt. Bijgevolg wordt deel B (dat van toepassing is op het deel van het referentievermogen dat 33 % van het gereguleerd actief overschrijdt) vergoed tegen een lager tarief.
DEEL B
Indien de effectieve verhouding van het eigen vermogen van Elia hoger is dan de referentieverhouding, dan wordt het surplus vergoed tegen een percentage dat op de volgende manier wordt berekend: [(OLO n + 70 basispunten)].
Bovendien kan de regulator, in overeenstemming met de elektriciteitswet, hogere rendementen vaststellen voor het geïnvesteerde kapitaal om projecten van nationaal of Europees belang te financieren (zie verder 'Andere incentives')
Niet-beheersbare elementen
Deze categorie van kosten en opbrengsten waarover Elia geen directe controle heeft, is niet onderworpen aan incentivemechanismen door de CREG en wordt volledig bestemd voor de berekening van de inkomsten die door de tarieven moeten worden gedekt. De tarieven worden vastgesteld op basis van de geraamde waarde van deze kosten en het verschil met de werkelijke waarden wordt ex post bestemd voor de berekening van de tarieven voor de volgende periode.
De belangrijkste niet-beheersbare kosten zijn afschrijvingen van onroerende goederen, nevendiensten (met uitzondering van kosten in verband met de reservering van nevendiensten, behalve 'black start', die als 'beïnvloedbare kosten' worden beschouwd), kosten in verband met door een overheidsinstantie opgelegde verplaatsingen van lijnen en belastingen. Ook financiële lasten waarvoor het embedded-debt principe van toepassing is zijn niet-beheersbaar. Bijgevolg zijn alle werkelijke en redelijke financieringskosten in verband met schuldfinanciering inbegrepen in de tarieven.
Sommige inkomsten zijn niet-beheersbaar, zoals bijvoorbeeld inkomsten uit grensoverschrijdende congestie of financiële inkomsten.
Beheersbare elementen
De kosten en opbrengsten waarover Elia directe controle heeft zijn onderworpen aan een incentivemechanisme, wat inhoudt dat Elia wordt aangezet om deze kosten te verminderen en deze opbrengsten te verhogen. Zo worden de inspanningen voor efficiëntie (en omgekeerd ook de inefficiënties) die Elia realiseert voor de helft verdeeld over de winst van Elia en de toekomstige tarieven.
Beïnvloedbare kosten
De kosten in verband met de reservering van ondersteunde diensten, behalve 'black start', worden beschouwd als 'beïnvloedbare kosten', d.w.z. dat de winst van Elia gedeeltelijk (ten belope van 15%) wordt beïnvloed door de stijging of de vermindering van deze kosten, binnen bepaalde grenzen (-2 miljoen en +6 miljoen euro vóór belasting)
Andere incentives
• Marktintegratie: Deze incentive bestaat uit drie luiken: (i) verbetering van de importcapaciteit van België en (ii) stijging van de sociale welvaart door de regionale marktkoppeling. Deze twee componenten hebben een uitsluitend positief effect op het nettoresultaat, met een respectief maximum van 6 miljoen en 11 miljoen euro (vóór belasting). (iii) de winsten (dividenden en vermogenswinsten) die voortvloeien uit de financiële participatie van Elia in bepaalde ondernemingen en die bijdragen aan de marktintegratie (CASC, CORESO, HGRT, APX-ENDEX) Dit wordt verdeeld over Elia (60%) en de toekomstige tarieven (40%);
• Investeringsprogramma: Deze incentive beoogt drie doelstellingen: (i) de verantwoording ex ante en ex post door Elia van de uitgaven voor elke investering (deze doelstelling draagt met een maximum van 2,5 miljoen euro bij aan de winst vóór belasting) (ii) de naleving van de geplande data voor de indienststelling van de projecten Stevin, Brabo, Alegro en van de 4e dwarsregeltransformator (1 miljoen euro vóór belasting per project dat tijdig in dienst wordt gesteld). (iii) de uitvoering van een lijst van geselecteerde strategische projecten, vooral investeringen ter versterking van de Europese integratie ('mark-up incentive'). De mark-up wordt berekend als percentage op het totale werkelijk bestede bedrag waarbij de investeringsbedragen zijn geplafonneerd per jaar en per project en de incentive wordt berekend op basis van het werkelijk geïnvesteerde bedrag. De markup wordt toegepast op het volledige percentage wanneer het percentage van OLO lager dan of gelijk is aan 0,5%. Deze wordt verminderd als het percentage van OLO hoger is dan 0,5% en daalt tot 0 voor een percentage van OLO dat gelijk is aan of hoger is dan 2,16%. Er dient te worden opgemerkt dat 10% van de voor elk project verkregen mark-up moet worden terugbetaald indien het project niet binnen de gestelde termijn is voltooid of indien het project na de inbedrijfstelling niet voldoende beschikbaar is.
• Continuïteit in de stroomvoorziening: Elia geniet een incentive berekend op basis van de AIT (Average Interruption Time),
-
- gemeten op jaarbasis. Het toegekende bedrag is beperkt tot 2 miljoen euro (vóór belasting).
- belasting);
• Innovatie: De incentive wordt berekend op basis van het bedrag van de gemaakte kosten voor het verkrijgen van innovatiesubsidies, met een maximumbedrag dat overeenkomt met 50% van het subsidiebedrag of met 1 miljoen euro (vóór
• Discretionaire incentive: de CREG bepaalt elk jaar de doelstellingen die Elia moet bereiken in het kader van deze incentive. Deze hebben voornamelijk betrekking op de uitvoering van projecten en mechanismen om het evenwicht tussen vraag en aanbod op de elektriciteitsmarkt te bewaren. Deze incentive draagt bij aan de winst voor een maximum van 2 miljoen euro (vóór belasting).
Regelgevend kader voor de Modular Offshore Grid
Op 29 maart 2018 heeft de CREG de tariefmethodologie goedgekeurd om specifieke regels op te nemen die van toepassing zijn op de investering in de Modular Offshore Grid. De belangrijkste kenmerken zijn (i) een specifiek premierisico dat op deze investering moet worden toegepast, (ii) het afschrijvingspercentage dat van toepassing is op MOG-activa, (iii) bepaalde kosten die specifiek zijn voor de MOG en anders worden geclassificeerd dan de kosten voor onshore activiteiten, (iv) de vaststelling van het niveau van de kosten zal worden bepaald op basis van de kenmerken van de MOG-activa en ten slotte (v) specifieke incentives met betrekking tot het beheer en de exploitatie van de offshore activa.
Afrekeningsmechanisme: afwijkingen van gebudgetteerde waarden
De werkelijke volumes vervoerde elektriciteit kunnen verschillen van de voorspelde volumes. Als de vervoerde volumes hoger (of lager) zijn dan de voorspelde, wordt de afwijking van de gebudgetteerde waarde geboekt op een overlopende rekening tijdens het jaar waarin ze zich voordoet en creëert ze een 'regulatoire schuld' (of 'regulatoire opbrengst') waarmee rekening zal worden gehouden tijdens de berekening van de tarieven van de volgende tariefperiode. Ongeacht afwijkingen tussen de voorspelde parameters voor tariefbepaling (billijke vergoeding, niet-beheersbare elementen, beheersbare elementen, beïnvloedbare kosten, incentivecomponenten, toewijzing van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten) en de effectief gemaakte kosten of opbrengsten met betrekking tot deze parameters, neemt de CREG de uiteindelijke beslissing over de vraag of de gemaakte kosten/opbrengsten redelijk worden geacht om te worden gedragen door de tarieven. Deze beslissing kan leiden tot de afwijzing van gemaakte kostenelementen en indien dergelijke kostenelementen worden afgewezen, wordt het bedrag niet in aanmerking genomen voor de tariefbepaling voor de volgende periode. Ondanks het feit dat Elia een rechterlijke toetsing van dergelijke beslissingen kan vragen, kan een afwijzing, indien deze rechterlijke toetsing geen succes zou hebben, een negatieve impact hebben op de financiële positie van Elia.
Allocatie van kosten en opbrengsten tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten
De tariefmethodologie voor 2016-2019 bevat een mechanisme voor de ontwikkeling van nieuwe activiteiten door Elia buiten het toepassingsgebied van de regulering in België en waarvan de kosten niet worden gedekt door de nettarieven in België. Deze methodologie voert een mechanisme in om te verzekeren dat de impact van financiële deelnemingen van Elia in andere vennootschappen die door de CREG niet worden beschouwd als deel van de RAB (zoals deelnemingen in gereguleerde of nietgereguleerde activiteiten buiten België, zoals het aandeelhouderschap in 50Hertz of EGI) neutraal is voor de Belgische netgebruikers.
2. Regelgevend kader in Duitsland
2.1. Relevante wetgeving
Het Duitse regelgevend kader is verdeeld over diverse wetgevingsstukken. De kernwet is de Duitse wet inzake energievoorziening (Energiewirtschaftsgesetz – EnWG), die het algemene wettelijke kader definieert voor de gas- en elektriciteitsvoorziening in Duitsland. De EnWG wordt ondersteund door een aantal wetten, verordeningen en regulerende besluiten, die gedetailleerde bepalingen verstrekken over het huidige stelsel van incentiverende regelgeving, boekhoudmethoden en toegangscontracten voor het net, met inbegrip van:
- de Verordening inzake de tarieven van het elektriciteitsnet (Verordnung über die Entgelte für den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen (Stromnetzentgeltverordnung – StromNEV)), die onder andere beginselen en methoden vaststelt voor de berekening van de netwerktarieven en verdere verplichtingen van de systeembeheerders;
- De verordening inzake toegang tot het elektriciteitsnet (Verordnung über den Zugang zu Elektrizitätsversorgungsnetzen of de Stromnetzzugangsverordnung – StromNZV), die onder meer verdere bijzonderheden specificeert over de toegang tot de transmissienetten (en andere soorten netten) door vaststelling van het vereffeningssysteem (Bilanzkreissystem), planning van elektriciteitsbevoorrading, regelingsenergie en andere algemene verplichtingen, bijv. congestiebeheer (Engpaßmanagement), publicatieverplichtingen, metering, minimumeisen voor verschillende soorten contracten en de verplichting van bepaalde netbeheerders om het Bilanzkreissystem voor de hernieuwbare energiebronnen te beheren;
- De verordening inzake incentiverende regelgeving (Verordnung über die Anreizregulierung der Energieversorgungsnetze of de Anreizregulierungsverordnung – ARegV), die de basisvoorschriften beschrijft voor de incentiverende regulering voor TNB's en andere netbeheerders (zoals hierna meer in detail beschreven). Ook worden hier algemene richtlijnen gegeven voor productiviteitsbenchmarking, welke kosten daarbij in aanmerking worden genomen, welke methode gebruikt kan worden om de inefficiëntie te bepalen en hoe dit vertaald kan worden naar jaarlijkse doelstellingen voor productiviteitsgroei.
2.2. Regelgevende instanties in Duitsland
De regelgevende instanties voor de energiesector in Duitsland zijn het Bundesnetzagentur (BNetzA) in Bonn (voor netten waarop 100.000 en meer netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn) en de specifieke regelgevende instanties in de respectieve deelstaten (voor netten waarop minder dan 100.000 netgebruikers rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten zijn). De regelgevende instanties zijn onder andere belast met de niet-discriminerende toegang tot het net voor derde partijen en het toezicht op de tarieven die de netbeheerders toepassen voor het gebruik van het net. 50Hertz Transmission en 50Hertz Offshore zijn onderworpen aan de bevoegdheid van het BNetzA.
2.3. Tarieven in Duitsland
Het huidige mechanisme voor de tariefregelgeving in Duitsland is vastgelegd in de ARegV-verordening. Krachtens de ARegVverordening worden de nettarieven vastgesteld om een vooraf bepaalde inkomstenlimiet, zoals vastgesteld door het BNetzA, te genereren voor elke TNB en voor elke regulatoire periode. De inkomstenlimiet is voornamelijk gebaseerd op de kosten van een basisjaar en wordt vastgelegd voor de volledige regulatoire periode, behalve wanneer de limiet wordt aangepast om rekening te houden met specifieke gevallen die in de ARegV zijn bepaald. Het is de netbeheerders niet toegestaan om hun individueel bepaalde inkomstenlimiet te overschrijden. Elke regulatoire periode duurt vijf jaar, de tweede regulatoire periode begon op 1 januari 2014 en zal eindigen op 31 december 2018. Tarieven zijn algemeen en niet onderworpen aan onderhandeling met klanten. Individuele tarieven worden slechts aan bepaalde klanten toegestaan (in bepaalde vaste omstandigheden die in de toepasselijke wetten worden vermeld) volgens § 19 StromNEV (bijvoorbeeld bij alleengebruik van netactiva). Het BNetzA moet deze individuele tarieven goedkeuren.
Voor de inkomstenlimiet worden de kosten die een netbeheerder maakt in twee categorieën ingedeeld:
- Permanent niet-beïnvloedbare kosten (PNBK): deze kosten zijn voor 100 % geïntegreerd in de 'inkomstenlimiet' en zijn dus volledig gedekt door de nettarieven, weliswaar doorgaans met een vertraging van twee jaar. De PNBK omvatten het rendement op het eigen vermogen, de bedrijfsbelasting, de financieringskosten, afschrijvingen en operationele kosten (op dit moment vastgelegd op 0,8% van de geactiveerde investeringskosten van de respectieve onshore investeringen) voor wat de investeringsmaatregelen worden genoemd. De financieringskosten met betrekking tot de investeringsmaatregelen zijn op dit moment begrensd tot de effectieve financieringskosten of tot de financieringskosten berekend in overeenstemming met een gepubliceerde richtlijn van het BNetzA, indien dat bedrag lager is. Sinds 2012 worden de kosten in verband met deze investeringsmaatregelen gebaseerd op ramingen. De verschillen tussen de ramingen en de effectieve waarden worden weerspiegeld in de regulatoire rekening. Bovendien omvatten de PNBK de kosten voor de ondersteunende diensten, de netverliezen, de inschakelingskosten, de Europese initiatieven en de opbrengsten van de veilingen. Deze kosten en opbrengsten zijn opgenomen in de inkomstenlimiet op basis van een procedureel reguleringsmechanisme van het federaal agentschap voor netwerken conform Artikel 11(2) ARegV (FSV). Het reguleringsproces met betrekking tot ondersteunende diensten en kosten voor netwerkverliezen geeft de systeembeheerder een stimulans om de geplande kosten via een bonus- en boetemechanismen te overtreffen. Sinds de herziening van de ARegV in 2016 worden ook de kosten voor de beperking van hernieuwbare energiebronnen om netcongestie tegen te gaan, gebaseerd op ramingen. Bovendien kunnen ook kosten die voortvloeien uit Europese projecten van gemeenschappelijk belang (Projects of Common Interest – PCI) waarvoor tot een kostenbijdrage van Duitsland is beslist, worden opgenomen als PNBK, zij het met een vertraging van twee jaar;
- Tijdelijke niet-beïnvloedbare kosten (TNBK) en beïnvloedbare kosten (BK): deze kosten omvatten het rendement op eigen vermogen, de afschrijvingen, de financieringskosten, de bedrijfsbelasting en andere operationele kosten en zijn onderworpen aan een incentivemechanisme dat is vastgelegd door het BNetzA en dat een efficiëntiefactor (alleen van toepassing op BK), een productiviteitswinstfactor en een inflatiefactor (van toepassing op TNBK en BK) over een periode van vijf jaar omvat. Bovendien voorziet het huidige incentivemechanisme in de toepassing van een kwaliteitsfactor, maar de criteria en het
implementatiemechanisme voor deze factor voor transmissienetbeheerders moeten nog door het BNetzA worden bepaald. De verschillende factoren die zijn gedefinieerd, geven de transmissienetbeheerder een doelstelling op middellange termijn om inefficiënt geachte kosten te vermijden. Wat de financieringskosten betreft, moeten de toegestane financieringskosten (die verbonden zijn aan de beïnvloedbare kosten) bewezen vermarktbaar zijn;
Wat het rendement op eigen vermogen betreft, bevatten de relevante wet- en regelgeving bepalingen met betrekking tot het toegestane rendement op eigen vermogen, dat in de TNBK/BK is opgenomen voor activa die tot de regulatoire activabasis behoren en de PNBK voor activa die in investeringsbudgetten zijn goedgekeurd. Voor de tweede regulatoire periode (2014-2018) is het rendement op eigen vermogen vastgesteld op 7,14 % voor investeringen uitgevoerd vóór 2006 en 9,05 % voor investeringen uitgevoerd vanaf 2006, gebaseerd op 40 % van de totale waarde van de activa die worden beschouwd als 'met eigen vermogen gefinancierd', terwijl de rest wordt behandeld als 'quasi-schuld'. In 2016 legde het BNetzA het rendement op eigen vermogen vast voor de derde regulatoire periode (2019-2023); in vergelijking met de tweede regulatoire periode werden de waarden sterk verminderd, tot 5,12 % voor investeringen uitgevoerd vóór 2006 en 6,91 % voor investeringen uitgevoerd sinds 2016. Het rendement op het eigen vermogen wordt berekend vóór vennootschapsbelasting, maar na bedrijfsbelasting;
Los van de inkomstenlimiet wordt 50Hertz gecompenseerd voor de kosten in verband met zijn verplichtingen inzake hernieuwbare energie, met inbegrip van EEG- and CHP/KWKG-verplichtingen en offshore verplichtingen. Daartoe zijn diverse toeslagen ingevoerd die onderworpen zijn aan specifieke reguleringsmechanismen die bedoeld zijn voor een evenwichtige behandeling van kosten en inkomsten.
WIJZIGINGEN IN DE TARIEFREGELGEVING
In 2016 trad een herziening van de ARegV in werking die verschillende relevante wijzigingen doorvoerde, met name inzake de regelgeving voor distributienetbeheerders. De TNB's worden echter ook getroffen doordat de herziene ARegV leidt tot veranderingen van verschillende aspecten die relevant zijn voor de PNBK, zoals de methodologie voor het bepalen van vervangingsdelen in nieuwe investeringsmaatregelen (status quo blijft behouden voor investeringsmaatregelen die al zijn goedgekeurd of aangevraagd), de afweging van de kosten van de beperking van hernieuwbare energiebronnen op basis van voorspelde waarde, en de afweging van PCIkosten. Bovendien onderbouwt de herziene ARegV de methodologieën die kunnen worden toegepast voor het meten van de individuele efficiëntie van de vier Duitse TNB's, waarbij alleen een internationale benchmark of een relatieve referentienetanalyse voor dit doel wordt toegestaan.
Per 31 december 2018 had 50Hertz de goedkeuring verkregen voor 94 van de 127 aanvragen voor actieve investeringsmaatregelen die sinds 2008 zijn ingediend.
Op basis van het totale aangevraagde investeringsbudget van € 15 miljard bedroeg het goedgekeurde investeringsbudget op dezelfde datum € 10,4 miljard
TARIEVEN
De nettoegangstarieven werden berekend op basis van de betreffende inkomstenlimieten en werden op 11 december 2018 gepubliceerd voor het jaar 2019. Ze zijn gemiddeld 23% gedaald ten opzichte van 2018. Een belangrijke drijfveer voor een tariefverlaging was het vervangen van offshore kosten door een nieuwe offshore toeslag (zie onderstaande paragraaf). Verder heeft 50Hertz zijn netuitbreidingsprojecten actief en met succes voortgezet; de ingebruikname van nieuwe lijnen heeft het mogelijk gemaakt om de kosten voor redispatching en inperking van hernieuwbare energiebronnen te verlagen en zo de aanhoudend hoge kosten van de netuitbreiding te compenseren en een tariefverlaging mogelijk te maken.
De laatste jaren hebben de nettoegangstarieven van de vier Duitse TNB's zich verschillend ontwikkeld. Dat was hoofdzakelijk het gevolg van de verschillende volumes hernieuwbare energie die in de controlezones zijn geïnstalleerd, wat leidde tot aanzienlijk hogere tarieven in die controlezones met hogere niveaus van hernieuwbare energie. In juli 2017 ging de Wet inzake modernisering van nettarieven ("Netzentgeltmodernisierungsgesetz" – NEMoG) van kracht. De NEMoG voorziet vanaf 2019 de stapsgewijze harmonisatie van de tarieven voor nettoegang van de vier Duitse TNB's die zal leiden tot uniforme transmissietarieven in 2023. Bovendien schaft de NEMoG zogenaamde vermeden nettarieven (vNNE) voor vluchtige opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen af en creëert ze een nieuwe regeling voor offshorenetwerkaansluitingen, waardoor de daarmee gepaard gaande kosten vanaf 2019 worden verlegd van de tarieven naar een toeslag.
.
3. Regelgevend kader voor NemoLink Interconnector
De belangrijkste kenmerken van het regelgevende kader van NemoLink Ltd kunnen als volgt worden samengevat:
- Vanaf de datum van ingebruikname zal een specifiek regelgevend kader van toepassing zijn op de Nemo Link interconnector. Het kader maakt deel uit van de nieuwe tariefmethodologie die op 18 december 2014 door de CREG werd uitgegeven. Het boven- en ondergrensregime is een op inkomsten gebaseerd regime met een looptijd van 25 jaar. De nationale regulatoren in het VK en België (respectievelijk de OFGEM en de CREG) zullen de niveaus van de boven- en ondergrens ex-ante bepalen en deze zullen grotendeels vastliggen voor de duur van het regime. Bijgevolg zullen investeerders zekerheid hebben over het regelgevende kader tijdens de levensduur van de interconnector.
- Vanaf de operationele fase, gaat het boven- en ondergrensregime van start. Om de vijf jaar beoordelen de regulatoren de opbrengsten van de cumulatieve interconnector (na aftrek van eventuele marktgerelateerde kosten) over de periode in vergelijking met de cumulatieve boven- en ondergrenzen om te bepalen of de boven- of ondergrens in werking treedt. Alle opbrengsten boven de bovengrens worden teruggegeven aan de TNB in het VK (National Electricity Transmission System Operator of 'NETSO') en aan de TNB in België op een 50/50-basis. De TNB's zouden dan de netlasten voor netgebruikers in hun respectieve landen verlagen. Als de opbrengsten onder de ondergrens uitkomen, dan worden de eigenaars van de interconnector gecompenseerd door de TNB's. De TNB's zullen op hun beurt de kosten terugverdienen door middel van netlasten. National Grid vervult de rol van NETSO in het VK en de Emittent, de Belgische TNB in België.
- Elke periode van vijf jaar wordt afzonderlijk bekeken. Aanpassingen van de boven- en ondergrens in één periode zullen geen invloed hebben op de aanpassingen voor toekomstige perioden, en de totale opbrengsten van één periode zullen in toekomstige perioden niet in aanmerking worden genomen.
- De elementaire kenmerken van de tariefmethodologie is als volgt:
| Duur van het regime | 25 jaar |
|---|---|
| Boven- en ondergrenzen | De niveaus worden vastgelegd bij de aanvang van het regime en blijven in reële termen vastgesteld voor een periode van 25 jaar vanaf de start van de regeling. Op basis van de toepassing van mechanistische parameters op kostenefficiëntie: er zal een benchmark voor de kosten voor het leveren van de ondergrens worden toegepast en een benchmark voor het rendement op eigen vermogen om de bovengrens te leveren. |
| Beoordelingsperiode (beoordelen of de opbrengsten van de interconnector boven of onder de bovengrens/ondergrens liggen) |
Om de vijf jaar met tussentijdse aanpassingen indien vereist en gerechtvaardigd door de beheerder. Met tussentijdse aanpassingen kunnen beheerders hun opbrengsten tijdens de beoordelingsperiode terugverdienen als de opbrengsten onder de ondergrens (of boven de bovengrens) liggen, maar aan het einde van de vijfjaarlijkse beoordelingsperiode nog steeds moeten worden opgewaardeerd. |
| Mechanisme | Als de opbrengsten tussen de bovengrens en de ondergrens liggen, wordt geen aanpassing gedaan. Opbrengsten boven de bovengrens worden teruggegeven aan eindklanten en elk verlies van opbrengsten onder de ondergrens vereist betaling van netgebruikers (via netlasten). |
• De boven- en ondergrenzen voor Nemo Link zullen worden vastgelegd wanneer de uiteindelijke projectkosten bekend zijn en zullen dan voor de hele duur van het regime worden vastgelegd.
VERSLAG VAN HET COLLEGE VAN COMMISSARISSEN OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING
| België van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire voorschriften. |
|
|---|---|
| in | Basis voor ons oordeel zonder voorbehoud |
| de ze rde erde |
We hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing ("ISA's"). Onze verantwoordelijkheden uit hoofde van die standaarden zijn nader beschreven in het gedeelte "Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening" van ons verslag. |
| cht t |
Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid. |
| ng | Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. |
| oen t af en. |
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle- informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. |
| ing | Kernpunten van de controle |
| van o die |
Kernpunten van onze controle betreffen die aangelegenheden die naar ons professioneel oordeel het meest significant waren bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van de huidige verslagperiode. Deze aangelegenheden zijn behandeld |
| in | in de context van onze controle van de geconsolideerde isarrakamina ale gahaal on hii hat vorman van one 200 |
-
-
-
-
-
-
| rde | Andere vermeldingen |
|---|---|
| et e |
> Huidig verslag is consistent met onze aanvullend verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel van de verordening (EU) nr. 537/2014. |
| Brussel, 5 april 2019 | |
| n de 11 |
Het College van commissarissen |
| Ernst & Xpung Bedrijfsrevisoren CVBA Commissarys |
|
| e an 0 ver natie |
Vertegehw/ordigd door |
| van n, |
Patrick Rolliers Vennoot Handelend in naam van een BVBA |
| bij | KPMG Bedrijfsrevisoren CVBA |
| del | Commissaris vertegenwoodigd door |
| iet- nde uit |
|
| lexis Palm Vennoot |
|
| eid |
INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE MOEDERVENNOOTSCHAP
Uittreksels uit de statutaire jaarrekening van Elia System Operator NV, opgesteld in overeenstemming met de Belgische boekhoudkundige normen, worden hierna in verkorte vorm weergegeven.
Overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving zullen de volledige jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.
Deze documenten zullen ook worden gepubliceerd op de website van Elia en zijn op aanvraag verkrijgbaar bij Elia System Operator nv, Keizerslaan 20, 1000 Brussel, België. Het college van commissarissen heeft een opinie zonder voorbehoud gepubliceerd.
Balans na winstverdeling
| Dalahs na Willstveruchilly | |
|---|---|
| ACTIVA (in miljoen EUR) | |
| /ASTE ACTIVA | |
| Financiële vaste activa | |
| Verbonden ondernemingen | |
| Deelnemingen | |
| Ondernemingen waarmee een deelnemingsverh | |
| Deelnemingen | |
| Andere financiële vast activa | |
| VLOTTENDE ACTIVA | |
| Vorderingen op meer dan één jaar | |
| Handelsvorderingen | |
| Overige vorderingen | |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | |
| Bestellingen in uitvoering | |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | |
| Handelsvorderingen | |
| Overige vorderingen | |
| Geldbeleggingen | |
| Overige geldbeleggingen | |
| Liquide middelen | |
| Overlopende rekeningen | |
| TOTAAL DER ACTIVA | |
| PASSIVA (in EUR miljoen) EIGEN VERMOGEN |
|
| Kapitaal | |
| Geplaatst kapitaal | |
| Uitgiftepremies | |
| Reserves | |
| Wettelijke reserve | |
| Belastingvrije reserve | |
| Overgedragen winst | |
| VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGE | |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | |
| Overige risico's en kosten | |
| SCHULDEN | |
| Schulden op meer dan één jaar | |
| Financiële schulden | |
| Achtergestelde obligatieleningen | |
| Niet-achtergestelde obligatieleningen | |
| Kredietinstellingen | |
| Overige leningen | |
| Schulden op ten hoogste één jaar | |
| Schulden op meer dan één jaar, die binnen het | |
| Financiële schulden |
-
| ACTIVA (in miljoen EUR) | 2018 | 2017 |
|---|---|---|
| VASTE ACTIVA | 4.690,3 | 3.677,8 |
| Financiële vaste activa | 4.690,3 | 3.677,8 |
| Verbonden ondernemingen | 4.560,9 | 3.572,3 |
| Deelnemingen | 4.560,9 | 3.572,3 |
| Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat | 129,4 | 105,6 |
| Deelnemingen | 129,2 | 105,4 |
| Andere financiële vast activa | 0,2 | 0,2 |
| VLOTTENDE ACTIVA | 2.397,2 | 1.893,9 |
| Vorderingen op meer dan één jaar | 174,9 | 147,8 |
| Handelsvorderingen | 0 | 8,8 |
| Overige vorderingen | 174,9 | 139,0 |
| Voorraden en bestellingen in uitvoering | 6,9 | 4,9 |
| Bestellingen in uitvoering | 6,9 | 4,9 |
| Vorderingen op ten hoogste één jaar | 2.052,0 | 1.585,3 |
| Handelsvorderingen | 221,4 | 215,6 |
| Overige vorderingen | 1.830,6 | 1.369,8 |
| Geldbeleggingen | 0,0 | 30,0 |
| Overige geldbeleggingen | 0,0 | 30,0 |
| Liquide middelen | 143,1 | 117,9 |
| Overlopende rekeningen | 20,4 | 8,0 |
| TOTAAL DER ACTIVA | 7.087,50 | 5.571,7 |
| PASSIVA (in EUR miljoen) | 2018 | 2017 |
| EIGEN VERMOGEN | 1.868,3 | 1.762,8 |
| Kapitaal | 1.521,8 | 1.519,0 |
| Geplaatst kapitaal | 1.521,8 | 1.519,0 |
| Uitgiftepremies | 14,3 | 11,9 |
| Reserves | 175,4 | 174,7 |
| Wettelijke reserve | 173,0 | 173,0 |
| Belastingvrije reserve | 2,4 | 1,6 |
| Overgedragen winst | 156,7 | 57,2 |
| VOORZIENINGEN, UITGESTELDE BELASTINGEN | 0,4 | 0,4 |
| Voorzieningen voor risico's en kosten | 0,4 | 0,4 |
| Overige risico's en kosten | 0,4 | 0,4 |
| SCHULDEN | 5.218,8 | 3.808,5 |
| Schulden op meer dan één jaar | 3.648,1 | 2.839,2 |
| Financiële schulden | 3.648,1 | 2.839,2 |
| Achtergestelde obligatieleningen | 699,9 | 0,0 |
| Niet-achtergestelde obligatieleningen | 2.142,3 | 2.343,4 |
| Kredietinstellingen | 310,0 | 0,0 |
| Overige leningen | 495,8 | 495,8 |
| Schulden op ten hoogste één jaar | 875,1 | 391,9 |
| Schulden op meer dan één jaar, die binnen het jaar vervallen | 500,0 | 0,0 |
| Financiële schulden | 50,0 | 0,0 |
| Kredietinstellingen | 50,0 | 0,0 |
| Overige leningen | 8,3 | 4,3 |
| Handelsschulden | 252,3 | 186,4 |
| Leveranciers | 242,9 | 179,3 |
| Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen | 9,4 | 7,1 |
| Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten | 9,2 | 8,7 |
| Belastingen | 0,6 | 0,7 |
| Bezoldigingen en sociale lasten | 8,6 | 8,0 |
| Overige schulden | 156,7 | 192,5 |
| Overlopende rekeningen | 594,3 | 577,4 |
| TOTAAL DER PASSIVA | 7.087,5 | 5.571,7 |
Resultatenrekening
| (in miljoen EUR ) |
2018 | 2017 |
|---|---|---|
| BEDRIJFSOPBRENGSTEN | 922,7 | 799,4 |
| Omzet | 908,0 | 792,2 |
| Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering: toename/(afname) |
2,0 | (0,9) |
| Andere bedrijfsopbrengsten | 12,7 | 8,1 |
| BEDRIJFSKOSTEN | (840,0) | (704,7) |
| Diensten en diverse goederen | (798,7) | (666,5) |
| Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen | (41,2) | (38,1) |
| Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen: toevoegingen/(terugnemingen) |
(0,1) | (0,2) |
| Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen/(bestedingen en terugnemingen) | 0,0 | 0,0 |
| Andere bedrijfskosten | 0,0 | (0,0) |
| BEDRIJFSWINST | 82,7 | 94,8 |
| Financiële opbrengsten | 221,9 | 98,0 |
| Opbrengsten uit financiële vaste activa | 212,3 | 90,4 |
| Opbrengsten uit vlottende activa | 9,6 | 7,6 |
| Niet -recurrente financiële opbrengsten |
0,0 | 0,0 |
| Financiële kosten | (102,5) | (88,9) |
| Kosten van schulden | (93,8) | (86,7) |
| Andere financiële lasten | (8,7) | (2,2) |
| Niet -recurrente financiële kosten |
0,0 | 0,0 |
| WINST VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING | 202,2 | 103,8 |
| Belastingen op het resultaat | (0,6) | (6,9) |
| Belastingen | (0,6) | (6,9) |
| WINST VAN HET BOEKJAAR | 201,6 | 96,9 |
| Overboeking naar de belastingvrije reserves | (0,7) | (0,8) |
| TE BESTEMMEN WINST VAN HET BOEKJAAR | 200,9 | 96,1 |
102 - GECONSOLIDEERDE JAARREKENING CORPORATE GOVERNANCE EN FINANCIEEL VERSLAG -103
104 CORPORATE GOVERNANCE EN FINANCIEEL VERSLAG -105
Maatschappelijke zetel
Dit verslag beperkt zich tot Elia System Operator en Elia Asset, die onder de naam Elia als één economische entiteit handelen, en tot 50Hertz Transmission.
De maatschappelijke zetel van Elia System Operator en Elia Asset is gevestigd Keizerslaan 20 1000 Brussel, België
De maatschappelijke zetel van 50Hertz GmbH is gevestigd Heidestraße 2 D-10557 Berlin, Duitsland
De maatschappelijke zetel van Eurogrid International is gevestigd Joseph Stevensstraat, 7 1000 Brussel, België
De maatschappelijke zetel van Elia Grid International is gevestigd Joseph Stevensstraat, 7 1000 Brussel, België
Verslaggevingsperiode
Dit verslag behelst de periode van 1/1/2018tot 31/12/2018.
Contact
Group Communications and Reputation Marleen Vanhecke T + 32 486 49 01 09 Keizerslaan 20 1000 Brussel [email protected] T +32 2 546 72 41
Hoofdzetels Elia groep
Keizerslaan, 20, B-1000 Brussel T +32 2 546 70 11 F +32 2 546 70 10 [email protected]
Heidestraße 2 10557 Berlin T +49 30 5150 0 F +49 30 5150 2199 [email protected]
Concept en eindredactie
Elia Group Communication and Reputation
Grafische vormgeving
www.chriscom.be
Verantwoordelijke uitgever
Pascale Fonck
Ce document est également disponible en français. This document is also available in English.

We willen iedereen bedanken die meegewerkt heeft aan de samenstelling van dit jaarverslag. Scan de code en bezoek ons downloadcenter
Foto omslag: Inauguratie Nemo Link conversiestation in Brugge.
Op 5 december 2018 hebben Elia en National Grid de eerste onderzeese elektrische interconnector tussen België en het Verenigd Koninkrijk ingehuldigd. De ontwikkeling van interconnecties faciliteert de integratie van hernieuwbare energiebronnen en draagt bij tot de bevoorradingzekerheid en lagere elektriciteitsprijzen.
De inhuldiging van Nemo Link is een mooie bekroning voor het immense project dat bijna 10 jaar in beslag nam. Het verbinden van de conversiestations in Richborough (VK) en Herdersbrug (BE) via twee 140 km lange kabels was een extreem complexe onderneming die veel technische uitdagingen met zich meebracht. Zonder het harde werk van de teams was de realisatie niet mogelijk geweest.

